VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3586

Japan · 1,024 pages · 278 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3586_0346 view scan ↗

English

sent back to Manado, and Hoenes has been ordered in the strictest terms to treat the native population with more tolerance and amiability, and furthermore to reconcile himself as soon as possible with the people of Tondano, even if they might bear some fault, because this is not the time to have to deal with internal enemies in addition to foreign ones. From the reports subsequently received from Manado, we must conclude that Hoenes has obeyed our representations and followed our orders, since he reports that he has strictly obeyed the government's orders and that all is in full peace in Manado; regarding which period we have nonetheless demanded a more detailed explanation, but have not yet received it, due to the non-arrival of private vessels. We think that it will also not come amiss here to mention in passing an incredible, most foolish, and absurd accusation brought by Resident Wenthold against the bookkeepers Durr and De Koning, as if they had robbed a sum of more than 200,000 Rds. in cash on Dondo. And, although we were completely convinced that this, as well as the assertion that the said Sarie immediately wanted to take revenge for this with a considerable fleet, was an absolute untruth, we and the other members of the Council nevertheless had Durr, who is present here, as well as the writer Fataka and the chiefs of the corocoras, answer to this accusation and support their apology with an oath. But at the same time we earnestly reproached Wenthold for the little respect he bears this Government by continually hindering it in its weightier occupations with worthless news reports, in which most of the time there is not a true word and which are generally merely loose rumors from natives, and by causing Your High Excellencies as well as us renewed and futile anxiety without first informing himself of the reality of the reports brought to him; copies of these matters being transmitted under No. 7, as well as of another piece of news regarding the disloyalty and evil intention of the Buginese, to which we can also impossible give credence, unless Wenthold, through his poor judgment, all too rash fear, and the resulting apprehension and arrest of two nakhodas and Captain Boanamauw, had himself encouraged the Buginese to vengeance; for, judging that he would have acted much more wisely and safely by following the footsteps of his predecessors and among others of the Residents Witewaal and Mol in such cases, instead of following his own caprice, we have also left the further course of this affair to his discretion, with authorization, however, not to send the arrested persons hither to account for themselves except in case of absolute necessity and conviction of disloyalty or evil intentions, but otherwise to release them again and make them forget the insult done to them with friendly words and through amiable conduct. We expect the best from this written instruction, but can report nothing further or positive, because Resident Wenthold detains, under all kinds of frivolous pretexts, three vessels that have departed successively for Gorontalo since the month of October, against our express order and threat, and thereby plunges us into the utmost embarrassment. Together with the ship Delfshaven, but on a separate vessel, twelve persons who escaped from the people of Magindanao from various regions have arrived here, among whom two were abducted from one of Wolf's paduakang together with the crew of the bark De Ida, but the other ten on various occasions and at different times; besides these, in the month of April there also most unexpectedly appeared here a quartermaster and four sailors, by name Johannes Post, Herman Laijs, Dirk Janszen Deventer, Pieter Johannes Lansen, and Coenraad Boos, also taken prisoner with the said bark and escaped from Cullok in the month of February last with a small prahu. The late Governor Thomaszen had three of the former examined on points of inquiry, and the First Draftsman had a report given by the latter, which papers are now presented to Your High Excellencies under No. 9, 10, 11; and Your High Excellencies are furthermore respectfully informed that, in imitation of Your High Excellencies' very wise treatment, three were re-engaged in service at their request in their former capacities with the wages earned before their capture, and fifteen rix-dollars were given to each of them as a gratuity, in consideration of their great poverty and lack of clothing; but Quartermaster Post and Sailor Laijs were, likewise upon their requests, granted civil freedom. Of the twelve first arrivals, two, namely the Kaidipang resident Mokobohan with his brother, had been planned by His Honorable Sir [illegible] to be sent over to Your High Excellencies, for which reason each of them was at that time provided with a soldier's hat and a nikania, along with 3 Rds. and 10 pounds of rice monthly; which arrangement was unknown to the First Draftsman, who was only informed of it by chance a few weeks ago and, furthermore being of the opinion that this would be entirely unnecessary, because those people have already declared everything known to them, he therefore also abandoned that dispatch, which would only cause needless expenses, and caused the monthly allowance to cease, and left the said two persons the freedom to return to their birthplace, Kaidipang. This narrative would almost have distracted us and made us forget

Dutch transcription

weder naar Manado terug gezonden en Hoenes is op 't scherpste aangeschreven, om verdraag en minzamer met den Inlander om„ „tegaan en voorts ten spoedigsten zig weder met den Tondanens te verzoenen schoon zijl al eenigen schuld mogten hebben, wijl het nu de tijd niet is, om behalven met de buitenlandsche, ook nog met Binnenlandsche vijanden te doen hebben. Uit de naderhand van Manado ontvangene Berigten moeten wij opmaken, dat zoenes aan onze vertogen g'obedieert heeft en onze bevelen is nagekomen, vermits hij meld, dat hij der Re„ „gering orders stipt nagekomen, en dat alles te Manado in volle rust is omtrent welke periode wij egter breedvoeriger ver„ „klaring hebben geëischt, dog nog niet bekomen, door het niet opdagen van particuliere vaartuigen. UEj denken dat het hier almede niet mal â propos zal komen en passant nog aan tehalen, eene door den Resident went„ „hold tegens de Boekhouders Durr en de Koning ingebragte onge„ „loofselijke aller onnoselsten en absurdste beschuldiging, oven als of Deze op Dondo een bedragen van ruim 200'000: Rd„s en wel aan Contanten, zouden hebben geroofd: En, of schoon wij volkomen overtuigd waren, dat dit en teffens ook dat ged„e sarie met eene Considerable vloot zig aanstonds dies wegens revengeren wilde eene volstrekte onwaarheid was, hebben wij en de verdere Leden des Raads evenwel Durr die hier present is, zoo mede den schrijver Fataka en de Hoofden der Korra Korras zig op deze accusatie 11 accusatie laten verantwoorden en hunne opologie met Eede doen staven, dog teffens wenthold ernstig gereprocheert over zijne weinige agting, die hij deze Regering toedraagd, met Dezelve bij Continuatie door niets waardige nieuwtijdingen, aan welke den meesten tijd geen waar woord is en 't geen door den Bank eenlijk losse uitstrooijselen van Inlanders zijn, in hunne gewig„ „tigere bezigheden te beletten en uwe Hoog Edelheden te beletten en uwe Hoog Edelheden zoo wel als ons, zonder zig alvorens van de wezentlijkheid der aan hem gebragt wordende berigten, te doen informeren, maar nieuwer en vergeefschen kommer te baren, gaande van het een en ander onder N„o 7: Copijen over, zoo mede van eene andere tijding nopens ontrouwe en het kwaad voornemen der Boegineesen, aan welke wij ook onmooglijk geloof kunnen de f„o „reren, ten zij dat wenthold door zijn kwaad overleg, al te voorbarige vreese en daar uit oorspronkelijke opvatting en arrestering van twee Annachodas en den Kapitein Boanamauw, de Boeginesen zelfs tot wraake aangemoedigd hadt, want oordelende, dat hij veel verstandiger en zekerder zoude hebben gedaan, om in dier„ „gelijke gevallen de voetstappen zijner voorzaten en onder anderen der Residenten Witewaal en Mol, in plaats van zijne eigene Caprice te volgen, hebben wij het verder beloop van deze affaire ook aan zijn beleid overgelaten, met qualificatie; om, egter niet dan bij absolute noodzakelijkheid en overtuiging van on„ „trouwe of kwade voornemens, de gearresteerden herwaards ter verantwoording te zenden, dog dezelven anders weder te weder te largeren en met vriendelijke bewoordingen en door een minsaam gedrag den hun aangedanen hoon te doen vergeten. wij verwagten het beste van deze aanschrijving, dog kunnen niets naders of positiefsmelden, wijl de Resident wenthold, wijkese/ Resident wonthold, drie successive zedert de maand October naar Gorontalo vertrokkene vaartuigen, tegens onze expresse order en bedreiging, onder allerhande frivole preteyten aan„ „houd en ons daar door in de uitterste verlegenheid dompeld. „se gelijk met het schip Delfshaven dog op een Apart vaartu zijn hier aangeland twaalf van de Mangindanauwers ontvlugte personen van diverse Landstreken, waar onder twee, te gelijk met de schepelingen van de Bark de Ida, van een van Wolfs Padua„ „kans zijn geroofd, dog de andere tien bij diverse gelegenheden en op differente tijden; zijnde behalven deze in de maand April alhier op het onverwagtste nog verschenen een quartiermeester en vier Matroosen, in namen Johannes Post, Herman Laijs, Dirk Janszen Deventer, Pieter Johannes Lansen en Coenraad Boos, ook met ged„,e Bark gevangen genomen en in de maand Februarij J: L: van Cullok g'echapeert met een klein prauwtje. De overleden Heer Gouverneur Thomaszen heeft drie van de eersten op vraag-pointen laten horen en door de laatsten heeft de eerste Tekenaar een relaas laten goven, welke papieren twe Hoog Edelheden tans onder N„o 9: 10: 11. werden aangeboden en Hoogstdezelven voorts nog eerbiediglijk verwittigd, dat; in navolging 13 navolging Uwer Hoog Edelheden zeer wijze behandeling, drie weder op hun verzoek in hunne vorige qualiteiten met de voor hunne gevangen neming gewonnene gagien zijn in dienst genomen, mitsgaders aan ieder Derzelven tot een douceur afge„ „geven vijftien Rijksdaalders, uit aanmerking hunner grote armmoede en gebrek aan Lijfdekking, dog de Quartiermeester Post en Matroos Laijs, insgelijks op hunne instantien, in burger- vrijdom gesteld. Van de twaalf eerstgekomenen, waren twee, als de Candipan„ „ger Mokobohan met zijnen broeder, door zijn wel Edele Achtbare /:z:/ geprojecteert, om tot Uw Hoog Edelheden overgezonden te werden, waarom dan ook te dier tijd aan hun beiden ieder een soldate hoed en een Niquanias, mitsgaders maandelijk 3: rd„s en 10: ponden Rijs verstrekt is: welke schikking den Eersten Tekenaar on„ „bewust en daar van eerst voor eenige weken tijd bij geval geinfor„ „meert en voorts van sustenue zynde, dat dit ten eenemale onnoodzakelijk zoude wezen, wijl die Menschen reeds alles, wat hen bekend was, hebben gedeclareert, zoo heeft hij, om die reden ook van die verzending, welke maar nodelose kosten zou„ „de baren, afgezien en de maandelijksche verstrekking doen Cesseren, mitsgaders aan ged„e twee personen vrijheid gelaten, om naar hun geboorte plaats Caudipang te retourneren. Dit verhaal zoude ons bij na hebben afgeleid en doen vergeten 72

NL-HaNA_1.04.02_3586_0350 view scan ↗

English

forgotten to elucidate to your High Nobilities concerning the return sent by the Resident Koenes of three Ternatan Korra Korras, and we take the liberty in this regard to state that the Commissioners, the Duke, and the King, together with the aforementioned Resident, on account of the return of the Magindanauwers to their country, and to avoid greater expenses, proceeded to the decision to let the said three vessels return to Ternate, without the Resident certainly having considered that the Korra Korras destined for Manado, whether they were present or absent there, cost the Company's money, and that the provision of the annual designated linens to them mattered the least. This error was nevertheless redressed in the month of April by the dispatch of new Korra Korras with Alfurs to Manado; that return being sometimes also to be attributed, although Koenes does not express himself precisely on that, to the manning of the first-mentioned vessels with Macquians instead of Alfurs, whom the Ternatan King at that time could not gather together as quickly as they were required by the Governor. On the 23rd of May in the afternoon, we received the news from Macquian that seventeen Mangindanau pirate prahus had appeared near the island of Latta Latta, situated on the west side of Batchian, and that three hundred vessels, both large and small, had departed from Mangindanao. That this unexpected news surprised us, yet at the same time seemed incredible, your High Nobilities can very easily imagine, because it did not at all square with the contention of the said five crewmen. We would nevertheless not sit idly by upon such reports, which, although somewhat improbable, could still be true, and therefore it was resolved in a meeting still held on that same evening to dispatch four well-equipped Ternatan Korra Korras, accompanied by some small advice prahus, thither as soon as possible, in order to inform themselves more closely regarding this, and finding such to be true, to provide us as well as the King of Ternate with initial notice, in order to send, according to what was accepted by the Ternatan King, a proportionate force against that rabble. However, this arrangement was, to our complete satisfaction, unnecessary, because the said Korra Korras returned on the 2nd, 3rd, and 4th of June without having seen the slightest sign of Mangindanauwers, notwithstanding that they, according to their report, sailed completely around Batchian and inspected all coves. Unlike this report, which to our pleasure was untrue, the report received on the 10th of February last from the Ternatan Highness through His Jogugu, that a large Papuan fleet had shown itself near the Xulla Islands and had already committed some outrages, was found to be all too true and was confirmed to us some time thereafter from all sides. His Highness at that time, with the consent of the First Signatory, immediately dispatched four well-manned and armed Korra Korras thither for the security of his lands and also to search for those marauders, on one of which vessels, at His strong insistence, a soldier was placed, in order to be an eyewitness to everything that occurred, according to His Highness's desire, and to be able to render a sincere account of everything; we having since that time to date received two letters from that man, which are transmitted herewith under No. 13 for your High Nobilities' perusal. Just now we said that the rumor concerning the roaming of the Papuans was confirmed to us shortly after the received report of the King of Ternate, and your Highest Selves will be able to see this very clearly in the accounts transmitted under No. 14, if it pleases you, and at the same time see from them what damage was inflicted upon the poor inhabitants of this colony by their atrocious acts this year: for those plunderers did not shrink from robbing the merchants of everything and moreover capturing the vessels of some, those indeed pitiable people having to consider themselves fortunate still to have escaped with their lives. From the Corporal Jacob Semet, who in the past year was sent on a commission to Maba, Weda, Patani, Gebe, and the Papuans by the Governor, no news has arrived here since the end of November. Only a certain person recently returned from the last-mentioned places with a vessel alongside a certain Chinese Tan Kinhian, a Tidorean interpreter named Kitchil Massa, reported to us on the 15th of this month that the said Semet was still alive and that he had seen him on Salawati together with the Wedan Sangaji Patji; that they had departed from there and thought a large fleet manned with Papuans was about to descend hither to pay homage to their Regent, according to what they say, which does not accord well with their expression of wishing to avenge themselves on account of the dispatch of the Tidorean King, and therefore also seems somewhat incredible to us. The depredations and acts of violence of the Papuans, accompanied by Maba, Weda, Patani, and Gebe people, were confirmed even more closely and in greater detail to the First Signatory by the receipt of three letters received from Amboina dated the 29th of February, 13th of March, and 5th of May last. But since the Governor of Amboina, van Pleuren, will have already entertained your High Nobilities extensively regarding the appearance of that pirate rabble, would

Dutch transcription

vergeten, uw Hoog Edelheden te elucideren nogens de door de Resi„ „dent Koenes gedane terugzending van drie Ternaatsche Korra Korras, en wij gebruiken de vrijheid ten dezen reguarde te bedeelen, dat de Gecommitteerden den Hartog en de Koning te zamen met gemelden Resident, wegens het retour der Magindanauwers naar hun Land, en tot vermijding van grotere kosten, tot het besluit zijn overgegaan, om ged„te drie vaartuigen naar Ternaten te laten wederkeeren, zonder dat de Resident zekerlijk heeft bedagt, dat de voor Manado gedestineerde Korra Korras, 't zij ze aldaar present of absent waren, de Comp„s Geld kosten, en dat de verstrekking van de Jaarlijksche bepaalde Lijwaten aan dezelven het weinigste uitmaakte. Deze faut is egter in de maand April door de depeche van nieuwe Korra Korras met Alfoeren naar Manado, ge„ „redresseert; zijnde zomwijlen die terugzending ook wel te at„ „tribueren. /: schoon Koenes zig daar over Juist niet uitlaat / aan de bemanning der eerstgemelde vaartuigen met Mac„ „quianders, in plaats van Alfoeren, die Ternaatsch Koning te dier tijd zoo schielijk niet bij elkanderen konde krijgen, als dezelve door den Heer Gouverneur /:Z: / wierden gerequireerd. Op den 23: Meij ontringen wij 's namiddags de tijding, van Macquian, dat seventien Manquidanauwsche Roofprauwen zig bij het Eiland Latta Latta, gelegen aan de westkant van Batchian, vertoond en dat drie hondert zoo groote als kloine kleine vaartuigen van Mangindanao waren uitgelopen. Dit dit onverwagt nieuws ons surpreneerde, dog te gelijk ongelooflijk voorkwam, kunnen uwe Hoog Edelheden zig zeer ligt voorstel„ „len, wijl het Gansch niet quadreerde met de sustenue van de ged„e vijf schepelingen. Wij zonden egter evenwel met de handen niet in den schoot E blijven zitten bij diergelijke berigten, die, schoon eenigzins onwaarschijnlijk, tog waar konden wezen, en daarom wierd in eene op dien zelven, avond nog gehoudene vergadering beraamd om vier wel toegeruste Ternaatsche Korra Korras, verzeld van eenige kleine advijs prauwen, ten spoedigsten derwaards te de„ „pecheeren, ten einde zig hier omtrent nader te informeren, en zulks waarheid bevindende, ons zoo wel als den Koning van Ternaten ten eersten narigt te doen toekomen, om volgens het aan„ „genomene door Ternaatsch Koning, eene evenredige magt tegen 5 dat gespuis aantezenden. Dog deze schikking is tot onze volkomene vergenoeging onnodig geweest, door dien ged„e Korra Korras op den 2, 3„' en 4:' Junij zijn gereverteert zonder den minsten schein van Mangindanauwers gezien te hebben, niettegenstaande zijl:, volgens hun rapport, geheel Batchian zijn rondgeschept en alle Inhammen hebben gevisiteert. Op deze tijding, tot ons genoegen onwaar geweest, het op den 10: februarij J: l: ontvange berigt van Ternaatsch Hoog„ „heid door Deszelfs Djogoegoe, dat zig een groote Papoesche vloot vloot bij de Xulasche Eilanden hadde laten zien en ook reeds eenige baldadigheden gepleegd, is maar al te waar bevonden en ons eenigen tijd daar na van alle kanten bevestigd. zijn Hoogheid heeft te dier tijd met bewilliging van de Eersten Tekenaar aanstonds vier wel bemande en gewapende Korra Korras naar derwaarts afgevaardigd, ter beveiliging zijner Landen en ook tot opzoeking dier Marodeus op eene van welke vaartuigen, op Deszelfs kragtige instantie, een Militair is geplaatst, om van alle het voortevallene, volgens zijner Hoogheite begeerte, ooggetuige te wezen en van alles opregt verslag te kunnen doen; hebbende wij zedert dien tijd tot heden van dien Man twee brieven ontvangen, welke hier nevens onder N„o 13: tot uwer Hoog Edelheden speculatie overgaan. zoo even hebben wij gezegd, dat de mare nopens de rondzwer„ „ving der Papoeën ons kost na het ontvangene berigt des ko„ „nings van Ternaten nader is bevestigd, en dit zullen Hoogst„ Dezelven bij de onder N„o 14: overgaande relasen des gelievende zeer klaar kunnen beogen en teffens uit dezelve zien, wat schade de arme Ingezetenen dezer Colonie door hunne gru„ wel stukken, van dit Jaar is toegebragt: want die roofgierigen hebben zig niet ontzien de handelaars van alles te beroven en nog daaren boven de vaartuigen van zommige aftelopen, moe„ „lende die inderdaad beklagens waardige menschen het zig nog voor een geluk rekenen, van het leven er te hebben afgebragt. van Van den Korporaal Jacob Semet, die in den voorleden Jare door den Heer Gouverneur (z /in Commissie naar Maba„ Weda, Pattanij, Gebe en de Papoeas is verzonden, is hier zedert het laast van November geen tijding ingekomen. Eenlijk heeft zekere kortelings van de laatstgemelde plaatsen met een vaartuig nevens zekeren Chinees Tan„ kinhian, gereverteerde Tidoresche Tolk, Kitchil Massa genaamd, ons op den 15: dezer berigt, dat gede somet nog in 't leven was en dat hij denzelven op salwattij te zamen met den wedaschen Senghadje Patji gezien hadt; dat dezelve van daar vertrokken waren en dagt een groote vloot, met Papoeën bemand, stond herwaarts aftezakken, om, naar hunl: zeggen, kunnen Regent homage te doen, 't welk niet wel overeenkomt met hunne uiting van zig wegens het verzenden van Tidorsch Koning te willen wreken en ons daarom ook wat ongelooflijk voorkomt. Nog nader en omstandiger zijn de stroperijen en gewelde„ „narijen der Papoein, verzeld van Maba-Weda - Pattanij - en Gebe„„ „resen, den Eersten Teekenaar geconfirmeert bij bervinst drie van Amboina ontvangene brieven in datis 29: Februarij, 13, Maart en 5: Meij J: l: Dan vermits de Heer Ambonsch Gouverneur van Pleuren uwe Hoog Edelheden omtrent de verschijning van dat roofgespuis reeds breedvoerig zal hebben onderhouden, zoude s E 11

NL-HaNA_1.04.02_3586_0354 view scan ↗

English

would only cause a needless repetition and annoy Your Excellencies, for which reason we shall also omit it and solely mention that the aforementioned Lord Governor considers it a very precious matter if the King of Ternaten could be persuaded to equip a sizable fleet of korra-korras and dispatch them to their lands in order to curb those rogues. In order to cause the King to resolve to this quickly and without a formal request from this Government, the Maba and Weda people themselves have given fresh cause by murdering several Ternate subjects on Gamma Knorra, Galilla, and Cauw, as Your Excellencies can observe from the report transmitted under No. 16; and on the very same occasion that he communicated this, this prince simultaneously informed the First Signatory that he wished the audacity of these robbers might soon be curbed. Since this desire of the King was very fair and just, we deemed it proper at the secret session of the 14th of this month to have His Highness notified that he could employ his manned and armed korra-korras to protect his lands against the invasions of the aforementioned rabble, all the more so because we had also learned that these peoples, as well as the Patani people, were preparing to come to Ternaten shortly with a large fleet, without our having been able as yet to fathom their intentions; with an assurance given at the same time to that prince that he would be assisted by the Company as far as possible should the enemies at any time become too bold or approach in too great a strength; for which offer His Highness expressed his gratitude and at the same time promised the First Signatory to contribute everything from his side to curb these plunder- and bloodthirsty people. Having been informed by a letter from the ensign and Batchian Postholder Roksien, dated the 24th of June and received here on the 4th of this month, that the Jogugu of the said realm was carrying on an illicit affair with a sister of the Crown Prince and had intended to escape with her and his own sister and betake himself surely to one enemy nation or another, and that the Postholder was of the opinion that the Crown Prince himself was colluding in this and occasionally let him depart in secret; the First Signatory had him summoned to him that very same day and addressed him on this matter in the most serious terms; however, the aforementioned prince stoutly, firmly, and under oaths denied knowing anything about this entire affair, and offered, in order to prove his innocence, to depart immediately for Batchian, not only to fetch the Jogugu and his sisters, but also the other grandees of the realm, since they had all lodged complaints with Roksien against the ruler of the realm. In fulfillment of this promise, the Crown Prince, who departed the next day, returned here again after the lapse of eight days and brought along the aforementioned persons, and subsequently, on the 21st of this month, caused the paper transmitted under No. 17, together with an extract letter from Roksien, to be delivered to the First Signatory. Its contents were deliberated upon on the 23rd following, and at that time it was approved to arrest the Jogugu Naim, upon the strong insistence of the prince of Batchian and on account of his manifold acts of disloyalty committed against the Company, and now to have him transported over, to be placed at the highly honored disposal of Your Excellencies; while the Priest Djoenai and writer Saideman, who were nominated to us as Jogugu and secretary, were confirmed that same day. The 18th of this month having been appointed for the introduction and presentation of a new King over the Realm of Batchian, and we knowing no one who had a closer and more legitimate claim to the Throne than the Crown Prince, all the more because since the departure of his uncle we have had no cause to find fault with his conduct, the aforementioned prince was accordingly, on the appointed day, introduced and presented with all solemnity under the name of Paduka Sirie sulthan Muhamad Liaoedien Mularam Tjah Albahim Mirilah Sjan Ritjil Iskandar Alam, after he had first agreed to adhere strictly in all respects to the terms stipulated in the Deed of Investiture sent hither by Your Excellencies, and had confirmed this, as well as the grandees and princes of the realm, with signature, seal, and solemn oaths, as Your Excellencies will observe from the copy presented to Your Excellencies herewith under No. 18. In recommending Oubi as the most favorable place, where the fattest and best nutmegs thrive, the Lord Governor was not entirely mistaken, yet His Honorable Esteem undoubtedly had higher expectations of it than the outcome presented to the First Signatory. For upon the return of Ensign Eberhard, who had departed for Oubi in the month of November of the past year expressly to gather mace and nutmegs, he received no more than a meager 1/2 lb of mace and the corresponding quantity of nutmegs amounting to 2 1/4 lb, which are now being sent over in a sewn and sealed chest. And from the report of that military officer, which accompanies this along with the Journal and Instruction under No. 19, it was seen that, although it was not the proper harvest time, which falls in the months of August, September, and November, one should nevertheless never entertain the idea that as much mace could be gathered on Oubi annually without prior cultivation as Your Excellencies might require in these times. This, compared with the expenses, which for the mace and nutmegs far exceed the limits set by Your Excellencies...

