VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3556

Japan · 1,428 pages · 337 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3556_0848 view scan ↗

English

lawful government have made to come over; it seems that stubborn people do not yet wish to give it up, having only a few days ago again been roaming and marauding in the Poelembankieng district, although through the resistance of the subjects they were checked, who brought three heads here, among which one was recognizable as a chief, so that we shall be under the necessity, as soon as the roads are usable, to attack them once again in their old hiding place, where they have gathered de novo, as the only means to force them to lay down their arms, now that one finds after all that all secret overtures, for which I have left no opportunity unexamined, are just as fruitless as the attempts made to achieve something through expenditures of money, just as I have experienced this regarding the chief rebel Sankilang, for the capture of whom I had promised 2000 Spanish rixdollars to the Bone prince Arou Kaijoe, who showed himself quite inclined thereto under the most solemn promises and protestations of his goodwill and fidelity toward the Company; but who thereupon, under the pretext of being better able to lure him into the net at Boelecomba than here, departed thither, but from which nothing has come to this day, while he does not even speak about it anymore with the Resident Monsieur, to whom I had directed him in order to deliberate better on the matter with him, besides all of which it also comes into consideration that, having the force presently at hand, it would by no means be advisable to sit idle, the less so as the rebels continuously seek to gain new adherents, just as it is said that many Wadjo people have joined them again and that they intend to surprise our post at Bonthain after all, which may God forbid, granting us on the contrary to frustrate all their further treacherous undertakings through a glorious victory. As for what concerns the Kingdom of Bonij, I must not fail to inform Your Right Honourables how the King, having once again notified me on the 13th of November that he intended to depart with the standard of state to the interior, although I had protests made against this in the most serious terms both in writing and orally, nevertheless seemed to wish to execute that intention; but, after I summoned the grandees of the realm closer to me and held before them that I would leave the bad consequences that were to flow from this to their account and responsibility in case they persisted in their resolution, adding that from this I expected nothing less than a complete estrangement, indeed even a rupture of the mutual friendship, the King's own mother came shortly thereafter to inform me that her son had abandoned the journey, saying further, however, that he would now go for some time to Maros, as has indeed happened, and where he still remains, without my having been able with propriety to oppose it, as had previously been more customary, however much I might have wished to do so, because of the suspicion that the grandees collude with the rebels and provide them with provisions, for which they now have a better opportunity, being nearer thereto and out of sight from here, and at the same time to be able to play their part as long as the war lasts, by robbing and plundering both their own and the Company's subjects, of which one receives daily reports without the perpetrators being overtaken; in particular Datoe Baringang makes a business of the former, not only supporting the rebels with powder and lead, but also, as they say, with men; indeed, his Macassar father-in-law Craeng Bonto Panno and his son Craeng Bonto Nompo were at Bonto Bonto when the last action took place, which last-mentioned was shortly thereafter, without my prior knowledge, taken under protection at the Court of Bonij, regarding which I informed the King, who had notified me of this, of the impropriety that the Glarrang of Bontualacq, his lawful government have made to come over; it seems that stubborn people do not yet wish to give it up, having only a few days ago again been roaming in the Poelembankieng district, although through the resistance of the subjects they were checked, who brought three heads here, among which one was recognizable as a chief, so that we shall be under the necessity, as soon as the roads are usable, to attack them once again in their old hiding place, where they have gathered de novo, as the only means to force them to lay down their arms, now that one finds after all that all secret overtures, for which I have left no opportunity unexamined, are just as fruitless as the attempts made to achieve something through expenditures of money, just as I have experienced this regarding the chief rebel Sankilang, for the capture of whom I had promised 2000 Spanish rixdollars to the Bone prince Arou Kaijoe, who showed himself quite inclined thereto under the most solemn promises and protestations of his goodwill and fidelity toward the Company; but who thereupon, under the pretext of being better able to lure him into the net at Boelecomba than here, departed thither, but from which nothing has come to this day, while he does not even speak about it anymore with the Resident, to whom I had directed him in order to deliberate better on the matter with him, besides all of which it also comes into consideration that, having the force presently at hand, it would by no means be advisable to sit idle, the less so as the rebels continuously seek to gain new adherents, just as it is said that many Wadjo people have joined them again and that they intend to surprise our post at Bonthain after all, which may God forbid, granting us on the contrary to frustrate all their further treacherous undertakings through a glorious victory. As for what concerns the Kingdom of Bonij, I must not fail to inform Your Right Honourables

Dutch transcription

wettige Regeering hebben uijtgemaakt te doen bij komen; schijnt dat hartneckig volk het nog niet te willen opgeeven, nog voor weij„ „nige dagen op nieuw in het Poelembankiengse aan 't stroopen geweest zijnde, schoon zij door de tegenstand der onderdaanen het hoofd geslooten hebben die drie koppen, waar onder een als een hoofd kenbaar, hier bragten, zo dat wij in de noodzaekelijkheijd zullen weesen om zo dra de wegen bruijkbaar zijn hun ander„ „maal aan te tasten, in hun oude schuijlhoek, alwaar zij zig de novo verzaemeld hebben, als het eenigste middel om hun te dwingen tot het neederleggen der wapenen, nu men tog onder„ „vind dat alle aanzoek onder de hand, waar toe ik geens occasie hebbe onbezogt gelaeten, zo wel vrugteloos is als de gedaene ten„ „tamen om door geldspendatien iets uijt te werken, invoegen ik dit ondervonden hebbe omtrend den hoofd Rebel: Sankilang, ter opligting van den welken ik: 2000: Rijksd=s spaans hadde toegesegt aan den Bonijs Prins Arou Kaijoe, die zig daar hoe onder de plegtigste beloften en betuijgingen van zijne wil„ „meenentheijd en trouwe voor de Comp=e wel genegen toonde; maar die daar op, onder voorwendsel van denzelven te beter op Boele„ „comba in het net te zullen kunnen locken, als wel hier, der„ „waarts vertrocken dog waar van tot nu toe niets gekomen is, terwijl hij daar over zelfs niet meer spreekt met den Resident Monsieur aan wien ik hem g'addresseert hadde, ten eijnde de zaak met denzelven te beter 't overleggen, buijten al het welke nog in aanmerking komt dat men de magt thans aanhanden hebbende, het gantsch niet geraden zoude zijn stil te zitten, te minder de Rebellen nog al bij continuatie nieuwe aanhang tragten te maeken, zo als gezegt word dat veele wadjoreesen zig weeder bij hun gevoegd en zij het voorneemen zouden hebben om als nog onse Post te Bonthain t' overrompelen, dat god verhoede ons daar en tegen vergunnende alle hunne verdere verradelijke onderneemingen door een zegen rijke overwinning te verijdelen. wat nu het Rijk van Bonij betreft zo mag ik niet af uw Hoog Edelhedens te berigten, hoe 179. 661 hoe den Koning mij op den 13=e November andermaal hebbende doen weeten dat voorneemens was met de standaart van staat na de binnen Landen te vertrecken, schoon ik daar tegen zo wel schriftelijk als mondeling in de ernstigste bewoordingen deed protesteeren, dat voorneemen egter scheen te willen uijtvoeren dog, na dat ik de Rijksgrooten nader bij mij en hun voorgehouden hebbe gehad, dat ik de quaede gevolgen die daar uijt stonden voort te vloeijen voor hunne reekening en verantwoording zoude laeten, ingevalle zij bij hun besluijt bleeven volharden, onder bijvoeging dat ik daar uijt niet minder dan een volkomen verwijdering. Ja zelfs een verbreeking van de onderlinge vriendschap te ge„ „moet zag, zo kwam 's Konings eigen Moeder mij kort daar aan berigten dat haar zoon van de reijse had afgesien, verder egter zeggende dat hij als nu voor eenigen tijd na Maros zoude gaan, gelijk ook geschied is, en alwaar hij zig als nog onthoud, sonder dat ik mij daar tegen, als bevoorens meer ge„ „bruijkelijk geweest zijnde, met wel voeglijkheijd hebbe kunnen kan„ „len, hoe zeer ik zulks ook gewenscht hadde, ter oorsaake van het vermoeden dat de grooten met de Rebellen heulen en hun van vivres voorsien waartoe zij thans, als daar nader bij en hier uijt het oog zijnde, beter gelegentheijd hebben en teffens om zo lange den oorlog duurd hun personagie te kunnen speelen, door het rooven en plunderen zo van d' eijgene als 's Comp„s onder„ „daanen, waar van men dagelijks tijding krijgt, zonder dat de daaders t' agterhaalen zijn; insonderheijd maakt Datoe Baringang van het eerste zijn werk, de Rebellen niet al„ „leen met kruijt en loot ondersteunende maar ook zo men wil met volk, immers is zijn macassaarse schoonvader Craeng Bonto Panno en desselfs zoon Craeng Bonto Nompo op Bonto Bonto geweest; toen de laatste actie voorviel, welken laatstgenoemde kort daar aan, buijten mijne voorkennisse, bij het Hof van Bonij in protectie genomen is, waar omtrend ik de Koning, die mij zulks deed weeten, de ongevoeglijkheijd, die de Glarrang van Bontualacq, zijn 361 wettige Regeering hebben uijtgemaakt te doen bijk dat hartneckig volk het nog niet te willen opgeeve„ „nige dagen op nieuw in het Poelembankiengse geweest zijnde, schoon zij door de tegenstand der on hoofd geslooten hebben die drie koppen, waar ond hoofd kenbaar, hier bragten, zo dat wij in de n zullen weesen om zo dra de wegen bruijkbaar zij „maal aan te tasten, in hun oude schuijl hoek, de novo verzaemeld hebben, als het eenigste mid dwingen tot het neederleggen der wapenen, nu „vind dat alle aanzoek onder de hand, waar toe ik hebbe onbezogt gelaeten, zo wel vrugteloos is als „tamen om door geldspendatien iets uijt te wer„ ik dit ondervonden hebbe omtrend den hoofd Reb„ ter opligting van den welken ik: 2000: Rijksd=s sp. toegesegt aan den Bonijs Prins Arou Kaijoe, toe onder de plegtigste beloften en betuijgingen v „meenentheijd en trouwe voor de Comp=e wel genege die daar op, onder voorwendsel van denzelven te be„ „comba in het net te zullen kunnen locken, als „waarts vertrocken dog waar van tot nu toe niets gek hij daar over zelfs niet meer spreekt met den Resident wien ik hem g'addresseert hadde, ten eijnde de zaar te beter 't overleggen, buijten al het welke nog in aan dat men de magt thans aanhanden hebbende, het geraden zoude zijn stil te zitten, te minder de Re bij continuatie nieuwe aanhang tragten te maeken, word dat veele wadjoreesen zig weeder bij hun gevoed voorneemen zouden hebben om als nog onse Post t' overrompelen, dat god verhoede ons daar en tege alle hunne verdere verradelijke onderneemingen rijke overwinning te verijdelen: wat nu het Rijk Bonij betreft zo mag ik niet af uw Hoog Edelhed

NL-HaNA_1.04.02_3556_0851 view scan ↗

English

179. how the King, having again informed me on 13 November that he intended to depart for the interior with the standard of state, although I protested against it in the strongest terms both in writing and orally, nevertheless seemed to wish to carry out that intention; but, after I summoned the grandees of the realm closer to me and represented to them that I would leave the evil consequences that were bound to flow from this to their account and responsibility, in case they persisted in their decision, adding that I anticipated from it nothing less than a complete estrangement, indeed even a rupture of mutual friendship, the King's own Mother shortly thereafter came to inform me that her son had abandoned the journey, saying further, however, that he would now go to Maros for some time, as has indeed happened, and where he still remains, without my being able with propriety to oppose it, as had previously been customary, however much I might have wished to do so, because of the suspicion that the grandees are colluding with the Rebels and providing them with provisions, for which they now have a better opportunity, being closer thereto and out of sight from here, and at the same time to play their part as long as the war lasts by robbing and plundering both their own and the Company's subjects, of which reports are received daily without the perpetrators being traceable; in particular Datoe Baringang makes his business of the former, not only supporting the Rebels with gunpowder and lead, but also, as is said, with men; indeed, his Macassar father-in-law Craeng Bonto Panno and his son Craeng Bonto Nompo were at Bonto Bonto when the last action occurred, which last-mentioned shortly thereafter, without my prior knowledge, was taken under protection by the Court of Bonij, regarding which I certainly represented the impropriety to the King, who informed me of this, which the Glarrang of Bontualacq, his envoy, also agreed to; but I left the matter at that, so that Datoe Baringang might get all the less wind of my intention to apprehend him. To this end, should it be practicable, I shall spare no means, in the expectation that the prince himself will also be served thereby, considering that I have been told on good authority several times that His Highness complains exceedingly about his conduct. Nevertheless, I must confess that it will not be easy to carry out the matter, since he does not seem to consider himself safe and never appears in public without a numerous troop of armed men, who also continuously guard his house, so that although ignorant of the plot, he is on his guard; and if it were undertaken and should fail, it is certain that the consequences would be extraordinarily detrimental to the Company's interests and the safety of the inhabitants, particularly the Europeans, several of whom have already been killed by the treacherous Boniers during my presence here and since the war, in spite of strict discipline and the prohibition against going for walks outside the usual territory. Those of Sandrabonij have again paid 1008 on 27 October, and on 23 December another 293 Spanish rixdollars, besides two slaves, in reduction of their debt, but have also not paid any more since then, in spite of the earnest admonitions made for that purpose; which, combined with the illness of the king, which has hitherto prevented him from coming up with the grandees of the realm, is the reason that the Contract has not yet been able to be concluded and sworn to; nevertheless, I shall do my best to carry this into effect, and further add here how the reports from Wadjo dictate that over five hundred men of this nation are said to have come and settled under their chief at Tjinrana Bonij, having claimed that this was not done to cause molestation to the Boniers, unless the latter should initiate something against them, but because this place was common to both, which indeed agrees with the Contracts mutually concluded between both Realms; but that this nevertheless disquiets the Boniers not a little, I must conclude both from what was communicated to me by the Datoe of Soping, that one of the foremost Realm princes of Wadjo, who had departed for Passier some time ago, had returned with a quantity of ammunition, and from the question put to me by the Datoe of Sedeenring, on the occasion when he indicated to me a few days ago that he wished to make a journey to his inland states, how he was to behave toward the Wadjorese if they should commit any hostilities; besides that the Bonij Madanrang informed me some time before that Bonij was somewhat sickly, as they express it, that is, in embarrassment; but what will come of that, time must tell, while I have requested both the aforementioned Datoes not only to give me timely reports of the state of affairs, but also on their part, as Allies of Bonij and Wadjo as well as neighbors and friends of the latter, to do everything possible to prevent the War. Concerning the affairs on the other shore as well as the subjects in the Northern and Southern Provinces and those of Saleijer, there is nothing to report for this time, except that I hope soon to be able to re-establish the Post at Maros, which, owing to the early onset and hitherto continuous rainy weather, could not be done earlier, I hereby conclude this; your High Nobles' Illustrious Persons

Dutch transcription

179. hoe den Koning mij op den 13=en November andermaal hebbende doen weeten dat voorneemens was met de standaart van staat na de binnen Landen te vertrecken, schoon ik daar tegen zo wel schriftelijk als mondeling in de ernstigste bewoordingen deed protesteeren, dat voorneemen egter scheen te willen uijtvoeren dog, na dat ik de Rijksgrooten nader bij mij en hun voorgehouden hebbe gehad, dat ik de quaede gevolgen die daar uijt stonden voort te vloeijen voor hunne reekening en verantwoording zoude laeten, ingevalle zij bij hun besluijt bleeven volharden, onder bijvoeging dat ik daar uijt niet minder dan een volkomen verwijdering. Ja zelfs een verbreeking van de onderlinge vriendschap te ge„ „moet zag, zo kwam 's Konings eigen Moeder mij kort daar aan berigten dat haar zoon van de reijse had afgesien, verder egter zeggende dat hij als nu voor eenigen tijd na Maros zoude gaan, gelijk ook geschied is, en alwaar hij zig als nog onthoud, sonder dat ik mij daar tegen, als bevoorens meer ge„ „bruijkelijk geweest zijnde, met wel voeglijkheijd hebbe kunnen kan„ „len, hoe zeer ik zulks ook gewenscht hadde, ter oorsaake van het vermoeden dat de grooten met de Rebellen heulen en hun van vivres voorsien waartoe zij thans, als daar nader bij en hier uijt het oog zijnde, beter gelegentheijd hebben en teffens om zo lange den oorlog duurd hun personagie te kunnen speelen, door het rooven en plunderen zo van d' eijgene als 's Comp„s onder„ „daanen, waar van men dagelijks tijding krijgt, zonder dat de daaders t' agterhaalen zijn; insonderheijd maakt Datoe Baringang van het eerste zijn werk, de Rebellen niet al„ „leen met kruijt en loot ondersteunende maar ook zo men wil met volk, immers is zijn macassaarse schoonvader Craeng Bonto Panno en desselfs zoon Craeng Bonto Nompo op Bonto Bonto geweest, toen de laatste actie voorviel, welken laatstgenoemde kort daar aan, buijten mijne voorkennisse, bij het Hof van Bonij in protectie genomen is, waar omtrend ik de Koning, die mij zulks deed weeten, de ongevoeglijkheijd, die de Glarrang van Bontualacq, 661 zijn 361 zijn zendeling, ook toestemde; wel doen voorhouden, dog de zaak egter daar bij gelaeten hebbe, om Datoe Baringang, te minder lugt te doen krijgen van mijn voorneemen om hem te doen opligten. waar toe ik, zulks uijtvoerlijk zijnde, geen middelen ongespaerd zal laeten, in die verwagting dat den vorst daar meede zelfs zal zijn gediend, gemerkt mij van goeder hand meermaals is gezegt, dat zijn Hoogheijd zig over zijn gedrag ten hoogsten beklaagd, nogthans moet ik bekennen dat het niet mackelijk zal vallen de zaak uijt te voeren, vermits hij zig zelfs niet veijlig schijnt te oordeelen, en nimmer in 't openbaar verschijnt, zonder een talrijke troup: gewapende manschappen die ook bij Continuatie zijn huijs bewaaken, zo dat hij hoe wel onkundig van den toeleg op zijn hoede is, en wanneer die ondernomen wierd dog mislucken mogte, is het zeeker dat de gevolgen buijten gemeen nadeelig zouden zijn voor 's Comp„s belangen en de veijligheijd der Jn„ „geseetenen voornamentlijk d' Europeesen, waar van 'er ge„ „duurende mijn aanweesende alhier en zedert den oorlog al verscheijden door de verraedelijke Boniers zijn om het leeven gebragt, in weerwil van de strenge discipline en het verbod om buijten het gewoone territoir te gaan spanceeren. Die van. Sandrabonij hebben op den 27=e october weeder 1008. en den 23=e December nog 293. rijxd=s spaans, nevens twee slaaven in mindering van hun schuld, dog ook zedert niet meer vol„ „daan, in weerwil van de daar toe gedaane ernstige aanmaa„ „ning, het geen gevoegd bij de ziekte van den koning die hem tot nu toe heeft verhinderd met de Rijksgrooten op te komen, oor„ „saak is dat het Contract tot nog toe niet heeft kunnen gesloten en b'eedigd worden, nogthans zal ik mijn best doen om zulks werkstellig te maeken en hier wijders nog bijvoegen hoe de berigten Wadjo, dicteeren dat ruijm vijfhonderd koppen van deese natie zig onder uijt 363 180. onder hun hoofd te Tjinrana Bonij zouden hebben komen, neederzetten voorgegeeven hebbende dat zulks niet geschiede om de Boniers molest aan te doen, ten waare deese iets tegen hun beginnen mogten, maar om dat deese plaats aan beide gemeen was, het geen ook in der daad met de Contracten, onderling tusschen beijde Rijken gesloten, over eenstemt; dog dat dit des niet te min de Boniers niet weijnig ontrust diene ik te besluijten, zo uijt het mij door den Datoe van so„ „ping bedeelde dat eene der voornaamste Rijksvorsten van wadjo voor eenigen tijd na Passier vertrocken, was gerever„ „teerd met een meenigte ammunitie, als de mij gedaene vrage door den Datoe van Sedeenring, ter gelegentheijd dat hij mij voor weijnige dagen geleeden te kennen gaf een keer na zijne binnen landsche staaten te willen doen; hoe hij zig omtrend de wadjoreesen wanneer sij eenige vijandelijkheden mogten pleegen zoude te gedragen hebben! behalven dat den Bonijs Madanrang mij eenigen tijd bevoorens deed weeten dat Bonij eenigsints ziekelijk, zo als zij zig uijtdrucken, dat is, in verlegentheijd was: dan wat daar van worden zal moet de tijd keeren, terwijl ik de beide voornoemde Fatoes hebbe ver„ „zogt mij niet alleen van de gesteldheijd der zaeken in der tijd berigt te geeven, maar ook om van hunne kant als Bondgenooten van Bonij en wadjo mitsgaders der laatst„ „genoemden nabuuren en vrienden alles wat mogelijk zij in het werk te stellen om den Oorlog voor te komen. Nopens de zaeken aan D'overwal mitsgaders d' onderdaanen in de Noorder en zuijder Provintien zo wel als die van Saleijer voor ditmaal niets te melden vallende, als dat ik eerlange hoope in staat te zul„ „len zijn de Post te Maros te doen restabileeren, het geen mits het vroeg ingevallen en tot nog toe aanhoudend regen„ „weer niet vroeger heeft kunnen geschieden, zo besluijte ik deese hier meede; uw Hoog Edelhedens Jllustre Per„ „soonen 363 s berigten. zig

NL-HaNA_1.04.02_3556_0854 view scan ↗

English

commending the persons and the precious interests of the Company to God's safe keeping, I have the happiness, with the most perfect high esteem and all due veneration, respectfully to call myself, was undersigned, Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-ruling Lord and Noble, Severe Lords, lower, your High Excellencies' entirely humble and faithful Servant, was signed, Is. Is. van der Voort, in the margin, Macasser in Castle Rotterdam the 25th of March 1779. 365 181. To the same as before. Introduction. The efforts to restore peace have so far been fruitless. Having had the honor, in my humble last letter of the 25th of March ultimo, sent in duplicate via Java, briefly to inform your High Excellencies of the principal occurrences here, both with respect to the Rebels and otherwise, and thus of the then state of affairs, so I take the liberty, with the departure of the first direct vessel, as well to share all further events as dutifully to answer your High Excellencies' highly respected separate letters dated 19 and 21 December; making a beginning with that which concerns the Realm of the Macassars or Goa, regarding which I cannot fail, in the first place, to note that since the dispatch of my last letter I have indeed made all possible further exhortations through more than one channel to induce the grandees who constituted the legitimate Government to submit, in order to end the troubles in the most advantageous manner as promptly as possible, with such success that they had already allied themselves with one another for that purpose, as was alleged, but that nevertheless nothing has come of it thus far, because the Chief Rebel Sankilang, together with the former king Arou Mampoe and others, having been informed of this their intention, have prevented it; having occupied the roads in the mountains so that they could not pass through; which would also have caused me to execute the intention to attack those Rebels once again, were it not that the roads until now, on account of the long-continued rainy weather, were still impassable to march into the mountains with foot soldiers alone, much less with some, albeit light, Artillery which I deem useful to bring along, in order to inflict all the more damage upon them and, if necessary, to keep our men in the field for some days, which I still hope may be undertaken shortly and thereby, in addition to a severe blow to them, the objective may be reached that the aforementioned Batoe Salappangs, the electors, if such be their sincere 365 Reasons why the Chief Rebel C. S. has not been outlawed. A further bounty placed on his head, and also on that of others. sincere intention, come down hither to the former queen of Tello Craing Thaing, whom I have authorized to receive them, in order subsequently to be brought to me by Arou Pantjana, who has offered himself for that purpose, to negotiate the renewal of the peace, wherein I shall then not fail, in fulfillment of your High Excellencies' much honored intention, to cede to them the necessary places of residence outside Goa, with whose demolition work is still proceeding, and in case they should apply for the election of a new King, to consent thereto subject to your High Excellencies' approval, on condition that he is not related to the late Arou Palacca or her faction. Meanwhile, I would not have failed to immediately outlaw the other Rebels as well, namely Pankilang and Arou Mampoe, by a manifesto, in accordance with your High Excellencies' much honored orders, and publicly to place a bounty on their heads, but considering that one may much sooner expect to capture the first-mentioned, in whom the greatest interest lies, by working underhand, all the more so since he has already fallen into discord with the other, to such an extent that, as they say, he wished to separate from him, I have, as well for that reason as because Arou Mampoe is also related to Princes who mean well by the Company, such as among others Arou Pantjana, being his brother-in-law, in hopes of your High Excellency's favorable interpretation, postponed the issuance of such a manifesto, at least for the present, but on the other hand, besides the promised bounty to Arou Kaijoe, also promised two thousand Spanish Rixdollars to those of Poelembankeeng and to those of Glissong, in both of which provinces he has repeatedly come to rob in person, and who might perhaps obtain an opportunity to capture him, if they should deliver him up alive, which I hope may in time be successful, and likewise the capture of lesser persons, on whose heads a bounty has likewise been placed by me.

