VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3586

Japan · 1,024 pages · 278 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3586_0509 view scan ↗

English

56 28 May 1780 Request of the Members of the Council to the Honorable Acting Commander. At the conclusion of this business, the Honorable Acting Commander was requested and authorized by the collective Council members to make the necessary provisions in all events that, through delay and the prior convening of a meeting, could drag bad consequences in their wake, being fully convinced that His Honor would endeavor to attend to nothing other than the true interest of the Company and the welfare of this Colony; which charge the aforementioned Honorable Commander having taken upon himself, and having at the same time thanked the Council for Their Honors' good confidence, this meeting was therewith brought to an end. Underneath stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above. Was signed: A. Cornabe, J. G. W. Heinrich, H. A. Johnson, G. W. van Renesse, F. B. Hemmekam, J. Boot, and H. A. de Chalmot. 57 Friday, 26 May 1780. In the morning at nine o'clock, combined secret meeting of the Council of Policy. Present: The Honorable Acting Commander Alexander Cornabe, Captain and Head of the Military Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Merchant and Fiscal Hendrik Ambrosius Johnson, Junior Merchant and Pay-Accountant Gerardus Willem van Renesse, Junior Merchant and Commissioner Hemmekam, regarding his completed commission to the Sangir Islands, Francois Bartholomeus Hemmekam, Johannes Boot, and Hendrik Amelius de Chalmot, Secretary of Policy, together with and alongside The Kings of Chiauw and Manganito, alongside the Regent of Taroena and his grandees of the realm. This meeting having been specially convened to confer about the Compendious Report of the Junior Merchant, the Honorable Francois Bartholomeus Hemmekam, regarding his recently completed commission to the Sangir Islands, reading as follows: 58 Secret Compendious Report To the Honorable Sir Alexander Cornabé, Senior Merchant and Commander, alongside The Council of the Moluccos, Delivered by the Junior Merchant Francois Bartholomeus Hemmekam, regarding his accomplished commission and proceedings in the Sangir Islands. Right Honorable Worshipful Sirs, In order to inform Your Right Honorable Worships as concisely as possible how the commission to the Sangir Islands, entrusted to me by the Right Honorable Worshipful Mr. Jacob Roeland Thomaszen of blessed memory, in life Governor and Director of the Moluccos, by His Honor's written instruction dated 25 September of the past year, has been executed, I shall have the honor, proceeding to the description of the substance in pursuance of the contents of the said Instruction, to set down: A. That the King of Chiauw, in company with me on the Company's pantjalling, and the Regent alongside some grandees of Taroena by padewakan, have arrived here, just as the King of Manganito had already previously been sent up by me, for such reasons as I shall show more fully below; the King of Taboekan and the delegated grandees of the realm of Tagulanda having also promised, around the end of last March, to undertake the journey hither, since the king of the last-mentioned realm was incapable thereof on account of his indisposition; however, the petty ruler of Chandaar, etc., being of too slight power, I considered it unnecessary to invite him to come over to this Castle. B. With the collective Sangirese kings and grandees, I have, with respect to the delivery of kora-koras and men to act in conjunction this year or later upon Your Right Honorable Worships' requisition against the Magindanaos, entered into such an act of agreement as can be seen in the original under No. 8 among the Annexes and Page A of my kept Daily Journal, and from which Your Right Honorable Worships will see that the stipulated number of men consists of one thousand one hundred and fifty, and twenty-seven strong kora-koras, on each of which one will be able to mount one cannon of 2-pounder and four of 1-pound caliber. May 1780 60 caliber; in return for which, on the Company's behalf, has been promised by me for the pay of each man per month during that expedition: 36 stivers in cash, 3 lb salt, and 50 lb rice. C. The Kings of Chiauw and Taboekan, being the only debtors on the Sangir Islands, were exhorted by me to pay their debts, and have promised to settle the same upon their appearance here. D. The trade goods also given to me for barter, consisting of: 8 pieces flag books, assorted, 10 pieces Guinea cloth, medium bleached, 20 pieces Rumals, red checkered, 20 pieces Salempores, dark blue, 1012 lb iron in bars, 131 lb lead, and 200 lb nails, assorted, having been sold off by me with the established mark-ups, the proceeds thereof amounting to 455 rix-dollars and 28 stivers have already been counted into the treasury, while the purchase of coconut oil delivered into the provisions warehouse consisted of 5490 cans, calculated at 10 cans for 1 rix-dollar; against which I have returned to the Artillery the one thousand pounds of gunpowder that were also given to me for sale, for the reason that no buyers presented themselves.

Dutch transcription

56 28. Meij 1780 Verzoek der Leden des Raads aan den E: E: p=m: Gezaghebber. Ten besluite dezer Besogne, wierd de E E: p=m Gezaghebber door de gezamentlijke Raads„ „leden verzogt an gewettigd, om bij alle voorval„ len, die doar uitstel en door het nog vooraf be„ leggen van vergadering, kwade gevolgen konden 1 na zig slepen, de nodige voorzieninge te willen doen, als ten vollen overtuigd wezende, dat zijn Edele, niets als het ware belang van de maatschapijn en dezen Colonie wel zijn zou„ de tragten te behertigen: welke last wel„ melde E E: Gezaghebber op zig genomenen de Raad voor hun Ed„s goed vertrouwen te gelijk bedankt hebbende, nam deze vergadering daar mede eeneinde (onderstond:) Aldus gedaan en Geresolveerd tot Ternaten in 't Kasteel Orange dato voorsz: /:was getekent:/ A: Cornabe, J: G: W: Heinrich, H: A: Johnson, G: W: van Renesse, F: B: Hemmekam J: Boot en H: A: de Chalmot. den 57— „ p=s Secretaris van Palitie Commissiant Hemmekam weegens volbragte Commissie naar de san„ „gers Alexander Cornabi „ kapiteinen Hoofd der Militie Johan Godlob Wilhelm Heinrich Hendrik Ambrosius Johnson „ Koopman en Fiskaal - -. Gerardus Willem van Renesse „onderkoopm: en soldij Baekt: 2 „ _„o. . . . Franscois Bartholomeus Hemmekam Johannes Boot en Hendrik Amelius de Chalmot met en nevens De Koningen van Chiauw en Manganito, nevens den Re„ gent van Taroena en deszelfs Rijksgroten. Deze bij eenkomst oxpres belegd zijnde, om te be„ Bisogne over het berigt van den sogneren over het Compendieus Berigt van den onder„ koopman d'E: Francois Bartholomeus Hem„ „mekam, wegens sijne jongste volbragte Commissie op de sangirsche Eilanden, aldus Zui„ den E: E: p=mn Gezaghebber dende. Vrijdag den 26: Meij 1780. 's morgens te negen uuren ge„ combineerde vergadering van Politie Present secreete „ _„o - - - - - - - - - - s 58 Secreet compendieus Berigt Aan den E: E: Heer Alexander Cornabé opperkoopman en gezaghebber nevens. Den Raad der Moluccos Overgeleverd door den onderkoopman Francois Bar„ „tholomeus Hemmekam, wegens zijne gedane commissie en verrigtingen in de sangirse Eilanden WelEdele Achtbaare Heeren, Om uw welEdele Agtbaare zoon bekropt doenelijk te berigten; hoedanig de aan mij door den welEdelen Agtbaa„ „ren Heer Mr Jacob Roeland Thomaszen /:2: /in leeven gouverneur en Directeur der moluccos bij Hoog„ deszelfs schriftelijke Instructie de dato 25. September Amn passati, opgedragene commissie op de sangiase li„ „landen is volvoerd, zal ik de eere hebben ter beschrijving„ van het zakelijke treedende in agtervolging der inhoud van gemelde Instructie ter neder te stellen. A: Dat den koning van chiauw met mij in geselschap „ op 's Comp„s pantjalling en den Regent nevens eeni„ „ge grooten van Taroena per padewakan alhier zijn „aangekomen, gelijk meede den Koning van Manga„ „nito bereets bevoorens door mij is opgezonden, om zoodanige 9 den 26 „zoodanige redenen, als ik hier onder breeder zal aantonen; „„ Hebbende den Koning van Taboekan en de gecommit„ „„teerde Rijksgrooten van Tagulanda meede beloofd, onder„ „ ultumo Maart Jongstoerweeken, de rijze naar heerwaar„ te zullen ondernemen, vermits de koning van laats „ „gemelde Rijkje uit hoofde zijner onpasselijkheid don toe buijten staat was, dog 't vorstje van Chandaar c: als te gering van magt zijnde, heb ik onnobig geagt tot de overkomst naar dit Kasteel te inviteren. „ B: met de gezamentlijke sangirse koningen en groo„ ten heb ik ten opzigte der leverantie van korra „ „ korras en Manschappen om geconjungeerd in de„ zen Jaare dan wel laten op uw wel Ed: Agtb: requi„ „ „ sit tegen de Mangindanaars te ageeren een zodan „ nige acte van overeenkomst aangegaan als het zel„ „ve in origenale onder N=o 8. bij de Bijlagen en Pag a „bij mijn gehoude Dagverhaal is te beoogen, en „ „ waar uit uw welEd: Agtb: zullen zien, dat 't „ bepaalde getal manschappen in Een duisend dan „ honderd en vijftig, en in zeven en twintig sterke „ korra koras bestaat, waar van men op ieder zal „ kunnen voeren Een kanon van 2 en vier van 1. lb Caliber N Meij 1780 60 „ celiber: in tegendeel van 't welk door mij Comp„s wegen „ ter besoeding voor ieder man 's maands geduurende „ die Expeditie is beloofd; „ 36. Rtv„s contant, „ 3. lb: zout en „ 50. „ Rijst C: De koning van Chiauw en Taboekan als de eenigste „ debiteuren op de sangies weezende, zijn door mij ter betaling hunner schulden aangemaand, en hebben be„ „hoofd dezelve bij hun verschijn alhier te zullen afleggen D: De aan mij ter trocque meede gegevene koopmanschap „ pen bestaande in „ 8. p„s vlaggeboeken in zoort, „ 10 „ Guinees gem: gebl:, „ 20 „ Roemaals geruite roode, „ 20 „ Salempoeris bruin blauw, „ 1012. – lb ijzer in staaven, „ 131. – „ Lood en „ 200. „ spijkers in zoort, door mij met de gestatueerde „ avansen verdibiteerd zijnde, is dies bedragen tot rd„s 455. „ 28. –. reets in kasse geteld, terwijl den inkoop en inde „ Dispens geleverde, Claff us olij bestaan heeft in 5490 „kannen de 10. kannen voor 1. Rijksdaalder gereekend„ „waar en tegen ik de teffens aan mij ter verkoopmae„ „de gegevene Eenduijzend. ponden Buskruijt in de „ Artillerij weder heb te rug gegeven, om reeden zig geen koopleeden den 26 tonen; com ond he waart„ dan mit„ an lb ber

NL-HaNA_1.04.02_3586_0514 view scan ↗

English

61 merchants have obtained for that powder. And I have waived the authorization granted in my instructions for the delivery of two pieces of cannon to the King of Siau, because that prince made no request to me for them. Having thus briefly treated the principal points contained in the aforementioned instructions, I shall subsequently share with your Honors the reasons that moved me to send up the aforementioned King of Manganitu, consisting herein: that upon the report made by Sergeant Augustus Eck alongside the jogugu and hukum of Manganitu, namely Zacharias Lazuk and Johannes Ginsad, to the late Governor (of blessed memory) regarding the treacherous conduct of the said petty prince in conspiring with the Maguindanaos, such verbal orders were given to me by his Honor as may be seen in my journal page 5; the conduct and intent of that king in all his circumstances can be observed further throughout nearly the whole of my kept journal, but most especially in: A declaration by four Taruna grandees, No. 12. A ditto by the said jogugu Lazuk, No. 15. A letter and a report from Tabukan's postholder Sergeant Christiaan Adolph Schram, Nos. 5 and 6. A declaration from the church warden Joseph Mapea, No. 28. A report from the Manganitu grandees, No. 29. An 62 26 May 1780 An examination of the Manganitu sidano, No. 32. A declaration from the soldier Guilliam van Lankerie, No. 33, and also some interrogatories of the aforementioned jogugu Lazuk, No. 35. In addition, if your Honors please, you may also see from my kept journal page 86 that all the grandees of Manganitu wished for nothing else than to be rid of this king of theirs, which was also the reason why, out of the said grandees, in order to serve as regents during the absence of their king under the conditions according to page 87, I appointed eight of the same and admonished them to send a letter to this government to lay down their grievances against the king therein, which I, upon my return here, along with the letters from the kings of Siau, Tabukan, Kandar, and Tagulandang, handed over to the aforementioned Governor named in the heading hereof. Serving lastly with respect to the often-mentioned King of Manganitu, that on the 13th of November of the past year he offered me as a present: 3 bad slave boys and 1 slave woman with her two children, which gift I accepted in order not to give the king any suspicion of evil intent, so as to act therewith 63 26 May 1780 in such manner as is described in detail in my journal page 25; just as, in order to keep this king in good humor and close at hand, I also made use of the present of an entirely wrecked prahu padewakang, for the purchase of which I had previously authorized the burgher Jacob Hengst. The letters I took with me upon my departure from here to all the Sangihe kings and the postholders of Makian and Tabukan, I have delivered; and by virtue thereof, I had the corporal holding the post at Makian, Corporal Jan Egberts, transfer the said post of Makian with its dependencies, see Report No. 1, to his replacement, the fellow corporal Andries Hagestadt; your Honors being able to perceive from enclosures Nos. 2 and 3 what the officers of the pantchiallang De Windhond received from the said Hagestadt, and the latter from the summoned officers, for their further accounting. Having perceived upon my arrival in the Sangihe Islands that the King of Taruna, Zacharias Paparang, had passed away on the 15th of June of the past year, I, upon the general petition of the grandees, see petition No. 7, that Prince Zacharias Dirk Rasubala might be elevated to that vacant dignity, appointed this Prince—being the nearest to the crown—as Pangeran, subject to your Honors' honored approval, and left him the freedom 64 May 1780 to make further request to your Honors for his accession as king, just as he has also appeared at this castle to that end with some grandees. Upon my arrival in Taruna, I demanded of this Pangeran and the grandees all the contracts and treaties entered into successively between the Dutch Company and the king along with the grandees of this sea-realm, as well as the royal staff and the state seal, both of which regalia I have already sent hither in the month of December of the past year by Sergeant Eck; which I would have done with the contracts as well if I had obtained them and had not, to my astonishment, been assured that they were already lost during the lifetime of King Paparang. In return, I handed over to the said Pangeran a convention dated 24 November 1771 established at Taruna between the kings of Siau, Tabukan, Taruna, and Manganitu in the presence of the Sangihe commissioners Bartholomeus van den Walle and Dirk Vrijmoet, and also five letters written by this government to the late King Paparang, these being all the papers that were found; just as I also, according to bond document No. 9, delivered to him, the Pangeran, a silver seal on which is engraved C, which was offered by the Honorable Company to the realm of Taruna as a regalia. Besides

Dutch transcription

61 „ kooplieden tot dat pulver hebben opgedaan. E: van de bij mijne Instructie verleende qualificatie tot „ de afgave van twee stukken Canon aan den koning van „chiauw heb ik afgezien om dat mij dien vorts daarom „ geen verzoek heeft gedaan. Het hoofdzakelijke der poincten bij de meermelde Instruc„ „tie vervat dus beknoptelijklijk verhandeld hebbende, za ik uw welEd: Agtb: vervolgens bedeelen de redenen die mij heb„ „ben gepermoveert ter opzending van den meern: koning van Manganito, hier in bestaande, dat op het gedane berig van den sergeant Augustus Eck nevens den Goedjoego en Hoekom van Manganito in naame Zacharias La„ „zuk en Iohannes Ginsad, aan den overleden Heer Gou„ „neur (:Z:) wegens de ontrouwe handelwijze van gemel„ „de vorstsje in het hailen met de manginbanaors, door zijn wel Ed: Agtb: aan mij zoodanige mondelinge ordres zijn gege„ „ven, als bij mijn dagverhaal pag: 5. te zien is, kunnende het gedrag en den toelog van dien koning in zijn omstande nader weden beoogd bij na doorgaans mijn gehoude dag ver„ „haal, dog wel inzonderheid bij Een verklaring door vier Taroenasche Rijksgrooten No„ 12. Een _o „ den gemelden goegoe Lazuk „ 15. Een brief en een Rapport van Taboekans posthouders sergeant christiaan Adolph Schram N„o. 5 en 6. Een verklaring van den Kerkmavinjo Joseph Mapea No„ 28. Een Berigt van den Manganitose Rijksgrooten No„ 29. Een 1 62 126: Meij 1780 Een Examinatie van den Manganitoes sidano N„o 32. Een verklaring van den soldaat Guilliam van Lan„ „kerie N„o 33, en dan nog eenige vraagpoincten van meerm: goegoegoe Lazuk N„o 35. Daar en boven zullen uw wel Edele Agtb: uit mijn gehouden dagverhaal pag: 86. Des gelievende meede kunnen zien dat alle de Rijksgroten van Manganito niets anders wenschten dan van dezen hunnen koning ontslagen te zijn, 't geen dan ook oe de reeden is geweest waarom ik uit genoemde Rijks„ „grooten, om geduurende de afwezigheid hunner koning„ tot Regenten, onder conditie volgens pag: 87. , agt der„ „zelve heb aangesteld en vermaand een brief aan deze Regeering te zenden om hunne doleances Jegens den koning daarbij ter neder te stellen, dewelke ik bij mijn te rugkomst alhier nevens de brieven van de koning van chiauw, Taboekan, Chandaar en Tagulanda aan den in den hoofde dezes gem: Heer Gezaghebber heb geintrageerd. Dienende laatstelijk nog ten opzigte van dikgenoemde Manganitos koning, dat hij mij op den 13. Novem„ Annipassati tot een present heeft aangeboden, 3. ondeugende slave Jongens en 1. slavin met haar twee kinderen, welk geschenk ik om den koning geen agterdogt van quaad vermoe„ „den te geven bieb aangenomen ten einde daarmede zo„ danig den tot ie 63 den 26 danig te handelen als bij mijn dagverhaal pag: 25. onstandig staat beschreven gelijk ik om dezen koning in 't verbeur en bij de hand te houden mij ook heb bediend van het present eener geheel ontramponeerde prauw padewakan, tot welkens in„ koop, ik den Burger Jacob Hengst bevoorens habden ge„ „qualificierd. De bij mijn vertrek van hier medegenomene brieven aan alle de Sangirse koningen en de Posthouders van macquian en Taboekan, heb ik overhandigd en uit kragte van die aan den Posthoudende korporaal te macqui„ „an de gem: Post Macquian met dies apendependentien vide Rapport N=o 1. door den korporaal Jan Egberts don overgeven aan zijn vervanger den meede korporaal An„ „dries Hagestadt, kunnende uw wel Edele Agtbare uit de bijlagen N=o 2. en 3. ontwaren wat de overheden van de pantjallang de windhond van gem: Hagestadt, en de„ „zen van gedaagde overheden tot hunne nadere verantwoor„ „ding hebben ontvangen. Bij mijn arrivement in de sangiers ontwaard hebbende, dat den koning van Taroena Zacharias paparang op den 15: Junij anni passatie was overleden, zoo heb ik op de generalen in„ „stantie der Rijksgrooten vide verzoek schrift N=o 7. dat den Rins Zacharias Dirk Rasubala in die vacantie waardigheid mogte werden verheven, dezen Prins als de naa „te tot de kroon zijnde op uw welEdele Agtb: geëerde appro„ batie tot Panghoeloe aangesteld, en haven vrijheid gelaten tot Meij 1780 64 tot de optreding van koning nader verzoek bij uw wel Ed: gtb: te doen gelijk hij dan ook ten dien einde met eenige Rijks„ grooten aan dit kasteel is verscheenen. van dezen Panghoeloe en Rijks grooten heb ik mijn komst te Taroena afgevraagd alle de contracten en verbintenis„ „sen successive tussen de Hollansche Compagnie en de koning nevens grooten van dit zeekRijkze aangegaan, als meede de Rijkstaf en 't Rijks Zegel, welke beide Regali¬ „en reets in de maand December Anni passati per den sergeant Eck dit heen hebgezonden, het geen ik met de contracten ook zoude hebben gedaan indien ik dezelve hadde bemagtigd en tot mij verwondering niet was ver„ c „stendigd dat die bij levenstijd van den koning Paparang al waren te zoek geweest: Dater en tegen heb ik aan ge„ melden Panghoeloe overgegeven een confentie in dato 24. November 1771. , tusschen de koning van chiauw, Taboe„ kan, Taroena, en Mansamto ten overstaan van de sangir„ „se Commissianten Bartholomeus van den walle en Dirk vrijmoet te Taroena vasgesteld en nog vijf briefen door deze Regering aan den overleden koning Paparang geschreven als zijnde alle de papieren die 'er gevonden zijn, gelijk ik ook volgens verbandschrift N„o 9. aan hem Panghoeloe Een zilver Chachet waar op gegraveert C het geen door de E. Compagnie als een Regalie aan het Rijk van Faroena is geoffereerd, heb afgegeven. Buiten dat inq den

NL-HaNA_1.04.02_3586_0518 view scan ↗

English

65 the 26th Besides the appointment of the said Panghoeloe, see pages 8, 22, 25, and 92, the following have also been appointed, subject to honored approval, at the instance of the Kings of Chiauw, Taboekan, Tagulanda, and the Panghoeloe of Taroena: Thomas Mahones as Kapitein Laut at Deloe Lacas Baho as Hoekum at Ondong Thomas Kalangi as Hoekum at Oeloe Prince Manuel Macadompis as second Goegoegoe Prince Jacob Paparang as second Sawan Kapitein Franciscus Pangadean, Hoekum of Taroena Jacobis Johannes as Goegoegoe of Taboekan Johannes Faijlauw as Kapitein Luitenant Johannes Zacharias as Kapitein Luitenant David Pasemba as Hoekum Cornelis Flandapia as Hoekum Andries Dianij as Hoekum Abraham Pasie as Hoekum Andries Lientolosan as Hoekum Andries Lientolosan as Luitenant over the negorij Saloerang of Tagulanda in place of the disobedient Martin Sarapo, with the request of the Kings that each might be honored with a certificate of their appointment by this Government. At page 22, amnesty was also requested by the joint Sangir Kings for Prince Talosan May 1780 66 for his misdeeds committed in the year 1770, which petition, for the reasons given, I also submit most favorably to your Honors. As well as the request on page 88 from the King of Chandaar for a seal. And page 8, that of the King of Chiauw to be allowed to build a small fort to secure his place of residence there. With regard to the churches and schools on the Sangir islands, it should also be noted that I visited almost all the negorijen and inquired about their condition with the schoolmasters, and found that in the entire Sangir islands there are: Twelve church members in total, but six hundred ninety-six school children and two thousand nine hundred twenty-five children who are longingly waiting to receive Holy Baptism, as is shown in detail in my daily journal, page 53. I also found that in the negorij Chandaar and Colongan, where no schoolmasters were stationed, namely at Chandaar, Salomon Cornelis, who had been superfluous on Manganito, and at Colongan, Manuel Laurens, who had been of little service at Haas, see page 6, so that now, through the departure of the schoolmaster Amos Christoffel Frans to Kema, the whole the 26th the whole of Great Sangir and Chiauw are provided with the necessary masters, as is described on page 53, leaving now only the negorijen Mingngan and Haas on Tagulanda vacant, at which places King Andries Tamarol has requested us that masters might be stationed there, which petition I take the liberty to submit to your Honors. From the notes in my daily account, page 54, your Honors will be able to observe that some schoolmasters have submitted requests to me for an increase in salary, and some other persons to be appointed as church wardens, which I also have the honor to submit favorably to your Honors, their appointments and petitions being accompanied under the appendices marked numbers 20, 21, and 23, except the deed of the schoolmaster Salomon Rompis, which I already sent here from Chiauw on 1 November last, while the Kings, upon my recommendation, have had the necessary repairs done everywhere to the churches and schoolmasters' residences. Since the joint Sangir church servants, in a written petition under number 24 and in the daily journal page 55, have urgently requested me to provide them with the arrears due to them and, in addition, another year's salary, because they were afraid May 1780 68 afraid to sail to Manado to collect their salaries on account of the roving Magindanaos, I have consented to this fair request of theirs, subject to the honored approval of your Honors, and provided them with as much pay as is recorded in the two duplicate receipt rolls under number 25, wherefore I also humbly request that these disbursed moneys may be refunded to me from the Company's treasury and that the pay accounts of those native servants be charged, each for their share. From the schoolmaster Andries Anthonij, who escaped from the hands of the Magindanaos together with six people of Tombok and one other Sangirese and was brought here by me, I inquired about the intentions of the Magindanaos regarding their raiding expeditions, but he could give me no other information than that those pirates, partly on account of his illness, were not about to set out with a large fleet to infest the Company's lands, of which account I thought it necessary to also inform your Honors, and at the same time to present a drawing of Magindanao, included under appendix number 36, as it was first put on paper by the Mangapiter Sidano and afterwards by me. The soldier Pasquaal Faidi, who departed from here with me, I have, at the request of the Postholder Scharm

