Inventory 3627
Japan · 538 pages · 335 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Separate Batavia High-Noble, Great-Honorable, Far-Ruling Lord, and Noble, Stern Lords, §17. Concerned for the ship Mars, and the rich cargo which it must transport from here, I ventured to open the letter that was brought with the lighter de Windhond for the Noble Lord Rear Admiral Schrijver, so as to know thereby whether I was to expect the ships under his Honor's command here. But being nevertheless left in uncertainty in this regard, I must perforce abide by my intention to let the ship Mars depart alone for Batavia, according to §34 of the Secret letter of today, unless the aforementioned fleet should appear here; in which case I shall confer with Mr. Schrijver as to what had best be done. Upon dispatching Your High-Noblenesses' aforementioned letter, I shall inform his Honor of the reason for opening it; and, if I should have transgressed thereby, I pray Your High-Noblenesses to forgive me for this, since I did not assume that privilege except to advance the Company's interest. I remain with the most complete respect, (Was signed) High-Noble, Great-Honorable, Far-Ruling Lord and Noble, Stern Lords (Lower) Your High-Noblenesses' very obedient and faithful Servant (Signed) P. G. de Bruijn (In the margin) Malacca in the Castle the 27. April 1782. — §18. The lighter de Windhond was dispatched on the 30. April last to the Strait of Sincapoera, to learn there whether the ships under the flag of the Noble Lord Rear Admiral Schrijver were lying before Riouw, but, if not, to steer toward the Strait of Banca; and since I had received news the day before that five ships were located before the Strait of Calang, I let the ship Mars, which was not safe here on the roadstead, depart as well, in order to accompany the aforementioned lighter as far as necessary, and then run up to or outside the Calantigas, in order, upon meeting the aforementioned Company's ships, to deliver to Mr. Schrijver the duplicate of my letter dispatched with the often-mentioned lighter, but otherwise to return, as I could in the meantime know for certain whether the To his Honor, The High-Noble, Great-Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Batavia and The Noble, Stern Lords Councillors of Netherlands India together with High-Noble, Great-Honorable, Far-Ruling Lord, Noble, Stern Lords, 109 111 English privateers mentioned in §34 of the secret letter of the 27. April were sailing ahead to Queda. §19. A few days later, or on the 13. of this month, I received in the morning with the boat of the ship Mars such a letter from the Lord Rear Admiral Schrijver as I have the honor to enclose herewith in copy; while the ships themselves also came into sight and passed this place under the display of English flags, though I nonetheless gave orders to allow no Malay or Chinese vessels to depart from here for eight days, because the ship Mars had already been recognized, and it could thus not remain secret that the remaining three were also Company's ships. Thereupon, with the aforementioned boat and the pantjallang Rustenburg, I had as many refreshments provided to them as I could obtain. I also sent to the Lord Rear Admiral, to serve as Pilot to Slangenoor and Queda and to point out the places where one could obtain good drinking water, the Portuguese Ioaquim Cardozo, together with the Second Mate and former Commander of the pantjallang de Bestendigheid taken by the English in the Perasche river, Iacob Ibsen, who was held prisoner on the privateer Death or Glorij until its return from the Strait of Banca and, having been released at Slangenoor, can give his Honor all the necessary information concerning that ship and the ship Dadaloij. I also communicated to his Honor the essential contents of Your High-Noblenesses' letter opened by me and sent back with the lighter de Windhond, but not received by his Honor, as much as I could recall it. §20. The gurab de Snelheid, which according to the writing of the Lord Rear Admiral had been dispatched to run down the aforementioned lighter or the French ships la Betseij and la S. Therese, arrived here on the 15. of this month without having met those vessels, and was immediately sent to the fleet; however, the packet of letters which Commander Florijn had for delivery and which I demanded from him, I present herewith to his High-Nobleness Alting. §21. On the other hand, on the 23. instant with the pantjallang Rustenburg, I forwarded to Mr. Schrijver a packet of letters received on the same day by an Express from Palembang, in which I was told there was a letter from Your High-Noblenesses. §22. The latest news that I have from the fleet is of the 20. of this month, according to which it had not yet advanced further than to the Strait of Calang; this delay being caused by calms or headwinds. But, if it had received the same winds that have blown here since, I hope that it will now not be far from Queda, and will arrive there timely enough to overtake the aforementioned two English privateers, with their prizes, and the ship with opium, Noblenesses
Dutch transcription
Apart Batavia Hoog-Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, §17. Bekommerd voor het schip Mars, en de rijke laa„ „ding die hij van hier vervoeren moet, heb ik mij onderwon„ „den den brief te openen, die met den ligter de Windhond was aangebragt voor den Wel-Edelen Heer Schout bij Nagt schrijver, om dus te mogen weeten, of ik de schepen onder zijn Eds. bevel hier te verwagten had. Maar ten deezen opzigte egter in het onzekere gelaten zijnde, moet ik wel bij mijn voorneemen blijven om het schip Mars alleen naar Batavia te laaten vertrekken, volgens 834. van den Secreeten brief van heden, ten zij de gemelde vloot hier mogte opdaagen; wanneer ik met den Heer Schrij„ „ver zal overleggen wat best dient gedaan. Bij de afzending van Uwer Hoog-Edelheden gemelden brief zal ik zijn Ed. van de reden voor dies opening verwit„ „tigen; En, indien ik daar mede mogte hebben gepecceerd, bid ik uwer Hoog-Edelheden mij zulks te vergeeven, dewijl ik mij dat niet heb aangema„ „zigd als ter bevorderinge van Comps. belang. Ik ben met de volkomenste eerbied, (Onderstond/ Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren (Lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaame en trouwschuldige Dienaar (Getekend/ P. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Cas„ „teel den 27. April 1782. — § 18. De ligter de Windhond is op den 30. April laastleden naar de straat Sincapoera gedepecheerd, om 'er te vernee„ „men of de schepen onder de vlagge van den Wel-Edelen Heer Schout bij Nagt Schrijver voor Riouw lagen, dog, zoo niet, naar de straat Banca te stevenen; En dewijl ik 's daags te vooren tijding gekregen had, dat zig voor de straat Calang vijf schepen bevonden, liet ik het schip Mars, dat hier op de reede niet veilig was, mede vertrekken, om den gemelden ligter tot zoo ver het noodig zoude zijn te verzellen, en dan tot aan of buiten de Calantigas te loopen, 6 ten einde bij ontmoeting van de voorschreven Comps. schepen aan den Heer Schrijver te bestellen het du„ „plicaat van mijnen met den meergemelden ligter afgezondenen brief, dog anders weder te keeren, alzoo ik in den tusschentijd zeker weeten kon, of de bij secreeten brief van den 27. April Hoog-Edele Groot- Agtbaare Wijdgebiedende Heer, Wel-Edele Gestrenge Heeren, De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie benevens Aan zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot Agtbaaren Heer Mr: Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, Batavia en 109 111 §34. gementioneerde Engelsche kaapers naar queda voor „gezeid waren. §19. Weinige dagen laater, of op den 13. deezer, ont„ „ving ik in den morgenstond met de boot van het schip Mars zoodanigen brief van den Heer Schout bij Nagt schrijver, als ik de eere heb van in copie hier nevens te voegen; terwijl de schepen zelfs ook in het gezigt kwamen, en deeze plaats pas„ „seerden, onder vertooning van Engelsche vlaggen, dog ik evenwel order stelde om geduurende agt dagen geene Maleitsche of Chineesche vaartuigen van hier te laaten vertrekken, doordien men het schip Mars reeds verkend hadt, en het dus niet geheim kon blijven dat de overige drie ook Comps. schepen waren. Ik liet hun daar op met de gemelde boot en de pantjallang Rusten „burg zoo veel ververschingen beschikken, als ik kon magtig worden. Ik zoud den Heer Schout bij Nagt ook toe, om voor Loots naar Slangenoor en queda te dienen, en de plaatzen aan te wijzen, daar men goed drinkwater bekomen kon, den Portugees Ioaquim Cardozo, benevens den Onderstuur„ „man en Geweezen Gezaghebber van de in de Perasche rivier door de Engelschen genomen pant„ „jallang de Bestendigheid, Iacob Ibsen, die op het kaaperschip Death or Glorij tot dies wederkomste uit de straat Banca gevangen gehouden, en op Slan„ genoor gerelaxeerd zijnde, zijn Ed. aangaande dat schip en het schip Dadaloij alle de noodige infor„ „matie kan geeven. Ik deelde zijn Ed. teffens mede den zaakelijken inhoud van Uwer Hoog Edelheden door mij geopenden en met den ligter de Windhond weder afgezondenen, dog bij zijn Ed. niet ontvangenen brief, zoo veel ik mij dien kon te binnen brengen. §20. De goeral de Snelheid, die volgens het schrijven van den Heer Schout bij Nagt gedepecheerd was om den gemelden ligter of de Fransche sche„ „pen la Betseij en la S. Therese op te loopen, is op den 15. deezer hier gearriveerd, zonder die kielen ontmoet te hebben, en ten eersten naar de vloot gezonden; dog het briefpaquet, dat de Gezaghebber Florijn in bestelling en ik hem af„ „geeischt had, bied ik zijner Hoog-Edelheid Alling hier nevens aan. §21. Ik heb daarentegen op den 23. hujus met de pantjallang Rustenburg aan den Heer Schrij„ „ver laaten toekomen een tenzelfden dage met een Expresse van Palembang ontvangen brief„ „paquet, waar in mij gezegd wierdt een brief van uwe Hoog-Edelheden te weezen. F. 522. De jongste tijding, die ik van de vloot heb, is van den 20. deezer, volgens dewelke zij 6 nog niet verder gevorderd was, dan tot de straat Calang; zijnde deeze vertraaging veroorzaakt door stilten of tegenwinden. Maar, indien zij dezelf„ „de winden gekregen hadt, die hier sedert ge„ „waaijd hebben, hoop ik dat zij nu niet ver van queda weezen, en 'er tijdig genoeg komen zal, om de voorschreven twee Engelsche kaapers, niet hunne prijzen, en het schip met amfioen, te Edelheden agterhaalen
