Inventory 3586
Japan · 1,024 pages · 278 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the month of June 1780. Friday the 16th death of the Lord Governor van der voort. Saturday the 17th the Senior Merchant enters into authority. Rosselet on Bima deceased. Condolence of the King of Tanette, death: in the evening at half past seven o'clock there passed away here, after having been bedridden for several days, though having lingered for a long time, the Lord Governor and Director of this Coast of Celebes Paulus Godofredus van der Voort. in the morning at eight o'clock I convened the Council of Policy, in which, according to the order, I was appointed Commander, and regulated the funeral, having made the necessary arrangements for the interment of the corpse of the late Lord Governor, and furthermore it was decided to give notice of this death and provisional change in the administration to the Court of Bonij by the Provisional Pay Bookkeeper Johan godfried Budach and Pay Transferer Gabriel Lents appointed for that purpose, who were simultaneously instructed to request, according to the custom of that Court, delegates to attend the funeral procession of the aforementioned Lord Governor. Likewise, the same notice and request to attend the funeral was made to the former Queen of Thaing by the Bookkeeper and Second Interpreter Diederik Deefhout. To Craeng Tanette by the interpreter Fabia Theunisz, although this ruler, as noted in the Resolution of today, had not only given no notice yet of his accession to the throne, but is also said to have expressed that he had nothing to do with the Company, but only with Bonij. Furthermore, the notification of the Governor's death etc. was also made to the Datou of Sideenreng and to the Prince Aroe Pantjana by one of the messengers. Sunday the 18th nothing occurred except that there arrived here from Bima the Javanese burgher Willem Hendrik Piel with news that the Resident there, the Junior Merchant Alexander Rosselet, had passed away on the 18th of May last. Monday the 19th at two o'clock in the afternoon, the Interpreter Fabia Theunisz, sent thither by me the day before yesterday on account of the Governor's death, returned from Craeng Tanette, bringing report in return that he was received very cordially by that prince. Continuation of The Secret Daily Register That he had felt very honored by the given communication of the Governor's death, that he condoled with me on that account and at the same time warmly congratulated me on assuming the provisional administration; that he had also promised that if at times he might not be able to come up in person, he would then at least and as soon as practicable send his soelewattang (first regent of the realm) hither to fulfill his duty. in the afternoon at three o'clock commenced the burial of the corpse of the late Lord Governor van der voort, which was then interred with such ceremonies in the Company's Garden on the high path of Bentualach, as is noted in the general Daily Register under today's date. Tuesday the 20th a missive was dispatched in original and duplicate via the Chinese Kongkieseeng and the Malay Jntje Salé to Their Right Reverences to report the death of the Lord Governor van der Voort and my subsequent provisional assumption of the administration here. Wednesday the 21st, after an audience was requested in advance, the Sanetsch Prince Arou Pantjana came to me, with whom, after he had condoled with me on the death of the Lord Governor van der voort and congratulated me on obtaining the provisional administration, I conferred concerning the tardy settlement of his tithed paddy already due from the past year, indicating that I wished that an end might finally be put to this. He gave me hereupon the strongest assurances that he had not only already issued orders for a speedy delivery but would further urge the same, but at the same time very earnestly requested me that I would send another in place of the provisional ensign Loore, stationed at Sagerie as a shipper, with whom his people could not get along, which I, as it was not quite appropriate to refuse this well-disposed Prince, promised to do; so that I also immediately had the said Loore relieved by Sergeant Meijer, who is better acquainted with the native customs. Whereupon he took his leave of me with great satisfaction.
Dutch transcription
de maand Junij 1780. Vrijdag den 16=e overlijden van den Heer gouverneur van der voort. Zaturdag den 17=e d'opperkoopman treed in het gezag Rosselet op Bima overleden. Condoleance van den koning van Tanette, overleijden: 's avonds ten half agt uuren kwam alhier na eenige dagen bedle„ „gerig te zijn geweest, dog egter langen tijd gesukkeld te hebben, te over„ „lijden den Heer gouverneur en Directeur deezer kuste Celebes Paulus Godofredus van der Voort 's morgens ten agt uuren liet ik de vergadering van Politie beleg„ „gen in dewelke men, mij nade ordre tot gezaghebber benoemd en reguleerd de begravenis hebbende de nodige schicking maakte tot het ter aarde bestellen van het Lijk van wijlen den Heer Gouverneur en voorts besloten wierd aan 't Hof van Bonij de weet van dit overlijden en pro„ „visioneele verandering in het bestier te laeten doen door den daar toe benoemden Provisioneel soldij Boekhouder Johan godfried Budach en zoldij overdrager gabriel Lents die teffens gede„ „mandeert wierden om na den gebruijke van dat Hof te versoeken gecommitteerdens tot 't bijwoonen, van de Lijkstatie van den Heer gouverneur voormeld. gelijk ook dezelfde weet en versoek tot bij wooning van de begravenis gedaan wierd aan den gewee„ „sene Koninginne van Thaing door den boekhouder en tweede Tolk Diederik Deefhout. Aan Craeng Tanette door den tolk Fabia Theunisz, schoon deeze, zo als bij Resolutie van heden is aangeteekend, niet alleen nog geen kennis van zijn komst tot de Throon gegeeven had maar zig ook zoude uijtgelaeten hebben van niets met de komp=e maar wel met Bonij uijtstaande te hebben. voorts: geschiede de bekentmaeking van 's gouverneurs overlijden etc=a ook aan den Datou van Sideenreng en aan den Prins Aroe Pantjana door een der sendelingen. zondag den 18=e viel niets voor als dat van Bima alhier arriveerde den Javas burger willem Hendrik Piel met tijding dat den Resident aldaar den on„ „derkoopman Alexander Rosselet den 18:e Maij J=o Leden overleeden was. Maandag den 19=e 'snademiddags ten twee uuren kwam van Craeng Tanette terug de door mij op eergisteren naderwaarts gezonden Tolk Fabia wegens der gouverneurs Theunisz: tot keer berigt brengende als dat hij zeer vriendelijk van dien vorst ontfangen was. vervolg van De Secreet Dag Register Dat D 61 het overleiden van den gou„ „verneur na Batavia be„ Arou Pantjana komt binnen zijn onderhandeling. Dat hij zig zeer vereerd had gevonden met de gegeevene Communicatie van 's Gouverneurs overlijden, dat hij mij daar meede Condoleerde en te gelijk met het aangevaarde provisioneel bestier van herten liet fi„ „liciteeren dat hij ook beloofd had om zo hij zomtijds zelfs in per„ „soon niet mogte kunnen opkomen als dan ten minsten en dat zo dra doenlijk zijn soelewattang /:eerste Rijksbestierder:/ na herwaarts te zullen zenden tot voldoening zijner pligt 's namiddags ten drie uuren begonnen met de begraving van 't Lijk van wijlen den Heer gouverneur van der voort, het welk dan ook met zoda, „nige Ceremonien in 's komp„s Thuijn. op het hooge pad van Bentua„ „lach ter aarde is besteld als bij het gemeene Dag Register onder hedi„ „gen datum staat genoteerd. Dingsdag den 20=e wierd per den Chinees Kongkieseeng en Maleijer Jntje Salé in originale en duplo afgezonden een missive aan Hunne Hoog Edelhedens ter bekendmaeking van het overlijden van den Heer Gouverneur van der Voort en mijne daar op gevolgde pro„ „visioneele optreeding in 't bestier alhier woensdag den 21=e kwam na voor af verzogte audientie bij mij den Sanetsch Prins Arou Pantjana, dewelke Jk nadat denzelven mijn wegens het overlijden van den Heer gouverneur van der voort gecondoleert en met het bekomen provisioneele bestier gefe„ „liciteert had onderhield over de talmagtige voldoening zijner reeds in A„o passato verthiende padij met te kennen geeving dat ik wel wenschte dat daar nu eens een eijnde van kwam, Hij gaf mij hier op de sterkste verzeekeringen van tot een spoedige leverantie niet alleen reeds ordre gesteld te hebben maar dezelve nog nader te zullen stellen, dog verzogt mij, teffens zeer instan„ „tig dat ik in plaats van den op sagerie als afscheeper leggende provisioneel vendrig Loore met wien zijn volk niet konde te regt komen, een ander wilde zenden het geen ik als niet wel voeglijk dezen wel gezinde Prins te ontleggen zijnde beloofde te zullen doen; Jnvoegen ik dan ook ten eersten gemelde Loore door den de Jnlandsche maniere beter kundigen sergeant Meijer heb laeten aflossen. waar meede hij met veel genoegen van mijn zijn afscheijd nam. Deezen _ „deeld. „
English
The governor's death announced to Soping. Why the queen of Thaing cannot enter. Compliments from the stadtholder of Bonij. Letter to the king of Bonij. The Adatouang of Sideenring addressed regarding the bad behavior of his roaming people. This same day I also sent to the Court of Soping the ordinary emissary Daeng Mandjarekie to announce the Governor's death and my provisional assumption of the administration here, subject to the further approval of Their High Excellencies in Batavia. Thursday the 22nd, the Queen of Thaing, who had requested an audience to pay her compliments of condolence etc., sent her apologies for not being able to come, as she had suffered an attack this morning. Afterwards, the Benische Court Interpreter Passir came to me, having been sent to me by the soelewattang stadtholder to congratulate me on his behalf on the assumed provisional administration. I received him kindly and sent him back with my compliments of gratitude. Today I also dispatched a letter to the king of Bonij, who is still residing in the interior, in which I, among other things, informed that prince of the provisional change that had occurred in the administration here, and at the same time, following the footsteps of the late Governor van der Voort, strongly urged him to come here quickly and send an embassy to Batavia. Subsequently, I also sent the bookkeeper and second interpreter Diederik Deefhout to the Adatouang of Sedeenring to complain in my name about the brutalities of his people continually roaming about here, which have long annoyed everyone and caused much offense; so much so that one of them did not hesitate a few days ago to assault along the way one of our soldiers who was bringing the board money for the garrison stationed at Malengkeerij, and, had it been possible, to rob him of it. That I demanded proper satisfaction for this and at the same time had him seriously warned to keep his people in better check from now on, as I would, should anything similar occur again, take revenge myself for such improprieties, indeed, that I had already given actual orders to that effect. Craing Labakkang pays his compliments of congratulation. Likewise Datou Baringang, who speaks about the Telloese wishing to submit. Friday the 23rd in the morning at 9 o'clock, Craeng Labackang, one of the northern Regents, came to me to pay his compliments of congratulation. I thanked him for this kindness, and after holding some private discussions, I dismissed him. At ten o'clock, after a previously requested audience, the Bonijs Prince Pongauwa Datoe Baringang appeared inside the Castle with a small retinue, both to congratulate me on the provisionally assumed administration, and also to confer with me about the former grandees of Tello who had reported to him, intending to submit to the Honorable Company. Having sat for a while and exchanged some compliments, he then requested of me for the Telloese not only access, but also that it might please me to accept them in submission, undertaking to bring them inside for that purpose whenever it pleased me. But since this realm, both by right of war and otherwise, has completely fallen to the Honorable Company, and I had sufficient reason to gather that Datou Baringang, who is married to Craeng Bonto Masoegie, sister of the former Queen of Tello, would in case of any negotiation with these people try to make the most favorable conditions in favor of his wife's side, or failing that, divert them from their good intention, I briefly informed him that, having only recently assumed the administration of affairs, I could not declare myself on this so quickly or otherwise, but that I would give this point further thought and give him an answer then. With this he seemed satisfied, and further expressed his readiness always to obey the orders of the Honorable Company, between which and Bonij he said he wished to make not the slightest distinction. I thanked him for his affection and said that it was to be wished, and that I also heartily wished, that not only he but all the princes and allies on Celebes might always possess such sentiments for the Honorable Company, as they would then not only do well, but also follow the footsteps of
Dutch transcription
's gouverneurs overlijden na soping bedeeld. waaromme de koninginne van thaing niet kan binnen komen. Compliment van den steede houder van Bonij. Brief aan den koning van Bonij. den Adatouang van Si„ „deenring onderhouden over het slegt gedrag van zijn omswervend volk. Deezen zelfden dag zond ik ook na het Hof van Soping den ordi„ „naire zendeling Daeng Mandjarekie ter bekendmaeking van 's Gou„ „verneurs overlijden en mijne provisioneele aanvaardiging van het bestier alhier op nadere approbatie Hunner Hoog Edelhedens te Batavia. Donderdag den 22=e Liet de Koninginne van Thaing, die audientie had verzogt om haar Compliment van Condoleance etc=a, afteleggen haar excuus maaken van niet te kunnen komen, also zij deezen morgen een overval gekreegen had. vervolgens kwam bij mijn den Benische Hof Tolk Passir die door den soelewattang /:steede houder:/ bij mij gezondene was, om mij zijnen twe„ „gen te feliciteeren met 't aangevaarde provisioneel bestier. Jk reci„ „pieerde dezelve vriendelijk en zond hem met mijn Compliment van dankbaarheijd te rug. op heden liet ik ook afgaan een brief aan den zig nog in de binne Landen bevindende koning van Bonij, waar bij ik onder anderen dien vorst bekentmaakte de voorgevallene provisioneele verandering in het bestier alhier en teffens op het voetspoor van wijlen den Heer gouverneur van der voort op 't sterkste aanspoorde tot een spoedige overkomst na herwaarts en afzending van een gezantschap na Batavia. vervolgens zond ik ook na den Adatouang van sedeenring den boekhouder en tweede tolk Diederik Deefhout om uijt mijn naam te doleeren over de al lange een ieder verveeld en veel ergernis gegeeven hebbende brutaliteijten van zijn alhier bij Continuatie rondswer„ „vend volk, zelfs zodanig dat eene daar van zig niet ontzien had om voor eenige dagen een onzer Militaire die het kostgeld voor de Postelingen te Malengkeerij bragt, onderweeg aan te randen en was het mogelijk geweest hem daar van te berooven. dat jk daar over een behoorlijke satisfactie pretendeerde en hem teffens ernstig liet waarschuwen om voortaan zijn volk beter in be„ „dwang te houden, dewijl ik zo iets diergelijks weeder voorvallende zelfs revenge over zulke onbehoorlijkheden zoude doen neemen, Ja dat jk zelfs daar toe al reets werkelijke ordre had gegeeven. vrijdag „len p 63 Craing Labakkang legt „tatie af. zijn Compliment van felici„ zo ook Datou Baringang die over d' in submissie wil„ „lende komen Telloneesen spreekt. Vrijdag den 23=e 'Smorgens te 9. uuren kwam bij mij Craeng Labackang een der noorder Regenten, om zijn Compliment van felicitatie af te leggen. Jk bedank„ „te hem voor deeze vriendelijkheijd en gaf hem na 't houden van eenige particuliere discoursen zijn afscheid Om tien uuren verscheen na voor af verzogte audientie met een kleijn gevolg binnen het Kasteel den Bonijs Prins Pongauwa Datoe Ba„ „ringang, zo om mij met het provisioneel aangevaarde bestier te ver„ „gelucken, als ook om mij t' onderhouden over de zig bij hem aangeeven hebbende geweesene Rijksgrooten van Tello die voorneemens waaren zig onder d' Ed: komp=e te submitteeren, wat gezeten en eenige Com„ „plimenten afgelegt hebbende, zo verzogt hij mij vervolgens dan ook voor de Telleneesen niet alleen acces maar ook dat het mijn behaegen mogte dezelve in submissie t'accepteeren, aanneemende hun wanneer het mijn geliefde, ten dien eijnde te zullen binnen brengen. Dan aange„ „zien dit Rijk zo door het regt des oorlogs als anderzints geheel en al aan d'E: Comp=e vervallen is en Jk genoegzaeme reden had van te moeten opmaeken dat Datou Baringang, die in huwelijk heeft Craeng Bonto Masoegie, zuster van de geweesene Koninginne van Tello, in Cas van eenige onderhandeling met dit volk de favorabelste conditien in faveure van zijn vrouws kant zoude tragten te maeken dan wel dit niet geluckende dezelve van haar goed voor„ „neemen te diverteeren, zo gaf ik hem kortelijk te kennen dat Jk als eerst onlangs in het bestier van zaeken getreeden zijnde mijn hier op zo spoedig dan wel anders niet konde de klareeren maar dat jk mijn gedagten over dit poinct nader zoude laeten gaan en hem als dan bescheid geeven. Hier meede scheen hij te vreeden en betuijgde verder zijn bereidwilligheijd om altoos te gehoorsaemen de beveelen van d' Ed: komp=e tusschen dewelke in tusschen Bonij hij zeide geen het minste onderscheid te willen maeken. Jk bedankte hem voor zijn genegentheijd en zeide dat het te wenschen was en ik ook van herten wenschten dat niet alleen hij maar alle de vorsten en bondgenooten op Celebes steeds zulke gevoelens voor d'E: komp=e mogten bezitten, dewijl ze als dan niet alleen zouden wel doen maar ook volgen het voetspoor van gou„
English
of his late father the deceased old king Matinroa ri Malimongang, upon whom one could firmly rely and during whose lifetime never so many disturbances as have now occurred would have arisen. This latter remark tickled him a little and he took his leave well pleased. From Ambon there arrived here in the roads today the private bark the Drie gebroeders, bringing along the chosen Maros Resident Bartholomeus van de walle as well as secret writings, both from there and from Ternaten. With this bark were also sent back hither by the Governor van Pleuren, without charging any expenses, the five Saleyerese carried off from Saleijer in the past year by the watchmen of Poelo gisser, among whom belong three Anak Craengs or king's children, further mentioned in the separate letter regarding this matter sent to Ambon by the late Mr. van der Voort on the 30th of November 1779; which people I lodged with the chief interpreter Brugman until an opportunity should arise for me to transport them to their country. Saturday the 24th I had the Datoe sedeenring asked through the emissary daeng Mandjarekie whether he had not yet found out which one of his subordinates it had been who had dared to assault the European mentioned under the 22nd of this month, as I was anxious to hear in what manner he would have punished the same according to his deserts. But the emissary brought me in reply that that Prince, whatever efforts he had made, had not yet been able to trace the perpetrator, but that he had me assured that he would be very pleased if such wanton folk were henceforth simply put to death on the spot by our people. Sunday the 25th there was nothing to note. Monday the 26th there arrived here from Bima in their own vessel an envoy of the king there. Today I also sent writings to Boelecomba and Saleijer to make known what had occurred in the administration. Tuesday the 27th, with the holding of public worship and the hoisting of flags on all the points and bulwarks of the Castle, and likewise on the vessels lying in the roads, the day of the conquest of goah was celebrated here for the second time. Wednesday the 28th I received in audience the envoy of Bima mentioned under the 26th of this month, who, after delivering the customary compliment and reporting that on the opposite shore everything was still in deep rest and peace, handed me a letter from his prince, solely drawn up to communicate the death of Resident Alexander Rosselet. Overland there was also delivered to me writings from the Boelecomba Resident Monsieur, alongside a separate letter addressed by the same to the late Governor van der voort and dated the 22nd of this month of June, in which he communicated among other things that his dispatched spies having returned had told him that, with respect to the rebels, there were staying at the negorij Bonto Lowee under Craeng Mandalle etcetera a number of two hundred heads, and that on Thasese under Sankilang were as many as two thousand enemy troops. Furthermore that they had also learned that Batara goa, Sankilang, as soon as the monsoon permitted, intended to attack Maros or else Boelecomba or Bonthain. After this, having requested an audience, the Adatouang of sideenring came to me in person, who told me he had come inside expressly to congratulate me on assuming the provisional administration. I thanked him for this, and after some indifferent conversation was exchanged back and forth and he had offered his service to me on all occasions, I addressed him somewhat severely concerning the bad conduct of his folk, especially that of his retinue, and said that I could not reconcile how, whereas he had always shown himself to be faithful and willing toward the Honorable Company, he, so it seemed
