Inventory 3556
Japan · 1,428 pages · 337 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
With the deepest awe and the greatest respect, we honor ourselves by naming, was written below, Right Honorable High and Mighty Lord, and Right Honorable Lords, lower: your High Noble Lordships' very humble and obedient servant, was signed, I De Vries and L: I: van der Sengh, in the margin, Palembang the 15th of June Anno 1779. Seen. Work. No. 2 Copy. Secret Letter written by the Lord Governor of the City and Fortress of Malacca to the Honorable High Indian Government in Batavia dated 15 February 1779. Batavia. To his Excellency, The Right Honorable High and Mighty Lord Reijnier de Klerk, Governor General, together with The Right Honorable and Rigorous Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable High and Mighty, Far-commanding Lord, Right Honorable and Rigorous Lords, I have had the honor of receiving your High Noble Lordships' highly respected separate letter of 11 June 1778, with its enclosures. The plan of defense required by your High Noble Lordships, I shall present to your High Noble Lordships on a further occasion, or with the vessel that is to be dispatched to Batavia in the month of March, along with the proposals regarding that matter and a statement of the planned signals and flags for recognition; however, the summary of the general number of servants, ordnance, heavy ammunition, firearms, and vessels, formed according to the model received, is annexed hereto. I thank your High Noble Lordships very humbly for the authorization to offer the people of Rembau for their tin, up to 46,000 lb, 36 Spanish dollars per bahar, in order to experience whether, after such a generous step, they might also come around somewhat, but, if they make difficulty in accepting that, then to proceed to the payment of the full 38 Spanish dollars, provided that all the tin that their land yields is delivered to the Company. The offer of the first-mentioned price having been made, pursuant to the Council Resolution and my letter to the Raja of Rembau of 13 August, he answered me that he accepted the same with pleasure, and at the same time requested of me that the price of tin might now and forever be fixed and remain at 36 Spanish dollars. But, since it has since occurred to me that the people of Rembau are under the impression that they will receive that price paid for all the tin that they deliver, and the final words of the said authorization leave me in uncertainty whether that is indeed the intention of your High Noble Lordships, or whether you wish to accept annually no more than the quantity of 40,000 lb usually demanded for the Netherlands for 36 Spanish dollars the bahar, I request your High Noble Lordships to elucidate further to me on this matter at the first opportunity. I also take the liberty of submitting to your High Noble Lordships' consideration whether, by accepting annually only 40,000 lb at the increased price and paying 34 Spanish dollars for whatever the people of Rembau might deliver in excess, one would not force them again to seek a more profitable outlet for that which they gather above the 40,000 lb per year. While for the rest in this respect I respectfully adhere to my humble letter of 20 December 1777. Raja Hadiel, King or First Regent of Rembau, has recently died, leaving behind three sons, namely Raja Benal, Raja Kadiem, and Raja Hasiel, without notice of this death having been given to me. The Penghulu and the Ampat Suku, having been questioned about that omission, left my letter unanswered, but nevertheless let me know through the Captain of the Malays that they wished to come here to request me that they might govern the country without a chief, as in former times, if they knew that I would have no objection to it. For, according to the patent of the cession of Rembau and its dependencies to the Company, granted by the King of Johor and Pahang in the year 1757, the same has the right to appoint, according to its choice, rulers or governors of those lands. I had no reason to desire that there should be a Raja again, after I had not only experienced how accommodating the late Raja Hadiel had been toward Selangor, but had also learned that the Penghulu and the Ampat Suku had the affection of the people above the said Princes. I therefore sent them in answer through the said Captain of the Malays that I would accommodate them in this, provided that they came here to be solemnly authorized to govern in the said manner, and to bind themselves anew to the Company; upon which occasion I also intended to renew the contract with Rembau to the best service of the Company. But as they have since become embroiled with Raja Hasiel, who wished to succeed his father and already called himself King, they now await the return of Raja Amat, who departed for Selangor and whose wife has remained in the Rembau region, in order then to give notice of eviction to him with his wife and to Raja Hasiel, and if necessary to compel them thereto, after which they will betake themselves hither. If they come here before I have an answer from your High Noble Lordships to my aforementioned request, I shall endeavor to persuade them to be content with the price of 36 Spanish dollars for every
Dutch transcription
129. 250 50: Met het diepste ontsag en de meeste eerbied ver„ eeren wij te noemen /onderstond/ Hoog Edel groot Agt„ baar Heer, en wel Edele Heeren /lager:/ uw Hoog „Edelhedens zeer onderdanige en ootmoedige die„ naar /:was geteekend/ I De Vries en L: I: van der Sengh /in margine / Palembang den 15:' Junij A:o 1779: — gezien werk No. 2 130: Copie Secreete Missive geschreven door den Heer Gouverneur der Stad en Fortresse Malacca aan de Edele Hooge Indische Regeering te Batavia gedateerd 15. Februari 1779. 9 131 259 Batavia Aan zijn Edelheid, Den Hoog Edelen Groot-Agtbaaren Heer Reijnier de Klerk, Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indiën Hoog Edele Groot- Agtbaare Wijdgebiedende Heer, Wel Edele Gestrenge Heeren, en Ik heb de eer gehad van te ontvangen Uwer Hoog Edelheden zeer gerespecteerden a parten brieff van den 11. Iuni 1778, met dies bijlaagen. 't Plan van defensie, door Uwe Hoog Edelheden gerequireerd, zal ik bij nader gelegenheid, of met het vaartuig dat in de maand van Maart naar Batavia moet worden gezonden, Awer Apart Uwer Hoog- Edelheden aanbieden, met de pro„ „positien dientwegen en opgaave van de beraam„ „de seinen en vlaggen ter verkenninge; dog de naar het ontvangen model geformeerde zamentrekking van het generaal getal der Dienaaren, geschut, grof scherp, geweer, en vaar„ „tuigen, is deezen bijgevoegd. Ik dank Uwer Hoog-Edelheden zeer nede„ „rig voor de qualificatie, om de Rombouwers„ L „ voor hun tin tot 46000. -. lb. aan te bieden „ 36. –. Spaans per baar, ten einde te ervaaren. „ of zij, na zoo een edelmoedigen stap, ook niet „ wat zullen bijkomen, dog, zoo zij zwaarigh „heid maaken van dat te accepteeren, dan „ over te gaan tot de betaaling van de volle „ 38. –. Spaans, mits dan ook al het tii aan „ de Compagnie worde bezorgd, wat hun land „ oplevert. De aanbieding van den eerstgemelden prijs gedaan zijnde, volgens Raadsbesluit en mijnen brief aan den Radja van Rombouw van den 13: Augustus, heeft hij mij geantwoord, dat hij dezelve met genoegen aannam, en mij teffens 132. 261 altoos bepaald mogte zijn en blijven op 36. –. Sp. Maar, nadien mij sedert is voorgekomen, dat de Rombouwers in het begrip zijn van voor al het tin, hetwelk zij leveren, dien prijs te zullen betaald krijgen, en de laaste be„ „woordingen van de gemelde qualificatie mij in het onzekere laaten, of dat ook wel de in„ „tentie van Uwe Hoog Edelheden zij, dan wil om jaarlijks niet meer dan de gewoonlijk voor Nederland gevorderd wordende quantiteit van 40'000. —. lb: voor 36. –. sp. de baar te accepteeren! verzoek ik Uwer Hoog Edelheden mij daar om„ „trent nader te willen elucideeren bij eerste gelegenheid. Ik gebruik teffens de vrijheid van Uwer Hoog Edelheden in consideratie te geeven, of men jaarlijks maar 40000. –. lb tot den verhoogden prijs aanneemende, en voor hetgene de Rombouwers meer mogten leveren 34. - sp. betaalende, hun niet weder noodzaaken zoude, om met hetgene zij boven de 40000. –. lb. 's jaars inzamelen een voordeeliger uitweg te zoeken. terwijl ik mij voor het overige ten deezen opzigte in eerbied gedraage aan mijnen onderdaanigen van den 20. December 1777. teffens verzogt dat de prijs van het tin nu voor Radja Radja Hadiel, Koning of de Eerste Regent van Rombouw, is onlangs overleden, nalaatende drie zoons, met naame Radija Benal, Radja Kadiem, en Radja Hasiel; zonder dat mij van dit sterfgeval kennis ge„ „geven is. De Ponghoeloe en Ampatsoekoes„ over dat verzuim onderhouden, hebben mij „nen brief onbeantwoord gelaten, dog even wel door den Capitein der Maleijers mij laaten zeggen, dat zij hier wilden komen om mij te verzoeken, dat zij, gelijk in voorige tijden, het land mog„ „ten bestieren zonder een Opperhoofd, indien zij wisten dat ik er niet tegen zoude hebben. Want, volgens het Patent van den afsland van Rombouw en dies onderhoorigheden aan de Compagnie, door den Koning van Johor en Pahan in den jaare 1757 verleend, heeft dezel„ „ve het regt om naar haare verkiezing Regee„ „rers of Bestierers dier landen aan te stellen. Ik had geen reden om te begeeren, dat 'er we„ „der een Radja zoude weezen, na dat ik niet alleen ondervonden had, hoe toegeevend de overleden Radja Hadiel omtrent Salangoor geweest was, maar ook vernomen, dat de Ponghoe„ „loe en Ampatsoekoes de genegenheid des volks hadden 133. 263 Ik Zond hadden boven de gemelde Prinsen. hun derhalven door den gemelden Capitein der Maleijers ten antwoord, dat ik hun in deezen zoude te wille zijn, mits dat zij hier kwamen, om tot de regeering op de gezegde wijze plegtig geauthoriseerd te worden, en zig op nieuw aan de Compagnie te verbinden; bij welke gelegenheid ik ook het Contract met Rombouw dagt te renoveeren ten meesten dienste van de Maatschappije. Maar dewijl zij sedert gebrouilleerd zijn geraakt met Radija f Lasiel, die zijnen vader wilde opvolgen en zig reeds Koning noemde, wagten, zij nu na de terugkomste van Radja Amat, die naar Salangoor vertrokken en wiens vrouw in het Rombouwsche gebleven is, om hem dan met zijne vrouw en Radja Hasiel de verhuizing aan te zeggen, en des noods daar toe te dwin„ en; waar na zij zig herwaarts zullen begee„ ven. Komen, zij hier voor dat ik antwoord heb van Uwe Hoog-Edelheden op mijn voor„ schreven verzoek, ik zal hun tragten te bewee¬ en, om zig met den prijs van 36. – sp. voor ieder
English
Radja Hadiel, King or the First Regent of Rombouw, has recently died, leaving behind three sons, named Radija Benal, Radja Kadiem, and Radja Hasiel, without notice of this death having been given to me. The Ponghoeloe and Ampatsoekoen, addressed concerning that neglect, have left my letter unanswered, yet nevertheless have conveyed to me through the Captain of the Malays that they wished to come here to request of me that they, as in former times, might govern the country without a Chief, if they knew that I would have no objection to it. For, according to the Patent of the cession of Rombouw and its dependencies to the Company, granted by the King of Johor and Pahan in the year 1757, the same has the right to appoint, at its choice, the Rulers or Governors of those lands. I had no reason to desire that there should again be a Radja, after I had not only experienced how indulgent the late Radja Hadiel had been toward Salangoor, but also learned that the Ponghoeloe and Ampatsoekoes had the affection of the people over the aforementioned Princes. I therefore sent them in reply, through the aforementioned Captain of the Malays, that I would accommodate them in this, provided that they came here to be solemnly authorized for the government in the said manner, and to bind themselves anew to the Company; on which occasion I also intended to renew the Contract with Rombouw to the greatest service of the Company. But as they have since fallen into discord with Radija Fasiel, who wished to succeed his father and already called himself King, they now await the return of Radja Amat, who departed for Salangoor and whose wife remained in the Rombouw area, in order to then give notice of eviction to him along with his wife and Radja Hasiel, and if necessary compel them thereto; after which they will proceed hither. Should they come here before I have an answer from Your High Excellencies to my aforementioned request, I shall endeavor to persuade them to be content with the price of 36. - sp. for each bahar of the specified 40,000. –. lb. of tin, and for whatever they deliver more in a year to accept 34. –. Sps., as before; yet, being unable to succeed therein, to make no stipulation concerning the latter until I shall be instructed of the intention of Your High Excellencies. The largest tin supplier, Intje Auwal, having arrived these days with a nice parcel of that mineral, has requested of me in the name of the aforementioned Ponghoeloe that the tin intercepted at Sempang (of which the general letter speaks) might be paid to its owners, in order to keep him free from the accusation that he had caused their loss. I indeed answered Intje Auwal to that that the tin had to be confiscated for the Company; yet I have nevertheless not wished to take any resolution to the confiscation itself before I could be assured that the good success of the intended negotiation would not be obstructed thereby. The Ponghoeloe is himself the man from whom I received report that tin lay ready at Sempang for transport to Salangoor, and, if I could not now decline his request with grace, he might take my refusal for an ill recompense of his loyalty. The Company's greatest interest in this will be the object of my regard. The King of Pera has made a request to me and the Council, as appears from a letter from the Commander of the Dutch Garrison there dated 9. December 1778, to purchase for him a two-masted brigantine, costing 4000. –. Spanish reals more or less, in order to send elephants with it to Chormandel, and that the Company would advance him those monies, to be gradually repaid by deduction by the aforementioned Commander from the duty of two sp. belonging to His Highness for each bahar of tin delivered there to the Company. I shall attempt to dissuade him from it, and have therefore not yet answered it. But, since it might happen that he pressed me somewhat strongly for the granting of that request, by reason of the small profit which he has on the delivery of tin, and his goodwill toward the Company, I take the liberty meanwhile to ask Your High Excellencies whether I, having an opportunity to purchase a vessel for him at the specified price, might do so, in order to bind him thereby still more to the Company. Concerning the ordered negotiation with the Regent of Riouw, and the prevention both of the Manila traders from the Strait of Malacca, and of the junks of Riouw, as well as regarding the concession to the Kings and Princes in the aforementioned Strait to sail via Batavia to Iava, such resolutions having been taken on 28. December last; as brought to the attention of Your High Excellencies by the Secret Resolution which I have the honor to let accompany this; I thus most humbly request, with regard to the second and third points in the same
Dutch transcription
Radja Hadiel, Koning of de Eerste Regent van Rombouw, is onlangs overleden, nalaatende drie zoons, met naame Radija Benal, Radja Kadiem, en Radja Hasiel zonder dat mij van dit sterfgeval kennis ge „geven is. De Ponghoeloe en Ampatsoekoen over dat verzuim onderhouden, hebben mij „nen brief onbeantwoord gelaten, dog even wel door den Capitein der Maleijers mij laaten zeggen dat zij hier wilden komen om mij te verzoeken dat zij, gelijk in voorige tijden, het land mog „ten bestieren zonder een Opperhoofd, indien zij wisten dat ik er niet tegen zoude hebben. Want, volgens het Patent van den afstand van Rombouw en dies onderhoorigheden aan de Compagnie, door den Koning van Johor en Pahan in den jaare 1757 verleend, heeft dezel ve het regt om naar haare verkiezing Regee „rers of Bestierers dier landen aan te stellen. Ik had geen reden om te begeeren, dat 'er we „der een Radja zoude weezen, na dat ik niet alleen ondervonden had, hoe toegeevend de overleden Radja Hadiel omtrent Salangoor geweest was, maar ook vernomen, dat de Ponghoe „loe en Ampatsoekoes de genegenheid des volko hadden C 133. 263 Ik zond hadden boven de gemelde Prinsen. hun derhalven door den gemelden Capitein der Maleijers ten antwoord, dat ik hun in deezen zoude te wille zijn, mits dat zij hier kwamen, om tot de regeering op de gezegde wijze plegtig geauthoriseerd te worden, en zig op nieuw aan de Compagnie te verbinden; bij welke gelegenheid ik ook het Contract met Rombouw dagt te renoveeren ten meesten dienste van de Maatschappije. Maar dewijl zij sedert gebrouilleerd zijn geraakt met Radija Fasiel, die zijnen vader wilde opvolgen en zig reeds Koning noemde, wagten, zij nu na de terugkomste van Radja Amat, die naar Salangoor vertrokken en wiens vrouw in het Rombouwsche gebleven is, om hem dan met „zijne vrouw en Radja Hasiel de verhuizing aan te zeggen, en des noods daar toe te dwin„ „gen; waar na zij zig herwaarts zullen begee„ „ven. Komen, zij hier voor dat ik antwoord heb van Uwe Hoog- Edelheden op mijn voor„ „schreven verzoek, ik zal hun tragten te bewee¬ „gen, om zig met den prijs van 36. - sp. voor ieder ieder baar van de bepaalde 40'000. –. lb. tins te vergenoegen, en voor hetgene zij in een jaar meer leveren 34. –. Sps. aan te neemen, gelijk bevoorens; dog, daar in niet kunnende slaa„ „gen, omtrent het laaste geen beding maaken tot dat ik van Uwer Hoog Edelheden in„ „tentie onderrigt zal weezen. De grootste tin leverancier Intje Auwal, deezer dagen met een mooij partijtje van dat mineraal afgekomen, heeft mij uit naam van den gemelden Ponghoeloe verzogt, dat het op Sempang agterhaalde tin (waar van de gemee„ „ne brief spreekt) aan dies eigenaars mogte worden betaald, om hem vrij te houden van de beschuldiging, dat hij hunne schade veroorzaakt hadt. Ik heb Intje Auwal daar op wel geantwoord, dat dat tin voor de Compagnie moeste worden geconfisqueerd; dog ik heb eg„ „ter nog geen besluit tot de confiscatie zelf neemen willen, voor dat ik mij verzekeren kon, dat daar door het goed succes van de van de voorgenomen onderhandeling niet zoude wor„ „den gestremd. De Ponghoeloe is zelf de man, van wien ik berigt gekregen heb dat of 184. 265. op Sempang tin gereed lag ten vervoer naar„ Salangoor, en, indien ik nu zijn verzoek niet met gratie declineeren kon, zoude hij mijne weigering voor eene slegte vergelding van zijne getiouwheid kunnen opneemen. Comps. meeste belang zal in deezen het object mijner be„ „tragtinge zijn: De Koning van Pera heeft aan mij en den Raad, blijkens schrijven van den Commandant der Nederlandsche Bezetting aldaar van den 9. December 1778, verzoek laaten doen, om voor hem in te koopen een tweemaste brigantijn, die 4000. –. Spaansche re„ „aalen min of meer kostte, ten einde daar mede olifanten naar Chormandel te zenden, en dat de Compagnie hem die penningen wil„ „de voorschieten, om door inhouding bij den gemelden Commandant van de aan zijne Hoogheid competeerende geregtigheid van twee sp. voor ieder baar tins, die men daar aan de Compagnie levert, langzaamer hand gerestitueerd te worden. Ik zal het hem tragten te ontleggen, en heb 'er der halven nog niet op geantwoord. Maar, vermits het het zoude kunnen gebeuren, dat hij mij wat sterk drong op de inwilliging van dat ver„ „zoek, uit hoofde van het gering voordeel, het„ welk hij op de leverancie van tin heeft, en zijne goedwilligheid omtrent de Compagnie, gebruik ik de vrijheid van Uwer Hoog-Edel„ „heden intusschen te vraagen, of ik, occasie hebbende om een vaartuig voor hem in te koopen tot den bepaalden prijs, zulks zoude mogen doen, om hem daar door nog meer aan de Compagnie te verbinden! Belangende de geordonneerde negoci„ „atie met den Regent van Riouw, en weering„ zoo der Manilhasvaarers uit straat Malac„ „ca, als der jonken van Riouw, gelijk ook nopens de concessie aan de Koningen en Vorsten in de gemelde Straat, om over Bata„ „via naar Iava te vaaren, op den 28. Decem„ „ber laastleden zoodanige besluiten genomen zijnde; als Uwer Hoog-Edelheden onder het oog gebragt worden bij de Secreete Re„ „solutie, die ik de eer heb deezen te laaten verzellen; zoo verzoek ik ootmoedigst, om ten aanzien van het tweede en derde point in dezelve
English
125. 267. to be pleased to provide me with Your High Excellencies' further honored orders regarding the same. The King of Siac has urged me greatly to obtain from Your High Excellencies that His Highness might continue to enjoy the permission he has had since the year 1764 to send his vessels directly to Java to fetch rice and other necessities. And since he is a prince who religiously maintains his engagement in turning away all foreign merchants who arrive there, and in favoring the trade of the Malacca inhabitants, may it not be taken amiss that I take the liberty of presenting his petition to Your High Excellencies. I did not proceed to granting permission to the Captain of the Spanish Royal frigate La Disere to purchase here merely a few provisions needed for his further voyage, except on the supposition that I was not permitted to refuse him this accommodation, by virtue of the instructions of the Gentlemen Directors to the Cape of Good Hope by separate missive of 8 October 1774, which was sent by Your High Excellencies together with a letter of 12 July 1775 to the Governor here, in order to make use of the qualification to be found therein according to the appended stipulations; as I also, for that reason, maintained to the Officer of the said frigate who came ashore; that this concession was made solely out of regard for the ships of His Catholic Majesty. But, as I must infer from Your High Excellencies' honored remarks in this regard in the general missive of 11 June 1778 that my aforementioned permission has displeased Your High Excellencies, and it has also appeared to me from the received Extract from the Gentlemen Directors General Letter to Your High Excellencies of 8 October 1777 that the provision in Their Right Honorable High Mightinesses' said separate missive to the Cape was specifically made with regard to that Government, I shall henceforth abide by the earlier order of Their 126. 269. Right Honorable High Mightinesses, cited in Your High Excellencies' Resolution of 3 August 1769, unless Your High Excellencies should see fit otherwise. Meanwhile, I beg Your High Excellencies for a favorable excuse, if I may have erred in this matter. The Tables of the artillery of this Government, drawn up by Captain von Schilling and others, to which are also appended the Report in that regard and our Dispositions, I hereby offer to Your High Excellencies, as I believed that we were not permitted to make our artillery affairs public. For the rest, I have the honor to be with all veneration and respect, (was signed) Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Right Honorable, Stern Lords, (lower) Your High Excellencies' very obedient and dutiful servant (Signed) S. G. de Bruijn (in the margin) Malacca, in the Castle, 15 February 1779. — Agreed. A. Baumgartten First Clerk 128. 270. Batavia To His Excellency The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Reijnier de Klerk, Governor General together with The Right Honorable, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Right Honorable, Stern Lords, Besides the duplicate of my humble letter of 15 February last, and such a summary of the Servants etc. as was then transmitted, but drawn up as of the last of March, I have the honor of also offering herewith to Your High Excellencies my Considerations on the state of the defense of the city and Fortress of Malacca. I hope that the same will be sufficient, and I most humbly request to be provided with Your High Excellencies' approval and orders regarding my proposals made therein. The Dutch garrison at Pera is defenseless against a European and even against a strong native enemy. To withdraw the same in time of war with one or another European power before we are attacked would be too precipitate, and to do so afterwards, or when we are besieged, would not be possible. I have therefore mentioned nothing of it in my aforementioned Considerations; but I take the liberty hereby to submit to Your High Excellencies' consideration whether it would not be most advisable that in troubled times the said garrison always be provided with provisions and other necessities for a year, and the Commandant be ordered, in case of an attack by a European enemy, to defend himself as best he can, and being able to do so no longer, or 129. 272. seeing no chance at all of doing so, to surrender on such honorable terms as he might obtain. Being ignorant of the best or surest manner to devise signals and flags for reconnaissance, I have provisionally, or until I shall be instructed in that regard, made such arrangements concerning this as will appear to Your High Excellencies from the accompanying sealed Memorandum, and also ensured the strict observance thereof, insofar as those arrangements concern the signals and flags that must be made and shown from the Fortress. The Vice-King or Regent of Riouw, Radja Hadjie, has answered me in a rather haughty and suspicious manner to the letter from me and the Council, which was dispatched thither according to our secret Resolution of 28 December 1778. And as the said prince requested me that I should learn from the bearer of his letter (being the Chinese Tjioe Tianko) what His Highness had further to say, I have, through him and the Chinese Jan Posjouw, who is present
Dutch transcription
125. 267. dezelve mij te willen munieeren met Uwer Hoog Edelheden nadere geëerde ordres. De Koning van Siac is mij zeer aange„ „weest, om van Uwe Hoog-Edelheden te ver„ werwen, dat zijne Hoogheid verder mogte blijven jouisseeren van de permissie, die hij sedert het jaar 1764 gehad heeft om zijne vaar„ „tuigen, ten afhaal van rijst en andere be„ „hoeften, direct naar Iava te mogen zeuden. En dewijl het een Vorst is, die zijne verbintenis heiliglijk onderhoudt in het afwijzen van al„ „le vreemde handelaars, welke 'er aankomen, en in het begunstigen van den handel der Malaccasche ingezeten, worde het mij niet misduid, dat ik de vrijheid gebruike van zijne sollicitatie aan Uwe Hoog Edelheden voor te draagen. Tot de vergunning aan den Capitein van het Spaansche Konings fregat La Dise„ „re, om hier slegts eenige weinige provisien, voor zijne verdere reize benoodigd, te mogen doen inkoopen, ben ik niet getreeden als op onderstelling; dat ik hem dit gerief niet niet vermogt te weigeren, uit hoofde van het aanschrijven der Heeren Majores naar de Caap de Goede Hoop bij aparte missive van den 8. October 1774, die door Uwe Hoog- Edel„ „heden nevens brief van den 12. Juli 1775 aan den Gouverneur alhier is gezonden, om van de daar in te vinden qualificatie naar de bij„ „gevoegde bepaalingen gebruik te maaken; gelijk ik daarom ook den aan de wal geko„ „men Officier van het gemelde fregat heb voor„ gehouden; dat deeze toegeevendheid eenlijk ge„ „schiedde ter contemplatie van de schepen zijner Catholique Majesteit. . Maar, alzoo ik uit Uwer Hoog-Edelheden geëerde remar„ „ques dientwegen bij gemeene missive van den 11. Iuni 1778 moet opmaaken, dat mijne voor„ „schreven vergunning Uwer Hoog-Edelheden heeft mishaagd, en mij ook bij het ontvangen Extract uit der Heeren Majores Generalen Brief aan Uwe Hoog-Edelheden van den 8. October 1777 gebleken is, dat de dispositie bij Hunner Wel-Edele Hoog- Agtb: gemelde aparte missive naar de laap bepaaldelijk was genomen ten aanzien van dat Gouvernement, zal ik mij voortaan gedraagen naar de vroeger order stun„ „ner 126. 269. „ner Wel-Edele Hoog-Agtb. , aangehaald in Uwer Hoog-Edelheden Resolutie van den 3. Augustus 1769, ten zij Uwe Hoog-Edelheden het anders zouden mogen goedvinden. Ik bid Uwe Hoog Edelheden intusschen om eene gunstige verkhooning, zoo ik mij in deezen mogte hebben misgrepen. 9 De Fables van de artillerij deezes Gouver„ „nements, door Capitein von Schilling o. s. opge„ „steld, waar bij ook gevoegd zijn het Berigt dientwegen en onze Dispositien, bied ik Uwer Hoog- Edelheden hier nevens aan, dewijl ik ver„ „meend heb dat wij ons artillerij weezen niet vermogten gemeen te maaken. Ik heb voor het overige de eer met alle vene„ „ratie en respect te zijn, (onderstond) Wel-Edele Groot Agtbaare Wijd gebie„ „dende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, /lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaamen #en trouwschuldige „Dienaar Getekend) S. G. de Bruijn /:in margine) Malacca in het Casteel den 15. Februari 1779. — Acordeerd. A Baumgartten E ij kleer 128. 270. Batavia Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot- Agtbaaren Heer Reijnier de Klerk, Gouverneur Generaal benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Keer Wel-Edele Gesrenge Heeren, Zehalven het duplicaat mijnes onder¬ „daanigen briefs van den 15 Februari laast. „leden, en zoo eene zamentrekking van de Die„ „naaren enz. , als toen is overgezonden, dog onder ultimo Maart opgemaakt heb ik de eer van Uwer Hoog-Edelheden hier nevens nog en nog aan te bieden mijne Consideratien over den staat der defensie van de stad en For„ „tresse Malacca. Ik hoop dat dezelve vol„ doende zullen weezen, en verzoek zeer oot„ „moedig op mijne daar bij gedaane voorslagen te mogen worden gemunneerd met Uwer Hoog-Edelheden goedvinding en ordres. De Nederlandsche bezetting te Pera is weerloos tegen eenen Europischen en zelfs tegen eenen sterken inlandschen vijand. Dezelve in tijd van oorlog met de eene of andere Europische mogenheid in te trekken„ eer wij geattaqueerd worden, zoude te voor„ „baarig, en zulks daar na, of wanneer wij belegerd zijn, te doen zoude niet mo„ „gelijk weezen. Ik heb er dierhalven niets van gerep=t bij mijne voorschreven Consideratien; maar gebruik de vrijheid van bij deezen Uwer Hoog Edelheden in overweeging te geeven of niet het raade „zaamste zoude zijn, dat men in kom„ „merlijke tijden de gemelde bezetling altoos van provisien en andere benoodigdheeden 6 voor een jaar voorzag, en den Commandant gelaste, om in cas van aanval eenes Europischen vijands zig te weeren zoo goed hij het kan, en niet meer kunnende, of „ in 't . 1 - 129t: 272: in 't geheel geen kans daar toe ziende, zig over te geeven op zoodanige honorable voor„ waarden, als hij zoude kunnen beduigen. Enkundig van de beste of zekerste manier om seinen en vlaggen ter verken„ „ninge te beraamen, heb ik bij provisie, of tot dat ik dienaangaande zal weezen onderregt, zoodanige schikkingen daar omtrent gemaakt, als Uwer Hoog-Edel„ „heden zullen voorkomen bij de overgaande gecachetteerde Memorie en ook gezorgd voor de stipte nakoming derzelve, in zoo verre die schikkingen de semen en vlaggen betreffen welke van de Vesting moeten gedaan en vertoond worden. De Ouderkoning of Regent van Riouw Radja Hadjie heeft mij op eenen vrij hoog„ „moedigen en nadenkelijken trant geant„ „woord op den brief van mij en den Raad, welke volgens onze secrete Re„ „solutie van den 28 December 1778 der„ „waarts was afgezonden. En alzoo de ge„ „melde vorst mij verzogt, dat ik van den brenger zijnes briefs (zijnde den Chinees Tjioe Tianko) zoude verneemen wat zijne Boggheid meer te zeggen heeft gehad heb ik door hem en den Chinees Jan Posjouw, die tegenwordig