Dutch transcription

zoude eene nodelose repetitie Hoogst dezelven maar enmuijd„ „ren, om welke reden wij het ook zullen agterbalen en eenlijk bedeelen dat welmelde Heer Gouverneur het als eene zeer kostelijke zaak aanmerkt, indien de Koning van Ternaten te bewegen ware, om een aanzienlijke korra-korra-vloot uitterusten en ter beteugeling dier exers, naar hunne Landen aftezenden. Om den Koning hier toe schielijk en zonder verzoek van deze Regering te doen resolveeren, hebben de Maba- en wedaree„ „sen zelve op nieuw aanleeding gegeven, door het vermoorden van eenige Ternaatsche onderdanen op Gamma Knorra, Ga„ „lilla en Cauw, zoo als uw Hoog Edelheden uit het onder N„o 16. overgaand Rapport kunnen ontwaren, en deze vorst heeft bij die zelve gelegenheid, dat Hij dit liet Communiceren, den Eersten Tekenaar te gelijk laten weten dat hij wenschte dat de stoutheid dier Rovers spoedig mogte werden beteugeld. Vermits nu deze begeerte des Konings zeer billijk en regtmatig was, hebben wij ter secrete sessie van den 14: dezer goedgevonden zijn Hoogheid te laten aanzeggen, dat Hij zijne bemande en gewapende Korra Korras maar konde emplo„ „ijeren tot dekking zijne Landen tegens de invasien van meermelde geboefte, te meer wij ook hadden vernomen, dat die volkeren en ook de Pattanijresen zig gereed maakten binnen korten met een groote vloot naar Ternaten te komen, zonder dat men hunne oogmerken tot nog toe konde doorgronden; met verzekering 163 13 verzekering teffens aan dien vorst, van door de Compagnie naar mooglijkheid te zullen werden geassisteerd indien de vijanden zomtijds te stout wezen of te sterk naderen mogten; voor welke aanbieding zijn Hoogheid dankbetuigd en met eens den Eersten Tekenaar beloofd heeft, van alles van zijn kant, tot beteugeling dier Roof- en moordgierigen te zullen contri„ „bueren. Dij brief van den vaandrig en Batchians Posthouder Roksien, in dato 24:„e Junlij en alhier op den 4„e dezer ontvan„ ptC: „gen, G'informeert zijnde, dat de Djogoegoe van gem: Rijk met eene suster van den Kroonprins boeleerde en voornemens was geweest met dezelve en zijne eigene suster te eckaperen, en zig zekerlijk naar, een de of andere vijandelijke natie te begeren, en dat hij Posthouder van sustenue was, dat de kroonprins zelve daar onder heulde en hem zomwijlen in stilte liet ver„ „trekken; zoo heeft de Eerste Tekenaar denzelven nog dien zelven dag bij zig te hebben laten komen, hier over ten ernstigsten onderhouden; dog welmelde vorst heeft fort en ferm en onder beden genegeert, iets van dit heele geval te weten en aangeboden, hn om tot aantoning van zijne onschuld, direct naar Batchian te willen vertrekken, ten afhaal niet alleen van den Djogoegoe en zijne zusters maar ook van de verdere Rijksgroten, als die zig alle over den Rijksbestierder bij Roksien beklaagd had„ „den In nakoming dezer belofte is de kroonprins, die daar daar op den anderen dag vertrokken was, na verloop van agt dagen weder alhier gereverteerd en heeft de bovengenoemde perso„ „nen mede gebragt en naderhand, of op den 21: dezer, aan den Eerstgetekende doen overhandigen, het onder N„o 17. nevens een Extract-brief van Roksien, overgaand papier. Over den inhoud van het zelve is den 23: daar aan gebesog„ „neert en te dier tijd goedgevonden, om den Djoegoegoe Naim, op de kragtige instantie van Batchians vorst en wegens zijne meenigvuldige gepleegde ontrouwe aan de Compagnie te arresteren en tans, ter zeer G'eerde dispositie van uwe Hoog Edelheden te laten overvaren; terwijl de aan ons als Djagoegoe en secretaris voorgedragene Priester Djoenai en schrijver Saideman, dien zelfden dag zijn bevestigd. Den 18: dezer bepaald wezende tot de aan en voorstelling van een nieuwen Koning over het Rijk van Batchian en wij geen wetende, die nader en wettiger tot den Throon als de Kroonprins was, te meer wij zedert het vertrek zijns ooms niets tegens zijn gedrag weten in te brengen, zoo is wel„ „melde vorst, ten bestemden dage met alle plegtigheid, onder„ den naam van Paduka Sirie sulthan, Muhamad Liaoedien Mularam Tjah, Albahim Mirilah Sjan, Ritjil Iskandar Alam, aan en voorgesteld, na dat hij eerst hadde aangenomen, het bij de door uwe Hoog Edelheden herwaarts gezondene Acte van Investiture bedongen, in allen deelen Stipt 21 stipt natekomen en zulks zoo wel, als de Rijksgrooten en Prin„ „cen met ondertekening bezegeling en solemnelen Eede hadde bekragtigd, zoo als uwe Hoog Edelheden uit eene, bij dezen aan Hoogst dezelven onder N„o 18. aangeboden wordende, zullen ontwaren. In de aanprijsing van oubij als de gelegenste plaats en alwaar de vetste en beste Noten gerdeijden, heeft de Heer Gouverneur /:z/ zig niet ten eenemale misgrepen, dog zijn wel Edele Achtb: heeft 'er zonder twijffel betere gedagten van gehad, als de uitslag den Eersten Tekenaar gegeven heeft, vermits hij bij retour van den vaandrig Eberhard, die in de maand November A: p: expres ter inzame„ „ling van Foelij en Noten naar Oubij vertrokken was, niet meer als schaars ½: lb: Foelij en de daar toe behorende Note muschaten ter Quantiteit van 2¼ lb: die tans in een benaaijd en verzegeld kasse overgaan, heeft ontvangen en uit het berigt van dien militairen 't geen nevens Dagverhaal en Instructie onder N„o 19: hier nevens gaat gezien, dat schoon het de regte oogstijd, als die in de maanden Augustus September en November is, niet was geweest, men egter nimmer in het denkbeeld moeste geraken, dat op oubij, zoo veel Foelij Jaarlijksch, zonder vooraf„ „gaande Culture zoude intezamelen zijn, als uwe Hoog Edelheden, in deze tijden wel zouden requireeren. Dit vergeleken met de ongelden, die de Foelij in Noten zeer verre boven de, door Hoogstdezelven gemaakte bepaling, komen A agt p e

NL-HaNA_1.04.02_3586_0358 view scan ↗

English

to stand, deter us thus far from recommending Ouby any further, and still less Batchian; for the truth of this Your High Noble Lands will see most clearly in the 24 nutmegs, with the mace around them, which are also offered to the Same, and the report of the aforementioned Eberhard accompanying this under No. 20, who, upon receiving Your High Noble Lands' very venerated secret letters, was immediately dispatched to the places cited in the journal of him and Weijdemuller, and only returned after several days. Yet, in order to leave nothing untried and to be able to positively communicate in the coming year how many mace nuts can be delivered on average per year through Oubij if the proper harvest time is observed, and how much each pound of mace would come to cost the Company, we shall, at the end of this month or at the beginning of the next, send another qualified person thither, with strict orders to make every effort and leave nothing unvisited that might in any way serve to attain Your High Noble Lands' objective. Finally, to the command of the Same to procure Mabas nuts this year, we cannot obey at all, and we fully trust that Your High Noble Lands will also graciously be pleased to pardon the non-compliance therewith, as soon as the reports concerning that degenerate rabble and their neighbors shall have been read by the Same, which have made it impossible to dispatch anyone thither for the collection of a quantity of those spices. The said Eberhard, who was also asked to survey at Oubij where a Company post could best and most safely be re-established, has indicated in his first-mentioned report that the old location is the most favorably situated, being on a corner of land and beside a fine river, but that the so-called fortress overrun by the Mangindanaoers does not offer the least defense, being merely a square wall 24 feet long, 16 high, 3 feet thick below and 2½ above, and without the least space or living quarters inside, and therefore entirely unfit for a garrison. Should it therefore please Your High Noble Lands to have a garrison placed on Oubij again, which would certainly not be a bad thing at all, the more so because Xullabessie has been dismantled, we request that a competent person be sent to us for the erection of a new fortress there, so that the expenses one would have to incur for the construction of a new post are not once again uselessly squandered. In conclusion on this subject, we must also report that some small items credited to Ensign Eberhard, as recorded in the accounts annexed to the reports, have been validated, and four schellingen a day have been paid to him for 4 hired men whom he used on his expeditions, in the hope that Your High Noble Lands will favorably be pleased to pass this expenditure. The disposition taken by Your High Noble Lands regarding Mono Arfa was made known to that petty prince the day after receiving the secret letter, and at the same time, against a receipt and in the presence of the commissioners Van Dijk and Weijdemuller, who had also been present at the inventory, all his effects that had been stored in the large trade warehouse were delivered to him. The Burgher Captain Van der Plas has likewise been informed of the complaints lodged against him with Your High Noble Lands by the King of Ternate, and most earnestly admonished to speak of His Highness in the future with more discretion than he had done in the past year, which order this officer has promised to obey strictly, and never to give His Highness real cause for complaint; expressing nevertheless his great astonishment over these complaints, for which he did not know he had given any reason, and even more over the solemn assurances of His Highness, at the time he had paid his compliments to the Same upon his return from Batavia, that he had written nothing concerning his person in the past year, and that those from whom he had heard this, both here and in Batavia, were great liars. From the report of the translator Van Dijk, transmitted under No. 22, it will clearly appear to Your High Noble Lands that Third Watch Dekker, who already departed for the Capital of the Indies in anno passato, properly vindicated himself in writing before his departure from here against the complaints of the King of Ternate; that this vindication was translated into Malay by order of the Governor (late), and its content communicated to His Highness, together with the fact that he was fully satisfied with it, and let His well-mentioned Honorable Esteemed know that this matter was thereby settled and that no further fuss needed to be made about it; which will certainly also be the reason why the Governor (late) did not wish to trouble Your High Noble Lands with this affair, which he regarded as settled; wherefore we are also very much surprised that His Highness of Ternate, notwithstanding this, spoke with the Same about it; while it causes us great grief that we could not find the original vindication of that pilot among the papers of the Governor. In order not to have a similar case to the previous one, since it appears from the same that His Highness sometimes forgets his words, it may serve for the highly esteemed information of Your High Noble Lands that a few weeks ago he lodged a strong complaint with the Chief Draftsman against Ensign Rauck concerning all sorts of insolence which the said officer

Dutch transcription

komen doen staan, schrikken ons tot nog toe af, om olij nader aan terecommanderen, en nog veel minder Batchian; want wat hier van is, zullen uwe Hoog Edelheden ten klaarsten zien bij de, aan Hoogst dezelven almede aangeboden wordende 24: Note-muschaate, met de Foelij daarom, en het dezen onder N„o 20. verzellend Berigt van evengemelden Eberhard, die op het ontvangen van uwer Hoog Edelheden zeer gevenereerde secrete letteren aanstonds naar de„ bij het Dagregister van hem en weijdemuller aangehaalde plaat„ „sen gedepecheert en naar eenige dagen eerst weder gereverteerd is. dog, om niets onbeproefd te laten en in 't aanstaande Jaar positief te kunnen bedeelen, hoe veele Foelij Noten jaarlijksch door den bank van Oubij kunnen geleverd werden, als men de regte oogsttijd waarneemt en op hoe veel ieder &: Foelij voor de Compagnie zoude te staan komen, zullen wij in't laatst van deze of in 't begin van de andere maand, nog eens een bekwaam persoon naar G derwaarts zenden, met stricte order, om alles aantewenden en niets onbezogt te laten, wat maar eenigermaten kan dienen ter bereiking uwer Hoog Edelheden doel wit. indelijks Aan Hoogst derzelver bevel, om van dit jaar Mabasche noten te bezorgen, kunnen wij egter volstrekt niet obedieren en wij ver„ „trouwen volkomen, dat uwe Hoog Edelheden de niet nakoming van dien, ook wel gratieusselijk zullen gelieven te pardonneren, zoo ras de berigten omtrent dat ontaard gespuis en derzelver naburen door Hoogst Dezelven zullen wezen gelezen, die onmooglijk toe gelaten hebben iemand, ter inzameling van 23 van een quantiteit dier specerijen, naardewaarts aftevaardigen; Ged„e Eberhard, aan wien ook gedemandeert is geweest, om te Oubij optenemen waar het best en veiligst weder een Comp„s Post zoude kunnen werden aangelegd heeft bij zijn eerstgemelde Berigt te kennen gegeven, dat de oude plaats de wel gelegenste, als op een „ schoone revier zijnde, is, dog dat het door de Man„ „ uithoek en naast een. „gindanauwers afgelopene zogenaamde Fortres niet van de minste defentie en maar een vierkante muur van 24: voe„ „ten lang, 16: hoog, van onderen 3 en van boven 2½ voeten dik en zonder de minste ruimte of Lijfberging van binnen, en der„ „halven ten eenemale onbekwaam voor bezettelingen is. Mogte het uwe Hoog Edelheden dus behagen, om weder eene Be„ „zetting op oubij te laten plaatzen, 't welk zekerlijk gansch niet kwaad zoude wezen, te meer Xullabessie opgebroken is, dan ver„ „zoeken wij, dat ons een bekwaam persoon, tot erectie van een nieur Fortres aldaar mag werden toegezonden, op dat de de kosten, die men voor den opbouw van een nieuwen Post zoude moeten doen, niet weder onnut werden verspild. Ten besluite dezer stoffe, moeten wij nog melden dat aan den vaandrig Eberhard eenige kleinigheden, op de, aan de Berigten G'annexeerde Rekeningen bekend gesteld, zijn gevalideert, en nog aan hem afgegeven vier schellingen daags, voor 4: huurlingen, die hij op zijne Togten heeft gebruikt, in hope dat uwe Hoog Edelheden deze afgave goedgunstig zullen gelieven te passeren. Uwer Hoog Edelheden genomene dispositie omtrent Mono wat omtrent Mono Arfa, is aan dat vorstje des anderen daags na het ontvangen des secreten briefs bekend gemaakt en te Gelijk onder Quitantie en in presentie van de Gecommit„ „teerden van Dijk en Weijdemuller, die ook bij de inventarisa„ „tie waren tegenwoordig geweest, aan hem afgegeven alle zijne in 't groot Negotie Pakhuis geseponeerd geweest zijnde Ex„ fecten. De Burger Kapitein van der Plas is insgelijks ver„ „wittigd van de tegens hem door Ternaatsch Koning inge„ „bragte klagten bij uwe Hoog Edelheden, en ten ernstigsten ver„ „maand, om in 't vervolg met meer bescheidenheid van zijn Hoogheid te discoureren als hij in den gepasseerden Jare hadde gedaan, welke order deze officier beloofd heeft stipt natekomen en zijn Hoogheid nimmer wezentlijke reden tot klagen, te zullen geven, onder betuiging nogtans zijner groote verwon„ „dering wegens deze klagten, waar toe hij niet wiste eenige reden te hebben gegeven, en nog meer over de duure verzekeringen van zijn Hoogheid, ten tijde hij bij Denzelven zijn Compliment bij zijn retour van Batavia hadde afgelegd, dat hij in den gepas„ „seerden Jare niets omtrent zijn persoon hadt geschreven en dat die geene, waar van hij zulks, zoo hier als te Batavia had vernomen, grote, leugenaars waren. Uit het onder N„o 22: overgaand Berigt van den Transla„ „teur van Dijk zal het uwe Hoog Edelheden duidelijk blijken, 23 duidelijk blijken, dat de in anno passato naar Indias Hoofd„ „plaats reeds vertrokkene Derdewaak Dekker, zig, voor zijn depart van hier op de klagte van Ternaatsch Koning, behoorlijk in geschrifte heeft verantwoord dat die verantwoording ter order van den Heer Gouverneur /z:/ in 't Maleisch getranslateert en dies inhoud aan zijn Hoogheid gecommuniseert is, mitsgaders dat hij met dezelve zig ten vollen vergenoegd heeft gehouden en aan welmelde zijn wel Ed. Achtb: heeft laten weten, dat deze zaak hier mede uit de wereld was en dat 'er geen verder water om vuil behoefde te werden gemaakt,; 't welk dan zekerlijk ook de reden zal wezen, dat de Heer Gouverneur /z /uw Hoog Edelheden met deze affaire, die Hij voor afgedaan heeft gehouden, niet heeft willen lastig vallen; weshalven wij ons ook zeer verwondering, dat zijn Hoogheid van Ternaten, des niettegenstaande, Hoogst: dezelven daarover heeft onderhouden; terwijl het ons zeer smert onder de papieren van den Heer Gouverneur de originele verantwoording van dien Piloot niet te hebben kunnen vinden. Om niet weder een diergelijk geval als het vorige, te heb„ „ben, vermits uit het zelve blijkt, dat zijn Hoogheid zijne woorden zomwijlen wel eens vergeet, diene ter hoog g'eerde narigt van uwe Hoog Edelheden, dit Hij voor eenige weken sterk over den vaandrig Rauck heeft laten klagen bij den Eersten Tekenaar wegens allerhande insolentien, die ged„e officier

NL-HaNA_1.04.02_3586_0362 view scan ↗

English

officer had inflicted upon the eldest Prince Aharal and two servants of the royal house, whereupon he was also immediately placed under house arrest by him and the matter was investigated the following day, and Rauck, upon the finding that he was not blameless, was thereupon removed from the King's guard and the ensign Eberhard, according to His Highness's own choice, was reinstated therein. He did not let the matter rest here, as Your Right Noblenesses may observe from the Instruction and Report enclosed under No. 23, but letting His Highness know, while notifying however that Rauck had brought forward in his defense the ill-treatment which he had had to endure from some of the King's servants after His Highness had become indisposed, and also that Prince Aharal had thwarted him in every way in collecting his debts outstanding among the Ternatans with the knowledge of the sultan, to the sum of fully Rd. 3000, that, in order to show how ready he was to punish the insult inflicted upon His Highness, he was willing to place the said ensign in the hands of the Fiscal or send him to Batavia at the disposal of Your Right Noble Great Honors. At the same time, however, he caused His Highness to be presented with the question, though as if without his knowledge, whether the sending of Rauch to Manado, by reason of his six years of service in the King's guard and in consideration of his wife and seven small children, might not suffice, with instructions to the Commissioners that, if His Highness showed an inclination thereto, they should endeavor to persuade him to send Commissioners to the First Signatory to make this request to him personally. This occurred thereafter; after showing some reluctance, he finally granted the King's request, so that Rauch is about to cross over to Manado within a few days to relieve the ensign Vegele, which arrangement we hope Your Right Noblenesses will be pleased to approve. On that same occasion, the Ternatan King was addressed concerning the monopoly that his subjects conduct in foodstuffs, to the great inconvenience of the common people, and His Highness has promised to have the necessary provisions made in this matter. Being about to communicate to Your Right Noblenesses the outcome of the Sangir Commission in the reply to your most venerable secret letters, we must further, to our innermost heart's sorrow, address Your Right Noblenesses concerning an event that will be no less disagreeable to you than it has caused us grief and embarrassment, but the consequences of which we nevertheless hope will be entirely frustrated through our adopted measures and Heaven's blessing; at least, on our part everything has been contributed toward that end. Your Right Noblenesses will please know, then, that as soon as the Prince Regent Guijgira, whose decease was reported at the end of the month of April, was dead, the Tidorese Jogugu Rahasoean and Hukum Tadjoedien came to the First Signatory and requested that, if a new Regent had to be chosen, they would then request Prince Kamaloedien, the son-in-law, or Prince Noekoe, the son of the banished King, with an offer of Eight hundred rix-dollars on behalf of Kamaloedien, if he could become sultan or otherwise for the time being merely Regent. The First Signatory, who immediately upon the decease of the Prince Regent Gaijgiera had made inquiries regarding the qualities of the Tidorese Princes who were not of the lineage of the banished King, and was informed that Patra Alam, eldest son of the recently deceased, resembled his father in every respect, had already chosen this Prince in his mind as successor, but in the meantime, expecting Your Right Noblenesses' disposition daily, allowed the realm of Tidore to be governed by the remaining Regents and at the same time had the ensign and Postholder Gebhard keep a watchful eye on the conduct of the Tidorese; which officer, after the lapse of some ten days, reported that on Tidore there were many drinking bouts in order to obtain the Regency; so that we had to resolve, although we had received no orders as yet, to proceed to the election of a new Regent, as also followed at the session of the 16th of May last, when the aforementioned Prince Alam, by reason of the favorable testimony of his good qualities and of his descent from Gaijgiera, who had shown himself entirely upright and well-disposed, was appointed Regent, with the addition of sultan's honors in his own country to obtain greater prestige. That this arrangement of ours caused some displeasure among the adherents of Kamaloedien and Noeko, Your Right Noblenesses may easily suppose, but it would nevertheless never have broken out in public had the two emissaries of the former King of Tidore Djamaloedien, who still occupies himself with intrigues and sinister plots, namely Mohiboedien and Abdul Rachman, not appeared here. For these men had been arrived here only a few days and had crossed over to Tidore, and, as we only learned afterwards, had delivered the letters they brought with them to some grandees and Princes of the realm, and at the same time spread all kinds of rumors and made the common people believe that the old sultan might sometimes still return and was being regally entertained at Batavia, whereupon the ill-disposed began first to show all kinds of insolence to the Garrison, according to the report of the Postholder Gebhard, and afterwards open disobedience to the new Regent and his

Dutch transcription

officier den oudsten Prins Aharal en twee Dienaren van het Koninglijke huis hadt aangedaan, waar op dan dezelve door hem ook aanstonds in huis-arrest Gezet en den anderen dag, de zaak onderzogt is en Rauck daar op na bevinding, dat hij niet onschuldig was, uit des Konings wagt genomen en de vaandrig Eberhard, volgens zijner Hoogheid eigen keuse weder daar in gesteld. Hij heeft het hier bij niet laten, berusten, gelijk uwe Hoog Edelheden uit de onder N„o 23. overgaande Instructie en Rap„ „port kunnen beogen, maar zijn Hoogheid, onder kennisgering egter dat Rauck tot zijne veronschuldiging hadde ingebragt de slegte behandeling, die hij van zommige uit 's Konings Dienaren, na dat zijn Hoogheid onpasselijk geworden is, hadde moeten ondergaan, en ook dat hem Prins Aharal in het inpalmen zijner, met voorkennis van den sulthan onder de Ternatanen uitgezette schulden, ter somme van wel Rd„s 3000: in allen delen dwars boomde, laten weten, dat, om te tonen hoe gereed hij was, om den aan zijn Hoogheid aangedanen hoon te straffen, den ged„e vaandrig in handen van den Fiskaal wilde stellen of ter dispositie van uwe Hoog Edele Groot Achtb: naar Batavia verzenden. Teffens heeft hij zijn Hoogheid egter, (dog even als buiten zijn weten) laten voorhouden of de verzending van Rauch naar Manado, uit hoofde van zijnen sesjarigen dienst in 27 in de Konings-wagt en uit aanmerking van zijn vrouw en zeven kindertjes niet zoude kunnen volstaan, met inductie aan de Gecommitteerden, dat, indien zijn Hoogheid daar toe inclinatie betoonde, zijl Hem moesten tragten overtehalen tot het zenden van Gecommitteerde aan den Eersten Tokenaar om deze instantie aan hem zelve te doen. Dit is daar op geschieden, na betoning van eenige zwarigheid, heeft hij eindelijk het verzoek des Konings in„ „gewilligd, zoo dat Rauch binnen korte dagen naar Manade ter aflossing van de vaandrig vegele, staat overtevaren, welke schikking wij verhopen dat Uwe Hoog Edelheden zullen gelieven te passeren. Wij die zelve gelegenheid is Ternaatsch Koning E onderhouden over de Monopolie, die zijne onderdanen in de levensmiddelen, tot groot ongerief der gemeene Lieden, drijven en zijn Hoogheid heeft beloofd van in deze de nodige voorzieninge te zullen laten doen. Den uitslag der sangirsche Commissie aan uwe Hoog Edelheden, bij de rescriptie op Hoogst: derzelver zeer geve„ „nereerde secrete brieven, zullende bedeelen, moeten wij uwe Hoog Edelheden nog, tot ons innerlijkst hart zeer onderhouden over eene gebeurten is, die niet minder onaangenaam voor Hoogst de„ „zelven zal wezen, als ze ons kommer en verlegenheid heeft gebaard, dog 27 dog welkers gevolgen wij egter hopen, dat door onze genomene maat„ „regulen en 's Hemels zegen ten eenenmale verijdeld zullen zijn, ten minste van onze zijde is alles daar toe gecontribueert. Uwe Hoog Edelheden gelieven dan te weten, dat zoo dra de Prims Regent Guijgira, wins overlijden in 't laast van de maand April g'erteert is dood was, de Tidorsche Djogoegoe Rahasoean en Hoekum Tadjoedien bij den Eersten Tekenaar kwamen, en ver„ „zogten, dat, indien 'er een nieuwe Regent moeste werden verkoren, zijlieden als dan om den Prins Ramaloedien schoonzoon, of Prins Hoekoe, zoon des verzonden Konings verzogten, met aan„ „bod van Agt hondert Rijksdaalders uit naam van Kamaloedien, als hij sulthan of anders vooreerst maar Regent konde werden. De Eerste Tekenaar die zig aanstonds al bij het overlijden van den Prins Regent Gaijgiera g'informeert hadde naar de qualiteiten der Tidorsche Princen, die niet van het geslagt van des verzonden Konings waren, en onderrigt was, dat Pa„ „tra Alam oudste zoon des Jongst versturven in allen opzigten naar zijnen vader aardde, verkoren dezen Prins reeds in zijne gedagten tot successeur, dog liet intusschen, als daagelijks uwer Hoog Edelheden dispositie te gemoed ziende, het Rijk van Tidor door de overige Regenten bestieren en teffens den vaandrig en Posthouder Gebhard een wakend dog op het gedrag der Ti„ „doresen houden: welke officier Item, na verloop van een dag of tien, berigtte dat op Tidore veele zuiperijen ter obtenue van het Regentschap waren; zoo dat wij moesten resolveren, schoon nog geene orders hadden ontvangen, tot de electie van een nieuwen 23 nieuwen Regent overtegevan, gelijk zulks ook ter sessie van den 16: Meij J: l: gevolg nm, wanneer welmelde Prins Alam, uit hoofde van het favorbel Getuigen is zijner goede hoedanig„v „heeden en van zijne afstamming van den zig volkomen regtgezind en welmenend getoond hebbende Gaijgira, tot Regent, onder toe„ „voeging van sulthans Eerbewijzingen, op zijn eigen Land, tot d bekoming van meerder amnzien, wierd aangesteld. Dat deze onze schikking eenig misnoegen bij de aanhan„ „gers van Kamaloedien en Noeko verwekt heeft, kunnen uwe Hoog Edelheden ligt veronderstellen maar het zelve zoude egter nooit in 't openbaar uitgebroken wezen, waren de twee zendelingen van den zij nog al met draijerijen en sinistre streeken op houdende gew: Koning van Tidore Djamaloedien, in name Mohiboedien en Abdul Rachman hier niet verscheenen Want deze waren hir pas eenige dagen G'arriveert mits „gaders naar Titore overgegaan, en hadden hunne mede gebragte brieven, zoo als wij naderhand eerst hebben vernomen, overhandigt, aan zommige Rijksgroten en Prinsen, en teffens allerhande gerugten uitgestrooid en den gemenen man diets gemaakt, dat de oude sulthan zomtijds nog wel zoude te rug komen en te Batavia vorstelijk geregaleerd wierde, of de kwaadgezinden begonnen allerhande brutaliteiten eerst aan de Bezettelingen te tonen, blijkens berigt van den Posthouder Gebhard, en naderhand opentlijke disobedientie aan den nieuwen Regent en zijne

