VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3556

Japan · 1,428 pages · 337 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3556_0145 view scan ↗

English

175 8b: ## Manipa Resident and an ensign. and no strangers perceived the cruising during the clove harvest regulated. with the 6 available Company vessels and 38 negorij cruising orembaaien of ten to twelve cruising orembaaien, provided with a small detachment of soldiers in order to operate from the seaward side and if possible to prevent the flight of the illicit trader, which little fleet from the Manipa post should advance its voyage at the same time as the march of the Alfurs, and this expedition could be entrusted with confidence to the Resident Knop together with an ensign from the garrison, for the execution of which, should it be required, we must request Your Right Excellencies' esteemed authorization. Meanwhile we consider ourselves fortunate to be permitted to inform Your Excellencies that up to now nothing whatsoever has been heard regarding the Papuan piracies or the roaming of those scoundrels under the jurisdiction of this province, and just as little of foreign European or Western nations, concerning which the required vigilance is observed, as is likewise the case with respect to the cruising of the bays and covering of the shores against illicit trade, so that Your Right Excellencies will kindly be able to observe from the separate resolution accompanying this under number 3, taken at the session of the 17th instant, whereby the cruising during the clove harvest was regulated upon my proposal with the available vessels: one sloop, four pantjallings, the hongi provisions the hongi expedition is to take place within reasons therefor provisions sampan, the Manipees, and thirty-eight orembaaien, which I hope will answer the purpose and may meet with Your Right Excellencies' approval; having also made known during the aforementioned session my intention to undertake the approaching hongi expedition along the inner coast of Ceram and to pay a visit to the post of Bouro to inspect the fortification works and the teak plantation, as well as on this occasion to leave behind a part of the fleet at Hoamohel for felling the necessary timber for the construction of the Malay church; subsequently to pay a visit to the other posts on the return voyage as far as circumstances and my frail bodily constitution permit. Nevertheless, I shall delay myself here and there in such a manner that, according to Your Right Excellencies' esteemed orders, the fleet will not return here to the main castle before the end of the month of December, in order to fulfill the true objective; further, to state the reasons that persuade me to this, and the route to be taken being described in the aforesaid separate resolution, I respectfully request permission to abide by it, and that Your Right Excellencies may be pleased to seal my aforementioned arrangements with Your approval. While regarding 177 Pb: 173 regarding the and planted nutmegs of bad success locally gathered nutmegs, is transmitted: the correspondence with the neighboring governments is maintained: nutmeg plantation recently established, I must report with regret the bad success of the nutmegs in the husk received last from Banda and subsequently planted, since not a single one out of the 1000 has sprouted, and upon examination all were found rotten and perished in the ground, the reason for which could not be discovered. In contrast to this, however, better progress is being made with the planting of the fruit gathered locally, and many of the regents are doing everything possible toward this end, so that I imagine I will be able to share with Your Right Excellencies a pleasing increase of the plantation in the coming year. In the meantime, as promised in the respectful spring letter, I offer Your Excellencies herewith a sample of nutmegs and ditto of mace prepared by the nutmeg limer. Regarding the correspondence with the other eastern governments, I have the honor to offer Your Right Excellencies, alongside this in copy, the considerations of the Governor of Makassar concerning the state of defense and what further relates thereto, which is to be answered in October next according to my humble abilities, and the further orders received thereto will be obeyed the list of arrived and departed Ceram vessels is transmitted 5 conclusion: when, in compliance with Your Right Excellencies' venerated commands, I will also confer with the Governor of Banda and the Governor of Ternate on that weighty subject, from where we have received no other writings than the separate letter from Governor Thomaszen, to be found among the enclosures to this, dated 15 July last, concerning the favorable turn of affairs in the Moluccas. Lastly, offering to Your Excellencies among the enclosures to this the list of Ceram vessels arrived and departed here in a full year, also showing what was brought in with them and exported again, no further subject presents itself to expound upon here; in conclusion praying to the Deity that He may take Your Right Excellencies' illustrious persons and the important interests of the Company under Your administration into His safe keeping and protection. While subscribing myself with the greatest respect, beneath stood, Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen, below, Your Right Excellencies' humble and obedient servant, was signed, J. van Pleuren, in the margin, Amboina, New Victoria, the 24th of September, anno 1779, Friday.

Dutch transcription

175 8b: ## Mamipas Resident en een vaan„ „drig. en geen vreemdelingen vernoomen de Bekruijssing onder den nagel„ oogst gereguleert. met de 6: aanhande zijnde Comp„s vaartuijgen en 38: Negorijs kruijs orembaijen van Sien â Twaalff Kruijs orembaijen, voorsien van een kleen Commando militairen ten einde van de zeekant te ageeren en is 't moogelijk de vlugt die commissie op te dragen aan van den morshandelaar voor te koomen, welk vlootje van 't Comptoir Manipa te gelijk met de op„ „togt van de Alphoeren de rhijse soude dienen te vervorderen en deese Expeditie met gerust„ „heid aan den Resident knop neevens een vaan„ „drig uit het guarnisoen kunnen worden opgedra„ „gen ter Executie van welke wanneer 't verEijscht moete worden uw Hoog Edelheeden g'eerde qualificatie versoeken inmiddens wij geluckig agten Hoog deselve te moogen noteeren dat men Tot hier toe van 't geene de parpese roen aen apoese Roverijen: off het swerven van dat geboeften onder het resort deser Provintie iets hoegenaamt verneemt en eeven min van Vreemde Europeese of Westerse Natien omtrend welke de vereijschte waaksaamheid word g'observeert, gelijk ten opsigten der Bekruijssingen der toenuen en decking der Stranden teegens den Morshandel meede plaats heeft, invoegen uw Hoog Edelheeden bij ge„ „liefte sullen kunnen b'oogen uit de deese onder n=o 3:. versellende apparte Resolutie genoomen ter sessie van den 17:' deeser waar bij de bekruijssing geduurende den Nagul oogst op mijnen voor„ „stel gereguleert is met de aanhande zijn „den Een Chialoup, vier Pantjallings de Hongij Proviant b de Hongij Togt staat binnen reedenen daar voor Proviand Chiampang De Manipees en Agt en Dertig orembaijen dat hoope aan 't oogmerk sal v'rantwoorden en uw Hoog Edelheeden goedkeure mogen wegdragen; Per voorm: setting meede te kenne gegeeven hebbende mijn voorneemen tot het doen der aannaderende Iongij Sogt Langs Cerams binnen Cust door gedaan te wardnm en den en het afleggen van Een visite op 't Comptoir Bouro ter opneem van 't Fortificatie werk en en Iatij plantagie, mitsg„s bij dese geleegendheid op Hoamohel agter te laaten een gedeelte der vloot tot het aankappen van de benodigde houtwerken tot den opbouw der Maleidse kerk, vervolgens de andere Comptoiren op de te rug rheijse naar maate de geleegend„ „heid en mijne Swacke lighaams Constitutie het permitteerd een visite te geeven, sal ik nogtans in deese mij sodanig hier en daar ophouden dat naar uw Hoog Edelheeden g'eerde ordre de vloot niet voor in 't laast van de Maand Decemb: alhier weeder aan 't Hoofd Casteel retourneerd ten einde aan 't waare oogmerk te b'antwoorden wijders te moteeren die mij hier toe persuadeeren en de te neemene route bij voorsz: appart besluijt beschreeven zijnde versoe Eerbiedig mij daar aan te mooge gedragen en dat uw Hoog Edelheeden gewaagde mijne schikking met Hoog des„ „zelfs approbatie gelreve te bestempele, Terwijle omtrend 177 Pb: 173 omtrend de „ne, en aanplante Nooten van slegt succes ingewonnen Noten, gaat over: de Correspondentie met de na„ onderhouden: de van standen ontstage Ooten flantagie met Leetweesen het berigt moet doen van't slegt succes der Laast van Banda ontfangene en vervolgens aangeplante Nooten in de bolster aangesien geen enkelde van't 1000: Tal is uijtgeschoten en bij ondersoek alle in de grond verrot en vergaan bevonden zijn waar van men de reeden niet heeft kun„ en deeter gevolg van de hier „nen ontdekken, hier teegens vordert men egter meer beeter met de aanplanting der alhier inge„ „wanne vrugt en veele der Regenten wende daer toe al het mogelijke aan, mij voorstellende uw Hoog Edelheeden in het aanstaande Iaar een aangenaam accres der Plantagie te sullen Een monster Nooten en twoelij moogen bedeelen intusse naar promesse bij Eerbie„ „dige voorjaars letteren Hoog deselve bij deese aanbieden Een Monster Nooten en een dito Foelie door den Noote kalker toeberijd de Correspondentie met de andere oosterste „buurigen gouvernemente word Gouvernementen betreffende hebben ik d' Eere uw Hoog Edelheeden besijden deeses in Copia aan te bieden de Consideratien van den Heer Macassaers gouverneur over den Staad van defensie en 't geen daar toe verder betrecking heeft die in october aanstaande naar maate mijne geringe vermog„ staat en de nader daar toe ontfan„ „gene beveelen sullen worden gehoorsaamt de Leijst der aangekoomene en vertrockene beramse vaar„ „tuijgen gaat over 5 slot: staat b'antwoord te worden wanneer invol„ doening uw wer Hoog Edelheeden gevenereerde beveelen d' Edele Heer Bandas en Heer Ternaats gouverneur over dat wigtig onderwerp meede zal onderhouden van waar geen ander schrijvens ontfangen hebben dan 't onder de bijlagen deeses te vindene apparte briefje van den Heer Gouverneur Thomas„ „zen sub dato 15:' Iulij: J„o Leeden betreckelijk de favorabele verandering van saaken in k Molukse Laastelijk nog onder de bijlaage deese M Hoog Edelens aanbiedende de Lijst der in een rondjaar alhier aangekoomene en vertroc„ „kene Ceramse vaartuijgen teevens aanwij„ „sende wat daar meede aangebragt en weeder uitgevoert is, komt wij geene stoffe voor deese uit te breiden, ten besluijte de Godheid bidden„ „de dat Hij uw Hoog Edelheeden Jllustre persoonen en de importante belangen der Maatschappij onder Hoog Derselver Regeeringe wil neemen in zijne veilige hoede en bescher„ „ming, Terwijle mij met de meeste eerbied sub„ „scribeeren /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrengen Groot Agtbare Heere /:lawwel Edele Gestr: Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheeden onderdanige en gehoorzame Dienaar /:was get:/ J„ V„n Pleulen /:in margine Amboina Nieuw victoria den 24:' September A„o 1779: vrijdag

NL-HaNA_1.04.02_3556_0149 view scan ↗

English

179. Do 92. Friday the 17th September 1749: Concerning the clove harvest, the cruising regulated with one sloop four pantjallings one chiampang and 38 cruising orembaais The matters for the general resolutions having been concluded, it was subsequently proposed by the Lord Governor, in accordance with constant custom, for the counteracting of the illicit trade and the creeping infiltration into the clove districts during the impending harvest, to have the avenues and shores of the clove-bearing districts everywhere cruised and covered with the six Company vessels currently at hand, as well as thirty-eight village orembaais, and to regulate them in the manner following: The sloop De Batavier, commanded by the master Hendrik de Lange, in the fairway from the corner of Onw to the corner of Titawaij on the east side. The pantjalling De Beschermer, commanded by the master Christiaan Hendriks, in the fairway from the south side of the corner Nussanwe to the corner of Tial in the south-east. The pantjalling De Toesigt, commanded by the master Leendert Smit, in the fairway from the east side of the corner Oma up to the east side of the village Hoelalieuw. The pantjalling De Victoria, commanded by the master Dirk Quant, in the fairway from the south side of the corner Cowak up to the north side of the corner of Tatuana. The pantjalling Delft, commanded by the master Lourens Pieterse, in the fairway from the south side of the corner Samett up to the north side of the corner Tial. The champang De Manipees, commanded by the master Jurjen Cornelis, in the fairway from the south side of the Three Brothers to the village Lima, and from there up to the north side of the dry rice corner. In the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy, absent the heads of the spice offices. 15 the 17th September 1779: The two cruising orembaais of Kilang and Ema, from the corner of Nussanive to the east corner of Hoetoemoerij, cruising toward one another. Two cruising orembaais of Soija and Hoetoemoerij, from the east corner of Tial up to the west corner of Great Hoetoemoerij. Two cruising orembaais of Satoehalat and Great Hative, from the south side of the corner of Tial up to the north side of Hitoe, to and fro at the corner of Liang, and from there to below Dove Island on the east side. Two cruising orembaais of Halong and Waij, from the south side of the corner of Liang to the north corner of Mamala, in order thus to cover the south side of the Hitoe country with the aforesaid eight cruising orembaais. Both cruising orembaais of Alang and Lilleboo, from the inner corner of Namakolij to the outer corner of Wackasieuw. Six from under Hiela, whereof three from the east corner of Mamala to before Fort Amsterdam, and the other three from there to the west corner of the village Lima, in such manner that they come to meet each other before the aforementioned fort. Four from under Laricque, whereof those of Oering and Assiloeloe from the east corner of the village Lima to the west side of Assiloeloe; those of Wackasieuw and Laricque from the east side of Assiloeloe up to the east side of Wackasieuw. Six cruising orembaais from under Haroeko, whereof three on the north and three on the south sides, alternating all around the island of Oma, in such manner that they touch at the west side of Dove Island. 181 Gc. 92. the 17th September 1779: Eight from under Saparoua, whereof four around the east up to the corner of Hatuano in the north, occasionally crossing over to the village Leijnitoe on the island of Nussalaut south-eastwards, and the other four around the west to the corner of Honimoa and subsequently to the corner of Hatuano in the east, each time meeting one another there. Four from under Nussalaut, namely two from under Saparoua westwards up to the south corner of Titawaij, thus all around the island. Furthermore, to arm each of the aforementioned cruising orembaais with two metal half-pound swivel guns, the necessary gunpowder and shot, alongside six fusilier muskets with twelve dozen live cartridges; also two common soldiers with their full sidearms, and a sergeant or corporal over each division. Also, to dispatch the aforementioned Company vessels at the end of the upcoming month of October, properly provisioned and victualed for six months, and the cruising orembaais to their designated cruising stations upon the return of the Hongi Fleet; while the Lord Governor simultaneously undertook to provide the heads of the aforementioned cruising vessels with the necessary instructions; which arrangement being deemed fully sufficient for closing the avenues and preventing as much as possible the pernicious illicit trade; thus it is approved and agreed to carry into effect the aforesaid cruising according to the proposal of the Lord Governor, and to keep this record thereof. Subsequently

Dutch transcription

179. Do 92. Vrijdag den 17:' September 1749: neder den Nagul oogst de bekruijs„ ing gereguleert met Een chialoup vier Pantjallings Een chiampang De zaken voor de gemeene Resolutien Haar beslag er„ „langd hebbende wierd vervolgens door den Heer gouverneur voorgesteld om naar 't Constand gebruijk tot teegengang van den Morshandel en bekruijping der Nagel districten geduurende de ophanden zijnde oogst de avenuen en stran„ „den der Nagulgeevende districten alomme te laten Bekruijssen en decken met de tans aanhanden zijnde ses Comp„s vaartuijgen item Agt en Dertig Ne„ gorijs orembaijen, mitsg„s te reguleeren in maniere als volgt. De Chialoup De Batavier gevoerd door den gezaghebber Hendrik de Lange in 't vaarwater van de Hoek onw, tot de Hoek van Titawaij aan de oost zijde „ Pantjalling De Beschermer gevoerd door den gezag„ „hebber, Christiaan Hendriks in 't vaarwater van de zuijd kand van de Hoek Nussanwe, tot de hoek van Tial in 't zuijd oosten. „ Pantjalling De Toesigt gevoerd door den gezagheb„ „ber Leendert Smit in 't vaarwater van de E=d kand van de hoek oma, tot aan de oost zijde der Negorij Hoelalieuw „ Pantjalling De Victoria gevoerd door den gezagheb„ „ber Dirk Quant in 't vaarwater van de Z. kand van de Hoek Cowak tot aan de Noord kand der Hoek van tatuana „ Pantjalling Delft gevoerd door den gezaghebber Lourens Pieterse, in 't vaarwater van de Z:d kand der Hoek Samett„ tot aan de Noord kand van de Hoek Tial „ Champang de Manipees gevoerd door den gezaghebber des morgens ten Negen uuren vergade„ „ring van Politie absent de Hoofdem der specerij Comptoiren. Jurgens 15 den 17:' 7ber: 1779: en 38: kruijs orembaijen Surgen Cornelis in 't vaarwater van de zuijd kand van de drie gebroeders, tot de Negorij Lima, en van daar tot aan de Noord kand van de drooge Rijst hoek. De Twee kruijs orembaijen van Kilang en Ema van de hoek van Nussanive tot de oost hoek van Hoetoemoerij te „gens den anderen inkruijsende. „ Twee kruijs orembaijen van soija en Hoetoemoerij van de oost hoek van Tial, tot aan de westhoek van groot Hoetoemoerij „Twee kruijs orembaijen van Satoehalat en g:t Hative van de zuijd kand van de hoek van Tial, tot aan de Noord kand van Hitoe aff en aan de hoek van Lian en van daar tot onder het Duijven Eijland aan de oo„ kant. „ Twee kruijs orembaijen van Halong en waij, van de zuijd kand van de hoek van Liang, tot de A:d hoek van Mamala om dus met voorsz: agt kruijs oremban de z:d zeijde van 't Hitoese Land te dekken. „ beijde kruijs orembaijen van Alang en Lilleboo„ van de binne hoek van „ Namakolij tot de buijten in hiver hoek van wackasieuw ses van onder Hiela, daar van drie, van de O:t hoek van Mamalen tot voor 't fortres Amsterdam en de andere drie van daar tot de w:t hoek van Ne „gorij Lima zodanig dat elkanderen voorgemeld For „tres komen te ontmoeten! vier van onder Laricque daar van die van oering en Assiloeloe van de oosthoek van Negorij Lima, tot de westkant van Assiloeloe. die van wackasieuw en Laricque van de oostk: van Assiloeloe, tot aan de oostkand van wackasieuw ses kruijs orembaijen van onder Haroeko, daar van drie van de A=d en drie aan de Z: zijden bij verwissel sullen rondsom ƒ en d „gen ge: voor 181 Gc. 92. ## den 17:' 7ber: 1779: derserver depeche en proviandeering voorsien worden. rondsom 't Eijland oma, zodanig dat dezelve de w:t kant van 't duijven Eijland aandoen. Agt van onder Saparoua daar van vier om de oost tot aan de hoek van Hatuano in 't Noorde somtijds eens over„ „leggende na de Negorij Leijnitoe op 't Eijland Nussa„ „laut zuijd oostwaards, en d' andere vier om de mest tot de hoek van Honimoa en vervolgens tot de hoek van Hatuano in 't oosten telkens elkander daar ontmoetende vier van onder Nussalaut, te weeten, Twee van onder Saparoua westwaards tot aan de Z: hoek van Titawaij, dus randsom het Eijland ade van voors2: krunijs waartigen voorts gem: kruijs orembaijen ieder te armeeren met twee Metaale halff ponder draijbassen het nodi„ „ge buspoeder en scherp, beneevens ses fusiliers ge„ „weeren met Twalff Douzainen scherpe Pattroonen; item Twee gemeene militairen met haar volle wapenen en Een zergeant of Corporaal over elk divisie. mittsg„s opgem: Comp„s vaartuijgen af te depecheeren in het laatst van de aanstaande maand october voor ses maanden behoorlijk geproviandeert en gevictualieert, en de kruijs orembaijen na hunne aangeweesene kruijs bestecken bij retour van de sullende de Hoofde van Jnstrutien Hongij Vloot: terwijl den Heer gouverneur tege„ „lijk op zig nam om de Hoofden der voorengem: kruijs vaartuijgen met de noodige Instructies te voorsien; welke schicking volkoomen toe„ „rijkende g'oordeelt zijnde tot het sluijten der ave„ „nuen en ter weering zo veel mogelijk van den verderfelijken Morshandel; zo is goedgevonden en verstaan voorsz: bekruijsing naar den voorstel van den Heer gouverneur te laaten effect sorteeren en daar van deze aanteeke„ „ning te houden. Vervolgens

NL-HaNA_1.04.02_3556_0152 view scan ↗

English

He thought to make a journey by the inner passages, and reasons for this: to also pay a visit to the trading posts; part of the fleet to cut the timber; to inspect the fortification works and the teak plantation; Sopmanuw mentioned; and it was subsequently made known by the Honorable Governor that, besides his Honor's known weak and sickly bodily constitution, it could not be permitted this year to go once again with the Hongi fleet around the south of Ceram, as the critical circumstances of the times also did not allow being far from hand, whilst at the same time necessity demanded that the inner coast of Ceram be paid a visit once again, and likewise to put into effect the means that his Honor had devised to promote the economical construction of the Malay church. Declaring therefore his intention to undertake an inner Hongi in the coming month of October, and to determine the route from here to the post of Laricque, from there to Manipa, and on Hoeamohel by a part of the fleet to cut the necessary timbers for the Malay church; following which the kora-koras shall proceed to Hoeamohel or Little Ceram, and there have the crew of the fleet cut the necessary timbers for the new Malay church to be erected, in order thus, if not all, at least the greater part of the timbers for that house of God to obtain without payment, while his Honor with the oredaijen would in the meantime cross over to the island of Bouro, in particular to conduct an ocular inspection there regarding the progress of the newly constructed Fortress Defensie, and of the present condition of the teak plantation, and also to take the tour from there again to the island of Bouro, and so forth to Ceram's inner coast, as well as subsequently to Saparaua, Haroeko, and Hila, of which it was likewise understood this minute should be kept. Below stood: Thus done and resolved in Amboina at Castle Nieuw Victoria, date as aforesaid. Was signed: B.s V.n Pleuren, J:s A: De Villeneuve, J: H: Schneider, W=m Betesz:, E:s J:s Beijnon, and E: J: Wetsteyn. Ternate. 183. 92. Governor and Director there. To the Honorable, Respected Sir, Mr. Jacob Roeland Thomaszen. Honorable, Respected Sir, From your Honor's most honored letter of the 11th of March past, having seen with much pleasure the hope your Honor harbored of obtaining an éclatant satisfaction upon concluding peace between the courts of Ternate and Tidore regarding the robbery and violence so bitterly committed against this province by the Papuans subject to the latter realm, I heartily wish that your Honor's prudent efforts and conduct may ever be favorably crowned with fortunate success and blessing, so that the general interest may thereby be advanced and peace established on a lasting footing. Furthermore, it was no less agreeable to me to encounter your Honor's satisfaction with the very timely provision of the relief of rice and soldiers from here, resting on the promised reciprocity, further mention being made in the said advice concerning the returned transport vessel, the sloop de Batavier. For the report regarding the Maguindanao pirates and their aforesaid vile designs, I express my gratitude, fervently wishing that your Honor, through an ample relief of men and vessels from the capital, will already have been placed in a state not only to thwart the designs of the aforesaid predatory rabble, but also to chastise them in their own pirate strongholds in such a manner that the Company thereby obtains complete satisfaction and one has nothing more to dread from their acts of violence. Meanwhile, I must not keep from your Honor's knowledge the report brought to me recently from Keffing that at Goram and Ceram there were said to have been two Bacan kora-koras with emissaries of the old ruler, in order to summon, in the name of the king of Tidore, from each negorij a junk with the necessary crew, muskets, and further ammunition of war, to the end of supporting the Tidore court in the war against the king of Ternate. These emissaries, after lingering about half a month on Goram, were subsequently said to have been massacred by a certain Solorese accompanying them, who, enraged over the confiscation of his trade goods, is said to have proceeded to that murder, and thereafter also made away with himself, whereby the measures already set to work by me for apprehending those wanderers were anticipated. Subsequently, a certain Kapitan Laut named Atha, also called Sangaji, upon his departure in the same period with a small Papuan pirate fleet of Amblauw, strong five to six kora-koras, ordered a certain burgher VerElst residing here to notify me that he, Sangaji Atha, by order of the king of Tidore, had to proceed to Obi Major to be reinforced there up to one hundred kora-koras in order with that force to attack the Hongi fleet, invade the outer posts, and subsequently pay a visit to this main castle. Which great pretension, however, vanished into sheer smoke and vapor, while from November until now nothing has been heard of any Papuan pirates, wishing also to hope that by your Honor's prudent and cautious conduct this province with its dependencies in the future may remain freed from the vile robberies of the Papuans, so that small trade and burgher shipping may thereby once again be restored to prosperity. Further no matter occurring to me to expand upon this, I commend your Honor and the Company's important interests to the provident protection of God, while I have the honor to remain with all sincere esteem, Below stood: Honorable, Respected Sir, Lower: Your Honor's willing servant and friend, Was signed: B.s V.n Pleuren In margin: Amboina, in the Castle Nieuw Victoria, the 16th of June, Anno 1779. To

