Inventory 3627
Japan · 538 pages · 335 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Letter from the Lord Governor to the Bookkeeper and Saleyer Resident L. F. de Zwart, dated 20 February - - - - 79 Letter from the same to the Boelecomba Resident Monsieur, dated 20 February - - - - 80 Letter from the same to the Bima Resident C: Meurs, dated 20 February A:o 1782 - - - - 81 Circular Letter from the Lord Governor to the Kings of Bima, etc., under date 16 February - - - - 83 Letter from the Bima Resident Meurs to the Lord Governor, dated 2 February 1782 - - - - 84 Copy of letter from the Senior Merchant and Commander at Sourabaija R. F. van der Niepoort to the Bima Resident Meurs, dated 28 November 1781 - - - - 87 Copy extract from the dispatch sent by Their High Noble Excellencies at Batavia to the Lord Governor and Council at Samarang, dated 21 September 1781 - - - - 89 Copy of separate letter from the Bima Resident C: Meurs to the Senior Merchant and Commander at Sourabaija van der Niepoort, dated 9 January 1782 - - - - 90 Letter from the Maros Resident van de Walle to the Lord Governor, dated 26 February 1782 - - - - 92 Translation of Makassarese letter written by Arou Mampoe to the Lord Governor, without date - - - - 94 The reply from the Lord Governor to the aforementioned Arou Mampoe, dated 27 February last - - - - 96 Letter from the Lord Governor to the Maros Resident van de Walle, dated 27 February - - - - 97 Letter from the same to the Bima Resident Meurs, dated 20 February - - - - 98 Translation of Makassarese letter written by Arou Mampoe to the Lord Governor, dated 26 February 1782 - - - - 99 The reply from the Lord Governor to the aforementioned Arou Mampoe, dated 2 March - - - - 100 Letter from the Maros Resident van de Walle to the Lord Governor, dated 27 February - - - - 101 The reply from the Lord Governor to the Maros Resident van de Walle, dated 3 March - - - - 102 Letter from the Boelecomba Resident Monsieur to the Lord Governor, dated 28 February - - - - 103 The reply from the Lord Governor to the Boelecomba Resident Monsieur, dated 6 March - - - - 105 Account given by the Chief Interpreter P. Brugman, etc., regarding his experiences during the commission to Nepoe, dated 1 March - - - - 106 Daily Journal kept by the second commissioner Sollon during the commission to Neepoe - - - - 107 Letter from the Maros Resident van de Walle to the Lord Governor, dated 7 March last - - - - 118 Letter from and to the same, dated 14 March - - - - 120 Account given at the Police Secretariat by the shipwrecked Sumenep people Sibodong, etc., dated 16 March - - - - 121 Letter from the Second Interpreter D. Deefhout to the Lord Governor, dated 13 March - - - - 123 The reply from the Lord Governor to the second interpreter D: Deefhout aforementioned, dated 17 March - - - - 125 Letter from the Saleyer Resident De Zwart to the Lord Governor, dated 1 March - - - - 126 Letter from and to the same, dated 4 March - - - - 127 Complaint from the Galarang Keessie Djala, etc., presented to the Lord Governor, dated 18 March - - - - 129 Letter from the Lord Governor to the Saleyer Resident De Zwart, dated 23 March - - - - 130 Letter from the Bima Resident Meurs to the Lord Governor, dated 2 March - - - - 131 Letter from the Lord Governor to the Maros Resident van de Walle, dated 30 March - - - - 134 Declaration of the Sergeant in the field redoubt at Matoangeen, J. C. Meijer, etc., dated 31 March - - - - 135 Letter from the Bima Resident Meurs to the Lord Governor, dated 5 April - - - - 136 The reply from the Lord Governor to the Resident at Bima Meurs, dated 24 April last - - - - 138 Letter from the Sergeant and Extirpator at Boutong, Pierre Beausami, to the Lord Governor, dated 5 May - - - - 140 Letter from the Chief Mate of the Company's pantchiallang De Jonge Bernard shipwrecked at Boutoung, J:s Epruit, to the Lord Governor, dated as above - - - - 141 Separate letter from the Lord Ambon Governor to the Lord Governor, dated 29 April A:o 1782 - - - - 145 Secret letter from the Ministers at Amboina to the Lord Governor and Council here, dated 29 April 1782 - - - - 146 Extract of secret letter from the officials at Ternaten to the Lord Governor and Council at Amboina, dated 20 December 1781 - - - - 149 Letter from the Chief and Council at Timor to the Lord Governor and Council, dated 25 October 1781 - - - - 150 Letter from the Lord Governor to the Boelecomba Resident Monsieur, dated 12 May 1782 - - - - 152 Letter from the Maros Resident van de Walle to the Lord Governor, dated 11 May 1782 - - - - 154 Letter to the Lord Governor and Council at Amboina from the Boelecomba Resident Monsieur, dated 30 April - - - - 156 Letter from the Lord Governor and Council to the Boelecomba Resident Monsieur, dated 13 May last - - - - 158 Letter from the Second Interpreter Deefhout to the Lord Governor, dated 12 May 1782 - - - - 160
Dutch transcription
Brief van den Heer Gouverneur aan den Boekhouder en Saleijers Resident L„d F=s de Zwart de dato 20=e Februarij - - - - „ 79— Brief van als even aan den Boelecombas Resident Monsieut „ 80. de dato 20=e Februarij. - — — — Brief van als even aan den Bimas resident C: Meurs de dato „ 81 20=e Februarij A=o 1782. . . . - - - „ Circulaire „ Brief van den Heer Gouverneur aan de koningen van Bi= „ma C: I. sub dato 16=e februarij - - - - - - „ 83 Brief van den Bimas Resident Meurs aan den Heer Gouverneur de dato 2=e Februarij 1782 - - - - - - „ 84. Copia brief van den opperkoopman en Gezaghebber te Soura= „baija R. F. van der Niepoort aan den Bimas resident Meurs de dato 28=e 9ber 1781 „ 87. -- - - - Copia Extract uit de Missive gest door Hunne Hoog Edelhee= „dens te Batavia aan den Heer Gouverneur en Raad te Samarang ged„t 21=e September 1781 - - - - - - „ 89. Copia aparte brief van den Bimas Resident C: Meures aan den opperkoopman en Gezaghebber te Sourabaija „van der Niepoort gedateerd 9=e Januarij 1782 - - - - „ 90. Brief van den Maros Resident van de Walle aan den Heer Gouverneur de dato 26=e februarij 1782 - - - - „ 92. Translaat Makassaars Brief geschreeven door Arou Mam= „poe aan den Heer Gouverneur, zonder datum - - - - „ 94. Het antwoord van den Heer Gouverneur aan den evengem: Arou Mampoe, de dato 27=e februarij J:ol: - - - - „ 96. Brief van den Heer Gouverneur aan den Maros Resident --„ 97. - van de walle de dato 27=e februarij. . Brief van als even aan den Bimas Resident Meurs de dato - - - - – – – – „ 98. 20=e februarij . Translaat Makassaars brief geschreeven door Arou Mam„ „poe aan den Heer Gouverneur de dato 26=e Februarij 1782 „ 99. Het antwoord van den Heer Gouverneur aan den bovengem: „ 100 - Arou Mampoe de dato 2=e Maart. Brief van den Maros Resident van de walle aan den – – „ 101 Heer Gouverneur de dato 27=e februarij - Het andwoord van den Heer Gouverneur aan den Maros Resident van de Walle de dato 3=e Maart „ 134 „ 131 Brief van den Boelecombas Resident Monsieur, aan den „ 103. Heer Gouverneur de dato 28=e februarij -- Het Andwoord van den Heer Gouverneur aan den Boele„ „combas Resident Monsieur de dato 6=e Maart – – – „ 165 Relaas gedaan door den oppertolk P„l Brugman C: s. wegens zijn wedervaaren in de kommissie naar Nepoe dato 1=e maart „ 106 Dag Register gehouden door den tweede kommissiant sollon geduurende de Commissie naar Neepoe - – – – – – „ 107 Brief van den Maros Resident van de walle aan den Heer Gouverneur de dato 7=e Maart J„o leeden - - - - „ 118. Brief van en aan als boven de dato 14=e Maart - - - . „ 120 Relaas gedaan ter secretarije van Politie door de veronge„ „lukte Sumanappers Sibodong C:s. de dato 16=e Maart „ 121 Brief van den tweeden tolk D„k Deefhout aan den Heer Gouverneur de dato 13=e Maart - - - - - - - - - „ 123 Het antwoord van den Heer Gouverneur aan den tweede tolk D: Deefhout, voorm: de dato 17=e Maart -- -- 125 Brief van den Saleijers Resident De Zwart aan den Heer Gouverneur de dato primo Maart - - - - - - - „ 126 Brief van en aan als even de dato 4=e Maart - - - – „ 127 klaegt schrift van den glarrang keessie djala C: s. gedaan aan den Heer Gouverneur de dato 18=e Maart - - - - - „ 129. Brief van den Heer Gouverneur aan den Saleijers Pesi= „ 130 - - „dent de zwart, de dato 23=e Maart - - Brief dan den Bimas resident Meurs, aan den Heer Gouverneur de dato 2=e Maart - - - - - - Brief van den Heer Gouverneur aan den Maros Resident van de walle de dato 30=e Maart - - - verklaaring van den zergeant in de veldschans te Matoan= „135 „geen J„rn C:„s Meijer C: 1: de dato 31=e Maart- Brief van den Briinas resident Meurs aan den Heer Gou= . - - - – – – „ 136 „verneur de dato 5=e april Het Antwoord van den Heer Gouverneur aan den resi„ „dent te Bima Meurs de dato 24=e april. J„o leeden. - - - „ 38 Brief Brief „ 102 - - Brief van de te Boutong zijnde zergeant en Extirpateur Pierre Beausami aan den Heer Gouverneur de dato 5=e Maij „ 140 Brief van den opperstuurman van den te Boutoung veronge„ =lukte 'sComp„s pantjallang de Ionge Bernard, I:s Epruit aan den Heer Gouverneur de dato als boven - - - - - - „ 141 aparte brief van den Heer Ambons Gouverneur aan den Heer Gouverneur de dato 29=e april A=o 1782 - - - - - - „ 145 sekreete brief van de Ministers te Amboina aan den Heer Gouverneur en Raad alhier de dato 29=e April 1782 - - „ 146 Extract sekreete Brief van de bediendens te Ternaten aan den Heer Gouverneur en Raad te Amboina de dato 20= December 1781. .- - . - -„149 Brief van het opperhoofd en Raad te Timor aan den Heer Gou„ „verneur en Raad, gedateerd 25=e October 1781. - - - - - „ 150 Brief van den Heer Gouverneur aan den Boelecombas Re= „sident Monsieur, de dato 12=e Maij 1782 - - - - - - „ 152 Brief van den Maros Resident van de Walle, aan den Heer Gouverneur de dato 11=e Maij 1782 - - - - „ 154 Brief van den Heer Gouverneur en raad te Amboina van den Boelecombas resident Monsieur de dato 30=e April „ 156 Brief van den Heer Gouverneur en Raad aan den Boeli= „combas resident Monsieur, de dato 13=e maij jl. „ 158. Brief van den tweeden tolk Deefhout, aan den Heer Gouver= „neur, de dato 12=e Maij 1782 - - - - - — — „ 160.
English
Right Honourable, Venerable and Commanding Lord, Datoua Baringang, who arrived here yesterday towards evening, has just informed me through one of his messengers that the rumour is spreading everywhere in Makassar that the enemy is marching in this direction, and that he had come here for that reason. What of it is true is known to the All-Knowing, but although I have otherwise heard or learned nothing of the enemy, I am nevertheless on my guard, everything being in a state of defence, and I will not easily let myself be intimidated; while in the meantime I have the honour to declare that I am and remain with the greatest respect and high esteem. Below stood: Right Honourable, Venerable and Commanding Lord; lower: your Right Honourable's humble servant; was signed: Bs van de Walle; in the margin: Maros in the Fortress Altingsteijn, the 17th of October, Anno 1781. Dartolomeus van de Walle, Resident on the Company's behalf there. To the Right Honourable, Venerable Lord Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Celebes, Makassar. To the Junior Merchant at Maros. Honourable, Pious, Discreet [Friend], The message from Datoea Baringa, who will have come to Maros expressly to look after his paddy, will certainly have been conveyed incorrectly. He will have sent word that he has orders from the King to hold men in readiness against an unexpected attack by the English, who have declared war upon us. For there is little more to fear from Sankielang, as our forces recently chased him as far as Tassese and broke the necks of several of his people. Nevertheless, a prudent vigilance is always necessary, and I shall also have him questioned this day by a messenger regarding that message. Meanwhile, this serves for your information: that peace has been concluded with the joined Makassarese, and kraeng Bonto Lancas was elected as their King on the 16th of this month. Wherewith, after greetings, I remain, below stood: your good friend, was signed: Bs Reijke; in the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 18th of October 1781. Today, the 20th of October, Anno 1781, Appeared before me, Johan Godfried Budach, provisional Secretary of Police of this Government, in the presence of the following witnesses: The Company's subject Pempeng, who arrived during the past night from the islands lying around here with his prahu Paduwackang, relates by order of the Right Honourable, Venerable Lord Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Celebes, with the translation of the Chief Interpreter Gerrit Brugman and in the presence of Intje Sadulla, the following for the absolute truth: That about 20 days ago, between the Poeloe Lauts and the Land of Banjar, whither he had steered with his vessel in order to buy trepang from the Jojeeners, he saw a fleet of three English ships, among which was one very large and strong ship, though the other two, although also three-masted ships, were somewhat smaller, along with seventeen projeners' vessels and seven radjoreese, among which latter were two chiefs or so-called Palimas, one named Salima Terrang and the other Palimae Poeanna Iawe, the former being known to the aforementioned Brugman and Sadulla. That when he, the deponent, had lain there for two days, the aforementioned fleet first came to anchor near his vessel, and immediately a vessel of the radjoreesen, upon which were some English, was sent to him, who asked him what he was doing there, and what people he belonged to, where his pass was, and whether he might perchance belong to the people of the Dutch Company; which was answered by him, the deponent, by not saying that, but rather that he was from Sanrabonij, and had been sent expressly by the King to cut a shaft for an assegai. That five days after the English had been on board with him, the Projeeners had come on board with him anew and told him that there were still three English ships lying at Banjermassing, and that they had contracted with the King of Banjaer to chase away or expel the Europeans from there. That those sent to him had thereupon said: give us your vessel, then we will give you one hundred and forty Spanish Rixdollars; that he, the deponent, had refused to accept this or to strike the bargain, but had requested of them to kindly leave him his vessel, so that he might return home with it to his King, who had sent him out.
