Inventory 3556
Japan · 1,428 pages · 337 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
89 615 305. having found, looking forward to the result of the investigation conducted thereafter, I will expect that Your Honour, finding the same to be true, will not only demand an overt satisfaction as well as restitution or compensation for what was stolen, but also the extradition of the perpetrators, in order to be punished according to their deserts, while Your Honour must also inform me where the aforementioned mantris and the remaining crew have gone. Regarding Bali and Palemparang, adhering to the orders imparted to Your Honour from Their High Noble Lands by my letter of 22 March, stating that Your Honour has nothing more to do with those Kingdoms than the reclaiming of the cannons, which the Princes inform me in their latest letter are to be found to the number of seven in Salemparang, but which they, for lack of large vessels, could not send, so Your Honour must do his best to have them fetched from there; meanwhile, I hope that the woman and two Christian children whom they say they have sent to Bima will have arrived there already, but otherwise their surrender should likewise be further insisted upon, and furthermore friendship outwardly maintained, as previously recommended to Your Honour, in order thereby to know as much as possible what is going on both in Salemparang and Bali, among which particularly deserves notice the admission of foreign ships and vessels, as well as the arrival of suspect persons, such as among others Tjalla Bancahoeloe. I attach hereto a letter in reply to that of the Princes for delivery, and remain for the rest, with greetings. Below stood: Your Honour's good friend, was signed: P. G. van der Voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 6th of June 1779. Lower: P. S. After this was prepared, I received Your Honour's further letter of the 26th ultimo, brought with the two women and the Christian child who have safely arrived here, in reply to which it briefly serves that if the Sumbawan Regent Nene Ranga cum suis in the capacity of envoys, as it presently seems to me the intention is, should actually depart hither, I would gladly see the other Allies come forward as well, for which Your Honour must therefore try to dispose them, under the assurance that this will serve to their advantage regarding their disputes with the Sumbawanese, whereupon everything can be settled properly; but to summon them does not seem advisable to me since I do not know what they intend to claim. Regarding the robbed Javanese vessel, although now another than one was first informed, I still persist with the order given herebefore and further order Your Honour to kindly thank those of Bali and Salemparang for the forwarding of the aforementioned women and children, as I also do in the letter sent to them, wherein I also insist on the surrender of a certain female person sent by the rebel Sankilang to Salemparang, named Amma Lolang, who stays there at the village of Sambalang, which Your Honour must likewise do, further employing all suitable means to get hold of her. To the Kings of Bali and Salemparang, Gusti Moera Made Karrang Assam, Gusti Moera Kanginan, Gusti Made Karang Assam, and Gusti Katoet Karang. After the customary preamble. Furthermore, I make known that Your Highnesses' friendly letter has reached me very well, about whose contents I am extremely pleased, as it contains further assurances of Your Highnesses' sincere intention and resolution to live in a steadfast friendship with the Company, which I can testify will be observed no less towards Your Highnesses, who may therefore rest assured of this, the more so as the Honourable Company is never accustomed to break its words and promises. Meanwhile, I cannot fail to thank Your Highnesses for the forwarding of the two women and two children to the Bima Commandant 617 306. Boelecomba Commandant who delivered them hither; but since I have understood that a certain female person named Amma Lolang, who also belongs here, is located at the village of Sambalang, it would be very agreeable to me if Your Highnesses would likewise be pleased to have her surrendered to the Commandant, which I therefore most urgently request, considering the same to be a further special token of Your Highnesses' loyalty and affection toward the Company and to make the friendship even firmer, yea as constant and durable as the sun and moon shall give their shine. Giving friendly thanks for Your Highnesses' kind felicitations and blessings on the victory achieved over our enemies here, I must further report in that regard that it was not the legitimate King of Gowa who rose up against the Company, whereas on the contrary he took its side, but that a certain unknown wanderer managed to mislead most of the Makassarese grandees, and therefore also the common people, through all kinds of deceit, pretending to be one of the Princes who, having previously left the Kingdom, is currently still on Ceylon; the untruth of which they are all now experiencing more and more, utterly regretting their credulity. Below stood: written at Macasser in Castle Rotterdam the 2nd of June 1779. To the Junior Merchant Simon Monsieur, Resident there. Honourable, Pious, Discreet! Although the imparted news regarding the condition of the Rebels, contained in Your Honour's letter of the 20th of May ultimo, was not displeasing to me, it still appears to me that the same does not merit full credence, indeed that one ought not to rely upon it; but one must constantly be on guard not to be taken by surprise, which I therefore once again recommend to Your Honour, adding hereto how
Dutch transcription
89 615 305. hebben bevonden, den uijtslag van het daar na gedane onder„ „zoek te gemoed ziende, wil ik verwagten dat UE: het zelve waar bevindende, daar over niet alleen een eclatante satisfactie mitsgaders restitutie of vergoeding van het geroofde sal vorderen maar ook d' uijtlevering van de daders, om na verdiensten ge„ „straft te worden terwijl uE: mij teffens sal moeten informeeren waar de gemelde mantries en de verdere equipagie gebleven zijn. Nopens Balij en Palemparang inhereerende de uE: bedeelde ordre Haarer Hoog Edelhedens bij mijn schrijvens van den 22=e maart, houdende dat uE: met die Rijken niets meer te doen heeft dan de terug eijssching van de Canons, die de vorsten mij bij hun Jongsten brief melden dat ten getalle van zeven te salemparing te vinden zijn, dog die zij mits gebrek aan grote vaartuijgen niet konden zenden, zo zal uE: zijn best moeten doen om z' van daar te laten afhaalen; ondertusschen wil ik hopen dat de vrouw en twee Christen kinderen die zij zeggen na bima te hebben gezonden aldaar bereets zullen aangekomen weesen, dog an„ „dersints dient op haare overgave insgelijks nader te worden aange„ „drongen en voorts de vriendschap voor het uijterlijke, naar het uE: voormaals aanbevolene te worden geconserveert, ten einde daar door zo veel doenlijk te kunnen weeten wat er zo te salemparang als Balij omgaat onder het welke insonderheijd aanmerking verdient de admissie van vreemde scheepen en vaartuijgen mitsgaders de aankomst van suspecte persoonen zo als onder anderen Tjalla Bancahoeloe. Jk voege een brief in antwoord van die der vorsten ter bestelling hier nevens en blijve voor het overige nagroete. /:onderstond:/ uE: goede vriend, /:was geteekende:/ P: G: van der voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 6=e Junij 1779. /:lager:/ P: S: Na dat desen in gereedheijt was gebragt ontfange ik uE: nadere van den 26: passato, met de alhier wel overgekomene twee vrouwen en het Christen kind aangebragt, in antwoord van dewelke kortelijk dient dat wanneer den sumbauwas Rijksbestierder Nene Ranga C: S: in qualiteijt van gezanten, zo als mij toeschijnt thans de intentie te zijn, wer„ „kelijk n „kelijk herwaarts mogten vertrecken, ik gaarne zoude zien dat ook d' andere Bondgenoten op kwamen, waar toe uE: deselve dierhalven zal moeten tragten te disponeeren, onder verzeekering dat sulks ten aansien hunner verschillen met de sumbauwareesen tot hun voordeel sal strecken, als wanneer alles na behoren sal kunnen worden afge„ „daan; maar om deselve op te ontbieden dunkt mij niet geraden vermits ik niet weete wat sij te pretendeeren hebben. Nopens het geroofde Javase vaartuijg, schoon thans een ander als men uE: eerst berigt had, persisteere ik nog bij de hier voor gegevene ordre en gelaste uE: verder om die van Balij en Salemparang vriendelijk te bedanken voor de oversending van de voorgewaagde vrouwen en kinderen, zo als ik ook kome te doen bij den voor haar overgaande brief, waar bij ik tef„ „fens insteere op d' overgave van zeekere vrouwmensch door den rebel sankilang na Salemparang gezonden, met name Amma Lolang, die zig aldaar op de negorij Sambalang onthoud, dat uE: insgelijks sal moeten doen, verder alle bekwaamer middelen aanwendende om haar magtig te worden. Aan de Koningen van Balij en Salem„ „parang gusti Moera made karrang Assam, gusti moera Kanginan, gusti made Karang Assam en Gusti katoet Karang. Na gewone voorreden. wijders maake ik bekent dat uw Hoogheijts vriendelijken brief mij zeer wel geworden is over welker inhoud ik ten hoogsten verblijd ben also deselve nader verzeekeringen bevat van uw Hoogheijts opregte meening en voor„ „neemen om met de Compagnie in een standvastige vriendschap te leven, die ik betuijgen kan dat zulks niet minder sal betragten omtrend rw Hooghedens, die zig overzulks daar op gerustelijk mogen verla„ „ten, te meer haar Edele nimmer gewoon is haare woorden en beloften te verbreeken. Ondertusschen kan ik niet af uw Hooghedens te bedanken voor de= oversending van de twee vrouwen en twee kinderen aan den bimas Commandant gt. 617 306. Boelecomba Commandant die haar herwaarts heeft bezorgd, dan nadien ik verstaan hebbe dat zig zeker vrouws persoon met name Amma Lolang, die alhier meede thuijs hoort, op de negorij Sambalang bevind, zoude het mij zeer aangenaam zijn dat uw Hooghedens haar insgelijks aan den Commandant geliefden te doen overgeven, het welke ik dier„ „halven op het instantigste versoeken, het zelve zullende houden voor een nadere bijzondere blijk van uw Hooghedens trouwe en genegent„ „heijt tot de Comp=e en om de vriendschap nog meer en meer vaster Ja zo bestendig en duursaam te maken als zon en maar haar schijnsel zullen geven voor uw Hooghedens genegene geluk en segenwenschen over de behaal„ „de overwinning onser vijanden alhier vriendelijk dank zeggende moet ik daar omtrend nog melden dat niet de wettige Koning van goa tegen de Compagnie opgestaan is, terwijl hij integendeel haare zijde gehouden heeft, maar dat zeeker onbekend swerver, de meeste macassaarse groten en daar om ook het gemeen door allerlij bedrie„ „gerijen heeft weten te misleijden, zig uijtgevende voor een der vorsten die bevorens het Rijk verlaten hebbende zig thans nog op Ceijlon bevind; welker onwaarheijt zij alle nu meer en meer on„ „dervinden zig hunne ligtgelovigheijt ten uijtersten beklagende. /:onderstond:/ geschreeven te Macasser in 't Casteel Rotterdam den 2=e Juni 1779. Aan den onderkoopman Simon Monsieur, Resident aldaar. Eersaame, vroome, Discreete! of schoon mij de bedeelde tijding wegens den toestand der Rebellen, bij UE: schrijvens van den 20:e meij passato vervat, niet onaangenaam is geweest, zo komt het mij nog thans voor dat dezelve geen volkomen gelove verdient immers dat men 'er zig niet op behoord te verlaten; maar steeds op hoede moet zijn om niet onverwagt overvallen te worden, het geene ik uE: dierhalven nogmaals recommandeere, hier bij voegende hoe el selve vela„
English
how a certain Malay recounted that he had been present with Arou Theeko when a certain emissary reported that the Craengs Bonthijn and gantarang were in agreement with the Rebels and intended, under pretext of a deer hunt, to join them in order to confer with them and also to devise means to surprise the posts at Boebecomba and Bonthijn, which I indeed cannot accept as truth either, but nonetheless, as a matter of the utmost gravity, it highly merits your attention and to keep a watchful eye on those two grandees of the land without, however, giving the slightest indication that they are mistrusted. In the trust that the remaining 132 gantangs of Rice have already arrived and thus the entire debt of Boeija shall be settled, I consider your conduct to obtain that of Laija in the quantity of 690 gantings to be well done, hoping for good success therefrom. Regarding the pirates, merely remarking that I know no other means against them than that the traders should as far as possible enable themselves to defend themselves or to remain out of their reach, I must nonetheless add hereto that it cannot have been Latila who attacked the three prahus, considering that having already lain ill here for a considerable time, he passed away late last month; if you can nonetheless obtain further reports as to who they actually are, I shall await them, while in the meantime, after greetings, I remain beneath your good friend was signed P: G: van der voort, in the margin Macasser in Castle Rotterdam the 17th of June 1779. Translation of a Malay letter written by the King of Great Balij named Goesti Moera Made karang Assan and goesti made Karang Assan, to the Honorable Paulus Godofredus van der Voort, governor and director of the Coast of Celebes. Compliments as customary! We make known hereby to our brother according to our concluded contract, extending even to our children's children, to comply with the respective orders given to us by our brother through the Commandant of Bima in previous years, intending to endeavor always to maintain this friendship; and particularly to remain adhering to the contents of our brother's answer to our previous letter, in which it is stated that, since our brother has perceived our faithfulness and sincere hearts, if anything befalls us, whatever it may be, we may rest assured of the help and assistance of our brother: so that we do nothing else than call upon God day and night, that we may preserve this faithfulness at all times for our brother, Their High Excellencies at Batavia, and the entire East India Company. Just as we also daily keep in mind the test made of us by our brother, and to demonstrate our steadfast faithfulness, we have sent back to the Commandant of Bima the wife of the Corporal and the housekeeper of the Gunner's Mate alongside her two sons, whom we received from the King of goa, they having departed thither on Monday the 25th of the month Rabil Awal, according to our reckoning the 12th of April, from Sagara Lombo. Even should the King of Goa be angered at us on that account, we take it upon ourselves, for we have far too great a fear of God to break our contracts with the Honorable Company on his account, for the reason that we have placed all our support and refuge in the same. Furthermore, we most kindly request of our brother, if he bears the same heart of steadfastness for us, that our brother please assist us in purchasing for our account at a reasonable price the vessel belonging to Hendrik voll, which has been here with a Chinese. We shall make payment in cash or else Rice or Cappas; we have been on the prahu ourselves and inspected everything thoroughly, and it pleases us particularly well. We wish to have it for our own use, to sail back and forth from Salamparang to Balij. Furthermore, we most humbly request, whether our brother may obtain the vessel or not, that we nonetheless by the first opportunity
Dutch transcription
hoe zeker maleijer verhaald heeft, dat hij bij Arou Theeko present was geweest, wanneer zeeker zendeling hadde berigt dat de Craengs Bonthijn en gantarang, het met de Rebellen eens en voornemens zouden weesen, om, onder pretext van een harte beesten Jagt, zig bij de„ „selve te vervoegen, ten einde met hun af te spreeken en ook middelen te beramen ter overrompeling van de Posten te Boebecomba en Bonthijn, dat ik wel meede niet voor waarheijt aanneemen kan, maar nog thans als een zaak van het uijterste gewigt ten hoogsten uE: oplettentheijd meriteert en om op die twee Landsgroten een wakend oog te houden zon„ „der egter de minste blijken te geven dat men hun mistrouwt. Jn vertrouwen dat de resteerende 132. gantangs Rijst bereets ingekomen en dus de geheele schuld van Boeija zal voldaan weesen, merke ik uwE: gedrag ter bekoming van die van Laija ter quantiteijt van 690. gantings als wel gedaan aan, daar van een goed succes verhopende. Nopens de zeerovers alleen aanmerkende, dat ik daar tegen geen ander mid„ „del weet dan dat de handelaars zig zo veel mogelijk in staat dienen te stellen om zig te defendeeren of om buijten hun bereik te blijven, moet ik nog thans hier bij voegen dat het Latila niet kan geweest zijn, die de drie prauwen heeft aangedaan, gemerkt hij bereets een geruij„ „men tijd hier ziek geleegen hebbende, al in 't laast der gepasseerde maand overleeden is, zo uE: nog thans nadere berigten kan krijgen welke het eijgentlijk zijn, sal ik deselve verwagten, terwijl ik inmiddens na groete blijve /:onderstond:/ uE: goede vriend /:was getee„ „kend:/ P: G: van der voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 17=e Junij 1779. Translaat Maleijdsche brief geschreeven door den Koning van groot Balij genaamt Goesti Moe„ „ra Made karang Assan en goesti made Karang Assan, aan den wel Edele Agtbaare Heer Paulus Godofredus van der Voort, gouverneur en directeur der Custe Celebes. Complimente na gewoonte! wij maaken per deesen aan onsen broeder bekend volgens onse gemaakte Contract 43. 619 307. contract, zig uijtstrekkende tot onse kinds kinderen toe, om na te komen de respective ordres, door onse broeder aan ons door den Commandant van Bima in de voorige Jaaren gegeeven, zullende tragten om deese vriendschap altijd te onderhouden; en besonders aankleeven te blijven, aan den inhoud van onsen broeders antwoord, op onsen voorigen brief waarin vermeld staat, dat, vermits onse broeder ontwaard heeft de getrouwigheijd en opregte harten van ons, indien ons iets overkomt, 't mag zijn wat 't wil wij ons van de hulp en adsistentie van onse broeder kunnen verzeekert houden: so dat wij ook niet anders doen, als dag en nagt god aanroepen, om deese getrouwigheijd ten allen tijden te mogen conserveeren voor onsen broeder, Haar Hoog Edelhedens te Batavia en de geheele Oostjndische Maatschappije. gelijk: wij ook dagelijks in gedagten houden de beproeving door onse broeder aan ons gedaan, en ter verthooning van onse stand vaste getrouwigheijd hebben wij de vrouw van den Corporaal en de huijshoudster van den Constabelsmaat nevens haar twee zoons die wij van den koning van goa ontfangen heb„ „ben, weer aan den Commandant van Bima toegesonden zijnde deselve op maandag den 25=e van de maand Rabil Awal, /:na onse reekening den 12:e April :/ van Sagara Lombo na derwaarts vertrokken. als oude ook den koning van Goa daar over op ons verstoord weesen, so neemen wij zulks op ons, want wij hebben een al te groote vreesde voor god, om onse contracten met d' E: Comp=e om sijnentweegen te verbreeken, om reeden dat wij al onse steun en toevlugt op deselve gesteld hebben. Nog verzoeken wij op 't vriendelijkste aan onsen broeder, indien deselve ook 't zelve hart van standvastigheijd voor ons heeft, dat onse broe„ „der ons gelieve behulpsaam te zijn, om 't vaartuijg Hendrik voll toebehoorende, dat met een Chinees hier geweest is, voor onse Reeke„ „ning tegens een ordentelijke prijs in te koopen. De betaaling zullen wij doen in Contanten dan wel Rijst of Cappas - wij zijn zelve op de prauw geweest en hebben alles van deeg bezien, en't staat ons bezonders wel aan. wij willen 't zelve tot ons eijgen gebruijk hebben, om over en weer van Salamparang na Balij te vaaren. Nog verzoeken wij op 't needrigst, 't zij dat onse broeder 't vaartuijg mag krijgen, dan wel niet, dat wij tog met d' eerste geleegentheijd eene door eur kte ƒ
English
may receive a missive. We would like to see, if it were possible, that Sima Iang could come hither, in order to deliver the letter from our brother to us, the said Sima Iang having, besides this letter, another oral message for our brother. Furthermore, we request to be informed how matters stand at present with the war between the Honorable Company and the king of goa, whether it is still continuing or whether it has already been brought to an end, since we previously received report from our brother that it has, through God's blessing and assistance, been happily brought to an end, for which we congratulate our brother from the bottom of our heart, praying that the protection of the Almighty may always spread over our brother, and may grant him a continuously happy and prosperous Reign on Macasser, just as we also wish for ourselves in these lands, and also that the brotherly friendship between us may never end nor cease, but on the contrary: may be increased and confirmed from day to day. We currently have nothing to offer to our brother as a present other than our faithful and pure hearts. Underneath stood: Written on the Island of great Balij in the Residency of the King Karang Assan, on Saturday the 30th of the month Rabil Awal, with us the 17th of April. Account given by the prisoner of war, the Macassar Barena, at the requisition of the Right Honorable Paulus Godofredus van der voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. The Deponent declares, under translation by the under-interpreter Iacobus de graaf, to be resident at the negorij Thaing, and now 10 days ago, according to his best recollection on a Saturday, or the 26th of the past month of June, having proceeded thither from his aforementioned place of residence Thaing at the summons of his maternal aunt, who lived at the negorij Lana and was ill there. That the Deponent, having learned there from his nephew djoema that the negorij Bile Bile, situated between the mountains, had been conquered by the Europeans, together with the people of the negorij, driven by fear, had taken flight from Lanna to Parang Lowe, they being together estimated at fully 600 heads strong, who at present, together with the inhabitants of Parang Lowee, were intentioned to flee further inland as soon as the Europeans might also approach there, as the presumed Batara goa or Sankilang, who along with the Macassar prince Craeng Candjilo arrived at Parang Lowe two days after the deponent, had little folk or following left, and the first-mentioned had a light wound or graze to his arm, as the deponent himself has seen. That the Deponent, having stayed four days at Parang Lowee, proceeded with the ten of them, all Macassars, to the negorij Manoedjoe and there found Craing Sappanang, also a Macassar prince, and son of the above-mentioned Craing Candjilo, Sankilang and Craing Candjilo still remaining at Parang Loie upon the Deponent's departure. Furthermore, the Deponent had learned at the just-mentioned Negorij Manoedjoe that Craing Bonto Nompo, one of the former electors of goa, was staying at the Negorij gantarrang Pangie, and Craing Mandalle along with Craing Pattoeng at the negorij Tokka. That the deponent, having departed from Manoedjoe and arrived again at the negorij Lanna, found all the houses there lying in ashes; proceeding alone from there over Bonto parrang to the negorij Tjindaija, previously inhabited by the Wajo people, he had found it likewise burned down. That the Deponent arrived from Tjindaija at the negorij Tarraang, where he found the houses all still standing but without a single human being in them; subsequently having departed from there with the intention to return to the negorij Thaing, the deponent was captured on mangaza by the Sumenep people and brought to the Commandant at Malenkerij, and further sent here yesterday by order of the said Commandant. Thus done and related at Macasser in Castle Rotterdam on the 6th of July Anno 1779, in the presence of Gerrit Pielaat and Fredrik Hooijmeijer, Clerks as witnesses required hereto, who have duly signed the original of this along with the deponent, the under-interpreter de graaf, and myself, pro tempore secretary. Underneath stood: Which I attest. Signed: G. Bremer, pro tempore Secretary. Translation of a small note written in the Macassar language on a Lontar leaf, by Craeng Pattoeng to Craeng Anabadsing. Greetings to uncle, it appears according to my hope, for I have remembered the sayings of the former kings and all the people of goa who lived in good friendship with the Honorable Company. And as for me, I have for a long time sought to promote my well-being and not my ruin and downfall. The bearer of the said note has added to this orally that, besides Craeng Pattoeng, being one of the nine electors, Craeng Boelisipong, Craeng Tomasongong, Craing Baroemamase, and Craeng Matene also belonged among those who wished to submit to the Company. Translation of a Malay letter written by Radja Hadjie Sulthan Maladien, King of Riouw, to the King of Bonij, reading after preceding compliments as follows: Since I am aware that from old times until now Bonij and Iohor have been in brotherly friendship, I have taken the liberty to write this letter to Your Highness, and at the same time
Dutch transcription
