Inventory 3586
Japan · 1,024 pages · 278 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
83 the disposition of that matter will be taken with mature deliberation. granted amnesty to Prince Tolozan for his misdeeds. to erect a small fort for the protection of his place of residence. to merit never being allowed to return to his country again; while I at the same time seriously assure Your Right Honourables that no disposition will be taken except after mature, meticulous, and calm investigation of everything, both pro and contra. Furthermore, upon the good testimony of the Commissioner Hemmekam regarding his improved conduct and at the request of the collective Sangirese petty kings, upon Your Right Honourables' approval, pardon and amnesty has been granted to Prince Tolozan for his committed misdeeds in the year 1770, described in a certain act of agreement between the Sangirese petty rulers, in the presence of the then commissioners Lieutenant Francois Le Grand and the repeatedly mentioned Hemmekam. permitted to Chiauw's king: To the King of Chiaur, who behaves just as faithfully towards the Company as the other petty kings, it was likewise permitted in the same session, relying on Your Right Honourables' approval, to erect a stone fort, provided it is at his own expense, for the protection of his place of residence; while the to give however our do to to have the church visitation on the Celebes and Sangirs done by the Reverend Huther. The Prince of Taroena Dirk Rasuballa confirmed as King of that Realm. The adjacent consumed on that Commission passed for write-off. while, in order to comply with the repeated requests of those petty rulers, and for the sake of the many unbaptized children, numbering fully 2925, it was further resolved to have the Church visitation there and on the coast of Celebes carried out by the Reverend Huther, which has now already taken effect through the departure of his Reverence on the ship Westfriesland. Besides the often-mentioned Commissioner, having come hither along with the King of Chiauw, Prince Dirk Rasuballa, provisionally appointed as Panghoeloe over the Realm of Saroena; so was he also on that occasion, as the nearest and most legitimate for that government, elected as King and that very same evening, after renewal, swearing, signing and sealing of the Contracts, of which one accompanies this, presented as such to his Grandees. Upon the representation by Hommekame that the following expenses were unavoidably incurred, there was passed for write-off in that same Meeting a quantity of 300 lb of Gunpowder, fired from the Pantjalling De Windhond, as well as another 150 pieces 91 the adjacent validated. 150 pieces of sharp cartridges 240 musket balls and 7 gun flints; but on the other hand charged to him for reimbursement 150 pounds of Gunpowder, namely 100 lb, which were sold to the petty kings of Taboekan and Taroena at cost price, but the other 50 lb delivered to the former Kemas postholder Holliger at selling price; there being furthermore provided to the native Interpreter Jan Christiaan Voges, who attended this expedition, 5 1/3 months of sea rations, which however was refused to three volunteers who, according to the statement of Hemmekam, were said to have joined this Expedition, considering that they certainly will have done this merely for their own pleasure; while lastly, awaiting Your Right Honourables' honored approval, it was also approved to have the cash, linens, and dispensary goods entered by the repeatedly mentioned Commissioner in an account inserted on that date, over and above the 80 Rds given to him, validated, considering that absolutely no Commissions can be carried out without expenses. All the rest cited and set down the answering of the Marginal resolutions on the Memoir of the repatriated Governor Valckenaer. cruising prahus. request for two Seals for the Kings of Tidor and Batchian with the offering of the old ones. in the Commissioner's voluminous Daily Register, not being considered of such importance as to trouble Your Right Honourables with a recital of those things, I shall in conclusion only note that I have the honor to present to Your Right Honourables herewith, under the appendices, my respectful answering alongside the marginal resolutions taken by Your Right Honourables upon the memoir of the repatriated Governor Valckenaer, in humble expectation that this will satisfy Your Right Honourables, as well as my arrangement to continually let cruising prahus set out from Batchian, which must cruise around as far as Hullabess, indeed even close to Boeroe and those regions there, and always give me knowledge as quickly as possible of what they see, hear, or learn. Lastly, I take the liberty of submitting to Your Right Honourables the petition of the new Kings of Tidore and Batchian to obtain a Cachet or seal; while I herewith offer to Your Right Honourables the old ones, namely two from the former Sultan of Tidore and one from that of Batchian, with the humble request at the same time that
Dutch transcription
83 de dispositie over die zaak zal met rijp overleg worden genomen. verleende annestie van Prins Tolozan. wegens deszelfs misslagen. „een Fortje ter beveiliging sijner Residentie plaats op kerigten. meriteren, om nimmer weder naar sijn Land terug te mogen koren; terwijl ik uwe Hoog Edelheden teffens Serieuse, „lijk verzekere, dat geene dispositie dan na rijp, naauw„ „keurig en bedaard onderzoek van alles, zoo pro als Contra„ zal werden genomen. Wijders is, op het goed getuigenis van den Commissiant Hemmekam nopens sijn verbeterd gedrag en op het ver„ „zoek der gezamentlijke Sangirsche Koningjes, op uwer Hoog Edelheden approbatie, pardon en annestie verleend aan den Prins Tolozan, wegens sijne begave misslagen in den jare 1770. beschreven bij zekere acte van overeenkomst tusschen de Sangirsche vorstjes, in tegenwoordigheid van de toenmalige gecommitteer„ „den Luitenant Francois Le Grand, en meermelden Hemmekam. aan Chiouws koning gepomitted: Aan den Koning van Chiaur die zig zo wel als de verdere Koningjes nog even trouw de Compagnie gedraagd, is almede ter zelve sessie gepermitteerd, in vertrouwen Uwer Hoog Edelheden goedkeuring, om eene steene Fortje mits op sijne eigene kosten, ter beveili„ „ging sijner Residentie-plaats, mogen oprigten; terwijl de t geven egter onze doen n Huther op de Celebes en sangirs laten doen. De Prins van Taroena Dirk Rasuballa. tot Koning van dat Rijk bevestigt Het nevenstaande bij die Commissie verbruikt. ter afschrijving gepasseerd. de kerkelijke vesite door d=o terwijl, om aan de herhaalde verzoeken dier vorstjes te voldoen, en om der veele ongedoopte kinderen wille wel ten getalle van 2925:, al verder gearresteert is, om de Kerkelijke visite aldaar en op de kust van Celebes, door 7 den Predikant Huther, gelijk tans reeds door het vertrek„ van sijn Eerw: met het schip westfriesland, effect gesorteert heeft, te laten verrigten. Oopens den dikmaals genoemden Commissiant, buiten den Koning van Chiauw, nog ditheen gekomen zijnde de bij provisie tot Panghoeloe over het Rijk van Saroena aangestelde Prins Dirk Rasuballa; zoo is ƒ dezelve almede bij die occasie, als de naaste en wettigste tot dat bestier tot Koning G'eligeerd en nog dienselfden avond, na renovatie, bezwering, ondertekeningen bezegeling der Contracten, waar van een dezen verzeld, als zodanig aan zijne Grooten voorgesteld. Op de vertoning van Hommekame dat de volgende on„ „kosten onvermijdelijk waren geschied, is in die zelfde Bij„ „eenkomst ter afschrijving gepasseerd een quantiteit van 300: lb: Buskruid, van de Pantjalling de windkond verscho„ „ten, zo mede nog 150: ps 91 het nevenstaande gevalideert. 150: p„s scherpe patronen 240: „ snaphaan kogels en 7: „ vuursteenen; dog daaren tegen aan hem ter vergoeding. opgelegd. 150: ponden Buskruit, als 100: lb:, die aan den Koningjes van Taboekan en Taroena zijn verkogt met inkoops dog de andere 50: lb: aan den gewezen Kemaschen Posthou„ „der Holliger afgegeven, met uitkoops prijs: zijnde daar en boven nog aan den dezen sogt bij gewoond hebbenden In„ „landsche Tolk Jan Christiaan voges verstrekt 5 1/3 maand zeerandsoen, 't welk egter geweigerd is aan drie vrijwilligers, die volgens, opgave van Hemmekam, dezen Togt zouden hebben mede gedaan, uit aanner„ „king sijlieden dit zekerlijk maar uit eigen liefhebberij zullen hebben gedaan, terwijl laatstelijk, in affwagting Uwer Hoog Edelheden G'eerde approbatie, nog goedgevon„ „den is, de door meerm: Commissiant, bij eene op dien datum g' insereerde Rekening opgebragte Contanten, Lijwaten en Dispens waaren, boven de aan hem medegegevene 80: Rd„s te laten valideren, uit aanmerking, volstrek t geene Commissien zonder ongelden kunnen werden verrigt. Alle het overige aangehaalde en ten nedergestol„ de vt: besluiten op de Memorie van den gerepatrieerden Heer Gouver„ „neur Valckenaer. kruisprauwen. verzoek om twee Cachetten voor de Koningen van Tidor en Batchian. onder aanbod der ouden. de bij des Commissiants volumuneus Dagregister, niet van zodanig gewigt houdende, om uwe Hoog Edelheden met een verhaal van die dingen te vermoeijlijken, zal ik ten besluite nog maar nateren dat de eere het Uwe Hoog Edelheden nevens dezen onder de bij„ beantwoording der Marginale „lagen te presenteeren mijne eerbiedige beantwoording ter zijde de door Hoogts dezelve genomene margina„ „le besluiten op de memorie van den gerepatrieerden Heer Gouverneur Valckenaer, in nedrige afwagting dat deze Uwe Hoog Edelheden zal voldoen, zo wel, als mijne schikking om bij continuatie van Batchian, kruisprauwen te laten uitlopen, die tot Hullabess: ja zelfs tot digt bij Boeroe en die Con„ „trijen aldaar moeten rondkruissen en mij, van 't geen se zien, horen of vernemen altijd ten spoedigsten kennis geven. Laatstelijk gebruike ik de vrijheid om de instantie der nieuwe Koningen van Tidore en Batchian ter erlanging van een Cachet of zegel, aan uwe Hoog Edelheden voorte„ „dragen; terwijl ik de ouden, als twee van den gewezen sul„ „than van Tidore en een van die van Batchian, bij dezen Hoogst dezelven aanbiede, met nedrige bedeeling tetfens, dat
English
the conclusion. that in the meantime a silver seal has been made here for each ruler, which, however, due to a lack of skilled craftsmen, are not of the finest quality. With which concluding this, I commend Your High Excellencies' precious persons and the interests of the Dutch Company to the all-safe protection of the Almighty, and call myself with all veneration. below was written: High Noble, Stern, Grand Honorable, Valiant, Right Wise, Prudent, Discreet, Very Generous Sir and Well Noble Stern Sirs, lower: Your High Excellencies' Very Humble and Obedient Servant, was signed: Alex Cornabé, in the margin: Ternate in the Castle Orange, the 23 September 1780. even lower: P.S. after the closing of this, there were sent to me by the sultan of Batchian two serfs named Askian and Tjampakka, with the request to let the same reach his uncle, to whom they belonged, and a further promise immediately to surrender to me all those who might still be apprehended. I now comply with that reasonable request and at the same time with the highly venerated command of Your High Excellencies, and now send those slaves over with the pantjalling de Ternaten. deputy secretary: Agrees. Dürr Secret Resolutions beginning with the 5 February And ending with the 1 Sept 1780 For copy Register of the Short Marginal notes of the secret Resolutions taken in the Council of Policy at Ternate in the Castle Orange, beginning the 5 February 1780 and Ending the 1 September 1780. Saturday the 5 February 1780. Production of a report regarding two Mogondo Princes - - - Page 1 and the falsehood of that report - - - - - - - - - - - - - - Page 13 His excuse - - - - - - - - - - - - - - Ditto regarding the non-settlement of the Company's debt - - - - - - - - Ditto the true reasons thereof - - - - - - - - - - - - - - Page 14 To let the aforementioned Princes return to Manado - - - - - - - Page 2 as well as to have an accounting made here - - - - - - - - Page 15 its contents - - - - - - - - - - - - - - Page 2 Tuesday the 14 March 1780. reading of a Letter regarding the Expedition with Delfshaven - - - - - - - - Page 16 its contents - - - - - - - - - - - - - - Ditto the costs of the Expedition annexed hereto - - - - - - - - - - - - - - - - Page 25 and displeasure regarding the sending back of three korra korras - - - - - - - Page 26 for the reasons set forth beside it - - - - - - - - - - - - - - - - Page 25 The ammunition noted in the margin passed to be written off - - - - - - - - not account of what occurred on that Expedition - - - - - - - - Page 27 continuation - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page 28 To convey the Council's satisfaction to Pantjeroro by letter regarding his loyalty - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page Ditto On several instances of Limbotto's King - - - - - - - - - - - Ditto and on that cited by the Commissioners - - - - - - - - Page 29 To instruct Pantjeroro and Lampoeada to counter all smuggling trade in gold - - - - - - - - - - - - - - Ditto and also to remind the First of his further promises - - - - - - - Ditto Regarding the eight captured Serfs of the Dondo Sharif - - - - - - - Page Ditto One deserted and one deceased - - - - - - - - - - - - - - - - Page Ditto The Commissioners' proposal - - - - - - - - - - - - - - Page Ditto to place a Post at Palilla - - - - - - - - - - - - - - Page Ditto With Communication of how much gold can be delivered from there - - - - Page 30 and how large the Garrison must be - - - - - - - - Page Ditto
Dutch transcription
33 't slot. dat alhier intusschen voor ieder vorst, een zilver Cachet is aangemaakt, welke egter, door gebrek aan bekwame werks„ „lieden, traaijste junst niet zijn. Waar mede dezen finerende, beveele ik Uwer Hoog Edelheden dierbaare Personen en de belangens van de Nederlandsche Maatschappije in de allen veilige Be„ „scherming: des allerhoogsten en noeme mij met alle venera„ „tie. /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge Groot Achtbare, Man„ „hafte, welwijze, voorzienige, Discrete, zeer Genereuse, Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren, /:lager:/ Uwer Hoog Edelheden zeer ootmoedige en Gehoorzame Dienaar /:was getekend:/ Alex„ Cornabé, /:in margine:/ Ternaten in't Kasteel Orange den 23: September 1780. /: nog lager:/ P: S: na het sluiten dezes, zijn mij door den sulthan van Batchian toegezonden twee Lijbeigenen in name Askian Tjampakka, met verzoek, om dezelve sijnen oom, wien ze 7 toebehoorden te doen geworden, en verdere belofte, om alle nog opgevat wordende, ter stond aan mij te zullen uitleveren. Ik voldoe tans aan dat billijk verzoek en teffens aan het zeer gevenereert bevel van uwe Hoog Edelheden en zende die slaven tans over met de Pantjalling de Ternaten. pl: secrets: : Accordeert. vr Durr „t Secreete Resolutien beginnende met den 5:e Februarij En indigende met den 1:' Sept: 1730 Pro atra Copia 1 d Register op de Korte Marginale aantekening der secrete Resolutien geno= „men in Raade van Politie tot Ternaten in 't Ka= „steel Orange, beginnende den 5 Februarij 1780. en Eindigende den 1: september 1780. -. . . . . . . - - Saturdag den 5. February 1780. Productie van een berigt wegens twee Mogondosche Princen - - - Pag: 1:— en de valsheid van dat berigt - - - - - - - - - - - - - - „ 13:— Deszelfs verontschuldiging - - - - - - - - - - - - - - „ _:o- wegens de niet vereffening van comp: debet - - - - - - - - „ _:o — de waare redenen daar van - - . . - -- -— De nevens gemelde Prinsen te laten terugkeren naar Manado=---„ mitsgaders zig hier te laten verantwoording - - - - - - - „ dies inhoud - - - - - - - - - - - - - - – – – – - „ 2:— Dingsdag den 14: Maart 1780. lecture van een Brief wegens de Expeditie met Delfshaven - - - - - - - - „ 16: dies inhoud- - – – – – - – - - - - - - - - -„ _„o het kostende van de Expeditie hier nevens - - - – – – - - - - - - - - - - - - - - „ en misnoegen wegens de te rugzending van drie korra korras - - - - - - - „ om de nevensgestelde redenen. . . - – – – –. . - . . . - - - - . . . . . . - - „ De ter zijde staande ammunitie ter afschrijving gepasseerd. — verhaal van het voorgevallene op die Expeditie - - - - - - vervolg - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Pantjerozo bij brief des Raads genoegen te kennen te geven wegens zijne - -- trouwe - - - - - - - - - - - - - Op verschijdene instantien van Limbottos Koning - - - - - - - - - - - „ d„o en op het aangehaalde door de Commissianten - - - - – - - - „ Pantjeroro en Lampoeada aanbeschrijven om allen smokkelhandel in goud tegen te „ gaan. - - - - - - - – – - - - – – – en den Eersten ook zijne verdere beloften indagtig te make - - - - -„ van de agt buit gemaakte Leifeigenen van den Dondosche Sarief - - - - - - - „ Een gedrosten een overleden - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Der Commissianten voorslag - – – – – – – - – – – – – – – - „ om een Postte Palilla te plaatsen. - - Onder Communicatie hoe veel goud van daar kan geleverd worden. - — — „ - – – - – – – - - „ 30 en hoe groot de Bezetting moet wezen. - - — – – – – – – „ 27:– „ 28: 15:— _:o— -–-„ 14:— (niet 25: „ . „ - „ 26:— 25: _„o 29 _„o _„o P„o _„o
English
The ordered arrest not executed - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page 32: The bystander accusation found absent - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto for reasons as in the margin - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto yet nevertheless resolved - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto Twelve persons escaped from Mangandanao - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto Tuesday the 16: May 1780. Death of the Prince Regent of Tidore Gaijgira - - - - - - - - - - - - - - - - Page 40 Report of the Honorable Acting Commander to the members regarding the election of a new Regent - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto for reasons - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page 41 Choice of the Tidorese Magnates - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto in favor of Prince Noekoe and Kamaloedien - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto approved in favor of Prince Allam - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto Dismissal of the Princess and further co-regents - - - - - - - - - - - - - - - - Page 42. Prince Allam appointed Regent - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto The Honorable Heinrich and Hemmekam dispatched to the Ternate court to give notification thereof - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto Summons of the Tidorese Princes and Magnates to the castle - - - - - - - Page ditto to take the oath of fidelity - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto To be transferred to the Honorable Gentlemen - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto For the reasons stated alongside - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto Tuesday the 16th May 1780. Assembly for the taking of the Oath of fidelity by the Regent of Tidore to the Company - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page 45: Communication from the Honorable Acting Commander regarding this - - - - Page 46: serving to the joy of some - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto yet to the displeasure of the Princes Noekoe and Kamaloedien - - - - - - - Page ditto Oath taken by the Regent - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto and homage paid by the Princes and Magnates to the same - - - - - - - - - - - - Page 47: Act for the Regent - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto Tokens of the Regent's acknowledgment - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto and his embarrassment for lack of some cash - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto is satisfied with the cash noted alongside - - - - - - - - - - - - Page 48: The Honorable Henrich and Hemmekam commissioned to Tidore for the introduction of the Regent - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto The Regent and Magnates are escorted home from the assembly - - - - Page ditto Page 31: ditto Tuesday Page 23: Page: Page ditto Tuesday the 23: May 1780. Reports of the approach of the Magindanaos - - - - - - - - - - Page 49 contained in a letter from the Postholder of Makian - - - - - - - - - Page 50 Contents of the letter - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto The Council doubts the truth of those reports along with the King of Ternate - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto yet caution deemed necessary by the Council - - - - - - - - - - - - Page 51 Offer by the Prince of Ternate to prepare ten kora-koras - - - Page ditto and the ammunition noted alongside delivered to the same - - - - - - Page 52: Consideration regarding the small number of Alfurs on this Island - - - - - - - Page ditto Orders to the four kora-koras - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto Orders to the skipper of Delfshaven and the commanders of the other Company vessels - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto Consideration of the Council regarding taking the Magindanaos prisoner or delivering them dead - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page 54: The Honorable Henrich and Hemmekam on commission to the Court of Ternate - - - - - - Page 55: Report of the aforementioned Commissioners - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto Request of the Members of the Council to the Honorable Acting Commander - - - - - - - - Page 56: Dispatch of four kora-koras - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto six detained - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto is approved - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Business concerning the Report of Commissioner Hemmekam regarding the completed Commission to the Sangihe Islands - - - - - - - - - - - - Page 57: Act of Agreement with the Kings of Sangihe - - - - - - - - Page 74: concerning their promised assistance against the Magindanaos - - - Page 75 Agreement in that regard on behalf of the Company - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto and granted what is mentioned in the margin - - - - - - - - - - - - - - Page ditto besides the sent munitions of war - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto Presentation of gifts to the present Kings of Siau, Manganitu, and Taruna - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Page ditto as well as Tabukan, Tagulandang, and Kandar - - - - - - - - Page ditto Promises of the King of Tabukan regarding his debt to the Company - - Page ditto Friday the 26th May 1780. Order Page: Page 31: ditto Page 32: Page 33: Page 45: Page 46: Page ditto Page ditto Page ditto Page 47. Page ditto Page ditto Page 48: day 75 ditto ditto ditto ditto ditto ditto 5 ditto ditto 52: ditto ditto 50 Page:
Dutch transcription
De g'ordonneerde arrestering- niet geëjcuseert - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 32: Ter zijde staande beschuldiging absent bevonden - - - - - - - - - - - - - - - - „ -d„o om reden als in terbu- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ _„o dog evenwel besloten - - - -- - Twalf van Mangandanao ontvlugten personen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ _„o Dingsdag den 16: Meij 1780. Overlijden van den Prins Regent van Tidore Gaijgira . „ 40 vertslag van den E: E: p=m gezaghebber aan de leden ter verkising van een nieuwen Regent„ _:o om reden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 41 kuifrij der Tidoresen Rijksgroten - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ _„o in boost van Prins Noekoe en Kamaloedien. . . . . . . . . . . „_=o goede in Bort van Prins Allam - - - - - . ontslag der Princesse en verdere meede regenten. . . . . . . . . . . . „ 42. Prins Allam tot Regent aangesteld - - - - - - - - - - - - - - - „ _„o dE: Heinrich en Hemmekam naar het Ternaatsche hof gedepicheerd om daar van Communicatie te geven. . . . . . . . . . . - - - - - - „ _„o ontbot der Tidorsche Pinsen en Rijksgroten in het kasteel - - - - - - - „ _:o ter aflegging van den oud van getrouhed - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ _„o Aan H: H: E: overte dragen - - - - - - - - – – - – – Om de nevenstaande redenen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ _„o Dingsdag den 16=e Meij 1780. Bij een komst ter aflegging van den Eed van getrouheid door Tidors Regent aan de Compagnie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 45: Communicatie van den E: E: p=m gezaghebber dien aangaande - - - - – – „ 46: strekkende sommigen tot beijdschap - - - - - - - - - . . „ _. o . dog tot ongenoegen der Princen Noekoe en kamaloedien - - - - - - - „ _„o eed door den Regent gepresteert - - - - - - - - - . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ _„o en hulde der Princen in groten aan den zelven - - - - - - - - - - - - – – – „ 47: Acte voor den Regent - - . . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ _„o blijken van des Regents erkentenis - - - - - - - - - - - - - - -„„o en deszelfs verlegenheid om eenige contanten. - - - - - - - . . . „ _„o word gerust met de neven, staande Contanten. . . . . . . . . . . . „ 48: dE: Henrich en Hemmekam naar Tidor gecommitteert ter voorstelling van den Regent - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . „ de Regenten Rijksgroten worden uit de vergadering naar huis geleid - - - - „ _„o „ 31: d„o Dingsdag – – – – – – – „ 23: -- — -- Pag: - . . . . „ _„o - - a Dingsdag den 23: Meij 1710. 49 Berigtin van de aannadering der Magindanaors - - - - - - - - - -„ vervat in een brief van Macquians Posthouder - - - - - - - - -„ in houd der briefs. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ de Raad twijfel daar de waarheid dier berigten met Ternaatsche koning„ egter voorsigtigheid door den Raad nodig geagt. . - . . - - - - - - - „ 51 aan bod van Ternatsche voorst om tien. koora korras in geteedheid te brengen „ -. d=o en aan denzelven de nevenstaande amunitie afgegeven. . . . . . „ Consideratie over het klein getaal Alfoeren op dit Eiland - - - - - - -„ orders aan den vier Korra korras - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Orders aan den schipper van Delfshaven en de gezagvoerders der overige Comp: vaar„ „tuigen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Consideratie des Raads omtrent de Magindanaoers gevangen nemen of dood le„ „veren. . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 54: d E: Henrich en Hemmekam in Commissie naar Ternaatsche Hof - – - - - - „ 55:— Rapport der voorm: Gecommitteerden. . . . . . . . . . . . . . . . . -„ verzoek der Leden des Raads aan den E: E: p=m Gezaghebber - - - - - - - - „ 56:— de peche van vier Korra Korras - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ ses aangehouden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ word geamplisteert. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Besogne over het Berigt van den Commissiant Hemmekam weegens volbragte Commissie naar de sangers - - - - - - - - - - - - „ 57: Acte van Overeenkomst met de sangirsche koning - - - - - - - - „ 74: — nopen derzelver beloofde assistentie teegens de Magindanauwers. . - - - „ Accord den aangaande van Comp: wegens. . . . . . . . . . . . . . . „ en toegestaan het ter zijde gemelde. . - - - - - - - - - - - - - - „ behalven de toegezonde ammunitie van oorlog. - - - - - - - - - . . „ Regent datie aan de presente koningen van Chiauw Manganitoe en Taroena. . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ zomede Taboekan Tagulandaen Canchar:. . . . . . - - - - - - - - „ Beloften van Taboekans koning weegens sijn schuld aan de Comp:--„ 0 Vrijdag den 26:en Meij 1780. order Pag: „ 31: _„o 32: „ „ 33: 45: „46: „ _ o „ _„o - „ _„o „ 47. „_„o „o -„ 48: dag 75 do d=o do do d=o d„o 5 do do 52: d„o „ d:o 50 Paij:
English
Register on that matter to Manados Resident 75 Points of accusation against manganitos king Salomon Catjandaho ditto complaints from the king of Chiau over Manganitos King ditto 79 as well as from the king of Taroena and several others 79 Apology of Manganitos king ditto Order to Manganitos king to defend himself in writing ditto Approval of hemmekams provisional appointment of certain chiefs ditto A slave received as a gift by Commissioner Hemmekam from Manganitos king repaid to him 80 a prahu sold for the benefit of the aforementioned King ditto Zacharias Dirk Rasabala chosen as king of Taroena 81 circular order to the Sangir kings concerning the contracts 82 Approval but also remark of the Council concerning the provisional appointment of certain Chiefs by the Commissioner 83 Amnesty to Prince Tolofsan 80 Seal for the king of Candhar ditto permission to Chiaus king for the building of a Fort ditto church matters in the Sangirs ditto to send the Reverend Mr. Hutter to the Sangirs 83 Approval of the transfer of certain schoolmasters ditto and increase in salary of some 84 request concerning certain church marinjos rejected ditto and authorization for advance disbursement of salary to some schoolmasters disapproved 86 poor state of defense in the negorijen Manganitoe Taroena and Candhar 85 kings reproached about that ditto The beside-mentioned passed for write-off ditto The beside-mentioned to be paid into the Company's Treasury by the Commissioner ditto rations supplied to the Interpreter Jan christiaan voges 86 but not to three volunteers ditto compensation of half a month's rations supplied to those mentioned at the side ditto Account of expenditures ditto masters 86 Friday the 26th of May 1780 renewal and swearing of the Contracts by Taroenas King 92 appointment of certain chiefs ditto Tuesday the 27th of June 1780 Reading of a Report from Tidors Resident Gebhard and Translation of a letter from the Prince Regent contents thereof evidence of the continuing disloyalty of the Tidore chiefs resolution to dispatch the beside-mentioned force to Tidor for the protection and reassurance of Tidors Regent under supervision of secretary de Chalmot 500 his further Commission the Pantjallings the faanelboomen kruisser also dispatched to Tidor for Convoy of the Sloop de langmoedigheid 101 and for further cruising ditto along the Negorijen of Tidor and to prevent the flight of the guilty Post Tobbo tobbo provided again with three cannons and the necessary ammunition for that 102 notification to the Honorable provisional commander ditto The ship westfrislaand called at Manado and quandam 103 and resolution taken thereon 94 Tuesday the 11th of July 1780 letter from Commissioner Weijdemuller 104 contents of that letter consideration of the Council regarding those sent up ditto resolved to leave the same out of arrest 106 to give lodging in the Company's garden on condition of promising not to absent oneself from this country 105 communication of the beside-mentioned ditto some cash handed over to the same for subsistence ditto Page on that matter to Manados Resident Points of accusation against manganitos king Salomon Catjandaho complaints from the king of Chiau over Manganitos King as well as from the king of Taroena and several others Apology of Manganitos king Order to Manganitos king to defend himself in writing Approval of hemmekams provisional appointment of certain chiefs A slave received as a gift by Commissioner Hemmekam from Manganitos king repaid to him a prahu sold for the benefit of the aforementioned king Zacharias Dirk Rasabala chosen as king of Taroena circular order to the sangir kings concerning the contracts Approval but also remark of the Council concerning the provisional appointment of certain Chiefs by the Commissioner Amnesty to Prince Tolofsan Seal for the king of Candhar permission to Chiaus king for the building of a Fort church matters in the Sangirs to send the Reverend Mr. Hutter to the Sangirs Approval of the transfer of certain schoolmasters and increase in salary of some request concerning certain church marinjos rejected and authorization for advance disbursement of salary to some schoolmasters disapproved poor state of defense in the negorijen Manganitoe Taroena and Candhar kings reproached about that The beside-mentioned passed for write-off The beside-mentioned to be paid into the Treasury by the Commissioner rations supplied to Interpreter Jan Christiaan voges but not to three volunteers compensation of half a month's rations supplied to those mentioned at the side Account of expenditures masters
Dutch transcription
Reg: over dien aangaande aan Manados Resident- - - - - - - - - - „ Poincten ten Lasten van manganitos koning Salomon Catjandaho ---„ klagten van den koning van Chiauwer Manganitos Koning - - - - - - - - - „ 7 d=o zoo mede van den koning van Taroena en meer andere - - - - - - „ 79: Apologie van Manganitof koning - - - - - - - - - - - - - - „ Order aan Manganitos koning om zig schrijftelijk te verantwoorde - - - - - „ Approbatie van hemmekams p„l aanstelling eeniger hoofden. . . . - .„ Een slaaf door den Commissiant Hemmekam van Manganitos ko= „ning present ontfangen aan hem weder betaalde-- . . . . - „ een prauw ten behoeven van voorm: Koning verkogt - - - - „ Zacharias Dirk Rasabala als koning van Faroena verkoren. - - - „ circulaire order aan de Sangirsche koningen nopens de contracten„ Approbatie maar teffens remarque des Raads omtrend de p=m an= „stelling eniger Hoofden door den Comitsiant. - - - - - -. . - . .„ Annestie aan den Prins Tolofsan- - . - Cachet voor den koning van Candhar---- permissie aan Chiaus koning ter opmetseling van een Fort - - - - „ kerkelijke zaaken in desangirs. - . — den Eerm: Heer Hlutter naar de sangirste zenden. - - - -„ Approbatie der verplaatsing eeniger schoolmeesters - - - - -„ en verhoging in gagie van sommige - - - - - - - - „ 84 verzoek omtrent eenige kerkmarinjos van den hand gewesen. . „ en gequalificeer voor uit verstrekking der gagie aan eenige schoolmer„ slegte staat van defenrie in de negorijen Manganitoe Taroenaen 'thand„ „har. - - - .. . . - koningen daar over gereprocheert - - - - - - „ Het nevenstaande ter afschrijving gepasseert - - - - -„ Het nevens staande door den Commissiant in Cassate voldoen„ randsoen aan den Tolk Jan christiaan voges verstrekt - - - - - „ dog niet aan drie vrijwilligers - - - - - - - - - - „ vergoeding van een halve maand randsoen verstrekt aan de ter zijde gem: Rekening van uijtgaven. gedes approbeert - - - - - - - - - - - - - „ „ters. . . . . . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 86: 83: 82: „ 75: vrijdag -- „ „ d=o d„o d=o d=o d„o do - - - - - - - „ 85: . .. . . . - „ . „ -- - 81 d=o 80 do a Vrijdag den 26:e Meij 1780: vernieuwing en beswering der Contracten door Taroenas Koning „ 92: aan stelling eeniger hoorden. . . . . . - Dingsdag den 27: Junij 1780. Lecture van een Berig van Tidora Posthouders Gebhard en Translaat brief van den Prins Regent- desselfs in houd blijken van de nog aanhoudende ontrouw. der Tidorsche hoofden„ besluit om toe dekking en geruststelling van Tidors Regent de nevens„ „staande magt naar Tibor te depecheren. . - - - - - „ 500. onder op zigt van den secretaris de Chalmot - - - des selfs verdere Commissie.. de Pantjallings de faanelboomen kruisser almede naar Tidor gede= pecheerde Convoij van de Caloep de langmoedigheid – – - - „ 101: en ter verdere bekruissing - - - - - - . „ do jang de Negorijen van Tedors een het vlugten der schuldi= en voor te komen. .- - Post Tobbo tobbo weder met drie kanons voorsien, en daar toe nodi= re ammunitie.. . . . nalificatie aan den E: E: p=m gezaghebber - - - - - - - - „ d=o Het schip westfrislaand naar Manado en quandam en daar op genomen besluit. - . - - - - - „ angelegd. . . - - - - - - - - - - - - - – – – „ 103. Dingsdag den 11„en Julij 1780. brief van den Commissiant Weijdemuller - - - - - - - „ 104: houd van dien brief. nsideratie des Raadsweegins der op-gesondene - - „ d=o besloten om dezelve buiten arrest te laten - – - – - „ 106 logis in sComp:s tuuur te geven mits beloften van zig niet van dit communicatie van het nevenstaande. - - - rige contanten tot levens onderhoud aan dezelve afgegeven -„ land te zullen absenteren. . . . . - - - - - „ - - - - - -„105: „ - . . - - - - - - - - - „ 102 - - - „ 94: om 83: 80 86: . . - . - . . „ .„ - „ - - - - - - „ . „ Pag: over dien aangaande aan Manados Resident. - - - - Poincten ten Lasten van manganitos koning Salomon Catjan klagten van den koning van Chiauwer Manganitos Koning - - - -- zoo mede van den koning van Taroena en meer andere -- Apologie van Manganitof koning - - - - - - - - - Order aan Manganitos koning om zig schrijftelijk te verantwoorde - Approbatie van hemmekams p„l aanstelling eeniger hoofden. Een slaaf door den Commissiant Hemmekam van Mangan „ning present ontfangen aan hem weder betaalde. . . . een prauw ten behoeven van voorm: koning verkogt. Zacharias Diek Rasabala als koning van Taroena verkoren. circulaire order aan de sangirsche koningen nopens de con Approbatie maar teffens remarque des Raads omtrend de „stelling eniger Hoofden door den Comissiant. - - - - - - - Annestie aan den Prins Tolofsan- - . - Cachet voor den koning van Candhar---- permissie aan Chiaus koning ter opmetseling van een Fo kerkelijke zaaken in desangirs. - den Eerm: Heer Hutter naar de sangirste zenden. Approbatie der verplaatsing eeniger schoolmeesters- en verhoging in gagie van sommige - - - - verzoek omtrent eenige kerkmarinjos van den hand gewe„ en gequalificeer voor uit verstrekking der gagie aan eenig gedis approbeert.. slegte staat van defenrie in de negorijen Manganitoe Taroe „har. - - - . . . . koningen daar over gereprocheert - - - Het nevenstaande ter afschrijving gepasseert- - Het nevens staande door den Commissiant in Cas„ randsoen aan den Tolk Jan Christiaan voges verstrekt dog niet aan drie vrijwilligers - - - - - - - vergoeding van een halve maand randsoen verstrekt al zijde gem:— Rekening van uijtgaven. . . . „ters. - - . . - -. - - - - - - - - - - - - - - - - - -- – – – – – - „ . . „ --
English
Friday the 26th of May 1780: Renewal and confirmation under oath of the Contracts by the King of Taroena, page 92: Appointment of some chiefs. Tuesday the 27th of June 1780. Reading of a Report from the Postholder of Tidor Gebhard, and Translation of a letter from the Prince Regent, page 94: its contents, and the resolution taken thereupon. Evidences of the continuing unfaithfulness of the Tidorese chiefs. Resolution, for the protection and reassurance of the Regent of Tidor, to dispatch the adjacent force to Tidor, under the supervision of Secretary de Chalmot, page 100: his further Commission. The pantchiallangs and the patrol cruiser also dispatched to Tidor, Convoy of the chaloup de Langmoedigheid, page 101: and for further cruising, page ditto: along the villages of Tidor and to prevent the flight of the guilty. The Post Tobso tobbo provided again with three cannons, and the necessary ammunition for that purpose, page 102: authorization to the Honorable Provisional Director, page ditto: The ship Westfrislaand laid on for Manado and Quandam, page 103. Tuesday the 11th of July 1780. Letter from Commissioner Weijdemuller, page 104: Contents of that letter, page 105: Deliberation of the Council concerning the persons sent up, page ditto: and resolved to keep them outside arrest, page 106: and to give them lodging in the Company's garden on condition of their promise not to leave this Island. Communication of the adjacent matter. Some cash handed over to them for subsistence, to appear in the meeting today alongside this, their excuse and what was requested by Prince van der Para, the Council is satisfied with that excuse for reasons, the Honorable Provisional Director hands over part of the aforementioned sum, permission granted to them to write a letter to Tidor, page 107: Report of the First Sworn Clerk Durr regarding what occurred on Toloa, Reading of a letter from Commissioner Weijdemuller, page 115: its contents, further contents of that letter, page 116: The Council's Deliberation on the contents of the aforementioned letter, page ditto: and resolution taken thereupon, page 117: Report regarding the Chinese Tankinhian or Tangan Matie, page 118: News from the King of Ternate conveyed by the First Sworn Clerk Durr to the Honorable Director, page 119: and added complaints of the Prince of Ternate about the Maba, Weda and Patani people, The Council's resolution taken thereupon, and executed. Monday the 17th of July 1780. The Elect Fiscal of Banda, page 123: The Honorable Provisional Director informs the Members of the Council of the reason for this meeting, page 124: Reading of a section from the secret missive of Their High Mightinesses, Nomination by the Honorable Provisional Director of Prince Allam for appointment as Sultan over Tidore, page ditto: approved by the Members of the Council, page ditto: Reading of the act of Investiture, and consideration concerning it, page 125: The Regent fetched, page ditto: Description of the Ceremonial observed on that occasion, page 124: Address by the Honorable Director to the Tidorese Princes and notables, page ditto: and Communication of the adjacent matter, page 126: Reading of the act of Investiture, The Sultan then takes the oath, page 127: and is crowned, and congratulated amid the firing of cannon, page ditto: Question put to the Princes and State Notables, page ditto: answered in the affirmative, page ditto: Oath taken by the aforementioned notables, page ditto: and the other persons present treated to a sumptuous Collation, page ditto: The new Sultan, page 128: His Highness takes his leave and is escorted home under the customary ceremonial, page ditto: A new Gogo of Tidore appointed. Tuesday the 18th of July 1780. Nomination of the Crown Prince Iskandar Alam as King of Batchian, page 131: Description of the Ceremonial observed on that occasion, page ditto: Address to the Batchian Princes and notables by the Honorable Director, page ditto: Reading of the act of Investiture, page 132: and question concerning it put to the said prince, answered in the affirmative, The act sworn to and sealed by His Highness, page 132: Inauguration of the Sultan, page ditto: and homage rendered to him, page ditto: Continuation of the Ceremonial, page ditto.
Dutch transcription
@ Vrijdag den 26:e Meij 1780: vernieuwing en beswering der Contracten door Taroenas Koning „ 92: aan stelling eeniger hoorden. . - - - „ Dingsdag den 27:' Junij 1780. Lecture van een Berig van Tidor Posthouders Gebhard en Translaat brief van den Prins Regent - - - -- „ 94: desselfs in houd .. - .. „ en daar op genomen besluit. - . . . . . . „ blijken van de nog aanhoudende ontrouw. der Tidorsche hoofden„ besluit om toe dekking en geruststelling van Tidors Regent de nevens„ „staande magt naar Tibor te depecheren.- - - onder op zigt van den secretaris de Chalmot- - - - „ 100 .„ des selfs verdere Commissie.- . . . . „ de Pantjallings de faanelboomen kruisser almede naar Tidor gede= „pecheerde Convoij van de Caloep de langmoedigheid – – - - „ 101: en ter verdere bekruissing - - - - - - - . „ d=o lang de Negorijen van Tedors emn het vlugten der schuldi= „gen voor tekomen. de Post Tobso tobbo weder met drie kanons voorsien, en daar toe nodi= „ „ge ammunitie . . . . . . . . . . . . . . „ 102 qualificatie aan den E: E: p=m gezaghebber- . - - - - - - „ Het schip westfrislaand naar Manado en quandam do aangelegd. . . . - - - - - - – – – – – – – – – „ 103. Dingsdag den 11„en Julij 1780. Brief van den Commissiant Weijdemuller - - - - - - „ 104: inhoud van dien brief. - - - - - - - - -„105: consideratie des Raadsweegins der op-gesondene - - -„ d=o en besloten om dezelve buiten arrest te laten - – – – - „ 106 en logis in sComp: tuuurn te geven mits beloften van zig niet van dit Eijland te zullen absenteren. . . . . - - - - - „ de communicatie van het nevenstaande. . . eenige contanten tot levens onderhoud aan dezelve afgegeven -„ - „ om . Pag: - d„o Pag: om heden hier nevens- Compareren in vergadering - derzelver verontschuldig en het bij gevragde door Prins van der Para.- „ de Raad houd zig met die excus te vreden om reden - - - „ de E: E: p=m gezaghebber steld van de voorm: somme ter hand. . . . . - - - - „ permissie van hen verlend om een per Brief naar Tidor te mogen schrijven. - - - - - - - - - - - - - „ 10 Releas van den Eersten gezw: klerk Durr nopens het voor- „gevallene op Toloa - - - - - - - - - - „ Lectuur van een brief van den Commissiant Weijdemuller - „ 135: desselfs inhoud - - - - - - - - - - - - „ vordere in houd van die brief – – – — — – „ 116 des Raads Consideratie over den in houd van voorm: brief „ „ d„o en besluit daar op genomen - - - - - - „ 137: Berigt weegens den Chinees Tankinhian of Tangan matie - „ 118:— Tijding van Ternaats koning door den Eersten gezw: klerk Durr aan den E: E: gezaghebber bedeeld - - - - . . . . . . . „ 119. en bijgevoegde klagten van Ternaatsche vost over de Maba weda en Peta„ Des Raats besluit hier op genomen - - - - - -„ en ter uitvoer gebragt - - - - - - - - - -„ „ „nieesen. . - - - - - - - - - Maandag den 17:„en Julij 1780. de G'eligeerd Bandas Fiscaal- - - - - - „ 123: de E: E: p=m gezaghebber geeft aan de Leden des Raads de reden dezer vergadering te kennen.. .. . . Lectuur van een pereinde uit de secrete missive van Hun Hoog Edelh: . . . „ voordragt door den E: E: W„mr gezaghebber van Prins Allam ter aanstelling tot sullen over Tidore - - - - - „ 107 door 124 - - - „ d=o „ @ door de Leden van den Raad goed gekeurd. Lectuur der acten van Investituur- en consideratie dien aan gaande - - de Regent afgehaald. beschrijving om het daar bij geopzerveerde Ceremonieel. Aanspraak van de E: E: gezaghebber aan de Tidorse Princen en grooten „ d„o en Communicatie van het nevenstaande - - - - - - - „ 126: Lectuur van de acte van Jnvestituur. de sultthan doed daar op den eed -. - - - - en word gekroond. - - - en gefeliciteert onder het lossen van het geschut - - - - - - - „ d=o voorgehouden vrage aan de Princen en Rijksgroten - - - - - - - „ gepresteerde eed door voorm: groten - - - - - - - - - - -„ en de verdere aanwesenden op een somtueus Collation gerega= „leerd. . . . . . . . . - -- zijn Hoogheid neemt afschijd en word onder het gewone teremo= „nieel na huis geleid. - - - - - - - - - - - „ Een nieuwe goegoegoe van Tidore aangesteld. . . . Dingsdag den 18: Julij 1780. voorstelling van den kroorprins Iskandar Alam tot koning van Batchian „ 131: Beschrijving van het daar bij geobserveerde Ceremonieel- - - -„ Aanspraak van de Batchiansche Prinsen en groten door den E: E: m„r gezaghebber- - - - Lectuur van de acte van Investiture - - - - - - - - - - „ en voorgelegde vrage dien aangaand aan gem: vorst - - - - - - „ de acte door zijn Hoogh: besworen, en bezegeld. - - - - - - „ in wijding van den sulthan - - - - - - - - - - - „. d„o en bewesene hulde aan den selven - - - - - - - - - - - - „ d=o vervolg van het Ceremonieel - - - - - - - - - - - - „ d=o do De nieuwe sulthan - - - - - - - - - - - - - „ 128: met ja beantwoord - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 132:2 „ do d„o . . . „ 125:— „ d=o „ 124 eed 147 „ d=o - - - „ d=o - . „ d=o sag „ d=o - - „ d„o - - – – – – „ 127: - . „ d=o ..„ . . do do 124 1 123:
English
Oath taken by the Princes and Grandees of the Empire - - - - - - - - Page 132 and homage paid to the new King - - - - - - - Page ditto continuation of the Ceremonial Saturday the 22nd of July 1780 Letter of complaint from the Sulthan of Batchian - - - - - - Page 133 its contents - - - - Page 136 request - - - - Page ditto Resolution to arrest the goegoegoe of Batchian Naim - - - Page 137 to send him to Batavia - - - - - - - - Page ditto as also the Batchian Prince Major Sadir Allam - - - - Page ditto goegoegoe Naim appears in the meeting - - - - - - - Page ditto and denies everything is nevertheless arrested for reasons mentioned above To the adjoining Tidorese Princes sent to Batavia with their retinue Summary of the proceeds of the sold goods of the Tidorese Kalim sent to Batavia - - - - Page 138 to remit the amount of that estate to Batavia - - - - - Page 141 after deduction of the adjoining Resolution regarding the remainder of the Kalim estate after deduction of the adjoining to have it restored to the Kalim wife and son by the commissioners who are to be dispatched from Tidor and Batchian - - - Page 142 Monday the 21st of August 1780 Dispatch by Resident Koenes of the King of Boelang and Mogondo Marcus Papoetoengang - - - - Page 143 the charges brought against the said King presented to him by the Honorable Provisional Authority - - - - - - - - Page 144 the arguments brought forward by him in his defense - - - - - Page 144 Translated letter from twenty-two Boelang Grandees of the Empire - - - - - Page 145 its contents - - - - Page ditto the Council's opinion on the above - - - - Page 146 request of the dispatched King to obtain his seized goods - - - - Page 148 Decree of the Court of Justice regarding the documents filed by the old Tidorese King of Landauw - - - - Page 150 with which the Council conforms The Honorable Provisional Authority takes it upon himself to inform Their High Noble Excellencies of this resolution by secret letter, submitting the pertinent documents - - - - Page 151 anxiety because of the non-appearance of three vessels dispatched successively to Gorontalo deliberations in that regard further deliberations and necessity of sending a commission to Gorontalo - - - - Page 152 with the ship Westvriesland about to depart via Manado to Quandang necessary orders to be given to the Commissioners - - - - - - - Page 153 production of the same by the Honorable Provisional Authority - - - - - - - Page ditto and the First Sworn Clerk Durr and Assayer W: F: Mersz proposed by His Honor as Commissioners expectations of His Honor from these persons Reading and approval of the Instructions - - - - - Page 172 and the First Sworn Clerk Durr and Assayer Mersz appointed Commissioners - - - - Page ditto reinforcement of the ship Westvriesland with the adjoining crewmen the Reverend Mr. Huther allowed to go with Westvriesland via Manado to Quandang and Gorontalo to perform a Church and School inspection - - - - Page 174 and from there again via Manado to the Sangir Islands Monday the 28th of August 1780 Announcement by the Authority - - - - - Page 175 that the Sloop Jaccatra had never arrived since according to the testimony of the Windhond Muller it was driven off the settlement of the disputes between Resident Wentholt and the Bugis makes an alteration in the resolution taken regarding the commission the designated commission abandoned the points stipulated by instruction that are not canceled assigned to Resident Wentholt for implementation - - - - Page 176 to execute according to the content and to serve the Council with a Report Placement of 25 Balinese on the ship West Friesland - - - - Page 177 for reasons - - - - Page ditto Report from Commissioners De Chalmot and Weijsemuller - - - - Page 178 The adjoining passed for write-off upon the Commissioners' request for reasons adjoining - - - - Page 180 and the adjoining reimbursed to them also abandoning the 25 Burghers Friday the First of September 1780 Reasons for the prompt presentation - - - - Page 201 of King Oenoe arrived from Gorontalo per the Jaccatra Ceremonial observed at that presentation confirmation renewal and swearing of the Contracts - - - - Page 202 by King Oenoe and his Grandees of the Empire Appointment of the Djoegoegoe Abdul Rachman Address by the Honorable Provisional Authority to the newly confirmed King and his Grandees of the Empire with the Limbotto commissioners regarding the small gold delivery and the unwillingness of Limbotto's King - - - - Page 203 Answer of the King and his Grandees of the Empire - - - - Page 204 as also of the commissioners of Limbotto - - - - Page ditto Declaration of the Honorable Provisional Authority and Council regarding the above answer to the Gorontalo King and Grandees of the Empire - - - Page 205 as also to the Limbotto commissioners - - - - Page 206 inquiry regarding the non-appearance of the Limbotto Prince Leija Answer of the Limbotto commissioners Reply of the Honorable Provisional Authority - - - - - - - - Page 207 delivery of the letter and gifts from Their High Noble Excellencies for the Kings of Gorontalo - - - - - - Page ditto
Dutch transcription