Dutch transcription
van Ambon arriveert, den „ g'eligeert Maros resident „ van de walle. den Datoe sedeenring nader ondervraagt over zijn baldaedig volk. Maandag„ „zant van Bima van wijlen zijn vader den overleeden ouden koning Matinroa ri Malimongang, op wien men een vaste staat heeft kunnen maeken en bij wiens leeven, nooijt zo veel onlusten als 'er nu voorgevallen zijn, van zouden ontstaan weezen. Dit laatste kittelde hem een weijnigje en hij nam wel vergenoegd zijn afscheijd. van Ambon kwam op heden hier ter rheede de particuliere Bark de Drie gebroeders, meede brengende den g'eligeert Maros Resident Bartholomeus van de walle mitsgaders sekreet schrijvens, zo van daar als van Ternaten. Met deeze bark wierd ook teffens door den Heer gouverneur van Pleuren, zonder aanreekening van eenige ongelden, na herwaarts terug gezondene de vijf door de wagthouders van Poelo gisser in A„o passato van Saleijer vervoerde saleijereesen en daar onder gehoorende drie Anak Craengs of konings kinderen breeder ver„ „meld bij de daar over na Ambon door wijlen den Heer van der Voort afgezondene aparte brief van den 30=e November 1779: welke menschen ik zo lange bij den oppertolk Brugman ter in„ „wooning gaf tot dat mijn gelegentheijd zoude voorkomen om dezelve na hun land te kunnen transporteeren. Saturdag den 24=e Liet ik den Datou sedeenring door den zendeling daeng Man„ „djarekie afvragen of hij nog niet uijtgevorst had welke eene van zijne onderhoorige het geweest was die den onder den 22:e deezer vermelde Europees had durven aanzanden, dewijl ik met smert verlangde te hooren op wat wijze hij den zelven na verdiensten T zouden hebben afgestraft. dog den sendeling bragt mij ten ant„ „woord dat dien Prins wat moeijte hij ook had aangewend den daeder „ring nog niet had kunnen opspeuren, maar dat hij mijn liet verseeke„ „ren dat het hem zeer lief zoude weezen wanneer zulk baldaedig volk voortaan door d' onse maar op de daad zelve om het beeven wierden gebragt. zondag den 25=e viel niets te noteeren 26=e Arriveerden alhier van Bima met eijgen vaartuijg een aankomst van een ge„ afgezant des konings aldaar Op heeden zond jk ook afschrijvens na Boelecomba en Saleijer r we den de tweede veroveringsdag van goa gevierd. receptie van den bimas berigt van Boelecomba wegens den toestand der rebellen. den Datoe van Sideen „ring komt ter audientie en word nader over zijn onbeteugeld volk onder„ „houden. Saleijer ter bekendmaeking van de voorgevallene in 't bestier. Dingsdag den 27=e wierd met 't houden van den openbaeren godsdienst en het op„ „steeken van vlaggen op alle de punten en Bolwerken van 't Casteel Jtem op de ter rheede leggende vaartuijgen hier voor de tweede maal gevierd de veroveringsdag van goah. woensdag den 28=e ontfing ik ter audientie de onder den 26=e deezer vermelde gezant van Bima, die mij na aflegging van het gewoone Compliment en melding als dat op de overwal alles nog in een diepe rust en vreede was overhandigde een brief van zijn vorst, eenelijk ter Communicatie van het overlijden vanden Resident Alexan„ „der Rosselet ingerigt. over den Landweg wierd mij ook besteld schrijvens van den Boe„ „lecombas Resident Monsieur, nevens een aparte brief door den zelven aan wijlen den Heer gouverneur van der voort gerigt en gedateerd 22=e deezer maand Juni, waar bij hij onder anderen bedeelden dat zijne uijtgezondene spions terug geko„ „men weezende hem hadden verhaald als dat met opzigt tot de Rebellen zig op de negorij Bonto Lowee onder Craeng Mandalle etc=a, ophielden een aantal van twee honderd koppen en dat zig op Thasese onder Sankilang wel twee duijzend vijandelijke man„ „schappen bevonden. voorts dat zij ook nog vernomen hadden dat Batara goa /:Sankilang :/ zodra de mouson 't per„ „mitteerde van voorneemens was om Maros dan wel Boele„ „comba of Bonthain t'attacqueeren. Hier na kwam, na verzogte audientie, in persoon bij mij den Adatouang van sideenring, die mijn zeijde expres binnen ge„ „komen te zijn om mij te feliciteeren met het aangevaarde provisioneele bestier. Jk bedankte hem dientwegen en na dat 'er over en weeder eenige onverschillige discoursen waeren gevoerd en hij zijn dienst aan mij in alle gelegentheden had aan„ „geboden zo onderhield: Jk hem eenigzints ernstig over het slegt gedrag van zijn volk, bijzonder dat van zijn gevolg, en zeijde dat ik niet konde over een brengen dat daar hij steeds betoond had trouw en gewillig voor d'E: komp=e te zijn, hij, zo het Scheen resident
English
Thursday the 29th nothing occurred. Friday the 30th. One of the Sandraboneese magnates comes to offer the compliment of condolence etc. A Company of Javanese warriors sent to Boelecomba for reinforcement. ...seemed; could not bring himself to curb his wanton people and keep them under proper restraint, at least in such a manner that they would leave our people, whether Europeans, Malays, or others, in peace. That I, having already heard several complaints about their insolence, and having now come into the administration, kindly requested him to provide for this; because not only would I immediately have struck down anyone among them who dared again to commit the slightest violence against one of ours, but I would also make my displeasure known to him, while on our part I would ensure that his people were not molested by ours in the very least, since my efforts aimed at nothing else than to effect, through such conduct, a continuous peace and unity between the Company and the Celebesian peoples. Upon this he gave me the strongest assurances that he would keep his people under constant restraint and that he did not doubt that I would have no further reason to complain in the future, wherewith he took a friendly leave and departed. On the 30th, after a previously requested audience, Kraeng Baloesang, one of the foremost Sandraboneese magnates, appeared before me inside the castle to offer, in the name of the king and the other magnates, the compliment of condolence on the demise of the Governor, Mr. van der Voort, etc. I thanked him for this and recommended that upon his return to Sandrabonee he should not only urge the king to come here speedily to swear to the contract, but also remind that prince of the payment of their debt to the Noble Company. July Saturday the 1st I dispatched by the overland route, for the reinforcement and protection of the posts at Boelecomba and Bonthain, a number of One hundred and four Sumanap warriors under Lieutenant Brajan Takka and other Javanese officers, who, accompanied by one of our assistant interpreters and an express messenger from the court of Bone as a guide, took with them a separate letter from me to Resident Monsieur, containing a reply to his letter received on the 28th of June last concerning the condition of Sankilang's faction in those districts. Sunday the 2nd nothing occurred. Monday the 3rd. Tuesday the 4th. Message to Datoe Baringang regarding the Telloese. I sent the messenger Sumael to Maros to inform the Bone Prince Pongauwa Datoe Baringang, who is there, that he could now come here with the Telloese magnates who wish to submit, as mentioned under the 23rd of June last. Wednesday the 5th nothing passed. Thursday the 6th. Presumptive news of the Company's ship Azia. It was reported to me by the Malay and resident here, Intje Raha, that six days ago off the negorij Detang on Sumbauwa he had seen a Company ship sailing, heading towards Bima, which he firmly assumed to be our office ship Azia. Friday the 7th there was nothing to note. Saturday the 8th. Report from Malenkeerij. I received a report from Lieutenant Dresler, stationed at the post of Malenkeerie, that the patrols sent out from there had discovered some people at the negorij Pako who, after being hailed, presented themselves as locals and subsequently took their leave as soon as possible. Sunday the 9th. The Queen of Thaing forbidden from the untimely roaming of her people, and questioned about the adjacent march. I gave notice of this to the Queen of Thaing and requested that she forbid her people from roaming about at night and at unseasonable times, because at such a distance, not knowing whether they were friends or enemies, one could very easily shoot them dead, about which she then should not complain to me at all. On this occasion I also had her informed that it was reported to me by the chief interpreter that he had heard by rumor that the Queen of Thaing intended, together with the Adatouang of Sidenreng, to go to the Bonthain district, namely to the negorij Tjalendoelendoek, to [illegible]
Dutch transcription
Donderdag den 29:e viel niets vrijdag een der sandrabonij„ „sche Rijksgrooten komt het Compliment van rouw beklag etc: afleggen. een komp=s Javaanse krijgers tot versterking scheen; niet op zig konde verkrijgen om zijn baldaedig volk te beteu„ „gelen en in een behoorlijk bedwang te houden, ten minsten zodanig dat ze ons: volk het zij Europeesen, Maleijers als andere met vreden lieten. dat jk als allange over hun brutaliteiten verscheidene klag„ „ten gehoord hebbende dienthalven nu aan het bestier gekomen zijnde hem in vriendelijkheijd verzogt daar inne te willen voorzien; dewijl ik niet alleen die geenen die van haar zig verstouten durfde weeder aan een van d' onze het minste geweld te pleegen, daedelijk zoude doen ter nee„ „derleggen maar ook zelfs hem mijn ongenoegen te kennen geeven, terwijl jk ook daar en tegen aan onze kant zoude doen zorg dra„ „gen dat de zijne door d' onzen niet in het allerminste wierden ge„ „molesteert, alzo mijne pogingen nergens anders heen strekte als om door zo een handel wijze een geduurige vreede en eendragt tusschen de komp„e en de Celebesche volkeren te bewerken. Hier op deede hij mij de sterkste verzeekeringen van zijn volk in een geduurig bedwang te zullen houden en dat hij niet twijffelde of ik zoude in 't vervolg geen meerdere redenen tot klagen hebben, waar meede hij een vriendelijke afscheid nam en heenen ging. 30=e verscheen na voor af verzogte audientie bij mij binnen het kasteel kraeng Baloesang, een der voornaamste sandra„ bonijsche Rijksgrooten om uijt naam van den koning en ver„ „dere grooten het Compliment van Condoleance over het af„ „sterven van den Heer gouverneur van der voort, enz: afleg„ „gen, Jk bedankte daar voor en recommandeerde hem om bij te rug komst in sandrabonij den koning niet alleen tot een spoe„ „dige overkomst na herwaarts om het kontract te besweeren aan te spooren maar ook om dien vorst in gedagten te houden de afbetaeling van hun debet aan d' Edele Kompagnie Julij Saturdag den 1=e depecheerde jk tot versterking en dekking van de Posten te Boelecomba en Bonthain over den Landweg derwaarts af, een na Boelecomba gesonden. aantal van Een honderd en vier sumanapse krijgers onder den Luitenant Brajan Takka en verdere Javaanse officieren die verzeld „ 67 Zondag den 2=e Maandag „ 3=e Dingsdag boodschap aan Datoe Baringang wegens de Telloneesen. Donderdag presumptive tijding van 's Comp„s schip Azia berigt van Malenkeerij. de koninginne van Thaing het ontijdig swerven van haar volk verboden. en over nevenstaande optogt onderhouden. verzeld van een onzer ondertolken en een expresse sendeling van het Bonische sof tot weg wijzer, van mijn meede namen een apar„ „te brief aan den resident Monsieur, houdende antwoord op des„ „selfs den 28=e Juni Jo leeden ontfangene schrijvens nopens den toe„ „stand van Sankilangs aanhang in die districten niets voorgevallen. „ 4=e zond: Jk. den sendeling Sumael na Maros. , om den aldaar zijnde Bo„ „nisch Prins Pongauwa Datoe Baringang aan te zeggen dat hij als nu met de in submissie komen willende en onder den 23=e Juni J=o Leeden vermelde Telloneese Rijksgrooten na herwaarts konde komen. 6. e wierd mij door den Maleijer en Jnwoonder alhier Jntje Raha ge„ „rapporteerd, dat hij zes dagen geleeden voor de negorij Detang op sumbauwa een Comp„s schip had zien zeijlen de wil na Bima hebbende en die hij voor vast veronderstelde dat ons komptoir schip Azia zoude weezen Saturdag „ 8=e kreeg ik van de op de Post Malenkeerie leggende Liutenant Dresler rapport dat de van daar uijtgezondene Patrouilles op de negorij Pako eenig volk hadden ontdekt die na dat ze waeren aangeroepen zig voor stainders hadden uijtgegeeven en vervolgens zodra mogelijk hadden g'absenteerd. Zondag den 9=e Liet ik hier van aan den Koninginne van Thaing kennisse geeven en versoeken als dat z: haar volk het rondswerven bij nagten en ontijden zoude verbieden, want dat men in zo varre een tijd, niet weeten kunnende of het vrienden dan wel vijanden zijnde, dezelve zeer gemackelijk konde dood schieten, waar over zij zig dan bij mijn maar in het geheel niet moest bezwaaren. Bij deeze occasie liet Jk haar ook zeggen dat mij door den oppertolk gerapporteerd was. dat hij per gerugt vernomen had dat de konin„ „ginne van Thaing van voorneemens was met den Adatouang van sideenring na het Bonthainse en wel na de negorij Tjalendoelendoek woensdag den 5=e Passeerde niets vrijdag den 7„e viel niets te noteeren te t
English
answer thereto two vessels dispatched to discover the ship Azia. which is said to have been seen near Bima. to depart in order to fulfill a promise they had made there. That I hoped there was no truth in this, because a journey for her in these times in that direction, where the enemies were staying, was entirely inadvisable. To the first point, I was answered that, to her knowledge or as far as she knew, none of her people had been at the negorij Pakoe, much less that they were roaming about here and there at night, but that she would nevertheless keep a watchful eye on her people, and that regarding the second article, it was true that she intended to go to Tjalendoelendoe to fulfill a promise made by her and her son-in-law, the Adatouang of Sideenreng. Upon this, I let her know that this was neither the time nor the opportunity for her to undertake a journey to the Bonthain district, where the Rebels were staying. That this, besides necessarily appearing somewhat suspicious to me, was too dangerous for her, and that I therefore could by no means approve or consent to it. Today, the ordinary messenger Daeng Mandjarekie, who had been dispatched thither on the 21st of June to announce the Governor's death, also returned from Soping; having delivered the message to the king's son while the father was inland, he was sent back with a friendly reply. Monday the 10th, in the forenoon, I dispatched from here two well-sailing vessels to track down, if possible, not only the ship mentioned under the 6th of this month, but also to provide such assistance if necessary as I had prescribed to their commanders in a written order delivered for that purpose. In the afternoon came to me the Wadjorese and resident here, Amboe Panekie, saying that on his return journey hither, near Bima, he had heard that the king of Sumbauwa was said to have died. Also that around that latitude, some eight days ago, he had seen a ship. Wednesday negotiations with the Queen of Thaing and the Datoe of Sedeenring. the Datou Baringang and the former Tellonese Grandees of the Realm will come in the day after tomorrow. arrival of the factory ship Azia at the roads. Conference with the Tellonese. Wednesday the 12th, in the forenoon around nine o'clock, having previously obtained an audience with me inside the castle, the Queen of Thaing and the Adatouang of Sedeenring appeared; both being seated, the Queen told me that upon my dissuasion she had abandoned her intended journey to Bonthain, and on the contrary had resolved to proceed to Sedeenring, which lies to the north, and there have her grandson circumcised and fulfill her further vows. I answered her that it pleased me greatly that she had followed my advice so quickly, that she would always fare very well by doing so, and that I was well pleased that she undertook the journey to Sedeenring, to which I wished her a pleasant trip, but that I requested her, before she departed, to set the necessary order over her states, or at least to place the administration of affairs in her absence into the hands of such persons with whom I could properly deal on occurring occasions; upon this she presented to me Daeng Riboko, the Glarrang of Thaing, and one of the Pabitjaras or Councilors, all three well-respected men, whom I accepted after having made known the intention of the Queen and myself, whereupon that princess, having taken a friendly leave, departed with her retinue very well satisfied. After this, the Datou Baringang had me asked when it would be convenient for me to receive him together with the former Tellonese Grandees of the Realm mentioned under the 23rd of June, which I set for the day after tomorrow, or Friday next. Thursday the 13th, after a voyage of four months and 13 days, the long-awaited factory ship Azia arrived here safely in the roads. Friday the 14th, pursuant to what was noted the day before yesterday, there appeared before me inside the castle the Bonian Prince Pongauwa Datou Baringang, accompanied by the following Tellonese Grandees of the Realm, namely: the Glarrang
Dutch transcription