Dutch transcription

„gij dagt binnen door te doen en reedenen daar voor: de comptoire meede een visite te geeven „deelte, der vloot de Houtwerke kappen. neemen van 't kortificatie wer„ „ken de Jatij: blantagie: Sopmanuw vermaen ende sen vervolgens door den Heer gouverneur te kennen gege¬ wordende, dat behalven zijn Ed: bekende swacke en sie„ „kelijke lighaams constitutie, het niet koude permitteeren dezen Iaare alweeder met de Hongij vloot bezuijden„ ceram om te gaan, de Creticque tijds omstandigheeden ook niet toelieten om ver van de hand te zijn, mits teffens de noodzakelijkheid het vorderde om de bin cust van Ceram eens weeder een visite te geeven, end gelijk het middel dat zijn Ed: hadde uijtgedagt ter b „vordering van den zuijnigen opbouw der Maleidse ke„ „ke werkstellig te maken. Declareerende mits dien voorneemens te zijn in dea „staande Maand October eene binnen Hongij t onderneemen, en de route te bepaalen van hier na het Comptoir Laricque, van daar na Manipa„ in op Hoeamohel door een ge„ volgens de Corre corres te laaten op toeamohel off 19 voor de maleidse kerk te laten klein Ceram en aldaar door de vlootelingen te doe kappen de benodigde Houtwerken voor de te erigerene Nieuwe Maleidse kerk om dus zo niet alle, ten minste het meerendeel Houtwerken voor dat Gods Huijs mitsg„s op koeroe inspectie te buijten betaling ter erlangen, terwijl zijn Ed: met de ore „daijen in die tusschen tijd naar het Eijland Bouro zoude ov „steeken, inzonderheid om aldaar oculaire inspectie t neemen wegens de vordering van het nieuw gebond werdende Fortres Defensie, en van den teegenwoor „digen toestand der Iatij Plantagie teffens, om van daar weeder de tour te neemen na het Eijland Bond en zo voorts na Cerams binnen Cust mitsg„s vervo „gens na Saparaua, Haroeko en Hila, waar van „meede verstaan wierd dese notitie te houden /:onder „stond:/ Aldus gedaan en Geresolveert te Am „boina aan 't Casteel Nieuw Arctoria dato voorsz: /n „geteekent:/ B„s V„n Pleuren, J:s A: De Villeneuv J: H: Schneider, W=m Betesz:, E:s J:s Beijnon en E: J: We Lijst „tr Ternaten. 183. 92. Gouvernseur en Directeur aldaar. Aan den wel Edele Agtbaren Heer: M:r Jacob Roeland Thomaszen. wel Edele Agtbaare Zeer uijt uw wel Ed: Agt: zeer g'gto van den 11:' maard JE: met veel genoe„ „gen gezien hebbende de hoope die uw welEd: Agtb: voede bij het sluijten van vreede tussen de Hoven van Ternaten en Tidor eene eclatante voldoening te erlangen noopens de voor deese provintie zo bitter gepleegde rooff en geweldenarijem der Papoen van onder laastgem: Rijk, wensche ik hertelijk dat uwelEd: agtb: voorsigtige poginge en beleijd steeds met een geluckig succes en zeegen gunstig mag be„ „kroond worden op dat het afgemeen belang daar door bevor„ „dert en de vreeden op een bestendige voet bevestigd mag worden, vervolgens is mij niet minder aangenaam geweest te ontmoeten uw welEd: agtb: contentement voor het van zier tijdig besorgd ontset van rijst en Militairen berustende in de toege„ „segde weederdienst wordende omtrend de geretourneerde Transport bodem de chialoup de Batavier by gem: advise na„ „der mentie gemaakt voor 't berigt omtrend de Magindanauwse rovers dersel„ „ver voorgenoemde snode ontwerpen betuijge mijne verplig„ „ting vieriglijk wenschende dat uwelEd: agtb: door een ruijm ont„ „set van volck in vaartuijgen van de Hoofplaats reets in staat zal gesteld zijn om de desseijne van voorsz: roofgespuis niet alleen te kunnen meijdelen maar ook deselve in haar eijgene roofuesten zodanig te kastijden dat de mantschappij baar door een volkoome satisfactie bekoomen en men voor haar geweldenarijen niets meer te dugten heeft, intussen mag ik uw welEd: agtb: kennis niet onthouden het berigt mij Iongst van keffing toegebragt dat op Goram en Ceram, kou„ de aangeweest hebben Twee Batjangse Corre corre met zendelin„ ge van de oude vorst, om uijt naam van Tidors kooning van van onder Elk negorij op te roepen Een Ionk met de noodige man„ „schappen geweere &=a verdere ammonitie van oorlog ten einde het Tidorse Hoff tegen Ternaats kooning in de oorlog te on„ „derstennen, welke zendelinge na circa Een halve maand ver„ „toevens op Goram vervolgens zoude gemasacreerd zijn door zeekere hunner bij hebbende solarees; die gebeesigd over de ont„ „wetdiging zijner handelwaaren tot die moord zoude zijn over„ „gegaan, en daar na zig zelfs meede vakant geholpen heeft, waar door de reeds door mij te werk gestelde mid„ „delen ter opsigting dier swervers is voorgekoomen ver„ „volgens heeft ook zeekere Capitain Laut in namAtha ook genaamt senghadje, bij zijn vertrek in d:o p:lo met een v lootje klijn Papoes roof „ van Amblauw sterk vijff a ses corre corres zeekere alhier thuijshoorende burger verElst gelast mij aantekundige dat hij senghadje Atha op order van Tidors koning na obi Major moeste opkoomen om aldaar versterkt te worden tot Hondert corre corres ten einde met die magt de Hongij vloot te attacqueeren de buijte comptoire te invadee„ „re en vervolgens dit Hoofd Casteel een visite te geeven welke groot voorgeeven nogtans in Louter rook en damp verdwee„ „ne is, Terwijl men zeedert, nov: tot hier toe van geen Papoesen rovers iets vernoomen heeft, willende ook hoope dat door uwelEd: agtb: om en voorsigtig belijt deese Provintie met dies resorte bij het vervolg, van de snoode Roverijen der Papoe zal moogen bevrijd blijve op dat de smalle handel en burgers ^vaart „tans, daar door eens weeder in bloeij hersteld werden. verder mij geene stoffe voorkoomende, om dese uit te breide beveele Jk uwelEd: agtb: en schomp:s importan„ „te belange in de providente hoede godes, Terwijl d' Eere hebbe met alle sinceere agting te blijven /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uw wel wel Ed=e Agtb: Bereidwillige Dienaar en vriend /:was getee„ „kond:/ B„s V=n Pleuren /:in margine:/ Amboina Jn't Casteel Nieuw victoria den 16=e Iunij A„o 1779: —: Aan

NL-HaNA_1.04.02_3556_0155 view scan ↗

English

185 -93:- To the Honourable. Humbly giving thanks for the joyful report of the arrest of the princes of Tidor and Batchian, their dispatch to the Capital, and the subsequent peace between the Courts of Ternaten and Tidor, together with the cession of the Lands of Maba, Weda, and Pathanij for the benefit of the Company, extensively described in your Right Honourable esteemed secret letter dated 15 July of last year, I heartily wish that through this important event, tranquility and peace in the Moluccas may be brought onto a lasting footing, and that it will not be necessary to occupy Their High Mightinesses with representations for the continuation of the long-planned Expedition on the Coast of Halmaheira, for the punishment and curbing of the Papuan murder and robberies committed under this Province and elsewhere for many consecutive years, which until now had to be suspended due to the shortage of men; hoping at the same time that your Right Honourable undertaking against the Mangindanao Pirates may be crowned with no less happy success and blessing, so that everything may soon be restored to a flourishing state, and your Right Honourable may thereby achieve praise and renown. In the meantime, with the apprehension of the aforementioned princes, I flatter myself with an unhindered navigation and trade in this Province, and the gratitude among the poor inhabitants will never be erased from memory, seeing that Tidor's prince and the Grandees of the Empire not only supported the Papuan robber rabble, but also, regardless of the cession so dutifully made, continuously sought to estrange the Ceram people from obedience to the Honourable Company, so that the Batchian Embassy on Ceram, of which I reported in my serviceable last letter of 16 June, serves as clear proof thereof. Wherefore I only note herewith that although 161 although the Head of that mission was massacred by one of his subordinates, these and other Cerammers with their junks from under Rarakit and Waroe, as the reports have it, were nevertheless bold enough to follow the Batchian corocoro to Tidor, undoubtedly at the persuasion of the coming and going notorious Radja Lokman, alias Witna, and his brother Captain Mama, both most harmful subjects, declared outlaws for a long time, and for whose capture no trouble or expense has been spared, yet due to their great prestige among the North Cerammers and their close connection to the exiled Prince of Tidor, have hitherto ended in vain. However, now nurturing the hope that the said fellows, along with other treacherous Cerammers, will not escape capture, I may not withhold from your Right Honourable knowledge that Their High Mightinesses, in their secret letter addressed to me under date of 31 December past, were pleased to grant authority for the payment of a bounty of Three Hundred Rixdollars for each of the said disturbers of the peace, for the one 96 who comes to deliver one of them alive to me. Having no further matter at hand to expand upon this, I conclude with wishing Heaven's most prosperous blessing upon your Right Honourable person and the Company's precious interests; while after respectful greetings I have the honour to remain with all sincere esteem, Right Honourable Sir, your Right Honourable's very willing servant and friend. Was signed: B.s V.n Pleuren In the margin: Amboina, at the Castle New Victoria, 12 August Anno 1789. 187. To the Right Honourable, Valiant and Respected Governors and Directors of Amboina, Banda, and Ternaten. Right Honourable, Valiant and Respected Sirs, Twofold appears to me the plan that Their High Mightinesses have been pleased to require of us, by their revered resolution of 9 September 1777, taken upon the considerations cited therein of His High Mightiness, the present Right Honourable Governor-General De Klerk, regarding a defensive protection of the governments entrusted to us, in case of unexpected hostile attacks, whether from European or Indigenous powers, although in my humble opinion, principally with respect to the first-mentioned, being of the opinion that each government in itself is fully capable of withstanding all such Indigenous forces as are present or can be expected in these quarters, or at least preserving the main strongholds, which is altogether sufficient, so that if one were to lose the small field or other posts through an invasion by such forces, one could regain them, whereby the entire government can be preserved. The first part, serving to contain an indication of all such means as each person in his own capacity, according to the condition of the Country and the place, as well as of the fortification works and other circumstances, might deem necessary to propose to Their High Mightinesses, in order to be better capable of a courageous resistance in case of need, thus I do not judge it necessary to expatiate thereon in this, although I nevertheless believe that it would not be superfluous to 94:

Dutch transcription

185 -93:- Aan als Eden. voor 't heuglijk berigt van 't arresteeren der oorsten van Tidor, en Batchian derselver versending na de Hoofdplaats, en daar op gevolgde vreede tusschen de Hoven van Ternaten en Tidor mitsg„s den afstand der Landen van Maba, weda en Pathanij, ten behoeve van de Maatschappij, in 't breede beschreeven bij uwelEd: agtb: g'eerde secreete Letteren gedagteekend 15:' Iulij J„o Leeden ootmoedig dankzeggende wensche ik hartelijk dat door die importante gebeurtenis de rust en vreede in de Moluccos op een bestendige voet, zal mogen worden gebragt, en men niet nodig zal hebben Haar Hoog Edelens te accu„ „peeren met vertoogen tot voortsetting van de zo lange beraamde Expeditie op de Cust van Halmaheira, ter straff„ „oeffening en betengeling der papoeen moord en kooverijen, on„ „der deze Provintie en elders veele Iaaren, agter den an„ „deren gepleegd, die tot hier toe om het volks gebrek gesur„ „cheert heeft moeten worden, tegelijk hoopende dat uwelEd: agtb: onderneeminge tegen de Mangindanause Rovers, met geen minder geluckig succes en zeegen mag werden bekroond, op dat alles in een florisante staat eerlange hersteld worde, en uwelEd: agtb: daar door Loff en raem behaale, inmiddens flatiere mij door de opligting van vooren gewaagde vorsten met Een onbelemmerde vaart en handel onder deese Provintie, en de dank„ „baarheid zal bij den arm ingeseeten nimmer uit het geheugen gewischt worden, gemerkt Tidors vorst en Rijksgrooten het Papoesche aoofgeboefte niet alleen ondersteund maar ook onaangesien de zo pligtig ge„ „daanen afstand geduursaam getragt hebben den Ceram„ „mer van de gehoorsaamheid der E: Comp: te verwij„ „deren, invoegen de Batchiansche Ambassade op Ceram, waar van berigt hebbe gedaan bij mijne gedienstige laa„ „ste sub 16:' Iunij daar van tot een klaar bewijs strekt, wesweegen bij deese nog alleen noteere, dat off 161 off schoon het Hoofd dier besending, door eene zijner on„ „dergestelde is gemasacreert deese en geene Cerammers met haare Jonken van onder Rarakit en waroe, zo de be„ „rigten willen; evenwel stout genoeg zijn geweest om de Batchiansche corcorre naar Tidor te volgen, ontwijf„ „felbaar op de persuatie van den off en aanvaarende berug„ „te Radja Lokman /:alias:/ witna en zijnen broeder den kapitain Mama, beide seer aller schadelijkste sub„ „fecten voor lange vogelvrij verklaard en tot welker oplig„ „ting geene moeijte nog koste gespaard is, Edog door der„ „selver groot aansien bij den Noord Cerammer en hun „ne namme betrecking op den versondene Tidors vorst tot hier toe vrugteloos afgeloopen, tans egter de hoope voeden „de dat gemelde knaapen met meer andere trouweloosen Cerammers de opligting niet ontspringen zullen, mag ik uwelld: agtb: kennis niet onthouden dat Hun Hoog Ede„ „lens bij hoog derzelver aan mij gerigte secreete letteren onder dato 31: Dec: pass„o qualificatie hebbe gelieven te verleenen tot de intloning eener premie van Drie Hondert Rijxd„s op ieder van gem: rustverstoorders voor de geene 96 die eene derzelver aan mijn levendig koomen overteleeve„ „ren verder geene soffe voor handen hebbende om deese uit„ te breiden besluijte met toewensching van 's Hemels heil„ „rijken zeegen over uwel Ed: agtb: perzoon en sComp=s dierbaare belangen; Terwijl naar respectueuse groe„ „te d' Eere hebbe met alle Linceere agting te blij„ Agtbaare „ren: /:onderstond:/ wel Edele Heer /:lager:/ uw wel Edele Agtbaare zeer bereidwillige, Dienaar en vriend /:was geteekend:/: B=s V=n Pleuren /:inmargine Amboina Aan 'T Casteel nieuw victoria den 12:' Augustus Anno 1789: Aan 187. Aan de Wel dele Gestrenge en Agtbaare Heeren Gouverneurs en Directeurs van Amboina Banda en Ternaten. Wel Edele Gestrenge en Agtbaare heeren Twee Leedig komt mij het plan voor dat Hunne Hoog Ed=s van ons hebben gelieven te requireeren, bij Hoog derzelver gevene„ „reerd besluijt van den 9:' Sept: 1777: genoomen op de daar bij aan „gehaalde consideratien van zijn Hoog Edelheid den presen„ „ten Hoog Edele groot agtbaaren Heer Gouverneur Gene„ „raal De klerk, met betrecking tot eene defensieve verdeedi„ „ging der ons aanbetrouwde gouvernementen, in cas van on„ „verhoopte vijandelijke aanvallen het zij Europeesche off Jn„ „landsche moogendheeden, schoon na mijn gering oordeel, prin„ „cipaal ten opsigte van de eerstgem:, als van gevoelen zijnde dat een ieder gouvernement op zig zelve volkoomen in staat is alle zodanige, Jnlantsche magten, als zig in deesen kwartieren bevinden of verwagt kunnen worden, het hoofd te bieden, immers de hoofdvestigen te bewaaren, dat allenthalven genoeg is, om zo men door een in vasie van de zulke de kleene veld of andere posten al mogte kwijt„ „raaken, dezelve weeder te krijgen, waar door het geheel gou„ „vernement behouden kan worden. Het eerste Lid; een aanwijsing dienende te behelsen van alle zodanige middelen als een ieder in het zijne, na de gesteld„ „heid des Lands en de plaats mitsg=s van de fortificatie werken en andere omstandigheeden verneemen mogte aan Hunne Hoog Edelheedens te moeten voordraagen, ten ein„ „de zig tot eene manmoedige teegenweer in Cas van nood, te beeter in staat te bevinden, zo oordeele ik niet noodig daar over in dezen uit te weijden, schoon ik egter vermeene dat het niet overbodig zoude weesen van 94:

NL-HaNA_1.04.02_3556_0158 view scan ↗

English

to disclose all those proposals mutually, just as I will gladly supply mine to your Honorable Respected Sirs in due course. The second point required the devising of the most useful measures not only to give each other notice as speedily as possible upon the appearance of an enemy fleet, but also to support with men, vessels, and supplies such government as might be targeted or already attacked by the same. It naturally follows that mutual correspondence must be maintained on this matter, in such manner as Their High Excellencies have also pleased to order; and therefore I could not neglect any time in offering your Honorable Respected Sirs my humble considerations regarding Macasser in this matter, the more so because I was presumably the first to have received the resolution with the considerations, although nevertheless not earlier than 12 May last. Although the aforementioned resolution did not express this fully enough, it appears to me that one ought chiefly to confine oneself to these four articles: 1. How to notify each other most speedily of the appearance of an enemy fleet, assuming one already had news of an erupted war or not, it being necessary in the first case that each remains alert in his district to send out reconnaissance; and in both cases no less to obtain intelligence by all possible means as to which government might be solely or at least primarily targeted, in order to be able to make immediate arrangements in compliance with the 2nd article: to be able to ship off to such government as speedily as possible some relief of men, vessels, ammunition, and other necessities that might serve for a better defense, and this in the various seasons of the year, with such circumspection that it does not fall into the hands of the enemies, for which purpose it will be required that one determine where the same could most safely arrive; 3. That one devise certain signals whereby both ships and vessels, upon appearing, may not only be recognized as friends, but that they reciprocally, when coming into sight of the governments, whether of the main fortresses or the subordinate coasts, may know whether these are still in our hands; 4. What capitulation one should stipulate in case of surrender (which God graciously forbid) for the transport of the garrison, the only point upon which the same, in my opinion, should turn, considering that one cannot expect, after a brave and courageous defense, that more could be obtained, whatever enemies they might be! Regarding the first point, it might perhaps not be superfluous to make some remarks concerning the route that an enemy fleet would apparently take to come and surprise us in these quarters, in order thereafter to determine the manner of notifying each other of its appearance, wherever that might be, all the sooner. Considering that experience has shown how, for some years now, both French and English ships have appeared unexpectedly in these quarters without one even being able to trace whence they came or whither they departed again, and one may well assume that any enemies intending to make themselves master of the eastern provinces would undertake the same with all possible secrecy, I am, for my part, of the opinion that it will be best, with respect to Macasser, to order in secrecy the Residents at the subordinate outposts at Bima, Boelecomba, and Saleijer not only to inquire on all occasions whether any foreign ships have been seen anywhere by the traders, but also, so far as concerns the districts of their posts, to keep a continuous watch themselves, especially when news might have been obtained of an erupted war.

Dutch transcription

van alle die voorslaagen anderling ouverture te geven ge„ „lijk ik de mijne in der tijd aan uw welEd: agtb: gaarne sal suppediteeren Het tweede Lid, requireerde het beraamen van de dienstig„ „ste maatregulen om elkander niet alleen bij de verschij „ning van eene vijandelijke vloot, daar van ten spoedig„ „sten kennisse te geeven, maar ook om zodanig gouverne„ „ment waar op het gemunt dan wel dat door deselve reets mogte aangetast weesen, met volk, vaartuijgen en benoo„ „digtheeden te ondersteunen, zo spreekt het van zelve dat daar over onderling diend gecorrespondeert, invoegen Hun„ „ne Hoog Edelhedens het zelve ook hebben gelieven te beveelen; en dierhalven hebbe ik ook geen tijd mogen ver„ „suijmen om uw wel Ed:e Agtb: mijne geringe con„ „sideratien met betrecking tot Macasser in dezen aan te bieden te meer ik vermoedelijk de eerste zal zijn geweest die het besluijt met de consideratien ontfangen hebbe, schoon egter niet vroeger dan den 12:' Meij Laastverweeken. schoon het meerm: besluijt zulks niet genoegsaam volkoomen uitdrukte, komt het mij voor dat men zig voornamentlijk diend te bepaalen tot deze vier articulen 1 = toe men elkanderen van de verschijning eener vijandelijke vloot„ gesteld dat men reets tijding van een ontstaanen oorlog, hadde of niet, ten spoedigsten zal kunnen verwittigen, in het eerste geval nodig zijnde dat men ieder in het zijne verdagt blijve om op kundschap uit te zenden; en in beide niet minder om door alle moogelijke middelen berigt te erlangen op welke gouvernement het off alleen off ten minsten het eerste„ gemunt mogte weesen, ten einde al aanstonds eenige schickingen te kunnen maaken tot voldoening aan articul„ 2:e om ten allerspoedigsten na zodanigen gouvernement eenige secours van volk, vaartuijgen en ammunitie en andere vereijschtens te kunnen afscheepen als tot een beetere verdeediging zoude kunnen strecken en zulx in de verschillende saijsoenen des Jaars, met die circomspectie dat het het niet kwam te vallen in handen der vijanden, alwaar omme het zal vereijsschen dat mo 189. 95r 105 dat men bepaale waar het selve vijligst zoude kunnen over„ „koomen 3=e dat men eenige zijnen beraame waar door en scheepen en vaar„ tuijgen niet alleen bij verschijning voor vrienden kunnen erkend maar dezelve ook reciproque in het gezigt der gouvernementen koomende het zij van de hoofd vestingen dan wel de onderhoorige kosten weeten kunnen off die nog in onze handen zijn 4=o wat Capitulatie men in Cas van overgaave /:dat Gode genadig verhoede :/ zoude dienen te bedingen tot Transport der besetting, het eenigste waar over dezelve naar mijne gedagten zoude dienen te vallen, gemerkt men niet verwagten kan, dat er, naar ee„ „ne wackere en manmoedige verdediging, meerder, zou„ „de kunnen worden verkreegen welke vijanden het ook zijn mogten! Ten belange van het eerste zoude het moogelijk niet over„ „boodig weesen eenige remarcques te maaken, nopens de route die een vijandelijke vloot apperent zoude neemen, om ons in deze quartieren te koomen besloken, ten einde daar na de wijze te bepalen om elkander van derzelver verschij„ „ning, waar zulx dan ook weesen mogte, des te eerder te kunnen verwittigen, dan geconsidereert de ondervin„ „ding heeft doen zien hoe zij nu zedert eenige Iaaren, zo wel Fransche als Engelsche, scheepen, in deze quartieren op het onverwagts hebben vertoond, zonder dat mien zelfs heeft kunnen nagaan, van waar zij gekoomen off merwaards zij weeder vertrocken zijn, en men wel onderstellen mag dat eenige vijanden, voorneemens zijnde, om zig van d' oostersche provintien meester te mae„ „ken het zelve met alle mogelijke secretesse onderneemen, zo ben ik voor mijn aandeel van gevoelen dat het best zal weesen ten aansien van Macasser de Residenten op de onderhoorige buijten posten te Bima, Boelecomba en saleijer in secretesse te gelasten om zig niet alleen bij alle geleegentheeden te informeeren off ook eenige vreemde scheepen door de hande„ „laars hier off daar gezien zijn, maar ook om daar op voor zo verre de districten van hunne posten aangaat, bij aanhoudentheid zelfs te doen waaken, insonderheid wan„ „mer men tijdting mogte hebben erlangd van een ontstaanen oorlog

NL-HaNA_1.04.02_3556_0160 view scan ↗

English

war between some powers and our state, in order to give notice thereof as soon as possible to this Head Office as well, as well as with an express vessel, whenever there might be any possibility to do so, to the Governors of Amboina and Ternate, as can in any case also be done from here upon the first report, with regard to Amboina in both the eastern and western Monsoon, but since regarding Ternate in the first-mentioned time this is as little easy to do from the said subordinate Offices as from here, because it is then very difficult to accomplish that voyage, in my opinion the Governor of Amboina, upon receipt of news from here, could inform those of Ternate thereof as well as those of Banda, whereas in case the enemy ships might be seen earlier near Ternate, Amboina, or Banda, your Right Honourables will best be able to determine how your Right Honourables could most speedily inform each other or Macasser thereof, concerning which I may prescribe nothing in this matter, only noting that orders ought to be given to the captains of the vessels to call at the post of Saleyer first to deliver the letters there, or else Boelecomba, provided they have obtained assurance by means of the signals to be devised that those posts are still in our hands. As for the second point, whether the relief that could or ought to be dispatched from here to the assistance of the governments under your Right Honourables' administration, either upon the news that they had already actually been attacked or that certainty had been obtained that it was aimed at one of them, I must testify to my regret that, even if it were feasible, it would by no means be noteworthy, considering that Macasser is always in danger of being attacked by our irreconcilable enemies as soon as they see any chance to cause us harm, from which it is easy to apprehend that it would not be advisable to weaken the garrison or to strip ourselves of one or more Pantjallangs of the six to which the number is fixed, and which, mostly not all being on hand, are most urgently needed; and this all the more since not the least trust can be placed in the Kingdom of Boni, which is so greatly indebted to the Company, given the treacherous conduct recently displayed by most if not all of the grandees of the realm in the assistance rendered, both secretly and, so to speak, by some publicly, to the rebels during the revolt, which otherwise might already have been entirely suppressed, it being undeniably true that had they not also betrayed us, we would not only have been able to overpower Goa long beforehand, but all the chief rebels would have fallen into our hands; not to mention how they seek in every respect to cause us no less harm, and indeed in the long run do inflict it, than one could expect from declared enemies, so that the situation of the Company on the Macassar Celebes being as precarious as ever, prudence requires to remain continuously on guard and to keep the force of Europeans as far as possible together, as the only one upon which one can rely and whose number, including the few citizens residing here /: of whom half are usually on expeditions :/, is by no means too large for our own security against Native enemies, and to man all posts with them, and at the same time to maintain the Company's prerogatives. Just as little as with regard to Europeans would I know how to dispatch any assistance of Natives elsewhere: regarding the Malays here, who still make up a noteworthy number of about four hundred heads, I have discovered to my regret that they are also little to be trusted, although their good conduct in many encounters has previously been praised, for indeed during the troubles