eed door de Princen en Rijksgroten gepresteert - - - - - - - - „ 132: en hulde aan den nieuwen koning bewesen - - - - - - - „ d=o vervolg van het Ceremonieel. . . . E Saturdag den 22:e Julij 1780. klag schrift van den Sulthan van Batchian - - . - - - – „ 133 desselfs in houd-- - Besluit om den goegoegoe van Batchian Naim te arresteren. . . „ 137: om hem naar Batavia te verzenden - - - - - - - - „ d=o zoo mede den Batchians Prins Majoor Sadir Allam - - - - „ d=o goegoegoe naim verschijnd in vergadering - - - - - - - „ d=o en ontrend alles.. word egter gearresteerde om reden bovengem: - - Aan de nevenstaande Titorse Prinsen naar Batavia wan spotveleed met Ee ge „volg- . Resumtie van het rendement der verkogte goederen van den naar Batavia . . „ 138: verzonden Tidors kalim. . - - - - „ d=o het bedragen van die boeder naar Batavia overtemaken. - - - - - „ 141: na aftrek van het nevenstaande. . - Besluit om het vesterende van des kalime Boedel. . . . na aftrek van het nevenstaande- - door de gecommitteerden die van Tidor en Batchian staan gedepe= „ „pecheerd te werden. aan des kalims Huisvrouw en zoon te laten restitueren - - -„ . . . „ 142 Maandag den 21„e Augustus 1780. Op zending door den Resident koenes van den koning van Boelang en Mogondo Marcus Papoetoengang, - - - – – – - - –„ 143: — de gemelde koning ten lasten gelegde poincten door den E: E: p=m ge= „zaghebber aan den zelven voorgehouden - - - - - - - -„ het door den zelven bijgebragte tot zijn verontschuldiging - - - - - „ 144: Translaat brief van twee en twintig Boelangsche Rijksgroten - - - - - „ 145: — des Raads gevoelen over het bovengemelde. .. desselfs inhoud. . . . - - -- -. „ 136: verzoek - .. „ d=o Rug: . „ d=o - „ d=o „ d=o - . „ d=o d=o d„o . . - - - - - . „ d=o - „ @ „ 148: verzoek van den opgezondene koning ter erlanging zijne in beslag genome„ Appointement van den Raad van Justitie wegens de door Tidors ouden koning van Landauw ter lasten gelegde stukken. . . . „ 150:— waar mede de Raad zig conformeerd. „ de E: E: gezaghebber neemd op zig Iun Hoog Ed: bij secrete missive van dit besluit onder aan bod der daartoe specterende stukken. kennis te geven.„ ongerustheid weegens niet op dagen van drie successive naar gorontalo ge= „de pecheerde vaartuigen. consideratien dien aangaande vervoegder consideratien. en noodzaakelijkheid om een commissie naar gorontalo te zen= „ 152:— „den.. . .. met het over Manado naar Quandang te vertrekken staan de schip nodig te gevene orders aan de Commissianten - - - - - - - „ 153: productie der zelven door den E: E: p„m geraghebber - - - - - - - „ d=o em de Eersten gezw: klerk Duw, en Essaijeur W: F: Mersz: door sijn„ Ed: tot Commissianten voorgeslagen. . . verwagtens van sijn Ed: van die personen.... Resumtie der Instructie. - - - - - en de Eerste gezm: Klerk Durr, en Essaijeur Mersz, tot Commiss „sianten benoemd.. .. versterking van het schip Westvriesland met de nevenstaande manschapper de Eerw: Heer Huther ter verrigting eener Kerken Schoolvisite met westvriesland over Manado naar Quandang en Gorontalo - - -„ en van daar weder over Manado naar de sangirs te laten gaan. . . . . „ 174: Maandag den 28=en Augustus 1780. te kennen gave van den Heer gezaghebber - - - - - – „ 175: dat de Chialoup Saccatra noijt op gedragt was. „ne goedertjes.. . .. Lectuur en:. . . - - - - - - - - „ westvriesland. . . . . . . . geapprobeerd - - - - - - - - - - - - - - - - „ d=o „ 172:- - - -. „ d„o . 151: vermits „ 137: d=o d=o d=o d=o d=o „ „ „ „ „ 38: 141: d=o do do „ „ „ 2 :— 144: 145:— „ „ verzoek d=o d=o -- – – – – – „ 17 d=o d=o „ - - - „ d=o . „ d=o „ d=o . . - . . . . . . „ d„o . . „ . . . . „ 146: Pag: d=o . vermits volgens getuigens van de windhond Muller- - - „ verdreven was. . . . . . . - de bevlissing der geschillen tussen den Resident Wentholden, den Boegine= . „sen. . . . . .. -. . . . .. maken een alteratie in het genomen besluit omtrent de commis= „sie. . . - - - van de bepaalde commissie afgezien. de bij instructie bekend gestelde pointen die niet vervallen... aan den Resident Wenthoed ter uitvoering opgedragen - - - -„ omnaar den inhoud te executeren. en den Raad te dienen van Berigt. van de Plaatsing van 25 baliers op het schip - - - - -„ om reden - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ Berigt van de Commissiant ende chalmot en Weijsemuller - - „ - Het nevenstaande op des Commissianten verzoeken om. 180: reden hier nevens tot afschrijving gepasseerd.. - - - - „ en het nevenstaande aan de zelve vergoed.. . . „ - Vrijdag den Eersten September 1780 motiveen tot de spoedige voorstelling. . . . - - „ van den per de Jaccatra van Gorontalo aangekomen koning Oenoe- - - - - „ Cere monieel bij die voorstelling g'observeert. . „ 201:— bevestiging vernieuwing en beswering der Contraciten. . . . . „ 202:— door den Koning Oenoe en zijne Rijksgroten. . . . „ Aan stelling van den Djoegoegoe Abdul Rachman. . . „ d„o Aan spraak van den E: E p=m gezaghebber. _o den nieu bevestigden koning en zijne Rijksgroten met de „ Limbotsche gecommitteerden. . . . . . . . . . „ nopens de geringen goud leverantie. . . . . „ d„o d„o en de onwilligheid van Limbottos koning. - -„ „ 203: op west friesland te laten. . - - - - – – - – „ dog den 25 Burgers - - - - - - - - - - - - „ d„o mede afgesien. - - - - - - - - - - - - „ 178 19 d=o d=o o _o d=o d=o do 177 176. Antword . .. . . . . „ - .. „ .. . . „ ..„ d„o „ Pag: d„o d„o Sleent Pag: Aantwoord des konings en zijner Rijksgroten. . . . „ 204 zoo mede der gecommitteerden van Limbotes. . . . „ d=o Declaratie van den E E: p=m gezaghebber en Raad over het ant= „woord hier boven aan den gorontal als koningen Rijksgroten - - „ 205 zoo mede aan de Limbotsche gecommitteerden. . . . . „ 206: drage nopens het niet op, dagen van den Limbotsche Prins Leija- - - „ Antwoord der Limbotsche gecommitteerden. . . . . „ Replicq van den E: E: p=m gezaghebber - - - - - - - - „ 207: afgave der brief en geschenken van Hun Hoog Edelh:.. . „ voor de koningen van gorontals - - - - - - „ 17 20 d„o d„o
English
Secret. Concerning two Mogondo princes. Present: The Honourable Acting Commander Alexander Cornabé, Heiman and Ditaal Hendrik Ambrosius Johnson, Commandant Lucas Hermanus Luimes, Junior Merchant Johannes Boot, and Acting Secretary of Police Hendrik Amelius de Chalmot. Absent: Gerardus Willem van Renesse and Francois Bartholomeus Hemmekam, the former due to indisposition and the latter being on a commission to the Sangir Islands. The general business having been transacted, there was furthermore laid on the table by the Honourable Acting Commander a report from the provisional Resident of Manado, Koenes, concerning the two princes of Bolaang and Mogondo, Manuel Manoppo and Makadompis, who arrived here on the ship Delfshaven on the 5th of this month. Their apprehension had been ordered by the instruction of 16 August of last year to the commissioners Den Hartog, Diver, and De Koning, but upon the departure of the first and the last named from Manado it had been left to the said Koenes. The contents of that paper were found word for word to be as follows: Meeting of Police Saturday the 25th of February 1742, in the morning at nine o'clock. Copy. Report on the outcome of the commission undertaken concerning the matter of the Mogondo princes Manuel Manoppo and Makadompis, submitted by the interim Resident of Manado, Koene Koenes, to the Right Honourable Lord, Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director, and to the Council of the Moluccos. Right Honourable Lord and Gentlemen: When I was informed that the bookkeeper De Koning, by order of Resident Wentholt, had been the principal instrument in having the Mogondo prince Manuel Manoppo declared unfit to succeed his ancestors in the royal dignity, and then further in directing matters so that one Marcus Papoetoengang would be elevated thereto, I would have made myself guilty of dereliction of duty if, being apprised of this, I had allowed the bookkeeper De Koning to carry out that journey. All the more so since I was convinced that, however it might turn out, that commission could nevertheless have no good outcome, whether he succeeded in the ordered apprehension of the princes Manuel and Makadompis or not; considering that it was in no way in his interest to reveal to Your Honour the true cause of the divisions and discord that have prevailed in both realms since the elevation of the present king of Bolaang and Mogondo. It is therefore for this reason, as well as to save those two princes from the misfortune hanging over their heads, that I took it upon myself, in consultation with the shipmaster De Hartog, to go to Mogondo in person, with the aim of thoroughly investigating that matter and notifying the princes to appear before Your Honour without delay, in order to answer for the charges of seduction brought against them. With this intention, then, I departed from Amurang on the first of November and arrived at Mogondo on the 9th of that month. Most of the grandees of the realm were indeed present here, but the king was at Kotabunan. Wherefore I immediately dispatched someone to inform him of my arrival, with the request that he please present himself quickly, as I intended to stay in Mogondo for only a few days. For this reason I sent this second express messenger in particular, although I learned from the grandees of the realm that they had already informed him of my impending arrival there. Yet they seemed surprised at his prolonged stay, seeing that, according to their statement, he could easily arrive on foot from Kotabunan in a single day. However that may have been, I was nevertheless very satisfied with the princes Manuel and Makadompis, as they came to welcome me at my lodgings that very same day. For since this was the exact opposite of what Holliger had once told me, namely that they took to flight at the mere sight of a European, this appeared to me to be a sign of innocence. Three whole days had meanwhile passed without my knowing whether the king would come or not. And as I could therefore wait for him no longer, on the morning of 12 November I had the grandees of the realm convened in order to investigate the matter of the princes and thus be able to depart again soon. And when these persons had all assembled together, I made known to the said princes, who had also appeared at that assembly upon my summons, that Your Honour, in consideration of the continuous complaints made by the king regarding their recalcitrant conduct toward him, had come to the decision to summon them to Ternate, in order to demand an accounting from them in this regard and to restore peace in both realms of Bolaang and Mogondo through a fair administration of justice; subsequently asking them whether they were prepared, in accordance with this order, to depart with me to Manado, and from there to Ternate at the first opportunity.
Dutch transcription
secreet 4: wegens twee Mogondofle Dinnen de 8 E: p„s Gezaghetber Alexander Cornabi „heiman en ditaal Hendrik Ambrosius Johnson, o„ Commandant: Lucas Hermanus Luimes, „ Onderkoopman Johannes O Boot en - „ p„ secrtaris van Politie Hendrik Amelius de Chalmot Absent In dandatome hij aler Gerardus Willem van Renesse Francois Bartholomeus Hemmekam. de Eerste mits in dispositie en de laatste, als zijnde in Commissie naar de sangirsche Eilanden.. De Gemeene zaken afgehandeld wozende, wierd door den E: E: prointerim Gezaghebber nog Productie van een berigt ter Taffel overgelegd, een Berigt van den Manado's provisioneel Resident Koenes, nopens de met het present 's morgens te negen Uuren vergadering van Politie Saturdag den 35„e Februarij 1742 Schip schip _o - - - - 2: den 5„e dies inhoud Schip Delfshaven herwaards gekomene twee Prinsen van Boelang en Mogondo, Manuel Manoppo en Makadompis, welkers opligting bij In„ „structie van den 16. Augustus des voorleden Jaars, aan de Gecommitteerden den Hartog, Diver en de Koning gedemandeert dog door den Eersten en laatsten, bij hun ver„ Koenes „trek van Manado, aan ged„t overgelaten was, wordende dat papier ore bij leettere van volgenden inhoud bevonden: Gerigt Copia. 13 3: Berigt van den uitslag der gedane Commissie betreffende de zaak van de Mogou„ „dosen Prinsse Manuel Manoppo, en ma„ kadompus, voor gelevert door den interimt manadosen Resident Koene Koenes aan den welEdelen Agtbaren Heere, M:r Jacob Roeland Thomaszen, gouverneur en Directeur en aan den Raad der Moluccos. „ 1420 Wel Edele Agtbaren Heer, en Heeren: wat ik onderrigt, dat de Boekhouder de koning door last van den Resident wenthol het voornaamste werk tuijg was geweest om den Magondosen Prins Manuel Manopp onbe„ „quaam te doen verklaren om zijne vaderen in de Koning„ „lijke waardigheid op te volgen, en het dan wijders daar hene te wenden dat eene Marcus Papoetoengang daar„ toe verheven wierde; ik zoude mij aan pligt verzuim hebben schuldig gemaakt, bij aldien ik, hier van verwit„ „tigt zijnde den Boekhouder de koning dien togt hadde laten volvoeren, te meer, na dien ik overtuijgtwas, dat hoe het daar mede ook mogte aflopen, die Commissie egter geen gooden mits „lag zoude kunnen hebben, het zij dat hem de geordon„ neerde ligting van de Prinssen Manuel en Makadom„ „pus gelukt ware of niet; aangezien het geen zients van: zijn belang was geweest om uwel Ed: Agtbr: de ware oor„ Zaak. den 2: 4 zaak van de verdeelheden en oneenigheden, die zedert de ver„ heffing van den tegenwoordigen koning van boelang en Mo„ gondo in de beide rijken geheerscht hebben, te openbaren. Het is dan daarom zoo wel, als om die beide Prins„ „sen uit het ongeluk, 't geen hun over 't hoofd king, te redden dat ik met overleg van den schipper de Hartog op mijnam om zelf naar Mogondo te gaan, met ookmerk om die zaar nauwkeurig te onderzoeken en de Prinssen aan te kundigen om zouden uitstel voor uwel Ed: Agtbh: te verscheijnen, ten einde zig op de hun te laste gelegde beschulding ver„ „leid te hebben te veraantwoorden Met deze intentie dan, ben ik op den eersten November van Amoerang vertrokken en op den 9: dier maand te Mo„ Goudo gearriveerd: te meeste Rijksgrooten waren hier wel tegenwoordig, maar de koning was op Kottaboena weshal„ „ven ik terstond iemand afzond om hem van mijn aan„ komst te verwittigen, met verzoek dat hij spoedig geliefde voor„ te komen vermits ik maar korte dagen op Mogondo dagt te blijven, om welke reden ik deze tweede Expresse voorna„ „mentlijk afzond, schoon ik van de Rijksgroten vernam datze mijne aanstaande komst aldaar, reeds aan hem had„ „den laten weten; dog zij scheenen verwondert te zijn over zijn langd blijven, aangezien hij volgens hun zeggen, met gemak in eenen dog te voet van kottaboena konse komen. DDat 13 :t Dan hoe het hier mede ook gelegen ware ik was egter zeer voldaan over de Prinssen Manuel en Makadompus, als due oro mij dien zelfden dag nog in mijn logement kwamen verwel„ e„ bekom, want vermits dit Juist het tegendeel was, wat het is„ geen Holliger mij eens gezegd hadde, namentlijk, dat zij op het enkel gezigt van eenen Europe aan de vlugt na men„ kwaam mij dit voor als een teken van onschuld, Drie geheele dagen waren 'er ondertuschen verlopen, zon„ „der dat ik nog wist of de koning komen zoude of niet, en de„ „wijl ik hem dus niet langer afwagten konde, liet ik sogtend, den 12 November de Rijksgroten Convoceeren, om de zaak van de Prinssen te onderzoeken en dus weder spoedig te kunnen ver„ trokken; en wanneer deze Persoonen daar op alle bij den anderen waren gekomen, gaf ik de gemelde Prinsen, die op mijn ont„ „bod nede in die vergadering waren verschenen, te verstaan„ dat uwel Edelen Agtbh: uit overweging van de gedui„ „rige klagten, die de koning over hun weders panning ge„ „dragten zijnen op zigte, hadden gedaan, tot het besluijt waren gekomen om hen naar Ternaten te ontbieden, te einde hun diswegen veraantwoording af te vorderen en door eene belijke regts„ pleging de rust in de beide Rijken van Boelang en Magondo te herstellen; hun vervolgens afvragende of zij dan bereid wa„ „ren om Comform deze ordre met mij naar Manado, en van daar bij de eerste gelegenheijd naar Ternaten te vertrekken. de No„ ver„ te redden ij nam diezaar undigen ijnen, ver, mber hier voor em zijn over gen, konde am
English
and this having been readily admitted and accepted by both of them, I then fixed the day of our departure on 18 November, by which time they had to prepare themselves for the journey; after which, having ordered them to withdraw from the meeting, I proceeded with the investigation into the Princes' case, the outcome of which was that the aforementioned Grandees of the Realm unanimously declared, as can be seen from Appendix No 1, that they had never heard that the Princes Manuel and Makadompis had seduced the people of Boelang and Mogondo to rise against the King or to be disobedient to him. Because it was already far past noon and thus too late to question the Grandees of the Realm further, I had to let matters rest for that day with the investigation conducted regarding the King's complaints; wherefore I ordered a meeting to be convened again the following morning, on which occasion I inquired in what manner the present King, with the setting aside of Prince Manuel, had intruded himself into that dignity. Whereupon the Grandees of the Realm reiterated that the Bookkeeper De Koning had arrived on Mogondo in the spring of the year 1773 as a commissioner, with orders from the Government of Ternate, as he had made known to them in the meeting, to fetch the Princes Manuel Manoppo and Marcus Papoetoengang, in order to be sent to Ternate and one of the two to be chosen as Regent in place of the deposed Christoffel Manoppo. But since they foresaw this, they excused themselves on the pretext that they could not consent to the departure of those two Princes as long as they were not positively assured that their banished King Eugenius was deceased or would not return again from his exile, so that they would never recognize as such that Prince who should depart for Ternate without their consent, and thus in a clandestine manner, to become Regent or King; whereupon the Bookkeeper De Koning, having shown himself quasi-displeased, left the meeting and, after the passage of a few days, departed again for Manado. In continuation of this account, the Grandees of the Realm further informed me how the arrival of the Bookkeeper De Koning on Mogondo had had the consequence that the said Papoetoengang was soon very unexpectedly appointed as Regent, as he, about two months after the departure of the said De Koning, on the pretext of visiting his mother, had traveled to Boelang, from there, accompanied by four Grandees of the Realm, with the pantjalling 't Kasje to Manado, and so subsequently to Ternate; wherefore they (the Grandees of the Realm) had promised one another under oath
Dutch transcription
2: en zulks door hun beide gerebelijk toe gestaand en aangenomen zijnde, bepaalde ik hun dan dag van ons vertrek op den 18 November, tegen welken tijd zij zig tot de rieze moesten pre„ pareeren, waar na ik hun geordonneerd hebben van zig buijten de vergadering te begeven, met het onderzoek van der Prinssen zaak voortging, het geen van dien uitslagt was, dat de gemelde Rijksgroten eenparig verklaarden, gelijk uit de bijlag N=o 1 kan werden gezien, van nog nimmer ge„ „hoord te hebben dat de Prinssen Manuel en Makadom„ „pis het volk van Boelang en Mogonde hadden verleid om te„ „gen den koning op te staan of den zelven ongehoorzaam te zijn Dewijl het nu reets verre over den middag en Duste laat was om de Rijksgroten nader te ondervragen, moeste ik het dien dag bij het gedaan onderzoek wegens de klagten des konings, laten berusten; weshalven ik des anderdaagef sogtends weder vergaderin liet beleggen, bij welke gelegenheid ik mij informeerde op wat wij ze de tegenwoodige koning met pospi„ „sitie van den Prins Manuel, zig in die waardigheid had„ „de ingedrongen waar op de Rijksgroten herhaalden dat de Boek„ houder de koning in de lente van Jaar 1713: als gecommit„ „teerde op Mogondo was gekomen, met ordre van de Ter naatse Regering, zoo als hij hun in vergadering te kennen hadden gegeven, om de prinssen Manuel Manoppa en Marcus Pa„ „poetsengang aftehalen, ten einde naar Ternaten gezom„ den 6: 1420 7:t „den en een van hun beide tot Regent verkoren te werden in plaats van den afgezetten Christoffel Manoffo, dog dat zulks tegen kunnen zien zijnde, zij zig daar van verschoond hadden onder voorwelsel„ dat zij in het vertrek dier beide Prinssen niet konden bewis„ „ligen, zoo lang zij nog niet positief verzekerd waren, dat hun verzondenen koning Eugenius overleden was of niet weder uit zijne ballingschap terug zoude konnnen, zoo dat zij Dien Prins, die zouder hunne toestemming en dus op eene clandestine wijze naar Ternaten kwam te vertrekken, om Regent of Koning te worden, daar voor nooit erkennen zouden; waar over de Boekhouder de koning zig quasie misnoegt hebbende getoont, uit de vergadering gegaan en na verlop van eenige dagen weder naar Manado vertrokken was. Ten vervolge van dit verhaal gaven de Rijksgroten mij nog te kennen, hoe de komst van den Boekhouder de koning op Magondo, van dat gevolg was geweest, dat gemelde Pappoe„ „toengang eerlang zeer onverwagt tot regent was aange„ „steld, als, die ongeveer twee maanden na het vertrek van gemelden de koning, onder voorwensel van zijne Moe„ „der te bezoeken, naar boelang, van daar, verzeld van vier Rijksgroten, met de Pantjalling 't kasje naar Ma„ „nado, en zoo vervolgens naar Ternaten was getogen; alwaarom zij (Rijksgroten Malkander onder eede belooft hadden n ste agten ag k olk ge p: 13 2: en zulks door hun beide geredelijk toe gestaand en aan„ zijnde, bepaalde ik hun dan dag van ons vertrek November, tegen welken tijd zij zig tot de rieze moes pareeren, waar na ik hun geordonneerd hebben va buijten de vergadering te begeven, met het onder zoe der Prinssen zaak voortging, het geen van dien was, dat de gemelde Rijkt groten een parig verklaard uit de bijlag N=o 1 kan werden gezien, van nog nin „hoord te hebben dat de Pinssen Manuel en Ma„ pis het volk van Boelang en Mogonde hadden verl „gen den koning op te staan of den zelven ongehoor„ Dewijl het nu reets verre over den middags laat was om de Rijksgroten nader te ondervragen ik het dien dag bij het gedaan onderzoek wegens de des konings, laten berusten; weshalven ik des anber sogtends weder vergaderin liet beleggen, bij welke geleg mij informeerde op wat wijze de tegenwoodige koning m „sitie van den Prins Manuel, zig in die waardigh „de ingedrongen waar op de Rijksgroten herhaalden d „houder de koning in de lente van Jaar 1773: als ge „teerde op Mogondo was gekomen, met ordre van de Regering, zoo als hij hun in vergadering te kennen gegeven, om de prinssen Manuel Manoppa en Marc„ „poetoengang aftehalen, ten einde naar Ternate 6: 7s 13 l1 1420 „den en een van hun beide tot Regent verkoren te werden in plaats aan den afgezetten Christoffe Manoppo, dog dat zulks tegen kunnen zien zijnde, zij zig daar van verschoond hadden onder vorwelsel, dat zij in het vertrek dier beide Prinssen niet konden bewis„ „ligen, zoo lang zij nog niet positief verzekerd waren, dat hun verzondenen koning Eugenius overleden was of niet weter uit zijne ballingschap terug zoude konnnen, zoo dat zij Dien Prins, die zouder hunne toestemming en dus op eene clandestine wijze naar Ternaten kwam te vertrekken, om Regent of Koning te worden, daar voor nooit erkennen zouden; waar over de Boekhouder de koning zig quasie misnoegt hebbende getoont, uit de vergadering gegaan en na verlop van eenige dagen weder naar Manado vertrokken was. Ten vervolge van dit verhaal gaven de Rijksgroten mij nog te kennen, hoe de komst van den Boekhouder de koning op Magoado, van dat gevolg was geweest, dat gemelde Pappoe„ „toengang eerlang zeer onverwagt tot regent was aange„ „steld, als die ongeveer twee maanden na het vertrek van gemelden de koning, onder voorwensel van zijne Moe„ „der te bezoeken, naar boelang, van daar, verzeld van vier Rijksgroten, met de Pantjalling 't kasje naar Ma„ „nado, en zoo vervolgens naar Ternaten was getogen; alwaarom zij (Rijksgroten Malkander onder eede belooft hadden
English
and this being readily agreed to by both of them, I then set for them the day of November, by which time they should prepare themselves, after which I ordered them to leave the meeting, and proceeded with the matter of the Princes, which consisted of the aforesaid Grandees of the realm unanimously declaring, as can be seen from Appendix No 1, to have heard that the Princes Manuel and Papoetoengang had incited the people of Boelang and Mogondo to rise against the king or to [illegible] him. Because it was now already far past noon and too late to examine the Grandees of the realm further, I let the matter rest for that day with the investigation conducted regarding the King; wherefore I had the meeting reconvened the following morning, at which I inquired in what manner the present condition of Prince Manuel had intruded into that situation. Whereupon the Grandees of the realm reiterated that Bookkeeper de Koning had arrived on Mogondo in the spring of the year 1773, commissioned with orders from the Government, as he had informed them in the meeting, to fetch the Princes Manuel Manoppo and Papoetoengang, in order to take them to Ternate and have one of them elected as Regent in place of the deposed Christoffel Manoppo; but that, being able to foresee this, they had excused themselves from it under the pretext that they could not consent to the departure of those two Princes, as long as they were not yet positively assured whether their exiled King Eugenius was deceased or, for all they knew, might return from his banishment, so that they would never recognize as such that Prince who should happen to depart for Ternate to become Regent or King without their consent and thus in a clandestine manner; over which Bookkeeper de Koning, having shown himself quasi-displeased, left the meeting and after the lapse of a few days departed again for Manado. In continuation of this narrative, the Grandees of the realm further made known to me how the arrival of Bookkeeper de Koning on Mogondo had had the consequence that the aforesaid Papoetoengang was soon very unexpectedly appointed as regent, as he, about two months after the departure of the aforesaid de Koning, under the pretext of visiting his mother, had traveled to Boelang, from there, accompanied by four Grandees of the realm, on the pantjalling 't Kasje to Manado, and so subsequently to Ternate; which is why they (the Grandees of the realm) had promised each other under oath never to recognize him in that quality, as will appear in more detail to your Honors from the narrative itself, contained in Appendix No 2. From this deduction your Honors will now easily be able to gather that the elevation of Marcus Papoetoengang is the true cause of the disagreements that have thus far disturbed the peace on Mogondo, since it inwardly grieves the Mogondorese that, although that man in respect of his rank and birth did not by far come into comparison with Prince Manuel, he was nevertheless given precedence over this Prince, and that only because Resident Wentholt and Bookkeeper de Koning had described him as domineering by nature, with that mendacious addition that he was therefore very much feared by the Mogondorese, but that Marcus Papoetoengang, on the contrary, was a capable person and held in great esteem and beloved among his countrymen: who would ever have thought that Wentholt and Koning would have so distorted the truth that they would censure what ought to be praised and praise what ought to be censured, and that they would attribute the praiseworthy qualities of Prince Manuel to Papoetoengang, solely with that malicious aim of thereby depriving the first-mentioned Prince of a dignity that rightfully belonged to him according to his rank and birth, and thus having the same transferred to a person who, on account of his low descent, was not qualified to aspire thereto, nay, not even if he were indeed a brother's son of the deceased King Salomon, as Bookkeeper de Koning reported him to the previous Government in his report, which, if I recall correctly, is cited in a resolution of the month of July 1773, although this is untrue, he being only a sister's son, procreated with her by a common fellow named Papoetoengang. All kinds of underhanded practices have been used to make Prince Manuel hated and Marcus Papoetoengang agreeable to the previous Government, to which end the aforesaid Manuel was accused of ambition, just as if this were enough to deprive him thereby of his right of succession; but it seems to me that this can be applied with much more justice to Papoetoengang, since he aspired to a dignity that did not belong to him. Manuel, it is said, is domineering, but they do not prove it, and how could this be possible, since he has never yet held authority through which he could have shown such a thing; ergo, this is a vile slander. But Papoetoengang, I say, can and must rightfully be called domineering, since he has obtained for himself by cunning a dignity that belonged to another.