antwoord daar op twee vaartuijgen ter ont„ „dekking van het schip Azia afgezonden. die nader omstreeks bima zoude gezien zijn. te vertrecken om aldaar een belofte die Z' gedaan hadden te volbrengen. dat ik niet wilde hoopen dat hier aan iets vast zoude zijn, want dat een reize voor haar in de tegenwoordige tijd die weg uijt, alwaar zig de vijanden onthielden gantsch niet raadzaam was. Op het eerste wierd mij ten antwoord gebragt dat met haar weeten of voor zo verre zij wist geen volk van haar op de negorij Pakoe had geweest veel minder dat zij hier en daar 'snagts rondswerven, dog dat zij des niet te min een waakend oog op de haare zoude doen houden, en dat wat betrof het tweede articul, waar was dat zij voorneemens was om naar Tjalendoelendoe te gaan ter volbrenging eener door haar en haar schoonzoon den Adatouang van Sideenreng ge„ „daene belofte. Hier op liet jk haar weeten dat het thans voor haar geen tijd nog gelegentheijd was om een reijse na het Bonthainse alwaar de Rebellen zig ophielden, te doen. Dat zulks, behalven dat het mijn eenigsints suspect zoude moe„ „ten voorkomen, voor haar te gevaarlijk was en dat jk dienthal„ „ven het geensints konde goedkeuren nog inwilligen. Heden kwam ook van soping terug den op den 21=e Junij na der„ „waarts ter bekendmaeking van 's Gouverneurs overleijden gede„ „pecheerde ordinaire zendeling Daeng Mandjarekie, die de boodschap aan 's konings zoon, terwijl de vader in de binnenlanden was, gegeeven hebbende met een vriendelijke antwoord was terug ge„ „zonden. Maandag den 10=e voor de middags heb ik van hier afgezonden twee wel bezeijlde vaartuijgen om bij mogelijkheijd niet alleen het onder den 6=e deezer vermelde schip op te speuren maar ook des noods zodanige hulpe toe te brengen als ik de Hoofden daar van bij een ten dien eijnde overgegeevene schriftelijke ordre had voorgeschreeven. 'S middags kwam mij den wadjorees en Jnwoonder alhier Amboe„ Panekie zeggende dat hij in zijne te rug reise na herwaarts omstreeks Bima gehoord had als dat den koning van Sumbauwa overleeden zoude zijn. ook dat hij op die hoogte een dag of agt geleeden een schip had gezien. woensdag line onderhandeling met de Koninginne van Thaing en den Datoe van sedeen„ den Datou Baringang en den geweesene Telloneese Rijksgrooten zullen over, morgen binnen komen. komst van het komptoir schip Azia ter rheede Conferentie met de Telloneesen. Woensdag den 12=e 's voormiddags omtrend negen uuren verscheenen na voor af beko„ „mene audientie bij mijn binnen het kasteel de Koninginne van Thaing en den Adatouang van sedeenring, beijde gezeeten zijnde zo zeide mijn de Koninginne dat zij op mijn afraeding van haar voorgenomene reijse na Bonthain had afgezien en daar en tegen geresolveerd was om zig na sedeenring, dat om de noord legt te be„ „geeven, en aldaar haar kleijn zoon te laeten besnijden en haere verdere geloften te volbrengen. Jk antwoorde haar hier op dat het mijn zeer lief was dat zij mijn raad zo spoedig had opgevolgd, dat zij zig daar altoos zeer wel bij zoude vinden en dat jk zeer wel leijden mogt dat zij de reize naar sedeenring, waar na toe Jk een plaisierige reize wenschte, ondernam, dog dat jk haar verzogt om, eer dat ze vertrok de nodige ordre op haar staaten te willen stellen, ten minsten het bestier van zaeken in haar absentie in handen van zulke menschen te geeven waar meede Jk bij voorvallende gele„ „gentheden behoorlijk zoude kunnen te regt komen, hier op pre„ „senteerde zij mijn Daeng Riboko, den glarrang Thaing en een van de Pabitjaras of Raadsheeren, alle drie wel geziene mannen, dien ik de Jntentie van de Koninginne en van mijn te kennen gegeeven hebbende accepteerde, waar op die vorstinne een vriendelijk afscheijd genomen hebbende met haar gevolg zeer wel vergenoegd heenen ging Hier na liet mijn den Datou Baringang vragen, wan„ „neer het mijn gelegen zoude komen om hem met de onder„ den 23=e Junij vermelde geweesene Telloneese Rijksgrooten te recipieeren, het geen Jk bepaalde op overmorgen of vrij„ „dag aanstaande Donderdag den 13=e arriveerde alhier na een reize van vier maanden en 13. ' dagen behouden ter rheede het zo lang verwagte komptoir schip Azia. vrijdag den 14=e verscheen ingevolge het genoteerde op eergisteren bij mijn bin„ „nen het kasteel den Bonijschen Prins Pongauwa Datou Baringang verzeld van de volgende Telloneese Rijks„ „grooten als. den Glaszang „ring. chip
English
The gallarang of Parang Lowe named Jhadie The gallarang of Bira named Achama The gallarang of Rappo Kalling named J-anta The gallarang of Bone Lenga named J- tatoe The gallarang of Bonto Lowe named Loemaili The gallarang of Daja named I- Borra The gallarang of Patjerackang named I- Rappa The gallarang of Boemong named I- Sappara The gallarang of Pamandjengang named J- Mangaleang The gallarang of Sodiang named I- Ansa The gallarang of kapasa named J. soesong and the gallarang of Pao Pao named J-manje having been unable to appear due to indisposition. After taking seats and the customary compliments had been paid, the Datoe Baringang told me that he had come inside to present and offer to me the Talloese present here submitting themselves. I asked them whether this was so and whether they had now come inside to humble themselves in sincerity before the Honorable Company. To this they answered me yes, but that their humble prayer was to be allowed to have as their head the wife of the Datoe Baringang, who was one of their royal children. I immediately understood their objective from this, especially that of the Datoe Baringang, and accordingly answered them straight away that this latter request could not be granted, since the Realm of Tello, both by the direct cession in Ao 1686 and now most recently in Ao 1777 made by the present former queen to those of goah, as well as by the right of war, had fallen to the Honorable Company, and that henceforth they had to consider themselves nothing other than absolute subjects of the Honorable Company and that consequently they had dealings or business with no one else. Upon this they repeated their request once more, but I pointed out to them once again with somewhat more emphasis the fairness with which the Honorable Company came to deal with them, calling to witness the Datoe Baringang himself, whom I said could do nothing else than justify my words, as he also did, assuring them that they were being treated with greater civility than they could have hoped for. This then made them decide immediately upon a final submission and to beg me most earnestly to admit them into submission and to obtain for them from the Honorable Company a gracious pardon for whatever they and theirs might have committed. I said to this that I now accepted them in submission and on behalf of the Honorable Company granted a gracious remission of all the past, and that I hoped that from now on they would conduct themselves as faithful subjects thereof in such manner as would shortly be presented to them by me in writing and in a concluded contract, whereupon I handed back to each of them, one by one, with my own hands their sidearms, which they had been made to lay down before the castle gate as a sign of the deepest humility, with a serious admonition to use the same from now on henceforth as faithful subjects to the benefit and service of the Honorable Company. They promised sacredly to do this and thereupon departed very contented. Saturday the 15th in the morning I sent the Bookkeeper and second Interpreter Diederik Deefhout to Thaing to demand from the Queen, while conveying my greetings, the state regalia of the Realm of Tello, which had fallen to the Honorable Company and had previously been ceded by her to the Makassarese. The said Interpreter returned towards noon with the answer that the Queen was fully prepared to hand over those regalia, but that she requested that the same might be fetched by the Talloese themselves, since according to their superstitious beliefs no one other than native Talloese could lay hands with impunity upon these goods, which were regarded by them as sacred. After this, I received overland by a letter of the 13th of this month a communication from the Boelecomba Resident Monsieur regarding the safe arrival at Bonthain on the 7th of this month of the Madurese warriors sent thither on the 1st previously, on which occasion the Resident also informed me that in a small
Dutch transcription
Den glazsang van Parang Lowe in naeme Jhadie _„ „ Bira in naeme Achama _„ „ Rappo Kalling met naeme J-anta, _„o „ Bone Lenga genaemd J- tatoe _„ Bonto Lowe met naeme Loemaili, _„ Daja in naeme I- Borra _„ Patjerackang in naeme I- Rappa, _„ Boemong in naeme I- Sappara, „ _„ Pamandjengang in naeme J- Mangaleang „ _„o Sodiang in naeme I- Ansa. Hebbende den glarrang kapasa met naeme J. soesong en den glarrang van Pao Pao J-manje door Jndispositie niet kunnen Compareeren. Na genomen zit plaats en afgelegde ordinaire Complimenten zeide mijn den Datoe Baringang binnen te zijn gekomen, om mijn de pre„ „sente in submissie komende Telloneesen te verthoonen en aan te bieden. Jk vroeg dezelve af, of dit zo was en of zij nu binnen waeren geko„ „men om zig in oprechtheijd voor d'E: komp:e te verootmoedigen.! zij ant„ „woorden mijn hier op van Ja. ' dog dat hunne ootmoedige beede was om de vrouw van den Datou Baringang dat eene van haar konings kinderen was, tot hun hoofd te mogen hebben. Jk begreep aanstonds hier uijt hun doelwit, bij zonder dat van den Datou Baringang, en antwoorde hun mitsdien Cordaat weg dat dit laatste, vermits het Rijk van Tello, zo door de directe afstand in A„o 1686. en nu Jongst in A„o 1777. door de presente geweesene koninginne aan die van goah gedaan als door het regt des oorlogs, aan d'E komp:e vervallen was niet konde geschieden, en dat zij zig voortaan niet anders moeste aan„ „merken te zijn als volstrekte onderdaanen van d' Edele komp=e en dat ze gevolgelijk ook met niemand anders te doen ofte handelen hadden. Hier op herhaalde ze nogmaals hun verzoek; dog ik hield hun ander„ „maal met wat meer nadruk voor d' onbillikheijd waar meede d'Edele komp=e met haarlieden kwam te handelen, ten getuijgen van dien neemende den Datou Baringang zelfs, die Jk zeijde dat niet anders zoude kunnen doen dan mijn gezegdens te billijken, zo als hij ook h om „ der de Rijks ornamenten van Tello van de Konin„ „ginne van Thaing af„ haar antwoord daar op Communicatie van Boele„ „comba wegens de aankomst der Madureese. ook deed, haar verseekerende dat zij met meerder Civiliteit behandeld wierden dan ze zouden hebben kunnen hoopen. Dit deed haar dan terstond tot een finaele onderwerping besluijten en mijn op het krag„ „tigste smeeken om haar in submissie t' admitteeren en voor haar bij d' Ed: komp=e te bewerken een genadig pardon van het geenen zij en de haeren mogten misdreeven hebben. Jk zeide hier op dat jk haar als nu in submissie accepteerde en van wegens d' Edele Komp=e een gratieuse kwijtschelding deed van al het voorleedene en dat ik hoopte dat zij zig nu voortaan als getrouwe onderdaanen van dezelve zodanig zoude gedragen als haar in geschrifte en bij een aangegaene Contract eerstdaags door mijn zoude werden voorgesteld, waar op ik aan een ieder van haar een voor een eigenhan„ „dig hun heupgeweer, dat men haar voor de kasteels poort tot een teeken van de aller diepste nedrigheijd had doen afleggen, weeder overgaf, met een ernstige vermaening om het zelve van nu af aan voortaan als getrouwe onderdaenen tot nut in dienst van d'E: komp=e te gebruij„ „ken. zij beloofde dit Hteijliglijk te zullen doen en gingen daar op zeer vergenoegd weg. Saturdag den 15=e 's morgens heb ik den Boekhouder en tweede Tolk Diederik Deef„ „hout na Thaing gezonden, om onder aflegging mijner groete, aan de koningin af te vragen de Rijksornamenten van het aan d'E: komp=e vervallene en door haar bevoorens aande Makassaeren afgestaene Rijk van Tello. gedagte Tolk keerde tegen de middag terug met antwoord dat de koninginne ten vollen bereijd was om die ornamenten over te geeven, dog dat ze verzogt dat dezelve door de Telloneesen zelfs mog„ „ten worden afgehaald, dewijl na haarlieder superstitieuse gevoelens, niemand anders dan gebooren Telloneesen zonder straf de hand aan deeze bij haar voor een heiligdom gehouden wordende goederen vermog te slaan. Hier na ontfing jk over den Land weg bij een brief van den 13=e deezer Communicatie van den Boelecombas Resident Monsieur nopens. de behoude aankomst te Bonthain op den 7=e deezer, van de onder den 1=e bevoorens na derwaarts afgesondene Madureese krijgers, Bij wel„ „ke gelegentheijd den Resident mijn ook bedeelde dat in een kleijne G „gevraegd. „
English
along with his following. The Bimanese envoy receives his dismissal. Sunday the 16th. Private rumors regarding the death of the king of Sumbauwa. Monday the 17th. Tuesday. Wednesday. Thursday. Secret letter sent to Boelecomba; a letter received from the king of Bonij. and report that during a small attack in the Bonthain district the enemy had lost a certain Malilleng, the foremost champion of Prince Arou Mampoe who had joined the rebel Sankilang, and who had boasted of having personally killed as many as fifteen Europeans, among whom was Ensign Burghof. Furthermore, I also granted his dismissal to the envoy of the king of Bima, who had arrived here on the 26th of June of last year, taking with him letters to that prince communicating the Governor's death etc., and the appointment of the Dispencier Fuhrer as Resident at Bima in place of the deceased Rosselet. I received a letter from the sworn clerk of Bima, Bastiaan Steijns, in which he reported that he had been privately informed, though reliably, that the king of Sumbauwa had died very suddenly in the beginning of the past month of June, sufficiently corresponding with what was noted under the 11th of this month, and that the Datoe Jarewe would be declared the most legitimate successor to the same. But that no formal announcement of this had yet been made by Sumbauwa itself. The 18th. Nothing occurred to be noted. The 19th. The 20th. Friday the 21st, I dispatched a secret letter to the Resident of Boelecomba, Monsieur, serving in reply to the letter received from there on the 15th of this month. Saturday the 22nd, I received from the interior a letter from the king of Bonij, containing principally His Majesty's condolences on the demise of Governor van der Voort etc., and a promise following my earnest request for a speedy return hither, as well as an answer to what I had written regarding the embassy to be sent to the main settlement, which His Highness said he now had to postpone until such time as the Honorable Company declared them free of tolls according to ancient custom, which, however, he is very mistaken about. Three Macassar grandees already taken into submission receive an audience. The King of Sandrabonij gives notice of his arrival. Sunday the 23rd, nothing occurred. A visit from Craeng Baloesang. Entry of the king of Sandrabonij. Negotiation with the same. Hereafter, at eleven o'clock, the three Macassar grandees already accepted into submission by the late Governor van der Voort, namely Craeng Gantarang Pangang, the son of Craeng Manoedjoeng, and Daeng Mandjarekie Kawarie, appeared before me in the Castle, both to congratulate me and to present their persons further, as well as to recommend themselves once more into the protection of the Honorable Company. After which I let them depart with a fitting answer. Monday the 24th, there arrived here the King of Sandrabonij, who immediately gave me notice of his arrival through an emissary and asked when I would have the opportunity to receive him, which I scheduled for the day after tomorrow. Tuesday the 25th, Craeng Baloesang, one of the foremost grandees of the realm, came to me to pay a private visit. Wednesday the 26th, pursuant to the access granted the day before yesterday for today, the King of Sandrabonij entered the Castle around nine o'clock with several of his realm's grandees, who, after taking their seats and delivering the customary compliments, declared that they had now come expressly to conclude and swear to, in accordance with their promise, the contract already provisionally entered into by them with the Honorable Company. However, owing to the impoverished and deplorable condition to which the realm of Sandrabonij had been reduced by the turmoil of war, they requested that they might graciously be relieved of the heavily burdensome sum of money imposed upon them for indemnification, and also that they might retain the practice of their local customs and freedom of religion. I answered them to this that, as for the first point, this was utterly impossible, and that through the reduction of a large portion of what had been contracted during the siege of Sandrabonij they had already experienced more than enough of the benevolence of the Honorable Company, even at a time when it had been entirely within its power to subdue them completely and destroy them to the ground; that they consequently had to submit to it with willingness.
Dutch transcription
„langs aanhang. de Bimaneese afgezant krijgt zijn afscheijd. Zondag den 16=e particuliere gerugten wegens het overlijden van den koning van Sumbauwa. Maandag den 17=e Dingsdag Woensdag Donderdag „ sekreet schrijvens na Boelecomba afgezonden: een brief van Bonijs koning ontfangen. en bedeeling van sanki„ kleijne attacque in het Bonthainse van den vijand gesneuveld was eenen Malilleng, voornaamste voorvegter vanden zig bij den Rebel Sankilang gevoegden Prins Arou Mampoe, die zig beroemt had van reets vijftien Europeesen, waar onder den vendrig Burghof, eigenhandig om het leeven te hebben gebragt. voorts gaf ik nog zijn afscheid den onder den 26:e Juni J=o leeden alhier g'arriveerde afgezant des konings van Bima, meede neemende schrijvens aandien vorst ter kommunicatie van 's Gouverneurs overleiden etc: en de aanstelling van den Dispencier Fuhrer tot Resident te Bima in plaats van den overleedene Rosselet. ontfing ik een brief van den Bimas gezworen scriba Bastiaan steijns, waar bij denzelven bedeelde, dat hem in het particuliere egter voor de waarheijd berigt was dat den koning van sumbauwa een in het begin der voorleedene maand Juni /:genoegzaam over een kom„ „loe „stig met het onder den 11=e deezer aangeteekende:/ zeer subit zoude woe overleeden zijn, en den datoe Jarewe als de gewettigste tot desselfs op„ binne „ „volger zoude worden verklaard. Dog dat daar van wegens sumbauwa zelfs nog geen bekendmaeking was gedaan. „ 18=e viel niets te noteeren. 19=e 20 Vrijdag „ 21=e zond jk af een sekreet briefje aan den Boelecombas Resi„ „dent Monsieur dienende in antwoord op het den 15=e deezer, van daar ontfangene schrijvens. Zaturdag den 22=e ontfing ik uijt de binnen landen een brief van den koning van Bonij houdende ten principaele zijn Majesteijts Condoleance over het afsterven van den Heer Gouverneur van der voort etc=a, en be„ „lofte op mijn gedaene instantie tot een spoedige terugkeering na herwaarts. mitsgaders ook antwoord op het door mijn ge„ „schreevene met opzigt tot het na de hoofdplaats afte zendene gezantschap dat zijn Hoogheijd zeide nu te moeten uijtstellen tot 'er tijd toe dat d' Ed=e Komp=e hun na oud gebruijk /:dat hij egter zeer mis heeft:) vrij van Thol verklaarde. Hier „ ij „bom M 2 73 drie reets in submissie ge„ „nomene Makassaarse grooten krijgen audientie de Koning van Sandra„ „bonij geeft kennis van zijn aankomst zondag den 23=e Passeerde niets een visite van Craeng Ba„ „loesang „ning van sandrabonij onderhandeling met den„ Hier na verscheenen om Elf uuren bij mijn in 't Kasteel de reeds door wijlen den Heer gouverneur van der voort, in submissie aangenomene drie makassaarse grooten als Craeng gantarang Pangang de zoon van Craeng Manoedjoeng en Daeng Mandjarekie Kawarie, zo om mijn te feliciteeren en hunne persoonen nader te vertoonen als om zig nogmaals in de protexie van d' Ed: Komp=e te beveelen. - waar na jk ze met een gepaste antwoord liet heenen gaan Maandag „ 24=e Arriveerde alhier den Koning van sandrabonij die mijn van des„ „selfs aankomst door een sendeling ten eersten liet kennisse geeven en vragen wanneer ik gelegentheijd zouden hebben hem t'accep„ „teeren, het geen ik bepaalde op overmorgen. Dingsdag den 25=e kwam bij mijn ter aflegging van een particuliere visite Craeng Baloesang een van de voornaamste Rijksgrooten woensdag den 26=e Navolgens het op eergisteren tegens heden verleend acces kwamen binne komst van den ko„ omtrend Negen uuren binnen het Kasteel den Koning van San„ „drabonij met eenige van zijne Rijksgrooten, dewelke na het neemen van zitplaats en het afleggen der ordinaire Compli„ „menten betuijgde als nu expres gekomen te zijn om in opvolging van haere belofte te sluijten en te bezweeren het door hun reets provisioneel met d' Edele komp=e aangegaene kontrakt, dog dat ze om de armoedige en bedroefden toestand waar in het Rijk van Sandrabonij door d' onlusten der oorlogs was ge„ „bragt verzogten dat zij goed gunstig mogten ontheven worden van de hun ter vergoeding opgelegde so swaar druckend geld somma, ook dat z' mogten blijven bij het gebruijk hunner lands gewoontens en vrijheijd van religie. jk antwoorde hun hier op dat wat het eerste betrof dit volstrekt onmogelijk was en dat z' reets door den afslag van een groot gedeelte van het bij de belegering van sandrabonij gecontracteerde over ge„ „noeg hadden ondervonden de goedheijd van d' Edele Komp:e zelfs in een tijd waar in het maar aan dezelve gestaan heeft om hun geheel en al te onder te brengen en tot in de grond toe te vernielen dat zij zig diendhalven daar aan met gewilligheijd moesten ter „zelven.
