VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3617

Malabar · 471 pages · 226 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3617_0096 view scan ↗

English

Cochin, together with the copy of our latest letter to their High Excellencies in Batavia dated the 5th of this month, as well as a packet to the Secret Committee in Amsterdam, and have the honor to be with all respect and fidelity, 18 May 1782. Noble, Highly Esteemed, Far-Ruling Gentlemen, Your Honorable High Mightinesses' humble and faithful servants, J.G. van Angelbeek, A. van Harn, A.J. Vernede. As a private Portuguese snow is arriving here, departing for the French Islands, we take this opportunity to present to Your Honorable High Mightinesses, through the care of His Excellency van Berkenroode, Ambassador in Paris, the duplicate of our letter of yesterday, together with the copy of our letter to Their High Excellencies in Batavia dated the 5th of this month, as well as a packet to the Secret Committee in Amsterdam, and have the honor to be with all respect and fidelity, Noble, Highly Esteemed, Far-Ruling Gentlemen, Your Honorable High Mightinesses' humble and faithful servants, J.G. van Angelbeek, A. van Harn, A.J. Vernede, J.A. Cellarius, F. van den Busch, A.W. Deijl, H.V. Spall, W.W. van Haeften, J.H. Dannichen. Cochin, the 19th of May 1782. To the Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen, Directors at the Assembly of the Seventeen Representing the General Netherlands Chartered East India Company, at the Presidial Chamber Amsterdam, Netherlands. Batavia. To His High Excellency, the High and Mighty, Highly Esteemed, Far-Ruling Gentleman, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Chartered East India Company, Governor-General, and the Right Honorable Severe Gentlemen, Councillors of the Netherlands Indies. High and Mighty, Highly Esteemed, Far-Ruling Gentleman, Right Honorable Severe Gentlemen. Arrival and departure of the Honorable Willem Jakob van de Graaff. The Honorable Willem Jakob van de Graaff, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, arrived here from Goa on the 7th of March last with the Portuguese frigate Francisco Xaverio, and has awaited here a private Portuguese ship named Dom Federico, being the carrier of this letter, which had already been engaged by His Honor at Surat to transport him to Batavia; with which he then prosecutes his journey this day to Your High Excellencies, whither we wish His Honor a disaster-free and prosperous voyage. Takes the duplicate papers. We make use of this opportunity to convey to Your High Excellencies the duplicate of our general missive of the 8th of January of this year, of which the original was dispatched via Ceylon, and likely will have already been received by Your High Excellencies. We have looked forward with great longing to Your High Excellencies' general rescript to our letters of 1781, but have not been so fortunate as to receive it; yet we live in hope that it will reach us during the upcoming open navigation season. The trade and pay books are also dispatched. And we now transmit the Malabar trade books of the year 1780/1781, and three sets of correspondence, and pay books of that financial year, packed in two chests, regarding which documents the necessary mentions have already been made in our aforementioned general missive, to which we respectfully refer. The money for us from Batavia received here by means of bills of exchange. The Ceylon Ministers informed us by secret missive of the 11th of November 1781 that they expected two hundred thousand guilders for us from Batavia and would provisionally send us half thereof whenever a good opportunity might present itself for that purpose. But since such opportunities are rare at present, we decided at the meeting of the 22nd of January last, in order to obtain that money here in a secure manner, to accept bills of exchange on Ceylon here without... Native affairs. The account with the King of Travancore is closed. With the envoys of the King of Travancore, the annual current account was closed under date of the 22nd of February last, and an amount of f 943:3:—, which was still due to the King, was paid off, as appears from the copy of the current account accompanying this, and our resolution of the 26th of February last.

Dutch transcription

Roetsiem nevens de kopij van onzen jongsten brief aan hunne Hoogedelheeden te Batavia van den 5=e deezer, zoo meede een pakket aan het geheime kommitte te Amsterdam en hebben d'eere met alle eerbied en trouwe te zijn. 1782. den 18. ' Mai Edele Hoog achtbaare wijd gebiedende Heeren Uwer Weledele Hoog achtb=s onderdanige en getrouwe dienaaren HG van Angelbeek A. VHarn A F Vernedi Wijl hier een partikuliere Portugeesche snauw komt, die naar de fransche Eilanden vertrekt, zoo neemen wij deeze geleegenheid waar, om uw weledele Hoogachtb: onder de besorging van zijn Excellentsie van Berkenroode Ambassadeur in Parijs aantebieden, het duplikaat van onzen brief van gisteren, nevens de kopij van onzen brief aan Hunne Hoogedelheeden te Batavia van den 5. deezer, zoo mede een pakket aan het geheime N do „denanos jnaurow aen 1. maart Jongst leeden kommitte Edele Hoogachtbaare wijdgebiedende Heeren. Aan de Weledele Hoogachtbaare Heeren. Bewindhebberen Ter vergadering van zeeventienen Representeerende de generaale Nederlandsche geoktroieerde Oostindische kompanie, ter Prisidiale kamer Amsterdam Nederland Batavia Aan zijn Hoogedelheid, J. A. Collarius J Spall WW Houster 4 9 JH Dannichen F vdn Busch A:W: & Deijt huizen van 8„„ 8 76 77 Batavia kommitte te Amsterdam, en hebben d'eere met alle eerbied en trouwe te zijn Edele Hoogachtbaare wijdgebiedende Heeren. uwer Weledele Hoog achtbaaren onderdanige en getrouwe dienaaren JG van Angelbeek sser F # A J Vernede J. A. Cellarius do „uenanos jnurow aeno1. Maart jongst tee Koetsiem den 19. Mai 1782. Aan zijn Hoogedelheid, AVHarn F: vn. Beelgh A: W: Beijl HV: Sael WWV Haeften J:H Dannicheus „„ 5 tuiszen van 77 Batavia „nomste en voriren van den vor in graagf, staat exon ordinair van Ne weledele gestrenge Heer willem „derlands Jndien is den 7: Maart Jongst leeden „1 Aan zijn Hoogedelheid, 77 van „Takab van de Graaff tuizen Batavia weledele gestrenge Heer willem „Takab van de Graaff Aan zijn Hoogedelheid, Den Hoogedelen Groot achtbaaren wijd gebiedende Hee M=r Willem Arnold Alting, wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden ende Generaale Geoktroieerde Oostindische kompan Goeverneur Generaal De Weledele Gestrenge Heeren Raaden, van Nederlands Indiën. Hoogedele, Groot achtbaare, wijdgebiedende Heer, Weledele Gestrenge Heeren, De weledele gestrenge Heer Willem Jakob komste en vertrek van den van de Graaff, Raad Extra ordinair van Ne„ „derlands Jndiën is den 7: Maart Jongst leeden 1„ ƒ en en van twisten 77 78 „ren meede worden ook verzonden naar Ceilon gezonden word ontvangen van Trevankoor is geslooten van Goa hier aangekoomen, met het Portugeesche Fregat Francisco xavero, en heeft hier afgewacht een Portugeesche partikulier schip gen=t Dom Fede„ „rico, zijnde de brenger deezer, het welk reets door zijn edele te soeratte besprooken was om Hem naar Batavia over tebrengen; waarmeede Hij dan de de reekening met den koning reize op heeden tot uw Hoogedelheeden vervorderd, werwaards wij zijn Edele eene ramp vrije en voor„ „spoedige reize toewenschen, wij bedienen ons van deeze gelegenheid, om uw Hoogedelheeden te laa„ neemt de duplikaat papie, „ ten toekoomen, het Duplikaat van onze generaale missive van den 8' Januari deezes Jaars, waar van het origineel over Ceilon is afgezonden, en denke„ „lijk al bij uwe Hoogedelheeden ontvangen zal zijn. Wij hebben met veel verlangen tegemoet ge„ „zien uwer Hoogedelheeden generaale rescriptsie op onze letteren van 1781, maar zijn zoo gelukkig niet geweest die te ontvangen, doch leeven en hoope, dat ons die, in de aanstaande opene vaart wel zal de Negootsie, en zoldij boeken geworden, en zenden thans over de Malabaarsche Negootsie boeken van anno 17 8/1., en drie stellen Korrespondentsien De Ceilonsche Ministers bedeelden ons bij se„ „kreete Missive van den 11=' November 1781. dat zij twee tonnen gouds voor ons van Batavia ver„ „wachteden en ons bij voorraad de helfte daar van toezenden zouden, wanneer zich daar toe goede geleegenheid mogt opdoen. Dan dewijl zulke geleegenheeden thans zeltzaam zijn, zoo heb„ „ben wij, om dat geld op eene sekuure wijze hier te het geld voor ons van Batavia krijgen, ter sessie van den 22. Januari Jo leeden be„ Soldij boeken van dat boekjaar, afgepakt in twee door weege van wissels hier „slooten, hier wissels op Ceilon te akcepteeren zonder Inlandse zaaken Met de zendelingen van den koning van Tre„ van Koor is onder dato 22. ' februari Jongstleeden de Jaarlijxe reekening koerant geslooten, en een be„ „draagen van ƒ943:3. —, die de koning noch te goed had afbetaald, uitwijzens kopia reekening koerant deezen verzellende, en onze resoluuitsie van den 26. febr: Jongstleeden. kassen, van welke papieren reets het noodige aange„ „haalt is, bij onze voorschreevene generaale missive waar aan wij ons reverentlijk gedraagen. kassen de

NL-HaNA_1.04.02_3617_0101 view scan ↗

English

79 Also fifty thousand pounds of Japanese bar copper in exception of Ceylon have been received here, which has found a good market here, also the cloves. One has been forced to sell the pepper for one hundred and fifteen rupees the 500 lb. the usual two percent, and we have through that means obtained sixty-three thousand five hundred rupees up to now, where the Ministers have sent us fifty thousand pounds of bar copper with a Portuguese vessel, amounting to 13566 rupees. Sale of merchandise. Which copper was immediately sold to the merchants for the price of last year and paid by them in cash. Of the remaining cloves, fifty-one thousand nine hundred and ninety-five pounds have been sold, and regarding the gathered pepper we have already had the honor to report in our respectful description of the 8th of January last that the same would have to be sold, because Ceylon could not use the same and also could not have it collected, and we would have no storage place for it when the new delivery began, which one nevertheless had to keep going in order not to alienate Travancore from it. We have consequently tried to sell the same for the fixed price of one hundred thirty rupees the candy of five hundred pounds, but this was impossible, because the same was sold in Calicut and everywhere to the North for much less; We therefore decided on the 26th of December on a price reduction to one hundred and twenty rupees, but even for that nothing could be disposed of, because in Calicut the candy of six hundred pounds was sold for one hundred thirty, and this went on until the end of February, when a Portuguese merchant who wished to return to Europe offered us one hundred fifteen rupees, and this still under the burdensome condition that we had to take his iron in payment at seventy-eight rupees the candy, which had already for some time been the lowest price thereof. The time had advanced, and we needed to be rid of the pepper for the sake of the already mentioned reasons, and also because we needed money; we therefore decided at the session of the 26th of February last to accept that selling price this time, and consequently our entire stock of eight hundred sixty-nine thousand five hundred and fourteen pounds 80 How much was gained on the trade. There is good expectation regarding the sale of merchandise in the upcoming Monsoon. was sold for that price. In this manner we have still gained through sales the sum of fully three hundred and thirty-eight thousand guilders, as can be seen in more detail in the following Return. Return of such merchandise as has been sold since the 1st of September 1781 to this date, showing its purchase and selling prices, namely: Purchase: Selling: Profit: Percent: 51995 lb: Clove Cloves - - - - - f 17548:6:8 f 218379:-:- f 200830:13:8 144 1/2 128765 lb: Japanese bar copper - - - - - f 34823:16:- f 95028:11:8 f 60204:15:8 172 7/8 869514 lb: Pepper Malabar - - - - f 162965:1:8 f 239985:17:8 f 77020:16:- 46 1/2 the last five years on average Total- f 215337:4:- f 553393:9:- f 338055:15:- The Purchase of - - - - - - - f 215337:14:- The sale- It is evident that has been gained on this - - - - f 338065:15:- - - - - f 156 1/4 128691 - 120422 1/2 128765- Cochin the 23rd of April 1782. /:was signed:/ R: van Harn and through this we have until now made good our ordinary and extraordinary charges, as well as How large the remainder of money is. today still a remainder of fully two hundred and eighty-five thousand rupees in stock in the main treasury, where we hope to receive in the upcoming shipping season still fully seventy-two thousand rupees through the sale of our remaining cloves of fully twenty thousand pounds. We also flatter ourselves that the circumstances in the upcoming Monsoon will permit us to be supplied with merchandise for trade, regarding which the commander will take the liberty to confer further with your High Excellencies in a separate letter, and for which purpose we offer herewith our requisition and insert it here. Merchandise: The sale during the current book year 1781/82: The sale since the date of this: The sale under date of this: The remainder in the warehouse: New Requisition: 30000 lb: Clove Cloves. 15449 51705 20759 28980 20000 lb: Nutmegs. 11900 25 packages mace 1358 200000 lb: Copper Japanese in bars. 3560 75000 lb: Lead Dutch 2222 60000 lb: Tin 122401 738886 1/2 6000 canassers sugar powder 426 600 canassers sugar candy 179634 557 8005 731

Dutch transcription

79 ok zijn vijftig duizend pon„ den Japans staaf koper in zindering van Ceilon hier ntvangen dat een goede aftrek hier heeft gevonden ook de nagelen de peper is men, genoodzaakt geweest voor ropijen een honderd „pen de gewoone twee percent en wij hebben langs dien weg tot nu toe drie en sestig duizend vijf Hon„ „derd ropijen bekoomen waar bij de Ministers ons vijftig duizend ponden staaf-koper, met een Portu„ „geesch vaartuig toegezonden hebben, bedraagende 13566: ropijen sch:s verkoop van Koopmanschap Welk koper ten eersten voor den prijs van voorl: Jaar aan de kooplieden verkocht en door henl: baar be„ „taald is. Van het restant Nagelen zijn een en vijftig dui„ „zend negenhonderd en vijf en neegentig ponden verkocht, en nopens de ingezamelde peper hebben wij reets bij onse eerbiedige beschrijving van den 8: Janua„ „ri Jongstleeden d'eere gehad te melden, dat de zel„ „ve zoude moeten verkocht worden, wijl Ceilon de„ „zelve niet kost gebruiken en ook niet afhaalen laa„ „ten, en wij daar voor geene berg plaats hebben zouden, wanneer de nieuwe Leverantsie begon, die men echter diende aan den gang te houden, om Tre„ „vankoor daar van niet te vervreemden, wij hebben dienvolgende getracht, dezelve voor den bestemden prijs van honderd dertig ropijen het kandijl van vijfhonderd pond te verkoopen, doch dit was on„ „mogelijk, door dien dezelve te kalikut en overal om de Noord voor veel minder verkocht wierd; Wij beslooten derhalven, op den 26:' december tot eene prijs vermindering tot honderd en twintig ropijen, doch ook daarvoor wil„ „de niets van de hand, door dien men te kali„ „kus het handijl van ses honderd pond voor hon„ „derd dertig verkocht, en dit liep aan, tot in 't laast van februari, wanneer een Portu„ „geesch koopman die naar Europa te rug kee„ „ren wilde, ons honderd vijftien ropijen bood, en dit noch onder de bezwaarende kondietsie, dat wij zijn ijzer in betaaling neemen moesten, tegen agt en zeeventig ropijen het kandijl, het welk al zeeder eenigen tijd de laagste prijs daar van geweest was. De tijd was veringeschooten, en de pe„ „per dienden wij quijt te zijn om de wille van de reets bijgebragte reedenen, en ook, om dat wij geld noo„ en vijftien de 300 lb: te verhoo„dig hadden; wij beslooten derhalven ter sessie van den 26: febr: Jongst leeden om dien verkoops prijs ons ditmaal te laaten welgevallen, en dienvolgende is onze heele voorraad van agt maalhonderd negen en sestig duizend vijf honderd en veertien vijf ponden 80 hoe veel op den handel gewon„ nen is hier is goede verwachting omtrend de verrier van koopmanschap„ „pen in de aanstaande Monsson ponden voor dien prijs verkocht. Op deeze wijze hebben wij noch door verkoop de som„ „me van ruim driemaal honderd en agt en dertig duizend guldens gewonnen, zoo als nader te zien is Rendement van dezelve bij het ondervolgende Rendement Rendement van sodaanige koopmanschappen, als 'er seedert p=mo 7ber: 1781. tot dato deeses verkogt, met aantooning van dies in en verkoops prijsen Namentlijk. p:r C=to winst verkoop Inkoops. 51995: — lb: Garioffel Nagulen - - - - - ƒ 17548:6: 8 ƒ 218379:—:— ƒ 200830:13:8 144½ 128765:— „ Iapans staaf koper - - - - - „ 34823:16. – „ 95028:118„ 60204:15:8 172 7/8 de laatste vijf 1 Jaaren door 46½: den anderen „8693: 14:— „ Peper Mallabaars - - - - „162965:1:8 „ 239985:17:8„ 770206:— geslagen ƒ215337:4. ƒ5339:9 ƒ38058:15:—. Teld- Den Jnkoop van den verkoop- Consteerd hier op gewonnen te zijn - - - - ƒ338065:15:- - - - -f 156¼ 128691 - 120422½ 128765- Koetsiem den 23.:' April 1782. /:was getekend:/ R: van Harn en daar door hebben wij tot nu toe onze gewoone en buitengewoone lasten goedgemaakt, mitsga„ hoe groot het restand van geld „ders op heeden noch een restant van ruim twee maalhonderd en vijf en tachentig duizend ropijen in de groote kas in voorraad, waar bij wij in d'aan„ - - - - - - - „ 215337:14.– 28980 — 11900 1358 3560 2222 1224011 - 738886½ 426. 179634 557 60000 75000 „ Lood hollands 6000. kannassers suiker poe„ „der „ Thin 600 suiker kandij Koopmanschappen. 30'000. lb: Garioffel Nagulen. 15449. - 51705. 20759 — — 20000 - „ Nooten musschaaten. 8005 25 souk:s foelij ofte macis 731 200'000 lb: koper Iapans in staaven. „staande vaart noch ruim twee en zeeventig duizend ropijen door den verkoop van ons restant nagelen van ruim twintig duizend pond, hoopen te ontvangen, Ook vleijen wij ons, dat de omstandigheeden het in d'aanstaande Mousson zullen toelaaten, om ons met koopmanschappen tot den handel te voorzien, waaromtrend de kommandeur de vrijheid gebrui„ „ken zal uwe Hoogedelheeden bij een apart briefje nader te onderhouden, en waar toe wij onzen Eisch „eisch daar van ten dien einde hierneevens aanbieden en hier insereeren. den vertier in den vertier den ver„ het res- Nieuwen geduurende „tier see= tant on= Eijsch „dert prin der dato den loop boekjaar tot dato deezes staande Pakhuis 17/88: deezes — —— - - _o

NL-HaNA_1.04.02_3617_0103 view scan ↗

English

81 Warehouse Requisitions Consumption over the last five years, averaged Consumption during the course of the latest ledger Consumption since the first of September to the date of this document Remainder as of the date of this document New Requisition 331 324 11188 and 4. Years 43 10 10 40 28¾ 41¼. — 46 Consumption over the last five years, averaged Consumption during the course of this [illegible] Remainder as of the date of this document New Requisition 200 Single bundles of Rotan of 50 pieces each 108 382. 9714 - 280 2723¾ 21000 lb. nails for household consumption, as follows: 1000. lb. 7-inch 7000. lb. joining irons 5500 lb. thin single 3500. lb. thick double 3000. lb. 5-inch 100. lb. Lamp black 1000. lb. 6-inch Printed Books 10 pieces Letter Arts 10 pieces Steps of Youth 20 pieces ABC-booklets 10 pieces ABC-boards Communion booklets, Note: with the newly rhymed Psalms 10 pieces New Testaments, Note: with the newly rhymed Psalms Writing and Bookbinding Tools 40 reams large format paper 45 ditto small format paper 2 lb. cut pencil and red chalk 100 bundles pen quills 10 80 lb. gallnuts Provisions 122 77 1/5. 300 bottles sack wine, if possible in half bottles, 218 — 3½. — - 20 barrels Dutch meat 8— 7¼. 3¾ - - 20 ditto bacon 4½. 5¼ 23/320 12 barrels Frisian butter — – 10 leagers Cape white wine 456¼ 545 4½. in 4 Years 2¼. 13. ditto 12 2 ditto 3 Various Paints 2000 lb. White lead 15 lb. vermilion 19. — 28 1/16 25 lb. Spanish green 24 - —¾ 100 lb. Red minium 2 2 3/8 6 lb. Prussian blue 100 lb. umber - 500 lb. yellow ochre 15 lb. king's yellow —— 25 lb. gum 12 lb. copper red — 2 pieces Cipher slates 1 ream Imperial paper 3 2 - 3 pieces whetstones —- 1 piece bookbinder's plough 1- piece ditto press 7- pieces penknives — 1/20 — 1/10 — ½. — ½. ditto blue waste paper ditto 10- 10 — 12 pieces ditto slate pencils 21. lb 1½ leagers Year 178[illegible], of this 10 — — —. — — 1 —— — — 10 pieces —— 18 — —— 19 20 20 10 — — — 1/16 —— 1 13/32 — 62 97. pieces 98½. 62 11/6 — 76 155¼ —— — —— —— 7 1 1 —— 3— in 2. Years 1 7 —1/40 — 19/40 — 13 in 3. Years 2 - 3 10 11 21 17 8 21 [illegible] 4 2¾. 82 Consumption over the last five years, averaged Consumption during the course of 1/9 of this Remainder as of the date of this document New Requisition Consumption over the last five years, averaged Consumption during the latest ledger, averaged Remainder as of the date of this document New Requisition 25 cases Geneva 12 aams olive oil — — 30 ditto linseed oil 30 cases brandy 2 leagers Cape red wine For the Armory 24 24 pieces Drum hoops 36 bundles Drum strings — 50 pieces chamois leather 15 20 - 24 pieces Drum hoops 50 hides of Youth leather for making cartridge boxes 48 pieces Drum heads 48 pieces Drum cords 1 12 pieces copper Drums 447 - 100 pieces Lantern horns 300 pieces cutlass and sword hilts 16 - 20 lb. iron wire - - 2000 pieces bayonet scabbards 11 1/8. 15. - 25 lb. fine copper wire 7 - 12 lb. emery — - 200 pieces rifled muskets — — 20,000 pieces loose balls for the same 50 pieces Wall pieces with 5000 loose balls for the same 29541 34657 1040 [illegible] 1200 lb. flat copper, as follows: 400. lb. red 600. lb. yellow and - 200: lb. brass 30000 lb. iron for household consumption, thereof: 6000. lb. gun carriage iron 2000. lb. square 1¼-inch 3000. lb. ditto 1-inch 4000. lb. ditto ¾-inch 15000 lb. narrow flat 6 lb. mineral borax 50 hoeds forging coal 6000 lb. sheet lead 10 pieces cooper's chopping knives 6 pieces cooper's hollow knives 6 pieces ditto draw knives 6 pieces ditto carving knives 1 2 pieces pike hooks 17 50 pieces drill bits, as follows: 10. pieces large 40 pieces small 4 pieces hand saws 4 pieces Frame saws 6 pieces edge chisels 10 pieces large screw jacks For the Smithy 6 in 1 Year 2 in 3 Years 4 26 in 2 for 2 pieces and 4 Years 2 2/5. 3½. 1/15. —— 4 8 —. — 148. 3 9/15. 1½ 1¾ book year 1780/81 — 31/3 — - Requisition 21— 27 16 1/3. 163 125 71 7 9 172 149 —— 18½ 1305 1417- 23 — 6. — — 6 — — —— — — 73 ditto 118 ditto in 2 107 9 15 24— 18½: 61 27 14 ditto 2 ditto - — 35 951 — — 28 18 — — 1 —— — —— 1 20 — — 6 — — 1233 and Year 1762 [illegible] Requisition 5 —— 1. —— 7 3 4 - 6 4 7 5 ditto