Dutch transcription
en zulks door hun beide geredelijk toe gestaand zijnde, bepaalde ik hun dan dag van ons November, tegen welken tijd zij zig tot de ze pareeren, waar na ik hun geordonneerd heb buijten de vergadering te begeven, met het der Prinssen zaak voortging, het geen van was, dat de gemelde Rijksgroten eenparig ve„ uit de bijlag N=o 1 kan werden gezien, van d „hoord te hebben dat de Prinssen Manuel „pis het volk van Boelang en Mogonde had. „gen den koning op te staan of den zelven o Dewijl het nu reeds verre over den nn laat was om de Rijksgroten nader te onder ik het dien dag bij het gedaan onderzoek wer des konings, laten berusten; weshalven ik den sogtends weder vergaderin liet beleggen, bij welk mij informeerde op wat wijze de tegenwoodige kon „sitie van den Prins Manuel, zig in die w: „de ingedrongen. waar op de Rijksgroten herhaa „houder de koning in de lente van Jaar 1773: „teerde op Mogondo was gekomen, met ordre Regering, zoo als hij hun in vergadering te gegeven, om de prinssen Manuel Manoppo en „poetoengang aftehalen, ten einde naar T 2: 6 6: 7:t 1 12 „den en een van hun beide tot Regent verkoren te werden in plaats van den afgezetten Christoffel Manoppo, dog dat zulks tegen kunnen zien zijnde, zij zig daar van verschoond hadden onder vorwelsel, dat zij in het vertrek dier beide Prinssen niet konden bewil„ „ligen, zoo lang zij nog niet positief verzekerd waren, dat hun verzondenen koning Eugenius overleden was of niet weten uit zijne ballingschap terug zoude konnen, zoo dat zij Dien Prins, die zouder hunne toestemming en dus op eene clandestine wijze naar Ternaten kwam te vertrekken, om Regent of Koning te worden, daar voor nooit erkennen zouden; waar over de Boekhouder de koning zig quasie misnoegt hebbende getoont, uit de vergadering gegaan en na verlop van eenige dagen weder naar Manado vertrokken was. Ten vervolge van dit verhaal gaven de Rijksgroten mij nog te kennen, hoe de komst van den Boekhouder de koning op Magoado, van dat gevolg was geweest, dat gemelde Pappoe„ „toengang eerlang zeer onverwagt tot regent was aange„ „steld, als, die ongeveer twee maanden na het vertrek van gemelden de koning, onder voorwensel van zijne Moe„ „der te bezoeken, naar boelang, van daar, verzeld van vier Rijksgroten, met de Pantjalling 't kasje naar Ma„ „nado, en zoo vervolgens naar Ternaten was getogen; alwaarom zij (Rijksgroten Malkander onder eede belooft hadden 13 2: hadden van hem nooit in die qualiteid te zullen erkennen, zoo als uwelEd: Agtbh: uit het verhaal zelfs, vervat in de Bijlaag N=o 2: omstandiger zal komen te blijken. Uit dit gededuceerde zullen uwel Ed: Agtbh: nu tigt kunnen opmaken, dat de verhefsing van Marcus Papretoen„ „gang de waze oorzaak is van de oneenigheden, dit te rust op Mogondo duslange gestoord hebben, aangezien het de Mogondoreesen innerlijk smert, dat, schoon die man ten opzigte van zijne rang en geboorte op verre na niet in Comparatie kwam, bij den Prins Manuel, hem nogtans den voorrang boven dezen Pins was gegeven, en dat alleen, om dat de Resident Wentholt en de Boekhouder de koning hem als heerschzugtig van aard hadden beschreven, met dat leugenagtig bij„ voegzel dat hij daarom bij de Mogonders zeer gevreest, maar dat Marcus Papoetoengang daar en tegen een bekwaam Pazoon en bij zijnen landaard in groot aanzien en bemind was: wie zou tog ooit gedagt heb„ „ben dat wentholt en koning de waarheid zodanig vervraagt zouden hebben, datze zouden laken, 't geen gepresent en preze 't geen gelaakt behoorde te wor„ „Den, en datze de lofselijke hoedanigheden van den Prins Manuel aan Papoetoengang zouden toe eigenen, alleen met dat kwaataartig oogmerk, om den eerst genoemden Priens 8 3 Prins daar door te beroeven van eene waardigheid, die hem volgens zijnen rang en geboorte wettig toekwam, en dezelve bus te doen overdragen op eenen persoon die van wegens zijne lage afkomst niet bevoegt was om daar na te mogen aspireeren, Ja zelfs niet, al was hij inderdaad een broeders zoon van den over„ „ledenen koning Salomon, gelijk de Boekhouder de koning hem als zodanig aan den vorige Regeering heeft opgegeven bij zijn berigt, 't geen, zoo mij voorstaat, bij een resolutie van de maand Julij 1773: is aangehaalt, hoe wel zulks onwaar is, als zijnde hij maar een zuster zoon, door een gemeen kaerel Papoetoengang genaamt, bij haar geproereeert. Men heeft allerhande Plinkse practijken gebruijkt om Prins Manuel gehaat en Marcus Papoetoengang aan„ genaam bij de voorige Regeering te maken, ten welken einde men gemelden Manuel met heerschziegt heeft beschuldigt, even als of dit genoeg was om hem daar door van zijn volg„ „regt te versteken; dog mij Dunkt dat zulks met vrij meet regt op papoetoengan geappliceerd kan worden, dewijl hij na eene waardigheijd gestaan heeft, die hem niet toe kwam= Manuel zegt men is heer Achzigtig, maar men be wijst het niet, en hoe zou dit ook mogelijk zijn, daar hij nog nooit gezag heeft gehad, waar door hij zulks getoont zoude hebben ergo is dit een snode lastering. Maar Papoetoengang zegge ik kan en moet met regt heer, p: „zugtig genaamt worden, dewijl hij zig door list een waardigheid heeft verkregen, die een aanders toekwam. Papoetoengang erkennen. vat in toen„ di ienhet die nuel 1 tholl zugtig tig bij„ st, een groot gtheb„ danig en tgeen Prins nen. oemden Rhiens den was re na 13
English
and also beloved by all his countrymen, being a brother's son of the late King Salomon, of which it serves as proof that he calls himself Marcus Manoppo (for under this name he was nominated by Wentholt and Koning, so that one would not doubt his birth). Consequently, the grandees and notables of Boelang and Mogondo would wish to see him live, and they had (says Koning) even requested themselves that this prominent man might be chosen as Regent. In this manner Koning reasons in his report, and thereby Wentholt and he misled and deceived the previous government, and thus brought it about that the said Papoetoengang was chosen as Regent and thus also as King of Boelang and Mogondo, whereas it was fully known to them that Prince Manuel, as the only son of the late King Salomon, was the sole successor to his father, and that it would thus absolutely have to result in detrimental consequences both for the Company and for the inhabitants of both those realms if Prince Manuel, while behaving well, were deprived thereof, considering that he is the one who is generally beloved and cherished by his nation, while Papoetoengang, on the contrary, is despised and hated as an illegitimate usurper, especially since he has furthermore sought to plunge both those princes into ruin, notwithstanding their innocence. Papoetoengang, writes De Koning, is a capable person and... And that out of pure ambition and lust for power, because he did not consider himself secure in his dignity as long as those two princes, and especially Manuel, who by his birth is the legitimate pretender to the crown, were not put out of the way. Thus have I presented to Your Honorable Worships, as clearly as was possible for me, the present state of Mogondo, and have only to add thereto that the grandees of Mogondo, upon my question why they did not finally see to it that the realm's debts to the Company were discharged, answered me that the king had twice demanded and received gold from them under the pretext of wishing to pay off these debts, which had amounted to well over a thousand rixdollars in value, and thus indeed as much as the Company's debts, so that they thought nothing else but that the king had already long since paid this debit to the Company: a clear proof, therefore, that he cares very little for the contents of the contract, for if he were a man of his word and his promise carried somewhat more weight with him, he would not have delayed so long with the payment of these debts. Moreover, he also concerns himself little with the procurement of gold and not at all with the government of land and people, so that Boelang and Mogondo at present may rightly be called an anarchy, where everyone plays the master, for the king stays most of the time at the gold mines of Kottaboena, where he amuses himself with fishing on the beach or with a game of klaberjass in the company of bankrupts and other deceivers who hide themselves there. When I departed from Mogondo on the 18th of November, I thought that he was still at Kottaboena, but I was scarcely gone when I received news of his arrival, from which I concluded that he must have been staying close to Mogondo for some days already, but that he had not dared to appear because his deception was now discovered; yet however that may be, a certain native who had come from Kottaboena recounted in my presence to Prince Manuel that Holliger had advised the king not to come to Mogondo before I had departed, and that he should not be afraid, for he (Holliger) would protect him and defend his case. I shall conclude this report with a very humble request in favor of the two princes now arriving over, Manuel and Makadompis, that if Your Honorable Worships might find them innocent, as is trusted they are, they may in that case be sent back to their country at the earliest opportunity, in such state and condition as Your Honorable Worships shall find to be of the greatest benefit to the Company's interests, in which hope I shall ever show myself to be with the deepest respect and high esteem. Subscribed: Honorable Sir and Sirs. Lower: Your Honorable Worships' very humble and dutiful servant. Signed: A: Zoenes. In the margin: Manado, from Fortress Amsterdam, the 28th of December 1789. 13 February 1780 and the truth of that report regarding the non-settlement of the Company's debit, and seen from it immediately that the bookkeeper De Koning, by order of the said Manado Resident Wentholt, had been the principal instrument to have Prince Manuel declared unfit to succeed his father in the royal dignity, and to turn matters so that a certain Marcus Manoppo (though actually Papoetoengang) was elevated thereto by the Moluccan Government of that time, making them believe that Marcus, an actual brother's son of the late King Salomon, was a very capable person as well as very beloved by all his countrymen, but on the contrary that Manuel was very much feared and hated by everyone on account of his lust for power. In continuation it was further maintained in the said report that everything written here by Wentholt regarding that entire affair was false and that Manuel Manoppo was the nearest and most legitimate to the crown, but that the present king was an usurper who, even were Manuel not in existence, would have reason to complain about such unjust treatment. His excuses: Lastly the Resident also reported that although Papoetoengang always found an excuse why he the Company's debit...
Dutch transcription
en ook bij alle zijne landgenoten bemind, hij is een broeders zoon van den overleden koning Salomon, waar van tot een bewijs ver„ strekt dat hij zig Marcus Manoppo noemt, (want onder deze naam is hij door wentholt en koning voorgedragen, op dat min zijne geboorte niet in twijfsel zoude trekken,) gevolgelijk zouden de Rijksgroten en voornaamsten van Boelang en Mogonto leeft willen zien, en zij hadden ( zegt koning, ook zelfs verzogt: dat dezen aanzienlijken man tot Regent mogte worden verkoren„ op deze wijze redeneert koning in zijn berigt, en daar door heb„ „ben wentholt en bij de voorige Regeering misleid en bedrogen, en dus te wege gebragt dat gemelde Papoetoengang tot Regent en Dus ook tot koning van Boelang en Mogondo is verkoren, daar het hun ten vollen bekend was dat de Prins Manu„ „el als de eenigste zoon van den overleden koning salo„ „mon, de eenigste opvolger zijnen vader was, en dat het dus absolut van nadelige gevolgen zoo wel voor de Compagnie als voor de inwoonders van die beide Rijken zoude moeten zijn, bij aldien Prien Manuel, ter„ wijl hij zig wel gedroeg, daar van beroofd wierde, aan„ gezien hij het is, die in het algemeen van zijnen landaard bemind en geliefkoost, terwijl Patoetoengang daaren tegen als een ontwettigen indringer veragt en gehaat word inzonderheid zedert dat hij die beide Prinssen, niettegenstaande hunne onschuld, nog daaren boven in 't verders heeft zoeken te storten, Sapoetoengang schrijft dekening is een bekwaam persoon en 2: 10 „: N. Kuum: 17480 En dat uit enkele staat en herrs onzugt, om dat hij zig zijner waardigheid niet zekerdoordeelde zoo lang die beide Prinssen, en inzonderheid Manuel, die door zijnde geboorte de wettige kroon preetendent is, niet uit den weg waren geholpen, Dus heb ik uwelEd: Agtbh: zoo duijdelijk als mij moge„ „lijk was, den tegenwoordigen toestand van Mogondo vertoent, en heb 'er dus nog maar bij te voegen dat de Rijksgroten van Mo„ „godo op mijne vraag, waarvon dat zij niet maakten dat de Rijksschulden tog eindelijk eens aan de Compagnie voldaan wierden. mij ten antwoord hebben gegeven dat de koning twee„ „maal goud van hun afgevordert en ontfangen hadded„„ onder voorwensel van dit schulden te willen afbetalen, het geen wel ruim duizent Rijksdaalders aan waarbijkadde bedragen, en dus wel eens zoo veel als de Compagnies schulden„ zoo dat zij niet anders gedagt hadden of de koning hadde dit debet reeds voor lange aande Compagnie voldaan: Een klare blijk derhalven, dat hij zig aan den inhoud van't Contract niet veel gelegen laat leggen, want indien hij een man van zijn woord was en zijne belofte wat zwaar „der bij hem mogen, dan zouden hij met de betaling dezer schulden zoo lang niet gedraalt hebben: Daar en boven bemout hij zig ook mit veel met de goud procure en in 't geheel niet met de Regering van Lant en volk, zoo dat Boelang en Mogondo tegen„ „woordig 13 p: 2: 12 woordig met regt een Auarchie genaamt mogen worden, daar elk de baas speelt, want de koning houd zig den meesten tijd en de goud mijnen van Kottaboena op, alwaar hij zig met vissen aanstrand of ingezelschap van bankroetiers en andere be„ driegers, die zig daar verschuilen, met een klaverjas partij am„ „seert: Toen ik op den 18:' November van Mogondo vertrok meen„ „de ik dat ihij nog op Kottaboena was, maar in was zoo dra nier weg, of ik kreeg tijding van zijne aankomst, waar uit ik besloot dat hij zig wel al eenige dagen digt bij Mogondo moeste hebben opgehouden, maar dat hij niet te voorscheijt hadde durven komen, om dat zijn bedrog nu ontbekt was; dog hoe het zij, zekeren Inlander, die van Kottaboena was gekomen, heeft in mijn presentie aan Prins Mani„ „el verhaald, dat Holliger den koning geraden, zou„ „de hebben om niet op Mogondo te komen voor dat ik vertrokken was, en dat hij niet bevreest moeste zijn, want dat hij (Holliger,) heem parotegeeren en zijn zaakde„ fendeeren zoude, Ik zal dit berigt besluijten met een zeer ootmoe„ „dig verzoek te favure van de beido tans overkomende Prinssen Manuel en Makadompis, dat bij al„ dien uwel Ed: Agtbh: hun ontschuldig mogten bevinden gelijk vertrouwd werd zij, in zullen gevalle ten eersten weder „naar hun land te rug gezonden, mogen werden; indien staad en toestand, als uwel Ed: Achtb: ten meesten nutte van 's Comp„s belangen zullen bevinden te behoren, in welke koop ik steeds met de diepste Eerbied en hoogagting zal tonen te zijn /:onderstond:/ wel Ed: Heer en Heeren: (:lager:/ wel Ed: Achtbaarhedens zeer onderdanige en trouwschuldig Vdlnaagr /:wasgtekend:/ A: Zoenes /: in margine / Manado uit Fortres Amsterdam den 28: December 1789. febr en 13 Fe buaij 1780 en de welshid van dat berigte wegens de niet vereffening van sComp: debet en daar uit al aanstonds gezien dat de Boekhouder de Koning, door last van den gen: Manadoschen Resident Wenthold, het voornaamste voornaamste werktuig was geweest om den Grins Manuel onbekwaam te doen verklaren, om zijne vaderen in de Koninglijke waardigheid op tevolgen en het daar heen te wenden, dat ze„ „kere Marcus Manoppo ( dog eigentlijk Papoetoengang daar toe verheven wierde door de Moluksche Regering, van dien tijd; diets te maken, dat Marcus, een wezen„ „lijke broeders zoon van den overleden Koning Salomon een zeer bekwaam mitsgaders bij alle zijne Landsge„ „noten zeer bevind perzoon, dog daarentegen Manuel zeer gevreest en wegens zijne heerzugtigheid bij een ieder gehaat wes. Ten vervolge wierd alverder bij gemeld berigt ontmaend, dat alle het door wenthold dit heen geschrevene ten opzigte dier geheele affaire, valsch en dat Manuel Manoppo de naaste en wettigste tot de Kroon, dog dat de tegenwoordige Koning, een indringer was, die al ware Manuel niet in wezen, zig over dusdanige onregtvaardige behandeling te beklagen. Deszelfs veroutschuldiginge Laatstelijk berigte de Resident nog, dat schoon Papoetoengang altijd tot eene verschoning, waarom hij Comp: debed a vinden ger
English
the 5th February untrue The true reasons thereof did not pay the debit, had brought forward the disorderly conduct of the aforementioned two princes, though the grandees of the realm had now all unanimously declared to him that, toward the payment of that usurper, they had already delivered over one thousand rixdollars in value of gold dust, and thus well over twice as much as the amount of that debt, and also knew no better than that the debt to the Company had already been satisfied some time ago, the contrary of which they now learned from the Resident to their sorrow, just as it had always pained them greatly to have to see that Marcus Papoetoengang, who stayed mostly at Kotta Boena and amused himself there with all kinds of scum of the people and a game of cards, but concerned himself very little with the government and even less with the delivery of gold, was appointed as King over Boelang and Mogondo, instead of the legitimate Pretender Manuel, who had all the good qualities that Wenthold and the King had attributed to Papoetoengang; About the contents of which writing, after repeated resumption, deliberation being held, and it being taken into consideration among other things that the remark of Resident Koenes regarding the lust for power of Prince Manuel was not well-founded, since he had never yet had the opportunity to give proof thereof, whereas Papoetoengang in all his actions had shown most clearly that he was of a low character and wholly unworthy to govern the Boelang realm: thus it was approved and resolved to grant the Princes Manuel Manoppo and Macadompis transport back to Manado at the earliest opportunity, and to write to the Resident to keep Manuel at Manado under favorable promises, as well as furthermore to authorize him to apprehend Papoetoengang at the very first opportunity, if such can be done without commotion or great expense, and, seizing his effects on account of his debt to the Company, to send him hither under arrest, in order to answer in person for his past misconduct and to give satisfaction to the contentment of this Government, or otherwise to be corrected according to his deserts. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: Alexander Cornabé, H: A: Johnson, L: H: Luimes, J: Boot, and H: A: de Chalmot. Tuesday the 14th of March 1780. In the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: The Honorable Provisional Administrator Alexander Cornabé, Merchant and Fiscal Hendrik Ambrosius Johnson, Junior Merchant Gerardus Willem van Renesse, Francois Bartholomeus Hemmekam, Provisional Commandant Lucas Hermanus Luimes, Johannes Boot, and Secretary Hendrik Amelius de Chalmot. After the transaction of ordinary business, the Honorable Administrator submitted the report of the skipper Arij Janszen den Hartog and the bookkeepers George Fredrik Durr and Pieter de Koning regarding the commission recently performed with the ship Delfshaven along the north-west coast of Celebes, of the following content: To the Honorable Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director, together with the Council of the Moluccas. Honorable Sir and Sirs! Pursuant to the contents of Your Honors' esteemed instruction, having boarded the ship Delfshaven, we set sail with that vessel after passing the muster on the 17th of August last, and on the 21st following, coming to the latitude of Kema, the lagging corocoroes, which we partly had to seek out by sailing back toward them, caused us to fall too far to leeward to make the roadstead of Kema, wherefore we were obliged to continue our voyage, and letting the aforementioned corocoroes cruise through everything upon passing the Straits of Lambe and Banka without having encountered anything hostile, we arrived at Manado on the 26th following. Learning from the Provisional Resident Koenes that the enemies had already passed along the Sangir Islands in the past month, we agreed to the proposal of the said Resident to send back three of the arrived corocoroes to avoid all too great expenses, and after discharging the requisition and taking in the frames and planks on hand, we prepared to set sail from there, making an agreement before our departure with that Resident that, since the ship had had to linger too long at Manado, he would now undertake to carry out our demanded commission to Boelang and Mogondo; setting sail from Manado on the 21st of September, we set our course toward Quandang, during which, due to heavy weather, we lost one of the corocoroes being towed behind the ship, Your Honors being able to see from the accompanying
Dutch transcription
den 5: febru onwaar De waare redenen daar van debet niet betaalde, hadde ingebragt, het opvoerig gedrag der meermelde twee princen, de Rijks grooten egter als nu alle aan hem volmondig verklaard hadden, datze reeds ter afbetaling van dien usurpateur, over de Duizend Rijksdaalsers aan waardij stof goud, en dus ruim tweemaal zoo veel als het bedragen van die schuld, had, „den geleverd en ook niet beter geweten, of het belet aan de Compagnie was al voor eenigen tijd voldaan, welkers tegendeel zij tans van den Resident, tot hun leedweezen kwamen te vernemen, gelijk het hun ook altijd zeer gesmert hadde te moeten zien dat Mar„ „cus Papoetoengang, die zig meest op Kotta Boena onthield en zig daar met allerhande schuim: van volk en een klaver Jaspar„ „tijtje verlustigde, dog zig zeer weinig om de Regeering en nog weinigen om de Goud leverantie bekommerde, tot Koning over Boelang en Mogonde was aangesteld; in stede van den wettigen Praetendent Manuël, die alle de goede quantiteiten hadde, die wenthold en de Koning aan Papoetoengang hadden toegeschroven; Over den inhoud van welk schriftuur na herhaalde resumtie gedelibereert wordende en daar bij onder anderen in Consideratie genomen wezende, dat de remarque van den Resident Koenes omtrent de heersugtigheid van Prins Manuel, niet dan zeer gegrond was, vermits deze nog nimmer gelegenheid hadde 1a laten 15 15. 5: februarij 1780. „De novensgemelde Prinsen te laten terugheren naar Manado verantwoorden. hadde gehad om daar van blijken te geven waaren toegen Pagpoe„ „toengang aan alle zijne handelingen ten klaarsten hadde doen zien, dat hij van een laag character en ten eenemaal onwaardig was het Boelangsche Rijk te bestieren: zoo wierd goed ge„ „vonden en verstaan de Prinsen Manuel Manoppo en Maca„ „dompis ten eersten weder transport naar Manado te ver„ „lonen en den Resident aanteschrijven, om Manuël, onder goede beloften, op Manado aantehouden, mitsgaders voorts te qualifice„ „ren, om Papoetoengang, indien zulks zonder op schudding of grote kosten kan geschieden, bij de allereerste occasie, op telig„ „ten en onder in beslag neming zijner Effecten, uit Loofde van zijn debet aan de Compagnie, in arrest herwaarts te zouden, ten einde zig in persoon, over zijn gehouden wangedrag, sa„ mitsgaders zig hier te laten, tis factoir en ten genoegen dezer Regering te verantwoorden, of anders naar verdienste gecorrigeert te werden. /:onderstond:/ Aldus gedaan en Geresolveert tot Ternaten in't Kasteel orange dato voorschreven /:was getekend:/ Aleij= Cornabé, H: A: Johnson, L: H: Luimes, J: Boot en H: A: de Chalmot. Dingsdag 16 lecture van een Brief we„ „gens de Expeditie met delfshaven. dies inhoud Alexander Cornabé, „koopman en diskaal Hendrik Ambrosius Johnson, „n donderkogene ohij vallaede Gerardus Willem van Renesse, —:o. . . . . . . . Francois Bartholomeus Hemmekam, „ p„r Commandant Lucas Hermanus Suimes Johannes Boot en 9 „ „:s Sertans en detie Hendrik Amelius de Chalmot, de E: E: p„r Gezaghebber „ onderkoopman Na de verhandeling der Gemeene zaken, wierd door den E: E: Gezaghebber overgelegd het verslag van den schipper Arij Janszen den Hartog en de Boekhouders George Fredrik Durr en Pieter de Koning wegens de Jongst met het schip Delfshaven gedaane Commissie langs de Noord west kust van Celebes van ondervolgen„ „den inhoud: 1 Dingsdag den 14: Maart 1780. 's morgens ten negen uuren vergadering van Politie Present Aan 17. Aan den wel Edelen Achtbaren Heer Jacob Roeland Thomaszen M„s Gouverneur en Directeur nevens den Raad der Moluccos Wel Edele Achtbare Heer en Heeren! Ingevolge den inhoud van Uw wel Ed: Achtb: geëeerde Instructie ons aan boord van het schip Delfshaven hebbende begeven, zijn wij na het passeren der Monstering op den 17: Augustus a: p: met dien Bodem onderzeil gegaan, en den 21: daar aan op de hoogte van Rema komende waaren de agtergebleevene Corra Corras, die wij gedeeltelijk te rug naar hun toesijlende moesten opsoeken, oorzaak dat wij te laag vervielen, om de rheede van kema te bezeilen, weshalven wij genoodzaakt waren onze reis te ver„ „vorderen en voorn: Corra Corras bij 't passeeren en van straat Lambe en Banka alles laatende door kruissen zonder iets vijande„ „lijks ontmoet te hebben den 26: daar aan op Manado aankwamen Bij den p„r Resident Koenes verneemende, dat de vijanden reeds in de gepasseerde maand langs de sangirsche Eilanden gepasseerd waren standen wij den voorsdag van gem: Resident van drie der aangekomen Korra Korras ter vermijding van al ten groote onkosten weeder te rug te zenden toe, en na het ont„ „schepen van den Eisch en het innemen van de aan handen Lijst en planken maakten wij ons gereed om aan daar onder zeijl te gaan, neemende voor ons vertrek afspraak met dien Resident, dat, dat hij, dewijl het schip op Manado altelang had moeten vertoeven nu op kan neemen zoude, de„ ons: gedemandeerde Commissie naar Boelang en Mogondo ter uitvoer te brengen, den 21: September van Manado onder„ „zeil gaande, stelden wij onzen Cours naar Quandang terwijl wij door swaar weer een der agter het schip op sleep touw leggende Korra Korras verloren, zullende Uwel Ed: Achtb: bij het nevensgaande