eene missive mogen ontfangen. wij zouden gaarne zien, indien 't mogelijk was dat Sima Iang na herwaarts komen konde,; om den brief van onse broeder aan ons te besorgen. hebbende gemelde Sima Iang buijten deese brief nog een mondelingse boodschap aan onsen broeder. Nog verzoeken wij te mogen weeten, hoedanig 't thans met den oorlog tusschen d' E: Compagnie en den koning van goa gesteld is, of dezelve nog aanhoud, dan wel of hij al ten eijnde gebragt is. vermits wij van te vooren van onsen broeder narigt ontfangen hebben dat denselven door godes zeegen, en bijstand gelukkig ten eijnde gebragt zij, waar toe wij onsen broeder van grond onses harten geluk wenschen, smeekende dat de bescherming des alderhoogsten zig altoos. over onse broeder verbreijden mooge, en denselve een geduurig ge„ „lukkige en voorspoedige Regeering op Macasser moge schenken, gelijk wij ons zelfs ook in deesen landen wenschen, als ook dat de broe„ „derlijke vriendschap tusschen ons noijt een eijnde neemen nog ophouden mooge, maar in teegendeel: van dage tot dagen vermeerdert en bekrag„ „tigt moge werden. wij hebben thans aan onse broeder niets als onse getrouwe en suijvere harten, tot een present aan te bieden. /:onderstond:/ Geschreeven op 't Eijland groot Balij in de Residenti van den Koning Karang Assan, op Saturdag den 30=e van de maand Rabil Awal, bij ons den 17=e April: Relaas gedaan door den krijgs gevangene Maccassaar Barena, ter requisitie van den wel„ Edelen Agtbaaren Heer Paulus Godofredus van der voort, gouverneur en Directeur deser Custe Celebes. Den Relatant verklaart onder vertaaling van den ondertolk Iacobus de graaf, op de negorij Thaing woonagtig te zijn, geweest en nu 10. dagen geleeden, volgens zijn best onthoud op een saturdag, off wel den 26:' der gepasseerde maand Junij, op ontbod van zijn moeij, die op de negorij Lana woonende en aldaar ziek was, zig van zijn voorschreeve woon„ „plaats 95. 308. „plaats Thaing na derwaards te hebben begeeven. Dat den Relatant aldaar van zijn Neef djoema vernomen hebbende dat de negorij Bile Bile, leggende tusschen het gebergte, door de Europee„ „sen verovert was nevens het Negorijs volk door vrees gedreeven van Lanna naa Parang Lowe de vlugt genoomen hadden, zijnde zij lieden te samen na gissing wel 600. koppen sterk geweest, dewelke nog thans nevens de Jn„ „woonders van Parang Lowee g'intentioneerd waaren om zo dra de Euro„ „peesen aldaar meede mogten koomen te naderen verder landwaarts in te vlugten, als hebbende den gewaande Batara goa of Sankilang die nevens den Maccassaars prins Craeng Candjilo twee dagen na hem rela„ „tant te Parang Lowe meede aanquamen weijnig volk of aanhang meer, en d' eerstgemelde een ligte quetzure of schramschoot in zijn arm, gelijk hij relatant zelve gezien heeft. Dat den Relatant vier dagen op Parang Lowee vertoefd hebbende, zig met hun thienen, alle maccassaaren naar de negorij Manoedjoe begeven en aldaar gevonden hadden Craing Sappanang, meede een Maccassaars prins, en zoon van boven gemelde Craing Candjilo, zijnde met des Relatants vertrek van Parang Loie; Sankilang en Craing Candjilo aldaar nog verbleeven. Wijders had den Relatant op de even gemelde Negorij Manoedjoe ver„ „noomen dat Craing Bonto Nompo /:een van de geweesen kiesheeren van goa / op de Negorij gantarrang Pangie en Craing Mandalle nevens Craing Pattoeng op de negorij Tokka hun onthielden. Dat hij relatant van Manoedjoe vertrokken en weeder op de negorij Lanna aangekomen zijnde, alle de huijsen aldaar in de assche heeft vinden leggen, van daar verder alleen gaande over Bonto parrang na de negorij Tjindaija, bevoorens door de wadjoreesen bewoond zijn„ „de, had hij die meede afgebrand gevonden. Dat hij Relatant van Tjindaija op de negorij Tarraang is gekomen, alwaar hij de huijsen alle nog staande dog sonder een eenig mensch daar inne heeft gevonden, vervolgens van daar vertrokken zijnde met intentie om terug te keeren naa de negorij Thaing was hij relatant op mangaza, door de sumanappers, gevangen geno„ „men en bij den Commandant te Malenkerij gebragt, en verders 621 door gelijk onse en, en van angene wel„ er door ordre van gem: Commandant gisteren hier gesonden Aldus gedaan en gerelateert tot Macasser in 't Casteel Rotterdam den 6=e Julij Anno 1779. ter presentie van Gerrit Pielaat en Fre„ „drik Hooijmeijer, Clercquen als getuijgen hier toe gerequireerd, die de minute deeses nevens den relatant, den ondertolk de graaf, en mij p=lo secretaris behoorlijk hebben onderteekend, /:onderstond:/ quod Attestor /:was geteekend:/ G=l Bremer p=l Secretaris. Translaat van een Cartabelletje ge„ „schreeven in het Macassaars op een Lonthar blad, door Craeng Pattoeng aan Craeng Anabadsing De groetenis aan oom, het heeft aanschijn na mijne hoop, want ik heb mij herrinnert de gesegdens van de voorige koninge, en alle goanee„ „sen die met d'E. Comp=e in goede vriendschap leefden. En watt mij belangt, so heb ik al: over lang mij welweesen en net mijn verderf en ondergang getragt te bevordere. De brenger van gemelde Cartabelletje, heeft hier nog mondeling bij„ „gevoegt, dat behalven Craeng Pattoeng, zijnde een van de neegen kiesheeren, ook Craeng Boelisipong, Craeng Tomasongong, Cra„ „ing Baroemamase en Craeng Matene, meede behoorden, onder de geene die bij de Compagnie in submissie wilden komen. Translaat Maleijtsche brief geschreeven door Radja Hadjie Sulthan Maladien Koning van Riouw, aan den Koning van Bonij, luijdende na voor afgaan„ „de Compliment. als volgd. Dewijl mij bewust is dat van ouds her en tot nu toe Bonij en Iohor in broederlijke vriendschap zijn geweest, zo heb ik de vrijheijd ge„ „nomen aan u Hoogheijd deesen brief te schrijven, en teffens r1 3
English
to make known to your Highness that I am under the obedience of the King of Johor, and by virtue of that mutual friendship I also expect that your Highness will be pleased to charge me with some services, for I am the object of the welfare of the Kingdom of Johor. As a small present, I offer your Highness herewith a sum of 900 Rixdollars in cash, together with a bundle of raw silk, making together one thousand Spanish Rixdollars. I have handed over both to the Poengauwa, being the bearer of this, for further delivery to your Highness. Written on the 17th day of the month of Saphar in the Year 1193, named Ba. To the Right Honorable and Worshipful Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes, etc., etc. Right Honorable and Worshipful Sir! It was on the 22nd ult. that I received your Right Honorable and Worshipful much-respected letter of the 17th prior. I shall not fail, Right Honorable and Worshipful Sir, to take all possible precautions that one is not caught unawares. The account concerning a certain Malay, Right Honorable and Worshipful Sir, I immediately investigated, but as far as I can perceive, this is the same case that I wrote to your Right Honorable and Worshipful in the letter of the 10th of March last. By the end of August, Right Honorable and Worshipful Sir, I will account for the 396 gantings of rice from Benja and hope to bring in the other 690 gantings of rice as well. Concerning the pirates, Right Honorable and Worshipful Sir, Arou Teeko told me in person that the Buginese Daeng Maloerang is also among them, which Daeng is a nephew of the Bonian prince Datoe Lawan. That Datoe Lawan, Right Honorable and Worshipful Sir, is married to the daughter of Craeng Gantarang, who is under heavy suspicion. That Daeng Maloerang, Right Honorable and Worshipful Sir, according to Arou Teeko, was about a month ago still at the village of Gantarang, lodging with Daeng Matana, being the own son of Craeng Gantarang. The said Arou Teeko, Right Honorable and Worshipful Sir, who declared this to me only in the presence of the interpreter, requests that his name remain secret. Arou Teeko, Right Honorable and Worshipful Sir, also told me that, to all presumption, he would go as an envoy to Batavia, yet I do not see him making the least preparation. It was the day before yesterday, Right Honorable and Worshipful Sir, that I received the news through an envoy of Craeng Bonthain that the Europeans and Madurese had captured Bonto parrang and burned the village of Lanna, and that same evening, Right Honorable and Worshipful Sir, the Postholder of Bonthain wrote to me further that these statements about Bonto parrang were indeed true, which I hope will be so, while for the rest I take the liberty, with all due high esteem and respect, to call myself, Right Honorable and Worshipful Sir, your Right Honorable and Worshipful's humble and faithful servant, was signed: Simon Monsieur. In the margin: Boelecomba, in the Company's fortress, 13 July 1779. This letter is written from a pure and sincere heart by the Governor and Director at Macasser, Paulus Godofredus van der Voort, to his Brothers, the Kings in Greater Bali, Gusti Moera Made Karrang Assang and Gusti Made Karrang Assang, wishing much salvation, prosperity, and a long life upon this earth. Furthermore, I make known to my brothers that I have duly received their letter of the 30th of the month of Rabiul Awal, and from it have seen with much pleasure and joy the good intention of my brothers to maintain and foster more and more the friendship with the Company; to which I once again assure that Their Honors are no less inclined and will always strive to demonstrate the same, expressing furthermore, in the meantime, once again friendly thanks for sending over to Bima the two women and children in question, whom the so-called King of Goa had sent to Bali, for which vagabond or wanderer, who falsely presents himself as king, my brothers need not be afraid at all, considering that since the conquest of Goa he has been so thoroughly defeated by us that he has had to flee from place to place in the mountains without daring to appear again, so that he can accomplish nothing more, which he has never been able to do either, except for the surprise attack on a small field post, which moreover occurred through the treason of some of the Company's own people. However gladly I would wish, for myself, to demonstrate my affection to my brothers by helping them obtain the vessel of the bookkeeper Hendrik Voll, this has been impossible for me, as that man says he cannot sell it, it being the only thing he possesses and by which he must also earn his bread, and I am not permitted to force anyone to surrender his property, however great or small it might be, as being contrary to our laws, so that I request my brothers not to take it amiss that I cannot do them a favor in this matter. As regards the person of Simajang, I must report not having seen him, much less that he should have delivered a verbal message to me from my brothers, whose letter he sent to me through another, while he subsequently, as I have been informed, departed for Batavia, which I regret in so far as I have thereby remained ignorant of that message, which, if it should be necessary, I still request to be informed of by my brothers.
Dutch transcription
97. 623. 309. Macasser u Hoogheijd bekend te maeken dat ik onder de gehoorsaamheijd van den Koning van Iohor staa, en uijt hoofde van die onder„ „linge vriendschap verwagt ik ook dat u Hoogheijd mij met eenige diensten gelieve te belasten, want ik het voorwerp ben van 's lands welvaart van het Rijk van Johor Tot Een geringe present biede ik u Hoogheijd hier nevens aan Een somma van Rijxd=s 900. – aan Contant, benevens Een Bonkos met „ruuwe zijde, makende te samen Een duijsend Rijxd„s spaans, 't een en ander heb ik aan de Poengauwa, zijnde den brenger deeses ter verdere bestelling aan uw Hoogheijd overgegeven. /:onderstond:/ Geschreeven op den 17=e dag van de maand Saphar in 't Jaar 1193. genaamt Ba. Aan den wel Edele Agtbaere Heer Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en Directeur der Custe Celebes &„a &:n Wel Edele Agtbaare Heer! T was op den 22=e J: L: dat ik uwel Edele Agtbaere veel gerespecteerde letteren van den 17=e te vooren ontving. . Jk zal niet ingebreeken blijve wel Edele Agtb: Heer om alle moogelijke voorzorge te gebruijken dat men niet onverwagts overvallen wordt. 't verhaalde van een zeekere maleijer wel Edele Agtb: Heer heb ik ten eersten onderzogt, dog zoo verre ik kan bespeuren is zulks 't zelfde geval 't geen ik uwel Edele Agtb: bij brief van den 10=e maart Jongstleeden geschreeven heb. Onder ult=o augustus wel Edele Agtb: Heer zal ik de 396. gantings rijst van Benja verantwoorden en hoop d' andere 690. gantings rijst meede in te krijgen. omtrend d' zeerovers wel Edele Agtb: Heer, heeft Arou Teeko mij in persoon verhaalt als dat den boegineese Daeng Maloerang daar meede onder zoude schuijlen, welke Daeng een Neef is van den ha ee„ met n en aan„ hon ge¬ . den bonijse prins Datoe Lawan, die Datoe Lawan wel Edele Agtb: Heer is getrouwt met de dogter vande onder heevige suspicie leggende Craeng gantarang, die Daeng Maloeran wel Edele Agtbaare Heer zou„ volgens 't zeggen van Arou Teeko nuuw Circa een maand geleeden nog op de negorij Gantarang geweest zijn, en bij Daeng Matana zijnde de eigen zoon van Craeng Gantarang gelogeert, gemelde Arou Teeka wel Edele Agtb: Heer die mij zulks enkel in praesentie van de tolk ver„ „klaart heeft verzoekt dat zijn naam geheim blijven. Arou Teeko wel Edele Agtbaare Heer verhaalde mij ! ook als dat hij na alle praesumtie als zendeling na Batavia zoude gaan dog ik zie hem nog geen d' minste klaarigheijt maaken. 't was op eer gister wel Edele Agtb: Heer dat ik door een zendeling van Craeng Bonthain d' tijding kreeg als dat d' Europeesen en Madureesen Bonto parrang hadden ingenoomen en d' negorij Lanna verbrandt en dien zelfde avond wel Edele Agtb: Heer schreeff de Bontijnse Posthouder mij nader als dat die gezegdens van Bonto parrang wezentlijk zoo waaren, 't geen ik hoop dat zoo zal zijn, terwijl ik voor 't overige de vrijheit neem met alle verschuldigde hoog agting en eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer, /:lager:/: uw Edele Agtb„s onderdanige en trouwschuldige dienaar, /:was geteekend:/ S=n Monsieur, /:in margine:/ Boelecomba in Comp„s vesting den 13„e Julij 1779. - Deezen Brief word uijt een zuijver en op¬ „regt harte geschreeven door den gouverneur en Directeur te Macasser Paulus Godofredus van der voort, aan zijne Broeders de Ko„ „ningen te groot Balij Gusti Moera Made kar„ „rang Assang en gusti Made Karrang Assang, onder toewensching van veel heijl, voorspoed en een lang leeven op deese aarde wijders maake ik mijne broeders bekend dat ik haeren brief van den 30=e der maand Rabiul Awal wel ontfangen en daar uijt nader met a 99 625 310. met veel genoegen en blijdschap gezien hebbe de goede intentie van mijne broeders om de vriendschap met de Compagnie meer en meer te willen onderhouden en aan te kweeken; waar toe ik nogmaals verzeekere dat haar Edele niet minder genegen is en het zelve altoos zal tragten te too„ „nen, betuijgende wijders inmiddens andermaal vriendelijk dank voor de overbending na Bima van de bewuste twee vrouwen en kinderen, welke de zo genaamde Koning van Goa na Balij gezonden hadde, voor welken vagebond of swerver die zig valschelijk voor koning uijt„ „geeft mijne broeders in het geheel niet behoeven bevreest te zijn, ge„ „merkt denzelven zedert de verovering van goa dermaten, door ons verslagen is, dat hij van plaats tot plaats in de gebergtens heeft moeten vlugten, zonder weeder te voorscheijn te durven komen, zo dat hij niets meer kan uijtvoeren, het geen hij ook nimmer heeft kunnen doen, de overrompeling van een kleene veldpost uijtgeson„ „dert, dat nog door verraad van eenige van 's Comp„s eigene volkeren is bij gekomen. Hoe gaarne ik mijne broeders nu voor mij zelven mijne genegent„ 0 „heijd wilde betuijgen om haar te helpen aan het vaartuijg van den boekhouder Hendrik voll, is mij zulks ondoenlijk geweest, ge„ „merkt die man zegt het zelve niet te kunnen verkoopen, als het eenigste zijnde dat hij heeft en daar door hij zijn brood meede moet winnen en het is mij niet g'oorloft iemand te dwingen zijn goed af te staan, hoe groot of hoe kleen het ook weesen mogte, als tegen onse wetten strijdig zijnde, zo dat ik mijne broeders versoek niet kwalijk te neemen dat ik haar in deesen geen plaijsier kome te doen. wat betreft de persoon van Simajang zo moet ik melden den zelven niet gezien te hebben veel min dat hij mij een mondelinge boodschap van mijne broeders zoude hebben gedaan, wiens brief hij mij door een an„ „der heeft toegezonden, terwijl hij vervolgens, zo als men mij heeft berigt na Batavia vertrocken is, dat mij in zo verre leed is als ik daar door van die boodschap ben onkundig gebleeven die ik zo zulks mogte nodig weesen, van mijne broeders als nog versoeke te mogen weeten. voor zde ka /:in p nader
English
For the rest, I have nothing to add here other than the offering of my pure and sincere heart. Underneath stood: Written in Macasser in Castle Rotterdam on the 22nd of July 1779: The Governor and Director Paulus Godofredus van der Voort, together with the Council, representing the General Dutch Company in Macasser, to all who shall see these presents, greetings! make known: That whereas the Macassars, without the least reasons or causes, have risen up against the Company and thus waged war against Her Honour; which has already lasted for more than two years, but has brought them into the utmost misery, both through the capture of their principal stronghold Goa and many other calamities suffered, to such an extent that having to flee from place to place, they see no way out anymore; the Honourable Company nevertheless being moved with pity over many notables and the majority of the common people, who, misled by the instigators of that rebellion, have taken part in it; has willed to make known to all such persons and those who show repentance for their crime that Her Honour for that reason is willing and ready to renew and restore peace and good understanding with these their old allies under fair conditions, wherefore those also being inclined thereto are hereby exhorted to submit to the Company, and especially all or indeed the principal notables who have composed the lawful Government, being the electors and officials of the Court, who to that end may address themselves through emissaries to the chief interpreter or to the head Regents of the southern or northern provinces to give notice of their intention, and subsequently, under safe conduct or assurance that they have not the least harm to fear, to be brought to us to negotiate the renewal of the peace. 101. 31. 627 Yet in order that the Company may obtain all the more certainty of the sincerity of those who might wish to enjoy this favourable offer, the same shall have to take place within the time of three months after the date of these presents or indeed before or just after the pocassa shall have ended. Because with longer delay or postponement one shall enter into no further negotiations, but shall hold the entire Macassar Empire with all its appurtenances and dependencies to be destroyed forever and the lands to be forfeited to the Company, which shall then also act therewith according to its pleasure. Meanwhile, not only is there especially excluded from this offer the so-called Batara Goa, who has falsely passed himself off as the former king, who is still on Ceilon, but the same is hereby outlawed as an instigator of rebellion and disturber of the General Peace, so that everyone shall be allowed freely to kill him; moreover, in addition to that, a bounty of three thousand Spanish rix-dollars is promised to whoever might be able to deliver him alive into the hands of the Company, and half of that sum for his head, provided it appears to be the real one. Underneath stood: Given in Macasser in Castle Rotterdam under the ordinary seal of the General Dutch East India Company this 23rd of July Anno 1779. Being according to the Mahomedan reckoning the eleventh day of the month Radjab in the year Ra 1193. To the Right Honourable Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes etc: etc: etc: Right Honourable Sir Yesterday afternoon, as the humble undersigned was walking on the Bazaar, a Bugis came up to him, presumed to be a subject of Daeng Manbanie, son of Datoe Baringang, asking, well, how are you doing, brother, which was answered by me with well. Further he said to me, it is indeed sad that you, who have been in a better condition, now find yourself in such an impoverished state. People have brought about your downfall twice, I am sorry on your account. The humble undersigned answered to this, what can I do, it is now so late, and I thank God that I am still in this condition at present. He replied thereto, but would you not know how to start otherwise in order to arrive again at your former splendour. My answer was, no, not here, but were it in the fatherland, then I could go to another place if it no longer suited me in one. He continuing upon this, even were it here, and you only wish to seek your own best interest, you could quickly be another man. For what do you do any longer among Europeans, who only treat you badly. When he had reasoned that far, I began to have suspicions about that which he revealed to me subsequently. Thus I gave him in answer, I would certainly seek a better fate if I only saw a chance that it could succeed. The Bugis said, you must see that you enter into an alliance with one king or another, being an enemy of the Honourable Company, and help him, in such a way it could happen. My answer was, even if I wanted to do that, who is able to dare to begin anything against the Honourable Company? Well, he says, Datoe Baringang is strong enough, he has 200 pieces of flintlocks, and only recently bought 150 from a certain citizen. I asked him, what kind of citizen is that! But he said he did not know such, however that he supposedly lived on the Hooge Pad. Adding thereto, what do you say, would you dare to. The humble undersigned, not knowing whether it might be a spy from our side, or a private enemy of his, or whether he spoke sincerely from his side (for if it were one of the first two, and I regarded him as the latter, and, in order to draw him out, agreed with his reasoning; then I, if he applied sooner than I to the chief interpreter, Fiscal, or directly to Your Right Honourable, could as a traitor to the country
Dutch transcription
voor 't overige hebbe ik niets hier bij te voegen dan d' aanbieding van mijn zuijver en opregt herte. /:onderstond:/ Geschreeven te Macasser in 't Casteel Rotterdam den 22=e Julij 1779: Dat nademaal de Macassaeren, buijten de minste redenen of oor„ „zaeken, tegens de Compagnie opgestaan en haar Edele dus den oor„ „log aangedaan hebben; die nu bereets over de twee Jaaren geduurt, dog hun zelfs in de uijterste elende gebragt heeft, zo door het in„ „neemen van hun voornaamste sterkte goa, als veele andere onder„ „gaane rampen, dermaten dat zij van plaats tot plaats moetende vlugten, geene uijtkomst meer zien; d'E: Compagnie nogthans met meedelijden aangedaan over veele grooten en het meerendeel van het gemeen, dat door de aanstookers van dien opstand mis„ „leijd in deselve deel genomen hebben; alle de zodanigen en die geenen welke over hun misdrijf berouw toonen, wel heeft willen ter kennisse brengen hoe haar Edele uijt dien hoofde willig en bereid is om de vreede en goede intelligentie met deese hunne oude Bondgenooten, onder billijke voorwaarden weeder te vernieuwen en te herstellen weshalven dezelve daar toe meede genegen zijnde bij deesen worden vermaand om bij de Comp=e in submissie te komen en inzonderheijd alle of wel de voornaamste grooten, die de wettige Regeering hebben uijtgemaakt zijnde de kiesheeren en amptenaaren van het Hof, welke zig ten dien eijnde door sendelingen aan den oppertolk dan wel aan de hoofd Regenten der zuijder of noorder provintien kunnen addresseeren om van hunne intentie kennisse te geeven en vervolgens onder vrij geleijde ofte verzeekering dat zij geen het minste kwaad te vreesen hebben, bij ons te worden gebragt, om over de vernieuwing van de vreede te handelen De Gouverneur en Directeur Paulus Godofredus van der voort, nevens Den Raad, Representeerende de generale Neder„ „landsche Compagnie te Macasser, allen die deese zullen zien, salut! doen te weeten Dan 101. 31. 627 Dan op dat de Compagnie van de opregtheijd der geenen die van deese gunstige aanbieding mogten willen Jouisseeren, te meer verzeeke, „ring moge erlangen zo zal het zelve moeten geschieden binnen den tijd van drie maanden na den datum of deesen of wel voor of even na dat de pocassa zal g'eijndigt weesen. vermits men bij langer dilaij of uijtstel tot geen onder handeling meer komen, maar het gantsche Macassaarse Rijk met alle zijne ap en de pendentien houden zal voor altoos vernietigt en de Landen aan de Comp=e te weesen vervallen die daar meede dan ook na goedvinden hande„ „len zal. Ondertusschen word niet alleen van deese aanbieding voornament„ „lijk uijtgesloten de zo genaamde Batara goa, die zig valschelijk heeft uijtgegeeven voor den geweesen koning, welke zig als nog op ceilon bevind, maar den zelven als een oproermaeker, en verstoorden van de Algemeene Ruste bij deezen vogel vrij verklaard, zo dat een ieder hem vrij zal mogen dooden; mitsgaders daar en boven een pre„ „mie van drie duijsend Rijxs=s spaans beloofd aan de geene die hem leven„ „dig inhanden van de Comp=e mogte kunnen leveren, en de helfte van die somma voor zijn Hoofd, mits het blijke het regte te weesen. /:onderstond:/ gegeeven te Macasser in 't Casteel Rotterdam onder het gewoon zegel vande generaele Neederl: oostjndische Compagnie deesen 23„e Julij Anno 1779. zijnde na de Mahomethaanse Ree„ „kening den elfden dag van de maand Radjab in 't Jaar Ra 1193:- Aan Den wel Edele Achtbaare Heer Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en Directeur deser Custe Celebes etc: etc: etc: Wel Edele Achtbaare Heer Gisteren agtermiddag, den niedrigen teekenaar deesen op de Bazaar gaande, so komt er een boeginees bij hem, /:na gissing een onderdaan van :. van Daeng Manbanie, zoon van Datoe Baringang. /vragende, wel hoe vaart gij nog, broeder 't geen van mij met wel b'antwoord wierd. voorts zegde hij tegens mij 't is tog bedroefd, dat gij die in een beetere staat geweest zijd, nu in so een armoedige staat zig bevind. De Men„ „schen hebben u twee rijsen ten val gebragt 't spijt mij van ruwen 't wee„ „gen. den needrigen teekenaar gaf hier op ten antwoord, wat zal ik doen, 't is nu so laat, en ik dank god, dat ik thans nog in die staat ben„ Hij repliceerde daar op, maar zoud gij niet anders weeten te beginnen, om weeder tot u voorige luijster te geraaken. De antwoord van mij was, neen, hier niet, maar was 't in 't vaderland, dan konde ik na een andere plaats gaan, als het mij op d' eene niet meer aanstond: Hij vervolgende hier op, Al was 't hier, en gij wilt maar u eigen best zoeken, zo kund gij schielijk een ander man weesen. want wat doed gij langer bij Europeesen, die u maar slegt behandelen. doen denzelven tot so verre geredeneert hadde, begon ik agter dogt te krijgen, van 't geen hij mij in 't vervolg openbaarde. dus ik hem ten antwoord gaf, Jk zoude wel een beter lot zoeken, als ik maar kans zag, dat 't konde gelukken, de boeginees zegde gij moet zien, dat gij met d'een of ander Koning, zijnde vijand van d' E: Comp=e een verbond raakt, en dien helpen, op zo een manier zoude 't kunnen gebeuren. Mijn antwoord was, Al wilde ik dat ook doen, wie is in staat om Mac liets te durven tegens d'E: Comp=e te beginnen ? wel, zegt hij, Datoe Aan Baringang is sterk genoeg, hij heeft 200. p„s snaphaanen, en nog onlangs 150. van een zeeker burger gekogt; Jk vraagde hem, wat is dat voor een burger ! dog hij zegde zulks niet te weeten, egter dat hij op 't hooge pad zoude woonen. voegende 'er nog bij, wat zegt gij, zoudet gij wel durfens. Den needrigen teekenaar niet weetende, of 't een spion van onse kant, dan wel een particulier vijand van hem mogte zijn, dan wel of hij van zijn kant opregt sprak /:want indien 't een van de twee eersten was, en ik hem voor 't laatste reguardeerde, en, om hem te willen uijtvorschen, in zijne redeneering toestemde; zo zoude ik, indien hij eerder als ik bij den oppertolk, Fiscaal, dan wel direct bij uw wel Edele Agtbaren zig vervoegde, als een Land verrader kunnen
English