English
who was present at the delivery of the mentioned letter to Tjiol Sianko, have an account drawn up regarding what had been orally charged to them. Copies of that account and of the translation of the aforementioned letter accompany this; while I request your High Excellencies permission to quote the essential contents of both, with a few remarks for their elucidation. The essential contents of Radja Hadjie letter and the account amount to this: Radja Hadjie did not deviate from the treaties entered into by his ancestors with the Company; he sought to remain a faithful ally of the same, he had the greatest respect for it: but it was, on the contrary, the Company that did not maintain the mentioned treaties, as appeared from the fact that vessels that did not break bulk had to pay toll, even vessels of the reigning king, notwithstanding these had always been toll-free, and that vessels were inspected that ought not to be inspected. The Company forbidden merchandise, namely opium, tin, pepper, cloves, and nutmegs, were exported from no other place than from the Company offices themselves. It seemed, therefore, as if that happened with the Company consent, since they would otherwise guard against it and not permit Europeans and natives to bring those goods to Riouw. The Company had power enough to prevent this trade. But if the Company wished to entrust it to Radja Hadjie, he would cruise between Palembang, Iambij, and Riouw to oppose all illicit trade in pepper and tin, he would seize whatever of it was brought to Riouw; and if the Sultan of Palembang nevertheless did not wish to abandon smuggling, he would punish him for it, with or without the assistance of the Company. Radja Hadjie had never transgressed against the Company, unless one must impute it to him as a crime that he, by warring against Queda and Siack, brought it about that the Coromandel vessels, which previously sailed to Queda, now came to trade at Malacca. The interdiction of navigation from Java to Riouw had caused a scarcity and dearness of rice there; and, if in addition the prohibition of the admission of Chinese junks remained in force, Riouw would be totally ruined. The navigation of these junks to Riouw had never been forbidden, but they had, as long as Riouw had stood in alliance with the Company, been permitted to come there freely and unhindered. They also imported or exported no forbidden goods. Radja Hadjie was therefore fearful that, with the continuation of the mentioned prohibition, his subjects, pressed by poverty and hunger, would proceed to extremities that he could not prevent; that he would thus innocently acquire a bad name and become involved in troubles, whereas he sought nothing more earnestly than a good name and the preservation of tranquility. The remarks that I have to make thereon with relation to two or three points:
Dutch transcription
tegenwoordig is geweest bij de overgaave van den gemelden brief aan Tjiol Sianko, een Relaas laaten passeeren wegens hetgene hun mondeling belast was. Copien van dat Relaas en van het Translaat des meer„ „gemelden briefs verzellen deezen; terwijl ik uwer Hoog-Edelheden permissie verzoek om daar bij te mogen aanhaalen den zaa„ „kelijken inhoud van beiden met eenige weinge marques tot dies opheldering De zaakelijke inhoud van Radja Hadjies brief en het Relaas komt hier op uit Radja Badjie week niet af van de verbonden door zijne voorzaaten met de Compagnie aangegaan; hij tragte een ge„ „trouw Bondgenoot van dezelve te blijven, hij hads er het grootste ontzag voor: maar het was in tegendeel de Compa„ - „gnie, die de gemelde verbonden niet onderhieldt, gelijk zulks daar uit bleek„ dat vaartuigen, die geen last braken„ tol moesten betaalen, zelfs vaartuigen van den regeerenden koning, niet tegen„ „slaande deeze altoos tolvrij geweest waaren en dat vaartuigen wierden ^ die niet gevisiteerd gevisiteerd ^ behoorden te worden. Comps 100: 274 Comp:s verboden koopmanschappen naamelijk amfioen, tin peper, nagelen„ en nooten, wierden van geene andere plaats uitgevoerd, als van Comps Comptoi„ „ren zelven. 't scheen derhalven of dat met Comps bewilligiging geschiede, de „wijl zij anders daar tegen zoude waa„ „ken en niet aan Europeers en Inlan„ „ders toeslaan die waaren op Riouw te brengen. De Compagnie hadt magt genoeg om deezen handel te beletten. Maar wilde de Compagnie het aan Radja Hadjie toevertrouwen, hij zoude tusschen Palembang, Iambij en Riouw kruissen om allen mors¬ „handel in peper en tin tegen te gaan, hij zoude aanhaalen wat daar van op Riouw gebragt wierdt; en indien de Sultan van Palembang evenwelt het sluiken niet wilde agterlaaten, zoude hij hem daar over kastijden, met of zonder behulp van de Compagnie Radja Hadjie hadt immer tegen de Compagnie misdaan, of men moest h hem dat tot eene misdaad toerekenen, da:t hij door het beoorlogen van Queda ^Saek te weeg gebragt, dat de Chormandelsche vaartuigen, die bevoorens op queda voeren„ nu tegenwoordig is geweest bij de overgaaven van den gemelden brief aan Tjiol Sianko, een Relaas laaten passeeren wegens helgene hun mondeling belast was. Copien van dat Relaas en van het Translaat des mee „gemelden briefs verzellen deezen; terwijl ik uwer Hoog-Edelheden permissie verzol om daar bij te mogen aanhaalen den zaa „kelijken inhoud van beiden met eenige weinige marques tot dies opheldering De zaakelijke inhoud van Radja Htad brief en het Relaas komt hier op uit Radja Badjie week niet af van de verbonden door zijne Voorzaaten met de Compagnie aangegaan; hij tragte een ge „trouw Bondgenoot van dezelve te blijven hij hadt 'er het grootste ontzag voor: maar het was in tegendeel de Compa - „gnne, die de gemelde verbonden niet onderhieldt, gelijk zulks daar uit blee dat vaartuigen, die geen last braken tol moesten betaalen, zelfs vaarlui van den regeerenden koning, niet teg slaande deeze altoos tolvrij geweest waaren en dat vaartuigen wierden ^ die niet gevisiteerd e gevisiteerd ^ behoorden te worden. Comps 180. 274 naamelijk amsioen, tin, peper, nagelen„ en nooten, wierden van geene andere plaats uitgevoerd, als van Comps Comptoi„ „ren zelven. 't scheen derhalven of dat met Comps bewilligiging geschiede, de„ „wijl zij anders daar tegen zoude war„ „ken en niet aan Europeers en Inlan„ ders toeslaan die waaren op Riouw te brengen. De Compagnie hadt magt genoeg om deezen handel te beletten. Maar wilde de Compagnie het aan Radja Hadjie toevertrouwen, hij zoude tusschen Palembang, Jambij en Riouw kruissen om allen mors¬ „handel in peper en tin tegen te gaan, hij zoude aanhaalen wat daar van op Riouw gebragt wierdt; en indien de Sultan van Palembang evenwelt het sluiken niet wilde agterlaaten, zoude hij hem daar over kostijden, met of zonder behulp van de Compagnie Comps verboden koopmanschappen Radja Hadjie hadt immmer tegen de Compagnie misdaan, of men moest hem dat tot eene misdaad toerekenen, dat hij door het beoorlogen van Queda slaett te weeg gebragt, dat de Chormandelsche vaartuigen, die bevoorens op queda voeren„ nu nisten handel op Malacca kwamen De interdictie der vaart van Iava op Riouw had:s er schaarsheid en duurte van rijst veroorzaakt; En, bij aldien daarenboven het verbod van de admis„ „sie der Chinasche jonken bleef sland„ „houden, zoude Riouw tolaliter gerui„ „neerd worden. De vaart deezer Jonken op Riouw was nooit verboden geweest, maar zij hadden, zoo lang Riouw met de Compagnie in verbond hadt gestaan, daar vrij en onverhinderd mogen komen. zij voerden ook gee„ „ne verboden waaren in of uit. Radja Hadjie was daarom bedugt, dat bij de continuatie van het gemelde verbod zijne onderdaanen, door ar„ „moede en honger geprangd, tot uiter„ „sten zouden overgaan, die hij niet kon beletten; dat hij dus onschuldig eenen kwaaden naam zoude krij¬ 7 „gen en in onlusten gewikkeld worden, daar hij na niets ernstiger, als na een goeden naam en de conservatie der rust tragte De aanmerkingen, die ik daar op met relatie tot twee of drie pointen te maaken :„
English
135. 276 to make, are these In the Treaty with Johor of the 9th of April 1689, it was stipulated that the Company shall grant free trade with exemption from tolls to the king and the grandees of the realm, provided they must show the chop of the Dato Bendahara each time; but on the contrary in that of the 19th of August 1713, that both the Company and its subjects in the lands, rivers, and ports of the king, as well as the king, grandees, and subjects of Johor at Malacca and under its jurisdiction, shall trade under payment of the tolls introduced of old; And in the latest treaty of the 19th of January 1756, no mention was made of either of those treaties, nor of one or the other of the said stipulations. Nevertheless, the Johor or Riau vessels of the king and the grandees have always been excused from toll payment when they showed a chop from the Regent. Radja Hadjie is thus ill-informed in this matter, or he considers the presenting of untruths permissible in order to justify himself. And And as regards the inspecting and levying tolls upon the vessels that do not break bulk here, although in the Treaty of 1713 it was contracted that such vessels shall not need to pay anything, neither under the territory of Johor, nor at Malacca and under its district, one has nevertheless, since not a word is found mentioned thereof in the latest Treaty of 1756 either, made the Johor vessels that came here for a Pass to Salangoor, and did not belong to the king or grandees, as well as the Salangoor vessels destined for Riouw, pay half toll for several years past for the goods that were not unloaded here, in order thereby to discourage the navigation between Riouw and Salangoor as much as possible, as it tends to the prejudice of the Malacca inhabitants, and of the Company's revenues from tolls. Radja Hadjie implicitly denies indeed the export of opium, tin, pepper, etc. from Riouw, but from the context of that denial with what follows upon it, I must conclude that he only means to say thereby that those goods were not exported from Riouw, except 132. 278 except after they had been brought from the Company's own offices (possibly meaning Bengal, Palembang, Borneo, and the Great East, where the Company has offices). For, if one did not wish to understand his denial in this sense, the same would contain a flagrant untruth, since it is known to everyone that considerable parcels of tin and pepper are fetched annually from Riouw by the foreign Europeans and Chinese junks. And as regards his offer to prevent the smuggling trade in the two last-mentioned articles, even by punishing the sultan of Palembang, I hold for certain that by the acceptance thereof he tries to obtain the opportunity for the unhesitating execution of a design, which is said to exist with him, to take the island of Banca from the king of Palembang. I therefore doubt very much whether he would be disposed to the seizure of the pepper and tin being brought to Riouw, if the Company should not permit him to cruise along Palembang. Concerning the admission of Foreign Europeans, Radja Hadjie has not expressed himself either in his letter or to the Chinese Tjcol Tianko; likewise not upon our our proposal to renew the Contract with Johor. This silence, added to the arrogant expressions in his letter, serves, it seems to me, as a complete proof that he is not inclined to live on better terms with the Company than his Predecessors have done for some time, and that he consequently will be just as unyielding as they to concede that to the Company, without which the renewal of the Contract with him can be considered of not the least value to it. I therefore request to be provided with Your High Excellencies' further orders in this respect, also with regard to the prescribed practice concerning the toll exemption or toll collection of the Johor and Salangoor vessels, whether one shall continue with it further or not. For the rest, I have the honor of calling myself, with 193. 280. with all veneration; was signed High Noble, Right Honorable, Widespreading Lord and Honorable Valiant Gentlemen lower Your High Excellencies' very obedient and bounden Servant was signed P. P. de Bruijn in the margin stood Malacca in the Castle, the 7th of April 1779. Agrees Baumgarten Clerk Examined J: Rojus Secret Resolution taken in the Council of Policy of the City and Fortress of Malacca on the 28th of December 1778. No. 4. 134. 281 Monday the 28th of December 1778 in the Forenoon Meeting of Policy All present. The Governor, after the transaction of the matters noted down in today's Common Resolution, brought into deliberation how best could be executed the orders received among others from the Noble High Indian Government by honored missive of the 11th of June 1778, 1. In the renewal of the Contracts with Radja Alie, as Successor of Daing Cambodia in the Regency of Riouw, to keep in view what is most advantageous and best for the interest of the Company; while Their High Excellencies expect that, since Radja Alie is well-disposed toward the Dutch Nation, one will experience in effect the result 13 T:
Dutch transcription
135. 276 makken heb, zijn deeze Bij het Tractaat met Johor van den den 9 April 1689. is bedongen, dat de Com„ „pagnie den liberen handel met de tols- vrijheid aan den koning en de de Rijks„ „grooten, mits het chiap van den Dato Bind„ „hara telkens moetende vertoonen, zal vergunnen; dog in tegendeel bij dat van den 19. Aug.s 1713, dat zoo wel de Compa„ „gnie en haare onderdaanen in de landen rivieren, en havenen van den koning, als de koning, Rijksgrooten, en onderdaanen van Iohor te Malacca en onder deszelfs Iurisdictie, zullen handelen ouder betaa„ „ling der van ouds ingevoerde tollen; En bij het jongste traclaat van den 19 Januari 1756 is van die beide Tractaaten geen gewag gemaakt, nog van het eene of het andere der gemelde bedingen. Eg¬ „ter heeft men altoos de Iohorsche of iouwsche vaartuigen van den koning en de Rijksgrooten, wanneer zij een chiap van den Regent vertoonden van de tolbetaaling geexcuseerd. Radja Hadjie is dus in deezen kwaalijk onderregt, of hij agt het voorbrengen van onwaarheden geoorlofd om zig zelfs te regtvaardigen. En En wat betreft het visiteeren en vertollen der vaartuigen, die hier geen last breeken schoon bij het Traclaat van 1713 gecontrac„ „teerd is, dat zulke vaartuigen, nog on„ „der het gebied van Iohor, nog te Malacca 1 en onder dies district, iets zullen behoeven te betaalen, heeft men egter, nadien daar van mede bij het jongste Tractaat van 1756 geen word wordt gemeld gevonden, de Jo¬ „horsche vaartuigen die hier om een Pas naar Salangoor kwamen, en met den koning of Rijksgrooten toebehoorden, zoo wel als de Salangoorsche vaartuigen naar Riouw gedestineerd, sedert eenige jaaren herwaarts den halven tob betaalen laaten voor de goederen, die hier niet gelost wier„ „den, ten einde daar door de vaart tus„ „schen Riouw en Salangoor zoo veel mo„ „gelijk tegen te gaan, als tot prejudicie van de Malaccasche ingezetenen, en van Comps inkomsten uit de tollen strekkende Radja Radjie ontkent wel ingewik „keld den uitvoer van amfioen, tin; pe„ „per en z van Riouw, dog uit de con„ „nexie dier ontkentenis met hetgene daar op volgt moet ik besluiten, dat hij daar mede eenlijk zeggen wil, dat die gou„ deren van Riouw niet wierden uitgevoerd, als 132. 278 als na dat zij van Comps Comptoiren zel„ „ven (meenende mogelijk Bengale, Palem„ „bang, Borneo en de Groote Oost, daar de Compagnie Comptoiren heeft) gebragt waren. Want, indien men zijne ontkentenis in dee„ „zen zin niet begrijpen wilde, zoude dezelve eene lastbaare onwaarheid behelzen ver„ „mits het een ieder bekend is, dat aanzien „lijke partijen tins en pepers door de vreem„ „de Europeers en Chinasche jonken jaarlijks van Riouw gehald worden. En wat zijne aanbieding belangt, om den smokkelhandel in de twee laastgemelde articulen te belet„ „ten, zelfs met de kastijding van den sultan van Palembang, ik stel vast, dat hij door de amplectatie daar van gelegenheid tragt te verkrijgen ter schroomelooze uitvoeringe van een dessein, hetwelk men zegt bij hem te weezen, om den koning van Palem„ „bang het eiland Banca te ontneemen Ik twijfel daarom zeer, of hij tot de aan„ „haaling van de op Riouw gebragt wordende peper en tin te disponeeren zoude wee„ „zen, wanneer de Compagnie hem niet mogte toestaan langs Palembang te kruissen Nopens de admissie van Vreemde Europeers heeft Radja Hadjie zig nog bij zijnen brief, nog aan den Chinees Tjcol Tianko uitgelaten; insgelijks net op onzen - onzen voorslag van het Contract met sohor te vernieuwen. Dit stilzwijgen„ gevoegd bij de trossche uitdrukkingen in zijnen brief, strekt dunkt mij, tot een volkomen bewijs, dat hij niet gezind is beter met de Compagnie te leeven, dan zijne Voorzaaten sedert eenigen tijd gedaan hebben, en dat hij gevolge „lijk even zoo onbuigzaam als die zal weezen, om aan de Compagnie dat gene toe te slaan, zonder hetwelke de vernieuwing van het Contract met denzelven van geene de minste waarde voor haar gerekend kan wor¬ „den. Ik verzoek dierhalven net Uwer Hoog- Edelheden nadere or„ „dres op dit respect te mogen worden gemunueerd, ook ten aan„ „zien van het voorschreven gebruik omtrent de tolvrijheid of tolheffing van de Iohorsche en salangoorsche vaartuigen, of men daar bij verder al of niet zal blijven continueeren! Ik heb voor het overige de eer van met 193. 280. met alle veneratie mij te noemen; /onderstond/ Hoog Edele Groot-Agtbaare. Wijdgebiedende Heer en Wel-Edele Gestren„ „ge Heeren /lager/ Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaamen en trouwschuldigen Dienaar /was getekent./ P P. de Bruijn /in margine slond/ Malacca in het Casteel den 7 April 1779. Accordeert Saumgarten . Kler Nagezien J: Rojus Secreete Resolutie genomen in 9 Raade van Politie der Houdst en Fortreckse Malacca op den 28: December 1778. No. 4. 134. 281 Muaendag den 28. December 1778 s Voormiddags Vergadering van Politie Allen present. De Heer Gouverneur heeft, na de af„ Witsen „handeling der bij de Gemeene Resolutie van heden aangetekende zaaken, in deliberatie gebragt; hoedanig best zouden kunnen worden geëxecuteerd de onder anderen ontvangen bevelen van de Edele Hooge Indische Regeering bij geëerde ƒ missive van den 11 Iuni 1778, 1. Om bij de renovatie der Contracten met Radja Alie; als Successeur van Dain Cam„ „bodia in het Regentschap van Riouw, het voor„ „deeligste en beste voor het belang van de Maat„ „schappije in het oog te houden; terwijl Hun„ „ne Hoog-Edelheden verwagten dat, nadien Radja Alie der Hollandsche Natie toegedaan is, men in effectu zal ondervinden de uitwer„ „king 13 T:
English
Monday the 28th of December 1778: [illegible] which one can promise oneself from this, over the British who were previously so greatly favored on Riouw, and desire that he shall also be earnestly spoken to concerning the illicit trade there in tin; II. To dispatch cruisers against the Manila traders around the usual time of their arrival, and to have it announced, under delivery of a protest, to those who intend to sail further through the Strait of Malacca, and to compel them to return whence they came, unless they might choose to turn their prow toward Batavia, as was done in the year 1770 to the particular satisfaction of Their High Mightinesses regarding the small Manila vessel Esperito Sancto St. Anna; III. To tolerate no longer, after the first of January 1779, the navigation of Monday the 28th of December 1778 the junks in and through the said strait, unless destined for Batavia, but to prevent it by obstructive means, and to send under arrest to Batavia those junks that seek to sail elsewhere other than to Batavia, or call at places where the Dutch Company has exclusive contracts with the princes of the land; IV. To inform the princes in the said strait of the aforementioned interdict, as well as of the concession to the kings and princes in the Strait of Malacca to sail to Java via Batavia with cash and their country's produce to fetch as much rice and other necessities as they need, in order to return directly from there to their place of residence, provided they surrender the pepper at six rixdollars and the tin at fifteen rixdollars per pikul of 125 lb. to the Company, Monday the 28th of December 1778 and bringing no Chinese wares, Western linens, or silk fabrics, much less opium, upon penalty of confiscation—half for the Company and the other half for the officer who shall make the seizure, as far as the linens, silk fabrics, and Chinese goods are concerned, but regarding opium, under the penalties established by the placards against the illicit trade in that article—and to direct matters there such that at those places where the kings have bound themselves to the Company by exclusive contracts, no other ships or vessels are admitted than those of the Dutch Company, or those sailing thither with its passes, while urging a prompt compliance with the contracts in general. Regarding Monday the 28th of December 1778 Regarding the first point, it having been communicated to the meeting by the Governor that his Honor had not wished to speak to Radja Alie—who, notwithstanding his assurances given both to Their High Mightinesses and to his Honor to uphold the contracts concluded by his father Daeng Camboja with the Company, has nevertheless openly violated the same just as he did, through the admission of foreign Europeans for trade in the Kingdom of Johor—nor to make any proposal to him for the renewal of the said contracts, partly because one could not expect him to pay any heed to it, and partly because not he, but Radja Hadji, having been appointed successor to Daeng Camboja in the Regency of Riouw, Monday the 28th of December 1778 it would be up to him whether he wished to fulfill what Radja Alie might have promised; but that his Honor, having received news these days of the arrival of Radja Hadji on Riouw and his assumption of the Regency, judged that, although he had not yet given any notification thereof, one ought now to write to him and bring to his attention the provocative deviations from the aforementioned treaties on the part of Johor, as well as to make known in friendly and flattering terms the expectation of the Governor and Council that he will have more deference for the friendship of the Dutch Company, as the oldest faithful ally of the said kingdom, which has actively assisted the same in all difficulties and spared neither expense nor men to make it Monday the 28th of December 1778 triumph over its enemies; and consequently not only to secure the same for himself through the renewal and ratification of the aforementioned contracts, but also constantly to conduct himself accordingly, especially in turning away the foreign European and other traders who arrive on Riouw or elsewhere in the Kingdom of Johor without passes from the Company, and in the restoration of trade with the Company itself and its subjects, in order, having thus sounded him out regarding his disposition toward the Company, to be able to deduce the same from his reply, and thereupon take further such measures as shall be deemed most beneficial to the service of the Company: so it was approved and resolved to concur with this proposal of the Governor Monday the 28th of December 1778 and consequently to let the same take effect, considering it would not be prudent to send someone thither to treat for the renewal of the contract before it is known whether Radja Hadji will indeed be inclined thereto. Regarding the second point, it being taken into consideration that the aforementioned ship Esperito Sancto St. Anna arrived here in the year 1770, and the administration at that time was thus able to determine with how many vessels and crew members they could compel her to return to Manila or Batavia, for which purpose a bark and two sloops were used; but that now, on the contrary, being ignorant of how those Spanish ships will be fitted out that in the coming
Dutch transcription