English
the 14th of March accompanying journal discovers what went missing on that occasion and passing Cape Caudipang and Boelang Itam, the Regent came on board with us at the first-named place, whom we entertained friendly, urged to pay his debt to the Company, continuing our journey, we came on the 29th of September to anchor at the outer corner of the bight of Quandang. Having sent the ship's boat that same day with letters to the Residents Wentholt and Durr, along with some goods of the demand to the post, we followed on the 1st of October, and after the outgoing Resident Durr had handed over his post to the incoming Resident Agaatsz, the continuation of the commission was discussed by us and resolved that the first draftsman, for reasons mentioned in the accompanying journal, should return to Amoerang and there make a beginning with the loading of rice, while the two last draftsmen with the three available corocoras would complete the commission: to Talilla and whatever further was to be done along that coast. Departing hereupon on the 12th of October with three corocoras of Makeans, who were further reinforced with some Alfuro heads and each provided with a small barrel of gunpowder, they arrived on the 15th at Palilla, and after having summoned the absent chiefs of the Bwoolers with a vessel hired expressly, and all having arrived on Galilla except Prince Pantjeroro, we negotiated what was demanded of us by Your Right Honorable with them, and found them very willing as well to the digging of gold as the building of a fortress, provided they might enjoy the Company's protection, for which they asked as soon as possible. Regarding the investigation of the gold mines, whose condition both on Talilla and all along the coast we have investigated as accurately as possible, we refer ourselves with all respect to the accompanying journal, as also regarding the description of Prince Pantjeroro, only reporting to Your Right Honorable that in the meetings held with the Bwoolers it was determined that four of their commissioners should depart with us to this castle upon our return from Dondo, and that they would erect their negorij and construct a benting on the place chosen by us for the construction of a fortress. Setting sail from Palilla on the 20th of October, after we had given notice of our departure for Dondo to the skipper De Hartog by an express vessel, we passed the old negorij of Bwool and arrived after the course of four days at Lakean, the residence of the Caili Prince Pantjeroro, and after having reinforced that prince to our best ability during two days in the willingness he showed for the Company by all kinds of friendly and emphatic words, we departed from there, continuing our journey along the shore, when after the course of 2 days, cruising through straits and islands off Tontoli, we captured 8 men, among whom were four slaves of the notorious Sharif. Furthermore, on that very day the people of Makean from one of the corocoras took away a Caili vessel, on which 4 Cailis and one Tontolier were stationed, being subjects of Prince Pantjeroro, and although we had already warned all the chiefs of the corocoras at Palilla and Lakean not to do any harm to the Cailis and Tontoliers, they nevertheless robbed those people of everything they carried with them, stripping them naked, so that, in order not to give Prince Pantjeroro cause for displeasure at the very beginning, we were obliged to provide those Cailis again with food and clothing from our own supplies. Continuing our journey that evening we hoped to reach Dondo that night, resolving, if we might find the opportunity, to surround the house of the Sharif and apprehend him, since we had learned that his house stood not far from the beach; but the Makeans being persuaded neither by good nor bad words to row steadily on, and moreover bad weather with rain and wind coming up, the bight furthermore lying full of reefs and rocks, we could not arrive at the height of the anchorage before noon the following day, which was the cause that the Cailis and Dondoers, having discovered us in time, came to the beach and were well armed on their guard, so that, despite all trouble taken to win over to our side Prince Lampoada, who held authority there, we would not have been able to attack the Sharif, who was of one mind with the people assembled on the beach, without being resisted by them. Furthermore, the anchorage was so bad that we could not even bring half of our people to the shore or we ran the risk of being dashed against the beach by the heavy sea, so that, after having paid a visit to that Sharif at his small house under the pretext of having come as strangers, when he noticed that we were after his person, we had to look on helplessly at his flight, due to the crowd of those who were on his side and at the same time the poor inclination of the Makeans to pursue him, referring ourselves, regarding what he gave us as an answer to our questions put to him, to the journal accompanying this. As little inclination as the Makeans had had to capture him or to do him any harm, so much more desire did they have after his flight to search his house and rob it of all old rags, one of the comrades of the Sharif who had remained behind being massacred on that occasion, who [illegible]
Dutch transcription
den 14: M nevens gaande Jouinaal ontwaaren het geene bij die gelegenheid is verhoren gegaan en san kop Caudipang en Boelang itam passe„ „rende:, kwam op de eerst genoemde plaats de Regent bij ons aan Boort, dien wij vriendelijk onthaalden tot het betaalen sijner Comp„s schuld aanspoorden, voorts onze reijs vervorderende, kwamen wij den 29: 7ber: op de buiten hoek van de bogt van Quandang ten anker —. De scheeps Boot nog dien dag met brieven aan den Resi„ „tenten wenthold en Durr, benevens eenige goederen van den Eesch naar de Post gesonden hebbende, volgden wij den 1: october, en naa dat de afgaande Resident durr sijn post aan den aankomenden Resident Agaatsz had overgegeeven, wierd door ons over het vervolg der Commissie gesproken en ge„ „resolveerd, dat de eerste Teekenaar om reeden bij het neevens„ „gaande Journaal vermeld naar Amoerang terugkeeren, en al„ „daar met het laaden van Rijst een begin zoude maaken, terwijl de twee laatste teekenaars met de drie aanhanden zijnde Korra Korras de Commissie: waar (Falilla en het geene er verders lang die Cust te doen viel zond vol„ „brengen. Den 12: October hier op met drie Corra Corgs Macquianders, die nog niet eenige koppen Alfoere, verstrekt en ieder een vaatje Buskruit voorsien waren vertrekkende kwamen sij den 15 op Pallilla, en naa met een expres gehuurd vaartuig de absente hoofden der Bwroolereesen ontboden te hebben, en alle behalven Prins Pantje„ „roro op Galilla gearriveerd sijnde, verhandelden wij het ons door uw wel Edele Gestr: gedemandeerde met kunt: en vonden hun zoo wel tot het graaven van Goud als het opbouwen van een fortres zeer gewillig, mits zij maar Comp„s beschoeming mag„ „ten genieten waarom zij zoo spoedig als mogelijk verzogten Nogens het onderzoek der Goudmijnen, welker ge„ „steldheid zoo wel op Talilla als langs de heele Cust mij deister zoo naauwkeurig als mogelijk onderzogt hebben, refereeren wij ons in alle eerbied aan het nevens gaande Journaal, gelijk ook nopens ƒ 19: 14: Maart 1780. nopens de beschrijving van den Prins Pantjeroro, uw wel Edele Achtbare alleen meldende, dat in de met de Borole„ „resen gehoudene bij eenkomsten vast gesteld wierd, dat vier van hem Gecommitteerdens bij onze terug komst van Dondo met ons naar dit Kasteel zouden vertrek„ „ken en dat sij op de door ons tot den aanleg van een fortres verkoosene plaats hun Negorij opregten en een Bontink aanleggen zouden. Van Balilla den 20: October naar dat p„r een oppresse vaartuig aan den schipper de Hartog van onze vertrek naar Dondo kennis hadden gegeven, onderzeil gaande, passeerden wij de oude Negorij Bwool en arriveerden naa ver„ „loop van vier dagen op Lakean de verblijfplaats van den Caijle„ „rees Prins Pantjeroro, en dien Prins naa ons best vermo„ „gen geduurende twee dagen in sijn bereidwilligheid die hij voor de Compagnie betoonde door allerhande vriendelijke en naardrukkelijke bewoordingen verstrekt hebbende ver„ „trokken wij van daar ons rijs langs de wal voortzettende, wanneer wij naa verloop van 2: dagen en straaten en eilanden voor Toutolij door Kruissende 8. man, waar onder vier slaven van den berugten sarief ware, gevangen kregen. Voorts namen de volkeren van Macquian van een der Korra Korras dien rigensten dag een Caijele„ „rees vaartuig weg, waar op 4: Caijleresen en een Toutolij„ „rees bescheiden waren, zijn de onderhorige van de Prins Bantjeroro, en hoewel wij alle de hoofden der Korra Korras reeds op Palilla en Lakean gewaar„ „schouwt hadden van de Caijeleresen en Tontolireesen geen 1 20: den 14 geen kwaad te mogen doen, beroofden sij niet tegen„ „staande die menschen van al het geene zij meede„ „voerden, hen naakend uittrekkende, zoo dat wij om Prins Pantjororo met het eerst aanlijding tot misnoegen te geven genoodzaakt waren, die Caijeleresen van het onze weeder met kost en kleederen te voorsien. Dien avond onze reise voortzettende hoop ten wij dien nagt Dondo te zullen bereijken, resolveerde, indien wij geleegenheid mogten vinden, het huis van den scherief te omzingelen en hem te ligten, dewijl wij vernomen hadden, dat sijn huis niet ver van strand af stond: maar de Macquianders nog met goede nog kwaade woorden konnende beoogen werden van doortescheppen, en bovendien slegt weer met regen en wind, op komende, voorts de Bogt vol reeven en klippen leggende, konden wij niet voor sanderen daags teegens den middag op de hoogte van de rheede koomen, het geene oorzaak was, dat de Caijl: en Doudoreesen, ons bij tijds ont„ „waard hebbende, aan strand kwamen, en wel ge„ „wapend op hun hoede waren, zoo dat wij ongeagt alle aangewend te moeijte om den aldaar het gezag voerenden Prins Lampoada op onze zijde overtehalen den scherief die met de aan strand zig verzameld hebbende volkeren eens„ „gesind was, zonder van dezelve teegengehouden te werden niet zouden hebben kunnen attaqueeren. E Voorts 21 den 7:' 14 Maart 1780 Voorts was de ankerplaats zoo slegt, dat wij niet eens de helft van ons volk aan de wal konden brengen of wijliepen gevaar van door de swaare zee teegens het strand aan geslagen te werden, zoo dat wij, na dien scrief op sijn huisje onder voor„ „geeven van als vreemden gekomen te zijn, en be„ „soek te hebben gegeven, sijn vlugt, toen hij merk te„ dat het ons om sijn persoon te doen was door de manigte, der geene die op sijn sijde waren en teffens de slegte lust der Macquianders van hem te vervolgen, met goede oogen moesten aansien, refereerende ons, nopens het geene hij ons op onse aan hem gedane vragen ter antwoord gaf, aan het deezen verzellende Journaal. zoo weinig lust als de Macquianders gehad hadden hem te vangen of eenig leed te doen, hadden sij naa sijn vlugt zoo veel meer begeerte sijn huis door te zoeken en van alle oude vodden te beroven, werdende - bij die gelegenheid een van de terug geblevene Makkers van den Sarief gemassacreert die zig
English
28. the 14th coming down from the house, put up resistance, while some, among others on the Korrakorra to which we were assigned, borrowed some blunderbusses and muskets which they afterwards, notwithstanding our repeated warnings that they had to preserve those goods, sold along the way. The bad roadstead compelled us to depart from Dondo without delay, and passing Toutolij and Lakean, at which place we once again received good promises from Prince Pantjeroro, we arrived back at Palilla after an elapsing of six days. Having waited here for six days for the promised delegates and the paying off of the debts of the Brolerese, we were forced to depart due to a lack of rations for the Corra Corras, while the delegates of the Brolerese firmly promised us that they would follow after an elapsing of eight days, just as we 23. the 14th March 1780 we at the same time promised to the corporal stationed there by Resident Agaatz to urge them on to their departure as much as possible. Having arrived at Quandang without any encounters, we stayed for eight days at that place, but here also finding a great lack of provisions, we continued our journey to Caudipang and Boelang itam, and after having bought some provisions there for the crews of the Corra Corras and received the small remainder of the debt from the king there, we set sail and arrived the next day at Bintaoena. After having waited here for four days for the payment of the debt from Regent Adriaan Datonsolan and finally having received Rds 55: in reduction thereof, we set our course to Amoerang, where after the elapsing of a few days we arrived safely at the ship Delfshaven. 24. the Setting sail from there and traveling to Licoepang, having furthermore taken in planks at the same place, we had to wait at the last-mentioned place for a few days for the arrival of the letters and the Princes of Mogondo, whom Resident Roenes had fetched from Boelang according to promise, whereupon finally setting sail and directing our course towards Ternate, we arrived here safely on the 4th of January of this year. Finally, we take the liberty humbly to request Your Right Honorable Sir that the Rds 15: 9: which we disbursed to twelve returned and escaped people of the Mangindanauwers, the Rds 20: 12: — spent on the prisoners brought here, and the Rds 155: 24: — which we found ourselves obliged to expend on various occasions to facilitate the commission, may be reimbursed to us by Your Right Honorable Sir. Wherewith, hoping to have fulfilled Your Right Honorable Sir's esteemed intention, we take the liberty to call ourselves with due respect, below was written: Right Honorable Lord and Lords; lower: Your Right Honorable's very humble Servants; was signed: A: J: den Hartog, G: F: Dur, and P: D: Koning; in the margin: Ternate in Castle Orange, the 14th January 1780. 25. 14th March 1780 After the reading of which paper, it having firstly appeared that the Commissioners upon their arrival at Manado, having learned that the enemy had already passed the Sangir Islands in the month of July of the past year and returned to their country, had for that reason and to avoid further expenses agreed with the Resident of Manado, Hoenes, to send three of the present Korra korras back hither; it was thereupon remarked by the Council that, although this expedition cost the Company an important sum of f 19985: 3: 12, this sending back nevertheless should not have occurred, because it cannot be considered an economy that vessels are sent back for whose maintenance 1000 rds is paid annually by the Company to His Highness the King of Ternate. In continuation, the Commissioners report that on the voyage from Manado to Quandang, one of the four Korra Korras that accompanied them was run under by the ship due to a strong wind and the heavy speed of the vessel, and that, while the crew and the cannon were saved, the following munitions of war were lost with the Korra Korra, namely: 1 piece musket 1 piece cartridge pouch 4 pieces the on that Expedition 4 pieces Bayonets 1 barrel of Gunpowder 2 pieces of Round shot of 1 lb 5 pieces of Langridge shot of 1 lb 10 pieces of Grape shot of 1 lb 30 pieces of round shot of 1/2 lb 10 pieces of langridge shot of 1/2 lb 10 pieces of Grape shot of 1/2 lb and 1 piece Ladle and worm. And, although this loss appeared very disagreeable to the Council, it was nevertheless, as it was also taken into consideration that all of this was lost by accident and without anyone's fault, and the account of Ternate's King, moreover, could not properly be debited for that loss, approved and understood to write off the said goods and to give notice thereof to the Trade employees by extract of this. Among other things, it also having been taken into consideration that the Brolerese held the Cayeli Prince Pantjeroro in high regard for his great power and good disposition towards the Company, and had therefore requested of the Commissioners that he, as well as their Jogugu Patalipoe together with his
Dutch transcription
28:. den 14: zig van het huis afkomende te weer stel„ de, terwijl enige onder anderen op de Korra korra waar op wij bescheiden waren enige Donderbussen en snaphaans borgten die sij naderhand niet tegenstaande onze her„ „haalde waarschouwing van die goederen E te moeten bewaren onderweegs verkogt hebben. De slegte Rheede noodzaakte ons zonder 1 V verzuim van Dondo te vertrekken, en passee„ „rende Toutolij en Lakean, op welke plaats wij nogmaals goede beloften van Prins Pantjeroro ontvangen kwamen wij na ver„ „loop van ses dagen weder op Palilla. Alhier ses dagen na de beloofde gecom„ „mitteerdens en de afbetaling der schulden van de Broleresen gewagt hebbende, waren wij door gebrek aan Randsoen voor de Corra Corras genoodzaakt te vertrekken terwijl ons de gecommitteerdens der Bro„ „leresen vast beloofden na verloop van agt dagen te zullen volgen, gelijk wij 23. „ den 14: Maart 1780 wij teffens aan den door den Resident Agaatz aldaar geplaatsten Corporaal beloften, hun zo veel mogelijk tot hun vertrek aantesporen. zonder enige ontmoeting op Quandang aangekomen zijnde vertoefden wij agt dagen op die plaats, maar hier teffens groot gebrek aan mondkost vindende ver„ „vorderen wij onze reis naar Caudipang 8 en Boelang itam, en naar aldaar eenige mondkost voor de volkeren der Corra Corras ingekogt in het restantje van de schuld van den koning aldaar ontvan„ „gen te lekken gingen wij onderzeijl en kwamen 's anderendaags op Bintaoena. Na hier vier dagen op de betaling van de schuld van den Regent Adriaan Datonso„ „lan gewagt en eindelijk Rd„s 55: in mindering te hebben ontvangen, stelde wij onse Cours naar Amoerang alwaar wij naar verloop van enige dagen behouden op het schip Delfs„ „haven arriveerden. Jan 24 den Van daar onderzijl gaande en op Licoepang reist, voorts op ze„ „ma planken hebbende ingenomen moesten wij op de laatsge„ „noemde plaats eenige dagen na de aankomst der brieven en de Prinsen van Mogondo, die de Resident Roenes vol„ „gens beloften van Boelang hadden afgehaald, wagten, wanneer wij eindelijk onderzijl gaande onze Cours Ternatenwaarts stellende den 4: Januarij dezes Jaars hier behouden arri„ „veerden. Eindelijk nemen wij de vrijheid uwel Ed: Gestr: nedrig te ver„ „zoeken, dat ons Rd„s 15: 9: die wij aan twaalf van de Man„ „gindanauwers gereverteerde en gevlugte menschen ver„ „strekt, Rd„s 20:12:—. die aan deses hier nog aangebragte gevangene bekostigd, en rd„s 155: 24:—. die wij tot facilitatie es het der Commissie bij diverse gelegentheden ons genoodzaakt hebben gevonden. te bekostiger door Uw wel Ed: Gestr: weder mogen werden gerestitueert. Waarmede, in hope van aan uw wel Ed: Gest: geerde intentie te zullen hebben voldaan de vrijheid nemen ons met verschuldigt respect te noemen /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare Heer en Heeren /:lager:) uwer wel Edele Achtbare zeer onderdanige Dienaren /:was getekend:/ A: J: den Hartog, G: F: Dur en P: D: Koning /:in margi„ „ne:/ Ternaten in 't Kasteel orange den 14. Ja„ „nuarij 1780. —.. N rug Va 25 14: Maart 1780 Da lecture van welk papir in de eerste plaats hier nevens. rugzending van drie Korra zorras om de nevensgestelde redenen. De ter zijde staande ammu„ te voren gekomen zijnde dat de Commissianten bij hun komst te Manado, vernomen hebbende, dat de vijand reeds in de maand Julij a„o p„r de Sangirsche Eilanden gepasseerd en naar hun land terug was gekeerd om die reden, en ter vermijding van meerdere kosten met den p„r Manados Resident Hoenes hadden goedgevonden drie der aanwezende Korra zorras naar herwaarts te rug het kostende van de Expositie te zenden; zoo wierd daar op door den Raad aangemerkt dat, of schoon dezer Expeditie der Comp: op eene importante en misnoegen wegens de te somme van ƒ19985:3:12. k wamn te staan deze opzending nagtans niet hadde behoren te geschieden, ter zake het voor geen menage kan werden gerekend, dat vaartuigen te rug gezonden worden, voor welkers aanhouding 's Jaar„ „lijks 1000: rds door de Comp: aan zijn Hoogheid den Koning van Ternaten word betaald. Ten vervolge melden de Commissianten, dat op de reise van Manado naar Quandang een der vier hun verzeld hebbende Korra Korras door een sterken wind en de zwaare vaart van het schip onder het zelve geraakt was en dat, terwijl het volk en de stukken gereed wierden, met „nitie ter afschrijving gepasseerd, de Korra Karras de volgende ammunitie van oorlog, als: was verlorep geraakt als — 1: p„s snaphaan 1: „ Patroontas 4: p„s den op die Expeditie 4: p„s Bajonetten 1: vat Buskruit 2: p„s Rondscherp van 1: lb: 5: „ Bang scherp „ 1: „ 10: „ Druiven. . . „ 1: „ „ —½„ 30: „ rondschop 10: „ langscharp „ —½„ 10: „ Druijven „ —½ „ en 1: „ Lepel en verkenstaart. En, ofschoon dit verlies den Raad zeer disagreabel voorkwam, wierd egter, wijl men daar bij ook in overweging nam, dat het een en ander bij ongeluk en zonder iemands toedoen was verloren, en de rekening van Ternaats Koning buiten dien, voor dat verlies niet voeglijk konde werden belast, goedgevonden en verstaan, gemelde effecten ter afschrijving te passeren en daar van aan den Negotie bedienden per Extract dezer kennis te geven. ver verhaal van het voorgevallene Onder anderen nog in Consideratie gekomen wezende, dat de Broleresen den Caijliresen Prins Pantjeroro om zijn groote magt en welgezondheid voor de Comp: zeer agtten en daarom aan de Commissianten verzogt hadden, dat den„ „zelven zoo wel als kunnen Djogoegoe Patalipoe nevens M zijne
English
