VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3569

Coromandel · 670 pages · 128 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3569_0308 view scan ↗

English

order to dispatch the Company's linen packages by the thonij the Johanna Maria, as far as the Northeast monsoon shall permit, in order to make use of it in the direst emergency to secure the Company's best effects, as the chief officers have already been instructed by letter of 31 July of this year. But in order to make the securing of the same all the easier in the event of an unexpected attack which may God Almighty graciously prevent, it has also been agreed to order the chief officers, upon receipt of the letter that will be prepared for that purpose, to ship aboard the thonij the Johanna Maria all the linen packages they have in stock, and that 318. deliberation on two weighty questions posed by those servants. 11 August 1780. to dispatch that small vessel directly back to this capital place. Next, having proceeded to deliberate on the servants' second weighty question, mentioned in the preamble hereof, namely, "what they should do if it should please the Nabob Haider Alichan to send a well-trained corps of troops equipped with artillery to Sadras to capture the Company's fortress there," it was, in consideration of the fact that the servants over there are utterly unable with their small force, which according to their advices of 25 July consists only of 28 soldiers and 6 artillerists, to withstand a formal siege, especially since they cannot be reinforced with men from here, approved and agreed to write to them regarding this weighty matter what has been resolved thereon: that they can be given no other orders in this case than to take timely care that first all the Company's goods that are of any importance are secured in the aforementioned vessel or other vessels that may be at hand there; and furthermore that they subsequently, or if Haider Alichan should come to attack their fortress with so much force that they reasonably judge they must 319. to express satisfaction with the resolution taken for the defense of that place. 11 August 1780. must succumb to that power, endeavor to enter into a favorable capitulation with that Prince, modeled, insofar as this can apply to Sadras, after the example of the French at Pondicherry, or else, if the said Prince should not wish to capitulate on such terms, to see to concluding as favorable a treaty as possible. Meanwhile, for the encouragement of the servants, it has further been agreed to mention in the outgoing letter that this Council has seen with very great satisfaction from their letter of 31 July last the manly resolution taken by them to lay down their lives and property for the precious interests of the Company, setting aside all self-interest, and that they are accordingly recommended to persevere in those courageous sentiments, so long as they are not compelled to succumb to a superior force that cannot be resisted. Thus done and decided in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Was signed as before. Saturday 320. communication given by Tadama regarding the descent of the marauding troops of Haider Ali. Saturday, 19 August 1780. In the morning at 8 o'clock. Council of Policy. Absent: The Senior Merchant and Honorable Chief Administrator Philippus Iacobus Dormieux, due to indisposition. The Chief of Palleacatta, the Merchant Nicolaas Tadama, having communicated by a private letter addressed solely to the Lord Governor, dated Palleacatta the 4th of this month, that the marauding troops of the formidable commander Haider Alichan, having descended close to Madras,

Dutch transcription

last ter zending van sComp:s lijwaa„ ten pakken per de tonij de Johan„ na Maria, schen of de Noord-oost mousson permitteeren zal, ten eijnde daar van bij den alleruijtersten nood, gebruijk te kunnen maaken, tot het bergen van Compagnies beste effecten, Gelijk de opperhoof sel den bereeds is aangeschreeven bij brief van den 31. Julij deezes Jaars. Dan om het bergen van dezel¬ ven, bij een onverwagten aanval /die God Almagtig genadiglijk gelieven te verhoeden:/ des te fa„ cieler te maaken, is teffens ver„ staan de opperhoofden te gelasten op den ontvangst van den brief die daar toe ingereedheid zal worden gebragt, in de thonij de Johanna Maria af te scheepen alle de bij hun in voorraad Zijn de lijwaat-pakken, mitsgaders dat 318. deliberatie over twee gewigtige ge„ daane vrager dies bediend. den 11. e Augustus 1780. dat Kieltje daarmeede direct na aan zijnde :/ ter keul deeze hoofd-plaatsche te rug te depecheeren. Vervolgens ter deliberatie ge„ treeden zijnde, over der bedien„ dens tweede gewigtige vraage, in den hoofde deezes gemeld, na „ overleedenen onder mentlijk „ wat hun zou te doen „staan, zoo het den Nabab Hai„ „der Alichan eens behagen mogt „een wel gedresseerd Corps troups „ met geschut voorzien na Sa„ „dras af te zenden om Comp. s For„ „tres aldaar woeg te neemen, zoo is, uijt aanmerking dat de Be„ diendens ginder volstrekt buij„ ten staat zijn om met hunne geringe magt, die volgens hun„ ne advisen van den 25. Julij. tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't uwen Carolina ngevalle zulx in van de Bank, waa„ David en Abra„ her, Theodora Ja Geertruijda Pins lven Gemagtigdenso an A„o 1782. tin doen Post Indische. nteerende de G: maar. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Eerste Assignatie No. 10. leverin, en in 's Comp ut Acht en Dertig ou 1 Casses á 90. Stuiver. „ Cento Rabat, die in end vijf hondert en ofte de waarde van Anno 1781. ngen Ciils Cossel heq: boek houden H antwoorden, vervolg, maar in 28. militairen en 6. Arthilleristen bestaat, een for„ meele belegering aftewagten, voor al daar men hun van hier met geen volk assisteeren kan, goedgevonden en verstaan, hun wat daar op beslooten is haar te nopens dit gewigtige stuk aan te schrijven, dat men haar in dit geval geen andere ordres geven kan als om bij tijds zorge te draan gen, dat eerst al de goederen van de Compagnie welke maar van eenig belang zijn in het opgemel„ de, of meer andere vaartuijgen, welke aldaar aan handen zullen men weezen, geborgen worden; mits„ gaders dat zij vervolgens, of zoo Haider Alichan hun Fortre met zoo veel gewelt mogt komen te attacqueeren, dat zij met ree„ den oordeelen voor die magt te te be die p moeten. 319. te betuijgen genoegen over de geno„ mene Resolutie tot defentie van die plaats, den 11:e Augustus 1780. moeten bukken, om dan te trag„ (aan zijnde:/ ter keul ten een voordeelige Capitulatie met dien Prins aan te gaan, ge„ schikt, voor zoo ver dit omtrent sadras kan plaats hebben na het voorbeeld der fransen op Pon„ dicherij, of anders zoo gemelden Prins op zoodanigen voet niet zou begeeren te Capituleeren, maar te zien, zoo voordeelig een verdrag te sluijten als mo„ gelijk is. Terwijl ondertusschen tot aan„ moediging der Bediendens nog verstaan is, bij den afgaanden brief aan te haalen, dat deezen Raade, uijt haaren brief van den 31. Julij Jongstleeden met ingevalle zulx in o van de Bank, waa„ lven Gemagtigden so tien Guldens, Twaalf van A„o 1782. tin doen zijnde alhier aan 't Geertruijda Prins overleedenen onder David en Abra„ Ccher, Theodora Ja ouwen Carolina tot Oost Indische. senteerende de G: zeer De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. Severin, en in 's Comp a't Acht en Dertig ou 9 Casses â 90. stuiver. en Cento Rabat, die in lend vijf hondert en ofte de waarde van Anno 1781. Ingen Aels Cossel heq: boek houden „deert. zeer veel genoegen heeft gezien de mannelijke Resolutie bij hun genomen, om met postpo„ sitie van alle eijge belang hun goed en bloet voor de dierbaare belangen van de Maatschappij op „wat men dierhalven haar recomman„ te zetten, en dat men hun dienvo gende ook recommandeert, om bij die Cordaate sentimenten te volharden, zoo lang zij niet, door een overmagt die niet is gegevene te vrrederstaan, genecessiteerd wordan den te succumbeeren. Aldus Gedaan en Ge¬ arresteerd in 't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz /:was geteekend:/ als vooren Saturdag a 1 320. gegevene Communicatie door Tadama wooran de afsakking der rooftroupen van Haider Ali Saturdag den 19=e Augustus 1780. S morgens ten 8. uuren Vergadering van Politie Absent Den opperkoopman en E. Hoofd-administrateur Philippus Iacobus Dormieux mits indispositie Door het opperhoofd van Pal„ leacatta, den Koopman Nico„ laas Tadama, bij een particu„ lieren brief aan den Heer Gou„ verneur alleen gerigt gedateerd Palleacatta den 4. e deezer, gecom„ municeerd zijnde, dat de roof „troepen van den gedugten Veld „heer Haider Alichan tot digt „bij Madras afgezakt zijnde, tien Guldens, Twaalf lven Gemagtigden so„ zijnde alhier aan 't o van de Bank, waa David en Abra„ ingevalle zulx in ouwen Carolina daan zijnde:/ ter keul 100: Oost Indische. zig De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. senteerende de G van A„o 1782. tin doen cher, Theodora Ja Geertruijda Prins overleedenen onder severin, en in 's Comp ut Acht en Dertig ou 4 Casses â 90. stuiver. en Cento Rabat, die in end vijf hondert en ofte de waarde van Anno 1781 ngen Ciils Cossel hog: boek houden W

NL-HaNA_1.04.02_3569_0314 view scan ↗

English

what he fears, and what precautions he has taken for defense. Deliberation regarding this, that in all probability they would thus not be far from Palleacatta either, further representing that they thereby saw themselves plunged into the most dreadful circumstances, not knowing how they would escape that sad dance which they faced at every moment. That he meanwhile had taken all possible defensive precautions to secure the fort with Company property against an attack by simple robbers, but that these would not be able to withstand a stronger force. Having deliberated upon this with all attention, it was noted that: 105. 321. The 19th of August 1780. That, since the chief Tadama, with his small garrison, is by no means capable of defending himself if Haider Ali Khan sees fit to dispatch a well-trained corps of troops provided with artillery to Palleacatta to lay siege to that fort, it had become more than time to think of means to be able provisionally, or if necessity demands, to place the Company's principal property immediately in safety. That for this purpose one had indeed planned to use the thonij the Johanna Maria, expected daily from Sadraspatnam, but since the same had not yet appeared to this day, it was better to charter a private thonij for the service of Palleacatta than to wait for it any longer; the more so since the barks at hand here, the Eendragt and the Liefde, could not be employed for that purpose, because the former, which is very leaky, had to be sent to Jaggernaikporam to be repaired in the river of Coringe; and the other had to be kept here until the arrival of the counter-ship Hoorn, in order to be able to send to the north the merchandise and necessities on that small vessel to satisfy the Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam requisitions. 107. 322. The 19th of August 1780. Chartering of a thonij. And consequently it was approved and resolved to charter for the account of the Company a thonij present there, measuring between 12 and 15 garce, from the owner residing here named Arlappa, at 54 pagodas per month, with instructions to the servants to keep the aforementioned thonij there as long as necessity demands or the monsoon will allow, in order, at the first arising rumor of an approaching formidable enemy, to secure in the aforementioned thonij all the cash, linens, spices, merchandise, and other principal effects of the Company at hand there, as they have already been instructed by secret letter of the 31st of July. Inquiry by the Governor whether Palleacatta should not be provided with the necessary orders. Subsequently, it being brought to an inquiry by the Governor whether one should not also instruct the Palleacatta chiefs how they should conduct themselves in the event of a siege, considering they were not capable of defending themselves with their small garrison against a formidable force, and one here, through own want, was unable to send them the least assistance of soldiers or artillerymen in case of need. 109. 323. The 19th of August 1780. Decision to send them such orders. Thus, after deliberation, it was approved and resolved to furnish them regarding this with such orders as have already been dispatched in that regard to Sadraspatnam according to the secret resolution of the 11th of this month, with further instructions that, in order to defend themselves against robber bands, if they should not be sufficiently provided with gunpowder and lead, they should immediately send hither a specific list of what is required, which will be sent to them as soon as possible. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Was signed: R. van Vlissingen.

Dutch transcription

waar voor hij vreese, en welke precautien hij gebruijkt heeft tot defentie deliberatie dierwegens, „zig dus na alle waarschijnlijk„ „heijd ook niet verre meer van „Palleacatta zouden bevinden, „onder vertooning wijders, dat „zij zig daar door in de akeligste „omstandigheeden gedompeld zoo„ „gen, als niet weetende hoe zij, „dien droevigen dans, welke zij „alle momenten te gemoet zaagen „ontkomen zouden. „Dat hij inmiddens orsel alle „mogelijke defensive precautien „gebruijkt hadt, om het fort met „Compagnies effecten voor een „aanval van enkelde roovers te „vijligen, maar dat die niet be„ „stant zouden kunnen weezen „teegen een sterkere magt: zoo is, hier over met alle aandagt gedelibereerd zijnde, aangemerk dat 105. 321. den 19: e Augustus 1780. dat, wijl het opperhoofd Tadama, met zijn gering guarnisoen geen zins Capabel is, om zig te defen„ deeren, zoo Haider Alichan het goedvind een welgedresseerd Corps troupes met geschiet voor„ ouwen Carolina zien na Palleacatta af te zenden Cher, Theodora Ia om dat fort te belegeren, het meer dan tijd geworden was op middelen te denken, om bij pro„ visie of zoo het de nood vereijsch „ acente Rabat, die in te, Compagnies voornaamste effecten direct in zekerheijd te kunnen stellen. Dat men, hier toe wel ge„ projecteerd hadt, de dagelijks van Sadraspatnam verwagt wordende thonij de Johanna Maria, dog wijl dezelve tot nog als ingevalle zulx in o van de Bank, waa daan zijnde :/ ter keul lven Gemagtigdenso tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't David en Abra„ Geertruijda Prins overleedenen onder van A„o 1782. tij doen Oost Indische senteerende de G: toe De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. severin, en in 's Comp ut Acht en Dertig ou 4 Casses â 90. Stuiver. end vijf hondert en ofte de waarde van Anno 1781 ngen Cossel heg: boek houden W toe niet kwam opdaagen, het beter was een particuliere tonie ten dienste van Palleacatta in te huuren, als er langer na te vragten: te meer ijl de alhier aan handen zijnde barken de Eendragt en de Liefde, daar toe niet konden worden geemplog eerd, uijt hoofde de eerste, welke zeer lek is, na Jaggernaik po ram moest gezonden worden om in de rivier van Coringe te vertimmeren; en de andere al„ hier moest worden aangehou„ den, tot op de komst van het Con tra-Schip Hoorn, ten eijnde de daarmeede voldaan worden, d koopmanschappen en benodigd heeden, op de Jaggernaikpoe¬ ramsche en Bimilipatnaw sche Eijsschen, met dat Kieltje en na deren 107. 322 deren, den 19: e Augustus 1780. na de noord te kunnen zenden; ter afhuuring van een thonij, en dienvolgende goed gevonden en verstaan, een aldaar zig bevin„ dende tonie, groot tusschen de 12. en 15. Garst van den alhier woonagtig zijnde eijgenaar in naame Arlappa, voor reeke„ ning van de Compagnie af te huuren, teegens 54. pagooden in de maand, onder aanschrij„ ving aan de Bediendens om de voorschreeve thonij aldaar zoo lang aan te houden als het den nood vereijscht of de mousson toelaaten wil, ten eijnde bij het eerst voorkomend gerugt van een aannoaderenden gedugten Vijand, in de voorschreeve tonie en met wat left omtrend sComp:s goe„ te bergen, alle de daar aan han„ den zijnde, Contanten, lijwaaten, UlE tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't ouwen Carolina Ccher, Theodora Ja Geertruijda Prins David en Abra„ lven Gemagtigden so overleedenen onder ingevalle zulx in o van de Bank, waar daan zijnde :/ ter keul van A„o 1782. ten doen Oost Indische senteerende de G„ specerijen De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Eerste Assignatie No. 10. Severin, en in 's Comp en't Acht en Dertig ou 9 Casses â 90. Stuiver. en Cento Rabat, die in Cend vijf hondert en ofte de waarde van „ Anno 1781. ngen Cossel hoq: boek houden) omvrage door den Heer Gouverneur of men Palleacatta niet met de nodige ordre diend t voorzien, specerijen, Koopmanschappen en verdere voornaame effecten van de Compagnie gelijk hun bereeds is aangeschreeven bij secreete lette„ ren van den 31. Julij. Vervolgens door den Heer Gou„ verneur in omvraage gebragt zijnde, of men de Palleacatta„ sche opperhoofden almeede niet zou dienen aanteschrijven hoe,„ on bij man danig, zij zig bij een belegering zouden dienen te gedraagen, gemerkt zij niet Capabel wra„ ren, zig met hunne geringe be„ zetting tegen een formidable magt te defendeeren, en men hier, door zelfs gebrek, buijten staat was om hun des noods, de minste assistentie van Mi„ litairen of arthilleristen toe te zenden. 6 n i dals men besluijt 109. 323. haesomen na Cadrasig expedieerd heeft, notitie daar van overtezon dern, den 19 e Augustus 1780. besluijt haar zodanige ordres te geenen zenden: zoo is na deliberatie goed„ gevonden en verstaan hun daar omtrend te munieeren met zoo„ danige ordres, als bereeds, ten dien op zigten na Sadraspatnam afgezonden zijn, volgens secreet ben vrouwen Carolina sluijt van den 11. deezer, onder aan„ schrijving verder, zoo zij, om zig tegen een roofbenden te defendeeren, om bij manquerment van kruijt een niet genoegzaam van kruijt en loot mogten weezen voorsien, om dan ten eersten herw:s te zenden een specificque notitie van het beno„ digde, dat hun ten eersten zal worden toegezonden Aldus Gedaan en Gear„ resteerd in't Casteel tot Naga„ patnam dato voorsz: /: was ge„ teekend:/ R: van Vlissingen ldaan zijnde :/ ter keul n ingevalle zulx in gio van de Bank, waa „n David en Abra„ selven Gemagtigden so Thien Guldens, Twaalf 's zijnde alhier aan 't sscher, Theodora Ia a Geertruijda Prins er overleedenen onder Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig ou van A„o 1782. tie doen tig Casses â 90. stuiver. , ofte de waarde van „send vijf hondert en perCento Rabat, die in Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. senteerende de G: bij Apno 1781. ingen Saes s Cossel zeq: boek kouden

NL-HaNA_1.04.02_3569_0320 view scan ↗

English

Production of a translated Marathi letter J. E. G. Haselman, S. Mossel, P. E. van Halm, J. D. Simons, M. Stoffenberg, and F. W. Bloeme Saturday the 26th of August 1780, at 8 o'clock in the morning Council Meeting Absent: The Senior Merchant and Honorable Head Administrator Philippus Jacobus Dormieux due to indisposition. Produced by the Honorable Governor was a translated Marathi letter written to His Honour by Simha Rasoe Naragarie Pandit, surnamed Batjana, plenipotentiary of the Tanjore Court, dated Tanjore the 11th of this month; which, after reading, was found to be of the following content: Translation of a Marathi letter written to the Right Honorable Reinier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with its jurisdiction, by Simha Rasoe Naragarie Pandit, alias Batjana, dated Tanjore the 11th of August 1780. After preceding compliments: With the return of the envoy Anaatje Pandidaar, the letter sent by Your Right Honorable on the 2nd of July last, along with the gifts and a little dog, having been well delivered here, I have not only presented them to the Prince, but also made His Highness understand the contents of the said letter, in which His Highness took much pleasure. The Prince is in great need of money, as the war has begun. And since Your Right Honorable takes a great interest in His Highness's welfare, and moreover is a good friend of mine, one lives in the hope that Your Right Honorable will be pleased to comply with the petition made on this occasion. I therefore request Your Right Honorable, in the name of the Prince, to assist His Highness with an advance of five years' recognition money, at 5,000 pardaus per year, Pardaus 25,000; as well as a loan of Pardaus 75,000; making together Pardaus 100,000. If both are granted by Your Right Honorable, His Highness will immediately arrange a receipt for the recognition money, and a bond confirmed with His Highness's seal for the money to be lent, on condition that these latter monies shall be repaid as soon as the fine nelly has been harvested. By showing this assistance, not only will the Prince's affection toward you increase and my heart rejoice, but it will also serve as proof that the friendship between the Prince and the Dutch Company remains constant. Your Right Honorable being a gentleman of understanding, I need not write much. From the mouth of the envoy Anaatje Pandidaar, Your Right Honorable will receive further news. As a token of affection, the Prince offers Your Right Honorable some robes of honor, which I request you to receive according to custom. What more shall I write to a good friend than that I request the continuance of your friendship. Below was written: For the translation according to the translation of the Brahmin Wengata: Wengata Soebacaijer Aijen, Nagapatnam the 20th of August 1780. Signed: A. Dormieux, Sworn Translator. Note of the following robes of honor: 1 piece Turban 1 piece Chadar or small cloth 2 pieces ditto for skirts 1 piece Sash 1 piece Flowered chadar for trousers 6 pieces in total Subsequently, regarding the contents of the said letter, which contains principally a request to assist His Highness with an advance of recognition money for 5 years, amounting to [illegible]