103 312: 629 Maccasser could be caught, and, although innocent, be punished as such. I answered him, I cannot give you a definitive answer to that, but if I were assured that this prince meant it sincerely, and I spoke to him about it myself, perhaps yes. He then replied to me, you must try to persuade even more Europeans to rebel, and especially those who bear grievances against their masters; and, he says, Datoe Baringang is currently not here, yet you can speak about it with his son Daeng Manbani. However, for the aforementioned reason, I postponed it, in order first, as a faithful subject, to inform Your Right Honourable, our most esteemed general commander, of this, and to await the highest respective orders from the same, as to how the humble undersigned is to conduct himself in this matter. If it pleases Your Right Honourable to employ the humble undersigned in such a delicate matter, he will with the greatest joy in the world risk his life, to demonstrate, through the greatest readiness and sincerity, to be until death, /:was written beneath:/ Right Honourable Sir /:lower:/ Your Right Honourable's very humble and dutiful servant /:was signed:/ H:r P:s Sollow, /:in the margin:/ Macasser the 23rd of July 1779. To the Right Honourable Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honourable Sir! Having duly received here Your Right Honourable's highly esteemed letter of the 6th of June of last year, together with the accompanying annexes, and serving as a reply, I have the honour, as far as the state of affairs is known to me, to report briefly to Your Right Honourable: and firstly with respect to Bima, that I have sent to ask the king and the grandees of the realm how matters stand with the goods of Craeng Sappanang, which they said were still on the Mangarij; whereupon they have informed me that the emissary who was sent out long ago has not yet returned, and when he comes back, the king and the grandees of the realm intend through a special envoy to make the report thereof themselves to Your Right Honourable. While regarding the other realms such as Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat there is nothing to note, reporting here only concerning that of Sumbawa, that the late Commandant exhorted that prince by a letter to depart soon in person for Macasser, or else to send envoys on his behalf thither, also to have a sufficient quantity of Sappanwood brought into readiness for the upcoming year; however, to date no answer has been received. Furthermore, on the 13th of the past month, I sent an emissary with a letter to Sumbawa, and not only urged that prince again in the strongest terms to fulfill his duty, but also at the same time to inquire how matters might stand there, as a loose rumour is circulating here that the regent Nene Ranga and the king are living in discord, arising solely from the fact that the former absolutely wishes to depart for Macasser, and is said to have frankly declared to the king that he does not want to leave the Honourable Company, while the king, on the contrary, has forbidden him to depart or to meddle with the Honourable Company; how matters stand in this regard, I hope to learn upon the return of the emissary, and shall inform Your Right Honourable thereof at once. To the Kings of Balij and Salamparang I have sent Your Right Honourable's letter along with one of my own, wherein I thanked those princes in the most friendly manner for the sending of the women and two Christian children, as well as requested to send the seven pieces of cannon hither, if possible, with their own vessel, and also to be pleased to surrender here to the Honourable Company the female person Amma Lola, who resides at Salamparang in the village of Sambalong. 105. 313. 631 Under the escort of this vessel, there also sails over an emissary of the king of Bima named Baemie Monta, in order, according to custom, to announce the decease of the Honourable Commandant to Your Right Honourable. Herewith, having commended Your Right Honourable's precious person, together with the Company's weighty interests, to the safe protection of the Almighty, I have the honour to subscribe myself with all respect and high esteem. /:was written beneath:/ Right Honourable Sir. /:lower:/ Your Right Honourable's dutiful Servant, /:was signed:/ B:n Steijns. /:in the margin:/ Bima In the Company's fortress the 2nd of August Anno 1779. Translation, Malay letter written by the King of Bima Sulthan Abdul Hamed Moehamasa, and the grandees of the realm, to the Governor and Council. Compliments as customary. I hereby make known to you that I am sending my emissary Boemi Moenta and my interpreter to disclose to you our sorrow which we feel over the decease of the Commandant here, Alexander Lecerf, on Wednesday the 22nd of the month Jumadil Asier, since I now have no one here with whom I can confer concerning the well-being of the Honourable Company. Therefore, I, together with my grandees of the realm, have resolved to request of you and the Council in the most friendly manner to send another in his place as soon as possible, in order to attend to the affairs of the Honourable Company. We, all the grandees of the realm together, also request that we may please be exempted this year from delivering sappanwood, since we wish to present and marry off our king, intending to make it up again in the coming year. We also make known to you that there is a certain soldier here named Jacob, of very bad conduct, who the peace
Dutch transcription
103 312: 629 Maccasser kunnen gevat, en, hoewel onschuldig, als zodanig een gestraft worden:/ gaf hem ten antwoord, jk weet u daar op so niet te antwoorden, dog indien ik verzeekert was, dat dien vorst 't opregt meende, en ik hem zelve daar over sprak, misschien Ja, gaf hij mij daar op ten antwoord, u moet tragten, om nog meer Europeesen tot een opstand te persuadeeren en voor al zulke die ongenoegen op hun gebieders hebben, en, zegt hij, Datoe Baringang is thans niet hier, egter kan u, met zijn zoon Daeng Manbani daar over spreeken. Dog, om reeden voormeld stelde ik 't uijt om hier van eerst, als een getrouwe onderdaan aan uw wel Edele Achtbaren, onsen dierbaarsten algemenen gebieder, kennis te geeven, en hoogst derselver respective beveele af te wagten, hoedanig den ootmoe„ „digen teekenaar zig hier in te verhouden heeft. Jndien 't uw wel Edele Achtbaren behaagt, den needrigen teeke„ „naer, in zulke neetelige zaak te gelieven emploijeeren, zal hij met de grootste blijdschap vande waereld zijn leeren wagen, om door de grootste bereijdwillig- en opregtheid, betoonen, tot in der dood toe te zijn, /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare Heer /:lager:/ uw wel Edele Achtb=s seer ootmoedige en trouwschuldige dienaar /:was ge„ „teekend:/ H:r P=s Sollow, /:in margine:/ Macasser den 23.:' Julij 1779. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes. Wel Edelen Agtbaaren Heer! uw wel Edele Agtb: hoog g'Eerde letteren van den 6=e Junij J: L: benevens de daar bij verzellende bijlaagen alhier wel ontfangen zijnde, en in antwoord dienende heb ik de Eer zo veel mij den toestand van zaaken bekend is uwel Edele Agtb: kortelijk te melden, en Eerstelijk ten op„ „zigte van Bima, dat ik den koning en Rijksgrooten heb laa„ „te vragen hoedanig of met de goederen van Craeng Sappanang die e die zij gezigt hebben nog op de mangarij zoude zijn gesteld is, zo hebben zij mij laate weeten dat de zendeling die voor lang uijtgezonden is nog niet was gereverteerd, en wanneer die weederom komt wil den koning en Rijksgrooten door een Expresse gezant uwel Edele Agtb: daar van zelfs de opgave doen. Terwijl met opzigt tot de overige Rijken als Dompo, Tambora, san„ „gar en Pekat niets te noteeren vallende, meldende hier eenelijk om„ „trend die van Sumbawa, dat den overleeden Commandant dien vorst bij een brief heeft geadhorteerd om spoedig in perzoon na Macasser te vertrekken, dan wel gezanten zijnen't weegen derwaards te zenden, teffens om een genoegzaame quantiteijd Sappanhout voor de het aan„ „staande Jaar in gereedheijd te doen brengen, doch tot heeden is nog geen antwoord ontfangen voorts heb ik op den 13=e der gepasseerde maand een zendeling met een brief na sumbawa gezonden, en dien korst niet alleen weeder op het kragtigste aangespoord om aan zijn pligt te voldoen, maar teff„ „fens ook om te verneemen hoedanig of de zaaken aldaar mogte ge„ „steld zijn, dewijl alhier een losse gerugt loopt dat den Rijksbe„ „stierder Nene Ranga met den koning in onEenigheijd leeven, spruijtende alleenlijk door dien den eerstgenoemde absolut na Macasser willende vertrekken, daar bij rondelijk tegen den koning zoude verklaard hebben dat hij d' E: Comp=e niet verlaaten wil„ den koning in teegendeel: hem verbooden heeft van niet te ver„ „trekken of met d'E: Comp=e te bemoeijen, hoedanig of het hier meede gesteld is, hoope bij retour van den zendeling daar van te zullen verneemen, en uwel Edele Agtb: ten eersten ken„ „nisse van zal geeven. Aan de Koningen van Balij en Salamparang heb ik uwel Edele Agtb: brief nevens een van mijn toegezonden, daar bij die vorsten op het vriendelijkst bedankt voor de toezending van de vrouwen en twee Christen Kinderen, als meede verzogt om de seeven stukken kanons zo het geschiede kan met zijn eige vaarthuijg herwaards te zenden, mitsgaders om de vrouw-mensch Amma Lola, die te salamparang op de Negorij Sambalong woonagtig is 105. 313. 631 is alhier aan d' E: Comp= te willen overgeeven. Onder geleijde deeses vaart meede over een zendeling van bimas koning genaemt Baemie Monta, om volgens gewoonte het overlijden van den E. Commandant, uw wel Edele Agtbaare te komen bekent maaken. Hier meede heb ik d' Eer na uw wel Edele Agtb: dierbaare persoon nevens 's Comp„s swaarwigtige belangens in de veijlige protectie der alder„ „hoogsten aanbevoolen hebbende, mij met alle eerbied en hoog agting te onderschrijven. /:onderstond:/ wel Edelen Agtbaaren Heer. /:lager:/ uw wel Edele Agtb: trouwschuldige Dienaar, /:was geteekend:/ B„n Steijns. /: in margine:/ Bima Jn 'sComp„s vesting den 2:' Au„ „gustus Anno 1779. Translaat, Maleijdsche brief geschreeven door den Koning van Bima Sulthan Abdul Hamed Moehamasa, ende Rijks„ „grooten, aan den Heer Gouverneur en Raad. Complimente na gewoonte Ik maake u mits deesen bekend, dat ik mijnen sendeling Boemi Moen„ „ta en mijn tolk oversende om onse bekommering aan uw te openbaaren die wij gevoelen over 't overlijden vanden Commandant alhier Alexan„ „der Lecerf, op woensdag den 22=ste van de maand Jumadil Asier, wijl ik thans hier niemand heb, met wien ik mij over 't welweesen van d' E: Compagnie beraaden kan. Dierhalven heb ik met mijne Rijksgrooten beslooten, om aan uw nevens den Raad op 't vriendelijkste te versoeken, om hoe eerder hoe liever een ander in zijn plaats te zenden, om d' affaires van d: E. Comp=e te kunnen waar„ „neemen. Nog versoeken wij gesamentlijke Rijksgrooten, dat wij tog van dit Jaar van 't leeveren van sappanhout mogen be„ „vreijd zijn wijl wij onsen koning voorstellen en uijthuuwen wil„ „len, zullende in 't aanstaande Jaar het zelve weer zoeken in te brengen. Nog maaken wij uw bekend dat alhier een zeeker zoldaat genaamt Jacob is, van een seer slegt gedrag, die de ruste
English
disturbs the peace of the country, and frequently absents himself towards the mountains, as he also already did during the lifetime of the aforementioned Commander, him we have apprehended and handed over to the writer and the sergeant, in order to send him to you. It was subscribed: Written on Bima the 16th day of the month Rajab, in the year after the Hegira 1193, according to our reckoning the 1st of August 1779. To the Honorable Respected Sir Barend Reijke, Senior Merchant and Chief Administrator here. Honorable Respected Sir! Pursuant to your Honorable's esteemed order to provide a written report of what happened to my boys yesterday towards noon when returning from Maros, I have the honor to inform your Honorable of the following: that my three boys, arriving between Bankala and Bonto soengoe, perceived a native at the river of the latter-mentioned settlement, who, catching sight of them, began to shout; whereupon immediately one with a standard came out of the woods, followed by more than ten to twelve men, who thus addressed them: well, you come in the nick of time, we have been waiting for you for a long time! Whereupon mine answered: it is well, we are also expecting you. Whereupon those people took up a position and demanded that my boys surrender, but refusing to do so, two of those people fired upon my boys, which was answered by mine, seeing danger and violence, with three shots from the blunderbusses they had with them, by one of which the standard-bearer was struck in such a way that he remained lying dead, which also had the consequence that the rest took to running, and my boys gained possession of their standard and pennant and brought it to me. Wishing to continue their way thereafter, shortly thereafter they met a large white man hiding behind a tree, who began to shout, but my boys, becoming fearful that more might arrive upon that shouting, bolted with the horses and arrived here in Macasser towards four o'clock, after having left one boy lying at Zeero who, having eaten nothing in four days, could no longer sit on horseback from weakness. Herewith thinking to have complied with the highly esteemed order of your Honorable, I remain with the greatest high esteem, It was subscribed: Honorable Respected Sir, lower: your Honorable's completely obedient servant, was signed: A.n M.ts Tuhrer, in the margin: Macasser the 10th of August 1779. Translation of a Bugis letter, written by the Adaloeang of Sideenring to the Lord Governor. Compliments as customary! I make known to your Honor that I have received your Honor's letter, and have spoken personally with Aroe Baranti hereupon, who gave me as answer: we are obliged to follow such instructions, even if it were only for the sake of the Lord Governor, let alone the Honorable Company. Also, by virtue of the good trust that your Honor has in me, I have inquired and looked around in the whole land of Wadje, but found nothing that might have any semblance of war or enmity. However, I have something to share with your Honor, though only as a mere rumor, namely that a letter is said to have been sent from the people of Goa to Wadje, in which it was mentioned that the Wadjorese should proceed to Pannakoekan and await the English there, and as soon as they should have arrived, they would then also come to them. To which, however, no answer had yet been given by Wadjo, for the reason that they were in doubt about this with their chief, as he had learned of the commission that your Honor has entrusted to me. Furthermore, I request that if there is anything for the service of your Honor, merely to charge Intje Sadulla with it, who can then command my people whom I have left on Thaing, as I myself am not present, but am here on your Honor's orders. Further, my humble request is that your Honor please not give ear to malicious tongues with regard to me, but please judge me by word and conduct. Lastly, I report as reliable intelligence that an envoy of Ian di patuhan, probably the prince of Slangehoor, has been dispatched to the three allies, namely Bonij, Soping, and Wadjo, with a message that if these three were willing to conspire together with him, they would then have nothing to fear, since in that case he intended to exterminate all Europeans. Yet in my opinion, the first two will not consent thereto, though for the latter I cannot vouch; however, as for me, if it should come that far, I shall sacrifice my body and life in the service of the Honorable Company. It was subscribed: Written in Sedenring, the 9th day of the month Rajab, or the 29th of July Anno 1779: To the Datoe of Tedeenring. After customary greetings! Furthermore, I make known that I safely received your pleasant letter during my recent presence at Maros, and have seen therefrom with much pleasure that affairs in Wadjo are in very good condition and nothing is heard there that resembles war; which, for the sake of the Wadjorese themselves, is gratifying to me, who can never find advantage in war, since trade there
Dutch transcription
ruste van 't land verstoort, en dikwijls na 't gebergte toe absenteerd, gelijk hij ook al bij de leevenstijd van voorm: Commandant gedaan heeft dien hebben wij opgevat en in handen van den schrijver en den sergeant overgegeven, om hem aan uw te zenden. /:onderstond:/ Geschreeven op Bima den 16=e dag van de maand Radjab, in 't Jaar nade Haegira 1193. na onse tijdreekening den 1=e Augustus 1779. Aan den wel Edelen Agtbaare Heer Barend Reijke, Opperkoopman en Hoofd administrateur alhier. Wel Edele Agtbaare Heer! Op uwel Edele Agtbares g'Eerde ordre, om van het gisteren tegens de middag aan mijn van Maros terug koomende Jongens overgekome„ van schriftelijk berigt te dienen, zo geeve ik mij d' Eere uwel Edele Agtbare van 't volgende te kennen te geeven, dat mijne drie Jongens tus„ „schen Bankala en Bonto soengoe komende zij aan 't rivier van laast gemelde negorij een Jnlander ontwaarden, die haar in gezigt krijgende, begon te schreuwen; waar op aanstonds een met een vaendel uijt de bosch kwam, gevolgt van meer als thien â twaalf man, die haar dus aanspraak: wel gij komt wel van pas, wij hebben al lang op u lieden gewagt! waar op de mijne antwoorden: 't is goed, wij verwagten u ook. waar op dat volk zig in posituur stelde, en mijn Jongens vergden, zig over te geven, maar zulks weijgerende, gaven twee van dat volk op mijne Jon„ „gens vuur, 't welke door de mijne /:gevaar en geweld ziende.:/ met drie schooten uijt bij zig hebbende donderbussen beant„ „woord is, door welk eene de vaendrig zoo geraakt wierd, dat hij dood bleef leggen, 't welk ook van 't gevolg was, dat de rest aan 107. 314. 633 aan 't loopen ging, en mijn Jongens haar vaendel in wimpel magtig wierden en bij mij bragten haar weg na dato willende vervolgen; ont„ „moeten ze kort na dato een groot blank man, agter een boom zig verschuijlende, die begen te schreuwen, dog mijn Jongens daar op be„ „vreest wordende, dat 'er op dat geroep meer mogten bij komen, gingen zij met de paarden deur, en kwamen tegens vier uuren hier op macas„ „ser, na een Jonge, die in vier dagen niets gegeeten hebbende, voor swakheijt niet langer konde te paart zitten, op zeero te hebben laten leggen. hier meede aan de hoog g'Eerde ordre van uwel Edele Agt„ „baare denkende te hebben voldaan, ben ik met de grootste hoog agting /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwel Edele Agtbarens gantsch gehoorsaame dienaar /:was geteekend:/ A=n M:ts Tuhrer, /:in margine:/ Macasser den 10=e Augustus 1779. Translaat Boegineese Brief, geschreeven door den Adaloeang van Si„ „deenring, aan den Heer Gouverneur Complimente na gewoonte! Jk maak uw Edele bekend als dat ik uw Edele brief ontfangen heb, en hier op met Aroe Baranti perzoonelijk gesprooken, die mij ten antwoord gaf, wij zijn verpligt, om zodanigen onderrigting op „ te volgen, al was het ook maar, om de Heer gouverneurs wille laat staan dan van d'E: Compagnie ook heb ik uijt hoofde van het goed vertrouwen, dat uw Edele op mij heeft, in het geheele land van wadje, omgehoort en gezien, maar niets aangetroffen, dat eenig scheijn na Oorlog of vijandschap hebben mogte. Egter heb ik uw Edele iets, edoch maar als een bloot gerugt meede te deelen, namentlijk dat 'er een brief van 't volk van Goa aan wadje zoude gezonden zijn, waarin vermeld waare, dat de wadjoreesen sig na Pannakoekan begeeven, en aldaar de Engelschen afwagten, en so dra die aangekoomen zouden zijn, zij als dan ook bij hun lieden teur „lieden zouden komen. Dog waar op nog geen antwoord van wadjo was gegeeven; om reeden ze met hun opperhoofd hier over in twijffel stonden, wijl denselven de Commissie, die uw Edele mij heeft opge„ „dragen hadde vernomen. voorts verzoeke ik, dat indien 'er, iets ten dienste van uw Edele is, het zelve maar aan Jntje Sadulla te belasten, die als dan mijn volk kan Commandeeren, dat ik op Thaing gelaaten heb; wijl ik zelfs niet present, maar op uw Edele ordres hier ben Nog is mijn ootmoedig versoek, dat uw tog geen quade tongen; ten aanzien van mij, gelieft gehoor te geeven, maar mij na mond. en gedoente te willen b'oordeelen. voor 't laaste melde ik, voor een vaste narigt dat een sendeling van J.an di patuhan /:denkelijk de vorst van slangehoor:/ aan de drie g'allieerde /:als Bonij, soping en wadjo:/ gedepecheert is, met een boodschap, dat indien deeze drie met hem te zamen spannen wilden, zij als dan niets hoefden te vreesen, vermits hij in dat geval alle Europeanen wilde verdelgen. dog na mijn gedagten, zullen de twee eersten daar in niet consenteeren, dog voor de laaste kan ik niet instaan edoch wat mij belangt, so zal ik, indien het se verre mogte komen, mijn lijf en leeven ten dienste van d' E: Comp„e op offeren. /:onderstond:/ geschreeven in sedenring, den 9=e dag van de maand Rajab, of den 29=' Julij A„o 1779: Wijders maake ik bekend dat ik uwen aangenamen brief, bij mijn Jongste aanweesen op Maros, wel ontfangen, en daar uijt met veel genoegen gezien hebbe dat de zaken in wadjo zeer wel gesteld zijn en aldaar niets vernomen word dat naar Oorlog gelijkt; het geen mij, om de wille der wadjoreesen, zelfs, lief is, die nimmer voordeel bij den oorlog vinden kunnen, vermits den handel Aan den Datoe van Tedeenring. Na gewoone begroetingen! daar
English
109 635 315. is obstructed thereby, from which they must chiefly subsist, for which reason I also cannot expect, nay have even never believed, that they would engage with others to act against the Company, and least of all with the Macassar Rebels, who, having now been brought to the utmost misery, will ruin themselves forever if they do not soon accept the mercy that has been offered to them, the more so as they can never conceive any foolish hope in the English, because of the close friendship that exists between them and the Dutch and which will likely never be broken, besides which, should such a thing happen, they would find far too much work in supporting defeated Rebels and enemies of the Company, in a place where there is nothing to be had or gained to wage war. That Ian di Patuhan is said to have sent an emissary to the three allied Kingdoms of Bonij, Soping, and Wadjo with a message that, if they would join forces with him, he would then exterminate all Europeans, I must believe on your assurance, but that the said Kingdoms would accept that proposal is not to be thought of at all, apart from the fact that I am as little afraid of it as of all further commotions of others; holding myself assured that they can accomplish just as little against the Company. I nevertheless express to you my friendly thanks, both for the communication of that and the other reports, and especially also for the trouble taken in going in person to Wadjo to speak with Arou Brantie, as well as for the offered assistance of men, which I did not need in the interior, since everything having been equally quiet and at rest everywhere, it ended peacefully. Meanwhile, I offer my services in return whenever I might do you some pleasure, with the sincere declaration that, holding myself fully assured of your loyalty to the Company and your good heart toward me, I shall ever seek to give proof how much I consider myself beholden to you. Below stood: Written at Macasser in Castle Rotterdam, 11 September 1779. The Governor and Director of this Celebes, Paulus Godofredus van der Voort, together with the Council at Castle Rotterdam, to all who shall see this or hear it read: greeting, make known. Whereas the Macassars, through their treacherous rebellion against the Company, have brought themselves into the utmost state of misery and have even had to abandon the principal part of their Kingdom and Lands; whereby the Trojeners, or Badjo Lauwts, who were formerly subjugated under them, having become dispersed and scattered everywhere, no longer have any certain dwelling place hereabouts, but are compelled everywhere to wander with wife and Children; so it is that the said Company, moved with compassion for them, the Governor and Director together with the Council aforementioned, have resolved to invite all of them, as they are hereby invited, to place themselves under the protection of the Company, with the promise not only that they shall be exempt from all burdens, the toll on imported and exported wares excepted, which must be paid only according to equity, but also that one or more of the most conveniently situated Islands shall be granted to them to build houses or huts there, according to their custom and pleasure, and that they shall be protected and maintained against all molestations or robberies, and furthermore also enjoy protection and all help and assistance at the subordinate settlements of Bima, Boelecomba, Bonthijn, and Saleijer. Given at Macasser in Castle Rotterdam under the ordinary Seal of the General Netherlands East India Company 111. 637 3/16. Samarang Company, this 15 September 1779. Below stood: By order of the Honorable Governor Paulus Godofredus van der Voort, together with the Council. Was signed: G. Bremer, sworn secretary. To the Right Honorable Johannes Robbert van der Burgh, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director there. Right Honorable Sir and friend. Having had the honor to receive in duplicate your Right Honorable's much esteemed letter of 17 August last, with the enclosed Extract from the letter of Their High Mightinesses, I must not fail to serve you in reverent reply that, although neither the Madurese nor the Sumenepers who are here have shown any desire, much less made any request to me to return home, I nevertheless, because the state of affairs has remarkably changed for the better, had already resolved in my own mind to send some back successively, so that a Company of the Madurese, who make up the largest number, have already departed with the burghers Routjen and Brouwer, 130 head strong, of which I could not inform your Right Honorable earlier, because at that time I was in the interior and indeed at the furthest remote place, but now it is my intention to have them followed by some others if possible, all of whom your Right Honorable, by virtue of what has been said, will well be able to understand do not need to be replaced by others, although it is to be wished that if in the course of time some of those warriors should be needed again, they will be obtainable. Concerning
Dutch transcription