Dutch transcription

81 Pakhuis Behoeftens den vertier in den vertier den vertier het zes. Nieuwen de laatste vijf geduurende seedert pri„ „tant on„ Eijsch Jaaren door den den loop van mo 7ber: der dato anderen geslagen 't Jongsteboek tot dato deeses 331 324 11188 en 4. Jaren 43 10 10 40 28¾ 41¼. — 46 den vertier in den vertier het restant Nieuwen de laatste vijf geduurende onder dato Eisch Jaaren door den den loop van deeses anderen geslet oe igsz 200 Enk: bossen Rottings van 50 stux ider 108 382. 9714 - 280 2723¾ 21000 lb: spijkers tot konsumpsie in de huish als 1000. lb: 7. d=ms 7000. „ lasijzers 5500 „ dunne enkelde 3500. „ dikke dubbelde 3000. „ 5 d=ms 100: l: Lampher floers „ 1000. „ 6 „ Gedrukte Boeken 10 – p:s Letter konsten 10 - „ Trappen der Jeugd 20 „ A: b: C: boekjes 10. –. „ A: b: C: bordjes Nagtmaal boekjes NB: met de nieuwe berijmde Psalmen 10 „ Nieuwe Testamenten NB: met de nieuwe berijmde Psalmen Schrijfen Boekbinders Gereedschappen 40 riemen groot formaat papier 45- d:o kleen formaat papier 2 - lb: gesneede potlood en roodaarde 100 - bossen penne schagten 10 80 - lb: galnooten Provisien. 122 77 1/5. 300 - bott=s zecq wijn, zo mogelijk in halve bottels, 218 — 3½. — - 20 - vaten vlees 8— hollands 7¼. 3¾ - - 20 - d=o spek 4½. 5¼ 23/320 12 - „ boter vriese — – 10 - legg=s kaapse witte wijn 456¼ 545 4½. in 4 Jaaren 2¼. 13. „ d:o 12 „ 2 d:o 3 Verwen Diverse. 2000- lb: Loodwit 15 „ vermiljoen 19. — 28 1/16 25 - „ spaans groen 24 - —¾ 100 - „ Roode menij 2 2 3/8 6 „ Berlijns blaauw 100 „ omber - 500 „ geelen ooker „ 15 „ konings geel —— 25 lb: gom 12 „ koperrood — 2 „ Ceijffer lijen 1 riem Jmperiaal papier 3 2 - 3 - p:s slijpsteentjes —- 1 „ boekebinders ploeg 1- „ _=o pers 7- „ pennemessen. — 1/20 — 1/10 — ½. — ½. d=o blaauw klad papier d=o 10- 10 — 12 „ d:o griften 21. lb 1½ leggs Jaar 178„ , deeses 10 —„ — —. — — 1 —— — „ — 10 - „ —— 18 — —— 19 20 20 10 —„ — — 1/16 —— 1 13/32 — 62 97. „ 98½. 62 11/6 — 76 155¼ —— — —— —— 7 1 1 —— 3— n 2. Jaren 1 7 —1/40 — 19/40 — 13 in 3. Jaren 2 - 3 10„ 11 21 17 8 21 gen 4 2¾. 82 den vertierinden den vertierge. het restant Nieuwen laatste vijf gaaren „ duurende den onder dato door den anderen loop van 1/9 deeses geslaagen laatste vijf Jaa„ geduurende, tant on„ den verterinde den vertie tot res Nieuwen anderen geslaa de ploke voor „ der dato 25 kelds Genever. 12 - aamen olijven olie — — 30 - d=o lijn olie 30 keld:s brandewijn 2 - legg. s kaapse roode wijn. Voor de wapenkamer. 24 24 p:s Tromreepen 36 - bossen Tromsnaren — 50 p:s zeemleer 15 20 - 24- „ Tromhoepels 50 - vellen Jeugtleer tot maaken van pat„ „troontassen 48 - p:s Tromvellen 48 - „ Tromlijnen 1 12 — „ kopere Trommels 447 - 100 - „ Lanthaarnhoorns 300. — „ houwers en deegens greepen 16 - 20 — lb ijzerdraad - - 2000 — p:s bajonetscheeden 11 1/8. 15. - 25 - lb: koperdraad fijne 7 - 12 - „ ameril — - 200 - p:s getrokke geweeren — — 20'000 - „ losse kogels tot dezelve 50 - „ Dobbelhaaken met 5000. - „ losse kogels tot dezelve 29541 34657 1040 ven door aetaa 1200 lb: plat koper als 400. lb: rood 600. „ geel en - 200: „ lattoen 30000 - lb: ijzer tot konsumptie in de huishou„ ding, daar van 6000. lb: affieits 2000. „ vierkant 1¼. d=ms 3000. „ _„o 1. d=o 4000. „ „ —¾ „ 15000: „ smalplat 6 lb: minarborax 50 - hoede smeekoolen 6000 lb: platlood 10 - p=s kuipers omhouwers 6- „ kuipers holmessen 6- „ d:o haalmessen 6- „ d=o snijmessen 1 2 „ speer haaken 17 50 - „ boor ijzers als 10. p=s groote „ 40: „ kleene 4: p:s handzagen 4- „ Raamzagen 6 „ kantbijtels 10 „ dommekragten groote Voor de Smitswinkel 6 in 1 Jaar 2 in 3 Jaaren 4 26 in 2 „ voor 2 p=s en 4 Jaaren 2 2/5. 3½. 1/15. —— 4 8 —. — 148. 3 9/15. 1½ 1¾ boekjaar 17 8/81 — 31/3 — - Eijsch 21— 27 16 1/3. 163 125 71 7 9 172 149 —— 18½ 1305 1417- 23 — 6. — — 6 „ — — —— — — 73 d:o 118 do in 2 „ 107 9 15 24— 18½: 61 27 14 „ d=o „ 2 d=o - — 35 951 — — 28 „ 18 — — 1 —— — —— 1 20 — — 6 — — 1233 en Aer 1762 „gen Eijsch 5 —— 1. —— 7 3 4 - 6 4 7 5 _„o

NL-HaNA_1.04.02_3617_0105 view scan ↗

English

83 New during the last five years under the latest book on average the course of the date of this the consumption in the the consumption the remainder during under date Requisition the consumption the remainder New on average struck the latest book years on average the course of this 12 hand vices 6 bench vices 4 arm files 2 - 12 mortise chisels assorted 12 plane irons — 6 coopers' jointer planes 49½. 300 sheets tinplate 12 pieces carpenters' adzes For the Equipment Wharf 20 barrels rosin 50 rolls grey canvas 30 ditto broad cloth Dutch. 18½ 25½. 50 sailcloth — - 300 lb sail yarn 28 - 12 pieces iron hawsers 287. - 600 lb tallow 4 pieces bolt-rope hawsers 4 old sails mainsail or topsails —: - 3 ditto ropes urgently needed — - 24 bundles marlines 30 ditto houseline 1 piece cable of 11 inches 1 cable of 14 inches 1 tie Dutch of 9 inches 20 - 12 wheel ditto 7 6 4 33 — 80— 29 — 3 1 51— 2¾ 3 3/8 in 3 Years —½. —¼. 2. 1/8. 2 barrels —3/8 1½. 8 lead lines 8½ 4 pump leather 5- 40 barrels tar —. - 4 binnacle compasses 27 - 6 - 100 tar brushes 2½. 9½. 6 hides of boiler leather 18 - 15¼. 8- 60 pieces Dutch lines assorted from 9 to 15 yarn 1- 5 grindstones of 6 and 8 feet. 59 - 50 sail needles 4 - 3 heavy anchors of 3200 lb and 3300 lb 13 - 4 grapnels from 100 to 200 lb 6 - 4 kedge anchors from 700 to 1000 lb 2 cross-staffs. 59- 140 - 100 lb chalk — - 10 half-hour glasses 5 - 11 20 tin hand lanterns 10¼ 6¼. 18. - 15 barrels pitch 6 - 8 25 iron-shod shovels 4 - 12 - 12 sailmaker's palms 2 full ditto ditto 1 piece shroud Dutch of 8 inches 31/12 1 shroud ditto of 7 inches of 6 inches For the Cooper's Shop 12002 - 2702¼. 15500 lb hoop iron assorted namely 9853 8000 lb whole leagers 4000 half ditto 2000 whole aams 1500 half ditto ½ piece For struck in 4 Years ditto ditto in 2 Years 7 — 2 48 39 — — 5 1 2 4 9 year 1760 2 5 3 2 6 — — 6¼ 14 16 10 29½. 78 - 129¼. 9 3/5 10. 3/8 6 6½ 186 195 in 4 Years 3½. 4 — 8 - 11 2. 10. 16 in 3 8 3/3 13 — 1 —— 1 — 3/8. in 2 in 1 in 1 —— — — 1 2 1. —— of 7 inches. — — 2¾ —— 17 12 1 2 Requisition ditto 4 — 1/8. 1 8 2/5. 5½. —— — 3/8. 1 1/20 3 - 2 1 1/8. 2. —. — Year 1781. and consumption in 26½. —— 3 4 5— 3 14— 5— 1— 2— 1. 3— 1— —. — —— —— — 1 5 32 — 1. 5 3 1 1 of 5 inches 84 For the Timber Yard the consumption in the consumption the remainder New last 3 Years during under date Requisition on average the course of this. the latest book struck in 3 Years 2 2/3 List and duplicate of an thousand. a packet with secret signals is sent over. 12 pieces turning gouges 6 turning chisels 4 pairs of grooving planes namely 1 pair of 1½ inches 1 ditto of 1¼ inches 1 of 1 inch For the Glazier 1 piece diamond point 1 solder iron 1 brass compass For the Ship Carpenter's Yard spars of 9 palms thick carpenters' axes For the Artillery 6 mortars of 12 or at least 10 inches are in stock 2 - 3 mortars of 6 inches 8 howitzers of 8 inches 6 ditto of 6 inches with the necessary bombs and stone shot 800 bombs of 12 or 10 inches in so far as the mortars are supplied 934 - 300 pieces bombs of 8 inches under the former condition 464 - 400 bombs of 6 inches in so far as the mortars are supplied. condition 6 12 20 10461 - 107521 1/3 50000 lb gunpowder 30 pairs of pincers for the field artillery 16 powder sieves 24 sieve rims for the powder mill 50 hair blankets 3 double jacks 5 fire engines with their appurtenances. 24 punches or hollow pipes namely 8 pieces large 8 medium sort 4 — - 100 lb cartridge yarn 4½ 338½. 8 reams cartridge paper Diverse medicaments and oils according to catalogue. We accompany this with a list and duplicate of an assignment amounting to 3000 ropias by the merchant and fiscal Mr. Nikolaas Wendelin Beijts the lieutenant of artillery Andries van Eijk, and the Jewish merchant Joseph Rabbij paid into the Company's treasury here, to be paid out again to Mr. Samuel Kostantin Saff merchant there, or his authorized representatives or heirs. 8 small 6 mortars of 8 inches for which there are already 934 pieces of bombs assignment amounting to three thousand ropias Attached to this is a sealed packet in which are the secret signals that in Koetsiem and Koilang from 10 May 1782 until 10 May 1783. Domestic Orders and consumption in the consumption the remainder New last years during under Requisition struck the latest book and on average the course of to this 18552 18552 at in 4 176 - ——— — —. — — —— —— —— —— — — -- —— 1 – — —— —— in - —— —— —— —1 of —¼ inch — —. — —— — — — — — — — — —— —— — — —— —— —— —. — — Year 1731 6½ 6 n

Dutch transcription

83 Nieuwen laatste vijf jaaren geduurende tant onder 't Jongst boek door den anderen den loopt van dato dezes den vertier in de den vertier het res„ geduurende onder dato Eijsch den vertier het restant Nieuwen nderen geslaage 't Jongst boek„ aaren doorden den loop van deezes 12 „ handschroeven 6- „ Bankschroeven 4 „ armvijlen 2 - 12 „ steekbijtels in soort 12 - „ schaafbijtels — 6 - „ kuipers strijkbanken 49½. 300 bladen blik 12 p:s timmermans dissels Voor de Equipagiewerff 20 vaten Harpuis 50 - rollen grauwdoek 30 — d:o breedeverdoek hollands. 18½ 25½. 50 - „ zeildoek — - 300 - lb: zeilgaaren 28 - 12 - p=s ijser trossen 287. - 600- lb: Roeth 4 - p.s lijktrossen 4 - „ oude zeilen groote of marzeil —: - 3 - „ d=o touwen hoog nodig — - 24 - bossen marlijnen 30 — d:o huising 1 - p:s kabeltouw van 11 d=m 1 „ kabeltouw „ 14 „ 1 - „ Reep hollands „ 9 „ 20 - 12 - „ wiel d=o 7 6 4 33 — 80— 29 — 3 1 51— 2¾ 3 3/8 „ 3 Jaaren —½. —¼. 2. 1/8. 2 v= —3/8 1½. 8- „ Loodlijnen 8½ 4 „ pompleer 5- 40 „ v: Theer —. - 4 „ nagthuis Combassen 27 - 6 - 100 „ Theer quasten 2½. 9½. 6 - huijden boileer 18 - 15¼. 8- 60 p:s lijnen hollands in soort van 9tob 15. gaaren 1- 5- „ slijpsteenen van 6. en 8 voeten. 59 - 50- „ zeilnaalden 4 - 3 - „ swaar ankers van 3200 lb: en 3300 lb: 13 - 4 - „ dreggen van 100 tot 200 lb: 6 - 4- „ werpankers van 700 tot 1000: lb: 2- „ graad stokken. 59- 140 - 100 lb: kreit — - 10 — „ halve uur glaasen 5 - 11 20 „ blikke handlanthaarns 10¼ 6¼. 18. - 15- „ vaten pik 6 - 8 25 „ beslaage schoppen 4 - 12 - 12- „ zeijlplaaten 2- „ heele _o _=o 1 Ps wand hollands van 8 d=m 31/12 1- „ wand do „ 7 „ „ „ 6 „ Voor de kuijpers winkel 12002 - 2702¼. 15500- lb: Hoep ijser in soort te weeten 9853 8000 lb: heele leggers 4000 „ halve d: 2000 „ heele aams 1500 „ halve d=o ½ p:s Voor geslaagen in 4 Jaaren do do in 2 Jaren 7 — 2 48 39 — — 5 1 2 4 9 aer 1760 2 5 3 2 6 — — 6¼ 14 16 10 29½. 78 - 129¼. 9 3/5 10. 3/8 6 6½ 186 195 in 4 Jaaren 3½. 4 — 8 - 11 2. 10. 16 in 3 „ 8 3/3 13 — 1 —— 1 — 3/8. „ 2 „ „ 1 „ „1 —„ — — 1 2 1. „ —„ _ „ 7 „. — — 2¾ „ —— 17 12 1 2 Eijsch _:o 4 „ — 1/8. 1„ 8 2/5. 5½. —— — 3/8. 1 1/20 3 - „ 2 1 1/8. 2. „ —. — Jaar 1781. en vertier in 26½. —— 3 „ 4„ 5— 3 14— 5— 1— 2— 1. 3— 1— —. — —— —— —„ 1 5 32 — 1. 5 3 „ 1„ 1„ „ „ „ 5 „ 84 Voor de Houtthuijn der den vertier in den vertier het restant Nieuwen laade laatste 3 Jaaren geduurende onder dato Eijsch dog door den anderen den loop van deezes. 't Jongst boek„ ges: geslagen in 3 Jaaren 2 2/3 Lijst en duplikaat van een duizend. een pakketje met sekreete seinen gaat over. 12 - p=s draaij gudsen 6- „ a bijtels 4 - paaren ploegen als 1. paar van 1½ d=m 1 d=o „ 1¼ „ 1 „ „ 1 — „ Voor de Glasemaker 1 - p=s diamant pennetje 1 - „ versmool — — — — 1 — „ koper passer Voor de scheeps Timmerwerff spieren van 9. palm dik timmermans bijlen Voor de Arthillerij — - — - 6 — „ mortiers van 12 of ten minsten 10 d=m „men in voorraad zijn — - — — 2 - 3 - „ mortiers van 6 d=m — — — — 8. — „ houbitzers van 8 „ — - — - 6 - „ _:o „ 6 „ met de nodige bom„ „men en steene kogels — - — - 800 - „ bommen van 12 of 10 d=m voor zo verre de mortiers voldaan werden — — 934 - 300 — p=s bommen van 8 d=m onder voorige Con„ — - 464 - 400 - „ bommen van 6 d=m voor zo verre de mortiers voldaan werden. „ditie 6- „ — – — – 12 — „ 20 10461 - 107521 1/3 50000 lb: Buskruit 30 1b Nijptanger voor de veld Arthillerij 16 „ kruijtsiften 24 - „ Sift Randen voor de kruijtmoolen 50 - „ haire deekens 3 „ dubbelde dommekragten 5 - „ brandspuijten met haar toebehoorend. 24 - „ doorslagen of holpijpen als 8. p=s groote 8. „ middelzoort 4 — - 100 - lb: Cardoes gaaren 4½ 338½. 8 - riemen Cardoes papier Diverse Medikamenten en olijteijten volgens Cathaloque. Wij laaten deezen verzelven een lijst en duplikaat van een Assignaatie groot. ropias 3000 door den koopman en fiskaal M=r Nikolaas wendelin Beijts den Luite„ „man Joseph Rabbij alhier in 's komp: kassa geteld, om aan den heer Samuel Kostantin Saff in koopman aldaar, dan wel desselfs gemagtigden of erven weder 8. „ kleijne — — — — — — 6 — „ mortiers „ 8d=m waar toe reets 934. p:s bom assignaatsie groot rop:s drie „nant der arthillerij Andries van Eijk, en den Joods koop- uitgekeert te worden. Deezen is bij gevoegd, een geslooten pakketje waar in de sekreete seinen zijn, die te koetsiem en koi„ „lang van den 10. Mai 1782. tot den 10 Mai 1783. Huislijke Bestellingen en vertier in door vertier het restant Nieuwen „ laatste s Jaar„ geduurende onder dan Eijsch even geslagen 't Jongst boek„ en door den an„ den loop van to deezes 18552 18552 p bij in 4„ o 176 - ——— — —. — — —— —— —— —— — — -- —— 1 – — —— —— in - —— —— —— —1 „ „ —¼ „ — —. — —— — — — — — — — — —— —— — — —— —— —— —. — — Jaar 1731 6½ 6„ n

