VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3556

Japan · 1,428 pages · 337 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3556_0993 view scan ↗

English

to understand well, and that he himself was the cause of it having sent it so late, for which he also asked to be excused. Tuesday the 21st, in the early morning, I rode out to inspect some districts of land that belonged to the Macassars, or which they formerly possessed, but are now all abandoned, in order to grant them to subjects of the Company who might be inclined to settle there and cultivate them, and thereby also to remove the Macassars from the beaches. I therefore proceeded first by Sampong Java across the river of Goa to Sapiria and Jamboepoe, and subsequently across the river of Grissee to Pannekoekan, where I found it ravaged everywhere; further to Brombong, which was also entirely abandoned, as were the following negorijs Boegaija, Aingkarama, Batoe Batoe, and Tamalate, which I passed by and through, making a halt at Soreang, which, belonging under Glissong, had also been entirely abandoned, but is now being cultivated again, there being already twenty houses standing there, partly completely finished. Having had the midday meal here, I sent the horsemen with the rest of the mounted men home via Malenkeerie and departed myself with my retinue in some small vessels thither, arriving at the Castle at half past six o'clock. Wednesday the 22nd, I sent the chief interpreter to the King of Boni with the draft Bugis letter received the day before yesterday to Their High Nobilities in Batavia and a translation of the same in the Malay language, with the added order to request His Highness to make arrangements that the envoys should not ship any trade goods in their transport vessels except after displaying them to the farmer of the revenue, together with the expectation that Thursday the 23rd Friday the 24th I trusted that the said envoys would show so much respect for His Highness that they would obey this order, since, in the contrary case or if anything were shipped covertly, I would prevent such transport by force; on the other hand, in case of a proper declaration according to the custom of former times, I would allow part of the goods free of toll. Upon which Brugman brought me report that His Highness had merely said that it was well. Nothing occurred. Saturday the 25th, having requested an audience beforehand, the Glarrang of Bontnala and court interpreter Passiere came to me, making known in the name of the King that on the 22nd of this month I had sent the chief interpreter Brugman to him with the message mentioned under that date, which they repeated, His Highness requesting that the envoys might be excused from declaring the goods they were about to carry with them, as had always been customary beforehand. Whereupon, having ordered those envoys to tell their master that I was only too well assured that such had never been a constant custom, except insofar as the Bonians had smuggled the goods or at least shipped them without bothering about the complaints made against it, and that I still persisted in the message I had sent him, they indicated that the envoys would then not depart with the letter, and further that even if the King should desire my order to be followed, the Bonians would oppose it. To the first I replied that the departure or stay of the envoys was indifferent to me, since I considered the planned mission to take place more out of necessity than goodwill; and to the latter, that if they knew that the Bonians would not obey their King, they had as little need of a king as they had needed to request of me the export of goods without payment of toll, but that I would nonetheless like to see right at this very moment that shipment were made without first making a proper declaration and showing them to the farmer. Which was no sooner uttered by me than the Glarrang, taking back his words, declared that he had said the cited remarks solely on his own accord, adding that certainly no goods would be shipped unless the King and I permitted it; which I told him briefly that I also would not expect if the Bonians did not wish to come into a complete estrangement with the Company. Just before their arrival, having received information that four Bonian chiefs of Cabba, named Aroe Oenro, Aroe Laija, Anrong Goeroe Todjanling, and Matoa Panaijkan, with four hundred men, all armed, had made an incursion into the negorij Baleanging, shot dead four of the inhabitants, and wounded three under the pretext that a Bonian had reportedly been murdered nearby, although the rest of the people had declared they knew nothing of it, I sent the bookkeeper Deefhout to the King of Boni to complain in serious terms about that utterly insolent and punishable conduct and to demand a resounding satisfaction, adding that I expected it as soon as possible, as if the matter were again shelved, such a sensitive

Dutch transcription

250. 503 wel te begrijpen en dat hij zelfs daar van oorsaak was als deselve zo laat gesonden hebbende werweegens hij teffens exus liet vrsoeken: Dingsdag den 21=e Ben ik in den vroegen morgen uijtgereeden ter bezigtiging ƒ van eenige districten lands die aan de Macassaaren gehoord of dewelke zij wel eer bezeten hebben dog thans alle verlaeten zijn ten eijnde dezelve aftestaan aan onderdaanen van de Comp:e welke geneegen mogten weezen zig daar ten woon needer te zetten en dezelve te bebouwen om teffens daar door de Macassaaren van de stranden te verwijderen, ik begaf es mij dan eerst bij Sampong Java over de rivier van goa na Sapiria en Jamboepoe en vervolgens over de rivier van grissee na Pannekoekan alwaar ik het over al ver„ „woelt rond, voorts na Brombong, dat meede geheel verlaa„ „ten was, gelijk ook de volgende negorijen Boegaija, Aing„ karama, Batoe Batoe, en Tamalate die ik alle voor„ „bij en door passeerde houdende halte op soreang, dat on„ „der glissong, gehoorende almeede geheel verlaaten geweest dog thans weeder bebouwd word, staande aldaar bereets twintig huijsen ten deele geheel voltooijt. Hier het middag„ „maal gehouden hebbende zoud ik de Ruijters met het verdere volk te paard over Malenkeerie na huijs en vertrok zelfs nevens mijn gevolg met eenige kleene vaartuijgen derwaards komende ten half zeeven uuren aan het Casteel. woensdag den 22=e Hebbe ik den oppertolk na den koning van Bonij gezonden met den eergisteren ontfangen concep bougi„ „neese brief aan Haar Hoog Edelheedens te Batavia en een translaat van deselve in de maleijdsche taal en bij gevoegde last om zijn Hoogheid te versoeken ordre te stellen dat de gesanten geene negotie goederen kwamen af te scheepen in hun transport vaartuijgen dan na gedaane vertooning aan den pagter, mitsgaders dat ik Donderdag den 23=e Vrijdag den 24 ik vertrouwde dat gemelde zendeling zo veel ontsag voor zijn „tosijheid zonden betoonen dat zij dit bevel gehoorsaem, den vermits ik mij bij het tegendeel of wanneer er ter sluijk iets wierd afgescheept dien vervoer met geweld beletten dog daar en tegen in Cas van een behoorlijke opgave na het gebruijk van voorige tijden een gedeelte der goederen vrij van tol zoude laeten op het welke Briungman mij berigt bragt, dat zijn Hoogheijd eenlijk gezegt hadde, dat het wel was viel niets voor Zaturdag „ 25=e kwamen na vooraf versogt altes bij mij den glarrang van Bontnala en hof tolk Passiere te kennen gevende uijt naem van den koning, hoe ik den 22=e deeser den oppertolk Brug„ „man bij hem gesonden had met de boodschap onder dien da„ „tum vermeld, die zij repeteerden, zijn Hoogheijd versoeken liet dat de gesanten van de opgave der goederen die zij stonden meede te voeren mogten verschoond blijven als bevoorens altijd gebruijkelijk geweest zijnde, waarop ik die zendelingen last gegeven hebbende hun meester te zeggen dat ik maar al te wel verzeekert, hoe zulks nimmer een constant gebruijk geweest was, dan voor zo verre de Boniers de goederen gesloken had„ „den of dezelve ten minsten afgescheep zonder zij aan de daar tegen gedaan doliantie te stooven als nog bleef persisteeren bij de boodschap die ik hem hadde laeten doen, zo gaven zij te kennen dat de gezanten met de brief als dan met zoude vertrecken en voorts dat al schoon de koning al begeeren mogte dat mijne ordre wierd gevolgd de boniers zig daar tegen zouden konten, op welk eerste ik diende dat mij het vertrek of verblijf der gezanten onverschillig was vermits ik de voorgenoome zending meer hield te geschieden uijt Hr 255. 505 uijt noodsakelijkheijd als goed willigheijd en op het laatste dat ingevalle zij wisten dat de boniers hun koning niet gehoorsaamen zouden zijn dan zo min een koning nodig had„ „den, als men mij had behoeven te versoeken de uijtvoer van goederen zonder betaaling van tol dog dat ik nog thans alwaa„ „re op dit ogenblik wel zien wilde dat er buijten alvoorens een behoorlijke opgave te doen en z' den pagter te laeten zien afscheep gedaan wierd, het geene zo dra niet door mij g'uijt was, of den glarrang zijne woorden weeder inhaalende zo betuijgde hij het aangehaalde eenlijk uijt zig zelven gezegt te hebben met bijvoeging, dat er zeekerlijk geen goederen zou„ „den worden afgescheep als den koning en ik zulks niet per„ „mitteerde, het geen ik hem kortelijk zeijde ook niet te wil„ „len verwagten wanneer de boniers met de Comp:e niet in een volkomen verwijdering begeerden te komen. — Even voor hun komst onderrigting bekomen hebbende hoe vier bonijse hoofden van Cabba met namen Aroe oenro, Aroe laija; Anrong goeroe Todjanling en Matoa Panaij„ „kan met vier hondert man alle gewapend een inval in de negorij Baleanging gedaan vier van de inwoonders dood geschooten en drie gequest hadden onder pretext E dat daar omtrend een banier vermoord zoude weesen schoon het overige volk betuijgd hadde daar van niets te weeten zo hebbe ik den boekhouder Deefhout bij den koning van Bonij gesonden om over dat allesints stout en straf„ „waardig gedrag in ernstige termen te doleeren en een ec„ „latante satisfactie te vorderen, mitsgaders dat ik die ten aller spoedigsten verwagtende bij aldien de zaak weeder op de lange bank geschooven wierd een zo ge„ „ voelige ses

NL-HaNA_1.04.02_3556_0996 view scan ↗

English

a certain Craeng Bonto Reo, who had come here from the Bone inland territories through the Parigie, had recounted that he had spoken with Arou Mampoe, and that the latter had told him: I am very glad to see you here, but on the other hand I must report to you with the utmost heartache that I do not know what fate has been cast upon me, since I now have no one to whom I can take refuge, nor anyone who is willing to receive me; to which he had answered: It also grieves me heartily to see you in such sorrowful circumstances, but although I do not say this to you as a reproach, you have let yourself be led completely astray by a lowly and vile person. Furthermore, he had also related that from there he had proceeded to Jasese near Tankilang to meet one of his wives, who was related to him and to whom he was married at Gourongang, and that on that occasion he was brought by him to three bentings constructed on a mountain, while asking what he thought and whether the whites would be able to overcome them, and having answered thereto: what shall I say about that, the bentings are well fortified, but one cannot know how God will dispose of it; the rebel had further continued: yes, I was intending to destroy all Europeans in the entire Castle, but the chief interpreter thwarted my design when, having engaged in battle with him at Patalassang, after suffering twenty dead and several wounded, I had to take flight; upon which statement some of his people, who according to Craing Bonto Rio's words would number only fifty men, drew their sidearms and shouted: just watch what the Jasesers will do, we are completely different from the people of Manoedjong who shamefully abandoned you. Finally, he had added hereto that in case the Company would entrust the commission to him, he saw a chance to gain control of the rebel. Further, the wife of Craeeng Anabadjeng had also related that her husband, having sent someone to glarrang Sonkoloom to urge them likewise to come down, had received the reply that they were not yet ready, since many of their people were absent, and finally how Craing Bonto Rompo, having presented himself to the glarrang of Bonto Nompo to ask for rice, who had refused him this out of fear of the Company, was now moving about in the forests and wildernesses, but had nevertheless requested through the said glarrang to have compassion for him, and that she had let him know that she would inquire at Macasser whether there was any hope of pardon for him. Tuesday the 28th, the Datoe of Soping informed me through an emissary that a certain grandee of the realm named Poeana Boeka, who had long ago been dismissed for his wrongdoing, had fetched fourteen Soping subjects from Sandrabonij in the name of him, the Datoe, and moreover had received 44 Spanish rix-dollars, and had subsequently departed with those people and the money to the island of Sabouton, wherefore he requested my assistance in recovering both, adding that if the said Poeana Boeka were still in Soping, he and his kin would be punished unto the third generation; upon which I instructed the emissary merely to gather some men together, and that I would then provide him with people to depart for Sabouton in order to gain control, if possible, of both the abducted Sopingers and the abductor himself. Furthermore, the King of Bone sent the interpreter Passiere to me to request an audience for the collective grandees of the realm, which I granted for tomorrow. Wednesday the 29th, in the forenoon, the following Bone grandees of the realm appeared before me, namely the Tomilalang Arou Oedjor, the Poelewattang and the glarrang of Bontuala, Arou Tanette Malolo, Arou Kajoeara, Arou Kasibon, Lapakan Jarang and Djemma Jongan, as well as on behalf of Soping, Arou Labattie, Soelewatang Lapaijong and Soeroe Soping, who, having been seated and it being made known by the first-named that they had been sent by the king to request once again that their ancient laws and customs might not be violated; I then served them with the assurance that, as far as the laws were concerned, no one could show that I had ever violated them, but if by customs they meant the matter about which I had already been spoken to twice by the Poelewattang and glarrang, I, expecting that they would have properly reported my answer, had nothing else to say to their collective grandees of the realm than that I still persisted therein, with the further addition to the Tomilalang, regarding his statement that the previous lords governors had never hindered the envoys from carrying goods toll-free, that I was not obliged to follow that which had been done by them out of fear of evil consequences, but that I could not consent to it, as it was utterly contrary to all law and equity, which according to duty I would maintain with all my power; whereupon, having whispered into the ear of the interpreter Passiere, the latter went just outside the door, bringing back, wrapped in a handkerchief, the three passes granted for the vessels, which the Tomilalang, being not a little perturbed, accepted and offered to me, indicating that the envoys could not depart then; in the receipt of which, showing no reluctance, I countered him that, regarding them as returned, I could never have obtained greater satisfaction for myself than this, of having shown the gentlemen of Bone that I would not let myself be dictated to by them.

Dutch transcription

eenen Craeng Bonto Reo, die uijt de bonijse binnen lan„ „den door de Parigie herwaards gekomen was verhaald had Arou snampoe gesprooken en deese hem gezegt zoude heb„ „ben „ Jk ben zeer verblijd u hier te zien maar daar en tegen „moet ik u: met het uijterste hartzeer melden dat ik niet „weet wat noodlot over mij beschooven is, vermits ik thans „niemand hebbe bij wien ik mijn toevlugt kan neemen nog die mij aan„ „neemen wil„ waar op hij tot antwoord hadde gegeven „ Het doet mij „ook van herten leed uw in zodaanige bedroefde omstandigheeden „te zien, maar schoon ik dit u niet zegge als een verwijt; gij hebt „u door een gering en slegt persoon over al om den thuijn laaten leijden. voorts hadde hij almeede verhaald van daar zig begeeven te hebben na Iasese bij Tankilang ter ontmoeting van een zijner vrouwen die aan hem verwand en met dewelke denzelven op Gou„ „rongang getrouwd was, en dat hij bij die gelegentheijd door den zelven gebragt bij drie Bentings op een berg aangelegt onder afvaage wat hij dagt en of de blanken die wel zoude kun„ „nen overwinnen, en hij daar op ten antwoord gegeven heb„ „bende wat zal ik daar van zeggen „ de bentings zijn wel„ „sterkt, dog men kan niet weeten hoe het god beschicken zal den Rebel wijders weder vervolgd hadde „ ja ik ben willens ge„ „weest alle Europeesen op geheel Casteel te verdelgen, maar den „oppertolk heeft mijn voorneemen gesluijt, toen ik met hem „op Patalassang slaags geraakt na het bekomen van twin„ „tig dooden en verscheide gequesten de vlugt hebbe moeten neemen; op welk zeggen eenige van zijn volk die na Craing 3 Bonto Rio 's zeggen maar vijftig koppen zoude uijtmaken hunne heupgeweeren getrocken en geroepen hadden, zich maar wat de Iasesers zullen doen, wij zijn geheel anders als het volk van Manoedjong die u schandelijk verlaaten hebben. Eijndelijk hadde hij hier nog bijgevoegd dat ingeval de Comp: hem E 88 1 8 253. 509 hen de Commissie wilde aanvertrouwen wil hij wel koons zag om den Rebel magtig te worden. — Alverder hadde de vrouw van Craeeng Anabadjeng nog verhaald dat haar man iemand gesonden hebbende bij glarrang sonkoloom hen aan te maanen van insgelijks afte komen den selven ten ant„ „woord had laeten geven nog niet ingereedheid te zijn vermits veelen van zijne volkeren zich waaren en eijndelijk hoe Craing ^ bij den glarnat van bonts Nompo Bonto Rompo ^ zig vervoegd hebbende om rijst te vragen die hem zulks als voor de Comp:e bevreest geweijgert hadde denzelve zig thans in de bosschen en wildernissen kwamen te des verhuijsen dog haar egter door gemelde glarrang hadde doen versoeken om meede doogen met hem te hebben en dat zij hem hadde doen weeten op Macasser te zullen verneemen of er geen pardon voor hem te hoopen was Dingsdag den 28=e liet den Datou van Soping mij door een zendeling weeten hoe zeeker rijksgroot met name Toeana boeba die voor lange om zijn kwaad doen was afgezet veertien sopingse onderdaanen van Sandrabonij op de naam van hem Datoe afgehaald en nog daar en boven rijksd=s 44: spaans ontfangen mitsgaders zig vervol„ „gens met dat volk en het geld naar het Eijland sabouton zoude begeeven hebben weshalven hij mijne hulpe versogt tot te rug erlanging van het een en ander, onder bijvoeging dat wanneer gem: Poeana boeka nog in soping waaren hij en de zijnen tot in het derde gelit zonden gestraft worden, op het welk ik den sendeling hebbe gelast maar eenige manschappen bij elkander te vergaderen, en dat ik hem dan volk zoude mee„ „de geeven, om na Sabouton te vertrecken ten eijnde de vervoerde sopingers zo wel als den vervoerder zelfs des doendelijk magtig te worden. voorts zond den koning van Bonij en tolk Passiere bij mij om attes te versoeken voor de gesamentlijke Rijks„ grooten het geen ik tegen morgen hebbe g'accordeert. — woensdag den 29=e verscheenen des voor de middags bij mij de volgende bonijse : : bonijse rijksgrooten, te weeten den Tomilalang arou oedjor de Poelewattang en de glarrang van Bontuala, arou Tanet„ „te Malolo, aron kajoeara, arou kasibon, Lapakan jarang en Djemma Iongan, mitsgaders van wegen soping, arou Labattie, soelewatang Lapaijong en soeroe soping, dewelke gezeten en door den eerst genoemde te kennen geeven zijnde dat zij door de koning gezonden waaren om nogmaals te versoeken dat hunne oude wetten en gewoontens niet mogte verbrooken worden; zo diende ik daar op wel verzeekert te zijn, dat wat de wetten aan betrof niemand mij konde aantoonen dezelve ooit verbrooken te hebben, dog als zij met de gewoontens mogte be„ „doelen de zaak waarom ik door de Poelewattang en glarrang reets tot twee keeren onderhouden was, ik, in die verwagting dat zij van mijn antwoord behoorlijk zouden hebben rapport ge„ „daan, hun gesamentlijke rijksgrooten niets anders te zeggen hadde dan dat ik daar bij als nog bleef persisteeren met verdere bijvoeging tegen den Tomilalang om zijn zeggen hoe de voorige heeren gouverneurs de tol voije meede voering van goederen aan de gezanten nimmer hadden belet hoe ik niet gehouden was na te volgen het geene door deese uijt vreese van quaade gevolgen was gedaan, maar dat ik daar in niet consenteeren konde als volstrekt strijdig met alle regt en billijkheijd die ik na pligt met alle mijn vermogen zoude handhavenen, waar op hij den tolk Passiere in het oor geluijstert hebbende begaf, deese zig even buijten de deur, in een neusdoek omwonden; te rug bien„ „gende de drie passen voor de vaartuijgen verleend die den Io„ „milalang niet weijnig ontsteld zijnde aannam, en mij aan „bod onder te kennen gave dat de gesanten doen niet vertrecken konden in welker ontfang ik geen traagheid toonende, zo voerde ik hem te gemoet hoe ik deselve voor te rug gegeeven aanmerkende voor mij zelven nimmer grooter satisfactie zoude hebben kunnen erlangen dan deese van aan de heeren boniers te hebben doen zien dat ik mij door hun geen wetten wi laeten 2 .

NL-HaNA_1.04.02_3556_0999 view scan ↗

English

to dictate to me, and that for the rest I would just as little await them concerning the questioned matter as receive messages on that account, unless the King himself might be pleased to come. Whereupon they requested their leave and departed. Having thereupon given orders to the chief interpreter to learn through confidants what might be discussed concerning the said matter with the King, I received word in the afternoon that His Highness, upon the report made to him, was said to have stated, the Company formerly permitted us the custom and now takes it away from us again, what shall we do against that. Thursday the 30th, having summoned the wife of the Regent of the Company's district Poelenbankeeng, Craeng Anabadjeng, to come to me in order to hear from her own mouth that which she recounted to the chief interpreter according to what was noted down under the 27th of this month, and she having repeated this in substance, I pointed out to her how I would gladly see that all the former electors and officials of the Gowa court would come at the same time to apply to be received into submission, since I could not negotiate with individuals, and that in such a case, should they not dare to rely upon the posted manifesto, I would grant a further letter of safe-conduct to be able to come over safely to the Company's side, admonishing her to let all of them be notified thereof as far as ever possible, and how I was well informed that many ill-disposed people sought to divert them therefrom under the pretense that the Company would have them seized and sent away from here; they should not let themselves be deterred by that, since the Company sought nothing but their welfare and they ought therefore not to delay to make use of it before it might be too late. Yet with respect to Craing Bonto Nompo I ordered her to let him know that in case he was sincerely inclined thereto, he was free to come to me with Craing Anabadjing and request pardon for his conduct, and that I would then pardon him and also set his wife and children at liberty. Having thereupon requested her leave with the promise to fulfill everything spoken there, she declared she would return home this very afternoon and departed. In the afternoon it was reported to me on behalf of the chief interpreter how Craeng Anabadjing had let him know that Craeng Baroe Mamasoe with his rebellious band had attacked some people of Sandrabonij and Lassang and was said to have murdered five of the last mentioned. The assistant interpreter Blij also reported to me how the rumor went among the Boniers that the King intended to depart to the interior. Friday the 1st of October nothing occurred. Saturday the 2nd, I rode out on horseback in the early morning accompanied by some friends to inspect the Macassar lands situated behind Thaing, among which also Annagoa, commonly called the forest of Jannagoa, having formerly been a stronghold just like Goa though considerably smaller, and now completely decayed; wherewith I spent until ten o'clock, and having arrived at the negorij Bonto Padja I proceeded from there to Glissong, and in the afternoon again home by way of Malenkeerie, where we arrived in the evening at seven o'clock, having found everything deserted everywhere. Sunday the 3rd nothing occurred. Monday the 4th, permission was requested of me by the Chinese Tio Lianko to go to the King of Bonij, who he said had summoned him; whereto I consented, and having sent the interpreter De Graaf along with him, the latter subsequently returned with the report that the assertion of the Chinese was untrue, but that His Highness had nevertheless had him come to him and had asked after the value of the goods plundered from him, which he had said amounted to rd=s 618: sp:s. While it was declared by the Madanrang that he had spoken with the grandees of the realm and had proposed to them to let Aron Ngatacka and the said Chinese meet together once in order to hear them both. Furthermore it was reported to me once more how the rumor ran among the Boniers that the King with his entire court household would depart to the interior after the end of the fast, and was said to have declared that at the last arrival of the grandees of the realm I had declared that I would no longer speak with them nor grant them access, unless he himself might come along; and that upon this one of the grandees having asked His Highness whether he would not give notice of his said intention to me, it was answered by him with no! with the addition: the Company indeed no longer wishes to speak with us, and what then shall we do here any longer. Tuesday the 5th nothing happened. Wednesday the 6th an emissary came to me from the Matoeang of Sedeeuring.

