VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3556

Japan · 1,428 pages · 337 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3556_0667 view scan ↗

English

171 h9 96 191 Regents appointed. Statement of the next to the crown. that his Honour had learned in the meantime who among the Tidorese Princes would be the most capable successor to the throne in case the King should not return, and also who was still the closest from the lineage of the famous Sultan Saifuddin, and having been informed thereupon that Prince Gaigiera, a direct descendant of the said monarch and the most beloved on the Island of Tidore, as well as a nephew of the virtuous Princess Hafigatin Nufus, had deliberately convened this meeting to submit to the consideration of the members whether this Prince should not be placed among the number of Regents to be elected, whose character and way of life could then also be better observed and, upon the election of a new King, it could be judged with greater foundation whether he truly merited the royal dignity? This having also been agreed to by the collective Council members, and the Lord Governor having been thanked for the trouble he took in this regard, it was subsequently approved and understood, upon the further proposal of his Honour to elect, besides this Prince, one from each class, namely of the Clergy, the Pen, the Sword, and the Sea, to appoint as Rulers of the Realm: He and four other notables to be chosen as one, the Kapitan Laut, Mohamat, Jogugu Rahasuan Kalim Abdul Raouf and Hukum Marsaoli Djati, and at the same time to place at their head as First Regent the aforementioned Prince: Saigiera, under the supervision and oversight of The conclusion of peace determined. The Lord Governor takes upon himself his niece the already mentioned Princess Nafigatin Hufus, being a person of years and much experience, as well as very skilled in the successive contracts made between the Company and the Realm of Tidore since the reign of the good Sultan Saifuddin. Furthermore, likewise in accordance with the proposal of the Lord Governor, it was resolved that the final appointment of the said Regents and immediately thereafter the conclusion and publication of peace is set for the 12th of this month, to which end the King of Ternate shall be invited tomorrow to appear at this castle and in this assembly early the day after tomorrow around eight o'clock, together with his foremost notables of the realm; as also the frequently mentioned Prince Gaigiera, who arrived from Tidore some days ago, with all the notables and foremost chiefs of the villages of that island. Lastly, it is understood to record hereby that the Lord Governor has been pleased to take upon himself all further arrangements that ought to be made on such public occasions to prevent all irregularities and confusion, and also to conform completely with the Act of Peace already drafted by his Honour and now submitted, as well as that for the Tidorese Regents, and the credentials for the Sangajis and Kimelahas of the villages for confirmation in their present posts, together with the forms for the oaths of loyalty and obedience to the Company for the last mentioned. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date written above /:was signed/ J: R: Thomaszen, A: Cornabé G: C: Meurs; H: A: Johnson, G: W: van Renesse and J: Boot.— 97 193 The Right Honourable Lord Junior Merchant - - - - - - - The Jogugu - - - - Hukum Soasio Kalbie Saturday the 12th of June 179 [illegible] in the morning at eight o'clock, Combined Council of Policy Governor and Director the Honourable Mr Jacob Roeland Thomassen, Senior Merchant and Second in Command Alexander Cornabé Godfried Carel Meurs, Merchant and Fiscal Hendrik Ambrosius Johnson Junior Merchant and Secretary Gerardus Willem van Renesse and Johannes Boot with and alongside His Highness the King of Ternate Paduka Sri Maha Tuan Sultan Ichtira Djurachman Wahuwa Saiduna Alimuddin Syah Kaicil Harun Saha Mistaha, present the peace 197 61 62 Samaija the Hukum Sangaji Mohibat the Major Kimelaha Marsadij Sangaji Lima Tahon Masuara Kimelaha Tomo golo Leliatu Ngotmanjera - - - - Torungera Priester - - - - Abul Muidie Natibi Secretary Fattaha, and of Tidore Kapitan Laut Muhamat, Jogugu - - - Rahasuan Kalim - - - - Abdul Raouf Hukum Marsaoli Djati, Imam Jawa Abdulla Hukum Soasio Tadjudin, alongside all other present Sangajis, Kimelahas and other village chiefs and notables of the Tidorese Realm, as well as of Maba and Weda, together amounting to more than fifty persons. Prince - - - - - Gaigira This assembly, pursuant to the secret resolution of the day before yesterday, being appointed both for the final appointment of 1 195 Appointment of the Tidorese Regents. Publication of peace. the Tidorese Regents nominated on the 10th of this month, and to have them, alongside the other notables and present village chiefs of that realm, as well as of Maba and Weda, take the Oath of Loyalty and obedience to the Noble Dutch Company, as well as for the conclusion and publication of a firm and formal peace between the Ternatan and Tidorese peoples after the Act of Peace and Amnesty shall first have been sealed: thus the Lord Governor first produced the said Peace Act already approved at the abovementioned session and incorporated herein, as also that for the Regents, and the Credentials for the Sangajis, Kimelahas and other Tidorese, Maban and Wedan village chiefs, namely: Publication of Peace Mr Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director together with the Council in Maluku, in the name of His High Excellency, the High Noble, Valiant and Right Honourable Lord, Reinier de Klerk on behalf of the State of the United Netherlands, Governor General, and the Right Honourable and Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies at Batavia, as representing the Supreme Authority in these East Indian Regions And 63: 19 98.

Dutch transcription

171 h9 96 191 Regenten aangesteld. dat zijn Edele in dien tusschen tijd hadde vernomen wie der opgave van de naaste tot de kroon. Tidorsche Prinsen wel de bekwaamste tot Troons op volger in dien de Koning niet reverteerde zoude zijn, en teffens wie de naaste nog uit het Geslagt van den beroemde sulthan Saifioedien, was, en daar op geinformeert zijnde, dat de Prins Gaigiera, een regte afstammeling van gemelden vorst en de meest beminde op het Eiland Tidor mitsgaders een Neef van de deugdrijke Princes Hafigatin Noefoes was, deze Bij„ „eenkomst expres hadde laten beleggen om de Leden in overwe„ „ging te geven, of men deze Prins niet onder het getal der te verkiezen Regenten, diende te stellen, welkers hunneur en Levenswijze dan ook beter nagegaan en bij verkiezing van een nieuwen Koning met meerder fundament konde ge„ „oordeeld werden, of hij de koninglijke waardigheid wel meriteerde? Dit door de gezamentlijke Raadsleden ook toegestemd, en de Heer Gouverneur voor zijne ten dezen opzigte geno„ „mene moeite bedankt zijnde, wierd vervolgens, op de verdere propositie van zijn Ed: om, buiten dien Prins, uit ieder Die en nog vier andere groten tot Klasse, als van de Geestelijkheid, den Pen, den Degen en Marne een te verkiezen, goedgevonden en verstaan tot Rijksbestier„ „ders aantestellen: den Kapitein Lauwt, Mohamat, Djogoegoe Rahasoean „ „ Kalim Abdul Raouf en Hoekum Marsaoli Djati, en teffens aan „ derzelver hoofd als Eerste Regent te plaatzen den voornoem„ „den „den Prins: Saigiera, onder toe en opzigt van het sluiten der vreede bepaald. de Heer Gouverneur op zig. zijne Nigt de reeds gemelde Princes Nafigatin Hoefoes als zijnde eene persoon van Jaren en veel ondervinding, mits„ „gaders zeer ervaren in de successive tusschen de Compagnie en het Rijk van Tidor gemaakte Contracten zedert de Re„ „gering van den braven Sulthan Saifoedien. Voorts is, almede naar het voorstel van den Heer Gou„ „verneur, besloten de finale aanstelling der gezegde Regenten„ en aanstonds na dezelve het sluiten en publiceren van vrede bepaald op den 12: dezer ten welken einde den Koning van Ternaten morgen zal genodigd werden om overmorgen vroeg tegens agt uuren, nevens deszelfs voornaamste Rijks„ „groten aan dit kasteel en in deze vergadering te ver „schijnen; gelijk ook de meermelden reeds voor eenige dagen van Tidor overgekomen Prins Gaigiera, met alle de Grooten in voornaamste Hoofden der Negorijen van dat Eiland. Laastelijk is verstaan bij dezen te noteren, dat de Heer Gouverneur op zig heeft gelieven te nemen alle de verdere schik„ de schikkingen dien aangaande neemkkingen, die bij diergelijke publieke gelegenheden dienden gemaakt te werden tot voorkoming van alle ongeregeldheden en confusie, en zig ook volkomen te conformeren met de door zijn Edele al ingeregte en tans gelevene Acte van vrede, zo wel als die voor de Tidorsche Regenten, en de bewijzen voor de Senghadjes en Rimelahas der Negorijen ter bevestiging in hunne tegenwoordige posten, nevens de Formulieren van haden der Trouwe an gehoorzaamheid aan de Comp: voor de laatstgemelden Aldus gedaan en Geresolveert tot Ternaten in't Kasteel Orange dato voorschreven /:was getekent/ J: R: Thomaszen, A: Cornabé G: C: Meurs; H: A: Johnson, G: W: van Renesse en J: Boot.— 97 193 Den wel Edelen Achtb: Heer „ onderkoopman - - - - - - - Den Djogoegoe - - - - Hoekum Soasio Kalbie Saturdag den 12„e Junij 179 's morgens te Agt uuren Gecombineerde vergadering van Politie gouverneuren dietun den Mluwr A„r Jacob Roeland Thomassen, „„s operhopma en secusde Alexander Cornabé Godfried Carel Meurs, „koopman en Ssaal Hendrik Ambrosius Johnson onderlopmen setij Witen Gerardus Willem van Renesse en Johannes E Boot met en nevens zijn Hoogheid den Koning van Ternaten Paduka Sirie Maha Toewan Sulthan Ichtira Djoerachman Wahuwa Saidoena Alimoedien Sjach Ritchil Aroen Saha Mistaha, present den rede 197 61 62 Samaija den Hoekum Senghadje Mohibat den Majoor Kimelaha Marsadij „ Senghadje Lima Tahon Masuara „ kimelaha Tomo golo Leliatoe „ Ngotmanjera - - - - Torungera „ Peister - - - - Abul Moeidie „ Natibi Djoeroetoelis Fattaha, en van Tidor „ kapitein Lauwt Muhamat, Djogoegoe - - - Rahasoean „kalim - - - - Abdul Raouf Djati, „ Hoekum Marsaolie Abdulla „ Iman Djawa Tadjoedin, nevens alle verdere presente Sengha„ „ Hoekum Soasio „djes, Kimelahas en andere Dorpshoofden en Groten van het Tidorsche Rijk, zo mede van Maba en weda, te zamen ten getalle van ruim vijftig personen. den Rins - - - - - Gaigira Deze vergadering, ingevolge secreet besluit van eergisteren, bestemd zijnde zo tot de finale aanstelling van 1 195 aanstelling der Tidoreesche Regenten. Publicatie van vreden. van de op den 10„e dezer benoemde Tidorsche Regenten en om door dezelven nevens de verdere Grooten en presente Dorpshooffden van dat Rijk, zo mede van Maba en weda te doen afleggen den Eed van Trouwe en gehoorzaamheid aan de Edele Nederlandsche Compagnie, als tot het sluiten. en publiceren van een vaste en formele vrede tusschen de Ternaatsche en Tidorsche Volken na dat eerst da Acte van Vrede en Amnestie zal bezegeld wezen: zo produceer¬ „de de Heer Gouverneur vooraf de ged„e alreeds ter boven„ „gemelde sissie goedgekeurde en hier in gelijfde vredes Acte, gelijk ook die voor de Regenten, en de Bewijsen voor de Senghadjes, Kimelahas en verdere Tidorsche, Maba„ „sche en wedasche Dorpshoofden, te weten: Publicatie van Vrede M„r Iacob Roeland Thomaszen, Gouverneur en Directeur mitsgaders de Raad in Molukko, in name van zijn Hoog Edelheid, den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtb: Heere, Reinier de Klerk van wegen den staat der verenigde Nederlanden, Gouverneur Ge„ „neraal, en de wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neder„ „landsche Indie tot Batavia, als representerende de Hoge Overigheid in deze Oost-Indische Gewesten En 63: 19 98.

NL-HaNA_1.04.02_3556_0672 view scan ↗

English

Paduka Sirie Maha Tuwan Sulthan Schtira Djoerachman Wahuwa Saidoena Alimoedien Tjach Ritchil Aroen Saha, King of Ternaten. To all who shall see or hear this read, greetings and be it known: Whereas the present Right Honorable Governor and Council of the Molukkos, together with His Highness the Paduka Sirie Sulthan King of Ternaten, have for a long time maturely considered the breaches of peace that have occurred from time to time over many years between the Realms of Ternaten and Tidore, notwithstanding that the respective Governors who have held the administration here have sought with much care and effort to counter and prevent this, and have also worked out reconciliations as much as possible, without however experiencing that these have been lasting, on account of the manifold differences and disagreements of some restless spirits that arose again, from which so many lamentable misfortunes upon the lands of these two realms have sprouted; and that, if this Administration and Paduka Sirie Maha Tuwan Sulthan King of Ternaten did not efficaciously provide for this with all prudence and wisdom, and remove the essential fountainhead of all these disasters out of the way, it would inevitably drag the complete ruin of land and people in its wake; but having, through Heaven's blessing and assistance, successfully achieved this, have also resolved to forgive and forget everything that may have been done wrong on either side up to the date of this document, without ever mentioning or remembering it on that account: So it is that the Right Honorable Governor of the Molukkos, Mr. Jacob Roeland Thomaszen, together with those of his Council, on behalf and in the name of His High Nobleness, the Most Noble, Rigorous, and Grand Honorable Lord Reijnier de Klerk, Governor-General, and the Right Noble and Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies, as representing the sovereign power in these Regions, and Paduka Sirie Maha Tuwan Sulthan King of Ternaten, having nothing so much at heart as to make the lovely rest and peace unbroken and permanent, to revive trust, and at the same time to give proof to the entire world of their gentle and peace-loving intentions, as well as of the affection they bear toward all good and faithful subjects, hereby grant a general pardon and amnesty for the past to all and everyone who have made themselves guilty of committing the aforementioned hostilities, or have given cause thereto, or have been the aggressors of the evil designs. However, so that some troublemakers and disturbers of the common peace shall not in the future dare again to commit any hostilities or evil deeds, or that some of our subjects might unhoped-for so far forget their bounden obedience as to cast our fatherly warning to the wind, or stubbornly set themselves against our will and orders, everyone, including the Ternatean subjects, is very expressly warned that all hostile actions from both sides on the Islands of Ternaten and Tidore, and the fairway between them, must cease immediately, or on this very day; and on the remaining lands belonging under our authority, as soon as shall ever be possible after the publication of this document. Anyone who, after having obtained knowledge thereof, commits an offense through the perpetration of hostilities shall, without respect of person, be immediately seized, delivered to the Company according to their deserts, and punished, with the understanding, nevertheless, that even the chiefs of the villages shall be and remain accountable for the evil deeds committed by their subordinates. Furthermore, in order to prevent all further misfortunes, we very earnestly order and command all and everyone of our subjects, nobody excepted, as they are ordered and commanded hereby, to provide themselves from now on and in the future always with a proper pass whenever they intend to travel across the coast of Halmaheira to the territory of one another, whether to conduct business or to purchase provisions, just as the Tidorese subjects must give notice to the Ternatean subjects and the Ternatean subjects in turn to the Tidorese chiefs, in case they have anything to perform in each other's districts, upon presentation of the said pass, which will be granted upon request each time by the Right Honorable Governor and Director here on behalf of the Company and by His Highness the King of Ternaten. And so that no one may pretend any ignorance of this, and that our wholesome purpose may be fulfilled, we have seen fit and resolved to confirm this publication with the Company's and Ternatean Royal seals, as well as to have it published and posted everywhere in the Ternatean and Tidorese languages. Given and done on the Island of Ternaten in Castle Orange on the 12th of June 1779. Was signed: J: R: Thomaszen. In the margin: By order of the Right Honorable Governor and Director, together with the Council of the Molukkos. And signed: H: A: de Chalmot, principal secretary. Act.

Dutch transcription

Paduka Sirie Maha Tuwan Sulthan Schtira Djoerachman Wahuwa Saidoena Alimoedien Tjach Ritchil Aroen Saha. Koning van Ternaten Alle de Genen die dezen zullen zien of Horen lezen salut doen te weten: Alzoo de tegenwoordige wel Edele Achtbare Heer Gouverneur en Raad der Molukkos, nevens zijn Hoogheid den Paduka „sirie Sulthan Koning van Ternaten, voorlange met elkander rijpelijk overwogen hebben de zedert lange Jaren, van tijd tot tijd voorgevallene vredens breuken tusschen de Rijken van Ternaten en Tidore, niettegenstaande de alhier het bestier gehad hebben„ „de respective Heeren Gouverneurs met veel zorge en moeite zulks hebben tragten tegen te gaan en voortekomen, mitsgaders ook zoo veel mogelijk derzelver verzoeninge uit gewerkt hadden, zonder egter te hebben mogen ondervinden, dat die duurzaam zijn geweest, uit hoofde van de menigvuldige verschillen en oneenigheden van enige onrustige Gemoe„ „deren, die er weder ontstaan, en waar uit zoo veele beklagelijke onheilen op de Landen dier beide Rijken voortgesproken zijn, en dat wanneer beide Rijken voortgesproten zijn, en dat wanneer daaromtrent door deze Regering en Paduka Sirie Maha Tuwan Sulthan Koning van Ternaten niet met alle voorzigtigheidn en wijsheid efficacieuselijk wierde voorzien en de wezentlijke Bronader van alle die rampen uit den weg geruimd, onvermijdelijk den ganschen ondergang van Land en volk moeste na zig sleepen, dog daar in door 's Hemels zegen en bijstand gelukkig gereuseert zijnde, ook te rade zijn geworden, om alles, wat aan de ene of andere kant tot op dato dezes misdaan mogte zijn, te vergeven en te vergeten, zonder immers of doit dies„ wegens te reppen of daar aan te gedenken: zoo is 't, dat de wel„ Edele Achtb: Heer Molukkos Gouverneur M„r Jacob Roeland Thomaszen, nevens die van zijnen Raade, van wegen en in naame van zijn Hoog Edelheid, den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren En 1 ƒ 197 Achtbaren Heere Reijnier de Klerk, Gouverneur Generaal, en de wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indië, als representerende de souveraine magt in deze Gewesten, en Paduka Sirie Ma„ „ha Tuwan Sulthan Koning van Ternaten als niets zoo zeer behertigende, dan om de liefelijke rust en vrede onaf„ „gebroken en bestendig te doen zijn, het vertrouwen te doen herleven, en teffens aan de Gansche waereld blijken te geven van Hunne zagtmoedige en vredelievende oogmerken, zo wel als van de geregenheid, die zij allen goede en trouwe on„ „derdanen toedragen, bij dezen aan allen en een iegelijk, welke zig aan het plegen der voorzegde vijandelijk heden schuldig gemaakt dan wel daar toe aanleiding hebben gegeven, of de aggresseurs der kwade desseinen geweest zijn, verlenen een algemeen pardon en annestie van het gepasseerde. Maar op dat zommige Oproermakers en verstoorders der gemene Ruste zig in 't vervolg van tijd niet weder onder„ „staan enige hostiliteiten of euveldaden te bedrijven, dan wel zommige onzer onderzaten de schuldige Gehoorzaam heid„ onverhoopd, in zoo verre mogten vergeten van onze vader„ „lijke waarschouwing in de wind te slaan, of zig hardrek„ „kig tegen onze wil en Bevelen aantekanten wordt een ieder zo wel van de Ternaatsche onderdanen wel oxpresselijk gewaarschouwd, dat alle vijandelijke Actien van wederzijden op de Eilanden van Ternaten en Tidore, en het tusschen beide zijn de vaarwater, terstond, of op den dag van haden zullen moeten Cesseren, en op de overige Landen, die onder ons gebied behoren, zoo spoedig als immers doenlijk zal zijn na het publi„ „ceren dezes zullen de een iegelijk die zich, na dat hij daar van kennis zal hebben erlangd, door het plegen van vijandelijk he„ „den 99 197 66 vijandelijkheden vergrijpt, zonder aanzien van perzoon ten eersten opgevat, en naar verdiensten aan de Compagnie overgeleverd, en gestraft werden, met dien verstande nogtans, dat zelfs de opperhoofden der Negorijen aanesprekelijk zullen zijn en blijven voor de euveldaden, die door kunne on„ „derhorigen werden bedreven. Terwijl wij wijders, tot voorkoming van alle verdere on„ „heilen, allen en een iegelijk onzer onderdanen niemand uit„ „gezonderd, wel ernstiglijk ordonneren en bevelen, gelijk zij geordonneert en gelast werden bij dezen, om zig van nu aff en in den aanstaande altoos van een behoorlijke paste voor„ „zien, wanneer voornemens zijn zig op de overkust van Halmaheira naar het Territoir van elkanderen te be„ „geven, 't zij ter verrigting van affaires, of tot het inkopen van mondkost, alzoo de Tidoreesche onderdanen aan de Ternaatsche onderdanen weder aan de Tidoreesche opperhoof„ „den Kennisse moeten geven, ingevalle iets in elkanders Districten te verrigten hebben onder vertoning van de gedagte Pas, die door den wel Edelen Achtb: Heer Gouverneur en Di„ „recteur alhier van wegen de Compagnie en door zijne Hoogheid den Koning van Ternaten telkens op verzoek zullen verleend werden En op dat niemand hier van enige ignorantie pretendere, zo mede aan ons heilzaam oogmerk voldaan werde, hebben wij goedgevonden en besloten, deze publicatie met Comp„s en Ternaatsch Rijkszegel te bekragtigen, als ook alomme te laten publiceren en affigeren in de Ternaatsche en Tidoresche Taalen (:onderstond:) Gegeven en Gedaan op het Eiland Ternaten in't Kasteel Orange den 12„e Junij 1779. /:was getekent/ J: R: Thomaszen, /:in margine:/ Ter ordonnantie van den wel Edelen Achtbaren Heer Gouverneur en Direc„ „teur, nevens den Raad der Molukkos /en getekent:/ H: A: de Chalmot- p„l secretaris. Acte

NL-HaNA_1.04.02_3556_0675 view scan ↗

English

199 Act for the Regents of Tidore Whereas King Muhamad Doeniel Masahoed Djamaloedin Tjah and Crown Prince Ritchil Garamahongij of the currently vacant Realm of Tidore, as appears from the clearest evidence received thereof, have so far exceeded their bounds and have broken and violated the contracts successively concluded since Sultan Saisoedin with the Noble Dutch Company in an improper, nay even abominable manner, and thus have in the highest degree despised, insulted, and mistreated the said Noble Company as their protector and guardian lord, under the very cunning concealment of their most punishable practices to bring harm and damage upon the Dutch Company with the aid of its public enemy, nay even to attack the same as public enemies throughout the extensive Moluccas; it is therefore that the Right Honorable Master Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director of this territory, together with his Council, in the name and on behalf of the Noble Dutch East India Company, having maturely considered the highly dangerous consequences that could result from such enmities and treacheries, have found themselves in the utmost degree obliged and constrained, for the maintenance of the honor and the rights of the aforesaid Dutch Company, to arrest the aforementioned King and Crown Prince in this Castle Orange and to send them to Batavia, to await the far-famed wise disposition of the Illustrious High Government of the Indies, in order through that means to restore the peace and prosperity of this and all other neighboring Company provinces and places, as well as to protect and secure their inhabitants and subjects, together with its brave and faithful allies, against all further vexations and disturbances. And whereas, by this event—most joyful for all upright and loyal friends and subjects of the Company—the island of Tidore has been brought under and subjected to the power and authority of the Company, and moreover 199 moreover is left as such pending the further esteemed arrangement and election of another Sultan by the Illustrious High Government of the Dutch Indies at Batavia; the aforementioned Right Honorable Governor and the Council of this Province have likewise deemed it serviceable and proper, until such time as further provisions and orders have arrived from the aforementioned capital of the Dutch possessions in these regions, to entrust the authority over the Island of Tidore, under the higher command of the Moluccan Government: In the first place, to the grandson of the brave Sultan Hamza Taharoedin, Prince Gaigiera, son of Prince Simon, under the superior oversight and supervision of the virtuous old Princess Hafajatin Noefoes, the only surviving granddaughter of the just-mentioned Sultan and daughter of Prince Tidorewongij, both thus descending in a direct line from the widely renowned Sultan Saifoddin, who was an ever-faithful friend and ally of the Noble Dutch Company; and further to Captain Laut Prince Ritchil Muhamad, Gugu Rahasuan, Kadi Kyai Amas Bagus Abdul Rauf, and Hukum Marsaoli Djati, the latter four again under the obedience of the first-mentioned Prince and Princess, to the end that the land and people, in the manner aforesaid, may be governed with love and wisdom for the promotion of peace and tranquility. This Act shall, in order that no one may pretend ignorance, be published everywhere as appropriate, but especially on the Island of Tidore by the Company's commissioners. Subscribed: Given on the Island of Ternate in Castle Orange the 12th of June 1779. This serves as proof that to . . . . . . . . . . the governance as Sangaji over the village . . . . . . . . . . . is entrusted under the higher authority of the undersigned as Governor and Director of the Noble Dutch East India Company in the Moluccas. Subscribed: Ternate in Castle Orange the 6th of June 1879. Signed: J. R. Thomaszen. Under peace to ƒ 201 Precaution for the durability of the peace by the Governor, for which the Council members thank His Honor. While making these remarks: how His Honor, having judged that in this critical juncture one ought to consider gentle means rather than the infliction of punishment, if one wished to calm the embittered minds and did not wish to see the entire land thrown into turmoil again and yet more misfortunes provoked; and that this aim could nowhere be better achieved than by the speedy conclusion of peace and the publication of a general pardon and amnesty to the people, as well as the appointment of regents over the Tidore Realm, which is currently deprived of a paramount ruler; he has accordingly let all this serve as a guiding principle in the drafting of these documents, wherein, and especially in the Act of Peace, he believed to have briefly cited the principal matters and that which was in any way relevant to the case, as well as required for a permanent reconciliation of the Moluccans; which the Council members fully acknowledged, with repeated expressions of thanks to the Governor for the trouble taken in that regard, accompanied by all manner of cares, and for the requisite prudence. The 69