English
Friday their entering into a contract, which took effect. had to submit in everything, and strive to employ all means towards a prompt and complete satisfaction of their arrears, whilst I furthermore, with respect to the last request, fully granted them freedom of religion and the observance of their related ancient customs, provided that I also now reminded them of the necessity that resided in sending a proper embassy to Batavia in good time in order to humble themselves before Their High Mightinesses and to request a favorable ratification of the contract to be concluded. They appeared satisfied with this, and I scheduled the swearing of the contract for Monday the 31st upcoming, after which they took their leave and went away. For a further preparation, customary here when entering into contracts with any princes or peoples, I sent the second interpreter Deefhout to the soelewatang or lieutenant of Bonij for commissioners to attend the same. Thursday the 27th nothing occurred. 28th To present tomorrow to the Telloese the contract to be entered into with them. I notified the Datou Baringang that I had already drafted the contract to be entered into with the former Telloese grandees of the realm mentioned under the 14th of this month, and that I therefore expected him inside the Castle tomorrow afternoon. Saturday the 29th appeared inside the Castle the Datou Baringang and Telloese grandees of the realm mentioned yesterday, to whom I presented and had read aloud by the Malay clerk the contract drafted in concept by me, which, as I told them, contained all such points upon which I had wished to receive them in submission on the 14th of this month, and which I now intended to have them swear solemnly the day after tomorrow in full Council meeting according to our custom; that it now only lacked that they propose to me a head over them from among their own, for which they had obtained freedom by the third article. They declared hereupon that they still completely submitted to the Honorable Company and were prepared to swear holily to the fulfillment of the conditions presented to them, but that they had not yet proceeded to the election of a head over them. With this, they took their leave for this time. Sunday the 30th nothing happened. Monday 31st The contract with those of Sandrabonij sworn, for which those of Tello are also appointed for tomorrow. Being the designated day to have the contract newly entered into with the Honorable Company sworn by the King and grandees of the realm of Sandrabonij, according to what was noted on the 26th of this month, with the proper formalities in full Council meeting, the same has then also taken effect in such a manner as today's general Resolution comes to dictate. August Tuesday the 1st I had the Telloese grandees of the realm mentioned under the 29th of July appointed for tomorrow inside the Castle for the swearing of the contract, and according to custom requested the ordinary commissioner of the Court of Bonij to assist thereat. Wednesday the 2nd The contract with the Telloese sworn. In full Council meeting, the contract entered into between the Honorable Company and the former grandees of the realm of Tello, which has completely fallen to the same, was also sworn under such circumstances as is noted in today's general Resolution. Thursday the 3rd Notice given according to custom to the Court of Bonij of my departure to Maros. I sent the second sworn interpreter Deefhout to the soelewattang or lieutenant of Bonij to make known to him my intention to depart for Maros on the 8th of this month to conduct the annual tithe, and at the same time to request, according to custom, to provide me with the ordinary commissioners of Bonij for assistance. Whereupon the soelewattang let me know that on account of his indisposition he could not go in person, but that he would send along for my assistance the glarrang Bontoala, accompanied by an Anrong goeroe Djoa, with which I was satisfied. Friday the 4th Sandrabonij and Tello contract requested for the King of Bonij. The Bonian interpreter Passier came to me to request of me, in the name of the soelewattang, for the examination of the King, a copy of the
Dutch transcription
vrijdag hun aan te gaane Contract dat gevolg neemt. moesten onderwerpen in alles tragten aan te wenden tot een spoedige en Compleete voldoening hunner agterstal, terwijl ik als dan overigens met opzigt tot het laatste versoek hun volkomen toe„ „stond vrijheijd van religie en opvolging hunner daar toe betrek„ „kelijk oude gebruijken mitsgaders dat jk ze wijders ook als nu indagtig maakte de noodzaekelijkheijd die 'er in resideerde om bij tijds een behoorlijk gezantschap na Batavia af te zenden ten einde zig voor Hunne Hoog Edelheden te verootmoedigen en een gunstige ratificatie van het te sluijten Contract te versoeken. Hier meede scheenen zij voldaan en Jk bepaelde de b'eediging van het kontract op Maandag den 31=e aanstaande, waar nase haar afscheijd namen en heenen gingen. Tot een verder toestel, bij het aangaan van kontracten met eenige vorsten of volkeren hier gebruijkelijk, zond jk den tweede Tolk Deefhout na den soelewatang of steede houder van Bonij om gecommitteerdens tot bijwooning van het zelve. Donderdag den 27=' viel niets voor 28=e Liet jk den Datou Baringang aanzeggen dat ik reets ont„ aan de Telloneese het met „worpen had het onder den 14„e deezer vermelde aan te gaane kon„ op morgen voorte houden. „ trakt met de geweezene Telloneese Rijksgrooten en dat ik hem dierhalven morgen na de middag binnen het Kasteel zou„ „de verwagten. Zaturdag den 29=e verscheenen binnen het Kasteel den Datou Baringang en Telloneese Rijksgrooten op gisteren vermeld, aan wien Jk voorhield en door den Maleijdse schrijver liet opleesen het door mijn in Concept gebragte Contract, het welk zo als jk haar zeide in zig hield alle zodanige poincten als waar op Jk haar den 14=e deezer in submissie had willen ontfangen en die Jk nu voorneemens was om haar op overmorgen solemneelijk in volle vergadering van Politie na den gebruijke bij ons te doen b'eedigen, dat 'er nu nog maar eenlijk aan ontbrak dat zij mij voorstelden een hoofd over hun uijt de haeren, waar toe zij bij het drie-articul vrijheijd hadden gekreegen. zij betuijgden hier „ sa Zondag den 30=e Passeerde niets het Contract met die van sandrabonij b'eedigd waar toe die van Tello te„ „gens morgen ook g'ap„ „poincteert worden het Contract met de Tel„ „loneesen bezworen: van mijn vertrek na Maros aan het Hof van Bonij na den gebruijke kennis gegeeven. voor den koning van Bonij Sandrabonijs en Tellose Con„ „tract versogt. hier op zig als nog volkomen aan d' E: komp=e te onderwerpen en be„ „reid te zijn om de nakoming van de haar voorgehoudene Conditien heiliglijk te bezweeren, dog dat zij tot nog toe niet tot de verkiesing van een hoofd over hunlieden waeren overgagaan - Hier meede namen zij voor dit keer hun afscheid. Maandag „ 31=e de bepaalde dag zijnde om na volgens het genoteerde op den 26=e deezer met de behoorlijke formaliteiten in volle vergadering van Politie door de koning en Rijksgrooten van Sandrabonij te doen b'eedigen het met d' Ed=e Komp=e haar op nieuw aangegaene Contract, zo heeft het zelve dan ook op zodanig een wijze gevolg genomen als de gemeene Resolutie van heden komt te dicteeren. Augustus Dingsdag den 1=e Liet jk tegens morgen binnen het kasteel tot het bezweeren van het Contract appoincteeren de onder den 29=e Julij vermelde Tello„ „neese Rijksgrooten en tot assistentie na den gebruike daar bij ver„ „soeken d' ordinaire gecommitteerde van het Hof van Bonij. woensdag den 2=e Js in volle vergadering van Politie almeede met zodanige omstan„ „digheden bezwooren het tusschen d' Edele Comp=e en de geweezene Rijksgrooten van het aan dezelve ten eenemaal vervallene Rijk van Tello aangegaene Contract, als bij de gemeene Resolutie van heden is genoteerd. Donderdag den 3=e zondjk den tweeden gezwooren tolk Deefhout na de soelewat„ „tang of steede houder van Bonij om hem bekend te maeken mijn voorneemen om op den 8=e deezer na Maros te vertrec„ „ken tot het doen van de Jaarlijkse verthiening, en teffens te ver„ „soeken om mijn volgens gewoonte tot assistentie meede te geeven d'ordinaire gecommitteerdens van Bonij. waar op mij den soelewattang liet weeten dat hij wegens zijne Jndispositie in persoon niet konde meede gaan, maar dat hij ter mijner assistentie zoude meede zenden den glarrang Bontoala verzeld van eenen Anrong goeroe Djoa, waar meede jk te vreeden was. Vrijdag den 4=e kwam bij mij den Bonischen tolk Passier om mijn uit naam voord een afschrift van het van den soelewattang tot speculatie van den Koning te versoeken een zij den
English
Saturday the 5th a copy of the contract concluded with the Sandra Boniers and Telloneese, which, as it was to serve for the prince's information, had been promised to him by me. Sunday the 6th nothing of importance occurred. Monday the 7th, at 11 o'clock in the forenoon, there came to me three deputies from the queen of Thaing, namely Daeng Riboko, Glarrang Thaing, and one of the Pabitjaras or Councilors, to make known to me in the name of the queen that she was to undertake the journey to Sidenreng tomorrow, and also that these three, pursuant to what had been agreed upon and noted on the 12th of July, would hold the authority in Thaing during her absence. I had them thanked for the communication provided and wished a safe journey. Today I also sent to the Soelewattang, for the inspection of the King of Boni, the copies of the contracts mentioned on the 4th of this month, who had me thanked very kindly for it; after which a secret letter was dispatched to Their High Nobilities in Batavia with the Bugis Toacko. Tuesday the 8th, in the morning I sent the second interpreter Deefhout to the Soelewattang of Boni to inform him that the inhabitants of Taraveang, sorting under the province of Kabba, had not yet paid their tithes from last year, and that I therefore requested him to give the necessary orders in this regard, since the Honorable Company neither wished nor was able to forego what belonged to it. Whereupon I received the answer that he would instruct the Glarrang of Bontoala, who will assist at the tithing, to this end as necessary. Towards evening at half past six o'clock, after I had first entrusted the management of affairs to the Gentlemen Members of the Political Council in the assembly of the current month and handed over the keys of the castle, the powder house, and the warehouses to the first Member, Captain Commandant Baserman, I departed for Maros, both to conduct the annual tithing and especially to conclude with the combined regents of Maros the contract provisionally entered into with them by the late Governor Van der Voort to deliver henceforth in cash money a sum of 515 Spanish rixdollars or 643¾ Dutch rixdollars annually, instead of the delivery of timber historically determined hitherto, both to defray the costs of the new Fort to be built and to serve as an adequate fund for the purchase of heavy timber for the pier, which had nevertheless been delivered by them, if not less, at least very defectively. Wednesday the 9th, I arrived at Maros towards noon and found everything there in a peaceful condition. Thursday the 10th, the Datu Baringang and the Prince Aru Pantjana came to congratulate me on my safe arrival at Maros and at the same time very kindly offered their persons to accompany me in conducting the tithing, which I accepted with great pleasure. Friday the 11th, all the already previously appointed Northern Regents appeared before me, both from the plains and from the mountains, to whom, after they had performed their customary courtesies and I had regulated the tithing to be done with them, I presented the provisional agreement entered into in the past year with the late Governor Van der Voort regarding the 515 Spanish rixdollars or 643¾ Dutch rixdollars to be paid instead of the previously required, but always defectively realized, delivery of timber for palisades for the Post and beams for the pier. Of which agreement I told them that six months had now already elapsed, calculated from the first of February last to the end of July, in which, and for a long time before, nothing had been delivered, and which I did not doubt they would now properly fulfill as well as show themselves ready to sign a proper written contract of this agreement. Upon this, they not only declared their consent collectively and, as it were, unreservedly, but also immediately signed the contract, already drafted by me in the Dutch and Bugis languages and presented to them once again.
Dutch transcription
Saturdag den 5=e Zondag Maandag geeft kennis van haar vertrek. de verzogte Copij Contract voor Bonij afgezonden en een sekreet briefje aan Haar Hoog Edelhedens. over de agterstallige thiendens van die van kabba gedoleert mijn vertrek na Maros. een afschrift van de met de Sandra Boniers en Telloneesen aange„ „gaene kontract, het welke, als tot 's vorsten narigt moetende die„ „nen, hem door mij wierd toegezegt. is niets van belang voorgevallen. 6 7=e 's voormiddags om 11. uuren, quamen bij mij drie afgezondene van de koninginne van thaing Thaing met naeme Daeng Riboko, glarrang Thaing, en een van de Pabitjaras of Raadsheeren, om mijn uit naam van de ko„ „ningin bekend te maeken dat ze op morgen de reijse na Sideen„ „reng stond aan teneemen als meede, dat deeze drie ingevolge het afgesproken en genoteerde onder den 12=e Julij geduurende haar absentie 't gezag in Thaing zoude hebben. Jk liet haar voor de gegeevene Communicatie bedanken en toewenschen een p„ behoude reijse. Op heden zond jk ook aan den Soelewattang tot speculatie van den Koning van Bonij de afschriften van de onder den 4„e deezer vermelde Contracten, die mij daar voor zeer vriendelijk bedanken liet: waar na met den Boeginees Toacko, een secreet briefje aan Hunne Hoog Edelhedens te Batavia is afgezonden Dingsdag den 8=e 'smorgens zondjk den tweede Tolk Deefhout bij de soelewattang van Bonij om hem bekend te maeken, dat de Jnwoonders van Tara„ „weang, sorteerende onder de provintie Kabba, hun thiende van voorleeden Jaar, nog niet hadden voldaan, en dat jk hem diend„ „halven verzoeken liet om de nodige ordres diendwegen te stellen, dewijl d' Ed=e Komp=e het haere niet wilde nog konde missen. waar op ik ten antwoord kreeg dat hij den glarrang van Bontoala, die bij de verthiening, zal assisteeren, ten einde het nodige zoude gelasten. Tegen den avond te half zeven uuren, na dat jk alvoorens de ma„ „neance van zaeken de Heeren Leden van den Politicquen Raad in vergadering van den deezer opgedragen en de sleu„ „tels van het kasteels, het kruijthuijs en de Pakhuijsen het eerste Lid den kapitain Commandant Baserman in„ „handigd had, vertrok ik na Maros zo om de Jaarlijkse verthie„ „ning te doen als wel inzonderheijd om met de gezamentlijke Regenten arrive aldaar en van den datou Baringang in den Prins Arou Pantjana de noorder Regenten gesloten. Regenten van Maros te sluijten het door wijlen den Heer Gou„ „verneur van der voort met haer provisioneel aangegaene kontract om 's Jaarlijks in steede van de tot hier toe van ouds her bepaalde leverantie van Houtwerken voortaan in Contante gelden te leveren een somma van rd„s 515. spaans of rd„s 643¾ holl=s zo tot goedmaeking van het kostende van het nieuw op te bou„ „wene Fort als om te strecken tot een toereijkend fonds tot den inkoop van zwaare houtwerken voor het zeehoofd, die dog door hun zo niet minder ten minsten zeer gebreckelijk geleverd wierden. Woensdag den 9=e arriveerde Jk tegens de middag op Maros en vond daar alles in een gerusten toestand. Donderdag „ 10=e kwamen den Datoe Baringang en den prins Arou Pantjana mij met mijn behouden arrivement op Maros vergelucken en teffens met alle vriendelijkheid hunne persoonen aanbieden om mij in het doen van de verthiening te verzellen, het geen Jk met veel genoegen accepteerde. Vrijdag den 11=e verscheenen bij mijn alle de reets van te vooren g'appoincteer„ nevenstaande Contracten met „ de Noorder Regenten zo van de vlaktens als vande gebergtens, dewelke Jk nadat z' hunne gewoone pligt pleeging hadden afgelegd en ik de te doene verthiening met haar had gereguleerd voor, „hield hunnen in het voorleeden Jaar met wijlen den Heer Gouver„ „neur van der voort aangegaane provisioneel accoord met opzigt tot de op te brengene rd„s 515. spaans of rd„s 643¾. hollands in steede van de bevoorens verpligte dog altoos gebreckelijk uijtgekomene leverantie van houtwerken tot pallisaden voor de Post en Balken voor 't Zee hoofd, van welk accoord Jk hun zeide dat nu reets ses maanden ge„ „reekend van primo februarij passato tot ultimo Julij, in dewelke en in lange tijd bevoorens niets geleverd was, verscheenen waaren en die jk niet twijffelde of zij zoude nu zoo wel geregtelijk voldoen als zig bereidvaardig toonen om van dit bedongene een behoorlijk in geschrift gesteld Contract te onderteekenen. Hier op betuigde zij niet alleen gezamentlijk en als volmondig hunne bewilliging maar teekende ook terstond het door mijn reets in de Hollandsche en Boegineese taale ontworpene en hun nogmaals voorgehoudene kontract van er
English
and further negotiation with her contract, and also said he was ready to hand over tomorrow the contingent brought along by them for the already expired half year to the chief interpreter, whom I appointed to collect it. This being settled, and all the regents still seated according to their rank, my Craeng Balotje complained that the subjects of one of his negorijs named Birao had completely refused to perform service under him. Likewise, the Arou Laboeadja also stood up and complained about the unwillingness of the peoples of six negorijs, namely those of Toeroenengan Baadji, Patalassang, Kapa-ang, Patiro, Madjenne, and Mamampang, both of whom I satisfied by telling them that I would summon those unwilling chiefs to me and make seriously known to them the duty of obedience that rested upon them toward their chiefs, and that if they were unwilling to listen to that, I would employ other means of coercion. Hereafter the Lomo Maros also informed me that the Boniers, ever since the last surprise attack on the post, still withheld his paddy fields situated at Kallie kallie, notwithstanding that the same had already been allocated to him de novo by the glarrang of Bontoala, which I said I would investigate when opportunity arose; after which, very pleased and making many compliments, they went away. As soon as these were gone, the glarrang of Bontuala, who had just arrived, came to announce to me his arrival at Maros and to ask when I intended to make a beginning with the collection of the tithe, to which I told him that I would commence tomorrow. Saturday: A beginning made with the tithe. Order given to apprehend a roving native soldier. A prisoner of war. Report of a skirmish that occurred near the negorij Caleng Bangara. And of the shooting dead of a Javanese officer running amok. Saturday the 12th: A beginning was made with the tithe, started in the first circuit to the negorijs Baroboso and Data. Furthermore, on this day until Sunday the 20th of this month, nothing of importance occurred either here or at Makasser. Monday the 21st: The Captain Commandant Basserman gave orders to the chiefs of the kampongs, as well as sending a request to the soelewattang of Bonij, to apprehend the soldier Iacob Thobias, who had absented himself from the garrison and was, according to rumors, roaming around here somewhere. Tuesday the 22nd: From the post Malenkeerie was sent up one of the enemy's people who had been apprehended by a party of Javanese from a group of five, the other four having fled, just when they wanted to cross from the negorij Kabalokang to Barana to fetch some provisions. Furthermore, it was also reported to the Captain Commandant Basserman from the post Malenkerij that Craeng Anabadjeng, who alongside twenty Javanese had gone some distance to reconnoiter the enemy's people, had engaged in a skirmish with a party of the same near the negorij Kaleng Bangara, and that during this, one of the enemy's people being killed and one of the Javanese wounded, the enemy had taken flight without them being able to pursue them through the woods, as it was night. To the aforementioned commandant, it was also reported by the captain of the Javanese, Dramantacka, stationed with his company at the negorij Patalassang against enemy attack, that the ensign Kalamrooda, who had secretly absented himself from Maros, had arrived at his position at Patalassang; that the same, being pursued by a sergeant and corporal sent after him for that purpose to seize him, had resisted them; that upon these men wresting the kris from him, he jumped up, got hold of a klewang, and with it ran amok, severely wounding the sergeant
Dutch transcription
en verdere onderhandeling met haar kontrakt en zeide ook bereid te weezen om op morgen het door hun meede gebragte Contingent van het reeds verloopene halv Jaar aan den oppertolk die Jk tot dies inpalming benoemde aftegeven. Dit afgedaan en gezamentlijke Regenten nog ieder na hunne rang gezeeten zijnde zo klaagde mijn Craeng Balotje als dat de onderhoorige van een zijner Negorij genaamt Birao volstrekt geweigert hadde onder hem dienst te doen, Jnsgelijks stond ook op en klaagde over d'onwilligheijd van ses Negorijs volkeren als die Toeroen:ngan Baadji Patalassang Kapa-ang Patiro Madjenne, en Mamampang. den Arou Laboeadja, die ik beide te vreeden stelde met hun te zeggen dat ik die onwillige hoofden bij mij zoude doen komen en ernstig te kennen geeven de verpligting van gehoorsaamheijd die op haar voor haare hoofden lag en dat ze daar niet na willende luijsteren jk andere middelen van bedwang in het werk zoude stellen. „Hier na gaf mijn de Lomo Maros ook te kennen als dat de Bo„ „niers nog zedert de laatste overrompeling van de Post onder zig hielden zijn padij velden op Kallie kallie gelegen niet tegen„ „staande hem dezelve reets de novo door den glarrang van Bontoala waeren toegeweezen, het geen Jk zeide bij gelegent„ „heijd te zullen onderzoeken; na welk een en ander zij zeer vergenoegd onder het maeken van veele komplimenten hee„ „nen ging. zo dra deeze weg waaren, kwam den glarrang van Bontuala, die zo even was aangekomen, mijn zijn arrivement op Maros bekend maeken en vragen wanneer jk met de verthiening een begin meende te maeken, die jk hem zeide op morgen een aanvang te zullen neemen. Saturdag van en van een begin met de verthie„ „ning gemaakt. ordre gesteld tot opligting van een rondswervend Jn„ „lands soldaat een krijgs gevangen be„ rapport van een voorge„ „vallene schermutseling omtrend de negorij Caleng Bangara. en van het doodschieten van een Amok speelend Javaans officier. Saturdag den 12=e Js met de verthiening een begin gemaakt in d' eerste Rit na de Negorijen Baroboso en Data begonnen voorts viel op deezen dag tot op zondag den 20=e deezer zo hier als op Makasser niets van aanbelang voor Maandag den 21=e gaf den kapitain kommandant Basserman zo wel aan de Hoofden der kampongs last dat hij den soelewattang van Bonij liet verzoeken om den zig uijt het guarnisoen g'ab„ „senteerd hebbende en volgens gerugten hier rond somme zwer„ „vende zoldaat Iacob Thobias op te ligten. Dingsdag den 22=e wierd van de Post Malenkeerie opgezonden een van 's vijands volkeren die door een parthij Javaanen uijt een hoop van vijven, zijnde de andere vier ontvlugt, was opgeligt, Juist wan„ „neer ze om eenige mondkost te haelen van de negorij kabalo„ „kang na Barana wilde overgaan. Voorts was ook aan den kapitain kommandant Basserman van de Post malenkerij gerapporteerd dat Craeng Ana„ „badjeng, die nevens twintig Javaanen een endweegs gaan op 's vijands volk had gerecognosceerd, omtrend de negorij Kaleng Bangara met een parthij van dezelve in scher„ „mutseling waaren geraakt, en dat daar bij een van 's vijands volk gesneuveld en een van de Javaenen gekwetst zijnde, de vijand de vlugt genomen had zonder dat ze hun, vermits het nagt was, door de boschagien hadden kun„ „nen vervolgen. Aangemelden kommandant, was ook nog door den op de negorij Patalassang met zijn komp=s voor 's vijands aanval geposteerd leggende kapitain der Javaenen Dramantacka gerapporteerd dat den zig in stille van Maros g'absenteerden vaendrig Ka„ „lamrooda bij hem op Patalassang was ter houw gekomen, dat dezelve agtervolgt zijnde van een ten dien eijnde hem na„ „gesondene zergeant en Corporaal om hem op te vatten zig tegen denzelven te weer hadde gesteld, dat deeze hem daar op de kris ontweldigende hij op gesprongen en een klewang in handen ge„ „kreegen hebbende daar meede amok gespeelt en den zergeant zwaar gekwetst t t „komen:
English