English
113 to overtake and capture. Paragraph 23 Having had the honor, upon the fleet passing in sight of this place, of receiving Your High Excellencies' highly respected secret letter of 18 February last, I express in response thereto my humble gratitude for the communication of Your High Excellencies' beneficial measures for the security of navigation to and from here, and the sending of a copy of the Instruction given to Rear Admiral Schrijver, with the assurance that I shall properly observe and comply with the same, in so far as it contains orders relative to this Government, and also what Your High Excellencies have recommended to me. Paragraph 24. Bookkeeper Rappa and two Malays sent to Riouw were treated there with all distinction and politeness, and returned on the 18th of this month, bringing along a very friendly letter from Radja Hadjie, who therein considers the matter of the capture of the ship la Betseij in his harbor to be settled; as will further appear to Your High Excellencies from the copy of the translation thereof. Regarding the two proposals that I and the Council had made to His Highness through the said Rappa, according to Paragraph 39 of our aforementioned secret letter of 27 April, His Highness was unwilling to consent to the first, but he embraced the second, and had me informed through Rappa, as His Highness also indicates in his letter, that he will send someone here to negotiate with me about it. Paragraph 25 Contrary to expectations, so much rice is now being imported here from Pegu and Bengale, as well as from the Malay places, that we will be able to manage with it until the end of Iuli; and before that time has arrived, we hope to be entirely relieved by Your High Excellencies' wise precautions from the well-founded concern over the scarcity of this necessary foodstuff, which the news of the capture by English privateers of several Iavanese vessels had aroused in us. I commend the interests of the inhabitants, as well as those of the Company here locally, to Your High Excellencies' most favorable consideration, and declare to remain, with the most perfect respect, (Below stood) Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Honorable Severe Lords, (Lower) Your High Excellencies' very obedient and faithful servant (Signed) P. G. de Bruijn, (in the margin) Malacca in the Castle 25 Mai 1782 (below that) P. S. I also have the honor to present to Your High Excellencies the translated Extract from an intercepted English letter, containing various news reports. Secret Letters dispatched and arrived since 7 December 1781 until today inclusive, and their Appendices. Agreed, Baumgarten, junior clerk. Copy Apart Secret. Batavia To His Excellency, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Mr Willem Arnold Alting Governor General, along with The Honorable Severe Lords Councillors of the Dutch Indies Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Honorable Severe Lords, Paragraph 51. I avail myself of the opportunity of the ship the Iohanna Margaretha returning to Batavia, to report hereby to Your High Excellencies, in respectful reply to their highly respected and esteemed missive of 1 Mai prior, that, in compliance with Your High Excellencies' order, I dispatched on 22 November two sloops to the point of Tanjong Boero, to cruise until 10 Ianuari next for the ship Mars, which is expected from Iapan through straat Gouverneur, for the delivery of the order given to them along 115 Apart Secret. Batavia To His Excellency, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Mr Willem Arnold Alting Governor General, along with The Honorable Severe Lords Councillors of the Dutch Indies Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Honorable Severe Lords, Paragraph 51. I avail myself of the opportunity of the ship the Iohanna Margaretha returning to Batavia, to report hereby to Your High Excellencies, in respectful reply to their highly respected and esteemed missive of 1 Mai prior, that, in compliance with Your High Excellencies' order, I dispatched on 22 November two sloops to the point of Tanjong Boero, to cruise until 10 Ianuari next for the ship Mars, which is expected from Iapan through straat Gouverneur, for the delivery of the order given to them along 115 Apart Secret. Batavia To His Excellency, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Mr Willem Arnold Alting Governor General, along with The Honorable Severe Lords Councillors of the Dutch Indies Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Honorable Severe Lords, Paragraph 51. I avail myself of the opportunity of the ship the Iohanna Margaretha returning to Batavia, to report hereby to Your High Excellencies, in respectful reply to their highly respected and esteemed missive of 1 Mai prior, that, in compliance with Your High Excellencies' order, I dispatched on 22 November two sloops to the point of Tanjong Boero, to cruise until 10 Ianuari next for the ship Mars, which is expected from Iapan through straat Gouverneur, for the delivery of the order given to them along 115
Dutch transcription
113 agterhaalen en te bemagtigen. § 23 Bij het passeeren van de vloot in het ge„ „zigt deezer plaatze de eere gehad hebbende van te ontvangen uwer Hoog-Edelheden zeer gerespec„ „secreeten. „teerden „ brief van den 18. Februari laastleden, betuig ik in antwoord daar op mijne nederige dankbaarheid voor de communicatie van Uwer Hoog-Edelheden heilzaame maatregelen tot beveiliging der vaart van en naar herwaarts, en toezending van een afschrift der aan den Heer Schout bij Nagt Schrijver mede gegeven Instructie, onder verzekering dat ik dezelve, voor zoo verre zij ordres behelst, relatif op dit Gouvernement, en ook wat uwer Hoog-Edelhe„ „den mij gerecommandeerd hebben, behoorlijk in agt zal neemen en nakomen. §24. De naar Riouw gezonden Boekhouder Rappa en twee Maleijers zijn 'er met alle distinc„ „tie en politesse bejegend, en op den 18. deezer te rug gekeerd, medebrengende eenen zeer vriendelijken brief van Radja Hadjie, die daar bij het geval van het neemen van het schip la Betseij in zijne haven voor afgedaan houdt; gelijk zulks uit het afschrift van dies Translaat Uwer Hoog- Edelheden nader blijken zal. Wat de twee voorstellen belangt, die ik en den Raad door gemelden Rappa aan zijne Hoogheid hebben laaten doen, volgens 539 onzes voorgewaagden secreeten briefs van den 27. April, in het eerste heeft zijne Hoogheid niet willen bewilligen, maar het tweede heeft hij geamplecteerd, en mij door Rappa laaten zeggen, zoo als zijne Hoog„ of „heid in zijnen brief ook te kennen geeft, dat hij iemand herwaarts zal zenden, om met mij daar over te handelen. 325 Tegen verwagting wordt hier nu van Pegu en Bengale, gelijk ook van de Maleitsche plaatzen, zoo veel rijst aangevoerd, dat wij daar mede tot het uiteind van Iuli zullen kunnen rondschieten; En eer die tijd verschee„ „nen is hoopen wij door Uwer Hoog-Edelheden wijze voorzorgen geheel ontheven te worden e van de gegronde bekommering voor schaarsheid 0 van dit noodwendige voedzel, die de tijding van het neemen door Engelsche kaapers van verscheiden Iavasche vaartuigen in ons verwekt heeft. Ik beveel de belangen der ingezetenen, zoo wel als die van de Compagnie, hier ter plaatze in Uwer Hoog-Edelheden allergunstigste aandenking, en betuig met het volmaaktste respect te blijven, (Onderstondt) Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijd„ „gebiedende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren, (Lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaamen en trouwschuldigen Dienaar (Getekend) P. G. de Bruijn, (in margine) Malacca in het Casteel den 25. Mai 1782 (daar onder) P. S. Ik heb de eere van Uwer Hoog-Edelheden nog te presen„ April „teeren 1781. tot heden inclusive, en dies Bijlaagen. — „teeren het getranslateerd Extract uit eenen onder„ „schepten Engelschen brief, behelzende diverse nieuws- Saumgarten d. kleenk d F O Accordeert „berigten.— 5 1 2 ƒ Secreete Brieven sedert den 7. December fgegaane en Aangekomen Copie Apart Secreek. Aan zijn Edelheid, Den Hoog- Edelen Groot Agtbaaren Heer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien Batavia Hoog Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer Wel-Edele Gestrenge Heeren, en §51. Ik bedien mij van de gelegenheid, dat het schip de Iohanna Margaretha naar Batavia wederkeert, om Uwer Hoog- Edelheden, in eerbiedige rescriptie op Hoog derzelver zeer gerespecteerde missive van den 1. Mai bevoorens, bij deezen te berigten, dat „geagte ik, ter voldoeninge aan Uwer Hoog Edelheden „ order op den 22. November naar den hoek van Tanjong Boero gedepecheerd heb twee sloepen, om tot den 10. Ianuari aanstaande te Kruissen op het schip Mars, dat van Iapan door straat Gouverneur verwagt wordt, ter bestellinge van den hun mede„ „gegevenen 115 Apart Secreek. Batavia Aan zijn Edelheid, 2 Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien Hoog Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer Wel- Edele Gestrenge Heeren, §57. Ik bedien mij van de gelegenheid, dat het schip de Iohanna Margaretha naar Batavia wederkeert, om Uwer Hoog Edelheden, in eerbiedige rescriptie op Hoog derzelver zeer gerespecteerde missive van den 1. Mai bevoorens, bij deezen te berigten, dat „geagte ik, ter voldoeninge aan Uwer Hoog Edelheden „ order op den 22: November naar den hoek van Tanjong Boero gedepecheerd heb twee sloepen, om tot den 10. Ianuari aanstaande te Kruissen op het schip Mars, dat van Iapan door straat Gouverneur verwagt wordt, ter bestellinge van den hun mede„ „gegevenen en 115 Apart Screk. Batavia Aan zijn Edelheid, Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien Hoog Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer Wel- Edele Gestrenge Heeren, §51. Ik bedien mij van de gelegenheid, dat het schip de Iohanna Margaretha naar Batavia wederkeert, om Uwer Hoog Edelheden, in eerbiedige rescriptie op Hoog derzelver zeer gerespecteerde missive van den 1. Mai bevoorens, bij deezen te berigten, dat „geagte ik, ter voldoeninge aan Uwer Hoog Edelheden „ onder„ op den 22: November naar den hoek van Tanjong Boero gedepecheerd heb twee sloepen, om tot den 10. Ianuari aanstaande te Kruissen op het schip Mars, dat van Iapan door straat Gouverneur verwagt wordt, ter bestellinge van den hun mede„ „gegevenen 4 en 115