Dutch transcription

199 Acte voor de Regenten om Tidor Nademaal de Koning Muhamad Doeniel Masahoed Djamaloedin Tjah en de Kroon Prins Ritchil Garama„ „hongij van het tans vacante Rijk van Tidor, uitwijzens de daar van ingekomene allerklaarduidelijkste bewijzen, zig zodanig te buiten gegaan en de successive zedert den sulthan Saisoedin gemaakte Contracten met de Edele Nederlandsche Maatschappije en op onbetamelijke, Ja zelfs verfoeijlijke wijze gebroken en geschonden, en dus de gem: Edele Comp„e als ha„ „ren beschermen en schutsheer ten hoogsten veragt, beledigd en mishandeld hebben onder zeer listige verberging van hunne aller strafwaardigste practijken om de Nederlandsche Maatschappije, met behulp van haren openbaren vijand, schade en nadeel toe te brengen: Jazelfs als publieke vijanden in de wijduitgestrekte Molukkos aanteranden, zoo is 't, dat de wel Edele Achtbare Heer M:r Jacob Roeland Thomaszen, Gouverneur en Directeur van Dit winge„ „west, nevens deszelfs Rade, in naamen van wegen d' Edele Ne„ „derlandsche Oost Indische Maatschappij rijpelijk overwo„ „gen hebbende de hoogstgevaarlijke gevolgen, die uit zoda„ „nige vijandschappen en verraderijen zouden kunnen resul te„ „ren, zig tot handhaving van de Eer en het Regt der Neder„ „landsche Compagnie voornoemd ten uittersten verpligt en noodzakelijk gevonden hebben de voorsz: Koningen Kroon„ „prins in dit Kasteel Orange te arresteren en naar Batavia te verzenden, tot de alomberoemde wijze disposi der Illus„ „tre Indiasche Hoge Regering, om langst dien weg de rust en wel„ „vaart van deze en alle andere na bij gelegene Compagnies Pro„ „vintien en plaatsen te herstellen, mitsgaders derzelver In„ „woonders en Onderdanen, nevens hare brave en Getrouwe Bond„ „genoten, voor alle verdere overlasten en ontrustingen te dekken en te beveiligen. En dewijl door deze voor alle Comp„s regtgeaarde en trouwlieven, de vrienden en onderdanen zeer heugelijke Gebeurtenisse het Eiland Tidore onder Comp„s magt en Gezag ingetrokken en gebragt is, mitsgaders 199 mitsgaders tot de nadere geëerde schikking en verkiezing van een andere Sulthan, door de Illustre Hooge Regering van Nederlands Indie te Batavia als zodanig gelaten word; hebben de voorn: wel Edele Achtb: Heer Gouverneur en Raden dezer Provintie teffens dienstig en Oirbaar geoordeeld, tot zoo lange, als er van de evengedagte Hoofdplaats der Nederlandsche bezittin„ „gen in deze Gewesten nadere voorzieningen en bevelen ingekomen zijn, het Gezag op het Eiland Tidore onder hoger bevel van de Moluk„ „sche Regering op tedragen: In de Eerste plaats, aan de Klijn-zoon van den Braven Sulthan Hamza Taharoedin Prins Gaigiera, zoon van Prins Simon, onder hoger toe en opzigt van de deugrijke oude Princes Hafaja„ „tin Noefoes, de enigste nog levende klein-Dogter van den zoo even genoemden sulthan en Dogter van den Prins Tidore wongij dus beide in eene regte lijn afstammende van den wijdberoemde Sulthan Saifoedin, steedsgetrouw geweest zijnde vriend en Bondgenoot der Edele Nederlandsche Maatschappije; en wijders aan den Kapi„ „tein Lauwt Prins Ritchil Muhamad, Goegoegoe Rahasoean, kalij Kiaij Amas Bagus Abdul Rautf, en den Hoekum Marsaolij Djatij de vier laatste weder onder de gehoorzaam„ „heid van de Eerstgemelde Rins en Princes, ten einde Landen volk, invoegen voormeld, met liefde en wijsheid ter behartiging van rust en vreden. zullende deze Acte op dat Elk en een Igelijk geen Ignoran„ „tie kan komen te pretenderen, alomme ter plaatse daar het be„ „koord, dog inzonderheid op het Eiland Tidore door Comp„s Gecommitteerdens werden gepubliceert. /:onderstond:/ Gegeven op het Eiland Ternaten in 't Kasteel Orange den 12:e Ju„ „nij 1779. Dat aan. . . . . . . . . . . het Bestier als Senghadje over de Negorij. . . . . . . . . . . . onder hooger gezag van den ondergeteken„ „den als Gouverneur en Directeur van de Edele Nederlandsche Oost- Indische Compagnie in de Molukkos wordt gelaten, dient deze tot Bewijs. /:onderstond:/ Ternaten in't Kasteel Orange den 6:e Junij 1879. /:was getekent:/ J: R: Thomaszen. Onder p vrede to ƒ 201 pracautie tot de bestendigheid der vrede door den Heer Gouverneur. waar voor de Raadsleden zyn Ed: bedan „ken. Onder het maken van deze aanmerkingen: hoe zijn Edele geoordeeld hebbende, dat men in dit critiek tijds„ „gewrigt meerder opzagte middelen, dan op strafoeffening behoorde bedagt te zijn, indien men de verbitterde gemoe„ „deren wilde tot bedaaren brengen, en het gansche Land niet weder op nieuw in repen roer gesteld, en nog meer andere Onheilen verwekt wilde zien; en dat dit oog„ „merk nergens beter kan bereikt werden,„ als door het spoedig. sluiten van vreede, en publiceren van algemeen Pardon en Amnestie aan den Volke, zo mede van het aanstellen van Rijks bestierders over het tans van een opperhoofd ontblootte Tidorsche Rijk, zig ook dien vol„ „gende het een en ander tot een rigtsnoer heeft laten strek„ „ken in het vervaardigen dier papieren, waar bij en voor„ „namelijk inde Acte van Vrede Dezelve vermeende het voornaamste, en het geen maar enigzins ter zaake diende, mitsgaders tot eene bestondige reconcilia„ „tie der Moluccanen vereischt wierd, kortelijk aange„ „haald te zijn, 't geen de Raadsleden ten vollen erkende, met herhaalde dankbetuiging aan den Heer Gouver„ „neur voor de daar omtrent genomene moeite, ver„ „zeld van allerhande zorgen, en het vereischte beleid. Het 69

NL-HaNA_1.04.02_3556_0678 view scan ↗

English

Communication from the Lord Governor to the Tidorese Nobility. The above having ended, and everything, both inside and outside the Castle, having been prepared with the proper solemnities to receive the King of Ternaten alongside his Court Dignitaries, as well as the Princess Hafijatin Noefoes, Prince Gaijgira, and the other Tidorese Dignitaries on this solemn day with due honor, and the orders given and measures taken by the Lord Governor to prevent all disorder having simultaneously been put into effect; the Members of this Board, the Honorable Cornabe and Johnson, were sent to fetch His Highness of Ternaten from his residence, who shortly thereafter appeared within this Castle with his Realm Dignitaries and further retinue, and in the meantime also the aforementioned Princess, Prince, and other Tidorese Dignitaries, upon which the said monarch was received with the customary honors, and subsequently led to the Upper Hall of the Government, where he was politely welcomed alongside the aforementioned other persons who had already arrived there. After this, everyone having taken their seats according to rank and status, the well-mentioned Lord Governor initially communicated to the Tidorese Nobility and the Estates of the Realm: that over their Island and its Districts, now brought under the Company's power and authority, excluding Maba, Weda, Pattanij, Gebe, and the entire Land of the Papuas, with all the islands and further places sorting thereunder; over which henceforth no one other than the Dutch Company shall have command, there were appointed as Regents: Prince Gaijgiera, the Kapitein Laut Muchamat, the Djogoegoe Rahasoean, Kalim Abdul Rauf, and the Hoekum Maskolie Djati, in order to govern the same under higher command of Him, as Governor and Director of this province, and under the supervision and oversight of Princess Hafijatin Noefoes; which Regents then first, and subsequently the other Dignitaries, also the Sangajis and lesser Chiefs of the Tidorese Villages, as well as the chiefs of Maba and Weda present here, one by one took into the hands of His Honor the following Oaths of Loyalty and Obedience, namely: Oath of the Regents of Tidore. I, N: N:, promise and swear to the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands as the High and lawful sovereigns of these Regions, His Serene Highness the Lord Prince of Orange and Nassau etc. etc. etc., Hereditary Stadtholder, Captain and Admiral General. Speech of the Lord Governor for the permanence of the Council. having been handed over as a sign that she is confirmed by the Company in her present post, a general shout of joy was heard three times on that account. This having been performed, the Lord Governor further showed the King of Ternaten and his Court Dignitaries, as well as the Regents of Tidore and other Dignitaries of the Realm, in an emphatic though brief speech, the unpleasant and very detrimental consequences of discord and war, and in contrast, the pleasant and advantageous prospects of a desired rest and peace, declaring that since He and his Council had the particular pleasure of finding the said His Highness, alongside the just-appointed Regents of Tidore, with their Realm Dignitaries on both sides willing to conclude an enduring peace, they were jointly invited into this castle for that purpose as well, in firm trust that this would also be accomplished just as readily, with goodwill and sincere hearts; all of which, or the sense of those words, was first interpreted by the Translator van Dijk, and subsequently explained by the Ternatean djogoegoe and Tidorese Secretary in Ternatean and Tidorese; whereupon the King and Regents, as well as all the Dignitaries of the Realm, made known with a loud voice that they wished for nothing so much as to live in rest and peace with one another: at the same time expressing gratitude to the Lord Governor for his mediation, trouble, and good services, which His Honor had employed for the settlement of their discrepancies. Upon which expression the Act of peace and amnesty was first read aloud by the provisional secretary de Chalmot in the Dutch language, and by the Translator van Dijk in the Malay language, further in Ternatean and Tidorese by the aforementioned Djogoegoe and Secretary, and thereafter the same was sealed with the Cachet of the Company and the Ternatean Realm seals, and also once again read aloud and published to the people from the Balcony of the Government in Dutch and Malay: thus this joyful Event was announced to the entire Island by three discharges of the Convicts, Military, Citizens, Macassars, Ternateans, and Tidorese drawn up in ranks on the Castle square, as well as by forty-three heavy Cannon shots from the Bastions, amid merry cheering and mutual friendly congratulations. Subsequently, for the publishing of the said peace Act according to custom before the Ternatean Dalam and the Lodging,

Dutch transcription

koningen dides Regente in atie geomen Communicatie van den Heer Gouverneur aan den Lidoresen Adel. Het bovengemelde afgelopen, en alles, zo binnen als voorplegtigheden bijde respte van ornas buiten het Kasteel in gereedheid gebragt wezende, om den Koning van Ternaten nevens zijne Hofsgroten, zo mede de Princes Hafijatin Noefoes, den Prins Gaijgira en de verdere Tidorsche Groten op dezen plegtigen dag met het behoorlijke honneur te ontvangen, mitsga „ders de door den Heer Gouverneur tot preventie van alle wanorder, gegevene bevelen en genomene maatregelen tef„ „fens werkstellig zijnde gemaakt; de Leden dezer Tafel, dE=s Cornabe en Johnson, ten afhaal van zijn Hoogheid van Ternaten van zijn woonhuis, welke Kort daar op met deszelfs Rijksgroten, en verder gevolg, en in dien tusschen tijd ook de voornoemde Princes, Prins en andere Tidorsche Groten binnen dit Kasteel verschonen, wanneer de gemelde vorst met de gebruikelijke Eerbewijzingen gerecipieert, en vervolgens naar de Bovenzaal van het Gouvernement geleid, nevens de voorzegde daar reeds aangekomene overige Personen, beleefdelijk verwelkomt wierdt. Hierna elk een naar Rangen staat zit plaats genomen hebbende, communiceerde welmelde Heer Gouver„ „neur aanvangkelijk aan den Tidorschen Adel en de Rijksstenden: dat over derzelver tans onder Comp„s magt: 103 203 welke tot Regenten zyn aangesteld. aflegging van den Eed door Dezelven. en Gezag gebragte Eiland en dies Districten buiten Maba weda, Pattanij, Gebe, en het gansche Land der Papoein, met alle de daar onder sorterende Eilan„ „den en verdere plaatzen; waar over voortaan niemand anders, dan de Nederlandsche Compagnie, zal heb„ „ben te Gebieden tot Regenten waren aangesteld: Den Prins Gaijgiera, de Hapitein Laurt Muchamat; de Djogoegoe Rahasoean „ Kalim Adul Rauf en de Hoekum Maskolie Djati, ten einde het zelve onder hooger bevel van Hem, als Gouverneur en Directeur van dit wingewest, en onder op-en toezigt van de Princes Hafi„ „jatin Noefoes, te bestieren; welke Regenten toen daar op eerst, en voorts de verdere Grooten, ook de Senghadjes en mindere Hoofden der Tidorsche Dorpen, mitsgaders de hier aanwezende opperhoofden van Maba en Weda, een voor een aan handen van zijn Edele hebben afgelegd de volgende Eeden van Trouwe en Gehoorzaamheid, namelijk: Eed van de Regenten van Sior. Ik N: N: belove en Zweere de Hoog Mogende Hee„ „ren staaten Generaal der verenigde Nederlanden als de Hooge en wettige souverainen dezer Gewesten, zijn Doorlug„ „tigste Hoogheid den Heere Prinse van Orange en Nassauw etc. ec. etc. Erfstadhouder, Kapitein en Admiraal Generaal N3: van 207 # Redewvoering van den Heer Gouverneur tot bestendigheid der Rhade. ten teken dat zij door de Compagnie in zijne presente post is bevestigd, ter hand gesteld zijnde, hoorde men dieswegens een algemeen vreugde Galm tot drie keeren, Dit verrigt wezende, vertoonde de Heer Gouverneur wijders den Koning van Ternaten en zijne Hots-Groten, mitsgaders de Regenten van Tidore en verdere Rijks„ „groten, in eene nadrukkelijke, dog korte, Reden voering de onaangename en zeer nadelige gevolgen van Tweedragt en oorlog, en daaren tegen de aangename en voordeelige vooruitzigten van eene gewenschte Rust en vrede, onder verklaring dat dewijl Hij en zijne Raaden het bijzon„ „der genoegen hadde van gemelde zijne Hoogheid, nevens de zoo even aangestelde Regenten van Tidor, met derzelver Rijksgroten van beiden zijden bereidwillig te vinden tot het sluiten van een duurzame vrede, zij gezamentlijk almede ten dien einde in dit kasteel waren geinviteerd, in vast vertrouwen dat zulks ook wven zoo geredelijk zoude werden volbragt, met goeden wille en opregte harten; welk een en ander, of den zin dier woorden eerst door den Translateur van Dijk vertolkt, en vervolgens door den Ternaatschen, djogoegoe en verko 103 207 de koning, Regenten en Rijksgroten bevretigen zig met elkander. Publicatie van de acte van vrede. vreugde bedrijf bij die gelegenheid. en Tidoreschen Secretaris in het Tornataans en Tidorees wierdt uitgelegd; wanneer de Koning en Regenten, zo wel als alle de Rijksgroten, met luider stemme te kennen gaven, dat zij niets zoo zeer wenschten, als om in Rust en vrede met elkanderen te loven: den Heer Gouver„ „neur teffens dank betuigende voor deszelfs bomidde„ „ling moeite, en goede diensten, dien zijn Edele tot bes„ „lissing hunner discropantien hadden aangewend Op welke betuiging de Acte van vrede en amnestie eerst door den p„l secretaris de Chalmot in de Holland„ „sche, en door den Translateur van Dijk in de Maleidsche Taal, voorts in het Ternataans en Tidorees door voornoem„ „de Djogoegoe en Secretaris opgelezen en daar na dezelve met het Cachet van de Comp„e en het Ternaatsche Rijks„ zagels bezegeld, mitsgaders nogmaals van het Bal„ „kon des Gouvernements in het Hollandschen Maleidsch aan den volke voorgelezen en gepubliceerd zijnde: zoo is deze blijde Gebeurtenis door drie decharges van de op het Kasteelplein gerangeerd staande Ponnisten, Militairen Burgers, Macassaren, Tornatanen en Tidoreson, zo mede door drieenveertig zware Kanonschoten van de Bol„ werken, aan het geheele Eiland verkondigd onder een vro„ „lijk Gejuct en onderlinge vriendelijke Geluk waschingen. Vervolgens wierden, tot het publiceren der ged„e vredes verkontigng der vrede op Ternaten Acte naar den gebruike voor den Ternaatschen Dalm en het Logement 75 407

NL-HaNA_1.04.02_3556_0682 view scan ↗

English

lodging of the Regents, in addition to the native commissioners, the council members van Renesse and Boot were appointed and dispatched, together with the junior merchant and translator van Dijk: accompanied by a military detachment, or a sergeant, a corporal, and twelve privates; and while the aforementioned commissioners were engaged with that proclamation, and the King and Regents, together with all the other grandees and chiefs of the realm, in the meantime consumed some drinks and other refreshments, the Lord Governor made known to them the necessity of having the peace proclaimed everywhere in the Ternatan lands and on Tidore as soon as possible, for the cessation of all hostilities, and the prevention of disputes in the future, which was also approved, and thereupon it was resolved that the Ternatan commissioners, who [illegible] the King of Ternate, the Regent and both chiefs depart, as well as on the Ternatan and Tidorese will publish and post the said act in their lands of Halmahera, willingly accompanied by the assistant van Vos, and the Tidorese commissioners by the bookkeeper Semet, which commissioners, according to mutual agreement, would undertake their journey within two to three days. Thus far, everything that was to be observed on this long-desired event has been fully carried out, and the council members, with the translator van Dijk and the native commissioners, having proclaimed the act of peace outside this castle, as well as having reported their proceedings to the Lord Governor; finally the King of Ternate and the Regent of Tidore, together with their grandees, took polite leave of His Honour and the other council members, and thereupon departed with their retinue in the afternoon around three o'clock to their residences, after having been invited by the Lord Governor to a banquet at six o'clock in the evening to celebrate this memorable day, with the usual ceremonies and honours, amidst the firing of the customary salute shots: all of which is recorded in more detail in the daily register of this Government. Thus done and resolved at Ternate in Fort Oranje on the date written above. Was signed: J: R: Thomaszen, A: Cornabé, G: C: Meurs, H: A: Johnson, G: W: van Renesse, and J: Boot. Wednesday the 25th of June 179[illegible], at nine o'clock in the morning, Combined Meeting of Policy: Present: The Right Honourable Mr. Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director of the Moluccas, Senior Merchant and Second [illegible] Alexander Cornabé, Godfried Carel Meurs, merchant and fiscal, Hendrik Ambrosius Johnson, junior merchant and [illegible], Gerardus Willem van Renesse, and Johannes Boot, together with and alongside four of the five Regents of Tidore, namely Gaijgiera, Kalim, Abdul Raouf, and some of the principal grandees of the realm, as well as with the following chiefs of Maba and Weda, to wit: Captain Laut Muchamat, Jogugu Rahasoean of Maba, the Sangaji of Maba, Rasuarij, the Sangaji of Biljoli, Ratoe, the Sangaji of Buli, Tstaradja, Kimelaha Samafoe Toeba, and of Weda: the Sangaji Samolla Rajoa, Kimelaha Sawatina Hajoen, the Sangaji of Hlia, Baijronga and Beos, the Sangaji of Wastorij, Piloto, the Sangaji of Wale, Kokke, and Captain Daantje; and also furthermore with the princes named below, namely: Djou Kokotto, Reke, Hamaloedin, Nuku, Samsoedien Indertjaja, Maoedien, Abdul Kadir, Saiful Moluk, Muhamad Ahir Mossel, Muhamad Mansoer van der Parra, Zainal Abidin, Oeméé, Semie, Nassan, Soeri, Achmat, Djoemati, Orang Raija, Achmat, and Markaij. Absent: Merchant Godfried Carel Meurs and Johan George van Raesveld, due to indisposition. After the persons mentioned in the heading hereof had all appeared in the meeting and had taken their seats according to rank, the Lord Governor communicated to the princes present: that shortly after the departure of their King and Crown Prince to Batavia, or on the 12th of this month, peace and tranquility between the Ternatan and Tidorese peoples had again been solemnly restored through the mediation of His Honour, and that, in order to govern under higher command of Him and under the supervision of the virtuous Princess Hapaijatin Noefoes solely the nearby island with all the districts belonging under it, of the realm of Tidore which had completely devolved to the Honourable Dutch Company, pending the further disposition of the Illustrious High Indian Government at Batavia, at that same time Prince Gaijgira, the Captain Laut, the Jogugu, the Kalim, and the Hukum Djate were appointed as Regents; furthermore pointing out that, whereas they were not present when the other princes and grandees paid homage to the Company on the aforementioned solemn day, they were now summoned inside this castle and into the assembly hall, in order to be informed of all this by the Governor and Council themselves, and at the same time, just like their fellow brothers, to take the oath of loyalty and obedience to the Company, if they were so inclined. This having been made known to them by the translator van Dijk in Malay, and further in Tidorese by the secretary Noriman, all those princes expressed their gratitude to the Lord Governor