NL-HaNA_1.04.02_3617_0107 view scan ↗

English

85 under pretext that he is settled here, remarks concerning this. Certain vessels of English subjects, seized here, a Moor requests to be restored to him. will be hoisted and kept flying upon the arrival of a ship with a Prince's flag, until the arriving ship belonging to him and he here shall have been recognized by the counter-signal. We request that these may be delivered to the commanders of the ships or vessels that are sent hither, and that it be recommended to them to govern themselves accordingly in displaying signals upon their arrival here. Foreign Nation. In our resolution of 25 September, a report was inserted from the commissioners for the affairs of the War with the English, stating that upon investigation they found that within the river at the Moorish Bazaar there had been hauled up: 1 large paal, 6 almedias, and 2 small vessels, belonging together to English subjects, or to inhabitants of Talitseeri, which vessels we seized at that time, and as appears from the resolution of 22 November anno passato, subsequently caused to be sold for ropijen 5578. Against this, a certain Moor named Maki has come forward and indicated by petition that those vessels belong to him and requested their restitution, founding this request of his principally upon the pretext that in the month of November of the year 1780 he had settled here to conduct trade; which pretext, however, having been investigated, was found not to be understood according to the letter as the petitioner's permanent place of residence, which is actually established in Talitseeri, but solely as a boutique which he has erected here since that time and managed through his servants. Wherefore we considered that the petitioner could hardly claim for himself the privileges of an actual inhabitant of this place, but that another argument seemed to operate in his favor, which he had not used in his petition, probably out of ignorance, consisting in this: that the English at Soeratte, upon taking the Company's office there, did not seize the property of private individuals, although one was not certainly informed whether that leniency also took place regarding the vessels of private individuals. This petition 86 That request is submitted to the High Government. The head surgeon Leitner has departed for Ceilon, but Dupuits has not yet arrived here. It is requested to know whether the head surgeon Alders is still alive or dead. Petitions of the persons promoted here are transmitted herewith. served at our session of 8 January last, when we thought fit to refer the request of this man to Your Right Noble Honours, as we do in all respect herewith, his petition being entered in the aforementioned resolution of 8 January. Servants. The Ceilon Ministers informed us by letter of 31 October anno passato that Your Right Noble Honours had allowed the head surgeon at Tutukorijn, Dupuits, to exchange service with our head surgeon Leitner, and that they would send Dupuits as soon as Leitner should have arrived at Tutukorijn. Upon this written notification, we allowed Leitner to depart for Ceilon at the first opportunity on a Portuguese sloop, which was on 24 January last, where he has also arrived; but Dupuits has not arrived here and now cannot come in the first five to six months either, whereby we find ourselves in no small embarrassment, which will noticeably increase if we should happen to be besieged before the repeatedly mentioned Dupuits can arrive here. The wife of the Chief Surgeon Hendrik Alders, who departed from here for Batavia on the ship Groenendaal in the year 1778, named Maria Elisabeth Swabe, has indicated by petition that her husband died in Batavia, and requested permission to enter into another marriage. But since the death of her first husband has not been legally proven to us, we respectfully request to be informed thereof, the said petition with the annexed extract letter being transmitted herewith in original. Furthermore, we humbly offer to Your Right Noble Honours herewith the petitions of the officers who were promoted and appointed by secret resolution of 11 April last, subject to the highly esteemed approval of Your Right Noble Honours, and who now respectfully request to be approved and confirmed by the same, consisting of the following: Lieutenants Godlieb Georg Gephard, Iakob Bernhard Weinheimer, and Justinus Andreas Nachtrab to Captain-Lieutenants. The Ensigns Ian George Muller, Iohan Andries Lintzer, Wilhelm Krans, Louis van Mander, and Iohan Fredrik Andree to

Dutch transcription

85 onder voorgeeven dat dezelve gezeeten is, aanmerkinge daar om„ „trent. eenige vaartuigen van En„ „gelsche onderdaanen, hier in aangeslagen, verzoekt een Moor aan hem te restitueeren bij aankomst van een Schip met een prince vlag zullen opgeheist worden en waaren, tot dat het aankomend schip hem toebehooren en hij hier aan het kontra sein zal verkend zijn, wij verzoeken dat die aan de gezagvoerders der scheepen of vaartuigen die na herwaarts worden gezonden mogen afgegeeven, en hen gerekommandeerd worden zich daar na te reguleeren in het vertoonen van Seinen bij hunne aankomste alhier. Vreemde Naatsie. Bij onze resoluutsie van den 25. September is ge„ insereert een berigt van gekommitteerden tot de zaaken van den Oorlog met de Engelschens, houdende datze bij onderzoek bevonden hebben dat binnen de rivier op de Moorsche Bazaar waaren opgehaalt; 1. groote paal 6 almedias, en 2. kleine vaartuigen, te samen toebehoorende aan Engelsche onderdaanen, ofte aan inwoonders te Ta„ litseeri, welke vaartuigen wij als toen hebben aangeslagen, en blijkens resoluutsie van den 22. November Anno passato daar aan, hebben laaten verkoopen voor ropijen 5578:, Hier tegen is opge„ „koomen zekere Moor Maki en heeft bij request te kennen gegeeven, dat hem die vaartuigen toe„ „behooren en verzocht om derzelver restituutsie, fundeerende dit zijn verzoek voor naamlijk op het voorgeeven, dat hij in de Maand November van het Jaar 1780 zich hier needergezet had, om han„ „del te drijven, dog welk voorgeeven onderzocht en bevonden is niet naar den letter te moeten worden verstaan, van des suppliants vaste woon„ plaats die werklijk te Talitseeri gevestigd is, maar eenlijk van eene boetike, die hij hier zeder dien tijd opgericht en door zijne bedienden bestierd heeft, waar door wij vermeend hebben, dat de sup„ „pliant zich de voorrechten van een werkelijken inwoonder deezer plaatze bezwaarlijk kost toeu„ „genen, maar dat een ander argument ten voor„ „deele van hem scheen te militeeren, waar van hij zich bij zijn request niet had bediend, waar„ „schijnlijk uit onkunde, hier in bestaande, dat de Engelschen te soeratte, bij het inneemen van s' komp:s kantoor aldaar, de bezittingen van Partikulieren niet aangeslaagen hebben, hoe„ wel men niet zeeker g'informeerd was, of die toegevendheid ook wel omtrend vaartuigen van Partikulieren heeft plaats gehad, Dit tes request 86 dat verzoek word aan de Hooge Regeering voorgedragen. naar Ceilon vertrokken: niet gekoomen. requesten van de hier g'advan„ men verzoekt te weeten of de oppermeester Alders noch heeft of dood is request heeft ter onzer zitting van den 8. Januari J„o leeden gediend, wanneer wij goedgevonden hebben, het verzoek van deezen Man aan uwe Hoog edel„ „deeden te renvoieeren, zoo als wij in alle eerbied doen bij deezen, zijnde deszelfs request bij de voorm: rezo„ „licutsie van den 8 Januari ingeschreeven. Dienaaren De Ceilonsche Ministers hebben ons bij brief van den 31. oktober anno passato bedeeld, dat uw Hoogedelheeden den oppermeester te Tutukorijn, Dupuits met onzen oppermeester Leitner hadden laaten van dienst verwisselen, en dat zij Dupuits zenden zouden, zo dra. Leitner te Tutukorijn zoude aangekoomen zijn; wij hebben op dit aan„ de oppermeester Leitner is „schrijven Leitner bij eerste gelegenheid naar Cei„ maar Dupuits is hier noch, lon laaten vertrekken, met een portugeesche sloep dat geweest is den 24. Januari J=o leeden, waar hij ook is aangekoomen, doch Dupuets is hier niet gearriveerd en kan nu ook in de eerste vijf ses maanden, niet koomen, waar door wij ons in geen geringe verleegenheid bevinden, die merklijk toeneemen zal, als wij eens belegert wor„ „den, eer meermelde Dupuits hier kan koomen, De vrouw van den in anno 1778. met het schip Groenendaal van hier naar Batavia vertrokke„ „nen Opperchirurgijn Hendrik Alders, in naa„ „me Maria Elisabeth Swabe, heeft bij request te kennen gegeeven, dat haar Man te Batavia is overleeden, en konsent verzogt om weeder in een an„ „der huwelijk te treeden. Doch wijl ons de dood van haar eersten Man niet wettig gebleeken is, zoo verzoeken wij eerbiedig, daar van geinformeerd te worden, gaande het gezegde request met het annex extrakt brief hier bij in origineel over. Voorts bieden wij uwen Hoog edelheeden „ceerde Perzoonen gaan over hier neevens nedrig aan, de Requesten van de officieren, die bij sekreete-Resoluutsie van den 11 April J'rleeden geavanceerd en aangesteld op de hoog geeerde approbaatsie van uwe Hoog edelheeden en die thans eerbiedig verzoeken door Hoogst de„ „zelven geapprobeerd en bevestigd te worden, bestaan„ „de in de volgenden: de Luitenants Godlieb georg Gephard; Iakob Bernhard Weinheimer en Justinus Andreas Nachtrab tot Kapi„ „tain Luitenants. De vaandrigs Ian george Muller, Iohan Andries Lintzer, wilhelm krans, Louis van Mander, en Iohan Fredrik De Andree

NL-HaNA_1.04.02_3617_0109 view scan ↗

English

87 Notification of an illness, precautions used against it. Request to approve the appointments. Andree to Lieutenants, as well as the sub-adjutants Daniel Bakker and Ian Nikolaas Bisschop, and also the sergeants Fredrik Treiter, Gerrit van der voort, Jan Iakob Beeme, Gerrit Eerning, Koenraad stelling, Henrik de Leder, george willem Frikke, Pieter Joseph de kant, Iohan kasper Schoeman, Frans Willem Sonborn, Jurgen Tailinger, Christiaan David Milius, and Johan Ernst Faber to ensigns; the non-commissioned officers Iakob Keizer, Jan Adolf Alles, Nikolaas Rose, and Jean Baptist Coint to sub-adjutants; and in the Artillery, Lieutenant Jakob Kraus to captain-lieutenant and commander; Extraordinary Lieutenant Andries van Eijk to ordinary Lieutenant; the ordinary fireworks-workers Jan Hendrik voogt and Leopoldus Beier to Extraordinary Lieutenants; the Extraordinary fireworks-workers Ian Diederich Pas and Karel Lodewijk godlob Kraus to ordinary fireworks-workers. Together with the Master of Equipage Iohannes van Blankenberg to Skipper; We reiterate hereby our humble prayer, made in secret letters of today, favorably to approve these provisional appointments made by us out of extreme necessity and for the preservation of this fortress, and to confirm the petitioners. In this spring, a severe epidemic illness raged here, which in the beginning attacked only the natives and slaves, but at the end of the month of March also spread to the Europeans, and caused great devastation among our small garrison, dragging some of the same daily into the grave. This illness was a kind of cholera, commonly called the Bort. The physicians, consulted about the causes, precautions, and remedies, advised that the poor food of the common man, the abuse of native drams and surie, and the lack of necessary covering at night were to be counted among the principal causes; we therefore granted double board wages to the garrison, and daily had two drams of Batavian arrack with a bitter elixir distributed, whereby the fatal consequences of the illness were at once diminished. The distribution of drams lasted only one month, but the double board wages were allowed for two months, as appears from our resolution of 88 Expenses may be written off. Mate on the Portuguese ship Dom Federiko. Request made thereto. the 24th of April last; and we respectfully request that these distributions may be approved and written off. Upon the notification of the right honorable, rigorous Sir, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies Willem Iakob van de Graaf, that the bearer of this, the Portuguese ship Dom Federiko, was rather poorly provided with mates, and at the request of his Honor to be allowed a mate from the Company, Boatswain Sueerus Seeberg has been placed on this vessel, with suspension of salary, as having the certificate that he is fit for the service of mate; and we request that your High Mightinesses will let this man depart back hither at the first opportunity, in order to enter his former service here. The sergeants Pieter Ioseph de Kant and Jan Jakob Beeme, nominated here before as Ensigns, are known in the pay books by the corrupted names of Pieter Joseph and Jakob Reemer, and therefore respectfully request to be transferred under their correct names. Wherewith we give ourselves the high honor to remain with the utmost respect, underneath stood: High Noble, highly venerable, widely-ruling Sir and right honorable rigorous Sirs, your High Mightinesses' humble and faithful servants, was signed: I: G: van Angelbeek, R: v: Harn, J: v: d: Busch, N: W: Beits, g: L: v: Spall, C: G: Seijffer, A: J: S: vernede, J: A: Cellarius, W: v: Haeften, and I: A: Daimiehen. In the margin: Cochin, the 5th of May 1782. Agrees, Adriaan Poohlies, First Clerk. Patria Duplicate To the Right Honorable, Highly Venerable Sirs: Mr. Johan Graafland Pietersz, Mr. Anthonij Huijsman, Mr. Gerard Francois Meiners, and Mr. Henrik van Straalen, Directors; Together with The Right Honorable, Rigorous Sirs: Mr. Fredrik Willem Boers and Mr. Daniel Abraham Meerman van der Goes, Advocates of the General Dutch East India Company and, on behalf of the same, committed to matters concerning the war, at the presiding chamber in Amsterdam. Right Honorable, Highly Venerable Sirs, and Right Honorable, Rigorous Sirs: The private Portuguese ship Jesus Maria Ioseph, under command of Captain Franciscus de santose silva, on its voyage from Goa to Lisbon, having arrived here to fill its water casks, gives 89

Dutch transcription

87 kennis geeving van een ziekte voorbehoedzelen daar tegen gebruikt verzoek de aanstellingen te willen approobeeren Andree tot Luitenants, mitsgaders de onder adjudanten Daniel Bakker, en Ian Nikolaas Bisschop, als ook de serjanten Fredrik Treiter, Gerrit van der voort, Jan Iakob Beeme, Gerrit Eerning, Koenraad stelling, Henrik de Leder, george wil, die hier gegraseert heeft „lem Frikke, Pieter Joseph de kant, Iohan kasper Schoeman, Frans Willem Sonborn, Jurgen Tailinger, Christiaan David Mili „us en Johan Ernst Faber tot vaandrigs, de onder officiers Iakob Keizer, Jan Adolf Alles, Nikolaas Rose, en Jean Baptist Coint tot onder adjudanten; en bij de Artillerij de Luitenant Jakob Kraus tot kapitain luitenant. en kommandant; de Extra ordinair Luitenant Andries van Eijk tot ordinair Luitenant. de ordinair vuurwerkers Jan Hendrik voogt en Leopoldus Beier tot Extra ordinair Luite„ „nants, de Extra-ordinair vuurwerkers Ian Die„ „derich Pas en Karel Lodewijk godlob Kraus tot ordinaire vuurwerkers. Mitsgaders den Equi„ „pagiemeester Iohannes van Blankenberg tot Schipper; Wij herhaalen bij deezen onze ootmoedige be„ „de bij sekreete letteren van heeden, om deeze door„ ons uit hooge noodzaakelijkheijd en tot behoud van dee„ „ze vesting gedaane provisioneele aanstellingen gunstig te willen approbeeren, en de supplianten te bevestigen. In dit voor Jaar heeft hier een zwaare epedemische krankheid gewoedt, die in den beginne alleen de Jn„ „landers en slaaven aantaste, doch in 't laast van de maand Maart ook tot de Europeeschen oversloeg, en onder ons kleen garnisoen groote verwoesting aan„ „richte, sleepende dagelijx eenigen van het zelve in het graf. Deeze ziekte was eene soort van chole„ „ra, gewoonlijk het Bortgenaamd, De Genees meesters over de oorzaaken, voorbehoedzelen en geneesmidde„ „len geraadpleegt, adviseerden dat het slechte voedzel van den gemeenen Man, het misbruik van inland„ „sche soopjes en surie, en het gebrek van het noodi„ „ge deksel bij nacht onder de voornaamste oorzaa„ „ken te tellen waaren, wij hebben dus aan het gar„ „nisoen dubbeld kostgeld toegelegt, en dagelijx twee soopjes Bataviasche Arak met een bitter elixier laaten verstrekken, waar door de doodelijke gevolgen der ziekte ten eersten verminderd wier„ „den. De verstrekking van soopjes heeft slechts eene maand geduurd, doch het dubbeld kostgeld is voor twee maanden toegestaan, blijkens onze resoluutsie van den ons 11 88 kosten mogen worden afgeschreeven Stuuman op het Portugeesch verzoekende daar toe gedaane 24 april J:o L: en wij verzoeken eerbiedig dat deeze ver„ „strekkingen geapprobeerd en afgeschreeven mogen worden Op te kennen geving van den weledelen gestrengen Heer Raad Extra ordinair, van Nederlands Indiën willem Iakob van de Graaf dat brenger deezes het portugeese schip Dom Federiko vrij slegt van de Boodsman Seeberg is als stuurlieden voorzien was, en op verzoek van zijn Edele schip Dom Federiko geplaatst om een stuurman van de komp: te mogen hebben is op deezen bodem met stilstant van gasie geplaatst de Boodsman Sueerus Seeberg als het getuignis hebbende, dat hij in staat is voor den dienst van stuurman; en wij verzoeken dat uw Hoog edel„ „heeden deezen man bij eerste gelegenheid weder dit heen laaten vertrekken, ten einde alhier in zijn voorige dienst te treeden De hier voorwaarts tot Vaandrigs voor„ „gedraagene serjants Pieter Ioseph de Kant en Jan Jakob Beeme staan bij de soldij boeken met de vermenkte naa„ men van Pieter Joseph en Jakob Reemer bekend, en verzoeken dus eerbiedig op hunne rechte naamen te worden overgeschreeven. — Waar meede ons de hooge eere geven van met de uitterste eerbied te blijven /:onderstond:/ Hoog edele groot achtb: wijdgebiedende Heer en weledele gestrenge Heeren, uwer Hoogedelheeden onderdanige en getrouwe dienaaren /:was getekend:/ I: G: van Angelbeek R: v: Harn; J: v: d: Busch, N: W: Beits g: L: v: Spall: C: G: Seijffer: A: J: S: vernede J: A: Cellarius; W: v: Haeften en I: A: Daimiehen /:in margine:/ Koetsiem den 5: Mai 1782: Akkordeerd Adriaan Poohlies Eyklerk met „1 Patria Duplikaat Aan de Weledele, Grootachtbaare Heeren M:r Johan Graafland Pietersz: M:r Anthonij Huijsman: M:r Gerard Francois Meiners: en M:r Henrik van Straalen Bewindhebberen Nevens De weledele, Gestrenge Heeren. M:r Fredrik Willem Boers en M:r Daniel Abraham Meerman van der Goes. Advokaaten van de Generaale Nederlandsche Oostindische komp: en van wegens dezelve tot de zaaken den oorlog koncerneerende gekommitteerd ter presidiaale kamer Amsterdam te Weledele Grootachtbaare Heeren: en Weledele Gestrenge Heeren: Het partikulier Portugeesch schip Jesus Maria Ioseph, onder bevel van den kapitain Franciscus de santose silva, op deszelfs reize van Goa naar Lissabon, hier aange„ „gieerd zijnde, om zijne watervaten te vullen, geeft 1. 89 23

NL-HaNA_1.04.02_3617_0112 view scan ↗

English

gives us the opportunity to convey to Your Most Honorable, Highly Esteemed, and Valiant Excellencies, addressed to Mr. Daniel Gildemeester, Consul General in Lisbon aforementioned, our letter of 18 May 1782, along with the appendices mentioned therein, which we had already intended to dispatch at that time with the Portuguese snows Governo Felix and S:t Anna e Alma. This, however, could not take place, because both vessels, on the 20th of that month, were driven from their anchors in a heavy storm in our roadstead and were wrecked on the island of Baipien. Section 2. As this ship departs again immediately, we cannot give a detailed account here of the events that have occurred since, an opportunity for which we shall have, however, with another private Portuguese ship, Dom Alexander, which is to follow in the beginning of April. Section 3. In the meantime, it will presumably not be disagreeable to find the principal events briefly noted here. Section 4. The expedition of the English against Palikatseeri, the commencement of which is mentioned in our aforementioned letter, has turned out unfavorably for them. Section 5. Exhausted by heavy rains and camp diseases, and defeated at Ramageri by the Nawab's general Polaam Midien, they returned to Kalikut on 23 May with great loss. 6. On 1 August at one o'clock in the afternoon, the fort Settua blew up into the air, because a large quantity of gunpowder, which was stored in the warehouses, caught fire; the enemies lost about fifty men in the incident, and the fort has not been rebuilt since. Section 7. In the month of September, the English in the territory of the Zamorin, joined with the troops of the King of Travancore, who now openly took their side, undertook a second expedition against Palikatseeri. Section 8. Their army consisted of 1,200 Europeans, 3,000 English sepoys, 4,000 Travancoreans, and six thousand Nairs and Moors of the Zamorin, and it was more than probable that such a considerable force would achieve its objective. Yet it turned out otherwise again; they met with strong resistance everywhere from the Nawab's troops, and although they finally penetrated to the front of the fortress and actually laid siege to it, they were nevertheless forced to break it up and retreat with great loss of men, artillery, and baggage, because the Nawab's eldest son, Tipoe Saib, was advancing with a considerable army from the Carnatic, or from the direction of Coromandel. Thus, they barely had time to retreat within the entrenchments at Panani, a coastal place between Kalikut and Settua, where they were subsequently hemmed in by the Nawab's troops. However, this position was so advantageous for them that the Young Nawab, according to his own writing to the first undersigned, could not attack them without great loss, and therefore requested the French Admiral De Suffren to come to this coast with his fleet in order to blockade the enemies by sea. Section 9. In the meantime, the English squadron of Admiral Hughes arrived on this coast from Coromandel, which sent some reinforcements as well as ammunition and provisions ashore at Panani, and placed some transport ships in the roadstead there. 10. Shortly thereafter, Tipoe Saib undertook to force the English entrenchments, but this was in vain, and on 17 December we received news that he had decamped with his entire army and retreated to Palikatseeri, without anyone at that time being able to understand the true reason for it. 11. But it was later learned that his lord father, the famous Haider Ali Khan, had passed away on 7 December from a carbuncle on his back. Feeling his end approaching, he had declared this his eldest son as heir and successor to his realms and states, and summoned him to the main army, and had also requested Count De Hoffelize, who, after the death of Mr. Duchemin, commands the French troops in the Carnatic, to occupy his Durbar / the Court / with his troops and to hand it over to Tipoe Saib

