VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3569

Coromandel · 670 pages · 128 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3569_0426 view scan ↗

English

honour to describe; all our protests against this have been of no avail, it having been several times so close that we could imagine nothing else than that we would indeed have to undergo the same, but Almighty God has graciously preserved us from that until now, and everything has so far remained only threats. Finally, I and the Danish Resident have been told in the most significant terms and in the strongest wording that each of us must produce 40000 pagodas or that we would most certainly lose our lives in a miserable manner, and the time when the demanded sum must be here has been set at one month; all our objections were fruitless, we have been told that 217. — 378 the 9th of October 1780. that each of us could make this affair known to our Lords and Masters. I objected to this that the Honourable Company had already suffered enough damage and that my superiors would not send any money to deliver us from here, for they lacked no servants, to which was answered: then you shall have to lose your lives as martyrs. [illegible] Knowing no other way out to be delivered from here, I have undertaken to make the particulars respectfully known to Your Right Honourable, therefore taking the humble liberty most submissively to beseech Your Right Honourable to be so extraordinarily kind as to write as soon as possible about us to the aforementioned Lord Nabab in the most favourable manner, and to leave no means or ways unsought [illegible] to deliver me and the two clerks from here, for unless Your Right Honourable will be pleased to intercede for us, it is utterly impossible for us to obtain our release, and we are certain that if Your Right Honourable does not take pity on us and write what is necessary concerning us to the Lord Nabab promptly, we shall have to die the death as martyrs. Furthermore, to my bitter regret, I must inform Your Right Honourable that tomorrow we will be dragged to Bengeloer and imprisoned there until such time as Your Right Honourable shall have had compassion on us and procured our deliverance. I, as well as all those who find themselves with me in the same misfortune, place our trust, next to God, solely in Your Right Honourable's well-known 249. 379. the 9th of October 1780. humanity to be delivered from here, and we do not doubt that Almighty God will bless the ways and means which Your Right Honourable will please to employ for our deliverance with His gracious blessings in such a manner that we shall soon obtain our deliverance from here. I most earnestly beseech the God of the universe to bless the interests of our Lords and Masters, as well as all Your Right Honourable's undertakings and enterprises, with the most auspicious and splendid of His gracious blessings. I furthermore beseech the continuation of Your Right Honourable's powerful favour and highly treasured protection, and have the high honour, with the most perfect feelings of high esteem and deep veneration, to remain in haste, [underneath stood:] Right Honourable Sir and Sirs, [lower:] Your Right Honourable's [illegible] most submissive and very obedient servant, [was signed:] Lieutenant Cornelis Topander. [In the margin:] In the army at Cammenelloer, 5 days' travel into the Cannevaij, the 9th of September, in the year 1780. Whereupon, after deliberation, it was not only approved and agreed to answer that letter shortly, as much for his consolation as that of his fellow prisoners, under the assurance that everything within the power of the Government will be employed with the Nabab Haider Alichan to effect their freedom, but also to do this shortly by a second letter in the strongest terms, without sending [illegible]

Dutch transcription

eer hebbe gehad te beschrijven; alle onze protestatien hier tege hebben niets kunnen baaten, zijnde zelfs al verscheijde ma len zoo na geweest dat wij ons niet anders hebben kunnen ver beelden, dan dat vrij dezelve zou„ de hebben moeten ondergaan, dog God Almagtig heeft ons daar voor tot nog genaadiglijk behoed en alles is tot nog maar by drijgementen gebleeven. Ten Laasten ben ik en den deen Resident in de aller Signifiquant ste termen en de Kragtigste be„ woording aangesegd geworden dat een ieder van ons 40000. - pa gooden moeten opbrengen of dat wij voorzeeker 't Leeven op een Jammerlijke wijze zoude verlie zen en de teijd wanneer de begeer de somma hier zal moeten wwel sen is op een maand bepaald, alle onse tegenwerping waaren vrug teloos, wij zijn aangesegd geworde dat 217. — 378 den 9. October 1780. dat een ieder van ons deese affaire aan onse Heeren en Meesters konde bekend maaken. Jk heb hier teegens geworpen dat d' E. Comp: al schade genoeg hadde geleeden en dat mijn supperieuren geen geld soude senden om ons van hier te verlossen, want dat aan haar aan geen dienaaren manqueer„ de, waar op geandwoord is dan zal gij 't Leeven als martelaaren moe„ttig Casses â 90. stuivers ten verliesen. Geen andere uijtweg weetende van hier verlost te worden zoo hebbe aangenoomen uwel Edele Gestr: de zaakelijkheeden Eerbiedig bekend te maaken, dierhalven ge„ bruijke de nedrige vrijheijd uwelEd. Gestr: aller onderdanigste te smeeken de besondere goedheid te willen heb„ ben zoo spoedig moogelijk over ons aan voorm: Heer Nabab aller fa„ vorabelste te schrijven, en geen mid¬ delen off weegen onbesogt te laaten 1ij Apno 1781. Vingen van A„o 1782. tij doen ldaan zijnde :/ ter keul ingevalle zulx in gio van de Bank, waa„ David en Abra„ selven Gemagtigden so Thien Guldens, Twaalf s zijnde alhier aan 't trouwen Carolina sscher, Theodora Ia a Geertruijda Prins ier overleedenen onder Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig oud percento Rabat, die in uisend vijf hondert en n, ofte de waarde van Psenteerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Cossel om Eerste Assignatie No 10. Wittes heg: boek houden om mij en de twee pennisten van hier te verlossen want zonder di uwelEd. Gestr: voor ons zal ge lieven te Jntersseeren is het voor ons volstrekt onmoogelijk ons ontslag te Erlangen, en wij zijn verseekert dat zoo uwelEd. Gestr niet over ons ontfermt en spoedi„ aan de Heer Nabab 't noodige on aangaande schrijven dat wij dat als martelaaren den dood zal mo ten sterven. Verders moet ik uwelEd. Gestr tot bittere Leedweezen bedeelen dat wij morgen gesleept zullen wor„ den na Bengeloer en aldaar in gevangenisse geslooten werden tot tijd en wijle uwelEd: Gestr: mede doogendheijd met ons zal hebbe gehad en onse verlossing besorge. Jk zoo wel als alle die met mij in het zelfde ongeluk bevinde stelle onse vertrouwen om van hier ver„ lost te woorden naast God Eenig„ lijk op uwelEd: Gestr: bekende mens: 249. 379. den 9. October 1780. menschlievendheijd en wij twijffele niet of God Almagtig zal de weegen en middelen die uwelEd. Gestr: tot onse verlossing zal gelie„ ve Jnteslaan dermaate met zijn genaaderijke zeegeningen zeegen, dat wij haaft onse verlossing van sscher, Theodora Sa„ hier zult erlangen. Jk smeeke de God van het heel Al zeer Ernstig de belangens van onse Heeren en meesters gelijk ook 'ttig Casses â 90. stuiver alle uwelEd: Gestr: voor en onder„ percento Rabat, die in neemingen te zeegenen met de heijl en glansreijkste zijner genaade reijke Zeegeningen. Jk smeeke voorts om de aan„ houding van uwel Ed: Gestr: vermoo„ gende gunste en hoog dierbaare protextie, en hebbe de hooge Eere met de aller volmaakste gevoe„ lens van hoogagting en diepe vene„ ratie in haast te verblijven /onder„ stond:/ Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren /lager/ uwel Edel Ge„ Apij Anno 1781 Jingen van A„o 1782. te doen. ldaan zijnde :/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina a Geertruijda Prins ier overleedenen onder ½ Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud uisend vijf hondert en n, ofte de waarde van senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Cossel strenge:/ Eerste Assignatie 1 21 No. 10. Sias heg: boek houden besluijt dezelve eerst daags te be„ antwoorden en onder welk verzekering strenge aller onderdanigste, en zeer Gehoorzame Dienaar /:was geteekend:/ L:t C:s Topan„ der /Jn margine:/ Jn het Leger te Cammenelloer 5. dagen reij„ sens in de Cannevaij den 9. 7ber: A. o 1780. Waar op na deliberatie, niet alleen goedgevonden en verstaanhie is, dien brief zoo tot vertroos„ ting van hem als zijne mede ge vangenen eerstdaags te beant„ woorden, onder verzeekering dat men alles orat in het ver„ mogen der Regeering is, bij den Nabab Haider Alichan zal aanwenden, om hunne vrijheij te bewerken, maar dit ook eerst daags, bij een tweeden brief, in de allerkragtigste termen te doen, zonder van het afzenden mon ontf van

NL-HaNA_1.04.02_3569_0431 view scan ↗

English

221. 380. Receipt of the reply from Simons regarding his departure; on the 9th of October 1780 to make not the least mention of the first-mentioned letter, and this while offering a certain present in accordance with the secret resolution of the 29th of September last. To the letter of this Government dated the 30th of September last, whereby the Secunde of Sadraspatnam, Simons, was ordered to depart from there with or without the Porto Novo merchants for reasons stated more fully in that letter and the secret Resolution of the 29th of September, he having answered by letter of the 4th of this month that he intended to carry this out in all quietude on the following day; that just before his departure he would notify the merchants to come over hither upon receipt of that order to settle their accounts with the Company, since it was currently impossible to carry that out: thus, after reading the aforementioned missive, it is solely resolved to take note of its receipt hereby. Resolution to take note thereof. Evidence, notes. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed as before. Tuesday. 228. 381. Evidence from two receipts regarding what had been provided to the Princesses of the Sun. Tuesday, the 14th of November 1780, in the morning at 9 o'clock. Council of Policy. Absent: The Senior Merchant and Honorable Chief Administrator Philippus Jacobus Dormieux due to indisposition. From two receipts produced by the Governor, it having appeared that, besides the N: N:o pagodas 196: 3. 40 of which a record was kept in the secret Resolution of this Council of the 15th of September, there was further provided to the two brides of the Kandyan ruler, or the so-called Princesses of the Sun, and their retinue, N: N:o pagodas 883. 20. 40, amounting together with the first-mentioned sum to 1080 New Nagapatnam or 1000 Old Nagapatnam pagodas; therefore, as the aforementioned provisions were made upon the authorization received for that purpose from the Governor of Ceylon, Falck, it is approved and resolved to charge the aforementioned sum of 1000 Old Nagapatnam pagodas to Ceylon pro memoria, together with such expenses as had to be incurred for the making of two palanquins for the Princess Brides and the decorating of the sloop Ceylon in which they departed. Resolution to charge that amount and expenses to Ceylon. Production of a translated letter from the minister of the Theuver. Next was produced by the Governor... 287: 382. Insertion of that translation. The 14th of November 1780. ...produced by the Governor a translation of a Malabar missive written to his Honour by Sankara Naraijna Pandia Poele, Minister of the Tuiver of Ramanadapoeram, dated the 24th of September, which was found to be of the following content: Translation of a Malabar letter written to the Honorable and Valiant Reinier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its Dependencies, by CanKara Naraijna Pandia Poele, Minister of the Teuver of Ramanadapoeram, dated 24th of September 1780. After preceding compliments: Through the cunning and treason of one Pietja Poele, the English and the Nabob Machomet Alichan made themselves masters of the kingdom of Ramanada Poeram in the year 1772, and placed the Teuver under arrest. I, and some other of his favorites who became free, have sent a person on behalf of and representing the Teuver to the Nabob Haijder Alichan Bahadoer, on the occasion of His Excellency's descent with his army into these lower lands. Said servant met His Excellency and made everything known to him.

Dutch transcription

221. 380. ontfangst van het antwoord van si„ mons weegens zijn overkomsteel„ den 9. October 1780. van den eerstgemelden brief het allerminste gewagte maken, en zulks onder aanbieding van zeker Geschenk volgens secreet besluijt van den 29. september Jongstleeden Op den brief deezer Regee„ ring van den 30. september Jongstleeden, waar bij aan den Sadraspatnams secunde si„ mnons, gelast geworden is, om met - of zonder de Portonovo„ sche Kooplieden van daar op te brieken om reeden bij dien brief en de secreete Resolutie van den 29. september breeder vermeld, door hem bij brief van den 4. dee„ zer geantwoord zijnde, dat hij zulks op den volgende dag in alle apij Anno 1781. — Vingen van A„o 1782. tij doen ldaan zijnde :/ ter keuse en ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins hier overleedenen onder h severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. Stuiver„ : percento Rabat, die in uisend vijf hondert en en, ofte de waarde van senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Cossel stilte Eerste Assignatie No. 10. 8 aanhier heg: boek houden Wiels te houden stilt meenende werkstelligte m ken, hij even voor zijn vertrek de kooplieden zou laaten aanzegg om op den ontvangst dier ordr herwaarts over te komen, omh ne reekeningen met de Compa„ nie af te sluijten, want dat da„ tans onmogelijk vras uijt te vo besluijt daar van aanteekening ren: zoo is, na lectuure van de opgemelden missive eenlijk ver Blijk staan van dies ontvangst bij deves noten zen aanteekening te houden. Aldus Gedaan en Gearri teerd in 't Casteel tot Nago patnam dato voorsz: /wasg teekend:/ als vooren Dingsdag. 228. 381. blijking uit twee quitantien hoe de reten hebberessen van de Zonge Dingsdag den 14. November 1780. 's voormiddags ten 9. uuren Vergadering van Politie Absent Den opperkoopman en E. hoofd administrateur Philippus Iacobus Dormieux niets indispositie Uijt twee quitantien door den Heer Gouverneur overgelegt, ge„ bleeken zijnde, dat behalven de N: N:o p o/a 196: 3. 40, waar van aanteekening gehouden is, bij de secreete Resolutie deezer Tafel van den 15. September nog aan de twee Bruijts van den Candia„ schen vorst of de zoo genaamde Princessen van de Zon en haar gevolgs verstrekt geworden was Vingen apij apno 1781.- „ ingevalle zulx in gio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins ier overleedenen onder k Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. Stuiver„ „ percento Rabat, die in uisend vijf hondert en n, ofte de waarde van van A„o 1782. tin doen C ldaan zijnde :/ ter keuse Psenteerende de Ge Oost Indischi De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te N. N. Cossel Eerste Assignatie No. 10. ƒ Wlaas hog: boek kouden) aantereekenen gelden productie eener translaat brief door den minister van den theuver gesp: N: N:o pagooden 883. 20. 40, met het eerstgemelde bedraagen uijt maakende 1080. Nieuwe Naga„ patnamse of 1000. oude pagoe„ besluijt dat bedragen Ceijlon den; zoo is, wijl de voorschree„ ve verstrekkingen geschiedt zijn op de daar toe ontvange quali„ ficatie van den Heer Ceijlons Gouverneur Falck, goedgevon¬ den en verstaan, het voorschree ve bedraagen van 1000. oudeN gapatnamse pagooden, Ceijlon per memorie aan te reekenen, nevens eenige andere gedaane on, nevens zoodanige ongelden, die hebben moeten worden gedaan tot het maaken van twee Palin guins voor de Princesse Bruijts en het vercieren van de sloep Ceijlon, waarmeede zij vertrok¬ ken zijn. Is vervolgens door den Heer Gouverneur 287: 382. Intertie van dat Translaat den 14. November 1780. Gouverneur geproduceerd, een translaat Mallabaarsche mis„ sive aan zijn Edele geschreeven door Sankara Naraijna Pandia Poele, Ministers van den Tuiver van Ramanada„ poeram, zijnde gedateerd den 24. september: welke bevon„ den is te zijn van den volgen„ e den inhoud. Translaat Eener Mal„ labaarse brief geschreeven aan den Wel Edelen Gestren„ ge Heer Reinier van Vlissingen Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel met den Resor„ te van dien, door CanKa„ ra Naraijna Pandia Poele, Minister van den Teuver van Ramanada Vingen 1 apij Anno 1781 — van A„o 1782. tie doen „ldaan zijnde :/ ter keus n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't affrouwen Carolina visscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Phins hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud Vijftig Casses â 90. stuiver 8. percento Rabat, die ir„ Duisend vijf hondert en „en, ofte de waarde van Retresenteerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Cossel Poeram./ Eerste Assignatie No. 10. Wittes heq: boek houder) Poeram gedateerd 24. Sep„ tember 1780. Naar voor afgaande Compliment Door lift en ontrouw van Eenen Pietja Poele, hebben de Engelsen en den Nabab Machomet Alichan in den Jaare 1772 zig meesters gemaakt van het rijk van Ramanada Poe„ ram, mitsgaders den Teuver in arrest genomen. Jk, en nog Eenige andere van zyne Gunstelingen, die vrij ge„ raakt zijn, hebben uijt naam en van weegen den Teuver, een perzoon na den Nababe Haij„ der Alichan Bahadoer gesonden, ter gelegendheijd dat zijn Excellentie met zijn Leeger na deese beneeden Landen afge„ zakt is. Gemelde bediende, zijn Excel„ lentie ontmoet, en alles te kennen gegeeven.

NL-HaNA_1.04.02_3569_0437 view scan ↗

English

237. 383. the 14. November 1780: having given, he immediately wrote a letter to me, containing that when the Chief Ministers of the Teuver arrived before His Excellency, he would then, as he has done for other Palegaars, arrange a parwanna that Ramanadapoeram was handed over to us again, and furthermore that His Excellency would grant permission that we could settle there with the crown as before, provided that we assisted him with war munitions. Now we must proceed to the camp of the repeatedly mentioned Haijder Bahadoer, and therefore we are very much at a loss for money to defray the necessary expenses, and besides that we shall not only need more money, but also ammunition goods when we return with the Parwanna. And since an agreement was entered into in former days between the Holland Company and the Teuver, we can address ourselves to no one else but to Your Honour, who I hope will not abandon us in this present state of affairs. I therefore very humbly request Your Honour to accommodate me at present with some money and goods, to the end that I may appear before His Excellency the Nabab Haijder Ali, as well as to assist us with more money, ammunition goods, etc., after my return. Through this favour to be shown, the Teuver will not only [illegible] recover his place, but the Holland Company will also gain a good reputation and derive much benefit; I write this to Your Honour because you are a gentleman of great intellect and judgment. Your Honour will perhaps think that, concerning matters of this nature, we ought to address ourselves to the Ceylon Government, for the reason that Kilkare and the pearl banks fall under the jurisdiction of that Island. Regarding this, I say that this request has been made by me because Your Honour has been appointed as chief of this Coast, and we must soon appear before the Nabab. Your Honour being a gentleman who views matters from a far perspective, I therefore send my brother Maijlappa together with one Marie Sjauria Poele thither, to the end of speaking with you. I shall also, if it is permitted to me, appear there in person. I request Your Honour once again not only to accommodate me on this occasion with some money and goods, so that we can depart for the camp of Haijder Ali without any hindrance, but also to write a letter to Ceylon concerning that which Your Honour will be pleased to give to us in the subsequent time, or after our return. Regarding the money with which Your Honour will assist us, one must consider it just as if the same will be kept at Kilkare. For the rest, I leave everything to [illegible] Your Honour's pleasure. I request Your Honour to honour me with an answer and at the same time to impart how I shall conduct myself. Was signed: Sangara Naraijna Tandia Poele. Underneath stood: For the translation, according to the rendering of the Brahmin Wengata Soebaraijer Aijen, Nagapatnam the 6. November 1780. Was signed: A.m Dormieux, Sworn Translator. Which having been taken into deliberation, it was noted that, since one may not assist native princes with money or ammunition goods without the special consent of Their High Mightinesses, one would be even less capable of doing this [illegible]