Dutch transcription

#6 Logement der Regenten, behalven de Inland„ „sche Commissianten, benoemd en gedepecheerd de Raadsleden van Renesse en Boot, nevens den onderkoopman en Translateur van Dijk: ver„ „zeld van een Commando Militairen, of een sergeant een korporaal en twaalf gemeenen; En terwijl evenge„ „genoemde Gecommitteerden met die publicatie bezig waren, en de Koning en Regenten, nevens alle de verdere Rijksgroten en Opperhoofden onderwijlen enige dranken en andere ververschingen nuttigen, Gaf de Heer Gouver„ „neur aan dezelven te konnen de noodzakkelijkheid, om de vrede alomme in de Tarnaatsche landen en op Tibore ten spoedigsten te laten verkondigen, tot stil„ „stand van alle vijandelijkheden, en voorkoming van stribbelingen in 't vervolg, 't geen ook goedgekeurt wierdt, en daar op besloten is de Ternaatsche Gecommitteerden, die de meer„ „malde de koni en verde 104 Districten. de koning van Ternaten, de Regent en beden hoofden vertrekken. zo mede op de Ternarsche en Tidorshe„n melde Acte op hunne landen van Hal„ „maheira zullen publiceren en affigeren, te willig verzellen door den Assistent van Vos, en de Tidorsche Gecommitteerden door den Boek„ „houder Semet, welke Commissianten, volgens onderlinge afspraak binnen twee â drie dagen hunne reize zouden aannemen. Tot dus verre alles, wat bij dit zoo lang dussag van dat gerensterement gewenscht Evenement moet geobserveert werden, volkomen gevolg genomen, en de Raadsleden, met de, Translateur van Dijk en de Inlandsche Commissianten, de Acte van vrede buiten dit Kasteel gepubliceert, mitsgaders van hunne verrigtingen aan den Heer Gouverneur rapport gedaan hebbende; namen eindelijk de Koning van Ternaten en 409 77 77. 209. Arnd festin bijden Heer Gouverneurn. en de Regent van Tidor, nevens hunne Rijksgroten beleefdelijk afscheid van zijn Edele en de verdere Raadsleden, en vertrokken daar op met hun gevolg 's namiddags omstreeks drie uuren, na door den Heer Gouverneur tegens 's' avonds te ses uuren op een Festijn, ter verlustiging wegens dezen heugelijken Dag geno„ „digd te zijn, naar hunne woningen, met de gewoo„ „ne Ceremonien en eerbewijzingen, onder het doen der Gebruikelijke salut schoten: zoo allles breder bekend staat bij het Dag„ „register van dit Gouvernement. Aldus gedaan en geresolveert tot Ternaten in 't kasteel Orange dato voorschreven /:was getekent:/ J: R: Thomaszen, A: Cornabé, G: C: Meurs, H: A: Johnson, G: W: van Renesse en J: Boot. 74 79: #II 105. 211 Den wel Edelen Achtb: Heer Ralim den Prins... Woensdag den 25„e Junij 179. 's morgens te negen uuren Gecombineerde vergadering van Politie: present Gouverneur en Directeur der Molucos M„r Jacob Roeland Thomaszen 1„ d„s opanteigman an sende Alexander Cornabé Godfried Carel Meurs, „koopman en fiscaal. Hendrik Ambrosius Johnson „onderkooman en blij vaokede Gerardus Willem van Renesse en Johannes Boot met en nevens vier der vijff Regenten van Tidor, als Gaijgiera Raouf, en eenige Abdul der voornaamste Rijksgroten, zo mede met de volgende Maba-en Wedasche Opperhoofden, te weten: „kapitein Lauwt Muchamat. Djogoegoe Rahasoean van Maba, den ƒ den senghadje van Maba„ Rasuarij Ratoe _o „ Biljoli Tstaradja „ Kimelaha Samafoe Toeba. _o Boelij en van Weda Rajoa „ senghadje Samolla Hajoen kimelaha Sawatina Baijronga en Beos, _o van Hlia Piloto, _o wastorij _o Wale Kokke en Daantje kapitein en teffens nog met de onderte„ „noemene Prinsen, Namelijk: Djou Kokotto, Reke; Hamaloedin, Noekoe Samsoedien Indertjaja. Maoedien, Abul: Kadir Saijfoel Molukko Muhamad Ahir, Mossel, Muhamad Hansoer van der Parra Saijnal Abidien Oeméé „ . . . . . 1 1 247 106. 213 St „ koopman - - te kennen gave van den Heer Gouver„ „neur wegens het sluiten der vrede aan Semie, Nassan, Soeri, Achmat Djoemati Orang Raija Achmaten Markaij Absent Godfried Carel Meursen Johan George van Raesveld, door in dispositie Na dat de in den Hoofde dezes gemelde Personen alle in de vergadering waren verschenen, en naar rang zit plaats hadden genomen communiceerde de Heer Gou„ enige siedorsche goten en frimen. „ verneur aan de presente Prinsen: dat Kort na het vertrek van kunnen Koning en Kroonprins naar Batavia of op den 12: dezer, de Rusten vrede tusschen den p„lo opperkoopman de 82 Regenten. de Groten en Plincen zijn ontboden, om daar van verwittigd te werden. De prinsen betigen dank voor de goede voorzorge. de Ternaatsche en Tidoresche volken, door bemiddeling van zijn Edele weder solemneelijk was hersteld en dat, om onder hoger bevel van Hem en onder op -en toezigt van de en de aanstelling van Tidorsche deugdrijke Princes, Hapaijatin Noefoes eenlijk het hier na bij gelegen Eiland met alle de daar onder gehorende Districten, van het aan de Edele Nederlandsche Compagnie ten vollen vervallen Rijk van Tidore te bestieren tot de nadere dispositie vande Illustre Hooge Indiasche Regering te Batavia ter dier zelver tijd tot Regenten waren aan„ „gesteld de Prins Gaijgira, de Kapitein-Lauwd, de Djoegoegoe, de Kalim en de Hoekum Djate, onder verdere vertoning, dat dewijl zij, toen de andere Prinsen en groten op den voornoemden plegtigen dag hulde aan de Compagnie hadden gedaan, daar bij niet tegenwoordig zijn geweest, als nu binnen dit Kasteel en in de vergaderzaal waren ontboden, ten einde van dit een en ander door den Gouver„ „neur en Raad zelven te werden verwittigd, en teffens evengelijk hunne mede broeders ook den eed van getrouw en gehoorzaamheid aan de Compagnie te presteren, in„ „dien ze daar toe genegen waren. Dit aan Dezelven door den Translateur van Dijk in 't Maleidsch, en nog nader in het Tidorees door den secretaris Noriman te verstaan gegeven zijnde, betuigden alle die Prinsen hunnen dank aan de Heer Gouverneur

NL-HaNA_1.04.02_3556_0691 view scan ↗

English

215 107 215 have regret over the bad conduct of their king prince was sent to Batavia. shall acknowledge. Mohammedan manner. Governor and further Council Members for the good care in pacifying the Ternatan and Tidorese peoples, who had lived in dispute for some time, to such an extent that they hoped to associate with one another once again in unity and friendship, with the addition of this declaration as well that, although it grieved them to the heart, as the Council itself could easily presume, that their King, father and benefactor, through his bad conduct had brought the Company's wrath upon his own neck, and for that reason had been deposed from his Kingdom, and sent to Batavia together with the Crown Prince, they nevertheless were all completely willing to acknowledge the regents appointed by the Company as such, and furthermore, also as proof of their sincere intention, immediately to take the Oath of obedience and loyalty to the Dutch Company, just as the same was then performed by them one by one, after the formula had been read and interpreted to them, by placing the Right hand upon the Quran and uttering the words: By God, by the Prophet of God, and the thirty Chapters of the Quran. why he along with the crown promise to acknowledge the regents. take the Oath in the 83: Address of the First Regent to the Princes. is confirmed. Some Presents given to the Tidorese grandees as a token of friendship. The Princes having sat down again after this, and the Act of peace, as well as that of the Regents, having been read to them, the First Regent, Prince Gaijgiera, pointed out to them collectively in a short address: that what had passed could serve as an example, and that Perjury and faithlessness toward sincere and gentle friends and Allies is nevertheless finally punished when it has reached the extreme, with an admonition at the same time to follow his example for that reason, and to be indeed faithful to the Company, to which they had just taken the Oath of Obedience and loyalty, and to fulfill their promise made under oath as well-meaning and obedient subjects, whereupon he said he would guarantee that never the slightest misfortune should befall them, but that they would be protected by the Company on all occurring occasions; which was repeated and confirmed by the Lord Governor, with thanks to the said Prince Regent for his upright disposition. Subsequently, His Honour also made known to the Regents, Princes, and Grandees of the realm that, as a token that by the Lord Governor the given them of the G we 217 108 217 made known to the collective grandees. to those of Tidor and One hundred granted to the Maba and Weda people: enjoy their gratuities of sincere friendship and affection, some Presents would now be delivered to them by Him and the Council, in the name of the Illustrious High Indian Government at Batavia; which were expressly sent hither this year for distribution among Their High Mightinesses' faithful friends: whereupon the gifts already prepared for that purpose, except those received for the exiled King and Crown Prince, which are retained here until Their High Excellencies' further order, were offered to the said Regents, Princes and Grandees of the realm, and accepted with all tokens of gratitude. Lastly, upon the emphatic Request made on this occasion by the Tidorese Grandees of the realm and the Maba Chiefs, to provide them with Two to three hundred Rixdollars out of consideration for their great destitution, it was approved and agreed to give to them, on the account of the Recognitie, Three hundred Rixdollars, namely: Two hundred to those of Tidor, and one hundred to the Maba and Weda people, which they also received immediately during the meeting; while at the same time it was made known to the last-mentioned that the remainder of their gratuity would be given to them and their remaining Partners, Oath given because of their destitution why two hundred Rixdollars the latter shall and 85 as soon as the Missing Chiefs are here. Princes take their leave and depart. along with that allocated to the Chiefs of Pattanij, as soon as the Chiefs of those Lands who have not yet paid homage to the Company shall have arrived here and performed such; after which the Tidorese Regents, Princes and Grandees of the realm, as well as the aforementioned chiefs of Maba and Weda, took their leave and went to their residences. Thus done and resolved in Ternate in Castle Orange, date as above signed: J: H: Thomaszen, A: Cornabe, G: C: Meurs, H: A: Johnson, G: W: van Renessen. the Collective Grandees and 57 419 109. 219 The Right Honourable Sir Thursday the 1st of July 1779. In the morning at nine o'clock, Combined meeting of Policy present Governor and Director of the Moluccas Mr. Jacob Roeland Thomaszen Alexander Cornabé the provisional senior merchant and second Hendrik Ambrosius Johnson, merchant and fiscal Gerardus Willem van Renesse and junior merchant Johannes Boot the sangaji of Maba Masuarij the kimelaha of Bitjoli, Batoe the kimelaha of Samafoe, Istraradja the kimelaha of Boelij, Toeba, and the sangaji of Wajamlie, Rabo the sangaji of Samolla, Kajoa the kimelaha of Sowratina, Hajoen the sangaji of Zia, Baijranga and the sangaji of Wastoera, Siloto and the sangaji of Goedjan, Serij provisional senior merchant Godfried Carel Meurs and merchant Johan George van Raesveld Absent due to indisposition those and those of Weda with and alongside

Dutch transcription

215 107 215 hebben leet wezen over het kwaad gedrag van kunnen koning prins naar Batavia verzonden was. zullen erkennen. „aansche wijze af. Gouverneur en verdere Raadsleden voor de goede voorzorge, om de zedert migen tijd in twist geleofd hebbende Ternaatsche en Tidorsche volken dus verre te bevredigen, dat ze verhoopten weder„ in Eenigheid en vriendschap met elkanderen te verkeeren, met bijvoeging dezer verklaring teffens dat, alschoon het hun van herten smerkte gelijk de Raad zelve ligt ver„ onderstellen konde dat hunlieder Koning, vader en weldoe„ „ner, zig, door zijn kwaad gedrag, Compagnies Toorn kast waarom Hij nevens den kroon op den hals gehaald, en uit dien hoofde uit zijn Rijk gesteld, mitsgaders nevens den Kroonprins naar Batavia ver„ „zonden, was, zijlieden egter alle volkomen bereidwillig beloven de Rijksbeslierders te waren, om de door de Compagnie aangestelde Rijk bestier„ „ders als zodanige te erkennen, en voorts almede tot een bewijs hunner opregte intentie aanstonds den Eed van gehoor„ „zaam - en getrouwheid aan de Nederlandsche Maatschap„ „pije afteleggen, gelijk zulks ook door dezelven daar op een voor een, na dat hun het formulier was voorgehouden en ver„ leggen den Eedopde Muhame „ tolkt met het leggen van de Rechterhand op de Alko„ „zan, en uitten der woorden: Bij God, bij de Profect Gods, en de dertig Hoofdstukken van de Alcoran wierdt verrigt. nie r 83: Aanspraak van de Eerste Regent aan de Prinsen. bevestigd wordt. Eenige Geschenken ten teken van vriendschap aan de Tido„ „reesche groten afgegeven. De Prinsen hier na weder nedergezeten, en de Acte der vrede, zo wel als die van de Regenten aan dezelven voorgelezen zijnde, vertoonde de Eerste Re„ „gent, Prins Gaijgiera, in een korte aanspraak aan hun gezamentlijk: dat het gepasseerde tot een voorbeeld konde strekken, en dat Meinedigheid en trouwloosheid omtrent op„ „regte en zagtzinnige vrienden en Bondgenoten tog einde„ „lijk, als het tot het uitterste is gekomen, gestraft wordt, met vermaning teffens, om uit dien hoofde zijn voorbeeld„ te volgen, en de Compagnie, aan welke ze zoo even den Eed van Gehoorzaam - en getrouwheid hadden gedaan, ook inderdaad getrouw te zijn, en hunne onder eede gedane belofte als welmenende en gehoorzame onderdanen natekomen, wanneer hij zeide 'er voor in te staan, dat hun nimmer het geringste onheil zoude we„ „dervaren, maar dat ze door de Compagnie, bij alle voorkomende gelegenheden, zouden werden dat door den Heer Gouverneur beschermd; 't geen door den Heer Gouverneur herhaald en bevestigd wierdt, onder dankzegging aan gemelden Prins Regent: voor zijne regtgezindheid. Vervolgens gaf zijn Edele nog aan de Regenten Prinsen, en Rijksgroten te kennen, dad, tot een teken de „ven hun van de G we 217 108 217 de Gezamentlijke groten ge„ kennen. aan die van Tidor en Een hondert aan de Mabaa wedaresen zijn toegestaan: hunner Gunstpenningen genieten van opregte vriendschap en toegenegenheid, tans door Hem en den Raad, uit naam van de Illustre Hooge India„ „sche Regeering te Batavia, aan dezelven enige Geschenken zouden werden afgegeven; die vxpres in dezen jare herwaarts gezonden zijn ter verdeeling onder Hoogst derzelver ge„ „trouwe vrienden: waar op de tot dien einde reeds in gereed„ „heid gebragte presenten, behalven de voor den verzonden Koning en Kroonprins ontvangene, welke hier aangehouden worden tot Hunner Hoog Edelheden nadere order, Eede aan de ged„e Regenten, Prinsen en Rijksgrooten zijn aan„ „geboden, en met alle blijken van dank baarheid geaccepteerd. Laastelijk is; op het nadrukkelijk Verzoek, door de „ven hunne behoefdigheid te Tidorsche Rijksgrooten, en de Mabasche Opperhoofden bij deze gelegenheid gedaan, om aan hun, uit considera„ „tie hunner groote behoeftigheit, Twee â drie honderd Rijksdaalders te willen verstrekken, goedgevonden en verstaan aan dezelven, op rekening van Recognitie, af„ waarom twee honderd Ed„s „ tegeven Driehonderd Rijksdaalders, namelijk: Twee honderd aan die van Tidor, en een honderd aan de Mabareesen en wedareesen, welke zij ook staande vergadering, ter stond de laatste zullen het restant hebben ontvangen; terwijl aan de laatstgemelden tegelijk bekend gemaakt wierdt; dat het resterende hunner gunstpenningen, aan dezelven en hunne overige Deelge„ „noten en 85 zo dra de Manquerende Hoofden alhier zijn. Prinsen nemen afscheid en vertrekken. „nooten, nevens het toegelegde aan de Hoofden van Pattanij, zal werden afgegeven, zo dra de nog geene hulde aan de Compagnie gedaan hebbende Hoofden dier Landen alhier zullen aangekomen wezen, en zulks verrigt hebben; waarna Tidorsche Regenten, de Gezamentlijke Groten en Prinsen en Rijksgrooten, zo wel als de voorschreven opperhoofden van Maba en weda afscheid namen, en zig naar hunne wooningen begaven. Aldus gedaan en geresolveert tot Ternaten in't Kasteel Orange dato voorschreven /:was getekent:/ J: H: Thomaszen, A: Cornabe, G: C: Meurs, H: A: Johnson, G: W: van Renessen. 57 419 109. 219 Den wel Edelen Achtb: Heer Donderdag den 1: Julij 1779. 'Smorgens te negen Uuren, Gecombineerde vergatering van Politie present Gouvernuren directeu e Motueers H=r Jacob Roeland Thomaszen Alexander Cornabé den p„s opperkooman en ocunde Hendrik Ambrosius Johnson, „. koopman en fiscaal „ onderlinman babij vanth: Gerardus Willem van Renesse en Johannes Boot den senghadja van Maba Masuarij Batoe _o Bitjoli, „ kimelaha „ Samafoe Istraradja „ kimelaka Boelij Toeba, en _o van Wajamlie Rabo den senghadje Samolla Kajoa „kimelaha sowratina Hajoen _o van Zia Baijranga en _=o „ wastoera Siloto en D=o „ Goedjan Serij „ p„s opperkoopman koopman Absent Godfried Carel Meurs en Johan George van Raesveld door indispositie Deos en die van Weda met en nevens

NL-HaNA_1.04.02_3556_0696 view scan ↗

English

To make known. Report from the junior merchant Hemmekam. To the Right Honorable Lord Mr. Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director of the Moluccos. Right Honorable Ruling Lord, In compliance with Your Right Honorable's esteemed order to inquire closely of the chiefs of Maba and Weda currently present here what I could learn from them that might serve the best and greatest benefit of the Honorable Company, I have, in fulfillment thereof, invited these chiefs—consisting of those from Maba: the sengadji of Maba Kasuarij, ditto Bitjole Ratoe, Guinelaha Samaffoe Istra Radja, ditto Boelij, Toeba, and ditto Waijamlie Rabo; and those of Weda: the sengadji Samolla Kajoa, Quimelaka Sowatina Hajoen, the same from Kia Baijronga and Beos, ditto Wastoera Piloto, and ditto Soedjan Serij— several times to my house, and on those occasions, through friendly treatment and entertainment, brought them so far that they revealed the following to me. First, that in the districts of Maba and Weda very many spice nutmeg trees are to be found, such that without much trouble one could obtain a large quantity of nutmegs. Secondly, that besides these nutmegs in Maba, there was also a clove mountain that had never yet been pointed out to the extirpators. The Lord Governor informs the members of the Council of this meeting that His Honor had resolved to hold this meeting with the aforementioned native chiefs upon a report presented by the junior merchant Hemmekam, which is inserted here. Thirdly, that the successive spice extirpation visits conducted in their territory were never carried out and completed with accuracy: A: because they had never been allowed to fully enjoy the recognition monies assigned to them by the Honorable Company, but were repeatedly fobbed off by their king with a worthless pittance; B: because their means did not long permit them to provide the numerous laborers required for such heavy work—as they always had to do—with provisions; and C: because the Tidorese commissioners almost always managed to seize what the Company's commissioners occasionally added for them in cash, linens, etc., for the continuation of the extirpation, besides the fact that they had to pay and satisfy large homages and unfounded fines to the ceaselessly arriving and departing Tidorese envoys; which was also the reason why they had frequently been forced to occupy themselves with piracy. But this now being provided for by the Company, they requested: Fourthly, that since they were now brought under the Company, they might also be entirely separated from Tidor and deal solely with the Company, under the assurance that should this succeed, they would not only be deterred from their piracy with all the more success, but would also be able to restrain their subjects, so that they would renounce that pernicious evil and sustain themselves with lawful pursuits of gain; with the understanding, however, that because of their impoverished condition in which they currently find themselves, the Honorable Company might reward and assist them in proportion to their trouble and need, should this spice-destroying visit proceed swiftly. After they had made this known to me, I asked them whether they would dare to maintain these statements if they appeared before Your Honorable Sir, to which they not only answered with yes, but also requested that I inform Your Honorable Sir of it. This being what I have been able to obtain from them, I have the honor to report it to Your Honorable Sir, and in the hope that I have hereby fulfilled Your Honorable Sir's intention, I call myself with due respect and reverence, below stood: Right Honorable Ruling Lord, lower: Your Right Honorable's humble servant, was signed: F. B. Hemmekam. In the margin: Ternaten, the 16th of June 1779. Initially, the translated contents thereof were made known to the said chiefs by the translator Van Dijk, and at the same time, by order of the Lord Governor, they were asked whether their statements presented therein were truly so, and whether they were so minded. Whereupon they unanimously affirmed that everything mentioned in that report fully agreed with the truth, and that they desired nothing more than to be separated entirely from Tidor and to stand directly under the Company; declaring nevertheless that they could not vouch for their nearest neighbors of Pattanij, but if the same should be refractory and continue in their robbing and murdering, they then can and will subdue them with the help of the Company. All of this, which appeared as unexpected as it was highly agreeable, having been maturely considered, and the utility and advantage contained therein for the true interests of the Company having been recognized, not only in this Government, but also especially for Amboina—which anyone will very easily be able to fathom, if he is only aware of the good understanding and new alliance of those of Maba, Weda, and Pattanij with the Papuans, of whom the first know how to make such covert use.

Dutch transcription

8 te kennen. Berigt van den onderkoopman Hemmekam. Aan den wel Edele Achtb: Heer Mr Jacob Roeland Thomaszen Gouverneur en Directeur der Moluccos. Wel Edele Achtbare Gebiedende Heer In nakoming van uwel Ed: Achtb: g'eerde bevel om mij nauw„ „keurig bij de tans alhier aanwezende Grooten van Maba en weda te informeren wat ik van haar te weet konde krijgen, dat tot best en meeste nut van de E: Compagnie dienen konde, zoo heb hier aan voldoende deze groote bestaande die van Mabauit den sengkadje van Maba Kasuarij „ _:o Bitjole Ratoe „ Guinelaha Samaffoe Istra Radja _o Boelij, Toeba en „ _o waijamlie Rabo. „ en die van weda= den senghadje Samolla Kajoa „ Quimelaka Sowatina Hajoen do van kia Baijronga en Beos _=o wastoera Piloto en „ _=o Soedjan Serij, verscheiden keeren bij mij g'invi„ „teert en bij die gelegenheden onder vriendelijke bejegeningen en onthaal het„ zoo verre gebragt dat zij mij het volgende hebben geopenbaart. Eerstelijk dat in de districten van Maba en weda zeer veel specerij note bomen te vinden zijn; sodanig dat men zonder veel moeite daar om te doen, een groote quantiteit Noten Muskaten zouden kennen bekomen. Ten tweeden dat buiten en behalven deze noten te Maba ook een nagelberg was, die nog nooit aan Exsterpateurs is aangewezen. „ De Heer Gouverneur geeft de Heer Gouverneur aan de Leden te komnen hebben„ de Raden dezer bij eenkomst de gegeven, hoe zijn Ed: te rade was geworden deze bij eenkomst met de voormelde Landshoofden te houden, op een door den onderkoopman Hemmekame gepresenteert Berigt, 't welk hier wordt geinsereert. Ten 22 110 221 Hoofden te kennen gegeven. Ten Derden dat de successive gedane specerij Eistirpatie vi„ „sites in hun Territoir nimmer niet accuratesse zijn gedaan en volbragt. A: om dat zij nooit ten vollen van de hun door dE: Compagnie toegelegde Recognitie penningen hadde mogen Gauderen maar tel„ „kens niet een niets aanwaardig sommetje door hun koning waren afgescheept. B:) om dat hun vermogen niet lang toeliet de menigvuldige arbeiders die tot zoo een swaar werk vereischt wierden. /:gelijk al„ „tijd doen moesten:/ met mondkost te voorzien en (: om dat de Tidoreese Commissianten hun meest altijd meester wisten te maken van het geen de Comp„s gecommitteerde tot het voort„ „zetten van de Exstirpatie nu en dan nog al aan Contanten, Lijwa„ „ten enz: haar toevoegde bove, dat zij aan de onophoudenllijke gaande en komende Tidoresen gesanten groote homatie en on„ „gefundeerde boetens moesten opbrengen en voldoen; Het geen ook de reden was, dat zij dikwils met het ter roof varen hun hadden moeten ophouden: Dog hier in nu door de Comp: voorzien wezen„ „de verzogten zij. Ten vierden, Dat dewijl nu onder de Comp: gebragt waren zij ook ten enemaal van Tidor gesepareert en alleen met de Comp: mogten te doen hebben: onder verzekering dat indien haar zulks quam te gelukken, zij niet alleen met des te meer succes van hare rooftogten zouden werden wederhouden, maar hare onderdanen ook zouden kunnen beteugelen, om van dat verderffelijk kwaad af tezien haar met g'oorloff gewin zoekingen vrneren, onder dien verstande nogtens, dat dE: Com„ „pagnie uit hoofde van haar armoedigen toestand waar in zij tans waren, na mate van hun moeite en gebrek haar mogten beloven en adsisteren, ingevalle die specerij verhielings visite van spoedige voortgang mogte zijn. Na dat zij mij zulks te verstaan hadden gegeven, heb ik haar afgevlaagt, of zij deze gezegdens wel derfde gestaan in dien voor uwel Ed: Gestrenge verschenen, het geen zij niet alleen met Ja: beantwoorden, maar mij teffens verzogte dat ik uwel Ed: Gestr: daar van kennis mogte geven. Dit dan het geene zijnde dat ik uit haar heb kunnen krijgen, zoo heb ik de Eere Uwel Ed: Gestr: daar van verslag te doen, Ende in hope dat hier mede aan Uwel Ed: Gestrenge intentie zal hebben voldaan, noeme ik mij met het verschuldigt respect in Eer„ „biet. /:onderstond:/ wel Edele Achtb: Gebiedende Heer, /:lager:/ UwelEd: Achtb: onderdanige dienaar /:was getekent:/ F: B: Hemmekam. /:in margine:/ Ternaten den 16: Junij 1779. den Inhoud daar van aan de Is aanvangkelijk den vertaalden inhoud van het zelve invi„ aal het cerij en een gt afvrage aan dezelve. die betuijn anden inhoud van dat papier kin begaerte was. verlangen van Tidor afgezon„ Comp te staan. niet in 't een en ander komt onver„ „wagt dog aangenaam voor. „afhangelijk van Tidor. zelve aan de ged„e Hoofden te kennen gegeven door den Trans„ „lateur van Dijk, en teffens, ter order van den Heer Gouver„ „neur, afgevraagd, of hunne daar in bekend gestelde opgaven we„ „zentlijk zoo gelegen, en zij zodanig gezind waren ? waar op ze een stemmiglijk betuigden, dat al het vermelde bij dat Berigt volkomen met de waarheid overeenkwam, en dus niets „derd te werden, en sonder de zoo zeer verlangden, dan van Tidor geheel en al geschieden, direct onder de Compagnie te staan; met verklaring nogtans voor staan voor die vanpattani naaste buuren van Pattanij niet te kunnen instaan; dog in„ „dien dezelven mogten weerberstig zijn, en in hun roven en moorden bleven voortvaren, zij als dan hen met behulpt van de Comp„e kunnen en zullen t' onderbrengen. Dit een en ander nu 't welk zoo onverwagt, als ten hoog„ „sten aangenaam is voorgekomen, rijpelijk overwogen, en in„ „gezien zijnde het daar in opgesloten nut en voordeel voor de waare belangen der Maatschappije, niet alleen in dit Gouverne„ „ment, maar ook bijzonderlijk voor Amboina 't geen een iege„ „lijk heel ligt zal kunnen penetieren, wanneer hem maar be„ wust zij de goede verstandhouding en nieuwe vereniging van Maba, wedaen Patanion„ die van Maba, weda en Pattanij met de Papoein, van wel„ „ken den eersten een zodanig bedekt gebruikt weeten te maken „

NL-HaNA_1.04.02_3556_0699 view scan ↗

English

and placed directly under the Company. Their High Excellencies will be informed. Interrogation of the Maba and Weda people. can assist. making off their raids, that the Papuans alone must bear the name of all depredations: thus it was unanimously approved and agreed, first, to declare the aforementioned three districts and the places subordinate to them, with all of their inhabitants, forever and always independent of the Realm of Tidore, and to place them directly under the power and obedience of the Company; as well as to dutifully give notice of this provisional arrangement—which was immediately made known to the aforementioned Chiefs, and was received by them with the utmost joy, with an offering of their gratitude for this mark of favor—to Their High Excellencies, and to request Their most esteemed approval thereof. Hereafter, the repeatedly mentioned Maba and Weda chiefs were interrogated by the Governor: whether they could also assist the Company with a certain number of men and cora-coras against payment, if they might be required in time for one expedition or another; and also whether, now that they stood solely under the Company's protection, it would not be serviceable to construct a fort, redoubt, or other stronghold on Maba, Weda, or indeed Pattani, for their own security and the prevention of all illicit trade in spices, if the Illustrious High Government of the Indies pleased to give orders thereto. Whereupon they, with many tokens of satisfaction regarding both questions, declared: that Maba, Weda, and Pattani could each deliver 300 men, or together 900 men, with the necessary cora-coras, and for their part they would not only be willing to provide this assistance at all times, but also in the erection of a stronghold, and should this take effect on Maba or Weda, they would gladly contribute the necessary timber, lime, and stone, besides the common laborers, for a slight gratuity, without claiming any compensation for the said materials and people; which offers were deemed proper to be recorded here, in order to make use of them as required in due time. Furthermore, pursuant to the proposal of the Governor, it was deemed necessary and resolved to send an embassy at the first suitable opportunity to Maba, Weda, and Pattani, as well as to the Four Papuan Kings, both to make known the sending of Tidore's King and Crown Prince to Batavia and their cession of the said lands to the Honorable Dutch East India Company, and to invite the aforementioned kings and further chiefs of the three first-named districts not present here to come hither to take the oath of loyalty and obedience, and further to enter into such measures as this Council shall judge proper for the interest of the Company and the welfare of their persons and lands; of which the Maba and Weda chiefs present were also informed on this occasion, whereupon they received their dismissal. Lastly, there were read certain question points answered by a certain Makianese named Abdul, who in the past year was taken prisoner by the Maguindanaos on the Goraici Islands and carried off to their country, but since fled from there and was sent hither from Siau; which the Governor produced to be inserted herein, as is done presently. Question points put by the undersigned to the Makianese Abdul, in the presence of the Honorable Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director of the Moluccas, alongside the Ternatan Jogugu Mistaha, and the Junior Merchant Hemmekam. Article 1. How old, from where, and how are you named? I am named Abdul, born on the island of Makian, and about 50 years old. 2. Who, and what are you? Formerly, I was the Kimelaha of the settlement Boboua on Makian, but having subsequently been discharged therefrom, I have since made a living by chopping firewood and selling provisions. 3. How did you arrive at the settlement Sawang, belonging under Taruna? I fled from Maguindanao in a small prau and arrived at Sawang, a settlement on Great Sangihe, to seek a house to live in, and having found the same there, I was seized from there by the crew of an inspection patrol from Siau and Tabukan and brought to the last-mentioned place. 4. On what occasion were you...