Dutch transcription

oorlog tusschen eenige moogendheeden en onzen staat, ten einde daar van ten eersten aan dit Hoofd Comptoir zo wel, als wanneer daar toe maar eenige mogelijkheid mogte zijn met een expres vaartuijg, aan de Heeren gouverneurs van Amboina en Ternaten kennisse te geeven, zo als in allen gevalle van hier op het eerste berigt ook kan geschieden, met op zigt tot Amboina zo wel in de ooster als westen Mousson, dog vermits zulcx omtrend Ter„ „naten in de eerstgemelde tijd zo min van de gemelde su „balterne Comptoiren als van hier gemackelijke te doen zij, ter zaeke het zeer beswaarlijk valt die reijse als dan te gewinnen zoude mijns bedunkens den Heer gouver„ „neur van Amboina bij ontfangst van Tijding van hier„ die van Ternaten zo wel daar van kunnen verwittigen als die van Banda, terwijl ingevalle de vijandelijke schee„ „pen eerder omtrend Ternaaten; Amboina of Banda mog„ „ten worden gezien, uwelEd: Agtb: best zullen kunnen bepaalen voedaanig uw wel Ed: agtb: elkanderen off Ma„ „casser daar van ten spoedigsten zouden kunnen infor„ „meeren, waar omtrend ik in desen niets voorschrijven mag, alleen, maar aanmerkende dat aan de voerders der vaartuijgen ordre zoude dienen gegeeven de post salen „ijer het eerst aan te loopen, om de brieven daar af te geeven dan wel Boelecomba, gesteld zij door de te beraa„ „men zeijnen verseekering mogten hebben gekreegen, dat die posten nog in onze handen zijn wat nu het tweede poinct betreff, off het secours dat van hier tot assistentie der gouvernementen onder uwel Ed: Agtb: bestier zoude kunnen off dienen te worden, afgestooken, 't zij op de tij„ „ding dat die reets werkelijk waaren aangetast of dat men zeekerheid bekoomen hadde dat het op een derzelve gemunt was, zo moet ik tot mijn leedweesen betuijgen dat het zelve aldoenlijk zijnde egter gantsch niet naamwaardig zoude weezen, geconsidereert Macasser altoos ingevaar is om door onze onversoenlijke vijanden aangevallen te worden zodraa zij maar eenige kans komen te zien om ons afbreuk te doen, waar uit mackelijk te appre„ „hendeeren 191 8b: „lendeeren valt, dat het niet geraaden zoude zijn het guar„ „nisoen te verswacken offons te ontblooten van een off meer Pantjallangs van de ses, waar op het getal bepaald is, en die meesten tijd nog niet alle aanhanden zijnde men ten hoogsten benoodigt heeft; en zulx te meer vermits men geen het minste vertrouwen kan stellen op het zo groote„ „lijks aan de Compagnie verpligte Rijk van Bonij, mits het verradelijke gedrag door de meeste zo niet alle rijks„ „grooten nog Jongst betoond in de beweesene assistentie zo heijmelijk als, om zo te spreeken, door sommige, in 't open„ „baar aan de rebellen, geduurende de revolte, die andersints mogelijk reets geheel zoude weezen gedempt, immers ontegenseggelijk zijnde dat ingevalle zij ons niet meede verraaden hadden wij niet alleen lang bevoorens Goa zou„ „den hebben kunnen overmeesteren, maar dat alle de hoofd rebellen in onze handen zouden geraakt weesen; om niet te zeggen hoe zij ons in allen opzigte geen minder afbreuk tragten en ook in der daad op den duur toebrengen als men van openbaare vijanden zoude kunnen verwagten invoegen den toestand van d' Comp: op het Macassaars cele„ „bes zo zorglijk gesteld zijnde als ooijt, de voorzigtigheid vereijscht om zig bij continuatie op hoede en de magt van Europeesen zo verre mogelijk bij elkander te houden, als de eenigste waar op mon staat kan maaken en wel„ „ker getal, daar onder gereekend en weinige burgers die zig hier bevinden /:waar van de helft doorgaans optogten zijn :/ ter on„ „zer eiger beveiliging maar gantsch niet te groot is tegen Jn„ „landsche vijanden en om er alle posten meede te besetten en om teffens 'sComp„s prerogativen te maintineeren. Even zo min als omtrend Europeesen zoude ik weeten eenige assistentie van Inlanders na elders af te steeken: de Hier zijnde Maleijers, die nog al een naamwaardig getal van circa vierhondert koppen uitmaaken, hebbe ik tot mijn leedweesen ontdekt dat meede weinig te vertrouwen zijn, schoon men hun goed gedrag in veele recontres, be„ „voorens geroemt heeft, immers hebben zij in de trou„ „bles 107

NL-HaNA_1.04.02_3556_0162 view scan ↗

English

nobles have shown no signs at all of being devoted to the Company, which is to be attributed to the fact that they have allied themselves to such an extent by marriages to Macassars and Boniers, and among them to many Princes, that they consider themselves assured, however matters might turn out here, of not having much to lose. The subjects that the Company further has here consist of the inhabitants of the rice provinces; generally speaking, they are an idle, cowardly, and degenerate people, who, upon the first summons to be used for warfare elsewhere, would far sooner flee to the mountains than be obedient or show themselves willing thereto. The Houtonders and Salayerese are no better, and those from the opposite coast, or the realms of Bima, Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat, together make up so small a number that their help would be of no importance, not to mention that, despite all exhortations, they would remain away so long when called upon that their assistance could no longer be of any use; to which I must also add that they would also place their own realms too much in danger of invasion by the treacherous Sumbawanese, against whom they, serving as a counterweight, secure the Company's position on the opposite coast. Notwithstanding all that has been said, I am nevertheless of the opinion that no means ought to be spared, in the event that word should be received that one of the eastern governments was or was about to be attacked by an enemy fleet, to offer all possible assistance for its relief, if it can at all be risked, so as not, by wishing to preserve one, as your High Nobilities wisely observe, to lose both; and therefore it shall not be wanting on my part, if such should unexpectedly happen during my presence here, to employ all efforts thereto, having primarily had to make the aforementioned considerations to show that it is entirely impossible to determine beforehand what the same would consist of or how large it might turn out to be, as the order seems to require. And just as I therefore, on the basis of what has been noted here before, consider myself obliged to request the required clarification as to where such relief ought to arrive or what measures will be put into effect by your Honorable Worships to prevent the relief forces from falling into the hands of the enemy, I shall likewise, with regard to Macasser, await your Honorable Worships' remarks concerning the relief upon which one could hope here in the event of an enemy attack, when prudence might permit its dispatch; with regard to the place where the same ought to land, only noting that since Castle Rotterdam lies on the west side of Celebes and it is apparent that the enemy, in order to make themselves master of it, would surround the same, there would be the least difficulty in that regard, since, being informed of its arrival by signals, orders can immediately and directly be given to bring it out of danger. Which signals, constituting the third point to be regulated among one another, I could indeed have determined at once with respect to Macasser, in order to have distinct flags displayed in certain months, both from the Main Office and the subordinate offices; but I have thought it well to postpone the same until such time as I shall have received your Honorable Worships' considerations, the more so as I dare not flatter myself in the least with the hope of having hit the right mark in this matter, much less of having satisfied the purpose and intention of your High Nobilities, readily confessing my ignorance concerning all these subjects, which would also have restrained me from explaining myself concerning the fourth point, namely what capitulation ought to be stipulated in case of surrender, if I were not obligated thereto in order to obey the order; concerning which I then only observe that, in my humble judgment, it would not be advisable at all to contract for the transport of the garrison of the conquered government to another, even if the same were to be obtained, which appears improbable to me, since the enemy, having made themselves master of the one, would without doubt also attempt to win the others, and thus would not permit them in the meantime to be reinforced beforehand by a part of the garrison of the conquered one; and therefore I believe that one would do better to stipulate to be transported to the Main Office, which would thereby be greatly reinforced and which, moreover, does not have much to fear from enemy attacks, as even the most knowledgeable observe; but concerning which point I shall likewise await your Honorable Worships' opinion, in the trust that these considerations of mine may be favorably received and that what is deficient may graciously be excused. Wherewith concluding, I declare with all distinguished respect to be very sincerely, stood below, Right Honorable, Respected, and Esteemed Sirs, lower, your Right Honorable, Respected, and Esteemed, very willing and ready friend and servant, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Macasser in Castle Rotterdam, the 17th of December, Anno 1778. To

Dutch transcription

„bles maar gantsch geen blijken gegeven de Compagnie toegedaa„ te zijn, 't geen daar aan te attribueeren is, dat zij (zig der„ „maaten door huwelijken aan Macassaaren en Boniers en daar onder aan veele Princen hebben vermaagtschap, dat zij zig verzeekert houden, hoe de zaaken hier ook loopen mogten 'er niet veel bij te kunnen verliesen - de onderdaanen die de comp: hier verder heeft bestaan in de bewoonders der Rijst provintien, over het algemeen genoomen is het een luij, Lafhartig en verwijst volk„ en die veel eer, op de eerste aanmaning om zig tot den krijg elders te laten gebruijken, naar het gebergte vlugten als gehoorzaam zijn of zig daar toe gewillig toonen zouden de Houtonders en Salaijereesen zijn niet beeter en die van de overwal of de Rijken Bima, Dompo„ Tambora, Sangar en Pekat maaken te saamen een zo gering getal uit dat haare hulpe niet van belang zou„ „de zijn, ongereekent dat ze in weerwil van alle Ad„ „hortatien zo lang agterweegen zouden blijven wanneer z' opgeroepen wierden, dat hun hulpe niet meer te staa„ „de zoude kunnen komen, waar bij ik nog diene te voe„ „gen dat zij haar eijgen Rijken ook te veel in gevaar„ zouden stellen voor de invasie der verraderlijke sumbauwareesen, tegen dewelke zij ten evenwigt strec„ „kende 'sComp„s staat op de overwal in veiligheid stellen. Jn weerwil van alle het gezegde ben ik nogtans van gevoelen dat men geen middelen behoorde ongespaard te laaten om ingeval men tijding mogte krijgen dat een der oostersche gouvernementen door een vrijandelijke vloot was of stond te worden besprongen, ter ontset van het zelve alle moogelijke assistentie te bieden als het maar immer te waagen zij, om niet door een te o willen behouden, zo als hun Hoog Ed=s wijsselijk aan„ „merken, beide te verliesen, en dierhalven zal het aan wij niet manqueeren om, bij aldien zulks geduurende mijn aanweesen alhier onverhoort mogte gebeuren, daar toe alle devoiren aan te wenden, de voorsz: be„ „denkingen voornamentlijk hebbende moeten moe„ „ken 19397 1 „ken ten blijke dat het volstrekt moet voor uit te bepalen is, waar in dezelve bestaan off hoe groot die zoude kun„ „nen vallen zo als het bevel schijns te requireeren En gelijk ik wij dierhalven in't hoofde van het hier vooren genoteerde gehouden agte de vereijschte elu„ „cidatie te versoeken waar zodanigen secours sou„ „de dienen aan te koomen off wat middelen 'er door uwelEd: Agtb: in het werk zullen worden gesteld om te voorkoomen dat de secoursen niet in handen der vijanden vallen, zal ik insgelijks met betrec„ „king tot Macasser uwelEd: Agtb: aanmerkin„ „gen blijven te gemoet zien, omtrend het secours waar op men hier, bij een vijandelijke aanraading, wa„ „neer de voorzigtigheid dies afsending mogte toe„ „laaten zoude kunnen hoopen; met opzigt tot de plaats, waar het zelve zoude dienen te landen eenlijk noteerende dat vermits het Casteel Rotter„ „dam aan de west zijde van Celebes legt en het ap„ „parent is dat de vijanden om zig daar van meester te maaken, het zelve zouden insluijten, daar omtrend geen de„ „winste moeijte zoude zijn dewijl men door de zeijnen van dies aankomst g'adverteert, aanstonds direct ordre zal kunnen stellen om het buijten gevaar te bekoomen. welke zeijnen het 3: Poinct uijtmaakende om onder elkanderen te reguleeren zoude ik ten opzigte van Macasser wel aanstonds hebben kunnen vaststellen om zo van het Hoofd als d'onder„ „hoorige comptoiren in zeekere maanden onderscheiden „ne vlaggen te doen vertoonen dog ik hebbe vermeend het zelve wel te mogen uitstellen, tot tijd en wijlen ik uw welEd: Agtb: consideratien ontfangen zal heb„ „ben, te meer ik wij geensints flatteeren durf niet te hoope van in deesen het regte doel getroffen veel min dan om voldaan te hebben aan het oogmerk en de intentie van Huw Hoog Edelheedens, mijne on„ „ kunde ma „kunde gaarne belijdende omtrend alle deese onderwerpen het geen mij ook soude hebben wederhouden mij te verklaaren nopens het. 4=e Poinct namentlijk wat capitulatie, in Cas van overgave zoude dienen te worden bedongen, indien ik daar toe niet verpligt was, ten einde aan d'ordre te obedieeren waar omtrend ik dan eenlijk aanmerke dat het naar mijn ge„ „ring oordeel gants niet geraaden zoude weesen, te contracteeren tot Transport van de bezetting van het overwonnen gouvernement naar een ander zo het zelve al te verkrijgen was dat wij met waarschijn„ „lijk voorkomt, vermits de vijanden zig van het eene meester gemaakt hebbende buijten twijffel ook de anderen zouden tragten te winnen, en dus niet toelaaten dat die inmiddens alvoorens, door een gedeel„ „te van het guarnisoen van het overwonnene, versterkt wierden, en dierhalven vermeene ik dat men beeter zou„ „de doen te bedingen om na het Hoofd Comptoir te worden getransporteert, dat daar door zeer zoude worden ver„ sterkt en dat boven dien niet veel voor vijandelijke aanvallen te vreesen heeft, zo als de kundigsten selfs aanmerken, dog nopens welk poinct ik almeede uw wel Ed: agtb: gevoelen zal afwagten, in vertrouwen dat deze mijne bedenkingen gunstig ontfangen en het gebreckige gra„ „tieuslijk zal moogen verschoond worden: Waarmeede dan besluijtende zo betuijge ik met alle gedistinqueerde agting zeer opregtelijk te zijn /:onder„ „stond:/ wel Edele Gestrengen en Agtbare Hteeren /:lager:/ uw wel Edele Gestrenge Agtbaare zeer bereidwillige en volvaardi„ „ge vriend en Dienaar /: was geteekend:/ P: G: van der voort /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 17=e December A„o 1778:—: Aan

NL-HaNA_1.04.02_3556_0165 view scan ↗

English

195. 98. 197 To the Right Honourable Sir: Amboina. Bernardus van Pleuren! Governor and Director there. Right Honourable Sir! Although I informed your Honour in my recent letter of 11 March last that, upon the conclusion of the upcoming peace between the Courts of Ternate and Tidore, I would personally make the highly necessary representations to the King of the latter realm concerning the murders and robberies committed by the Papuans and other Tidorese subjects within the jurisdiction of Amboina in order to obtain the required satisfaction in that regard, nevertheless since that time so many complaints against that Court and the Court of Bachian, as well as so many proofs of disloyalty toward the Company, have been received—which are now daily verified more and more, as is also further done by your Honour's recent letter of 16 June, in which mention is made of a Bachian embassy on Ceram—that we have finally found ourselves compelled to proceed to a resolution, whereby it is hoped that all those acts of violence, which have already lasted for many years, will soon come to an end. No effort has been spared since the departure of the bark the Batavier to persuade both the King and the Crown Prince of Tidore, together with the principal grandees of the realm, to come hither, not only to devise a lasting peace, but also principally to confer with Their Highnesses regarding all the misdeeds of their subjects, and to insist on the extradition of the guilty parties, pursuant to the orders received from Their High Mightinesses, but all in vain, because both princes, under all kinds of worthless pretexts, managed to delay their appearance from time to time, and thus to render all our arrangements useless, until we resolved in the past month of April to have the said princes fetched by a ship and some pantjallangs, reinforced by a well-armed Ternatan kora-kora fleet, which was to blockade that entire island, the more so because we feared here, and not without some reason, that their delay had no other purpose than to wait for their friends and allies, the Maguindanaos, since those pirates, according to reports received at the time, intended to visit these regions again in the month of March, just as we have also received further reports from the Sangir Islands that several of their vessels have already been seen and have passed by that area. Pursuant to that resolution, I thereupon dispatched on 25 April the ship Westvriesland, alongside the pantjallangs Ternaten, de Kruijsser, and 't Casteel Orange, to which the King of Ternate immediately joined his fleet; and upon this earnest invitation and other necessary measures, the old and young Kings of Tidore were brought into such straits that they appeared at this Castle on the 29th of the same month, at which time all the robberies and acts of violence committed by their subjects were immediately set before them in a full meeting in the most emphatic terms, as well as their own treacherous conduct, which subsequently became even clearer, and their correspondence with the King of Maguindanao, our open enemy, as well as their displayed disobedience and unwillingness to come hither upon repeated invitations in the name of the Company, both by letters and by commissioners. 144104 197. 99: 143 To these representations, the said two princes were able to answer very little in their justification, other than merely saying that a good two-thirds of what was charged against them were untruths, the contrary of which, however, they afterwards privately confessed to me, declaring themselves to be fully convinced of their blameworthy and perjurious conduct, though not wanting to avow this in the full meeting; and this has further caused us to persist in the resolution, already taken some days previously, to arrest the King and Crown Prince of Tidore and thus to send them on the 29th of the recently passed month of May to Batavia on the private bark of the Ternatan burgher Captain-Lieutenant Feit Landau, named the Anna Christina, and the pantjallang Ternaten, for the further disposition of Their High Mightinesses. The old or reigning King of Bachian, notwithstanding he had previously been requested several times by letters and twice by commissioners to come hither, also did not appear here until 14 May last, after an equally serious invitation from his nephew, the young King Iskandar Alam, who at that time was accompanied by a Ternatan kora-kora fleet and 15 soldiers. The said prince, who was likewise secured within this Castle immediately upon his arrival, and whose residence at Kasiruta (a hiding place and abode for all vagrant murderers and other rogues) has now been devastated and entirely demolished, as well as leveled to the ground, is also due, at the first opportunity of a ship, to follow the two aforementioned Tidorese princes to India's capital, in order likewise to

Dutch transcription

195. 98. 197 Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer: Amboina. Bernardus van Pleuren! Gouverneur en Directeur aldaar. D wel Edele Agtbare Heer! Schoon ik uwe wel Edele Agtb: bij mijne Jongste Letteren van den 11: der voorleeden maand Maart heb gemeld, van bij het sluijten der aanstaande vreede, tusschen de Hoven van Terna„ „ten en Tidor, bij den kooning van het Laastgemelde Rijk in eijgen persoon de hoognoodige vertoogen te zullen doen over de gepleegde moordadigheeden en Roverijen door de Papoën en andere Tidoreesche onderdaanen onder het resort van Amboina, ten einde de vereischte satisfactie dientweegen te erlangen, zijn 'er egter zee„ „dert dien tijd alweeder zo veele klagten tegen dat en het Batchiansche Hoff, mitsg„s zo veele blijken van ontrouw Jegens de Comp„e ingekoomen, die tans dage„ „lijks meer en meer, zo als nu ook meeder bij wwel Ed:e Agtb: Jongsten Brieff van den 16:' Junij waar bij melding word. gedaan van eene Batchiansche Ambassade op Ceram, werden geverifieerd, dat wij ons eindelijk genootsaakt hebben gevonden tot een be„ „sluijt overtegaan, waar door hoope is dat alle die reets lange Iaaren geduurd hebbende geweldenarijen eerlang eens een eijnde zullen neemen. Geene moeijte is zeedert het vertrek van de Bark de Batavier gespaard, om zo wel den kooning, als den kroon Prins van Tidor neevens de voornaamste Rijksgrooten, ter herwaards komt over te haalen, niet alleen om eene vaste vreede te beraamen, maar ook voornamentlijk Hunne Hoogheeden over alle de gepleegde en veldaden hunner om„ „derdaanen te onderhouden, en op de uijtleevering der schul„ „digen aan te dringen, ingevolge de ontfangene ordres Hun„ „ner „ner Hoog Edelheeden, dog alles vrugteloos vermits die beide vorsten onder allerhande nietswaardige uijtvlugten hunne opkomst van tijd tot tijd hebben weete te dilaijeren, en dus alle onse schikkingen onnut te maaken, tot dat wij in de gepasseerde maand April beslooten hebben gemelde vorsten met een schip en eenige Pantjallings, versterkt van een wel g'armeerde Ternaatsche Correcor„ „re vloot, die dat geheele Eiland zoude moeten besetten, af te laaten haalen, te meer wij hier en niet sonder ee„ „nige grond, vreesden, dat hun retardement niet anders ten doel tad, als op hunne vrienden en g'allieerden, de Man„ „gindanammers, te wagten, dewijl die Rovers volgens toenmalige ingekoomene Rapporten, voorneemens zijn geweest deese gewesten in de maand Maart weeder te koomen opsoeken, gelijk wij ook al nadere berigten van de Sangers hebben ontvangen dat 'er reets verscheij„ „dene vaartuijgen van dezelven daar omstreeks ge„ „sien en gepasseert zijn Jk heb daar op, in nakooming van dat besluijt den 25: April het schip Westvriesland, neevens de Pant„ „jallings Ternaten, de kruijsser, en 'T Casteel Orange„ gedepecheert bij welken de koning van Ternaten aan„ „stonds zijne armade heeft gevoegd; en op deese ernstige invi„ „tatie en andere noodsakelijke voorzieningen, zijn dan ook de oude en Ionge koning van Tidore zodanig in het naauw gebragt, datse den 29:' dierselve maand aan dit Casteel verscheenen, als wanneer inmediaat aan Hun in een volle vergadering met de allernadrukkelijkste bewoor„ „dinge voor ogen gesteld zijn alle de door hunne onderdaa„ „nen gepleegde Roverijen en geweldenarijen; zo wel als hun eijgen trouwloos gedrag, dat naderhand nog klaar„ „der aan den dag is gekoomen, en het correspondeeren met den kooning van Mangindanao; onsen open„ „baaren vijand zo meede hunne betoonde ongehoorsaamheid„ en onwilligheid„ op de herhaalde nodiging uijt naam van de Compagnie 144104 197. 99: 143 Compagnie, zo door brieven als door gecommitteerden, her„ „waarts te koomen. De gemelde Twee vorsten hebbe op die vertoogen zeer weinig tot hunne Justificatie meeten te andwoorden, als eenlijk met te zeggen dat wel ruijm twee derde van 't geen men hun ten lasten leijde, onwaarheeden waren welkers teegendeel zij egter naderhand aan mij in 't bijsonder hebben beleeden, en verklaard volkoomen van hun berispelijk en mein Edig gedrag overtuijgd te zijn, dog zulks in de volle vergadering niet te hebben willen avoueeren; en dit heeft ons wijders doen be„ „sluijten te persisteeren bij de almeede reeds eenige dagen te vooren genoomene Resolutie, om den kooning en kroon„ „prins van Tidor te arresteeren en zodanig met de Particuliere Bark van den Ternaatsch Burger Ka„ „pitein Luitenant Feit Landau, de Anna Christi„ „na genaamt en de Pantjalling Ternaten op den 29: der Jongst gepasseerde maand Maij naar Batavia te versenden, ter verdere dispositie Hunner Hoog Edelheeden De oude of regeerende kooning van Batchiang is, niet zee„ „genstaande zij te vooren verscheijde keeren bij Brieven en tot Twee maal toe door gecommitteerden tot de herwaerds komst was versogt hier ook niet eerder dan na eene bei„ „de even serieuse nodiging van zijnen Neeff, den Iongen koning Iskandar Alam, die te dier tijd verseld was van eene Ternaatsche Corre Corre vloot en 15: Militairen op den 14:' Maij J: L: verscheenen. Gedagte vorst, die aanstonds bij zijn arrivement ins„ „gelijks binnen dit Casteel is gesecureert, en wiens woonplaats Kasiroeta /: een schuijlhoek en verblijf voor alle nagebonden Moordenaars en andere schel„ „men:/ tans verwoest en ten eenemaal geslegt, mitsg„s met den grond effen gemaakt is, staat ook, bij eerste scheepsgeleegendheid, de twee voorsz: Tidorse Rin„ „cen na Indias Hooftplaats te volgen, om zig al„ „meede