had wounded, that he had thereupon taken flight and retired as far as the village of Bonto Manai, where the said captain, in order to prevent further misfortunes and because he absolutely refused to surrender peacefully, had him shot dead. Wednesday the 23rd, I received separate letters from the Resident of Boelecomba dated the 14th and 17th of this month, wherein he informed me among other things that the number of rebels according to rumors had greatly decreased, but that there nevertheless seemed little hope of capturing the rebel Sankilang; nonetheless, he requested to know, as he had been asked more than once about it, what reward was offered if he were delivered alive or dead into the Company's hands. Whereupon I gave him that very same day such an answer as may be seen in the secret annexes to a letter of today's date. Thursday the 24th, the last ride of Kahemba was completed and therewith the tithing in the district of Maros was concluded. Friday the 25th, there was nothing to note down. Saturday the 26th, I departed from Maros and entrusted the further tithing of Pankadjene, Labackang, and Sagerie to Merchant and Fiscal Kraane, whom I had taken along for that purpose, assisted by Chief Interpreter Brugman, which I could do with complete peace of mind, since I had everywhere established the necessary order and had received all assurances of assistance from Datoe Baringang. Moreover, my presence at Makasser was also very necessary, both for dispatching the ship Azia, which was being mustered today according to my orders, and for other affairs that could not well suffer delay. This day there was also brought to the hospital for treatment the severely wounded Javanese sergeant Siengatroena, mentioned under the 22nd of this month. Sunday the 27th, shortly before six o'clock in the morning, I arrived safely at Makasser in the company of Datoe Baringang and Prince Aroe Pantjana, who absolutely insisted on accompanying me, and found everything there in good order. Towards noon I dispatched the ship Azia via Java to Batavia. Monday the 28th, since yesterday some private complaints had already come to my notice regarding Lieutenant Dresler, stationed at the Post Malenkeerij, as if he had caused some discontent among the officers of the Javanese auxiliary troops, I conversed with and questioned both one and the other about this during the ordinary morning report. And as it appeared to me from the outcome that it had its origin solely in the instigation of certain officers envious of Lieutenant Dresler, and particularly Lieutenant Brandis, who is here on expedition and, being more than too prone to drink, had only a few days before come away very intoxicated from the Major of the Madurese, I immediately, in order to prevent all disorders, gave orders that none of the unqualified officers should presume to go to Malenkerie without my special consent, under penalty of arrest. Tuesday the 29th, it was reported to me that the Bonese Prince Aroe Paling orang, illegitimate son of the late Bonese King, who has already for many years raided here and there, committed many outrages, and devastated many villages to the north, had in these days not shrunk from carrying off in the river of Pankadjene, in the most insolent manner, a papalimbang prahu belonging to Captain Lieutenant Rudolph, which had been sent thither to collect some rice and paddy. Wednesday the 30th, I dispatched a letter to the King of Bonij, wherein among other things I complained to that monarch about the deeds of Arou Palingorang noted yesterday and made a request to apprehend that unruly prince in order to prevent disasters. This afternoon I received news from Merchant Kraane and Chief Interpreter Brugman, who had arrived as far as Siang, that the province of Cabba, mostly inhabited by Bonese, where otherwise ordinarily some trouble occurred every year, had now, following the promise made to me by Datoe Baringang, been tithed without the slightest unpleasant incident, and that the otherwise also very
Dutch transcription
nadere berigt van de Re„ „bellen. gesteld. de verthiening op maros af„ „geloopen. mijn vertrek na Makas„ een gequetst zergerant van de Javaenen in het hospitaal gebragt mijn aankomst op macasser daar alles wel is. gekwetst hadde, dat hij daer op de vlugt genomen en zig tot op de Negorij Bonto Manai geretireerd had alwaar gemelde kapitain hem ter voorkoming van meer ongelucken en om dat hij zig M absolut met goedheijd niet wilde overgeeven had laaten dood schieten „lif Woensdag den 23=e Ontfing ik apart schrijvens van den Resident van Boelecom,„ „ba den datis 14=e en 17=e deezer, waar bij den zelven mijn onder anderen bedeelde dat het getal der Rebellen volgens gerug„ „ten zeer verminderde, dog dat 'er egter weijnig hoope scheen om den Rebel Sankilang gevangen te krijgen, des niet te min verzogt hij te mogen weeten, alzo hem daar na meer dan eens gevraagt was, wat voor belooning 'er op stond zo men den zelven levendig of dood in 's komp„s handen leverde. premie op sankilang waar op jk hem nog denzelven dag zodanig een antwoord gaff als bij de sekreete bijlagen in een brief van hedigen datum is te zien. Donderdag den 24=e J=s de laatste Rit van Kahemba gedaan en daar meede de ver„ „thiening in het district van Maros afgeloopen vrijdag den 25=e viel niets te noteeren Saturdag „ 26:' vertrok jk van Maros en droeg de verdere verthiening van Pan„ „kadjene, Labackang en Sagerie op aan den door mijn ten dien eijnde meede genomene Koopman en Fiscaal Kraane g'assisteert van den oppertolk Brugman, het geen Jk met een volkomen gerustheijd konde doen, nadien Jk over al de nodige ordre gesteld en van den Datou Baringang alle verzeekeringen van assis„ „tentie gekreegen had. boven dien zo was mijn presentie op Ma„ „kasser ook zeer noodzaekelijk zo tot het depecheeren van het op„ woe heeden volgens mijn ordres gemonsterd wordende schip Azia als andere verrigtingen die niet wel uijtstel konde leiden. Deezen dag wierd ook in het hospitaal ter Cureering gebragt den onder den 22=e deeser vermelde zeer zwaar gequetste Javaanse ser„ „geant Siengatroena. Zondag den 27=e 'smorgens even voor ses uuren arriveerde Jk in gezelschap van den Datoe Baringang en den prins Aroe Pantjana die mijn ab„ „solut wilde begeleiden, behouden op Makasser en vond daar alles in een goeden staat. en aan zee Tegen „ser. „de en jk het schip Azia depe„ „cheerde. „lificeerd gaan na Malen„ kerie om reeden als in den text verboden. klagte over den Bonijs Prins Aroe Paling orang waar over den koning on„ „derhouden word. d'andersints onwillige pro„ „vintien om de noord Cabba en Parraweang hebben zig zeer makkelijk laeten ver„ „thienen. Tegen de middag depecheerde jk het schip Azia over Iava na Batavia Maandag den 28=e Dewijl mijn gisteren al eenige onderhandse klagten omtrend den aan de officieren het ongequa„ op de Post Malenkeerij leggende Lieutenant Dresler, als of deeze eenig misnoegen bij de officieren van de Javaanse hulptrou„ „pen zoude hebben verwekt waeren te vooren gekomen, zo onderhield en ondervroeg jk deezen morgen op het ordinaire rapport zo wel den een als den anderen daar over. en alzo mijn bij den uijtkomst bleek dat het enkeld zijn oorspronk had uijt een oprokkeling van zommige den Lieutenant Dresler misgunstige officieren en bijzonder den hier in expeditie zijnde Lieutenant Brandis, die meer dan te veel aan den drank onderhevig zijnde, nog eenige weinige dagen te vooren zeer beschonken van de Majoor der Madureesen was van daan ge„ „komen, zo gaf ik terstond ter voorkoming van alle dis ordres bevel dat geene der officieren zig verstouten zoude zonder mijn speciaal Consent naderwaarts te gaan, sub poene van arrest Dingsdag den 29=e wierd mijn gerapporteerd dat den Boniers Prins Aroe Paling orang, onegte zoon van den laatst overleeden Bonisch Koning, die al sedert lange Jaaren hier en daar gestroopt, veele baldaedigheden aangeregt en om de noord veele negorijen verwoest heeft, zig deezer dagen niet ontzien had om op de allerbrutaalste wijze in de rivier van Pankadjene weg te neemen een praauw Papalimbang toebehoo„ „rende den Kapitain Lieutenant Rudolph die na derwaarts. ter afhaal van wat Rijst en Padij was afgezonden. Woensdag den 30=e zond jk een brief af den koning van Bonij waar bij jk mijn onder anderen aan dien vorst beklaagde over de op gisteren geno„ „teerde bedrijven van Arou Palingorang en verzoek deed om tot voorkoming van onheilen dien onbandigen Prins op te ligten. Deezen middag kreeg ik van den tot op Siang g'arriveerden koop„ „man Kraane en den oppertolk Brugman tijding dat de meest door Boniers bewoonde provintie Cabba, daar anders ordinair Jaarlijks eenige strubbeling was voorgevallen, nu na de belofte mij door den Datou Baringang gedaan, zonder de minste onaan„ „genaeme ontmoeting was verthiend, en dat d' andersints meede zeer als 81
English
Receipt of the Tello state regalia, and delivery of an hourglass to the king of Sandrabonij. The ship Delfshaven, coming from Ternate, run aground in the bay of Bonij, in which regard the adjacent measures were taken. Craeng Barombong wishes to submit. Delfshaven has gotten afloat and has undertaken the journey to Batavia. The negorij peoples of Taraweang have paid off a large part of their arrears. A letter received from the king of Bonij. the very insolent Tareweang residents, far from causing any difficulties, had not only willingly allowed themselves to be assessed for tithes and permitted all their houses to be inspected, but had also promised that they would pay their arrears in tithes. Thursday the 31st. I had the under-interpreter, the count of Thaing, collect the Tello state regalia mentioned under the 15th of July, which upon receipt consisted solely of a wooden box containing the Tello state standard, and a bundle of human hair belonging to the state standard, whereas the queen, according to the statements of the grandees of the realm, had handed over everything else upon the surrender of her realm to the Macassars. Toward noon, at his request made for that purpose, I delivered an ordinary hourglass to the king of Sandrabonij. September Friday the 1st. In the afternoon at one o'clock, by a letter from the resident of Boelecomba, Monsieur, dated yesterday, I received the unfortunate news that the ship Delfshaven, coming from Ternate, had run aground during the night between the 26th and 27th of this month in the bay of Bonij, and that the second mate, Pieter Houbraken, had crossed over from there not without danger to his life in the boat. On behalf of the skipper, de Hartog, and all the crew and passengers, among which latter was the lady widow of the late Governor Thomaszen, he had requested help and assistance. Since one could not dispatch the least assistance to those unfortunate people from here, I immediately wrote a letter to the king of Bonij, which departed that very same afternoon, and requested His Highness to provide all his possible assistance in this matter for the rescue of that vessel. Thereupon I also sent the further necessary orders regarding this to the residency of Boelecomba and Saleijer, while in the meantime, for the convenience of Madam Thomaszen and to receive her Ladyship, I had one of the best downstairs rooms prepared in the Government House, wherewith I had to let the matter rest for the time being. Saturday the 2nd. Nothing occurred. Sunday the 3rd. There arrived from Patalassang the captain of the Madurese stationed there, Dramantacka, to inform me that Craeng Barombong, one of the principal chiefs of the rebels who had already deserted Sankilang, was intending to come over in submission to the Honorable Company, if I were willing to accept him as such. I gave as an answer that it was well, and that he could freely address himself to me under the escort of this chieftain. Monday the 4th. While I was still in continuous anxiety regarding the ship Delfshaven, the Malay Jntje Boeang brought me unexpectedly the agreeable news that this vessel had not only gotten afloat and out of the bay of Bonij, but that it had already continued its journey to Batavia. He also told me that the reef upon which that keel had been stuck was very well known to them, and that at low tide it has barely two to three fathoms of water, but at high tide certainly a depth of 8 to 9 and more fathoms, so that he will surely have seized the opportunity at high water to escape this danger. Tuesday the 5th. Toward noon, by a brief letter from the merchant Kraane, who is in the north, I received news that the negorij peoples of Taraweang, mentioned under the 8th and 30th of August last, had already paid off the largest part of their previous arrears. Wednesday the 6th. I received a letter from the king of Bonij serving in answer to mine of the 25th of June past, particularly regarding the claimed exemption from toll, upon which that monarch, however much I demonstrated the unreasonableness thereof and even suggested to him a middle course if he wished to send his embassy to Their High Excellencies, still insists just as strongly. In that same letter he also communicated to me the troubles that have broken out between Arou Betting and the new
Dutch transcription
ontfangen van de Tellose Rijks-ornamenten. en afgave van een ruir„ „glas aan den koning van Sandrabonij „mend schip Delfshaven in de bogt van Bonij vervallen. waar omtrend het ne„ „venstaande in het werk gesteld. zeer brutaale Tareweangers wel verre van eenige moeijelijkheden aan te regten zig niet alleen goedwillig hadden laeten verthie„ „nen en alle haere huijsen laeten visiteeren maar ook beloofd hadden haare agterstallige thiendens te zullen voldoen. Donderdag den 31=e Liet jk door den ondertolk de graaf van Thaing afhaelen de onder den 15=e Julij vermelde Tellose Rijksornamenten, die bij ontfangst eenlijk bestonden in een houten doos waar in de Tellose Rijksstandaard was en in een pak met menschen hair, dat tot den Rijks-standaart gehoorde, terwijl de koninginne volgens het zeggen der Rijksgrooten al het overige met de overgave van haar Rijk aan de Makassaeren inhandigd had. Iegens de middag gaf ik aan de koning van Sandrabonij op zijn daar toe gedaan verzoek af een ordinaire uur glas. September Vrijdag den 1=e 'smiddags ten een uuren kreeg jk per een brieff van den Boele„ het van Ternaten ko„ „combas Resident Monsieur gedateert op gisteren de ongeluc„ „kige tijding als het van Ternaten komende schip Delfs haven 's nagts tusschen den 26: en 27. deezer in de bogt van Bonij ge„ „bleeven en van daar niet zonder leevens gevaar met de schuijt overgekomen was den onderstuurman Pieter Houbraken die uijt naam van den schipper de Hartog en alle scheepelingen en passagier /:onder welke laatste zig bevond Mevrouw de weduwe wijlen den Heer Gouverneur Thomaszen, om hulpe en bijstand had verzogt. dewijl men nu die ongeluckige van hier geen de minste assistentie konde bijbrengen; zo schreef ik terstond een brief aan den Koning van Bonij, die nog dien zelfden nademiddag afging, en verzogt zijn Hoogheijd alle desselfs mogelijke hulpe in deezen tot redding van dien bodem te willen bij brengen ook zond jk vervolgens de verdere nodige ordre daar omtrent af na de Residentie van Boelecomba en saleijer, terwijl jk inmiddens in het Gouvernement tot gemak voor mevrouw Thomaszen en om haar Ed=e daarinne te recipieeren liet klaar macken eene der beste beneden kamers waar bij jk het 83 Zondag Craeng Barombong wil in submissie komen Zaturdag den 2=e viel niets voor Delfshaven is los ge„ „raakt en heeft de reize de Negorijs volkeren van Taraweang hebben een, groot gedeelte van hun agterstal afgelegd een brief van Bonijs koning ontfangen. het zo lange moest laten berusten. „ 3=e kwam van Patalassang af den aldaar geposseerd leggende kapitain der Madureesen Dramantacka om mijn te Communi„ „ceeren dat Craeng Barombong een van de principaelste hoofden der Rebellen die sankilang reets verlaeten had, van voornee„ „mens was om in submissie tot d' Ed: Komp=e over te komen bij aldien Jk hem zodanig wilde accepteeren Jk gaf ten antwoord dat het goed was en dat hij zig maar geruste„ „lijk onder geleide van deezen hoofdman bij mijn konde addres„„ „seeren. Maandag den 4=e Bragt mijn nog in een gestadige vreese omtrend het schip Delfshaven zijnde den Maleijer Jntje Boeang op het onverwagts te na Batavia ondernomen. de aangenaame tijding dat dien Bodem niet alleen vlot en uijt de bogt van Bonij was geraakt maar dat dezelve reets de reize na Batavia had voortgezet. Hij zeide mij ook dat het rif waar op dien kiel had vast gezeten bij hun lieden zeer bekend was en dat het bij laag getij pas twee â drie vadems water, dog bij hoog getij wel de diepte van 8 a 9. en meer vadems heeft, zo dat hij zeekerlijk met hoog water de gelegentheijd zal hebben waargenomen om dit gevaar t'ontkomen. Dingsdag den 5=e tegens de middag ontfing ik per een briefje van den om de Noord zijnde koopman kraane tijding dat de Negorijs vol„ „keren van Taraweang, vermeld onder den 8: en 30=e Aug„s J=o Lee„ „den, reets het grootste gedeelte van hun voorige agter stal hadden afgelegt. Woensdag den 6=e Ontfing Jk een brief van den koning van Bonij dienende in antwoord op de mijne van den 25=e Juni passato, bijzonder met opzigt tot de gepretendeerde Thol vrijheijd, waar op die vorst, hoedanig jk ook de onbillikheijd van dien betoogd en hem zelfs een middelweg als hij zijn gezantschap aan Hun Hoog Edel„ „hedens wilde afzenden, heb voorgesteld als nog even sterk blijft slaan. Bij die zelfde brief bedeelde hij mijn ook de uijtgebrokene onlusten tusschen Arou Betting en de nieuwen zijn ge 2
English
further reports from Craing Barombong. Friday the Saturday new king of Loewoe, which, although having no relation to the Honourable Company, may nevertheless be accepted for communication and noted here as having arisen from the following cause, namely: Arou Betting is one of the principal grandees or rather princes of the realm in Wadjo; one of his daughters is married to the deposed king of Loewoe, who was accused by his subjects of having committed incest with his daughter, for which reasons, see the letter from the Boelecomba Resident Monsieur, dated 13 March 1780, they had dethroned him and elected another king. Over this, Arou Betting (the other Wadjorese stay out of it) is now up in arms, and over this, in order to have his son-in-law restored as king of Loewoe, he is making war upon the Loewoenese. Thursday the 7th there came down to me the captain of the Madurese, Dramantacka, stationed at Poelembangkeeng, who communicated to me that an emissary from Craeng Barombong, a Makassarese prince and one of the principal members of Sankilang's faction, had come to him confidentially, making known that his master, realizing the bad step he had taken, very willingly wished to submit himself again under the Honourable Company, if only that chief could obtain the necessary promise of pardon from me for that purpose. And since this would be a most desirable matter, and with the coming over of this Prince many other Makassarese would likely follow, and thereby Sankilang's faction would be noticeably diminished if not even completely disbanded, I did not delay in the least to grant this request and immediately gave orders to the aforesaid Captain Dramantacka, whom I caused to be accompanied, for safety's sake, by the junior interpreter Tabia Theunisz and the emissary Jsmael, to guide the said Prince hither as quickly as possible, under the assurance that not the least harm would befall him. 8th nothing of importance occurred. 9th I received from the Boelecomba Resident Monsieur the refloating of Delfshaven further confirmed. also separate letter received from Boelecomba. a party of Javanese warriors sent back to the eastern salient. Aroe Pantjana departs with a secret commission via Maros to the inland territories. Crain Barombong arrived as far as Malewang. return of merchant Kraane cum suis from the north. the certain report that the ship Delfshaven, mentioned under the 1st and 4th of this month, had happily refloated and had continued its voyage to Batavia. I also received from him a separate letter in answer to my dispatched letter of 23 August of the past year with regard to the bounty placed on the rebel Sankilang. Sunday the 10th. Since virtually nothing more of importance is heard of the enemy hereabouts, and the rebel's faction, according to successive reports and most recently according to the letter from the Boelecomba Resident Monsieur dated the 7th of this month, is greatly diminishing, and one can therefore, for the relief of the war expenses, well dispense with a portion of the Javanese auxiliary troops, I have, while retaining over 600 of those warriors, who are currently all posted at suitable places, sent off to the eastern salient with the burgher Routje a number of 280 heads, initially, whereby over eleven hundred rixdollars a month are saved. Monday the 11th Tuesday the 12th nothing occurred. Wednesday the 13th Thursday the 14th Friday the 15th I gave orders, by a note of today's date, to the post-holding Lieutenant at Maros, van Alphen, on how he was to conduct himself upon the appearance at Maros of the Tanete prince Aroe Pantjana, who, being charged by me with a secret commission concerning Sankilang and Aroe Mampoe, would pass through there in the coming days. Saturday the 16th, the interpreter Fabia Theunis and emissary Jsmael, dispatched by me on the 7th of this month alongside the captain of the Madurese, Dra Mantakka, came to make a report that they had brought as far as Malewang the Craing Barombong, mentioned on that date and wishing to come in submission; of which transactions they gave such a written report as is to be found among the secret annexes. At night, Merchant Claas also arrived back here from the north.
Dutch transcription
nadere berigten van Cra„ „ing Barombong. vrijdag den Saturdag „ nieuwen koning van Loewoe, die schoon geene betrekking tot d' Edele komp=e hebben egter voor kommunicatie kunnen aange„ „nomen en hier genoteerd worden dat ze uijt deeze volgende oor„ „zaeke zijn ontstaane namentlijk Arou Betting is een van de voornaamste Rijksgrooten of liever Rijks vorsten in wadjo, een van zijn dogter is den afgezette koning van Loewoe ge„ „trouwt die van zijn onderdaanen beschuldigd is geworden dat hij bloedschande met zijn dogter zoude hebben begaan om welk reedenen vide brief van den Boelecombas Resident Monsieur, de dato 13=e Maart 1780. zij hem dan ook gedetroneerd en een ander koning verkooren hadden. Hier over is Arou Betting /: de an„ „dere wadjoreesen houden 'er zig buijten:/ nu en de weer, en hier over doet hij, om zijn schoon zoon weeder tot koning van Loewoe te hebben, de Loewoeneesen den oorlog aan Donderdag den 7„e kwam bij mijn af den op Poelembangkeeng geposteerd leggende kapitain der Madureesen Dramantacka die mij Communiceerde dat ondershands bij hem gekomen was een zendeling van Craeng Barombong, een makassaers prins en een der voornaamste van sankilangs aanhang, met te kennen geeving dat zijn Heer inziende de kwaden uijtstap die hij had gedaan, zig zeer gaarne weeder onder d' Edele komp:e wilde submitteeren, zo bij aldien dien hoofdman daar toe de nodige belofte van pardon bij mijn konde verwerven. En dewijl dit een zeer gewenschte zaak zoude zijn en met overkomst van deezen Prins denkelijk veele andere Makas„ „saeren zoude volgen en daar door Pankilangs aanhang mer, „kelijk verminderen zo niet zelfs ten eenemaal verloopen, zo tar„ „deerde ik geensints om in dit verzoek te bewilligen en gaf tef„ „fens last aan voorsz: kapitain Dramantacka, die ik om securiteijtshalven den ondertolk Tabia Theunisz; en den sendeling Jsmael liet verzellen, om ged=e Prins onder verzeeke„ „ring dat hem geen het minste leed zoude geschieden, zo dradsen „lijk herwaarts te geleiden. 8=e passeerde niets van aanbelang 9=e Erlangde ik van den Boelecombas Resident Monsieur de 23 het vlotraeken van Delfs, haven nader bevestigt ook apart schrijvens van Boelecomba ontfangen. een parthij Javaanse krij„ „gers na den oosthoek te rug gezonden. met een sekreete Commissie over maros na de binnen Crain Barombong tot op Malewang g'arriveert. retour van den koopman kraane C: S: van de Noord. de zeekere narigt dat het schip Delfshaven vermeld onder den 1=e en 4=o deezer geluckig was vlot geraakt en zijne reize na Ba„ „tavia had voortgezet. ook ontfing jk van denzelven apart schrijvens in antwoord op mijn afgesondene brief van den 23=e Augustus J=o Leden met opzigt tot de op den Rebel Sankilang gestelde praemie. Zondag den 10=e Dewijl men hier omstreeks genoegzaam niets meer van aan„ „belang van den vijand hoord en des Rebels aanhang volgens de successive berigten en nog jongst volgens brief van den Boelecombas Resident Monsieur de dato 7=e deezer zeer ver„ „mindert en men dus tot verligting der oorlogs ongelden wel een gedeelte van de Javase hulp troupen missen kan zo heb Jk met aanhouding van nog ruijm 600. dier krijgers, dewelke thans alle op behoorlijke plaatsen geposteert leggen, met den burger Routje na den oosthoek afgesonden een aan„ „tal van 280. koppen, primo plan, waar meede 's maands ruijm Elf honderd rijxd=s word uijtgewonnen. Maandag den 11=e Dingsdag „ 12=e viel niets. voor woensdag „ 13„e Donderdag „ 14=' Vrijdag „ 15=e gaf jk bij een briefje van hedigen datum aan de Posthoudene Zui„ Aroe Pantjana vertrekt. „ tenant te Maros van Alphen ordre hoedanig zig te gedragen had bij verscheining op Maros van den Tanets prins Aroe Pantjana die met een sekreete kommissie van mijn omtrend sankilang en Aroe Mampoe belast zijnde, eerstdaags daar zoude passeeren. „ zaturdag den 16=e kwam den onder den 7e deeser door mijn nevens den kapitain der Madureesen Dra Mantakka afgezondene Tolk Fabia Theunis en sendeling Jsmael, rapport doen dat zij tot op Malewang afge„ „bragt hadden den op dien datum vermelden en in submissie ko„ „men willende Craing Barombong van welke verrigtingen zij zo„ „danig een schriftelijk rapport gaven als bij de secreete bijlagen te vinden is. Ook arriveerde 'snagts van de Noord alhier te rug den koopman Claas tot e n as„ landen.