Dutch transcription

22 90 161„ geeft ons geleegenheid, uw weledele Groot achtb=re en weledele Gestrenge, onder ad„ „dresse van den Heer Daniel Gildemeester, konsul Generaal te Lissabon voormeldt, daarmeede telaaten toekoomen, onzen brief van den 18:e Mai 1782. met de daar bij vermelde bijlagen, dien wij met de Portugeesche snauwen, Governo Felix en S:t Anna e Alma, reets diertijds meenden aftevaardigen, doch 't welk niet heeft kunnen geschieden, door dien beide vaar„ „tuigen, op den 20=ste dier maand, in een zwaaren storm op onze reede van hunne ankers geslaagen en op 't eiland Baipien verongelukt zijn. § 2. wijl dit schip ten eersten weder vertrekt: zoo kunnen wij van de zeder voorgeval„ „lene zaaken hier geen omstandig berecht doen, waartoe wij echter geleegenheid zullen hebben met een ander partikulier Portu„ „geesch schip Dom Alexander, het welk in 't begin van April staat te volgen. §n 3. Middelerwijle zal het denklijk niet onaan„ „genaam zijn, hier ten minsten de voor„ „naamste gebeurtenissen, met korte woor„ „den aangestipt te vinden. § 8. Hunleger bestond int 1200: —. Europeeschen 3000: Engelsche sipahis, 4000. Man Trevan„ „koerders en sesduizend Nairos en Mooren van den Samorijn, en het was meer § 4. De Expedietsie der Engelschen tegen Palikat„ „seeri, van welker begin onze eevengemelde Missive gewag maakt, is voor henl: onge„ „lukkig uitgevallen. § 5. Door zwaare regens en leger ziektens af„ „gemat, en bij Ramageri door 's Nababs veld„ „heer Polaam Midien geslaagen, quamen zij den 23:e Mai met groot verlies te ka„ „likut terug. 6. Den 1. e Augustus 's middags om een uur vloog het fort settua in de lucht op, door dien een groote partij buspoeder, hetwelk in de pakhuizen geborgen was, in brand raakte; de vijanden hebben daarbij om„ „trend vijftig Man verlooren, en het fort, is zeder niet herbouwd. § 7. Jn de maand september ondernaamen de Engelschen in 't Samorijnsche, gekonjun„ „geerd met de troepen van den koning van Trevankoor, die nú opentlijk hunne zijde koos, een tweede expedietsie, tegen Pali„ „katseeri. — De dan e 95 91 „1 95 dan waarschijnlijk, dat zulk eene aan„ „zienlijke macht het oogmerk bereiken zoude, doch het viel wederom anders uit; ze ontmoeteden over al sterken teegenstand van 's Nababs troepen, en hoe wel zij einde¬ lijk tot voor de vesting doordrongen, en het beleg daarvoor werklijk opsloegen, zoo wier„ „den ze echter genoodzaakt, het zelve op te„ „breeken en met groot verlies van volk, artillerij en bagasie, te retireeren, door dien 's Nababs oudste zoon, Tipoe saib, met een aanzienlijk leger, uit karnatik, of van den kant van kormandel aanrukte, zoo datze nauwlijx tijd hadden, om binnen de retranchementen bij Panani, eene zeeplaats tusschen kalikut en settua te retireeren, daar ze vervolgens door 's Na„ „babs troepen in opgeslooten wierden; doch welke standplaats voor henl: zoo voordeelig was, dat de Jonge Nabab, volgens zijn eigen schrijven aan den eerstgeteekenden, hen zonder groot verlies niet kost aantasten, en dus den franschen Admiraal de suffreen verzocht, met zijne vloot naar deeze kust te koomen, om de vijanden ter zee in te sluiten 7. § 9. Middelerwijle quam het Engelsch Esquader van Admiraal Hughes van kormandel op deeze kust, hetwelk te Panani eenige versterking mitsgaders ammunietsie en provisie aan de wal zond en eenige trans„ „port scheepen op de reede aldaar plaatste. 10. kort daarna ondernam Tipoe saib, de En„ „gelsche retranchementen te forceeren, doch rabi dit was vruchtloos en den 17:e december kree„ „gen wij tijding, dat hij met zijn heele leger opgebrooken en naar Palikatseeri terug getrokken was, zonder dat men toen da de waare reeden daar van kost begrijpen. 11. Doch zeder kreeg men teweeten, dat zijn Heer vader, de beroemde Haider Alichan, op den 7:e december aan een negenoog op den rug was overleeden, die zijn einde voe„ „lende, naderen, deezen zijnen oudsten zoon tot Erfgenaam en opvolger in zijne Rijken en staaten verklaard en naar het hoofd leger op ontboden mitsgaders den graaf de Hoffelise die, na het overlijden van den Heer Duchemin, de fransche troepen in karnatik kommandeerd, verzocht had, zijnen Dherbar / het Hof / met zijne troepen te bezetten en aan Tipoe saib Middeler over

NL-HaNA_1.04.02_3617_0114 view scan ↗

English

surrendered. Section 12. According to letters from Ceylon, this young prince was unanimously recognized as sovereign in his army on 29 December 1782 and inaugurated under the name of Tipu Sultan Bahadur, on which occasion he is said to have solemnly sworn not to leave the Carnatic before the English were subdued. Section 13. It remains nevertheless doubtful whether this untimely death will not entail disadvantageous consequences, especially whether some of the newly conquered countries will not attempt to shake off the yoke, toward which the enemies of the young prince will do their utmost. Section 14. The English at Bombay have hitherto not yet been able to succeed in pacifying the Marathas, but seem to have found means to keep them in inactivity and, taking advantage of this lull, have dispatched their entire force against the province of Canara, one of the richest provinces of Tipu Sultan, lying on this coast by the sea. Section 15. The fortress of Bednore has already surrendered to them through treason, and since then they have laid siege to Mangalore, whither all their troops have also departed that had been stationed for about a year in the Zamorin's country and had during that time more than once threatened us with a siege, without however having dared to undertake it. Section 16. This expedition into the country of Canara seems primarily intended to draw the force of Tipu Sultan thither, and thereby to relieve Madras, which runs great danger of being besieged by the French fleet by sea and by the army of Tipu Sultan by land. Section 17. We do not doubt that the Ceylon Ministers will give detailed report of the operations of the French fleet on the coasts of Coromandel and the eastern part of Ceylon, and therefore mention only in brief words that the Lord Admiral De Suffren has four times engaged in action with Admiral Hughes and also kept the field of battle, but gained no other advantages. Section 18. It is said that he, whose courage and bravery is praised by the enemies themselves, was not sufficiently supported in the engagements by several ship captains, who for that reason were also sent up by him to the Islands; however, we must be thankful to him that Trincomalee was recaptured from the enemy on 30 August and Oostenburg on 31 August. Section 19. On 4 October 1782, the English squadron of Sir Richard Bickerton sailed past here from north to south, consisting of five large ships of the line and twenty-two Company as well as transport ships; the intention was beyond doubt to reinforce the army of General Coote on Coromandel with the land troops on board, and the fleet of Admiral Hughes with the warships. Section 20. The former succeeded, after which a part of the Company and transport ships steered for the Ganges, but the monsoon seems not to have permitted the latter, for on 17 November following, Bickerton's fleet sailed past here again to the north, and on the 26th of the same month the fleet of Admiral Hughes followed, consisting of twelve warships and five frigates and lesser vessels. Section 21. Both squadrons had suffered much in the stormy weather that prevailed during that time, and were very damaged in rigging and spars; Hughes's fleet, which for the largest part consists of old, worn-out ships, was moreover severely battered in the four battles fought; three of his ships, the Hero, Monmouth, and Sceptre, could get no further than off Goa, where they were dismantled and repaired to such an extent that they have since continued the voyage to Bombay, where the entire British naval force of India is presently located and being repaired, consisting of the following ships and frigates: Gibraltar, 80 guns Superb, 74 ditto Hero, 74 ditto Cumberland, 74 ditto Irresistible, 74 ditto Carried over: 376 guns Brought forward: 376 guns Sultan, 74 guns Burford, 70 guns Defence, 74 ditto Worcester, 64 guns Monmouth, 64 guns Africa, 64 guns Sceptre, 64 guns Monarca, 70 guns Exeter, 64 guns Eagle, 64 guns Magnanime, 64 guns Isis, 50 guns San Carlos, 50 guns The Royal Bishop, 40 guns Active, 32 guns Coventry, 28 guns Total: 1312 guns besides three or four frigates more, which we are unable to specify. Section 22. This fleet will, according to credible reports, be in a condition to put to sea again in this month, or in the beginning of April; it is however very weakly manned and has scarcely half of the crew that is required for it, and moreover consists for a large part of Moors and other native sailors. Section 23. We hope that the Marquis De Bussy, who is expected from Mauritius with five warships, may appear soon and reinforce the fleet of Monsieur Suffren, so as to be able to confront the enemy again in this season, and that finally from the Netherlands too may appear the relief so long and painfully expected, whereupon there is no doubt that we shall subdue our proud enemies in this quarter of the globe. Section 24. Lastly, we should also report that the first-signed Commander has been privately informed by the Noble Lord Falck that the English at Nagapattinam have demolished the fort and other buildings. We commend Your Right Honourable, Right Respected, and Honourable Worships to God's protection.

Dutch transcription

22 92 .1 overtegeeven. — § 12. volgens Ceilonsche brieven is deeze Jonge vorst den 29:e december 1782. in zijn Leger met een„ „drachtigheid als souverain erkent en onder den naame van Tipoe sultan Bahadoer gehuldigd, bij welke geleegenheid hij plech„ „tig zoude gezwooren hebben karnatika niet te willen verlaaten, voor dat de Engel„ „schen te onder gebragt waaren. § 13. Het blijft niet te min bedenklijk, of dit on„ „tijdig sterfgeval geen nadeelige gevolgen zal na zich sleepen, inzonderheid, of niet eenigen van de nieuw overheerde landen zullen trachten, het Juk af te schudden, waartoe de vijanden van den jongen vorst hun trouwe best zullen doen. § 14. De Engelschen te Bombai hebben tot nu toe noch wel niet kunnen reusseeren, om de Maratten te bevreedigen, doch schijnen middel gevonden te hebben, om dezelven in non-activiteit te houden en hebben, van deeze kalmte profiteerende, hunne heele macht afgezonden tegen het land„ „schap kanara, eene der rijkste provincien van Tipoe sultan, op deeze kuste aan zee leggende. en 15. De vesting Bitnoer is reets aan hen door verraad overgegaan, en zeder hebben ze het beleg geslaagen voor Mangeloor, waar na toe ook vertrokken zijn al hunne troe„ „pen die omtrend een Jaar in 't Samorijn„ „sche land geleegen en ons geduurende dien tijd meer dan eens met eene beleegering gedreigd hebben, zonder echter dezelve te hebben Crabi durven onderneemen. § 16. Deeze expedietsie in 't land van kanara schijnt voornaamlijk ten doel te hebben, om de macht van Tipoe sultan daar na toe te trekken, en daardoor lucht te maaken aan Madras, het welk groot gevaar loopt, om van de fransche vloot ter zee en van de Armé van Tipoe sultan te lande be„ „leegerd te worden. § 17. wij twijfelen niet, of de Ceilonsche Mi„ „nisters zullen omstandig bericht geeven, van de verrichtingen der fransche vloot op de kusten van kormandel en 't ooster„ „deel van Ceilon, en melden dus maar met rager korte woorden, dat de Heer Admiraal De het suffreen viermaal met Admiraal eer Hughes is slaags geweest en teffens het slagveld heeft behouden, doch geen v De andere - wit 95 93 andere voordeelen behaald. § 18. Men zegt dat hij, wiens moed en dapper„ „heid van de vijanden zelve gepreezen word, in de gevechten niet genoeg ondersteund is van verscheidene scheeps-kapitains, die daarom ook door hem naar d' Eilanden zijn opgezonden; echter moeten wij hem dank weeten, dat Trinkonemale op den 30:e en oostenburg den 31:e Augustus den vijanden wederom ontweldigd is. §. 19. Den 4:e oktober 1782. zeilde hier voor bij van de noord naar de zuid het Engelsch Esquader van sir Richard Bickerton, bestaande uit vijf groote oorlogs-batters en twee en twintig, zoo komp:s als trans„ „portscheepen, het voorneemen was bui„ „ten twijfel, om met de op hebbende landtroe„ „pen het Leger van Generaal Coote op kor„ „mandel, en met de oorlogsschepen de vloot van Admiraal Hughes te versterken. §n 20. Het eerste is gelukt, waarna een gedeelte van de komp: en transportschepen naar den Ganges gesteevend zijn, doch het laaste schijnt de mousson niet toegelaaten te hebben, want den 17:e November daar aanvolgende zeilde de vloot van Bickerton hier - - - 80. stukken „ 74. wederom voor bij naar de noord, en den 26:e ejusdem volgde de vloot van Admiraal Hughes, bestaande uit twaalf oorlogsschepen en vijf Fregatten en mindere vaartuigen § 21. Beide Esquaders hadden veel geleeden in het stormachtige weer, hetwelk in dien tijd geregeerd heeft, en waaren zeer beschaadigd aan tuig en rondhouten, de vloot van Hughes, rabi die voor 't grootst gedeelte uit oude afgevaa„hra „rene schepen bestaat, was bovendien in de vier geleeverde Batailles deerlijk toegerigt, drie zijner scheepen, de Hero, Monmouth en scepter, kosten het niet verder brengen dan voor Goa, waar ze afgetakeld en in zoo Mis ver gerepareerd zijn, dat zij zeder de reize naar Bombai voortgezet hebben, waar de heele Brittische zeemacht van Jndien zich thans bevindt en gerepareerd word, bestaande in de volgende scheepen en fregatten. Gibralter- superb. . . . . 74. d=o Aero Cumberland. . . 74. Presistible Transporteere 376. stukken sten wederom 95 het Arend „ „ .74. 94 P„r Transport 376: stukken. „ „ 32. 1312. stukken nevens noch drie of vier fregatten, die wij niet weeten op te geeven. Deeze vloot zal, volgens geloofwaardige berichten, in deeze maand, of in 't begin van April, wederom in staat zijn, om uit te loopen; Dezelve is echter zeer zwak „ „ „ § 22. Magnanime. . . . 64. „ Isis. . . . . . . 50. „ Jan Carloi. . . . . 50. the roijal Bissop - - 40. Active- - - - Coventrij. . . . . . . 28. sultan. . . . . -. . 74. Burford. . . . . . . 70. Defence - - - - - - - 74: d=o worcester. - - - - - - - 64: „ Monmouth. . . . . 64. „ Africa. . . . . . . 64. „ Scepter. . . . . . . 64. „ Monarca. . - . - - 70. „ Exeter. . . . . - - 64. Eagle - - - - - - - - 64. „ § 23. wij hoopen, dat de Marquis De Bussij, die van Mauricius met vijf oorlogs„ rabi „schepen verwacht word, spoedig op da„ r „gen en de vloot van den Heer suffreen versterken moge, om in dit saisoen we„ „derom het hoofd aan de vijanden te kunnen 'ers n moest bieden, en dat eindelijk ook eens uit Neder„ daarin zes „land opdagen moge, het zoo lange met Missive smerten verwachte sekoers, wanneer er ring te er geen twijfel is, of wij zullen onze trotsche vijanden in dit werelddeel te onder brengen. de voor § 24. Laastlijk dienen wij noch te melden, dat de Eerstgeteekende kommandeur door e den Edelen Heer Falck in 't partikulier onderricht is, dat de Engelschen te Naga„ „patnam het fort en andere gebouwen gesloopt hebben. wij beveelen uw weledele Groot achtb: en weledele Gestr: in Gods bescherming bemant en heeft nauwlijx de helfte van de Equipasie, die er op vereischt word, en daarenboven noch voor een groot ge„ „deelte bestaat uit Mooren en andere in„ „landsche Matroozen. ie bemant 00 „ „ en avi rwittigd 95

NL-HaNA_1.04.02_3617_0117 view scan ↗

English

½ 1 Cochin, the 17th of March 1783. And we remain with all respect and fidelity, Right Honorable, Highly Esteemed Sirs, and Right Honorable, Stern Sirs! Your Right Honorable, Highly Esteemed and Right Honorable, Stern Sirs' humble and faithful servants, J. G. van Angelbeek H. Stae. L. On the 29th of October last, there was delivered from Muscat in Arabia, under the cover of the Jewish and Company merchant here, Ephraim Cohen, a letter on behalf of His Excellency Baron van Haeften, Ambassador of Their High Mightinesses to the Sublime Porte, addressed to the Company's ministers in the Indies. It stated that the packet enclosed therein, although addressed to the ministers at Surat, had to be opened at the first office where it arrived. Accordingly, I broke the seal of the same and found therein Your Right Honorable and Highly Esteemed missive of the 5th of March of this year, addressed to the ministers there, and an extract from the missive of the Honorable Gentlemen Seventeen to the High Government at Batavia dated the 19th of February preceding, and furthermore a sealed letter addressed to the said High Government of the Indies. And since our office at Surat had already been taken by the English and the ministers there were prisoners of war, I took upon myself the orders contained therein, and immediately sent copies of the aforementioned papers to the Honorable Gentleman Ceylon's Governor Falck, with the request to share them with the Governor of Coromandel, for which there was no opportunity here. Then, because the sea was closed by the English cruisers, and the overland route through the Kingdom of Travancore to Tuticorin was likewise not safe for letters sent in the ordinary manner, the aforementioned copies had to be concealed in the walking sticks of the letter carriers, just as they were then safely delivered in that manner to the resident of Tuticorin. However, this could not be done with regard to the letter to the High Indian Government, and therefore it still lies waiting for a secure opportunity by neutral vessels to Ceylon or Batavia. In order, however, that the said High Government might not be deprived of the entire contents of that missive, I informed the Honorable Gentleman Falck of its retention. Right Honorable, Highly Esteemed Sirs! To the Right Honorable, Highly Esteemed Sirs, Mr. Joan Graafland and the further Directors and Advocates of the General Netherlands Chartered East India Company commissioned for affairs of war and peace at Amsterdam, Patria. A. Werneal J. A. Cellarius W. Saeften J. A. Damncken A. V. Harn 5 95

Dutch transcription

½ 1 Koetsiem den 17:e Maart 1783: en blijven met alle eerbied en trouwe. Weledele Grootachtbaare Heeren en Weledele, Gestrenge Heeren! Uwer Weledele Groot achtb=re en Weledele Gestrenge onderdaanige en getrouwe dienaaren JG van Angelbeek HStae L Den 29.:' oktober Jongstleeden werd van Maskette /in Arabien:/ onder koevert van den Jood en komp:s koopman alhier, Ephraim kohein besteld een brief van wegen zijne Excellentsie den Heer Baron van Haeften, Ambassadeur van Hunne Hoogmogenden bij de Hooge Poorte, aan 's komp:s Ministers in Jndien gericht, in= „houdende, dat het daarin geslooten pakket, schoon aan de Ministers te soeratte beschreeven, op het eerste kantoor, daar het aanquam moest geopend worden. — Dien volgende ontzegelde ik hetzelve en vond daarin uwer weledele Grootachtbaare Missive van den 5. ' Maart deezes Jaars, aan de Ministers aldaar gericht, en een extrakt uit de Missive van de Hoogedele Heeren Zeeventienen aan de Hooge Regeering te Batavia sub dato 19:' februari bevoorens, en voorts eenen verze= „gelden brief aan hoog gedachte Regeering van Jndien gericht; en wijl ons kantoor te soeratte toen reets door de Engelschen ingenoomen en de Ministers aldaar krijgsgevangenen waaren: zoo hebbe ik de bevee„ „len daarbij vervat mij aangetrokken, en ten eersten van de voor= melde papieren afschriften aan den Edelen Heer Ceilons Goeverneur Falck gezonden, met verzoek, om dezelven aan den Heer Goeverneur van kormandel te bedeelen, waar toe hier geene geleegenheid was. Dan dewijl de zee door de Engelsche kruissers geslooten, en de landweg door 't Rijk van Trevankoor naar Tutukorijn, voor brieven op de gewoone wijze overgaande, meede niet veilig was: zoo mosten de voormelde afschriften in de wandelstokken van de briefdraagers verborgen worden, gelijk ze dan ook op die wijze veilig aan het opperhoofd van Tutukorijn besteld zijn; doch dit kost omtrend den brief aan de Hooge indische Regeering niet gepraktiseerd worden en daarom legt dezelve noch te wachten, op eene sekuure geleegenheid met neutraale scheepen naar Ceilon of Batavia. op dat echter Hoog gedachte Regeering daar door niet mogte ver= „stooken blijven van den geheelen inhoud van die Missive: zoo hebbe ik den Edelen Heer Talck van derzelver aanhouding verwittigd Weledele Grootachtbaare Heeren! aan de Weledele Groot achtbaare Heeren M:r Ioan Graafland en de verdere Bewindhebberen en Advokaaten van de Generaale Nederlandsche Geoktroieerde Oostindische kompanie gekommitteerd tot de zaaken van oorlog en vreede te Amsterdam Patria AWerneal J. A. Cellarius WSaeften J: A Damncken A V. Harn 5 95