26 14. March 1780 that his lesser chiefs might also appear in the meeting, and this request having been granted by the Commissioners, a hired prahu was sent off, which had had the effect that the Djogoegoe had arrived with an entourage of six prahus and brought report that Prince Pantjeroro was to be found near Toutolij at Lakean and was indisposed. The Commissioners further reporting that the aforementioned Prince Pantjerooo had resided there for a long time after the surprise attack on the Post at Bwool, because he was compelled to pull on the same string, as it were, with the Bugis who then ruled the roost there. That he had afterwards settled at Bwrool and that, after the very same rabble had overrun the Post at palilla, he had kept very quiet until they had seen an opportunity to drive them from there as far as Toutolij, and in that manner had delivered the Bwrolerese from their tyranny, and that finally this Prince, with the help of the Limbotters, had caused the Bugis to remove from there. Since in this report a sketch was now given of continuation. that Pantjeroro be informed by letter of the Council's satisfaction on account of his fidelity at several instances of Limbotto's King the Commissioners. of the good disposition of Pantjeroro for the Company's interests, ought to have made a small present to the same, which however not having happened, it was approved to make known to this Prince on occasion the Company's satisfaction for his good fidelity. It having further appeared that the King of Limbotto had made a request to move the Limbotters who are presently at Palilla from there to Bolontio for the increase of the gold delivery at both of these places, at which time they requested that a corporal with six private soldiers might be stationed as a garrison in the benting at Palilla, as well as that Prince Pantjerorg might be written to in order to and on that cited by send 50 heads to Palilla for the aforementioned purpose, and furthermore that the gold mine Thomolas, a branch situated beside Bolontio and which was formerly worked by the Limbotters and has yielded a high gold of 22: and 23. carats, was presently at a standstill, as the Limbotto King was not powerful enough to send a sufficient number of diggers thither, it was resolved in this regard to order the King of Tontolij by letter to move his people, who number up to 500: men at Quandang, to Thomolas, in order to dig gold there, since these natives are not needed at Quandang. In like manner there appeared in the Commissioners' Report 4: 28 the 14 March 1780. To write to Pantjeroro and Lampocada to counter all smuggling trade in gold. and to remind the first also of his further Report, that the very high gold from the mines of Bwool very seldom comes into the hands of the Company, because these too distant mines are worked only by Gorontalese, Limbotto and Brolorese runaways, just as those of Lakea, Toutolij and Dondo have already for a long time and until the present day been worked only by Caijelerese, who stand under the rule of the Princes Pantjeroro and Lampoeada, and which smugglers transport that gold to Palo and sell it there: wherefore it was approved and agreed to write to the very same princes by a letter in amicable terms and to request them to vigorously prevent that smuggling trade, and at the same time, but especially Prince Pantjeroro, to remind him of his promise to bring their gold henceforth, upon the insistence of Commissioner Dur, to Palilla or Quandang, while Prince Pantjeroro besides promises. will be reminded of his further promise to be faithful to the Company henceforth, to support the Broolerese in case of need with his force, and no longer to tolerate that the gold dug by his people on Bool and Toutolij fall into foreign hands, but to have the same bartered at Quandang for the Company's merchandise as long as there is no Post at Palilla, as 29 the 14 Serfs of the Dondo Sherif. One run away and one deceased about placing a Post at Palilla. with communication of how much gold can be delivered from there. as well as to join the delegates of the Broolerese in their mission to enter into a contract here with the Company, it being also agreed hereby to record that of the three slaves of the Sherif Abdulllak Hafsil overtaken by the Commissioners and another five of their companions, of the eight captured, one has died and one has run away, and thus six of them have been placed in the jail here. The Commissioners' proposal Next, having spoken about the proposal and inquiry made to the Brolerese in a meeting held on 19: October by the Commissioners, as to how much gold they might indeed be able to deliver annually if the Company should think fit to re-establish a Post at Palilla, and about their answer, that they could not determine that quantity with certainty, with the assurance nevertheless that, when their scattered subjects were gathered together again with the assistance of the Company, they saw a chance to deliver just as much gold as Quandang is bound to yield, namely 750: reals a year; on which promise it was felt one ought not to place too great a reliance, but nevertheless resolved to write to the King of Limbotta as well as to the Resident of Quandang, in order that as many as are still, above those by the Commissioners Dur and the King of the
Dutch transcription
26 14. Maart 1780 den zijne mindere hoofden, meede in de vergadering verschijnen mogte, en dat dit verzoek door de Commissianten toegestaan zijnde, een afgehuurde praauw ten afhgezonden, 't geen van die uitwerking was geweest, dat de Djogoegoe met een gevolg van ses prauwen gekomen was een berigt hadde, dat de Prins Pantjeroro, digt bij Toutolij te Lakean en onpasselijk te vinden was. De Commissianten verder berigtende, dat voorm: Prins Pantjerooo zig een tijd lang aldaar hadde opgehouden na de overompeling van de Post te Bwool, door dien hij genoodzaakt was met de Boeginesen, die toen aldaar den meester speelden, als eene lijn te trekken. Dat hij zig naderhand op Bwrool had ter nedergesteld en dat hij, na dat even gen: gespuis de Post te palilla had overrompeld, zig zeer stil had gehouden, tot dat zij kans hadt gezien hen van daar te verjagen tot Toutolij toe, en op die wijze de Bwroleresen van derzelver Tijrang hadde verlost, en dat eindelijk deze Prins de Boeginesen met behulp der Limbotters, van daar hadde doen verhuisen. Vermits nu bij dit Berigteen schits wierd gegoven van vervolg. den Pantjeroro bij brief des Raads genoegen te kennen te geven wegens zijne trouwe op verschijdene instantien van Limbottos Koning de Commissianten. van de goede geziendheid van Pantjeroro voor de Comp„s belangen te brengen, een geschenkje aan denzelven hadde behoren te doen, 't welk egter niet geschied zijnde, goedgevonden wierd dezen Prins bij gelegenheid voor deszelfs goede trouwe Comp„s, genoegen te kennen te geven. Verder gebleken zijnde dat de Koning van Limbotto ver„ „zoek had gedaan, om de Limbotters die tans te Palilla zijn, van daar naar Bolontio te verplaatsen tot accressement der Goudleverantie op deze beide plaatzen, als wanneer zij verzogten, dat'er op Palilla in de Benting Een Corporaal met ses gemene Militairen in bezetting mogt leggen, zoo mede dat de Prins Pantjerorg aangeschreven mogte werden om en op het aangehaalde door 50: koppen, ten voorschreven einde, naar Palilla te zenden, en voorts nog dat de Goudmijn Thomolas een spruit ter zijde van Bolontio gelegen en die eertijds door de Lim„ „botters bewerkt is een hoog Goud van 22: en 23. Caraat uit„ „geleverd heeft tans stil stond, als zijnde de Limbotse Koning niet machtig genoeg om een genoegzaam getal Gravers naar derwaarts te zenden, wierd ten dezen reguarde besloten, den Koning van Tontolij bij brieve te gelasten, zijn volk dat tot 500: man te Quandang legt, naar Thomolas te verplaatzen, om aldaar Goud te graven alzo deze inlanders op Quandang niet nodig zijn. Inzelvervoegen kwam bij der Commissianten Berigt 4: 28 den 14 Maart 1780. Pantjeroro en Lampocada aanbe„ „schrijven om allen smokkel handel in Goud tegen te gaan. en den Eersten ook zijne verdere Berigt te voren, dat het zeer hooge Goud, tuit de mijnen van Bwool, zeer zelden in handen van de Comp: komt, uit hoofde deze, te verre afgelegene, mijnen alleen door Gorontaalsche Limbotsche en Broloresche weglopers worden bewerkt, wven als die van Lakea, Toutolij en Dondo reeds voor lange en tot heden toe alleen bewerkt worden door Caijeleresen, die onder het bestier der Prinsen Pantjeroro en Lampoeada staan, en welke smok„ „kelaars dat Goud na Palo vervoeren en aldaar verkopen: wes„ „halven goedgevonden en verstaan wierd, even gem: prinsen bij een brief in minzaame termen aante schrijven en te verzoeken, om dien smokkelkandel met kragt te weiren en hen teffens dog voornaamlijk den Prins Pantjeroro zijne belofte in„ „dagtig te maken, om voortaan, op de aanhouding van den Commissiant Dur, hun Goud naar Palilla of Quan„ „dang te zullen brengen, zullende de Prins Pantjeroro bui„ beloften indagtig te maken. , ten dien zijne verdere belofte kerinnerd werden, om de Comp„s voortaan getrouw te zullen wezen, de Brooleresen in Cas van nood met zijn magt ondersteunen en niet langer: ge„ „dogen, dat het op Bool en Toutolij door de zijnen gegraven 2. wordende Goud in vreemde handen vervulle, maar het zelve zoo lange geen Post te Palilla is; op Quandang tegens Comp„s Koopmanschappen te laten trocqueeren, zoo 29 den 14 Leifeigenen van den Dondosche Schrief. Een gedrost en een overleden om een Postte Palilla te plaatsen. onder Communicatie hoe veel Goud van daar kan gele„ „vert worden. zoo mede om, indertoezending bij de Gecommitteerden der Broole„ „resen te voegen, om alhier een Contract met de Comp„s aantegaan zijnde teffens verstaan bij dezen te annoteren, dat vande, door de Commissianten agterhaalde drie slaaven van den Scriet Abbdul„ van de agt buit gemaakte „lak Hafsil en nog vijff hunner makkers, den overleden en Een gedrost is, en 'er dus nog ses van alhier in de tronk zijn geplaatst. Der Commissianten vorslag Vervolgens gescroken zijnde, over het voorstel en de af„ „vrage aan de Broleresen in eene gehoudene vergadering op den 19: October door de Commissianten gedaan, om, wanneer de Comp„s mogte goedvinden, weder een Post te Palilla op te C regten, hoe veel Goud zij Jaarlijks wel zouden kunnen leveren, en over hun antwoord, dat die quantiteit niet vast konden bepalen, met verze„ „kering nogtans, dat, wanneer hunne verstrooide onderdanen, met as„ „sistentie van de Comp„e weder bij den anderen verzameld waren, zijl: dan kans zagen even zoo veel Goud, als Quandang ge„ „houden is op te brengen te zullen leveren, namentlijk 750: realen. 's Jaars; op welke belofte men van gevoelen was, geen al te grooten staat te moeten maken, dog egter besloot den Koning van Limbotta zoo wel, als den Resident van Quandang aante schrijven, om zoo veelen als'er nog, bo„ „vende door de Commissianten Dur en de Koning van de
English
30 the 14th of March 1780 and how large the garrison must be. to let and cause the Buolers, who had been lured to that residency by the late Resident de Wolff, if already sent or still present there, to return to their country, the more so because their stay there is of no use whatsoever. The Commissioners having further inquired and found that, for the construction of a fort at Palilla, the most suitable and, situated on a spacious plain far from the mountains, the most well-located and also healthiest place that had appeared to them was a spot situated on a certain river, Talackie, less than half a quarter of an hour's walk from Palilla, on the bank of a brook where the water is very clear and healthy, with the further information that a good fort, being constructed there, could prevent entry into the bay on all sides, provided that, until the Buolers were gathered together under a good and faithful chief, one would initially need only as many men as are employed at Quandang, namely 18 soldiers, among whom two corporals the 14th of March to be submitted to Their High Excellencies. and one gunner, in order to reduce them later to a smaller number when everything had been brought to rest and order; thus it came into consideration that, if one could fully rely on the promises and loyalty of the Buolers, this construction of a fort and garrison would be a favorable prospect for the Company, although the present was not the time to think about the construction of new fortifications, but rather about the conservation of the existing ones, the more so as eighteen men were judged far from sufficient to be stationed there for the time being and without danger; wherefore it was also resolved to present this proposal in this manner to Their High Excellencies and to leave the arrangement regarding this to Their High Excellencies' much wiser judgment. Whereas the Commissioners have further set down that, pursuant to what was assigned to them by instruction, they could not apprehend Sharif Abdullah Hassil, who was at Dondo, for the adjacent reasons, partly because the people of their kora-koras could not be moved to the attack, and partly because the country people 31 14th of March 32 not excused The accusation standing aside found absurd. for reasons as in the margin had lined up in great numbers, armed, to the right and left, and that Sharif was meanwhile brought into the forest before their eyes by others, and that, notwithstanding, the Makians, as soon as they had noticed his absence, had plundered the little that had been in his hut or bamboo dwelling, and could not afterwards be persuaded to surrender it, whereupon the Commissioners, upon notice from the clerk Fataha that such might sometimes cause an uprising and because they were trifles, had also not insisted upon it; but Resident Wentholt, on the contrary, reporting by his latest letter of the 23rd of January that said sharif had been robbed by the Commissioners Durr and de Koning of a sum of as much as 200,000 rixdollars, which Duur, as well as Fataha, professing their great astonishment at Wentholt's extreme folly—for the reason that in the entire Moluccas no one possessed such a sum in value, much less in cash, and this was also not unknown to him, the Resident—rebutting and denying 33 the 16th yet nevertheless resolved Twelve persons who escaped from Magindanao. undertook, if required, to confirm under oath what was cited regarding this in the report; thus, after the Council itself had perceived the absurdity of Wentholt's writing, it was approved and understood to embrace this proposition, and to let them, as well as the Makian notables who were chiefs of the kora-koras, take the oath upon this before commissioned judicial members. It being further discerned from the aforementioned report that the Commissioners, upon their return to Quandang, encountered there a vessel that had arrived from Magindanao with the following persons, namely: Tetegoa, father-in-law of the late Resident de Wolff, Thomas Htanislaus, godson of the said de Wolff, Loijro and Kille, two Bugis, the first mentioned being an anakoda, Lasia and Talangaij, Buolers, Tingola, hukum of Bolaang Itang, Johannes Mokobohan, Jacob Mokobohan, and Abel Lantioena, all three Kaidipangers, Waijdienen 34 the 14th of March 1780 Waijdienen Doud, Hullokkers, And that these people had informed them that the first two mentioned, together with the Bolaang Itang hukum Tingola, had been bought from the Magindanaos by a sharif named Maharib residing on Magindanao and had been permitted by their master to return to their country in order to seek their ransom, and that the seven others had managed to seize that opportunity to escape from the young King of Magindanao; that furthermore the aforementioned Commissioners had deemed it necessary to bring those people up to this Castle, in order to enable this government to receive an oral account of their experiences: thus it is approved and understood to keep this record of it, and also that the Governor Thomaszen (deceased) has had an ample report given by Johannes Mokobohan, Thomas Htanislaus, and Tete Goa, to be presented among the secret enclosures to Their High Excellencies. The Commissioners, in continuation of the aforementioned report, further making known that on Kaidipang many Mohammedans, with the foreknowledge of the king and state notables, were married to Christian women: thus it is understood to reprimand that local ruler most severely on this matter at the first opportunity, with an order to take care that such punishable
Dutch transcription
30 den 14. Maart 1780 en hoe groot de Bezet„ „ting moet wezen. de door den gesneuvelden Resident de wolff naar die Re„ „sidentie gelokte Roleresen reeds verzonden zijn nog ginter mogen wezen weeder naar hun Land te laten en te doen vertrekken, te meer derzelver verblijf al„ „daar; in 't minste van geen nut is. De Commissianten zig wijders G'informeert en bevonden hebbende dat, ter opbouwing van een Fort te Palilla, hun de bekwaamste en op eene ruime vlakte ver van de Borgen af, de welgelegenste en teffens gezondste plaats was voorgekomen, een plek gelegen aan zekere Revier, Talackie nog geen half kwartier gaans van Talilla, aan de kant van een spruit alwaar het water zeer klaar en gesond is, met verdere te kennen gave dat een goed sort, aldaar aangelegd wordende, het inkomen in de bogt aan alle kanten zoude kunnen werden verhindert, mitsgaders dat tot de Broleresen onder een goed en getrouw hoofd bij den anderen van gerden gezameld waren men voor eerst maar zoo veele manschappen nodig zoude hebben, als te Quandang gebeezigd worden, na„ „melijk 18: Militairen waar onder twee Corpo„ „raals den 14e Maar aan H: H: E: overtedragen./ „rastering „raals en een Busschieter, om ze naderhand, wanneer alles in rust en order gebragt was, tot een minder aantal te reduceeren; zoo kwam daar op in aanmerking, dat bij aldien men, op de beloften en de trouwe der Bwroleresen, ten vollen staat zoude maken, dezen aanleg van een stort en Bezetting van een voordeligen uitzigt voor de Com„ „pagnie ware schoon het tegenwoordig de tijd niet was, om op den aaleg van nieuwe vestings te den„ „ken maar liever op de Conservatie van de inwezen zijnde te meer men agttien man op verre na niet genoegzaam oordeelde om aldaar vooreerst en zonder gevaar bescheiden te leggen; waaromme ook besloten wierd Hunne Hoog Edelheden dezen voorslag in dezen voegen voortedragen en de schikking hier omtrent aan Hoogder„ „zelver veel wijzer oordeel overtelaten. Vermits de Commissianten verder ter neder hebben gesteld dat zijl: ingevolge van het aanhent De G'ordonneerde ar„ bij Instructie opgedragene, den te Dondo zig be„ „vindende Sarief Abdullah Hassil niet opvatten om de nevenstaande redenen kunnende, eensdeels om dat het volk van hunne Korra Korras niet tot den aanval te bewegen was geweest en anderen deels om dat de Landsvolke„ „ren 31 14. Maart 32 niet geexcuseert Ter zijde staande beschul„ „diging absend bevonden. om reden als in ter bu „ren zig in grote meenigte gewapend, regt en lings hadden geschaard en die Sarief door anderen intusschen, voor hunne ogen naar het bosch wierd gebragt en dat de snit„ „tegenstaande de Macquianders, zo dra dezelve zijn ab„ „sentie bemerkt hadden, het weinige wat op sijn, wut of bamboese woning was geweest, geroofd hadden, en naderhand niet tot de uitgave te persuaderen waren, waar op de Commissianten, op kennis geving van den schrijver Fataha, dat zulks zomtijds eenen opstoond zoude verwerkken en wijl het bagatellen waren, ook niet hadden aangedrongen; dog de Resident wenthold bij zijnen laatsten brief van den 23: Januarij daar en tegen berigtende, dat dien sche„ „rieff door de Commissianten Durr en de Koning wel eene somme van 200'000: Rijksdaalders was, ontroofd, 't welk Duer zoo wel, als Fataha, on„ „der betuiging van hunne goote verwondering over Wentholts verregaande onnozelheid, om reden in de geheele Moluccos niemand dusdanige somme aan waardig veel minder aan Contanten magtig en dit hem Resident ook niet onbekend was, bort en terin regeerende 3 den 16: dog evenwel besloten Twaalf van Mangindanao aannamen het dies wegens bij het Rapport aan„ „gehaalde, des gerequireerd wordende met eede te staven; zoo is, na dat de Raad zelve de onge„ „rijndheid van wentholds schrijven hadde ingezien, goedgevonden en verstaan deze propositie te amplec„ „teren, en dezelven zoo wel, als de Macquianse grooten, die Hoofden der Korra Korras zijn geweest, den eed hier op bij gecommitteerde Justitieele Leden te laten afleggen. Uit voormelde berigt weder nog ontwaard zijnde, dat de Commissianten bij hun te rug komst op quan„ ontvlugten, personen. „ dang aldaar hebben aangetroffen een van Mangindanao aangekomen vaartuig met de volgende Personen, als: Tetegoa, schoonvader van den gesneuvelden Resident de Wolff Thomas Htanislaus, doop zoon van ged„te de wolff, Loijro en Kille, twee Boeginesen, zijnde de eerstge„ noemden Anachoda, Lasia en Talangaij, Broleresen, Tingola Hoekum van Boelangitam. Johannes Mokobohan, Jacob Mokobohan en Abel Lantioena, alle drie Caudipangers, waij dienen 34 den 14: Maart 1780 Waijdienen Doud, Hullokkers, En dat deze menschen hen berigt hadden, dat de twee Eerstgenoemden met den Boelangitams Hoekoem Tingola door een op Magindanao won„ nenden scherief Maharib gen=t van de Magin„ danauwers gekogt en hen door haar Lijfheer toege„ staan was, naar hun land te rugtekeeren, ten ein„ de hun lasgeld te zoeken en dat de seven anderen die gelegenheid hadden weten waartenemen, om van den jongen Koning van Magindanao te echape„ ren; dat voorts voorm: Commissianten nodig geoor„ deeld hadden die menschen naar dit Kasteel op„ tebrengen, ten einde deze Regering een monde„ ling verhaal van hun lieder roedervaren te kunnen geven: zoo is goedgevonden en verstaan hier van deze aanteekening te houden en teffens dat de Heer Gouverneur Thomaszen (Z:) door Johannes Mokobohan, Thomas Htanislaus en Tete Goa een ampel relaas heeft laten geven, om onder de secreete bijlagen Hunne Hoog Edelheden aangeboden te werden. De Commissianten bij voorm: Berigt ten ver„ volge nog bekend stellende, dat op Caudipang veele Mahometanen, met voorkennis van den koning en Rijksgroten, met Christene vrouwen waren ge„ hund: zoo is verstaan dat Landheertje bij eerste occasie ten scherpste hier over te onderhouden, met aanschrijving, om zorge te dragen, dat diergelijke strafbare
English