Dutch transcription

237. 383. den 14. November 1780: gegeeven hebbende, heeft hoogst denselven ten Eersten Een brief aan mi geschreeven behelsende deselve „ dat wanneer de Eerste „Ministers van den Teuver bij „zijn Excellentie aanquamen, hij „als dan, Gelijk denselven aan an„ „dere Palegaars gedaan heeft, „Een parwanna bezorgen zoude, „dat Ramanada poeram wee„ „der aan ons overgegeeven was, en „voorts dat zijn Excellentie per„ „missie zoude verleenen dat wij „ons / zoo als voor heen:/ met er „rroon aldaar ter neder setten „konden, mits dat wij hem as„ „sisteerden met oorlogs behoef„ Thans moeten wij ons na het Leeger van meermelde Haijder Bahadoer begeeven, en dier„ halven zijn wij zeer verleegen om geld tot t doen der noodige ongelden, en buijten dien zullen Vingen 1 apij Anno 1781- van A„o 1782. te doen. vldaan zijnde :/ ter keuse in ingevalle zulx in rgio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't uffrouwen Carolina visscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Prins, hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud ijftig Casses â 90. stuiver 8. percento Rabat, die ir„ duisend vijf hondert en ven, ofte de waarde van Retsenteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten MCossel v1ij: Eerste Assignatie No. 10. 2t „tens cel„ enne en heq: boek houden Wittes wij niet alleen meer geld, maar ook ammonietie Goederen van nooden hebben, wanneer wij met de Parwanna te rug Keerden. En dewijl tusschen de Holland se Compagnie, en den Teuver in vroegere dagen een accoord aan gegaan is, zoo kunnen wij ons bij niemand anders addressee„ ren als bij uwel Ed: Gestr: die ik hoop ons in deese tijds gesteld, heijd niet verlaaten zal. Jk verzoek dan uwel Edele Gestrenge zeer ootmoedig mij thans te gerieven met Eenige geld en goederen, ten eijnde ik voor zijn Excellentie den Nabab Haijder Ali verschijnen kan„ mitsgaders na mijn te rieg komst ons te assisteeren met meer geld, ammonitie Goederen Door deese te bewijsene gunst, zal den Teuver niet alleen des„ selfs etca. 229. 384. den 14. November 1780. selfs plaats weeder te rug erlan„ gen, maar de hollandse Comp: zal ook een goed naam krijgen„ en veel voordeel behaalen; Jk schrijff dit aan uwelEdele Gestren„ ge, door dien hoogst denselven een heer is van Groot verstand en oordeel. uwel Edele Gestrenge zal Com„ wijlen denken dat wij wegens zaa„ ken van dien aard, ons bij de Ceij„ lonse Regeering addresseeren moesten, om reeden dat Kilkare en de paarl banken onder dat Eijland sorteeren. Hier omtrend zeg ik dat dit versoek door mij aangelegd is ge„ worden, wijl uwelEdele Gestren„ ge als hoofd van deese Cust benoemd is, en wij haast bij den Nabab vrreesen moeten. uwel Edele Gestrenge een heer zijnde die de zaaken van zeer verre beschouwt, zoo zend Vingen 1 apij Anno 1781 — van A„o 1782. tie doen vldaan zijnde:/ ter keul n ingevalle zulx in „gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't uffrouwen Carolina visscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Prins„ hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud ijftig Casses â 90. stuiver= 8. percento Rabat, die in„ duisend vijf hondert en „en, ofte de waarde van Retsenteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Cossel i C a Eerste Assignatie No. 10. Wiats h0 g: boek houden ik mijn broeder Maijlappa ne rens Eenen Marie Sjauria Poe le na derwaarts; ten Eijnde niet hoogst denzelven te spreeken. Jk zal ook, wanneer mij ge„ permitteerd word, in perzoona daar verschijnen. Jk verzoek uwelEd. Gestrenge nogmaals niet alleen mij bij dee„ se gelegendheijd met Eenige geld en goederen te gerieven, op dat wij sonder eenige beletsel na het Lee„ ger van Haijder Ali vertrek„ ken kunnen, maar ook een brieff na Ceijlon te schrijven wee gens het geen uwelEd: Gestrenge aan ons in den volgtijd /:off na ons te rug komst:/ zal gelieve te Gee„ de Omtrend het geld, waarmeede uwel Edele Gestrenge ons assistee„ ren zal, moet men aanmerken even off het zelve te Kilkare be„ waard zal worden. Voor 't overige Laat ik alles aan uwelEd. ven. 231. 385. deliberatie daar over den 14. November 1780 uwelEdele Gestrenge goed vinden over, Jk verzoek uwel Ed. Gestrenge mij met antwoord te vereeren en teffens te bedeelen hoedanig ik mij gedragen zal /:was geteekend:/ Sangara Naraijna Tandia Poele /:onderstond:/ voor de over„ setting volgens vertaling van den bramine Wengata soebaraijer aijen, Nagapatnam den 6. No„ vember 1780. /:was geteekend:/ A=m Dormieux. Gesw: transl. r Waar over ter deliberatie getree„ den weezende is aangemerkt, dat dewijl men buijten speciaal Con„ cent van Hunne Hoog Edelhee„ dens, geen Jnlandsche Vorsten met geld off ammunitie goederen assisteeren mag, men dit nog minder zou vermogen te doen. Vingen 1 aprij Anno 1781. — van A„o 1782. te doen vldaan zijnde:/ ter keule n ingevalle zulx in „gio van de Bank, waa„ en David en Abra„ „selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't uffrouwen Carolina visscher, Theodora Ia ra Geertruijda Prins, hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud ijftig Casses â 90. stuiver 8. percento Rabat, die ir duisend vijf hondert en „en, ofte de waarde van Retsenteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Cossel aan Eerste Assignatie No. 10. dee„ geld ge a ons Gee„ se„ hog: boek houden) Wittes

NL-HaNA_1.04.02_3569_0442 view scan ↗

English

or ammunition from the armory; while, and under which notification: Observation that the Bimelipatnam chiefs delivered 55000 ropijen in merchandise to the high officials of the princes, and that on an uncertain footing. To a minister of the arrested Ramanadapoeram Teuver, even though the Dutch Company, in earlier years, had entered into some agreement with the said Teuver. And accordingly, it was approved and resolved to politely decline the aforementioned request by briefly answering that the circumstances in which the Company's possessions on this coast presently find themselves do not permit this Council to assist him with money or other goods to advance his master's cause. And Resolution to leave that amount for the account of the said chiefs. From a secret letter written to this Council by the Bimelipatnam chiefs on 19 July of this year, having seen with the greatest astonishment the extreme imprudence of which they have made themselves guilty, by delivering merchandise to the value of fifty-five thousand ropijen to the high officials of the Visianagaram princes prior to entering into the contract with those rulers (for which they were qualified from here by the letter of 7 June prior), and this at a time when the ruler Sjettaramarasoe was still at Madras, and they were therefore still completely uncertain whether the Visianagaram princes would indeed be inclined to agree to the two conditions determined in the letter of the Government of 15 November 1779: it was approved and resolved, with an expression of displeasure, as this delivery took place without authorization from this Government, to leave the amount of the aforementioned merchandise, to a sum of fifty-five thousand ropijen, directly for the account and responsibility of the chiefs, unless that amount was repaid to the Company by the end of August last. 14 November 1780. 1781 April 1781 to do of the year 1782 being satisfied at the choice and in case such in agio of the bank where David and Abraham the same authorized agents at ten guilders twelve as being here at the mistresses Carolina Visscher Theodora Iara Geertruijda Prins deceased under Severin and in the Company hundred thirty-eight old fifty cases at 90 stuivers 8 percent rebate that in thousand five hundred and or the value of representing the East India. The Honorable Gentlemen Committee Directors at the two First Assignation No. 10. 21 bookkeeper of the Remark concerning the already issued interdiction regarding the lease of Bimelipatnam. Resolution to persist therein. Then, whereas this Council, according to the resolution of 29 September, prohibited the chiefs by letter of that same date from entering into a new contract with the rulers regarding the lease of Bimelipatnam, unless it had already been completely concluded and signed before the receipt of that letter, it was approved and resolved, for the weighty reasons upon which that resolution was taken, upon the further proposal of the Lord Governor, to fully persist in that resolution; and accordingly to notify the said chiefs that all negotiations or contracts that might have been held or concluded regarding this by them with the Visianagaram rulers or their ministers after the receipt of the said letter, shall be held by this Council to be null and void. 14 November 1780. April 1781 to do of the year 1782 being satisfied at the choice and in case such in agio of the bank where David and Abraham the same authorized agents at ten guilders twelve as being here at the mistresses Carolina Visscher Theodora Iara Geertruijda Prins deceased under Severin and in the Company hundred thirty-eight old fifty cases at 90 stuivers 8 percent rebate that in thousand five hundred and or the value of representing the East India. The Honorable Gentlemen Committee Directors at the First Assignation No. 10. 2 bookkeeper of the Consideration arising regarding the delivery to the Visianagaram princes of 4050 ropijen and 100 New Nagapatnam pagodas. Regarding the further communication of the chiefs concerning the delivery to the Visianagaram princes of four thousand fifty ropijen for the arrears of gifts, both on account of the Nabobship of Chicacole and the customary annual gift, and the customary annual gift of 100 New Nagapatnam pagodas, doubts having arisen in this Council whether some error did not take place regarding this, because, according to the attached receipts, the same was delivered up to and including the year 1779.

Dutch transcription

off amnmonitie van de harset te wijl en onder welk aanschrijvens ontwaaring dat de Bimilip: opperh: voor 55000. rop. aan Koop„ mansz: aan de hooge bed. s van d prin„ een afgegeven hebben aan een Minister, van den gear„ resteerden Ramanadapoeran schen Theuver, Schoon ook de Hollandsche Compagnie, in vroegere Jaaren, met den gemelden Theuver eenig accoord hadt aan„ besluijt het daar bij verzogt gald gegaan: en is dienvolgende dan ook goedgevonden en verstaan, het gemelde verzoek beleefdelijk van de hand te wijzen door daar op kortelijk te antwoorden, dat de omstandigheeden waar in 'sComp bezittingen ter deezer keefte tans verzeeren, deezen Raad niet toe„ laat om hem ter bevordering van zijn seeesters zaak, met geld, of andere goederen te assisteeren. en Uijt een secreeten brief door de Bimilipatnamse opperhoofden op den 19. Julij deezes Jaars, aan deezen. 239: 386. en dat op eene onzeeker voet den 14. November 1780. deesen Raade geschreeven, met de Grootste verwondering gezien zijnde, de verregaande onvoor„ zigtigheijd, waar aan zij zig schuldig gemaakt hebben, door aan de Hooge bediendens van de Visianagaramsche Princen, voor het aangaan van het Con„ tract met die Vorsten /:waar toe zij van hier gequalificeerd ge„ worden zijn bij missive van den 7. Junij bevorens:/ af te geven voor Vijf en Vijftig duijsend ropijen aan koopmanschappen, en zulks in een tijd wanneer den Vorst Sjet¬ taramarasoe nog op Madras wras, en zij dus nog volkomen onzeker waren of de Visianaga„ ramsche Princen wel genegen zouden weezen in te willigen, de Vingen 1761j Apro 1781 „van A„o 1782. tie doen oldaan zijnde :/ ter keuse in ingevalle zulx in „gio van de Bank, waar en David en Abra„ „selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't iffrouwen Carolina visscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Prins, hier overleedenen onder h severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud ijftig Casses â 90. Stuiver„ 8. percento Rabat, die in duisend vijf hondert en „ren, ofte de waarde van Retsenteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Cossel twee Eerste Assignatie No. 10. 21 WMittes h8g: boek houden de doelin ppperk: te laaten remarque over de reeds gedaane in„ terdictie weg. in het pagt neemen van bimelip: twee voorwaardens bij den brief der Regeering van den 15. No¬ besluijt dat bedragen voor reek: van vember 1779. bepaald: zoo is „wijl die afgaave buijten qualifi catie van deeze Regeering ge„ schied is, onder betuijging van ongenoegen, goedgevonden en ver„ staan, het bedraagen der voor„ schreeve Koopmanschappen tot een somma van Vijff en Vijfftig Duijzend ropijen direct voor den opperhoofden reekening en ver„ antwoording te laaten, zoo dat bedraagen, onder ultimo Augus tus Jongstleeden niet wreder aan de Compagnie voldaan gewor¬ den is. Dan dewijl deezen Raade vol„ gens besluijt van den 29. septem„ ber de opperhoofden bij brief van dien 221 387. den 14. November 1780. dien eijgen datum, hebben gein„ terdiceerd, het aangaan van een nieuw Contract met de Vorsten wegens het in pagt neemen van Bimilipatnam, zoo het zelve, voor den ontvangst van dien brief niet bereeds volkomen ge„ sloten en getekend was, zoo is, om de gewigtige reedenen waar op die Resolutie genomen is, op den Verderen voorstel van den besluijt daar bij te persisteeren Heer Gouverneur, goedgevonden en verstaan bij dat besluijt volko„ men te persisteeren; en dienvol„ gende de gemelde opperhoofden aan te schrijven, dat alle onder„ handelingen ofte Contractatien die daar over, na den ontvangst van gemelden brief, door hun met de Visianagaramsche Vorsten lingen op ij Apno 1781. van A„o 1782. ten doen vldaan zijnde :/ ter keuse en ingevalle zulx in „gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't uffrouwen Carolina visscher, Theodora Ia„ „a Geertruijda Prins hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud ijftig Casses â 90. stuivers 8. percento Rabat, die ir„ Duisend vijf hondert en „en, ofte de waarde van Ret senteerende de Ge Oost Indische. Bossel af: De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. 2 si title heq: boek houden der gevallene bedenking over de afgave Jaan de visiang. princen 4050. rop van 1100: N: parj: of derzelver Ministers, mogten gehouden of gesloten zijn, door deezen Raade voor nietig en van geener aarden zullen ge houden worden. Nopens de verdere Commu„ nicatie der opperhoofden, belan gende de afgave aan de Visiana„ garamsche Princen van Vier du zend vijftig ropijen voor de ag„besling terstallige geschenken, zoo weegen het Nababschap van Chicacol, als het gewoon Jaarlijks geschenk en het gewoon Jaarlijks geschenk van 100. Nieuwe Nagapatnam„ sche pagooden, bij deezen Raade be„ denking gevallen zijnde, of daar omtrend niet wel eenig abuijs plaats hadt, uijt hoofde het zelve volgens bijgevoegde quitantien is afgegeeven tot den Jaare 1779. dag inclusive ij

NL-HaNA_1.04.02_3569_0447 view scan ↗

English

287 388 the 14th of November 1780. inclusive, although the last contract with the Princes had already expired on the ultimate of August 1778; thus, in consideration that one has bound oneself to the delivery of both items only—as far as known to the Council—by the aforementioned contract, but by no other papers, the elucidation thereof has been approved and agreed to, with the suspension of the resolution of this table regarding that point, to write to and instruct the said chiefs to report to this Council as promptly and distinctly as possible why the aforementioned gifts were paid by them up to the year 1779, whereas the contract by which those gifts were promised had already expired by the ultimate of March 1778. [illegible] Production of a letter for the Nabab Hyder Ali Khan Insertion of the same Pursuant to the secret resolutions of this Table of the 29th of September and the 9th of October of this year, having been prepared by order of the Governor, a letter for the Nabab Hyder Ali Khan Bahadur, being of the following content: To His Highness the Nabab Hyder Ali Khan. We have recently received a letter from our former Resident at Porto Novo, the bookkeeper Cornelis Lijbrecht Jopander, written from the army of Your Highness encamped at Cammenelloer, wherein he not only informs us of his capture along with the clerks Wilick and Herfft, but 289. 389. the 14th of November 1780. also very lamentably requests that his release be effected with Your Highness; mentioning at the same time that it would otherwise be impossible for him ever to obtain his freedom, because a sum of 40,000 pagodas had been demanded from him for it, a capital of which he, having been ruined by the present war, would by no means be able to raise even the twentieth part. This having been weighed by us, and having also considered the noble and philanthropic character with which the person of Your Highness is animated, has made us resolve to request Your Highness, both in the name of the Dutch Company and of ourselves, in the most friendly and obliging manner, as we hereby also do request Your Highness for the freedom and release of the aforementioned Porto Novo Resident Cornelis Lijbrecht Jopander, together with the clerks Wulick and Kerfft taken prisoner with him. And to this we trust Your Highness will gladly resolve, on account of the friendship that subsists between Your Highness and our Company, and which will thereby be all the more cultivated. The more so, if Your Highness would only deign for a moment to consider—and this we request with emphasis—that they can in no way be regarded as prisoners of war. For this requires a war beforehand. And we have the good fortune to live in peace and friendship with Your Highness. At the very least, we can [illegible] 241 392. the 14th of November 1780. declare before God that we have never given the least reason to Your Highness to treat the Company's possessions or its servants as enemies. And consequently repeating our request, we solicit once more in the name of our Company for the freedom of the aforementioned three persons. We shall be infinitely obliged to Your Highness by this act of humanity, and the aforementioned prisoners will always extol your generosity; when set at liberty, they will have to thank no one other than Your Highness for their lives, for to effect this in any other manner is entirely beyond our power and the means of the aforementioned prisoners, who are merely low-wage-earning servants of our [illegible] [illegible]

Dutch transcription

287 388 doyen den 14. November 1780. inclusive, schoon het laast Con„ tract met de Vorsten bereeds, on„ der ult. o aug. o 1778. rras geexpi„ reerd, zoo is, uijt aanmerking, men zig maar alleen /voor zoo ver het den Raad bekend is/ bij het voor„ schreeve Contract, dog bij geen andere papieren, tot de afgave van het een en ander verbonden heeft, desluit dier reg: lucidatie te vor goed gevonden en verstaan met surcance van het besluijt deezer tafel omtrend dat poinct, de ge„ melde opperhoofden aan te schrij¬ ven en te gelasten, om aan deezen Raaden ten eersten en zoo distinct als mogelijk is, op te geven, waar om de voorschreve geschenken door haar betaalt zijn tot den Jaare 1779, daar het Contract waar bij die geschenken beloofd Vingen opij Apno 1781. van A„o 1782. tin doen oldaan zijnde :/ ter keul n ingevalle zulx in „gio van de Bank, waar en David en Abra„ „selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't uffrouwen Carolina visscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Prins, hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud ijftig Casses â 90. stuivers 8. percento Rabat, die ir„ duisend vijf hondert en ven, ofte de waarde van Retsenteerende de Ge Oost Indische. Cossel waren. 6 De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie No. 10. 21 AMaes hog: boek houden 2 zelve„ productie van een brief voor den 9 Nrabab Bayder Alicham insertie van dezelve waren, bereeds met ultimo Ma 1778. was geexpireerd. Volgens de secreete besluijten zer Tafel van den 29. Septembr en den 9. October deezes Jaars op ordre van den Heer Gouver neur in gereedheijd gebragt zij de, een brief voor den Nabab H der Alichan Bahadoer, zij de van den volgenden inhoud Aan zijn Hoogheijd den Naba Haider Alichan. Wij hebben onlangs een brief on vangen van onzen geweezen Rest dent op Portonovo, den boekhov der Cornelis Lijbrecht Jopan der, geschreeven uijt het Leger van uwe Hoogheijd, gecampeer staande te Cammenelloer, was bij hij ons niet alleen kennis geef van zijne gevangen neeming n de Pennisten Wilick en Herff maar 289. 389. den 14. November 1780. maar ook zeer lamentabel ver„ zoekt om zijn ontslag bij uwe Hoogheijd te bewerken; onder aanhaaling teffens dat het hem anders onmogelijk was, ooijt zijne vrijheijd te Erlangen, wijl men daar voor van hem gevordert hadt eene somma van 40'000. pagooden, een Capitaal, waar van hij, die door den presenten oorlog geruijneerd geworden is, op verre na niet in staat zou weezen, het twintigste gedeeltens op te brengen. Dit door ons overwogen, en teffens geconsidereerd zijnde, het Edelmoe„ dig en menschlievend Caracter waarmeede den Persoon van uwe Hoogheijd bezield is, heeft ons doen besluijten, uwe Hoog„ heijd, zoo uijt naam van de Hollandsche Compagnie, als van ons zelven, op de aller vriendelijk„ ste en verpligtendste wijze te ver„ zoeken, zoo als wij uwe Hoogheijd Vingen 1 apij Anno 1781 — van A„o 1782. ten doen oldaan zijnde :/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ „selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't iffrouwen Carolina visscher, Theodora Ia ra Geertruijda Prins, hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud iftig Casses â 90. Stuiver 8. percento Rabat, die ir„ duisend vijf hondert en „en, ofte de waarde van Retnsenteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Cossel dan Mo bo ns ver zij H Naba brief ou Rest ha pan Leger Les ampeer 100 geef ne ten Eerste Assignatie No 10. 21 Wites hog: boek houden dan ook verzoeken bij deezen om d vrijheijd en het ontslag van deng vreesen Portonovosche Residen Cornelis Lijbrecht Jopander nevens de met hem gevangen genomen Pennisten Wulick en En hier toe vertrouwen wij zal uwe Hoogheijd gaarne beslu ten, uijt hoofde van de Vriendscha„ die er tusschen uwe Hoogheijd er onze Compagnie subsisteerd, en die daar door des te meer zal wor den gecultiveerd. Te meer, wanneer Hoog den zel ven slegts voor een oogenblik gelief te considereeren /:en dit verzoeken vrij met nadruk:/ dat zij op gee nerlij wij ze kunnen worden aan gezien als krijgs gevangenen. Want hier toe wordt voor af een oorlog vereijscht. En wij heb„ ben het geluk met uwe Hoogheijd in Vreede en Vriendschap te leven. Voor het minste wij kunnen voor. Kerfft. 241 392. den 14. November 1780. Voor God verklaaren, dat vrij nooijd de minste reeden aan uwe Hoogheijd gegeven hebben om sCompagnies bezittingen of haare Dienaaren vijandelijk te handelen. En gevolgelijk ons versoek her„ haalende, solliciteeren wij, nog„ maals uijt naam van onze Com„ pagnie, om de vrijheijd van de voorschreeve drie Persoonen. Wij zullen door deeze daad van menschen liefde, aan uwe Hoog„ heijd oneijndig verpligt zijn, en de voorsz: gevangenen zullen al„ toos op uwe Edelmoedigheijd roe„ men; wanneer zij in vrijheijd ge„ steld, hun leven, aan niemand anders, dan uwe Hoogheijd zul„ len te danken hebben, want om dit op een andere vrijze te bevorderen, is ten eenemaal buijten onze magt en het vermogen der voorschreeve gevangenen, die slegts geringe loon„ trekkende Dienaaren van onze Vingen 1 apij Anno 1781— van A„o 1782. tie doen oldaan zijnde :/ ter keule n ingevalle zulx in „gio van de Bank, waar en David en Abra„ „selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't iffrouwen Carolina visscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Prins„ hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud iftig Casses â 90. stuivers 3. perCento Rabat, die ir„ Duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Retn senteerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Cossel Maat Eerste Assignatie No. 10. 21 Ale a eijder d zal vor en zel hog: boek houden ACaas