Dutch transcription

productie van aen Translaat Mar„ rattijse brief . . . . . . . . J. E. G: Haselman, S, Mossel, P. E. van Halm, J. D. Simons, M. s stoffenberg. en F: W: Bloeme Saterdag den 26: Augustus 1780. 's morgens ten 8. uuren Vergadering van Politie Absent Den opperkoopman en E. Hoofd. administrateur Philippus Jacobus Dormieux mits indispositie Is door den Heer Gouverneur ge produceerd een Translaat Mar„ rattijse brief aan zijn Edele ge„ schreeven, door Simha Rasoe Naragarie Pandit /: bij genaamd Batjana:/ Albeschik van het Tansjoursche # 324. insertie van het zelve, den 26. Augustus 1780. Tansjoursche Hoff, gedateerd Tansjour den 11. deezer: die na lectuure bevonden is te zijn van den volgenden inhoud Translaat eener Mar„ rattijse brief geschreeven aan den Wel Edele Gestren„ gen Heer Reinier van Vlissingen, Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel met den resor„ te van dien, door Simha Rasoe Naragarie Pan„ dit /alias Batjana:/ gedateerd Tansjour den 11:e augustus 1780. Naar voor afgaande Complimenten Met de te rug komst van den zendeling Anaatje Pandi„ daar, de door uwel Edele Ge„ Geertruijda Prins scher, Theodora Ia„ „ overleedenen onder rouwen Carolina ingevalle zulx in io van de Bank, waa„ elven Gemagtigden so hien Guldens, Twaalf David en Abra„ zijnde alhier aan 't daan zijnde:/ ter keul van A„o 1782. te doen Oost Indische strenge./ De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Eerste Assignatie No. 10. senteerende de G„ Severin, en in 's Comp Cent Acht en Dertig ou 19 Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in send vijf hondert en ofte de waarde van rij anno 1781— ingen lils Cossel heg: boek houder) ƒ strenge gesondene brief van den 2. ' Julij p„o, nevens de geschenken en Een hondje, alhier wel be„ steld geworden zijnde, heb ik niet alleen deselve, aan den Vorst g'intrageerd, maar ook den Jnhoud van gemelde missi ve aan zijn Hoogheijd te ver¬ staan gegeeven, waar in Hoogs deselve veel genoegen geschept Den Vorst is seer verleegen om geld, door dien 'er met de oorlog een begin gemaakt is, En dewijl uwelEd. Gestrenge veel deel neemt in zijn Hoog„ heijds wielvaart, en buijten dien een goed vriend van mij is, zoo leeft men in die hoope, dat uwel Edele Gestrenge aan de petitie, die bij deese occagie gedaan word, wel zal gelieve te Voldoen. Jk versoek dan uwel Edele Gestrenge uijt naam van den vorst heeft. 325. den 26. ' Augustus 1780. Vorst, om aan zijn Hoogheijd te adsisteeren met een voor uijt verstrekking van vijf jaarige Recognitie penningen, of tegens 5000. pardauws sjaars; Pard. s 25000. –. zoomeede ter leen of te samen Pard. s 100000. —. Indien het een en ander door uwel Edele Gestrenge toegestaan seerin, en in 's Comp word, zoo zal zijn Hoogheijd ten Eersten besorgen Een quitan„ tie voor de recognitie pennin„ gen, en Een obligatie met Hoogst desselfs Zegel bekragtigd, voor het geld, dat men uijtleenen zal; onder conditie dat deese laast„ gemelde penningen weder ge„ restitueerd zullen worden, zoo dra de fijne Nelij gesneeden is. Door deese te bewijsene adju„ de zal niet alleen de geneegend„ heijd van den Vorst t'uwaards toeneemen, en mijn harter over te geeven - - _ - - - - - - „ 75000. –. send vijf hondert en ofte de waarde van daan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in van A„o 1782. ten doen lven Gemagtigdensd ouwen Carolina Geertruijda Prins David en Abra„ tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't scher, Theodora Ja overleedenen onder o van de Bank, waa„ senteerende de G: 43= Oost Indische. verheugen. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Eerste Assignatie No. 10. er't Acht en Dertig oud 9 Casses â 90. Stuiver. en Cento Rabat, die in ij Anno 1781- ngen Sias Cossel 8g: boek houden) verheugen, maar ook het selve tot een preuve strekken, dat de Vriendschap tusschen den Vorst, en de Nederlandse Compagnie bestendig blijft. uwel Edele Gestrenge een heer van verstand zijnde, be„ hoef ik dus niet veel te schrij„ ven. uijt monde van den sende ling Anaatje Pandidaar zal uwel Edele Gestrenge het verder Nieuws te verstaan krijgen. Den Vorst bied uwel Edele gestrenge tot een teeken van genegendheid aan, Eenige Eer„ Kleederen, dewelke ik versoeke navolgens uzantie te ontfangen Wat sal ik meer aan een goed vriend schrijven, dan dat ik versoek om de volharding van desselfs Vriendschap /:onder stond:/ Voor de oversetting vol„ gens vertaling van den bramin wat Wengata:/ 326. senteerende de G„ at daar bij verzogt word, den 26:e Augustus 1780. Wengata soebacaijer aijen, Nagapatnam den 20. augus„ tus 1780. /:/was geteekend:/ A=m Dormieux Gesw. Translt Notitie van de volgende Eerkleederen 1. p. s Tulband 1. „ sjadra of kleedje 2: „ d.:o tot rokken 1. „ middelband 1. „ gebloemde sjadra tot broeken 6. p. s tesamen Vervolgens over den inhoud van den gemelden missive, behel„ zende ten principaalen verzoek om zijn Hoogheijd te assistee„ ren, met een vooruijtverstrec„ king van recognitie penningen voor 5. Jaaren, bedraagende daan zijnde :/ ter keul ingevalle zulx in tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't lven Gemagtigden so o van de Bank, waar David en Abra„ ouwen Carolina van A„o 1782. ten doen #ot Oost Indische. tegen. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Eerste Assignatie No. 10. scher, Theodora Ja Geertruijda Prins overleedenen onder Severin, en in 's Comp en't Acht en Dertig ou 9 Casses â 90. Stuiver. en Cento Rabat, die in send vijf hondert en ofte de waarde van iAnno 1781— ingen Clas Cossel heg: boek houden N

NL-HaNA_1.04.02_3569_0326 view scan ↗

English

deliberation thereupon, at 5000 pardaus per year, 25000 pardaus, and a loan of - - - - - 75000, or together 100000 pardaus. Having entered into deliberation with one another, it was immediately remarked by the Governor that those very difficulties, on account of which in the month of March 1779 a similar request had been politely declined, still militated; principally the lack of an adequate stock of cash to be able to spare such a sum from it, and orders received from Batavia to make no disbursement to the said Prince, neither on bond nor mortgage, beyond their High Mightinesses' qualification. 327. the 26th of August 1780. further showing that one consequently could not very well proceed to the making of any monetary loan, but that one nevertheless could not entirely offend the said Prince, with whom the Company was currently once again living in very good harmony, by turning down his request flatly, especially as he was now so very pressed for money; because this would by no means agree with the true interest of the Company in the present critical state of affairs: with a further proposal, in addition to the advance payment of recognition monies already made to the Prince up to the year 1779/80, to make a further advance payment to His Highness of 15000 pardaus for the recognition monies for the years 1781/82, 1782/83, and 1783/84. Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed, under excuse of the 75000 pardaus requested as a loan, to have issued to the envoy of the Tanjore Prince, under receipt authenticated with the Prince's seal, 15000 pardaus for the due recognition monies for the years 1781/82, 1782/83, and 1783/84, should the Prince be pleased to accept them. While it was furthermore agreed, the gift goods. 328. receipt of a secret letter and extract resolution from Pulicat the 26th of August 1780. gift goods received along with the above-mentioned letter from the Albeschik, consisting of 1 turban cloth 1 sjadra or small cloth 2 ditto for coats 1 sash, and 1 flowered sjadra for trousers, or 6 pieces; to be relinquished to the Governor for the appraised sum of 37 New Negapatnam pagodas. Together with a secret missive from Pulicat of the 7th instant, there having been received the resolution taken by the officials there on the 4th preceding, with regard to defending that factory against raiding parties, reading as follows. Friday the 4th of August 1780, in the forenoon at 11 o'clock. Meeting; Present Merchant Nicolaas Tadama, Chief Junior Merchant Hendrik Scoffier, Second Ensign Frederik Pool, Commander of Militia, and Bookkeeper Jacob Beijster, Warehouse Keeper. The collective members having appeared at the dwelling house of the Chief, the first-named made known to them that the General Hyder Ali Khan had descended with his mighty army, and spread out both south and north of these Carnatic lands, had robbed and plundered several places, as well as that his cavalry had not even spared the Company's lodge. 329. the 26th of August 1780. lodge at Porto Novo to attack it, and to take the Resident Iopander, along with the clerks Wullich and Werft, as prisoners to the army, and it was therefore only too greatly to be feared that this predatory rabble would not spare this region either, on account of the vicinity of Madras, at which Hyder Ali Khan according to common rumor seems to be aiming; along with an inquiry at the same time as to what was to be done in this dangerous circumstance of the times: so it was, after mature consideration, and in view of the fact that these marauders spare neither friend nor foe, but rob and raid all places and corners wherever they can possibly reach, and also that they had spread far and wide, unanimously resolved to put themselves in a state of defense against those plunderers.

Dutch transcription

deliberatie dierwegens, tegen 5000. pard. s sjaars, pard:s 25000. en een leening van - - - - - „ 75000. of te zaamen pard:s 100'000. met malkanderen ter delibe„ ratie getreeden zijnde, wierd al aanstonds door den Heer Gouverneur geremarqueerd, dat die eijge zwaarigheeden, waar om men in de maand Maart 1779. een diergelijk verzoek be„ leefdelijk heeft van de hand ge„ rieezen als nog militeerden; principaal gebrek aan een ge„ noegzaamen voorraad van Contanten om 'er een diergelij„ ke som uijt te kunnen missen ende van Batavia ontvange ordres, om aan den gemelden Vorst, nog op obligatie of hij po„ teek eenige verstrecking te doen buijten Hoog derzelver qualifi„ catie./ 327. den 26:e Augustus 1780. catie, onder vertooning verder, dat men dienvolgende niet wel tot het doen van eenige geldleening zoude kunnen over„ gaan, dan dat men egter, den gemelden Vorst, waarmeede de Compagnie thans weder in een zeer goede harmonie leefde ook niet ten eenemaal voor het hoofd kon stooten, door zijn verzoek glad af te slaan, vooral wijl hij tans zoo zeer om geld verlegen orras; „rrant dit geenzins met het waar belang der Maatschappij, in den presente Critiquen toestand van zaaken zou over een stemmen: met propositie verder, om behal„ ven de bereeds aan den Vorst ge„ daane vooruijtverstrecking van Recognitie penningen tot den ofte de waarde van zijnde alhier aan 't hien Guldens, Twaalf ouwen Carolina Geertruijda Prins Scher, Theodora Ja overleedenen onder lven Gemagtigden so o van de Bank, waar David en Abra„ ingevalle zulx in aan zijnde :/ ter keul 117. Post Indische. senteerende de G: Jaare De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. van A„o 1782. ten doen Severin, en in 's Comp en't Acht en Dertig oud 9 Casses â 90. stuiver. en Cento Rabat, die in send vijf hondert en Anno 1781.— en n is Cossel heq: boek houden besluijt onder excusatie van de verzogte 75000. pard:s ter leen, op quitantie 15000. pard:s voor uijt te verstrekken, en de nevens gem: schenkagie goederen aan den haar Goue vervaut aftestaan, Jaare 17 3/80, nog aan zijn Hoog¬ heijd een vooruijtverstrecking te doen van 15000. – pardauws voor de recognitie-penningen voor de Jaaren 17 7/62, 178 2/3 en 178¾ Waarop na deliberatie goedge vonden en verstaan is, onder excusatie van de ter leen verzog„ te 75000. pard. s aan den zende ling van den Tansjourschen Vorst, onder quitantie met 's vorsten zegel bekragtigt te laaten afgeven 15000. pardauw voor de verschuldigde recogni tie penningen voor de Jaaren 178½, 178 2/3. en 178¾. zoo den Vorst die zal gelieven te accep¬ teeren. Terwijl voorts verstaan is, de Schenkagie. 328. ontvangste van een secreete brief en xtract resolutie van palleacatta den 26:e Augustus 1780. schenkagie-goederen, nevens den opgemelden brief van den Al„ beschik ontvangen, bestaande in 1. Sulband 1. Sjadra of kleedje 2. d:o tot rokken 1. middelband, en 1. Gebloemde sjadra tot broeken, of 6. stuks; aan den Heer Gouver„ neur over te laaten voor de ge„ taxeerde somme van 37. Nieu„ we Nagapatnamsche pagooden. Nevens een Palleacattasche secreete missive van den 7. deezer, ontvangen zijnde, de door de Bediendens aldaar, op den 4. be„ vorens genome Resolutie, met opzigt tot het defendeeren van dat Comptoir tegens stroopende Geertruijda Prins scher, Theodora Ja overleedenen onder rouwen Carolina tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't daan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in io van de Bank, waar van A„o 1782. ten doen David en Abra„ lven Gemagtigdens tg Oost Indische senteerende de G: partijen De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. Severin, en in 's Comp en't Acht en Dertig ou 19 Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in send vijf hondert en ofte de waarde van Anno 1781 hij ingen lis MCossel hog: boek houder insertie van dat Extract, partijen, luijdende als volgt. Vrijdag den 4. e Augustus 1780. 's voordemiddags te 11. uuren. Vergadering; Present Donr Koopman Nicolaas Tadama, opper „onderkoopman Hendrik Scoffier, secun „ Vaandrig Frederik Pool, Comman„ dant van Militie, en „boekhouder Jacob Beijster, Pakhuijs ma De Gezaamentlijke Leeden ter woonhuijse van het opperhoofd ver scheenen zijnde, gaf den Eerstgetee„ kende aan deselve te kennen, dat der Veld Heer Haijder Alichan met zijn magtig Leger afgezakt, en zo ten zuijden en Noorden van deeze Carnaaticasche Landen versprijd verscheijde plaatsen geroofd en ge„ plunderd, mitsg: s dat zijne ruijt rij selfs niet eens ontzien hadde sComp Loge. 329. den 26. aug. o 1780. Loge te Portonovo te overvallen, en den Resident Iopander, ne„ vens de pennisten Wullich en Werft als gevangen naar het Le„ ger mede te neemen, en het dier„ halven maar al te zeer te dugten was, dat dit Roof-gespuijs dee„ouwen Carolina zen oird / om de nabijheijd van Ma„scher, Theodora Ja„ dras, waar op Haijder ali kan volgens algemeen gerugt het schijnt te munten:/ meede niet verschoonen zal; met omvraage teffens, wat 'er in deeze gevaarlijke tijds omstandigheijd te doen stond: zoo is naar een rijpe overdenking, en uijt aanmerking, dat deeze strookers nog vriend nog vijand ontzien, maar alle plaatsen en roegen, waar maar immers bij kunnen komen, berooven en stroo„ pen, ook dat ze zig wijden zijd versprijd hadden, eenpaariglijk beslooten, zig tegens die pleinde„ raars in staat van defensie te ofte de waarde van send vijf hondert en daan zijnde :/ ter keul ingevalle zulx in o van de Bank, waa David en Abra„ lven Gemagtigden so tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't Geertruijda Prins van A„o 1782. tie doen overleedenen onder senteerende de G: 1: Oost Indische. stellen. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. Severin, en in 's Comp ent Acht en Dertig oud 9 Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in ij Anno 1781 - ngen is Cossel heq: boek houden

NL-HaNA_1.04.02_3569_0332 view scan ↗

English

to post, in order to keep them away from the walls of this Castle in the event of an unexpected attack or sudden encirclement, as well as to secure the valuable effects of the Lords and Masters; and consequently, since this place is provided with no Company vessel other than some defective dinghies, subject to the approval of the Illustrious Government of Coromandel, to charter one of the arriving thonijs for a moderate payment, in order to be able to ship the Company's goods away in it upon the first revolution. Subsequently, it was also understood, following the example of the resolution taken here on the 25th of March 1750 during a similar dangerous occurrence, firstly: to provision this Castle and supply it with the necessary firewood, salt, and dried fish, there being meanwhile a sufficient supply of paddy. Secondly: 330. The 26th of August 1780. Secondly: to take into service 24 coolies to be employed at the cannon on the bulwarks; item, to have the cisterns, which were not used due to a lack of buckets, filled with fresh water for the garrison; as well as 12 extraordinary peons to be stationed on the roads, principally to the southwest, in order to obtain prompt intelligence upon the approach of horsemen; and finally, Thirdly: to order the Company's merchants to bring all the Company's textiles, both rough and finished, into the Castle and keep them there in a room in the packing hall, not leaving a single piece outside in their warehouses. Thus done and resolved in Castle Geldria, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: N: Sadama, Hendrik Scoffier, Fredrik Pool, and Jacob Beijster. Below stood: Agreed. Was signed: J: L: Beggle, Sworn Clerk. Resolution to approve the measures taken for defense, regarding the chartered thonij: It was, after deliberation, approved and agreed to consider all the defensive measures taken therein as prudent, and consequently to approve them hereby; with the instruction, however, that since they have already been informed by secret letters of the 22nd of this month regarding the hiring of a private thonij for Paliacatta, it is firmly trusted that upon receipt of that letter they will have directly dismissed the thonij chartered by them. Subsequently, 331. Receipt of a secret letter from Sadras, what they request therein, regarding the resolution taken in that matter. The 26th of August 1780. Subsequently, reading having been taken of a secret letter from Sadraspatnam dated the 16th of this month, containing as its principal request that in this critical state of the times they might be assisted with some reinforcement for the garrison and the artillery, especially since already half of the men were sick while the watches and posts had to be manned: so it is—since upon a similar letter from the servants in their letter of the 31st of July, the necessary resolutions were already taken on the 11th of this month in the Council of Coromandel, of which notice was given to the chiefs by letter of the 22nd following—approved and agreed to note hereby that no resolution has been taken upon their aforementioned letter of the 16th of this month. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Was signed as before. Thursday 332. Assistance of men. Thursday the 31st of August 1780, in the morning at 8 o'clock. Meeting of Policy. Absent: The Senior Merchant and Honorable Head Administrator Philippus Jacobus Dormieux, due to indisposition. Request made by De Neijs: By the Chief of Sadraspatnam, Mr. Jacob Pieter de Neijs, not only in a private letter written to the Governor on the 15th of this month, but also in secret letters of the 23rd following, further application having been made with the greatest urgency to be assisted with some troops,

Dutch transcription

stellen, om bij eenen onverwagten Jnval, off orvel insluijting, hen van de vrvallen deezes Casteels aftehouden zoo ook 's Heeren en Meesters dierbo re Effecten te segureeren, en dien volgende, twijl deze plaats van geen Comp s vaartuijg, behalven eenige gebrekkige slengen, voorsien is, op approbatie van de Jllustre Cor mandelse Regeering, een der aankomende thonijs tegens een mediocre betaaling inte huuren, om op de Eerste Revolutie sComp vorhaaren daar inne te kunnen afscheepen. Vervolgens is almeede verstaan naar het exempel van het bij een diergelijke dangereuse gebeurtend alhier genomen besluijt de dato 25. Maart 1750, dit Casteel eers„ telyk: te proviandeeren en te voor sien met het nodige Brandhout zout en gedroogde Vis: zijnde in„ middens een genoegzaame voor„ raad van Nelij Ten 330. den 26. aug. o 1780. Ten anderen: in dienst te neemen 24. koelijs, om bij het Canon op de Bolwerken te emploieeren; jtem de Regenbakken, die mits gebrek van genten niet gebruijkt werden, met zoet water voor 't guarnisoen te laaten vullen; mitsg.:s nog 12. Extra ordinaire Pions tot uijtzet„ ting op de vregen, principaal ten zuijd-vresten, ten eijnde bij aannaadering van ruijters spoe„ dig berigt te konnen erlangen: en eijndelijk Ten derden sComp. s Kooplieden te ordonneeren, alle sComp. s Lijwaa„ ten, zoo ruw als opgemaakt, in't Casteel te brengen en aldaar in een kamer op de Pakzaal te bewaaren, geen een stuk in haare pakhuijsen buijten te laaten Aldus Gedaan en beslooten Jn't Casteel Geldria, ten dage, maand en Jaare voorsz: /:was geteekend:/ N: Sadama, Hend=k. Scoffier, fredk Pool ofte de waarde van send vijf hondert en daan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in o van de Bank, waar tien Guldens, Twaalf van A„o 1782. tie doen lven Gemagtigdenso zijnde alhier aan 't ouwen Carolina scher, Theodora Ia Geertruijda Pins David en Abra„ overleedenen onder Severin, en in 's Comp 178: Post Indische. senteerende de G in De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. en't Acht en Dertig ou 9 Casses â 90. stuiver. pen Cento Rabat, die in ƒ ij anno 1781 — ingen Slis „ Cossel Leq: boek houden besluijt de genomene maat reguler stot defentie te approbeeren, pens de in huur genomene tfforij„ en Jacob Beijster /onderstond Accordeerd /:was geteekend:/ J: L: Beggle Gesw: scriba zoo is na deliberatie goed gevonden en verstaan, alle de daar bij geno„ me maatregelen van defensie als voorzigtig te considereeren, en dienvolgende bij deesen te approbi ren; onder aanschrijving egter, en onder welke aanschrijving no„ dat wijl men hun bij secreete schrijvens van den 22. hujus, bi reeds kennis gegeven heeft van het in dienst neemen van een pan wegen ticuliere tonie voor Palleacatta, men vastelijk vertrouwt dat zij op den ontvangst van dien missive, direct zullen hebben afgedankt, de door hun inge„ huurde Thonij Vervolgens on van 331. ontvangst van een secreete brief. van sadras, wat zij daar bij verzoeken, vregens het dierweg: genomen be„ slijt, den 26: augustus 1780. Vervolgens Lectuure genomen zijnde van een Sadrasp=le secreete missive van den 16. deezer, be„ helsende ten principaalen ver„ zoek, om in deezen Critiquen toestand van tijd met eenige ver„ouwen Carolina sterking voor het guarnisoen en de Artillerij geassisteerd te mogen worden, voor al daar bereeds de helft van het volk ziek zijnde de wag„ ten en posten moesten bezet„ reeds gegeevene kennisse aan die bed. s ten: zoo is, wijl op een dierge„ lijk schrijven van de Bediendens, bij haaren brief van den 31. Ju„ lij, bereeds op den 11. deezer in Raade van Chormandel de noo„ dige besluijten genomen zijn, waar van aan de opperhoofden send vijf hondert en ofte de waarde van daan zijnde :/ ter keul ingevalle zulx in io van de Bank, waar tien Guldens, Twaalf van A„o 1782. tie doen David en Abra„ lven Gemagtigden so zijnde alhier aan 't scher, Theodora Ia„ Geertruijda Pins overleedenen onder Severin, en in 's Comp tt Oost Indische. senteerende de G„ kennis De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. Cen't Acht en Dertig oud 19 Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in Anno 1781- gen in Mis Cossel hog: boek houden H 9 kennis gegeeven is bij brief van den 22. daar aan volgen de, goedgevonden en verstaan bij deezen te noteeren, dat op haaren meergemelde brief van den 16. hujus geen Reso¬ lutie genomen is. Aldus Gedaan en gearresteerd in 't Cas¬ teel tot Nagapatnam gedaa assisten dato voorsz: /:was geteekent als vooren. Donderdag 6 332 assistentie van manschappen, Donderdag den 31:' Augustus 1780. 's morgens ten 8. uuren Vergadering van Politie Absent Den opperkoopman en E. Hoofd-administrateur hien Guldens, Twaalf Philippus Iacobus Dormieux mits indispositie gedaan verzoek door de Neijsom Door het sadraspatnams op„ perhoofd Mr. Jacob Pieter de Neijs, niet alleen bij een parti„ culieren brief op den 15. deezer aan den Heer Gouverneur ge„ schreeven, maar ook bij secreete Letteren van den 23. daar aan volgende, nader en met het mees„ te empressement aanzoek ge„ daan zijnde, om met eenige Geertruijda Pins overleedenen onder cher, Theodora Ja zijnde alhier aan 't lven Gemagtigdenso ingevalle zulx in daan zijnde :/ ter keul o van de Bank, waar rouwen Carolina David en Abra„ an A„o 1782. tin doen 187. Oost Indische. manschappen 6 De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. senteerende de G: Severin, en in s Comp en't Acht en Dertig ou 9 Casses â 90. Stuiver. per Cento Rabat, die in send vijf hondert en ofte de waarde van bij anno 1781— ingen Siaes Cossel hog: boek houden Rent

NL-HaNA_1.04.02_3569_0338 view scan ↗

English

continuation to be assisted with troops; further demonstrating by the first-mentioned letter that the Sadraspatnam garrison consisted of only 29 men, mostly incompetent and dissipated subjects, of whom only 24 could perform duty; and by the other that the enlistment of 25 Sepoys and 50 Coolies to serve with the artillery, for which the chiefs have been authorized from here by letter of the 14th of this month, could be of little avail, considering that this amounted to only 6 Sepoys and 12 Coolies for each bastion, and moreover not a single man remained to protect the village, which would thus have to be left as prey to the first-arriving plunderers, 333. deliberation on this, the 31st of August as its plundering could not possibly be prevented by the artillery of the fort: thus, having deliberated upon this with all attention, it was observed by the Lord Governor that, however much His Honour wished to enable the Sadraspatnam servants, by sending some assistance, to defend forcefully against an approaching enemy the Company's possessions there alongside the village of Sadras, upon the preservation of which very much depends for the Company, for which it was to be feared that one would also have to hold Haidar Ali Khan; His Honour, however, finds himself completely unable to offer them any assistance of artillerymen; but that His Honour, however weak this garrison was, might yet resolve to send them a small assistance of soldiers, if the Council could agree therewith. Whereupon, in consideration of the danger in which Sadras finds itself, upon the prior advice of His Honour, it was unanimously not only approved and agreed to send from here to Sadraspatnam with the bark De Eendragt 1 sergeant, 1 corporal, and 10 common soldiers; 334. the 31st of August 1780. but also to authorize the Chief De Neys by this present, above the Sepoys and Coolies already enlisted, to enlist another 25 Sepoys to reinforce guards and posts. Furthermore, it was also agreed not only to send to Sadras with the said vessel 1000 pieces of old Nagapatnam pagodas, in new coin with an 8 percent agio, for meeting daily expenditures, and 1000 lb. of gunpowder; but also to have the requisition of ammunition and weaponry that was sent over fulfilled as completely as possible, in the confidence that the servants will thereby still be placed in some state of defense, at least against a band of robbers. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date as above. Signed as before. 335. Notice given to Ceylon of the invasion etc. of Haidar Ali at Porto Novo, Monday the 11th of September 1780, at 8 o'clock in the morning. Council of Policy Absent: The Senior Merchant and Honorable Chief Administrator Philippus Jacobus Dormieux The titular Merchant and Second Warehouse Keeper Joan Daniel Simons on account of indisposition. By secret letter of the 2nd of August last, not only was communication given to the Ceylon Ministers of the invasion of Haidar Ali Khan into these Carnatic lowlands, and the subsequent plundering of Porto Novo by his troops, but also by this.