Dutch transcription

„soonen en de dierbaare belangen der Maatschappij in Godes veijlige hoede beveelende, en hebbe het geluk mij, met de vol„ „maakste hoog agting en alle verschuldigde veneratie, eerbiedig te noemen. /:onderstond:/ Hoog Edele groot Achtbaare, Gestren„ „gen, wijdgebiedende Heere en wel Edele Gestrenge Heeren: /:lager:/ uw Hoog Edelhedens gantsch onderdanige en getrouwe Dienaar, /:was geteekend:/: I=s I„s van der Voort, /:in mar„ „gine: / Macasser in 't Casteel Rotterdam den 25:=' Maart 1779. den vrug 365 181. Aan als vooren! Jnleijding den vreede zijn tot nog toe vrugteloos geweest. Bij mijne onderdanige laatste van den 25=e Maart passato, in duplo over Java afgesonden, d' eere gehad hebbende uw Hoog Edelhedens kortelijk het voornaamste te berigten, wat alhier, zo met opzigt tot de Re„ „bellen als andersints was voorgevallen, en dus van de doenmalige toe„ „stand van zaeken, zo neeme ik, mits het vertrek van het eerste direc„ „te vaartuijg, de vrijheijd alle de verdere gebeurtenissen zo wel te bedeelen als om schuldpligtig t' antwoorden op uw Hoog Edelhedens hoog gerespecteerde aparte letteren de datis 19: en 21:' December; een aan„ „vank maekende met het geen het Rijk der Macassaaren of Goa betreft, waar omtrend ik dus niet voor bij De pogingen tot hierstel van kan, in d'eerste plaats, te noteeren, dat ik zedert de afsending — mijner laatste door meer dan een Canaal wel nader alle mogelijke adhortatien hebbe gedaan, om de grooten die de wettige Regeering ƒ hebben uijtgemaakt te disponeeren om in submissie te komen, ten ƒ eijnde de onlusten op de voordeeligste wijse ten spoedigsten te doen ein„ „digen, met dat succes dat deselve zig daar toe zo als voorgegeven wierd met elkander reets verbonden hadden, dog dat 'er egter tot hier, toe niets van gekomen, is, ter zaeke den Hoofd Rebel San„ „kilang nevens de geweese koning Arou Mampoe en anderen van dit hun voorneemen onderrigt, het zelve belet hadden; de wegen in het gebergte bezet hebbende, zo dat zij er niet konden doorkomen; het geen mij dan ook reets het voorneemen zoude hebben doen te werk stellen, om die Rebellen andermaal aan te tasten, waare het niet dat de wegen tot nutoe, mits het lang aangehouden hebbende regenweder, nog onbruijkbaar waaren, om naar het gebergte met enkel volk te marcheeren, veel min met eenige, schoon ligte, Arthillerij die ik dienstig agte te doen meede voeren, om hun des te meer afbreuk te doen en d' onsen des nodig eenige dagen in het veld te kunnen houden, 't welk ik nog thans hoope dat binnen korten zal kunnen ondernomen en daar door dan ook, behal„ „ven een gevoelige neep aan deselve, het doelwit mogen bereikt worden dat de voormelde Batoe Salappangs /:de kiesheeren:/ zulks haar opregt 365 redenen waar om den Hoofd rebel C: s: met vogel vrij is ver„ „klaard. op zijn lijf nader een premie gesteld. en ook op dat van anderen. opregt voorneemen zijnde, herwaarts afkomen bij de geweese koninginne van Tello Craing Thaing, die ik gequalificeerd hebbe, haar t' ontfangen, ten einde vervolgens door Arou Pantjana, die zig daar toe heeft aan„ „gebooden bij mij gebragt te worden om over de vernieuwing van den vreede te handelen, zullende ik als dan niet manqueeren om, ter voldoening van uw Hoog Edelhedens veel g'eerde intentie, aan deselve, de nodige verblijf plaatsen, buijten goa, met welker slegting nog word voort„ „gevaeren, af te staan en ingevalle zij aansoek mogten doen om de verkiesing van een nieuwen Koning, op d' approbatie uwer Hoog Edelhedens daar in bewilligen, onder voorwaarde dat denselven niet vermaagdschap zij aan wijlen Arou Palacca of haaren aanhang, Ondertusschen zoude ik niet ingebreeke zijn gebleeven om ook ten eersten, over een komstig uw Hoog Edelhedens veel g'eerde ordres, de overige Rebellen met naeme Pankilang en Arou Mampoe, bij een manifest vogel vrij te verklaaren, en in het publicq een premie op derselver hoofden te stellen, maar considereerende dat men het bemag„ „tigen van den eerstgemelde, aan den welken wel het meeste gelegen legt, veel eer verwagten kan door onder de hand te werken, te meer hij met den anderen bereets in on-eenigheijd is geraakt, in zo verre dat hij, zo men zegt, van den zelven heeft willen separeeren, hebbe ik; zo uijt dien hoofde als ter oorsaeke dat Arou Mampoe ook vermaagd„ „schapt is aan Princen die het wel met de Compagnie meenen, so als onder anderen aan Arou Pantjana, zijnde desselfs swager; in hoope van Uw Hoog Edelheijts gunstige welduijding; de uijtvaar„ „diging van zodanige manifest, ten minste voor als nog uijtgesteld, dog daar en tegen behalven de beloofde premie aan Arou Kaijoe, aan die van Poelembankeeng en aan die van Glissong, in welke beijde provintien, hij meermalen in persoon heeft komen rooven, en die tot zijne opligting mogelijk wel eens occasie zoude kunnen krijgen, meede twee duijsend Rijxd=s spaans toegezegt, wanneer zij hem leven„ „dig mogten komen over te geeven, het geen ik hoope dat in der tijd van succes zal mogen zijn, en zo meede het opligten van minderen op welker lijven door mij almeede een premie is gesteld, „teert onder den „ de „cas hoofd den na

NL-HaNA_1.04.02_3556_0857 view scan ↗

English

182 367 the letter of the former king distributed. the Macassars who are under protection have chosen another leader. diverted from the intention to among whom is the Macassar Prince Craeng Bonto Nompo, brother-in-law of Datou Baringang, mentioned in my respectful previous report, who, received in submission at the Court of Bonij, is currently engaged in piracy; Meanwhile, I have had several translated copies distributed of the letter written by the former king on Ceijlon to his grandmother Arou Palacca, who has since died, in order thereby, if possible, to convince those who are still under the delusion that Sankilang is the same person of the contrary, and I shall otherwise make use when the opportunity arises of Your High Noble Honors' much esteemed authority, both to give a moderate gift to the victors for razing a portion of the walls of Goa, as well as to the Datou of Sedeenring, on account of his demonstrated assistance: Since what further remains to be noted regarding the Rebels is of no particular significance to detain Your High Noble Honors' much esteemed attention any longer; I note, in conclusion of this main part, only that the protected family of the late King provisionally accepted his son-in-law Craeng Bonto lancas as their head and communicated the same to me and requested my approval in that regard, and likewise to retain the Regalia which the deceased prince took with him upon his retreat from Goa, to which I have condescended in both matters, on the condition, however, that this should not tend to the prejudice of the others when making peace, with which they being particularly pleased, are also doing their best to persuade the Batoe Salappangs to make peace again with the Company, which I have shown them cannot but tend to their own best interest. Concerning the Empire of Bonij, having reported in my respectful latest dispatch that the King had allowed himself to be diverted by me from the intention to depart for the interior, I had not expected that he would apply for it again, but during a visit on the the king again diverted from going to the interior. 367 6th of the past month, for which I had invited him upon his request for an audience made about fourteen days previously, he made a renewed solicitation for it, without adding a single word: until after I had asked what the true reason for this might be, since he had informed me so shortly before that he had abandoned that journey. Whereupon he replied that, since reports dictated that the Wadjorese intended to make themselves masters of Tjinrana and Timoeroeng, he sought thereby to prevent this and thus all unrest, which gave me an opportunity as it were to inquire into the cause of the Wadjorese intention, regarding which neither he nor the Grandees of the Empire gave a satisfactory answer, whether they were truly ignorant of it or did not want to know, the latter of which, however, seems the most credible; after I had therefore pointed out to them that it was only too well known to me that the vexations of the Bonijse Princes in the interior must be regarded as the essential ground that had provoked the Wadjorese to assert their legitimate claim, if not to both of the aforementioned villages, at least to Tjinrana, and that it would therefore be best to settle matters amicably with them; I requested the prince for a private conversation, to which end he proceeded with me, accompanied only by the Madanrang, into my study, presenting to him therein everything I could think of to make him understand that by a departure to his inland residences he would place himself in greater danger than he supposed, and in particular that those who came to advise him to do so undoubtedly could have no good intention, therefore exhorting him still to abandon this intention of his, under a further serious assurance that I would not oppose his departure were it not out of a special consideration for his person and the true welfare of the Empire, for which he thanked me cordially, with the result that, after I had already received private reports thereof, he on the [illegible] of f.

Dutch transcription

182 367 den brief van den gewesen ko„ „ning verspreijd. de in protectie zijnde ma„ „cassaren hebben een ander hoofd verkoren. „teert van het voorneemen om onder dewelke zig bevind den Macassaars Prins Craeng Bonto Nompo, swager van Datou Baringang, bij mijne eerbiedige voorige vermeld, die aan het Hof van Bonij in submissie ontfangen zig thans met zee- „roverijen ophoud; Middelerwijle hebbe ik eenige translaat. afschrif„ „ten van den brief laeten verspreijden door den op Ceijlon zijnde gewee„ „sen koning aan zijn zedert overleeden grootmoeder Arou Palacca geschreeven, om daar door des mogelijk de zulke, die nog in den waan zijn, dat Sankilang de zelve persoon is; van het Contrarie te over„ „tuijgen, en zal voor het overige bij gelegentheijd gebruijk maeken van uw Hoog Edelhedens veel g'eerde qualificatie zo om een matig ge„ „schenk aan d' overwalders te doen voor het slegten van een gedeelte der wallen van Goa. als aan den Datou van Sedeenring, wegens zijne beweesene assistentie: Het geen verder omtrend de Rebellen te noteeren zoude vallen, van geen bijsondere aanmerking zijnde om 'er uw Hoog Edelhedens veel g'eerde attentie langer over op te houden; noteere ik ten besluij„ „te van dit Hoofddeel nog maar alleen dat de in protectie genomene famille van wijlen den Koning, desselfs schoon zoon Craeng Bonto „lancas voor hun hoofd bij provisie aangenomen en het zelve mij be„ „deeld en dierwegens mijne goedkeuring versogt hebbende en zo meede om de Rijksornamenten, die den overleeden vorst bij zijn retrai„ „te uijt Goa meede genomen heeft, aan te houden, ik in het een en ander hebbe gecondescendeert, onder voorwaarde nog thans, dat zulks, bij het maeken van vreede niet tot prejuditie van d' overige zoude strecken, waar meede zij bijsonder in hun schik zijnde, hun best meede doen om de Batoe Salappangs over te haelen met de Comp=e„ weeder vreede te maeken, die ik hun vertoond hebbe dat niet dan ' ten hunnen beste kan strecken. Ten belange van het Rijk van Bonij bij mijne eerbiedige Jongste hebbende gemeld dat den Koning zig, den koning op nieuw gediver„ door mij, hadde laeten diverteeren van het voorneemen om na de na de binnen landen te gaan. binnen landen te vertrecken, hadde ik niet verwagt dat hij daar toe weeder aansoek zoude hebben gedaan, dog in een visite op den 367 den 6=e der voorleedene maand, waar toe ik hem op zijn daar toe omtrend veertien dagen bevoorens verzogt acces hadde laeten nodigen, deed hij daar toe de novo sollicitatie, sonder 'er een enkel woord: bij te voegen, dan na dat ik gevraagd hadde wat dog de waare reden daar van wee„ „sen mogte, vermits hij mij zo kort bevoorens hadde doen weeten van die reijse te hebben afgesien. waar op hij gediend hebbende, dat vermits de berigten dicteerden dat de wadjoreesen voorneemens zouden weesen zig meester te maeken van Tjinrana en Timoeroeng, hij zulks daar door en dus alle onlusten tragte voor te komen, het geen mij gelegentheijd gaf om quasie na d' oorsaake van der wa„ „djoreesen voorneemen t' informeeren, waar omtrend hij zo min als de Rijksgrooten voldoend bescheijd kwamen te geeven, het zij dat zij 'er weesentlijk onkundig van waaren of het niet wee„ „ten wilden, welk laatste nogthans het geloofbaarste voorkomt; na dat ik hun dierhalven voorgehouden hadde hoe het mij maar al te wel bekend was dat de vexatien van de Bonijse Princen in de binnen Landen, als de weesentlijke grond moesten worden beschouwd die de wadjoreesen in het harnas hadden gejaagd, om hunne wettige pretensie, zo niet op beijde de gemelde negorijen, ten minste op Tjinrana te doen gelden en het dierhalven best zoude zijn om de zae„ „ken in der minne met dezelve bij te leggen; versogt ik den vorst tot een apart mond gesprek ten welken eijnde hij zig met mij, eenlijk van den Madanrang verzeld in mijn schrijfkamer vervoegde, hem in het zelve alles voorhoudende, wat ik maar uijt konde denken om hem te doen begrijpen dat hij zig door een vertrek na zijn binnenlandsche slaaten, in grooter gevaar zoude stellen als hij vermeende, en in 't bijsonder dat die geenen welke hem zulks kwa„ „men aan te raeden, buijten allen twijffel geen goede intentie konden hebben hem dierhalven vermaanende om van dit zijn voorneemen als nog af te zien, onder eene verdere serieuse verzeekering dat ik mij tegen zijn vertrek niet zoude kanten, als het niet was uijt eene bijsondere Consideratie voor zijn persoon en den waaren welstand des Rijks, waar voor hij hartelijk bedankte met dit gevolg dat hij mij na dat ik 'er onder de hand al berigt van gekreegen hadde, op den ver van ƒ.

NL-HaNA_1.04.02_3556_0859 view scan ↗

English

183 369 An embassy is to be sent to Batavia. Prohibition against the inhabiting of Tello. Further requested satisfaction concerning certain violence committed. Fruitless admonitions to the monarch regarding his cowardly government. let it be known on the 25th of last month that it was resolved to remain away from here, adding that now only the Samparadjaija, standard of state, would be sent, which I accepted merely as a matter of no importance for communication. While the Madanrang, entertained by me during the aforementioned visit regarding the failure to send a solemn embassy to Your High Nobles, promised that it was still to depart this year, for which it is said preparations are already being made and that the Tomilalang Arou oedjong will be at the head, which I hope the outcome may confirm, especially the latter since that Prince is still one of the best at the Court and shows respect for the Company, I shall then take the liberty to entertain Your High Nobles on such points as I, according to my humble knowledge, deem necessary and expedient to put affairs on a better footing than they are at present, if possible. In the meantime, indicating to His Highness whether this was commanded to me by Your High Nobles, I brought to his attention that since the Kingdom of Tello, both by the direct cession in the year 1686 and the most recent one of the year 1777 made by the present former Queen to those of Goa, as well as by the right of war, had fallen to the Company which had conquered it, I expected that he would forbid his people from settling there, as otherwise I would be forced to prevent it by force, which he answered with silence. On the other hand, regarding the satisfaction subsequently requested by me over the violence and robbery committed against a certain Chinese smith, of which I have made mention several times, he promised at the conclusion of his visit to consult with his grandees of state, though nothing has come of it yet, although I have reminded him of it again since that date and have repeatedly pointed out to him through the Datou of soping and through his own mother that as long as he adheres to such a cowardly form of government as he has done hitherto, he will never taste the pleasure 269 Negotiations concerning the subjugation of the former Goan Government. that a monarch over such a mighty realm as his could enjoy. But it seems that all such admonitions find little reception, and this is without doubt especially to be attributed to the cowardice of the Madanrang, who is his principal favorite, who it is said would gladly see Datou Baringang dismissed from the office of Pongauwa, but lacks the courage to effect this, however desirable this would be for Bonij itself, and even more that he could be removed entirely out of the way. From the side of the Company, however, I consider this as yet too delicate a matter to undertake lightly, since in my humble opinion greater mischiefs would be expected from it than appears outwardly, not to mention the difficulty of execution on account of the reasons cited in my respectful recent dispatch, among which is especially to be counted that as Pongauwa he has all the muskets under his control, including those lent by the Company to the realm, which I have indeed reclaimed anew from the King, who also promised it, but of which likewise nothing has come. Regarding the Principality of Ihaing, belonging to the former Queen of Tello named Craeng Carawisie, who resides at the village of that same name situated directly opposite Goa, having already noted hereinbefore that the Batoe Salappangs, or the Macassar Government, if they should wish to submit, will be received there in order subsequently to be brought to me, I must further report regarding this that I took this course, namely to induce the princess to do so, upon the proposal of the Sanets Prince Arou Pantjana, entailing asking her to send an emissary to those Grandees, on the occasion of a conference held with him in which he requested my permission to send an emissary solely to his brother-in-law Arou Mampoe in order to persuade him to submit, which I politely declined, pointing out that I do not enter into negotiations with private individuals.