Dutch transcription

65 den 26: Buiten de aanstelling van gemelden Panghoeloe zijn vi„ de Pag: 8, 22, 25, en 92. tot geëerde approbatie op de instantie aer Koningen van Chiauw Taboekan, Tagulanda en Pangoe„ loe van Taroena meede aangesteld. Thomas Mahones tot kapituint Laut te deloe Lacas Baho „ Hoekum - - „ ondong _„o - - „ oeloe Thomas kalangi „ Den Prins Manuel Macadompis tot tweeden goegoege Calong Prins Iacob Paparang tot tweede sawan Kapitein Franciscus Pangadean Hoekum van Tarona Jacobis Iohannes tot goegoegoe van Taboekan _ Iohannes Faijlauw Kapitein Luitenant _„o Iohannes Zacharias D„o F„o „ _„o David Pasemba Hoekum „ _o „_o Cornelis Flandapia. _„„ Andries Dianij „- _ Abraham Pafie„ Andries Lientolosan „ E - D„o Luitenant over de Nogorij saloerang tot van Tagulanda in stede van den ongehoor„ samen Martin Sarapo met verzoek der Koningen een eigelijk met een bewijs hunner aanstelling door deze Regering mogten werden vereerd Bij pag: 22. werd ook door de gezamentlijke sangirse koningen annestie verzogt, voor den Prins Talosan _ - Meij over _o _„o e _„o _ „ _ Meij 1780 6:6 over zijne in den Jare 1770. begaene mislagen welke instan„ „tie ik om de gegevene redenen, ook op het favorabelste uw wel„ Ed: Agtb: voordrage. zoo wel als het verzoek Pag: 88. van Chandaars koning„ „se om een cachet. En Pag: 8: dat van den koning van Chiauw om een fortje tot beveilige van zijn residentie plaats aldaar te mogen opmetzelen. Ten opzigten van de kerken en schoolen op de sangvi„ sche diend te meden genoteerd, dat ik meest alle de Negerijen en visite heb gegeven en mij na den staat ber zelve bij de schoolmeester heb geinformeert, mitsgaders bevonden, in de geheele sangirsche zijn. Twaalf Ledematen in 't geheel, dog. seshonderd ses en negentig schoolkinderen en Twee Duisend negenhonderd en vijfen twintig kinderd die na 't ontvangen van den Heiligen Doop met verlan„ „gen wagten. zodanig zulks in zijn omstande bij mijn Dagregister pag: 53. werd aangetoond. Ook heb ik op de negorij Chandaar en colongan, al„ waar geen schoolmeester waren geplaats te weten op Chan„ „daar den ten vervoldede op Manganito zijnde salomon Cornelis en te Corlongan den ten Haas vide pag: 6 van weinig dienst geweest zijn Manuel Laurens zo dat tans door het vertrek van den schoolmees„ „ter Amos Christoffel Frans kiriweinona kema geheel sij den 26 geheel groot sangiers en chiauw me de nodige meesters zijn voorzien invoegen pag: 53 beschreven staat, blijvende dus nog maar vacant de negorijen Mingngan en Haas te Tagulanda; op welke plaatsen den koning Andries Tamarol wij verzogt heeft dat aldaar meesters mogten werden gelegt; welke instantie ik de wijheid gebruike uwel Ed: Agtb: voorte dragen. Bij het aangetekende in mijn Dagverhaal pag: 5 4: zul„ „len uwe wel Ed:e Agtb: kunnen beoogen dat eenige school„ meesters aan mij verzoek hebben gedaan om verhoging in gagie en eenige andere personen om tot kerkmarinj te mogen werden aangesteld, 't geen ik de eere hebben uwelEd: Agtb: almede favorabel voor te dragen zijnde derselver actens en smeek schriften dezen onder de bij„ „lagen schb:t N„o 20, 21, Den 23 verzeld exeepte de acte van den schoolmeester Salomon Rompis, welke reeds op den 1 November ap„l van chiauw heb herwaarts gezonden, terwijl de koningen op mijne recommandatie de no„ „digt reparatien aan de kerken en meester woningen alom„ „me hebben laten doen. vermits de gezamentlijke sangirsche kerken dienaars aan mij bij een schriftelijk smeek schrift onder N„o 24. en bij het Dagregister pag: 55. instantig hebben verzogt dat ik aan hen hunne te goed hebbende en boven dien nog een Iaar gagie mogte verstrekken ter zaake zij bedugt Meij 1780 68. bedugt waren om uit hoofde der rondzwervende Magin„ danaors ter afhaal hunner gagien naar Manadote vaaren, heb ik in dit hun billijk verzoek op de ge„ eerde op approbatie van uwel Edele Agtb: gecondeseer„ „denrt, en aan dezelve zoo veel soldijen verstrekt als bij de twee eensluidende quitantie rollen sub n„o 25 Consteert, wes„ „halven dan ook ootmoedig verzoeke dat deze uitgeschotende penningen mij uit Comp„s kasse mogen werden gerestitueerd en de soldij Rekeningen van die Inlandsche Dienaren, ieter voor hier aandeel, werden belast. Bij den nevens ses Tombokkers en nrog een sangirees uit de handen der Mangindanors ontvlugten en door mij alhier aangebragten schoolmeester Andries Anthonij heb ik mij geinformeert na den toeleg der Mangindanous ontrent hunne rooftoogten, dog dezen heeft mij den zee„ e ander narigt kunnen gefen da dat die rovers met „lijk uit hoofde zijner ziekte „ geen groote vloot stonden uittelopen om 's Comp„s Lanten ten infesteren, van wel„ „ke relaas ik nodig heb geagt uw welEd: Agtb: almede kennis te geven en teffens aantetreden een onder de bij„ lagen sub N„o 36. gevolgde aftekening van Manguada nao zodanig als het zelve eerst door den Manga„ piter Sidano en naderhand door mij ten papiere is gesteld. Den met mij van hier vertrokken soldaat Pasgu„ aal Faidi heb ik op het verzoek van Den Posthouder Scharm en na ars

NL-HaNA_1.04.02_3586_0522 view scan ↗

English

the 26th May to inform you for the honored approval of your Honorable Right Honorable, that I have inquired as accurately as possible among the six Sangir princes regarding how their disposition toward the Company was, as well as to what extent their loyalty could be relied upon in case of an enemy attack, and found that the kings of Taboekan, Tagulanda, and Chiauw, as far as has come to my ears, conduct themselves as loyal allies of the Company, since they have provided their negorijen with bentings and strongholds and the scrublands everywhere with caltrops as much as they are able, in order to resist the enemy upon landing and prevent them from landing; but regarding those of Manganito, Taroena, and Chandaar, I cannot give your Honorable Right Honorable such a favorable testimony, because these leave their negorijen entirely exposed without putting themselves in the least or slightest state of defense. This, combined with the violation of the convention planned in the year 1700 to counter the Magindanaos with the commissioners at that time, D. Grand and Hemmekam, and the aforementioned regarding the bad conduct of Manganito's king, where, as with that of Taroena, some contracts entered into with the Company have been found, together with the remarks to be seen in the reports and statements found under the appendices No. 17, 18, 19, 30, and 31, translated in my journal pages 50, 51, and 52, I maintain that your Honorable Right Honorable will be sufficiently convinced to place little trust in the three last-mentioned princes, although the one of Chandaar, due to his small power, which is now significantly reinforced by the people of Talawie, as is noted more broadly in the daily register page 76, indeed merits some consideration, and on that account may sometimes also have been compelled to grant the enemy free access, which in respect of Taroena now before the death of the king also serves to be taken into consideration. However, it serves for your Honorable Right Honorable's honored notice that on the outward and return journey I was compelled to put in at Kema, partly due to the clogging of the pumps of my transport vessel page 3, and partly due to a lack of provisions page 97, to be seen in the daily register. Likewise, necessity also requires bringing to your Honorable Right Honorable's knowledge that, upon my departure, the late Governor, in addition to the twenty barrels of gunpowder made known in the instructions, also provided me with one thousand pounds of that powder, with orders to barter the same, just like the other, to the Company's allies and friends, since His Honorable Right Honorable maintained that the first quantity would not be sufficient for that purpose; but since no buyers were to be found for this, as little as for the aforementioned twenty small barrels of gunpowder, the same were also returned to the Company's artillery, with the exception of a quantity of one hundred and fifty pounds, which, above the remainder of the pantjalling de Winthond, were unavoidably expended by me, and a further equal amount of 150 lb, with which I accommodated the following persons, namely: the 26th of May 50 6

Dutch transcription

den 26. Meij scharm en op de geëerde approbatie van uweeEdele Agtb: te bedeelen dat ik mij bij de ses sangirsche vorts„ Jes zoo nauwkeurig als mogelijk is geweest heb geinfor„ „meert hoedanig hun gedragen gezondheid omtrent de Comp„s was mitsgaders in hoe verre en op hunne getrou„ wigheid in cas van een vijandelijken aanval was staat te maken en bevonden dat de koningen van Taboekan, Tagulanda en chiauw, zig in zoo verre mij is te or„ „ren gekomen als getrouwe bondgenoten van de Compa„ gnie gedragen, vermits zij hunne Negorijen met Ben„ „tings en sterkens en de krempelbossen alomme met voet„ „angels zoo veel zij vermogen zijn hebben voorzien om den vijand bij aanzanding te keer te kunne gaan, en hen het benden te beletten dog van die van manganito Ta„ roena en Chandaar kan ik uwe Ed: Agtb: zoo een fo„ vorabel getuijgenis niet geven om dat deze hunne Ne„ gorijen geheel en al bloot gesteld laten zonder zig in 't minste of geringste in staat van defertie te stellen Dit gevoegd bij het overtreden van de conventie in den Iaar 1700. tot tegengang der Mangindanaors niet de toen ma„ „lige Commissianten D. grand en Hemmekam beraamd, en het hier voren aangehaalde entrent het slegt Com„ portement van Mangartos koning bij men zoo men als bij die van Taroena eenige contracten met de Compa„ „gnie 69 70 26. Meij 1780 „gnie aangegaan zijn gevonden mitsgaders de aanmerkin„ gen dit te zien bij de onder de bijlagen N„o 1718 1930 en 31. te vinden Relasen en verklaringen vertaald bij mij Dag„ verhaal pag: 50, 51 en 52. sustineeren ik dat uwelEd: Agtb: genoeg overtuigd zullen zijn, om op de drie laatstgem: vorstjes weinig vertrouwen ten stellen schoon die van Chandaar door zijn geringe magt die tans door de volkeren van Talawie merkelijk versterkt is 't welk breeder bij 't Dagregisters pag: 76. staat @ genoteerd, wel eenige consiteratie meriteerd, en bij uit dien hoofde zomwijlen ook wel kan ge„ noodzaakt geweest zijn om den vijand wije toe„ „gang te geven 't geen ten opzigte van Taroena E tans voor 't overlijden van den koning meede diend in aanmerking genomen te werden. dog diend tot uwel Ed Agtb: geëerde narigt dat ik in de heen en meer reize genoodzaakt be„ geweest op kema aantegieren Eentdeelts door het verstoppen der pompen van mijn onderhebbende Fras„ „port bodem Pag: 3 en ten anderen door gebrek aan mond behoeften Pag: 97, bij 't Dagregister te be„ „oogen. Insgelijke pa¬ scharm en op de geëerde approbatie Agtb: te bedeelen dat ik mij bij de ses Jes zoo nauwkeurig als mogelijk is gen „meert hoedanig hun gedragen gezondt Comp„e was mitsgaders in hoe verre en op wigheid in cas van een vijandelijken aa maken en bevonden dat de koninge# Fagulanda en chiauw, zig in zoo v „ren gekomen als getrouwe bondgenot gnie gedragen, vermits zij hunne I. „tings en sterkens en de krempelbosser „angels zoo veel zij vermogen zijn hebben vijand bij aanhanding te keer te k het benden te beletten dog van die van roena en Chandaar kan ik uwe Ed. vorabel getuijgenis niet geven om dat gorijen geheel en al bloot gesteld laten minste of geringste in staat van Dit gevoegd bij het overtreden van de lout 1780. tot tegengang der Mangindanao „lige Commissianten D. grand en He„ en het hier voren aangehaalde en tren portement van Mangartos konin„ als bij die van Taroena eenige contra 69 70 „gnie aangegaan zijn gevonden mitsgaders de aanmerkin„ gen dit te zien bij de onden de bijlagen N„o 1780 19 30 en 30. te vinden Relasen en verklaringen vertaald bij mij Dag„ verhaal pag: 50, 51 en 52. sustineeren ik dat uwelEd: Agtb: genoeg overtuigd zullen zijn, om op de drie laatstgem: aorstjes weinig vertrouwen ten stellen schoon die van Chandaar door zijn geringe magt die tans door de volkeren van Talawie merkelijk versterkt is 't welk breeder bij 't Dagregisters pag: 76. staat @ genoteerd, wel eenige consideratie meriteerd, en bij uit dien hoofde zomwijlen ook wel kan ge„ noodzaakt geweest zijn om den vijand wije toe„ „gang te geven 't geen ten opzigte van Taroena tans voor 't overlijden van den koning meede diend in aanmerking genomen te werden. dog diend tot uwel Ed Agtb: geëerde narigt dat ik in de heen en meer reize genoodzaakt ben geweest op kema aantegieren Eentdeelts door het verstoppen der pompen van mijn onderhebbende Gras„ „port bodem Pag: 3 en ten anderen door gebrek aan mond behoeften Pag: 97, bij 't Dagregister te be„ „oogen. Insgelijk W Tnsgelijk verlischit het nog de noodzakelijkheidom uwelEd Agtb: ter kennis te brengen dat mijn, den overleden Heer Gouverneur bij mijn vertrek boven de bij de Instructie bekend gestelde twin„ „tig vaten kruit nog Een duizend ponden van dat pulven heeft meede gegeven met order om het zelve even als het andere aan Comp„s bon„ genotend en vrienden te trocqueeren vermits zijn welEd: Agtb: sustineerde, dat de eerste quantiteit tot dien einde niet toerijkende zou „de zijn, dog vermits zig voor dit zoo min als a de bovengem: twintig vaatjes Buspulven gee„ „ne Liefhebben hebben laten vinden, zijn dezel„ „ve almede in Comp„s Arthillerij terug geleeverd uitgezonderd een quantiteit van Eenhonderd a vijftig Ponden die boven het restant van de Pan„ tjalling de winthoud door mij onvernigdelijk zin verschoten en nog een gelijk getal van 150 lb: waar mede ik de volgende personen heb geriefd als. den 26: Meij 50 6

NL-HaNA_1.04.02_3586_0527 view scan ↗

English

72 May 1780 50 lbs to the king of Taboekan 50 lbs to the Panghoeloe of Taroena and 50 lbs to the former Postholder Holliger the amounts of which I urgently request to be permitted to count into the Company's treasury at such price as is stated in my Instructions. And for the write-off, I request your Right Honourable Worships that there may be cleared 450 lbs of Gunpowder, namely 300 lbs of that which ran out on the pantjalling De Windhond and 150 as mentioned above, which on this voyage was unavoidably fired and expended in salutes and signal shots, item also 2 whole aams, which likewise have become unserviceable. Likewise, it is requested that your Right Honourable Worships may be pleased to grant favorably to the Interpreter Jan Christian Voges, who accompanied me, 5½ months' rations, as also that there may be reimbursed to me one and a half months' rations for the Surgeon Petrus Joseph de Longene and the comforter of the sick Johannes Brakelenburg, both of whom came over with me from Manado on the 26th 73 the 26th came and were provided with victuals, without them having received anything there for the voyage. And since the principal occurrences and remarks during this mission of mine have, to the best of my recollection, been cited herein as briefly as possible, I otherwise refer to the detailed journal kept by me and the Appendices annexed hereto, with the request that, above the 80 rixdollars given to me, such cash, linens, and provisions may be validated as the accompanying Statement of Expenses dictates. While hoping for the approval of this request and of all my further proceedings during this commission, I take the liberty to be with the requisite high esteem. was underwritten: Right Honourable Worshipful Sirs lower your Right Honourable Worships' very humble Servant was signed: F. B. Hemmekam in the margin Ternate, 28 April 1780 — 74 May 1780 Acting with the Sangir kings on the Company's behalf regarding their promised assistance against the Magindanao. Said ammunition of war. Act of agreement with the Sangir kings. Agreement concerning the same of and permitted to provide them with the side Thus was in the first place approved the Act of agreement concluded by said Hemmekam with the Sangir kings, whereby they have bound themselves to assist the Company against the Magindanao Enemy in this or any other Year, and then to march against them with 1350 men 27 strong korra-korras, of which each will be able to carry 1 cannon of 2 lbs and 4 of 1 lb balls. and also agreed, upon such an occasion, during the Expedition, to provide each man monthly with 36 stivers in Cash 3 lbs of salt and 50 lbs of Rice, while at the same time the Sangir kings are granted, at cost price, as many nails as they will require for the construction, as well as the outfitting and strengthening of their Vessels; whereas, on the other hand, their request to have half of the ammunition of war promised by Hemmekam provisionally delivered to them was rejected, under the promise, however, that everything would be delivered to them as soon as they were employed in an Expedition. 75 employed. Recommendation to the present kings of Chiauw, Manganitoe, and Taroena, as also Taboekan, Tagulanda, and Candhar. Promise of Taboekan's king regarding his debt to the Company. Orders in that regard to Manado's Resident. Points charged against Manganitoe's king Salomon Catjandaho. Nevertheless, the present Kings of Chiauw, Manganitoe, and Taroena were exhorted to throw up Bentings for the protection of their Lands, and to resist the enemy manfully, while those of Taboekan, Tagulanda, and Candhar, upon their appearance at this castle, will also be reminded of this, or otherwise be addressed about it by letter. It being noted herewith in the meantime that the king of Taboekan, who had provisionally excused himself from coming hither, had promised to pay his debt upon his appearance at this Head Office; to which end this petty ruler, as well as the others, shall then also be dunned about it on that occasion, and the collection thereof will be most seriously recommended to the Resident of Manado. Following this, having discussed the charges against the king of Manganitoe, Salomon Katjandaho, and the reasons that had induced the Commissioner Hemmekam to send him hither, it was found that the one and the other consisted of the following: 1.) that the Sultan of Magindanao had noted as very commendable that the king of Manganitoe had assisted the Magindanaos in the year 1777 with a sail, see declaration of the Djogoe of Taroena Zacharias Pangandehan, 76 11 May 1780 the Captain Laut Cornelis Toloja, the Hukum Franciscus Pangandehan, and the Lieutenant Hendrik Samandi, to be found in the appendices under No. 12. — 2.) that Manganitoe's King, through his emissaries, is said to have sought to induce the Magindanaos to destroy Chiauw and Manado, so that the Company might thereby suffer a lack of Provisions, after which the King of Manganitoe would himself defect to the Sultan, the latter having sent to the former as a gift 1 Suit of Armour and 1 parasol; that his own son, named Sarita, was sent to and fro with messages at night when the Pirate vessel lay before the Negorij, or the King's Garden; that the Magindanaos fired salutes, which were thanked by the King in like manner; that he does not punish the guilty and also exercises no authority, letting capital offenders go free, as is cited in proof thereof his slave Souson, who committed a murder upon the Daughter of the Kimelaha Johannes Ginsad, and his orderly Manehid, who killed the full Niece of the aforesaid Gensad by throwing a Coconut.

Dutch transcription

72 Meij 1780 50. lb:s aan de koning van Taboekan 50. „ „ „ Panghoeloe „ Taroena en 50. „ „ „ kemas Posthouder Holliger welks bedragen ik instantig verzoeke om in 'sComp„s kasse te mogen tellen met zodanige prijs als bij mijne Instructie staat vermeld. En ten afschrijving verzoek ik uwelEd: Agtb: dat mag werden gepasseert 450 lb: Buskruit te we„ „ten 300. lb: van het geen op de pantjalling de wint „houd heeft gelopen en 150. als bovengemeld 't geen op deze togt tot eer enseinschoten onvermende„ lijk is eerschoten en verpild item nog. 2: heele aamen, Dewelke almede onbequaam zijn ge„ „raakt. Insgelijks verzoek is dat uwelEd: Agtb: goed„ gunstig aan den mij verzeld hebbende Tolk Jan Christian voges gelieven toetelegen 5½ maan„ randsoen als meede dat aan mij Eerthalve maand randsoen mag werden voergoed voor den Chirurgijn Petrus Joseph de Longene en den krankbezoeker Johannes Brakelenburg„ welke beide met mij van Manado zijn overge„ „komen den 26: 73 den 26 komen en van mondkost voorzien, doender dat zij aldaar iets voor de reise hebben ontvangen. En angezien de voornaamste ontmoetingen en remar„ ques gedurende deze mijne afzending mijnes drag„ tens zoo korte doenlijk hier inne het aange„ haald refereere ik mij overigens aan het door mij ge„ houden omstandig dagverhaal en Rijlagen de„ „zen annex met verzoek dat wij boven de aan mij mede gegevene 80 rd„s sodanige contanten, lijwaten en dippens waren mogen werden gevalideerd als de nevens gaande Rekening van bekostiging dicteerd Terwijl ik in hoope van approbatie dezer instan„ „tie en van alle mijne verdere verrigtingen ge„ „duurende deze commissie de vrijheid neeme met de vereischte hoogagting te zijn. (:onderstond:) welEdele Achtbaare Heeren (:lagger uwel Edele Achtbares zeer ootmoedige Die„ „waar (was geteekend:) F: B: Hemmekam/ /in margine Ternaten 28 April 1780 — 2 zoo „wers 74 Meij 1780 met de sangirsche koning nopens derzelver beloofde as-ageren met „sistentie teegens de Magindanau„ Comp„s wegen. gemelde „munitie van Obrlog. zoo wierd in eerste plaats geaprobeert de door gem: Hemmekam met de sangirsche koningen ge„ Acte van overeenkomst troffene Acte van overeenkomst, waar bij deze zig verbonden hebben, om in dit op eenig ander Jaar de Compagnie tegen den Mangindanauwschen Vijand bij te staan, en als dan tegens dezelven te zullen 1350: manen 27: sterke korra karras, waar van ieder zal kun„ nen voeren 1. kanon van 2d. en 4. van 1. lb bals. en ook geaccordeert, om bij dusdanige gelegenheid, Accoord dun aangaande van gedurende de Expeditie, aan ieder man 's maandelijks te verstrekken. 36: ste„s Contant 3: lb zout en 50: „ Rijs, wordende te gelijk aan de sangirsche koningen te„ en toegestaan het ter zijde „gens inkoops prijs zoo veel spijkers toegestaan, als sij tot het aptimmeren, mitsgaders heeft en sterk maker van hunne Vaartuigen zullen benodigd wezen; terwijl daarentegen hun verzoek, om de helft de door Hemmekam behalven de toegezogde am= toegezegde ammunitie van oorlog, bij provisie van de hand wierd gewezen, onder belofte nogtans, van aan hen alles te zullen doen geworden, zoo dra sij in een Expeditie gebruikt 26 dat mar„ „wers 75 gebruikt wierden. Recommandatie aan de presentie koningen van Taroena zo mede Taboekan Tagu= „landaen Canthar. weegens sijn schuldaan de Comp: „nados Resident manganitos koning salo= „mon Catjandaho Evenwel wierden de presente Koningen van Chiauw, Chiauw Manganitoe en Manganitoe en Taroena vermaand om, ter bescherming van hunne Landen, Bentings op te werpen, en den vijand manmoedig te teer te gaan, zullende die van Taboekan, Tagulanda en Candhiar bij hun verschijn aan dit kasteel, mede hier omtrent herinneerd, daor wel bij brieve daar over on„ derhouden werden. Wordende intusschen bij dezen geannoteert, dat de Boeloft van Taboekans konin koning van Taboekan, die zig vooreerst van de herwaats-„ komst had g'excuseert, belooft hadde sijn schuld bij deszelfs verschijn aan dit Hoofd-Camtoir te zullen voldoen; ten welken einde dit vortje zo wel als de verdere dan ook bij die gelegenheid daar over gemaand, en de inpaliming den order dien aangaande aan Ma= Resident van Manado op 't serieuste zal werden aanbevolen Ten vervolge gespraken zijnde over de pointen ten laste Poincten ten Lasten van van Manganitos koning salomon Katjandaho, en over de redenen die den Commissiant Hemmekam hadden ge„ permoveert tot de op zending van Denzelven naar her„ waarts, wierd bevonden het een en andere te bestaan in 't volgende: 1.) dat de sulthan van Mangindanao, als zeer prijselijk had aangemerkt dat Manganitos koning de Mangindanaard in a„o 1777 met een zeil hadde geassisteert, vide verklaring van den Djogoe van Taroena Zacharas Pangandehan, A den 26 den 11 Meij 1780 76 den Kappiteijn Lauwt Cornelis Toloja, den Hoekum Francis„ „cus Pangadehan en den Luitenant Hendrik Samandi, te vinden in de bijlagen onder N„o 12. — 2. ) dat Manganitoes Koning door sijne zendelingen den Mangindanauwers zoude hebben tragten te bewegen tot de verdelging van Chiauw en Manado, ten einde de Comp„e hier door gebrek aan Levensmiddelen mogte krijgen, als waar na de Koning van Manganitoe zelve tot den sulthan zoude overgaan, hebbende laast ged„e aan Eerstgem: in geschenk toe„ „gezonden 1. Harnas en 1: zonne scherm dat zijn eigen zoon Sa„ „rita genaamd, des nagts toen het Roofvaartuig voor de Negorij, of 's konings Tuin lag, naar derwaarts met boodschap„ „pen heen en weder gezonden is: dat de Mangindanaors eeres-schoten gedaan hebben die door den Koning inzelver„ voegen bedankt zijn geworden: dat hij de schuldigen niet straft en ook geen gezag oefsend, latende de doodschul„ „digen vrijlopen gelijk daar van tot een bewijs word aan„ „gehaald Deszelfs slaaf souson, die een moord gepleegd heefd aan de Dogter van den Kimelaha Johannes Ginsad en zijn oppasser Manehid, die met het smijten van een Clappus gedood heeft de volle Nigt van voorn: Gensad 26 iselijk naard #ring , han

NL-HaNA_1.04.02_3586_0532 view scan ↗

English

77 the 26th May 1780 Gensad, named Lezukindang, to be found at No. 15 in the aforementioned annexes. 3. That, according to a letter from Taboekan's postholder Schram to Commissioner Hemmekam, under No. 5, the King, out of fear of his upcoming arrival, might hide himself or desert to the enemy. 4. That, see Schram's Report No. 6, the King was guilty of neglect in the administration of justice and possessed little authority, kept correspondence with the enemy, detained slaves, and denied his own handwritings under the pretext of having been intoxicated when he composed them. 5. That, according to the account given by the church marinjo Joseph Maseja, see his Declaration No. 28, the King, upon the appearance of the Magindanaos, had ordered his subjects to do them no harm at all, but to regard them as their best friends. 6. That, according to the examination of the Manganitoer Sidano, who had been a prisoner of the Magindanaos, at No. 32, the King is favored at the Court of Magindano, and is highly praised there for the above-mentioned assistance; and it is presumed that the Manganitoers were employed as pilots by the 26th 78 Complaints of the King of Chiauw over Manganito's King May 1780 the enemy because they have knowledge of all the inlets. That this Sidano was an emissary of the Sultan to notify his King that the Magindanaos were about to arrive, and to request oil for the caulking of the vessels, bringing along a suit of armor as a gift, etc. etc. 7. That, pursuant to the depositions regarding certain interrogatories put to the Jogugu of Manganitoe, Lasoek, and to be found in Commissioner Hemmekam's annexes under No. 35, the King of Manganitoe, prior to the arrival of the said Commissioner, intended to flee with his son Prince Tolosan, but was restrained in that intention by his concubine Sara Maccaampo, upon her uttering these remarkable words: It is better that a King dies in public than that he conceals himself like a base person in the wilderness; that his King was a dangerous ruler who had up to three times prevented the construction of bentings against the invasions of the Magindanaos. In addition, it was also taken into consideration that the King of Chiauw complained bitterly about Manganito's King because he detained His Highness's slaves, and that the chosen King 79 As well as of the King of Taroena and others Apology of Manganito's King King of Taroena reclaimed his slave named Biassa, as did the Hukum and Captain Lawut, who demanded nine slaves back from him; and furthermore that the grandees of Manganitoe, according to their letter written to this Government, requested to be relieved of their King. Manganito's King having been examined regarding all the aforementioned points, had nothing else to enter for his exoneration than to deny the greater part of the aforementioned allegations, professing nevertheless that the brass armor and the parasol had been brought along by Sidano from the Magindanaos when he escaped from there; and that, regarding the salute shots he was said to have fired for the Magindanaos, such was untrue, but rather that he had fired with live ammunition at them at that time; as well as that he was not presently, but had formerly been related to the Magindanaos; and finally, that he had wanted to flee, but on the advice of his concubine was restrained from doing so, because he had been led to believe that Commissioner Hemmekam and the King of Chiauw would come to Manganitoe to apprehend him. For which reasons it was unanimously approved and resolved 80 May 1780 Order to Manganito's King to answer in writing Approbation of Hemmekam's provisional appointment of certain chiefs A slave received as a gift from Manganito's King by Commissioner Hemmekam repaid to him to enjoin the King of Manganitoe to answer in writing, clearly and satisfactorily, to all the points charged against him, to which end the necessary copies concerning this shall also be handed over to him. Subsequently, the discussion having turned to the further points of Hemmekam's compendious report, it was resolved for this time to approve his provisional appointment over old Manganitoe, of: Zacharias Lasoek as Jogugu, Jacob Gagahoeb as Hukum, Johannes Gensad as Hukum, Johannes Galila as Captain Raja, and Joseph Soaha as Officer of Justice; as well as over new Manganitoe, of: Salomon Mona as Hukum, Andries Tatohies as Sengaji, and Ephraim Pattalima as Captain Raja. Likewise, it was resolved to agree to allow Commissioner Hemmekam to pay the sum of thirty-five rixdollars for the one slave who is the sole survivor of the three he received as a present from Manganito's King, and this for the benefit of the Company, in order to settle the payment from it.