Dutch transcription
1 Wel Edele Agtbaare en Gebiedende Heere Datoua Baringang /:denwelken gisteren tegen den Avond alhier is aangeland:/ laat mij zo even met een van zijne sendelingen bekent maaken dat op Makassar alomme de mare word verspreijt den Vijand dit heen in aan= =togt is, en hij uit dien hoofde dit heen was gekomen, wat 'er van zij is den alweetende bekent, dog schoon buiten des niets van den vijand gehoort of vernomen hebbe, ben jk egter op mijn hoede, zijnde alles in staat van defensie en zal mij niet ligt laten afschricken; Terwijl intus „schen d' Eer hebbe te betuigen dat jk met de meeste eerbied en hoog-agting ben en blijve. /:onderstond:/ welEdele Agtbaare en Gebiedende Heere /:lager:/ uw= welEdele Agtb=s onderdanige dienaar /:was geteekent:/ B„s van de walle /:in margine:/ Maros in 't For= „tres Altingsteijn den 17=e October A=o 1781 Dartolomeus van de Walle, Resident 'S komp„s weegen aldaar. Eerzame Vrome Discrete De Bootschap van Datoea Baringa, die wel expres op Maros zal gekomen zijn om na zijn Padij te zien, zal zekerlijk verkeerd aangebragt weezen. Hij zal hebben laten zeggen dat hij ordre van den Koning heeft om volk tegens Maros Aan den Onderkoopman Reijke Barend Gouverneur en directeur dezer kuste Celebes Aan den welEdelen Agtbaaren Heer een Makassar 3 een onverwagte aanval der ons den Oorlog gedeclareerde Engelschen gereed te houden. want voor Sankielang is weinig meer te vreesen, hebbende de Onze hem Jongst tot op Tassese verjaagt en diverse van dezelve den hals gebrooken. Egter is een voorzigtige waakzaamheid al= =toos noodzakelijk, ook zal jk hem nog, dezen dag met een zendeling over die bootschap laten onderhouden, Terwijl tot uE narigt diend dat de vreede met de bijgekomene Makassaaren geslooten en kraeng Bonto Lancas tot hunnen Koning den 16=e deezer verkoozen is. waar meede na groete blijve /onderstond:/ uE Goede vriend /was geteekend:/ B=s Reijke /:in margine:/ Makasser in 't Casteel Rotterdam den 18=e October 1781 Op Heeden den 20=e October Anno 1781 Compareerde voor mij Johan Godfried Budach provi„ =sioneel sekretaris van Politie deezes Gouvernements, pre„ „sent de ondervolgende Getuigen Den 'S komp=s Onderdaan Pempeng, dewelke in de voor= „leede nagt van de hier omstreeks leggende Eijlanden met zijn Prauw Paduwackang is g'arriveert, relateert ter ordre van den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke Gouverneur en directeur dezer kuste Celebes onder vertaaling van den oppertolk Gerrit Brugman en in presentie van Intje Sadulla het ondervolgende voor de waaragtige waarheid Dat hij Relateert voor omtrend 20 dagen tusschen de Poeloe Lauts en het Land van Banjar werwaards hij met zijn vaartuig om van de Jojeeners triepand te koopen Dat vijfdaagen daar na, dat de Engelschen bij hem aan Boord geweest waaren, de Projeeners bij hem op nieuws aan Boord waaren gekoomen en verteld hadden, dat 'er nog drie Engelsche scheepen op Banjermassing lagen, en met den koning van Banjaer gecontrac= „teerd hadden, om de Europeeschen van daar weg te Jaagen of te verdrijen. Dat de aan hem afgezondene daar op gezeijd hadden, geeft ons uw vaartuig zo zullen wij ver Een hondert en veertig Rijxd=s spaans geeven, Dat hij relatant ge= „weijgert hadde, zulks te accepteeren of den Koop toe te slaan, maar aan dezelve verzogt hadde, hem zijn vaartuig te willen laaten, om daar meede weder na huijs bij zijn koning die hem uitgezonden heeft, te Dat toen hij relatant twee daagen daar geleegen hadde, de voorm: vloot eerst nabij zijn vaartuig ten Anker is gekomen, werdende ook ten eersten een Vaar= „tuig der radjoreesen, waar op eenige Engelsche waaren naar hem toegezonden, die hem vroegen wat of hij daar dede en van wat volk hij was, waar zijn Passe en of hij ook Somtijds van de Nederlandsche Comp=e volk was, 't welk door hem Relatant is b'antwoord niet te zeggen, dat hij van Sanrabonij was, en Ex= „pres door den Koning gezonden om een steel voor een assegaaij te kappen. gesteevend was, eene vloot gezien heeft van drie Engelsche scheepen, waar onder een zeer groot sterk schip was, dog de twee andere waaren schoon ook drie maste scheepen iets kleijnder, neevens Seeventhien tropeners vaartui= „gen en seeven headjoreese, onder welke laaste twee Hoofden of zo genaamde Palimas waaren, de eene gen„t Salima Terrang en den andere Palimae Poe= „anna Iawe, de Eerste bij voorsz: Brugman en Sa= „dulla bekend. gesteevend Dat kunnen keezen:
English
Saturday That the King of Banjar had reportedly undertaken to do this alone and had told the English that they could just proceed with their intended voyage, without lingering there, as he could execute this alone without their help. That the Tropeners had further told him that the English had not been at all intending to steer for Makassar, but that they had been encouraged to do so by the aforementioned two Wajo chiefs or Palimaes, who had also departed in advance for Sarre Parre and were to be followed by the English, whereupon the informant also at once set his course for this place. Thus related at the residence of the Honorable and Right Respected Lord Governor aforesaid, the day, month, and year aforesaid, in the presence of was signed Gerrit Brugman and Jntje Sadulla, lower was signed with a cross made by the informant named Tempeng, in the middle stood In the presence of me, was signed Iohan Godfried Budach, provisional secretary. After the delivery of the ordinary prayer, the Lord Governor communicated that this meeting had been convened solely to make known a report that was given this morning concerning the English by the native Pempeng, being a Company's subject, whereupon it was resolved to offer the same most humbly to Their High Excellencies along with a covering letter by the already departed pantjallang De Doradus, and to grant the aforementioned native who brought the news a gratuity of 20 Spanish rixdollars, while, in order to obtain firm intelligence regarding this, the vessel and the same native who provided the report shall be sent once again to the Poeloe Lauts, and another vessel to Parre Parre; furthermore, to give notice of this intelligence in secrecy both to the Bone court and to the subordinate residencies, and to the latter with express orders to place themselves in a proper state of defense, and further to act in such manner as has already been ordered by a secret circular letter of 9 September past. Below stood Thus done and resolved at Makassar in Fort Rotterdam, on the date aforesaid. Was signed B:d Reijke, C:s Kraane, J:n M:n Baserman, J: w H: van Rossum, J:b L:s de Vos, I:s Bosch, and Joh: G: Budach. Saturday, 20 October, Anno 1781. In the morning at half past eight o'clock, meeting all present. Circular Circular letter to Boelecomba, Bema, Saleijer, and Maros. Since, according to intelligence received, three English ships, accompanied by various native vessels with So- wadjorese, have been seen between Banjer and P:l laut, which, according to the incoming report, intended to steer this way, you are hereby ordered once again to keep yourselves ready for all possible resistance in the unexpected event of their appearance in your territory, and further to do all that has been prescribed to you regarding this in our last dispatched secret letters. We are, after greetings, below stood your good friends, was signed B:s Reijke, C:s Kraane, J:n M:n Baserman, j:n w:m H:ks van Rossum, J:b L:s de Vos, J:s Bosch, and J:n P:d Budach, in the margin Makassar in Fort Rotterdam, 20 October 1781. Translation: Bugis letter written by the King of Sopeng, to the Honorable and Right Respected Lord Barend Reijke, Governor and Director, Compliments as usual. From the letter of your Honorable and Right Respected, I have learned the news from Batavia, which makes me both extremely concerned and uneasy. Whenever your Honorable and Right Respected wishes to speak with me, I, for my part, desire the same two or three times as much, but many circumstances have prevented me from doing so until now. For firstly, I have little trust in Datoea Lampoela, who has departed for Wadjo; secondly, I have heard by rumor that Arou Mampoe wishes to proceed to Lamoeroeng; thirdly, the Poeanna I-azia or Arou Pantjana has had various interviews with Arou Mampoe, and even with Pankielang, just as they also maintain a heavy correspondence. Furthermore, some of my people have also been abducted from the seaside. These are all such weighty reasons for which I am merely keeping myself ready, so as to be in a position, upon an outbreak hereof, to help others or to defend myself. Furthermore, it surprises me greatly that your Honorable and Right Respected's letter is not addressed to my son, but rather to me, whereas I, at the request of the Sopeng people themselves, have surrendered the Kingdom to him. Just as I also spoke with the former Lord Governor about this, and made known to him both my opinion and that of the Sopeng people regarding it. For these reasons, I have also transferred the rule of Sopeng to him, which I made known not through an envoy, but in my own person, accompanied by the grandees of the land. Furthermore, I make known to your Honorable and Right Respected that one of Sopeng's realm's grandees has escorted the mother of His Highness of Sopeng thither. I have sent him expressly so that, whenever it pleases the Honorable and Right Respected Lord Governor, he may speak with him and open his heart to him. For it is as good as if it were myself, placing great trust in him. Below stood Written in the Land of Sopeng, 12 October, Anno 1781. To
Dutch transcription
5 Saturdag Dat de Koning van Banjar zoude aangenoomen hebben zulks alleen te doen en aan de Engelsche gezegt hebben dat zij maar hunne voorgenome reijse konde vervor= „deren, zonder daar te blijven leggen, terwijl hij zulks alleen zonder hunne hulp konde uitvoeren. Dat de Tropeners hem wijders verteld hadden, dat de Engelschen in het geheel niet van voornemen waa„ „ren geweest na Makassar te steevenen, dog dat ze daar toe door de voorsz: twee wadjoreese Hoofden ofte Palimaes waaren aangespoort, die dan ook voor uit na Sarre Parre vertrocken waaren en van de Engelschen stonden te werden gevolgt, waar op den Relatent ook ten Eersten zijn kours na herwaards genomen heeft Aldus gerelateerd ten woonhuijse van den wel Edelen Agtbaaren Heer Gouverneur voormeld, dag maand in jaare voorsz: ter presentie van /:was getekent:/ Gerrit Brugman en Jntje Sadulla, /lager / was geteekent met Een kruijs gesteld bij den Relatant gen„t Tempeng /:in 't midden stond:/ Jn kennisse van mij /:was geteekent:/ Iohan Godfried Budach p=l secretaris. Na het doen van het ordinaire Gebed Communiceer„ „de den Heer Gouverneur deeze vergadering alleen te hebben belegt ter bekendmaaking van Een Relaas dat deezen morgen omtrend de Engelschen door den Jnlan= „der Pempeng zijnde een Comp„s Onderdaan gegeeven is, zo is beslooten het zelve Hunne Hoog Edelhee- „dens neevens Een geleide briefje met de reets afge= „drevene pantjallang De Doradus nedrigst aan te bieden en aan voorsz: Jnlander die de tijding heeft ge„ „bragt Een douceur van rijxd„s 20 spaans toe te leggen, Terwijl men om een vaste tijding dien aangaande te mogen hebben het vaartuig en den zelfden Jnlander die het Relaas gegeven heeft, wederom na de Poeloe Lauts en een ander vaartuig na Parre Parre zal zenden, voorts van deze tijding in Sekrateesse zo wel aan het Bonische Stoff als aan de Onderhoorige Residentien daar van kennisse te geeven en laastgem: met Expresse ordre, om zig in een behoorlijke staat van defensie te stellen, en wijders zodanig te handelen als reeds bij een sekreete Circulaire brief van den 9=e Septbr: passeeto gelast is. /:onderstond:/ Aldus gedaan en geresolveert tot Makas= =seer in 't kasteel Rotterdam dato voortz. /:was ge= „teekend B=d Reijke, C„s Kraane, J=n M„n Baserman J: w H: van Rossum, J„b L„s de Vos, I„s Bosch en Joh: G: Budach Saturdag den 20=e October Anno 1781. Smorgens te half Negen uuren vergadering alle Present. Circulaire ƒ Circulaire Brieff na Boelecomba, Bema, Saleijer en Maras. Dewijl volgens bekomene narigt drie Engelsche scheepen verzeld van diverse Jnlandsche vaartuigen met Sowa= „djoreesen tusschen Banjer en P=l laut zijn gezien, die volgens ingekomene relaas de wil hadden dit heen te steedenen, zo worden uwE bij deezen nog= „maals gelast om zig tot alle mogelijke tegenweer bij onverhoopte verschijning van dezelve in uwE territoir klaar te houden en verder te doen al het gee= „ne uwE bij onze laast afgezondene Sekreete lette= „ren diendweegen is voorgeschreeven. wij zijn na groote /onderstond:/ uw E: oede vrienden /was geteekend / B=s Reijke, C„s Kraane, J=n M=n Baserman, j=n w=m H=ks van Rossum, J=b L=s de Vos J=s Bosch en J=n P=d Budach /:in margine/ Makassar in 't kasteel Rotterdam den 20=e october 1781 Translaat: Boegineese briefge„ schreeven door den Koning van H=t „peng, Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke Gouverneur en directeur, Complimente na gewoonte. uijt de van uwwel Edele Agtbaare heb ik de tijding van Ba= „taria vernomen, het geen mij zo wel ten uijtersten bekom= „mert en ongerust maakt. wanneer uwwel Edele Agtbaare eenmaal wenscht met mij te willen spreeken, zo verlange wijders maak ik uw wel Edele Agtbaare bekend, dat 'er van Sopings rijksgrooten de Moeder van zijn Hoogheid Soping na derwaards geleid. Ik heb dezelve expres ge„ „zonden, om wanneer het den wel Edelen Agtbaaren Heer Gouverneur behaagt met hem te kunnen spreeken; en aan hem zijn hart te openbaaren. want het is zo goed als of jk het zelfs was, als een groot vertrouwen op hem stellende. /:Onderstond:/ Geschreeven op 't Land van Sopeng den 12=e October Anno 1781. jk van mijnen kant zulks wel twee â drie maal, Dog veel omstandigheeden verhinderen mij tot nog toe daar aan want Eerstelijk heb jk een slegt betrouwen op Datoea Lampoela die na wadjo vertrocken is - tweedens heb jk per gerugt vernomen als dat Arou Mampoe zig na Lamoeroeng wil begeven; Derdens, zo heeft den Poean= „na I-azia of Arou Pantjana diverse entrevuiës gehad met Trou Mampoe, ja zelfs met Pankielang Gelijk re ook sterke briefwisselinge houden. voorts heeft men ook eenige van mijn volk van de zeekant weggerooft. Dit zijn alles zulke gewigtige reedenen, om welke jk mij maar gereed houde, om bij 't uitbreeken hier van in Staat te zijn anderen te helpen of mij te desfendeeren. voorts verwondert het mij zeer dat uwelEd: Agtb: brief niet aan mijn zoon g'addresseert is, maar wel aan mijn. daar ik dog op begeerte van de Sopingers zelfs het Rijk aan hem heb overgeeven. Gelijk ik ook niet de voorige Heer Gouverneur daar over, en hem zo wel mijne als de Sopingers haar meening daar omtrend te kennen gegeven. om deze reedenen heb jk hem ook de heerschaeppij van Sopeng overgegeven, wijl jk het niet door een zendeling, meear in eigen perzoon verzeld van 's Lands Grooten heb bekend gemaakt k Aan
English
Makassar. 9 To the Right Honourable Sir Barend Reijke Governor and Director of this Coast of Celebes together with The Council Right Honourable Sir and Gentlemen It was yesterday evening that I received Your Right Honourable's always respected letter dated the 20th of this month; with emotion I perceived from it the perilous situation in which we currently find ourselves. I declare to Your Right Honourable that this post, as little as Boelecomba, is capable of defending itself against such a European power, nor do I know of any means to redress those posts, both situated by the sea, against it through other means, all the more since Pankielang, as soon as he perceives anything, might possibly attack us from the land side, which would also prevent us from that route if we might otherwise still find a good retreat. On the 24th of this month, Right Honourable Sir and Gentlemen, a barque passed in sight of Boelecomba coming from the east and heading west, and today here a ship which according to the reports of the natives intends to go to Batavia and comes from Ternaten. For the rest, I take the liberty with all requisite high esteem and respect to call myself. [below stood] Right Honourable Sir and Gentlemen [lower] Your Right Honourable's humble and faithful servant [was signed] Jn Monsieur [in the margin] Bontham in the Company's fortress the 26th October Anno 1781. In respectful answer to Your Right Honourable's highly revered letter of the 28th of July, it serves to state that making my journey by land from Sumbauwa to Bima, I investigated to the best of my ability those matters which are very amply mentioned in the letter of my predecessor Suhrer dated the 29th of April current year, and in the first place indeed those regarding which the Sumbauwans likewise requested settlement from me anew; yet on Tambora it was found for the greatest part as is mentioned in Suhrer's letter, only with this addition that the soldier Iacob the first time had gone directly to the proa without the knowledge of the Tamborans, and had immediately condemned those proa masters to a fine of fifty Spanish rixdollars; they being unable or unwilling to pay that, he only then, coming ashore, ordered the wakil in the name of the commandant to place those people under arrest, and after this had happened he went to the proa and took out of it whatever suited his fancy, regarding which the Tamborans claim to know nothing except only that shortly thereafter he released those proa masters and had them depart, returning to them only four kambilos or 70 so-called tampats in which they store their goods; the aforementioned Tamborans also know to say that Iacob took along two packages [note: in which the Sumbauwans say that the money and small goods mentioned on the accompanying slip of paper were contained] but what was in them they do not know, but he had made them believe that there was opium in them, that they had indeed received the firearms mentioned in Suhrer's letter as a present from Iacob for their trouble, as Iacob said, but that the commandant again... To the Right Honourable Sir Barend Reiker Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honourable Sir Makassar. To from
Dutch transcription
Makassar. 9 Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke Gouverneur en directeur deezer kuste Celebes neevens Den Raad welEdele Agtbaare Heer en Heeren 'T was op gister avond dat jk uwwel Edele Agtbaare altoos ge= „respecteerde Letteren de dato 20=en deezer ontving, met aan= „doening ontwaarde jk daar uit de haggelike toestand waar in wij ons tans bevinden. jk verklaar uwel Ed: Agtb: dat deze post zo min als Boe„ „lecomba in staat zijn om zig teegens zo eene Europeese meegt te defendeeren en weet ook geen middel om die posten die beiden aan de zee gelegen zijn daar teegen door andere middelen te radresseeren, te meer daar Pan= „kielang zo dra hij iets, verneemt ons mogelijk van de Landkent zal attacqueeren, 't geen ook zo wij zomtijds nog een goede retraite konde vinden, ons meede langs die weg zal belet worden. Op den 24=e deezer welEdele Agtbaare Heer en Heeren is in 't gestigt van Boelecomba een Bark gepasseert koo= „mende uit de Oost en gaande om de west, op heeden alhier een schip volgens opgaave der inlanders de wil hebbende na Batavia en komende van Ternaten. voor 't overige neem jk de vrijheid met alle vereischte hoog-agting en Eerbied mij te noemen. /:onderstond./ welEdele Agtb: Heer en Heeren /:lager:/ uwel Ed=le Agtb: Onderdanige en trouwschuldige dienaar /:was ge= „teekent J=n Monsieur /:in margine:/ Bontham in 'sComp„s vesting den 26=e october A=o 1781 Jn eerbiedig Andwoord op uwwelEd: Agtb: zeer gevenereerde van den 28=e Julij diend dat van Sumbauwa mijne reise over land na Bima neemende, heb jk na vermogen die zaake onderzogt, welke bij mijn predecesseur Suhrer 's brief van den 29=e April C:o A: zeer ampel vermeld staan, en in de eerste plaats wel die waar van de Sumbauwareesem mij insgelijks op nieuw afdoening van hebben verzogt, dog op Tambora voor 't grooste gedeelte zo bevonden, als bij Tuhrers brief vermeld staat, alleen met dit bij= „voegzel dat den zoldaat Iacob de eerste keer direct zouden voorweeten der Tambozeesen na de Prauw was gegaan, en die prauw voerders terstond in eene boete van rijxd„s vijftig spaans had gekondemneert, zij dat niet kunnende of willende betaalen heeft toen eerst aan de weel komende den wackiel uit naam van den kommandant g'ordonneert die menschen in arrest te neemen, en na zulks geschied was is hij na de prauw gegaan en heeft er dat geen uitgehaald wat van zijn geeding was, waar van de Tambozeesen zeggen niets te weeten als alleen dat hij kort daar na die prauw voer= „ders heeft losgelaten en doen vertrecken, haar eenelijk restitueerende vier kambilos of 70 genaamde tampats waar in zij haar goed bergen, ook weeten welmelde Tamboreesen te zeggen dat Iacob twee pakjes heeft mede genomen /: NB: daar de Sumbauwareesen zeggen dat het geld en kleinnodien op nevensgaande briefje ver= „meld in geweest is:/ dog wat daar in was weeten zij niet maar hij had haar wijsgemaakt dat er amphioen in was, dat zij wel geweeren bij suhrer 's brief vermeld van Iacob hadden present gekregen van haar moeite gelijk Iacob zeide dog dat de kommandant die weer Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reiker Gouverneur en directeur dezer kuste celebes. welEdele Agtbaare Heer Makassar. Aan van
English