Dutch transcription

III. T. 223 443 en direct onder de Comp: ge„ „steld. „heden zullen werden verwittigd: afvrage aan de Mabaen wedaresen. kunnen assisteren. maken of hunne rooftogten, dat de Papoein alleen den naam aller strooperijn moeten drag: zoo is unanim goed„ „gevonden en verstaan vooreerst de gemelde drie Land„ „streeken en de daar onder sorterende plaatzen, met alle derzelver Inwoners, voor eeuwig en altoos on„ „afhangelijk van het Tidorsche Rijk te verklaren, en direct onder de magt en gehoorzaamheit van de Compagnie te stellen, mitsgaders van deze provisio„ „nele schikking, welke terstond aan de voornoemde Opperhoofden bekent gemaakt, en door dezelven met de uiterste blijdschap vernomen wierdt, onder aflegging waar van Hunne Hoog Edel, hunner dankerkentenis voor dit gunst bewijs, aan Hunne Hoog Edelheden schuld„ „pligtig kennis te geven, en Hoogst derzel„ „ver g'eerde approbatie daar op te verzoeken. Hier na wierden de meermelde Maba¬ „sche en wedasche opperhoofden door den Heer Gouverneur ondervraagt: of zij ook de Comp: of de Comp„e met Manschappen tegens betaling zouden kunnen as„ „sisteren met een zeker getal Manschap„ „pen en Korra Korras, wanneer men die in der tijd mogte requireren tot de eene sterkte op Maba weda of Pattanij te exbiuderen. leveren dan volk. „ af„ of andere Expeditie! en teffens of het en of niet dienstig was een tans, daar ze nu alleen onder Comp„s bescher„ „ming stonden, niet dienstig ware een Fortret, Benting, of andere sterkte op Mabr, weda„ dan wel Pattanij te extrueren, tot hunne eigen beveiliging, en weering van allen sluiten „handel in specerijen, indien de Illustre Hooge Indiasche Regeering daar toe geliefde orders te geven! waar op zij met veele blijken van vergenoeging ten aan„ bereitwiligheid van hun tot het zien dier beide vraagen verklaarden: dat zo wel Maba als weda, en ook Pattanij ieder 2 of te zamen negen hondert drie honderd„ koppen konden leveren, met de nodige Korra Kooras, en zij zig van hunne zijde niet alleen tot die assistentie ten alle tijde bereidwillig zullen laten vinden maar 9 1i5 „der te „wag„ Ma 112. besluit om daar van bij maken. Bezending naar Maba Weda Pattani en de van daar herwaarts te nodigen. maar ook in het opregten van een sterkte, en zulks op Maba of Weda gevolg nemende, door hen gaarne de nodige houtwerken, Kalk, en steenen, nevens de gemeene arbeidslieden, zouden gecontribueert Werden voor een gering douceur zonder eenige gelegenheid gebruik te voldoening van de gezegde Materialen en het Volk te pretenderen, welke offertes goed gevon¬ „den wierd bij dezen te noteren om daar van des vereischende, in tijde en wijle gebruik te maken. Voorts is, ingevolge van het voorstel van den Papoe te laten doen. Heer Gouverneur nodig geoordeeld en besloten bij de eerste bekwame gelegenheid eene bezending te doen, naar Maba, Weda en Pattanij mitsga„ „ders aan de Vier Papoesche Koningen zo ter bekendmaking van de verzending van Tidors Ko„ „ningen Kroonprins naar Batavia, en hunnen afstand der gedagte Landen aan de Ed: Nederland„ sche Oost Indische Compagnie als de gemelde Koningen en verdere alhier niet aanwezenden de koningen en hoofden Opperhoofden der drie eerstgenoemde Districten herwaarts te nodigen tot de aflegging van den Eed van Trouwe en Gehoorzaamheid, en om lk 225 225 gls 't geen aan de presente Maba„ „sche en Wedusche hoofden g'adverteert wierd. om wijders in zodanige maatregels te treeden, als deze Raad voor het belang van de Compagnie, en welzijn hunner personen en Landen zal oordeelen te behooren waar van aan de presente Mabassche en Wedasche Hoofden almede bij deze gelegenheid kennis gegeven zijnde, zij daar op hun ofscheid erlangden. Laastelijk zijn gelezen Eenige Vraag Domi„ „ten beantwoord door zekeren Macquiander, Abdul genaamt, die in den voorleden jaar door gun de Mangindanauwers op de Goraietsche Eilanden, was gevangen genomen en naar hun Land vervoerd; maar zedert van daar gevlugt en van Chiauw herwaarts gezonden leven is; welke de Heer Gouverneur pro„ „duceerde, om in dezen geinsereert te werden, gelijk tans geschied Vraag 427 113 227 Vraag-poincten door den Ondergetekenden, aan den Macquiander Abdul, ten bijwe„ „zen van den wel Edelen Achtbaren Heer Mr. Jacob Roeland Thomaszen Gouverneur en Directeur der Moluccos, nevens den Ternaatsch Djogoegoe Mistaha, en den onderkoopman Hemmekam. Art:S. Hoe oud, waar van daan, en hoe ge„ Jk ben abdul genaamt, van 't Eiland Mac„ „quian geboortig en circa 50. Jaren oud. „naamd zijt Gu. 2 voordezen beij M Kimelaha geweest van de Wie, en wat zijt gij Negorij Boboua op Macquian, dog vervolgens daar van ontslag zijnde, heb ik mij naderhand met brandhout kappen en het verkopen van levensmiddelen geneerd. Hoe Zijt gij op de Negarij Sawang, ik ben van Mangindanao met een klijn prauwtje gevlugt en op sawang /: een Negorij op gehorende onder Taroena gekomen Groot Sangirs :/ gekomen, om daar een huis ter woon te zoeken, en het zelve daar ook gevonden hebbende, ben ik van daar het volk van een ronde -visite van Chiauwen Saboekan, opgevat en ter laastgemelde plaats gebragt Bij welke gelegenheid Lijt Gedaan Gr. o d cher „

NL-HaNA_1.04.02_3556_0704 view scan ↗

English

How did you then come to Mangindanao? I was captured during the past year on Gaffi, one of the Goraitic Islands, by seven Mangindanao vessels. Were you taken prisoner there alone, or along with more others? With three more of my comrades, who were placed with me on one of the pirate vessels. How strongly was that pirate vessel manned? By estimate, with 570 heads. Who was the head of that vessel? The heads of the same were Hadje Oemar and a certain Mangindanao subordinate. Were there, besides your comrades, not more prisoners on that vessel? Yes, another 32 Makianese, 7 Tabukanese, Amboinese, 6 Rullanesen, 2 Europeans, 2 women, 2 children, and a slave from the overwhelmed post Ouby; one of the women having been heavily pregnant. Where did the vessel on which you were go, departing from Gaffi? To Batchian. Did those other six proas depart together from Gaffi? Yes, the same also sailed to Batchian. Where did those vessels actually drop anchor? Off Bisorie, a place situated on the west side and not far from Kasiroeta, the pirates dropped anchor with three proas, among which was that of Hadji Oemar, but the other four anchored in an inlet off Batoe Galé. At what time of the day did they arrive there? In the morning around five o'clock. How long did the three vessels lie at anchor at Bisorie? That same morning towards seven o'clock they already engaged in combat with eight Ternatean kora-koras, and remained in action until midday, when they were driven from there in flight. Were the other four proas also in combat at the same time or afterwards, and did they depart at the same time as the remaining three? The other four, as soon as they heard the shooting, took to flight beforehand. Where did they go then? All seven directly to Strait Lembeh, where those pirates captured a sloop of a Chinese, laden with rice. Where did the mentioned vessels depart for further from the Strait Lembeh? To the island of Biaro. How long did they stay there? They only touched at Biaro and departed from there after having stayed merely half a day and taken in water. Where did they then sail further to? From the island, through the Sangihe Islands, they sailed to Poelo Para, situated in between, merely touching there to take in water. How did they subsequently set their course? From Para the mentioned seven main proas sailed past Candhaar and Taboekan to Kabioe and from there to Manoezoe and Saringarij, at which latter place they came to anchor, bought their food, and, having eaten, were rowed directly to the King's residence, Mangindanao, where they arrived at sunset. How long were the seven Mangindanao proas underway from Saringanij to the capital of Mangindanao? Twelve days and nights. What occurred there upon your arrival? The prisoners were brought ashore that same evening, at which time the share of the Old and Young King was also delivered immediately, and the remainder divided among the other pirates, in which division I was placed with that of the Old King. How far is the residence of Hadje Oemar located from the King's residence? As I have heard it said, it is three to four days' travel. Did Hadji Oemar then also appear before the King? On stone, at the mouth of the river, the division of the captured people took place, and then Hadje Oemar went ahead with his proa, away from the remaining six vessels, and went to his dwelling place. Did you not see Hadji Oemar with the King afterwards as well? Up to three times Oemar was together with Hadje Joesoef, namely once with the Old and twice with the Young King; the first time having stayed the whole day with the old Sultan. Who is that Hadje Joesoef, and what does he look like? I heard that he was a Tidorese Hadji; furthermore he is not very old, round of face, stout, and burly. What other goods were unloaded from those 7 vessels? That I do not know, since I did not see it.

Dutch transcription

gb Koning. zijt Gij aldaar alleen, dan wel met Met nog drie mijner Makkers, die met mij op een der Rovers vaartuigen zijn geplaats meer andere gevangen genomen! Naar gissang, met 570: koppen. Wie is het hoofd van dat vaartuig De Hoofden van 't zelve zijn geweest Hadje geweest demar en zeker Mangindanauwsch onder zijn op dat vaartuig buiten ja nog 32. Macquianders, 7. Taboekanders, Am„ uwe makkers, niet meer gevangene „boinezen, b. Rullanesen, 2 Europeanen 2 vrouwen, 2 Kinderen en een slaaf van de overrompelde post Ouby; zijnde een der Vrouwen hoogzwanger ge„ geweest 10 zijn die andere ses prauwen te Ja dezelve zijn mede naar Batchian zamen van Gaffi vertrokken. gestevend Voor Bisorie, een plaats aan de Westkant Waar hebben die vaartuigen ei„ en niet verre van Kasiroeta gelegen, zijn de Rovers met drie prauwen ten anker gegaan, „gentlijk het anker laten vallen. Waar onder die van Hadji Oemar, dog de andere Vier zijn geaukert in een Jnham voor Batoe Galé 11 Waar is het vaartuig, waar op Gij waart, van Gaffi, vertrekkende, naar toe gegaan. Naar Batchian Hoe Sterk was dat Roversvaartuig bemand. Gij dan op Mangindanao gekomen. Ik ben door zeven Mangindanauwsche vaar„ „tuigen, in den voorleden jare op Gaffi, een der 16 Goraitsche Eilanden gevangen genomen. 12 3 C - „weest. 12 I14 2259 Op welke tijd van den dag zijn ze smorgens omstreeks vijf uuren Hoe lange hebben de drie vaar¬ zijn dien zelven morgen tegen zeven uuren reeds slaags geraakt met agt Ternaatsche korra Korras, en aan de gang gebleven tot de tuigen op Bdisorie ten anker middags, wanneer van daar op de vlugt ge„ gelegen. „dreven zijn. zijn de andere vier prauwen ook De andere vier hebben zig, zo dra zij het schieten hebben gehoord, reeds van te voren ter zelvertijd, of naderhand slaags op de vlugt begeven. geweest, en zijn ze te gelijk met de overige drie vertrokken. alle zeven direct naar straat Lembe, daar Waar zijn ze toen naar toegegaan die Rovers een sloep van een Chinees, met Rijs geladen hebben, genomen. Naar het Eiland Biaro zijn op Poiaro maar aangegierden van daar Hoe lange hebben ze daar gelegen. vertrokken, naar eenlijk een halve dag vertoefd en water ingenomen te hebben. zijn van het Eland, door de sangvische Eilanden Waar na toe, zijn ze toen verder heen, naar Poelo Para, gelegen tusschen, een„ gestevend „lijk daar aangierende om water intenemen van Para zijn gem: seeven hoofprauwen voor bij Hoe hebben ze vervolgens hun Candhaar en Taboekan naar Kabioe en laers gesteld. van daar naar Manoezoe en Saringarij gestevend, op welke laatste plaatsze zijn 18 Waar zijn gem: vaartuigen verder van de Straat Lembe naar toe vertrokken daar gekomen. voor 12 15 16 71 voor anker gekomen, haar eeten gekogt, en, gegeten hebbende, direct naar des Konings Resi„ „dentie plaats, Mangindanao zijn geschept, alwaar met zons ondergang zijn gearriveerd. Twaalf Etmalen. De gevangene zijn dien zelven avond nog naar Wat is bij ulieder arrivement de wal gebragt, wanneer de partie van den Ou„ aldaar voorgevallen „den en jongen Koning ook terstond is afgegeven, en de overige onder de andere Rovers ver„ „deeld, bij welke verdeling ik bij die van den ouden Koning ten geplaatst. d„ Hoe verlegt de Woonplaats van Gelijk ik het horen zeggen, is het drie a Hadje Oemar Wel van 's Konings Reci„ „dentie. Vier dagen reisens. Tat drie Heeren is Oemar met Hadje Joesoef te Hebt gij naderhand Hadji Oemar 'tzamen, namenlijk eens bij den Ouden en twee ook niet bij den Koning gezien. „keren bij den jjongen Koning geweest; zijnde de eerste reis den gantschen dag bij den ouden „sulthan verbleeven. 26 Ik heb gehoord, dat het een Tidoreesch Hadji Wie is die Hadje Joesoef, en hoe Was, overigens is Hij niet heel oud, rond ziet hij er uit van wezen, gezet en gezikt 4 steen, aan de moord van de revier is de verdeling Js Hadji Oemar toen mede voor der geroofde menschen geschied en toen is Hadje 2 demar met zijn prauw voor uit van de overige den Koning verschenen On ses vaartuigen af, en naar zijn woonplaats 22 Dat Weet A niet, vermits het niet hebbe Welke goederen zijn er meer uit die 7. Vaartuigen gelost. 25 Hoe lange zijn de seven Mangin„ lang „danauwsche prauwen onderweegs geweest van Saringanij naar de Hoofdstad van Mangindonao s 2 34 ti :: op gezien „n gegaan 23 21 zo mu die tot d

NL-HaNA_1.04.02_3556_0707 view scan ↗

English

How were those two Hadjis dressed? I saw Oemar in a red, and Joesoef in a green chintz kabaya; and both with striped long trousers, large white turbans, and red mules. How long were Hadji Oemar and Hadji Joesoef with the old King, and did they stay there long or did they depart again quickly? Those two Hadjis were in conversation with the King and alongside him with the grandees of the realm from seven o'clock in the morning until the evening, having eaten and drunk in the meantime. Have the Hadjis Oemar and Joesoef not been with the King several times? I have not seen Hadji Oemar with the old King more than once, but Hadji Joesoef was subsequently daily both with the old and the young King. What did Joesoef come to do on Mangindanauw? He arrived there with a letter from the Sultan of Tidor, from which one heard read that the Castilians and Manilamen were asked for assistance through that monarch along with the Mangindanauwers. When was that letter delivered to the King of Mangindanao? When the Hadjis Oemar and Joesoef went together before the King for the first time. Did you truly hear that letter read yourself, and by whom was it read? Yes, by the King's secretary, while I, as a slave, was nearby. Did you then hear nothing read about Ternaten and the Company? I did not hear everything distinctly read, but later on heard talk and understand that the Mangindanauwers wanted to attack Ternaten and the Company and if possible subdue them. How does Hadji Oemar look? He is narrow of face, slender, and has a small goatee. Was Hadji Joesoef during your stay always present at the royal residence? No, he only stayed there for a month and then continued his journey to the Castilians and Manilamen. With how many vessels? With one large and one small korra-korra. How heavily were those korra-korras manned and with what people? The large one with fifty and the small one with twenty men, and according to their own saying manned with Mabaresen. Did the Old King also not give him people along? Yes, six guides, with three lelas. Did they have no more ordnance besides that? I do not know, as I was not on the korra-korras myself. Have you not seen the Hadjis Oemar and Joesoef again after that time? I have not seen Hadji Oemar again, but Hadji Joesoef indeed, a few days before I escaped from the Mangindanauwers. How long was your actual stay on Mangindanao? Six months. What was your daily work there? I performed slave labor, such as pounding, chopping firewood, fetching water, and so forth. How large is the negorij or residence of the King? Very large, containing in my estimation over four thousand people, in which the old King has a place of about 200 houses, intersected right and left by rivers, with the young King living next to the Capitain Lauwt, the Djagoegoe, and other grandees on the right side, but on the left side, front and back, nothing but subjects. Can one go on foot straight from the royal residence into the interior and to the mountains, or must one pole upriver with prahus? I have never seen them travel upstream other than with prahus, but do not know whether one can also get there on foot. Have you not heard how populous the country of Mangindanao actually is? I do not know, but in my estimation and according to hearsay, there are forty to fifty thousand heads in the actual residence city of Mangindanao alone. Are women and children included in that, or are they all fighting men? Yes, and I estimated the fighting men at twenty thousand heads. How far does Samboeanga lie from the capital? In my estimation as far as Gammaknorra is from Ternaten, being about 12 miles. Are there no bentings on Mangindanao? Yes, I have seen five of them myself, all made of very large wooden poles, the King living in one of the largest, the other four being situated on the right side of the King's benting or residence, where the young King and grandees of the realm live. Are they large poles from which the bentings are made? Yes, on the outside they are so thick that one cannot embrace them, but smaller on the inside, though all of the best wood and about 7 fathoms high on the outside. How many people are in the main benting where the old King lives? In my estimation two hundred people, women and children counted among them. How large is that benting in circumference? About thirty-two roeden. Are the other four bentings as large as this one? Yes, two are even larger, and the other two are equal.

Dutch transcription

99 271 115: 231 klijn Zikje Oemar heb ik met een rode, en Joesoef met Hoe is de Kleding dier beide Hadjus, een groene Chitse Cabaij; en beide met gestreepe n„ lange broeken, groote witte Tulbanden en rode muilen gezien die beide Hadjis zijn van 's morgens seven uuren Hoe lange zijn Hadje Oemar en Hadji tot 'savonds, bij den Koningen met denzelven nevens Joesoef wel bij den ouden Koning ge„ de Rijksgroten in gesprek geweest, hebbende tussen beide gegeten en gedronken. „weest, en hebben zijl: daarlang ver„ „toeft of zijnze schielijk weder heen gegaan. Hadje AlMar heb ik niet meer als eens bij zijn de Hadjis Oemar en Joesoef, niet den ouden Koning gezien, dog Hadji Joesoef is naderhand daaglijks zo bij den ouden, als meermalen bij den Koning geweest ? Jongen Koning geweest. zs aldaar gekomen met een brief van den sul„ Wat is Joesoef op Mangindanauw „than van Tidor, waar uit hit heeft horen lezen„ dat de Kastillianen en Manilhers met de komen doen. Mangindanauwers door dien vorst wier„ „den te hulp verzogt. Wanneer is dien brief aan den Koning Toen de Hadjis Oemar en Joesoef Zamen voor de eerste Heer bij den Koning zijn ge„ van Mangindanao ter hand gesteld! Hebt gij Wezentlijk zelve dien ja, door den secretaris van den Koning, terwijl ik, als een slaaf, daaromtreeks brief horen lezen, en door wie is die gelezen. 34 Hebt gij dan niets van Ternaten Jk heb niet alles distinct horen lezen, dog naderhand en over horen spreken en verstaan„ dat de Mangindanauwers Ternaten en en de Comp: horen lezen! de Comp: wilden attaqueren en des mogelyk ten onder brengen. 5 Js Hadje Joesoef gedurende uw 32 die is smal van wezen, tenger; en heeft een Hoe ziet Hadji Oemar er uit verblijf t „weest. Was. e 33 31 30 29 28 27. 168 tie bemand geweest. Weesmeer Verblijff altijd op de Residentie plaats Neen hij heeft 'er maar een maand lang ver„ toefd en toen zijne raise vervorderd naar de present geweest. Kastihanen en Manilhers. met een groote en een klijne korra Korra. De grote is met Vijftig en de Klijne met zo man„ Hae sterk zijn die Norra Korras be„ en, volgens hun eigen zeggen met Mabaresen „mand geweest en met wat volk. Heeft de Oude Koning hem ook Ja, ses wegwijsers, met drie Rantakken. geen volk mede gegeven! 39 Zulks wete ik niet, vermits zelfs niet op de Hebben ze buiten dien geen meer geschut gehad.. de Korra Morras den geweest. 40 Hadji Oemar, heb ik niet weder gezien, maar Hadji Hebt gij na dien tijd Hadjis Oemar en Joehoef Joesoef Wel, eenige dagen, voor dat ik van de niet weder gezien. 41 Hoe lang is uw eigentlyk verblyft op Mangindanao geweest. Maugindanauwers geëchapeert ben 42. Jk heb slaven dienst verrigt, als zijn stem„ Wat is uw daaglijks werk daar ge¬ „pen, brandhout kappen, water halen en „ „weest. zeer groote bevattende naar mijn gissing over de vier duizent, waar in de oude Koning Hoe groot is de Negorij of residentie een plek van circa 200 huisen, regts en lings met revieren doorsneden, heeft, wonende de jongeplaats des Konings koning nevens de Capitain Lauwt den Djagoegoe en verdere groten aan de regter zijde, dog aan de linker „zijde, voor en agter niets als onderdanen. Kan men van de Residentie plaats Jk heb nooit gezien, dat ze anders als met af, regelregt te voet binnen's Lands, prauwen naar boven schepten, dog weetel niet, of men daar ook te voet kan ko„ en naar het gebergte gaan of moet men met prauwen naar boven schep„ 44 ses maanden. Met hoe veele vaartuigen. „peer 45 90 R 17 „ „men. 43 38. 37 76 „ 10t 27 233 Fb. 45 „danao alleen. gerekent. zulks weete ik niet, maar naar mijn gissingen vol„ Helt gij niet gehoord hoe volkrijk „gens horen zeggen bevinden: zig vertig a vijftig duizend koppen in de eigentlijke Residentie stad Mangin „ het land Mangindanao wel is. op een twintig duizend koppeen Ja, en ik schatte de Weerbare mannen Naar mijne gissing zo zerre als Gammaknorra Hoe verre legt Samboeanga van de van Ternaten (:zijnde Circa 12 mijlen:) Hoofdstadt. ja, ik heb er zelve vijff gezien, alle gemaakt van zijn er geen Dentings op Man¬ heele grote palen van hout, wonnende in een der grootste, de Koning, zijnde de andere vier aan de „gindanao. regter zijde, van 's Koning Benting of woonplaats„ waar de jonge koning en Rijkegroten wonen gelegen. zijn het groote palen waar de Ja, van buiten zijn dezelve zo dik dat men ze niet omvatten kan, dog van binnen bentings van zijn gemaakt, Klijnder, dog alle van 't beste hout mitsgaders hoogh. 7. vadems van de buiten kant Hoe veel volk is wel in de Hoofd„ naar mijn gissing twee hondert men„ „schen, vrouwen en Kinderen daar onder benting waar de oude Koning woord. Omtreeks twee en dertig Roeden. ja, zelfs twee nog groter, en de twee ande¬ zijn de andere Vier kentings pre egaal. zo groot als deze. 52 57 Hoe groot is die Benting in den omtrek. 50 49 zijn daar vrouwen en Kinderen onder begrepen, of zijn dat alle Weerbare mannen. 53 46 17 O tie