Dutch transcription

vervolg manschappen te mogen worden onderwelke vertooning teffens, geassisteerd; onder vertooning verder bij den eerstgemelden brief, dat het Sadraspatnam Guarnisoen, slegts bestond uijt 2 man, meest onbekwaame en delib liderlijke subjecten, waar van er maar 24. dienst konden doen en bij den anderen dat het in dienst neemen van 25. Sipaaijs en 50. Roelis om bij de arthilleren dienst te doen, /:waar toe de opper„ hoofden van hier gequalificeerd zijn bij brief van den 14. hujus, wijnig baaten kon, gemerkt het voor elk bastion maar 6. sipaaijs en 12. Koelies uijtmaak ten, en 'er bovendien geen en„ keld man overschoot om het dorp te beschermen, dat dus ten prooij aan de eerstkomende rovers. 333. deliberatie daar over, den 31:e Augustus rovers zou moeten gelaaten wor„ den, alzoo men dies uijtplunde„ ring met het geschut van het fort onmogelijk kon beletten: zoo is, hier over met allen aan„ dagt gedelibereerd zijnde, door den Heer Gouverneur aange„ merkt, dat hoe zeer zijn Edele wel wenschte, de sadraspat„ namsche bediendens door het toezenden van eenige hulp in staat te stellen om Compagnies bezittingen aldaar nevens het dorp sadras, aan welkers be„ houd der Maatschappij zeer veel gelegen legt, met kragt te kunnen defendeeren tegen een aannaderende vijand, waar voor het te vreezen was, dat men Waider Alichan ook Zou moeten send vijf hondert en ingevalle zulx in daan zijnde:/ ter keul io van de Bank, waar zijnde alhier aan 't rouwen Carolina scher, Theodona Ja „ Geertruijda Prins David en Abra„ thien Guldens, Twaalf selven Gemagtigden so „ overleedenen onder 124: Oost Indische. senteerende de G: houden. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. van A„o 1782. tie doen Severin, en in 's Comp tert Acht en Dertig ou tig Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in ofte de waarde van Anno 1781 ingen Vitls Cossel hog: boek houden besluijt om nevens gem: 12. militai„ deers na derw:s te zunden, houden, Hoog denzelven zig egter volstrekt buijten staat bevind, om hun eenigen bijstand van Artilleristen te bieden; dan dat zijn Edele hoe zwak ook dit qua nisoen was, nog wel zoukun„ nen resolveeren; hun een Kleij¬ ne assistentie van militairen toe te zenden, zoo den Raad zig daar meede kon confor„ meeren. Waar op uijt overweging van het gevaar waar in zig Sadras bevind, op het preadvis van zijn Edele, met algemeene stem„ men niet alleen goedgevonden en verstaan is, met de bark de Eendragt van hier na sadraspatnam te zenden 1. segeant. toezen a 334. senteerende de G= 25. sipaijs te qualificeeren, toezending van Contanten, buskruijt ammonitie en wapen goederen. den 31. Augustus 1780. 1. sergeant 1. Corporaal en 10. gemeene Militairen; maar ook on tot het in dienst neemen van nog het opperhoofd de Neijs nog bij deezen te qualificeeren, om bo„ ven de reeds in dienst genome si„ paaijs en Coelies, nog 25. Sipaaijs in dienst te neemen tot verster„ king van wagten en posten. Voorts is nog verstaan met het gemelde bodemtje niet alleen na sadras te zenden 1000. stuks oude Nagapatnam„ „sche pagooden, in nieuwe munt met 8. percento op„ geld, tot het doen der dage„ lijksche uijtgave, en 1000. lb. buskruijt; maar ook het „send vijf hondert en ofte de waarde van percento Rabat, die in selven Gemagtigden so Thien Guldens, Twaalf szijnde alhier aan 't trouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ & Geertruijda Pins en overleedenen onder rio van de Bank, waar David en Abra„ „ingevalle zulx in daan zijnde :/ ter keul Severin, en in 's Comp van A„o 1782. tij doen 137 Oost Indische. overgezonden De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. dert Acht en Dertig ou tig Casses â 90. Stuiver. 2ij Anno 1781. ingen Mas Cossel k0 g: boek houden i1 overgezonden Eischje van am„ munitie en wapen goederen, voor zoo ver het mogelijk zij Compleet te laaten voldoen, in vertrouwen dat de bedien„ dens daar door nog wel eenig¬ zins in staat van tegenweer zullen weezen gesteld, ten minsten tegen een Roofben den. Aldus Gedaan en Ge„ arresteerd in't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren zen gegeeven porto Maandag geeven 335. gegeevene Kennisse na Ceijlon van don inval etc: van Haijder Ali te portonovo, Maandag den 11. e September 1780. 's morgens ten 8: uuren Vergadering van Politie Absent Den opperkoopman en E. Hoofd-administrateur Philippus Iacobus Dormieux v rouwen Carolina Den koopman tit: en tweeden Pakhuijs meester Joan Daniel Simons mits indispositie Bij secreet schrijven van den 2. Augustus Jongstleeden aan de Ceijlonsche Ministers niet alleen Communicatie gegeven zijnde van den inval van Haider Alichan Ingen in deeze Carnaticasche beneden Landen, en het daar op gevolgd uijt plunderen van Portonovo door zijne troupes, maar ook door ofte de waarde van send vijf hondert en hien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't Geertruijda Pins elven Gemagtigden so„ Icher, Theodora Ja„ „ overleedenen onder ingevalle zulx in io van de Bank, waar daan zijnde:/ ter keul David en Abra„ 133. Oost Indische. senteerende de G„ deezen. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. van A„o 1782. tin doen Severin, en in 's Comp Cen't Acht en Dertig ou 19 Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in bij Anno 1781— lils Cossel heg: boek houden

NL-HaNA_1.04.02_3569_0344 view scan ↗

English

could take native troops into service, might assist here, received answer thereto twofold questions proposed, having been presented by this Council to the same, being the following two questions: namely, 1.) whether one, without consent of Your Noble Honors or the Government, in the present dangerous times in which one is entirely uncertain whether the Company's possessions are targeted or not, might indeed, without special consent of Their High Nobles, proceed to a moderate augmentation of native troops; and 2.) to inform this Council with how many European military personnel, artillerymen, and Malays one could, if necessary, assist Nagapatnam. The aforementioned Ministers having answered thereto by secret letters of 19 August, which, upon 185 336. insertion of that letter 11 September 1780. reading, were found to contain the following: Nagapatnam To the Noble Sir Reinier van Vlissingen, Governor and Director over the Company's Important Trade and Affairs there. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Highly Discreet! We have received and immediately taken into consideration Your Honor's secret letter of the 2nd of this month. A copy of that which we recently wrote to the Government of Cochin, which we dispatch herewith, can give you the best information regarding our condition. [illegible] Not only do we fear further tidings concerning the state of war in Europe, but it is also now already the third year that we have been miserably provided with recruits from the Netherlands; and we hasten, therefore, to inform Your Honor that the means for the defense of Nagapatnam will have to be sought on Coromandel itself. Since Your Honor asks our opinion in this regard, we make no difficulty in declaring that it appears to us to be necessary to considerably enlarge the companies of sepoys garrisoned with Your Honor in privates and non-commissioned officers, and to summon all still somewhat usable Europeans from the smaller outposts to Nagapatnam. With which 337. reading of a copy letter written by those Ministers to Cochin, 11 September 1780. With which, after friendly greetings, we remain, underneath stood: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Highly Discreet; lower: Your Honor's devoted friends and servants; was signed: Im. Will. Falck, Daniel de Bok, C. de Cock, G. J. Cogaart, G. H. Borwater, G. E. Holst, G. de Bordes, and M. Mekern. In the margin: Colombo, the 19th of August 1780. After the reading of the aforementioned letter, the Government also took reading of the copy letter sent alongside it, written by the Ceylon Government to the Governor and Council at Cochin, which likewise, upon [illegible] insertion thereof, was found to be of the following content: Malabar To the Noble Sir Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of Dutch India, Governor and Director over the Company's Important Trade and Affairs, Together with the Council at Cochin. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Highly Discreet Sirs, Entirely unexpectedly we received, these days, news of the plundering of Portonovo, and of a township named Kanchipuram, which lies not far from Madurai. 338. 11 September 1780. Madurai lies: These raids were carried out by detachments from two armies of Haidar Ali, of which one has encamped above Tiruchirappalli and the second near Dindigul, all not very far from the fortress of Madurai. The whole country on the other coast has thereby been thrown into commotion and consternation, and the Nawab with his English allies has on that side barely enough people that they can garrison their strongholds. Because the country thus lies open to Haidar, the servants of Tuticorin have asked for a speedy relief, concerning the estimation of which we have been the more perplexed because the tidings from Europe, as is known to Your Honor, are not at all favorable with regard to the Netherlands' neutrality, and we have a poorly manned ship [illegible]

Dutch transcription

Jnlandsche traupes zou mogen en dienst neerner. hier soude konnen assisteeren„ ontvangen antwoord daar op voorgestelde twee leedige vragen, deezen Raade aan el dezelven voorgesteld weezende de twee vol„ gende vraage: namentlijk. 1. )n of men zonder Concert vaan W: V. Ed: of de Regeering in den presenten dangereusen tijd waar in men ten eenemaal onzeker is, of het ook op Comp. e bezittingen is gemunt of niet, wel buijten speciaal Concent van Hunne Hoog Edelheedens zou mogen overgaan tot een maatige augmentatie van inlandsche trou„ om met hoe wees manschappen al „ pes. en 2. ) om deezen Raade te informeeren, met hoe veel Eu„ ropeesche Militairen, Arthil„ teristen en Maleijers, men des noods Nagapatnam zou kun„ nen assisteeren. Hebbende opgemelde Ministers daar op geantwoord bij secreete Letteren van den 19 Aug. s, welke bij 185 336. insertie van die brief den 11.:' September 1780. bij lectuure bevonden zijn te be„ heezen, het volgende Nagapatnam Aan den Edelen Heer Reinier van Vlissingen; Gouverneur en Directeur over 'skomp. s Jmportanten Handel en ommeslag aldaar Edele, Erntfeste, Manhafte, Wijze voorzienige zeer Dis„ Kreete! Wij hebben Leeden ontvangen en straks in overweging genomen uwer Ed. dekreete Brief van den 2. deezer. Een afschrift van 't geene wrij onderdaags aan de Regeering van Koetsjien schreeven, 't welk uisend vijf hondert en en, ofte de waarde van a Geertruijda Prins sscher, Theodora Ia„ frouwen Carolina van A„o 1782. ti doen ldaan zijnde :/ ter keul ingevalle zulx in gio van de Bank, waa„ Thien Guldens, Twaalf selven Gemagtigdenso ls zijnde alhier aan 't en David en Abra„ Oost Indische. vrij De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. senteerende de G: ier overleedenen onder Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig ou ttig Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in bij Anno 1781— ingen Mas Issel heg: boek houder) wij hiernevens afzenden, kan uw de beste onderrichting geeven om trend onzen toestand. Niet alleen duchten wy nader lige tijding wegens den oorlog staa in Europa, maar ook is het nu al het derde Jaar, dat wij uit Ne derland erbarmelijk zijn voor zien van rekruiten: en wij haa ten overzulks om uw Ed. te verwetten gen, dat de middelen tot verdeedi„ ging van Nagapatnam op ko mandel zelve zullen moeten gezocht worden. Daar uw Ed. ons gevoelen diendweegen afvraagen, maaken ij geen zwarigheijd verklaaren, dat het ons voorkom noodzakelijk te weezen om de Kompanien Sipaijs bij uw Ed. in bezetting aanmerkelijk te vergro ten in gemeenen en onder affi„ ciers en alle nogeven bruikbaar Europeers van de klijne Komp„ toiren na Nagapatnam te ontbieden. Waarmeede 337. id vleezing eener Copia missive door die Ministers na Cochir geschreeven, den 11. e September 1780. Waarmeede na Vriendelijke groete aan zijnde :/ ter keus blijven /onderstond:/ Edele, Erntfes„ te, Manhafte, wijze voorzie„ nige zeer Diskreete /lager:/ u overEd: D: W: Vriend en Dienaa„ hien Guldens, Twaalf ren /:was geteekend:/ Jm: Will: Falck, Daniel de Bok, C. s de Cock, g. J. Cogaart, g. H: Bor„ water, G, E. Holst, g:s de Bordes en M: Mekern in margine kolombo den 19e Augustus 1780. Na het Leezen van den ge„ melden missive, wierdt ook door de Regeering lectuure ge„ nomen, van den daar nevens overgezonden Copia Missive, door de Ceijlonsche Regeering geschree„ ven aan den Heer Gouverneur en Raad te Cochim: die almeede ofte de waarde van 9 Casses â 90. stuiver. en't Acht en Dertig ou van A„o 1782. tij doen ingevalle zulx in o van de Bank, waa„ David en Abra„ lven Gemagtigdenso zijnde alhier aan 't Geertruijda Prins ouwen Carolina scher, Theodora Ia overleedenen onder Severin, en in 's Comp 137 Cost Indische. senteerende de G: bevonden. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. om„ an uw nader staan het nu uit voor wihaar wette ten ons en, kom de n grot „ baar p„ d hog: boek houder) Cossel lils ngen Anno 1781 send vijf hondert en er Cento Rabat, die in di„ op kor Ne insertie der zelve, bevonden is te zijn van den vol genden inhoud Mallabaar Aan den Edelen Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Ne„ derlands Jndia, Gouverneur en Directeur over 'skomps Impor„ tanten handel en ommeslag Nevens den Raad Roetsjien Edelen, Erntfesten, Manha ten Wijzen Voorzienigen zeer Diskreeten Gansch onverwacht ontvingen wij, deezer dagen, tijding van het uit plunderen van Portonovo, en van een vlek Kanjepoeram ge„ heeten, 't welk niet verre van Madure.) Te 338. den 11. e September 1780. Madure legt: Deeze strooperijen zijn gedaan door detachementen van twee legers van Haider Ali„ welken een boven Tritjenapali en 't tweede bij Tindik alle niet zeer verre van de vesting Madure zich heeft nedergeslaagen. Het gansche land aan de overwal is daar door in beweeging en ver„ slaagenheid gebragt, en de Nabab severin, en in 's Comp met zijne Engelsche bondgenoo„ ten heeft aan dien kant; kwaalijk zoo veel volk dat zij hunne vaste plaatzen bezetten kunnen. wijl dus het land voor Haidar open legt, hebben de bediendens van Tutu ko„ rijn om een spoedig ontzet ge„ vraagt, omtrent welks begroo„ ting wij te meer verlegen zijn ge„ rreest, om dat de tijdingen uit Eu„ rapa, zoo als uw Ed. bekend is, gansch niet gunstig zijn ten aan„ zien van Nederlands onzijdig„ heid, en wij een slecht bemandschip send vijf hondert en ofte de waarde van van A„o 1782. te doen. daan zijnde :/ ter keul ingevalle zulx in Geertruijda Prins tien Guldens, Twaalf overleedenen onder o van de Bank, waa David en Abra„ lven Gemagtigden so zijnde alhier aan 't ouwen Carolina scher, Theodora Ja„ en't Acht en Dertig ou „senteerende de G: 109: Post Indische. hebben De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. 9 Casses â 90. Stuiver. en Cento Rabat, die in Anno 1781 ingen Slaes Cossel hog: boek houden a

NL-HaNA_1.04.02_3569_0350 view scan ↗

English

have gotten out, without well-founded hope regarding the manning of the second, which, due to a shortage of crew, would not sail out until spring. We are now arranging, for the time being, to send two and a half companies of Easterners and sepoys to Tuticorin, with which they hope to be able to turn away the marauding raiding parties; but when one of the two enemy armies, as is feared, descends to the lowlands, European troops—which even the English do not have—will be necessary, and we do not know where to find them. Galle and Trincomalee are weakly garrisoned, and Jaffna is no better; nevertheless, the latter place will have to reinforce the garrison of Mannar considerably when Hyder's troops descend. From Colombo, we dare not detach any European troops as long as peace in Europe remains uncertain. Thus, no other means remains to us 339. the 11th of September 1780. than to authorize the Chief van Angelbeek, as is done today, to request from Your Honour, in case of urgent necessity, the remainder of our troops sent to Malabar. We had to decide upon this all the sooner because it is more than probable that Hyder, keeping two considerable armies in the field on the side of the Carnatic, and unable to leave his northern borders unguarded on account of the Marathas, can maintain no significant force near Calicut and Chetwai; so that we may assume with much reason that Cranganore and Ayacotta, with the aid of the Travancore and Cochin auxiliary troops, run less danger than before, as long as Hyder's enterprises remain limited to the side of Coromandel and Madurai. The condition of his country does not allow him to send his troops, which are largely stationed near Tiruchirappalli and Madurai, to the Malabar side so quickly that we, on our part, would not have enough time to adjust our measures along with his. But whatever the intention of Hyder Ali may be, this is certain: that at least the weakened company of Captain Lever, with the remainder of the Ceylon artillerymen, are under the present circumstances more necessary at Tuticorin than at Cranganore and Ayacotta. We request that Your Honour take into serious consideration whether it is more expedient to strip the lands of the King of Travancore and Cochin of troops, or to run the risk 340. the 11th of September 1780. of exposing the fort of Tuticorin to the fate of an enemy enterprise, to the grievous shame of the Dutch. Orders have already been given to abandon the small factories if necessity requires. We have the honour to be, with high esteem, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, and Very Discreet Sir, Your Honour's Obedient Friends and Servants. Was signed: J. W. Falck, D. de Bok, G. H. Borwater, G. E. Holst, J. de Bordes, and M. Mekern. In the margin: Colombo, the 16th of August 1780. Lower: Agreed. Was signed: Dom. J. de Gesw., Clerk. And after the last-mentioned letter was read, showing that one had not the least help to expect from either Ceylon or Cochin, the Lord Governor pointed out that from the reply of the Ceylon ministers, and their letter written to Cochin, it appeared all too clearly that here in time of need not the least help was to be expected from Ceylon, and even much less from Cochin, because the first-mentioned ministers had even demanded all their native troops from Malabar to protect Tuticorin against an attack by Hyder's marauding bands, and the latter, who moreover are still at war with Hyder Ali Khan, are not sufficiently supplied with military personnel to assist this government. And so forth.