Dutch transcription

183 369 er staat een gezantschap na Batavia te worden gezonden. verbod tegen het bewoonen van Tello. nader gevraagde satisfactie over zeker gepleegd geweld. vrugteloose vermaningen aan den vorst omtrend zijne laffe Regeering. den 25=e passato weeten liet geresolveerd te zijn van hier te zullen blijven, en bijvoeging als nu enkel de Samparadjaija /:standdaart van staat :/ te zullen zenden, dat ik als een zaak van geen de minste Consideratie voor Communicatie aangenomen hebbe. terwijl den Madanrang in de voormelte visite door mij onderhouden, over het versuijm van het zenden van een plegtig gezantschap aan uw Hoog Edelhedens toegezegt heeft dat het nog in dit Jaar stond te vertrekken, waar toe men wil dat bereets ook preparatien ge„ „maakt worden en dat den Tomilalang Arou oedjong, aan het hoofd zal weesen, het geen ik hoope dat d' uijtkomst bevestigen mag, in son„ „derheijd het laatste vermits dien Prins nog al een van de beste is die zig aan het Hof bevind. en voor de Compagnie agting betoond zullende ik als dan de vrijheijd neemen uw Hoog Edelhedens t' onderhouden over zodanige poincten als ik naar mijne geringe kennisse sal ver„ „meenen nodig en dienstig te weesen, om waare het mogelijk de zae„ „ken op een beteren voet te brengen dan ze tegenwoordig zijn. Ondertusschen hebbe ik zijn Hoogheijd onder te kennen gave of mij zulks van uw Hoog Edelhedens waare bevolen, onder het oog ge„ „bragt dat vermits het Rijk Tello; zo door de directe afstand in A„o 1686. en de Jongste van A„o 1777. door de presente geweese Koninginne aan die van Goa gedaan; als door het regt der oorlogs aande Comp=e vervallen was die het zelve overwonnen hadde, ik ver„ „wagten wilde dat hij de zijne verbieden zoude, zig daar needer te zetten, dewijl ik bij het tegendeel genoodzaakt zoude weesen zulks feijtelijk te beletten dat hij met stilswijgen b'antwoorde; daar en tegen op de vervolgens door mij gevraagde satisfactie over het ge„ „weld en den roof gepleegd bij zeekeren Chinees Smit, waar van ik meermaelen hebbe vermaan gedaan, ten besluijte van zijne visite beloovende dierwegens met zijne Rijksgrooten te zullen raad„ „pleegen, waar op egter nog niets gevolgd is, schoon ik hem sulks na dato alweeder zo wel hebbe laeten herinneren, als door den Datou van soping en door zijn eigen moeder meermaels doen voorhouden dat zo lange hij bij een zo laffe Regeerings form blijft als hij tot hier toe gedaan heeft hij nimmer het genoegen sal 269 onderhandeling over het in submissie brengen van de gewese goase Regeering. sal smaaken dat een vorst over een zo magtig Rijk als het zijne genieten konde; dog het schijnt dat alle diergelijke vermaaningen weijnig ingang vinden en sulks is buijten twijfel ook insonderheijd t' attribueeren aan de lafhartigheijd van den Madanrang, dat zijne voornaemste lieveling is, die zo men zegt wel gaarne zoude zien dat Datou Baringang van het ampt van Pongauwa wierd ontzet, dog geen moed genoeg. heeft om zulks te bewerken, hoe zeer dit voor Bonij zelfs wensche„ „lijk waare en nog meer dat hij geheel uijt den weg konde geruijmt worden, dat ik van de zijde der Comp=e egter voor als nog een te netelige zaak agte om z' ligtveerdig te onderneemen, vermits daar uijt na mijne geringe begrip grooter onheijlen zouden te verwagten zijn als het zig voor het uijterlijke laat aansien; om niet te gewagen van de moeijelijkheijd der uijtvoering uijt hoofde van de redenen bij mijn eerbiedige Jongste aangehaald, onder dewelke insonderheijd te reekenen zij dat hij als Pongauwa alle de geweeren onder zig heeft waar onder ook die door de Comp=e aan het Rijk geleend: dewelke ik van den Koning wel de novo hebbe doen te rug vorderen, die het zelve ook beloofd heeft maar waar van almeede niets gekomen is. Nopens het Prinsdom Ihaing: gehoorende aan de geweesene Koninginne van Tello genaemd Craeng Carawisie, die haar verblijf houd op de negorij van dien zelven naam en gelegen regt over Goa, hier vooren reets genoteerd heb„ „bende dat de Batoe Salappangs of de Macassaarse Regeering, wanneer zij in submissie mogten willen komen aldaar zullen worden ontfangen, om vervolgens bij mij te worden gebragt, moet ik daar omtrend nog melden hoe ik deesen weg, namentlijk om deselve door de vorstinne daar toe te beweegen, hebbe ingeslagen op den voorstel van den Sanets Prins Arou Pantjana, behel„ „sende om haar te versoeken een bezending aan die Grooten te doen, ter gelegentheijd van een met hem gehoudene Conferentie, in welke hij mijne permissie verzogt om eenlijk aan sijn swager Arou Mampoe een zendeling te zenden ten eijnde denzelven over te hae„ de „len om zig t' onderwerpen dat ik beleefdelijk ontlegt hebbe onder vertooning hoe ik met geene bijsondere persoonen in onderhandeling staa nade „

NL-HaNA_1.04.02_3556_0861 view scan ↗

English

1841. 371 State of affairs with Sandrabonij Attempts to prevent war with Bonij. Disadvantageous reports concerning the Wadjorese and others regarding the Company and Bonij. Of the national debt of Sandrabonij, nothing has been paid since my last report, in spite of the most earnest admonitions, which are made repeatedly, and the continuous pretenses of the King and the grandees of the realm that they are doing their best to collect money, indeed that they are actually engaged in this, as well as in the leveling of the ramparts, which is also proceeding hesitantly. The prince also still pretends to be ill and unable to come here in person; however, I intend to send the chief interpreter, who is currently on a mission to the Northern province, there shortly, to urge him to do so and to achieve a prompt and complete settlement, as well as the razing of the ramparts, in order subsequently to conclude the contract. With respect to Wadjo, I made mention in my respectful last letter, as well as here above, of the dispute between this realm and that of Bonij over the villages of Tjinrana and Timoerong, and how I had requested both the Datoe of Soping and the one of Sedeenring to use their good offices to divert the Wadjorese from committing hostilities. The last-mentioned has since informed me by a letter on the 6th of the past month that they were already actually sending out parties to raid into Bonij territory, asking me in addition how he should conduct himself in this regard, in reply to which I repeated my previous urgent plea in the most emphatic manner, and since then I have also been in conversation about this chapter with Arou Pantjana, who promised me that he would use his utmost endeavors to prevent the war between these realms through the channel of his brother-in-law Arou Betting Pola, one of the principal princes of the country, whose son, he said, presently held the government in his hands, and from which he promised himself good success, which I hope to see confirmed by the outcome; notwithstanding the intentions of the Wadjorese, from the reports communicated to me by the Datoe of Soping, that it would not stop at a rupture between these realms, but that an even bloodier war was to be feared, to be found in his letter transmitted under the enclosures, in which he says to have learned that the Wadjorese alongside the Datou of Sedeenring were intending to wage war against Bonij and the Company, and that they had also solicited not only the Mandharese but also the English for that purpose, and that the last-named were about to arrive in the province of Maros to confer with one another about the execution of their plan; regarding which, however, I cannot omit to note that at the close of that letter he mentions how during his last stay in Goa, which was in November of the past year, he had been told by the Datou of Sedeenring that a heavy war was at hand, and indeed against the English and the Wadjorese, with the addition that it would take long if it stayed away for another three months; for besides the fact that I should reasonably have expected that, this pretense being true, he would have brought this to my knowledge immediately, he did not mention a word about this during his subsequent visit on the 4th of the past month; only upon my question whether he had heard anything of importance, having served that he had heard that those of Wadjo had summoned the Bonij Prince Latila, a son of the late former Pongauwa Lacasie, who died since or rather in the latter part of the previous month, to use him as army commander; which is likewise completely improbable; for the reason that it is known that his father was extremely hated by the Wadjorese, and he would as little have betaken himself among them in time of war as they would have placed confidence in him; so that from this it also appears that these reports merit no belief, nevertheless a similar story was told to me by the Bonij Prince Tosarassa on the occasion of a secret visit on the 5th of May, but also accompanied by many more details, as according to his statement Wadjo, Sandrabonij, Sedeenring, the Regentess of Thaing, and the Rebel TanKilang had allegedly concluded an alliance to wage war against the Company and Bonij, for which purpose those of Passir and the Mandhaar had also been solicited, while one Torewa, alias Batjoe Paneki, being a

Dutch transcription

1841. 371 staat der zaken met Sandrabonij pogingen tot preventie van oorlog met Bonij. nadeelige berigten wegens „sen en anderen omtrend de Comp=e en Bonij. van de Rijksschuld van Sandrabonij is zedert mijne laatste nog niets voldaan, in weerwil van de aller ern„ „stigste aanmaningen, die bij herhaeling gedaan worden, en de geduurige voorgeevens van den Koning in Rijksgrooten dat z' hun best doen om geld te versamelen Ja daar meede werkelijk bezig zijn gelijk ook met het slegten der wallen, dat ook almeede schoorvoetende gaat. ook wend den vorst als nog voor ziek en buijten staat te zijn in per„ „soon herwaarts te komen; egter ben ik voorneemens den oppertolk, die thans in Commissie na de Noorder provintie is, eerlange der„ „waarts te zenden, om den zelven daar toe en tot een spoedige Com„ „pleete voldoening mitsgaders het afwerpen der wallen aan te spoo„ „ren ten eijnde vervolgens het contract te sluijten. Ten Aansien van Waajd hebbe ik bij mijne eerbiedige Jongste zo wel als hier vooren gewag gemaakt van de twist tusschen dit Rijk en dat van Bonij over de negorijen Tjinrana en Timoerong en hoe ik den Datoe van Soping so wel als die van sedeenzing verzogt hadde hunne goede officiën aan te wen„ „den om de wadjoreesen van 't pleegen van vijandelijkheden te diverteeren; den laatstgemelde heeft mij zedert bij een brief den 6=e der voorleedene maand bedeeld dat zij bereets werkelijk parthijen uijtzonden, om in het Bonijse te stroopen, mij daar bij vragende hoe hij zig daar om„ „trend zoude hebbe te gedragen in antwoord van het welke ik mijne voorige instantie op het nadruckelijkste hebbe herhaald, en zedert ben ik ook met Arou Pantjana over dit Chapiter in discours geweest, die mij toezegging gedaan heeft zijn uijterste devoiren te zullen aanwenden om den oorlog tusschen deese Rijken te pre„ „venieeren, door Canaal van zijn swager Arou Betting Pola, een der voor„ „naamste Lands vorsten, wiens zoon hij zeijde dat thans het bestier, in handen hadde, en waar van hij zig een goed succes beloofde, dat ik hoope door d' uijtkomst bevestigt te zullen mogen zien; in weerwil de voornemens der wadjoree, van de berigten mij door den Datoe van soping bedeeld, dat het bij een rupture tusschen deeze Rijken niet blijven zoude, maar 'er een nog bloediger oorlog te vreesen was, te vinden bij zijn brief onder onderhandeling konde treeden.. de 371 nader gerugte daar omtrend. de bijlagen overgaande, waar bij hij zegt vernomen te hebben dat de wadjoreesen nevens den Datou van sedeenring voorneemens zouden zijn Bonij en de Compagnie te b'oorlogen en zij daar toe ook niet alleen de Mandhareesen maar ook d' Engelschen hadden aan„ „gezogt, en dat de laatstgenoemde in de provintie Maros stonden te komen om met elkander over d' uijtvoering van hun ontwerp te beraadslagen; waar omtrend ik egter niet voor bij kan aan te merken dat hij in 't slot van dien brief meld hoe hem bij zijn laatste aanweesen te goa, dat geweest is in November des voorleeden Jaars, door den Datou van sedeenring was verhaald dat 'er een swaeren oorlog op handen waare en wel tegens de Engelschen en de wadjoreesen, met bijvoeging dat het lange zoude zijn als dezelve nog drie maanden uijtbleef; want behalven dat ik billijk had moeten verwagten, dat dit voorgeeven in waarheijd bestaande, hij mij zulks aanstonds ter kennisse zoude hebben gebragt, zo heeft hij in zijn daar op gevolgde visite op den 4=e der voorleedene maand van het een en ander geen woord gerept; eenlijk op mijne vrage„ of hij niets van belang gehoord hadde! gediend hebbende vernomen te hebben dat die van wadjo, den Bonijs Prins Latila, een zoon van wijlen den geweese Pongauwa Lacasie, die zedert of wel in 't laatst der voorige maand overleeden is, zouden ont„ „boden hebben om hem als Leger hoofd te gebruijken; dat al meede buijten alle waarschijnlijkheijd is; ter oorsaake het bekend zij, dat zijn vader bij de wadjoreesen ten uijtersten is gehaat geweest, en hij zig onder haar in oorlogs tijd zo min begeeven als zij op hem ver„ „trouwen gesteld zouden hebben; zo dat ook hier uijt blijkt dat deese berigten geen geloof miriteeren, nogthans is mij door den Bonijs Prins: Tosarassa, ter gelegentheijd van een geheime visite op den 5=e Meij, niet alleen een zoort-gelijke verhaal ge„ „daan, maar ook nog met veel meer omstandigheden verzeld, alzo volgens zijn zeggen wadjo, Sandrabonij, Gedeenring, de Regen„ „tinne van Thaing en den Rebel TanKilang, eene alliantie zouden hebben gesloten om de Compagnie en Bonij te b'oorlo„ „gen, waar toe ook die van Passir en de Mandhaar waaren aan„ „„gezogt, terwijl eenen Torewa, alias, Batjoe Paneki, zijnde een

NL-HaNA_1.04.02_3556_0863 view scan ↗

English

165. Mandhaar compensation for the bark de Vrijheijd will be insisted upon. a son of the notorious Matoa of the Wadjorese, Arou Paneki, would lead the troops, and furthermore that the Wadjorese had also invited the English of Bancahoeloe, where a certain Moestakool, the same one mentioned in earlier times in the papers, is currently governor or chief, to come to their aid against Bonij, offering the two aforementioned negorijen Timoeroeng and Tjinrana. However, the English answered in writing that they could provide no assistance as long as the King of Bonij remained at Macasser, but in case they could lure him into the inland areas, help would then be sent to attack Bonij and meanwhile also Bonthijn, while Batjoe Paneki and those of Passir, together with the Mandhars, would simultaneously begin against the Company. What may be the truth of these rumors cannot be determined, but must be awaited with time, as I have also pointed out to the mentioned Tosarassa, while thanking him for his report, adding that none of them could make me fearful, since I was prepared and provided with everything necessary to await all enemies of the Company, in the confidence that Your Excellencies would triumph over them no less than over the Macassars. Meanwhile, such new reports are nonetheless, in my humble opinion, no favorable omens of the so dearly desired restoration of peace, which Heaven be prayed mercifully to grant. Regarding Mandhaar, it is only to be noted that I shall not fail, still in accordance with Your High Excellencies' wishes, to insist on the restitution of the value of the bark de Vrijheijd whenever an opportunity for it should ever arise. Boulon yielding no matter for discussion this time, I herewith proceed to that which concerns the The rulers on the opposite shore are at peace and mutual harmony. overseas kingdoms, among which those of Bima, Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat, continue both in good mutual harmony and in their faithful adherence shown thus far to the Company, having even given renewed assurances thereof to Commander Lecerf in a conference held with him, promising to send auxiliary troops again whenever they should be needed. Meanwhile, the said Commander has been instructed, in accordance with Your High Excellencies' honored order, to carry out cruising operations to counter illicit trade. On the other hand, however, those of Sumbauwa still persist in their previous bad conduct, although the Commander informed me in a letter of the 26th of last month that the first Regent of the Kingdom, together with two other notables, as I must deduce from his writing, were soon to depart hither as envoys. If this proves true, it might indeed bring about some change for the better, the more so as the King now entirely denies having sent hither the Tomilalang Craeng Bilaadje, who was killed in the action of the 10th of November, pretending that the office had immediately been given to another after his departure; and he might well have been brought to the idea, through the conquest of Goa, that it could someday apply to him as well, for which, in case it should still be necessary, I shall endeavor to make use of Your High Excellencies' highly honored authority. However, those of Sumbauwa still persist in their previous bad conduct, although hope of improvement appears. Return of two women and two children sent hither by the rebels. Order given to collect the cannons of Aschat. Meanwhile, I have informed the aforementioned Commander that, with regard to Balij and Palemparang, he shall henceforth not have to concern himself further than the reclamation of the cannons recovered there from the wreck of the ship Aschat, which the rulers have since informed me are to be found there to the number of seven, offering their restitution whenever I would have them collected, since they had no vessels to send them, which was then also commanded to the Commander. Beside their letter, which breathes nothing but expressions of sincere loyalty and friendship toward the Company, they have sent back to Bima

Dutch transcription

165. Mandhaar op de vergoeding van de bark de vrijheijt sal worden aan„ „gedrongen. een zoon van den berugte Matoa der wadjoreesen Arou Paneki de troupen zoude opvoeren, mitsgaders dat de wadjoreesen ook d' Engel„ „schen van Bancahoeloe, alwaar eenen Moestakool, / den zelven waar van in vroegere tijden bij de papieren is mentie gemaakt:/ thans gouverneur of hoofd waare, hadden doen inviteeren om hun tegen Bonij te hulp te komen onder aanbieding van de twee hier vooren ge„ „melde Negorijen Timoeroeng en Tjinrana, dog dat daar op door de„ „selve ingeschrifte tot antwoord gediend was; dat zij geen assistentie verleenen konden zo lang de Koning van Bonij zig op Macas„ ser onthield, maar ingeval zij hem in de binnen Landen konde loc„ „ken 'er als dan hulp gezonden zoude worden, om Bonij en intus„ „schen ook Bonthijn aan te tasten, terwijl Batjoe Paneki en die van Passir nevens de Mandharen te gelijk tegen de Comp=e zouden beginnen; wat 'er dierhalven van deese gerugten zij, is. niet te bepaelen, maar diend van den tijd te worden afgewagt, zo als ik den gemelde Tosarassa, onder dank betuijging voor dies be„ „deeling, ook voor gehouden hebbe, met bijvoeging dat geen der zelve mij bevreest maeken konden; also ik gereed en van al het nodige voor„ „sien was, om alle vijanden van de Compagnie afte wagten, in dat vertrouwen dat haar Edele, over deselve niet minder dan over de Ma„ „cassaaren zoude triumpheeren; ondertusschen zijn diergelijke nieuwe tijdingen evenwel naar mijne geringe opinie, geene gunstige voor„ „boden van de zo zeer gewenschte herstelling van den vreede die den Hemel gebeden zij, genadig te schenken. Ten belange van eenlijk te noteeren vallende, dat ik niet versuijmen zal, als nog in„ „gevolgens uw Hoog Edelhedens begeerte aan te dringen op de resti„ „tutie der waarde van de Bark de vrijheijd, wanneer daar toe maar immer gelegentheijd mogte voorkomen Boulon ditmaal geen stoffe ter verhandeling opleverende, treede ik hier meede over tot het geene de Overwalsche Rijken betreft, onder welke die van Bima, Dompo 373 275 En de vorsten aand' overwal zijn in vrede en onderlinge een„ „dragt. dog die van sumbauwa blijven nog bij hun voorig kwaad gedrag schoon sig hoope van beter„ „schap opdoet. terug komst van twee vrouwen in twee kinderen door de Rebellen herwaarts gezonden. Dompo, Tambora, Sangar en Pekat, onder den anderen zo wel in een goede eendragt blijven volharden als in hunne tot hier toe betoonde trouwe aankleeving tot de Compagnie daar van zelfs op nieuw verseekering aan den Commandant Lecerf gedaan hebbende, in eene met dezelve gehoudene Conferentie, onder belofte wanneer men zulks weeder benodigde andermaal hulp troupen te zullen zen, „den, terwijl gemelde Commandant over een komstig uw Hoog Edelhedens g'eerd bevel aangeschreeven is om de bekruijssingen tot tegengang van den sluijkhandel te doen gevolg neemen; Dog daar en tegen blijven die van Sumbauwa nog in hun voorig gedrag volhar„ „den, alhoewel den Commandant mij bij een brief van den 26=e der voor„ „leeden maand bedeeld, dat den eersten Rijksbestierder, nevens twee an„ „dere grooten, zo als ik uijt zijn schrijven diene, op te maeken, eerlange als gezanten herwaarts stonden te vertrecken, het geen bewaarheijd wordende, wel eenige verandering ten goede zoude kunnen uijtwerken, te meer den koning de herwaarts zending van den Tomilalang Craeng Bilaadje, die in de actie van den 10=e November is gesneuveld, thans vol„ „strekt ontkend, voorgeevende dat het ampt na zijn vertrek al aanstonds aan een ander gegeeven was; en hij door de overwinning van Goa wel in het denkbeeld zoude kunnen zijn gebragt, dat het hem, t' eeniger tijd meede wel eens konde gelden, waar toe ik in geval zulks als nog nodig mogte zijn, van uw Hoog Edelhedens hoog g'eerde qualificatie gebruijk zal tragten te maeken. Ondertusschen hebbe ik den meermelden Commandant ter kennisse gebragt dat hij ten aansien van Balij en Palemparang zig voor het vervolg niet werder zal hebben te tot afhaal van de Canons bemoeijen, dan de te rug vordering der Canons, aldaar uijt het wrak, van Aschat ordre gegeven. van het schip Aschat opgevist, die de vorsten mij zedert be„ „deeld hebben dat aldaar ten getalle van zeven zouden te vinden zijn, onder aanbod van dies restitutie wanneer ik z' wilde doen afhaelen, also zij geen vaartuijgen hadden om deselve te zenden, 't welk den Commandant dan ook aanbevoolen is. Nevens hunnen brief, die niet dan betuijgingen ademt van opregte trouwe en vriend„ „schap tot de Maatschappij, hebben zij na Bima terug gezonden een rei de in „ in 80 2

NL-HaNA_1.04.02_3556_0865 view scan ↗

English

186. 375 Reiteration of the order to maintain friendship with the princes. In the Company's lands it is reasonably peaceful. Preparations for the construction of the post. And that in stone. a Christian and a Mohammedan woman, together with two Christian children, captured by the rebels during the surprise attack on Maros, and sent thither by Sankilang, for which I, in answering him, expressed friendly thanks and likewise recommended the Commandant to do the same, with a reiteration of what had previously been written to him, to cultivate outwardly friendship with those princes in order to be able thereby to learn continually what goes on in those realms. Concerning the Company's lands and subjects, where the peace remains reasonably stable, although nevertheless the posts are kept in as good a state of defense as our power allows, I have the honor to bring to Your High Noblenesses' knowledge that, having proceeded to Maros in the latter part of the month of April, where I found the old post with all the buildings that stood in it and likewise the Governor's residence completely destroyed, I temporarily had the terrain for a new redoubt occupied with palisades, and placed therein a detachment of fifty Europeans together with two companies of Madurese, provided with ten pieces of cannon and two howitzers, in order to withstand all attacks by enemies or treacherous feigned friends, until such time as the post itself shall have been rebuilt again; regarding which, it having been taken into consideration by me that the supply of timber by the respective regents is diminishing more and more, from which it can be inferred that to obtain what was used for the aforesaid work I had to have the most earnest admonitions given daily for virtually a whole year, besides that what is delivered is still mostly unsuitable, and that they also not without reason complain that providing it is difficult, because having to be cut far in the mountains it cannot be brought down except with the utmost difficulty, I have therefore, in the hope of Your High Noblenesses' most favorable approval, judged it best, besides the buildings, also 375 2 Likelihood of defraying the costs. The collection of the tithe is to be carried out again. Difficulties and advantages regarding this. The recruitment of men for Ceylon has not yet been possible. also to have the curtains in the two whole and two half-bastions of which the little fort consists—and which for the rest will turn out smaller than the previous defective redoubt—built of stone, and regarding which I not only assure Your High Noblenesses most sincerely that all possible economy will be observed, but whose costs I flatter myself will in time easily be found, since I shall try to dispose the regents to contribute a proportionate share in money, rice or paddy for the timber which they have hitherto been obliged to deliver, but which has always proceeded defectively, and whenever one has wanted to correct them about it, has had bad consequences (which is why I have never wished to proceed thereto), which I would have already put into effect, having summoned them for that purpose before my departure thither, but most of them not having appeared until after I had departed again, while I had meanwhile permitted the others to return home to attend to their affairs, this had to be postponed until a further occasion, or rather until the time of the collection of the tithes, which I have made known everywhere is to take place again this year, and which I heartily wish and also hope can be carried out successfully, although I do anticipate some difficulties with the Bonians, who have appropriated many rice fields belonging to the subjects and whom one cannot let be in that regard, being able to report that many of them, convinced of their vile conduct, seem to be seized by the fear that one might well make them pay for this; at least all the little princes who stayed at Maros, the night after I arrived there in the afternoon, sailed down the river with bag, baggage, wives and children, and all the subjects who were still detained by others returned to their own regents. However much greater peace now prevails than previously, I have nevertheless not yet been able to comply with Your High Noblenesses' highly esteemed order to recruit two hundred men for Ceylon, because those of the northern provinces are the least to be moved thereto and moreover, besides the outrages of the Bonians together with those of the southern districts Poelembankeeng and the of