109 635 315. daar door gestremd werd van dewelke zij voornamentlijk moeten bestaan, om welke reden ik dan ook niet verwagten kan Ja zelfs nooijt ge„ „looft hebbe dat zij zig met anderen zouden engageeren om tegen de Comp=e te ageeren, en aller minst met de macassaarse Rebellen, die thans tot de uijterste elende gebragt zijnde, zig zelven voor al„ „toos zullen bederven, wanneer zij de genade die haar aangeboden is, niet spoedig komen aan te neemen, te meer zij nimmer d waser hoop kunnen scheppen dan op d' Engelschen, vermits de naauwe vriendschap die 'er tusschen hen en de Hollanders subsisteert en die denkelijk nimmer sal worden verbroken, behalven dat zulks al eens gebeurende, zij vrij wat te veel werk zouden vinden, om overwonne Rebellen en vijanden vande Compagnie te ondersteu„ „nen, op een plaats daar niets te halen nog te krijgen is, om oorlog te vervoeren. Dat Ian di Patuhan een sendeling zoude hebben gezonden aan de drie g'allieerde Rijken Bonij, soping en wadjo met een bood„ „schap, dat, ingeval zij met hem wilden te samen spannen, hij als dan alle Europeesen wilde verdelgen diene ik op uwe verzeeke„ „ring te geloven, maar dat gemelde Rijken dien voorslag zou„ „den accepteeren is geensints te denken, buijten dat ik 'er zo min voor bevreest ben als voor alle verdere woelingen van an„ „deren; mij verzeekert houdende dat z' even weijnig tegen de Compagnie kunnen uijtvoeren. Jk betuijge uwe nog thans zo wel voor de meede deeling van dat als d' andere berigten vrien„ „delijk dank en insonderheijd ook voor de genomene moeijte van zelfs na wadjo te zijn gegaan om met Arou Brantie te spreeken, mitsgaders voorts ook voor de aangebodene assisten„ „tie van volk, die ik in de verthiening niet hebbe nodig gehad, ƒ vermits het over al even stil en in ruste geweest zijnde, deselve vre„ „dig afgelopen is. ondertusschen biede ik reciproque mijn dienst aan wanneer ik uwe in het een of ander plaij sier mogte kunnen doen, met op„ „regte betuijging dat ik mij volkomen op uwe trouwe tot de Com„ 6 „pagnie en goed harte te mijwaarts verzeekert houdende, steeds blijken. blijken zal tragten te geven, hoe zeer ik mij aan uw gehouden agte. /:onderstond:/ Geschreeven te Macasser in 't Casteel Rot; „terdam den 11=e September 1779. Den Gouverneur en Directeur deser Celebes Paulus Godofredus van der voort, nevens den Raad ten Casteele Rotterdam, allen den geene die desen zullen zien ofte hooren leesen; salut doen te weeten. Aangezien de Macassaaren, door hun verradelijken opstand tegen de Compagnie; zig zelven en d' uijterste staat van elende gebragt en zelfs het voornaamste gedeelte van hun Rijk en Landen hebben moeten verlaeten; waar door de Trojeners, of Badjo Lauwts, die bevorens onder haar zijn gesubjungeert geweest, over al ver„ „strooijt en verspreijde geraakt zijnde geene zeekere verblijf plaats, hier omstreeks meerder hebben, maar over al genoodsaakt zijn; met vrouw en Kinderen, om te swerven; zo is het, dat de gemelde Compagnie met meede lijden over deselve aangedaan, den Gouverneur en Directeur nevens den Raad voormeld, besloten hebben alle deselve te nodigen, gelijk zij genodigt worden bij dee„ „sen, om zig onder de bescherming van de Compagnie te begee„ „ven, met belofte niet alleen dat zij zullen bevrijd weesen van alle lasten /:de tholl van in en uijtgevoerd wordende waaren uijtgezondert, die niet dan na billijkheijt zullen moeten wor„ „den betaalt :/ maar ook dat hun een of meer van de bestgelegenste Eij„ „landen zullen worden afgestaan om 'er huijsen of hutten, na hun gewoonte en genoegen, te bouwen mitsgaders dat zij tegen alle over„ „last of roverijen zullen worden beschermt en gemaintineert en voorts ook op de onderhoorige Comptoiren Bima, Boelecomba Bonthijn en Saleijer almeede protectie en alle hulpe en bij „stand genieten. Gegeven te Macasser in 't Casteel Rotterdam onder het ge„ „woon Zegel van de Generaale Nederlandsche oostIndische Compagnie 111. 637 3/16. Samarang Compagnie desen 15=e September 1779. /:onderstond:/ Ter ordonnantie van den wel Edelen Achtbaren Heer Gouverneur Paulus Godo„ „fredus van der voort nevens Den Raad /:was geteekend:/ G=l Bremer p=l secret=s. Aan den Wel Edele Gestrenge Heer Johannes Robbert van der Burgh, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Directeur aldaar Wel Edele Gestrenge Heer en vriend. D' Eere gehad hebbende in duplo t' ontvangen uw wel Edele gestr: veel g'achte van den 17=e Augustus passato, met het daar bij ingeslo„ „ten geweest zijnde Extract uijt den brief Hunner Hoog Edelhedens, zo mag ik niet af daar op in reverent antwoord te dienen, dat' schoon nog de Madureelen nog de sumanappers, die zig hier bevinden, eenig verlangen getoond veel min aansoek bij mij gedaan hebben om naar huijs te keeren, ik nog thans, mits de merkelijk ƒ ten goeden veranderde Constitutie der zaken reets bij mij zelven be„ „sloten hadden om er successive eenige te rug te zenden, invoegen 'er ook al een Compagnie van de madureesen, die het grootste getal uijtmaken, met de burgers Routjen en Brouwer zijn vertrocken, sterk 130. koppen, waar van ik uw wel Edele gestr: niet vroeger hebbe kunnen informeeren, vermits ik mij te dier tijd in de vertiening en wel op de verre afgelegentste plaats be„ „vond dan thans in dat mijne intentie is om deselve des mogelijk nog van eenige anderen te doen volgen, alle dewelke uw wel Edele gestr: uijt hoofde van het gezegde, wel zal kunnen apprehen„ „deeren dat niet door anderen behoeven te worden gesuppleert, schoon het wel te wenschen zij dat men in het vervolg van tijd weeder eenige van die krijgers benodigt hebbende deselve te bekomen zullen weesen. Nopens 19 gen
English
Maccasser Regarding the state of affairs itself, I can inform your Right Honorable Sir that some hope begins to appear that the remaining rebels will indeed come around. At least some have already made known their inclination to do so to various chiefs across the Company's districts, adding nevertheless how the Bone people try to divert them from it, which deserves all the more credence when one considers how they would gladly fish in troubled waters even longer, and at the same time commit all kinds of violence against us, under the impression that, while our hands are still full, we dare not resist them; of the contrary of which I certainly wish I might once convince them. And for which a fairer time and opportunity could never occur than the present, yet against which the sorrowful circumstance in which the Company suffers with respect to the very general as well as great shortage of men presents a considerable obstacle, since, if the Javanese auxiliary troops must all be sent back again, one would run the risk through the weakness of our garrison of losing more thereby than one had gained; which makes me think that Their High Mightinesses will also be deterred from giving me authorization to take reprisals for many unheard-of, insolent acts, already committed and still continually being committed by some princes and other grandees, and which I fear will go further if one continues to look upon the same with indulgence any longer. I have the honor, with all distinguished high esteem, to call myself respectfully, [it was written below:] Right Honorable rigorous Sir and friend, [lower down:] your Right Honorable rigorous humble servant and friend [was signed:] P. J. van der voort, [in the margin:] Macasser in Castle Rotterdam, the first of October 1779. To the Right Honorable Sir Paulus Godofredus van der voort, Governor and Director of the Coast of Celebes. 113. 639 3/317. This serves to communicate to your Right Honorable that the envoy whom I sent to Sumbawa with a letter to the King has returned again, bringing along a letter from that monarch, which accompanies this; from which your Right Honorable will see that the First Minister of State, Neene Ranga, in the King's place, will definitively depart for Macasser in this eastern monsoon or in mid-October, and that sappanwood will be provided for the coming year. Furthermore, the said envoy reported that regarding the disagreements mentioned in my previous letter that occurred between the King and the said State Grandee, he was not able to find out precisely what the essential cause of their dispute arose from, having only heard that the King had some of the subjects of Neene Ranga abducted in order to pay his debts therewith, but that those people resisted, whereby several of the King's men lost their lives, and now the King has been reconciled again with Nene Ranga, and also that the aforementioned Nene Ranga is actually making preparations to depart thither. Further, the King of Dompo has let me know that since he had learned that envoys from Sumbawa will depart for Macasser, he on that account, in accordance with the desire and agreement with the deceased Commander, sends an envoy with a letter to your Right Honorable to state his claim against the Sumbawanese, consisting of one hundred and fifty heads of Dompo subjects, and some vessels, which the Sumbawanese supposedly abducted or took along during the surprise attack on the villages of Kempo and Kawanko; to that end the said envoy named Intje Mamma sails over with this. Lastly, I communicate to your Right Honorable that nothing has occurred here. Wherewith having the honor to subscribe myself with all submission, [it was written below:] Right Honorable Sir! Right Honorable Sir, [lower down:] your Right Honorable's very obedient servant [was signed:] B. Steijns, [in the margin:] Bima in the Company's fortress, the 30th of September Anno 1779. Translation of a Malay letter written by Paduka Siri Sultan Abdul Rahman, King of Dompa, and his State Grandees, to the Right Honorable Lord Governor and Council here. Compliments as customary. The reasons why we have not sent any letter to your Right Honorable in so long a time are because we were aware that the Honorable Company was very busy on account of the war; but since we have learned that the same has ended with a fortunate result, we do not wish to refrain from sending these humble letters to your Right Honorable, principally because the King of Sumbawa is due to depart thither in the next few days; therefore we very humbly request your Right Honorable to settle our disputes with the same. For they have devastated our land and abducted and plundered our subjects, of which we already gave notice at that time to the Commander here, who then also sent an envoy to their people to make them turn back with orders that if they had anything against us, they should appear in order that the matters could be investigated and concluded in an orderly meeting. On their return march from our land they burned some villages and took away one hundred and ninety-five of our subjects, alongside four vessels, among which was a State vessel. Furthermore, we most humbly request that you will kindly excuse our envoys named Boemi Sari Ginga and Boemi Parisedea if they might, out of ignorance in their commission,
Dutch transcription
Maccasser Nopens de gesteldheijt der zaken zelve kan ik uw wel Edele gestr: bedeelen hoe zig eenige hoope begint op te doen dat de nog overge„ „blevene Rebellen wel zullen bij komen. ten minsten hebben sommigen daar toe hunner inclinatie bereets aan deese en geene hoofden over 's Comp„s districten doen te kennen geven, met bij„ „voeging nog thans hoe de Boniers hun daar van tragte den te diverteeren, Het geen te meerder geloof verdient als men considereert hoe deese gaarne nog langer in het troubel water 761 zouden willen visschen en om teffens ten onsen opsigte verder allerlij geweld te pleegen, in het denkbeeld dat wij de handen nog vol hebbende ons daar tegen niet durven verzetten, van welker tegendeel ik wel wenschte hun eens te mogen overtuij„ „gen. en waar toe nimmer een schoner tijd en gelegentheijt kan voorkomen als de tegenwoordige, dog waar tegen de droevige omstandigheijt in welke de Maatschappij ten aansien van het zo algemeene als groot gebrek aan volk verzeert een mer„ „kelijke hinderpaal oplevert, vermits men, wanneer de Javaanse hulp troupen alle weder moeten worden terug gezonden, door de swakheijt van ons guarnisoen gevaar zoude lopen om 'er meer meede te verliesen als men gewonnen had; het geen mij doet denken dat Haar Hoog Edelhedens ook zal wederhouden mij qualificatie te geven tot het neemen van represaille over veele ongehoorde bru„ „tale bedrijven, door sommige princen en andere groten reets gepleegd en nog telkens gepleegd wordende, en die ik vreese dat verder zullen gaan als men het selve nog langer met goede ogen blijft aansien. Jk hebbe d' eere mij met alle gedistingueerde hoog agting reveren„ „telijk te noemen, /:onderstond:/ wel Edele gestrenge Heer en vriend, /:lager:/ uw wel Edele gestrenge ootmoedige dienaar en vriend /:was geteekend:/ P=rs I: van der voort, /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den eersten october 1779. Aan den wel Edelen Achtbaaren Heer Paulus Godofredus van der voort, Gouverneur en directeur ter Custe Celeber Wel 113. 639 3/317. Deese dient om uwel Edele Agtbaare te Communiceeren, dat de sende„ „ling dien ik na Sumbawa met een brief aan den Koning heb ge„ „zonden weeder gereverteert is, meede brengende een brief van dien vorst, het welk bij deesen verzellende; waar uijt uwel Edele Agtbaare zal Consteeren dat den eersten Rijksbestierder Neene Ranga in der koningsplaats voor vast in deese oostmoussen of in medie october na Macasser zal vertrekken, en dat 'er Sappanhout voor het aan„ „staande Jaar zal bezorgt worden. voorts heeft gem: sendeling gerapporteerd dat omtrend de onEenig„ „heeden in mijn voorige brief gemeld tusschen den koning en gemelde Rijksgroot voorgevallen is, hij deselve niet regt heeft kunne te weeten krijgen, wat of de weesentlijke oorzaak van haaren twist ontstaan heeft alleenlijk gehoord dat den koning eenige der onder„ „daanen van Neene Ranga heeft laate rooven om zijn schulden daar meede te willen betaalen, dog dat die luijden zig te weer gesteld hadden, waar door verscheijdene van 's konings volk om het lee„ „ven zijn geraakt, en thans is den koning met Nene Ranga weeder verEenigd geworden, als meede dat meermelde Nene Ranga werkelijk klaarigheijd maaken om Costij waards te vertrekken. 6 wijders heeft den Koning van Dompo mij laate weeten dat vermits hij vernoomen hadde dat 'er gezanten van Sumbawa na macasser zal vertrekken, hij uijt dien hoofde volgens begeerte en afspraak met den overleeden Commandant een zendeling met een brief aan uwel Edele Agtbaare overzend om zijn pretentie tegens de sumbawareesen op te geeven, bestaande in hondert en vijftig koppen dompos onderdaanen, en eenige vaarthuijgen, die de sumbawareesen bij de overrompeling van de Negorij Kempo en Kawanko, zoude geroofd of meede genoomen hebben, ten dien eijnde vaart gem: sendeling genaamt Jntje Mamma bij deesen over. Laastelijk Communiceere uwel Edele Agtb: dat alhier niets voor, „gevallen is. . waar meede de Eer hebbende mij met alle onderdaa„ „nigheijd te onderschrijven, /:onderstond:/ wel Edelen Agtbaren Wel Edelen Agtbaaren Heer! Heer Heer. /:lager:/ uw wel Edelen Agtb„s zeer gehoorsaame dienaar /:was geteekend:/ B=n Steijns, /:in margine:/ Bima Jn 's Comp„s vesting den 30=e September Anno 1779. Translaat Maleijdsche brief geschree„ „ven door Padoeca Sierie Sulthan Abdul Rahma Koning van Dompa en desselfs Rijksgrooten, aan den wel Edele Acht„ „baare Heer Gouverneur en Raad alhier Complimente na gewoonte. De reedenen waarom wij in so langen tijd geen missive aan uw wel Edele Achtb: hebben laaten afgaan zijn, wijl wij bewust waaren dat d'E: Compagnie veel beesigheeden had weegens den oorlog; dan aangesien wij vernoomen hebben dat denselven met een gelukkig gevolg g'Eijndigt is zo willen wij niet afzijn deese onderdaanige letteren aan uw wel Edele Achtb: af te senden principalijk om dat den koning van Sumbawa eerst daags na Costij staat te vertrecken, dierhalven verzoeken wij uw wel Edele Achtb: seer ootmoedig, om onse geschillen met den zelven te ver„ „Effenen. want zij hebben ons land verwoest en onse onderdaa„ „nen gerooft en geplundert, waar van wij ter dier tijd aan den Commandant alhier reets hebben kennisse gegeeven die dan ook een sendeling na haar lieden gesonden heeft om hun te rug te doen keeren met bevel, dat indien sij iets tegen ons hadden, so souden sij opkoomen ten einde de zaken in een ordentelijke verga„ „dering onderzogt en afgemaakt konden werden. Bij hun terug marsch ons land hebben se eenige negorijen verbrand en een hondert vijf en „neegentig van onse onderdaanen, nevens vier vaarthuijgen waar onder een Rijksvaarthuijgen weg genoomen Nog verzoeken wij needrigst om onse sendelingen in naame Boemie Sari Ginga en Boemi Parisedea ten goede te willen houden, indien se in hun Commissie iets uijt onnoselheijd mogten
English
115 318 641 might provide and support the same with counsel and deed. was written below: written in Dempo on the 1st day of the fasting month 1193. Instruction for the Merchant Claas Kraane and Junior Merchant Mr. Simon Monsieur, departing on a mission to the Court of Bonij. On the occasion that you are commissioned to present the customary Pouassa gift to the King and Grandees of Bonij, you are ordered, under a fitting compliment of excuse for being simultaneously charged with another message, although otherwise contrary to custom, to inform His Highness that, having been informed among other rumors to which I believed I should pay no heed, that my statement made to the Grandees who were recently with me—namely, that regarding the desired toll exemption for the goods that were to be sent with the transport vessels of the envoys, I would expect no further messages nor receive the said Grandees again—had been reported to His Highness as if I had declared that I would no longer speak or confer with the Grandees on any matters whatsoever, and would therefore also not await them anymore; I have for that reason deemed it serviceable to inform His Highness of the erroneous reporting of these words of mine, and that they had reference solely and exclusively to the aforementioned questionable matter; because it did not suit me to be troubled with a request in which I neither could nor was allowed to acquiesce, as being squarely contrary to all reasonableness and equity, as well as against the laws of friendship and alliance subsisting between the Company and Bonij, since it cannot be reconciled with this that one party should seek the other's detriment in a matter such as that of toll, and indeed in such a considerable quantity as I, for many reasons, firmly assume it would have amounted to; without it being possible to counter this with the pretext that this would be an old custom, the contrary of which openly appears from various notes of former times, or, insofar as the export of goods without payment may have occurred, it must be attributed solely to indulgences to which no one was obliged, and which one cannot demand me to employ as well, because I have bound myself by oath to promote the Company's interests and its rights and privileges to the utmost of my ability. That I have judged it necessary to present all this to His Highness, not only to prevent all misunderstanding, but also especially that His Highness, on the foundation of the incorrect report made regarding my statement to the Grandees—whether this is to be imputed to a misunderstanding or to other causes, which I should rather believe—might not perhaps take any step that could result in a general estrangement between the Company and Bonij; notwithstanding that on the part of the Honorable Company not the least reason of any kind has ever been given for this, as has indeed been the case on the part of Bonij in its regard, as a multitude of examples of this could be adduced, which at the same time show how many of the gentlemen of Bonij openly seem to strive to break the friendship entirely, or at least to cause detriment to the Company in every respect, however much the Honorable Company constantly watches over the welfare of the Empire no less than its own, in such a way that this can be demonstrated with documents in more than one case during my presence, and can be as little entirely unknown to them as to His Highness himself, how in every respect I seek to promote the well-being of his person and that of his family no less, of which I assure him once more by this in the most earnest manner, and that I wished nothing more than to have more opportunity to meet with him
Dutch transcription
115 318 641 mogten verzien en dezelve met Raad en daad te ondersteunen. /:onderstond:/ geschreeven in Dempo op den 1=e dag van de vasten maand 1193. Ter gelegentheijd dat uE: gecommitteerd zijn tot de aanbieding van het gewoone Pouassa geschenk aan den koning en Rijks„ „grooten van Bonij; worden uE: gelast, onder een gepast Compli„ „ment van verschooning van ook teffens, schoon andersints niet over een komstig met het gebruijk, met een andere bood„ „schap te zijn belast; aan zijn Hoogheijd te kennen te geeven, hoe ik, onder andere gerugten, waar aan ik vermeend hebbe mij niet te moeten kreunen, g'informeerd zijnde, dat mijn gezegde, aan de Rijksgrooten, die laatst bij mij zijn geweest, dat ik nopens de begeerde vrijheijd van Thol van de goederen die met de transport vaartuijgen der gezanten stonden verzonden te worden, geen boodschappen meer verwagten nog de gemelde grooten andermaal ontfangen zoude; in diervoegen aan zijn Hoogheijd zoude weesen gebragt, als of ik ver„ „klaard hadde met de Rijksgrooten, in het geheel, over geene zae„ „ken meerder te willen spreeken of te confereeren en hun over zulks ook niet meer te zullen afwagten; ik uijt dien hoofde hebbe dien„ „stig g'acht zijn Hoogheijd van de verkeerde overbrenging deezer mijner gezegdens te verwittigen; en dat die enkel en alleen be„ „trecking hebben gehad tot de gemelde questieuse zaak; om dat het mij niet convenieerde lastig gevallen te worden met een versoek in het welke ik niet hebbe kunnen nog mogen bewilligen als vierkant strijdende tegen alle redelijkheijd en billijkheijd, zo wel als tegen de wetten van vriend en bondgenootschap tusschen de Comp=e en Bonij subsisteerende, vermits daar meede niet be„ „slaan kan dat den eene des anderen schade zoude zoeken in een stuk als dat van Thol en wel in eene zo merkelijke hoe Instructie voor den Koopman. Claas Kraane, en onderkoopman M=r Simon Monsieur, vertreckende in Commissie naar het Hof van Bonij. veelheijd veelheijd als ik om veele redenen vast stelle dat die zoude bedraegen hebben; zonder dat hier tegen kan worden ingebragt het voorgeeven dat zulks een oud gebruijk zoude weezen, als welker teegendeel uijt verscheijde aan teekeningen van voorige tijden, opentlijk komt te blijken, of voor zo verre d' uijtvoer van goederen zonder betaeling al geschied zij, enkel aan toegeeventheden moeten worden toegeschree„ „ven, tot welke niemand verpligt was en die men mij niet kan ver„ „gen ook te gebruijken, ter zaeke ik mij door eede verbonden hebbe om 's Comp=s belangen en haare regten en privilegien naar uijter„ „ste vermogen voor te slaan. Dat ik dit een en ander aan zijn Hoogheijd g'oordeeld hebbe te moeten doen voorhouden; ten einde niet alleen alle mis verstand maar ook wel in 't bijsonder te prevenieeren, dat zijn Hoogheijd, op fundament van het gedaene abusive rapport wegens mijn gezegde aan de Rijksgrooten; het zij zulks aan een verkeerd verstaan dan wel aan andere oorsaeken te imputeeren zij, dat ik voor 't naaste zou„ „de dienen te gelooven, zomwijlen geene stap mogte komen te doen, die een generaele verwijdering tusschen de Compagnie en Bonij ten gevolge zoude kunnen hebben; niet tegenstaande daar toe van de zijde van Haar Edele nog nimmer eenige de minste redenen, hoe ook genaemd, gegeeven zijn, gelijk wel aan de kant van Bonij ten haeren opzigte, zo als daar van een meenigte staaltjes zou„ „den kunnen worden bij gebragt, die teffens aantoonen, hoe veelen van de Heeren Boniers opentlijk schijnen toe te leggen om de vriendschap geheel te verbreeken; immers de Comp=e in allen op zigte afbreuk te doen; hoe zeer haar Edele steeds voor den welstand van het Rijk niet minder dan dat van haar eigen komt te waaken; invoegen zulks in meer dan een geval geduurende mijn aanwee„ „sen met de stucken kan worden getoond en hun ook zo min ge„ „heel onbekend kan weesen als aan zijn Hoogheijd zelfs hoe ik in allen opzigte het wel zijn van zijn persoon en dat van zijn famille niet minder zoeke te betragten, waar van ik hem nog„ „maals bij deezen op het ernstigste baat verzeekeren. en dat ik niets liever wenschte dan wat meerder geleegentheijd te hebben om met hem
English
417. 643 319. to speak with him about matters in person himself, just as his ancestors did with the previous Governors, in order to convince him more and more of my sincere goodwill, as the principal means to make the existing friendship firmer, and to thwart the designs of ill-intentioned persons who, seeking their own interest in stirring up disputes, and caring neither for the welfare of the realm nor for that of his person, at the same time try to blind his eyes to taking both into such consideration that the same might not fall into complete ruin. Your Honors may present all this to the better and, upon request being made for it, promise a copy of this; under the condition, however, that one shall adhere to the Dutch text; in order not to give rise, through an erroneous translation either into Buginese or into Makassarese, to misunderstandings, or to cause the minds of those who might think they should take offense at any of the points to ferment through an all too great precipitancy. Was written beneath: Macasser in Castle Rotterdam the 14th of October 1779. Was signed: P. G. van der Voort. The Governor and Director Paulus Godofredus van der Voort, together with the Council, representing the General Dutch Company at Macasser, to all who shall see these presents, greetings! Make known: That whereas the Company, by a public manifesto which has been posted in various places, has invited the Makassarese who have risen up against their Honors in general, but especially those who have constituted the Government of the realm of Gowa, to submit, under the promise not only of pardon, but also of being willing to renew the peace with the same, provided they, within three months thereto [illegible] as I firmly establish for many reasons that it would have; without it being possible to object against this [illegible] that such would be an old custom, the contrary of which is openly evident from several notes from former times, or insofar as the export of goods without [illegible] ever occurred, this must simply be attributed to indulgences to which no one was obliged and which one [illegible] me also to use, because I am bound by oath to maintain the Company's interests and its rights and privileges to the utmost of my ability. That I judged it necessary to have this and that presented to His Highness; in order not only to [illegible], but also in particular to prevent that [illegible] on the basis of the abusive report made concerning my [illegible] the grandees of the realm; whether this is to be imputed to a misunderstanding or to other causes, which I ought to believe [illegible], might perhaps take some step that could result in a general estrangement between the Company [illegible]; notwithstanding the fact that from the side of their Honors there have never been given any of the least [illegible], of whatever name, as indeed from the side [illegible] in their regard, as a multitude of instances can be brought forward, which at the same time demonstrate that the actions of the gentlemen of Bone openly seem to tend toward breaking the friendship entirely; or at least to cause damage to the Company; however much their Honors always care for the welfare of the realm no less than for that of their own, so that this can be shown with the documents in more than one case during [illegible], and it can be just as little unknown to them as to His Highness, that I in every respect seek to observe the well-being of his person and family no less, of which I once again most earnestly assure him by this, wishing nothing more than to have some more opportunity 417. 643 319. to speak with him about matters in person himself, just as his ancestors did with the previous Governors, in order to convince him more and more of my sincere goodwill, as the principal means to make the existing friendship firmer, and to thwart the designs of ill-intentioned persons who, seeking their own interest in stirring up disputes, and caring neither for the welfare of the realm nor for that of his person, at the same time try to blind his eyes to taking both into such consideration that the same might not fall into complete ruin. Your Honors may present all this to the better and, upon request being made for it, promise a copy of this; under the condition, however, that one shall adhere to the Dutch text; in order not to give rise, through an erroneous translation either into Buginese or into Makassarese, to misunderstandings, or to cause the minds of those who might think they should take offense at any of the points to ferment through an all too great precipitancy. Was written beneath: Macasser in Castle Rotterdam the 14th of October 1779. Was signed: P. G. van der Voort. The Governor and Director Paulus Godofredus van der Voort, together with the Council, representing the General Dutch Company at Macasser, to all who shall see these presents, greetings! Make known: That whereas the Company, by a public manifesto which has been posted in various places, has invited the Makassarese who have risen up against their Honors in general, but especially those who have constituted the Government of the realm of Gowa, to submit, under the promise not only of pardon, but also of being willing to renew the peace with the same, provided they, within three months thereto