NL-HaNA_1.04.02_3569_0452 view scan ↗

English

belong to the Company, without personal property: seeing that what little Resident Topander ever possessed has almost completely been lost during the recent fall of Portonovo. And we can assure Your Highness that this is the absolute truth. Meanwhile, we have the honor of offering Your Highness, through the native servant of the undersigned Governor, Troelappa Poele, who has the particular fortune of being known to Your Highness, such gifts as are listed on the accompanying note, which we kindly request Your Highness to accept as a token of our friendship and high esteem; of which we are always prepared to provide evidence that will satisfy Your Highness. 243. 391. 14 November 1780. The said servant Troelappa, upon his return from Your Highness's army, has made some proposals to us in Your Highness's name for entering into an offensive and defensive alliance between Your Highness and the Dutch Company. We, extremely sensible to the affection and esteem which Your Highness has thereby shown to hold toward the Dutch Company, have not hesitated for a single moment to send the aforementioned points to Batavia, to His High Nobility the Governor General, from whom we expect orders in this regard with the ships of the coming year, of which we will immediately inform Your Highness; being, just like any other ministers of our Company, not qualified to enter into negotiations with Your Highness or any other princes on matters of that nature without special orders from the High Government at Batavia, and we therefore trust that Your Highness will kindly excuse us for the time being from conferring with Your Highness on the aforementioned proposals, for the reason that we would thereby violate the orders of our Company, which we are bound by oath and duty to observe sacredly. What more shall we write to a Prince who possesses so much knowledge and intellect as Your Highness? Nothing indeed! At least we know nothing more to add than to commend ourselves and the interests of our Company to Your Highness's friendship. 245. 392. 14 November 1780. This we do, while requesting Your Highness to keep us continually informed of his well-being; which we wish may be as enduring as your glory, which is already celebrated and illustrious throughout the entire world. Was signed: R: van Vlissingen, J. E. G: Hazelman, S: Mossel, P: E: van Halm, J. D: Simons, M: Stoffenberg, F: W: Bloeme, and J: Accama. In the margin: Nagapatnam in the Castle, the after reading of the same, it was not only approved and agreed to conform entirely to its contents, but in addition, both to promote the release of the imprisoned Portonovo Resident Topander, together with the clerks Wullick and Werfft, and to foster His Highness's friendship for the Company, to set the gift mentioned in the aforementioned letter between 5 to 600 pagodas, with a request to the Governor to take such goods from the warehouses or purchase them from private individuals as His Nobility shall deem to be agreeable to His Highness. Broad notification having been given by the Sadraspatnam Chief de Neijs, in secret dispatches of 12 October last, that on the 3rd and 6th of

Dutch transcription

Maatschappij zijn, zonder eijge„ mogen: gemerkt het wijnige d den Resident Topander ooij bezeten heeft, bij den Jongsten val van Portonovo, genoeg za ten eenemaal verlooren geraa En dat dit de zuijvere waarhe is, kunnen wij uwe Hoogheij verzekeren. Wij hebben ondertusschen de ee door den Jnlandsch Dienaar va den ondergeteekende Gouverneu Troelappa Poele /: welke het bij zonder geluk heeft bij Hoog dezelv bekend te weezen:/ uwe Hoog heijd te laaten aanbieden, zooda nige geschenken als op de neven gaande Notitie genoteerd staan die wij uwe Hoogheijd vriend lijk verzoeken te accepteeren, to een bewijs van onze Vriendschap en Hoogagting; waar van wij altoos bereijd zijn preuves te Juff diteeren die Hoog denzelven Vol doen zullen. Den is: 243. 391. den 14. November 1780. Den gemelden Dienaar Jroelappa, heeft bij zijne te rug komst, uijt het Leeger van uwe Hoogheijd eeni„ ge voorslaagen tot het aangaan van een of en Defensive alliantie tus„ schen uwe Hoogheijd en de Hol„ landsche Compagnie, uijt naam van uwe Hoogheijd aan ons gedaan. Wij, ten uijttersten gevoelig van de toegenegendheijd en agting die uwe Hoogheijd daar door be„ toond heeft de Hollandsche Com„ pagnie toe te draagen, hebben wij geen oogenblik versuijmt de voor„ schreeve Poincten na Batavia te zenden, aan zijn Hoog Edel„ heijd den Heer Gouverneur Gene„ raal, van wien wij met de scheepen van het aanstaande Jaar, ordres dierwegens verwagten, waar van vrry uwe Hoogheijd immediate„ lijk Communicatie zullen geven zijnde wij, zoo min als eenige an„ 1 apij Anno 1781. — Vingen van A„o 1782. tie doen oldaan zijnde:/ ter keul n ingevalle zulx in „gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't uffrouwen Carolina visscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Prins, hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud iftig Casses â 90. stuiver 8. percento Rabat, die ir duisend vijf hondert en ren, ofte de waarde van Rehrsenteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te Cossel dere eijge„ do Zoo dat te heij o wa en de ee by lv a nen va a heg: boek houden) Wites 2 Versie Assignatie No. 10. dere Ministers van onze Compa„ nie, gequalificeerd, om buijten speciaale ordre van de Hooge geering, te Batavia, met uw Hoogheijd of eenige andere vor ten, over zaaken van die Natu„ in onderhandeling te treeden, en derhalven vertrouwen vrij, dat uwe Hoogheijd ons wel zoo lan zal gelieven te Excuseeren, om nu Hoog denzelven over de voorschre ve voorslagen in conferentie te treeden, om reeden vrij daar door zouden misdoen, tegen de ordre van onze Compagnie, die wij gens Eed en pligt, gehouden zij hijliglijk te observeeren. Wat zullen wij meer schrijven aan een Vorst die zoo veel kenm besluijt en verstand bezit als uwe Hoog heijd Immers niets! Ten minsten vrij weeten er niets meer bij te voegen, als ons en de belangen van onze Compag„ 6 nie in uwe Hoogheijd Vriend„ ren schap/ 245. 392. n besluijt daar meede te Conformee„ den 14. November 1780. schap te beveelen. Det doen wij, terwijl vrij uwe Hoogheijd verzoeken, ons steeds kennis te geeven van zijnen Wel„ stand; die vrij wrenschen dat zoo duurzaam vrreezen mag, als uwe Glorie, die bereeds door de gansche vreereld vermaand en luijsterrijk is. /:was geteekend/ R: van Vlissingen. . . . . . . . . J. E. G: Hazelman, S: Mossel, P: E: van Halm, J. D: Simons, M: Stoffenberg, F: W: Bloeme, en J: Accama, /Jn margine/ Nagapatnam Jn't Casteel den zoo is na lectuure van den zel„ ven, niet alleen goedgevonden en verstaan zig met dies inhoud vol„ komen te conformeeren, maar daar en boven, zoo tot bevordering van het ontslag van den gevangen Vingen 1 aprij Anno 1781 van A„o 1782. tie doen oldaan zijnde :/ ter keus n ingevalle zulx in „gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't uffrouwen Carolina visscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Pins„ hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud iftig Casses â 90. stuiver 8. percento Rabat, die ir„ duisend vijf hondert en ren, ofte de waarde van Retresenteerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Cossel Portonovosch Eerste Assignatie No. 10. 2 Mas hog: boek houder ren reedheijd te gaate brenger gegevene kennisse door Deneijs van de berooving en bepliindering eeni„ gerdorpen Portonovosch Resident Topa„ der, nevens de pennisten Wul„ lick en Werfft, als tot aankwee king van zijn Hoogheijds Vrien en de daar bij gem: geschenken inge:schap voor de Comp:, het geschen waar van in den opgemelden brief gesprooken wordt te be„ paalen tusschen de 5: â 600: pa„ wat gooden, met verzoek aan den Heer Gouverneur om daar voor zoodanige goederen uit de pak huijzen te neemen, of bij parti culieren in te koopen, als zijn Edele vermeenen zal, zijn Hoog heijd aangenaam te zullen wee besluijt zen. steld was Door het Sadraspatnams op„ perhoofd de Neijs, bij secreetscha„ ven van den 12. October Jongst„ leeden, in het breede kennis ge„ geven zijnde, dat op den 3. en 6. van apphobeer

NL-HaNA_1.04.02_3569_0457 view scan ↗

English

247. 393. 14 November 1780. [illegible] on the [illegible] of that month, certain robber bands of the Commander Haider Ali Khan made an incursion into the Company's villages of Eddeoer and Sadras, and had robbed and plundered several houses there; detailing further what had been undertaken by him for the defense of the honor of the flag and the expulsion of the plundering rabble, of whom some were shot dead by the cannon of the fort: thus, after reading of the aforementioned missive, it was approved and understood completely to approve the conduct pursued by the Chief Deneijs on that occasion, because the honor of the Dutch flag absolutely demanded of him to take reprisals, when the aforementioned robber band, although warned beforehand, was bold enough to dare to plunder within sight of the fort in the Company's village of Sadras. But concerning the plundered linens of the Company's merchants to an amount of pagodas 324 1/2, regarding which the Chief De Neijs requests orders as to how that item shall be handled: after mature deliberation, it was approved and understood to write to the Chief Deneijs that the damage suffered thereby cannot be assumed for the account of the Company, on the grounds that those linens, 249. 394. 14 November 1780. although collected for the Company, had not yet been delivered to him, nor accepted by him; seeing that before that time they cannot be considered as linens belonging directly to the Company; adding further that, consequently, the damage suffered thereby must also be left solely for the account of the merchants whom this misfortune has befallen. Subsequently, having also read two other secret Sadraspatnam letters written by the aforementioned Chief Deneijs to this Government, being dated 24 October and 8 of this month, containing in substance not only communication of the barbarous conduct maintained by the roving horsemen in the villages thereabouts, which they completely devastate, but also notification of the capture by Haider Ali Khan on 1 and 2 November of the capital of Arcot by storm; further communicating what had been done by him, the Chief, upon the tying on of tornams, or signs of possession, in the Company's village of Arialcherij by order of the Commander Haider Ali Khan: so it is, because the aforementioned Chief caused a protest to be lodged in his name against the hanging up of the aforementioned tornams, which was all that he could do, 251. 395. 14 November 1780. approved and understood not only completely to approve this conduct pursued by him, but also to write and instruct him, in response to the question raised by him in that regard with relation to Sadraspatnam, that if someone should also wish to tie on such signs of possession in Sadraspatnam, merely to have a protest lodged against it, just as was done at Arialcherij, without preventing the hanging up of the aforementioned signs of possession by force.

Dutch transcription

247. 393. steld was apphobeeren den 14. November 1780. van die maand, zeekere roofben„ den van den Veldheer Haider Alichan een inval in Comp: Dorpen Eddeoer en Sadras gedaan, en er eenige huijsen beroofd en uijtgeplunderd had„ wat door denselven in het werk ge„den, onder aanhaaling verder, van het geen door hem in het „werk gesteld was, tot verdedi„ ging van de eer der Vlag, en ver„ drijving van het roof gespuijs waar van 'er eenige door het Ca„ non van het fort dood geschoten beslueijt desselfs gehouden gedragte vraeren: zoo is na lectuure van den opgemelden missive, goed„ gevonden en verstaan, het gehou„ den gedrag van het opperhoofd Deneijs bij die geleegendheijd volkomen te approbeeren, uijt hoofde de eer van de Nederland„ Vingen opij Apnod 1781 van A„o 1782. te doen oldaan zijnde:/ ter keul n ingevalle zulx in „gio van de Bank, waar en David en Abra„ „selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't uffrouwen Carolina visscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Prins„ hier overleedenen onder h severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud iftig Casses â 90. Stuiver 3. percento Rabat, die ir Duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Rehresenteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel sche. Eerste Assignatie No 10. 2 Wtias hog: boek houden) ende geroofde goederen der koopl: nief voor regk: van de Comp. te nee„ men sche Vlag volstrekt van hem vorder de represalje te neemen, toen de voorschreeve roofbende, schoon van te vooren gewaarschouwt stout genoeg was, in het gezigt van het fort in Comp. s Dorp sadras te durven plunderen. Dog betreffende de geroofde lijwaaten van Compagnies koop lieden tot een bedraagen van po/a 324.½. , waar omtrent het opperhoofd de Neijs ordres ver zoekt hoedanig met die post Zal moeten gehandeld oorden. is na rijpe deliberatie, goedgevon„ den en verstaan het opperhoofdleezing Deneijs aan te schrijven, dat men de schaade daar door geleden niet voor reekening van de Comp: Ka overneemen, uijt hoofde die lij„ brieven waater 249: 394.. oopleezing van twee andere secreete brieven van adras den 14. November 1783. wraaten schoon voor de Compag„ nie ingezameld nog niet aan hem geleverd, mitsgaders door hem geaccepteerd geworden zijn; gemerkt zij voor die tijd, niet kunnen worden geconside„ reerd als lijwaaten de Com„ pagnie direct toebehoorende, onder bijvoeging verder, dat. dienvolgende, ook de schaade daar bij geleden, moet gelaten worden alleen voor reekening van de koop„ lieden dit dit ongeluk getroffen heeft. Vervolgens nog lectuure geno„ men zijnde, van twee andere secreete Sadraspatnamsche brieven, door het gemelde opper„ hoofd Deneijs aan deeze Regee¬ Vingen xij Apno 1781 van A„o 1782. te doen ldaan zijnde:/ ter keuse n ingevalle zulx in „gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins, ier overleedenen onder k Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ttig Casses â 90. stuiver „ percento Rabat, die ir„ uisend vijf hondert en n, ofte de waarde van Dt senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Cossel ring. Eerste Assignatie N10. No. 18 2 AMies ½8g: boek houden wegens het barbaarsch: gedrag der ruijters van Haijder ali van Arkadoe door den Nabab binden van Toornams te Atrialcho„ rij ring geschreeven, zijnde geda„ teerd den 24. October, en 8. deeze behelzende in substantie niet alleen Communicatie van het barbaars gedrag, dat door de rond swervende ruijters, in beslueyt de dorpen daar omstreeks, de zij ten eenemaal verwoesten, en Communicatie van het inneemen gehouden wordt, maar ook no rigt, van het inneemen, door Haider Alichan, op den 1. enmet November van de Hoofdplaats sche Arcadoe Stormender„ hand, met bedeeling verder wat door hem opperhoofd verrigt was bij het aanbinden van Tornams, of tekens van Pos„ sessie in Compagnies Dorp Ar alcherij, op last van den Veld gedaan protesteering teeg:s het aan heer Haider Alichan: zoo is wijl het gemelde opperhoofd tegen C off 257. 395. 8 desluijt deselve te approbeeren met wat laft voor het vervolg den 14. November 1780. tegen het ophangen van de voor„ schreeve Tornams uijt zijnen naam heeft laaten protestee„ ren, dat alwas, wat hij doen kon, goedgevonden en verstaan, dit zijn gehouden gedrag niet alleen volkomen te approbee„ ren, maar hem ook op de dierwegens gedaane vraag met relatie tot Sadraspatnam, aan te schrijven en te gelasten, om zoo men ook diergelijke teekenen van Possessie op Sa„ draspatnam zou willen aan„ binden, daar tegen eenlijk maar te laaten protesteeren, zoo als op Ariealcherij ge„ schied is, zonder het ophangen van de voorschreeve tekenen van possessie met geweld te be„ op ij Apno 1781 van A„o 1782. ti, doen ldaan zijnde:/ ter keul n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar in David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ la Geertruijda Prins„ hier overleedenen onder ½ severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. stuivers 2. per Cento Rabat, die ir„ duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Dit senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel letten: Eerste Assignatie No. 10. 2 ringen Alats hog: boek houden

NL-HaNA_1.04.02_3569_0462 view scan ↗

English

instruction regarding the annual lease money to conform to the orders given, especially now that the said commander has made himself master of the capital Arcot. Next, regarding the second question of the said chief, as to what he ought to do in case Haider Alichan should come to demand from him the annual lease money of Sadraspatnam, it was approved and resolved merely to write to him to strictly govern himself in such an event according to what was already written to him, pursuant to the secret resolution of 29 September, by letter of 1 October of this year. Furthermore, it was resolved to accept for information the remainder communicated in the letters of the chief, as well as, upon his request made to that effect, to allow the Sadraspatnam secunde Simons, who is currently present here, to return to Sadraspatnam as soon as possible, or as soon as there shall be opportunity by sea. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Was signed: R: van Vlissingen, J. E. G: Hazelman, S. Mossel, P: E. van Halm, J. D: Simons, M: Stoffenberg, F: W: Bloeme, and J: Accama. [illegible] anno 1781 of the year 1782 [illegible] at the choice [illegible] in case such in [illegible] of the Bank, whereof [illegible] David and Abra[illegible] the same authorized agents on [illegible] ten Guilders, twelve [illegible] being here at the [illegible] ladies Carolina [illegible] Theodora [illegible] Geertruijda Prins, [illegible] deceased here under [illegible] Severin, and in the Company's [illegible] hundred thirty-eight [illegible] fifty casses at 90 stuivers [illegible] 2 percent rebate, which [illegible] thousand five hundred and [illegible] or the value of [illegible] East India. The Noble Gentlemen Committee Directors [illegible] P. Mossel Tuesday First Assignation No. 10. No. 10. 2 M. Maas high bookkeeper Tuesday, 28 November 1780, in the forenoon at 9 o'clock. Council of Policy. Absent: The senior merchant and honorable chief administrator Philippus Jacobus Dormieux, due to indisposition. After the ordinary matters recorded in the common resolution of this day were concluded, the Governor presented a specification of such goods as were purchased by his honor's order and taken from the Company's warehouses, pursuant to the resolution of this Board of the 14th of this month, to serve as a present for the Nabob Haider Alichan Bahadoor. Whereupon, after deliberation, it was not only approved and resolved to fully conform to the choice of his honor, but also to note hereby that the entire present, amounting to the sum of 560 pagodas 15 fanams, consisted of the following goods, namely: 4 silver sticks for chobdars: 150 pagodas. 2 pieces gold moor: 157 pagodas 12 fanams. 2 pieces green flowered velvet [illegible] 1 piece red cloth, length 38½ [illegible]: 47 pagodas 1 fanam 30 cash. 50 lb. cinnamon: 67 pagodas 17 fanams. 50 lb. cloves: 54 pagodas 16 fanams 44 cash. 50 lb. nutmeg: 31 pagodas 6 fanams. Carried forward: 508 pagodas 4 fanams 70 cash. [illegible] anno 1781 of the year 1782 [illegible] fulfilled [illegible] at the choice [illegible] in case such in [illegible] of the Bank, whereof [illegible] David and Abra[illegible] the same authorized agents on [illegible] ten Guilders, twelve [illegible] being here at the [illegible] ladies Carolina [illegible] Theodora [illegible] Geertruijda Prins, [illegible] deceased here under [illegible] Severin, and in the Company's [illegible] hundred thirty-eight [illegible] fifty casses at 90 stuivers [illegible] 2 percent rebate, which [illegible] thousand five hundred and [illegible] or the value of [illegible] East India. The Noble Gentlemen Committee Directors [illegible] Mossel First Assignation No. 10. Maas high bookkeeper Carried forward: 508 pagodas 4 fanams 70 cash. 30 lb. mace: 40 pagodas 15 fanams. 2 ounces mace oil: 10 fanams 2 cash. 3 ounces cinnamon oil: 10 pagodas 16 fanams 78 cash. 2 ounces clove oil: 16 fanams. Making together as above: 560 pagodas 15 fanams. Subsequently, the Governor presented a separate letter from Paleacatte dated the 10th of this month, containing in chief a detailed account of the raid carried out by a troop of horsemen on the 15th of October last into the Company's villages of Margewake, Cannantore, and Aurewake, including communication of what had been done and put into work by them on that occasion for the defense, if necessary, of their fort, and the recovery of