Dutch transcription

254. 511 laeten voorschrijven en dat ik hun voor 't overige over de questieuse zo min afwagten als boodschappen dierweegens ontfangen zoude ten waar de koning zelfs mogte gelieven te komen. waar op zij hun afscheijd verzogten en vertrocken Hier op aan den oppertolk ordre hebbende gegeeven om door ver„ trouwden te doen verneemen wat er de gemelde zaak bij den koning mogte worden verhandeld zo kreeg ik des na de middags berigt, dat zijn Hoogheid, op het hem gedaene rapport zoude gezegt hebben„ de Comp:e heeft ons de gewoonte bevoorens toegestaan en thans neemt, zij ons die weeder af wat zullen wij daar tegen doen. Donderdag den 30=e de vrouw van den Regent van 'sComp:s district Poelen„ „bankeeng. Craeng Anabadjeng, bij mij hebbende laeten komen ten eijnde uijt haar eige mond te verneemen het geene zij na het aangeteekende onder den 27=e deeser aan den opper„ „tolk heeft verhaald en zij in substantie repeteerde, zo hield ik haar voor hoe ik gaarne zien zoude dat alle de ge„ „weesene kiesheeren en amptenaaren van het goas hof te gelijk aansoek kwaamen te doen om in submissie ontfan„ „gen te worden, vermits ik met enkelen niet konde hande„ „len en dat ik in zodanigen geval en dat zij zig op het g'affigeerde manifest niet mogten durven verlaaten en nader brief van vrij geleide zoude verleenen om tot de Comp:s gerustelijk te kunnen overkomen haar vermaan„ nende om alle deselve voor zo verre immer doenlijk daar van te laeten verwettigen en hoe ik wel g'informeerd dat veele quaadgesinde lieden haar daar van zogten te diverteeren onder voorgeven dat de Comp:e hun zoude doen opvatten en van hier verzenden; zij zig daar door niet moesten laeten afschricken /:vermits de Comp:e niets g 5. niets als hun welweesen zogt en zij dus niet behoorden uijt te stellen om daar van gebruijk te maaken eer het te laat mogte zijn. — Dog met op zigt tot Craing Bonto Nompo hebbe ik haar gelast den zelven te doen weeten dat ingevalle hij opreg„ „telijk daartoe gezint was hij vrij met Craing Anabodging bij mij komen en over zijn bedrijf excus versoeken konde en dat ik hem dan pardonneeren en ook zijne vrouw en kinderen in vrijheid stellen zoude. — Hier op haar afscheid verzogt hebbende met toezegging van al het daar gesegde te zullen nakomen betuijgde zij nog deesen middag na huijs te zullen keeren vertrok„ Des na de middags wierd mij van weegen den oppertolk gerapporteerd hoe hem Craeng Anabadjing hadde laeten weeten dat Craeng Baroe Mamasoe met zijn Rebel„ „lig rot eenig volk van Sandra bonij en Lassang aange„ „rand en rijf van de laatste gemelde zoude vermoord hebben Ook berigte mij den ondertolk Blij hoe de spraak ging onder de boniers dat den koning voorgenoomen hadde na de binnen landen te vertrecken vrijdag den 1=e october niets voorgevallen Zaturdag „ 2=e Ben ik in den vroegen morgen stond van eenige vrienden verzeld te paard uijtgereeden ter bezigtiging van de Macassaarse landen agter Thaing geleegen /: waar onder ook Anna goa /:in de wandeling het Ianna goase bosch genaamt, zijnde wel eer een sterkte geweest, even als god dog merkelijke kleen„ „der, en thans geheel vervallen waar meede ik tot tien uuren toegebragt en gekomen zynde tot de negorij Bonto Padja begaf ik mij van daar na Glissong, en des namiddags weeder 71 955 233. 7 513 zondag den 3=e viel niets voor Maandag „ 4=e weeder over Malenkeerie na huijs daar wij des avonds ten zeven uuren aan kwamen, hebbende ik alles overal verlaaten ge„ vonden. wierd mij door den Chinees Tio Lianko permissie versogt om bij den koning van Bonij te gaan, die hij zijde hem te hebben laeten roepen, waar in ik geconsenteert en hem den tolk de Graaf meede gegeven hebbende, kwam deese vervolgens te rug met rapport dat het voorgeeven van den Chinees abusive was, dog dat zijn Hoogheijd hem des niet te min bij zig doen komen en gevraagd hadde na de waarde der hem geplunder„ de goederen die hij hadde gezegt rd=s 618: sp:s te bedraagen. terwijl door den Madanrang was verklaard met de Rijks„ „grooten gesprooken en deselve voorgehouden te hebben om Aron Ngatacka en gemelde Chinees eens bij elkanderen te laeten komen ten eijnde hen beijde te hooren. — Voorts wierd mij andermaal wierd mij hoe het gerugt liep onder de bomers dat den koning met zijn gantsche hof gezin, na het eijndigen der vasten, na de binnen lan„ „den vertrecken en zig uijtgelaeten zoude hebben, dat ik bij de laatste binnen komst der rijksgrooten hadde ver„ „klaard met haar niet meer te willen spreeken nog de„ „zelve attes verleenen; ten waare hij zelfs meede mogte ko„ „men mitsgaders dat een der grooten hier op aan zijn Hoogheijd gevraagd hebbende of hij van gemelde zijn voor„ „neemen aan mij geen kennisse zoude geven, door den zelven daar op g'antwoord was neen! met bijvoeging de compagnie wil imwers met ons niet meer spreeken en wat zullen wij dan langer hier doen. Dingsdag den 5:e niets gepasseerd Woonsdag „ 6„e kwam een sendeling bij mij van den Matoeang van Sedeeuring E des gen

NL-HaNA_1.04.02_3556_1002 view scan ↗

English

said that he had been instructed to thank me in his master's name for the benevolent expressions regarding him contained in the letter recently written to him, and furthermore to make known that he was presently in Lagoesie and that everything was quiet both there and in Wadjo. Thursday the 7th, two envoys from Dompo arrived here. Friday the 8th, nothing occurred. Saturday the 9th, I received the envoys from Dompo who, while delivering a letter from their prince and one from the clerk Steijns at Bima, came to report that all was quiet on the opposite shore. In the afternoon, an emissary from Datoe Soping appeared before me, stating that since I had permitted the Fanets Prince Arou Pantjana to make a journey to Jampoea, he was said to have made that request with the intention of attacking Soping. However, I ordered him to tell his master that I held myself assured of the contrary, and that he therefore had no need to be fearful of it, nor should he put faith in the reports made in that regard. After this, it was further reported to me on behalf of the Chief Interpreter Brugman that he had learned that the former Tomilalang of Goa, along with some other Macassar grandees, with a retinue of about a thousand souls, had arrived at the Bone negorij Barana situated in the territory of Poelembankeeng near Gourattea, where the chief rebel Sankilang had stayed for a considerable time after he was defeated and driven off by the chief interpreter, expressing their wish to reside there and place themselves under the protection of Bone. But the glarrang of that negorij and the glarrang Beroangi, having made this known to the glarrang of Bontuala, the latter had said he could not bring them before the King of Bone since they were alone, promising nonetheless that if all the Regents of Sourattea came forward, he would escort them to His Highness, and moreover that the said regents, and among them those of Binamoe, being the principal ones, had thereupon already appeared here. Whereupon Brugman, who is very ill, also let me know that upon receiving the first report he had already sent out a confidant named Soea Hoenoe to divert the aforementioned Tomilalang from his intention, by pointing out that placing themselves under Bone would only serve to their disadvantage, and instead to urge him to betake himself to Craeng Anabadging, indicating that now was the right time to do so. He also had it reported to me that the Soelewattang Lapaijong and Soeroe of Loping, who had been delegated on behalf of this realm to depart for Batavia with the Bone envoys, had paid him a visit; and when he asked them how matters presently stood below, that is at the court of Bone, and whether the king would really depart for the interior or not, the Soelewattang had answered: What shall I say about that! One says yes and another says no again, but in my opinion it depends solely on here, denoting the Company, for over there, namely at the court, there are no longer any councilors. Adding further, after Brugman had conferred with them regarding the requested toll exemption for the transport vessels of the envoys: It seems that Bone will not understand the words of the Governor; meanwhile we have already twice requested to return to our country, but we are being detained and must consume all that we have brought with us here. Sunday the 10th, nothing occurred. Monday the 11th, the Under-Interpreter De Graaf reported to me that he had learned that Craing Binamoe, mentioned under yesterday's date, had actually come here to give notice to the Court of Bone of the arrival of Datoe Boeling with thirty and of Craeng Bonto Majemang, being the brother of Craeng Mandalle, presently the so-called Tomilalang, with about one hundred souls at the Gouratterese negorij Bonta Tanga, and their notification that they wished to ask for pardon, which he, Craeng Binamoe, had promised him he would propose; but that he was expecting that they would not mislead him as Craeng Mandalle had done, upon whose similar insistence he had sent an emissary to Bone, who had departed again without awaiting a reply. In addition, it was also reported to me on behalf of the Chief Interpreter that Craing Benamoe had presented the said request to the Madanrang, and the latter having declared that Bone could not consent to this without the consent of the Company, the Tomilalang had interrupted him and said that I was said to have made known that the people of Bone

Dutch transcription

7t sedeenring die zeijde last te hebben mij uijt zijn meester naam te bedanken voor de welmeenende uijtdruckingen ten zijnen opzigte vervat bij den jongst aan hem geschree„ „ven brief en voorts bekend te maeken hoe den zelven thans in Lagoesie en alles zo daar als in wadjo stil was— Donderdag den 7=e zijn alhier twee gezanten van Dompo g'arriveerd. Vrijdag „ 8=e viel niets voor Zaturdag „ 9=e Hebbe ik de Dompose gesanten gerecipieerd die mij onder overgave van een brief van hunnen vorst en een van den scriba te Bima steijns kwamen te berigten dat alles aan de overwal stil was. — Des na de middags verscheen een zendeling bij mij van Da„ „toe soping te kennen geevende hoe ik aan den Fanets Prins arou Pantjana hebbende gepermitteerd een keer na jampoea te doen; den zelven het daar toe versoek zou„ „de gedaan hebben met intentie om soping te attacqueeren dog ik gaf hem last zijn meester te zeggen dat ik mij van het tegendeel verzeekert hield en dat hij dierhalven daar voor niet behoefde bevreest te zijn nog aan de ham dierweegens gedane berigten geloof moeste slaan. Hier na wierd mij van weegen den oppertolk Brugman nog berigt hoe hij vernomen hadde dat den geweesen Tom„ „lalang van Goa, nevens eenige andere Macassaarse grooten, met een gevolg van omtrent duijsend koppen zouden gekomen weesen op de bonijse negorij Barana gelegen in het gebied van Poelembankeeng omtrent Gourattea alwaar den hoofd Rebel sankilang zig een geruijmen tijd heeft onthouden, na dat hij door den oppertolk geslagen en verjaagd was; onder te kennen gave aldaar te willen verblijven en zig onder protectie van Bonij te begeven dog 2 „ 256. 515 dog dat den glarrang van die negorij en den glarrang Beroangi het zelve aan den glarrang van Bontuala be„ „kend gemaakt hebbende, deeze gezegt hadde hun niet bij den koning van Bonij te kunnen brengen vermits zij alleen waaren met toezegging nogthans om ingevalle alle de Regenten van Sourattea op kwamen hij dezelve bij zijn 't„ Hoogheid zoude geleijden mitsgaders dat de gemelde regen„uu„ „ten en daar onder die van Binamoe, zijnde de voor„ „naamste daar op ook reets hier verscheenen waaren. waar les bij Brugman, die zeer ziek is mij nog liet weeten op de ont„ „fangst van het eerste berigt reets een vertrouwde met noeme gen soea hoenoe uijtgezonden te hebben, om den voormelde Tomilalang, onder een vertooning dat het hun niet dan tot nadeel zoude strecken, zig onder Bonij te begeeven van dit zijn voornemen te diverteeren en daar en tegen aan te maanen zig bij Oraeng Anabadging te vervoegen niet te kennen gave dat het thans de regte tijd daartoe was. Ook deed denzelven mij nog rapporteeren hoe de Poelewat„ „tang lapaijong en soeroe van Loping die weegens dit rijk gecommitteerd waaren geweest om met de bonijse gezanten na Batavia te vertrecken bij hem een visi„ „te afgelegt en hij deselve gevraagd hebbende hoe het thans beneden /:dat is aan het hof van Bonij:/ gesteld was en of den koning werkelijk na de binnen landen zoude vertrecken dan wel niet ! door den soelewattang daarop was gediend wat zal ik daer van zeggen! den Een zegt ja en een ander weeder neen. maer na mijne gedagten hangd het enkel van hier af de noteerende de Comp=e:/ want ginter den /:namentlijk aan het hof:/ zijn geen raadslieden meer met verdere bijvoeging (:na dat Brugman hun ten over d over de begeerde thol vrijheijd voor de Transport vaer„ „tuijgen der gezanten onderhouden had:/ het schijnt dat Bonij de gezegdens van den heer gouverneur niet wil ver„ „staan, ondertusschen hebben wij reets twee maalen ver„ „zogt om na ons land te keeren, maar wij worden aan„ „gehouden en moeten al verteeren wat wij hier meede ge„ bragt hebben. zondag den 10=e niets voorgevallen Maandag „ 11=e Rapporteerde mij den ondertolk de Graaf hoe hij vernomen had dat Craing Binamoe onder dato gisteren vermeld eijgentlijk hier was gekomen om aan het Hof van Bonij kennisse te geven van de komst van Datoe Boeling met dertig en van Craeng Bonto Majemang /:zijnde de broe„ „der van Coaeng Mandalle thans zo genaamde Gomila„ „lang:/ met omtrend honderd koppen op de Gourattereese negorij Bonta Tanga en hunne te kennen gave om pardon te willen versoeken dat hij Craeng Binamoe hem beloofde hadde te zullen voordragen dog hoe hij was verwag„ „tende dat zij hem zodanig niet misleijden zoude als Craeng Mandalle, op wiens gelijke instantie hij een zendeling aan Bonij gezonden hebbende den zelven deese weeder vertrecken was zonder bescheijd af te wagten. ook wierd mij hier bij uijt naam van den oppertolk nog berigt dat Craing Be„ „namoe het gemelde versoek bij den Madanrang voor„ „gedraagen en deese betuijgd hebbende dat bonij daar in niet consenteeren konde zonder toestemming van de Comp:e den Tomilalang hem in de redenen gevallen zijnde gezegd hadde hoe ik te kennen zoude gegeven de boniers

NL-HaNA_1.04.02_3556_1005 view scan ↗

English

had maintained concerning the desired toll exemption for the transport vessels of the envoys; it seems that Bonij has understood the statements of the Lord Governor; meanwhile we have already twice requested to return to our country, but we are held back and must consume all that we have brought here. Sunday the 10th. Nothing occurred. Monday the 11th. The assistant interpreter de Graaf reported to me that he had learned that Craing Binamoe, under yesterday's date, had actually come here to give notice to the Court of Bonij of the arrival of Datoe Baringang with about thirty and of Craeng Bonto Majemang, being the brother of Craeng Mandalle, presently the so-called Tomilalang, with about one hundred heads at the Jonc negorij Bonto Tanga, and their intention to request pardon, which he, Craeng Binamoe, had promised to put forward; yet how he, suspecting that they might mislead him in such manner as did Craeng Mandalle, upon whose similar urgent request he had sent a messenger to Bonij, the latter had indeed arrived without awaiting an answer. It was also reported to me on behalf of the head interpreter that Craeng Binamoe had submitted the aforementioned request to the Radja of Bonij, and the latter having stated that he could not consent to this without the approval of the Company, the Tomilalang had interrupted him, saying that I was supposed to have made known no longer to wish to accept the Boniers, and that they consequently could no longer come to the Company; undoubtedly intending thereby one or another sinister purpose to the detriment of the Company. Tuesday the 12th. The Mohammedan fast having ended, having had an audience requested with the King of Bonij for commissioners to present the customary gift, with the announcement that they would also deliver another message, and this being granted for tomorrow, I sent on Wednesday the 13th to the court the merchant Kraane and junior merchant Monsieur with such instruction as is to be found among the appendices, in order to present the same to the letter to His Highness and the Grandees of the Realm; as the commissioners reported to me upon their return to have done, adding that the Prince, with regard to my statement to the Grandees of the Realm on the occasion of their last audience, had declared how the Tomilalang had given him clearly to understand that I was alleged to have said that I no longer wished to confer with the Grandees of the Realm, and that this had seemed to him very slighting; whereas it was affirmed by the Tomilalang that our interpreters had translated it in the manner he had reported to the King, but that the latter, as well as the commissioners themselves, had convinced him of the contrary. That His Highness, having inquired once again regarding the chapter of the toll whether it was not an ancient custom that the envoys were excused from payment thereof, which was contradicted by the commissioners in accordance with their instruction, the Tomilalang had indeed tried to maintain the former, but was finally brought so far that he had declared it to be a favor, to which they had replied that it could then not be demanded as a law or custom.

Dutch transcription

257: 517 boniers niet meer te willen accepteeren en dat zij dus bij de Comp:s ook niet meer komen konden: buijten twijffel daar meede het een of andere simster oogmerk bedoeld hebbende tot nadeel van de Comp:e den 12=e Mits de g'eijndigde Mahometaanse vasten attes bij den koning van Bonij hebbende laaten vragen voor gecommit„ „teerden tot aanbieding van gewoone geschenk met aankun„ „diging dat dezelve ook nog een andere boodschap zouden doen, en zulks tegen morgen zijnde g'accordeerd zond ik des. 13=e Naar het hof de koopman kraane en onderkoopman Monsieur met zodanigen jnstructie als onder de bijlagen is te vinden ten eijnde dezelve na den letter aan zijn Hoog„ „heijd en de Rijksgrooten voor te houden, invoegen zij gecom„ „mitteerdens mij bij te te rug komst rapporteerden gedaan te hebben met bijvoeging dat den vorst met opsigt tot mijne gezegde aan de rijks grooten ter geleegentheijd van hun laatste binnen komst verklaard hadde hoe den Tomilalang hem duijdelijk te verstaan gegeven had dat ik gezegt zoude hebben met de Rijksgrooten niet meer te moe willen confereeren en dat hem zulks zeer kleijnnodig hadde gemerkt, terwijl door den Tomilalang was betuijgd dat onse tolken het indiervoegen hadden vertaald als hij aan den koning had gerapporteerd, dog welke laatste hem zo wel, als de gecommitteerdens zelve van het Contrarie hadden overtuijgd. — Dat zijn Hoogheijd nopens het chapiter der thol alweeder ge„ „vraagd hebbende of het dan geen oud gebruijk was dat de ge„ „zanten van dies betaeling waaren g'excuseerd 't welk door de ge„ committeerdens, Conform hunnen jnstructie was wedersproken den Tomilalang het eerste wel hadde tragten staande te houden dog eijndelijk zo verre gebragt was dat hij hadde verklaard het zelve een gunst te zijn, op het welke hij hadden gediend dat het als dan ook niet als een wet over gebruijk konde worden gevordert over de begeerde thol vrijheijd voor de Transp „tuijgen der gezanten onderhouden had:/ het sch Bonij de gezegdens van den heer gouverneur „staan, ondertusschen hebben wij reets twee maa „zogt om na ons land te keeren, maar wij „gehouden en moeten al verteeren wat wij hier bragt hebben. zondag den 10=e niets voorgevallen Maandag „ 11=e Rapporteerde mij den ondertolk de Graaf hoe had dat Craing Binamoe onder dato gistere eijgentlijk hier was gekomen om aan het Hof v kennisse te geven van de komst van Datoe Bo dertig en van Craeng Bonto Majemang /:zij „der van Caaeng Mandalle thans zo genaamde „lang:/ met omtrend honderd koppen op de Ion negorij Bonto Tanga en hunne te kennen pardon te willen versoeken dat hij Craeng Bin beloofde hadde te zullen voordragen dog hoe hij „tende dat zij hem zodanig niet misleijden zo Mandalle, op wiens gelijke instantie hij een Bonij gezonden hebbende den zelven deese wel was zonder bescheijd af te wagten. ook wier uijt naam van den oppertolk nog berigt do „namoe het gemelde versoek bij den Ma „gedraagen en deese betuijgd hebbende dat niet consenteeren konde zonder toestem Comp:e den Tomilalang hem in de rede 6 zijnde gezegd hadde hoe ik te kennen zoude b 7 257: boniers niet meer te willen accepteeren en dat zij dus bij de Comp:s ook niet meer komen konden: buijten twijffel daar meede het een of andere simster oogmerk bedoeld hebbende tot nadeel van de Comp:e Dingsdag den 12=e Mits de g'eijndigde Mahometaanse vasten attes bij den koning van Bonij hebbende laaten vragen voor gecommit„ „teerden tot aanbieding van gewoone geschenk met aankun„ „diging dat dezelve ook nog een andere boodschap zouden doen, en zulks tegen morgen zijnde g'accordeerd zond ik des. Woensdag „ 13=e Naar het hof de koopman kraane en onderkoopman Monsieur met zodanigen jnstructie als onder de bijlagen is te vinden ten eijnde dezelve na den letter aan zijn Hoog„ „heijd en de Rijksgrooten voor te houden, invoegen zij gecom„ „mitteerdens mij bij te te rug komst rapporteerden gedaan te hebben met bijvoeging dat den vorst met opsigt tot mijne gezegde aan de rijks grooten ter geleegentheijd van hun laatste binnen komst verklaard hadde hoe den Tomilalang hem duijdelijk te verstaan gegeven had dat ik gezegt zoude hebben met de Rijksgrooten niet meer te willen confereeren en dat hem zulks zeer kleijnodig hadde gemerkt, terwijl door den Tomilalang was betuijgd dat onse tolken het indiervoegen hadden vertaald als hij aan den koning had gerapporteerd, dog welke laatste hem zo wel, als de gecommitteerdens zelve van het Contrarie hadden overtuijgd. Dat zijn Hoogheijd nopens het chapiter der thol alweeder ge„ „vraagd hebbende of het dan geen oud gebruijk was dat de ge„ „zanten van dies betaeling waaren g'excuseerd 't welk door de ge„ committeerdens, Conform hunnen jnstructie was weder sproken den Tomilalang het eerste wel hadde tragten staande te houden dog eijndelijk zo verre gebragt was dat hij hadde verklaard het zelve een gunst te zijn, op het welke hij hadden gediend dat het als dan ook niet als een wet over gebruijk konde worden 517. gevordert

NL-HaNA_1.04.02_3556_1008 view scan ↗

English

demanded, but that they, considering it as such, necessarily had to submit to the discretion of the benefactor, who was free to determine it, and that I, also considering it as such, had promised them to show it in this matter as well, but with which they had not been willing to be satisfied. Besides the aforementioned instruction, having also mandated the commissioners to remind the king of the demanded satisfaction regarding the violence committed by the people of Boni against the village of Baleanging and the robbery of two glisjongers by Aroe Palingorang, they reported to me that His Highness had said he had already sent an emissary to Cabba to investigate the former, but with regard to the other, that Aroe Palingorang no longer fell under the jurisdiction of Boni, but had been driven away from the court. Thursday the 14th, towards noon, the Bonto Bango and the other Regents of Saleijer appeared before me, to whom I caused to be presented how pleased I was on their behalf to be able to see them with me again; since the rebellion of some against the Company might well have given cause that such a thing would never have happened to them again, had the Company wished to exact revenge for it and not favorably forgiven and pardoned them for that crime; and that I, not doubting that they were fully convinced of this, wished to have them admonished to remain faithful to the Company. Meanwhile, upon their proposal, I appointed three others in place of the dismissed Regents of Tanette and Opaopa, as well as of Batang Mata, who has passed away; with, among other things, a serious recommendation to the dismissed ones to keep quiet and peaceful, and like others to help promote the welfare of the country. Maccasser in Castle Rotterdam, the 24th of October Anno 1779 J Bremer First Secretary Agrees Secret Enclosures Patria Pro Register of the enclosures belonging to the separate letters and the daily register, dispatched from Castle Rotterdam, the 14th of June 1779: Letter from the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman at Baloesang, to the Governor, dated 14th of October 1778. - - page 1. Ditto from the Governor at Amboina Bernardus van Pleuren, to the Governor, dated 10th of October - - - - page [illegible] Ditto from the Governor to the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf, dated 26th of October - - - - - page 3. Ditto from the Governor to the Kings of Bima, Tambora, Dompo, Sangar, and Pekat, dated as above - - page 4. Ditto from the Governor to the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman at Baloesang, dated as above - - - - page 5. Translation of a Bugis letter written by the Tanette Prince Joeanna I Asia, to the Governor, undated. Letter from the Governor to the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman at Baloesang, dated 30th of October - - - - - - page 6. Ditto from the Governor to the Tanette Prince Arou Pantjana, dated 31st of the same month. Ditto from the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman at Baloesang, to the Governor, dated as above - - - - page [illegible] Ditto from the Governor at Amboina Bernardus van Pleuren, to the Governor, dated 12th of October - - - - - - page 8. Ditto from the Governor, to the King and Nobles of Bouton, dated 3rd of November - - - - - - - page 7. Ditto from the Governor, to the Ensign and Commandant Willem van Burghof at Malankerie, dated 4th of November - - - page 9. Instruction for the Merchant and License Master Jan Hendrik Voll and the Junior Merchant and Secretary of the Council of Policy Claas Kraane, departing on a mission to the Court of Boni, dated 10th of November 10. Letter from the Junior Merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur, to the Governor, dated as above . . . - page 12. Ditto from the same, dated the 19th following - - - - - - - - - - - - - page 2. Letter from the Junior Merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur, to the Governor, dated 16th of November - - - - page 15. The answer from the Governor, to the Junior Merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur, dated 21st of November - - - - - - - - - - - page 17. Translation of a Bugis letter from Datou Soppeng, to the Governor, undated - - - - - - - - - - - page 18. Letter from the Governor to the Military Lieutenant Johan Frederik Christiaan Brandis at Malenkerie, dated 30th of November - - - - - - - - - page 20. The answer from the Military Lieutenant Johan Frederik Christiaan Brandis, to the Governor, dated as above - - - - page 21. Translation of a Bugis letter written by Datou Soppeng, to the Governor. Letter from the Governor at Samarang Johannes Robbert van der Burgh, dated 11th of December – – - - - - - - - page 22. Letter from the Junior Merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur, to the Governor, dated the 11th following - - page 24. Ditto from the Governor, to the Governor at Amboina Bernardus van Peuren, dated 17th of December - - - page 26. Ditto as above to the Honorable Stern and Severe Governor at Banda Jacob Pelters, dated as above - - - - - - page 27. Ditto as above, to the Honorable Stern, Severe, and Esteemed Governors and Directors of Amboina, Banda, and Ternaten, dated as above - - - - page 28. Ditto as above, to the Junior Merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur, dated 20th of December - - - page 36. Ditto from and to the bookkeeper and Resident of Saleijer Jan Hendrik Voll Junior, dated as above - - - - - - - - page 37. Translation of a Makassar letter written by the Malay Lieutenant Intje Marsidong, to the Makassar Prince Craeng Sapanang - - - - - page [illegible] Letter from the bookkeeper and Resident of Saleijer Jan Hendrik Voll, to the Governor, dated 14th of December - - - page 38.