NL-HaNA_1.04.02_3617_0118 view scan ↗

English

and requested that, if in the meantime an opportunity to the capital should arise, the aforementioned copies be sent therewith to Their High Mightinesses. This respectful writing of mine goes under the same envelope to Maskette, to the Jewish merchant Ezechiel silon, and from there to Bassora to the Jewish merchant Jakob Aaron, who shall send the same to His Excellency van Haeften in konstantinopel; and I primarily let the same serve to give your Right Honorable Worships, by that route, some report of the state and the fate of our establishments to the west of the Indies, and in particular to report on the command entrusted to me. When the news of the breach of peace arrived in the Indies, the English were entangled in heavy wars at Bombai with the Marathas, and on the Coromandel with the Nawab of Maisoer, Haider Alichan, which up to that time had had unfavorable consequences for them. For a second expedition against the Marathas from Bombai had once again turned out unfortunately, and on the Coromandel coast the Nawab, Haider Alichan, had conquered by far the greatest part of the interior, and forced the English Army, under the command of General Coote, after several bloody battles, to retreat to Madras with great loss. Due to these circumstances, when the news of the war arrived here, the English, notwithstanding their great superiority in these regions, were unable to undertake anything else against us than to make themselves masters of our defenseless trading posts in Bengal and Surat, and, on the Coromandel coast, to seize our small factories at Bimilipatnam, Jagernaik-poeram, Palikol, Paliakatte, and sadraspatnam, of which no other particulars have become known to me than that in Surat all Company effects were seized, and the servants made prisoners of war, though left in possession of their personal belongings; it is probable that the Company's possessions and servants in Bengal and on the Coromandel were treated more or less on that very same footing. Had the French fleet, already expected here for so long, arrived at that time, or had we even been able to add only three thousand European and Malay men to the force of Haider Alichan, we would have had a great chance, not only to regain what was lost on the Coromandel coast, but also to subdue the common enemy further before he could obtain new reinforcements. For the Governor, Mr. van Vlissingen, had concluded a treaty with the aforementioned Nawab, Haider Alichan, whereby the latter promised his aid against the common enemy and in particular the protection of the city of Nagapatnam, which was then encircled at sea by the hostile fleet under Admiral Hughes, and was threatened from the land side with a siege by an army that the English were assembling in the country of Tanjore. But the French fleet failed to appear; our helplessness did not permit adding more than six hundred men, mostly natives, to Haider Alichan, and on the other hand a numerous fleet of warships and Company ships arrived at Madras with troops from Europe and a powerful relief force of many battalions of sepoys from the northern provinces and, in particular, from Bengal, through which our enemies were once again enabled to attack the Nawab Haider Alichan anew. Since then, a general rumor circulates here that the aforementioned Nawab has been defeated and forced to retreat as far as Arcot, and that Nagapatnam is indeed besieged by water and by land. If this is true, and there are all too many reasons to believe it to be true, I fear that that place will surrender to the enemies, whereby we would then lose everything on that coast. Ceylon is thus far, as far as I know, unmolested, and it is greatly to be wished that the speedy arrival of the French fleet, and especially of the aid expected from the Netherlands, may happily avert all calamities that threaten that precious island. Now I also serve to make some further report on the condition of the Mallabaar command, which has been entrusted to me. From the day that we received the news of the war here, I have applied all that was in my power to secure and maintain the same. As this letter must not become very large, out of fear that it might then remain undelivered, I cannot detail everything here and even less add any enclosures, but must refer to the secret dispatch which was written by me and the Council, under date of the 24th of this month, to the High Indian Government at Batavia, and sent with a small Portuguese vessel to Colombo, to be delivered to Your Right Honorable Worships with the ships from Ceylon. I thus report at present only the most essential matters in short words. With the Nawab, Haider Alichan, I have attempted to make peace, in which I have succeeded to the extent that he has declared us to be his friends and has instructed his Governor of the adjacent Zamorin lands to assist me with as many troops as I might need or demand. The old disputes concerning Settua and Paponettij have not yet been settled, but, as the main objective for the present circumstance has been achieved in this manner, I shall seize a more favorable moment for the decision thereof.

Dutch transcription

1 96 en verzocht, indien er middelerwijle geleegenheid naar de Hoofd „plaats mogt voorkoomen, om daarmeede de voorschreeve ko= pijen aan Hunne Hoogedelheeden te verzenden. — Dit mijn eerbiedig schrijven gaat onder het zelfde koevert naar Maskette, aan den Jood en koopman Ezechiel silon, en van daar naar Bassora aan den Jood en koopman, Jakob Aaron, die hetzelve zenden zal aan zijne Excellentsie van Haeften te konstantinopel; en ik laate hetzelve voornaamlijk dienen, om uw weledelen Groot achtbaare, langs dien weg, eenig be= „richt van den toestand en het noodlot onzer Etablissementen om de west van Jndiën kons te geeven, en van het mij toe= vertrouwde kommandement inzonderheid rapport te doen. Toen de tijding van de vrede breuk in Jndien quam, waaren de Engelschen, te Bombai met de Maratten, en op kormandel met den Nabab van Maisoer, Haider Alichan, in zwaare oorlogen verwikkeld die, tot dien tijd toe, voor henlieden on= gunstige gevolgen gehad hadden. want van Bombai uit was eene tweede expedietsie tegen de Maratten wederom ongelukkig uitge= vallen, en op de kuste kormandel had de Nabab, Haider Alichan, de binnen landen, voor verre het grootst gedeelte vermeesterd, en de Engelschen Armée, onder bevel van Generaal Coote, na ver= „scheidene bloedige gevechten, genoodzaakt, met groot verlies naar Madras te retireeren Door deeze omstandigheeden waaren de Engelschen, toen de tijding van den oorlog hier quam, onaangezien hunne groote overmacht in deeze gewesten, niet in staat, om iets anders tegen ons te onderneemen, dan dat ze zich, in Bengale en soeratte, van onze weerlooze kantooren meester maakten, en, op de kuste kormandel, onze kleene faktorijen, te Bimilipatnam, Jagernaik-poeram, Palikol, Paliakatte en sadraspatnam, wegnamen waarvan mij geene andere bezonderheeden bekend geworden zijn, dan dat te soeratte alle komp:s effekten aangeslaa= „gen, en de Dienaaren krijgsgevangen gemaakt, doch in 't bezit van hunne goederen gelaaten zijn; het is waarschijnlijk, dat, met 's komp:s bezittingen en Dienaaren, in Bengale en op kormandel, mede min, of meer op dien eigensten voet gehandeld zij. waare op dien tijd de reets zoo lange alhier verwachte Fransche vloot toegeschooten, of hadden wij ook maar drie duizend Man Europeezen en Malaiers bij de macht van Haider Alichan kunnen voegen: zoo zouden wij groote kans gehad hebben, niet alleen, om het verloorene op de kuste kormandel te herwinnen, maar ook om den gemeenen vijand verder te onder te brengen, voor dat hij nieuwe versterking kost bekoomen. - want de Heer Goeverneur van vlissingen had met meergem: Nabab, Haider Alichan, een traktaat geslooten, waarbij Deeze zijne hulpe tegen den gemee= „nen vijand en inzonderheid de bescherming van de stad Nagapatn: beloofde, die toen ter zee, van de vijandige vloot, onder Admiraal Hughes, ingeslooten was, en van de landzijde met eene beleege= „ring gedreigd werd, van een leger, hetwelk de Engelschen in het Land van Tansjouwr tezaamen trokken. — Doch de Fransche vloot bleef uit; onze onmacht liet niet toe, om Haider Alichan meer dan ses honderd Man, meest Jnlanders, bij te zetten en daar en tegen verscheen te Madras eene talrijke vloot van oorlogs en kompa= „nies schepen met krijgsvolk uit Europa en een machtig sekoers van veele battaljons sipahis uit de noordelijke Provincien en, inzonderheid uit Bengale, waar door onze vijanden op 't nieuw in staat raakten, om den Nabab Haider Alichan op 't nieuw aan te tasten. — zeder loopt hier een algemeen gerucht, dat meer= melde Nabab geslaagen en genoodzaakt geweest is, tot naar Arkat te retireeren, en dat Nagapatnam werklijk te water en te lande beleegerd is. - Jndien dit waar is/ en daar zijn maar al te veel rede„ „nen om het voor waar te houden:/ zoo vreeze ik, dat die plaats zich aan de vijanden zal overgeeven, waar door wij dan alles op die kust zouden verliezen. — Ceilon is tot nu toe, zoo veel ik weet, onaangevochten, en het is zeer te wenschen, dat de spoedige komste van de Fransche vloot, en voor al van de uit Nederland verwacht wordende hulpe, alle onheilen, die dat kostbaare Eiland dreigen, gelukkig afwenden moge. — Nudiene ik ook eenig nader rapport te doen, van den toestand van het kommandement Mallabaar, het welk aan mij is toevertrouwd. van den dag af aan, dat wij hier de tijding van den oorlog kree„ „gen, hebbe ik al, wat in mijn vermoogen was aangewendt, om het zelve te beveiligen en te behouden. — wijl deeze brief niet heel groot vallen mag, uit vreeze, dat hij dan mogt onbesteld blijven: zoo kan ik hier niet alles detailleeren en noch minder eenige bijlagen bijvoegen, maar moet mij beroepen, op de sekreete missive die, van mij en den Raad, onder den 24. ' deezer, aan de Hooge in- dische Regeering te Batavia, geschreeven en met een Portugiesch scheepje naar kolombo afgezonden is en aan uwe weledele Grootachtbaare met de schepen van Ceilon bezorgt teworden. Jk melde dus thans eenelijk het aller zaaklijkste met korte woorden. — Met den Nabab, Haider Alichan, hebbe ik getracht vreede temaaken, het welk mij in zoo verre gelukt is, dat hij ons voor zijne vrienden verklaard en zijnen Goeverneur van de naastleggende samorijnsche landen aanbevoolen heeft, mij met zoo veel volk, als ik noodig hebben of eischen mogt, te assisteeren. De oude geschillen over Settua en Paponettij zijn noch niet afgedaan, doch, wijl het hoofd-oogmerk voor de tegenwoordige omstandigheid op die wijze bereikt is, zoo zal ik, tot derzelver besliffing, een gunstiger tijdstip waarnee„ beloofde „men

NL-HaNA_1.04.02_3617_0119 view scan ↗

English

which I soon hope to obtain, once our fleet or the French fleet has appeared first, and we shall thus have gained more prestige with him. I have appealed to the kings of Koetsiem and Trevankoor for help. The former has promised it to me in the most cordial manner, and has also proven it in deed up to now; in that he accommodates us with the necessary laborers for the fortifications, and with all necessities from his country, and will reinforce us with a battalion of one thousand sipahis in case of a siege, which are now being trained in the use of arms by European officers and non-commissioned officers from our garrison, but for which we need make no payment until we find ourselves in the circumstance of having to use them. The king of Trevankoor, who is a vassal of the Nabab Machmed Alichan, and thus must show deference to him, or rather to his masters, the English, has declined the request for active assistance, but on the other hand has promised strict neutrality, and I believe that for the present we may not demand more from him. If we wished to urge him too strongly to choose sides, we would run the risk of him declaring himself against us, not out of greater affection for the English, but out of fear of their displeasure, which he would otherwise surely bring upon himself. The pepper which the king of Trevankoor delivers at Porka and Kalikoilang lay there without the least protection, a prey to the first hostile vessel that wished to seize it, and has therefore been transported from there to Koetsiem without any costs being incurred. Since, of all the establishments in the west, Ceilon is by far the most important, and we easily foresaw that the auxiliary troops who have been stationed here since the troubles with the Nabab Haider Alichan would now even be needed there: we have arranged the recruitment of Topasses (descendants of Portuguese and of other Europeans with native women) and of good sipahis in such a manner that we can not only return the loaned companies, but also come to Ceilon's aid with a good corps in case of need. We have timely purchased such a large supply of rice at the regular prices that we are not only amply provided for our own use for a full year, but can also accommodate Ceilon with the six hundred lasten which the ministers have requested of us; and in addition we have engaged so much that the French fleet, which is expected here daily, will be able to find its necessities with us, which it would otherwise have been hard-pressed to obtain in these regions. The capital fortifications of this city were already excavated from their ruins and restored to a good condition under the previous administration; however, some defects had to be remedied which exposed us to surprise, the details of which are omitted here for the reasons mentioned before, but are to come before the eyes of your Noble and Grand Worships with the copy of the previously cited dispatch to Batavia. Furthermore, the further preparations are being made here that are necessary against an imminent siege. The moats are being deepened, and where they are too narrow, made wider; the covered way is being provided with banquettes, palisades, and traverses; the gun platforms have been surveyed and leveled, the embrasures repaired; the sally ports opened and provided with gates, and pontoons are to be placed in the moat, which can transport fifty men at a time into the covered way and are entrenched against musket balls, and with all these preparations I expect to be finished yet in this year, or at the latest in the coming month of January. By this means, this fortress is secured not only against being taken by surprise, but against a violent assault, and placed in such a state of defense that it cannot be subdued otherwise than by a formal siege, for which such a military force and so great an undertaking would be required that our enemies from Bombai, who are nearest in our neighborhood, will not easily undertake it as long as they have the Marathas as enemies. But if they should succeed in pacifying them, I must certainly expect their entire force before this fortress; which has therefore also prompted me to make the aforementioned improvements and preparations, which inevitably had to be carried out if I wished to properly defend the fortress and effects entrusted to me in such an event. I also hope that in such an event we shall all do our duty and hold out at least long enough to give the fleet, which we hope will then have appeared in these regions, the necessary time to hasten to our aid. Lastly, I have the pleasure to inform your Noble and Grand Worships that I have arranged for the Councillor Extraordinary van de Graaff to be released from his prisoner-of-war status and exchanged for the senior merchant and second of Tellitscherij, Mr. Michael Firth, who, unaware of the rupture, came here to procure provisions for his place besieged by Haider, and fell into our captivity. The aforementioned Mr. van de Graaff is thus expected here in the coming month of January. I commend your Noble and Grand Worships and the interests of the Company to the protection of the Almighty and have the honor to be with all respect, Noble and Grand Worshipful Sirs, Your Noble and Grand Worships' humble and obedient servant, J G van Angelbeek Koetsiem, the 18th of December 1781. P.S. As this letter has turned out more concise than I had thought, I annex hereto a copy of our secret resolution of the 19th of July, which further indicates our principal measures for our security.

Dutch transcription

97 „men, het welk ik haast hoope te bekoomen, als onze of de fransche vloot maar eerst opgedaagd zijn, en wij dus bij hem meer aanzien zullen verkreegen hebben. — De koningen van Koetsiem en Trevankoor hebbe ik om hulpe aangesprooken. De Eerste heeft mij dezelve op de harte= lijkste wijze beloofd, en ook tot nu toe niet der daad beweezen; door dien hij ons gerieft met de noodige arbeiders voor de vesting- werken, en met alle noodwendigheeden uit zijn land, en aan ons een battaljon van duizend sipahis, inval van beleegering, zal bijzetten, het welk zeder door Europeesche officiers en onder officiers uit ons garnisoen in den wapenhandel geoefend word, doch waaraan wij geene betaaling behoeven te doen, voor dat wij in 't geval koomen, van ze te moeten gebruiken. De koning van Trevankoor, die een vasal van den Nabab Machmed Alichan is, en dus denzelven, of liever deszelfs Mees= „ters, de Engelschen, ontzien moet, heeft het verzoek om daa= „delijken bijstand gedeklineerd, doch daar teegen eene stipte neutraliteit beloofd, en ik meene, dat wij voor eerst niet meer van hem mogen vergen. — wilden wij al te sterk aan= „dringen, om partij te kiezen, wij zouden gevaar loopen, dat hij zich tegen ons verklaarde, niet uit meerdere geneegen= „heid voor de Engelschen, maar uit vreeze voor hunne onge= „naade, die hij anders vast op zich laaden zoude. — De peper, die de koning van Trevankoor te Porka en ka= likoilang leeverd, lag daar zonder de minste beveiliging ten proi van 't eerste het beste vijandige vaartuig, dat 'er zich meester van wilde maaken, en is dus van daar naar koetsiem getransporteerd, zonder dat daarop eenige kosten gevallen zijn. wijl, onder alle etablissementen om de west, aan Ceilon verre het meest geleegen is, en wij ligt voorzagen, dat daar de hulptroepen, die hier zeder de onlusten met den Nabab Haider Alichan geleegen hebben, in deezen tijd zelfs zouden noodig zijn: zoo hebben wij de wervingen van Toepassen /: Af= „stammelingen van Portugiezen en van andere Europeeschen met inlandsche vrouwen:) en van goede sipahis zoodanig ingericht, dat wij niet alleen de geleende kompanien terug geeven, maar Ceilon ook inval van nood, met een goed Corps te hulp kunnen koomen. wij hebben bij tijds zulk een grooten voorraad van rijs voor de gewoone prijzen ingekocht, dat wij niet alleen voor ons eigen gebruik voor een rond Jaar ruim voorzien zijn, maar ook Ceilon gerieven kunnen met de seshonderd lasten, die de Minis= „ters van ons gevraagd hebben; en wij hebben daar en boven noch zoo veel besprooken, dat de Fransche vloot, die hier dagelijx verwacht word, haare benoodigdheid bij ons zal kunnen vinden, waar „ ze anders in deeze gewesten bezwaarlijk zoude hebben kunnen geraaken. — De kapitaale vesting werken deezer stad zijn reets onder het voorig bestier uit hunne ruinen opgedolven en in een goeden staat hersteld, echter hebben eenige gebreeken moeten verholpen worden, die ons aan surprise bloot stelden, waar van het detail hier, om reedenen voormeldt, ge-exkuseerd word, doch met de kopij van de voorwaarts reets geciteerde missive naar Batavia, onder het gezicht van uw weledele Groot achtbaare staat te koo= „men. — wijders worden hier de verdere aanstalten gemaakt, die tegen eene kort aanstaande beleegering noodig zijn. — De grachten worden uitgediept, en waarze te smal zijn, breeder gemaakt; de bedekte weg word van bankets, pallissaden en Araversen voorzien; de kanon=beddings zijn opgenoomen, en waterpas gelegt, de em= „brasures gerepareerd; de sorties geopend en van poorten voorzien, en in de gracht koomen ponten te leggen, die vijftig Man tegelijk in den bedekten weg kunnen overzetten en tegen Musket-kogels ver= „schanst zijn, en met alle deeze aanstalten denke ik noch in dit Jaar, of op zijn hoogst in d' aanstaande maand Januari, klaar te koomen. Hier door is deeze vesting niet alleen teegen overrompeling, maar tegen een geweldigen aanval beveiligd, en in zulken staat van defensie gesteld dat ze niet anders dan door eene for= „meele beleegering kan bedwongen worden, waar toe zulk eene krijgs macht en zoo groot een omslag vereischt zoude worden, dat onze vijanden van Bombai, die 't naast in onze buurt zijn, dezelve niet ligt zullen onderneemen, zoo lange zij de Maratten tot vijanden hebben. Doch indien het henl: gelukken mogte, de= „zelven te bevreedigen: zoo moet ik zekerlijk haare heele macht voor deeze vesting verwachten; het welk mij derhalven ook heeft aangezet, om de voorschreeve verbeeteringen en toebereid„ „zelen te maaken, die onvermeidelijk moesten in 't werk ge= „richt worden, bij aldien ik, in zulk een val de mij toevertrouw„ „de vesting en effekten, behoorlijk wilde verdeedigen. Jk hoope ook, dat wij allen in zulk een val onzen plicht doen en het ten minsten lang genoeg uithouden zullen, om aan de vloot, die wij als dan hoopen dat in deeze gewesten opgedaagd zal zijn, den noodigen tijd te geeven om ter onzer hulpe toete schieten. Laastelijk hebbe ik het genoegen uw weledele Groot achtbaare kennis gegeeven, dat ik bewerkt hebbe, dat de Heer Raad extra ordinair van de Graaff uit zijne krijgsgevangenschap ont= „slaagen en uitgewisseld is, tegen den senior Merchand en se= „kunde van Tellitscherij M:r Michael Firth, die onkundig van de rupture hier quam om levensmiddelen voor zijne door Haider belegerde plaats op te doen, en in onze krijgsgevangenschap ver= „viel. Welgem: Heer van de Graaff word dus in de vinden aanstaande „ 98 Roetsiem den 18=e December 1781. B S. Wyl deeze brief beknoptes uitgevallen is, dan ik gedacht hadde: zoo voege ik hierneevens een kopg van onze sekreele resolvatsie van den 19=e Juli, die onze der aanwyst. voornaamste maatregelen tot onze beveiliging na- aanstaande maand Januarij hier verwacht. Jk beveele uw weledele Groot achtb:r en de belangen der Maatschappij in de bescherming des Allerhoogsten en hebbe de eere met allen eerbied te zijn. Weledele Groot achtbaare Heeren Uwer Weledele Groot achtbr onderdaanige en gehoorzaame dienaar J G van Angelbeek

NL-HaNA_1.04.02_3617_0121 view scan ↗

English

Thursday the 19th of July 1781. Before noon. All present. After handling the ordinary matters, recorded in today's common resolution, the letters received from Tuticorin overland from Colombo dated the 6th of June and from the Cape of Good Hope dated the 3rd of April of this year were resumed. The latter was accompanied by a copy of a dispatch from Mr. Lestevenon van Berkenroode, Ambassador of the state to the Court of Versailles, dated Paris the 29th of December 1780. All contained the news that on the 20th of the last-mentioned month a declaration of war against our Republic was published in London; and it was resolved and agreed beforehand to thank both Governments cordially for the prompt communication of this important news. Hereafter, deliberation was held on the request made in the first-mentioned dispatch of the Ceylon Government to store a good quantity of rice and nelly for them and to send it thither as soon as possible. And in that regard, it was taken into consideration that here one must also provide oneself with that indispensable food for the period of two years, and thereby not only count on the ordinary rations, but also on extraordinary supplies, both to our warships and other vessels that might call here, and to the additional military personnel that one will now be compelled to enlist in service, but especially also on the heavy supplies to which one would be compelled, in case of a siege, for destitute families and residents, as well as for a multitude of servants that would then be required; and that one must therefore store up at least eight hundred lasts of rice for one's own use, besides a good supply of nelly for the livestock; furthermore, that because of the heavy consumption of Ceylon one may safely assume that the Ministers understand by a good quantity at least five or six hundred lasts, and that by buying up such an unusually large quantity, the price will naturally increase, and one therefore should above all not store up more than Ceylon will strictly need, so as not to give even more reason for a price increase; and consequently it was resolved and agreed to request the Ceylon Government to state as soon as possible how many lasts of each kind it desires from here. Furthermore, having taken into consideration that the remaining cash in the main treasury currently amounts to only about one hundred and ninety thousand rupees, from which not only the pepper to Travancore must be paid and the ordinary household expenditures covered, but also the extraordinary payments will have to be made Secret Resolution taken in the Council of Malabar 98