English
117 given letter for the First Commander on that vessel, and the Commanders of the aforementioned small vessels clearly instructed concerning the signals determined by Your High Noblenesses' Ordinance of the 28. June 1781; so that they could immediately recognize the ship and also be recognized by the same. To leave them there longer than the 10th January I judged neither necessary nor safe; not necessary, as the Japanese ships commonly arrive at the Batavia roadstead at the end of December or beginning of January, and not safe, because the Cruisers by lingering there longer could easily become a prey to the English ships which might come through the aforementioned Strait. § 52. In my letter dispatched with the aforementioned Cruisers, I gave notice to the First Commander on the ship Mars of the confirmation of the news regarding the breach of peace between England and the Dutch Republic, and of the hostilities already begun by the English on the Coast of Coromandel, yet also mentioned at the same time that I had not the slightest intelligence of the insecurity of the fairway which he had to cross; and therefore instructed him to continue his voyage to Batavia; as will appear to Your High Noblenesses from the copy of that letter, annexed hereto. § 53. The subsequent appearance and disappearance of the ship mentioned in the secret letter from me and the Council § 49, have caused me a great deal of anxiety, not only for the Japanese ship, but also for the Johanna Margaretha, because Skipper Andringa declared to me that he had too few men to fight against the aforementioned suspect ship, if there should be many Europeans on it, and his retention here seemed to me quite as worrisome as his dispatch: But, since I had to choose one of the two after all, I decided to let him depart, and in the meantime wrote to the Cruisers near Tanjong Boero, that one of them, as soon as they sighted the Company's ship, which would fly a blue flag from the main top, must sail toward him, to tell Skipper Andringa whether any unknown ship had passed them after the 27. November and what they had observed regarding that? commanding at the same time the bearer of my letter thither, if on the outward voyage or before he reached the Cruisers, he should see any other ship than the French ship la S. Therese lying near Poele 119 Poele Pisang or elsewhere, to return at once, and to keep to the ship's fairway, in order to notify Skipper Andringa thereof. And the latter has orders, upon receipt of such a report, or if what he should learn from the Cruiser might make him too apprehensive to sail on, to return hither again without delay; it being my intention to send him out then with the bark the Geertruida Susanna and the sloop, which I still have on hand now, reinforced as much as possible, against the oft-mentioned suspected ship, in order to capture or drive it away, if it belongs to the English. In the uncertainty in that regard, and whether that ship had really passed here or rather turned back, I could use no other precautions, nor dare to give orders contrary to those of Your High Noblenesses concerning the dispatch of the Johanna Margaretha, and I therefore also hope that Your High Noblenesses will be pleased to be satisfied therewith. § 54 Concerning the tin from the Rombouw region, I do not know what more to undertake to promote the delivery thereof, after I, besides the confirmation of Drie Padita Moeroeb as Ponghoeloe of the aforementioned district cited in today's general letter § 170, also having tried whether I could not induce one of the Manicabo Princes, who had the most prestige and credit with the nation, to come hither under some pretext or other, so that I could treat with him and the old Loekoe, who is well-disposed toward the Company, about the state of affairs over there and especially about the collection of tin, and make the necessary provision therein, found all this to be just as fruitless as the expedients previously employed and communicated to Your High Noblenesses. I must therefore leave this matter to take its course, and leave it at repeated requisitions for tin, until I obtain an opportunity to bring about a better success from it. § 55 Radja Ismael having died and been succeeded in the government of Siac by his son, I shall, in answering his letter containing communication of that event, endeavor to make the latter understand the necessity of coming hither, in order solemnly to accept and swear to the Contract concluded with Radja Alam; while I do not doubt that the aforementioned Prince
Dutch transcription
117 gegevenen brief voor den Eersten Gezagvoever op dien bodem, en de Gezaghebbers van de gemelde Kieltjes duidelijk onderrigt van de bij Uwer Hoog-Edelhe„ „den Ordonnancie van den 28. Iuni 1781. bepaal„ de seinen; op dat zij het schip aanstonds konden ver„ „kennen en van hetzelve ook verkend worden. Langer als den 10:e Januari hun daar te laaten oordeelde ik niet noodig; nog ook veilig; niet noodig, alzoo de Iapansche schepen gemeenlijk in het eind van December of begin. van Ianuari ter Bataviasche reede opdragen, en niet veilig, nadien de Kruissers met 'er langer te vertoeven ligtelijk eene prooi konden worden van de Engel„ „sche schepen; die door de gemelde Straat mogten komen. § 52: Bij mijnen met de gemelde Kruissers af„ „gezonden brief heb ik den Eersten Gezagvoerer op het t schip Mars Kennis gegeven van de confirmatie der tijding wegens de vredebreuk tusschen Engeland en de Nederlandsche Republiek, en van de vijande lijkheden, door de Engelschen reeds ter Kuste Cor„ mandel begonnen, dog ook te gelijk gemeld, dat ik geen het minste narigt had van de onveilig„ „heid des vaarwaters, hetwelk hij moest overtrekken; en derhalven aangeschreven zijne reize naar Batavia Batavia voort te zetten; zoo als Uwer Hoog Edelheden dat blijken zal bij het afschrift van dien brief, deezen bijgevoegd. § 53. De verschijning en berdwijning sedert van het schip, waar van in danr secreeten brief van mij en den Raad s49 gewag wordt gemaakt, heb„ „ben mij vrij wat ongerustheid verwekt, niet alleen voor het Iapansche schip, maar ook voor de Iohan„ „na Margaretha, doordien Schipper Andringa mij verklaarde, dat hij te weinig volks hadt om tegen het gemelde suspecte schip te slaan, indien 'er veel Euro„ „peers op wezen mogten, en zijne ophouding alhier „mij al zoo zorgelijk voorkwam; als zijne depeche: Maar, dewijl ik tog een van beide kiezen moest, besloot ik hem te laaten vertrekken, en schreef intusschen aan de Kruissers bij Tanjong Boero, dat een van hun, zoo dra zij Comps. schip, hetwelk een blaauwe vlag van „groote; de „ top zoude laaten waaijen, in het gezigt kreegen, hem „moest te gemoet zeilen, om aan schipper Andringa te zeggen, of hun na den 27. November eenig onbekend schip gepasseerd was en wat zij daar omtrent waar „genomen hadden? beveelende teffens den brenger van mijnen brief naar derwaarts, wanneer hij op de heenreize of voor dat hij bij de Kruissers Kwam, ee= „nig ander als het Fransche schip la S. Therese bij Boele 119 Poele :Sisang of elders mogt zien leggen, ten eersten te rug te keeren, en het scheeps-:vaarwaater te houden, om schipper Andringa daar van te verwittigen. En deeze heeft order, om, bij ontvangst van zoodanig rapport, of wanneer hetgene hij van den Kruisser verneemen zoude hem te beschroomd maaken mogt om door te zeilen, zonder uitstel weder herwaarts te keeren; zijnde mijn voorneemen, om hem dan met de bark de Geertruida Susan„ „na en de sloep, die ik nu nog aan handen heb, naar mogelijkheid versterkt, tegen het meergemel„ „de verdagte schip uit te zenden, ten einde hetzelve, zoo het den Engelschen toebehoort te neemen of te verjaagen. Ik heb in de onzekerheid ten dien opzig„ „te, en of dat schip hier werkelijk gepasseerd, dan wel te rug gekeerd was, geene andere precautien, kunnen gebruiken, nog orders durven geeven, strijdig met die van Uwe Hoog Edelheden aangaande de depeche van de Iohanna Margaretha, en verhoop derhalven ook dat Uwe Hoog-Edelheden daar mede genoegen zullen gelieven te neemen. § 54 Belangende het tin uit het Rombouwsche weet ik niet wat meer te onderneemen, om de leve„ „rancie van hetzelve te bevorderen, na dat ik, be„ „halven de bij den gemeenen brief van heden s 170. aangehaalde bevestiging van Drie Padita Moeroeb tot Ponghoeloe van het gemelde district, ook beproefd heb„ „bende of ik niet een van de Manicabosche Prinsen, die het meeste aanzien en Credict bij de natie hadt, beweegen kon om onder het een of ander pretest herwaarts te komen, op dat ik met hem en den oud„ „ten Loekoe, die het wel met de Compagnie meent, over den toestand der zaaken ginder en inzonderheid over den inzaam van tin kon handelen, en 'er de noodige voorziening in doen, bevonden heb dit een en ander even zoo vrugteloos te zijn, als de bevoorens in het werk gestelde en Uwer Hoog-Edel„ „heden gecommuniceerde expedienten. Ik moet moet deeze zaak derhalven op haar beloop, en het bij herhaalde ontbiedingen van tin laaten, tot dat ik gelegenheid erlange om er een beter succes van te kunnen uitwerken. § 55 Radja Ismael overleden en door zijnen zoon in het bestier van Siac gesuccedeerd zijnde, zal ik deezen, bij de beantwoording van zijnen brief, be„ kelzende communicatie van dat evenement, de noodzaakelijkheid tragten te doen begrijpen van herwaarts te komen, om plegtig aan te neemen en te bezweeren het met Radja Alam gesloten Contract; terwijl ik niet twijfele of de gemelde aangehaalde Prins