Dutch transcription

186. 375 reiteratie der ordre om met de vorsten vriendschap te houden. in Comp„s landen is het la„ „melijk in rust. toebereidselen tot het bou„ „wing van de Post. en wel van steen. een Christen en een Mahomethaanse vrouw, nevens twee Christen kinderen, door de Rebellen bij d'overrompeling van Maros gevan„ „gen gemaakt, en door Sankilang derwaarts gezonden, waar voor ik in b'antwoording van dien vriendelijk bedankt en den Commandant het zelve insgelijks te doen gerecommandeerd hebbe, met reitiratie van het hem bevoorens geschreevene, om de vriendschap voor het uijterlijke met die vorsten te Cultiveeren ten einde daar door steeds te kunnen er„ „vaaren wat 'er in die Rijken omgaat. 'S Compagnies Landen en onderdaanen aangaande, alwaar de ruste nog tamelijk bestendig blijft, schoon des niet jegenstaande de posten in een zo goede staat van defensie gehouden worden als onse magt toelaat, hebbe ik d' eere uw Hoog Edelhedens ter ken„ „nisse te brengen, dat ik mij in het laatst van de maand April na Maros hebbende begeeven, daar ik d' oude Post met alle de gebouwen die 'er in hebben gestaan en zo meede des Gouverneurs wooning geheel verwoest vond, bij provisie het terrein voor een nieuwe veld „schans, met pallisaden hebbe doen bezetten, en daar in gelegt een Commando van vijftig Europeesen nevens twee Compagnien Madu„ „reesen, voorsien van tien stucken Canons en twee hauwitsen, om voor alle aanvallen van vijanden of verraderlijke schijn vrien„ „den bestand te zijn, tot tijd en wijlen de post zelve weeder zal weesen opgebouwd; waar omtrend bij mij in Consideratie genomen zijnde, de meer en meer afneemende leverantie van houtwerken door de respective Regenten, daar uijt af te neemen dat ik ter beko„ „ming van het geene tot het voorsz: werk is gebezigt; genoegsaam een geheel Jaar, dagelijks, de ernstigste aanmaningen hebbe moe„ „ten laeten doen, behalven dat het geene 'er geleverd word nog mee„ „rendeels onbekwaam is, en dat zij ook niet buijten reden klagen dat dies bezorging moeijelijk valt, ter zaeke dat het verre in het gebergte moetende gekapt, niet dan met de uijterste moeijte kan afgebragt worden, zo hebbe ik in hoope van uw Hoog Edelhedens groot gunstige welduijding best g'oordeeld, behalven de gebouwen ook „ 375 2 apparentie tot de domage„ „ment der kosten. de vertiening staat weder gedaan te worden. swarigheden en voordeelen daar omtrend de werving van volk voor ceilon is nog niet doen„ „lijk geweest. ook de gordijnen in de twee heele en twee halve bastions waar uijt het fortjen bestaan en dat voor het overige kleender vallen zal dan de voorige gebreckige schans, van steen te doen ophaalen, en waar om„ „trend ik uw Hoog Edelhedens niet alleen op het Cinceerste verzeekere alle mogelijke zuijnigheijd te zullen betragten; maar welker kosten ik: mij vlije dat in der tijd ruijm zullen kunnen worden gevonden, vermits ik de Regenten zal tragten te disponeeren om voor het hout- werk, dat zij tot hier toe verpligt geweest zijn te leveren, dog dat altijd gebreekig toegegaan en wanneer men haar daar over heeft willen Corrigeeren van quaade gevolgen geweest is /:waarom ik daar toe nimmer hebbe willen treeden.:/ een evenredige Contributie in geld, rijst of Padij op te brengen dat ik bereets zoude hebben in het werk gesteld, deselve ten dien eijnde voor mijn vertrek na derwaarts ontboden weesende, maar de meeste van hun niet ver„ „scheenen zijnde, dan na dat ik weeder vertrocken was, terwijl ik de overige om hun zaeken te verrigten, middelerwijle weeder gepermitteerd hadde na huijs te keeren, heeft zulks tot nader occasie moeten worden uijt„ „gesteld, of wel tot den tijd der vertiening, die ik over al hebbe doen weeten dat dit Jaar weeder geschieden zoude, en ik van herten wensche en ook hoope dat geluckig zal kunnen worden verrigt, hoe wel ik met de Bo„ „niers wel wat moeijelijkheden te gemoet zie, die zig veele Rijst velden van d' onderdaanen toe g'eijgent hebben, en men hun niet kan laeten ten dien opzigte kunnende melden dat veele van deselve, overtuijgd van hun snood gedrag, de vreese schijnt te bekruijpen dat men hun sulks wel eens zoude kunnen betaald zetten, ten minsten zijn alle de prinsjes die zig te Maros hebben onthouden, den nagt nadat ik 'er 's middags aankwam, met zak, pak, vrouwen en kinderen. de rivier uijtgevaeren en alle de onderdaanen die nog door anderen wierden aangehouden na hun eigene Regenten te rug gekeerd. Hoe zeer het nogthans tegenwoordig in een betere ruste is dan voor heen ben ik egter als nog niet in staat geweest aan uw Hoog Edelhedens veel g'eerde ordre te voldoen ter werving van twee honderd koppen voor Ceijlon, dewijl die van de Noorder provintien het minst daar toe te beweegen zijn en daar en boven, behalven voor de geweldenarijen der Boniers nevens die van de zuijder districten Poelembankeeng en Het van

NL-HaNA_1.04.02_3556_0867 view scan ↗

English

317 187. 377 but the Papangers shall return. The ship for Ternaten has been provided with signal flags. and Glissong along with Boelecomba and Bonthain, are still in a constant fear of the raids of the Rebels; but on the other hand I have resolved to send the Papangers, who can now well be spared, but who could not be persuaded to depart for Ternaten, back to Your High Nobilities with the ship Asia, having also the honor to report that the commanders of the ship the Jonge Samuel, which has departed for Ternaten, and of the chaloup the Lankmoedigheid, the Louisa, not having appeared here, have been provided with the ordered signal flags, under delivery of the necessary Instruction, a copy of which is to be found among the Enclosures. Having herewith again dealt with all the most important matters, I take the liberty, with respect to all matters of lesser importance, to refer respectfully to the accompanying Daily Register and Enclosures, and commending Your High Nobilities illustrious Persons together with the weighty interests of the Company to the precious protection of the Most High, I have the happiness to call myself with the most perfect respect and dutiful veneration. was signed: High Noble, Greatly Honorable, Severe, Far-Ruling Lord and Well Noble, Severe Lords! lower: Your High Nobilities' submissive, obedient and faithful servant was signed: P: G: van der Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 14th June Anno 1779. To the Same! On the occasion of the departure of the citizen De Haan, who having lain ready to sail for several days already, has been detained expressly until now, I have the happiness dutifully to give Your High Nobilities knowledge of the successful outcome of the expedition undertaken by myself against the Rebels, not doubting that Your High Nobilities will be pleased therewith. After the first anniversary of the conquest of Goa was celebrated on the 27th past by the firing of the cannon and a solemn thanksgiving, and Heaven's blessing was implored over all further undertakings, I marched out early on Monday morning with 140 European soldiers, the cavalry corps and 16 Artillerymen with two small field pieces and two howitzers, besides upwards of six hundred Javanese warriors and about two hundred other Natives, and thus together with a force of approximately 1000 heads; after a very strenuous march we arrived at seven o'clock in the evening so far that we encamped on a field about three hours from Bonto Bonto, being the foot of the mountains, where our men were beaten on the 10th of November of last year, whither having set out on the march at half past three in the morning, we arrived at about eight o'clock, and at once put the army in order, and likewise the Artillery, which had to be taken entirely apart on account of the badness of the roads, which in some places up to here could only be passed by horses and infantry with difficulty, but which further across the mountains did not permit the transport of the Artillery; wherefore I left the same there under a sufficient command of Europeans and Madurese. Up to here no enemies had shown themselves, but having in the meantime sent out several parties to reconnoiter, while I myself with two of the officers and the cavalry, as well as some Natives on horseback, also made a tour, we unexpectedly got a troop in sight half an hour's ride past Bonto Bonto, from which some approached so close that they even came within range of us within a musket 379 188 musket shot, and we saw another party passing along the mountains, who we suspected were attempting to attack us in the rear; for which reason I ordered the chief interpreter to observe the others, and with the Europeans retreated back to our encampment, sending two Companies of Madurese to his assistance, who then, having engaged in action together with the Rebels, put them to flight with the loss of two of them, whose heads I had put on stakes. Having subsequently encamped that night around the same place, we marched out again at half past four in the morning over the mountains and further across a river that was very difficult to pass, named Jene Berang meaning that no one can get further except by extraordinary means straight towards an enemy Benting, which we found abandoned, as well as subsequently the negorijs Poenaga, Patalikang, Pila and Montjong Lo-E, in all of which the houses were destroyed by fire. Having passed the last negorij, we had to cross the aforementioned river once again, which was accompanied by no small danger, considering that besides being extraordinarily wide and the bottom consisting entirely of rocks and cobblestones, the water, at a height of three to four feet, flowed so strongly that every European had to be held firmly by two Natives, as well as the horses; yet we passed without any misfortune, and arrived around ten o'clock at the abandoned negorij Boedjeloe where we halted, because the men, through fatigue, could not advance any further; which vexed me uncommonly, because otherwise I would without doubt have overtaken the Rebels, who could not have been far ahead, as the principal of the aforementioned negorijs had only just been abandoned, which was also confirmed by two or three old, sickly women still found therein, whom no one considered worth the trouble of taking along. I then still sent the chief interpreter ahead with his horsemen to find out whether any might still show themselves, while I 379

Dutch transcription

317 187. 377 maar de papangers zullen te rug keeren. Het schip voor Ternaten is van zeijn vlaggen voorsien. en glissong mitsgaders Boelecomba en Bonthain, nog in een gestadige vriese verseeren voor de strooperijen der Rebellen; dog daar en tegen hebbe ik voorgenomen de Papangers, als thans wel te missen; dog die niet te disponeeren zijn geweest na Ternaten te vertrecken met het schip Asia weeder tot uw Hoog Edelhedens te doen overvaaren, die ik nog d'eere hebbe te berigten dat aan d' overheden van het na Ter„ „naten vertrocken schip de Jonge Samuel en van de Chialoup de Lank„ „moedigheijd, de Louisa, hier niet opgedaegd zijnde, de g'ordonneerde zeijn vlaggen zijn verstrekt, onder ter handstelling van eene daar toe nodige Jnstructie in Copia onder de Bijlagen te vinden. Hier meede al het voornaemste weeder verhandeld hebbende, neeme ik de vrijheijd mij ten opzigte van alle zaeken van minder belang, eerbiedig te refeeren aan het overgaande Dag-Register en Bijlagen, en uw Hoog Edelhedens Jllustre Persoonen nevens de gewigtige be„ „langen der Maatschappij in des Allerhoogsten dierbaare bescherming beveelende, hebbe ik het geluk mij met de allervolmaakste eerbied en schuldige veneratie te noemen. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Achtbaare Gestrengen, wijdgebiedende Heere en wel Edele Gestrenge Heeren ! /:lager:/ uw Hoog Edelhedens onderdanige, gehoorsame en getrouwe dienaar /:was geteekend:/ P: G: van der voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 14=e Junij Anno 1779. Aan als Even! Ter gelegentheijd van het vertrek van den burger de Haan, die al eenige dagen zeil reede gelegen hebbende, expres tot hier toe aange„ „houden is, hebbe ik het geluk uw Hoog Edelhedens, schuldpligtig, kennisse te geeven, van den geluckigen uijtslag der expeditie door mij zelfs ondernomen tegen de Rebellen, niet twijffelende of uw Hoog Edelhedens zullen daar over voldaan zijn. Na dat den 27=e passato, d' eerste Jaar gedagtenis der verovering van Goa, door het losbranden van het Canon en een plegtige dankzeg„ „ging. gevierd, mitsgaders des Hemels zegen over alle verdere onder„ „neemingen afgebeden was, ben ik des Maandags in den vroegen morgen opgetrocken met 140. Europeese militairen, het Corps ruijters en 16. Arthilleristen met twee kleene veldstucken in twee houwitsen, nevens ruijm ses honderd Javaanse krijgers en omtrend twee honderd andere Jnlan„ „ders en dus te saemen met een magt van Circa 1000. koppen; naar een seer sterke marsch kwamen wij des avonds te seven uuren zo verre dat wij ons legerden op een veld Circa drie uuren van Bonto Bonto, zijnde de voet van het gebergte, daar d' onsen op den 10=e November des voorlieden Jaars geslagen hebben, werwaarts wij des morgen ten half vier uuren op marsch gegaen, Circa ten agt uuren aankwamen, en ten eersten het leger in ordre bragten, en zo meede d' Arthillerij, die men ge„ „heel uijt malkander heeft moeten neemen, om de slegtheijd van de we„ „gen welke op sommige plaatsen alleen tot hier toe voor paarden en voet volk niet dan met moeijte konden worden gepasseerd, dog die nog ver„ „der over het gebergte het meede voeren der Arthillerij niet toelieten; des ik deselve daar liet blijven onder een toereikend Commando van Europeesen en Madureesen. Tot hier toe hadden zig geene vijanden laeten zien, maar intusschen door verscheijde parthijen hebbende doen recognosseeren, terwijl ik zelfs met twee der officieren en de ruijters mitsgaders eenige Jnlan„ „ders te paard ook een tour deed, kreegen wij een half uur rijdens voor bij Bonto Bonto, onverwagt een troup in het gezigt, waar uijt 'er eenige zo verre naderden dat z' ons zelfs binnen een snaphaan 379 188 snaphaanschoot onder het bereik kwamen, en wij nog een andere parthij langs het gebergte zagen passeeren, die wij vermoedede dat ons in den rug tragten te vallen; om welke reden ik den oppertolk last gaf d'ande„ „ren t' observeeren, en met d' Europeesen, na ons Campement te rug trok, zendende twee Compagnien Madureesen ter zijner assistentie, die dan ook te saemen met de Rebellen in actie geraakt, hun op de vlugt dreeven met verlies van twee derselve, welker hoofden ik op staaken deed-steeken. Ons vervolgens omstreeks dezelve plaats des nagts gelegert hebbende, marcheerden wij des morgens ten half vijf weeder uijt over het gebergte en voorts over een rivier, die zeer ongemackelijk te passeeren was, genaamd Jene Berang /:zo veel beteekenende als dat niemand verder komen kan dan door buijten gewoone middelen :/ regt op een vijande„ „lijke Benting, die wij verlaeten vonden, gelijk ook vervolgens de negorijen Poenaga, Patalikang, Pila en Montjong Lo= E. in welke alle de huijsen door het vuur wierden vernield. de laatste negorij voor bij geraakt moesten wi andermaal de gemelde rivier weeder over„ dat zelfs met geen gering gevaar verseld was, gemerkt behalven dat deselve ongemeen breed is en de grond geheel en al uijt klip en keij„ „steenen bestaat, het water ter hoogte van drie â vier voet zo sterk stroomde dat ieder Europees door twee Jnlanders zo wel vast gehouden moesten worden als de paarden; dan wij passeerden zzonder eenig ongeluk, en kwamen tegen tien uuren op de ver„ „latene negorij Boedjeloe daar wij halte hielden, vermits het volk, door vermoeijtheijd, niet verder konde voortrucken; dat mij ongemeen verdroot ter zaeke ik andersints buijten twijffel de„ Rebellen zoude hebben agterhaeld, die niet verre voor uijt kon„ „den weesen, also de voornaamste der opgemelde negorijen maar even verlaeten waeren, gelijk dat ook bevestigt wierd door twee â drie oude ziekelijke vrouwen, in deselve nog gevonden, die nie„ „mand der moeijte waardig agtede meede te voeren. Jk zond nog thans d' oppertolk met zijn paarde volk voor uijt om t' ervaaren of 'er zig nog eenige vertoonen mogten, terwijl ik 379

NL-HaNA_1.04.02_3556_0870 view scan ↗

English

could find. I hope however, as they are now convinced of their incapacity or rather fear to undertake anything of importance further against us, that they may come to their senses and strive for peace, to which end I shall furthermore seek to contribute everything possible, while I, herewith concluding for the present, take the liberty to call myself with the deepest respect: underneath stood: High Noble, Right Honourable, Righteous, Far-ruling Lord and Well Noble Righteous Lords, lower: Your High Noblenesses' humble, obedient and faithful servant was signed: P: I: van der Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 5th of July 1779. To the same as before Having had the honour in my humble last letter of the 5th of July past to inform Your High Noblenesses of the fortunate outcome of an expedition undertaken by me in person against the rebels deep into the mountains, I may now respectfully report to Your High Noblenesses concerning a further undertaking that was no less favourable; and to which I was encouraged on the one hand because the first, as proof of their continuing obstinacy, has had no other result than that one of the electors named Craeng Pattoeng, by a note to the Regent of the Company's southern province of Poelembankeeng, made known that he indeed wished to submit, according to what was moreover said by his emissary alongside a few lesser persons, and whom I also ordered him to encourage thereto, as was also done, but from which, even up to now, nothing has come, and on the other hand because of the report received that they were fortifying themselves anew by making a benting at a place much farther than I had previously pursued them, but situated along another road, which I indeed found to be the case. After I had therefore sent our troops ahead on the 25th of July, consisting of virtually the same number as before, with two cannons, who arrived in the afternoon at the same place where we had encountered the rebels on the first expedition, I also departed thither the following morning, accompanied only, besides the Captain of Artillery Sundberg and Surgeon Major Frisschen, by the horsemen and some native men on horseback; upon my arrival there at three o'clock, advancing with the entire army until half past six, when, having arrived through a very narrow road at a certain negorij named Liko Padalle, our vanguard, consisting of the chief interpreter with his men, was attacked by some rebels, who, however, immediately supported by two companies of Madurese, put that rabble to flight under one banner with the capture of their benting, without any loss on either side, at least as far as we could discover; it was the very worst road at that place and therefore impossible to pass through even with the horses without danger, and thus even less so with the cannon, all the more so because it had become completely dark, so that I had to remain encamped there until the following early morning when we marched again and I, having ridden ahead alone with some native men to make all the more haste, halted at eleven o'clock on a field situated between two hills in order to let the men rest, but having barely dismounted from the horse, while I immediately had reconnaissance made, not only was report brought to me that some enemies showed themselves on the side of one hill, but they also actually came closer and fired some shots at us, which, however, although from very close by, did us no damage, but were immediately answered so well by our men that the rebels took to their heels, whereupon a good hour further we discovered their aforementioned benting on the mountain Coenjong, in which they displayed several banners, as a sign that they intended to await us, as the outcome also showed, for after the troops had rested a bit until about three o'clock, I advanced directly upon the benting, but had the utmost difficulty in moving the native troops to the attack, having spared the Europeans, which I nevertheless finally achieved after I had already made the Europeans advance, and after an attack of about two hours we had the good fortune to overcome the same, solely with a loss of three dead and four wounded, which served no less to the astonishment of us all, as we were amazed at the extraordinary advantageous situation, strength, and extent thereof, as from this it appeared most clearly that the rebels must have lost all courage; for firstly the ascent of the mountain, apart from a single road that is somewhat though little better, is so steep that one had, so to speak, to crawl up it with hands and feet