had demanded them back from her; they further declare that even if they had kept them, these had been honestly presented to them as gifts, and that they had done nothing in that matter except by order of Jacob in the name of the Commander. Yet, as it appears to me, one cannot impute this matter to the Tamborese; however, Steijnd and the sergeant Carel Lecerff are very well acquainted with that matter, as my oldest garrison members here testify. The Commander, as they say, ostensibly gave Jacob five rd=s Spaens and a piece of chets upon his return, yet Jacob had so much that he was able to buy a maidservant from the old King of Sangar for as much as sixty rijxd„s Spaans, which he could nevertheless not do with five Rd„s; the garrison members here can also testify that Jacob brought along whole baskets of goods. Concerning the matter of the Tamborese Shahbandar, I have also found it quite different from what was mentioned in Tuchrer's letter—I regret that I must be the one to contradict my predecessor. First, it is stated there: having seen there with the greatest astonishment that, notwithstanding the letters sent to me, not a single stone had yet been removed from the benting there, contrary to my humble report to Your Honorable Worship, I thereupon questioned the wakil and mandarins, who answered me that the Shahbandar had always led them to believe that he had permission for it to remain standing, and that they knew nothing of the letters written to and from me in which the demolition is mentioned, as only the Shahbandar held the royal chap and did everything without their prior knowledge. Of all this occurrence, they further say that they know nothing, and that the Shahbandar had never led them to believe such a thing; that furthermore, the Shahbandar could do nothing without their prior knowledge, much less write; that also no Shahbandar nor anyone else, by whatever name, had ever kept the royal chap or cachet under his keeping; that even during the minority of the King, the royal chap must nevertheless be kept in his house, even if he does not have the disposition over it. Furthermore, they declare that the King chops no letters except after they have first been summarized in their presence. Meanwhile, during my presence on Tambora, the benting was already razed to the ground. Concerning this request, upon investigation by Suhret thereafter in their meeting and their answer, they stand extremely astonished at it as a matter of which they have never heard, and say that such never occurred in their meeting. I further asked whether they had then collectively requested through the Shahbandar to allow the deposed King's mother and sister to live on Tambora again. They all testified "no," and all declared they would rather leave the country than allow those people to enter again, having left from there of their own accord. Yet, Honorable Worshipful Sir, I repeat it, I regret that I must write it, but the natives—who, out of consideration for the office he held, do not dare to say it straight out—nevertheless make it quite clearly known that he was still rarely in a sober state when he held meetings with them; and thus it is not surprising that he worked everything into such confusion. For regarding this last-mentioned matter, the King privately requested it of him, which request the King, as well as the wakil and the grandees of the realm, have unanimously repeated to me. From this, it is surely most clear that they could not declare at that time that they would rather leave the entire country than allow those people to enter again, for they say that they do not make such a request upon the suggestion of the Shahbandar, as Iuhier says, but of their own motive, and indeed for the reason that that old woman is the King's niece, whom he would gladly provide with a burial place on his land according to their custom, and would also gladly inter himself. Furthermore, the Shahbandar says that while on Bima he did tell Iuhier that they were working diligently on the demolition of the benting, and that he thought it was already demolished, as he could not say for certain since at that time he resided on Batoepa and not on Tamboza. (Note: These statements of the Shahbandar are affirmed by the ex-acting Raath, as he was with him at that time.) The King and the grandees of the realm have not removed him from his office, but merely suspended him therein, and that not for all those faults that Sichrer wrongfully wishes to impute to him, but because when Duhier came to Tambora for the second time, he did not want to come down from his village of Lingana; upon which, according to the testimony of the grandees of the realm, Tuhrer made such a terrible uproar and fuss that they had to promise him to punish the Shahbandar for that insolence and suspend him from his post. Yet Fuhier had always insisted on his dismissal. Furthermore, Suhaer says that after that time the Shahbandar never dared to come to him; I certainly believe that, there are more such natives, even here on Bima, because
Dutch transcription
2 van haar hed laaten afeisschen verders verklaaren zij dat al hadden zij die ook gehouden dat haar die eerlijk pre„ „sent waaren gedaan, en dat zij in die zaak niets dan op order van Jacob uit naam van de Commandant had= „den verrigt, dan zo 't mij toeschijnt kan men deeze zaak niet aan de Tamboreesen imputeeren; dog steijnd en den zergeant Carel Lecerff zijn die zaak /:gelijk mijn Oudste bezettelingen hier getuigen:/ zeer wel bekend; Den Commandant heeft gelijk men zegt voor 't oog vijf rd=s Spaens en Een stuk Chets aan Iacob bij zijn te rug komst gegeven, dog Iacob heeft wel zo veel gehad dat hij van de Oude koning van Sangar wel voor Sestig rijxd„s Spaans een nieid konde koopen, dat hij evenwel van geen vijff Rd„s kondoen, ook weeten hier bezettelinge te getuigen dat Iacob heele manden met goed meede ge„ „bragt heeft. Aangaande de zaak van den Teemborees Sabandaar die heb Ik ook /: 't doed mij leed dat jk die geene moet zijn die mijn Predecesseur moet contradiceeren :/ al gans an= „ders bevonden als bij Tuchrers brief vermeld voor eerst staat 'er van al dit voorgevallene zeggen zij verders aldaar met de grooste verwonde„ niet te weeten, en dat den Sabandaar „ring gezien hebbende dat ongeagt de haar zulks nooit had wijs gemaakt, aan mij gezonde Brieven van de dat verders de Sabandaar niet buiten haar voorweeten konde doen veel daar zynde Benting nog geen een minder schrijven dat ook nog nooit steen afgenomen was, teegens mijn geen Sabendaar nog niemand anders nedrig apport aan uwwel Edele Agt= hoe genaeemd het Rijks Sjap of Ea= „baare aan, zo stelde Jk den wackiel „shet onder zig had gehaed, dat zelfs en mandarijs daar over te reede, die bij minderjarigheid van den koning mij antwoorden dat de Sabandaar het Rijks Tjax egter bij hem in huijs haar altoos wijs gemaakt hadde, per= moet bewaard worden al heeft hij „missie te hebben dat zij konde staan, en de dispositie niet over, verders ver„ en niets van de aan en van mij „klaaren zij dat de koning geen geschreevene brieven, waar bij van de brieven sap als na dat dezelve in afbreeking gemeld word, wisten, als de haar presentie eerst zijn geresumeerd, Sabandaar alleenig het Pijks Sjap intusschen was bij mijn aanweezen onder zig hebbende, en alles zonder op Tambora de Benting reeds tot haar voorweeten doende. de grond geslegt Aangaande dit verzoek, ter onderzoek zo vraagde jk verder of ze dan gezament„ van Suhret daar na in haar verga„ „lijk door den Sabandaar verzogt heb„ „dering en haar andwoord staan „ben, 's afgezetten konings moeder en zij als een zaak waar van zij nooit zuster weeder op Pambozae te doen. gehoort hebben ten uitersten verwon= „dert en zeggen zulks nooit in haar woonen, zo betuigden te alle van vergadering te zijn voorgevallen Neen, en verklaarden alle leever 't dan welEdel Agtbaar Heer ik her„ Laend te willen verlaaten als die mer„ „haal het, het doed mij leed dat ik „schen weeder te laaten inkoomen 't moet schrijven, dog de Jnlanders die als met haer eigen zin van daar ge= uit consideratie, voor 't ampt dat hij bekleed heeft 't niet regt uit dirven zeggen, geeven egter gansch niet ondui„ „delijk te kennen dat hij nog zelden wel gedisponeert met haar vergadering heeft gehouden, en dus is het niet te verwonderen dat hij alles to door mal„ „kaenderen heeft g'arbeid, want dit laast vermelde heeft de koning hem partikulier aan verzogt, welk verzoek de Koning zo wel als den wac= „kiel en Rijksgroeten mij eenpaarig herhaald hebben hier uit blijkt im- „mers ten klaarsten dat zij die tijd niet konden verklaaren liever al 't Land te willen verlaaten als die menschen weeder te laaten inkoomen, want zij zeggen dat niet door ingeven van den Sabandaar gelijk Iu= =hier zegt, maar uit eigen motiff zulks verzoeken en wel om reeden dat die oude Vrouw 'S Konings Neue is die hij gaarne op zijn land een Grafplaats naar haar gewoonte wilde bezorgen en ook gaarne zelve tek aarde bestellen. verders reid dan Sabandaar dat hij Iuhier op Bima zijnde wel gezegd heed dat er druk aan de afbreeking van de Benting g'eerbeid wierd en dat hij dagt dat hij reeds gedemolieert was, want hij 't niet vast konde zeggen wijl die tijd op batoepa en niet op Tamboza huishoude /: NB: deeze gezegdens van den Sabandaar affirmeert den Ex= „gerent Raath als die tijd bij sulver geweest zijnde:/ De koning en Rijksgrooten hebben hem met zijne bediening af= „genoomen maar daar in slegts geschort en dat niet om alle die fouten die Sichrer hem wil ten onregte aanvrijven, maar om dat hij wanneer Duhier voor de tweede keer op Tambora kwam niet van zijn Negorij Lingana wilde afkoomen, wanneer volgens getuigenis van de rijks= „grooten Tuhrer zo een vreeslijk leeven en misbaar heeft gemaakt, dat zij hem hebben moeten belooven den Sabandaar voor die brutati= „teit te zullen straffen en in zijn dienst schorten, dog Fuhier had altoos op zijn deportement aangedrongen, verders zeid Suhaer dat den Sabandaar nooit na die tijd bij hem durfde komen, dat geloof jk wel die Jnlanders zijn er wel meer zelfs hier op Bima, want „gaan zijnde. to als ƒ
English
13 when His Honor was not in a good mood, then no one received a good word from him, and he would verbally abuse them with everything vile and immediately threaten them with irons, even the Boemi Pazissi, even if they came to him with a message from the King. This was also the reason why the Shahbandar carefully kept away from him; he has never shunned me and dares to come freely to me to this day. Furthermore, the grandees of the realm have very earnestly requested me to cause Your Honorable Worships to view the case of the mentioned Shahbandar and their conduct toward the Company and with its Residents in a somewhat more favorable light than Fuhrer has pleased to portray the same, and to forgive the Shahbandar his slight transgression for this once, as they have forgiven him the same, and to permit them to let him resume his duties, since they all testify to having always been served faithfully and well by him, and that in the future, at the slightest fault of the Shahbandar, they would gladly submit to the orders of Your Honorable Worships, asking an excuse for him solely for this time. Meanwhile, I request a favorable approval of the mentioned twofold requests of the said Princes and Grandees of the realm, since I truly do not find that Shahbandar so dangerous, and the Tamborese seem to be very fond of him. However, if Your Honorable Worships insist on having the said Shahbandar in Makassar, there is certainly an opportunity for that, because, not knowing that he has been portrayed so poorly, he does not hide at all and can be obtained any day; on this and other matters, I request to be furnished with Your Honorable Worships' honored orders, in order to guide myself accordingly. I fully acquiesce in the pleasure that Your Honorable Worships take in the presentation of the King of Pangar made by Fuhrer. Yet, had His Honor left it alone, I could have done it to the satisfaction of the King and all their people in its due time, namely one hundred days after the death of the old King, whereas Fuhrer did it directly against their will and ancient customs only a few days, I believe eight, after the demise of the old King. But this is a past matter. List of the declared Goods of the Sumbawarese. In Cash: rd.s 350.— Three corgies of chintz: 200 Kris scabbards: 50 A musket: [illegible] Two blunderbusses: [illegible] Six krisses: [illegible] Three badik daggers: [illegible] Three spears: [illegible] Badjus with gold and silver buttons: 200 In handkerchiefs and parangs: 100 One piece of fine white linen: 100 Sum: rd.s 1000.— For the rest, I take the liberty, in all respect, to refer to my general letter accompanying this one, begging Your Honorable Worships in particular for a favorable disposition toward my earnest requests mentioned therein, to take the fairness thereof into favorable consideration and to fulfill the same if possible. While I have the honor to commend Your Honorable Worships' venerated person and weighty interests to the protection of the Almighty, I remain with all high esteem, Honorable Worshipful Sir, Your Honorable Worships' humble and dutiful servant, was signed: Cornelis Meurs. In the margin: Bima, the 21st of October, in the year 1781.
Dutch transcription
13 als zijn Ed: niet wel gedisponeert was dan kreeg geen mensch een goed woord van hem en dan maakte hij ze uit voor al wat leelijk was en dregde de direct met de boeijen zelfs de Boemi Pazissi al kwamen zij met een bood= „scheep van den Koning bij hem, dit was ook de reeden waarom de Sabandaar zig wel zoegvuldig voor hem wegte, hij heeft mij nog nooit geschuwt en durft tot heeden toe vrij bij mij komen. Overigens hebben mij de rijksgrooten zeer instantig verzogt uwel Ed: Agtb: de raak van gem: Sabandaar en haare handelwijze Jegens de Edupaegnie en met zijne Residenten in wat favorabeler ligt te doen beschouwen als suhren dezelve heeft gelieven af te maalen en den Sabandaar zijn geringe misslag voor deze maal te ver= „geven gelijk zij hem dezelve vergeeven hebben en haar permitteeren hem zijne diensten weder te laaten aanvaer„ „den, dewijl zij alle getuigen steeds getrouw en wel van hem bedient te zijn en dat zij in 't vervolg bij de minste fout van den Sabandaar zig gaarne willen onderwerpen aan de dispositien van uw wel Edele Agtbaare eenelijk voor ditmaal voor hem Excuus vragende. Jntusschen verzoek jk eene gunstige approbatie op gemelde twee leedige verzoeken van gemelde Vorsten en Rijksgrooten wijl ijk die Sabandaar waarlijk zo gevaarlijk niet vinde en de tamboreesen schijnen er zeer opgesteld te zijn, egter zo uwel Ed: Agtbaare er op staat om gemelde Saban= „daar op Makassar te hebben, daar is wel kans toe want hij niet weetende dat zo lelijk is afgemaald houd zig gans niet schuijtende is alle daagen te bekomen, of dit een en ander verzoeke met uwel Edele Agtbaare g'eerde Or= „dres gemunueert te worden, om mij daar na te rigten. Jk berust volkomen in 't genoegen dat uw elEd: Agtb: neemt in de voorstelling van den koning van Pan= „gar door Fuhrer gedaan, dog heed zijn Ed=s het gelaaten dan had jk het tot 's konings en haar lieden aller genoe„ „gen op zijn tijd te weeten hondert daagen na de dood van den ouden koning kunnen doen daar Suhrer het tiens tegen haar zin en al oude Costumes maar eenige - - -. rd„s 350.— „ 200„ Lijst der opgegevene Goederen der Sumbauwa= „reesen. Aan Contant. drie Corgies Chitsen Chrisbanden. Een Snaphaan... twee donderbossen Ses krissen drie beedilbadie drie toembak Badjoes met Goude en zilvere knoopen Somma. rd„s 1000:—. Aan Neusdoeken en parrings. . . „ 100„ Een p„s witt fijn lijnne. . . . . „ 100 „ daagen ik meen agt na 'S ouden konings afsterven ge= „daan heeft. dan dit is een gepasseerde zaak voor 't overige gebruike de vrijheid mij in alle eerbied te refereeren aan mijne dezen verzellende ge„ „meene brief uwelEd: Agtb: in 't bijzonder eene gunstige dispositie afsmeekende op mijne daar in vermelde in= stentige verzoeken de billijkheid daar van in eene gunstige Consideratie te neemen en dezelve des mo= „gelijk te voldoen Terwijl jk de Eere hebbe uwel Ed: Agtb: gevenereerd Perzoon en gewigtige belangen in de bescherming des Allerhoogsten aan te beveelen, verblijve jk met alle hoog-agting /:onderstond:/ WelEdele Agtbaare Heer /lager:/ uwerwel Ed: Agtb: Ootmoedige en trouwschul„ „dige dienaar /was geteekend:/ Cornelis Meurs /:in margine:/ Bima den 21=e October A=o 1781. daagen Aan - - -„ 50„ „ 200.
English
To Cornelis Meurs, Junior Merchant and Resident there in Bima. Honorable, Pious, Discreet Sir! In reply to your separate letter of 21 October last, it serves to state that the matter between the people of Sumbawa and those of Tambora must be settled as well as possible, as I already ordered in mine of 28 July past, or else the necessary documents must be supplied, either to make the soldier Jacob or the estate of Secerss reimburse what the King of Sumbawa has to claim. Considering the remainder of that letter as communicated, I can very well agree with you that the affairs of the Shabandar of Tambora be settled and that he be received back into favor. The change for the worse in the conduct of the King of Dompo, mentioned in your earlier letter of 9 September, who otherwise, alongside the King of Bima, seemed to have been one of the princes best-disposed toward the Honorable Company, has greatly surprised me; and I shall, in the coming year, as it is not the time for it at present, speak seriously with him concerning his final refusal to come up hither. However, you must in the meantime, especially as long as the war with the English lasts, endeavor to keep all the princes of the opposite coast on our side through a friendly and prudent conduct of trade, which nevertheless must not tend to the prejudice of the Company's authority. With which, after greetings, I remain. Was subscribed: Your good friend. Was signed: B. Reijke. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, 8 November Anno 1781. Furthermore, having acknowledged in this the receipt of Your Right Honorable's honored letter of 27 September past, serving as an escort to the secret signals enclosed therewith, in the hope that Your Right Honorable will already have received, long before the presentation of this letter, my secret letter of the 13th preceding, sent by express via Bima and Timor under date of 17 September past, along with the packets from Their High Noble Eminences at Batavia enclosed therewith, both for Your Right Honorable and for the ministers in Banda and Ternate, this serves as an escort to further sealed letters received here for Your Right Honorable (presumably duplicates), and also to furnish Your Right Honorable with an authentic copy of a certain declaration made here on 20 October last by the Company's subject named Pempeng, from which it will appear to Your Right Honorable that not only have three English ships appeared between the Pulau Laut islands and the land of Banjar, but that their people were actually on board with the deponent, although nothing further has been heard of them here since; which also makes me think that they must have been some of those smugglers who are quite often in the habit of frequenting those waters to smuggle, not only with the Banjarese, but even with the Mandarese and Wajorese, who are not at all averse to it. To the Right Honorable Bernardus van Pleuren, Governor and Director there in Amboina. Right Honorable Sir! of which I shall make the necessary use when occasion arises, and arranged as such, I close this with my cordial greetings and profession of being, with all respect, was subscribed: Right Honorable Sir, lower: Your Right Honorable's obliging friend. Was signed: B. Reijke. In the margin: Makassar, 15 November Anno 1781. Lower: P.S. I request a speedy delivery for the enclosed Company packets for Banda and Ternate. To the Right Honorable Johan Sibregt Seidelman, Governor and Director there in Banda. Right Honorable Sir! Having acknowledged the receipt via Amboina of Your Right Honorable's separate letter of 30 September past, along with the annexes enclosed therewith, for the communication of which I express my humble thanks, this serves as an escort to two sealed letters received from Batavia for Your Right Honorable, one of which will presumably be the duplicate of the packet already forwarded to Your Right Honorable on 13 September, also via Amboina, all of which, like those received here, contain communication of the war declared by the Crown of England against our State. In which regard I have also enclosed herewith an authentic copy of a certain report made here on 20 October past by the Company's subject named Pempeng, To the Right Honorable Alexander Cornabé, Commander there in Ternate. Right Honorable Sir! Having acknowledged the receipt via Amboina of Your Right Honorable's separate letter of 3 September past, along with the annexes enclosed therewith, for the communication of which I express my humble thanks, this serves report, from which it will appear to Your Right Honorable that not only have three English ships appeared between Pulau Laut and the land of Banjar, but that their people were actually on board with the deponent, although nothing further has been heard of them here since; which also makes me think that they must have been some of those smugglers who are quite often in the habit of frequenting those waters to smuggle, not only with the Banjarese, but even with the Mandarese and Wajorese, who are not at all averse to it. After offering my cordial greetings, I remain with all respect, was subscribed: Right Honorable Sir, lower: Your Right Honorable's obliging servant and friend. Was signed: B. Reijke. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, 15 November Anno 1781. Lower: P.S. Herewith the duplicates of the packets from Their High Noble Eminences for Timor, which I kindly request you to have delivered thither at the first opportunity, along with a copy of the aforementioned report, since there is no opportunity available here for that purpose.