English
Prince will faithfully follow the same. §. 56 The reports received by the Commander at Pera, Bartholomeus Meijer, regarding the outfitting of vessels at Riouw and Slangenoor have, upon the investigation conducted by me, been found to be untrue. Nevertheless, I have been on my guard against their undertakings, and shall also continue to keep a watchful eye on their conduct. § 57. Pursuant to Your High Excellencies' honored command, I have questioned the Kings at both of the aforementioned places regarding the correspondence with the Kings of Boni, Soping and Wadjo. Radja Hadjie has answered me thereto that he had indeed sent a letter to the King of Boni, but with no intention to cause any displeasure to the Company thereby, nor with any evil design, whether against Your High Excellencies or against the Government at Malacca; since, ever since the assumption of the Regency, his sole aim had been to live in harmony with the Company, and not the slightest ideas to its detriment had arisen in his heart. The King of Slangenoor, on the other hand, who for a long time past has paid little heed to what is written to him from here, has now also left my letter unanswered. Copies of my letters and of the answer from Radja Hadjie are now presented to Your High Excellencies. § 58 For the receipt of 500: –. pieces of muskets and bayonets, as well as the requested 2. –. pieces of bronze cannon of 24. . lb. , I thank Your High Excellencies most humbly; likewise repeatedly for the favorable accommodation of rice. § 59. In the Provisional Requisition now departing, another 400. –. lasts of that grain are requested. But, if the English do not make the waterway between Java and these Straits unsafe, and the Javanese therefore also need not fear to depart customarily with rice hither, 200. –. Coyangs could be remitted from that Requisition; whereas otherwise, or should the Javanese shipping be subject to any obstruction, I most humbly request Your High Excellencies not only to fulfill the full quantity of 400. –. lasts, but also further to take such precautions to preserve us from want as Your High Excellencies shall deem necessary according to Your celebrated wisdom and benevolence. §. 60. In the meantime I cannot fail, for Your High Excellencies' consideration, to mention hereby that from Java and Cheribon, according to the Note already dispatched and now being sent over, there have been brought here since the 12th of June last: Secret brought. Coyangs 857:-. that there has also been received from Pegu and elsewhere since that time. . . . 70. — that the crop in the upper districts of Malacca, with good success, will yield. 100. — that I shall be able to have sold from the Company's provisions. 50. — amounting together to Coyangs 1077. each of 5000: —: lb: And that therewith, one may note, as the requirement is calculated at little more than 1200. —: such Coyangs a year, if in the meantime nothing should be received from the Malay places, it will be possible to suffice until the middle of May 1782, thus eleven months, calculated from the 12th of June last, when the first vessel from Java arrived here. For the rest, I have the honor to call myself with all veneration, (below stood) High Noble Great-Honorable Wide-Ruling Lord, and Well-Noble Stern Lords, (lower) Your High Excellencies' very obedient and faithful servant (was signed): P: P: de Bruijn: (in the margin stood) Malacca in the Castle, the 7th of December 1782. 11. From our secret Resolution of the 4th and letter of the 17th of October last, it will have already appeared to Your High Excellencies that we could not see fit to withdraw the Dutch Garrison at Pera, but indeed to write to the Commander thereof, if he should be attacked by the English, to defend himself vigorously, and not being able to hold out, then to surrender on the best terms he could stipulate. 12. Large ships cannot enter the Pera river because of the bank that lies before it, and small ships, barks or sloops, can High Noble Great Honorable Wide Ruling Lord, and Well-Noble Stern Lords, together with The Well-Noble Stern Lords Councillors of the Dutch Indies To his Honor The High Noble Great Honorable Lord Mr Willem Arnold Alting, Governor General, Batavia Agrees
Dutch transcription
121 Prins zal hetzelve getrouwelijk navolgen. §. 56 De berigten bij den Commandant te Pera Bartholomeus Meijer ontvangen wegens de uitrusting van vaartuigen op Riouw en Slangenoor zijn bij het door mij gedaan onderzoek bevonden ouwaar te weezen. Egter ben ik op mijne hoede geweest tegen hunne onderneemingen, en zal ook verder op hun gedrag een waakend oog blijven houden. § 27. Ik heb volgens Uwer Hoog Edelheden geëerd bevel de Koningen op beide de gemelde plaatzen onder houden over de correspondentie met de Koningen van Boni, Soping en Wadjo. Radja Hudjie heeft mij daar op geantwoord, dat hij wel een brief aan den Koning van Boni gezonden hadt, dog niet met eenige intentie om daar door bij de Compagnie ongenoegen te verwek„ „ken, dan wel met eenig Kwaad oogmerk, 't zij tegen Uwe Hoog-Edelheden;, of tegen de Regeering te Malac„ „ca; dewijl sedert de aanvaarding van het Regent„ „schap zijn eenig doel was geweest met de Compag„ „pie eensgezind te leeven, en geene de minste denk, beelden ten haaren nadeele, in zijn harte waren op„ „gekomen. De Koning van Slangenoor daarente „gen; die sedert langen tijd weinig agt geeft op het „gene hem van hier geschreven wordt; heeft nu ook mijnen brief onbeantwoord gelaten. Copien van mijne brieven en van het antwoord van Radja Had„ „jie worden Uwer Hoog Edelheden tans aangeboden- § 58 Voor de erlanging van 500: –. ps. snaphaanen en houisers; mitsgaders van de gevraagde 2. –. ps. metaa ben Kanons van 24. . lb. , dank ik Uwer Hoog-Edelhe „den zeer nederig; zoo mede bij herhaaling voor het gunstig gerief met rijst. § 59. Bij den nu afgaanden Provisioneelen Eisch worden weder 400. –. lasten van dat graan gevorderd. Maar, indien de Engelschen het vaarwaater tusschen Java en deeze Straats niet onveilig maaken, en de Javaanen dus ook niet behoeven te schroomen om gewoonte met rijst, naar „ herwaarts te vertrekken, zouden op dien Eisch 200. –. Kojangs geexcuseerd kunnen woor„ „den; terwijl ik anders of wanneer de Iavaasche vaart„ eenige stremming subject mogte weezen, Uwer Hoog „ niet alleen Edelheden ootmoedigst verzoeke „ de volle quantiteit van 400. –. lasten te voldoen, maar ook: verder zoo„ „danige voorzorgen te gebruiken, om ons voor ge„ „brek te bewaaren, als Uwe Hoog-Edelheden naar Derzelver beroemde wijs- en goedgunstigheid zullen noodig oordeelen. §. 60. Ondertusschen kan ik niet manqueeren tot Uwer Hoog: Edelheden speculatie bij deezen aan te aar„ haalen, dat van Iava en Cheribon, volgens de reeds afgezonden en tans overgaande Notitie, sedert den 12. Iuni laastleden hier zijns aan mijne „gebragt : .. Secreet gebragt. Kojangs 857:-. dat men van Pegu en elders meer ook sedert dien tijd gekregen heefft. . . . „ dat het gewas in de Malaccasche bovens „handen bij een goed succes zal uitleveren.„ dat ik uit: Comps voorraad zal kun¬ „nen laaten verkoopen. 100. „ bedraagenide 'tzamen Kojangs 10: r: 7. ieder van 5000: —: lb: En dat men daar mede, brae merke, alzoo de benoodigdheid op weinig meerder dan 1200. —: zulke Kojangs in het jaar gerekend wordt, zoo men intusschen van de Maleitsche plaatzen niets ontvangen mogte, zal kunnen toekomen tot in het midden van Mai 1782, dus elf maanden, ge„ „rekend van den 12: Iuni laastleden, dat het eerste vaartuig van Iava hier is gearriveerd. Ik heb voor het overige de eere van mij met alle veneratie te noemen, (onderstond) Hoog Edele Groot- Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, (lager) Uwer Hoog- Edelheden zeer gehoorzaame en trouwschuldige Dienaar (was getekend): P: P: de Bruijn: (in margine stond) Malacca in het Casteel den 7. December 1782. - 11. Bij onze secreete Resolutie van den 4. en brief van den 17. October laastleden zal Uwer Hoog- Edel„ „heden reeds gebleken zijn, dat wij niet hebben kunnen goedvinden de Nederlandsche Bezetting te Lera in te trekken, maar wel den Commandant van dezelve aan te schrijven, wanneer hij van de Engelschen mog= „te worden geattaqueerd, zig wakker te defendeeren, en het niet kunnende uithouden, zig dan over te geeven op de beste voorwaarden, die hij bedingen kon„ D2. Groote schepen Kunnen in de Perasche ri„ „vier niet komen wegens de bank, welke daar voor legt, en kleine schepen, barken of sloepen, kunnen Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Gestrenge Heeren, Wel-Edele benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien Aan zijn Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Mr Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, Batavia 70. — 50. — Accordeert ugarten a erkleert die : 123
English