Dutch transcription

gevordert, maar zij het zelve als zodaanig aanmerkende zig noodwendig. moesten onderwerpen aan het goedvinden van den gunst bewijser aan wien het vrij stond het zelve te bepaelen en dat ik het zelve ook zodanig Considereerende, hun toegezegt hadde, die in deesen ook te zullen betoonen, dog waar meede zij niet hadden willen vergenoegen. — Buijten de voorenstaande jnstructie de gecommitteerdens nog in mandatis gegeeven hebbende de koning te herinneren de ge= vorderde satisfactie over het gepleegd geweld door de Boniers op de negorij Baleanging en den roof van twee glisjongers door aroe Palingorang zo berigten zij mij dat zijn Hoog„ „heijd gezegd hadde reets een zendeling na Cabba gezonden te hebben om ten opzigte van het eerste ondersoek te doen, dog ten aansien van het andere dat aroe Palingorang niet meer onder bonij sorteerde maar van het hof weggejaagd was. Donderdag den 14=e Iegen den middag verscheenen bij mij de Bonto Bango en de verdere Regenten van Saleijer aan dewelke ik deed voor„ „houden hoe het mij haerentwegen lief was haar weeder te mogen bij mij zien; vermits den opstand van sommigen tegen de Comp:e wel hadde kunnen oorsaak gegeeven hebben dat het de zulke nooijt weeder zoude zijn gebeurd, wanneer de Comp:e daar over wraak oeffenen willen en haar die misdaad niet gunstig vergeeven en dezelve gepardonneert hadde en dat ik niet twijffelende of zij zouden daar van volkomen over reed zijn, haar vermaand wilde hebben om de Comp:e getrouw te blijven. Onderwijlen hebbe ik op haaren voordragt in steede van de ontslagene Regenten van Tanette en opaopa mitsgaders van Batang Mata die overleeden is weeder drie anderen aangesteld; onder andere met een ernstige recommandatie aan de ontslagene van zig stil en gerust te houden mits„ „gaders als andere het welweesen van het land te helpen -. 258. 519 helpen bevorderen Maccasser in 't Casteel Rotterdam den 24=e october A=o 1779 J Bremer p„r secretz Accordeert ten voor„ en p:s ik Secreeti Bijlagen Patria Pro O 259: 521 brief van den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman te Baloesang, aan den Heer Gouverneur, de dato 14=e october 1778. - - pag: 1. _„o van den Heer gouverneur te Amboina Bernardus van Heuren, aan den Heer Gouverneur, de dato 10=e october - - - - „ — —„ van den Heer gouverneur aan den Lieutenant Commandant te bima Alexander Lecerf, de dato 26=e october - - - - - „ 3. _„ van den Heer gouverneur aande koningen van Bima, Tambora, Dompo Sangar en Pekat, de dato als boven - - „ 4. pp _ „ van den Heer Gouverneur aan den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman te Baloesang, de dato als even - - - - „ 5. Translaat Boegineese brief geschreeven door den Tunetse Prins Ioeanna I= Asia, aan den Heer Gouverneur sonder datum „ brief van den Heer Gouverneur aan den boekhouder in oppertolk Gerrit Brugman te Ba„ „loesang de dato 30„e october - - - - - - „ 6. _„o van den Heer gouverneur aan den Tanetse Prins Arou Pantjana, de dato 31: Jaar —: van den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman te Baloesang, aan den Heer Gouverneur, de dato als even - - - - „ —: _„ van den Heer Gouverneur te Amboina Bernardus van Pleuren, aan den Heer Gou„ „verneur, de dato 12=e october - - - - - - „ 8. _„ van den Heer Gouverneur, aan de koning en Rijksgrooten van Bouton, de _„ van den Heer Gouverneur, aan den vendrig en Commandant willem van Burghof te Malankerie, de dato 4 November - - - „ 9. Jnstructie voor den Koopman en Licentmeester Jan Hendrik voll en den onder„ „koopman en secretaris van Politie Claas kraane, vertreckende in Commissie na het Hof van Bonij, de dato 10„e November„ brief van den onderkoopman en Boelecombas Resident Simon Monsieur, aan dato 3e November - - - - - - - „ — _„ van en als boven, de dato 19=e daar aan - - - - - - - - - - - - - - - „ 2. Register der Bijlagen gehoorende tot de aparte Brieven en het Dagregister, des Casteels Rotterdam afgesonden, den 14=e Iunij 1779: 10. den . „aan - - - - - - - - - - - - „ 7. den Heer gouverneur in dato als even. . . - pag=t 12 brief van den onderkoopman in Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den Heer gou„ verneur, de dato 16=e November - - - - „ 15. het antwoord van den Heer Gouverneur, aan den onderkoopman en Boelecombas resi„ „dent Simon Monsieur, de dato 21:e No„ Translaat bougineese brief van Datou soppeng, aan den Heer Gouverneur sonder brief van den Heer gouverneur aan den Lieutenant militair Johan fred=k Christi„ „aan Brandis te Malenkerie, de dato 30=e het antwoord van den Lieutenant militair Johan fred=k Christiaan Brandis, aan den Heer gouverneur, de dato als even - - - - „ 21. Translaat Bougineese brief geschreeven door Datou seppeng, aan den Heer gouverneur brief van den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den Heer gouverneur, de dato 11=e daar aan - - „ 24. _ van den Heer gouverneur, aan den Heer gouverneur te Amboina Bernardus van Peuren, de dato 17=e december - - - „ 26. —n van als boven aan den wel Edele gestrengen Heer Gouverneur te Banda Jacob Pelters, de dato als even - - - - - - „ 27 —„ van als even, aan de wel Edele gestrenge en Achtbaere Heeren gouverneurs en Directeurs van Amboina, Banda en Ternaten, de dato als boven - - - - „ 28. _„n van als vooren, aan den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, de dato 20=e december - - - „ 36. _ van en aan den boekhouder en Saleijers resident Jan Hendrik voll Junior, Translaat makassaarse brief geschreeven door den Luijtenant maleijer Jntje Marsidong, aan den makassaarse prins Craeng sapanang - - - - - „ —: brief van den boekhouder en Resident van Saleijer Jan hendrik voll, aan den Heer Gouverneur de dato 14=e december - - - „ 38. _„ van den Heer Gouverneur te Samarang Johannes Robbert van der Burgh de dato 11=e december – – - - - - - - - „ 22 „vember - - - - - - - - - - - „ 17. de dato als even - - - - - - - - „. 37. datum - - - - - - - - - - - „ 18. November - - - - - - - - - „ 20. aan

NL-HaNA_1.04.02_3556_1017 view scan ↗

English

523 260 to the Governor, dated 15th of December of the previous year. - - - - - - - - pages 39 Letter from the bookkeeper and Resident of Saleijer Jan Hendrik Voll Junior, to the Governor, dated 7th January 1729 - - 40. Simon Monsieur, dated 30th January - - 41. to Boelong for the eradication of the clove and nutmeg trees, dated 2nd February - - - 42. Letter from the Governor to the King and grandees of the realm of Bouton, dated 3rd February - - - - - - 44. Ditto from the Governor to the junior merchant and Resident of Boelecomba Instruction for the military sergeant Johan Christoffel Giod departing on a commission Letter from the junior merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur to the Governor, dated 6th February - - 49 Ditto from the Governor to the bookkeeper and Resident of Saleijer Jan Hendrik Voll, dated 22nd February - - - - - - 50. Report made at the secretariat Office of Police by the Company subject Cawarie etc., dated 28th February - - 51. Letter from the junior merchant and Resident of Boelecemba Simon Monsieur to the Governor, dated 10th March - - - - - - - - - - - 53 The reply from the Governor to the above-mentioned Resident Simon Monsieur, dated 20th March - - - - - - 55 Circular letters from the Governor to the Residency of Boelecomba and Bonthijn, as well as of Bima and Saleijer, dated 20th March - - - - - - [illegible] Letter from the Governor to the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf, dated the 22nd following - - - - - - 56. Ditto from the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf to the Governor, dated 19th December - - - - - - - 57. land Thomaszen, dated 12th February - - 46. Ditto from the Governor to the Governor at Ternaten Jacob Roeland Thomaszen, dated Secret Instruction for the officers of the ship the Jonge Samuel etc. departing from Macasser to Ternaten, dated 14th February - - - - - - - - - - 48 Letter 17. 18. 21. 22 24. 26. 27 28. 36. 37. [illegible] 38. a 1 Letter from the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Le Cerf to the Governor, dated 1st March - - - page 58. Resolution taken at the combined Land Assembly at the Residency Bima, on the 11th January - - - 62 Letter written by the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf to the Kings of Balij and Salemparang Gusti Moera Made Karang Assang etc., dated 5th November of the previous year - - - - - 64. Translation of a Buginese letter written for the Adatoeang of Sidenreng to the Governor, without date - - - - - - 65. Letter from the Governor to the merchant at Grissee Berend Willem Fockens, dated 5th April - - - - - - - - - - [illegible] Ditto from and to the Governor of Samarang Johannes Robbert van der Burgh, dated as above - - - - - - [illegible] Ditto from the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf to the Governor, dated 25th November - - - - - 67. Ditto from the junior merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur to the Governor, dated 31st March - - - - 68. Malay letter written by the Polipoe-E of Saping to the Governor 69 Letter from the junior interpreter Coenraat Jansz Blij to the senior interpreter at Maros Gerrit Brugman, dated 27th April - - - - - - 71 Ditto from the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf to the Governor, dated 30th March - - - - - 72 Translation of a Malay document kept on the occasion when the Sumbawan envoy Calie Bala was with the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Le Cerf, dated 25th March - - - - 74. Ditto Buginese letter written by the Adatouang of Sidenreng to the Governor, without date - - - - 76. The reply of the Governor to the above-mentioned Adatouang of Sedenring, dated 7th May - - - - - - 77 Letter from the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf to the Governor, dated 20th April - - - - - - - - 79 Ditto from the junior merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur to the Governor, dated 20th May - - - - - - - 80 525 26K Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf to the Governor, dated 26th May. . . . . . . . Page 81. Balinese letter written by Gusti Moera Made Karang Assam etc. to the Governor, dated 21st of the month Mukharam in the year 1191 - - - - - - - - 83 Secretariat Office of Police by Maria Hoveling and Jamiela, free native woman, dated first of June - - - - - 84. the Governor to the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf, dated 6th June - - - - - - - - 86. the Governor to the Kings of Balij and Salemparang, dated 2nd June - - - - - - - 90. Register of Appendices belonging to the separate Letter in the Daily Register of Castle Rotterdam, dispatched the 24th October 1779. Governor to the junior merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur, dated 17th June - - - - - - - - - - 91. Balinese letter written by the King of Great Balij Goesti Moera Made Karang Assang etc. to the Governor, dated 17th April - - - - - - - 92 on the prisoner of war Macassar Barena, dated 6th July - - - - - - - 94. Short note written in Macassarese by Craing Pattoeng to Craeng Anabadjing, without date - - - - - - - 96. Malay letter written by Radja Hadjie Sulthan Haladien, King of Riouw, to the King of Bonij, dated 17th day of the month Saphar in the year 1193. 96. junior merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur to the Governor, dated 13th July - - - 97. the Governor to the Kings in Great Balij Gusti Moera Made Karang Assang and Gusti Made Karang Assang, dated 22nd July - - - - - - 98. the Governor and Council whereby the Macassars are invited in submission

Dutch transcription

523 260 aan den Heer Gouverneur, de dato 15„e se„ brief van den boekhouder en Resident van Saleijer Jan Hendrik voll Junior, aan den Heer gouverneur, de dato 7:e Januarij 1729 „ 40. Simon Monsieur, de dato 30=e Januarij - - „ 41. na Boelong ter uijtroeijing der Nagel en Nooteboomen, ged=t 2=e februarij - - - „ 42. ƒ brief van den Heer Gouverneur, aan den koning en Rijksgrooten van Bouton, de _„o van den Heer Gouverneur, aan den onderkoopman en Resident van Boelecomba Jnstructie voor den sergeant militair Johan Christoffel Giod vertrekkende in Commissie dato 3=e februarij _ _ _ - - - - - - „ 44. „cember a:o p=o. - - - - - - - - pag:s 39 brief van den onderkoopman en Boelecombas Resident Simon Monsieur, aan den Heer gouverneur, de dato 6=e februarij - - „ 49 sc „ _„o van den Heer gouverneur, aan den boekhouder en Saleijers Resident Jan Hend=k voll, de dato 22=e februarij - - – - - - „ 50. Relaas gedaan ter secretarij Comptoir van Politie door de Comp=s onderdaan Ca„ „warie enz: de dato 28=e februarij - - „ 51: brief van den onderkoopman en Resident van Boelecemba Simon Monsieur; aan den Heer Gouverneur, de dato 10=e maart - - - - - - - - - - - „ 53 — het antwoord van den Heer gouverneur, aan den boven gem: Resident Simon Mon„ „sieur, de dato 20=e maart - - - - - - „ 5 Circulaire brieven van den Heer gouverneur aan de Residentie van Boelecomba en Bonthijn, mitsgaders van Bima en Saleijer, de dato 20=e maart - - - - - - „— brief van den Heer Gouverneur aan den Lieutenant Commandant te Bima Alexander Lecerf, de dato 22:e daaraan - - - - - - „ 56. _„ van den Lieutenant Commandant te Bima Alexander Lecerf, aan den Heer gouverneur de dato 19=e december - - - - - - - „ 57. „land Thomaszen, de dato 12=en februarij - - „ 46. ƒ „de van Macasser na Ternaten, de dato _: van den Heer gouverneur, aanden Heer gouverneur te Ternaten Jacob Roe„ Secreete Jnstructie voor de overheeden van het schip de Jonge Samuel enz: vertrecken„ 14=en februarij - - - - - - - - - - „ 48 brief 17. 18. . 21. 22 24. s „ 26. 27 28. 36. „. 37. „ —: „ 38. . a 1 brief van den Lieutenant Commandant te Bima Alexander Le Cerf:, aan den Heer Gouverneur, de dato 1=e maart - - - pag: Besluijtgenomen, bij de gecombinierde Lands vergadering ter Residentie Bima, op den brief geschreeven door den Lieutenant Commandant te Bima Alexander Lecerf aan de Koningen van Balij en Salemparang Gusti Moera Made Karang Assang enz: de dato 5=e November A:o p„o - - - - - „ 64. Translaat boegineese brief geschreeven voor den Adatoeang: van Sidenreng, aan den Heer gouverneur sonder datum - - - - - - „ 65. brief van den Heer gouverneur, aan den koopman te grissee Berend willem Fockens, _„o van en aan den Heer gouverneur van Samarang Johannes Robbert van der Burgh, de dato als boven - - - - - - „ —in van den Lieutenant Commandant te Bima Alexander Lecerf, aan den Heer Gou„ „verneur, de dato 25=e November - - - - - „ 67. _„ van den onderkoopman en boelecombas Resident Simon Monsieur, aan den Heer Gouverneur, de dato 31:e maart - – - - „ 68. Maleijdse brief geschreeven door den Polipoe-E. van Saping, aan den Heer Gouverneur „ 69 brief van den ondertolk Coenraat Jansz: Blij, aan den oppertolk te Maros Gerrit Brugman ged=t 27=e April - - - - - -„ 71 _„ van den Lieutenant Commandant te bima Alexander Lecerf, aan den Heer gou„ „verneur, de dato 30=e maart - - - - - „ 72 „sant Calie Bala, bij den Luijtenant Com„ „mandant te bima Alexander Le Cerf, is geweest, de dato: 25„e maart - - - - „ 74. _ „ bougineese brief geschreeven door den Adatouang van Sidenreng, aan den Heer Gouverneur sonder datum - - - - „ 76. het antwoord van den Heer Gouverneur, aan den bovengem: Adatouang van Seden, „ring, de dato 7=e maij - _ _ - - - - - „ 77 0 brief van den Lieutenant Commandant te bima A=r Lecerf, aan den Heer Gouverneur „ de dato 20=e April - - - - - - - - „ 79 — van den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den Heer Gou„ Translaat maleijdse geschrift gehouden bij geleegentheijd dat de sumbawasen ge„ 11e. Januarij „verneur, de dato 20=e meij – – – – - - - „ 80 de dato 5:e April - - - - - - - - - - „ - - -„ 62 brief : . : : 1 - 1 58. 525 26K eutenant Commandant te Bima Alexander Lecerf, aan den Heer Gouverneur de dato 26=e maij. . . . . . . . Pag=a 81. „dse brief geschreeven door Gusti Moera Made karang Assam enz:, aan den Heer gouverneur, de dato 21=e van d' maand Mukharam in 't Jaar 1191 - - - - - - - - „ 83 Secretarij Comptoir van Politie door Maria Hoveling en Jamiela vrij Jnland„ „se vrouw, de dato eersten Junij - - - - - „ 84. er gouverneur aan den Lieutenant Commandant te Bima A=t Lecerf; de dato 6=e Junij - - - - - - - - „ 86. er gouverneur, aan de Koningen van Balij en Salemparang, de dato 2=e Juni - - - - - - - - - _ „ 90. Register der Bijlagen gehoorende tot de aparte Brief in het Dagregister der Cas„ „teels Rotterdam, afgesonden den 24:' octo„ „ber 1779. gouverneur, aan den onderkoopman en Boelecombas Resident Simon Monsieur, dsche brief geschreeven door den koning van groot Balij goesti moera made karang Assang enz: aan den Heer Gouver, „neur, de dato 17=e April – – – - – – – „ 92 op den krijgsgevangene macassaar Barena, de dato 6„e Julij - - - - - - -„ „ Cartabelletje in het macassaars geschreeven door Craing Pattoeng aan Craeng Anabadjing sonder datum - - - - - - - „ 96„ sche brief geschreeven door Radja Hadjie sulthan Haladien, koning van Riouw, aan den Koning van Bonij ged=t 17„' dag van de maand saphar in 't Jaar 1193. „ 9.6. derkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den Heer gouverneur, de dato 13=e Julij – - - „ 97: eer gouverneur aan de koningen te groot Balij gusti moera made Karang Assang en gusti Made karang Assang, de dato 22=e Julij – – – - - - „ 98. den Heer gouverneur en Raad waar bij de macassaeren in submissie de dato 17=' Junij - - - - - - - - - - „ 91. genodigt . „ 94. „

NL-HaNA_1.04.02_3556_1020 view scan ↗

English

letter from the Lieutenant Commander at Bima Alexander Le Cerf, to the Governor, dated 1st March Resolution taken at the combined Land Assembly at the Residency Bima, letter written by the Lieutenant Commander at Bima Alexander LeCerf to the Kings of Bali and Saleparparam, Gusti Moera Made Karang Assam, dated 5th November of the past year . . Translation of a Buginese letter written by the Adatoeng of Sidenreng to the Lord Governor, without date ƒ letter from the Lord Governor to the Merchant at Grissee, Berend Willem Schenck, dated 5th April - - - - - - ditto from and to the Lord Governor of Samarang Johannes Robbert van der Burgh, dated as above - - - letter from the Lieutenant Commander at Bima Alexander LeCerf, to the Lord Governor, dated 25th November- ditto from the Junior Merchant and Bulukumba Resident Simon Monsieur, to the Governor, dated 31st March Malay letter written by the Polipoe-E. of Soping, to the Lord Governor, dated 11th January - . . . - - - letter from the Assistant Interpreter Coenraat Jansz: Blij, to the Head Interpreter at Maros Brugman: dated 27th April - ditto from the Lieutenant Commander at Bima Alexander Lecerf, to the Lord Governor, dated 30th March Translation of a Malay document kept on the occasion when the Sumbawa envoy Calie Bala was with the Lieutenant Commander at Bima Alexander Lecerf, dated: 25th March ditto Buginese letter written by the Adatoeang of Sidenreng to the Lord Governor, without date the reply from the Lord Governor, to the above-mentioned Adatoeang of Sidenreng; dated 7th May - - - letter from the Lieutenant Commander at Bima Alexander Lecerf; to the Lord Governor, dated 20th April - - - - ditto from the Junior Merchant and Bulukumba Resident Simon Monsieur, to the Governor, dated 20th May - 261. 525 letter from the Lieutenant Commander at Bima Alexander Lecerf, to the Lord Governor, dated 26th May. . . . . . . - Page 81. Translation of a Malay letter written by Gusti Moera Made Karang Assam etc:, to the Lord Governor, dated 21st of the month Muharram in the year 1191 - - - - - - - - Page 83 Account given at the Secretariat Office of Police by Maria Hoveling and Jamiela, free native woman, dated first of June - - - - - Page 84. letter from the Lord Governor to the Lieutenant Commander at Bima Alexander Lecerf, dated 6th June - - - - - - - - Page 86. ditto from the Lord Governor to the Kings of Bali and Salemparang, dated 2nd June - - - - - - - - - - Page 90. Register of the Enclosures belonging to the separate Letter in the Daily Register of Castle Rotterdam, dispatched the 24th October 1779. letter from the Lord Governor to the Junior Merchant and Bulukumba Resident Simon Monsieur, dated 17th June - - - - - - - - - - Page 91. Translation of a Malay letter written by the King of Great Bali Goesti Moera Made Karang Assang etc: to the Lord Governor, dated 17th April – – – – – – – Page 92 Account given by the Macassar prisoner of war Barena, dated 6th July - - - - - - - Page 94. Translation of a note written in Macassarese by Craeng Pattoeng to Craeng Anabadjing, without date - - - - - - - Page 96. ditto Malay letter written by Radja Radjie Sultan Haladien, King of Riau, to the King of Boni, dated 17th day of the month Safar in the year 1193 - Page 96. letter from the Junior Merchant and Bulukumba Resident Simon Monsieur, to the Lord Governor, dated 13th July - - - Page 97: ditto from the Lord Governor to the Kings in Great Bali Gusti Moera Made Karang Assang and Gusti Made Karang Assang, dated 22nd July – – - - - - - Page 98. Manifesto of the Lord Governor and Council, whereby the Macassars are invited to submit, but Sankilang is declared an outlaw, dated 23rd July 1779. . - - - Page 100. Report from the sailor Hendrik Pieterszoon Sollow regarding the request made to him to leave the Company, dated 23rd July - - - - - - - - - - Page 101. letter from the Bookkeeper and Scribe at Bima Bastiaan Heijns, to the Lord Governor, dated 2nd August – – – – – – Page 103 Translation of a Malay letter written by the King of Bima and the Grandees of the Realm, to the Lord Governor in Council, dated 1st August - - – – Page 105. Report from the Bookkeeper and Dispenser Johan Mattheus Tuhier, to the Senior Merchant Barend Reijke, regarding the encounter of his slaves with some Rebels, dated 10th August - - - - - - - - - Page 106. Translation of a Buginese letter written by the Adatoeang of Sidenreng, to the Lord Governor, dated 29th July - - Page 107. the reply from the Lord Governor to the above-mentioned Datu of Sidenreng, dated 11th September - - - - - - - - - Page 108. Edict of the Lord Governor and Council, dated 15th September of the past year: whereby the Torajans are invited into the Company's protection - - Page 110. letter from the Lord Governor, to the Right Honourable Lord Governor at Samarang Johannes Robbert van der Burgh, dated first of October - - - - - - - - - Page 111. ditto from the Bookkeeper and Scribe at Bima Bastiaan Steijns, to the Lord Governor, dated 30th September - - - - Page 112 Translation of a Malay letter written by the King of Dompo and his Grandees of the Realm, to the Lord Governor and Council, dated the 1st day of the fasting month 1193 - - - - - - - - - Page 114. Instructions for the Merchant Claas Kraane and the Junior Merchant Mr Simon Monsieur, departing on a Commission to the Court of Boni, dated 14th October to be read Page 115. Further Manifesto of the Lord Governor and Council, concerning the Rebels, dated 26th October Page 117. Macassar, in Castle Rotterdam, the 24th October in the year 1779. W. Bremer pro tempore Secretary