NL-HaNA_1.04.02_3586_0366 view scan ↗

English

and to demonstrate hostilities in the Main Negorij, and thereafter to conspire at Toloa, so that he, no longer considering himself safe and seeing himself abandoned by nearly all his people, gave us notice of his lamentable condition by letter dated the 27th of the recently passed month of June and requested some assistance. Finding the Regent's urgent request very reasonable and all delay in this matter very detrimental, a meeting was held that very same evening, and in it resolved to dispatch to Tidore, under the supervision of the Secretary of Police de Chalmot, one sloop and two pantjallings, as well as a detachment of one ensign, one sergeant, one corporal, and one drummer, twenty-four privates, together with one Balinese ensign, one sergeant, two corporals, and twenty-four privates, for the protection of the Prince Regent; while the two pantjallings would serve to cruise back and forth off the negorijs of Toloa and Togohia, the Commissioner de Chalmot meanwhile having to make every effort to entice the princes and apostate grandees of the realm who had gone to the said negorij of Toloa to the Main Negorij and to the Regent, and then further to persuade them to appear with him at this Castle, in order there to hear the orders received from Your High Excellencies. From this Commissioner, however, the First Signer received on the 1st of July an extensive report regarding the situation on Tidore, and quickly understood from everything that the rebellious grandees of the realm—among whom especially the Jogugu, the Hukum, the Sowohe, both sangajis of Toloa, the Imam Mardadi, and Gimelaha Bagu showed themselves as the principal ones—as well as the princes, and primarily Kamaludin and Nuku, who, in order to give a pretext to their departure to Toloa, had allowed themselves to be taken away by the people of Togohia and Toloa, quasi by force, along with their effects, wives, and children, would never appear before the Regent, much less on Ternate, as long as they were not forced to appear by constraining means. He therefore embraced the proposal of the said de Chalmot, and the following day dispatched directly to Toloa four well-manned and armed orembaais, also reinforced with 24 Balinese under their officers, which the King of Ternate had ordered to be made ready at the first request, under the command of the Second Signer, to demand the surrender of the princes and grandees of the realm who had shown themselves disobedient toward the Company and their Regent, of which the requisite notice was then also given to the repeatedly mentioned de Chalmot as soon as possible. Now, instead of the friendly remonstrances of the Second Signer bringing these insurgents to a halt and making them see their mistake, they immediately declared flatly that they wished to see the present Regent neither here nor at Ternate; that they had sworn unwavering loyalty to the exiled King for three years, and that if they absolutely had to have another sultan or Regent, they recognized no one for that position other than Prince Kamaludin, whom they had chosen and accepted for that purpose, offering the Second Signer sixteen hundred rixdollars if he would promise and also bring about that Kamaludin was confirmed in the Castle Orange, after which written assurance from the Governor and Council, and not sooner, they were prepared to accompany them to the Main Negorij Soasio and also to Ternate, and that they would not abandon their intention, even if it cost them their heads. The Second Signer, finding it entirely ill-advised, although he had immediately been reinforced by Commissioner de Chalmot with some soldiers and Balinese, to act in a hostile manner with his small force against more than 3000 armed Tidorese assembled at Toloa, fended them off for the present with ambiguous words and by saying that he would inform the Moluccan Government of their wishes, and immediately had notice of everything that had occurred given to the First Signer by the bookkeeper Weijdemuller, who was with him. Never had the First Signer, nor any of the Council members with him, ever thought that the apostates would have dared to write a letter to the King of Ternate to be supported by him in their project, and would be so obstinate toward the Company and at the same time so arrogant in their expressions, as they demonstrated to the Second Signer, first alone and afterward again to him and Secretary de Chalmot together, who on the 3rd of this month had crossed over to Toloa with seven more armed Europeans to confer with the Second Signer on what further was to be done, for the second time in public on the seashore, where they arrived at nightfall with a large multitude of Tidorese armed to the teeth, among whom the emissary Mohibudin stood out; becoming bolder as evening began to fall, accompanied at the same time by a rain shower, so that the said two Commissioners had to employ all their eloquence, in the expectation of receiving assistance during the night, to make them return to the negorij of Toloa, which lies somewhat higher up, after the preceding promise, however, that they would speak with them early the next day, provided they all appeared on the beach as friends, without exception and unarmed. Meanwhile

Dutch transcription

en hostiliteiten in de Hoofd Negorij te laten blijken, en zig daar na op Toloa te Complotteren, zoo dat deze zig niet langer veilig agtende en zig bijna van alle de zijnen verlaten ziende, ons bij brief, in dato 27: der Jongst gepasseerde maand Junij, kennis van zijnen beklagelijken toestand gaf en eenige assistentie verzogt. Des Regents instantie zeer billijk en allen uitstel in dezen zeer nadeelig bevindende, is dien zelven avond nog vergadering gehouden en in dezelve geresolveert om, onder d opzigt van den secretaris van Politie de Chalmot, Een sloep en twee Pantjallings zoo mede een detachement van Een vaandrig Een sergeant Een Korporaal en Een Tamboeren vierentwintig gemeenen, mitsgaders nog van Een Balijschen vaandrig Een sergeant Twee Korporaals en vierentwintig gemeenen, naar Tidore te depecheren ter beveiliging van den Prins Regent; terwijl de twee Pantjal„ „lings zouden dienen ter af-en aankruissing der Negorijen Fo„ „loa en Togohia, moetende de Commissiant de Chalmot intusschen alle pogingen doen om de naar gemelde Negorij solda gegane Princen en afsalige Rijksgroten, op de Hoofd„ Negorij 31 Negorij en bij den Regent te lokken, en als dan verder tot de verschijning met denzelven, aan dit Kasteel, overtehalen, om r„ daar, de van uwe Hoog Edelheden ontvangene bevelen aantehoren. Van dezen Commissiant ontvang, de Eerste Tekenaar egter p„m Julij een wijdlopig berigt wegens de gesteldheid op Tidore, en begreep schielijk uit alles, dat de Rebellerende Rijksgroten, waar onder inzonderheid de Djogoegoe, de Hoekums, de Sowohe, de beide senghadjes van Toloa, de Iman Mardadi en Guime„ „laha Bagoe zig als de voornaamsten deden zien, zoo mede de Princen en voornaamlijk Kamaloedien en Noekoe, die om aan hun vertrek naar Toloa een kleur te geven, zig door het volk van Togohia en Toloa, quasie met geweld, nevens hunne Effecten vrouwen en kinderen hadde laten wegnemen, nimmer bij den Regent, veel minder op Ternaten, zoude verschijnen, zoo lange zij niet door Constringerende mid„ „delen tot de opkomst wierden genoodzaakt. Bij amplecteerde dierhalven de propositie van ged„e de Chalmot, en vaardigde den anderen dag vier welbemande en g'ar„ „meerde, ook nog met 24: Balijers onder hunne officieren, ver„ „strekte zoora Korras, welke de Koning van Ternaten op het eerste verzoek in gereedheid hadt laten brengen, onder 3 ƒ bevel van den Tweden Tekenaar regelregt naar Toloa af, ter 0 opeisscheng der zig Jegens de Compagnie en kunnen Regent ongehoorsaam getoond hebbende Prinsen en Rijksgroten, waar van van dan ook de vereischte kennis aan meerm: de Chalmot ten spoedigsten wierd gegeven. In plaats nu, dat de vriendelijke vertogen van den sweden Tekenaar, deze opvoerigen tot stilstand zoude hebben gebragt en kunnen misslag doen inzien, zoo verklaarden zij aanstonds ronduit, dat zijlieden tegenwoordigen Regent nog hier, nog te Ternaten wilden zien; dat zij den verzonden Koning drie Jaren lang onwrikbare trouwe hadden gesworen, en dat, bij aldien zijl: volstrekt een andere sulthan of Regent moesten hebben, zijl: daarniemand voor erkenden als Prins Kamaloedien, welken zij daar toe verkoren en aangenomen hadden, biedende aan den Tweeden Tekenaar sestien honderd Rijksdaalders, zoo hij beloven en ook bewerken wilde, dat Kamaloedien in 't kas„ „teel Orange wierd bevestigd, na welke schriftelijke ver„ „zekering van den Gezaghebber en Raad, en niet eerder, zij be„ „reid waren, om naar de Hoofd-Negorij Soasio en ook naar Ternaten mede te gaan, en niet van hun voornemen afte stap„ „pon, al koste het hunne koppen. De Tweede Tekenaar Gansch ongeraden vindende schoon hij nog door den Commissiant de Chalmot met eenige Mili„ „tairen en Balijers aanstonds verstrekt was, om vijandelijk met zijn weinige magt tegens ruim 3000: te solda zig ver„ speijsde „zameld hebbende gewapende Tidorese te ageren, stijkte hun voor eerst met dubbelzinnige bewoordingen, en dat hij de Moluksche Regering van hun wil verwittigen zouden af„ en 6: 33 en liet van al het voorgevallene, door den bij hem zijnde Boek„ honder Weijdemuller, terstond kennis aan den Eersten Tekenaar geven. immer hadde hij eerste Tekenaar en geene der Raadsleden met hem, ooit gedagt, dat de afgevallene een brief aan den Koning van Ternaten om in hun project van Iem ondersteund te werden, zouden hebben durven schrijven en zoo halsterrig tegens de Compagnie en teffens zo assu„ „rant in hunne uitdrukkingen zouden wezen, als ze aan den Tweeden Tekenaar eerst alleen en naderhand nog aan hem en den secretaris de Chalmot te zamen, die den 3:„e dezer met nog zeven gewapende Europesen naar Toloa was geschept om met de tweeden Tekenaar te overleggen wat verder te doen, stond, ten twedenmale in 't openbaar aan zeestrand, alwaar ze met een grote menigte dubbeld en dwars gewapende Tidoresen, onder welke de zendelingen Mohiboedien uitblonk, in 't vallen van den avond kwamen, hebben betoond; wordende naar mate de avond be„ „gon te vallen, waar bij teffens nog een regenbuij opzwam, stouter, zoo dat de Ged„e twee Commissianten al hun welsgproken„ „heid moesten emploijeren, om ze, in verwagting van des nagts secours te zullen krijgen, naarde Negorij Toloa, die iets bovenwaarts legt, te doen terugkeren, na voorafgaan„ „de belofte egter, van hen des anderen daags vroeg te woord te zullen staan, mits ze als dan alle zonder uitzondering en ongewapend, als vrienden, aan strand verschenen. Middelerhijle t ten weden onds gt

NL-HaNA_1.04.02_3586_0370 view scan ↗

English

Meanwhile, the First Signer resolved, in order not to let the grass grow under these proceedings and to make an end to this troublesome history, to come in person to the aid of the Second Signer with energetic assistance. He went therefore, upon the reports received from Weijdemuller, directly to His Ternatean Highness and, having requested and obtained a further number of korra-korras, he departed in the evening, after delegating his authority during his absence to the outgoing Fiscal Johnson, accompanied by Captain Heinrich and First Clerk Durr, by the country-boat to Toloa; while Skipper den Hartog with his ship's boat and some select seamen, and the korra-korras with seventy soldiers, thirty-six Balinese, and 50 Siauese followed, and they all arrived off Toloa on the 4th of this month around two o'clock in the morning. After he had summoned to himself the Commissioners Hemmekam and de Chalmot, the latter of whom had remained there at the request of the former awaiting new orders from Ternate, and had informed himself of what had further occurred since Weijdemuller's departure, he went ashore with all the soldiers and the greater half of the Alfoors and, as day broke, had them take up positions according to the layout of the place, and shortly thereafter had a letter from him and the Council, and another from the well-intentioned King of Ternate, brought in answer to theirs by the Second Signer and Secretary de Chalmot, accompanied by Interpreter van Dijk, First Sworn Clerk Duw, and the Arabic scribe Jahaja Ramalang, and furthermore invited all the grandees and princes of the realm present on Toloa to come down to the beach, in order to present there the reasons for their dissatisfaction against the present Regent and also why they absolutely wished to have Kamaloedien in his place, whereupon the First Signer together with the Council members present with him would consider everything and decide the matter with the utmost fairness, whereas, in case of unwillingness and disobedience to the reasonable commands of the Company, they would have to answer for the consequences of such conduct and have the blood of many innocents to be shed, upon further resistance, on their own account. These representations, which were made with all emphasis and gravity, it was hoped would have a good effect, but it seemed as though they became even prouder and more obstinate through the friendliness on our part, for the Jogugu and Hukum Tadjoedien, who were still in the village alongside a great multitude of armed people, while the others had surely already retreated during the night to the first benting, stuck to their position and offered as their excuse that it was impossible for them to come to the beach alone, and therefore they first had to wait for the other chiefs, who were at present absent. Hereupon Interpreter van Dijk was sent once more to the village to invite the chiefs, of whom however none other than the Jogugu was found by him, to the beach for the last time and to announce that, if they persisted any longer in their obstinate disobedience, they would be dealt with according to their merits and treated as public enemies of the Company. Yet this helped just as much as the previous effort, since the Jogugu replied that he could not help whatever came of it and also could not come to the beach alone, and thereupon went away and toward the first benting, leaving that interpreter standing alone among a multitude of armed people. As soon as this report was brought back, the First Signer deemed it proper to keep his word and to make the enemy feel the Company's weapons, for the reason that a retreat without first having driven them off could have had the most pernicious consequences for our men, after which, upon the given signal, the Alfoors began the attack and were secured by the European and Balinese soldiers, as well as by Skipper den Hartog with the seamen accompanying him. The first attack was fierce, but the enemy's courage gradually weakened as that of our men increased, so that after the passage of several hours they lost two bentings and many goods, which were captured as booty by the soldiers and Alfoors; the third benting, to which the enemy had retreated and which lay very high in the mountains, could not be assaulted due to the fatigue of our men, who had already been forced to climb heavily; for which reason the First Signer, all the more because it was already late in the afternoon and the men had not yet eaten anything, ordered the signal for the retreat to be given and thereupon around two o'clock, after first having burned all the houses and having hauled into the sea or smashed to pieces the korra-korras and lesser praus, embarked with Commissioner Hemmekam and all the troops brought along, and dispatched Secretary de Chalmot with his men back to the main village of Tidore; with instructions to be well on his guard and to ensure that first notice was received of all incoming news, and furthermore to inform Prince Regent Alam of all that had occurred that morning and to urge him not to sit with folded hands any longer, as the Company was expending so much cost and effort in upholding His Highness and authority, but immediately to dispatch confidants to track down the malcontents.

Dutch transcription

Middelerwijle namn de eerste Tekenaar zig voor, ten einde geen Gras onder deze gedoentens te laten groeijen en een einde van deze verdrietige hiestorie te maken, om den tweeden Te„ „kenaar met kragtdadige assistentie zelve te hulpe te komen. Wij ging dierhalven, op de van weijdemuller ontim„ „gene Berigten aanstonds naar Ternaatsch Hoogheid en, na nog een aantal Korra zorras verzogt en geobtineerd te heb„ „ben, vertrok hij des avonds, na opdraging van 't gezag, geduu„ „rende zijn absentie aan den afgaanden Fiskaal Johnson, verzeld van den Kapitein Heinrich en Eerste klerk Durr, met de Landschuit naar Toloa; terwijl de schipper den Hartog met zijn scheepsboot en eenige uitgelezene zeevarenden, en de Korra Zoras met seeventig Militairen sesendertig Balijers en 50: Chiauwere„ „sen volgden en alle den 4. dezer circa twee uuren smorgens voor Toloa aankwamen. Na dat Hij de Commissianten Hemmekam, en de Chal„ „mot, welke laatste op verzoek des eersten aldaar verbleven was ter afwagting van nieuwe orders van Ternaten, bij zig hadde laten komen en van het zedert weijdemullers de part nader voorgevallene onderrigten, ging hij met alle de militai„ „ren en de grootste helft der Alfoiren naar de wal en liet ze bij het aanbreken van den dag, naar de Constitutie van de plaats Post vatten, en kort daar op een brief van 35 van Hem en den Raad, en een anderen van den welmenonden Koning van Ternaten, in antwoord op de kunne, door den Twee„ „den Tokenaar en den secretaris de Chalmot, verzeld van den Translateur van Dijk, Eersten Gesworen klerk Duw en Ara„ „bischen schrijver Jahaja Ramalang brengen en voorts alle de op Toloa zijnde Rijksgooten en Princen, ter afkoming aan strand, inreteren, om aldaar de redenen van hun misnoegen tegens den presenten Regent intebrengen en ook, waarom ze volstrekt Kamaloedien in zijn plaats wilden hebben. wanneer de Eerste Takenaar met de bij hem zijnde Raadsleden alles zoude overwegen en de zaak naar de uiterste billijkheid decideren, terwijl ze, bij onwilligheid en ongehoorzaamheid aan de billijke be„ „veelen van de Compagnie, de gevolgen van diergelijk gedrag zoude moeten verantwoorden en het te vergietene bloed van veele onnoselen, bij verdere oppositiet, voor hunne rekening hebben. Deze vertogen, die met allen nadouk en ernst wierden gedaan, hoopte men dat van een goede uitwerking zouden zijn, dog het leek wel, dat ze door de vriendelijkheid van onze zijde nog teotzer en kalsterriger wierden, want de Djogoegoe en Hoe„ „kum Tadjoedien, die nog in de Negorij nevens een grote menigte gewapend volk waren, terwijl de overigen zig 's nagts zekerlijk reeds naar de eerste Bonting hadden geretireerd, bleven bij hun stuk en bragten tot hunne verontschuldiging bij, dat zijl: onmooglijk alleen aanstrand zonden komen, en dierhal„ ven om „ven op de andere Hoofden, die tans absent waren, eerst wagten moesten. Hier op wierd de Translateur van Dijk nogmaals naar de Negorij gezonden, om de Hoofden, waar van egter niemand als de Djoegoegoe meer door hem aangetroffen wierd, ten laatsten male aanstrand te nodigen en aantezeggen, dat, bij aldie, zijl: langer in kunne obstunatae ongehoorzaamheid bleven volharden, zijl: naar morites zouden gehandeld, en als publicque vijanden van de Compagnie getracteert werden. Dan dit hilp even zoo veel, als het vorige, vermits de Djogoe„ „goe ten antwoord gaf, er niet voor te kunnen wat'er van kwam en ook niet alleen aan strand te kunnen komen, en daar op weg en naar de eerste Benting ging latende dien Taals„ „men alleen staan tusschen een menigte gewapend volk. zoo dra dit keerberigt kwam, wierd door den Eersten Tekenaar goedgevonden woord te houden en de vijanden om reden eene retraite zonder ze eerst verjaagd te hebben van de per„ nicieuste gevolgen voor onze Manschappen hadde kunnen wezen, Comp„s wapenen te doen gevoelen, waar na op het gegeven teken, de Alfoeren den aanval begonnen en door de Europeaansche en Balijsche Militairen, mitsgaders door den schipper den Hartog met zijne bij hebbende zeevaron„ „den wierden gesecureerd. 37 De eerste attacque was hevig, dog des vijands moedt vervlauwde allengskens, naar mate dat die der onzen prakende, zoo dat ze naar verloop van eenige Uuren twee Bontings en veele goederen, die door de Militairen en Alfoeren buit gemaakt wierden, verloren; kunnende de derde benting, op welke de vijand zig geretireerd hadde en die heel hoog in 't gebergte lag, door de mattigheid der onzen, die reeds sterk hadden moeten klimmen, niet werden aangedaan; waarom dan de Eerste sekenaar, te meer het reeds laat op den middag was ende manschappen nog niets genustigd hadden, het zein tot de re„ „traite liet geven en zig daar op omstreeks twee uuren, na dat eerst alle de Huisen verbrand en de Korra Korras en mindere prauwen in zee gehaald of aan stukke geslagen waren met den Commissiant Hemmekam en alle de mede„ „gebragte Manschappen inscheepte en de secretaris de Chalmot met de zijnen weder naar de Hoofd Negorij van Tidor depecheerde; met recommandatie om wel op zijn hoede te wezen en van alle intekomene tijdingen ten eersten narigt te doen erlangen, en voorts den Prins Regent Alam van alle het dien morgen gebeurde kennis te geven en den zel„ „ven aante sporen, om als nu ook niet verder met de harden in den schoot te leggen, daar de Compagnie zoo veele kosten en moeite tot opzouding van zijn Hoogheid en gezag aan„ „wendde, maar aanstonds vertrouwelingen, ter opspeu„ „ring der malcontenten aftevaardigen. Wijl agten

NL-HaNA_1.04.02_3586_0374 view scan ↗

English

Because the First Signatory was now of the opinion that, although the rebels were for the present deprived of vessels on Toloa, they would nevertheless devise some means or other to escape, he immediately upon his return caused the Tidorese land from Tomolauw to beyond Marieko to be surrounded and kept enclosed by Ternatan corocoroes, which the King very readily provided, and thereafter charged the Bookkeeper Weijdemuller with the execution of the further commission, namely the capture and sending hither of the rebels, since he could no longer spare the Secretary De Chalmot, because the ship Delfshaven was on the point of departure. This man has successively sent hither to us, besides other grandees, the three-day Sultan Prince Kamaloedien, the Shahbandar Tahanij, the emissary Abdul Rachman, and the sowoke along with his two sons, the notorious Lieutenant Salaboedien and his brother, the fellow emissary Mohiboedien. And since no positive report could be obtained concerning the others, such as Prince Noezoe, the Jogugu, both the Hukum, the two Sangajis of Toloa, the Gimelaha Bagoe, and Imam Mardadi, the Regent caused an urgent request to be made to us through the said Weijdemuller to be allowed to come up with the same and the other present grandees of the realm; which request having been granted, the Regent appeared here on the 16th of this month and the following day, with the same solemnities as the Prince Royal of Bacan, was elevated to Sultan under the title of Paduka Siri Maha Tuwan Sultan, Amirie Muhamad Doeniel Mansorie Badioendien Sjah Ritchil Patra Alam, on which occasion it was also not forgotten to impress upon all the present chiefs their duty in the most emphatic terms and to display the evil consequences of disobedience, as well as the sweet prospects of loyalty and goodwill; furthermore, on the same day, at the request of the new Sultan, the already above-mentioned Ritchil Masa was appointed Jogugu in place of the absent one. For the rest, concerning the above-mentioned, we refer with all respect to the bundle transmitted under No. 26, from which Your High Mightinesses will be able to see everything even more amply and clearly, and at the same time perceive that this extremity was not resorted to except out of the uttermost necessity and for the maintenance of the Company's authority and respect; for which reason it is in no way doubted by us that this step will fully meet with the approval of Your High Mightinesses, which we, and the First Signatory in particular, are most humbly imploring on all the further points now communicated to Your High Mightinesses both by secret and general letter, with the serious assurance that nothing was undertaken and done except with the simple objective of benefiting the Company and upholding its luster; to which we further add that the King of Ternate desired nothing for the troops provided, so that nothing but rations has been furnished to them. The Princes Van der Parra and Mossel sail at the requisition of their father, the former King of Tidore, and their brother Prince Baba Daha Tauripi, upon his repeated urging; but Prince Kamaloedien, the sowoke, Lieutenant Salaboedien, and the emissaries Mohieboedien and Abdul Rachman, together with the Shahbandar Tahanij, and the Bacan Prince Major Sadhier Alam taken prisoner anno passato by the King of Ternate, are transferred in arrest, at the widely renowned disposal of Your High Mightinesses, the retinue of the first three, all of whom we have had to supply with provisions on account of their great poverty, being distinctly specified in the list transmitted under No. 27 and 28. However, of the goods of the said former King there are none at all, since the sowoke with his followers brought them all, and among others two fine cabinets with silver mountings, to Toloa, where they were partly plundered by soldiers and Alfur, partly destroyed, and the remainder burnt with the houses; but of the demanded slaves we shall, after the departure of the ship, seek to obtain and send to Batavia as many as will be possible, although most of those given by the former Tidorese Prince are state slaves and not his own slaves, which also applies to the serfs of the Prince of Bacan, of whom, however, five are crossing over according to the accompanying list, under which number, however, is one named Lahataroe, whom the present Sultan has given from his own in place of a certain Geersie who can blow the trumpet and whom he thinks his uncle will not need, in the hope that Your High Mightinesses will be pleased to allow this exchange to pass. Certainly the former King of Bacan has deceived Your High Mightinesses regarding the statement of the weight of the gold sent over, for this metal was weighed in the presence of the Governor, of blessed memory, the First Signatory, and other persons besides, by the Assayer Morsz, who is very accurate, and thereupon closed up and sealed; but why the offered small amount of Bacan dust gold was not entirely