Dutch transcription

last bij te doen van de Jaarlijkse pagt: penn: zig na de gegeeverte ordre verrigten letten, voor al nu gemelde Vel„ heer zig van de Hoofdstad Arbesluijt cadoe meester gemaakt heeft mijn Vervolgens is op de tweede Vraag van het gemelde opper„ hoofd, wat hem zou te doen staan engen ingeval Haider Alichan eer van hem Kwam af te vorderen de Jaarlijksche pagtpenningen van Sadraspatnam Goedge„ vonden en verstaan, hem eenlijk aan te schrijven om zig in zoodanig een geval stiff telijk te reguleeren, na het geen hem, volgens secreet be„ sluijt van den 29. September bereeds aangeschreeven is, bij missive van den 1. October de zes Jaars. vertrek an den Voorts 6 258 396. Abesluijt 't overige bedeelde voor Com„ mignicatie to houden aa„ eleegendheid verw:t te rugs te doen vertrekken den 14. November 1780 Voorts is verstaan, het verder bedeelde bij des opperhoofds brie„ ven, voor communicatie aan te neemen, mitsgaders op zijn daar toe gedaan verzoek den Sa„ n den Cadrasp: secunde biy erst zees draspatnams secunde Simons, die zig thans alhier bevind, ten eersten, of zoo dra daar toe gelee„ gendheid over zee zal weezen, na sadraspatnam te laaten te rug keeren Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz: /:was geteekend:/ R: van Vlissingen. . . . . . . . . . . . . . „ J. E. G: Hazelman, S. Mossel, P: E. van Halm, J. D: Simons, M: Stoffenberg, F: W: Bloeme en J: Accama Vingen opij Apno 1781. van A„o 1782 tie doen aldaan zijnde:/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ la Geertruijda Prins, hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. stuivers 2. percento Rabat, die in„ duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Det Senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten P Hossel Dingsdag Eerste Assignatie No. 10. No. 10 2 MMaas hog: boek houden 55 overlegging van een Natitie der inge reedspcheijdf gebragte geschenken voor den Nabab Dingsdag den 28. November 1780. 's voormiddags ten 9. uuren Vergadering van Politie Absent Den opperkoopman en E. Hoofd administrateu Philippus Jacobus Dormieus mits indispositie Na dat de ordinaire zaaken bij de gemeene Resolutie van het den beschreeven staande, waren afgelopen, is door den Heer Goi„ verneur overgelegt een Notitie van zoodanige goederen, als ter voldoe ning aan het besluijt deezer Tafel van den 14. deezer op or„ dre van zijn Edele ingekogt en uijt Compagnies pakhuijzen genomen zijn om te dienen tot een geschenk/ bes 2 397. 8. den 28. November 1780. geschenk voor den Nabab Hai„ der Alichan Bahadoer: besluijt daar meede te Conformeeren Waar op na deliberatie niet al„ leen goedgevonden en verstaan is, zig met de verkiezing van zijn Edele niet alleen volkomen te Conformeeren, maar ook bij deezen te noteeren, dat het gan„ sche geschenk tot een bedraagen van po/a 560. 15. –. bestaan heeft in de volgende goederen; als: 4. zilvere stokken voor sjob„ 2. stukken goud moor . - „ 157. 12. -. 2. „ groen gebl: fluweel 1. „ roodlaaken lg: 38½. @ „ 47. 1. 30. 50. lb. Caneel. . . . . . . . . . . „ 67. 17. —. 50. „ nagelen. . . . . . . . „ 54. 16. 44 50. „ Nooten. . . . . . . . „ 31. 6. —. daars. . . . . . . . . . . . p/o 150. –. –. Transporteerepr/„ 508:4. 70. Vingen aprij anno 1781 van A„o 1782. ti doen oldaan zijnde:/ ter keul n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ „a Geertruijda Prins„ hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. Stuiver 2. perCento Rabat, die ir„ duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Det senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel Eerste Assignatie No. 10. a Alaes hog: boek houden productie eener secreete brief van Palleacatto tens in de dorpen aldaar „tie gedaan is uijtmaakende te za„ men als boven. - . . pa/o 560: 15. Is vervolgens door den Heer Gou verneur geproduceerd, een Pallea„ cattasche apparte missive gedateerd den 10. deezer behelzende ten princ paalen een omstandig verhaal va voreg:t den Jnval eener bende ruij„ den inval door een Bende ruijter op den 15. October Jongstleeden ge daan in Compagnies Dorpen Mar gewake, Cannantore en Aure„ wake, onder Communicatie ver vat bij die gelegentuijd tot desen der van het geen door hun bij die ge legendheijd verrigt en in het werk gesteld was, tot defensie, des noods van hun fort, en te rug erlangeng 2. oncen foeli oli - - - - - - „ —. 10. 2 3. „ Caneel olij. . . . . . . . „ 10. 16. 78 2. „ nagel olij - - - - - - - - - „ —: 16. — 30. lb. foelij. . . . . . . . . . . „ 40. 15. Per Transport - . p:a/s 508: 4: van

NL-HaNA_1.04.02_3569_0467 view scan ↗

English

217: 398. Insertion of the letter 28 November 1780. of the cattle and the further stolen goods from the aforementioned villages: as all this is described more fully in the letter itself; being of the following content. Nagapatnam To the Right Honorable, Valiant Sir, Reinier Van Vlissingen, Governor and Director of this Coromandel Coast with the jurisdiction thereof, etc., W. H., together with the Honorable Council there. Right Honorable, Valiant Sir and Gentlemen! However much we had flattered ourselves that the prince Hyder Ali Khan with his predatory rabble would spare Palliacatta and our villages out of respect for the Company's flags flying there for a long time; we nevertheless to our utmost astonishment came to experience on Sunday the 15th of October last that he had little or no regard for our banners, since our flag watcher reported to us on that day at around the stroke of half past twelve that an innumerable crowd of people was fleeing hither, and closely behind them a large number of horsemen, all in a completely irregular but hasty march, were approaching this place from the southwest. This report having redoubled our vigilance, and having found the same to be true, the first undersigned had a blank cannon shot fired from the rampart, and the alarm beaten, in order thereby to cause the military and the Company's other subjects, as well as merchants, interpreters, peons, [Fragmentary interleaved financial text: ... Anno 1781 ... of Anno 1782 ... being satisfied: / at the choice ... and in case such in ... agio of the Bank, where ... David and Abra... same authorized agents on ... Ten Guilders, Twelve ... being here at the ... Misses Carolina ... Visscher, Theodora Ja... Geertruyda Prins, ... deceased here under ... Severin, and in the Company's ... hundred thirty-eight old ... fifty Casses at 90 stuivers ... 3 percent discount, which ... thousand five hundred and ... or the value of ... representing the ... East India. The Honorable Gentlemen Commissioners Directors at ... First Bill of Exchange No. 10. 2 5 14 Mas ... bookkeeper ...] 119 399. 39 28 November 1780. peons, to come inside the Fort: which being complied with immediately, and all persons belonging under the flag being secured in the Castle, the aforementioned flag watcher announced that the horsemen had pitched their camp a good hour's walk from here under the trees near the Erea Choultry, and subsequently spread out in parties, and that the greatest part had taken the route to our villages Mangewake, Cannontore, and Auwexiwake, and the surrounding places belonging to the Nawab Muhammad Ali Khan, which made us greatly fear that our villagers would have to be the prey of their malicious purpose. At that same moment, two of the posted spies came to inform us that two horsemen had approached near a small heathen temple, not far outside this town's gates, and had dismounted there; this caused us to resolve to send our head peon, a mace-bearer, and four peons to them, to inquire what their intentions were; which being done immediately, the envoys reported upon their return that they had been assured by the aforementioned two horsemen that they and the horsemen in sight were Hyder Ali Khan's men, and had orders from their master to rob, plunder, and burn all of the Nawab's villages and settlements; but not to molest any of the Dutch places, and that we therefore need not be fearful about their coming; further making it known that the corps was in need of various necessities such as liquor, grains, betel, tobacco, opium, etc., and that we would thus give their master very great pleasure by sending him these various items, under the supervision [Fragmentary interleaved financial text: ... Anno 1781 ... of Anno 1782 ... being satisfied: / at the choice ... and in case such in ... agio of the Bank, where ... David and Abra... same authorized agents on ... Ten Guilders, Twelve ... being here at the ... Misses Carolina ... Visscher, Theodora Ja... Geertruyda Prins, ... deceased here under ... Severin, and in the Company's ... hundred thirty-eight old ... fifty Casses at 90 stuivers ... 3 percent discount, which ... thousand five hundred and ... or the value of ... representing the ... East India. The Honorable Gentlemen Commissioners Directors at ... First Bill of Exchange No. 10. 21 ... bookkeeper ...] 265 400. 28 November 1780. of some of our prominent persons, against good payment; saying that the Chief of Madraspatnam, when they were there recently, had also assisted them with such necessities. At the same time, having learned from various persons fleeing hither (among whom were even some wounded) that the horsemen had invaded our villages and those surrounding them, had robbed and plundered everything, and had wretchedly slashed many people, we found it most advisable to send into the hands of our mullah, a mace-bearer, and four peons, provided with the Company's flag, wine, and some spices, to the head of the aforementioned camp, with an expression of our utmost indignation over the insult done to us, and a request that the damage suffered by our villagers be again [Fragmentary interleaved financial text: ... Anno 1781. — of Anno 1782 ... being satisfied: / at the choice ... and in case such in ... agio of the Bank, where ... David and Abra... same authorized agents on ... Ten Guilders, Twelve ... being here at the ... Misses Carolina ... Visscher, Theodora Ja... Geertruyda Prins, ... deceased here under ... Severin, and in the Company's ... hundred thirty-eight old ... fifty Casses at 90 stuivers ... 3 percent discount, which ... thousand five hundred and ... or the value of ... representing the ... East India. The Honorable Gentlemen Commissioners Directors at ... First Bill of Exchange No. 10. 21 ... bookkeeper ...]

Dutch transcription

217: 398. Insertie van die brief den 28. November 1780. van het Vee en de verdere geroof„ de goederen, uijt de voorschreeve Dorpen: zoo als dit een en ander breeder beschreeven staat bij den brief zelve; zijnde van den vol„ genden inhoud. Nagapatnam Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer, Reinier Van Vlissingen, Gouverneur en Directeur deezer kuste kormandel met den resorte van dien tr. W. H. Neevens den Achtbaaren Raad aldaar Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren! Hoe zeer vrij ons ook geplateerd. gehad hebben, dat den vorst Haij„ der Alichan met zijn roof ge„ spuijs, Palliacatta en onze Dor„ pen, uijt respect van de daarinne Vingen apij Anno 1781— van A„o 1782. ti, doen oldaan zijnde:/ ter keuse en ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ la Geertruijda Prins, hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. stuivers 3. per Cento Rabat, die ir= Duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Pet senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel t: Eerste Assignatie No. 10. 2 5 14 Mas h0g: boek houden) 't zeedert langen tijd waaijende sComp. s vlaggen, zoude verschoo„ nen; kwamen w'egter tot uijter„ verbaaling op Zondag den 15. tober Jongstleeden te ondervinde dat denzelven wijnig of geen Re„ guard voor onze Baniere draag aangezien onzen Vlaggewagter on ten dien dage omtrend de klake ha twaalff uuren rapporteerde, dat er een ontelbaare menigte Volk herwaarts vlugtende, en kort agt hen een groot aantal van ruijters alle in eenen gantsch ongeregu„ leerden, dog overhaaften marc uijt het Zuijdwesten deezen oir naderden Dit Rapport onze waakzaam heijd verdubbeld, en het zelve als waar bevonden hebbende, liet der eerstgeteekend en een losse kanon schoot van de wal doen, en allarw slaan, om daar door de militaire en sComps overige onderdaanen mitsgaders kooplieden, T holk, Pions 119 399. 39 den 28. November 1780. Pions, binnen het Fort te doen koo„ men: 't geen straks naar gekoomen, gio van de Bank, waar en alle onder de Vlag sorteerende persoonen in 't Casteel gesegureerd weezende, annuncieerde voorm: Vlaggewagter, dat de ruijters hun Camp een groot uur gans van hier onder 't geboomte bij de Erea Chiau„ derie opgeslagen, en zig vervolgens in parthijen verspreijd, mitsg. s het grootst gedeelte de route naar onze Dorpen Mangewake, Can„ nontore, en Auwexiwake, en de daar omstreeks leggende plaatsen van de Nabab Mahoemet Alichan, genoomen hadden, 't geen ons groote„ lijks deed vreezen, dat onze Dorpe„ lingen het prooij van hun maliteus doelwit zouden moeten weezen. Op 't zelve moment kwaamen ons twee van de uijtgestelde spions bekend maaken, dat er twee ruij„ ters bij een kleen heijdens Tempel, niet verre buijten deeze stads poorten apij Anno 1781 van A„o 1782. tie doen oldaan zijnde:/ ter keus n ingevalle zulx in in David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't ffrouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ „a Geertruijda Prins, hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. stuivers 3. percento Rabat, die ir= Duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van D.t senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Cossel genaderd: Eerste Assignatie No. 10. 21 Vingen Wias Leg: boek houder genaderd, en aldaar afgesteegen wa ren; dit deed ons Resolveeren; om onzen hoofd pion, Maldaar en Vier pions naar hen te zenden, om te inquireeren, orrie en orat ze van sins waren! 't geen dan ook dadely geschied wreezende, rapporteerden de gezanten bij haare terug komst van de gem: twee ruijters verzeeker geworden te zijn, dat zij en de in 't gezigt zijnde Ruijters Haijder Alichans volk waren, en van haaren Meester ordre hadden, om alle 's Nababs Dorpen en Negerijen te rooven, plunderen en branden; edo geen van de Hollandse plaatsen te Mollesteeren, en wij alzoo niet onge reest over haare komste behoefden te weezen; onder te kennen geeving wijders, dat het Corps om verscheijde behoefdens als Drank, Graanen, bee tels, Tabak, Amphioen etc:a verlee„ gen was, en wij dus Hunnen Heer zeer veel genoegen zouden toebrengen, met denzelven het een en ander, onder opzigt 265 400. den 28. November 1780. op zigt van eenige onzer aanzienlij„ ke Perzoonen, teegens goede betaaling, toetesenden; zeggende, dat het Ia„ draspatnams opperhoofd onlangs p wanneer ze zig aldaar bevonden hun meede met zoodanige benoodigd„ heeden g'assisteerd hadde. Ter zelver tijd van verscheijde her„ waarts vlugtende Perzoonen /waar onder zelfs eenige gekwetse waaren/ vernoomen hebbende, dat de ruijters in onze en de daaromme zijnde Dorpen, ingevallen, alles geroofd, ge„ plunderd, en veele menschen elen„ dig gekapt hadden, vonden w 't raadzaamste, om in handen van onzen Molla, Maldaar, en Vier Pions, voorzien met sComp. s Vlag; rrijn en eenige specerijen, aan het hoofd van voorsz: Camp: te zenden, met betuijging onzer uijtterste gevoeligheijd over de hoon ons aan„ E gedaan, en verzoek om de geleedene schaade aan onze Dorpelingen we„ Vingen arij Anno 1781. — van A„o 1782. tij doen „ldaan zijnde :/ ter keuse n ingevalle zulx in „gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't uffrouwen Carolina Visscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Prins„ hier overleedenen onder h severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud iftig Casses â 90. stuivers 3. percento Rabat, die ir„ Duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Representeerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel derom. Eerste Assignatie No. 10. 21 Mlaaes hog: boek houden t

NL-HaNA_1.04.02_3569_0472 view scan ↗

English

to compensate for this. This dispatch having been effected immediately, the Brahmin, being the head of the horsemen according to an autograph letter from our Molla and the oral account of a peon who returned around 5 o'clock, showed his particular satisfaction with the present received, and at the same time made it known through that peon that, as already said hereinbefore, he was in want of various necessities and therefore kindly requested us to send him some shopkeepers dealing in such goods, the more so because he had already dispatched people concerning this to this city, who had nevertheless not been accommodated with anything, further expressing his great sorrow over the incident that occurred in our villages, with the assurance that his people certainly will not have recognized them as Dutch, 265 401 the 28th of November 1780. recognized them as Dutch, and a promise to compensate all our villagers for their suffered damage, as well as to station three horsemen in each village as a guard in order thereby to prevent any hostilities whatsoever from being committed in the future; saying finally as proof thereof that he would detain our Molla, Maldaar, and the other peons with him until he had conducted a meticulous investigation regarding the plunder in our villages and had returned everything. We were to send the aforementioned peon back to the camp that same evening to recall the other envoys hither as speedily as possible, notifying the commander of the horsemen that, however gladly we would otherwise do so, it was at present completely beyond our power to send him the requested shopkeepers out of this city, because at the first rumor of his arrival they had closed all the shops and taken flight elsewhere; the aforementioned peon returning alone from the camp on Monday morning in fear, informed us how dissatisfied that chief had been about not sending the requested necessities, which he had demanded for nothing other than cash payment; reporting further to us that the Molla, Maldaar, and the other peons were still detained there until, as the chief claimed, our plundered goods should be returned to them satisfactorily. All these fair-seeming promises nevertheless did not relieve us of the fear which we had conceived concerning the aforementioned emissaries on account of their delayed return, 265. 402. the 28th of November 1780. return; since we were more than too well convinced that the innate cruelty of the Haidarnaik horsemen, principally when they cannot achieve their objective, as was presently the case regarding the desired necessities, sometimes spared neither friend nor foe; and it could thus easily happen that the aforementioned envoys would be the object of their unbridled barbarity; We therefore, in order to maintain neutrality, made the distress of the horsemen known to the Pulicat Havildar, asking him whether he approved of our conveying the requested assistance to them; to which he replied to us that we would do very well to refuse the horsemen nothing, but on the contrary to accommodate them with everything in our power, in order thereby to keep them as much as possible in a good humor. This good answer caused us to decide to send to the camp, at purchase cost, bags of horse beans, a bladder of butter, some betel, tobacco, opium, and asafoetida, all to the amount of about 24 1/4 pagodas; not doubting that the head thereof would take this accommodation as a token of goodwill, and oblige him on the one hand to dispatch our envoys all the sooner, and on the other hand to move him thereby to establish good and sufficient orders so that his predatory rabble would not pounce upon the few Company linens that were still at that time with the weavers, beaters, and washers. Meanwhile we saw nothing but burning, plundering, and roving until the evening, when the aforementioned provisions were brought back under the supervision of a peon; receiving along with this the news

Dutch transcription

derom te vergoeden. Deeze depeche illico g'effectueerd geworden zijnde, had den Brame /:zijnde het hoofd van de Ruijters volgens een eijgenhandig brief van onzen Molla, en het mondeling verhaal van een tegens 5. uuren we„ derom te rug gekomene pion, zijn bezonder Contentement over het ont„ fangene present bethoond, en teffens door dien pion laaten te kennen geven, dat /gelijk hier vooren reets gezegd:/ om verscheijde benoodigin„ gen verleegen was, en dierhalven vriendelijk verzogte, om hem eenig in diergelijke whaaren handelende boutiquirs te willen toeschikken, te meer wijl hij bereeds dien aangaan de Volk naar deeze stad afgezonden had, die egter met niets geriefd ge„ worden waaren, betuijgende wijders zijn grootleedweezen over het g'ec„ teerd geval in onze Dorpen onder verzeekering, dat zijn volk dezelve zeekerlijk niet voor Hollandse zullen 265 401 den 28. November 1780. zullen erkent hebben, en belofte van alle onze Dorpelingen hun geleeden schaade te vergoeden, mitsg. s in ieder Dorp drie ruijters tot waa„ ke te stellen, om daar door te pre„ venieeren, dat in vervolg geen hasti„ liteijten, hoegenaamd, meer gepleegd wierden; zeggende eijndelijk ten blijke van dien onzen Molla, Mal„ daar en de overige pions bij zig te zullen aanhouden, tot dat hy om„ trent het geroofde in onze Dor„ pen naauwkeurig onderzoek ge„ daan, en alles wederom te ruggegee¬ ven zoude hebben. W.„o zouden dien zelfden avond de gem: pion weederom te rug naar 't Camp, om de overige Gezanten, waare het mogelijk, spoedig her„ waarts te roepen, met bekendmaa„ Ring aan den opperste der ruijters, dat 't ons, hoe gaarne anders ook, thans volstrekt buijten vermoogen waare, hem de verzogte boutiquirs Vingen aprij anno 1781 van A„o 1782. tie doen oldaan zijnde :/ ter keus n ingevalle zulx in „gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't iffrouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Prins„ hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud iftig Casses â 90. Stuivers 3. per Cento Rabat, die ir„ Duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Representeerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel uijt Eerste Assignatie No. 10. Wites heq: boek houder) uijt deeze stad te kunnen zenden, mits dezelve op het eerste gerugt van zijne aankomst, alle boutigu geslooten en naar Elders de Vlueg genomen hadden; Den voorsz. pi op Maandag 'smorgens allenig uijt het Camp weederom te rug ge koomen vreezende, gaf ons te ken nen, hoe ontevreeden dien Chief ge weest was over het niet zendende gevraagde benoodigdheeden, die da niet anders, dan tegens Contant e betaaling gevorderd hadde; rap„ porteern de ons wijders, dat den Molla, Maldaar, en de overige pions aldaar nog aangehouden wierden tot /:gelijk het hoofd voor gaf:/ onze geroofde goederen ten genoegen aan hen zouden te rug ge geeven weezen. Alle deeze schoon schijnende beloften, benaamen ons nogthan de Vreese niet, die w' omtrend de voorm: zendelingen, weegens haar uijtgestelde retour opgevat had„ den 265. 402. den 28. November 1780. den; vermits w' meer dan te wel overtuijgd waaren, dat de aange„ boorene Crueliteijt der Hae der„ naijkse Ruijters /: principaal wanneer te haar oogmerk niet berijken kunnen, gelijk thans, om„ trent de begeerde behoefdens plaats had:/ zomwijlen Vriend nog vijand verschoonden; en het dus ligt ge„ beuren konde, dat gem: gezanten het voorwerp haarer toomeloosen barbaarscheijd weezen zouden; W' gaven dierhalven, om de Neu„ traliteijt te handhavenen; de ver„en, ofte de waarde van leegenheijd der ruijters aan den Palliacatsen Numeldaar, te kennen, hem vraagende of hij wel approbeerde, dat vrij aan de„ zelve de verzogte adsistentie toebrag„ ten; waar op deezen ons Repliceerde, dat wij zeer wel zouden doen de Ruij„ ters niets te wrijgeren, maar ter Con„ trarie met alles, wat in ons vermogen was, te gerieven, om dezelve daar door Vingen apij Anno 1781- van A„o 1782. te doen „ldaan zijnde :/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't ffrouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ „a Geertruijda Prins„ hier overleedenen onder h severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. Stuivers 8. percento Rabat, die ir„ Duisend vijf hondert en Representeerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel was. Eerste Assignatie No. 10. 21 Wiies heq: boek houder ½ „rras het mogelijk in een goede Luijn te houden. Dit goed bescheijd deed ons besluijten tegens inkoops kostende zakken paarde boonen, een blaas b: ter, wat beetel, tabak, Amphion en Assaphetita, alles ten bedraag„ van po/a 24. ¼. pag. naar het Camp t zenden; niet twijffelende of het hoof daar van, zoude dit gerief als een blijk van welmeenendheijd opneemen, en hem verpligten eensdeels om onze Geza ten des te spoediger te depecheeren, en anderdeels denzelven daar door te be„ vreegen, hij goede en sufficante ordre zoude stellen, dat zijn roofgespuijs niet kwamen te dasen op de wijnige sComp. s Lijwaaten, die als toen nog on„ der de vreevers, Kloppers, en wassers vinden waaren. Midlerwijlen zagen w' niets anders dan branden, plundeeren en strooken tot 'savonds wanneer de voorschreeve provisie onder opzigt van een Pion weederom te rug gebragt wierden; ontfangende daarmeede teffens het nieuws