NL-HaNA_1.04.02_3556_0168 view scan ↗

English

also to answer in person before our High Rulers, for his many committed outrages. The first consequence of the capture of the frequently mentioned three royal persons has been that the King of Ternaten has let himself be moved to make peace between his and the Tidorese subjects, which was also solemnly concluded within this Castle on 12 June last, and published to the people according to custom; on which occasion also, five Regents were appointed as Chiefs to govern the Island of Tidor, now brought under the Company's power and authority, until further orders from Their High Excellencies, under the higher supervision of this Government; while on the first of this month the lands of Maba, Weda, and Pattanij, pursuant to the request of the chiefs of those districts, were declared independent of the Tidorese Empire and at the same time brought directly under the obedience of the Company! This being the principal matter that has occurred in this government since the dispatch of my last secret letter, I shall hereby conclude this, and, after very friendly greetings, subscribe myself with the highest esteem. Below stood: Right Honourable Sir; lower down: Your Right Honourable's very ready friend and Servant. Was signed: S: R: Thomaszen. In the margin: Ternaten in Castle Orange, 15 July Anno 1779. 199 199 List of such vessels as have arrived here from the South Coast of Ceram since the first of September 1778 until the last of August 1779 and have departed thither again, with specification of what was imported and exported by the same! Anno 1778: 30 September: Per junk from Haija arrived here the orangkaya of that village named Hoewaija with 31 other heads, bringing for trade 400 toemangs of sago flour, 15 doelangs, 4 Lingoa planks, 5 pieces of lories, 5 pieces of parakeets and 2 white cockatoos, likewise 1 musket and 2 live cartridges for defense, and 6 October: departed thereafter to his village with 15 axes, 15 pieces of ordinary bleached Guineas, 50 parangs, 1 brown-blue bastas, 3 oeti-oeti cloths, 5 measures of rice, besides the ammunition brought here for defense! 30 September: The native of Haija, Djoemat, arrived here today with 5 other heads from there per orembai, also bringing 100 toemangs of sago flour, and 6 October: returned again to his village without taking anything from here for trade. 3 October: Arrived here per junk from Tobo the raja of that village, Waijlesie, with 11 other heads, bringing 300 toemangs of sago flour, 20 ceiling planks and 8 Lingoa planks. 10 October: the same departed again on this day to his village, taking along 1 piece of ordinary bleached salempores, 1 ditto brown-blue, 2 parangs, 4 pieces of Javanese cloths, 1 axe, 1 large bowl, 1 dish, and 1 copper sirih box! 3 October: Kodjalilij, native of Tobo, arrived here today per junk manned with 9 heads of his countrymen, with 500 toemangs of sago flour, and 10 October: returned again from here to his village, taking along for trade one piece of ordinary bleached Guineas, 3 ditto brown-blue, 2 sarassa cloths, 1 empty chest, 3 Javanese cloths. 3 October: The casisie of Sobo, Moelelie, arrived here today per junk manned with 15 other heads, with 1000 toemangs of sago flour, 80 ceiling planks and 10 pieces of Lingoa planks, for defense 1 musket and 6 live cartridges, and 10 October: departed again to his village, taking along 2 pieces of ordinary bleached Guineas, 4 ditto brown-blue, 4 sarassa cloths, 5 pieces of bleached dungarees, 2 copper sirih boxes, and 5 empty chests, and the musket brought along for defense. Anno 1779 7 March: The orangkaya of Keffing, Baloekeling, arrived here per junk manned with 12 other heads of his subordinates, with a proper pass dated Saparoua Duurstede 5 March of this year, bringing one white cockatoo, 1 lory, and 1 female slave, alongside 2 muskets for defense; and 10 March: departed again thereafter with the aforesaid vessel and crew, likewise firearms, as well as 6 pieces of Company's assortment salempores, 3 axes, 10 parangs to his village! 16 March: The native Sikoe of Sepa arrived here per junk with 12 other heads of his village, bringing 400 toemangs of sago flour and 2000 baked sago cakes, and 22 March: departed again to his village with 1 piece of ordinary bleached Guineas, 1 axe, 12 pieces of parangs, and 1 measure of rice. 15 June: The raja of Hatoemetting named Loba arrived here per junk with 12 other heads, bringing for trade 50 ceiling and 35 Lingoa planks, 1 piece of boeken wood, 240 toemangs of sago flour, 40 pieces of lories, 2 pieces of cockatoos, 2 parakeets, and one set of tatombo boxes, and for defense one swivel gun, one musket, one bottle of gunpowder, and 24 bullets, and 25 June: departed back from here to his village with the crew and ammunition that were brought here by the native of Hatoemetting, Jacob, taking along for trade 12 pieces of Company's assortment linens, 2 chintzes, 2 clehassen, 6 Javanese cloths, 1 silk sash, 2 copper kettles, 25 parangs, 2 axes, 5 handkerchiefs, 5 knives, 30 plates and bowls, and 5 pairs of Macassar trousers. 16 June: Per junk manned with 12 other heads arrived here today Pattij Radja, Captain of Hatoemetting, bringing along for trade 40 ceiling and 70 Lingoa planks, 1 piece of boeken wood, 6 lories, 2 white cockatoos, 200 toemangs of sago flour, and 34 bundles of culilawan bark, and for defense 2 muskets and 6 live cartridges, and the 25th

Dutch transcription

„meede in perzoon bij onse Hooge Gebieders te verandwoorden, weegens zijne veele gepleegde en veldaaden Het eerste gevolg van de gevangeneeming der dik „werf genoemde drie vorstelijke persoonen is geweest dat de koning van Ternaten zig heeft laaten bewee„ „gen tot het maaken van vreede tussen zijne en den Tidorse onderdaanen, welke ook den 12: Junij J: L: plegtig binnen dit Casteel geslooten, en naar den ge„ „bruijke aan den volcke gepubliceert is; wanneer al meede tot Hoofden om het tans onder Comp„s magt en gezag getrokken Eijland Tidor, tot nader order van Hunne Hoog Edelheeden, onder hager opsigt deeser Regeering, te bestieren, vijff Regenten zijn aangestelt; terwijl op den eersten deeser de Landen van Maba, weda, en Pattanij, ingevolge van het versoek der opperhoofden van die districten onaflange„ „lijk van het Tidorsche Rijk verklaard en tef„ „fens direct onder de gehoorsaamheid van de Comp=e zijn gebragt! Dit het voornaamste zijnde, 't geen zeedert de afzen„ „ding mijner laaste secreete in dit gouvernement is voorge„ „vallen, zal ik deese hier meede bekorten, en mij, naar zeer vriendelijke groete, met de meeste hoog agting onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uw wer wel Edele Agtbaare zeer bereidvaardigen vriend en Dienaar /:was„ „geteekent:/ S: R: Thomaszen /:in margine:/ Ternaten in ' Casteel Orange den 15=de Ju¬ „lij A„o 1779: —: vrijd 199 199 A„o 1778: den 30:' 7ber: I P„r Ionk van Haija alhier aangekoomen den orangkaij dier we„ „gorij Hoewaija gen:t met nog 31: koppen, ten handel aan brengen„ „de 400: toemangs Zagoemeel, 15: doelaags, 4: Lingoa planken 5: p„s Loeris, 5: p„s parquitjes en 2: witte kakatoeas item 1: p„s snaphaan en 2: scherpe pattroonen tot Defensie, en 6: 8ber:, daar aan na zijn Negorij vertrocken met 15: d„s beijlen, 15: p„s guinees gem: gebl: 50: parrings, 1: bastas br: bl: 3: oeti oeti kleedjes, 5: maaten Rijst, buiten de alhier aangebragte ammonitie goederen. tot defensie! Den Jnlander van Haija Djoemat, is op heeden met nog 5: kop„ „ 30: 7ber: „pen van daar alhier g'arriveert per orembaij meede brengende 100: Toemangs zagoemeel en. 6: 8ber: weeder na zijn negorij geretourneert zonder iets van hier ten handel meede te meemen. „ —: „ 3: _=o Is per Ionk van Tobo alhier g'arriveert den radja dier Negorij waijlesie met nog 11: koppen meede brengende 300: toemangs Zagoemeel, 20: p„s solder planken en 8: p„s Lon„ „goa planken. „ 10: _=o zijnde denzelve op beiden weeder na zijne Negorij vertrokken, meede neemende 1: p„s salemp„s gem: gebl: 1: d„o bruin bl: 2: par„ „rings, 4: p„s Javaese kliedjes 1: bijl, 1: groote kom, 1: schootel en 1: koopere tampat sirie! —: „ 3: _=o Kodjalilij Inlander van Tobo is p„r Jank bemand met 9: koppen zijner Landslieden op heeden alhier aangekoomen met 500: toemangs kagoemeel en. _=oe weeder van hier na zijn Negorij geretourneert, neemen „de tot negotie meede een p„s guinees gem: gebl: 3: d„o bruin bl: 2: Parassa kleedjes, 1: Leedige kisten 3: Javaase kleedjes „ —: „ 3: _=o Den Cassisie van Sobo Moelelie, is heeden p„ Jonk bemand met nog 15: koppen alhier aangekoomen met Lijst van Zodanige Vaarthuijgen als ter van Cerams Zuijd Cust zeedert primo sep„ „tember 1778: tot ult„o Aug„s 1779: alhier aan„ „gekoomen en meeder derwaarts vertrocken zijn, met specificatie van het geene door dezelve is in en uitgevoerd! 1000 „ -: „ „ 10:— „ —: „ 16: „ —: „ 25:— —: „ 15:— 1000: toemans kagoemeel, 80: p„s solder planken en 10: p=s Lingoa planken tot defensie 1: snaphaan en 6: scherpe patthoorn en den 10: Octob: weeder na zijn Negorij vertrocken meede niemende 2: p=s guinees gem: gebl: 4: d=o br: bl: 4: sarassa kleedjes 5: p=s dongrissen gebl:, 2: p„s koopere tampat sirie en 5: leedige kisten en de aangebragte snaphaan tot defensie. A„o 1779 „ 7: Maart Is den orangkaaij van keffing Baloekeling p„r Ionk bemand met nog 12: koppen zijner onderhoorige alhier aangekoomen, met een behoorlijke pas ged:t Saparoua Duursteede den 5:' Maart dezes Iaars aanbrengende Een mitte kakatoea 1: Loerie en 1: slavin„ „ne nevens 2: snaphaanen tot defensie; en is d=o daar aan met voorseijde vaartuijg en manschappen item ge„ „weeren mitsg„s 6: p„s salemp„s sComp„s zorteerings 3: beijlen 10: par„ „rings na zijn negorij weder vertrokken! _=o Is den Inlander Sikoe van Sepa met nog 12: koppen zij„ „ner negorij per Ionk alhier g'arriveert meede brengende 400: toe„ „mangs zagoemeel en 2000: gebacke sagoe broodjes en „ 22: _=o weeder na zijn Negorij vertrocken met 1: p„s guinees gem: gebl: 1: d„s beijl, 12: p„s parrings, en 1: maat lijst „ —: „ 15: Iunij Is den radja van Hatoemetting gen:t Loba met nog 12: koppen p„r Ionk alhier g'arriveerd, tot negotie meede brengende 50: p„s solder, en 35: p„s singoa planken 1: p„s boeken hout, 240: toe„ „mans zagoemeel, 40: p„s Loeries 2: p„s kakatoeas 2: parkit„ „jes en Een soesong tatoemboe, en tot defensie Een rantak„ Een snaphaan, Een bottel kruijt en 24: kogels, en. v=o weeder van hier na zijne negorij te rug vertrokken met de manschap en ammonitie goederen welke door den Inlander van Hatoemetting Iacob alhier zijn aangebragt neemende tot negotie meede 12: p„s Lijwaaten sComp„s sorteerings 2: Chitsen 2: Clehassen 6: Iavaanse kleedjes, 1: zijde scherf 2: kopere ketels 25: parrings 2: bijlen, 5: neusdoeken 5: messen 30: pierings en kommen en 5: maccassaarsche broeken: _=o L„r Ionk bemand met nog 12: koppen is heeden alhier aange„ „koomen Pattij Radja Capitain van Hatoemetting, brengt meede ten handel 40: solder en 70: Lingoa planken 1: p„s boeke, hout 6: Loeries, 2: witte kakatoeas 200. toemangs zagoemeel en 34: bossen koel Lawang en tot Defensie 2: snap„ „haanen en 6: scherpe pattroonen en den 25. „ 16:-

NL-HaNA_1.04.02_3556_0171 view scan ↗

English

201 1. the 25th of Junij Anno 1779 15: — —: 15: departed again for his Negorij, taking along, besides the ammunition goods brought here, for trade 11 pieces of linens of the Company's assortment, 7 pieces of parangs, 2 axes, 5 pieces of Javanese cloths, 4 handkerchiefs, and 6 saucers. Ditto Arrived here by junk Siwabessij, Cassissie of Hatoemetting, with another 9 heads, bringing along for sale 50 pieces of solder and 100 pieces of Lingua planks, 30 bundles of culilawan bark, and 120 tumangs of sago flour, item for defense one musket, 15 bullets, and 3 charges of gunpowder. Ditto This vessel departed again today for its Negorij with the same crew and that of the native Leberohot, taking along for trade 6 pieces of linens of the Company's assortment, 6 pieces of Chelassen, 4 pieces of handkerchiefs, 3 Javanese cloths, 10 parangs, 4 axes, and the ammunition goods brought along. Ditto Today the native of Hatoemetting Soleman arrived here by junk manned with another 13 heads, with 10 solder and 76 Lingua planks, 4 pieces of book-wood, 35 bundles of culilawan bark, 160 tumangs of sago flour, 19 lories, and one cockatoo, equipped with one musket and 4 sharp cartridges, and Ditto departed again for his negorij with 14 pieces of linens of the Company's assortment, 4 pieces of Javanese cloths, 1 songket cloth, 2 Chelassen, 6 Macassar trousers, 16 pieces of parangs, 3 pieces of axes, 5 handkerchiefs, 20 saucers and bowls, and the ammunition goods brought along. Ditto With a junk manned with another 8 heads, there arrived here today from Hattoemetting the native of that Negorij named Jacob, bringing 100 pieces of Lingua planks, 60 bundles of culilawan bark, 200 tumangs of sago flour, 6 lories, and 3 cockatoos, besides one rantaka, 1 bottle of gunpowder, and 40 bullets for defense. NB: the owner sold this vessel here and departed thither on the 25th of Junij of this year, together with his crew and ammunition goods, on the junk of the radja of Hattoemetting. Ditto The native of that Negorij Leberohot arrived here from Hatoemetting with a small orembai manned with another 3 heads, being laden with 40 tumangs of sago flour. NB: this vessel was sold here by the owner, 25: — 15: 25: —: 15: 197 198: 202 examined E. J. Beijnon and he with his crew returned to Hatumetting on the 25th of Junij of this year on the junk of the Cassissij, Siwabessij. Anno 1779: the 6th of Julij By junk there arrived here today the Captain of Natiahoe named Abdul with another 12 heads, bringing for sale 250 tumangs of sago flour, 2 Lingua planks, one lorie, and one civet cat called Tingalong, and departed again for his Negorij with 9 pieces of linens of the Company's assortment, 7 pieces of handkerchiefs, 1 piece of chintz, 10 parangs, 5 axes, 20 knives, 2 measures of rice, 20 pieces of bowls and saucers. —: 6: Ditto there came here by junk Kaboeka, native of Hatiahoe, with another 5 heads, bringing along 180 tumangs of sago flour and 2 Lingua planks, and Ditto departed again for his negorij, taking along 2 pieces of common bleached moris and an empty chest. —: 17: Ditto There arrived here by junk the radja of Amar located on Goram, by name Pande, with another 16 heads of his Negorij, bringing for trade 10 Papuan slaves, 5 susongs of tatumbo, 10 coppan of tortoiseshell, 10 baskets of tripang, and 4 black lories, item for defense 2 muskets, 2 pistols, 2 bottles of gunpowder, and 28 lead bullets; furthermore, 26. Ditto departed again from here for his Negorij, taking along 30 pieces of common bleached guinees, 2 rolls of red satin, 20 pieces of parangs, 1 kain sangkit, 2 pieces of Surat chintz, 5 measures of rice, item for defense 2 muskets, 2 pieces of pistols, 2 bottles of gunpowder, and 20 lead bullets. —: 17: Ditto The native Pattij arrived here by junk with another 8 heads from Amar, bringing along for trade 25 baskets with tripang, 50 salamoni wood, 2 pieces of rasamala ditto, 2 black and 2 red lories, and —: 26: Ditto departed again for his Negorij, taking nothing along. Below stood: Amboina, Nieuw Victoria, the last day of Augustus, Anno 1779. Was signed: R. van de Walle, ad interim Fiscal. Secretary Agrees 19: 19: 155. 220 1779 198: 202 examined E. J. Beijnon the owner sold here, and he with his crew returned to Hatumetting on the 25th of Junij of this year on the junk of the Cassissij, Siwabessij. Anno 1779: the 6th of Julij By junk there arrived here today the Captain of Natiahoe named Abdul with another 12 heads, bringing for sale 251 [illegible] —: 17:— 7 110. 220 Batavia 203. 102a To His High Nobility The High Noble Wide-Ruling Lord Reijnier de Klerk Governor-General Together with The Right Honorable Most Highly Esteemed Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble Wide-Ruling Lord Right Honorable Most Highly Esteemed Lords. After the most accurate resumption of the highly esteemed separate missive directed to both of us on the 29th of December 1778, we have not failed to deliberate further in the general meeting of the 27th of February 1779 with the Political Council upon the principal subject thereof, concerning solely Your High Nobilities' gratifications for the support and relief of the entirely ruined park-keepers, and to frame as absolute consequences thereof: firstly

Dutch transcription

201 1. den 25: Junij A„o 1779 „ 15: — „ —: „ 15: weeder na zijne Negorij vertrocken neemt meede, buiten de eel„ „hier aangebragte ammonitie goederen, tot Negotie 11: p„s Lijwaaten 'sComp„s sorteering, 7: p„s parrings, 2: bijlen 5: p„s Javaese kleed„ „jes 4: neusdoeken en 6: pierings. ! _=o Arriveerde alhier p„r Ionk suvabessie Cassissie van Hatoe„ „metting met nog 9: koppen meede brengende ten verkoop 50: p„s solder en 100: p„s Lingoa planken, 30: bossen koelie Lawang en 120: toemangs zagoemeel, item tot difensie Een snaphaan 15: koogels en 3: schooten kruit d=o Dit vaartuig is op heeden weeder na zijne Negorij vertrokken met gelijke manschap en die van den Jnlan„ „der Leberohot, neemt meede tot negotie 6: p„s Lijwaaten sComp„s sorteering 6: p„s Chelassen, 4: p„s neusdoeken, 3: Javan„ „se kleedjes 10: parrings 4: bijlen en de aangebragte ammo„ „nitie goederen! _=o Op heeden is den Inlander van Hatoemetting Soleman per Jonk bemand met nog 13: koppen alhier aangekoomen met 10. solder en 76: Lingoa planken 4: p„s boeken hout, 35: bossen koe„ „lij lawang, 160: toemangs Sagoemeel 19: Loeries en Een Kaka„ „toea, gemonteert met Een snaphaan en 4: scherpe pattroonen en d=o weeder na zijn negorij vertrokken met 14: p„s lijwaaten scomp„s sorteerings, 4: p„s Iavanse kleedjes, 1: sonkit kleedje 2: chelassen 6: maccassaarse broeken 16: p„s parrings, 3: p„s beijlen 5: neusdoe„ „ken 20: pierings en kommen en de aangebragte ammonitie goe„ _=o Met een Iank bemand met nog 8: koppen is op heeden van Hattoemetting alhier g'arriveerd den Inlander dier Negorij gen:t Iacob, aanbrengende 100: p„s Lingoa planken 60: bossen koelij Lawan, 200: toemangs Zagoemeel 6: Loeries en 3: kakatoeas nevens Een rantak, 1: bottel kruijt en 40: ko„ „gels tot defensie! NB: dit vaartuig heeft den eigenaar alhier verkogten is op den 25: Iunij deses Jaars neevens dies manschap en ammonitie goederen met de Iank van den radja van Hattoemetting na derwaarts vertrokken! =o Js alhier van Hatoemetting met een kleine orembaij aangekoomen den Inlander dier Negorij Leberohot bemand met nog 3: koppen, belaaden zijnde met 40: toe„ „mangs zagoemeel: NB: dit vaartuig is door den „deren. eigenaar „ 25:— „ toe„ 15: „ 25: -:„ 15: . 197 198: 202 na gesien E„ J„ Beijnon eigenaar alhier verkogt en hij met dies manschap met de Ionk van den Cassissij, Siwabessij den 25: Junij deses Iaars na Hatumetting te rug vertrokken. A„o 1779: den 6: Iulij P„r Ionk is alhier heeden aangekoomen den Capitein van Natia„ „hoe Abdul gen:t met nog 12: koppen ter verkoop aanbrengende 250: toemangs zagoemeel 2: Lingoa Planken, Een Loerie en Een boskat Tingalong genaamt en. weeder na zijn Negorij vertrocken met 9: p„s Lywaaten inz:t van sComp„s sorteering, 7: p„s neusdoeken 1: p„s Chits 10: par„ „rings, 5: beijlen, 20: messen 2: maaten Rijst, 20: p„s kommen en pierings! „ —: „ 6: _=o kwam alhier per Sonk Kaboeka inlander van Hatiahoe met nog 5: koppen brengt meede 180: toemangs zagdermel en 2: Lingoa plan„ ken en. _=o meeder na zijn negorij vertrocken meede neemende 2: p„s moerissen gem: gebl: en Een leedige kist: „ —: „ 17: _=os Arriveerde alhier p„r Iank den radja van Amar op Goramgelle „gen in name Pande met nog 16: koppen zijner Negorij aan„ „brengende tot negotie 10: papoese slaven 5: soesongs Tatoembo 10: Coppan Caret 10: krandjangs taripangs en 4: Swarte Loerissen item tot defensie 2: snaphaanen 2: pistoolen 2: bott=s kruit en 28: loode zoogels, voorts „ 26. d=o weeder van hier na zijn Negorij vertrocken meede neemen„ „de 30: p„s guinees gemeene gebl: 2: rollen rood satijn 20: p=s Parrings, 1: kaijen Sankiz 2: p„s Souratse doos 5: maaten Rijst, item tot defensie 2: snaphaanen 2: p„s pistoolen, 2: bot„ „tels kruijt en 20: loode koogels! „ —: „ 17: _=o Is den Inlander Pattij met nog 8: koppen van Amar alhier per Ionk aangekoomen; ten handel meede brengen„ „de 25: karandjangs met Paripangs 50: salamonij hout 2: p„s Rasamula dito 2: Swarte en 2: roode Loeries. en „ —: „ 26: _=o weeder na zijn Negorij vertrokken niets meede neemende /:onderstond:/ Amboina Nieuw Victoria adij ultimo Augustus Anno 1779: /:was geteekent:/ R=s van de walle ad: int fiscaal! Secrets Maga Accordeert „ 19: _o „ 19: 155. 220 Serret Barda S 1779 198: 202 nagesien eigenaar alhier verkogt en hij met dies manschap met de Ionk van den Cassissij, Siwabessij den 25: Junij deses Iaars na Halumetting terug vertrokken. A„o 1779: den 6: Iulij P„r Ionk is alhier, heeden aangekoomen den Capitein van Natia„ „hoe Abdul gen:t met nog 12: koppen ter verkoop aanbrengende 251 „ —: „ 19: _=o 11 —: „ 6: _=o ki „ 19: _=o: W get „ —: „ 17: _=o A„ „ 26. d=o d' „ —: „ 26: _=o„ E„ J„n Beijnon int „rin bo. pre 5: ke „ger „br 10 it lo „de: Pa & „te ƒ a „a 2 a _=o „ —: „ 17:— „ . 7 ƒ 110. 220 Batavia 203. 102a Aan zijn Hoog Edelheid Din Hoog Edelen wijd gebiedende Heer Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Geste: Groot Agtb: Heeren Raaden van Neederlands Jndia Hoog Edele wijdgebiedende Heer wel Edele Gestr: Rroot Agtb: Hair. Ia den allernauwkeurigste resumptie van de 1 aan ons beijden in gerigte apparte hoog g'agte mis„ sive van den 29: xber: 1778: hebben wij niet versuijmd het principale van dien, rouilleerende alleenlijk over de van uw Hoog Edelheedens gratificaties tot onderstand en opbeuring van de ten eenemaal geruineerde perkeniers, in de gemeene bij een kom„ ste van den 27: febr: 1779: met den politicquen Raad nader te beredeneeren, en als absolute gevolgen van dien te beraamen. eerstelijk