Dutch transcription

Wijl hij eerste Tekenaar nu van gedagten was, dat niettegen„ „staande de rebellen vooreerst van vaartuigen op Toloa ontblood waren, zij evenwel het een of ander middel, om te ontsnappen zou„ „den uitdenken liet hij bij zijn retour aanstonds het Tidorsche Land van Tomolauw af tot voor bij Marieko, door Ternaatsche Korra Korras, welke de Koning zeer gereedelijk gaf, omzingen en ingesloten houden, en vroeg daarna de uitvoering der verdere Commissie, of de oppakking en herwaards zending der Rebellen, den Boekhouder Weijdemuller op, wijl hij den secretaris de Chalmot, om reden het schip Delfshaven op 't vertrek stond, niet langer konde missen. Deze heeft ons successive nevens andere Groten ditheen gezonden den driedagigen sulthan Prins Kamaloedien, den Sabandhar Tahanij, den sendeling Abdul Rachman en den sorrohe nevens deszelfs twee zoonen den berugten Luitenant salaboedien en deszelfs broeder, den medezendeling Mohiboedien. En vermits men geen positief narigt der overigen, als van den Prims Noezoe den Djogoegoe, de beide Hoekums, de twee Senghadjes van Toloa, den Guimelaha Bagoe en Iman Mardadi, heeft kunnen bekomen, liet de Regent ons door gemelde Weijdemuller op het instandigste verzoek doen, om met derzelven en de overige presente Rijksgroten te mogen opkomen; welke instantie g'accordeert zijnde 33 zijnde, is de Regent alhier op den 16: dezer verschenen en den volgenden dag met dezelve solemniteiten als de Bat„ „chiansche kroonprins tot Sulthan, onder de titul van Paduka siri Maha Tuwan sulthan, Amirie Mu„ „hamad Doeniel Mansorie Badioendien Sjah Ritchil Patra Alam, verheren, bij welke occasie ook niet vergeten is alle de presente Hoofden hunnen pligt in de nadrukkelijkste bewoordingen voortehouden en de kwade gevolgen van disobedientien, mitsgaders de zoete vooruitzigten van Trouwe en welmenenheid te vertonen; zijnde alverder ten zelven dage nog, op het verzoek van den nieu„ „wen sulthan tot Djogoegoe, in stede van den absenten, benoemd den reeds bovengemelden Hitchil Masa Voor het overige refereren wij ons omtrent het boven„ „gemelde in alle Eerbied aan den onder N=o 26: overgaande bundel, waar uit uwe Hoog Edelheden alles nog ampler en klaarder kunnen zien en te gelijk ontwaren, dat tot deze Extramiteit niet dan bij de alleruitterste noodzake„ „lijkheid en tot ophouding van 's Comp„s Gezag en Achtbaarheid, is overgegaan; waarom dan door ons ook in geenen deelen word getwijffeld, of deze stap zal volkomen de Goedkeuring van Hoogst dezelven wegdragen, welke wij, en de Eerste Tokenaar in in 't bijzonder, op alle de verdere en aan Uwe Hoog Edelheden tans zoo bij secrete als Gemeene brief bedeeld wordende prointen op 't nedrigste zijn imploreerende, met Serieuse betuiging dat niets, dan met het simpel oogmerk om de Compagnie te bevoordelen en Deszelfs luister op te houden, is ondernomen en gedaan; waar bij wij nog voegen dat Ternaatsche koning mits voor de geleverde Manschappen heeft willen hebben, dus aan dezelven niets als randsoen verstrekt is. De Prineen van der Parra en Mossel varen op het requi„ „siet van kunnen Vader, den Gew: Koning van Tior, en humlieder Broe„ „der de Prins Baba Daha Tauripi, op zijne herhaalde instantie, dog de Prins Kamaloedien, de sowoke, de Luitenant salaboedien en de sendelingen Mohieboedien en Abdul Rachman, nevens de Sabandhar Tahanij, en de in Anno passato door Ternaatsch Ko„ „ning gevangen genomene Batchiaus Prins Majoor Sadhier Alam, in arrest, ter wijdberoemde dispositie van uwe Hoog Edelheden over, zijnde het gevolg der drie eersten, die wij alle met levens„ „middelen, uit hoofde hunner grote armoede hebben moeten voor„ „soen, bij de onder N„o 27: en 28: overgaande Lijst distinct gesepe„ „cificeert. Goederen egter van den ged„e gew: Koning zijn dr in 't geheel niet 4: niet, vermits de sowohe met zijn aanhang dezelve alle, en „ naar onder anderen twee fraaije Kabinetten met zilver beslagt, de taloo heeft gebragt, alwaarte gedeefte lijkt door Militairen en Alfoeren geroofd, gedeeltelijk vernield en de rest met de Huisen verbrand zijn; dog van de geeischte slaven zullen wij na het vertrek van 't schip, zoo veele zien te be„ „komen en naar Batavia te verzenden, als mooglijk zal wezen, schoon de meeste, door den gew: Tidorsch Vorstep„ „gegevene, Rijks-en niet zijne eigene slanen zijn, 't welk almede plaats vind met de Leifeigenen van Batchians vorst van wien egter vijf, volgens nevens gaande Lijst overvuren, onder welk getal egter een, in name Lahataroe is, die de tegenwoordige sulthan van de zijnen, in stede van eenen Geersie„ die op de Trompet kan blasen en welke hij denkt dat zijn oom niet benodigd zal wezen, heeft gegeven, in hope dat Uwe Hoog Edelheden deze ruiling zullen gelieven te passeren. zekerlijk heeft de gewesen Koning van Batchian Uwe Hoog Edelheden misleid omtrent de opgave der zwaarte van het overgezonden Goud, want dit metaal is in presentie van den Heer Gouverneur /Z:/, den Eersten Tekenaar en nog andere menschen, door den Essaijeur Morsz, die zeer accu„ „raat is, gewogen en vervolgens digt gemaakt en verzegeld: dog, waarom het aangeboden groetje Batchians stof goud niet eheel

NL-HaNA_1.04.02_3586_0378 view scan ↗

English

is sent with the First Draftsman who has never seen it, not; taking meanwhile the liberty to present to Your High Excellencies the items which he has had excavated, in the hope that it will answer the intention. Also, pursuant to Your High Excellencies' highly respected order, are transmitted under No 30: 31: the lists of the Regalia still in existence and delivered to the recently appointed sultans of Tidore and Batchian, as well as under No 32. a list of the private effects of the aforementioned former prince of Batchian, which are being sent over with the ship Delfshaven in two large chests and one smaller chest, marked No 1: 2: and 3, while an annexed note shows which goods were delivered in the past year, on the orders of the late Governor Thomaszen, by the former commissioners Eberhard and Weijdemuller to the crown prince Iskandhar Alam elected as sultan, and which cannot now conveniently and without giving offense be reclaimed; Your High Excellencies may also, if it pleases, inspect two lists marked with No 33: 34:—, showing which goods were successively delivered in anno passato to the aforementioned prince at his insistence, and also which small necessities were dispatched to Your High Excellencies with the pantjalling de Caneelboom. Likewise 43 Likewise, in dutiful compliance with Your High Excellencies' order, from the yield of the Kalim estate are sent over the Rds 600: —. which the former Tidore king Djamaloedien still has to claim from the same, after deduction, however, of Rds 301:18:—. , which according to the personal request made by that prince to Governor Thomaszen, in the presence of all Council members at the time he took his leave, were delivered to the former Macassar lieutenant Abdul Malik under receipt, see No 35: seeing for the present, moreover, no opportunity to investigate whether the debt of the Maba people in the amount of 1000: Eds is lawful, and still less to collect the same, regarding which, however, as soon as circumstances permit, the requisite information will be gathered. Lastly, we still find ourselves obliged to bring to the knowledge of Your High Excellencies that the King of Ternaten, ever since the 25th of March, has been suffering from paralysis from top to toe on the right side, which befell him on the prescribed day due to a stroke, without any noticeable recovery having been observed therein to this day; which also brings about, because His Highness's speech is up to now very impaired, that he does not like to show himself to our people, while of his subjects no one, except the regent and some of the very most trusted for the copying H W Lenrics for the checking Gelvit Khenise trusted court servants, may approach him. And herewith praying to God Almighty for the uninterrupted prosperity of Your High Excellencies' very precious persons and of the true interests of the Company, we have the honor to remain with the deepest respect and devotion. was written below: High Noble Stern, Right Honorable Sir and Noble Stern Sirs lower: Your High Excellencies' very humble and obedient servants was signed: Alexr Cornabé and I: B: Hemmekam. in the margin: Ternaten in the Castle Orange the 25th of July 1780: still lower: P: S: at the strong insistence of Prince Kamaloedien, who is crossing over under arrest, he has been granted permission to take with him the following persons Sarat wife of Prince Kamaloedien. two small daughters samroedoe and biand A slave boy Bella A maid Pasimto and A Oetong Lahao. Agrees. principal secretary Burr 43 Batavia Reference to the preliminary letter sent with Delfshaven making known Reijnier de Klerk, Honorable Governor General, along with The Noble Stern Lords Councillors of Netherlands India High Noble Stern, Right Honorable, Valiant, Prudent, Provident, Discrete, very Generous Sir, and Noble Stern Sirs! Having, in the secret preliminary letter of the 25. July sent with the ship Delfshaven, already imparted at large everything that had occurred here from the previous year's dispatch up to that time, there will at present not remain much else than to answer Your High Excellencies' very respected letters of the 31st of December of the past year and the 26th of February of this year: to which rescription, however, cannot conveniently — after having beforehand in all reverence to Your High Excellencies To his High Excellency The High Noble, Stern, Right Honorable, Far-Ruling Lord,

Dutch transcription

is verzonden meet de Eerste Tekenaar die het nooit gezien heeft, niet; nemende intusschen de vrijheid Hoogstdezelven, een en ander, 't welk hij heeft laten Graven, aantebieden, in hope dat het aan de intentie zal beantwoorden. Ook gaan, ingevolge Uwer Hoog Edelheden Hoog geresppec„ „teerd, bevel, onder N„o 30: 31: over de Lijsten der nog in wezen zijnde en aan de Jongst aangestelde sulthans van Tidore en Batchian afgegevene Regalia, zo mede onder N„o 32. een Lijst der Particuliere Effecten van meermelden gew: Batchia vorst, die met het schip Delfshaven in twee groote en een kleinder kistje, gemerkt N„o 1: 2: en 3, worden overgezonden, terwijl bij een g'annexeerde notitie Consteert, welke goederen in het voorleden Jaar, op order van den overleden Heer Gouverneur Thomaszen, door de gew: Commissianten Eberhard en Weijdemuller aan den tot sulthan g'eligeerden Kroonprins Iskandhar Alam, zijn afgegeven, en nu niet voegelijk en zonder aanstoot te geven, kunnen werden terug geëischt; zullende Hoogst„ Dezelven nog bij twee, met N„o 33: 34:—. gemerkte Lijsten, des behagende, beogen, welke goederen in anno passato successive aan meermelden vorst, op zijne instantie, zijn afgegeven, en ook welke klein nodien met de Pantjalling de Caneelboom tot uwe Hoog Edelheden afgevaardigd zijn. Insgelijks 43 Insgelijks worden, ter schuldpligtige opvolging van Hoogst derzelver bevel, van 't rendement des Kalims boedel over„ „gezonden de Rd„s 600: —. die de Gew: Tidorskoning Djamaloedien van denzelven nog heeft te pretenderen, na aftrek egter van Rd„s 301:18:—. , welke volgens het eigen verzoek van dien vorst, aan den Heer Gouverneur Thomaszen /z/, ter presentie van alle de Raadsleden, ten tijde hij afscheid nam, gedaan, aan den oud Macassaarsch luitenant Abdul Malik onder quitantie, Vide N„o 35: zijn afgegeven, ziende vorigens vooreerst geen kans, om te onderzoeken, of de schuld der Mabaresen ter som„ „me van 1000: Ed„s wettig is, en nog veel minder, om dezelve te bekomen, waar na egter zoo dra de omstandigheden zulks toelaten, de vereischte informatie zal werden gedaan. Laastelijk vinden wij ons nog gehouden ter kennis van uwe Hoog Edelheden te brengen, dat de Koning van Ternaten, al zedert den 25„e Maart aan Lammigheit van top tot tonen aan de regterzijde, Hem ten voorschreven dage door eene beroerte overkomen, laboreert, zonder dat tot heden daarinne merkelijke beterschap bespeurd worde; 't welk ook te wege brengt, doordien zijn Hoogheits spraak tot nog toe zeer belemmert is, dat Hij niet gaarne zig voor de onzen laatzien terwijl van zijne onderdanen niemant, dan de Rijksbestierder en eenige der aller ver„ „trouwste voor t opluten H W Lenrics voor 't natien Gelvit Khenise „trouwste Hofdienaren tot Hem mogen naderen. En hier mede God Almagtig biddende voor eene on„ „ophoudelijke prosporiteit uwer Hoog Edelheden zeer dier„ „baare Personen en van de ware Belangons der Maatschap„ „pije, hebben wij de Eere, van met het diepste respect en devonement te blijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge, Groot Achtbaare Heer en wel Edele Gestrenge Heeren /:lagers Uwer Hoog Edelheden zeer ootmoedige en gehoorzame Dienaren /:was getekent:/ Alex„ Cornabé en I: B: Hemmekam. /:in margine:/ Ternaten in't Kasteel orange den 25:„e Julij 1780: /:nog loger:/ P: S: op de sterke instantie van de in arrest overvarenden Prins Kamaloedien, is aan hem ver„ „gund, om mede te nemen de volgende personen Sarat vrouw van Prins Kamaloedien. twee kleene dogtertjes samroedoe en biand Een slaave Jongen Bella Een meid Pasimto en Een Oetong Lahao. Accordeert. p=l secret=s Burr 43 Batavia Roferte aan den voorbrief verzonden met Delfshaven te kennen gave Reijnier de Klerk, E: Gouverneur Generaal, nevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog Edele Gestrenge, Groot Achtbare, Manhafte, Welwijze voorzienige, Discrete zeer Genereuse Heer, en Wel Edele Gestrenge Heeren! Bij den met het schip Delfshaven verzonden secre„ „ten voorbrief van den 25. Julij, reeds alles wat zedert de voor„ „jarige depeche tot dien tijd toe hier was voorgevallen, in 't breedde bedeeld hebbende zal er tegenwoordig niet veel anders meer overschieten dan Hoogstderzelver zeer gerespecteerde Brieven van den 31:e December des voorleden en 26:e Februarij dezes Jaars, te beantwoorden: tot welke rescriptie egter niet ge„ „voeglijk „ na bevorens uwe Hoog Edelheden in alle eerbied te Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen, Gestrengen, Groot Achtbaren Wijdgebiedenden Heere, hebben

NL-HaNA_1.04.02_3586_0382 view scan ↗

English

To the Right Honourable Gentlemen, having informed you that I, due to the contempt shown by the merchant Hemmekam for Your Right Honourables' special benevolence granted to him this year, through the sudden resignation of the offices recently entrusted to him, as well as his complete withdrawal from the Company's service, and at the same time through the abuse he has made of the trust placed in him regarding his co-knowledge and management of indigenous affairs, have resolved for the present and until further arrangements by Your Right Honourables, to direct and handle secret affairs alone, in full confidence of your gracious approval. This having been noted beforehand, I take the liberty, in dutiful compliance with Your Right Honourables' highly respected requisition to state which princes of Tidore and Batchian, upon a vacancy of the Crown, would be the closest and most legitimate, but also the most capable and useful for the governance, to report that no investigations have been spared to ascertain their characters. However, due partly to the brevity of time, and partly because of the manifold occupations, I have not yet entirely succeeded in this, and therefore I dare not yet nominate anyone, much less recommend anyone in particular, but I shall merely restrict myself to the simple list of the Princes of Royal blood and how far each of them is outwardly known to our people. In the Tidore Realm there are the Princes Keke, very old, and Dukko and Omie, great-grandsons of Sultan Assam. Batjoe, estimated to be 20, and Goassa 15 years of age, and both brothers of the present King, which sovereign himself has no children as yet, but being young and recently married to Princess Diola, daughter of Sultan Miri Bifalalihi, there is hope for a numerous lineage. Next follows the branch of Prince Barkati, of which the two eldest sons, namely Major Malikiedien, and the illegitimate pretender to the Crown Kamaloedien, have been sent away under arrest on the ship Delfshaven, and the youngest Salakoedien or Jodatti Sossa is still present and married to a daughter of the deported King Djamaloedien, with which princess he has two sons, Cottu, the name of the second being unknown, there being besides these two others present on Tidore, namely Abdul Kadir and Surie, both likewise married to two daughters of the said former King. The Princes of Royal blood in the Batchian Realm consist of the following five, namely Tampoe and Marhoen, sons of King Trevanoer, who died in the year 1741, both about 40 years of age; Ritchiel Ahamat, son of the deceased Sultan Massaroedien, approximately 50 years of age; Maroean, son of Prince Roho; and Agole, grandson of King Nassaroedien, also well advanced in years. The first three mentioned are little known to our people, other than that they roamed about on Kasiroeta with the exiled Sultan Sjahoedien. On the other hand, of Maroean, who has reached over 50 years of age, it is said in general, and especially by those who know him, that he possesses good qualities and is very well disposed toward the Company, but has little or no following. Besides the foregoing, there are four more Princes, all children of the present King, who is a man of approximately 32 years of age and thus can still obtain more. The eldest of them, named Servelalam, begotten with a Ternate Princess, daughter of the deceased Sultan Zwaardekroon, is, according to the monarch's assertion, 14 years old, but to all appearances cannot be much more than 8 to 9 years old, while the second, by a Macassar woman, and the others, begotten by concubines, are noticeably younger. One cannot, however, with confidence or certainty as yet state the good or bad qualities of the above-mentioned Tidorese and Batchianese Princes, and much less their disposition toward the Company. But Your Right Honourables may rest assured that I, not losing sight of any of them, shall endeavour to penetrate their nature and abilities, however difficult a task this may be with respect to the Tidorese, who are versed in the art of dissimulation. To succeed in this all the sooner, I will frequently invite hither the Princes of both Realms who have hitherto the greatest right to the succession of the Crown, without, however, showing anything from which they might grasp my true purpose. While with that same objective, upon the insistence of His Highness the King of Batchian to have his children reside with respectable people, I have taken his two eldest young sons into my home to live with me. Although it is strictly the safest course for the Company to keep the Kings of Ternate and Tidore in balance, nevertheless, after the deportation of the Kings of Tidore and Batchian, the balance has, especially during and throughout the rebellious conduct

Dutch transcription

aan H: H: Edelheden betoond hem bewezene gunste geen middelen gespaard. tot navorsching der Caraeters opvolging zouden zijn dog nog niet volkomen geslaagd sondreden hier neven's hebben verstendigd, dat ik, door de veragting, welke de p„l van de veragting door Hemmakkan Koopman Hemmekam voor Hoogsderzelver aan hem in de„ „zen Jare bewezene bijzondere benevolentie, met het subiet ne„ vor de o Hoog dezelve aan „derleggen van sijne heen pas opgedragene Bedieningen, mitsga„ „ders het zig geheel onttrekken van 's Comp„s dienst heeft be„ „toond, en teffens door het misbruik 't geen hij van het op met het subit nederleggen van sijn hem gestelde vertrouwen, omtrent het mede kennisdragen en manieren der Inlandsche zaken, heeft gemaakt, mij geresol„ peert heb, om vooreerst en tot de nadere schikking van Uwe Hoog Edelheden, de secrete zaken alleen te dirigeren en te verkan„ „len, in volkomen vertrouwen van gratieuse goedkeuring. Dit voor af genoteerd zijnde, name de vrijheid in schuld„ „pligtige voldoening aan Uwer Hoog Edelheden zeer gerespec„ „teerde requisit, om op te geven welke prinsen van Tidore en Batchian„ bij vacature van de Kroon, het naaste en wettigste, dog teffens de der Prinsen van Tidore en Batchian bekwaamste en nuttigste het bestier zoude wezen, te bedeelen, dat gene navorschingen zijn gespaard om de Characters derzelven uit„ Diede kotuigste en bekminste tot te vorschen, maar daar in, door de kortheid des tijds eensdeels, en wegens de menigvuldig occupatien, aunderdeels, door mij nog niet ten eenemaal is geslaagd, en daarom ook nog niemand durve voor„ „dragen, veel minder in 't bijzonder aanprijsen, maar mij eenlijk zal houden aan de Simpele opgave der Prinsen van Koninglij„ „ken bloede en hoe verre of ieder Derzelven voor 't uiterlijke aan de onzen bekend is. In amt. de Prinsen van Batchian op gae den Rieinsen ten Sidre In het Tidorsche Rijk bevinden zigde Pimnson Keke, zeer oud, klin en zonen van den sulthan Assam. Dukko en (agterklein) Omie. Batjoe, naar gissing oud 20: en Goassa 15: Jaren, en beide broeders van den actuelen Koning, welke vorst zelve nog geene Kinderen heeft, maar nog Jongen onlangs getrouwd zijnde met Princes Diola, Dogter van Sulthan Miri Bifalalihi, is er hope op eene talrijke Linie. Hier op volgd de Stem van Prins Barkati, waar van de twee oudste zonen, namelijk de Majoor Malikiedien, en de on„ „wettige Kroonspretendent Kamaloedien met het schip Delfs„ „haven in arrest zijn verzonden, en de Jongste salakoedien of Jodatti sossa nog aanwezig en getrouwd is met eene dog„ „ter van den opgezonden koning Djamaloedien, met welke Princes zij twee zonen heeft, Cottu, de naam van de twede onbekend, zijnde buiten deze nog twee anderen op Tidore present, in „name Abdul Kadir en Surie, beide insgelijks gehuurd met twee Dogters van gemelden gewesen koning. De Prinsen van Koninglijken bloede in het Batchianse Rijk, bestaan in de vijf volgenden, als in zanen van in A„o 1741. overleden Koning Trevanoer. Tampoe Marhoen alle alle twee omtrent de 40. Jaren oud„ Ritchiel Ahamat, zoon van den overleden sulthan Massa„ „roedien, circa 50. Jaren oud, Maroean zoon van Prins Roho, en Agole, kleinzoon van Koning Nassaroedien, en mede wij begaard. Eerstgenoemde drie zijn bij de onzen weinig anders bekend, dan dat met den verzonden sulthan Sjahoedien te Kasiroeta omgezworven hebben, waaren tegen van Maroean, die ruim 50. Jaren bereikt heeft, in 't algemeen en inzonderheid van die hem kennen, gezegd word, dat hij goede hoedanigheden bezit en voor de Compagnie zeer wel gezind is, maar weinig of geen aanhang heeft. Behalven de vorenstaande, zijn er nog vier Prinsen, alle kinderen van den tegenwoordigen Koning, die een man van Circa 32. Jaren oud is een dus nog meerdere kan bekomen. De oudste derzelven, Servelalam genaamden geprocreerd bij een Ternaatsche Princes, Dogter van den gedecedeerden sulthan zwaardekroon, is, naar 's vorsten voorgeven 14: Jaren, maar kan„ naar allen oogenschijn niet veel meer dan 8â 9 Jaren halen terwijl de tweede, bij een Macassaarsche vrouw, dog de anderen bij concubinnen voortgeteeld merkelijk Jonger zijn. Men 43 dog zal getragt werden. penctreeren. door novenstaande middelen. het evenwigt. tusschen Ternaten en Tidore. de goede of kinde hoedangheden, Men kan egter met gerust of zekerheid voor als nog onmoog„ der bovengemelde Prinsen van op geven de goede of dwade hoedanigheden der bovengemelde Tidor„ „sche en Batchiansche Prinsen, en nog veel minder derzelver zijn myg met gen ze kerten gegevenge zindheid jegens de Compagnie: dog uwe Hoog Edelheden kunnen zig gepersuadeerd houden, dat ik, niet een van hen allen . hunnen aard en kundigheden te uit het oog verliezende, zal tragten kunnen aart en kundighe„ „den te pernitreeren hoe moeijlijk een tak zulks ook zij ten opzigte der in de kunst van vrinzen doorslepene Tidoresen; zullende, om hier in te eerder te slagen, de Prinsen van beide de Rijken, die tot nog toe het meeste recht tot de kroons„ „opvolging hebben, dikwils naar herwaarts inviteren zonder daarom iets te laten blijken, waar uit ze mijn waar doelwijt zouden kunnen bevatten; terwijl ik met dat zelfde oogmerk, op de instantie van sijne Hoogheid den Koning van Batchian, om die kinderen bij fatzoenelijke Liedenj:t willen laten inwonen, sijne twee oudste zoontjes bij mij ter inwoning heb geno„ „men. Tidore en Batchian. Schoon het volstrekt het veiligste voor de Maatschap„ „zij is, om de Koningen van Ternaten en Tidore in evenwigt te houden, heeft egter de balance, na de opzending der Koningen van Tidore en Batchian, voor al bij en gedurende het oproerig gedrag oeta ren