Maandag den 28: December 1778: A „king, die men zig daar van kan belooven boven de voorhenen op Riouw zoo zeer be„ „gunstigde Britten, en begeeren dat hij over den morshandel ginder in tin mede wel ernstig zal worden onderhouden: 11. Om tegen den gewoonen tijd van de aankomste der Manilhasvaarers Kruitsers op dezelven af te zenden, en de zulken, die den wil hebben straat Malacca verder door te zeilen, onder overhandiging van een Protest, te laaten aankundigen en noodzaa„ „ken om te rug te keeren van waar zij geko„ „men zijn, ten zij dezelven verkiezen mogten den steven naar Batavia te wenden, gelijk zulks in den jaare 1770 tot zonderling ge„ „noegen Hunner Hoog-Edelheden geschied was omtrent het Manilhaas scheepje Esperi„ „to Lancto st. Anna: 441. Om na primo Januari 1779 de vaart der 135. 283 Maandag den 28 December 1778 der jonken in en door de gemelde straat, ten zij naar Batavia gedestineerd, niet meer te dulden, maar door kemmende middelen te beletten, en de jonken, welke elders anders dan naar Batavia tragten te vaaren, of plaatzen aandoen, alwaar de Nederlandsche Compagnie met de vorsten des lands exclusi„ „ve Contracten heeft, in arrest naar Batavia te zenden: IV. Om van het voorschreven interdict zoo wel, als van de concessie aan de Koningen en Vorsten in straat Malacca, om ten afhaal van zoo veel rijst en andere benoodigdheden, als zij noodig hebben, met contanten en hun„ „ne lands producten over Batavia naar Iava te mogen vaaren, ten einde van daar direct naar hunne woonplaats te retourneeren, mits de peper tegen ids zes en het tin tegen rds. vijftien het pikol van 125. –. lb. aan de Compag„ „nie Maandag den 28. December 1778 „nie afstaande, en geene Chinasche waaren, Westersche lijwaaten of zijden stoffen, veel min amfioen aanbrengende, op poene van confiscatie, de helft voor de Compagnie en de wederhelft voor den Officier, die de aanhaa„ „ling zal doen, voor zoo verre de lijwaaten, zijden stoffen, en Chinasche goederen betreft, dog ten aanzien van de amfioen op de straffe„ bij de Placaaten tegen den morshandel in dat prticul gesteld, de Peinsen in de gemelde straat te adverteeren, en het daar heenen te dirigee¬ „ren, dat op zulke plaakzen, alwaar de Ka„ „ningen zig met de Compagnie bij exclusive Contracten hebben verbonden, geene andere schepen of vaartuigen, dan die van de Ne„ „derlandsche Maatschappije, of die met Haar d: Lassen derwaarts vaaren, worden gead„ „mitteerd, onder aandringing op eene prompte nakoming der Contracten in 't generaal. Omtrent 136. 285. Maandag den 28. December 1788 Omtrent het 1. Point door den Heer Gouverneur aan de Vergadering gecommu„ „niceerd zijnde, dat zijn Ed. Radja Alie, die niet tegenstaande zijne gedaane verze„ „kering, zoo wel aan Hunne Hoog-Edelheden als aan zijn Ed, van de Contracten, door zijnen Vader Dain lambodia met de Com„ „pagnie gesloten, te zullen opvolgen, egter aas even als deezen dezelven openlijk geschon„ „den heeft door de admissie van Vreemde Euro„ „piers ten handel in het Iohorsche Rijk, daar over niet heeft willen onderhouden, nog ook eenigen voorslag aan hem doen tot vernieuwing van de gemelde Contracten eens„ „deels om dat men van hem niet verwagten kon, dat hij 'er eenig gehoor aan zoude geeven„ en anderendeels om dat niet hij, maar Radja Sladjie, tot Successeur van Dain Cambo„ „lia in het Regentschap van Riouw benoemd zijnde ƒ Maandag den 28 December 1778 zijnde, het aan hem zoude staan, of hij wilde nakomen wat Radja Alie mogte heb„ „ben beloofd; dog dat zijn Ed. , deezer dagen tijding erlangd hebbende van de komste van Radja Hadjie op Riouw, en aanvaarding door hem van het Regentschap, oordeelde dat men nu, schoon hij 'er nog geene commu„ „nicatie van gedaan hadt, aan hem diende te schrijven, en onder het oog te brengen de tergende afwijkingen van de voorschreven Verbonden aan de zijde van Ioher, mitsga„ „ders in vriendelijke en vleijende termen te kennen te geeven de verwagting van den Gouverneur en Raad, dat hij voor de vriend„ „schap van de Nederlandsche Maatschappije, als de oudste getrouwe Boudgenoot van het gemelde Rijk, die hetzelve in alle ongele„ „genheden kragtdaadig bijgestaan, en geene kosten, nog volk gespaard heeft om hetzelve over 2 . x 137 287. Maandag den 28: December 1778 over zijne vijanden te doen te gepraalen; meer deference zal hebben, en zig overzulks niet alleen van dezelve verzekeren, door ver„ nieuwing en bekragtiging van de voorschre„ „ven Contracten, maar zig ook steeds daar naar gedraagen, voor al in het afwijzen van de vreemde Europesche en andere traffiquan„ „ten, die zonder Passen van de Compagnie op Riouw of elders in het Johorsche Rijk aankomen, en in de herstelling van den handel met de Compagnie zelf en haare onderdaanen, ten einde hem zoo gepolsd hebbende nopens zijne gezindheid omtrent de Compagnie, dezelve uit zijn antwoord te kun„ „nen opmaaken, en daar naar verder zulke maatregelen neemen als men ten meesten „dienste van de Compagnie vermeenen zal te behooren: zoo is goedgevonden en verstaan zig met dit voorstel van den Heer Gouver„ „neur an Maandag den 28. December 1778 „neur te conformeeren, en hetzelve overzulks te laaten gevolg hebben, gemerkt het niet voorzigtig zoude zijn iemand derwaarts te zenden, om over de vernieuwing van het Contract te handelen, voor dat men weet of Radja sladjie daar toe wel zal inclineeren. Belangende het 14: Point in agting genomen zijnde, dat het voorschreven schip Sperito Lancto St. Anna in het jaar 1770 hier aangekomen, en het toenmaalige Mi„ „nisterie dus in staat geweest is om te kun„ „nen bepaalen met hoe veel vaartuigen en manschappen, zij hem tot de wederkeering naar Manilha of Batavia konden nood„ „zaaken; waar toe een bark en twee sloepen gebruikt zijn, dog dat men, nu daarentegen onkundig hoe die Spaansche schepen zullen weezen gemonteerd, welke in het aan„ „staande
English
138 289 Monday the 28th of December 1718 might arrive from the Philippines in the upcoming spring, and whether they will be encountered successively or together, one would have to make a fairly strong armament to contest their passage through the strait by force, in case the captains of those vessels would not heed the Protest; that it appears from the Joint Resolution of today that, after placing thirty sailors on the bark Geertruida Susanna and twelve on the pantjallang Bestendigheid, besides the sick in the hospital, only seven Europeans will be left over, along with nineteen natives who are not even sufficient to crew the three sloops currently lying in the roadstead, and that consequently no more than the first-mentioned two vessels can be sent out to cruise against the Spaniards; that the condition of the military looks no better than Monday the 28th of December 1778 that of the seamen, since there are only one hundred and twenty-nine men in the garrison (the non-commissioned officers included), aside from the Bodyguard and Orderlies of the Lord Governor numbering twenty-five men in total, and fifty-six elderly and disabled, as well as sixty native Christians, who, being unfit for expeditions, must be retained here, and from such a small number no detachment worthy of the name, of twenty-four or thirty-six men, can be taken, both because one is uncertain what Toenkolaa, the King of Queda, and the Regents of Batoebara intend with their naval armament, communicated hither by the Commander of the Perak Garrison Meijer by letter of the 9th of this month, and upon the news that they wish to go privateering, or pay a visit to Siac, at least two or three vessels 189. Monday the 28th of December 1718 with soldiers will have to be dispatched, in order to protect the trade of the inhabitants by driving them off, or to protect the King of the last-mentioned realm, who remains loyal to the Company, against all evil designs of his enviers, as well as to avoid denuding the Government itself too much of capable European garrison troops by such detachments, at a time when it is not known whether the Netherlands state will be involved or not in the war that might arise between the English and French, on account of the hostilities that both nations already commit against each other, and one must therefore also provide for one's own safety; that it is therefore not advisable to give the cruisers any other order regarding the Spaniards they meet, than 291. Monday the 28th of December 1778 to hand over to all of them, whether King's or private vessels, the written Protest, whereby the illegality of their passage through the Strait of Malacca will be pointed out to them, and a request made to turn back, though to announce orally to the Manila traders that they may direct their bow toward Batavia, should they prefer to do so: thus, for the alleged reasons, it has been approved and agreed to dispatch the bark Geertruida Susanna, manned with thirty, and the pantjallang Bestendigheid, manned with twelve seamen (besides the officers appointed thereto), to the island of Klein Cardamom, and to instruct the Commander of the first-mentioned small vessel by written Instruction, when he sights a Spanish ship, to sail thither immediately, and, having approached it, 148. 293 Monday the 28th of December 1778 to send the Second Mate to board with the boat, in order to deliver the Protest, together with its translation into French, which will be given to him, to the hands of the Captain on behalf of the Governor and Council, and if it be a Manila ship, also to make known that he may direct his bow toward Batavia, should he prefer to choose such rather than turn back, and after doing so, having accurately written down the name of the Captain as well as of the ship, to return with that, and with the reply he might have received to the aforementioned Protest, to the bark and report thereon to the Commander, who will have to record everything properly, as well as on what day this encounter took place, and whether the Spanish ship returned Monday the 28th of December 1778. Governor and the Council (signed) T Thireus Secretary. Regarding the 3rd Point: it being considered that to prevent the arrival of the Chinese junks at Riouw, four or five vessels would indeed be required, but proceeding to the proper outfitting of the same cannot currently be undertaken on account of what was said hereinbefore; that, even if this outfitting were possible, the Regent of Riouw will not regard it with indifference, but on the contrary, as he has already made known to the English, will employ all means, even violent ones, to bring the junks into one of his ports, since he has a great interest therein, and by the admission of the aforementioned British Nation to the trade
Dutch transcription
138 289 Maandag den 28 December 1718 staande voorjaar uit de Philipines mogten komen, en of zij successivelijk, dan wel met elkanderen, zullen worden gerencontreerd, eene vrij sterke uitrusting zoude moeten doen, om hun de doorvaart van de straat met geweld te betwisten, bij aldien de Capiteins van die Kielen zig aan het Protest niet wilden Kreunen; dat bij de Gemeene Resolutie van heden blijkt hoe men, dertig Matroozen op de bark de Geertruida Susanna en twaalf op de pantjal„ „lang de Bestendigheid plaatzende, behalven, de zieken in het Hospitaal, nog maar zeven Eurd„ „peers zal overhouden, met negentien inlanders die niet eens toeteikende zijn ter bemanninge van de drie tans op de reede leggende sloepen, en dat men gevolgelijk niet meer dan de eerst„ „gemelde twee bodempjes kan uitzenden, om op de Spanjaaeden te kruissen; dat het met den staat der Militie niet beter uitziet; dan met Maandag den 28 December 1778 met dien der zeevaarenden, dewijl men slegts een honderd negen en twintig man in het Garnisoen heeft, (de Onderofficieren mede gerekend) buiten de Lijfwagt en Ordonnancen van den Heer Gouverneur ten getale van vijf en twintig man in 't geheel, en zes en vijftig ouden en ge„ brekkelijken, mitsgaders zestig inlandsche Christe„ „nen, welken men als tot geene expeditien dienstig, hier moet aanhouden, en uit zulk een klein getal geen naamwaardig detachement van vier en twintig of zes en dertig man genomen kau worden, zoo om dat men in het onzekere is, wat Toenkolaa, de Koning van Queda, en de Regen„ „ten van Batoebara met hun armement ter zee, door den Commandant van de Perasche Bezetting Meijer herwaarts gecommuniceerd bij brief van den 9. deezer, in zin hebben, en op de tijding dat zij ten roof willen vaaren, of Siac een bedoek geeven, ten wersten twee of drie vaartuigen 189. Maandag den 28. December 1718 vaartuigen met Militairen zal moeten uitzen„ „den, ten einde door hunne verjaaging den handel der ingezetenen te beveiligen, of den Koning van het laastgemelde Rijk, die aan de Compagnie getrouw blijft, te bewaaren voor allen kwaaden aanslag zijner benijderen, als om door diergelijke detachementen het Gouvernement zelf niet te veel te ontblooten van bekwaame Europesche Bezettelingen, in een tijd dat men niet weet of de Nederland„ sche staat al of niet zal worden ingewik¬ „keld in den oorlog, die tusschen de Engelschen en Franschen mogte ontstaan, wegens de vij„ „andelijkheden, welke de beide Natien reeds tegen elkanderen pleegen, en men dus voor eigen veiligheid ook moet zorgen; dat het derhalven niet raadzaam is de Kruissers eenigen anderen last te geeven met betrekking tot de Spanjaarden, die zij ontmoeten, als 291. Maandag den 28. December 1778 als om aan alle dezelven, 't zij Konings- of par¬ „ticuliere schepen, het schriftelijk Protest te overhandigen, waar bij hun de ongeoorloofdheid hunner vaart door straat Malacca. zal worden voorgehouden, en verzoek gedaan om te rug te keeren, dog den Manilhasvaarers mondeling aan te kundigen, dat zij den steven naar Batavia kunnen wenden, indien zij dat lie„ „ver verkiezen mogten: zoo is om de geallegeer„ „de redenen goedgevonden en verstaan de buck de Geertruida Susanna, met dertig, en de pantjallang de Bestendigheid, met twaalf zeevaarenden bemand, bbuiten de daar op be„ „scheiden Officieren,) naar het eiland Klein Car„ „damom te depecheeren, en den Gezaghebber van het eerstgemelde Kieltje bij eene schriftelij„ „ke Instructie te gelasten, wanneer hij een Spaansch schip in het gezigt krijgt, ten eer„ „sten derwaarts te stevenen, en, hetzelve ge„ „naderd 148. 293 Maandag den 28. December 1778 „naderd zijnde, den Onderstuurman met de schuit naar boord te zenden, om het Protest, nevens dies Translaat in het Fransch, dat hem zal worden medegegeven, uit naam van den Gouverneur en Raad, aan den Capiteine ter hauden te stellen, en zoo het een Manilhaas schip zij, ook teffens bekend te maaken, dat hij den steven naar Batavia kan wenden, bij al¬ „dien hij zulks liever verkiezen wilde, dan te rug te keeren, mitsgaders na zulks, den naam zoo wel van den Capitein als van het schip nauwkeuriglijk opgeschreven hebbende, daar mede, en met het antwoord, dat hij op het gemelde Protest mogte hebben ontvangen, naar de bark te retourneeren, en den Ge„ „zaghebber daar van verslag te doen, die alles behoorlijk zal moeten aantekenen, „gelijk ook op wat dag deeze ontmoeting geschied, en of het Spaansche schip te rug Maandag den 28. December 1778. Gouverneur en den Raad (getekend) T Thireus Secretaris. Raakende het III Loint: geconsidereerd zijnde, dat om de komst der Chinasche jonken op Riouw te beletten wel vier of vijf vaartuigen zou„ „den vereischt, dog tot de behoorlijke uitrusting derzelven, uit hoofde van hetgene hier vooren gezegd is, tans niet getreden kan worden; dat, indien deeze uitrusting al mogelijk ware, de Regent van Riouw dezelve met geene onverschillige oogen zal aanzien, maar in tegendeel, gelijk hij het aan de Engelschen reeds te kennen gegeven heeft, c alle middelen, zelfs geweldige, in het werk stellen, om de jonken in een zijner havens te krijgen, dewijl hij daar zeer bij : geinteresseerd is, en door de admissie van de gemelde Britsche Natie tot den han„ del 1. e - ƒ.
English
143. 297 Monday the 28th December 1748. del at Riouw can be supplied just as well with the necessary ammunition, as he has enough people and vessels to bring a considerable fleet to sea within a short time; that one also cannot doubt whether he will seek to recover the damage that might be brought upon him by turning away the junks from Riouw and elsewhere under his territory, from the Batavian and Javanese, as well as other native vessels that navigate to and from Malacca, to prevent which one would have to keep several armed small vessels in that fairway here year in and year out; that it is moreover to be feared that Radja Hadjie, who is understood to be very hot-tempered and a man of courage, will attempt to put himself in a position even to face the Company's cruisers, and, if they should succeed Monday the 28 December 1778. in obtaining any advantage over them, to forge bolder designs, whereby everything in this strait would again be thrown into turmoil, and the Company be put to expenses which it perhaps will not be able to recover in a long time through the humiliation of Riouw's Regent; and furthermore, reflecting on the 10th Article of the Treaty concluded between the Company and the King of Johor on 19 January 1756, whereby the King solely binds himself not to admit any foreign Europeans throughout his entire realm, unless provided with a Company pass; it is thus approved and resolved for now, or until further orders from Their High Mightinesses, to whom these considerations shall be presented, not to prevent the navigation of the junks to Riouw, but rather to take care 143. 299 Monday the 28th December 1778 to take care that they do not come to this side of the island Klein Cardamom; and therefore, according to the aforementioned Instruction for the Master of the bark the Geertruida Susanna, to order him further to seize the junk or junks that wish to pass the said island and are found to come directly from China, in order to be brought up hither, and subsequently to be dealt with according to the letter of Their High Mightinesses, as well as to inform the same that at Trangano, just as at Riouw, various junks appear annually, but that it will likewise be very difficult to prevent this, partly because of its remote distance, and partly also because one cannot send vessels thither at this season of the year, nor keep them lying there Monday the 28. December 1778 lying there, because of the danger they would run of losing anchors and cables, if not more: Concerning the 11th Point, it being taken into consideration that besides Johor, Trangano, Salangoor, Quedas, Atchien, and Siac, the other realms or principalities situated on this strait have no suitable vessels to be sent with the products of those lands via Batavia to Java; that of these, Johor, Salangoor, and Siac are the only ones with which the Company has exclusive Contracts; that the King of Salangoor, who shamelessly violates his commitment to the Company, and even causes it every possible detriment in its tin trade at Pera, is presently so proud that he might sometimes answer the notification of 144. 301. Monday the 28. December 1748 Their High Mightinesses' aforementioned concession just as disrespectfully as the letter which the Lord Governor and Council wrote to him, according to what was cited in His Honour's separate letter to Their High Mightinesses of 15 February 1775, or at least thereby be brought under the delusion that one held awe for him; that Johor is indeed no less guilty of violating the Contracts than Salangoor, but that the junks that wish to go to Salangoor can easily be kept away, and from Johor not; that the King of Siac already has permission to send six vessels annually to Java to fetch rice, beyond which he will probably not go; that Atchin, having rice in abundance itself, needs to send no vessels to Java Monday the 28 December 1778 to Java to bring it from there: it is thus approved and resolved solely to give notice to the Regent and the Kings of Riouw, Trangano, and Queda, of the interdict on the navigation of the junks in and through the Strait of Malacca, and the concession for the dispatch of vessels via Batavia to Java, under the aforementioned limitations, and in the letter to Riouw's Regent to regard the Chinese junks (as Their High Mightinesses understand it) as vessels which, since they do not sail with passes from the Company, may not be admitted there, nor elsewhere in the Johorean realm, as well as to request him and the two others to send them hither upon arrival yonder, but nonetheless also to encourage each of the others who show themselves inclined to sail to Batavia to do so, under assurance of 145. 303 Monday the 28th December 1778 of finding good treatment there. Lastly, the letters to the Regent at Riouw, and the Kings of Trangano and Queda, as well as the Instruction for the Master of the bark the Geertruida Susanna, having been read, it is resolved to approve all of them hereby. Malacca in the Castle, date as above. signed P. G. de Bruijn, A. A. Werndlij, I. A. D. v. Schilling, A. I. Lemker, F. Thierens, Johannes Lijnslager and Abm Couperus. Agrees F. Thierens Secretary Checked D amperklin Table of the state of the cannons, mortars and Ammunition of War present at Malacca No. 10. Checked D amperklin Table of the state of the cannons, mortars and Ammunition of War present at Malacca No. 10. 304.
Dutch transcription
143. 297 Maandag den 28: December 1748. del op Riouw zoo wel geriefd kan worden met de benoodigde ammunitie, als hig volk en vaar„ „tuigen genoeg heeft, om binnen korten tijd eene aanzienlijke vloot in zee te brengen; dat men ook niet twijfelen kan, of hij zal de schadd„ die hem door de afweering der jonken van Riouw en elders onder zijn Gebied mogte worden toegebragt, zoeken te verhaalen op de Bataviasche en Iavasche, mitsgaders an„ „dere inlandsche vaartuigen, die naar en van Malacca navigeeren, om hetwelke te„ „gen te gaan men shier jaar in jaar uit verscheiden gearmeerde Kieltjes in dat vaar„ „water zoude moeten houden; dat het daaren boven te vreezen staat, dat Radja Hadjie, dien men verneemt zeer driftig en . 8 een man van moed te zijn; zig in staat zal tragten te stellen om Comps. Kruissers zelfs onder de oogen te zien, en, indien het hen gelukken Maandag den 28 December 1778. gelukken mogte eenig voordeel op dezelven te verkrijgen, stoutmoediger detseinen Smeeden, waar door alles in deeze straat weder in rep en roer zoude raaken, en de Maatschappij= op kosten gezet worden, die zij door de verne„ „dering van Riouws Regent misschiend in langen tijd niet zal kunnen recouvreeren: En daar benevens gereflecteerd weezende op het 10: Articul van het den 19 Januari 1256. tusschen de Compagnie en den Koning ƒ van Lohor gesloten Fracaat, waar bij de Ka„ „ning zig eenlijk verbindt, om in zijn geheel Rijk geene vreemde Europeaanen te admittee„ „ren; dan met Comps. Pas voorzien; zoo is goedgevonden en verstaan voor als nog, of tot nadere order van Hunne Hoog- Edel„ „heden, waar aan deeze bedenkingen zullen k worden voorgesteld, de vaart der jonken op Riouw niet te verhinderen, maar wel Zorg 143. 299 Maandag den 28: December 1718 zorg te draagen dat zij niet aan deeze zijde van het eiland Klein Cardamom komen; en overzulks bij de voorschreven Instructie voor den Gezaghebber van de burk de Geertruida Susanna hem nog te gelasten, om de jonk of jonken, die het gemelde eiland willen passeeren, en be„ „vonden worden direct uit China te komen, in beslag te neemen, ten einde herwaarts opgebragt, en daar mede vervolgens ge„ „handeld te worden naar het aanschrijven Hunner Hoog-Edelheden, mitsgaders aan„ Hoog dezelve te berigten, dat op Trangano, even als op Riouw, jaarlijks diverse jon„ „ken verschijnen, dog hetzelve mede zeer dif„ „ficiel te beletten zal zijn, deels om dies verre afgelegenheid, en deels ook om dat 7 men in dit jaarjetij geene vaartuigen derwaarts zenden, nog ook dezelven daar leggen Maandag den 28. December 1778 leggen kunnen, wegens het gevaar, dat zij zou„ „den loopen om ankers en touwen, zoo niet meer, te verliezen: Betreffende het 11. e Point in aan„ 88 merking genomen zijnde, dat behalven Schor„ Trangano, Salangoor, Quedas, Atchien, en Siac, de andere Rijken of Vorstendommen, aan deeze straat gelegen, geene bekwaame vaar„ „tuigen hebben, om met de producten dier landen over Batavia naar Iava gezonden te worden; dat van dezelven zoker, salangs„ „oor, en Siac, de eenigsten zijnt, met dewelken de Compagnie exclusive Contracten heeft; dat de Koning van Salangoor, die zijne ende verbintenis aan de Compagnie onbeschroomde violeert, en zelfs haar in haaren tin handel op Pera alle mogelijke afbreuk doet, tans zoo trots is, dat hij somtijds de bekendmaakinge van 144. 301. Maandag den 28. December 1748 van Hunner Hoog Edelheden voorschreven concessie even zoo oneerbiedig zoude kunnen beantwoorden, als den brief, welken de Heer Gouverneur trans en Raad aan hem geschre„ „ven hebben, naar het aangehaalde bij zijn Eds aparten aan Hunne Hoog- Edelheden van den 15. Februari 1775, of ten minsten daar door in den waan gebragt worden, dat men ontzag voor hem hadt; dat Iohor wel niet minder schuldig staat aan de overtreeding der Contracten, dan Salangoor, dog dat van Salangoor de jonken, die derwaarts willen, ge„ „makkelijk geweerd kunnen worden, en van Iohor niet; dat de Koning van Sias reeds permissie heeft, om tot den afhaal van rijst jaar„ „lijks zes vaartuigen naar Iava te zenden, boven dewelken hij waarschijnlijk niet ko„ „men zal; dat Atchin, zelf rijst in over„ „vloed hebbende, geene vaartuigen naar Java Maandag den 28 December 1718 Java behoeft te zenden, omze van daar te brengen: zoo is goedgevonden en verstaan een„ „lijk aan den Regent en de Koningen van Riouw, Trangano, en Queda, kennis te geeven van het inderdict der vaart van de jonken in en door straat Malacca, en de concessie tot de afzending van vaartuigen over Batavia naar Iava, onder de voorschreven limitatien, en bij den brief aan Riouws Regent de Chinasche jonken (gelijk Hunne Hoog-Edel„ „heden dat begrijpen) aan te merken als vaarlui„ „gen, die, vermits zij met geene Passen van de ^ Johorsche Compagnie vaaren, daar, nog elders in het Rijk, mogen worden geadmitteerd, mitsgaders hem en de twee anderen te verzoeken, omze bij aan„ „komst ginder herwaarts te zenden, dog niet te min ook een iegelijk van de overigen, die zig ge„ „negen toonen om naar Batavia te vaaren, daar toe aan te moedigen, onder verzekering van 145. 303 Maandag den 28:' December 1778 van 'er eene goede behandeling te zullen vin„ „den. Laastelijk geleven zijnde de brieven aan den Regent te Riouw, en de Koningen van Trangano en Queda, mitsgaders de Instructie voor den Gezaghebber van de bark de Geertruida Susanna, is verstaan alle dezelven bij deezen te approbeeren. Malacca in het Casteel dato voorschreven. /:getekend) P. G. de Bruijn, A. A. Werndlij, I. A. D. v. Schilling, A: I: Lemker, F: Thierens, Johannes Lijnslager en Abm Couperus. P Thipnens Accordeert 7 Secrits Nagezien D anperklin Tablis van den staadder te Malacca in weezen zijnde Kanons mortieren en Ammonitie van Oorlog No. 10. Nagezien D amperklin Tablis van den staadder te Malacca in weezen zijnde Kanons mortieren en Ammonitie van Oorlog No. 10. 304.
English
or Delft Weight. 3. ditto 4. ditto 1. Iron 2. ditto Cannon lb. lb. Rhineland foot measurement Amsterdam Year not 8. 10. Not known Not known Not known Not known 7. 6. 2. 11¾. ditto 7. 6. 2. 11¾ ditto ditto 8. 12. ditto ditto [illegible] Enkhuizen 9 8. 12. ditto ditto Year not known ditto 7. 4. 2. 1¾. Amsterdam 16 8. 13. ditto ditto Year not known ditto 7. 6. 2. 11¾. Middelburg Year not known ditto 7. 6. 2. 11¾ 8. 12. ditto ditto 16 [illegible] 146. Record Where The Artillery is placed. Defects To be calculated from the bottom [illegible] 16/8. 12. 15/8. 11¼. 3 7/8. 5/8. 5 5/8. The bore of this cannon is full of cavities due to rust and frequent firing, which makes it very dangerous when firing live rounds; it also has too much windage, and the same is not uniform, also the touchhole is much too wide, whereby a large part of the gunpowder's power is lost; and therefore no reliable shot can be made with this piece of artillery that has the desired effect. 15 5/8. 12. 4 5/8. 5/8. 5½. This cannon has the same defects as No. 2. 16½. 12 7/8. 4. 7/16. 5½. Although this cannon has a caliber with 11¾ more windage than the two preceding ones, it is nevertheless slightly better, because the bore is smooth and has no cavities, and in time of need one would have to make do with it, although the effect to be expected from it will not be great, all the more because the touchhole is also too wide. 16¼. 12 7/8. 4. 1/16. 5 3/8. As No. 4. Bastion Middelburg feet inches. [illegible] 306 Rhineland foot measurement or Delft Weight. 6. Iron 1. ditto 3. ditto 14. ditto 15. Bronze 16. Iron 17. ditto 18. ditto 19. Bronze Cannon founder 8. 12. ditto 10. ditto 11. ditto 13. ditto 12. 16. Not known Not known Not known Not known 8. 2¾. 3. ditto 12. 19. ditto ditto ditto ditto 8. 5. 3. 7 7/8 Amsterdam 12. 15. ditto ditto Year not known ditto 8. 5. 3. 1 1/8 Widow of Anthonij Enkhuizen 4. 5. Enkhuizen known 1662. 1043. 6. 4. 2. 7. [illegible] Middelburg 8. 11. Not known Not known Not known Not known 7. 6. 3. 1 3/8. 16 8. 11. ditto ditto ditto ditto 7. 6. 3. 2. 6. 7. ditto ditto ditto 1640. 6. 11. 8. 1. 6. 7. ditto ditto ditto Not known 7. 4. 3. 7/16. 8. 15. ditto ditto Not known ditto 7. 11¼. 3. 1¼. 8. 12. ditto ditto ditto ditto 7. 11¼. 3. 2¾. 8. 10. ditto ditto ditto ditto 7. 5¼. 2. 1¾. Amsterdam 12. 12. ditto ditto Year not known 3392. 8. 5. 3. 4/8. 17 12. 14. ditto ditto ditto 3396. 8. 5. 3. 4/8. 24. 30. Portugal ditto 1618. 4984. 10. 3½. 4. 6. [illegible] 1657. 308 Record The Artillery thus of no effect. Defects Diameter To be calculated from the bottom. feet inches 16½. 12 7/8. 4. 7/16. 5 7/8. As No. 4. 18¼. 11 7/8. 4. 7/16. 5½. As No. 4. 13 5/6. 1 1/8. 3/5. 16. 4. 11¾. 9/8. 3 7/8. 5/16. 4 7/16. 15 5/16. 13 1/8. 4½. 5 5/8. As No. 2. 15 5/16. 1 1/8. 3/6. 7/6. 7/6. As No. 2. 15 5/6. 2¾. 4. 7/6. 5 7/8. 17 7/8. 14 1/8. 7/8. ¼. 5 7/8. 18. 14. 4. 1/8. ¼. 5 1/16. 19 7/8. 15 1/8. 5 5/8. 1/8. 6 1/8. The bore and the touchhole of this 160-year-old cannon are so enlarged from use that it is completely unusable. 17. 12 7/8. 5. 1 7/16. 5 3/16. As No. 2. 17/16. 12 7/8. 5. 7/16. 1 5/8. As No. 2. 18. 17 2/4. 13 5/6. 5. 7/16. 5 3/6. 11½. 8 3/6. 3 3/16. ½. 3 1/16. This cannon is too burned out in the breech and the touchhole is also much too wide: Bastion Middelburg Curtain Vlissingen Bastion Curaçao Where Placed. [illegible] Cannon. Rhineland foot measurement or Delft weight 21. ditto 22. Bronze 23. Iron 25. ditto 26. ditto 32. ditto 31. Bronze 20. Iron 24. ditto 27. ditto 28. ditto 29. ditto 30. ditto 12. 14. ditto ditto ditto 3421. 8. 4¾. 3. 4. 3 7/8. 12. 14. ditto ditto ditto 3336. 8. 5¼. 3. 4¾. Middelburg 8. 19. ditto ditto Year not known Not known 7. 6. 2. 11¾. Amsterdam 6. 8. ditto ditto Year not known ditto 7. 2. 2. 10. Middelburg 8. 10. ditto ditto Year not known ditto 7. 6¼. 3. 12. 22. ditto ditto Not known ditto 8. 7 7/8. 3. 5. 12. 35. ditto ditto ditto ditto 8. 2½. 3. 3 1/8. 12. 17. ditto ditto ditto ditto 8. 4¼. 3. 4 1/8. Amsterdam 6. 7. ditto ditto Year not known ditto 7. 3 1/3. 2. 1 21/16. No coat of arms Asaverus Amsterdam 4. 5. A ship Koster 1646 747. 4. 11. 2. 1 3/8. [illegible] lb. lb. 6. 9. Not known Not known Not known Not known 7. 5½. 3. 1 1/16. 6. 8. ditto ditto ditto ditto 7. 5. 3. ½. No coat of arms Asaverus Amsterdam 4. 5. A ship Koster 1642 810. 5. 4 1/8. 2. 4 5/8. Amsterdam 12. 14. Not known Not known Year not known 3472. 8. 5. 3. 5 3/16. 12. 17. ditto ditto Not known Not known 8. 7. 3. 5 5/6. [illegible] 31. ditto 33. ditto 9.
