Inventory 3619
Malabar · 338 pages · 201 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
as appears in a certain case in the year 1772, established here when the Moors wish to declare themselves subjects of the Company, presumably in order not to expose themselves entirely to the vengefulness of the King of Cochin in the event of a revolution. Meanwhile, the case of the Jew Rodenburg, who was imprisoned in the year 1772 by the King of Cochin as a fraud, but was immediately reclaimed by me and also voluntarily surrendered to me, deserves to be taken into consideration; which case can be seen in detail in the Malabar Resolution of 22 August 1771, and in a letter written from here to Batavia under date of the first of May 1772. The Moors have also been settled here for a long time; at least it is known that the Arabs already began in the eighth century to expand their commerce along with the Mohammedan religion in India, and that the Portuguese upon their arrival on this coast in the year 1498 already found many Mohammedan temples. I have indeed taken the trouble to trace, as much as was possible for me from the old Malabar traditions, the first origin and some particulars of the Malabar Moors or Mohammedans, insofar as they are to be distinguished from others, but I have not been able to discover much of note about it. It is, however, an ancient tradition among the Malabar Moors that the last of the Malabar emperors, the well-known Cherumperumal, held the Mohammedan religion in such high regard that he is said not only to have professed it and attempted to spread it among his subjects, but even to have gone in the 8th century to Mecca to end his days there, and from there to have sent written orders to the Malabar regents to favor the Mohammedan priests in everything. And since the last Cherumperumal lived around the year 800, these traditions could, at least as far as the chronology is concerned, hold true. And one might also accept as a further tradition, which the Malabar Mohammedans generally maintain, namely that around the year 600 a Mohammedan merchant named Malck Medina from Mecca, accompanied by some priests of his faith, arrived on this coast, settled around Mangalore, and first made his religion known in India; and that he was not hindered in this by the emperor of that time, but enjoyed many favors and kindnesses, and that his descendants were also favorably treated by the subsequent emperors. However, I must remark that all the Malabar heathens utterly deny the journey of Cherumperumal to Mecca, and on the contrary maintain that he died as a heathen in a spiritual and honorable state, specifically in the famous Cranganore pagoda, although they do not deny that Cherumperumal was never unfavorable to the expansion and propagation of the Mohammedan religion. And it is thus probable that this last Cherumperumal, who performed many works of charity and showed favors to many, thus also showed even more favors to the Mohammedans than his predecessors, and will have openly permitted them to propagate their religion on this coast; and that they therefore owe their settlement and the free practice of their religion here first to the previous emperors, and especially thereafter to the aforementioned last emperor. Since which time they have also so greatly multiplied and increased in number that at present on the whole of Malabar there is almost no place left where one does not find Moors, and that mainly along the beaches, generally carrying on trade. But most Moors are in the territory of the Zamorin, where it literally swarms with Moors, and they have generally had their hands in the government; which the Portuguese, soon experiencing upon their first arrival at Calicut, could not maintain themselves there for that reason, and thus sought out the King of Cochin. The Hindustani Mohammedans divide themselves into 4 sects, which are called the Shafi, Hanafi, Maliki, and Hanbali, of which the first two are principally to be found on this coast. These castes are named in such manner after the names of four teachers who are said to have proclaimed the Mohammedan faith in Hindustan. The distinction between the aforementioned first two sects, however, consists only in the folding of the hands when praying, as the Shafis place the folded hands on the upper abdomen, and the Hanafis on the lower abdomen. The Shafis are again divided into five ranks, and are the following: 1. The Nalil onnu, or one of four 2. The Nalpathil onnu, or one of forty 3. The Muppathi ombathu, or the thirty-ninth 4. The Munnooru, or the three hundredth 5. The Onnu kura Aayiram, or one less than a thousand This distinction concerns not so much religion as civil rank in society.
Dutch transcription
846. # zo als blijkt in zeeker geval in A:o 1772. hier g'estaerd wanneer de Mooren zig hier om van hen „koomen en met veele ginsten, van den willen, dat den laaste mallabaarse geworden en na Mhetke gegaan Ein „solutie onderdaanen van de Compagnie willen ver„ „tie niet geheel aan de wraakzugt des Cochimsen ko„ „nings te exponeeren; Jntusschen verdiend het geval van den Jood Rodenburg, die door den Cochimsen Ko„ „ning in het Jaar 1772 als een bedrieget gevangen gezet, dog door mij ten eersten gereclammeert en ook vrijwillig aan mij overgegeven is, in aanmerking genomen teworden; welk geval omstandig te zien is, bij Mallabaarse Resolutie van den 22. Augustus 1771, en bij briev van hier na Batavia geschreeven onder dato den Eersten Meij 1772. „klaaren, vermoedelijk, om zig in geval van een revolu„ de ouden overleeverings van hen Mallabaarse Mooren, dat den laatste der Mallabaar„ De Mooren zijn ook al van langen tijd hier gezee„ her hebben begonen te verspoiden, ten, ten minsten het is bekend, dat de Arabieren in de agtste Eeuw al begonnen hebben, om den noophandel benevens de Mahometaanschen Godsdienst, in Jndia uijttebrijden, en dat de Portugeezen met hunne komst koopman en eenige priesters van men vnd hier werinig bezondereakt empels gevonden hebben; Jk heb wel de moite ge„ „nomen om, zoo veel mij mogelijk was, uijt de oude Mallabaarse overleeveringe op te spooren den eersten oorsprong en eenige bijzonderheeden der Mallabaar„ „sche Mooren of Mhahomedaanen, voor zo verre zij van andere te onderscheiden zin, dog ik heb er niet veel bijzonders van kunnen op doen Het is egter eene oude overleevering onder de reijzen Malomedaansch zouden „ se Keijzeren, de bekende Cheroemperoemaal, den Mahometanschen Godsdienst zo veel agting toedroeg, dat hij niet alleen dezelve zoude beleeden en onder zijne onderdanen getragt hebben uijttebrijden maar zelve in de 8:ste teur naar Mekka gegaan zijn, om zijne daagen aldaar te eijndigen, en van daar aan„ „schrijvens gezonden hebben aan de Mallabaarse Re„ „genten om de Mahomedaarse Piesters in alles te begunstigen: en dewijl de laatste Chiroempezoe„ „maal omtrend het Jaar 800. geleerd heeft; zo zouden deze overleeveringe, ten minsten wat de tijd reeke„ „ning aangaat, kunnen bestaan, en men zoude ook als eene nadese overleevering, dien de Mallabaar„ „se Mahomedaanen in het algemeen, staande hou„ en dat in het Jaar 600. een moors „ den, moogen aanneemen, namentlijk dat omtrend Mekke op Mangaloor zoude gen„ het Jaar 600: een Mahomedaansche koopman gen:t „ge priesters, van zijn geloove, ter deeser kuste aan„ „gekoomen, zig omtrend Mangaloor zouden neder„ „gezet, en zijne Godsdienst het eerste in Jndie bekend gemaakt hebben, en dat hij daar in door den Keijzer van dien tijd niet is belet geworden, maar veel gunsten en genegendheijden genooten heeft, en dat zijn nazaa„ ten van de volgende Keijzers ook gunstig behandeld zj ter dezer rust A=o 1498. al veele Mahometaansche mallabaarsen reijsers overleden ijn Malck Medina van Menka, verzeld van eeni„ Het Egter 847. 313 hoe wil de mallabaaren gantschelijk ontkennen dat die koker na mekkan overleeden verdeeling onder de suphiaanen verschelen tishen de saphanen, en anapte in hoe vel Leaeter den Mahomedaanen alhier onderscheiden zijn waar deeze verdeeling van daar Egter moet ik aanmerken, dat alle den Malla„ gegaan, maar wel dat hi t rangar„j aarse seijdenen, de togt van Cheroemperoemaal na Mekka finaal ontkennen, en inteegendeel staande houden, dat hij als een heijden in een Geeste„ „lijken en eerzaamen staat, en wel in de vermaarden Cranganoorse pagood gestooven is, schoon zij niet ont„ „kennen dat Cheroemperoemaal de uijttrijdinge en voortplantinge van den Mahomedaanschen Gods„ „dienst nimmer ongunstig is geweest en het is dus waarschijnelijk dat deeze laatste Cherumperoen„ „maal, die veele werken van liefde gedaan en aan veelen gunste beweesen heeft, dus ook aan de Ma„ „homedaanen nog al meer gunsten als zijn voorzaa„ „ten beweezen, en opendlijk zal gepermitteerd hebben, om hun Godsdienst ter deezer Custe voortte planten, en dat ze dies hunne inwooninge en de vrije oef„ „feninge van hunne Godsdienst alhier eerst aan de voorige Keijzers, en inzonderheijd daar na aan voor„ „schreeven laatsten keijzer; verschuldigt zijn, 't zeedert oeze zeer vermeenig nuildigt zijn welken tijd ze dan ook zo zeer in getal vermeenig„ „nildigd en toegenomen zijn, dat er tans op den geheelen Mallabaar bij na geen plaats meer is, of men vinder Mooren, en wel voornamentlijk aan de stranden, drij„ „vende doorgaans handel, dog den meeste Mooren zijn in het Sammorijnse, alwaar het genoegzaam van Mooren wrield, en zij doorgaans de handen in de Ree„ „geeringe gehad hebben, het geen de Portugeezsen met hunne eerste komst te Calicut al schielijk ondervinden„ „de, het om die reeden daar niet houden konden, en dus den koning van Cochim opzogten. De Hindostaansche Mahomedaanen onderscheiden zig in 4. feeten, dewelke genoemd wor„ „den, de Saphi, Anaphie, Malck en Ambelie, waar van de twee eersten, ten dezer kuste voornamelijk te vinden zijn: dese Casten, worden zodanig genoemd na de naame van vier Leevaars, die het Mahome„ „daans geloof in het Jndostaansche soude, verkondigt hebben. Het onderscheid tusschen voorschreeve beide eerste seeten, bestaat egter maar alleen in het vouwen der handen wanneer te bidden, alzoo de saphianen de gevouwen handen op de boven buijk, en de Anaphi op den onder buijk legger. De Saphianen worden wederom in vijf graden onderschijden, en zijn de volgende 2. De Nalil onnoe,„ of van de vier een 2. De Naalpodil onnoe, of van de veertig een 3. De Noepotto oijnboodoe, of den negen en dertigste 4. De Moenoera, of de drie honderste 5. De onnoe korre Aijpoen, of een minder dan duysend Deze onderscheiding betreft niet zo zeer den Jods„ „dienst als den Civilen rang in de te zamenleving „gieringe Men E G P komt
English
848. 315 One easily sees that this distinction derives from the castes or races of the Indians, who are so very accustomed to these prejudices that they cannot completely abandon them, even when they change their Religion. Among the fourth or last sort of foreigners here, namely the Heathens, one again has two distinct sorts, divided into two sorts, namely Northern and Southern, or properly speaking those who came here either from the North or from the South. The Northern are of four kinds, namely The Landieten, Cannarijns, Benjaanen and silversmiths, which four Nations previously lived to the north between Goa and Bombay, each however in a separate district, from where they, having been driven out by the Moors or Mughals, drifted down to Goa and first arrived here with the Portuguese and subsequently remained here. The Landieten say that the district which they inhabited in the North was named Carradij, and they know nothing more of their origin and details, other than that they are of a high Caste, but few in number and have long been gradually dying out; so that currently scarcely 25 pandits are to be found on the Malabar coast, who, as they engage in no trade nor practice any craft, let themselves be employed as priests among the other three Nations, but mostly among the silversmiths, because these have no separate priests among themselves; some pandits also act as native Masters, or Doctors, and are still quite reasonably skilled in native Cures. Cannarijns, also a Race of their own from the North, originate according to their claim from the district named Casta Wardes, which region was formerly divided into twelve small provinces; they claim that the aforesaid district was also called by the name of Jkeris, from which the Ikkeri pagodas (being a Gold coin which passes everywhere in trade here and further to the north for four silver rupees) are said to have received their name, which Gold specie is otherwise usually called the Mangalore pagoda; furthermore they do not have the least records concerning the History of their Country, or any other things that occurred among them in earlier times; However they admit that, although they are called Cannarijns, they nevertheless do not bear that name after the kingdom of Canara, as they never had any relation to the inhabitants of Canara, who are properly called Canarese, and not Cannarijns. 849. 317 Their trade and livelihood they find mostly in Trade, for most are merchants, although there are also many who engage in Agriculture, in which they are assisted by the Corombins, the lowest among the races or Castes of the Cannarijns, who work the lands and gardens for them; some of the trading Cannarijns are prominent merchants in Goa, trading with foreign Nations and native merchants; the rest trade in retail and supply all household necessities, except that which has received life, having for that purpose their boutiques or little shops under the houses in the city, which they rent from the Inhabitants, and for which permission they must pay, besides the said rent, an annual certain fee for the benefit of the Poor of the Diaconate; thus one finds with them all sorts of fruits and Vegetables, flowers, betel leaves, Areca, Rice, Linens, Chinese Goods and Haberdashery, which they have bartered for other Goods or bought from the Macau traders, and with which a portion of them daily go around the city with packs and offer them for sale to the Inhabitants and ship crews, just like the common Jews in Holland and the Moors on Ceylon; others again are money changers, who exchange small money, such as fanams, doits and Bazarucos, for Gold money, such as rupees, pagodas and Ducats, according to a certain exchange rate; One of them is the Company's Shroff, the changer or money teller, who alone must count, weigh, assay, seal the money that comes into the Company's Cash, and answer for the quality and the count of the specie; in short there is almost not a single one who does not engage in some trade; children of 6 to 7 Years of age are already trained for it; and experience teaches that among them in general little uprightness is found in their dealings, since they do not fail to deceive someone if they only see an opportunity, especially to fob someone off with old and stale Goods for fresh and new. They are also very shrewd and capable of virtually everything, some know how to ingratiate themselves even at the courts of princes, and if one is not too stingy, then one can learn quite a bit through them; One has had Cannarijns here who played very wondrous and even political roles: In my time I had one named Callaga Lorboe, whom I was forced to send with his son to the Cape, as can be seen in my separate report to Batavia of 1 January 1775; the present Agent of the king of Travancore, who always resides here on behalf of the king, is also a Cannarijn.
Dutch transcription
848. 315 als noodse en zuidse wre de panditen zin en wat hun werk is dog hebben en geen de minste handteeke„ „ning van De was de Camnarijns op geven van haare afkome Men ziet ligtelijk, dat deze onderscheiding afkomstig is van den kasten af geslagten der Jndia„ „nen, die zo zeer aan deze voorboodeelen gewend zijn, dat ze dezelve niet geheel kunnen verlaten, wanneer zij zelvs van Godsdienst veranderen. Onder de vierde of laatste zoort van vocemde„ „lingen alhier namendlijk De Heijdenen, heeft men weder twee onderscheide„ debeeding en twe zooten verdeeld, ne zoorten, namendlijk Noordse en zuijdse of eij„ „gendlijk gezegd de zulke, die hier of van de Noord of van de Zuijd gekomen zijn. De Noordse zijn vierderlij, namentlijk De Landie„ „ten, Cannarijns, Benjaanen en zilversmeeden, welke vier Naties, bevoorens om de noord tusschen Jda en Bombaij, egter ijder in een afzonderlijk dis„ „trict gewoond hebben, van waar ze, door de Mooren of Mogolders verdreeven zijnde, na Gda afgezakt en met den Portugeezen eerst dit heen gekomen en vervolgens hier gebleven zijn De Landieten zeggen, dat het district: het geen zij om de Noord bewoond hebben, genaamd was Carradij„ en meer weeterze van hunne afkomste en bijzon„ „derheeden niet, als datze van een hooge Casta, dog weijnig in getal en al over lange gaende weg uitge„ „storven zijn; zo dat er tans pas 25 panditen op den mallabaar te vinden zijn, dewelke, als geen handel drijvende, nog eenig Ambagts doende, zig laten gebruiken als priesters, bij den andere drie Naties, dog meest bij de zilversmeeden, om dat deze geene apparte priis„ „ters onder zig hebben: ook ageeren zommige pandieten als inlandse Meesters, of Doctors, en verstaan zig nog al tamelijk wel op inlandse Cuuren. Cannarijns, ook een Geslagt op zig zelvs, van de Noord zijn volgens hun voorgeeven afkomstig van het district genaamt Casta Wardes, welk landschap eer„ „tijds verdeeld was, in twaalff klijne provintien: zij geeven voor, dat voorschreeven district ook wil de naam zoude gedraagen hebben van Jkeris, waar van daar de pagoden Jkeris (zijnde een Goude penning, die hier en verder na de noord over al in den handel voor vier zilvere ropias passeerd (hunne benaa„ „ming zouden gekreegen hebben, welke Goude spekie an„ „ders doorgaans de mangaloorse pagood genoemt word; voorts hebben zij geen de minste aanteekeningen no„ „pens de Geschiedenis van hun Land, of eenige andere dingen, die in vroegere tijden onder hun voorgevallen zijn; Evenwel bekennen zz, dat schoon ze wel Canna„ „rijns genoemd worden, egter dien naam niet draagen, na het rijk van Cannara, alzoo zij nimmer relatie ge„ „had hebben tot de inwoonders van Canara, die eijgend„ „lijk Canareesen, en geen Cannarijns genoemd worden. mallabaar Hunne e - 849 - 317 bestaan vinden dog eenige van hen zijn voornaamt Hoofleden en den overige van hen Negotieeren „ters enz:t ook zine vrslaar onder heen over na de Caab gezonden sommige van dat volk, hebben bij tol gespeelt als meede bedrager Hunne neeringe en bestaan, vinden ze meest. waarin de mreste van hen hun in den Handel, want de meeste zijn handelaars, schoon er ook veele zijn, die zig met den Landbouw geneeven, en waar inze geholpen worden door de Corombins, het laagste onder de geslagten of Casta van de Cannarijns, die voor hun de landen en thuijnen be-arbeiden: ee„ „nige van de Handeldrijvende Cannarijns zijn vooraa„ „me kooplieden in 't Goos, handelende met den vreemde Naties en inlandse handelaars: de overige negotieeren in 't klijn en leeveren alle huijsselijke benodigthee„ „den, behalven het geen leven ontfangen heeft, heb„ „bende ten dien eijnde hunne boetiques of winkelt„ „jes onder de huijsen in de stad, dewelke ze van den Jnwoonders huuren en voor welke vergunning zij, be„ „halven gem: huurloon Jaarlijks zeekere geregtigheijd ten behoeven van de Diaconij Armen, moeten opbrengen: dus vind men bij hun allerhande vrugten, en Groenters, in alle lij zooten van verigten goen,; bloemen betelbladeren, Arreek, Rijst, Lijwaaten, Chinee„ „ze Goederen en Cramerijen, die ze van de Maccauws„ „vaarders tegen andere Goederen ingesuijld of gekogt hebben, en waarmeede een gedeelte van dezelve da ge„ „lijks met pakken in de stad rond gaan en dezelve de Jnwoonders en scheepelingen te koop prezenteeren, even gelijk de gemeene Jooden in holland en de Mooren op Ceilon: wederom andere zijn wisselaars, die klijn geld, als fanums, duijten en Bazaroeken, tegen Goofgeld, als ropiaa pagooden en Ducaaten, volgens zeekere wisselkoers verwisselen; Eer daar van in 'sComp:s Saraf, de wisselaar of geld tellen, dewelke alleen het geld dat in 'sComp:s Cassa„ komt, tellen, weegen, toetsen, verzegulen en voor de deugd„ „zaamheijd en 't getal der spekien instaan moet: kortom daar is bij na geen een, die niet eenigen handel doed; kinderen van 6. â 7. Jaaren oud werden daar toe al aan„ „geleerd; en de ondervinding leerd, dat bij hem in valge„ „meen weijnig opregtheijd in hunne handelingen ge„ „vonden werd, dewijl ze niet nalaaten ijmand in de kleere te steeken, zo zes daar toe maar kans zien, voor„ „namendlijk met oud en verleegen Goed, voor versch en nieuw iemand aantesmeeren. Ook zijn ze zeer schrander en Genoegzaam tot alles bequaam, zommige de voten hier hinne waatken ig weeten zig zelfs bij hooven der vorsten intedringen, en als men niet te kaarig is, dan kan men door hun nog al wat te weeten krijgen: Men heeft hier Cannarijns gehad, die al wonderlijke en zelfs staat„ „kundige tollen gespeeld hebben: Jk hebbe in mijn tijd er een gehad, genaamt Callaga Lorboe, die en twee daar van zijn Jongst daar ik genoodzaakt ben geweest met zijn zoon na de Caab te zenden, gelijk dat bij mijn aparte na Batavia van den 1. Januarij 1775 te zien is; de teegenwoordige Agent van den koning van Jrevarcoor, die hier al„ „toos van weegens den koning resideert, is ook een Canarijn pagooden hoewel
English
Although one finds Canarese living everywhere along this coast, their principal residence is nevertheless here about half an hour outside the city, where their Bazaar is located, and where they also have their shops; their living places are divided into several quarters according to the distinction of the Castes among them, equals living alongside equals. For the rest, the Canarese enjoy the protection of the Company and are subject to its jurisdiction, yet the King of Cochin pretends that they are his subjects because they live in his country, and thus it also frequently happens that they betake themselves with their disputes to his highness and submit to his verdict: concerning this I refer to what I mentioned under the article on the King of Cochin regarding these Canarese. The Banyans are likewise a distinct Caste or tribe, and are also called Pannekour or Wannians; they also trade in all kinds of things that have not received life, yet they know altogether no particulars concerning their descent, knowing only that the name of their previous country was called Coddiale. The word Banyan signifies a merchant; indeed, the Banyans are also all merchants, and one finds few poor among them, most earning their livelihood in great and small Trade, some being even wholesale merchants, and at present there are two Banyans who are the Company's merchants, one of whom is even a lessee of the import and export duties named Antachetty, a bold, yet cautious and skilled merchant: outside the city next to the Canarese they have their separate quarter and stand solely under the protection of the Company, without the King of Cochin having anything to say over them. For the rest, one must grant in praise of these Banyans that they are generally of good conduct, cleanly in their clothing, and that one can rely reasonably well upon their word. The Silversmiths, who are likewise a separate Caste in themselves, are also called Sonor and their original fatherland was called Sastipredesom. Just like the Banyans, they stand solely under the protection of the Company and also live next to the neighborhood of the Banyans. Some are so well skilled in their Craft that they can imitate the work of Europeans reasonably well, both large and small, the only thing they cannot imitate of the Europeans being the making of hinges; furthermore, they are generally great deceivers.