Dutch transcription

hebben uitgekreegen, zonder gegrond hoope omtrent de bemanning van het tweede, 't welk, door gebrek aan volk eerst in het voorjaar zoude uit zeilen. Wij bezorgen nu, voor eerst, twee en een halve Kompenie oosterlingen en sipaijs na Tutukorijn, waar mede rij de stroopende partijen hoo pen te kunnen afkeeren; maar wan neer een van de twee vijandelijke legers, zoo als er geducht wordt na de beneeden landen afzakt, zullen er Europische troepen, die zelfs de Engelschen niet hebben, noodig wee„ zen, en wij weeten ze niet te vinden, Gale en Trinkonomale is zwak be„ zet, en Jaffena niet beter nogtans zal laatstgemelde plaats het garni„ zoen van Manaar, wanneer Hai„ dars troepen afzakken aanmerke„ lijk moeten versterken. van kolom„ bo durven wij geen Europische man„ schap detacheeren, zoo lang de vreede in Europa onzeker staat. Dus blijft ons 339. den 11. e September 1780. ons geen ander middel over dan het opperhoofd van Angelbeek te qualificeeren/ gelijk heden ge„ schiedt:/ om by dringenden nood, van uw Ed. te verzoeken het over„ schot van onze na Mallabaar gezondene troepen. Te eerder moesten ij hier toe besluijten om dat het meer dan waarschijnlijk is dat Waider, twee aanmerkelijke legers aan de zijde van Karnatika in het veld houdende, en zijne Noorderlijke grenzen om den wille van de Ma„ ofte de waarde van ratters niet onbewaard kunnen„ de laaten, geen naamwaerdige macht om er bij Kalikoet en Tet„ tua kan houden; dus wij, met veel gronds mogen onderstellen, dat Kranganoor en Aikotta, met behulp van de Jrevankoer„ sche en Koetsjiensche hulp troe¬ pen, minder gevaar dan bevoo„ rens loopen, zoo lang de onder„ Geertruijda Prins tien Guldens, Twaalf cher, Theodora Ja o van de Bank, waa lven Gemagtigden so zijnde alhier aan 't ouwen Carolina overleedenen onder David en Abra„ Severin, en in 's Comp Jan A„o 1782. tin doen ingevalle zulx in (aan zijnde:/ ter keul 14t Post Indische. senteerende de G. neemingen. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. en't Acht en Dertig oud 9 Casses â 90. Stuiver. gen Cento Rabat, die in send vijf hondert en iij anno 1781 — ingen Mias Cossel heq: boek houden) neemingen van Haider na de zijde van Kormandel en Madu„ bepaald blijven, De gelegendheijd zijn land laat niet toe om zijne troepen, die grootendeels bij Tris„ Jenapali en Madure staan, zoo schielijk na de zijde van Malla baar te zenden, dat wij van on zen kant geen tijds genoeg zouden hebben om ook onze maat regelen met de zijne te veranderen. Maar welk ook het oogmerk van Haider Ali zij, dit is zeker dat ten minste de verzwakte kom penie van Kap: Lever, met het overschot der Ceilonsche artille„ risten, in deeze tijds omstandig heeden, noodigen zijn te Tutu„ Korijn, dan te Kranganoor en aikotta, wij verzoeken dat uw E. in ernstige overweging nee„ me, orrat ooirbaarden zij, de landen van de Koning van Trevenkoor en Koetsjiem van troepen te ontblooten of gevaar te 340. den 11. e September 1780. te loopen om het fort van Iutu„ korijn tot grievende schande van de Nederlanders aan 't tot eener vijandelijke ondernee„ minge bloot te stellen. tot het ver„ laaten van de kleene faktorijen, zoo de nooddringt is reeds order gegeeven. Wij hebben de eere met hoog ach„ ting te zijn /onderstond:/ Edelen Erntfesten, Manhaften wijzen voorzienigen zeer Diskreeten, uwerEd: D: w: Vriend en Dienaa „ send vijf hondert en ren /:was getekend:/ J. W: Falck D: de Bok, G. H. Borwater, G. E. Holft, J. de Bordes, en M: Mekern /in margine/ kolom„ bo den 16. Augustus 1780. /Lager/ Accordeerd /:was geteekend:/ Dom: Jde Gesw: klerk En na dat den laastgemel„ den brief geleezen was, heeft den an A„o 1782. tie doen. aan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in o van de Bank, waar David en Abra„ lven Gemagtigden so tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't ouwen Carolina Geertruijda Prins overleedenen onder cher, Theodora Ja Severin, en in 's Comp 145 Cost Indische. senteerende de G. Heer De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Eerste Assignatie No. 10. e en't Acht en Dertig ou 9 Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in ofte de waarde van Anno 1781 vij ingen Slias Cossel heq: boek houden ƒ naar blijking dat mer nog van Ceij„ lon nog Cochim de minste hulp te vragten heeft. Heer Gouverneur vertoond, Dat uijt het antwoord der Ceijlonsche Ministers, en haare brief na Cochim geschreeven, maar al te duijdelijk bleek, dat er hier in tijd van nood geen de minste hulp van Ceijlon en no„ veel minder van Cochim te wag ten was, uijt hoofde de eerstge„ melde Ministers, zelfs van de Mallabaar hebben opgeeijscht alle hunne Jnlandsche troupes om Tutucorijn te beschermen tegen een aanval van Haiders roofbenden, en de laastgemelde, die boven dien nog met Haider Alichan in oorlog zijn, van geen Militairen genoeg voorzien zijn om dit gouvernement bij te springen. Ens

NL-HaNA_1.04.02_3569_0355 view scan ↗

English

144 341. To reinforce the Company's post here. 11 September 1780. Opinion of the Lord Governor. And that, because the means—as the Ceylon Ministers had been pleased to remark—to defend Nagapatnam would have to be sought on Coromandel itself, His Honour, strengthened by the advice of the Ceylon Ministers, was of the opinion provisionally to reinforce noticeably the companies of sepoys serving here, on the grounds that without any augmentation of troops, with the small Nagapatnam garrison, one would not be able to ward off a plundering party of Hyder's army from the walls of this city, which in some places can easily be scaled. Deliberation thereof. Whereupon, having deliberated with all attention, it was subsequently remarked that, whereas prudence required it, and the interest of the Company alongside the honour of the nation absolutely demanded, to place oneself in a state of defense in good time as much as possible, it had become, first of all, because one had not the slightest assistance to expect from Ceylon, of the utmost necessity considerably to reinforce the Nagapatnam garrison, in order at least to be protected against an attack by a gang of plunderers; that it was indeed true that one ought not to proceed to any augmentation of troops 147. 342. Resolution to take 250 sepoys into service. 11 September 1780. without the special consent of Their High Noble Honours, in cases that can suffer delay; but that one nevertheless had to trust that Their High Honours, out of consideration of the critical condition in which one presently found oneself, and which seems to admit no delay, will by no means take amiss the taking into service of some native troops; on the grounds that, if it ever came to that, without them one would not be able to occupy half of the ramparts of the outer city. And consequently it has also been approved and resolved by unanimous vote, for the reinforcement of the battalion of sepoys, which consists of only 279 heads, to recruit an additional 250 recruits; and to have them immediately exercised in the manual of arms in detachments by European non-commissioned officers or drillmasters; without taking a single native officer more into service for that purpose. Reasoning about the number of artillerymen here. To place some sailors from the wharf with the artillery. Subsequently, having spoken about the small number of artillerymen who are on hand here, consisting primarily of 15 heads, and the necessity in which one finds oneself to reinforce this corps as much as possible, it is provisionally approved and resolved not only to place as many sailors from the wharf 109. 343. To express regret to Ceylon over their weak state of manpower. 11 September 1780. with the artillery as can with any possibility be spared, but also, for the service of the artillery, to engage one hundred coolies, to be used in the transport of the ordnance as well as otherwise. To take 100 coolies into service. While it is furthermore resolved, in response to the aforementioned Ceylon missive, to express to those Ministers the regret of the Government over their weak condition, since it could not permit sending to Nagapatnam the slightest assistance of men or artillerymen; further citing that even if all the factories of the Company on this coast were broken up according to their advice, it would be of little avail, because nothing but native garrison and no artillerymen at all are stationed there; To make a repeated request for some artillerymen. and that consequently it is once again requested in the most emphatic terms to send hither a small reinforcement of artillerymen, if it is only in any way possible. Admission of 20 native soldiers into service. Furthermore, it has also been approved and resolved, both as a supplement for the soldiers sent to Sadras, and somewhat as a reinforcement of the companies of Major Hazelman and Captain Zegelaar.

Dutch transcription

144 341. de Compagnie se paes alhier te rex„ sterken. den 11. e September 1780. gevroelen van den Her Gouverneur oom En dat wijl de middelen, gelijk de Ceijlonsche Ministers hadden d' van de Bank, waa gelieven aan te merken, om Nagapatnam te verdiedigen op Chormandel zelfs zouden moeten worden gezogt, zijn Edele, gesterkt door het advies: der Ceijlonsche Ministers, van gevoelen iwas, om bij provisie de alhier in dienst zijnde Com„ pagnien sipaaijs merkelijk te versterken, uijt hoofde men, zonder eenige augmentatie van troupes, met het gering Naga„ patnams Guarnisoen, niet in staat zou weezen, en stroopen„ de partij van Haiders Leger, van de wallen deezer stad, die op sommige plaatzen gemakke„ lijk kunnen beklomenen wor„ ofte de waarde van Geertruijda Prins overleedenen onder ouwen Carolina cher, Theodora Ja tien Guldens, Twaalf ingevalle zulx in David en Abra„ aan zijnde:/ ter keul zijnde alhier aan 't lven Gemagtigdens an A„o 1782. tie doen Cost Indische senteerende de G: den De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. Severin, en in s Comp en't Acht en Dertig ou 9 Casses â 90. stuiver. er Cento Rabat, die in send vijf hondert en 14 Apno 1781 — in gen Mias Cossel hog: boek houden deliberatie dierodagens, den, afte keeren. op Waar over, met alle aandag gedelibereerd zijnde, is vervolgen aangemerkt, dat 'twijl de voor zigtigheijd het vereijschte, en het belang van de Maatschapp„ nevens de Eer der Natie het volstrekt vorderde, om zig b tijds, zoo veel mogelijk in staat van defensie te stellen, het voor eerst wijl men tog van Ceij„ lon geen de minste assistente te vragten hadt van de uyter„ ste noodzaakelijkheijd gewor¬ den was het Nagapatnams Guarnisoen aanmerkelijk te versterken, om ten minsten voor een aanval van een bende stroopers gedekt te zijn, dat het wel waar was dat men tot beslie geen augmentatie van troupes mogt. 147. 342 to besluijt oor 250. sipaijs in dienst te mae„ den 11: e September 1780. mogt overgaan, buijten speciaal Concent van Hunne Hoog Edel„ heedens, ingevallen die uijtstel kunnen lijden; dog dat men egter moest vertrouwen, dat Hoog dezelven, uijt Consideratie van den Critiquen toestand waar in men tans verseerde, en welke geen uijtstel schijnt toetelaaten, geenzins kwalijk zullen duij„ den, het in dienst neemen van eenige Jnlandsche troupes; uijt hoofde men, zoo het er eens op aan mogt komen, zonder dezel„ ven niet in staat zou weezen, de helft van de vrvallen der buij„ ten stad te bezetten. En is dienvolgende dan ook met unanime stemmen goed„ send vijf hondert en ofte de waarde van ingevalle zulx in o van de Bank, waar lven Gemagtigdens aan zijnde:/ ter keus tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't Geertruijda Prins ouwen Carolina cher, Theodora Ia an A„o 1782. ten doen David en Abra„ overleedenen onder Severin, en in 's Comp Cost Indische senteerende de G„ gevonden. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. en't Acht en Dertig ou 9 Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in Anno 1781 hij gen Mis Mossel heq: boek houden) pes myn raisonnement over het getal artil„ leristen alhier, bij de artillerij te plaatsen. gevonden en verstaan, om tot versterking van het batallion Sipaaijs, het geen maar uijt 279 koppen bestaat, nog 250. recru„ ten aan te vrerven; en hun al aanstonds bij partijen in den wap„ handel te laaten oeffenen door E ropesche onder officieren of Dril meesters; zonder daar toe een enkeld inlandsch officier meer in dienst te neemen. Vervolgens gesproken zijnde over het gering getal artilleris ten die hier aan handen zijn, als pr mo plan bestaande in 15. kop„ pen, en de noodzaakelijkheijd waar in men is, om dit Corps zoo veel mogelijk te versterken, besluijteenige mattecoopen vand' worg zoo is bij provisie goed gevonden en verstaan, niet alleen zoo veel Mattroozen 1og. 343. te betuijgene leedweezen no Ceijlon over haaren swakken toestand van manschappen, den 11. e September 1780. Mattroosen van de werff bij de Artillerij te plaatzen als er maar van de Bank, waar met eenige moogelijkheijd zul„ len kunnen worden gemist, maar ook ten dienste van de 100. Coles in dienst te meernen. Arthillerij honderd Roelies aan te neemen, om bij het vervoeren van het geschut als anderzints gebruijkt te worden. Terwijl voorts nog verstaan is, ter beantwoording van den voor„ ofte de waarde van schreeve Ceijlonsche Missive aan die Ministers het leetweezen der Regeering te betuijgen, over haa„ ren zwakken toestant, nadien die niet permitteeren kon, om Nagapatnam den geringsten onderstant van volk of Arthil„ leristen toe te zenden; onder end vijf hondert en Geertruijda Prins overleedenen onder cher, Theodora Ja tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't lven Gemagtigdensd ngevalle zulx in David en Abra„ aan zijnde:/ ter keul an A„o 1782. tie doen Oost Indische. senteerende de G: aanhaaling. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No 10. euwen Carolina Severin, en in 's Comp ut Acht en Dertig ou 9 Casses â 90. Stuiver. en Cento Rabat, die in Anno 1781. en n liels Mossel heq: boek houden) de eenige artiflaristen, admissie van 20. Jnlandse soldaaten in dienst aanhaaling verder, dat schoon ook alle de Factorijen van de Compagnie ter deezer kuste vol gens der zilver advies wierden opgebrooken, het wijnig baaten zou, wijl daar niets als Jn„ lands guarnisoen en in het geheel geen arthilleris ten leggen andermaalig te doen verzoek om en dat men dienvolgende ander maal op het allernadrukkelijk ste verzoekt om een kleijne ver„ sterking van Arthilleristen herwaarts te zenden, zoo het maar eenigzins mogelijk is. Wijders is nog goed gevonden en verstaan, zoo tot supplement van de na sadras gezonden Mi„ litairen, als versterking eenigzins van de Compagnien van den Ma„ joor Hazelman en Capitain Zegelaar.

NL-HaNA_1.04.02_3569_0361 view scan ↗

English

157. 344. 11 September 1780. Zegelaar, to enlist the following natives as soldiers into service. Namely under the Company of Major Hazelman: Manuel Pasqual Francisco Pasqual Jonas Jansz. Gabriel Apollus Flavius Correa Pedro de Monte Franciscus Saviel Casper de Croes Michiel de Costa Abraham Harmse And under the Company of Captain Zegelaar: Alexander Mendusz. Anthonij Ribeiro Manuel de Rosairo [illegible] Domingo Jansen Petrus Sirus Abraham Philip Stephan Benjamin Jansz. Francisco Abraham Justinus Saude Moses Apollus Subsequently, the Governor has further tabled before this Council a report from the Harcars, or so-called spies, dispatched by his Honour to the army of the Nawab Haider Ali; From which, after reading, it has been resolved to note hereby that Haider Ali Khan, with his army, is not only before Arcot (the capital city of the Nawab 119 345. 11 September 1780. Nawab Muhammad Ali Khan), but has effectively invested and holds that city besieged, with 10 battalions of Sepoys, together with his cavalry and 6000 Coolies. That he has already erected two batteries before the same, each for 7 pieces of cannon (on which, however, no artillery was mounted as yet), and has detached 6000 horsemen to Kanchipuram to join with 12000 men who were on the march under the command of Tipu Sahib; however, that much sickness arose among Haider Ali's people. And finally, that the second [illegible] part of his army had positioned itself above Tiruchirappalli, and that there was talk that it would attempt to penetrate into the Madurai region. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, date as aforesaid. (was signed:) R: van Vlissingen, J. E. G. N. Zelman, S. Mossel, P. E. Van Halm, M. Stoffenberg, and F: W: Bloeme. Friday 346. Colombo Friday 15 September 1780. In the forenoon at 9 o'clock Meeting of Policy Absent The Senior Merchant and Honorable Head Administrator Philippus Jacobus Dormieux due to indisposition Initially, after reading, it was approved and agreed to comply with a secret letter to Colombo prepared by order of the Governor, to serve as an answer to the Ministers' secret letter of 19 August. [illegible] With a Catamaran having arrived here yesterday evening from Pulicat, two separate letters were received from the Pulicat chiefs, dated 27 and 31 August last, containing: First, expressions of thanks for the approval of their resolution of the 4th preceding, concerning the measures put into effect by them for the defense of their Factory. Second, communication of the dispatch hither of a certain hired dhoni with the principal effects of the Company. Third, 347. 15 September 1780. Third, notice of the hiring of a second dhoni, pursuant to the authorization obtained for that purpose from this Government, in order to store the remaining bales of linen therein if necessary; mentioning further that, having subsequently discovered that this dhoni was leaky and very poorly provided with anchors and ropes, they had been obliged to discharge it again, although they had already advanced 23 pagodas 15 [illegible] to the Tindal. Fourth, advice of the hiring of a third dhoni, belonging to the Master Attendant here, Jacob Hartman, for 10 pagodas per month. [illegible]

Dutch transcription

157. 344. den 11:e September 1780. Zegelaar, de volgende inlan„ ders voor soldaaten in dienst te neemen. Als onder de Comp: van den Majoor Hazelman Manuel Pasqual francisco, Pasqual Jonas Jansz. Gabriel Apollus flavius Correa Pedro de Monte Franciscus Saviel Casper de Croes Michiel de Costa Abraham Harmse En onder de Comp: van Capitain Zegelaar Alexander Mendusz. Anthonij Ribeiro Manuel de Rosairo Anno 1781. send vijf hondert en ofte de waarde van overleedenen onder severin, en in 's Comp Geertruijda Prins ouwen Carolina ingevalle zulx in o van de Bank, waa tien Guldens, Twaalf /aan zijnde :/ ter keul lven Gemagtigden so an A„o 1782. ten doen zijnde alhier aan 't David en Abra„ Cost Indische senteerende de G„ Domin De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. scher, Theodora Ia„ ent Acht en Dertig oud 9 Casses â 90. Stuiver. per Cento Rabat, die in ingen Viitss ne ossel hog: boek houden overlegging van eern rapport den kar para orrat het zelve nopens het Leger van Haijder Als behelft, Domingo Jansen Petrus Sirus Abraham Philip Stephan Benjamin Jansz: Francisco Abraham Justinus Saude Moses Apollus Is vervolgens door den Heer Gouverneur nog ter tafel van die zen Raade overgelegt, een rapport van de door zijn Edele uijtgezon¬ de Harcars of zoo genaamde Spi„ ons na het Leger van den Na„ bab Haider Ali; Waar uijt na lectuure ver„ staan is bij deezen te noteeren, dat Haider Alichan zig met zijn Leger niet alleen voor Ar„ cadoe /:de hoofd stad van den Nabab 119 345. den 11. e September 1780. Nabab Machomet Alichan/ bevind, maar die stadt weezent„ lijk berend heeft en ingesloten houd, met 10. battallion Si„ paaijs, nevens zijne Cavalleri en 6000. Roelies. Dat hij bereids voor dezelve, twee battarijen ieder voor 7. stuk„ ken Canon / dog waarop nog geen geschut was:/ opgeregt mits„ gaders 6000: ruijters na Canje„ warom gedetacheerd hadt, om te Conjungeeren met 12000. man welke onder Commando van Tiep saib in aanmarsch waren; dog dat 'er veele ziektens onder het volk van Haider ali ontstond. En eijndelijk dat het tweede 1 Apno 1781. send vijf hondert en „ofte de waarde van perCento Rabat, die in van A„o 1782. tin doen daan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in o van de Bank, waar David en Abra„ lven Gemagtigdensd tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't „ overleedenen onder Severin, en in 's Comp Geertruijda Prins rouwen Carolina scher, Theodora Ja „Cent Acht en Dertig oud Cost Indische. senteerende de G: gedeelte. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. 19 Casses â 90. stuiver. ingen Sas Cossel hog: boek houden gedeelte van zijne leger zig geplaat hadt boven Tritsnapali, en dat daar van de spraak ging dat het tragten zou in het Madureesche in te dringen. Aldus Gedaan en Gear„ resteerd in't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz: /was geteekend:/ R: van Vlissin gen, . . . . . . . . . . J. E. G. N.a Zelman, S. Mossel, P. E. Van Halm. . . . . . . . . . M. s stoffenberg en F: W: Bloeme„ Vrijdag 346. Colombo Vrijdag den 15:e September 1780. 's voormiddags ten 9. uuren Vergadering van Politie Absent Den opperkoopman en E. Hoofd-administrateur Philippus Iacobus Dormieux mits indispositie te long van een secreets brief voor Is aanvangkelijk na lectuure goedgevonden en verstaan, zig te conformeeren met een op or„ dre van den Heer Gouverneur in gereedheijd gebragt secreet briefje na Colombo, om te die „ ngen nen in antwoord op der Mi„ nisters secreeten brief van den 19:e Augustus. ofte de waarde van send vijf hondert en per Cento Rabat, die in ouwen Carolina tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't lven Gemagtigden so cher, Theodora Ja ingevalle zulx in o van de Bank, waar /aan zijnde :/ ter keul David en Abra„ aen A„o 1782. tie doen #nt Cost Indische. senteerende de G Met. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. Geertruijda Prins overleedenen onder Severin, en in 's Comp ent Acht en Dertig ou 9 Casses â 90. Stuiver. 1ij Anno 1781.— Sies Cossel heq: boek houden) ontvangst van 2. secreete brieven van Palleacatta, wat dezelve beheesen, Met een Cattemarauw Gis teren avond van Palleacatta al hier gearriveerd, ontvangen zy de, twee aparte brieven van de Palleacattasche opperhoofdens ge dateerd den 27. en 31. Augustus Jongstleeden, behelzende. Ten eersten, dank zegging voor de approbatie van hun be„ sluit van den 4e bevorens, aan gaande de door hun in het werk gestelde middelen tot defensie van Hun Comptoir Ten tweeden, Communicatie van het afzenden na herwaarts van zekere ingehuurde thonij met de voornaamste effecten van de Compagnie Ten 347. den 15. September 1780. Ten derden bedeeling van het inhuuren van een tweede tonie, van de Bank, waa op de daar toe bekome qualifica„ tie van deeze Regeering, om des noods de overige lijwaat pak„ ken daar in te bergen, onder aanhaaling wijders dat zij na„ derhand ontwaard hebbende dat die tonie lek, en zeer slegt van ankers en touwen voorzien was, die wederom hadden moeten afdanken, schoon zij aan den Tandel bereeds voor„ uijtverstrekt hadden pag: 23: 15. — Ten Vierde, narigt van het inhuuren van een derde tonie, toebehoorende aan den Equipa„ giemeester alhier Jacob Hart„ man voor 10. pagoden in de send vijf hondert en ofte de waarde van er Cento Rabat, die in 9 Casses â 90. Stuiver. aan zijnde :/ ter keul ingevalle zulx in lven Gemagtigdenso tien Guldens, Twaalf David en Abra„ an A„o 1782. tij doen zijnde alhier aan 't Geertruijda Pins overleedenen onder ouwen Carolina cher, Theodora Ja Severin, en in s Comp 1t: Cost Indische. senteerende de G„ maand De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. a en't Acht en Dertig oud 6 Anno 1781. ingen Siaes Cossel heq: boek houden t tie

NL-HaNA_1.04.02_3569_0368 view scan ↗

English

month and 25.- for the journey hither. Fifthly, communication that several thousand cavalrymen of Haider Alichan were located about 10 miles from there, to prevent Colonel Belij, who was coming from the North with some English troops, from joining with their remaining forces. Sixthly, assurance of precaution to secure their fort against an unexpected attack. Seventhly, a request for two leaguers of arrack for their garrison to accommodate and encourage them somewhat thereby. And eighthly, submission of a requisition for ammunition goods: Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed, for the encouragement of the military stationed there, not only to send thither shortly with the thony the Johanna Maria the requested two leaguers of arrack, but also on that occasion, insofar as it can be spared here in any way, to fulfill the servants' requisition for ammunition goods. Furthermore, with the approval of the thony hired for 10 pagodas per month and 25 for the journey, it was approved and agreed to instruct the servants to have the Tindal of the thony, previously taken into service there, pay directly into the treasury upon receipt of this order the pagodas 23: 15.- advanced to him, and upon his refusal thereof, or upon a pretext of a lack of cash, to seize the said thony until he shall have paid, because his conduct does not merit the slightest consideration. 349. 15 September 1780. By the Bookkeeper and Second of Sadraspatnam, Jacob Simons, currently acting provisionally as Resident of Portonovo, it was advised by letter of 8 September that the merchants Mazulmani Moddelij and Waijtenada Moetoe Chitti, who had been absent for some time, having returned, he summoned all the merchants to him and ordered them in serious terms to submit to him immediately an account and statement of the goods plundered from the Company by the forces of Haider Alichan; but that they had answered that they were not only continuously busy searching for the scattered olas, but had also sent their Conicopoles or Malabar writers to Nagapatnam to take inventory of the rejects and incomplete pieces that might be found there, and that as soon as they had returned, they would immediately draw up and hand over their outstanding account with the Company. Whereupon, after deliberation, it was not only approved and agreed to make note of the contents of the aforementioned letter hereby; 350. 15 September 1780. but also to write to the Second Simons that, considering his zeal and diligence previously demonstrated on multiple occasions in the service of the Company, it is expected that the report and specification demanded of him concerning the damage suffered by the Company during the surprise attack on Portonovo, together with the accounts of the merchants, will be sent hither within a few days. Furthermore, provisional Resident Simons having requested a lead line for a flag halyard, and a half-hour glass, for the service of the residency.