Dutch transcription
417. 643 319. hem zelfs in persoon overzaeken te spreeken, even als zijne voorva„ „deren met de voorige Heeren gouverneurs hebben gedaan, ten einde hem meer en meer van mijne opregte welmeenentheijd t' overtuijgen, als het voornaamste middel om de subsisteerende vriendschap te vaster te maeken, en d'oogmerken, van quaad gezinden te verijdelen, die haar interest zoekende in het Moveeren van geschillen, en zig nog den wel„ ƒo nog „vaart van het Rijk „ dat van zijn persoon bekreunende, hem teffens d'oogen tragten te verblinden om die beijden in zodanigen aanmer„ „king te neemen dat dezelve niet geheel ten ondergang geroeke. Dit alles kunnen UE=s na den better voorstellen en daar toe aansoek gedaan wordende een afschrift van deezen toezeggen; onder voor„ „waarde nog thans dat men zig aan het nederduijtsch houden zal; om, door een verkeerde overzetting het zij in het Bouginees of in het Macassaars, geen aanleiding te geeven tot verkeerde begrip„ „pen, of om de gemoederen van de zulken die zig eenige van de poinc„ „ten mogten vermeenen te moeten aantrecken, door een al te groote voorbaerigheijd aan het gister te helpen /:onderstond:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 14=e october 1779. /:was geteekend:/ J=s I=s van der voort. De Gouverneur en Directeur Paulus Godofredus van der voort, nevens den Raad, Representeerende de Generaele Neederlandsche Compagnie te Macasser, allen die deesen zullen zien, salut! doen te weeten: Dat vermits de Compagnie bij een opentlijk manifest, het welk op verscheijdene plaatsen is g'affigeerd geworden, de Macassaeren, die tegen haar Edele zijn opgestaan, in het gemeen dog insonderheijd die geenen welke de Regeering van het goase Rijk hebben uijtge„ „maakt, genodigt heeft, om in submissie te komen, onder belofte niet alleen van pardon, maar ook om den vreede met de zelve weeder te willen vernieuwen, mits zij binnen de drie maanden daar toe verlheijd als ik om veele redenen vast stelle dat die zoude hebben; zonder dat hier tegen kan worden ingebragt he dat zulks een oud gebruijk zoude weezen, als welker te verscheijde aan teekeningen van voorige tijden, opent blijken, of voor zo verre d' uijtvoer van goederen zonder al geschied zij enkel aan toegeeventheden moeten word „ven, tot welke niemand verpligt was en die men mij „gen ook te gebruijken, ter zaeke ik mij door eede ve om 's Comp=s belangen en haare regten en privilegien „ste vermogen voor te slaan. Dat ik dit een en ander aan zijn Hoogheijd g'oorde moeten doen voorhouden; ten einde niet alleen alle maar ook wel in 't bijsonder te prevenieeren, dat & op fundament van het gedaene abusive rapport wegens mij de Rijksgrooten; het zij zulks aan een verkeerd versta aan andere oorsaeken te imputeeren zij, dat ik vo „de dienen te gelooven, zomwijlen geene stap mogte die een generaele verwijdering tusschen de Compagni ten gevolge zoude kunnen hebben; niet tegenstaande de zijde van Haar Edele nog nimmer eenige de m hoe ook genaemd, gegeeven zijn, gelijk wel aan de kan ten haeren opzigte, zo als daar van een meenigte „den kunnen worden bij gebragt, die teffens aantoo van de Heeren Boniers opentlijk schijnen toe te vriendschap geheel te verbreeken; immers de Comp=e afbreuk te doen; hoe zeer haar Edele steeds voor de het Rijk niet minder dan dat van haar eigen kom invoegen zulks in meer dan een geval geduurende „sen met de stucken kan worden getoond en hun od „heel onbekend kan weesen als aan zijn Hoog heijd in allen opzigte het wel zijn van zijn persoon en famille niet minder zoeke te betragten, waar van „maals bij deezen op het ernstigste baat verzeekeren liever wenschte dan wat meerder geleegentheijd teh 417. 643 319. hem zelfs in persoon overzaeken te spreeken, even als zijne voorva„ „deren met de voorige Heeren gouverneurs hebben gedaan, ten einde hem meer en meer van mijne opregte welmeenentheijd t' overtuijgen, als het voornaamste middel om de subsisteerende vriendschap te vaster te maeken, en d'oogmerken, van quaad gezinden te verijdelen, die haar interest zoekende in het Moveeren van geschillen, en zig nog den wel„ nog „vaart van het Rijk dat van zijn persoon bekreunende, hem teffens d'oogen tragten te verblinden om die beijden in zodanigen aanmer„ „king te neemen dat dezelve niet geheel ten ondergang geraeke. Dit alles kunnen UE=s na den better voorstellen en daar toe aansoek gedaan wordende een afschrift van deezen toezeggen; onder voor„ „waarde nog thans dat men zig aan het nederduijtsch houden zal; om, door een verkeerde overzetting het zij in het Bouginees of in het Macassaars, geen aanleiding te geeven tot verkeerde begrip„ „pen, of om de gemoederen van de zulken die zig eenige van de poinc„ „ten mogten vermeenen te moeten aantrecken, door een al te groote voorbaerigheijd aan het gisten te helpen /:onderstond:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 14=e october 1779. /:was geteekend:/ P=s I„s van der voort. De Gouverneur en Directeur Paulus Godofredus van der voort, nevens den Raad, Representeerende de Generaele Neederlandsche Compagnie te Macasser, allen die deesen zullen zien, salut! doen te weeten: Dat vermits de Compagnie bij een opentlijk manifest, het welk op verscheijdene plaatsen is g'affigeerd geworden, de Macassaeren, die tegen haar Edele zijn opgestaan, in het gemeen dog insonderheijd die geenen welke de Regeering van het goase Rijk hebben uijtge„ „maakt, genodigt heeft, om in submissie te komen, onder belofte niet alleen van pardon, maar ook om den vreede met de zelve weeder te willen vernieuwen, mits zij binnen de drie maanden daar toe
English
came to register; but they, up to the present, since the said time has nearly expired, have not reported themselves; and that in the meantime information having been obtained, how many ill-disposed persons, in a deceitful manner do their best, to divert them therefrom, frightening and terrifying them through all sorts of rumors and among others that the Company would only seek to get them into their hands, so as to make slaves of them and subsequently send them away; with no other view than that of self-interest; and to continue fishing in troubled waters, as well as thus to satisfy even further the lust for plunder which many have displayed in such ample measure, that the Macassars have suffered even more from it than from the Company's arms, thus it is that all this having been taken into consideration by the Governor and Director together with the Council and furthermore taking into account, how the rebellion against the Company seems to owe its origin primarily to an utterly mendacious pretense, that the dethroned King, who is still on Ceylon and indeed in such a favorable state that he would not even long for the throne anymore, had not only returned here, but that he had been treated by the Dutch in the most cruel manner; in order thereby to embitter the minds of the Macassars against us, between whom and the Company peace had been established on a very fortunate footing; the oft-mentioned Governor and Director together with the Council have thought fit to prolong the time granted to the Macassars to submit themselves for another three months and to invite them once again to still profit from that offer; all and everyone being once again solemnly assured by this, that by presenting themselves for that purpose to the Chief Regents of the Company's districts or to the chief interpreter no harm whatsoever shall be done to anyone, neither in their persons nor in their families or goods; whereas against this however all those who might betake themselves to others to seek protection, shall neither be recognized 320. 119 645 nor held as friends. [Below was written:] given at Macasser in Castle Rotterdam under the ordinary seal of the General Dutch East India Company this 21st October Anno 1779. being according to the Mohammedan reckoning the [illegible] Macasser in Castle Rotterdam the 24th October Anno 1779 Agrees J Kremer provisional secretary I. k Hooijmeijer Examined 647:32. From the Civil Service to Junior Assistants inclusive " " Church " - " " " " " - " " " Medicine - . - - - " " " Artillery " " " " " " " " Militia " " " " " " " " " " Seafaring " " " " " " Trades " " " " " " Miscellaneous on active duty " " " " Native sailmakers, Malay skipper, According to the latest establishment " 77 Pieces Metal Cannons, as 2 pieces of 18 lb 2 " " 12 lb 32 " " 6 lb 4 " " 4 lb 2 " " 3 lb 2 " " 2 lb 2 Metal swivel guns of 1/4 lb 143 Iron Cannons, as 10 pieces of 18 lb 38 " " 12 lb 4 " " 8 lb 32 " " 6 lb 16 " " 4 lb 12 " " 3 lb 18 " " 2 lb 1 " " 1 lb 2 pieces of iron swivel guns of 1/2 lb 245177 " Round shot of assorted types 5762 " Bar shot [illegible] 2 " Metal howitzers of 4 inches 2 " [illegible] Mortars of 8 inches 3 " [illegible] of 6 inches 12 " Iron hand Mortars of 4 inches 503 " Bombs of 8 inches 704 " [illegible] of 6 inches 134 " [illegible] of 5 inches 827 " [illegible] of 4 1/2 to 4 inches 2751 " Hand grenades 53250 lb Gunpowder. Macasser the [illegible] In this Government there are at present 322 649 heads of which Native Mohammedans together Europeans Children inclusive " " " " " 47. 21. 26. —" " " " " " " " " 4. " 4. " —" " " " " " " " 14. " 12. " 2. " " " " " " " " " 54. 54. —" —" " " " " " " " " 588. 547. " 41. —" " " " " " " " " 167. " 124. " 43. — " " " " " " " 63. " 38. 25. — " 3 " " " " " 6. 2. 4. —" skipper, and missionary . " 3. —" 1. 2. — Total. . . " 946. 802. " 142. 2. " " " " " - 815. " Thus more " " 131. " " " " " " " 1439 pieces of Grenadier muskets 1882 " Grenadier muskets without Bayonets 810 " common muskets 5 " fine muskets 45 " Carbines 4 " Small brass Blunderbusses 24 " Musquetoons 87 " Pistols 1042 " Cutlasses of assorted types, with both brass and iron hilts 32 " Rapiers. And the following Vessels 5 Pieces of Pantjallangs 2 " Chiampangs 2 " Boats 2 " Skiffs the 24th October Anno 1779. provisional secretary Present in Being the Following Servants D Sunier No 22. Copy. Outgoing secret Palembang Letters, To Their High Noble Lordships in Anno 1777/9. for the Netherlands secret 323 The King's Envoys The Khedenang Satja Dinata Khingebe Tpitro Troenoe To his Nobility The High Noble Great Honorable Lord Ophier de Klerk Governor General, together with The Right Honorable Lords Councillors, of the Dutch Indies 651 High Noble Great Honorable Lord and Right Honorable Lords The King's Envoys named in the margin being finally about to depart now with Your High Noble Lordships' capital, we have the honor to let this serve to accompany the same, and at the same time most respectfully to inform the Very Same regarding this year's pepper crop, that we have been greatly deceived in that regard by the cunning Palembang Court; the whole time it has assured us of a good delivery of that grain, and flattered us with favorable tidings from the interior, and when upon the departure of the first vessels we expressed our astonishment at the small transport thereby of only 37 pieces of pepper, it gave us to know; that on account of the low water in the interior and the consequent danger of the river because of its falls and shallows the pepper rafts could not without great danger
Dutch transcription
toe aanboek kwamen te doen; dog dezelve tot nu toe, daar den gemel„ „den tijd bij na verstreeken is, zig niet aan gegeeven hebben; en dat men intusschen onderrigting bekomen hebbende, hoe veele quaad ge„ „zinde lieden, op een bedriegelijke wijze hun best doen, om hun daar van te diverteeren, deselve door allerleij uijtstrooijsels en onder an„ „deren dat de Compagnie hun maar zoude tragten in handen te krij„ „gen, om zo tot slaeven te maeken en vervolgens te versenden, een schrik en vreese op het lijfjaagende; met geen ander inzigt dan dat van eigen belang; en om in troubel water te blijven visschen, mitsgaders dus nog verder aan den roofzugt te voldoen die veelen in zo een ruijme maate hebben doen blijken, dat de Macassaaren, er zelfs meer door geleden hebben dan door 's Comp„s wapenen, zo is 't dat dit alles bij den Gouverneur en Directeur nevens den Raad in overweeging en daar bij nog in aanmerking gekomen zijnde, hoe den opstand tegen de Compagnie, zijn oorspronk voornament„ „lijk verschuldigt schijnt aan een alle sints leugenagtig voorgee„ „ven, dat den gedetroneerden Koning, die zig nog op Ceijlon en wel in een zo voordeelige staat bevind dat hij zelfs na de troon niet meer verlangen zoude, niet alleen hier terug gekomen, maar den zelven op de aller Cruelste wijse door de hollanders zoude behan„ „deld weesen; om daar door de gemoederen der Macassaeren tus„ „schen dewelke in de Compagnie den vreede op een zeer geluckigen voet gevestigt was, tegens ons te verbitteren; meermelde gouver„ „neur en Directeur nevens den Raad goedgevonden hebben den tijd aan de Macassaeren vergunt om zig in submissie te begeeven nog drie maanden te prolongeeren en haar dub andermaal te nodigen om van die aanbieding als nog te profiteeren; alle en een iegelijk bij deesen nogmaals plegtige verseekering gedaan wordende, dat zij zig ten dien eijnde aangeevende bij de Hoofd Regenten van 's Comp=s districten dan wel bij den oppertolk niemand het minste beed geschieden zal nog in hunne persoo„ „nen nog in hunne famille ofte goederen; waar en tegen egter alle die geenen welken zig bij anderen mogte begee„ „ven om protectie te zoeken, voor geene vrienden erkend 320. 119 645 erkend nog gehouden zullen worden. /:onderstond:/ gegeven te Macasser in 't Casteel Rotterdam onder het gewoon zegel van de generaele Neederlandsche oostjndische Compagnie deesen 21=e october Anno 1779. zijnde na de Mahomethaanse Reekening den Maccasser jn 't Casteel Rotterd=m den 24=e october A=o 179 Accordeert J Kremer p l secret: I. k Hooijmeijer Nagesien 647:32. van de Politie tot Jong Assistenten in susive „ „ Kerkelijke „ - „ „ „ „ „ - „ „ „ Genees Kunde - . - - - „ „ „ Arthillerij „ „ „ „ „ „ „ „ Militie „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ Zeevarende „ „ „ „ „ „ Ambagten „ „ „ „ „ „ Diverse dienst doende „ „ „ „ Jnlandse zeermeesters Maleijdse schiijper, volgens de laatste bepaaling „ 77. P„s Metale Canons, als 2. ps van 18. / „ 12. / 2 „ 32. 6. 3 „ „ 4. 3/¾ 4. „ 3. 3/3 ij 2. 3 n 2. Metale bassen van 1/4. lb 143. ijzere Canons, als 10. p=r van 18 lb „ 38. „ „ 12. „ 4. „ „ 8. „ 32. „ „ 6. „ 16. „ „ „ 4. „ 12. „ „ „ 3. „ 18. „ „ „ 2. „ „ 1. 2 p„s isere bassen van ½ lb 245177. „ Rondscherp in zoort 5762. „ Lang _=o _o 2. „ Metale houwitsen van 4. d=m 2. „ _=o Mortiers „ 8. „ 3. „ _o _o „ 6. „ 12. „ Ysere hand Mortiers „ 4. „ 503 „ Bommen van 8 d„m 704„ _=o — „ 6. „ 134. „ _o —„ 5 827. „ _=o — „ 4. ½. â 4. d„m 2751. „ Randgranaden 53250. lb Baskruijt. Maccasser den Op dit Gouvernement zijn op Heeden 322 649 koppen waaronder Jnlandse Maho tesamen Europeesen Kinderen metanen inslusive „ „ „ „ „ 47. 21. 26. —„ „ „ „ „ „ „ „ „ 4. „ 4. „ —„ „„ „ „ „ „ „ 14. „ 12. „ 2. „ „ „ „ „ „ „ „ „ 54. 54. —„ —„ „ „ „ „ „ „ „ „ 588. 547. „ 41. —„ „ „ „ „ „ „ „ „ 167. „ 124. „ 43. — „„ „ „ „ „ „ 63. „ 38. 25. — „ 3 „ „ „ „ „ 6. 2. 4. —„ P hpper, en zendeling . „ 3. —„ 1. 2. — - Tesamen. . . „ 946. 802. „ 142. 2. „ „ „ „ „ - 815. „ - Dus meerder „ „ 131. „ „ „ „ „ „ „ 1439. p s Snaphanen Granadiers 1882. „ snaphanen Granadiers zonder Bajonetten 810. „ snaphanen gemeene 5. „ snaphanen fijne 45. „ Carbijns 4. „ Donderbussen Kleene Koopere 24. „ Musquetons 87. „ Pistoolen 1042 „ Houwers in zoort, zomet koppene als iser crefen 32. „ Tegens. Ende volgende Vaartuijgen 5: P„s Pantjallangs 2. „ Chiampangs 2. „ Boots 2. „ schuijten den 24:e October A=o 1779. p„l secret Heeden in Weesen de Volgende Dienaaren D Sunier N=o 22. Copia. Afgaande secreete Palembangsche Brieven, Aan Haar Hoog Edelhedens in A:o 1777/9. voor Neederland secret 323 C 's Konings Afgezanten Den khedenang Satja Dinata Khingebe Tpitro Troenoe Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Ophier de klerk Gouverneur Generaal, beneevens De wel Edele Heeren Raaden, van Neederlandsch India 651 l Hoog Edel Groot Agtbaar, Heer in Wel Edele Heeren Deuin margine genoemde Afgezanten des konings eijndelijk mat uw Hoog Edelhedens Hoofdplaatse thans zullende ver„ „trekken, zoo hebben wij de eer deezen te laaten dienen ten ge„ „leijde van dezelve, en teffens Hoogst dezelve omtrent het Peper gewasch aan dit Jaar eerbiedigst te bedeelen, dat wij dienaangaan„ „de door het listige Palembangsche Hof zeer zijn misleijd geworden de gantschen tyd heeft het ons verzekert met een goede leveran „tie van dien korl, en gevleijt met favorable tijdingen uijt de bovenlanden, en wanneer wij bij vertrek van de eerste vaar¬ „thuijgen onse verwondering betuijgden over de geringe vervoer daar mede van maar & 37 ps: peper, zoo gaf het ons te ken„ nen; dat door het laage water in de bovenlanden en de gevaarlijkheijd daar door van de revier wegens desselfs vallen en ondieptens de peper vlotten niet zonder groot gevaar konden
English
could come down, and however the first undersigned attempted to prove the contrary by pointing out the high water level here in the river, they still managed to give a different description of its condition in the uplands, even to the extent that the king, according to his own words, was prevented from undertaking an intended pleasure trip thither; which therefore made us suppose that they were telling us the truth, which is why we also, out of precaution, took the liberty in our humble letter of 15 April passato to petition for another 10,000 round Spanish reals. However, a few days ago the secret was finally revealed by the arrival of a multitude of rafts from the uplands with such a large quantity of rice that everyone was amazed at it, and no one remembered anything like it, even to the extent that, whereas shortly before Javanese rice was still at roughly 80 Spanish reals per coyang, it not only immediately dropped considerably in price, but one can now buy the upland table rice for 50 Spanish reals per coyang. The unusual nature of this matter raised some suspicion among the humble undersigned that the carriage was not running in the right track; wherefore we secretly had inquiries made into the cause of such an abundant, unprecedented rice harvest, and why at the same time no rafts with pepper were coming down now, whereupon we were informed that the Court, out of stubbornness and dissatisfaction over Your High Noblenesses' order that all Palembang vessels bound for Java must first call at Batavia, and out of a vain fear that they would not be able to obtain enough rice from there, had secretly given orders to the uplanders to apply themselves most vigorously to the planting of paddy; as a result of which the pepper cultivation had been neglected. Shortly thereafter, on the 12th of this month, the king sent some of his ministers, and among them also the present first envoy, to the first undersigned, to express to him His Highness's astonishment at the small pepper harvest compared to the year 1778, and also that the prince was afraid of Your High Noblenesses' displeasure over this and requested the undersigned's advice. The undersigned thereupon asked those ministers what the reasons were that had caused this poor harvest, which they attributed to some trivial and far-fetched causes; to which the respectful undersigned finally replied that he would then disclose the true cause to them, and thereupon brought sharply and extensively to their attention that it was now no longer the time to try to play the innocent through frivolous excuses; for it had become all too clear not only that the pepper cultivation had been neglected by deliberate design, since if the rice crop had succeeded so well, that of the pepper should also have succeeded, but that the untruth of the fabricated favorable tidings and promises of a good pepper delivery was now also all too palpable, together with the pretext that that grain could not be brought down due to the low water, since the rice rafts could just as well have come down with pepper as with rice, given the equality of their size; and as for the requested advice of the undersigned, that he was not intending to embellish the seemingly well-meaning nature of the Court before Your High Noblenesses, but that he would, according to his duty, lay bare the naked truth before the same. The ministers replied thereto that it could surely not be blamed on the king, since he had some time ago sent into exile five chiefs of the pepper districts for neglecting their duty; to which the first undersigned answered in turn that he remained grateful for this, but that he wished to see more effect from these investigations and punishments, as he would otherwise have to conclude either that the same were done merely for appearances, or that it was a sign of a bad form of government that so little heed was paid to it and that it caused fear. The unfolding of this secret and the demonstration of the cunning conduct maintained by the Palembang Court, as well as the respectful first undersigned's answer, must not have been pleasant for the king to hear, which is why he sent his secretary again the following day to inquire further into this and to sound out the first undersigned, who gave that minister the same to understand and as an answer. However, yesterday, being the collection of His Highness's letter to Your High Noblenesses, the prince let nothing of this show, but in brief words made known to the first undersigned his astonishment and embarrassment over the meager pepper collection; whereupon the undersigned, on account of the ceremonial of that day, also expressed his sentiment to His Highness in brief terms, and further referred to what had been discussed regarding this with his ministers. It is said that a multitude of chiefs of the pepper districts are now downstream, and that the others have also been summoned to be examined and to receive orders for the planting of pepper vines, and that the king is said to have expressed his serious displeasure to some directors of the pepper provinces, both over the too meager delivery and because some had not yet delivered a single grain of pepper. Time will tell what the truth of this is, as we dare not trust the reports of the Court, which have so often been found false. The
Dutch transcription