NL-HaNA_1.04.02_3569_0477 view scan ↗

English

267. 403. the 28. November 1780. news that the camp had already broken up from there before the arrival of those goods, and that our Molla, along with Maldaar and the remaining peons, had been carried off further southwards to the village of Naaijer, so that we still remained uncertain as to what their fate would be. This and the following day passed without any further acts of violence being committed in our villages, and people also remained uncertain whether the defrauded goods had been restored or not, or the value of until finally our Molla with his retinue arrived back here the following Wednesday morning, and brought us word that by the Chief of the horsemen, who had treated him very humanely during his stay there, he had been dispatched the day before with the stolen cows, oxen, and sheep under an escort of some horsemen, with orders to them not to molest him in the least; that nevertheless this guard had not cared much for those good orders, but on the journey back, hunting the beasts as if in the wild, had mostly carried them off again, so that only a few of them were delivered to our villagers; and finally, that the aforementioned Chief had conveyed his particular contentment to us regarding the readiness we had been pleased to show him in sending the aforesaid provisions, saying that he regards this accommodation (although the same, as he had learned, was only brought after his camp had broken up, and thus too late) as proof of our goodwill with respect to his master, the present Nabab Bahader; and that we therefore could reciprocally rely fully upon his benevolence toward us. 369 404 the 28. November 1780. The return of the Molla and the assurance of friendship thereby obtained from the said Chief made our anxiety subside somewhat, though by no means causing our vigilance to slacken; since we must assume that at times they may be wolves in sheep's clothing, who will seek to turn a more suitable opportunity to their advantage. Meanwhile, we saw from afar continuous burning on the heights of Mangerrake, to the north and south, until Monday the 23. of the aforesaid month at 1 o'clock in the afternoon, when the flag-watcher came again to report to us that a large number of horsemen were approaching this region from the southwest, as if at a gallop. The first undersigned, seeing this, immediately ordered a signal shot to be fired and the alarm to be beaten, as before, whereupon the horsemen, after pitching their camp once more near a palm grove, dispersed again into parties and committed their customary acts of violence everywhere these and the following days, except in our villages. Whether the horsemen on their advance toward this place made a halt once more out of fear of approaching our artillery (having easily been able to deduce from the signal shot and the beating of the alarm that we were constantly on our guard), or rather spared Palliacatta and our villages out of regard for the Dutch flag, remains uncertain to us; we heartily wish the latter, however, since in the first case there would be nothing here but the direst want of provisions, and through this shortage a dreadful fate for us. We would have given Your Noble Honorable the necessary communication of this incident earlier; however

Dutch transcription

267. 403. den 28. November 1780. nieuws, dat het Camp voor de komste dier goederen bereeds van daar opge„ brooken, en onzen Molla neevens Mal„ daar, en de overige pions, verder Zuijd„ waarts naar het dorp Naaijer, mee„ de gevoerd was, zoo dat w' nog in 't onzeekere bleeven, wat hun lat vver„ den zouden. Deezen en den volgenden dag passeer„ den, zonder dat er eenige verdere gewel„ denaarijen in onzen Dorpen gepleegd wierden, en men bleeff teffens in 't onzeekere of de gefraudeerde goederen gerestitueerd geworden waaren dan niet en, ofte de waarde van tot dat eijndelijk onzen Molla met zijne gevolg op Woensdag daar aan smorgens alhier vreederom arriveer„ de, en ons bootschapte, dat door den Chieff der Ruijters, die hem geduurend zijn verblijff aldaar zeer humanieus be„ handeld had, 'sdaags bevoorens met de geroofde Roeijen, opsen, en schaapen on„ der een Ekcorte van eenige ruijters af„ gevaardigd geworden was, met last apij Anno 1781 — Vingen van A„o 1782. tie doen ldaan zijnde :/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ la Geertruijda Prins„ hier overleedenen onder„ h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. stuivers 8. per Cento Rabat, die ir„ Duisend vijf hondert en Representeerende de Gr Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel aan Eerste Assignatie - at No. 10. WMites heg: boek houden t aan dezelve om hem in 't minste nu te molesteeren; dat egter deeze bij wag zig niet zeer aan die goede ordre ge stoord, maar op de terug rijze, de be ten als in 't vrild Jagende, meesten„ deels wederom absent gebragt had„ den, zoo dat maar wijnige daar van aan onze Dorpelingen besteld gewor den waaren: En eijndelijk, dat meer gerepte Chieff, zijn bezonder content ment aan ons had laaten vermelden over de berijdwilligheijd, die w' hem in 't toezenden der voorsz: Provisie hadden gelieven te bewijzen, zeggend dat hij dit gerief /:schoon het zelve, zoo hij vernoomen had, eerst naar het opbreeken van zijn Camp, en dus te laat aangebragt geworden was: aanmerkt als een bewijs van onze goedgesintheijd, ten opzigte van zijnen Meester den tegenwoordigen Nabab Bahader; en w' ons dierhalven reci„ proque op zijne welmeenendheijd ter ons waarts ten vollen konden verlaa„ DeE ten. 369 404 den 28. November 1780. De terugkomst van de Molla en de daarmeede erlangde vriendschap ver„gio van de Bank, waar zeekering van gem: Chief, deed onze ongerustheijd wel wat bedaaren, dog geinsins onze vraakzaamheijd ver„ flaauwen; vermits roij veronderstel„ len moeten, dat het zomwijlen Wol„ ven in schaapsvellen kunnen vrree„ zen, die zig een bequaamere geleegen„ heijd zullen zoeken te nutte te maa„ ken. Midlerwijle agen w' van verre op de hoogte van Mangerrake Noord en zuijdwaarts, Continueelijk branden tot op Maandag den 23. der voorsz. maand 's middags te 1. uuren wan„ neer de Vlaggewagter ons weederom quam rapporteeren, dat een Groot aantal ruijters deezen oird uijt het Zuijdwesten, als in een Gallop na„ derden. Den eerstgeteekende dit ziende, liet gelijk bevoorens, ter stond een senschoot doen, en allarmslaan, waar op de ruijters na andermaal bij een Vingen apij Anno 1781— van A„o 1782. te, doen ldaan zijnde :/ ter keuse n ingevalle zulx in in David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ la Geertruijda Prins, hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. Stuivers 3. percento Rabat, die ir„ Duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Representeerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel bosch. Eerste Assignatie No. 10. Wlies hog: boek houden P bosch van Palmeeren hun Camp op¬ geslaagen te hebben, zig weederom in parthijen verspreijd, en haare gewoon„ lijke geweldenarigen deezen en de vol„ genden dagen overal, behalven onze Dorpen, gepleegd hebben. Op de Ruijters in haaren aanmarck na herwaarts andermaal hebben halte gemaakt uijt vreezen voor ons geschiet te naderen / als hebbende uijt den feinschoot en het slaan van allarm ligtelyk kunnen opmaaken dat w telkens op onze hoede waaren:/ dan wel of ze Palliacatta en onze Dor„ pen, uijt reguarde voor de Hol„ landse vlag, ontzien hebben! blijft voor ons een ongewisse: w' wenschen egter hertelijk het laaste. vermits in het eerst geval alhier niets dan den uijttersten nood van leevens„ middelen en door dit gebrek voor ons een aakelijke lotweezen zoude. w' zouden uwel Edele Gestrenge van dit voorval vroegtijdiger de noodige Communicatie gegeeven hebben; dog

NL-HaNA_1.04.02_3569_0481 view scan ↗

English

275. 405. the 28. November 1780. but since the land route remained unsafe, and no further hostilities have been committed with respect to us by the aforementioned horsemen since then, we judged it most useful first to await the outcome of the besieged Arcadoe, so as to be able to communicate everything together; but since we were finally very reliably informed yesterday that on last Friday the 3rd of November the outer city of Arkadoe was taken by storm by the troops of Haijder Alichan, and the fort itself surrendered by capitulation, and thereby the Carnatic Empire has now, as it were, changed masters, we find ourselves obliged to give respectful notification to your Honors of what has further occurred, and at the same time to impart for your esteemed consideration, [illegible] that the aforementioned commander the Nabob Haijder Alichan Bahadur has granted by capitulation to Mr. Pendigras, the former commandant in Arkadoe, and the Europeans under his command, numbering 146, to march freely and unmolested from Arkadoe to the English camp near Madras under an escort of 1,000 of his horsemen, on the condition, however, that the aforementioned Pendrigras with his corps may not serve against him during this war; truly, in our opinion, a very discreet treatment by Haijder Alichan, which one sometimes does not even expect from European generals. It is also related to us that the aforementioned warlord, upon marching into Arkadoe, gave sufficient orders to his troops not to rob or in the least molest any of the inhabitants. 270 406. the 28. November 1780. inhabitants, and since some of them, notwithstanding these good orders, could not refrain from plundering, immediate orders were thereupon given by him to decapitate those robbers, to the number of 200 horsemen, as an example to others. The circumstances of this Carnatic Empire having now been overturned by this, we also expect here very soon another Havildar instead of the one who has until now been in the government of the city of Palliacatta; but since we have as yet no reliable news regarding this, we must postpone the continuation thereof to a further occasion, and here only briefly mention for your Honors' most venerated information that, notwithstanding that we have not yet been supplied or authorized to purchase two leggers of arrack for our garrison upon our request made to your Honors by separate letter of the 31st of August past, we were forced to buy one legger of that liquid for 37 star pagodas, in order thereby somewhat to relieve the militia, who were kept on their feet day and night for the most part, and who, due to the departure of most of the inhabitants, could not even obtain native drinks for refreshment; likewise, that for some days, on account of the heavy rains that have fallen here, because the men on the bastions had not the least shelter, we have had an ola hut erected for them on each point, in order thereby at least to protect them from the cold; hoping, therefore, that these our actions [illegible] 275 407. deliberation thereupon the 28. November 1780. actions, for the urgent reasons cited, will be favorably approved by your Honors. Concluding this herewith, we have the particular honor, after having commended the interests of the Honorable Company to the merciful protection of the Almighty, to subscribe ourselves with respect. Below was written: Honorable, Valiant Sir and Sirs. Lower: Your Honors' most humble and most obedient servants. Was signed: N.s Tadama and Hend:k Copfier. In the margin: Palliacatta in Castle Geldria, the 10th of November Anno 1780. Whereupon, after deliberation, and in the confidence that they are always vigilant and cautious [illegible]

Dutch transcription

275. 405. den 28. November 1780. dog aangezien den landweg onzee„ „de ker bleeff, en door gem: ruijters 't zeederd geene verdere hostiliteij„ ten ten onzen op zigte gepleegd wee„ zende, zoo oordeelden in 't nuttigste te zijn eerst den uijtslag van het be„ leegerde Arcadoe aftewagten, om als dan het een met het ander te kunnen bedeelen; Dan dewijl wij eijndelijk gisteren zeer secuur zijn geinformeerd geworden, dat op voor„ leede Vrijdag den 3: November de buijten stad van Arkadoe door Haijder Alichans troup pen stormerhand, en het fort zel„ ve bij Capitulatie overgegaan, en daar door thans het Carnatica„ sche Rijk, als het waare, van Meester veranderd is, zoo vinden vor ons genecessiteerd uwel Edele Gestr: almeede van het verdere voorgevallene eerbiedige notificatie te geeven, en teffens tot Hoogst der„ zelver g'eerde speculatie te bedeelen, Vingen 1 apij Anno 1781 — van A„o 1782. te, doen ldaan zijnde :/ ter keuse en ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't affrouwen Carolina isscher, Theodora Ja„ „a Geertruijda Prins, hier overleedenen onder„ h Severin, en in 's Comp ndert Acht en Dertig oud Vijftig Casses â 90. stuivers 8. perCento Rabat, die ir= duisend vijf hondert en ren, ofte de waarde van Representeerende de Gr Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel dat Eerste Assignatie Seeven thienen No. 10. AClaas heq: boek houden dat gem: Veldheer den Nabab Haij„ der Alichan Bahadur, aan den in Arkadoe geweest zijnde Commandant M. r Pendigras en zijne onderhebbende Europee„ zen, ten getalle van 146. bij Capi„ tulatie g'accordeerd heeft, om onder een Excorde van 1000: zijne ruijters vrij en ongemollesteerd uijt Ar„ Kadoe naar het Engelsche Camp bij Madras te moogen marchie„ ren, onder deeze mits nogthans dat gem: Pendrigras met zijn Corps, geduurende deezen oorlog, niet teegens hem zal mogen die„ nen, waarlijk onzes bedunkens een zeer discreete behandeling van Baijder Alichan, die men zom„ vrijlen bij Europeese Generaals niet te verwagten heeft. elen verhaald ons ook dat meermelden oorlogs Weld bij het inmarcheeren in Arkadoe aan zijne Trouppen sufficante ordres zoude gegeeven hebben, om niemand van de Jn„ woonders. 270 406. den 28. November 1780. woonders te berooven of in't min„ ste te mollesteeren, en dewijl zom„ mige van hen, in weerwil van dee„ ze goede ordre, het plundeeren niet hebben kunnen nalaaten, zoo is daar op door hem immediaat or„ dre gestelt, die Roovers, ten getalle van 200. ruijters, tot een exempel van andere te onthalsen. De omstandigheeden van dit Carnaticase Rijk hier door nu omgewenteld zijnde, verwagten ow' hier dan ook wel haastelyk een ander Haweldaar in steede van die, dewelke tot nog toe in 't bestier van de stad Palliacatta is, dog dewijl in hier omtrend nog geen secuure tijding hebben, zoo dienen in het vervolg daar van tot een nadere geleegenheijd uijt te stellen, en hier kortelings nog maar alleen tot uwel Edele Gestr: zeer gevenereerde narigt aanhaa„ len, dat wij niet tegenstaande van Lingen aij Anno 1781.- van A„o 1782. te doen ldaan zijnde :/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ja„ a Geertruijda Pins„ ier overleedenen onder h severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. stuivers 2 percento Rabat, die in„ duisend vijf hondert en em, ofte de waarde van Representeerende de Gr Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen Eer Cossel Boogst:s Eerste Assignatie No 10. 14 Saas heg: boekhouder „ Hoogst dezelve op ons bij apparte Letteren van den 31. Augustus pass.o gedaan verzoek om twee Leggers arrak voor ons guarni„ zoen tot nog toe niet geriefd, of te tot de inkoop daar van gequalifi„ ceerd geworden zijn, genoodzaakt zijn geworden een Legger van dat Vogt tegens 37. ster pagoden te koo pen, om daar door de militie, die dagen nagt meest op de beenen ge„ houden wierden, en mits het uijt rrijken van de meeste Jnwoonders zelfs geen Jnlandse dranken tot verkwwikking krijge konden, ee„ nigzints te gemoed te koomen, zoo ook dat w' 't zeederd eenige dagen door d' alhier sterk geval„ lene Reegen, om de wille het Volk op de bolwerken geen de minste Lijfberging hadde, op ieder punt een ola Kuff voor hen hebben laa„ deliber ten opregten, om ze daar door ten minsten voor de koude te bevijli„ gen; hoopende dus, dat deeze onze behandelingen 275 407. deliberatie daar over den 28. November 1780. behandelingen, om de aangehaal„ de dringende reedenen, door uw welEd: Gestr: gunstiglijk geap„ probeert zullen werden. Hiermeede deezen eijndelijk be„ sluijtende, hebben wij de bezondere Eere na de belangens van d' E. Maat„ schappije in de Genadige bescher„ minge des Allerhoogsten aanbe„ voolen te hebben, ons met ontzag te onderschrijven. /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren /Lager:/ uwelEd. Gestr: onderdanigste en zeer Gehoor„ zaamste Dienaaren /: was getee„ kend:/ N. s Tadama en Hend: copfier /Jn margine:/ Pallia„ catta Jn't Casteel Geldria den 10. November A. o 1780. Waarop na deliberatie, mits„ gaders in vertrouwen dat zij steeds vraakzaam en voorzig„ Vingen apij anno 1781. — van A„o 1782. tie doen. ldaan zijnde :/ ter keule n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins, hier overleedenen onder„ h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ttig Casses á 90. Stuivers „percento Rabat, die ir„ duisend vijf hondert en n, ofte de waarde van Repsenteerende de Gr Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel tig. Eerste Assignatie No. 10. 4 Mlaas heq: boekhouder

NL-HaNA_1.04.02_3569_0486 view scan ↗

English

... to approve ... to pass ... from the Prince of Tanjore ... will be, to the end of not being misled by any specious assurances of friendship, it was resolved and agreed, not only fully to approve the conduct observed by the servants on the aforesaid 15th of October and some following days, but also favorably to pass it, and the purchase of a leaguer of arrack, for rations for the people for 37 star pagodas; because it is presently impossible to send thither the 2 leaguers of arrack requested from here. Furthermore, there was submitted by the Governor in the Council of Policy, a translation of a Marathi missive written to His Honour by His Highness the Prince of Tanjore, dated the 17th of November 1780, accompanied by a second letter written by the Regent of that Court to His Honour, which letters were found to be of the following content: Translation of a Marathi letter written to the Right Honourable Reinier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its dependencies, by His Highness the Prince of Tanjore, Tuljaji Raja, dated the 17th of November 1780. After preceding compliments. I have, to great surprise, heard from the side that Your Honour will send relief to Hyder Ali Khan, not only gunpowder, cannonballs, and other ammunition goods, but also some cash. The Dutch Company having from former years taken much pleasure in the welfare of the Tanjore kingdom as well as in mutual friendship, and Your Honour being bound to obey the orders of your principals, as well as to govern the maritime place that falls under my kingdom, Your Honour must therefore by right support me in all cases, and not my enemies. Through the assistance of the English Company, which has for a long time lived in harmony with us, I have returned, as before, to the throne of my forefathers; and whereas I am presently engaged to them, and besides take a great part in their welfare and adversity, all men know very well that their adversaries must be regarded as my own enemies. The aforementioned having become an enemy of the English, and having now descended into the Carnatic lands to wage war, Your Honour ought therefore in all equity to show me and my allies, namely the English gentlemen, all help and assistance, since Your Honour not only depends on me, but is also a good friend of mine who constantly takes pleasure in my prosperity. Your Honour surely does not depend on the repeatedly mentioned Khan. I need not write much about this, since Your Honour will know this better. [illegible] I acknowledge frankly that Your Honour is completely under no obligation to assist the frequently mentioned Khan, whether with cannonballs or with gunpowder, etc. But if His Honour might nevertheless proceed to do so without heeding my writing, a great dispute will arise on your account between me and the Dutch Company, and besides, Your Honour as well as your place of residence will have to suffer much. I request Your Honour to take the foregoing into consideration, and to conduct yourself according to justice, so that the friendship between the Dutch Company and the Tanjore Court may increase more and more. What more shall I write, since Your Honour is a person of great understanding. It was signed: Sri Rama Pratapa.