Dutch transcription
of Delfs Gewigt. 3. d _o 4. d d. 1. YJzer 2. d_oo. Kanon lb. ld: Rijnlandsche voetmaat Amsterdam 't Jaar niet 8. 10. Niet bekent Niet bekent beekent Niet bekent 7: 6. 2. 11¾. d. _. 7. 6. 2. 11¾ _. o d _ o 8. 12. d _. o d 5 8 5 8 ƒ . 5 d ƒ 27 en N v S Wat l N 58 3 6 8 e 8 8 ƒ 68 M 5 ƒ o 6818 agter te 3 e d e 5 8 5 8 8 85 8 No 5 85 28 Om v7. d„m vt d„m 1 Enkhuizen 9 8. 12. d. _. o d._ 't jaar n. b. d. _o. 7. —4. 2. – 1¾.5 Amsterdam 16 8. 13. d _o d. _o t. 7. n. b. d _. o 7. –. 6. 2. 11. ¾. Meddelburg P. 't jaar n. b. d. _ o 7. — 6. 2. 11¾ 8. 12. d. _ o d:o 16 ƒ 8 8 5 ƒ 3 5 pre 1e 6 8 ƒ 5 den. 5 p ƒ 3 ƒ 5 14 68 15 5 3 3 146. der Notitie Het Geschut waar geplaatst. Gebreeken 8 van den Bodem aftereekenen ƒ 153 13 2 Dm mOm Om d=m d=n d=m dm 16/8. 12. A. 15 /8. 11¼4. 3 7/8 5/8. 5 5/8. De ziel van dit Kanon, is door den voest O. en het veelvuldigde schieten vol holtens, waardoor hetzelve zeer gevaar„ „lijk is als men scherp, daarmede Schiet, mede heeft het te veel speelruimte, en dezelve is niet egal, ook is het onsteek„ „gat veel te wijd, waardoor een groot gedeelte kragt van het kruit verbliegt: en dierhalven kan met dit stuk Geschut geen zekere Schoot gedaan worden, dewelke zoodanig van ef„ „fect is als men begeert. 15 5/8. 128 4 5/8. 5/8. 5½. Dit kanon heeft dezelve gebreeken als N„o 2. 162. 12 7/8. 4. 7/16. 5½. Hoewel dat dit kanon een Kalib: 11. ¾. meer speelruimte heeft als de twee voor„ „gaande, het is nogtans iets beter, om dat de ziel glad is en geene holtens heeft, en in tijd van nood zoude men zig daarmede moeten behel„ „pen, schoon dat de uitwerking die men daarvan te wagten heeft, niet geoot zal zijn, te meer om dat het ontsteekgat mede te wijt is. 16¼. 12 7/8. 4. 1/16. 5 3/8. Als N„o 4. O. 8 _ d Bastion B. Middelburg voeten duuijmen. 8 a 6. d 1 9 5 d 5 68 d 3 5 3 R 5 2 8 8 ƒ d e 68 ƒ 8 5 de 5 8 5 F 8 N 3/8. 11¾. 11¾ O. d. _„o _o o 8 5 8 3 3 8 3 306 Rhijnlandsche voetmaat of Delfs Gewigt. 6. IJzer 1. 0. _. o 3. d. _. 14. d _o 15. Metaal 16. Yjzer 17. d _ s 18. d5. 19. Metaal Kanon ieter 8 5 12. d. _ o 10. d. _o 11. d. _ o 13. d. _ o 12. 16. H. b. d. F. N. b. N. b. 8. – 2/¾ 3. d 12. 19. d. _. d. _. d. — . d. —. 8 –. 5. 3. 7 7/8 Amstdm. . 12. 15. d. _„o d. _. 'tJ. n. b. d. _ o 8. –. 5. 3. – 1 1/8 weduuwge van Anthonij Eukhoij„ 4. 5/½6 Entkhunaen bekes 1662. 1043. 6. — 4. 2. 7. 11 98 N8 Maso 1eae 59 8 v t e e e 6 S N 4 g p. e 53 65 d 88 he x d5 58 d 8 d Ae 57 8 8 Om V„t d=o v: t d=m v„t lb: lb: .Middel„ „burg 8. 11. . 6: N. 6. 4 . 6. . 6. 7. 6. 3. 138. 16 . 8. 11. d. _. d. _„o d _„o d. _: 7. . . 6. 3. —2. 6. 7. d. _. d. _. d. _„o 1640. 6. 11. 8. 1. 6. 7. d. _. d. _. d. _. N. b. 7. 4. 3. 7/16. : 8. 15. 8. _. 8:. _. N. b. d. . 7. 114: 3. 14 8. 12. d. D„ d _. d. _„ d. 2. 7. 11¼4 3. 2¾ 8. 10. d. _. d. _. d. _„o d. _. 7. 5 4. 2. 1¾ Amstdm. 12. 12. d. _„ d: . t7. m. b. 392. 8. - 5. 3. 4/8 17 12. 14. 8. _. d. —. d. _. 3396. 8. 5. 3. 4/8 24. 30. Poetigal d. -. 16 18. 4984. 10. 31½. 4. 6. 63 p 19 e P E 58 e 5 8 weeg rn 8 d n dE 6 E 8 dentrum 3 2 3 3 3 ƒ den 5 d Etc 8 9: 8. _„o 9 1657: 308 lad Notitie Het Geschiet der dus van geen effect. N S. Gebreeken 2 d 8 Dia met van den Bodem af te rekenen. t d d x d 168 D=m Om Om Om Om dm d„r d„r d„r d=m voeten duijmen 16½. 12 /8. 4. 716. 5 7/8. Als: N„o 4. 18¼4 118. 4. 7/16. 5½. Als N.o 4. 1356:1 18. 3/5 16 4 11¾ 9/8. 3 7/8. 516. 47 1/6. 15/16. 13 8. 41½. b. 5 5/8. Als N„o 2. 1516. 1 8. 3/6 7/6. 7/6 Als N„o 2. 1 5/6. 2/¾. 4. 7/6. 57/8. 1 7/86 14 1/8 78. ¼. 57/8. 18. 14. 4. 1/8. ¼. 5 1/16 19 /8. 158. 5 5/8. 1/8. 6. 1/8. De ziel en het Ontsteekgat van dit 160„ jarige Kanon, zijn door het gebruik zoodanig verwijdert, dat het zelve ten eenemaal onbruikbaar is. 9/8. 17. 12 7/8. 5. 17/16: 5 3/16. Als N„o 2 17/16. 12 /8. 5. 7/16. 1. 5/8. Als N„o 2. /8. 18 1724. 13 5/6. 5. 7/16: 5 3/6. 11 1/2. 8 3/6. 3 3/16. ½. 3 1/16. Dit Kanon is in 't bodemstuk te veel uitge„ „schoten en het Ontsteekgat mede veel te wijd: O. O. d D 0 d _o B. d _ o 6 d _ o 6. _. o 8: d _o 9: B3. B. d _o Bastion O. Middelburg Courtine B. Vlissingen d B: 1 Bastion O. Curassa. waar 8 8 Geplaatst. 5 8 5 88 ren N 5 68 d=o 8: ^ N 5 32 8 9 5 et het 6 385 8 5 de d de 5 Tal Bault 8 5 6 8 5 5 d 6 0. d ½. d_ o & 6. e8 Kanon. Rhijnlandse voetmaat of Delfs gewigt 21: d=o 22. Metaal 23. Yzer 25. d. _o 26„ d. _. o 32. d. _. o 31. Metaal V pr 5. 20. Yzer 24. d= 27. d. _„o 28. d.o _„o 29. d _ o 30. 8 _. o & 12. 14: d:' _o d: _:o 8. _o 3421. 8. 4¾. 3. 4. 37/8. 12. 14: d _o 8. _. d. D. 3336: 8: 5¼. 3. 4.¾ Middelbb. 6 8: 19: d: _:: D: _:o 't Jaar. n. b: N. 6: 7. - 6. 2. 11. ¾. Amsterdm 6. . 8. d_:o d. _:o 'tj: n b: d. _. 7. 2. 2. 19. — Middelburg 8. 10. d _. o d. _ o 't jaar n. 6. d. _. 7- 6¼. 3. —. 12. 22: d. _o 8. _:o N. 6. d. _. 8. —7 7/8. 3. – 5. 12: 35. d. _„o 8. _ o d. _. d. _. 8. — 2 /½. 3. 3 1/8. 12„ 17. d _„o d. _. d. 3. d. _. 8. 4 4. 3. 4. 1/8 Amsterdam 6. 7. d. _:o d. d: tjaan n. b. d. _. 7. 3 1/3. 2: 1 21/16 Geene Wapen Asaverus Amsterdam 4. 5 Een schip kosten 1646 747. 4. 11 2. 1. 3/8. 82 88 2 8 8 de e N.58 8 S pot. S: 8: 2 ve per 6 H de 5 83 540 5 . N ode N # ƒ 1„k d=m v. s d„m lb. lb. 6. 9. N: C: N: 6. N: 6. N. 6: 7. 5½. 3. 1 1/16 6. 8 d. _:o d. _o d: _. d. _:o 7 - 5. 3. –½ Geen wapen Asaverus Amsterdam 810. 5. 4 1/8 2. 4. 5/8. 4: 5: Een schip Koster 1642 Amsterd=m 12. 14: N: 6: N: 6. 't jaarn. b: 3472. 8:- 5. 3. 5. 3/16 12: 17: d: _:o d:o _o N. C: N: 6. 8. 7. 3. 5 5/6. P P. & Boorn 8 51. Sinden N e F 2 5 jaare 8 5 d 9 W d 3 8 No 8 8 3 3 5 d 23 6 d - 31. d _o 33: d. _o 9.
English
148 310. Memorandum The Artillery where placed: Center Defects to be calculated from the Breech feet inches As No. 4. As No. 4. As No. 19. This cannon is somewhat better than No. 2, but because the bore is full of cavities, it cannot be classified among the serviceable ones. As No. 19. This is a cannon worn out from firing that is no longer of any service. Even worse than No. 30. This cannon is serviceable, although of little effect. Bastion Curassu ditto ditto Curtain Mauritius ditto ditto ditto Bastion Wilhelmus ditto ditto ditto Serviceable Cannon Rhenish foot measure or Delft weight 35. Iron 36. ditto 40. ditto 41. Stone mortar Metal 4: 5. 43. ditto 44. ditto 45. ditto 46. ditto 47. ditto 39. ditto 37. ditto 38. ditto 42. Iron 24. 29. Portugal: ditto 16 18. 4960. 10. 2 ¼. 14 Amsterdam 12. 22. not known not known 1/4 jan 2. 6. not known 8. 3 ¼. 3. 5 ¾ Middelburg 12: 18. ditto ditto the year not known 3540. 8. 3 ¼. 3. 1. 3/8 Amsterdam 12: 22. ditto ditto the year not known 3360. 7. 11. 3. 2. - 12. 14. ditto ditto not known not known 8. - 5. 3. 54 Rotterdam 18: 1/28. ditto ditto the year not known ditto 9. 4 1/8. 3. 9 5/8 18: 23: ditto ditto ditto ditto 9 376: 3: 9. 8. 10. not known not known not known not known 7. 6. 3. 14 18. 32: ditto ditto ditto 4040. 9. -. 2. 3. 7 ¾. 18. 25: ditto ditto ditto 4100. 9: -2. 3. 7 3/8. 12: 16. ditto ditto ditto not known 8. 4 1/2. 3. 2 3/6 8: 16: ditto ditto ditto ditto 7. - 6. 2. 1116 8. 10. ditto ditto ditto ditto 7. 6 ½. 3. 7/16. No Coat of Arms Michael Middelburg 5 arrows Burgerhuys 162%. 720. 1. –1. 2. 1. — lb. lb. 48 Metal Further 149. Memorandum The Artillery where placed Defects to be calculated from the Breech feet, inches As No. 30. As No. 30. As No. 1. Because the stone cannonballs are no longer in use and are also not at hand at this place, this cannon is of no use. As No. 2. As No. 2. As No. 2. No. 30. Although this cannon has too much windage and the vent is 4 inches too wide, it can nevertheless, in case of need, be used. As No. 15. Center ditto ditto Bastion Amelia ditto ditto ditto ditto ditto ditto Cannon Rhenish foot measure or Delft weight 49. Iron 50. ditto 51. ditto 52. ditto 53. ditto 55. ditto 56. ditto 57. ditto 58. ditto 59. ditto 60. ditto 61. ditto 62. ditto 63. ditto 64. ditto sixty lb. lb. Amsterdam 4. 5. not known not known the year not known not known 7. 78. 2. 9 5/8. 8. 10. ditto ditto ditto ditto 7. 9. 3. 7/16. 8. 10. ditto ditto ditto ditto 7. 5 1/2. 2. 1 1/16 8. 12. ditto ditto ditto ditto 7. 8 ½. 3. –. 8. 12. ditto ditto ditto ditto 7. 10. 3. 1746 8. 15. ditto ditto ditto ditto 7. – ¾. 3. 3/16 12. 14: ditto ditto ditto ditto 8. – 5. 3. 1/16 12. 21. ditto ditto not known ditto 7. 11. 3. 2. Middelburg 12. 18. ditto ditto the year not known ditto 8. 2 7/8. 3. 1 216 12. 20. ditto ditto not known ditto 8. [illegible] 3. 1 8. 10. ditto ditto ditto ditto 7. 5. 4 2. 1 8. 10. ditto ditto ditto ditto 7. 7 ½. 2. 88 18 Amsterdam 12. 15: ditto ditto the year not known ditto 8. 5. — 3. 2 7/18 12. 17: ditto ditto ditto ditto 8. 5. – 3. 3 ¾ 12: 15. ditto ditto ditto ditto 8. – 5. . 3. 2 /8 12. 14. ditto ditto ditto ditto 8. 4 7/8. 3. 2 ½ Anchor year 34. ditto 150. Memorandum The Artillery where placed feet inches Center Bastion Amelia ditto ditto Bastion Victoria ditto ditto ditto ditto ditto Curtain Amsterdam ditto ditto ditto ditto Defects to be calculated from the Breech As No. 4. As No. 2. As No. 2. As No. 30. As No. 30. As No. 2. As No. 30. As No. 32. As No. 32. Of the serviceable cannon, the 12-pounders, No. 61, 62, 63, 65, and 66 are the best. Serviceable Load
Dutch transcription
148 310. Gal dd Lia Notitie Het Geschut 3 waar De 90 Gebreeken der 8 38 pr de 8 de van den Bodem af te reekenen 5 8 8e i8 a 93 e 6 E 8 Om Om Om Om gm voeten duimen. d„o 6„ 6„ d=m Vn 5 168 15. 115/8 3/6. 5/16. 5/16 Als N„o 4. 181: 12: 3 ¾ /6 /6. Als N„o 4. 11½ 8 6. 238. /6. 1716. Als No 19. 17¾. 12 8 5. 5/16. 5¾. 16 5/6. 12 7/8. 5. 5/16. 5 3/16. Dit Kanon is iets beter als N„o 2. maar, om dat de ziel vol holtens is; zoo kan men hetzelve onder het bruikbaare niet 17¾4. 14 8 5 5/16 ¼. 5¾. 1786. 14. 8. 4 /8: 3/6. ¾. stellen. 16: 8:164 4/6 /6 3/8 1846 1 31/6 /6: 4: Als N„o 19 16:1278: 58: 3/16 3 3/8 1612. 12¾. 5. 1/16. 5 3/16. Dit s een uitgeschoten kanon dat van geen dienst meer is. 17 /8. 13¾ 4 7/8 5/8. 5 3/16. Nog slegter als N„o 30. 171/6: 148. 4 7/8. ½. 5 71/16. Dit kanon is bruikbaar hoewel van weinig effect. 14 76 1 /8 4 16 ¼. 4½ 14 78: 218 3/16. 3 3/16. Bastion 0. Curassu. 0. d _o O. d _ Courtine B. Mauritius 3. d. _ o d_ B. d _o Bastion O. Wilhelmus e 13. do O. 8. _. o 0. d. _ 9: 3 3 B. geplaatst. B: Middelpunt De 8 65 aan L Man 6 e N e 8 178 c 9 15 Baul o Bekwaar d 8 6 d d B. B. . d. vs. Kanon Rhijnlandtse voetmaat of Delfs gewigt 35. Yzer 36. d. _ 40: d: _ o 41. Steenstuk Metaal 4: 5. 43. d_o 44: d _. o 45. d _ 46 d_s 47. d _o 39. d. o _o 37. d. _ o 38. d _o 42. IJzer N. C. 24. 29. Poctrugal: d: _ 16 18. 4960. 10. 2/¼. 14 Amsterdam 12. 22. N. b. N. 6. '¼ jan 2. 6. . b. 8. 3¼. 3. 5¾ Middelburg 12: 18. d. _ o d. _o tj. n. 6. 3540. 8. 3¼. 3. 1. 3/8 Amsterdam 12: 22. d _o d. _:o 't Jaar n. b. 3360. 7. 11. 3. 2. - 12. 14. d _ o d. _. A. b. N. 6. 8. - 5. 3. 54 Rotterdam 18: 1/28. d _o d. _:o 't jaar n. b. d _o 9. 4 1/8. 3. 9 5/8 18: 23: d: _: d: _: d: _:o d. _:o 9 376: 3: 9. „1 8. 10. N. 6. 1. 6. N. 6. N. 6. 7. 6. 3. 14 18. 32: d _o d _o d. _ . 4040. 9. -. 2. 3. 7.¾. 18. 25: d _:o d. 3. d. _. 4100. 9: -2. 3. 7 3/8. 12: 16. d. _„o d. _o d. _. N. 6. 8. 4 1/2. 3. 2 3/6 8: 16: d. _„o d _:o d _. d. _. 7. - 6. 2. 1116 ƒ 8. 10. d _o d. _:o d. _o d. _. 7. 6½. 3. 7/16. Geen Wapen Michael Middelburg 5 die pijlen Bugekheus 162%. 720. 1. –1. 2. 1. — lb lb. 35 va ƒ N e d N E 3 e 58 15 3 3 d 1 ƒ 389 e 153 d p 15 8 d 8 855 N g 8 h Jm d: d=n v„r d=r 8 48 Metaal - - N d 3 58 1 55 8 5 55 8 8 3 ged 95 8 N e Noch s N 2 8 6 63 13 2 E 385 a F 18 1 - 9 6 29 149. 18 65 hr Het Geschit 8 9 waar enber o15 van den 873 8=m d=m d=m dm d=m voeten, duijmen 188: 1858 412: ¼. ½ 8 1/6. 1 /8 76½. 5 5/16 Als N„o 30. 1816 16:2. 6 /16: ½. 6. Als N„o 30. 18. 13¾ 4 7/6 3/6 lbs N. 1: 164:12 3/6 4. 3/16. 5 53/6 166: 12 3/8. 4 ¼. 5½ 10½: 8 2/3 3. 3/16. 4. vermits de steen koegels niet meer in gebruik ook hier ter plaatse niet aan handen zijn; zoo is dit kanon van geen gebruik- 204. 17. 1/8 54 3/16 57/10. Als N„o 2. 18: 134 5/16/6 /6 l l N„o 2: 117 3/16. 13. 5. 1/16. 4 5/8. Als. No. 2. 54 1 8/6 13 ¾4 1 1/6. / 1 9/6 6 1/6 6 /6 /4 /6 : „o 30. P. 49 9/6: 16 1/16. 6. 7/16. 6 7/8. schoon dit kanon te veel speeliuimte heeft en het ontsteekgat 4. d„m te wijd is, nogtans kan zulks /:does noods:/ gebruikt worden. 21: 1 7/16:51/16 /16. 3/¾4 Als. N„o 15. 3/46. 1/6 Gebreeken Bodem af te ree„ „kenen. Notitie De Middelpunt O. d _o O: d _o 13. B. Bastion O. Amelia 0: d _o O. d. _:o d' _o O. d _o 1. d d _ o O: do geplaatst 0. d. _o ƒ338 3 d d 8 5 8 V 5 der 5 he T 8 de 89 + 8 verte B. 16 8 ƒ 8 312 _o _ - C - 1 : 13N de p 15 8 Rhijnlandse voetmaat of Delfs gewigt. 49. Yzer 50: d_:o 51. d _s 52. d: _„o 53. d. _„o 55. d _ o 56. d. _. o 57. d. _ o 58: d_o 59: d. _o 60. d _ o 61. d. _ o 62. d. _. o 63. d. _ o 64. d„o _. o Kanon de 8 85 de 8 d 68 3 3 Fo d t zestig 32 8 85 lb. ld. d. drn o . 8. Amsterd=m 4. 5. N. 6. N. 6. 't jaar n b N. b. 7. 78. 2. 95/8. 8. 10. d_–os d —o d . d_ _. 7. 9. 3. 7/16. 8. 10. d _o d _. d _. d. _. 7. 512. 2. 1 1/16 8. 12. d _o d. _. d. _. d. _. 7. 8½. 3. –. 8. 12. d: _. d. —. d. _o d. _o. 7. 10. 3. 1746 8. 15. d. —:o d. _ o d. _ o d. _. 7. – /¾. 3. 3/16 12. 14: d _o d. _o d. _o. d. _. 8. – 5. 3. 1/16 12. 21. d _o d. _. N. b. d. D. 7. 11. 3. 2. Middelbr: 12. 18. d. _:o d. _:o 't j. n. b. d. _. 8. 27/8. 3. 1 216 12. 20. d. _o d. _. H. b. d. D. 8. zer 3. l 8. 10. d. _ 5. d. _o d. _.o d: _ o 7. 5. 4 2. 1 8. 10. d. _. d. _. o d. —_. d. —. 7. 7½. 2. 88 18 Amsterdam 12. 15: d _o d. _o t jaar n. b„ d. — . 8. 5. — 3. 2 7/18 12„ 17: d _o d. _ o d. _ o d. _/o 8. 5. – 3. 3¾ 12: 15. d. _:o d. _. o 8: _o d _. 8. – 5. . 3. 2 /8 12. 14. d _:o d„ _:o d _ d. _. 8. 4 7/8. 3. 2 ½ 1 5 A x5 x 55 32 5 S. P 3 8 s S N 58 e e 10 N 5 6 S e de de d a e d e de F 2 3 1„ r 5 Ankker jaare 8 5 3 d „ 5 heN 8 34„ _ o 1 150: Notitie Het Geschuit waar ters de 8 do 5 voeten duimen 6 Geplaatst. Bastion Amelia 0. d. _ o d. _ Bastion O: Victoria. O. d_o B. O. d. _ o d _:o O. d _ o O. d _ O. do Courtine O. Amsterdam O. d_ d B. d 0. d _o O. d _ o 65 vors d. ƒ 5 der Gebreeken 18 te van den Boelem afte rekenen, ge om Dm om gm om. 12570:1/6: 3 ¾ ¾4. 4 8. 15/8: 12:1/8. 4. ½. 4¾ Als N„o 4. 16 18. 1238. 4 1½. ¼ 5 3/8. 16. 18. 12 /6. 4 1/16 16. 5 5/8. Als N„o 2. 1614. 12. 4. 3/8. 7/16 5/16. Als N„o 2. 15/8. 12 8. 4 1/6 /16. 4 2/6 Als N„o 30. 1178: 13 7/8: 5. 3/16. 5 3/16. 7/16. 6 7/8 Als N„o 30. 18: — 10. 1/8: 4¼ 18 1/8. 13. 5 1/8. ½. 5 3/16. Als N„o 2. 178. 13¼. 5. 37/8. 5 5/6. Als N„o 30. 15/16: 1:¾.: 6: 7/16. 2 5/16. Als N„o 32. 1614. 12 3/16. 4. 7/6. /16. 5 1/16. Als N„o 32. 175/4. 13 /¾. 5 1/8: ½ 5 3/16 Van het bruikbare kanon zijn de 12: . 17:16:14 /6 4 /8. /16. 5. ponders, N„o 61, 62, 63, 65, en 66. de besten 23/6 17¾4 14 1/8: 5. 57/16. 5 3/8 17/4. 14. 1/8. 5. 5/16. 5 3/8. 10 1/16 11 4/16 _o 88 he 37 8 d 8 8 Broekba F. : 5 8 839 50 1ed 6 dm dn d=m 8 37 de 8 x x v N Sbr Laad P gt. 18 8 appen. 38. 58. ƒ 9 S 23 237 3 5 49 S 314. 1 B. B3. „ - 2 3/6 23/16 /16
English
Cannon Rhineland foot measurement or Delft Weight 65. Iron. 12. 17. No. 6. No. 6. 1 Year. etc. lb. 8. 5. 3. 2 3/16. Circumference 17 1/4, 14 1/8. Caliber 5 1/8. Vent 3/16. Length 5 5/8. Bastion O. 6. 66. ditto. 12. 17. ditto ditto ditto ditto 8. 5. 3. 3 7/8. Circumference 17 3/16, 14 3/8. Caliber 5. Vent 5/16. Length 5 7/8. Bastion 1. 67. ditto. 6. 8. ditto ditto ditto ditto 7. 5. 3. 1/2. Circumference 14 5/8, 11 1/16. Caliber 3 3/4. Vent 3/16. Length 4 1/4. on the Square in front of the Government House. 68. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2 1/8. 2. 10 9/16. Circumference 14 3/16, 11 3/8. Caliber 3 3/4. Vent 3/16. Length 4 1/2. J. Z. 69. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2 1/4. 2. 10. Circumference 14 7/16, 11 3/16. Caliber 3 3/4. Vent 3/16. Length 4 1/2. Bastion 2. 70. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2 1/3. 2. 10 1/8. Circumference 18 1/16, 11 3/8. Caliber 3 3/4. Vent 5/16. Length 4 1/2. Bastion Curtain Ernestus. 71. ditto. 8. 13. ditto ditto etc. ditto 7. 8 1/2. 2. 1 1/2. Circumference 16 1/4, 11 3/4. Caliber 4 5/8. Vent 1/2. Length 4 5/8. As No. 4. Curtain O. Amsterdam. 72. Bronze. Ciprianus Amsterdam. No coat of arms. 4 Arans 1741. 1106. 6. 9 1/2. 2. 1 8/18. Circumference 11 1/2, 8 3/16. Caliber 2 3/4. Vent 3/16. Length 3 7/16. 73. Iron. 4. 5. ditto ditto ditto ditto 5. 3 1/2. 2. 2 7/8. Circumference 10 3/16, 9 1/8. Caliber 3 1/16. Vent 1/4. Length 3 3/16. 74. Iron. 10. lb. etc. ditto 1742. 1115. 6. 9 1/2. 2. 1 7/16. Circumference 10 7/16, 8 3/4. Caliber 2 7/16. Vent 3/16. Length 3 7/16. 75. ditto. ditto 1741. 1116. 6. 9 1/2. 2. 10 1/8. Circumference 10 7/16, 8 3/4. Caliber 2 7/8. Vent 3/16. Length 3 3/16. 76. ditto. 3. 4. ditto ditto ditto 1116. 6. 1/32. 7/16. Circumference 10 7/16, 8 7/16. Caliber 2 3/4. Vent 1/4. Length 3 7/16. 77. ditto. Batavia. No coat of arms. 2. 2 1/2 lb. 1674. 415. 3. 11. 3. 0. Circumference 7 7/8, 6 1/2. Caliber 2 1/4. Vent 5/16. Length 2 1/8. Note: The Artillery in the Ammunition Chamber. Because the touchhole of this cannon is twice too wide, it cannot be certified as fit for service, although it can be used if necessary. Record of defects to be counted from the breech. Where stationed: feet, inches. 78. Bronze. 2. 2 1/2. etc. No coat of arms. Not known. Not known. 423. 3. 1 1/2. 8. Circumference 8 1/4, 6 3/4. Caliber 2 3/16. Vent 7/16. Length 2 1/8. As No. 19. Bastion. 79. ditto. Batavia. 2. 2 1/2. ditto ditto 1669. 448. 4. 0. 19 1/16. Circumference 8 1/8, 6 5/6. Caliber 2 7/16. Vent 1/2. Length 3 1/16. As No. 19. Bastion. 80. ditto. 2. 2 1/2. ditto ditto Not known. 460. 3. 14. 19 3/16. Circumference 8 3/16, 7. Caliber 2 7/16. Vent 7/16. Length 3. As No. 19. Bastion. 81. ditto. Batavia. 2. 2 1/2. Batavia ditto 1669. 432. 3. 1 1/8. 18 1/8. Circumference 8 5/16, 6 7/8. Caliber 2 7/16. Vent 1/2. Length 3 7/8. As No. 19. Bastion ditto. 82. Iron. 8. 10. 1. 6. ditto 1. 6. 8. lb. 7. 5. 3. 3 3/8. Circumference 13 3/4, 9 3/4. Caliber 3 7/16. Vent 7/16. Length 5 1/8. Bastion ditto. 83. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 0. 2. 2. 9 3/4. Circumference 14 1/8, 11 1/16. Caliber 3 5/8. Vent 1/4. Length 4 7/8. Bastion ditto. 84. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2 1/8. 2. 9 3/4. Circumference 14 5/16, 10 11/16. Caliber 3 7/16. Vent 1/4. Length 4 3/16. Bastion ditto. 85. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2 1/8. 2. 8 1/16. Circumference 14 5/16, 10 1/8. Caliber 3 5/8. Vent 1/4. Length 5 1/16. Bastion ditto. 86. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 6. 14 2 1. Circumference 15 1/16, 10 1/8. Caliber 3 7/16. Vent 5/16. Length 5. Bastion ditto. 87. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2. 2. 18 1/4. Circumference 14. 10 7/8. Caliber 3 5/16. Vent 5/16. Length 5 1/16. Bastion ditto. 88. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2 1/3. 2. 9/16. Circumference 14. 10 1/16. Caliber 3 7/8. Vent 1/4. Length 5 1/16. Bastion ditto. 89. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 6. 2. 1 1/8. Circumference 11 1/4, 10 1/8. Caliber 3 1/16. Vent 5/16. Length 4 3/4. Bastion under Curaçao. 90. ditto. 4. 5. ditto ditto ditto ditto 7. 1 1/2. 2. 3/4. Circumference 12 7/8, 10 1/16. Caliber 3 1/8. Vent 1/4. Length 4 3/8. In the Ammunition Chamber. 91. ditto. 4. 5. ditto ditto ditto ditto 7. 0. 2. 9 1/4. Circumference 12 5/16, 9 3/16. Caliber 3 1/4. Vent 5/16. Length 4 7/16. In the Ammunition Chamber ditto. 92. ditto. 4. 5. ditto ditto ditto ditto 7. 1. 2. 9. Circumference 12 7/16, 9 3/16. Caliber 3 7/16. Vent 1/4. Length 4 1/16. Bastion ditto. Cannon Rhineland foot measurement or Delft weight. 93. Iron. 4. 5. No. 6. No. 6. No. 6. No. 6. 7. 1 1/4. 2. 9 1/4. Circumference 12 3/8, 9 1/4. Caliber 3 1/8. Vent 3/16. Length 4 5/16. Bastion under Curaçao. 94. ditto. 4. 5. ditto ditto ditto ditto 6. 5 1/2. 2. 6 1/4. Circumference 12 1/6, 9 7/8. Caliber 3 1/8. Vent 1/4. Length 4 5/8. Bastion ditto. 95. ditto. 4. 5. ditto ditto ditto ditto 6. 6. 2. 7 1/2. Circumference 12 1/6, 9 3/16. Caliber 3 1/8. Vent 1/4. Length 4 7/16. Bastion ditto. 96. ditto. 4. 5. ditto ditto ditto ditto 6. 14. 2. 9 1/8. Circumference 12 5/16, 10 1/6. Caliber 3 3/16. Vent 7/16. Length 4 7/16. Bastion ditto. 97. ditto. 4. 5. ditto ditto ditto ditto 7. 1. 2. 10 1/6. Circumference 12 5/8, 9 5/8. Caliber 3 1/8. Vent 1/4. Length 4 7/16. Bastion ditto. 98. ditto. 4. 5. ditto ditto ditto ditto 7. 0. 2. 10 1/4. Circumference 12 3/8, 10 1/16. Caliber 3 3/16. Vent 1/4. Length 3 5/8. Bastion ditto. 99. ditto. 4. 5. ditto ditto ditto ditto 6. 5 1/3. 2. 7/16. Circumference 12 1/16, 10. Caliber 3 1/2. Vent 1/4. Length 4 7/16. Bastion ditto. 100. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 3. 0. 2. 10 1/8. Circumference 11 5/16, 11 1/6. Caliber 3 3/16. Vent 7/16. Length 5 3/8. Bastion ditto. 101. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 8. 0. 2. 10 7/8. Circumference 12 3/8, 11 1/16. Caliber 3 3/16. Vent 1/4. Length 4 1/2. Bastion ditto. 102. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2 1/3. 2. 10 1/16. Circumference 12 3/8, 11 2/16. Caliber 3 7/16. Vent 1/4. Length 5 5/8. Bastion ditto. 103. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2. 2. 10 9/16. Circumference 12 3/8, 10 7/8. Caliber 3 3/8. Vent 7/16. Length 4 7/16. Bastion ditto. 104. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2. 2. 10 1/6. Circumference 12 3/8, 10 7/8. Caliber 3 7/16. Vent 3/16. Length 5 5/16. Bastion ditto. 105. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2 1/2. 2. 8 1/15. Circumference 14 5/16, 10 7/8. Caliber 3 7/8. Vent 1/4. Length 6. Bastion ditto. 106. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2 1/3. 2. 10 1/8. Circumference 14 5/16, 10 3/16. Caliber 3 1/8. Vent 3/16. Length 4 3/4. Bastion ditto. 107. ditto. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 7. 2 2/3. 2. 8 1/8. Circumference 12 3/8, 10 7/8. Caliber 3 3/16. Vent 1/4. Length 4 3/4. Bastion 8 3/16. Note of the Artillery, Diameter and Defects to be calculated from the Breech. Stationed: feet, inches.