konden afkoomen, en hoe ook den eestgetekende het tegendeel van dien tragtede te bewijsen door aantooning van het hooge wa„ „ten alhier in de revier, zoo wist men dog een andere beschrijving van desselfs gesteltheijd in de bovenlanden te geeven in zoo verre zelfs, dat de koning volgens zijn eijgen zeggen en door be„ let wierd een voorgenoomen speelreijsje na derwaarts te on¬ „derneemen, hetgeene ons dan ook derhalven deede veronder stellen, dat zij ons de waarheijd verhaalden, waarom wij ook uijt voor zom bij onse nedrige letteren van den 15. April passato de vrijheijd genoomen hebben nog om 10'000. — Ronde spaansche realen te suppliceeren. Dog weijnige dagen geleden heeft zig het geheijm eijndelijk ontdekt door de aankomst van een monigte vletten uijt de bovenlanden met zulks eene groote quantiteijt rijst, dat een ieder er over verwondert was, en niemant iets diergelijksch geheugde, in zoo verre zelfs, dat daar kort te vooren de Javasche rijst nog op pa 80. spaansche realen de Coijang was, dezelve niet alleen consi„ „derabeliia prijs ten eersten daalde, maar meer de bovenland„ „schertafelt rijst thans voor 50. spaanscher realen de koijang kan koopen. De ongemeenheijd van deeze zaakt verwekten bij de nedrige teeke„ „naars eenig agterdogt, dat de wagen niet in het regte spoorging; weshalven wij onder handslieten verneemen na de oorzaak van zulk een overvloedigen buijten geheugen zijnde rijst ge„ „wasch, en waarom er teffens dan nu ook geene vletten met Peper afkwamen, wanneer wij daar op geinformeert wierden, dat het Hof uijt een stijfzinnigheijd en onvredentheijd over uw Hoog Edelhedens ordre dat alle na Jara willende Palem„ „bangsche vaarthuijgen eerst Batavia moeten aandoen, en uijt een ijdele vrees, dat nu geen rijstgenoeg van daar zoude kunnen erlangen, onder 's hands ordre aan de boven¬ „landeren zoude gegeeven hebben van zig op het kragtigste op het aanplanten van padij toete leggen; waar door de 653 324. de Peper Culture verwaarloost was geworden. kort daar op af den 112 deeser zond den koning eenige van zijne Ministers, en daar sonder ook de tegenswoordige eerste gezant bij den eerstgetekenden, om hem zijne Hoogheijds verwonde„ „ring over het geringe peper gewasch in vergelijking van het jaar 1778. te betuijgen en teffens dat den vorst hier over voor Uw Hoog Edelhedens ongenoegen bevreest was en des tekenaars raad liet verzoeken, dewelke die Ministers daar op vraagder welke der redenen waaren, die dit sleg te gewasch veroorzaakt hadden, het welke zij aan eenige nietige en verretgezogte oorsaaken toeschreven, waar op den eerbiedige teekenaar eijndelijk andwoorden, dat hij haar lieden de waare oorsaak als dan wel zoude open leggen, en haar daar op op een scherpe en breedvoerige wijsehonder het oog bragt, dat het thans geen tijd meer was om door frivole uijtvlug„ „ten den onschuldigen te willen speelen; want dat niet alleen al te zonne klaarkwam te blijken, dat de peper culture door een opzettelijk voorneemen verwaar loost was, wijl als het rijstgewasch, zoo wel geslaagt was, dat van de peper ook wel had moeten slagen, maar dat ook nu al te handtastelijk bleek de onwaarheijd van de verzonnene fa„ „vorable tijdingen en beloften van eene goede peper le„ „verantie, mitsgaders het voorgeeven, dat die korl, mits het laage water, niet konde afgebragt worden, wijl de rijstvlotten met peper even goed als die met rijst om de gelijkheijd van derzelver groote nu wel dan ook konde afkoomen, en wat verders de verzogte raaddes tekenaars aanging, dat hij niet van voornoemen was de zoo schoon„ „scheijnde welmenentheijd van het Hof bij uw Hoog Edelheden optecieren, maar dat hij volgens zijn pligt de naakte waarheijd voor Hoogst dezelve zoude openleggen. De Ministers repliceerde, daar op, dat het immers den ko„ „ning niet konden em lasten gelegt worden, wijl, hij zedert eenige tijd vijf hoofden van 1de peper districten/ wegens het het veronagtzaamen van haare pligt in ballingschap had gezonden, waar op den eersten tekenaar wederom geandwoord heeft dat hier voor dankbaar bleef, dog dat hij wenschte wat meer„ „der effect van deeze onderzoekingen en straffen te zien, wijl hij anders moeste besluijten of dat dezelve maar uijt scheijn ge„ „schieden, of dat het een teken van eem slegte regeerings form was, dat er zoo weijnig agt opgeslagen wierd en vrees ver„ „oorzaakten - De ontvouwing van dit gehuijm en aantooning van het listig gehouden gedrag van het Palembangsche Hof, zoo wel als des eerbiedigen eerste tekenaars andwoord zoude den koning niet aangenaam geweest zijn te hooren, waaromt hij ook daags daar aan zijne secretaris weder gezonden heeft om zulks nader te verneemen en den eersten tekenaar te Polsen, de welke dien Minister het zelfde te kennen en ten andwoord heeft gegeeven, dog op gisteren zijnde de afhaling van zijn Hoogheijds brief aan uw Hoog Edelhedens heeft den vorst en niets van laten blijken, maar den eersten tekenaar in korte woorden zijne verwonderingen verlegentheijd over den geringen peper inzaam te kennen gegeven, waar op den tekenaw wegens het ceremonieel van dien dag ook in korte termen desselfs gevoelen aan zijn Hoog„ „heijd heeft te kennen gegeeven, en zig verders gerefereert aan het hier omtrent verhandelde, met zijne Ministers. Men vegt, dat er thans eene menigter hoofden der Pepper distric„ „ten beneden zijn, en de andere ook zijn ontboden geworden, om onderzogt te worden en ordre te ontvangen tot aangelanting van peper raaken, mitsgaders dat de koning zijn ernstig mis„ „noegen zoude te kennen gegeeven hebben aan zommige Directeuren over de peper provintien zoo over de tergeringe leverantie, als om dat van eenige nog geen korl, peper gelevert was: wat hier van zij zal de tijd leeren, wijl wij de zoo dikwils valsch bevondene berigten van het Hof niet durven vertrouwen. Het
English
May it be permitted to us most respectfully to inform Your High Noblenesses that we fear it will now take much doing to get the pepper cultivation going again, although for our part we shall not fail to encourage the king in this and to bring his obligations most seriously to his attention. Between the pepper and rice cultivation there is a great difference: the highlanders must deliver the pepper to the ministers of the king appointed for that purpose, and they receive a set price for it, and that at the pleasure of such a minister, either in cash or goods, or indeed a portion of each. The rice, on the other hand, they may sell to whomever they wish, receive ready cash for it, and experience the considerable advantage that this grain yields over the aforementioned berry. For this reason we are apprehensive that, through the taste that the highlander has acquired for it, this will not only have a considerable adverse influence on the pepper planting, but also that the inscrutable and hypocritical Court will know how to make wonderful use of it to invent pretexts to excuse itself for poor deliveries. As far as we have been able to understand from the First Envoy, he also appears to have a commission to excuse the Court regarding the actions of the people of Muntok with the English captain Lindesaij. Your High Noblenesses have pleased, by respected letter of the 17th of May past, to order in answering the same to elucidate to Your High Noblenesses how that adventurer obtained the tin which he is said to have had on board upon his appearance in the Batavia roads. We have the honor to comply with this now, since, as said, the khedemang also appears to have orders regarding this, and he might sometimes relate those matters in a completely different manner from how they truly happened. After Captain Lindesaij, seeing no chance of achieving anything after the receipt of our last letter to him, mentioned in our respectful letter of the 10th of December 1778, had steered to the north in the latter part of the month of November, as he indeed arrived there according to reports, he, while the cruisers lay in the rivers for the necessary occupation of the same in this season against the northern smugglers, quite unexpectedly reappeared off Muntok in the latter part of the month of March. As soon as we received tidings of this, and that he bought tin from the chiefs of that place and bartered it for opium and other prohibited goods, we not only immediately sent two cruisers thither, but also at once gave notice of these matters to the Court, with a serious request for redress and punishment on account of the foul doings of the people of Muntok. Whereupon the king also dispatched a commissioner to that smuggling nest, accompanied by a Company Assistant, on which the Court insisted most strongly, ostensibly so that we could then be so much the better convinced of the accuracy of the investigation into our complaints. However, the king, advised, as it is said, by one of his chief priests named Sait Ali Minsech, who has already brewed many difficulties for the first signatory with the monarch, had the said signatory most earnestly requested to disclose who brought him all such reports, under the pretext that he could administer no punishment without sufficient proofs. But the real intention was to intimidate the signatory by this cunning trick and deter him from continually bringing in complaints about the smuggling trade, since the Court knew full well that he would not hand over that man, just as the signatory also absolutely refused to do so and to point him out, and furthermore had the king answered that if the investigation were carried out with truth and sincerity by the king's commissioner, he could find enough witnesses on Muntok, both because the trade had been conducted publicly and from the goods, which would prove it and were to be found at one Abang Leeman's. With the further remark that, since His Highness had now devised to insist on proofs and demand them, it was as much as telling his subjects that they were at liberty to smuggle, since he well knew how difficult it was to supply such requisites in that regard. Captain Lindesaij, presumably having obtained intelligence of the arrival both of the cruisers and of the commissioners, had departed in haste before their arrival there and had set his course to the east. Meanwhile the investigation also turned out as we thought, for upon the return of the king's commissioner, who had not even been ashore at Muntok and, to give some appearance of effort to the Assistant, had let some of his slaves run about somewhat ostensibly to investigate these matters, he reported to the monarch that the arrival of an English ship there was true, but only for one day to provide itself with some conveniences, which had been refused, and regarding the reported prohibited goods, he had been able to find nor hear anything of them, notwithstanding that the Assistant, who had orders to make discreet inquiries underhand about these matters, had informed and warned him of it. Which we not only made known to the king at an audience thereafter, but also that we had to stand ashamed at continually being regarded by him as false accusers, despite such clear proofs. The often-mentioned English entrepreneur appeared again off Muntok in the beginning of the month of May, but finding a cruiser there that followed on his heels, he steered to the east again, and with struck topmasts was
Dutch transcription
655 Het zij ons geparmitteert uw Hoog Edelheden eerbiedigst te kennen te mogen geeven, dat wij vreesen het nu veel voe„ „ten onder de aarde zal hebben, om de Peperculture weder aan de gang te krijgen, schoon wij van onse kant niet, zullen nahaaten er de koning toe aantemoedigen en zijne gehoudenisse ten ernstigsten onder het oog te brengen: tus„ „schen de peper en rijstculture is een groot onderscheijd, de peper moeten de bovenlanders leveren aan de daar toe gestelde Ministers des Konings, Lijkrijgen ter een bepaalde prijs voor en dat na het believen van zoodanig een Minister het zij intgeld of goederen, dan wel van ieder een gedeelte, de rijst, F daar en tegen mogen zij verkoopen aan wien zij willen, ontvangen ter contanten voor en ondervinden het merkelijk voordeel het geen dat graan boven gemelde korl af werpt, wes¬ „halven wij bedugt zijn, dat door den smaak, de welke den boven„ „lander er ingekreegen heeft, het zelve niet alleen een mer„ „kelyke invloet ten nadele op de peper aanplanting zal heb„ „ben, maar dat ook het ondoorgrondelijke en geveijnsde Hof zig wonderlijkser van zal weeten te bedienen ter uijtvinding van uijtvlugten om zig wegens geringe leverantien ten verschoonen. zoo veel als wij uijt den Eersten Gezant hebben kunnen verstaan scheijnthij mede in commissie te hebben om het Hof te ver„ „ontschuldigen wegens de bedrijven der Muntokkers met de Engelsche Cappitain, lindesaij UW Hoog Edelheden hebben bij geeerbiedigde letteren van den 17. Maij passato gelieven te ordonneeren bij beandwoording derzelve Hoogst dezelve te elucideeren hoe die avanturier gekoomen is aan het thin het welke hij zoude ingehad hebben bij verscheijning op de Bataviasche rhede wij geeven ons de eer thans daaraan te voldoen, wijl, gelijk gezegt den khedemang mede hier om „trent beveelen scheijnt te hebben, en hij die zaaken zomtijds op een gantsch andere wijse konde verhaalen, als dezelve waarlijk geschied zijn. Na dat Capitain Lindesaij geen kans ziende om iets op te doen, na den ontvangst onzer laatste letteren aan hem, vermeld 325. vermeld bij onse eerbiedige van den 10. December 1778, in het laatst van de maand November na der Noordgestevent was, gelijk hij ook waarlijk aldaar volgens rapporten is aangekoomen, zoo is hij, terwijl de kruijssers in de revieren lagen, ter noodzakelijke bezetting van dezelve in dit jaar getijde tegen de Noordsche smek„ kelhandelaars gansch onverwagt in het laatste van de maand Maart voor Muntok weder verscheenen: zeedra wij hier van tijding kregen, en dat hij van de hoofden van die plaats thin in kogt en zuijlden tegen amphioent en andere verbodene goederen, zoo zouden wij niet alleen ten eersten twee kruijssers na der„ „waarts, maar gaven ook aanstonts kennis van het een en ander aan het Hof, met ernstig verzoek om redres en straf„ „oevening wegens de vuijle gedoentens der Muntekkers, waar op ook den koning een gecommitteerde na dat s mokkel nest afvaardigde vergezelt van een Comp: Assistent, waar op het Hof ten sterksten stont, quasi op dat wij zoo veel te beter als dan konden overtuijgt worden wegens de nauwkeurigheijd van het onderzoek over onse klagten, dog de koning, geraden zoo men zegt door eene van zijne opperpriester sait Ali Minsech genaamt /:de welke den eersten tekenaar al veele moeijelijkheden met den vorstgebrouwen heeft :) liet gem: teken naar ten ernstigsten verzoeken, dat hij wilde opgeeven wie hem al zulke tijdingen aanbragt, onder voorwentzel, dat hij zonder genoegdoende bewijsen geene straf konde oeffenen, dog het was eijgentlijks te doen om hem tekenaar door deeze listi„ gestreek moeder te maaken en afteschrikken van geduurige klagten over den smokkelhandels in te brengen, wijl het Hofte wel wist dat hij die man niet zoude overgeven, gelijk den tekenaar ook zulks volstrekt weijgerden en ook om hem aan te wijsen, en verders den koning daar op liet andwoorden, dat als het onderzoek na waarheijd en wel menentheijd door ' konings gecommitteerde geschieden hij genoeg getuijgen op Muntok konde 657 326 konde vinden, zoo om dat den handel publicq gedreven was, als aan de goederen, die zulks zoude aanwijsen en bij eenen Abang Leeman te vinden waaren, onder aanmerking verders, dat ter„ „wijl zijn Hoogheijd het nu had uijtgevonden om op bewijsen te staan en die te willen hebben, het zoo veel te zeggen was, als zijne onderdanen te kennen te geeven, dat zij vrijheijd hadden om te smokkelen, wijl hij wel wist hoe moeijelijk het was dienaangaande zulke requisiten te suppediteeren. Capitain Lindesaij na gedagten als kundschap gekregen heb„ „bende zoo van de aankomst der kruijssers als der gecommit„ „teerdens, was voor haarlieder arrive aldaar in haast vertrok„ „ken en had zijn Cours om de Oostgestelt; terwijl het onderzoek ook na onse gedagten uijtviels, want bij wederomkomst van 's konings gecommitteerden /:de welke te Muntok niet eens aan de wal- was geweest, en om eenige scheijn aan den Assistent tegeeven eenige van zijne slaaven quasi ter uijtvorssching van het een en anders zoo wat rond had laaten loopen:) rappor„ „teerde hij den vorst, dat de aankomst van een Engelsch schip aldaar waar was, dog maar voor een dag om zig van eenige gerieflijkheden te voorzien, de welke geweijgert waaren, en wat de opgegevene verbodene goederen aanging hij er niets van had kunnen vinden nog verneemen, niet tegenstaande den Assistent, de welke ordre had zig onder 's hands na het een en anders te informeeren, hem er van onderregten gewaar„ „schouwt had, het welke wij bij eene audientie daar op den koning niet alleen hebben te kennen gegeeven, maar ook dat wij beschaamt moeste staan van niet tegenstaande zulke klaare bewijsen bij hem geduurig als valsche aan„ „brengers aangesien te worden. Dikwilsgemelde Engelsche en trepreneur verscheen daar op in het begin van de maand Maij wederom voor Muntok, dog een kruijsser daar vindende, die hem op de hielen volgde, zoo stevende hij weder om de Oost, en wierd met gestreeken stengen
English
topmasts and yards beneath the pulau Nankas found lying at anchor, by a private sloop coming hither to which he related that he lay waiting there for the Dutch ships bound for China in order to sail in their company to that empire, while furthermore nothing more was heard of him, Lindesaij. The bark De Nagelboom entered the river after some time and subsequently proceeded upstream, alongside which according to custom a cruising pantjallang had to be employed in the event of any accident occurring in the river on account of the shallows therein. Two other pantjallangs held possession of the river, which is most necessary during the fulfillment of the delivery and shipment of tin to Batavia, and the fourth pantjallang outside was ordered, while the pilot was not outside, to cruise for the small ship daily expected from Batavia, in order to instruct the ship's officers to go and anchor at a secure place near the river for the time being and there await the return of the pilot. Without anyone giving any further thought to Captain Lindesaij, the same, while the aforementioned occurred, quite unexpectedly came again to make an attempt on Muntok, which succeeded better for him through the agency of the roguish Muntokkers. Since the above-described incident with the king, the respectful first signatory had sent an emissary to that smugglers' nest, both to see what was going on there and who the ringleaders were of the smuggling trade that was conducted with the aforementioned English adventurer. This man was still at Muntok when Lindesaij now arrived there, but departed hither shortly thereafter and reported to the first signatory that when Lindesaij had been obliged to depart so hastily in the month of March, he had not been able to obtain enough tin for his sold goods and for advanced moneys, but that the Muntokkers had told him that he only had to see to coming back, that they would arrange in the meantime to have that mineral ready and collected, and that as security for this they had given him two hostages named Sie Koijoel and Sie Toli, whom Lindesaij had taken along to Batavia, and to whom upon arrival there he had given 1000 rixdollars to trade with. Furthermore, that he, the emissary, had now not only himself seen them come ashore again at Muntok and spoken with them, but had also seen the goods brought along from the main settlement, consisting of coarse chintzes and other cloths. Furthermore, that the ship was being loaded in all haste with as much tin as was at hand, and that the leaders of that smuggling trade were the Head of Muntok, the Tommongong Pahan, as well as Abang Leemen, Abang Tawie, and Abang Tjilie. To the first signatory's question where they obtained all that tin, since Muntok yielded little of that mineral, the emissary answered that he had not been able to investigate this, but that the matter was true, as we have also learned from others, and furthermore that they had brought the ship as close to shore as had never occurred within living memory. The undersigned now thought they had enough evidence in hand to convince the king at last both of the truth of their continuous complaints about the Muntokkers and of the untruth of the false reports that his ministers gave him in this regard. Yet, in order to possibly succeed this time, they devised a means to press His Highness rather closely and to make use of the arrival of the bark De Nagelboom, since the same caused much agitation at court, after it had been informed by the Sungsang people that they had seen that small vessel surveying the reef of Rato Carang; concerning which various conjectures were made, indeed it even caused anxiety that something might be afoot and that Banca might perhaps be targeted. Thereupon we immediately requested an audience with the king, and on that occasion we not only informed the king very circumstantially of all that is written above, but also that we hoped to have now convinced His Highness of the justice of our continuous complaints, of the little hearing they found with His Highness, and of the so public violation of the contracts, and furthermore that we now demanded in the name of the Company an adequate punishment regarding the guilty parties; while the first signatory thereupon related to the king that he had received a private letter from Batavia in which the entire conduct of Captain Lindesaij in the month of March at Muntok was not only set forth, but also the names of the ringleaders of the smuggling trade and those of the hostages whom they had sent along, as well as what the latter had done at the main settlement; that this had been revealed by Captain Lindesaij himself, and that he, the first signatory, did not doubt that this whole affair would also come to Your High Excellencies' knowledge; adding furthermore that since His Highness currently insisted so much on evidence, he could give him none better than that which came from Batavia itself. This invention sounded very strange in the ears of the king and the ministers, and His Highness, during our discourse, not only commissioned one of his ministers to Muntok, but also gave orders to fetch the guilty parties from there and to conduct a serious investigation into the matters, which investigation lasted quite a long time.
Dutch transcription
„stengen en raas onder de poule Nankas gevonden ten anker te leggen, door eene na herw:s komende particuliere sloep aan dewelke hij verhaalde, dat aldaar op de na china willende Hol„ „landsche schepen lag te wagten, om in geselschap van dezelve na dat rijk te zeijlen, terwijl verders van hem Lindesaijook niets meer gehoort wierd. De bark Des Nagelboom kwam navie tijd inde revieren vervol„ „gens na boven, bij welke volgens gewoonte een kruijs pant„ „jallang moest geemploijeert worden bij eenig over te komen ongeval in de revier wegens de ondieptens in dezelve twee andere Pantgallangs hielden der revier bezit, het welke ten hoogsten noodzakelijk is bij het rond staan der leverantie en verzending van thin na Batavia, ende buijten zijnde vierde pantjallang had last, terwijl de loots niet buijten was, om op het dagelijksch van Batavia verwagt wordend scheepgesterkruijssen, ten eijnde de scheeps opperhoofden aan te zeggen van zoo lang bij de revier op een secuure plaats ten anker te gaan leggen en aldaar de weder afkomst van de lootste verwagten zonder dat men meer gedagten had op Capitain Sindesaijk wam„ dezelve echter, terwijl het voorgemelde voorviel, gantsch, on„ „verwagt weder een onderneeming op Muntok te doen, de„ „welke hem door toedoen der schelmsche Muntokkers beter gelukte: zedert het hier voorbeschrevene geval met den koning, had den eerbiedige eerste tekenen een zendeling na dat smokkelnest gezonden, zoo om te zien wat daar al omging als wie de hoofden waaren van de smokkelhandel, de welke met voorsz: Engelsche avanturier gedreeven was. Dierman, was nog op Muntaks wanneer Lindesaij aldaar nus aan¬ „kwam, dog vertrok kort daar op na herw:ts en rrapporteerden aan den eersten tekenaar, dat wanneer Lindesaij in de maand Maart zoo spoedig had moeten vertrekken hij geen genoegzaa¬ „methin had kunnan krijgen voor zijne verkogte goederen en 659 327 en voor uijtgeschetene penningen, maar dat de Muntokkers hem gesegt hadden, dat hij maar moeste zien om wederom te koomen, dat zij zouden maaken in dien tusschen tijd dat mi„ „neraal ingereedheijd en verzamelt te hebben/ en dat zij tot verzekering daar van hem twee gijselaars mede gege„ „ven hadden genaamt Sie koijoel, en sie Toli, dewelke Lindesaij mede na Batavia had ge„ „noomen, en aan de welke hij bij aankomst aldaar rd„s 1000:— had gegeven om daar mede te handelen, mitsgaders dat hij zendeling dezelve nu niet alleen zelfs weder te Mun„ „tok aan de walshad zien koomen en gesprooken, maar 1ook de van de Hoofdplaats mede gebragte goederen, bestaande in grove chitsen en andere doeken gezien had. Voorts dat het schip in alle spoed met het thin zoo veel het aan handen was gelaaden wierd, en dat de drijvers van die smokkelhandel waaren het Hoofd van Muntok Den Tommongong Pahan, mitsgaders Abang Leemen AbangTawie, en Abang Tjilie. Op des eersten getekend is vraag waar dat zij aan al dat thin kwaamen, wijl Muntok weijnig van dat mineraal uijt lever„ „de, gaf den zendeling ten andwoord, dat zulks niet had kun„ „nen uijtvorsschen, dog dat de zaak waar was, gelijk wij ook van anderen zulks vernoomen hebben, mitsgaders dat zij het schip zoo na aan de wal gebragt hadden, als bij menschen ge„ „heugen nog nooijt geschied was. De ondergetekendens dagten nu bewijsen genoeg in han„ „den te hebben om de koning eens zoo wel van de waarheijd haaren geduurige klagten over de Muntokkiers te overtuijgen, als wegens de onwaarheijd der valsche berigten, die zijne Ministers jook vol¬ t„ Ministers hem deswegens gaaven, dog om des mogelijk eens te slaagen, bedagten zij een middel om zijn Hoogheijd het vuur eens wat na aan de scheenen te leggen; en zig den aankomst van de bark De Nagelboom ten nutte te maaken, vermits het zelve aan het Hof veel op schudding bande, nademaal het door de sousangers geinformeert was geworden; dat zij dat kieltje het rif van Rato Carang hadden zien opneemen; waar over ver„ „scheijde gissingen werden gemaakt, ja zelfs ongerustheijd baarde, dat er iets in tel mogte zijn, en het zomtijds op Banca voor„ „zien was. Wij lieten daar op ten eersten bij den koning om audientie vraa„ „gen, en bij die gelegentheijd gaven wij den koning niet, alleen zeer omstandig kennis van al het voorschrevene, maar ook dat wij hoopten nu eens zijn Hoogheijd overtuijgt te hebben van de regtmatigheijd onser geduurige klagten, van de weijnige ingang, die ze bij zijn Hoogheijd vonden en van de zoo publicque overtreding der Contracten, mitsgaders dat wij nu uijt naam der Maatschappij een voldoende straf omtrent de schuldigen vorderden; terwijl den eerstgeteken„ „den daar op den koning verhaalden, dat hij eene particuliere brief van Batavia gekregen had, waar In het gantsche be„ „drijf van Capitain Lindesaij in de maand Maart op Muntok niet alleen bekent stont, maar ook de naamen van de hoofden der smokkelhandel, en die der Gijzelaars, de welke zij mede gegeven mitsgaders wat laatsgemelde op de Hoofd„ „plaats uijtgevoert hadden, dat zulks door Capitain Lindesaij zelfs uijtgekoomen was, en dat hij eerste tekenaar niet en twijffelden of deese gantsche affaire zoude tot uw Hoog Edelhedens kennisse mede koomen; terwijl hij er nog bij voegde, dat nademaal zijn Hoogheijd thans zoo zeer op bewij„ „sen stont, hij aan den zelven geene betere konde geeven als die zelfs van Batavia kwaamen. Deeze verzinning klonk den koning en de Ministers zeer vreemd in de Ooren, en zijn Hoogheijd committeerde staande ons discours niet alleen eene van zijne Ministers naar Muntok, maar gaf ook Last de schuldigen van daar te haalen en ernstig onderzoek van zaaken te doen, welk onderzoek al vrijlang geduurt, heeft
English