NL-HaNA_1.04.02_3556_0710 view scan ↗

English

53 Has handed over to work. In the Main Benting there are 38 swivel guns and 19 pieces, as well as 290 muskets, but I have not been in the other Bentings; though seen from the outside five brass and 3 iron cannons in the Benting of the young King. Is there abundant artillery in those bentings. 1. Yes, according to my calculation easily 1000 muskets and also other small artillery, without my knowing or being able to give the exact quantity. Are there on the place itself still abundant artillery and muskets to be found. 55 No, according to my thoughts he does not possess much; however I have seen that he does have gold dust to work with. Is the King himself very rich. I have indeed heard that a mine is situated about 3 to 4 days' journey from the King's residence, to where he continually sends his slaves to dig. Are there also gold mines around the city. The King, named Kibat, is old, yet vigorous, dark-complexioned and pockmarked; but the Young King is fairer and well over 40 years old. How do the Old and young King look. Yes, and a certain sharif from Atchin coming from Pullok bought that vessel during my presence. Did you not see at Mangindanao the Company's bark plundered in the previous year. Yes, very many, and also already grandchildren. Does the King also have children. 58 57 56 For 400 rixdollars in ducatoons and rupees besides a cannon, which silver money they immediately melted down to make their ornaments. For how much. No, everything was dismantled and nothing but the masts left in the bare hull. Was the Bark at that time still in a complete state. Yes, after he had first obtained from the King the mainsail and an anchor. Did that Sharif immediately depart from there with the said Bark. 63 The said captured people up to sixteen in number, namely fifteen sailors, of whom one has died, and a Boatswain, that sharif requested to buy; but the Emperor, not willing to do so, later gave them to him for nothing, with which he also departed, after first having laid ropes and made sails with them. Where are the Europeans who were carried away captive with the Bark. No, those from Oubij with three more of the remaining crew of the Bark were shortly before sold to the English, together with the aforementioned women, children and a slave, amounting together to ten pieces. Are the people whom the Mangindanauwers took with them from Oubij included among them. 65 For 20 muskets, 100 iron bars and 2 packs of linen. For how much were those ten persons sold to the English. 66 With a small three-masted ship. In what manner did the English arrive there. He is small, stocky, pockmarked and brown-complexioned. How does the Captain, skipper, or commander look. 64 Do you not know what the robbers do with it. 62 68 Yes, iron and linen. Did the English not bring trade goods there, and which. Not that I have seen. Has the Captain of the said vessel never been to the King. 71 It was there before my arrival and departed about a month after my arrival. Was the English ship already there when you arrived at Mangindanauw, and how long did it lay there during your time. In my estimation with nearly two hundred men. How strongly was the English ship manned. 72 No, but brown people, like the Mestizos. Were they all white people on it. During my stay at Mangindanao I saw that 20 proas have already set out, with the two Tidorese kora-koras, on one of which Hadje Joesoef is. Have you not heard that the Mangindanauwers want to set out this year. 74 After the expiration of a good three months, bringing along from the Castilians and Manilamen a letter to the old king of Mangindanao. When did Hadje Joesoef return from the Manilhas. 75 69 75 Yes, from my fellow slaves I have heard that they would assist the Mangindanauwers with 90 vessels. Did you perhaps also hear the contents of that letter. 76 Three days after that. When and how long after the delivery of the said letter did Hadje Joesoef depart. 77 Yes, thirty-six pieces, both three-masted and two-masted, some with three as well as two masts, some somewhat larger and others again smaller, but all low-boarded, which hulls I have seen myself. Have any of those Castilian vessels already arrived at Mangindanao, and how large are they. 78 Half of them, among which the smallest vessels, carry oars, but the rest do not. Do they all, or some of them, also carry oars. 79 On the largest, on which I have been on board myself, there were about 300 men. How strongly are those vessels manned. 80 The old King, after he received the letter, went on board the said vessel, in whose company I was then present. On what occasion did you come on board. 81 No, only a moment. Was the King on board long. 82 Yes, at the same time. Did Hadje Joesoef arrive at the same time with those vessels. 83

Dutch transcription

vor 53 2 verwerken, heeft afgegeven. „deren. 3„ „ Jn de Hoofd Benting zijn 38 Draaijbassen „tie en 19 stukken, mitsgaders 200 hondert 90 snaphanen dog in de overige Bentings ben ik niet geweest; dog hel van buiten gezien vijf metale en 3 ijzere kanons in de Ben„ „ting van den jongen Koning 1. zijn er op de plaats zelve nog rij„ =ja naar wijn calculatie Wel = 1000: snaphanen en ook ander plijn geschut, zonder dat ik dit regte quan„ „titeit wete, of opgeven kan kelijk geschut en snaphanen te Vinden. 55 Jo de Koning zelve zeer rijk egter hebbe ik gezien dat hij wel stofgoud, om te Neen, maar mijne gedagten bezit hij niet veel„ Jk heb wel gehoord, dat er een mijn gelegen zijner ook Goudmijnen, omtreekts 3 a 4 dagen reizens van 's Konings Woning de Stad. is, waar na toe hij gedurig zijne slaven 2 zend om te graven. Hoe Zien de Oude en jonge De Koning Kibat genaamd, is oud„ dag Vigoureus, zwart van opslag en pok„ Koning 'er uit „dadig; dog de Jonge Koningis blan„ „ker en ruim 40. jaren oud. Ja, en zekere sarief van Atchin Ko„ Hebt gij te Mangindanao „mende van Pullok, heeft dat vaartuig, gedurende mijn aanwezen gekagt. niet gezien, de in den voorleden Ja zeer veele, en ook reeds Kindskin„ Heeft de Koning ook Kinde„ „ren 58 57 56 te rn naar Zeile „trok „geble doen Neen Js ' er rijstelijk geschut in die bentingse jare op 8„ 1 8 17 45 waar om „ven 27 117: 235 jare geroofde Comp„s Bark en Voor 400: rd„s aan Ducatons en ropijen nevens een kanon, welk zilver geld zij aanstonds ge„ „smolten hebben om hunne cieraden te Ma„ Was de Bark toen ter tijd nog in neen, alles was afgetuigd en niets als de masten in het blote hol gelaten een volkomen staat Is die Sarief daar aanstonds ja, na dat hij alvorens van den Koning het grootzeijl en een anker hadde gekre„ van daan vertrokken met gemelde Bark! 63 die geroofde menschen tot Sestien in 't getal Waar zijn de Europesen, die met naamlijk vijftien matrosen, waar van een gestar„ „ven is, en een Botsman, heeft die sarief verzogt de Bark gevangelijk zijn weg¬ om te kopen; dog de Keizer zulks niet willende doen, heeft ze hem naderhand voor niet gegeven gevoerd waar mede hij ook, na eerste touwen geslagen en zeilen met dezelven te hebben gemaakt, is ver„ „trokken. Neen, die van Oubij met nog drie van de over„ zijn de menschen, die de Manqui„ „geblevene schepelingen der Bark, zijn kort te „danauwers van Oubij medegenomen voren aan de Engelschen verkogt, met voor„ „genoemde vrouwen, kinderen en een slaaf za„ hebben, daar onder gerekend „men uitmakende tien stuks. 65 voor 20 snaphanen, 100 staven ijzer en 2. pakkken voor hoe veel zijn die tien persoonen lijwaat verkogt aan de Engelschen. de„ 66 op wat wyze zijn de Engelschen met een klijn driemart schip. aldaar gekomen Hij is klijn, gedrongen, pokdalig en bruin Hoe ziet de Kapitein, schippeer, van opslag of gezaghebber er uit 64 Voor hoe veel weet gij niet wat de rovers er mede doen. gse „ken. „gen. Nts ge 62 - bi 103 1o4 68 ja, ijzer en Lijwaat. es Dat ik gezien heb, niet „dert menschen. een maand na mijn komst, vertrokken. Js er voor mijn komst geweest en circa Hoe Sterff is het Engelsche schip naar mijn gissing met hijne twee hon„ wel bemand geweest. 72 zijn er altemaal blanke men¬ Neen, maar bruine, gelijk de Mistieen. „schen op geweest. Hebt gij niet gehoord, dat de Gedurende mijn verblijf te Mangindanao„ heb ik gezien, dat 'er reeds 20. prauwen zijn Mangindanauwers dezen jare uitgelopen, met de twee Tidoresche Korra Korras, op welkers eene, Hadje Joesoef Willen uitlopen. 74 na verloop van groote drie maanden, Wanneer is Hadje Joesoef mede brengende van de Kastilianen en Manhilhers een brief aan de ouden dan wederom gekomen van koning van Mangindanas. de Manilhas Is de Kapitein van gem: bodem nooit bij den Koning geweest. 71 Is het Engelsche schip er reeds. geweest, toen Gij te Mangindanauw zijt gekomen, en hoe lange heeft het zelve er gelegen, bij uw. tijd. Hebben de Engelschen geene negotie goederen aldaar aangebragt en welke 75 69 is. 2 118 237 75 Ja, van mijne medeslaven heb ik ge„ „hoord dat zijlieden met 90: vaartuigen assisteren. de Mangindanauwers zouden „der, dog alle laag van boord, welke kielen ik zelve hebbe gezien. De helft, waaronder de klijnste vaartuigen, voeren riemen, dog de overige niet waren circa 300. man De oude Koning is, na dat bij de brief heeft neen, een oogenblik maar drie dagen daar na maste, zommige zo drie als twee maste„ zommige iets grooter en andere wederom klijn, Ja, ses en dertig stuks, zo drie als twee Op de grootste, daar ik zelfs aanboord ben geweest Hoe sterk zijn die vaartuigen wel bemand. 80 Bij welke gelegenheid tijt gij aanboord gekomen! 81 Is de Koning lange aanboord ge„ „weest! 82 Is Hadje Joesoef, te gelijk met die vaartuigen gekomen! Ja, gelykelijk onder welkers gevalij ik mij toen heb bevonden ontvangen aanboord van gemeld vaartuig geweest, Voeren ze alle, of eenige derzel„ „ven ook riemen! 78 zin er reets van die Kasti„ „lianesche vaartuigen op Man„ „gindanao aangekomen, en hoe groot zijn Dezelve! Wanneer en hoe lange is Hadje Joesoet, na overlevering van gemelden brief vertrokken! Hebt gy den inhoud van dien brief misschien ook ver„ „nomen. . 83 76 7 7: 7 79 „ 105

NL-HaNA_1.04.02_3556_0714 view scan ↗

English

106 83 No. been done. and to destroy. when I was taken prisoner Yes, the number that are already sent out amounts to about 400: proas 85 yes, up to 700: pieces, according to the promise of Have you not heard that still the old King, upon the arrival of Hadji Goesoef, for the first time to Denzel, more will be made ready. brought. 86 Where do the pirates intend To the Molukkos, to destroy everything belonging to go. to Ternate and the Comp:. 87 How strongly are those twenty proas that went out manned. 88 How are the others manned, This I also have not heard, and such is also not known to me, but there are many and with how much artillery are they among them that can carry 300: men, just as those on which I found myself, to be provided. The people who are to set To my knowledge they are only Man- sail, are they only Man- gindanauwes gindanauwers, or are they also joined with other Nations! 89 That is unknown to me 84 do you also not know whether the Man- gindanauwers themselves are also fit- ting out. Have you not heard when those ships would depart from Mangindanao. 1 4 90 279 119. four days blacks pipes No, not at all, for they do not engage in sailing Do those Mountain peoples live with the Yes, and they conduct Trade with them rest of their Countrymen in good friendship 92 what do they work and perform, for their livelihood How many days before your: departure did the aforementioned 36: three- and two- masted ships come to anchor in the mouth of the River before the Main town. 94 What do the crews of those thirty- Half like mestizos and half like six vessels look like 95 How are they dressed! Like the Dutch, and also smoke from clay The Young King Who will be the head of the whole Mangindanau fleet 9 they plant paddy and make clothes 239 Are the Manginda- nauw Alfoors also among them! 9 107 93 109 no no flying from the Masthead ransom. all kinds of sorts with different figures what flags do those vessels fly! in it; one of the ships letting a flag 100 I once kissed Hadji Joesoef's feet and Did Hadji Joesoef never prayed to buy me, but I received no answer speak with you. to that, some Mabarese having incited that Hadji in my presence not to buy me, although I told them that if they brought me back here to the Molukkos, my friends would surely ransom me. underneath/ Thus done, questioned and answered at Ternate in Castle Orange the 21: June 1779 (lower was signed) H: A: de Chalmot secret:s H underneath Thus done and Resolved at Ternate in Castle Orange date as aforesaid: (:was signed) J: R: Thomaszen, A: Cornabé, H: A: Johnson, G: W: van Benesse and J: Boot were the Commanders of the ships not ashore. 29 98 do you not know what the Head of the Castilian and Manila fleet looks like and is named. 97 2 120. 109 of Policy The Right Honorable Mr Governor and Director Crown prince the old King of Batchian The Moluccos - - - - - - - - - - M:r Jacob Roeland Thomaszen, : The chief merchant and secunde Alexander Cornabé, ditto - - Godfried Carel Meurs, Hendrik Ambrosius Johnson, merchant and fiscal - junior merchant bobij Bateum Gerardus Willem van Renesse ditto Francois Bartholomeus Hemmekam ditto - - Johannes Boot. with and alongside the King of Batchian Paduka Sirie Maha Toewan Sulthan, Muhamad Sahoe- dien Saha, and Pskandar Alam This Meeting having been specially arranged to examine appear to account for himself the King of Batchian, arrested within this Castle, on the principal points which, besides what occurred some years ago, have recently again come in to his incrimination; so the Lord Governor produced, after the said His Highness, according to custom, was fetched by Commissioners from his Residence, Friday the 30th July 1779. In the evening at Five o'clock, Combined Meeting Present, fetched, 241 E Articles. spoken. fetched and, alongside the Crown Prince, appeared in the meeting hall to the adjacent Question, and the reason for the summons before the Council was made known to the same, the following Question Articles already prepared for that purpose Points of accusation, to the charge of the King of Batchian, Mu- hamat Sahudien Saha, arrested within this Castle, extracted from certain Reports, letters and other Secret papers received since last year f That He, King, has not only To Article one, two, three, four, five, six not refrained from inflicting damage on the Honorable Company and seven, His Highness says, while uttering through all kinds of sly appearances for heavy oaths, that He never had it in his thoughts some years now, and thus trampling underfoot to do such Things as of which mention is made the Contract entered into and sworn in those points, and that the sayings which he is accused with the same, and even proceeding to the of having uttered are no words of a sultan extravagance of inviting to himself but indeed of the Devil, wherefore He our open Enemy the Man- also strongly and firmly denies having gindanauwers, who swarmed around in the Molukkos in the past year, and having all Kindness shown to them, but also further Gr E

Dutch transcription

106 83 Neen. „ren gedaan. en te verwoesten. 7 toen ik gevongen ben genomen Ja, belopende het getal, die reeds worden afgezet zig wel op 400: prauwen 85 ja, tot 700: stuks toe, volgens belofte van Hebt gij niet gehoord, dat 'er nog den ouden Koning, bij komst van Hadji Goesoef, voor de eerste keer aan Denzel, meer in gereedheid zullen werden gebragt. 86 Waar zijn de rovers voornemens Naar de Molukkos, om alles wat Terna¬ „ten en de Comp: toebehoord, te vernielen naar toe te gaan. 87 Hoe sterk zijn die uitgelope¬ „ne twintig prauwen bemand. 88 Hoe staan de overige bemand, Dit hebbe ik almede niet gehoord, en zulks is mij ook niet bewust, dog veele zijn er en met hoe veel geschut voor„ onder, die 300: man kunnen ophebben, even „ als die, op welke ik mij bevonden heb, gzien te werden. Het volk dat staat uit te Bij mijn meten zijn het alleen Man„ lopen zijn dat enkeld Man„ „ gindanauwers „gindanauwers, of zijn ze met andere Naties nog geconjun„ „geerd! 89 Dat is mij onbekend 84 weet gij almede niet, of de Man„ „gindanauwers zelve zig ook uit„ „rusten. Hebt gij niet gehoord wanneer die scheepen van Mangindanao zouden vertrekken. 1 4 90 279 119. vier dagen zwarten pijpen Neen in 't geheel niet, want die bou„ „den zig niet niet varen op Leven die Bergvolkeren met de Ja en ze drijven met dezelven Negotie overige hunner Landslieden in goe„ „de vriendschap 92 wat arbeiden en verrigten ze, voor hun levens onderhouden Hoe veel dagen voor uw: vertrek zijn de genoemde 36: drie - en twee maste schepen in de mond van de Rivier voor de Hoofdplaats, ten an„ „ker gekomen. 94 Hoe zien de schepelingen van die ses De helft, gelijk mistisen en de helft als en dertig vaartuigen er uit 95 Hoe gaan dezelve gekleed! Gelijk de Hollanders, en roken ook uit aarde De Jonge Koning Wie zal het hoofd van de gansche Mangindanauwsche vloot wezen 9 zij planten padij en maken kleedjes 239 Bevinden zig de Manginda„ „nauwse Alfoeren ook daar onder! 9 107 93 109 neen neen van Top waaijen „lossen. allerhaande soort met diferente figuren, wat vlaggen voeren die vaartuigen! daarin; latende een der schepen een vlag 100 Ik heb Hadje Joesoef eens de roeten gekust en Heeft Hadji Joesoef nimmer met gebeden, om mij te kopen, dog ik heb daarop uw gesproken. geen aantwoord gekregen hebbende enige Mabaresen dien Hadji in mijn tegenwoor„ „digheid opgestookt, om mij niet te kopen, schoon ik hunlieden zeidde, dat wanneer zijl: mij hier weder in de Molukkos, brag„ „ten, mijne vrienden mij wel zouden uit„ /:onderstond/ Aldus gedaan, gevraagt en beantwoord tot Ternaten in 't Kasteel orange den 21: Junij 1779 (lager) was getekent) H: A: de Chalmotp secret:s H /:onderstond Aldus gedaan en Geresolveert tot Ternaten in't kasteel Orange dato voorsz: (:was getekent) J: R: Thomaszen, A: Cornabé, H: A: Cohnson, G: W: van Benesse en „ J: Boot zijn de Hoofden der schepen niet aan de wal geweest. 29 98 weet gij niet hoe het Hoofd der Kastiliaansche en Manilhase vloot er uit ziet en genaamd is. 97 2 120. 109 van Politie Den wel Edelen Achtbaren Heer Gouverneur en Directeur Kroon prins de oude Koning van Batchian „ding. „der Moluccos - - - - - - - - - - M„r Jacob Roeland Thomasten, : „den p„l opperkoopman en secunde Alexander Cornabé, _=o - - Godfried Carel Meurs, Hendrik Ambrosius Johnson, „ koopman en fiscaal - „ ondrkopmane bobij Bateum Gerardus Willem van Renesse _=o Francois Bartholomeus Hemmekam „ _=o - - - Johannes Boot. met en nevens den koning van Batchian Paduka Sirie Maha Toewan Sulthan, Muhamad Sahoe„ „dien Saha, en Pskandar Alam Deze Vergadering expres belegd wezende om den verscheinen om zig verantwoord binnen dit Kasteel gearresteerden Koning van Bat„ „chian over de voornaamste pointen te onderhou„ „den die, behalven het gepasseerde voor enige jaren, zedert korten tijd weder tot deszelfs bezwaring zijn ingekomen; zo produceerde de Heer Gouverneur, na dat ged=e zijn Hoogheid, volgens gewoonte, door Gecommitteerden van zijne Wooning afge¬ Vrijdag den 30e Julij 179. Saven te Vijfuren, Gecombineerde Vergadering Present, „haald, 241 E Artikelen. gesproken. „haald en, nevens den Kroonprins, in de vergaderzaal op de nevenstaande Vraag Verschenen, mitsgaders de reden van ontbod voor den Raad aan dezelve te kennen gegeven was, de ondervolgende reeds tot dien einde in gereedheid gebragte Vraag Artikelen Poincten van beschuldiging, ten laste van den binnen dit Kasteel gear„ „resteerden Koning van Batchian, Mu„ „hamat sahudien Saha, geextraheerd uit zommige zedert den voorleden jare, ingekomene Berigten, brieven en andere Secrete papieren ƒ Dat Hij Koning zig, niet alleen Op Atikel een, twee, drie, vier, vijff, ses niet ontzien heeft van d' E Compagnie en seven zegt zijn Hoogheid onder uiting van door allerhande slingte gedaentens ze„ zware leden, dat Hij nimmer in zijne gedagten heeft gehad om zulke Dengen, als waar van bij „dert eenige jaren afbreuk te doen en dus die pointen mentie word gemaakt, te doen, en het met dezelve aangegaan en bezworen dat de gezegvens welke me Hem betigt te Contract met de voeten te treden en zelfs hebben geuit geene woorden van een sulthan maar wel van de Duivel zijn waarom Jlij tot de extravantie overtegaan, om on„ ook fort en ferm negeert dezelve te hebben „zen opeenbaren Vijand de Man„ „gindanauwers, die in den gepas„ „seerden jare in de Molukkos rond„ zworden, bij zig te nodigen en aan hen alle Vriendelijkheid te laten bewijzen, maar ook nog Gr E

NL-HaNA_1.04.02_3556_0719 view scan ↗

English

121. 25 nor to seduce and win over to his will his equal in dignity, the King of Tidor, to such an extent that his grandees themselves, fearful of the consequences and the just acts of vengeance of the Company, made this known at that time to this Government, with the request to have mercy upon them, as not being complicit in the infidelity and perjury of their King, see Number 1. 2 That he not only invited the roaming enemy in the past year to Kasiroeta, but had even designated the island of Waija-oea for an interview between him and the same; and had also set out thither for that purpose, when he was encountered along the way by a certain envoy of the Ternate King named Roesoe; which person he also took with him to Kasiroeta, but did not permit to come to him at his actual residence of Roebatjalla, but ordered him to await him at the dwelling of a certain Bokkie Sorij. That he had dispatched the Iman Kapita, whom he well remembers, twenty days earlier to the said island, in order that the pirates should not arrive there in vain, but that he might be immediately informed of their arrival. That he, the King, also sought to persuade His Highness the King of Ternaten to be perjurious and unfaithful to the Company, making known to the aforementioned Roesoe that the Ternate King was causing himself all too much trouble, since the kings of Mangindanao and Zullok, as well as the one of Samboeanga, stood directly under the Ternate Crown; That those subjects would thus never presume to devastate the Moluccas, but only the Company's fortresses; That, however, the reason why they plundered the lands of the Ternate King, captured the people, and killed them, was that His Highness assisted the Company as much as was in his power; That the King, together with the one of Tidore, had already for some time been in agreement with the said thieving rabble, and had also in the past year received two letters from the King of Mangindanao via Hadje Demar, which were first delivered to the Prince of Tidor and subsequently one of them was sent to him by Hadje Joesoef, while the other was immediately answered by the King of Tidor; That the Emperor of Mangindanao, by the said letter to him, the King, had communicated the intention to send a fleet to the lands belonging under Tidor, with an apology at the same time that he could not comply simultaneously with His Highness's request to send a fleet to Batchian as well, and asking to exercise patience until a further opportunity. To article eight, His Highness replies that Hadje Joesoef, on a certain day, it being the correct time, arrived by boat at Kasroeta dressed in the Arabic manner, and reported to him, the King, that Tidor's Shahbandar would shortly bring the money for some slaves bought from him by the King of Tidore, but that he, the Hadje, had not come specifically for that reason, but only to inform His Highness that thirty Weda people had brought a letter to Tidore and to the King, which was written by the Emperor of Mangindanao and brought thither by Hadji Demar, subsequently adding that the King and Crown Prince of Tidore had made a complete surrender to the Emperor of Mangindanao of their entire land, people, cattle, etc.; furthermore saying that if he, the King, wished to see this, he would then immediately show him that letter; That Joesoef, intending thereupon to draw the said letter from his bosom, he prevented him from doing so, stating that he did not wish to see it and had nothing to do with any of it. Furthermore, the said Joesoef also related to him that he had forty teeth and two jaws of a right whale in his vessel, which he was taking along as a present for the aforementioned Emperor. The matter set down here beside it, His Highness says is entirely not in accordance with the truth. And of what is mentioned in Article Ten: That he and Tidor's King, in the past year, had sent the Hadje Joesoef to Maba to tell all the grandees of that village, as indeed happened, that he was dispatched by the two Kings of Tidor and Batchian to announce to all the grandees of Maba, Weda, Pattanij, and Gebe the close friendship of the Company with the King of Ternaten; That they, the village grandees, for that reason had to provide a korra-korra with sixty men, wherewith he, the Hadji, by order of him and the King of Tidor, would then go call the English, the old friends of both sultans, alongside the Zullokers and Mangindanaoers, to exterminate the Ternatans together with the Tidorese, under the promise of remaining away no longer than until the Dutch New Year, being 1779, as he, the Hadje, had also given this assurance to the Kings of Batchian and Tidor. Of eleven and twelve he knows nothing. That upon the notification of the desire of him and the Tidore King, the sangaji of Maba had not one, but two, namely a small and a large well-manned korra-korra fitted out for the transport of Hadji Joesoef; That both those korra-korras also departed shortly thereafter with Hadji Joesoef under the supervision of the following chiefs, namely: The Kimelaha of Maba named Kamoedij, The Gotowasch named Gallela, The Inglij named Maloe, The writer named Bagoe, The Hatibi named Abbas, and The Modin named Arsa. 13 That he, the King, for several years has received all manner of nations and scum of people, such as Cerammers, Ternatans,