Dutch transcription

77 den 26 Gensad, in name Le zukindang, te zijn bij N„o 15 in voorsz: Bijlagen. 3.) dat, volgens een brief van Taboekans posthouder Schram aan den Commissiant Hemmekam, onder N„o 5. , de Koning wel, uit vreese voor sijne aanstaande komst, zig zoude kunnen schuilhouden of naar den vijand verlopen. 4. dat, vide schrams Rapport N„o 6, de Koning zig schul„ „dig maakte, aan verwaarlosing van Recht oeffening en van weinig gezag, Correspondentie met den vijand, ophou„ „den van slaven, en ontkennen van sijne eigene handschrif„ „ten, op voorwendzel van beschonken geweest te zijn, wan„ „neer ze gemaakt heeft. 5. / dat, volgens het gerelateerde door den Kerkmarinjo Joseph Maseja, vide sijn Declaratoir N„o 28. , de Koning bij verschijn der Mangindanaors, sijne onderdanen gelast hadde, dezelven in 't geheel geen leed toetebrengen, maar als hunne beste vrienden aantemerken. 6. ) dat, naar luid van de oxaminatie van den bij de Man„ „gindanors gevangen geweest zijnde Manganitoer Sidano bij N„o 32., de Koning aan het Hog van Mangindano gepa„ „venteert is, en daar zeer gepresen word over de boven aangehaut de assistentie en presumeerd, dat de Manganiters als Lootsen bij den 26 78 klagten van den koning van Chiauwer Manganitof koning Meij 1780 bij den vijand zijn gebruikt, om dat deze kennis van alle de inhammen heeft. Dat deze sidano des sulthans zendeling is geweest, om zijnen koning aantezeggen, dat de Manginda„ „naors stonden te komen, en om olie tot Liplappen der vaartui„ „gen te verzoeken, mede brengende een haarnas in geschenk etc: etc. 7. ) dat, ingevolge van het gedeposeerde bij zekere vraag= „pointen, den Djogoegoe van Manganitoe Lasoek voorgehou„ „den en in des Commissiants Hammekams Bijlagen, onder N„o 35: te vinden, de Koning van Manganitoe voor de komst van gem: Commissiant met deszelfs zoon Prins Tolosan, zig heeft willen absenteren, dog dat in dat voornemen door des„ „zelfs Bij zit Sara Maccaampo is wederhouden, op de toevoeging van deze haare merkwaardige woorden: Het is beter dat een Koning in het openbaar sterft, dan dat hij zig als een gering persoon in wildernissen verschuild: dat sijn Koning een gevaarlijk vorst was, die tot driemalen belet hadde het aanmaken van Bentings tegens de inva„ „sien der Mangindanaors. Daaren boven kwam nog in aanmerking, dat de Koning van Chiauw zig zeer beklaagde, over Manganito's Koning ter zaake Hij sijn Hoogheids slaven ophield, en dat den g'eligeerde Koning voorsz: am oning gschul„ ophou„ schrif„ wan„ wa st Man„ an de 79 Zoo mede van den koning van Taroena en meer andere Apologie van Manganitos koning Koning van Taroena sijnen slaat Biassa genaamd, zo wede de Hoekum en Kapitein Lawut negen slaven van denzelven terug eischten; mitsgaders dat de Rijksgrooten van Manganitoe volgens hunnen brief aan deze Regeering geschreven, ver„ „zogten om van hunnen Koning ontslagen te wezen. Over alle de voorschrevene pointen Manganitoes Koning onderhouden zijnde, hadde dezelve tot zijne decharge niets anders intebrengen, dan het grootste gedeelte van het vorengewaagde te ontkennen, onder betuiging nogtans, dat het kopere Harnas en de zonnescherm door sidano van de Mangindanaons was medegebragt, toen hij zig met de vlugt van daar gesalveert hadt; en dat, wat de Eerschoten betrof, die hij voor de Mangindanaors zoude hebben ge„ „daan, zulks onwaar was, maar wel dat Hij te dier tijd met scherp op hen geschoten hadde; zo mede dat Hij niet tans, maar bevorens wel aan de Mangindanaors ver„ „maagschapt is geweest, en indelijk, dat Hij heeft willen vlugten, dog op aanrading van sijn Bijzit daar van is weer„ „houden, om dat hem diets gemaakt was, dat de Commis„ „siant Hemmekam en de Koning van Chiauw op Man„ „ganitoe zouden komen om Item opteligten. Waarom een parig goedgevonden en verstaan wierd den 26 den 80 Meij 1780 om zig schriftelijk te verantwoor: Approbatie van hemmekams 1 p„s aanstelling eeniger hoofden „ant. Hemmekam van Manganitos koning present ontfangen aan hem weder betaald den Koning van Manganitoe te injungeren, om zig over alle Order aan Manganitos koning de printen ten sijnen laste, schriftelijk, duidelijk en voldoende te verantwoorden, ten welken einde Item dan ook de nodige Afschriften dieswegens zullen werden ter hand gesteld. Vervolgens het discours gevallen zijnde over de verdere pointen van Hemmekams Compondieus-berigt, zoo wierd be„ „sloten voor ditmaal te approberen, sijne p„s aanstelling van over oud Manganitoe, Zacharias Lasolk tot Djogoegoe Jacob Gagahoeb - - - - „ Hoekum Johannes Gmsand - - . „ _o Johannes Galila. . . . „ kapitein radja en Joseph Soaha - - - - „ _=o bitjara mitsgaders over nieuw Manganitoe Salomon Mona tot Hoekum Andries Tatohies „ Senghadje en Ephraim Pattalima „ kapitein Radja. Insgelijks is verstaan den Commissiant Hemmekam Een slaaf door den Commissi= te accordeeren, om voor den eenen slaat, die eenelijk nog in leven is van de drie, welke hij van Manganitos Koning present heeft gekregen, te betalen de somma van vijf en dertig Rijksdaalders en zulks ten behoeven van de Compagnie ten einde daar uit te vinden de betaling van 26 zo toe „de oning van ans, Man„ erd

NL-HaNA_1.04.02_3586_0536 view scan ↗

English

the 26th Zacharias Dirk Ratoobala elected as King of Taroena. Circular order to the Sangir kings concerning the Contracts. A proa sold for the benefit of the aforementioned king. of the King's debit, amounting to Rd.s 29: 35:—; while it was decided to transfer the Praauw Paduwakan, which was likewise received as a gift, to the first buyer, the burgher Jacob Hengst, for the sum of one hundred Rixdollars, to be paid to that little feudal lord. Subsequently, it was approved to elect the Panghoeloe, Zacharias Dirk Rasubala, appointed by the Commissioner Hemmekam in place of the deceased King of Taroena Zacharias Baparang, subject to the honored approval of Their High Excellencies, as being the closest and most legitimate heir, to be King over that Realm, under the condition, however, that he first sign and swear to the successive Contracts made between his predecessors and the Company. Taking into consideration, meanwhile, that noted down by the Commissioner Hemmekam, that all previous Contracts on Taroena had been lost; and in order to prevent this carelessness, it was decided to issue a circular order to the Sangir Kings, requiring them to have all the Contracts that are still to be found in their little realms, and those that will be made with these petty princes in the future, read aloud once every month in the presence of the notables of the Realm. May 1786. the 26th Approval, but also remark of the Council concerning the provisional appointment of some chiefs by the Commissioner. Amnesty to Prince Tacossam. Seal for the king of Candhar. Permission to the king of Chiauw for the masonry construction of a Fort. And, although the Council agreed with the provisional appointment of various notables of the realm on Chiauw, Taboekan, and Tagulanda, they could not fail to remark that Commissioner Hemmekam had not been qualified at all for all these appointments, even though provisional, and on that account might well have refrained from doing so. On the other hand, upon the proposal of the repeatedly mentioned Commissioner and at the request of all the Sangir Kings and Notables, provided it be approved by Their High Excellencies, pardon and amnesty was granted to Prince Tolozan for his committed missteps in the Year 1770, described in a certain Act of agreement between the Sangir Kings, in the presence of the then Commissioners, Captain Lieutenant Francois Le Grand and the junior merchant Francois Bartholomeus Hemmekam; and this because this Prince is currently conducting himself very moderately and obediently. Furthermore, it was resolved and decided to have a Seal made for the king of Candhar, at his request, with the mark I: of Candhar. And at the same time granted to that of Chiauw to be permitted to have a small Fort built of masonry, for the security of his place of Residence, provided that this takes place at his own expense. the 26th Ecclesiastical affairs in the Sangirs. To send the Reverend Mr. Hlutter to the Sangirs. Approval of the transfer of some schoolmasters. Regarding the ecclesiastical affairs and the state of Christianity in the Sangirs, it appeared from the repeatedly mentioned Report that in the entire circumference of that Region no more than twelve Members were found, and that on the contrary a number of 696 school children and 2925 unbaptized Children had presented themselves; wherefore, in order not to let Christianity in those regions fade away completely, but on the contrary to propagate it as much as possible, it was approved and understood to send the Reverend Minister Huther thither in the coming month of September or at the latest October, if unforeseen accidents do not prevent this, for the administration of the Holy Sacraments. Likewise, the transfer of some schoolmasters to various Negorijen was approved, and at the same time it was understood that, upon the proposal by Commissioner Hemmekam May 1786. the 26th Request regarding some church wardens rejected. Unqualified advance payment of wages to some schoolmasters disapproved. and increase in salary of some nominated Teachers, upon the expiration of their term, their salary would be increased according to the Regulations, but it was understood to reject the presented request to grant Certificates to three persons who have served for a long time as Church wardens without drawing a salary, and to wait with the appointment of such Servants until they have decreased to the number determined by Their High Excellencies. Furthermore, since Commissioner Hemmekam, without authorization, has not only paid the due salary of all the Sangir Church Servants, but moreover advanced them the monthly wages for a full year, and this because these Servants had requested it since, out of fear of the roaming Maguindanaos, they were prevented from sailing to Manado to collect their wages; with the request also that the amount advanced by him, to the sum of Rd.s 1398: 2:—, might be reimbursed from the Company's Treasury; it was, this having been deliberated upon, approved and understood to reject the Commissioner's request, while preserving his recourse against the aforementioned native Teachers,

Dutch transcription

81 den 26 koning verkogt Zacharias Dirk Ratoobala als koning van Taroena verkoren „girsche koningen nopens de Contracten. van 's Konings debet, groot Rd„s 29: 35:—; terwijl gearresteert wierd, om de almede in geschenk ontvangene Praauw Paduwakan, een prauw ten behoeven van voorn: aan den Eersten koper, den Burger Jacob Hengst over te laten voor de somma van een honderd Rijksdaalders, om aan dat Leen heertje betaald te werden. Vervolgens wierd goedgevonden de door den Commissiant Hemmekam, in stede van den overleden Koning van Taroe„ „na Zacharias Baparang, aangestelden Panghoeloe, za„ „charias Dirk Rasubala, op de G'eerde approbatie van Hunne Hoog Edelheden, als de naaste en wettigste zijnde, tot Koning over dat Rijk te verkiezen, onder voorwaarde egter, om successive gemaakte Contracten tusschen sijne voorzaten en de Compagnie alvorens te tekenen en te be„ „zweeren. komende intusschen nog in aanmerking het door den Circulaire order aan de san=Commissiant Hemmekam ter nedergestelde, dat alle de vorige Contracten op Taroena waren te zoek geraakt; en om deze agteloosheid voortekomen, wierd besloten de sangirsche Koningen circulair te gelasten, om alle de Contracten die op hunne Rijkjes nog te vinden zijn, en in 't vervolg van tijd met deze vorstjes nog gemaakt werden, alle maanden eens in presentie van 82 Meij 1786. que des Raads omtrend de pr: anstil= „siant. Cachet voor den koning van Candhar van de Rijksgroten te laten nalezen. En, of schoon de Raad zig wel conformeerde met de p„l aanstelling van diversche Rijksgrooten te Approbatie maar teffens remar: Chiauw, Taboekan en Tagulanda, konden sij egter „ling eenige ehoofden door den Comis= niet nalaten te remarqueren, dat de Commissiant Hemmekam tot alle deze aanstellingen of schoon provisioneel, en in 't geheel niet gequalificeerd was ge„ „weest, en uit dien hoofde zulks wel hadde mogen hebben agtergelaten. Daarentegen wierd op het voorstel van meerm: Com„ „missiant en op het verzoek der gezamentlijke san„ „girsche Koningen en Grooten mits door Hunne Hoog Amnestie aan Prins Tacossam Edelheden geapprobeerd worde pardon en annestie ver„ „leend aan den Prins Tolozan, wegens sijne begane misslagen in den Jaare 1770. , beschreven bij zekere Acte van overeenkomst tusschen de sangirsche Koningen, in tegenwoordigheid van de toenmalige Gecommit„ „teerden, den Kapitein Luitenant Francois Le Grand en den onderkoopman Francois Bartholomeus Homme„ „kam; en zulks ter zaake deze Prins zig tans zeer moderaat en gehoorzaam gedroeg Wijders wierd gearresteerd en besloten om voor den koning van den 26 de, sentie 83 ter opmetseling van een Fort. „girs den Eerw: Heer Hlutter naar de sangirs te zenden. Approbatie der verplattsing eeniger schoolmeesters van Candhar, op sijn verzoek, een Cachet te laten aanma„ „ken met het merk I: van Candhar„ permissie aan Criaus koning en teffens aan die van Chiaur geaccordeert, om een Fortje, tot beveiliging van sijn Residentie -plaats te mogen laten opmetzelen, mits dat zulks geschiede op sijn eigene kosten. Omtrent de kerkelijke zaken en den staat van 't Chris„ „tendom in de sangirs, kwam uit meerm: Berigt te blijken, dat 'er in den geheelen omtrek van dien Landstreek niet Kerkelijke zaaken in besam, meer dan twaalf Ledematen gevonden waren, en dat daarente„ „gen zig een getal van 696: school- en - 2925: ongedoopte Kinderen hadden opgedaan, weshalven, om het Christen„ „dam in die Contrijen niet geheel en al te doen verflaauwen, maar daar en tegen zoo veel mogelijk voortteplanten, goedgevonden en verstaan is den Eerw: Predikant Huther in de aanstaande maand september of uiterlijk october indien onvoorziene toevallen dit niet komen te ver„ „kinderen, naar derwaards te zenden, ter uitdeling van de H: Sacramenten. Desgelijks wierd de verplaatzing van enige schoolmeesters op verscheide Negorijen geapprobeert, en teffens verstaan de door den Commissiant Hemmekam den 26 voorgedragene g stre gedis 84 Meij 1780 kerkmarinjos van den hand gevoesen. strekking der gagie aan eenige schoolmeesters gedis approbeert en verhoging in gagie van som voorgedragene Leermeesters, mits tijds expiratie, naar 't Reglement in gage te verhogen, dog het voorgedragen verzoek, om aan drie personen, die voorlange als Karkmarinjos hebben gediend, zonder bezolding verzoek omtrent eenige te trekken, Bewijzen te verlonen, wierd verstaan van de hand te wijzen, en met de aanstelling van dusdanige Dienaaren te wagten, tot dat dezelve op het bij Hunne Hoog Edelheden bepaald getal, zullen zijn gedaald. Dan dewijl de Commissiant Hemmekam onge„ „qualificeert, niet alleen de te goed hebbende gage van de gezamentlijke sangirsche Kerkend-dienaars, en gequalificeer voor uit ver=maar nog daarenboven aan dezelven de maandgelden voor een rondjaar voor uit heeft verstrekt, en zulks uit hoofde deze Dienaaren daarom verzogt hadden, wijl sij, uit bedugting voor de rondzwervende Manqunidanaors, verhinderd worden naar Manado te varen ten afhaal kunner gagien; met verzoek teffens dat aan hem, dat vooruit verstrekte bedragen tot een tantum van rd„s 1398: 2:—. uit Comp„s Kasse mogte werden gerestitueert; zoo is, hier over gedelibereert zijnde, goedgevonden en verstaan des Commissiants verzoek te rejecteren, met behoud van deszelfs guarand op de voorsz: Inlandsche Leermeesters, 2 26 „ „mige

NL-HaNA_1.04.02_3586_0540 view scan ↗

English

85 and while further reports will have been obtained from the Resident of Manado, confirming that nothing was provided by him to these servants of the church. Since Commissioner Hemmekam indicates that the Kings of Manganitoe, Taroena, and Candhar leave their country exposed to the attacks of the enemy, it was resolved to address the rulers of the first two small realms, who are currently present here and in session, about this verbally, and the latter by letter in serious terms. It was also resolved, besides two aams that have become unusable, to write off a quantity of 450 lb of gunpowder, namely: 300 lb from the pantjalling De Windhond and 150 lb from the 100 lb provided for sale, as well as 150 pieces of live cartridges, 240 musket balls, and 7 flints, all of which were inevitably fired and consumed on that voyage for salutes and signals; but, on the other hand, to have Commissioner Hemmekam pay into the Company's treasury: 50 lb of that powder which was ceded to the King of Taboekan, and 50 lb ceded to the Panghoeloe of Taroena, at cost price, and 50 lb to the Postholder of Kema, at selling price. Likewise, 26 86 26 May 1780 Likewise, it was agreed to provide to the native interpreter Jan Christiaan Voges, who customarily took part in this voyage, the ordinary ration of 5 1/3 months, but not to three volunteers for whom Commissioner Hemmekam makes a request, as it was noted that these persons seem to have gone along solely for their own pleasure; however, it was decided to reimburse the Commissioner for the half-month ration provided to the surgeon De Longne and the sailor Brakenburg, who were transported here from Manado, because these servants had received nothing there for their subsistence for the return journey to be undertaken. Lastly, the expense account for the aforementioned voyage having been resumed by Commissioner Hemmekam, it is composed as follows: Account of what the undersigned, during the Sangir Commission, consumed and paid out on various occasions for the smooth promotion of the demanded matters, respectfully requesting that this may be favorably reimbursed after deducting the eighty Rds given along, namely: At Taboekan and Taroena 50 Rds in cash for the purchase of casks in which the delivered coconut oil in the quantity of 5,490 kannen was filled. 30 Rds in cash for the hire of praus and crews, as well as provisions for twenty natives 300 lb of rice 30 lb of salt 30 kannen of Arrack Api for the conveyance of the King of Manganitoe and coconut oil to Ternate, calculated for 1/2 month. 10 Rds in cash 6 kannen of Arrack Api provided and defrayed for the maintenance of the aforementioned King of Manganitoe and his suite to Ternate. 10 lb of salt 100 lb of rice Disbursed at various conferences and meetings, as well as joyous celebrations held with all the Sangirese Kings and grandees of the realm: 2 pieces of Guinea cloth, bleached, used for tablecloths and napkins 190 kannen of Arrack Api 10 bottles of liqueurs 90 lb of good sugar 32 lb of candy sugar 20 lb of wax candles 66 Rds in cash 2 lb of spices 15 Rds spent for the purchase of coconut oil and lime for paying the seams of the pantjalling De Windhond and its jolly boat, as well as for hiring caulker boys. 5 Rds in cash 36 kannen of Arrack Api spent and distributed among the common natives who helped unload and reload the ship's goods, and who erected a shed for the storage of the aforementioned goods. 14 Rds in cash for the purchase of fresh provisions for my subordinate crew. At Manganitoe, disbursed to the King and grandees of the realm on various occasions: 60 kannen 87 88 26 May 1780 60 kannen of Arrack Api 2 bottles of liqueur 6 Rds in cash 10 lb of good sugar 2 lb of candy sugar At Siau, likewise gifted: 40 kannen of Arrack Api 3 bottles of liqueur 6 Rds in cash 10 lb of powdered sugar 2 lb of candy sugar 2 lb of wax candles At Tagulandang, as just mentioned: 50 kannen of Arrack Api 6 Rds in cash 2 bottles of liqueur 8 lb of powdered sugar 2 lb of candy sugar 2 lb of wax candles, and 4 Rds in cash for the purchase of fresh provisions. For the maintenance of the Manganitoe and Siau individuals during 2 1/3 months: 115 lb of rice 7 lb of salt 5 1/24 Rds in cash Defrayed for six male and female slaves of the King of Manganitoe: 3 Rds paid to the military at Taboekan for prison expenses. 775 lb of rice, being calculated for all six for two months, when five of them deserted at Taroena, and then until today for the sixth or last one. 25 lb of salt 14 1/8 Rds in cash