NL-HaNA_1.04.02_3556_0176 view scan ↗

English

198. 19 26. ditto N. —: 17: _ —: 26: _ examined E. J. Beijnon 202 owner sold here, and he, with his crew, departed back to Halumetting on 25 June of this year with the junk of the Cassissij, Siwabessij. In the year 1779: on 6 July, per junk, there arrived here today the Captain of Hatiahoe, named Abdul, bringing a further 12 persons for sale 250 60 ƒ ƒ Firstly To have the necessary rice for 1783 perk slaves supplied monthly on the account of extraordinary expenses, as payment is made beforehand for that purpose. Secondly On the other hand, to have the additional required rice for the household members, numbering 1100 persons, supplied at 28 rixdollars per last. Thirdly To continue, until further notice, the suspension of all leases and taxes. Fourthly To demand no interest on any capital loaned on the spice lands, both by the Company and by the orphan masters and deacons, for as long as the annual remittance of 7000 rixdollars is continued. Fifthly To allow the present perkeniers no sale of perken until further notice, but in the course of time to have them transferred for the amounts of the loans to the nearest claimants or other interested parties, without compensation for pretended repair expenses. [illegible] —: 17: _ A: _: N —: 19: _ sixthly 19 in [illegible] 5: 10 6: _ Ko : lo [illegible] 2. N a 1: 110. Sixthly While maintaining the toll-free trade to Aru, the Southwest, Ceram, Goram, and other surrounding islands, to assist all those who request it with the available linens and other merchandise up to the specified quantities at cost price, under bond of payment upon return; the perkenier Johan Fredrik Beneke, having already departed for Timor in June, declined the offered accommodation. Seventhly Furthermore, the Banda Council of Policy having been notified to remain attentive to those who are indifferent and negligent in the sincere effort to turn their treeless lands back into fruit-bearing groves, so that, upon the proposal of the former, the latter may be deprived either entirely or partially of Your High Noble's favors; to prevent which, all have been warned without distinction to forestall such an outcome through diligence and industry. In all other respects, the humble first signatory passes over in deep silence what Your High Nobles have been pleased to note concerning his supposed lost profits from the destroyed nutmeg plantations, wishing with all cordiality that his previous years' erroneous lost profits through supposed spice deliveries from the same may be found to be even considerably more advantageous. 205 1/102. 8. zo1 220 198: 202 19: —: 26: _ examined E. J. Beijnon owner sold here, and he, with his crew, departed back to Halumetting on 25 June of this year with the junk of the Cassissij, Siwabessij. In the year 1779: on 6 July, per junk, there arrived here today the Captain of Hatiahoe, named Abdul, bringing a further 12 persons for sale 25 - 60 fixed in [illegible] —: 6: _ k: N [illegible] —: 17: _ A 9th [illegible] 10 26. ditto ditto ditto [illegible] A. d's Gravezande secretary —: 17: _ P We style ourselves with all imaginable veneration, underneath stood: High Noble Far-Ruling Lord, Right Honorable Valiant Highly Esteemed Lords; lower: Your High Noblenesses' very faithful and submissive servants; was signed: J. Petters, A. L. Seidelman, Clelduijdije Veijra, the last of July 1779. Agrees. The humble first signatory passes over in deep silence what Your High Nobles have been pleased to note concerning his supposed lost profits from the destroyed nutmeg plantations, wishing with all cordiality that his previous years' erroneous lost profits through supposed spice deliveries from the same may be found to be even considerably more advantageous. —: 19: _ 5: [illegible] 2. : ƒ 8 110. 220 Secret Banjarmasin 1778. Arriving Roadstead was ƒ 166 26. ditto ditto —: 26: _ examined E.s J. Beijnon 198: 202 owner sold here, and he, with his crew, departed back to Halumetting on 25 June of this year with the junk of the Cassissij, Siwabessij. In the year 1779: on 6 July, per junk, there arrived here today the Captain of Natiahoe, named Abdul, bringing a further 12 persons for sale 25 60 _ : 19: The humble first signatory passes over in deep silence what Your High Nobles have been pleased to note concerning his supposed lost profits from the destroyed nutmeg plantations, wishing with all cordiality that his previous years' erroneous lost profits through supposed spice deliveries from the same may be found to be even considerably more advantageous. —: 6: _ k: 9th [illegible] 10 [illegible] 30 —: 17: _ A. d's Gravezandt secretary Agrees 90 —: 17: _ A We style ourselves with all imaginable veneration, underneath stood: High Noble Far-Ruling Lord, Right Honorable Valiant Highly Esteemed Lords; lower: Your High Noblenesses' very faithful and submissive servants; was signed: J. Pelters, H. L. Seidelman, Cleldluijdija, Veijra, the last of July 1779. in 1 1 ditto ƒ 5: R. N _ 19: lo R 2 ƒ 5 110. 220 Secret Banjarmasin 1778. Arriving owner sold here, and he, with his crew, departed back to Halumetting on 25 June of this year with the junk of the Cassissij, Siwabessij. In the year 1779: on 6 July, per junk, there arrived here today the Captain of Natiahoe, named Abdul, bringing a further 12 persons for sale —: 19: _ 19: _ g. —: 17: _ 26. _ —: 26: _ examined F E. J. Beijnon 198: 202 2. 60 4 11 Mr P. 5 —: 6: _ 7 —: 17: _

Dutch transcription

198. „ 19 „ 26. d=o N. „ —: „ 17:_ „ —: „ 26: _=o nagesien E„ J„ Beijnon 202 eigenaar alhier verkogt en hij met dies manschap met de Ionk van den Cassissij, Siwabessij den 25: Junij deses Iaars na Halumetting te rug vertrokken. A„o 1779: den 6: Iulij P„r Ionk is alhier heeden aangekoomen den Capitein van Hatia„ „hoe Abdul gen:t met nog 12: koppen ter verkoop aanbrengende 250 60 ƒ ƒ Eerstelijk Omme de benodigde rijst voor 1783: perk slaven maande lijks te laaten verstrecken op reekening van extra ordinaire Ongelden, als wordende daar voormits betaald. Tweedens Omme daar en tegen de meerdere benodigde rijste voor de huijs genooten, ten getalle van 1100: koppen te laten verstrecken tegens 28: rd=s het last. Derdens Omme tot weder seggens toe te Continueeren met de stilstand aller pagten ende in posten. vierdens Omme van alle beleende Capitalen op de specerg landen, soo wel bij de Compagnie als weesmeestere en diakenen geene renten te laaten invorderen, soo lange met de Iaarlijkse remise van 7000: rd=s word gecontinueerd. vijffdens Om de teaenwaordige perkiniers tot weder sig„ „gens toe geene perken te laaten verkoopen, maar in tijds vervolg op de naaste pretendenten off ande„ de liefhebbers voor de beleeningen te doen trans„ porteeren, sonder vergoedinge van pretense ee„ paratie ongelden. al _=o F Td it 10 „ge „br get „ —: „ 17: _=o A: _=o: N —:„ 19: _=o sesden 19 in „kin pr 5: 10 6: _=o Ko :„ lo „de Ro „te „de 2. N a 1: 110. Sesdens Om met standhouding der tobvrije vaart op Aroe„ de Suijdwest, Cerai, Goram en andere omleggende eijlanden, alle die daar om vraagen, met de in voorraad sijnde lijwaten end andere Coopmanschappen, tot de bepaalde quantiteijten uijtkoops prijs te assistee„ ren, Onder verband van betaling bij te rug komste„ hebbende den reets in Iunij na Timor vertrokken perkenier Iohan Fredrik Beneke, voor het aangeboden gerief bedankt Sevendens voor het overige den Bandasen Raad van Politie verwittigd sijnde attent te blijven op de sulke die onverschillig en nalatig zijn in de trouw„ hertige toeleg om hunne bomeloose landen weder in vrugtdragende bosschen te doen veranderen, ten eijnde op der eerstgenoemdes voorstel de laaste van uw Hoog Ed=es gunst bewijsingen het sij in het geheel of ten deele verstooken te doen blijven dan tot welkers voorkoominge alle sonder on„ derscheijt gewaarschouwt zijn geworden om sulks door ijver en arbeijdsaamheijd te pra„ venieeren. In alle andere opsigten passeert den nedrigh: de e word weder seg. maar ande in en - 205 1/102. 8. zo1 220 198: 202 19: „ —: „ 26: _=o nagesien E„ J„ Beijnon eigenaar alhier verkogt en hij met dies manschap met de Ionk van den Cassissij, Siwabessij den 25: Junij deses Iaars na Halumetting te rug vertrokken. A„o 1779: den 6: Iulij P„r Ionk is alhier heeden aangekoomen den Capitein van Hatia„ „hoe Abdul gen:t met nog 12: koppen ter verkoop aanbrengende 25 - 60 Vast in „ris ps —: „ 6: _=o k: N ge„ _=o. „ —: „ 17: _=o A „9e „br 10 „ 26. d=o do „do Pir a „d R Ad's Gravezande E secret=s „ —: „ 17: _=o P wij noemen ons met alle bedenkelijke ve„ neratie /:onderstond:/ Hoog Edele wijdgebie„ dende Heer, wel Edele Gestrenge Groot Agtbare Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheed=s seer getrouwe en submisse dienaaren / was, geteekend:/ I=b Petters, A: L: Seidelman /:Clel duijdije Veijra den laaste Julij 1779. Accordeert nedrigen eersten tekenaar met eene diepe stilswij gentheijd, het geene uw Hoog Ed=s op de door hem ver meende winstdervingen uijt de verwoeste nooten plantagies hebben gelieven aan te merken, met alle hertelijkheijt wenschende sijne voor„ Jarige erroneilse winst dervingen door vermeen„ de specerij leveranties uijt deselve nog vrij voordeeliger mogen bevonden worden. —: „ 19: _=o 5: Ko it la „te 2. : ƒ 8 110. 220 Sicreet Banjermassing 1778. Aankomend Rheed=e n/was ƒ:166 „ 26. d=o do „ —: „ 26: _=o na gesien E„s J„ Beijnon 198: 202 eigenaar alhier verkogt en hij met dies manschap met de Ionk van den Cassissij, Siwabessij den 25: Junij deses Iaars na Halumetting te rug vertrokken. A„o 1779: den 6: Iulij P„r Ionk is alhier heeden aangekoomen den Capitein van Natia„ „hoe Abdul gen:t met nog 12: koppen ter verkoop aanbrengende 25 i 60 _o :„ 19: nedrigen eersten tekenaar met eene diepe stilswi „ris gentheijd, het geene uw Hoog Ed=s op de door hem 6 pr meende winstdervingen uijt de verwoeste noote plantagies hebben gelieven aan te merken ƒ met alle hertelijkheijt wenschende sijne v Jarige erroneulse winst dervingen door ver„ de specerij leveranties uijt deselve nog vel voordeeliger mogen bevonden worden. „ —: „ 6: _=o k: „9e „6r 10 1t „de 30 a „a „ —: „ 17: _=o Ads Gravezandt e secret=s t Accordeert 90 „ —: „ 17: _=os A wij noemen ons met alle bedenkelijke t neratie /:onderstond:/ Hoog Edele wijdgebie dende Heer, wel Edele Gestrenge Groot Agtbare Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelhed seer getrouwe en submisse dienaaren / geteekend:/ I=b Pelters, H: L: Seidelman k dluijdija, Veijra den laaste Julij 1779. in 1 1 det ƒ 5: R. N _=o 19: lo R 2 ƒ 5 110. 220 Secreet Banjermassing 1778. Aankomend eigenaar alhier verkogt en hij met dies manschap met de Ionk van den Cassissij, Siwabessij den 25: Junij deses Iaars na Halumetting te rug vertrokken. A„o 1779: den 6: Iulij P„r Ionk is alhier, heeden aangekoomen den Capitin van Natia„ „hoe Abdul gen:t met nog 12: koppen ter verkoop aanbrengende „ —: „ 19: _=o „ „ 19: _=o g. „ —: „ 17: _=o „ 26. _=o „ —: „ 26: _=o nagesien F E„ J„ Beijnon 198: 202 2. 60 4 11 Mr P. 5 —:„ 6: _=o „ 7 „ —: „ 17: _=o -

NL-HaNA_1.04.02_3556_0183 view scan ↗

English

110. 220 To his Excellency The High Noble, Right Honorable and Far-Ruling Lord Reijnier De Klerk Governor-General on behalf of the state of the United Netherlands and the General Chartered East India Company; Together with The Honorable and Right Respectable Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc., High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord, And Honorable, Right Respectable Lords, Having received Your Excellencies' highly honored separate letter dated 11 June upon the arrival of the vessel de Orangeboom here, 217 10b have 198: 202 -: 19: -: 6: _=o 26. ditto -: 17: _=o -: 26: _=o inspected E E. J. Beijnon owner sold here and he with his crew departed back to Halumetting on 25 June of this year with the junk of the Cassissij, Siwabessij. Anno 1779: 6 July per junk has arrived here today the Captain of Hatiahoe, named Abdul, bringing a further 12 heads for sale 60 _=o I have, in accordance with Your Excellencies' highly revered orders, made known Your Excellencies' intentions regarding the Chinese junks to the Sultan, who just a few days ago arrived in this settlement with his entire court. However, His Highness answered that he would consult with his councilors of state about this, and that this matter, having been stipulated by contract, would not easily be agreed to, since even the humblest Banjarese had to find his livelihood principally from the wangkangs. The same evening, the Ratu Anom came to me in the lodge by order of the Sultan, saying that he had discussed this with all the Pangerans and Mantris, and they were resolved to address Your Excellencies directly, so that I did not deem it necessary to speak of the compensation allocated by Your Excellencies in case of an agreement, as the prince's answer and attitude clearly indicated to me that I would not succeed in this commission of mine, hoping hereby to have fulfilled the highly honored intention of Your Excellencies thus far. Yet may I be permitted, submitting to Wij. 2 1n ks p. _=o _=o v=o 19: -: 17: 110. 219- 109: wiser judgment, respectfully to bring my humble opinions to Your Excellencies' attention: it seems to me that the Banjarese, who from the greatest to the humblest seek their livelihood in trade with the junks, will not easily concede on this point, the more so because this is stipulated by the contracts; Herewith, after having commended myself to Your Excellencies' protection, I have the honor to call myself with the utmost respect, /below was written/ High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Honorable, Right Respectable Lords, /lower/ Your Excellencies' most humble, obedient servant, /was signed/ L. Walbeeck, /in the margin/ In the New Office at Banjarmasin, 3 September 1778. 220 inspected owner sold here and he with his crew departed back to Halumetting on 25 June of this year with the junk of the Cassissij, Siwabessij. Anno 1779: 6 July per junk has arrived here today the Captain of Natiahoe, named Abdul, bringing a further 12 heads for sale _o -: 19: 61 _a -: 17: -: 26. _=o -: 26: _=o E. J. Beijnon 198: 202 Inspected J Sworn Clerk 2 1n r l. 5 -: 6: _=o 19:_ 1 46 -: 17: _=o 110. 220 198: 202 owner sold here and he with his crew departed back to Halmmetting on 25 June of this year with the junk of the Cassissij, Siwabessij. Anno 1779: 6 July per junk has arrived here today the Captain of Natiahoe, named Abdul, bringing a further 12 heads for sale 2 6: _o f -: 19: -: 6: _=o -: 17: -: 19: _=o 26. ditto -: 26: _=o E. P. Beijnon inspected 11 r p 5 46 -: 17: _=o 110. 220 Incoming Secret Palembang 1778 and 1779. 78: Anno 1794 110. 220 To his Excellency the High Noble, Right Honorable Lord Reijnier de Klerk Governor-General together with The Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable Lord, And Honorable Lords! At the conclusion of my respectful letter of 7 January past, I had the honor to inform Your Excellencies that the king had been very reserved for some days; my presumption set down therein that this might at times be a trick of his has also proved true. For to mislead the common people, that prince has donned the fox's skin, appeared sorrowful, and said that he had never given orders to Said Ali to attack and scatter Pangeran Usup in such a manner, but rather to lure him hither by amicable means, and if necessary some measures of constraint there

Dutch transcription

110. 220 Aan sijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Hoog Agtbaren en Wijdgebiedenden Heere Reijnier De heern van wegens den staat der ver„ „eenigde Nederlanden ende generale geoctroieerde Oost- Jndische Compagnie gouverneur generaal; Nevens De Wel Edele groot Agtbare Heeren Raaden van Nederlands Jn„ die &: &: &:, Hoog Edelen Hoog Agtbaren Wijdgebiedenden Heere, En wel Edele groot Agtbare Heeren, UW Hoog Edelhedens seer gehonoreerde aparte letteren de dato 11:' Junij bij het arrivement van het Scheepje de Orangeboom alhier ontfangen hebbende, 217 1ob heb 198: 202 —:„ 19: —:„ 6: _=o „ 26. d=o „ —: „ 17: _=o „ —: „ 26: _=o na gesien E E„ J„ Beijnon eigenaar alhier verkogt en hij met dies manschap met de Ionk van den Cassissij, Siwabessij den 25: Junij deses Jaars na Halumetting te rug vertrokken. A„o 1779: den 6: Iulij P„r Ionk is alhier heeden aangekoomen den Capitiin van Hatia„ „hoe Abdul gen:t met nog 12: koppen ter verkoop aanbrengende 60 _=o heb ik ingevolge uw Hoog Edelhedens seer gevene„ „reerde ordres den Sulthan die suijst weinige dagen geleden met sijn geheele Hoff houding in dese Negorij kwam uw Hoog Edelhedens intentie omtrent de Chinase Jonken te kennen gegeven, dog sijn Hoog heid antwoorde daar over met sijne rijksraden te sullen consuleren, en dat dese saak als bij het contract bedongen, niet ligt soude geaccordeerd werden, vermits den minsten Banjarees sijn mid„ del van bestaan principaal uijt de wankangs moeste vinden Den Selven avond Kwam de Ratoe Anúm uijt ordre van den sultan bij mij in de logie seggende hier over met alle de Langarangs en Mantris te hebben gebitjaard, en geresolveert waren directelijk aan uw Hoog Edelhedens sig te sullen addresseren, zo dat door de uw Hoog Edelheedens toegelegde doma„ „gie ingeval van accoord niet nodig oordeelde te spreken, dewijl s vorsten antwoord en houding mij genoeg aan duijden in dese mijne Commissie niet te sullen reusseren, verhopende hier mede aan de Hoog g'eerde intentie uw Hoog Edelhedens in soo verre te hebben voldaan Dan het sij mij geoorloofd met onder werping aan Wij. 2 1n „ks p. _=o _=o v=o „ 19: „ —: „ 17: „ 110. 219- 109: wijser oordeel, uw Hoog Edelhedens mijne geringe gevoelens eerbiedig onder het oog te brengen, het mij toeschijnt den Banjarees die van den grootste tot den klijnste hun bestaan in den Handel in den Handel met de Jonken soeken in dit articul niet ligt sal condescenderen te meer sulks by de Contracten bedon„ „gen is; Hier mede heb ik d' Eer naar mij in uw Hoog Edelhedens protectie te hebben aan bevolen, met de uijterste Eerbied mij tenoeme, /onderstond/ Hoog Edelen Hoog Agtbaren Wijdgebiedenden Heer en wel Edele groot Agtbaare Heeren /lager / uwer Hoog Edelhedens onderdanigst gehoorsame Dienaar, /was getekend/ L Walbeeck, /in margine/ Jn 't N: Comptoir tot Banjermassing den 3:en sep„ „tember 1778: — 220 nagesien eigenaar alhier verkogt en hij met dies manschap met de Ionk van den Cassissij, Siwabessij den 25: Junij deses Iaars na Halumetting te rug vertrokken. A„o 1779: den 6: Iulij P„r Ionk is alhier heeden aangekoomen den Capitiin van Natia„ „hoe Abdul gen:t met nog 12: koppen ter verkoop aanbrengende _o „—:„ 19: 61 _a „ —: „ 17: —: „ 26. _=o „ —: „ 26: _=o E„ J„ Beijnon 198: 202 Nagezien J Gezw: Kl: 2 „ 1n „r l. 5 „ —: „ 6: _=o „ 19:_ „1 46 „ —: „ 17: _=o 110. 220 198: 202 eigenaar alhier verkogt en hij met dies manschap met de Ionk van den Cassissij, Siwabessij den 25: Junij deses Iaars na Halmmetting te rug vertrokken. A„o 1779: den 6: Iulij P„o Ionk is alhier heeden aangekoomen den Capitin van Natia„ „hoe Abdul gen:t met nog 12: koppen ter verkoop aanbrengende 2 6: _o ƒ „ —: „ 19: „ —: „ 6: _=o „ „ —: „ 17: —: „ 19: _=o „ 26. d=o „ —: „ 26: _=o E„ P„ Beijnon na gesien 11 „r p „ 5 46 „ —: „ 17: _=o 110. 220 Aankomend Secreet Palembang 1778 en 1779. 78: Ao. 1794 110. 220 Aan zijn Edelheijd den Hoog Edelen groot Agtbaaren Heer Reijnier de Klerk Gouverneur generaal benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlandsch India. Hoog Edele groot Agtbaar Heer, En wel Edele Heeren! Bij het slot mijner Eerbiedige letteren van den 7:' Januarij passato heb ik de eer gehad uw Hoog Edelhe„ „den te berigten, dat de koning zedert eenige dagen zeer ingetoogen was, mijne daar bij ter nedergestelde pre„ sumtie, dat het een list van hem zomtijds zoude zijn is ook bewaarheijd geworden. want om het gemeen te mislijden heeft die vorst het vossevel omgehangen, zig droeffgeestig getoont en gezegt, dat hij nooijt aan sait Ali ordre had gegeeven, om Langerang Oesoep op dusdanige wijze aantetasten en te verstroijen, maar wel om hem door minnelijke wegen na herwaarts te lokken, en des noods eenige middelen van aanarang daar

NL-HaNA_1.04.02_3556_0192 view scan ↗

English

to use for that purpose; that he would very gladly have seen that Prince here to let him experience his favor, but that this was a prearranged scheme by the Pangerans Depatty and Soeria with the aforementioned Sait Ali, who had only tried to ruin Pangerang Besoep and do away with him, thus placing the blame for his intention upon the account of the Prince's aforementioned two principal adherents, in order to make them suspected among the people. Those two Pangerans, when the King's accusation reached their ears, were said to have replied to it that it was well, but that perhaps their time would also come one day to prove the contrary thereof. The joy over the fall of Pangerang Besoep, however, was so great with Kiaij Maas Tommongong, however reserved he otherwise is, that he did not have enough control over himself to be able to dissemble it, but during the first days constantly expressed himself as if an achievement had been accomplished upon which the welfare of the entire Realm had depended, as well as that all rebels, and those who would not profit from the King's favor, ought to receive their well-deserved reward in such a manner; and coming to visit me some time thereafter, he informed me that the aforementioned Prince had, to all presumptions, fled to the Pangeran of the Baviaan, asking at the same time what my thoughts were as to what could yet be done to further curtail and pursue that Prince. To this I replied that I could not believe that he, the Pangerang, had taken refuge on the Baviaan, because the Head thereof, as a subordinate of the Company, would not dare to grant him a hiding place, and Your Right Honourables would also by no means permit it if they received knowledge of this; and as far as the further pursuit of that Prince was concerned, I was of the opinion that it would be best for now to make no more stir about this, partly because according to his own saying he was so thoroughly defeated that it would take years of work before he would again regain the capacity to undertake anything of importance, and partly in order not to bring the people into any greater commotion, as was only too well known to him, but that one ought to let this matter gradually bleed out, and in the meantime keep the island of Bliton properly garrisoned, as well as closely observe the actions of that Pangeran and be on guard against enemy attacks. And it seems that this advice of mine pleased him, since after that time I have not heard him speak of Pangerang Besoep anymore, and in general this matter is also no longer discussed so publicly. A short time after the return of Sait Ali, there was handed over to me in the King's name the sailor mentioned in my aforementioned respectful letter and captured during the attack, in respect of whom I take the liberty to refer to his statement provided and accompanying this, while the Company pantjallang mentioned therein, actually being the lighter Zwoll, was likewise promised to me as soon as it shall have arrived here, which is expected daily. A few days ago, the King's favorite Kiaij Ranga Astra Diradja, presumably sent by the King, came to inform me that positive news had come from the North that the notorious Radja Hadjie, who is staying near Mampawa and Landak, had declared an intention to attack the Realm of Palembang, and was already actually preparing to do so, and had assembled an entire fleet for that purpose, among which was a ship, adding that in such a case the eye of the entire Realm was turned toward the Company, and it trusted that the Company would not look on with indifference if that wanderer came to assault the realm. In which manner I have been assured by a confidant that the King was also said to have expressed himself and further said that the Company had too great an interest in the island of Banca for it to allow the same to fall into the hands of Radja Hadjie. I answered the Kiaij Ranga thereto that upon such rumors one should not immediately show oneself so fearful, but employ means to become informed of it with the greatest certainty, and in the meantime, without making much stir, put oneself in a state of defense so as not to be fallen upon unawares; while I in the meantime, pursuant to his request, would inform Your Right Honourables of this matter as I have the honor to do herewith; having also, in the hope of Your Right Honourables' favorable approval, promised that if Radja Hadjie should venture to undertake the aforesaid, I would then assist the King to the best of my ability. Up to now I have not been able to find out to what extent one can credit this news, although the design of the above-mentioned wanderer is generally affirmed, and the King, so it is said, is already also beginning to arm himself against it; yet because it could happen that it might actually turn out to be so, I considered it my duty to report it to Your Right Honourables, and to beseech orders from the very same as to how I shall then have to conduct myself in this case; while I further make bold to request, should Your Right Honourables' astute judgment happen to approve it, that the ship or vessel to be planned for this post, as well as the cruising pantjallang Edam still at the Main Place, may speedily