Dutch transcription

maand en 25. - voor de reijze na herwaarts. Ten Vijfde, Communicatie dat eenige duijzend ruijters van Haider Alichan, Zig omtrent 10. mijlen van daar bevonden, om te beletten dat den Collonel Belij, die met eenige Engelsche troupen van de Noord kwam, zig met haar overige magt kwam te Con„ Jungeeren. beslu Ten Zesde verzekering van voor zigtigheijd om hun fort voor een onverwagten aanval te be„ vijligen. Ten Zevende, verzoek om twee Leggers arrak voor hun Guarnisoer 348. besluijt ter zending van 2. leggers van darak en eenige ammonitie goede„ den 15. September 1780. Guarnisoen om het daar door wat te gemoet te komen en te encourageeren. En ten agtsten aanbieding van Een Eijsje van ammuni„ tie goederen: Waar op na deliberatie, goed„ gevonden en verstaan is tot encourasement van de ginder bescheijden leggende Militairen, niet alleen eerstdaags met de thony de Johanna Maria derwaarts te zenden de ver„ zogte twee Leggers arrak; maar ook bij die gelegenheijd voor zoo ver het hier maar eenigzins zal te missen weezen te Voldoen der Bediendens ofte de waarde van send vijf hondert en en't Acht en Dertig oud ngevalle zulx in o van de Bank, waar ouwen Carolina cher, Theodora Ja„ aan zijnde :/ ter keul tien Guldens, Twaalf an A„o 1782. ten doen zijnde alhier aan 't lven Gemagtigden So„ David en Abra„ Geertruijda Prins overleedenen onder Severin, en in 's Comp teg Post Indische. senteerende de G: Eijsch. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. a 9 Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in 1ij Anno 1781— ingen Hies Cossel heq: boek houden een, last oom het vroor uijt genotene doorne„ trons gemn. Tancel en Cas te doen tellen: te barristeeren, Eijsch van ammunitie goederen Voorts is onder approbatieft van de in huur genomen tom e voor 10. pagooden in de maan en 25. voor de reijs, goedgevor den en verstaan de Bedien„ dens aan te schrijven, om door den Tandel van de thonij, a daar van te vooren in dienst genomen, direct op den ont„ vangst deezer ordre in Casse te doen tellen de aan hem voor uijt verstrekte pag: 23: 15. — en bij rijgering van dien zijn thonij of bij wrijgering van dien, dan wel bij voorgewend wordend gebrek aan Contanten, de gemel de thonij zoo lang te arrestee ren tot hij zal hebben betaald, uijt hoofde zijn gedrag geen de minste Consideratie meritee Door de 349. „dat den Sadrasp: secunde simons aan de portonrovosche Kooplieden ge„ te oft heeft te doen. den 15=e September 1780. Door den Boekhouder en aan zijnde:/ ter keul secunde van Sadraspatnam Jacob Simons tans provisio ^ david en Abra¬ nelijk waarnemende de Por„ tonovosche Residentie, is bij missive van den 8. september geadviseerd, dat de sedert eenigen Geertruijda Pins tijd absent geweest zijnde koop„ lieden Mazulmani Mod„ delij en Waijtenada Moe„ toe Chitti te rug gekomen weezende, hij de gezamentlijke Kooplieden bij hem ontboden, mitsgaders in Serieuse ter„ men aangezegt hadt, om ten eersten aan hem over te geven Een berigt en Reekening van de geroofde goederen van de Compagnie door het volk van Haider Alichan; dan dat ngevalle zulx in van de Bank, waa lven Gemagtigden so an A„o 1782. tie doen tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't Cher, Theodora Ja ouwen Carolina overleedenen onder Severin, en in 's Comp 16= Cost Indische. senteerende de G: deeze: De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Eerste Assignatie No. 10. Cent Acht en Dertig ou 9 Casses â 90. stuiver. en Cento Rabat, die in send vijf hondert en ofte de waarde van 2ij Anno 1781. ingen Mats Cossel heq: boek houden en besluijt daar van aanteekening te shoifden het antwoord door haar gegeeven, deeze geantwoord hadden dat zij niet alleen onophoudelijk be zig aren met het opzoeken der verstrooijde olas, maar ook hunne Cannecappels of Mallabaarse schrijvers na Nagapatnam afgezonden hadden om op te neemen de uij schotten en onvoltallige stuk„ ken welke aldaar zoude te vir den weezen, mitsgaders dat zij zoo dra die zouden weezen te rug gekeerd, hunne uijtstaan de reekening met de Compag¬ nie ten eersten zouden opmaa ken en overgeeven. zal Waar op na deliberatie niet alleen goedgevonden en ver„ staan is van den inhoud van den voorschreven Missive bij deezen. 350. zal verwagter, gedaan verzoek door Simons om 1. lood„ lijn 1. half uurs glas & 500. pag: den 15=e September 1780. deezen aanteekening te houden; en mat waenmrand ijver vaan Simons maar ook den secunde Simons aan te schrijven, dat men van zijnen ijver en Vlijt bevoorens te meermalen in den dienst van de Compagnie betoond, ver„ wagt, dat het van hem gevor„ Geertruijda Pins derde berigt en specificatie, van de Schaade door de Compag„ert Acht en Dertig oud nie geleden, bij het overrom„ pelen van Portonovo, nevens de reekeningen van de Koop„ lieden binnen wijnig dagen zal herwaats gezonden worden. Voorts door den provisio„ neel Resident Simons ver„ zogt zijnde om een Loot zijn voor een Vlagge val, en een half uurs glas, ten dienste van send vijf hondert en ofte de waarde van aan zijnde :/ ter keul ingevalle zulx in o van de Bank, waa lven Gemagtigden so„ tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't ouwen Carolina cher, Theodora Ia„ „ overleedenen onder Severin, en in 's Comp an A„o 1782. ten doen David en Abra„ 169 Post Indische. senteerende de Ge den De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. „9 Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in Anno 1781. ingen Sias Cossel heq: boek houden niet

NL-HaNA_1.04.02_3569_0374 view scan ↗

English

other articles to be sent. Resumption of a specification of expenses incurred by Bookkeeper Pietersz. the flag-guard; besides 500 pagodas to defray the daily expenses: it is, since 200 pagodas have already been sent thither with the bark De Eendragt, approved and agreed to send him the remaining 300 pagodas with the tony De Johanna Maria, along with the requested lead line and the half-hour glass. Thereupon having been received and resumed, a specification of such expenses as have been expended and provided in the past month of August by the Bookkeeper Wouter Pietersz at Portonovo, with an indication 351. to approve to request beforehand the authorization of Their High Excellencies, 15 September 1780. indicating how much thereof has been disbursed according to custom, and what expenses have occurred as extraordinary; being accompanied by a current account thereof submitted to us by the aforementioned Bookkeeper Pietersz to the provisional Resident Simons upon his arrival at Portonovo: it is, after deliberation, approved and agreed to approve the aforesaid account, and to pass for write-off the ordinary expenses entered therein amounting to pagodas 31. 3. 35., but regarding the write-off of the extraordinary expenses to the amount of pagodas 84. 11. 20., to request beforehand the authorization of Their High Excellencies, citing to that end in the outgoing letter that no unnecessary expenses took place among them. Whereas further to the two so-called Princesses of the Sun, or the brides of the King of Kandy currently residing here, who shortly, according to the Colombo letter of 26 August of this year, shall depart hence for Ceylon, by order of the Governor has been provided from the Company's petty cash here 196 new Nagapatnam pagodas, to defray the daily expenses for them and their retinue, and 352. restitution, and failing which, to charge Ceylon, 15 September 1780. this upon the request made by them or in their name to His Honour, with the promise to restore the aforesaid amount in kind to the Company before their departure out of the money that they daily expected from the Court of Kandy. Thus, in accordance with the desire of His Honour, it is approved and agreed to keep a record of the aforesaid provision herewith, so that, in the event its restitution should come to nothing, the aforesaid sum may be charged to Ceylon in order to be settled there. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Signed: R. van Vlissingen, J. E. G. Hazelman, I. Mossel, P. E. van Halm, J. D. Simons, M. Stoffenberg, and F. W. Bloeme. 352 Receipt of a letter from Simons from the woods of Madelepalem. Friday, 29 September 1780, in the forenoon at 9 o'clock. Council of Policy. Absent: The Senior Merchant and Honorable Chief Administrator Philippus Jacobus Dormieux due to indisposition. After concluding the ordinary business described in the general Resolution of today, the Governor communicated in the Council of Coromandel that the Second of Sadraspatnam, Jacob Simons, in a private letter dated the 22nd of this month 1. wherein he partly requests and written in the woods of Moddepalem, three hours from Portonovo, situated close to Divecotte, had reported to His Honour that there was shortly to arrive at Portonovo a commander of a troop of 3000 horsemen, in order to take possession of that place as well as of Chilembrum and Boneiriepatnam in the name of the Nawab Haidar Ali Khan Bahadur, urgently requesting accordingly, since upon the arrival of such a commander it was customary for the Resident to greet him at his first meeting with some presents of velvet, cloth, and spices, that it might please this Government, for the purpose aforesaid

Dutch transcription

andere articuls toetezonden. resumptie van een specificatie van gedaane ongelden door moeeter pietersz: den Vlaggewragter; nevens 500 pagoden tot goedmaking van de dagelijksche uijtgave: zoo is wijl bereeds met de bark de Eendragt 200. pagoden der„ waarts gezonden zijn, goedge„ vonden en verstaan hem de besluijt hern 300. paij. nevens de 2. overige 300. pagoden met de thony de Johanna Maria toe te zenden, nevens de ver„ zogte loot lijn en het half- uwbe glas. Vervolgens ingekomen en ge resumeerd zijnde, een specif catie van zodanige ongelden als er in de gepasseerde maand Augustus door den Boek„ dte houder Wouter Pietersz op Portonovo uijtgegeven en verstrekt geworden zijn, met aanwijzing. 351. te approbeeren den, voor af de qualificatie van H. H: Ed: te verzoeken, den 15=e September 1780. aanwijzing hoe veel daar van volgens usantie uijtgekeerd is, en wat voor ongelden en extra ordinair gevallen zijn; verzeld zijnde van een reekening Cou„ zijnde alhier aan 't rant, daar van door den boek„ houder Pietersz voornoemd, aan Geertruijda Rins den provisioneel Resident Si„ in ons overgegeven bij zijne aan,„ en't Acht en Dertig ou deliberatie wel goedgevonden en verstaan de voorschreeve reekening te approbeeren, en de daar bij opgebragte ordinaire ongelden tot pag: 31. 3. 35. ter afschrijving te passeeren, dog tot het afschrijven van de den eij novens gem: bijtwroods ongel, Extra ordinaire ongelden ten emporte van po/a 84:11. 20: voor af qualificatie van Heinne un besuijtonp: ƒ 313:35: ter afschrijveng komst op Portonovo: zoo is na 9 Casses â 90. stuivers ofte de waarde van send vijf hondert en lven Gemagtigden so tien Guldens, Twaalf ouwen Carolina cher, Theodora Ja„ David en Abra„ van de Bank, waa overleedenen onder aan zijnde :/ ter keul ingevalle zulx in an A„o 1782. tin doen senteerende de Ge 16: Cost Indische. Hoog. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. Severin, en in 's Comp per Cento Rabat, die in Anno 1781 gij ingen Miss Cossel heq: boek houden Gedaane verstrekking aan de prin„ kessen van de zonman p a/a 196. —. Hoog Edelheedens te verzoeken, onder aanhaaling ten dien eijn„ de bij den afgaande brief dat onder dezelve geene onnoodige tute uijtgaven plaats gehadt hebben. Terwijl voorts aan de twee zoo genaamde Princessen van de Zon, of de alhier zijnde bruijts van den Koning van Candia, welke eerst daags blij„ kens Colombosche missive van den 26. aug . deezes Jaars van hier na Ceijlon zullen vertrek„ ken, op ordre van den Heer gouverneur uijt sComp. s klee„ ne geld Cassa alhier verstrekt is 196. nieuwe Nagapatnam„ sche pagooden, tot goedmaking van de dagelijksche guastos voor haar en haar gevolg, en en bij oo zulks. aan 352. tutie, en bij manquement van dien, Ceij„ len aantereekenen, den 15: September 1780. zulks op het door haar of uijt haaren naam aan zijn Edele onderwelk belofte weg:s dus resti„ gedaan verzoek, met belofte om het voorsz. bedraagen voor haar vertrek wederom in natuura aan de Comp. e te zul„ len restitueeren, uijt het geld: dat zij dagelijks van het Can„ diasche Hof te wagten waaren. zoo is na de begeerte van zijn Edele goedgevonden en ver„ staan van de voorsz. verstrek„, ofte de waarde van king bij deezen aanteekening te houden, ten eijnde dies res„ titutie eens van geen gevolg mogte weezen, de voorschree„ ve som Ceijlon aantereekenen om aldaar verevend te kun„ nen woorden. Vingen „daan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in rio van de Bank, waa„ David en Abra„ selven Gemagtigden so Thien Guldens, Twaalf s zijnde alhier aan 't vrouwen Carolina sscher, Theodora Ja a Geertruijda Prins ier overleedenen onder ½ Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. stuiver. 3 percento Rabat, die in Duisend vijf hondert en van A„o 1782. te doen Oost Indische Prsenteerende de Ge Aldus/ De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. 1pij apno 1781. — W Eites Cossel heq: boek houden Aldus Gedaan en Ge„ arresteerd in 't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz. /:was geteekend:/ R: van Vlissingen. . . . . . . .. . . . J. E. G: Hazelman, I: Mossel, P: E: van Halm, J: D: Simons, M. s stoffen„ berg en F: W: Bloeme Vrijdag ƒ 352 ontvangst: eener brief van Simons uijt het basch van Madelepalem Vrijdag den 29. September 1780. 's voormiddags ten 9. uuren Vergadering van Politie Absent Den opperkoopman en E. hoofdadministrateur P. Philippus Jacobus Dormieux mits indispositie Na het afhandelen van de ordinaire zaaken bij de gemee„ ne Resolutie van heeden beschree¬ ven, heeft den Heer Gouverneur in Raade van Chormandel ge„ingen communiceerd, dat den secunde van Sadraspatnam Jacob Simons, bij een particulieren brief gedateerd den 22. deezer bij anno 1781— ofte de waarde van send vijf hondert en Geertruijda Prins overleedenen onder cher, Theodora Ja tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't ouwen Carolina ingevalle zulx in lven Gemagtigden so„ an A„o 1782. tien doen ovan de Bank, waar David en Abra„ aan zijnde :/ ter keul senteerende de G= 169 Ost Indische. en: De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. 80 Severin, en in 's Comp Cent Acht en Dertig oud 19 Casses â 90. Stuiver. perCento Rabat, die in Vitss Cossel hog: boek houden 1. orvat denzelven daar bij bedeelten verzoekt en geschreeven in het Bosch van Moddepalem, drie uuren van Portonovo, digt bij Dive cotte geleegen, aan zijn Edele ge meld hadt, dat 'er in het kore op Portonovo stond te komen een hoofd van een bende van 3000. ruijters, om uijt naam van den Nabab Haider Ali„ chan Bahadoer bezit van die plaats zoo wel als van Chi lembron en Boneiriepatna te neemen, met instantie dien„ volgende, dewijl het bij de aan„ komst van zoo een hoofd gebruij kelijk was, dat den Resident bij zijne eerste ontmoeting hem met eenige geschenken van flu„ oveel, laken en specerijen begroete„ dat het deeze Regeering mogt behagen, hem ten eijnde voor„ schreeven

NL-HaNA_1.04.02_3569_0381 view scan ↗

English

354. deliberation thereupon the 29th of September 1780. written, to provide with those goods: Whereupon, proceeding to deliberation, it was initially noted that presenting gifts to such a chief, upon taking possession of the aforementioned lands, might sometimes be regarded, both by the Nabab Mochomet Alichan and the English Company, as a tacit acknowledgment of the Nabab Haider Alichan as souba of Carnatica, and that this might at times—especially should the Nabab and the English happen to gain the upper hand—have detrimental consequences for the Company, against which provisions ought to be made in the best possible manner; resolution to break up for some time from Porto Novo and to order Simons to come hither with the merchants. Whereupon it was subsequently unanimously approved and agreed to break up from there for some time, so as not to be obliged to be the first to present gifts to such a chief in the name of the Company. And it was accordingly agreed to write a secret letter to the Sadraspatnam Secunde Simons, who currently provisionally performs the duties of the head of Porto Novo, instructing him that, if the merchants over there are inclined to come over hither with him to close their accounts here, he is then, without awaiting any further orders, to break up from there directly and come hither by sea with all the Company's effects alongside the merchants; or else to do so as soon as they have closed their accounts with him, without, in this latter case, giving the least notice thereof to anyone in the world; with further instructions to the same that, in either of the two said cases, he is to discharge all the peons and other servants of the Company, except for two peons and the flagman, who are to be left there alongside the flagman for the preservation of the lodge and the Company's right of possession over the same. 355. the 29th of September 1780. production of a translated letter from the Regent of Tanjore. Insertion of the same. The Governor subsequently laid upon the table of this Council a translated Maratha letter written to His Honour on the 19th instant by the Regent of Tanjore, Sinha Rasoe Naragarrie Pandit, alias Batjana, being of the following content: Translation of a Maratha letter written to the Right Honourable Reynier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its dependencies, by Sinha Rasoe Naragarrie Pandit alias Batjana, dated Tanjore the 19th of September 1780. 356. the 29th of September 1780. After preliminary compliments, By way of the emissary Anaatje Tandidaar, I have duly received the letter that Your Right Honourable pleased to write to me on the 6th instant. And whereas it appeared from the same that, although the Honourable Company, due to a lack of cash, could not assist His Highness with the funds requested in my letters, Your Right Honourable would nevertheless provide an advance of three years of recognition money, provided that, according to custom, a receipt confirmed with the King's seal was sent, I did not fail to make this known to His Highness immediately. The King, having heard everything, answered on that occasion that he had lived in hope that the Dutch Company, which for many years had maintained friendship with His Highness, would indeed oblige him with the money that he needed in the present circumstances; and that, if the Company was not provided therewith either, those funds might well have been raised from private individuals to lend to the King, or at least the requested five years of recognition money might have been procured; further saying that the offer made by Your Right Honourable