Dutch transcription

kunnen vinden. Ik hoope egter, als thans overtuijgd van haar onvermogen of liever beschroomtheijt om iets van belang verder tegen ons te onderneemen dat zij tot inkeer komen en na den vreede tragten mogen, waar toe ik verder alle het mogelijke zal zoe„ „ken te Contribueeren terwijl ik hier meede voor tegenwoordig besluijtende de vrijheijd neeme mij met de diepschuldigste eer„ „bied te noemen: /:onderstond:/ Hoog Edele groot Achtbaare Gestrengen, wijdgebiedende Heere en wel Edele gestrenge Heeren, /:lager:/ uw Hoog Edelhedens onderdanige, gehoorsame en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ P: I: van der Voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 5=e Julij 1779. Aan als vooren Bij mijne onderdanige laatste van den 5=e Julij passato de eere gehad hebbende uw Hoog Edelhedens den geluckigen uijtslag meede te deelen van eene expeditie, door mij in persoon, tegen de Rebellen tot diep in het gebergte ondernomen, mag het mij thans gebeuren uw Hoog Edelhedens eerbiedig berigt te geeven van eene nadere onderneeming, die niet minder favorabel is geweest; en waar toe ik ben aangespoord eensdeels ter zaeke d' eerste, ten bewijse van hunne nog aanhou„ „dende hartneckigheijd, geen ander gevolg heeft gehad dan dat eene der kiesheeren met naeme Craeng Pattoeng, bij een briefje aan den Regent van 's Comp„s zuijder provintie Poelembankeeng, heeft doen weeten wel in submissie te willen komen, volgens het daar en boven gezegde door zijn sendeling nevens eenige weijni„ „ge minderen, en dewelke ik hem ook gelast hebbe daar toe t'animee„ „ren, gelijk meede geschied, maar waar van, zelfs tot hier toe, niets gekomen is, en anderdeels mits het ontfangen berigt dat zij zig op een plaats veel verder dan ik haar voor heen vervolgd heb„ „be, dog een andere weg uijtgelegen, door het maeken van een benting op nieuw versterkten, invoegen ik zulks ook ondervonden hebben. Na dat ik dierhalven onse troupen, genoegsaam in een gelijk getal als bevoorens bestaan hebbende, met twee Canons den 25:e Julij voor uijt gesonden hadde, die des nademiddags ter zelver plaats arri„ „veerden daar wij de Rebellen in de eerste togt hadden aangetrof„ „fen, begaf ik mij den volgenden morgen meede derwaarts, alleen behalven den Capitain der Arthillerij Sundberg en Chirurgijn majoor Frisschen verzeld van de Ruijters en eenige Jnlan„ „ders te paard; bij mijne komst aldaar ten drie uuren met het gantsche leger voortruckende tot half seven uuren, wanneer wij, door een zeer enge weg, aangekomen zijnde op zeekere ne„ „gorij genaamd Liko Padalle, onse voorhoede, bestaande uijt den oppertolk met zijn volk; door eenige Rebellen g'attac„ „queerd wierd, dog den welken aanstonds van twee Compagnien Ma„ „dureesen ondersteund, dat gespuijs met verovering van hunne Benting 190 383 383 benting in een vendel op de vlugt dreef, sonder eenig verlies van beijde zijden immers voor zo verre wij ontdecken konden; het was op die plaats de alderslimste weg en dus ondoenlijk om 'er zelfs met de paarden, zonder gevaar en dus nog al zo min met het Canon door te komen, te meer het geheel donker was geworden, zo dat ik daar moest blijven Campeeren tot den volgenden vroegen morgen dat wij weeder op marsch gegaan en ik; alleen met eenige Jnlanders voor uijt ge„ „reeden zijnde, om des te meer spoed te maeken ten Elf uuren op een veld tusschen twee heuvels gelegen, halte deed houden ten einde het volk te laeten rusten, dog naauwelijks van het paard ge„ „stegen, terwijl ik aanstonds deed recognosceeren, bragt men mij niet alleen berigt dat eenige vijanden zig aan de zijde van d'eene heu„ „vel vertoonden, maar zij kwamen ook werkelijk nader en deeden op ons eenige schooten, die ons egter, schoon al van zeer na bij geen schade deeden, maar aanstonds door d' onsen zo wel b'antwoord wierden dat de Rebellen het hazenpad Roosen, wanneer wij een groot uur verder hunne hier voorwaarts gemelde Benting op den berg Coenjong ontdeckten, in de welke zij verscheijden vendels ver„ „toonden, ten blijke dat z' ons meenden te zullen afwagten, invoegen d' uijtkomst ook toonde, want na dat de troupen tot omstreeks drie uuren, wat uijtgerust hadden, rukte ik direct op de benting aan, dog had d' uijterste moeijte om de Jnlandsche troupen, de Europeesen hebbende gemenageert, tot den aanval te beweegen, dat ik egter eijndelijk verkreeg, nadat ik reets de Europeesen hadde doen avanceeren, en wij hadden na een attacque van Circa twee uuren het geluk deselve t' overmeesteren, eenlijk met verlies van drie doden en vier gekwetsen, dat niet minder tot onser aller verwondering verstrekte, als wij versteld stonden over de buijten gemeene voordeelige situatie, sterkte, en uijt gebreijd„ „heijd van dien, also daar uijt ten aller duijdelijkste bleek dat de Rebellen alle Couragie moeten verlooren hebben; want voor eerst is den opgang van het gebergte, behalven een enkele weg die iets dog egter weijnig beter is, dermaten stijl dat men 'er om zo te spreeken met handen en voeten op kruijpen moest

NL-HaNA_1.04.02_3556_0873 view scan ↗

English

had to, on the other hand the parapet at the front was fully five to six feet high and up to three and four feet thick, constructed of heavy bamboos and filled with earth and sharp cliff-stones, with which they also threw so awfully hard that one could hear the rattling from afar; moreover, in the same were a multitude of loopholes through which they could have caused us considerably more damage, even had they made up only a small number, whereas their force, although impossible to determine, must have been uncommonly strong, when one considers that this whole work must have been built in the space of three weeks and even less, seeing that the bamboos with which it was bound were still completely fresh and it spanned a distance of approximately half an hour's walk, and on one side work still seemed to have been done that very day and thus the intention had been to make it even larger. Having thus obtained this victory, although I could have wished that it had happened in the morning, I made everything ready again to pursue the Rebels further—among whom we have since learned that Sankilang, Arou Mampoe, and Craeng Sapana were present—namely to Tasese, being a negorij situated on a high mountain one day's journey further, so that to this end we marched out again the following morning at daybreak; but after advancing not even three hours, it was impossible for the infantry to go further, due to the badness of the road covered thus far, consisting entirely of cliff-stones and valley upon valley, so that I called a halt and continued with all the cavalry along the road to Tasese, riding as hard as the horses could run, until we finally came before mountains, from whose situation it was easy to gather that it would be a fruitless effort to seek the rabble further, since, being able to see us coming from afar, they could take flight in so many directions that we would not have been able to overtake them. Therefore was treatment, and especially in this time, must constitute the essential advantage thereof, as I flatter myself that I shall be able to demonstrate this to Your High Nobilities in greater detail with respect in the autumn, at the general report of affairs to be delivered, whilst concluding this herewith, after heartfelt prayers for Heaven's dearest blessings upon your High Illustrious persons and the precious interests of the Honorable Company, I take the liberty to call myself with the utmost veneration. Below stood: High Noble, highly Respected, Severe, broadly ruling Lords and right Noble Severe Lords, lower: Your High Nobilities' humble, obedient and faithful Servant, was signed: P: I: van der Voort, in the margin: Maros in the Negorij Soerejerang, the 19th of August, Anno 1779. 193. 389 To as before. 689 Postponing the general report of the events that have occurred here since the dispatch of my humble letter of the 14th of June, in so far as I have made no mention thereof in my later letters of the 5th of July and the 19th of August last, until the departure of the last vessels, I now have the honor to dutifully inform Your High Nobilities of the impending departure of a Bonian embassy, headed by the Tomilalang Council of State Arou Oedjong, with a letter whose draft was presented to me only on the 20th past by the sledge-bearer of Bontuala, in the name of the king, with a request for a speedy return, together with a translation thereof into the Malay language, to be annexed to the original, as His Highness's intention was to have it transferred in ceremony to the transport vessel the day thereafter, without that prince making any mention of the departure of Envoys until after I had asked about it; wherefore I therefore made known to him both my astonishment and that I ought to have been informed of the intention to dispatch them long beforehand and thus much earlier than simultaneously with the delivery of the letter, which I nevertheless told him I would return as soon as possible to the prince with the Malay translation, which was also done on the second day thereafter, after I had also caused a translation thereof into Dutch to be made, appended hereto in copy; concerning the contents of which and likewise in relation to the embassy itself, I consider myself obliged to communicate my modest remarks to Your High Nobilities, not only in that humble hope and confidence that Your High Nobilities, to whose in every way wiser and more discerning judgment I always most humbly submit myself, will kindly take this in good part, but also with a humble prayer that Your High Nobilities will not be pleased to attribute this boldness of mine in this matter to any other motives or views than

Dutch transcription

385 191 385 moest, ten andere was de borstweering van vooren ruijm vijf tot W ses voeten hoog en tot drie en vier voeten dik, van swaare bamboe„ „sen opgemaekt en met aarde en scherpe klipsteenen aange„ „vuld, met dewelke zij teffens zo ontzaggelijk sterk wierpen, dat men het geklater van verre hooren konde waar en boven in deselve een meenigte Schutgaten waaren door dewelke zij ons vrij wat meer afbreuk zouden hebben kunnen doen, al hadden zij maar een gering getal uijtgemaakt daar hun magt schoon wel niet te bepaelen ongemeen sterk moet zijn geweest, als men considereerd dat dit gantsche werk in den tijd van drie weeken en zelfs minder moet gebouwd zijn, gemerkt de bamboesen waar meede het verbonden was, nog gantsch nieuw waaren en het zelve een distantie besloeg van Circa een half uur gaans, en aan d'eene zijde nog dien zelven dag scheen g'arbeid en dus d'intentie geweest te zijn om het nog grooter te maeken. Deese overwinning dus behaald hebbende, schoon ik wel gewenscht hadde dat zulks in den morgen stond was gebeurd maakte ik weeder alles gereed om de Rebellen, waar onder wij zedert hebben vernomen dat Sankilang, Arou Mampoe, en Craeng Sa„ „pana zig hebben bevonden, verder te vervolgen en wel tot Tasese, zijnde een negorij op een hoogen berg een dag reijsens verder gelegen, invoegen wij ten dien eijnde den volgende morgen met het aanbreeken van den dag weeder op marsch gingen dog nog geen drie uuren voort gerukt was het voor het voet volk niet mogelijk om verder te gaan, mits de slegtheijd van den tot hier toe gevorderden weg; geheel uijt klipsteenen en valeij op valeij be„ „staande zo dat ik deed halte houden en voorts met al het paar„ „den volk den weg na Tasese insloeg zo hart rijdende als de paarden maar loopen konden, tot dat wij eindelijk voor geberg„ „tens kwamen, uijt welker situatie ligt op te maeken was dat het vrugteloose moeijte zoude zijn het gespuijs verder op te zoeken vermits zij ons van verre kunnende zien aan„ „komen, de vlugt na zo veel kanten konden neemen dat wij hun niet zouden hebben kunnen agterhaelen. dierhalven was behandeling, en voor al in deezen tijd, het weesentlijke voordeele daar van moet uijtmaeken, gelijk ik mij vlije uw Hoog Edelhedens zulks nader in het najaar met eerbied te zul„ „len kunnen vertoonen, bij het te doene generaele verslag van zaeken, inmiddens dat ik deesen hier meede besluijtende, na hertgrondige toebidding van des Hemels dierbaarste zegen over hoog derselver Jllustre persoonen en de dierbaere belan„ „gen der E: Maatschappij de vrijheijd neeme mij met de uijterste veneratie te noemen. /:onderstond:/: Hoog Edele groot Achtbaare Gestrengen; wijdgebiedende Heere en wel Edele Gestrenge Heeren, /:lager:/ uw Hoog Edelhedens onderdanige, gehoorsame en getrou„ „we Dienaar /:was geteekend:/ P: I: van der Voort, /:in margine:/ Maros in de Negorij Soerejerang den 19=e Augustus Anno 1779. 193. 389 Aan als vooren. 689 Het generaele verslag van de alhier g'excteerde gebeurtenissen, zedert de depeche mijner onderdanige van den 14=e Juni, in zo verre ik van dezelve geen vermaan hebbe gedaan bij mijne latere van den 5=e Julij en 19=e Augustus Jongst verweeken; tot het vertrek der laatste vaar„ „tuijgen, uijtstellende, hebbe ik thans d'eere uw Hoog Edelhedens schuld, „pligtig kennisse te geeven van het ophanden zijnde vertrek van een Bonijs gezandschap; aan het hoofd hebbende den Tomilalang /: Rijksraad:/ Arou oedjong, met een brief welker Concept mij niet eer dan den 20. passato. door den sleede houder van Bontu„ „ala, uijt naam vanden koning wierd gepresenteerd, met versoek van een spoedige te rug zending, nevens een translaat van dien in de maleijdse taale, om nevens het origineel gevoegd te worden, alzo zijn Hoogheijts intentie was deselve daags daar aan, in Ceremonie, te laten overbrengen op het transport vaarthuijg, zonder dat dien prins eenig gewag maakte van het vertrek van Gezanten, dan na dat ik daar na gevraagd hadde; waar over ik hem dierhalven zo wel mijne verwondering te kennen gaf, als dat ik van het voor„ „neemen ter hunner versending reets lange bevoorens en dus veel vroeger dan te gelijk bij d' overgaaf vanden brief hadde be„ „hooren te worden g'informeert, die ik hem nogthans zeijde ten spoedigsten met het Maleijts translaat aan den vorst weeder te zullen bezorgen, invoegen ook den tweeden dag daar aan ge„ „schied is, na dat ik daar van teffens ook een translaat hadde doen neemen in het Neederduijtsch, deesen in Copia bijgevoegd; over welker inhoud en teffens met betrecking tot het gezantschap zelve, ik mij gehouden agte uw Hoog Edelhedens mijne geringe aanmerkingen meede te deelen in, die nedrige hoope en het ver„ „trouwen niet alleen, dat uw Hoog Edelhedens, aan wiens allesints wijser en doorzigtiger oordeel ik mij steeds op het nedrigste onder„ C „werpe, mij zulks wel ten beste zullen gelieven te houden maar Dezelve ook met ootmoedige beede dat Hoog deese mijne vrijmoedigheijd in deesen aan geene andere oogmerken of inzigten zullen gelieven te

NL-HaNA_1.04.02_3556_0876 view scan ↗

English

to impute it to anything other than a sincere zeal for the promotion of the true interest of the Company, in which I shall always count it the greatest honor to be able to contribute something, I therefore make a beginning by first reporting. How the excuse made in the letter regarding the altogether improper delay in sending the embassy is not only completely frivolous and untrue, but that I am not disinclined to believe that it would not have been sent for a long time yet, and perhaps even never, if affairs for the Company here had not changed so markedly for the better, so that the Bonese grandees of the realm clearly see how Your Honor does not need the help of this realm as much as they, and many others with them, had imagined; to the extent that even their treacherous tricks in supporting the Rebels and continually misleading us could not prevent us from triumphing over them to such a degree that one has nothing more to fear from them; not to mention that these grandees of the realm are perhaps even beginning to fear that revenge might well be taken for their altogether punishable conduct; from which it then follows that the dispatch of the embassy as well as the letter (which they could surely have written immediately after the death of the old monarch) is not so much an effect of their sincere goodwill toward the Company as it is that they are apprehensive that a longer delay might have rather disadvantageous consequences for them; that in my humble opinion it would indeed be serviceable if it should please Your High Noble Lands to show their great resentment over the said delay as well as over the insolent conduct of the grandees of the realm in general, both upon the arrival of the ambassadors and in the reply to the letter, and especially to admonish the former earnestly and to mention in the latter the points that must be settled with the Court; of which I otherwise believe that nothing will ever come, unless Your High Noble Lands should be pleased to qualify me to use force or take reprisals; consisting principally: principally 1st. In the still unpaid state debt, which, if the grandees had been in earnest, could have been settled long ago. 2nd. In the retention of the muskets loaned in the previous as well as the recent war, which the king, upon iterative demands having been made, indeed promised to have returned, but of which nothing comes. 3rd. In the outstanding satisfaction and compensation for and of the altogether violent robbery committed in the house of the Chinese Tio Lianko in our negorij, regarding which I, having repeatedly urged in the most emphatic manner, to my grievous regret still must experience that ultimately it is being mocked, and finally 4th. In the refusal, likewise made in the most insolent and insulting manner, of the surrender of the two islands and several paddy fields, of which I made mention at length in my humble dispatch of 20 October 1775; and concerning which Your High Noble Lands, in your highly esteemed rescript of 21 December following, were indeed pleased to instruct me that, in case one could not regain the one and the other by amicable means or, by persisting in its restitution, would run the danger of falling into disagreements with the Court, to announce to the same that Your High Noble Lands consented to the retention, but which, due to the monarch's absence, having then been in the inland regions, I was just as little able to fulfill as could properly have been done upon his return, without completely exposing the Company's dignity to the utmost contempt because the grandees of the realm, under the delusion that one could not do without their assistance, would have openly mocked that offer and completely persuaded themselves that things must be in an extremely bad state with us, from which it was so far removed that I already began to gain the most well-founded prospects that in the future one would no longer need to use such compliances with respect to Boni, as was formerly done to the indelible shame of those who did so, to such a degree that just as the late the 194. 391 391 . ƒ

Dutch transcription

t' imputeeren, dan alleen aan een opregten iever ter bevordering van het waare belang der Maatschappij, daar ik steeds de grootste eere instellen zal, iets toe te kunnen Contribueeren, ik maeke dierhalven een aanvank met in d' eerste plaats te mebden. Hoe het bij den brief gemaakte excus over de allesints onbetamelijke tardance in het senden van het gezantschap, niet alleen gantsch frivool en onwaar is, maar dat ik niet vreemd ben van te gelooven, dat het zelve nog in lange niet en mogelijk wel nooijt zoude gezonden zijn, bij aldien de zaeken voor de Maatschappij alhier niet zo merkelijk van gedaante ten goeden waeren veranderd, dat de Bonijse Rijks„ „grooten wel zien hoe haar Edele de hulpe van dit Rijk niet zo zeer nodig heeft als zij zig, en veele anderen met hun, hebben verbeeld gehad; in zo verre dat zelfs hunne verraderlijke streeken in het onder„ „steunen der Rebellen en om ons geduurig te misleijden, niet hebben kunnen verhinderen, dat wij over deselve dermaten hebben getruum„ „pheert, dat men voor hun niets meer te dugten heeft; om niet te zeg„ „gen dat zij Rijksgrooten zelfs mogelijk beginnen te vreesen, dat men over haar allesints strafwaardig gedrag wel eens revengie zoude kunnen neemen; waaruijt dan volgende dat de afsending van het gezantschap zo wel als den brief /:die zij dog immers al aanstonds na het overlijden van den ouden vorst konden geschree„ „ven hebben. / zo zeer geen uijtwerksel is van hunne opregte wel „meenentheijd tot de Maatschappij als wel dat zij bedugt zijn hoe een langer uijtstel vrij nadeelige gevolgen voor hun zoude kunnen hebben; het naar mijn gering oordeel wel dienstig zoude zijn, wan„ „neer het uw Hoog Edelhedens behaegen mogte over de gemelde tardance zo wel als over het onhebbelijk gedrag der Rijksgrooten in het gemeen Hoog derselver ressentiment te betoonen zo bij de komst der gezanten als bij het antwoord, van den brief en insonderheijd om d' eerstgemelde ook ernstig t' onderhouden en bij de laatste mentie te maeken van de poincten die men met het Hof heeft uijt„ „slaan; waar van ik andersints geloove dat nooijt iets komen zal, ten waare uw Hoog Edelhedens mij mogten gelieven te qualificee„ „ren, om geweld te gebruijken of represaille te neemen; bestaande voornaementlijk voornaementlijk p=o Jn de nog onvoldaane Rijksschuld, die wanneer het de grooten ernst was al voor lange hadde kunnen afgelegt zijn. 2=e Jn de aanhouding van de geweeren in den voorigen zo wel als Jongsten oorlog geleend, die den koning op de iterative maelen gedaene op eijsschingen, wel beloofd heeft te zullen doen resti„ „tueeren, maar waar van niets komt. 3=o Jn de agterblijvende satisfactie en vergoeding over en van de allesints geweldadigen roof in het huijs van den Chinees Tio Lianko in onse negorij gepleegd, waar omtrend ik meermaalen op het aller nadruc„ „kelijkste hebbende doen urgeeren, tot mijn grievend leetweesen nog moet ondervinden, dat finaal den spot gedreeven word, en eijndelijk 4=e Jn de almeede opde aller brutaalste en hoonenste wijse gedaene weijge„ „ring der overgave van de twee Eijlanden en verscheijdene padij velden, waar van ik bij mijne onderdanige van den 20=e october 1775. in het breede hebbe mentie gemaekt; en omtrend dewelke uw Hoog Edelhedens, mij bij hoog derselver veel g'eerde rescriptie van den 21=e December daar aan, wel hebben gelieven te gelasten, om ingeval men het een en ander niet door minnelijke wegen te rug krijgen dan wel, door op dies restitutie te blijven staan, gevaar zoude loopen met het Hof in oneenigheden te geraeken, het zelve aan te kundigen dat uw Hoog Edelhedens in d' aanhouding toestem, „den, dog waar aan ik mits 's vorsten afzijn, als doenmaals in de binnen Landen geweest zijnde, zo min hebbe kunnen voldoen als zulks bij zijn terug komst gevoeglijk heeft kunnen geschieden, zon„ „der 's Comp„s agtbaarheijt geheel t' exponeeren aan de uijterste veragting ter zaeke de Rijksgrooten, in den waan dat men hunne assistentie niet ontbeeren konde; met die aanbieding openbaar den spot gedreeven en zig zelven volkomen diets gemaakt zouden hebben, dat het met ons ten uijtersten slegt gesteld moeste weesen waar van het zo verre afwas, dat ik reets de gegrondste uijtzigten begon te krijgen, hoe men voor het vervolg niet meerder zodanige toegewindheden ten opzigte van Bonij zoude behoeven te gebruijken, als wel eer tot onuijtwisselijke schande van die zulks hebben gedaan is geschied, dermaten dat gelijk wijlen de 194. 391 391 . ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3556_0878 view scan ↗

English

Mr. Boelen in his Right Honourable Strict Memorandum has rightly observed, so much slack has been given to the Boni princes that one has almost let the rope slip out of one's hands; Yet considering the expression in the letter "how it was hoped that Your High Mightinesses would grant her the same favours that her ancestors enjoyed", without doubt the aforementioned point was also intended, and the Company is not notably prejudiced by the ceding of the two islands Poelo Leija and Coelambie together with the paddy fields, certainly not by the latter, since the inhabitants pay tithes, with the sole exception of the king's share; that also regarding all the paddy that is annually reported to belong to him, matters might well be wished otherwise; I take the liberty humbly to declare as my opinion that all this, subject to expressing Your High Mightinesses' resentment regarding the insolent refusal, which was made solely by the grandees of the realm, could well be left to His Highness during his lifetime, just as was done for his grandfather, provided a written promise is presently given to restore everything upon his decease or other unexpected vacancy of the throne, with freedom for his successor likewise to make a request for its retention, and that the Governor in such a case might consent thereto. I would never have presumed to bring these modest remarks of mine under the wise and discerning eye of Your High Mightinesses, had not experience taught me that no Boniers are obliged to the least gratitude by benefits, favours, or courtesies, but are on the contrary spurred thereby not only to demand even more in the most uncouth manner, and to show themselves displeased if the slightest thing is refused them, but even to rob their greatest benefactors of what is theirs by deceit or violence, or indeed by both; a nation, a few good ones excepted (and such persons mostly betake themselves among us to escape the greed and avarice of the grandees), that possesses as abominable an inner character as can be found anywhere. Besides that 394 195 297 it has now become the right time to persevere and restore the Company's authority, which has declined so considerably among them as well as among other faithless allies; and it is therefore for these and other reasons, which Your High Mightinesses will easily be able to gather from my successive advices if it pleases you, that I have considered myself obliged to draw this up. In continuation whereof I further take the liberty to remark that, by the words also contained in the letter "that in case Your High Mightinesses might be pleased to interrogate the Envoy concerning one thing or another regarding the affairs here", it might well in my opinion be intended to provide an occasion to complain about me; not that they can bring anything against me that would merit even the slightest displeasure of Your High Mightinesses, much less a reproach and thus just as little correction; but rather with regard to my present manner of acting toward them, in so far as I give not the slightest notice to the King, much less confer with him and the grandees of the realm, concerning what I undertake or intend to carry out, particularly with regard to the remnants of the Rebels still wandering here and there; indeed, I have already been approached about this several times, directly as well as through intermediaries, by some of them; and although I did not fail to answer them with a clear demonstration that the unfaithful, nay treasonous conduct of many positively obliged me to such behavior in order not to see my efforts for the further suppression of the Rebels frustrated, they seem unable to stomach this indifference, which is also not to be wondered at, considering that it must bring them into contempt even among the common Boniers to be mistrusted by the Company, while the way is thereby barred to those who collude with the Rebels to inform them of our intentions. I therefore most humbly pray that Your High Mightinesses, in case the envoys should express themselves on this subject, will be pleased to approve my conduct in this matter.