Dutch transcription

brief van den Lieutenant Commandant te Bima Alexander Le Cerf:, aan den Gouverneur, de dato 1=e maart Besluijtgenomen bij de gecombineerde Lands vergadering ter Residentie Bima, brief geschreeven door den Lieutenant Commandant te Bima Alexander LeCer de Koningen van Balij en Salemp Gusti Moera Made Karang Ass de dato 5=e November A:o p„o . . Translaat boegineese brieff geschreeven door den Adatoiang van Sidenreng, Heer Gouverneur sonder datum ƒ brief van den Heer gouverneur, aan den koopman te grissee, Berend willem S de dato 5:e April - - - - - - _„o van en aan den Heer gouverneur van Samarang Johannes Robbert va Burgh, de dato als boven - - - C. G —n van den Lieutenant Commandant te Bima Alexander LeCorf, aan den H „verneur, de dato 25=e November- —„ van den onderkoopman en boelecombas Resident Simon Monsieur, aan Gouverneur, de dato 31=e maart Maleijdse brief geschreeven door den Polipoe-E. van Soping, aan den Heer Gou brief van den ondertolk Coenraat Jansz: Blij, aan den oppertolk te Maros Brugman: ged=t 27=e April - _„ van den Lieutenant Commandant te bima Alexander Lecerf, aan den H „verneur, de dato 30„e maart „sant Calie Bala, bij den Luijten „mandant te bima Alexander is geweest, de dato: 25„e maart _ „ bougineese brief geschreeven door den Adatouang van Sidenreng Heer Gouverneur sonder datum het antwoord van den Heer gouverneur, aan den bovengem: Adatouang van „ring; de dato 7=e maij - - - brief van den Lieutenant Commandant te bima A=r Lecerf; aan den Heer Ge de dato 20„e April - - - - _ van den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den 11=e Januarij. - . . . - - - „verneur, de dato 20=e meij - Translaat maleijdse geschrift gehouden bij geleegentheijd dat de sumbaw - ƒ . - . . . : . eligege 6 6 — 261. 525 brief van den Lieutenant Commandant te Bima Alexander Lecerf, aan den Heer Gouverneur de dato 26=e maij. . . . . . . - Pag=a 81. Translaat Maleijdse brief geschreeven door Gusti Moera Made karang Assam enz:, aan den Heer gouverneur, de dato 21=e van d' maand Mukharam in 't Jaar 1191 - - - - - - - - „ 83 Relaas gedaan ter secretarij Comptoir van Politie door Maria Hoveling en Jamiela vrij Jnland„ „se vrouw, de dato eersten Junij - - - - - „ 84. „brief van den Heer gouverneur aan den Lieutenant Commandant te Bima A= Lecerf„ _„ van den Heer gouverneur, aan de Koningen van Balij en Salemparang, de dato de dato 6=e Junij - - - - - - - - „ 86. 2=e Juni - - - - - - - - - - „ 90. Register der Bijlagen gehoorende tot de aparte Brief in het Dagregister der Cas„ „teels Rotterdam, afgesonden den 24:' octo„ „ber 1779. brief van den Heer Gouverneur, aan den onderkoopman en Boelecombas Resident Simon Monsieur, Translaat maleijdsche brief geschreeven door den koning van groot Balij goesti moera made karang Assang enz: aan den Heer Gouver„ „neur, de dato 17=e April – – – – – – – „ 92 Relaas gedaan door den krijgsgevangene macassaar Barena, de dato 6„e Julij - - - - - - - „ 94. Translaat van een Cartabelletje in het macassaars geschreeven door Craeng Pattoeng aan Craeng Anabadjing sonder datum - - - - - - - „ 96„ _o„ maleijtsche brief geschreeven door Radja Radjie sulthan Haladien, koning van Riouw, aan den Koning van Bonij ged=t 17„' dag van de maand Saphar in 't Jaar 1193 - „ 9.6. brief van den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den Heer gouverneur, de dato 13=e Julij - - - „ 97: _v: van den Heer gouverneur aan de koningen te groot Balij gusti moera made Karang Assang en gusti Made karang Assang, de dato 22=e Julij – – - - - - - „ 98. Manifest van den Heer gouverneur en Raad waar bij de macassaeren in submissie de dato 17=e Junij - - - - - - - - - - „ 91. genodigt : 1 .. genodigt worden dog sankilang vogel vrij verklaard de dato 23=e Julij 1779. . - - - pag=a 100. berigt van den mattroos Hendrik Pieterszoon Sollow wegens het hem gedaene aan„ „soek om de Comp=e te verlaten gedateert 23=e Julij - - - - - - - - - - „ 101. brief van den boekhouder en scriba te Bima Bastiaan Heijns, aan den Heer Gouver, „neur, de dato 2=e Augustus – – – – – – „ 103 Translaat maleijdsche brief geschreeven door den kening van Bima en de Rijks, „grooten, aan den Heer Gouverneur in Raad de dato 1=e Augustus - - – – „ 105. Berigt van den boekhouder in Dispencier Johan Mattheus Tuhier, aan den opperkoopman Barend Reijke, wegens de ontmoeting zij„ „ner slaven met eenige Rebellen gedateert Translaat Boegineese brief geschreeven door den Adatoeang van sideenring, aan den Heer gouverneur, de dato 29:e Julij - - „ 107. het antwoord van den Heer gouverneur aan den bovengem: Datoe van sideenring, de dato 11:e September - - - - - - - - - „ 108. Placcaat van den Heer gouverneur en Raad, de dato 15„e September J: l: waar bij de Troje„ „ners in 's Comp„s protectie worden genodigt - - „ 110. brief van den Heer gouverneur, aan den wel Edele gestrengen Heer gouverneur te Samarang Johannes Robbert van der Burgh, de 10:e' Augustus - - - - - - - - - „ 106. dato eersten october - - - - - - - - - „ 111. _„o van den boekhouder en scriba te Bima Bastiaan steijns, aan den Heer Gou„ „verneur de dato 30=en September - - - - „ 112 Translaat maleijdsche brief geschreeven door den koning van Dompo en desselfs Rijksgrooten, aan den Heer Gouverneur en Raad, gev=t den 1=e dag van de vasten Jnstructie voor den koopman Claas Kraane en den onderkoopman M=r Simon Mon„ „sieur, vertrekkende in Commissie naar het Hof van Bonij, de dato 14=e october J: leesen „ 115. Nader Manifest van den Heer gouverneur en Raad, omtrend de Rebellen, se dato 26:' october „ 117. Marcasser Ju't Casteel Rotterdam, den 24:' october A:o 1779. maand 1193 - - - - - - - - - „ 114. W Sremer p:t Secrat: A . Oaat . 1 6

NL-HaNA_1.04.02_3556_1025 view scan ↗

English

Makasser Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes, etc. Right Honourable Sir After the receipt of your Right Honourable highly esteemed letter, dated the 5th of this month, I immediately had the prisoners of war brought together, and allowed them to seek out their families, as they gave themselves out to be subjects of the Honourable Company, and subsequently sent twenty-two persons to Makasser. The remaining six persons being accounted for, I take the liberty of sending them to your Right Honourable with this. Datoe Sideenring having requested me to depart for Makasser, I have granted him this, whereupon he also departed shortly thereafter, having subsequently noticed with great joy that this agreed with the intention of your Right Honourable. The Ceylonese Lieutenant named Kalasiap has departed for Malewang with sixty men, following notice from Craing Anabadjing that those people were beginning to scatter again. As for the Sandraboniers, I have the honour to inform your Right Honourable that they humbly request of your Right Honourable until the end of their fasting month, and that the grandees of the realm will then depart for Makasser with as much money and slaves as it is possible for them to bring together. The Captain of the Madurese, Taremataka, has requested me, on account of his indisposition, to be permitted to depart for Makasser for a few days to seek medical treatment; thus I have granted him this, twenty-one persons of his people going with him, among whom eight sick are to be found. At present I find myself at To the Right Honourable Sir Baloesang Baloesang. Herewith cutting this short in all deference, I take the liberty to sign myself with due high esteem. Was underneath: Right Honourable Sir. Lower: your Right Honourable's humble and faithful servant. Was signed: G. Brugman. In the margin: Baloelang the 14th of October 1778. Not doubting in the least that your Right Honourable will have already received the proper report through Deefhoud concerning the two Madurese Lieutenants, I have the honour to address this to your Right Honourable, because the Captain of the Madurese who is still here has most urgently requested me several times to give humble notice to your Right Honourable that the common warriors humbly requested money for necessary expenses; thus far he has supported his people by advancing them money, but now no longer being in a position to do so, and those people being too much in distress, I could not fail to share dutiful information of this with your Right Honourable. Today an emissary of Craeng Anabadging was with me to request that he might be permitted, accompanied by a party of Madurese, to go to the mountains to attack Ranga, who is currently staying on Mount Banka Bankala, to which I answered him that I would present his request to your Right Honourable, and would await express orders regarding this. Taking herewith the humble liberty to call myself with the most imaginable respect and high esteem. Was underneath: Right Honourable Sir. Lower: your Right Honourable's humble and faithful servant. Was signed: G. Brugman. In the margin: Balloessang the 19th of October 1778. To the same as above. Having received a report a few days ago upon the return of some confidants sent to upper Ceram for information, that five large so-called junks, almost of the build of paduakangs, To as before! fitted out by the negorijen on the South Coast, the ancient smuggling corner, Oerong, Goeli Goelij, Enna Enna, Kelibon and Ceijlor, three of which, laden with spices, are said to have turned their prows toward Bouton last September, I deem myself obliged to give your Right Honourable notice thereof by this, whether it might be possible, through the assistance of Bouton's prince, to overtake the said illicit traders and bold entrepreneurs, or else through such other means to effect their capture, as your Right Honourable shall judge most certain and appropriate for the service of our Lords and Masters; meanwhile heartily wishing that the troubles and worrisome circumstances there will have already given way to a triumphant peace and blessed tranquility; in conclusion professing under respectful greeting to be with all esteem. Was underneath: Right Honourable Sir. Lower: your Right Honourable's very willing friend and servant. Was signed: B. van Pleuren. In the margin: Amboina the 10th of October anno 1778. To the Military Lieutenant Alexander Lecerf Commandant there Valiant, Pious, Discreet! The emissaries or heads of the auxiliary troops of Bima, Dompo, Tambora, Sangar and Pekat, who have successively arrived here, along with all their subordinates, now returning home in accordance with their request, this serves to give you notice thereof, and that I expect that in case any of them should be needed again in the future, contrary to my wish and hope, the princes and grandees of the realm will show themselves no less ready than recently to send them hither. Informed that the widow of the citizen Somer, formerly stationed as a corporal at Boelecomba, is currently said to be in Bima.

Dutch transcription

262. 527 Makasser Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en Directeur deeser Custe Celebes, etc: Wel Edele Agtbaare Heer Na den ontfangst van uw wel Edele Agtbaren hoog g'eerde letteren, geda„ „teerd den 5=e deeser heb ik ten eersten de krijgsgevangene laeten bij malkan„ „der koomen, en hun laaten hun familie opzoeken, wijl ze zig voor onder„ „daanen van d' E: Comp:e uijtgaaven, en vervolgens twee en twintig koppen na Makasser versonden. de resteerende ses koppen uijtmaakende, neeme de vrijheijd uw wel Edel Agtbaren met deese toetesenden. Datoe sideen„ „ring mij verzogt hebbende, om naar Makasser te vertrekken, so heb ik hem zulks bewilligt, waar op hij ook kort daar na vertrokken is, hebbende vervolgens met veel blijdschap ontwaard, dat zulks met de intentie van uw wel Edel Agtbaren over een gekomen is. Den Ceijloneese Luijtenant genaamt kalasiap, is met sestig man na Malewang vertrokken, mits bekendmaking van Craing Anabadjing, dat dat volk sig weer begon te verstrooijen. wat de sandraboniers aanbelangt, so hebbe d' Eer uw wel Edel Agtbaren te melden, dat dezelve van uw wel Edel Agtbaren, tot 't eijnde van hun vasten maand, ootmoedig versoeken, en dat als dan de Rijksgrooten met so veel geld en slaeven, als hun maar immers mogelijk is, bij mal„ „kander te brengen, naar Makasser zullen vertrekken. Den Capitain der Madureesen Taremataka heeft mij verzogt, om weegens desselfs indispositie, voor eenige daagen naar Makasser te mogen vertrekken, om te medicineeren; so hebbe hem zulks toege„ „staan, gaande met hem een en twintig koppen van zijn volk meede, waar onder agt zieke zig bevinden. thans bevinde ik mij te Aan Den wel Edele Agtbaren Heer Baloesang Baloesang. Hiermeede deese in alle eerbied bekortende, so neeme de vrij„ „heijd mij met schuldige hoog agting te onderteekenen. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer : /:lager:/ uw wel Edele Agtbaarens ootmoe„ „dige en trouwschuldige dienaar, /:was geteekend:/ G=t Brugman, /: in margine:/ Baloelang den 14=e october 1778. Geensints twijffelende, of uw wel Edele Agtbaeren zal reets door Deef„ „houd het behoorlijk berigt ontfangen hebben, aangaande de twee Ma„ „dureese Luijtenants, so hebbe d' Eer deese aan uw wel Edele Agtbaren te addresseeren, om dat den nog hier zijnde Capitain der Madureesen mij tot diverse reijsen instandigst versogt heeft, om aan uw wel Edele Agtbaeren needrigst kennisse te geeven, hoe dat de gemeene krijgers oot„ „moedig om geld tot nodige uijtgaaven versogten: tot dus ver heeft hij zijn volk ondersteunt, met hun geld voor te schieten, dog thans niet meer instaat zijnde, om zulks te doen, en z:o lieden al te seer in verleegentheijd zijnde, so hebbe niet manqueeren kunnen, uw wel Edele Agtbaeren hier van schuldige narigt meede te deelen. Heeden is 'er een zendeling van Craeng Anabadging bij mij geweest, om te versoeken, dat 't hem mogte gepermitteerd werden, om verseld van een par„ „thij Madureesen, na 't gebergte te mogen gaan, om Ranga die zig thans op den Berg Banka Bankala ophoudt aan te doen waar op ik hem ten antwoord gegeeven heb, dat ik zijn verzoek aan uw wel Edele Agtbaeren voordraagen, en hier op expresse ordres verwagten zoude Neemende hier meede de needrige vrijheijd, mij met de erdenkelijkste eerbied en hoog agting te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uw wel Edele Agtb=s ootmoedige en trouwschuldige dienaar, /:was geteekend/ G=t Brugman. /:in margine:/ Balloessang den 19=e october 1778: — Aan als Even. voor weijnige dagen bij retour van eenige naar boven Ceram op infor„ „matie afgesondene vertrouwelinge, berigt erlangd hebbende, dat vijf groote zo genaamde Jonken, bij na 't maaksel hebbende van Padua„ Aan als vooren! „kangs, 263. 529 Bima „kangs, door de Negorijen aan de Z=t Cust, de aloude Smockelhoek, oerong, goeli goelij, Enna Enna, Kelibon en Ceijlor uitgerust, waar van drie beladen met specerijen in September I=o leeden de steeven naar Bouton soude gewend hebben, zo agte ik mij gehouden uw wel Edele Achtb. daar van bij deese kennisse te geeven, of het mogelijk waare door behulp van Boutons vorst gemelde morshandelaars en stoute onderneemers te agterhaalen, dan wel door zodanige andere middelen derzelver opligting te bewerken, als uwel Edele Agtb: ten diensten onser Heeren en Meesters de zeekerste en oirbaarste zal oordeelen, inmiddens hertelijk wensche dat de troubles en sorgelijke omstan„ „digheeden â Costi reets aan eene Triumphante vreede en gezeegende rust zullen plaats geruijmt hebben, ten besluijte betuijgende onder eerbiedige salutatie met alle agting te zijn. /:onderstond:/ wel Edele Agtbare Heer. /:lager:/ uw wel Edele Agtb: seer be„ O „reidwillige vriend en Dienaar /:was geteekend:/ B: van Pleuren, /:in margine:/ Amboina den 10=e October anno 1778. Aan den Lieutenant Militair Alexander Lecerf Commandant aldaar Manhafte, vroome, Discreete! De alhier successive overgekomene gezanten of hoofden der Hulptroupen van Bima, Dompo; Tambora; Sangar en Pekat, nevens alle hunne onderhorige, thans; conform der selver versoek, na huijs keerende dient deese om UE: daar van kennisse te geven en dat ik verwagten wil dat in„ „gevalle men eenige derselve in het vervolg, tegen mijnen wensch en hoope weder mogte benodigt hebben, de vorsten en Rijksgroten zig niet minder dan Jongst bereid zullen toonen, om zo herwaarts te zenden. Onderrigt dat zig op Bima tegenwoordig zoude bevinden, de weduwe van den burger Somer, wel eer als Corperaal op Boelecomba bescheiden . -

NL-HaNA_1.04.02_3556_1028 view scan ↗

English

stationed, who was captured by the rebels and murdered by them during the storming of the Company's post at Maros, as was her mother, so I expect that you will make an exact inquiry into this and assist those unfortunate people to return here, further informing me how they got there, seeing that it is claimed the rebels sold them as slaves or exchanged them for gunpowder, and that on Bima itself, which however does not seem probable to me. With which, after greetings, I remain. Subscribed: your good friend, was signed, P=s J=s van der Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 26th of October 1778. Furthermore, we inform Your Highnesses that we are now letting your envoys, or the commanders of the auxiliary troops sent here, along with all their subordinates, return home again, since the war here has for the most part ended with the victory over Goa; we must give them the testimony that they acquitted themselves well, and thus gave us as much satisfaction as their mission has confirmed us in the trust of Your Highnesses' attachment to the Company, upon whose protection Your Highnesses may also rest assuredly in all unexpected breaches. Meanwhile, we wish to expect that in case any assistance might still be needed here in time, Your Highnesses will show yourselves no less zealous to send the same. While we meanwhile will not doubt that Your Highness and the grandees of the realm, through the said return of their people, will make all possible haste with the cutting of sappanwood. Subscribed: Written in Castle Rotterdam the 26th of October 1778. After the customary greetings. To the Kings of Bima, Tambora, Dompo, Sangar, and Pekat. Baloesang 264 531 To the Bookkeeper and Chief Interpreter Gerrit Brugman, Baloesang. In response to your letters of the 14th and 19th of this month, it serves to state that the 28 prisoners of war mentioned therein have indeed been brought in, who pretend to be subjects, but seem much rather to have joined the rebels of their own free will than through necessity or coercion, and consequently could be treated as such and thus declared slaves; yet I will await further information regarding this, all the more as they do not all appear equally guilty. Holding the permission granted to Datoe Gedeenring as well as to the Captain of the Madurese Tra Mantacka to come here as well done, you receive the wages for the remaining officers and privates, as shown by the note. In case Eraeng Anabadjeeng dares to promise himself good success from capturing Ranga and you also consider yourself convinced of it, I have no objection to it being undertaken, but in that case all force must be used for it, while I expect that you will take every possible precaution to succeed in the objective, at the same time using the utmost caution not to be misled. With which I remain. Subscribed: your friend, was signed: P=r I=s van der Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 26th of October 1778. My greetings to the Lord Governor, and I make Translation of a Buginese letter written by the Tanete Prince Soeanna I Asia to the Lord Governor, of the following content. Honorable, pious. His Baloesang. His Honorable Excellency knows that Arou Leerang is inclined to propose marriage to my sister Daeeng Malele, being the daughter of my mother Matinroa Risoreang, who has always remained with me and was also raised by me, but I did not wish to express myself on that intention without beforehand having informed the Lord Governor thereof; for which reason I request His Honorable Excellency, by my envoy or by a letter, to inform me what His Honorable Excellency pleases to think of that intended marriage. Furthermore, it also serves for the information of His Honorable Excellency that many pirates come to stay off the mouth of the river of Sagerij, wherefore I request the Lord Governor for orders as to how I shall have to conduct myself against those rovers. To the Bookkeeper and Chief Interpreter Gerrit Brugman. Since the Adatouang of Bedeenring has offered to go and attack the rebels in the mountains east of Goa once again, and I intend to use as many indigenous troops for that as I can conveniently assemble, I therefore order you to come here at the very earliest by sea with his subordinates and all the Madurese, and thus also with all our vessels; the negorij Baloesang being able to be handed over to the Sandraboners to occupy or keep it until your return there, in case such should be deemed necessary, to prevent the subjects from becoming scattered. I do not doubt that the expedition to capture Ranga, if it were possible, will already have been undertaken, but if not, it may just be abandoned, and thus I expect you here at the very earliest. With which I remain, subscribed: your good friend, was signed: P: G: van der Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 30th of October 1778. Honorable, pious! To