Dutch transcription
Kanon Rhijnlandse voetmaat. of Delfs Gewigt 65. Yzer 66. d_o 67. d: _„o 68. __o 69 d _o 73 d _o 74. d _o 10. lb. a R 3 8 x ƒG8 ƒ vert 333 d 3 8 4 855 8 85 N 8 e 85 8 1 8 ond 8 8 5 38 d de de 8 v N 88 e JS ƒ 5X 3 7 78 v:t d=rn V:s d„o Amsterdam 12. 17. N. 6. N: 6. i Jaar t. C. . b. 8. 5. 3. 2 3/16 17 12: 17. d. _:o d. _o d. _o d. _o 8. 5: 3. 3 7/8. 6 6. 8. d _o d. _. d. _o. d. _o 7. 5. 3. — ½ E 6. 7. d. _:o 8. _.o d. _. 8. _. 7. 2 1/8. 2. 10 9/16 6. 7. d _o d _o d' _:o d. _:o 7: 214. 2. 10. . 6. 7. d. _:o d: _o. 4. _. 8. _. 7. 2 1/3. 2. 10 1/8. & 8. 13. d _„o _o H C. d. _. 7. 8½. 2. 1½. e 4. 5. d _ o d_o d_. d. _o 5. 3/2. 2. 2 7/8. Geen wapen Ciprianus Amsterdam 4„ _ Arans 1741. 1106. 69½ 2. 1818 3. 4 _o de R &C: d _. 1742. 1115. 6. 9½. 2. 17/16 3. A. _ o d de ƒ & d _ . 1741. 1116. 6. 915: 2.10. 1/8. 3. 4. 3. 4. d. _. d. —. d. _. 1116. 6. 1/32. 7/16. de Batavia N. C. 2. 2½ pb 1674 415. 3. 11 3. . 0. 1 5 8 72 Metaal 3 13 8 5 . met d a. ƒ 5e 5 ƒ 3 e 8 e 8 d v 8 ƒ 2 van 8 5 5 E 70. d. —. 71. d _„o 75 d _. 76. d D. 77. d _o BS. F. 316. 8 5 8 5 d 8 d 5 8 v x 8 Notitie Het Geschut 5 8 8 der In de Ammunitie kamer Vermits het ontsteekgat van dit Kanon de helfte te wijd is zoo kan hetzelve niet Bequaam be„ „kent gestelt worden hoewel dat zulks /:des noods / te gebruiken van 8 323 V Gebreeken 8 8 8 8 van den Bodem af te reeken v 5 „nen. 5 d 58 ec 8 d 9 5 8 Om Om Om Om m 8¼ 8„ 8„ 8„ 67 0„ 17 /4 141/8. 5 1/8. 3/16 5 5/8. 240 17 3/16. 14. 3/8. 5. — ƒ16. 5. 7/8 3/16: 4¼ 14 /8: 11 1/16 3¾. 14 3/6 1 3/8. 3¾ 3/16 4½. 1/6 14 7/16: 1 3/16: 3¾ 3/16 4½ 18 1/6 1 3/8. 34. 5/16. 4½ 5/8. 16.¼. 11¾ 4. ½ 4 5/8 Als N„o 4. ½. 11½: 8 3/16. 2¾ 3/16: 3 7/16 3 1/16. ¼ 3 3/16. 10 3/16. 9 1/8 10 7/6. 8 3/4. 2 7/16 3/16 3 7/16. 10 7/16„ 8¾. 2 7/8 3/16. 3 3/16. . 10 7/16. 8 7/16 2 3/4. ¼ 3 7/16 7 7/8. 6½ 2¼. 5/16. 2. 1/8. B. „ O. 6 B. 1 d op 't Slein voor 't Gouvernement J. Z. B. ƒ 2. 8 B. ƒ Courtine Ernestus. Courtine O. Amsterdam O. voeten duimen waar 29 9 8 Geplaatst. e E 2 6 8 8 ƒ & 5 d d 72 ƒ Ze 5 & ƒ 85 5 8 68 naam 8 6 5 B 8 d 3 6 ƒ _ _ _ - B d d B. 5 -- 1s. P No 13 1¾ A 79: d — 80. d _o 82. Yjzer 84:d 85: d _o 86. d. _o 87. d. _o 88. d. — 89. d: _:o 90. d _s 95. d_ Rhijnlandse voetmaat of Kanon Delfs gewigt 3 d 88 53 8 26 ide 8 v. t d=m o: d=n lb. Eb. Geen: Waar „ penao. N. b. N. 6. 423. 3. 1/½. 8. Batavia 2. 2½. d _5. d. —. 1669. 448. 4. —. 19 1/16 & 2. 2½. d _:o d. _. N. b. 460. 3. – 14. 19 3/16. 6d. ƒ vl: Batavia 2. 2½. Batavia d _. 1669. 432. 3. 1 1/ 1 8 /8. 8. 10. 1. 6. d. —. 1. 6. 8. b. 7. 5. 3. 38. 10 3 8 _:o 8. _:o 6. 7. d. _.:o d_ _ 8. _. 7. — 2. 2. 9.¾ 3 13 — 7. 25 2. 9 ¾. 6. 7. d _„o d _. d. d. 6. 7. d — 3. — d. — 8. —. 7. 2 1/8. 2. 816 6. 7. d. —5. d. — 2. d. — d. —: 6. 142 1. 6. 7. 8. —. d. –. d. –. 8. —. 7. 2. 2. 1844 6. 7. d. —. 8. – d– . d. — 7. 2 13. . 9/165. 6. 7. 8. _' d. _:' d. _o d. — 7. 6. 2. 1 1/8 4: 5 d _o d. —. d — d —. 7- 12. 2. ¾. 4: 5: d _=o d' _: d. —. o d —. 7. —. 2. 9¼. 4: 5: d _: d. D: d __: d. 3 7. 1. 2: 9br 78. Metaal 2 2½. &C: 5 v 8 de 28 8 d e 8 de 5 5 Num ƒ 9 g 81. 8. _o ƒ 7. c 8 83. _o Nold e 8 5 d F 63 3 jaare 185 ƒ 1 No 2 vande Cp. B 92. d _o. 152. 318 63 301 AC 5 x Notitie e Geplaatst. Het Geschiet waar Jemeterd 8 der Gebreeken x van den Bodem af te te S5 f. 8 reekenen 6 d 8 58 155 did N de ƒ000r om om m Om om voeten, duimen dm d„m dm d„m d=m d„n 8¼. 6. 74. 2. 3/16. 7/16. 2 1/8. Als N„o 19. 8 1/8. 6 5/6. 2 7/16 12. 3 1/16 Als. N:o 19. 2. 7/16. /16: 3: Als. N o 19. 8 3/16. 7. 8 5/16. 6 7/8. 2. 7/16. ½ 3. 7/8. Als N„o 19. 1374. 9 ¾ 3 76: 716: 5: 1/8 1/8 1 1/6 3 /8. 14. 4 7/8. 14 5/16 10 17/16 3 7/16. ¼4. 4 3/16. 14 56 10 /8. 3 /8. 4. 5 1/16. 1516. 10 18. 3 7/6. /6 14. 10 7/8. 3 5/6. 5/16. 5 1/16 14. 10 1/16 3 7/8. 14. 5 1/16. 1174. 10 8. 3 1/6. /6. 4 ¾. 12 7/8: 101/16 1/8. ¼¾ 4 3/8. 12 5/169 3/16. 3:4. 1/6 4 7/16. 1276:9 3/6 3 7/6: 14. 4. 1/16. B . B. B. . d. _ o d. _ o d. B. B. B. 8. _. o d_ d _o d _ o B B. B. B. O. d _o O. d onder Curassa. In de Ammunitie O. kamer. O. d _o . 8 828 6 8 18 18 5 68 6 Nov d 55 d d 55 26 8 3 88 P 8 der 8 8 - 6 887 d 9 5 5 d_ . . d. _ o _ _o B. d _ 15: Aopl 68 Kanon Rhijnlandse voetmaat of Delfs gewigt. 93. Yzer. 94 d_ 95: d _o 96. 8— 98. de 99. d. _. o 100. 8_o. 101: d _:o 102: d_o 103: d _o 184: d _:o 105. 8 _. 106. d _o 8 5 8 8 d 8 3 A 1732 86 5 18 3 p t 8 58 „ lb. lb. J N 3 4. 5. N: 6. N. C: N: 6. N: 6. 7. 1¼. 2„ 9¼. 3 4: 5. d. _.o 8. _o d. —. d. _ 6. 5½. 2. 64: e 4: 5. 8. _. 8. _:o d. _:' 8. _. 6. 6. 2 7½ 4. 5: d —. 8. _. d. _. d _. 6. 14. 2. 9 1/8. — 4: 5: d _:' 8: _o d. _. d. _. 7– 1. 2. 10 1/6 4. 5. d _. d _' d . d _ 7. — 2= 10¼. 4. 5: d _o d. _o d —. d —. 6 5 1/3. 2. 716. 6: 7: d _' d _: 8. _. d _ 7. 3. – 2. 10. /8. 6. 7. 8. _. 8 _. d _ 8 _o 7. 8 — 2. 10 7/8. 6: 7: d _o d _o 8. —. d. —. 7. 213. 2. 10 /6. 6 p. d –o d– d. – d— 7- 2. 2. 10 9/16 6 7. d –. d – d–5. d. — 7– 2. 2. 10 1/6. 6 7. 8 2. 8. —. 8. — d —. 7. 2½ 2 8415 6. 7. d _' 8: _o d_. d. — 7. 2 1/3 2. 10 1/8. 6. 7: d —: d. — 8. _' d —. 7. 2 2/3. 2. 8 8: 99 97. d _ o e 19 d 92 3 d ve s 8 de LEE N 68 8 8 8 83 858 85 89a v. t d=m v. d=o 5 8 2 2 te 5 8 85 8 8 8 N 7.6 se van 6 8 107. d _o 30 69 155 320. Notitie Het Geschiet der ƒ S e 88 68 Diameter Gebreeken van den Bodem af te reekenen. voeten duijmen waar 6 Geplaatst 5 onder Curassa 6 8 B. B. B. B. B 32. B. 3 B. B 38. B d_o B „ B. d 9 B. 1 _o d _o B. d. _:o d_. d _o C d_ _ o d _o B. 12 3/8„ 9¼ 3 1/8. 3/16 4 5/16 12 1/6. 9 7/8. 3 1/8 ¼ 4 5/8 12 1/6 9. 3/16. 3 1/8. ¼ 4 7/16: 12 5/16. 10 1/6. 3 3/6 7/16 4 71/16. 12 5/8. 9 5/8. 3 1/8. ¼. 4 7/16 1/6 3 5/8. 12 3/8. 10 1/16. 3 3/16. ¼ 4 7/6 12 1/16. 10. 3 /½. ¼ 11 5/6 1 /6 3/6. 7/6. 5 3/8. 4½. 12 3/8. 11 1/16. 3 3/16. ¼. /16. 12. 3/8. 1 2/16. 3 7/16. 14. 5 5/8. . /16. 12 3/8. 10 7/. 3 /8. 7/16 4 17/16. 12 3/8 10 7/8: 3 7/16 3/16. 5 5/16. 14 5/6. 10 7/8. 3 7/8. ¼ 6. 14 5/16. 10 3/16 3. 1/8. 3/16. 4¾. 12 38: 107/8: 3 3/6 4 4¾ 3/8. /8. Om m Om dm m d7 9. 8 8 8 5 83 3 5 d 6858 8 97 8 58 Diamete 5 3 5 e e 3 8 S: 8 50 S 1 ƒ ƒ 68 1 1 ƒ 5 d 9 6 c g 6 9 9. c do . B. 8 3/6.
English
Cannon Rhineland foot measurement or Delft weight 108. Yper 111. ditto 112. Brass 118. ditto 119. ditto 120. Brass 95. 13 lb 110. ditto 113. Iron 116. ditto 109. ditto 115. ditto 114. ditto 122. ditto feet inches feet inches 2. 2. H. 6. 6. 6. 6. 4. 0 3 1. h 2. 2½. ditto ditto ditto ditto 4. 10 1/3. 2. — 1/8. 2. 2½. ditto ditto ditto ditto 4. 10½. 1. 1½ 2. 2½. ditto ditto ditto ditto 4. 10½ 1. 1¾ 4. 6. Portugal ditto ditto 820. 7. 9¼. 3. — 3¾. 6. 8. N. 6. ditto ditto N. b. 7. 4½. 3. 1/16. 6. 7. ditto ditto ditto ditto 6. 1 1/8. 2. 1 1/8 6. 8 ditto ditto ditto ditto 7. 3. 2. 9 3/6 6. 11. ditto ditto ditto ditto 6. 18¼. 2. ¼ 6. 9 ditto ditto ditto ditto 7. 3. 2. 11 7/6. 6. 10. ditto ditto ditto ditto 7. 5. 3. 2 7/8 6. 10. ditto ditto ditto ditto 7 3. 2. 9¼. 1 1¼ Batavia ditto ditto 198. 3. 11½. 1. 2. 3/8. N. C. 453. 5. 2. 2. 2 1/16. 1 17. 6. ditto 17 168 Z 288. 3. 8¾ 1. 5. N. 6. 44. 1 1¼. 117. ditto 121. ditto 154. 322 Where the Artillery is Placed Base Note of the Defects to be calculated from the Base. inches inches inches inches inches 9 5/8. 7¼ 2¾ 1/16 3 3/8. 9 5/16. 7¼ 2 3/16 3/16 3 1/8 9 5/8. 7¼. 3/16. 3/16. 3 5/8. 9 5/8. 7 3/8. 2. ½. 3/16. 3. 5/8. 180. 8¼. 3 1/6 3/16 3 5/16. As No 19 13 16. 10 1/4. 3 7/6 1/6. 4½. 15 3/16. 10 1/8. 3 1/8 4 4 5/16 14. 1 4/6 3/8 7/16 4 8 14 1/ 1 3/6 3 3/16. 1/6. 6. 14. 10 1/6 3 5/6. 1/6. 4¾ As No 4. 13 16 10 7/6 3 1/8. 1/16. 4 4. As No 2. 3 3/6. 10 1/8. 3 1/6 1/16 6. As No. 2. 6¼ 5 5/6. 2. 1 7/8. 5/6. 7 3/6 6 1/8 2. ¼. 2¼ 7 3/16. 5 5/16 2. 5/6. 2 1/16. As No. 30. feet inches Bastion ditto Bastion The Bastion at Bastion Trangiera Gate Bastion Bastion In the Ammunition Room Bastion Bastion ditto under Curassa Bastion Bastion ditto Cannon Rhineland foot measurement or Delft weight. 134. ditto 123. 125. 126. 127. ditto Brass 124. ditto ditto ditto 128. ditto ditto ditto ditto ditto 133. ditto 132. ditto 131. 130. ditto 129. 135. ditto lb. lb. Jan Pieterse Amsterdam 1756. 242. 3. -5½. 1. - 5. 1 1 Everhard Middelburg & Po. Bellen 1757. 264. 3. —7½. 1. 5 57/8 1. 1¼. 41 N. 6. N. 6. 268. 3. 8 1k. 1. 7 2/ 1. 1¼. Amsterdam Pieter Seest 1761. 225. 3. 1/6. 1. 8 1/16. 1. 1¼ C. Crans Amsterdam 1747. 237. 8. -3. 1. 4¼. 1. 1¼. N. b. N. 6. 279. 3. 8 3/4. 1. 3/6. 1. 1¼ ditto ditto 279. 3. 2 4. 1. 578. 1. 1¼ ditto ditto 298. 3. 2/3. 1. 4 74/6 1. 1½. ditto ditto 266. 3. 2/4. 1. 4 5/8. 1. 1¼. ditto 1. 1.¼. N. 6. ditto ditto 288. 3. 6 7/8. 1 5/8. Everhald P. v. Belsen Middelburg 1757 275. 3. -7 7/8. 1. 5 1/8 1. 14. 51. N. 6. N. 6. 218. 3. 6 5/6. 537/4. ditto ditto H. 6. 3. 7. 1. 5 7/8. 1. 1¼. 1. 1¼. 155. 324 Where the Artillery is Placed Diameters Note of the Defects to be calculated from the Base. inches inches inches inches inches 7 5/6. 5. ½. 2. 3/16. 2. 7¼ 5 5/8. 2. ¼. 2 3/8 6 7/8 5 5/16 2. ¼ 2 1/8 7¼. 5 1/16. 2 1/18 3/6. 2. 76. 5/16. 2 3/6 7/6. 2 1/16. 6786. 5 3/16 2. 5/16. 2 1/16 6 5/6 5 7/16. 2. 5/16. 2 5/16. 5. 5/8. 3/16. 2 1/16. 2. 678. 5 53/6. 2. 3/16. 1 7/8. 7¼ 6 1/16 2. ¼. 2. 1/16. 7 9/16 5. 1½. 2. 3/16. 2¼ 7 3/16 5 7/8. 2. ¼ 2 1/8. 7 5/8 5 7/6. 2. ¼. 2 1/8 feet inches In the Ammunition Room Bastion Bastion Bastion Bastion Bastion ditto Bastion ditto Bastion ditto Bastion ditto Bastion ditto Bastion ditto Bastion ditto Mortars and Howitzers. Rhineland foot measurement or Delft Weight Brass 1 Howitzer 4 1/8 4¼ Zeeland M. Everhard Zeeland 1765 244. 2. ½. — 11½ N. 6. 2. Mortar 1½. 4¾. No 6. 1675. 140. 1. 3¼ Claes Hoorn et Albert de Grave Amsterdam 1707 N. 6. 1. -34. —72. 4¾ 5. C. Crans Janz. Amsterdam 1736. 92. 1. 2¼. - 7¾. 4 7/8. 5. Amsterdam 1736. 360 1. 8 /8. – 10½ Jan Mobert de grave Amsterdam 1728. 513. 2. — 2/8. – 13½. 7. 7¼. ditto ditto 1718. 468. 2. -2. —. 13¾. 6. ditto 3. ditto 3. ditto 4. ditto 7. ditto 156. 326. Where the Artillery is Placed Diameters Note of the Defects to be calculated from the Base. inches inches inches inches inches feet inches In the Ammunition room 8¼ 8 1/6. 2 1½ 1/8 2½. 6¾. 84. 1½ ¼ 2. This one can well be spared at this location Bastion ditto 7¾ 2 7/8 1/16. 1 3/16. Likewise 9¼. 10 7/8. 7/8. 7/16 2. ½ 9 7/8. 114. 4. 3/16. 3 8¾. 9 7/8. 11¼. 3. 3/16 3. 1/16. 7 3/8. 1. 3/8. 1/8. 1¾. Likewise Bastion ditto. Bastion Bastion Bastion Bastion ditto Bastion ditto Agrees with the original submitted to the Council of Policy on 23 January 1779. On the 21st Total. TABLE of all the Brass and [illegible] as they are found both in the Magazines of the Government Calibres Serviceable Defective 2. Brass Cannons of 24. lb. 2. - Iron ditto - Brass Cannons of 18. lb. - 4. Iron ditto 4 - Brass Cannons of 12. lb. - 27. Iron ditto 24. 3. - Brass Cannons of 8. lb - - Iron [illegible] - Brass Cannons of 6. lb. - 32. Iron ditto 24. 8. 6. Brass Cannons of 4. lb. 6. 18. Iron ditto 14. 4 4. Brass Cannons of 3. lb. long 4. - Iron ditto 5. Brass Cannons of 2. lb. short 5. - Iron ditto 16. Brass cannons of 1 lb. 16. - Iron ditto 135. Cannons in total 55. 80.