Dutch transcription

## 354. deliberatie daarover den 29. September 1780. e schreeven, met die goederen te voorzien: Waar over ter deliberatie getree„ den weezende, is aanvangkelijk aangemerkt, dat het beschenken van zoodanig een hoofd, bij het neemen van Possessie van de voorschreeve landen, zomtids zoo door de Nabab Mochomet 1ig Casses â 90. stuiver. Alichan als de Engelsche Com„ pagnie zou kunnen worden aangezien, voor een stilswijgende erkentenis, van den Nabab Hai„ der Alichan, voor souba van Carnatica, en dat dit somtijds, voor al zoo den Nabab en de En„ gelschen eens de overhand mog¬ ten krijgen, van nadeelige gevol„ gen zou kunnen weezen voor de bij Anno 1781 an A„o 1782. ten doen ingevalle zulx in lven Gemagtigden so tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't ouwen Carolina scher, Theodora Ia„ Geertruijda Prins „ overleedenen onder Severin, en in 's Comp tent Acht en Dertig ou perCento Rabat, die in send vijf hondert en , ofte de waarde van David en Abra„ aan zijnde:/ ter keul ovan de Bank, waa„ senteerende de G= Oost Indische Compagnie) ƒ De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. ingen Miites ƒ S ossel hog: boek houden) profvo op te breeken. en simons te gelasten met de Coop„ lieden dit heen te koomen Compagnie, waarteegen ten be ten mogelijk dienden te vror den voorzien; besluijt voor eenigen tijd van por. Waar op vervolgens met una nime stemmen goedgevonden en verstaan is, voor eenigen tij van daar op te breeken, om dus niet verpligt te zijn, de eerste te moeten weezen, in het beschi ken van zoodanig een hoofd uijt naam van de Compagnie. En is dienvolgende verstaan, den Sadraspatnams secunde Simons, die thans de Portono vosche opperhoofdij provisio„ neel waarneemd, bij een secreete brief aan te schrijven, om zoo de kooplieden ginder genegen zijn,e met hem herwaarts over te ko„ te men 143 355. mitsg:s alle de pions op 2. na afte„ no„ van kin te laaten den 29. September 1783. „men, om hunne Reekeningen hier te sluijten, om dan zonder eenige nadere ordre af te vrag„ ten direct van daar op te bree„ ken en met alle de effecten van de Compagnie, nevens de Koop„ lieden over zee herwaarts te ko„ men; of zulks anders te doen, overleedenen onder zoo dra zij hunne reekeningen met hem zullen gesloten hebben, tig Casses â 90. stuiver. zonder in dit laaste geval, daar van aan iemand ter waereld de minste kennis te geven, onder verdere aanschrijving aan den„ zelven, om in een van de twee gemelde gevallen, alle de Pions en verdere bediendens van de Compagnie af te danken, behal„ die nevens des vlaggeman aldaar ven twee pions en den Vlagge„ man, welke aldaar moeten ge„ bij Anno 1781. — an A„o 1782. tij doen aan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in o van de Bank, waa David en Abra„ lven Gemagtigden so tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't ouwen Carolina Ccher, Theodora Ja Geertruijda Prins Severin, en in 's Comp „send vijf hondert en cent Acht en Dertig ou per Cento Rabat, die in ofte de waarde van senteerende de Ge Oost Indische. laaten De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. ingen t litts Cossel hog: boek houden productie eener Translaat brief van den Albeschik van Tansjous Jnsertie van het zelve laaten worden tot bewaaring van de Loge en Compagnies reg van possessie op den zelven. Door den Heer Gouverneur is vervolgens ter Tavel van de zen Raade overgelegt, een Translaat Marrattijsche Mis sive door den Albeschik van Tansjour, Sinha Rasoe Na ra garrie Pandit alias Ba jana, op den 19. Courant aan zijn Ed: geschreeven, zijnde van den volgenden inhoud Translaat eener Mar rattijse brief geschreeven aan den Wel Edele Gestren gen Heer Reijnier Van Vlissingen, Gouverneur o directeur deeser Custe Cor„ mandel met den resorte van dien, door Simha Rasoe. 1715 356. den 29. September 1780. Rasoe Narragarrie Pandit /:alias Batja„ na:/ gedateerd Tansjour den 19. September 1780. Naar voor afgaande Com„ plimenten, Door weegen van den zendeling Anaatje Tandidaar, heb ik wel ontfangen, de brief die uwelEdele Gestrenge mij op den 6. deeser heeft gelieve te schrijven. En dewijl uijt deselve kwam te blijken, dat alschoon d' E. Comp: mits gebrek aan Contanten, zijn Hoogheijd niet assisteeren konde met de penningen, waar om ik bij mijne Letteren versoek ge„ daan heb, egter uwel Edele Ge„ strenge een voor uijt verstrec„ Ring van drie Jaarige Recog„ nitie penningen doen zoude, indien men navolgens gebruijk aij Anno 1781 - an A„o 1782. ten doen aan zijnde :/ ter keul ngevalle zulx in van de Bank, waar David en Abra„ lven Gemagtigden so tien Guldens, Twaalf „ overleedenen onder Severin, en in 's Comp Cent Acht en Dertig oud send vijf hondert en zijnde alhier aan 't ouwen Carolina 9 Casses â 90. Stuiver. per Cento Rabat, die in „ofte de waarde van Geertruijda Prins cher, Theodora Ja senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Een Eerste Assignatie No. 18. ingen Mites ossel heq: boek houden Een quitantie met 's Vorsten ze„ gel bekragtigd toesond, zoo he ik niet versuijmd het een en der ten eersten aan zijn Hoog heijd te kennen te geeven. Den Vorst alles gehoord heb„ bende, gaf bij die occagie tot ant„ woord „ dat hij in hoope geleefd „hadde, dat de Hollandse Comp„ „die 't zeedert lange Jaaren de „vriendschap met zijn Hoogheijd „gehouden heeft, denselven wel gerie „ven zoude met het geld, het welk „hij in deese tijds gesteldheijd van „nooden hadde, mitsgaders dat „wanneer de Comp: daar van ook „ niet voorsien was, men als dan „die penningen wel van de par„ „ticuliere menschen hadde kun „nen opneemen, om aan den „Vorst ter leen te geeven, of ten „minsten de versogte vijff Jaa„ „rige recognitie penningen „besorgen; zeggende voorts dat „het door uwelEdele Gestrenge aangeboodene

NL-HaNA_1.04.02_3569_0387 view scan ↗

English

177 357. 29 September 1780. offered amounts could help little. I have brought His Highness to another view regarding this matter, and thus offer, according to Your Honorable and Gallant worships' writing, a receipt confirmed with the Prince's seal for 15000 pardauws of recognition monies for 3 years, namely from the year Sameneij, Plawa, Samwatsarom or 178½ until the year San arbasama naijn sjooba kroetoe sam wat sarom or 178¾. I most kindly request Your Honorable and Gallant worship to send the aforementioned amounts of 15000 pardauws here as soon as possible. The Prince will be very pleased if Your Honorable and Gallant worship could assist him with another two years' recognition monies, but I need not write much about this, as Your Honorable and Gallant worship knows everything better. Some robes of honor being sent as a gift by His Highness to Your Honorable and Gallant worship, I request not only to accept the same according to custom, but also to take all the affairs of the realm to heart, and to cause the friendship to increase. Anaatje Pandidaar will impart the further news to Your Honorable and Gallant worship by word of mouth. What more shall I write, than that I request the continuation of his friendship and affection. Underneath stood: For the translation, according to the translation of the Brahmin Wengata Coebaraijenaijen, Nagapatnam, 26 September 1750. Was signed: Am Dormieux G: Transl.r. 179. 358. Receipt alongside this of a receipt from the Prince. Resolution thereon to disburse 15000 pardauws and politely excuse from the further requested 75000 pardauws, and on what grounds. Resolution to cede the alongside-mentioned robes of honor to the Lord Governor. Production of a letter from the Lord Governor of Ceylon. 29 September 1780. And whereas, alongside the said letter, a receipt confirmed with the seal of His Highness was also received for the receipt of 15000 pardauws for the recognition monies of 3 years, namely for the years 178½, 1783/3, and 178¾: it is therefore, according to the secret resolution of 26 August last, upon acceptance of the said receipt, approved and agreed to deliver to the ordinary envoy of the Tanjore Court, Anaatje Pandidaar, the aforementioned 15000 pardauws in New Nagapatnam fanums, but to politely excuse oneself from the further requested advance disbursement of another two years' recognition monies on grounds of own necessity, further mentioning that one can even less comply with the Prince's reiterated request to borrow 75000 pardauws for him on bond from private individuals, on the grounds that this is not customary for the Dutch Company, except in case of the utmost necessity. Furthermore, it was agreed to leave the robes of honor received alongside the said letter to the Lord Governor for the appraised value of 10 old pagodas. Subsequently, there was produced by the Lord Governor 1095 359. Insertion of the same. 29 September 1780. Governor produced, a letter written to His Honor by the Honorable, Grand, and Right Honorable Ordinary Councillor of the Indies and Governor of Ceylon, which was found to be of the following content: Coromandel To the Honorable Reinier Van Vlissingen, Governor and Director over the Company's important trade and establishment, Nagapatnam. Honorable, Valiant, Gallant, Wise, Prudent, Most Discreet. It will certainly cost the Company somewhat more than in 1749 when the two so-called princesses, of whose arrival Your Honor reports on 12 July, must be provided with board, along with their retinue; but as they can depart for Manaar in October, those expenses, after the receipt of this my letter, will need to be borne for only one month. I request then to let them be furnished with what they, with their retinue, need in provisions, and am writing to Jaffna to arrange a sloop at Nagapatnam by the beginning of October; however, if there should be no sloop there, I request to use one of the pearl-fishery sloops for that purpose, and this one will then, with the silver chests brought out by the ship Amsterdam, as I hope, be able to return to Nagapatnam before mid-October. I

Dutch transcription

177 357. den 29. September 1780. „aangeboodene bedragen weijnig „helpen konde. Jk heb zijn Hoogheijd om„ trent deeze zaak in een ander denkbeeld gebragt, en biede dus volgens uwel Edele Gestrenge schrijvens aan, Een quitantie met 's vorsten zegul bekragtigd me„ Geertruijda Rins gens 15000. pardauws Recogni„ tie penningen voor 3. Jaaren, teweeten van het Jaar Jan Isanc Sameneij, Plawa, sam Wat„ sarom of 178½. tot anno san send vijf hondert en arbasama naijn sjooba kroetoe sam wat sarom of Jk versoek uwel Edele Gestren„ bij Anno 1781 ge seer vriendelijk voormelde bedragen van 15000. pardauws ten spoedigsten dit heen te senden. den Vorst zal zeer verheugd zijn, indien uwel Edele Gestren„ ge denselven nog met twee Jaa„ rige Recognitie penningen Lingen an A„o 1782. tie doen aan zijnde:/ ter keul ngevalle zulx in van de Bank, waa David en Abra„ lven Gemagtigden So tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't ouwen Carolina scher, Theodora Ja„ overleedenen onder Severin, en in 's Comp cent Acht en Dertig ou tig Casses á 90. Stuiver. perCento Rabat, die in , ofte de waarde van senteerende de G„ Post Indische. afsisteeren. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. 178/¾. ossel heg: boek houder) Wittes assisteeren konde, dog ik behoef hier omtrend niet veel te schrijv, ont quit alsoo uwel Edele Gestrenge alles beeter weet. Eenige Eerkleederen tot een ge„ schenk, door zijn Hoogheijd aan uwelEdele Gestrenge gesonden wordende, versoek ik niet al„ leen deselve volgens gebruijk te accepteeren, maar ook alle de zaaken van het rijk ter harte te neemen, en de Vriendschap te doen accresseeren. Het verder Nieuws zal Anaatje Pandidaar uwe Edele Gestrenge mondelings bedeelen. beflu Wat sal ik meer schrijven, als dat ik versoek om de Continu tie van desselfs Vriendschap en genegendheijd /:onderstond:/ voor de oversetting volgens vertaling van den bramene Wengata Coebaraijenaijen, Nagapatnam den 26. september 1750. /was geteekend/ A=m Dormieux G: Transl. r en pard En s ver 179. 358. ontvangst daar nevens van een quitantie van den vorst. verstrekken en van de nader verzogte 75000. pard:s beleefdelijk te excuseeren den 29. September 1780. En dewijl nevens den gemelden brief ook ontvangen is een qui„ tantie met het zegel van zijn Hoogheijd bekragtigt, wegens den ontvangst van 15000. par„ zijnde alhier aan 't dauws, voor de recognitie pen„ ningen van 3. Jaaren, te wee„ ten voor de Jaaren 178½. , 1783/3. en 178¾: zoo is volgens secreete besluijt van den 26. aug. o Jongst„ 19 Casses â 90. stuiver. leeden, onder acceptatie van de gemelde quitantie, wel goedgevon„ beslueijt daar op 15000. pard:s te den en verstaan aan den ordi„ nairen zendeling van het Tans„ joursche Hoff Anaatje Pan„ di daar af te geeven de voor„ melde 15000. pardauws in Nieuwe Nagapatnamsche fanums, dog zig van de nader verzogte voor uijtverstrekking van nog twee Jaaren recognitie 1 Anno 1781. an A„o 1782. te doen aan zijnde :/ ter keul ingevalle zulx in o van de Bank, waa„ David en Abra„ lven Gemagtigdens o tien Guldens, Twaalf rouwen Carolina Ccher, Theodora Ja Geertruijda Prins „overleedenen onder Severin, en in 's Comp Cent Acht en Dertig oud per Cento Rabat, die in send vijf hondert en ofte de waarde van Oost Indische. senteerende de G„ penningen, De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. ngen Vlals Cossel h8g: boek houden an en uijt wat hoofde, besluijt de nevens gem: eerkleede„ ren aan den Heer Gouverneur aff„ staen productie eener brief van den Heer Ceijlons Gouverneur penningen uijt hoofde van eij„ benoodigdheijd beleefdelijk te excuseeren, onder aanhaaling verder dat men nog minder voldoen kan aan het bij reite„ raitie gedaan verzoek van de Vorst, om voor hem 75000. pan op obligatie bij particulieren leenen, uijt hoofde zulks bij de Hollandsche Compagnie in geen gebruijk is, als bij de alleruijter ste noodzaakelijkheijd. Voorts is verstaan de eere klee deren nevens den gemelden brief ontvangen aan den Heer Gouver neur over te laaten voor de ge„ taxeerde waarde van 10. oude pagooden. Is vervolgens door den Heer Gouverneur 1095 359. nsertie derszelve den 29. September 1780. Gouverneur geproduceerd, een mis aan zijnde :/ ter keul sive door den Wel Edelen Groot agtb: van de Bank, waa Heer Raad ordinair van Jndie en Gouverneur van Ceijlon aan zijn Edele geschreeven welke bevon„ zijnde alhier aan 't den is te zijn van den volgenden inhoud Kormandel Aan den Edelen Heer Reinier Van Vlissingen, Gouverneur en directeur over 'skomp. s Jmportanten handel en ommeslag Nagapatnam Edele, Erntfeste, Manhafte, Wyze Voorzienige zeer Diskreete Wet zal zeeker de komp: wat meer send vijf hondert en ofte de waarde van 9 Casses á 90. Stuiver. an A„o 1782. tin doen ngevalle zulx in David en Abra„ lven Gemagtigdenso tien Guldens, Twaalf ouwen Carolina cher, Theodona Ja Geertruijda Pins senteerende de G„ Cost Indische dan De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. overleedenen onder Severin, en in 's Comp en't Acht en Dertig ou per Cento Rabat, die in iij Anno 1781 —. ingen Slis _o Cossel hog: boek houden dan in 1749. kosten wanneer de twee zoo genaamde prinsessen, van welker komste uw Ed. den 12 Julij meldt, van kost moeten voorzien worden, met haar ge„ volg: maar wijl ze in oktober nen vertrekken na Manaar zullen die kosten, na den ont„ vangst van deezen mijnen brief maar eene maand lang behoere prin gedraagen te worden. Ik verzoeke dan aan haar te laaten verstrekke 't geen zij, met haar gevolg aan kof noodig hebben, en schrijf na Jaf„ fena om teegen het begin van okt ber eene sloep te Nagapatnam te bezorgen: doch zoo 'er geen sloep daar mogt weezen, verzoek ik eene der Rust sloepen daar toe te gebruijken, en deeze zal dan met de zilver kisten, die het schip An sterdam heeft uijtgebragt, zoo i hoop, nog voor half oktober te Nagapatnam kunnen te rug oveerzen. telag JK.

NL-HaNA_1.04.02_3569_0393 view scan ↗

English

Request to provide what is necessary to the Princesses of the Sun. 29 September 1780. I have the honor to be, below written, Honorable, Valiant, Courageous, Prudent, Provident, very Discreet, Sir, your Well-Born Dutiful Friend and Servant, signed: Jm. Wil. Falck. In the margin: Colombo the [illegible] August 1780. And whereas the ordinary Council member Falck aforementioned has, by his above-mentioned letter, made a request to have provided to the so-called Princesses of the Sun what they with their retinue require in provisions, it has, in addition to what has already been provided, upon the proposition of the Governor, been approved and resolved to let the said Princesses have from the Company cash treasury, for the maintenance of themselves and their retinue, a further 250 old pagodas, to be charged along with the previous Ceylon accounts. The sloop Ceylon belonging there having been sent hither by the Commander and Council of Jaffanapatnam to fetch the aforementioned Princesses, it has, upon the proposition of the Governor, been approved and resolved to have some small compartments and other minor improvements made in the said sloop for the convenience of the said Princesses, further noting that, upon receiving communication of the arrival of the aforementioned sloop, the same replied to the Interpreter of the Company that they would choose a favorable day before the 15th of the upcoming month of October for their departure, and would give notice thereof in due time. Thereupon, the Governor presented in the meeting a certain translation of a Malabar writing, presented to His Honour by the Servant of His Honour named Poelappa, who along with and beside the Porto Novo Resident Topander was taken prisoner during the recent invasion of Porto Novo by the troops of the Nabob Haidar Ali Khan, but has since been released by His Highness, on behalf of and by order of the Nabob Haidar Ali Khan aforementioned. Which, upon reading, was found to be of the following content: Translation of a Malabar Paper, of content as follows. The humble undersigned has been ordered by His Highness, the Nabob Hazrat Haidar Ali Khan Bahadur, to make known the following articles to the Honorable Dutch Company. In order to make the friendship between the Dutch East India Company and His Highness long-lasting and to remain unbroken, His Highness desires to enter into the following written Agreement: Firstly: He demands that the Honorable Company assist him with the necessary military forces. Secondly: One must supply to him not only muskets, but also cannonballs, cannons, gunpowder, and further ammunition goods. Thirdly: His Highness promises to provide their pay to all the troops that the Honorable Company shall give. Fourthly: Whenever the Company might need any seaports or other lands, he will provide the same. Fifthly: Whereas he will always regard the enemies of the Dutch as his own, so the Company must also do concerning the adversaries of His Highness. Sixthly: If the Honorable Company should be attacked by anyone, His Highness will out of friendship protect and defend the same, just as the Company must also do on its part. Seventhly, or Lastly: His Highness assures that if the Dutch Company does not embrace the foregoing articles and does not render itself worthy of his friendship, he will then take Nagapattinam and the subordinate factories by force, as he has resolved to do with the places of other nations. Nagapattinam the 24 September 1780.

Dutch transcription

103 360. v erzoek om het noodige aan, de princessen van de son te laaten kverstbaekken tlagten afgeeven. den 29. September 1780. Jk heb de eere te zijn /:onderstond/ Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze van de Bank, waa Voorzienige, zeer Diskreete Jla„ David en Abra„ ger:/ uwerwelEd. D: W: Vriend en Dienaar /:was geteekend:/ Jm: Wil: Falck /Jn margine/ Kolombo den aug. o 1780. En dewijl den Heer Raad ordi„ nair Falck voornoemd bij zij„ nen opgemelden missive verzoek gedaan heeft, om aan de zoo ge„ naamde Princessen van de Zon, te laaten verstrekken 't geen zij met haar gevolg aan kost noo„ dig hebben, zoo is, boven het bereeds verstrekte, op de propo„ sitie van den Heer Gouverneur zoo in besluijt om gan haar nog 250. poij goed gevonden en verstaan, nog aan de gemelde Princessen tot onderhoud van haar en haar Anno 1781 an A„o 1782. te doen. aan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in lven Gemagtigden so tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't ouwen Carolina Ccher, Theodora Ja Geertruijda Prins overleedenen onder Severin, en in 's Comp ent Acht en Dertig oud 9 Casses â 90. Stuiver. per Cento Rabat, die in send vijf hondert en ofte de waarde van Oost Indische. senteerende de Ge gevolg:s De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. vij gen 1 Sis Cossel heq: boek houder) arrive van een Chialoup van Gaf„ na om die Princesse aftelaaten in qie sloep te laaten maaken. gevolg uijt Comp: geld Cassa te laa ten afgeeven 250. oude pagoodenen teg om nevens het voorige Ceijlon te woorden aangereekend. net Door den Commandeur en Raad van Jaffanapatnam tot het afhaalen van de voorschre ve Princessen herwaarts gezon¬ den zijnde de aldaar thuijs hoof rende Chialoup Ceijlon: zoo is op de propositie van den Heer besluijt om eenige apartementjes Gouverneur goedgevonden en ver„ staan, in de gemelde Chialoup, ee„ nige apartementjes en andere kleene verbeteringen te laaten maaken tot gemak van de ge„ melde Princessen, onder aan„ teekening wijders, dat deselve, op de erlangde Communicatie van het arrivement der voor„ schreeve. 361 nen vertrekken. overlegging van een Translaat ge„ schraft man den dienaar Julappa den 29. September 1780. enen tegens wanneer zij souden kun„schreeve Chialoup, aan den Tolk van de Compagnie geantwoord hebben, dat zij voor den 15. van de aanstaande maand October, een goeden dag tot hun vertrek zijnde alhier aan 't uijtkiezen, en daar van in tijds kennis geven zouden. Vervolgens gaf den Heer Gou„dert Acht en Dertig oud verneur, in vergadering over zeeker Translaat Mallabaars isend vijf hondert en geschrift, door den Dienaar van zijn Edele in naame Proe¬ lappa, die met en nevens den Portonovoschen Resident To„ pander, bij den Jongsten inval in Portonovo door de troupes van den Nabab Haider Ali„ Mhan, gevangen genomen dog sedert door zijn Hoogheijdt ingen ij anno 1781 - daan zijnde :/ ter keus ingevalle zulx in io van de Bank, waa„ David en Abra„ elven Gemagtigdens op hien Guldens, Twaalf trouwen Carolina sscher, Theodora Ia & Geertruijda Prins er overleedenen onder Severin, en in 's Comp tig Casses â 90. Stuiver. perCento Rabat, die in n, ofte de waarde van van A„o 1782. te doen Psenteerende de Ge n Oost Indische ontslagen. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. Wiiaes Cossel hog: boek houden) ontslagen is, aan zijn Edele ge„ presenteerd, uijt naam en last van den Nabab Haider Ali lectuura en Jnsertie van het zelve chan voornoemd Het geen na lectuure bevonden is te zin van den volgenden inhoud Translaat eener Malla„ baarse Papier, van Jn„ houde als Volgd. Den nedrigen tekenaar deese is door zijn Hoogheijd, den Nabab Hasareth Haijder Alichan Bahadoer g'or„ donneerd geworden, om de ov dervolgende periodes van de Edele Hollandse Comp e te ken nen te geeven. Om de vriendschap tusschen de Nederlandsche oost Jn dische Compe en zijn Hoog heijd van lange duur te doen zijn, en onafgebrooken te blij„ ven, begeerd zijn Hoogheijd het 187: 362 den 29. september 1780. het volgende Accoord schrif„ telyk aantegaan. Eerstelijk: Pretendeert hij dat de David en Abra„ E. Comp. e aan hem assistee„ ren zoude, met het nodige krijgs Volk Ten Tweeden: zal men aan hem moeten besorgen niet Geertruijda Prins alleen snaphaanen, maar ook koegels, kannons, kruijt, en verdere ammonitie goede„ ven: Ten derden: Beloofd zijn Hoog „send vijf hondert en heijd aan alle de manschap „ ofte de waarde van pen, die d'E. Comp:e geeven zal, hunne besolding te zul„ len verstrecken. Ten Vierden: Wanneer de Comp. Eenige zee havens, dan wel andere Landen van nooden mogte hebben, zoo zal hij deselve besorgen Ten Vijfde. Dewijl hij de Vijanden van de Hollanders steeds ingen gij Anno 1781-. van A„o 1782. tie doen daan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in io van de Bank, waa„ lven Gemagtigdens op hien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't trouwen Carolina Ycher, Theodora Ja „ overleedenen onder Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig oud tig Casses â 90. Stuiver. per cento Rabat, die in senteerende de Ge Cost Indische. aanmerken/ De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. 3 ƒ. Has Cossel heq: boek houden aanmerken zal, of dezelve d' zij„ waaren, dus moet de Comp: on trend de tegenparthijen van zijn Hoogheijd zulx ook doen Ten sesden: Jndien d' E. Comp door den een of ander mogte aangetast wierden, zal zijn cerab Hoogheijd denselven uijt Vrieweaen schapshalven protecteeren en beschermen, gelijk de Maat„ schappen van hun zijde ook doen moet Ten sevende, of Laastelijk: versi kert zijn Hoogheijd, dat wo neer de Hollandse Comp. e de voorenstaande articulen niet amplecteeren, en zig de Vriend schap van hem niet waardig maaken, hij als dan Nago„ „patnam en de onderhoori„ ge factorijen met geweld over neemen zal, zoo als hij voorge„ nomen heeft met de plaatsen van andere natien te doen. Nagapatnam den 24. Septem: 1780 was. 6

NL-HaNA_1.04.02_3569_0399 view scan ↗

English

109. 364. being what propositions and promises the Nawab Haidar Ali Khan therein offers to make. The 29th of September 1780. Signed: Groelappa Poele, being: at the Keur. Underneath stood: for the translation. Signed: A. M. Dormieux, Sworn Translator. And after reading was taken of the just-mentioned writing, it was shown by the Governor that the same not only contained propositions for entering into and concluding an offensive and defensive alliance with His Highness the Nawab Haidar Ali Khan, but also contained threats to take away Nagapatnam and the other trading posts of the Company on this coast by force if one was not willing to embrace the aforesaid articles. Remark on that account: That as far as entering into such an alliance was concerned, the Council was unqualified to enter into a negotiation of that nature with His Highness without the consent and special authorization of Their High Mightinesses. That moreover, one could not comply with any of the aforesaid points without offending the English, and especially the Nawab Muhammad Ali Khan, in the highest degree, which at the same time could also have the most harmful consequences for the possessions of the Company on this coast. That, on the other hand, one also could not very well finally reject the aforesaid propositions without exposing all the trading posts of the Company to the uttermost danger, because the Nawab Haidar Ali Khan, currently being master in the field, could immediately carry out his aforesaid threats; at least with regard to the trading posts of Sadras and Pulicat. That all this having been considered by His Honour, he had deemed it best to gain time, and consequently not only proposed to the Council 191 365. Proposal to send an authentic copy of that offer to Batavia. The 29th of September 1780. to send an authentic copy of the aforesaid offer by the ship Hoorn to Batavia, with a request to Their High Mightinesses to provide the Council with orders in this regard, but also to give notice of this to His Highness the Nawab Haidar Ali Khan in the most polite terms, further showing that this Council, as well as any ministers of the Company, is not qualified to enter into negotiations with His Highness or any other princes on matters of that nature without special orders from the High Government at Batavia, and that one consequently also trusts that His Highness will be so kind as to excuse this Council for the time being from entering into conferences regarding the aforesaid proposals until orders concerning this shall have been received from Batavia. 193 366. Resolution to conform to that proposition and to send some presents to the Prince. The 29th of September 1780. Whereupon, deliberation having taken place, it was approved and agreed by unanimous vote to conform completely to the aforesaid propositions of His Honour, and consequently hereby to convert them into a resolution of the Meeting. Furthermore, it was also approved and agreed, both for promoting the safety of the Company's possessions and for effecting the liberation of the imprisoned Porto Novo Resident Topander, together with the clerks Wullick and Werfft, to have the letter that will be dispatched to the Nawab on behalf of the Government accompanied by a gift, somewhat appropriate to the interest of the Company and the rank of the person to whom it is sent. Notice given by De Neys of the battle that occurred between the army of the English and of Haidar Ali. Sadraspatnam's Chief, Mr. Jacob Pieter De Neys, having given extensive notice by secret missive of the 15th of this month of the battle that occurred on the 9th and 10th of this month between the army of Colonel Baillie and that of Tipu Sultan, eldest son of the Nawab.