Dutch transcription

bescheiden geweest, die bij de overrompeling van 's Comp„s Post te Maros, door de rebellen gevangen gemaakt en door hun vermoord is, en zo meede haar Moeder, zo verwagte ik dat uE: daar na exact onder„ „soek doen en die ongeluckige menschen ondersteunen zal, om weder herwaarts te komen, mij wijders berigtende hoe zij daar gekomen zijn, gemerkt men wil dat de Rebellen haar als slavinnen verkogt dan wel tegen buskruijt zouden geruijlt hebben, en zulks op Bima zelfs dat mij egter niet waarschijnlijk voorkomt. waar meede na groete blijve. /:onderstond:/ uE: goede vriend , was geteekend, P=s J=s van der Voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 26=' october 1778. - Wijders maeken wij uw Hooghedens bekend dat wij haare gezanten ofte de Hoofden der hier na toe gezondene hulptroupen, nevens alle der selver onderhoorige, thans weeder laeten na huijskeeren, vermits den oor„ „log alhier; voor het meerendeel is g'eijndigt door de overwinning van Goa; wij moeten haar het getuijgenisse geeven dat zij zig wel gequeeten en om dus zo wel genoegen aan ons gegeeven hebben als derselver sending ons in het vertrouwen heeft bevestigt van uw Hooghedens attachement tot de Comp=e op wiens bescherming uw Hoog hedens in alle onverhoopte ruptures zig ook gerustelijk mogen verlaeten. Jnmiddens willen wij verwagten dat ingevalle men hier in der tijd nog eeni„ „ge assistentie mogten benodigen uw Hooghedens zig niet min ieverig zullen toonen om dezelve te zenden. terwijl wij inmiddens niet willen twijffelen of uw Hoogheijd en Rijksgrooten door de gemelde terug komst haerer volkeren met het kappen van Sappanhout alle mogelijke spoed kunnen maeken. /:onderstond:/ Geschreeven in 't Casteel Rotterdam den 26:' october 1778: Naar gewoone begroetingen. Aan de Koningen van Bima, Tambora, Dompo, Sangar en Pekat. Baloesang 264 531 Aan Den Boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman, Baloesang. Jn antwoord uwer brieven van den 14„' en 19=e deser dient dat de daar bij vermelde 28. krijgsgevangenen wel zijn aangebragt die voorgeven onderdanen te zijn dog zig veel eer uijt eigen vrije wille dan door nood of dwang bij de Rebellen vervoegt schijnen te hebben en gevolge„ „lijk even als de zulke gehandelt en dus tot slaven verklaard zoude kunnen worden, nog thans zal ik daar omtrend nader informatie ver„ „wagten, te meer Z: niet alle even schuldig voorkomen. De verleende permissie zo aan Datoe Gedeenring als aan den Capitain der madureesen Tra Mantacka om herwaarts te komen voor wel gedaan houdende bekomt uE: de gagien voor de overige officieren en gemeenen blijkens notitie. Jngevalle Eraeng Anabadjeeng zig van het opligten van Ranga een goed succes derft beloven en UE: zig daar van meede overreed houd mag ik wel lijden dat zulks ondernomen word, dog in dien gevalle dient alle de magt daartoe te worden gebruijkt, terwijl ik wil verwagten dat UE: alle mogelijke voorzorge zal aanwenden om in het oogmerk te slagen teffens de uijterste voorzigtigheijt gebruijkende om niet misleijt te worden. waar meede blijve. /:onderstond:/ UE: vriend was geteekend:/ F P„r I„s van der Voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rot„ „terdam den 26=e october 1778. De Groetenis van mijn aan den Heer Gouverneur, en maake Translaat Boegineese brief geschreeven door den Tanetse Prins Soeanna I: Asia aan den Heer Gouverneur van den vol, „genden Inhoud. Eersame, vroome. zijn Baloesang. zijn Edele Agtbaere bekind dat Arou Leerang geinclineerd is, om mijne Zuster Daeeng Malele, /:zijnde de Dogter van mijn Moeder Matinroa Risoreang, dewelke altijd bij mij gebleeven en ook door mij werd opgevoed:/ ten Huwelijk te verzoeken, dog ik heb mij op dat voorneemens nog niet willen uijtlaten, zonder alvoorens den Heer Gouverneur daar van kennisse te hebben gegeven; uijt welken hoofde verzoek ik zijn Edele Agtb:, per mijne zendeling dan wel bij een briefje, mij te melden wat dat zijn Edele Agtb: van dat voorgenoomene huwelijk gelieft te denken. wijders dient almeede tot kennisse van zijn Edele Agtb: dat voor de mond van de Rivier van Sagerij veele zee Rovers zig komen op te houden, weshalven verzoeke ik den Heer Gouverneur om ordres, hoedanig dat ik mij tegen die Zwervers zal hebben te gedragen. Aan Den Boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman. Vermits den Adatouang van bedeenring zig aangeboden heeft om de Rebellen in het geberg te 6:' oosten Goa nogmaals te gaan attacque„ „ren en ik daar toe ook zo veel Jnlandsche troupen vermeene te gebruijken als ik gevoeglijk versamelen kan, zo: gelaste ik uE: met zijne onderho„ „rige en alle de Madureesen ten aller eersten over zee en dus ook met alle onse vaartuijgen herwaarts te komen, kunnende de negorij Baloesang aan de sandraboniers overgegeven worden om ze te bezetten of te bewaren tot uE: terug komst aldaar ingeval zulks mogte worden nodig g'oordeelt, ter verhoeding van het verstrooyt raken der onderdanen. Jk twijffel niet of d' Expeditie om Ranga waare het mogelijk op te ligten, zal reets ondernomen zijn, dog zo niet zal z' maar gestaakt kunnen worden en dus wagte ik uE: ten aller eersten hier. waar meede blijve, /:onderstond:/ uE: goede vriend /:was geteekend:/ P: G: van der voort„ /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 30=e october 1778. — Eersame, vroome! Aan

NL-HaNA_1.04.02_3556_1031 view scan ↗

English

265. To the Tanette Prince Arou Pantjana. After customary greetings. Macasser Furthermore, I make known to my son that I have duly received his letter and have seen from it that Arou Leerang has an inclination toward my daughter Daeng Malele, against which marriage I can have nothing if my son thinks that it would be well, wherefore I leave the same to your Honour. Furthermore, I would gladly see my son have the pirates driven away from before Sagerij, provided that no trouble is then caused to the Company's subjects. Underneath stood: Written at Macasser in Castle Rotterdam on the 31st of October 1778. Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes etc. etc. To the Honourable Sir! After customary greetings. Honourable Sir! Your Honour's highly esteemed letters of the 26th and 30th of this month having been received by me with the greatest respect, I have the honour to answer most humbly thereto, that I have duly received the pay of the Madurese, and have had it disbursed to them by their Captain. Regarding Ranga, after the receipt of your Honour's respected letters, I immediately had Craeng Anabadjeeng come to me, and asked him if he was now ready to move against Ranga, to which he answered me that this seemed impossible to him at present, since the sons of the Poelewatang of Anabadjeeng and Carre Manrapi are presently staying near Ranga, and he is informed by his family of everything that went on; upon this I told him that if it was so, I deemed it better to cease this until a better occasion, rather than that we should undertake something fruitless. Furthermore, I have sent for the Madurese of Malewang, and put everything in readiness to depart this evening or tomorrow morning, having handed over the village of Baloesang to the Sandraboniers to occupy. For the period of three days, I have again been attacked by my old illness, which, through the swelling of my hands and feet, has brought me so far that I am nearly unable to walk or stand. Having the honour to sign myself with the greatest respect and high esteem. Underneath stood: Honourable Sir! Lower: Your Honour's humble and faithful servant. Was signed: G:t Brugman. In the margin: Baloesang, the 31st of October 1778. This morning having arrived here from Ternaten with a king's cora-cora, under cover of letters from the Ministry there dated the 24th of September last, the chief mate Daniel van Waningen for the conveyance of a chest with the Company's papers to the main settlement, for which there is no opportunity from here, I thought it best to grant transport to the said Van Waningen with the aforementioned Ternate reports per bearer of this, the burgher Aresa Tanke, to your Honour's government, with the humble request to send him on to the main settlement as soon as possible, either with a private vessel or a Company vessel, as this is of great importance to the Company; meanwhile, after salutary greetings, I testify with all respect to be: Underneath stood: Honourable Sir! Lower: Your Honour's very willing friend and servant. Was signed: B:s van Pleuren. In the margin: Amboina, the 12th of October Anno 1778. To as before! To the King and Grandees of Bouton. After customary greetings. Furthermore, we make known that your Highness's two letters have been duly handed over, both by the envoy Mantrie Litaijoe and Radja Samada and the other chiefs over the auxiliary troops, and the same have been welcomed with the required ceremony. Intending to reply to the first-mentioned when Mantrie Litaijoe returns with the usual commissioners for the extirpation of spice trees, we cannot refrain from expressing to your Highness and Grandees our satisfaction with the aforementioned auxiliary troops sent hither, whom we are now letting depart for home again together with their chiefs, partly because Goa has been conquered by the Company and thus the Macassarese have been virtually completely defeated, so that the remainder has taken flight to the mountains, while those of Sandrabonij have submitted, and partly on account of the disturbances that are still taking place on Woena, where we hope that they, together with the remaining Bouton troops, will be employed with so much advantage that everything there may likewise soon come to a standstill. Underneath stood: Written at Macasser in Castle Rotterdam on the 3rd of November 1778. To the Ensign and Commandant Willem van Burghof, Valiant, pious, discreet! Malankerie As I would gladly see the expedition proceed this evening, your Honour must try to dispose the Adatouang thereto, as I have not been able to do so myself, since he was indeed here, but has not visited me. For the aforementioned purpose, I have already sent all the Madurese, except those who are sick, to Malankerie, and presently the people of the chief interpreter are departing, to be led by the bookkeeper Deefhout, the former being unable to do so due to illness. To all those troops, with whom I am content that your Honour take along thirty soldiers, cartridges may be issued when they are ready to march, besides which some in reserve should

Dutch transcription

265. Macasser wijders make ik mijn zoon bekend dat ik desselfs brief wel ontfangen en daar uijt gezien hebbe Dat Arou Leerang inclinatie heeft in mijn dogter Daeng Malele tegen welke huwelijk ik niets kan hebben als mijn zoon vermeend dat het wel zoude zijn en waar om ik het zelve aan uEd: overlaten. voorts zoude ik gaarne zien dat mijn zoon de zeerovers van voor sagerij liet verdrijven mits als dan geen overlast aan 's Comp„s onder„ „daanen word gedaan. /:onderstond:/ Geschreeven te Macasser in 't Casteel Rotterdam den 31=e october 1778. Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en directeur deeser Custe Celebes etc: etc. Wel Edele Agtbaare Heer! uw wel Edele Agtbaarens hoog g'Eerde letteren van den 26=e en 30„e deeser met de meeste eerbied van mij ontfangen zijnde, so hebbe d' Eere op dezelve needrigst te antwoorden, dat ik de gagie der Madureesen wel ontfangen, en door hun Capitain aan haarlieden heb laaten verstrekken. Aangaande Ranga, so heb ik na den ontfangst van uw wel Edele Agt„ „baaren gerespecteerde letteren, so heb ik Craeng Anabadjeeng ten eersten bij mij laaten komen, en aan hem gevraagt of hij nu gereed was om Ranga aan te doen, waar op hij mij ten antwoord gaf dat hem zulks teegens woor„ ondoenlijk scheen, mits de zoons van den Poelewatang van Anaba„ „djeeng en Carre Manrapi sig bij Ranga thans op houden, en hem door Aan den wel Edele Agtbaare Heer Na gewoone begroetingen. 533 Aan den Tanets Prins Arou Pantjana. zijne zijne familie, van alles wat 'er voorging narigt gegeeven wierde; hier op heb ik hem gesegt dat indien 't so was, so oordeelde ik beeter te zijn, zulks te staaken, tot beeter occasie, als dat wij iets vrugteloos zouden onderneemen. verders heb ik de Madureesen van Malewang laaten op ontbieden, en alles in gereedheijd gebragt, om van deesen avond of morgen ogtent te vertrekken, hebbende de Negorij Baloesang aan de sandraboniers ter bezetting over„ „gegeeven. zedert den tijd van drie dagen, ben ik weeder van mijn oude ziekte g'at„ „taqueerd, die, door 't opswellen van mijne hande en voeten, mij so ver gebragt heeft, dat ik bij na niet instaat ben, om te gaan of te staan. Hebbende d' Eer mij met de meeste eerbied en hoog agting te onderteekenen. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer! /:lager:/ uw wel Edele Agtbaa„ „rens ootmoedige en trouwschuldige dienaar /:was geteekend:/ G:t Brugman, /:in margine:/ Baloesang den 31=e october 1778. — Heeden morgen van Ternaten met een konings Corre Corre onder geleide letteren van het Ministerium aldaar sub dato 24=e september J„o lee„ „den alhier overgekomen zijnde den opperstuurman Daniel van waanin„ „gen tot den overbreng van een kast met 's Comp„s papieren na de hoofd„ „plaats, waar toe van hier geene geleegendheid is zo heb ik best gedagt gem: van waningen met voorsz: Ternaatse advisen per brenger deeses den burger Aresa Tanke naar uwel Edele Agtbare gouvernement Transport te verleenen met gedienstig versoek denselven het zij met een particulier dan wel een Compagnies vaartuijg ten spoedigsten na de hoofdplaats voort te zenden, also de Comp„e daar aan grootelijks geleegen legt, middelerwijle naar salutaire groete met alle agting betuige te zijn. /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare Heer ! /:lager:/ uwel Edele Agtb„s zeer bereidwilligen vriend en Dienaar „ /:was geteekend:/ B„s van Pleuren, /:in margine:/ Amboina den 12=e october A„o 1778. — Aan de koning en Rijksgroten van Bouton. Na gewoone begroetingen. wijders maken wij bekend dat uw Hoogheijts beide brieven zo door Aan als vooren! de 266 535 Malankerie de gezant Mantrie Litaijoe als Radja Samada in de verdere hoof„ „den over de hulptroupen wel overhandigt in deselve met de vereijschte statie ingehaald zijn. Op de eerst gemelde zullende antwoorden als Mantrie Litaijoe te rug keert met de gewoone gecommitteerdens tot het extirpeeren van specerij boomen, zo mogen wij niet afsijn uw Hoogheijt en Rijksgrooten ons genoegen te betuijgen over de voorsz: herwaarts gezondene hulptroupen die wij nog thans nevens derselver hoofden weder na huijs laten ver„ „trecken einsdeels om dat Goa door de Compagnie overwonnen en dus de macassaren genoegsaam geheel verslagen zijn zodanig dat het overschot de vlugt na het gebergte genomen heeft, terwijl die van sandrabonij zig gesubmitteert hebben en anderdeels om de wille der onlusten die nog op woena plaats hebben alwaar wij hopen dat zij nevens de overige Boutonse troupen met zo veel voordeel zullen worden g'emploijeert dat alles aldaar mede eerlang tot stilstand moge geraken. :/:onderstond:/ geschreeven te Macasser in 't Casteel Rotterdam den 3=e November 1778. Aan den vendrig en Commandant Willem van Burghof, Dewijl ik gaarne zoude zien dat de Expeditie nog desen avond voortgang nam zal uE: den Adatouang daar toe moeten tragten te disponeeren wijl ik zulks zelfs niet hebbe kunnen doen, vermits hij wel hier maar niet bij mij is geweest. Jk hebbe ten voorsz: eijnde reets alle de madureesen behalven die ziek zijn na Malankerie gezonden en thans vertrekt het volk van den oppertolk, om door den boekhouder Deefhout te worden opgevoert, hij door ziekte daar toe niet in staat zijnde. Aan alle die troupen waar bij ik wel lijden mag dat uE: dertig militairen meede neemt, kan wanneer z' marsvaardig zijn patronen worde verstrekt, buijten dewelke 'er nog wat inreserve Manhafte, vroome, Discreete! dienen

NL-HaNA_1.04.02_3556_1034 view scan ↗

English

must be taken along. I recommend Your Honour to observe the required caution and for that reason not to advance too far into the mountains, while I expect that on the return march all the Macassar villages that lie in the way will be destroyed by fire, and for the rest that actions will be conducted properly in all respects, meanwhile remaining after greetings Your Honour's good friend, was signed: P. J. van der Voort. In the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 4th of November 1778. Instructions for the Merchant and Collector of Customs Ian Hendrik Roll and the Junior Merchant and Secretary of Police Claas Kraane, departing on a mission to the Court of Bonij. Seeing that the King of Bonij, despite the friendly though earnest dissuasions made to his Grandees, persists in the intention communicated to me a few days ago to proceed to his inland states, thereto without doubt encouraged by some of the principal figures, with the intent to be able once again, as before during the prince's absence, to play their part all the better and even to support anew the still roving rebels, in order to give the Company its hands full of work and thus render it unable to oppose their unlawful actions; I have therefore commissioned Your Honours to dissuade His Highness, if possible through the most fitting arguments, from this his intention, if not entirely, then at least to persuade him to postpone its execution for the present. For which reason Your Honours must not only represent to him how, the war being by no means ended, it would conflict with loyalty and friendship for him to remove himself from here; but even against the true interests of the realm of Bonij itself and no less of his own person and family, under a serious assurance that these two latter points are the true and only reason why the Company would view His Highness's departure with reluctance, and especially the very latter, as one cannot fail to foresee unfortunate consequences for him from his departure, and it is to be feared that from this a complete estrangement from the Company might at the same time arise, if it should not even lead to an open rupture, considering that the conduct maintained by many Bonij Princes, both during his recent presence in the inland territories and especially with regard to the war with the Macassars, has clearly shown what one must expect from their designs, which aim no less to harm the Company than to advance their own interests in the most punishable manner. In case the prince and grandees should nevertheless not be moved to abandon their intention, or at least to postpone it, Your Honours must protest against it in the most earnest manner, with the declaration that all the adverse consequences that might flow from this completely untimely departure, which runs counter to obliged loyalty and friendship, are left to their account; and furthermore adding that, just as the Company has hitherto gained the victory over its enemies without having been able to demand the help of Bonij thereto, because of the open treason committed by some subjects, to such an extent that one could not even give the least disclosure of any intentions without the rebels immediately obtaining knowledge thereof, not to mention worse actions, one is fully confident of not needing the same in the future either, if Bonij values the Company's friendship no more than many have done. That one nevertheless expects that His Highness upon departing will take the required care that no Princes or others break out into all kinds of acts of violence, as has hitherto been done by many since his accession to the throne, and furthermore that to the Grandees to whom he will entrust the management of affairs during his absence, the necessary order will be given not only to confer in accordance with duty with the undersigned on matters of importance, but also ordering them to give immediate satisfaction regarding the complaints which one is continually forced to make about the insolent behavior of various persons. Finally, Your Honours must also demand satisfaction for the value of various goods to the amount of 617. 35. Spanish rixdollars, which were robbed from the Chinese TioLianko in the most violent manner, presenting that this is expected before His Highness's departure, and furthermore the settlement of the 1086 gantangs of rice which the Jennangs of Bauwa and Laidja still owe from the Southern tithe of 1777, requesting the King for a sealed order to them, on the basis of which that arrear can be collected by Resident Monsieur. Wishing a good outcome to this mission, I remain after greetings Your Honours' good friend, was signed: J. P. van der Voort. In the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 10th of November 1778. To The Honorable Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes, etc. etc. Honorable Sir. It was yesterday afternoon at one o'clock that I received news from Boelecomba that Craeng Gantarang had made known there that Aroe Sarasie, being a Buginese Prince and a brother of the son-in-law of that Craeng, had informed him that Batara Goach was in the village of Manipi and had married there, and also that the roads from Manipi to the Bonian Boelecomba had already been cleared and

Dutch transcription

dienen meede genomen. Jk recommandeere UE: het betragten van de vereijschte voorzigtigheijt en om uijt dien hoofden niet te verre in het gebergte te rucken, ter„ „wijl ik verwagte dat op den terug marsch, alle de macassaarse negorijen, die in den weg leggen, door het vuur vernielt zullen worden en voor het overige in allen opzigten na behooren gehandelt, inmid„ „dens na groete blijvende /:onderstond:/ uE: goede vriend was geteekend.:/ P„s J„s van der voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 4=en November 1778. Instructie voor den Koopman en Licentmeester Ian Hendrik roll en den onderkoopman en Secretaris van Politie Claas Kraane, vertreckende in Commissie na het Hof van Bonij Aangezien den Koning van Bonij, in weerwil van de vrien„ „delijke dog ernstige afmaningen aan zijne Rijksgrooten gedaan, blijft persisteeren, bij het mij voor eenige dagen gecommuniceert voor„ „neemen, om zig na zijne binnen landse staaten te begeeven, daar toe, buijten twijffel, door eenige der voornaamste, aangespoort, met inten„ „tie om weeder gelijk voor heen, bij 's vorsten absentie, hun persona„ „gie des te biter te kunnen speelen en zelfs wel om de nog swervende Rebel„ „len op nieuw t' ondersteunen; ten eijnde de Comp=e de handen volwerk te geeven en dus buijten staat te stellen haare ongeoorloofde gedoen„ „tens tegen te gaan; zo hebbe ik uE=s gecommitteerd om zijn Hoogheijd des doenlijk door de gevoeglijkste redenen van dit zijn voorneemen, zo niet voor het geheel te diverteeren, hem dan ten minste over te haelen om d' uijtvoering voor als nog te verschuijven; weshalven UE=s hem niet alleen zullen moeten voorhouden hoe den oorlog nog in verre na niet g'eijndigt zijnde, het tegen de trouw en vriendschap strijden zoude, dat hij zig van hier kwam te verwijderen; maar zelfs te„ „gen het waare belang van het Bonijse Rijk zelfs en niet min„ „der van zijn eigen persoon en famille, onder eene serieuse verzeekering # 537 267. verzeekering dat deese beijde laatste poincten de waare en eenige oorsaake zijn dat de Comp=e zijn Hoogheijts vertrek met weer„ „zin zoude aanzien, en voornamentlijk het aller laatste, also men niet ontreinsen kan uijt zijn vertrek ongeluckige gevolgen voor hem te voorsien en het te dugten zij, dat daar uijt teffens een gantsche verwijdering met de Compagnie zoude kunnen ont„ „staan, zo het zelfs niet tot een openbaere rupture komen mogte, gemerkt het gehouden gedrag van veele Bonijse Princen, zo bij zijn Jongste aanweesen in de binnen landen, als insonderheijd met betrecking tot den oorlog met de Macassaaren duijdelijk heeft doen zien, wat men van haare inzigten niet minder strecken„ „de om de Comp=e afbreuk te doen als om zelfs op d' allerstrafwaar„ „digste wijze hunne eigen belangen te bevorderen, te wagten hebbe. Jngevalle den vorst en grooten nog thans niet mogten te beweegen zijn hun voorneemen te staaken of, ten minste uijt te stellen, zullen uE=s daar tegen op het aller ernstigste moeten protesteeren, met verklae„ „ring dat men alle de nadeelige gevolgen, die uijt dit gantsch ontijdige „ en tegen de verpligte trouwe en vriendschap aanloopende vertrek mogten voortvloeijen voor hunne reekening laat; en verdere bij voe„ „ging, dat gelijk de Compagnie de overwinning op haare vijanden tot dus verre heeft behaald, sonder daar toe de hulpe van Bonij te hebben kunnen vorderen, ter oorsaake van het openbaere ver„ „raad door sommigen onderdaanen gepleegd, in zo verre dat men zelfs de minste opening niet heeft kunnen geeven van eenige voor„ „neemens, zonder dat de Rebellen daar van aanstonds kennisse gekreegen hebben om niet van erger gedoentens te gewagen, men volkomen vertrouwd deselve ook voor het vervolg niet benodigd te zullen hebben, wanneer Bonij 's Comp„s vriendschap niet meerder waardeert als veelen gedaan hebben. Dat men intusschen nog thans wil verwagten dat zijn Hoogheijd vertreckende de vereijschte zorge zal dragen dat geene Princen of anderen tot allerleij geweldenarijen uijtspatten, so als tot hier toe, zesert zijn komste tot den troon, door veelen gedaan is, en voorts dat aan de Rijksgrooten, die hij de maneance der zaeken geduurende zijn absentie zal zal opdragen, de nodige ordre zal worden gegeeven om niet alleen na pligt met den ondergeteekende t'aboucheeren over zaeken van belang maar ook aan deselve gelasten om daedelijk satisfactie te geeven, over de klagten, die men bij aanhoudentheijd genoodsaakt is over het brutaal gedrag van deese en geenen te doen. Eijndelijk zullen uE=s als nog voldoening dienen te vorderen vande waarde van diverse goederen ter somma van 617. 35. rijxd=s spaans die den Chinees TioLianko, op de aller geweldigste wijse, ontroofd, zijn, onder voorhouding dat men die voor zijn Hoogheijts vertrek ver„ „wagt en voorts de voldoening der 1086. gantangs Rijst, die de Jen„ „nangs van Bauwa en Laidja aan de Zuijder vertiening van 1777. nog schuldig zijn, den Koning verzoekende om een gezegelde ordre aan de zelven, op fundament van dewelke, dat agterstal door den Resident Monsieur kan worden ingevordert van deese Commissie een goede uijtslag wenschende, blijve ik na groete /:onderstond:/ UE„s goede vriend /:was geteekend:/ I=n P„s van der voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 10=e November 1778. Aan Den wel Edele Agtbaare Heer Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en directeur der Custe Celebes W: &: Wel Edele Agtbaare Heer. 't was op gister agtermiddag om een uure als wanneer ik van Boe„ „lecomba tijding kreeg als dat Craeng Gantarang aldaar had lae„ „ten weeten dat Aroe Sarasie zijnde een boegineese Prins en een broeder van d' schoonzoon van die Craeng hem had doen bekent maaken, als dat Batara Goach zig op d' negorij Manipi bevondt en aldaar getrouwt was als ook dat de weegen van Ma„ „nipi na d' Bonise Boelecomba reets schoon waaren gemaakt en