Dutch transcription
850. 3 van dit geslagt is de Cannarijns genieten 'sComp:s zegt dat ze zyne onderdang zin Iohandelingender berjaaren en hin af„ vllen wat het word berjan beteekend zommige daar van zijn ervaaren in hun ambagts ze zijn van goed gedrag Ey Hoewel men nu over al langs deze kust Canna„ „rijns woonagtig vind, zo is egter hun voornaamste woonplaats hier omtrend een halv uur buijten de waar de voornegmste voorplaats stad, daar hun Bazaar is, en alwaar ze hunne winkels ook hebben; hunne woonplaatsen zijn in verscheide wijken verdeeld, naar het onderscheijd der Castas onder hun, woonende gelijken bij geleijken. eel Voor 't overige genieten de Cannarijns de protectie van de Comp: en zijn derselver regtsdwang onderwor„ proteie maar den koning van Cochin„pen, egter pretendeert de Koning van Cochim dat dezelve zijne onderdaanen zijn, om datze in zijn land woonen, en dus gebeurd het ook veelmaals dat ze zig met hunne geschillen bij zijn hoogheijd vervoegen en aan desselfs uijtspraak onderwerpen: hier omtrend refereere mij aan het geen ik onder 't artikul van den koning van Cochim, nopens deze Carnazijns gemeld De Benjaanen zijn meede een bijzondere Casta; of geslagt, en worden ook wel Pannekour of wannia„ „nen genoemd; handelende ook in allerlije dingen„ welke geen leven hebben ontvangen, dog weeten in 't geheel van geen bijzonderheeden, hun geslagt aan„ „gaande, alleen weeten ze maar, dat de naam van hun voorige land genaamd was Coddiale. Het woord Berjaan beteekend een koopman; trouwens de Bensaanen zijn ook alle kooplieden, en hebbe. men vind, onder deselve wijnig arme, de meeste vinden hun bestaan bij groote en Mlijne Negotie, eenige zijn zelfs kooplieden in 't Gros, en tans zijn er twee Ben„ re van aesalvs Comp=s Rophielen,„ Jaanen die 'sCompagnies kooplieden zijn, waar van er een zelvs pagter is, van d' in- en uijtgaande regten genaamt Antachettij een stout, egter voor„ „zigtig en kundig koopman: ze hebben buijten de stad naast de Cannazijns hunne afzonderlijk wijk en staan alleen onder de protectie van de Compagnie„ zonder dat de koning van Cochim iets over hun te zeggen heeft. voor het overige moet men deze Benjaanen tot lof nageeven datze doorgaans van een goed gedrag, zinde „lijk in hunne kleeding zijn, en dat men op hun woord nog al vrij wel staat maaken kan. De Zilver Smits, die al meede een apparte Casta op zig zel„ aan ware den onsprand de slverouti„, vean zijn, worden ook wel genoemt sonor en hun oor„ „spronkelijk vaderland werd genoemd sastipredesom zij staan even gelijk de Benjaanen, alleen onder de protectie van de Compagnie en woonen ook naast de buurt van de Benjaanen. sommige zijn in hun Ambagt zo wel ervaaren, dat ze het werk der Europeesen al vrij wel kunnen namaa„ „ker, zoo in 't Groot als in 't kleijn, het eenigste dat zij den Europeezen niet weeten na te doen, is het maaken van schernieven, voorts zijn ze door den bank groote be„ men „driegers/ zijn e
English
851 3 yet debase, pawn the species, the gold or silver, or run away entirely, to which such is to be ascribed, and they are paid according to the weight of their work. The first dyer was also simultaneously beam- measurer of the Honorable Company, having arrived here. The southern foreigners consist of 2 Castes. Why the Banyans are placed before the silver- smiths. cheats in the debasing and adulterating of gold or silver, since, not being able to furnish gold or silver themselves, one must give it to them, and it is perilous to give anything to the silversmiths here to take home with them for processing, as they not only adulterate the species, but also now and then pawn the gold or silver, or misplace it in another manner, yes, sometimes even run away entirely. This also makes them suspected and despised, which deceitful conduct is largely attributed to their known poverty, as they work for a very small compensation, and must maintain wife and children from it, yet principally because they are absolutely forced to propagate this craft, just like other pagan lineages, only within their Caste, being permitted to undertake nothing else; so that as the number of silversmiths increases, their livelihood likewise decreases in proportion; for they are not paid according to the value of the fashion, or according as it is coarse or fine work, as in Europe, but only according to the weight of the metal that they process. For the rest, their tools are very compendious and simple, a silversmith always being able to carry his tools with him wherever he pleases, inclusive of his bellows. I have placed the Banyans just before the silversmiths, although the silversmiths wear the cord, as well as the Canarins and Banyans, and thus claim to be equal in nobility of lineage to the Banyans. Yet however close the silversmiths may come to the Canarins, they nevertheless ought to be placed below the Banyans, since, being laborers and craftsmen, they cannot command that respect among the native population as the merchants. The Southern Foreigners, or those who have come here from the south side, have not resided and existed here very long, but only in two kinds of Castes, namely dyers and shoemakers. The Dyers or Linen-painters whom one has here, When and from where the dyers arrived here. came here to Malabar, now about 100 years ago, from Cailpatnam (situated close to Tuticorin) on the occasion that a certain Canarin merchant named Baba Porboe summoned a dyer from Cailpatnam, who thereupon came with his entire family, and was here simultaneously engaged as Beam-measurer in the Company's service, which office was recently abolished, and previously consisted in this, namely to state the true content of the beams that were purchased here for the service of the Company, according to an indigenous manner of calculating by Candiles, Borels, Jommerons, and Cobidos, a miserable method of calculation. I 2 8B
Dutch transcription
851 3#t dog vervallen de speties verpanden 't goud of zilver of lopen wel weg waar aan zulx boete schrijven is en ze worden nae de swaarte van hin werk betaald. de eerste verwer is ook leffens balk„ „mate van d' E: Comp: geradt hier zin aangekoomen de zuden wandelingen bestaen in 2. Casten waar om de bensaanen voor den silver„ „smits geplaats zyn „driegers in 't verminderen een vervalschen van Goud of silver, alzoo zij niet in staat zijnde om zelfs Goud of zilver te fourneeren, men hun het zelve geven moet, en het is periculeur, om aan de silversmits hier iets ter„ bewerking na hun huijs meede tegeeven, vermits zij niet alleen de speties vervalschen, maar ook nu en dan het Goud of zilver verpanden, of wel op een andere wijze te zoek brengen, Ja zomtijds wel in 't geheel weg„ „loopen, dit maakt hun ook verdagt en veragt, welke bedriegelijke handelwijze wel voor een Gooot gedeelte toegeschreeven word, aan hunne bekende asmoede, de„ „wijlze voor eene zeer geringe belooninge werken, en daar van vrouw en kinderen moeten onderhouden, dog wel voornamentlijk, dewijl ze absolut genoodzaakt. zijn, dit ambagt, eeven gelijk andere seijdense geslag„ „ten, onder hunne Casta alleen voortte planten, als mogende niets anders bij der hand neemen; zo dat na maate het getal der silversmits vermeerdert, hunne kost-winninge ook na maate van dien ver„ „mindert; want zij worden niet betaald na de waarde„ van het fatsoen, of na maate het grof of sijn werk is, gelijk in Europa, maar alleen na de zwaarte van het metaal, datze verwerken: voor het overige is hun ge„ „reedschap zeer Compendieus en eenvoudig kunnende een silversmits althoos zijne Gereedschap met zig dagen waar hij wild, tot zijn blaasbalkse inclusive Jk hebbe de Bensaanen even voor de zilversmee„ „den geplaats, schoon de zilversmeeden, zo wel Lijntses als de Cannarijns en benjaanen draager, en dus pretendeeren met de Benjaanen in hoogheijd van geslagt gelijk te zijn: maar hoe zeer de zilversmeeden ook nabij de Cannarijns komen, zo dienen ze egter onder de binsaca„ „nen geplaatst te worden, dewijl zij arbeijds- en am„ „bagts lieden zijnde, onder den Jnlander dat respect niet kunnen hebben als de hooplieden. De Zuijdse Vreemdelingen, of de geene, die hier van de zuijdkant gekoomen zijn, hebben hier nog niet zeer lang gewoond en bestaan, maar in 't tweederleij Cas„ „ten, namendlijk verwers en schoenmakers. De Verwoers of Lijnwaat schilders, die men hier wanneer a van waar de verwers, heeft, zijn, nu omtrend 100: Jaaren geleeden, van Cailpatnam (digt bij Jutucorijn geleegen) hier op de Mallabaar gekomen bij geleegentheijd, dat zeker Canna„ „rijns koopman gen:t Baba porboe van Cailpatnam een verwer ontbood, die daar op met zijne geheele fami„ „lie kwam, en hier teffens als Balkmeeter in 'sComp=s dienst aangenoomen wierd, welken dienst onlangs af„ „geschaft is, en bevoorens hier in bestond, namentlijk om de waare inhoud van de Balken die hier ten dienste van de Comp: ingekogt wierden, optegeven, volgens een inlandse wijze van reekenen bij Candijlen, borellen, Jommerons en Cobidos, een misselijkke wijze van berieken„ Jk „ninge 2 8B
English
852 923. when a chintz dyehouse was also established here and when it was abolished where these and others then settled arrived and where they departed from and some of them are clerks with the what kind of work they paint. regarding which one may obtain further light from letters written from here to the Netherlands under date of 31 January 1691, where also a geometric figure thereof is shown, although I have abolished that calculation, and where they live and brought the measurement of timber to the ancestral foot, namely by feet and inches, in length, width, and thickness, as appears from the Resolution of 15 January 1772. This first timber-measurer was however himself also a linen-painter and also practiced that trade. In the time of the late Mr. van Gollenesse (who was Commander here from the year 1734 to 1743) a chintz dyehouse was established for the account of the Company, and for that purpose some dyers from Coromandel were also summoned; but this dyehouse stood for only a short time because it was found that it did not meet expectations, so that it has been abolished since the year 1744. Thus some of these people departed back to their country; others who remained here with those who write and calculate who had already been here long before from Cailpatnam, received from the Company a piece of land, just outside this town, where they erected dwellings, laid out gardens, settled, and until the present day have stood solely under the protection of the Company; but because that native village lay only a musket-shot from the town, and practically right under the point Utrecht, I had that native village demolished during the latest invasion of the Nabob Hyder Ali Khan, had the trees felled, had the place entirely leveled, and gave the dyers another piece of land at the furthest end of the plain near the Company's gardens, where they now live very well and are just as well content therewith as with their former grounds. Their work is coarse and suitable for the natives, for they mostly paint cloths for the body and the head, as are usually worn by the natives; yet they still paint several other things for the community here, for daily use; in particular they are skilled in the black dyeing of linen, which serves as a great convenience to the community in the wearing of mourning. In general, the women do not work with the men, except for a few who learn the trade and work together with the men; but the men also let themselves be employed as writers or kanakappillais by the Jewish, Canarese, and Banyan merchants, and also by Europeans, as they are accurate in their notes and as prompt as they are correct in reckoning; their number at present consists of 142 souls or 23 house- holds. The shoemakers came here from Tuticorin in the time of the late Mr. Jacob de Jong (who was Commander here from the year 1723 to the year 1732) and also received a place outside the town, where, having erected their dwellings, they now live, carry out their trade, and stand solely under the protection of the Company; they consist at present of 71 souls, or 16 households; among them one also finds some who became Christian here, and again some who became Moorish here, though they are otherwise of heathen descent. 853 325. they make light work for little and live poor in what the Company's possessions consist our possessions are still the same that Chettua was built by the Company and Paponetty conquered The shoes they make are very coarse and lightly made, do not keep out water, and do not approach in neatness those made at Tuticorin; but they cost a good two-thirds less than the ordinary ones made here by the Europeans and Topasses; so that they work only for people of low means, who go to them on account of the cheapness; they are very poor and bear their poverty patiently; yet they are happy, because they are still quite well content with their condition. Having described up to this point the princes and kingdoms, as well as the inhabitants of this country, there now follow the possessions of the Company on this Coast, which consist of fortifications, the buildings therein, and lands that we have either conquered from the Portuguese or have since then acquired by conquest. The latter are the fort Chettua, which we ourselves built, and the conquest Paponetty, which we have since conquered from the Zamorin, together with the protection over the two tracts of land north and south of Paponetty, named the Lands of Payencheri Nair and the King of Cranganore; which all was taken from us again at the end of the year 1776 by the Nabob Hyder Ali Khan, as conqueror of the Zamorin, concerning which I refer to what has been written in this work under the articles both of Payencheri Nair and of the King of Cranganore, and furthermore in the secret Resolution and letter of the same date to Batavia of 5 and 7 March 1777. The possessions that we conquered from the Portuguese are the same that we still hold, except for the fort Cannanore, which the Company ceded to the Moorish ruler Ali Raja in the year 1771, for such reasons and in such manner as may be seen in the separate letters of 15 March 1770 and 30 March 1772 to Batavia, as well as in the separate letter written hither from Batavia, under date of 3 August 1770, to which I refer. Thus we still possess of the fortifications when were taken from us
Dutch transcription
852 923. wanneer men hier ook een chiken ver„ nwoij opgeregt heeft en wanner werden afgelaft is waar deesen en geenen zig toen nader geset hebben e gekoomen en vaar van gebekeren en Commige van hen zijn schrijvers bij den wat vor werk ze schilderen. „ninge, waaromtrend men nader ligt kan krijgen bij brieven van hier na Neederland geschreeven onder dato den 31. Janu: 1691, alwaar ook eene Geomenische figuur daar van vertoond word schoon ik die bereekenin, en waarze tar wonen „ge afgeschaft, en de maat van het hout op den Vader„ „landsen voet gebragt hebbe, namendlijk bij voeten, en duijmen, in den lengte, breette en dikte, blijkens Resolu„ „tie van den 15 Janua: 1772. Deeze eerste Balkmeeten was egter van zig zelfs ook een Lijnwaat-schilder en die d. ook dat Ambagt. Ten tijden van wijlen den heer van Jollenesse (die hier van A=o 1734. tot 1743. Commandeur is geweest) heeft men een Chitse-verwerij, voor reek: van de Comp:; aangelegd, en ten dien eijnde ook eenige verwers van Cormandel ontbooden, dog deze verwezij heeft maar een korten tijd stand gehouden om dat men bevond, dat deselve niet aan de verwagting voldeed, zo datze 't zeedert An„ „no 1744. afgeschaft is dus vertrokken eenige dezer lieden weeder na hun land, andere die hier bleeven met de geene roplitenen isf en ekenen die reets lange bevoorens van Cailpatnam hier waaren, kreegen van de Comp: een stuk land, even buijten de„ „ze stad, alwaar zij wooningen opgeslagen, tuijnen aangelegd, zig nedergezet, en tot heeden toe alleen onder de protectie van de Comp: gestaan hebben; dog om dat die Negerij maar pas een snaphaans schoot van de stad, en genoegzaam digt onder den punt Utregt lag, zo heb ik bij de Jongste inval van den Nabab Haijder Alij Chan die Negerij laaten afbreeken, de boomen doen weg kappen, de plaats ten eenemaal laten plaineeren en de verwers een ander stuk gond gegeven aan het verste eijnde van de vlakte bij 'sComp:s shuijner, „alwaar ze tans zeer wel woonen en daarmeede al zo wel te vreeden zijn, als met hun voorrig tewrain Hun werk is groff en geschikt voor den Jnlander want ze schilderen meest kleedses voor 't lijf en 't hoofd ge„ „lijk bij den Jnlanders doorgaans gedragen worden, egter schilderen ze voor de gemeente alhier nog al verscheide andere dingen, tot dagelijks gebruik, inzonderheijd verstaan ze zig op 't zwart verwen van linnen, het geen tot Groot gerieff van de gemeente stockt, bij het „dragen van rouw. Jn 't gemeen, werken de vrouwen niet met den mans, behalven eenige wijnige die het ambagt leeren en met de Mans te zamen werken, Maar de Mans laaten zig ook gebruijken als schrijvers of Canacapels bij de Jood„ „se, Canazijnse en benjaarse kooplieden, en ook wel bij Europeezen alzoo zij accuraat in hunne aanteekenin„ „gen en zo prif als secuur in het reekenen zijn; het ge„ „tal van hun bestaat tans in 142. koppen of 23. Juijs„ „gezinnen nen en van van de omaean ven choenmakers zijn ten tijden van wijlen den Heer Jacob de Jong Cdie hier van A=o 1723. tot A:o 1732. Com„ lag E „mandeur 853 325. 2 ' maaken ligt werk voor winig an leen oemoedig waar in 's Comp=s bezittingen bestaant onze Bezittingen zijn, nog deselve die Chettua is door de Comp: gebouwd en Paponettij geconquesteerd „mandeur is geweest / van Jutucorijn dikheer gekomen en hebben ook een plaats buijten de stad gekregen, alwaar zij haare wooningen opgeslagen hebbende, tans woonen, hun handwerk verrigten, en alleen onder de protectie van de Comp: staan, ze bestaan tans uijt 71. koppen, of 16. Huijsgezinnen, onder dezelve vind men, ook ee„ „nige, die hier Christen, en weer eenige die hier moors geworden zijn, schoonze anders heijdenen van afkomste „De schoenen die ze maken, zijn zeer Gooffen ligt ge„ „werkt, houden geen water, en nomen, niet in netheijd bij die, welke te putucorijn gemaakt worden; dog ze kosten wel twee derde minder, als de ordinaire die hier bij d' Europeesen en Joepassen gemaakt worden; zo dat ze maar alleen werken voor geringe lieden, die om de goed koopheijd, bij hun ter maakt gaan, ze zijn zeer armoedig en dragen hunne armoede geduldig; egter zijnze gelukkig, om datze met hun staat nog al wel te vreeden zijn. Tot dus verre beschreeven hebbende den voosten en Rijken, beneevens de Jnwoonders dezes Lands, zo volgen nu zijn De Bezittingen van de Compagnie ter dezer Custe, dewelke bestaan Fortificatien, der daar in zijnde Gebouwen en Landerijen, die wij, of van de Portugeezen veroverd, of 't zeedert daar bij geconquesteerd hebben. De Laatste zijn het fort Chettua, dat we zelvs gebouwd en het Conquest Paponettij, dat we 't zeedert van den Sammorijn geconquesteerd hebben, beneevens de protectie over de twee Landstreeken benoorden en bezuij„ „den Paponettij gen:t De Landen van Paijencherij Nairo en de Koning van Cranganoor, welk een en ander ons in 't laatst van 't Jaar 1776. weder ontnomen is, door den Nabab Haijder Alij Chan, als overheerscher van den Summorijn waar omtrend mij refereere, aan het geen in deezen onder de Artikels Z„ van Paijencherij Nairo als van den koning van Cranganoor, en voorts bij secree„ „te Resolutie en d=to briev na Batavia van den 5. en 7. Maart 1777. geschreeven is. De Bezittingen die we van de Portugeezen ver„ wen van deportungeesen verovert hebben, wierd hebben, zijn dezelvde, die we als nog hebben, uijtgenoomen het port Cananoor, het geen de Comp:s aan den Moors Regert Adij Ragia in het Jaar 1771. afgestaan heeft, om zodanige reden en op zodan„ „nige wijze als te zien is bij aparte brieven, den 15 maart 1770 en 30. maart 1772 na Batavia, zo meede bij aparte briev van Batavia dit heen ge„ „schreeven, onder dato den 3. Augustus 1770, waar aan mij refereere Dus bezitten we nog van de daar Fortificatien geld E waneer ons onkomen zijn
English
854. —327. Fortifications of the city of Cochim, the fortifications of Cochim in 8bb 1771, in what state they presently are [illegible] and Cranganool, are quite strong. Upon arriving here, this city was in a very bad condition; there was no covered way nor glacis to be found; the moat was virtually dry and full of little islands; at low tide (for the moat receives its water from the river, in which there is ebb and flow), boys slept and played in it and caught crabs, and at high tide one could cross it up to the knees. A part of the city lay entirely exposed and without a moat. On the ramparts, no merlons were to be seen; the parapets were nothing more than knee-high walls that covered a fellow no higher than the waistband, so there were also no banquettes. The wheels of the gun carriages stood above the so-called parapet, so that the enemy only had to shoot our wheels to pieces in order to silence our fire. In two places the city was very weak, for two faces of the two principal bastions lying next to each other, named Gelderland and Holland, precisely where the city was without a moat, were undefended by enfilade fire. The gun carriages on the ramparts were so bad from age and lack of tar that when a salute was fired from the ramparts, several gun carriages broke and the artillery fell to the ground. Thus I clearly pointed out the defects and bad condition of the fortifications of Coilan and Cranganoor, and especially Cochim, and the necessity of repairing the city, obtained authorization for these improvements, and in the meantime immediately set to work, and just before the hostile invasion of the Nabab Taijder Alij Chan, got everything ready. And then the city was also provided all around with a proper moat, with a covered way, and thus also with a glacis, the weakest places of the city properly reinforced, the bastions and curtains brought to their proper height, and parapets constructed everywhere, new gun carriages made and fitted with ironwork, together with a fair number in stock, as can be seen in greater detail in the successive separate letters written in my time to Batavia. Cranganoor is a small fort, yet uncommonly strong. Before it, the Nabab bruised his head, and it is here that he was checked in his advance. And had this little fort not existed and had the corner of Aij kotta not been fortified, these being the only two places outside the Travancore Lines where the passage is, the Nabab would have broken through for good. And because the importance of this little fort was so clearly demonstrated, it has since been reinforced much more and considerably, being presently provided with a faussebraye, which, however, was not new, but in most places, having either collapsed or fallen into the moat, has been raised again.