Dutch transcription
P de ge Kanon. Rhijnlandse, voet maat of Delfs gewigt: 108: Yper 111. d _ 112: Mezaal 118. d _o 119. d_o 120. Metaal t 95: 13p 8 deged d N 8 d de 3/e 110. d 113. YJzer 116. 8 _o 109. d_o 115. d. _:o 114. d _o 122. d lb. 4b 8 52 van 8 8 de 568 L8 883 28 8 058 de 88 d 853 5S 38 ve 8 v. r d=m O. t D=n 2. 2. /. H. 6. . 6. . 6. . 6. 4. 0 3 1. h 2. 2½: d _ d. _. d_. d. _. 4: 10 1/3. 2. — 1/8. 2. 2½. d –. d. _. d. _ d _. 4. 10½. 1. 1½ 2. 2/½. d –o d. – d _ d _. 4.: 101½2 1–. 1¾ 4. 6. Poetigal. d. _ d_o 820. 7. 94. 3.- 3¾. 6. 8. N. 6. d. _o. d _o N. b. 7- 4½2. 3. 1/16. 6. 7. d _ d. — d. — d. —. 6. 1 1/8. 2. 1 1/8 6. 8 d_ d. _. d. —. d _. 7. 3. 2. 9 3/6 6. 11. 8. _. d—. 8. —. d —. 6. 184. 2. ¼ 6. 9 8. _ d–o d– d_– 7. 3. 2. 11 7/6. 6. 10. d _o d_o d– d_ 7. 5. 3. 2 7/8 6. 10. d– d– d– d_ 7 /3. 2. 9¼. 1 1¼ Batavias d _ o d _ 198. 3. 11½2. 1. 2. 3/8. N: C. 453. 5-2. 2. 2 1/16. 1 17 . 6. d.: 17 168 Z 288. 3. 8¾ 1. 5. N. 6. 44. 1 1¼. r aa ƒ 0 ƒ per de 18 @o 15a1 s ee 8 68 : e 15 5 d e te e den 628 88 6 Cenbeer 1 117. d _o 121: d _o 154. 322 P Het Geschut gua Geplaatst 6 8 P f 90 53 8 8 Bodem waar Notitie der Gebreeken 5 van den Bodem af te reekenen. 8 5 d E Em 6m Oin En 8„ d=m d=m 9 5/8. 7¼ 2¾ /16 3 3/8. 2 3/16 3/16 3 1/8 9 5/16. 7¼ 9 5/8. 7¼. 3/16. 3/16. 3 5/8. 9 5/8. 7 3/8. 2. ½. 3/16. 3. 5/8. 180. 8 ¼. 31/6 3/16 3 5/16. Als N„o 19 13 16. 101/4: 3 7/6 /6. 4 ½. 15316: 10 1/8. 3 1/8 4 4 5/16 14. 1 4/6 3/8 7/16 4 8 14 1/ 1 3/6 3 3/16. /6. 6. 14: 10 1/63 5/6. /6. 4¾ Als N„o 4. 1316 107/63 /8. /16. 4 4. ls N„o 2: Als No. 2. 3 3/6: 10 1/8: 3 1/6 /16 6. 1 7/8. 5/6. 6¼ 5 5/6. 2: ¼. 2¼ 7 3/6 6 1/8 2: 5/6. 2 1/16. 7 3/16. 5 5/16 2. Als No. 30. voeten duijmen B. 9 d 13. d. _o B. e B. . O. d _ Het Bolwerk bij B: Trangiera Poort B. „ B de de 0. d _o 0. d_o d 8 O. O. d In de Ammunitie Kamer B. B. d_ d onder Curassa N Ge 87 6 B. & 5 5 8 8 N 373 5 et 8 dm 5 e G8 d„o 68 88 88 d 8 6 67 187 de 8 8 5. Kanon Rhijnlandse voetmaat 134. d. _o 5 & 5 123. 125. 126. 127. d. _ o Metaal of Delfs gewigt. s 3 8 de 8 S 8p 38 7 2 e R 85 S Gr v. t dm v. d„r l8. lb. Jan Wapen Pieter Amsterdam seest 1756. 242. 3. -5½. 1. - 5. vl: 1 1 z Everhard Middelburg &t Po. Bellen 1757. 264. 3. —7½. 1. 5 57/8 1. 1¼. 41 N. 6. N. 6. 268. 3. 8 1k. 1. 72/ 1. 1¼. de Amsterdam 225. 3. . 1/6. 1. 8 1/16. pl: Pieter Seest 1761. 1. 1¼ C. Crans Amsterdam _. 1. Zr:. 1747. 237. 8. -3. 1. 4¼. 1. 1¼. d. N. b. N. 6. 279. 3. 8 3/4. 1. 3/6. 1. 1¼ 1 d_. d_. 279. 3. 2 4. 1. 578. pt 1. 1¼ d _ o d_o. 298. 3. 2/3. 1. 4 74/6 1. 1½. d_o _. d_ 266. 3. 2/4. 1. 4 5/8. d 1: 1¼:d 1. 1.¼. N. 6. d. _. d _. 288. 3. 6 7/8. 1 5/8. d Everhald Middelbb: r:o P. v. Belsen 1757 275: 3. -7 7/8. 1. 5 1/8 1. 14. 51. R R vl N. 6. N. 6. 218. 3. 6 5/6. . 537/4. d vct _:o d _ H. 6. 3. 7. 1. 5 7/8. d 1. 1¼. 1. 1¼ 28 8 neert 5 8 8 e E 558 58 d dE de 2 e x 8 ƒ e ƒ 124. d _:o 8_o d _o 128. 8. _o 8. _:o _o _o _o 133: d _o 132. d 131. 8 P 130: d 129. end de d 5. 5 5 5 5 8 5 9 8 es de t 3 5 5 8 88 d 3 3 e 6 E 5 ƒ 3 135. d _:o 155. 8 6 de Ja 8 10 d 5 der Notitie Het Gesteheerd waar Geplaatst et 3 Diameters Gebreeken e 5 Ja van den Bodem aftereekenen. d 2 8 8: 868 3 Om M Om Om d„ d„r d„ d„r 81 No 6 7 5/6. 5. ½. 2. 3/16. 2. 7¼ 5 5/8. 2. ¼. 2 3/8 ¼ 2 1/8 6 7/8 5 5/16 2. 7¼. 5 1/16. 2 1/½8 3/6. 2. 76: 5/16. 2 3/6 7/6. 2 1/16. 5/16. 2 1/16 6786. 5 3/16 2. 5/16. 2 5/16. 6 5/6 57/16. 2: 2. 5. 3/16. 2 1/16. 5/8. 3/16. 1 7/8. 678. 5 53/6. 2. ¼. 2. 1/16. 7¼ 6 1/16 2. 3/16. 2¼ 7 9/16 5. 1½. 2. ¼ 2 1/8. 7 3/16 5 7/8. 2: 2 1/8 7 5/8 5 7/6. 2. ¼. voeten duijmen In de Ammunitie B. Kamer d _ B. B. B. 3. B. e e B. d _o B. d _. B d_ de B. c 8. d_. o B. d _o de de d _. d_ 8 8 8 5 e 6 5 N 8 e 8 5 8 8 5 de F 324 - 9 ende - - B. d _. d 687 86 8 d 0 e 8 fo 3 ƒ 7 ƒ 8 5 9 5 8 8 6 1 5 5 ƒ 8 5 x 8 de 5 8 d d e 86 888 e d es e Slauwitzers. es 3 3 Rijnlandse voetmaat „Pm m Om m v. . d„o of Delfs Gewigt dr „ 6„ M. Ever Zeeland 1 Hauwitz 4 1/8 4¼ Zeeland hard M: 1765 244. 2. ½. — 11½ N. 6. 2: Mortier 1½: 4¾. N:o 6. tans sop 1675. 140. 1. 3¼ Claes Hoor „den et Amster„ ƒ4 Albert de „dam N. 6. 1: -34. —72. &t Grave 1707 4¾ 5. C. Crans Amsterd=m 47 1736. 92. 1. 2¼. - 7¾. vr Janz. 478. 5. Amsterd. 9 1736. 360 1. 8 /8. – 10½ vt. d 7: 114 Jan Mo Amsterd„m bert de grave 1728. 513. 2. — 2/8. – 13½. 7. 7¼.d d _o 7. 7. ¼. d—. d—. 1718. 468. 2. -2. —. 13/¾. 6. d _o 3. d _o 3: d _o 4. d _o Mortieren en Metaale de 5 5 5 d 8 an 3 3 63 8 7. d _. 156: 326. bit 8 5 9 Notitie Ihet Geschut mearten kleer 901 der N 8 5 2 ameters v der Gebreeken Lidr 8 van den Bodem af e s 1 te reekenen. 868 8 18 68 68 83 5 Om n Om Om m voeten duijmen d„o d„o d„o d„o d„o In de Ammunitie 8¼4 816: 2:1½: 1/8 2½. kamer 6¾: 84. 1½ ¼ 2. d Deeze kan hier ter plaatze wel B. gemist worden 7¾ 2 7/8 1/16. 1 3/16. Insgelijks 7 9 4. 10 /8 . /8. /16 2: ½ 3/16. 3 9 7/8. 114. 4. 8¾. 9 7/8. 11¼. 3. 3/16 3. 1/16. 7 3/8: 1. 3/8. 1/8. 1¾. Insgelijks B: d_o. B. 6 B. d d_. 9 d _o B. Accordeert met het op den 23. Ianuari 1779. in Raade (van Plitie ingedien te Origineel 3 B: 8 _o B. 8 waar plaatst 53 7 0 van 8 P get 8 8 5 ge 3 5 9 d 5 d G 8 ƒ . d Op den 21.„ Totaal. Kalibers 2. Metaale Kanons â 24. lb.. ijzer dito - Metaale Kanons â 18. lb. 4. ijzere dito Metaale Kanons â 12. lb. 27. Yzere dito Metaale Kanons á 8. lb Yzere Metaale Kanons à 6. lb. 32. Izere dito 6. Metaale Kanons à 4. lb. 18: Izere dito 4. Metaale Kanons à 3. lb. lange Yzere dito 5. Metaale Kanons â 2. lb. korte dito t Yzere 16: Metaale kanons â 1 lb. Yzere dito 135. Kanons in Z„t „ 24. 25 11. 3. 16. 18. 55 zoodanig als dezelve zig bevinden zoo op de Magazijnen ten Gouver Bequaam Defect J A BE L van alle de Metaale en - . . - 4 3. 8. 4 2. 5 16. 80.
English
167 328. iron pieces of cannon, together with the cannonballs, on the ramparts, works, outposts as well as in government Malacca. January 1779. Total Calibers 192 cannonballs at 24 lb: 192 serviceable 349 ditto 18 lb: 349 serviceable 2889 ditto 12 lb: 2889 serviceable 2955 ditto 8 lb: 2955 serviceable 2152 ditto 6 lb: 2152 serviceable 589 ditto 4 lb: 589 serviceable 1381 ditto 3 lb: 1381 serviceable 1485 ditto 2 lb: 1483 serviceable 2 defective 168 ditto 1 lb: 168 serviceable 12158 cannonballs in total: 12158 158. 329 To the Right Honorable Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of this city and fortress &c. together with the Honorable Members of the Respected Council of Policy Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen! Since, in accordance with your Honorable Council's esteemed resolution of 30 November last past, we have been charged with compiling an exact statement and inventory of all the ordnance and shot on hand here according to the tables sent hither for that purpose by the High Government of the Indies, and also with stating how much thereof beyond the quota, according to the Memorandum of Economy of 5 May 1755, can be sent to Batavia as surplus; we, although the standard gauge and the steel ball gauges 158. 329 To the Right Honorable Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of this city and fortress &c. together with the Honorable Members of the Respected Council of Policy Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen! Since, in accordance with your Honorable Council's esteemed resolution of 30 November last past, we have been charged with compiling an exact statement and inventory of all the ordnance and shot on hand here according to the tables sent hither for that purpose by the High Government of the Indies, and also with stating how much thereof beyond the quota, according to the Memorandum of Economy of 5 May 1755, can be sent to Batavia as surplus; we, although the standard gauge and the steel ball gauges ball gauges made for the respective Chambers (as appears from the extract from the minutes of what was resolved in the Council of the Indies on 14 September 1778) and the Memorandum of Instruction on how the aforementioned gauge and ball gauges ought to be used have not reached us, nevertheless, in order to comply with the highly honored intentions of Their High Excellencies as far as possible and to the best of our understanding, have measured the artillery located here using the Rhineland foot measure, and have made use of the ball gauges that are in use by the artillery according to the ordinary calibers of one and more pound balls of iron, and according to the same, entered the cannons, mortars, and shot into the tables. But concerning the weight of the ordnance, we cannot state anything other than what is visible upon the same, because no instrument with which such can be weighed is present here, and therefore, for the greater part of the iron cannon, no pounds are known. The bar shot and bolt shot in stock here (according to the report of the inspection of the artillery of 16 November last past), which are of great use on ships, but signify little in a fortress, we have not been able to report as surplus 159. 331 to report, because the Memorandum of Economy makes no mention of such shot, and we are also unaware whether this shot, according to some other established regulation, must be kept on hand here over and above the number of round shot and grape shot. Since the Memorandum of Economy specifies one hundred shots or as many balls for each cannon, and where a greater number is on hand, one hundred and fifty; we therefore must bring to the attention of Your Honorable Worships that for the: Round shot of 24 lb: 8 pieces too few for 100, and 108 pieces ditto for 150 shots ditto of 18 lb: 51 pieces too few for 100, and 251 pieces ditto for 150 shots ditto of 12 lb: 189 pieces too many for 100, and 1161 pieces ditto for 150 shots ditto of 8 lb: 555 pieces too many for 100, and 645 pieces ditto for 150 shots ditto of 6 lb: 1048 pieces too few for 100, and 2648 pieces ditto for 150 shots ditto of 4 lb: 1011 pieces too few for 100, and 1811 pieces ditto for 150 shots ditto of 3 lb: 981 pieces too many for 100, and 781 pieces too many for 150 shots ditto of 2 lb: 583 pieces too many for 100, and 133 pieces ditto for 150 shots ditto of 1 lb: 1432 pieces too few for 100, and 2232 pieces too few for 150 shots The surplus number of 3 and 2 lb balls would, according to the regulation, be excess here, but this is not a caliber that is used so much in the fortress as on the vessels; and therefore these balls exceeding the quota ought not only to be retained, but even one hundred shots of this caliber for as many pieces as one has on the vessels ought to be in stock to be in stock, in order to immediately replenish the designated quota on the vessels when any thereof has been expended. By the Memorandum of Economy, 7 pieces of brass cannon of 4 lb are also established; however, no more than 4 pieces of this caliber being here, among which 2 pieces are unserviceable, and also one swivel gun, and an old Portuguese cannon of 4 lb (both unserviceable) cannot be counted among them; thus we have not been able to report the 4 pieces of brass three-pounders, which otherwise according to the regulation need not be here, as surplus, because these, in place of the aforementioned 4 pieces of unserviceable brass four-pounders, must remain here as most necessary, and the 1 piece of iron cannon of this caliber that is excess here constitutes the seventh or missing cannon of the quota. Of iron cannon of 8 lb, there are 24 pieces here, and according to the Memorandum of Economy 27 pieces are established, thus 3 pieces too few; and of 6 lb there are 32 pieces here, established 26 pieces, 6 pieces too many, which latter could be used upon occurring opportunities on the vessels, or if one were forced in time of war to throw up an entrenchment near the fortress. In this connection we have observed that here 1 piece of iron cannon of 8 lb is more, and 1 piece of 6 lb is less, than is recorded according to the report of the aforementioned Commissioners, which error may perhaps have crept in from years past, because the pieces were indeed counted during the inspection, but never measured.
Dutch transcription
167 328. ijzere stukken Kanon, beneevens de Kanon Koegels, „ 1. „ de Wallen, Werken, Buiten Posten als in nement Malacca. Januari 1779. Totaal Kalibers 192. kanon koegels â 24. lb 349 dito 2889 dito 2955. dito 2152. dito 589 dito 1381. dito 1485. dito 168 dito 12 158. kanon Koegels in Z. t „ 3. „ „ 4. „ „ 6. „ „ 8. „ 12. „ „ 18„ 2889. 2955. 2152. 589. 1381. 1483. 168. 12158. 349 „ 192 Bequaam Defect „ 2. „ 158. 329 Aan den Wel- Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus, de Bruijn, Gouverneur en Directeur deezer stad en Fortresse &c: benevens De Heeren Leden van den Agtbaren Raad van Politie Wel-Edele Gestrenge Heer en E. Heeren! Nadien ons volgens uwel Edl: Agtb: geerd Raadsbesluit van den 30. November a: p: opgedragen is, een exacte staat en Inventaris van alle het hier aan handen zijnde Geschut en Grofscherp, volgens de subles ten dien einde van de Hooge Indiasche Regeering ^ ook herwaarts gezonden te formeeren ^ op te geeven hoe veel daar van boven de bepaling, volgens de Memorie van menagie van den 5. Maij 1755; als overtollig na Batavia kunnen gezonden worden, zoo hebbe wij, schoon de gelijke talstok en de stale koegelmallen. 158. 329 Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus, de Bruijn, Gouverneur en Directeur deezer Stad en Fortresse &c: De Heeren Leden van den Agtbaren Raad van Politie Gestrenge Heer Wel-Edele en E. Heeren:! Nadien ons volgens uwel Ed: Agtb: geeerd Raadsbesluit van den 30. November a: p: opgedragen is, een exacte staat en Inventaris van alle het hier aan handen zijnde Geschut en Grofscherp, volgens de sablis ten dien einde van de Hooge Indiasche Regeering ^ ook herwaarts gezonden te formeeren ^ op te geeven hoe veel daar van boven de bepaling, volgens de Memorie van menagie van den 5. Maij 1755; als overtollig na Batavia kunnen gezonden worden, zoo hebbe wij, schoon de gelijke talstok en de stale benevens koegelmallen kooegelmallen voor de respective kameren gemaakt, /: blijk„s Ext:r uit de Notulen van het geresolveerde in Raade van Indie op den 14. September 1778: / en de Memorie tot Instructie, hoedanig van voorschreven talstok en koegel„ „mallen behoord gebruik gemaakt te worden, ons niet toegekomen is, nogtans, om de hoog geëerde intentie van Hunne Hoog-Edelheden, na mogelijkheid en ons best begrijp te voldoen, de hier ter plaatse zig bevindende Ar„ „tillerie, met de Rijnlandsche voetmaat gemeeten, en ons van de koegelmallen die volgens de ordinaire kalibers van een en meerder ponden bals ijzer, bij de Artillerie in gebruik zijn bediend, en naar dezelve, de kanons, Morteeren en Grofscherp, in de Sables ingevuld. Dog aangaande de swaarte van het Geschut kunnen wij niet anders opgeeven dan het geene op hetzelve te zien is, om dat geen Instrument waarmeede zulks kan gewogen ƒ worden zig hier ter plaatse bevind, en dierhalven bij het meestgedeelte van het ijzer kanon, geene Ponden bekend staan. De knuppels en Bouten hier in voorraad /:volgens het Rappord van den Opneem der Artillerie den 16. Nov: „een a: p: / die op de schepen van veel nit zijn, dog in vesting niet veel bediiden, hebbe wij niet als overtolleg kunnen opgeeven. 159. 331 opgeeven, om dat de Memorie van menagie van diergelijken scherp niet spreekt, ons ook onbewust is, of dit scherp volgens een andere vastgestelde bepaling, boven het getal der koegels en Druiven, hier aan handen zijn moet. Om dat de Memorie van Menage voor elk kanon een hon„ „derd schoten of zoo veel koegels, en een meerder getal aan han„ „den zijnde een honderd en vijftig bepaald; zoo diene wij uwel Ed: Agtb: onder 't oog te brengen, dat aan het Rondscherp van 24. . lb: 8. - p: temin is voor 100: en 108. p:s d„o voor 150: sch: d„o „ 18. — „ 51. — „ „ „ „ „ 100. „ 251. „ „ „ 150. „ d„o „ 12. — „ 189. — „ teveel „ „ 100. „1161. „ „ „ 150. „ d„o „ 8. — „ 555. — „ „ „ „ „ 100. „ 645. „ „ „ 150. „ d„o „ 6. — „1048: —. „ te min „ „ 100. „ 2648. „ „ „ 150. „ d„o „ 4. –. „ 1011. —. „ „ „ „ „ 100. „ 1811: „ „ „ 150. „ „ 3. – „ 981. – „ te veel. „ „ 100. „ 781. „ te veel „ 150. „ d„o d„o „ 2. – „ 583. — „ „ „ „ „ 100. „ 133. „ „ „ „ 150. „ d„o „ 1. - „ 1432. — „ te min „ 5100. „2232. „ te min „ 150. „ Het meerder getal koegels van 3 en 2. lb: zoude navolgens de bepaling hier te veel zijn, maar, dit is geen kaliber dat zoo zeer in de ves„ „ting, als wel op de vaartuigen gebruikt word: en dierhalven dienen deze boven het getal zijnde koegels, niet alleen aangehou„ „voor „den, maar zelfs een honderd schoten van dit kaliber zoo veel als men stukken op de vaartuigen herft, in voorraad te te zijn, om terstond het bepaalde getal op de vaartuigen als daar van verbruijkt is, te kunnen volmaken: Bij de Memorie van menge zijn ook 7. p:s Metale kanons van 4. lb. bepaald; dog niet meer als 4: p:s van dit kaliber hier zijnde, waar onder 2. p:s onbekwaam, ook een steen stuk, en een oud Por„ „tugees kanon van 4. lb: /: bijde niet bruikbaar:/ daar onder niet kunnen gerekent worden; zoo hebbe wij de 4. p.:s Metale Drie„ „ponders, die anders volgens de bepaling hier niet behoeven te zijn, niet als overtollig kunnen opgeeven, om dat deeze in de plaats van de voorgemelde 4. p:s onbruikbaare Metale vierponders, hier hoogst noodig dienen te blijven, en het 1 p:s ijzer kanon van dit kaliber, dat hier te veel is, het zevende of aan het getal manque„ „rende kanon uitmaakt. ijzere kanons van 8. lb: zijn heer 24: p„s en bij de Memorie van menagie bepaalde 27. p:s dus te min 3: p:s en van 6. lb: zijn hier 32. p:s bepaald 26: p„s te veel 6. p s welke laatste bij voorkomende gelegentheid op de vaartuigen, of als men genoodzaakt ware in oorlagstijd na bij de vesting een schansje op tewerpen, zonden kun„ ^ hebben „nen gebruikt worden. Hier bij wij ontwaard, dat hier 1. p:s ijder kanon van 8. lb. meer; en 1. p:s van 6. lb: minder is, als volgens het rapport van voorgem: Gecommitteerdens bekent staadt, welk abus van jaaren herwaarts mogelijk zal ingeslopen zijn, om dat de stukken bij den Opneem wel geteld, maar nooit gemeeten zijn
English
160. 333. are. The 14 pieces of brass one-pounder cannons, which also according to the regulation are superfluous here, cannot well be spared, in order to be able to mount the vessels with a greater number on extraordinary occasions. The three mortars of 4½, 4¾, and 4 7/8 inches with 47 pieces of bombs of 5, 23 pieces of 5½ inches and 106 pieces of mortar grenades, for which there are no mortars here, seem to us, in comparison to the few men assigned here to the artillery service, that they can well be spared; although otherwise the number of these mortars would by no means be too great. Since bombs with ears are easier to handle than those without ears, we are of the opinion that instead of the 129 pieces of 7 inches which, according to the extract of the resolution in the Council of Policy of 30 November of the past year, will be sent to Batavia, another 147 pieces of this size with ears should be requested in order to have a stock of 100 pieces of bombs for each mortar. The artillery goods of the bark the Zeervis and the sloop Om en Bij, except for 1 piece of brass swivel gun of 1 lb from the Zeervis, and 4 pieces of the same from the Om en Bij, which ought to be kept here according to the tables, and are already counted among the aforementioned 16 pieces of brass guns of 1 lb, which can be of no service here, we judge should likewise be sent to the headquarters, for which reasons we have not measured the artillery of these dismantled vessels. One piece of Malay rantaka of 1 lb, 3 pieces of brass swivel guns of 2¾ and 1 piece of ½ lb, which are likewise of no service here, could also be sent away with 105 pieces of stone cannonballs of ½ lb, which is why this artillery has also not been measured. Regarding the remaining artillery tools, we cannot as yet comply with your Honorable Worships' requisition, as they must be examined piece by piece in order to judge their utility or needlessness, and time is required for that; but after completing this examination, we shall submit our thoughts on the matter to your Honorable Worships as soon as possible. And meanwhile expecting to have executed the commission entrusted to us regarding the artillery and heavy ammunition to your Honorable Worships' satisfaction, we consider ourselves honored to be with all high esteem. Underneath stood: Right Honorable Valiant Sir and Honorable Sirs, lower: Your Honorable Worships' obedient servants, signed: I: A: D: v: Schilling, I. C: L. Eckhardt and J: A: Hensel, in the margin: Malacca, 21 January 1779. Agrees, Baumgarten, clerk. HC. Examined, Rojus. O Miscellaneous papers No. 9. No 9. La. A. 162. 336 Considerations on the state of defense of the city and fortress of Malacca, the time and means to obtain relief, and the capitulation upon surrender, drafted by the undersigned Governor, in compliance with the highly respected order by secret resolution of the Honorable High Indian Government of 9 September 1777. Of the condition of the land and the defense adapted thereto in case of attack. I. The hills, marshes, and thickets that surround this city and fortress are not disadvantageous for the defending party, but very inconvenient, difficult, and troublesome for the attacking party. A force smaller than eight thousand European troops will therefore, in my opinion, not dare undertake to overpower it, both because of the extent of the fortress, which they would have to enclose by water and by land, and on account of the numerous detachments that would be necessary to keep the native population in check, or to fetch them for labor in the trenches and entrenchments. Although the Company's naval force here is by far not strong enough to prevent the enemy squadron enclosing the fortress by water from sailing up the roadstead, nor the land force to prevent the enemy from landing, especially when he arrives with such an aforementioned formidable force, we must nevertheless endeavor to offer him the greatest possible resistance, and for that purpose I think that such measures should be taken as I shall have the honor to propose herewith. II. On the south side of the fortress, the enemy will find it very difficult to land with the necessary artillery and other war material; partly because of the low-sloping mudflat and the flat beach covered deep with mud; partly because this beach, insofar as the half-moon Wilhelmus and the Mauritius corner cannot cover it, is overgrown with all kinds of thickets and underbrush a great way inland, lies fully two feet under at high tide, and consequently is inaccessible to all vessels at both high and low water. III. On the north side, on the contrary, the landing can take place easily. There the water falls a few feet indeed, but by far not so low.
Dutch transcription
160. 333. zijn. De 14. p. s metaale een ponder stukjes, die meede volgens de bepaaling hier te veel zijn kunnen niet wel gemist wor„ „den, om bij extraordinaire gelegentheden de vaartuigen net een meerder getal te kunnen monteeren. De drie Mortiers van 4½, 4¾, en 4 7/8 d„m met 47 p:s Bommen van 5. –., 23. –. p:s van 5½. d„m en 106:–. p:s Mor„ „tier grenaden, waar toe hier geene Mortieren zijn dunsth„ ons, dat in vergelijking van de weinige Manschappen hier tot den Artillerie dienst bepaald, wel kunnen gemist worden; schoon dat anders het getal dezer Mortieren, gantsch niet te veel zoude zyn: Vermits de Bomben met ooren, gemakkelij„ „ker dan die zonder voren te handleeden zijn, zoo in meene wij, dat in plaats van de 129:–. p:s van 7. d„m die blijkens Extract van het geresolveerde in Raa„ „de van Politie den 30. November a: p: na Ba„ „tavia zullen werden gezonden andere 147. – p:s van dee„ „de maat met ooren dienen verzogt te worden om het getal van 100: –. p:s Bomben voor elke Mortier in voorraad te hebben De Artillerie Goederen van de bark de Zeervis en de sloep Om en zij sexoepts 1. p:s Metale Draaijstuk van quee : van 1. lb: van de Leervis, en 4. p:s dito van de Om en Bij „ bij de Tables die men hier wel dient te houden, en onder de„ rge„ „melde 16. p:s Metale stukjes van 1. lb: reeds geteld zijn:) dewelke hier van geen dienst kunnen wezen, oordeele wij dat ingsgelijks na de Hoofdplaats gezonden worden om welke reedenen wij het Geschut van deeze gesloopte ƒ vaartuigen niet gemeeten hebben. Een p:s Maleitsche Rantak van 1. - lb: 3. p:s Metale Draaij „stukjes van 2¾ en 1. ps van ½ lb:, die hier mede van geen dienst zijn, zouden insgelijks met 105. – p:s steenkogels van ½ lb: kunnen weg gezonden worden, waarom dit Geschut almede niet gemeeten is. Betreffende de overige Artillerie Gereedschappen; kun„ „nen wij voor als nog niet voldoen aan uwel Ed: Agtb: requisit, door dien dezelve stuk voor stuk moeten worden geëxamineerd om van derzelver nuttig of noodeloosheid te kunnen oordeelen en daar toe tijd noodig is; maar wij zullen na de volbrenging deezer examinatie zoo spoedig immers mogelijk uwel Ed: Agtb: ook onze En ondertusschen gedagten dientwegen opgeeven. in de verwagting zijnde, de ons opgedragene Commis „sie met opzigt tot het Geschut en Grofscherp ten„ genoegen van uwel Ed: Agtb: te hebben uitgevoerd; dien agte 161. 335 agte wij ons vereert met alle hoogagting te zijn. (:onderstond:) Wel Edele Gestrenge Heer en E: Heeren, (:lager:) Uwel Edele Agtbaaren gehoorzaame Dienaaren (:getekend:) I: A: D: v: ^ I. C: L. Edchardt Schilling en J: A: Hensel (:in marigine) Malacca den 21. Januari 1779. — Acordeert Saumgarten klaer HC. Nagesien Rojus. O Diverse - papieren No. 9. No 9. La. A. 162. 336 Consideratien over den staat van defensie der Rad en Fortresse Malacca, ten tijd en het middel om secours te erlangen, en de capitula„ „tie bij overgaave, door den onderge„ „tekenden Gouverneur ontworpen, ter voeldoeninge aan de zeer gerespecteerde ordre bij secreete Resolutie der Edele Hooge Indische Regeering van den 9: Sep„ tember 1777. van 's lands gesteldheid en de daar naar geschikte defensie in cas van attaque. De heuwels, moerasten, en ruigten, die deee„ ze stad en vesting omringen, zijn niet onvoor¬ „deelig. voor de verweerende, dog zeer ongemakke„ „lijk, moeijelijk, en hinderlijk voor de aanvallende Partij. Geringer magt, dan agt duizend Europe= „sche troupes zal derhalven mijnes bedunkens, niet onderneemen durven dezelve te overmeeste: „ren, zoo wegens de uitgestrektheid van de Vesting, die zij te water en te lande zouden moeten insluiten, als uit hoofde van de veelvuldige detachementen, die noodig zouden zijn om het handvolk in bedwang te houden, of tot den arbeid in de loopgraaven en reteenthementen op5. 51. 1. op te haalen. schoon in Comp. s zeemagt al„ „hier op verre niet slerk genoeg is, om het vijandelijke esquader, dat de vestindg te water insluit, het opzeilen van de reede, nog ook de landmagt om den vijand het landen te beletten inzonderheid wanneer hij met zoo eene als de gezegde ontzaggelijke magt aan„ komt, moeten wij hem egter de mogelijkste„ resistentie tragten te bieden, en daar toe meen ik dat zulke maatregelen dienen te worden genomen, als ik de eer zal hebben van bij deezen te proponeeren. I1. Aan den Luidkant van de Vesting zal de vijand zeer bezwaarlijk met de noodige artillerij en ander krijgstuig landen kunnen; - eensdeels wegens het laag afloopende gelij en het diep met modder bedekte vlakke strand; anderendeels om dat dit strand voor zoo verre de halve maan Wilhelmus en uithoek Mouritius hetzelve niet kunnen bestrijken, met allerhonde ruigte en kreu„ „pelbosch een groot end weegs landwaarts in begroeid zijnde, bij hoog water wel twee voeten onder legt, en gevolgelijk zoo wel bij hoog als bij laag water voor alle vaartuigen onge„ „naakbaar is. Aan de noordzijde kan in tegendeel de landing faciel geschieden. Daar valt het water wel eenige voeten, dog op verre na zoo laag .II1. niet .