Dutch transcription

Donderdag den 19=de Juli 1781. voor de middag. alle present Na het verhandelen der gewoone zaaken, bij de gemeene reso„ luutsie van heeden aangeteekend, werden geresumeerd de van Tutukorijn over den landweg ontvangene brieven van kolombo van den 6:' Juni en van de kaap de goede hoop van den 3. ' April J:o leeden, welke laaste verzeld was van een kopij-missive van den Heer Leste „venon van Berkenroode, Ambassadeur van den staat bij het Hof van versailles, gedagteekend Parijs den 29=sten decemb:r 1780. allen inhou„ „dende de tijding, dat op den 20=ste van laastgem: maand te London eene de klaraatsie van oorlog teegen onze Republiek was gepubliceerd gewor= „den en werd voor af goed gevonden en verstaan, beide Regeeringen voor de spoedige mededeeling van deeze wigtige tijding vriendelijk te bedanken. Hier na werd gedelibereerd over het bij eerstgemelde missive van de Ceilonsche Regeering, gedaane verzoek, om voor haar eene goede partij rijs en nelie op te leggen, en zoo dra mogelijk derwaards te zenden, en daar omtrend in aanmerking genoomen, dat men zich hier ook van dat onontbeerlijk voedzel voor den tijd van twee Jaaren diend te voorzien, en daar bij niet slechts op de gewoone rantsoenen te reekenen, maar ook op buiten gewoone verstrekkingen, zoo wel aan onze oorlogs- en andere scheepen, die hier invallen mogten als ook aan de meerdere Militairen, die men thans genoodzaakt zijn zal in dienst teneemen, doch inzonderheid ook op de zwaare ver= „strekkingen, waar toe men, inval van beleegering, zoude genood „zaakt zijn, aan noodlijdende huisgezinnen en inwooners, mitsga= „ders aan eene meenigte dienstvolk, het welk als dan zoude ver= „eischt worden, en dat men dus ten minsten agt honderd last rijs voor eigen gebruik diend op te doen, buiten een goeden voorraad van nelie voor het vee, voorts dat men, weegens de zwaare konsump= „sie van Ceilon veilig veronderstellen mag, dat de Ministers onder eene goede partij ten minsten vijf of ses honderd lasten verstaan, mitsgaders dat, door het opkoopen van zulk eene ongewoon groote partij, de prijs natuurlijker wijze zal opslaan, en men dus voor al niet meer behoord op te doen, dan Ceilon bepaaldelijk noodig zal hebben, om niet noch meer aanleiding tot prijs verhooging te geeven; en werd dien volgende goedgevonden en verstaan, de cei= „lonsche Regeering te verzoeken, om ten eersten opgeeven, hoe veel lasten van ieder soort zij van hier begeerd. voorts in aanmerking genoomen zijnde, dat het geld restant in de groote kas teegenwoordig maar omtrend honderd en neegen= „tig duizend ropijen bedraagd, waar uit niet alleen de peper aan Tre= „ vankoor betaald en de gewoone uitgaven voor de huishouding goed= „gemaakt, maar ook de buiten gewoone betaalingen zullen moeten Sekreete Resoluutsie genoomen in Rade van Mallabaar gedaan 98

NL-HaNA_1.04.02_3617_0122 view scan ↗

English

will be provided, in order to in order without loss of time, against as well as to the fortifications, which require a noticeable and costly improvement, and it being very doubtful whether the demand for merchandise from Batavia will be met this time, and even if this occurs, whether the merchandise can indeed be sold and turned into money in these turbulent times, in which cases there will soon be a lack of cash: thus, upon the proposal made to that end by the Commander, it has been resolved and agreed to request the Government of Ceylon that, for the payment of the rice they desire from here, if trade unexpectedly brings in cash, Ceylon will in turn assist to the best of its ability. considering that there are no vessels at hand here for that purpose, nor can any be hired; as well as that it is very uncertain whether a large ship will be received from Batavia this year: thus it has been resolved and agreed to make this known also to the aforementioned Government, so that they may send the necessary vessels here, in case no large ship from Batavia should be obtained this time, or also in so far as their demand should exceed the cargo of such a ship. Hereafter the Commander produced a document containing his considerations and proposals regarding the measures that ought to be taken under these present circumstances for the security and defense of the Company's effects and possessions on this coast, which document having been read with attention and considered point by point, such resolutions were taken thereon as are recorded beside each point and proposal, and it was subsequently resolved and agreed to insert that document with the marginal dispositions made upon it here. provision of more rice and other supplies, and of more military personnel who will have to be taken into service, regarding the second request of the aforementioned Government that the rice be sent to them from here, considering that The assembly conforms to this proposal. will succeed, and 2. That we assure ourselves of the assistance, or at least of the neutrality of the neighboring princes; to that end, to whom this extract from this document will serve as their instructions, will strictly observe the third article of the latest treaty, whereby it is established: That His Highness shall not tolerate To the Honorable Members of the Political Council Gentlemen! The general necessity of putting ourselves in a state of defense and employing all possible means to that end is acknowledged by all Members. The unexpected rupture of peace with England requires that we immediately devise means to secure and defend the places and effects entrusted to us against this powerful and dangerous enemy. To this end it is first of all necessary 1. That we endeavor to settle the disputes with the Nabob Hyder Ali Khan, to which I have already taken the first step, and shall further do my best, in the hope that I would settle the disputes with the Nabob Hyder Ali Khan, but as this matter has been handled by the Commander-in-Chief, it is left to the discretion and direction of the Commander. — I myself shall go tomorrow to visit the King of Cochin at Tripunithura and demand his assistance, in addition to which I shall primarily endeavor to persuade His Highness to supply a generous quantity of rice and paddy, and to provide coolies for the improvement of the fortifications and for further conveniences, under the promise that he will be included in the peace treaty with Hyder Ali Khan. This embassy to the King To the King of Travancore, whose greater adherence there were appointed for that purpose the Honorable Members Koenraad George Seiffer and Johan Andries to send, in order to give His Highness notice of this war, to excuse, to demand the observance of a strict neutrality, and specifically to make known that the Company expects that we will not permit that the English expand further into his country than where they presently are, namely at Vizhinjam, Anjengo, and Edava, to which three places they are expressly limited by that treaty, and specifically also, that His Highness shall not prevent the supply of provisions from his country, nor tolerate that it be prevented by others; furthermore, that His Highness please deliver the pepper here at Cochin during this war, because it does not lie safe at Quilon and Purakkad, on which point they must insist, demonstrating that wishing to refuse this would be the same as handing the pepper over to our enemies. He will certainly put forward all kinds of pretexts against this, and likely also insist upon higher freight charges; against this the commissioners should demonstrate that those costs cannot be heavier than with the delivery at Kayamkulam and Purakkad, because most pepper comes from the northern and eastern lands, but that the Company on this occasion will not inquire whether it was produced in His Highness's hereditary lands or in the conquered lands, but will pay 65 rupees per candy without distinction; finally, if all remonstrances are in vain, they must concede 1 or 2 rupees for freight on each candy. — At the same time, His Highness must also be informed that we shall make peace with the Nabob Hyder Ali Khan, and that he, the King of Travancore, will also be included in that treaty if he continues to adhere to our side, or at least maintains a strict neutrality, but that, in consideration of the great weight of this matter, it seemed quite necessary that I myself could speak with His Highness about it, to which I was inclined, if His Highness at Kali

Dutch transcription

„1 99 zal worden afgegeeven, om te om zich zonder tijd verlies, tegen mitsgaders aan de vestingwerken, die eene merklijke en kost= „baare verbeetering vereischen, en het zeer twijffelachtig is, of de eisch van koopmanschappen van Batavia ditmaal voldaan, en indien dit al geschied, of de koopmanschappen in deeze onrustige tijden wel zullen kunnen vertierd en tot geld gemaakt worden, in, welke gevallen men eerlange gebrek aan kontanten zal krijgen: zoo is, op de daar toe gedaane proposietsie van den Heer kommandeur, goedgevonden en verstaan, de Ceilonsche Regeering ons, tot de afbetaaling van de rijs, die zij van hier begeerd, met handel boven verwachting kontanten mogt aanbrengen, Ceilon daar kommandeur gekommit= meede wederom naar vermoogen zal bijspringen. men zijnde, dat men daar toe hier geene vaartuigen aan handen heeft, en ook niet in huuren kan; mitsgaders, dat het zeer on= „zeeker is, of men dit Jaar wel een groot schip van Batavia zal krijgen: zoo is goed gevonden en verstaan, zulx almeede aan wel= „gemelde Regeering te kennen te geeven, op dat dezelve de noodige vaartuigen herwaards zende, ingevalle men ditmaal geen groot schip van Batavia mogt aan handen krijgen, of ook, voor zoo verre haar eisch meer dan de laading van zulk een schip mogt bedraagen. Hier na produceerde de Heer kommandeur een schriftuurtje, inhoudende zijne bedenkingen en voorslagen, nopens de maatree= „geelen, die men in deeze tijds-omstandigheid, tot beveiliging en verdeediging van 's komp:s effekten en bezittingen op deeze kuste, behoorde in 't werk te stellen, welk schriftuur met aandacht geleezen, en post voor post rijpelijk overwoogen zijnde, zoo wer= „den daar op zodaanige besluiten genoomen, als bezijden ieder post en voorstel zijn aangeteekend, en werd vervolgens goedgevonden en verstaan, dat schriftuur met de marginaale disposietsien op het zelve hier te insereeren. gedaan worden van meerdere rijs en andere provisien, en aan Met deezen voorstel konfor= zal slaagen, en 2 / Dat wij ons van den bijstand, of ten minsten van meerdere Militairen, die men zal dienen indienst teneemen, „meerd zich de vergadering de neutraliteit der nabuurige vorsten, verzeekeren; tot dat einde omtrend het tweede verzoek van welgemelde Regeering, dat men Daimichen aan welken ex= naauwkeurig zal naarkoomen het derde artikel van het Jongste de rijs van hier aan Haar wilde toezenden, in aanmerking genoo=trakt uit dit schriftuur, traktaat, waar bij vast gesteld is: Dat zijne Hoogheid niet gedoo= Aan de E. Leden van den Politieken Raad Mijne Heeren! De algemeene noodzaaklijkheid De onverwachte vreedebreuk met Engeland eischt, dat wij bijound in stote van defense testeelen ten eersten middelen beraamen, om de ons toevertrouwde plaat en daar toe alle mogelijke middelen „ sen en effekten teegen deezen machtigen en gevaarlijken vijand aan te wenden, word van alle Leden te beveiligen en te verdeedigen. Hier toe is voor af noodig 1:e/ Dat wij trachten, de geschillen met zoude, de geschillen met den Naba aider Alicham bij teleggen, waar toe ik reeds den eersten stap ge= Haider Hechan bij te leggen, dan daan hebbe, en verder mijn best zal doen, in hoope, dat ik hier in zoo word dit stuk aan het beleid en de direksie van den Heer kommandeur overgelaaten. — door den Hoofd gebieder is behandeld: gaa ik morgen zelve, bij den koning van koetsiem te Tripontare een bezoek afleggen, en zijne assistentsie eischen, waar nee= „vens ik voornamelijk zal trachten, zijne Hoogheid tot het leeveren van eene ruime quantiteit rijs en nelie, en tot het bezorgen van koelis, bij de verbeetering der fortifikaatsien en tot verdere gerief= „lijkheeden te persuadeeren, onder belofte, dat hij in het vreedes- traktaat met Haider Alichan begreepen zal zijn. Deeze bezending aan den ko= Aan den koning van Trevankoor, wiens meerdere aanklee= zoo wierden daar toe op de ndern te zenden, ten einde aan zijne Hoogheid van deezen oorlog kennis „teerd d'E: Leden koenraad exkuseerd, het observeeren van eene stipte neutraliteit te eischen George seiffer en Johan Andries en speciaal te kennen tegeeven, dat de komp:e verwacht, dat Wij dienen tot hunne instruksien gen zal, dat de Engelschen zich in zijn land verder uitbreiden, dan daar ze thans zijn, te weeten te Brinjan, Anjenga en Eddewa, tot welke drie plaatsen zij bij dat traktaat expres bepaald zijn, en speciaal ook, dat zijne Hoogheid den toevoer van leevensmiddelen uit zijn land niet beletten, en ook niet gedoogen zal, dat die door anderen belet worde; voorts dat zijne Hoogheid de peper, geduuren „de deezen oorlog, hier te koetsiem gelieve te leeveren, wijl ze te koilang en Porka niet veilig legt, op welk stuk ze moeten aan „dringen, onder vertooning, dat dit te willen weigeren eeven zoo veel zijn zoude, als de peper aan onze vijanden overtegeeven. Hij zal hier teegen zeekerlijk allerlij uitvluchten ter baan brengen, en denkelijk ook op de meerdere vracht-gelden poincteeren, hier teegen dienen gekommitteerden te vertoonen, dat die kosten niet zwaarder vallen kunnen, dan bij de leveransie te kalikoilang en Porka, wijl de meeste peper uit de noordelijke en oostelijke landen koomt, doch dat de kompanie bij deeze geleegenheid niet onderzoeken zal, of dezelve in zijne Hoogheids erflanden, dan wel in de gekonquesteerde landen gewonnen zij, maar zonder onderscheid vijf en sestig ropijen voor het kandijl betaalen zal; eindelijk, als alle remonstraatsien vergeefsch zijn, zoo moeten ze een of twee ropijen voor vracht van ieder kandijl inwilligen. — Teffens moet ook aan zijne Hoogheid bekend gemaakt worden, dat wij met den Heer Nabab. Haider Alichan zullen vreede maaken, en dat hij koning van Trevankoor in dat traktaat meede zal be= „greepen worden, bij aldien hij onze zijde blijft aankleeven, often minsten eene stipte neutraliteit onderhoudt, doch dat het, uit aanmerking van het groot gewigt deezer zaake, wel noodig scheen, dat ik zelve daar over niet zijne Hoogheid kost spreeken, waar toe ik geneegen was, indien zijne Hoogheid te kali

NL-HaNA_1.04.02_3617_0122 view scan ↗

English

Koilang if to come to Koilang, where I then also at the appointed to inform of this condition and thereupon to request to [illegible] of Trevankoor is known to the English, we commissioners ought to provide cash, under the offer that, in case the proposition of the Gentleman is to be given, and first his assistance, as well as if he thereof shall hour 2 who also unanimously understand that acknowledged and agreed.

Dutch transcription

koilang of koilang geliefde te koomen, waar ik mij dan ook ter bestemder van deeze gesteldheid te onderrichten en mits dien te verzoeken, om ning van Trevankoor nood=„ving aan de Engelschen bekend is, dienen wij gekommitteerden kontanten te voorzien, onder aanbieding, dat men, ingevalle de proposietsie van den Heer te geeven, en eerst zijne hulpe, mitsgaders, als hij zich daar van zal uure 2 die ook een paarig begrijpen, dat erkent en toegestemt.

NL-HaNA_1.04.02_3617_0123 view scan ↗

English

100 with regard to Porka, and because the Honorable Members Sciffer and Daimichen, who to fulfill their mission to the Prince of Travancore must pass Porka and Koilang, are arriving here, they are hereby tasked with issuing the necessary orders at the aforementioned places, from where the most vessels must come. Regarding Koilang, it was resolved to leave the ditch where it is, as a sign of possession for the time being, with the Chief, the Ensign, and the Writer, along with such Artillerymen and Soldiers who are no longer fit for duty, and furthermore to have brought here from there all serviceable cannons and mortars with their loading tools, round and long shot, and further appurtenances, the gunpowder, the filled bombs, hand grenades, live cartridges, and in a word all ammunition and weaponry, except for the Soldiers who remain yonder, one bundle of cartridges for each man, one hundred pounds of gunpowder, and some cannonballs for the remaining pieces. With special regard to the two large thirty-six-pound ball pieces that are to be found there, taking into consideration that they, according to the submitted written report of the Artillery Lieutenant, are remarkably worn out and [illegible], and that the transport of the same to here, according to the statement of Equipagemeester Blankenberg, would cause excessive trouble and expense, it was found good and agreed to leave those two pieces with their carriages and appurtenances there for the time being. Regarding Kranganoor and Aikotta, it was understood by the joint members that these two places primarily serve to prevent the incursion of an enemy coming from the North, and that they therefore ought to remain garrisoned as long as we have anything to fear from the Nabob Haider Alichan, but that a European enemy targeting the Malabar would not begin the siege of the Kranganoor fort, well knowing that the little fort would fall of itself with the loss or retention of our main post, and that one can always send the necessities from here: thus it was resolved to leave both posts for now garrisoned more or less on the present footing, so long as the disputes with Haider Alichan are not settled and Ceylon does not recall its auxiliary troops. Furthermore, taking into consideration that at these two posts, in the present circumstance of the times wherein we have not so much to fear from Heider Alichan because of his war in the Carnatic, more ammunition is found than is needed, it was resolved to have the surplus brought here. This is necessary, especially as the pepper that already lies at Kalikoilang and Porka serves to be collected from there at the earliest opportunity, now that the water in the rivers is still high, and secured here. Since a multitude of vessels is required for this, it is resolved to issue the necessary orders at the aforementioned places. Furthermore, our care must extend to the fortresses entrusted to us. Regarding Koilang, the Honorable Mr. Moens, in his secret reflections on this subject, advised the Honorable High Indian Government by separate secret dispatch of 25 April 1779 to leave that fortress, in case we should come into hostility with the English, garrisoned only with a few native troops, much rather as a sign of possession than for defense, and to transport all the best to this place; wherefore those who remained there as a sign of possession should also have orders, upon the approach of an enemy, to spike the cannon and further destroy whatever was possible, and then seek a safe retreat to Koetsiem. And this was adopted by Their High Noble Excellencies in the secret reply of 24 September following, and ought thus to be taken as a guideline for us. Their High Noble Excellencies add, however, that this must happen if the enemies should turn their arms toward the Malabar. Then, because we must expect this in general without being able to foresee the exact time when this will occur, and this could befall us so suddenly that there would no longer be time and opportunity to ship away so many cumbersome goods, we will best comply with this order if we now at the earliest have the best and heaviest goods brought over from there, especially the largest part of the gunpowder and further Artillery and weaponry, with the nimblest European soldiers and Artillerymen who are capable of serving here. Regarding Kranganoor and Aikotta, the Honorable Mr. Moens was of the opinion in the aforementioned secret dispatch: To leave the first-mentioned fort moderately garrisoned in case of war with a European enemy, and to withdraw the remaining troops, as well as those of Aikotta, to Koetsiem as soon as one received intelligence of the enemy's approach. However, because Their High Noble Excellencies remarked in the reply thereto: That one must always keep Kranganoor in view as a post of great importance, and not abandon it except in the direst necessity; with the addition: That it appeared to Their High Noble Excellencies that Aikotta ought first of all to be withdrawn for the reinforcement of Kranganoor, and not only after retreating from there, in order to defend Kranganoor as long as could possibly be done. Thus the Honorable Mr. Moens, by further secret dispatch of 2 January 1780, promised as much, but at the same time pointed out that the preservation of that fort depends greatly on the preservation of Aikotta. We ought therefore to take this as a rule, and keep both places garrisoned more or less on the present footing, at least as long as our disputes with Haider Alichan are not settled, and Ceylon does not demand back its auxiliary troops; for, if we make peace with Haider Alichan, Kranganoor has nothing to fear as long as Koetsiem remains in our hands, because the enemy who would besiege that fort would thereby