Dutch transcription
854. —327. Fortificatien de stad Cochim, de porten „tien van Cochim in 8bb 1771 in hoedanigen staat thans zijn s Nabels in vol rasbakd: orlangd en Cranganool, al vrij sterk zijn: hier komende was deze stad in eene zeer slegte gesteldheijd, daar wal geen bedekte weg nog glasie te vinden, de gragt was genoeg„ „zaam droog en vol met Eijlandjes, bij laag water /:want de gragt erlangd haar water uijt de revier, waar in ebbe en vloet is: sliepen en de Jongens in spee„ „len en krabben vangen, en bij hoogwater kon men de„ „zelve tot aan de krijen passeeren: een gedeelte van de stad, lagten eenemaal bloot, en zonder gragt: op de wallen waaren geen merlons te zien: de borstweeringen waaren, niet meer als broekwiedinge, die een kerel niet meer als tot aan de broekband dekten, dus waaren er ook geen bankets; de wielen van de afsuijten stonden boven de zo genaamde borstweeringe uijt, zo dat de vijand alleen maar onze wielen aanstukken te schieten had, om ons vuur te doen zuijgen; op twee plaat„ „zen was de stad zeer zwak; want twee facen van de twee voornaamste naast elkander leggende punten gen:t Gelderland en Holland, Juijst daar de stad zonder gragt was, waaren onbestreeken, de affuijten op de wallen waaren door ouderdom en uijt gebrek van sheer zo slegt, dat als er van de wallen gesalueert wierd verschijde affuijten- braaken en 't ge„ „schut op de grond viel; dus hebbe ik de gebreeken van slegte gesteldheid van de fortifiea„ Coilan en - Cranganoor en dewelke, inzonderheijd Cochim qualificatie tot dies verbiekenen daar aan duijdelijk aangetoond, qualificatie tot dies de stad, en de noodzakelijkheijd van de verbeeteringe verbeeteringe erlangd en intusschen onmiddelijk handen aan het werk geslagen en effen voor de vijandelijken inval van den Nabab Taijder Alij Chan, alles klaar gekreegen en toen was ook de stad voorzien, rontom met een behoorlijke gragt, met een bedekte weg, en dus ook met een glacij, de zwakste plaatsen van de stad behoorlijk versterkt, de punten en Gordijnen op zijn behoorlijke hoogte gebragt, en over al para„ „petten aangelegt, nieuwe affuijten aangemaakt en beslagen, beneevens een tamelijk getal in voor„ „raad, gelijk dat nader te zien is bij de successive apar„ „te brieven in mijn tijd na Batavia geschreeven. Cranganoor is een klijn fortse, dog ongemeen sterktevan 1 Cots: Cranganon keek, hier voor heeft de Nabab zijn hoofd gestooten, en hier is het, dat hij in zijn vaart gesluijt is, en indien dit portje er niet was geweest en men de hoek van Aij kotta het nut van den en van lijkote bij niet versterkt had, als zijnde de twee eenigste plaat„ „sen buijten de Linie van Joevancoor waar de passagie is, zo zoude de Nabab voor goet doorgebrooken zijn, en dewijl den aangelegentheijd van dit porotje ni zo zeer gebleeken is, zo is het 'tzeedert nog veel meer en mer„ „kelijk versterkt, zijnde tans voorzien met een faucen. hoedanig Cranganoor sedert nog „ braij, die egter niet nieuw maar op de meeste plaatzen, of ingezakt of in de pagt gestord zijnde, weder op ge„ „haald e
English
where Coilan was situated, and its condition, and the covered way would also quickly be maintained, could take place. Report on the condition of all the Company's works; for their maintenance it has been decided to tender the upkeep, since there was no time to build a new one and it would also have cost too much money. Furthermore, Cranganoor has a wide and newly excavated moat, and a covered way, indeed even with a sort of second covered way a little way from and somewhat lower than the first. This fort lies in a corner, having the river left and right behind it, and therefore cannot be outflanked, but can only be attacked from the front. It cannot be approached within an ordinary cannon shot without the enemy being exposed to the artillery, because a considerably large pit, or rather an old silted-up bay that lay not far from the fort, has been filled in. Furthermore, in this regard, I refer to what has been noted in the separate letters of 24 April 1776 and 25 April 1779, as well as to the secret instruction that I gave to the chief and the commander under date of 14 August of last year. Coilan, situated to the south in the territory of Trevancoor, is not so strong, yet it can still give an enemy considerable trouble. The enemy cannot enter from behind, as it lies on the seaside, which is so beset with nasty reefs there that one cannot easily land, so that it can only be attacked from the landward side. In my separate letters to Batavia of 1 May 1772, 25 March 1773, 28 March 1774, and likewise in the general letter of 2 January 1778, further details are reported regarding this fort, to which I refer. Now, as far as I know, nothing more is lacking in the fortifications of Cochin and Cranganoor, so it is of the utmost necessity to continuously keep an eye on them and keep a hand to them, so that the one and the other do not in time fall into decay again. And I even think that it would be a good thing to at least contract out the maintenance of the fortifications to the lowest bidder, while the Report on the condition of everything, to be found under the appendices to this, marked No 4, could be considered the basis for that maintenance, namely that everything must be maintained in that state as is noted in the aforementioned Report. And this contracting out could, in my opinion, take place under such conditions as are specified under the appendices to this, marked No 5. And since the newly made covered way, if it is not constantly maintained, could quickly fall into decay in the fair monsoon due to the severe drought, when the grass withers, the sand of the glacis continuously slides down, and the sand from the covered way can also collapse into the moat, just as this same detriment applies to the glacis, the covered way, and the moat in the bad monsoon.
Dutch transcription
dezen bedeelde Coilan waar geleegen, zen dier ge„ „steldheed en bedakte weg zoude ook schielijk gehouden zouden kunnen geschieden Rapport, van de gesteldheid van alle 's Comp:s werken tot dier onderhouding is bestaan te besteed „houden „haald is, alzo er geen tijd was om een nieuwe te maa„ „ken en dezelve ook al te veel geld zoude gekost hebben, voorts heeft Cranganoor een breede en nieuw uijtgegrave gragt, en een bedekte weg, Ja zelfs met een zoort van tweede bedekte weg een weijnig van, en wat lager als de eerste: dit fort legd in een hoek, hebbende de revier links en regts agter zig, en kan dus niet omvleugelt, maar alleen van vooren geat„ „tacqueerd worden, op geen ordinaire kanon schoot is het te naderen of de vijand staat voor 't geschut blood„ door dien daar een Considerable groote kuijl, of eijgentlijk een bij welke brieven te zijns het ten oude verlande baaij, die niet verre van het fort lag, gen„ „dempt is; voorts refereere mij ten deezen aan het geen derweegens genoteerd is bij apparte van den 24. April 1776. en 25 April 1779, zo meede aan de secruete Jn„ „structie die ik aan het opperhoofd en den Comman„ „dant onder dato den 14. Aug=s des verleeden Jaars ge„ „geven hebbe Coilan leggende om de zuijd in het gebied van Jrevan„ „coor, is zo sterk niet, egter kan het een vijand nog al veel werk geven; de vijand kan en van agter niet inko„ „men, als leggende aan de Zeekant, die daar zoodanig met leelijke klippen voorzien is, dat men er niet ligt landen kan, zo dat het maar alleen aan de land zijde kan geattacqueert worden, bij mijn apparte brieven na Batavia van den 1: Meij 1772:, 25. Maart 1773, 28. Maert 1774. item bij gemeene brief van den 2. Januarij 1778 word nopens dit fort nader gemeld, waar aan mij refe„ „viere. n padfatiskerten eesten var ochin dan dewijl, zo veel ik weet nu niets meer aan de als dat er hand maar aan word gen portificatie van Cochim en Cranganoor manqueerd, zo is het van de uijtterste noodzakelijkheijd om er tog bij Continuatie het oog en den hand op, en aan, te laten hou„ „den, op dat het een en ander niet met er tijd weeder vervallen, en ik denken zelfs, dat het een goede zaak zoude zijn, om ten minsten het onderhouden van den fortificatie aan de minst biedende aan te besleeden, terwijl het Rapport van de gesteldheijd van alles onder de bij bijlagen dezes te vinden gem:t N=o 4., gehouden zouden kunnen worden, voor de basis van die onderhoudinge, namentlijk dat alles moet onderhouden worden in dien staat, zo als bij voorseh: Rapport bekent staat; en aneijding hoodanig e aarbesteede deze aanbesteedinge zoude na mijne gedagten kunnen geschieden op de zodanige Conditien als onder de bijlagen deses, gem:t N=o 5. , opgegeven zijn. En dewijl de nieuw gemaakte bedikte weg, indien vervallen als der hand niet aan werd de hand daar niet aangehouden word, alschielijk zoude kunnen vervallen, inde goede Mousson door de zwaare droogte, als wanneer het pas verdort, het zand van de glasie bij Continuatie afvold, en ook het zand uijt de be„ „dekte weg in de pagt kan storten, gelijk dit zelvde na„ „deel voor de glasie de bedekte weg, en de gragt, in de quaade 855 929 1774 Monsson
English
How our strongholds are to be defended. The Stroomburg Point and what it has cost until now; what has been done against it; cost from the year 1764 to the year 1773, but now nothing more. monsoon, by the heavy rains, which can easily be caused, whereby the ditch would then gradually become full, and the covered way would lose its useful purpose, all of which would cost very much if it had to be repaired anew. Thus, the maintenance of the covered way and whatever further relates to it has already been provided for by way of a contract, as appears from the resolution of 17 February of the past year. As to how our aforesaid strongholds in case of need, in my humble opinion, ought to be defended, I refer to my separate letter written specifically on that subject to Batavia under date of 25 April 1779. However, before I leave the fortifications, I ought still to mention something of: The Stroomburg Point, which previously had a separate entry annually in the general description of this office, because right under that point, lying as it does on the river side, there is such a strong whirlpool that the wall of the same collapsed in the year 1762, and has since then repeatedly run the risk of collapsing again, so that the place under this point constantly had to be provided with piling and other work. Thus, after the collapse, besides the rebuilding of what had collapsed to the sum of ƒ6091:-, from the year 1764 to the year 1773 it cost another ƒ7510. —. —, or calculated on average annually ƒ834. 9. —, since which time that point has cost the Company nothing more. In this matter I refer to what was written about it to Batavia in the general letters of 25 and 28 March of the years 1773 and 1774, which show, among other things, that a good foreshore has now been formed there, and is maintained until now by a very simple means that costs the Company no money. Thus, it was not done by applying live oysters, which was found to be without effect, nor by sinking old vessels filled with stones, which was tried repeatedly in vain and therefore needs to be done no further henceforth, because such a sunken vessel was immediately battered to pieces by the strong whirlpool so severely that one saw the pieces and fragments washed ashore outside the river against the beach in a short time, while in the meantime the stones ended up at a useless depth without serving the intended purpose, namely to gain foreshore. So only the bringing of hard or ashlar stones from ruined pagan temples, which cannot be fetched and transported without great expense, was found to be the best, which led me to the idea.