NL-HaNA_1.04.02_3586_0386 view scan ↗

English

Inclining towards the side of Ternate. Were. Than by the alongside Alliances. Means to prevent public acts of hostility between the kings and the disruption of the Honorable Company's authority. Present the base behavior of these Tidorese grandees, of which detailed mention was made in the previous report, must indeed incline towards the side of the Ternate realm, and the balance between Ternate and Tidore cannot well be restored again, Cannot be brought into balance than after the Ternatan Alfurs are no longer needed against the Tidorese subjects, the Papuans, Maba, Weda, Patani, and Gebers, as further mention thereof will be made below; meanwhile the salutary reminder regarding marriage alliances between the courts of Ternate and Tidore will constantly be kept in view, Will be kept in view and marriages that might make the power on one side or the other too formidable will be opposed as far as possible; while, by cultivating small jealousies among the rulers, constant attention and care will be taken that their discord does not lead to open hostilities, and that those among their subjects who commit them are delivered over to the Company for punishment: the three Principal Kings having been brought, without difficulty, to the understanding that the approval of the Company over their actions and consulting with me alone, and also together with the Council, over their enterprises brings about the welfare of their country and people; they, in consequence thereof, acting with much confidence toward me, who have had to spend most evenings 51 Treatment of the new Kings of Tidore and Bachian. Remark concerning the cause of the infidelity or apostasy of the kings. Evenings of the week in conferences, at times with the Tidorese and Bachianese Kings themselves, and at other times with the emissaries of all three Principal Kings, since the delivery of Your High Excellencies' honored missives. Meanwhile, the new Kings of Tidore and Bachian are considerably cajoled and their requests granted, in so far as these agree with Their High Excellencies' present and indeed not very brilliant circumstances and indeed require that they be granted, as broader mention thereof was made in the general advices, in the First section § 50, to which, in order to avoid needless repetition, I refer; further noting, that I believe, subject to correction, my remark is not misplaced here regarding the cause that gives rulers the greatest occasion and, as it were, can compel them to infidelity and apostasy, namely poverty, especially if they are unselfish and have no further resources like the Kings of Tidore and Bachian, as one must regard them nowadays; since the Papuans, Maba, Weda, Patani, and Gebers must first, after a prior chastisement, acknowledge the current king as their legitimate Lord and Master, Will The previous year's arrangement concerning the lands of Maba, Weda, Patani, etc. Done before the favorable statement. Before this one will receive the customary tribute, whereas, on the other hand, the present King of Bachian, without a notable increase of subjects, cannot in any way hope for sufficient revenues: meanwhile neither of them, according to the custom of the Native Grandees, foregoes anything of their retinue and court, and still less of their habit of keeping a large number of concubines; while the favorites, of whom the rulers never suffer a lack, complete their ruin and watch for opportunities in which they can talk them out of one thing or another. On which account I also hold myself sufficiently assured that, if new requests for money, which I foresee, are not in some measure met—even though both the aforesaid rulers are already one year in arrears with the Company—these favorites will be the first who, in the minds of these rulers, from whom, although being young, great expectations are held, will sometimes inspire pernicious designs. The previous year's arrangement to separate the lands of Maba, Weda, and Patani, the island of Gebe, and those of the Papuans from the Tidorese realm, and to place them entirely independent of that Crown, but on the contrary fully and solely under the orders of the Company, would have appeared acceptable and easy to execute neither to the late Governor 53 Maba and Weda residents. Alongside. Clear proofs of their deceit. Governor Thomaszen, nor to me, but for the presence of the Maba and Weda residents during the arrest of King Jamaluddin, for they claimed that being directly under the sovereignty of the Company would be very advantageous to them; with the assurance that they only had to proceed, to be immediately followed by the Papuans, Patani, and Gebers, while simultaneously, among other complaints, alleging against these and their previous Kings that they, withholding all the rest, had allowed them to enjoy only a small portion of the recognition monies, further taking us in at that time with their pretended readiness to point out a large number of spice trees, to erect forts whenever the Company might resolve to do so, and to provide succors of men if the same were needed. How deceitfully they have acted, however, after all those fine protestations, has appeared as clear as day from what was extensively set down in the secret preliminary letter of the 25th of July; while by this conduct of theirs they have not only taught me

Dutch transcription

naar de kant van Ternaten overs„ „hellende. werden. dan door het nevenstaande alliantien. middelen ter voorkoming van openbare daetelijkheden tusschen de koningen en sthvring van E Comp: gezag. tegeneonedigen den kemeen gedrag e se dosche Rijks grooten, waar van bijden voorig breedvoerig melding is gedaan, wel naar de kant van het Ter„ „naatsche Rijk moeten overhellen, en zal het evenwigt tusschen Ternaten en Tidore niet wel wederom kunnen bewerkt werden, kan niet lijtin balande gebragt dan na dat men de Ternaatsche Alfoeren niet meer tegens de Tidorsche onderdanen, de papoeen, Maba-weda - Pattanij en Geberesen benodigd zal hebben, gelijk daar van hier onder na„ oraimnering omtrent de huelijks, dere mentie staat gemaakt te werden; zullende intusschen de heilzame errinnering omtrent Huurlijks alliantien tusschen zal in het oog worden gehouden de Hoven van Ternaten en Tidore, gedurig in't dog werden gehouden, en naar mooglijk heid tegengegaan huurlijken, die de magt aan de eene of andere kant te duchtzaam maken mogten; ter„ „wijl men, door kleine jalousien onder de vorsten aantekwee„ „ken, gedurig letten en zorge dragen zal dat hunne twee spalt niet tot openbare feitelijkheden overgaa, en dat de zulken ont uit hunne onderdanen, die ze begaan, aan de Compagnie, ter strafoad„ 6 fening werden overgeleverd: zijnde de drie Hoofdkoningen, zonder moeite, in het begrip gebragt, dat de goedkeuring van nij de Compagnie over hunne verrigtingen en het raadplegen met (alleen en ook te zamen met den Raad over hunne ondernemingen, het wel zijn van hun land en volk te wege brengt; handelende sij, ingevolge van dien, met veel vertrouwenheid met mij, die de meeste avonden 51 behandeling der nieuwe Zoningen. van Tidore en Batchian remarque nopens de oorzaak der koningen. avonden in de week met Conferentien, dan eens met de Tidoresche en Batchiansche Koningen zelfs, dan wederom met de zende„ lingen van alle drie Hoofdkoningen, zederd den aanbreng uwer Hoog Edelheden G'eerde missiven, heeft moeten doorbrengen. Middelerwijle worden de nieuwe Koningen van Tidore en Batchian vrij gecajoleert en hunne verzoeken ingewilligd, voor zoo verre die met Hunner Hoog aerheden presente en in der daad net zeer brillante omstandigheden overeenko„ „men en wel vereisschen dat ingewilligd werden, gelijk daar van breder melding is gedaan bij de gemeene advisen, in de Eerste afdeling §s0, waar aan ik mij, om geene nodelose repeti„ „tien refereere; voorts noterende, dat ik vermeene onder Correctie, hier niet kwalijk geplaatst te zijn mijne remarque ontrouwe of afvalligheid der over de oorzaak, die den vorsten wel 't meest aanleiding ge„ ven en, als het ware, dwingen kan tot ontrouwe en afvallig„ „heid, te weten armoede, voor al indien se onbaatzugtig zijn en geene meerdere ressources hebben als de Koningen van Tidore en Batchian, gelijk men die hedendaags beschouwen, ƒ moet; vermits de Papoeën, Maba-Weda - Pattanij - en Gebere„ „sen, eerst, na eene voorafgaande kastijding, den actuelen koning voor hunnen wettigen Heer en Meester moeten erkennen, zal De voorjarige Schikking. — omtrent den Landen van Maba„ Weda, Pattanijenz: geschied voor de favorable opgave. zal deze het gewone tiebut ontvange, waeren tegen de presentie „Koning van Batchian, zonder merkelijk aan was van onderdanen, in genendeele op toereikende inkomsten kan hopen: later intus„ „schen geene derzelven, naar der Inlandsche Grooten gebruk niets of van hun Gevolgen Hofhouding, en nog veel minder van hunne gewoonte, om een groot getal Bij zitten te hebben; terwijl de mignons, waar aan de vorsten nimmer gebrek lijden, derzel„ „ver ruime voltooijen en de gelegenheden beloeven, bij welke sij hen het een of ander afpraten kunnen. Uit welken hoofde ik mij dan ook genoegzaam verzekerd houde, dat bij aldien aan nieuwe verzoeken om geld die ik te gemoet zie, of schoon welmelde twee vorsten, ieder reeds een Jaar bij de Compagnie ten agteren staan, niet enigermaten word voldaan, deze Favoritien de eersten zullen wezen, die boiten vorsten, waar van, alhoewel Jong zijnde, groote verwagting is, zomtijds verderflijke desseinen in boezemen zullen. De voorjarige schikking om de Landen van Maba, weda en Pattanij, 't Eiland Gebe, en die der Papoein van het Tidorsche Rijk te scheiden en ten eenemaal onafhangkelijk van diee Kroon, dog daarentegen ten vollen en alleen onder de orders van de Comp: te stellen, zoude nog den overleden Heer Gouverneur 53 „dareesen. nevenstaande. klare blijken van hun bedrog Gouverneur Thomaszen, nog mij smakelijk en met gemak te werk stellen, voorgekomen wezen, zonder de aanwezende der aanwezende Maba en we„ Maba en wedaresen, gedurende het arrest van den Koning Djamaloedien, want sij voorgaven, met direct onder de onder verder voorgeven van het heerschappije van de Compagnie te staan, hen zulks zeer voordelig wezen zoude; met verzekering datse slegts hadden voortegaan, om immediaat door de Papoein, Pat„ „tanij en Geberesen gevolgd te werden, te gelijk, onder meer andere klagten, tegens dezen en hunne vorige Koningen, in„ „brengende, dat sij henlieden, met agterhouding van al het overige, eenlijk een klein gedeelte der Recognitie =penningen hadden laten genieten, nemende ons te dier tijd wijders in met hunne voorgevende bereidwilligheid, ter aanwijzinge van een groot getal specerij, bomen, met de erectie van Forten, wanneer de Compagnie daar toe verstaan mogte en met secoursen van Manschappen, indien dezelve benodigd hadden. Hoe bedrieglijk sij egter nu, na alle die schone betui„ „gingen, te werk zijn gegaan, is zonneklaar gebleken bij het wijdlopig ter nedergestelde in den secreten voorbrief van den 25:„en Julij; terwijl se door dit hun gedoente mij niet alleen geleerd nne

NL-HaNA_1.04.02_3586_0390 view scan ↗

English

no longer to be trusted. concerning the imprudence and prematurity. clemency implored. with the king of Tidor and other and thereby have learned never to trust them again, but have moreover also covered me and the entire Council with shame, having convinced us, even before the delivery of Your Right Honorables' mentioned Missives, of the imprudence and prematurity which Your Right Honorables, in view of our said disposition, rightly charge against us, and on account of which words of Your Right Honorables I implore Your Right Honorable Great Respectables' indulgence, as well as for the haste with which the, otherwise rather advantageous than disadvantageous to the Company, propositions of a treacherous people in the past year were embraced, without awaiting beforehand, pursuant to the obligation of the Governor and Council, the requisite qualification. If this above-cited transaction has radiated too much prematurity, I hope that free from it will be deemed the step to which I, alongside the former Fiscal Hammekam, in a Conference held on the 31st past with the Jogugu Mistaka and the King's confidant Djamalie on behalf of Ternate on the one hand, and the King of Tidore, the Jogugu Hitjul Massa and Prince Samsudin, alias Indertjaja, on the other hand, have proceeded, Resolution taken in a Conference Ternatans on the one side 53 to attack them in their Country. and to destroy to the Maba, Weda or Patani people when the Expedition shall proceed. namely to go and attack and chastise with united forces, in their own Country, the murder- and plunder-greedy Maba-Weda-Patani people, situated in our vicinity, who have fallen away from the Company and their monarch, on account of their atrocities and far-reaching outrages committed thus far with impunity in these districts and those belonging under Amboina, so that, through the destruction of their vessels, they will be rendered unable to put to sea again for a long time, while they, mindful of the sensitive pinch dealt to them and fearful of a second visit, come to lay their head in the lap and thereupon be taken into mercy again. To this end may the Almighty bless the weapons of the Company and those of the united Kings; the Expedition to be framed with as much deliberation as possible and with mature reflection, and brought to execution not long after the Mahometan fast, at which time that and the Maguindanao robber rabble has generally left the sea and returned home. with united force. To compelling reasons for the undertaking of the military expedition Their Right Honorables' recommendation regarding the establishing of Attention to the appointment of Chief and by Tidore's king over Maba Weda aforesaid shall be followed. To ordering this military expedition I would however never have resolved, if the reasons for the same were not in every way compelling and a longer delay would undoubtedly bring about greater disasters than those Robbers have caused ours in this year; for it were with reason to be feared that those marauders might very soon put to sea again with their fleets and wreak new devastations, besides that the King of Ternate, as has also already been communicated in the latest secret Advices, ever since the month of February, because his Lands and peoples have suffered much, and recently still more, has constantly urged, presenting to me that His Highness readily granted assistance to the Company at the first summons, and was now expecting the same reciprocally from it. Furthermore, as soon as everything is placed on a proper and firm footing again, I shall constantly pay attention to Your Right Honorables' recommendation concerning the appointments by His Highness of Tidore of petty Kings, sangajis or gogulanas over the Countries of Maba-Weda-Patani, Gebe 57 of Tidore and Bachian regarding the appointment of Regents and secretaries and this shall be maintained. unexpected deference of the kings kings to be appointed of Papuas to come to this Castle for confirmation. and the Papua, and always take care that such promotions, during my administration, do not occur without my consent and approval. In the meantime, the Kings of Tidore and Bachian have gone further in their deference to the Company than was prescribed to them on behalf of the Same and I indeed have dared to expect, by also leaving the appointments of Jogugu or Regent and secretary to us, whereby we have obtained still more control over the form of Government of both Kingdoms, since it is important for the Company's interests that said First officials remain no less dependent on the same than on the Kings, and, because both monarchs, from the day of their coronation, have made an example of this, it shall be maintained and passed off as a law in the future; while the Kings to be appointed over the Papuas, like all the other monarchs and according to ancient custom, shall likewise be obliged to appear at this Castle for confirmation; the stipulations regarding the receipt of the Recognition monies under the 13th Article of the contract with the Chiefs of Maba, Weda, and Patani on the 11th of December 1734 being able to be observed.

Dutch transcription

niet meer te betrouwen. omtrent de onvoorzigtigheid en prematuriteid. gentie gesmeekt. „tie met den koning van Tidor en verdere en daar doorgoven leer omken geleerd hebben, henlieden nimmermeer te moeten betrouwen, maar mij en den geheelen Raad daarenboven ook nog met schaamte overoekten, al voor den aanbreng Uwer Hoog Edelheden gere„ „noreerde Missiven, overtuigd hebben van de onvoorzigtigheid en ten geuigte der ganne despostie perematuriteit, die Hoogst derzelven, ten opzigte van gemelde onze dispositie ons met regt ten laste leggen, en weswegens woorden Hune Hoog Edh: nde ik uwer Hoog Edele Groot Achtbaren andulijentie implo„ Zo mede omtrent het nevenstaande,„ reeke, gelijk mede voor de verhaasting, waar mede de anders voor de Compagnie eerder voor-dan nadelige, pro„ „positien van een bevriegelijk volk in a„o p„s geamplecteerd zijn, zonder daar toe alvorens, ingevolge de gehoudenis van den Heer Gouverneur en Raad, intewagten de benodigde qualificatie. Heeft deze bovengeciteerde handeling te veel pooma„ „tiriteit doorgastraalt, ik hope dat daar van vrij zal zal Besluit genomen in eene Conferen „ gekend werden de stap waar toe ik, nevens de oud Fiscaal Hammekam, in eene op den 31:„e p„r gehoudene Conferentie Ternatsen dorde poten met den Djogoegoe Mistaka en 's Konings vertrouweling Djamalie van wegens Ternaten ten eenre, en den Koning van 53 in hun Land te bestoken. en te vernielen om de Maba, wederof Pattauiresen wanneer de Expeditie voortgang zal hebben. van Tidore, den Djogoegoe Hitjul Massa en Pims Samsoe„ „dien, alias Indertjaja, ter andere zijde, ben overgegaan, om namelijk de in onze nabijheid gelegene moord en roofgie„ „rige, mitsgaders van de Compagnie en kunnen vorst af„ „gevallene Maba-weda- Pattaniresen, wegens hunne als nog wegens hunne gepleegde eweldaden, ongestraft gepleegde gruwelen en verregaande onveldaden in met deze en onder Amboina gehorende districten, vereende magten, in hum eigen Land te gaan bestoken en kastijden, invoegen se, door de vernieling hunner vaartuigen buiten staat geraken van inlangen tijd weder in zee te steken, sijlieden inmiddens, aan den hen toegebragten gevoeligen neepgedenkende en bedugt voor een tweede bezoek, 't hoofd in den schoot komen te leggen E en daar op weder in genade aangenomen werden. Hier toe zegene de Almogende de wapenen van de Compagnie en die der vereende Koningen: zullende de Expeditie met zoo d veel overleg mooglijk en met rijpe overweging, beraamd en niet lange na der Mahometanen vasten, als wanneer dat en het Mangindanaursch Roofgeboefde doorgaand de zee verlaten heeft en naar huis terug gekeerd is, ter executie werden gebragt. met vereende magt. Tot teerd aal prequante redenen tot de ondermeming van de keijgstegt Haar HogEdeleden emen „datie ontrent het vestigen van Attensie op de aanstelling van Hoofd en door Tidors koning op Maba weda eersz: zal opgevolgd werden. Tot het laten doen van dezen krijgstogt zoude ik dog 1 nooit geresolveert zijn, indien de redenen tot dezelve niet allezins preguant waren en een langer uitstel ongetwijfel„ dezen „de grotere onheilen, als die Roovers de onzen in Jare ver„ van „oorzaakt hebben, zouden te wege brengen; want met grond te vrezen ware, dat die mavodeurs wel ras met hunne vlooten weder uitlopen en nieuwe verwoestingen aanrechten mogten, behalven dat de Koning van Ternaten, gelijk ook reeds bij de Jongste secrete Adviesen bedeeld is, al van de maand Februarij af om dat sijne Landen en volken veel, en nu kortelings nog, geleden hebben, daarom gedurig is aangeweest, met voorhouding aan mij, dat sijn Hoogheid de Compagnie, op de eerste aanmaning, wel assistentie ver„ „leende, en zulks nu ook reciproque van dezelve verwagtende was. Zee Wijders zal ik, zoo dra alles op een behoorlijken en vasteen Pago mijne/ voet weder gesteld is, steeds attentie over uwer Hoog Edel„ „heden recommandatie, omtrent de aanstellingen door sijne aan Hoogheid van Tidore, van Koningjes, senghadjes of quene, „gu „lanas, over de Contrijen van Maba-weda - Pattanij, Gebe 57 van Tivore en Batchian omtrent het aanstellen van Rijksbestierders en secretarissen en hier aan zal de hand werden gehouden. aantestellene koningen van Papoeas „ging te doen komen. en de Papoe, laten gaan en altijd zorgen dat diergelijke promotien, gedurende mijn bestier, buiten mijne toestem„ „ming en goedkeuring niet geschieden. Middelerwijle zijn de onverwagte diferentie der koningen Koningen van Tidore en Batchian verder gedaan in hunne deferentie voor de Compagnie dan hen wegens Dezelve voorgeschreven is geworden en ik immers hebbe durven ver„ „wagten, met ook de aanstellingen van Djogoegoe of Rijksbe„ „stierder en secretaris aan ons overtelaten, waar door we de hand nog al zer ingortent ven Comp„s bligen meer gekregen hebben in de Regerings sorm van beide Rijken, ver„ „mits het important voor 's Comp„s belangen is, dat gemelde Eerste amptenaren van dezelve niet minder, als van de Koningen afhang„ „lijk blijven, en, door dien de vorsten alle twee, van hunne Honings„ dag af, hier van een voorbeeld gemaakt hebben zal men er de hand aan blijven houden en het voor een wet in 't vervolg, laten doorgaan; terwijl de aanstellene Koningen over de Papoeas, gelijk alle de overige vorsten en volgens al oud gebruik, al„ „mede verpligt zullen wezen, ter bevestiging aan dit Kasteel aan dit Kasteel ter bevesti„ te verschijnen; kunnende het omtrent den ontvangst der Recognitie -penningen gestipuleerde bij het 13:e Att: van het met de Hoofden van Maba, weda, en Pattanij op den 11:' Dec: C 1734. ver„ sijne Gebe

NL-HaNA_1.04.02_3586_0394 view scan ↗

English

...to perform the ceremony for the Corporal sent on a mission to the Japoo, as agreed in the contract concluded in the aforementioned conference of 1734, could easily reach its full completion once the aforementioned has first happily succeeded. Because, beyond what has already been shared here, nothing further and positive has been heard of the Corporal Jacob Semet, sent on a mission, alongside the two citizens who accompanied him, I fear that what was given to him for further accounting has flown into the candle and will indeed have to be written off, especially if what is whispered about him, and by me still regarded as mere loose rumors, might be true: namely, that Semet debauched the wife of a Weda sangaji and was massacred for it. In which case he certainly received his well-deserved reward, but at the same time caused disadvantage to the Company, and by his misconduct caused the purpose of his mission and the delivery of the small gift of 4 white fine Moerisses sent last year to be thwarted. In the aforementioned secret conference held on 31 July, I obtained from the King of Ternate, or rather through his emissaries, that His Highness would deliver to me in writing his claims to the lands requested in fief from Your High Nobilities, substantiated with cogent proof, in order to be refuted from the Tidorese side, and thus the one together with the other be presented to Their High Nobilities for a final decision, under the express condition accepted by both princes that Their Highnesses, after the mutual submission of their interests, leaving everything in the meantime in statu quo, would conform for themselves and for their descendants to the equitable judgment which it might please Your High Nobilities in due time to make concerning this. Their Highnesses now having complied with this, it meanwhile appears to me, subject to wiser judgment, that the demands of the Ternaten King are based on nothing other than the right of convenience, and that the submitted written so-called Manifesto, transmitted herewith, is not substantiated with the least cogent proof, but contains merely a request without demonstrating the same to be justified. For if the aforementioned His Highness were granted the control of Wasselee and Samolla, which border on Dodingo, in that case he would be the possessor of the entire Bay of Cauw and neighbor to the populous district of Maba, and thus also master of the trepang fishery in both of these regions. It appearing that the King of Ternate is primarily concerned with this fishery, from which the Kings of Tidore draw more or less revenue, which however cannot be favored in that respect and those lands ceded to him without causing very great displeasure to the Tidorese, no less than Pajahe, Maidi, and Wamma, (the same as appearing under the names of Maid and Wama in the contract between the three principal kings of 10 December 1660); noting further that, according to my humble opinion, His Highness desires those lands: first, to diminish the King of Tidore; second, to be able to request more recognition monies in the course of time; while thirdly, His Highness's increased greatness is aimed at not a little by his claim to Wamma, Maidi, and Pajake, which, being ceded to him, his dominion would extend from Toija (the boundary between Ternate and Tidore) to Toseko, and on the other side from Dodingo to the borders of Maba; and there would then remain for the King of Tidore on the whole of Halmaheira nothing more than Maba, Wede, and Pattani on the east, and the small district from Toniko to Gita on the west. I can furthermore bring to the honored knowledge of Your High Nobilities with regard to Pajake that the Ternaten King has not yet taken possession of the same, which report is the more credible because the Tidorese themselves contradict what was communicated in the past year; while at the aforementioned secret conference, from the side of the Tidorese, who directly consented to the return to be made by them of the Alfurs and other Ternaten subjects kidnapped at different places, I had firmly expected a counter-claim to be brought against the King of Ternate, the more so because the statement of their demands to be made on that occasion had been recommended to them underhand. But, since they instead kept quiet, I must assume that their fear or respect in the presence of the Ternatens restrained them from this, although I regard that statement merely as postponed and will not let slip by the opportunity whereby satisfaction can be obtained for the Tidorese from the Ternaten side, so that these sometimes might not...