Dutch transcription

121. 25 nog om zijn 's gelijken in waardig„ „heid /: den Koning van Tidor:/ te ver„ „leiden en tot zijn wil overtehalen in zo verre dat zijn Rijksgroten zelve, bevreeft voor de gevolgen en de regt„ „vaardige Wraakoeffeningen van de Comp: zulks te dier tijd hebben te kennen gegeven aan deze Regering, met verzoek om zig over hunlieden te willen ontfermen, als niet mede„ „pligtig aan de ontrouwe en meineedig„ „heid hunnes Konings vide Num 1. 2 Dat Hij niet eenlijk den rond„ „zwervenden vijand in den voorleden jaar naar Kasiroeta heeft genodigt, maar zelfs het Eiland Waija=oea tot een mondgesprek tusschen en denzelven hadde bepaald; en zig ook niet dien hoofde daar na toe bege„ „ven, wanneer hij onderweegs door zekeren zendeling van Ternaatsch Koning Roesoe genaamt ge„ „rencontreerd was; welken persoon 243 111 i12 persoon hij mede naar Rasiroeta genomen dog niet gepermitteerd heeft om bij hem op zijn eigentlijk Woonhuis Roebatjalla te Komen, maar geordonneert, om op hem te blijven wagten in de Woning van zekere Bokkie Sorij Dat Hij den bij hem zeer wel bedenken Jman Kapita twintig dagen te voren naar gem: Eiland hadde gedepecheerd, ten einde de rovers aldaar dog niet te Vergeefs zouden aankomen, maar Hij aanstonds van Hunlieder arrivement ver„ „wittigt zijn Dat Hij Koning, zijn Hoogheid den Koning van Ternaten almede heeft getragt te bewegen om mei nee¬ „dig en ontrouw aan de Compagnie te zijn, met te kennen gave aan bovengenoemde Roefoe dat Ternaatsch Koning zig 4 al 3 113 249 245 al te veel hoofd brekens maakte wijl de koningen van Margindanao en Zullok, zo mede die van samboeanga direct onder den Ternaatsthen Kroon stonders Dat die onderdanen, zig dus nooit zouden verstonden om de Molukkos te verwoesten, maar alleenlyk Compagnies Fortressen. Dat egter de reden, waarom ze de Landen van Ternaatsch Koning uitplunderden, de menschen gevan„ „gen namen om het leven bragten, Was dat zijn Hoogheid de Compagnie zoo veel als in zijn vermogen stond assisteerde Dat de koning nevens die van Tidore het reeds: zedert eenigen tijd met gemeld Roof gespuis waren eens en ook in den voorleden jare met Hadje Demar van den Koning van Mangindanao hadden ontvangen twee brieven, welkereerst aan Tidors Vorst waren algegeven en vervolgens een daar van door Hadje Joesoef aan hem gezonden, terwijl de andere aanstonds door den Koning van Tider Was beant „word. 5 T 122 H „woord Dat de Keizer van Mangindanao op artikel agt antwoord zijn Hoog„ bij gem brief aan hem Koning hadde „heid dat Hadje joetoef op zekeren dat zijnde de regte tijd hem aanschoten te gecommuniceerd van een vloot naar Pr Kasracta op de Arabische Wijze gekleed. de onder Tidor gehorende Landen is aangeweest en aan hem Koning te zullen afzenden, met verant„ berigt heeft, dat Tidors Sabandaar schuldiging teffens dat miet te het geld voor eenige slaven door den Koning van. Tidore van hem gekogt, gelijk aan zijn Hoogheids ins„ binnen korten zoude brengen dog dat Hij Hadje juist niet daarom kwam, „tantie, om ook een vloot naar maar eenlijk om zijne Hoogheid te ver„ Batetuan te zenden, konde „wittigen dat dertig Wedaresen een brief naar Tidore en aan den Koning ge„ voldoen, en verzoek om tot „bragt, die door den Keizer van Man„ nadere gelegenheid gedult te Wil¬ „gindanas geschreven en door Hadji demar aldaar was aangebragt, en „len oeffenen. vervolgens nog bij voegende dat de Ko„ „ning en Kroonprins van Tidere aan de Keiser van Mangindanao volkomen afstand hadde gedaan van hun geheele Land, volk, vee enz: Verders zeggende dat indien hij Ko„ „ning zulks zien Wilde, Hij aan hem als dan dien brief aanstonds zoude vertonen. Dat joesoef den gerepten brief hier op uit zijnen boezem willende halen Hij hem zulks belet heeft met te kennen gave dat hij dien niet wilde zien en ook niets met dat alles te doen hadde. Voorts heeft gem: Joesoef mede nog aan hem verhaald, dat hij Veertig tanden en twee Raken van een Noordkaper en zijn vaartuig had„ 323 247 245 en van het gemelde bij Artikel Tien; „de welke hij als een present voor bo„ „vengenoemden Keizer medenam. Het hier nevens ter nedergestelde zegt zijn Hoogheid gansch niet conform de waarheid te zijn. Dat hij en Tidors Koning, in den gepasseerden jaren den Hadje Joesoel naar Maba hadden gezou„ „den om aan alle de groten van die Negorij te zeggen, gelijk ook geschied is, dat hij door de beide Koningen van Tidor in Batehian was afge¬ „zonden, om alle de groten van Maba Weda, Pattanij en Gebe aante Hun¬ „digen de nauwe vriendschap van de Comp: met den Koning van Ternaten 110 Dat zij Negorij groten om die reden een Korra Korra niet Zestig man moesten bezorgen waarmede Hij Hadji als dan op bevel van Hem en Tidor Koning de Engelschen der beide sulthans ouden vrien„ „den, nevens de Rullokkers en Mangindanauwers zouden gaan roepen, om gepaard met de Tidore„ „sen, Ternatanen te verdelgen, on„ „der belofte van niet langer dat tot het Hollandsche nieuwjaar (zijnde ii7q:) te zullen uitblijven alzo Hij Hadje drie verzekering Elf, en twaalf weet hij niets van ook 115 #16: ook aan de Koningen van Bat„ „chian en Tidor hadde gedaan Dat op te kennen gave in de be„ „geerte van Jlem en Tidorsch Koning de senghadji van Maba met een maar twee, als een kleine en een grote Welbemande Korra Korra hadde laten uitrusten, tot transport van Hadji Joesoef Dat die beide Karra Korras ook Kort daar op met Hadji joesoef zijn vertrokken onder opzigt van de volgende Hoofden, als Den Kimelaha van Maba gen=t Kamoe„ „dij _ „ Gotowasch gent Gallela _„ Jnglij genaamt Maloe „ schrijver gen=t Bagoe „ Hatibi „ Abbas en „ Modin „ Arsa. 13 Dat hij Koning zedert diverse jaren allerhanden natien en Schuim van Volk, als Cerammers, Ternaatsch, 12

NL-HaNA_1.04.02_3556_0725 view scan ↗

English

147 249 swears by God Almighty that this is not true. 123 Ternateans, Macassars, rebellious Chinese, Maba, Weda and Patani people, as well as Sulans and run-away slaves, had detained and granted dwelling places; against the express orders of Their High Mightinesses and against his own promise. That he moreover also had granted hiding places at Kasroeta to some Maguindanaos left over from the previous year. That he also caused two strong little forts to be erected alongside the river located there, which he had dammed off crosswise with a heavy tree in order that none of our people would be able to enter it, and brought the cannons inside so as not to be seen. That those assembled nations occupied themselves with nothing other than sharpening and preparing indigenous weapons, as well as making vessels, among which some served as Maguindanao hunting proas. The making of weapons and proas he deemed necessary and even ordered in these troubled times, in order to be able to ward off and offer proper resistance to the enemy who might wish to attack his land. 7 14 15 116 Here the King says he knows nothing. That he, the King, upon the received news from Tidore regarding the capture of the Tidorese Major Malikidin by the Ternatean Alfurs, directly reinforced with some of his men that same vessel which had brought that news, and immediately sent it to Maba, in order to summon those peoples—who were after all not under his, but under the obedience of Tidore—with a considerable force to Kasvioeta. To the eighteenth and nineteenth His Highness replies that there was only once a so-called English galley in the year 1774 on which Hadji Oemar was, but never after that time, at Bating, and said Hadji Oemar was at Kasiroeta and went to lodge with a certain female named Sinene. That he, King, at the time Hadji Oemar was with an Englishman and with a Maguindanao Prince at Geba, at a certain place named Ampojing, and had lodged with a certain Modin Marikoe, during the time that his proa which he, Oemar, had purchased, was being rebuilt and heightened, had sent a consignment there by a kora-kora to said Hadji, which after the course of ten days departed again together with the Maguindanao vessel and the repaired That he, realizing this, told that woman, because it was precisely a day of rest, to give Oemar food and to detain him until church time had passed, when he would see to gaining control of him, whether by fair means or foul; but that he could not carry out this intention because Oemar had already escaped before that time, further saying that what is laid down in Article 19 is a gross lie. 119 251 /1 Bobak and Assahan he sent to the Papuan islands to collect debts; they encountered Demar, were misled by words, and subsequently detained and taken along. repaired proa of Hadji Oemar. 124. That Hadji Oemar with said Englishman and Maguindanao Prince had been at Kasiroeta and were secretly lodged by him in the house of a certain female person named Sinene, when said Prince had asked Princess Carbanoen in marriage. That he subsequently had said Hadji, with the persons with him and further retinue, escorted back to Maguindanao by the Bachianese Bobak and Assahan. these two people were en route by Hadji His Highness made this proposal because he thought that the Company was short of people and he of himself was powerless to supply men for assistance, besides that this was merely a proposition which could after all be rejected. That he, King, by his letter to this Government of the 25th of the month Muharram, notwithstanding that he had already been ordered since the presence of Governor Munnik here in the name of the High Indian Government at Batavia, to let the Ceram people brought away by his brother the late Djogogoe and brought to Bachian 1 20 21 120 That he, King, did not leave it at that proposal alone, but certainly already before that time had sent some envoys to Gorom and Ceram with two Bachianese kora-koras, which emissaries (among whom without doubt Prince Tadjoe Alam) were not there to request kora-koras for the service of the Company, but indeed to call up from each settlement an armed junk provided with the necessary men and muskets, in order to support the King of Tidore against that of Ternate. The King declares under the taking of the heaviest oaths that this is not true, and says at the same time that Prince Tadjoe Alam absented himself quietly from Kasiroeta without his knowledge, without him knowing up to now where he departed to. 23 That however those emissaries after half a 22 return to their country, which he however has not complied with to this day, had dared to make a new proposal to demand from the nine Ceram settlements ten well-manned kora-koras with people, in order (quasi) to assist the Company therewith against the enemy.

Dutch transcription

147 249 zweerd bij God Almagtig dat dit niet waar is. 123 Ternaatsch Macassaaren, getornde Chinesen, Maba Weda- en Pattanijseren, zo mede zullanesen en gedroste Lijfei„ „genen hadde aangehouden en verblijff plaatsen vergund; tegen de uitdrukke„ „lijke orders van Hunne Hoog Edelheden en tegens zijne eigene belofte aan Dat hij daar en boven ook nog aan zonminge in den voorleden jare over geblevene Mangindanauwers schuil plaatsen te Kasroeta hadde verleend Dat hij ook twee sterke Fortjes, ter zijde van de zig aldaar bevindende Rivier, die hij niet eene zware boom Dwars over hadde laten afdammen ten einde niemand der onzen 'er bin„ „nen zoude kunnen komen, heeft la„ „ten opregten en de Kanons, om geen oog te geven, binnen halen Dat die zamen gestolte Natien Het aanmaken van Wapenen en prauwen heeft hij in deze trouble tijden nodig geoor„ zig met niets anders als met slijpen „deeld en zelfs geordonneert, ten einde en in gereedheid brengen van Jnland„ den vijand, die zijn land mogte willen „sche Wapenen, zo mede met het ma„ attacqueeren te kunnen afweizen en „ken van Vaartuigen, waar onder behoorlijken tegenstand bieden. enige, als Mangindanauwsche Jagtprauwen hebben opgehouden 7 14 15 116 Hier zegt de Kaning niets te Weten Dat hij Koning op de bekome„ „re tijding van Tidor wegens de ge„ „vangenneming van den Tidorsche Ma„ „joor Malikidin door de Ternaatsche Alsoeren, dat zelfde vaartuig 't welk die tijding hadde gebragt, di„ „reet met enige zijner manschappen hadt verstrekt en terstond naar Maba„ gezonden, ten einde die volkeren, die immers niet onder zijn, maar onder de gehoorzaamheid van Tidor zijn geweest, met een goede magt naar Kasvioeta te ontbieden. Op het agtiende en negentiende zijn Hoog„ Dat Hij Koning ten tijde Hadje „heid tot antwoord, dat 'er maar eens een zo ge„ Oemar met een Engelschman en „naamde Engelsch Galeij en den jare 17j4e waar nageen Mangindanauw Prins op Hadji Demar was, dog nimmer na dien tijd, bij Bating en gemelde Hadji demar op te Geba, op zekere plaats genaamt Kasiroeta is aangeweesten bij zeker vrouw Ampojing was aangeweest en bij persoon sinene is gaan Logeeren. Dat hij dit gewaar wordende, tegens die zekeren Modin Marikoe gent vrouw, om reden het juist Rusdag was, hadde gedelogeert, gedurende den tijd gezegt heeft, van aan demar maar eente dat zijn prauw die hij Oemar had„ moeten geven en aantehouden tot de tempel „de ingekogt. wierd vertimmerd en „tijd zoude verstreken zijn wanneer Hlij hem zoude zien magtigte te werden, 't verhoogt aldaar een Benzending zij met goeden of met kwaden, dog dat hij per een korra Korra aan gem: Hadji dit voornemen met heeft ter uitvoer kun„ hadde laten doen, welke na ver„ „nen brengen wil demar reeds voor dien tijd geechapeerd was, zeggende voorts dat loop van tien dagen met het Man„ het verder nog bij Artikel 19: ter neder „gindanauweh vaartuig en de gestelde een groven lengen is. gerepareerde 119 251 /1 Bobak en Assahan heeft Hij naar de Pa¬ gerepareerde prauw van Hadji Oemar Weder te zamen was vertrokken. 124. Dat Hadji Oemar met gemelde Engelschman en Mangind anauw Prins op Kasiroeta waren aangeweest en door Jem in 't verborgen gelogeert in het huis van zekere vrouw per„ „loon sinene gen=t wanneer gem: Prins de Princes Carbanoen ten huuwlijk hadde verzogt. Dat hij vervolgens voorn: „poe gezonden ons schulden ten innen dag Hadje met de bij hem zijnde per¬ demar aangetroffen, door woorden misleiden „sonen en verder gevolg weder naar vervolgens aangehouden en mede genomen. Mangindanao hadt laten verzeken door de Batcnianders Bobak en Assahan. deze twee menschen zijn onderweegs door Hadji Dat hij Koning bij zijnen brief zijn Hoogheid heeft deze voorslag gedaan aan deze Regering, van den 25. ' der wijl hij dagt dat de Compagnie verlegen om volk en Hij van zig zelve onmagtig was, maand Muhuram niettegenstaande om manschappen te assistantie te leveren hem reeds zedert het aanwezen van behalve dat zulks maar een propositie is den Heer Gouverneur Munnik geweest, die immers konde van de hand alhier uit naam van de Hoges Jn„ „diasche Regering te Batavia Was geordonneert, om de door zijnen broeder den overleden Djoegoegoe aftehaalde, en op Batchian werden gewezen. gebragte 1 20 21 120 Dat hij Koning het bij dien de Koning verklaard onder het doen van Voorslag niet alleen gelaten, maar de allerzwaarste Eeden, dat dit niet waar is, en zegt teffens dat Prins Tadjoe zekerlijks reeds voor dien tijd al zig zonder zijn voorkennis stil van eenige gezanten naar Goroem en Kasiroeta heeft geabsenteerd, zonder Ceram hadde gezonden met twee dat hij tot dus verre weet, waar naar toe Batchiansche Korrakorras, welke hij vertrokken is. zendelingen /:waar onder zonder twijf„ „sel Prins Tadjoe Alam:) aldaar met zijn algeweest, om Norra Korras ten dienste van de Compagnie te verzoeken, maar wel om van elke Negorij opteroeen en welkewapender en met de nodige manschappen en gewheren voorzien Jonk, ten einde den Koning van Tidor tegens die van Ternaten te ondersteunen 23 Dat egter die zendelingen na een 22 gebragte Cerammers, weder naar hun land te laten vertrekken, waar aan hij egter tot heden niet heeft voldaan, nog op nieuw een voorslag hadde durven doen, om van de negen Ceramsche Ne„ „gorijen tien Welbemande Korra Karras met volk te eisschen, ten einde (quasi) de Comp: daar mede te as„ „sisteren tegen den Vijand halve

NL-HaNA_1.04.02_3556_0729 view scan ↗

English

275 125: In answer to the twenty-seventh point, the King says that he has never spoken such words and much less done such things. His Highness says on twenty-five and twenty-six that he remembers nothing of all this. 25 26 27 half a month's stay on Goram were massacred by a certain Solorese who was with them, who wished to wrest their merchandise from them; That they thereupon had themselves killed that Solorese, whereby that commission had miscarried; That he, the King, in the year 1771 had among other things stated that he would never return the Ceram people, because they were His Highness's own people, and That the High Government at Batavia was just as false as that of Castle Orange, wherefore he would seek through Chinese to gain the Fatherland to make his complaint to the Lord Prince of Orange; That in the year 1773, on the insistence of the then Sergeant Commandant Agaatsz to let the Ceram people depart, with the notification that the Company would not vouch for the harmful consequences regarding him in case of prolonged disobedience, he had among other expressions stated that if it should happen that anything came of it, he would first hide his wives and children, even if he and his country were lost, but that that of Tidor would also be lost. That this is indeed a clear proof that he must already have long since entered into a close alliance with the Court of Tidor, and that against the Company, which besides clearly shines through from all his actions done in the past year; That besides all that he also in the latter part of the year 1772 gave free rein to his murderous lust to such an extent that he had his relatives Prince Rasoedin, son of Prince Calim pania, Noeroedin his brother's son, murderously put to death on the Island Nouvang, and had attempted the lives of many other Princes, such as among others Calim Donia himself and Maruan, and To this the King says that he did not punish according to their deserts those two Princes to whom he had always shown all possible benefits, for the first had at a certain feast put a small root into one of his slippers, which, as soon as he put that slipper on again, caused him incredible pain, which he still felt at times to this day, and that the other had amply deserved death because he had caused his other grandmother to be put to death by the Alfurs. 28 29 126. # 255 His Highness says that these sayings were never uttered by him. That when these horrors were presented to him by one or another, apart from the continual admonitions of the Company, he had not shrunk from answering that the Company had nothing to do with it if he cut off his subjects' heads, since he did not meddle when the Company did so. That at the time when Mandarese smuggler prahus were present at Batchian two years ago, one of the sailors of those prahus was also more than once invited and encouraged by him, the King, to return thither the following year with fifty prahus, under the promise that he would give them all assistance to seek out Ternate and overpower this island. That for the rest, many years past, on all occurrences and occasions, he had so often shown his murderous nature and evil intention toward the Company, as among others by abusing the stamped papers of the King of Tidore at the time of the Right Honorable, Valiant, Most Respectable Lord and then Governor Breton, that the Governor and Council at Ternate had finally resolved in the month of February last to converse with His Highness orally about this and, if possible, to bring him onto another path through friendly admonitions, and further with His Highness as well as those of Ternate and Tidor, to devise means for the destruction of the Maguindanaos; That the Lord Governor and Council for that reason, both by letters and through the Junior Merchant Hemmekam and Bookkeeper Weijdemuller, had invited His Highness to come hither, but all in vain, since His Highness had always excused himself from coming hither under all kinds of frivolous pretexts; which later had resulted in that earnest invitation upon which His Highness had first come to Ternate. 30 31 32 33 152 127 257 are answered in the margin. Question to the King whether he had anything to bring against the Crown Prince. Says No, and requests that he may be his successor. Which having been translated clearly and distinctly point by point and presented by the Translator Van Dijk, were answered by the said King in such manner as is noted beside them, while His Highness furthermore, upon the most emphatic questioning by the Lord Governor whether he also had nothing to bring against the Crown Prince present for that reason, still gave as answer that he had no complaint about the conduct of this his nephew, whom he regarded as his own 165