125 navigate that river without being towed by rowing craft, while the Company's fort was so situated that one could easily prevent this passage with a good part of its artillery, unless it were undertaken with a large number of vessels. In consideration of this, as well as the fact that Lieutenant Bartholomeus Meijer had in former times distinguished himself gallantly on all the expeditions entrusted to him, and in his actions at Perak had also always given us satisfaction, we could not doubt in the least that he would courageously comply with the first clause of our said instructions, without making use of the second before he was forced to do so by the superior strength of the enemy. But to our deep regret, we received on December 25 last the astonishing news that, instead of forcing the small English vessel, which had appeared there on the 10th beforehand, to surrender or to make a hasty retreat by destroying its towing vessels and damaging the small ship itself, he had capitulated to the captain of that vessel in the most cowardly and treacherous manner and had surrendered the Company's fort to him; after which the latter, having also taken possession of the tin-laden pantjallang the Bestendigheid, plundered the fort, and subsequently set it on fire, had departed from there again. The Assistant Surgeon Eggersteijn, who as well as some others of the garrison fled to Tanjongpoetoes, informed us of that event, though not clearly enough to be able to provide Your High Excellencies with an accurate report concerning its circumstances. We therefore request permission provisionally, or until we are better informed, to refer to his and the King's letter, as well as to the account of the Sovereign's envoy, attached hereto in copy. § 3. In addition to those documents, we also respectfully present to Your High Excellencies two memorials drawn up by the Chief Administrator Werndlij, to demonstrate what the Company has lost with the Perak fort and the pantjallang the Bestendigheid. § 4. The King's letter proves most clearly that His Highness is not a little dismayed and embarrassed about the said event. In reply thereto, we noted that we had learned of the dishonorable and condemnable conduct of the former Commander Meijer only with the utmost astonishment and indignation, 127 and, although we do not know whether it will please Your High Excellencies to have the fort on Perak restored, we nevertheless gave the Sovereign some hope thereof, under the assurance that, as long as he remained a faithful ally of the Company, the Company would not abandon him, but assist and protect him against the attacks of his enemies, in order thus to reassure him; since he has always trusted in the Company's help, and has also willingly contributed his own to defend the Company's fort against the said Englishman. § 5. Meanwhile, we have deemed it necessary and resolved to have the Dutch or Prince's flag fly on Sundays on the spot where that fort stood, as a sign of the Company's lawful ownership thereof, and to assign this to a corporal with two soldiers from among those who went under the King's protection from the aforementioned garrison, but, since they would not be safe there, at the same time instructed them that they had to live near the Laxamana or the Admiral of the Realm, who resides near the said spot, in a small atap house to be erected for that purpose. § 6. All the rest of the said force, whose number is still unknown to us, we have summoned hither and sent two small native vessels to Perak to fetch them; after which, on the 10th of this month, there arrived here two corporals and thirteen soldiers of the garrison, besides five sailors from the pantjallang the Bestendigheid, whom the Englishman had taken with him, but, on account of their refusal to take service with him, put ashore on Poelo Dingding to seek refuge. § 7. The Master of the Bestendigheid, Iacob Ibsen, who according to the writing of the Assistant Surgeon Eggersteijn and companions was supposedly stabbed to death, is still alive, and is with the treacherous Meijer on the small English vessel. § 8. We have enjoined the Fiscal to examine the Company's servants coming from Perak, and to provide a written report regarding his findings, as well as to seize any money or goods of Meijer that can be traced here. And since a pay account of the same Meijer was recently sent to Batavia to be noted on the Roll of Authorization, we request Your High Excellencies, if the said account has not already been transferred to the Netherlands, to be pleased to issue orders against it. hither § 9.
Dutch transcription
125 die rivier niet opvaaren, zonder met roei vaartui„ „gen geboegseerd te worden; terwijl Comps. Fort zoo„ „danig gesitueerd was, dat men met een goed deel van dies geschut deeze opvaart ligtelijk beletten kon„ ten zij dezelve met een groot getal van vaartuigen on„ „dernomen wierdt. Wij hebben uit aanmerking hier van zoo wel, als dat de Luitenant Bartholomeus Meij„ „er zig in voorige tijden op alle de expeditien, hem aanbetrouwd, hoffelijk gesignaleerd, en in zijne verrig„ „tingen te Peru ook steeds aan ons genoegen gegeven heeft, niet in het minste mogen twijfelen, of hij zoude aan het eerste lid onzer gemelde aanschrij„ „vinge manmoediglijk voldoen, zonder van het tweede gebruik te maaken voor dat hij door de overmagt van den vijand daar toe -genoodzaakt wierdt. Maar wij hebben tot ons gevoelig lietweezen op den 25. December laastleden de verbaazende tijding ont„ „vangen, dat hij, in plaatze van het Engelsch scheep „je hetwelk daar op den 10. bevoorens verschenen was, door het vernielen zijner boeg seervaartuigen en beschaadigen van het scheepje zelf, tot de over„ „gaave of eene schielijke retraite te noodzaaken, met den Capitein van dien bodem op de allerlafhartig „ste en trouwlooste wijze gecapituleerd en hem Comps. Fort ingeruumd hadt;, waar na deeze, zig ook van de met tin beladen pantjallang de Bestendig„ „heid meester gemaakt, het Fort geplonderd en vervol„ weder „gens in den brand gestoken hebbende, van daar „ ver„ „trokken was. De Onderchirurgijn Eggersteijn, die zoo wel als eenige anderen van de Bezetting naar Tanjongpoetoes gevlugt is, heeft ons van dat geval verwittigd, dog niet duidelijk genoeg, om nopens dies omstandigheden Uwer Hoog Edelheden een nauwheu„ „rig berigt te kunnen suppediteeren. Wij verzoeken „derhalven verlof om bij provisie, of tot dat wij be„ „ter onderrigt zijn, ons te mogen gedraagen aan zijnen en 's Konings brief, mitsgaders aan het Re„ „laas van 's Vorsten zendeling, deezen in copie bijgevoegd. §3 Benevens die bescheiden bieden wij Uwer Hoog- Edelheden nog reverentelijk aan twee Memorien„ door den Hoofdadministrateur Werndlij opgemaakt, ter aantooninge van hetgene de Maatschapij met het Perasche Fort en de pantjallang de Bestendigheid ver„ „loren heeft. § 4. 's Konings brief bewijst ten klaarsten, dat zijne Hoogheid niet weinig onthutst en verlegen is over de gemelde gebeurenis. Wij hebben in antwoord daar op aangemerkt, dat wij het eerloos, en condemnabel gedrag van den geweezen Commandant Meijer niet dan met de uiterste bevremding en verontwaardiging van vernomen 127 vernomen hadden, en, alhoewel wij niet weeten of het Uwer Hoog-Edelheden behaagen zal het Fort op Pera te laaten restaureeren, daar toe egter aan den Vorst eenige hoop gegeven, onder verzekering dat, zoo lang hij een getrouw Bondgenoot van de Compag„ „nie bleef, de Compagnie hem niet zoude verlaaten, maar bijstaan en beschermen tegen de aanslagen zij, „ner vijanden, om hem dus gerust te stellen; dewijl hij altoos op Comps. hulpe vertrouwd, en de zijne ook bereidwillig toegebragt heeft om Comps: Dort te „gen den gemelden Engelschman te defeudeeren. §5. Ondertusschen hebben wij noodig geoordeeld en besloten op de plek, daar dat Fort gestaan heeft, ten teken van Comps. wettigen eigendom aan hetzelve, des Zondags de Hollandsche of Prinse-vlag te laaten waaijen, en dit op te draagen aan een Cor„ „poraal met twee soldaaten van de genen, die zig uit de voorschreven Bezetting onder 's Konings pro„ „texie begeven hebben, dan, vermits zij daar niet veilig zouden zijn, hun teffens aangeschreven, dat zij bij den Laxamana of 's Rijks Admiraal, die omtrent de gemelde plek zijn verblijf houdt, moesten woonen, in een daar toe op te regten atap„ „pen huisje. S. E. Alle de overigen van de gemelde man „schap, welker getal ons nog onbekend is, hebben wij herwaarts ontboden en ten afhaal van dezelven twee kleine inlandsche vaartuigen naar Pera gezonden; waar na op den 10. deezer alhier aangekomen zijn twee Corporaals en dertien Soldaaten van de Bezetting, be„ nevens vijf Matroozen van de pantjallang de Be„ stendigheid, die de Engelschman hadt medegevoerd, dog, uit hoofde hunner weigering om dienst bij hem te neemen, op Poelo Dingding aan de wal gezet, om een goed heenkomen te zoeken. 17 De Gezaghebber van de Bestendigheid Iacob Ibsen, die volgens het schrijven van den Onderchirur„ „gijn Eggerseijn C. s. zoude doodgestoken weezen, leeft nog, en bevindt zig met den trouwloozen Meijer op het Engelsch scheepje. 18. Wij hebben den Fiscaal geinjungeerd de van Pera Komende Comps: Dienaaren te examineeren, en wegens zijne bevinding te dienen van schriftelijk Berigt, mitsgaders op de gelden of goederen van Meijer, die hier agterhaald kunnen worden, arrest te leggen. En dewijl onlangs eene soldijrekening van denzelven Meijer naar Batavia gezonden is, om op de Rolle van Authorisatie genoteerd te worden, verzoeken wij Uwer Hoog Edelheden, indien de gemelde Rekening niet be„ „reeds naar Nederland mogte weezen overgemaakt, daar tegen te willen order stellen. herwaarts 19
English