Dutch transcription

perp: te eprobeeren te passeeren van den vorst van tansjour tig zullen weezen, ten eijnde door geen schoonschijnende verzeekering van Vriendschap besluijt 't gehouden gedragder op„ te worden misleijdt, goedgevon„ den en verstaan is, niet alleen der Bediendens gehouden ge„ drag op den voorschreeve 15. October en eenige volgende da„ gen volkomen te approbeeren maar ook gunstig te passeeren/ ne en den inkoop van een leggerarak den inkoop van een legger ar„ rak, tot randsoen voor het volk voor 37. ster pagooden; uijt hoofde het tans onmooge„ lijk is de van hier gevraagde 2. Leggers arrak derwaarts te zenden. tem den productie eener Translaat brnt Wijders wierdt door den Heer Gouverneur in Raade van Po„ litie overgelegt, een Translaat Marattysche 8 277. 408. den Albeschik van dat Hof jnsertie dier Translaaten den 28. November 1780. Marrattijsche Missive, aan zijn Edele geschreeven door zijn Hoog„ heijd den Vorst van Tansjour, gedateerd den 17. November 1780, Item van een tweede brief van Verzeld van een tweede brief door den Albeschik van dat Hoff aan zijn Edele Geschreeven welke brieven bevonden zijn van den volgenden inhoud te weezen. Translaat eener Marrattij„ de brief geschreeven Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Reinier Van Vlissingen, Gouverneur en Directeur deeser cust Cormandel met den re„ sorte van dien, door zijn Hoog„ heijd den Vorst van Tans„ jour, Toelaatja Raja, gedateerd den 17. november 1780. Naar voor afgaande Complimenten Jk heb tot Groote verwondering van afrij Anno 1781.— van A„o 1782. te doen ldaan zijnde:/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Pins„ ier overleedenen onder„ h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. stuivers 2 percento Rabat, die ir= duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Retrsenteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel ter Eerste Assignatie No. 10. Lingen Alaas heq: boek houden ter zijden gehoord, dat uwel Edele Gestrenge aan Haijder Alichan tot secours zenden zal, niet alleen kruijt, koegels, en andere ammo„ nitie goederen, maar ook Eenige contanten. De Hollandse Compagnie van Vrie gere Jaaren af in het wel zijn van het Tansjourse rijk zoo wel, als in de wederzijdse vriendschap veel genoegen geschept hebbende, en uw welEdele Gestrenge gehouden zijnde om de ordres van desselfs princi„ paalen te Gehoorsamen, mitsgad. s de zeeplaats, welke onder mijn rijk sorteerd, te regeeren, zoo moet uwelEdele Gestrenge na volgens Regt mij in alle gevallen secondee ren, maar niet mijne vijanden. Door d' bijstand van de Engel sche Compagnie, die 't sedert lang tijd met ons in harmonie geleeft heeft, ben ik wreder als voor heen op den throon mijner voorvade¬ ren gekomen; En dewijl ik thans aan. i 409: den 28. November 1783. aan haar g'engageerd ben, en buij„ ten dien veel deel in derselver wel zijn en tegenspoed neem, zoo wee„ ten alle menschen seer wel, dat hun tegenparthijen zodanig aange„ merkt moesten worden, als mijn Eijge vijanden. Voormelde Aan een vijand van de Engelschen geworden, en thans in de Carnaticase Landen afgesakt zijnde om te oorlogen, dient uwelEdele Gestr: dus na alle billijkheijd mij, en mijne bond„ genooten; namentlijk de heeren Engelsen, alle hulp en adjude te be„ wijsen, alsoo uwelEdele Gestren„ ge niet alleen van mij dependeert, maar ook een goed vriend van mij is, die steeds in mijn wel„ vaart genoegen schept. uwel Edele Gestrenge hangt im„ mers van meermelde chan niet af: Jk behoef hier over niet veel te schrijven, wijl uwelEd: Gestr: zulx beeter weeten zal: aprij Anno 1781— van A„o 1782. te, doen ldaan zijnde:/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins, ier overleedenen onder h severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses á 90. stuivers „ percento Rabat, die in= duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Reprsenteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel Jk. Eerste Assignatie No. 10. Lingen Mlaes heg: boek houder Jk bekenne rond uijt, dat uw welEdele Gestrenge ganschelijk niet gehouden is om dik gerepte chan te assisteeren, 't zij met koe„ gels, dan wel met kruijt &:a, Dog indien Hoogst denselven Comwij„ len zonder zig aan mijn schrijven te stooren, er toe mogte overgaan, zoo zal, om de wille van uw, tus„ schen mij en de Hollandse Compag„ nie Groote disput ontstaan, en buijten dien zal uwel Edele Gestren„ ge zoo wel, als desselfs Residentie plaats veel moeten lijden. Jk versoek uwel Edele Gestrenge het voorenstaande in Consideratie te neemen, en zig navolgens regt te gedragen op dat de Vriendschap tusschen de Hollandse Comp. e, en het Tansjourse hoff meer en meer accresseeren mag. Wat sal ik meer schrijven, door dien uwel Edele Gestrenge een hier van Groot verstand is. /:onderstond:/ Sri Rama Pretap„ pa:

NL-HaNA_1.04.02_3569_0491 view scan ↗

English

28 November 1780. or the signature of the sovereign. Note: on the envelope of this letter was the seal of His Highness impressed in red wax, in which is to be read Sri Pretappa Wiera Karra Wasenie. Below stood: For the translation according to the interpretation of the brahmin Wengata Soebaraijer aijen, Nagapatnam the 23rd of November Anno 1780. Signed: A:m Dormieux, Sworn Translator. Translation of a Marathi letter written to the Right Honorable Valiant Sir Reinier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with the resort thereof, by Simha Rasoe Narragarrie Pandit alias Batjana, dated Tanjore the 17th of November 1780. After the usual compliments. The Sovereign having received the news that Your Right Honorable would assist Hyder Ali Khan with gunpowder, bullets, and other ammunition goods, as well as cash, His Highness has become very angry about this. Presently His Highness is writing regarding this to Your Right Honorable and simultaneously indicates that he is not obligated to second the aforesaid Khan. I request Your Right Honorable to take to heart all that is written in His Highness's letter, and to comply with his desire, under the assurance that the same shall redound to the renown of Your Right Honorable. Because I am a good friend of Your Right Honorable, I therefore dispatch this letter for that purpose. Since Your Right Honorable is a gentleman of understanding, I thus know nothing else to write than solely to request the continuation of friendship and affection. Below stood: For the translation according to the interpretation of the brahmin Wengata Soebaraijer aijen, Nagapatnam the 23rd of November Anno 1780. Signed: A: Dormieux, Sworn Translator. And after the aforesaid letters were read, the Governor proposed to answer them only briefly: 1. By solely assuring both the Prince of Tanjore and his minister that all that has been reported to them regarding the supply of gunpowder, bullets, and other ammunition goods, as well as cash, which supposedly would be sent from here to the Nabob Haider Ali Khan, contains an absolute untruth. And 2. merely adding that this Council, during the present circumstances of war, will behave not only according to all equity and justice, but also accountably to their superiors, without expressing itself in any way concerning the further contents of the aforesaid letters; and that for the following reasons: 1. Because His Honor had been informed that this letter was written by the Prince of Tanjore at the instigation of the English, considering they might thereby seek to discover whether one here during the present war would indeed observe neutrality, or else might try, through the aforesaid letter from the Prince as territorial lord, to strike some fear into this Council. 2. That His Honor furthermore feared declaring himself more candidly in the said letter, out of concern that the English might sometimes try to play us some trick or other through it, whether by turning the Prince of Tanjore or indeed the Nabob Haider Ali Khan against us; considering on the one hand, in the event of a declaration that one would act according to circumstances [illegible]

Dutch transcription

2t 410. den 28. November 1780. pa, of de handteekening van den vorst: NB. op het Couvert van deese brief stond, het zegel van zijn Hoogheijd in rood lacq gedrukt, waar in te leesen is Sri Pretappa Wiera Kar„ ra Wasenie /onderstond:/ Voor de oversetting volgens vertaling van den bramine Wengata Soebaraijer aijen, Nagapatnam den 23. No„ vember A:o 1780. /:was geteekend:/ A=m Dormieux Gesw: Transl.:r Translaat eener Marrat„ tijse brief geschreeven aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Reinur Van Vlissingen, Gouverneur en Directeur dee„ der custe Cormandel met den resorte van dien, door Simha Rasoe Narragarrie Pan„ dit /:alias Batjana :/ Geda„ teerd Tansjour den 17. No„ vember 1780. Vingen aprij Anno 1781 — van A„o 1782. tie doen ldaar zijnde :/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf es zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins, ier overleedenen onder„ h severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ttig Casses á 90. Stuivers „percento Rabat, die ir= duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van Retrsenteerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Naar Cossel Eerste Assignatie No. 10. Mlaes hog: boekhouden „ Naar Gewoone Compliment Den Vorst de tijding ontfangen hebbende, dat uwel Edele Gestrenge aan Waijder Alichan, met Kruij koegels en andere ammonitie goed ren, mitsg.:s Contanten assisteeren zal, zoo is Hoog denselven daar over seer quaad geworden. Thans schrijft zijn Hoogheijd derwegens aan uwelEd. Gestr: en geeft teffens te kennen dat densel„ ven niet verpligt is om voorm: chan te Secondeeren. Jk versoek uwel Edele Gestrenge al 't geen bij zijn Hoogheijds brief geschreeven staat ter harte te nee„ men, en aan desselfs begeerte te vol„ doen, onder betuijging dat het selve door tot roem van uwel Edele Gestrenge geen strekken zal. Dewijl ik een goed vriend van uwelEdele Gestrenge ben, dier hal„ ven laat ik deese ten dien eijnde af„ gaan. uwel Edele Gestrenge een Heer van ra 20: 411 propositie dezelve slegjts te beant„ wborden geen deele assisteeren den 28. November 1780. van verstand zijnde, weet ik dues niets anders te schrijven, dan een„ lijk te versoeken om de Continuatie van Vriendschap en genegendheijd /on„ derstond:/ voor de oversetting vol„ gens vertaling van den bramine Wengata Soebaraijer aijen, na„ gapatnam den 23. November A. o 1780. /:was geteekend:/ A: Dor„ mieux Geswr: Transl. t En na dat van de voorschreeve brieven lectuure genomen was, heeft. den Heer Gouverneur geproponeerd, om dezelve slegts kortelyks te beant„ woorden, door 1. / zoo wel den voor dat men Waijder aliehar in Vorst van Tansjour en zijnen Albeschik eenlijk te verzeekeren, dat al het geen men aan haar be„ rigt heeft van het secours van kruijt, kogels en andere ammo„ nutie goederen mitsgaders Contan„ 1pij apno 1781 van A„o 1782. ti, doen (daan zijnde:/ ter keuse en ingevalle zulx in gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't vrouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Rins„ ier overleedenen onder„ h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ttig Casses á 90. stuivers „ percento Rabat, die in uisend vijf hondert en n, ofte de waarde van Retsenteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter ossel ter Eerste Assignatie No. 10. 1 heq: boekhouder Alaes Vingen billijkheijd gedragen zoij king ten die van hier aan den Nabab Haider Alichan zouden gezonden worden; een volstrekte onwaarhe en geduurende den oorlog na de bevat: Ener ten 2. ) slegts bij te vo gen dat deezen Raad geduurende de presente oorlogs-omstandighe den niet alleen naar alle billijk heijd en regtvaardigheijd, maar zig ook verantwoordelijk voor haare superieuren gedraagen zal zonder zig over den verderen inhoud der voorschreeve brieven eenig zind uijt te laaten; en zulks om de vol„ gende reedenen. orvaarom en onder welk aannes„ 1. / om dat zijn Edele geinfor„ meerd geworden was dat dien brief door den Vorst van Tans¬ jour geschreeven was op instiga tie der Engelschen, gemerkt dee„ zen daar door mogelijk zullen zoeken te ontdekken, of men hier geduurende 2 412. den 28. November 1780. geduurende den presenten oorlog wel de Neutraliteijd in agt zou neemen, of wel anders door den voorschreeven brief, van den Vorst als Landheer tragten mo„ gen deezen Raad eenige Vrees aan te Jaagen. Dat 2. zijn Edele bovendien bevreest was, zig bij den gemel„ den brief rondborstiger te ver„ klaaren, uijt bedugting dat de Engelschen, somtijds tragten zouden, ons daar door de een of andere part te speelen, het zij door den Vorst van Tansjour dan wet den Nabab Haider Alichan tegen ons op te zetten: gemerkt aan de eene zijde, bij een verklaaring dat men na ge„ Vingen 1pij Apno 1781. — van A„o 1782. tie doen ldaan zijnde :/ ter keuse in ingevalle zulx in gio van de Bank, waar in David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins„ ier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. stuivers „ percento Rabat, die ir„ uisend vijf hondert en n, ofte de waarde van Ret senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel legendheijd Eerste Assignatie No. 10. 21 5 W Mites hog: boek houden

NL-HaNA_1.04.02_3569_0496 view scan ↗

English

opportunity of the time to conduct itself with regard to Haider Alichan, this might provoke the Prince of Tansjour and give the British opportunity to trouble the Company severely in one way or another in its present possessions and trade, principally at this Capital; while on the other hand, upon a declaration that one would provide no assistance whatsoever to Haider Alichan, the Prince of Tanjour or his Ministers, or indeed the English, could make a detrimental use of this letter by giving Haider Alichan notice of it through sending a copy or otherwise. Resolution to answer those letters briefly in the aforesaid manner on the 28th of November 1780. To give notice: to which thoughts His Honour declared to have been prompted by the recently discovered secret correspondence between the Prince of Tansjour and Haider Alichan: by virtue of the fact that this would be just a desired means in the hands of the English to shift the power of Haider Alichan partially from their own neck onto ours; since this General, having such a letter in hand, would discover all too soon what kind of answer he was to expect from Batavia to the propositions of the servant Groelappa. Whereupon after mature deliberation, [illegible] 1st of April 1781 of the Year 1782 to do having been satisfied:/ at the choice and in case such in agio of the Bank, where and David and Abra the same Authorized representatives upon Ten Guilders, Twelve [illegible] being here at the Ladies Carolina [illegible], Theodora Ja Geertruijda Prins deceased here under Severin, and in the Company [illegible] hundred Thirty and Eight old [illegible] Casses at 90 stuivers percent Rebate, which [illegible] thousand five hundred and [illegible], or the value of [illegible] presenting the [illegible] East India. The Noble Gentlemen Committee Directors at the Cossel from First Assignation No. 10. 2 2 AMats Head Bookkeeper Given communication of the taken flight hither of some inhabitants from Tritjenapalij. By virtue of the considerations of the Lord Governor just cited, it has been approved and agreed to request His Honour to answer the aforesaid letters, both from the Prince and the Prime Minister of Tansjour, in such a short and simple manner as has just been proposed by His Honour. Furthermore, upon the communication given by the Lord Governor that a certain distinguished native named Baba saib, formerly having been Jammedar of the Prince of Tansjour, alongside 13 other aforementioned natives and 6 women, with all their goods, from a place named Kilie kotte situated two hours the 28th of November 1780. hours' walk south of Tritsnapali, having taken flight hither, had requested His Honour to be permitted to take up their residence in this city, it has been approved and agreed to acquiesce to this their request, which in the present times cannot well be refused to poor refugees without practicing unmercifulness, and consequently to permit them to provisionally take up their residence in this city with their goods. Thus Done and Resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid: /:was signed:/ as above. [illegible] April 1781 of the Year 1782 to do having been satisfied:/ at the choice and in case such in agio of the Bank, where and David and Abra the same Authorized representatives upon Ten Guilders, Twelve [illegible] being here at the Ladies Carolina [illegible], Theodora Ja Geertruijda Prins deceased here under Severin, and in the Company [illegible] hundred Thirty and Eight old [illegible] Casses at 90 Stuivers percent Rebate, which [illegible] thousand five hundred and [illegible], or the value of [illegible] presenting the [illegible] East India. The Noble Gentlemen Committee Directors at the Cossel Friday First Assignation No. 10. 21 [illegible] W lute Head Bookkeeper [illegible] Deneijs accompanied by a translated letter written to him by Haider Alichan. Friday the 1st of December of the Year 1780. in the morning at 8 o'clock. Council of Policy Absent The Senior Merchant and Honorable Head Administrator Philippus Jacobus Dormieux due to indisposition Production of a secret letter from [illegible]. After the performance of the ordinary prayer, the Lord Governor produced at the table of this Council a secret letter written to His Honour by the Sadraspatnam Chief, Mr. Jacob Pieter Deneijs, dated the 22nd of November last, being accompanied by a translation of a Persian missive written to him by the Nabob Haider Alichan Bahadoer, and his answer.

Dutch transcription

legendheijd des tijds zig met op zigt tot Haider Alichan ge draagen zou, dit den Vorst van Tansjour en het harnas Jaag en den Britten gelegendheijd zou kunnen geven, op de Com„ pagnie op de een of andere wi zen, in haare presente bezittin gen en handel principaal ter deezer Hoofd-plaatse zeer te tro verseeren; terwijl aan den ande ren kant bij een verklaaring dat men geen assistentie hoe ook genaamd aan Haider Alichar bewijzen Zou, de Vorst van Tan jour of zijne Menisters dan wel de Engelschen, een nadeelig ge„ bruijk van deezen brief zouden kunnen maaken door daar van aan Haider Alichan, door toe„ zending van Copie als anderzints kennis. desluig voor 2: 413 besluijt die brieven kortelijk op voorsz. wijz te beantwoorden den 28. November 1780. kennis te geven: tot welke gedag„ ten zijn Edele verklaarden aan„ lijding gekregen te hebben, door de onlangs ontdekte geheijme Cor„ respondentie tusschen den Vorst van Tansjour en Haider Ali„ chan: uijt hoofde dit Juijst een gewenscht middel zou weezen in handen van de Engelschen, om de magt van Haider Alichan ge„ deeltelijk van haaren hals op den onzen te schuijven; nademaal deezen Veltheer zulk een brief in handen hebbende, maar al te vroeg ontdekken zou wat hij voor een antwoord van Bata„ via te vragten hadt, op de propo„ sitien van den Dienaar Groe„ lappa Waar op na rijpe deliberatie, Lingen 1ij Apnio 1781 van A„o 1782. tie doen ldaan zijnde:/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ja„ a Geertruijda Prins„ ier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ttig Casses á 90. stuivers „ percento Rabat, die in„ duisend vijf hondert en n, ofte de waarde van Ret „ senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel uijt Eerste Assignatie No. 10. 2 2 AMats heq: boek houder) gegevene Communicatie van de geno„ nun vlugt alhier van eenige Jnwoon„ ders vaor Tritjen apalij uijt hoofde van de zoo even aange haalde Consideratien van den Her Gouverneur, goedgevonden en ver staan is, zijn Edele te verzoeken, om de voorschreeve brieven zo van den Vorst als Albeschik van Tansjour, op zoodanig een korte en eenvoudige Wijze resluijt te beantwoorden, als zoo even door zijn Edele is voorgesteld. Voorts is op de gegeve Commi nicatie door den Heer Gouver„ neur, dat zeker voornaam in lander Baba saib genaamd be vorens geweest zijnde Jammedas van den Vorst van Tansjour„ nevens nog 13. andere voorno me Jnlanders en 6. Vrouwen, met al hunne goederen, van een plaats Kilie kotte genaamd twee uuren/ 2 414. den 28. November 1780. uuren gaans bezuijdene ritsna„ pali gelegen, na herwaarts de en vord gerzhleven malhier to mo Vlugt genomen hebbende zijn Edele verzogt hadden om in deezen stad hun verblijf te mogen neemen, goed„ gevonden en verstaan in dit hun desluijt daar inne te bewilligen verzoek, dat in den presenten tijd, niet wel / zonder onbarmhertig„ heijd te pleegen / aan arme vlug„ telingen kan gewijgerd worden, te Condescendeeren, en dien vol„ gende aan hun te permitteeren, om met hunne goederen, haar ver„ blijf, bij provisie in deeze stad te mogen neemen. Aldus Gedaan en Gearreesteerd in't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren opij Apno 1781 van A„o 1782. tij doen ldaan zijnde:/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ja„ a Geertruijda Prins„ hier overleedenen onder„ h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ttig Casses á 90. Stuivers „ percento Rabat, die ir„ duisend vijf hondert en n, ofte de waarde van Ret senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel Vrijdag Eerste Assignatie No. 10. 21 Singen W lute hog: boek houden twa Beneijs verteld van een translaat brief door Kaijder Alichan aan hem gesz. Vrijdag den 1:e December A„o 1780. 's voormiddags ten 8. uuren Vergadering van Politie Absent Den opperkoopman en E. Hoofd administrate R Philippus Jacobus Dormieux mits indispositie productie van een secreets brief van Na het doen van het ordinair gebed, heeft den Heer Gouverneur ter Tafel van deezen Raade gepr duceerd een secreeten brief, door het Sadraspatnam opperhoofd Mr. Jacob Pieter Deneijs, aan zijn Edele geschreeven gedateerd den 22. November Jongstleeden verzeld zijnde van een Translaat Persiaansche missive door den e bab Haider Alichan Bahadoer aan hem geschreeven, en zijn ant„ perzo inean e woord.

NL-HaNA_1.04.02_3569_0501 view scan ↗

English

291 415. 1 December 1780. The answer thereto: what the Nabob requests in his letter, and the request by Deneijs whom he may employ as Wakiel to the Nabob, and with what gift. Deliberation on this matter: The letter from the Nabob principally contained a two-fold requisition, namely not to assist the English, with whom His Highness was at war, with any provisions or war materials, and immediately to send a competent Wakiel or emissary to His Highness; and that of the Chief Deneijs a request for orders as to how he shall conduct himself regarding the desire of the Nabob concerning the sending of a Wakiel, adding further, should this Government see fit to order him to comply with the desire of the Nabob, whom he in such a case might employ as Wakiel, and what gift he might give along with him for the Nabob; and citing further that the discharged Courantier Wendata Ramanoejam is still present there in loco, who was best suited for this, as knowing the customs of the Durbar. Whereupon, having deliberated with all attention, the Governor advised that His Honour was of the opinion that one could very well authorize the Chief Deneijs to send a so-called Courantier under the name of Wakiel to Haider Alichan, with a small gift 416. 1 December 1780. in order not to arrive empty-handed, on the grounds that in former times it was always a custom that such a person on behalf of the Company resided at the Court in Arcot as long as the Nabob Mahomet Alichan resided in that capital (which was now captured by Haider Alichan). And consequently, upon the preliminary advice of His Honour, as well as out of consideration that in taking a contrary decision one might at times expose the trading posts of Sadraspatnam and Palleacatta to the utmost danger, considering it is all too likely that the Nabob Haider Alichan, who is a very haughty prince, would take such a refusal, no matter how politely framed, as a slight, Decision to authorize Deneijs to send a Wakiel with a small gift of 50 to 60 pagodas. it was approved and agreed to authorize the Sadraspatnam Chief, Mr. Jacob Pieter Deneijs, to dispatch to him a so-called Courantier under the name of Wakiel, according to the desire of His Excellency the Nabob Haider Alichan, with a small gift to the value of 50 to 60 pagodas. Remark on the sending of a competent person as Wakiel: Subsequently, discussion having taken place concerning the person who should be sent as Wakiel to the Nabob, the 295 417. 1 December 1780. Governor remarked that an able man knowledgeable in the customs of the Moorish princes was strictly required for this; that His Honour would readily believe that the Courantier Wendata Ramanoejam proposed by Chief Deneijs would possess the necessary capacities for it, but that His Honour nevertheless, if besides him another knowledgeable and capable man in whom one could place trust were to be found at Sadras, would rather see that this person were employed for it, for the reason that Wendata Ramanoejam was formerly with the Nabob Mahomet Alichan, The aforesaid Courantier would be the most suitable for it, but one would rather see that someone else were used for it, and for what reason.