Dutch transcription

6 de Heer Boelen bij zijn wel Edele gestrenge-memorie ten regten heeft aangemerkt, aan de Bonijse vorsten zo veel bot gevierd is, dat men zig bij na het eindje zelfs zoude hebben laeten ontslippen; Dan geconsidereerd met d' uijtdrucking bij den brief „ hoe verhoopt „werd dat uw Hoog Edelhedens haar deselve gunsten zoude bewijsen „die haare voor ouders genoten hebben„ buijten twijffel ook het opgemelde poinct werd bedoeld en de Maatschappij door den afstand van de twee Eijlanden Poelo Leija en Coelambie mitsgaders de Padij velden, im„ „mers door die der laatste niet merkelijk geprejudiceert is, vermits, de bewoonders tiende betaelen, met uijtzondering alleen van 's ko„ „nings aandeel; dat ook ten opzigte van al de Padij die men Jaar„ „lijks opgeeft hem te behoren wel anders te wenschen was; neem ik de hardiesse voor mijn gevoelen nedrig te verklaeren dat het een en ander behoudens de te kennen gave van uw Hoog Edelhedens gevoeligheijd over de brutaele weijgering, die enkel door de Rijks„ „grooten is gedaan, wel aan zijn Hoogheijd almeede zo als aan zijn groot vader, voor zijn leeven, zoude kunnen gelaeten worden, mits nog thans schriftelijke belofte gegeeven worde om in cas van zijn overlijden dan wel andere onverhoopte ontruijming van den troon alles weeder te restitueeren, met vrijheijd aan zijn opvolger om tot behouding van dien insgelijks versoek te doen en dat den Gouver„ „neur in zodanig geval daar in zoude mogen bewilligen. Jk zoude mij nimmer hebben vermeeten deese mijne geringe aanmer„ „kingen onder het wijs en doorzigtig oog van uw Hoog Edelhedens te brengen, wanneer d' ondervinding mij niet hadde geleerd hoe geene Boniers door weldaeden, gunsten of beleefdheden tot de minste dankbaarheijd verpligt maar daar door in tegendeel aangespoord worden om niet alleen op d' onbeschofste wijse nog meerder t' eijsschen en als men hun het geringste weijgert zig nog misnoegd te toonen, maar zelfs hunne grootste weldoenders, door list of geweld, dan wel beide van het hunne te berooven, eene natie, weijnige goede uijtge„ „zonderd /: en de zodanigen begeeven zig meest ter ontwijking van der grooten schraap en heb zugt onder ons :/ die een zo verfoeijelijk interieur Caracter bezit, als men er ergens eene vind. Buijten dat het 394 195 297 het thans de regte tijd geworden is om door te lasten en het zo mer„ „kelijk vervallen ontzag van de Maatschappij onder hun zo wel als onder andere trouwloose bondgenooten te herstellen; en het is dier„ „halven om deese en meer andere redenen die uw Hoog Edelhedens uijt mijne successive advisen des behaegende ligtelijk zullen kun„ „nen opmaeken dat ik mij verpligt g'oordeeld hebbe deesen in te stellen. Ten vervolge van dewelke ik nog de hardiesse neeme te remarquee„ „ren hoe door de woorden bij den brief almeede vervat „ dat inge„ „valle uw Hoog Edelhedens den Gezant over het een of ander „mogten gelieven te ondervragen aangaande de zaekelijkheden „alhier, naar mijne gedagten wel zoude kunnen beoogd worden, om aanleiding te geeven over mij te klagen; niet dat ze iets ten mij„ „nen laste kunnen inbrengen, dat zelfs het minste mishaegen uwer Hoog Edelhedens veel min dan reproche en dus nog al zo weijnig Correctie zoude verdienen; maar wel ten aansien van mijne tegenwoordige handelwijse ten hunnen opzigte, in zo verre dat ik nog de minste kennisse aan den Koning geeve veel min„ „der met hem in de Rijksgrooten Confereere over het geene ik. ondernee„ „me of uijtvoeren wil, insonderheijd met betrecking tot het hier en daar nog swervend overschot der Rebellen; immers hier over ben ik al meermaelen zo direct als door de tweede hand door sommigen onderhouden; en schoon ik hun in mijn antwoord niet schuldig ge„ „bleeven ben door eene duijdelijke vertooning dat d' ontrouwe Ja verradelijke gedoentens van veelen mij tot een zodanig gedrag wel verpligtede, ten eijnde mijne poogingen tot verdere afbreuk der Rebellen niet verijdelt te zien, schijnen zij deese in differentie niet te kunnen verkroppen, dat ook niet te verwonderen is, gemerkt het hun bij de gemeene Boniers zelfs in veragting moet brengen door de Comp=e mistrouwd te worden, terwijl 'er den pas aan de zulke door afgesneeden word, die met de Rebellen heulen om hun van onse voorneemens te verwittigen. Jk bidde dierhalven dan ook op het ootmoedigste dat uw Hoog Edelhedens, in gevalle de gezanten zig over dit onderwerp mogten uijten, mijn doen in deesen wel zullen gelieven

NL-HaNA_1.04.02_3556_0880 view scan ↗

English

please justify. Having brought this thus far in readiness and also having had it copied, since the vessel already lies ready to sail, I have hesitated to dispatch it, because some grandees of Bonij, among whom the Tomilalang was the first, declared to me the day before yesterday before noon that the embassy would not depart; but besides that they can change their mind at a time when I might sometimes have no opportunity to inform Your High Nobilities of their arrival in good time, I have judged it necessary to briefly communicate to Your High Nobilities the reasons which they claim keep them from dispatching it, to which end I must again note beforehand how the Bonian grandees in general, upon sending envoys to the Capital, as well as the envoys themselves, have always attempted to evade the toll on the goods which are then loaded in no lesser great quantity and value into their transport vessels, and which toll they nevertheless cause to be paid by the owners, pocketing it themselves (concerning which complaints have frequently been made, but no one has ever dared to oppose seriously); I, because of the impropriety of such a conduct on the one side and on the other on the basis of reliable reports regarding the extraordinary multitude of trade goods which they intended to transport in this manner again, having had the King requested to make arrangements that a proper declaration thereof be made and shown to the toll farmer before shipping, under the promise that I would then exempt a part thereof from toll (to which message he only let me know that it was well); since then first the glarrang of Bontuala alone came to me, and subsequently with him the soelewattang, and finally the aforementioned grandees together, in order, under the pretext that a prior declaration of the goods on the occasion of envoys departing had never been customary, to persuade me to excuse them from this this time as well; to which I believed I could not and should not consent; partly 395 196. 395 partly because it includes the utmost injustice itself, to deprive the Company or the toll farmer, who must provide his lease money, in such a manner of that which legally belongs to him; partly because their claim is entirely contrary to the truth that it is an old custom; even if this were true, it could not oblige me to follow it, as I also made known to them; and thirdly because the glarrang attempted to persuade me thereto by a threat, that even if the King himself might grant my requests, the Bonians would not care about that, or else that the embassy would not depart, upon which saying I could not refrain from asking him for what reason they had a king if they did not intend to obey him, as well as what moved them to make the said request to me, adding that I was indifferent concerning the stay or departure of the envoys, all the more because I considered their intended mission to take place more out of coercion and fear of remaining negligent in their duty any longer than out of sincerity, and finally that if the Bonians, as he claimed, did not wish to obey the King, they should just proceed with the shipment of the goods, but that in that case I would see whether I could prevent it; upon all of which, retracting his words, he merely declared that the latter would not happen if the King along with me did not agree to it; most of the grandees, as said, having then come themselves and having presented the request only in these terms, that I might not violate their laws and customs, I replied to be well assured that no one would be able to show me ever to have done the former, and if they might understand by the latter the matter about which I had caused the King to be spoken to, and concerning which I had further explained myself to the Soelewattang and glarrang of Bontuala (who were both also present), I, in the confidence that they would have made a proper report thereof, had nothing else to say to them than that I still persisted therein; with this result, that the Tomilalang

Dutch transcription

gelieven te Justificeeren. Deeze dus verre in gereedheijd gebragt en ook hebbende doen afschrijven, vermits het vaartuijg reets zeijl reede legt, hebbe ik in twijffel gestaan om deselve af te zenden, ter zaeke eenige Rijksgrooten van Bonij, waar onder den Tomilalang d' eerste was, mij eer gisteren voor de middag verklaard hebben dat het gezantschap niet vertrec„ „ken zoude; dan behalven dat zij van Concept veranderen kunnen wanneer ik somtijds geen gelegentheijd zoude hebben uw Hoog „Edelhedens van hun aanstaande vroegtijdig t' informeeren hebbe ik g'oordeeld uw Hoog Edelhedens de redenen kortelijk te moeten bedeelen, die zij voorgeeven dat hun van dies afzending weeder houden ten dien eijnde voor af al weeder moetende aanmerken; hoe de bonijse Rijksgrooten in het gemeen, bij het zenden van gezanten na de Hoofdplaats, zo wel als deese zelfs altoos hebbende tragten te fraudeeren den tholl van de goederen die als dan in een geen mindere groote quantiteijt als waardij in hunne transport vaar„ „tuijgen worden geladen, en welken tol zij des niet te min, door d' Eijgenaars doen betaalen, die zelfs treckende /:waar over men telkens wel gedoleert maar zig nimmer met ernst heeft durven verzetten :/ ik mits de onbetaemelijkheijd van zulk een gedoente aan d' eene en aan de andere zijde op fundament van de zeekere berigten wegens de buijten gewoone meenigte handel waaren die zij weeder dusdanig meenden te vervoeren; den Koning hebbende laeten versoeken om ordre te stellen dat daar van na behooren opgave ge„ „daan en dezelve aan den pagter voor den afscheep vertoond wierden, onder belofte dat ik als dan een gedeelte vandien vrij van tol zoude laeten. /: op welke boodschap hij mij alleen zeggen liet dat het wel was:/ zedert eerst bij mij gekomen zijn den glarrang van Bontuala alleen en vervolgens met hem den soelewattang, mitsgaders eindelijk de ge„ „melde grooten gezamentlijk, ten eijnde mij, onder voorgeeven dat een voor afgaende opgave der goederen, bij gelegentheijd dat er gezanten vertrocken waaren, nooit gebruijkelijk was geweest, te disponeeren dezelve ook dit maal daar van t'excuseeren; waar in ik vermeend hebbe niet te kunnen nog te mogen bewilligen; eensdeels 395 196. 395 eensdeels ter zaeke het d' uijterste onbillijkheijd zelve includeert om de Comp„e of wel de pagter die zijne pagt penningen moet op„ „brengen, op diergelijken wijse te berooven van het geen hem wettig toekomt, ander deels vermits hun voorgeeven volstrekt tegen de waar„ „heijd strijd dat het een oud gebruijk zoude zijn; schoon dit alwaar zijnde mij nog niet verpligten konde het zelve te volgen, gelijk ik hun ook te kennen gegeeven hebbe, en ten derden om dat den glar„ „rang mij daar toe heeft tragten over te haelen door een dreijgement, dat schoon de Koning zelve mijne begeerten al inwilligen mogte, de Boniers zig daar aan dog niet stooren of wel dat het gezantschap dan niet vertrecken zoude, op welk zeggen ik mij niet weeder houden konde hem te vragen om welke reden zij dan een koning hadden als zij hem niet meenden te gehoorsaemen! mitsgaders wat hun dan ook bewoog om bij mij het gedagte versoek te doen! met bijvoeging dat ik omtrend het verblijf of het vertrek der gezanten onverschillig was, te meer ik hun voorgenomen zending meer aanzag uijt dwang en vreese te zullen geschieden: van in hun pligt nog langer nalatig te blijven dan uijt welmeenentheijd, en eijndelijk dat de Boniers, ingeval zij, gelijk hij voorgaf; den koning niet gehoorsaemen wilden, zij met den afscheep der goederen maar voortgaan, dog ik in dien gevalle eens zien zoude of ik het ook beletten konde; op al het welke hij zijne woorden wee„ „der inhaelende, eenlijk verklaarde dat het laatste niet geschieden zoude, als den koning nevens mij daar in niet toestemden: de meeste grooten gelijk gezegt hier op dan zelve gekomen en het versoek al„ „leen in deeze termen voorgesteld hebbende dat ik hunne wetten en gebruijken niet verbreeken mogte, diende, ik daar op wel versee„ „kert te zijn dat niemand mij zoude kunnen aantoonen het eerste ooijt te hebben gedaan, en als zij door het laatste begrijpen mog„ „ten, de zaak waar over ik den koning hadde doen onderhouden en waar omtrend ik mij nog nader aan den Soelewattang en glar„ „rang van Bontuala /:die beijde meede present waaren:/ hadde ver„ „klaard, ik, in vertrouwen dat zij daar van behoorlijk rapport zou„ „den hebben gedaan, hun niet anders te zeggen hadde dan dat ik daar bij als nog bleef persisteeren; met dit gevolg dat den Tomi„ „lalang

NL-HaNA_1.04.02_3556_0882 view scan ↗

English

...lalang, after having spoken a few more words that hardly deserved an answer, handed back to me the passes granted for the three vessels for their transport, in the receipt of which, showing no hesitation whatsoever, I countered to him that for myself I could have claimed no greater satisfaction than to have shown the Gentlemen of Bone that I would not let them dictate the law to me, and furthermore that I would no longer expect or receive them regarding the matter in question, unless the king himself should be pleased to come, whereupon they took their leave and departed. I hope that Your High Nobilities will be fully convinced that in this matter, on the one hand, I have done nothing other than discharge my duty to counter the most unreasonable, indeed abominable and shameful conduct of a people who know neither honor nor shame and care little by what means they pursue their own interests; and on the other hand, that it would have amounted to the utmost disrespect not only toward myself but toward the Company itself to have given in or to have complied with their unreasonable desires, after I had sought to oppose them on grounds of law and equity, and when I could not imagine otherwise than that, for that reason, heed would have been given, the contrary of which now appears to be the case, at least up to this point. But no less does it show by what spirit that people is driven and to what arrogance, pride, and boldness they have risen, which is solely and exclusively to be attributed to the leniency so mistakenly exercised toward them in former days, which, if one were to continue in it, will drag the total ruin of the Company's interests here in its wake. Yet, being obliged to leave it to Your High Nobilities' esteemed disposition to take such measures in this regard as Your High Nobilities shall deem capable of preventing such an untoward outcome, for which Heaven is fervently prayed, I shall not enter further into that matter, but only note how, for my part, I feel not the least fear nor anxiety concerning the consequences of the aforementioned matter in question; on the contrary, I believe that the people of Bone themselves will soon feel a rightful repentance over their displayed temper and improper conduct, for, as I have been informed indirectly, they are said to have already resolved to come knocking again soon, which should it occur, I shall not fail to dutifully report to Your High Nobilities in due time; wherefore, concluding this herewith, I take the liberty with all due respect and high esteem reverently to style myself. It was signed below: High Noble, Great Honorable, Strict, Far-Ruling Lord and Well Noble Strict Lords. Lower: Your High Nobilities' humble, obedient and faithful Servant, was signed: P.s I:s van der Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam, the 1st of October 1779. To the same! With the impending departure of the last vessels that are still to turn their bows toward the Principal Place this year, I have the honor to render to Your High Nobilities a dutiful report of all that has occurred with regard to native affairs since the dispatch of my humble letter of the 14th of June, insofar as the same was not done in my later letters of the 5th of July, 19th of August, and the 1st of this month; and thus, making a beginning with that which concerns the Realm of the Macassars or the Rebels, I find myself obliged to report beforehand how, on account of the intelligence received long since that a party of Bone people, by order of the Pongauwa Datou Baringang and other Bone grandees, had settled at a certain place named Tocka, situated very far in the mountains to the northeast of Goa, with the intention of providing the Rebels through this channel with provisions and undoubtedly also with ammunition, and thus to collude with them; during my recent presence at Maros, having set out thither in all silence with some European and Native soldiers in order to disrupt that nest, this undertaking of mine, owing to the ignorance of our guides, did not entirely succeed, but nevertheless had the result that all the inhabitants fled from there before I could arrive; according to the entries in the Daily Register under dates of 20 and 21 August, while this expedition at the same time caused an extraordinary consternation among the people of Borisallo, a place situated about six to seven hours further in the mountains, where Arou Palacca resided in the latter part of her life and also died, who, having undoubtedly been informed of our arrival by the fleeing Bone people, got the impression that they too were the target, which had formerly indeed been my intention, yet the circumstances of the time permitted it as little then as on this occasion, how...

Dutch transcription

„lalang na nog eenige weijnige woorden gesprooken te hebben die naauwlijks antwoord meriteerden, mij de passen voor de drie vaar „tuijgen tot hun transport verleend weeder overgaf, in welker terug ontfang ik geensints traagheijd toonende, hem te gemoet voerde, hoe ik voor mij zelve geen grooter satisfactie zoude hebben kunnen pretendeeren dan die van aan de Heeren Boniers te hebben doen zien, dat ik mij geen wet door hun liet voorschrijven en voorts dat ik hun over de zaak in questi niet meer verwagten of ontfangen zoude, ten waare de koning zelfs mogte gelieven te komen, waar op zij hun afscheijd namen en vertrocken. Jk hoope dat uw Hoog Edelhedens zig ten vollen zullen gelieven overtuijgd te houden dat ik in deese aan d' eene zijde niet anders hebbe gebragt als mij te quijten van mijn pligt om een aller onredelijkst Ja verfoeijelijk en schandelijk gedrag tegen te gaan van een volk, dat nog eere nog schaamte kent en het even veel reekend op welk een wijse zij hunne eigene belangen kunnen bejaegen, als dat het tot het uijterste dis respect niet alleen van mij maar van de Comp=e zelve zoude hebben gestrekt in deesen toe te geeven of wel hunne onredelijke begeertens, in te willigen, na dat ik die op gronden van regt en billikheijd hadde willen tegen gaan, en ik mij niet anders voorstellen konde dan dat daar aan om die reden ook gehoor„ zoude gegeeven zijn, welker tegendeel als nu ten minsten tot hier toe, komt te blijken; dog niet minder van welk een geest dat volk gedreeven word en tot hoedanigen hoogmoed, trots=en stoutheijd zij gestegen zijn, enkel en alleen t' attribueeren aan de toegeevent„ „heijd ten hunnen opzigte in vroegere dagen zo verkeerdelijk ge„ „bruijkt, die wanneer men daar bij verder continueeren mogt, de ge„ „heele ruine van 's Comp„s belangen alhier zal na zig sleepen. Dan aan uw Hoog Edelhedens g'eerde dispositie moetende over„ „laeten om ten deesen opzigte zodanige maatregulen te neemen als hoogst deselve vermeenen zullen dat diergelijk een onver„ „hoopt: gevolg zal kunnen verhoeden, waar om den Hemel vierig gebeden zij, zal ik mij daar over niet breeder inlaeten maar nog eenlijk noteeren hoe ik voor mijn aandeel geen de minste vreese nog E 347 397-197. nog bekommeringe gevoelende, over de gevolgen van de voormelde zaak in questi, in tegendeel geloove dat de Boniers zelve wel haast een regtmatig berouw over haare betoonde drift en onhebbelijk gedrag zullen gevoelen immers zo als ik van ter zijde g'informeerd ben, zoude zij reets voorgenomen hebben nader te komen aankloppen, het welk geschiedende ik niet manqueeren zal uw Hoog Edelhedens in der tijd pligt schuldig te bedeelen; weshalven ik deesen hier meede besluijtende de vrijheijd neeme mij met alle verschuldigde eerbied en hoog agting reverentelijk te noemen. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare gestrengen, wijdgebiedende Heere en wel Edele Gestrenge Heeren. /:lager:/ uw Hoog Edelhedens onderdanige gehoorsame en getrouwe Dienaar, /:was geteekend:/ P„s I:s van der Voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 1=e october 1779. Aan als Even! Mits het op handen zijnde vertrek der laatste vaartuijgen, die nog dit Jaar den sleven naar de Hoofdplaats staan te wenden, geeve ik mij d'eere uw Hoog Edelhedens schuldpligtig verslag te doen van alle het geene, met betrecking tot d' Jnlandsche zaeken, is voorgevallen zedert d'afsending mijner onderdanige van den 14=e Juni, in zo verre het zelve niet is gedaan bij mijne latere van den 5=e Julij, 19=e Augustus en 1=e deezer, en dus een aanvang maekende met het geene het Rijk der Macassaeren of de Rebellen betreft, vind ik mij gehouden voor af te melden, hoe ik, mits de voorlange bekomene tijding dat een par„ „thij Boniers zig, op last van den Pongauwa Datou Barin„ „gang en andere Bonijsche grooten hadden ter needer gezet op zeekere plaats Tocka, zeer verre in het gebergte ten noord oosten van goa gelegen, met insigt om de Rebellen door dit Canaal van vivres en buijten twijffel ook van ammunitie te voorsien, en dus met hun te heulen, bij mijn Jongste aanweesen op Maros, met eenige Europeese en Jnlandsche militairen in aller stilte der„ „waarts vertrocken zijnde, ten einde dat nest te verstooren, dit mijn voorneemen, ter zaeke van d'onkunde onzer gitsen, wel niet volkomen gelukt, maar nog thans van dat gevolg geweest is, dat alle de bewoonders van daar gevlugt zijn, eer ik er ko„ „men konde; na het aangeteekende bij Dag Register onder datis 20. en 21: Augustus, terwijl deeze op togt teffens een ongemeene consternatie heeft verwekt bij die van Borisallo, een plaats on„ „gevaar ses â seven uuren verder in het gebergte gelegen, daar Arou Palacca zig in het laatste van haar leeven onthouden heeft en ook gestorven is, dewelke van onse aankomst, buijten twijffel, door de gevlugte Boniers g'informeerd, in het denkbeeld waaren geraekt dat het ook op haar gemunt was, het geene wel eer ook mijne intentie geweest is, dog de tijds omstandigheeden doenmaals zo min hebben toegelaeten, als te deeser gelegentheijd, hoe