English
165. 338 beach is steeper there. It is also pure sand. And the place where the enemy could land most easily cannot be reached by the artillery of the fortress, except on the south side, because the I therefore think that along the beach near the Lazarus House, which is the place of which I speak, one ought to construct three small earthen half-redoubts behind each other and at a suitable distance from one another, the faces of which are about four or five Rhijnlandsche roeden long, and to mount the first or foremost redoubt with four long three-pounders or field pieces, which are covered by a detachment of one hundred Europeans and four hundred Natives, in order to prevent the enemy from landing thereby, or to make it difficult. If the foremost or farthest redoubt cannot withstand the great superior force, and the commanding officer sees that it will be forced by the enemy, he should then form his troops into a square, take the artillery in the center, and retreat into the next or second redoubt, in order from there again to delay the enemy as much as possible and inflict damage. I determine the retreat in a square, being judged the safest 1. being judged to cover the artillery, since the detachment must retire across a plain where it can be attacked from all sides. When one is likewise forced by superior strength to abandon this second redoubt, the officer with his detachment should fall back into the third, and so forth across the bridge next to the garden of the Moorish merchant Malik Fazullah, where one ought also to throw up such a half-redoubt, in order to take up a post in it anew, after first having destroyed the said bridge. To the side or behind the garden of the aforementioned Moorish merchant, all trees, undergrowth, etc., must be cut down and laid tangled across one another at least six roeden wide, and as long as will be at all possible, so that the enemy could not break through too quickly. And these trees and undergrowth having been felled some time beforehand, and thus having become dry, when the enemy advances violently against them, one should have them set on fire in several places at once by some dispatched Malays, who are more adroit at this than the Europeans. VI. VII. VIII. 164: 340 VIII. The fundamental rule of military service demands that one exhausts the enemy as much as possible with small parties, and prevents the approach to a place that he intends to besiege. I therefore judge that, besides the earthen redoubt on this side of the bridge before the garden of the Moorish merchant Malik Fazullah, another two ought to be erected on the road to Franquera when an enemy attack is to be feared. Of these two half-redoubts, the one can lie behind the new bridge made across the breach in the said road caused by the recent flood, and the other near the place where the mast timbers are kept. They are the more necessary if the enemy should attempt the landing under the artillery of the fortress, and, although of little strength and importance, can not only delay him for a long time, but also cost him many men, whereas we, on the contrary, protected by these parapets, can await him without being as exposed to his approaching artillery as he is to ours. Every foot of ground that he gains, he will have to dye with his blood, because in the heat of battle he will not easily be able to get across the the muddy creeks over which the bridges and behind which the two foremost redoubts lie, if the prescribed hundred Europeans stand fast as brave soldiers, endure the enemy fire, and deliver their own, supported by the artillery, appropriately; while the Natives, who are not the greatest heroes in a stubborn fight, must divide themselves to the right and left to oppose the enemy in the flanks and prevent him from spreading out; for which these people can best be used, since the right flank is covered by a marsh and the left by the sea. And the enemy thus being unable to advance with his whole force, our few troops will be able to resist an unequally stronger force, especially when they do their duty. The enemy, on the other hand, will be obliged to drive the garrison from these advantageous posts by a superior force of artillery, which he must bring up, and to bombard them one by one before he will be able to capture them. IX. The progress or delay of the siege depends on the mastery of the great river. For, if the enemy has it, he is also master of the opposite 165. 342 region across the river, and the fortress will be enclosed on all sides; but if this stream remains in our power, the enemy can attack the fortress only from the town side. Consequently, the preservation of the said river is of far too much importance to us for us not to exert all our strength to remain master of it, since in a protracted siege we might hope for relief. X. The weak condition we are in does not allow providing the river with batteries in all places that the enemy might cross, and therefore some other means should be taken in hand to hinder the enemy therein as much as possible. XI. The brigantine assigned here, as well as three sloops and three pantchialangs, can accomplish little or nothing against an enemy squadron. The six latter, on the contrary, are very well suited to lie in the river and prevent the enemy's crossing by their artillery. XII. It is true that the enemy at the place where
Dutch transcription
165. 338 strand daar steiler is. Ook is hetzelve zuiver zoud. En de plaats, daar de vij„ and op het gemakkelijkste zoude kunnen landen, kan het geschut der vesting niet bereiken niet, als aan den zuidkant, doordien het Ik denk overzulks, dat men langs het strand bij het Lazarushuis, hetwelke de plaats is, waar van ik spreek, diie kleine halve redouten van aarde agter en in eene be„ „kwaame distantie van elkanderen dient aan te leggen, welker facen omtrent. vier of dor vijf Rhijnlandsche roeden lang zijn, en de eerste of voorsze redoute met vier lange drieponders of veldstukken te beplanten, die door een detachement van een honderd Europeers en vier honderd Inlanders gedekt worden, om daar mede den vijand het landen te beletten, of difficiel te maaken Kan de voorste of verste redoute de groote overmagt niet keeren, en ziet de com„ mandeerende Officier, dat dezelve door den vijand geforceerd zal worden, dan slelle hij zijne troupes in een quarre, neeme de ar¬ „tillerij in het midden, en wijke tot in de vol„ „gende of tweede redoute, om van daar weder zoo veel doenlijk den vijand op te houden en schade toe te brengen. Ik bepaal de cetracte in een quarre, als de zekerste geoordeeld I Vo 1. geoordeelt wordende om de artillerij te dekken dewijl het detachement over eene vlakte, daar het van alle kanten kan aangetast worden, moet retireeren. Wanneer men door de overmagt ge¬ „noodzaakt wordt deeze tweede redoute ins„ „gelijks te verlaaten, wijke de Officier met zijn detachement in de derde, en zoo voorts tot over de brug naast de tuin van den Moorsch koopman Malik Tazullah, daar men ook eene dusdaninge halve redoute behoort op te werpen, om in dezelve op nieuws post te vatten, na alvoorens de gemelde brug verreld te hebben. Ter zijde of agter de tuin van den bo„ „vengenoemden Moorsch koopman moeten alle boomen, ruigten enz:, ten minsten zes roeden breed, en zoo lang als het immers mogelijk zal weezen, omgehakt en ver„ ward over elkanderen leggen, op dat de vijand niet te schielijk zoude kunnen doorbreeken. En deeze boomen en ruigten eenigen tijd bevoorens omgeveld, dus droog geworden zijnde, laat men wanneer de vijand er met geweld tegen aanrukt, door eenige afgezonden Maleijers, die handiger daar toe zijn dan de Europeers, op ver¬ „scheiden plaatzen te gelijk in den brand steeken. VI. V711. V7I. 164: 340 V711. De grondregel van den Krijgsdienst eischt, dat men den vijand met kleine par„ „tijen zoo veel doenlijk afmat, en het na„ „deren van eene plaats belet die hij voor„ „neemens is te belegeren. Ik oordeel der„ „halven dat, behalven de aarden redoute aan deeze zijde der brug voor de tuin van den Moorsch Koopman Malik Fa„ zullah, nog twee op den weg van Franquera dienen te worden gestigt, wanneer men een vijandelijken aanval te dugten heeft van deeze twee halve re„ douten kan de eene leggen agter de nieuwe brug, die gemaakt is over de door den jong„ sten watervloed veroorzaakte braak in den gemelden weg, en de ander omtrent de plaats daar de masthouden bewaard worden. zij zijn te noodzaakelijker, wanneer de vijand de lading mogt onderneemen onder het geschut der Vesting, en kunnen, hoewel van werinig sterkte en aanbelang„ hem niet alleen lang ophouden, maar ook veel volks doen kosten, daar wij in tegendeel, door deeze borstweeringen be„ „schermd, hem kunnen afwagten, zonder voor zijn naderend geschut zoo blootge¬ „steld te zijn, als hij voor het onze. Elken voet gronds, dien hij wint, zal hij met zijn bloed moeten verwen, doordien hij in het volle gevegt niet ligtelijk over de de modderige spruiten waar over de bruggen en waar agter de twee voorste redouten leggen„ zal kunnen geraaken, wanneer de voor„ „schreven hondert Europeers als braave krijgs„ vingeant „lieden stand houden, het vijandelijke vuur verduuren, en het hunne ondersteund door de artillerij, welgepast aanbrengen: terwijl de „ Silanders, die in een harduekkig gevegt de 5 grootste helden niet zijn, zig regts en luiks verdeelen moeten, om den vijand in de flanquen tegen te staan en te beletten dat hij zig uitbreide; waar toe deeze menschen ƒ best te gebruiken zijn, nadien de regter flauc van een moeras en de linker van de zee bedekt wordt. En den vijand dus met zijne gansche magt niet kunnende optrekken, zullen onze weinige manschappen in staat zijn, om aan een ongelijk sterker magt het hoofd te bieden inzoudeheid wanneer zij haar de„ „voir doen: De vijand zal daarentegen ge„ „noodzaakt weezen door eene overmagt van artillerij, die hij moet aanvoeren, de bezetting uit deeze voordeelige posten te verdrijven, en dezelve een voor een te beschieten eer rijze zal kunnen overmeesteren LX. De vordering of vertraaging der belege„ „ring hangt af van het meesterschap over de groote rivier. Want, heeft de vijand het„ zelve, dan is hij ook meester van de over„ „zijdsche 165. 342 zijdsche landstreek, en de vesting aan alle kanten ingesloten; dog blijft deeze stroom in onze magt dan kan de vijand niet anders als van de stad zijde de Vesting aantasten gevolgelijk is het behoud van de gemelde rivier voor ons van al te veel belangs, dan dat wij niet alle onze kragten zouden inspannen, om van dezelve meester te blijven, dewijl wij bij eene langduurige bele„ „gering op ontzet zouden mogen hoopen De zwakke slaat, daar wij in zijn laat niet toe de revier op alle plaatzen, die de vijand zoude kunnen passeeren, met batterijen te voorzien, en derhalven dient men eenig ander middel ter handt te neemen, om den vijand zoo veel nis„ „gelijk daar in te hinderen. XI: De hier bescheiden brigantijn, mitsgaders drie sloepen en drie pantijallangs kunnen wering of niets tegen een vijandelijk esqua„ „der uitregten. De zes laaste zijn in tegendeel zeer wel geschikt om in de rivier te leggen, en door haar geschut den overtogt des vijands te beletten. XII. sel is 't waar, dat de vijand ter plaatze 5 X. 1 daar
English
where he intends to undertake this crossing, he will be able to throw up a sufficient battery, and meanwhile make a false attack at another place where he does not intend to land, in order thereby to divert the vessels from the first-mentioned place and to be able to complete his battery unhindered; but this stratagem is now too antiquated to allow oneself to be duped by it. No. III. Two well-mounted vessels, namely a sloop and a pantjallang, can be stationed near Herenstein or Ladja-berang; a sloop and a pantjallang on the right flank of the city line, or near the land that has recently been cleared of all brushwood; and two similar small craft behind the Malay kampong. They must, one by one in rotation, drift up and down the open river in order to maintain communication with each other and keep the shore clear. No. IV. Besides these, a couple of large boats or other rowing vessels, which can each carry two swivel guns forward, ought constantly to ply up and down the river; especially at night, in order to prevent the enemy from chopping down the heavy trees that stand here and there on the bank, making them fall across the river, and thus blocking it. One could also obtain reports through these vessels regarding the enemy's condition and undertakings. Why the said trees were not removed beforehand, or before an enemy attack is anticipated, one might ask. But that is not even to be thought of, much less undertaken. For an astonishing crowd of people would be required for it on account of the extent of the river, which runs with numerous bends, and the large number of trees that have been planted on the bank by Nature. And even if this could be done, both banks ought then to be cleared of them in such a manner that the enemy likewise finds the opposite side made inaccessible. No. VI. All native vessels, small or large, lying in the river, whether they belong to the inhabitants or to others, which the enemy might use to facilitate the crossing, must be burned, destroyed, or rendered so unserviceable that the enemy can derive no benefit from them; without prejudice to the freedom of the owners of the last-mentioned or foreign vessels to seek a safe refuge with them, if this be possible for them. Sinking them is certainly the nearest and easiest means, whereby they are saved from destruction and, when raised again, can be employed once more. But then the enemy is not deprived of the opportunity to do the same to achieve his purpose. Necessary oversight should also be taken so that no descending timber rafts fall into the hands of the enemy, which would otherwise be of the very same use to our detriment. No. VII. I have said in Section II how difficult it would be for the enemy to make a landing on the south side of the fortress. Yet he will likely make every effort to gain mastery over that side, and put troops ashore at the highest water, in order thereby to make the landing on the other or north side easier. One ought therefore to oppose this undertaking with force as well. No. VIII. Let some heavy artillery then be brought up into the ravelin between the demi-lune Wilhelmus and the Land Gate, which can sweep the beach up to the salient angle of the coconut gardens situated there, and subsequently throw up a demi-redoubt on the plain behind it, provided with two light pieces of artillery and a garrison of one hundred and fifty or sixty men of the choicest or bravest natives, who could give the enemy a great deal of trouble there. When forced to do so, they can make their retreat through the coconut garden of the pensioned sergeant Beinhard Jansen, provided that beforehand the ditch running behind it is made as wide as necessary to allow the artillery to pass, and then throw themselves into another demi-redoubt which ought to be constructed at the foot of the Frisian hill, where the terrain is situated in such a manner that this weak little band, in my judgment, will be able to offer resistance for a long time. No. IX. If it is seen from the fortress that the enemy has captured the first entrenchment, then it seems to me that a second detachment from it, which likewise may consist mostly of natives, must march thither up to about the Burgher Guard, where such an earthen work must likewise have been erected, with a couple of light pieces, in order to fire upon the enemy in the flank and support the first detachment that has retired into the second redoubt. But beforehand care should have been taken that all coconut trees in the adjacent gardens lie felled across one another; otherwise the enemy would attack this detachment in the flank, and thus easily be able to cut it off from the fortress. The trees across the Frisian hill and adjacent thereto up to the road of Simabok must also lie felled in the same manner, as was said in Section VII. No. XI. After this arrangement, I assume that the enemy, who has landed without artillery, will not be able to break through on that side or make any progress; and I therefore proceed to Bukit China or the Chinese hill, which, lying some feet higher than the hill of St. Paulus, which the fortress encloses, can be very disadvantageous to the same when it is in the enemy's power, but from which one could also inflict considerable damage upon the enemy
Dutch transcription
daar hij dien overtogt denks te onderneemen eene suffisante batterij zal kunnen opwerpen, en onderwijlen op eene andere plaats, die hij niet meent, eene fausse -attaque maaken om de vaartuigen daar door van de eerstge„ „melde plaats af te leiden, en zijne batterij onverhinderd te kunnen voltooijen; maar „deeze „stratagema is nu te onderwets, om zig daar door te laaten bedotten. N. III. Twee wel gemonteerde vaartuigen, naame¬ „lijk een sloep en een pantjallang, kunnen geplaatst worden bij herenstein of Ladja - be„ „rang; een sloep en een pantjallang aan de regter blanc van de stadslinie, of bij het land, dat onlangs van alle ruigte gezuiverd is; en twee diergelijke kieltjes agter de Maleitsche kampong. zij moeten een voor een bij verwisseling de rivier open d drijven, om communicatie met elkanderen en den oever schoon te houden. X. IV. Zehalven dezelve behoorde een paar groote schuiten of andere roeivaartuigen die voor op ieder twee draaibassen voeren kunnen, gestadig de rivier op en af te vaaren; voornaamelijk des nagts, om den vijand te beletten, dat hij het zwaar ge„ „boomte hetwelk hier en daar aan den oever slaat, omkapt, dwars over de rivier doet 166. 344 doet vallen, en dezelve dus stopt. Men „ zoude ook door die vaartuigen rapport kunnen krijgen van 's vijands gesteldheid en onderneemingen. Waarom de gemelde boomen niet bevoorens, of eer men een vijandelijken aanval te gemoet ziet, uit den weg ge= ruimd. zoude men kunnen vragen. Maar daar is niet eens aan te denken, veel min zulks te onderneemen. Want, eene verbaazende menigte volks zoude 'er noodig toe zijn wegens de uitgestrekt„ „heid van de rivier, die met veelvuldige bogten loopt, en het groot getal boomen, welke door de Natuur op den oever ge¬ „plant zijn. En indien zulks al kon ge¬ „schieden, dan behoorden de beide oevers dusdanig daar van gezuiverd te zijn, dat de vijand de overzijde insgelijks on¬ „toegangkelijk gemaakt vinde. XVI. Alle inlandsche vaartuigen klein of groot die in de rivier leggen, 't zij dezelve den ingezezenen of anderen toebehooren, waar van de vijand zig zoude kunnen bedienen om den overzogt te bevorderen, moeten verbrand, vernelt, of zoodanig on„ „bruikbaar gemaakt worden dat de vijand er XV. 1 er geen nut van hebben kan; onvermindert de vrijheid der eigenaaren van de laast„ „gemelde of vreemde vaartuigen, om daar mede een goed heerkomen te zoeken, in¬ „dien hun zulks mogelijk zij. Dezelven te laaten zinken is zeeker het naaste en gemakkelijkste middel, waar door zij van de vermeling bevrijd en als ^ opge„ „haald zijn weder geemploijeerd kunnen wor„ den. Maar dan is den vijand de ge„ „legenheid niet benomen, om zulks mede te kunnen doen, ter bereikinge van zijn oogmerk. Ook dient het noodige toe„ „zigt genomen, dat den vijand geene af¬ 5 „komende houtelotten in handen vallen, die anders van even hetzelfde gebruik ten onzen nadeele zouden zijn¬ X VII. Ik heb I II. gezegd hoe bezwaarlijk de vijand eene landing aan den Zuidkant van Eijter de Vesling zoude kunnen doen. Egt ƒ. zal hij denkelijk alle pogingen aanwenden, 7 om van dien kant meester te worden, en met het hoogste water troups aan de wal te zetten, ten einde daar door de landing aan de andere of noordzijde gemak„ „kelijker te maaken. Men behoort der„ „halven deeze onderneeming mede met kragt tegen te gaan. X VVII. 167. 346. N. VIII. Laat men den in het ravelijn tusschen de halve maan Wilhelmus en de Landpoort eenig zwaar geschut opvoeren, dat het straad tot den uitsteekenden hoek van de daar leggende Klappus-tinnen beschieten kan, 11 en vervolgens op de vlakte agter dezelve eene halve redoute opwerpen voorzien met twee ligte stukken geschuts, en eene bezetting van een honderd vijftig of zestig man van de uitgekipste of dapperste Inlanders, die den vijand daar al vrij veel werks zouden kunnen verschaffen zij kunnen hunne rekraite wanneer zij daar toe gedwongen worden, neemen door de Klappustuin van den gegageerden ser„ „geant Beinhard Iansen, mits dat bevoorens de sloot, die daar agter om loopt, zoo breed toegemaakt wordt, als noodig zoude zijn, om het geschut te doen p sseeren en zig dan werpen in eene andere halve redoute, die aan den voet van den Frieschen berg dient aangelegd, daar het terrem dusdanig gesitueerd is dat dit zwakke hoopje, naar mijn oordeel, ƒ ƒ lang tegenstond zal kunnen bieden. 9 Liet men uit de Vesling, dat de vijand de eerste verschansing veroverd heeft, dan dunkt XIX X X. dinkt mij dat een tweede detachement uit dezelve, hetwelk mede voor het grootste gedeelte Inlanders kunnen zijn, tot om„ „streeks de Burgerwagt, daar insgelijks een zoodanig aarden werk nioet weezen opge„ „regt, met een paar ligte stukjes derwaarts moet marcheeren, om den vijand in de flauc te beschieten, en het eerste deta„ „chement, dat in de tweede redoute gewe„ ƒ „ken is, te ondersteunen. Maar vooraf behoorde men gezorgd te hebben, dat alle - Klappus-boomen in de ter zijde leggende tinnen omgerakt over elkander leggen anders zoude de vijand dit detachement in de flanc aantasten, en dus ligtelijk van de Vesting kunnen afsnyden. Ook moet het geboomte dwaars over den Tulschen berg en daar ter zijden tot aan den weg van Simabok inzelfdervoegen omge„ veld leggen; als § VII gezegd is N XI. Na deeze schikking onderstel ik dat de vijand, die zonder artillerg gelond is, aan dien kant niet zal kunnen doorbreeken of eer„ „nigen voortgang maaken; en gaa dus over naar Boukit-china of den Chineeschen berg„ welke eenige voeten hooger leggende, dan den berg S. Paulus, dien de Vesting om„ sluit, zeer naadeelig voor dezelve kan zijn, wanneer hij in 's vijands magt is, dog van denwelken men ook den vijand merkelijke schael
English
168. 348 I therefore consider it necessary to erect a field redoubt on the summit of the aforementioned Chinese Hill, which, provided with heavy artillery, can sweep the aforementioned 2 half-redoubts as well as most roads and approaches to the Fortress and the City line. But, since the avenues must determine the irregular angles of this redoubt, and those angles indicate the number of required artillery pieces, I cannot speak of their quantity before the plan of that earthwork has been made in accordance with the terrain. I only remark that one must not expand this redoubt, but lay it out so compactly that it can be defended with few troops. I do not doubt that it will fully answer the purpose, and that the enemy will have to suffer a severe blow there before he can formally surround and besiege the Fortress. And when one no longer sees any possibility of holding out in that redoubt, it seems to me that one can inflict damage on the enemy before he reaches it, and that the garrison with its artillery could withdraw inside under the cover of a sortie. XXIII. The remaining roads and approaches, such as the Bongaraija etc., must be made entirely unusable and the bridges lying there broken down and destroyed. All these measures for the prevention of the siege having been planned and carried out, yet the enemy's superior force having compelled our detachment from the redoubts at Tranquera to fall back behind the Line of the city and the bastion lying before it; the other outer posts or detachments likewise running the risk of being surrounded and overcome one by one; the vessels also no longer able to maintain their stations; nothing more remains for us but to withdraw into the Fortress with all able-bodied men, where we will then be formally surrounded and besieged. But, before I proceed to the defense thereof, I ought to speak of the precautions that must be taken to endure the siege as long as it will ever be possible for us: XXIV. 169. 350 XXV. First of all, care must be taken that we do not lack provisions, especially rice, salted meat and pork, and the like. The Malays, Moors, and Gentiles will not eat pork and beef; therefore, a good quantity of dried and salted fish must be procured and kept for them, and for the first two mentioned, the meat of water buffaloes slaughtered and salted down by those same nations. If a number of this horned cattle can be brought inside the Fortress, it will make the other provisions last longer, at least as long as those animals find forage on Mount St. Paulus. XXVI. A good supply of firewood must also be procured. For, although it is true that a moderate quantity of trees stands in the fortress, I cannot determine with certainty whether they will be sufficient, considering the multitude of mouths for which cooking must be done daily. XXVII. Several wells in the Fortress have been successively filled in by various persons over the course of many years. How detrimental this can be in the event of a siege is too obvious to require any demonstration. I therefore judge that some of the wells ought to be dug out again. XXVIII. In order to provide the necessary quarters for the people who are brought inside, I believe that the nearest houses under the rampart should be cleared for that purpose. In these circumstances, the Officers, as well as others, must be content to live together. XXIX. The greater the multitude of people in a besieged place, the greater the misery ultimately becomes. To dwell extensively upon this would be useless work, since numerous examples provide clear proofs of it. All non-combatants serve only as a burden to the able-bodied; it would therefore be ill-advised to take inside the old, the infirm, women, and children, except those of our own nation, as well as the wives, children, and other close relatives of the Chiefs and prominent men of the Natives, whom one cannot properly refuse if one wishes to ensure their loyalty and attachment. 170. 352 attachment. I confess that it will be hard for the others to find themselves locked out, but absolute necessity strictly demands it. XXX. As necessary as the native peoples are in time of siege, they are equally dangerous. We must shut ourselves up with them in a fortified place that is besieged by a European force. Without their help, we would have to surrender the Fortress at once, since our few troops are not capable of defending it against the aforementioned force; and if we take them within our surrounding walls, we must fear treason and rebellion. Yet we must choose the lesser of two evils. The good or bad treatment by which we bind these peoples to us or alienate them from us will, in my view, be the foundation of our preservation or ruin in this precarious circumstance. Prudence, coupled with a proper enforcement of the orders given, will, I hope, be able to prevent or curb treason and rebellion. The Chiefs or prominent men of the nations must be held accountable for conspiracies if they do not discover and report them immediately. To this end, some of those men must be distributed among each company, and the violators of the given
Dutch transcription
168. 348 „raakt Noodwendig agt ik derhalven op den top des gemelden Chineeschen-bergs eene veldschans te eleveeren, die met zwaaren geschut voorsien, dan de voorschreven 2 halve redouten zoo wel de meeste wegen en toegangen tot de Vesting, als de Stadslinie kan bestrijken. Maar, vermits de avenues de irreguliere hoe¬ „ken van deeze schans moeten bepaalen, en die hoeken het getal van de noodig zijnde artillerij aanwijzen, kan ik van derzelver hoeveelheid niet spreeken voor dat het plan van dat aarden werk, over„ „eenkomstig met de situatie, gemaakt is. Eenlijk merk ik aan, dat men deeze schans niet moet uitbreiden, maar zoo beknopt aanleggen, dat zij met weinige manschappen gedefendeerd kan worden. Ik twijfel niet, of zij zal aan het oogmerk volkomen berust„ „woorden, en de vijand daar zijn hoofd geweldig moeten stooten eer dat hij de Vesting formeel kan insluiten en bele„ „geren. En wanneer men geene moge„ - „lijkheid meer ziet om het in die schans uit te houden, dunkt mij, dat men de XXII schade kan toebrengen, eer hij daar op ge„ bezetting bezetting met derzelver artillerij naar bin„ F „nen zoude kunnen trekken, onder het faveur van eenen uitval XXIII. E De verdere wegen en toegangen, gelijk de Bongaraija enz. moeten ten eenemaa„ - - „le onbruikbaar gemaakt en de daar leg„ „gende bruggen afgebroken en verneld worden Alle deeze maatregelen tot preventie — o van de belegering beraamd en uitgevoerd zijnde, dog de vijandelijke overmagt ons detachement uit de redouten op Tranque„ „ra tot agter de Linie van de stad en het daar voor leggende bolwerk hebbende doen wijken; de overige buiten staande posten of delachementen insgelijks gevaar loopen „de van een voor een ingesloten en over„ „wonnen te worden; de vaartuigen ook hunne standplaatsen niet langer kun„ „nende mainteneeren; zoo blijft ons niets meer overig, als met alle weerbaa„ „re mannen in de Vesting te wijken, daar wij dan formeel ingesloten en belegerd zijn. Maar, eer ik ter verdediging van ƒ dezelve overgaa, dien ik van de voorzor„ „gen te spreeken, welke genoomen moeten worden om de belegering zoo lang uit te harden als het ons immer mogelijk zal zijn: N. XIV. 169. 350 XX V. Voorab moet men daar agt op geeven„ dat ons geene levensmiddelen, inzonderheid rijst, gezouten vleesch en spek, en wat dies meer zij ontbreeken. De Maleyers, Moo„ „ren en Tentieven zullen geen spek en vleesch eeten: overzulks dient men voor hun eene goede quantiteit gedroogde visch= ^en gezouten Visch „kunt, mitsgaders voor de twee eerstgemel¬ „den vlesch van buffels, door diezelfde natien geslagt en ingezouten opgedaan en bewaard te hebben. kan men van dit hoornvee een partij binnen de Vessing brengen, zoo zal dat de andere vivies langer doen strek¬ „ken, ten minsten zoo lang die beesten aan den bergh s. Paulus voedzel vinden XXVI. Van brandhout dient men ook een goe„ „den vorraad op te doen. Want, schoon het waar is, dat in de vesting eene tarmelijke hoeveelheid van boomen staat, kan ik egter niet geene zekerheid bepaalen, of zij toerei„ „kende zullen weezen, gemerkt de menigte van monden, voor dewelken dagelijks ge¬ „kookt moet worden. XXVII. Verscheiden putten zijn in de Vessing successivelijk door deezen en geenen sedert veele jaaren herwaarts toegedempt. Hoe 5 nadeelig zulks in cas van belegering kan weezen c weezen is te begrijpelijk, dan dat het eenig betoog zoude noodig hebben. Ik oordeel derhalven dat men eenige van de putten weder behoort te doen opgraaven XXVIII Om aan de volkeren, welke binnen ge¬ „trokken worden, de noodige logementen te beschikken, meen ik dat de naaste huizen onder de wal daar toe dienen te worden opgeruund. De Gequalificeer„ „den moeten zig in deeze tijds- omstandig„ „heid, zoo wel als anderen, gevallen laaten bij elkanderen te woonen. N XIX. Hoe grooter de menigte van menschen in eene belegerde plaats is, hoe grooter de ellende ten laasten wordt. Breedvoerig daar over uit te werden, zoude nutteloos werk zijn; dewijl veelvuldige voorbeelden duidelijke bewijzen daar van opleeveren. Alle onweerbaare menschen strekken een„ „lijk tot laast van de weerbaare; Onge„ „raden. zoude het derhalven zijn ouden, ge„ „brekkelijken, vrouwen, en kinderen, binnen te neemen, uitgezondert die van onze eigen natie, mitsgaders de vrouwen, kinderen, en verdere naastbestaanden van de Hoofden en voornaamsten der Inlanders, dien men zulks niet welvoegelijk weigeren kan wil men zig van hunne getrouwheid en aankleeving . 170. 352 aankleeving verzekeren. Ik beken dat het voor de overigen hard zal vallen zig buiten gesloten te vinden, dog de hoogste noodzaa„ „kelijkheid eischt het volstrekt NXX. zoo noodig als de inlandsche volkeren in tijd van belegering zijn, zoo gevaarlijk zijn zij teffens. Wij moeten ons met hun in eene vaste plaats begeeven, die door eene Euro„ „pesche mag:t belegerd wordt. zonder hunne hulp zouden wij de Vesting ten eersten moe„ „ten overgeeven, dewijl onze weinige troupes niet in slaat zijn dezelve tegen de gemelde magt te defendeeren; En neemen wij hun binnen onze ringmuuren, dan hebben wij verraad en oproer te dugten. Egter moeten wij van twee kwaaden het kleinste kiezen De goede of kraade behandeling, waar door wij de volkeren aan ons verbinden of van ons verwijderen, zal naar mijne gedagten de grondslag van ons behoud of bederf in deeze haghelijke omstandigheid zijn. De voorzigtigheid, gepaard met eene behoor„ „lijke handhaaving van de gegeven bevelen zal, hoop ik, verraad en oproer voorkomen of beteugelen kunnen. De Hoofden of voornaamsten der natien moeten voor conspiratien aanspreekelijk zijn, wanneer zij dezelve niet ten eersten ontdekken en aanbrengen. Ten dien einde moeten bij elke compagnie eenigen van die lieden verdeeld weezen, en de overtreeders van de gegeven G
English
orders given; without connivance or indulgence, they shall be punished according to the established laws. XXXI. Before retreating into the Fortress, all coconut and other trees in the gardens, lying close beneath the Fortress, must be cut down and burned. The city, which lies under the artillery, likewise cannot escape the fate of being set on fire, unless it might be stipulated with the enemy upon capitulation to spare it on both sides. The exigencies of war strictly demand this, however unnatural this violent course of action may be; and it awakens the most painful feelings in those who are brought into the necessity of having to do everything for the service of the sovereign that accords with the laws of war among civilized nations. All kinds of combustible materials ought therefore to be laid in readiness in some houses and in various streets; which, being ignited all together at one and the same moment, and being increasingly aided in burning by the artillery of the fortress, the enemy, should he wish to extinguish it, can thereby be prevented from doing so. And we should still consider it a piece of good fortune if the city is consumed by the flames without damage to the Fortress, since we have to expect the heaviest attack from this side. By past allowances, the city has gradually been built so close under the artillery that only the narrow river separates it from the fortress. I cite this here with no other intention than to demonstrate how defenseless the Fortress has become thereby, and how necessary it consequently is to have the city destroyed by fire; as the Fortress will otherwise not be able to defend itself any longer than until the enemy in the city has established himself behind one building or another and has the breaching battery in readiness to force us to surrender; whereas, on the contrary, he will now not be able to succeed so easily in throwing up such batteries, when one can play with the artillery from the Fortress in all directions, considering the long time that will be spent in opening the trenches to approach the Fortress regularly, and the slow progress that the labor of a European force must have in these countries, because it will now lack this, then that necessity which it will not readily be able to procure. XXXII. I wished, however, that outside of the capitulation with the enemy to spare the city, I could devise something else for that purpose that was equally sufficient, and that not only to preserve the inhabitants and the Company from the considerable damage that they would suffer through the proposed destruction, but also because, due to the proximity of the city to the Fortress, I reasonably fear that the fire of the former might sometimes spread to the other, and thus effect a general destruction, notwithstanding all the precautions taken against it. But, since I have set my thoughts upon this in vain, I pray the High Government, according to its better and more penetrating judgment, to kindly suggest some suitable expedient to me. XXXIII. All that could be advantageous to the besiegers in their enterprise having been removed, and having provided according to capacity for the subsistence as well as for the internal security of the besieged, I must now also say a word about the state of our fortifications. These are built in the old style, and since we have had them in possession have indeed here and there been repaired of some defects, but for the rest have remained unchanged. They can indeed defend themselves for some time, but not in the long run, against a European force. XXXIV. Of outworks, the necessary requirements of modern fortifications, this Fortress is totally unprovided. An earthen parapet, in front of which lies a ditch of about three rods in width, has been constructed from the bastion Victoria to the half-moon Wilhelmus, or between the river and the sea, but in doing so the great mistake was made of leaving the Land Gate exposed, although the terrain easily allowed an earthen work to be thrown up in front of it that covered it. To remedy this at present would indeed not be impossible, but a part of the parapet and ditch would then have to be altered, and this would cost a handsome sum of money. The walls of the Fortress are masoned firmly and strongly of a good sort of stone, and cannot easily be overthrown by artillery; but they are raised very high in the old manner, so that the enemy can lodge himself under the artillery. The parapet on the curtains is in many places too low, and between various bastions are the XXXV.