Dutch transcription

291 415. 't antwoord daar op reerd dmakiel no den Npbas sal wogen den 1. December 1780. woord op denzelven: behelzenden den brief van den Nabab ten prin„ wat den nabab bij zijn brief reque,„ cipalen eene twee ledige requisitie, om namentlijk de Engelschen waarmeede zijn Hoogheijd in oorlog was, met geen eetwaaren of oorlogs gereedschappen te assis„ teeren! en om ten eersten eene be„ kwaam Wakiel of zendeling aan zijn Hoogheijd te zenden, en die van het opperhoofd Deneijs verzoek om ordre hoedanig hij zig omtrent de begeerte van den Nabab in het zenden van een Wakiel zal hebben te gedraagen; vertoek door Deneijt wien hij als onder bijvoeging verder, zoo het deeze Regeering mogt komen goed te vinden hem te gelasten aan de begeerte van den Nabab te voldoen, orsie hij in zoodanig Lingen Aij Apno 1781 van A„o 1782. te, doen. ldaan zijnde :/ ter keuse n ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ja„ a Geertruijda Rins„ ier overleedenen onder k Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ttig Casses â 90. Stuivers „ percento Rabat, die in„ duisend vijf hondert en n, ofte de waarde van Ret„ senteerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel een Eerste Assignatie No. 10. 21 ratie zenden. laat e heq: boek houden e W ittes en met welk een geschenk neerd deliberatie dier weegens een geval als Wakiel zou mogen emploieeren, en welk een geschen hij hem zou mogen meede geven voor den Nabab, en aanhaalin wijders, dat zig daan in loco vrrien den zelven als nakulprepo, nog bevind den afgedankten Courantier Wendata Ramanoe jam, die daar toe het best be„ kwaam wras als kennende de gewoontens van den Derbar. N Waar over met alle aandagt gedelibereerd zijnde, is door den Heer Gouverneur geadviseerd, dat zijn Edele van gevoelen was, dat men het opperhoofd Deneijs, zeer wel zou kunnen qualifi„ ceeren tot het zenden van een Loo genaamden Courantier onder den naam van Wakiel aan Waider Alichan, met een kleijn geschen om 6 20 416. den 1. December 1780. om niet met leedige handen te komen, uijt hoofde het in voorige tijden altoos een gebruijk geweest. is, dat zig een diergelijke per„ soon van wegen de Compagnie aan het Hoff te Arcadoe heeft opgehouden, zoo lang den Nabab Machomet Alichan in die Hoofdstad (:die tans door Haider Alichan was ingenoomen:/ resideerde En is dienvolgende op het pre„ advies van zijn Edele mitsga„ ders uijt Consideratie, dat men bij het neemen van een Contrarie besluijt, s omtijds de Comptoiren Sadraspatnam en Pallea„ catta aan het uijterste gevaar zou kunnen blootstellen ge„ Lingen Apij Anno 1781 van A„o 1782. tie doen (daan zijnde:/ ter keuse „ ingevalle zulx in gio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins„ ier overleedenen onder„ k Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ttig Casses â 90. Stuivers „ percento Rabat, die ir„ duisend vijf hondert en n, ofte de waarde van Ret senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel merkt 8 Eerste Assignatie No. 10. 21 MMas hlq: boekhouden) vaer tot 't zenden van wakiel â 60. pag remarque ter zending van een bequaam persoon als wakiel merkt het maar al te waarschip lijk zij, dat den Nabab Haider Alichan die een zeer hoogmoe dig Vorst is, zoodanig eene Wij„ gering, hoe civiel ook ingerigt voor klijnagting zou opvatten, besluijt om Denuijst qualificeer goedgevonden en verstaan het nivensg Sadraspatnams opperhoofd Mr. Jacob Pieter Deneijs te qualificeeren, om na de begeert van zijn Excellentie den Nabab Haider Alichan een zoo genaam den courantier onder den naam met een kleen geschenk van 50. van Wakiel aan hem af te vaar„ digen; met een klijn geschenk ter waarde van 50. a 60. pagoden wierdt mand Vervolgens gesprooken zijnde over den Persoon, die als Wa„enom kiel aan den Nabab dient te worden gezonden; heeft den Heer de geschi 295 417 de geschikste daar toe weezen dog men zou liever zien, dat ie„ mand anders daar toe gebruijkt wierdt en om wat reeden den 1. December 1780. Heer Gouverneur Geremarqueerd, dat daar toe volstrekt gerequi„ reerd wierdt, een bekwaam man kundig de gewoontens der Moorsche Vorsten; dat Nevens gem: Couranties zouw zijn Edele owel wilden geloven dat den door het opperhoofd Deneijs voorgedraagen Cou„ rantier Wendata Ramanoeij„ am, daar toe de noodige Cappaci„ teijten zal bezitten, dog dat zijn Edele egter, zoo 'er buijten hem een ander kundig en Capabel man, waar op men vertrou„ „rren zou kunnen stellen, op sadras te vinden was, liever zou zien, dat deezen er toe wierdt geemploieerd, om reede Wendata Ramanoeijam bevorens bij den Nababab Machomet Alichan, Vingen apij Anno 1781.— van A„o 1782. tie doen ldaan zijnde:/ ter keuse ingevalle zulx in gio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina isscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Rins„ ier overleedenen onder„ h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. Stuivers 3 percento Rabat, die in duisend vijf hondert en am, ofte de waarde van Representeerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen Eer Cossel als: Eerste Assignatie en 21 No 10. Mlaes hoq: boek houden

NL-HaNA_1.04.02_3569_0506 view scan ↗

English

resolution to employ another competent person as such having been placed as wakiel, considering that the sending of such a man might sometimes be ill-received by Haider Ali, who was a very thoughtful prince, and give rise to mistrust, whereby the Company would directly lose the benefit that one might otherwise draw from the reports of such a servant, provided he is at least somewhat esteemed by the prince. Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed, while pointing out the aforementioned difficulties, to write to Chief Deneijs to send thither, instead of the person proposed by him, another knowledgeable and competent man, if such a person can be found at Sadras, or otherwise to dispatch the aforementioned courantier, Wendata Ramanoeijam, as wakiel to the court of the Nabab Haider Alichan, granting him such salary and further emoluments as the previous courantiers enjoyed at the Arcot court, if it cannot in any way be reduced. It having been further made known by Chief Deneijs that for the maintenance of 20 horsemen who had brought the letter from Haider Alichan, he had had to spend 24: 1:¼ New Nagapatnam pagodas, it was, since that expense could not be avoided, approved and agreed to authorize the said chief to write off the aforementioned amount of 24: 1:¼ New Nagapatnam pagodas to the account of extraordinary gifts; and furthermore to recommend that he observe above all the aforementioned caution, and observe the strictest neutrality between the warring parties. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Was signed as before. Monday the 11th of December 1780. In the morning at 9 o'clock. Council of Policy. Absent The Senior Merchant and Honorable Chief Administrator Philippus Iacobus Dormieux due to indisposition. After the prayer was said, the Governor informed the Council that by three harkarras, who arrived yesterday evening in the village of Wellepalium, a letter had been brought from the Nabab Haider Alichan Bahadoer, which was to be fetched today; and His Honour also asked the respective members in what manner, and with what sort of ceremonial, that letter ought to be fetched and received both within the city and the castle. And after the respective members had requested the preliminary opinion of His Honour on this matter, it was, in accordance with the same, approved and agreed to have the aforementioned letter from the Nabab Haider Alichan Bahadoer fetched on such a footing or with the same ceremonial as one is accustomed to do with the letters of the Prince of Tanjore, so as not to give either of these princes the least cause for offense. Whereupon, in fulfillment of this resolution, it was also approved and agreed to hereby commission the member of this Council, the Junior Merchant Accama, together with the Junior Merchant and Assayer Pieter Wilhem Geeke, to fetch the aforementioned letter, which must be brought by them directly into the Council, with orders to the Head of the Artillery, Lieutenant Wilmand, that as soon as the aforementioned commissioners

Dutch transcription

besluijt om een ander bekwaam persoon als zoodanig te emploij. eeren als wakiel geplaats geweest vra gemerkt het zenden van Zoo d nig een man, zomtijds bij Ha der Ali, /die een zeer naden„ kend Vorst rias:/ kwalijk zou kunnen worden opgenomen, agen bij gert: mistrouwenbaaren, waar doo de Compagnie direct verliezen zou het nuet dat men anders uijt de advisen van zoodanig een Bedienden, wanneer hij mits leggen maar eenigzins bij den vorst gezien is trekken kan. Waarop na deliberatie goedge„ „vonden en verstaan is, onder voorhouding der voorschreeve zwaarigheeden, het opperhoofd Deneijs aan te schrijven, om in plaatschen van den per„ soon door hem voorgedraa„ bragt hoe ruijten gen 247 418 of en bij manquement van dien den gew: Courantier zelve aftevaardi„ hoe veel 'er bekostigd is aan 20. ruijtens die voorsz: brief aange„ bragt hebben den 1. December 1780. E gen, een ander kundig en be„ kwaam man derwaarts te zenden, zoo er zoodanig een per„ zoon op Sadras te vinden is, of anders den voorschreeven Courantier, Wendata Rama„ noeijam als Wakiel na het Hoff van den Nabab Haider Alichan af te vaardigen, on„ mitsg:s wat van den zelver toete„ der toelegging aan denzelven van zoodanige bezolding en verdere emolumenten als de voorige Courantiers aan het Arcadoesche Hoff genoten heb„ ben, zoo het niet eenigzins kan worden verminderd. Wijders door het opperhoofd Deneijs te kennen gegeven zijn„ de, dat hij tot onderhoud van Vingen Apij Anno 1781 — van A„o 1782. tie doen. ldaan zijnde :/ ter keus „ ingevalle zulx in gio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins, ier overleedenen onder k Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. Stuivers per cento Rabat, die ir„ duisend vijf hondert en m, ofte de waarde van Ret senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter 20: Cossel Eerste Assignatie No. 10. ggen legger fd heq: boek houden Miaas ƒ 'te schrijven 20. ruijters, die den brief van Haider Alichan hadden over gebragt, hadt moeten bekos„ tigen Nieuwe Nagapatnam sche pagooden 24: 1:¼: zoo is, wijl die uijtgaave, niet heeft kunnen worden vermeijdt qualificatie om dat bedragen af„goedgevonden en verstaan het gemelde opperhoofd te qualifi ceeren om het evengemeld be¬ draagen van Nieuwe Nag patnamse pagooden 24: 1:¼ op de reekening van Extra ordinaire schenkasien af te en onder welk recommandatie schrijven; mitsgaders hem voor het overige te recomman„ deeren om voor al de voorzeg ank tigheijd te betragten, en de strikste nutraliteijt tusschen de strijdende partijen te obser„ veeren. Aldus 299: 419. zeg„ Aankomst van 3. harkarras van den Nabab Kaijdarali, op Willipaluum Aldus Gedaan en Gear„ resteerd in 't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz. /:was geteekend:/ als vooren. Maandag den 11:' December 1780. 'S morgens ten 9. uuren Vergadering van Politie. Absent Den opperkoopman en E. hoofdadministrateur E Philippus Iacobus Dormieux mits indispositie Na het doen van het gebed, gaf den Heer Gouverneur aan de Verga¬ dering te kennen, dat door drie Harcarras, Gisteren avond in het dorp Wellepalium aange„ Vingen Apij Anno 1781— van A„o 1782. te doen ldaan zijnde :/ ter keuse „ ingevalle zulx in gio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf is zijnde alhier aan 't vrouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins, ier overleedenen onder„ k Severin, en in 's Comps dert Acht en Dertig oud ftig Casses á 90. Stuivers percento Rabat, die in„ uisend vijf hondert en in, ofte de waarde van D. t Senteerende de Gr Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen Eer komen. Cossel Eerste Assignatie No. 10. 2 sin lats heg. boekhoude neur hoedanig de brief die zy weede gebragt hadaar, dien de afgehaald st morden. brieven te laate afhaalen. komen, aangebragt geworden was een brief van den Naba Haider Alichan Bahadoer die heeden dienden afgehaald te gedaan vraage door den Heer Gouver Worden: en wierdt teffens door zijn Edele aan de respective Leeden gevraagd, op welke een wijze, en met wat voor Ceremonieel, dien Comm brief dienden afgehaald, en zoo binnen de stad als het Casteel ge resipieerd te worden! gem: besluijt deselveven als de Jansjoirs En na dat hier op, door de re pective Leeden om het preadvis van zijn Edele verzogt geworden: was, is Conform het zelve, goedge„ vonden en verstaan, den voorschre ven missive van den Nabab Hai„ der Alichan Bahadoer, op zoo„ danig een Voet of met het eijge Cer monieel te laaten afhaalen, als ge men: 301 420. den 11. December 1780. Committeering daar toe van nevens gem: 2: onderkooplieden ng moeten brengen. men gewoon is de brieven van den Vorst van Tansjour te doen, om daar door aan die beijde Vorsten geen de minste reeden van offen¬ sie te geven. Waar op ter voldoening aan dit besluijt dan ook goed gevon„ den en verstaan is, het Lid deezer Vergadering den onderkoopman Accama, nevens den onderkoop„ man en Essaijeur Pieter Wil„ hem Geeke, tot het afhaalen van gem: bruefdirect in vergade den voorschreeve missive, /:die door hun direct in Vergadering moet worden gebragt:/ bij deezen te committeeren, met last aan het Hoofd van de Arthillerij, den en st ee de eitwat an at en Luijtenant Wilmand, om zoo dra de voorsz: Gecommitteerdens, Vingen Aij Anno 1781. van A„o 1782. te, doen. ldaan zijnde :/ ter keule „ingevalle zulx in gio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf s zijnde alhier aan 't vrouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins„ ier overleedenen onder Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig oud ftig Casses â 90. Stuivers per cento Rabat, die in= uisend vijf hondert en en, ofte de waarde van senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter met Cossel Eerste Assignatie No. 10. d. red ie ge¬ hae zoo„ heg: boek houden Wittes

NL-HaNA_1.04.02_3569_0512 view scan ↗

English

presentation of an Extract letter of blaaukamer with the letter of the Sovereign, will have arrived inside the China Gate, to have a salute fired from the Geldria Point of 9 rounds, as well as to have the castle point resume the same within hearing, as soon as the aforementioned Committee members with the aforesaid letter will have passed over the drawbridge of the Castle. Subsequently, the Governor presented to the Meeting an Extract letter written by the Merchant Willem Blaaukamer to his Honour dated at Madra in fort St George on the 21: October 1780. being of the following content: 302 421 the content of the same the 11. December 1780. A certain Gentleman, who says he has much cordiality for our nation, has requested me, during a visit he expressly paid me for that purpose, to inform your Right Honourable, the necessity of arming ourselves, and especially of putting the main place Nagapatnam into a state of defense, for which according to his thoughts there was no readier means than summoning sufficient troops from elsewhere, and digging a ditch around the outer city with the utmost speed; which otherwise was completely without defense. My informant showed knowledge of the strength of the place, but he desires that his name not be mentioned as yet, and as I have promised him this, your Right Honourable will, I pray, excuse me for withholding it in my pen, and [illegible] Anno 1781— of Ao 1782. to do. being done:/ at choice in case such in agio of the Bank, where David and Abra same Authorized Representatives on Ten Guilders, Twelve being here at the women Carolina sscher, Theodora Ia a Geertruijda Pins here deceased under Severin, and in the Company hundred Thirty Eight old eighty Casses at 90. stivers percent Discount, which in thousand five hundred and or the value of representing the Great East India. The Noble Gentlemen Committee Directors at Cossel alone. First Assignment No. 10. 8 2 1 f. Mias heq: bookkeeper f the Governor had placed little faith in this content and why or began to defer faith only communicate what he told me, more on account of the urgency with which he requested it of me, in the manner of a person who pretends to have good information, than because I am myself convinced of what he says. And after the aforementioned Extract letter was read in Council, the Governor continued, that his Honour had given little credit to the content of that letter, because the Nabob Haider Alichan had hitherto undertaken nothing hostile around the Company's fortresses at Palleacatta and Sadraspatnam, but that his Honour now began to defer more credit to it, because the danger assumed therein 305 422 the army of Hyder has brought was ordered to tell his master seven ten The Noble Gentlemen Committee Directors at First Assignment the 11. December 1780. the danger assumed therein for the Company's possessions on this coast and especially of this city, had been further reported through a certain report that a peon of the Captain Commandant of the Nagapatnam outer city Gijsbertus Zegelaar, recently returned from the Army of Haider Ali: as he had reported to the said Captain /:who had given notice thereof to his Honour:/ that a certain French officer in the Army of Haider Alichan, by the name of Rousseau (:who is known to everyone here:) had ordered him, the peon, out of friendship to warn his Master, that he should at [illegible] Anno 1781— of Ao 1782. to do being done:/ at choice in case such in agio of the Bank, where David and Abra same Authorized Representatives on Ten Guilders, Twelve being here at the women Carolina sscher, Theodora Ia & Geertruijda Prins deceased under Severin, and in the Company hundred Thirty Eight old eighty Casses at 90. stivers. percent Discount, which in thousand five hundred and or the value of Representing the Ge East India. nights: Cossel No. 10. Com Hee high: bookkeeper MMites appeared to be danger night no longer stay in his garden, and also should leave no goods in it; that he would subsequently also do well to send his most precious Goods elsewhere, as the Nabob Haider Alichan was little to be trusted: further adding that his Master should inform his good Friends of this, and that it would finally be very good indeed necessary, to have the Ditches of the outer city deepened, in order to make them unfordable for the Cavalry. whereby the city not without That, according to the aforementioned Warnings, which, though given by separate persons, essentially agree