Dutch transcription
13 Cornelis Meurs Aan den Onderkoopman Resident aldaar Eerzame, vrome, Discrete! Op uw E aparte brief van den 21„e October Jrleeden rescribeerde diend, dat de zaak tusschen de Sumbauwareesen en die van Tambora zo goed doenlijk als jk reets bij mijne van den 28„e Juli passato heb gelast moet worden afgemaakt, of anders de nodige bescheiden gesuppediteerd worden het zij om den soldaat Iacob of de Boedel van Secerss te doen vergoeden het geene Sumbauwas koning te vor= „deren heeft. Het overige bij die brief voor bedeelt hou„ „dende zo mag jk met uwE zeer wel leiden dat de zaken van den Tambories Sabandaar bijgelegd en hij weder in Genade aangenomen word Het ten kwaden verandert gedrag van Domposko= „ning, vermeld bij uwE vroegere van den 9=e Septem„ „ber, die anders nevens die van Bima, nog een der best= =gezindste vorsten voor de Ed:e komp„e schijnt geweest te zijn, heeft mijn zeer verwondert, en jk zal hem in het aanstaande Jaar, terwijl het er thand de tyd niet toe is, ernstig over zijne finaale weijgering, om na herwaards op te komen, onderhouden. Egter moet uwE inmiddens bijzonder zo lange den Oorkog met de Engelschen duurt, alle de Overwalsche vorsten door een Vriendelijke en voor„ „rigtige dog evenwel niet in prejuditie van 'skomp„s gezag streckende handel wijze op onse zijde tragten te houden. waar meede Jk na groete ben. /onderstond:/ Uw E goede Vriend /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makasser in het kasteel Rotterdam den 8=e Novembr A=o 1781 Voorts in deezen nog bedeeld hebbende de Ontfangst uwer welEd: Agtb: g'eerde van den 27„e September passa= „do ten geleide van de daar bij gevoegde shreete Seinen, Jn hoope dat bij uwer wel Edele Agtbaare reets lange voor paresse deezes zal ontfangen zijn mijne van hier over Bima en Timor onder dato 17„e Septbr passato per een Expresse afgezondene Sekreete brief van den 13„e bevoorens, nevens de daar bij zo voor uwel Edele Agtb: als voor de Ministers in Banda en Ternaten gevoegde paktten Hunner Hoog Edelheedens te Batavia, zo diend dezen ten geleide van nog nadere alhier voor uwel Ed: Agtb: Ontfangene /:denkelijk duplicaat:) geslootene brieven, mitsgaders om uwel Ed: Agtb: teffens te doen geworden een authenticq afschrift van zeekere op den 20„e October J„o leeden door 's komp„s Onderdaan alhier in na= „me Pempeng verleende verklaaring, waar uit UwelEd. Agtb: blijken zal dat zig niet alleen tusschen de poeloe Lauts en het Land van Banjar drie Engelsche Scheepen hebben vertoond, maar dat het volk daar van werkelijk bij den Deposant aan boord zijn geweest, schoon men egter zedert alhier niets naders van dezelve vernomen heeft; het gaen mijn ook doet denken dat het van die Smockelaars zullen zijn geweest, die wel meermaalen de gewoonte hebben dat vaarwater te frequenteeren om niet alleen met de Banjareesen maar ook zelfs met de Mandareesen en wadjoreesen, die 'er gansch niet vies van zijn te Smockelen. WelEdele Agtbaare Heer Sernardus van Hleaken Gouverneur en directeur aldaar Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Aan van Bima Amboina 11 Banda Ternaten van dewelke jk bij gelegendheid het nodige gebruik zal maa„ „ken, ingerigt, zo sluite jk deeze met mijne hertelijke groete en betuiging van met alle agting te zijn /:onder= stond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwer wel Edel Agt= „baare Dienstvaardigen vriend /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makasser den 15„e Novembr: A„o 1781. /:lager P: S. voor inleggende 'skomp:s paketten voor Banda en Ternaten verzoeke jk een spoedige bezorging. Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer. Johan Sibregt Seidelman. Gouverneur en directeur aldaar. WelEdele Agtbaare Heer! Bedeeld hebbende den ontfangst over Amboina uwar wel Edele Agtbaare aparte letteren van den 30„e September passato nevens de daar bij gevoegde bijlaagen voor welkers bedeeling jk mijn nedrige dank betuige, zo diend deezen ten geleide van twee van Batavia voor uwel Edele Agtb: Ontfangene geslooten brieven waar van de eene denkelijk de wedergade zal zijn van het uwwel Edele Agtbaare reets onder den 13„e Septbr ook over Amboina toegeschikte pa= „ket en die alle zo als de hier ontfaengene in zig zullen houdende Communicatie van de door de kroon van En= „gelland aan onzen staat gedeelareerden Oorlog. Ten welken opzigte jk dan ook deezen bijgevoegd heb een authen „ticq afschrift van zeeker op den 20=e October passato door 'S Comp„s Onderdaan alhier in name Pempeng verleend Aan den welEdelen Agtbaaren Heer. Alexander Cornabé, Gezaghebber aldaar. wel Edele Agtbaare Heer Bedeeld hebbende den ontfangst over Amboisje Uwer welEdele Agtbaare apaerte letteren van den 3„e Septbr passato neevens de daar bij gevoegde bijlaagen, voor wel= „kers bedeeling jk mijn nedrig dank betuige, zo diend Relaas, waar uit uwel Ed: Agtb: blijken zal dat zig niet alleen tusschen de P=lo Lauts en het Land van Banjar drie Engelsche scheepen hebben vertoond, maar dat het volk daar van werkelijk bij den deposant aan boord zijn geweest, schoon men egter zeedert alhier niets nader van dezelve vernomen heeft; het geen mijn ook doet denken dat het van die smockelaars zullen zijn geweest, die wel meermaalen de gewoonte hebben dat vaarwater te frequenteeren om niet alleen met de Banjaree= „sen maar ook zelfs met de Mandareesen en wadjo „reesen, die er gansch niet vies van zijn, te Smockelen. Jk ben na aflegging mijner hertelijke Groete met alle agting /:onderstond:/ welEdele Agtbaare Heer /lager:/ uwer welEdel Agtb: Dienstvaardigen Dienaar en Vriend /:was geteekent:/ B„s Reijke /:in margine Makassar in 't Casteel Rotterdam den 15„e Novembr Anno 1781 /:lager:/ PS. Hier nevens de wedergades van de paketten Hunner Hoog Edelheedens voor Timor, die jk vriendelijk verzoek om per eersten derwaarts te willen doen bezorgen, nevens een afschrift van het bovengem: relaas, nadien van hier geen gelegendheid daar toe aan handen is. Relaat dezen
English
This serves to accompany two sealed letters received from Batavia for Your Honorable Worships, one of which will likely be the duplicate of the packet already forwarded to Your Honorable Worships on 13 September, also via Amboina, and all of which, like the ones received here, will contain the communication of the war declared against our state by the crown of England. In which regard I have therefore also attached hereto an authentic copy of a certain deposition made here on the 20th of October last by the Company's subject named Pempeng, from which it will appear to Your Honorable Worships that not only did three English ships appear between the Poelo Lauts and the Land of Banjar, but that their crew actually came on board the deponent's vessel, although nothing further has since been heard of them here, which also makes me think that they must have been some of those smugglers who are quite accustomed to frequenting that fairway in order to smuggle not only with the Banjarese, but also even with the Mandarese and Wadjorese, who are not at all averse to it. After offering my cordial greetings, I remain with all respect, Honorable Worshipful Sir, Your Honorable Worship's obedient friend, was signed, B. Reijke. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, the 15th of November 1781. The bearers of this are my emissary named Heere Mandjareekie, together with the Bugis emissary, whom I dispatch to you because I have reliable news that a European who deserted from here is residing in your land. Wherefore I have full confidence that, in compliance with and confirmation of our friendship, you will have the said European apprehended and delivered to these my emissaries, since I know for certain that he is staying there. In answer to your letter dated the 18th of October last, it serves to say that it is very pleasing to me to learn that you proceed prudently in all matters, which also causes that you cannot come hither in person to speak with me, as well as that you are fortifying yourself in all respects and keeping ready. As regards your letter to the late Lord Governor concerning your having handed over the kingdom and dominion of Sopeng to your son, I hold the same to be insufficient, as you yourself know that we can do nothing in that regard before and until a letter concerning you arrives from Their Right Excellencies in Batavia upon an embassy sent thither by you for that purpose according to custom and pursuant to the tenor of the contracts; for that reason I also write to you, as I know here beforehand that you hold the government of Sopeng in hand and rule the country. As to what you further mention in your letter, that I might speak about affairs with the Soelewatang Papadjoeng, that is well and good so far, but I did not wish to adhere to that in any way, but deemed it necessary that it was much better to write to you myself. Underneath stood: Written at Makassar in Castle Rotterdam, the 19th of November 1781. Letter from the Honorable Worshipful Lord Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Celebes, to the King of Sopeng, reading as follows, after preceding compliments: The outstanding 370 gantings of rice from Iennang Boelecomba can, at the upcoming tithe collection, be recorded as less, having already been accounted for by Your Honor, in order to prevent confusion; however, Your Honor may continue to dun him for the settlement thereof, as it is presently not the time to act otherwise in that regard. Furthermore, Your Honor may tithe him for rice or paddy as you deem fit, provided that for the granting of that favor, if the latter occurs, he also takes care and does his best that the Company's tithes come in promptly and properly. Wherewith, after greetings, I remain, Your Honor's Good Friend, was signed, B. Reijke. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 17th of November 1781. To the Junior Merchant, Mr. Simon Monsieur, Resident there. Honorable, Pious, Discreet. Boelecomba. With Your Honorable Worships' highly respected letter of the 8th of October, having received the commission for the youth Mattheus Raath, who was favorably taken into service at my request, I express my humble thanks for this as well as for the granted continuation here for the soldier Steijns and the sending over of the soldier Ngatha Numoitte, mentioned in the esteemed letter of the 23rd of October last and arrived here on the 7th of this month, whilst on that same date Your Honorable Worships' secret circular letter dated the 20th of October also duly reached me. I shall let the contents thereof serve for my guidance and constantly be as much on my guard as will be possible for me, while I humbly request that Your Honorable Worships please accommodate me at the first opportunity with two or three bars of plate iron and a quantity of large nails for the construction of some new gun carriages, which I shall then see to have completed by the workmen still present here, as well as another eight small barrels of gunpowder, 200 gunflints, and one small barrel of musket balls, since the natives, especially the Bimarese, are willing enough to assist, but they request that, according to ancient custom, if it should come to that, the Company accommodate them with gunpowder and lead, for which in such case my stock is far too small. The King of Sumbawa requests for that purpose for his chief alone twenty pikols of gunpowder, thirty To the Honorable Worshipful Lord Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes, along with the Council. Honorable Worshipful Lord and Right Honorable Sirs.
Dutch transcription
dezen ten geleide van twee van Batavia voor uwel Edele Agtbaare Ontfangene gesloten brieven waar van de eene den „kelijk de wedergade zal zijn van het uwel Edele Agtbare reets onder den 13„e Septembr ook over Amboina toegeschik „te paeket en die alle zo als de hier ontfangene en zig zul„ „len houden de Communicatie van de door de kroon van Engelland aan onzen staat gedeclareerden Oorlog. Den welken opzigte jk dan ook dezen bijgevoegd heb een authen= „ticq afschrift van zeeker op den 20„e October passato door 's komp„s onderdaan alhier in name Pempeng verleend Relaas, waar uit uwel Edele Agtbaare blijken zal dat zig niet al= „leen tusschen de P=lo Lauts en het Land van Banjar drie Engelsche scheepen hebben vertoond, maar dat het volk daar van werkelijk aan boord bij den deposant zijn geweest, schoon men egter zedert alhier niets nader van dezelve vernomen heeft, het geen mijn ook doet den= „ken dat het van die smockelaars zullen zijn geweest, die wel meermaalen de gewoonte hebben dat vaarwater te frequenteeren om niet alleen met de Banjareesen maar ook zelfs met de Mandareesen en wadjoreesen, die er gansch niet vies van zijn, te smockelen. Jk ben na aflegging mijner hertelijke groete met alle agting /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwer welEdele Agtbaare Dienstvaardigen Vriend /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine/ Makasser in 'tkasteel Rotterdam den 15:e Novbr: 1781 Brenger deezes zijn mijn rendeling genaamt heere Mandjareekie, beneevens den Bouische zendeling, de„ „welke ik tot uw afzende, wijl jk voor vast tijding heb, als dat er een Europees die van hier weggedrost is, zig op uw Land ophoud. weshalven jk een vast vertrou„ „wen heb, dat uE tot nakoming en bevestiging van Brieff van den welEdelen Agtb: Heer Barend Reijke. Gouverneur en directeur deezer kiste Celebes, aan den Koning van So= „peng, luijdende aldus, na voor afgaande Complimenten De uitstaande 370 Gantings rijst van Iennang Boelecomba kunnen bij de aanstaande verthiening als door uwEd:e reets verantwoord zijnde minder opgebragt worden ter voorko= „ming van verwarring, egter kan uwEd hem tot dies voldoening bij continuatie aanmaanen alzo het tans de tijd niet is om daar omtrend anders te werk te gaan. voorts kan uE hem voor rijst of padij na goed dunken vertienen mits hij dan voor die gunst bewijzing als het laaste geschied, ook zorge draagt en zijn best doet dat 'skomp:s vertiende spoedig en behoorlijk inkomt waar meede na groete blijve /:onderstond:/ UEd: Goe= „de Vriend /:was geteekend:/ B„k Reijke /:in margine Makassar in 't kasteel Rotterdam den 17:e 9ber: 1781 Aan den Onderkoopman M„r Simon Monsieur Resident aldaar. Eerzame, vrome, Discrete. Boelecomba Van onze Makassar: onze vriendschap, gemelden Europees zult laten opvatten en aan deze mijne zendelingen ter hand stellen, wijl jk vast weet dat hij zig daar op houdende is Jn andwoord op UE brief gedateerd den 18:e Octobr Jb diend, dat het mij zeer lief is te verneemen dat uw in allen voorzegtig te werk gaat het geen ook veroorzaakt, dat uw niet perzoonlijk na herwaarts kan komen, om met mijn te spreeken, als ook dat uw zig in allen deelen versterkt en gereed houd. wat belangt uw schrijvens aan den overleedene Heer Gouverneur, weegens dat uw het Rijk en de Heerschap= „pije van Sopeng aan uw zoon heeft overgegeven, zo houde Jk het zelve voor onvoldoende, wijl uw zelfs weet dat wij daar omtrent niets kunnen doen, al eer en bevoorens 'er schrijvens wegens uw van Haar Hoog Edelheedens van Batavia komt op een door uw ten dien einde nae den gebruike en volgens luid der Contracten na derwaarts afgezondene Gezantschap, om die reeden schrijve jk ook aan uw wijl jk van te vooren herwaarts weet als dat uw de Regeering van Soping in handen heeft en 't Land bestierd wat uw nog verders in uw brief vermeld, als jk met den Soelewatang Papadjoeng over zaaken konde spree= „ken, zo is zulks voor zo verre wel, dog jk heb mij geen= „rints daar aan willen houden, maar voor nodig ge„ „oordeelt dat het veel beter was zelfs aan uw te schrijven /:onderstond:/ Geschreeven tot Makassar in 't kasteel Rotterdam den 19„e Novembr. 1781 5 Met uwelEd: Agtb: zeer gerespecteerde van den 8„e October mij geworden zijnde de Acte van den op mijn verzoek gunstiglijk en dienst genoomen Jongeling Mattheus Raath, betuig jk hier voor zo wel mijne nedrige dank, als voor de g'accordeerde Continuatie alhier voor den soldaat Steijns en overzending van den zoldaat Ngatha Numoitte bij veel g'eerd schrijven van den 23„e October passato vermeld en op den 7„e deezer hier aangekomen, terwijl mij op dien zelfden datum al meede wel geworden is uwel Edele Agtbaare Sekreete Circulaise brief in dato 20=e Octobr: jk zal het daar in vermelde tot mijn narigt laaten strecken, en steeds zo veel op hoede zijn als mij moge„ „lijk zal weezen, terwijl jk nedrig verzoeke dat uwel= Edele Agtbaare mij bij eerste Occasie met twee â drie staaven pleet ijzer en Een partij groote Spijkers ge„ „liefd te gerieven tot 't aanmaaken van eenige nieuwe rampaarden die jk dan zal zien door 't nog hier zijnde werks volk klaar te krijgen, als meede nog agt vaatjes kruijt, 200 Vuursteenen en Een vaatje Snaphaan koo- „gels, wijl de Jnlanders voor al de Bimaneesen willig genoeg tot hulp zijn, dog zij verzoeken dat de Comp„e vol= „gens al oude gewoonte zo 'ter op aan mogt koo= „men haar met kruijd en Lood gerieven, waar toe in zulken gevalle mijn voorraad al te kleijn is Den koning van Sumbauwa vraagd ten dien einde voor zijn Hoofd alleen. Twentig Pikols Buskruid Barend Reijke. Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Gouverneur en directeur der Euste Eelebes. Neevens. Den Raad O Agtbaare Heer, en WelEdele Heeken. 55 Aan dertig
English
thirty pikols of Lead, apparently musket balls two pikols of flints; to this I have not wished to answer His Highness until after receiving the orders of Your Honorable Worships. Furthermore, I take the liberty in all humility to refer to my last respectful letter of the 21st of October last, repeating my most humble and urgent request for the satisfaction of what was requisitioned therein, as well as in this present letter. A hired vessel cruises along the water and the Bimangese have sent an armed vessel to the mouth of the Bay, and have also placed lookouts out at sea on prominent heights to give immediate warning upon sighting any ship or vessels; this, Honorable Worshipful Sirs, is all that is in my power to do in this matter, for my garrison is too weak for an unhealthy place such as this, as ordinarily half of my small garrison is sick or afflicted with swollen legs, so that they are not even able to stand guard; thus I, subject to correction, nevertheless believed I had reason, especially at a time such as this, to plead for a favorable consideration of my most humble request already made regarding this in the previous letter. In the meantime, I remain with the deepest respect and high esteem, underneath written, Honorable Worshipful Sir and Sirs, lower written, Your Honorable Worships' wholly humble and obedient Servant, was signed, Cornelis Meurs, in the margin, Bima in the Company's fortress the 12th of November, Anno 1781. Pursuant to your requisition made by letter of the 12th of this month, we send to you: three bars of flat iron fifty pieces of five-inch nails six small barrels of gunpowder one small barrel of musket balls, and two hundred pieces of flints. Meanwhile, we instruct you to decline, in a friendly manner, under the pretense of our own shortage, the request of the King of Sumbawa to be supplied for his person alone with twenty pikols of gunpowder, thirty pikols of lead, and two pikols of flints; as it is not advisable to supply this prince, who is entirely disaffected toward the Company, with such materials, especially at this time. Being unable to comply with the remainder requested by you, we consider the rest as shared, and remain after greetings, underneath written, Your good friends, was signed, B.s Reijke, C.s Kraane, J.n M.n Baserman, J.n W:m H.k van Rossum, J.b L.s de Vos, Thedd.s Bosch, and Joh. P.s Budach, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam the 27th of November, Anno 1781. To the Junior Merchant Cornelis Meurs, Resident there, Honorable, Pious, Discreet, Bima. To Makassar. 25 Makassar. To The Honorable Worshipful Sir Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Celebes. Honorable Worshipful Sir, Your Honorable Worship's always much respected letter of the 17th of this month was duly received by me on the 21st thereafter. In accordance with the consent given by Your Honorable Worship, I will take the liberty to enter the three hundred and seventy gantings of rice from the Jennang of Boelecomba upon the upcoming rice account of the tithe, yet at the same time I shall not fail to continually urge him to satisfy the same, and I shall, Honorable Worshipful Sir, both on account of the present circumstances of the times and in the hope that he will prove himself worthy, tithe him in paddy. For the rest, I take the liberty to call myself, with all due high esteem and respect, underneath written, Honorable Worshipful Sir, lower written, Your Honorable Worship's humble and faithful Servant, was signed, S.n Monsieur, in the margin, Bonthain in the Company's fortress the 23rd of November 1781. Translation of a Bugis letter from the King of Sopeng to the Honorable Worshipful Sir, Governor. First, the usual compliments! By the messenger of Your Honorable Worship, named Bare Mandjareekie, accompanied by the Bonese messenger. To the Honorable Worshipful Sir Barend Reijke, Governor and Director there. Honorable Worshipful Sir and Friend, For the report in Your Honorable Worship's letter of the ultimate of September last, concerning the resolved detention of the Javanese auxiliary troops still present there, on account of the declared war of the English. Having received Your Honorable Worship's much honored letter, it has appeared to me from it that a European was said to be residing here. This is the truth; there has also been one here who said he came from Wajo. But he is no longer here and it is not known where he has gone. As for what Your Honorable Worship further says about not being able to do anything regarding the matter in question, for the reason that no answer regarding it has come from His High Nobility, one must act according to the contract: we consider that when the Bonese make known and say, "We have chosen this person as King," then he is also King; likewise, when the Sopengers appoint someone as Datu, and make this known to Bone, and Bone is satisfied with it, then he is also Datu of Sopeng. As for what further concerns the sending of an embassy to His High Nobility in Batavia, this cannot take place unless Bone does so at the same time. Underneath written, Written within Sopeng the 3rd of December, Anno 1781.