has, because two days ago the King's ministers only just returned with the aforesaid Tommongong, while the other culprits are expected daily, and we now further await to see how the King will act in this matter. We also left nothing undone, as soon as we received the news of Lindsay's return arrival at Muntok, immediately to send cruisers thither again, and were even thereby forced, because of the arrival of the small vessel in the meantime, to leave the river on one side unoccupied for some time. That adventurer also departed again thereafter, but according to reports is still roaming in the fairway, in order to see his chance once more if possible, as he is said not yet to have been completely paid for his advanced funds and sold goods; however, we do not doubt that, because of the orders given, he will now indeed have to abandon the same. We took the liberty to treat this matter so extensively, both to comply with the accuracy which Your High Excellencies were pleased to recommend to us, and to demonstrate the conduct of the Court and what reliance can be placed on the ministers whom it sends to Muntok under the pretext of conducting an investigation and keeping watch against the smuggling trade there; the more so we have taken the liberty to explain this in such detail because the Court is firmly under the impression that Your High Excellencies are aware of what occurred in the month of March, and while drafting this the envoys, upon the occasion of taking their leave of the first signatory, further made known to him that they were afraid of being taken to task by Your High Excellencies concerning the said actions and the aforesaid two hostages. With the deepest respect and greatest reverence we honor ourselves to call Below stood: High Noble and Right Honorable Lord and Noble Sirs. Lower: Your High Excellencies' very humble and obedient servants. Was signed: Jan de Vries and Philippus Johannes van der Steng. In the margin: Palembang, the 15th of June, Anno 1779. Agrees, J. de Vries Japan Secret Copy To His Excellency The High Noble, Valiant and Right Honorable Lord Reynier de Klerk Governor-General together with The Noble and Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Valiant, Right Honorable and Far-Ruling Lord and Sirs. After receipt of Your High Noble and Right Honorable Lordships' secret letter of the 21st of June of this year, and having been admitted to an audience by the Governor of Nagasaki on the 28th of August thereafter, we delivered the letters, addressed both to the Emperor and to His Honor, with the customary solemnities. The distinction with which they were received, the favorable assurances of the interpreters, and the reasonable hope of thus reaching the intended goal, and by a more ample export of copper to succeed in our efforts upon the so frequently repeated exhortations of Your High Noble and Right Honorable Lordships, caused us to look forward with longing to the arrival of the new Governor. But waiting in vain ever since his arrival on the 10th of October, both for that and for the promised counter-gift for the two Persian stallions sent in 1778 to the satisfaction of the Court, we were highly astonished when, on the occasion of the farewell audience for the first-signed, after leaving the audience hall, the letter for the Emperor was handed over to us by the secretaries, with the request to take it back to Batavia, because, as it is not customary among the Japanese to present any writings directly to the Emperor, the Governor dared not venture to accept it; that had it been addressed to the Councillors of the State no difficulty would have been made about it, and the contents would have been imparted to His Majesty, which His Honor promised to do in person upon arriving at Court. We could not refrain from declaring through the interpreters that we were highly sensitive to the affront done to the Company herein; that they should not imagine that we were unaware of its dispatch to the Court, which became fully apparent from the opening of it, as no Governor of Nagasaki would dare venture this except at the cost of his head; that the Company, by its efforts to meet the Japanese in their desires by annually fulfilling their demands, however obstinate, showed most clearly that it intended to establish an enduring friendship and good harmony in all its dealings, and thus, far from this slight, deserved greater freedom in its trade and a more favorable reception; that the Company had only proceeded to do so upon our request and their assurance that this token of gratitude would bring about for us a more ample concession of bar copper, but would indeed take care dared not venture to accept it; that had it been addressed to the Councillors of the State no difficulty would have been made about it, and the contents would have been imparted to His Majesty, which His Honor promised to do in person upon arriving at Court. We could not refrain from declaring through the interpreters that we were highly sensitive to the affront done to the Company herein; that they should not imagine that we were unaware of its dispatch to the Court, which became fully apparent from the opening of it, as no Governor of Nagasaki would dare venture this except at the cost of his head;
Dutch transcription
661 328. heeft want twee dagen nu geleeden is des konings Ministers eerst te ruggekeert met de voorsz: Tommongong, terwijl de andere schu „dige dagelijksch verwagt worden, en wij nu verders blijven afwag„ „ten hoe den koning met deeze zaak handelen zal Wij hebben ook niets nagelaaten gehad zoo dra de tijding erlang„ „den van Lindesaijs weder aankomst op Muntok, van ten eersten weder kruijssers na derwaarts te zenden, en daar door zelfs, vermits de aankomst intusschen van het scheepje, ge„ „noodzaakt geweest voor eenige tijd de revier aan de eene kant onbezet te laaten: die avanturien is daar op ook wel weder vertrokken, maar zwerft volgens berigten nog in het vaar„ „water, ten eijnde zijn kans des mogelijk nog eens aftezien wyl hij voor zijne voor uijtgeschotene gelden en verkogte goederen nog niet gantschelijk zoude voldaan zijn, dog wij twijffelen, niet of hij zal door de gestelde ordres het zelve nu wel in den steek moeten vaaten. Wij hebbende vrijheijd genoomen deeze zaak zoo wijdloopig te ver„ „handelen, zoo om te voldoen aan de nauwkeurigheijd, die Uw Hoog Edelhedens ons hebben gelieven aan te beveelen als om aantetoonen de behandelingen van het Hof en wat staat te maaken is op de Ministers, die het zelve na Muntok zendquasit om onderzoek te doen en aldaar tegen den smokkelhandel te waaken, te meer hebben wij ook nog de vrijheijd genoo„ „men dit zodanig te clargeeren, wyl het Hof in de vaste verbeelding is, dat uw Hoog Edelheden het voorgevallene in de maand Maart kundig zijn, en onder het concipieeren deezes hebben de Afgezanten, bij gelegentheijd dat zij van den eersten teke¬ „naar afscheijd naamen, hem nader te kennen gegeven dat bevreest waaren van door uw Hoog Edelheden over de gemelde bedrijven en voorsz: twee Gijzelaars onderhouden te te zullen worden. Met het diepste ontsag en de meeste eerbied vereeren wij te noemen /:onderstond:/ Hoog Edels Groot Agtbaar Heer en wel Edele Heeren /:lager:/ Uw Hoog Edelheden zeer onderdaaige en Ootmoedige dienaaren /:was geteekent:/ Ian de vries en Philippus Iohannes van der Steng /:in margine:/ Palembang den 15. Junij A:o 1779 Accordeert G De Dries Japan secrus 0 338 681 No. 2. opie Aan zijn Edelheijd Den Hoog, Edelen Gestrengen Groot Agtbaaren Heer Rijnier de Klerk Gouverneur Generaal benoevens De Wel Edele Groot Agtbaare Heeren Raaden van Neederlands India Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare en Wijdgebie„ „dende Heer en Heeren. Na ontfangst van UW: Hoog Edele Groot Agtbaarheedens secreete letteren regeering cleur 329. 663 van van den 21 Junij deeses Jaarsen bij den Hbder Nangazakies Gouverneur op den 28. Augt: daar aan, ter gehoor geadmitteerd zijnden, hebben wij de brieven, zo voor den Keijser als E' Edle gerigt met de ge„ „woone solemniteiten overhandigd, de Die¬ „tinctie waarmeede derzelve wierden ontfangen, de gunstige verseekering der tolken, en de billijke hoop van dus het beoegde dolwit te bereiken, en door een ruijmer vervoer van Kooper, in onse pogin¬ gen op de zo dikmaals herhaalde aanspoo„ „ringen van uw Hoog Edele Groot Agtbaar te reusseeren, deeder ons met verlangst de komst van den nieuwen Gouverneur te 330: 665 338 681 No. 2. cleur egeering opie E te gemoed zien, dog zeederd zijn arrive¬ ment op den 10 October zo daar op, als op het beloofde Contra geschenk voor de twee in 1778 ten genoege van het hoff aangesondene persiaanse hengsten, vrug,„ te loos wagtenden; waaren wij ten hoogste de verwondert, toen ons bij gelegendheijd van de afscheijde audientie voor den eerst¬ „geteekende, na het verlaaten der gehoor„ „zaal, de brief voor den Keijser door de secretarissen wierd ter hand gesteld, met versoek die na Batavia terug te bren„ „gen wijl bij den Japander niet in gebruijk zijnde eenige geschriften, 71 den Keijser direct aantebieden, den Gouven ½ „neur 1 „neur niet dorst onderstaan die te accepteeren dat indien zij aan de Rijksraaden was gerigt geweest daarin geen swarrigheid gemaakt, en den inhoud aan zijn Maje„ „steijd zou bedeeld zijn, het geen Z: Edle beloofde ten hoove Koomende n persoon te zullen doen, wij hebben niet kunnen nalaaten, door de Tolken te betuijgen, dat wij ten hoogste gevoelig waaren over het aff ront 6 de Comp: hier in aangedaan, dat men zig niet moest verbeelden, dat ons dies ver„ „sending ten hoove onbewust was, 't geen „ uijt het oopenen ten volle kwam te blij¬ „ken, wijl geen Gouverneur van Nanga„ „zachij dit als te kosten van zijn hoofd Zou 331. 667 338 681 No. 2. cleur Regeering zou durven onderstaan, dat de Comp:e door Haare pogingen om den Japander in zijne begeertens te gemoed te koomen met haare Eijschen, hoe eijgensinnig jaarlijks te voldoen, ten klaarste toonde, het vesti„ „gen eener bestendige vriendschap, en goed harmonie in alle haare handelingen, te bedoelen, en dus verre van deese Klijnag¬ „ting een meerdere vrijheid in haar handel ten een gunstiger onthaal verdiende, dat Dezelve niet als op ons versoek en hunne verseekering dat deese blijk van dankbaarheid, ons een ruijmer vergun„ „ning van staafkooper zoubewerken, daar toe was overgegaan, dog zig wel zou¬ x wagten E opie „neur niet dorst onderstaan die te accep„ dat indien zij aan de Rijksraaden w gerigt geweest daarin geen swarrighe gemaakt, en den inhoud aan zijn s „steijd zou bedeeld zijn, het geen Z: d beloofde ten hoove Koomende in persoon te zullen doen, wij hebben niet kunnen nalaaten door de Tolken te betuijgen, dat wij ten hoogste gevoelig waaren over het affro„ 6 de Comp: hier in aangedaan, dat men ƒ niet moest verbeelden, dat ons dies u „sending ten hoove onbewust was, 't ge „ „ uyt het oopenen ten volle kwam te b„ „ken, wijl geen Gouverneur van Nang „ „zackhij dit als te kosten van zijn hoop „ .„ zou
English
331. 667 338 681 No. 2. Government HH clerk would dare to submit that the Company, through its efforts to accommodate the Japanese in his desires by fulfilling his demands annually, however whimsical, showed most clearly that it aimed at establishing a lasting friendship and good harmony in all its dealings, and thus, far from this slight, deserved greater freedom in its trade and a more favorable reception; that it had proceeded to this only upon our request and their assurance that this token of gratitude would procure us a more generous grant of bar copper, but that it would certainly beware, in the future, of exposing itself to such a reception, which among more civilized nations would be of the greatest consequence. In vain have we attempted to fathom what gave rise to this; and we must infer from the conversations of the interpreters that, upon receipt, the same was dispatched to Edo at once, but was intercepted and sent back by the envious writer and former Governor of Nagasaki, Bingo, who, speaking of us, does not hesitate to declare openly that he regards us as the cancer of the country, since by the export of copper 332. 669 338 681 No. 2. clerk and the importation of products which the Japanese can easily do without, we exhaust the essential source of wealth. For our accountability, we demanded from the Lord Governor a written document containing the reason for this refusal of theirs, and finally obtained this through our strong insistence, as it is transmitted herewith along with the letter for the consideration of Your Right Honorable Grand Worships, while His Honor had us informed that the Feudal Lord of Akita had discovered and secretly opened a rich copper mine in his district, of which the court having received knowledge, he was condemned to a fine of 10000 mangok or one million pounds of rice, and its working was forbidden to him for a period of four years, after the expiration of which His Honor would attempt to arrange that the Company also be granted a share of what is delivered. However uncertain this assurance and however frivolous all their promises are, we have had to rest content with this, thanked His Honor for his well-meaning intention, and most strongly recommended the interest of the Company to his favorable care, but carefully concealed the entire course of this matter from the servants in order to prevent all talk. Upon the received demand of the Japanese for the year 1780, there being requested a small quantity of 3000 lb of cloves, 333. 671 338 681 No. 2. Government clerk cloves, with the announcement that with a larger supply the price would be reduced, because the money chamber had been obliged to part with the most recently received at a small advance, we have nevertheless stated a quantity of 10000 lb in our demand, and shall make every effort to trade them on the previous footing, and thus not deprive this trading post of a profit item that makes such a favorable showing on the balance sheet. Yet since all outcomes in trade are uncertain, and we, in the event of an absolute refusal, would be obliged to yield to their desire, or to have to hold them over until the following year, we have arranged our demand somewhat more generously, and request Your Right Honorable Grand Worships to be authorized to carry back with the ships that which might not be accepted against the previous price, because we deem it more advisable for the interest of the Company to proceed to this than to consent to a price reduction from which they would not wish to deviate in the course of time. Since the nutmegs, according to previous yields, produce a considerable advance, we have persuaded them to request 1000 lb of them this year, and request that no larger quantity than that be supplied, because they would otherwise assume that the Company was embarrassed with them and a price reduction could sometimes be stipulated on them. Furthermore, in order to try everything that may serve for the improvement of the trade, we have 334. 673 338 681 No. 2. clerk Government we have also listed 1000 lb of coffee as a trial. Among the Japanese who interact with us daily there are many who make a request for it; it could be a means to accustom the nation slowly to this beverage through a small supply. If we should find, however, that no noticeable advance is to be obtained on it, we shall accept the same among ourselves as a trifle against the usual prices for household use. Whereas the assistant Meyer, through his talk and conduct, has made himself guilty of many missteps, not shrinking from stealing various goods from private individuals and from the Company's warehouses, such as vermilion, verdigris, tin, sailcloth, etc., and secretly selling them to the covetous Japanese, for which he was arrested, we have, after fierce disputes with the interpreters and ottonas of the island, obtained him back from the city; in order to prevent the contempt that his conduct might inspire for the entire nation, and to be removed from their sight, we have sent him on board the Huis te Speijk, and have not made that matter known in our public papers in order to avoid all scandal, requesting Your Right Honorable Grand Worships favorably to approve this conduct of ours, and to dismiss us from such a harmful individual for the future. The first signatory his humble thanks
Dutch transcription
331. 667 338 681 No. 2. Regeering HH cleur zou durven onderstaan, dat de Comp:e door Haare pogingen om den Japander in zijne begeertens te gemoed te koomen met haare Eijschen, hoe eijgensinnig jaarlijks te voldoen, ten klaarste toonde, het vesti„ „gen eener bestendige vriendschap, en goed harmonie in alle haare handelingen, te bedoelen, en dus verre van deese Klijnag¬ „ting een meerdere vrijheid in haar handel ten een gunstiger onthaal verdiende, dat Dezelve niet als op ons versoek en hunne verseekering dat deese blijke van dankbaarheid, ons een ruijmer vergun„ „ning van Staafkooper zou bewerken, daar toe was overgegaan, dog zig wel zou¬ wagten E =wagten, in den aanstaanden, aan zodanig een onthaal dat bij beschaafdere volken van de grootste nasleep zou zijn te ex¬ „poneeren; vergeefsch hebben wij getracht het geen: daar toe aanleiding gaf te door„ „gronden; en moeten uijt de gesprekken den tolken op maaken, dat dezelve bij ontfangst terstond na Jodo gedepecheerd, dog door den neidigen beschrijver en voormaaligen hou¬ „verneur van Nangazachij Bingo is aange„ „houden en terug gesonden, die van ons spre „kende, zig niet ontsiet, opentlijk te betuijgen dat hij ons als den Kanker van h land beschouwd wijl wij door den vervoer van koopen 332. 669 338 681 No. 2. e cleur Kooper, en aanbreng van Producten die den Japander gemakkelijk kan ontbeeren, de wee„ =„sendlijke bron van rijkdom uijt putten; Wij hebben ter onser verantwoording van den regeering Heer Gouverneur een geschrift gevorderd de reede van deese hunne wijgering bevattende, en dit door ons sterk aanhouden eindelijk ge¬ „obtineerd, zo als het tot speculatie van UW Hoog Edele Groot Agtbaaren neevens den brief bij deese overgaat, terwijl EEdle ons liet aanzeggen, dat den Landsheer van A„ 161 „hita in zijn district een rijke kooper mein ontdekt en in stilte geoopend had, waarvan het hoff kennis gekreege hebbende, hij in een boete van 10000 mangok of een millioen ponden He ponden rijst was verweesen, en dies be¬ arbeiding hem voor een teid van vier jaaren geinterdiceerd, na welk ver„ „loop z Edle zou trachten te bewerken, dat de Comp: van het geleeverde meede zeen aandeel wierd vergund, hoe wissel¬ „vallig deese verseekering, en hoe frivool alle hunne beloften zijn, hebben wij ons daarmeede wel moeten voldaan houden Elde voor zijn Welmeenende intentie bedankt, en het belang der Comp zijn ge neegene sorg ten kragtigsten aanbe„ „voolen, dog het geheele beloop deeser zaak, voor de bediendens tot voorkoo¬ „ming van alle discoursen, sorgvuldig, bedott Bij der Iapanders ontfangene Eijsch voor het jaar 1780 gevorderd zijnde een geringe quarititeid van 3000 lb Garrioffel 333. 671 338 681 No. 2. egeering Eaprioffel Nagulen met aanzegging dat cleur bij een meerdere aanvoer de preijs zou werden vermindert, wijl de geld kaamer de jongst ontfangene met een gering ad„ „vans had moeten afstaan, hebben wij bij onsen Eijsch, egter een quantiteid van 10'000: lb bekend gesteld en zullen alle poogingen =doen, om die op den voorigen voet te ver„ „handelen, en dit Comptoir dus niet te beroo„ „ven van een winstpost die bij de Staad= reekening zulk een favorabele verthooning maakt, daar nogthans alle uijtkomsten in den handel wisselvallig, en wij bij volstrik¬ „te weigering verpligt zouden zijn aan hun begeeren toetegeeven, of die tot het volgende jaar te moeten aanhouden, hebben wij onsen Eisch eenigsints ruijmer ingerigt, en versoeken uw Hoog Edele Groot Agtbaar¬ G: te te werde gequalificeert het geen teegen den voorigen Prijs niet mogte werden aangenoomen, met de scheepen terug te voeren, wijl wij voor het belang van de Com raadsaamer oordeelen daartoe over te gaan, als in een prijs vermindering waar van zij in vervolg van teid met moeste willen af¬ „stappen, te bewilligen. noote Dewijl de muscaten blijkens voorige Rendementen een considerabele advans af¬ werpen hebben wij haar gepersuadeerd daar¬ „van dit jaar 1000 lb toegen te vorderen, en versoeken dat daar op geen grooter quan„ „titeid mag werden voldaan, wijl zij ander¬ „sints zouden veronderstellen, dat de Comp: daarmeede verleegen, en er somteids een c prijs vermindering op de bedingen was, Om voorts alles te beproeven, wat tot verbeetering van den handel kan strekken, hebben 334. 673 338 681 No. 2. „ cleur egeering J hebben wij teffens bekend gesteld 1000 lb Coffij tot preuve: onder de Japanders die daagelijks met ons omgaan zijn er veele die daarom versoek doen, het zou een middel kunnen zijn, om de natie door eeen geringe aanbreng langsaam aan deese drank te gewennen, indien wij egter mogten 6 bevinden dat daarop geen merkelijk ad¬ vans te behaalen is, zullen wij dezelve onder ons, als een klijnigheid teegen de gewoone prijsen tot huijsgebruijk accepteeren. Daar den Assistent Mijer door zijne gesprekken en handel zig aan veele misstappen heeft schuldig ge„ „maakt, niet ontsiende verscheijde goe„ „deren van Particulieren en uijt 's Comp: pakhuijsen te ontvreemden, als vermiljoen spaansgroew, thin, zijldoek &e en in stille aan aan den baadsugtigen Japander te verkoopen, waarover hij was gearres¬ „teerd, hebben wij naheevige disputen met de Tolken en Ottonaas van het Eijland dezelven uijt de stad terug er¬ „langt; om de klijwagting die zijne oor„ „duiten voor de geheele natie mogten inboesemen voor te koomen, en aan¬ hun oog te zijn ontruht, hebben wij hem na boord van het Huijs te Speijk gesonden, en die zaak tot vermeiding van alle eclat bij onse gemeene pappie¬ „ren niet bekend gesteld, versoekenden Uw Hoog Edele Groot Agtbaaren deese onse behandeling gunstig te willen ap¬ „probeeren, en ons van sulk een schade¬ „lijk subject voor het vervolg te ontslaan. Ed Den Eerstgeteekende zijn needrige dank
English
335 675 338 681 No. 2. fourth clear thanks for the granted concession to satisfy the purchase costs of the 700 Picols of bar copper sent in 1778, which, upon the favorable authorization of Your High Nobilities, are again being distributed across the ships under the government this year, in the hope that this amount will be accorded to him and the attorneys of the second signatory, we take the liberty of requesting Your High Nobilities to look upon our conduct in general, as well as our particular management of affairs, with an eye of approval, while we shall endeavor, through persistent efforts, to promote at all times to the best of our ability the precious interest of the Company entrusted to our care. After After wishing Heaven's most precious blessings upon Your High Noble Right Honourables, their glorious Government, and Families, we have the Honour to call ourselves with due humility, High Noble and Stern Right Honourable Far-Ruling Lord and Lords Japan, at the Factory Nangazackij the 30 November 1779. P.S. in order to be able to close this, we were obliged to enter the offered price for the nutmegs at D -: 3: 6, yet we continue to insist on a price increase. D: G Stringh Your High Noble and Stern Right Honourables' humble and very obedient Servants A W Beith 338 681 Copy Gelvinck government No. 2. 336: 677 398 681 No. 2. Government Copy director Translation of a written Letter from the Governor of Nangazaekij to the Dutch Captain Presently the High Noble Lord Governor General of Batavia has sent Dutch and Chinese writings regarding the counter-present of the past year of 50000 Caties of bar copper for the Persian horses and their tack, as well as Dutch clothing, for which the Noble Lord Governor General showed in his esteemed writing his expression of gratitude, which letters, having been brought and presented personally by the ruling and the incoming opperhoofden to the Government of Nangazackij, were indeed received, but the Lord Governor General should not take it amiss that it is not our custom for writings to be presented personally to His Majesty, for among us the great princes of this Empire do not allow such things to happen, to happen, and consequently it would be against our custom, for which reason the currently sent writing is returned, which reason the Noble Lord General at Batavia is kindly requested to understand; the Governor of Nangazackij himself being very sorry for this incident, but with regard to the writing sent to him, the outgoing governor will personally take it with him to Court. Japan the 11th of Iauguats In the Year 1719. Matij Mesiemorj Abra ant atsimon Koozack P L Gisabeg Samra Motensiro S - 338 681 Copy O Secret Missive 337. 679 director Vis Kijemen N Simbe F H Government Sige Sisnoskij N D Kuubij No. 2. 338 681 No. 2. Copy E Secret Missive written by the Lord Governor and Director of the City and Fortress Malacca to The Noble High Indian Government Batavia dated the 11 September 779 779 - ƒ 339. 683 Batavia To his Honour The High-Noble Right Honourable Lord Reijnier de Klerk Governor General together with The Right-Honourable and Stern Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble Right-Honourable Far-Ruling Lord and N Right-Honourable and Stern Lords Upon the arrival here of the G pantjallang Rustenburg on the 17th of August last, I had the honour of receiving the duplicate of Your High Nobilities' highly respected Separate Letter of 20 June of this year. I thank Your High Nobilities most hum- -bly for the clarification given therein regarding the previous authorization for the price increase of the Rembau tin. Per the bark the Eendragt. But But the Regents of that district having arrived here before I was relieved of my doubts in that regard through the receipt of Your High Nobilities' aforesaid Letter, I proposed to them to accept annually for the Company 40,000 lb of tin at the price of 36 Spanish reals for the bahar of 375 lb, but for every such bahar of what is delivered to the Company in addition to that to pay no more than 34 Spanish reals, and, since they were satisfied with this, to have this incorporated into the Contract concluded with them on 11 August and offered herewith to Your High Nobilities. I therefore hope that Your High Nobilities will view this favorably and also confirm the Contract in its entirety with Your High Approval. ƒ Postponing until a further opportunity the answering of the other points treated in the aforesaid Letter, I must by this present inform Your High Nobilities of the change that has occurred in the imperial rule of Siak. The 346. 685 The King Radja Mahomet Ali communicated to me in the month of April of this year the report that he had received of Radja Ismael's intention and preparations to make an incursion into Siak, requesting at the same time fifty barrels of gunpowder. And since that report agreed both with the letter of the Commandant of the Dutch Garrison at Perak, Meijer, in his letter of 19 December 1778, and with the rumour spread here about the same time regarding an extraordinary outfitting of vessels by Radja Ismael, cited in our Resolution of the 28th of the aforesaid month of April, it was thought fit not only to accommodate the said King against payment with twenty barrels of powder, but also to have the pantjallang Java, which was about to depart for the opposite shore with personnel and tools for the felling of mast timber, convoyed by the bark the Geer- F truida Susanna, both reinforced with Military men, and first to have those vessels
Dutch transcription