Dutch transcription
931: 856 Hloedanig onzersterklens te deffen„ „dereg zijn de punt stroomburg en tot het gekost heeft weest daar tegens gedaan heeft o o ser 176 ao 17. geaek heeft dog ni niets meer Mousson door de Zwaare Regens nog al ligter kan veroorzaakt worden; waar door de pagt dan wee„ „der gaande weg vol geraaken, en de bedekte weg haar nuttig gebruik verliezen zouden, welk alles zeer veel zoude kosten indien zulx weeder op nieuw moest hersteld worden, zoo is voor het onderhouden van de bedekte, en wat daar verder relatie toe heeft, reeds bij wijze van aanbesteedinge gezorgd, blijkens resolutie van 17: februarij des verleeden Jaars Hoedanig nu voorsz: onzze sterktens, in Cas van nood„ mijns gezingen bedunkens zouden dienen gedefendeert te worden, refereere mij aan mijne apparte onder dato verigteloo, moeite humen bevoren den 25 April 1779 na Batavia speciaal tot dat sub„ „ject geschreeven. Dog een ik van de fortificatie afstappe diende ik nog iets te melden van De Punt Stroomburg; dewelke bevoorens Jaar„ „lijks een apparte Post had bij de Generaale beschrijvinge „boen vel de ingestorte stuk aan van dit Comptoir, om dat Juijst onder die punt (als leg„ onderhouden van deselve in A=o 176/i„ gende aan de revier-kant / zo een sterke maalstroom is, dat de muur van de zelve A=o 176/2. een en diveegs om weder intestorten, zo dat die plaats onder deze punt geduurig met paal en anderwerk moest voorzien wor„ „den, gelijk dan ook dezelve na de instortinge buijten en behalven de opbouwinge van het ingestorte ter somma van ƒ6091:- van 't Jaar 176/ tot A=o 177 3/ we„ d „der gekost heeft ƒ7510. —. —. , of door elkander gereekend. Jaarlijks ƒ834. 9. — 't zeedert welken tijd die punt de Comp: niets meer gekost heeft ik refereere mij ten dezer aan het geen daar over na Batavia geschreeven is, bij de gemeene brieven van den 25: en 28. maart van de Jaaren 1773. en 1774, waar bij onder andere blijkt, dat daar nu een goede voorgrond gepractiseerd is, en tot nog toe onderhouden word, met een zeer eenvoudig mid„ „del dat de Comp: geen geld kost, en dus niet met het aanbrengen van Levendige oesters, het geen zonder effect bevonden is, ook niet door het laaten zinken van oude vaartuigen met steenen, het geen eens en andermaal te vergeefs geprobeerd is, en dies voortaan niet verder meer behoefd gedaan te worden, dewijl zo een gesonke vaartuijg, door de sterke maalstroon aanstonds zo zeer aanstuken werkte, dat men de stukken en brokken in kooten tijd buijten de revier tegen het strant aangespoeld zag leggen, terwijl intusschen de steene in een verheerde diepte geraakte zonder datze tot het oogmerk dienden, namentlijk „brenger van harde of wel arduijn steenen, uijt vervallen heijdense Jempels, dewelke niet zonder veel kosten te haalen en te vervoeren, zijn, nog het beste bevonden wierd, waar door ik op den gedagten. ingestord is, en zedert telkens gevaar geloopen heeft welken middel het beste nogis ge„ om voorgond te winnen, zo dat eenelijk het aan„ somma gevallen
English
...advantage that one has thereby. But washing against the south side, the waves make some elevations and channels there; one must level them, and it is presently flat. The plain before the city is irregular and perilous. However, what has been devised is what I resolved upon: first to have a kind of berm made on pilings, which cost only ƒ408:9:—, and to have the regular coolies of the equipage wharf, in the afternoon and in the evening before they go home, each bring a load of stones from old and demolished works at Stroomburg and throw them down there, which thus costs the Company nothing, and yet gradually makes a fine and spacious foreground. Thus it is necessary to constantly keep a hand on this, and to ensure that there are always old stones in supply, so that as soon as the foreground subsides even a little, it can immediately be replenished again. And since the residence of the Second is on that point, and the residence of the Commander stands also not far from there, and thus that place can be viewed daily by them, it is little trouble for them to turn an eye that way now and then; besides which, the equipage master, who in his service is daily at the river gate and thus daily close by, has once and for all an order likewise to look after it, and upon the least subsidence to replenish the foreground with the stones lying in supply there by his people, without being allowed to incur apparent expenses for it. This is indeed a trifle, but one which nevertheless cannot be praised enough, for to spend ƒ7510.—.— on it in nine years, almost without effect, rather than observing this little which costs nothing and has the required effect, seems to me an argument enough to mention such trifles. 857. 933 The condition outside on the south side was very dangerous for Cochin. What has been done concerning it and still needs to be done. Condition of the Honorable Company's buildings. But here on the south side of the city we have a fairly large plain, quite the length of a good cannon shot; but from ancient times that plain was very irregular, everywhere with hollows and elevations, in and behind which in several places the enemy could have concealed themselves without even being seen from the ramparts. In a word, this plain was in such a state that one could only walk across it via the footpaths, to such an extent that sometimes in the evening several people fell into hollows or pits, which nevertheless had to remain so for some time because one had too much to do with the fortification works of the city. But when the invasion of the Nabob occurred, the most dangerous elevations and hollows were immediately leveled as much as possible, and this has since been continued for some time; thus no more leveling would be necessary, because the plain is now fairly even, were it not that the beach on this side of the plain between point Holland and Gelderland had meanwhile washed up considerably, and precisely with such ugly elevations 858. 395 and channels, as well as sandhills, in and behind which some 2 to 300 men, or more, could conceal themselves as in one place. And since I am of the opinion that an enemy wishing to attack this city would do so from the south and on the side of the beach, I have had those wretched places repeatedly leveled, and have continued doing so up to the present. Thus, in my judgment, this will need to be continued a little longer, until the action of the sea on that side shifts and turns elsewhere, which one sometimes sees happening unexpectedly. Presently only 25 coolies work on it daily, and each coolie receives 2 fanums or 3 stuivers per day, which is not really much in comparison with the urgent necessity to keep that uneven sandy place, which still washes up daily, level; for I still remember how the Nabob's troops, when we wished to relieve Chettua by sea, lay in ambushes behind the elevations and hollows on that well-known protruding bank before Chettua, surrounded our detachment, and thus largely frustrated that expedition. Something else occurs to me with relation to the fortifications: the opposite side of the island of Vypin, or rather the southern piece of land which the Company owns there, was gradually so planted with trees, so densely overgrown, indeed even so built upon with several outbuildings, that an enemy could easily have nested there, thrown up batteries, and from them, if he had heavy artillery, done our city much harm. For this reason I have had all the trees and brushwood cut down there and had several outbuildings demolished, though giving the people time for the latter, in order to make that demolition as bearable as possible for them, as a result of which a few have remained standing here and there, which still need to be removed, after which one will be able to look far out from oneself on the opposite side of the river, and will have a proper plain there. The buildings of the Company are all in a fairly good state: from the letters dispatched to Batavia since the year 1771 it appears how they were conditioned then and what has since been done to them; although I could have wished that the latter had happened before my time, since the Malabar trade books would then have closed with even fewer burdens and thus with even more advantages before the invasion of the Nabob than otherwise; but the conviction of the unavoidable and most acutely heightened necessity forced me to carry out those repairs, and in what state the Company's buildings find themselves up to now appears from the foregoing.
Dutch transcription
„ser dengd werden. te houden voordeel dat men daar meede heeft dog aan de saard Nant spoelt, de bole ig maakt aldaar eenigen hoogtens en killen men deselven moeten offen maaken en is thans vlak de vlatte voor de stad is irregulier en gevaarlijk gecoest doghet ge uifgevonden is van men gevallen ben, om eerst een soort van berm op paal„ „werk te laaten maaken, die maar ƒ408:9:— gekost heeft, en door de vaste Coelijs van de Equipagie werff 's middags en 'savonds, voor datze na Huijsgaan, ieder een dragt steenen van oude en afgebroken werken bij Stroomburg telaaten aanbrengen en daar needer te doen smeijten, het geen dus de Comp: niets kost, en egter gaande weg een schoone en ruijme voorgrond maakt, dus is het noodig om daar aan telkens de hand te houden en te zorgen en zulke diendondrhouden ten dat er altoos oude steenen in voorraad leggen, om zo dra de voorgond maar een weijnig zakt, ten eersten weder te kunnen aanvullen; en dewijl den wo0„ „nige van de secunde op die punt en de wooninge van ezire al hit oog daar over diend den Gebieder ook niet verre van daar staat, en dus die plaats dagelijks door hun kan bezien worden, zo is het voor hun wijnig moeite telkens het oog daar eens heen te wenden; behalven, dat den Equipagiemees„ „ter die in zijn dienst, dagelijks aan de revierpoort en dus dagelijks daar digt bij is, eens voor al ooder heeft, om insgelijks daar na te zien, en de voorgrond bij de minste zakkinge met de daar in voorraad leggende steenen aantevullen door zijn volk, zonder apparenten onkosten daar voor te moogen opbrengen: dit is wel een kleijnigheijd, dog die egter niet genoeg aan te prijzen is, want in Negen Jaaren ƒ7510. — . daar aan te veronkosten, 857. 933 genoegzaam zonder effect, dan wel dit weijnige te observeeren, dat niets kost en het vereijschte effect heeft, dunkt mij is een argument genoeg om zulken kleijnigheeden te melden. Maar wij hebben hier aan de zuijd. zijde van den stad een tamelijke groote vlakte wel ter lengte van een goede Canon schoot, dog die vlakte was van all' oude tijden zeer irregulier, over al met huijlen en hoogtens, waar in en agter welke, op verscheijde plaatsen de vijand zig zoude hebbe kunnen bergen, zonder zelvs van de wallen gezien te worden, met een woord, deze vlakte was zodanig gesteld, dat men er zelvs niet als over de voetpaaden kon heen gaan, in zo, verre dat zomtijds in den avond verscheijde menschen in huijlen of fanger, vielen, het geen egter eenigen tijd zodanig heeft moeten blijven, met den inoe van den Nabab heft om dat men met de fortificatie werken van de stad te veel te doen had, maar toen den inval van de Nabab geschiede, zijn ten eersten de gevaarlijkste hoogtens en Kuijlen, zo veel mogelijk effen gemaakt en 't zeedert is daar meede nog eenigen tijd gecontinueerd; dus zouden er geen plaineeren meer nodig zijn, om dat de vlakte nu tamelijk eguaal is, indien het strand aan deze zijde van de vlakte tussen de punt Hol„ „land en Gelderland intusschen niet zeer was aangespoeld en wel Juijst met zulke leelijke, hoog„ genoeglaam//. „tens 858 395 de gesteldheijd van buijfen aan den zuid zeiden was seer gevaarlijk voor Cochim egesteldhid van 'EComps geb wat daaromtrend is gedaan en nog diend gedaaan te worden „tens en Killen, wvin als zandheuvels, waar in en agter welke wel 2. â 300. Man, of meer, als eene plaats zig zouden kunnen verschuijlen, en dewijl ik„ voor mij in begrip ben, dat een vijand dese stad willen„ „de attocqueeren, zulks van de zuijd en aan de zeijde die ven ragten mo teffe thudn van het strand zoude doen, zo heb ik die misselijke plaatsen, telkens eqiaal laaten maaken, en daar mee„ „den tot dus langer gecontinueerd, dus zal daarmeede, mijns bedunkens, nog wat dienen gecontinueerd te worden, tot de werkinge van de zee aan die kant zig verplaats en zig elders heen wend, het geen men zomtijds op het onverwagts ziet gebeuren, tans werken er maar 25 Coelijs 'sdaags aan en ieder Coelij geniet 2. fanums. of 3. stuijvers 'sdaags, het geen Juijst niet veel is in vergelijk van de hooge noodzakelijkheijd, om die dagelijks nog al aanspoelende onessene zandplaats egi„ „aal tehouden, want ik herinnere mij nog, hoe 's Na„ „bads trouper, toen we Chettua over zee wilden, ontzet„ „ten, agter de hoogtens en laagtens op die bekende poote uijtsteekende bank voor Chettua in hinderlaagen ge„ „leegen, ons detachement omzingeld en dus die Expedi„ „tie voor het grootste deel verijdeld hebben. Nog vald mij iets bij met rekatie tot de fortificatien: de overzijde van het Eijland Baijpin of eijgentlijk het zuijdelijk stukje pond, het geen de Comp: daar heeft was successive zodanig met boomen beplart, zo digt De Gebouwen van de Compagnie, zijn alle in een tame„ „lijken goede staat: uijt de afgegaane brieven na Batavia zedert het Jaar 1771. blijkt, hoe deselve toen gesteld waa„ „ven en wat er 't zeedert aangedaan is; schoon ik wel gewenscht had, dat het laatste voor mijn tijd ge„ „schied was, alzo de Mallabaarse Negotie boeken dan voor den inval van den Nabab met nog al min„ „der lasten en dus met nog al meer avantagies zouden gebrisseerd hebben, als anders, dog de overtuijginge van de onvermijdelijke en ten allerhoogsten geklom„ „mene noodzakelijkheijd, heeft mij genoodzaakt die reparaties te doen, en in welken staat 'sComp:s ge„ „bouwen zig tot nog toe bevinden, blijkt bij het hier bewassen, Ja zelfs met verscheijde opstallen zo zeer be„ „bouwd, dat een vijand daar gemakkelijk zoude hebben kunnen netselen, Batterijen opwerpen en uijt dezelve, als hij zwaar geschut had, onze stad, veel quaad doen: hier om heb ik daar alle de boomen en ruijgtens laaten afkap„ „pen en verscheijde opstallen doen afbreeken, dog de lieden tot dit laatste tijd gegeven, om hun zo veel mogelijk dat afbreeken dragelijk temaaken, waar door er hier en daar nog eenige zijn blijven staan, dewelken als nog dienen weg gedaan te worden, als wanneer men aan de over„ „kart van de revier, van zig kan afzien, en daar een behoorlijk vlakte zal hebben. bewassen vooren
English
Report concerning the findings. On the loft of the Dispensary there is a defect. [illegible] but only light articles to be stored there. Divided. Lie. The previously cited report of the survey of the fortifications, in which the present condition of the buildings is also given, shows at the same time that although all of the Company's buildings in this city are in a good state, there is nevertheless a note concerning a defect in the Dispensary, or rather in the loft of the grain warehouse, of which recently about a third part sagged, because of the weight of rice that lay on it. This loft was already built in the year 1736 and has generally had to bear much weight, but can, notwithstanding the aforementioned defect, still be used; for as soon as the sagging was discovered, in order to promptly prevent accidents and the collapse of the entire loft, all the rice that lay on it was immediately, by a large force of people, transferred to various private places, whereby it could be jacked up again with jacks and supported with props, to the extent that it is now usable again. I say usable, that is, if one, for example, puts gunny bags, carwaat, empty barrels, and similar light articles on it; but if one should have to store rice on it again, then it will have to undergo a repair. The lands of the Company taken together also make up a fairly considerable part of the Company's possessions, but they are very divided, and it seems the Company's lands lie very scattered, that in earlier times, when we still held the equilibrium among the native princes and practically laid down the law to everyone, one did not think that times could change so much, and that one therefore did not deem it necessary rather to draw our landed possessions together by taking from the other princes what lay closest, and giving them in return what lay closer to them and farthest from us, which one could easily have done then, whereas now our possessions everywhere, both in Travancore and Cochin territory, are very scattered, which constantly causes difficulties between the inhabitants of both sides and especially with the renters who rent the aforesaid lands and gardens. For instance, in front of Fort Cranganore we have only a cannon-shot of land; behind Cranganore in the river, the islands Moetoecoenoe; on the right side of Cranganore to the east, a small island; the north end and the south end of the island of Vypin are two strips of land belonging to us, while the remaining part of Vypin belongs to the King of Cochin; on the east side of this city, about a cannon-shot away, one already enters the territory of the King of Cochin; and on the south side of the city we also have only a cannon-shot's distance of land, while we have the river to the north and the sea to the west. The islands forward in the river are ours, which the Portuguese also had, of which Bendoertij is the largest. Furthermore, we have in the middle of Travancore territory up to Quilon various pieces of land, scattered here and there, regarding which I refer to the accompanying Note marked No. 6, in which all the lands and gardens we possess are specifically indicated with a demonstration of where they lie, amounting together to nine islands, sixty-nine gardens and grounds, among which is also included the plain from the Company's Garden up to Calvety (Calvety is actually that terrain where our shipyard stands), amounting to 42089 fruit-bearing coconut and other trees, 4507½ paoras of sowing lands, and 19716 salt pans, so that if everything of ours that is so scattered lay together, it would be quite a fine piece of land. Thus it would deserve consideration whether it would not be better to leave those several pieces of land, at least south of Cochin situated in Travancore, rather to that prince, and in return stipulate for about as much terrain from him bordering our territory; but since I believe I know the nature of the Malabar princes and especially of Travancore, I do not believe that Travancore will cede a hand's breadth of its land. So if one wished to get rid of those so widely scattered gardens and lands and of the difficulties arising from them, there would be no other way than simply to sell the same to Travancore for a capital somewhat proportioned to the yearly revenues that we enjoy from them and which could be calculated as interest; which might well succeed, as the native princes, through their harsh rule, draw more revenues from gardens and lands than we do. For I cannot see why we should not rather accept a good sum of money for those lands into the Company's treasury, than to draw an annual income from them, concerning which one now and then has difficulties, and which revenues might sometimes, with changing times, become uncertain for us. About halfway between here and Quilon, or actually at Porca, the Company has a stone lodge and a pepper warehouse, where a bookkeeper resides as Resident to collect the pepper, but we have no other land of our own there than a few paces around the warehouse and the lodge. About halfway between Porca and Quilon inland, whereas Porca lies on the beach, lies Kayamkulam, where a bookkeeper also resides as Resident and where there is likewise a stone pepper warehouse and lodge of ours, equally with only a small ground.