Dutch transcription

100 ten aanzien van Porka en wijl hier de E:s Leden Sciffer en Daimichen die ter volbrenging hunner koomen, en daar tot een blijk van Nopens koilang is beslooten, alle De gracht, waar dezelve te het verlies of behoud van ons gem= en dat men het benoodigde altijd van hier kan zenden: zoo werd te laaten opkoomen. - volgende geresolveerd, beide posten voor eerst min of meer op den tegenwoordigen voet bezet te troepen niet opeischt. beleegering beginnen zal, als wel weetende, dat fortje van zelve in uure zoude laaten vinden, doch verder zoude ik mij in deezen tijd van koetsiem niet durven verwijderen. — Dit is noodzaaklijk, inzonderheid De peper, die te kalikoilang en Porka reeds legt, dient van toe eene meenigte van vaartui= daar ten eersten, en nu het het water in de revieren noch hoog „gen vereischt worden, zo word aan is, afgehaald en hier geborgen teworden. kommissie bij den vorst van Trevancoor, Porka en koilang passeeren moeten, bij deezen opgedraagen, om op houden zo lange de geschillen eeven gem: plaatsen, van waar de meeste vaartuigen koomen moeten, de daar toe noodige orders te stellen. voorts diend onze zorge tegaan over de ons toevertrouwde vestingen. Nopens Koilang heeft de Edle Heer Moens in zijne sekreete „tilleristen die noch in staat zijn bedenkingen, over dit onderwerp, bij aparte sekreete missive om te dienen, herwaards te laaten van den 25. ' April 1779. aan de Edele Hooge Jndische Regee= possessie voor eerst te laaten blij„ning geadviseerd. „van het Opperhoofd, den vaandrigen om die vesting, ingevalle wij met de Engelschen mogten in den scriba met zoodanige Ar= vijandschap geraaken, alleen met weinige inlandsche troepen „tilleristen en Militairen, die bezet te laaten, veel eer tot een blijk van possessie, als tot de= tot den dienst niet meer be= „quaam zijn, en voorts van daar „fensie, en al het beste dit heen te transporteeren, waarom ditheen te laaten brengen, alle dan ook de geenen, die daar tot een blijk van possessie bleeven, bequaame kanons en mortiers met hun laad gereedschap rond order zouden moeten hebben om, op de aannadering van een en lang scherp, en verder toebe= „hooren, het buskruit de gevulde vijand, het kanon te vernaagelen en verder te vernielen, wat bommen, handgraanaaten, mogelijk was, en dan een goed heen koomen na koetsiem scherpe pertroonen, en met een woord alle ammonietsie en te zoeken. wapen goederen, uitgezonderd voor de Militairen, die ginten en dit is van Haar Hoog edelheeden geadopteerd, bij het sekreet blijven, en een bospatroonen antwoord van den 24. ' september daar aan volgende, en behoord voor ieder Man, honderd pond kruit en eenige konon kogels dus als een richtsnoer voor ons aangenoomen te worden. Haar voor de achter blijvende stukken Hoog edelheeden voegen er echter bij Met bezonder opzicht, tot de twee groote stukken van ses dat dit geschieden moet, indien de vijanden hunne wape= „nen naar de Mallabaar mogten wenden. en dertig pond bals, die daar te vinden zijn, word in aan= „merking genoomen, dat de= Dan dewijl wij dit in 't algemeen moeten verwachten, zonder inboediende schriftlijk rapport den eigentlijken tijd, wanneer dit geschieden zal, te kunnen voor= van den Artillerij Luitenand, zien en ons dit zo schielijk kan overkoomen, dat er geen tijd en gelee= merkelijk verloopen en in=r „ genheid meer zoude zijn, om zo veel omslachtigen goederen afte= werd ig: met aallen of gatem b„e scheepen zoo zullen wij aan dit bevel best voldoen, als wij nu ten van dezelven naar herwaards, eersten van daar de beste en zwaarste goederen laaten overbrengen, „pagiemeester Blankenberg, ex inzonderheid het grootst gedeelte van het buskruijt en verdere „cessive moeite en kosten veroor= Arthillerije en wapen-goederen met de vlugste Europeesche sol= goed gevonden en verstaan, die „ daaten en Artilleristen die in staat zijn hier dienst te doen. — toebehooren daar voor eerst te laaten blijven. Nopens kranganoor en Aikotta Nopens krangemoor en Aikotta was de Edele Heer Moens bij werd bij de gezamentlijke, leden begreepen, dat deeze twee voormelde sekreete missive van gevoelen plaatsen voornaamlijk dienen, Het eerst gemelde fort, in kas van oorlog met een Europeschen vij= om het in dingen van eenen „and, maatig bezet te laaten, en de overige troepen, als ook die van vijand, die uit het Noorden koomt, te beletten en dat dezelven Aikotta, na koetsiem te trekken, zo dra men kennis van dus ook dienen bezet te blijven, zoo lange wij van den Nabab de aannadering van den vijand erlangde. Naider Alichan iets te vreezen hebben, doch dat een Europesche Doch, wijl Haar Hoog edelheeden bij het antwoord daar vijand, die het op de Malabaar gemunt heeft het krangamoors op aanmerkten Dat men krangenoor altijd als eene post van groote aan= „geleegenheid in 't oog houden, en niet dan in den uittersten nood verlaaten moest met bijvoeging Dat het Haar Hoog edelheeden toescheen, dat Aikotta aller eerst tot versterking van kranganoor, en niet eerst na het retireeren van daar, zoude behooren ingetrokken te worden, ten einde kranganoor, zoo lange te defendeeren, voorts in aanmerking genoomen zijnde, dat op deeze twee posten in als niet mogelijkheid geschieden kon. de tegenwoordige tijds omstandig= „heid, daar wij van Heider Alichan, zoo heeft de Edele Heer Moens, bij nadere sekreete missive mits zijnen oorlog in karnatik, van den 2. ' Januari 1780. zulks beloofd, doch daar bij teffens zoo veel niet te vreezen hebben, meer ammunietsie gevonden aangeweezen, dat het behoud van dat fort veel afhangd van 't behoud van Aikotta. - wij dienen dit dus tot een regel te neemen, en beide plaatsen min of meer op den teegenwoordi= beslooten het overtollige van daar gen voet bezet houden, ten minsten zoo lange onze verschillen met Haider Alichan niet vereffend zijn, en Ceilon zijne hulp troepen niet te rug eischt, want, als wij niet Haider Alichan vreede maaken: zoo heeft kranganoor niets te vreezen, zoo lange koetsiem in onze handen blijft, wijl de vijand, die dat fort beleegeren wilde, zich da

NL-HaNA_1.04.02_3617_0123 view scan ↗

English

would place between two fires, and if we must return the two European companies to Ceylon, then we cannot possibly keep Cranganore garrisoned with Europeans without leaving Cochin itself defenseless; in these two cases one should therefore act according to the first proposal of the Noble Lord Moens. With regard to this principal fortress, Cochin, it is noted that on the landward side it is reasonably strong and has, from the new gate up to the point of Holland, five fine bastions: Groningen, Friesland, Utrecht, Zeeland, and Holland. Although these are not constructed according to the newest manner, they nevertheless afford a good defense; and all possible means should be applied toward rectifying the defects of this fortress and toward its further reinforcement, without being deterred by the extraordinary costs. The ditch here is very wide and generally deep enough, and wherever it might be found too shallow, one can have it deepened with little effort. However, the berm between it and the city wall is fifty-five Rhenish feet wide in front of the bastions and fifty Rhenish feet wide in front of the curtains. The intention during the initial construction seems to have been to construct fausse-brayes there, which has since not been carried out. This wide berm now constitutes a very great disadvantage to the fortress, as the enemy, after having crossed the ditch, can reform upon it and rest there before mounting an assault, besides also finding room there to establish works. Furthermore, if the dispute with Haidar Ali Khan is not settled, and Ceylon requires more of its aid than is currently necessary, and since Cochin depends on this, and the English, who have long held the ambitious design of making themselves masters of the whole west of India, will now especially seek to carry this out, it must be firmly expected that this place, aimed at as it is, must fall into their hands as soon as Cochin is captured.

Dutch transcription

n tusschen twee vuuren zoude stellen, en als wij de twee Europesche kompanien aan Ceilon terug geeven moeten, dan kunnen wij kranganoor ommogelijk met Europeschen bezet houden, zonder koetsiem zelve weerloos te maaken, in deeze twee gevallen zoude men dus naar den eersten voorstel van den Edelen Heer Moensdienen te handelen. Met op zicht tot deeze Hoofd vesting koetsiem is aan de Landzijde reedelijk sterk aangemerkt zijnde, dat van dezelve en heeft, van de nieuwe poort af, tot aan de punt „sche etablissement op deeze kuste Holland toe, vijf schoone bolwerken, Gronin= alslang het heersch zuchtig desseingen, Vriesland, Utrecht, Zeeland en Holland, gehad hebben, om zich van de heele die wel niet naar de nieuwste wijze aange= „ken, thens voornaamlijk zullen legd zijn, maar echter eene goede defensie geeven; „ten moet, dat ze deeze plaats, zoo draaeihen onderedigke mogelijke middelen tot de verbeetering der gebreeken aan deeze vesting en tot haare meerdere versterking aantewenden, zonder zich door de buiten gewoone kosten te laaten afschrikken. de gracht is hier heel breed en doorgaans diep genoeg, en waar ondiep is, te laaten uitdiepen. ze te ondiep mogt bevonden worden, kan men ze met geringe moeite laaten uitdiepen, doch de berm tusschen haar en de stads=wal is voor de bolwerken vijf en vijftig en voor de cour= „tines vijftig rhijnlandsche voeten breed; het oogmerk bij den eersten aanleg schijnt geweest te zijn, om daar fausse-braijes aante leggen, het welk zeeder niet ter uitvoer gebragt is. Deeze breede berm strekt thans tot een zeer groot nadeel voor de vesting, door dien de vijand, na de gracht gepasseerd te zijn, zich op dezelve herstellen en daar uitrusten kan, een hij storm loopt, behalven dat hij daar ook plaats vindt, om „legt zijn, en ceilon zijne hulp met Naider Alichan niet bijge= word, dan daar thans noodig is, koetsiem veroverd is, en werd dien brengen, en men dus vast verwach= afhangt, en dat de Engelschen, die trachten, het zelve ter uitvoer te zijne handen moet vallen, zoo dra west van Jndien Meesters te maa= gemunt op

NL-HaNA_1.04.02_3617_0124 view scan ↗

English

101 Since a covered way without a banquette is absolutely useless, it must be provided with one. Thus, one shall have it made of earth, and the damage that has been caused to the covered way and the glacis with sods, along the parapet, but for the construction of, it has been resolved by unanimous vote, through the necessity, to supply the teak wood, since that is to be thick, and we shall certainly need ten thousand pieces; expert persons have known for thirty years of the defects of the fortress indicated here, and understand that all of them, since all members of the assembly, must be provided with the necessary gates to set the ladders to. In Europe, to prevent this, such wide berms are planted with thorn bushes, but those are difficult to obtain here, and grow too slowly to be of use now. I therefore know no better means than to plant these berms with wild pineapples, which grow together quickly and in a short time form an impenetrable thicket, which will offer great resistance and cause the enemy much trouble to root out. The expenses for this consist solely of freight and coolie wages for the suppliers and planters, and will thus amount to little. The escarp and counterscarp of this part of the ditch must be improved here and there. The covered way lacks a banquette, without which it is entirely useless and even harmful, as the soldier cannot shoot over the parapet and the enemy can thus entrench himself in safety on the glacis, where he will then find more earth for his batteries than elsewhere. Consequently, it is absolutely necessary to have a banquette made along the entire covered way. However, to construct it of masonry would not only be expensive, but would also require too much time, and we must not currently undertake more than what we can complete before this coming November, in order not to be surprised during the work, because there is no time to have the banquette constructed of brick. I therefore think that a banquette of earth covered with sods will suffice; at least, in this war, should it come to a siege, it will serve us just as well as if it were constructed of stone; and afterwards one can always have another made of stone in its place. And since, according to the report inserted with the common resolution of today concerning the annual inspection of the fortifications, it has appeared that the goat's-foot plants with which the parapet in the covered way and the glacis are planted bring no benefit to it, but on the contrary great harm, because they cover the entire work and not only serve as a hiding place for a multitude of snakes and other vermin, but also suck out the earth to such an extent that it already resembles dead dust and ashes more than compact earth, and large holes and pits develop everywhere under this weed: one might on this occasion, when the banquette is constructed and thus the parapet must be cleaned, also have the inside of the parapet lined with sods, for which there would be no suitable opportunity after the palisades are first erected. Furthermore, the covered way must be secured with palisades, for otherwise it lies open to the enemy. These palisades must be nine Rhenish feet long and eight inches thick. Teak wood is judged best for this purpose, and each palisade of it will cost roughly two rupees, and the railings to which they must be fastened, for a length of nine hundred and fifty rods and a thickness of eight and four inches, will amount to around two thousand five hundred rupees. This is certainly expensive, but without palisades the entire covered way is useless, as the men inside are without safety, and a bold enemy with a superior number would only need to jump from the glacis into the covered way to overpower the garrison within. One must therefore bear these costs if one wishes to defend and preserve this fortress against European besiegers. In this part of the fortress one also finds no sally ports or sorties. Yet they are necessary in a siege for the reliefs in the covered way, and for sallies and retreats through the additional means of flat-bottomed vessels in the ditches. And so these bricked-up sorties should be cleared and repaired and provided with the necessary doors, whereby one must bring flat-bottomed vessels into the ditch to come into and out of the covered way with them. And then, according to my understanding, this part of the fortress is strong enough to withstand a serious siege by a European enemy for a long time. The remainder of the fortress formerly derived its greatest strength from the river flowing past, which ran close to the foot of the glacis in front of the bastions Holland and Gelderland, and further inward lapped against the foundations of the bastions of the Commandement and Stroomburg, so that one was even fearful of collapse. But since then it has shifted its bed, or rather its course, to such an extent that in front of the bastions Holland and Gelderland, and thus also in front of the new square platform, a whole piece of land is presently found to the width of

Dutch transcription

101 „„wijl een bedekte weg zonder banket ^daar van voorzien worden zoo zal men het van aarde laa= „2 weg en het glacis veroorzaakt „zo van het glacis met zooden te „2„weering doch tot aanlegging van k zoo is met een paarige stemmen twijl deeze schaade, die door de kzaakelijkheid geresolveerd, den 2d tekken hout te vrereen„ wijl dat dik te zijn en wij zullen wel tien duizend stuks noodig hebben; kundige lieden wel dertig Jaaren van de hier aangeweezene gebreeken der vesting langs en verstaan, alle dezelven te wijl alle Leden der vergadering noodige poorten voorzien de ladders aantezetten. Jn Europa beplant men, om dit te beletten, zulke breede bermen met doorenstruiken, doch die zijn hier moeilijk te bekoomen, en groeien te langzaam, om er thans nut van te trekken, jk weet dus geen beeter middel, den deeze bermen met wilde ananaste beplanten, die schielijk in malkander groeien en binnen korten een ondoordringbaar bosschaadje formeeren, het welk grooten teegenstand bieden, en den vijand veel moeite veroorzaaken zal, om het zelve uitte= „roeien. De ongelden hier van bestaan alleen in vracht- en koeli loonen van de aanbrengers en planters en zullen dus weinig en de ten oresdteg rachterenweers: bedraagen. - De escarpe en contrescarpe van dit deel der guacht moeten hier en daar wat verbeeterd worden. Aan den bedekten 9volstrekt onnut is, zoo moet dezelve weg ontbreekt het banket, zonder het welke dezelve geheel onnut en zelfs schaadelijk is, wijl de soldaat niet over de bonstweering heen schieten en de vijand zich dus in veiligheid op het glacis ingraaven kan, waar hij als dan meer aarde tot zijne batterijen vindt, dan elders; derhalven is het volstrekt len weder g'opend en van de noodzaakelijk, langs den heelen bedekten weg een banket te laaten maaken, doch om het zelve van steenen optemetzelen, zoude niet alleen kostbaar vallen, maar ook te veel tijd vereis= „schen, en wij moeten thans niet meer onderneemen, dan 't geen wij teegen November aanstaande kunnen voltooien, om „wijl er geen tijd toe is, het banket niet in het werk overvallen te worden. Jk denke dus, dat een d van steenen te laaten opmetzelen: banket van aarde met zooden belegd zal kunnen volstaan, ten „ten maaken en met zooden dekken minsten zal het ons in deezen oorlogh, indien het daar in tot eene beleegering mogt koomen, de zelfde diensten doen, als of het van steenen opgemetzeld was; en naderhand kan men, altijd in dies plaats een ander van steen laaten maaken. En vermits, volgens het bij de gemeene resoluutsie van hee: van stemmen goedgevonden, „ bokke pooten aan den bedekten „ den geinsereerde bericht, nopens de Jaarlijkse visitaatsie „word, voor elk een zichtbaar is, van de vesting werken, gebleeken is, dat de bokkepooten, waar „ en absolut moet verholpen worden: meede de borstweering in den bedekten weg en het glacis beplant n beslooten, de bokke pooten bij zijn, daar aan geen voordeel, maar in tegendeel groot nadeel n deeze geleegenheid, daar de vorst= toebrengen; door dien ze het heele werk bedekken en niet alleen in het banket moet schoon gemaakt tot eene schuilplaats van een meenigte slangen en andere on worden, te laaten introeien, en de „ gediente verstrekken, maar ook de aarde zoodanig uitzuigen, „c borstweering neevens de kroone dat dezelve nu reets meer naar doode stof en asche, dan naar digte aarde gelijkt, en overal onder dit onkruit groote gaten en kuilen ontstaan: zoo zoude men bij deeze geleegenheid, dat het banket word aangelegt en dus de borstweering schoon gemaakt moet worden, ook de binnen kant van de borstweering met zooden kunnen laaten bekleeden, waartoe, na dat de pallis= saaden eerst opgezet zijn, geene bequaame geleegenheid zoude weezen verders moet de bedekte weg beveiligd worden met pallis= de heelen bedekten weg met pallissade saden, want anders legd dezelve voor de vijanden open. Deeze pallissaden, dienen neegen rhijnlandsche voeten lang en agt duim Het tekkenhout word daar toe het best geoordeeld en daar van zal ieder pallissade min of meer op twee ropijen te staan koo= „men, en de regelings, waar aan dezelven moeten bevestigd wor= „den, zullen ter lengte van negen honderd en vijftig roeden en ter dikte van agt en vier duim omtrend twee duizend vijf honderd ropijen beloopen. — Dit is zeeker kostbaar, doch zonder pallissaden is de heele bedekte weg onnut, door dien het volk daar in zonder veiligheid is, en een stoutmoedige vijand slechts met een meerder getal van het glacis be= „hoefd in den bedekten weg te springen, om de bezetting daar in te overweldigen. - Men moet dus, als men deeze vesting teegen Europesche beleegeraars verdeedigen en behouden wil, zich deeze onkosten getroosten. Jn dit gedeelte der westing windt men ook geene uitval= „poorten, of sorties ^ dezelven zijn echter in eene beleegering de toegemetselde sorties zul= noodzaakelijk, tot de aflossingen in den bedekten weg, en tot uitvallen en retraites door het bijkoomend middel van plat „boomde vaartuigen in de grachten, en dus dienen deeze uit val= „poortjes opgeruimd en gerepareerd mitsgaders van de noodige deuren voorzien te worden, waar bij men platboomde vaar= „tuigen in de gracht moet brengen, om daarmeede in en uit den bedekten weg te koomen, en als dan is dit gedeelte der vesting naar mijn begrip sterk genoeg, om een ernstig beleg van een Europeschen vijand, langen tijd uittehouden. Het overige gedeelte van de vesting ontleende eertijds zijne grootste vastigheid van de voor bij stroomende rivier, die digt de rivier kant kennis draa aan den voet van het glacis voor de bastions Holland en Gel= „gen: zoo is met eenpaarigheid derland heen liep en verder binnen waards de fundamenten van de bastions van 't kommandement en stroomburg laaten repaaren en overzulx bekabbelde, zoo dat men zelfs beducht was voor instorting. Doch zeeder heeft ze haar bedde of liever haaren loop zooda= „nig verlegd, dat voor de bolwerken Holland en Gelderland, en dus ook voor het nieuwe vierkant plat, teegenwoordig een heel stuk land gevonden word ter br

NL-HaNA_1.04.02_3617_0124 view scan ↗

English

width of ninety-four rhijnlandsche roeden, where an enemy can therefore form his attacks as easily as from the land side; The moat, from the right shoulder angle of Holland up to the commander's point, is not more than three roeden wide and even at present in the height of the rainy season fordable in most places, and near the commander's bastion, this moat ends completely, whereby the same bastion now, since so much beach has washed up, without a moat or other shelter in the covered way lies exposed to the enemy scaling it with ladders. from there to stroomburg there is little foreground, but in front of this last-mentioned bastion itself so much land has also already settled again, that an enemy, who can land there with vessels, finds enough room. to have the broad berm planted with wild pineapples. to have clad. and also on account of the absolute necessity can last. be.