Dutch transcription
gegeven bevelen; zonder oogluiking of inschik„ „keleijkheid, gestraaft werden naar de gemaak„ „te wetten XXXI zevoorens in de Vesling te retireeren, moet men alle klappus- en andere boomen in de tunnen, digt onder de Vesting leg„ „gende, laaten omvellen en verbranden De stat, die onder het geschut legt, kan het lot van in den brand gesloken te worden, ook niet ontgaan, ten zij met den vijand bij capitulatie morgte weezen bedongen, dezelve van weerzijden te verschoonen. - De gevallen van den oorlog eischen dat vol„ - „strek:, hoe onnatuurlijk deeze geweldige han„ - „delwijze ook moge zijn; en den geenen de smertelijkste aandoeningen verwekken, die in de noodzaakelijkheid gebragt zijn van voor den dienst van den souverain alles te moeten doen, wat met de krijgs-raison onder beschaafde volkeren overeen stemt sillerhaude brandsloffen dienen onverzulks in sommige huizen en op verscheiden straa¬ ten in gereedheid te leggen; welke gezamen„ „lijk op een en denzelfden tijdstip aangeslooken, en door het geschut van de vesting meer en meer in den brand geholpen zijnde, kan de vijand wanneer hij dien wilde blusschen, daar door worden tegengehouden. En wij zouden het nog voor een geluk moeten agten zoo de stad buiten schade van de Vesting door 171. 354. door de vlam verteerd wordt, nadien wij van deezen kant den zwaarsten aanval te wag„ „ten hebben. De stad is door voorgaande toelaatin„ „gen allengskens zoo digt onder het geschu:t gebouwd, dat eenlijk de smalle rivier haar van de vessing afzondert. Ik haal dit hier met geen ander oogmerk aan, als om te demonstreeren hoe onweerbaar de Vessing daar door geworden, en hoe nood zaa¬ „kelijk het dienvolgens is de stad door het vuur te laaten verwoesten; alzoo de Vesling zig anders niet langer zal kunnen defen„ deeren, dan tot dat de vijand in de stad zig agter het eene of andere gebouw ge„ „vessigd en de bresbatterij in gereedheid heeft, om ons tot de overgaave te verplig„ „ten; daar hij nu tegendeel niet zoo ge„ „makkelijk in het opwerpen van dusdaani„ batterijen zal kunnen slaagen, wanneer men uit de Vesting overal met het geschut kan speelen, gemerkt den langen tijd, die met het openen der trancheen, om de Vesling regelmaatig te naderen, zal heenloopen, en den traagen voortgang, dien de arbeid van eene Europesche magt in deeze landen hebben moet, dewijl haar nu deeze dan geene, noodwendigheid zal ontbreeken die zij zig niet gereedelijk zal kunnen XXXII. beschiken beschikken. Ik wenschte egter dat ik, buiten de capitulatie met den vijand om de stad te verschoonen, iets anders daar toe bedenken kon, dat even voldoende was, en zulks niet alleen om de ingezetenen en de Compagnie te behoeden voor de aanmer„ kelijke schade, die zij door de voorgeslagen destructie zouden ondergaan, maar ook om dat ik wegens de nabijheid van de stad 2 aan de Vesting met reeden vrees, dat de „ brand van de eerste somtijds tot de andere zoude kunnen overslaan, en dus eene algemeene vernieling uitwerken, onge„ agt alle de daar tegen genomen wordende precautien. Maar, nadien ik mijne ge „dagten te vergeefs daar op gespeld heb, bid ik de Hooge Regeering om naar derzelver beter 2 en doordringender oordeel mij eenig bekwaam 2 expedient te willen aan de hand geeven XXXIII Al wat de belegeraaren in hunnen toeleg vorderlijk zoude kunnen zijn weggedaan, en voor het leevensonderhoud, zoo wel als voor de inwendige veiligheid der belegerden, naar vermogen gezorgd hebbende, moet ik nu ook een woord spreeken van den staat onzer vestingwerken deeze zijn naar den ouden smaak gestigt, en sedert dat wij zi in bezit 8 gehad hebben wel nu en daar van eenige de= feclen gerepareerd, dog voor het overige onver„ andert gebleven. zij kunnen zig wel eenigen tijd 172. 356 tijd, maar niet op den duur, tegen eene Europi„ „sche magt defendeeren XXXIV. Van buitenwerken, de noodige vereisch= „ten tot de hedendaagsche fortificatien, is deeze Vessing ten eenenmaale onvoorzien. Eene aarden borssweering, daar een graft van ongevaar drie roeden bredte voor legt, heeft men van het bolwerk Vicloria tot aan de halve maan Wilhelmus, of tusschen de rivier en de zee, aangelegd, dog daar bij de groote fout begaan van de Landpoort ontbloot te laaten, schoon het terrain bekwaamelijk toeliet een aarden werk daar voor op te werpen, dat dezelve be¬ „dekte. Tegenwoordig zulks te verhelpen zoude wel niet ondoenlijk zijn, meer een gedeelte van de borstweering en graaft G zoude dan moeten veranderd worden en dit eene goede somma gelds kosten. De muuren van de Vesting, zijn van eene goede zoort steenen hegt en slerk gemelzeld, en kunnen door het geschik niet ligt om ver geworpen worden; dog zij zijn naar de oude manier zeer hoog opgehaald „ zoo dat de vijand zig onder het geschut kan ophouden. De parapet op de cour„ „tinen is op veele plaatzen te laag, en tusschen verscheiden bassious zijn de X. XXV
English
curtains too narrow to construct a banquette on them, whereby the troops occupying them, instead of being covered from enemy fire, remain more or less exposed to it. XXXVI. As for the bastions, these are likewise provided in the old manner with embrasures without platforms, so that the cannon, when it is fired, cannot recoil backward as far as necessary to reload it. But this can be remedied by having the embrasures walled up and level platforms constructed, in order thus to be able to fire over the parapet. The corner Mauritius requires this alteration above all; otherwise it cannot support the bastion Curassa and the half-moon Wilhelmus. XXXVII. The bastion Victoria is the weakest side, where we must fear that the enemy will make every attempt to capture the fortress. For this bastion is situated in such a way that it cannot be supported by any other. But this mistake cannot be repaired unless the fortifications on that side were to be completely relocated. XXXVIII. On Mount S. Paulus (of which mention was made in section XXI), I consider two batteries strictly necessary to hold Boukit-china in respect, as soon as he has taken that mountain, where the enemy will certainly construct a battery. And although, to save costs, they cannot be anything other than earthen works, one will nevertheless have enough trouble with their elevation, since the fascines must be brought from afar and must consist of a large quantity if one is to give these batteries the full strength to endure the enemy fire from Boukit-china. They are best constructed in the modern manner, namely such that one can fire over the parapet to be able to sweep the south and north beaches as well. Light artillery can accomplish little here: therefore the heaviest and best pieces that we have should be placed on these batteries. XXXIX. Because the powder cellars under the bastions are so hot and damp that the powder spoils in them very quickly, a powder magazine on Mount S. Paulus was certainly intended. The powder is also kept there from spoiling as well as can ever happen, if only this magazine were not entirely exposed to enemy artillery. Some judge its vault to be bomb-proof and the walls to be so thick that no enemy battery can make any breach in it; but others, who do agree with the latter on account of the far distance from Boukit-china, from where this magazine would have to be bombarded, are on the contrary of the opinion regarding the former—and to this I can also add my own view—that however thick and well-masoned the vault of this magazine may be, the plunging force and the tremendous impact of a heavy bomb is nevertheless far too great for it not to be cracked by it and ultimately collapse, all the more because that vault has no earthen rampart as a cover on which the bomb loses its initial force. Prudence therefore requires that in time of siege the powder from the aforementioned magazine be distributed everywhere into the powder cellars under the bastions, notwithstanding their dampness, in order thus to make a virtue of necessity and manage according to the circumstances in which we find ourselves. XL. Now I need to retrace my steps to answer a question that might be put to me: by whom all the redoubts, entrenchments, and batteries inside and outside the Fortress mentioned hereinbefore shall be thrown up. I think that one must make use of the means that is employed in a general emergency, namely, to have all who cannot carry arms, of whatever nation they may be, rounded up by dispatched detachments and compelled if unwilling. No one must be exempted, not even the slaves of the Company's servants, whom we on the contrary must set to it first to lead the other peoples. And then one will be able to get upwards of three thousand heads to work, who must be kept at work under guard by detachments and with the threat of shooting them down if they attempt to absent themselves. Regarding the defense of the Fortress itself, I have nothing more to say than that we must conduct ourselves therein as men of honor and steadfast loyalty, and do everything in our power that the rules of the art of war and our duty require of us. The enemy will certainly attempt to force us into surrender by a tremendous bombardment. But although none of our artillerists has enough knowledge to respond to it in the same manner, nor is there any bomb-proof vault in the Fortress, and we consequently will have to suffer much from it, we must nevertheless
Dutch transcription
courtinen te smal, om er eene banquette te kunnen aanleggen waar door de troupes, die dezelve bezetten, in plaatze dat zij voor het vijandelijke vuur gedekt zouden zijn, daar voor min of meer bloodgesteld blijven XXXVI Wat de bastious betreft, deeze zijn ins¬ „gelijks naar de oude wijze niet embrasures zonder beddingen voorzien zoo dat het het canon wanneer het afgestoken wordt, niet zoo ver als het noodig is kan agter iit loopen om het wederom te laaden. Maar dit kan men verhelpen met de schietgaten te laaten ƒ toemetzelen, en verreven beddingen aan te leggen, ten einde dus over de bank te kunnen . schieten. De uithoek Mauritius vordert. — deeze verandering boven allen; anders kan¬ dezelve het bolwerk Curassa en de halve maan Wilhelmus niet secondeeren. XXXVII. Het-bolwerk Vicloria is de zwakste kand, daar wij te vreezen hebben, dat de vijand alle poogingen zal aanwenden om de vesting te T veroveren. Want, dit bolwerk is zooda„ 5 „nig gelegd, dat het door geen ander gesecon„ deerd kan worden. Maar deeze misslag is niet te herstellen of de Vestuigwerkens „ zouden aan dien kant geheel en al verlegd moeten worden XXXIII. Op den Berg S. Paulus (waar van J XXI. gesprooken 3 173. 358. gesproken is. / agt ik twee batterijen volstrekt noodig; om Boukit-china in respect te houden ^ zos dia hij dien berg ingenomen heeft. daar de vijand, zekerlijk eene batterij zal aanleggen. En schoon zij om kosten te be „spaaren, niet anders als aarden werken kunnen zijn, zal men nogtans moeite genoeg hebben met de elevatie derzelven door dien de fasciies van verre moeten gehaald worden en in eene groote quan„ „titeit bestaan, zal men deezer ballerijen de volkomen sterkte geeven om het vijan„ „delijke vuur van Boukit-china te kunnen — verduuren. Best worden zij aangelegd naar de redendaagsche wijze, zoo naamelijk dat men over de bauk kan schieten om het Lind- en noord-strand ook te kunnen be„ „strijken Ligt geschut kan hier wennig uitvoeren: dies moesten op deeze batte „rijen geplaatst weezen de zwaarsle en beste stukken die wij hebben XXXIX Om dat de kriidkelders onder de bassions zoo heet en vogtig zijn, dat het kruid daar zeer schielijk in bederft, heeft men zekerlijk een kruijdmagazijn op den berg S. Paulus geeystineerd. Het krund wordt daar ook voor het bederf zoo wel bewaard, als ooit geschieden kan, was dit magazijn maar niet voor het vijandelijke geschit ten eenen„ „maale blootgesteld. sommigen oordeelen het verwulfzel daar van bombevrij, en de muuren zoo dik te zijn, dat geene vijande¬ „lijke batterij daar in eenige opening kan maaken; dog anderen, die het laaste wel toestemmen wegens den verzene afstand van Boukit-china, van waar dit magazijn e zoude moeten beschoten worden, zijn in tegendeel met opzigh tot het eerste van gevoelen, en daar kan ik mij ook bij voegen„ dat hoe dik en goed gemetzeld het verwulf„ - „zel van dit magazijn moge weezen, de _ neerplofsende kragt en de geweldige uit „werking van eene zwaare bombe egter veel te groot is, dan dat hetzelve daar door niet zoude gescheurd worden en ten laasten in„ „slorten, te meer, om dat dat gewelf geen aarden wal tot eene bedekking heeft, daar de bombe haare eerste kragt op verliest. De voorzigtigheid vordert derhalven, dat in tijd van belegering het krind uit het meer„ „gemelde magazijn overal in de kruidkelders onder de bassions verdeeld worde, niet tegenslaande derzelver vogtigheid, om zoo van den nood eene deugd te maaken, en ons te behelpen naar de omstandig„ „heden, waar in wij zijne. XI Ni dien ik weder te rug te treeden, om eene vraag te beantwoorden, die mij zoude kunnen worden voorgelegt, door wien alle de hier vooren aangehaalde redouten schans en batterijen buiten en binnen de Vessing 2 1745. 360 v r Vesting, zullen opgeworpen worden. Ik denk dat men zig bedienen moet van het middel, hetwelk in eenen algemeenen nood gebruik=t wordt om naamelijk, al wat geen geweer dra„ „gen kan, van welke natie het ook zij, daar toe door uitgezonden detachementen te laa„ „ten ophaalen, en bij onwilligheid te doingen Niemand moet uitgezonderd zijn, zelfs niet de slaaven van Comps dienaaren, die wij in tegendeel 's eerst daar toe moeten aanzetten om anderen volkeren voor te gaan. En dan zal men ruim drie duizend koppen aan het werk kunnen krijgen, die door deza„ „ohementen bezet, en met het dreigement. van hun onder de voet te schieten, wanneer zij zig tragten te absenteeren, aan het werk gehouden moeten worden. Belangende de vereldiging van de Vesling zelf heb ik niets meer te zeggen, dan dat wij ons daar in als mannen van eer en onbezweken trouwe gedraagen, en naar ons vermogen alles doen moeten wat de regelen der krijgskunde en onze pligt van ons vor„ „deren. De vijand zal ons zekerlijk tot de overgaave tragten te verpligten door een geweldig bombardement. Maar, schoon nie„ „mand onzer Artilleristen kundigheid genoeg heeft van het op dezelfde wijze te beantwoor¬ „den, nog ook eenig bombevrij gewelf in de Vesling is, en wij gevolgelijk daar veel door te lijden zullen hebben moeten wij hetzelve N27. nogtans
English
nevertheless try to overcome by other vigorous and vigilant resistance, and resolve upon no surrender before we are forced thereto by the utmost distress and the failure of the hoped-for help from outside to arrive. Meanwhile, all the arrangements already proposed and shortly to follow against an enemy attack can for the most part only be put into effect when we know that the Dutch State has become involved in war with one or another European power; but not when we are not warned of the blow. It will then depend on sheer luck whether one will indeed be able to bring inside any men from the native nations residing here. Everything is then in the utmost confusion. No one suspects an enemy attack. Nothing is ready to turn away the enemy, or to prevent the landing. In such a surprise we are certainly plunged into a dismal state, and the enemy, who will make use thereof, easily gains the victory. I confess to being unable to determine in advance the measures which will have to be taken in such a case, considering that extreme necessity will have to suggest the best to us, and therefore I only say XL. II. that we, with the weak little group which lies here in garrison, and with the remaining Company's servants, together with Christian Burghers whom we can bring into arms, must defend ourselves as long as our strength will permit it: 8. Of the strength of Militia, Artillery, vessels, Seafarers, Burghers and Natives: XL. III. Under today's date there are present here at the Government the following Company's Servants, namely: Of the Militia: 270. Of the Artillery: 15. Further Of the seafarers: 97. Of the Trades: 28. Of the Civil Administration down to Junior Assistants inclusive: 29. Making together: 439 heads, excluding the ecclesiastics, medical personnel, and various orderlies to the number of twenty heads. Whereunto I still add: Of the Christian Burghers: 300. Of the Malays: 600. Of the Moors and Gentoos: 400. and Of the Chinese: 500. Amounting together to: 1800 heads, excluding the Chiefs or principal persons among them. Consequently our total strength of able-bodied men consists of 2239 heads. XL. IV. Although now the said fifteen hundred men of three distinct native nations are inhabitants of Malacca, upon whose loyalty I presume one can rely, prudence nevertheless demands that one intermix these peoples with one another, in order to deprive them of the opportunity to forge any treason or rebellion: And that can, it seems to me, best be done by dividing them, alongside the Soldiers and Burghers, into ten companies, of which each shall be strong: 20 men of the Garrison 30 Burghers 60 Malays 40 Moors and Gentoos, and 50 Chinese, or 200 men in total. These companies must each have their particular Captain; which can be arranged in this manner. The Captain and Head of the Militia commands, under the higher authority of the Governor, the entire garrison, or all the ten companies, the Artillery, etc. The Fiscal is Commandant of the first battalion, or the first five companies, and Captain of the first company. The next following member of the Civil Administration is Commandant of the second battalion; or the five last companies, and Captain of the tenth company. By this arrangement the companies can further be organized thus. Of the first battalion: First company Captain: the Fiscal First Officer: an Ensign of the Burghery, and Second Officer: the Captain of the Malays, and Third Officer: a sergeant of the Militia. Second company Captain: the Captain of the Burghery, First Officer: the Captain of the Moors, Second and Third Officer: two sergeants of the Militia. Third company Captain: an Ensign of the Militia First Officer: the Ensign of the Clerks Second Officer: the Lieutenant of the Chinese, and Third Officer: a sergeant of the Militia. Fourth company Captain: Lieutenant of the Burghery First Officer: a former Ensign of the Clerks Second Officer: the Captain of the Chinese, and Third Officer: a sergeant of the Militia. Fifth company Captain: the Shopkeeper First Officer: the Lieutenant of the Clerks Second and Third Officer: two sergeants of the Militia. Second battalion: Sixth company Captain: the Shahbandar First Officer: an Ensign of the Burghery, Second Officer: a sergeant of the Militia, and Third Officer: a sergeant of the Clerks. Seventh company Captain: the Lieutenant or eldest Ensign of the Militia, First Officer: a former Ensign of the Clerks Second Officer: a sergeant of the Militia, and Third Officer: a sergeant of the Burghery. Eighth company Captain: an Ensign of the Militia. First Officer: a sergeant of the Militia Second Officer: a sergeant of the Clerks, and Third Officer: a sergeant of the Burghery. Ninth company Captain: an Ensign of the Militia First Officer: a sergeant of the Militia Second Officer: a sergeant of the Clerks, and Third Officer:
Dutch transcription
nogtans door anderen kragtigen en wakkeren tegensland tragten te overwinnen, en tot geene overgaave besluiten voor dat wij daar toe gedwongen zijn door den hoogsten nood en de agterblijving der verhoopte hulpe van buiten Ondertusschen kunnen alle de reeds gepro¬ poneerde en nader te volgen staande schik„ „kingen tegen eenen vijandelijken aanvol voor het grootste deel dan eerst werkstellig gemaakt worden, wanneer wij weeten dat v de Nederlandsche staat met de eene of andere Europische Mogendheid in oorlog ge„ „raakt is; maar niet wanneer wij daar van niet den slag gewarschouwt worden. Op een goed geluk zal het dan aankomen of men wel eenige manschappen van de hier gezeten inlandsche natien zal kunnen binnen krijgen Alles is dan in de uiterste 6 verwarring. Niemand is op een vijaandelij¬ „ken aanval verdagt. Niets is gereed om den vijand af te keeren, of het landen te beletten zij zulk eene verrassing zijn wij gewisselijk in een naaren toesland gedompeld, en de vijand, die daar van gebruik zal maaken, behaalt ligt de overwinning- Ik beken onvermogen„ „de te zijn, om vooraf te kunnen bepaalen de maatregelen, welke in dusdanigen gevolle zullen moeten genomen worden, gemerkt de hooge nood ons de beste zal moeten aan de hand geeven, en zeg daar om maar alleen XL. II. dat 175. 362. dat wij met het zwakke hoopje, hetwelk hier in bezetting legt, en met de overige Comps Dienaaren, mitsgaders Christen Burgers die wij in de wapenen kunnen brengen, ons zoo lange verweeren moeten, als onze kragten het zullen toelaaten: 8„ Van de magt van Militie, Artillerij, vaartuigen, Zeevaa„ „renden, Burgers en Inlanders: XL. III. Onder hedigen dato zijn hier ten Gouver „ren, naamelijk, „nemente in weezen „ volgende Comps Dienaar„ Van de Militie E Van de Artillerij. . . . . . . . . 15 Voorts Van de zeevaarenden. Van de Politie tot Jong- adsistenten „ 439 koppen Uitmaakende te zamen- behalven de kerkelijken, Geneeskundigen, en vSlingelandt Diverse Dienstdoeners ten getaale van twin¬ Van de Ambagten. . . . . . 28 inclusive.. . . . . . . . . . . 29. „tig koppen 270. B. Waar bij ik nog volge Van g g go 97. . Van de Christen Burgers. . . . 300 Van de Maleijers. . . . . . . 600. Van de Mooren en Sentieven. - . - 400 en van de Chineeschen. . . . - - 500. Bedraagende te zamen. . . . 1800. koppen, buiten de Hoofden of voornnaamsten der„ „zelven. Gevolgelijk beslaat onze totaale magt van weerbaare manschappen in 2239 koppen XL. IV. Schoon nu de gemelde vijftien honderd min¬ van drie onderscheiden inlandsche natien, in „gezetenen van Malacca zijn, op welker getrouwheid ik onderstel staat te kunnen maaken, zoo eischt de voorzigtigheid egter ƒ dat men deeze volkeren onder elkanderen vermeuge; om hun de gelegenheid te benee= „men van eenig verraad of oproer te kunnen smeeden: En dat zal, dunkt mij best kunnen geschieden met dezelven, nevens de Militairen en Burgers, af te deelen in tien compagnien waar van ieder sterk zal weezen 20. man van het Parmsoen 30. Burgers 60 Maleijers 40. Mooren en sentieven, en 20. Chineeschen, of 200 man in 't geheel Deeze Compagnien moeten elk haaren t bijzonderen Hoofdman hebben; dat op deeze wijze geschikt kan worden De 176. 364 De Capitein en Hoofd van de Militie com¬ - „mandeert, onder het hooger gezag van den Gouverneur de gansche bezetting, of alle, de tien compagnien, de Artillerij enZ. stite ehleuijs Compagnien en Hoofdman eerste van de eerste compagnie Ret daar aan volgende aid van Politie is Commandant van het tweede bataillon; of de vijf laaste Compagnien, en Hoofdman van de tiende compagnie. Noor deeze schikking kunnen de com¬ pagnien verder dus ingedeeld worden. 0 Van het eerste bataillon Eerste compagnie Capitein de Fiscaal Eerste Officier een Vaandrig van de Burgerij, - en - Tweede Officier de Capitein der Maleyers, van en Derde officier een sergeant van de Militie Twede compagnie Capitein, de Capitein van de Burgerij, Eerste Officier de Capitein der Mooren, Tweede en Derde officier twee sergeanten van de Militie Derde compagnie Capitein een Vaandrig van de Militie Eerste Officier de Vaandrig van de Pennisten Tweede Officier de Luitenant der Chineeschen Derde officier een sergeant van de Militie Vierde en Vierde compagnie Capitein Luitenant van de Burgerij Eerste Officier een Oud Vaandrig van de Pennisten Tweede Officier de Capitein der Chineeschen, en Derde Officier een sergeant van de militie Vijfde compagnie Capitein de Winkelier Eerste Officier de Luitenant van de Pennisten Tweede en „twee Derde officier „ sergeanten van de Militie Tweede bazaillon Zesde compagnie Capitein de sabaudaar Eerste officier een Vandrig van de Burgerij, Tweede officier een sergeaul van de Militie, en Derde officier een sergeant van de bennisten zevende compagnie Capitein de Luitenant of oudste Vaandrig van de Militie, Eerste Officier een oud Vaandrig van de Pennisten Tweede officier een sergeant van de Militie, en Derde Officier een sergeant van de Burgerij Agste compagnie Capitein een Vaandrig van de Militie. Eerste Officier een sergeant van de Militie Tweede Officier een sergeant van de Pennisten en Derde Officier een sergeant van de Burgerij Negende compagnie Capitain een vaanding van de Militie Eerste officier ééén sergeant van de Militie Tweede Officier een sergeant van de Pennisten, Derde en