Dutch transcription

wedormeren ven den aar de Japoe in Commissie gezonden korporaal In voorengem: Conferentie 1734. gesloten Contract, met gemak zijn volle beslag enlangen, als eerst het vorengemelde gelukkig gereusseert is. Wijl hier buiten het reeds bedeelde, niets naders en posi„ Jacob Semeten sijn makkens tiefs van den in Commissie verzonden Korporaal Jacob Semet nevens de twee hem verzeld hebbende Burgers, is vernomen, en H fi vreze ik, dat het aan hem ter nadere verantwoording meede werd gegevene, in de kaars gevlogen zij en wel afgeschreven zal moe„ „ten werden, voor al, indien het geene van hem gemompeld en door mij nog maar voor losse geruchten gehouden word, waar mogte wezen, dat naamlijk somet de vrouw van een wedas senghadjes zoude gedebaucheerd hebben en daar voor zoude ge„ massacreert zijn: in welk geval hij zekerlijk sijn verdiende loon wel ontvangen, maar 's Comp„s nadeel te gelijk bewerkt hadde en door zijn wangedrag veroorzaakt dat het oogmerk van zijne bezending en de afgave van de in het voorleden Jaar verzonden smal geschenk van 4: witte fijne Moerissen, verijdeld ware. In voorengemelde gehoudene secrete Conferentie van den 31:„e Julij, hebbe ik op den Koning van Ternaten, ofe eigenlijk Koning verkrogen dat zijn Hoogheid zijne preten„ „tien op enige Landen op Halmakeira in scripties in dienden „legd. en Hunne Hoog Edelheden ter finale dicisie aangeboden te mede werden. vertog dien aangaande. vervolg vo ondanlijn an Tenatis op zijne zendelingen verkregen, dat sijn Hooghid, deszselfs pretentien, op de van uwe Hoog Edelheden in leen verzogte Landen, met bondige bewijzen gestaafd, aan mij in schriptis om van de Tidorsche zijde weder„ zoude doen ter hand stellen, om van de Tidorsche zijde weder„ „legd en indiervoegen het eene met het andere Hoogst dezel„ „ven ter finale desisie aangeboden te werden, onder expres en door beide vorsten aangenomen beding dat Hunne Hooghe„ „den, na wederzijdsche overgave hunner belangens, het alles intusschen in statu-quo latende, zig voor hun zelven en voor hunne Nazaten zouden Conformeren met de billijke uitseprake, dien het uwe Hoog Edelheden in der tijd behagen mogte hier over te doen: waar aan Hunne Hoogheden „den tans voldaan hebbende, zoo komt het mij, inmiddens voor, met onderwerping aan wijzer oordeel, dat de vorderingen van Ternaatsch Koning niet wel anders dan op het recht van Conve „nance gefundeert zijn, en dat het ingediend en bij dezen overgaand schriftelijk zogenaamd Manifest niet met de minste bon„ „dige bewijzen gestaafd is maar simpel een verzoek, zonder aanto„ „ning van het zelve gewettigd te wezen, behelst. Dan indien aan welmelde sijn Hoogheid toegestaan wierd oe„ van lijk j wierd de beheersching van wasselee en Samolla, die aan Podin„ „go grenzen, in dat geval ware Hij Bezitter van de Gansche Bogt van Cauw en nabuur van het volkrijk district Maba„ en dus ook meester van de Taripangs-visschereije, in beide deze Landstreeken: schijnende het den Koning van Ternaten, om deze vischerij, waar uit de Koningen van Tidore min of meer trekken, voornaamlijk te doen wezen, die egter in dat voordeel opzigt niet gefavoriseert en aan Han die Landschappen afgestaan kunnen werden, zonder zeer veel ongenoegen aan de Tidoresen te geven, zo min als Pajahe Maidi en wamma, (:dezelfde als bij Contract tusschen de drie Hoofdkoningen van en den 10„e December 1660, onder de namen van Maid en wama voor„ van „komen,) ten vervolge noterende, dat naar mijn geringe sus„ tenue, sijn Hoogheid die Landen begeerd Te om den Koning van Tidore te verkleinen, 2. a om, in vervolg van tijd, meer„ „dere recognitie penningen te kunnen verzoeken, terwijl 3„e sijner Hoogheids vermeerderde grootheid met deszelfs pre„ „tentie op wamma, Maidien Pajake ook al niet weinig bedoeld word, waat Hem gecedeerd zijnde, zoude zijne heer schappije zig uitstrekken van Toija, (de Limit schijding tusschen Ternaten en Tidore) tot Toseko, en aan de andere kant van Dodingo tot de grensen van Maba; en 'er zoude als dan voor den Tern Koning 61 Ternaats Koning heeft van Pajake nog geen Posessie genomen. ng van Tidor. pretensie denkelijk aan weese of eerbied voor de Ternatanen toeteschrijven de gelegenheid om den Tidoresen Sa„ „ftiffactie te verschatsen zal niet verzuind worden Koning van Tidore, op geheel Halmaheira niets meer over„ „schieten, als Maba, wede en Pattanij om de oost, en het kleine district van Toniko tot Gita om de west: kunnende Uwe Hoog Edelheden overigens ten aanzien van Pajake, ter g'eerde kennis brengen, dat Ternaatsche Koning nog geene pos„ „sessie van het zelve heeft genomen, welk berigt te geloof„ waardiger is, om dat de Tidoresen zelve, het in den gepasseerden Jaare gecommuniceerde tegenspreeken; terwijl ik, bij vooren„ „aangehaalde secrete Conferentie, van de kant der Tidoresen, ondirate teskaming vandekent die direct geconsenteerd hebben, in de door hun te doene te„ in de teruggave van het navenstaande rug gave der Alfoeren en andere, op diferente plaatzen, geroofde Ternaatsche onderdanen, vast verwagt hadde eene mritusberde gebragte contra Contra pretensie op den Koning van Ternaten, te meer daar hen de bij die gelegenheid te doene opgave hunner vorderingen, onder de hand was aangepresen. Dan, dewijlse zig in stede van dien stille gehouden hebben, moet ik veronderstellen dat hen hunne vreze of eerbied, in der Tematanen tegenwoordig„ „heid, hier van wederhouden hebbe, schoon ik die opgave egter maar als uitgesteld aanmerke en de gelegenheid, waarbij den Tidoresen, satisfactie van de Ternaatsche zijde kan doen er„ - „langen, niet zal laten voor bij slippen, op dat dezen zouwijlen niet 8a8 van voor„ sus„ g meer„ l pre -

NL-HaNA_1.04.02_3586_0398 view scan ↗

English

for reasons here annexed by the Sultan of Tidore, but the King of Ternate continues to give, as well as the Tidoreses who are in prison or running in chains, not to become too bold and to overstep the bounds of justice and fairness too far; for His Highness of Ternate, notwithstanding that the Sultan of Tidore has already, from the 31st of July onwards, handed over many people, all specified in the annexed list, has been very reluctant, upon my repeated instances, to give up one Todo, with whom the Jogugu of Tidore was raised and thus gladly wished to see ransomed, under the pretext that he was no longer alive, although the Regent had spoken with him on the very day that I had a request made for him. Not much better than the former has pleased me that which was recently replied to me by the Jogugu Miftaha and Djamalie concerning the many Tidoreses who, with their King, were either in prison or running in chains, that these were not prisoners of war but evildoers; while they did not disturb themselves in the least over my subsequently delivered exhortation to hand those people over to the Company, according to the Contracts, so that until today, as regards the one as well as the other, matters have remained as they were. Boldness of the Ternatan Alfurs. Necessity to bring Ternate and Tidore into balance again. This course of action, now added to the conduct of the Ternatan Alfurs, of whom some are beginning anew to murder and to rob the presently almost defenseless Tidorese of everything, and that on their own island, according to the King's recently made complaints, while others, according to an accompanying extract translation letter of the King of Batchian, are staying at Kasiruta and, upon the friendly warning of the Batchianese, who with a cora-cora by order of their King were scouting around the whole country, to depart from there and to return to their own dwellings, have treated them hostilely without the latter daring to resist, this punishable conduct clearly shows that, as soon as everything will be placed back into a more quiet and peaceful state through a preceding chastisement of the rebellious Mabarese and their comrades and subsequent submission and pardon, it will be the duty of whoever holds authority here at that time to keep the balance in equilibrium as far as possible and not to let it tilt too heavily to the Ternatan side; for His Highness, or at least his confidants, upon the representation of such matters as the aforementioned, presently immediately show themselves sullen, and never, in my humble opinion, are intended to punish Ternatan subjects who offend one or another Tidorese, even if His Highness promised a thousand times to have the strictest investigation made into who committed this or that deed, as took place in the past year regarding the murdered European and Tidoreses on the opposite shore, as well as to hand over those found guilty; it being also completely impossible that the deep-seated bitterness of His Highness and his first chief servants towards the Tidoreses could be so quickly and entirely discarded. Concerning the Tidoreses. From the promises of the King of Batchian. Concerning the gold delivery. Due to the sparse population of his lands. Not much to be expected. Pearl fishery on Obij. The King of Batchian, in accordance with the desire of Your Right Excellencies, has committed himself by the act of investiture sworn by him to the delivery of gold at 10 Rijksdaalders per real of weight and assaying 19 carats, and in several consecutive conferences held with me showed his inclination to the fulfillment thereof, but as His Highness's lands are only sparsely populated, one cannot imagine great things from the success of the efforts to be made by him: having meanwhile not well been able to find out who presented himself to the late Lord Governor as the entrepreneur of the pearl fishery on Oubij, nor what was offered to the Company for it, but can only say with certainty that it was a Chinese, whose name the Lord Governor kept in petto, and that he possibly departed for Batavia or passed away, because among all the well-to-do Chinese present here whom I have sounded out about such a lease, only one is to be found, by name Phoanloko, who, and that out of complaisance, has offered One hundred Rijksdaalders per year for it, which is not worth the trouble and clearly shows that the Oubij pearls must be of little importance. Of little importance. Concerning the dependence of the Cerammers residing in Batchian. King of Tidore withheld Contracts. No elucidation can be obtained. And copies for the new Sultan. Always the required care with respect to the dependence of the Cerammers residing at Batchian will be taken, it serves further for the esteemed information of Your Right Excellencies that, whatever trouble has been taken and is still daily being taken to trace the contracts withheld by the dispatched King of Tidore, yet not the least elucidation can be obtained in that regard; meanwhile, in fulfillment of your most venerated order, copies of all the preceding contracts are being made for the new Sultan.

Dutch transcription

om reden hier nevens door den Sulthan van Tidore dog Tornaatsch koning blijft te geven. gelijk ook de in de Tronk zittende of in de ketting lopende Tidoresen. niet al te stoutmoedig werden en de palen van Rechtmatig- en billijkheid alte verre komen te overtreden: want sijn Hoog„ diverse menschen ditgeleverd:, heid van Ternaten, niettegenstaande de sulthan van Tidore reeds, van den 31:e Julij af, veele menschen, alle bij de nevens gaande Lijst gespecificeert, heeft uitgeleverd, al wei„ weegeragtig om eenen sodo terug, gerachtig is geweest, om op mijne reiterative instantien, eenen Todo, waar mede Tidors Djogoegoe groot gebragt is en dus gaarne uitgelost zag, aftegeven, onder voorwend„ „zel dat niet meer in 't leven was, ofschoon de Rijkste„ „stierder nog den eigendag, toen ik om hem verzoek liet doen, met denzelven gesproken hadde. diet veel beter dan het vorige, heeft mij behaagt het, jongst met den Djogoegoe Miftaha en Djamalie over de veele Tidoresen, die bij kunnen Koning, of in den Tronk zaten, of in de ketting liepen, door dezelven daar op gerepli„ ceerde, dat dezen geene krijgsgevangenen maar boosdoen„ „ders waren; terwijl se zig aan mijne vervolgens gedane adhortatie, om die menschen dan, navolgens de Contracten, aan de Comp„e over te leveren, in 't geheel niet gestoord hebben, zoo dat 'er tot heden zoo ten aanzien van het een als het 63 Houtheid der Ternaatsche Alfoeren. noodzakelijkheid om Ternaten en Tidor welder in balame te brengen het ander, daar bij gebleven is. Deze handelwijze nu gevoegd bij het gedrag der Ternaatsche Alfoeren, waar van enigen weder op nieuw beginnen te moorden en den tans bijna weerlosen Tidorees van alles, en nog op hun eigen eiland, volgens 's Konings korte„ „lings gedane klagten, te beroven, daar anderen, blijkens een, dezen verzellenden Extract Translaat-brief van den Koning van Batchian, zigte Rasiroeta onthouden en op de vriendelijke waar„ „schouwing der Batchianders, die met een Korra Korra ter order van hunnen Koning het geheele Land rondschepten, om van daar te vertrekken en naar hunne eigene woonplaatsen te retourneren, dezelven vijandelijk hebben bejegend zonder dat dezen zig te weer hebben durven stellen, zoo leverd dit strafbaar gedoente een klaare blijk uit dat, zoo dra alles, door eene voorafgaande tuchting der afvallige Mabaresen en hunne makkers en daar op volgende submissie en pardon, weder in een rustiger en vreed„ „zamer staat zal wezen gesteld, het de pligt van den geenen die hier als dan het gezag voerd, zal wezen, om de balance naar ver„ „mogen in evenwigt te houden en niet al te sterk aan de Ternaatsche kant te laten overhellen, wat zijn Hoogheid, of ten minsten sijne vertrouwelingen, op de vertoning van diergelijke zaken, als de voorschrevene, zig tegenwoordige aanstonds haagt omtrent de Titoresen van de beloften van den koning van Batchian. omtrent de Goudleverantie. door de sobere bevolking sijner landen. niet veel te verwagten Paarl vischerij on Obij aanstonds gemelijk toonen, en nimmer, naar wijn gering ge„ gedrag van de zijde van Ternaten, voelen, geintentioneert zijn om Ternaatsche onderdanen, die den eenen of anderen Tidorees beledigen, te straffen, al be„ „loofde sijn Hoogheid duizendmalen om de strietste na„ „vorsching, door wien dit of dat deit, gelijk in den gepasseer„ „den Jare omtrent den vermoorden Europees en Tidoresen aan de overwal heeft plaats gehad, begaan is, zullen doen, mitsgaders de schuldig bevonden wordende, te zullen overleveren; zijnde het ook volstrekt onmooglijk dat de ingekankerde bisterheid van sijn Hoogheid en sijnen eerste Hoofdienaren, jegens de Tido„ „resen, zoo schielijk ten eenemaal zoude afgelegd wezen. De Koning van Batchian heeft zig, ingevolge van de begeerte uwer Hoog Edelheden, tot de leverantie van Goud tegens 10:„e Rijksdaalders de Reaal zwaarte en essaijeerende 19. Caraaten, bij de, door hem bezworen acte van Investiture verbonden en in verscheidene met mij agter eenvolgende gehoudene Conferen„ „tien sijne genegenheid, tot de nakoning van dien, sijner Hoogheids k Landen maar sober bevolkt zijn, kam men zig van het succes sijner aantewende pogingen geene groote dingen voorstellen: hebbende ik ondertusschen niet wel kunnen te weten krijgen, en wie zig bij den versturwven Heer Gouverneur als ondernemer der 170 65 van gering aanzien van omtrent de afhanglijkheid der te Batchian remoreerende Cerammers gedragen. koning van sidor agtergehoudene Contracten. „kangeen alucidatie bekomen werden en afschriften voor den nieuwen sulthan ga„ der Paar lvisscherij te Oubij, op gedaan hebbe die de Compagnie daar voor aangeboden zijn, maar weete eenlijk met zekerheid te zeggen, dat het een Chinees, wiens naam de Heer Gouverneur (Z) in petto hield, geweest en dezelve mooglijk naar Batavia vertrokken of overleden is, wijl onder alle de hier presente gegoede Chinesen, die ik over zodanige verpagting ondertast heb, maar een te vinden is, in name Phoanloko, die er, en nog wel uit Complaisance, Een hondert Rijksdaalders in 't Jaar voor gepresenteert heeft, het geene der moeite niet waardig is en klaar aantoond, dat de Oubijsche Peerlen van gering aanzien wezen moeten. Altijd de vereijschte zorge, ten opzigte van de afhang„ „lijkheid der te Batchian remorerende Cerammers zullende zal de vereischte zong werden gedragen werden, diene verder tot Uwer Hoog Edelheden g'eerde narigt, dat, wat moeite ook ter opspeuring der agtergehou„ omtrent de door den verzonden, dene Contracten door den verzonden Koning van Tidore, is aange„ wend en nog dagelijksch word gedaan egter niet de minste elucidatie daaromtrent kan werden bekomen; wordende in„ middens voor den nieuwen sulthan, innakoming van Hoogst„ „derzelver gevenereerd bevel, afschriften van alle de voor„ de C „gaande Tido„ ces r „maakt.

NL-HaNA_1.04.02_3586_0402 view scan ↗

English

as previously observed. Hemmekam questioned about what the former king of Tidor disclosed to him; his answer. Contracts drafted and absent, in order, having been signed on our part, to be handed over to that prince, and likewise the ranks between the three principal kings observed as before. Your High Excellencies being of the opinion that the merchant Hemmekam in that position should have made better use of the words which the former king Djamaloedien expressed with much confidence, I have questioned him about it, whereupon he answered me that he had refrained from any further statement or closer inquiry regarding what the said King said, in order not to bring that prince into any mistrust or into the idea that he attached any importance to his negotiation with Batchian's King, and by that means to inspire more confidence in him and nevertheless to discover everything; all the more because he was apprehensive that, if he did so, the prince might conceive an evil suspicion and fall into the idea that his mission served to intercept the intrigue of the Courts of Tidore and Batchian; it being otherwise 67. Copy translations of notes from Hatibie Sahanoen. Captain Lauwt Achmat left in his function by Tidor's King. The statement of the Ternatan Maaroef is an old occurrence. otherwise sufficiently evident from the anxiety of both kings to come up to Ternate, that they had forged evil to the detriment of the Company or the Ternatan Court. The copies of the two notes written by Hatibie Sahanoen to the Iman Togoeboe and to the children of the Prince Regent Gaijgiera, accompanying among the enclosures, I can further communicate to Your High Excellencies; that the Tidor Captain Lauwt Achmat has been left in function by the new sultan, and likewise that the statement of the Ternatan Maaroef is an old occurrence and was already dealt with after the completed commission by Hemmekam to the Papuas in the year 1771; additions thereto also being found in his journal regarding the expedition to Paringanij in the year 1770, and also in that of his journey to Hullok in the year 1773. That document having come into the hands of the Governor, one knows not how, and having been translated, as it was, namely without date, by the said Hemmekam by order of his Honorable, with the further declaration that he has never seen the said Maaroef in person. Lists of the Regalia of Tidor and Batchian already sent with the previous letter. Likewise of what was handed over and sent of the old king of Batchian. Retained by Iskandar Alam herewith. To take over by appraisal. Along with the repeatedly mentioned secret previous letter, in observance of Your High Excellencies' order, complete lists have already been sent under numbers 30, 31, 32, 33, and 34 of the regalia handed over to the recently appointed Kings of Tidore and Batchian and still in existence, as well as of the private effects sent over with the ship Delfshaven, besides those handed over in the past year to the Crown Prince appointed as sultan, belonging to the former Batchian King Sakoedien, and also of the goods successively delivered to the last-mentioned prince during his arrest, and also of the jewelry dispatched with the pantjalling De Kaneelboom, so I shall now only note in continuation that the King of Batchian, Iskandar Alam, besides the previously specified trifles, has also retained: six chairs, two couches, two copper hanging lamps, and two cabinets, with a strong request of His Highness to be allowed to take over those trifles by appraisal; regarding which, awaiting Your High Excellencies' venerated disposition, I shall in the meantime 63. Commissioners. Already sent report from Eberhard and Weijdemuller regarding that. Old king specified in the accompanying list. Declared state property, and requested by His Highness to be allowed to retain the same. All to be inventoried and appraised. in the meantime give orders to the Commissioners, who are going to present the new sultan in his residence, to inventory everything properly and to estimate its value; while Your High Excellencies, from the reports of Eberhard and Weijdemuller likewise already presented to the same, will already have been able to perceive that nothing of the mentioned goods has been set apart, except what was delivered at that time to the well-mentioned prince Iskandar Alam, and likewise that what was reported concerning the bottles with pearls and the silverware was an invention of the old King; I being able, for the rest, to consider myself completely clear of the least embezzlement and having no reason to hold anyone else suspect thereof; furthermore adding hereto that the ensign and postholder Gebhard, some time before the erupted rebellion of the Tidor grandees—by which misconduct of the same, as mentioned in previous advices, the few still existing goods of Tidor's King were consumed by fire—managed to obtain a few effects specified in a list now being sent over, which would now, though not worth the trouble, have been sent over, had not the present King declared the same to be state property, and for that reason requested to be allowed to retain them, which I could not conveniently refuse either, and therefore I

Dutch transcription

„gen gelijk voor heen geobserveert. Hemmekam onderhouden over het geene den gew: koning van Tidor tagens hem heeft geint„ deszelfs antwoord. „gaande en absent geraakte Contracten vervaardigd, om, van raug tusschen de drie Hoofdkonn, onzen kant getekend zijnde, aan dien vorst te werden inhandigd, en almede de vangen tusschen de drie Hoofdkoningen, gelijk voorheen, geobserveert werden. Uwe Hoog Edelheden van sustenuees wezende, dat de Hemmekam p„l Koopman in d„o p„s beter gebruik had behoren te maken van de woorden, die den gewezen koning Djamaloedien mat veel vertrouwen heeft geuit, heb ik hem daar over onderhouden, wanneer hij mij antwoord heeft gegeven van alle verdere uitlating of naauwere informatie omtrent het gezegde des gemelden Konings, te hebben laten agterblijven, om dien vorst in geen mistrouwen of in het denkbeeld te brengen, dat hem aan sijne onderhandeling met Batchians Koning iets gelegen lag en door dien weg Hem meerder vertrouwen inte boezemen en egter alles te komen, te meer, om dat bedugt was, dat, bij aldien hij het deed, de vorst een kwaad vermoeden mog opvatten en in 't denkbeeld geraken, dat zijne bezending diende, om de slingsheid der Hoven van Tidore en Batchian te ouderscheppen: zijnde het overigens 67. Copia Translaaten briefjes van Hatibie Sahanoen. Capitein Lauwt Achmat door Tidors Koning in sijn functie gelaten het verklaarde van den Temataa„ Maaroef: is een oude gebeurtenis. overigens genoeg uit de beangstheid der deide koningen om naar Ternaten opte komen, gebleken, dat se ten nadeele van de Compagnie of het Ternaatsche Hof & waad gesmeed 6 hadden. De Copijen der twee door den Hatibie Sahanoen aan den Iman Togoeboe en aan de kinderen van den Prins Regent Gaijgiera geschrevene briefjes, onder de Bijlagen over„ „gaande, kan ik uwe Hoog Edelheden al verder Communi„ t „ceren; dat de Tidors Kapitein Lauwt Achmat door den nieuwen sulthan in functie is gelaten, zo mede dat het verklaarde van den Ternataan Maaroef een oude gebeurtenis en reeds bedeeld is na de volbragte Commissie door Hemmekam naar de Papoe in A„o 171; wordende daar van ook bijbrengsels gevonden in sijn Dagverhaal wegens de Expeditie naar Paringanij in A„o 1770, en teffens bij dat, van sijnen Togt naar Hullok in 't Jaar 1773. zijnde dat geschrift den Heer Gouverneur (2, men weet niet hoe, in handen gekomen, en door ged„e Hemmekam, ter order van sijn Edele Achtbare, gelijk het was, zonder dag tekekening naamlijk, vertaald, met verdere betuiging, dat hij den gemelden Macaroef de got Lijsten der Regalia van Tidor en Batchian bij de voorbrief reeds verzonden. zoo mede van het afgegevene en verzondene van den ouden koning van Batchian. Iskandar Alam aangehoudene hier nevens. taxatie overtenemen. Maaroet nooit in persoon gezien heeft. Devens den meermelden secreten voorbrief S zijn, ter observantie van uwer Hoog Edelheden bovel, bereeds onder Numeris 30; 30, 32, 33, en 34, overgezonden volleedige Lijsten der aan de Jongst aangestelde Koningen van Tidore en Batchian afgegevene en nog maar in wezen zijnde Regalia, zo mede der met het schip Delfsha„ ven overgestuurde en behalven die in A„o p„o aan den tot sulthan benoemden Kroomprins afgegevene particuliere Effecten van den gewezen, Batchiaus Koning Sakoedien, en teffens der aanlaatsgemelden vorst, gedurende sijn arrest, successive afgegevene Goederen en ook van de met de Pantjalling de Raneelboom afgevaardigde kleinadien, dus nu nog maar ten vervolge zal noteren dat de Koning het door den koning van Batchian van Batchian Iskandar Alam, buiten de reeds vorengespe„ „cificurde bagatellen, nog heeft aangehouden. ses stoelen Twee Rustbanken, Twee kopere hanglampen en verzoek sijn Hoogheid per Twee kabinetten, met sterke instantie, om die kleinigheden per taxatie te mogen overnemen; waaromtrent Uwer Hoog Edelheden gevenereerde dispositie zullende afwagten, zal ik inmiddels 63 Gecommitteerden. reeds verzonden Berigt van Eberharden weijdemuller dienaangaande. ouden koning bij overgaande Lijst gespecificeerd. Rijksgoederen verklaard. en door sijn Hoogheid verzogt dezelve aan te mogen houden. eeldoerde te verzondene inmiddens den Gecommitteerden, die den nieuwen sulthan in deszelfs Residentie gaan voorstellen, last geven, om alles alles opgenomen en getauxeert werden wel op tenemen en naar waarde te schatten; terwijl uwe Hoog Edelheden, uit de insgelijks aan Hoogst dezelven al aangebodene berigten van Eberhard en Weijdemuller bereeds zullen hebben kunnen ontwaren, dat 'er niets uitgezondert het te dier tijd afgegevene aanwelmelden vorst Iskandar Alam, van gerepte goederen is afgezonderd geweest, zo mede dat het opgegevene nopens de flessen met Paarlen en de ziverwer„ „ken, een verdigtsel van den ouden Koning is geweest; kunnende ik mij zelve overigens volkomen zuiver van de minste verduistering en hebbe ook geen reden om daar van iemand anders verdagt te houden; voorts hier nog bij voegende, dat de vaandrig en Posthouder Gebhard enigen tijd voor de uitgebarste rebellie der Tidorsche Grooten, door welk wangedrag derzelven, zo als bij de vorige adrijsen is gementioneert, de nog inwezen zijnde weinige goederen van Tidors Koning zijn in de Kaars gevlogen, heeft weten te bekomen enige weinige enige weig gedeen an sd open bij een tans overgaanden Lijst gespecificeerde Effecten, welke tans, schoon der moeite niet waardig, zouden overgezon„ door den acteelen koning voor, den zijn, indien de actuele Koning dezelve niet voor Rijksgoederen verklaard, en om die reden verzogte hadde se te mogen aanhouden, 't welk ik ook niet gevoeglijk heb kunnen weigeren, en dierhal„ ven gen pe„ ik