Dutch transcription
859 997 Rapport nen die bevionding aan de zolder van de Dispens is een manquement „eert, dog maar onslegte Arkeels daar op te borgen verdeeld. leggen vooren geciteerd Rapport van den opneem der fortificatie, waar bij de tegenswoordige gesteldheijd der Gebouwen ook opgegeven word, dog leffens blijkt, dat schoon alle sComp=s gebouwen dezer stad wel in een goeden staat zijn, er egter aanmerking aar omtrend een manquement is aan de Dispers, of eijgentlijk aan de zolder van het Graan Pakhuijs, waar van onlangs om„ „trend een derde gedeelte doorgezakt is, weegens de Zwaar„ „te van Rijst, die er oplag; deeze zolder is reeds Anno 1736. gemaakt en heeft doorgaans veel zwaarte moeten dagen dog kan„ ongeagt voorsch: manquement, nog gebruijkt wor„ „den, want zo dra de doorzakkinge ontdekt wierd, is ter„ dat manquement is geemijdig voorkominge van ongelukken, en het begeeven van de gehee„ „le zolder, all de rijst die er oplag, ten eersten met magt van volk, overgedragen, na deeze en geene particulieren plaatsen, waar door ze met domme kragten weder heeft kunnen opgeligt en met slutten ondersteund worden, in zo verren, dat dezelve nu weder bruijkbaar is, ik zegge bruijk„ „baar, dat is indien men er bij voorbeeld Joenie zakken; Carwaat, ledige vaatwerken en diergelijke ligte artikels opbrengd, dog indien men er weder Rijst op zoude moeten bergen, dan zal dezelve dienen een reparatie te onder„ „gaan. De Landerijen van de Compagnie te saamen genoo„ men, maaken ook nog al een tamelijk diel van 'sComp:s bezittingen uijt, dog zijn zeer verdeeld en het schijn't 'sComp:s Landerijen leggen zeer dat men in vroegere tijden, toen we onder de Jnlandse vorsten nog het equilibrium hielden en aan ijder ge „noegzaam de wetstelden, niet gedagt heeft, dat de tijden zo zeer zoude kunnen veranderen en dat men derhalven niet noodig geoordeeld heeft, liever onze bezittingen te lande bij een te trekken, met van de andere vorsten wat te neemen, dat het digste bij lag, en daar voor hun weederom te geven, het geen nader bij hun en het verste van ons lag, het welk men toen gemakkelijk zoude hebben kunnen doen, daar nu onze bezittingen over al zo in het poevancoor„ „se als Cochimse zeer verspreijd zijn, het geen geduurig moeijelijkheeden veroorzaakt, tusschen den weeder„ „zijdse inwoonders en inzonderheijd met de pagters, de„ „welken voorsz: landen en thuijnen pagten; want zo heb„ „heb wij voor 't fort Cranganoor maar essen een Canon schoot gronds, agter Cranganoor in de revier, de Eijlan„ ter welkenplaaten die andering „ den MoetoeCoenoe, aan de regter zijde van Cranga„ „noor na 't oosten een klijn Eijlandjes: het noord eijnde en het zuijd eijnde van het Eijland Baipin, zyn twee strooken gronds ons toekomende, terwijl het overige gedeelte van Baijpin den Koning van Cochim toekomt; aan de oost zijde van deze stad omtrend een Canon schoot verre, heeft men al het grond gebied van den No„ „ning van Cochim, en aan de Zuijd-zijde van de stad hebben we ook maar een Canon schoot verre ponds, ter„ dat „wijl 860 39 hoe vel boomen zaijvelden en zout pannen daar op zijn raat het best zouden zijn daar ontrend„ te doen onde bezitting tesporta en tefaticoilen „wijl we de revier aan 't Noorden en de zee aan het westen hebben: de Eijlanden voor aan in de revier zijn de onze die de portugeezen ook gehad hebben, waar van Ben„ „doertij het pootste is, voorts hebben we in het midden van pevancoors land tot Coilan toe, verscheide stukken lands, hier en daar verspreijd, ten welken belange mij refereere aan de Nevensgaande Notitie gen:t N=o 6:—. waar bij specificq aangeweezen worden, alle den landen en huijnen die wij bezitten met aantooninge waarze leggen, uijtmaakende te samen Negen Eijlanden, Negen en sestig thuijnen en gronden, waar onder ook begreepen is, de vlakte van 'sComp:s Thuijn tot aan Calwettij (:Cal„ „wettij is eijgentlijk dat terrain, waar onze scheeps„ „timmerwelf staat:) bedragende 42089:—. vrugtdraagende klapper, en andere boomen, 4507½. paoras Zaaijlanden en 19716. — zout pannen, zo dat indien alles wat van ons zo verstrooijt is, bij elkander lag, het nog al een moije lap pontf zouden zijn; Dus zoude het zijne Beden kin„ ge verdienen of het niet beeter was, dien verscheijden stukken gronds ten minsten bezuijden Cochim, in het Jrevancoorse gelegen aan dien vorst liever overtelaaten en daar voor weder te bedingen omtrend zo veel terrain van hem tegen ons territoir perzende, maar dewijl ik de aard der Mallabaarse vorsten en inzonderheijd van pevancoor meenende te kennen niet geloove, dat pe„ „vanCoor, een hand breed van zijn land zal afstaan, zo dat indien men van die zo zeer verspoeijde thuijnen en Landerijen en van de daar uijt ontstaane moeijelijk „heeden wilden afkomen, er niet anders op zouden zijn als dezelve aan pevancoor maar te verkoopen voor een Capitaal, eenigzints geproportioneerd na de Jaar„ „lijkse revenuen die wij er van genieten en men als in„ „trest zouden kunnen bereekenen, het geen mogelijk wel gaan zoude, alzoo de inlandse voosten door hunne harde Regeeringe uijt thuijnen en landerijen meer reve„ „nuen tekken als wij want ik kan niet zien waarom wij niet liever een goede somma Geld (voor die ponden in 'sComp:s Cas zouden accepteeren, als van dezelve Jaar„ „lyks een inkomen te trekken, om dewelke men nu en dan moeijelijkheeden heeft, en welke revenuen zom tijds bij verandering van tijden, voor ons onzeker zouden kunnen worden Omtrend de helfte tussen hier en Coilan of eijgent„ „lijk op Lazoe heeft de Comp: eene steene logie en aen Peper Pakhuijs, alwaar een Boekhouder als Re„ „sident legt, om de peper intesamelen, dog we hebben daar verder geen eijge grond als eenige schreeden rontom het Pakhuijs en de Logie: omtrend de helfte tusschen Possa en Coilan landwaards in wart Lorca legt aan strand/ legt Calicoilan, alwaar ook een Boekhouder als Resident legt en almeede een steene peper Pakhuijsen logie van ons id, insgelijks dat maar m
English
861. 34. The number of vessels one has. Upon which the Company places great importance. Proceeding with good planning, the ships can be quickly unloaded and loaded. but with a few paces of ground; and outside the fortress of Coilan we have nothing but a little ground, which is also barely a cannon shot away, and from which the inhabitants even pay poll taxes to the king of Travancore, just as the Paravas at Tuticorin pay to the Aramana. Now, as regards our power consisting of Shipping, Militia, and Artillery, it serves that with respect to Shipping, that business is not large here, as one has here only a two-masted and a one-masted sloop, item a fast-sailing native vessel, besides seven lighters and three punts, serving for unloading and loading and to fetch water daily from up the river for the garrison, for which purpose the lighters are used, besides also a rowing boat for towing and for bringing people to and from on board; of which aforesaid lighters three are outfitted for war in order to be used in the river, and which are made in such a way that one can convert them in a moment from a war lighter to an unloading lighter, and from an unloading lighter to a war lighter, because everything belonging to the latter, being made with mortise and tenon and numbered, can be quickly taken in and out; while the ordnance and whatever further belongs thereto lies ready separately in the ammunition house, to be placed just like that upon the lighters along with some soldiers and artillerymen. We have only few European sailors here, so that we must otherwise manage with natives to man our aforesaid vessels and to do service at the shipyard. Then, since I speak here of our vessels and of unloading and loading, I cannot pass over noting in that regard, namely that proceeding with good planning in unloading and loading, one can contribute a great deal to unloading and loading a ship quickly, unforeseen accidents excepted, whereby such a ship, if it does not have to call at Ceylon for one reason or another, can quickly return to Batavia, and find immediate employment there again, which at least in my time generally took place here, until we became involved in difficulties with the Nabob, since from that time on one has had to detain the ships here until the end of the good monsoon, to guard the island of Vypin and to keep this roadstead safe for the vessels that come here for trade. It is known that the Company attaches extraordinary importance to the speedy dispatch of its ships, and it is for that reason that there is almost no article that is continually recommended with so much emphasis, namely not to detain any ships needlessly for even a moment. 862. 4. What one has to observe regarding unloading and loading. Remark regarding that observance. At what time a ship usually comes from Ceylon here to fetch pepper. What one needs to take into account in that regard. The militia has continually been in a weak state here, whether it is necessary that their High Nobilities reinforce it. Here one has, besides the ordinary sea and land winds, ebb and flood; our unloading vessels are broad and can carry much, being strong yet very clumsy, capable of carrying no sail except before the wind, so that at least twelve men (for which coolies are used here) must row on each lighter. This and that must be taken into account, so that the vessels, under favor of the land wind or ebb, can go out and have their cargo by the time either the sea wind or the flood comes through; for if this is not paid attention to, one sees that the lighters in due course can either not come on board or not come from on board into the river, whereby a full twenty-four hours is lost each time; and since the lighters go to the ships, and the ships generally must take in one thing or another, for the delivery of which one sometimes waits until the very last, for which purpose special lighters must then again be sent, and whereby some days are again lost which one could have gained with good planning, one may well be somewhat attentive to this and inquire whether, when the lighters go empty to the ships and the ships begin to get a little room, such articles as must be aboard cannot also be sent to the ships each time, and without hindering the unloading, provisionally be stowed somewhere; one will possibly think that this is an unnecessary remark, because observing ebb and flood, land and sea winds, and a proper employment of the unloading vessels are the slightest skills that a sailor and an equipage master ought to have, and I also acknowledge this, but experience has taught me that continual supervision in that regard is necessary, and because this is an article of too great importance, I have not hesitated to go into detail in this matter. Generally, a ship arrives here from Ceylon in the latter part of the year to fetch pepper, also bringing what we have requisitioned from Ceylon; one then immediately sent this ship to Porca and Cayenculam to load pepper there, and having been loaded, directly back to Ceylon, without causing it precisely to come to this roadstead again to fetch the papers, as previously took place here, but no longer now, as the papers can meanwhile be prepared here and sent overland to Porca or Cayenculam, whereby some days are also gained again. Thus proceeding to the Militia, as a necessary article to preserve the possessions of our High Nobilities, I must observe to my heartfelt regret that the military affairs here have generally been in a weak state, whether it is necessary that their High Nobilities reinforce it.
Dutch transcription
861. 34t het getal die men heeft der vaartuigen waran de Comp: val geleege legt met goed verleg te werk gaande kunnen de scheepen spoedig gelost en gelaaden werden maar met eenige schreeden gronds; en buijten het fortres Coilan hebben, we niets als een weijnig gronds, dat ook pas een Canon schoot ver is, en waar van de inwoonders zelfs hoofd-gelden aan den koning van Jrevancoon betaa„ „len, even gelijk de Lamiassen te Cutucorijn van der Ar„ „mane betaalen Wat nu aangaat onze Magt bestaande in de Zeevaart, Militie en Arthillerij zo dient, dat met betrekkinge tot De Zervaart, dien omslag hier niet poot is, alzo men hier maar een tweemastig en een een mastige Chia„ „loup, item een snel zeijlend Jnlands vaartuijg, bene„ „vens seven Gamellen en drie schouwtjes heeft, dienende tot lossen en laden en om dagelijks water waar toe den gamellen werden van boven uijt de revier voor 't Guarnisoen te haalen, behal„ „ven nog een Roeijvaartuijg om te boegseeren en om den lieden af en aanboord tebrengen, van welke voorsz: Gamellen er drie ten oorlog toegetuijgd zijn, om in de revier gebruijkt te kunnen worden, en dewelke zodanig gemaakt zijn, dat men dezelve in een ogen„ „blik van een oorlogs Gamel tot een los-Jamel, en van een los Gamel, tot een oorlogs Gamel kan em„ „ploijeeren, dewijl alles, wat het het laatste behoord„ met pen en gat gemaakt en genommerd zijnde, spoe„ „dig in en uijt kan genoomen worden: Terwijl het geschut„ en wat verder daar toe behoord, in 't ammonitie huijs afzonderlijk klaar legd, om zo maar op de famellen benevens wat militairen en Arthilleristen geplaatst te worden: we hebben hier maar weijnig Europeeze Mat„ „troosen, zo dat we ons verder moeten behelpen met Jnlandse, om onze voorschr: vaartuijgen te bemannen en op de werf dienst te doen. Dan dewijl ik hier, van onze vaartuijgen en van lossen en laaden spreeken, zo kan ik niet voorbij, ten dien belan„ „ge te noteeren, namentlijk dat men in het lossen en laden met goed overleg gaande, nog al veel kan Contribueeren om„ een schip, buijten extra toevallen, spoedig te lossen en te laaden, waar door dan zo een schip, indien het om de eene of andere reeden Ceilon niet moet aandoen, spoedig te Batavia te rug keeren, en daar ommiddelijk weder emploij kan vinden, het geen ten minsten in mijn tijd, hier doorgaans plaats gehad heeft, tot dat we met den Nabab in moeijelijkheeden geraakt zijn, alzo men van dien tijd den scheepen hier heeft moeten aanhouden tot het eijnde van de goede mousson, om het Eijland Baipin te bewaeten en deze Rheede veijlig te houden, voor de Vaartuigen die hier ten handel komer Het is bekend, dat de Comp: ongemeen veel gelegen legd, aan het spordig depecheeren van Haare scheepen, en het is daarom, dat er bij na geen artikuls is, dat bij Conti„ „nuatie met zo veel nadruk aanbevoolen word, na„ „mentlijk gebrukt en F 862 4: root oer ontrend het lossen en laden te observeeren heeft remarque omtrend die observantie swelk tjd Cier gdipaig en schip van Ceilon komt om peper te halen wat dat daar ontrend in agt biend te neemen de milietsje is hier stee swakke staat geweest of Haar zulks noodzakelikis. „menblijk, om tog geene scheepen een ogenblik nodeloos op„ „tehouden. Hier heeft men, behalven de ordinaire zee- en landwinden„ Ebbe en Ploed, onze los-vaartuigen zijn breed, die veel laden kunnen; zijnde sterk dog zeer lomp, kunnende geen zeijl voeren als voor de wind, zo dat ten minsten twaalf man (:waar toe men hier Coelijs gebruijkt:/ op ieder gamel moeten voeijen, dit een en andere diend in agt genoomen te worden, op dat de vaartuijgen, onder faveur van de landwind of Ebbe, kunnen na buijten gaan en haare lading hebben, tegen dat, of de zee wind of de vloed door„ „komt; want als daar niet opgelet wood, dan ziet men dat de Camels op zijn tijd of niet aan boord, of niet van boord in de revier, kunnen komen, waar door dan telkens een etmael verloopt: en dewijl de Gamels na boord gaan, en de scheepen doorgaans het een of ander moeten inneemen, tot het ingeeven van welk, men zomtijds wagt, tot op het laatste, waar toe dan weder ex„ „presse Gamellen moeten gezonden worden, en waarmeede dan ook weer eenige daagen verloopen, die men met een goed overleg, had kunnen winnen, zo mag men hier wel wat attent op zijn en verneemen of er, wanneer de Ga„ „mels leedig na boord gaan, en de scheepen een weijnig ruijs „te beginnen te krijgen, dan niet telkens zulke ar„ „tikels ook na boord gezonden worden, die er op moeten zijn, en zonder belemmeringe van het lossen, bij provisie Militie, als een noodzakelijk artikul om onze Hoog Edelhedens, hebben haar bezittingen te bewaaren, moet ik tot mijn hartelijk leetweezen aanmerken, dat het militaire weeze hier al ergens kunnen geborgen worden; men zal mogelijk denken, dat dit een onnoodige aanmerkinge is, om dat het waarneemen van Ebbe en Vloed, land en zee winden, en een behoorlijk emplooij van de losvaartuijgen de geringste kundigheeden zijn, die een Zeeman en een men heeft bij onderindinge dat Equipagiemeester diende te hebben, en ik bekende dit ook, maar de ondervindinge heeft mij geleerd, dat het Continueel toezigt daaromtrend noodzaakelijk is, en om dat dit een artikul van te veel aangelegentheijd is, zo heb ik mij niet ontzien, in dit gezinge de tail te treeden Doorgaans komt hier in het laatste van het Jaar een schip van Ceilon, om peper aftehaalen, brengende meede wat we van Ceilon g'Eijscht hebben, dit schip zond men dan maar ten eersten na Pooca en Calicoilan om daar peper te laaden, en gelaaden zijnde, direct na Ceijlon terug, zonder Juijst weeder na deeze rheede te doen komen om de papieren tehaalen gelijk dat bevoorens hier plaats had, dog nu niet meer, alzo de papieren hier intusschen wel klaar gemaakt en overland na Looca of Calicoilan kunnen gezonden worden, waar„ t door dan ook weer eenige dagen uijtgewonnen worden Dus overgaande tot al doorgaans nieff kunnen versterk
English
863 345 attacked us, because our weakness was not unknown to him, but since it has become more considerable, he has undertaken nothing further. Remark of the Lords Majors. The strength here was indeed of the militia, and many frail people are in the garrison here, to do what is necessary to keep us in a state of defense. generally, at least for some years past, has been in a very weak state, and that however strongly I have represented this repeatedly and demonstrated the danger into which one could easily fall here as a result, it has nonetheless been utterly impossible for the High Government at Batavia to increase our garrison by any noteworthy number, on account of their own shortage, so that the prestige of the Company among the native princes here had to be maintained more by industry than by military power; and the Nabab Hyder Ali Khan would undoubtedly not have attacked us in so hostile a manner if he had merely been equal in power to Travancore and Cochin, and not such a powerful and enterprising conqueror. But however powerful and enterprising one may make him out to be, I think nevertheless that if our military force had only been more considerable and proportioned to our possessions, or if he had not been assured that we were here in such a powerless state, he would not yet have dared to attack us, just as he has also dared to do nothing more since our military force here has become more considerable. Remarkable is the observation of the Assembly of Seventeen in the general letter of 30 October 1776 concerning the weak state both of the Company's military power and of the artillery in particular on this coast, reading verbatim as follows: The deep decline in which that force has found itself seems even to have caught the eye of the native princes and to have made impressions on their minds which it were to be wished that one had been able to prevent. One is now obliged, by having hired native troops and on account of the further apparatus which such attacks have as a natural consequence, to bear such excessive expenses merely to remain on the defensive and only to preserve what we still have, that for half of those extra costs we might well have had a larger military force here, and thus possibly have retained our possessions. But it is now so, and what is past cannot be undone; yet now that we have experienced the consequence of such a weak condition, I think that even if the matter with the Nabab were settled, we nevertheless ought not only to have somewhat more European military personnel here, but also, at least for the present, maintain our native troops. But the most deplorable thing is that among our garrison there are so many frail men who, taken at best, can only stand sentry, so that wishing to count on numbers, one would miscalculate, while meanwhile
Dutch transcription