Dutch transcription
dertig pikols Lood aparent koogels twee pikols vuursteenen, hier op heb jk zijn Hoogheid tot uwelEdele Agtbaare nadeze ordere niet willen and- „woorden. Overegens gebruik jk de vrijheid mij in alle nedrigheid te refereeren aan mijn laaste Eerbiedige van den 21„e Octo„ „ber joleeden, onder herhaaling mijner allernedrigste instentig versoek tot de voldoening van 't g'Eijschte bij dezelve, zo wel als in deezen. Een ingehuurd vaartuig kruisd langs de wat en de Bimaneesen hebben een g'armieert vaartuig na de mond van de Baaij gezonden, en teevens op uitstee= „kende hoogtens in zee uit kijken gesteld, om bij ontwaaring van eenig schip of vaartuigen direct te waarschouwen, dit is alles welEdele Agtbaare Heeren wat in mijn vermoogen is in deezen te doen dan mijn Guarnitoen is te zwak voor een ongezonde plaats als deze wijl 'er ordinair van mijne kleene bezetting der helft ziek of met reeze beenen behebt, dat zelfs niet in staat zijn, haar schildwagt te doen, zo dat jk /:onder Correctie:/ nogtans vermeende redenen te hebben, om waar al in een tijdstip als dit eene gunstige reflexie af te smeeken, op mijn desweegen reeds bij voorige brief allerneedrigst gedaane verzoek. Jntusschen ben jk met het diepste respect en hoog agting /onderstond/ wel Edele Agtbaare Heer en Heeren /lager/ uwer wel Edele Agtbaare Gansch onderdanige en Gehoorzame Dienaar /:was geteekent/ Cornelis Meurs /:in margine/ Bima in 's Comp„s vesting den 12„e November A„o 1781 Jngevolge UE gedanen Eijsch bij brief van den 12„e dezer, laaten 35 wij UE toekomen. drie Staven plat ijzer vijftig peesen Spijkers vijf duimers Zes vaatjes buskruid 1 Een vaatje Snaphaan kogels, en twee hondert pees Vuursteenen Terwijl wij uwE inmiddens gelasten om het verzoek van den Koning van Sumbauwa om voor zijn Hoofd alleen met twentig pikols Buskruid, dertig pikols Loot en twee pikols vuursteenen te worden gerieft, op een vriendelijke wijze, quasie uit hoofde van eigen gebrek, te ontleggen; alzo het niet raadzaam is dee„ „zen in het geheel niet 's komp„s Gezinden vorst daar mede, bijzonder in deze tijd te gerieven. Het ver= „dere door uwE verzogte niet vermogens zijnde te kunnen voldoen zo houden wij het overige voor be= „deeld en blijven na groete /:onderstond:/ UwE Goede vriemden /:was geteekend:/ B„s Reijke, C„s Kraane, J„n M„n Baserman, J„n W:m H„k van Rossum, J„b L„s de Vos, Thedd„s Bosch en Ioh. P„s Budach /:in margine:/ Makassar in 't kasteel Rotterdam den 27„e Novbr Anno 1781 Aan den Onderkoopman Cornelis Meurs Resident aldaar Eerzaame, vroome, Discrete. Bima Aan Makassar 25 Makassar Aan Den wel Edelen Agtbaaren Heer ƒ Barend Reijke Gouverneur en directeur dezer kuste Celebes. WelEdele Agtbaare Heer Uwel Ed„e Agtb: altoos veel gerespecteerde Letteren de dato 17„e deezer zijn mij op den 21„e daar aan wel geworden. jk zal volgens uwel Edele Agtbaare gegevene Consent de vrijheid gebruiken om de drie hondert Seeventig Gantings Rijst van Iennang Boelecomba bij de aanstaande rijst reekening der verthiening op te brengen dog teffens niet in gebreeke blijven om hem geduurig tot 't voldoen der= „zelve bij Continuatie aan te maanen zullende jk hem welEdele Agtbaare Heer zo wel om de tegentwoordige tijds omstandigheedens als in hoope dat hij het zig zal waardig maaken voor Padij verthienen voor 't overige neeme de vrijheid met alle verschuldigde hoog-agting en Eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ wel= „Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwer welEdele Agtbaare Onderdanige en trouwschuldige Dienaar /:was geteekend. / S„n Monsieur /:in margine:/ Bonthain in 'sComp:s ves= „ting den 23„e Novbr: 1781. Translaat Boegineese brief van den Koning van Sopeng aan den welEdele Agtbaare Heer Gouverneur voor af d' ordinaire Complimenten! Door den zendeling van uw welEdele Agtbaare, genaamt bare Mandjareekie verzeld van den bonischen zendeling Aan den welEdele Agtbaare Heer Barend Leijke Gouverneur en directeur aldaar welEdele Agtbaare Heer en Vriend voor het berigt bij uwel Edele Agtbaare schrijven van Sultimo Septembr laastleeden, weegens de beslooten aanhouding, van de nog â Costij zijnde Iavasche Hulp „troepen, om de wille van den gedeclareerden Oorlog, der uwel Edele Agtb: veel g'eerde Missive ontfangen hebbende zo is mij daar uit gebleeken, als dat zig alhier Een Eu= „ropees ophouden zoude. zulks is de waarheid, hier is ook eene geweest die zeide van wadjo gekomen te zijn. Dog hij is niet meer hier en men weet niet waar hij na toegegaan. is. wat verders uwel Edele Agtbaare zegd, omtrend de be„ „wuste zaak niets te kunnen doen, our reeden 'er geen antwoord dientweegen van zijn Hoog Edelheid gekomen is, zo moet men na de Contract te werk gaan: wij vermeenen, dat wanneer de Boniers bekend maaken en zeggen, deezen hebben wij verkoozen tot Koning, zo is denzelven ook koning, zo meede als de Sopingers iemand tot Datoe aanstellen, en zulks aan Bonij bekend maa= „ken en 't zelve daar meede te vreeden is. zo is die ook Datoe van Soping. wat verders aangaat om eene Gezandschap aan zijn Hoog Edelheid te Batavia te zenden, zo kan zulks niet eerder geschieden of Bonij moet zulks te gelijk meede doen. /:onderstond:/ Geschreeven binnen So= „peng den 3„e Decembr: A„o 1781 — uwel Ed: Engelsche
English
27 Makasser. English against our state, and since they showed little inclination to return home, politely declining, I therefore serve to state regarding this that I made several things known to the Panumbahan of Madura and Pangerang of Sumanap, proposing that, since their troops could still necessarily serve over there, it was thus best, in order to prevent new trouble and disastrous costs and damages, to leave them there for the present, or until such time as they could be sent back successively with full peace of mind and safety, either collectively or partially, even according to the intention indicated by Your Honourable Worship; and as they both expressed to me their approval of this latter, I have the pleasure of simultaneously noting this for the information of Your Honourable Worship, while after friendly salutation I remain with esteem, below stood, Honourable Worshipful Sir and Friend, lower, Your Honourable Worship's Good friend, was signed, J.s Siberg. In margin, Samarang the 27th of November, Anno 1781. To the Honourable Worshipful Sir Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes, there. Honourable Worshipful and Commanding Sir, On the 18th of this month, the Kraeng over the District of Simbang, Daeng Tjaddie, passed away here. I have already ordered the Soelewatang, without intermission or delay, to report and bring to me the person who is the nearest and most eligible for the vacant regency, in order to be further acknowledged and confirmed in that dignity by Your Honourable Worship. Report To The Honourable Worshipful Sir, Barend Reijke, Governor and Director of this Coast of Celebes. Honourable Worshipful Sir, The undersigned Junior Merchant and Shahbandar Jacobus Leonardus de Vos, on the verbal order of Your Honourable Worship, questioned the Chinese merchants named Ongkoenseeng and Ongtanting, who arrived on the 2nd of this month from Banjermassing by proa Ponting, provided with a proper pass granted by the Resident of that place, as to whether any news of the English had been heard there and how matters stood at Banjermassing. confirmed, intending, on the occasion that the native regents around the North and those in the vicinity of the fortress are all invited by me and gathered together, in order, pursuant to the order and annual custom, to inquire of them whether they might have any reasons that would hinder them from ploughing the lands early; to present before them in appropriate terms the detrimental consequences of which they have rightfully made themselves guilty and are making themselves even more and more guilty, through an indifferent negligence regarding the delivery of their quota of timber for the completion of the Government's and the Resident's residence, as the Honourable Company is no longer willing to expect their promises without effect in this case, of all of which I shall in due course submit a dutiful report to Your Honourable Worship. While in the meantime with the greatest respect and high esteem I am and remain, below stood, Honourable Worshipful and Commanding Sir, lower, Your Honourable Worship's humble servant, was signed, B.s van de Walle. In margin, Maros in the Fortress Altingsteijn, the 28th of December, Anno 1781.
Dutch transcription
27 Makasser. Engelschen teegens onzen staat, en wijl zij dog weinig genegentheid betoonde, om te huiswaards te willen keeren, vriendelijk bedankende, zo diene jk dien aangaande, dat jk den Panumbahan van Madura en Pangerang van Sumanap, een en ander hebbe te kennen gegeven, onder voorhoudinge, dat aangezien derzelver troupen, gin= „ter nog noodzakelijk, zoude kunnen dienen, het dus best wees, ter voorkominge van nieuwe moeite en destrastes„ kosten en schaaden, dezelve, voor eerst, dan wel tot tijd en wijlen, daar te laaten, dat met volle gerust- en zee= „kerheid, of gezamentlijk of gedeeltelijk, zelfs na uwelEd=e Agtbaare opgegeven voorneemen, successive konde te rug gezonden worden; en alzo zij beide over dit laaste, mij hun welgevallen hebben te kennen gegeven, heb jk het genoegen, dat teffens tot uwel Edele Agtbaare narigt te noteeren, terwijl na Vriendelijke Salutatie, met agting blijve /:onderstond:/ welEdele Agtbaare Heer en Vriend, /lagen/ uwel Ed:e Agtb„s Goede vriend /:was geteekend:/ J„s Siberg /:in margine/ Samarang den 27„e Novembr: Anno 1781 Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijke. Gouverneur en Directeur ter buste Eelebes. aldaar welEdele Agtbaare en Gebiedende Heere Op den 18„e deezer is alhier overleeden den Eraeng over het District van Simbang Daeng Tjaddie, jk hebbe den Soele- „watang reets gelast, zonder intermissie of uitstel op te geeven en bij mij te brengen de perzoon die tot het va= „ceente regentschap de naaste en Eligibetste is, om voorts door uwel Edele Agtbaare in die waardigheid erkent en Derigt Aan Den welEdelen Agtbaaren Heer, Barend Reijke„ Gouverneur en directeur deezer kuste belebes. welEdele Agtbaare Heer Den ondergeteekende Onderkoopman en Sabandaar Jacobus Leonardus de vos, heeft op mondelingse ordre van uwel Ede Agtb„r de op den 2„e deezer van Banjermassing per prauw Ponting, met een behoorlijke paes, door den Resident van die plaats verleent voor= „zien, g'arriveerde Chineese Negotianten gen„t Ongkoenseeng en Ongtanting, afgevraagt of men aldaar geen narigt van de Engelschen heedde vernoomen en hoedeenig het op Banjer= bevestigd te worden, zullende bij geleegendheid de inlandse Regenten om de Noord: en die der in de nabijheid van het Fortres alle door mij g'inviteert, bij een vergadert zijn, ten einde ingevolge de ordre en sjaarlijks usantie van haar te informeeren of ze ook eenige reeden hebben die haer mogte kinderen om de Landerijen vroegtijdig te beploegen; in gepaste termes voor oogen stellen, de na= „deelige gevolgen waar aan ze zig regtmatig schuldig heb= „ben gemaakt en nog meer en meer maaken, door een onverschillige nalatigheid omtrend de Leverantie hunner quoto houtwerken, tot voltooijing van het Gouvernement en 's Residents wooning alzo D E Compagnie niet langer van haar beloften zonder effect in hoc casie is verwagten= „de, van welk een en ander uwel Ed: Agtb=r in het vervolg schuldpligtig verslag zal laten toekomen Terwijl intusschen met de meeste Eerbied en Hoog-ag= „ting ben en blijve /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare en Gebiedende Heere. /:lager/ uwer wel Ed: Agtb„s onder= „danige Dienaar /:was geteekend:/ B„s van de walle /:in margine / Maros in 't Fortres Altingsteijn den 28„e xber Anno 1781. bevestigd „massing
English
29 massing was drawn up, who have thereupon granted a report, respectfully annexed hereto, to which the humble undersigned refers. Hoping hereby to have complied with the honored order of Your Honorable Esteem, I take the liberty to sign with the highest esteem, below which was written: Right Honorable Sir, lower: Your Honorable Esteem's obedient and dutiful servant. Was signed: J.s L.s de Vos. In the margin: Macassar, the 4th of January Anno 1782. Report of the Chinese merchants named Ongkoenseeng and Ongtanting, residing at Banjermassing and arrived here on the 2nd of January with a ponting, provided with a proper pass granted by the Resident of that place, at the requisition of the Junior Merchant and Shahbandar Iacobus L.s de Vos, reading as follows: That about a month ago, a paduwackang prahu arrived at Bangermassing from Rio, bringing the news that the English were intending to call at Batavia. That however at Banjermassing there was not the slightest news or tidings of English ships or vessels, the entire country being in rest and peace. Below which was written: Thus related at Makassar the 3rd of January Anno 1782. Was signed: set in characters by Ongkoenseeng and Ongtanting. Right Honorable and Commanding Sir! The native regents around and near the fortress, having assembled upon my convocation a few days ago, unanimously testified to having no reasons that could hinder them regarding the early plowing of the paddy fields, and that many of their people were already engaged in that labor, on which occasion the Lommo of Maros, both for himself and on behalf of all the aforementioned village chiefs, earnestly requested me to solicit with Your Honorable Esteem for them, as I also most respectfully do hereby: that Anrongoezoe Talinko and all other Boniers may be ordered anew, as soon as possible, to surrender without further delay the lands belonging to the Company's subjects, of which they—under the specious pretext that they plowed and sowed the same—have retained the usufruct for two consecutive years now, notwithstanding the fact that these lands were handed over by order of their king in the presence of the chief interpreter Brugman and Patoea Baringang, declaring at the same time that if this is not provided for in time, it is to be feared that the Boniers will then continue to usurp the right of ownership and consequently will not easily be diverted therefrom; noting further to this that the claimant to the vacant regency of Simbang, Daeng Mandjiegilie, is due to come over shortly in order to be recognized and confirmed in that dignity by Your Honorable Esteem, being the brother of the last deceased Karaeng of that region, and according to the testimony of all the elders the nearest and most eligible thereto. To the Right Honorable Sir, Barend Keijke, Governor and Director of this coast of Celebes at Makassar. Serving as
Dutch transcription
29 „massing gesteld is, dewelke daaer op een Relaas verleent hebben, deezen in Eerbied g'annexeerd, waar aan den nedrigen teekenaar zig gedraagt. verhoopende hier meede aan de g'eerde Ordre van uwelEd: Agtb: te hebben voldaan, zo neeme de vrijheid mij met de meeste Hoog-agting te teekenen /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwer welEdele Agtbaare Gehoor= „reme en trouwschuldige Dienaar. /:was geteekend J „s L=s de Vos /:in margine:/ Macassar den 4=e Januarij A=o 1782. Relaas van de te Banjermassing domicilieerende en op den 2=e Januarij alhier met een Ponting g'arriveerde Chi= „neese Negotianten gen„t Ongkoenseeng en Ongtanting van een behoorlijke pas door den Resident van die plaats ver= „leent voorzien, ter Requisitie van den Onderkoopman en Sabandaar Iacobus L„s de Vos, luidende aldus. Dat voor omtrent een maand geleeden, Een prauw padu= „wackang van Rio op Bangermassing was g'arriveert, meede brengende de tijding dat de Engelschen zoude Ba„ „tavia willen aandoen. Diet egter op Banjermassing geen de minste narigt of tijting van Engelsche scheepen of vaartuigen was, zijnde het geheele Land in Rust en Vreede. /:onderstond:/ Aldus gerelateerd tot Makassar den 3„e Ianuarij Anno 1782 /was geteekend:/ met Karackters gesteld door Ongkoenseeng en ongtanting welEdele Agtbaare en Gebiedende Heere! De Jnlandse Regenten om en nabij het Fortres op mijne Convoca„ tie voor eenige daagen bij een vergadert hebben eenpaarig be= „tuigd, geen reeden te hebben, die haar zoude kunnen hinder= „lijk weezen omtrend het vroegtijdig beploegen, der Padie velden, dat ook reets veele van hunne volkeren met dien arbeid bee= „rig waaren, bij welke gelegendheid den Lommo van Maros zo voor hem zelfs als van weegen alle voorschreeven dorps hoofden, mij instantig heeft verzogt, om voor haar bij uw „wel Edele Agtbaare te besolliciteeren, gelijk ook op het eer= „biedigst ben doende bij deezen: dat Anrongoezoe talinko en alle andere Boniers: hoe eer hoe liever andermaal mog= „ten werden gelast, zonder verder dilaij afstand te doen, van de landen skomp„s Onderdaanen toebehoorende, waar van zijlieden /:onder Specieus voorwendzel dat ze dezelve. hebben beploegd en bezaaijd:/ nu twee Jaaren na den an= „deren het usum fructum aan zig hebben gehouden, des niet tegenstaande dezelve ter ordre van hunnen koning ten overstaan van den oppertolk Brugman en Patoea Baringang zijn overgegeven, verklarende teffens wanneer 'er niet bij tijds werd in voorzien, het te dugten is dat als dan de Boniers haar het regt des eigendoms zullen blijven aanmaatigen en gevolglijk niet faciel daar van te diver= „teeren zullen weezen; Ten vervolge dezes noteerende dat eerstdaags staat over te koomen den pretendent tot het vacante Regentschap van Simbang Daeng Mandjiegilie om door uwwel Edele Agtbaare in die waardigheid erkent en bevestigd te worden, zijnde de broeder van den laast overleedene Eraeng van die Landstreek, en volgens getui= „genisse van alle de oudstens daar toe de naaste en Eligibetste F F Keijke Barend Gouverneur en directeur dezer kuste belebes Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer. Aan dienende E Makassar.