Dutch transcription

eedte van vier en negentig rhijnlandsche roeden, waar een vijand dus zijne attaques zoo goed als van de land zijde formeeren kan; De gracht, van de rechter schouderhoek van Holland aan, tot aan de kommandeurs punt toe, is niet over de drie roeden breed en zelfs teegenwoordig in 't hartje van den neegen tijd op de meeste plaatsen doorwaadbaar, en bij het kommandeurs bolwerk, loopt deeze gracht geheel dood, waar door het zelve thans, nu er zo veel strand aangespoeld is, zonder gracht of andere beschutting in den bedekten weg voor de beladdering van den vijand bloot staat. van daar tot aan stroomburg is weinig voorgrond, doch voor dit laastgenoemde bolwerk zelve heeft zich ook reeds weder zo veel land gezet, dat een vijand, die daar met vaartuigen landen kan, plaats genoeg Het vindt t de breede berm met wilde an „naste laaten beplanten 7 A t 98 laaten bekleeden. to vn ook is wegens de absoluute nood= vi duuren kan. worden. —

NL-HaNA_1.04.02_3617_0125 view scan ↗

English

164 to have extended and to place places d'armes at this improvement also to have made according to [illegible] with a sufficient, to be provided with pieces as well of the Lord Commander to finds to set up the ladders; from this bastion, Stroomburg, up to the bulwark Overijssel, the curtain is eighty-five rods long, and in front of it lies a berm forty Rhineland feet wide, which is piled with stakes along the river, where the Company's vessels are unloaded and loaded, and where private vessels must also moor. Here a European enemy also has the opportunity to land, and here he will then find ample terrain to entrench himself, or else to scale the curtain by surprise; for this terrain is swept by only two cannons from the right flank of Stroomburg and by two cannons from the bulwark Overijssel, as well as three from the tenaille, the Gallioen, against which the enemy, in case the batteries have not already been dismantled before the landing, can easily cover himself, and from the small arms fire of the curtain he suffers almost nothing at all. Finally, between the bastion Overijssel and the Gallioen, there is a brick canal leading from the river into the inner moat, or Slootendijk, through which vessels carrying drinking water and all kinds of provisions enter the city; and along this canal and the Gallioen runs a wide road into the city, so that one can enter the city with small vessels into this canal and from it onto the aforementioned road. It is true that this canal is closed at night by a boom, but this is of very little significance for an enemy who wishes to undertake a surprise attack here; he needs only to bring a single pontoon or a small canoe and slide it over that boom, and thus he can step ashore; even a light raft could serve him for this purpose; and if he even has secret correspondence in the city, the surprise attack at this place can be made even easier for him in many ways. From this truthful description of this part of the fortress, it is incontrovertibly evident that it currently lies exposed everywhere to surprise attacks, which has also already been pointed out by Major Wohlfarth in a certain writing deposited at the secretariat here, dated 5th of July 1779. Since we therefore have to deal with a European enemy who lacks neither the courage nor the capability to undertake and carry them out, we must secure ourselves against this by all possible means, and for this, the following is especially necessary: 1. That the moat be widened from the right shoulder angle of the bulwark Holland onward; the other moat is twelve rods wide, and I think that this one ought to be at least eight rods wide and so deep that it is not fordable; and since the new square flat lies close to the old narrow moat, the new moat should be drawn around it, whereby this new work will simultaneously obtain its true solidity and be made suitable for a good defense. 2. That this moat should be extended around the Commander's bulwark, as far as the terrain permits. 3. That the bridge at the Bai Gate must be extended accordingly and provided in the covered way with a barrier, which it lacks until now. 4. That the covered way and the glacis, in proportion to this improvement of the moat, must be set back and provided with places d'armes at suitable distances. 5. That the new ground in front of Stroomburg should also be planted with wild pineapples. 6. That on the bank along the river, between the bulwarks Stroomburg and Overijssel, a battery should be erected for light pieces of four to six-pound balls; however, in the middle, or in front of the river gate, a section of ten or twelve rods should remain clear for the unloading and loading of vessels, which opening must nevertheless be able to be closed with palisades according to the description of the Honorable Wohlfarth in the aforementioned writing, according to which, from rod to rod, strong posts are mortared in, to which a section of interconnected palisades is hung in the manner of barriers or gates; these are removed and rehung with little effort as necessity requires; and finally: 7. That the opening between the bastion Overijssel and the Gallioen must be properly closed off, for which I can propose no better means than the following: in the aforementioned canal, a few rods inward, a lock has been constructed in order to retain the water in Slooterdijk, and one brick wing of the same stands on the side of the previously described road; here a gate should be constructed across the road, through which it would be closed at night; for that purpose, the aforementioned wing of the lock needs only to be built a few feet wider in masonry, and then one has one wing for the gate, and the other should be built in masonry close to the wall of the Gallioen and joined with it, and then one has the second wing; in the wall on either side of the gate, an embrasure could be made for a cannon to fire along the outer road and the canal, and by the gate on the inside there should be a guard. The garrison required to defend this fortress is estimated in the aforementioned writing of the Honorable Mr. Moens at: 573 European Infantry 300 Easterners 600 Sepoys 400 Christians 300 Sjogosen 116 Artillerists The bridge also in proportion to the widening of the

Dutch transcription

164 te laaten verlengen en van een plaatsen places d'armes aan deeze verbeetering almeede te laaten maaken volgens „ning met eene suffisante, stukken te voorzien mitsga= van den Heer kommandeur te vindt, om de ladders aantezetten; van dit bastion, stroom= „burg, tot aan het bolwerk, overijssel, is de courtine vijf en tach= „entig roeden lang en daar voor legd een berm van veertig rhijnlandsche voeten breed, die langs de rivier met paalen behaid is, waar 'skomp:s vaartuigen gelost en gelaaden wor= „den, en waar ook de partikuliere vaartuigen moeten aan= „leggen. Hier heeft een Europesche vijand ook geleegenheid te lan= „den en hier vindt hij als dan overvloedig terrein, om zich te verschanssen, of ook, om bij verrassing, de courtine te beladderen, want dit terrein word maar met twee kanons uit de rechter flank van stroomburg en uit twee kanons van het bolwerk, Overijssel, mitsgaders uit drie van de tenaille, het Gallioen, bestreeken, waar teegen de vijand zich, ingevalle de batterijen niet reeds voor de landing gedemonteerd zijn, gemakkelijk kan bedekken, en van het kleene vuur van de courtine heeft hij haast in 't ge= „heel niet te lijden. Eindelijk is tusschen het bastion, Overijssel, en het Galli= „oen eene gemetzelde vaart, uit de rivier tot in de binnen gracht, of slootendijk, daar de vaartuigen met drinkwater en allerlij leevensmiddelen in de stad koomen, en langs deeze vaart en het Gallioen loopt een breede weg tot in de stad, zoo dat men met kleene vaartuigen in deeze vaart en uit deeze op den voorsch: weg in de stad kan koomen, wel is waar, dat deeze vaart 'snachts door een boom geslooten word, doch dit is voor eenen vijand, die hier eene surprise onderneemen wil, van zeer gering belang, hij behoefd slechts een enkelde pontong of een kleen kanootje meede te brengen en over dien boom heen te schuiven, zoo kan hij aan de wal stappen, zelfs kan een ligt vlotje hem hier toe die= „nen; en heeft hij zelfs geheine korrespondentsie in de stad, zoo kan hem de surprise ter deezer plaatse op veeler= „leije wijze noch ligter gemaakt worden. uit deeze naar waarheid gedaane beschrijving van dit gedeelte der vesting blijkt onweederspreekelijk, dat het zelve thans over al aan surprises bloot legd, het geen ook reeds aangeweezen is, door den Majoor Wohlfarth bij zeeker schriftuur ter sekretarije alhier berustende, gedateerd 5=de Juli 1779. - Nu wij dus met eenen Europeschen vijand te doed„ hebben, wien het aan moed noch bequaamheid ontbreekt, om dezelven te onderneemen en uittevoeren: zoo dienen wij ons daar teegen door alle moogelijke middelen te bevei= „ligen en hier toe is inzonderheid noodig. Deeze gracht naar den voorstel 1. / Dat de gracht van de rechter schouderhoek, van 't bolwerk Hol= „land aan verbreedt worde, de andere gracht is twaalf roeden breed, en ik denke dat deeze op zijn minst behoord agt roeden breed en zoo diep te zijn, dat ze niet doorwaadbaar is; en wijl het nieuwe vierkant plat, digt aan de oude smalle gracht legd, zo diend de nieuwe gracht, daar om heen getrokken te worden, waar door dit nieuwe werk teffens eerst de rechte vastigheid verkrijgd en be= „quaam gemaakt word, tot eene goede defensie. en zoo verre te verlengen als het 2. / Dat deeze gracht om het kommandeurs bolwerk diend voortge= „trokken te worden, zo verre als het terrein toelaat. 3. / Dat de brugge aan de Baipoort naar maate verlengd en in den bedekten weg van eene barriere voorzien moet worden, die er tot nu toe aan ontbreekt. der bondekten weg astee uat te 4. Dat de bedekte weg en het gladis naar maate van deeze verbeete= ring van de gracht, agter uit gezet en op bequaame distancen met places d'armes voorzien moet worden. de berm voor 't bolwerk stroom. 5. / Dat de nieuwe grond voor stroomburg meede met wilde ang= „nas diend beplant te worden. 6. / Dat op de kant, langs de revier, tusschen de bolwerken stroom= „burg en overijssel, eene batterij diend opgehaald te worden, voor ligte stukken van vier tot ses pond bals, doch dat in 't midden, of voor de rivier poort een stuk van tien of twaalf roeden, diend vrij te blijven tot het lossen en laaden der vaartuigen, welke opening men echter moet sluiten kunnen met pallissaden naar de be= „schrijving van den E: Wohlfarth bij even gemeld schriftuur, vol= „gens welke, van roede tot roede, starke paalen ingemetzeld wor= „den, waar aan men een vak zamen verbondene pallissaden, bij wijze van barrieres of hekken inhangt, deezen worden uit= „genoomen en met geringe moeite weder ingehangen, naar dat de noodzaakelijkheid vereischt en eindelijk. Deeze zeer gevaarlijke ope= 7. / Dat de opening tusschen het bastion Overijssel en het gallioen behoor= barriere, volgens de in den text„ lijk moet afgeslooten worden, waar toe ik geen beter middel voor gemaakte beschrijving, te laaten te slaan, dan het volgende: Jn de voorsz: vaart is, eenige roeden sluiten, en dezelve van twee binnenwaards, eene schut-sluis aangelegd, om het water in sloo= „ders daar bij een goede wacht„ terdijk te kunnen behouden, en de eene gemetselde vleugel van de „zelve staat op de kant van dien voorwaards beschreevenen weg, hier diende men eene poort over den weg aan te leggen, waar door dezelve 'snachts afgeslooten wierd, de eevengemelde vleugel van de schut=sluis diend tot dat einde slechts een paar voet breeder uitge= „metseld teworden, dan heeft men de eene vleugel voor de poort, en de andere diend digt aan de muur van 't gallioen gemetseld en daar meede verbonden te worden, als dan heeft men de tweede vleugel; in de muur aan weerdzzijden van de poort zoude men een schietgat voor een kanon kunnen maaken, om den buiten weg en de vaart over lang te beschieten, en bij de poort diende binnenwaards eene wacht te weezen. De bezetting die vereischt word, om deeze vesting te verdeedigen, is bij het voormelde schriftuur van den Edelen Heer Moens begroot op 573. Europeesche Jnfanterij 300. Oosterlingen 600. Sipahis 400. kristanten 300. sjogosen 116: Artilleristen De brugge mede naar maate van de verbreeding der

NL-HaNA_1.04.02_3617_0125 view scan ↗

English

moat to have planted with wild pineapples deep terrain will permit. provided with a proper barrier. to lay adjacent proposal 513 1 82 131 to lay. 2289 heads. outside 102 have widened. 164 " Ceylon troops - - - - - - - - - - - of Garrison - - - - - - - - - - - - - - - - - and we have only - - His Honour demands. . . . . thus fewer - - - - - - - - - - - - - - - - - His Honour demands - - - - - - - - - - - - - - - we have only - - - - - - - - - - - - - - - - - - - thus fewer - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - we have- - His Honour demands - - - - - - - - - - - - - - - - - - - His Honour demands - - - - - - - - - we have - - - - - - - - - - - - - and we have of our Garrison - - . . . . . . . - - - - - - - His Honour demands. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86. and from Ceylon - - - - - - - - - - - - - - - - - more fewer Europeans will be able to obtain resolved, to the powder mill, at the the tools mentioned in the adjacent Europeans The Honourable Mr. Moens demands. . . . . . . . . . we have according to the latest short strength and if Ceylon demands its companies, as is to be Easterners consequently fewer than Mr. Moens states - - - - - -- expected, then we have fewer. . . - - - - - -- Sepoys Christians-- .. Chegos Artillerymen thus fewer than the Honourable Mr. Moens states-. . . and if Ceylon counts back its own, then there are fewer--- -- Summary of the deficient troops according to determination Europeans Easterners Sepoys Christians Chegos Artillerymen together 76. 158. 442. 158. 600. 300 224. 76. 26. 208. 547. 365. exclusive of the Seafarers, Burghers, etc., of whom the former is estimated at one hundred, This is resolved, but therewith 1: / to take into service so many good capable Topasses, that we with respect to the non-commissioned officers fulfill the deficiency in Europeans and Malays thereby and the latter at two hundred and fifty. further approved, that under the sergeants shall be understood raise two companies of them, under European officers What is lacking herein appears from the following table which I now submit. and that through this determi= and non-commissioned officers. for Cochin the outer together nation one also does not deprive posts those among the Topasses who distinguish themselves above others of the hope of rising in time to sergeant. 573. 150. 423. as the same 2: / to raise a Battalion of Sepoys, so that one can come to the aid of Ceylon with several companies, if it is required, one to Ceylon by the dispatch of several companies of of which the recruitment could best be entrusted to Captain Stippe. Sepoys would without doubt render great service: thus it is re= solved, to diligently pursue the recruitment thereof and to charge Captain Stippe to raise therefrom a Battalion of six companies and to assist Batavia or Ceylon according to circumstances of the time. This is also for the aforementioned 3. / to raise yet two companies of Christians and two companies of Chegos, to be able to assist Ceylon in case of need with so many more Sepoys and as there is no likelihood 4. / to make up the deficiency in Artillerymen with Natives, of obtaining recruits for the artillery; of whom at present already a good fifty have been taken into service. so one will have to make shift with Natives and in case of a siege, when the number of one hundred and sixteen heads designated for it is by far not sufficient to serve the pieces on the attacked bastions and in the covered way, under proper relief, also make use The Artillery and armory are being exactly inventoried, to ascertain not only what is in stock, but also in what state it is, and the Head of the Militia The Honourable vonden Busch, Captain Stippe and the Artillery Lieutenants Kransen and van Eijk, have been commissioned to report what is necessary for enduring a siege and must be procured. This report is still awaited, but meanwhile I must observe that in proportion to our fortress the supply of gunpowder is much too limited to withstand a siege; the Honourable Major Wohlfarth demands for this, in the aforementioned writing, four times one hundred thousand lb: and we have little more than one hundred thousand pounds; and although one might say that the demand of the Honourable Wohlfarth for a fortress in the Indies is taken somewhat liberally: yet one must at least admit that one hundred thousand pounds is far too little to endure a siege for a long time, and therefore we ought to employ all that is possible to increase our supply thereof; on the sup= ply from Batavia and Colombo we cannot count in these times, partly because Ceylon will need its own supply itself, partly because the enemy fleets might capture it en route; for reasons mentioned in the text there remains for us therefore for now no other it was judged necessary and therefore way open than that the powder mill here be put into condition at the first put into condition to earliest to make powder, for which saltpeter is in to have purchased the necessary sulfur stock and sulfur can be purchased; it is true this of the Grenadiers who are trained therein. — 103 Now to supply this deficiency as much as possible, I know no for it and to have the tools mill can produce little more than two thousand lb. a month, other means than the following. — mentioned in the adjacent report re= which in comparison with our requirement says little paired and made anew. - - - 182: 66 —— 2 12 -. - - -- - - . . . . . ..- „ - — - : - — - - -- - - - - - - - - - - - ƒ ƒ 2 - 2 -- - - thus more - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Thus . . . . . . . . . . . . . . 2 57. 24. - - . 59. 35 81. 116. 30. 300. 300. 13. 413. 400. - - — -- - 6 .. . . - -- - -. - - - - - . - . reasons resolved 501. 13. 488. —. 59. - 13. 208. Remaining fewer 20 1a 1: /to

Dutch transcription

gracht beplanten wilde ananas te laaten diep terrein zal toelaaten. behoorlijke barriere voorzien. te leggen neevensstaande voorstel 513 1 82 131 te leggen. 2289. koppen. buiten 102 laaten verbreeden. 164 „ Ceilonsche troepen - - - - - - - - - - - aan Garnisoen - - - - - - - - - - - - - - - - - en wij hebben maar - - zijn Edele eischt. . . . . dus minder - - - - - - - - - - - - - - - - - zijn Edele eischt - - - - - - - - - - - - - - - wij hebben maar - - - - - - - - - - - - - - - - - - - dus minder - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - wij hebben- - zijn Edele eischt - - - - - - - - - - - - - - - - - - - zijn Edele eischt - - - - - - - - - wij hebben - - - - - - - - - - - - - en wij hebben van ons Garnisoen - - . . . . . . . - - - - - - - zijn Edele eischt. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86. en van Ceilon - - - - - - - - - - - - - - - - - meerder minder Europeeschen zal kunnen mach= beslooten, om de kruitmoolen, ten het gereetschap bij nevenstaand Europeschen De Edele Heer Moens eischt. . . . . . . . . . wij hebben volgens de Jongste korte sterkte en als Ceilon zijne kompenien opeischt, gelijk te oosterlingen gevolglijk minder dan de Heer Moenssteld - - - - - -- denken is, dan hebben wij minder. . . - - - - - -- Sipahis kristanten-- .. sjegos Arthilleristen dus minder dan de Edele Heer Moens steld-. . . en als Ceilon de zijnen terug reekend, zoo zijn er minder--- -- Zaamentrekking van de mindere troepen volgens bepaaling Europeschen Oosterlingen Sipalis kristanten sjegos Artilleristen tezaamen 76. 158. 442. 158. 600. 300 224. 76. 26. 208. 547. 365. buiten de Zeevaart Burgerij enz:, waar van de eerste op honderd, Dit is beslooten doch daar bij 1:/ om zoo veel goede fluxe Toepassen indienst te neemen, dat wij het is met op zicht tot de onder officiers ontbreekende aan Europeschen en Malijers daar door vervullen en de laaste op twee honderd en vijftig geschat word. nader goedgevonden, dat onder de sersnto zuelen verstaan wrden daar twee kompanien van op te rechten, onder Europesche officiers wat hier aan ontbreekt, blijkt bij de volgende Tabelle die ik thans overlegge. en dat men ook door deeze bepaa= en onder officiers. voor koetsien d'buiten tezaamen ling den geenen onder de Toepassen posten die voor anderen uitmunten de hoope niet beneemd om in der tijd tot ser jant op te klimmen. 573. 150. 423. wijl den semgan ng 2:/ om een Battaillon sipahis op terechten, op dat men Ceilon met eenige kompanien kunne te hulpe koomen, indien het vereischt heefte men aan Ceilon door het bijzetten van eenige kompanien word, waar van de werving best aan kapitain stippe zoude kun= sipahis buiten twijffel grooten „ nen opgedraagen worden. dienst bewijzen zoude: zoo is be= „slooten, de werving daar van vlijtig voort te zetten en aan den kapitain stippe op tedraagen, om daar uit een Battaillon van ses kompanien op te rechten en Batavia of ceilon naar tijds omstandigheid te assisteeren. dit is almeede om voormelde 3. / om noch twee kompanien kristanten en twee kompanien sjo= „gos op terechten, om Ceilon des noods met zoo veel meer Sipahis te kunnen assisteeren en wijl er geene waarschijnlijk - 4. / om het ontbreekende aan de Artilleristen door Jnlanders te ver= „kriten voor de artillerij aan „ vullen, waar van thans reets groote vijftig in dienst genoomen zijn. „tig worden; zoo zal men zich met Jnlanders moeten behelpen en inval van beleegering, wanneer het daar voor bepaalde getal van honderd sestien koppen lange niet toereikt, om de stukken, op de geattaqueer„ „de bastions en in den bedekten weg, onder behoorlijke aflossing te bedienen, ook gebruik maaken De Artillerij en wapenkamer worden exakt opgenoomen, ter ontwaaring, niet alleen, wat in voorraad, maar ook in welke staat het is, en het Hoofd der Milietsie DE: vonden Busch, de kapitain stippe en de Artillerij Luitenants kransen van Eijk, zijn gekommitteerd, om optegeeven, wat er tot het verduuren van eene beleegering noodig is, en aangeschaft moet worden. Dit bericht word noch verwacht, doch middeler wijle moet ik aanmerken, dat naar maate van onze vesting de voorraad van buskruit veel te bekrompen is, om eene beleegering uittehouden; de E: Majoor wohlfarth eischt daar toe, bij het voorwaards gemelde schriftuur, viermaal honderd duizend lb: en wij hebben weinig meer dan honderd duizend pond; en hoe wel men zeggen mogt, dat de eisch van den E: Wohlfarth voor eene vesting in Jndien wat ruim ge= „noomen zij: zoo moet men ten minsten toestemmen dat hon= „derd duizend pond veel te weinig zij, om de beleegering langen tijd te verduuren, en daarom dienen wij al wat mogelijk is aan= „tewenden, om onzen voorraad daar van te vergrooten op den toe „voer van Batavia en kolombo kunnen wij in deezen tijd niet reekenen, deels wijl Ceilon zijnen voorraad zelve zal noodig hebben, deels wijl de vijandige vlooten het onderweegen kunnen om reedenen in den text vermeldt bemachtigen; daar blijft dus voor ons voor eerst geen andere de is noodig geoordeelt en overzulx weg open, dan dat de kruitmoolen alhier ten eersten in staat eersten in staat te brengen, tot gesteld worde, om kruit te maaken, waar toe salpeter in voor= daar toe de noodige zwavel te„ raad is en zwavel ingekocht kan worden, het is waar deeze van de Grenadiers die daar op afgericht zijn. — 103 om nu dit gebrek, zoo veel mogelijk, te suppleeren, weet ik geen laaten inkoopen mitsgaders moolen kan weinig meer dan twee duizend lb. 'smaands aan bericht vermeldt te laaten re=„maaken, het welk in vergelijking van onze bevordigdheid weinig zeggen - - - 182: 66 —— 2 12 -. - - -- - - . . . . . ..- „ - — - : - — - - -- - - - - - - - - - - - ƒ ƒ 2 - 2 -- - - dus meerder - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Dus . . . . . . . . . . . . . . 2 57. 24. - - . 59. 35 81. 116. 30. 300. 300. 13. 413. 400. - - — -- - 6 .. . . - -- - -. - - - - - - . - . reedenen geresolveerd 501. 13. 488. —. 59. - 13. ander middel, den 't volgende. — 208. Rest minder 20 la 1: /om „pareeren en nieuw aanmaaken.

← previousnext →