Dutch transcription

85 den nitoe, Taroena en Candhaz procheert afschrijving gepasseert den Commissiant in Cassa te voldoen en wijle men nadere berigten van den Resident van Mana„ „do zal hebben erlangd, dat door denzelven niets aan deze kerken dienaars is verstrekt. Aangezien de Commissiant Hemmekam te kennen segte staat van desen geeft, dat de Koningen van Manganitoe, Taroena en „sie in de negorijen Manga= Candhar hun land voor de aanvallen van den vijand bloot laten leggen; wierd gearresteert de Landheeren van de de koningen daar over gere= twee eerste Rijkjes, die tans alhier present en in verga„ „dering zijn, daar over mondeling ende laatste bij brieve in ernstige termen te onderhouden. Nog wierd gearresteerd, om, behalven twe onbekmaam geraakte Het nevenstaande ter halve aamen, nog ter afschrijving te passeren een quantiteit van 450: lb: Buskruit, als 300: lb: van de Pantjalling de windhond en 150: „ van de ter verkoop mede gegevene 100: lb:, zo mede van 150: p„s scherpe patroonen; 240: „ snaphaan kogels, en 7: „ vuursteenen, welk een en ander onvermijdelijk tot Eer- en sanschoten op dien Togt verschoten en verspild is; dog daarentegen door den Com„ Het nevens staande door „missiant Hammekam in Comp„s lasse te laten voldoen. 50. lb: van dat pulver, die aan de Koning van Taboekan, en 50: „ die aan de Panghoeloe van Taroena zijn afgestaan, inkoops en 50: „ aan de Posthouder van Kema, uitkoops. Inzelvervoegen 26 86 26: Meij 1780 Cristiaan Voges verstrekt „ligers maand randsoen verstrekt aan de ter zijde gem: Reekening van uijtgaven Inzelvervoegen wierd verstaan om aan den mede deze randsoon aan den Tolk Jan Togt bij gewoonte hebbende Inlandsche Tolk Jan Christiaan voges te laten verstrekken het ordinaire randsoen van 5 1/3 dog niet aan drie wrijwil=maand, dog niet aan drie vrijwilligers waar om de Commis„ sianten Hemmekam verzoekt komt te doen, alzo aange„ „merkt wierd, dat deze personen enkel uiteigen vermaak schijnen mede gegaan te zijn; dog de door den Commissiant aan de van Manado herwaards overgevoerden Chirurgijn de vergoeding van een halve Longne en Matroos Brakenburg verstrekte halve maand Randsoen wierd besloten aan denzelven te vergoeden, ter zake deze Dienaaren ginter niets tot levens onderhoud voor den te doene terugreese hadden ontvangen. Laatstelijk geresumeert zijnde de Rekening van uit„ „gaven op voorschreeven Togt, door den Commissiant Hemme„ „kam van Contert als volgt: Rekening van het geene den ondergetekenden geduu„ „rende de Sangirsche Commissie tot faciele bevordering van de gedimandeerde zakelijkheden, bij diverse gelegentheden geconsumeert en afgetangt heeft Eerbiedig te verzoeken de dat zulks na aftrek van de meede gegevene Tagtig Rd„s gunstig mag werden gerembourseert te weten: op den Mana„ Ma brieve aakte van en 2 den 6 Op Taboekan en Taroena 50:— Rd„s Contant tot het inkoopen van fust waar in de aange„ „bragte Clappus olij ter quantiteit van 5490: kannen is gevult. Contant - - . voor het huuren van prauw: en Manschappen 30:— Rijst. - . . . 300: — lb: mitsgaders mondkost van twintig inlanders zout- - - 30: — „ ter overbrenging van den Koning van Manga 30: — kann: Arak Apij. , nitoe en olij van Clappus na Ternaten gereekend voor ½ maand. 10: — Rd„s Contant. tot de froijement van gem: Manganitos koning 6: – kann: Arak Apij en zijn Eijsch na Ternaten verstrekt en bekos„ 10: - lb: zout. . . „tigh. 100: — „ Rijst. . . Bij diverse Converentien en vergaderingen als aange„ „gaane vreugde bedrijven met de gesamentlijke sangirse Koningen en Rijksgrooten gedefroijeert. 2:— p„s Guineess Gem: Gebl: tot Taffeldoek en servetten verbruikt 190: — kann: Arak Apij 10: - flessen Liqueren 90: — lb: Goeder Zuiker _ 32:— „ Candij 20: – „ waskaarsen 66: — Rd„s Contant 2: – lb: specerijen 15: — rd„s tot inkoop van olij van Clappus en kalk tot het Liplappen van de Pantjalling de windzouden dies Jol missga„ „ders tot het huuren van Calfaat Jongen besteed. 5: — rd„s Contanten 36: — kann: Arak Apij onder de gemeene inlanders verspendeert en verschonken, die de scheepsgoederen hebben helpen ontlossen en weder in scheepen als een Chiamboe ter ber„ „ging van gem: goederen hebben opgeslagen. 14: — Rd„s Contant tot het inkoopen van verversing voor mijn onder„ „horige schepelingen. Op Manganitoe Aan den Koning en Rijksgrooten bij diverse Gelegentheden verdefroijeert. 60: kann: 87 88 den 26: Meij 1780 Liplappen. 60: – kann: Arak Apij 2: - flessen Liquer 6: — Rd„s Contant Goeder zuijker 10: – lb: Candij — 2:– „ Op Chiauw als even verschonken. 40:– kann: Arak Apij 3: - flessen Leguer 6: — Rd„s Contant Poeder zuijker 10: – lb: Candij _o 2: – „ waaskaarsen 2: – „ Op Tagulanda als even gemelt 50: — kann: Arak Apij Contant 6: — Rd„s 2:– flessen Lequeur Poeder Zuiker 8: - lb: Candij _o 2:– „ waskaarsen en 2: – „ Contant tot het inkopen van verversing. 4: — Rd„s Tot onderhoud van den Manganitoe en Sidano in 2 1/3 maand. Rijst 115: — lb: zout 7:– „ 5 1/24 rds Contant Aan ses slaven e Slavime van Manganitos Zoning bekostigd. 3: — Rd„s voor tronks ongelden aan de militaire te Taboekan voldaan. lb: Rijst. . . . . . zijnde gerekent alle ses voor twee maanden 775: — zout. . . . . wanneer er vijf van dezelve te Taroena zij„ 25: — „ gedrost en dan nog tot heden van de sesde of 14: 1/8 rd„s Contant laasten. Aan aange„ en is Scha 1 ken voor pen t a an se Abga„ ten

NL-HaNA_1.04.02_3586_0544 view scan ↗

English

89 To the schoolmaster Andries Anthonij, who fled from Mangindano, for defrayment over 26 days: 45 lb rice 3 lb salt 4½ cans Arrack Api and ¼ ducaton in cash. Also, during this journey of mine, for the making of cartridges, due to a lack of cartridge paper and cartridge yarn, supplied and spent: ½ piece Guinea cloth, brown, blue, Coast 5/8 ducaton in cash, Together with, spent for the purchase of writing materials: 1¾ rixdollars for 3 quires of paper and 2 bundles of quills. Likewise supplied to the surgeon: 2/3 piece Guinea cloth, common, bleached, for bandage cloth for 3 1/3 months 32 cans Arrack for Camphor and Enema for 5 1/3 months. Also, during this mission of mine, I have employed useful sea voyages to Ternaten, Manado, throughout all the Sangirs, as well as expended on the helpers in fetching drinking water, chopping firewood, buoying, and so forth: 3 pieces Rumals, checkered, large, red 2½ pieces Guinea cloth, brown, blue, Coast 2 pieces Salempores, Coast 48 cans Arrack and 15 rixdollars in cash. And 26 90 26 May 1780 approved. And lastly, to provide all expeditions by sea with flags, used by me for that purpose: Flag cloths, assorted: 3 pieces. At the bottom: Ternaten in Castle Orange, the 28th of April 1780. Signed: Francois Bartholomeus Hemmekam. Sum Total of the preceding and above: 253 1/24 rixdollars in cash 2 2/3 pieces Guinea cloth, Common, Bleached, Coast 3 pieces Guinea cloth, brown, blue, Coast 2 pieces Salempores, Coast 3 pieces Rumals, checkered, large, red 3 pieces flag cloths, assorted 496½ cans Arrack Api 17 bottles Liqueurs 24 lb wax candles 2 lb spices 118 lb powdered sugar 38 lb candy sugar 1335 lb rice 75 lb salt. Signed: F: B: Hemmekam. It was approved and agreed to reimburse the Commissioner Hemmekam from the administration for the above-mentioned 80 rixdollars, as well as the cash, linens, and provisions brought forward, since it was considered that these expenses were incurred only out of the utmost necessity. At the bottom: Thus done and resolved at Ternaten in Castle Orange, on the date aforesaid. Signed: Alexander Cornabé, and J: G: W: Heinrich, H: A. Johnson, G: W: van Renesse, F: B: Hemmekam, J: Boot, and H: A: de Chalmot. 91 92 Principal Secretary Renewal and swearing of the contracts by the King of Taroena. Present: The Honorable Governor Alexander Cornabé, The Commander of the Military Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Merchant and Fiscal Hendrik Ambrosius Johnson, Junior Merchant Gerardus Willem van Renesse, Francois Bartholomeus Hemmekam, Johannes Boot, and Hendrik Amelius de Chalmot, with the elected King of Taroena and all the Grandees of the Realm present. The King over the fiefdom of Taroena appointed this morning, Zacharias Dirk Rasubala, having been fetched from his dwelling by the qualified bookkeepers Johannes Guerinus Jonkers and Casper Voges and having appeared in the assembly, His Highness was informed in fitting terms by the Honorable Governor that, since he has now, at six o'clock in the evening, in the combined Council of Policy on Friday, the 26th of May 1780, been elevated to that dignity, he was now also obliged to renew, sign, and swear to the contracts entered into with his predecessors, which proposal was accepted by that petty feudal lord, and this ceremony having been performed according to custom, he was, while being admonished to conduct himself as a faithful vassal of the Honorable Company, complimented on his acquired dignity by the Honorable Governor and the other Council members, and was handed a silver-mounted command staff by the former as a sign of authority. Appointment of some grandees. Lastly, the following Grandees of the Realm over Taroena were also appointed upon taking the customary oath, namely Prince Jacob Parang as Jogugu, Cornelis Totop as Captain Laut, Franciscus Pangadean as Hukum. After which this meeting came to an end. At the bottom: Thus done and resolved at Ternaten in Castle Orange, on the date aforesaid. Signed: A: Cornabé, J: G: W: Heinrich, H: A: Johnson, G: W: van Renesse, H: B: Hemmekam, J: Boot, and H: A: de Chalmot. Tuesday 93 Postholder Gebhard and letter from the Prince Regent Present: The Honorable Governor Alexander Cornabé, Commander of the Military Johan Godlob Willem Heinrich, Merchant and Fiscal Hendrik Ambrosius Johnson, Francois Bartholomeus Hemmekam, Gerardus Willem van Renesse, Johannes Boot, and Hendrik Amelius de Chalmot. Initial reading was taken of the report Reading of a report from Tidore from the Ensign and Postholder of Tidore Gebhard, dated the 23rd of this month, and a translated letter from the Prince Regent Alum, dated today, both of the following contents: Report from Tidore made by me, the undersigned. The Sorohij, his son having come from Patanie, has Tuesday, the 27th of June 1780, at five o'clock in the afternoon, Council of Policy. spread rumors

Dutch transcription

89 den Aan den van Mangindano Gevlugten Schoolmeester Andries Anthonij tot de froijement in 26: dagen. 45: — lb: Rijst 3: — „ zout 4½ kann: Arak Apij en ¼. — Ed:s Contant Ook is geduurende deze mijne foijasie tot het maken van Cardoesen uit hoofde van gebrek aan Cardoes pa„ „pier en Cardoes Garen verstrekt en besteet. ½:— p„s Guinees br: bl: Cust 5/8: — Ed„s Contant, Mitsgaders tot inkoop van schrijftung besteet 1¾ rd„s voor 3: boek papier en 2: bosch schagten Als meede aan den Chirurgijn verstrekt 2/3 — p„s Guinees gem: Gebl: tot verband doek voor 3 1/3 maant 32: – kann: Arak tot Campher en Lavemont. . . „ 5 1/3 _o zijnde ook geduurende deze mijne afzending aan gedienstige zeetogten, na Ternaten, manado door geheel sangirs heb G'omploijeert mitsgaders aan de helpers in het hallen van drinkwater kappen van brand„ „hout, boejeren en wesmeer verspendeert. 3:– p„s Roemaals geruite groote Roode 2½ „ Guinees br: bl: Cust 2:- „ Salempoeris „ 48: — kann: Arak en 15: — rd„s Contant En 26 90 26 Meij 1780 geapprobeerd. En laastelijk zijn om alle besending ter zee met vlaggen te voorzien door mij daartoe ver„ „bruikt vlaggedoeken in zoort. p„s 3: — /:onderstond:/ Ternaten in't Kasteel orange den 28: April 1700. /:was getekend:/ Francois Bartholo„ „meus Hemmekam. Somma Sommarum van het voor en bovenstaande 253 1/24 rd„s Contant 2: 2/3 p„s Guinees Gem: Gebl: Cust _o bruin blauw „ 3: „ Salemp„s „ „ 2:— „ Roemals geruite groote roode 3: – „ 3:— „ vlaggen doeken in zoort 496½ kann: Arak Apij 17:– flessen Lequeren 24: — lb: waskaarsen 2:— „ specerijen 118:— „ zuijker poeder zuijker kandij 38: — „ Rijst „ 1335: — 75:— „ zout /:was getekend:/ F: B: Hemmekam is goedgevonden en verstaan de boven mede gegevene 80: rd„s daar bij opgebragte, Contanten, Lijwaten en Dispens waaren, uit de Administratien aan den Commissiant Hemmekam te laten vergoeden, vermits geconsidereert wierd dat dezes bekos„ „tigingen niet dan bij de uitterste noodzakelijkheid zijn gedaan. /:onderstond:/ den meester ge an aan brand„ ƒ /:onderstond:/ Aldus gedaan en Geresol„ „veert tot Ternaten in't Kasteel Orange dato voorschreven /:was getekend:/ Alexander Cornabé en J: G: W: Heinrich, H: A. Johnson, G: W: van Renesse F: B: Hemmekam, J: Boot en H: A: de Chalmot. 91: 92: „ p„l secretaris vernieuwing en beswering der Contracten door Taroenas koning. Present „. E:E: p„r Gesaghibler Alexander Cornabé, „agtin g daf dn elte Johan Godlob Wilhelm Hinrich, „lopma en van dat Fisaal Hendrik Ambrosius Johnson, „onderbonman e sel at erardus Willem van Renesse o. . . . . . . Francois Bartholomeus Hemmekam. Johannes Boot en y Hendrik Amelius de Chalmot, met de G'eligeerden Koning van Taroena en alle de presente Rijsgoten, Den heden morgen aangestelden Koning over het leenrijkje van Taroena Zacharias Dirk Rasubala door de gequalificeerde Boekhouders Johannes Guerinus Jonkers en Casper Voges van zijn woning afgehaalden in vergadering ver„ „scheenen zijnde, wierd zijn Hoogheid in gepaste termen door den E: E: Gezaghebber te kennen gegeven, dat, vermits hij tans 's avonds te ses uuren gecombineerde vergadering van Politie Vrijdag den 26„e Meij 1780. tot - _o. . tot die waardigheid verhoven nu ook verpligt was de Contracten met zijne voorzaten aangedaan, te vernieuwen te tekenen en te bezweeren welken voorslag door dat Leenheertje aangenomen en deze Ceremonie naar den Gebruike volbragt zijnde; wierd den„ „zelven onder vermaning van zig als een getrouw vasal van dE: Compagnie te gedragen door den E: E: Gezaghebber en de verdere Raadsleden met zijne verkregend waardigheid ge„ „complimenteert, en door den Eersten nog tot teken van gezag een met zilvere beslagenne Commando-slaf overhandigd. Aan stelling eeniger hoor. Laastelijk wierden ook de volgende Rijksgoten over Taroena onder het afleggen van den gewone Eed aangesteld, namentlijk de Prins Jacob Parang tot Djogoegoe Corne„ „lis Totop tot Kapitein Lauwt, Franciscus Pangadean tot Hoekum. Waar na deze vergadering een einde nam. /:onderstond:/ Aldus gedaan en Geresolveert tot Ternaten in't Kasteel Orange dato voorschreven /:was geteekend:/ A: Cornabé, J: G: W: Heinrich, H: A: Johnson, G: W: van Renesse, H: B: Hemmekam, J: Bood en H: A: de Chalmot. Dingsdag „den 9a Posthouder gebhard en Ramthar brief van den Prins Regent present den 8:e e: Geragsitber Alexander Cornabé, „agiten anho den Militie, Johan Godlob Willem Heinrich „ koopmana feligen vands fiscaael Hendrik Ambrosius Johnson D Eeeanden vinkelien Francois Bartholomeus Hemmekam oedede einmen ei metede Gerardus Willem van Renesje, Johannis Boot en „ _o „ Dispencier ƒ „ _=o „ bertris on r Hendrik Amelius de Chalmot Manvangkelijk is lecture genomen van den Berigt Lecture van een Brigt van Tesors van den vaandrig en Tidors Posthouder Gebhard, in dato 23: dezer, en een Translaat brief van den Prins Regent Alum, gedagtekend op heden beiden van volgonden inhoud: Berig van Tidor E door mij ondergeeteekende gedaan. Den Sorohij, sijn soon van Patanie gekoomen heeft Dingsdag den 27: Junij 1730. s namiddags ten vijf uuren vergadering van Politie uitgestroit E e„ an

NL-HaNA_1.04.02_3586_0550 view scan ↗

English

95 spread and said. The old exiled King had received a letter from the deceased Prince Regent Gaij Giera saying that neither people nor beasts wanted to have him back again, which was why he did not return, out of shame before his former subjects. The Regent told me, and had it told to me, by his confidant named Hassa. That all the notables of the realm of whom however only 5 or 6 are the chiefs together, wish to swear upon their faith, if the Honorable Lord Commander and Council wished to crown a King, they will jointly request to go to Batavia to fetch the old King back again; they likewise requested the Regent that he might agree with them, and will accept nothing if anything is presented to him. The Regent answered. Jogugu, if you can receive 5000 rixdollars with all honor and a good heart from someone, will you not accept it! Am I not a grandchild of Sultan Saij Fodien? But if the Honorable Company pleases to have it so, then I myself will go along to fetch the old King, then you, Jogugu, can govern the country during that time, but by the Honorable Company's order and on the Honorable Company's ship. When we arrive together at Ternate then speak up, and do not make a scene; when I became Regent here on Tidore you all also argued a great deal, and at Ternate in full assembly not the least word. Furthermore, many among the common people say that if Prince Gomalodien had been appointed Regent, then our popados would not long for the old one. 96 27 June 1780 On the 17th of this month, Saturday morning, when I was at the house of the Jogugu, the said first councillor of the realm asked me, in the presence of the sangaji Motte, what punishment was stipulated for those who departed quietly and without consent of their people to Batavia. I answered that I had no experience with that. Furthermore, much grief and vexation is caused to us Europeans; recently my draftsman had his kitchen utensils stolen; several soldiers on the post in broad daylight had the clothes they hung out to dry stolen; the soldier Oosterhaagen had his gun stolen from the gallery of the Prince Regent, which His Highness considers a great affront. The rear door of the post was smeared with human filth from bottom to top, a dead, half-rotten dog placed on the rim of the well, and more other vexations that we currently must endure. And through such incidents we could easily get into quarrels with them, and I and those under my command could fall into Your Honorable Disfavor. This I have found it my duty to report to Your Honors. Underneath was written: I shall always remain. Lower: Your Honors' completely faithful, obedient and most humble servant. Was signed: J. C. Gebhard. In the margin: Ternate, the 23rd of June 1780. Translation of a Malay letter written in Arabic characters by the Tidore Regent Prince Alam to the Honorable Lord Alexander Cornabé, provisional Commander, together with the Council of the Moluccas, reading as follows: Furthermore, I inform Your Honors that on the 26th of June there arrived here 6 kimalahas accompanied by the kimalaha of Togohia with 7 kora-koras, without giving notice of their arrival to me, the Regent, and they brought with them various weapons, with which they behaved very outrageously, which does not accord at all with the old custom; at the same time still uttering various spiteful words and not behaving at all according to the contents of the contract entered into with the Honorable Company; after that they came ashore showing all kinds of insolence, and took with them the Princes Nuku and Kamaluddin, as well as all their younger brothers, being grandchildren of the exiled old King; who were taken by them to the negorij of Toloa and Togohia, with all their goods. These actions were not only carried out by the aforementioned chiefs, but with the approval of the Jogugu and Hukum, for these latter two did not give me the least notice of the arrival of the aforementioned kimalahas, and after they had spoken with each other and taken counsel, they, those kimalahas, sent back their subjects and Princes, over which I am extremely astonished, while I was appointed Regent of the Tidore realm by the Company; and those chiefs now overstep their bounds so far, which is not permitted at all, and therefore I request Your Honors that Mr. Gebhard may still be sent hither this very day, with some force, in order to assist me, the Regent, in the name of the Company; while many evil and illicit discourses are being held here. Underneath was written: Written at Tidore in the King's Palace the 27th of June 1780. Lower: For the translation, was signed: C. v. Dijk, sworn translator. And it being perceived from the former that the principal chiefs of the Tidore realm had agreed among each other and wished to swear an oath, to have no other than the old King

Dutch transcription

95 den uitgestrooijt en gesegt. De oude versondene Koning hadde een Brief gekreegen van den overleden Prins Regent Gaij Giera dat nog Alenschen nog Beesten hem wederom hebben wilden, daarom quam hij niet we„ „derom, uit schaamde voor sijne gewesene onderdaanen. De Regent heeft mij gesegt, en seggen laeten, door sijn ver„ trouwling gen=t Hassa. Dat alle Rijksgrooten /:waar van egter maar 5:, of 6. de hoofden sijn:) te saamen, bij haaren geloof sweeren willen, indien de E: E: Heer Gezaghebber en Raad, een Koning wilde kroonen, sij gesaamentlijk sullen versoeken, na Batavia te gaan, om den ouden Koning wederom toe haalen, hebben den Regent vansgelijken versogt, dat hij met haar instemen mog„ „to, en niets sal aannemen indien hem iets gepresenteert De Regont heeft geantwoord. Poegoegoe als gij kont 5000: rd„s met alle Eer, en een goed hart, van iemand krijgen, saljese niet aannemen! ben ik niet een kinds-kind, van sultan saij fodien, dog als dE: Comp„s het getieft soo toe hebben, als dan wil ik selfst mede gaan, om den ouden Koning toe haelen, dan kont Geij Goegoegoe, onder die tijd het land Regeeren, dog met E: Comp„s ordre, en E: Comp„s schip. Als we te zamen op Ternaten komen spreekt dan, en raakt het niet, als doen ik Regent ben geworden hier op Tidor had Gijlieden ook veel geredeneert, en op Ternaten in volle vergade, „ring niet het minste Verders word door veele van den gemenen man gesprooken, in„ „dien Prins Gomalodien was Regent aan gesteld, dan souden onse Popados naarden ouden niet verlangen: den woord. 96 27 Junij 1780 den 17: dezer saturdag s' morgens, doe ik bij den Goegoegoe te huis was, vroeg gemelde eerste Rijksraad aan mij, in Presentie van den songhadje Motte, wat voorstraffe op die stond, welke in stilde en sonder Consent, van haar lieden na Batavia ver„ „trok. Ik heb geantwoord dat ik daar van geene ondervinding had. Verders word ons europeesen veel verdriet en spijt aan gedaan, korttelijks is mij tekenaar mij Combuis goed gestoolen ver„ „schijdene Militaire op de Post bij heelen daage, kleederen welke sij om te droogen langen, den soldaat Oosterhaagen sijn geweer, uit de gallerij van den Prins Regent, het welk sijne Hoog„ „heid voor een groot affrond aan merkt. De Bacherdeure van de Post met Menschen vuijligheid van onderen tot boven beschmeerd, Een dooden half verrotten hond, aan den Krans van de Put gelegt, en meer andere verdriet dat wij tegens woordig moeten leijden. Een door sulke gevallen kunnen wij gemakkelijk, met haar in krakeel geraaken, en ik met mijne onderhebbende in uwel Ed. Achtb: ongenade vervallen. Dit heb ik mijne verpligt gevonden uwel Ed. Achtb: toe rapporteeren /:onderstond:/ Ik sal altoos blijven /:lager:/ Uwel Ed. Achtb: gansgetrouw gehoorsame en ootmoedigste dienaar /:was getekend:/ J: C: Gebhard /:in margine/ Ternaten den 23: Junij 1780. Translaat Eener Maleidse brief met Arabische Caracters Geschreeven door Tidoons Regent Prins Alam aan den E: E: Heer Alexander Cornabé, p„r Gezaghebber benevens den Raad der Moluccos, aldus luidende Wijders geve ik uwelEd: Achtb: te kenne dat op den 26: Junij alhier aankwamen 6: kimelakas verzeld van den en nog die vergade¬ „ n 95 den desselfs in houd den Zimelaha van Togohia met 7: Kora Kooras, zonder van hun arrive mij Regent kennis te geven en bragten met hun diverse wa„ „penen, waar mede zij zig zeer buitensporig gedroegen, dat gans met de oude usantie niet over een komt; teffens nog uitende diverse spijtige woorden en zig geheel niet na den inhoud van 't aange„ „gane Contract met d'E Comp„e komen te gedragen; daar na kwamen zij aan land onder betoning van allerhande brutaliteiten, en namen met haar de Prinsen Noekoe en Kamaloedien, mitsgaders alle hunne mindere Broeders, zijnde kindskinderen van den verzon„ „dene ouden Koning; dewelke door hunlieden na de Negorij Toloa en Togohia zijn gebragt, met alle haaren goederen. deze gedoentens zijn niet alleen ter uitvoer gebragt door die voorschreven hoofde, maar met goedkeuring van den Djogoegoe en Hoekum, want deze twee laaste hebben mij niet de minste kennisse gegeven van de komst der voorgem: kimalakas, en na dat zij met el„ „kanderen gesproken hadde en geraat pleegt hebbende, zouden zij die Kimelahas, e„ met hun onderdanen en Prinsen, te rug, waar over ik mij ten uit„ terste verwondere, terwijl ik als Regent van Tidors Rijk door d' Compagnie ben aangesteld; en die hoofde gaan zig nu zo verre te buiten, het geen gans niet geoorloofd is, en daarom verzoeke ik uwel Ed. Achtbaare dat de Heer Gebhard van dezen dag nog mag herwaards gezonden werden, met enige magt ten einde mij Regent in naam van de Compagnie te assisteren; terwijl alhier veele kwaade en ongeoorloofde redenen gevoerd werden. /:onderstond:/ Geschreven tot Tidor in 's Konings Palijs den 27:„e Junij 1780. /:lager:/ voor 't Translaat /:was getekent:/ C: v: Dijk, gesworen Translateur. En uit het eerste ontwaard wezende dat de voornaamste Hoofden van het Tidorsche Rijk onder elkanderen opgestemd hadden en bezweren wilden, om geen anderen, als den ouden en

NL-HaNA_1.04.02_3586_0553 view scan ↗

English

98 27 June 1780. and exiled king as their Lord and thus by no means to recognize the newly appointed Regent as such; as well as that the common people had expressed that, when Kamaloedien was appointed as Panghoeloe, the Bobatosses would no longer long for their old king, and at the same time that the garrison had to endure all kinds of wantonness from insolent Tidorese. And after this, having seen from the second paper that yesterday six Kimelahas, accompanied by the Kimelaha of Togohia and seven korra-korras, had arrived at the main negorij of Tidore or place of residence of the Regent, and had committed many outrages there with various weapons brought with them, without even having given notice of their arrival to the aforementioned Regent; that they had further uttered spiteful words, and had not behaved in accordance with their promises made to the Company at all; that these chiefs had not stopped at this, but thereafter, coming ashore with some of their people while displaying all kinds of insolence, took the Princes Noekoe and Kamaloedien and their younger brothers along with the children of the exiled sultan with all his and their goods with them to the negorijs Toloa and Tagohia; and 99 27 June 1780. that the foregoing was carried out only with the full approval of the Djogoegoe Rahasoean and Hoekum Tadjoedien, because these two had not reported anything of the above-mentioned to the Regent and, moreover, had held an oral conference with the said chiefs; and on the decision taken thereupon, it was deemed strictly and most urgently necessary to make prompt provision in these affairs and also, upon his strong urging, to send a suitable bodyguard to the Regent for the protection of his person, which was no longer considered safe, the more so because through these far-reaching acts of wantonness and demonstrated apostasy and disobedience, not only the Regent but also the Company in the first place had been insulted and scorned in the most severe manner. From the non-appearance of the grandees of the realm and princes at this castle upon repeated invitation, and further from what was reported by Resident Koenes, in secret letters of the 12th of this month, that a large korra-korra manned by various Tidorese nations had committed many hostilities at Kottaboena, it was further and manifestly established that the Tidorese grandees have still not abandoned their former faithless conduct and have until now shown little inclination to believe the salutary warnings repeatedly given to them. For which reason, on the proposal of the Honorable Authority, it was approved and agreed, for the protection and complete reassurance of the Prince Regent, to dispatch at once to Tidore, with the two-masted sloop de Langmoedigheid, 100 27 June 1780. one ensign, one sergeant, two corporals, one drummer, and twenty-four soldiers, alongside one native ensign, one native sergeant, two native corporals, and twenty-four common Balinese, all properly armed and under the supervision of the secretary of this Council, de Chalmot; who was likewise instructed to invite the Regent and all the grandees of the realm once again in the friendliest manner, 101 27 June 1780. yet at the same time with notification of the Honorable Authority's and Council's utmost indignation in case of unwillingness, and an announcement of not wishing to answer for the fatal consequences of further disobedient and perjurious behavior, to come hither, in order to hear within Castle Orange what dispositions Their High Excellencies had taken regarding the Realm of Tidore as well as regarding the exiled King Djamaloedien and Crown Prince Garamahongij, and what further Their Highests' desires were with respect to that realm; while it was further resolved to have the pantjallings de Kruisser and de Kaneelboom, which are presently not employed in anything and are ready to sail, convoy the said sloop de Langmoedigheid and from there proceed further to in front of the negorijs Toloa and Tagohia, to remain cruising back and forth until further notice from commissioner de Chalmot before the said places, as being the hiding and gathering places of the rebelling and disobedient grandees of the realm, and thereby prevent any chiefs, being convinced in their own minds of their guilt, from absenting themselves from the Island of Tidore and going to Maba, Weda, Battanij, or the Papuans, for the execution of new plots.