English
who report. looted vessel recovered. Tuesday the 19th Wednesday the 20th fire at Malankerie Claas Kraane and chief interpreter Gerrit Brugman, who both on Sunday the 17th in the morning reported to me that the further collection of tithes in the North, demanded of them by me see the note under 26 August, had ended properly and that the same, counted together with Maros as a whole, had yielded 204 lasten of rice and 7428 bundles of paddy, which, apart from 1000 bundles of paddy, was a few lasten less than previously, caused by the fact that, besides many crop failures this year, a multitude of negorijen were abandoned by the Bone people and entire stretches of land had remained unplanted. Monday the 18th, the soelewattang or governor of Bonij sent back to me the vessel mentioned under 29 August, which he, upon my request made, had demanded back from the predatory prince Aroe Paling orang. Friday the 22nd: nothing to note Thursday the 21st: Saturday the 23rd Sunday the 24th: Monday the 25th in the evening, the sergeant from the field post Malankerie came to report to me that, through the burning of some dry leaves and other rubbish and the unforeseen arising of a northwesterly wind, the bamboo house of Lieutenant Dresler stationed there and some dwellings of the Javanese had caught fire and were destroyed by the flames; fortunately, the powder house and the battery, as well as the people, had remained undamaged, and immediately with great willingness the people of the adjacent or directly opposite princedom of Thaing had offered their services to extinguish the fire, etc. Tuesday the 26th, upon this, early in the morning, I sent the captain commandant Basserman thither to restore everything to order, to which end I also gave him the mandadoor of the wooden palisade and several working boys, who towards the evening reported to me that it could be completely finished within eight days, and that the fire, as mentioned above, had been caused by an accident that was not easily foreseen. 87 an envoy from Sumbauwa who brings tidings of the king's decease. report concerning Sankilang Craing Barombong Thursday the 28th Friday the 29th: nothing occurred Saturday the 30th Today in the afternoon, an envoy from the realm of Sumbauwa named Njaka Boekal arrived, whom I received in audience on Wednesday the 27th in the forenoon after the adjournment of the meeting. The same brought a letter from the collective dignitaries of the realm, drafted solely for communicating the king's decease, without making any mention of a new election. Concerning which I have written the necessary instructions to the resident Fuhrer in a separate note via a vessel that was just ready to depart today. I also received a separate note from the Boelecomba resident Monsieur, dated the 26th of this month, wherein he informed me, among other things, that his dispatched spies had reported to him that Sankilang's following was diminishing greatly and that poverty resided among them to such an extent that there were many who were seeking a safe haven. Towards the evening, I also obtained writings from the chief interpreter Brugman, who had been dispatched to the negorij Tope Jawa, stating that on his way up he had called at Sandrabonij in order to urge the king, pursuant to my order, to settle the still outstanding territorial debts and the annual tribute of two slaves, but that the same had departed the day before on a pleasure trip to Thaing. Furthermore, he also informed me that the Makassarese prince Craing Barombong, also named Craing Mamanpang, mentioned under the 17th of this month, was intending to come hither two or three days after the end of their fasting to be received in submission. October. Sunday the 1st, it was reported to me by the lieutenant of the Malays, Intje Sadulla
Dutch transcription
die verslag doen. geroofde vaartuig terug gekreegen. Dingsdag den 19=e woensdag „ 20„e brand op Malankerie Claas Kraane en oppertolk Gerrit Brugman, die beijde mijn zondag den 17„e 'smorgens rapport deeden dat de verdere verthiening om de Noord, hun door mijn vide het genoteerde onder den 26=e Aug=s gedemandeerd, behoorlijk was afgelopen en dat dezelve in het geheel met Maros meede gereekend afgeworpen had 204. lasten rijst en 7428. bossen Padij zijnde behalven 1000. bossen padij eenige lasten minder dan 't bevoorens veroorzaakt door dat 'er buiten veel misgewassen dit Jaar een meenigte van Negorijen door de Boniers verlaten en geheele strecken van Landen onbeplant gebleeven waren. Maandag den 18=e zond mijn den soelewattang of steedehouder van Bonij te het door Aroe Paling orang rug het onder den 29=e aug=s vermelde vaarthuijg dat hij op mijn gedaan verzoek van den roofzugtigen prins Aroe Paling orang had laten afeisschen. vrijdag „ 22:' viel niets te noteeren donderdag „ 21:' Zaturdag „ 23:e Sondag „ 24:' Maandag „ 25=e 'savonds kwam den sergeant van de veldpost Malankerie mijn rapporteeren als dat met het verbranden van eenige drooge bladeren en ander vullis en het onvoorziene op komen van een Noord weste wind het bamboesen huijs van den aldaar posteerende Luite„ „nant Dresler en eenige woningen van de Javanen in de brand geraakt en door de vlam waaren vernield geworden gelukkig nog dat daar bij het kruijthuijs en de batterije zo meede het volk onbe„ „schadigt gebleeven was en dat aanstonds met veel bereidwilligheid het volk van het daar naast aan of even overleggend prinsdom „thaing hun dienst tot blussen van de brand etc: hadden aangeboden. Dingsdag den 26„e Hier op zond jk 's morgens vroeg den kapitain kommandant dat van weinig beduiding Basserman na derwaarts om het een en ander weder in ordre te doen brengen, ten welken einde jk hem meede gaf den Mandadoor van de houtpagger en verscheidene werk Jongens, die mijn tegens den avond rapport deed dat binnen agt dagen weder kant en klaar konde over be is. 87 een afgezant van sum„ „bauwa die tijding van 's konings overleiden brengt. berigt van Sankilang „ Craing Barombong Donderdag den 28=' vrijdag ƒ Zaturdag „ 30. ' konde zijn en dat de brand als boven gemeld door een niet wel te voren ingezien ongeluk was veroorzaakt geworden. Op Heeden in de agtermiddag arriveerde een afgezant van het Rijk van Sumbauwa in name Njaka Boekal. dien Jk woensdag den 27=e 'I voor de middags naar het scheiden van de vergadering ter audientie ontfing. Dezelve bragt een brief van de gezament„ „lijke Rijksgrooten eenlijk ingerigt ter kommunicatie van 's konings overleden zonder eenige melding te doen van een nieuwe verkiesing. waar over Jk den resident Fuhrer bij een apart briefje met een vaarthuijg dat juist gereed lag om op heeden te vertrekken, nog het nodige heb aangeschreeven. Ook ontfing jk een apart briefje van den Boelecombas Re„ „sident Monsieur de dato 26=e deeser, waar bij hij mijn onder an„ „deren bedeelde, dat zijne uijtgezondene spions hem hadden berigt dat sankilangs aanhang zeer verminderde en dat de armoede bij hun zodanig huijsvesten dat 'er veele waren die na een goed heen komen zogten. Tegens den avond erlangde jk ook schrijvens van den nade Ne„ „gorij Tope Jawa afgezondene oppertolk Brugman, houdende dat hij opwaarts gaande sandrabonij had aangegierd om in„ „gevolge mijn ordre den koning, aan te manen tot voldoening der nog agterstallige Lands schulden en het jaarlijks tribut van twee slaeven, dog dat denzelven daags bevoorens voor een plaijsier togje na Thaing was vertrokken. voorts bedeelde hij mijn ook nog dat den makassaars Prins Craing Barom„ „bong /:ook genaamt Craing Mamanpang:/ vermeld onder den 17„e deeser van voornemens was om twee en drie dagen na het eindigen van hun vasten herwaarts te komen om in submissie ontfangen te worden. „ 29„e viel niets voor October. Zondag „ 1=e wierd mijn door den Luitenant der maleijers Intje Sadulla uijt o rang rie door ens klaar teg
English
Craing Candjilo also wishes to submit. The puasa gifts dispatched. 2. Inspection of the Company's buildings. Craing Bonto Nompo makes a request to be received in submission. announced in the name of the Datoe Baringang that the likewise very renowned Craing Candjilo, mentioned in the dispatched letter from Mr. vander Voort to Their High Nobilities of 10 June 1780 and recently in that of the Boelecomba resident Monsieur dated 26 September last, wished to leave the rebel Sankielang and submit to the Honorable Company if they were willing to accept him. Whereupon I had answered that this was good, that he could come freely and without fear provided that he, like Craing Barombong and those of Tello, address himself directly to the Honorable Company and no one else, and that I would also like to see his son Craing Sapanang take the same path. Monday the 2nd, in the morning, after requesting an audience beforehand according to custom, departed for the court of Boni, or rather to the sulewattang representing the king on Oedjong Tanna, to present the annual Puasa or New Year gifts for the king, the fiscal Kraane and the shahbandar De Vos. After the conclusion of the ordinary report, I went, accompanied by the Captain Commandant Baserman and the Artillery Captain and superintendent of works Sundberg, to carry out a closer inspection of the Company's dwellings inside this castle, and found them almost all in such a desperate state as the report of the commissioners had indicated, so that I will be absolutely compelled, if one does not wish to let everything fall into ruin, to take them under repair one after another. Tuesday the 3rd, it was announced to me by the chief interpreter Brugman that the Macassar prince Craeng Bonto Nompo had registered with him to submit, who was extensively mentioned in the letter sent by the Governor van der Voort to Their High Nobilities of 1 and 24 October 1779 and in his secret daily register under 30 May last, and whose own mother as well as his wife, sister-in-law and three slaves mentioned therein were released from their arrest by His Honor, following his given promise shortly before his death, and sent to the Datoe Baringang. Wednesday the 4th, nothing occurred to note down. Thursday the 5th. Craing Barombong enters and is accepted in submission. Friday the 6th, under the escort of the Captain of the Malays, the former Lieutenant Sadulla, Crain Data, son of the late king of Goa, and the former shahbandar of Goach, the Craing Barombong last mentioned under 27 September was brought unarmed into the castle to me by the chief interpreter. After he had paid his compliments, I reproached him in a fitting manner for the commission of his misdeeds in abandoning the Honorable Company and adhering to a rebel, whereas he and his ancestors had enjoyed so many tokens of the Honorable Company's kindness. I also told him that if the Honorable Company wished to treat them all according to their deserts, Her Honor could very easily punish all this disloyalty in a manner consistent with their committed evil deeds; yet that the Honorable Company, in accordance with the nature of its inherent generosity, known and celebrated even by their ancestors, graciously forgave him all the past upon his plea and shown remorse in sorrow, and that I accordingly accepted him in submission on behalf of Her Honor, and he could for the present settle down with his people on the Segarij Campoelooging. After this, I returned to him his kris, which had been handed to me, with a serious recommendation to use it henceforth always in the service of the Honorable Company, from whom he now received it as if anew. Whereupon, having given the most emphatic assurances of fidelity, he took his leave of me and went away with very many signs of satisfaction, being escorted by the hand by the chief interpreter Brugman as far as outside the water gate. Saturday the 7th, nothing happened. Sunday the 8th, I received via the dispatched Bima clerk, the bookkeeper Bastiaan Steijns, a separate letter from provisional resident Fuhrer dated 27 September past, in which he informed me, among other things, that according to the priest Naja Mohammoe, the Datoe Jarewe had been chosen as king of Sumbawa and that the new monarch had already dispatched his envoys here on 13 September to make known, etc., this appointment, but that they had given him, the Resident, no notice thereof. News of the election of a new king on Sumbawa and a letter from Boni's king. Monday the 9th, I received a letter from the king of Boni in reply to my request made to His Highness under date of 1 September last for assistance for the ship Delfshaven, which had run aground in the Bay of Boni. Tuesday the 10th. Wednesday the 11th. Thursday the 12th. Friday the 13th, I gave his leave to the envoy of Sumbawa mentioned under 26 and 27 September past, and a letter to the grandees of the realm there; I also dispatched a letter via the Captain of the Malays to the king of Soping, containing a serious admonition to still give the proper notification of his accession to the throne, which he has neglected to do up to now. The envoy of Sumbawa departed, and a letter sent to Soping. Saturday the 14th, nothing happened. Sunday the 15th. For the reading aloud: J. V. J. Bodinpijl For the examination: J. E. Fuvalette Agrees: C. B. Bodenpil Sworn Clerk Sworn Clerk
Dutch transcription
Craing Candjilo wil ook in submissie komen de pocassa geschenken 2 afgezonden. visitatie van 's Comp:s gebouwen. Craing Bonto Nompo doet aansoek om in submissie ontfangen te worden. uijt naam van den Datoe Baringang aangekondigt dat den almeede zeer vermaarde Craing Candjilo vermeld bij de afgegane brief van den Heer vander voort aan Hunne Hoog Edelhedens van 10=e Juni 1780. en nog Jongst bij die van den Boelecombas resident Monsieur de dato 26=e September J=o leeden den Rebel San„ „kielang verlaten en bij d' Ed: komp=e in submissie wilde komen bij aldien men hem wilde accepteeren. waar op Jk liet antwoorden dat zulks goed was dat hij vrij en onbeschroomt konde komen mits zig so wel als Craing Barombong en die van Tello direct bij d' Ed: komp=e en geene andere addresseeren en dat jk ook gaarne zoude zig dat zijn zoon Craing sapanang dien zelfden weg insloeg „ Maandag den 2=e smorgens vertrokken na voor af, na den gebruijke, verzogte audientie na het hof van Bonij of eigentlijk in den op oedjong Tanna den Koning representeerende soelewattang ter aan„ „bieding van de Jaarlijkse Poeassa of nieuwe Jaars geschenken voor den koning, den fiscaal kraane en den sjabandhaar de Vos: Na het aflopen van het ordinaire rapport ging jk, verzeld van den Kapitain Kommandant Baserman en den Arthil„ „lerij kapitain en opzigter der werken sundberg een nadere suspectie nemen van 's komp„s woningen binnen dit kasteel en bevind dezelve meest alle zo desperaat gesteld als het berigt van gecommitteerdens had aangeweezen zo dat jk absolut genood„ „zaakt zal zijn, wil men niet alles laten vervallen, het eene voor en het andere na ter reparatie onder handen te doen neemen. Dingsdag den 3=e wierd mijn door den oppertolk Brugman aangekondigt dat zig bij hem had laten aangeven om in submissie te komen den makassaars prins Craeng Bonto Nompo, breedvoerig vermeld bij des Heer gouverneur van der voort aan haar Hoog Edelhedens afgezonden brief van den 1:e en 24=e october 1779. en bij desselfs sekreet Dag register onder den 30=e mai laastleden en welkers eigen moeder zo meede zijn vrouw swagerin en drie daar bij vermelde slaven zijn Edele na desselfs gedane belofte kort voor zijn overleijden uit hun arrest ontslagen en na den Datoe Baringang had toegezonden. woensdag a 2 83 Craing Barombong komt binnen en word in submissie aangenomen. Zondag Woensdag den 4=e viet niets te noteeren. Donderdag „ 5=e Vrijdag „ 6=e wierd onder geleide van den Kapitain der Maleijers, den oud Luijtenant Sadulla, Crain Data, zoon van den laast over„ „leedene koning van 9oa en den geweesene sjabandhaar van goach door den oppertolk ongewapend binnen in het kasteel bij mijn gebragt, den laast onder den 27„e september vermelden Craing Barombong, Jk hield hem, zijn Compliment afge„ „legt hebbende, op een gepaste wijse voor het bedrijf zijner mis„ „daden in het verlaten van d' Ed: Komp:e en het aanhangen van een Rebel, daar hij en zijne voorzaten zo veele blijken van 'sE: komp„s goedheden hadden genoten. Jk zeiden hem ook dat bij aldien d' E: komp=e hun alle nu na verdiensten wilde handelen haar Edele zeer gemakkelijk alle deze ongetrouwigheid zoude kunnen straffen op een wijze over een komstig met haare ge „pleegde euveldaden, Dog dat D' E: komp:e na den aard van der„ „zelve aangeboorne en bij hunne voorvaderen zelfs bekende en benoemde Edelmoedigheid aan hem op zijne gedane beide en betoond berouw in leedweezen al het voorledene gratieuselijk vergaf. en dat jk mits dien uit naam van haar Ed: hem in submissie accepteerde, en hij zig voor eerst met de zijne op des segarij Campoelooging met 'er woon konde ter nederzetten. Hier na gaf jk hem zijn kris die mijn was ter hand gesteld, wederom, met een ernstige recom„ „mandatie om dezelve van nu af aan althoos ten dienste van de Ed: komp„e, van wien hij het nu als op nieuw ontfing, te gebruij„ „ken. waarop hij de aller nadrukkelijkste verzeekering van getrouwigheid gegeven hebbende, zijn afscheid van mijn nam en met zeer veel blijken van genoegen henen ging. wordende door den oppertolk Brugman, bij de hand tot buiten de waterpoort uitgeleide gedaan. Saturdag den 7=e passeerde niets „ 8„e ontfing jk per de afgegane bimas scriba den Boekhou„ tijding van de verkiesing „der Bastiaan Steijns een aparte brief van p=l resident van een nieuwe koning Fuhrer de dato 27=e september passato waar bij den zelven op sumbauwa mijn den D en een brief van bonijs Dingsdag den 10=e „ woensdag „ 11=e vrijdag de gezant van sumbauwa vertrokt. en een brief aan soping ge„ zonden. voor het opleesen JV: J„ Bodinpijl mijn onder anderen te kennen gaf dat volgens het zeggen van den Priester Naja Mohammoe, den Datoe Jarewe tot koning van sumbauwa verkoren was en dat den nieuwen vorst reets den 13=e september zijn afgezanten na herwaarts ter bekendmaking &: van deeze aanstelling had afgezonden, dog dat ze hem Resident daar van geen kennis gegeven hadden Maandag den 9=e ontfing jk een brief van den koning van Bonij in andwoord op mijn sub dato 1=e September J=o Leeden van zijn Hoogheit verzogte assistentie voor het in de Bogt van Bonij vast ge„ „zeten hebbende schip Delfs haven. „ 13=e Gafjk de onder den 26. en 27=e September p=r vermelden afgezant van sumbauwa zijn afscheid en een brief aan de Rijksgrooten ook zond jk per den kapitain der maleijers een brief af aan den ko„ „ning van seping inhoudende een ernstig aanmaning om als nog de behoorlijke kennis te geven van zijn komst tot den Throon het geen hij tot nog toe verzuijmd heeft te doen. zaturdag den 14=e Emiets gepasseerd. aldaar Donderdag „ 12=e voor 't nazien 161 J„ E: fuvalette Accordeert C„ B„ Bodenpil gestrd: Clercq. koning. Zondag „ 15=e Gesw: Cler Eenstostal Copio Bijlagen. Apairt den ge„ 0en leror
English
Letter from the Bookkeeper and Resident of Saleijer Jan Hendrik voll, to the Governor, dated 17=e September 1779. - - - . - Page 1. - Ditto from and to as above, dated 5=e october - - - - - - - - - - - - - - 2: Ditto from the Governor to the Junior Merchant and Chosen Resident at Bima H=k Rosselet, and the Bookkeeper and sworn clerk B=n Seijns, dated 22=e october - - - - 3. Ditto from the Governor to the King and Grandees of Bima, dated 30=e september - - - - - - - - - - - - Ditto from just as above to the Kings of Dompo, Tambora, Sangar and Pekat dated as above - - - - - - - - - - 9 Ditto from as before to the King and Grandees of Dompo, dated 22=e october - - - - - Translation of a Buginese letter from Arou Pantjana, to the Governor; undated - - - 10 Letter from the Governor to the Tanette Prince Arou Pantjana, dated 28=e october - - - 11 Instruction for the Merchant Claas Kraane and Junior Merchant M=r Simon Monsieur, departing for the Court of Bonij, dated 30=e october - - - - - - - - - Translation of a Buginese letter from Ioeanna J. Asia, to the Governor undated - - 13 The reply of the Governor to the Tanette Prince Arou Pantjana, dated 8=e November - - - - - 14 Letter from the Bookkeeper and Clerk at Bima B=n steijns, to the Governor dated 2=e November - - - - - - - 15: Translation of a Malay letter written by the King and Grandees of Bouton, to the Governor and Council, dated 1=e November - - - - 16 Report in the form of a Daily Journal kept by the Sergeant Extirpator of the spice trees at Bouton Johan Christoffel gioth, dated 18=e November 1779 - - - - - - - - - - 19 Account by way of Report, made and delivered by the free Native woman Iawa to the Governor, dated 18=e November 1779 27 List of the following former Tallo Grandees- - - 32 - Letter from the Governor to the Governor at Amboina Bernardus van Pleuren, dated 30: November 1779 - - - Ditto from and to the Governor at Ternaten Jacob Roeland Thomassen, dated as before – – – - – – – 34 Ditto from the Junior Merchant and Resident of Boelecomba M=r Simon Monsieur, to the Governor, dated 5=e december - - - - - - - 35 The reply of the Governor to the aforementioned Resident of Boelecomba S=r Monsieur, dated 13=e december - - - - - - - - - - - 36 Letter from the Lieutenant of Artillery at Maros Christiaan Ferdinand van Alphen to the Governor, dated 23=e December – – – – – 37 Ditto from the Junior Merchant and Resident of Boelecomba S=n Monsieur to the Governor dated 30=e December - - - - - - - - - - - 38. Register of the Enclosures belonging to the separate Letter and the Daily Journal of Castle Rotterdam, sent on the 10=e Junij Anno 1780: letter