863 345 „tast hebben wes hem onzerspruk„ „heid niet bekert geweest „lijkker is geworden heeft hij niet meer ondernamen aanmeerking van de Heeren Majors magt hier wal van de mitithien veel Cadile, menschen zijn in het guarnisoen alhier te doen om ons in staat var defensie te houden doorgaans ten minsten eenige Jaaren herwaards in een zeer zwakke staat geweest is, en dat hoe zeer ik zulx ook eens en andermaal met nadruk opgegeven, en het gevaar aangetoond hebbe, waar in men daar door hier ligtelijk zoude kunnen geraaken, het de hooge Regee„ „ringe te Batavia egter volstrekt onmogelijk is ge„ „weest, ons Guarnisoen met een, naamwaardig getal te„ vermeerderen, uijt hoofde van eijge gebrek, zo dat het aanzien van de Comp: onder de Jnlandse vorsten alhier, meer de Nabab zouden ons niet aangen door induestrie als door het militaire weezen heeft moeten staande gehouden worden, en de Nabab Haijder Alij Chan ons ongetwijffeld, zo vijandelijk niet zoude aangevallen hebben, indien hij maar in Magt met Joevancoor en Cochim„ gelijkstandig en niet zo een Magtigen en onderneemende Conquerant was geweest; maar men mag hem zo magtig 6 en onderneemend stellen, als men wild, ik denke egter, dat als onse Militairen magt maar aanzienelijker en gepro„ „portioneerd na onze bezittinge was geweest, of indien hij maar niet verzekert was geweest, dat we hier, in zo een magtelooze staat waaren, hij ons nog niet zoude 't ziedert onze magt, aarhiene hebben durven aanvanden, gelijk hij ook niets meer heeft durven doen, zedert onze Militaire Magt hier aanzienelijker geworden is; aanmerkelijk is de Re„ „marque van den vergaderinge van 17 =en bij generaale briev van den 30 8ber: 1776. nopens den zwakken staat zo van 's Comp:s Militaire Magt, als van de Arthillerij in het bijzooder ter deeze Custe, luijdende bewoordelijk aldij Het diep verval waar in die magt zig heeft bevonden schijnt zelfs de Jnlandse vorsten in toog te zijn geloopen en op hunne gemoederen indrukken te hebben ge„ „maakt, die het tewenschen waare, dat men had ki„ „nen voorkoomen men is nia verplegt geshurssert terwijl we intusschen nu verpligt zijn door het in dienst neemen van Jnlandse troupes en weegens den verderen omslag, dewelke diergelijke aanvallen tot een natuurlijk gevolg hebben, zulke excessive ongelden te draagen, om zelfs maar bij het defensive te blijven en slegts te bewaaren, het geen we nog hebben, dat we wol, voor de helfte van die meerdere kosten hier een Grooter Militaire Magt, zoude kunnen gehad en dus mogelijk onze bezittingen behouden hebben: dan het is nu zo, en het gepasseerde is niet te herdoen, maar nu we het gevolg van zo een zwatke toestand ondervonden hebben, zo denne ik, dat schoon de zaak met den Nabab bijgelegd wierd, we hier evenwel niet alleen wat meer Europeeze Militairen dienen te hebben; maar ook ten minsten voor eerst onze Jnlandse troupes moeten aanhouden. Maar het Jammerlijkste is, dat onder ons Guarni„ „soen zo veel Caducen zijn, die op zijn best genoomen maar schildwagt kunnen doen, zo dat men op het getal willende reekenen, zig mis-reekenen zoude, terwijl men intus„ het scher
English
864. 347 A reasonable offer to provide one may well continue to keep native Christians and Chegos in service 90 cost half as much as the sepoys recommendation to recruit even more of such wherewith Their High Excellencies 300 men have been demanded a trial was made to send sepoys to Batavia among those people, who have become invalids in the Company's service, it would be well if they are not driven like old horses onto the dike, nor can they be pensioned, because they have not served as many years as is required by the regulations, unless the Company, out of singular favor, and to rid the Malabar once and for all of those invalid soldiers, should wish to grant them a mercy bread. Regarding the native military, one may well continue to keep native Christians and Chegos in service under the name of Malabar soldiers, as they are natives of this country who, having wives and children here, therefore fight just as well for peaceful residence and desert less than the sepoys, which latter, here in this upper country, sometimes run from one side to the other, according as the fortunes of war turn, besides the fact that the native Christians and Chegos cost almost half as much as the sepoys, regarding which I refer to what I have written to Batavia about it, in separate dispatches of 30 April 1778 and 27 October 1780, in which latter letter it appears how, on account of the well-known scarcity of European soldiers, I have attempted to draw all the benefit from the native forces, and especially from the sepoys, that could possibly be drawn, at least that benefit which the English draw from them, who with their sepoys here in India manage to accomplish quite a great deal. Yet regarding the sepoys, I must particularly remind Your Honour how, being aware that they in Batavia also have a great shortage of personnel, I once made a trial, namely to send some sepoys from here to Batavia, as evidenced by my separate letter to Batavia, dated 20 October 1779, and with which I have since continued up to a number of 190 heads, which pleased Their High Excellencies so well that by letter of 27 July 1780, another 300 pieces were requested, of which 180 have already been sent, while the remaining 120 can be sent on a further occasion, whereby that demand would be completely fulfilled; however, I advise Your Honour, during the coming bad monsoon, not only to accept those who present themselves for it, but even to have a lookout kept for still more, provided they be young and capable men, because I do not doubt that Their High Excellencies will require even more of such people. While Your Honour, in the contrary case and having no further need of personnel, can always retain them and dismiss others in their place who are less capable and who are not of that caliber, just as Your Honour knows one can easily do with the sepoys. The principal matter that one, regarding the military in general, 865 349 what one principally has to observe regarding the military Artillery The arrangement for the preservation of the gun carriages. may well observe regarding the military in general, and wherewith I have found myself best suited, is to ensure that the soldier effectively enjoys what is due to him, but also no more; that he is mistreated as little with words as with deeds, nor repeatedly caned for every trifle, but that on the contrary, for every offense that he knows is strictly forbidden to him, he be punished according to the law without any excuse, and thus be kept under good discipline; and finally that he be kept clean in his clothes and continuously trained in the use of arms, especially in such maneuvers as are most applicable here in this country. I have seen our troops, both European and Malay, alongside the sepoys and Malabar soldiers, perform their maneuvers and fire to my satisfaction on several occasions; one may, indeed one must always, especially in wartime, be sparing with gunpowder, but in order to make and keep the men proficient in arms, one need not spare powder, for just as cleanliness is the adornment, indeed even the health of the soldier, so continuous occupation and exercise must be his element. But as necessary as the militia is for securing our possessions, just as necessary is the artillery. I shall not recount here how badly this very important matter has been situated here; it is sufficient for me that the necessary redress has been made in that regard, as far as the times and circumstances have permitted. The ramparts are now provided with new and good carriages, besides a good number in reserve, and one may well continue to have even more made and iron-mounted, because in case of emergency, and when there is heavy firing, a carriage can very quickly be shot to pieces, besides which the climate here also does much harm to the carriages if no precautions are taken in that regard. Carriages can, however, be very well preserved against the soaking of water and against the harsh climate by means of that arrangement which has been made in that respect, and the observance of which ought not to be neglected, by having the wheels greased monthly, having the carriages tarred in due time, and ensuring that the tar delivered for that purpose is effectively used. I say this not without reason, because I have experienced more than once that through either self-interest or nonchalance, people would have been negligent in that regard, had I not continually paid special attention to it, regardless of the orders and regulations relating thereto. Besides, the artillery
Dutch transcription
864. 347 een geralig bod ana besdorgen men mag wal Continueeren met inlandst, Christeren en Chegossen in omstf: te houden 90 vel koten als de Cepaul aanprijsing om nog meer van dat waar meede haar hoog Edelheeden. 300 man g'eseht zin men heeft een presire genoomen sipeus na Batavias te zenden „schen die menschen, als in 's Comp:s dienst Cadries geworden, het zoude goed zijn zoo men hen niet als oude Paarden op den dijk Jaagen nog hun gagieeren kan, om datze zo veel Jaaren niet gedient hebben, als volgens de ordre daar toe staat, ten waare de Comp: uijt een zonderlinge gunst, en on de Mallabaar eens van die Caduce Militairen te ontdoen, dezelve een genade brood wilde geven. Omtrend de Jnlandse Militairen, mag men wel Continueeren, met Jnlandse Christenen en Chegossen, on„ „der den naam van Mallabaarse zoldaaten in dienst te houden, als zijnde naturellen dezes Lands, die hier vrouwen en kinderen hebbende, dies voor de geruste inwoo„ „ninge zo goed vegten en minder Dezerteeren, als de sipais, welke laatste, hier in dit opersland wel eens in„ den eeren na den anderen loopen, na maate de kans van den oorlog helt, behalven dat de Jnlandse Christenen om dat dezelven maar halff zoo en Chegossen bij na maar halv zo veel kosten als de Cipais „ waaromtrend ik mij refereere aan het geen ik daar over na Batavia geschreeven hebbe, bij aparte mis„ „siven van den 30. April 1778: en 27. 8ber: 1780, bij welke laatste briev blijkt hoe ik, uijt hoofde van het bekende gebrek aan Europeeze Militairen, getragt hebbe, om van de Jnlandse koper en voor al van de sipais all het nut te trekken wat er maar eenigzints van te trekken is, ten minsten dat nut, wat er den Engelse van brekken, die met hunnen sipais hier in Jndien al vrij veel weeten uijttevoeren Dog nopens de Cipais moet ik uwEd: nog in het bij„ „zonder herinneren, hoe ik bewust zijnde dat men te Batavia ook groot gebrek aan volk heeft eens een preuve „genoomen hebben, mamentlijk om eenige sipais van hier na Batavia te zenden, blijkens mijn Aparte briev na Batavia, onder dato den 20. October 1779. en waarmeede ik 't zeedert gecontinueerd hebbe tot een getal van 190: –. koppen het geen haar hoog Edel„ zo wel te meden waarn dat nog „ heedens zo wel bevalen heeft, dat bij briev van den 27. Julij 1780, nog 300. stuks geeijscht zijn, waar van reets 180. –. gezonden zijn, terwijl de overige 120:—. bij nader gelegentheijd kunnen gezonden werden, wan„ „neer dan die Eijsch Compleet zouden voldaan zijn, eg„ „ter raade ik uwEd: om in de aanstaande quaade mousson evenwel niet alleen de zulken te accep„ volk aanteweeren voor Batans„ teeren, die zig daar toe komen aangeven, maar zelvs ook, na nog meer, mits het Jong en fluksvolk zij, te laaten uijtzien, om dat ik niet twijffele of Haar hoog Edelheedens zullen nog wil meer van dat volk requireeren. Terwijl UEd: in Contraire geval en niet meer volk nodig hebbende, dezelve altoos aan„ „houden en daar voor andere, die min sluksen, en die zo niet zijn, hun de missie geven nan, gelijk uuEd: weet dat men met de Sipais gemakkelijk doen nan Het voornaamste wat men omtrend de Mili„ vrij „taire 865 349 wat men het voornaamste in agt heeft te neemen omtrend den militairen Arthillerij De schiffking tot preservatie van de affuiten. „taire in 't algemeen wel in agt mag neemen, en waar bij ik mij het beste bevonden hebben, is te zorgen, dat de zoldaat effectiev geniete, wat hem toekomt, maar ook niet meer, dat hij zo min met woorden, als met daaden, mislandelt, nog om geen bagatel telkens ge „rottingd worden, maar dat hij daar en teegen voor ieder vergrijp, het geen hij weet, dat hem op Maasse ver„ „booden is, zonder eenige verschooninge, na dat de wet gestraft, en dus onder een goede discipline gehouden worde, en eijndelijk dat hij zindelijk in de kleederen gehou„ „den en bij Continuatie in den Kapenhandel, voor al in zul„ „ne manheuvers, geoessend worde, die hier te lande meest te pas komen: Jk hebbe onze troupes zo Europeeze als Maleijers, beneevens de Sipais en Mallabaarse zoldaaten, verscheijde maalen haare Manheuvers, tot mijn genoegen, zien maaken, en afvuuren, men mag, Ja men moet altoos voor al in oorlogs tijden wel zuijnig met het kruijt zijn, maar om het volk bekwaam in den wapenhandel te doen zijn en te blijven, behoefd men geen kruijt te onzien, want gelijk de zindelijkheijd dat Cieraat ja zelfs de gezondheijd van den zoldaat is, zo moet de Continueele ocupatie en excereitie zijn Ele„ „ment zijn Maar Zz noodzakelijk de Militie tot verzeekeringe van onze bezittinge is, even zo nood„ „zakelijk is de Arthillerij, ik zal bij deesen niet opgeven hoe het noodig redrec omtrend en slegt het hier met dit zo zeer aangelegen artikul ge„ „steld is geweest, het is mij genoeg, dat daar omtrend het nodige redres gemaakt is, zo veel de tijden omstan„ da tegenwoordig gestet hed dn gdigheeden toegelaaten hebben, de wallen zijn nu voor„ „zien van nieuwe en goede assuijten, behalven nog een goed aantal in rezewve, en men mag wel Continueeren„ om nog al meer in dezelve te laten aanmaken en beslaan, om dat in Cas van nood, en als er veel geschoo„ „ten word, een affuijt al schielijk uijt eekander kan worden geschooten, behalven dat de lugt ook hier veel quaad aan de afsuijten doet, indien men daar omtrend geen voorzorge gebruijkt Affuijten kan men egter al zeer wel tegen het in„ „wateren en teegen de sterke lugt preserveeren, met die schikkinge, dewelke daaromtrend gemaakt is, en waar van de nakominge niet verzuijmt dient te worden, met maandelijks de wielen te doen keezen de affuijten op zijn tijd te laaten teeren, en te zorgen, dat men effectiev, de Theer daar toe gebruijkt, die er voor verstrekt word; ik zegge dit niet zonder reeden, om dat ik meer als eens ondervonden heb„ „be, dat men daaromtrend of uijtbaatzugt, of uijt non Chalance, nalatig zoude geweest zijn, indien ik niet telkens speciaal daar op gelet had onge„ „agt de ordres en Reglementen daar toe relatief: de„ Arthillerij „halven 6 e
English
Because of these precautions, I requested qualification from the High Indian Government by letter of 2 May 1772, and obtained the same on 25 September, to lower the guns on the ramparts—except for the plank guns—to the ground during the bad monsoon, when one expects virtually no hostilities here, and to place the gun carriages under a roof, whereby they are protected from rain and air for almost half a year, and can last almost twice as long as otherwise. And however well known a matter it is that the gunpowder must also be turned at its proper time so that it does not clump and spoil, I was nevertheless compelled to issue such orders that this cannot be neglected, even if one wished to neglect it. For to be certain that the powder barrels are turned every month and the wheels of the gun carriages every fortnight, this is now performed in the presence of the officer on picket duty, and after it has been performed, a report thereof is made from the Main Guard, while this is also specially reported monthly from the outer stations where powder and artillery are kept, so that this can no longer be neglected, provided care is taken that this order does not imperceptibly fall into oblivion in extraordinary cases or under one pretext or another. Furthermore, regarding the article of the Artillery, I refer to the Resolutions of 22 August, 20 October 1771, 3 February, 13 August, and 16 September 1772, and 4 June and 15 October 1773. Besides the artillery and ammunition here on the ramparts, of which a memorandum is attached hereto marked No. 7, we also have here a fairly good field artillery, which must always be kept clean and ready to march out at the first order. And so that nothing is ever lacking, it is well worth the effort, while taking a walk now and then, to go and inspect it in person; at least I know by experience how necessary this is. Our artillerymen can now deliver a cannonball and throw a bomb where one wants them to, but the annual and weekly drills are extremely necessary. Above all, I cannot fail to recommend as a good thing to continue with the Company of Grenadiers, as I have established it here and voluntarily engaged them, namely that, in return for a free uniform, they also allow themselves to be instructed and drilled with the artillery, to wit: handling the ordnance, firing a cannonball, and throwing a bomb where desired, with the promise that in case of a siege or attack, as long as they are in such a situation
Dutch transcription
866 G. „son geborgen worden erstelden ordre tot preservatie van 't man nu niet meer versuimt werden ver pring om de panadiak bij den arttillerij te doen excerceeren wel g'oeffentheid van onze arthielle„ ribten goede veld-arthillerije naar de sfuti inde quaaden moins„ halven deze voorzorge zo hebbe ik van de Hoogen Jndiase Regeeringe bij briev van den 2. Maij 1772 qua„ daar aan „lificatie versogt, en dezelve den 25 7ber: Cerlangd, om in de quaade mousson, wanneer men hier genoegzaam wallen /uijtgenomen de plankstukken:/ op den pond te strijken, en de affuijten onder een dak te plaatsen, waar door ze bij na een halfjaar, van reegen en lugt bevrijd zijn, en bij na wel eens zo lang als anders kunnen duur„ geen vijandelijkheeden tewagten heeft, de stukken, op den men heeft hier ok een anelijken Buijten de Arthillerij en Ammonitie alhier voor „ren En hoe zeer het een bekende zaak is, dat het kruijt ook op zijn behoorlijke tijd gekeert werde, op dat het niet klontere en bederve, zo ben ik egter in de nood„ „zakelijkheijd gebragt, zodanige ordres te stellen, dat zulx niet kan verzuijmt worden, al wilde men het verzuijmen, want om verzeekerd te zijn, dat de Kruijdvaaten alle maanden, en de wielen van de af„ „buijten alle veertien dagen gekeerd worden, zo word zulks nu verrigt ten bijweezen van de officier die het piket heeft, en na dat het verrigt is, word van de Hoofdwagt, daar van Rapport gedaan, terwijl zulks van de buijten Comptoiren, alwaar kruijt en geschiet is, 'smaand/ ook speciaal bedeeld word, zo dat dit nu niet meer kan verzuijmd worden, indien maar gezogd word, dat die order bij extoa ordinaire gevallen of onder het een of andere pretent niet ongevoelig in 't vergeet boek ge„ „raake; voorts refereere mij nopens het articul van de Arthillerij aan de Resolutien van 22. Augustus, 20. 8ber: 171. 3. februarij, 13. Aug:s en 16:' 7ber 172 en 4. Junij en 1771 1771 de wallen waar van hier een Memorie is bijgevoegt gen:t 7. hebben we hier ook nog een tamelijke goede veld-Arthillerije, welke altoos zindelijk, diend ge„ „houden teworden en klaar te staan, om op eerste order te kunnen uijtrukken, en op dat nimmer daar aan iets manqueeren, is het wel de moeite waard nu en dan een wandelinge doende, daar zelfs eens na te gaan zien, ten minsten, Jk weet, bij ondervindingen, hoe noodzakelijk zulx is. Onze Arthilleristen kunnen nu een kogel brenger g een bom werpen, waar men ze hebben wild, dog de Jaar„ „lijkse en weekelijke Excercitie is ter hoogsten nodig, voor al kan ik niet marqueeren, als een goede zaak„ aan te prijzen om te Continueeren, met de Comp: Grena„ „diers, zo als ik die hier opgezigt en wijwillig ge-en„ „gageert hebbe, namentlijk om voor een vrije mon„ „teeringe zig bij de Arthillerij ook te laaten onder„ „rigten en te excerceeren, te weeten met het geschuet om te gaan, een kogels te schieten en een bom te wer„ „pen, waar men begeerd, met belofte, datze in Cas van beleg of attacque, zo lange ze in zo een geval 15 8ber 1773. „raake als knuit
English
867 353 whereby one has double service from this company, and what does this not bring together, serving to use the artillery, the objective, deserting, ease of deserting from here. acting as artillerymen, will enjoy greater or proper artillerymen's pay, which can only seldom happen, and for this they let themselves be drilled during drill time four times a week, and furthermore once every fourteen days, beyond the ordinary military drill, so that one can have double service from this company, while in all cases it is very good that a soldier also understands artillery, both in the field and in a siege, and this also has another benefit besides, namely that these soldiers, out of ambition, or even just out of a kind of game, deliberately apply themselves to surpass the actual artillerymen; while the artillerymen, on the other hand, not liking to see that they are surpassed by the soldiers, also apply themselves to their trade with greater diligence, whereby both seek to outdo each other, which I have seen several times with pleasure. Trial made with native Christians, and in order to make a virtue of necessity even further in these critical times, I have recently made a trial to employ native Christians with such usefulness in the artillery as they are used in the military, in which respect I refer to what was written about this to Batavia by separate letter of 6 January last, and I have the pleasure of seeing that these people in their kind satisfy the purpose quite well, so that it will be necessary to continue keeping a hand over them. After seafaring, militia, and artillery, it will probably be best to let follow the article of desertion. Desertion being an evil that in this place does not seem possible to prevent, because one has an open country here, and the people, whom one cannot keep locked up forever, having a free day, can make off as easily as anywhere in the Indies. By the King of Cochin they are no longer taken into service; I do not even believe that Travancore still retains our deserters now, unless it were an occasional one who is a craftsman, or can be of some special service to him, for if he were to retain any deserters of importance, this could not remain hidden here, so that where our people generally, our deserters generally desert to the English at Anjengo, Tellicherry, or Mahe, but what one must wonder at most is that even this or that one has deserted to the Nabob, notwithstanding that it is sufficiently known among the people how poorly Europeans are treated and paid there. Yet I must at the same time confess that, in proportion to the greater number of soldiers who have now been stationed here for some time, and the opportunity they have to get away, the sort of desertion...