NL-HaNA_1.04.02_3556_1037 view scan ↗

English

13 268. 529 and that Batara Goach had wanted to go to the negorij Boeloe Boeloe, but that he had been prevented from doing so by the people of the negorij, who had refused to accept him; that Aroe Mampoe intended to attack the Company's negorij oedjong Lowee; and lastly that Craeng Pattong was at the Bonian Boelecomba. Shortly after that news, Honorable Right Worshipful Sir, I received another letter in which the writer reported to me regarding welfare that yesterday a prau belonging to the negorij papanjeia had arrived from the interior, bringing news that it was true that Batara goach was at Manipi and intended to come here or to Boelecamba. I have immediately written to Boelecomba, Honorable Right Worshipful Sir, to inquire who that Craing Pattong is, since I was recently assured by Daeng Magassing that he had passed away there, as well as who Aroe Mampoe is. I also ordered the four watchmen, Honorable Right Worshipful Sir, to be well on their guard and to inform the post at the slightest discovery; and likewise to notify all the Chiefs of this news, whether true or false, so that everyone may be watchful; and further ordered them, assisted by the two Jennangs of Terang Teerang and Calconco, to look after the post as much as possible. I also immediately made this news known to Jennang Boelecomba, Honorable Right Worshipful Sir, and had him asked if he knew anything about it; I also sent someone to the Bonian Boelecomba to spy on how things look there. It was this afternoon at three o'clock, Honorable Right Worshipful Sir, that I received a reply from Boelecomba stating that yesterday an envoy of Jennang Teerang Teerang had returned from the Bonian Boelecomba, assuring that it was true that Batara Goach was at the negorij manipi, and also that Craeng Pattong was building a benting at the negorij Tonron. According to what Jennang Teerang Teerang says, Honorable Right Worshipful Sir, Daeng Magassing must have lied to me in relating that Craeng Patton had died at the Bonian Boelecomba, since he is currently the one building the Benting at Tonrong; but that the person who died at that time was the maternal uncle of the Bonian Craeng Boelecomba, named Daeng Takka, who had also been in Goach. At the same time, Honorable Right Worshipful Sir, I received news that Aroe Mampoe presents himself as the brother of Batara goach. Jennang Boelecomba, Honorable Right Worshipful Sir, has informed me that he had heard it as well, and now Craeng Bonthain relates to me, in the presence of the interpreter mulder and Anrong goeroe Tompoboeloe, that it was reported to him by his own people who arrived today from the negorij Bonto Lowee, where the Macassarese mountain folk reside, that Batara Goach had passed that negorij and proceeded to manipi, and that he further intended to attack the Negorij Awa Tanka, but that the Bonian prince Aroe Mangopi had prevented him from doing so until today. For some time, Honorable Right Worshipful Sir, it has been recounted here that the king of Bonij intended to go to the interior, indeed that His Highness was already at Malassor and intended to call both here and at Boelecomba, and now a rumor is again circulating here, Honorable Right Worshipful Sir, that His Highness is at Maros; but on these reports, Honorable Right Worshipful Sir, one can rely just as little as on those concerning the current state and power of Batara goach, which makes me greatly long for reliable news so that I may adjust myself accordingly in some way. However it may be, Honorable Right Worshipful Sir, it is to be feared that he will seek to do harm here, which leaves me more embarrassed now than at other times, since I have presently sent out eight watchmen and among my remaining 18 soldiers, counting the old and unfit among them, I have another who lies very ill, so that for the guarding of these two posts there are no more than 17 men, and if matters, Honorable Right Worshipful Sir, do not soon take a turn for the better, I do not know

Dutch transcription

13 268. 529 en dat Batara Goach na d' negorij Boeloe Boeloe gewilt had dog dat hij door 't negorijs volk daar in belet was geworden die hem niet hadden willen accepteeren dat Aroe Mampoe van Zints was om d' Comp:e negorij oedjong Lowee te attacqueeren en Laastelijk dat Craeng Pattong op 't bonise Boelecomba was, kort na die tijding wel Edele Agtbaare Heer kreeg ik weederom een brief waar in mij door den schrijver welvaart gemelt wierd als dat op gister een prauw op de negorij papanjeia thuijshoorende, uijt de binnenlanden was gekomen die tijding bragt als dat 't waar was dat Batara goach op Manipi was en van voorneemen om alhier of op Boelecamba te komen. ik heb ten eersten wel Edele Agtbaare Heer na Boelecomba ge„ „schreeven om te verneemen wie die Craing Pattong is, dewijl mij on„ „langs door Daeng Magassing verzeekert is als dat hij aldaar over„ „leeden was, als meede wie Aroe Mampoe is. ik heb teffens gelast wel Edele Agtbaare heer om d' vier wagthouders te waarschuwen om wel op hun hoede te weezen, en bij de minste ontdekking kennis aan de post te geeven; als meede om alle de Hoofden van die tijding, 't zij waar of onwaar, te verwittigen, op dat een ieder op kan passen, en verders gelast om g'assisteert met d' twee Jennangs van Terang Teerang en Calconco zo veel mogelijk voor d' post te zorgen; ik heb ook ten eersten wel Edele Agtbaare Heer die tijding aan Jennang Boelecomba laaten weeten en hem laeten vragen of hij niets daar van wist: ik heb teffens iemand na 't Bonische Boelecomba gezonden om eens te spionneeren hoe 't daar uijt ziet. 't was heeden agtermiddag om drie uure wel Edele Agtbaare heer dat ik van Boelecomba weederom antwoord kreeg als dat op gister een zendeling van Iennang Teerang Teerang van 't bonise Boe„ „lecomba terug was gekomen, verzeekerende dat 't waar was als dat Batara Goach op de negorij manipi zig bevondt, als meede dat Ciaing Pattong op d' Negorij Tonron een ben„ „ting maakte volgens 't zeggen van Jennang Teerang Teerang wel Edele Agtbaare . Agtbaare heer zou Daeng Magassing met mij 't verhaalen als dat Craeng Patton op 't bonijse Boelecomba overleeden was, geloogen hebben, dewijl hij thans deselfde is die d' Benting op Tonrong maakt, maar dat toen ter tijd overleeden is d' vrouws oom van d' Bonise Craeng Boelecomba Daeng Takka genaamt, die meede in Goach geweest is, teffens kreeg ik tijding wel Edele Agtbaare Heer als dat Aroe Mampoe zig uijtgeeft: voor d' broeder van Batara goach. Jennang Boelecomba wel Edele Agtbaare Heer heeft mij laaten weeten als dat hij 't ook gehoort had en thans verhaalt Craeng Bon„ „thain mij in presentie van de tolk mulder en Anrong goeroe Tompoboeloe als dat hem door zijn eigen volk dat van d' negorij Bonto Lowee /:alwaar zig 't macassaarse berg volk ophoudt: heeden was gekoomen, was aangebragt, als dat Batara Goach die negorij was gepasseert en zig na manipi had begeeven en dat hij verders van zints was om d' Negorij Awa Tanka te at„ „tacqueeren dog dat d' bonise prins Aroe Mangopi hem zulks tot heeden nog belet had zeedert eenige tijd wel Edele Agtbaare Heer heeft men alhier verhaalt als dat d' koning van Bonij van voorneemens was om na d' bin„ „nen Landen te gaan ja dat zijn Hoogheijd reets op Malassor was en van voorneemens om zoo wel alhier als op Boelecomba aante gieren en thans loopt alhier weeder een gerugt wel Edele Agt„ „baare Heer als dat zijn Hoogheit zig op Maros bevindt, dog op welke tijdingen wel Edele Agtbaare Heer men zo min staat kan maken als omtrent d' tegenswoordige staat en magt van Batara goach, 't geen mij na secuure tijding grootlijks doet verlangen, op dat ik mij daar eenigzints na kan rigten, dog hoe 't zij wel Edele agtbaare Heer 't is te dugten dat hij alhier quaad zal zoeken te doen, 't geen mij thans meerder verleegen maekt dan in andere tijden, dewijl ik thans agt wagthouders heb uijtgezonden en onder mijne overige 18. soldaaten d' oude en onbequaame daar meede onder geree„ „kent, nog een heb die zeer ziek Legt, zo dat ter bewaaring deeser twee posten niet meerder dan 17. manschappen zijn en zoo de zaaken wel Edele Agtbaare Heer niet spoedig ten besten keeren weet

NL-HaNA_1.04.02_3556_1039 view scan ↗

English

269. 541 I do not know how it will go with the tithe, since the posts must be stripped of even more men. Unable to refrain from informing your Right Honourable of this, for the rest I take the liberty, in the hope of soon receiving a letter from your Right Honourable, to name myself with all requisite high esteem and respect. Below stood: Right Honourable Sir. Lower: your Right Honourable's humble and dutiful servant. Was signed: S. Monsieur. In the margin: Benthain in the Company's fortress, the 10th November Anno 1778. My last to your Right Honourable was of the 10th of this month, and I can now communicate to your Right Honourable that on the 13th the Bonian Jennang of Boelecomba informed the bookkeeper Welvaart through his nephew Daeng Pagoeli that the messenger whom he had sent out had returned, bringing news that Batara Gowa had been at Manipi, and had married there both the daughter of Aroe Manipi and of Aroe Pao, and that now seven or 8 days ago he was fetched from there by some Macassarese; at the same time I received news, Right Honourable Sir, that the messenger whom Jennang Terangterang had sent to the Bonian Boelecomba had returned, saying he had heard that Batara Gowa was still at the village of Manipi, intending to go to the Bonian Boelecomba and from there to Boeloe Boeloe, but that the Boelecombas had said that they would not accept him. Daeng Pagalla, being a full nephew of the Craeng of the Bonian Boelecomba, whom I had also sent out, Right Honourable Sir, says that he understood from Craeng Boelecomba that Batara Gowa was still at Manipi. The wife of Arouteeko, Right Honourable Sir, to whom I had sent someone to inquire whether she knew anything, let me know that she had heard nothing of it, but that she believed she knew that Craeng Pattong was still alive. To the same as before. Yesterday, Right Honourable Sir, the messenger, being a subject of Tompo Boeloe residing at the village of Tjampaga, returned, bringing news that he himself had spoken on the 13th at the village of Tjindang with a man who claimed to be Galarrang Jongjong, and that he belonged to Batara Gowa, which Galarrang related to him that Batara Gowa was at the village of Toeroenga, and had married the daughter of Arou Toeroenga there; although these reports, Right Honourable Sir, do not fully agree, it nevertheless appears that he is not only staying around there, but also that the Bonians, at least some of them, are not ill-disposed toward him. Right Honourable Sir, I have warned all the Regents to each watch his own district and to give notice at the slightest discovery. Craeng Gantarang, Right Honourable Sir, has let me know through a messenger that he, together with Craeng Talla and Palleouwe, will occupy the roads from Banking Boekit to the Boelecomba post, in order, if possible, to confront the enemy should he come, and to prevent such a move. This evening, Right Honourable Sir, I received news from Boelecomba through the writer Welvaart that Craeng Oedjong Lowee had arrived at the post yesterday evening, assuring that Batara Gowa was still at the village of Manipi, which Craeng immediately departed again, promising to keep good watch. Furthermore, the said writer reported to me, Right Honourable Sir, that yesterday a glissonder named Matarang had arrived there, who related as the truth that your Right Honourable had five days ago been in action at Bonto Parrang, and that Craeng Biladje as well as two other Craengs, whose names were unknown to him, had fallen, and that the enemy had fled to the village of Mangaramoesoe; furthermore, the said glissonder related that he had heard at Macasser that Batara Gowa was at the village of Manipi. 543 270 Boelecomba was. Unable to refrain from informing your Right Honourable of this, for the rest I take the liberty to name myself with all requisite high esteem and respect. Below stood: Right Honourable Sir. Lower: your Right Honourable's humble and dutiful servant. Was signed: S. Monsieur. In the margin: Bonthain in the Company's fortress, the 16th November Anno 1778. To the junior merchant Mr. Simon Monsieur, Resident there. Honourable, pious, discreet. The reports contained in your letters received this morning of the 10th and 16th of this month, concerning the pretended Battara Goa and some of his adherents, serving as complete proof that those rebels, however severely afflicted by the conquest of Goa and recently by the death of the Craengs Bilaadje, Barombong, and a multitude of lesser ranks, do not yet seem willing to give up, so I cannot recommend to you enough to be on your guard against all attacks from them, but also at the same time to keep a watchful eye on the conduct of the Bonians, both in general and on that of the chiefs in particular, considering that most and the principal grandees of the realm, who from the very beginning of the unrest have given the most complete signs of being not at all well-disposed toward the Company, now moreover displeased that their evil ways are being thwarted, will make no difficulty in doing us further injury, and will very likely encourage others to do so. In the meantime, you must investigate further who Aroe Mampoe actually is, who claims to be the brother of the rebel, since the Bonian grandees have told me that the brother of the former king who is on Ceylon, who after this had been king

Dutch transcription

269. 541 weet ik niet hoe 't met d' verthiening zal gaan, dewijl d' posten van nog van meerder volk ontbloot moeten worden. — niet hebbende kunnen afzijn uwel Edele Agtb: hier van kennisse te gee„ „ven zoo neeme voor 't overige de vrijheit, in die hoope zijnde van spoedig een brief van uwel Edele Agtb: t' ontvangen, met alle vereijschte hoog agting en eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer : /:lager:/ uwel Ed„e agtb„s onderdaanige en trouwschuldige die„ „naar. /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /:in margine:/ Benthain in 's Comp„s vesting den 10=e November A„o 1778. — Mijne laatste aan uwel Edele agtbaare was van den 10=e deeser dewijl ik thans uwel Edele Agtb: kan Communiceeren als dat op den 13:e d' Bo„ „nise Jennang Boelecomba aan den boekhouder welvaart door zijn neef Daeng Pagoeli heeft laaten weeten, als dat de zendeling die hij uijtgezonden had terug was gekomen tijding brengende als dat Ba„ met „tara goach op Manipi geweest was: en aldaar getrouwt zoo wel ^ de dogter van Aroe manipi als Aroe Pao, en dat nu zeeven of 8 daagen geleeden deselve van daar door eenige Macassaaren was afgehaalt; tef„ „fens kreeg ik tijding wel Edele Agtb: heer, als dat d'zendeling die Jen„„ „nang terangterang na 't bonise Boelecomba gezonden had terug was gekomen, zeggende gehoort te hebben als dat Batara goach nog op d' negorij manipi was, van voorneemen zijnde om na 't bonise boelecomba te gaan en vandaar na Boeloe Boeloe, dog dat de Boe„hs„ „lecombas hadden gezegt dat zij hem niet zouden accepteeren. Daeng Pagalla zijnde een volle neef van d' Craeng van 't bonise Boele„„ „comba die ik meede uijtgezonden had wel Edele Agtb: heer, zegt, als dat hij van Craeng Boelecomba verstaan heeft als dat Batara goach nog op Manipi wal. d' Huijsvrouw van Arouteeko wel Edele Achtb: heer. waarna toe ik iemand gezonden had om te verneemen of zij iets wist, liet mij weeten er niets van gehoort te hebben, maar dat zij meenden wel te weeten dat Craeng Pattong nog in leeven was. Aan als vooren. . op gister wel Edele Agtbaare Heer quam d' zendeling zijnde een on„ „derdaan van Tompo boeloe op d' Negorij tjampaga woonagtig te rug, tijding brengende als dat hij zelvs op de Negorij tjindang op den 13=e gesprooken had, met een man die zig uijtgaf galarrang Jong- „jong te weezen, en dat hij bij Batara goach behoorde, welke ga„ „larrang aan hem verhaalt had als dat Batara Goach op de Negorij Toeroenga was, en aldaar getrouwt met de dogter van Arou Toeroenga, schoon die tijdingen wel Edele Agtb: Heer, niet ten vollen accordeeren blijkt 't egter dat hij niet alleen zig daar omtrent ophoudt maar ook dat d' Boniers ten minsten zommige hem niet ongeneegen zijn. Jk heb wel Edele Agtbaare heer d' Regenten alle gewaarschuwt om een ieder op zijn district te passen en bij de minste ontdekking kennis te geeven. Craeng gantarang wel Edele Agtb: heer heeft mij door een zen„ „deling laaten weeten als dat hij benevens Craeng Talla en Palle„ „ouwe d'weegen van Banking boekit na d' post Boelecomba zal bezetten, om zoo 't mooglijk is d' vijand zoo hij mogt komen te keer te gaan en zulks te beletten. Heeden avond wel Edele Agtb: heer, krijg ik van Boelecomba door den schrijver welvaart tijding, als dat Craeng oedjong„ Lowee op gister avond aan de post was gekomen verzeekerende als dat Batara goach nog op d' negorij Manipi was, welke Craeng ten eersten weeder vertrokken was, beloovende goede wagt te zullen houden. verders melde gem: schrijver mij wel Edele Agtb: heer als dat op gister aldaar was gekoomen een glissonder Matarang ge„ „naamt, die voor d' waarheit verhaalt had als dat uwel Edele Agtb: toen vijf dagen geleeden op Bonto Parrang 's Laags =was geweest, en dat Craeng Biladje benevens nog twee Craengs. d' naam hem onbekent gesneuvelt waaren, en dat d' vijand na de Negorij Mangaramoesoe gevlugt was, verders ver„ „haalde gem: glissonder als dat hij op Macasser gehoort had als dat Batara Goach zig op d' negorij Manipi bevond. 543 270 Boelecomba bevond. niet hebbende kunnen afzijn uwel Edele Agtb: hier van te verwittigen, zoo neeme voor 't overige d'vrijheit met alle vereijschte hoog agting en eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Agt„ „baare Heer /:lager :/ uwel Edele Agtb=rs onderdaanige en trouwschul„ „dige dienaar /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /in margine:/ Bonthain in Comp:s vesting den 16=e November Anno 1778. — Aan den onderkoopman M=r Simon Monsieur, Resident aldaar. Eersame, vroome, Discreete. De berigten bij uE: desen voor de middag ontvangene brieven van den 10=e en 16=e hujus vervat, betreffende den gewaanden Battara goa en eenige van zijnen aanhang tot een volkomen bewijs verstreckende, dat die Rebellen, hoe zeer ook getijstert, door de overwinning van Goa in nu Jongst door het sneurelt van de Craengs Bilaadje, Barombong en een menigte minderen, het nog niet schijnen te willen opgeven, zo kan ik uE: niet ge„ „noeg recommandeeren om zig tegen alle aanvallen van deselve op hoede, dog ook teffens om een wakend oog te houden op het gedrag der Boniers, zo in het gemeen als op dat der hoof„ „den in het bijsonder, gemerkt de meeste en voornaamste Rijks„ „groten, die reets van den aanvang der onlusten de volslagenste blijken hebben gegeven de Compagnie maar gantsche niet toege„ „daan te zijn, thans daar en boven misnoegt dat men hunne kwade gangen, tegen gaat, geen swarigheijt zullen maeken ons verder afbreuk te doen en daar toe wel ligt anderen zullen aanspooren. Jnmiddens zal uE: nader ondersoek moeten doen, wie eigentlijk Aroe Mampoe is, die zig voor de broeder van den Rebel uijtgeeft, de„ „wijl de Bonijse groten mij hebben gezegt, dat de broeder van den op Ceijlon zijnde geweesene koning, die na deesen koning geweest

NL-HaNA_1.04.02_3556_1042 view scan ↗

English

has been, and has borne that name, would still be here or indeed in Parigie with his grandmother Arou Palacca, alongside simultaneous confirmation of the news that the Rebel himself was at Tourongang or Manipi, so that it is certain that those peoples, although Allies of Boni, are supporting him, without the Bonians showing themselves in any way prepared to have him attacked; for although they currently pretend that the king intended to go into the interior for that purpose, the contrary is evident from the fact that they had already notified me of that intention long before anything was known of all these circumstances, on which account I have opposed the execution thereof in all seriousness. Nevertheless, I do not yet know what His Highness will do, but in case he persists, the samparadja, or standard of state, will be conveyed thither by land via Boelecomba and Bonthijn, which I could not omit to note for your information, in case this might be of any use, whether in meeting the chiefs or otherwise. Wherewith, wishing cordially that matters may take a fortunate turn for the better, I remain after greetings, beneath was written, your good friend, was signed, P:s F: vander voort, in the margin, Macasser in Castle Rotterdam, 21 November 1778. Translation of a Buginese letter from the Datu of Soppeng to the Governor, of the following content: My greetings to the Governor, and I request that His Honourable Worship will be so good as to take into consideration both the departure of the king to the interior and his stay here, and to inform me of His Honourable Worship's thoughts. Furthermore, I inform my brother that Sankilang is married to the daughter of Arou Touroen-ngan, and that he has already caused all the mountain peoples of Boni to turn their coats, intending also to bring those of Boelo Boelo under his control, in which case he, including the above-mentioned Bonian mountain peoples, would have a force of at least 15,000 men assembled, while in my humble opinion it is also to be feared that he will proceed to Palacca, whereby it is to be dreaded that the Bonians will then divide into two factions, since among them few are to be found who dare offer resistance against the grandchildren of Arou Palacca. Indeed, for my part, having to declare that I trust none of my Bonian family nor know what they have in mind. Moreover, I fear that if Arou Mampoe should proceed to Lamoeroe, he will also cause that people to turn their coats, whereupon matters would become much greater. Furthermore, it also serves to state that Poeanna I Asia, if Arou Mampoe should succeed in his intention with Lamoeroe, intends to stir up those of Mario Riawa to rebellion as well, and that His Honourable Worship can therefore be assured that Poeanna I Asia and Arou Mampoe have always exchanged letters with each other, and that Poeanna I Asia, Arou Mampoe, and Sankilang together will unite with the Wadjorese; and further, that in case these named persons should come to disturb my lands, I, being unable to offer resistance against them, have no other recourse than to turn to the Company, for I must declare that I have no powder, lead, or muskets. Meanwhile, the Governor may be assured that Poeanna I Asia and Arou Mampoe have entered into a close alliance with each other, which was also the reason why Poeanna I Asia did not want to wage war against Goa. But I wish for nothing other than that God the Lord would hear my brothers' prayers and frustrate their wicked designs. I have also learned by rumour that Poeanna I Asia, after the planting of the paddy, would prepare himself to proceed to Mario Riawa; and if this should be true, then no one will have more trouble regarding this than my brother alone. As for me, I pray God to show me the grace to always have a sincere heart for the Honourable Company, for I still remember the recommendation of my ancestors not to deviate from the Honourable Company; thus I would like to know what means my brother will employ to prevent Poeanna I Asia from departing for Mario Riawa. I request my brother's permission to enter Goa to inspect the graves of my ancestors and to have the necessary funeral services performed, as well as, if I should find anything that is buried there, to take that with me. I also request my brother to do me the favour that Baba Tombe, or else his wife or representative, may be ordered to settle his debt to Guru Pakajoe at the earliest opportunity, amounting to 102½ Spanish Rds., which Baba Tombe admits to owing. What Baba Tombe says he still has to receive from the said Guru Pakajoe can be investigated further, for I regret that one of my best people should remain indebted. To the Military Lieutenant Johan Fredrik Christiaan Brandes, Valiant, Pious, Discreet! Having learned that you, contrary to my orders, have compelled by threats the Bonians who stayed in the king's benteng to vacate from there, and subsequently had the houses therein burned down, I must provisionally express my utmost displeasure thereat, awaiting in time whether the king will not complain and demand satisfaction for this; meanwhile strictly ordering you to undertake nothing that smacks of violence, so that you shall also send no soldiers to Tjenrana to the Queen or the Arung Matoa of Sidenreng, but, if such is necessary, use an interpreter for that purpose to deliver their message in polite terms, in order to prevent discontent