19 Regarding the tin that, according to the contract, must be delivered to the Company, we have asked the King whether the same could not be brought hither in his own vessels. In case His Highness might be inclined to do so, he will certainly want to have the price increased; and therefore we take the liberty of submitting to Your High Noble Excellencies' consideration whether we, for as long as the fort in his kingdom is not rebuilt and the delivery does not take place there again, might not accept that mineral at the price of 34, 35, or 36 Spanish dollars for the bahar of 375 lb, to be sold with suitable profits to passing foreigners as it is or unrefined, since we have no melting pans left to have it refined for dispatch to the Fatherland. We most humbly request that it may please Your High Noble Excellencies to instruct us on this matter with your esteemed orders at the first opportunity, as well as with regard to the restoration of the Perak fort, which we believe cannot be postponed for long, in order to prevent the Buginese from settling in that kingdom, since otherwise they will not only draw the tin trade to themselves, but also, through equipping vessels for piracy at sea, make the strait as unsafe as it has ever been. That the captain of the same had expressed his intention to go cruising for the Japanese ship, and had indeed put to sea on the 22nd or 23rd of December last, without anyone knowing whither he would direct his course. Section 10 The captains of the Macao ships that have passed here have related to us that the private ship the Goede Hoop, equipped from Surat to China and belonging to the Honorable Mr. Abraham Josias Sluisken, had been taken on the Whampoa roadstead by Captain John Mackelerij, commanding the English private ship Dadaloij, as soon as he had received news there of the war between England and the Dutch Republic; but that he had returned it upon the orders of the Chinese Government, withholding, however, some gold, pearls, etc., to the value of 150000 rupees; That the aforesaid ship Dadaloij was manned with one hundred and twenty, or as is said by others, with eighty Europeans of all kinds of nations, and an equal number of Moors, and was equipped with forty pieces of cannon, among which some of 12 and 9 lb; That among the eight English ships which, as appears from our respectful letter of 17 October 134, had passed here on 3 September, there were four Company ships but no warships, and that they were all very lightly manned and of little defense; That at the beginning of this month they were to depart together from China and would steer through the Strait of Malacca; That in the month of December a Company ship had arrived in China which, with six others that were still expected there, had sailed from Europe under the convoy of Admiral Johnson; That the trading posts of the Dutch Company in Bengal and Surat had been captured by the English, but that private individuals had retained everything that belonged to them; That news had been received from Manila regarding the surrender of Gibraltar to the Spaniards. Section 11 One of the captains of the said Macao ships, having visited Riau in passing, found there the English private ship The Cicile, likely the same of which mention is made in our humble letter of 7 December 149, manned with forty Europeans and twice as many Moors, commanded by one Teddes, who had come from Bengal with 1500 chests of opium; And from him he learned that a fleet of thirteen stout ships, carrying eight thousand warriors, under the command of the said Admiral Johnson, had intended to call at the Cape of Good Hope, but that, noticing twelve French and eight Dutch warships there, he had sailed to Saldanha Bay and had taken eight of our Company's ships that were lying there unrigged; That from there he had continued his voyage to Madras, and en route had made prize of a richly laden ship of our Company coming from or destined for Ceylon; That at the end of October he had departed with his squadron and troops for Cochin; That at the same time Admiral Hughes had sailed with eight ships to Nagapattinam, and an army of two thousand men had also marched thither to attack that place from the sea and land sides simultaneously. Between the English and the troops of Hyder Ali Khan a bloody battle had occurred, in which the latter had lost twenty thousand men, but the former also, although keeping the battlefield, had lost a considerably large number of men and their best officers. General Hadick had been killed; General Coud had an arm shot off, and General Stuard a leg. The English had also lost many men on the occasion of an uprising caused by the natives in Bengal; and, although they imagined they had captured the chief rebel, tranquility had nevertheless not yet been restored. Section 3/2. We avail ourselves of the opportunity of the vessel of the Captain of the Chinese returning home to Semarang via Batavia, to dispatch this letter with it to Your High Noble Excellencies, in the care of the sailor Fredrik Nijman. While we profess to be, with due respect and high esteem. (Below stood:) High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, and Right Noble, Severe Lords, (lower:) Your High Noble Excellencies' very obedient and faithful servants (was signed) P. P. de Bruijn, A. A. Werndlij, J. A. Heusel, A. Louperus, J. S. Thierens, and R. B. Hoijnck van Papendrecht, (in the margin) Malacca in the Castle, 15 January 1782. [illegible] Agrees
Dutch transcription
129 19 Wat het tin betieft, dat volgens het Contract aan de Compagnie geleverd moet worden, wij hebben den Koning gevraagd, of hetzelve niet met zijne eigen vaartuigen herwaarts zoude kunnen worden overge¬ „bragt ? Bij aldien zijne Hoogheid daar toe mogte inclineeren, zal hij zekerlijk den prijs verhoogd wil„ „len hebben; En dierhalven gebruiken wij de vrijheid van Uwer Hoog-Edelheden in bedenking te geeven, of wij, voor zoo lange het Fort in zijn Rijk niet wordt herbouwd, en de leverancie daar weder geschiedt, dat mineraal niet zouden mogen accepteeren tot den prijs van 34. -. 35. –. of 36. –. Sps. voor de baar van 375. -. lb, om met convenable winsten aan de passeerende Vreemdelingen verkogt te worden, zoo als het is of ongezuiverd, dewijl wij geene smeltpannen meer heb„ „ben, om het te kunnen laaten zuiveren ter ver„ „zendinge voor het Vaderland. ? Wij verzoeken on„ „derdaanigst, dat het Uwer Hoog-Edelheden behaage ons hier op zoo wel met Hoogderzelver geëerde ordres „ bij eerste gelegenheid „te minueeren, als ten aanzien der restauratie van het Perasche Fort, die wij vermeenen niet lang te kunnen worden uitgesteld, om te beletten dat de Boegineeschen in dat Rijk komen nestelen, nadien zij anders niet alleen den tinhandel aan zig zul„ „len trekken, maar ook door uitrustingen ten Zee„ Dat de Capitein van hetzelve zig uitgelaten hadt op het Iapans schip te willen gaan Kruis„ „sen, en ook werkelijk op den 22. of 23. December laastleden in zee gestoken was, zonder dat men wist waarhenen hij zijnen cours rigten zoude„ „roof de straat zoo onveilig maaken, als die nog ooit geweest is. §10 De Capiteins van de Macausche schepen, die hier gepasseerd zijn, hebben ons verhaald, dat het van Souratte naar China geëquipeerd particu¬ „lier schip de Goede Hoop, den E. Mr. Abraham Iosias Sluisken toebehoorende, door Capitein John Mackelerij, voerende het Engelsch particulier schip Dadaloij, op de Wamposche reede genomen was, zoo dra hij er tijding gekregen hadt van den oorlog tusschen Enge„ „land en de Nederlandsche Republiek, dog dat hij het op order van de Chinasche Regeering hadt weder„ „gegeven, met agterhouding egter van eenig goud, paar„ „len enz:, ter waarde van 150'000. -. ropijen; Dat het voorschreven schip Dudaloij met een honderd en twintig, of gelijk van anderen gezegd wordt, met tagtig Europeschen van allerhande natien, en een gelijk getal Mooren, bemand, en voorzien was met veertig stukken Kanons, daar onder eenigen van 12. -. en 9. –. lb. ; „roof Dat 131 Dat onder de agt Engelsche Schepen, die blij¬ „kens onzen eerbiedigen van den 17. October 134 op den 3. September hier gepasseerd waren, zig vier Comps. dog geene oorlogs-schepen bevonden hadden, en dat zij allen zeer ligt bemand en van weinig de fensie waren.; Dat zij met het begin van deeze maand gelij„ „kelijk van China stonden te vertrekken, en door Straat Malacca zouden stevenen; Dat in de maand December in China gearriveerd was een Comps. schip, hetwelk met zes anderen, die 'er nog verwagt wierden, uit Curopa was gezeild, onder het convoij van den Admiraal Tohnson; Dat de Comptoiren van de Nederlandsche Com„ „pagnie in Bengale en Souratta door de Engelschen waren ingenomen, dog Particulieren alles behouden hadden; wat hun toekwam; Dat men van Manilha tijding hadt wegens den overgang van Gibralter aan de Spanjaarden. §11 Een der Capiteins van de gemelde Macausche schepen, en passant op Riouw geweest zijnde, heeft er het Engelsch particulier schip The Cicile gevonden, denkelijk hetzelfde, waar van bij onzen onderdaani„ „gen van den 7. December 149 gesproken wordt,) bemand met veertig Europeers en tweemaal zoo veel Mooren, door eenen Teddes gevoerd, die van Ben„ „gale gekomen was met 1500. –. kisten amfioen: En van deezen heeft hij vernomen, dat een vloot van dertien: Kloeke schepen, daar zig agt duizend Krijgers op bevonden, onder het bevel van den gemelden Admiraal Iohnson, de Caap de Goede Hoop hadt willen aandoen, dog dat hij er twaalf Fransche en agt Nederlandsche oorlogschepen jewaar wordende naar de Sardinibaai was gezeild, en genomen hadt agt van onze Comps. schepen, die daar onopgetuigd Dat hij van daar naar Madras zijne reis hadt voortgezet, en onderwegen prijs gemaakt een van Ceilon komend of derwaarts geitestineerd rijk geladen schip van onze Compagnie Dat hij in het laast van October met zijn esquader en troupes naar Cochim vertrokken was; Dat op denzelfden tijd de Admiraal Hughes met agt schepen naar Nagapatnam was gezeild, en een leger van twee duizend man ook derwaarts gemarcheerd, om die plaats van den zee- en landkant te gelijk aan te lasten. Tusschen de Engelschen en de troupes van Huider Alichan was eene bloedige bataille voorgevallen, waar in de laaste twintig duizend man, dog de eersten lagen; veel ook, ook, schoon het slagveld behoudende, considerabel veel volks en de beste Officieren hadden verloren. De Generaal Hadick was gesneuveld; den Generaal Coud was een arm, en den Generaal Stuard een been af„ „geschoten. De Engelschen hadden mede bij gelegenheid van eenen opstand, door de inlanders in Bengale verwekt, veel volks verloren; En, schoon zij zig verbeeldden den hoofdrebel gekregen te hebben, was de rust eg„ „ter nog niet hersteld. § 3/2. Wij bedienen ons van de gelegenheid dat het vaartuig van den Capitein der Chineeschen op Samarang over Batavia naar huis keert, om daar mede deezen brief aan Uwe Hoog Edelheden af te zenden, onder bestelling van den Matroos Fredrik Nijman. Terwijl wij met verschuldigde eerbied en hoogag„ „ting betuigen te zijn. (onderstond.) Hoog-Edele Groot- Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, (lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoor„ zaame en trouwschuldige Dienaaren (was getekend) P. P. de Bruijn, A: A: Werndlij, J. A. Heusel, A. Lou„ „perus, J. s Thierens en R. B. Hoijnck v: Papendrecht, (in margine) Malacca in het Casteel den 15 Januari 1782. D Ef ouingasten accordeert