Dutch transcription

daar toe te gebruijken; dat hij dien prins hier zeer gaarne gezien had om hem zijn gunst te doen ondervinden dog dat dit een afgesprooken werk was van de Langerangs De pattij en Soeria met gemelde Sait Ali dewelke Pangerang besoep maar hadden getragt te bederven en van kant te helpen, stallende dus zijn voorneemen op reekening van gemelde twee voornaamste aan han„ gers van dien Prins, om dezelve bij het volk verdragt te maken: die twee Langerangs zouden, wanneer haar de beschuldiging des konings ter ooren gekoomen was, daar op gezegt hebben, dat het wel was, dog dat misschien haar tijd nog ook wel eens zoude koomen om het tegen„ „deel van dien te bewijsen De blijdschap over den wel van Langerang besoep is echter bij Kiaij Maas Tommongong, hoe egterhoudent hij anders ook is zoo groot geweest, dat hij geen vermogen genoeg op zig zelve gehad heeft van het zelve te kunnen ontveijnsen, maar heeft zig in de eerste dagen steeds uijt„ gelaaten als of er een werk volbragt was, daar het wel zijn van het gantsche Rijk van afgehangen had, mitsgaders dat alle wederspannelingen, en die van 's konings gunst niet wilde proffiteeren, zoodanig haar verdiende loon moeste krijgen; en eenige tijd daar na mij koomende be„ „zoeken, maakte hij mij bekent, dat gemelde Prins na alle vermoeden bij den Langerang van de Baviaan gevlugt lb 115. 222. gevlugt was, vragende teffens wat mijn gedagten waaren, dat nog in het werk konde gesteld worden, om dien Prins verder te kortweeken en te vervolgen, waar op ik geand„ „woort heb, dat niet konde gelooven, dat hij Pangerang na de Baviaan de wijk genoomen had, wijl het Hoofd daar van als een Comp:s onderhoorige niet zoude durven hem een schuijlplaats te vergunnen, en uw Hoog Edel„ „heden het ook geenzints zoude toelaaten als hier van ken„ nis kreegen, en wat de verdere vervolging van dien Prins aanging ik van gevoelen was het best te zijn geene be„ wegingen hier over voor eerst meer te maaken, eensdeels om reden hij volgens zijn zeggen zooaanig verslagen, was, dat Jaaren werks zoude hebben, eer wederom tot het ver„ „mogen kwam om iets van aanbelang te kunnen onder„ „neemen, en anderens deels om het volk tot geene meerdere opschudding te brengen, gelijk hem maar al te wel bekent „was, maar dat men deeze zaak lang zamerhand moeste laa„ ten doorbloeden, en intusschen het eijland Bliton behoorlijk bezet houden, mitsgaders de gedoentens van die Lange„ rang nauwkeurig gadeslaan en tegen vijandelijke aan„ „vallen op zijn hoede te zijn, en het scheijnt dat deeze mijne raad hem gevallen heeft, wijl ik hem na die tijd niet meer van Langerang besoep heb hooren spreeken, en er ook in het algemeen over deeze zaak zoo publicq niet meer gediscoureert word korten korten tijd na de te rugkomst van fait Ali is mij uijt 's konings naam overgegeven de bij mijne voorgemelde eerbiedige letteren vermelde en bij de attacque gevangen ge„ noomene matroos, ten wiens opzigte ik de vrijheijd neem mij aan zijn gegevene en deezen verzellende verklaring te gedragen, terwijl de daar bij gementioneerde Comp:s pan„ „tjallang, zijnde eijgentlijk de legter Zwoll, mij mede toe„ gezegt is, zoo ara alhier zal gearriveert zijn het welke dagelijksch verwagt word, Weijnige dagen geleden heeft des konings gunsteling Kiaij Ranga Astra Diradja /:na gedagten door den Koning gezonden :/ mij koomen bekent maaken, dat er positive tij„ „ding van de Noord was gekoomen dat aen berugten Radja Hadjie, die zig bij Manpauwa en Landa ophout, gedecla„ „reert had van het Palembangsche Rijk te willen attacqu„ eeren, mitsgaders ziger reeds werkelijk toe gereedmaakte, en een gantsche vloot, waar onder een schip ten dien eijnde bij elkanderen verzamelt had 'er bijvoegende, dat in zulk een geval het oog van het gantsche Rijk op de Maatschappij geslagen was, en het zelve vertrouwde dat de Compagie het niet onverschillig zoude aan zien als die zwerver het rijk kwam aante tasten, op hoedanigen wijze mij door een vertrouwde verzokert is, dat de koning zig ook zoude uijtgelaaten en verder gezegt hebben, dat de Maatschappij te veel aan het eijland Banca gelegen was, dan dat de zelve zoude toelaaten het zelve in handen van Radja Haazie lb 112. 224 Hadje, knam te vallen: ik heb den Kiaij Ranga daar op geandwoord, dat met op dier gelijke gerugten zig ten eersten niet zoo bevreest moeste toonen, maar middelen in het werk stellen, om op het zekerste er van berigt te war„ „den, en middelerwijl zig zonder veel beweging temaken in postuur stellen om niet onverhoeds op het lijff gevallen te worden; terwijl ik intusschen ingevolge zijn verzoek deeze zaak uw Hoog Edelheden zoude bekent maaken gelijk ik bij deezen de eer hebbe te doen: hebbende ik ook in hoope van uw Hoog Edelhedens gunstige approbatie belooft, zoo Radja Hadjie het voorsz: mogte koomen te ondernemen als dan na mijn vermogen den koning te zullen assisteeren; Ik heb tot nog toe er niet agter kunnen koomen in hoe verre men deeze tyding kan accrediteeren, schoon het dessein van bovengen: zwerver in het algemeen verzekert word, ende koning zoo gezegt word zig 'er ook al tegen begint te wapenen: dog dewijl het konde gebeuren, dat het wezent„ „lijk zoodanig mogte koomen uijttevallen, zoo heb ik het van mijn pligt geagt uw Hoog Edelheden melding er van te moeten doen, en van Hoogst dezelve ordres te suppli„ „ceeren hoedanig ik mij in dit geval als aan zal hebben te gedraagen; terwijl ik mij verder bevrijmoedige te verzoe„ ken, Jndien uw Hoog Edelhedens schrander oordeel zulks mogte koomen goed te vinden, dat het voor dit Comptoir te projecteerene schip of vaartuijg zoo wel als de op de Hoofd plaats nog zijnde kruijspantjalling Edam spoe„ „diglijk

NL-HaNA_1.04.02_3556_0196 view scan ↗

English

speedily be dispatched hither, with, if it please Your High Excellencies, some reinforcement of troops, so that, should this news be confirmed, this Factory may be somewhat secured, as well as, if Your High Excellencies should approve the promised assistance, to be able in some measure to come to the aid of the king. With the upcoming embassy from here, Your High Excellencies will, in my opinion, again be troubled with solicitations regarding the northern point, to the end that it may be demolished again and rebuilt according to the inclination of the Court, or rather, let me say, of Kiaij Maas Tommongong Carta Nagarra. This Minister, filled with hypocrisy and pride, has (as the king's favorite, Kiaij Ranga Astra Diradja, who thinks entirely to the contrary on this matter, personally related to me) managed to make the reopening of this matter palatable to the king and to persuade him to it, saying that he would indeed find means, through persistent requesting, finally to obtain this from Your High Excellencies. And when the said Kiaij Ranga, on the occasion of this narrative, asked me whether I could think that this request would be made with any effect, which he himself deemed impossible, even ridiculous, I answered him thereupon: That I could not comprehend how the Court could again bring up a matter concerning which Your High Excellencies had declared yourselves so definitively; That the Company had full right, pursuant to the Contracts of the Years 1641 and 1662, to build a lodge according to its discretion; That, since the old lodge had become so dilapidated that it necessarily had to be renewed, Your High Excellencies therefore had a new one built, firm and strong and capable of proper defense, and moreover that this construction was not undertaken with any detrimental intentions regarding Palembang, but rather for its greater security, and the realm therefore derived the greatest benefit from it; and furthermore, That if the Court wished to ask my thoughts concerning this aforesaid intended request, I would advise it to desist from it, in order not to be put to shame by being disappointed therein, since I could assure them that it would never be consented to; for Your High Excellencies had made use of the privileges granted to the Company, which Your High Excellencies would never allow to be taken out of your hands. I most respectfully beg Your High Excellencies' pardon if I have gone somewhat too far in the assurance that the aforesaid request will never be granted; my intention was, through this favorite of the king, if possible, to turn His Highness back from his intention, to the end that Your High Excellencies might not again be troubled with this vexatious affair. Whereas Your High Excellencies, in Your High Excellencies' Letter to the deceased emperor of 10 September 1776, regarding the construction of the lodge, were pleased to refer to the Contracts of the Years 1641 and 1662, both of which are not to be found here—mention of the first-named, as well as of one of the Year 1642, only being made in the Instruction of the Commissioner Isaac van Thije for the Resident Willem Bolton dated 20 April 1691, while mention of that of the Year 1662 is made in the summary of the Contracts in anno 1691 of the Years 1662, 1678, 1679, and 1681—I therefore take the liberty most respectfully to request Your High Excellencies that the copies of those Contracts, if they should be at the Headquarters, may kindly be sent to me, but principally that of the Year 1641, as the same is entirely unknown to the Court. I am with the deepest Respect (below stood) High Noble Honorable and Worshipful Sirs (lower) Your High Excellencies' most humble and obedient Servant, I: De Vries (in the margin) Palembang, 25 February A:o 1778. On this day, 16 February 1778. Appeared before me, Matthijs Kuijper, Assistant in the service of the Honorable Company, stationed here and authorized to execute this by the merchant and head of this Factory, the Honorable Mr. Ian de Vries, in the presence of the witnesses to be named hereafter, Willem Pieterse of Middelharnas, aged 19 years, who related and declared: That having been stationed as Sailor at f 9 on the lighter Zwoll, according to his estimation in the month of June of the Year 1777, he sailed with that small craft from the island of Edam to Packies to fetch salt; That having come to anchor that same day in the evening, the vessel was driven through heavy seas and tempestuous weather, and that the commander was warned of this, but that he would not listen to it, and that when day broke they found themselves lying surrounded by islands; That the commander, being ignorant of where he was, thereupon began tacking, and that after ten days' time they found themselves behind a high land, which the commander presumed to be the entrance of the Sunda Strait, and sailing toward it they subsequently ran aground on the rocks, whereupon they discovered that the land was the island of Bliton; That while they were sitting upon the rocks, they were then surrounded by six large and several small pirates

Dutch transcription

„diglijk na herwaarts mag gedepecheert worden, met zoo, het uw Hoog Edelheden behaagt eenige versterking van manschappen, om als deese tijding mogte bewaarheijd wor„ „den zoo wel dit Comptoir eenigzints te secureeren, als, indien uw Hoog Edelheeden de beloofde assistentie mogte goed„ „keuren, den koning eenigermaaten te kunnen bijspringen, Bij de aanstaande ambassade van hier zullen uw Hoog Edelheeden na gedagten weder lastig gevallen worden met sollicitatien omtrent de noorderpunt, ten eijnde die weder mag afgebroken, en na de zinnelijkheijd van het Hoff off laat ik liever zeggen Kiaij Maas Tommongong Carta Nagarra opgebouwt te worden: deeze vol met ge„ veijnsheijd en hoog moet bezielde Minister heeft /: zoo mij des konings gunsteling Kiaij Ranga Astra Diradja zelfs mede verhaalt heeft, en die over deeze affaire gantsch Contrarie denkt :/ aen koning het weder op tapijt brengen. deezer zaak weeten smakelyk te maken en 'er toe overtehaalen zeggende dat hij wel middelen zouae uijtvenden door een Reg aanhoudent verzoek zulks eijndelijk van uw Hoog Edel„ heden te verkrijgen; en gemelde Kiaij Ranga bij gelegent„ „heijd van dit verhaal mij vragende, of ik wel konde den„ ken, dat dit verzoek met effect zoude geschieden, het welke hij zelfs onmogelijk Ja belaggelijk stelde, zoo heb ik hem daar op geandwoord; Dat niet konde begrijpen hoe het Hoff wederom een zaak konde te berde brengen, maar over uw Hoog Edelheden zig zoo finaal gedeclareert hadden, Dat de Compagnie volkomen regt had ingevolge de Contracten 113. 226 Contracten van de Jaaren 1641 en 1662 een logie na haar goeddunken te bouwen; Dat terwijl de oude logie zoo bouwvallig was geworden, dat noodzakelijk moesten vernieuwt waraen, uw Hoog Edelhe„ den daarom een nieuwe lieten bouwen hegt en sterk en bequaam ter behoorlyke de fonsie, mitsgaders dat deeze aaificatie niet geschiede met eenige nadeelige inzigten omtrent Palembang, maar wel tot meerder securiteit van het zelve, en het rijk derhalven de grootste nuttigheijd en van had, en voorts; Dat Jndien het Hoff myne gedagten wilde vraagen over dit voorsz voorgenomen verzoek, ik het zelve zoude raaden hier van af tezien, om niet beschaamt te staan van er in te leur gestelt te worden, dewijl ik konde ver„ „zekeren, dat er nooijt in toegestemt zoude worden; want dat uw Hoog Edelheden gebruijk haaren gemaakt van de voorregten aan de Maatschappij gegeven, die Hoogst dezelve zig nimmer uijt de handen zouaen laaten neemen, Ik verzoek uw Hoog Edelheden eerbiedigst om excus indien ik in de verzekering, dat het voorsz: ver„ kook nooyt in gewilligt zal woraen, wat te verre mogte gegaan zijn mijn voorneemen is geweest, om door deeze gunsteling des konings zijn Hoogheijd des mogelijk van zijn voorneemen te retourneeren, ten eijnde uw Hoog Edelhedens met dit verdrietig historiaal niet weder mogten vermogjelijkt worden Dewijl uw Hoog Edelheden in Hoogst derzelver Missive aan den overledenen keijser van den 10:' septem„ „ber „ber 1776. ten opzigte van de logie opbouw zig gelieven te beroepen op de Contracten van de Jaaren 1641 en 1662. , welke beijde alhier niet te vinden zijn, worden de van het eerstgemelde, gelijk ook van een van het Jaar 1642. eenlijk maar gewag gemaakt bij de Jnstructie van den Commissaris Isaac van Thije voor den Resident Willem Bolton ged:t 20:' april 1691, terwijl van dat van het Jaar 1662, melding word gedaan bij de za„ mentrekking der Contracten in anno 1691 van aen Jaaren 1662 1678, 1679 en 1681; Zoo neem ik de vrij¬ „heijd uw Hoog Edelheden Eerbiedigst te verzoeken, dat de afschriften van die Contracten, als dezelve ter Hoofdplaatze mogte zijn, mij goed gunstigst mogen toegeschikt worden, dog voornamentlijk dat van het Jaar 1641, wijl het zelve aan het Hof geheel on„ bekent is; Ik ben met de diepste Eerbied (onderstond/ Hoog Edel groot Agtbaar Heer en wel Edele Heeren /lager/ uw Hoog Edelhedens ootmoedigste en ge„ „hoorsaamste Dienaar; I: De Vries /in mar„ „gine / Palembang den 25:' februarij A:o 1778: — 114. 228 Op Heeden den 16e: Februarij 178. Compareerde voor mij Matthijs Kuijper, Assis„ „tent in dienst der E Comp:e alhier bescheijden en tot het pas„ „seeren deeses geauthoriseert door aen koopman en opper„ „hoofd deezes Comptoir D' E Heer Ian de Vries praesent de natenoemene getuijgen Willem Pieterse van Mid„ „delharnas oud 19:' Jaaren, dewelke relateerde en ver„ „klaarde Dat hij als Mattroos met ƒ 9. bescheijden geweest zijnde op de ligter Zwoll na zijn gissing in de maand Junij van het Jaar 1777 van het eijland Edam met dat kieltje is gezeijlt na packies om zout te haalen Dat zij dien zelfden dag aes avonas ten anker gekoomen zynde het vaarthuijg door Zwaere Zee, en onsluijting wheer was door geareeven en zulks aen gesaghebber was gewaarschouwt geworden, dog dat die daar na niet had willen hooren, mitsgaders dat wan neer het dag wiera zij zig rondom in eijlanden van den leggen Dat al gezaghebber onkundig, zijnde waar hij zig bevond daar op aan het laveeren was gegaan, en dat na thien dagen tijds zij zig agter een hoog land kwaamen te bevinden, het welk ae gezaghebber vermeende den ingang van straat sunda te zijn, en daar op toe zeij„ „lende vervolgens op de klippen vastraakten, wanneer zij bevonden dat het land het eijland Bliton was; Dat zij op de klippen zettende als toen zijn omein„ „gelt geworden door zes groote en verscheijde kleijne zzeerovers

NL-HaNA_1.04.02_3556_0200 view scan ↗

English

pirate vessels, against which they fought for two days, and finally had to surrender the same, whereupon the quartermaster was murdered, and he along with four others had fled inland and into the forest. That nine days thereafter, three of his fellow comrades made a raft, and with it took to sea, but that he had remained on land together with another sailor, Hendrik Meijer of Hoorn, who was ill, and with whom he stayed to look after him, because the other three had refused to take the sick man along. That two days thereafter, he together with his comrade had been surprised in their sleep in the forest by a party of natives, who bound them, subsequently brought them to Langerang besoep, and sold them to him. That after they had been with the said Langerang for over a month, he had tried to convert them to the Mohammedan religion, which they had refused up to three times, whereupon he subsequently put the kris to their chests and threatened them with death; he then, overcome by fear and out of love for mortal life, yet in the hope of one day being delivered from this misery of his, had the weakness to submit, together with his comrade, to circumcision, and subsequently had to perform all kinds of slavish services until the time that the said Langerang was defeated by Sait Ali, whereupon he seized his opportunity to take his leave from the fleeing people of that Prince, and by swimming through a river at the risk of his life, to flee to the Palembangers, in order if possible thereby to be able to present himself again to his lawful Lords and Masters, while the aforesaid sailor Hendrik Meijer had refused to flee with him, saying that he was now accustomed to living among that nation and now also wished to remain with them. He, the deponent, further declares that he had very great repentance over his misdeed, which he had committed to save his life, but that he submitted himself regarding this act as well to the divine mercy as to the universally known benevolence of Your High Right Noblenesses, in the trust that the same will be graciously and favorably forgiven him. Thus related and declared at the Dutch Trading Post at Palembang on the date aforesaid. In the presence of A:s A:s Lokman and I=s Ebalie, both assistants, as witnesses, who, together with the Appearer and me, the undersigned, duly signed the minute of this; beneath was written: Which I witness; was signed: M: Kuijper. To His Nobleness, the High Noble, Right Honourable Lord Reijnier de Klerk, Governor-General, together with the Right Noble Lords, Councilors of Dutch India, High Noble, Right Honourable Lord, and Right Noble Lords, Taking the liberty, upon the departure of the King's envoys, to offer Your High Right Noblenesses these my respectful separate letters, I have the honor to inform the Very Same that I have been informed in confidence that a large part of the King's letter given along with them revolves around the request, mentioned in my humble letter of the 25th of February last, for the demolition of the North Point and its rebuilding in the former shape. A multitude of drafters are said to have been employed for this purpose, and finally one met the King's taste by pressing this request on the pretext of the meager pepper and tin deliveries, and attributing the cause thereof to the fright and consternation that was supposedly born in the common man because the said questionable point was built in its present form. But how false this pretext is, if what was communicated to me should be true, I shall take the liberty respectfully to bring to the attention of Your High Right Noblenesses: the common man here has not the slightest influence on the pepper cultivation, which is cultivated solely by the highlanders and mountain peoples and delivered to the King's servants appointed for that purpose, without those simple people troubling themselves in the least about the lodge or the construction thereof; indeed, on the contrary, they frequently not only come to lie at night with their rafts and vessels under the artillery of the same in order thereby to be all the more securely protected against marauding and thievery, but also sail in and out of the river with complete peace of mind to purchase their necessities there, primarily salt; while as far as the decrease in the tin deliveries is concerned, such is even less caused by the said influence on the common man, because that mineral on the island of Banca, and thus far enough from here, is worked solely by Chinese, who are generally not very Palembang-minded because of the treatment that these people must undergo, both regarding payment and otherwise. Moreover, the Court contradicts itself regarding this article, because it makes a remarkably larger delivery thereof in this year than has occurred for years past; and to show Your High Right Noblenesses even more clearly how some Palembangers reason about the said point, I have the honor to inform you that, speaking about this some time ago with a man of distinction, the same said to me among other things that the Company's lodge was a great reassurance for the Realm against both domestic and foreign attacks, and that he could not believe that the Company would ever resolve upon the aforesaid demolition, so as not to make itself despicable to the nation, which necessarily had to be kept under the thumb if one wished to get anything from it. With

Dutch transcription

zeerovers vaarthuijgen, waar teegen zij twee dagen gesla„ „gen, en eijndelijk het zelve hadden moeten opgeeven, wanneer de quartiermeester vermoort wierd, en hij nevens nog vier andere nalana en het bosch gevlugt waaren Dat neegen dagen daar aan drie van zijne mede makkers een vlot gemaakt, en daar meede zee ge„ „koosen hadden, dog dat hij aan land gebleeven was neevens nog een mattroos Hendrik Meijer van Hoorn, die ziek was, en waar bij hij verbleef, om hem op te pas„ „sen, wijl de andere arie geweijgert hadden de zieke meede te neemen Dat twee dagen daar na hy neevens zijne makker in de slaap door een parthij Inlanders in het bosch wa„ „ren overvallen geworden die haar gebonden, vervol„ gens na Langerang besoep gebragt en aan hem ver„ „kogt hadden Dat na dat zij ruijm een maand bij gem: Lange„ „rang geweest waaren hij haar tot de Mahomethaan„ sche gods dienst had getragt over te haalen, het geen zij tot drie reijsen geweijgert hadden, wanneer hij haar vervolgens de kriets op de borst gezet en met de dood gedreijgt hadden hij als toen door vrees bevangen en uijt liefde voor het tijdelijke leeven in hoope nogthans van eens uijt deeze zijne elen de verlost te zullen raaken, de zwakheijd haa gehad van zig neevens zijne makker ter besnijdenis over te geeven en vervolgens alle slaaf„ agtige H s 115. 230 „agtige diensten had moeten verrigten tot de tijd toe, dat gemelde Langerang door Sait Ali was versla„ „gen geworden, wanneer hij zijn kans had waar genoo„ „men van zig van het vlugtende volk van die Prins te absenteeren en met te zwemmen door een rivier met gevaar van zijn leeven na de Palembangers te vlug„ ten, om was het mogelijk hier door zig weederom bij zijne wettige Heeren en Meesters te kunnen aandie„ „nen, terwijl de voorsz: mattroos Hendrik Meijer geweijgert had met hem te vlugten, zeggende dat hij nu onder die natie gewoon was en nu ook er bij wil„ „de blijven Betuijgende hij relatant verders, dat hij zeer veel berouw had over zijne misdaad, die hij tot redding van zijn leeven begaan had, dog dat hij zij over dit bedrijft zoo wel aan de goddelijke barmhertigheijd als de alom bekende goedertierentheijd van Haar Hoog Edelheeden kwam over te geeven, in vertrou„ „wen dat het zelve hem genaaig en goedgunst, rg„ „lijk zal vergeeven worden Aldus gerelateert en verklaart in het Neederlandsch Comptoir tot Palembang op dato voorsz: Ter presentie van A:s A:s Lokman en I=s Ebalie beijre assistenten als getuijgen, die benevens beneevens den Comparant en mij ondergeschr: de munute deeses behoorlijk hebben onderteekend, /:onder stond/ 'T welk ik getuijge /was gete„ „kend :/ M: Kuijper - 116. 232 Aan zijn Edel„ „heijd, den Hoog Edelen groot Agtbaaren Heer Reijnier de Klerk Gouverneur generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raa„ den van Nederlandsch India, Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, En Wel Edele Heeren Met het vertrek van 's konings afgezanten mij de vrijheijd gevende uw Hoog Edelheden deeze myne Eerbiedige aparte letteren aantebieden; zoo heb ik de eer Hoogst dezelve te bedeelen, dat mij in vertrou„ „wen berigt is geworden dat een groot gedeelte aen aan haar mede gegevene 's koningsbrief roulleert over de bij mijne nedrige van den 25:' februarij Jongstl: vermelde sollicitatie tot afbrake van de Noorder„ punt en weder op bouwing in de voorige gedaan te Een een menigte Concipusten, zouden hier toe gebruijkt zijn geworden, en eijndelijk een des koning smaak getroffen hebben met dit verzoek aan te dringen over de geringe peper en thien leverantie, en de oorsaak daar van toe teschrijven aan de Schrik en ontsteltenis, die in de gemeene man zoude gebooren zijn om dat gem: questieuse punt in de tegenswoordige gedaante opgebouwt is dog hoe vals dit voorgeven is /:indien het aan mij bedeelde waar mogte zijn :/ zal ik mij bevrijmoedigen uw Hoog Edelhedens eerbiedigst onder het oog te brengen: de gemeene man alhier heeft geen de minste in vloet op de peper Cultura, de„ welke alleen door de bovenlanders en bergvolkeren voort geplant en aan de daar toe gestelde 's konings dienaaren gelevert word zonder dat die een voudige menschen zig in het minste over de logie of dies op„ bouw bekommeren, Ja zelfs inte genaeel aikwils niet alleen met haare vlotten en vaarthuijgen s nagts onder het geschut van het zelve koomen te leggen om daar door als te secuurder tegens stroperijen en die ffe„ „rijen beveijligt te zijn maar ook met alle gerustheijd de songiauwer in en uijtvaaren om haare benodigt„ „heden, voornamentlijk van zout aldaar inte koopen; terwyl wat de vermindering van de thien leverantie aangaat 187. 234. aangaat zulks nog minder door gem: in fluentie op de gemeene man veroorsaakt word, door dien dat mineraal op het Eijland Banca, en dus verge„ „noeg van hier, alleen door Chineeschen bearbeijd word, die door gaants, niet zeer Palembangs ge„ zint zijn door de behandeling, dewelke die men„ schen zoo omtrent de betaling als anderzints onder„ gaan moeten, boven dien spreekt het Hoff zig zelven tegen omtrent dit articul wijl het zelve daar van in dit Jaar een merkelijke groote leverantie komt te doen als Jaaren herwaarts geschiet is, en om uw Hoog Edelheden nog nader aan te toonen hoe zom„ „mige Palembangers overgem: punt, redeneeren, zoo heb ik de eer te bedeelen, dat ik Eenige tijd gelee„ den met een man van aanzien hier over spreekende dezelve onder anderen tot mij zeijde, dat 's Comp:s logie een groote gerustheijd voor het Rijk was zoo voor binnen als buijtenlandsche aanvallen, en dat hij niet konde gelooven, dat de Maatschappij ooijt tot de voorgem: afbreeke zoude resolveeren, om zig niet bij de Natie veragtelijk te maken dewelke noodzakelijk onder den duijm moest gehouden worden als men er iets van hebben wilden Bij