Dutch transcription

98 27: Junij 1780. en verzonden koning voor hunnen Heer en dus in geenendeele den nieuw aangestelden Regent als zodanig te erkennen, zo mede dat het gemeene volk zig hadde uitgelaten, dat, wanneer Kamaloedien tot Panghoeloe was benoemde de Boba„ „tossen naar kunnen ouden koning niet meer verlangen zou„ „den en teffens dat de Bezettelingen allerhande baldadighe„ „den van vermetele Tidoresen moesten ondergaan; En hier na bij het mweede papier gezien zijnde, dat gisteren op de Hoofd Negorije van Tidore of Residentie-plaats van den Regent waren aangekomen ses Kimelahas, verzeld van den Kimelaha van Togohia en zeven Korra Korras, en aldaar, zonder van hun arrive eens kennis aan welmelden Regent te hebben gegeven, veele buitensporigheden hadden begaan met diverse door hun mede gebragte wapenen; datze zig voorts spijtige woorden hadden uitgelaten, en gansch niet gedragen naar hunne aan de Compagnie gedane beloften: Dat die Hoofden het hier bij niet hadden gelaten, maar daar na met enige van hun volk, onder betoning van allerhande brutaliteiten aan de wal komende, de Prinsen Noekoe en Kamaloedien Kins en hunne mindere Broeders nevens de Kinderen van den verzonden sulthan met alle sijne en kunne goederen n hun wa„ met aange„ kwamen namen alle verzon¬ Toloa edoent hoofde, ntens uit„ t Knaade aamste 99. den dende ontrouw der Tidorsche hoof: hadden medegenomen naar de Negorijn Toloa en Tagohia en dat dit vorenstaande niet dan met volkomene goedkeuring van den Djogoegoe Rahasoean en Hoekum Tadjoedien was ter uitvoer gebragt, vermits deze twee den Regent niets van het bovengemelde berigt en nog daarenboven een mondgesprek met de ged„e Hoofden gehouden hadden; en daar op genomen besldt zoo wierd als volstrekt en van de uitterste noodzakelijk, „heid geoordeeld in deze gedoentens een spoedige voorzie„ „ninge te doen en ook den Regent, op sijne sterke instantien; ter beveiliging van sijn persoon als die Wij niet langer zeker agtte eene Convenable Lijfdekking toetezenden, te meer door deze verregaande baldadigheden en betoonde afvallig- en ongehoorzaamheid, niet alleen de Regent maar ook de Compagnie in de eerste plaats ten allerstrek„ „sten beledigd en gehoond was. Uit het niet verschijnen van de Rijksgroten en „blijken van de nog aanhout Prinsen aan dit Kasteel, op de herhaalde nodiging, en voorts uit het gemelde door den Resident Koenes, bij secrete letteren van den 12: dezer dat een groote korra „korra bemand met diverse Tidorsche Natien, veele vijandelijkheden „den 100 27 Junij 1780. besluit om toe dekeking en gerust„ „„staande magt naar Tidor te depecheren desselfs verdere Commissie vijandelijkheden op Kottaboena hadden bedreven; Comsteerde alverder en klaarblijkelijk dat de Tidoosche Grooten nog al niet van hun vorig ontrouw gedrag hebben afgezien en tot heden nog weinig lust hadden geloof te geven aan de heilzame en aan hun bij reiteratie gedane vermaningen: alwaarom dan, op de propositie van den E: E: p„r Gezagheb„ „ber, goedgevonden en verstaan wierd, tot dekking en volkome„ stelling van Tidort Regent denevens „ne geruststelling van den Prins Regent, met de twee maste sloep de Langmoedigheid ten eersten naar Tidore aftevaardigen, Een vaandrig, Een sergeant, Twee Korporaals Een Tamboer en vier en twintig soldaten nevens Een Inlandsche vaandrig _o sergeant Een Twee _=o Korporaals en onder op zigt van den Secretrs de Chalmut vier en twintig gemeene Balijers, alle behoorlijk gear„ „meert en onder opzigt van den secretaris dezes Raads, de Chalmot; aan trien almede opgedragen wierd, om den Regent en alle de Rijksgrooten nogmaals op het vriende„ „lijkste, dog te gelijk onder opzigt van den secretaris dezes Raads, de Chalmot; aan wien almede opgedragen, wierd, om en k„ zie ntien; tan rek„ en 101 kruisser almede naar Tidor gede„ Langmoedigheid en ter verdere bekruissing langs de negorijen van Tisoran om den Regent en alle de Rijksgrooten nogmaals op het vriendelijkste, dog te gelijk onder kennisgeving van des E: E: p„r Gezaghebbers en Raads uiterste verontwaardiging bij onwilligheid, en aankundiging van voor de funeste gevolgen van een verder ongehoorzaam en meineedig Com„ „portement niet te willen instaan, tot de herwaards komst te inviteren, ten einde binnen het Kasteel. orange aantehoren welke dispositien Hunne Hoog Edelheden over het Rijk van Tidore zo mede over den verzonden Koning Djamaloedien en Kroonprins Garamahongij, hadden genomen, en met vorder Hoogstderzelver begeerte, ten opzigte van dat Rijk ware: terwijl alverder gearresteert wierd de dog tegenwoordig tot niets g'emplo„ de Pantjallings de faaneelboomen, „ijeert wordende en zeilree wezende Pantjallings de Kruisser ende pecheerde Convoij van de Caloepde Kaneelboom de ged„e sloep de Langmoedigheid te laten convoijeren de en van daar verder te laten stevenen tot voor de Negorijen Tolda en Tagohia, om tot nadere advestentie van den gecommitteerde de Chalmot, voor ged„e vlekken als de schuil en versamelplaat„ „sen der rebellerende en ongehoorzame Rijksgrooten zijnde, af„ en aan te blijven kruissen, en daar door voortekomen, dat niet het wigtender schlijn voronen eenige, van schuld bij hun zelven overtuigd zijnde, Hoofden, zig van het Eiland Tidor komen te absenteren en naar Maba„ Weda, Battanij of de Papoeas begeven, ter uitvoering van den 27 nieuwe „ber

NL-HaNA_1.04.02_3586_0557 view scan ↗

English

June 1780. It was, however, deemed fit and resolved, on the occasion that three Company vessels departed for Tidore, to provide the post of Tobo Tobo, which has been stripped of everything since the departure of the exiled king, both for the purpose of firing salutes for the Regent or a future Sultan, and for the defense of the garrison there, with: Three cannons, each of 2 lb. balls, One hundred and fifty canister shots, One hundred round and crossbar shots, and Two hundred pounds of gunpowder, all under the further accountability of Postholder Gebhurd. It was likewise understood to authorize the Honorable Governor, beyond the fact that native affairs are mostly and primarily his Honor's responsibility, to make all further necessary arrangements in this affair, since it is entirely impossible, upon the occurrence of any new incident and upon all, and at times even during the night received, tidings, immediately to convene a meeting, and delay could give rise to disastrous consequences. Lastly, upon the received news that the Celebes waterways were also not clear and safe, it was judged unadvisable to dispatch a pantchiallang to Manado or Quandang, and therefore resolved, pursuant to the authorization granted by Their High Excellencies in their secret letters of 31 December of the past year, to retain the ship Westfriesland here, and also to have the annual demands for Manado, Quandang, and Gorontalo conveyed by the said vessel. Done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Signed: Alex. Cornabé, J. G. W. Heinrich, H. A. Johnson, H. B. Hemmekam, G. W. V. Renesse, J. Boot, and H. A. de Chalmot. Tuesday, 11 July 1780. In the morning at nine o'clock, Meeting of the Council of Policy. Present: The Honorable Governor Alexander Cornabé, Captain of the Militia Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Merchant and Chief Warehouse Keeper Hendrik Ambrosius Johnson, Junior Merchant and Shopkeeper Francois Bartholomeus Hemmekam, Junior Merchant and Fiscal Gerardus Willem van Renesse, Junior Merchant and Dispenser Johannes Boot, and Junior Merchant and Secretary of Policy Hendrik Amelius de Chalmot. From a letter received this morning from the present commissioner at Tidore, Weijdemuller (whom the Honorable Governor had sent thither on the 6th of this month to relieve the Secretary of this Council, as the Council could no longer dispense with his services, especially as the departure of the ship Delfshaven was at hand, for the further settlement of the Tidore affairs), dated yesterday, it was noted that the day before yesterday about five hundred common subjects from the villages of Toloa and Togohia had arrived at the main village of Soasio and had paid homage to the Regent; likewise, that there appeared before that ruler and the Commissioner the Princes van der Parra, Mossel, Djamaloedien, and Dati, brother of Kamaloedien, alongside the following grandees of the realm, namely: The Sowohi Salahoedien, Lieutenant Talaboedien, Shahbandar Tahanij, Lieutenant Sabia, Ensign Pahaboedien, Kimelaha Soaknerra Lokman, Khatib Lieutenant Dinial, Mohiboedien, envoy of the exiled king, and The Kimelaha of Togohia, Keke, and Base; and furthermore, that at the urgent request of the Regent, they had been dispatched hither on the sloop De Langmoedigheid and the pantchiallang De Kruisser, but that nothing had yet been heard of the Princes Noekoe and Hamaloedien, alongside the Jogugu, the Hukum, and the remaining head rebels. It was thereupon submitted by His Honor for the consideration of the Council members whether it would be better to immediately separate the guilty among the above-mentioned persons and place them under arrest, or to let all of them go about freely until all the remaining ones should also have arrived, or else to arrest all of them at once. Thereupon, after mature deliberation, it was unanimously approved and resolved, since apart from the Sowohi and his two sons Talaboedien and Mohiboedien none of the ringleaders were among the arrived group, to permit them for the present to disembark without arrest, to have them appear in the assembly, and thereafter to let them lodge in the Company's garden, with permission to go wherever they please provided they do not absent themselves from the island. Furthermore, it was decided that, after administering sharp reproaches to the Princes and grandees for their demonstrated defection and extreme disobedience toward their Regent and the Company, and communicating that this Government will absolutely not make any disposition concerning the realm of Tidore before all the remaining Princes, grandees, and chiefs, both spiritual and secular, have arrived on Ternate and appeared in the assembly, there shall be distributed to them for some maintenance, in reliance upon Their High Excellencies' approval, forty rixdollars, namely: 5 rixdollars for each Prince, and 2 rixdollars for each grandee of the realm, and this in consideration of

Dutch transcription

102 Junij 1780. drie kanens voorsien, en daar toe no= eidige ammunitie „ber nieuwe baldadigheden Dog wierd goedgevonden en besloten, bij deze occasie dat 'er drie Comp„s vaartuigen naar Tidore vertrokken, de Post Tobo Tobo, die zedert het depart des verzonden ko„ de Post Tobbo Tobbo weder met nings, van alles ontbloot is geworden, zoo tot het doen van salut-schoten voor den Regent of een aanstaanden sulthan, als ter defensie voor de Bezettelingen aldaar te voorzien met drie Kanons ieder van 2 lb: bals Een honderd en vijftig druiven Een honderd rond en Langscherp en Twee honderd ponden Buskruit, het een en ander tot nadere verantwoording van den Posthouder Gebhurd; terwijl almede verstaan wierd, den E: E: p„r Gezaghebber, behalven dat de qualificatie aan den E: E: p=r geragtb: Jn landsche zaken dog meest en voornaamlijk tot sijn Ed„e verantwoording zijn, te qualificeren, om alle de verdere nodig zijnde, schikkingen in deze affaire te willen bezor„ „gen, vermits het volstrekt onmooglijk is, om bij op„ „koming van het een of ander nieuw incident en op alle, en zointijds nog wel bij nagt ontvangen wordende tijdingen aanstonds vergadering te beleggen en door„ „dralen, funeste gevolgen zouden kunnen ontstaan. Laatstelijk is op de ingekomene tijding, dat de 27 en het gin welk plaat„ 103 Het schip Westwrieflans naar Manado en Quandang aangelegd de Celebesche vaarwateren ook niet zuiver en veilig waren, ongeraden g'oordeeld een Pantjalling naar Manado of Quan„ „dang te zenden, en dierhalven besloten, ingevolge van Hunner Hoog Edelheden gegevene qualificatie Hoogstderzelver Secreete Letteren van den 31:' December ann praeteritihet schip westfriesland hier aantehouden, mitsgaders door ged„e Bodem der Jaarlijksche Eisschen voor Manado, Quandang en Gorontalo over te laten brengen. /:onderstond:/ Aldus gedaan en Geresol„ „veert tot Ternaten in't Kasteel Orange dato voorschreven /:was getekend:/ Alex„ Cornabé, J: G: W: Heinrich, H: A: Johnson, H: B: Hemmekam, G: W: V: Renesse, J: Boot en H: A: de Chalmot. L Weij Weijs 104 Weijdemuller a E: b: e„ Graghebber Alexander Cornabé, „kagitienen Ras de Melitie Johan Godlob Wilhelm Heinrich, „ Comea en Reigen Malier a Hendrik Ambrosius Jchnson, „ _=o Gibaat en Winkelier Francois Bartholomeus Hemmekam, „ onderkomane bolij athel Gerardus Willem van Renesse, _„o Dispencier Johannes Boot en _„o „ secrtani van Pete Hendrik Amelius de Chalmot, Uit een dezen morgen ontvangene brief van den presen„ Brief van den Commissiant „ ten Tidors Gecommitteerde Weijdemuller (als die de E: E: p„r Gezaghebber op den 6: dezer ter aflossing van den secretaris dezes Raads, om reden denzelven niet langer hadde kunnen ontberen, te meer het vertrek van het schip Delfshaven op handen was, naar derwaarts hadde gezonden ter verdere afdoening der Tidorsche affaires. ) gedagtekend opgisteren, gezien wezende, dat eergisteren wel omtrent Dinsdag den 11„e Julij 1780. 's morgens te negen uuren vergadering van Politie vijfhonderd waren, quan„ er 9: „ E present 105; inhoud van die brief de op gesondene vijfhonderd gemeene onderdanen van de Negorijen Toloa en Togohia naar de Hoofd-Negorij Soasio waren afgekomen en den Regent hulde hadde bewezen, zo mede dat zig insge„ „lijks bij dien vorst en den Commissiant vertoond de Princen van der Parra, Mossel, Djamaloedien en Dati, broeder van Kamaloedien, nevens de volgende Rijksgrooten, naamlijk: de sowohe Salahoedien „ Luitenant Talaboedien „ Sabandhar Tahanij „ Luitenant Sabia vaendrig Pahaboedien „ Kimelaha Soaknerra Lokman „ Hatibie Luitenant Dinial, Mchiboedien, zendeling van den verzonden Koning en de Kimelaha van Togohia, Keke en Base, en voorts dat dezelven, op het instandig verzoek van den Regent, met de sloep de Langmoedigheiden Pantjal„ „ling de Kruisser, waren naar herwaards afgevaardigd, dog dat van de Prinsen Noekoe en Hamaloedien nevens den Dijgoege„ Hoekum en verdere Hoofdrebellen, nog niets te horen was; zoo wierd door sijn E: E: aan de Raadsleden in Consideratie Consideratie der Raasmwegins gegeven, of het beter zoude wezen van de bovengemelde personen, aanstonds de schuligen uit te nemen en vast de211 te 106 Julij 1780 „rest te laten en logis in sComp: tuum te geven mits beloften van zig niet van dit eijlans te zullen absenteren en groten „venstaande eenige Contanten tot levens on „derhoud aan dezelve afgegeven te zetten, of den een met den anderen vrij en frank, tot dat alle de resteerende mede zouden opgekomen wezen te laten gaan en staan, dan wel alle te gelijk te arresteren, en daar op, na rijpe deliberatie met eenparige stemmen goed gevonden en besloten, om vermits, buiten de sowohe en en besloten om dezelve buiten an sijne beide soons Talaboedien en Mohiboedien, nog geen eene der belhamels onder den gekomen troep was, se voor eerst alle buiten arest van boord te laten komen, in vergadering te laten verschijnen en daar na in 's Comp„s Thin te laten wonen, met vrijlating om te gaan waar het hun welgevalt, mits zig niet van het Eiland absenterende, terwijl verder g'arres„ „teert is, om, na gedane scherpe verwijtingen aan de Pimsen Reproche aan de voorm: Brinssen en Grooten, wegens hunne betoonde afvalligheid en verregaan„ „de ongehoorzaamheid aan hunnen Regent en de Com„ de Communicatie van het nepagnie en Communicatie, dat deze Regeering volstrekt de dispositie omtrent het Rijk van Tidore niet wil uitten„ voor dat alle de overige Peinsen, Rijksgrooten en Hoofden, zoo geestelijke als weereldlijke, op Ternaten zullen wezen gekomen en in vergadering gecompareert, aan denzelven tot eenig levens onderhoud in vertrouwen Hunner Hoog Edelheden approbatie aftegeven vartig Rijksd„s, als: Rd„s 5: voor ieder Prins en „ 2: voor ieder Rijksgroot, en zulks uit aan„ „merking W en lijk: tie de vast

NL-HaNA_1.04.02_3586_0562 view scan ↗

English

for the reason stated here. Appearing in the meeting, the request made by Prince van der Parra, content for reasons The Honorable Acting Commander hands over, remarking that the grandees of the realm and especially the princes had lost everything on Toloa, where their belongings had been brought, and were left with nothing but a few poor cabajas, and also to remove all further suspicion and fear from them. The aforementioned persons, who in the meantime had been brought from on board, were thereupon admitted into the council chamber and presented with the matters as described above; whereupon they offered in their excuse that they had indeed been forced out of necessity and fear to follow the largest group, to which Prince van der Parra further added that he, together with the Princes Mossel and Baba Daha Tauripi, had departed from here upon receiving reports that the people of Toloa and Togohia had taken their goods, and moreover their wives and children, on the roads towards Toloa, which had then been the reason that they had departed suddenly and in silence for Toloa in order to join their wives. The Council, contenting itself with this excuse of the princes, since it was itself well convinced that they, being almost still children, bore little guilt for the entire rebellion, and also showing itself satisfied with the excuse of the grandees, the Honorable Acting Commander handed over the determined sum of the aforementioned amount; furthermore, at their urgent request, permission was granted to them to dispatch an open letter to Tidore to summon their wives and children, as well as to give notice of their experiences here, this evening with the Company's missive. Lastly, it was resolved to incorporate herein the report prepared by the First Clerk Duir by order of the Honorable Acting Commander regarding what occurred at Toloa, as well as the Act of Amnesty already approved and signed on the 5th of this month, and also given to Weijdemuller. Report of what occurred at Toloa on 4 July 1780. At one o'clock in the night, in order to confront the rebellious Tidorese grandees who had fled to Toloa, the Honorable Commander of the Moluccas, Alexander Cornabé, accompanied by various high and low ranking officers, arrived before the village of Toloa with fourteen rowing and sailing vessels, namely barge, boat, padewakang, and kora-koras, accompanied by a considerable force of military, seafarers, Ternatans, Alfurs, Sangirese, and Macassars, besides a large number of volunteers. He immediately made inquiries with the Commissioners Hammekam and De Chalmot regarding the condition and disposition of the aforementioned rebellious Tidorese grandees, and having been fully enlightened thereon, the landing took place immediately upon His Right Honorable's orders without the slightest commotion, and this having been accomplished before the break of day, His Right Honorable's force was seen to consist of: 1 Military Captain 1 Merchant and Fiscal 1 Junior Merchant and Secretary 1 Translator 2 Qualified Bookkeepers 1 Assistant 2 Shipmasters 1 Military Ensign 1 Chief Surgeon 2 Sergeants 5 Corporals 24 Grenadiers 32 Fusiliers 2 Trumpeters 3 Drummers 3 Fifers 46 European seafarers Balinese: 1 Lieutenant 1 Sergeant 2 Corporals 32 Privates 17 Macassars 160 Ternatans 440 Alfurs 50 Sangirese 53 Volunteers amounting together to 884 heads. The militia and native troops being positioned in proportion to the situation of Toloa, which was also entirely effected before the break of day, the reveille was heard beating at five o'clock and after that the blowing of the trumpets, which His Honor had done solely to signal to the Tidorese that he had arrived there, since the Fiscal Hemmekam testified that he had already informed the Tidorese that if they remained unwilling to obey the orders of the Company, His Honor in person would come to subdue them; And since none of the Tidorese came down to appear before His Honor, His Honor deemed it advisable to send someone to them to deliver the letters from the Company and His Highness the King of Ternate, for which the Fiscal Hemmekam offered himself in the first place, who thus, in order to show the Tidorese that no bloodshed was intended if they were to submit and come to His Honor on the beach, went up unarmed, accompanied by the Translator Van Dijk, the First Sworn Clerk Deur, Sworn Clerk Klingbeil, and the Arab writer Ramalan, finding the Gugugu and a few other grandees dispersed while the common people were armed and on foot everywhere, who nevertheless assembled upon the friendly invitation of the said Fiscal Hammekam, and after the aforementioned letters had been read to them by the writer Ramalan, the repeatedly mentioned Fiscal invited the aforementioned grandees in the friendliest manner to the beach, but they could not be persuaded to do so, claiming that this should not be done by one or two, but by them collectively, and that they should therefore wait until they had all gathered together. Before Hammekam had even reached the beach to report his encounter to His Honor, the Ternate Alfurs already began to attack upon the throwing of arrows and assegais by the Tidorese from the scrub, which was later also joined by the military, seafarers, Balinese, Sangirese, and volunteers.