English
31 Makassar. further serving for your Right Honorable honored perusal that, according to the oral account of Karaeng Tanralili, Aru Mampu and Karaeng Sapanang, both chiefs of the enemies still roaming about, having fallen into disagreement with the famous Pangkajene, have separated themselves from the latter and, with a following of fully three hundred men, retreated to the Bugis four to five days ago now, having taken the route past Bado Tanralili situated in the mountains, without showing any hostility. Owing to the heavy downpour of rain which we have had here continuously, so to speak, for ten days one after the other, the floors of the rear bastions of the fortress have caved in to such an extent that the cannon cannot be used, requiring the same to be taken up again and the bastions to be filled with earth and rubble. I most humbly request that, to that end, two skilled masons may be sent hither, with the lime and bricks required for that purpose; whilst, for the preservation of the aforesaid bastions, I have already had two roofs of atap constructed over them. Moreover, for many years past we have not had such a high inundation of water as recently; it reached right up to the front steps of the fortress. Meanwhile remaining with the greatest respect and high esteem, was undersigned, Right Honorable and Commanding Lord, lower, Your Right Honor's humble servant, was signed, B. van de Walle, in the margin, Maros in the Company's Fortress Valkenburgh, the 2nd January Anno 1782. To the Right Honorable Lord Barend Reyke, Governor and Director of this Celebes. Right Honorable Lord, although the collection of the tithes, both in the Bantaeng and the Tompobulu district, has passed off without accidents, I cannot, however, refrain from reporting the following to Your Right Honor. The Terang-terangers and Kalkonkers, Right Honorable Lord, are always used in the collection of the tithes in order to recount those granaries when the natives declare their granary paddy so low that there is well-founded reason to presume that they are seeking in that way to prejudice the Company's tithe. Such was the case, Right Honorable Lord, at the village of Pazepang, but as soon as the people appointed for that purpose were about to begin counting, a Buginese was insolent enough to deal out blows to the Kalkonkers. No sooner had this happened, Right Honorable Lord, than the offended party, who was furious and drew his kris, was supported by his comrades with loaded, cocked blunderbusses and muskets as well as with drawn assegais, in order to obtain satisfaction in that manner. The Buginese who was the ringleader, Right Honorable Lord, immediately vanished into thin air. Jenn. Toletta, who is the head of the plowmen of the fields of the prince of Bone, was present there and promised that he would deliver the ringleader into my hands, upon which promise tempers calmed down. But instead, Right Honorable Lord, of fulfilling this, he saw fit to leave the matter just as it was, and even to leave unmolested the father of that ringleader, who had been present there and had seen and tacitly approved of his son's conduct; however, Right Honorable Lord, I managed to get hold of the latter again and locked him in irons. Shortly after I had caused this to be done, Right Honorable Lord, I received an emissary from the Chief of the Bonians, To namely 6 8 3
Dutch transcription
31 Makassar. dienende voorts tot uwel Edele Agtbaare g'eerde nazigt dat volgens mondelings relaas van Praeng Tanralilie: Aroe mampoe en Praeng Sapanang, beijde hoofden der nog omswervende vijanden: oneenig geworden zijnde met den vermaarden Pankielang: haar van den laasten hebben gesepareerd, en met een gevolg van wel drie hondert man nu vier â vijff daagen geleeden naar de Boegis zijn ge= „weeken, de meers genomen hebbende voor bij bado tan= „ralitie gelegen in het gebergte, zonder eenig vijandlijkheid te betoonen. Door de zwaare stort reegen dewelke men zo te zeggen thien daagen na den anderen onophoudentlijk alhier heeft gehad, zijn de vloeren der agterpunten van het Fortres dusdanig ingezakt, dat het kanon niet kan gebruikt worden, dienende dezelve weder opgenomen en de punten met aerde en puijn aangevult te worden, verzoeke onderdanigst dat ten dien einde twee bequaame metze= „laars dit heen mogen gezonden worden, met de daar toe vereischte kalk en steenen; Terwijl tot Conservatie van voorst: punten reets twee daaken van aedap over dezelve heb laaten vervaardigen, ook heeft men zeedert veele Jaaren herwaarts zo een hooge jnondatie van 't water niet gehad als onlangs het heeft tot op de stoep van het Fortres gestaan. Jntusschen met de meeste Eerbied en hoog-agting blij= „vende /onderstond:/ welEdele Agtbaare en Gebiedende Heere /:lager/ uwer wel Edele Agtb„s onderdanige dienaar /:was geteek„t„ B„s van de walle /:in margine:/ Maros in 's komp„s Fortres Altingsteijn den 2=e Januarij A„o 1782. Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke, Gouverneur en directeur dezer Celebes. Wel Edele Agtbaare Heer schoon de vertiening zo wel op 't Bontijnse als Tompoboloese district zonder ongelucken afgeloopen is zo kan jk egter niet afzijn uwel Edele Agtbaare 't volgende te melden. De Terang Terangers en Calconcers wel Ed: Agtb: Heer worden altoos in de vertiening gebruikt om wanneer de Jnlanders hun glampang Padij zo laag opgeeven dat er gegronde ree= „den is om te presumeeren dat zij langs die weg komp:s thiende zoeken nadeel toe te brengen. die galampangs na te tellen, zodanig was 't gesteld welEdele Agtb: Heer op de Negorij Pazepang, dog zo dra die daar toe aangestelde menschen aan 't tellen wilde gaan, was er Een boeginees assurant genoeg om aan de Palconces opstoppers uit te deelen, zo dra was zulks niet gebeurt wel Ed: Agtb: Heer of de belee„ „digde die woedende was, en zijn kris trok, wierd door zijn mede mackers met geladene overhaalde Donderbossen en snaphaanen als meede met ontbloote assegaaijen onder- „steunt, om langs die weg satisfactie te erlangen, de boeginees die de belhaamel was, wel Edele Agtbaare Heer was ten eersten verduistert: Jenn: Toletta die 't Hoofd der ploegers van de Bonische vorst zijn velden is, was daar bij teegenwoordig, en beloefde de belhaamel in mijn handen te zullen leeveren, op welke beloften de gemoederen in bedaaren raakte, dog in steede wel Ed: Agtb Heer van daar aan te voldoen heeft hij kunnen goedvinden om die zaak maar zo te laaten, Ja zelfs de vader van die belha= „mel die 'er present geweest was en 't gedrag van zyn zoon gezien en stilzwijgende goed gekeurd heed mede ongemo= „lesteert te laaten, dog die weeder welEd: Agtb: Heer heb jk weeten magtig te worden en in de boeijen geslooten: kort na dat jk zulks had laaten doen wel Ed: Agtb: Heer kreeg jk een zendeling van het Hoofd der Boniers Aan namentlyk 6 8 3
English
Boelecomba. namely Jennang Boelecomba, with the request that I release the prisoner free of costs and damages, for the reason that the prisoner was one of the personal retainers of the King of Bonij. Honorable and Right Honorable Sir, I informed that Bonian Jennang, who again, as usual whenever there is something to be done, claims to be unwell, that I cannot believe, even though the prisoner is one of the retainers of the Bonian prince, that he has permission to treat the tithe collectors as he pleases; that releasing him in order to investigate the matter was useless, since everyone knew it very well, but that I would nevertheless not fail to deliver the prisoner as soon as his son was handed over into my hands according to the promise. I do not doubt, Honorable and Right Honorable Sir, that complaints will likely be made regarding this matter, which indeed is the aforementioned reason why I trouble Your Honorable and Right Honorable's attention with it so promptly, Your Honorable and Right Honorable being assured that the matter occurred precisely as I have the honor to report to Your Honorable and Right Honorable, further requesting how it pleases Your Honorable and Right Honorable to proceed further in this matter. If, Honorable and Right Honorable Sir, such a thing must pass unpunished, it is to be feared that the Terang terangers and balconcers will show themselves unwilling, or if they must do it under compulsion, that in similar occurrences they will seek their own justice, which could be of very great consequence. For the rest, I take the liberty, with all requisite esteem and respect, to style myself, was written below, Honorable and Right Honorable Sir, Your Honorable and Right Honorable's humble and faithful servant, was signed, Simon Monsieur, in the margin, Bonthain in the Company's fortress, the 1st of January, Anno 1782. Letter. Having received your letter of the 1st of this month, it serves in response to the same, with regard to the outrages committed in the negorij Lazepang against one of the balconcers by a certain Buginese during the counting of the Galampangs, that I immediately had the King of Bonie spoken to about it, and that this prince not only fully disapproved of the conduct of his subject in the case concerned, but also immediately delivered to me an autograph and enclosed letter from him addressed to the Jennang Bonthain, containing orders to him to punish the guilty party according to his deserts; so that you should also do your best to ensure that this is properly carried out. Wherewith, after greetings, I remain, was written below, your good friend, was signed, Bartolomeus Reijke, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam, the 9th of January, Anno 1782. To the Junior Merchant Mr. Simon Monsieur, Resident there. Honorable, Pious, Discreet! To
Dutch transcription
33 Boelecomba. namantlijk Jenn: Boelecomba met verzoek dat jk de gevangene kost en schadeloos zoude los laaten om reeden die gevangene, Liffvolk van de Koning van Bonij was, Jk heb wel Edele Agtbaare Heer die Bonische Iennang die wee= =derom na gewoonte wanneer 'er iets te doen is zig niet wel bevind, laaten weeten, als dat jk niet kan gelooven schoon de gevangene van 't Lyfvolk van de bonische vorst is, per= „missie heeft om met de vertieners na zijn welbehaa= „gen te handelen, dat 't Los laaten om de zaak te on= „derzoeken onnut was, dewijl zulks een ieder zeer wel wist, dog dat jk egter niet in gebreeke zoude blijven om de gevan= „gene af te geeven, zo dra volgens belofte zijn zoon in mijn handen wierd geleeverd, jk twijffel niet wel Edel Agtbare Heer of daar omtrend zullen wel klagten komen 't geen wel voorm: de reeden is dat jk uwel Edele Agtbaare atten= „tie daar zo spoedig meede lastig val, kunnende uwel Ed: Agtbaare verzeekert weezen dat de zaak zig zodanig als jk de Eere heb uwel Ed: Agtb: te melden heeft toegedragen verders verzoekende hoe 't uwel Edele Agtbaare gelieft daar & verder in te handelen. Jndien wel Edele Agtbaare Heer zulks ongestraft moet ge„ „passeert worden, is 't te vreesen dat de Terang terangers en balconcers zig onwillig zullen toonen, of zo zij 't dan al gedwongen moeten doen, dat zij bij diergelijke voorvallen haar eigen regt zullen zoeken 't geen van zeer groote ge „volgen zoude kunnen weezen. voor 't overige neem jk de vrijheid met alle vereijschte agting en Eerbied mij te noemen. /:onderstond:/ wel Edel Agtbaare Heer, uwer wel Edel Agtbaare Onderdanige en trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ S„n Mon= „sieur /:in margine:/ Bonthain in 's Comp„s vesting den 1„en Januarij Anno 1782. Brieff UE brief van den 1„e dezer Ontfangen hebbende zo diend in andwoord op dezelve met oprigt tot de op de negorij Laze= „pang aan een der balconcers door zeekere boeginees in het tellen der Galampangs gepleegde brutaeliteiten dat jk op stonds den Koning van Bonie daar over heb laaten on= „derhouden, en dat dien vorst niet alleen ten vollen gedis- approbeert heeft de behandeling der zijne in Cas Subject maar mijn ook terstond bezorgd een eigenhandigen en hier nevensgaande brief van hem aan den Pennang Bon„ „thain gerigt met laest daar inne aan denzelven om den schuldigen na merite te straffen; Jnvoegen uwE dan ook zijn best moest doen dat zulks behoorlijk word werk „stellig gemaakt. waar meede Jk na groete ben. /:onderstond:/ uwE goede vriend /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine Makassar in het kasteel Rotterdam den 9„e Januarij A„o 1782 Aan den onderkoopman M=r Simon Monsieur Resident aldaar. Eerzame, vrome, Discrete! Aan 20
English
Boelecomba Sergeant and Postholder of Bonthain Frans Deene communicated to me by a letter that the Interpreter Hendrik Muller had told him orally that he had news that Batara Gowa found himself at the Negorij Bonto Lowe lying circa 4 hours from the Post of Bonthain, that he was intending to mount a raid on Rombia lying circa 3 hours from the same Post, and lastly that the said Batara Gowa was allegedly intending to attack the Post of Bonthain. At that same time, Right Honourable Sir, I also received verbal news that the Turatea Regent of Rombia had defected from the Turatea Regent of Karaeng Binamu and was colluding with Batara Gowa, and that they were fully 4000 men strong. I did not fail, Right Honourable Sir, to reply immediately to the Bonthain Postholder to his letter that he must provisionally take 20 Javanese into the Post at night, and in my name not only communicate that news to the Captain of the Javanese as well as to his own men, but that he, the Captain, should also ensure that his subordinates remained together, so that they are not surprised unexpectedly, but that we hope through their loyalty and bravery, assisted by the well-disposed subjects of the Company, to maintain rest and peace here, and also ordered the said Sergeant to provide me with further news as soon as possible. I also at that same time, Right Honourable Sir, let the Interpreter Hendrik Muller know by a letter that he should immediately have Karaeng Bonthain and Arung Bero Tompobulu, as well as all those who might be necessary, come to him, and communicate that news to them although they certainly know it well, and then encourage them that they, if necessary assisted by the Javanese auxiliary troops, take care that the land here remains in Rest and Peace, and that if unexpectedly Batara Gowa should undertake to approach with the intention of attacking the Post of Bonthain, that I then requested of them, which I also expected To the junior merchant Mr Simon Monsieur Resident there Honourable, Pious, Discreet! Although I cannot think that the letter received by your Honour yesterday that they will act as faithful subjects, so that together with us, through God's gracious assistance, they remain preserved from all calamities. I have furthermore, Right Honourable Sir, exhorted the said Interpreter to the performance of his duty according to his oath and obligation, ordered him to consult with the Bonthain postholder, to deliver further news to me immediately, and lastly that he, if it is necessary, although the decimation here is at hand, must report such to me, whereupon I shall send over all assistance from here for that purpose. Not having dared to neglect giving your Right Honourable notice of this, I furthermore take the liberty of requesting your Right Honourable that the 14 muskets which I sent for repair with the letter of the 19th of November be delivered to me as soon as possible, since the Javanese auxiliary troops are in great need of them. As soon as I receive further news from Bonthain I shall not fail to communicate such immediately overland to your Right Honourable, so that I have hope, if it is necessary, that I may soon be supported with more Javanese who can now very easily come to Bonthain by sea. For the rest, I take the liberty to call myself, with all requisite high esteem and respect, stood below Right Honourable Sir, lower your Right Honourable's humble and bounden faithful servant, was signed S.n Monsieur, in the margin Boelecomba in the Company's fortress the 6th of January in the year 1782.
Dutch transcription
37 Boelecomba Sergeant en Posthouder van Bonthain Frans Deene mij door een briev Communiceerde als dat de Tolk Hendrik Muller hem mondelings hed gezigt tijding te hebben, als dat Batava Ioah zig op de Negorij Bonto Lowe /:leg= „gende Circa 4 uuren van de Post Bonthain:/ bevond dat hij van voornemens was om een Jagt op Rombia/ leggende Cerca 3 uuren van dezelfde Post:/ aan te rigten, en laastelijk dat gemelde Batara Poah van voornemens zoude weezen om de Pat Bonthain te attacqueeren, ik kreeg op die zelfde tijd wel Edele Agtbaare Heer ook mondelinge tijding, als dat de Iurattereesen Regent van Rombia, den Turattereesen Regent of Eraeng Binamo was afgevallen, en zamen met Battara Poah heulde, en wel 4000 koppen sterk waaren, Jk ben niet in gebreeke gebleeven wel Edele Agtbaare Heer om ten eersten aan de Bonthijnse Posthouder op zijn briev te antwoorden, dat hij bij provisie des snagts 20 Iavanen in de Post moet neemen, en aan de Capitain der Javae„ „nen benevens de zijne uit mijn naam niet alleen die tijding te Communiceeren, maar dat hij Capitain ook zoude zorgen dat zijn onderhoorige bij malkander bleeven, op dat zij lieden niet onverwagts overvallen worden, maar wij hoope hebben om door hun trouw en dapperheid, g'as= „sisteert door de welmeenende Comp„s onderdaanen rust en vreede alhier te behouden en teffens gemelde Sergeant gelast om zo dra mogelijk mij nader tijding te doen gewor= „den. — Jk heb ook op die zelfde tijd wel Edele Agtbaare Heer door een brief aan den Tolk Hendrik Muller laaten weeten, als dat hij ten eersten Eraeng Bonthain en Arou Beroe Tompoboeloe benevens al die geen die noodzakelijk zijn zoude laaten bij zig koomen, en hun lieden die tijding / schoon zij die zeekerlijk wel weeten:/ Communiceeren, en dan hun lieden animeeren dat zij /: des noods g'assisteert met de Iavaanse Hulxtroepen:/ zorge draagen dat 't land alhier in Rust en Vreede blijft, en dat zo onver= „hoopt Batara Poah mogt onderneemen om te naderen, met oogmerk om de Post Bonthain te attacqueeren, dat jk dan van hun lieden verzogt, 't geen jk ook verwagte Aan den onderkoopman M„r Simon Monsieur Resident aldaar Eerzame, Vrome, Discrete! Schoon ik niet denken kan, dat den bij uE, op gisteren ontfangene dat zij als getrouwe onderdaanen zullen handelen, op dat zij met ons door Gods genadige bijstand van alle onheilen bewaart blijven Jk heb verders wel Ed: Agtb: Heer gemelde Tolk tot 't waar= „neemen zijner dienst volgens eed en pligt aangemaent, hem gelast om met de Bontijnse posthouder te raadpleegen, mij ten eersten nader tijding te bezorgen, en laastelijk dat hij /:zo 't noodzakelijk is:/ schoon de vertiening alhier op han= „den is, mij zulks moet melden als wanneer ik alle ad= „sistentie van hier daar toe zal overzenden. Niet hebbende durven afzijn uwel Ed Agtb: hier van kennis„ „se te geeven, zo neem jk verders de vrijheid uwel Ed: Agtb: te verzoeken dat de 14 geweeren die jk bij brief van den 19=e Novembr ter reparatie heb gezonden, mij zo dra mooglijk geworden, dewijl de Iavaanse hulptroepen daar zeer om ver= „leegen zijn zo dra jk naeder tijding van Bonthain kreeg zal jk niet in gebreeke blijven, om zulks ten eersten uwel Ed: Agtb: over land te communiceeren, op dat jk hoope hebbe zo 't nood= „zakelijk is dat jk spoedig met meerder Javaanen die tans zeer gemackelijk over zee op Bonthain kunnen koomen on= „dersteurt worden. voor 't overige neem jk de vrijheid met alle vereischte hoog agting en eerbied mij te noemen /:onderstond/ wel Edele Agtb: Heer. /:lager:/ uwel Ed„e Agtb: onderdanige en trouw= „schuldige dienaar /:was geteekend:/ S„n Monsieur /:in margine:/ Boelecomba in 'sComp„s vesting den 6„e Januarij ao 1782. dat brief 5
English
39 letter of the 6th of this month mentioned Pankielang, dares to venture so far with the ranks of his hiding place, as to come out of the mountains close to our post at Bonthain, much less that he would dare to attack the same with his likely again far too greatly exaggerated force; thus, because it is in the middle of the shifting season, I am not only sending you today the repaired 14 pieces of muskets, but also for the protection of that post, with the pantchiallang the Jonge Frank, a number of forty-seven warriors, both European and Madurese, according to the accompanying list, who, crossing over under the command of Ensign Looze, must return back here as soon as possible, which I think can happen soon enough, the more so because by the accompanying open letter from the King of Boni, the Jennang of Bonthain is not only ordered to faithfully assist our people with all of his own, but that also today an envoy of His Highness is due to depart for the uplands, to the Turatea region, so that you will also have to hand over to the first-mentioned Regent the said writing, of which a translation accompanies this, personally, both in my name and in the prince's name. Furthermore, this serves for your information, that the European soldiers have enjoyed their board money until the end of this month, and that in case of an absolute necessary detention, you will have to provide both to the same and to the arriving Madurese what is further needed. Concerning the English, I do not think that we, if they should venture this way, will for the present be attacked in this monsoon; otherwise it goes without saying, as has already been ordered, that if you are not capable of resisting them, you as well as all the post-holders of Boelecomba and Bonthain, immediately after first having spiked the cannons, must make a proper retreat overland to Above, the Royal Seal! Jennang of Bonthain, I have heard a rumor here that the one who calls himself Batara Gowa intends to attack the Honorable Company's fortress there. If the rumor is true, I order you to join together with the Resident there, and to gather all our Boni subjects who reside in the uplands. Because in that case, whenever someone attacks the subjects of the Honorable Company, he defies the Realm of Boni, and conversely, if Boni is attacked, one disdains the Honorable Company, for the Honorable Company and Boni can never be separated, but must share good and evil with one another. If the aforementioned rumor is indeed true, I desire that you give me proper notice thereof as soon as possible. Below was written: Written in the King's Dalam at Ujung Taena, the 15th of January Anno 1782. Lower: for the translation, was signed: Gerrit Brugman Translation of a Bugis letter written by the King of Boni to the Jennang of Bonthain, reading as follows: here, taking along everything that can best be transported at such a time and opportunity, especially the Company's money and papers. Below was written: With which, after greetings, I remain, lower: Your Good Friend, was signed: Bernardus Reijke. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 16th of January Anno 1782. Still lower: P.S. Attached here is a copy of the orders for the artillery recently received from Batavia here.