NL-HaNA_1.04.02_3556_0206 view scan ↗

English

In respectful joint correspondence of today having mentioned the detention of a Juragan who arrived here from Riouw, and the murder and wounding committed by the crew of his vessel upon the sailors of the cruising pantjallang De Wolff, I therefore have the honor, following upon that, to inform your High Nobilities that during my subsequent audience with His Highness, I not only gave that prince a detailed account of it and demonstrated: That these were the fruits and consequences of the smuggling trade, but also, That his subjects, not merely content with removing the tin in an illicit manner, now also began to entice the people of Riouw and to make it easy for them to smuggle that mineral from here; That through the continual delivery of that product from His Highness's land to Riouw, that place stood to become more and more powerful through the trade in it, and that this might well have the consequence that this enterprising nation, enticed by the great profit upon the same, would occasionally pay a visit to the island of Banca in order to plunder it in a violent manner, since they already did not shrink from committing murders on the king's territory; That both this smuggling trade and the promise of 2000 p=ls to Captain Larks was the cause of the well-known incident between that Englishman and Kiaij Maas Braham, mentioned in my respectful letter of 7 January passato, because I had discovered that he, Kiaij Maas Braham, had loaded 700 p=ls of tin more than the 1000 p=ls stated on the pass, which first-mentioned quantity he had sold to Parks, but the latter, not satisfied with that, had then also violently taken the aforementioned 1000 p=ls from him, for the reason that the promised 2000 p=ls were not delivered to him, because the suppliers had not dared to undertake this out of fear of His Highness's sharp and strict surveillance, which I had brought into play; That if the king wished to be further convinced of this, His Highness had only to demand the English receipt of Captain Parks from Kiaij Ranga WieJaijja alias named Boenta, who had it in his custody, and in which the aforementioned Briton acknowledged having received 1700 p=ls of tin from Kiaij Maas Braham, and furthermore to question his court dignitaries calmly about this matter, as they, being knowledgeable of everything, would then certainly recount it; That it was therefore no wonder that the Company came to obtain so little tin, since it was not only exported in an illicit manner, but that pilots had even been provided to the English ships to fetch it from Banca, which they would not even grant to a Company vessel; That both in attending to the interests of my Lords and Masters and to show what esteem and goodwill I had toward his royal person, I could not omit bringing all these doings to his attention, which were kept hidden from him by the court dignitaries, and that, while I was now supplying the clearest evidence, I also trusted and most emphatically requested that His Highness would issue the strictest orders to counter the smuggling trade, and also have them executed most rigorously, so that the Company might at last enjoy the benefit of the contracts, because if your High Nobilities were to learn of all these matters, your High Nobilities would have the most justified reason for displeasure, and I would not gladly wish to see that he, the king, was reprimanded and taken to task over this, since he would then have to stand ashamed in the presence of all the court dignitaries, who were the authors of it, and of all the common people who might be present, because such a letter is read in public in the presence of notables and commoners alike. The king, having listened attentively to these words of mine, replied that he thanked me very much for this information, of which he had been ignorant up to this point, but that he was very ashamed of these doings, and therefore requested me not to communicate these matters to your High Nobilities, but to keep them solely between the two of us, further promising and assuring me that he would issue the strictest orders against smuggling, just as he also, according to information I received, shortly afterward took his court dignitaries most emphatically to task over it and told them that this was the last time he would warn them; for he could not write in his own defense, and he had only been made to stand ashamed over it: wherefore I also take the liberty most respectfully to petition your High Nobilities that, if your High Nobilities could approve of it, it might please your High Nobilities to let nothing show to the prince regarding all these matters, as he was truly kept in the dark by his ministers, and since that time he seems to place greater trust in me. On this occasion, Kiaij Maas Tommongang Carta Nagara, to my surprise, maintained a conduct toward me entirely contrary to his former treatment: for as much as he previously all but contradicted and opposed me, so much has he now, on the contrary, been on my side.

Dutch transcription

Bij eerbiedigt gemeene letteren van heden vermelt zijnde de aanhouding van een van Riouw alhier aangekomene Juragan, en de moord en quetsing door het volk van desselfs vaarthuijg gepleegt aan de schepelingen van de kruijspantjallang De wolff zoo heb ik de eer ten vervolge van dien uw Hoog Edelheden te bedeelen, dat bij mijne daar op gevolgde audientie bij zijn Hoogheijd ik dien vorst in het breede niet alleen een verhaal er van heb gedaan en aangetoont; Dat dit de vrugten en gevolgen waaren van den smokkelhandel, maar ook, Dat zijne onderdanen, niet alleen vergenoegt met op een illieitewijse het thien te ververen, nu ook de Riouwreesen begonden aan te lokken en het swa„ „kelijk te maken, om van hier dat mineraal te smokkelen Dat door den geduurigen aanbreng van dat product uijt zijn Hoogheijds land te Riouw die plaats door den handel daar in hoe langer hoe mag„ „tige stont te worden, en dat het zelve wel tot gevol„ gen konde hebben, dat die ondernemende Natie ver„ „lekkert op de groote winst op het zelve, het eijland banca zomtijds een visite kwamen te geven om op een gewel„ dadige wyse het zelve te rooven, wijl zij zig nual niet ontzagen op 's konings territoir mooraen te pleegen De zoo wel deeze smokkelhandel als de toezegging van 118 236 van 2000 p=ls aan Capitain Larks de oorsaak was van het bewuste geval tusschen dien Engelsman en Kiaij Maas Braham, vermelt bij mijne eerbiedige van den 7:' Januarij passato, wijl ik 'er was agtergekoomen, dat hy Kiaij Maas Braham 700 p=ls tien meerder had ingehad aan de op de pas bekent gestelde 1000 p=ls, welke eerstgem: quantiteteijt hij aan parks haa verkogt, dog die daar mede niet te vreede de gem: 1000 p=s hem toen ook geweldadig had afgenoomen, om reden de toegezegde 2000 p=ls hem niet wierden toegebragt, wijl de leveranciers zulks niet hadden durven onderneemen uijt vrees voor zijn Hoog „heijds scherpe ende nauwe toezigt, dewelke ik liet gebruijken Dat als de koning hier van nader Wilde over„ tuijgt zijn, zijn Hoogheijd maar de Engelsche quitantie van Capitain Parts had opte eijschen van Kiaij Ranga WieJaijja alias Boenta genaamt, dewelke dezelve in zijn bewaring had, en waar in gem: Brit bekende van Kiaij Maas Braham 1700 p=ls thien ontvangen te hebben, mitsgaders voorts desselfs Hof grooten eens in bedaartheijd na het een en anaer te ondervraagen wijl die van alles kundig zijnde zulks ook als dan wel verhaalen zouden; Dat het dierhalven geen wonder was, dat de Comp:e zoo weijnig thien kwam te erlangen wijl het 2 zelve zelve niet alleen op eene illicitie wijse wierd uijtgevoert maar dat men zelfs lootsen had gegeeven aan de Engel„ sche schepen, om het van Banca aftehaalen het welke men voor een Comp:s vaartuijg niet eens zoude over hebben, Dat ik zoo ter behaartiging der belangens mijner Heeren en Meesters, als, om te toonen welke agting en welmenentheijd ik omtrent zijn koninglijk persoon had kunnen nalaaten alle deeze gedoentens eens onder desselfs oogen te brengen, welke door de Hofs grooten voor hem verborgen gehouden, wierd mitsgaders dat, terwijl thans de duijdelijkste bewijsen kwam te suppediteeren, ik ook vertrouwde en ten nadrukkelijkste verzogt dat zijn Hoogheijd eens de scherpste ordre wilde stellen ter tegengang van den Smokkelhandel, en dezelve ook ten rigoureusten te doen executeeren, ten eijnde de # Comp: eens met der raad van de Contracten mogte Jouis„ seeren, wijl als uw Hoog Edelheden van alle deeze zaa„ ken kennis kreegen Hoogst dezelve de regtmatigste reden van misnoegen zoude hebben, en ik niet gaerne zoude wenschen te zien, dat hij koning daar over berispt en onderhouden wierd,„ wijl hij dan beschaamt zoude moeten staan in tegenwoordigheijd van alle de Hoffs grooten, die de aucteurs er van waaren, en van al het gemeen, dat er present mogte zijn wijl zoodanig een brief in het publicq in het bij zijn van aanzienlijken en gemeenen geleezen word, De 119 238. De koning deeze mijne gezegdens met aan dagt aangehoort hebbende andwoorde de daar op, dat hij mij zeer bedankte voor deeze bedeeling, daar hij tot aus verre onkundig was van geweest, dog dat hij zeer beschaamt over deeze gedoentens was, en mij dierhalven verzogt, dat ik deeze zaaken uw Hoog Edelheden niet wilde bedeelen, maar onder ons beijde alleen houden, mij verder belovende en verzekerende, dat hij de scherpste ordre tegen het smokkelen zoude stellen, gelijk hij ook na mij berigt is geworden kort daar aan zijne Hofsgrooten ten naarukkelyksten er over onderhouden en er tegen gezegt heeft, dat dit de laatstemaal was, dat hij haar kwam te waarschouwen; want dat hij niet van zig konde schrijven, en daar hij maar beschaamt over staan, moeste: weshalven ik ook de vrijheijd neem uw Hoog Edelheden eerbiedigst te suppliceeren, dat als Hoogst dezelve het konde goed keuren het uw Hoog Edelheden als dan ook mogte behagen over alle deeze zaaken niets aan den vorst te laaten merken, wijl hij waarlijk door zijne Ministers is blind gehouden geworden, en na die tijd een grooter vertrouwen en mij schijnt te stellen Bij deeze gelegentheijd heeft Kiaij Maas Tommon„ „gang Carta Nagara tot mijn verwondering een gedrag ten mijnen opzigte gehouden gantsch Contrarie te„ „gen zijn voorige behandeling: want zoo zeer als bij te vooren genoegsaam mij tegen Gesprooken en tegengegaan heeft zoo zeer is hij nu integendeel op mijne zijde geweest

NL-HaNA_1.04.02_3556_0210 view scan ↗

English

been to want to help support my representations to the king, and has strongly urged me to conceal nothing from the king, either because the evidence I had in my favor was too strong for him to deny it again, or because his continual indisposition makes him think that he has almost played out his role, and that it was therefore time if he still wished to play the good man; at least, in a visit he once paid me, and in which he brought up all the aforementioned matters at great length, he said, among other things: where will this finally lead if that smuggling does not cease; if Their High Noble Excellencies finally grow weary of it, it might well happen that Their High Lordships have the island of Banca surrounded and build a fort upon it, and what can the Court and we Palembangers do against it, nothing other than to look upon it favorably, since we have given cause for it; I fear greatly that it will finally come to this, and therefore it is high time that the king's eyes be opened. With regard to the feared attack by Radja Hadjie, mentioned in my respectful letter of the 25th of February passato, I have the honor to report to Your High Noble Excellencies that in the beginning such was certainly expected, as the king not only made all the Muntok people who had been here return home, and ordered them to reinforce their negorij, as the first attack was expected on Banca, but also had two bentings erected at the Sousang and made other preparations to offer him resistance; however, the news of this, as well as that a fleet of his numbering 150 panjajaps was already lying off Banca, later vanished into thin air, so that it is no longer spoken of at present. With the deepest respect I have the honor to call myself, (was below) High Noble, Right Honorable and Worshipful Sirs, (lower) Your High Noble Excellencies' most humble and obedient servant (was signed) I: De Vries (in the margin) Palembang the 4th of May A:o 1778. Per the king's Envoys the Khedemang Catja Dinata, Khingebe Tjitro Troenoe. To His Excellency the High Noble, Right Honorable Lord Reijnier de Klerk, Governor-General, together with The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable Lord and Worshipful Sirs, As the envoys of the king named in the margin are finally about to depart for Your High Noble Excellencies' capital, we have the honor to have this serve along with them, and at the same time most respectfully to inform Their High Lordships regarding the pepper crop of this year that we have been greatly misled concerning it by the cunning Palembang Court; all this time it had assured us of a good delivery of that grain, and flattered us with favorable reports from the uplands, and when, at the departure of the first vessels, we expressed our surprise at the small transport thereby of only 287 p:s of pepper, it gave us to understand that due to the low water in the uplands, and the resulting danger of the river on account of its falls and shallows, the pepper rafts could not come down without great danger; and although the first undersigned tried to prove the contrary by pointing out the high water here in the river, they still managed to give another description of its condition in the uplands, even to the extent that the king, according to his own words, was prevented from undertaking an intended pleasure trip thither, which consequently made us assume that they were telling us the truth, wherefore we also, out of precaution, in our humble letter of the 12th of April passato took the liberty of supplicating for another 10,000 round Spanish reals; however, a few days ago the secret was finally revealed by the arrival of a multitude of rafts from the uplands with such a great quantity of rice that everyone was astonished by it, and no one could remember anything like it, to the extent even that, whereas shortly before Javanese rice was still at 70 to 80 Spanish reals the coijang, it not only dropped considerably in price at once, but one can now buy the upland table rice for 50 Spanish reals the coijang; the extraordinariness of this matter aroused some suspicion in the humble undersigned that the wagon was not on the right track, wherefore we made quiet inquiries into the cause of such an abundant, unprecedented rice crop, and why no rafts with pepper were arriving at the same time, upon which we were informed that the Court, out of stubbornness and discontent over Your High Noble Excellencies' order that all Palembang vessels wishing to go to Java must first call at Batavia, and out of a vain fear that they would not be able to obtain enough rice from there, had secretly given orders to the uplands to apply themselves with the utmost vigor to the cultivation of paddy, as a result of which the pepper cultivation had been neglected. Shortly thereafter, namely on the 12th of this month, the King sent some of his Ministers, and among them also the present envoy, to the first undersigned to express His Highness's surprise at the small pepper crop compared to the year 1778.

Dutch transcription

geweest, om mijne vertoogen bij den koning te willen helpen ondersteunen, en mij op het sterkt aangeweest om niets voor den koning te verswijgen, in of de bewijsen die ik in mijn voordeel had, te sterk waren, dan dat hij het weder ontkennen konde, dan wel dat zijne Continueele indispo„ „sitie hem doet denken, dat hij zijn rol bij na heeft uijt„ „gespeelt, en het derhalven tijd wara als hij nog eens de goede man wil speelen, althans in een visite die hij mij eens gaf, en waar in hij van alle de voorgemelde zaaken breed„ „voerig ophaalde, zeijde hij onder anderen, waar zal het eijndelijk heen als dat smokkelen niet ophout, als Haar Hoog Edelheden het ten laatste moede worden, dan konde het wel gebeuren, dat Hoogst dezelve het eijlana Banca rondom lieten bezetten en er een fort opbouwden, en wat wil dat het Hof en mij Palembangers er tegendoen niets anders als het met goede oogen aan tezien, wijl wij er redenen toe gegeven hebben: ik vreese zeer, dat het hier eijndelijk nog Eens toekomen zal en dierhalven word het ten hoogsten tijd, dat de koning eens de oogen openge„ „daan worden Ten opzigte van de gevreesde attacque door Radja Hadjie, vermelt bij mijne eerbiedige van den 25:' fe„ „bruarij passato, heb ik de een uw Hoog Edelheden te berigten, dat in het begin zullen zeekerlijk is ver„ wagt geworden, wijl de koning niet alleen alle alhier geweest zijnde Muntokkers na huijs heeft doen keeren, en 128: 240. en dezelve geordonneert haare Negorij te versterken, wijl op Banca den eersten aan val verwagt wierd, maar ook aan de sousang twee bentings heeft laaten op werpen en andere preparatien gemaakt om hem tegen weer te bieaen, dog de tijding hier van zoo wel, als dat er al een vloot van hem sterk 150. panjajaps voor Banca zoude leggen, is nader hand in rook verdwee„ „nen, zoo dat er thans niet meer van gesprooken word; Met het diepte ontzag vereere ik mij te noemen /onderstond/ Hoog Edel groot Agtbaar en wel Edele Heeren /lager/ uw Hoog Edelhedens oot„ moedigste en gehoorsaamste Dienaar (was geteekend / I: De Vries /in margine / La„ „lembang den 4:' Maij A:o 1778: P:r 's konings Agezanten den khedemang Catja Dinata Khingebe Tjitro troenoe, Reijnier de Klerk gouverneur generaal, Benevens De Wel Edele Heeren Raden van Nederlandsch Jndia, Hoog Edel groot Agtbaar Heer En wel Edele Heeren De in margine genoemde afgezanten des konings eijndelijk na uw Hoog Edelhedens Hoofd„ plaatse thans zullen de vertrekken zoo hebben wij de eer deezen te laaten dienen ten gelijke van dezelve en teffens Hoogst dezelve omtrent het peper gewasch, van dit Jaar eerbiedigst te bedeelen, dat wij dienaan„ „gaande door het listige Palembangsche Hof zeer zijn misleija geworden: de gantschen tijd heeft het ons verzekert met een goede leverantie van dien korl, en gevleijt met favorable tijdingen uijt de boven Aan zijn Edelheijd den Hoog Edelen groot Agtbaaren Heer landen 121 242 landen, en wanneer wij bij vertrek van de eerste vaar„ „thuijgen onse verwandering betuijgden over de geringe vervoer daar mede van maar 287 p:s peper, zoo gaf het ons te kennen dat door het laage water in de boven landen, ende gevaarlykheijd daar door van de rivier wegens desselfs vallen en ondieptens de peper vletten niet zonder groot gevaar konden afkomen, en hoe ook den eerstgeteekende het tegendeel van dien trag„ tede te bewijsen door aantooning van het hooge water alhier in de rivier zoo wist men dog een andere beschrijving van desselfs gesteldheijd in de boven lan„ „den te geeven in zoo verre zelfs dat de koning volgens zijn eijgen en door belet wierd een voorgenoomen spal„ reijsje na derwaarts te onder neemen het geene ons dan ook dezhalven deede veronderstellen dat zy ons de waarheijd verhaalden, waarom wij ook uijt voor zorg bij onse nedrige letteren van den 12:' April passato de vrijheijd genoomen hebben, nog om 10'000: Ronae Spaansche reaalen te suppliceeren dog weijnige dagen geleven heeft zig het geheijm eijnde„ „lijk ontdekt door de aankomst van een menigte vlotten uijt de bovenlanden met zulx eene groote quantiteijt rijst, dat een ieder er over verwondert „was, en niemant iets dier gelijksch geheugde in zoo verre zelfs, dat daar kort te vooren de Javasche rijst rijst nog op 70. â 80. spaansche realen de Coijang was dezelve niet alleen Considerabel in prijsten eersten daalde; maar men de bovenlandsche tafel rijst thans voor 50. spaansche realen de Coijang kan koopen, de onge„ meenheijd van deeze zaak verwekten bij de nedrige tee„ „kenaars eenig agter dogt, dat de wagen niet in het regte spoorging, weshalven wij onder hands lieten verneemen na de oorzaak van zulk een overvloedigen buijten ge„ „heugen zijnde ryst gewasch, en waarom er teffens aan nu ook geene vlotten met peper afkwaamen, wanneer wij daar op geinformeert wierden dat het Hoff uijt een stijffzinnigheijd en onvredentheijd over uw Hoog Edelhedens ordre, dat alle na Java willende La„ „lembangsch vaarthuijgen eerst Batavia moeten aan doen, en uyt een ijdele vrees, dat nu geen rijst ge„ „noeg van daar zoude kunnen erlangen onder 'shands ordre aan de bovenlanden zoude gegeeven hebben van zig op het kragtigste op het aanplanten van paay toete leggen, waar door de peper Culture verwaar„ „loost was geworden kort daar op of den 12. deezer zond den Koning eenige van zijne Ministers en daar onder ook de te„ genswoordige gezant bij den eerst getekenden om hem zijne Hoogheijds verwondering over het geringe peper gewasch in vergelijking van het Jaar 1778. te betuijgen

NL-HaNA_1.04.02_3556_0215 view scan ↗

English

122. 244. testify, and also that the prince was fearful of Your High Noblenesses' displeasure over this and had the signatory's advice requested, who thereupon asked those Ministers what the reasons were that had caused this bad crop, which they attributed to some frivolous and far-fetched causes, upon which the respectful signatory finally answered that he would indeed lay open the true cause to them, and brought to their attention in a sharp and extensive manner that it was now no longer time to play the innocent through frivolous evasions; for it became not only all too crystal clear that the pepper cultivation had been neglected by deliberate design, since if the rice crop had succeeded so well, that of the pepper ought to have succeeded as well, but that now also the untruth of the fabricated favorable reports and promises of a good pepper delivery appeared all too tangible, along with the pretense that that grain could not be brought down on account of the low water, since the rice vlotten, with pepper just as well as those with rice, because of the equality of their size, could now indeed come down; and as to what further concerned the requested advice of the signatory, that he did not intend to adorn the seemingly fine benevolence of of the Court before Your High Noblenesses, but that he would, according to his duty, lay open the naked truth before the same. The Ministers replied thereto that it could surely not be blamed on the king, since he had some time ago sent five chiefs of the pepper districts into exile on account of neglecting their duty, upon which the first signatory answered again that he remained grateful for this, but that he wished to see somewhat more effect from these investigations and punishments, as he otherwise had to conclude either that the same occurred merely for appearances, or that it was a sign of a bad form of government that so little heed was paid to it and that it caused fear. The unmasking of this secret and the demonstration of the cunning behavior maintained by the Palembang Court, as well as the respectful first signatory's answer, would not have been pleasant for the king to hear, which is also why he sent his secretary again the following day to inquire into this further and to sound out the first signatory, who gave that Minister to know and in answer the same thing; but yesterday, being the collection of His Highness's letter to Your High Noblenesses, the prince 123. 246. the prince let nothing of it show, but in brief words made known to the first signatory his astonishment and embarrassment over the low pepper collection, upon which the signatory, on account of the ceremonial of that day, also in brief terms made known his sentiment to His Highness, and further referred to what was treated regarding this matter with his Ministers. It is said that at present a multitude of chiefs of the pepper districts are below, and others have also been summoned to be examined and to receive orders for the planting of pepper vines, and also that the king is said to have expressed his grave displeasure to some directors over the pepper provinces, both over the too low delivery and because from some not a single grain of pepper has been delivered; what may be of this, time will tell, as we dare not trust the reports of the Court, which have so often been found false; May it be permitted to us to make known most respectfully to Your High Noblenesses that we fear it will now take great effort to get the pepper cultivation going again, although we on our part shall not fail to encourage the king and to bring his obligation most seriously to to his attention: between the pepper and rice cultivation there is a great difference; the highlanders must deliver the pepper to the king's Ministers appointed thereto, they receive a fixed price for it and that at the pleasure of such a Minister, be it in money or goods or indeed a portion of each; the rice, on the other hand, they may sell to whomsoever they wish, receive cash for it, and experience the notable advantage which that grain yields over the aforementioned berry, on which account we are apprehensive that, through the taste which the highlander has acquired for it, it will not only have a significant detrimental influence on the pepper planting, but also that the inscrutable and dissembling Court will know how to make wonderful use of it to invent evasions to excuse itself on account of small deliveries. As much as we have been able to understand from the first envoy, he appears also to be commissioned to excuse the Court regarding the actions of the Muntokkers with the English Captain Lindesaij; Your High Noblenesses were pleased, by respected letter of 7 May passato, to order that in replying to the same we elucidate to Your High Noblenesses how that adventurer came by the tin which he is said to have had on board