Dutch transcription

den om reden hier nevens Compareren in vergadering het bij gevragde door Prins van der Para te vreden om reden de E: E: p=r gezaghebber steld hand merking de Rijksgrooten en voornaamlijk de Prinsen alles op soloa, alwaar hunne goedertjes gebragt waren, hebben in„ „geschoten en niets als een paar slegte Kabaij en overgehouden en teffens, om hun allen verderen argwanden vrese te benemen De vorenstaande personen, die intusschen van boord wa„ „ren afgehaald, wierden hier op binnen de vergaderzaal gead„ „mitteert en het een en ander, invoegen voorschreven, voorgehouden; waar op dezelven tot hunne verontschuldiging in bragten, datse wel den grootsten hoop, uit nood en vreese hadden moeten vol„ derzelver veront schuldig en „gen, waar bij Prins van der Pavra nog voegde dat hij nevens de Prinsen Mossel en Baba Daha Tauripi van hier vertrok„ „ken was, op de bekomene berigten, dat de volkeren van Toloa, en Togohia hunne goederen en boven dien nog hunne vrouwen en Kinderen hadden wegen naar Toloa mede ge„ „nomen, 't welk dan de reden was geweest, dat se zig subit en in stilte hadden op reis en naar solda begeven, ten einde zig bij hunne vrouwen te vervoegen. De Raad zig met dit excuus der Prinsen te vreden de Raad houd zig met die oxins houdende, om reden se zelve wel overtuigd was, dat deze, als bij na nog kinderen zijnde, weinig schuld aan de geheele Rebellie hadden, en ook zig Contant betonende met de veront„ „schuldiging der Grooten, stelde de E: E: p„r Gezaghebber van de voorm: somme ter aanken de bepaalde som ter hand; wordende hen voorts, op hunne instantie toegestaan, om een open brief naar Tidore, ten ontbod kunner vrouwen en kinderen, zomede ter 11 VV 108 17 Julij 1785 om en per brief naar Tidor te mo= „gen schrijven. „gevallene op Tolva permissie aan hen verleend ter kennisgeving van hun wedervaren alhier, dezen avond met Comp„s missive te mogen depecheren. Laatstelijk wierd verstaan bij dezen in te lijven, Relaas van den Eersten gezw: het door den Eerste Klerk Duir, ter ordre van den E: E: klerk Durs nopens het voor: p„r Gezaghebber vervaardigde Relaas nopens het voorge„ „vallene te solda en teffens de op den 5. dezer reeds geapprobeerde en ondertekende, mitsgaders aan weijdemuller mede gegevene Acte van amnestie Relaas van het voorgevallene te Tolda op den 4„e. Julij 1760. snagts om een uur kwam om de naar Toloa uitgewekene en Rebellerende Tidoresen groote het hoofd te bieden met veertien Rouij en schip vaartuigen, te weten. Schuit, Boot, Padewakan en Korra Korras verselt van een aansienelijke magt, Militairen, zeevarende, Ternatanen, Alfoeren, sangi„ reesen en Maccasaren buiten nog een groot aantal vrij willigers, Den E: Heer Gezaghebber der Moluccos Aleran„ „der Cornabé verselt van diverse hooge en lage officieren voor de Negorij Toloa dede Terstond bij de Commissianten Hammekam en de Chalmot in formatie na den toestand en de gesindheid der voorm: rebillerende Tidorese grooten, ende daar van in het Breede G'Elucideert zijnde geschiede op zijn wel Edele Achtb: bevel terstond zouden de minste beweging de landing ende zulks nog voor het aanbreken van den dag volbragt wezende, zag men zijn wel Ed. Achtb:s magt te bestaan in: 8. den uden wa„ gead„ ehouden; e, datse vol„ nevens trok„ bit 109 den 11 1: kapitein Militair 1: koopman en fiscaal 1: onderkoopman en secretaris _o „ Translateur 1:- 2: Gequalificeerde Boekhouders 1: assistend 2: schippers 1: vaendrig Militair 1: opperchirurgijn 2: sergeants 5: korporaals 24: Granadiers 32: fusiliers 2: Trompetters 3: Tamboer 3. pijpers 46: Europese zeevarende 1: Luijtenant. . 1: Sergeant Baliers. 2: korporaals 32: Gemeene 17: Maccassaren 160: Ternatanen 440: Alfoeren 50. Sangiresen 53. Vrijwilligers ofte zamen in 884: koppen. Wordende de Militie en inlandschen troupen naar proportie der situatie van Toloa geposteert, het geen mede nog alles voor het aanbreken van den dag G' deffectueert zijnde, hoorde men om vijff uuren de refelije slaan en daar na het geblaas der Trompetten, 't geen zijn Ed. eenlijk het doen om aan den Tidoresen 110 Julij 1780 Tidoreesen zoo veel als te kennen te geven, dat aldaar was aan„ „gekoomen, vermits de Fiscaal Hemmekam beluigde de Tidoresen bereets te kennen te hebben gegeven, dat bij aldien zij onwillig ble„ „ven om aan de bevelen van de Comp te obedieren, zijn Ed. in persoon haar zoude komen bedwingen; En dewijl niemand der Tidoresen af quam om voor zijn Ed. te verschijnen vond sijn Ed. Raadsaam iemand ter overrijzing der brieven van de Comp: en zijn Hoogheid den Koning van Terna„ ten tot haar te zenden, waar toe dan in de Eerste plaats den fiscaal Hemmekam zig aanbood, die dus om de Tidoresen te Thoonen dat het op geen bloedstorting aangelegd was, bij al„ „dien zij haar quamen te submitteren, en bij zijn Ed: aanstrand te koomen, ongewapend vergeselschapt van den Translateur van Dijk, de Eerste gesw: klerk Deur, Gesw: klerk klingbeil en arabische schrijver Ramalan naar boven is gegaan, de Goegoegoe, en nog eenige weinige groote ver„ „spreid naar het gemeen alomme gewapend op de been vindende, die dog egter op de vriendelijke nodiging van ged„e Fiscaal Hammekam bij een zijn gekoomen, en na dat de voorm: brieven door den schrijver Ramalan aan de„ „zelve was voorgelesen, heeft meerm: Fiscaal de voorn: groo„ „ten op het vriendelijkste na strant geinviteert, dog deze waren daar toe niet te bewegen, voorgevende dat zulks niet door een ofte twee, maar door hen gesamentlijk moeste geschieden, en dat daarom gewagt diende te werden tot dat zij alle bij den anderen waren versamelt. Voor dat hij Hammekam nog aan strant was, om zijn Ed. van zijn ontmoeting verslag te doen begonnen de Ternaatse Alfoeren reits uittevalen op het gegooij van pijlen en assagaijen door de Tidoreesen uit het kreupel bosch, het geen ook na„ „derhand door de Militaire, zeevarende, Baliers, sangiresen vrijwilligers tie bla den

NL-HaNA_1.04.02_3586_0566 view scan ↗

English

the volunteers, and upon the shooting of the Tidorese with cannon this was likewise pursued, except for a certain number who remained posted on the beach near the Honorable Commander for the preservation of the important landing post and some cannon that had been placed there. It should also be noted here that this attack, through the leadership and encouragement of the Honorable Commander, had such a good outcome that not only were many of the Tidorese killed and all driven into the mountains, but also the entire settlement with all their strongholds was sacrificed to the fire and burned down to the ground, with each of the warriors and adventurers taking as booty whatever pleased them, yes, even including kora-koras and smaller vessels, so that nothing worthy of name was left behind. And having paused no longer than until noon, this attack, God be praised, ended without a single fatality on our side, though with some wounded, everyone having acquited themselves quite well, and on that occasion particularly some armed sailors who were led by skipper Den Hartog; and everyone, by order of the Honorable Commander, returned to their assigned vessels, and arrived safely with them at Ternate at eight o'clock in the evening, after His Honor, before the departure from Toloa, had sent back the secretary De Chalmot together with Ensign Schilders and a good number of both European and Balinese soldiers to the residence of the Prince Regent for his protection. Was signed: G: F: Dowr. Alexander Cornabé, Commander, together with the Council of the Moluccas, send greetings and make known: July 1780 Whereas the Tidorese have shown themselves so insolent as to remain entirely refuse, upon the friendly admonitions of the Commander and the Council of the Moluccas, to come over here from Toloa, where the principal grandees and princes had fled; to the extent that the Commander was obliged to proceed thither with a considerable force in order, if feasible, to induce them to come over to Ternate, and also shortly after his landing at Toloa aforesaid attempted, through verbal messages delivered on his behalf to the princes and the grandees assembled there with weapons in hand, to persuade them to submission and thus prevent the shedding of innocent human blood; and they, the fugitive princes and grandees, instead of listening to the Commander's repeated friendly and peace-loving exhortations, chose to let the poor subjects feel the weight of the combined arms of the Company and those of the excellent King of Ternate, having provoked and, as it were, challenged them to this in a most audacious and insulting manner, so that the beautiful and mighty settlement of Toloa was destroyed, reduced to ashes, and many Tidorese were killed and wounded in yesterday's action; And whereas it has become fully evident to the Commander and Council of the Moluccas that the subjects, who were previously always well-disposed to the Company, were incited to take up arms by some of the princes and grandees under the pretext that the regent recently appointed by us as Regent of Tidore, Prince Alam, governed them poorly, without presenting their complaints regarding this to the Commander and Council until after they had already taken up arms; carefully concealing their desire to proclaim, without the prior knowledge of the Commander and Council, a certain Prince Kamaloedien as Regent and even as King over the realm of Tidore, who is known to us only for his bad sentiments toward the Company, and to cast from the throne the aforementioned Prince Alam, who is in every way well-disposed and highly to be praised for his excellent qualities. Thus it is that the Commander and Council, in consideration of all this, and intending the restoration of the disturbed peace on Tidore, and wishing for good reasons no longer to remember the punishable actions of the misled subjects, promise amnesty to all, provided that they come to lay down their arms, acknowledge the Company and also Prince Alam as their masters, and henceforth keep themselves peaceful and quiet as befits good subjects, leaving the appointments of government to the Company and their prince; also that they surrender to the Company all the fugitive princes and grandees who incited the taking up of arms against the Company, and furthermore all such suspect persons as shall in due time be demanded; whereas upon rejection of this our amnesty and further adherence to the rebelling leaders, the subjects may be assured not only of our utmost indignation, but also of their total ruin. And so that no one may pretend any ignorance hereof, and that our beneficial intention may be fulfilled, this is confirmed with the Company's Great Seal and our usual signature, and also published and posted everywhere in the settlements of Tidore and in their local language. Below stood: Given at Ternate in Castle Orange, the 5th of July 1780. Was signed: Alexander Cornabe, J: G: W: Hemnrich, H: A: Johnson, F: B: Hemmekam, G: W: van Seneessel, J: Boot. In the margin: The Company's Great Seal pressed in red wax, and written beside it: In the absence of the Secretary of Policy, was signed: G: I: Durr, sworn clerk. The 11th Being

Dutch transcription

111 den v7 vrij willigers zij &„s op het schieten der Tidoresen hit het Canon insgelijks wierd agtervolgt, tot op een bepaalt getal na die aan„ „strand bij den E: E: Heer Gezaghebber ter bewaring der im„ „portante landings Post en eenig Canon dat aldaar geplaatst was geposteert zijn gebleven. Dienende hier bij nog te werden g'annoteert, dat deze attac„ „que, door het beleid en aanmoedieging, van den E: E. Heer Gezag„ „hebber van zodanigen goeden uitslag is geweest, dat niet alleen veele der Tidoreesen gesneuvelt, en alle tot in het gebargte gedreven maar ook de geheele negorij met alle hunne vastigheden aan het vuur opgeoffert en tot de grond toe afgebrand is, ma„ „kende een ijder der krijgers en avanturiers wat hun aanstont tot buijt, Ja zelfs tot korras koras en mindere vaartuigen in Clusive, in voegen er niets naam waardigs is overgebloven; En met het een en ander niet langer dan tot den middag gepau„ „seert hebbende, heeft deze attacque God zij. gelooft zonder een doode van onzen zijde, dog eenige gequesten daar mede een einde genomen, hebbende een ieder zig vrij wel gekweeten en bij die gelegenheid uitgemeent eenige gewaktende matroosen die door schipper den Hartog zijn aangevoerd geworden en heeft zig een ieder ter ordre van den E: E: Heer Gezaghebber weder op hunne bescheidene vaartuigen begeven, en zijn daar mede des avonds te agt uuren, behouwden op Ternaten gearriveert, na dat zijn Ed. voor het vertrek van Toloa den secretaris de Chalmot nevens den vaandrig schilders en een goed getal zoo Europese als Balische Militairen ter bescherming van den Prins Regent naar deszelfs residentie plaats had te rug gesonden. /:was getekend:/ G: F: Dowr. Alexander Cornabé p„m Gezaghebber nevens den Raad der Moluccos salut doen te vermits weeten. ƒ O 110 July 1780 Vermits de Tidoresen zig zoo vermitel hebben getoond, van op de vriendelijke vermaningen van den Gezaghebber en den Raad der Moluccos, om van Tolda, alwaar de voornaamste Rijksgrooten en Prinsen zig geaufugeerd hebben naar herwaards op te komen, geheel en al weigeragtig te blijven; in zoo verre dat de Gezaghebber zig met een tomelijke mogt naar derwaarts heeft moeten begeven, om, ware het doenlijk ken tot de overkomst naar Ternaten te bewegen, en ook nog kort naar zijne landing te Toloa voormeld getragt heeft door monde„ „linge boodschappen zijnen twege de Prinsen en de daar met de wapenen in de vuist verzamelde Rijksgrooten gedaan, tot submissie over te halen en dus voor te komen het plengen van onschuldig menschen bloed; & en sij, de geaffugeerde Prinsen en Rijksgrooten, in steede van naar 's Gezagheb„ „ber herhaalde vriendelijke en vreedelievende adhortatien te luisteren verkozen hebben den Armen onderdaan te laten gevoelen het gewigt der gecontineerde wapenen van de Compagnie, en die van den voortreffelijken koning van Ternaten door hen Prinsen en Rijksgrooten op eene aller stout„ moedigste en hoonende wijze daar toe getergd en als uit„ „gedaagt, in voege dat de schone en magtige Negorij Toloa verwoest, in assche gelegd, en veele Tidoreesen bij de actie van gisteren gesneuveld en gekwetst zijn geworden; En daar het den p„r Gezaghebber en Raad der Moluccos ten volle gebleken is dat de anders der Compagnie bevorens altoos toegedaan geweest zijnde onderdanen tot opvatting der wapenen door sommigen uit de Prinsen en Rijksgrooten zijn opgekitst onder voorwendzel dat de Jongst door ons tot Regent van E Tidore aangestelde Regent Prins Alam hen k walijk regeerde zonder hunne klagten dienwegens den p„r Ge„ „zaghebber en Raad voortedragen dan na dat de wapenen reets opgevat hebben gehad; zorgvuldiglijk verbergende hunne begeerte t rug en te s 113. begeerte om, buiten voorkannis van den Gezaghebber en Raad tot Regent en zelfs tot Koning over het Rijk van Tidore uit te roepen, zeekeren Prins Kamaloedien bij ons alleen bekend wegens sijne slegte gevoelens voor de Compagnie, en van den Troon te bonzen voorgewaagde, allezins wel gezinden en om zijne voortreffelijke hoedanigheden zeer ter prijzene Prins Alam. zoo is 't dat de Gezaghebber en Raad uit overweging van dit alles, en de herstelling van de op Tidore verstoorde, rust bedoelende en om reeden niet meer willende gedenken aan het strafwaardig gedoente der misleide onderdanen, aan allen amnestie beloofd mits de wapenen komen neder te leggen, de Compagnie en ook den Prins Alam voor hunne meesters erkennen en zig voortaan gelijk goede onderdanen betaamd vree„ „dig en stil thouden in de bestellingen van Regeering aan de Compagnie en hunnen vorst overlaten, ook aan de Com„ „pagnie overleveren alle de gevlugte Prinsen de Rijksgrooten die het tot opvatting van wopenen tegen de Compagnie opge„ „stookt hebben en voorstalle zulke suspecte personen als in der tijd zullen op g'eischt worden. terwijl bij verwerping van deeze onze Ammunitie en verdere aankleving aan de rebellerende hoofden de onderdanen verzekert konnen weezen van onze uiterste indignatie niet alleen maar ook van hunne totale ruine. En op dat niemand hier van eenige ignorantie preten„ „deere, mitsgaders aan ons heilzaam oogmerk voldaan werde word dezen met Comp„s Groot zegel en onze gewone handtekening be„ „kragtigd, mitsgaders alomme op de Negorijen van Tidore en derzel„ „ver landtale gepubliceert en geaffigeert. /:onderstond:/ Gegeven tot Ternaten in 't Kasteel orange den 5: Julij 1780. /:was getekend:/ Alexander Cornabe, J: G: W: Hemnrich, H: A: Johnson, / F: B: Hemmekam, G: w: van Seneessel, J: Boot. /: in mar„ „gine:/ in 's Comp„s Groot zegel gedrukt in rood lak, en daar bij geschreven mitsabsentie van den secretaris van Politie /:was getekend:/ G: I: Durr„ E: G: Klerk. den 11 Wordende

NL-HaNA_1.04.02_3586_0569 view scan ↗

English

114 July 1780 It being also decided to approve the account produced by the Fiscal and designated Commissioner to Toloa, the Honorable Hemmekam, of the following content: Account of the expenses incurred by the undersigned in the commission to Toloa with five Ternatean Corra Corras in three full days, namely: Paid for various trinkets with which the chiefs of the Corra Corras were entertained . . . . . . Rds 13: 24: — For bread, cheese, butter, and other refreshments . . . . . . 3: 24: — Sum . . . . . . Rds 17: —: — Item in kind: 45 jugs of Arrack Api 3 lb candles. Below stood: Ternate, the 8th of July, anno 1780. Was signed: F. B. Hemmekam. and thus, subject to the approval of Their High Excellencies, to allow him to validate: 17 Rds in cash 45 jugs of Arrack Api, and 3 pounds of wax candles. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: Alexander Cornabe, J. G. W. Heinrich, H. A. Johnson, F. B. Hemmekam, G. W. van Renesse, J. Boot, and H. A. de Chalmot. 115: Friday the 14th of July 1780. In the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: The Right Honorable Provisional Administrator Alexander Cornabe, Captain, Head of the Military Johan Godlob Wilhelm Heinrich, Merchant and Secunde Hendrik Ambrosius Johnson, Fiscal and Storekeeper Francois Bartholomeus Hemmekam, Gerardus Willem van Renesse, Purser Johannis Boot, and Secretary Hendrik Amelius de Chalmot. Upon reading a letter received this morning and dated the day before yesterday from the Tidore Commissioner Weijdemuller, it was noted with satisfaction, among other things, that Captain Dooij had brought in Prince Kamaloedien the night before last from Toppo, and that the same has now, at the request of the Regent, arrived under arrest in a Togohiascha Korra Korra, accompanied by the Imam Baba, Lieutenant Goeleboe, 116: Lieutenant Patra, Ensign Bolote, Ditto Boenga, and Hatibi Massa, and under the guard of two European and two Balinese soldiers, as well as Captain Dooij and five other well-disposed chiefs. Furthermore, it was observed from that same letter that the Prince Regent humbly requested this Government that the Ternatean Korra Korras which kept the island of Tidore surrounded might be recalled to Ternate, and that Commissioner Weijdemuller might bring His Highness along with the other dignitaries of the realm present there over to this place, since that prince maintained that the still missing ill-disposed chiefs, whom His Highness had caused to be searched for in all negorijs and in every house up into the mountains, would not appear until and before they, if they or any of them were still alive, noticed that the Company no longer concerned itself with them. Whereupon deliberation was held and it was also recognized 117: the 14th and resolution taken thereon that the Regent's contention was nothing but very probable, and that besides this, one could hardly reject his reasonable entreaties, and also regarding the three-day Sultan or Chief Rebel Kamaloedien, that it would be far too perilous to let him go outside the Castle, the more so because he had not come of his own accord, but was apprehended high in the mountains; so it is agreed and resolved: 1. To allow the Prince Regent Alam, in accordance with his request, to come up together with Commissioner Weijdemuller and all the dignitaries of the realm, but to let the European and Balinese soldiers still on Tidore remain there for the present under the command of Ensign and Postholder Gebhard, who shall not be allowed to leave his post without special orders, unless the Chief Rebels should appear and incite the common Tidorese, after the departure of the Regent and Commissioner, to perpetrate new outrages. 2. To have the Ternatean Korra Korras recalled hither by the King of Ternate by the day after tomorrow, in fulfillment of the request likewise made by His Highness. 118 July 1780 Report concerning the Chinese Tan Kinhian or Tanganmati. 3. To interrogate the aforementioned Prince Kamaloedien and the dignitaries of the realm accompanying him most strictly concerning their apostasy and extreme disobedience toward their Regent and the Company, and furthermore to point out to the former what punishment an intruder, upon capture, has to expect according to European laws, and 4. To then have the said usurper secured and sent under arrest to Batavia at the disposal of Their High Excellencies with the ship De Eleshaven, but to have the remaining dignitaries and chiefs of the realm, after being reminded under pain of severe punishment upon return not to absent themselves from this island without the special consent of the Right Honorable Provisional Administrator, brought to the others in the Company's enclosure. However, it having appeared from the abovementioned letter that the Chinese Tan Kinhian, commonly called Tanganmati, had arrived on Tidore the day before yesterday from the Papuas in a Paduwakan, and had reported to the Commissioner that the Mada-weda and Patani people had already [illegible] a large part of their vessels

Dutch transcription

114 Julij 1780 Wordende teffens gearresteert, de door den Fiscaal en gen: Commissiant te Toloa, dE: Hemmekam geproduceerte Rekening van volgenden inhoud: Reekening der uitgave door den onder„ „geteekende gedaan in de Commissie na Toloa met vijf Ternaatse Corra Corras in drie Etmalen, als: over diverse snuijserijen waar op de Hoofden der Corra Corras getracteerd zijn bekostigt. . . . . . . Rd„s 13: 24:— Over Broot, kaas, boter en verdere versnaperingen 24: 2 Somma . . - - - - Rd„s 17:—: — Item in Natuura 45: kann: Arak Apij 3: lb: Kaarsen. /:onderstond:/ Ternaten den 8. Julij A„o 1780. /:was getekend:/ F: B: Hemmekam. te approbeeren, en dus onder goedkeuring van Hunne Hoog Edelheden aan hem te laten valideren, rd„s 17: aan Contanten 45: kannen Arak apij, en 3: ponden waskaarsen. /:onderstond:/ Aldus gedaan en Geresolveert tot Ternaten in't Hasteel Orange dato voorschreven /:was getekent:/ AlexerCornabe, J: G: W: Heinrich, H: A: Johnson, F: B: Hammekam, G: W: van Renesse, J: Boot en H: A: de Chalmot. vrijdag tot en erde ing der emri /in mar„ schreven Duer ich 115: den Commissiant weijdemul„ „ler desselfs inhoud present „de E: E: p„r Gezaghebber Alexander Cornabé, vlingelandt „hoptina, Hoofd der Militie Johan Godlob Wilhelm Heinrich, „koopman en Geligen Wandes uae Hendrik Ambrosius Johnson, „ _=o fiscaal en winkelier Francois Bartholomeus Hemmekam, „nde kij an selij vak ede Gerardus Willem van Renesje, Johannis Boot en _=o „ Dispencier „ _o Sentantan ee Hendrik Amelius de Calmot Geelvinck da lecture van een, dezen morgen ontvangen Lectuur van een brief van en opgisteren gedateerden brief van den Tidors Commissi„ „ant Weijdemuller, is onder anderen met genoegen gezien, dat de Kapitain Dooij den Prins Kamaloedien eergis„ „teren nagt van Toppo had opgebragt en dat dezelve tans, op verzoek van den Regent in arrest met een Togohiascha Korra Korra was overgekomen, in geselschap den Iman Baba den Luitenant Goeleboe, Vrijdag den 14:e Julij 1780. 's morgens te negen, uuren vergadering van Politie den E 116: vordere in houd van die brief der Raads Consideratie over den in houd van voorm: brief den Luitenant Patra, „vaandrig Bolote„ _=o Boenga en „Hatibi Massa, en onder opzigt van twee Europeaansche en twee Balijsche soldaten, mitsgaders van den Kapitein Dooij en nog vijf andere welmonende Hoofden. Voorts is uit die zelfde missive ontwaard, dat de Prins Regent deze Regeering ootmoedig liet verzoeken, dat de Ternaatsche korra Korras die het Eiland Tidore omeingeld hielden, naar Ternaten terug ontboden mogten worden en dat de Commis„ „siant Weijdemuller sijn Hoogheid met de ver„ „dere aldaar aanwezende Rijksgroten naar ker„ „waarts mogte overbrengen, vermits die vorst dog susti„ „neerde, dat de nog ontbrekende kwaadgezinde Hoofden die sijn Hoogheid op alle Negorijen en in ieder Huis tot in 't gebergte hadde laten naspeuren, tot niet ten voorschijn zouden komen, voor en al eer indien sij„ of eenige van hun nog in leveren waren, gewaar wier„ „den, dat de Compagnie zig aan hen niet meer kreunde. Waar over gedelibereert en teffens ingezien zijnde h , a t gen 117: den 14e en besluit daar op genomen zijnde, dat des Regents sustenue niet dan zeer waar„ „schijnlijk was en dat men behalven dien deszelfs bil„ „lijke instantien niet wel konde afwijsen en teffens ten reguarde van den drie dagigen sulthan of Hoofd- Rebel Kamaloedien, dat het al te periculeus zoude wezen denzelven buiten het Kasteel te laten gaan, te meer wijl hij niet van zelve gekomen, maar boven in het gebergte op„ „gepakt was: zoo is goedgevonden en verstaan; 1. ) om den Prins Regent Alam ingevolge van zijn ver„ „zoek nevens den Commissiant weijdemuller te laten op„ „komen, met alle de Rijksgrooten, dog de op Tidore nog zijnde Europeaansche en Balijsche Militairen, aldaar voor eerst onder het bevel van den vaandrig en Posthou„ „der Gebhard, die zonder specaale last niet van sijn Post zal mogen afgaan, te laten verblijven of het ware dat de Hoofd-Rebellen kwamen opdagen en de gemeene Tidoresen, na het vertrek van den Regent en Commissiant, aanhitsten, om nieuwe baldadigheden te perpetreeren 2. ) om de Ternaatsche Korra Korras, in voldoening van de almede gedane instantie door sijn Hoogheid, te„ „gens overmorgen door den Koning van Ternaten herwaarts Jn Julij 1780 118 Berigt weegens den Chinees Tan kinhian of Tanganmati„ herwaarts te laten ontbieden. 3. ) om den meerm: Prins Kamaloedien en de hem verzellende Rijksgrooten ten scherpsten te onder„ „houden wegens hunne afvalligheid en verregaande ongehoorzaamheid aan hunnen Regent en de Compag„ „nie en bovendien aan den eersten nog te vertonen, welke straf„ „f en een Indringen, bij gevangen neming, te wagten heeft, volgens de Europeaansche wetten, en 4. ) om ged„e usurpateur daar na te laten, secureren en in arrest naar Batavia ter hoog G'eerde dispositie van Hunne Hoog Edelheden met het schip De Efshaven over te zenden, dog de overige Rijksgroten en Hoofden, na herinnering van zig, sub pane van zware straffe bij terug bekoming, niet van dit Eiland zonder speciaal con „sent van den E: E: p„r Gezaghebber te absenteren, bij de andere, in de Comp„s Tchin te laten brengen. Dog bij overgemelde missive gebleken zijnde dat de Chinees Tankinhian, door de wandeling Tangan„ „mati gen=t, eergisteren uit de Papoeas op Tidore was aangeland met een Paduwakan, en aan den Commissiant hadde berigt, dat de Mada-weda en Pattaniresen reeds een groot gedeelte hunner vaar„ „tuigen 7