Dutch transcription
Brief van den Boekhouder en Resident van Saleijer Jan Hendrik voll, aan den Heer Gou„ „verneur, de dato 17=e September 1779. - - - . - Pag=a 1. - _„o van en aan als boven, de dato 5=e october - - - - - - - - - - - - - - „ 2: _„o van den Heer gouverneur aan den onderkoopman en g'Eligeerd Resident te Bima H=k Rosselet, en den boekhouder en geswoore scriba B=n Seijns, de dato 22=e october - - - - „ 3. _„ van den Heer Gouverneur aande Koning en Rijksgrooten van Bima, de dato 30=e september - - - - - - - - - - - - „ _„ van als even aan de Koningen van Dompo, Tambora, Sangar en Pekat„ de dato als boven - - - - - - - - - - „ 9 _„o van als voren aan de Koning en Rijksgrooten van Dompo, de dato 22=e october - - - - - „ — Translaat boegineese brief van Arou Pantjana, aan den Heer Gouverneur; sonder datum - - - „ 10 brief van den Heer Gouverneur aan den Tanets, prins Arou Pantjana, de dato 28=e october - - - „ 11 Instructie voor den koopman Claas Kraane en onderkoopman M=r Simon Monsieur, vertreckende na het Hof van Bonij, de dato 30=e october - _ – - - - - - - - „ Translaat bougineese brief van Ioeanna J. Asia, aan den Heer Gouverneur sonder datum - - „ 13 het antwoord van den Heer Gouverneur aan den Sanets Prins Arou Pantjana, de dato 8=e November - - - - - „ 14 brief van den Boekhouder en Scriba te Bima B=n steijns, aan den Heer Gouverneur de dato 2=e November - - - - - - - „ 15: Translaat Maleijsche brieff geschreeven door den koning en Rijksgrooten van Bouton, aan den Heer Gouverneur en Raad, de dato 1=e November - - - - „ 16 Rapport bij forma van Dagregister gehouden door den sergeant Extirpateur der specerij boomen te Bouton Johan Christoffel gioth, de dato 18=e November 1779 - _ _ - - - - - - - - - - „ 19 Relaas bij weegen van Berigt, door de vrije Jnlandsche vrouw Iawa gedaan en overgegeven aan den Heer gouverneur, de dato 18=e November 1779 „ 27 Notitie van de volgende geweese Telloneese Grooten- - -„ 32 - brief van den Heer Gouverneur aan den Heer gouverneur te Amboina Bernardus van Pleuren, de dato 30:' November 1779 - - - „ — _„o van en aan den Heer gouverneur te Ternaten Jacob Roeland Thomassen, de dato als vooren – – – - – – – „ 34 _„o van den onderkoopman en Boelecombas resident M=r Simon Monsieur, aan den Heer Gou„ „verneur, de dato 5=e december - - - - - - - „ 35 het antwoord van den Heer gouverneur aan den bovengen: Boelecombas resident S=r Monsieur, de dato 13„e december - - - - - - - - - - - „ 36 brief van den Luijtenant der Arthillerij te Maros Christiaan Ferdinand van Alphen aanden Heer Gouverneur, de dato 23=e December – – – – – „ 37 _„o van den onderkoopman en Boelecombas Resident S=n Monsieur aan den Heer Gouverneur de dato 30„e December - - - - - - - - - - - „ 38. Register der Bijlagen gehoorende tot de aparte Brief en het Dagregister des Casteels Rotterdam, afgesonden den 10=e Junij Anno 1780: brief
English
Letter from the junior merchant and Boelecomba Resident Simon Monsieur, to the Governor, dated 18=e Januarij 1780. . . . . . - Page 39 The reply from the Governor, to the above-mentioned Boelecomba Resident S=n Monsieur, dated 13=e maart - - - - - - - - - - Page 43. Instructions for the military sergeant Johan Christoffel Grod, departing again on commission to Boutong for the extirpation of the clove and nutmeg trees, dated 15=e maart of this year - - Page 44 Letter from the Governor and Council to the King and grandees of Bouton, dated as above - - - - - - - - - - - Page 47 Ditto from as above, to the Tanete prince Arou Pantjana, dated 23=e maart - - - - - - Page 49 Translation of a Bugis letter written by the Adatouang of Sidenreng, to the Governor, undated - - - - - - - - - - - Page - - - - Letter from the junior merchant and Boelecomba Resident Simon Monsieur to the Governor, dated 21:e maart - - - - - - - - - Page 49 Ditto from the Governor to the Adatouang of Sideenreng, dated 30=e maart of this year - – – – – – – – – – - Page 51. Ditto from the junior merchant and Bima Resident Alexander Rosselet, to the Governor, dated 1=e maart - - - - - - - - - - Page 32 Instructions for the Captain of the Moors Abdul Cadier and the ordinary envoy daing mandjarekie departing for Tanette, dated 3=e April - - - - - - - - - - Page 54 Letter from the Governor, to the junior merchant and Boelecomba Resident Simon Monsieur, dated 4=en April - - - - - - - Page 55 Translation of a Malay letter written by the King and grandees of Sumbauwa, to the Governor, dated 14=e december 1779 - - - - - - - - Page 56 Letter from the junior merchant and Boelecomba Resident Simon Monsieur, to the Governor, dated 14=e April - - - - - - - Page 57: Translation of a Malay letter written by the King and grandees of Bouthon to the Governor, dated 18:e April - - - - Page 59. The reply from the Governor to the above-named King and grandees of Bouton, dated 2=e maij - - - - - - - - - - - - - Page 60 Receipt given by Lieutenant Leija, envoy of the above-mentioned King of Bouton, dated as just above - - - - Page 61. Letter from the Governor, to the King of Bonij, in the interior, dated 6=e maij - - - - - - - - Page 62. Ditto from the bookkeeper and chief interpreter at Patalassang Gerrit Brugman, to the Governor, dated 9=e maij -- Page 64 The reply from the Governor to the above-mentioned chief interpreter Gerrit Brugman at Patalassang, dated 16=e maij - – – – - Page 65 Letter from the junior merchant and Boelecomba Resident, Simon Monsieur, to the Governor, dated 11=e maij - - - -- Translation of a Bugis letter written by the Adatouang of Sedeenring, to the Governor, undated - - - - - - - - - Page 68 Letter from the bookkeeper and chief interpreter at Patalassang gerrit Brugman, to the Governor, dated 18=en maij - - - - - - - - - Page 69 Ditto from and to as above, dated 19=e maij - - - – – – – Page 71. Ditto from the junior merchant and Boelecomba Resident Simon Monsieur, to the Governor, dated 19=e maij - - - - - - - - - - Page 72 Ditto from and to as just above, dated 22=e maij – – – – – – – – – - Page ditto Ditto from and to as above, dated 6=e Februarij - - - - - - - - - - - - Page 40 Ditto from and to as just above, dated 1=e maart - - - - - - - - - - - - Page 41 Ditto from and to as before, dated 25=e ditto –– – – – – – – Page 73.
Dutch transcription
„brief van den onderkoopman en Boelecombas Resident Simon Monsieur, aan den Heer Gouver„ „neur, de dato 18=e Januarij 1780. . . . . . - Pag=a 39 het antwoord van den Heer Gouverneur, aan den boven gem: Boelecombas resident S=n Monsieur de dato 13=e maart - - - - - - - - - - „ 43. Jnstructie voor den zergeant militair Johan Christoffel Grod, vertreckende weder in Commissie na Boutong ter uijtroeijing der Nagel en Nooteboomen, gedateert 15„e maart deses Jaars - - „ 44 Brief van den Heer gouverneur en Raad aan den koning en Rijksgrooten van Bouton, de dato als boven - - - - - - - - - - - „ 47 _„o van als boven, aan den Tanets prins Arou Pantjana, de dato 23=e maart - - - - - - „ 49 Translaat bougineese brief geschreeven door Adatouang van Sidenreng, aan den Heer gouverneur sonder datum - - - - - - - - - - - „ - - - - brief van den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur aan den Heer Gouver„ „neur, de dato 21:e maart - - - - - - - - - „ 49 . _„o van den Heer Gouverneur aan den Adatouang van Sideenreng, de dato 30=e maart deeses Jaars - – – – – – – – – – - „ 51. _„o van den onderkoopman en Bimas resident Alexander Rosselet, aan den Heer Gouverneur de dato 1=e maart - - - - - - - - - - „ 32 Instructie voor den Capitain der Mooren Abdul Cadier en den ordinair sendeling daing mandjarekie vertrekkende na Tanette, de dato 3=e April - - - - - - - - - - „ 54 brief van den Heer Gouverneur, aan den onderkoopman en Boelecombal resident Simon Monsieur de dato 4=en April - - - - - - - „ 55 Translaat maleijdsche brief geschreeven door den Koning en Rijksgrooten van Sumbau„ „wa, aan den Heer Gouverneur, de dato 14=e december 1779 - - - - - - - - „56 brief van den onderkoopman en Boelecomb:as resident Simon Monsieur, aan den Heer gouver„ „neur, de dato 14=e April - - - - - - - „ 57: Translaat maleijdsche brief geschreeven door den koning en Rijksgrooten van Bouthon aan den Heer gouverneur, de dato 18:' April - - - - „ 59. het antwoord van den Heer Gouverneur aan den boven gen: koning en Rijksgrooten van Bouton de dato 2=e maij - - - - - - - - - - - - - „ 60 quitantie gegeven door den Lieutenant Leija gezant van den als boven gem: koning van Bouton, de dato als even - - - - „ 61. - -brief van den Heer gouverneur, aan den koning van Bonij, in de binnelanden, de dato 6=e maij - - - - - - - - „ 62. -- _„o van den boekhouder en oppertolk te Patalassang Gerrit Brugman, aan den Heer Gouverneur, de dato 9=e maij -- „ 64 het antwoord van den Heer Gouverneur aan den bovengem: oppertolk Gerrit Brugman te Patalassang, de dato 16„e maij - – – – - „ 65 brief van den onderkoopman en Boelecombas Resident, Simon Monsieur, aan den Heer Gouver„ „neur, de dato 11=e maij - - - -- Translaat Boegineese brief geschreeven door den Adatouang van Sedeenring, aan den Heer Gouverneur, sonder datum - - - - - - - - - „ 68 brief van den boekhouder en oppertolk te Patalassang gerrit Brugman, aan den Heer Gouver„ „neur, de dato 18=en maij - - - - - - - - - „ 69 _„ van en aan als boven, de dato 19=e maij - - - – – – – „ 71. — . _: van den onderkoopman en Boelecombas resident In Monsieur, aan den Heer gouverneur ._„ van en aan als even, de dato 22=e maij „ _„ van en aan als boven, de dato 6=e Februarij - - - - - - - - - - - - „ 40 de dato 19„e maij - - - - - - - - - - „ 72 „ _„o van „ „ „ even „ „ 1=e maart - - - - - - - - - - - - „ 41 1 b „ _„o – – – – – – – – – - „ _„o –– – – – – – – – „ 73. Brief 8 - - _o „ van en aan als vooren „ „ 25„e _„o —
English
Ditto as above, to the Adatouang of Sideenring, dated 31st May - - - - - - - - - 75 Ditto as just before, to the Tanete Prince Arou Pantjana 2nd June of the past year - - - - - - - 75 Ditto as before, to Chief Interpreter Gerrit Brugman and Assistant Interpreter Jacobus de graaf, at Malewang, dated 2nd June - – – – - - - 76 Ditto as just before, to the Junior Merchant and Boelecomba Resident Simon Monsieur, dated 3rd June _ – - - - - - - - - 77. 1780. . . . . - - - - - - - - - Page 74 Register of the Enclosures belonging to the separate Letter and the Daily Register of Castle Rotterdam, dispatched on 20th October Anno 1780. Translation of a Buginese letter from Ioeanna J- Asia, to the Governor van der voort, dated 10th June of this Year - - - - - - - page 79 Letter from the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, to the King of Boni in the interior, dated 22nd June - - - - - - - From the Junior Merchant and Boelecomba Resident Simon Monsieur, to the Governor van der voort, dated 22nd June – – – – – - 81 Translation of a Malay letter written by the King and Grandees of Bima, to the Governor van der voort and Council, dated 10th June 1780 - - - - - - - - - 84 Letter from the Governor, to the Tanete Prince Arou Pantjana, dated 30th May Letter from the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, to the Junior Merchant and Boelecomba Resident Simon Monsieur, dated 1st July . . . - - - - - - - - 85 Ordinance of the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, dated 10th July 1780 - - - 87 Letter from the Junior Merchant and Boelecomba Resident Mr. Simon Monsieur, to the Senior Merchant and Administrator B:s Reijke, dated 13th July - - From the Bookkeeper and Scribe at Bima, Bastiaan Steijns, to the Governor van der voort, dated 10th July - – – - – – - - 89 From the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, to the Boelecomba Resident Mr. Sn Monsieur, dated 21st July – – – – 90 From the Junior Merchant and Boelecomba Resident Mr. Sr Monsieur, to the Senior Merchant and Administrator B:s Reijke, dated 19th July - - - 91 Translation of a Buginese letter written by the King of Boni in the interior, to the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, dated 13th July - - - - - - - - - - - 93 Letter from the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, to the King of Boni in the interior, dated 25th July – – - - - - - - 95. Ditto as above, to the Bookkeeper and Elected Bima Resident Johan Mattheus Tichrer et al., dated 31st July 1780 - - - - - - - - 96 Ditto as just before, to the King of Bima, dated 14th July - – – – – – 98 Ditto as before, to the Kings of Buton et al., dated as above - - - - - 99 A true copy of the act of swearing the Contracts of the King and Grandees of Sandraboni, dated 31st July 1780. - - 100 Letter from the Junior Merchant and Boelecomba Resident Mr. Sr Monsieur to the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, dated 24th July of this Year - - - - – – – – – – 102. A 6 A true copy of the act of swearing the Contracts by the Tallo Grandees submitting to the Honorable Company, dated 2nd August of this Year - - Page 103. Letter from the Junior Merchant and Boelecomba Resident Mr. Simon Monsieur, to the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, dated 6th August - - 105. The reply of the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, to the Boelecomba Resident Mr. Simon Monsieur, dated 10th August - - - - - 107. A true copy of the act of swearing the Contracts by the collective Regents of the Company's Northern Province of Maros, dated 11th August of this Year — Letter from the Junior Merchant and Boelecomba Resident Simon Monsieur, to the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, dated 14th August 109 Ditto as above, and to the one named in the heading, dated 17th August - - - - - - - - 111. The reply of the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, to the Boelecomba Resident Sr Monsieur, dated 23rd August – – – – – – – 112 Letter from the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, to the King of Boni in the interior, dated 30th August - - - - – – – – 113. Ditto from the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, to the King of Boni in the interior, dated 1st September - - - - - - 114 Translation of a Buginese letter written by the King of Boni, to the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, dated 28th August - - - 115. Letter from the Junior Merchant and Boelecomba Resident Simon Monsieur, to the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, dated 7th September - - - 116 Ditto from the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, to the Lieutenant of Artillery commanding at Maros, Cn F: van Alphen, dated 16th September - – – – – – 117 Report from the Assistant Interpreter Fabia Theunisz, and the Emissary Carre Mangalle Ismael, addressed to the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, dated 17th September - - - - - - Letter from the Bookkeeper and Bima Resident Johan Mattheus Tuhrer, to the Senior Merchant and Administrator Barend Reijke, dated 6th September 119. Translation
Dutch transcription
_„o van als boven, aan den Adatouang van Sideenring, de dato 31=e maij - - - - - - - - - „ 75 _„ van als Even, aan den Tanets prins Arou Pantjana „ „ 2=e Junij j:l: - - - - - - - „ 75 _„o van als vooren, „ „ oppertolk Gerrit Brugman en den ondertolk Jacobus de graaf, te Malewang, de dato 2=e Junij - – – – - - - „ 76 „ van als Even, aan den onderkoopman en Boelecombas Resident Simon Monsieur, de dato 3=e Junij _ – - - - - - - - - „ 77. 1780. . . . . - - - - - - - - - Pag=a 74 Register der Bijlagen gehoorende tot de aparte Brief en het Dagregister des Casteels Rotterdam, afgesonden den 20=e October Anno 1780. Translaat Boegineese brief van Ioeanna J- Asia, aan den Heer gouverneur vander voort„ de dato 10=e Junij deeses Jaars - - - - - - - pag: 79 binnenlanden, de dato 22=e Junij - - - - - - - „ van der voort, de dato 22=e Junij – – – – – - „ 81 Heer gouverneur van der voort en Raad, de brief van den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan den onderkoopman, en Boelecombas resident Simon Monsieur de dato 1=e Julij. . . - - - - - - - - „ 85 ordonnantie van den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, de dato 10=e Julij 1780 - - - „ 87 „brief van den onderkoopman en Boelecombas resident M=r Simon Monsieur, aan den Heer opperkoop„ „man en gezaghebber B:s Reijke ged=t 13=e Julij - - „ _„o „ van den boekhouder en scriba te Bima Bastiaan Steijns, aan den Heer Gouverneur van der voort, de dato 10=' Julij - – – - – – - - „ 89 van den Heer Opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan den Boelecombas resident M=r S=n Monsieur, de dato 21=e Julij – – – – „ 90 „ van den onderkoopman en Boelecombas resident M=r S=r Monsieur, aan den Heer opperkoopman en gezaghebber B=s Reijke, de dato 19=e Julij - - - „ 91 Translaat Bougineese brief geschreeven door den koning van Bonij te binnenlanden, aan den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, de dato 13=e Julij - - - - - - - - - - - „ 93 brief van den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan den koning van Bonij te bin„ „nen landen, de dato 25=e Julij – – - - - - - - „ 95. _„ van als boven, aan den boekhouder en g'Eligeert Bimas resident Johan Mattheus Tichrer C:S: de dato 31„' Julij 1780 - - - - - - - - „ 96 —„ van als Even, aan den Koning van Bima, de dato 14=e Julij - – – – – – „ 98 — „ „ „ vooren „ de Koningen van Bouthong C: S: de dato als boven - - - - - „ 99 Een Copia afschrift van d'acte van b' Eediging der Contracten van den Koning en Rijksgrooten van Sandrabonij, de dato 31=' Julij 1780. - - „ 100 „brief van den onderkoopman en Boelecombas resident M=r S:r Monsieur aan den Heer opperkoopman in gezaghebber Barend Reijke Te dato 24. „ van den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den Heer gouverneur Translaat maleijdsche brief geschreeven door den Koning en Rijksgrooten van Bima, aan den dato 10=e Junij 1780 - - - - - - - - - „ 84 Brief van den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan den koning van Bonij te brief van den Heer gouverneur, aan den Tanits Prins Arou Pantjana, de dato 30:' maij Julij deses Jaars - - - - – – – – – – „ 102. Een 6 Een Copia afschrift van de acte van b' Eediging der Contracten die door bij d'E: Comp=e in submissie komende Telloneesen grooten, de dato 2=e Augustus deses Jaars - - Pag: 103. brief van den onderkoopman en Boelecombas Resident M=r Simon Monsieur, aan den Heer opperkoopman en gezagheb„ „ber Barend Reijke de dato 6„o Aug=s - - „ 105. het antwoord van den Heer Opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan aan den Boelecombas resident M„r Simon Monsieur, de dato 10„e Aug„s - - - - - „ 107. Een Copia afschrift van de acte van d' beEediging der Contracten van de gezament„ „lijke Regenten van 's Comp„s Noorder Pro¬ „vintien maros, ged=t 11=en Aug„o deses Jaars „ — „. brief van den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den Heer opperkoopman en gezag„ „hebber Barend Reijke, de dato 14„e Aug„s „ 109 _„„ van als boven, en aan als in hoofdgenoemde, de dato 17=e Aug„o - - - - - - - - „ 111. „het antwoord van den Heer Opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan den Boelecombas resident S:r Monsieur, de dato 23=e Augustus – – – – – – – „ 112 brief van den Heer Opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan den Koning van Bonij te binnen landen, de dato 30„e Aug„o - - - - – – – – „ 113. _„ van den Heer Opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan den ko„ „ning van Bonij te binnen landen de dato 1=en September - - - - - - „ 114 Translaat bougineese brief geschreeven door den Koning van Bonij, aan den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, de dato 28„en Aug=s - - - „ 115. brief van den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, de dato 7=e september - - - „ 116 _„ van den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan den te Ma„ „ros in Commando leggende Lieutenant der Arthillerij Cn F: van Alphen, de dato 16„e September - – – – – – „ 117 Berigt van den ondertoek Fabia Theunisz, en den sendeling Carre Mangalle Jsmael, gericht aan den Heer opperkoop „man en gezaghebber Barend Reijke, de dato 17=e september - - - - - - „ _„o den Heer opperkoopman en gezaghebber „brief van den boekhouder en Bimas Resident Johan Mattheus Tuhrer, aan Barend Reijke, de dato 6=e September „ 119. Translaat
English