Dutch transcription

122. 244 betuijgen, en teffens dat den vorst hier over voor uw Hoog Edel„ „heden ongenoegen bevreest was en als tekenaars raad liet verzoeken, dewelke die Ministers daar op vraagde, wel„ „ke de redene waaren, die dit slegte gewasch veroorsaakt hadden, het welke zij aan eenige nietige en verre gezogte oorzaaken toeschreven, waar op den eerbiedige teeke„ naar eijndelijk andwoorden, dat hij haar lieden de waare oorzaak als aan wel zoude openleggen, en haar daar op op een scherpe en breed voerige wijze onder het oog bragt, dat het thans geen tijd meer was om door fri„ „vole uijtvlugten aen onschuldigen te willen speelen; want dat niet alleen al te zonne klaar kwam te blijken, dat de peper Culture door een opzettelijk voorneemen ver„ waarloost was, wijl als het rijst gewasch zoo wel geslaagt was, dat van de peper ook wel had moeten slagen, maar aat dat ook nu al te handtastelijk: bleek de onwaarheijd van de verzonnene fovorable tijdingen en beloften van eene goede peper leverantie, mitsgaders het voorgeeven, dat die korl mits het laage water niet konde afgebragt worden, wijlde rijstvolotten, met peper even goed als die met rijst om de gelijkheijd van der zelver groote nu wel dan ook konde afkoomen; en wat verders de verzogte raad des tekenaarsaanging, dat hij niet van voorne„ „mens was ae zoo schoon scheijnende welmenentheijd van van het Hoff bij uw Hoog Edelheden optocieren, maar dat hij volgens zijn pligt de naakte waarheijd voor Hoogst dezelve zoude openleggen. e gge De Ministers repliceerde daar op dat het immers den koning niet konden ten lasten gelegt worden wijl hij zedert eenige tijd vijf hoofden van de peper districten wegens het veronagtzaamen van haare pligt in balling„ „schap had gezonden, waar op den eersten tekenaar we„ derom geandwoord heeft dat hier voordankbaar bleef dog dat hij wenschte wat meerder effect van deeze onder„ „zoekingen en straffen te zien wijl hij anders moeste be„ „sluijten of dat dezelve maar uijt scheijn geschieden of dat het eenteken van een slegte regeerings form was, dat er zoo weijnig agt op geslagen wierd en vrees veroorsaakte, De ontrouwing van dit gescheijm en aantooning van het listig gehouden gedrag van het Palembangsche Hof, zoo wel als des eerbiedigen eerste tekenaars and„ „woord. zoude den koning met aangenaam geweest zijn ten hooren, waarom hij ook daags daar aan zijne secre„ taris weder gezonden heeft om zulks nader te vernie„ „men en den eersten tekenaar te polsen, dewelke dien Minister het zelfde te kennen en ten andwoord heeft gegeeven, dog op gisteren zijnde de afhaling van zijn, Hoogheijds brieff aan uw Hoog Edelheden heeft den vorst 123. 246. vorst er niets van laaten blijken, maar den eersten teke„ „naar in korte worden zijne verwondering en verlegent„ „heijd over den geringen peper inzaam te kennen gegee„ „ven, waar op den tekenaar wegens het Ceremonieel van dien dag ook in korte termen desselfs gevoelen aan zijn Hoogheijd heeft te kennen gegeeven, en zig verders ge„ refereert aan het hier omtrent verhandelde met zijne Ministers, Men zegt, dat er thans eene meenigte hoofden der peper districten beneden zijn, ende andere ook zijn, ontboden geworden, om onderzogt te worden en ordre te ontvangen, tot aanplanting van peper ranken, mits„ „gaders dat de koning zijn ernstig misnoegen zoude te kennen gegeeven hebben aan zommige directeuren over de peper provintien zoo over de te geringe leverantie als om dat van eenige nog geen korl peper gelevert wat hier van zij zal de tijd leeren, wijl wij de zoo dikwils valsch bevondene berigten van het Hof niet durven vertrouwen; Het zij ons gepermitteert uw Hoog Edelheden eer„ „biedigst te kennen te mogen geeven dat wij vreesen het nu veel voeten onder de aarde zal hebben, om de peper Culture weder aan te gang te krijgen schoon wij van onse kant niet zullen nalaaten ende koning toe aan„ temoedigen en zijne gehoudenisse ten ernstigsten ander het het oog te brengen: tusschen de peper en rijst Culture is een groot onderscheijd, de peper moeten de bovenlanders leveren aan de daar toegestelde Ministers des konings, zij krijgen er een bepaalde prijs voor en dat na het believen van zoodanig een Minister het zij ingeld off goederen dan wel van ieder een gedeelte, de rijst daar en tegen mogen zij verkoopen aan wien zij willen ontvangen en Contanten voor en onder vinden het merkelijk voordeel het geen dat graan boven gemelde korl afwerpt weshalven wij bedugt zijn dat door den smaak dewelke aen bovenlan„ der er ingekroegen heeft het zelve niet alleen een merke„ „lijke invloet ten nadele op de peper aanplanting zal heb„ „ben, maar dat ook het ondoorgrondelijke en geveijnsde hof zig wonderlijks er van zal weeten te bedienen ter uijtvin„ ding van uijtvlugten om zig wegens geringe leveran„ tien ten verschoonen, zoo veel als wij uijt den eersten gezant hebben kunnen verstaan scheijnt hij mede in commissie te hebben om het Hof te verantschuldigen wegens de bedrijven aen Muntok„ „kers met de Engelsche Capitain Lindesaij uw Hoog Edel„ „heden hebben bij ge eerbiedigde letteren van den 7:' Maij passato gelieven te ordonneeren bij beandwoording te„ „zelve Hoogst dezelve te elucideeren hoe die avanturier gekoomen is aan het thien het welke hij zoude ingehad hebben

NL-HaNA_1.04.02_3556_0219 view scan ↗

English

124. 248. having upon appearance in the Batavia roads: we have the honor at present to comply therewith, because as said the khedemang also appears to have orders regarding this, and he might recount those matters sometimes in quite another manner than they truly happened. After Captain Lindsay, seeing no chance to accomplish anything, after the receipt of our last letters to him mentioned in our humble of 10 December 1778, had steered toward the north in the latter part of the month of November, just as he according to reports truly arrived there, so he, while the cruisers lay in the rivers for the necessary occupation of the same in this season against the northern smugglers, quite unexpectedly reappeared before Muntok in the latter part of the month of March. As soon as we received tidings of this, and that he bought tin from the chiefs of that place and in exchange for opium and other prohibited goods, we not only immediately sent two cruisers thither, but also at once gave notice of these things to the Court with an earnest request for redress and punishment on account of the foul doings of the people of Muntok, whereupon the King also dispatched a commissioner a commissioner to that smuggling nest, accompanied by a Company Assistant, upon which the Court most strongly insisted, ostensibly that we could all the better be convinced of the accuracy of the investigation into our complaints. But the King, advised as is said by one of his chief priests named Said Ali Minsech (who has already brewed many difficulties with the prince for the first signatory), had the said signatory most earnestly requested to disclose who brought him all such tidings, under the pretext that without sufficient evidence he could administer no punishment. But the intention was actually by this crafty trick to make the signatory weary and deter him from continually lodging complaints about the smuggling trade, since the Court knew all too well that he would not surrender that man, just as the signatory also absolutely refused to do so and to point him out, and furthermore had the King answered that if the investigation into truth and sincere intention were conducted by the King's commissioner, he could find enough witnesses on Muntok, both because the trade was conducted publicly, and by the goods that would prove such and were to be found with a 125. 250. a certain Abang Leeman. Remarking furthermore, that while His Highness had now invented to insist upon proofs and to want them, it was as much as to say to his subjects that they had the freedom to smuggle, since he well knew how difficult it was to supply such a requirement in this regard. Captain Lindsay, having according to thoughts already received intelligence both of the arrival of the cruisers and of the commissioners, had departed from there in haste before their arrival and had set his course to the east; while the investigation also turned out according to our thoughts, for upon the return of the King's commissioner (who had not even been ashore at Muntok, and to give some appearance of it to the Assistant had allowed some of his slaves to run about somewhat ostensibly to investigate things), he reported to the prince that the arrival of an English ship there was true, but only for a day to provide himself with some conveniences, which had been refused, and as to the stated prohibited goods, he he had been able to find nothing of them, nor hear of them, notwithstanding the Assistant, who had orders secretly to inform himself about everything, had instructed and warned him of it. Which we not only made known to the King at an audience thereupon, but also that we had to be ashamed that, notwithstanding such clear proofs, we were continually regarded by him as false accusers. The frequently mentioned English entrepreneur thereupon reappeared before Muntok in the beginning of the month of May, but finding a cruiser there that followed on his heels, he steered again to the east and was found lying at anchor with lowered topmasts and yards under the Poulo Nankas by a private sloop coming hither, to which he related that he was waiting there for the Dutch ships wanting to go to China, in order to sail to that empire in their company, while furthermore nothing more was heard of him, Lindsay. The bark De Nagelboom came after that time into 126. 252. the river and subsequently upriver, with which according to custom a cruising pantjallang had to be employed in case of any mishap in the river on account of the shallows therein. Two other pantjallangs kept the river occupied, which is in the highest degree necessary during the standstill of the delivery and shipping of tin to Batavia, and the fourth pantjallang, being outside, had orders, while the pilot was not outside, to cruise for the vessel daily expected from Batavia, in order to announce to the ship's officers to go lie at anchor near the river in a secure place for that time and there await the return of the pilot. Without any more thoughts being given to Captain Lindsay, the same however, while the aforesaid occurred, quite unexpectedly made another attempt on Muntok, which succeeded better for him through the assistance of the knavish people of Muntok. Since the case described hereinbefore with the King, the humble first signatory had sent an emissary to that smuggling

Dutch transcription

124. 248. hebben bij verscheijning op de Bataviasche rhede: wij geeven ons de eer thans daar aan te voldoen, wijlgelijk gezegt den khedemang mede hier omtrent beveelen scheijnt te hebben, en hij die zaaken zomtijds op een gant„ „sch andere wijse konde verhalen als dezelve waarlijk ge„ schied zijn Na dat Capitain Lindesaij geen kans ziende om iets op te doen, na den ontvangst onzer laatste letteren aan hem vermeld by onse eerbiedige van den 10: Decem„ „ber 1778. in het laatst van de maand November na de noora gestevent was gelijk hij ook waarlijk aldaar vol„ „gens rapporten is aan gekoomen, zoo is hy terwijl de kruijssers in de revieren lagen ter noodzakelijke be„ „zetting van de zelve in dit Jaar getijde tegen de noordsche Smekkelhandelaars gansch onverwagt in het laatste van al maand Maart voor muntok weder verscheenen zoo ara wij hier van tijding kregen en dat hij van de hoofden van die plaats thien inkogt en in ruijl aen te„ „gen amphioen en andere verbodene goederen, zoo zoude wij niet alleen ten eersten twee kruijssers na derwaarts maar gaven ook aanstonts kennis van het een en ander aan het Hof met ernstig verzoek „om redres en stroffeevening wegens de vuijle gedoen„ tens der Muntokkers, waar op ook den koning een gecommitteerde Gecommitteerde na dat smokkelnost afvaardigde ver„ „gezelt van een Comp:s Assistent waar op het Hof ten sterk„ sten stont quasi op dat wij zoo veel te beter als aan kon„ „den overtuijgt worden wegens de nauwkeurigheijd van het onder zoek over onse klagten, dog de koning geraden zoo men zegt door eene van zijne opper priester fait Ali minsech genaamt /:dewelke den eersten tekenaar al veele moeijelijkheden met aen vorst gebrouwen heeft :/ liet gem: tekenaar ten ernstigsten verzoeken, dat hij wilde opgeeven wel hem al zulke tijdingen aan bragt, onder voorwentzel, dat hij zonder genoeg doende bewijsen geene straff konde oeffenen, dog het was eijgentlijk te doen om hem tekenaar door deeze listige streek moede te maaken en af te schrikken van geduu„ „rige klagten over den smokkelhandel in te brengen, wijl het Hof te wel wist dat hij die man niet zoude overgeven gelijk aen tekenaar ook zulks volstrekt weijgerden en ook om hem aan te wijsen, en verders aen koning daar op liet andwoorden dat als het onderzoek na waar„ „heijd en wel menentheijd door 's konings gecommit„ „teerde geschiede hij genoeg getuijgen op Muntok konde vinden zoo om dat den handel publicq gedreven was, als aan ae goederen die zulks zoude aan wijsen en bij eenen 125. 250. eenen Abang Leeman te vinden, waaren, onder aan„ merking verders, dat terwijl zijn Hoogheijd het nu had uijtgevonden om op bewijsen te staan en die te willen hebben het zoo veel te zeggen was als zyne on„ „derdanen te kennen te geeven dat zij vrijheijd had„ aen om te smokkelen, wijl hij wel wist hoe moeije„ „lijk het was dien aangaande zulks requisitie te suppediteeren; Capitain Linaesaij na gedagten al kundschap gekregen hebbende zoo van de aan komst aer kruijs„ „sers als aer gecommitteerdens, was voor haarlieden arrive aldaar in haast vertrokken en had zijn Cours om de oostgestelt; terwijl het onderzoek ook na onse gedagten uijtviel want bij wederom komst 's konings gecommitteerden /: dewelke te Muntok niet eens aan de wal, was geweest en om eenige scheijn aan den Assistent te geeven eenige van zijne slaaven quasiter uijtvorsching van het een en ander zoo wat rond had laaten loopen, rapporteerde hy den vorst dat de aan„ komst van een Engelsch schip aldaar waar was, dog maar voor een dag om zig van eenige gerieflijk heden te voorzien, dewelke geweygert waaren, en wat de opgegevene verbodene goederen aanging hij op ge s hij er niets van had kunnen vinden, nog vernee„ men niet tegenstaande aen assistent dewelke ordre had zig onder shands na het een en ander te in for„ „meeren hem er van onderregt en gewaarschouwt had het welke wij bij eene audientie daar op den koning niet alleen hebben tekennen gegeven, maar ook dat wij beschant moeste staan van niet tegenstaande zulke klaare bewijsen bij hem geduurig als valsche aan brengers aangezien te worden Dik wils gemelde Engelsche en trepreneur ver„ scheen daar op in het begin van de maand Maij wederom voor muntok, dog een kruijsser daar vin„ „dende, die hem op de hielen volgde zoo stevende hij we„ „der om de oost en wind met gestreeken stengen en raas onder de poulo Nankas gevonden ten anker te leggen door eene na herw:s komende particuliere sloep, aan dewelke hij verhaalde, dat aldaar op de na china willende Hollandsche schepen lag te wag„ „ten, om ingeselschap van dezelve na dat rijk te zeij„ „len, terwijl verders van hem Linaesaij ook niets meer gehoort wierd De bark De Nagelboom kwam na die tijd in de 126: 252 de revier en vervolgens na boven bij welke volgens gewoonte een kruijs pantjallang moest geem ploij„ „eert worden bij eenig over tekomen en geval in de re„ „vier wegens de ondieptens in dezelve twee andere Pantjallangs hielden de revier bezet, het welke ten hoogsten noodzakelijk is bij het ronastaan der le„ „verantie en verzending van thien na batavia, en de buijten zijnde vierde Pantjallang had last, ter„ wyl de loots niet buijten was om op het dagelyksch van Batavia verwagt worden scheepje te kruijs„ „sen ten eijnde de scheeps opperhoofden aan te zeg„ „gen van zoo lang by de revier op een secuure plaats ten anker te gaan leggen en aldaar de weder af„ komst van de loots te verwagten, zonder dat men meer gedagten had op Capi„ „tain Linaesaij kwam dezelve echter terwijl het voorgemelde voor viel, gantsch onverwagt weder een onder neeming op muntok ten doen ae„ „welke hem door toedoen der schelmsche Mun„ „tokkers beter gelukte zedert het hier voor be„ schrevene geval met den koning hadden eer„ „biedige eerste tekenaar een zendeling na dat Smokkel

NL-HaNA_1.04.02_3556_0224 view scan ↗

English

smugglers nest in order both to see what was going on there and who the heads were of the smuggling trade that was being conducted with the English adventurer. That man was still at Muntok when Lindesaij arrived there now, but departed shortly thereafter for here, and reported to the first undersigned that when Lindesaij had had to leave so quickly in the month of March he had not been able to obtain enough tin for his sold goods and for advanced monies, but the Muntok people had told him that he should just see to return, that they would ensure in the meantime to have that mineral ready and collected, and that to assure him thereof they had given him two hostages named Sie Koijoel and Sie Toli, whom Lindesay had taken with him to Batavia, and to whom upon arrival there he had given 1000:- Rds to trade with, and furthermore that he, the emissary, had now not only seen the same come ashore again at Muntok himself and spoken to them, but had also seen the goods brought along from the main capital, consisting of coarse chintz and other cloths. Further, that the ship was laden in all haste with as much tin as was on hand, and that the leaders of that smuggling trade were the Head of Muntok, The Tommongong Lahan, as well as Abang Leeman, Abang Tawie and Abang Tjilie. Upon the first undersigned's question as to where they got all that tin since Muntok yielded little of that mineral, the emissary gave as an answer that he had not been able to investigate this, but that the matter was true, just as we have also learned the same from others, and furthermore that they had brought the ship as close to the shore as had never occurred in human memory. The undersigned now thought they had enough evidence in hand both to convince the king of the truth of their continuous complaints about the Muntok people, and of the untruth of the false reports which his Ministers gave him in that regard; but in order possibly to succeed, they devised a means to press His Highness a bit harder and to make use of the arrival of the bark De Nagelboom, since the same caused much commotion at the Court, seeing that it had been informed by the Sousangers that they had seen that vessel survey the reef of Bato Carrang, about which various conjectures were made, indeed even causing anxiety that something might be brewing and it might perhaps be aimed at Banca. We thereupon immediately had audience requested with the king, and on that occasion we not only informed the king very circumstantially of all the aforesaid, but also that we hoped now to have convinced His Highness of the justice of our continuous complaints, of the little heed they found with His Highness, and of such public violation of the Contracts; and furthermore that we now, in the name of the Company, demanded adequate punishment regarding the guilty parties, while the first undersigned thereupon related to the king that he had received a private letter from Batavia in which the entire conduct of Captain Lindesaij in the month of March at Muntok was not only known, but also the names of the heads of the smuggling trade and those of the hostages whom they had given along, as well as what the latter had carried out at the main capital; that this had come out through Captain Lindesaij himself, and that he, the first undersigned, did not doubt that this entire affair would also come to Your High Noblenesses' knowledge, while he also added that since His Highness now insisted so much on proofs, he could give him no better ones than those that came from Batavia itself. This invention sounded very strange in the ears of the king and the Ministers, and His Highness, during our discourse, not only commissioned one of his Ministers to Muntok, but also ordered the guilty parties to be brought from there and a serious investigation of matters to be conducted; which investigation has lasted quite a long time, for two days ago now the king's Minister only returned with the aforesaid tommongong, while the other guilty parties are expected daily, and we now further await how the king will deal with this matter. We have also not neglected, as soon as we obtained news of Lindesaij's return to Muntok, to send cruisers thither again immediately, and were even thereby, because of the interim arrival of the small ship, forced to leave the river unoccupied on one side for some time; that adventurer has thereupon indeed departed again, but according to reports is still roaming in the fairway in order to see his chance if possible once more, as he reportedly has not yet been fully paid for his advanced monies and sold goods; but we do not doubt that, due to the orders issued, he will now have to abandon it. We have taken the liberty to treat this matter so extensively both to comply with the accuracy that Your High Noblenesses have been pleased to recommend to us, and to demonstrate the dealings of the Court and what reliance can be placed on Ministers whom the same sends to Muntok ostensibly to conduct an investigation and to guard against the smuggling trade there; the more so we have also taken the liberty to obtain this in such manner, because the Court is under the firm impression that Your High Noblenesses are aware of what occurred in the month of March; and while drafting this, the envoys, on the occasion when they took leave of the first undersigned, gave him to understand more closely that they were fearful of being taken to task by Your High Noblenesses concerning the aforementioned actions of the aforesaid two hostages. With

Dutch transcription

smokkel nest gezonden zoo om te zien wat daar al om ging als wie de Hooffden waaren van de smokkel„ . „handel, dewelke met voort Engelsche aventurie gedre„ „ven was, Die man was nog op Muntok wanneer Lindesaij aldaar nu aan kwam, dog vertrok kort daar op na herw:s en rapporteerden aan den eersten tekenaar, dat wanneer Lindesaij in de maand Maart zoo spoedig had moeten vertrekken hij geen genoegzaame thien had kunnen krij„ gen voor zijne verkogte goederen en voor uijtgeschotene penningen maar de Muntokkers hem gezegt hadden, dat hij maar moeste zien om wederom te komen dat zij zouden maaken in dien tusschen tijd dat mineraal inge reedheijd en verzamelt te hebben, en dat zij tot verzeke„ „ring daar van hem twee gijzelaars mede gegeven hadden genaamt Sie Koijoel en Sie Toli, dewelke Linde say mede na batavia had genomen, en aan dewelke hij bij aan komst aldaar Rd=s 1000:- had gegeven om daar mede te handelen mitsgaders dat hij zendeling dezelve nu niet alleen zelfs weder te Muntok aan de wal hadzien koomen en gesproo„ „ken, maar ook de van de Hoofdplaats mede gebragte goederen bestaan de in grove chitsen en andere doeken gezien had. voorts 127: 254 voorts dat het schip in alle spoed met het thien zoo veel het aan handen was gelaaden wierd en dat de drij„ „vers van die smokkelhandel waaren het Hoofd van Muntok, Den Tommongong Lahan, mitsgaders Abang Leeman Abang Tawie en Abang Tjilie op des eersten getekendes vraag waar dat zij aan al dat thien kwaamen wijl Muntok weijnig van dat mi„ neraal uijt teverdegaff den zendeling ten andwoord, dat zulks niet haa kunnen uijt voorsschen dog dat de zaak waar was gelijk wij ook van anderen zulks vernoomen hebben, mitsgaders dat hij het schip zoo na aan de wal gebragt hadden, als bij menschen geschengen nog nooijt geschied was, De onder geteekendens dagten nu bewijsen genoeg in handen te hebben om de koning eens zoo wel van de waarheijd haaren geduurige klagten over de Muntok„ „kerste overtuijgen als wegens de onwaarheijd den valsche berigten, die zijne Ministers hem des wegens gaven, dog om des mogelijk eens te slaagen bedagten zy een midael om zijn Hoogheijd het vuur eens wat nader aan de scheenen te leggen, en zig den aan komst van de bark De Nagelboom ten nutte te maaken vermits het zelve zelve aan het Hoff veel op Schuddingbaarde nademaal het door de sousangers geinformeert was geworden, dat zij dat hieltje het rif van Bato Carrang hadden zien opneemen, waar over verscheijde gissingen weerden ge„ maakt ja zelfs ongerustheijd baarde, dat er iets in til mogte zijn en het zom tijds op Banca voorzien was, Wij leeten daar op ten eersten bij den koning om au„ „dientie vraagen, en bij die gelegentheijd gaven wij den koning niet alleen zeer omstandig kennis van al het voorschrevene, maar ook dat wij hoopten nu eens zyn Hoogheijd overtuijgt te hebben van de regtmatigheijd onser geduurige klagten, van de weijnige ingang die ze bij zijn Hoogheijd vonden, en van de zoo publicque overtreding der Contracten mitsgaders dat wij nu uijt naam der Maatschappij een voldoende straff omtrent de schuldigen vorderden, terwijl aen eerstgetekenden daar op den koning verhaalden, dat hij eene particuliere brieff van Batavia gekregen had waar in het gantsche be„ drijff van Capitain Lindesaij in de maana Maart op Muntok niet alleen bekent stont, maar ook de naamen van de hoofden den smokkelhandel en die der gijzelaars de welke zij mede gegeven mitsgaaers wat laatsgemelde op de hoofdplaats uijtgevoert haaden, dat zulks door Capitain Linaesaij zelfs uijtgekoomen was en dat hij eerste tokenaar 128. 256 7. tekenaar niet en twijfffel den of deeze gantsche affaire zoude tot uw Hoog Edelhedens kennisse mede koomen terwijl hij er nog bij voegde, dat nademaal zijn Hoogheijd thans zoo op bewijzen stont hij aan den zelven geene betera konde geeven als die zelfs van Batavia kwaamen E Deese verzinning klonk aen koningende Minis„ „ters zeer vreemd in de ooren, en zijn Hoogheijd Com„ „mitteerde staande ons discours niet alleen eene van zijne Ministers, naar Muntok maar gaf ook last de schuldigen van daar ten haalen en ernstig onder zoek van zaaken te doen welk onderzoek al vrijlang geduurt heeft, want twee dagen nu geleeden is aes konings Mi„ „nisters eerst te rug gekeert met de voorz: tommongong terwijl, de andere schuldige dagelijksch verwagt wor„ „den, en wij nu verders blijven afwagten hoe den koning met deeze zaak handelen zal, wij hebben ook niet nagelaaten gehad zoo ara de tijding erlangden van Lindesaijs weder aan komst op Muntok, van ten eersten weder kruijssers na derwaarts te zenden, en daar door zelfs vermits de aankomst in tusschen van het scheepje, genoodzaakt geweest voor Eenige tijde de revier aan de eene kant onbezet te laaten die avanturien is daar op ook wel weder vertrokken, maar zwerff volgens berigten nog in het vaarwater ten ten eijnde zijn hans aesmogelijks nog eens aftezien wijl hij voor zijne voor uijtgeschotene gelden en verkogte goederen nog niet gantschelijk zoude voldaan zijn dog wij twijffelen niet of hij zal door de gestelde orares het zelve nu wel in den steek moeten laaten Wij hebbende vrijheijd genoomen deeze zaak zoo wijdloopigte verhandelen zoo om te voldoen aan de nauwkeurigheijd die uw Hoog Edelhedens ons hebben gelieven aan te beveelen, als om aantetoonen de behan„ „delingen van het Hof en wat staat er te maaken is, op Ministers die het zelve na Muntok zende quasiom onderzoek te doen en aldaar tegen den smokkelhan„ „del te waaken, te meer hebben wij ook nog de vrijheijd genoome dit zoodanig te erlang „wijl het Hoff in de vaste verbeelding is dat uw Hoog Edelhe„ „den het voorgevallene in de maanas Maart kundig zijn, en onder het Concipieeren deezes hebben de afge„ „zanten by gelegentheijd dat zy winden eersten te ke„ „naar afscheijd naamen hem naaer te kennen gegeven dat bevreest waaren van door uw Hoog „Edelheden over de gemelde bedrijven den voorsz twee gizelaars onderhouden te zullen worden, Met

← previousnext →