Dutch transcription

275 125: tot antwoord op het seven en Agter twin„ halve maand vertoevens op Goram gemassacreerd waren door zekeren bij 7 hun zijnde solorees, welke zijl: zijne handelwharen ontweldigen wilde 253 Dat zij die solorees daar op zelve van Rant hadde geholpen, waar daar die Commissie in 't reit was gelopen Dat hij Koning zig in den jare 1771 onder anderen hadt uitge„ „laten van de Cerammers nooit te wallen te rug zenden wijl het zijn Hoogheids eigen volk was, en Dat de Hoge Regering te Ba¬ „tavia, zo wel valsch was, als die van het Kasteel Orange, waarom hij door Chinesen het vaderland zoude zoeken te winnen om bij den Heere Prins van Orange zijn beklag te doen Dat hij zig in den jare 1773 „tigste point, zegt de Koning dat hij nim„ nog daar en boven, op het aandrin„ „meren en zulke worden gesproken en nog veel minder zulke dirgen gedaan „gen van den toemaligen sergeant zijn Hoogheid Zegt op Vijf en Ses twin¬ „tig zig van dit alles niets te herrinne„ 25 Commandant „ren. 26 27 heeft. 21 125 Commandant Agaatsz om de Cerammers te laten vertrekken, met te „n kennen gave, dat de Comp: voor de nadelige gevollen ten zijne opzigte bij langer ongehoorzaamheid met wilde instaan, onder andere bewoor„ „dingen hadde uitgelaten, dat indien het mogte gebeuren, dat 'er iets van kwam hij vooreerst zijnen vrouwen en Kinderen zoude verschelen, al ging Hij met zijn land verloren, dog dat als van Tidor mede verloren gaan. Dat dit immers een Klare blijkt is, dat hij reeds zedert lange een nauw verbundenis met het Hof van Tidor en wel tegen de Comp: moet hebben aangegaan, 't welk buiten dien uit alle zijne in den gepasseerden jare gedane handelingen zonne Klaar doorstraald: Dat het buiten dat alles almede Hier op zegt de Koning dat Hij die beide Prinsen, aan welke hij altijd alle mogelijke in het laast van den jare 1772. weldeiden heeft bewezen dan niet naar ver„ „diensten heeft gestraft, want dat de eerste zijn moord zugt zo verre ten teugel op zeker Festijn een Worteltje in zijne eene muilhadt gestoken 't welk hem, zoodra heeft gevierd dat Hij zijne nabestaan Hij die muil weder aantrok en ongeloffe„ den de Princes Rasoedin, zoon van „lijke pijn hadde veroorzaakt, die hij nog tot heden toe bij tijden gevaelde en dat de Prins Calim pania, Noeroedin andere den dood ruim hadt verdien om 28 deszelfs 29 126. # 255 door hem genit zijn zijn Hoogheid zegt dat deze gezegdens nooit om dat Vlij andere groot moeder door de Alsoe„ „ren om hhet leven hadde laten brengen. het Eiland Nouvang om het leven had„ „de laten brengen en veele andere Prinsen als onder anderen Calim Donia zelve en Maruan, nog na het leven getragt, en deszelfs Broeders zoon, moordadig op Dat wanneer hem door den een of ander, buiten de gedurige verma„ „ningen van de Comp: deze gruuwe„ „len voor agen wierden gesteld, hij zig niet ontzien hadde te antwoorden, dat de Comp: 'er niets mede te doen had, als hij houders de koppen af„ „sneed, wijl hij zig er niet mede bemoeite wanneer de Comp: zulks deedt. Dat ten tijde Mandharesen Con„ „trabandiers prauwen voor twee jaren op Batchian aanwezig zijn geweest een der Vaerders dier prauwen ook meer als eens door hem Koning genodigd en aangespoort was, om het daar op volgende jaar met Vijftig prauwen weder derwaarts te keren, onder belofde dat Hlx 30 hen 123 31 124 hen alle hulpe zoude bewijzen om met Ternaten op te zoeken en dit Ei„ „land te overweldigen. Dat hij overigens veele jaren her¬ „waarts, bij alle voorvallen en gelegenheden zijn moordadig naturel en Kwade in„ „tentie voor de Compagnie, als onder an„ „deren nog door het misbruiken der gestempelde papieren van den Koning van Tidore ten tijd van den Wel Edelen Gestr: Groot Achtb: Heer en toenmaligen Gouverneur Breton zo dikmalen hadde te kennen gegeven dat de Gouverneur en Raad te Ternaten eindelijk in de maand Februarij J: L: hadden gerosveerd om zijn Hoogheid daar over mondeling te onderhouden en hem door vriendelyke Vermaningen, ware het mogelijke, op een andere weg te brengen, en voorts met zijn Hoogheid zo mede die vanzij Ternaten en Tider, middelen te beramen tot verdelging van de Mangindanauwers 33 Dat de Heer Gouverneur en Raad zijn Hoogheid uit zijn 32 dien 152 127 257 zijn in margine beantwoord. vrage aan den Koning of iets ten te brengen hadde zegt Neer, en verzoekt dat hij zijn opvolger mag wezen. dien hoofde, zo bij brieven, als door den Onderkoopman Hemme„ „kam en Boekhouder Weijde„ „muller tot de herwaarts komst hadden geinviteert, dog alles nug¬ „teloos, vermits zijn Hoogheid zig onder allerhande frivole uitvlugten, altijd van de herwaarts komst hadde geexcuseert; 't Welk naderhand die ernstige invitatie Waar op zijn Hoogheid eerst naar Ter„ „naten was gekomen ten gevolge hadde gehad. Welke de Translateur Van Dijk duidelijk en distinct post voor post vertaald en voorgehouden hebbende door gemelden Koning indiervoegen wierden beantwoord, als bezijden derzelven, als bezijden derzel¬ „ven aantekend staat, terwijl zijn Hoogheid wijders, laste van den Kroonprins in „ op de nadrukkelijkste afvrage van den Heer Gou„ „verneur of hij ook niets ten laste van den om die reden tegenwoordig zijnde Kroonprins hadt intebrengen ! nog tot antwoord gaf, dat Hij over het gedrag van dezen zijnen Neef welken hij als zijn eigen 165

NL-HaNA_1.04.02_3556_0734 view scan ↗

English

terms thereon. the best spices grow. the King adopted and raised as his own child, could in no way complain, with the request that on that account, if the Governor and the Council pleased to relieve him, on account of his advanced age, from the burden of the administration of the Batchian Empire, and allow him to end his remaining days in peace, that the same might be appointed his successor to the throne, which being answered by the Lord Governor in general terms, with the declaration at the same time that such an arrangement did not depend upon him and the other Members but upon the illustrious High Indian Government at Batavia, his Highness thereupon related, after other irrelevant discourses had been held for a short time, also that the best nutmeg trees did not grow in the Batchian districts, although they were in great abundance both on Laboea and on Kasiroeta, but rather on the island of Oubij, where the largest and fattest nuts were found, and that the clove trees in the Batchian and Oubij districts had no fixed places, but were scattered everywhere and grew amongst the nutmeg trees. the King and crown prince return home. attentive review of the answered points by the Batchian King. further discourses thereon long as an Enemy of the Company decision to send the prince to the Indian Capital. Hereupon the aforementioned King took his leave and betook himself with the aforementioned Crown Prince back to his lodgings, being properly escorted, whereupon the aforementioned points together with the given answers were attentively reviewed, and from the latter it being immediately observed that the King's excuse, just like that of Tidor, consisted of denying everything, notwithstanding there were such clear proofs to the contrary, and his defense could by no means be judged sufficient; but rather that he had long since deserved to be treated as an inveterate, very deceitful, and obstinate enemy of the Company, and that besides this, his absence, as well as that of the already dispatched King and Crown Prince of Tidor, is absolutely necessary for the general peace and well-being of the Moluccos, and what is more, to cause the further designs for the extermination of the Mangindanauwers to bear fruit, so it is, after the matter has been maturely considered, unanimously approved and agreed to continue to keep the often-mentioned King of Batchian, of whose person one has now so fortunately, though not without much care and trouble, become master, in the Company's power, and for that purpose likewise to send him to the Indian Capital with the ship Westfriesland, at the highly esteemed disposal of Their High Excellencies, in humble expectation that the same will not only be pleased completely to approve this so necessary precaution concerning two Moluccan Head Kings, who otherwise, through their alliance with the Mangindanauwers, could within a short time have become quite formidable to the Company, but moreover also rejoice along with the Council over the desired outcome of those two heavy undertakings, as having been carried into execution without the least bloodshed. underneath stood: Thus done and resolved at Ternaten in Castle Orange, date as above; was signed: R: Thomaszen, A Cornabé, G: C: Meurs, H: A Johnson, G: W: v: Renesse, F: B: Hemmekam, and J: Boot. The Honorable Respected Lord Governor and Director of the Moluccos, Mr. Jacob Roeland Thomaszen, Senior Merchant and Second, Alexander Cornabé, First Senior Merchant, Godfried Carel Meurs, Merchant and Fiscal, Hendrik Ambrosius Johnson, Junior Merchant and [illegible], Gerardus Willem van Renesse, and Junior Merchant, Johannes Boot. The Members having assembled, the Lord Governor made known to them that he had appointed this meeting to consult about some changes regarding the crew of the ship Delfshaven, destined for Manado and Quandang, and some further arrangements that needed to be made upon the tidings received the day before yesterday via the first-mentioned Residency from Gorontalo and the last-mentioned place, containing that not only a fleet of Mangindanau pirate vessels had steered toward the Strait of Bouton to cruise against the vessels departing from here for Batavia, but also Anno 1779, in the morning at nine o'clock. Meeting of Police. Saturday, the 14th of August. Present

Dutch transcription

termen daarop. de beste spicerijen groeijen. ^ de Ko eigen Kind hadde aangenomen en opgevoegd, in geren„ keeren „deelen konde klagen, met verzoek, dat dezelve uit dien hoofde, indien de Gouverneur en de Raad „ch Hem, wegens zijnen hogen ouderdom, van den last der bestiering van het Batchiansche Rijk Verd over geliefden te ontslaan, en zijne nog overige levensdagen beantwoording in generale in rust wilden laten eindigen tot zynen Troons opvol„ „ger mogte werden benoemd, 't geen door den Heer Gouverneur in generale termen beantwoord zijnde, onder verklaring teffens dat diergelyke schikking niet van hem en de verdere Leden maar van de verhaal van den Koning waar jlustre Hooge, Jndiasche Regering te Batavia dependeerde, verhaalde zijn Hoogheid vervol„ „gens, na dat men andere niets ter zaake doende dirscoursen een klijne poos gevoerd hadt, almede dat de besten Notebomen niet in de Batchiansche Cartrijen Wasten, schoon die zo wel op Laboea, als op Kasiroeta in groote abundantie waren, maar wel op het Eiland Oubij, alwaar de grootste en vetste Noten gevonden wierd, en dat de Nagelbomen in de Batchiansche en Oubijgche Districten geene Vaste plaatsen hadden, maar overal verspreid Waren, en tusschen de Notebomen ingroeide. „antwoo attente den den lang Hier be naar 1285 „de Koningen kroonperins „keeren naar huis. attente resumtie van de be„ „chiansche Koning. verdere discoursen daar lang als een Vijand van besluit om den vorst naar Jndiasche Hoofd„ Hier op nam de meermelde Koning afscheid en begaf zig met den voornoemden Kroonprins weder naar zijn Logie, behoorlijk begeleid wordende, wanneer de vantwoorde pointen door Bat„ voorschreven pointen nevens de gegevene antwoorden met attentie geresumeert zijn, en uit de laatsten al aanstonds aangemerkt wezende dat 's Konings ver„ „ontschuldiging, even als die van Tidor bestond in alles te ontkennen, niettegenstaande 'er zulke klaar blijken van het tegendeel waren, mitsgaders Deszelfs ver„ „antwoording gansch niet voldoende kan werden geoordeeld; maar wel dat Hij al voorlange verdiend hadden als voorlang verdiend hadden als een doorslegen, zeer arg„ den koning moest voor „listige, en hardnekkige vijand van de Compagnie behan„ den Comp: behandeld zijn vdeld te werden, en dat buiten dien zijne afwezigheid zo wel als aan den reeds verzonden Koning en Kroon¬ prins van Tidor, volstrekt nodig zij voor de algemeene Rusten het Welzijn der Molukkos, ja Wat nog meer is, om de verdere desseinen tot verdelging der Mangindanauwers van Vrugt te doen zijn, zoo is het een en ander rijpelijk overwogen, en een pariglijk goedgevonden en verstaan den dikwerf gezegden Ko„ „plaats te zenden. „ning van Batehian van wiens persoon men nu zoo gelukkig schoon niet zonder veel zorg en moeite meester geworden is, in Compagnies magt te blijven houden en hem tot dat oogmerk insgelijks naar de over 259 14 127 12 Edelheden approbatie en verheuging over dezen gewenschten uitslag. in berwagting van Hunne Hoog de Jndiasche Hoofdplaats te verzenden met het Schip Westfriesland, ter hoog g'eerde dispositie van Hunne Hoog Edelheden, in nedrige verwagting dat Hoogst dezelven niet alleen deze zoo noodwendige voorzorge omtrent twee Molukkosche Hoofd Koningen, welke anders, door hunne Aliantie met de Mangindanauwers, binnen korten tijd al vrij formidabel voor de Com„ „pagnie zoude hebben kunnen werden, zullen gelieven volkomen goed te keuren maar zig daar en boven ook over den gewenschten uitslag van die beide zwaare ondernemingen, als zonder de minste bloed vergieting ter uitvoer gebragt, nevens den Raad verheugen. /:onderstond:/ Aldus gedaan en Geresolveert tot Ternaten in 't Kasteel Orange dato voorsz /: was getekend:/ R: Thomaszen, A Cornabé, G: C: Meurs, H: A Johnson, G: W: v: Renesse F: B: Hemme¬ „kam en J: Boot. 9 189 26 129. Den wel Edelen Agtb: Heer gou„ verneur en Directeur der Mo„ lunos. - - - - - - - - - - - - - - . -: -. Equipagie van het schip Dasp„ 1 haven ter zake van de van Gorontalo ontvangen tijdinge, „gindanders. Mr: Jacob Roeland Thomaszen, „ opperkoopman en secuwde. . Alexander Cornabé, „ p:s opperkoopman - - - - Godfried Carel Meurs, „ koopman en fistaal. - Hendrik Ambrosius Johnson, „onderkoopm: e Celij bert: Gerardus Willem van Renesse, en „ onderkoopman - - - - Johannes Boot. De Leden verzameld zijnde, gaf de Heer Gouverneur aan dezelven te kennen deze bij eenkomst bestemd te heb„ verandering aangaande de ben, om raad te plegen over enige veranderingen, aan„ gaande de Equipagie van het naar Manado en quan„ dang gedestineerde schip Delfshaven, en zommige verdere schikkingen, die er dienden gemaakt te wer„ den op de eergisteren over de eerstgem: Residentie van Gorontalo en de laatstgenoemde plaats ontvangene tij„ dingen, behalzende, dat niet alleen een vloot van Man„ wegens de zwrvende Men, gindanauwsche Roofvaartuigen naar de straat Bou„ ton was gestevend, om op de van hier naar Batavia vertrekkende vaartuigen te kruissen, maar ook A„o 1779: 'smorgens te neegen, uuren vergadering van Politie. Saturdag, den 14:' Augustus Present een 261

NL-HaNA_1.04.02_3556_0738 view scan ↗

English

koras. a great number of them had already for some time been roaming off Gorontalo and to and from Cape Talso, and had seized various small vessels; likewise that a certain Sharif Hassam, born in Samarang, had arrived on this side of Palilla westward at Dondo with two pirate proas from Maguindanao, and had brought with him about forty Tontoli people, formerly captured by that rabble, and having immediately established himself on shore there, had sent back one of those vessels, probably to summon more of his comrades; to which His Honour added that these reports had caused him to resolve to detain the said ship Delfshaven until now, and to request from His Highness the King of Ternate, while communicating these unpleasant reports, another hundred Alfurs, in addition to the number already determined by the joint resolution of the 5th of this month, for further reinforcement, besides four well-armed and strongly manned kora-koras, for the convoy of the said vessel; which that monarch had also immediately agreed to supply, and through the Second in Command Cornabé and Provisional Secretary de Chalmot, who were employed for this commission, had assured His Honour that everything would be ready by the day after tomorrow to be able to depart upon the first order. And which aforesaid unexpected news having been received with great regret by the Council members, yet unanimously acknowledged that it also absolutely required a major fitting out of the often-mentioned ship Delfshaven, and reinforcement of its convoy: it was thus approved and resolved to conform to the precautions already taken and arrangements made in that regard by the Governor, for which His Honour was at the same time thanked. The Governor having further submitted for consideration whether it would also now be advisable to let the bark Jaccatra depart for that residency, which had been designated as a transport vessel for the merchandise and other requirements upon the latest requisition for Gorontalo, and at the same time to bring the provisional second king there, along with some other notables hither, since this would be just as if one wished to deliver that small craft absolutely as a prey to the aforementioned scoundrels: it is therefore deemed necessary and resolved to detain the said bark for the time being, and to have the linen bales already loaded therein, and other goods transportable overland for Gorontalo, transshipped into the ship Delfshaven for conveyance to Quandang, to be forwarded further from there. This having been dealt with beforehand, the said Governor proceeded to bring to the knowledge of the Council members that, since the aforementioned ship, now projected for the conveyance of the annual cash, linens, ammunition, and other necessities for the three residencies, as well as for the collection of a cargo of rice from Manado or Amurang upon return, is also simultaneously destined and so heavily armed to seek out the Maguindanao pirates in the regions of Manado and Quandang, for which purpose it was also required that prudent, brave, and especially local-knowledgeable commanders be appointed, in order to be able to anticipate the desired outcome of the expedition of such a considerable force, for which His Honour believed that, besides the apparently brave and by no means inexperienced skipper of the aforesaid vessel, Arij Janszen de Hartog, the former Quandang Resident Duir, and the bookkeeper Pieter de Koning present here, would presently be the best, since the former, according to general testimony, is quite suitable in dealing with natives, and besides that, the commission for the inspection of Palilla has already been assigned to him, and the other, through his more than twenty years' residence on Manado, is acquainted with the nature of the peoples living thereabouts, as well as the reefs and shoals of their lands, to whom at the same time some other points could be recommended for execution, as otherwise little opportunity might arise for that in these hostile times, and which nevertheless needed to be carried out; wherefore His Honour had already set down the same, with all the further requisites, in writing and in the following instruction: Instruction for the information and observance of the skipper Arij Janszen de Hartog and the bookkeeper Pieter de Koning, departing with the ship Delfshaven as commanders over the expedition against the Maguindanao pirates, and commissioners for the execution of some affairs at Quandang and thereabouts. Whereas we have been informed by the provisional Resident Roenes by letter of the sixth of the past month of July that eleven Maguindanao pirate vessels, among which four with two masts, had appeared at that time in the Strait of Bangka and were cruising back and forth there, we have deemed it of the utmost necessity that the ship Delfshaven, which is intended for the conveyance of the goods on the annual requisitions of Manado and Quandang,

Dutch transcription

Korras. een groot getal derzelven nu al enigen tijd voor Gorontalo, en af en aan kaap Talso gezworven, mits„ gaders diverse klijne vaartuigen weggenomen hadde, zo mede dat zekere scherief Hassam, geboortig van Samarang, met twee Mangindanauw„ sche Roofpraauwen aan deze zijde van Palilla om de west op Dondo was aangekomen, en circa veer„ tig Tontolijreesen, eerstijds voor dat gespuis ge„ roofd, hadde mede gebragt, en zig aldaar ten eersten aan de wal geplaats hebbende, een dier vaartuigen weder weggezonden, hadt, denkelijk om meer zijner makkers te ontbieden; waar bij zijn Edele nog voegde„ dat die naarichten hem hebben doen resolveren het ge„ melde schip Delfshaven tot nu toe aantehouden, en van zijn Hoogheid den koning van Ternaten, onder Communicatie dezer onaangename berigten, nog een honderd Alfoeren, boven het reeds bij gemeene ke„ solutie van den 5:e dezer bepaald getal, ter meerder versterking, nevens vier wel gearmeerde en sterk en vier sterk bemande zoonbemande korra korras, tot convoij van ged=e bodem„ te verzoeken, welke die vorst ook aanstonds had„ de aangenomen te leveren, en aan zijn Edele door den bij secunde. te 181 265 263 130 belooft de Koning van Terna te leveren. met de gemaakte schikking 20 Bark Jacatra van de reize naar Gorontalo. Geexcuseert. en de goederen voor Gorontalo daar uit in d' schip Delfshaven te laten overbrengen. secunde Cornabé en p=l secretaris de Chalmot, die tot deze Commissie waren geëmploijeert, laten verzeke„ ten tot vorsterking van het schip ren, dat het een en ander tegens overmorgen in gereedheid zoude zijn, om op het eerste bevel te kunnen vertrekken. En welke voorzegde onverwagte tijdingen door de Raads„ „leden zeer ongaarne vernomen, dog eenpariglijk erkend wezende, dat die ook volstrekt vereischten eene grooten uitrusting van het meermelde schip Delfshaven, en versterking de Raadsleden conformeren zig van dies Convoij: zoo is goedgevonden en verstaan zig te van den Heer Gouverneur Conformeren met de reeds door den Heer Gouverneur ge„ „nomene voorzorge en gemaakte schikking dien aangaan„ „de, waar voor zijn Edele teffens wierdt bedankt: De Heer Gouverneur alverder in overweging gegeven heb„ „bende, of het nu ook wel raadzaam zoude wezen, dat men tans de Bark Jaccatra, die tot een Transport- bodem der koopman„ „schappen en verdere benodigdheden op den Jongsten Eisch voor Gorontulo was aangelegd, en teffens den p„l tweeden Koning aldaar, nevens enige andere Grooten herwaarts overtebrengen, naar die Residentie het vertrekken, wijl zulks even eens zoude wezen als of men dat kieltje absolut ten prooij van het voorgeschreven Geboefte wil„ „de geven: zoo is daarom nodig geoordeeld en besloten de ged„te Bark vooreerst nog aantehouden, en reeds daarin geladene Lijwaat-pakken, en andere over den land weg trams„ portable goederen voor Gorontalo, ten overvoer naar Quandang dem 132 „poneerd de noodzaaklijkheid Ombekmaame Hoofden over de Expeditie te benoemen en wie hier toe de beste zoude werden Quandang, om van daar verder bezorgd te werden, te laten overschepen in het schip Delfshaven. Dit vooraf verhandeld zijnde, vervolgde de wel„ de Heer Gouverneur gro„ melde Heer Gouverneur ter kennis van de Raadsle„ „den te brengen, dat, nadien het evengedagte schip, tans tot den overvoer der Jaarlijksche Contanten, Lijwaten, Ammunitie„ en verdere Gerietlijkheden voor de drie Residentien, zo mede tot den afhaal van een lading Rijs van Manado, of Amoe„ „rang, bij retour, geprojecteert, ook tegelijk gedestineert en zoo sterk gearmeert zij, om de Mangindanaosche Roo„ „vers in de Contrijen van Manado en Quandang op te zoe„ „ken, ten dien einde almede vereischt wierdt, dat men voorzigtige, dappere, en voornaamlijk die landstreeken kundige Hoofden benoemde, om van de Expeditie eener zoo aanzienlijke magt den gewenschten uitslag te kun„ „nen te gemoet zien, waar toe zijn Edele vermeende dat, behalven den naar het uiterlijke aanzien dapperen, en gansch niet onervaren schipper van voorschreven bo„ „dem, Arij Janszen de Hartog, de gewezen Quandangs Resident Duir, en hier aanwezig zijnde Boekhouder Pie„ „ter de Koning tegenwoordig wel de besten zouden wezen, alzoo de eerste, volgens algemeen getuigenis, tamelijk ge„ „schikt is met Inlanders omtegaan, en hem buiten dien al„ „reeds: de Commissie ter inspictie van Palilla is opgedragen, en 135. 265 265 131 dezelven. en den anderen, door zijn ruim twintig jarig verblijf op Manado, den aart der daar omstreeks woonende volken, zo wel als de Reeven en Droogten hunner Landen bekend zijn, aan welken teffens enige andere pointen ter uitvoering konden aanbe„ „volen werden, wijl anders daar toe weinig gelegenheid in deze vijandelijke tijden mogte voorkomen, en die tog noodzake„ „lijk dienden te werden verrigt, waarom zijn Ed: dan de„ Instructie tot narief van „ zelven, met alle de verdere Requisiten ook al in geschrif„ „te, en bij de volgende Instructie gesteld hadt: Instructie tot narigt en Observantie van den Schipper Arij Janszen de Hartog, en deen Boekhou„ „der Pieter de Koning vertrekken„ „de met het schip Delfshaven als Hoofden over de Expeditie tegen de Mangindanauwsche zeerovers, en Com„ „missianten ter verrigting van eeni„ „ge affaires te Quandang en daarom„ „streeks Vermits wij door den p=r Resident Roenes bij brief van den sesden der Jongstgepasseerde Maand Julij verstendigt zijn, dat zig E:lg Mangindanauwsche Roofvaartuigen, waar onder vier met twee masten, ter dier tijd in de straat Ban„ „ka hadden vertoond, en aldaar over een weder kruisten, zo hebben wij van de uitterste noodzakelijkheid geoordeeld, het schip Delfshaven, 't welk tot den overbreng der Goederen op de Jaarlijksche Eisschen van Manado en Quandang

NL-HaNA_1.04.02_3556_0742 view scan ↗

English

and is simultaneously destined to fetch a cargo of rice, is to be equipped for war and amply provided with ammunition, in order not only to offer the bravest resistance to the said pirates in the event of an assault, but even to seek out that rabble, should they be found in the vicinity of Manado, Guandang, or thereabouts, to attack them and, if feasible, to overpower them, and thus at least to some extent thwart their destructive designs. We have further seen fit to allow the military force that is to serve for this purpose to depart under the command of you both, the same consisting of: One hundred European seafarers, Three non-commissioned officers, Twelve soldiers, Eleven burghers, and One hundred ten Alfurs, under their Ternatan chiefs, the Lieutenant Mahoebil and scribe Abdul Fataha; and likewise, throughout the entire expedition, under your authority shall stand the four korra-korras of His Highness, the King of Ternaten, now departing at the same time under convoy of the ship, or at least three of them, each manned by fifty Alfurs and all equipped with artillery and the necessary munitions of war, which, however, are otherwise destined for Manado, as they are lacking from the stipulated number. In addition, it serves for your information that, besides the customary ration for the European seafarers, the aforementioned one hundred ten Alfurs and their chiefs are also victualed for one month with rice, namely each forty pounds of Javanese instead of fifty Manado pounds, besides their wages, fish money, and salt, which they have likewise received here for one month; the remaining rice, salt, and the fish money up to thirty-six stuivers a month shall have to be furnished to them at Manado until the end of the expedition; while the crews of the korra-korras are also provided with rations for one month, according to the regulation, and the remainder can likewise be obtained at Manado. And, in order to instruct you according to our ability, so that as brave and honor-loving servants you may make the desired use thereof for the destruction of the enemies, we have deemed it necessary to prescribe for your observation the following points, to wit: Article 1. That whereas we, as has already been said, have appointed you as chiefs and commissioners of this expedition, the skipper de Hartog is granted, as the first in both capacities, in token thereof, to fly a pennant from the main top of the vessel under his command; just as we also desire that in the unhoped-for event of his decease, the bookkeeper de Koning shall succeed as the first chief of the expedition and commission, and he in turn shall be replaced by the chief mate of the ship, Jacobus de Kok, with the order that the bookkeeper Koning in such a case must be recognized as such and respected by all crew members, without him, however, having to interfere with the sailing, the setting of courses, or other seamanship matters; although we on the other hand recommend the ship's officers to consult especially with him, as being thoroughly knowledgeable of the Celebes waters and therefore in some respects capable of and permitted to be considered a pilot, when approaching coasts, reefs, shallows, and other foul grounds, as well as regarding the best anchorages. Having regulated this beforehand, we further order you to proceed immediately with all your subordinates, upon receipt of this, on board the ship Delfshaven, after which, at the first good opportunity, the anchors shall be weighed and without any delay the prow shall be turned toward the Company's post at Kema, situated on the east side of Celebes; the routes thither and further to all other places on this voyage shall be taken along the usual course, which is further indicated in the sailing orders. The four Ternatan korra-korras, which first up to Manado, and subsequently at least three of them on the further outward and return voyage, are placed directly under your authority, shall set sail at the same time as you, in order also to act against the enemy in case of attack, according to the instructions which the chiefs shall then further receive from you. Having arrived at Kema, you must inquire there after the Maguindanaos and, at the same time, take on board as quickly as possible the three hundred planks lying in store there according to the written notice of the postholder Holliger, and further, after obtaining information, proceed with the voyage along the usual route to Manado through the Straits of Lembeh and Banka. Then, since these scoundrels, in all probability, are still lingering in those passages to provide themselves with provisions there and at the same time to surprise passing vessels, you must keep an especially good watch there and always be ready for an attack. Having made the Manado roadstead, your first care shall be to inquire there again after the enemy, and subsequently, according to the incoming reports and in proportion