Dutch transcription

geweest is, en die naam gevoerd heeft, nog hier of wel in de Parigie bij zijn grootmoeder Arou Palacca zoude zijn, onder Confir„ „matie teffens van de tijding dat den Rebel selfs op Tourongang of te manipi was, zo dat het zeker is, dat die volkeren schoon Bondgenoten van Bonij hem ondersteunen, sonder dat de Boniers zig eenigsints bereid toonen om hem te doen aantasten; want schoon zij thans voorgeven dat den koning ten dien eijnde voornemens waare zig na de binnen landen te begeven zo blijkt het tegendeel daar uijt dat zij mij reets kennisse van dat voornemen gegeven hebben lange voor dat men van alle die omstandigheden iets wiste, weshalven ik mij tegen d' uijtvoering van dien met alle ernst hebbe aangekant, egter weete ik als nog niet wat zijn Hoogheijt doen zal, maar ingevalle hij blijft persisteeren sal de samparadja /:of standaart van staat te land over Boelecomba en Bonthijn worden derwaarts gevoerd, het geen ik niet hebbe mogen aff„ „sijn ter uwer narigt te noteeren of zulks ook van eenig nut konde strecken 't zij bij het ontmoeten der hoofden als andersints. waar meede ik onder hertelijken wensch dat de zaken een geluckige keer ten goede mogen neemen na groete blijven. /:onderstond:/ uE: goede vriend, /:was geteekend:/ P:s F: vander voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 21=e November 1778: Translaat Beugineese brief van datou Sopping, aan den Heer Gouverneur van den volgende inhoud De groetenis van mijn aan den Heer Gouverneur, en ik verzoek dat zijn Edele agtb: zo goed gelieft te weesen om eens in overweeging te neemen zo wel 't vertrek van den koning na de binnen landen als desselfs verblijf alhier, en mij van zijn Edele agtb: gedagten te zeggen. wijders maak ik mijn broeder bekent dat sankilang getrouwt is met de dogter van Arou Touroen-ngan, en dat hij al de berg volkeren van Bonij bereeds de rok heeft doen omkeeren. van sints zijnde om die van boelo boelo meede onder hem te krijgen, in welk geval hij 545 275. hij ten minsten, de bovengem: bonijse berg volkeren, daar onder ge„ „reekend, een magt van wel 15000: koppen bij een zoude hebben, terwijl het, na mijne geringe gedagten meede te vreesen is dat hij zig na Pa„ „lacca zal begeeven waar door het te dugten staat, dat dan de Bo„ „niers zig in twee factien zullen verdeelen; vermits er onder deselve weijnige te vinden zijn, die tegens de kindskinderen van Arou Palacca durven resistentie bieden. immers voor mijn aandeel moetende betuij„ „gen geene van mijne bonijse famielie te betrouwen nog te weten wat zij in den zin hadden: bovendien vreese ik dat zo wanneer Arou Mampoe zig na Lamoeroe mogte begeeven, hij dat volk meede den Rok zal doen omkeeren; wanneer de zaaken veel grooter zoude worden. wijders dient almeede dat poeanna J= Asia, wanneer Arou Mampoe in zijn voorneemen met Lamoeroe mogte slagen, van intentie is om die van Mario Riawa meede tot opstand op te rokke„ „nen, en dat zijn Edele agtb: dierhalven verzeekert kan weesen, dat poeanna S- Asia en Arou Mampoe al tijd met malkanderen brieven hebben gewisselt, en dat poeanna J Asia, Arou Mampoe en sankilang te samen zig met de wadjoreesen zullen vereeni„ „gen; en voorts dat ingevalle deze genoemde perzoonen, mijne landen mogte komen te ontrusten ik, als niet in staat om tegen „hen resistentie te bieden geen anderen uijtvlugt hebbe dan mij tot de Compagnie te begeven. want ik moet betuijgen dat ik geen kruijt, lood of snaphaanen hebbe; ondertusschen kan de Heer Gouverneur verzeekert weesen dat poeanna I- Asia en Arou Mampoe een nauwe verbintenis„ „se met malkanderen hebben aangegaan, dat de reeden ook is geweest dat poeanna I= Asia tegen goa niet heeft willen oorlogen: maar ik wensche niets anders als dat god den Heere, mijne broeders gebede wilde aanhooren, en hunne snoo„ „de voorneemens verijdelen. Jk heb almeede per gerugt vernomen dat poeanna I- Asia na 't planten der padij, hem gereed zoude maken om zig na mario Riawa te begeeven; en zo zulks waar mogte, zo is er Malenkerie „er niemand die meer moeijte daar omtrent zal hebben, dan mijn broeder alleen; wat mij aangaat bid ik god mij de genade te be„ „wijsen, om altijd een opregte hart voor d'EComp=e te mogen hebben, want mij geheugt nog de recommandatie van mijne voor ouders om niet van d' E: Comp=e af te wijken; dus wenscht ik wel te mogen weeten, wat middelen dat mijn broeder in 't werk zal stellen om te beletten dat Ioeanna I=- Asia net na Mario Riawa vertrekt. Jk verzoek mijn broeder permissie om binnen goa mogen gaan om de graven van mijne voorouders te bezigtigen, en de nodige lijk diensten te mogen laten doen. als meede zo wanneer ik 'er iets dat begraven is, mogte vinden, om dat meede te neemen ook verzoeke ik mijn broeder, mij de gunst te willen bewijsen, dat baba Tombe dan wel zijne vrouw ofte volmagt mogte worden g'ordonneert om zijn debet aan goeroe Pakajoe ten eersten te voldoen ten bedragen van Rd=s 102½ spaans. die baba Tombe bekent schuldig te weesen. kunnende 't geene baba Tombe zegt van gem: goeroe Pakajoe nog te moeten hebben, nader werden onderzogt want 't doet mij leet dat G een van mijn beste volk zoude schuldig blijven. Aan den Lieutenant militair Johan Fredrik Christiaan Brandes, Manhafte, vroome, Discreete! vernomen hebbende dat uE:, tegen mijne ordre, de boniers, die zig in 's konings benting hebben onthouden, door bedreijgingen heeft gedwongen om van daar te delogeeren en vervolgens de huijsin „gen in deselve doen verbranden, zo moet ik daar over, bij provisie, mijn uijterste misnoegen betuijgen, zullende van den tijt afwagten of den koning daar over niet doleeren en satisfactie vragen zal; uE: intus„ „schen ernstig gelastende om niets t' onderneemen dat na geweldenarij sweemt, invoegen uE: dan ook geene militairen sal hebben te zenden na Thijng bij de koningin of de Adatouang van Sedeenring, maar zulks nodig zijnde daar toe een tolk moeten gebruijken, om in be„ „leefde termen hun boodschap te doen, ter preventie van het ongenoegen e

NL-HaNA_1.04.02_3556_1045 view scan ↗

English

21 547 549 272 Maccasser displeasure that either party must legitimately perceive regarding blessings. For the rest, I expect that both the Madurese and Sumanappers will be urged to proceed with the further felling of the trees, and the Saleyerese to the tearing down of the ramparts of Goa, so that an end may be brought to this. With which, after greetings, I remain. was signed Your Honour's good friend, was signed P: G: van der Voort, in the margin Macasser in Castle Rotterdam the 30th of November 1778. - To the Right Honourable Sir! Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes Right Honourable Sir! I have duly received Your Right Honourable's dispatch of the 30th of November 1778, and gathered from it with regret concerning the treatment of the Boniers' fortifications. I respectfully take the liberty of presenting to Your Right Honourable my conduct regarding the aforementioned fortifications, namely as follows. On the 27th of November 1778, while reconnoitring in the fortifications of the Boniers, having encountered there a certain crowd of people, I inquired of them for what reason they were staying there. Whereupon they gave as an answer that they did not know for what reason they had to remain there. Thus, in accordance with the daily complaints of the Madurese and Sumanappers regarding harassment by the Boniers, I deemed it proper to let them know through the interpreter Israel that they were to depart, and they did indeed depart the following morning, whereupon in the evening I had the fortifications torn down, and had the remainder burned. 12 In case I should have aroused Your Right Honourable's displeasure by my conduct, I request your pardon. Regarding Your Right Honourable's orders, the crossing over the garden as well as the felling of the trees shall not fail to be carried out. Furthermore I remain with the lowest high respect, was signed Right Honourable Sir : lower Your Right Honourable's Obedient Servant was signed J:n f:r C=n Brandes, in the margin Malenkerie the 30th of November 1778. Translation of a Buginese letter, written by Datu Soppeng, to the Right Honourable Lord Governor. After preceding compliments! I make known to the Lord Governor that I have arrived here, and immediately presented myself to the Mandrang, to whom I made it known in plain terms that the Lord Governor declared to me that His Right Honourable must testify that at present he cannot comprehend the conduct held hitherto by the Bonian grandees: the Mandrang asked me hereupon what His Right Honourable meant by that. I replied that here on Celebes there are only two who in matters of war must act as head, namely the Lord Governor and the King of Boni, who then also ought to meet daily, if not in the morning, then at least in the afternoon, to consult on one thing or another, and to issue the necessary orders regarding it, whereas on the contrary, this was not observed during the recent war! The Mandrang replied to this, how could I speak with the Lord Governor daily, since His Right Honourable did not come to encamp in the field, for in the previous war the then Lord Governor encamped together with Matinroa Ri Malimongang in one fortification, to which I countered to him that during this war I saw that His Right Honourable was 25. 549 273. most of the time in the army. Subsequently I declared that His Right Honourable pleased to add, that pursuant to the existing friendship between the Honourable Company and Boni, duty also entails that whenever the Honourable Company or the Kingdom of Boni happens to fall into difficulties, in such a case one ought to come together, in order to devise such measures as may serve the well-being of both. The Mother of the King of Boni testified hereupon that this was indeed the truth, as our previous kings have also exhorted us, yes, even most strongly recommended, not to separate from the Honourable Company, but to remain steadfastly attached to the same, though with regard to our mutual laws, those depend solely on us. Further, I asked the Mandrang who would dare to offer resistance to the Honourable Company at present, to which he answered me that no one is capable of doing so, unless the sun should set where it is accustomed to rise, which is utterly impossible to happen, and therefore it is impossible for Boni and Soppeng to detach themselves from the Honourable Company, while the friendship between the three is so closely knit, that if one becomes unfortunate, the other would absolutely partake in it as well. Further, I request the Lord Governor, whenever you might have something to charge me with, to please have that commission executed through Guru Pakayu, whom I have expressly charged to always remain at hand over there, just as I, for my part, shall employ no one else than his person alone, to immediately give notice to Your Right Honourable of whatever of importance might happen to occur here or elsewhere where I shall come to find myself. was signed Written at Marangpezo the 11th of December 1778. To

Dutch transcription

21 547 549 272 Maccasser ongenoegen dat d'een en ander wettig moeten opvatten over bezegeningen. voor het overige wel ik verwagten dat zo wel de madureesen en Suma„ „nappers zullen worden aangemaand tot het verder omkappen der boomen als de saleijereesen tot het afwerpen der wallen van goa op dat daar aan een eijnde mag komen. waar meede na groete blijve. /:onderstond:/ uE: goede vriend, /:was geteekend:/ P: G: van der Voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 30=e November 1778. - Aan den wel Edele Gestrenge Heer! Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en Directeur deeser Custe Celebes Wel Edele Gestrenge Heer! uwel Edele gestrenge Missive van den 30„e November 1778. hebbe wel ontfangen, en daar uijt met leedweesen ontwaard, aangaande de behan„ „deling van d' Boniers Bentings. soo neeme referentlijk de vrijheid uwel Edele gestrenge te offereeren sodanig bedragen van mij betref„ „fende de boven gemelde Bentings als te weeten. Op den 27=e November 1778. in de Bentings der boniers, recognoseeren doende, ontmoet hebbende aldaar eenig meenigte van volk, waarop aan deselve vernoomen, uijt wat reeden deselve sig aldaar doende ophouden Daar op deselve ten antwoord gegeeven, om niet te weeten wat reeden deselve aldaar moeten verblijven. soo hebbe het voor goed bevonden volgens dagelijkse beklagten der Ma„ „dureesen en sumanappers van aandoening der boniers, om door den tolk Jsrael te laten weeten deselve te vertrekken, dewelke ook den naasten morgen sijn vertrokken, en daar op den avond de bentings hebbe laten afbreeken, en den overrest doen verbranden. bij 12 Bij aldien ik uwel Edele gestrenge sal misgenoegen verwekt hebben door mijn behandeling, soo versoeke ten excuseeren. Aangaande d'ordres van uwel Edele gestrenge soo wel het overgaan van thuijn als meede het omkappen der boomen sal niet manqueren. verders verblijve met de nedrigste hoog agting, /:onderstond:/ wel Edele gestrenge Heer : /:lager:/ uwel Ed: gestr: Heer Dienstwillige Dienaar /:was geteekend:/ J:n f:r C=n Brandes, /:in margine:/ Malen„ „kerie den 30=e November 1778. Translaat Boegineese brief, geschree„ „ven door Datou Soppeng, aan den wel Ede, „len Agtbaeren Heer Gouverneur. Na voor afgaande Compliment! Maake ik d' Heer Gouverneur bekent dat alhier ben g'arriveert, en hebbe mij ook ten eersten na de Madanrang vervoegt, aan wien ik in duijdelijke termen te kennen gaf, dat d' Heer Gouver„ „neur mij verklaart heeft, dat zijn Edele Agtb: betuijgen moet, tegens„ „woordig geen begrip weet te maken omtrent het tot nog toe gehouden gedrag der Bonijse grooten: de Madanrang vroegde mij hier op wat zijn Edele Agtb: daar meede meend. jk repliceerde, dat hier op Celebes maar twee zijn, die in de zaaken van den oorlog als hoofd moeten ageeren, namentlijk de Heer Gouverneur en den koning van Bonij, die dan ook dagelijks, zo niet 's morgens, dan ten minsten 's nade middags, bij elkanderen diende te komen, om over 't een of ander te raadpleegen, en de nodige ordres dientwegen te stellen, waar ter Contrarie, dat zulks geduurende de Jongsten oorlog, niet was g'observeert! de Madanrang hernam hier op, hoe zou ik met de Heer gouverneur dagelijks konnen spreeken, daar zijn Edele agtb: zig niet in 't veld heeft komen legeren, want in den voorigen oorlog heeft de toenmaligen Heer Gouverneur, met Matinroa Ri Malimongang te samen in een benting geleegert, daar op ik hem te gemoet gevoerd hebbe, dat ik geduurende dezen oorlog gezien dat zijn Edele Agtb: zig meestere 25. 549 273. „meesten tijds in 't leger heeft bevonden. vervolgens verklaarde ik dat zijn Edele Agtb: 'er bij gelieven te voegen, dat navolgens de subsisteerende vriendschap tusschen d'E: Comp:e en bonij, de pligt meede brengt, dat wanneer d'E: Comp„e of het Rijk van bonij in ongelegentheijt kome te geraken, in zulke geval men diende bij mal„ „kanderen te komen, om zodanige maatregulen te beramen, als wat tot beijder wel zijn strekken kunnen, De Moeder van den Koning van Bonij betuijgde hier op dat zulks wel de waarheijt was, gelijk onse voori„ „ge koningen ons ook hebben vermaant Ja zelfs op 't aldersterkste aanbevoolen, om niet van d' E: Comp=e te separeeren, maar steeds volstandig bij dezelve moet blijven aankleeven, dog ten aanzien onzer onderlinge wetten, dependeert die alleen van ons. verder heb ik de Madanrang gevraagd, wie of d'E: Comp=e tegens„ „woordig, tegenstand durven bieden daar hij mij op antwoorde, dat niemand zulks vermag te doen, ten zij dat de zon moet neder„ „daalde daar hij gewoon is op te reijzen, dat het zeer onmogelijk is dat zulks konde geschieden, en dierhalven kan het onmogelijk wezen, dat Bonij en Soppeng, van d' E: Comp=e verwijderen, terwijl de vriendschap tusschen de drien zo nauw verknogt zijn, dat wanneer de Eene ongelukkig word, den anderen ook volstrekt deelagtig zoude weesen. wijders verzoeke ik d' heer gouverneur wanneer 't een of ander mij te belasten mogt hebben door goeroe Pakajoe die Commissie gelieve te laten uijtvoeren, waar toe ik hem uijtdrukkelijk belast hebbe, om steeds ginter bij der hand te blijven, gelijk ik van mijn kant niemand anders zal gebruijken, als zijn per„ „soon alleen, om 'te geen hier of elders waar ik mij zal kome te bevinden van belang mogte komen voor te vallen daar van ten eersten aan uwel Edele Agtbaere ken, „nis te geeven. /:onderstond:/ Geschreeven te Marangpezoe den 11=e December 1778. Aan , b: zig

NL-HaNA_1.04.02_3556_1048 view scan ↗

English

Macassar To the Honorable, Respected Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes, etc., etc. Honorable, Respected Sir It was on the 21st of last month in the evening at six o'clock when Aroe Saletoenga informed me through an emissary that, coming from Macassar, he had arrived at the village of Passerongi, whereupon he departed immediately for Boelecomba. The following morning, Honorable, Respected Sir, I sent an emissary to Boelecomba to learn from him the reason for his coming. Upon his return, Honorable, Respected Sir, which was on the 23rd following, the said Aroe Saletoenga informed me that as soon as the King of Boni had received word through Aroe Sao that Batara Gowa was at the village of Manipi or Toeroenga and was seeking to win the people over to his side there, His Highness had ordered him, Aroe Saletoenga, to go to the interior to fetch people and weapons and then march against Batara Gowa with five companies. Furthermore, he informed me, Honorable, Respected Sir, that Batara Gowa had married the granddaughter of Aroe Toeroenga, and also that the King of Boni was due to depart from Macassar within three days, and that His Highness would call at Malassor, Batoe Ejaija, and then further at Boelecomba on the wife of Aroe Teeko, as well as that the Samparadjaija would go overland, and lastly that he, Aroe Saletoenga, intended to resume his journey to the interior within four days. It was on the 23rd of last month that I received Your Honorable Respected Sir's highly respected letter of the 21st, as well as its duplicate on the 29th following, on which day the Company's subject from Tiro whom I had sent to the village of Manipi returned, reporting that as soon as Batara Gowa and his so-called brother Aroe Manpoe had heard that their comrades had fallen near Bonto Parrang, they had departed from there, and that Craeng Mamampa, being the son of Craeng Barombong, and Daeng Patappa had remained with the wife of Batara Gowa at Manipi. Aroe Saletoenga, Honorable, Respected Sir, who departed on the 2nd of this month, further informed me that he believed he knew for certain that Aroe Manpoe along with Craeng Candjilo was at the village of Toeroenga, or at least had been there. On the 3rd of this month, Honorable, Respected Sir, the emissary sent by Craeng Bonthain returned, reporting that on the 1st of this month he had personally seen both Sankilang and Aroe Manpoe at the village of Lanna, and that eight days ago Sankilang had remarried the widow of Craeng Bontomakio. Furthermore, the said emissary reported having heard there that Aroe Palakka is staying at the village of Borisallo. Yesterday, Honorable, Respected Sir, the emissaries whom Anron Goeroe Tompoboelo had sent to the village of Toeroenga returned, reporting nothing other than that Batara Gowa had married there and that he had left Daeng Patappa and Craeng Mamampa there to guard his wife; according to reports, Batara Gowa had promised that he went to the village of Lanna in order, if possible, to win people over to his side again and then start anew. Furthermore, said emissaries reported, Honorable, Respected Sir, having heard there that a Saleyer prince who belongs among the Bontobangers had come from there with a prahu to the village of Boeloe Boeloe in order to speak with Batara Gowa as agreed, and that the said prince, not finding Batara Gowa there, had gone to Toeroenga and from there had already departed for the village of Lanna. I shall write to the Saleyer resident immediately concerning this, Honorable, Respected Sir, and in the meantime not fail to be on guard against all attacks and trust the Bonians in appearance only. At his urgent request, Honorable, Respected Sir, and with the prior knowledge of the Resident of Saleyer, I have permitted Craeng Tanetten to proceed in person to His Honor; not being able to omit informing Your Honorable Respected Sir of this, I take the liberty for the rest, with all requisite high esteem and respect, to call myself, below stood: Honorable, Respected Sir, lower down: Your Honorable Respected Sir's humble and dutiful servant, was signed: Simon Monsieur, in the margin: Bonthain in the Company's fortress, the 11th of December Anno 1778. Amboina To the Honorable, Respected Sir Bernardus van Peuren, Governor and Director there. Honorable, Respected Sir Apart from the note accompanying the chief mate of Waningen, whom I have provided with native paduakang transport to Sourabaija, Your Honorable Respected Sir's much esteemed letters of June 18th and October 10th last were duly delivered to me in due time. In obliging response to these, I cannot fail to mention that, although I no less than Your Honorable Respected Sir have no doubt about the reports concerning the infiltration of the clove districts by the Boutoners and Balinese, and that the Ceramers transport those spices in large quantities to those islands, I nevertheless still know of no other means to intercept those smugglers than those I have already put into effect, and especially have seen no chance to catch in the trap the junks of the latter, which according to the reports made to Your Honorable Respected Sir would have turned their course toward Bouton; all the less so, since I am certain that it would be futile to confer with the king about this, as he together with the grandees most vigorously maintains the smuggling trade, without paying heed to the most earnest protests that are continuously made against it, as cannot be unknown to Your Honorable Respected Sir. Expressing my singular obligation for Your Honorable Respected Sir's favor

Dutch transcription

Macasser Aan den Wel Edele Agtbaare Heer Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en Directeur der Custe Celeber &: W„ Wel Edele Agtbaare Heer 't was op den 21=e J: L: des avonds om ses uure als wanneer Aroe sale„ „toenga mij door een zendeling liet weeten als dat hij van Macasser komende op d' Negorij Passerongi g'arriveert was, als wanneer hij ten eersten na Boelecomba vertrokken is, ik zond des 'smor„ „gens daar aan wel Edele Agtbaare heer een zendeling na Boele„ „comba om van hem d' reeden zijner komst te verneemen, bij dies te rug komst wel Edele Agtbaare heer 't welk was op den 23„e daar aan liet gem: Aroe Saletoenga mij weeten, als dat zoo dra d' koning van Bonij tijding door Aroe Sao had gekreegen dat Batara goa op d' negorij Manipi of Toeroenga was en aldaar 't volk op zijn hant zogt te krijgen zijn Hoogheijt hem Aroe saletoenga g'ordon„ „neert had om na d' binnenlanden te gaan om volk en wapens te haa„ „len in dan met vijf vendels tegens Batara Goa op te trekken. verders liet hij mij weeten wel Edele Agtbaare heer als dat Batara Goa met d' klein dogter van Aroe Toeroenga getrouwt was, als meede dat d' koning van Bonij binnen drie daagen van Ma„ „casser stont te vertrekken, en dat zijn Hoogheijt op Malassor, Batoe Ejaija en dan verders op Boelecomba bij d' huijsvrouw van Arou Teeko zoude aangieren als meede dat d' Samparadjaija over Land zoude gaan en Laastelijk dat hij Aroe Saletoenga van voorneemens was om binnen vier dagen zijne reise na de binnenlanden voor te zetten. 't was op den 23=e J: L: dat ik uwel Edele Agtb: veel gerespecteerde letteren van den 21=e ontving, als meede op den 29=e daar aan dies duplicaat, op welke dag d' Comp=e onderdaan van Tiro die ik na 551 274. na d' Negorij Manipi gezonden had te rug quam rapporteerende als dat Batara goa met zijn zoo genaamde broeder Aroe Manpoe zoo dra zij gehoort hadden dat hunne meedemakkers bij Bonto par„ „rang gesneuvelt waaren, van daar waaren vertrokken, en dat Craeng Mamampa, zijnde d' zoon van Craeng Barombong en Daeng Patappa bij d' vrouw van Batara goa op Manipi geblee„ „ven waaren, Aroe Saletoenga wel Edele Agtbaare heer, die op den 2=e deser vertrokken is, Liet mij nader weeten als dat hij meende wel te weeten dat Aroe Manpoe benevens Craeng Candjilo op d' negorij Toeroenga was, ten minsten aldaar geweest waaren. Op den 3=e deeser wel Edele Agtbaere heer quam de zendeling die Craeng Bonthain gezonden had te rug te rug rapporteerende als dat hij in persoon op den 1=e deeser zo wel Tankilang als Aroe Manpoe op d' negorij Lanna gezien had en dat nu agt dagen geleeden Sankilang weder was ge„ „trouwt met de weduwe van Craeng Bontomakio, verders verhaalde gem: zendeling aldaar gehoort te hebben als dat Aroe Palakka zig op de Negorij Borisallo ophoudt. Op gister wel Edele Agtbaare heer quamen d' zendelingen die Anron goeroe tompoboelo na d' Negorij Toeroenga gezonden had terug niets anders verhaalende als dat Batara Goa aldaar was getrouwt en dat hij ter bewaaring van zijn vrouw aldaar had laaten blijven Daeng Patappa en Craeng Mamampa, volgens 't zeggen zoude Batara qoa belooft hebben dat hij na d' negorij Lanna gong om zoo 't mogelijk was weiderom volk op zijn hand te krijgen en dan weeder op nieuw begin„ „nen, verders verhaalde gemelde zendelingen wel Edele Agtbaare heer aldaar gehoort te hebben als dat een saleijereese prins die onder d' Bonto bangers thuijshoort van daar was gekomen met een prauw op d' negorij Boeloe Boeloe om met Batara goa volgens afspraake te spreeken, dat gem: prins aldaar Batara goa niet vindende na toeroenga was gegaan en van daar reets na de negorij Lanna was vertrokken, ik zal hier over wel Edele Agtb: heer ten eersten d' saleijerees resident schrijven en intussen niet manqueeren om tegens alle aanvallen op hoede te wee„ „zen en d' Boniers niet dan in schijn vertrouwen. Craeng Tanetten wel Edele Agtb: heer heb ik op zijn instantig verzoek en 6 Amboina en met voorkennis van d' Resident van Saleijer gepermitteerd om zig in persoon bij zijn Edele te begeeven: niet hebbende kunnende afzijn uwel Edele Agtb: hier van te verwittigen zoo neeme voor 't overige de vrijheid met alle vereijschte hoog agting en eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwel Edele Agtb=s onder„ „daanige en trouwschuldige dienaar /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /in margine:/ Bonthain in Comp„s vesting den 11=e december A o 1778.- Aan den Wel Edele Achtbare Heer Bernardus van Peuren, Gouverneur en Directeur aldaar. Wel Edele Achtbare Heer Behalven het briefje, ten geleide van den opperstuurman van wa„ „ningen, die ik met een Jnlandsche Paduakang transport na sourabaija hebbe bezorgt, zijn mij op haar tijd wel geworden uw wel Edele Achtb: veel g'eerde van den 18=e Juni en 10=e october laast verweeken in gedienstig ant„ „woord van dewelke ik niet voor bij mag te melden, dat schoon ik so min als uw wel Edele Achtb: twijffele aan de berigten wegens het bekruijpen van de nagel districten door de Boutonders en Baliers, en dat de Ceram„ „mers die specerijen in grote quantiteijten naar die Eijlanden vervoeren; ik nog thans geen andere middelen tot agterhaling van die sluijkers weete uijt te denken als ik reets in 't werk gesteld en voor al geen kans gezien hebbe de Jonken van de laastgemelde welke na de uw wel Edele Achtb: gedane rapporten den sleven na Bouton souden hebben ge„ „wend in den knip te krijgen; te minder, dewijl ik verzeekert ben dat het vrugteloos zoude zijn den koning daar over te onderhou„ „den, als die nevens de groten den sluijkhandel, op het kragtigst maintineert, sonder zig aan de ernstigste protestatien te storen die daar tegen bij aanhoudentheijd worden gedaan, gelijk uw wel Edele Achtb: niet onbekent kan zijn. Mijne sonderlinge obligatie betuijgende voor uw wel Edele Achtb: genegen