NL-HaNA_1.04.02_3586_0574 view scan ↗

English

119 the 14th by the First Sworn Clerk Duur. shared Ternatan monarch over the Maba, Weda and Patani people taken vessels had prepared to come over to Ternate, without knowing to what end, with the further communication that that Chinese, as soon as he had recovered, would present himself here in person; and subsequently, it having been brought to the knowledge of the other Council members by the Honorable Provisional Commander that this report corresponded closely with the news that His Highness the King of Ternate had made known to his Honor the evening before yesterday through the First Clerk Duur, with the addition that the Maba and Weda people had already killed several of His Highness's subjects on Gammoknora, Galela and Kauw, and moreover requested that the boldness of the said predatory rabble might soon be curbed, since his subjects on the opposite shore were no longer safe at all: so it was, after mature deliberation, approved and resolved to inform His Ternatan Highness, while notifying him that Prince Kamaloedien had been seized at Tidore and was already arrested here, that His Highness might summon back here for the day after tomorrow his kora-koras from 120 July 1780 and executed. Tidore, for the loan of which the Honorable Provisional Commander and Council meanwhile expressed their most cordial thanks in the name of the Company, and then employ as many of them to cover His Highness's lands against the invasions of the said peoples, or otherwise use them where he shall deem them most necessary and consider them to correspond best with his interests and those of the Company; under the assurance at the same time that His Highness, should necessity require it and the recalcitrant enemy approach too strongly or behave too boldly, will be assisted by the Company to the utmost of its ability and as a faithful vassal. All this having been deliberated, Prince Kamaloedien and the grandees sent over and arrived here were summoned inside, and everything was executed as resolved above, wherewith this meeting was adjourned. below stood: Thus done and resolved at Ternate in Fort Orange, date as aforesaid. was signed: Alexr. Cornabé, J. G. W. Heinrich, H. A. Johnson, H. B. Hemmekam, G. W. van Renesse, J. Boot, and H. A. de Chalmot. Monday 14th - 121 the Guinelaha Fallaraha Maja quimelaha Tagoeboe clerk sangaji Moti the Honorable Provisional Commander Alexander Cornabé, Captain Johan Godlob Wilhelm Heinrich Merchant Fiscal and Shopkeeper Francois Bartholomeus Hemmekam and the Same Gerardus Willem van Renesse, Johannes Boot, and Dispensier Secretary Hendrik Amelius de Chalmot, with and alongside the Regent of Tidore appointed as Sultan, Paduka Sri Sultan Amir Muhammad Daniel Mansur Badiudin Tjan Kitchil Patra Alam, and the following Realm Grandees, namely Abdul Gani Baij adi Saoban Lokman Rano Ngoffamanjira Jawa Haji ditto Soaknora ditto Kalaudi ditto Somejo the Monday the 17th of July 1780 in the morning at eight o'clock, Combined meeting of the Council of Policy present Chief Tomanyira the 122 Bidoeloe the Ngoffamanjira Diktoba Imam Babal Mahiri Tal Abdul Wahib Naga Sulu Khatib Tugubu ditto Nassarudin ditto Jawa Abdjar Modim Soaknorra Djaban Quimelaha Togohia Abbas ditto Keke Sulubaija ditto Tongewaaij Captain Barat Jafoer Sowohe Salahudin Atialun ditto Tjina Shahbandar Tahanij Lieutenant Damalij ditto Tatra Ensign Sahabudin Duuy Captain Rooij Clerk Kaharudin ditto Abdul Rahim as well as the following Princes, namely: van der Parra, Mossel Samsudin (alias Indertjaja) Dati) Mahudin Baju, Guassa, Baba daha Tanripi. ditto Batta ditto Rahasudin present at absent u anjera 123 Absent the 17th Hendrik Ambrosius Johnson, due to indisposition. The Honorable Provisional Commander informs the members of the Council of the reason for this meeting. The secret missive of Their High Mightinesses. The Elected Banda Fiscal. The Members all being gathered in the Upper Hall of the Government House, the Honorable Provisional Commander informed their Honors that he had appointed this day and the following day for the appointment and presentation of Sultans over the Realm of Tidore and Bachian, and thereupon read a passage from Their High Mightinesses' most revered secret missive of 30 December of last year, from which it appeared that the Governor who was to exercise authority in the Moluccas on their behalf was authorized by the well-mentioned High Rulers to appoint and proclaim the late Prince-Regent of Tidore Gaijgira and the Crown Prince of Bachian Iskandar Alam, or, in the event of their death or bad conduct, such other Princes as would best correspond with the interests of the Company, directly and without awaiting further orders, as Kings, under such conditions, however, as Their High Mightinesses came to stipulate in an Act of Investiture sent hither. And, since on account of his descent from the illustrious Sultan Saifudin and the deceased Prince Gaijgira, as well as on account of his good presence and orderly conduct, the Prince already appointed as Regent in his late father's place and

Dutch transcription

119 den 14 door den Eersten gezw: klerk Duw deeld „naatsch vorst over de Maba weda en Pataniresen genomen „tuigen in gereedheid hadden gebragt om naar Ternaten overte„ „komen, zonder te weten ten welken einde, met verdere Com„ „municatie, dat die Chinees, zo dra hersteld was, zig in persoon hier zoude komen vertonen; En vervolgens door den E: E: p„r Gezaghebber aan de verdere Raadsleden ter kennis gebragt wezende, dat deze maare niet kwalijk overeenkwam met de tijding, die sijn Hoogheid de Koning van Ternaten eergisteren avond door den Eersten tijding van Ternaats koning Klerk Duwr aan sijn Edele hadde laten bekendmaken, aan den E:E: gezaghebber be=met dat bijroegsel nog, dat de Maba-en wedaresen reeds en bij gevoegde klagten van ter weder verscheiden van sijn Hoogheids onderdanen op Gam„ „maknora, Galilla en Cauw hadden, om 't leven gebragt, en verzoek daarenboven, dat de stoutheid van gemeld Roof„ „gespuis spoedig mogte betengeld werden, vermits sijne onderdanen aan de overwal in 't geheel niet meer veilig waren: zoo is, na rijpe overweging, hier op goedge„ Des Raats besluit hieron „ vonden, en besloten, Ternaatsch Hoogheid, onder kennis„ „geving, dat Prins Kamaloedien te Tioore opgepakt en hier al g'arresteert was, te laten aanzeggen, dat Hoog dezelve sijne Korra Korras, voor mel„ „kers ter leengeving de E: E: p„r Gezaghebber en Raad intusschen op het vriendelijkste uit naam van de Compagnie, dank betuigden, tegens overmorgen van 120 Julij 1700 en ter uitvoer gebragt. Tidore konde herwaards ontbieden en als dan zoo veele van dezelve tot dekking sijner Hoogheids Landen tegens de invasien der ged„e volkeren emploijeren, of anders gebruiken waar hij se het nodigste zal voor„ „deelen en denken met de belangen van hem en de Compagnie meest overeente komen; onder verzekering teffens, dat sijne Hoogheid, indien het de nood vereischt en de wrevelige vijand te sterk mogte naderen of zig al te stout aan„ „stellen, door de Compagnie naar uiterste vermogen en als een trouwe Leenman zal werden geassisteert. Dit een en ander beraamd zijnde, wierd de Prins Kamaloe„ „dien en de opgezondene en herwaarts gekomene Grooten binnen gescheld, en alles, gelijk voren besloten is, ter uitvoer ge„ „bragt, waar mede deze vergadering wierd besloten. /: onderstond:/ Aldus gedaan en Geresol„ „veert tot Ternaten in't Kasteel Orange dato voorschreven /:was getekend:/ Alex„ Cornabé, J: G: W: Heinrick, H: A: Johnson, H: B: Hemmekam, G: W: van Renesse, J: Boot en H: A: de Chalmot. Maandag 14 - 124 den Guinelaha Fallaraha Maja „ quimelaha Tagoeboe „ djoeroetulis senghadje Moti de E: E: p„r Gezaghebber Alexander Cornabé, kogpitine Hosden ete Johan Godlob Wilhelm Heinrich „koopman fiscaal en winkelien Francois Bartholomeus Hemmekam„ e en ten selij votkhander Gerardus Willem van Renesse, Johannes Booten _„o Dispensier _„o „ Secretari vn Ger: Hendrik Amelius de Chalmot, met en nevens den tot sulthan aangestelde Regent van Tidore Paduka Sirie Sulthan Amierie Mu„ „hamat Douniel Mansorie Badiaedien Tjan Kitchil. Patra Alam. en de volgende Rijksgrooten, als Aboul Gane Baij adi Saoban Lokman Rano „ Agossamanjina Djawa Hadje „ _=o Soaknora „ _=o kalaudi „ _=o Somejo den Maandag den 17:e Julij 1700 's morgens ten agt uuren, Gecombineerde vergadering vand: Politie „ present Hogfs tamarijera „ 122 Bidoeloe den Ngoffamanjira Diktoba „ Imain Babal Mahiri Tal Abdul wahib Nage Soeloe „ Hatibie Toegoeboe „ _o - - - - - - - Nassaroedien „ _o Djawa. . . . Abdjar „ Modim Soaknorra Djaban „ Quimelaha Togohia - - . . Abbas „ _o _o Keke sulubaija _o Tongewaaij „ kapitain Barat. - - Djafoer Sowohe - - - - - Salahoedien „ Atialoen _o Tjina „ Sabandhar - - - - Tahanij „ „ Luitenant - - - - - - Damalij „ _o — —. Tatra „ vaandrig - - - - - - Sahaboedien Dooij „ kapitein Rooij „ schrijver - - - - Kaharoedien _o - - - - Abdul Rahim zo metde volgende Prinsen, als: van der Parra, Mossel Samsoedien (alias Indertjaja) Dati) Mahoedien Badjoe, Goassa, Baba daha Tanripi. „ _o Batta „ _o - - - - - Rahasoedien sent ten absent u„ anjera 123 Absent den 17 Hendrik Ambrosius Johnson, mits indispositie. de E: E: p=m gezaghebber geeft aan de leven des Raad de reden dezer vergadering te kennen de secrete missive van Hun Hoog Edelh. de G'eligeerd Bandas Fiskaal De Leden alle op de Bovenzaal des Gouvernements bij een vergaderd zijnde, gaf de E: E: p„r Gezaghebber aan hun Ed„s te kennen dezen en den volgenden dag bepaald te hebben tot de aan-en voorstelling van sulthans over het Rijk van Tidore en Batchian en las daar op een periode Lectuur van een pereinde uit uit Hunner Hoog Edelheden zeer gevenereerde secrete missive van den 30„e December a=t p=r, waar bij Consteerde dat de Heer Gouverneur, die sijnentwegen het gezag in de Moluccos zoude voeren, door welm: Hooge Gebieders gewet„ „tigd was, om den overleden Peins-Regent van Tidore Gaij„ „gira en den Kroonprins van Batchian Iskandar Alam, dan wel, bij aflijvigheid of slegt Comportement derzelven, zodanige andere Prinsen, als meest met de belangen van de Maatschappije zoude overenkomen, direct en zonder afwagting van nadere orders, tot Koningen, egter onder die voorwaarden, welke Hoog dezelven bij eene herwaarts gezondene Acte van Investiture kwamen te bedingen, aan testellen en te proclameren: En, vermits de wegens sijne afstamming van den roemwaardigen sulthan Saitoedien en den versturven Prins Gaijgira, zo mede wegens sijn goed voorkomen en ordentelijk gedrag, reeds tot Regent, in sijn overleden vaders plaats, benoemde en

NL-HaNA_1.04.02_3586_0579 view scan ↗

English

124 July 1780 Authority of Prince Allam regarding his appointment as Sultan over Tidore approved. Reading of the Acts of Investiture. The Regent fetched. Proposal by the Honorable Administrator. Approved as the most capable by the Members of the Council. And Prince Alam, who arrived here yesterday from Tidore alongside the Commissary Weijdemuller, being judged by the Honorable Administrator as the nearest and the best suited to the Royal dignity, His Honor thereupon proposed to the other Council members whether they held the same view of that prince and thus also deemed him the most capable to govern the Realm of Tidore as a vassal of the Company. Which being answered unanimously with Yes by the Council, thereupon both Acts of Investiture sent hither by Their High Excellencies were read in Dutch with the utmost attention. In these it was found that not the least thing that might be in any way useful for the welfare of the Company was omitted; thus it was agreed to make a record of this, and also that the Council, for that reason, could make no use and consideration thereof of our High Masters' further qualification to formulate and contract, outside of that act, by way of expansion, such articles as they might deem necessary. After this transaction, the Gentlemen van Renesse and Boot were commissioned to fetch the Regent Alam, with the Company's carriage, to the Company's Garden, and, 125 the 17th Observed ceremonial. Description of the Tidorese princes and grandees present thereat. Address by the Honorable Administrator. in the meantime, the pemistens, military men, Balinese, burghers, Macassars, and Tidorese assembled on the plein were arranged in proper order, and the Ternate ambassadors were received and seated according to rank; whereupon the Regent, having approached as far as the Main Guard with the said two commissioners and the realm's grandees mentioned in the header of this, His Highness was received there by the present Administrator and Council, conducted to the Upper Hall, and shown to a seat to the right side of His Honor. The customary civilities having passed, the Honorable Administrator held forth to the present princes, realm's grandees, and chiefs of Tidore, in fitting terms, the bad consequences that had sprung from their recently displayed refractory and disobedient conduct and the even more disastrous consequences that were to result from further rebellious and apostate behavior, both for them and for the poor and innocent subjects; with an admonition, at the same time, for that reason, to wholly desist therefrom and to persevere in their currently anew displayed repentance over their offense, and asking whether they had anything to bring against the Prince Regent and what they had to say about his person or conduct; all of which being answered by them with a deep silence, the oft-mentioned Honorable 126 July 1780 Above-mentioned. Reading of the Act of Investiture and communication of the contents. The Sultan thereupon takes the oath. Administrator informed everyone that the exiled king and crown prince were forever stripped of their right to the Crown by Their High Excellencies, on account of their displayed manifold unfaithfulness and apostasy to the Company, and that the former, out of special consideration and compassion and in view of his advanced years, would have to end his days at Batavia, but the other on Ceylon; likewise, that as Sultan over the Realm of Tidore, declared by the Very Same to be a vassal state for the aforementioned reasons, was chosen by the Moluccan Government the present Regent, Patra Alam, provided he promised under oath to faithfully observe all that was stipulated in an act sent hither by our High Masters, the Illustrious High Indian Government at Batavia. The aforementioned document being thereupon read in a loud voice in the Malay language by the young Arab scribe Jahaja Ramalang, the newly chosen Sultan declared, after this was performed, that he was fully prepared to observe faithfully and to the best of his ability all the articles read to him, and thereupon took the oath, according to the custom of the Mohammedans, upon the Quran, and subsequently signed and sealed 127 the 17th and is crowned and congratulated under the discharge of the artillery. Question put to the princes and realm's grandees. Oath taken by the aforementioned grandees. Consecration of the Sultan and homage paid to the same. Continuation of the ceremonial. the oft-mentioned act; after which His Highness was first crowned by the Honorable Administrator with a turban made for that purpose, which in the meantime had been brought upstairs with ceremony by the Translator van Dijk, and subsequently congratulated on his obtained high dignity by His Honor, all the Council members, and the Ternate envoys, as well as, as a sign of this appointment, nine cannon shots were fired from the castle walls. Furthermore, it being asked of the princes and realm's grandees whether they intended to recognize, honor, respect, and obey this their new Sultan as their lawful Lord and master, as well as to observe strictly the two oath forms just read to them, and this being answered by them with yes, the oath in proper form was also performed by all, one by one; and thereafter the new Sultan was consecrated by the Chief Priest and other clergy, and to conclude, homage was paid to His Highness by all the grandees. All the above ceremonies having ended, the Honorable present Administrator and the new Sultan, together with the Council, accompanied by the Tidorese princes, realm's grandees, and Ternate envoys, repaired to the Balcony, where from the front of the same by the Secretary de Chalmot in Dutch, and by the Translator van Dijk, in Malay

Dutch transcription

124 July 1788 „zaghebber van Prins Allam ter aanstelling tot sullen over Tidore. goedgekeurd Lectuur der acten van In„ vestituur de Regent afgehaald en gisteren al hier nevens den Commissiant Weijdemuller van Tidore herwaarts gekomene Prins Alam, de naaste en de beste tot de Koninglijke waardigheid door den E: E: p„n„ voordragt door den E: E: p=m geGezaghebber wierd geoordeeld, zoo stelde sijn E: E: daar op aan de verdere Raadsleden voor, ofse ook dezelve gedagten van dien vorst hadden en hem dus ook de bekwaam„ door de Leden van den Raaa iste keurden, om het Rijk van Tidore als Leenheer van de Compagnie, te regeeren; 't welk eenparig door den Raad met Ja beantwoord wezende, werd daar op met de uiterste attentie in het nederduitsche gelezen de beide door hunne Hoog Edelheden herwaards gezondene Actens van Investiture, in welke bevonden wordende, met het minste te zijn overgeslagen, wat maar enigermaten voor het wel zijn van de Compagnie nuttig ware; zoo is verstaan, hier van aantekening te houden, en teffens dat de Raad, uit dien hoofde, geen en Consideratie dien aangaangebruik konde maken van onzer Hooger Gebieders verdere qualificatie, om buiten die acte nog, bijwege van ampliatie, zodanige articulen te formeeren en te Contracteren als ze nodig zoude oordeelen. Na deze verhandeling, wierden d'E„s van Renesse en Boot, ten afhaal van dan Regent Alam, met Com„ „pagnies wagen, naar Comp„s Thin gecommitteert, en, in „ eerde „de 125 den 17 geobzerveerde Ceremonieel aan de Fioorse Printen en groten bescrijving om het daar bij in dien tusschen tijd de op het poleim verzameld zijnde permisten, Militairen, Balijers, Burgers, Macassaren en Tidoresen in eene behoorlijke order gerangeert, mitsgaders de Ternaatsche Gozan„ „ten ontvangen en naar rang zitplaats; waar op de Regent met de ged„e twee Gecommitteerden en in de hoofde dezes ge„ „melde Rijksgroten tot aan de Hoofdwagt genaderd zijnde, wierd sijn Hoogheid door den p„rn Gezaghebber en Raad aldaar gere„ „cipieert, op de Bovenzaal geconduiseert en ter regter zijde van sijn E: E: zitplaats aangewezen. De gewoonlijke pligtplegingen voorbij zijnde, hield de E: E: Gezaghebber, de presente Peinsen, Rijksgroten en Hoofden van Tidore in gepaste termen voor, de slegte gevolgen, Aanspraak van de E: gezaghebber die uit hun Jongst betoond weerbaarstig en ongehoorzaam gedrag waren gesproten en de nog funestre Consequentien, die uit een verder rebellerend en afvallig conportement, zoo voor hun als de arme en onschuldige onderdanen, stonden te resulteren; met vermaning teffens, om, uit dien hoofde, daar van ten eenemaale afte zien en te volharden in hun tans op nieuw betoond berouw over hunnen misslag, en afvrage, of iets tegens den Prins Regent hadden in„ „tebrengen en wat op sijn persoon of gedrag te zeggen hadden; welk een en ander door hunlieden met een diep stilzwijgen beantwoord zijnde, verwettigde meerm: E: E: 1126 Julij 1780 „venstaande Lectuur van den acte van Anvestituur en Communicatie van het ner E: E: Gezaghebber een iegelijk, dat de verzondene koning en kroonprins voor altoos van hun recht tot de Kroon, door Hunne Hoog Edelheden, wegens hunne betoonde menigvuldige ontrouwe en afvalligheid aan de Compagnie, verstoken waren, en de eerste sijne dagen, uit bijzondere Consideratie en medelijden en uit aanmerking van deszelfs hoge Jaren, te Batavia, dog de andere op Ceilon zoude moeten undigen, zoo mede, dat tot sulthan over het, door Hoogst„ „dezelven, om de voorschrevene redenen, tot Leenroerig ver„ „klaarde Rijk van Tidore, door de Moluksche Regeering was verkoren, de tegenwoordige Regent, Patra Alam, mitshij, onder Eede, beloofde heilig natekomen al het gestipuleerde bij eene door onze Hooge Gebieders, de Illustre Hooge Indiasche Regering te Batavia herwaarts gezondene acte. Voorschreven schriftuur daar op met luider stem„ „me in de Maleidsche Taale door den Jongen Arabischen schrijver Jahaja Ramalang opgelezen wordende, zoo verklaarde de nieuw verkoren sulthan, na dat zulks was verrigt, dat hij volkomen, bereid was, om alle de Hem voorgelezene Artikeelen heilig en naar zijn meeste ver„ de sulthan doed daar op den mogen, natekomen, en deed daar op den Eed, naar den gebruike der Mahometanen, op den Alcoran, en te kende en bezegelde vervolgens eed 127 den 17 en word gekroond het geschut en Rijksgroten groten vervolgens de meermelde acte; waar na sijn Hoogheid, eerst door den E: E: Gezaghebber met een ten dien vervaardigde Tul„ „band, die intusschen door den Translateur van Dijk met statie was boven gebragt, wierd gekroond en vervolgens door sijn Edele, alle de Raadsleden en de Ternaatsche afgezanten, met deszelfs en gefelicittert onder het lossen van verkregene hoge digniteit vergelukt, mitsgaders tot een teken van deze aanstelling, negen Kanonschoten van de Kasteels wallen gedaan. Voorts aan de Prinsen en Rijksgroten afgevraagd we„ voorgehouden vrage aan de Princen, zende, of se vanzins waren dezen hunnen nieuwen sulthan, als hun wettigen Heer en meester te erkennen, te eeren, te res„ „pecteren en te gehoorzamen, mitsgaders de aan hen zoowven voorgelezene twee Eede formilieren stipt natekomen, en dit door hun met ja beantwoord zijnde, wierd door allen, een voor een, den geprasteerde env. door voorm: Eed in behoorlijke forme ook gepresteert; en daar na de nieuwe inwijding van den sulkan sulthan door den Eersten Priester en verdere Geestelijken in„ en beweesene hulde aan een „ gewijd, en ten besluite door alle de grooten hulde aan sijne Hoogheid bewezen. Alle de vorenstaande Ceremonien afgelopen zijnde, be„ vervolg van het Ceremoni„ gaf zig de E: E: p„r Gezaghebber en de nieuwe sulthan, nevens de Raad, verzeld van de Tidorsche Peinsen, Rijksgrog „ten, en Ternaatsche Gezanten op het Balcon, alwaar van de Puije van het zelve door den secretaris de Chalmot in de Nederduitsche, en door den Translateur van Dijk, in de Maleidsche „selven „eel

NL-HaNA_1.04.02_3586_0583 view scan ↗

English

128 July 1780 The new Sultan of Tidore appointed given in the Malay language to the entire community, announcing the election of a King and Vassal over the Realm of Tidore, and as a token of applause, three cheers having been shouted by all the people; thereupon, by the aforementioned troops drawn up in formation, three volleys from the small arms were fired, and between each volley, one cannon shot, together with concluding with 17 shots from the Castle bulwarks. The appointment and presentation having hereby ended, His Highness and the other persons present were all regaled with a sumptuous collation, after which His Highness, around two o'clock in the afternoon, took his leave and was escorted back to his residence by the aforementioned Political Councilors under the enjoyment of royal honors, just as can be seen in greater detail in the Daily Register. His Highness takes his leave and is regaled with a sumptuous collation and is escorted home under the usual ceremonial Finally, it was agreed to note hereby that, at the instance and proposal of the new King, in place of the rebelling and fled Jogugu Rahasuan, with that dignity was again favored a certain Kitchili Masa, who according to outward appearance seemed very astute to the Council, and of whom no bad testimonies had yet been heard. A new Jogugu of Tidore 129 Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above. Was signed: Alexr Cornabé, J: G: W: Heinrich, F: B: Hemmekam, G: W: van Renesse, J: Boot, and H: A: de Chalmot. 130 Captain Laut: Maliki Kimelaha Marsaoli: Ahajat The Jogugu: Naim The Honorable Provisional Governor: Alexander Cornabé Merchant and Second in Command: Johan Godlob Wilhelm Heinrich Fiscal and Shopkeeper: Hendrik Ambrosius Johnson Under-Merchant and Ditto: Francois Bartholomeus Hemmekam Ditto and Master of Works: Gerardus Willem van Renesse Ditto and Dispenser: Johannes Boot, and Ditto and Secretary: Hendrik Amelius de Chalmot With and beside the Crown Prince appointed as Sultan of Bachian, Paduka Siri Sultan Muhamat Liauedin Mukaram Shah Alkahim Biawak Mirila Shah, Kitchil Iskandar Alam, and the following dignitaries and princes, namely: Imam: Djunaid Tuesday the 18 July 1780 in the morning at eight o'clock, combined meeting of the Political Council, present: Captain: Dagang 131 The 18th. Bachian. With the observed ceremonial. Princes and dignitaries by the Honorable Provisional Governor. Investiture to the aforementioned monarch. The Jurutulis: Saideman Prince: Maruan, and Ditto: Aroghia Ditto: Keke Ensign: Malim Lieutenant: Dalil Pursuant to the resolution of yesterday, everything having been prepared that was required for the appointment and presentation of the Crown Prince Iskandar Alam as King and Vassal over the Realm of Bachian, and the same having been fetched by the Political Councilors the Hon. van Renesse and Boot, received with the usual ceremonies, and seated on the right side of the Honorable Provisional Governor, as well as the Bachian Princes and dignitaries of the realm having also appeared inside in the meantime, alongside the Envoys from the Courts of Ternate and Tidore, each given a seat according to rank, His Honor gave the Crown Prince and present Bachian dignitaries the reason for their summons and appearance in this meeting, just as yesterday to the Tidoresians, in applicable terms, and thereupon had the Act of Investiture translated into Malay read aloud, asking His Highness thereafter whether he was prepared, as he had just heard, to accept the Realm of Bachian, declared by Their High Excellencies to be a fief, on the terms and conditions described in that Act, and to govern as a faithful Vassal; Presentation of Crown Prince Iskandar Alam as King of Bachian. Description of the ceremonial. Address to the Bachian Crown Prince. Reading of the Act of Investiture and the question put regarding it. 132 July 1780 Answered with yes. The Act sworn and sealed by His Highness. Sworn by the Princes and dignitaries. Homage rendered to the new King. and this having been answered with yes by that monarch, the oath was solemnly administered to His Highness and subsequently the Contract was signed and sealed, after which the new Sultan was crowned with the Bachian Realm Crown, which had been fetched and brought inside just as yesterday, and was thereupon congratulated by everyone upon the acquired dignity. The dignitaries and Princes of the realm, after this ceremony, the oath formulas made separately and expressly for each of them having been read aloud, took the same, one by one, properly, rendering after this performance all homage to their new King, and this with the utmost signs of cheerfulness and contentment. Continuation of the ceremonial. The solemnities in the hall being over, they proceeded in the same order as had taken place at the presentation of the King of Tidore, to the Balcony, where everything having concluded in the manner described in yesterday's Resolution, the new Sultan was escorted back to his residence at noon by the aforementioned Councilors, after first having partaken of a sumptuous breakfast alongside the entire company. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above. Was signed: Alexr Cornabé, J: G: W: Heinrich, H: A: Johnson, F: B: Hemmekam, G: W: van Renesse, J: Boot, and H: A: de Chalmot.