NL-HaNA_1.04.02_3556_0885 view scan ↗

English

799 399. 198 however much I had wished for this; still intending to do so, therefore, should it be necessary and should matters not improve further; toward which, however, hope begins to appear. Partly because the principal mutineers SanKilang, Arou Mampoe, and Craing Sapana with his father Craeng Candjilo, have substantially separated from one another, and each party, according to the general reports, has very few people with them. Secondly, because the common people continuously come down from the mountains more and more in small groups, some presenting themselves under the name of Thainders to the Regentess of that District, and others to various chiefs over the Company's subjects, under the pretext of returning to their relatives, as having fled out of fear, while some address themselves to the Boniers. Thirdly, which is indeed the most important, because some of those who constituted the lawful Government of Goa or held offices at the Court truly seem to show that they are in earnest about submitting; so that all this appears more fully in the Daily Register under the dates 16 and 21 June, 5, 17, and 19 July, as well as 10, 18 August, and 27 September past, likewise the 9th and 11th of this month, to which I respectfully refer for the sake of brevity; noting further with regard to the second point, namely the common people coming from the mountains, that I have deemed it best to let their stay, both in Thaing and among our people, pass unnoticed, or, in so far as communication thereof is made to me, to consent to it; and that for the rest I am continuously working to encourage the Grandees by all kinds of means and ways toward an actual submission, just as concerning those who, as stated, have already made known their inclination thereto, also appears at large in the frequently mentioned Daily Register under the date of 27 September; and among other things, how I have likewise given the necessary orders to the worthy Regent of the Company's southern province Poelembankeeng, who, upon previous instructions, is also doing his best to that end, regarding many Boniers who, for their own self-interest, seek to divert them from those good intentions; but to thwart their wicked schemes, and thus to reassure the frequently mentioned Grandees that they have nothing to fear, I have moreover caused pardon to be promised to Prince Craeng Bonto Nompo, in view of his secret application made to that end, as well as to set his wife and child together with the rest of their household at liberty again, in the expectation that, considering himself particularly obliged to me for this grace, he will also inform his countrymen of the Company's sincere inclination to renew the peace with them, and will endeavor to urge them thereto; which, besides all that has been said, I also intend to do by a further manifesto, the draft of which, as well as the one already posted, is respectfully presented to Your High Noble Lordships. While in the meantime, as a sample of what means Arou Palacca has made use of to embitter the minds of the Macassars against us, I add here how the wife of the said Craeng Bonto Nompo related that, having previously been married to the former King, who is currently on Ceylon, as soon as Arou Palacca had come to Goa with Sankilang, he had her summoned and brought to him, and having said, "There is your husband!", upon her stating that she did not recognize him as such, he had immediately added that this was to be imputed to the cruel maltreatment inflicted on him by the Europeans, who had put him in a barrel studded with nails and thus rolled him along the roads, with many other circumstances besides, which, however palpably conflicting with the truth, easily gain acceptance among a people who place more belief in the words of such a great personage as Arou Palacca was in their own eyes, than in their own senses. This

Dutch transcription

799 399. 198 hoe zeer ik zulks gewinscht hadde; het zelve dierhalven als nog voorneemens zijnde, wanneer het nodig weesen in de zaeken niet ver„ 6 „der ten goeden veranderen mogten; waar toe zig igter hoope begint op te doen. Eensdeels ter oorsaake de voornaamste muijtelingen SanKilang, Arou Mampoe en Craing Sapana met zijn vader Craeng Candjilo, zig weezentlijk van den anderen gesepareerd en ieder parthij, maar zeer weijnig volk, immers zo als d' algemeene berigten dicteeren, bij hun hebben.. Ten anderen vermits het gemeen bij continuatie bij kleene parthijen uijt de gebergtens meer en meer komt afsaeken, sommigen zig onder de naam van Thainders bij de Regentinne van dat District be„ „geevende, en d' anderen bij deeze en geene hoofden over 's Comp„s on„ „derdaanen, onder voorgeeven van bij hunne verwanten terug te keeren;„ als door vreese gevlugt zijnde terwijl sommigen zig bij de Boniers addresseeren. Ten derden, het geen wel het voornaamte is om dat eenige van die de en wettige Regeering van Goa uijtgemaakt of ampten aan het Hof bekleed hebben werkelijk schijnen te toonen dat het hun ernst„ is om in submissie te komen; invoegen dit alles breeder komt te blijken bij Dag Register onder datis 16 en 21:' Juni, 5. 17. en 19:' Julij mitsgaders. 10. 18. Augustus en 27:e September passato item 9„' en 11=e deeser waar aan ik mij ter betragting van de kortheijd eerbiedig refereere, ten opzigte van het tweede poinct of wel d' uijt het ge„ „bergte komende gemeenen nog noteerende, dat ik hun verblijf zo op Thaing als bij d' onsen best g'oordeeld hebbe ongemerkt te passeeren, of voor zo verre mij daar van Communicatie word ge„ „d:aan, in het zelve te bewilligen en dat ik voor het overige als nog bij aanhoudendheijd werksaam ben om de Grooten door allerleij middelen en wegen tot een daedelijke onderwerping te„ animeeren, gelijk zulks nopens de geene die als gezegt daar toe hunne inclinatie bereets te kennen gegeeven hebben almeede in het breede voorkomt bij het meergemelde dag-Register onder dato 27=e September en onder anderen hoe ik den braven Regent van : en in, van 's Comp„s zuijder provintie Poelembankeeng, die daar toe ook, op voorige last, meede zijn best doet, insgelijks het nadige inman„ „datis hebbe gegeeven, ten belange van veele Boniers, die haar van die goede voorneemens, om eigen belangshalven, tragten te diver„ „teeren, dog ter verijdeling van welke hunne snoode menees en om dus de meergemelde Grooten gerust te stellen dat zij niets te vree„ „sen hebben ik nog daer en boven aan den Prins Craeng Bonto Nom„ „po, mits zijn daar toe onder de hand gedaan aanboek, pardon hebbe laeten belooven, mitsgaders om ook zijne vrouw en kind nevens haar verder huijsgezin weeder op vrije voeten te zullen stellen, als in die verwagting zijnde, dat hij zig voor deese gratie aan mij son„ „derling zullende verpligt reekenen, zijne Landslieden ook wel van 's Comp„s opregte genegentheijd om den vreede met haar als nog wel te willen vernieuwen, zal informeeren en deselve daar toe dan ook tragten aan te zetten; dat ik buijten alle het gezegde ook nog voorneemens ben te doen, bij een nader manifest, welker concept, zo wel als het reets g'affigeerde uw Hoog Edelhedens reverentelijk word aangeboden. Terwijl ik intusschen tot een staaltje van welke middelen Arou Palacca zig heeft bediend om de gemoederen der Macassaeren tegen ons te verbitteren, hier nog bij voege hoe de vrouw van gemelde Craeng Bon„ „to Nompo, verhaald heeft dat zij bevoorens getrouwt geweest zijnde, aan den geweesen Koning, die thans op Ceijlon is, zo dra Arou Pa„ „lacca met sankilang in Goa was gekomen haar doen roepen en bij den zelven gebragt mitsgaders gezegt hebbende daar is uw man! op haar te kennen gave hem daar voor niet te kennen, 'er aanstonds bij gevoegd hadde, dat zulks t' imputeeren was aan de Cruelle mishandelingen hem door d' Europeesen aangedaan, die hem in een vat met spijkers doornageld, gestopt en dus langs de wegen hadden doen rollen, met veele andere omstandigheden meer, die hoe handtastelijk ook met de waarheijd strijdende, ligtelijk ingang vinden bij een volk dat meer geloof slaat aan het zeggen van een zo groot personagie, als Arou Palacca in haar eigen oogen geweest is, als aan haar eigen zintuijgen. Dit

NL-HaNA_1.04.02_3556_0887 view scan ↗

English

This now being all that I have to report concerning the rebels, I still have the honor to inform Your High Nobilities respectfully that the city of Goa has now already been as good as completely demolished, all the walls and highest ramparts having been thrown down, and the trees felled to the ground, so that anyone who has previously seen that place would no longer recognize it, indeed would not believe that it was the same; in proof of the extraordinary trouble and labor that had to be applied to the destruction thereof, which nevertheless, besides some rice and some arak, will cost the Company scarcely a thousand Rijxds. Regarding the court of Boni, I had the honor to entertain Your High Nobilities extensively in my obedient last letter of the 1st of this month, and especially with regard to the history concerning the exemption from toll which the grandees claimed for the transport vessels of the envoys; in continuation of which I must now report how my statement in that regard, to the effect that no more messages or visits were to be expected at court on that account, was conveyed in such a manner as if I had declared that I would never grant their grandees access again, on the basis of which the king was said to have resolved to depart into the interior with the entire court retinue; I caused him to be addressed on this matter in serious terms, on the occasion of the delivery of the customary puasa present by commissioners, having furnished them for that purpose with a written instruction to be found among the appendices; which had such an effect that His Highness will probably abandon the intention to remove himself from the Castle, as I at least hope, meanwhile noting further how Prince Tosarassa, having recounted to me on the 7th of June passed as if in secret the expected arrival at court of an envoy from Riouw, with a letter containing an offer of assistance should this kingdom be hostilely attacked by those of Wadjo and others; the Madanrang informed me on the 9th of July thereafter that the envoy had arrived here, with a request to receive the same, and that the Malay scribe might be sent to him in order to translate the letter, and that both having been granted, without the letter having been sent to me for perusal as would have been proper; I nevertheless obtained a copy thereof through the said scribe, which I found to contain nothing more than an offer of service in general terms, and that of a present in money and raw silk, as will appear to Your High Nobilities if you please from the copy to be found among the appendices, as well as a report or account from a sailor Pollow, who had formerly been an assistant, stating how he had been solicited by a certain Bonian, who had probably received orders to that effect from Datou Baringang, to leave the Company and also to incite others thereto, from which it may be gathered what said grandee and many others with him have up their sleeves, to which I must also attribute that already six Europeans have deserted, without anything else having been heard of them other than that one of them was said to have been with Sankibang, who had shown much esteem for him, but who was said to be already deceased; in the meantime I have indeed tried to obtain further particulars concerning this case of Pollow, but in vain, since said Datou Baringang, playing the hypocrite since then, now tries to be considered uncommonly attached to the Company; for during my recent presence at Maros, just the first time that I conducted the tithing, he arrived there likewise; not only giving me notice of his arrival, but also requesting to be allowed to pass the post and at the same time having an audience requested with me, which, upon his further insistence a few days later, having been granted, he appeared, accompanied only by the sulewatang and a modest retinue, indicating that he had come to Maros to give orders that no paddy should be hidden in the houses by the Bonians

Dutch transcription

401 401 199 Dit nu alles zijnde wat mij nopens de Rebellen te berigten valt hebbe ik nog d'eere uw Hoog Edelhedens eerbiedig kennisse te geeven; dat de stad Goa, thans reets, zo goed: als geheel geslegt is alle de muuren en hoogste wallen om verre geworpen, en de boomen ter needer geveld zijnde zo dat imand; welke die plaats bevoorens heeft gezien, deselve niet meer kennen Ja gelooven zou„ „de dat het dezelve was; ten bewijse van d' ongemeene moeijte en arbeid die tot vernieling van dien heeft moeten worden aangewend, in die de Maatschappij egter, buijten eenige Rijst en wat Arak, naauwlijks duijsend Rijxd=s zal komen te kosten. Nopens het Hof van Bong hebbe ik d' eere gehad uw Hoog Edelhedens bij mijne gehoorsame laatste van den 1=e deeser breedvoerig t' onderhouden en speciaal met opzigt tot het historiaal over de tol vrijheijd, die de Groo„ „ten voor de transport vaartuijgen der gezanten pretendeerden, ten vervolge van het welke ik thans moet melden hoe mijn gezegde daar omtrend om dierwegens geen boodschappen of bezoeken meer te zullen verwagten ten hove, in diervoegen overgebragt zijnde als of ik verklaard hadde hun Rijksgrooten nimmer meer acces te willen verleenen, op fundament van het welke den koning zou„ „de voorgenomen hebben; met het gantsche hof gezin, na de bin„ „nen Landen te vertrecken; ik den zelven daar over in ernstige termen hebbe doen onderhouden, ter gelegentheijd der overgave van het ge„ „woone pouassa geschenk door gecommitteerdens hun ten dien eijnde gemunieert hebbende met een schriftelijke Jnstructie, on„ „der de bijlagen te vinden; 't welke van die uijtwerking is geweest dat zijn Hoogheijd het voorneemen om zig van het Casteel te verwijderen wel zal staaken, gelijk ik ten minsten verhoope, intusschen al verder noteerende hoe den Prins Tosarassa mij op den 7=e Juni passato als in 't geheim verhaald hebbende de verwagt wordende komst ten hove van een gezant van Riouw, met een brief vervattende aan„ „bieding van assistentie, wanneer dit Rijk door die van wadjo en anderen vijandelijk mogte worden aangetast; den Madanrang mij op den 9=' Julij daar aan deed weeten dat den gezant hier g'arriveerd : . : g'arriveerd was met versoek om den zelven t' ontfangen, en dat de maleijsche schrijver bij hem mogt gezonden worden ten einde de brief te translateeren, mitsgaders dat het een en ander g'accordeerd zijnde, zonder dat mij den brief ter lecture wierd toege„ „sonden zo als behoorlijk was geweest; ik daar van egter door gemelde schrijver een afschrift heb bekomen, het welk ik bevond niets te behelsen dan een dienst aanbieding in generaele termen, en die van een present in geld en ruwe zijde, gelijk uw Hoog Edelhedens des gelievende geblijken zal bij de Copia onder de bijlagen zo wel te vinden als een berigt of Relaas van een bevoorens assistent geweest zijnde matroos Pollow, houdende hoe hij door zeeker Bonijer, die denkelijk daar toe van Datou Baringang last sal gehad hebben, aangezogt was. om de Compagnie te verlaeten en ook anderen daar toe aan te zetten, waar uijt af te neemen zij wat gemelde Rijks„ „groot en veele anderen met hem in den schildvoeren, aan het wel„ „ke ik ook attribueeren moet dat reets ses Europeesen gedeserteert zijn, sonder dat men 'er iets anders van heeft vernomen, dan dat eene derselve bij Sankibang zoude geweest zijn, die veel agting voor denzelven betoond hadde, dog die reets overleeden zoude weezen; ondertusschen hebbe ik wel verdere omstandig„ „heden nopens dit geval van sollow tragten te bekomen, maar vrugteloos, dewijl gem: Datou Baringang zedert den ge„ „veijnsden speelende, thans tragt gehouden te worden de Compagnie ongemeen toegedaan; want bij mijn Jongste aanweesen op Maros, Juijst de eerste maal dat ik de vertie„ „ning deed, kwam hij daar insgelijks; mij van zijn komst niet alleen doende kennisse geeven, maar ook versoekende om de post te mogen passeeren en teffens belet bij mij laetende vragen, het geen ik op zijne nadere instantie, weijnige dagen na dato, g'accordeerd hebbende, zo verscheen hij; alleen ver„ „zeld: van den soelewattang en een middelmatig gevolg, te kennen geevende op Maros gekomen te weesen om ordre te stellen dat geene Padij door de Boniers op de huijsen verbor„ „gen

NL-HaNA_1.04.02_3556_0889 view scan ↗

English

... and furthermore how, having heard that disadvantageous reports concerning him had been brought to me, he requested that I might not put any faith in them, assuring me that he was loyal to the Company; offering further to follow me in the tithe collection; which I declined, and having served in response to the former matter that the removal of the paddy from the houses was also the king's order, I answered his request by saying that I had never paid heed to street or market gossip, and therefore no one needed to be afraid of falling under suspicion with me unjustly; however, as much as I would have liked to make use of this opportunity to arrest him, I saw too much danger in it, on account of the consternation that this undoubtedly would have caused at the Castle and among the inhabitants before I could have given notice of it, let alone have been present there myself; and to do so beforehand or merely to reveal my intention to anyone, I found unadvisable for many reasons; secondly, the tithe collection would certainly have been rendered fruitless by it, to which was further added the lack of a good and secure opportunity to deport him, and finally the reflection within myself that, by keeping him under the illusion that he had regained the Company's trust, one would in time obtain a better opportunity to secure his person, while he, in the meantime, would surely refrain from further evil deeds, at least for the time being, so that I have heard nothing concerning him since; but on the other hand, four Bonijse chiefs at Cabba have again had the audacity to make an incursion, with a force of approximately 400 armed men, into the Company's negorij Baleanging on Siang, in which four of the inhabitants were shot dead and three were wounded, and this merely under the pretext that a Bonier had been murdered in that vicinity, although the people of the negorij flatly deny this; about which insolent act I have indeed lodged a complaint again with the king of Bonij and demanded satisfaction, who also immediately gave orders to summon the principal chief hither, but from which nothing further has come as yet, and I also do not believe that anything will come of it, so that from this it can again be inferred that one will never be freed from such insolences unless reprisals are taken once and for all to intimidate that murderous people. Regarding the realm of Tello, having had the honor to report to Your High Nobilities how I had made known my expectation to the king of Bonij that he would forbid his people from settling there, I must not fail to mention now that, nevertheless, some fields were planted there with paddy by them this spring, of which Datou Baringang is said to have taken tithes; but that I, in anticipation of whether this might happen again this year, left it unnoticed, in order to seize everything in that case; whereas on the other hand I intend to have His Highness addressed regarding the setting up of seroos for fishing in the mouth of the river and the construction of salt pans on this territory currently belonging to the Company; which I myself having gone to inspect, found as well entirely devastated, and the fortress that once stood there fallen into such decay, that it would be entirely unnecessary and even a useless effort and expense to demolish it further; which I had otherwise been minded to do. The former queen of this realm, currently Regent Thaing, having sent some of her people under two chiefs to a certain nearby island called Poeloe Cranrang, which was formerly inhabited by Macassars, in order to settle there and build houses again, she nevertheless, upon my representations made against it, gave orders to those chiefs to depart from there; which has also happened, the houses having been demolished again, which is then all that I have to report concerning her for the present, as regarding Tanelle, also nothing other than that during my presence at Sagerij for the purpose of collecting the tithes, having urged the king to...