NL-HaNA_1.04.02_3556_1051 view scan ↗

English

553 275. Banda affectionate wishes with regard to the dangerous rebellion that has arisen here, it is now my privilege to inform your Right Honorable that we captured the strong city of Goa by storm on 27 June last, and that although the principal rebel leaders escaped due to the treachery of the Boniers, affairs have since noticeably changed for the better, both through the submission of those of Sandrabonij, with which Realm peace is to be concluded shortly on favorable terms, and through several other victories, notably the last one achieved over the mutineers on 10 November last, in which one of the very foremost ringleaders along with another two or three others and about seventy commoners were killed, besides more than one hundred who drowned, while we suffered only one dead and very few lightly wounded, whereupon division immediately arose among the other rebels, which has prompted many commoners to abandon their faction, while some nobles are covertly beginning to apply to be received into submission. Wherewith I have the honor to remain with all sincere esteem, below: Right Honorable Sir, lower: your Right Honorable's very willing friend, was signed: J. J. van der Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam, 17 December 1778. To the Right Honorable and Rigorous Sir, Jacob Pelters, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies and Governor and Director there Right Honorable and Rigorous Sir, Whereas by letter from me and the Members of the Council dated 7 December of last year your Right Honorable was informed of the war that arose here with the Macassars and the precarious situation in which we were placed thereby; of which Ensign Swijkhart will no doubt have informed your Right Honorable in greater detail, I now consider myself obliged to share with your Right Honorable the joyful report that we captured the strong city of Goa by storm on 27 June last, and that although the principal rebel leaders escaped due to the treachery of the Boniers, affairs have since noticeably changed for the better, both through the submission of those of Sandrabonij, with which Realm peace is to be concluded shortly on favorable terms, and through several other victories, notably the last one achieved over the mutineers on 10 November last, in which one of the very foremost ringleaders along with another two or three others and about seventy commoners were killed, besides more than one hundred who drowned, while we suffered only one dead and very few lightly wounded, whereupon division immediately arose among the other rebels, which has prompted many commoners to abandon their faction, while some nobles are covertly beginning to apply to be received into submission. So that I have hope that tranquility, under Heaven's blessing which is fervently prayed for, will shortly be fully restored. For the rest, having nothing more to add here that merits your Right Honorable's esteemed attention, I profess to remain with all high esteem and respect, below: Right Honorable and Rigorous Sir, lower: your Right Honorable's very obedient servant, was signed: P. I. van der Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam, 17 December 1778. To the Right Honorable, Rigorous and Esteemed Sirs, Governors and Directors of Amboina, Banda and Ternaten. Right Honorable, Rigorous and Esteemed Sirs! Twofold appears to me the plan that Their High Mightinesses have been pleased to require of us, by Their venerated resolution

Dutch transcription

553 275. Banda genegen wenschen met betrecking tot de hier geresen gevaarlijken opstand mag het mij thans gebeuren uw wel Edele Achtb: t' infor„ „meerens dat wij de sterke stad goa op den 27:e Juni laast verweken stormen der hand hebben verovert, en dat of schoon de voornaamste hoofd rebellen het ontkomen zijn, door de trouwloosheijt der Bo„ „niers, de zaken zedert nog merkelijk van gedaante ten goede verandert zijn, mits zo door het in submissie komen van die van sandrabonij, met welk Rijk den vreede eerlange op voordeelige voor„ „waarden staat gesloten te worden, als door verscheijde andere over„ „winningen en wel de laatste op den 10=e november passato op de muijtelingen behaald, in welke een der aller voornaamste Roer„ „vinken nevens nog twee â drie anderen en wel seventig gemeenen gesneuveld en buijten dewelke 'er nog meer dan honderd verdronken zijn, terwijl wij maar een doode en zeer weijnig ligt gequetsten hebben gehad, waar op ook aanstonds een verdeeldheijd onder de andere Rebellen ontstaan is, die veele gemeenen heeft aangezet hun parthij te verlaeten, terwijl sommige Grooten onder de hand aansoek beginnen te doen om in submissie ontfangen te worden. waar meede de eere hebbe met alle cinceere agting te blijven, /:onderstond:/ wel Edele Achtbaere Heer /:lager:/ uw wel Edele Agtb: zeer bereidwillige vriend, /:was geteekend:/ J„s J„s van der Voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 17:e December 1778. Aan Den wel Edele Gestrenge Heer Wel Edele Gestrenge Heer Bij schrijvens van mij en de Leden van den Raad in dato 7:e December des voorleeden Jaars aan uw wel Edele gestrenge kennisse gegeven zijnde van den alhier ontstaane oorlog met de macassaren en de zorgelijke gesteldheijt waar in wij, daar door, waaren geraakt; van welk een en Jacob Pelters, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia en gouverneur en Directeur aldaar ander ander den vendrig Swijkhart uw wel Edele gestrenge buijten twijffel omstandiger zal hebben onderrigt, zo agte ik mij thans gehouden uw wel Edele gestrenge het heuglijk berigt meede te deelen dat wij de sterke stad goa op den 27=e Juni laastverweken stormen der hand hebben ver„ „overt, en dat of schoon de voornaamste hoofd rebellen het ontkomen zijn, door de trouwloosheijt der Boniers, de zaken zedert nog mer„ „kelijk van gedaante ten goede verandert zijn, mits zo door het in sub„ „missie komen van die van sandrabonij met welk Rijk den vreede eer„ „lange op voordeelige voorwaarden staat gesloten te worden, als door verscheijde andere overwinningen en wel de laatste op den 10=e November passato op de muijtelingen behaald, in welke een der aller voornaamste Roervinken nevens nog twee â drie anderen en wel seventig gemeenen gesneuveld en buijten dewelke 'er nog meer dan honderd verdronken zijn, terwijl wij maar een doode en zeer weijnig ligt gequetsten hebben gehad waar op ook aanstonds een verdeeldheijd onder d'andere Rebellen ontstaan is, die veele gemeenen heeft aangezet hun parthij te verlae„ „ten, terwijl sommige grooten onder de hand aansoek beginnen te doen om in submissie ontfangen te worden. invoegen ik hoope hebbe dat de ruste onder 's Hemels zegen, die daar om hertgrondig gebeden zij, eerlang volkomen zal worden hersteld voor het overige hier niets meer wetende bij te voegen dat uw wel Edele gestrenge g'eerde aandagt meriteert, zo betuijge ik met alle hoog agting en eerbied te blijven. /:onderstond:/ wel Edele gestrenge Heer. /:lager:/ uw wel Edele gestr: zeer gehoorsame Dienaar /:was geteekend:/ P: I: van der voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 17=e December 1778:- Aan de wel Edele Gestrenge en Achtbaere Heeren Gouverneurs en Directeurs van Amboina, Banda en Ternaten. Wel Edele Gestrenge en Achtbaere Heeren! Twee ledig komt mij het plan voor dat Hunne Hoog Edelhedens van ons hebben gelieven te requireeren, bij Hoog derselver gevenereerd besluijt

NL-HaNA_1.04.02_3556_1053 view scan ↗

English

39 555 276. resolution of the 9th of September 1777, taken upon the considerations cited therein of His High Nobility the present Right Honourable Governor-General De Klerk, with regard to a defensive protection of the governments entrusted to us, in case of unexpected enemy attacks, whether by European or Native powers, although, in my humble opinion, principally with respect to the former, being of the conviction that each government on its own is fully capable of resisting all such Native forces as are found or may be expected in these quarters, at least to preserve the main fortresses, which is in every respect sufficient so that if one were to lose the small field or other outposts through an invasion by such forces, to regain them, whereby the entire Government can be preserved. The first article, serving to contain an indication of all such means as each in his own capacity, according to the condition of the land and the place, as well as the fortification works and other circumstances, might deem necessary to propose to Their High Nobilities, in order to find oneself in a better position for a brave defense in case of need, thus I judge it not necessary to elaborate on this herein, although I nevertheless believe that it would not be superfluous to give mutual disclosure of all those proposals, just as I shall gladly furnish mine in due time to your Right Honourable Worships. The second article, requiring the devising of the most expedient measures not only to give each other notice as quickly as possible upon the appearance of an enemy fleet, but also to support such a Government at which it might be aimed or which might already have been attacked by it with men, vessels, and necessities, thus it speaks for itself that there must be mutual correspondence concerning this; in such manner as Their High Nobilities have also been pleased to order the same; and therefore I was also not allowed to lose any time in offering your Right Honourable Worships my humble considerations with regard to Macasser in this matter, the the more so as I will probably have been the first who received the resolution with the considerations, although nevertheless not earlier than the 12th of May last past. Although the aforementioned resolution did not express this fully and sufficiently, it appears to me that one should principally confine oneself to these four articles. Firstly, how one will be able to notify each other as quickly as possible of the appearance of an enemy fleet, supposing that one already had news of an erupted war, or not; it being necessary in the first case that each remains vigilant in his own domain to send out for reconnaissance; and in both cases no less to obtain information by all possible means as to which Government might be aimed at, either exclusively or at least primarily, in order immediately to be able to make some arrangements to satisfy article 2nd, to be able to dispatch as quickly as possible to such a Government some relief of men, vessels, and ammunition and other necessities as could serve for a better defense, and this in the various seasons of the year, with that circumspection that it does not happen to fall into the hands of the enemy, for which purpose it will require that one determines where the same could arrive most safely. 3rd, that one devises some signals whereby ships and vessels can not only be recognized as friends upon appearance, but that the same reciprocally coming into sight of the Governments, whether of the main fortresses or the subordinate outposts, can know whether those are still in our hands. 4th, what Capitulation one should stipulate in case of surrender which God graciously forbid for the transport of the garrison, the only thing about which the same, in my thoughts, should be concerned, seeing that one cannot expect, after a valiant and brave defense, that more could be obtained, whichever enemies it might be. Regarding the first, it would possibly not be superfluous to make some remarks concerning the route that an enemy fleet

Dutch transcription

39 555 276. besluijt van den 9=e september 1777, genomen op de daar bij aangehaal„ „de Consideratien van zijn Hoog Edelheijd den presenten Hoog Edele groot Achtbaeren Heer Gouverneur Generaal de klerk, met be„ „trecking tot eene defensive verdeediging der ons aanbetrouwde Gou„ „vernementen, in Cas van onverhoopte vijandelijke aanvallen, het zij door Europeesche of Jnlandsche mogentheden, schoon, na mijn ge„ „ring oordeel, principaal ten opzigte van de eerstgemelde, als van ge„ „voelen zijnde dat een ieder gouvernement op zig zelve volkomen in staat is alle zodanige Jnlandsche magten, als zig in deese kwar„ „tieren bevinden of verwagt kunnen worden, het hoofd te bieden, immers de hoofdvestingen te bewaeren, dat allenthalven genoeg is, om zo men door een invasie van de zulke de kleene veld of andere posten al mogte kwijtraeken, deselve weeder te krijgen, waar door het geheel Gouvernement behouden kan worden. Het eerste lid; een aanwijsing dienende, te behelsen van alle zodanige middelen als een ieder in het zijne, na de gesteldheijd des Lands en de plaats mitsgaders van de fortificatie werken en andere omstan„ „digheden vermeenen mogte aan Hunne Hoog Edelhedens te moeten voordragen, ten eijnde zig tot eene manmoedige tegenweer in Cas van nood, te beter in staat te bevinden, zo oordeele ik niet nodig daar over in deesen uijt te weijden, schoon ik egter vermeene dat het niet over„ „bodig zoude weesen van alle die voorslagen onderling ouverture te geven gelijk ik de mijne in der tijd aan uw wel Edele Achtb: gaarne sal suppediteeren. Het tweede lid, requireerde het beraemen van de dienstigste maatregulen om elkander, niet alleen, bij de verschijning van eene vijandelijke vloot, daar van ten spoedigsten kennisse te geeven, maar ook om zodanig Gouvernement waar op het gemunt dan wel dat door deselve reets mogte aangetast weesen met volk, vaartuijgen en benodigt„ „heden t'ondersteunen, zo spreekt het van zelve dat daar over onderling diend gecorrespondeerd; invoegen Hunne Hoog Edelhedens het zelve ook hebben gelieven te beveelen; en dierhalven hebbe ik ook geen tijd mogen versuijmen om uw wel Edele Achtb: mijne geringe consideratien met betrecking tot Macasser in desen aan te biesen te te meer ik vermoedelijk d' eerste zal zijn geweest die het besluijt met de consideratien ontfangen hebbe, schoon egter niet vroeger dan den 12=e meij laastverweeken. Schoon het meermelde besluijt zulks niet genoegsaem volkomen uijt„ „drukte, komt het mij voor dat men zig voornamentlijk diend te bespae„ „len tot deese vier articulen. P=ro Hoe men elkanderen van de verschijning eener vijandelijke vloot, ge„ „steld dat men reets tijding van een ontstaanen oorlog hadde, of niet, ten spoedigsten zal kunnen verwittigen; in het eerste geval nodig zijnde dat men ieder in het zijne verdagt blijve om op kundschap uijt te zenden; en in beide niet minder om door alle mogelijke middelen berigt te erlangen op welk Gouvernement het of alleen of ten minsten het eerste gemunt mogte weesen, ten einde al aanstonds eenige schic„ „kingen te kunnen maeken tot voldoening aan articul 2:e om ten allerspoedigsten na zodanigen Gouvernement eenig secours van volk, vaartuijgen en ammunitie en andere vereijschtens te kunnen afscheepen als tot een betere verdeediging zoude kunnen strecken en zulks in de verschillende saijsoenen des Jaars, met die Circumspectie dat het niet kwam te vallen in handen der vijanden, alwaar omme het zal vereijsschen dat men bipaele waar het zelve veij„ „ligst zoude kunnen aankomen. 3=e dat men eenige zeijnen beraeme, waar door en scheepen in vaartuij„ „gen niet alleen bij verschijning voor vrienden kunnen erkend maar deselve ook reciprocque in het gezigt der Gouvernementen komende, het zij van de hoofd vestingen dan wel de onderhoorige posten, weeten kunnen of die nog in onse handen zijn. 4=o wat Capitulatie men in cas van overgave /:dat Gode genadig ver„ „hoede :/ zoude dienen te bedingen tot transport der bezetting, het eenigste waar over deselve naar mijne gedagten zoude dienen te vallen, gemerkt men niet verwagten kan, dat 'er naar eene wackere en manmoedige verdeediging, meerder zoude kunnen worden: verkreegen welke vijanden het ook zijn mogten Ten belange van het eerste zoude het mogelijk niet overbodig weesen eenige remarques te maeken, nopens de route die een vijandelijke vloot

NL-HaNA_1.04.02_3556_1055 view scan ↗

English

557 277 Z1: fleet would apparently take to come and attack us in these quarters, in order thereafter to determine the manner of informing one another of their appearance, wherever that might be, all the sooner; but considering that experience has shown how, for some years now, French as well as English ships have appeared unexpectedly in these quarters, without one even being able to trace where they came from or whither they have departed again, and one may well presume that any enemies intending to make themselves master of the eastern provinces would undertake the same with all possible secrecy, I for my part am of the opinion that it will be best with regard to Macasser to order the Residents at the subordinate outposts at Bima, Boelecomba, and Saleijer in secrecy not only to inquire on all occasions whether any foreign ships have been seen here or there by the traders, but also to keep watch themselves continuously in this regard as far as the districts of their posts are concerned, especially when news might have been received of an outbreak of war between some powers and our state, in order to give notice thereof immediately to this main Office, as well as, whenever there might be any possibility to do so, by an express vessel to the Honorable Governors of Amboina and Ternaten, as in any case can also be done from here upon the first report, with respect to Amboina both in the eastern and western monsoon, though since in the first-mentioned time this can be done as little with ease from the said subordinate Offices as from here with respect to Ternaten, because it is very difficult to accomplish that voyage at such a time, in my view the Honorable Governor of Amboina upon receiving news from here would be able to inform those of Ternaten of it as well as those of Banda; while in case the enemy ships might be seen earlier near Ternaten, Amboina, or Banda, your Honorable Worships will best be able to determine how your Honorable Worships could inform one another or Macasser thereof as promptly as possible, about which I may prescribe nothing in this matter, only remarking that orders should be given to the masters of the vessels to call first at the post of Saleijer to deliver the letters there, or else Boelecomba, provided they might have obtained assurance, by means of the signals to be devised, that those posts are still in our hands: now regarding the second point, whether the relief that could or should be dispatched from here for the assistance of the governorships under your Honorable Worships' administration, either upon the news that they were already actually attacked or that certainty had been obtained that an attack was aimed at one of them, I must testify to my regret that, even if it were feasible, it would nevertheless be entirely insignificant. Considering Macasser is always in danger of being attacked by our irreconcilable enemies as soon as they see any chance to do us harm, from which it is easy to apprehend that it would not be advisable to weaken the garrison or to strip ourselves of one or more Patjallangs of the six, to which the number is fixed, and which, most of the time not even all being at hand, are most urgently needed, and this all the more since not the least trust can be placed in the Realm of Bonij, which is so greatly indebted to the Company; on account of the treacherous conduct recently displayed by most if not all the grandees of the realm, in the assistance rendered both secretly and so to speak by some in public to the Rebels during the revolt, which otherwise might already have been completely quelled, it being indeed indisputable that if they had not also betrayed us, we would not only have been able to overpower Goa long beforehand, but all the Chief Rebels would have fallen into our hands; not to mention how in all respects they seek to do us no less harm, and in fact in the long run do inflict as much harm as one could expect from open enemies, so that the situation of the Company on Macassarese Celebes is so precarious

Dutch transcription

557 277 Z1: vloot apparent zoude neemen, om ons in deese kwartieren te komen bestoken, ten eijnde daar na de wijse te bepaelen om elkander van der„hij „selver verscheijning, waar zulks dan ook weesen mogte, des te eerder te kunnen verwittigen; dan geconsidereerd d'ondervinding heeft doen zien hoe zig nu zedert eenige Jaeren, zo wel fransche als Engelsche schee„ „pen, in deese quartieren op het onverwagts hebben vertoond, zonder dat men zelfs heeft kunnen nagaan van waar zij gekomen of wer„ „waarts zij weeder vertrocken zijn, en men wel onderstellen mag dat eenige vijanden voorneemens zijnde om zig van d' oostersche provin„ „tien meester te maeken het zelve met alle mogelijke secreetesse zoude onderneemen, zo ben ik voor mijn aandeel van gevoelen dat het best id zal weesen ten aansien van Macasser de Residenten op de onder„ „hoorige buijten posten te Bima, Boelecomba en Saleijer in secreetesse te gelasten om zig niet alleen bij alle gelegentheden t'infor„ „meeren of ook eenige vreemde scheepen door de handelaars hier of daar gezien zijn, maar ook om daar op voor zo verre de districten en van hunne posten aangaat, bij aanhoudentheijd zelfs te doen waaken, insonderheijd wanneer men tijding mogte hebben erlangd van een ontstaanen oorlog tusschen eenige mogentheden en onsen staat, ten eijnde daar van ten eersten aan dit hoofd Comptoir, zo wel, als wanneer daar toe maar eenige mogelijkheijd mogte zijn, met een expres vaar„ „tuijg; aande Heeren Gouverneurs van Amboina en Ternaten Ken„ „nisse te geeven, zo als in allen gevalle van hier op het eerste berigt ook kan geschieden, met opzigt tot Amboina zo wel in d' ooster als wester mouson, dog vermits zulks omtrend Ternaten in d' eerstge„ „melde tijd zo min van de gemelde subalterne Comptoiren, als van hier gemackelijk te doen zij, ter zaeke het zeer beswaarlijk valt die reijse als dan te gewinnen zoude mijns bedunkens den Heer Gouverneur van Amboina bij ontfangst van tijding van hier, die van Ternaten zo wel daar van kunnen verwittigen als die van Banda; terwijl ingevalle de vijandelijke scheepen eerder omtrend Ternaten, Amboina of Banda mogten worden gezien, uw wel Edele Achtb: best zullen kunnen bepaelen hoedanig uw wel Edele Achtb: elkanderen of Macasser daar van ten spoedigsten zouden kunnen kunnen informeeren, waar omtrend ik in deesen niets voorschrijven mag, alleen maar aanmerkende dat aan de voerders der vaartuijgen ordre zoude dienen gegeeven de post Saleijer het eerst aan te loopen, om de brieven daar af te geeven dan wel Boelecomba, gesteld zij door de te beraemen zeijnen, verzeekering mogten hebben gekreegen, dat die posten nog in onse handen zijn: wat nu het tweede poinct betreft of het secours dat van hier tot assisten„ „tie der gouvernementen onder uw wel Edele Achtb: bestier zoude kun„ „nen of dienen te worden afgestoken, 't zij op de tijding dat die reets werkelijk waeren aangetast of dat men zeekerheijd bekomen hadde dat het op een derzelve gemunt was, zo moet ik tot mijn leedweesen betuijgen dat het zelve al doenlijk zijnde egter gantsch niet naam„ „waardig zoude weesen. geconsidereert Macasser altoos in gevaar is om door onse onversoenlijke vijanden aangevallen te worden, zo dra zij maar eenige kans komen te zien om ons afbreuk te doen, waar uijt mackelijk t' apprehendeeren valt, dat het niet gerae„ „den zoude zijn het guarnisoen te verswacken of ons t' ont„ „blooten van een of meer Patjallangs van de ses, waar op het getal bepaald is, en die meesten tijd nog niet alle aanhanden zijnde men ten hoogsten benodigt heeft en zulks te meer vermits men geen het minste vertrouwen kan stellen op het zo grootelijks aan de Compagnie verpligte Rijk van Bonij; mits het ver„ „raedelijke gedrag door de meeste zo niet alle Rijksgrooten nog Jongst betoond, in de beweesene assistentie zo heijmelijk als om zo te spreeken door sommige in 't openbaer aan de Rebellen, geduurende de revolte, die andersints mogelijk reets geheel zoude weesen ge„ „dempt, immers ontegen zeggelijk zijnde dat ingevalle zij ons niet meede verraeden hadden wij niet alleen lang bevoorens Goa zouden hebben kunnen overmeesteren, maar dat alle de Hoofd Rebellen in onse handen zouden geraakt weesen; om niet te zeggen hoe zij ons in allen opzigte geen minder afbreuk trag„ „ten en ook in der daad op den duur toebrengen als men van openbaere vijanden zoude kunnen verwagten, invoegen den toestand van de Comp=e op het Macassaers Celebes zo zorglijk gesteld

← previousnext →