English
Separate Batavia To his Honour Mr Willem Arnold Alting, Governor-General, the High-Noble and Right-Honourable Lord, together with the Right-Honourable and Stern Lords, Councillors of the Dutch Indies High-Noble, Right-Honourable and Sovereign Lord, Right-Honourable and Stern Lords, Paragraph 1. I have the honour hereby to inform Your High Honours that the ship Mars, under the flag of the Chief of the Japan Trade, the Honourable Arend Willems Keitz, arrived in sight of this fortress on the 4th of this month and in the Roads two days thereafter; but the letter which I had entrusted to the commanders of the two Company sloops dispatched to Tanjong Boera and returned today was not delivered to his Honour. Paragraph 2. The reason for this will appear to Your High Honours from the report of the master Hermanus Siedenburg and the explanation of the said commanders, enclosed herewith. The former states that at daybreak on the 2nd of this month he saw three vessels lying off the island of Klein Cardamon, which made sail and steered for the Strait of Drioens; that these vessels were at such a great distance from him that neither side could make out any signals; that he nevertheless flew a pennant from the foretop and remained anchored until nine o'clock, expecting that the said vessels would approach him; that he subsequently sailed toward Klein Cardamom, but the aforementioned vessels ran into the Strait of Drioens. The others declare that on 30 December they had departed from the point of Tanjong Boera out of concern for the English ships expected from China, because lying there they would not have been able to escape them; that they had, however, positioned themselves between the said point and Klein Cardamom in such a manner that they retained a clear view of the Strait of Governor; that on the morning of the 2nd of this month, noticing a ship flying a flag from the maintop, they had at first assumed that it was the French ship La Sainte Therese and had therefore remained lying quietly; but that perceiving by daylight that the said top flag and the one on the stern were Dutch flags, they had mistrusted the same, because the ship, although it could see the sloops, made not the slightest signal, nor assured them with a gunshot of the authenticity of the flags displayed, so as to enable them to approach it; that they had consequently looked to their safety by weighing anchor and steering for the Strait of Drioens. I have had to content myself with this explanation, because I had learned from the captains of the Macao ships, which arrived here successively before the ship Mars, that Company cruisers were anchored close to Tanjong Boeroe, and it had also appeared to me from the aforementioned report of Master Siedenburg that he had seen them, but had not made the signal prescribed by Your High Honours' ordinance of 28 June 1781, whereas they were nevertheless not so far from each other but that the cruisers, three hours after weighing anchor, could still hear the salute shots mentioned in the report of Master Siedenburg. Paragraph 3. Upon the arrival of the aforementioned Japan ship, I was minded to let it proceed on its journey to Batavia as soon as the English ships expected from China should have passed here, since at that time I had no other news of them than that they would depart on the 15th or 20th of December; but having learned further from the mouth of Joaquim Joseph Vasques, captain of the Macao ship Sao Joao Nepomuceno which arrived on the 10th of this month, that the departure of those ships had been postponed until the beginning of this month, I would not have delayed the ship Mars a single day longer, had I not at the same time been informed of the plot against that vessel and the already taken departure of Captain Mackelerij, mentioned in today's secret letter. I firmly believe that he will have gone to the Strait of Banca to await the Japan or Malacca ship there, since he cannot know that the latter has returned earlier than usual, and I am therefore of the opinion, as soon as the English ships coming from China have passed here, that the ship Mars, which is in no state of defence against the ship of the said Mackelerij, cruisers
Dutch transcription
Apart Batavia Mr Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Aan zijn Edelheid benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Hoog-Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer Wel-Edele Gestrenge Heeren, § 1. Ik heb de eer van Ewer Hoog Edelheden bij deezen be„ „kend te maaken, dat het schip Mars, onder de vlagge van het Opperhoofd des Iapanschen Handels, den E. Arend Willems Keitz, op den 4. hujus in het gezigt deezer Vesting en twee dagen daar na op de Reede gearriveerd, dog aan zijn E. niet besteld is de brief, welken in den Gezaghebbers van de naar Tanjong Boera affgezonden en heden wedergekeerde twee Comps. sloepen heb medegegeven § 2 De reden daar van zal Uwer Hoog-Edelheden blyken uit het Berigt van den Schipper Hermanus Sieden„ „burg, en de Verantwoording van de gemelde Gezag „hebbers, hier nevens overgaande. De eerste zegt E op den 2. deezer met het aanbreeken van den dag drie vaartuigen onder het eiland Klein Cardamon te Indie en 133 135 te hebben gezien, die zeil maakten en naar straat Drioens stevenden; dat deeze vaartuigen op zoo een verren afstand van hem waren; dat men over en weder geene sernen verken¬ „nen kon; dat hij egter van den voor top een wimpel liet waaijen en tot negen uuren geankerd bleefleggen, in verwagting dat de gemelde vaartuigen hem naderen zouden; dat hij ver„ „volgens naar klein Cardamom zeilde, dog de meergemelde vaartuigen Straat Drioens in liepen. De anderen verklaaren dat zij den 30. December van den hoek van Tanjong Boera waren vertrokken uit bezorgdheid voor de Engelsche schepen, die uit Sina verweght wierden, dewijl zij, daar leggende, hun niet zouden hebben kunnen ontkomen; dat zij zig egter tus„ „schen den gemelden hoek en klein Cardamom zoodanig ge„ „plaats hadden, dat zij een vrij gezigt op straat Gouverneur behielden; dat zij op den 2: deezer in den morgenstond een schip gewaar wordende, het welk eene vlag van den grooten top liet waaijen, eerst vermeend hadden dat hetzelve het Fransche schip la S. Therese was en darom gerust waren blyven leggen„ dog dat zij met den dag bespeurende, dat de gemelde top„ „vlag en die aan den Hor voei Hollandsche vlaggen waren, dezelve mistrouwd hadden, dewijl het schip, schoon het de sloe„ „penzien kon, geen het minste sein deedt, nog met een schoot hun verzekerde van de deugdelijkheid der vertoonde vlaggen, om het dan te kunnen naderen; dat zij derhalven hunne veiligheid betragt hadden met het anker te ligten en naar straat Drioens te stevenen. Ik heb met deeze verantwoor„ „ding genoegen moeten neemen, dewijl ik van de Capiteins der Macausche schepen, die hier successivelyk voor het schip Mars gekomen zijn, vernomen had dat Comp s. kruissers digt bij Tanjong Boeroe geankerd lagen, en mij uit het voorschreven Berigt van Schipper Siedemburg ook gebleken was, dat hij ze gezien, dog het sein niet gedaan hadt, dat kan bij uwer Hoog-Edelheden Ordonnancie van den 28. Iuni 1781 was voorgeschreven, daar zij nogtans net zoo ver van elkan „deren waren, of de kruissers konden drie uuren na het ligten van hun anker de salutschooten nog vellen, waar van in het Berigt van Schepper Siedenburg gesproken wordt. § 3. Bij de komste van het meergemelde Iapansche schip was in willens om hetzelve naar Batavia te laaten reisvor„ „deren, zoo dra de Engelsche schepen, die uit China verwagt worden, hier zouden weezen gepasseerd, alzoo in toen geen ander berigt van hun had, als dat zij den 15: of 20. Decem„ „ber vertrekken zouden; dan uit den mond van Toacuim Joseph Vasques, Capittein van het op den 10. deezer gearriveerde Macausche schip S. Ioan Nepomaceno, na „der verneemende, dat het vertrek van die schepen tot in het begin van deeze maand verschoven was, zoude in het schip Mars geen dag meer opgehouden hebben, indien mij niet te gelik ware kennis gegeven van den aanslag op dien bodem en het vertrek reeds van Capitein Mackelerij, bij den Secree„ „ten brief van heden gemeld. Ik stel vast dat hij naar straat Banca zal weezen, om 'er het Iapans of Malaccas schip in te wagten, dewijl hij niet weeten kan dat het laaste vroeger dan gewoonlyk te eug gekeerd is, en ben derhalven van gedagten, zoo dra de uit Sima komende Engelsche schepen hier gepasseerd zyn, het schip Mars, dat in geen staat van defensie is tegen het schip van gemelden Macre„ kruissers „lerij s
English