35 the 14th ditto 15. October punishable allowance, being of the most disadvantageous consequences, must directly be redressed by him King and Grandees of the realm, by immediately causing those who are already married to such to separate, and in the future taking care that such improper marital bonds never occur, in order thereby to prevent the evil consequences that will indisputably arise therefrom for his Highness and Grandees of the realm. Finally was resumed the Current Account of the Commissioners regarding the expenditures incurred by them during that Expedition, of the following contents: Account of such Cash, Linens and provisions as the Undersigned Commissioners during their Commission and the Expedition along Celebes North west coast have been forced to furnish and defray, namely. Cash Guinea Guinea flag nails wax Arrack mixed: bl: 1 br: bl: cloths assorted candles Apij assorted Rds ps 1779: 28. September on the occasion of a visit of the Regent and Grandees of the realm of Binthoena for tea, Confections, Surie and Pinang. 9: 12: — for the hiring of a vessel and crew to the kaijlerees Prince.— lb: lb kann: Carried forward. 9: 12: — ps foe3 36 14 March 1780 Rds Brought forward 9: 12: — — — — 1 — — — Cash Guinea Guinea flag nails wax Arrack mixed: bl: br: bl: cloths assorted candles Apij assorted ps ps ps lb lb kann: 1779: 20: October: for tea, confections, Surie, pienang and provisions at various gatherings held at Palilla entertained to the Limbot and Broolerees grandees . . . . . . . . . 12: —: — —: —: —: —: —: —: —: Prince Pantjerore and Bwoolerees Djogoegoe Potalipoe from Bwool to Palilla to summon - - - - . 10. — — for the hiring of a vessel and boatmen for the conveyance of letters to Amoerang. . . . 15: —: —: for the hiring of a ship prahu and some Natives to call away the Bwoolerees from their old Village. 4: —: —: for surie, pienang tea and other refreshments at the meeting of Prince Pantjetoro on Lakea. - - - 15: —: —: for clothing and weapons which the signatories to the subordinate of Pantjeroro, robbed by the Macquianders, restituted. . . 13: —: —: —: 15: —: —: —: —: —: —: —: Carried forward 78. 12. — —. 15. — — — 1 — 5. 37 the 14. March Brought forward 78. 12. — —. 15. — — — 1 — 5. Rds Cash Guinea Guinea flag nails wax Arrack mixed: bl:d br: bl: cloths assorted candles Apij assorted ps ps ps lb: lb. Kann: 1779. 12 November for the entertainment of the king and Regent of Condipang and Boelang vlam and their Grandees of the realm at various gatherings held over there . . . . . 15: 12: —: —: —: —: 8. —: —: 2. for the entertainment of the mogondos Princes with their retinue as well as eight Manadose Hloekums sent hither under arrest, during the journey from Manado to hitherwards - - . . . . . 30: —. —. —. —. —. —. —. —. —. for the Purchase of refreshments at quandang, Coudipang and Boelang Ham. . . . . - 32: —. —. —. —. —. —. —. —. —. To various Natives, who served as guides and lent their vessels for the fetching of water from the mountains and chopping of Firewood where one could not arrive with small boat and Boat, issued. - . . . . . . —. —. —. —. 8. — — — 38: 8. Carried forward 155: 14. —. —. 15. — — — 1 38: 15: — 38 14. March 1780 Brought forward 155: 24: — —. 15: — — — 1 38: 15: — Rds Cash Guinea Guinea flag nails wax Arrack mixed: blt br: bl: cloths assorted candles Apij assorted ps ps ps lb. lb. kant: For tableware during the entertainment of the kings, Princes and their retinue who appeared on board - - - - - - - -- —: 8. —: —: —: 6: 4: Consumed by the continual hoisting of the flags in honor of the Native grandees coming on board and for signals for the korra Karras and other Native vessels - - - - - - - - - - - —: —: —: 60: —: —: —: Furnished to the Ternate Korra Korras during the Expedition for the repair of those vessels - - - - - - - - - —: —: —: —: 250. —: —: Presented to the Alfurs and further Natives assigned on board and on the korra Korras during the Expedition, further at various gatherings held. - . -. —: —: —: —: —: —: 250: Furnished to twelve persons fled from the Magindanaoans and brought hither by us, for the purchase of provisions during the journey. 15: 9: —: on account of incurred expenses for six slaves of the Sarief captured by us on Dondo - - - - - - - - - - - - - - - 20: 12: —. Sum 190: 45: — —. 15: — 6: 60 250: 38: 250: /:below stood:/ Ternaten the 14: January 1780. /was signed:/ A: J: den Hartog and G: F: Durr: And 39 and it being observed therewith, that the liquors provided for the entertainment of the Natives were served, and moreover some Linens and pantry-wares were defrayed by them, as well as in Ready cash a sum of rds 196: — namely: the For the facilitation of the Commission rds 155:24:-. on account of incurred expenses for six prisoners rds 20:12—., in what was furnished to the twelve persons fled from Magindanao, upon their urgent request, to the amount of rds 20: 12: — thus, after its resumption, it was approved and agreed to have the amount of those expenditures and disbursements reimbursed to the Commissioners, because the same were indeed for the most part unavoidable and made for the facilitation of the Commission. The remainder of the Commissioners' proceedings being accepted by the Council for Communication, it was resolved to consider their further executions as well done. (:below stood:) Thus Done and Resolved at Ternaten in Castle Orange, date as above written (:was signed:) Alexr Cornabe, H: A: Johnson, G: Wr van Renesse, Fs Bs Hemmekam, Lr Hk Luijmes, J: Boot and H: A: de Chalmot — Tuesday
Dutch transcription
35 den 4M d„o 15. October strafbare toelatinge, als van de allernadeligste gevolgen zijnde, dirict door hem Koning en Rijksgro„ ten moet werden geredresseert, door de zulken, die reeds met zodanige gehuuwd zijn, terstond te doen se„ pareeren en in 't vervolg zorge te dragen, dat dus„ danige oneigene Huwelijke - verbonden nimmer ge„ schieden, ten einde daar door voortekomen de kwade gevolgen, die voor zijn Hoogheid en Rijksgrooten omveder sprekelijk daar uit zullen ontstaan. Eindelijk wierd geresumeert de Rekening Courant der Commissianten nopens de door hun gedurende die Expeditie gedane uitgaven, van volgenden in„ houd Lijwaten en Reekening van zodanige Contanten, weesmeer als de Ondergeteekende Commissianten geduurende hun Commissie en de Exiditie langs Celebes Noord weest kust zijn genoodzaakt geweest te verstrekken en bekostigen, teweten. Guinees Guinees vlage spijkers was Arak¬ Contant gem: gebl: 1 br: bl: doecken in zoort kaarsen Apij in zoort Rd=s p=s 1779: 28. September bij gelegenheid eener visite van den Regent en Rijksgroten van Binthoena voor thee, Convituuren, Zurie en Pinang. voor het huuren van een vaartuigen manschappen om den kaijlerees Prins.— lb: lb kann: Transporteere. 9:12:— p=s foe3 9 12:— 36 10:— 14 Maart 1780 Rd„s Pr: Transport Contant „ „ d„o „ 24. d„o „ 30: d„o Prins Pantjerore en Bwolerees Djogoegoe Potalipoe van Bwool naar Palilla te ren Zurie, pienang en weesmeer bij diverse op Palilla gehoudene vergaderings aan de Limbotsche en Broole¬ reesen grooten vertrac„ 1779: 20: October: voor thee, convituu„ ontbieden - - - - . 10. — — voor't huuren van een vaartuig en schip„ pers ten overbreng van brieven naar voor 't huuren van een schip prauw en enige Inlanders om de Bwolereesen van hun oude Nego¬ rij af te roepen. voor zurie, pienang thee en andere ver„ snaperingen bij ontmoe„ ting van Prins Pantje„ toro op Lakea. - - - „ 15: —: —: voor kleederatie en wapens die de tee„ kenaers aan de door de Macquianders beroofde onderhorige van Pantjeroro ge„ Amoerang. . . . 15: —: —: guinees Gunees vlagge spijkers waskaar, Arak doeken in in zoort „ den Apij gem: gebl: br: bl: zoort p„s p„s restitueerd. . . — 13: —: —: —: 15: —: 78. 12. — Transporteere den ds 9: 12: — — 1 p„s „ ld . ld kann: — 1 —: —:„ —:. —:. 1 teerd. . . . . . . . . 12: —: — 4: —: —: —:— —: —: —: 5. —: —: —: 14. Man P:r Transport 1779. 12 November voor het tracteeren van den koningen Regent van Condi„ pang en Boelang vlam en hunne Rijks„ groten bij diverse al„ tdaar gehoudene ver„ voor het tracteeren der mogondose Prins„ ken met hun gevolg benevens agt in arrest herwaards verzonden mana„ dose Hloekums geduu¬ rende de reis van„ Manado naar her„ gaderings. . . . . 15: 12: —: waarts - -. . . . . „ 30: —. —. tot den Inkoop van verversing op quandang, Coudi„ pang en Boelang Ham. . . . . - Aan diverse In„ landers, die bij het halen van water uit het gebergte en kappen van Brand„ hout daar men met schuit en Boot niet konde aan„ komen hun vaar„ tuigen geleenden tot wegwijzers gedient afgege„ ven. - . . . . . . „ —. —. —. v Transporteere 155:14. —. —. 8. 32: —. —. 78. 12. — fld„s Contant Guinees Guinees vlagge „ spijkers was „ Arak gem: gebl:d br: bl: „doeken in zoort „kaarsen Apij in zoort ps p„s ps l: 2. Kann: p:s 15. —. —. 38: 37 „ —. —: 15: — - 8. : —„ —. : —. den 38 P: Transport 155:24:— —. 8. Ad=s Contant 6. —: —:—: —: —: —: 60: —: —: 250. Tot tafel goed bij het tracteeren van de aanboord verscheene koningen, Prin„ sen en hun gevolg - - - - - - - -- Door het geduurige op heisen der vlag„ „gen tot honneur der aanboord komende Inlandsche grooten en tot seijnen voor de korra Karras en andere Inlandse vaar„ tuigen verbruikt - - - - - - - - - - - Aan de Ternaatsche Korra Korras ge„ duurende de Expeditie tot reparatie van die Aan de aan boord en op de korra Korras bescheidene Alfoeren en verdere Inlanders geduurende de Expeditie voorts bij diverse gehoudene vergaderingen verschonken. - . -. Aan twaalf van de magindanauwers gevlugte en door ons maar herwaarts gebragte persoonen tot enkoopen van mondkost geduurende de reise verstrekt. wegens gevallene onkosten op ses door ons gevangene slaven van den Sarief vaartuigen verstrekt - - - - - - - - - op Dondo - - - - - - - - - - - - - - - 20: 12:—. Somma 190:45:— /:onderstond:/ Ternaten den 14: Januarij 1780. /was getekend:) A: J: den Hartog en G: F: Durr: 15: 9: —: 6: 60 38: 250: 8 lb. lb. kant: Guinees Guinees vlagge spijker was „ Arak gem: geblt br: bl: doeken in zoort kaarsen Apij in zoort En 14. Maart 1780 p„s p„s p —: —: 38: —:—:—: 4. —. —. —. —. —. —: —: —: —: —:— -:- - 4: 8: en daar bij ontwaard zijnde, dat de tot defroijement der Inlanders mede gegevene liqueuren, verschonken en nog bovendien eenige Lijwaten en dispens-waa„ ren door hun bekostigd waren, zo mede aan Contante penningen een somma van rd„s 196:— te weeten: den Tot faclitatie van de Commissie rd„s 155:24:-. wegens gedane onkosten aan ses gevangenen rd„s 20:12—. , in het aan de twaalf van Magindanao gevlugte personen, op hun instandig verzoek verstrekte ten bedragen van rd„s 20: 12:— zoo wierd na dies resumtie goed gevonden en verstaan het bedragen dier uit gaven en bekostigingen om reden dezelve meestendeels inderdaad onvermijdelijk en tot facilitatie der Commissie waren gedaan aan de Commissianten te laten restitueren. Het ovrige van der Commissianten verrigtingen door den Raad voor Communicatie aangenomen zijn„ de, wierd besloten derzelver verdere uitvoeringen voor wel gedaan aantemerken. (:onderstond:) Aldus Gedaan en Geresolveert tot Ternaten in 't Kasteel Orange dato voor„ schreeven (:was getekend:) Alex„t Cornabe, H: A: Johnson, G: W:r van Renesse, F„ B„s Hemmekam, L„r H„k Luijmes, J: Boot en H: A: de Chalmot — Dingsdag 39
English
40 Tuesday the 16th of May 1780 in the morning at nine o'clock Council of Policy meeting Present The Honorable First Authority Alexander Cornabe Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich Merchant and Fiscal Hendrik Ambrosius Johnson Junior Merchant and Paymaster Gerardus Willem van Renesse Bookkeeper Francois Bartholomeus Hemmekam First Commandant Lucas Hermanus Luijmes Junior Merchant Johannes Boot and Provisional Secretary of Policy Hendrik Amelius de Chalmot Death of the Prince Regent of Tidore Gaijgira Proposal of the Honorable First Authority to the Members for the election of a new Regent Bad character of Prince Noekoe and Kamaloedien Good character of Prince Allam As it was made known by the Honorable First Authority to the other Council Members that the Prince Regent of Tidore, Gaijgira, had died on the last day of the recently passed month of April, and that His Honour, in the firm expectation of obtaining daily news from Batavia, had postponed the appointment of a new Regent until today; but to his sorrow seeing that this waiting was in vain, and besides this having much nuisance from the Tidorese grandees of the realm, as they repeatedly requested a new Regent, and among others had proposed the Princes Noekoe and Kamaloedien, with a promise of 800 Rds. by the Jogugu Rahasoean and Hukum Tadjoedien if the choice fell upon Kamaloedien, bribery of the Tidorese grandees, he had caused the Members to be convened in order to consult who could with peace of mind be entrusted with that character to the greatest use and benefit of the Company. The Honorable First Authority further informed the Council that His Honour had inquired most precisely into the character and conduct maintained by the two mentioned Princes for some years past and was informed that Noekoe, besides being a son of the exiled King Djamaloedien, was a deceitful, obstinate, and sullen Prince, and likewise that Kamaloedien was even much worse than the late young King Garamahongij, and above all this both were sworn enemies of our nation, and thus entirely useless to be entrusted with such authority; that on the contrary, a certain Prince Alam, eldest son of the deceased Regent Gaijgira, was spoken of with much more praise, and to that Prince, though still very innocent and little versed in our manners, the same good and praiseworthy qualities were attributed as to his father, and besides this he had also been commended by the old and virtuous Princess Nafisatin Noefoes to Ensign Gebhard as the most capable and the one in whom the Company could place the most trust, and also at the same time by Her, in that case, urgently the 16th of May 1780 42 Dismissal of the Princess and other co-regents Prince Allam appointed Regent Messrs. Heinrich and Hemmekam dispatched to the Ternatean court to give communication thereof The Tidorese Princes and Grandees summoned to the castle to take the oath of loyalty urgently requested to be entirely relieved of the co-regency, for the reason that the Tidorese did not wish to stand under many, and even less under the command of a woman, but under one Head alone. All this foregoing having been taken into ripe consideration, it was, upon the proposition of His Honour, unanimously approved and agreed, for the reason that in the recent multi-headed government nothing other than much confusion and contempt for the sovereign had been observed, to dismiss the aforementioned Princess Hafsatin Noefoes and also the other co-regents from their administration, and to confer the authority over the Realm of Tidore fully upon the aforementioned Catra Alam until the receipt of further orders from Their High Mightinesses, with the addition of royal honor on the Island of Tidore; of this resolution, after the end of the meeting, notice shall immediately be given to His Highness the King of Ternate by two commissioners from this Council, the Honorable Heinrich and Hemmekam, and all the Tidorese Princes and Grandees present here shall be summoned this evening to this Castle, likewise to receive communication of this election and to take the oath of loyalty and obedience to their newly chosen Regent, after the latter shall first have rendered the same to the Company and received his Commission from the Honorable Authority. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above. Signed: A: Cornabe, H: A: Johnson, G: W: van Renesse, J: G: W: Heinrich, F: B: Hemmekam, L: H: Luijmes, J: Boot, H: A: de Chalmot. Tuesday 43 44 Tuesday the 16th of May 1780. In the evening at six o'clock, combined Council of Policy meeting. Present: The Honorable First Authority Alexander Cornabé Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich Merchant and Fiscal Hendrik Ambrosius Johnson Junior Merchant and Paymaster Gerardus Willem van Renesse Bookkeeper Francois Bartholomeus Hemmekam Junior Merchant Johannes Boot and Provisional Secretary of Policy Hendrik Amelius de Chalmot all present, with and alongside the following Grandees of the realm, namely: The Jogugu Rahasoean The Hukum Tadjoedien The Sowohi Salahoodien The Falaraha Maja The Gimelaha [illegible] The Clerk Sangaji Mote Abdul Gane The Gimelaha Togoboe Baij Adje The Ngoffamangira Rhum Seneeng The Hatibi Togoboe Nagi Soeloe and The Lieutenant Talaboodien
Dutch transcription
40 Dingsdag den 16. Meij den E: E: p=rn Gezaghebber „kapitein er hoofd der Militie Johan Godlob wilhelm Aginrich, „ Koopmanen fiskaal „ onderkoopman en Coldij Boekhouder overlijden van den Prins Regent van Tidore Gaijgira vortslag van den E: E: p=r ge„ „zaghebber aan de Leden „wen Reegent Alexander nabe, Hendrik Ambrosius Johnson Gerardus Willem van Renesse Francois Bartholomeus Hemmekam Lucas Hermanus Luijmes Johannes Boot en Hendrik Amelius de Chalmot Door den E: E: p=rm Gezaghebber aan de verdere Raadsleden te kennen gegeven zijnde, Dat de Prins Re„ gent van Tidore Gaijgira, den laatsten der jongst gepas„ seerde maand April was overleden, en dat zijn Edele, in de vaste verwagting van daaglijks tijding van Ba„ tavia te zullen erlangen, de benoeming van een nieu„ wen Regent tot heden, hadt verschoren: Dog tot zijn ter verkising van een miwr: leed wezen ziende dat dit wagten vrugteloos was, en behalven dien veel overlast van de Tidorsche Rijks„ groten hebbende, als die bij aanhoudenheid om een nieuwen Regent verzoek de den en onder anderen de P=m Kommandant „ Onderkoopman p„ro secretaris van Politie „ onderkoopman 1780. „ 'smorgens ten negen uuren vergadering van Politie Present Princen van aan „groten in boast van Prins voekoe en kamaloedien goede in bost van Prins Allam Princen Noekoe en Kamaloedien voorgeslagen hadden, met belofte van 800: Rd„s door den Djoegoe Rahasoean kuifrij der Tidorse Rijs=- en Hoekum Tadjoedien, indien de verziezing op kama„ loedien vide, de Leden hadde laten convoceren om te raadplegen wie wen, ten meesten mutte en voordeele van de Compagnie, dat Character met gerustheid konde opdra„ gen. De E: E: p=m Gezaghebber verwittigde den Raad verder, dat zijn Edele zig na den inborst en het gehouden gedrag der twee gemelde Priencen zederd eenige Jaren herwaarts, naauwkeurigsten hadde g'informeert en verstendigd was, ten dat Noekoe, behalven een zoon van den verzonden Koning Djamaloedien, een valsch, eigenzinig en norsch Prins, zoo meede dat Kamaloedien nog veel erger als de gew: jonge Koning Garamahongij was, en boven dit alles bei„ de geslagene vijanden van onze natie, en dus ten eenen„ maale onnut waren, om diergelijk gezag te werden aan„ „betrouwd: Dat daarentegen van zekeren Prins Alam, oudste zoon van den versturven Regent Gaijgira, met veel meer lof wierd gesproken en aan dien Prins, schoon „ nog zeer onnosel en weinig bedreven in onze manieren, de zelfde goede en prijsenswaardige hoedanigheden, als aan sijnen vader wierden toegeschreven en behalven dien ook door de oude en deugdrijke Princes Nafigatin Noefoes aan den vaandrig Gebhard, als de bekwaamste en op welke de maatschappij het meeste vertrouwen konde stellen, was aangepresen, en ook te gelijk door Haar, in dat geval„ instandig om reden den 16: Meij 1780 42 ontslag der Princesse en verdere meede regenten „gent aangesteld. „mekam naar het Ter„ „cheerd om daar van Com= „municatie te geven Princen en Rijksgrooten in het kasteel dern oud van getrouhd instandig verzogt, om in 't geheel van de mede Regent„ schap ontslagen te wezen, vermits de Tidoresen met onder veelen en nog minder onder 't gezeg van een vrouw„ maar onder een Hoofd alleen wilden staan. Alle dit vorenstaande in rijpe overweging geno„ men wezende, zoo wierd op de propositie van zijn Edele, met unamina stemmen goedgevonden en verstaan de welmelde Princesse Hafjatin Noefoes en tevens ook de voedere meede Regenten om reden men in de laatste veelhooferige regering niet anders dan veel verwarring en kleinagting voor den vorst bespeurd had van haar bes„ tier te ontslaan en het gezag over 't Rijk van Tidore, tot de bekomene nadere orders Hunner Hoog Edel„ Prins Allam tot d heden, ten vollen optedragen aan voorn: Catra Alam„ met toevoeging van konninglijk honneur op het Eiland Tidore, zullende van dit besluit door twee de, Heinrich en Hem= Gecommitteerden uit dezen Raade, d'E: Heinrich en „naatsche hof gedepe=Hemmekam, na het eindigen van de vergadering, aanstonds kennis werden gegeven aan zijn Hoogheid den koning van Ternaten en alle de hier presente Princen en Rijksgroten dezer avond aan dit Kasteel ont boo der Tidorsche ontboden, om insgelijks van deze verkiesing Commu„ nicatie te erlangen en den Eed van getrouw- en ge„ hoorzaamheid aan hunnen nieuwverkoren Regent ter aflegging van afteleggen, na dat deze alvorens, denzelven aan de Compagnie zal hebben gepresteert en zijn Bewijs van den E: E: gezaghebber ontvangen. Aldus Aldus Gedaan en Geresolfeert tot Ternaten dato voorschreven /:was geteekent /. in 't Kasteel Orange Heinrijch W: Johnson G: W: van Renesse H„r Cornabe H:t A F: B: Hemmekam L H: Luijnes J: Boot H: A: de Chalmot. Dingsdag 43 44 Dingsdag den 16=e Meij 1780. den E: E: p=mn Gezaghebber- „ kapitein en Hoofd den Militie „ koopman en Fiscaal. „ Onder koopma en Cobij Bakaka: _„o. . . . . . . Rahasoean Tadjoedien salahoedien Falaraha Maja „ quimelaha. . . . . E„ „ Djoerotuelis sanghadje mote Abdul Gane Baij Adje „ quimelaka Togoboe- - - - - seneeng „ Ngoffamangira Rhum „ Hatibij Toegoeboe. Nagi soeloe en „ Luitenant. . . . . . Talaboedien Den Djogoegoe. . „ Hoekum. . . . . „ sowohe. - - - - - - - -. met en nevens de volgende Rijksgroten als„ Alxander Cornabé Johan Godlob Wilhem Heinrich Hendrik Ambrosius Johnson Gerardus Willem van Renesse Francois Bartholomeus Hemmekam Johannes Boot en 4. p:s sectetaris van Slke. Hendrik Amelius de Chalmot alle present, 's avonds te ses uuren, gecombineerde vergadering van Politie den _„o. . . . . . „ „ „
English
Taking of the Oath of the Regent to the Company. Tahanij Djabon Modim Soaknora Captain Dooij Boenga Alferes Tahaboedien. The Sabandhar. and the undermentioned Princes, namely: Kamaloedien Safioedien Noekoe Massel van der Parra Baba Daha Tangripi Patra Alam Poassa Dati and Djamaloedien Gathering for the administration of the oath of fidelity by Tidore to the Company, and homage by the Princes and Grandees to the Regent. This evening being appointed to present Prince Alam, who was this morning appointed Regent, to his Grandees and Princes of the realm present here, and to have the oath of faithful obedience sworn, first by the said Prince to the Company, and then by the present Grandees and Princes to him; thus, after all the persons mentioned at the head hereof had appeared in the council chamber, the Honorable Governor communicated to them that this morning, for reasons found valid, it was deemed fit by the Moluccan Government, pending the receipt of further orders from Their High Mightinesses, to appoint Patra Alam, son of the recently deceased worthy Prince Regent Gaijgira and descendant of the praiseworthy Sultan Saifoedien, as Regent and sole Head over the Realm of Tidore, and thus to discharge from the co-regency the old and virtuous Princess Hafigatin Noefoes, alongside the Grandees who jointly held the administration. This communication having been received by them all with outward signs of joy, although one could well observe that they were not well pleased with this choice, and that it especially displeased the Princes of the royal house and chiefly the Princes Noekoe and Kamaloedien; thereupon the oath was taken by the new Regent, after His Highness had first been granted a seat on the left side of the Honorable Governor and congratulated by the entire Council on his elevation, according to the custom of the Mohammedans, upon the Alcoran; and thereafter by the Grandees and Princes present, who subsequently rendered homage to their new Ruler. This ceremony having proceeded thus far, the Honorable Governor handed to the new Regent, as a token of the entrusted authority, a deed prepared for that purpose, and thereupon, amidst repeated congratulations, ordered three cannon shots to be fired from the main bastion. The new Regent, who hardly knew how to express his gratitude, after having given all possible tokens thereof, subsequently made known to the Council the great embarrassment regarding cash, both of himself and of his Grandees of the realm, but especially of himself, being currently obliged to have some clothes made for himself and to purchase other very necessary provisions. Which having been deliberated and at the same time taken into consideration, with regard to the Regent, his genuine great poverty, and with respect to the Grandees of the realm, their repeated requests for some time already; it was thus approved and resolved to grant to the new Regent Patra Alam and to the Grandees of the Island of Tidore one year of recognition money, however after deduction of Rijksdaalders 627: 24: from the first, and of Rijksdaalders 200:—:- from the second amount, and thus to deliver to the well-mentioned His Highness Rijksdaalders 572: 24:- and to the Grandees twelve hundred Rijksdaalders; while it was further resolved to have the said Regent return as soon as possible, and to nominate the Honorable Heinrich and Hemmekam as commissioners for the public presentation of His Highness on the Island of Tidore. This all having been communicated by the Honorable Governor to the well-mentioned Prince, Grandees of the realm, and Princes, they expressed their utmost thanks for this and thereupon took their leave after first having consumed some refreshments; the first-mentioned being escorted as far as the Company Garden by the Members of this assembly, the Honorable van Renesse and Boot, and from the main bastion and the Post Voorburg, both of which points His Highness passed, three cannon shots were fired as a sign to the common Tidorese that they had again received a new Head. Thus Done and Resolved at Ternate in Castle Orange, on the date aforesaid. Signed: A. Cornabé, J. G. W. Heinrich, H. A. Johnson, G. W. van Renesse, F. B. Hemmekam, J. Boot, H. A. de Chalmot.