Malay letter written by the First and Second Regents Nene Ranga and associates to the bookkeeper and scribe at Bima Bastiaan Steijns, dated the 8th of the month of Rajab page 120 Letter from the junior merchant and Resident of Boelecomba Mr. Simon Monsieur to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke and Council, dated 17 September page 121 Malay letter written by the Regents and grandees at Sumbauwa to the Governor and Council, dated 6 September 1780 page 122 Letter from the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke to the bookkeeper and provisional resident at Bima Iohan Mattheus Fuhrer, dated 28 September page 123 Letter from the junior merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 26 September page 124 Letter from the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman at Tope Jawa to the above-mentioned Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 27 September page 125 Letter from the Lieutenant of the Artillery in command at Maros P. F. van Alphen to the above-mentioned Acting Commander Barend Reijke, dated 1 October page 126 Answer from the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke to the aforesaid Lieutenant of Artillery at Maros van Alphen, dated the 2nd following page 127 Bugis letter written by the King of Bonij in the interior to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 18 September page 127 Letter from the bookkeeper and Resident at Bima Johan Mattheus Fuhrer to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 27 September page 128 Letter page 119 A true copy of the deed of swearing-in of the contracts concluded by the submitting Tallo regents, dated 2 August of this year Letter from the junior merchant and Resident of Boelecomba Mr. Simon Monsieur to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated The reply from the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke to the Resident of Boelecomba Simon Monsieur, dated 10 August A true copy of the deed of swearing-in of the contracts of the native regents of the Company's province of Maros, dated 11 August Letter from the junior merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated Letter from the same to the above-named, dated 17 August The reply from the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke to the Resident of Boelecomba, dated 23 August Letter from the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke to the King of Bonij in the interior, dated 30 August Letter from the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke to the King of Bonij in the interior, dated 1 September Translation of a Bugis letter written by the King of Bonij to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 20 Letter from the junior merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 7 Letter from the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke to the officer in command at Maros, Lieutenant of the Artillery C. F. van Alphen, dated 16 September Report of the assistant interpreter Fabian Theunisz and the emissary Carel Ismael, addressed to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 17 September Letter from the bookkeeper and Resident of Bima Johan Mattheus Fuhrer to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 6 Regents Nene Ranga and associates to the bookkeeper and scribe at Bima Bastiaan Steijns, dated the 8th of the month of Rajab page 120 Letter from the junior merchant and Resident of Boelecomba Mr. Simon Monsieur to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke and Council, dated 17 September page 121 Translation of a Malay letter written by the Regents and grandees at Sumbauwa to the Governor and Council, dated 6 September 1780 page 122 To the bookkeeper and provisional resident at Bima Iohan Mattheus Fuhrer, dated 28 September page 123 Letter from the junior merchant and Resident of Boelecomba Simon Monsieur to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 26 September page 124 Translation of a Malay letter written by the First and Second Regents Letter from the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, to Letter from the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman at Tope Jawa to the above-mentioned Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 27 September page 125 Letter from the Lieutenant of the Artillery in command at Maros P. F. van Alphen to the above-mentioned Acting Commander Barend Reijke, dated 1 October page 126 The reply from the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke to the aforesaid Lieutenant of Artillery at Maros van Alphen, dated the 2nd following page 127 Translation of a Bugis letter written by the King of Bonij in the interior to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 18 September page 127 Letter from the bookkeeper and Resident at Bima Johan Mattheus Fuhrer to the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke, dated 27 September page 128 Letter Letter from the same to the Regents and grandees at Sumbauwa, dated 11 October page 130 Letter from the same to Datu of Soppeng Mappa, dated 12 October 1780 page 131 Copy of the report by the Master of the Equipage here, Dirk Kinse, showing how one can sail from here to the three other eastern governments throughout the entire year page 132 Letter from the Senior Merchant and Acting Commander Barend Reijke to the junior merchant and Resident of Boelecomba Mr. Simon Monsieur, dated 10 October Page 129
Dutch transcription
ijdsche brief geschreeven door den Eersten en tweede Rijksbe„ „stierders Nene Ranga C:S: aan den boekhouder en scriba te Bima Bastiaan Steijns, de dato 8:' van de maand Radjab - - - - - pag: 120 derkoopman en Resident van Boelecomba M=r Simon Mon„ „sieur, aan den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, en Raad, de dato 17=e September - - - „ 121 leijdsche brief geschreeven door de Rijksbestierders en Rijks„ „groot te Sumbauwa, aan den Heer Gouverneur en Raad, de dato 6=e September 1780 - – – – – – – „ 122 er opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan den boekhouder en provisioneel resident te Bima Iohan Mattheus Fuhrer, de dato 28=e September - – – – – – „ 123 rkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den Heer opperkoopman en gezagheb„ „ber Barend Reijke, de dato 26e Sep„ oekhouder en oppertolk Gerrit Brugman te Tope Jawa, aan als boven genoemde Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke. de dato 27:' september - - - - - „ 125. Commando leggende Luitenant der Arthillerij te maros P: F: van Alphen, aan als evengenoemde Heer gezaghebber Barend Reijke, de - – – – – „ 124 dato 1=e october - - - - - - „ 126. „tember - - - van den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke aan den Luitenant der Arthillerij te maros van Alphen voorn: de dato 2=en daar aan – – – – – – – – „ 127 Bougineese brief geschreeven door den koning van Bonij te binnelanden, aan den Heer opper„ „koopman en gezaghebber Barend Reijke, de dato 18=e September – – – „ 127 boekhouder en Resident te Bima Johan Mattheus Fuhrer, aan den Heer opperkoopman en gezag„ „hebber Barend Reijke, de dato 27:' Septb=r „ 128 brief „119. Een Copia afschrift van de acte van b' Eediging der Contracten die doo in submissie komende Tellor de dato 2=e Augustus deses Ja brief van den onderkoopman en Boelecombas Resident M=r Simon aan den Heer opperkoopman „ber Barend Reijke de dato het antwoord van den Heer Opperkoopman en gezaghebber Barend R aan den Boelecombas residen Monsieur, de dato 10„e Aug„s Een Copia afschrift van de acte van d' beEediging der Contracten van de „lijke Regenten van 's Comp:s „vintien maros, ged=t 11=e Au¬ „ brief van den onderkoopman en Boelecombas resident Simon aan den Heer opperkoopm „hebber Barend Reijke, de d —„ van als boven, en aan als in hoofdgenoemde, de dato 17=e Aug„s --- „het antwoord van den Heer Opperkoopman en gezaghebber Barend e den Boelecombas resident de dato 23=e Augustus -- brief van den Heer Opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, Koning van Bonij te binn de dato 30„e Aug„o. .- . _„ van den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, „ning van Bonij te binnen de dato 1=e September Translaat bougineese brief geschreeven door den Koning van Bor Heer Opperkoopman en ge„ Barend Reijke, de dato 20 brief van den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Mon den Heer Opperkoopman en Barend Reijke, de dato 7=e _„ van den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aa „ros in Commando leggende der Arthillerij Cn Fs. van de dato 16e. September- Berigt van den ondertolk Fabia Theunisz, en den sendeling Car„ Jsmael, gericht aan den I „man en gezaghebber Bar de dato 17=e september. — „brief van den boekhouder en Bimas Resident Johan Mattheus den Heer opperkoopman en ge„ Barend Reijke, de dato 6e „stierders Nene Ranga C: S: aan den boekhouder en scriba te Bima Bastiaan Steijns, de dato 8:' van de maand Radjab - - - - - pag: 120 brief van den onderkoopman en Resident van Boelecomba M=r Simon Mon„ „sieur, aan den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, en Raad, de dato 17=e september - - - „ 121 Translaat maleijdsche brief geschreeven door de Rijksbestierders en Rijks„ „groot te Sumbauwa, aan den Heer Gouverneur en Raad, de dato 6=e den boekhouder en provisioneel resident te Bima Iohan Mattheus Fuhrer, de dato 28=en September - – – – – – „ 123 „ _„ van den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den Heer opperkoopman en gezagheb„ „ber Barend Reijke, de dato 26e' Sep„ -Translaat maleijdsche brief geschreeven door den Eersten en tweede Rijksbe„ September 1780 – – – – – – – „ 122 „brief van den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan - – – – – „ 124 „tember - - - „ _„o van den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman te Tope Jawa, aan als boven genoemde Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke. de dato 27:' September - - - - - „ 125. _„ van den in Commando leggende Luitenant der Arthillerij te maros P: F: van Alphen, aan als evengenoemde Heer gezaghebber Barend Reijke, de dato 1=e october - - - - - - „ 126. het antwoord van den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke aan den Luitenant der Arthillerij te maros van Alphen voorn: de dato 2=en daar aan – – – – – – – – „ 127 Translaat Bougineese brief geschreeven door den koning van Bonij te binnelanden, aan den Heer opper„ „koopman en gezaghebber Barend Reijke, de dato 18„e september – – – „ 127 „brief van den boekhouder en Resident te Bima Johan Mattheus Fuhrer, aan den Heer opperkoopman en gezag„ „hebber Barend Reijke, de dato 27:' Septb=r „ 128 brief - 1 _„o van als boven, en aande Rijksbestierders en Rijksgroot te sumba„ „wa, de dato 11=e October - – – – – „ 130 _en van als Even, en aan Datou van Soping Mappa, de dato 12=e october 1780 „ 131 Copia Berigt van den Equipagie meester alhier Dirk Kinse, aanwijsende opwat wijse men het gantsche Jaar door van hier na de drie andere oostersche gouvernementen varen kan „ 132 „brief van den Heer opperkoopman en gezaghebber Barend Reijke, aan den on„ „derkoopman en Boelecombas resident M=r Simon Monsieur, de dato 10„en -- - - Pag=a 129. October -
English
Page 1: Makassar To the Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lord: Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lord, This serves solely to inform Your Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lordship that on the 13th of this month a vessel arrived at Tanette, rigged in the manner of those of the Cerammers according to the messenger of the Regent, bringing eleven subjects of Tanette who had gone to Bima for trade in the previous year, and since that time no one knew where they had ended up. I therefore immediately had the Regent informed through the said messenger to bring the said vessel to the fortress, as the chief had voluntarily offered to be brought before me, and he indeed appeared before me in person on the 16th, being a Mohammedan named Koweai, though dressed in the Dutch manner, carrying a rattan cane with a silver knob marked with the letter E, asserting himself to be the watchman of the island of Kisser, belonging under Ambon, and having arrived here expressly to deliver eleven of the Company's subjects, whom he had ransomed on Ceram from the Papuan rovers for a certain sum, as the said people of Tanette likewise testified to having been captured by the aforesaid Papuan nations on the island of Bawoeloeang, and that he furthermore had nothing else on board other than baked sago, some sets of gabba-gabba chests, and some lory birds for trade, requesting from me a written certificate upon departing from here to present at Ambon, requesting orders in this regard from Your Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lordship as to how I shall conduct myself, while for the rest I subscribe myself with all submission, underneath was written: Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lord, lower: Your Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lordship's humble servant, was signed: Jan Hendrik Voll, in the margin: Saleijer the 17th of September 1779. The time of the customary appearance having arrived, all the Regents of this island are now departing for the Coast, together with their annual tributes and workmen; with which also comes to Your Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lordship the Regent of Gantarang, who, according to the request made by the country, is pleading for his reinstatement; and that of Tanette, who has resigned of his own accord, having in his place a certain Daeng Mabadja; as also of Opaepa, following the numerous complaints of his subjects, the person of Daeng Rapanna; as well as of Batang Mata, owing to the death of the Regent Daeng Mabaijara, his grandson Daeng Manojengang, which persons, at the meeting of all the Regents on the 24th of the past month of September, were unanimously nominated by the Ponggawas, Galarangs, and subjects of the aforesaid districts as lawful and competent persons, subject to the approval of Your Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lordship. And having nothing particular to impart for the present, I shall conclude this by commending Your Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lordship's precious person along with the Company's important interests to God's safe keeping, while subscribing with all due respect to be, underneath was written: Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lord, lower: Your Right Honorable, Highly Esteemed, Worshipful Lordship's humble servant, was signed: Jan Hendrik Voll, in the margin: Saleijer the 5th of October, Anno 1779. To as before! Bima Bima To the Junior Merchant Alexander Rosselel, Elected Resident, and The Bookkeeper Bastiaan Heijns, Sworn Clerk. Honorable, Pious, Discreet, The utterly sloppy conduct and defective manner of writing maintained by the late, deceased Commander Le Cerf in providing reports of the events that occurred on the opposite shore, as well as in answering my letters, regarding which I have frequently made my serious displeasure known to him, now also obliges me, in view of the provisional appointment of the first-named in the heading hereof as Resident in his stead, and thus likewise on the occasion of answering the letter of the Clerk Steijns dated the 2nd of August past and the 30th of the past month, to make mention of all such matters as are currently on the table with regard to each separate kingdom, so that he may immediately know what he is primarily to do upon his arrival. Meanwhile, I expect from him not only a more orderly report regarding the occurrences that take place and what will be performed by him in that regard, but also that he will primarily apply himself to acquiring a thorough knowledge of all that is required for good governance, for which, in the first place, as the most necessary, must be considered the knowledge of the inner character both of the various nations in general and of the monarchs and grandees of each kingdom in particular, and their relations to one another, as well as their obligations toward the Company, which latter
Dutch transcription
Pag=a 1: Macasser Aan Den welEdele Gestr: Agtb: Heer: Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en Directeur deser Custe Celebes. Wel Edele Gestrenge Agtbaren Heere Deese dient eenelijk om uwel Edele gestr: Agtb: kennisse te geven; dat op den 13=e deser op Tanette, een vaartuijg, en volgens segge van de Regent sendeling op de wijse als die van de Cerammers toegetuijgt aangekomen, aanbrengende Elf onderdanen van Tanetle dewelke in A„o p„o, na Bima ten handel geweest, en het sedert dien tijt nie„ „mant geweeten waar denselve belant sijn, zo heb ik ten eerste de regent door gem: sendeling late weeten gem: vaarthuijg aan de vesting, also de Hoofd vrijwillig aangeboden hebbe om bij mij ge„ „bragt te werden, so als denselven ook op den 16=e in persoon bij mij quam, sijnde een mahumetaan genaamt Kowéai egter in 't hollands gekleet, dragende een rotting met silvere knop staan„ „de daar op gemerkt E, betuijgende de wagthouder te wesen van 't Eijland Kisser onder Ambon gehorende, en Expres alhier was aan„ „gekomen om elf stuks 'sComp„s onderdanen, die hij, op Ceram, van de papoese rovers voor sekere somma hebbe uijtgelost aan te brengen, so als gem: Tanettereesen meede getuijgde door voorsz: papoese natien op het Eijland Bawoeloeang gerooft, en dat hij voorts niets anders aanboord hebbende als gebakke sagoe, eenige stellen gabbe gabbe kisten, en wat Loerievogels voor negotie, versoekende van mij een handschrift wanneer van hier vertrek, om op Ambon te vertonen, versoekende hier omtrent orders van uwel Ed: gestr: Agtb: Agtbaare hoedanig ik mij gedragen sal, terwijl ik voor 't overige met alle onderdanigheid mij noeme, /:onderstond:/ wel Edele gestrenge Agtb: Heere, /:lager:/ uwel Edele Gestrenge Agtb„s onderdanigen Dienaar /:was geteekend:/ Ian Hendrik voll, /:in margine:/ Saleijer den 17=e September 1779. De tijt der gewonelijke opkomst verscheenen sijnde, vertrek thans Costiwaards de gesamentlijke Regenten deses eijlands benevens hunne Jaarlijkse kribuijten en werklieden; waarmeede ook tot uw wel Edele gestr: Agtb: overkomt de regenten van gantarang, dewelke volgens gedaane versoek van 't land, om sijn herstelling smeekende; en van Tanette die sig selfs heeft ontslagen in sijn plaats eenen daeng Mabadja, gelijk ook van opaepa, op de me„ „nigvuldige klagten sijner onderdanen, den persoon van daeng rapanna, mitsgaders van Batang Mata mits het overlijden van den regent daen9 Mabaijara desselfs kleijn soon daeng Manojengang, welk persoon bij de bij een komst der gesament„ „lijke regenten op den 24=e der verwekene maand september, door de Pongauwas, glarrangs en onderdanen van voorsz: districten een pariglijk als wettige en bequame personen op approbatie van uwel Edele gestrenge Agtb: sijn voorgedragen. En nadien voor tegenswoordige niets bijsonders te bedeelen hebbende, sal desen eijnde met uwel Edele gestrenge Agtb: dierbare persoon nevens 'sComp„s wigtige belangens in Godes vijlige hoede te beveelen, Terwijl met alle schuldige eerbied onderteekene te sijn, /:onder„ „stond:/ wel Edele Gestrenge Agtbaren Heere /:lager:/ uwel Edele Gestrenge Agtbares onder„ „danigen Dienaar, /:was geteekend:/: Ian Hendrik voll, /:in margine :/ Saleijer den 5=e october Anno 1779. Aan Als vooren! Bima Bima Aan Den onderkoopman Alexander Rosselel, G' Eligeerd Resident en Den Boekhouder Bastiaan Heijns, Geswoore Scriba. Eersame, Vroome, Discreete De allesints slordige handelwijse en gebreckige manier van schrijven door wijlen den overleedenen Commandant Le Cerf gehouden in het geeven van berigt der voorgevallene zaeken op d' overwal, zo wel, als in het b'antwoorden mijner brieven, waar over ik hem meenigmaalen mijn ernstig misnoegen te kennend gegeeven hebbe, verpligten mij ook thans, mits de provisioneele aanstelling van den Eerstgenoemde in hoofde deeses, tot Resi„ „dent, in zijne plaatse en dus teffens ter gelegentheijd der b'ant„ „woording van den brief van den Scriba Steijns in dato 2=e Augustus passato en 30„e der voorleedene maand gewag te maeken van alle zodanige zaeken als 'er thans met betrecking tot ieder afsonderlijk Rijk op het tapijt zijn, ten eijnde hij al ten eersten weete moge wat hem bij zijn komste voornamentlijk te doen staa. terwijl ik van denzelven zo wel een geschikter ver„ „slag verwagte, nopens de voorvallende gebeurtenissen en het geene door hem daar omtrend zal worden verrigt, als dat hij zig voornaementlijk b'ieveren zal op het erlangen van een gegronde kennisse van al het geene tot een goed be„ „stier vereijscht, waar toe in d'eerste plaats als het nood„ „zaekelijkste diend te worden g'agt de kennisse van het interieure Caracter zo van de verschillende natien in het gemeen als van d' vorsten en grooten van ieder Rijk in het bijsonder en haare betrecking tot malkander, mits„ „gaders haar gehoudenisse tot de Compagnie welk laatste ba bij t alle b: den 3 en