335 675 338 681 No. 2. vrte cleur dank voor de verleende concessie ter vol¬ doening van het inkoops Kostende der in 1778 versondene 700 Picole StaafKooper, welke op gunstige qualificatie van Uw Hoog Edelheedens weeder dit jaar op regeering bij de scheepen verdeeld overgaan in hoope„ dat dies bedraage aan hem en de gemag¬ „tigden van den tweeden geteekende zal werden geaccordeerd, neemen wij de vrijheijd hoogst dezelven te versoeken onse behandeling zo in het algemeen, als besonder bestier van zaaken met eer oog van goedkeuring te willen be„ „schouwen, terwijl wij door aanhouden„ „de pogingen, zullen trachten, het dier„ „baar belang der Comp. onse sorgen toebetrouw ten allen teide na vermoogen te bevorderen. betiigend en Na Na toewensing van 's Heemels Dierbaar¬ „ste Zeegeningen over Uw Hoog Edele Groot Agtbaaren derzelver roemragtige Regeering, en Familien hebben wij de Eer ons met verschuldigde ontmoed te noemen. Hoog Edele eteng soot gtbar en ij ebiedende Heer en Heeren Japan ten Comptoire Nangazachij den 30 Novbr 1779. P. S. om deese te kunnen sluijten zijn wij verpligt geweest het geboodene voor de. noten muscaten tot D —: 3:6 te moeten invullen sog blijven op een prijv„ „verhooging aanhouden. D: G Stringh uw Hog Edele destrenge Groot Agtbaarens onderdaanig en zeer gehoorsaame Dienaaren AW Beith 338 681 opie Gelvinck regeering No. 2. 336: 677 398 681 No. 2. Regeering Copie recteur Translaat van 't Een schriftelijk Brief van de Gouverneur van Nangazaekij aan de se Hollandsche Capitain Thans Hoog Edele Heer gouverneur generaal van Batavia heeft gezonden hollandsche en Chineesche schriftuur weegens de Contra. present van A„o passato 50000 Caties staal koper voor 't persians paarden en deszelfs gereedschappen als meede Hollandsche kleederen, daar voor Edele Heer gouverneur ge„ „neraal bethoond van zijn g'eerde schrift tot zijn dankbaar betuijgen, welk brieven bij de Gouver„ nement van Nangazackij 't regeerende en 't aankoomende opperhoofden zelfs gebragt en presenteerd werdende 't zelve wel ter hand gesteld hebben, maar d' Heer gouverneur generaal daar op niet mogen qualijk te neemen dat 'er geen ons gebruijk om voor zijn Majestijd zelfs schrift presenteert word, want bij ons d' groot vorsten van dit Rijk zulx niet geschieden geschieden, bij gevolg teegen ons manier zoude weesen, uijt dien hoofd thans gesonden schrift te rug gegeeven word, zulx reeden op batavia Edele Heer generaal gelieft begrijpen dit gevallen zullende zig selfs voor de gouverneur van Nangazackij zeer leetweesende dog voor deselve toe gesonden schrift dat het afgaande gouverneur zelfs naar Hoff meede genomen worden Japan den 11:en Iauguats A=o 1719. Matij Mesiemorj Abra ant atsimon Koozack P L Gisabeg Samra Motensiro S - 338 681 Copie O harMissive 337. 679 ecteur Vis Kijemen N Simbe F H Regeering Sige Sisnoskij N D Kuubij No. 2. 338 681 No. 2. opie E Secreete Missive geschreven door den Heer Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca aan De Edele Hoog Indische Regeering Batavia gedateerd den 11 september 779 779 - ƒ 339. 683 Batavia Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot. Agtbaaren Heer Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal benevens De Wel. Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Judien Hoog Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer en N Wel-Edele Gestrenge Heeren Bij het arrivement alhier van de G pantjallang Rustenburg op den 17 Augustus laastleden, heb ik de eere gehad van te ontvangen het duplicaat van Uwer Hoog e Edelheden zeer gerespecteerden Aparten Brief van den 20 Juni deezes jaars Ik bedank Uwer Hoog-Edelheden ne¬ „drigst voor de daar bij gegeven ophelde„ „ring aan de voorige qualificatie tot de prijsverhooging van het Rombouwsche tin. Per de bark de Eendragt. Maar Maar de Regenten van dat landschap hier gekomen zijnde, voor dat ik door den ontvangst van Uwer Hoog Edelheden gemelden Brief ontheven wierd van mij„ ne twijfeling dienaangaande, heb ik hun geproponeerd, jaarlijks voor de Compagnie te zullen aanneemen 40'000: –. lb tins tot den prijs van 36. –. Spaansche reaalen voor de baar van 375:-- lb dog voor ieder zoodanige baar van hetgene daaren„ „boven aan de Compagnie geleverd word niet meer te betaalen, dan 34. –. spaan„ „sche reaalen, en, dewijl zij daar mede genoegen namen dit laaten influeeren by het op den 11. Augs. met hun gesbo„ „ten en uwer Hoog Edelheden hier nevens aangeboden wordende Con„ „tract. Ik hoop derhalven dat Uwe Hoog- Edelheden, mij zulks ten goeden zullen duiden, en het Contract ook in zijn geheel met Hoogderzelver approbatie bekragtigen. ƒ De beantwoording van de overige in den gemelden Brief verhandelde poin„ „ten tot nadere gelegenheid surseerende moet ik Uwer Hoog. Edelheden by dee„ ten kennis geeven van de voorgevallen verandering in het Rijks bewind van Siac De 346. 685 De Koning Radja Mahomet Ali communiceerde my in de maand April deezes jaars het berigt, dat hij ontvan„ „gen hads van Radja Ismaels voor„ „neemen en preparatien om eenen en val in Siac te doen, met verzoek teffens om vijftig vaatjes buskruids En nadien dat berigt overeenkwam, zoo wel met het schrijven van den Com„ „mondant der Nederlandsche Be„ „zetting te Pera Meijer bij zijnen brief van den 19 December 1778, als niet het omtrent den zelfden tijd hier ver„ - „spreide gerugt wegens eene buitenge= „woone unitrusting van vaartuigen bij Radja Ismael, aangehaald bij onze Resolutie van den 28 der voor„ „schreven maand April, rondt men niet alleen goed den gemelden Koning voor betaaling te gerieven met twin„ „tig vaatjes kruids, maar ook de pantjallang Iava, die met volk en gereedschappen tot het koppen van masthouten naar de overwal stond te vertrekken door de bark de Geer„ F truida Susanna te laaten convoijée„ ^ beide met Militairen — „ren ^ versterkt, en die kietjes alvoorens de
English
to let them enter the river of Siac, partly to deliver the aforementioned gunpowder, and partly to make Radja Ismael understand that the Company would obstruct him in his intentions. These two vessels, having departed on 29 April, returned on 6 June without having encountered anything. The King of Siac also seemed somewhat more at ease since then. And one of the inhabitants of Malacca, who had been to Rackan to conduct his business, reported to me upon his return that he had not seen the slightest preparations being made there for the departure of Radja Ismael, but that, on the contrary, his few vessels were hauled up on the shore. I and others with me then thought nothing else than that Radja Ismael's attack on Siac was just such a false rumor as people had often circulated here before. But on 19 August I was surprised by the news of Radja Ismael's actual arrival in the river of Siac, and received at the same time a letter written by him to me and the Council, which gave us sufficient certainty of his intention to put himself in possession of Siac. We resolved thereupon that very same day to come promptly to the aid of the King of Siac, and made such arrangements for this as are noted in our Resolution. The Company's armed vessels also set sail the following day, but had scarcely entered the river of Siac when the Commanders of this Expedition, for which we had chosen the Military Lieutenant Hensel and Master Attendant Ielgerhuijs, received word that Radja Ismael had captured the King's place of residence, as will appear to Your High Nobilities from their Report; and on 26 August a letter was brought to me from Radja Ismael, containing communication of the good success of his undertaking, assurances of friendship and goodwill, and a request to be favored just like his brother; to which was attached a letter for Your High Nobilities, which I have the honor to let accompany this. Having already resolved at our session of 19 August to instruct the aforementioned Commanders of the Expedition to Siac not to commit any acts of hostility against Radja Ismael until further orders, should he have captured that Kingdom before their arrival there, we deliberated on 27 August whether we should treat him as an enemy or rather leave him in peace until we should be furnished with Your High Nobilities' honored orders regarding the matter. But since, in the former case, we could expect nothing but the ruin of this Colony and the entanglement of the Company in an expensive war, owing to our slight strength and the circumstances of the aforementioned event, we chose the latter, and consequently resolved to recall the Company's vessels and to answer Radja Ismael's letter in such terms as will appear to Your High Nobilities from the copy of our letter sent to him. I trust that Your High Nobilities will be pleased to be satisfied with these our arrangements, made according to the nature of the matter and the circumstances of the time—of which, as well as of the contents of the relevant documents transmitted herewith, I have merely cited the essentials in brief, so as not to weary Your High Nobilities' attention with an extensive recitation thereof. Yesterday there came to me the Siakese Padoeka Siri Dewa, who was a Minister and confidant of the fled King Radja Mahomet Ali, bringing greetings from His Highness and Radja Ismael, and a letter from the latter, in which that Prince fully and very satisfactorily answers the points put to him in our letter sent to him, as Your High Nobilities will also observe from the copy of the translation accompanying this. And since he further states therein that his brother Radja Mahomet Ali, having been reconciled with him, has resigned the management of affairs to him, I have had an account of the circumstances of this singular event drawn up from the mouth of the aforementioned envoy, which is now likewise presented to Your High Nobilities. Radja Ismael having satisfied the request of me and the Council in our aforementioned letter, may it now also be permitted to me, in fulfillment of our promise made to him to write in his favor, most submissively to submit to Your High Nobilities' consideration whether it would not best suit the interest of the Company and its subjects in this place to consent to that Prince's request for forgiveness and adoption into the Company's favor, and to leave him in peaceful possession of the Kingdom usurped by him, so long as he conducts himself according to the strong promises contained in his letters. For besides the fact that he, as a legitimate son of the King of Siac Radja Mahomet deposed by the Company in the year 1761, and a descendant of the Johore House on his grandmother's side, is held in higher esteem among the bulk of the Nation than Radja Mahomet Ali, the latter also has no children of his own, but only an adopted nephew who is still very young and who, as I am informed, would have been proposed by His Highness as his Successor had Radja Ismael, upon obtaining news of his brother's sickly condition, not prevented this by his hasty and successful invasion of that Kingdom. I pray Your High Nobilities to be pleased to send me as soon as possible
Dutch transcription
de rivier van Siac te laaten inloo„ „pen, eensdeels ter afgaave van het gemelde kruid, en anderendeels om daar door Radja Ismael te doen begrijpen, dat de Compagnie hem in ƒ zijn voorneemen hinderlijk zoude zijn Deeze twee vaartuigen, op den 29. April vertrokken zijnde, keerder den 6 Iuni te rug, zonder iets ont„ „moet te hebben. De Koming van Siac scheen ook sedert wat gerusten En. een der ingezetenen van Malacca die naar Rackan vas geweest ter verrigtinge zijner zaaken rappor„ „teerde mi bij retour, dat hij daar geene de minste toebereidzelen hadt zien maaken tot het vertrek van - Radja Ismael, maar dat in tegen„ „deel zijne weinige vaartuigen op v de wal gehaald stonden. Ik en 6 anderen met mij dagten toen net anders, of de aanslag van Radja Ismael op Siac was zoo een lecu„ „zelagtig uitstrooizel, als men hier bevoorens ook meermaalen hadt doen couleeren. Mhaar 341. 687 verrast met de tijding van Radja Ismaels actueele komste in de rivier van Siac, en ontring te gelijk een brief, door hem aan mij en den Raad geschreven, die ons zekerheid genoeg gaf van zijn oogmerk, om zig in het bezit van Siac te gaan stellen. Wij beslooten daar op ten zelfden dage den koning van Siac spoedig te hulp te komen, en maak„ „ten daar toe zoodanige schikkingen, als bij onze Resolutie staan aangete¬ „kend. Comp:s gearmeerde vaartuigen gingen ook den volgenden dag onder zeil„ dog waren nauwelijks de rivier van Siac binnengelopen, of de Commandan„ „ten deezer Expeditie, waar toe wij ver„ — „kozen hadden den Luisenant Militair Hensel, en Equipagie - op zigter Ielger„ „huijs, kreegen narigt, dat Radja Is„ mael de Residentie plaats van den Koning overmeesterd hadt, gelijk uwer Hoog Edelheden zulks blijken zal bij hun Rapport en mij wierdt den 26 Augs. een brief gebragt van Radja Ismael, behelzende communicatie van v het goed succes zyner onderneeming Maar op den 19 Augs. wierd ik verzekering 6 verzekering van vriendschap en welmee„ „nendheid, en verzoek om even als zijnen broeder begunstigd te worden; waar bij gevoegd was een brief voor Uwe Hoog e Edelheden dien ik de eere het deezen te laaten verzellen. Ter onzer sessie van den 19 Augs. reeds beslooten hebbende den gemelden Commandanten van de Expeditie naar Siac last te geeven om tot nader order geene fijtelijkheden tegen Radja Is„ „mael te pleegen, indien hy voor hunne komste ginder dat Rijk mogte hebben ingenomen, delibereerden wij op den 27 Augs of wy hem als een vijand„ zouden behandelen, dan wel met viede laaten tot dat wij daar omtrent zou „den weezen gemunieerd met Uwer Hoog-Edelheden geëerde bevelen. Maar, dewijl wij in het eerste geval niet als de ruine deezer Colonie en de inwikkeling van de Maatschap„ „pijl in eenen kostbaaren krijg, te gemoet zouden zien, wegens onze geringe magt en de omstandigheden van het voorschreven evenement, koo¬ „zen wij het laaste, en resolveerden dienvolgens Comp:s vaartuigen te rug te 342. 689 Ee roepen en den brief van Radja Ismael in zoodanige termen te beantwoorden, als uwer Hoog-Edelheden zal te vooren komen bij de copie van on„ „zen aan hem afgezondenen brief Ik vertrouwe dat Uwer Hoog¬ Edelheden met deeze onze naar den aart der zaake en de gelegenheid des tijds gemaakte bestellingen waar van ik zoo wel als van den inhoud der daar toe relative en hier nevens overgaande bescheiden slegts het zaakelijke in het kort heb aangehaald, om de attentie van Uwer Hoog Edelheden niet met eene uitgebreide recitatie daar van te vermoijen genoegen zullen gelieven te neemen Gisteren kwam tot mijnen de Siacker Padoeka Siri Dewa, die een Minster en vertrouweling geweest is van den gevlugten Koning Radja Mahomet Illi, medebrengende de groeten is van zijne Hoogheid en Radja Ismael en een brief van den laasten, waar bij die Prins volledig en zeer voldoende antwoordt op de hem voorgehouden pointen by onzen aan hem afgezonden brief gelijk gelijk Uwer Hoog-Edelheden zulks mede cousseeren zal bij de copie van het deezen accompagneerende Ranslaas En nadien hij daarin verder zegt, dat zijn broeder Radja Mahomet Ali, met hem verzoend zijnde, de maneance der zaaken aan hem heeft geresigneerd, heb ik nopens de omstan„ „digheden van deeze singuliere gebeu„ renis een Relaas laaten opmaa¬ „ken uit den mond van gemelden zendeling, hetwelk Uwer Hoog-Edel„ - „heden tans mede words aangeboden Radja Ismaek aan het verzoek van mij en den Raad by onzen meer„ gemelden brief voldaan hebbende, zij het mij nu ook gepermitteerd ter nakominge onzer aan hem gedaane toezegging van in zinen faveur te zullen schrijven. Uwer Hoog Edelheden by deezen onderdaanigst in bedenking te geeven of het niet met het belang van de Maatschappije en haare ou „derzaaten hier ter plaatze best zoude convenieeren in het verzoek van dien Prins, om vergiffenis en anneeming in . 343. 691 in Comp:s gunste te bewilligen, en hem ke laaten in de vredige possessie van het door hem geusurpeerde Rijk, zoo lang hy zig gedraagt naar de kragtige beloften, in zijne brieven vervat. Want, behalven dat hij als een egter zoon van den door de Compagnie in het Jaar 1761. gedetro¬ „neerden Koning van Siac Radja Mahomet, en van grootmoeders zijde een afstammeling van het Iohorsche Huis, bij het gros der Natie in meer„ „der agting is, dan Radja Mahomet Ali, zoo heeft deeze ook geene eigen kinderen, maar wel een geadopteer¬ „den neef, die nog zeer jonk is, en door zijne Hoogheid, zoo als ik onder„ „rigt ben, tot zijnen Successeur zoude weezen voorgedragen, indien Radja Ismael zulks niet op de erlangde tijding van zynes broeders ziekelijken staat gepreveneerd hadt door zijnen verhaasten en welgeslaag„ JC „den inval in dat Rijk. Ik bid Uwe Hoog Edelheden my hier op zoo spoedig immers mogelijk te willen doen
English
Examined 14 to send His Honour's orders for my information, and I have the honour furthermore to remain with the utmost respect, below stood, Right Honourable, Highly Esteemed, Sovereign Lord, and Most Honourable, Stern Lords, lower, Your Honours' very obedient and dutiful servant, was signed, P. P. de Bruijn, in the margin stood, Malacca in the Castle, the 11th September 1779. clerk Baumgarten Agrees D. Rojus 344 693 Secret Resolutions taken in the Council of Policy of the City and Fortress of Malacca on the 19th and 27th of August 1779. Copy No. 4. 345 695 In the afternoon Thursday the 19th August 1779 Meeting of Policy All present This Meeting having been convened in order to deliberate with one another and to make the necessary arrangements upon the news received this afternoon of Raja Ismael's arrival in the river of Siak, the Lord Governor has, in proof of the certainty thereof, produced Firstly, an account provided at the requisition of His Honour by the Malay Jamal and the Chinese Jang, containing that Raja Ismael had appeared at Bukit Batu on the 15th of this month with a fleet of forty large and small vessels, and, after having stayed there a short time to await the rising tide, had entered the river of Siak; that he had, by armed men sent ashore, caused the fishermen living at the mouth of that river to be apprehended and placed upon his vessels in order to help row them upriver; that the Chinese Jang, one of the aforementioned informants, had departed some days ago from Siak with a letter from the king to the Lord Governor, and, while he was ashore near the mouth of the river, being also seized by the people of Raja Ismael and brought before him, the latter had caused two blunderbusses and two flintlocks to be taken from him; that he, on the contrary, had handed him a paper written in the Malay language, with orders to deliver the same to any Company cruiser, whenever one should arrive; that the king of Siak had twelve large vessels lying in the river, but that all the ordnance thereof was not yet on board, and that the remaining vessels of His Highness were standing on the shore. The 19th August 1779. Secondly, the translation of the aforementioned Malay paper, brought hither by the last-named informant, and found to be a letter from Raja Ismael to the Lord Governor and the Council, containing that, on account of the haste he had to settle his affairs, he could not give notice thereof other than by 346 697 The 19th August 1779. this letter; that he was not intentioned to wage war against his brother, the king of Siak, but that, if the latter took up arms against him, he would likewise have to fight; that he requested the Company not to interfere in their dispute, but to accept whichever of the two of them had the fortune to triumph; that he intended to undertake nothing against the Company; that he would possibly be more devoted to the Company than his brother if he gained victory; that, having to act against his brother, he would remain responsible for everything belonging to the Company that might be lost. Whereupon the Lord Governor communicated to the Meeting that the letter from the King of Siak delivered to His Honour by the repeatedly mentioned Chinese Jang was dated the 8th of this month, serving solely to accompany the letters received for His Honour by the vessels of His Highness that had returned from Java. The 19th August 1779 And, upon the question of His Honour whether and how one should now assist the king of Siak against his enemy, it was taken into consideration That, although Raja Ismael, according to the qualification obtained from the Honourable Supreme Indian Government by respected separate letter of the 15th September 1768 and further by that of the 25th April 1775, had indeed been granted pardon for his former rebellious deeds against the Company, yet this was under this explicit condition, among others, that he must solemnly promise to leave his brother, the King of Siak, unmolested, and at the same time an instruction by letter of the 1st November of the same year, that upon acceptance of this and other treaty articles proposed to him, he could come hither to reconcile himself with the Company; That, just as he had not complied with this instruction repeated up to two times, he had also demonstrated by the invasion into the Kingdom of Siak that he had not been minded to fulfill the prescribed condition, 347 699 The 19th August 1779. and therefore could not be considered otherwise than as an Enemy, as well of the Company as of his brother, notwithstanding his assurance in the aforementioned letter that he would undertake nothing against the Company, since from the further contents of that letter it could be deduced clearly enough that he had set out for Siak with no other intention than to depose his brother from the government of that Kingdom and to place himself therein, which however was a direct opposition against the Company, who had accepted and confirmed his brother in the aforementioned government; That if Raja Ismael, achieving his prescribed aim, might wish to follow the footsteps of his father Raja Mahomet, a monster of villainy, one would have a very dangerous Neighbour in him and soon see Siak, which is now of the greatest importance to Malacca and consequently also to the Company, changed into a den of murder and robbery; That, although one even had reason
Dutch transcription
Nagezien 14 doen toekomen Hoogderzelver ordres tot mijn narigt en besing voor het overige met de volmaakste hoogagting te blijven /:onderstond/ Hoog Edele Eoot-Agtbaare Wijd „gebiedende Heer, en Wel-Edele Ge„ „strenge Heeren, /lager/ Uwer Hoog Edelheden zeer gehoorzaamen en trouw„ schuldigen Dienaar /was getekend/ P. P. de Bruijn /in margine streed/ Malacca in het Casteel den 11 september 779. klesk Bemgarten Accordeert D Rojus 344: 693 Secreete Resolutien genomen in Stad Politie der Rade van en Fortresse Malacca op den 19. en 27. Augustus 179. Copie No. 4. 345. 695 's Namiddags Donderdag den 19 Augustus 1779 Vergadering van Politie Allen present Deeze Vergadering belegd zijnde, om met elkanderen te delibereeren en de noodige beschikking te maaken op de heden middag ontvangen tijding van Radja Ismael arri„ „vement in de riveer van Siac, zoo heeft de Heer Gouverneur ten blijke van dies zekerheid geproduceerd Eerstelijk, een ter requisitie van zijn Ed verleend Relaas door den Maleijer Jamal en Chinees Jang behelzende dat Radja Ismael op den 15 deezer net eene vloot van veertig groote en kleine vaartuigen te Bouquilbatoe verschenen, en, na er een korten tijd vertoefd te hebben om het wassend water af te wagten de rivier van Siac binnengelopen was; dat hij aan den mond van die revier woonende Visschers, door aan land gezon¬ „den gewapend volk, hadt doen apprehen„ „deeren, en op zijne vaartuigen plaatzen ten einde dezelven de rivier opwaarts te helpen roeijen; dat de Chinees Iang (een der gemelde Relatanten:) voor eenige dagen „: dagen, met een brief van den koning aan den Heer Gouverneur; van Sexi ver„ „trokken, en, terwijl hij omtrent den mond van de rivier aan land was, door het volk van Radja Ismael mede gevat en voor hem gebragt zynde, deeze hem hadt laaten afneemen twee donderbus„ „sen en twee snaphaanen; dat hij hem daarentegen hadt ter handen gesteld een in de Maleitsche taale geschreven pa„ „pier, met last, om hetzelve, wanneer er een Comps kruisser kwam, aan hem over te geeven; dat de koming van Siac twaalf groote vaartuigen in de rivier hads leggen, maar dat al het geschut daar van nog niet aan bord was, en dat de overige vaartuigen van zijne Hoogheid op de wal stonden. den 19 Augustus 1779. Ten tweeden, het Translaat van het gemelde Maleitsche papier, door den laastgenoemden Relatant herwaarts ge= „bragt, en bevonden een brief van Radja Ismael te weezen aan den Heer zouder neur en den Raad, contineerende dat zij wegens den kast dien hij hads om zijn zaak af te doen, niet anders als door deeren 346 697 den 19 Augustus 1779. i deezen brief kennis daar van kon geeven; dat hij niet geintentioneerd was, om zijnen broeder, den koming van Siac te beoorloogen, dog dat, zoo dezelve de wapenen tegen hem opnam, hij dan insgelijks zoude moeten veglen; dat hij de Compagnie verzogt zig net hunne zaak niet te bemoeijen, maar ƒ den geenen van hun beiden aan te nee¬ „men, die het geluk hadt van te tri¬ „umpheeren; dat hij niets tegen de Compagnie dagt te beslaan, dat hij mogelijk meer dan zijnen broeder der Compagnie toegedaan zoude zijn, wanneer hij overwinning behaalde; „ dat hij tegen zynen broeder moetende ageeren, aanspreekelijk zoude blijven voor al hetgene er van de Compagnie mogte verlooren raaken. W Waar na de Heer Gouverneur aan de Vergadering communiceerde, dat de brief van den Koning van Siac door den meergemelden Chinees Jang aan zijn Ed besteld, gedateerd was den 8 Zujus eenelijk dienende ten geleide van de brieven met de van Java te rug ge„ „keerde vaartuigen van zijne Hoogheid voor den 19 Augustus 1779 voor zijn Ed. ontvangen waren. En is, op de vraag van zijn Ed, of en hoe men nu den koning van Siac le„ „gen zijnen vijand zoude bijstaan ! in agting genomen Dat wel aan Radja Ismael, volgens de erlangde qualificatie van de Edele Hooge Indische Regeering bij geeerden aparten brief van den 15 September 1768 en nader bij dien van den 25 April 1775. pardon was verleend van zijne voorige wederspannige bedrijven tegen de Compagnie, dog met dit uitdrukke „lijk beding onder anderen, dat hij heilig¬ „lijk belooven moest zijnen broeder, den Koning van Siac ongemolesteerd te zullen laaten en aanschrijving teffens bij brief van den 1. November deszelfden jaars, dat hij bij aanneeming van dit en andere hem voorgeslagen verdrag punten, herwaarts kon komen, om zig met de Compagnie te verzoenen; Dat, gelijk hy aan deeze tot tweemaan¬ „len, herhaalde aanschrijving met hadt vol= „daan, hij ook door den inval in het Siaische Rijk betoonde, niet gezind ge „weest te zijn, om het voorschreven beding na 347 699 Den 19 Augustus 1779. na te komen, en overzulks niet anders kon worden geconsidereerd, dan als een Vijand, zoo wel van de Compagnie, als van zijnen broeder, ongeagt zijne betin: „ging bij den gemelden brief van niets tegen de Compagnie te zullen ondernee„ „men, nademaal uit den verderen in„ „houd van dien brief duidelijk genoeg kon worden afgeleid, dat hij met gee¬ „ne andere intentie naar Siac voor„ als om zijnen broeder iit de regeering van dat Rijk en zig zelfs daar in te zetten, dog dit eene daadelijke oppositie was tegen de Compagnie, die zinen broeder in de gemelde regeering aangenomen en bevestigd hadt.; Dat indien Radja Ismael zijn voorschreven oogmerk bereikende, het voetspoor van zijnen vader Radja Mahomet (een monster van vieldheid mogte willen opvolgen, mer er een zeer gevaarlijken Nabuur zoude hebben en Siac, hetwelk nu van de grootste aangelegenheid voor Malacca en consequentelijk ook voor de Compagnie is, eerlang in een moord- en roofulst veranderd zien; Dat, ofschoon men zelfs grond hads.