Dutch transcription

134. en teffens ten afhaal van een Lading Rijs gedestineert is, ten oorlog toe te rusten, en ruim van Amunitie te voorzien, ten einde niet alleen de ged„e zeeschuimers, bij aanranding, en dappersten tegenstand te kunnen bieden, maar zelfs dat gespuis, indien het zig in de nabijheid van Manado, Guan„ „dang, of daar omstreeks bevind, op te zoeken, te attacqueren en des doenlijk, te overmeesteren, en dus hunne verderffelijke projecten, ten minsten enigermaten te vereidelen. Wij hebben wijders goedgevonden om de krijgsmagt, die hier toe zoude dienen, onder het Commando van UL: beiden te laten vertrekken, bestaande dezelve in: Een honderd Europeesche zevarenden, Drie onderofficiers, Twaalff soldaten Elf Burgers en Een hondert tien Alfoeren, onder hunne Ternaatsche Hoof„ „den, den Luitenant Mahoebil, en schrijver Abdul Fataha; zullende insgelijks, gedurende de geheele Expeditie, onder UL: gezag: staan de tans tegelijk, onder Convoij van het schip, vertrekkende vier Korra Korras van zijn Hoog„ „heid, den Koning van Ternaten, of ten minsten drie derzel„ „ven, ieder bemand met vijftig Alfoeren en alle van Geschut, en de nodige oorlogs Ammunitie voorzien, welke egter anders voor Manado bestemd zijn, wijlze aan het be„ „paalde getal ontbreken. Daarenboven diend tot UL: narigt, dat, behalven het gewoonlijke randsoen voor de Europeesche zeevarenden de voormelde Een honderd tien Alphoeren en hunne Hoofden ook gevictualieert zijn voor een maand aan Rijs, namelijk ieder veertig ponden Javasche in stede van vijftig Manadosche buiten hunne gage, vischgeld en zout, 't geen ze hier mede voor een maand genoten hebben de overige Rijs, zout en het vischgeld tot ses en dertig stuivers 's maands zal hun op Mahado moeten verstrekt werden tot het uitende van de Togt; terwijl het volk van de Korra Korras almede voorzien 135. 265 267. 132 voorzien is van randsoen voor een maand, volgens de bepaling, en het overige insgelijks te Manado kan bekomen. En, ten einde UL: naar ons vermogen te onderrigten, om daar van als dappere en Eerlievende Dienaren het gewenschte gebruik te maken, tot verdelging der vijanden, hebben wij no„ „dig geagt UL: de volgende pointen tot observantie voorte„ „schrijven, als: At=s 1 Dat dewijl wij UL:, gelijk reeds gezegd is; als Hoofden dezer Expeditie en Commissianten hebben aangesteld, den schipper de Hartog als Eerste in beide gevallen, tot teken van dien ver„ „gund wordt een wimpel van de Groote top van zijnen onderhebbenden Bodem te laten waaijen; gelijk wij mede begeren, dat bij deszelfs onverhoopte aflijvigheid, als eerste Hoofd der Expeditie en Commissie zal opvolgen de Boekhou„ „der de Koning, en deze weder vervanger werden door den opperstuurman van het schip Jacobus de Kok, met order dat de Boekhouder Koning in zulken gevalle als zoodanig erkend, en van alle schepelingen moet werden gerespecteert, zonder dat hij zig egter met de zeilasie, het stellen van Coursen, of andere zeemanszaken zal hebben te bemoeijen; schoon wij den scheeps overheden daar en tegen aanbevelen, om met hem, als de Celebesche vaarwateren door en door kundig zijnde, en daarom in zommige opzigten teffens als een Loots kan en mag aangemerkt werden, vooral raad te plegen bij het naderen van wallen, Keeven ondieptens en andere onzuivere gronden, mitsgaders omtrent de beste ankerplaatsen Dit vooraf hebbende gereguleerd, gelasten wij UL: wij„ „ders, om zig met alle hunne onderhorigen, na den ontvangst dezer, aanstonds te begeven aan boord van het schip Delfshaven Hoof„ a 2. 186: Delfshaven, waar na bij eerste goede gelegenheid de ankers geligt, en zonder enig uitstel den steven zal werden gewend naar 's Comp„s Post te Ilema, gelegen aan de oostkant van Celebes, zullende de routes derwaarts, en verder naar alle an„ „dere plaatzen op deze togt genomen werden langs den gewonen Cours, die bij de zeilagie order nader is aangewezen. De vier Ternaatse Korra Korras, die eerst tot Ma„ „nado toe, en naderhand ten minsten drie derzelven op de verdere heen - en terugreise direct onder Ulieder gezag zijn Gesteld zul„ „len te gelijk met U L: onderzeil gaan, om mede tegen den vijand, in Cas van attacque, te ageren, naar de onderrigtinge, die de Hoofden als dan van UL: nader zullen ontvangen. Te Kema gearriveerd zijnde, moeten UL: zig aldaar naar de Mangindanauwers informeren en, teffens de ginder volgens aanschrijven van den Posthouder Holliger, in voorraad leg„ „gende drie honderd planken, op het spoedigste innemen, en voorts na bekomene narigt, de reize langs de gewoone houte naar Manado vervorderen door de Engtens van Lembe en Banka. Dan dewijl deze schelmen zig, naar alle gedagten, nog op die passages zullen onthouden om zig aldaar van mond„ „kost te voorzien en teffens de doorvarende vaartuigen te ver„ „rassen, zo moeten UL: daar inzonderheid goede wagt kouden en altoos gereed zijn tot den aanval. De Manadosche Reede bezeild hebbende, zal UL: eer„ „ste zorge zijn, om aldaar weder naar de vijand te verne„ „men, en vervolgens na de ingekomene berigten en naar mate 3. 5. 6.

NL-HaNA_1.04.02_3556_0745 view scan ↗

English

137 26ij 269 133 degree that matters around there are situated, however, to proceed in communication with the junior merchant and acting Resident Koenes, who will assist you, if there is danger and necessity so requires, with as many more korra-korras beyond the three mentioned, and upon departure have you escorted to outside the Banka Strait, or to and from Quandang, as circumstances shall then require: as soon as the cash, linens, and further necessities, along with ammunition of war, laden in the ship Delfs haven for Manado, shall have been handed over by the skipper de Hartog to the acting Resident Roenes, the voyage must immediately be continued by you and the prow turned toward Quandang, where having arrived, and the Company's goods being speedily unloaded, you shall proceed in the safest manner via Bolontio to Palilla, and at the latter place carefully examine and survey the condition and location of its rich mines, how much gold could currently be obtained from there annually at the fixed Company price, and if one were to proceed to establish a new post there, what location it should have, as well as how large its garrison ought to be to be secured against all attacks of the predatory nations! Concerning all of which we expect detailed and exact information. From Palilla, you must further proceed to Caudipang, Boelang-itam, and Bintaoena, and demand from the King and Regents of those places their debts to the Company, regarding which you can obtain elucidation from the Manado acting Resident Koenes, and also emphatically admonish those of Caudipang and Boelang to settle down again on the beach in their old negorijs, where they can better detect approaching pirates and secure their country against their attacks; Having accomplished this, the continuation of your commission is to proceed then to Boelang and Mogondo, where you must make your utmost efforts for the apprehension of the turbulent Prince Manuel Manopo and Macadompis, of whom the first is a brother of the King named Marcus Manoppo, who is in all respects thwarted and hindered by them in his good intentions and resolutions regarding the delivery of gold and the payment of his debt to the Company, which you shall likewise have to collect, under strong representations to the King that since the Company takes his peace and prosperity so much to heart, and at the same time demonstrates this by the arrest of the said adversaries and evildoers, it is also now expected of His Highness that, making better use of his power and authority henceforth, he will come to deliver a considerable quantity of gold to the Company annually. From Boelang and Mogondo you can turn the prow directly toward Amoerang, since it will then be too late to lie in the Manado roadstead, because we assume that all the aforesaid cannot conveniently, with deliberate conduct, be carried out earlier than in the span of one and a half months, or at the latest until the end of next October, when the ship ought to be in the otherwise safe roadstead of Amoerang, to take in as much rice as the Postholder Pool shall be able to collect from the first of September to the end of November, with a good quantity of wax, and with which cargo, besides that which you might previously have received from the acting Resident Koenes at Manado, you will have to return hither in the beginning of December. 11. 10. 271 275 27 134. However, since we also very gladly wish to grant a gratuity or benefit to you and all those who conduct themselves laudably and bravely on this expedition upon the appearance of enemies, in order to encourage the performance of duty according to our ability, we have seen fit to divide the booty that might be taken from the pirates and other smugglers among you, alongside the other officers and common soldiers, mariners, and burghers, provided that the distribution of the captured goods takes place here at the main castle, in proportion to each person's rank and quality: it is nevertheless to be noted in this regard that the spices you might occasionally obtain must be brought hither, and the war ammunition by appraisal, as well as all prisoners, whether Mangindanauwers or other nations, brought over securely, must be delivered up to the Company, while likewise all such goods that belonged to the Company's servants or other good residents must be restored to such despoiled people, without the least part thereof being withheld. Since you are provided with a signal letter as well as a sailing order prepared by the Master of Equipage Adolfs, as also a copy of the instructions for the heads of the Ternate korra-korras accompanying the ship, it is our desire that you conform as closely as possible to the contents of both, and this being done, it is unnecessary to give you further orders regarding such nautical matters, and we shall only recommend you to take care that the korra-korras do not become dispersed far from one another, shortening sail if they should fall too far behind, in order to give their commanders no occasion to take another 11. 139 12.

Dutch transcription

137 26ij 269 133 mate dat de zaken om dien dort gelegen zijn egter Communicatie met den onderkoopman en p=l Resident Koenes, te werk te gaan, die UL:, indien er gevaar is, en de nood zulks vereischt buiten de drie gemelde, met zo veel meer korra korras zal assisteren, en bij vertrek tot buiten de straat Banka, dan wel naar en van Quandang laten verzellen, als de omstandigheden als dan zullen vereisschen: zoo dra de in het schip Delfs haven voor Manado afgeladene Contanten, Lijwaten en verdere benodigdheden, nevens Ammunitie van Oorlog, door den schipper de Hartog aan den p=m Resident: Roenes zullen zijn overhandigt, moeten door UL: terstond de reise werden voortgezet en den steven naar Quandang gewend, alwaar gearriveerd, en Comp„s goederen spoedig ont„ „lost zijnde zullen UL: zig op de veiligste wijze over Bo„ „lontio naar Palilla begeven, en op de laatste plaats naauw„ „keurig onderzoeken en opnemen de gesteldheid, en gelegenheid de rijke mijnen derzelve, hoe veel goud men tegenwoordig van daar Jaarlijks, tegens den bepaalden Comp„s prijs zoude kunnen bekomen en wanneer men mogte overgaan ginder eene nieuwe Post aante leggen, welke standplaats dezelve zoude moeten hebben mitsgaders hoe groot dies Bezitting wel diende te zijn, om tegen alle aanvallen der roofgezinde natien gedekt te wezen! van al het welke wij eene omstandige en oracte informa„ „tie verwagten. Van Palilla moeten UL: zig wijders naar Caudipang, Boelang-itam en Bintaoena vervoegen en van de Koning en Regenten dier plaatzen invorderen haare schulden aan de Com„ „pagnie, waaromtrent UL: elucidatie kunnen erlangen van den Manado's p=m Resident Koenes, mitsgaders die van Cau„ „dipang en Boelang op het nadrukkelijkste vermanen, om zig weder aan strand in hunne oude Negorijen ter neder te zetten, alwaar ze de aankomende Rovers beter ontdekken x 8. ontdekken en hun Land voor derzelver aanvallen kunnen beveligen; Dit verrigt hebbende, is het vervolg uwer Commissie, om zig als dan naar Boelang en Mogondo te begeven, alwaar UE: derzelver uitterste pogingen moeten aanwenden ter ligting van de woelige Prinsa Manuel Manopo en Macadompis, waar van de eerste een broeder is van den Koning genaamt Marcus Manoppo die door hen in allen deelen gedwaars boomd en verhinderd word in zijne goede oogmerken en voornemens ter leverantie van Goud, en betaling van zijn debet aan de Compagnie, 't welk UE; insgelijks zullen hebben inte palmen, onder kragtige voorstel„ „ling aan den Koning, dat vermits de Compagnie zijne rust en welvaart zoo zeer ter harte neemt, en teffens betoond door de oppakking van de gemelde tegenstrevers en kwaaddoen„ „ders, men ook nu van zijn Hoogheid verwagt, dat hij voor„ „taan van zijn magt en gezag beter gebruik makende, Jaarlijks eene aanzienlijke quantiteit Goud aan de Compagnie zal komen te leveren. Van Boelang en Mogondo kunnen UE: den steven direct naar Amoerang wenden, wijl het tog dan te laat zal zijn op de Manadosche reede te leggen om dat wij veron„ „derstellen, dat al het voorschrevene niet gevoeglijk met overlegen beleid eerder uit te voeren is, als in den tijd van een en een halve maand, of op zijn langst tot Ultimo Oc„ „tober aanstaande, wanneer het schip op de ovorige veilige reede van Amoerang diend te wezen, ter inneming van zoo veel Rijs, als de Posthouder Pool van primo September tot ultimo November zal kunnen bij een zame„ „len, met een goede quantiteit wasch, en met welke lading nevens het gene UL: bevorens van den p„m Resident Koe„ „nes op Manado mogte ontvangen hebben, UL: in het be„ „gin van December naar herwaarts zullen moeten retourneren. 11. „ 10. 271 275 27 134. Dan vermits wij UL: en, alle de genen, die zig lofselijk en dapper op dezen Togt, bij verschijn van vijanden; gedragen, mede zeer Gaarne een douceur of voordeel willen toevoegen, ten einde naar ons vermogen; tot pligtsbetragting aante„ „moedigen, zo hebben wij goedgevonden, om de buit, die op de tie Rovers en andere smokkelaars behaald mogte werden, te verdeelen onder UL: nevens de verdere officieren en gemene Militairen, zeevarenden, en Burgers, mits dat de verdee„ „ling der buitgemaakte goederen alhier aan het Hoofd Kasteel geschiede, naar rato van ieders rang en quarliteit: zijnde hier omtrent nogtans aantemerken, dat de specerijen, die UL: zomwijlen mogten bekomen, herwaarts gebragt, en de oorlogs Amunitie per taxatie zo mede alle de Gevange„ „nen, 't zij Mangindanauwers, dan wel andere Natien, wel verzekert overgevoerd, aan de Compagnie overgegeven moeten werden, terwijl almede alle zodanige goederen die aan Comp„s Dienaren, of andere goede Ingezetenen hebben toebehoord, aan zulke beroofde Menschen moeten werden gerestitueerd, zonder dat daar van het minste agter„ „gehouden. de Aangezien U L:, zo wel van een zeinbrief, als van een door den Equipagie Meester Adolfs vervaardigde Zeilagie= order, gelijk ook van een afschrift der Instructie voor de Hoofden van de het schip verzellende Ternaatsche korra Korras zijt voorzien, is onze begeerte, dat men zig naar den inhoud van het een en ander, zo na mooglijk, zal rig„ „ten, en, dit geschiedende, is het onnodig, om UL: verdere orders over dusdanige zeemanszaken te geven, en wij zullen UL: maar eenlijk recommanderen van zorge te dragen, dat de Korra Korras niet ver van el„ „kander verspreid raken, de zeilen verminderinde indien ze te veel agteruit mogten deinzen, ten einde derzelver voerders geen aanleiding te geven, om een anderen 11. 139 12.

NL-HaNA_1.04.02_3556_0748 view scan ↗

English

to take another route, or to turn back, under the pretext of not having been able to keep up with the ship. Likewise, you will receive a copy of the Instructions drawn up by Their High Excellencies for the cruising vessels in the year 1743, the contents of which we consider as inserted herein, with orders to act strictly in accordance therewith; and since you will further likely encounter or sight some vessels on this voyage, the same shall be hailed, and the commanders asked: First, who they are! Secondly, where they come from! Thirdly, where they intend to go! Fourthly, whether they have seen any other vessels! Fifthly, whether those carried one, or two, or three masts! Sixthly, what course they were steering! and Seventhly, what nation they believe them to have been! After which they shall also be asked for a pass, which they not only must produce, but moreover allow the exact inspection of their vessels in order to discover whether they are laden with spices or other prohibited goods, in which cases such traders, even if provided with a pass, must be overpowered as illicit interlopers, and transported with their cargoes, under proper inventory, to this Main Castle, which must also be done with all suspicious nations of Bugis, Mandarese, Makassars, Javanese, Teloppers, Butonese, Tombokkers, Thedongers, Jullokkers, or peoples of Borneo, all of whom have no business around our gold-yielding offices and possessions, and are not permitted to show themselves in those regions. 14. The principal arrangements regarding the upcoming Expedition and Commission having been described in the above Articles, we furthermore only earnestly and most emphatically command you to treat the Alfurs placed on the ship, together with their chiefs, with all kindness and gentleness; as well as to conduct yourselves in the fulfillment of your duty and execution of our orders as honorable and faithful servants, and always to set a good example for your subordinates, which is the most principal thing we can still enjoin upon you; for since it is impossible to foresee all occurrences and make the necessary provisions regarding them, we prefer to leave the rest to your good discretion and vigilance, but at the same time make it known for your guidance that upon your return a clear and distinct report of your proceedings is expected, in which the Assistant Jarich Herema van Vos, sailing with you, shall assist the Bookkeeper de Koning. After this had been drafted thus far, we were informed on the 11th of this month via Manado from Gorontalo and Quandang, among other things, that not only had a fleet of Maguindanao pirate vessels sailed to the Strait of Bouton to cruise against our vessels departing for Batavia, but also that a large number of them had now for some time already been cruising off Gorontalo and to and from Cape Talso, and had already captured several vessels. This very unexpected news immediately caused a change in our intentions, both regarding the dispatch of the Barque Jaccatra, which had been lying ready to sail for the just-mentioned Residency, and regarding the reinforcement of the ship Delfshaven, and the further force on Ternatean kora-koras to accompany that vessel. Consequently, we have thus deemed it advisable and expedient to detain the said Barque here, and to have the linen bales already loaded therein and other goods transportable by land for Gorontalo transshipped into your aforementioned vessel for conveyance to Quandang in order to be forwarded from there, as well as to reinforce the same at the same time with another one hundred Alfurs, and to add to the designated four kora-koras, which must subsequently remain at Manado, another four, in the same manner as the first, or each manned with fifty men: so that you shall now depart from here with seven hundred and thirty-five select men, namely: One hundred European seafarers, One corporal and eleven European private soldiers, One sergeant, one corporal, and eleven private Citizens, Two hundred and ten Alfurs on the ship, and Four hundred Alfurs and Makians on eight kora-koras; the supplementary three hundred men being provided with rations in the exact same manner as the others, except for the soldiers and citizens, who are victualed for three months. And since you presently have so considerable a

Dutch transcription

anderen weg te nemen, of te rug te keeren, onder voorwendzel„ van het van het schip niet te hebben kunnen bij houden. Desgelijks bekomen UL: een afschrift van de Instructien, door Hunne Hoog Edelheden voor de kruissende vaartuigen beraamd in den Jare 1743, welkers inhoud wij bij dezen voor gein„ „sereerd houden, met order van stiptelijk daar naar te werk: te gaan; en dewijl UL: wijders op deze togt denkelijk wel enige vaar„ „tuigen zullen ontmoeten, of in 't gezigt krijgen, zullen dezelven Gepraaid, en den gezagvoerders afgevraagd werden: Ten eersten, wie zij zijn! Ten Tweeden waar dat ze van daan komen! Ten derden, werwaarts zijde wil hebben Ten vierden, of zij geen andere vaartuigen gezien hebben! Ten vijfden, of die een, of twee, dan wel drie masten voeren! Ten sesden, wat Coers dezelven gesteld hebben! en Ten sevenden, wat voor Natie zij vermenen dezelven ge„ „weest te zijn! Waar na hun ook naar een pas zal gevraagd werden, die zij niet alleen zullen moeten, maar daar en boven de exacte visitatie hunner vaartuigen gedogen om te ontwaren, of zij niet met specerijen of andere verbodene waren beladen zijn, in welke gevallen zulke handelaars, alschoon van een pas voorzien, als ongepermitteerde lorrendra„ „ijers zullen moeten overmeesterd, en met hunne ladin„ „gen, onder behoorlijke Inventaris naar dit Hoofd Kasteel getransporteerd werden, 't geen ook geschie„ „den moet met alle suspecte natien van Boeginee„ sen 13 273 141. 273 135. „sen, Mandareesen, Maccassaren, Javanen, Teloppers Boetoenders, Tombokkers, Thedongers, Jullokkers, of volkeren van Borneo die alle omtrent onze Goudgevende Comtoiren en bezittingen niets te verrigten hebben, en in die Contrijen zig nit mogen vertonen. 14. De voornaamste schikkingen nopens de aanstaande Expeditie en Commissie bij de bovenstaande Artikelen beschreven zijnde, beveelen wij ULieden nog maar ern„ „stig en op het nadrukkelijkste, om de op het schip geplaatste Alfoeren, nevens derzelver Hoofden, met alle vriendelijkheid en zagtzinnigheit te behan„ „delen; mitsgaders in de nakoming van uwen pligt, en uitvoering onzer orders, als eerlievende en ge„ „trouwe Dienaren te gedragen, en uwe onderhorigen steeds met een goed Exempel voor te gaan, 't welk het principaalste is, wat wij UL: nog kunnen voorhouden; want dewijl men ommogelijk alle voor„ „vallen kan voorzien en de nodige bepaling daarom„ „trent maken, willen wij het overige liefst aan Ulie„ „der goed beleid en vigilantie overlaten dog teffens tot narigt bekend stellen, dat bij retour een duide„ „lijk en distinct rapport van uwe verrigtingen word verwagt, waar in de met UL: medevarende Assistent Jarich Herema van Vos den Boekhouder de Koning zal moeten assisteren. Na dat deze tot dus verre geconcipieert was, wierden wij den 11: hujus over Manado van Goron„ „talo en Quandang onder anderen geinformeert, dat niet alleen een vloot van Mangindanauwsche Roof vaartuigen naar de straat Bouton was geste„ „vend, om op onze naar Batavia vertrekkende vaartuigen ge 1 vaartuigen te kruissen, maar ook een groot getal derzelven nu al enigen tijd voor Gorontalo en af en aan kaap Talso gekruist, en al diverse vaartuigen weggenomen hadden. Deze zeer onverwagte tijding veroorzaakte ter„ „stond eene verandering in ons voornomen, zo ten aan„ „zien van de depeche der zeilvaardig gelegen hebbende Bark Jaccatra naar even gemelde Residentie, als omtrent de versterking van het schip Delfshaven, en de verdere dien bodem te vervellene magt op Ternaatsche Korraikorras. Ingevolge van dien hebben wij dus raadzaam en dien„ „stig geoordeeld, de ged„e Bark hier aantehouden, en de reeds daarin geladene Lijwaat-pakken en andere over den landweg transportabele goederen voor Gorontalo ten overvoer naar Quandang om van daar verder bezorgd te werden, te laten overschepen in uwen voornoemden Bodem, mitsgaders denzelven teffens te versterken, met nog Een honderd Alfoeren, en bij de bepaalde vier Korra korras, die in't vervolg op Manado moeten blijven, nog vier andere te voegen, op dezelfde wijze als de eerste, of ieder met vijftig koppen bemand: zo dat UE: tans van hier zullen vertrekken met seven honderd vijf en dertig uitgelezene manschappen, namelijk: Een honderd Europeesche zeevarenden, Een korporaal en Elf gemeene Europese Militairen, Een sergeant, een Korporaal en Elf gemeene Burgers, Twee honderd en tien Alfoeren op het schip, en Vier hondert Alfoeren en Macquianders op agt Korra korras; zijnde de gesuppeleerde drie honderd koppen even zodanig voorzien van Randsoen, als de ande„ „ren, behalven de Militairen en Burgers welke voor drie maanden gevictualieert zijn. En nadien UL: tegenwoordig zoo eene aan„ „zienlijke

← previousnext →