NL-HaNA_1.04.02_3586_0406 view scan ↗

English

of alienated in the hope of approval. The goods brought in by the Commissioners Hemmekam and Boot were all sold by public auction, and the disposition of the surplus for reasons mentioned here. above having had restituted to that prince, permitted provided nothing thereof under that condition nonetheless, of purloining nothing thereof and issuing it again, should Your High Excellencies disapprove of my arrangement in this regard, as I hope not. All the Goods and Slaves brought in by the Commissioners Hemmekam and Boot were handed over by the deceased Lord Governor in my presence to the vendue master De Chalmot, and, after proper inventorying, were publicly sold by the same on 17 August of the past year, as well as submitted thereof in the secret session of 22 July last, Account concerning a Current Account of its Yield alongside the Annexes belonging thereto; whereby it being established that there still, after deduction of various paid debts by order of the aforementioned Lord Governor and other charges, purely remained Rds 855:12:—, so it was on that day, in consideration of the impoverished and very miserable condition of the wife and children of the exiled Kalim Abdul Raaug and his Family, and because it was observed that the Company did not claim another's possession, in humble trust of Your High Excellencies' complete approval, resolved, to let be handed over to the said needy, after deduction of the Rds 600: for the former By the present Sultan several that were pawned were redeemed. has taken pleasure in Your High Excellencies' inquiry into the Regalia of Tidor and Batchian. On the lending of money on Regalia of the three Moluccan Realms. Ammunition provided to Tidor Tidor King, and Rds 32:— for the former shopkeeper Johnson, belonging to him for two fine Guineas, remaining and thus lawfully belonging to them, to the amount of Rds 223:12:—, which our disposition shall take effect directly after the departure of the Batavian vessels, when the money shall be handed over for delivery to the Political Commissioners, who must introduce the Sultan to the people in his own Land. List of the Regalia of Ternaten. Although Your High Excellencies have not requested a List of the Ternate Crown Goods, the List of the same now also goes over for honored consideration, the Sultan, who successively redeemed several Regalia pawned by his predecessor, having taken great pleasure in the inquiry that Your High Excellencies have pleased to make into those of the Realms of Tidore and Batchian, and His Highness has very gladly entered into my proposal to interdict anyone from purchasing or lending Money on Crown Goods and slaves, upon pain of restitution of those goods and Slaves, with forfeiture of the purchase or loan monies spent on them and arbitrary punishment in addition for the Contra- veners; as this was also made known with consent on 9 August by publication and affixing; on the Restitution of the in the Year 178. Both with the former Regents and the newly appointed King of Tidore, the restitution of the ammunition goods and 40 flintlocks provided in the year 1778 to six Korra Korras was most strongly urged, though without fruit; since the King declared urged in vain. goods to Ternaten. yet cannot be inquired into for reasons mentioned here. The recently borrowed has been returned. List of the munitions of war truly in existence with Ternate's King. declared, as may very well be, to know nothing about it, and no one besides them wished to have any knowledge of it. On the other hand, sufficient attention is paid to the ammunition Goods already issued to the King of Ternaten, and one is assured that, except for the gunpowder, of which His Highness undoubtedly makes use now and then on feast days and solemnities, the principal part will indeed be there in kind, that prince having kept very good and strict order over all his affairs before his indisposition, which daily worsens instead of improving, yet to inquire strongly after those ammunition goods is something to which His Highness seems to be very sensitive, and, I am well assured, having done so not long after my assumption of the interim Governance, I very poorly paid court to him; nevertheless, this brought about that the ammunition goods issued for the arming of His Highness's Korra Korras, both those employed against the rebelling Tidoresians and those out on the Maguindanaos to Latte last, were immediately brought back after the conclusion of affairs, with 50 lb of gunpowder having been fired and written off among the rest consumed during the Expedition to Tidore, as also that the Jogugu has handed over a List of the war necessities still resting with his King and truly in existence, which is detailed herein among the Annexes, with the assurance that everything was being preserved very accurately. Then in existence.

Dutch transcription

van ontvramdende ophope van aprobatie. de goederen door de Gecommitteerden Hemmekamen Boot aangebragt. zijn alle per publique ver„ „lutie verkogt. en dispositie over het overschat om reden hier nevens. „ven het bovenstaande aandien vorst heb laten restitueren, toegestaan mits niets daar onder dien niets nogtans, van 'er niets van afhandig te maken en het weder uittegeven, wanneer uwe Hoog Edelheden, mijne schikking hier omtrent, gelijk ik niet verhope, mogte afkeuren Alle de door de Gecommitteerden Hemmekam en Boot aangebragte Goederen en Lijfeigenen, zijn door den overleden Heer Gouverneur ter mijner presentie aan den vendumeester de Chal„ „mot afgegeven, en, na behoorlijke inventarisatie, op den 17:' Li Augustus a=o p=t door denzelven publicq verkogt, mitsgaders ter secrete sessie van den 22:e Julij Jongstleden daar van ingediend ver Reekening dien aangaande een Rekening- Courant van dies Rendement nevens de daar toe specterende Bijlagen; waar bij geconsteerd wezende, dat 'er nog, na aftrek van diverse afbetaalde schulden ter order van welmelden Heer Gouverneur (2) en andere ongelden, zuiver resteerde Rd„s 855:12:-—, zoo is ten dien dage, uit overwe„ „ging van den armoedigen en zeer elendigen toestand van de vrouwe en kinderen van den verzonden Kalim Abdul Raaug en sijne Familie, en, om dat aangemerkt wierd dat de Compagnie eens anderen bezitting niet pretendeerde in nedrig vertrouwen Uwer Hoog Edelheden volkomene approbatie, besloten, om het, na aftrek van de rd„s 600: voor den gewezen Tidors door den presenten sulthan verscheide die verpand waren ingelost. heeft genoegen geschept in H: Hoog Edelheden onderzoek na de Regalia van Tidor en Batchian van geldschieten op Regalia van de drie Moluksche. Rijken. aan Tidor verstrekte ammunitie Tidors Koning, en rd„s 32:—, voor den gew: winkelier Johnson, hem E ee Competerende voor twee fijn Guinesen overschietende en hen dus wettig Competerende, ter montante van rd„s 223: 12:—, an ged„e behoefti„ „gen te laten afgeven, welke onze dispositie effect zal sorteren di„ „rect na het vertrek der Bataviasche vaartuigen, wanneer het geld aan de Politicque Gecommitteerden, die den sulthan op sijn eigen Land aan den volke moeten voorstellen, ter afgave zal werden ter hand gesteld. Lijst der Regalia van Ternaten, Of schoon uwe Hoog Edelheden geene Notitie der Ternaatsche Rijksgoederen hebben gerequireerd, gaat de Lijst van dezelve tans alone„ „de ter g'eerde speculatie over, hebbende de sulthan, die verscheide„ „ne door sijnen voorzaad verpande Regalia successive ingelost heeft, groot behagen geschept in het onderzoek dat Hoogst dezelven, naar die den Rijken van Tidore en Batchian hebben gelieven te doen, en sijn Hoogheid is zeer gaarne getreden in het voorstel van mij, om het kopen van of Geld schieten op Rijksgoederen en interdictie bij publicatie e affijie slaven aan een ieder te interdiceren, op poene van terug gave dier goederen en Lijfeigenen, met verstek der koop- of leenponningen daar voor uitgegeven en arbitrale straffe bovendien voor de Contra„ „venteurs; gelijk zulks dan ook met inwilling op den 9:e„ Augustus is bekend gemaakt bij publicatie en affixie; op de Restitutie der in A„o 178. Zo wel bij de gewezen Regenten, als den nieuw aangestelden Koning van Tidore is ten sterksten op de restitutie der in a„o 1778. aan ses Korra Korras verstrekte ammunitie goederen en 40. snaphanen aangedrongen geworden, edog zonder vrugt; vermits de Koning verklaard 71 vergeefs aangedrongen. goederen aan Ternaten. dog kan daarop niet geinquireerd werden. om reden hier nevens het jongst geleende is weder te rug gegeven. Lijst der in waren wezen zijnde ammunitie van oor„ „log bij Ternaats koning. verklaard, gelijk zeer wel wezen kan, van er niets af te weten, en niemand buiten hun, er enige kennis van wildragen. daten en afgegeven ammuitie Daarontegen wordog de reeds afgegevene ammunitie Goede„ „ren aan den Koning van Ternaten, genoeg gelet, en men is ver„ zijn behalven het buspoeder, zekerd, dat buiten het busgoeder, waar van sijn Hoogheid nu en dan bij feestdagen en solemniteiten, ongetwijffeld wel gebruikt maakt, het voornaamste er wel in natura zal wezen, hebbende die vorst, voor sijne in dispositie, die daaglijksch in plaats van te verbeteren, verergerd, zeer goede en stricte order op alle sijne zaken gehouden, dog evenwel naar die ammunitie-goederen sterk te inquireeren, is iets, waar aan sijn Hoogheid zeer gevoelig schijnt te wezen, en, ik ben wel verzekerd, met zulks niet lang na het door mij aanvaard prointerim Bestier, gedaan te hebben, zeer kwalijk mijn Hof gemaakt te hebben; egter heeft zulks te wege gebragt, dat de tot armature van sijn Hoogheids Korra Korras zoo die tegens de rebellerende Tidoresen g'emp„ „loijeert zijn, als die op de Mangindanouwers naar Latte laste zijn uitgeweest, afgegevene ammunitie goederen, na gedane zaken, ter„ „stond terug gebragt zijn op 50. lb: buskruid na verschoten en onder het verder bij de Expeditie naar Tidore verbruikte, afgeschrevene zijn, zo mede dat de Djogoegoe een Lijst van de onder sijnen Koning nog berustende en in waren wezen zijnde oorlogs behoeften, die dezen onder de Bijlagen verteld, heeft overgegeven, met verzeke„ „ring, dat het een en ander zeer nauwkeurig wierd bewaard. Dan in wezen. ver

NL-HaNA_1.04.02_3586_0409 view scan ↗

English

13 whereby it appears that the following items are missing, with a request to be permitted to write them off. However, having compared that list with the supplies successively issued since several years, and having perceived on that occasion that 2 pieces metal half-pounder cannons, 1 piece iron one-pounder ditto, 1 piece copper ladle for a one-pounder, 1 piece scraper, 90 bundles of cannister shot, 100 pieces bundle balls, 271 pieces grape-shot of 1 lb, 50 pieces ditto of 1/2 lb, 516 pieces round-shot of 1 lb, 306 pieces long-shot of 1 lb, 1103 pieces round-shot of 1/2 lb, 2070 pieces live cartridges, and 2210 pounds of gunpowder are missing from what was issued, I therefore request, in order to prevent all confusion, that the aforementioned may be passed for write-off; while in the meantime I shall do my best to recover the remainder, except for that which the prince received on loan for the use of the pier, to serve for the repulse of Maguindanao pirate vessels should they be so bold as to show themselves in this bay, for which restitution cannot very properly be demanded before and until peace has been made with that nation. Extirpation not yet taken in hand because of the insecurity of the sea, and for that reason the ship Westfriesland was dispatched to convey the requisitions for the residencies. Resolution found after the death of Governor Thomaszen concerning the expenses incurred for Fort Zeelandia on Cajoemera. A beginning will be made with the extirpations as soon as tranquility has been restored in any degree, but as yet there is no opportunity for this, because the sea has for some time been nothing less than safe to navigate, due to the strong pirate fleets of the Maba, Weda, and Patani people; for which reason the necessities for three residencies, Manado, Gorontalo, and Kwandang, could not safely be sent in chaloups or pantchallangs, but one has been compelled to do so with the ship Delfshaven, on which 25 burghers have been placed. After the death of Governor Thomassen, a resolution dated 30 August 1779 was found prepared for signature, whereby it was decided to validate the Fort Zeelandia on Cajoemera, disapproved by Your Right Excellencies, to the amount of 2108 rixdollars and 24 stuivers, for which, however, no one except His Honorable Worship, of blessed memory, and the senior merchant Meurs had signed, much less voted, 15 Works. The fort at Cajoemera. having requested, on the day that this was brought to the table, to be excused therefrom, because that fort, or whatever one shall call it, since it resembles no stronghold, was already completed prior to my arrival except for the palisading, and that moreover, regarding the construction of the same, no preceding resolution showing its unavoidable necessity was to be found; after which declaration no further mention at all was made of the matter; but I believe I now know, from information gathered, that the said small fort Zeelandia would not have existed without the troublesome solicitations of the King of Ternate, who continually pressed the Governor, of blessed memory, for it. From the report on the fortifications. Further, the report concerning the condition of the fortification works to be found here, sent herewith, will instill in Your Right Excellencies an even lesser idea of the Cajoemera fort than they have already conceived of it, due to its dilapidated condition. In order to guard myself and the other council members from harm, I am indeed obliged to bring this to the attention of Your Excellencies, for the costs to be applied toward the maintenance and repair of that which has already fallen into decay in that useless and poorly planned work would merely be a new, needless waste of money, and for that reason I shall not proceed with it, so that Your Right Excellencies, when learning not long after this that the entire work has collapsed, will not justly reproach us and make us feel the weight of Your indignation on the grounds that no true account of matters had been rendered; further noting that the order to have an accurate survey made of the state of the fortifications and buildings at the time of the transfer of the government during the tenure of Mr. Valckenaer was indeed complied with, and the report thereof, along with the general advices as shown by the register dated 28 August 1778 under numbers 29 and 75, was sent to Batavia together with the memorandum of the said Governor. Separate letter to the King of Ternate handed separately to His Highness. The wife and children of the Crown Prince of Tidore, who was sent to Ceylon. In dutiful compliance with Your Right Excellencies' highly venerated command, the separate letter sent hither for the King of Ternate was also delivered separately to His Highness; serving further for Your esteemed information that the wife and children of the Crown Prince sent to Ceylon

Dutch transcription

13 waar bij Consteert dat het nevenstaande ontbreekt onder haalde te mogen afschrijven Dan die Notitie met de zedert enige gawen successive gedane verstrekkingen geconfronteert en bij die gelegenheid ontwaard zijnde, dat 'er 2: p„s metale halve ponder Kanons, 1: „ ijzere een ponder. . . . . . . . . d„o 1: „ kopere Lepel tot een ponder, _o „ „ 1: „ Krasser 90: bossen schroot, 100: p„s boskogels 271: „ Druiven van 1: lb: 50: „ _o „ —½„ 516: „ Rondscharp „ 1: „ 306: „ Langscherp „ 1:„ 1103: „ Rondscherp „ ½ 2070: „ scherpe patronen en 2210:„. Bonde, Buskruit aan het afgegevene ontbreken, varzaak om het boven aange„ zoo verzoeke ik, dat, tot voorkoming van alle verwarring, het voorenstaande maar ter afboeking moge werden gepas„ „seerd; terwijl ik intusschen mijn best zal doen, ter weder erlan„ „ging van het overige, behalven van 't geen de vorst ten dienste van het zeehoofd ter leen gekregen heeft, om te dienen tot af„ „weigering van Mangindanauwsche Roofvaartuigen wanneer zoo stout wezen mogten, van zig in deze bogt te vortonen, waar ten, en Exstirpatie nog niet bij de hand genomen. om de onveiligheid der zee en om die reden het schip westfries„ „land ten overbreng der Eisschen voor de Residentien gedepecheert. Besluit gevonden na het overlijden van den Gouverneur Thomaszen. wegens het bekostigde aan het Nort Zeelandia op Cajoemera waar van de restitutie niet wel voeglijk kom gevorderd werden voor en al eer met die natie weede gemaakt zij. Met de Exstrpatien zal een begin werden gemaakt, zoo ras de rust maar enigzints herstelde zal wezen, dog hier toe is nog geene gelegenheid, want de zee een tijd lang niet minder dan veilig om te bevaren, geweest is door de ster„ „ke Roofvloten der Maba-weda en Pattanijresen; waarom„ dan ook de benodigtheden voor drie Residentien: Manado„ Gorontalo en Quandang niet veelig in Chaloupen of Pantjallings hebben kunnen verzonden, maar men ge„ „noodzaakt is geweest is gewreest zulks met het schip Delfs haven, waar op 25: Burgers geplaatst zijn, te doen da het overlijden van den Heer Gouverneur ƒ Thomassen is een besluit sub dato 30:„en Augustus 1779. ter tekening in gereedheid gebragt gevonden, waar bij gearresteert is het door uwe Hoog Edelheden gedisapprobeerde Fort Zeelandia op Cajoemera, ten E bedrage van rd„s 2108: 24:—. te valideren, dan waar voor niemand, behalven sijn Ed: Achtb: (:Z:) en de opperkoopman Meurs getekend, veel minder gevoteert 15 werken het fort te Cajoemera. gevoteert heeft, hebbende ik, ten dage dat zulks op het tapijt gebragt wierd, verzogt daar van G'excu„ „seert te wezen, door dien dat Fort, of hoe zal men het noemen, dewijl het na geen sterkte gelijk, al voor mijne aanlanding voltoost was op de palli„ „sadering na en dat buiten des wegens de extructie van het zelve geen voorafgaand besluit, dat dies onvermijdelijke noodzakelijkheid aantoonde; te vinden was, en, na welke declaratie in 't geheel niet meerder van de zaak gerept is geworden, dan ik meene opgenomen in formatie tans wel te weeten dat gem: fortje Zeelandia niet in wezen zijn zoude zonder de lastige aan zoeken van Ternaats Koning die 'er den Heer Gouverneur (Z) gedurig om aangeeweest is uit het Rapport van de fortificatie. Wijders zal het bij dezen overgaand Rapport wegens den staat der alhier te vindene Fortificatie werken Uwe Hoog Edelheden nog geringer idee van het Cajoemora's Fort inboezemen, dan 'er bereeds van beijt de slete gesteldhend don hebben opgevat. Ik ben, om mij en de verdere Raads„ „leden voor schade te wagten, wel verpligt dit onder het oog van Hoogstdezelven te brengen, want daar aan„ „tewendene kosten tot onderhoud en reparatie van het geene al van dat nutteloos en kwalijk aangelegd werk in ver„ „val is geraakt, maar nieuwe nodelose geldverspic„ „ling d der 8 Agarte brief an Temnaat konig. afzonderlijk aan sijn Hoogheid inhandigd. de vrouwen kinderen van den naar Ceijlon verzonden kroon prins van Tidor. „ling wezen zoude en ik er daarom ook niet toe zal overgaan, verde verog dien aangpande op dat Uwe Hoog Edelheden, wanneer niet lange hier na vernemen zullen, dat het geheele werk in duigen gevallen is; ons niet billijk reprocheren en 't gewigd van Hoogst„ „derzelver indignatie doen gevoelen om reden geene ware opgave van zaken hadde gedaan: alverder noterende, dat de order, om, bij overgave van het Gouvernement, een accurate opneem te laten doen van staat der Forti„ „ficatien en Gebouwen ten tijde van den Heer Valckenaer wel is nagekomen, en het Rapport daar van nevens de Generale adrijsen blijkens Register in dato 28:e Au„ „gustus 1778, onder Numeris 29 en 75: naar Batavia verzonden te gelijk met de Memorie van welmelde Heer Gouverneur. ond In schuldpligtige nakoming van Uwer Hoog Edelheden zeer gevenereerd bevel, is de Herwaards ge „zondene aparte brief voor den Koning van Ternaten, ook sijn Hoogheid afzonderlijk inhandigd; dienende wijders tot Hoogstderzelver G'eerde narigt, dat de vrouw en kinderen van den naar Ceijlon verzonden Kroon

NL-HaNA_1.04.02_3586_0413 view scan ↗

English

as likewise the concubines of the old King of Batchian. Absurd lies of this former king concerning 50 slaves. Proof thereof. [illegible] Prince of Tidore, are by no means inclined to go over thither, but have rather chosen to remain in their own country; of which same sentiment the concubines of the old King of Batchian are, likewise showing no desire whatsoever to follow their banished monarch, of whom they are finally, to their great satisfaction, relieved, while all the remainder of this former King, who also resorted to untruths, has already been sent away on the ship Delfshaven, and regarding the effects of Tidore's old King the necessary report has been made. And since not a single bondservant of the latter has been apprehended or handed over to Postholder Gebhard, none can be sent over either; it being one of the most absurd lies of the King of Tidore, who still occupies himself with deceitful tricks and intrigues, that 50 of his slaves were allegedly registered by the deceased Governor, as proof of which, among other things, it may serve that, for the four very small Papuan slaves whom he now demands, he, with his full consent and on account of a lack of money, received eighty Rijksdaalders from Merchant Johnson, which money was sent to him by the deceased Governor with another twenty Rijksdaalders added, on board, with the interpreter Van Dijk, as not only I, but several other members of the Council themselves have seen. Expression of thanks for the granted reward regarding the delivery of the adjacent person. Requirement regarding that specified reward in the secret letter of 31 December of the past year and that to the deceased Prince Gaigiera. Landau placed in the hands of the Fiscal. With humble thanks for the rewards granted by Your High Nobilities for those who shall come to deliver the Hajis Oemar and Joesoef, along with the scribe Bagoes, to the Company, I also serve to demonstrate to the same in all respect that in the secret dispatch of 31 December of the past year, for the Haji Oemar was specified 500 Rijksdaalders, but in the letter to the Regent Gaijgira, chosen as Sultan and now deceased, 1000 Rijksdaalders, of which difference I deemed it necessary to inform Your High Nobilities. Immediately upon the receipt of Your High Nobilities' respected letters, the former Burgher Captain Lieutenant Feit Landau was placed into the hands of the Fiscal on account of the accusation brought against him by the former King Djamaloedien, with orders to him to investigate the matter most strictly and accurately. Decree of the Fiscal submitted thereon. Proof of Landau's innocence. Trial papers. Prematurity of Wenthold regarding the treatment of some Bugis. Suspected of hostile attacks. Evident from the adjacent. The latter complied herewith and produced at the secret session of 21 August upon the table a decree of the Council of Justice along with all the papers pertaining to this lawsuit, whereby it has become clearly evident that Landau is in no way guilty of what was charged against him by that slanderous prince, who, though he enjoyed all courtesies from the Burgher during the voyage, still dares to presume to disturb Your High Nobilities in your weightier occupations with such invented and false accusations, about which, however, one need not be so very surprised, if one at the same time takes into consideration what was stated by him concerning the fifty registered slaves and four small Papuan boys, who, after he already had them with him, were allegedly taken from on board; while in the meantime, regarding that affair, I refer to your wiser judgment and for that purpose, for esteemed perusal, take the liberty to offer all those trial papers in copy to Your High Nobilities. In the aforementioned letter accompanying this work, notice was given to Your High Nobilities of the report made by Resident Wenthold concerning the hostile attacks of the Bugis existing in his imagination, as well as that he, for reasons noted by him as very sufficient, had immediately caused the nakhodas of the prahus arrived at Gorontalo to be arrested, instead of following the example of his predecessors, by which they had always fared very well, and also of our order, if possible, to release those persons arrested according to our view without lawful cause and to send them away with fair words, or, if found guilty in deed, to send them to be held accountable. The latter, namely that I together with the Council were not mistaken regarding those Bugis and with respect to the all too premature conduct of Wendhold in this matter, has clearly appeared from the subsequent behavior of the same, for, according to what was written to him with the Jaccatra and the Jonge Cornelis, he had already released those nakhodas before the receipt of our letters, and considered himself out of danger, at a time when the same circumstances existed as when the nakhodas were arrested; which is evident from their quiet departure.