Dutch transcription
867 353 waar door omen dubbelde dienst van deezen Comp: hebben van en wat niet dezelve alneer te voege brengt „teng o„j de athillin te gebtruken het orgmeerk deserteert gemakkelijkheid om van hier te de als akthillensten ageeren, meerder of eijgentlijk ga„ „gie van Arthillensten zullen genieten, het geen maar zelden exteeren kan, en hier voor latenze zig in de excer„ „ceer tijd, vier-maal ter week, en voorts alle veerthien dagen, eens, excerceeren buijten de ordinaire Militair„ „ver excercitie, zo dat men van deze Comparie dubbelden dienst kan hebben, terwijl het in allen gevallen zeer goed is, dat een militair ook de Arthillerij verstaat, zo wel in 't veld als in een beleg, en dit heeft ook buijten des nog een ander niet, namentlijk, dat deeze Mili„ „taire uijt ambitie, of zelvs maar uijt een zoort van een spelletje, zig expres toeleggen, om de effective Arthilleristen te overtreffen; terwijl de Arthilleristen daar en tegen niet gaarne ziende, datze door de Militairen overtroffen worden, zig ook met meer vlijd op hun metier toeleggen, waar door ze beijde elkander de loef zoeken aftesteeken, het geen ik verscheijde maa„ „len, met vermaak gezien hebbe. spouw genome met nlande Chrin, En om in deze Crificque tijds omstandigheeden, al ver„ „der van de nood een deugd te maaken, zo heb ik onlangs een preuve genomen om Jnlandse Christenen met dat nut bij de Arthillerij te gebruijken, als ze bij het Mill„ „taire gebruijkt worden, ten welke opsigte mij refereeren aan het geen daar over na Batavia geschreeven is, bij deese merschen voldoen tamelijk van aparte briev van den 6. Januarij J=o leeden, en ik heb het genoegen temogen zien, dat deeze menschen in hun Dezertie, zijnde een quaat, dat ter deezer plaats niet schijnd belet te kunnen worden, dewijl men hier een openland heeft, en het volk dat men tog altoos niet opgeslooten kan houden eens een vrijen-dag hebbende, zo gemak„ „kelijk als op een plaats in Jndien, zig weg kan maa„ „ken, bij de koning van Cochim werdenze niet meer in dienst genoomen, ik geloof zelfs niet, dat Jevan„ „coor tans onze Dezerteurs ook meer aanhoud, ten waare eene enkelde, die een kunstenaar is, of van een bijzonderen dienst voor hem kan zijn, want indien hij eenige Dezerteurs van belang mogt aanhouden, zo zou„ „de zulks hier niet verborgen kunnen blijven, zo waar hen ons volk doorgaan dat onze dezerteurs doorgaans na de Engelse te Anssen„ „ga, Jallicherij of Mahe dezerteeren, dog waar over men zig het meest moet verwonderen is, dat zelfs dee„ „ze en geene na de Nabab gedezerteerd is, niet teegen„ „staande het genoeg onder het volk bekend is, hoe slegt de Europeezen daar behandelt en betaald worden, dog ik moet teffens bekennen, dat na maate van de meerderen Militairen, die hier nu eenigen tijd gelegen hebben; en de gelegentheijd dieze hebben om weg te geraaken, de zoort nog al tamelijk aan het oogmerk voldoen, zo dat het noodig zal zijn verder de hand aan hun te houden Agter de Zeevaart, Militie en Arthillerij zal wel het best zijn telaaten volgen het articul van zoort dezertie „serteeren
English
Desertion however is not great here at present, and the men are not shortchanged, at least I dare vouch that the men here are not pinched nor wronged. I have always seen to it that the head of the military, beyond what the Company assigns to him, has some income commensurate with his rank, without burdening the common man, so that he might not out of narrow circumstances be led to such pinching of the soldier as sometimes takes place elsewhere, which I have always forbidden in the most serious manner. And I have even had the pleasure, when some came back from the English, French, or from the Nawab upon promise or in hope of pardon, of hearing from these returned deserters that they always told their comrades that the great talk of higher pay among other nations is mere chimera, since in the final settlement of accounts they barely enjoy half of what is stated; likewise that they have had it bad everywhere and nowhere so good as with the Honorable Company, and that their desertion was mostly caused by fear, when having had a drop too much and not coming home on time, thus being fearful of punishment, they hid themselves even longer, and subsequently realizing too late that their penalty grew heavier through staying away longer, finally out of fear sought to make a good escape. Regarding this last point, I do believe that this applies to some cases, but experience also teaches that this or that man, while sober, and after previous agreement with one another, went away, so that desertion may for the greatest part be attributed to a kind of trait that one sees occurring among soldiers even in Europe, namely that he, as it is called, simply gets it into his head to desert without any reason. And thus I know no better remedy against desertion than to continue with the present practice; namely, to set a bounty of 10 rupees and also de facto pay it to the native who apprehends a sailor or soldier at a certain specified distance, which bounty he then earns back; for the men know how far they may go, and that if caught beyond that, they will be seized by the natives, who watch closely for this. And this must be maintained so strictly that even if it should happen just once that a fellow, being actually sober, is caught beyond the specified distance, who nevertheless from all circumstances does not appear to have intended to go away, one must nonetheless, in order to avoid all exceptions, have the bounty paid, especially because, having known how far he was permitted to go and having been sober, he thus did it with his full knowledge, which he knows he may not do. For otherwise the zeal and earnestness with which the Malabars watch for the deserters for the sake of the bounty would diminish, and in the end fall away entirely. As soon, therefore, as a fellow is found absent, whether at roll call or otherwise, or is suspected of desertion, immediate report of it must be made and not wait until the morning, for then a commander can still, before the closing of the gate, send word into the country that a sailor or soldier is absent, which then spreads like wildfire among the Malabars, who then, even by night, track them down just as if they are going on a hunt, as it has indeed happened that they went out in a whole troop and brought in the absentee in a few hours, and divided the money among themselves; and by setting this bounty very many are brought in who would either have wandered off through drunkenness or deserted had they not been caught. Here I should also specifically mention the Company's interests in this place, although this was already briefly done at the beginning hereof, or properly speaking under the main section on Malabar in general. Among the interests the Company has here, the collection of produce certainly belongs. Previously the Company had a collection here of various articles which have since been written off as being of no real importance, including the collection of Malabar linens; so that now for the greatest part what comes into consideration is the collection of pepper, which here consists of two kinds, namely contract pepper, or pepper that is purchased privately. By the first is understood that pepper which the King of Travancore, according to the latest contract of 1753, must deliver, namely 3000 candies from his hereditary lands at 65 rupees per candy of 500 lb, and 2000 candies from his other conquests at 55 rupees. But since under the article of the King of Travancore I have already mentioned what is necessary regarding the contract pepper, I refer to that, and will speak here only of the private collection, through which one can still obtain quite some pepper, provided one pays the people immediately in cash without any deductions, and does not pinch on the weight at delivery, against which one must give strict orders and cannot watch enough. People have previously thought that the private collection here
Dutch transcription
868 955. de Desertie is thans hier egter bekqusbeld gekomene deferteurs te hooren datze gehad heben ontslaat 't welk men diend te maintineeren en waarom middel daar teegen dezertie egter niet poot geweest is. ten minsten daar niet groot en het volk word niet dierve ik voor instaan, dat het volk hier niet beknibbeld, „ns nog te kort gedaan word: ik hebbe altijd gezoogd, dat het & hoofd van de Militie, buijten het geen de Comp: hem toegen„ „legd, eenig inkomen heeft, na maate van zijn Caracter, buijten lasten van de gemeene Man, op dat hij uijt be„ „krompenheijd niet mogt vervoerd worden tot zulke beknibbelinge van den zoldaat als zomtijds wel eens men heeft het genogen van de te nugplaats heeft; het geen ik altoos op den Cenieuste wijzen het nergens do goedels bijde Compt verbooden hebbe, en Jk heb zelfs het genoegen gehad, dat wanneer er eenige van de Engelse, franse of van de Nabab, op belofte of in hoop van Pardon terug kwa„ „men, zij altoos onder hunne makkers verteld heb„ „ben dat het groot geroep, van meerder bezoldinge bij andere Naties, maar schemeriek is, alzo ze bij slot van reekeningen pas de helfte genieten van het geen er van opgegeven word; zo meede dat ze het over al slegt en nergens zo goed als bij d' E: Comp: waar uit hunne desertie mast gehad hebben, en dat hunne Dezertie meest uijt vrees veroorzaakt is, wanneerze wat in 't Hoofd ge„ „had hebbende, en niet op zijn tijd te huijs gekomen, dus voor Correctie bedugt geweest zijnde, zig nog langer verschuijlden, en vervolgens te laat begrijpende, dat door dat langer uijtblijven hun stoaf verzwaarde, eijn„ „delijk uijt vreesen een goed heen komen gezogt hadden: Nopens welk laatste ik wel geloove, dat dit om„ „tend eenige plaats heeft, maar de ondervindinge leerd teffens, dat deeze en geene nugter zijnde, en na voorige afspraak met elkander heen gegaan zijn, zo dat den Dezertie voor 't pootste gedeelte wel mag toegeschreeven, worden, aan een zoort van eijgenschap, die men zelfs in Europa bij den zoldaat ziet plaats hebben, nament„ „lijk dat hij het, zo genaamd, eens en zijn hoofd krijgt om te dezerteeren, zonder eenige reeden: en dus weete ik tegen de Dezertie niet beeter als dat men Continu„ „eere bij de teegenswoordige usantie; namentlijk een premie van 10 rop:s te stellen en ook de facto te betaalen aan den Jnlander die op zekere bepael„ „de distantie een Mattroos of Militair attra„ „peert; welke premie hij dan weer indiend; want het volk weet, hoe verre het mag gaan, en dat het daar buijten geattrapeerd wordende, opgevat word door de Jnlanders, die daar goedig op passer; en dit diend men zo sterk te maintineeren, dat schoon het al eens voor een enkelde keer mogt gebeuren, dat een kerel in der daad nugter zijnde, buijten de bepaalde distantie opgevat word, die egter uijt alle omstandigheeden niet schijnt te hebben willen heen gaan, men egter om alle excepties voortekomen, de premie moet laten betalen, voor al om dat hij geweeten hebbende, hoe verre hij maar mag gaan, en nugteren geweest zijnde, he „trend dus 869 357. hoedanig d' insameling van pepper hier geschied leveren de Jnzaam van producten is het dus met zijn volkomene kennis gedaan heeft, het geen hij weet, dat hij niet doen mag: want anders zouden de ijver en ernst, waarmeede de Mallabaaren, om de wille van de premie op de Dezerteur passen, verminderen, en op 't laatst wel geheel te niet raaken, zo dra derhalven een kerel, het zij bij rolleezen als anderzints, absent gevonden of aan Desecatie suspect gehouden word, dan diend daar van immediaat rapport gedaan en daarmeede niet ge„ „wagt te worden tot 'smoogens, want den kan een Gebie„ „der nog voor het sluijten van de poort in het land ken„ „nis laten geeven, dat er een Mattroos of Militair ab„ „sent is, het geen dan als een lopend-vuurtse verspreijd waar onder de Mallabaaren die er dan, zelvs des nagts op uijt snuijven even als of ze op de Jagt gaan, gelijk het dan ook wel gebeurt is, datze er met een geheele troup op uijt gingen, en de geabsenteerde in weijnig uu„ „ren opbragten, mitsgaders het geld onder elkander ver„ „deelden, en door het stellen van deze premie worden nog al zier veele opgebragt, die of door dronkanschap ge„ „dwaalt of gedezirteerd zouden zijn, indien ze niet opgevat waaren Nie diende ik ook nog specificq van Compagnies Belangens alhier temelden, schoon voornaamste belang van de Comp: zulx reeds in het begin dezes of eijgentlijk onder het hoofd- deel van de Mallabaar in 't Algemeen, kartelijk gedaan Peper, dewelke hier bestaat in tweederleij nament„ „lijk in Contract Peper of in Peper die men particulier inkoopt, door de eerste verstaat men, die Peper, dewel„ „ken de koning van Joevancoor, volgens 'V laatste Contract van 1753. namentlijk 3000 Candijlen uijt zijn Erflanden Hoveval soeventoo ghouden a t tegens 65 ropijen 1 Cand=l van 500: lb, en 2000 Candijlen uijt zijn andere Conquesten tegens 55 ropijen leveren moet: maar dewijl ik onder het artikul van den ko„ „ning van Jevancoor, reeds het noodige van de Contract Peper gemeld hebben, zo refereere mij daaraan, en zal hier maar alleen spreeken, van den Particulieren Jn„ „zaam, waar door men nog al wat Peper magtig kan„ worden, indien men de lieden maar aanstond / zonder eenige kortinge Contant betaald en bij de Leverantie in 't gewigt niet beknibbelt, waar tegen men scherpe ordres stellen moet, en niet genoeg waken van Men heeft wel eers gemeend dat de Particulieren is: onder de Belangens die de Comp: hier heeft, behoord zeekerlijk ook de Jnzaam van Producten: bevoorens heeft de Comp: hier Jnzaam gehad van verscheijde Articulen die 't zeedert, ags van geen receel belang gevonden zijnde, afgeschreeven zijn, tot den Jnzaam van Mallabaar„ „se Lijnwaaten in Clusive; zo dat tans voor het prootste gedeelde in aanmerkinge komt; den Jnzaam van Inzaam hier
English
870. 959. purchase of pepper has meant made it understood that he thinks his contract pepper is paid dearly enough regarding the pepper delivery being kept granting up to 80 rupees per candil may be spent pepper: that the contract reads for reasons it was feared here that the private collection would tend to the detriment of the contract pepper, out of apprehension that, should we pay much more to private individuals and Travancore were ever to learn of this, he would then also desire just as much, or at least much more than the contract stipulates; however, Travancore knows very well that he is not the only one on the Malabar Coast in whose land pepper grows, and that plenty of pepper can therefore be bought besides him, and is indeed truly bought. Furthermore, I have also repeatedly made His Highness Travancore understand and declared outright that the contract pepper which he must deliver is still paid dearly enough by us, if he only remembers what a great favor and advantage he received for it from the Company; namely, that the Company did not stand in his way to make himself master of so many principalities and fine pepper lands, from which he now derives great revenues, besides the expenses of garrison and fortifications, which we ourselves must bear here even in times of peace for the security of His Highness. So that I am of the opinion that we must only look out, as much as possible, to hold Travancore to the contract and, beyond that, to purchase privately as much pepper as can in any way be done through industry and mercantile means; for why, having the opportunity to do so, should we let it pass, and thus let it fall into the hands of others! And in any case, I would find no difficulty in it even if His Highness knew it, for those from whom we buy the pepper for more money do not have those obligations to us which this prince has to the Company; and therefore I would never be of the opinion to give him a doit more for his pepper than what was contracted for. It might go well for the first year or two to three, but he would nevertheless remain negligent in the complete fulfillment of the contract as long as he did not receive from us the highest price that he can get for it from others; besides that the slightest change in the contract would only give him occasion to effect further changes according to his inclination. The contract seems to me favorable enough for him, and not an iota more should be changed in his favor. It is with this just as with someone who keeps his teeth as long as he has not yet lost a single one, but as soon as he has one pulled, he also feels the adjacent ones become loose. Meanwhile, by separate letters from Batavia under the dates of 20 September 1775 and 11 November 1776, we have obtained authorization to buy private pepper at up to 100 rupees per candil of 500 lbs, provided that this purchase takes place not in the view of Travancore, but to the North, and then the Company from
Dutch transcription
870. 959. inkoop van peper gemeent heeft verstaan gegeeven dat hij zijn Contract paper dhuijf genoeg betaalt brng nepens de peper levirantie gehou„ „den werden verleen t0 rp:s vores Canbit pa te moogen besteeden pper: hebben dat het Contract luid om reeden ront me hier pan de particulier Inzaam tot nadeel van de Contra ct Peper zoude, stekken, uijt bedugtinge dat wij aan particuliere veel meer betaalende en perancoor zulks eens komende te weeten, deze dan ook zo veel, ten minsten veel meer als het Contract luijd, begeeren zoude, dog perancoor weet zeer wel, dat hij de eenigste niet is op de Mal„ „labaar, in wiens land peper groeid, en dat er dus ge„ „noei peper buijten hem kan gekogt worden, en ook waarlijk gekogt word; boven dien, zo heb ik zijn hoogh:d Joevan hooris eene en andermaalte ook eens en andermaal doen begrijpen en rond uijt ver„ „klaard, dat de Contract peper, die hij leveren moet nog duur genoeg door ons betaald nood, indien hij zig maar eens hevinneerd welk een groot faveur en voor„ „deel hij daar voor van de Comp gekreegen heeft, nament„ „lijk, dat de Comp hem niet in den weg is geweest, om zig meester temaken van zo veele voosten en schoo„ „ne Peper landen, waar van hij tans groote inkomsten heeft, behalven de onkosten van Guarnisoen en for„ „tificatien, die wij zelfs in voeeders tijden tot zeeker„ „heijd van zijn H:t hier moeten dragen, zo dat ik in her an kooen moet bij hit Contract begrip ben, dat wij maar moeten wagten zo veel mo„ „gelijk is, pevancoor bij het Contract tehouden en buijten des, zo veel peper Particulier inte kopen, als door industrie en merkantile middelen, maar eenigzints te doen is, want waarom zouden wij de gelegentheijd daar toe hebbende, dezelve laaten vaaren, en dus in handen van andere laten vallen! en ik zou er in allen geval„ „le zelfs geen zwarigheijd in vinden, al wist zijn Ho=t het, want die geene, van uie wij de Peper voor meer geld nopen, hebben aan ons die verpligtinge niet, die en sij moetgen dit meer voa den deze vorst aan de Comp: heeft, en daarom zou ik nooijt van gevoelen zijn, om hem een duijt meer voor zijn Peper tegeven, als zij er voor gecontracteerd heeft, het mogt voor het eerste Jaar of twee à drie goet gaan, maar hij zou evenwel nalatig blijven in de Compleete vol„ „doening van het Contract, zo lange hij van ons de hoogste prijs niet kreeg, die hij van andere daar voor krijgen kan; behalven, dat de minste veranden„ „rings in het Contract, hem maar aanlijdinge zou„ „de geeven, om verder veranderinge na zijn zin ten bewerken, het Contract dienkt mij in favorabel genoeg voor hem, en daar dient geen Jota meer in zijn faveur bij verandert teworden; het gaat daar„ „meede, gelyk met iemand die zijn tanden behoud, zo lange men er nog geen eene quijt is, maar zo dra hij de eene laat uijttrekken, de daar naast aan„ bij welke bieven qualik kathie ig, staande ook voeld, los raaken; wij hebben intusschen bij aparte brieven van Batavia onder datis den 20: 7ber: 1775 en 11. 9ber: 1776: qualificatie erlangd om Particuliere peper intekopen tot 100 ropijen 't Candijl van 500: lb, mits, die inkoop: niet in het oog van Joevan„ „coor, maar om de Noord geschiede, en dan kan de Comp: van
English
871. 361 the Company can always still get 120 to 130 ropias for it here from the bombaras, which is quite easy to take in, and at the same time can serve as a lure to make the bombaras come here. During my administration, I purchased here privately 764667 lb, which, although not very much, is nevertheless in any case better than that quantity having fallen into the hands of others. Furthermore, regarding the purchase of pepper, I refer to what was further dealt with concerning this in the separate letters from Batavia written hither on 17 September 1765, 31 October 1766, 25 September 1770, 8 October 1771, and 30 September 1774, 20 September 1773, and 11 November 1776, as well as to the separate letters written from here to Batavia on 15 April 1766, 6 April 1767, 31 March 1768, 7 January 1772, and 4 January 1776. Yet, although the collection of pepper here is the great principal matter, one must nevertheless also not forget the collection of cardamom, because it is still repeatedly and very emphatically recommended to us from the Netherlands. Cardamom is a well-known fruit, of which the best kind grows on the mountains in the land of Cotteatte, which is now tributary under the Nabab Haijder Alij Chan, so that it is presently difficult to obtain it; however, this is an article that one must nevertheless not lose sight of. Furthermore, I refer here to what was recorded in answering the Homeland Extract of 7 October 1779 in our latest general dispatch to Batavia of 6 January last. Meanwhile, a cardamom is also found here in the kingdom of Cochim, though a much inferior sort, which is smaller, and its husk or rind turns brownish over time, whereas the other, or northern sort, generally appears finer and yellow. Then, although only the first sort is required, which we cannot presently obtain, I have now contracted for a quantity of two picols of that other sort. At least the Company merchants David Rhabbij and Anta Chettij have taken upon themselves the delivery thereof, in order to send the same solely as a sample via Ceilon, divided across two different ships, to the Netherlands, to see what that cardamom might fetch there; and I have contracted for it here at 1¼ ropias the lb, which your honor, when the pepper ship arrives here, will please remember. Furthermore, one also has here the collection of cowhides for the service of Ceilon for packing.