Dutch transcription
39 brief van den 6„e dezer vermelden Pankielang, zig zo verre met de rijne van zijn schuilhoek verwijderen durft, om uit de gebergtens tot digte bij onze post op Bonthain te komen, viel min daet hij zig zoude verstouten, om dezelve met zijne, denkelijk weeder al te zeer vergroote magt te attacqueeren; zo zende jk uE, uit hoofde dat het mid „den in de vertienings tijd is, niet alleen op heeden toe, de gerepareerde 14 stuks geweezen, maar ook tot decking van die post, met de pantjallang de Ionge Frank, een aantal van zeeven en veertig zo Europeese als Madureese krijgers navolgens nevensgaande Lijst, dewelke onder kom= „mando van den vaandrig Looze overgaande, zo dra mo= „gelijk weder na herwaards te rug moeten keeren, dat jk denke dat spoedig genoeg zal kunnen geschieden, te meer om dat bij nevensgaande opene brief van den Ko= „ning vande Bonij, den Tennang van' Bonthain niet alleen gelast word om de onze met alle de zijne trou= „welijk te adsisteeren, maar dat ook nog daar toe op heeden een zendeling van zijn Hoogheid na boven„ na de Toerattereeden staat af te gaan, invoegen UE den eerstgemelden Regent, dan ook ged=e geschrift, waar van een translaat hier neevens gaat, zo uit mijn als uit svorsten naam eigenhendig zal moeten overgeeven. voorts diend tot uE narigt, dat de Europeese Mi= „liteuren hun kostgeld tot ultimo deezer genooten heb= „ben, en dat bij een allernoodzakelijke aanhouding uE zo wel aan dezelve als de overkomende Maduree= „sen het nodige verder zal moeten verstreeken. van de Engelsche denk ik niet, dat wij, als zij dit heen al mogten uitkomen, voor eerst in dit Paisoen overvel= „len zullen worden, anders spreekt het van zelfs, zo als alreeds gelast is, dat uE als voor dezelve niet be= „stand, zo wel als alle de Postelingen van Boelecom= „ba en Bonthain terstond na alvoorens de stucken te hebben vernageld een goede retracte over Land na Boven het Rijks Zegul! Jennang: Bonthain ik heb hier een gerugt vernoomen, als dat die geene die zig Batara Goa noemt, van zints is om 's E Comp„s vesting aldaar aan te doen. Jndien het gerugt waar is, zo beveele jk uw met den Resident aldaar te zaa= „men te houden, en alle onze Bomische Onderdaanen, die zig boven ophouden, bij een te doen koomen. Dewijl in dat ge= „val, wanneer iemand de Onderdaanen van d' Ed:e komp=e aantast zo braveerd hij het Rijk van Bonij, en zo in tegen= „deel, word Bonij aangezand, zo veragt men d' E komp=e, want de E komp=e en Bonij kunnen nooit gesepareert worden, maar moeten goed en kwaad met malkander deelen. zo bij aldien voorm: gerugt esfectief waar is, zo be= „geer jk dat uw daar van mij ten spoedigsten behoorlijke kennisse geeft /:onderstond:/ Geschreeven in 's konings Dalam te oedjoeng taena den 15=e Ianuarij Anno 1782: /lager / voor 't translateeren /:was geteekend:/ G„t Brugman Translaat Boeginees Brief geschreeven door den Koning van Bonij aan den Iennang Bonthain. luidende aldus herwaards zullen moeten neemen, meede nemende al het geene in zo een tijd en gelegentheid best vervoert kan werden, bijzonders 'sComp„s Geld en papieren. /:onderstond:/ waar meede jk na groete blijve /:lager:/ uE Goede Vriend /:was geteek:t/ B„s Reijke /:in margine:/ Makassar in 't kasteel Rotterdam den 16„e Januarij A„o 1782 /:nog lager/ P: S: hier neevens een Exemplaar van de Jongst van Batavia ontfangene ordres voor de Arthillerij herwaards
English
Names of the military personnel who have been ordered to depart with their full arms and each with 2 bundles of live musket cartridges as well as each with a flint to Boelecomba by the pantjallang the Jonge Fransz. Johan Coenraad Loor, from Berlin, Ensign Johan Marthin Heijer, Brunswick, Sergeant Johan Christiaan Vogel, Hogenquit, Corporal Christiaan Franke, Frankfurt, Corporal Jan Serrer, Makassar, Drummer Beerel Scham, Terrelberg, Soldier Adolph Schreijnemaker, Keriparts, Soldier Emanuel Driedens, Smeger, Soldier Godfried Reijm, Marienberg, Soldier Johannes Carolus Bodger, Ternate, Soldier Jacob de Neus, Als terambag, Soldier Johan Engelhard Fail, Ondervesant, Soldier Jan Alswijk, Ghent, Soldier Bruno Messens, Bruges, Soldier Johan Godfried Gelhaan, Breslau, Soldier Petrus van Heeswijk, 's-Hertogenbosch, Soldier Ferdinant Benoit Joseph Dupui, Liege, Soldier Together: 1 Ensign 1 Sergeant 2 Corporals 1 Drummer, and 12 Privates 17 heads. From the company of Captain Dramantaka also goes: 1 Lieutenant 1 Ensign 2 Sergeants 2 Corporals 24 Privates 30 heads. Among whom 14 with muskets, each provided with 2 bundles of live musket cartridges and the necessary flints. Underneath stood: Makassar in Castle Rotterdam, the 16th of January Anno 1782. Was signed: Jan Martin Baserman. I have received news from Kraeng Tourang that Batara Goah is still at Sasesse and has not been minded to come here. I have also understood that a horse was stolen from Kraeng Rombia and that the people of Batara Goah had done it, whereupon the mentioned Kraeng Rombia went to Batara Goah and asked if he would point out the horse and the people, or else he would address him differently. Whereupon the mentioned Batara Goah had to grant the request, and Kraeng Rombia not only received his horse back, but also had the huts of Batara Goah thrown into disorder and struck down, and that Batara Goah is only 25 heads strong. Whether this news, Right Honorable Sir, which differs greatly from the previous, is genuine, time will have to show. Your Right Honorable can meanwhile be assured that I shall not fail to do everything possible, both to track down the notorious rebel's intention and to cause him all possible harm. Yet to the latter, Right Honorable Sir, to my bitter sorrow, my force, which I primarily [illegible] if not to the treachery, then at least to the indifference. Several days in succession after I had dispatched my last to Your Right Honorable dated the 6th of this month, I received such varying news, both regarding Batara Goah and otherwise, that I, Right Honorable Sir, did not know what I should think or report about it. Finally, on the 18th of this month, through a letter from the Sergeant and Postholder of Bontain, Frans Deene, I received the following: Right Honorable Sir Makassar. To the Right Honorable Sir Barend Keijke, Governor and Director of this Coast of Celebes, etc.
Dutch transcription
41 Daamens der Militairen dewelke gekommandeert zijn met haar volle wapenen en ieder 2 bossen scherpe Snaphaans Pattroo= „nen benevens ieder een vuursteen om na Boelecomba te vertrecken p„r de Pantjallang de Ionge Fransz. Johan Coenraad Loor. van Berlijn vaandrig Johan Marthin Heijer bronswijk Sergeant Johan Christiaan vogel hogen quit Edspozaal Christiaan Franke frankfeert _=o Jan Serrer -. „makassar Tambour beerel Scham. . . . . . „ Terrelberg Soldaat. Adolph Schreijnemaker. . . . „ Keriparts ..„ Smeger Emanuel driedens. „ Marienberg Godfried Reijm. . Ternaten Johannes Carolus Bodger „ Als terambag Jacob de Neus. „ Ondervesant Johan Engelhard Fail . „ Genth. .. Jan Alswijk . . 1 . „ brugge Bruno Messens breslau Johan Godfried Gelhaan. . „ „ Hertogenbosch Petrus van Heeswijk Ferdinant Benoit Joseph Dupui „ Luik te zaamen. 1 vaandrig 1 zergeant 2 Corporaals. 1 Tarbour, en Gemeene. van de komp„en van den kapitain Dramantaka gaat meede. 1 Lieutenant. 1 vaandrig 2 zergeants 2 Corporaals. 24 gemeene 30 koppen. waar onder 14 met snaphaanen daar ieder met 2 bosse scherpe Snaphaans Pattroonen en nodige vuursteenen voorzien zij /:onderstond:/ Makasser in 't kasteel Rotterdam den 16„e Januarij Anno 1782 /:was geteekend.:/ J„n M„rn Baserman 17 koppen. „jk heb tijding van kraeng Tourang gekreegen als dat „Batava Goah nog op sasesse is, en niet van zints is „geweest om hier te koomen ik heb ook verstaan dat van „ Eraeng: Bombiae, een Paard is gestoolen geweest en dat „'t volk van Batara Poah 't hadden gedaan waar op „gemelde kraeng Rombia na Batava Poah is geweest „engevraagd of hij Paard en volk wilde aanwijzen „of anders wilde hij hem anders aanspreeken, waar „op gem: Batara Poah 't verzoek heeft moeten toestaan„ „en kreing Rombia niet alleen zijn Paard weerom „gekreegen maar ook de blieven van Batava: Ioah „over hoop laaten steeken en dat Batava Doah maar „ 25 koppen sterk is Of deeze tijding welEdele Agtbaare Heer die veel verschild van de voorige; egt is, zal de tijd moeten leezen, uwelEd: Agtbaare kan intusschen verzeekert weezen dat jk niet in gebreeke zal blijven om al te doen wat mogelijk is, zo wel om de berugte rebel zijn oogmerk na te speuren als om hem alle mogelijke nadeel toe te brengen, dog tot 't laaste wel Edele Agtbaare Heer is hot mijn bitter loedweezen mijn magt die jk voornamentlijk zo niet aan de trouwloosheid ten minsten aan de onverschilligheid Eenige daagen aan malkander na dat jk mijn laaste aan uwel= Edele Agtbaare gedateerd 6„e dezer had gedepecheert kreeg jk zo wel omtrend Batava Poah als anderzints zodanige ver= „schillende tijdingen, dat Jk wel Edele Agtb: Heer niet wist wat jk daar omtrend zoude denken of melden eindelijk kreeg jk op den 18„e dezer door een briev van den sergeant en Posthouder van Bontain Frans Deene 't volgende WelEdele Agtbaare Heer Makassar. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Keijke Gouverneur en directeur dezer kuste Eelebes &=e Aan Extaat det 1 - _o _o„ _o _=o _o _o _o _=o _=o _o _=o 5
English
43 to blame on the Company's subjects, too slight; indeed, Right Honourable Sir, I have very well-founded reasons to presume that our so-called Friends have fabricated everything I have written to Your Right Honourable about it, in order to cover their roguish tricks in this way, if not to force themselves into the favour of the Honourable Company, which, so I believe, they will seek to maintain as long as it triumphs. I have all the more reason, Right Honourable Sir, to believe this, since the two Bonthain chiefs, namely Kraeng Bonthaeng and Arrou Goeroe Tompoboeloe, who declared when I was still at Bonthain on 1 January that they were well pleased with me, now intend to lodge their—as they call it—equitable complaints against me before Your Right Honourable. As soon as I, Right Honourable, learned of this indirectly, I wrote the following to the interpreter Hendrik Muller, who is currently at Bonthain: "Although I am very much inclined to submit my own complaints about those who wish to complain about me to the Governor, in order to spare both further hatred that might arise from it and the trouble it would cause again, I shall wait until I receive an answer from you to this letter. You must ask in my name both Kraeng Bonthain, Arou Poeroe Tompoboeloe, and the other lesser chiefs whether they wish to do so; that I do not hinder them in the least, but that I would gladly like to know when I shall also write to the Right Honourable Lord Governor." To my great astonishment, Right Honourable Sir, I received as an answer to this that Kraeng Bonthain persisted in his intention to go to Your Right Honourable, but that he, the interpreter, had sent an emissary twice to the chief of Tompoboeloe, but he had not come, and that as soon as Arouw Toeroe Tompoboeloe had stated his sentiment, he would report it to me at once. This is the reason, Right Honourable Sir, why I must send this letter, which I write not without emotion, to Your Right Honourable, with the most humble request that Your Right Honourable will investigate this matter and not leave it at that. If I, Right Honourable Sir, am found guilty, I surely deserve to be punished, but if I am innocent, then I hope to receive satisfaction from the complainants. God I call as my witness that I do not know what equitable complaints they have to bring against me; if there are any, Right Honourable Sir, they will be able to bring them orally to Your Right Honourable's attention. And although it is said that he who excuses himself before he is accused seems to accuse himself, I nevertheless find myself now, Right Honourable Sir—though I would gladly have wished it otherwise—obliged to burden Your Right Honourable's attention with the following. Since the unfortunate loss of the Residency of Maros, Right Honourable Sir, and what followed upon it up to the present day, I can declare to Your Right Honourable that very little is being done, both regarding the court service of the posts and otherwise. If there is anyone among their people, by whatever name, Right Honourable Sir, who dares to deny this, I request that this may be investigated; but this, Right Honourable Sir, they do not dare to undertake. I know that, if it comes down to it, they will trouble Your Right Honourable with trifles and lies; yet, although Your Right Honourable has reason to reproach me for my silence, which I in all sincerity have done only for the sake of peace, I shall now bring everything to light as much as possible. The multitude of small matters with which one is plagued here daily, and which are principally caused because the chiefs do not heed them, I shall pass over; but what I, Right Honourable Sir, have to bring against Kraeng Bonthaeng, now that he finds himself compelled to complain about me, consists of the following: The murderer whom I sent up on the Company's behalf with the letter of 13 May 1780 had already been sold to me by Kraeng Bonthain, and had I not discovered that he was a murderer, it would never have been possible to obtain... that that
Dutch transcription
43 der Comp„e onderdaanen te wijten heb, te gering, ja ik heb wel Edele Agtbaare Heer zeer gegronde reeden om te presumeeren, dat onze zo genaamde Vrienden al 't geen jk uwel Edele Agtb=e daar over geschreeven heb zulks hebben verdigt, om langs die weg zo niet hunne schelmestreeken te dekken zig in de gunst van de Ed„e, Comp=e te dringen welke zij zo jk geloof„ zo leeng zullen zoeken te behouden, als dezelve triumpheert, jk heb te meder reeden wel Edele Agtbaare Heer om zulks te gelooven dewijl reets de twee Bontheinse hoofden, na„ „mentlijk Evaeng Bonthaeng en Arrou Goeroe Tompo „boeloe die verklaarde toen jk den 1=e Januarij nog op Bon„ „thain: was, wel met mij te vreeden te weezen, tans van voornemens zijn om hunne zo zij 't noemen billijke kleegten bij uwel Edele Agtbaare over mij in te brengen. zo dra ik welEdele Agtbaare zulks van ter zijde vernam schreef: jk aan de tans op Bonthain zijnde tolk Hendrik Muller 't volgende „ schoon jk zeer genegen ben om over die geen, „die mij willen bij de Gouverneur beklaagen, zelfs mijne klag= „ten in te brengen, zo zal ik zo wel tot verdere haat die „daar uit zoude voortspruiten als om de moeite die dat „weeder zoude veroorzaaken uit te winnen, zo lang wag= „ten tot dat 'ik antwoord op deeze briev van uE krijg, „uE moet uit mijn naam vraagen zo wel aan kraeng „ Bonthain, Arou Poeroe Tompoboeloe als de andere mindere „ Hoofden of zij zulks willen doen, dat ik het hun in 't „minst niets belet maar dat ik gaarn wilde weeten als „wanneer jk den wel Edelen Agtbaaren Heer Gouverneur „ook zal schrijven. Jk kreeg wel Edele Agtbaare Heer tot mijne groote verwon= „dering daar op tot antwoord, dat kraeng Bonthain bij zijn voorneemen, om na uwel Edele Agtbaare te gaan, bleef, dog dat hij Tolk 2 maal een zendeling na Tom= „poboeloes hoofd had gezonden dog niet gekomen, en dat hij zo dra Arouw Toeroe Tompoboeloe zijn sentement gezegt had mij zulks ten eersten zoude melden. ƒ Dit is de reeden welEdele Agtbaare Heer dat jk deeze brief die ik niet zonder aandoening schrijf, aan uwel Ed=e Agtbaare moet zenden, met een aller Ootmoedigst verzoek dat uwel Edele Agtbaare die zaak wil onderzoeken, en 't ek niet bij laaten, word jk wel Edele Agtbaare Heer schuldig bevonden meriteer ik immers gestraft te worden, dog ben jk onschuldig daen hoop jk over de klagers Satisfactie te God roep jk tot getuigen dat ik niet weet wat billijke klagten zij over mij hebben in te brengen, zijn er die wel Edele Agtb: Heer dan zullen zij die mondeling ter uwelEdele Agtb: ken= „nisse kunnen brengen, en schoon men zegt dat die geen die zig zelfs verontschuldigt eer hij beschuldigt word, zig zelfs schijnt te beschuldigen, wind jk mij egter welEdele Agtbaare Heer tans / schoon jk 't gaarn wel anders wenschte /genood= „raakt om uwelEd: Agtbaare attentie met 't volgende Las= „tig te vallen. zeedert 't ongeluckig verliesen van de Residentie Maros wel Edele Agtbaare Heer, en 't daar op volgende tot heeden kan jk uwel Edele Agtbaare verklaaren dat zo wel aan de Hof= „dienst der Posten als anderzints weinig gedaan word, is er iemand onder hun lieden hoe genaamt welEdele Agtb: Heer die dit durft negeeren verzoek jk dat zulks onderzoot mag wor- „den; dog zulks welEdele Agtbaare Heer durven zij niet on= „derneemen, ik weet zij zullen indien 't er op aankomt uwel Edele Agtbaare met bagatellen en Leugentaalen Las- „tig vallen, dog jk zal schoon uwel Ed: Agtb reede heeft om mij over mijn stilzwijgen te reprocheeren, dog dat jk in opregtheid niet anders als om vreedens wil gedaan heb, alles tans zo veel mogelijk aan 't dagligt brengen. De menigvuldig veel kleenigheedens waar meede men alhier dagelijks geplaagt is, en die voorn: veroorzaakt worden om reeden de hoofden zig daar niet aan Htooren, zal jk overslaan dog 't geen Jk wel Edele Agtbaare Heer ten lasten van kraeng: Bonthaeng nu hij zig dog ge= „noodzaakt vind om over mij te klaagen in te bren= „gen bestaan in 't volgende De Moerdenaar die jk komp„s weegen bij brief van den 13„e Mai 1780 heb opgezonden had kraeng Bonthain reets aan mij verkogt, en was 't niet dat jk 't ontdekt had dat 't een moordenaar was, nimmer was mogelijk erlangen.. .. . dat E dat
English
45 that bad intent, Kraeng Bonthaeng knew of it. Why else, if not for the sake of peace, did I not report this? If he paid me a fine for it, let him say so. The soldier on watch, A. Charling, came to complain to me in person while I was at Bonthain, stating that the Bonthain people had transported 6 bundles. And this, Right Honourable Sir, goes against orders, for if every native were permitted to transport 6 bundles, and that some 7 and a half months before the tithing, very little would remain at Bonthain, since Turatte is very close by. I had those six bundles confiscated, not to enrich the Company or myself thereby, but rather to punish as an example to others. But Kraeng Bonthaeng forbade the following day, as I can prove, providing food to that watchman along with his subordinates, which is an established custom. When the watchman came to complain to me the next day, those people said that this had been forbidden them by Kraeng Bonthain. Having been condemned according to custom to a fine of 4 Spanish dollars, to be divided among the watchman and his men, they refused to pay this on the orders of Kraeng Bonthaeng. I paid it out of my own purse, which Kraeng Bonthaeng dare not deny. It has of old, Right Honourable Sir, been the custom that the Palopies, of which there are two, and who sail on the Resident's prahu, are always tithed for paddy, but Mr. Moll, out of an excessive good-naturedness, granted exemption from the tithe to them as well as to several others. These, Right Honourable Sir, are two Bonthain Palopies of whom I make almost no use, and never except in the Company's service, and when it happens to be in the Company's service, I pay them, which I can also demonstrate. One Palopie, named Seide, declares no less than 1400 bundles of paddy, which may not be tithed because he is a Palopie. The other, named Tjamba, declares 1500 bundles and seeks moreover to conceal another 480 bundles. This is refused him, and because he can find no comfort from me, he addresses himself to Kraeng Bonthain, who not only, as I learn, takes his side, but will moreover enter this as a charge against me. Pounded rice, Right Honourable Sir, kept in small cloths as well as in bags and not declared to the tithers, may not be assessed on behalf of the Company, according to the opinion of Kraeng Bonthaeng's new Galarang, who also seeks to prove that seed paddy may not be tithed. Kraeng Caijelie declared so much paddy that he was tithed for 2 gantings. He also falls under Kraeng Bonthaeng, but whether the said Kraeng was tithed too heavily, and whether he merits bearing the name of King, I leave to your Right Honour. I have no doubt that he will also be among the complainants. Kraeng Bonthaeng, although the tithing of this year turned out poorly, still has a considerable quantity of 15560 bundles. After the tithing, when I wished to speak with him, he was, according to native custom, indisposed. I nevertheless told his representative, named Daeng Pabila, in the presence of Arou Poeroe Tompoboeloe, that I was surprised that Kraeng Bonthaeng again had so much paddy, whereas the others who are tithed for rice all complained, but this was not answered in silence. I imagine that during my nearly 9-year stay here I have come to know Kraeng Bonthaeng well, much The village of Tjeedo, which belongs under Tompoboeloe, having already been tithed, a glampang of paddy was discovered there, of which the topmost bundles had already been turned, which is a sign that the tithers had already been there. But upon further investigation it appeared that this had been done by Bonthain people, or at least one must presume so, because no owner appeared at the time and afterwards Kraeng Bonthain interfered in the matter. Kraeng have