Dutch transcription

405 403 - 200. „gen wierd, in voorts hoe hij vernomen hebbende, dat men nadeelige berigten, ten zijnen opzigte, bij mij hadde ingebragt, hij verzogt dat ik daar aan geen geloof mogte slaan, met verbeekering dat hij de Compagnie getrouw was; zig verder aanbiedende mij in de vertiening te volgen; 't welk ik afgeslagen en op het eerste gediend hebbende dat het afzetten der padij van de huijsen ook 's konings ordre was, zo gaf ik hem op zijn versoek ten antwoord dat ik mij nimmer aan straat- of passer-praa„ „tjes gestoord hadde, en dus niemand behoefde bevreest te weesen, on„ „schuldig bij mij in verdenking te komen; Dan hoe zeer ik mij van deeze gelegentheijd hadde willen bedienen om denzelven op te ligten, zag ik daar in te veel gevaar, ter zaeke van de Consternatie die zulks aan het Casteel en onder de Jngezeetenen buijten twijffel zoude ver„ „wekt hebben, eer ik daar van hadde kunnen kennisse geeven veel min aldaar zelfs present weeken; en zulks bevoorens te doen of mijn voorneemen maar aan iemand t' openbaaren vond ik om veele rede„ „nen niet raadsaam; ten anderen zoude de vertiening 'er zeeker vrug„ „teloos door geworden zijn, waar bij nog kwam d' ontstentenis van goede en secuure gelegentheijd om denzelven te versenden en eijndelijk „ d' overdenking bij mij zelfs, dat hij in den waan gehouden wor„ „dende; van 's Comp„s vertrouwe weeder te hebben gewonnen men te eeniger tijd wel beter occasie zal erlangen om zig van zijn persoon meester te maeken, terwijl hij zig intusschen van verdere quade bedrijven, ten minste voor eerst wel zal wagten, invoegen ik daar omtrend zedert niets ten zijnen opzigte hebbe vernomen; dog daar en tegen hebben vier Bonijse hoofden te Cabba weder de stoutheijd gehad met een getal van Circa 400. gewapende man„ „schap, een inval te doen in 's Comp„s negorij Baleanging op siang, waar bij vier van de bewoonders dood geschooten en drie ge„ „quetst zijn, en zulks enkel op pretext dat daar omtrend: een bonier was vermoord, schoon de negerijs volkeren zulks volstrekt ont„ „kennen; over welk brutaal bedrijf ik wel weeder bij den koning van Bonij hebbe doen doleeren en satisfactie eijsschen, die ook aanstonds ordre gegeeven heeft om het voornaamste hoofd her„ „waarts te ontbieden, maar waar van verders nog niets gekomen is, is, en ik ook niet geloove dat iets komen zal, zo dat hier uijt weeder af te neemen zij dat men nimmer van diergelijke Jnsolentien zal bevrijd raaken, wanneer 'er niet eenmaal represaille genomen worde om dat moorddadige volk af te schricken. Nopens het Rijk Tello, d'eere gehad hebbende uw Hoog Edelhedens te berigten, hoe ik den koning van Bonij mijne verwagting te kennen gegeeven hadde, van de zij„ „nen te zullen verbieden, zig daar neder te zetten, zo mag ik thans niet voor bij te melden, dat daar des niet te min door dezelve in dit voor Jaar eenige velden met Padij zijn beplant, waar van Datou Baringang, zo gezegt word, tiende zoude hebben genomen; dog dat ik, in die verwagting of het dit Jaar weeder gebeuren mogt, het zelve ongemerkt hebbe gelaeten, ten einde in dien gevalle alles aan te slaan; waar en tegen ik voorneemens ben zijn Hoogheijd te doen onderhouden over het zetten van Seroos ter visvangst in de mond van de rivier en het aanleggen van zoutpannen op dit thans aan de Comp:e gehoorende territoir; dat ik zelfs hebbende gaan bezigtigen„ zo wel geheel verwoest als de daar wel eer gestaan hebbende sterkte, der maten vervallen hebbe gevonden, dat het geheel onnodig en zelfs onnutte moeijte en kosten zoude zijn om dezelve verder te demo„ „lieeren; het geen ik andersints van gedagten ben geweest. De geweese koningin van dit Rijk, thans Regentinne Thaing eenige van de haaren, onder twee hoofden, gezonden hebbende naar zeeker hier digt bij gelegen Eijland Poeloe Cranrang genaemd, dat wel eer door Macassaeren is bewoond geweest, ten eijnde zig daar needer te zetten en 'er weeder huijsen te bouwen, heeft zij egter op mijne daar tegen gedaene vertogen, ordre aan die hoofden gegeeven om van daar te vertrecken; gelijk ook geschied is de huijsen weeder afgebroken zijnde het geen dan alles is wat mij ten haaren op„ „zigte voor tegenwoordig te berigten valt gelijk Tanelle, ook niet anders dan dat ik bij mijn aanweesen op sagerij, tot het doen der vertiening, den koning hebbende doen maanen om d' : :. . 1 . . van F ƒ . Nopens

NL-HaNA_1.04.02_3556_0891 view scan ↗

English

the settlement of the national debt, following the report received that he had gone to Macasser to attend a certain feast at the Court of Bonij, I had the same reiterated upon my return home, expressing my surprise at his appearance at the said feast, since he had not made a single visit to me since his accession to the throne; regarding which he merely excused himself by alleging that this was to be attributed to his simplicity, promising that upon his return home he would speak with the grandees of the realm concerning the debt. As for the settlement of the national debt by those of Sanarabonij, it proceeds very hesitantly; thus, since my previous report, no more than 300. Rixdollars have been paid, and no less hesitation is shown with the leveling of the ramparts; and this notwithstanding the emphatic admonitions regarding both matters renewed de novo, seeing that the king and grandees of the realm continually maintain their pretense of insolvency and lack of people; just as the former moreover alleges that his continual indisposition prevents him from coming hither; all of which constitutes so many reasons why the Contract cannot yet be concluded, which I shall nevertheless endeavor to effect as soon as ever practicable. Concerning Soping, there is nothing to note, but regarding Wadjo, I have the honor to inform Your High Nobilities that the Datoes of Soping and those of Sedeenring, having sent an embassy to the Patoe La E. /: Regent :/ to request him to dissuade the Wadjorese from committing hostilities against Bonij, he informed them that in his opinion it would also be best to leave Bonij in peace, the more so because the English, merely leading Wadjo up the garden path, did not appear to their aid; of which I was informed by those of Soping, with the addition that in his opinion there was no longer anything to fear from Wadjo; in addition to which I have since received a letter from the ruler of Sedeenring, in which he writes to me that he has made inquiries throughout all of Wadjo but has heard nothing that resembles war, although the Wadjorese were allegedly requested by those of Goa by a letter to proceed to Panakoekan in order to await the English there, to which they had not replied. However, he adds as a certain truth that Jan-de-patuhan / presumably the king of Slanganoor :/ had allegedly sent an emissary to the three allied realms / Bonij, Soping, and Wadjo :/ with a message stating that in case they wished to conspire with him, they would then have no need to fear destroying all Europeans here; to which, however, the two first-mentioned would in his opinion not consent, though he would not vouch for Wadjo; regarding which report I merely made known in my reply that I could not imagine any of the three realms consenting to that proposal, but that I was just as little afraid of that as of all agitations of others. Whatever the truth of the matter itself may be cannot well be determined, but in case it should indeed be true, it is certain that it should serve as a proof of disloyalty toward the Company, both on the part of Soping and of Bonij, that not the slightest notice thereof was given to me, which I had not expected of the Datou. Concerning the Court of Bouton, nothing, and regarding the outer island realms, there is only to report the arrival of two envoys from Dompo, with a letter containing a request that, upon the arrival here of the king of Sumbawa, their mutual disputes might be investigated here, the said king being reported to intend the same, although the writer Steijns writes to me that the Regent alone is expected to come. Thus I pass on to The Company's lands and subjects, regarding which I have in general only to report that the peace among the inhabitants still remains undisturbed; but regarding Maros in particular, I have the honor to bring to the notice of Your High Nobilities that, immediately upon my arrival there to perform the tithing, a beginning having been made with the erection of the new post, the front of it with the two bastions, together with the barracks or the guardhouses for the men and the lodgings for the sergeant, gunner, and surgeon, are already completed, and work is currently proceeding with the raising of the other two bastions, with which the work will probably also be finished before the rainy season, so that the entire post can be occupied, although the palisades will have to remain standing until the spring before the curtains can be bricked up. Meanwhile, I have already concluded a verbal agreement with the respective Regents, which is to be set down in writing at the first opportunity, according to which they will contribute annually 515. Spanish rixdollars, or fully 640. —. Dutch rixdollars in cash, instead of the timber supplied hitherto, whereby the cost of this small fort will not only be quickly recovered, but from which a sufficient fund will simultaneously be found for the purchase of heavy timber for the pier, which was otherwise no longer supplied. This causes me still to hope that Your High Nobilities will be graciously pleased to approve that arrangement, although I did not previously request authorization for it, for which I once again respectfully beg pardon, with the humble assurance that I would not have neglected to do so had I been able to foresee that so prompt an opportunity for the rebuilding would have presented itself, of which I deemed it necessary to make use immediately; whilst, as far as the small fort itself is concerned, it must also be taken into consideration that all the buildings inside would otherwise have had to be made of stone again.

Dutch transcription

405 405 201. d' aflegging van de Rijksschuld, mits het bekomen berigt dat hij na Macasser was ter bijwooning van zeeker festijn aan het Hof van Bonij, ik het zelve bij mijn thuijs komst hebbe doen her„ „haelen, onder te kennen gave mijner verwondering over zijn verschij„ „ning op het gemelde festijn, daar hij zedert zijn komste tot den troon, nog geen enkele visite bij mij hadde afgelegt; waar over hij zig enkel heeft ontschuldigt met voor te geeven dat zulks aan zijn onnoselheijd te wijlen was, onder toezegging om bij zijn thuijs C komst met de Rijksgrooten over de schuld te zullen spreeken. Met de voldoening door die van Sanarabonij van de Rijksschuld gaat het zeer schoorvoetende; alzo zedert mijne voorige niet meer dan 300. Rijxd=s zijn voldaan en niet minder met de slegting der wallen; en zulks niet Jegen„ „staande de nadruckelijke aanmaningen omtrend het een en ander de novo gedaan, gemerkt de koning en Rijksgrooten bij continu„ „atie hun onvermogen en swakheijd van volk blijven voorwenden; gelijk den eersten daar en boven dat zijne geduurige onpasselijkheijd hem verhindert herwaarts te komen; het geen dan ook zo veel redenen uijtmaeken waar om het Contract nog niet kan geslo„ „ten worden. dat ik egter zo spoedig maar immer doenlijk zal tragten te bewerken. Soping valt niets te noteeren dog Aangaande wadjo, hebbe ik d'eere uw Hoog Edelhedens te berigten hoe de Da„ „loes van Soping en die van sedeenring een bezending aan de Patoe La E. /: Rijksbestierder:/ hebbende gedaan, om hem te ver„ „soeken de wadjoreesen van het pleegen van vijandelijkheden tegen Bonij te diverteeren, hij hun heeft doen weeten, dat het zijns bedunkens ook best zoude weesen Bonij in rust te laaten, te meer de Engelschen wadjo maar om den thuijn leijdende, ter haerer hulpe niet kwamen opdagen; van het welk mij door die van soping kennisse gegeeven is, met bijvoeging dat men na zijn gedagten voor wadjo niet meer te vreesen hadde; waar Ten belange van en 2 en boven ik zedert een brief van die van sedeenring ontfangen hebbe e bij dewelke hij mij schrijft gantsch wadjo door omgehoord maar niets vernomen te hebben dat naar oorlog gelijkt, hoe wel de wadjoreesen, door die van Goa bij een brief zouden weezen aangezogt zig na Panakoekan te begeeven, ten einde d' Engelschen aldaar in te wagten, daar sij niet op hadden g'antwoord. egter voegd hij er voor een zeekere waarheijd bij dat Jan -de patuhan / denkelijk de koning van Slanganoor :/ een zendeling zoude hebben gezonden aan de drie vereenigde Rijken /Bonij, soping in wadjo:/ met een boodschap houdende dat ingevalle zij met hem wilden te saemen span„ „nen zij dan niet behoefden te vreesen om alle Europeesen alhier te verdelgen; waar in nogthans de twee eerst gemelde, naar zijne gedagten niet bewilligen zouden dog dat hij voor wadjo niet wilde instaan, omtrend welk berigt ik bij mijn antwoord eenlijk hebbe te kennen gegeeven, hoe ik het bewilligen in dien voorslag van geene der drie Rijken denken konde, dog dat ik daar voor ook zo min als voor alle woelingen van anderen bevreest was; wat 'er nu egter van de zaak zelve zij is niet wel te bepaelen, maar ingevalle dezelve in waarheijd mogte bestaan is het zeekere dat het zo wel aan de zijde van Soping als van Bonij voor een bewijs zouden dienen aange„ „zien te werden van ontrouw omtrend de Comp=e dat daar van geen de minste kennisse aan mij gegeven is, dat ik van den Datou niet verwagt hadde. Boulon niets, en D'overwalsche Rijken eenlijk te melden vallende de komst van twee gezanten van Dompo, met een brief houdende versoek dat bij de herwaarts komst van den koning van sumbawa hunne onderlinge geschillen hier mogten worden onderzogt, den welken daar bij gezegd word het zelve voornee„ „mens te zijn, schoon den scriba steijns mij schrijft dat den Rijksbestierder alleen staat te komen. zo slappe ik hier meede over tot Ten belange van Nopens het Hof van 's Compagnies 407 Hompagnies Landen en onderdaanen, waar omtrend ik in 't gemeen enkelijk te bedeelen hebbe dat de ruste onder de Jngezeetenen nog ongestoord blijft dan omtrend 407 202. Maros in 't bijsonder hebbe ik d'eere uw Hoog Edelhedens ter ken„ „nisse te brengen, dat al aanstonds bij mijn komst aldaar tot het doen der vertiening, een aanvank met d' opregting der nieuwe post gemaakt zijnde, het voor front van dien met de twee basti„ „ons mitsgaders de Casernen of de wagten voor het volk en de woo„ „ningen voor de sergeant, constapel en chirurgijn reets voltooijt zijn, en thans met het ophaelen van de twee andere bastions voort„ „gevaaren word, waar meede men voor den Regen tijd denkelijk meede gedaan werk krijgen in de gantsche post dus te betrec„ „ken zal zijn, schoon de palisaden tot in het voorJaar zullen moeten blijven slaan eer de gardijnen kunnen worden opgemetseld; ondertusschen hebbe ik met de respective Regenten reets een mon„ „delinge over eenkomst getroffen, die bij eerste gelegentheijd in ge„ „schrift staat te worden gesteld, volgens de welke zij Jaarlijks 515. rijxd=s spaans of ruijm rd„s 640. —. hollands zullen opbrengen in gelde, in steede van de tot hier toe geleverde houtwerken waar door het kostende van dit fortje niet alleen weeder spoedig goed„ „gemaakt, maar uijt het welke teffens een toereikend fonds te vinden zal zijn tot den inkoop van swaare houtwerken voor het ziehoofd; die dog niet meerder gelevert wierden. het geen mij als nog doet hoopen, dat uw Hoog Edelhedens dier aanleg wel gratieuselijk zullen gelieven te approbeeren, schoon ik daar toe bevoorens geene qualificatie hebbe gevraagd waar over ik nogmaals eerbiedig excus versoeke, onder nedrige verzeekering dat ik zulks niet zoude hebben versuijmt, wanneer ik hadde kun„ „nen voorsien dat 'er tot de weeder opregting een so spoedige ge„ „legentheijd voorgekomen zoude weezen, van dewelke ik vermeend hebbe ten eersten gebruijk te moeten maeken, terwijl wat het fortje zelve betreft nog in consideratie komt dat dog alle de gebouwen van binnen weder van steen zouden hebben moeten bbe „

NL-HaNA_1.04.02_3556_0894 view scan ↗

English

must be constructed as they previously were, and which would have cost considerably more then, because they are now walled up against the curtains themselves. Meanwhile, concerning its utility and to what extent it is to be preferred over a simple palisade redoubt, I shall not give an extensive description, but only note that the garrison, which until now had been fixed at 25 men, but currently consists of 40 heads, ought also to be kept at that number in the future, both to put an end to the insolence that the Boniers continually commit, and at the same time, towards the time of the tithing, to be all the better able to counter the clandestine transport of paddy, through which the Company currently suffers more damage than the aforementioned larger number would cost in upkeep, not counting other advantages to be expected therefrom, for the increase of which I generally leave no means untried and for which the present juncture is so favorable that I flatter myself with the hope of a fortunate success, and particularly regarding the tithe of the rice crop, which, as Your High Nobilities will see from the general advices, has yielded over 277 lasts this year despite many fatalities, and which in time will undoubtedly increase noticeably when the Boniers as well as the subjects can be obliged, as recently done, to place all their paddy in the field, since the lands themselves have been enlarged and augmented, both with the Tello territory that has fallen to the Company and half of Sodiang, which until now has belonged to the Macassars, but in my judgment ought never to be returned, for which reason I have already ceded the same to the subjects for cultivation. And since I am moreover of the opinion that, should peace be made with the Macassars again in time, one might also reasonably stipulate the levying of tithes on the lands that will then have to be returned to them so that they can find a livelihood, the revenues would also increase not a little through this. Meanwhile, with the thought that one ought nonetheless to remove them from the beaches by at least an hour's march, I have myself conducted a survey of those lands that extend from the mouth of the Goa River along the sea as far as Glissong; and I am daily engaged in encouraging our inhabitants to settle there, as well as returning to those places where they themselves formerly lived out that way and also had houses and brickworks. Yet, to secure all of this in the long run, it will be necessary, be it said with respect, that the garrison also be somewhat enlarged, which I am not unaware would be very burdensome at present, but regarding which I nevertheless take the liberty to remark how the present establishment is indeed inadequate for such an extensive place as Macassar, where one is daily exposed to ruptures and finds oneself surrounded on all sides by enemies or feigned friends who, being moreover all equally bloodthirsty and rapacious, can be kept in check by no other means than by one's own power, which, in the event of an application for peace by the Macassars, would also contribute not a little to dictating it to them as seen fit. I pray Your High Nobilities most humbly to construe this digression favorably, and further take the liberty to request Your High Nobilities' highly esteemed orders with respect to the military officers sent here for the war, including the Lieutenant of Artillery Van Alphen and also regarding the Surgeon Major Frisschen, since all of them are no longer needed here and the stay of the first-mentioned would noticeably tend to the prejudice of such non-commissioned officers as have distinguished themselves uncommonly during the troubles and have thereby made themselves worthy of Your High Nobilities' favorable reflection, such as among others the Commanding Sergeants Troonhever and Lohr, for whom I find myself particularly obliged to solicit a gracious promotion to ensign, and no less a benevolent reflection upon the petition of the chief interpreter Brugman, that he might be honored, even if only with the rank of junior merchant,

Dutch transcription

moeten worden gemaakt, zo als z' geweest zijn, en die als dan vrij wat meer zoude hebben gekost, ter zaeke dezelve thans tegen de gordijnen zelfs zijn opgemetseld. Ondertusschen zal ik van dies nuttigheijd en in hoe verre dezelve boven een enkele schans van pallisaden te prefereeren zij geen breede be„ „schrijving doen maar nog aanmerken dat de bezetting die tot hier toe op 25. man is bepaald geweest, dog die thans in 40. koppen bestaat; ook voor het vervolg op dat getal diend te worden gehouden, zo tot sluij„ „ting van de brutaliteijten die de Boniers bij Continuatie pleegen, als om teffens, tegen den tijd der vertiening, des te beter den Clandestinen vervoer van padij te kunnen tegen gaan, waar door de Comp=e thans meer nadeel word toe gebragt als het gemelde meerder getal aan onder„ „houd zouden komen te kosten ongereekend andere voordeelen daar uijt te wagten, ter vermeerdering van dewelke ik in het gemeen geen middelen onbezogt laete en waar toe het tegenwoordige tijdslip zo gunstig is dat ik mij met de hoope vlije van een geluckig succes en wel in het bijsonder omtrend de tiende van het Rijst gewasch die gelijk uw Hoog Edelhedens uijt de gemeene advisen zullen zien dit Jaar ruijm 277. lasten heeft opgeworpen in weerwil van veele fataliteijten en die in der tijd buijten twijffel merkelijk zal toenee„ „men wanneer de Boniers zo wel als de onderdaanen gelijk Jongst kunnen verpligt worden alle hunne padij op het veld te stellen, ver„ „mits de Landen zelfs vergroot en vermeerderd zijn zo met het Tellose dat aan de Comp=e vervallen is als het halve sodiang dat tot hier toe de Macassaaren heeft toegehoord, dog mijnes oordeels nimmer behoord te rug gegeeven te worden alwaar om ik het zelve alreede ter bebouwing aan d' onderdaanen hebbe afgestaan En vermits ik daar en boven in begrip ben dat men met de Macas„ „saaren in der tijd weeder vreede komende te maeken ook billijk zoude kunnen bedingen het heffen van tienden van de landen die haar als dan zullen moeten worden te rug gegeeven om hun bestaan te kunnen vinden zoude hier door de Jnkomsten meede niet weijnig accresseeren, Ondertusschen hebbe ik in die gedagten dat men dezelve egter van de stranden ten minsten een uur, „gaans 409 409 „203. „gaans diend te verwijderen zelfs een opneem gedaan van die Landen welke zig van de mond der goase rivier langs de zee uijtstrecken tot aan glissong; en ben dagelijks doende met onse Jngezeetenen t'animeeren om zig daar zo wel needer te zetten als weeder op de zo„ „danige waar zij zelfs voormaals, dien weg uijt, gewoond, mitsgaders huijsen en ook steen backerijen gehad hebben. Dog om zig van dit alles op den duur te verseekeren, sal het, het zij met eerbied gezegt, nodig weezen dat het Guarnisoen ook wat ver„ „groot worden het geen ik niet onbewust ben dat voor het tegenwoordige zeer beswaarlijk zoude vallen, maar waar omtrend ik egter de vrijheijd versoeke te mogen neemen van aan te merken hoede te„ „genwoordige bepaeling in der daed niet toereijkende is voor een zo uijtgestrekte plaats als Macasser, daar men dagelijks voor ruptures bloot staat en zig aan alle kanten als omringt vond van vijanden of geveijnsde vrienden, die daar en boven allen even moord en roof„ c „zugtig zijnde door geen andere middelen in bedwang te houden zijn dan door eigen magt, welke bij aansoek van vreede door de Ma„ „cassaaren meede niet weijnig contribueeren zoude om hun dezelve na goedvinden voor te schrijven: Jk bidde uw Hoog Edelhedens op het ootmoedigste deezen uijtstap gunstig ten goede te duijden, en neeme wijders de vrijheijd Hoog derselve veel g'eerde ordre te versoeken ten opzigte van de hier tot den oorlog gezondene militaire officieren daar onder ook den Lieutenant der Arthillerij van Alphen en ook omtrend: den chirurgijn majoor Frisschen, vermits alle de„ „zelve hier niet meer nodig zijn en het verblijf van d' eerstgemelde, merkelijk zoude strecken tot prejuditie van zodanige onder offi„ „cieren, als zig in de troubles buijten gemeen gedistinqueert en zig daar door uw Hoog Edelhedens gunstige reflectie waardig ge„ „maakt hebben, zo als onder anderen de Commandeerende Sergeanten Troonhever, en Lohr, voor dewelke ik mij in het bijsonder verpligt vinde een gratieuse bevordering tot vendrig te besol„ „liciteeren, en ook niet minder een benevolente reflectie op het Request van den oppertolk Brugman, om, al waare het ook maar met de Rang van onderkoopman te mogen worden vereerd,

← previousnext →