Dutch transcription

109. 364. zijn welke propositien en beloften den derabae waijder Alidaar by laat Vriewoen den 29. September 1780. /was geteekend:/ Groelappa poele, /aan zijnde:/ ter keul /:onderstond:/ voor de oversetting /:geteekend:/ A=m Dormieux Gesw: David en Abra„ Transl.:r En na dat van het zoo evengem: schriftuur lectuure genomen was, scher, Theodora Sa is door den Heer Gouverneur ver„ toond, dat het zelve niet alleen inhielt propositien tot het aan„ gaan en sluijten van een of- en defensive Alliantie met zijn Hoogheijd den Nabab Haider Alichan, maar ook bedrijgin„ gen bevatten, om Nagapatnam bij anno 1781— en de overige Comptoiren van de Compagnie ter deezer kuste gewel„ daadig weg te neemen, zoo men de voorenstaande articulen niet wilden amplecteeren. send vijf hondert en ofte de waarde van van A„o 1782. tin doen ingevalle zulx in o van de Bank, waa„ lven Gemagtigden so tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't rouwen Carolina Geertruijda Prins „ overleedenen onder Severin, en in 's Comp tent Acht en Dertig oud tig Casses â 90. stuiver. per Cento Rabat, die in senteerende de Ge Cost Indische. Dat: De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. 2 ingen Mies Cossel heg: boek houden H remarqie dier weegens Dat owat het aangaan van diergelijke Alliantie betrof, de Raad ongequalificeerd was, on zig met zijn Hoogheijd in eer onderhandeling van die natui in te laaten, buijten Concent er speciaale qualificatie van Hu„ ne Hoog Edelheedens, Dat men buijten des aange„ van de voorschreeve poincten kunnen voldoen zonder de En gelschen, en vooral den Naba„ Machomet Alichan ten hoogsten te beledigen, dat zou tijds, in der tijd ook van de n deeligste gevolgen zou kunnen weezen voor de bezittingen van de Maatschappij ter deeze kuste: Dat men daar en teegenaa vervolg den 191 365. narropositie om Copia autenticq van die voorslag na Batavia te zenden den 29. e September 1780. den anderen kant ook niet wel finaal van de hand kon wijzen de voorschreeve propositien, zon „ even Gemagtigden S der alle de Comptoiren van de Compagnie aan het alleruijter„ ste gevaar te exponeeren, uijt hoofde den Nabab Haider Ali„ chan tans meester in het veld zijnde, zijne voorschreeve be„ drijgingen, direct zou kunnen uijtvoeren; ten minsten om„ trend de Comptoiren Sadras en Palleacatta Dat dit een en ander bij zijn Edele overwogen zijnde, wel den„ zelven best geoordeelt hadt tijd te wwinnen, en dienvolgende den Raad niet alleen proponier„ den om Copia authenticq van bij Apno 1781. — an A„o 1782 tie doen. aan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in o van de Bank, waa„ David en Abra„ tien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't rouwen Carolina Scher, Theodora Ja Geertruijda Prins „ overleedenen onder Severin, en in 's Comp tent Acht en Dertig oud tig Casses â 90. stuiver. perCento Rabat, die in „send vijf hondert en ofte de waarde van senteerende de Ge Post Indische. Cossel den. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. ingen Miaes hog: boek houden nisse te geeven. heijdt vertrouwt den voorschreeven voorslag, mi het Contra schip Hoorn na Ba tavia te zenden, met verzoek aan Hunne Hoog Edelheedens, om den Raad dierwegens met on en daar van aan dien Nababken dre te munieeren, maar ook om hier van aan zijn Hoogheijd den Nabab Haider Alichan, beslu in de allerbeleefste termen ken„ nis te geven, onder vertooning verder, dat deezen Raad zoo me als eenige Ministers van de Com pagnie, gequalificeerd is om buij ten speciaale ordre van de Hooge Regeering te Batavia, met zijn Hoogheijd of eenige andere Vorsten over zaaken van die natuur in onderhandeling te treeden, en dat men dienvolgen„ wat men intusschen van zijn Hoog de ook vertrouwt, dat zijn Hoog heijd deezen Raade wel zoo lang o en een zal. 193 366. besluijt met die propositie te con„ formeeren en eenige geschenken aan der Vorst te senden den 29. september 1780. zal gelieven te excuseeren, om rre„ ingevalle zulx in gens de voorschreeve voorslagen in conferentie te treeden, tot men dierwegens ordre van Batavia zal ontvangen hebben. Waar op ter deliberatie getree„ den zijnde, zoo is met unanime stemmen goedgevonden en ver„ staan zig met de voorschreeve propositien van zijn Edele vol„ komen te conformeeren, en te dienvolgende bij deezen te Conver„ teeren in een besluijt der Vergade„ wij anno 1781- ring. Voorts is, ook goedgevonden en verstaan, om zoo wel tot bevordi„ ring der vijligheijd van Compag„ nies bezittingen, als tot bewer„ (aan zijnde:/ ter keul o van de Bank, waa„ David en Abra„ lven Gemagtigdensop hien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't & Geertruijda Prins en overleedenen onder Severin, en in 's Comp tig Casses â 90. Stuiver. per cento Rabat, die in uisend vijf hondert en en, ofte de waarde van dert Acht en Dertig oud an A„o 1782. tin doen scher, Theodora Ja trouwen Carolina senteerende de Ge Oost Indische. king De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. ƒ lingen Waas „ Cossel hog: boek houden gegeevene kennisse door Dewijs van de voorgevallene slag tusschen den ar„ mie dog Engelseren ds kuijderalij Ring van de Vrijheijd van den gevan„ gen Portonovoschen Resident Topander, nevens de Pennisten Wullick en Werfft, den brief, die van wegen de Regeering aan den versoek Nabab, zal worden afgezonden, te laaten verzeld gaan, door een geschenk, eenigzints geschikt na het belang van de Compagnie, en den Rang van den Perzoon waar aan het gezonden wordt. zal hebben Door het Sadraspatnams opperhoofd Mr. Jacob Pieter De Neijs bij secreete missive van den 15. hujus breedvoerig kennisse ge„ geeven zijnde, van de slag op den 9. en 10. deezer maand voorgeval„ len, tusschen de armee van den Collonel Billij en die van Tipijdeli saijb, oudste zoon van den Veld bab ge heer. als de rec

NL-HaNA_1.04.02_3569_0405 view scan ↗

English

195 367 shall have to conduct himself. when the recognition money is demanded by the nabob deliberation on that account the 29th September 1780. Lord Haider-Alichan; with further communication of the total defeat of the English; request for orders how he has the same subsequently requested orders, how he shall have to conduct himself, when the isscher, Theodora Ja Nabob Haider Alichan, having made himself master of Arcadoe; caused himself to be proclaimed as Nabob of Carnatica, and what the same shall have to do, when the Nabob aforesaid should come to demand the recognition money that is paid annually in installments to the Nabob of Carnatica for Sadraspatnam. Whereupon after mature deliberation, for the preservation of the Company's aprij Anno 1781. Vingen to do of Anno 1782. having been done :/ at the choice and in case such in agio of the Bank, where and David and Abra same attorneys on Ten Guilders, Twelve being here at the Mistresses Carolina ra Geertruijd Prins here deceased under h Severin, and in the Company's hundred Thirty-Eight old fifty Casses at 90. stivers 8. percent Rebate, which in Thousand five hundred and or the value of East Indian. senting the Ge Cossel possessions. The Honorable Gentlemen Committee Directors of the First Assignation No. 10. 21 Wties high bookkeeping to give such person a gift. possessions on this coast, which, owing to the slight force that one has at hand, especially at the respective Factories, cannot well be defended against a violent attack, it has been approved and agreed by unanimity of votes, and already to make a decision upon the proclamation to be made, to write to the chief De Neijs regarding the first point, to receive with civility the person who might come to make the proclamation on behalf of Haider Alichan of the possession taken by him of the Carnatic Lands, if he is a man of some distinction or a head of a band of 2. to 3000. horsemen; and to have offered to him on that occasion, according to the custom of the country, on behalf of the lease Company 197. 368. and when the term has expired, to surrender the lease money under receipt. yet only provided that the 29th September 1780. Company a gift of some ells of red cloth, some sandalwood and rosewater. And to qualify him regarding the second point, so that when the Nabob Haider Alichan might come to demand the usual annual installment, and the time of thousand five hundred and payment has expired, to surrender the same to him or his servants upon a written proof signed by Haider Ali himself, nothing before the tokens of possession shall have been set up everywhere and the proclamation shall have taken place throughout the entire country. aprij anno 1781. — Vingen to do of Anno 1782 having been done :/ at the choice in case such in agio of the Bank, where David and Abra same attorneys on Ten Guilders, Twelve being here at the Mistresses Carolina a Geertruijda Prins here deceased under h Severin, and in the Company's hundred Thirty-Eight old fifty Casses at 90. Stivers 8. percent Rebate, which in or the value of Presenting the Ge East Indian on Cossel The Honorable Gentlemen Committee Directors of the First Assignation No. 10. ƒ Wittes high bookkeeping H private news received of the descent of the Marathas of Haider Alichan to the chiefs of the Northern Offices upon private news received by the Lord Governor both from the second of Jaggernaikpoeram d' Ravallet, as from the chief of Palicol Van Haesten, containing principally that there was a rumor that a large body of Maratha horsemen were gathered together at Katek and had the intention to march into the Visianagaram lands; and that moreover and a Corps of 3000. horses a Corps of 3000. horses belonging to the Army of Haider Alichan, was stationed only three kosses on this side of the river Kistna, intending orders already given on that account to cross it, already by order of the Lord Governor by secret missive to 19 369. the 29th September 1780. missive of the 17th of this month, in case such in the necessary orders having been dispatched to Bimilipatnam, Jaggernaijkpoeram, and Palicol, how the chiefs there shall have to conduct themselves at the least appearance of danger, it has been, upon the proposition of the Lord Governor, not only approved and agreed to keep a record of the dispatching of the aforesaid missive, but Insertion of that Circular letter also to insert it hereby. To the Respective chiefs along with the seconds of the Offices Jaggernaijkpoeram Bimilipatnam, and Palicol Good Friends! from two private letters, Vingen apij Anno 1781— to do of Anno 1782 having been done :/ at the choice agio of the Bank, where David and Abra same attorneys on Ten Guilders, Twelve being here at the Mistresses Carolina isscher, Theodora Ia a Geertruijda Prins here deceased under h Severin, and in the Company's hundred Thirty-Eight old fifty Casses at 90. stivers 8. percent Rebate, which in thousand five hundred and or the value of Representing the Ge East Indian. Cossel as The Honorable Gentlemen Committee Directors of the Seventeen First Assignation No. 10. Aas high bookkeeping

Dutch transcription

195 367 zal hebben te gedraagen. bab gevordert worden deliberatie dier weegens den 29. september 1780. heer Haider-Alichan; met Communicatie verder van de to„ taale nederlaag der Engelschen; versoek om ordres hoedanig zig heeft denzelven vervolgens ver„ zogt om ordres, hoe hij zig zal hebben te gedraagen, wanneer den isscher, Theodora Ia„ Nabab Haider Alichan, zig. meester van Arcadoe gemaakt hebbende; zig als Nabab van Carnatica liet proclameeren, en wat denzelven zal hebben te als de recognitie penn: door den na„doen, wanneer den Nabab voor„ noemd kwam te vorderen de re„ cognitie penningen die Jaarlijks in termijnen aan den Nabab van Carnatica voor sadras„ patnam worden betaald. Waar op na rijpe deliberatie, tot Conservatie van Compagnies aprij Anno 1781.— Vingen van A„o 1782. te, doen. ldaan zijnde :/ ter keule en ingevalle zulx in gio van de Bank, waa„ en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't iffrouwen Carolina ra Geertruijda Prins hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig ou„ iftig Casses â 90. stuiver 3. percento Rabat, die in Duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Oost Indischi. „senteerende de Ge Cossel bezittingen. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. 21 Wties hog: boek houden ken zoodanig persoon een geschenk te geeven. bezittingen ter deezer kuste, welke door de geringe magt die men, voor al op de respective Factorijen aan handen heeft, niet wel te„ gen een geweldaadigen aanval kunnen worden gedefendeert, met eenparigheijd van stem„ en al besluijt bij te doene proclamatie aan men goedgevonden en verstaan is„ het opperhoofd de Neijs omtrend het eerste poinct aan te schrijven, om den Persoon die uijt naam van Haider Alichan de proclo matie mogt komen te doen, van de door hem genome posessie van de Carnaticasche Landen, met beleeftheijd te laaten ontmoeten zoo het een man van eenig aan„ zien of een hoofd van een bende van 2. â 3000. ruijters is; en hem bij die gelegendheid, na slands„ gebruijk, uijt naam van de ver. pagt Compagnie 197. 368. „en als het termijn gepasseerd is, de pagtpenn: onder quitantie afte gee„ ver. dog net wat mits den 29. September 1780. Compagnie een geschenk te laa„ ten aanbieden van eenige Ellen Rood-laken wat sandelhout en roozenwaater. En hem omtrent het twee „isscher, Theodora Ja de Poinct te qualificeeren, om wanneer den Nabab Haider Alichan het gewoone Jaar„ lijks termijn mogt komen af te vorderen, en den tijd van duisend vijfhondert en betaaling verstreeken is, het zelve aan hem of zijne Bediendens af te geven op een schriftelyk be„ wijs door Haider Ali zelfs getekend, niets van te vooren de tekenen van posessie alom„ me opgezet en de proclamatie door het gansche land geschied zal weezen. aprij anno 1781. — Vingen van A„o 1782. tij doen (daan zijnde:/ ter keul „ ingevalle zulx in gio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina a Geertruijda Prins hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig ou„ ftig Casses â 90. Stuiver„ 8. percento Rabat, die in en, ofte de waarde van Prsenteerende de Ge Oost Indische op Cossel De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. ƒ Wittes heg: boekhouden) H bekomene part: teijdingen van der af„ komst der Marattijs van Haijder alichan aan de opperh: der Noorder Compt: op particuliere tijdingen door den Heer Gouverneur ontvangen zoo van den secunde van Jagger naikpoeram d' Ravallet, als van het opperhoofd van Pali„ col van Haesten, behelzende ter principaalen, dat er een gerugt „liep dat een groot lighaam Mar „rattijse ruijters te katek bij „een vergaderd roaren en het „voornemen hadden om in de „Visianagaramsche landen te „trekken; en dat daar en boven en een Corpbovran 3000. paarden „ een Corps van 3000. paarden „behoorende tot de Armee van „Raider Alichan, slegts drie „korsjes aan deeze zeijde van de „revier Kistina, stont, van mee„ „ning zijnde om die over te trek„ bereeds gegeeve ordre diermeg: „ ken„ bereeds op ordre van den Heer Gouverneur bij secreete missive t 19 369. den 29. September 1780. missive van den 17. deezer maand, ingevalle zulx in de nodige bevelen na Bimili„ patnam, Jaggernaijk poe„ ram en Palicol afgevaardigd zijnde, hoedanig zig de opper„ hoofden aldaar zullen hebben te gedraagen, bij den minsten schijn van gevaar, is op de pro„ positie van den Heer Gouverneur 6 niet alleen goedgevonden en ver„ staan van het expedieeren van den voorschreeven missive aan„ teekening te houden, maar hem Jnsertie van die Circulaire brif ook bij deezen te insereeren. Aan de Respective opperhoofden nevens de secundens der Comp„ toiren Jaggernaijkpoeram Bimilipatnam, en Palicol Goede Vrienden.! uijt twee particuliere brieven, Vingen apij Anno 1781— van A„o 1782. te doen daan zijnde :/ ter keul rio van de Bank, waa„ David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ia a Geertruijda Prins hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig ou„ iftig Casses â 90. stuiver- 8. percento Rabat, die in duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Representeerende de Ge Oost Indische. Cossel als De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ enthienen e Eerste Assignatie No. 10. Aas - hlg boek houde

NL-HaNA_1.04.02_3569_0410 view scan ↗

English

as one written by the Jaggernaijkpoeram Second De Ravallet, and one written by the Palicol Resident van Haeften to the undersigned Governor, and the documents appended thereto, we have seen with very great emotion the danger to which your offices are exposed, if the rumors that are spread there are found to be true, namely that a large body of Maratha horsemen had gathered at Katek, and had the intention to march into the Visianagaram lands, while a corps of 3000 horses belonging to the army of Hayder Ali-chan stood merely three korgies on this side of the Kestna, intending to cross it: because thereby all the land from Bimilipatnam down to Palicol and further, would be exposed to total pillage. This having been considered by us, and at the same time taking into account the weak condition in which Bimilipatnam and Jaggernaijkpoeram find themselves, being virtually without a garrison and artillerymen; while Palicol is entirely destitute of them. We have thought fit to recommend to you, or rather to the servants of Bimilipatnam and Jaggernaijkpoeram, hereby with all emphasis, to be on their guard in every way, so as not to be taken by surprise by a band of robbers. All the more so as the case of Portonovo shows clearly enough that neither the fidelity of Haider Ali nor that of the Marathas can be trusted. Yet although we trust, indeed even expect, that the servants at the two first-mentioned factories will still be able to fend off a flying detachment of horsemen, we nevertheless desire that at the slightest appearance of danger, they immediately have the Company's cash, spices, linens, merchandise, and other principal effects loaded into the Company's vessels at hand, or otherwise hire thonies for the Company's account for that purpose. While we hereby order those of Palicol, as being entirely defenseless, if the aforementioned rumors are further confirmed, to send immediately and without the slightest delay to Narsapoer all the cash, linens, and other principal effects of the Company that are at hand there, and to unload the same into hired thonies in the Narsapoer river and dispatch them directly hither. In order that thereby it may be prevented as much as possible that the Company, in the event of an unexpected surprise attack, should suffer any damage. Wherewith we remain, underwritten: Your Good Friends, was signed: R: van Vlissingen, I: J. Dormieux, G: E: G: Hazelman, S. Mossel, P. E. van Halm, J. D. Simons, M. Stoffenberg, and F: W: Bloeme. In the margin: Nagapatnam in the Castle, the 17th of September 1780. Further. Already granted authorization to Bimilipatnam for entering into a 5-year contract with the princes; long-awaited answer thereto. Further, the Governor gave to know that the Council, by secret missive of the 7th of June of this year, and thus fully three and a half months ago, had granted authorization to the Bimilipatnam chiefs to enter into a new five-year contract with the Visianagaram princes, on such a footing as had been proposed by them: That His Honour had therefore long expected an answer thereto; all the more so since, according to the servants' secret letter of the 6th of May, nothing else seemed to be lacking for the conclusion of that contract than the consent of the Government in the