Dutch transcription

overlegging van een Extract messi„ ve van blaaukamer met de brief van de Vorst, bin de nen de Poort China zulleng komen zijn, van de Punt Gel dria een salut te laaten doen van 9 Schooten, mitsgaders h zelve van de Casteels punt het gehoor te doen hervatten, zoo dra de opgemelde Gecommit„ teerden met den voorschreeven brief, over de Valbrug van het Casteel zullen gepasseerd zijn. Vervolgens wierdt door den Heer Gouverneur ter Vergade„ ringe overgelegt, een Extract ni sive door den Koopman Willem Blaaukamer aan zijn Edele geschreeven gedateerd te Madra in 't fort s=t George den 21: Octo„ ber 1780. zijnde van den volgen de inhoud Een 302 421 den inhoud derzelve den 11. December 1780. Een zeeker Heer, die zegd veel har„ telijkheijd voor onse natie te heb„ ben, heeft mij in een Expres be„ soek dat hij mij ten dien eijnde gaf, versogt uwelEd. Gestr: te ken„ nen te geven, de noodzaakelijk„ heijd om ons te wapenen, en voor„ namentlijk de hoofd plaats Na„ gapatnam in een staat van tee„ gen weer te brengen, waar toe na zijn gedagten geen gereder middel was dan genoegsaame troupen van elders te ontbieden, en ten allerspoedigsten een gragt om de buijten stad te delven; die buijten dat van geene defensie in 't ge„ heel was. Mijn zegsman toond kennis van de sterkte van de plaats te hebben, maar hij be„ geerd dat zijn naam tot nog niet genoemd werde, en dewijl ik hem dit beloofd hebbe, zo zal uwelEd. Gestr: mij, bedde ik, verschoonen, dat ik ze in de penne houde, en Vingen Aij Anno 1781— van A„o 1782. te doen. sdaan zijnde:/ ter keuse „ingevalle zulx in gio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf s zijnde alhier aan 't vrouwen Carolina sscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Pins„ ier overleedenen onder„ Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig oud ttig Casses á 90. stuivers percento Rabat, die ir„ uisend vijf hondert en en, ofte de waarde van senteerende de Gr Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel alleen. Eerste Assignatie No. 10. 8 2 1 ƒ. Mias heq: boek houden ƒ den Heer Gouverneur heeft wijnig „geloof aan diesen houd geslagen en waarom of geloof begon te defereeren alleen maar bedele wat hij mij gezegd heeft, meer uijt hoofde van het Empressement, met welke hij 't mij, in de wijze van een per zoon, die pretendeerd goede infor matie te hebben verzogt heeft, als om dat ik zelfs overtuijgd te van het geen hij zegd. En na dat het evengemeld Extract missive in Raade geleezen was, heeft den Heer Gouverneur ver volgt, dat zijn Edele aan den in houd van dien brief wijnig ge loof hadt geslagen, uijt hoofde den Nabab Haider Alichan„ tot nog toe niets vijandelijks on„ dernoomen hadt, omtrend Com¬ pagnies fortressen op Palleacat„ ta en Sadraspatnam, dog dat dog dat zijn Ed: tans doar aan meer, zijn Edele egter daar aan thans meerder geloofbegon te deferee„ ren, uijt hoofde het daar bij ver„ gelast ondersteld: tet rat 305 422 het leger van Wrijder als gebragt heeft elast was, aan zyn meester te zeggen ven thien De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen te„ Eerste Assignatie den 11. December 1780. ondersteld wordende gevaar voor Compagnies bezittingen ter dee„ zer kuste en voornamentlijk van deeze stad, nader geinfor„ meerd geworden was, door ze„ door zeeker rapport dat een pionuijker Sion van den Capitain Com„ mandant der Nagapatnam„ sche buijten stad Gijsbertus Zegelaar onlangs uijt het Leger. van Haider Ali te rug gekomen: al zoo die aan den gemelden Capi„ tain /:die er aan zijn Edele ken„ nis van hadt gegeven :/ Gerap„ porteerd hadt, dat zeeker frans dat hem door een fransch officier officier in het Leger van Haider Alichan, in naame Rousseau (:die alhier bij een ieder bekend is) hem pion gelast hadt zijnen Heer Vriendschaps halven te waarschuwen, dat hij zig des Vingen Apij Anno 1781— van A„o 1782. te doen daan zijnde:/ ter keul ingevalle zulx in rio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdenso Thien Guldens, Twaalf 's zijnde alhier aan 't vrouwen Carolina sscher, Theodora Ia & Geertruijda Prins en overleedenen onder Severin, en in 's Comp dert Acht en Dertig ou ttig Casses â 90. stuiver. percento Rabat, die in usend vijf hondert en in, ofte de waarde van Representeerende de Ge Oost Indische. nagits: Cossel No. 10. „ Com Hee hog: boek houden MMites gevaar schien te zijn nagts niet meer in zijn tuijn onthouden, en er ook geen goe„ deren in laaten moest; dat hij vervolgens ook wel zou doen om zijne pretieuste Goederen naar elders te verzenden, nadien den en dus zig in Nabab Haider Alichan wijnig te vertrouwen was: onder bij voe„ ging verder dat zijnen Heer, hier Gedaane van desselfs goede Vrienden moest verwettigen, en dat het eijnde„ lijk zeer goed Ja noodzaakelijk v ket weezen zou, om de Gragten van de buijten stad uijt te laaten diepen, ten eijnde die onwaad„ baar te maaken voor de Cavallerij. pensie te om de waardoor des stad niet zonder Dat, navolgens de opgemelde Waarschuwingen, die schoon van bijzondere perzoonen gege„ ven, hoofdzakelijk over een stem„ men

NL-HaNA_1.04.02_3569_0517 view scan ↗

English

and it was thus necessary to place oneself in a better posture of defense. Proposal made by His Honour to that end: To deepen the moat of the outer town at a certain distance. 11 December 1780. this city does not appear to be out of danger of being attacked by a corps of troops of Haider Alichan, and it had thus become necessary to place oneself in a better posture of defense than has been the case until now; with a further proposal to that end: 1. To have the moat of the outer town deepened three feet deep from the Point Hollandia down to Duursteede; exempting, however, the remaining part of the moat, from the Point Enkhuijzen down to Lijden, by reason of the fact that the city on that side is nearly inaccessible due to the marshiness of the ground, principally for cavalry. [illegible] To have the parapets of the aforementioned points repaired. To place a gate in front of the China Gate. To have the dilapidated line and earth battery raised again. 2. To immediately repair the parapets of the point Duursteede and Orange, which are in such decay that the artillery stands completely exposed, by raising new earthen parapets covered with green sods. 3. To place a wooden gate upon the bridge of the China Gate, in order to cover that gate as much as possible against an attack by night or untimely hours. 4. To have the line and earth battery raised in the year 1773 on the sea side, which has since fallen into decay, raised again; and subsequently to place there a good number of sepoys, together with some artillerymen with 6 pieces of brass cannon of 4-pound balls, in order to be able to cover the city from that side against an unexpected attack. And 5th, to take into service, over and above the 250 sepoys already enlisted, another 171 men, if they can be obtained, in order thereby to bring this corps to 700 men, who are strictly required for garrisoning the most highly necessary posts. Deliberation on the made proposal. Resolution to fully conform therewith and to qualify the Engineer for the execution thereof. Whereupon, having entered into deliberation, in consideration of the extreme necessity in which one finds oneself to resolve upon all of this, principally for the deepening of the moat, in which in most places barely half a foot of water stands, and the raising of the parapet on the Points Duursteede and Orange, as well as the restoring of the sea battery, since the mentioned two bastions cannot be defended without a parapet and the enemy, without the raising of the sea battery, has an open passage into the city, it has been approved and agreed to fully conform with the aforementioned proposals of the Lord Governor, and accordingly to hereby qualify Captain Engineer de Veije for the execution of the same; provided, however, that he shall be required to submit a specific calculation for the deepening of the city moat at the next meeting for approval. After this resolution was taken, and subsequently the resolutions recorded in today's General Resolution were concluded, the aforementioned letter from the Nabab Haider Alichan Bahadoer was brought into the meeting by the Junior Merchants Accama and Geeke with the customary ceremonial. Of which it has been agreed to make a record hereby, and [illegible]

Dutch transcription

307. 423. en dus noodzaakelijk was, om zig in een beeter pastuur van de„ fense te stellen Gedaane propositie door zijn Ed: ten dier eijnde om de gragt van de buijten stad op trekere diptantie uijtidispen den 11. December 1780. men, deeze stad niet buijten ge„ vaar schijnt te zijn, om door een Corps troupes van 18 aider Alichan, geattaqueerd te wor„ den, en het dus noodzaakelijk geworden was, om zig in een be„ ter postuur van defensie te stel„ len, als men zig tot nog toe be„ vond: met propositie verder ten dien eijnde, 1. / om de gragt, van de buijten t. stad, van de Punt Hollandia af tot Duursteede toe drie Voe„ ten diep uijt te laaten diepen: met Excusatie egter van het ove„ rig gedeelte der gragt, van de _Enkhuijzen Punt af tot Lijden toe, uijt hoofde de stadt aan die kant bij na ongenaakbaar is, door de moe„ Vingen apij Anno 1781- van A„o 1782 ten doen voldaan zijnde :/ ter keuse en ingevalle zulx in gio van de Bank, waar Jan David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf als zijnde alhier aan 't affrouwen Carolina visscher, Theodora Ia„ ra Geertruijda Prins, hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp ondert Acht en Dertig oud #iftig Casses â 90. stuivers 8. percento Rabat, die ir= duisend vijf hondert en en, ofte de waarde van senteerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter rassigheijd. Eerste Assignatie 1 21 No 10. Wiaes Cossel hog: boekhouden om de borstweeringer van nevens gem: punten te laaten herstellen om een hek voor de poort China te plaatsen om de vervallene Linie en aarde batterij weeder te laate ophaalen or rassigheijd van de Grond, prin„ cipaal voor Cavallerij. 2:/ om de borstweeringen van de punt Duursteede en orange die zoodanig vervallen zijn, dat het geschiet ten eenemaal bloot staat, ten eersten herstellen, door omnog het ophaalen van nieuwe aarde borstweeringen met Groen zoo„ den gedekt: men„ 3. / om op de brug van de poort China, een houte hek te plaatsen, om die poort voor een aanval= bij nagt of ontijden, zoo veel te dekken als mogelijk is. 1. /. om de in anno 1773. opge„ haalde Linie en aarde batterij, aan de de Zeekand /: die sedert vervallen is:/ weder te laaten ophaalen; en daar vervolgens een goed Getal Sipaaijs, nevens eenige arthil„ sctien leristen: 309 424. den 11. December 1780. door om nog 171. Sipaijs in dienst te nee„ aan deliberatie over die gedaane propo„ Eerste Assignatie leristen met 6. stukken me„ taal Canon van 4. lb. bals te plaat„ zen; ten eijnde de stad van die Rand voor een onverwagten aanval te kunnen dekken. En ten 5. , om boven de be„ reeds in dienst genomen 250. Si„ paaijs, nog 171. koppen, /:zoo ze te bekomen zijn :/ in dienst te neemen, om daar door dit Conps, op 700. koppen; die tot het bezetten van de hoogst nood„ zaakelijkste posten volstrekt benoodigd zijn te brengen. Waar op ter deliberatie getree„ den zijnde, zoo is uijt aanmer„ king van de hooge noodzaake„ lijkheijd waar in men is, om tot dit een en ander te besluijten, Vingen Agij Anno 1781 — van A„o 1782. te doen voldaan zijnde:/ ter keuse mn ingevalle zulx in gio van de Bank, waar n David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't ffrouwen Carolina Visscher, Theodora Ia„ la Geertruijda Pins„ hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp rdert Acht en Dertig oud „ftig Casses á 90. Stuivers percento Rabat, die in= duuisend vijf hondert en en, ofte de waarde van senteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter voor: No. 10. ƒ 21 men sctien n keg: boekhouten Ossel Maas Conformeeren dervelven te qualificeeren voornamentlijk tot het uijt„ diepen van de Gragt, waar in op de meeste plaatzen naauw„ lijks een half voet water, staat„ en het ophaalen van de borst„ weering op de Punten Duursteek en orange mitsgaders het weder in staat brengen van de zeebatte„ rij, uijt hoofde de gemelde tweeoor bolwerken zonder borstweering „6 niet kunnen worden gedependeerd en de Vijand zonder het ophaa len van de zeebatterij een open pa besluijt daar meede zolkomen te heeft, tot in de stad, goed gevonden en verstaan zig mitt de voorschre ve propositien van den Heer God verneur, volkomen te Confor„ en den Jngeneur tot het axcuteering meeren, mitsgaders dien vol„ gende den Capitain Jngenieur de Veije, tot het Executeeren van dezelven bij deezen te Qualifi„ Geeke d ceeren/ 311. 425. den 11. December 1780. dog niet wat mits We door de onderkoopl: Accama en beeke wierd de brief van den Na„ gCabin vergadering gebrag besluijt daar van aanteekening i houden ceeren; mits hij egter zal gehou„ den weezen, van het uijt diepen der stads-gragt, by de eerstvol„ gende vergadering, een specific„ que Calcutatie in te leveren ter approbatie Na dat dit besluijt genomen was, en vervolgens afgeloopen waren de besluijten bij de Gemee„ ne Resolutie van heeden geno„ teerd, is door de onderkoop lie„ den Accama en Geeke met het gewoon Ceremonieel in Ver„ gadering gebragt, den opge„ melden Missive van den Na„ bab Haider Alichan Pea, hadoer Waar van verstaan is, bij dee„ zen aanteekening te houden, en ingen Apij Anno 1781. — van A„o 1782. tij doen voldaan zijnde :/ ter keule en ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina Visscher, Theodora Ia„ a Geertruijda Prins„ hier overleedenen onder h Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig oud ftig Casses á 90. stuivers „ perCento Rabat, die ir= duisend vijf hondert en n, ofte de waarde van vsenteerende de Ge Oost Indische. De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ter Cossel en Eerste Assignatie No. 10. lif t hog: boek houden Mas ƒ.

NL-HaNA_1.04.02_3569_0522 view scan ↗

English

to decide on. Production of the translation of the letter from the Nabob Hyder Ali Khan. further at a more convenient occasion, or as soon as it shall have been translated, to take the necessary resolutions. Thus done and resolved in the Castle of Nagapatnam on the date as mentioned above. Signed as above. Friday, 15 December Anno 1780, at 8 o'clock in the morning. Political Council Meeting. Absent: The Senior Merchant and Honorable Chief Administrator Philippus Jacobus Dormieux, due to indisposition. The ordinary matters described in today's common resolution, having just been completed, there was produced at the table of this Council by the Lord Governor a translation of the letter from the Nabob Hyder Ali Khan Bahadur, which was received here on the 11th of this month, with a proposal to now formulate the necessary resolutions thereon. And hereupon, the said translation of the letter having been read out to the Council by His Honour, it was found to be of the following content: Translation of a Persian letter written by the Nabob Hazrat Hyder Ali Khan Bahadur, to the Right Honourable, Noble, and Severe Lord Reynier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its dependencies, dated the 12th of the month of Dhu al-Qadah 1194, being according to our calendar the 9th of November 1780. After preceding compliments. Having, by God's help, on the 4th of the month of Dhu al-Qadah, or the first of November, taken over the city of Arcot, and on that occasion many of my enemies having been cut down with the sabre, and a part having been wounded, I cannot fail to inform Your Right Honourable and Noble Lordship, who wishes me much pleasure, very joyfully of this herewith. As there is currently war between me and the English, Your Right Honourable and Noble Lordship must not send any gunpowder, cannonballs, nor any other goods from your places to Madras; but if this should occasionally happen, my army will be dispatched to Your Right Honourable and Noble Lordship's places. I request Your Right Honourable and Noble Lordship to send here as soon as possible a good and capable Vakil or envoy. What more shall I write? Note: On the envelope of this letter was impressed the seal of His Highness in red wax, in which the following words are to be read: Fate Hyder, Ekhtiyar, Bahar Pasheger Jagan bala fata Ha, La Saif Ali illa Zulfiqar. Below it stood: For the translation according to the interpretation of the Examiner Venkata Subbarayar, Nagapatnam, 11 December 1780. Signed: Adam Dormieux, Sworn Translator. And since the said letter mainly contains the three following matters, namely: Firstly, communication of the capture of Arcot, capital of the Carnatic, on 1 November; Secondly, a requisition not to send any gunpowder, cannonballs, nor any other goods to Madras, with a threat of otherwise sending his army hither; And thirdly, a request to dispatch as soon as possible a good and capable Vakil or envoy; deliberation having been entered into on this with regard to the first two mentioned points, it was observed by the Lord Governor that His Honour was of the opinion that without offending against the neutrality that is observed here between the Nabob Hyder Ali Khan and the English, one might at least, in reply to the two aforementioned points, congratulate His Highness on the capture of Arcot, with expressions of joy and wishes of glory, fame, and honor upon his arms, since such a congratulation can be considered nothing other than a polite compliment, which one was obliged to pay.

Dutch transcription

op ste disponeeren Productie van het Translaat des brieff van den Nabab Haijder Ali„ Man om bij een nader geleegend middaaer Voorts bij een nadere gelegend heijd, of zoo dra hij zal weezen getranslateerd, de noodige be„ sluijten op te neemen. Aldus Gedaan en gearres„ teerd in't Casteel tot Nagapat„ nam dato voorsz. /:was getee„ kend:/ als vooren Vrijdag den 15. December A„o 1780. 's morgens ten 8. uuren Vergadering van Politie Absent Den opperkoopman en E. hoofd- administrateur Philippus Jacobus Dormieux mits indispositie De ordinaire zaaken bij de Ge„ meene Resolutie van heeden be„ schreeven Insi 23 426. den 15. December 1780. wat deselve behelsd Jnsertie van dat Translaat De Edele Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen ten Eerste Assignatie schreeven, zoo even afgeloopen zijnde is door den Heer Gouver„ neur ter Tafel van deezen Raa„ de geproduceerd, een Translaat van den Missive, van den Na„ bab Haider Alichan Baha„ doer, welke alhier op den 11. dee„ zer ontvangen is, met proposi„ tie om daar op tans de noodige besluijten te beraamen. En hier op, het gemelde Trans„ laat missive door zijn Edele„ den Raad voorgeleezen zijnde, wierdt het zelve bevonden te zijn van den volgenden inhoud. Translaat eener Persi„ aansche brief geschreeven door den Nabab Hasareth Haijder Alichan Baha„ doer, Aan den WelEdelen Ge ingen van A„o 1782. te doen voldaan zijnde :/ ter keul en ingevalle zulx in gio van de Bank, waar en David en Abra„ selven Gemagtigden so Thien Guldens, Twaalf ls zijnde alhier aan 't frouwen Carolina sscher, Theodora Ia a Geertruijda Prins hier overleedenen onder k Severin, en in 's Comp „dert Acht en Dertig ou ftig Casses â 90. Stuiver. percento Rabat, die in uisend vijf hondert en en, ofte de waarde van senteerende de G„ Oost Indische. sttrengens No. 10. 2 12ij Apno 1781 Clias Cossel hog: boek houden „ be„ de Ge„ rateur strengen Heer Reijnier van Vlissingen Gouver„ neur en Directeur deeser custe Cormandel met den resorte van dien, gedateerd den 12. van de maand Til„ Radoe 1194. /:zijnde naar onse tijd reekening den 9. November 1783. Naar voor afgaande Complimenten Door Gods bijstand op den 4:' van de maand Jilkadoe, of den Eerste November, de stad Arko doe overgenomen hebbende, en bij die gelegendheid aldaar veele mijner vijanden neergesabeld geworden, mitsgaders een Ge„ deelte gequets geraakt zijnde, kan ik niet nalaaten uwelEd. Gestr:, die mij veel genoegen wenscht, daar van bij deesen seer blijmoedig kennisse te Geeven. Dewijl er thans oorlog is tus„ schen mij en de Engelschen, zoo moets 25 427. den 15. December 1780. moet uwelEd: Gestr: van des„ selfs plaatsen, geen kruijt, koe„ gels, nog eenige andere goederen na Madras senden, dog indien zulx somwijlen geschieden mogte, zoo zal het leeger van mij na uw welEd. Gestr: plaatsen afgeson„ den worden. Jk versoek uwelEd. Gestr: ten spoedigsten dit heen te senden, Een Goed en bequaame Wakiel of Zendeling. Wat sal ik meer schrijven. N=ts op het Couvert van deese brief stond het zegel van zijn Hoog„ heijd in rood lacq gedrukt, waar in de volgende woorden te leesen zijn Fate Haijder, Egtie dhar, Bahare Pasgiere Ja„ gan bala fata Ha. , Lasaijf ali ila Joel Fakar. /:onder„ stond:/ voor de oversetting vol„ gens vertaling van den Examine Wengata soebaraijeraijen, Na„ Anno 1781 van A„o 1782. tie doen ldaan zijnde :/ ter keuse en ingevalle zulx in gio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdens op Thien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't trouwen Carolina scher, Theodora Ja„ Geertruijda Prins„ „ overleedenen onder Severin, en in 'sComp der't Acht en Dertig oud 9 Casses â 90. stuivers er Cento Rabat, die ir= send vijf hondert en ofte de waarde van E rsenteerende de Ge Oost Indische De Edele Heeren Gecommitteerde eindhebberen ter gapatnam Eerste Assignatie No 10. 2 ter h0 g: boek houder) Cossel lls egen ordat die brief hoofdzaakelijk vervat deliberatie daar over gapatnam den 11. December 1780. /:was geteekend:/ A=m Dor mieux G: Transl.:t En nadien den gemelden mis„ sive hoofd zaakelijk vervat de drie volgende zaaken als grp Eerstelijk, Communicatie van het inneemen van Arcadoe; hoofdstad van Carnatica, op den 1. November; Ten tweeden requisitie om geen Kruijt kogels, nog eenige andere goederen na Madras te zenden met bedrijging om anders zijn leger herwaarts te zenden. En ten derden verzoek om ten spoedigsten een goed en be„ kwaam Wakiel of Zendeling of te zenden: zoo is hier over ter deliberatie getreden zijnde met op zigt rvoor 214 428. griprras, om die brief l: beant„ woorden den 15. December 1780. opzigt tot de twee eerstgemelde poincten, door den Heer Gouver„ neur aangemerkt, dat zijn Edele de wat den Heer Gouverneur van b: van begrip was, dat men zon„ der te misdoen tegen de nutra„ liteijt die alhier tusschen den Nabab Haider Alichan en de Engelschen geobserveerd wordt, min ten eersten zijn Hoogheijd, in antwoord op de twee voorsz: poincten, wel zou mogen feli„ citeeren, met het inneemen van Arcadoe, onder betuijging van blijdschap en toewensching van Glorie roem en Eer over des„ selfs wapenen, uijt hoofde zulk een filicitatie nergens anders voor kan gehouden worden als voor een Wellevend Compli„ ment, waar toe men verpligt Anno 1781. van A„o 1782. te, doen ldaan zijnde:/ ter keuse ingevalle zulx in gio van de Bank, waar David en Abra„ selven Gemagtigdens op thien Guldens, Twaalf zijnde alhier aan 't rouwen Carolina scher, Theodora Ja„ Geertruijda Prins„ „ overleedenen onder Severin, en in 's Comp er't Acht en Dertig oud 9 Casses â 90. stuivers en Cento Rabat, die in„ end vijf hondert en ofte de waarde van ssenteerende de Ge Oost Indische. indhebberen ter was: De Edele Aderen Gecommitt No. 10. Eerste Assignatie 2 egen 15 Cossel heg: boek kouden s zig e„ vervalg om geen

← previousnext →