Dutch transcription

17 zo mede de Bijzitten van den „onden koning van Batchian abseurde beugen van dit vrkoning wegens 50: slaven bewijs van dien. inelinen nit en vrtigen roon Prims van Tibore, geen zins inclineeken om naar derwaards over te gaan, maar liever verkoren hebben op hun eigen Land te blijven; van welk zelfde sentiment de Bijzitten van den ouden Koning van Batchian zijn insgelijks in genendele lust betonen om kunnen verbannen vorst, van wien seeindelijk tot haarlieden groot Contente„ „ment ontslaegen zijn, te volgen, terwijl alle het overige van dien zig ook al met onwaarheden behelpenden gew: Koning reeds met het schip Delfshaven is verzonden en omtrent de Effecten van Tidors ouden Koning het nodige verslag gedaan. En dewijl nog geen een Lijfeigenen van den laatsten, is opgevat of aan den Posthouder Gebhard ter hand gesteld, kan ook geen werden overgezonden; zijnde het een aneerder absurdste leugens van den zig nog al met slingsche streken en draijeren op houdende Koning van Tidor, dat 50: sijner slaven door den versturve„ Gou„ „vorneur zouden opgeschreven zijn, ten welke blijke onder anderen kan dienen, dat hij, voor de vier heele kleine Papoesche slaafjes, welke hij tans geeischt, met sijn volkomen inwilliging en uit hoofde van geldgebrek, tagtig Rijksdaalders van den Koopman Johnson heeft na allen ria ge bt: Dank betuiging voor de toegestane premie wegens het overleveren van de nevenstaande persoon. vereisch nopens die bepaalde premie in de secrete brief van 31: December a„o p„o en die aan den overleden Prins Gaigiera. Landau in Fiscaalshand en gesteld. heeft genoten, welke geld Hen door den overleden Heer Gou„ „verneur met nog twintig Rijksdaalders en bij, naar boor„ is gezonden met den Tolk van Dijk, zo als niet alleen ik, maar verscheidene andere Leden van den Raad zel„ „ve gezien hebben. Onder nedrige dank betuiging voor de door uwe Hoog Edelheden toegestane praemien voor de zulken, die de Hadjes Oemar en Joesoef nevens der schrijver Bagoes aan de Compagnie zullen komen over te leveren, diene ik Hoogst dezelven teffens in alle eerbied te verto„ „nen, dat in de secrete missive van den 31: December a: p: voor den Oemar is bepaalde Rd„s 500:—, dog bij den brief Haadje aan den tot sulthan verkoren en tans overleden Regent Gaijgira Rd„s 1000:-—, van welk different ik nodig geoordeeld hebbe Uwe Hoog Edelheden te verwittigen. Ommiddiaat op den ontvrangst Uwer Hoog Edelheden gerespecteerde letteren, in de oud Burger Kapitein Lui„ „tenant Feit Landau gesteld in handen van den Fiscaal ter zake van den jegens hem ingebragte beschuldiging door den gewezen Koning Djamaloedien, met last aan denzelven om de zaak ten scherpsten en naauwkeurigsten te inquireeren. Deze 13 79 13 Dispositief van den Fiscaal daarop ingediend. blijk van Landan ontschuld. „ces papieren. prematuriteit van wenthold omtrent de behandeling eniger Boeginesen. Deze heeft hier aan voldaan en ter secrete sessie van den 21„en Augustus ter Tafel geproduceert een disposi„ „tief van den Justitielen Raad nevens alle de tot dit Reetts„ „geding betrekkelijke papieren, waar bij klaar is ko„ „men te consteren, dat Landau ingenendeele schuldig is aan het hem ten laste gelegde door dien laster zieken vorst, die zig, daar Hij alle beleefdheden van den Burger genoten heeft gedurende de reise, nog durft verstouten, om uwe Hoog Edelheden, in Hoogstderzelver gewigtere bezigheden met zoorgelijke g'inventeerde en valsche accusatien te storen, waar over men zig egter juist zoo zeer niet behoefd verwonderen, als men 'ir tegelijk bij Con„ „sideratie, het door hem opgegevene nopens de vijftig op ge„ „schrevene slaven en vier Papoesche Jongetjes, die, naar dat hij ze al bij zig hadt, van boord zouden zijn ge„ „haald: terwijl ik mij intusschen omtrent die affaire refecte aan de overgaande pro„ aan Hoogst derzelver wijzer oordeel referere en ten dien einde, ter geëerde: speculatie, alle die Proces papieren de vrijheid gebruike Uwe Hoog Edelheden in Copia aan te bie„ „den Bij dit werk genoemden voorbrief is aan Uwe Hoog zel„ 1 al ing ij E „slagen verdagt geksouden. blijkt uit het nevenstaande Hoog Edelheden kennis gegeven van het berigtte door den door hem voy vijendelijke aan, Resident Wenthold nopens de in sijn hersenschim G'exteerde vijandelijke aanslagen der Boeginesen, zo mede dat hij, om die, door hem als zeer sufficant aangemerk te reden, de anachodas der op Gorontalo aangekomene Prauwen di„ „rect hadde laten arresteren, in stede van het voorbeeld sijner voorzaten, waar bij zig dezelven altijd zeer goed bevon„ „den hadden, te volgen, en teffens van onze order om des mooglijk, die, volgens onze gedagten zonder wettige oorzaak gearresteerde monschen, te langeren en met een zoet lijntje afteschepen, dan wel, in der daad schuldig bevonden zijnde, ter verantwoording te zenden. Het laatste, of dat ik nevens de Raad ons niet vergist hadden omtrent die Boeginesen en ten opzigte van het al te voorbarig gedrag van wendhold in dezen, is uit het Comportement van zelve daarna klaar gebleken, want hij, volgens het door hem aangeschrevene met de Jaccatra, en de Jonge Cornelis, die Anachodas reeds gelargeert heeft gehad voor den ontvangt onzer brieven, en zig al buiten gevaar gehouden, op een tijd daar de zelfde omstandigheden plaats hadden, als toen de Anachodas wierden gearresteert; Consterende uit het stil vertrek derzelven

NL-HaNA_1.04.02_3586_0417 view scan ↗

English

81 would have been spurred by a cautious conduct of Wendhold, that they would just as well have let themselves be dismissed beforehand, if he had allowed the same precautions and polite treatments to take place as the Residents Wttewaal and Mol in similar cases, instead of a chimerical and panic fear and the bad course of action resulting therefrom. And although, as appears from what has already been mentioned in the general advices under the diverse expenses of the Company—Gorontalo item—the hiring of Attingoolders on this occasion indeed had to be approved, because one here could absolutely not know the trouble for the Government or whether the necessity did not require this arrangement, the contrary of which however appeared later, I can nevertheless not omit, and find myself obliged to remark and to bring to Your High Nobilities' attention, that if the Resident Wendhold had conducted himself cautiously, all these expenses for the Company would then have been saved, and I, along with the Council, would have been free of many troubles and worries found to be needless by the further and finally received reports; and which late reporting, both of the news that everything was in tranquility again at Gorontalo, and the failure to send the Gold in time, had almost caused me, through the dispatch of Commissioners pursuant to what was noted in the secret Resolution of the 25th of August, to incur new expenses for the Company, for which in truth and with justice the blame was to be imputed to no one other than Wendhold; just as he is also not entirely to be acquitted of blame with respect to the bad and irreparable condition of the Bark Jacatra, which certainly would not have been constituted in such an irremediable state had he obeyed the orders of this Government given to him, Wendhold, and sent that little vessel directly back, instead of detaining it for a year, contrary to repeated warnings, on his own authority. Having communicated to Your High Nobilities on the 25th of July 17s that the Manado Resident Koenes, in compliance with our order, had already arrested the King of Boelang and Mogondo, Marcus Papoetoengang, and was about to send him hither at the first opportunity, I have the honor, in continuation of that matter, respectfully to report that the said petty king arrived here shortly thereafter 83 and was immediately and most strictly interrogated by me concerning what was charged against him, regarding which he justified himself and denied everything, except that he was not a legitimate child, adding however that Manuel Manoppo was just as illegitimate as he, and therefore equally unlawful, as Your High Nobilities, if you please, can see in detail in the Resolution of the 21st of August, and at the same time see therein that on that day it was resolved to instruct the said Koenes, informing him of this and that, to investigate the matter further in order to elucidate the Council further regarding these historical particulars by a report; which having been received, the matter will be decided according to the utmost equity, without connivance or respect of persons, nevertheless taking heed that the King shall not be deposed except in case of the most evident necessity. Meanwhile, the little goods sent over with him and listed together in a List inserted in the said Resolution, consisting of trifles, have been returned to him upon the strong insistence made to that end, because it was by far not sufficient for the payment of the debts of the Realm, in the hope of Your High Nobilities' gracious approval. With regard to spices, having already reported on the 25th of July last whatever was to be mentioned thereof at that time, I now find myself only obliged dutifully to communicate to Your High Nobilities that the former Fiscal Hemmekam, as appears from the original Report accompanying this, informed me some time ago of a native soldier named Benjamin Joseph, who, having deserted some eleven years ago, but having finally and of his own accord returned out of longing for his old mother, stayed during that intermediate time at various places on the opposite shore of Halmaheira and, alongside the Alfurs, sustained himself with pig hunting and catching turtles, and by that means, according to what was further related by him, got to see many spice forests, and among others discovered that in Dome and Lami, situated on the north side of Dodingo and under the authority of the King of Ternate, large and fat nutmegs and at the same time also cloves, very highly esteemed by the Alfurs, grew, and very many fruit-bearing as well as smaller trees stood.

Dutch transcription

81 zouden door een voorzigtig ge„ „drag van Wendhold. gespoord zijn derzelven, dat ze zig even zo wel van te voren zouden hebben laten afschepen, indien hij de zelfde precautien en beleefde behandelingen, als de Residenten Wttewaal en Mol, in diergelijke gevallen, had laten plaats hebben, in stede van een Chimerique en panicque vrees en daar uit voort„ „gesprotene kwalijke handelwijze: En ofschoon, blijkens het reeds gementioneerde bij de gemeene advisen onder het diverse kosten van de Comp: - Artikel van Gorontalo, wel heeft moeten werden gepas„ „seerd de indienstneming van Attingoolders ter dezer gele„ „genheid, om dat men hier volstrekt niet konde weten de moete voor de Regering of de noodzakelijkheid deze schikking welkers te„ „gendeel egter naderhand gebleken is, niet vereischte, zoo kan ik egter niet nalaten en vinde mij gehouden aantemerken en uwe Hoog Edelheden onder het oog te brengen, dat indien de Resident wenthold zig voorzigtig hadde gedragen, alle deze kosten voor de Compagnie als dan zouden we„ „zen uitgespaard, en ik nevens de Raad van veele door de nadere en eindelijk ingekomene berigten nodeloos gevondene moei„ „te en zorgen zouden zijn vrij geweest, en welken laten aanbreng„ zoo van de mare dat alles weder op Gorontalo in stilte was als het niet tijdig zenden van 't Goud mij bijna„ door het afvaardigen van Commissianten ingevolge van uit elfde chodas trek pt: Back Jacatra. om reden hier nevens Honingen Waleign Mapper door Manados Resident Zoenes gezonden. van het aangetekende ter secrete Resolutie van den 25„e Augustus, op nieuw kosten voor de Compagnie hadde doen veroorzaken, waar van in der daad met recht de schuld aan de ingperasle geteleheid den niemand als aan wenthold was te imputeren geweest, gelijk hij ook niet ten eenen male is vrij te spreken van schuld ten opzigte der slegte en irreperable gesteldheid van de Bark Jaccatra, die zekerlijk dusdanig onhorstelbaar niet zoude geconstitueert zijn geweest, hadde hij aan de aan humn wenthold te injusteren orders van deze Regering G' obedieert en dat Kieltje di„ „reet terug gezonden, in plaats van het een jaar, tegens de iterative waarschouwingen aan, propria augthori„ „latte, aantehouden. Uwe Hoog Edelheden op den 25:en Julij 17s gecommuniceerd hebbende, dat de Manado's Resident Koe„ nes, ter voldoening aan ons bevel, den Koning van Boelang en Mogondo Marcus Papoetoengang al hadde G'arresteerd en bij eerste gelegenheid stond dit heen te stuuren zo hebbe de eere ten vervolge van die stoffe eerbiedig te bedeelen, dat gemelde vorstje hier kort naderhand is aangeland 6 83 25:e onderhouden. ontkond alles Manuel Manoppo te zijn referte aan de Resolutie van den 21„e Augustus. waarbij besloten is den Resident koends te demanderen. zal dezelve naar billijkheid mede gebecideert. de goederen van dien koning bestaande in kloinigheden. en overhet hom ten lasten gege en door mij aanstonds ten scherpsten onderhouden over het hem ten laste gelegde, waar over hij zig verantwoord en alles ontkend heeft behalven dat geen egt kind was, behalven gegte zoon gelijk met bij voeging egter, dat Manuel Manoppo zo wel onecht als hij, en dus even onwettig was, gelijk Uwe Hoog Edelheden, des behagende, zulks breedvoerig, kunnen be„ „gen bij de Resolutie van den 21„e Augustus en terfens daar bij zien, dat ten dien dage besloten is, ged„e Koenes, onder kannisgeving van dit een en ander, te demanderen, om de zaak nadeete onderzoeken om den Raad nader omtrent deze historialen te elucideren bij berigt, 't welk ingekomen wezende, de zaak naar de dit onderzoek ingekomen we„ uiterste billijkheid, zonder oogluikinge of aanzien van perzoon zal werden gedecideert, dog de snietsemin gelet, dat de Koning niet werde afgezet dan bij de klaar„ „blijkste noodwendigheid, zijnde inmiddens de met hem overgezondene en alle bij een ter gemelde Resulutie G'insereerde Lijst bekend gestelde goedertjes, als in kleinigheden bestaande, aan hem op de daar toe gedane sterke instantie, om dat het dog op verre na ter afbe„ thori„ „taling ijk s „zende. reeds Koe„ d hebbe deelen, land weder terug gegeven specerijen weder gekeerd was op Domni en Lami „muschaten. Ten aanzien van specerijen reeds op den 25„e Julij Jongstleden het geene, wat daar van te dier tijd te melden was, bedeeld hebbende, vinde ik mij nu eenlijk nog maar gehouden UWe Hoog Edelheden schuldpligtig te Communiceren, dat de oud Fiscaal Hemmekam blijkens het dezen verzellend ori„ „gineel Rapport mij voor eenigen tijd berigt deed van een Inlandse soldaat in name Benjamin Joseph die, zedert een Jaar of die van zijn el„f gaarige desertie elf gedeserteert, dog uitzugt voor sijne oude moeder einde„ o7 „lijk en van zelve weder te rug gekomen wezende, zig indien tusschen tijd aan de overwal van Halmaheira op verscheide plaatsen heeft opgehouden en zig nevens de Alfoeren met verkens jagen en schildpadden van gen erneerd en door dien weg, volgens het nader door hem verhaalde veele specerijbos„ „schen te zien gekregen, en onder anderen ontdekt dat de Dome en Lami gelegen aan de Noordkant van Do„ alwaar groote en vete not„ dingo en onder Gezag van Ternaatsch Koning, groote en vette Notemus schaten en teffens ook Nagelen, zeer door in de Alfoeren G'estimeert, groeiden, en zeer veele zoo vrugt„ als kleindere- bomen stonden. door een Inlandsche saldaat „taling der Rijkschulden niet toereikende was terugge„ „geven, in hope Uwer Hoog Edelheden gratieuse goedkouring. Uit ontdekt

NL-HaNA_1.04.02_3586_0421 view scan ↗

English

likely a good quantity could be collected. sent has not yet returned Consideration regarding the collection of Nutmegs and mace there. From the account which that soldier gave, in order through that report to be entirely free of, or at least receive a lesser punishment, it has been deduced by me that those two places could indeed yield a good quantity of Nutmegs and Mace, namely if the account of that Benjamin is not mixed with falsehoods. However, to have a sample of those Nutmegs himself, he was sent back again to the said two places, with the recommendation to pick in haste as many ripe Nutmegs and bring them hither as he can obtain there, under the assurance that this would contribute to the remission of his otherwise deserved punishment. I expected him back every day, but not having appeared to date, I cannot, to my inner regret, offer Your High Excellencies the samples this year, and must therefore content myself with noting further that the only thing which could make the collection of Nutmegs and Mace there, whether for a long or short time, somewhat burdensome and costly, according to my humble opinion, is the ownership that His Highness of Ternate has over that region, the matter is still unknown to Ternate's king and who undoubtedly will then claim more money, or otherwise bring forward all kinds of difficulties that could be an obstacle to our people in the picking of the Nutmegs and further cultivation of the trees; all of which, however, according to my duty, I submit merely as a reflection and not as a certainty, since I have let His Highness know nothing about this yet and also do not wish to let the least knowledge thereof be given before Your High Excellencies will have provided me with orders regarding this; while I in the meantime shall have further inquiry made into the bonded servants of many inhabitants of this place, as well as the Amboinese, Burunese, and Ablauwers, who, according to what was also related by the said soldier, reside in Djololo, Tobowonij, Cauw, and Tobillotaij, and are detained by the subjects of the King of Ternate and even taken into hire; which, being truly the case, serves to prove that the orders given so strictly and in writing by His Highness, as well as presented to Your High Excellencies in the previous year, are very poorly observed by the chiefs, and thus are formed merely for appearance, since this course of action runs entirely counter to what was contracted between us and the aforementioned His Highness. In the secret meeting held on the 26th of May regarding the report of the former Sangirese Commissioner Hemmekam concerning his commission dispatched thither, it did not appear disagreeable to me and the Council, and thus was approved the concluded agreement of accord, accompanying this in copy, concerning the delivery of 1350 heads and 27 strong Korra Korras by the Sangirese rulers, if the Company should come to require such, against the monthly pay for each man of 36 stuivers in cash, 3 lb of salt, and 50 lb of Rice, for the reason that those people will be much more zealous, willing, and braver when, being employed subsequently, they come to hear that besides this, four rupees per month have been granted to them by the special benevolence of Your High Excellencies. With the said Report, there also appeared to us numerous accusations of disloyalty, perjury, and falsehood against the little King of Manganitoe, already sent hither previously by Hemmekam under arrest with reference to the aforementioned Resolutions, which in that same meeting were magnified further by the Kings of Chiauw and Taroena, as can be seen at large in that Resolution, to which I respectfully refer in order to avoid prolixity. Since I, however, as well as the other Council members, was of the opinion that it would be unfair and contrary to the intention of Your High Excellencies to deprive that little ruler of the opportunity for his defense, we have had copies given to him of everything that was charged against him, in order to answer satisfactorily to all those points; yet he has not fulfilled this, but having promised to deliver his Apology to me within a few weeks, I cannot yet, to my sorrow, elucidate to Your High Excellencies the truth or falsehood of those accusations, of which, however, if only half, or that which concerns his close friendship with the Magindanaos, our declared enemies, is true, would make him deserve

Dutch transcription

85 denkelijk goede quantiteit konnen ingezameld worden. gezonden is nog niet gereverteert Consideratie nopens den inzaam van Noten en foelij aldaar. Uit het verhaal, dat die Militair van door dat berigt in 't geheel vrij van, of ten minsten met mindere stratfe te wezen, gedaan heeft, is door mij opgemaakt, dat waar van zo mel als Foelij die twee Plaatsen wel een goede quantiteit Noten en Foelij zou„ „den kunnen uitleveren naamlijk indien het gerelateerde indien het verhaal waar is van dien Benjamin met geene onwaarheden gemangd is. die solat is vedr bewaart Om zelve egter een proef van die Noten te hebben, is den„ „zelven naar ged„e twee plaatsen weder heen gezonden, met om van die vrugten te halen recommandatie om in der haast zoo veele rijpe Noten te plukken en herwaarts te brengen als hij aldaar zal kunnen bekomen, onder verzekering dat dit tot kwijtschel„ „ding sijner anderzints verdiende stratfe zoude Contribueren Ik verwagte hem alle dagen terug, maar tot heden nog niet E opgedaagd zijnde, kan ik tot mijn innerlijk en spijt, uwe Hoog Edelheden van dit Jaar de monsters niet aanbieden en moet mij dierhalven vergenoegen met nog aantemerken, dat het enigste 't welk den inzaam van Noten en Foelij, 't zij voor langen of korten tijd, aldaar enigzins bezwaarlijk en kostbaar kan maken, volgens mijn geringe sustenue, is het eigendom dat sijn Hoogheid van Ternaten op dien Landstreek rugge„ ring. Inlandse ƒ C einde„ dien hide en er door vrugt„ de zaak is Ternaats koning nog onbekend Laandstreek heeft en die ongetwijffeld, als dan meerder geld zal pretendeeren, of anders aller hande zwarigheden voor den dag brengen, die de onzen in de plukking der Noten en verdere aankweking der bomen zouden kunnen kinder„ „lijk wezen; welk een en ander ik egter, volgens mijne ge„ „houdenis, maar als eene bedenkingen niet voor vast op geve, vermits ik sijn Hoogheid hier over nog niets heb laten weten en ook niet de minste kennis daar van wil laten dragen, voor dat uwe Hoog Edelheden, mij met orders hier omtrent zullen hebben genunnieerd; terwijl ik intusschen nadere inquisitie zal laten doen, naar de Lijfeigenen vee„ „ler Ingezetenen dezer plaatse, zo mede naar de Amboi„ „nesen, Boeroenesen en Ablauwers, die zig volgens het al„ „mede gerelateerde door ged„e soldaat, te Djololo, Tobowonij Cauw en Tobillotaij, onthouden en door de onderdanen van den Koning van Ternaten werden aangehouden en zelfs in huurlijk genomen: 't welk wezentlijk waar zijnde, ten bewijze diend, dat de door sijn Hoogheid zoo stricte en ingeschrifte gegevene mitsgaders uwe Hoog Edelheden in a„o p„o aangebodene orders, zeer slegt door de opperhoofden werden nagekomen, en dus maar voor 't oog geformeerd zijn, vermits 87 Buijt van Henmakan wonig„ „ting bij zijn Commissie naar de Sangirs. het daar bij verrigte Beschuldigingen tegens den in„ arrest door Hemmekam opgezonden Koning van Manganitoe. vermits deze handelwijze ten eenemaal aanloopt tegens het gecontracteerde tusschen ons en welmelde sijn Hoogheid. In de op den 26„e Meij gehoudene secrete vergadering over het berigt van den gewezen Pangirschen Commissiant Hemme„ „kam wegens sijne Commissie naar derwaards gebesogneert wezende, zoo is mij en den Raad daar in niet onaangenaam voorgekomen en dus geapprobeert de getroffene en bij dezen in Copia overgaande Acte van overkomst, omtrent de leve„ „rantie van 1350: koppen en 27: sterke Korra Korras door de Sangirsche vorsten, indien de Compagnie zulks quame te requireren, tegens de maandelijksche besolding voor ieder man van 36: stuivers Contant 3: lb: zout en 50: „ Rijs, om reden die menschen nog veel ijveriger, gewilliger en tapper der zullen wezen, als naderhand G emploijeerd wordende, eens te horen krijgen, dat hen buiten dien nog vier ropijen 's maandelijks is toegelegd door de bijzondere genegenheid van Uwe Hoog Edelheden. Bij het gemelde Berigt zijn ons mede voorgekomen menigvuldige al„ het j zijn ts gt: aan vormn: Mangemitoel koning ingebragte beschuldigingen. „woorden. Deszelfs apologie nog niet ingekomen monigvuldige accusatien van ontrouwe den meinedigheiden falsiteit tegens het reeds bevorens door Hammekam in referte aan de voorgem: Resolutien rest herwaarts gezonden koningje van Manganitoe, die bij die zelfde vergadering nog vergroot zijn door de Koningen van Chiauw en Taroena, zoo als in 't breedde bij die Resolutie, waar aan ik mij tot verdrijding van proliciteit eerbiediglijk gedrage, te beogen is. Wijl ik egter zo wel, als de verdere Raadsleden van gevoelen was, dat het onbillijk en tegens de intentie Uwer Hoog Edelheden zoude wezen om dat vorstje de Copia verleend van de tagens hen gelegenheid van sijne defensie te benemen, hebben wij hem van alles wat ten sijnen laste was, Copij laten afgoven, ten einde zig satisfactoir op alle die pointen te ver„ om ham daarop te konnen verant, antwoorden, dan hier aan nog niet voldaan, maar be„ loofde hebbende, om mij Sijne Apologie binnen een paar weken ter hand te zullen stellen, kan ik uwe Hoog Edelheden nog niet, tot mijn leedwezen, van de waarof onwaarheid dier beschuldigingen elucideren, waar van egter de helft of het geen namelijk ten aanzien sijner ge„ „nauwe vriendschap met de Manquidanauwers, onze geslagene vijanden, maar waar zijnde, denzelven doen meriteren

← previousnext →