Dutch transcription
45 dat quaad gestreeft, Eraeng: Bonthaerig heeft 't geweeten waarom anders als om vreedens-wil heb jk zulks niet gemeld, heeft hij mij daar voor boete betaald laat hem zulks reggen. de wagthebbende zoldaat A. Charling kwam mij op Bouthaang zijnde in Perzoon klaagen als dat de Bontijn- „ders 6 bossen hebben vervoerd en dit Strijd wel Ed: Agtb: Heer teegens de order, want indien ieder inlander 6 bossen mogt vervoeren en dat wel circa 7½ maand voor de ver= „tiening zou er op Bonthain /:dewijl Turatte daar zeer nabij is:/ weinig overschieten, ik heb die ses bossen weg laten neemen, niet om de scomp„s of mij daar meede te verrijken, maar wel om ten extempel van anderen te straffen, dog Eraeng Bonthaeng heeft daags daar aan verbooden /:dat jk kan bewijzen:/ om die wagthouder beneevens zijn onder „hoorige dat een vast gebruik is de kost te geeven, de wagthouder des daags daar aan bij mij komende klagen, zeiden die menschen dat zulks hun door Eraeng Bonthain verbooden was, volgens gebruik in de boete van 4 Sp=s gekondemneert zijnde, om onder de wagthouder benevens de zijne te verdeelen, hebben zij zulks op order van kraenen Bonthaeng niet willen betaalen, jk heb 't uit mijn bewas gedaan 't geen kraeng Bonthaeng niet dierst ontkennen. T is wel Edele Agtbaare Heer van Ouds het de gewoonte geweest dat de Palopies die twee zijn en die op de resident zijn Prauw vaaren altoos voor Padij vertiend worden, dog de Heer Moll heeft uit een alte groote goed-aardigheid die zo wel als meer andere de vertiening geschonken, dit zijn welEd: Agtbaare Heer twee Boutijnse Joalopies waar van Jk bijna geen gebruik maak en nimmer anders als in komp„s dienst en zo zulks in Comp„s dienst al ge= „schied betaal jk die, dat jk meede kan aantoonen. de eene Palopie zeide genaamt geeft niet minder als 1400 bossen padij op die mag niet vertiend worden, om reeden hij Palopie is, de andere Tjamba genaamt geeft 1500 bossen op en roekt boven dien nog 480 bossen te verduisteren, zulks word hem geweigert, en om reeden hij bij mij geen troost kan vinden, addresseert hij zig bij Gestampte rijst wel Edele Agtb: Heer zo wel in kleedjes als blasjes geborgen en niet aan de vertieners opgegeven mogen niet Comp„s weegen aangeslagen worden, volgens 't gevoelen van kraeng Bontaeng zijn nieuwe Glariang, welke mede zoekt te beweezen dat de zaaij- padij niet vertiend mag worden. Eraeng Caijelie heeft zo veel Padij opgegeven dat hij voor 2 gantings vertiend is, die behoort meede onder kraeng Bon= „thaeng dog of gen: kraeng te zwaar vertiend is, en of hij meriteert om de naam van Koning te voeren laat jk aan uwel Ed: Agtb: over, ik twijffel niet of hij zal meede onder de klagers weezen. Eraeng Bonthaeng schoon de vertiening van dit Jaar slegt rutvald, heeft egter nog een aanmerkelijk getal van 15560 bossen. Na de vertiening toen jk hem gaarn wilde spreeken bevond hij zig volgens inlands gebruik, niet al te wel, jk heb egter zijn representeerende perzoon Daeng Pabila gen„t in presentie van Arou Poeroe Tompoboeloe gezegt, als dat jk verwondert was dat Eraeng Bonthaeng weder zo veel Padij hed, daar de andere die voor rijst vertiend worden alle klaagde dag zulk is niet stilkorijgen be= „antwoord. Ik verbeeld mij dat jk Eraeng Bonthaeng in mijn bijna 9. jarig verblijf alhier wel heb leezen kennen, veel Kreeeng Bouthain, die hem niet alleen / zo als jk verneem:/ gelijk geeft, maar daar en boven zult mede als een poinct ten mijn Laste inbrengen. De Negorij Tjeedo die onder Tompo boeloe tuis hoort reets vertient zijnde, wierd aldaar een glampang Padij ont= „dekt, waar van reets de bovenste bossen gekeert waaren 't welk een teeken is dat de vertieners reets daar geweest zijn dog bij nadere ontdecking bleek 't dat 't door Bonthaunders geschied was, ten minste moet men zulks presumeeren om reeden geen eigenaar zig toen op deed en naderhand Eraang Bonthain zig daar meede bemoeide Kraeng heb
English
47 I have endured, yet in all honesty solely on the Company's behalf; privately, I have no dealings with him. I only find myself compelled to inform Your Right Honourable Sir that I presume he did not act properly, first with regard to his own tithe assessment. For although he has now, as I have already reported, been tithed again for 15560 bundles of paddy, he nevertheless saw fit to declare 7600 bundles at the village of Limbang limbang; but when he noticed that his rogue tricks were known, he declared 8960. This I can prove, and had those bundles been recounted, even more might have been found. Regarding the seed paddy, I must also take the liberty to inform Your Right Honourable Sir that, as far as I know, there has never been any dispute about this until now. It is calculated that someone cultivating a field that requires 500 bundles of paddy, each bundle of ample eight pounds weight, needs 25 of the aforementioned bundles for seed paddy. Although I do not know on what grounds they claim that this may not be tithed, I have nonetheless had to overlook it for the sake of peace. This, however, does not seem to suffice at present, for many, instead of declaring the customary 5 bundles per hundred for seed paddy, now see fit to make a separate salampang called seed paddy which may not be tithed, even though they make those bundles 14 to 15 lb in weight, and moreover declare 8 to 9, yes, sometimes more per hundred for it instead of 5 per hundred. I have more than once told them, Right Honourable Sir, which the Chiefs cannot deny, that I am willing to believe that some may be tithed too heavily, but that on the other hand I was certain that others, indeed the most and greatest among them who now keep silent, have deceived the tithe collectors. From those who are tithed for paddy I can in all fairness take no more than 10 per 100, but to recount the paddy of our faithful Chiefs would cause a great affront. How they act in this matter has already become evident to Your Right Honourable Sir when I mentioned above the declaration of Kraeng Bonthaeng's paddy. Yet had it remained at that, I might also have kept silent; but they are moreover pleased, which has never been customary, to make nearly all the bundles 13 to 14 lb in weight, so that, beyond what they have already embezzled and beyond what they report less than the galampangs contain, they can subsequently make ten bundles out of six, which are still sufficient to deliver to the Honourable Company. Three kinds of paddy they have had this year, Right Honourable Sir; some have bundles that weigh 13 to 14, yes, even more, while in that same palampang there are also several which, although double-bound, do not exceed 8 lb; which is ordinarily the inferior paddy and already destined to pay the tithe. But most of those galampangs are surrounded by guarrangs, some of which weigh 5, some slightly more and less; how is it now possible to proceed accordingly in the tithing? A galampang which they report for 500 would then be appraised at least at a generous 800; but if one then counts them, there are no more than 500, because the innermost bundles are nearly all 13 to 14 lb in weight. Those people, Right Honourable Sir, now claim that one should count two bundles for one and then tithe at 5 per hundred. It is true, Right Honourable Sir, it has always been so here, and I imagine it would have remained so, were it not, which I attribute solely to the Chiefs, that they set an example for their subjects and also permit them to bring some guarrangs to the weight of 8 to 9 lb, and to place large bundles inside the palampang. For the sake of peace, and something which if necessary I might not be able to justify, I have likewise tithed the following persons in this manner, namely:
Dutch transcription
47 heb jk verdragen, dog in opregtheid niet anders als komp„s weegen, partikulier heb jk niets met hem uitstaande enkel en alleen vind jk mij nog genoodzaakt uwelEd: Agtb: te melden als dat Jk presumeer dat hij niet wel gebeurt is voor eerst om zijn eigen vertiening want schoon hij nu tans weder zo als jk reets gemeld heb voor 15560 bossen padij vertiend is, had hij egter goed gevon- „den om op de negerij Limbang limbang 7600 bossen op te geeven dog doe hij merkte dat men zijne schelme= streeken wiste, 8960. opgav, zulks kan Jk bewijzen, en waaren die bossen nagetelt waaren er mogelijk nog meer bevonden. Omtrend de zaaij-padij moet Jk nog de vrijheid nee= „men uwel Edele Agtb: te melden als dat 'er mij bekent nog nimmer als nu dispuut over geweest is, men reekent dat die geen die een velt bewerkt dat 500 bossen Padij ieder vaen ruim agt ponden swaarte, tot raaij-padij nodig heeft 25 van gem: bossen, schoon jk niet weet op wat fundement zij pretendeeren dat die niet mag vertiend worden, heb jk 't egter meede om vreedens wille door de vingeren moeten zien, zulks schijnt tans nog niet voldoende te weezen want veele die in steede van de ge„ „woone 5 kossen van 't Honderd voor Zaaij-padij opgeven vinde nu goet om een aparte Slampang te maaken die zaaij=padij hiet die mag niet vertiend worden, schoon zij die bossen tot 14 â 15 lb zwaarte maaken, en boven dien nog insteede van 5 van 't Honderd 8 â 9 Ja zom= „tijds meer van 't Houtert daar voor opgeeven. Ik heb welEd: Agtb: Heer meer als eens, dat de Hoofden niet kunt ontkennen, hun lieden gezegt, dat jk wel wil gelooven dat rommnge te zwaar vertiend kunnen weezen, dog dat Jk meede aan de andere kant verzeekert was dat andere en wel de meeste en grooste die zig nieuw stil houden de verthienders misleid hadden. die geen die voor padij vertiend worden kan jk volgens billijkheid niet meer dan 10 van 100 neemen, dog de pa= „dij van onze getrouwe Hoofden na te tellen zou een groot appont weezen, hoe zij derhalven daar in handelen is uwelEdele Agtb: reets gebleeken, toen jk hier boven van de opgave van kraeng Bonthaeng zijn Padij heb „gemeld, dog mogt 't daar bij blijven, ik zou meede nog stil hebben kunnen zwijgen maar zij kunnen boven dien nog goedvinden /:daet nimmer ingebruik is geweest:) om meest alle de bossen tot 13 â 14 lb zwaarte te maa„ „ken, zo dat nu buiten 't geen zij reets verduisterd heb- „ben, en buiten 't geen zij minder opgeeven als de Ga= „lampangs bedraagt, nog daar en boven van 6 bossen na= „derhand tien kunnen maaken, die als dan nog voldoende zijn om aan d' Ed=e komp=e te leeveren. Drie zoorten van Padij welEdele Agtbaare Heer hebben rij van dit Jaar geheed, zommige hebben bossen die 13 â 14 te ja meer weegen, in die zelfde Palampang zijn er ook ver= scheidene die niet meer, schoon dubbeld gebonden als 8 lb haalen; dat ordinair de slegte padij is, en reets om de Tiende meede te betaalen gedestineert, dog de meeste dier Galampangs zijn omringt van Guarrangs die zommige 5 zommige iets meer en minder haalen, hoe is 't nu mo= „gelijk dat men in de vertiening daar na kan te werk gaan, Een glampang die hij opgeeven voor„ 500 zoude men dan taxeeren ten minsten op 800. ruim, dog gaat men dan aan 't tellen daar is geen meer als 500. om reeden de binnenste bossen meest alle 13 â 14 lb zwaar zijn, die menschen wel Ed: Agtb: Heer pretendeeren nu dat men twee voor een bos zal reekenen en dan teegens 5 van 't honderd vertienen, 't is waar welEd: Agtb: Heer het is hier altijd zo geweest en 't rou zo jk mij verbeeld nog zo zijn gebleeven, was 't niet /:dat jk enkel aan de Hoof= „den te wijten heb:/ dat hij hun onderdaanen voorgaan en die meede permitteeren om zonmnge Guaerrangs tot de zwaarte van 8 â 9 lb. te brengen, en binnen in Pa= „lampang groote bossen te brengen, om vreedens wille en 't geen jk des noods niet zoude kunnen verant= „woorden heb jk de volgende Perzoonen meede aldus vertiend namentlijk
English
49 namely Tennang tengatenga who declared 550 bundles of paddy for 55 bundles. Paeng Mameekasie 1100 bundles for 33 gantangs of rice and 55 bundles. Daeng Mangassie 1300 bundles for 35 gantangs of rice and 65 bundles. Daeng Maenako 500 bundles for 50 bundles. Glasiang Bonthain 2600 bundles for 70 gantangs of rice and 130 bundles. Iennang Woonto 1670 bundles for 42 gantangs of rice and 84 bundles. Daeng Pabila 1000 bundles for 25 gantangs of rice and 50 bundles. Yet with all that, Honorable Respected Sir, it seems I still cannot give satisfaction; I am certain, Honorable Respected Sir, that had I oppressed and fleeced the poor, lesser subjects of the Company, and had I tithed those blood thieves entirely in paddy, no complaint would ever have arisen. In the final year of Resident Moll, those chiefs likewise saw fit to complain; what satisfaction, Honorable Respected Sir, they then received regarding those unjust complaints will not yet have been forgotten by them. I take the liberty of referring to the letter dated 29 January 1773 written by the late Governor van der Voort, which among other things mentions the following: "Besides the fact that, contrary to previous custom, the regents themselves were imposed with the delivery of a portion of their owed tithes in rice instead of paddy, regarding which latter point I nevertheless informed them that it could not always continue, as the Company at times needed more rice and then again more paddy, and for the present one is even provided with the latter above the required stock." When the tithing here has concluded, I shall not fail to send the register to Your Honorable Respected Sir at the earliest opportunity; Your Honorable Respected Sir will then perceive how meager it is this year again compared to the previous one, which is chiefly due to those deceitful tricks of our so-called Company subjects. Indeed, to the shame of many of them, I must declare that the Bugis are not only more diligent in cultivating their fields, but most of them duly provide the Company's tithes without the least prevarication. Jennang Terang Terang, as well as Daeng Borra, who acted on behalf of Iennang Calconco when he was ill, I request that, should Your Honorable Respected Sir deem it necessary, they may also be summoned, so that Your Honorable Respected Sir may examine everything and, should I be found innocent, restore my honor. Should it please Your Honorable Respected Sir to reward according to their deserts, in one way or another, those whom I, against orders but solely for the sake of peace, have tithed in paddy; and should it please Your Honorable Respected Sir to punish Daeng Bontain if found guilty, then there is hope, Honorable Respected Sir, that they will respect me better in the future. In speech and in my presence they are politeness and submissiveness itself, but in deeds it is quite the contrary. I declare to Your Honorable Respected Sir that in some respects it pleases me that they wish to complain about me; now, Honorable Respected Sir, I have reason to bring everything as much as possible to the knowledge of Your Honorable Respected Sir, and now I have well-founded hope that Your Honorable Respected Sir, having investigated this matter which may be of great consequence, will punish the guilty according to their merits. I declare to Your Honorable Respected Sir that drafting this letter has cost me much worry and that this makes life entirely unpleasant for me. If, Honorable Respected Sir, I have at times forgotten something about which those people might still lodge their complaints with Your Honorable Respected Sir, then I request that I may account for myself either in writing or in person, as it pleases Your Honorable Respected Sir, whilst I further take the liberty to call myself, with all requisite high esteem and respect, underneath: Honorable Respected Sir, lower down: Your Honorable Respected's humble and duty-bound Servant, was signed: 55 2
Dutch transcription
49 namentlijk Tennang tengatenga die op geef 550 bossen sadij voor - - - - - 55 bossen. _o 1100 _o „ 33 gant„s rijsten 55 _=o Paeng Mameekasie Daeng Mangassie _„o 1300. _o „ 35 _o „ 65— Daeng Maenako _„o 500 _ „ -. . . . . „ 50— Glasiang Bonthain _o 2600 —o „ 70 _o „ 130 — Iennang Woonto _o 1670 _ „ 42 _o „ 84 —. Daeng Pabila - - _„ 1000 _o „ 25. _o „ 50 — Dog met dat alles wel Edele Agtbaare Heer kan jk zo 't schijnt nog geen genoegen geeven, ik ben verzeekert welEd- Agtb Heer kan jk zo 't schijnt had jk de arme mindere Comp„e onderdaanen gedrukt en geplukt, en heed jk de bloet dieven in 't geheel voor Padij vertiend, dat 'er nimmer zoude klagte gekomen zijn, 't laaste jaar van den Resident Moll hebben die hoofden meede kunnen goed vinden om te klaagen, wat satisfactie welEd: Agtb: Heer zij toen op die onbillijke klagten ge= „kreegen hebben zal hun nog niet vergeeten weezen, jk neemde vrijheid mij aan de briev gedateerd 29 Janu„ „arij 1773 door den overleedene Heer Gouverneur van der voort geschreeven te refereeren die onder andere daar 't volgende in melt. „ Behalven dat teegens het voorig gebruik aan hun re= „genten zelfs de Leverantie van een gedeelte van hunne „verschuldigde tiende in rijst in steede van Peedij was „ opgelegt welke laaste jk haar nogtans hebbe te ken= „nen gegeven dat niet altoos konde doorgaan vermits „de Comp=e dan eens meerder rijst en dan weder meer „der Padij benodigde en men voor 't tegenswoordige „van 't laaste zelfs boven de benodigde voorraad „voorzien is. wanneer de vertiening alhier afgeloopen is, zal jk niet in ge= „breeke blijven om uwel Ed: Agtb: ten eersten de rolle toe„ te zenden, uwel Ed=e Agtb zal als dan ontwaaren hoe gering 't dit Jaar weder bij 't voorige is, 't geen men voorn: aan die slinkse streeken van onze zo genaamde Comp=e onderdaanen ten dank heeft, ja tot schande van veele derzelve moet jk verklaaren dat de boegineesen niet al= „lem ieveriger in 't bewerken hunner velden zijn, maar de meeste zonder de minste omweegen komp„ts tiende be= hoorlijk geeven. „ ƒ g Jennarig Terang Terang zo wel als Daenig Borra, ƒ die 't voor Iennang Calconco die ziek was waargenomen heeft, verzoek ik dat uwel Ed: Agtb zulks noodzakelijk oordeelende meede mogen op-ontboden worden, op dat uwel Edele Agtbaare alles kan onderzoeken en mij zoen ik onschuldig mag bevonden worden in mijn Eek weder herstellen, behaagde 't uwelEd: Agtb: om die geen die jk teegens de order dog enkel om vreeders wille halve voor Padij heb vertiend op d' een of ander wijze Loon na werken te geeven, bekaagt 't uwel Ed=e Agtb: omd Eraeng Bontain Strafbaar bevonden wordende te straffen dan is er hoope wel Ed: Agtb: Heer dat zij mij in 't vervolg beeter zullen respecteeren, met de mond en in mijn presentie zijn zij de beleefdheid en on- „derdanigheid zelfs, dog met 'er daad is ter Contrarie, jk verklaar uwel Ed: Agtb als dat 't mij in zommige opzigte verheugt, dat zij over wij willen klaagen, nu wel Edele Agtb: Heer het jk reeden om alles zo veel mogelijk tot uw= „wel Ed: Agtb kennisse te brengen, en nu heb jk gegronde hoope dat uwel Ed: Agtb: die zaak die van grooter gevol= „gen kan weezen onderzogt hebbende de schuldige na merites te straffen. Jk verklaar uwel Ed: Agtb: dat 't opstellen deezer brief mij veel hoofdbreeken heeft gekost en dat zulks mij 't Leeven gants niet aangenaam maakt, heb jk wel Ed Agtb Heer zointijds iets vergeeten waar over zij lieden mooge= „lijk nog hunne klegten bij uwel Ed: Agtb: zullen in= „brengen, dan verzoek jk dat jk mij daar schriftelijk dan wel in perzoon zo als 't uwelEt Agtbaare behaagt mag verantwoorden, terwijl jk verders de vrijheid neem met alle vereischte hoog-agting en eerbied mij te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer /:lager :/ rwver welEed Agtb„e onderdanige en trouwschuldige Dienaar /:was meeste geteekent 55 2 -