Dutch transcription
871. 361 hoe val pper: de seer gouverneur „culier hier heeft ingekogt „reert nopens die inkoop Cardamon, woord bij reetiratie uit Neederland gerequireerd een quart Cop:n besprooken ons ter preuve na Nee„ „deoland gezonden te werden in het Cochimse Rijk valt ook noordse magtig te weerden Comp: hier altoos nog 120 tot 130. ropias van de Bombarassen daar voor krijgen, het geen nog al ge „makkellijk meede teneemen is, en teffens: srtrekken kan, tot een lokaas, om de bombarassen hier na toe te doen gedurende desself se tar parti„ koomen: Geduurende, mijn bestein, hebbe ik hier par„ „ticulier ingekogt 764667. lb, het geen, schoon niet zeer veel, egter in allen gevalle nog beeter is als dat die quantiteijt in handen van andere gevallen zoude zijn: voorts refereere mij nopens den inkoop van Peper aan het geen daar over verder verhandeld is, bij de aan welke brieven mag zig resen„ aparte brieven van Batavia dit heen geschreeven den 17. 7ber: 1765, 31: 8ber: 1766: 25 7ber 1770, 8. 8ber: 171: en 30: 7ber: 174, 20 7ber: 173 en 11 97ber: 176. zo mee de aan de aparte brieven van hier na Batavia ge„ „schreeven, den 15 April 1766. , 6. April 1767, 31: maart, 1768. 7. Januarij 1772. en 4. Januarij 1776. Dan schoon de Jnzaam van Peper hier de Groote hoofdzaak is, zo mag men egter ook niet vergeeten een Jnzaam van Cardamom, om dat dezelve, ons als nog uijt Neder„ land bi reiteratie zeer nadrekkelijk gerecomman„ deert word. De Cardamom is een bekende vrugt, waar van de beste zoort groeit op de gebergtens, in het land van Cotteatte, dat nu mibutair onder den Nabab Haijder Mlij Chan is, zo dat het tans Koehuijden ten dienste van Ceilon tot het Embal„ don ie bewarlijk aleveten bezwaarlijk is, dezelve magtig te worden; egter is dit een artikel, dat men tog niet uijt het dog verlie„ zen moet, wijders refereere mij hier, aan het geen is ter needergesteld bij het beantwoord Patriaase Extract van den 7. October 1779 bij onze Jongste Gene„ „raale beschrijvinge na Batavia van den 6. Janu: J:o leeden Jntusschen vald en hier in het rijk van Cochim een Cardamnon, dog zo goed niet als e andere, dog veel minder zoort, welke klijnder is, en waarom de schil of bast door den tijd buijnagtig word, daar den andere of Noordse, zig doorgaans schoonder en geel vertoond dan alhoewel de Eerste zoort maar alleen gerequireerd wood, die we tans niet krijgen hun„ v0 dije zoort zijn egfe twa picoto nen, zo heb ik nu van die andere zoort een quantiteijt van twee picols besprooken, ten minsten 'sComp:s koop„ „lieden David Rhabbij en Anta Chettij hebben den leverantie daar van op zig genoomen ten eijnde de„ „zelve over Ceilon op twee onderschijdene scheepen ver„ „deeld, na Nederland, eenelijk ter preuve, te zenden om te zien, wat die Cardamon daar mogt haalen; en voor het pond bedongen een en ik hebze hier bedongen voor 1¼ rop:s het lb waar aan dwld:;, als het peper schip hier nomt, gelieve te denken Voorts heeft men hier ook dan Inzaam van bezwaarlyk „leezen
English
872. 365: collected are collected how it happens that many cattle die here preventing the purchase of hides sugar was packaged in hides by the bombartas traders in proportion as trade flourishes here whereby the collection of hides has decreased burden placed peeling of cinnamon on Malabar quantities, that the collection thereof takes place along this Coast where absolutely no cattle are slaughtered, except solely among us, and which must then specially be bred for that purpose or cleverly stolen, since a heathen will for nothing in the world sell his ox or cow to a Christian, Jew, or Mahometan, out of fear that the animal will be slaughtered, and yet quite a few hides are obtained here, though the same are which hides are collected here actually collected from the dead beasts of the heathens, as this country teems with them and it does not matter by the thousands, so that one sees nothing more here than cattle; thus it is natural that where there are so many animals, very many also happen to die, in which case the heathens make no difficulty about having the hide stripped off. Besides this, there is also something else, which I at first considered merely a tall tale, but later found to be the truth, namely, that a sort of low caste is permitted to eat carrion and dead cattle: these people secretly undertake to smear the grass or the places where the livestock grazes with a certain liquid, which is a poison to these beasts, whereby they sicken and die; so that through this as well as through ordinary death, annually a multitude of cattle die. One might ask how it is possible; however, the King of Travancore, having discovered this scheme, recently put a stop to it in his Realm by an order that no dead cattle in his Realm may be eaten by the aforementioned low caste anymore, but must be buried immediately, whereby presently somewhat fewer cowhides are brought in than before; yet since that prohibition might perhaps hold some sway at first, but in time, owing to the multitude of cattle, could well fall into oblivion again, somewhat more cowhides will accordingly be brought in again. However, the collection of cowhides also depends very much on the extent to which trade flourishes here; the more it flourishes, the fewer cowhides one can collect, because the Bombazaas traders and all others whose vessels are without decks pack their goods, but especially the sugar, solely in cowhides, and pay quite a bit more for them than the Company, wherefore the collection for the Company must decrease, since one cannot compel the people to give their wares to the Honorable Company for a lower price than they can get from others, and it is also not advisable to prevent the Bombarassen from purchasing those skins, if one does not wish to cause a stagnation in trade, since they cannot do without them: the hides of the cattle
Dutch transcription
872. 365: ingezameld „zamelt worden hoe dat het komt dat veele Noe„ „beesten hier sterven inkoop van huiden te beletten naart de zuiker werd door den bombartas vaarders in huiden g'emballeert na maate, den Handel hier sloreerd waardoor deninzaam van huiden ver„ „mindert is last gesteld „leeren van Canneel op Mallabean hoeheeden nogwerdat de Jnzaam daar van geschiet ter dezer Custe al„ „waar in het geheel geen korbeesten geslagt worden, als alleen, onder ons, en dewelke dan nog daar toe expres moeten aangefokt of behendig gestolen worden, alzo een heijden om geending ter wereld, zijn os of koe, aan een Christen, Jood, of Mahomstaan verkopen zal, uijt bedugtinge, dat het beest geslagt zal worden, en even wel vallen hier nog al veel huijden, dog dezelve worden welke suijden het zijn die hier ing eijgentlijk ingezameld van de gekreeveerde beesten der heijdenen, alzo het hier te lande daar van krield en het op geen duijzenden aankomt, zo dat men hier niet meer ziet, als koebeester, dus is het natuurlijk dat waar zo veele beesten zijn, ook zeer veel komen te sterven, als wanneer de heijdenen geen zwarig „heijd maaken dezelve de huijd te laaten aftrekken. Buijten des, zo is er nog iets anders, het geen ik in het eerste maar als een vertelseltse geconsidereert, dog nader„ „hand als waarheijd bevonden hebbe, namentlijk, dat er een zoort van laag geslagt, gepermitteerd is, doodaas en gekreveerde koebeesten te eeter: deze menschen onder„ „staan heijmelijk het gas of de plaatsen, alwaar het vee graasd, met zeeker vogt besmeeren, het geen een gift voor deze diezen is, waar door ze kuijnen en sterven; zo dat hier door zo wel als door de ordinaire bood, Jaar„ het is ongebrijpelijk hoe dat hier Men zou kunnen vraagen, hoe het mogelijk is, (waartegen evancoor oodr in zijn n vaan perancoor agter dit loopse gekomen zijnde, heeft on„ „lijks een meenigte van hoebeesten sterven; dog de Koning „langs in zijn Rijk daar een schotse voor geschoten, door een order, dat gene gekreveerde koebeesten in zijn Rijk door voorn: laage Casta meer moogen gegeeten, maar on„ „middelijk begraven moeten worden, waar door en tans wat minder koehuijden aangebragt worden, als bevoorens, dan dewijl dat verbod mogelijk in het eerste wel wat stand zal grijpen, dog met er tijd, weegens de veelheijd van Koe„ „beesten, wel weder in het vergeet-boek zoude kunnen ge„ „raaken, zo zullen dan ook na maate van dien, weeder wel wat meer koehuijden aangebragt worden. Egter hangd de Jnzaam van koehuijden ook viel af vrmindert en aanbreng van koluiden na maate de Pandel hier floreert, hoe meer dezelve slo„ „veert, hoe minder hoehuijden men kan inzamelen, on dat de Bombazaas-vaarders en alle andere, wier vaar„ tuijgen zonder dek zijn, hunne goederen, dog voornament„ „lijk de zuijker, alleen in Roehuijden Emballeeren, en dezelve vrij duurden betalen als de Comp:, waarom dan de Jnzaam voor den Comp: moet verminderen, dewijl men den lieden niet dwingen kan, hunne waaren voor minder en het is niet raadsaam hen den prijs aan d' E: Comp: tegeven, als zij bij anderen krijgen kunnen, en het ook niet raadzaam is, de Bombarassen den inkoop dier vellen te beletten, indien men geen stremming in den handel veroorzaaken wild, dewijl ze re deselve niet ontbeeren hunnen: de zuijden der Roebeesten „lijks B die
English
873 165 and blickudan at 2 per corgie impossibility of increasing that collection sporka collected did not remain one has recently purchased from Souratta trial of Sourat piece-goods to be allowed here which fall hereabouts, are therefore bought up by everyone in order to sell them to the traders in the good monsoon, so that we can only obtain those that come from far away from the city, except to the north below in occurred at present too, as they are bought up by the Pannanij and Calicoet merchants, while those from the south at Poeka and Calicoilan are bought up by our Residents there and delivered to the Company for two ropias per corgie, exclusive of the charges for transport or shipment, so that if Calicoilan and Pooca were not so far from the city, or if there were also as good a trading place to the south as at Pannanij, six hours north of Chettua, we might possibly be able to collect much fewer hides: I have taken much trouble to have that collection increased, but found that such is impossible. Gunny, for making gunny bags, and other gunnies are on Calicaham and services; are also collected along this Coast, but likewise only at Porca and Calicoilan, so far as one needs them, for I do not believe that one could obtain more than is needed here in the service, at least not to the gunny for a bag costs 12 stuivers make large shipments of them; they cost upon purchase 3/8 ropias apiece, and by regulation 15 pieces of gunny are fixed for a bag, so that a bag comes to stand at twelve stuivers. Sourat piece-goods, not so much because such piece-goods are collected here, but and the qualified permission because it could happen that collection would have to take place here, since the High Government at Batavia, upon my proposal by a separate letter of 10 February 1775, qualified me to make a trial thereof, in order to be able to take recourse thereto in case it should no longer be convenient for the Company to remain in Souratta due to the vexations of the Moorish Government and the underhanded dealings of the English; so as nonetheless to obtain Surat piece-goods by means of the northern merchants who fetch sugar, spices, the northern and such of and other inland trade wares here, for which we recently obtained the samples with the purchase prices from Suratta, and some merchants but the merchants who promised have also undertaken to bring such piece-goods for a trial, but it has stalled, have managed to bring [illegible] Besides this one has very many other articles that fall here, belonging to those trifles with which retail trade is conducted, and to which the Company has not so much relation, yet one could still bring under the article of collection, the collection of to collect. 874 367 here, also belongs to bring piece-goods here, but one doubts whether they will indeed come, yet one may well still try that matter about the trade and its distant between Cochim [illegible] trade four goes better than in former times trade stands on a good footing here at least, thus far nothing has come of it, as appears from what has been written regarding this to and from Batavia in the General Rescripts and descriptions of this office; but lest it might also be the fault of those few individuals with whom we have tried it, I have now requested other northern there are other merchants sold merchants to bring along such piece-goods for once; possibly nothing will come of that either, and the traders will find no interest in it as long as they can bring their piece-goods to market at Souratta; but if the case should ever occur that no more sugar, bar copper, or spices were brought to Souratta, then the northern merchants, having to come and fetch those articles here anyway, would without doubt bring such piece-goods along of their own accord, or could also be compelled by us to do so if they wanted to have the aforesaid articles from us here, which they nevertheless do not seem able to do without; yet this article is well worth the effort to try in the meantime, for in proportion as one finds this possible while we still reside at Souratta, and where it is to be hoped that we may and can continue to reside, in proportion thereto one could count on it in the contrary case. Among the further interests of the Company The Trade, which is presently on such a good footing that the Mallabaar, far from being a burden, is a profitable office, provided one has no unfortunate mishaps here, to which all countries and places are exposed, especially when one does not find oneself in such circumstances as those in which we have already been since October 1776 on account of the Nabab Saijder Alij Chan; as the trade books from a few years past show that the profits of Mallabaar, setting aside the profit in the Netherlands on pepper, have far exceeded the expenses, whereas in earlier times the expenses generally exceeded the profits. That trade goes better here than in former times appears not only from the greater turnover of nails, as was shown in the general letter written to Batavia on 5 January 1779, but also from the higher prices, especially for sugar, which is the true mark of whether a trade flourishes or not. I know that for a long time it has been a shibboleth, and Souratta is [illegible] thought whether the sugar trade on the Mallabaar is detrimental to the trade at Suratta or not, and to what extent the one relates to the other, indeed that very much has been thought and here written about this.
Dutch transcription
873 165 nla en blickudan tegen 2: op t Cogie onmogelijkheid on die inzaam te vergrooten sporka ingezamelt uiet geblaven heeft men onlangs van Souratta erkogt preuve souratsen lijwaats hier te mogen die hier omstreeks vallen, worden derhalven van ider een opgekogt, om in de goede mousson aan de handelaars te verkoopen, zo dat we maar alleen die geene kunnen krijgen, die verre van de stad komen, behalven om de Noord„ onder in aan geschied thaas te soo, alzoo die door de Pannanijse en Calicoetse kooplieden opge„ „kogt worden, terwijl die van de zuijd te Poeka en Cali„ „Coilan door onze Residenten aldaar opgekogt en aan s Comp: gelevert woorden, voor twee ropias 't Corgie, bruij„ „ten des ongelden van vervoer of afscheep, zo dat indien Calicoilan en Pooca niet zo verre van de stad lagen, of in„ „dien en om de zuijd ook zo wel een handel plaats was, als te Pannanij, zes uuren benoorden Chettua, wij moge„ „lijk nog veel minder huijden zouden kunnen inzame„ „len: ik hebbe mij veel moeijte gegeeven om die inzaam te doen vergrooten maar bevonden, dat zulks ommogelijk Goenies, tot het maaken van Goenij Zakken, en anderen Ggenies werden op Calicaham en diensten; worden ter deezer Custe ook ingezamelt, dog„ almeede maar alleen te zorca en Calicoilan, voor zo verre men dezelve nodig heeft, want meer als men hier in den dienst nodig heeft geloove ik niet, dat men zoude kunnen magtig worden, ten minsten niet om de goenj tot e zak tost 12. stuxv:s groote verzendinge van tedoen, ze kosten bij inkoop 3/8. rop:s het stuk en bij reglement is voor een zak be„ „paald 15 p:s Goenij zo dat een zak komt te staan Souratse Lijnwaaten, niet zo zeer om dat er hier zulken Lijwaaten ingezamelt worden, maar og hef gualisiegte elangtonte m dat het zoude kunnen, gebeuren dat er hier In„ zaam zoude moeten geschieden, dewijl de hooge Regee„ „ringe te Batavia, mij op mijn voorslag bij apparten briev van den 10 februarij 1775, gequalificeerd heeft, om daar van een preuve teneemen, ten eijnde daar toe secours te kunnen nemen, ingevallen den Comp: het eens in Couratte, wegens de vexaties van de Moorse Regeeringe, en de onderkruijpinge der Engelse niet langer mogt Convenieeren, daar te blijven; om dus eevenwel suratse Lijwaaten magtig teworden, door middel van de Noordse kooplieden, die hier zuijker, spece„ de noorte nde sulij a van „ rijen en andere Jnlandse handelsehaaren haalen, waar toe we de Monster met den inkoops. prijzen onlangs uijt suratta erlangd, en eenige kooplie„ maar de kooplieden die beloofd, den ook aangenoomen hebben, om ter preuve zulken heben kmnartg te brengen zij ate lijvaten meede te brengen, dog het is blijven steeken, op twaalf stuijvers Buijten des heeft men nog zeer veele artikuls, die hier vallen, behoorende tot die klijnigheeden, waarmeede de smalle Handel gedreeven word, en waar toe de Comp: zo zeer geen Relatie heeft, egter zoude men nog on„ „der het artikul van Jnzaam kunnen brengen, De Inzaam van ten in zamelen 874 367 alhier, behoort ook lijwaaten hier te brengen, dog men meerfelt of ze wel zullen koomen egter mag men date zaak wil nog probeertin over den handel in zijn ver tusschen Cochim ne geshet bej t t dekandel vier beeter gaat als in voorige tijden de handel staat hier op en goeden voet ten minsten, tot nog toe is er niets van gekomen, gelijk dat blijkt uijt het geen, derweegens van en na Bata „via bij de Generaale Rescripties en beschrijvingen van dit Comptoir geschreeven is, dan of het ook aan die en kelde perzoonen, waarmeede we het geprobeerd heb„ „ben, mogt manqueeren, zo heb ik nu andere noodsen daar zijn ander, kooplieden verkogt hooplieden verzogt om diergelijke lijwaaten eens meede te brengen; mogelijk dat daar ook niet van zal ko„ „men, en dat de handelaaren er geen belang in zullen vinden, zo lange zij hunne lijwaaten te souratta kunnen te markt brengen, dog als het geval egter eens mogt exteeren, en dat er te souratta geen zuijker, staaf koper of specerijen meer aangebragt wierd, dan zoude de nooodse kooplieden, die artikuls tog hier moetende komen haalen, ongehuijfseld wel van zelfs zulke Lijwaaten meede brengen, of ook door ons daar toe wel kunnen genoodzaakt worden, indien„ „ze voorsch: artikuls van ons hier wilden hebben, de„ „welken zij tog niet schijnen te kunnen ontbeeren, egter is dit artikul wel de moeijte waard, om het intusschen nogte probeeren, want na maate men zulks mogen„ „lijk vind, terwijl we te souratta nog woonen, en alwaar het te hoopen is, dat woe mogen en kunnen blijven woonen, na maate van dien „ zou men er op kunnen reekenen, in Cas van het tegendeel Onder de verderen belangers van de Comp De Handel, die tans op zo eenen goeden voet is, dat de Mallabaar wel verre van een last post, een winst geevend Comptoir is, indien men hier geen ongelukken toevallen heeft, waar aan alle Landen en plaatsen ge-exponeert zijn, inzonderheijd, wanneer men zig niet in zulken omstandigheeden bevind, als waar in we reeds 't zedert october 1776. om de wille van de Nabab Saijder Alij Chan geweest zijn; alzo den Negotie-boeken van eenige Jaaren her„ „waards aantoonen, dat de winsten van Malla„ „baar /:gezuijge van den winst in Nederland op den Peper:/ verre de lasten gesurpasseerd hebben, daar in vroegere tijden de lasten doorgaans de winsten surpasseerden. Dat de sandel hier beeter gaat als in voorige tijden, blijkt niet alleen uijt de meerderen vertier van Nagulen, gelijk dat aangetoond is, bij gemeene brief van den 5. Janu: 1779. na Batavia geschreeven, maar ook aan den Hoogere prijzen, inzonderheijd op de zuijker, het geen het waare kenmerk is, of een handel floreert of niet Ik weet dat het van langen tijd, een schibbolet is geweest, en souratta is hijsel gedogten geselh:t of de zuijker handel op de Mallabaar, voor den handel te suratta, nadeelig is, of niet, en in hoe verre de eene Relatie op den andere heeft, Ja dat hier over zeer veel gedagt en alhier geschreeven.