Dutch transcription
den legging van den Eed van Regent aan de Compagnie Tahanij Djabon „ Modim Soaknora „ kapitein . . . . . . Dooij „ _„o. . . . . Boenga „ Alferes. - -. . . - - Tahaboedien. den Sabandhar. - en de onderstaande Prinsen als: Kamaloedien safioedien Noekoe Massel van der Parra Baba Daha Tangripi Patra Alam Poassa Dati en Djamaloedien Heden avond bestemd zijnde, om de dezen morgen Pri tot Regent aangestelden Prins Alam, aan zijne hier tegenwoordige Rijksgroten en Princen voor te stellen en den Bij een komst ter af Eed van getrouwen - gehoorzaamheid, eerst door dien vordt getrouheid door Tidors aan de Compagnie en dan door de presente groten en Paim „cen aan dezelven, te laten doen; zoo wierd, na dat de in 16. den 45 dag den 46 16. Meij 1780. p=m gezaghebber dien aan „gaande strekkende sommiga„ tot blijdschap Prinken Noekoe en Kama= „loedien gen „presteert den hoofde dezes gemelde personen alle in de ver„ gaderzaal waren verschenen, hun door den E: E: p=m comunicatie van den E: E. Gezaghebber gecommuniceert, Dat heden mogen door de Moluksche Regering, op gevonde reden, goed„ gevonden was, tot bekoming van naderen orders van Hunne Hoog Edelheden, als Regent en eenig Hoofd over het Rijk van Tidore te benoemen, Patra Alam, zoon van den jongst overleden braven Prins Regent Gaijgira en afstammeling van den roemwaardigen sulthan saifoedien, en dub van het mede-Regent„ schap te ontstaan de oude en deugdrijke Princes Ha„ „figatin Noefoes nevens de Groten, die het bestier me„ de in handen hebben gehad. Deze communicatie door hen alle met uiter„ lijke tekenen van blijdschap, schoon met wel be„ merken konde, dat ze niet wel met deze keuse te vreden waren, en dat die inzonderheid de Prin„ een van het koninglijk geslagt en voornaamlijk dog tot ongenoegen der de Princen Noekoe en kamaloedien niet behaagde„ zoo wierd daarop den Eed, door den nieuwen Re„ eed door den Regentga„ gent, na dat zijn Hoogheid alvorens zit plaats aan de linkerzijde van den E: E: gezaghebber was verleend en door den geheelen Raad met zijne verheffing vergelukt, naar den gebruike der Ma„ hametanen den in 4711. de „een in groten aan den zelven Acte voor den Regent blijken van des Regents erkentenis om eenige Contanten „hometanen, op den Alcoran gepresteert en en hulde der Prin daarna door de tegenwoordig zijnde groten en Princen, die vervolgens aan hunnen nieuwen Ge„ bieder hulde bewezen. Deze plegtigheid dus verre voorbij zijnde, overhan„ digde de E: E: gezaghebber aan den nieuwen Regent, ten teken van het aanbetrouwd gezag, eene tot dat einde vervaardigde acte en liet daarop, onder het herhalen van gelukwenschingen, drie kanonschoten van het grootbolwerk doen. De nieuwe Regent, die bijna zijne erkentenis niet wist te uitten, gaf, na daarvan alle mogelijke blijken te hebben gegeven, vervolgens aan den Raad te ken„ nen de grote verlegenheid om Contanten, zoo van en desselfs verlegenheid Hem, als van zijne Rijksgroten, dog in 't bijzonder van Hlem, alstans genoodzaakt wezende, zig eeni„ ge klederen te laten maken, en andere zeer nood„ wendige behoeftens intekopen. Waar over gedelibereert en teffens in aanmer„ king genomen zijnde, ten aanzien van den Re„ gent, zijne wezentlijke grote armoede en ten ap„ zigte der Rijksgroten, hunne herhaalde instantien zederd eenigen tijd reeds; zoo wierd goedgevonden en besloten, aan den nieuwen Regent Patra Alamen aan de Rijkgroten van het Eiland Tidore een Jaar Recoqnitier penningen 16 16 Meij 180 48 neven, staande con= „tanten „mekamnaar Tidor voorstelling van den Regent „groten worden uit de veergadering naar huis geleid. „penningen, egter na aftrek van Rijksdaalds 627: 24: en van het eerste, en van rd„s 200:—:- van het twee de bedragen en word gerust met de dus aan welm: zijn Hoogheid te laten afgeven Rd„s 572:24:- en aan de groten, Rijksdalders twaalfhonderd; terwijl nog ver„ der g'arresteert wierd; om den ged: Regent ten spoedigessen te laten reverteren, en d' E: Heinrich en Hemmekam tot db: Heiwrich en zen gecommitteerden te nomineeren, ter publicque voorstel„ gecommitteert ter ling van zijn Hoogheid op het Eiland Tidore. „ Van dit een en ander door den E: E: p=r Gezaghebber ken„ nis aan welmelden voorst, Rijksgaaten en Princen gegeven de Regenten Rijks=wezende betuigden dezelven hier voor ten uitersten dank en namen daar op na eerst eenige verversching gebruikt te hebben, afscheid; wordende de Eerstgemelde door de Leden dezer vergadering d'E: van Renesse en Boot tot naar Comp=s 4 Tuiw begelen en van het grootbolwerk en de Post voorburg„ welke beide punten zijn Hoogheid passeerde, drie ka„ nonschoten gedaanten blijke voor de gemeene Tidoresen, dat ze weder een nieuw Hoofd hadden bekomen. Aldus Gedaan er Geresolveert tot Ternaten in 't Kasteel Orange dato voorsz: /was geteekent:/ A„n Cornabé, J: G: W: Heinrich, H: A: Johnson, G: W: van Re„ nesse, F: B: Hemmekam, J: Boot, H: A: de Chalmot, Dingsdag de Ge¬ en ken 6 e„
English
Tuesday the 23rd of May 1780, in the evening at half past six, Meeting of Policy. Present: The Honorable Administrator Alexander Cornabé Captain and Head of the Militia Johan Godlob Wilhelm Veinrich Merchant Fiscal Hendrik Ambrosius Johnson Junior Merchant and Clothing Keeper Gerardus Willem van Renesse Junior Merchant Francois Bartholomeus Hemmekam Junior Merchant Lucas Hermanus Luijmes Junior Merchant Johannes Boot Acting Secretary of Policy Hendrik Amelius de Chalmot The Honorable Acting Administrator having previously informed the members that he had convened this meeting solely on account of the reports just received concerning the approach of Magindanaos, in order to devise in haste such measures with the Council to counter them as the circumstances of the time would permit, His Honor thereupon produced a letter contained in a letter from Makian's Postholder Hagestad, which was found to be of the following context: Ternate. To the Right Honorable Worshipful Lord Alexander Cornabé, Administrator of these Moluccas. Right Honorable Worshipful Commanding Lord, I hereby take the liberty to communicate to Your Right Honorable Worship that one Makian prahu with 9 boatmen, out fishing, arrived at the island of Latta Latta, and first there arrived with them 4 Alfurs who for some years had been held captive by the Magindanao on the island of Goraici, and have now fled from the Magindanao and brought news to the Makianese on the island of Latta Latta that 300 large and small prahus have departed from Magindanao, and that very day the Magindanao arrived on the land of Latta Latta at the Makianese with a small prahu, attacked them, and that same day they fled back to Makian and brought me the news that there are 17 prahus of Magindanao and, now being at Latta Latta, have taken the Alfurs captive again; furthermore the undersigned requests in the name of the Makianese chiefs 2 small barrels of gunpowder; they have said that they will gladly give it into my custody and when it comes to it, they will ask it of me. Underneath stood: Right Honorable Worshipful Commanding Lord, Your Right Honorable Worship's humble, loyal, obliged servant. Was signed: A. Hagestaadt. In the margin: the 26th of May Anno 1780. From which being seen that the Magindanaos, according to the account given by four Alfurs who fled from Magindanao and arrived at the island of Latta Latta to some Makianese fishing there, had set out with three hundred large and small pirate vessels, as well as that, according to the report by those fishermen themselves, that same day seventeen pirate prahus had shown themselves near the said island, and that even some Magindanaos had come ashore with a small prahu and attacked them, whereupon they managed to escape, but the four Alfurs were taken captive again: thus it was, although full credence could not be given to these reports and the King of Ternate—who likewise had caused knowledge of the aforesaid to be given to the Honorable Acting Administrator through his Jogugu and a letter from a clerk—was of the opinion that some untruth lay hidden beneath this, nevertheless deemed very necessary to keep prudence in sight in every respect, and therefore rather to take timely, perhaps unnecessary measures to counter an enemy approaching, certainly only according to loose rumors, than to think of defense when it was sometimes already too late and everyone had been thrown into disorder by such negligence. For that reason, the offer of the Highness of Ternate to immediately make ready ten kora-koras was regarded as very acceptable and well-timed in these days, and on that account it was approved to take advantage of this friendly offer made immediately upon the said communication without request, and at the same time to grant the fair request of that prince to provide those vessels with ammunition, and pursuant to that to have delivered to him, subject to further accounting, the ammunition listed alongside: 22 pieces of half-pounder bronze cannons still in the artillery 10 pieces of iron one-pounders 14 small barrels containing over 700 pounds of gunpowder 50 rounds of cannonballs and grapeshot mixed together for each cannon 36 small cartridge pouches, and 36 bundles of live cartridges, together with the necessary sponges, worms, powder ladles, and rammers.
Dutch transcription
49. den EE: =n Gezaghebber „koopm: fiskaal „onderkopen en Clij dekk: „ Onderkoopman „ p=s secretaris van Politie „nadering der Magin= „danaoers. van Macquians Posthouder Alexander nabe „kapitein, en hoofd der Militie Johan Godlob wilhelm Veinrich, Hendrik Ambrosius Johnson Gerardus Willem van Renesse Francois Bartholomeus Hemmekam Lucas Hermanus Luijmes Johannes Boot en ty Hendrik Amelius de Chalmot „ p=m kommendant De E: E: p=m Gezaghebber den Leden praalabel verwittigd hebbende d Berigten van de aan deze vergadering eerlijk wegens de zoo even ingekomene be„ rigten van de aannadering van Mangindanauwers, belegt te hebben, ten einde in der haast zodanige maatregelen met den Raad, tot kunnen tegengang te beramen als de tijdsamstandig„ heden zouden toelaten, zoo producceerde zijn Edele daar op een brief vervat in een brief van Macquians Posthouder Hagestad, welken men bevond te wezen van volgenden Context Ternaten Aan den wel Edele Agtbare Heer Alexander Cornabé Gezaghebber deezer Moluccos Wel Edele Achtbare Gebiedende Heer Bij deese neeme de vrijheid uwel Edele Agtbaer te Communiceeren dat Dingsdag den 23=e Meij 1780, 's avonds ten half zeven uuren, Ver„ gadering van Politie Present 5 „ _„o. . . . . . . de 50 de waarheid dier berigten met Ter 1. Macquiande Prauw met 9: schippers uijt viehsche bongewest op 't Eijland Latta Latta, en zijn bij deselve Eerst aangekoomen 4: Alfoeren die Eenige gaaren zijn van de Mangendanao op 't Eijland goraitje gevangen ge„ west, en zijn weezer van de Mangindanao gevlugt en heeft bij de Macquianders op 't Eijland Latta Latta tijdeng gebragt dat 300 groteen klijne Prauwen van Man„ gindanao vertrokken, en den selven dog ben de Maagindanao met klijne Prauw op 't land Latta Latta bij de Macquianders gekoomen hebbe de selve aangedan en zijde selve dag aengevlugt weeder naar Macquian en hebbe bij mijnde tijding gebragt dat 17: Prauwen zijn van Mangindanauw en thans zijnde bij latta latta hebbe de Alfoeren weeder gevangen genomen, verders versoekt den ondergetekende uijt naam van Macquianders opperhofden 2: vatje Buskruijt zij hebben gezegdat zij mijn in bewaring wel geven en als op aankomt dan zal zij van mijn vragen;- /:onderstond:/ Wel Edele Agtbare Gebiedende Heer wel Edele Agtbaaren onder„ danigen Trouw schuldige Dienaer /:was getekent:/ A„s Hagestaadt /:in mar„ giene :/ den 26: Meij Anno 1780: — Waar uit gezien zijnde dat de Mangindanauws, volgens het verhaalde door vier van Mangindauw ontvlugte en op het Ei„ in houd der briefs land Lattalatta aangekomene Alfaeren aan eenige aldaar vis„ schende Macquianders, met drie honderd grote en kleine Roof„ vaartuigen waren uitgelopen, zoo mede dat, blijkens het gerappor„ teerde door die visschers zelve, dien zelfden dag zeventien Roofprau„ wen bij gem: Eiland zig hadden laten zien en dat zelfs eenige Ma„ gindanauwers met een klein prauwtje aan Land waren ge„ „komen en hen hadden aangedaan, wanneer zijl: het nog ontslipt, dog de vier Alfoeren weder gevangen genomen de Raad twijfel daan waren: zoo wierd, ofschoon niet ten vollen geloof aan deze „naarsche koning berigten konde slaan en met Ternaatsch koning die insge„ lijks van het voorschrevene door Deszelfs Djogoegoe en een schrijven dat 23: door den Raad nodig ge= „agt natschoorst om tien korra kortas in gereed„ „heid te brengen. „word geamplesteert „staande amunitie afgegeven schrijver kennis aan den E: E: p=m Gezaghebber hadde la„ ten geven, van gevoelen was, dat hier onder eenige onwaar„ egter voorsigtigheid heid schuilde, egter zeer nodig geagt de voorzigtigheid voor allen delen in het oop te houden en dus liever onnodige maatregelen bij tijds, tot tegengang van eenen, ze„ kerlijk maar volgens losse gerugten, aannaderenden vijand, te nemen, als op defensie bedagt te wezen, wanneer het zomwijlen reeds te laaten een ieder door dier gelijk versuim in wanorder gebragt was, men merkte dier„ aan bod van ver=halven het aanbod van Ternaatsch Hoogheid, om ten eersten Tien korra korras in gereedheid te zullen bren„ gen, voor zeer aannemelijk en in deze tijden als wel van pas aan, en vond uit dien hoofde goed, van deze vriendelijke en zonder verzoek, ten eersten bij ged: Communicatie, gedane offerte te profiteren, en teffens, de billijke in„ stantie van dien vorst, om die vaartuigen maar met ammunitie te voorzien, te accorderen, en ingevolge van en aan denzelven de neven, dien aan Hem, tot nadere verantwoording af te laten geven, 22: p„s nog in de Artillerij zijnde met ale halfponser ka„ „nons 10: „ ijzere Een ponders 14: „ vatjes over 700 ponden buskruit. 50: „ kogels en druiven door elkanderen voor ieder kanon 36: „ kleine patrontassen en 36: „ boschen scherpe patroonnen, mitsgaders de nodi„ „ge wissers, krassers, schutlepels en aanzetters. Ten den ses order
English
52 23 May 1780 Consideration on the small number of Alfurs on this island. Six detained. Furthermore, it being taken into consideration that at present no large number of Alfurs were on the island, but could be here within four or five days from the opposite shore of Halmahera upon the summons of their king, and that it would thus not be advisable at all to completely deprive ourselves of those mountain farmers, who, upon the appearance of enemies, had to occupy and defend the shore; so it was likewise approved and unanimously resolved, for the present to dispatch this very night, with the consent of His Highness, four well-manned and amply supplied kora-koras with some smaller native vessels or advice proas, and to place on one of them a competent soldier in order to be able to make a clear report upon return, and for the present to detain here the remaining six kora-koras, after they have likewise been brought into a combat-ready state, and to reinforce that native fleet with the Alfurs and kora-koras expected from the opposite shore, as well as to have His Highness most earnestly order the chiefs of the departing vessels to dispatch a small vessel hither with the necessary orders to the four kora-koras as soon as they discover and catch sight of Maguindanao vessels, be they many or few, in these waters, in order 53 to be able to take further decisions on this matter at that time: it being meanwhile also understood to order the skipper of the ship Delfshaven and the commanders of the other Company vessels lying in the roadstead, as was also carried out during the meeting, to bring their vessels immediately and without the least delay, each according to their ability, into a proper state of defense, and not to absent themselves from their vessels, especially at night, but always to keep a good watch, and to allow no native vessels to pass at night or at improper times without hailing their operators, and, if they are unwilling to approach, to compel them thereto with the artillery. On this occasion it also being considered that it would be a most desirable thing for the Company if once more a Maguindanao vessel manned with some of those pirates, but especially a prominent person of their nation, were brought into our power, because they had dragged away so many Europeans and others of the Company's subjects as prisoners, and it being at the same time considered that, besides the intelligence that could be gathered from such prisoners, such an execution would greatly reduce the boldness of the pirates, as they were only so proud and enterprising because they had met virtually no real resistance anywhere and had hitherto played the master everywhere, and moreover had had the fortune that none of them had yet been our prisoner; of which, were they once to experience the contrary, the Council did not doubt but that one might have some prospect of soon looking forward to peace, for which before that time there was however not the least well-founded hope: for all which aforementioned motives then, in humble trust of Their High Nobilities' favorable approval, it was approved and resolved to establish the following premiums, to encourage the Alfurs and other natives employed in our service and for the expeditions, to be received from the Company's treasury by the captor or, if there are multiple captors, to be divided among the victors according to rank, namely: for the first or supreme chief of a Maguindanao fleet, if brought in alive, 500 rixdollars, but if dead only half, or 250 rixdollars; for taking and bringing in a large pirate vessel, 100 rixdollars; for a medium-sized one, 70 rixdollars; and for a small one, 50 rixdollars; with the understanding, however, that 54 23 May 1780. Taking one or more Maguindanaoers prisoner or delivering them dead. Premiums for those who bring in an enemy. 55 Commission to the Ternate Court. Report of the aforementioned commissioners. on such a vessel some prisoners, be they many or few, but also native Maguindanaoers, must be present. This having been resolved thus far, it was decided to commission Captain Heinrich and Under-merchant Hemmekam to the King's Dalam to inform His Highness of these matters and at the same time to learn his opinion concerning the arrangement made. These two Council members, returning after the lapse of a good half hour, reported that His Highness, presenting his compliments to the Commander and Council, expressed his thanks for the communication made and judged that no better measures, according to the constitution of time and affairs, could have been taken than those made known to him; wherefore he fully conformed to them and thus, after receipt of the necessary ammunition for four kora-koras, would immediately dispatch those vessels and some lesser proas with the necessary instructions and otherwise put everything in good order; the said prince thinking, among other things, that the premiums established by the Council would contribute much to a desired outcome, because the common people are after all not so much fond of honor as of money.
Dutch transcription
52 23: Meij 1780 Considiratie over het klein getal Alfoeren op dit Eiland. ses aangehouden Ten vervolge nog in overweging genomen worden„ de, dat tegenwoordig geen groot aantal Alfoeren op het Eiland was binnen een dag over vier â vijf van de overwal van Valmahiera, op het ontbod van hunner koning, hier konde zijn, en dat het dus gansch niet raadsaam zoude wezen, ons ten eenenmaale van die Bergboeren, als die, bij op daging van vijanden, het strand moesten bezetten en defenderen te onsloten; zoo is al„ mede goedgevonden en met eenparigheid van stemmen besloten, vooreerst vier wel bemande en van het nodige depeche van vier torra korra, ruim voorziene korra korras met eenige kleindere sche vaartuigen of advijs prauwen nog dezen nagt, met toestemming van zijn Hoogheid aftevaardigen en op een derzelve en bekwaam militair, om bij retour„ een duidelijk verslag te kunnen doen te plaatzen, en de overige zes korra korras, na dat dezelve egter insgelijks in een slagvaardigen staat zullen zijn gebragt, hier vooreerst aantehouden en die Inlandsche vloot met de van de overwal verwagt wordende Alfoeren en korra korras te versterken, mitsgaders de Hloofden der vertrekkende kieltjes door zijn Hoog„ heid ten ernstigsten te laten gelasten, om ten spoedigsten een klein vaartuig, met de vereischte orders aan de vier koorn, Cormselucidatie herwaards te depecheren, zoo dra zij t: Man„ gindanauwsche vaartuigen, 't zij veele of weirige, ontwaren en in dit vaarwater te zien krijgen, ten einde den n 53 den Orders aan den Schipper van Delfshaven en de gezagvoerders der overige Comp: vaartuigen Consideratie des Raads omtrent de Magindanaoers. einde als dan nadere besluiten op dit onderwerp te kunnen nemen: wordende intusschen ook verstaan, om den schipper van het schip Delfshaven en de ge„ zagvoerders der overige ter rheede leggende Comp=s vaar„ tuigen, gelijk staande vergadering ook gevolg heeft ge„ nomen, te ordonneren van hunne Bodems aan„ stonds en zonder het minste vertoeven, ieder naar hun vermogen, in een behoorlijken weerbaren staat te brengen en zig, vooral bij nagt, niet van hunne vaartuigen te absenteren, maar steeds goede wagt te houden, en geene Inlandsche Vaartuigges bij nagt ofer ontijden te laten passeren, zonder derzelver voer„ ders aante roepen, en die, niet willende naderen, met het geschut daar toe te nood zaken. Bij deze occasie ook nog geconsidereerd wor„ dende, dat het een allergewenschte zaak voor de Compagnie zoude wezen, indien meer Eens een Magindanauwsch vaartuig, met eenige van die Ro„ vers bemand, dog in zonder derheid een voornaam per„ soon van de kunnen, in onze magtkrege om reden zij al zoo veele Europeanen en andere van Compagnies onderdanen gevangen mede gesleept hadden, en daar„ „bij teffens overdagt zijnde, dat, behalven de konsdschap die van diergelijke gevangenen konde ingenomen werden, dusdanige uitvoering der Rovers stoutheid veel 54 23e Meij 1780. den of meer Magindanaoers gevangen nemen of dood leveren veel zoude doen dalen, als die slegts zoo trots en onder„ nemend waren, wijl zijl: nog bijna nergens wezent„ lijken tegenstand hadden gevonden en tot nu toe over al den meester gespeeld en boven dien het geluk gehad, dat nog niemand van hun onze gevangene was ge„ weest; welkers tegendeel zijl: eens ontwarende de Raad niet twijffelde of men zoude enige vooruit„ zigt hebben kunnen, om eerlang naar vrede om„ te zien, waar toe voor dien tijd egter geene de minste gegronde hope was: omw al welke boven, aangehaalde mo„ tiven dan, in nedrig vertrouwen Hunner Hoog Edelhe„ den gunstige goedkeuring, goedgevonden en besloten wierd, om, ter opwakkering der Alfoeren en andere in onszen Dienst en tot de Expeditien g'emploijeert wordende premien voor de geene die een Inlanders, te volgende praemien te bepalen, om, door den opbrenger, in't Compagnies kasse ontvangen, of, zoo er meerdere zijn, door de overwinners onder elkan„ deren, en naar rang, verdeeld te werden, als: voor het eerste of opperste Hloofd van een Mangin„ danauwsche vloot, levendig aangebragt worden de, 500: rd„s dog dood zijnde maar de helft of rd„s 250:, voor het nemen en aanbrengen van een groot Roofvaar„ tuig, rd„s 100: - van een middelmatig Rd„s 70:- en van een klein, rd„s 50:—; onder dien verstande nogtans, dat vp staat gt heid 55 Commissie naar Ternaatsch Hof „den op zodanig vaartuig eenige gevangenen, 't zij veele of weinige dog teffens Nationale Mangindanauwers zig moeten bevinden. Dit tot dus verre geresolveert zijnde, wierd g'ar„ resteerd den kapitein Heinrich en Onderkoopman d: E: Henrich en Himmekam in Hemmekam te Committeeren naar 's Konings Dalm„ om zijn Hoogheid van het een en ander kennis te la„ en teffens desselfs gevoelen ten geven over de genomene schikking te vernemen. Deze twee Raadsladen na verloop van een groot half uur weder revorterende rapporteerden dat zijn Hoogheid onder aflegging van zijn Compliment aan Rapport der voorm: gecommitteerden Heer Gezaghebber en Raad, zijnen dank betuigde voor de gedane Communicatie en oordeelde, dat geene betere medures, naar de Constitutie van tijd en zaken, hadden kunnen werden genomen, als de aan hem bekend ge„ maakte; weshalven Wij zig met dezelve volkomen Conformeerde en dus, na ontvang der nodige ammu„ nitie voor vier korrakorras, aanstonds die vaartui„ gen en eenige mindere schepprauwen, met de nodige instructie zoude depicheren en voor 't overige op alles goede order stellen; denkende welmelde vorst onder anderen, dat de door den Raad gestelde praemien veel tot een gewenschten intslag zouden medewerken, ver„ „mits het gemeen dog niet zoo zeer op Eere, als op Geld gesteld is.