Dutch transcription

als een door den Jaggernaijk po ramsche secunde De Ravallet, en een door het Palicols opper hoofd van Haeften, aan den on dergeteekende Gouverneur geschr ven, en de daar nevens gevoegde bijlaagen, hebben wij met zeer veel ontroering gezien, het ge„ waar aar voor uE Comptoire bloot leggen, zoo de gerugten, di ginder verspreijd zijn, waar worden bevonden, namentlijk dat een groot lighaam Marra thijse ruijters te katek bij een vergaderd waren, en het voor neemen hadden om in de Visi nagaramsche Landen te trek ken, Terwijl een Corps van 3000. paarden behoorende tot de armie van Hayder Ali„ chan, slegts drie korgies aan deeze zeijde van de Kestna ston van meening zijnde, om die over te trekken: want daar door al het land van Bimilipat„ nam. Sinen 370. den 29. September 1780. nam af tot Palicol toe en ver„ der, voor een totaale uijtplun„ dering zou bloot leggen. Dit door ons overwogen en teffens geconsidereerd zijnde, den zwakken toestand waar in zig Bimilipatnam en Jaggernaijkpoeram bevin„ den, als zijnde genoegzaam zoner overleedenen onder der guarnisoen en Arthille„ risten; terwijl er Palicol ten eenemaal van ontbloot is. hebben wij goedgedagt uE of eij„ uisend vijf hondert en gentlijk de bediendens van Bi, en, ofte de waarde van milipatnam en Jaggernaijk„ poeram bij deezen met allen nadruk te recommandeeren, apij Anno 1781— om tog allezints op hoeden te zijn, ten eijnde niet onverhoeds door een troup roovers overval„ e len te worden. Te meer daar het geval van Portonovo als duijdelijk ge„ noeg doet zien, dat ij de trou„ Vingen van A„o 1782. te doen daan zijnde:/ ter keule ingevalle zulx in rio van de Bank, waa„ David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf 's zijnde alhier aan 't vrouwen Carolina sscher, Theodora Ia a Geertruijda Prins ½ Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. stuiver„ 2. per Cento Rabat, die in Representeerende de Ge Oost Indische. ossel pes. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te thien n at Eerste Assignatie No. 10. Wites heq: boek houder) pestran Haider Ali zoo mi als de Maratthijs vertrouwe kunnen. Dan Schoon vrij vertrouwen Ja zelfs verwagten, dat de be diendens op de twee eerstgemeld factorijen, nog wel in staat zi len, om een Vliegend detache„ ment ruijters af te keeren, be„ geeren wij egter dat zij op den minsten schijn van gevaar, als Compagnies Contanten, specer„ en, lijwaaten, Koopmanschap pen en verdere voornaame effec ten, direct in de daar aan hand zijnde vvaartuijgen van de Con pagnie laate bergen, of 'er an„ ders thonies voor Compagnie reekeningen voor in te huuren Terwijl vrij die van Palico als ten eenemaal vreezeloos zij de, bij deezen beveelen, zo de opge melde gerugten nader gecon„ firmeerd worden, om ten eers„ ten en zonder het minste uijtste na 203. 371 den 29. September 1780. na Narsapoer te zenden alle de Contanten, lijwaaten en ver„ dere voornaame effecten van de Compagnie, die aldaar aan handen zijn, en dezelven in af„ gehuurde thonies in de Narsa„ poerse revier af te laaden en direct dit heen te schikken. Ten eijnde daar door zoo veel mogelijk worde voorgeko„ men, dat de Maatschappij bijftig Casses â 90. stuiver. een onverhoopte overrompe„ percento Rabat, die in ling, geen schade worden toe„uisend vijf hondert en gebragt waarmeede blijven /onder„ stond:/ UE Goede Vrienden /:was geteekend:/ R: van Vlis„ singen, I: J. Dormieux, g: E. G: Hazelman, S. Mossel, P. E. van Halm, J. D. Simons, M. s Stoffenberg en F: W: Bloeme /in margine:/ Nagapatnam in't Casteel den 17. September 1780. apij anno 1781 — Vingen van A„o 1782. tie doen daan zijnde :/ ter keuse ingevalle zulx in io van de Bank, waar David en Abra„ zelven Gemagtigden so Thien Guldens, Twaalf 's zijnde alhier aan 't trouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins ier overleedenen onder Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig ou„ en, ofte de waarde van Representeerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Wijders. Eerste Assignatie 1 No. 10. Wittes ossel hog: boek houden reeds verleende qualificatie na bi„ milip: tot het aangaan van een 5. Jaarig Contract met de princen lang verwagte antwoord daar op Wijders gaf den Heer Gouver„ neur te kennen, dat den Raad bij secreete missive van den 7. Junij deezes Jaars, en dus ruijn drie en een halve maand gele„ den; aan de Bimilipatnams pro opperhoofden qualificatie ver„ leend hadt tot het aangaan van een nieuw vijff Jaarig Contract met de Visianagaramsche Princen, op zoodanigen Voet als door haar was voorgesteld: een Dat zijn Ed: derhalven daar op al lang antwoordt hadt ver„ vragt; te meer, wijl'er vol„ gens der Bediendens secreete brief van den 6. Maij, aan het sluijten van dat Contract niets anders scheen te haperen, als de toestemming der Regeering in de

NL-HaNA_1.04.02_3569_0415 view scan ↗

English

205. 372. To impose a fine The 29th of September 1780. the conditions, specified as granted both by themselves and by the Princes. Proposition to fine the servants there. But since this has remained unanswered until now, and thus once again provided convincing proof of the extreme indifference of the servants in answering the letters of the Government, concerning which they had been so earnestly admonished in the aforementioned missive of the 7th of June, his Honour, for the maintenance of the dignity with which he and the Council were vested, found himself obliged to propose that a certain fine be imposed upon the chiefs of Bimilipatnam for this extreme negligence. Anno 1781 of Anno 1782 to do having been done / at choice in case such in of the Bank, where thirteen Guilders, Twelve being here at the women Carolina scher, Theodora Ja and deceased among Severin, and in the Company's hundred Thirty-Eight old ty Casses at 90 stivers per cent Discount, which in thousand five hundred and n, or the value of David and Abra themselves Authorized senting the Hon. East India. Cossel Where The Noble Lords Commissioned Directors to First Assignation No. 10. Uttes bookkeeping Resolution to condemn each of them to a fine of 3 months salary. Remark not to expose the Company's money to any danger in these perilous times. Whereupon, deliberation having been entered into, it was, for the maintenance of the dignity of the Government, for which the chiefs of Bimilipatnam seem to have very little respect, approved and resolved provisionally to condemn each of them to a fine of three months' salary for the benefit of the Deaconry here, and this in the trust that this mild penalty will teach them in future to be somewhat more attentive in answering the letters of the Government. After the taking of this resolution, consideration was subsequently given to the critical times currently experienced here, and which, so far 207. 373. Continued. To suspend the aforesaid Contract. The 29th of September 1780. as one has just been able to gather from the reports received from Jaggernaikpoeram and Palicol, must be feared to be no less perilous around Bimilipatnam! It was remarked by the Lord Governor that one was hereby practically advised from all sides to observe prudence above all and by no means to expose the Company's money to the slightest danger, and further declared that his Honour was now of the opinion that it would better accord with the interests of the Company to suspend the entering into of a five-year Contract with the Visianagaram Princes regarding the leasing of Bimilipatnam rather than to proceed with it, provided it had not already been concluded. in case such in Anno 1781. of Anno 1782 to do having been done / at choice of the Bank, where David and Abra themselves Authorized thirteen Guilders, Twelve being here at the Women Carolina sscher, Theodora Ja and Geertruijda Prins deceased among Severin, and in the Company's hundred Thirty-Eight old ty Casses at 90 stivers per cent Discount, which in thousand five hundred and en, or the value of senting the Hon. East India. Cossel The Noble Lords Commissioned Directors to First Assignation No. 10. Wiits bookkeeping Resolution to punish the Bimilipatnam chiefs, to suspend it if not done. And accordingly, upon the preliminary advice of his Honour, with which the Council fully conforms, it was approved and resolved, by secret writings of this day, to write to and order the chiefs of Bimilipatnam with all emphasis, if the aforesaid Contract has not already been completely concluded and signed upon the receipt of the letter, and the money etc. handed over to Their Highnesses, immediately to suspend all negotiations concerning it with the Princes, until further orders of 209. 174. To consider previous orders revoked. The 29th of September 1780. provided previous given orders the Government; adding further that the Council considers all previous orders given in that regard revoked and nullified, as it is understood; to consider them hereby revoked and nullified. Thus Done and Resolved in the Castle of Nagapatnam on the date aforesaid. was signed as before. sscher, Theodora Ja thousand five hundred and Anno 1781 of Anno 1782 to do. having been done / at choice in case such in of the Bank, where David and Abra themselves Authorized Ten Guilders, Twelve being here at the women Carolina and Geertruijda Prins deceased among per Cent Discount, which in or the value of Severin, and in the Company's ty Casses at 90 stivers hundred Thirty-Eight old senting the Hon. East India. Monday. The Noble Lords Commissioned Directors to First Assignation No. 10. Maas Cossel bookkeeping Written to Nawab Hyder Ali. Monday the 9th of October 1780. In the morning at half past ten o'clock. Meeting of the Council of Policy. Absent: The Senior Merchant and Head Administrator Philippus Jacobus Dormieux due to indisposition. Return receipt of the letter from the The letter written by the Government on the 8th of August last to Nawab Hyder Ali Khan concerning the release of the Porto Novo Resident Librecht Cornelis Topander together with the clerks Wullick and Herfft captured with him, having been brought back by the Harkaras who had been dispatched with it, without the slightest answer.

Dutch transcription

205. 372. een boete op te leggen den 29. September 1780. de voorwaarden, door hun zelfs, als door de Vorsten toegestaan, opgegeven. propositie om de bediend:s dierw. s Dan wijl dit tot nog toe vreg bleef, en dus al wederom een overtuijgend bewijs opleverde van Geertruijda Prins de verregaande onverschillig„ heijd der Bediendens in het beant„ woorden van de brieven der Regee¬ ring waar over men hun zoo ern¬ stig onderhouden hadt, bij den op gemelden missive van den 7. Junij, zijn Edele tot maintenu van de waardigheijd waarmeede hij en den Raad was bekleed, zig ver„ pligt vondt te proponeeren, om de Bimilipatnamsche opper„ hoofden, voor deeze verregaande nalaatigheijd zeekere boeten op te leggen. ij Anno 1781 — Lingen van A„o 1782. tie doen daan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in io van de Bank, waar hien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't rouwen Carolina scher, Theodora Ja„ en overleedenen onder Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig ou tig Casses â 90. stuiver. per cento Rabat, die in isend vijf hondert en n, ofte de waarde van David en Abra„ elven Gemagtigdenso senteerende de G: Oost Indische. Cossel Waar De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie No. 10. Uttes heg: boek houden besluijt haar ieder in een boete van 3/m. gagie te Condemneeren remarque om sComp. s geld indee„ se dangereuse tijd aan geen gevaar te expogneeren Waar op ter deliberatie getree den zijnde, zoo is tot mainten van de Waardigheijd der Regee„ ring, waar voor de Bimili¬ patnamsche opperhoofden vrrij nig respect schijnen te hebben, e goedgevonden en verstaan hun bi provisie te Condemneeren, elk in een boete van drie maanden ga„ gie ten behoeve van de Diaconijan men alhier, en zulks in vertrou ren dat deeze zagte panaliteijt prop haar in het vervolg leeren zal, wrat attenter te vrreezen in het beantwoorden van de brieven der Regeering Na het neemen van dit besluij vervolgens in overweging geno„ men zijnde den Critiquen tijd die men hier beleeft, en die, voor zo ver: 207. 373 vervolg het voorsz: Contract te staaken den 29. September 1780: ver, men zoo even heeft kunnen in gevalle zulx in opmaaken uijt de berigten van Jaggernaikpoeram en Palicol ontvangen, omtrend Bimili„ patnam niet min dangereus vreesen moet! Is door den Heer Gouverneur aangemerkt, dat men hier door genoegzaam als van alle zijden wierdt aange„ raaden, om tog de voorzigtig„ heijd te betragten en voor al het propositie om het aangaan van geld van de Comp: aan geen het minste gevaar te exponeeren, en voorts gedeclareerd, dat zijn Edele tans van gevoelen was, dat het be„ ter met het belang van de Maat„ schappij, zou overeenstemmen, het aangaan van een Vijfjaarig Con„ tract met de Visianagaramsche Princen, wegens het in pagt nee„ Vingen Apij Anno 1781. — an A„o 1782. te doen (aan zijnde:/ ter keul o van de Bank, waa„ David en Abra„ lven Gemagtigdensop hien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't Vrouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ & Geertruijda Prins er overleedenen onder Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig ou„ tig Casses â 90. stuiver. per cento Rabat, die in tisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Psenteerende de Ge Oost Indische. Cossel men De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Eerste Assignatie No. 10. Wiits hog: boek houden besluijt de bimilit: opperh: te ge„ slaffen, om het te nisti staak ten is men van Bimilipatnam te staaken als voort te zetten, zoonde het niet bereeds voltrokken w reg: En is dienvolgende op het pre„ advis van zijn Edele, waarme de den Raad zig volkomen Con formeerd, goedgevonden en ver„ staan, bij secreete schrijvens van heeden de Bimilipatnamsche opperhoofden met allen nadru„ zoo het selve niet bereeds gesloo aan te schrijven en te gelasten, om zoo het voorschreeve Contract op den ontvangst van den brief niet bereeds volkomen gesloten en geteekend, mitsgaders het geld ensz: aan Hunne Hoog„ heedens afgegeven is, om im„ mediaat alle onderhandelin„ gen daar over met de Vorsten te staaken, tot de nadere ordre der 209 174: rreg: roof ingestrokken te houden den 29. september 1780. zoende voorig: gegievene ordres die der Regeering; onder bijvoe„ =ging verder dat den Raad, alle voorige ordres daarom„ trent gegeven hout voor inge„ P trokken en gemortificeerd, zoo als verstaan is; die bij dee„sscher, Theodora Ia zen voor ingetrokken en ge„ mortificeerd te houden. Aldus Gedaan en Gear¬ resteerd in't Casteel tot Na„uisend vijfhondert en gapatnam dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren Mij Anno 1781— van A„o 1782. te doen. daan zijnde:/ ter keule ingevalle zulx in io van de Bank, waa„ David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf 's zijnde alhier aan 't trouwen Carolina & Geertruijda Prins er overleedenen onder perCento Rabat, die in nn, ofte de waarde van Severin, en in 's Comp tig Casses â 90. stuiver dert Acht en Dertig oud senteerende de Ge Oost Indische. Maandag. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ th Eerste Assignatie No. 10. ƒ Vingen Maas Cossel heg: boek houden) Nabas Kaijoer ali geschreeven Maandag den 9.:' October 1780. 's morgens ten half= elff uuren Vergadering van Politie Absent Den opperkoopman en hoofd-administrateur Philippus Iacobus Dormieux mits indispositie be Dou te rug ontvangst van de brief van den De brief, door de Regeering op den 8. Augustus Jongstleeden aan den Nabab Haider Alicha„ geschreven over het ontslag van den Portonovosch Resident Librecht Cornelis Topander nevens de met hem gevangen scribenten Wullick en Herfft, door de Harcarras, welke daar meede waren afgezonden, te ruig gebragt zijnde, zonder het minst Pro antwoord .

NL-HaNA_1.04.02_3569_0421 view scan ↗

English

24 375. keep Production of a letter from Topander the 9. October 1780. answer from his Highness (who had read it to him, but returned it) to be able to obtain a resolution thereupon from the authorized representatives themselves, it has, upon the proposal of the Governor, not only been approved and agreed to keep a record thereof herewith, but also to deposit the original letter at the local secretariat until the charge in due time. Received yesterday by the Governor and produced today in Council, a letter written by the aforementioned Resident Librecht Cornelis Topander, on the 9. September last, to this Council, from the Army of the Nabob, encamped at Cammenelloer, the same was found to be of the following lamentable content. Insertion thereof Nagapatnam To the Right Honorable, Sir, Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Cormandel, with the jurisdiction thereof, together with the Council there. Right Honorable Sir and Sirs. How unfortunately matters have ended with the lodge at Portonovo and the Company's effects therein, is certainly better known to your Right Honorables at present than to myself, for I was taken prisoner immediately after the cavalry of the Lord Nabob Haijder Alichan entered the lodge, and dragged here together with the clerks Wulick and Herft. While I was still in the lodge, all the Company's effects that were in it, as well as my own poor belongings, were bound upon camels and carried away; in the village and the washermen's warehouses at Wanaarpalium, as I have heard, everything was completely robbed and plundered. Being in the lodge, I did not fail to protest against the conduct of the horsemen and foot soldiers to their commanders, and to point out the injustice thereof, adding that I could not believe that the order of the Lord Nabob, who lived in good intelligence with the Company, dictated the robbery of the lodge of the Dutch Company; but all my protests could avail nothing, and willy-nilly I had to look upon that sorrowful spectacle to my bitter grief with a calm face, until I myself was finally dragged out of the lodge. Thus far I have had no opportunity to send your Right Honorables even a single line and to make this most sorrowful event known, and now that I am permitted to address this to your Right Honorables in respect, I can, to my bitter grief, report nothing but sorrowful things. After a most dangerous journey of 18 days, we arrived half-dead on the 8. August here in this Army, which lies before Cammenelloer. I, as well as the Danish Resident Mr. Harrop, who, just like me, was robbed in the Dutch lodge and Danish factory, flattered ourselves that we would have had an opportunity here, when given a hearing, to represent the interests of our Lords and Masters in the best manner, but each of us has been most grievously disappointed in our intentions. Shortly after our arrival here, I and the Danish Resident were told that we had to give a certain sum of money if we wished to obtain our release, and if not, that we would be whipped with the sjambok and tortured in a pitiful manner until death would be the consequence thereof, as I have detailed as circumstantially as possible in my humble separate letter to the Right Honorable Governor.

Dutch transcription

24 375. houden Productie eener brief van To„ pander den 9. October 1780. antwoord van zijn Hoogheijd /die hem geleezen dog te rug ge„ geven hadt:) daar op te kunnen selven Gemagtigdens op besluijt daar van aanteekeningt erlangen, zoo is op de proposi„ tie van den Heer Gouverneur niet alleen goedgevonden en ver„scher, Theodora Ja staan daar van bij deezen aantee„ overleedenen onder kening te houden, maar ook den origineelen brief ter secre„ tarije alhier te laaten seponee„ ren tot de charge in der tijd. Gisteren door den Heer Gouver„ neur ontvangen en heeden in Vergadering geproduceerd zijnde, een brief door den opgemelden Resident Librecht Cornelis Jopander, op den 9. september Jongstleeden, aan deezen Raa„ de geschreeven, uijt het Leger 1ij Apno 1781. — ingen van A„o 1782. tin doen daan zijnde:/ ter keule ingevalle zulx in io van de Bank, waar David en Abra„ Thien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't rouwen Carolina & Geertruijda Prins Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig oud tig Casses â 90. stuiver= percento Rabat, die in usend vijf hondert en en, ofte de waarde van Prsenteerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Cossel van Eerste Assignatie 16 ƒ No. 10. C Wites hog: boek houden) Jnsertie derselve van den Nabab, gecampeerd staande te Cammenelloer, is denzelven bevonden te zijn van den volgenden lamentablen inhoud. Nagapatnam Aan den wel Edelen Gestr: Heer, Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Directeur deezer Custe Cormandel, met den Resorte van dien, nevens den Raad aldaar Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren. Hoe ongelukkig het met de zo gie te Portonovo en de daar in zijnde sComp. s effecten is afgeloo„ pen, is het zeekerlijk uwel Edele Gestr: thans beter als mij zelver bekend, vrant ben ten eersten na dat de ruijterij van den Heer Nabab: 6 213: 376. den 9. October 1780. Nabab Haijder Alichan in de Loge is geweest gevangen geno„ men, en nevens de pennisten Wulick en Herft hier na toe gesleept. Terwijl ik mij nog in de Lo„ ge bevond, is alle de daar in ge„ weest zijnde sComp.:s effecten ge„ a Geertruijda Pins lijk ook mijn armoedje op Ca„ meelen gebonden en weggesleept, in het dorp en wassers pakhuij„ „zen te Wanaarpalium is mee„ percento Rabat, die in de gelijk ik vernomen heb gan „ uisend vijf hondert en schelijk geroofd en geplundert ge„m, ofte de waarde van worden. Jk heb in de Loge zijnde niet nagelaaten tegens het gedrag van Apij Anno 1781- de ruijters en voetvolk bij hunne hoofden te protesteeren, en aan„ tethoonen de onbillijkheijd van dien, met bijvoeging, dat ik niet konde gelooven dat de ordre van den Heer Nabab met vrien de Comp: in een goede intelligentie Vingen van A„o 1782. te doen ldaan zijnde :/ ter keule ingevalle zulx in gio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf s zijnde alhier aan 't vrouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ ier overleedenen onder Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig ou„ ttig Casses â 90. stuivers senteerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Cossel leefde. Eerste Assignatie No. 10. ƒ ƒ Mials hog: boek houden) leefde dicteerde de logie van de Hollandsche Comp: te rooven, dog alle mijne protestatien hee niets kunnen baaten, en ik moeste tegenswille en dank dat droevig spectakel tot bittere leu weezen met goede oogen aan„ zien, tot dat ik zelver eijndelijk uijt de Logie gesleept ben gewor„ den, Jk heb dus lange geen occa„ gie gehad uwel Edele Gestrenge een enkeld lettertje te doen toeko„ men en dit allerdroerigste geva bekend te maaken, en nu dat mi gepermitteerd is deeze aan uwel Edele Gestrenge in eerbied te rig„ ten, zoo kan ik tot bittere leed„ rreezen egter niet anders mel„ den dan droerige dingen. Na een allergevaarlijkste reijs van 18. dagen, zijn wij op den 8. augustus hier in dit Leger dat voor Cammenelloer legd half dood gearriveerd. Jk zoo wel als de Deensche Re„ sident: 215 377. den 9. October 1780. sident M. r Harrop, die even als ik in de hollandsche Logie en Deensche factorije geroofd is geworden, hebben ons geflatteerd, selven Gemagtigden sop dat wij hier occagie zouden heb„ ben gehad wanneer verhoord wierd, de belangens van onze Heeren en Meesters op het beste voor te dragen, dog gansch deer„ lijk is een ieder van ons in onze voorneemens bedrogen geworden. kort na onze arrive alhier ben ik en den Deensche Resident uisend vijf hondert en aangezegd geworden, dat wij een zeeker somma geld moesten gee„ ven zo wij onze uijtslag wilde erlangen, en zoo niet dat wij op wij Anno 1781— een deerlijk wijze zouden gesjam„ bokt en gepeijnigt worden, tot dat de dood daar 't gevolg van zal weezen, gelijk ik in mijn ne„ drige aparte letteren aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Gouver„ neur zo omstandig mogelijk de Jingen van A„o 1782. ten doen ldaan zijnde :/ ter keuse en ingevalle zulx in gio van de Bank, waar n David en Abra„ Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ja„ a Geertruijda Prins ier overleedenen onder Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. Stuiver percento Rabat, die in n, ofte de waarde van 6 senteerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ ossel eers Eerste Assignatie 1h ƒ No. 10. ƒ ƒ. Miaas heg: boek houden „

← previousnext →