Dutch transcription

128 Julij 1780 De niuwe sulthan Tidore aangesteld Maleidsche taale aan de gansche Gemeente de verkie„ „zing van een Koning en Leenman over het Rijk van Tidore te kennen gegeven, en tot teken van applandisse„ „ment, door al het volk driemaal Hoezee geroepen zijnde; zoo wierden daar op door de reedsgemelde en in order geschaarde troepen, drie decharges uit het handgeweer gedaan, en, tusschen ieder decharge, een Kanon-schoot, mitsgaders ten besluite, 17: schooten van de Kasteels Bolworken. De aan -en - voor-stelling hier mede een einde hebbende genomen, wierd sijn Hoogheid en de verdere tegen„ en de verdere aanwesenden, woordige personen, alle op een somtueus Collation gereguleerd, op een soitueus Collation waar na sijn Hoogheid omstreeks twee uuren 's namiddags zijn Hoogheid neemt afschie zijn afscheid nam en door de bovengemelde Politieke Raadsle„ geregaleerd en word onder het gewone „den, onder het genot van Koninglijk honneur naar sijn woning wierd terug begeleid, gelijk zulks breder bij Ceremonieel na huis geleid het Dagregisteren te beogen is. Laatstelijk is verstaan bij dezen ook te noteren, dat, op de instantie en voordragt van den nieuwen Koning, in stede van den Rebelerenden en ontvlugten Djo„ Een nieuwe goegoegoe van „goegoe Rahasoean, met die waardigheid weder be„ „gunstigd is, zekere Ritchili Masa, die den Raad, volgens - 17 we„ han, ƒ in de 129 volgens het uiterlijk aanzien, zeer schrander voorkwam en van wien men nog geene slegte getuigen is; hadde gehoord. /:onderstond:/ Aldus gedaan en Geresolveerd tot Ternaten in't Kasteel Orange dato voorschreven /:was getekend:/ Alex„r Cornabé, J: G: W: Heinrich, F: B: Hemmekam, G: W: van Renesse, J: Boot en H: A: de Chalmot. 130 „„ kapitein Lauwt - - - - - - Maliki „ Quimelaha Marsaolie . - . Ahajat de Djogoegoe.- - - - - - Naim Alexander Cornabé de E: E: p„r Gezaghebber „kagting Coot de Melita Johan Godlob Wilhelm Heinrich „lompma Juijnd ander ua Hendrik Ambrosius Johnson „ D=o fitaal en Winkelien Francois Bartholomeus Hemmekam, onderij en die deted: Gerardus Willem van Renesse, Johannes Booten _o „ Dispencier _o „ secretaris Hendrik Amelius de Chalmot met en nevens den te Suthan angesteden leem rins van Batchian Paduka Sirie Sulhan Muhamat Liaoedien Mukaran, sjah Alkahim Biawak Mirila Sjah, Kitchil Iskandar Alam, en de volgende Rijksgroten en Prinsen als: „ Iman. - - - - - - - - Djunaid Dingsdag den 10 Julij 170 's morgens ten agt uuren, Gecombineerde vergadering van Politie present „ kapitein - _ _ _ _ Dagang den „ 136: den 18 Batchian. „bij geobserveerde Ceremonieel „sche Prinsen en groten door den E: E: p=m Gezaghebber. Investiture aan gem: vorst de Djoeroctoelis - - - - - Saijdeman Prins. . . . . . . . . Maroean en _o. . . - - - - - - Aroghia. _o. . . . . . - Keke „ vaandrig - - - - - - - - Malim „ Luitenant - - - - - Dalijl Ingevolge van het besluit van gisteren alles in gereed„ „heid zijnde gebragt, wat tot de aan en voorstelling van den voorstelling van den Kroonprins Iskandar Alam tot Koning en Leenman kroonprins Ishandar over het Rijk van Batchian vereischt wierd, en dezelve Alam tot koning van door de Politieze Raadsleden d'E=s van Renesse en Boot Beschrijving van het daar afgehaald, met de gewone Ceremonien ontvangen en ter regter zijde van den E: E: p„r Gezaghebber, zo mede de intusschen ook binnen verschenen zijnde Batchiansche Prinsen en Rijks„ „grooten, nevens de Gezanten van de Hoven van Ternaten en Tidore, naar rang zitplaats gegeven zijnde, zoo gat sijn Aanspraak van de Batchian Edele aan den Kroonprins en tegenwoordige Batchiansche Grooten, de reden van hun ontbod en verschijning in deze ver„ „gadering, gelijk gisteren aan de Tidoresen, in applicable Lectuur van de acte van bewoordingen, te kennen en liet daar op de Acte van Investiture overleid in 't Maleidsch oplezen, sijn Hoogheid daarna afvragende, en voor gelegde vroge dien aangaandeg Dezelve bereid was, het, gelijk Hij zoo even gehoord hadde, door Hunne Hoog Edelheden als Leenvroerig verklaarde Rijk van Batchian, op de Conditien en voorwaarden bij die acte beschre„ „ven, te aanvaarden en als een getrouw Leenman, te regeren; en — go 6 p 132: Julij 1780 met Ja beantwoord en bezegeld „ten gepresteert „ning bewesen. en dit door dien vorst met Ja beantwoord zijnde, wierd sijn Hoog„ de acte door zijn Hoogh: besworen Reid den Eed op een plegtige wijze afgenomen en vervolgens het Contract getekend en bezegeld, waarna de nieuwe sulthan met de Batchiansche Rijkskroone, die even als gisteren, afgehaald en binnen gebragt was, wierd opge„ „kroond en daar op door een ieder met die verkregene waardig„ „heid gecongratuleert. De Rijksgrooten en Prinsen, na deze verrigting, de oxpres voor ieder van hun beiden afzonderlijk gemaakt zijnde eed door de Princen en Rijksgro Eedsformulieren voorgelezen, wezende, leidden denzel„ „ven, een voor een, naar behoren, af, doende na dies en hulde aan den nieuwen ko=prestering, alle hulde aan hunnen nieuwen Koning, en zulks met de meeste tekenen van blijmoedigheid en Contentement. De plegtigheden in de zaal voor bij zijnde begaf men zig, in dezelfde order, als bij de voorstelling van Tidors vervolg van het ceremon Koning, hadt plaats gehad, naar het Balcon, alwaar alles, invoegen bij de Resolutie van gisteren beschreven staat, sijn beslag hebben genomen, wierd de nieuwe sulthan op den middag, na alvorens nevens het geheele geselschap gebruik te hebben gemaakt van een kostelijk ontbijd, naar sijne wo„ „ning terug begeleid door de bovengemelde Raadsleden. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd tot Ter„ „naten in't Kasteel Orange dato voorschreven /:was getekend:/ Alex, Cornabé, J: G: W: Heinrich, H: A: Johnson, F: B: Hammekam, G: W: van Renesse, J: Boot en H: A: de Chalmot. 8 gter „eel,

NL-HaNA_1.04.02_3586_0588 view scan ↗

English

133 of Batchian Alexander Cornabé the Honorable Commander together with the Honorable Johan Godlob Wilhelm Heinrich, senior merchant and administrator Hendrik Ambrosius Johnson, pro-interim head shopkeeper Francois Bartholomeus Hemmekam, under-merchant and secretary Gerardus Willem van Renesse, pro-interim dispenser Johannes Boot, and diaconie and politic Hendrik Anelius de Chalmot. Present. Saturday, July 22, 1780. In the morning at nine o'clock, Council of Policy assembly. After concluding ordinary business, the Honorable Commander produced a Malay letter of complaint sent to His Honor by the newly elected Sultan of Batchian, the translation of which, upon reading, was found to be of the following content: Translation of a complaint written in Malay with Arabic 134 Arabic characters by the presently present King of Batchian Iskandar Alam and addressed to the Honorable Alexander Cornabé, Commander, together with the Council of the Moluccas, being of the following content: I must highly wonder at the treachery and inclination that still exists between the banished King and the Jogugu Naim, who functioned as secretary of the Batchian realm, because they both used their utmost efforts to obtain the friendship and assistance of the Maguindanao enemy; indeed, they even managed to advance it so far that they received a letter from the Maguindanao King, which the Jogugu cannot in any way deny by pretending ignorance, since he himself acted as secretary in this matter. However, their resolved acts of treason could have no effect, because the Company discovered them all too quickly, which the Jogugu, perceiving and fearing the rightful wrath and punishment of the Honorable Company, withdrew and tried in appearance to obtain a good name both with the Company and with me. But not long ago he gave clear proof that his evil disposition and treachery still reside within him, because he, the Jogugu, attempted to make off by flight, in all probability 135 July 22 in all probability to defect to the Company's enemies and to ship away one of his own sisters, which latter can no longer be found in the Batchian realm today. But fortunately, this intention leaked out and came to the ears of the other grandees of the realm, who, by keeping watch on the person of the Jogugu, foiled this villainous intention of his. Having heard of this, I, as having at that time not yet obtained the eminent office of King of Batchian, requested of Your Honorable Worships to be allowed to go to Batchian in person to bring him, the Jogugu, along with other grandees of the realm hither, in order to attend the presentation of my person and thus to foil the Jogugu's evil intention and to deliver him into the hands of the Honorable Company. These committed missteps—committing treason, intercourse with the Company's enemies the Maguindanaos, and seeking to absent himself in order in all probability to make his intention succeed all the better—apart from all other committed faults, are all extremely unforgivable and deserve the highest and severe punishment. If I were willing to forgive him these crimes and say nothing about them, and he later succeeded in escaping, the Company would certainly think that I had sent him away to carry out some evil intention or to perform something of a similar nature. Therefore, to prevent all calamities, I am forced to request of Your Honor to remove him, the Jogugu, from this his office 136 its content July 1780 from this his office and to banish him elsewhere, and in his place to appoint the priest Djoenai, as well as to appoint the scribe Saideman as secretary of the Batchian realm; which request I hope Your Honorable Worships, in consideration of the above-mentioned reasons, will graciously be pleased to grant me. Below stood: Ternate, July 20, 1780. Lower stood: For the translation, was signed: C. van Dijk, sworn translator. And it being seen from the same, among other things, that the said prince absolutely wished to be rid of his Jogugu and to have him sent to Batavia, and it being considered in addition that His Highness, upon his appointment, had also already made a verbal request to that effect and did not seem willing to rest until this his petition was granted; and moreover, it being taken into account that the accused administrator of the realm, Naim, also did not stand in the best reputation, and that it would thus be safer to deport him than, out of fear of one calamity or another if he caught wind of these complaints, to let him escape; it was therefore

Dutch transcription

133 van Batchian Alexander Cornabé den 8: Eigr„ Geragheber togptnen Met de ete Johan Godlob Wilhelm Heinrich, kopme Gelged ende tene Hendrik Ambrosius Johnson, „ pr =o fetealen winkelier Francois Bartholomeus Hemmekam ndenda enden seij Waete de drardus Willem van Renesse, „ _„o Dispencier Johannes Boot en „ Dinskc: en Pplile Hendrik Anelius de Chalmot, da het afdoen der Gemeene zaken, produ„ „ceerde de E: E: p„r Gezaghebber een door den Jongst verkoren klag schrift van den sulthan Sulthan van Batchian aan sijn Edele gezonden ma„ „leidsch klagtschrift, welkers Translaat, bij lecture, van volgenden inhoud wierd bevonden Translaat eener Maleidse met present Saturdag den 22„en Julij 1730. 's morgens ten negen uuren, vergadering van Politie, Arabische . - S 134 Arabische Caracters geschrevene klagt„ „schrift door den tegenswoordigen alhier aanwezende Koning van Balchian Iskandar Alam en gerigt aan den E: E: Heer Alexander Cornabé Gezaghebber benevens den Raad der Moluccos, zijnde van vol„ „genden inhoud: Ten hoogsten moet ik mij verwonderen, over de verraderij en gezindheid, die als nog plaats heeft tusschen den verzonden koning, en den Djogoegoe Naim dewelke als Secretaris van 't Matchianse rijk gefungeert heeft door dien sij beide hun uiterste vermogen hebben aangewend om de vriendschap en de bijstand van den Mangindanauwsche vijand te mogen erlangen, ja hebbe zelfs het zoo verre weeten te bevorderen dat Sijlieden een brief van Mangindanauws koning ont„ „vangen 't geen den Djogoegoe in geenendeelen kan negeeren, door voorgeven van onbewustheid door dien hij zelve als secretaris in deze zaak gefungeert heeft, dog hun genomene besluiten van verraad konde van geen effect zijn, door dien de Comp: dezelve alte spoedig ontwaarde het geen de Djogoegoe bespeurende en bevreest voor de regt„ „matige gramschap en straff der E: Comp: zo is hij terug getreden, en heeft getragt in schijn een goede naam zo wel bij de Comp: als bij mij te bekomen, dog nu niet lang geleden heeft hij duidelijk blijken gegeven dat sijne kwaad gezondheit en verraderij nog bij hem is huis vestende, door dien hij Djogoegoe getragt heeft zig zoek te maken door de vlugt om na alle waar„ „schijnlijkheid 0. ent 135 den 22 „schijnlijkheid tot 's Comp„s vijanden over te gaan en eene van sijne eigene susters mede te scheepen, welke laatste heden niet meer in het Batchianse rijk te vinden is, dog gelukkig dit voornemen uitgelekt en ter ooren der andere Rijksgrooten gekomen zijnde, zo hebben dezelve door gogoegoe toezigt op de persoon van de Djogoe„ „goe te laten houden dit sijn schelms voornemen vereidelt, mij zulks ter ooren gekomen zijnde zoo hebbe aan U„ „wel Ed: Achtb: als hebbende te dier tijd de eminente charge van Batchians Koning nog niet erlangt ver„ „zogt om zelve in persoon na Batchian te mog overgaan om hem Djogoegoe benevens andere Rijksgroten her„ „waarts over te brengen, ten einde de voorstelting van mijn persoon bij te wonen en dus des Djagoegoes kraad voornemen te verijdelen en hem in Landen der E: Comp: over te leveren. Deze begaane misstappen als verraderije te plegen ommegang met s Comps vijanden de Mangindanauwers, en zig zoeken te absenteren, om zijn voornemen na alle waarschijnlijkheid des te beter te doen gelukken, buiten alle andere begaane fouten zijn deze allen ten uitersten onvergeeflijk en verdienen de hoogste en zwaare stoat, wilden ik hem deze misdaden al vergeven en niets van dezelve roppen en het gelukten hem naderhand te schapperen zoude de Comp: zekerlijk denken dat ik hem weggezon„ „den had om eenig quaad voornemen ten uitvoer te brengen, of iets van d'iergelijke aard te verrigten, derhalven ik genoodzaakt ben tot voorkoming van alle onheilen van uwel Ed. te verzoeken, hem Djogoegoe van dit sijn ampt 136 desselfs in hout Julij 1780 ampt te dimoveren en na elders te verzenden en weder in deszelfs plaats aan te stellen den priester Djoenai„ mitsgaders tot secretaris van het Batchianse Rijk te benoemen de schrijver Saideman, welke verzoek ik hoop dat uwel Ed. Achtb: uit consideratie van bovengenoemde reden, mij goedgunstig zullen gelieven te accordeeren. (:onderstond:) Ternaten den 20:„en Julij 1780. (:lager:) voor 't Translaat (:was getekend:) C: van Dijk gesr: Translateur. En uit het zelve onder anderen gezien zijnde, dat de gemelde vorst volstrekt van sijnen Djogoegoe wilde ontslagen wezen en denzelven naar Batavia verzonden hebben, en daar bij geconsidereert wordende dat sijn Hoogheid, bij deszelfs aanstelling, daar toe ook reeds mondeling verzoek hadt ga gedaan, en niet scheen te willen rusten voor dat deze sijn instantie wierd geaccordeert, en bovendien in aanmerking genomen zijnde, dat gedaagde Rijksbestierder Nain Juist ook niet ter be„ „ster naam en faam stond en het dus veiliger ware, hem te verzenden, als, uit vrese, voor het een of ander onheil wanneer hij den reuk van deze klagten kreeg, te laten echaperen; zoo is E 22 alle buiten

NL-HaNA_1.04.02_3586_0592 view scan ↗

English

137 the 22nd Decision to arrest the jogugu of Bacan, Marin, to send him to Batavia, in the meeting and denies everything, is however arrested for reasons mentioned above. Resolution to summon the jogugu to the meeting and, after examining him regarding the King's complaints, to have him arrested and sent with the ship Delfshaven to the high disposal of Their High Excellencies, and at the same time with him, at the instance of the Ternatean Highness, the Bacan Prince Major, Sadhir Alam, who was seized last year with some Alfurs near Makian and has been detained on Ternate until now. Said Jogugu, having meanwhile been fetched by the Translator van Dijk and having appeared in the council chamber, denied everything that was presented to him from the above-mentioned complaint in general terms, and declared to be guilty of nothing; where the Council, however, being unable to believe him, and also not daring to refuse the repeated request of the Sultan of Bacan out of fear of bad consequences; he was thus, having been let outside the council chamber, taken into arrest by the Adjutant Duroija and properly secured. Here 138 July 1780 To the aforementioned Tidore Princes, transport to Batavia is granted with their retinue. Presumption of the return of the sold goods of the Kalim of Tidore sent to Batavia. Hereafter, upon the proposition of the Honorable Acting Governor and in compliance with the highly respected orders of Their High Excellencies, it was resolved to grant transport to Batavia on the aforementioned vessel to the Princes van der Parra, Mossel, and Babadaha Tanripi, and to permit them to take along their wives, children, and some bonded servants for their care. Lastly, taken into resumption was the Return of the goods and effects, sold by the Secretary de Chalmot by order of the deceased Governor Thomaszen (of blessed memory), of the Kalim of Tidore, Abdul Rauf, and his family, who was sent to Batavia in the past year, reading as follows: Account 739 the 22nd Current Account between the Estate of the Kalim of Tidore, Abdul Rauf, sent under arrest to Batavia, and the Undersigned. Debit To coolie wages paid for having the chests, cupboards, and other goods fetched from the boat and transported to the Upper Hall of the Government, subsequently to the residence of the undersigned, and afterward to the Lower Hall as before, as well as for having the cattle cared for and food for the same. . . . . . . Rds 25: —: — To cataloging the goods etc. of said Kalim - - - - -. . - 1: —: — 4 percent due to me on Rds 2282:32: — - - - - - - - - 98: 15: — 1 ditto due to the auctioneer on the same sum - - - - - - - 22: 39: — Table, canvas, and envelope twice, each time at Rds 4 –. - . . . . . 8: —: — Copy of the inventory, four large sheets, each sheet at 20 stivers - - - - - 1: 32: — Ditto of the auction list, five large sheets, each as before = - - - - - - - - - - 2: 4: — Paid to the clerk at the auction - - - - - - - - - - 1: —: — Ditto by order of Governor Thomaszen to the provisional Dispenser Wagner, see receipt - - - - - - - - - - - - 870: —: — To what was delivered by order as before to the Translator Coenraad van Dijk, see receipt — –––– 30: —: — Disbursed by order of the same to Messrs. Hemmekam and Boot, see receipt – – - - - - - - - - - - - 127: 18: — To what was paid by order of the well-mentioned Governor to Sergeant Mandadoor Seyfert, see receipt - - - . . . . . 215: 20: — For drafting and copying this - - - - - - - - - - 1: 36: — To what was restituted by the aforementioned order by the petty cashier Jonkers, which amount the aforementioned Kalim had stolen from the tribute money of the Maba people and which was restituted by the cashier for the time being back to those chiefs upon their complaint, see receipt – – – – – – – – – – – – - - 30: —: — To liquidate this, there must still be disbursed by the undersigned — — — — — — — 855: 12: — Sum - Rds 2282:32: — Ternate, the 25th of April Anno was undersigned 148 July 1780 Credit By the return of the sold goods etc. on the 18th of August of the past year - - - Rds 2080: 38: — By the return of the auctioned effects on the 26th of October of the past year - - - - - - - 146: 18: — By the proceeds of the auctioned bonded servants on the 4th of November last - - - 55: 24: — Sum Rds 2282: 32: — April Anno 1770. was signed H: A: de Chalmot.

Dutch transcription

137 den 22 van Batchian Marin te arres „teren te verzenden in vergadering en ontrenge alles word egter gearresteerde om re„ „den bovengem: zoo is goedgevonden en verstaan denzelven na in de Besluit om den goegoegoe vergadering ontboden en over de klagten des Konings onderhouden te zijn, te laten arresteren en met het schip Delfshaven, ter wijd beroemden dispositie van om hem naar Batavia Hunne Hoog Edelheden, te verzenden, en tegelijk met hem, op de instantie van Ternaatsch Hoogheid, den in den gepasseerden Jare enige Alfoeren bij Macquian zoo mede den Batchians Trins op gepakte en tot heden op Ternaten g'arresteerde Batchians Majoor Sadir Allam Prins Majoor, sadhir Alam. Ged„e Djogoegoe intusschen door den Translateur van goegoegoe naim vershijnd Dijk afgehaald en in de vergaderzaal verscheenen zijnde, ontkende alles, wat hem uit het bovengemelde Klagtschrift wierd voorgehouden, in generale termen, en verklaarde aan niets schuldig te wezen; waar aan de Raad egter geen geloof kunnende slaan en ook het herhaald verzoek van Batchians sulthan niet durvende afwrijzen, uit bedugting van kwade gevolgen; zoo wierd hij, buiten de vergaderzaal gelaten zijnde, door den Adju„ „dant Duroija in arrest gevoerd en behoorlijk gesecureert. Hier 138 Julij: 1780 „be Prinsen en naar Batavia trans= „port verleend met hun gevoeg der verkogte goederen van den naar dak„ „via verzonden Tidors kalim Hier na is verstaan, op de propositie van den E: E: p„r Gezaghebber en in voldoening van de Hoog g'eerde bevelen, Hunner Hoog Edelheden, transport Aan de nevenstaande Tidor, naar Batavia met voorn: bodem te verlenen aan de Princen van der Parra, Mossel en Babadaha Tanripi, en hen te vergunnen, om hunne vrouwen, kinderen en eenige Lijfeigenen, tes oppassing, te mogen medenemen. Laatstelijk is ter resumtie genomen het Rendement, der door den secretaris de Chalmot, ter order van den Heer overleden Presumtie van het rendement Gouverneur Thomaszen (z:) verkogte goede„ „ren en Effecten van den in A„o p„o naar Batavia verzonden Kalim van Tidore, Abdul Rautf, en sijne familie, aldus luidende: Reekening de ans ede aar k 739 den 22:e Reekenig Courant tusschen den van Tidore Abdul Raaf (en) den Ondergetekenden Debet â Koelijloon, betaald voor het laten afhalen der kisten; kasten en andere Goederen uit de Boot en het Transporteren naar de Bovenzaal des Gouvernements, vervolgens naar het woonhuis van den ondergetekende en Naderhand naar de Benedenzaal als voren, zo mede nog voor het laten oppassen der Koebeesten en voedzel voor dezelve. . . . . . . Rd„s 25: —: — â't inventariseren der Goederen enz: van Ged„e Kalim - - - - -. . - „ 1: —:— 98:15: „ 4: p„rC=to mij Competeerende van Rd„s 2282:32: — - - - - - - - - „ 22:39:— „ 1: d„o den vendu afslager Competerende van dezelven som - - - - - - - „ 8:-:- „ Tafel, zijl en Gomslag twee keeren, ieder reis â Rd„s 4 –. - . . . . . „ 1:32:— „ Copia Inventaris groot vier vellen ieder vel â 20: stver„s - - - - - „ 2: 4:— „ _o vendurol, groot vijf vellen, ieder als even = - - - - - - - - - - „ „'t betaalde aan de schrijver op de vendutie - - - - - - - - - - „ 1:-:- „ „ _=o ter order van den Heer Gouverneur Thomaszen aan den 870: —. — p„r Dispencier wagner vide Quitantie - - - - - - - - - - - - „ â 't afgegevene ter order als voren aan den Translateur Coenraad van –––– –„ 30: —: Dijk, vide Quitantie — â uitgekeert op bevel van denzelven aan de Heer Hemmekam en Boot, vide Quitantie – – - - - - - - - - - - - „ 127: 18: — u 't betaalde ter order van welm: Heer Gouverneur aan den Sergeant Mandadoor Seijfert, vide Quitantie - - - . . . . . „ 215: 20: — voor het formeren en Copieeren dezer - - - - - - - - - - „ 1: 36:— â het ter order voorsz: gerestitueerde van de klein Kassier Jon„ „kers, welk bedragen de kalim voorn: van het recognitie Geld der Mabaresen gestolen had en door den Kassier voor eerst weder aan die hoofden op hunlieden klagte gerestitueert is ride Qui„ „tantie – – – – – – – – – – – – - - „ 30: —: — Om deze te liquideren moet door den ondergetekende nog uitge„ 855:12:— 2 Somma - Rd„s 2282:32: —: Ternaten den 25: April A — „keerd werden — — — — — — — /:onderstond 148 Boedel van den naar Batavia in arrest verzonden Kalim Julij 1780 P=r het Rendement der verkogte Goederen enz: op den 18: Augustus A:o p:. - . - - . . . Rd„s 2080:38: — P„r het Rendement der gevunduceerde effecten op den 26: october des gepasseerden Jaar - - - - - - - „ 146: 18: —. P=r het bedragen der opgeveilde Lijfeigenen op den 4. No„ „vember jongstleden - - - „ 55: 24:— Somma Rd„s 2282:32:— April Anno 1770. /:was getekend:/ H: A: de Chalmot. waar he den 20 :—:

← previousnext →