artillery, still safely in the open harbor of this Government, to be convoyed by two armed sloops beyond the strait of Sincapoera, in order to steer behind the island of Banca to Batavia, unless further reports should give me enough reassurance to have that vessel return through the strait of Banca. Captain Siedenburg, to whom I made a proposal regarding this, makes not the slightest objection to undertaking the said route, and thinks, if he could not reach Batavia along the same, that he would indeed be able to bring the ship to Cheribon. § 4 While hoping for a favorable approval of this intention of mine, I consider it my duty to further communicate to Your Right Noblenesses that the ship the Johanna Margaretha, about which I had been somewhat concerned at its dispatch, as appears from my letter of 7 December last, § 53, encountered nothing in its way until around Little Cardamom, and has accordingly continued the voyage to Batavia. I remain with all respect and high esteem. (below stood) Right Noble, Highly Respected, Widely-Ruling Lord and Well-Noble, Severe Lords (lower) Your Right Noblenesses' very obedient and bounden servant (signed) P. P. de Bruijn (in margin) Malacca in the Castle, 15 January 1782. Agrees. Right Noble, Highly Respected, Widely-Ruling Lord, and Well-Noble, Severe Lords, To His Nobleness The Right Noble, Highly Respected Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Well-Noble, Severe Lords Councilors of the Netherlands Indies at Batavia § 5 Having come into sight here again on 20 January last, the French private ship la S. Therese, which according to the general letter from me and the Council of 7 December 1781, § 177, had departed to the south on 23 November prior, its Captain Mathurin Barbaron, along with his First Lieutenant, sent me such a report of the action that occurred on this side of the Governor's Strait with four English private ships returning from China, as I have the honor to present herewith to Your Right Noblenesses. § 6 Captain Barbaron, and I with him, thought no otherwise than that the said ships, as soon as they received news that he had steered hither, would hasten to continue their voyage, since they will surely have noticed that la S. Therese was a slow sailer, and therefore could hope that in wider waters than the Governor's Strait they could easily avoid the danger of a second attack. I therefore made him a proposal whether he, being provided with the necessary gunpowder, cannon shot, and rice, which he had requested of me, would be willing to accompany the Company's ship Mars beyond the Governor's Strait? And as this was accepted by him with all readiness, I had delivered to him, under Your Right Noblenesses' favorable interpretation, 1500 lb. of gunpowder, 150 pieces of round shot of 8 lb., and 9600 lb. of rice, against payment, while I fitted out the barque the Geertruida Susanna and a sloop for war, in order to convoy the Company's said vessel with the French ship, fixing their departure, seeing that la S. Therese could not be repaired of the damage sustained before 31 January, for the 1st of this month, although in the meantime one had not heard of the said four English ships, since they might well have passed by night, or even by day so far from here that one could not see them, and it also seemed to me completely improbable that they, who could not hold out in the fight against a single ship, would venture to engage against four sails, if they should indeed encounter them. § 7 But on 30 January I received report through an express messenger whom I had sent to Riouw that the said four English ships had arrived there, and were still lying there on the 27th prior; that the captains of those vessels had sent a small native vessel with three Englishmen hither to spy on the roadstead; that they had requested the Regent Radja Hadjie to remain lying in his harbor if they should obtain news that there were more ships here than the French ship; that Radja Hadjie had granted them the same; that besides those four ships another one was found there, which was laden with opium. Captain Barbaron, then consulted by me concerning the execution of my intention for the dispatch of the ship Mars, declared outright that owing to the unruliness of his crew and the heaviness of the Company's ship's crew, he could not promise me to save the latter if all the repeatedly mentioned four ships should encounter them in the Governor's Strait and resume the battle, since they had maneuvered very well in the aforesaid action; that the danger would be all the greater if the fifth ship, which lay inside the harbor of Riouw, and the English ship that on the night of 23 January had hailed a Macao vessel before this roadstead and two days later was seen by another Macao vessel around the island of Little Cardamom, should join them; that on the other hand, if he encountered one or two of the said vessels, should they wish to engage in a fight, he would not only look after the preservation of the Company's ship, but even dared to assure himself that they would be prizes. § 8 Shortly after this conversation, a letter was brought to me by the Captain of the Burgher Guard Abraham de Wind from three
Dutch transcription
Mpart „lerij, nog veilig in de open haven deezes Gouvernements, door twee gearmeerde sloepen tot buiten de straat Sincapoera te laaten convoijeeren, om agter het eiland Banca om naar Batavia te stevenen, ten zij nadere berigten mij gerustheid genoeg mogten geeven om dien bodem door Neart Banca te laaten retourneeren. Schipper Siedenburg, wien in daar een voorstel van gedaan heb, maart de minste zwaarigheid niet om de gemelde route te onderneemen, en denkt, zoo hij langs dezelve Batavia niet bereiken kon, dat hij het schip wel naar Cheribon zoude kunnen brengen. § 4 Terwijl in eene gundtige goedkeuring van dit mijn voornee„ „men verhoopende, het van mijnen pligt agte uwer Hoog- Edel„ „heden nog te communiceeren, dat het schip de Iohanna Margaretha voor het welke in bij dies depeche, blykens mijnen brief van den 7. December laastleden §53 wat bekommerd ben geweest, tot omtrent klein Carda„ „mom niets in zijnen weg ontmoet, en over zulks de reize naar Batavia voor 'tgezet heeft. Ik blyff met alle eerbied en hoogagtting. (onderstond/ Hoog Edele Groot= Agtbaare Wydgebiedende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren /lager/ Uwer Hoog-Edelhedens zeer gehoorzaamen en trouwschuldigen Dienaar /getekend/ P. P. de Bruijn / in margine/ Malacca in het Casteel den 15. Januari 1782 Accordeert § 5 Op den 20. Ianuari laastleden hier weder in het ge„ „zigt gekomen zynde het, volgens den gemeenen brief van mij en den Raad van den 7. December 1781, § 177, op den 23. No„ „vember bevoorens naar de zuid vertrokken Fransche parti„ „culiere schip la S. Therese, heeft dies Capitein Mathurin Barbaron met zijnen Eersten Luitenant mij zoodanig een Relaas toegezonden van de aan deeze zyde van de straat Gouverneur voorgevallen actie met vier van China retour nee„ „rende Engelsze particuliere schepen, als in de eere heb uwer Hoog-Edelheden hier nevens aan te bieden. §6 Capitein Barbaron, en in met hem, dagten niet anders, of de gemelde schepen zouden, zoo dra zij tijding kree„ „gen dat hij herwaarts gestevend was, zig haasten om hunne reize voort te zetten, dewijl zij wel zullen hebben opgemerkt dat la: S. Therese een traage zeiler was, en over zulks ver„ „hoopen konden, dat zij in een ruimer vaarwater, dan de straat Gouverneur, het gevaar van een tweeden aanval lig„ „telyk zouden kunnen ontwijken. Ik deed hem derhalven Hoog-Edele Groot- Agtbaare Widgebiedende Heer, en d Wel-Edele Gestrenge Heeren, Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Aenold Alting, Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie J Saumgarten klee eenen Batavia 139 eenen voorslagn, of hij, met het benoodigde Kruid, scheep, en rijst, daar hij mij om verzoeht hadt, voorzien zijnde, Comp:s schip Mars tot buiten de Straat Gouverneur verzellen wilde ? En alzoo dit door hem met alle volvaardigheid aangenomen wierdt, liet in hem, onder Uwer Hoog Edel „heden gunstige welduiding, 1500. –. b. kruid, 150. –. ps. rondscherp van 8. –. lb. en 9600. –. lb. eijss, voor betaaling verstrekken, terwijl in de bark de Geer truida Susanna en een sloep ten oorloge toerustte, om met het Fransche schip Comps. gemelden bodem te convoijeeren, bepaalende hun vertrek, gemerkt la S. Therese niet voor den 31. Januar van de geleden schade hersteld kon worden op den 1. deezer, schoon men intusschen de gemelde vier Engelsche schepen niet verneemen moete, dewijl zij wel bij nagt, off zelfs bij dag zoo verre van hier, konden weezen gepasseerd, dat men ze niet zien kon, en het mij ook gansch niet waarschijnlyk voorkwam, dat zij, die het gevegt tegen een enkeld schip niet hebben kunnen uithouden, het waagen zouden tegen vier zeilen te slaan, indien zij hun al onsmoeten mogten. §7 Maar op den 30. Ianuari kreeg in door een Expre „se, dien in naar Reouw gezonden had, berigt dat de gemelde vier Engelsche schepen daar waren aangekomen, en op den 27. bevoorens daar nog lagen; dat de Capi„ „teins van die kielen een klein inlandsch vaartuig met drie Engelschen herwaarts gezonden hadden om de reede te bespieden; dat zij den Regent Radja Hadjie verzog, t haden om in zijne heven te blyven leggen, indien zij tijding mog„ „ten erlangen, dat hier meer schepen waren, dan het Fransche schip; dat Radja Hadjie hun hetzelve hadt „ toegestaan; dat behalven die vier schepen 'er nog een gevonden wierdt, hetwelk met amfroen beladen was. Capi„ „tein Barbaron, toen door mij geraadpleegd over de exe„ „cutie van mijn voorneemen tot de depeche van het schip Mars, verklaarde ronduit, dat hij wegens de ongema„ „nierdheid van zyn en de zwarheid der equipage van Comps. schip mij niet belooven kon het laaste te sauveeren, indien alle de meergemelde vier schepen hun in straat zou„ „verneur mogten tegenkomen en het gevegt hervakten, ver„ „mits zij in de voorschreven actie zeer wel gemanoeufreerd hadden; dat het gevaar te grooter zoude zyn, indien het vyfde schip, dat binnen de heven van Riouw lag, en het Engelsch schip dat op den 23. Ianuari in den nagt een Ma„ „cauer voor deeze reede gepreid hadt en twee dagen laater door eenen anderen Macauer omtrent het eiland Klein Cardamon gezien was, zig bij hun voegen mogten; dat hij daarentegen & een of twee van de gemelde kielen ontmoede, zoo zij zien in een gevegt wilden engageeren, niet alleen voor het behoud van Comp s. schip zorgen zoude, maar zig zelfs ook verze„ 8 „keren durfde dat zij prijs zouden weezen. § 8 kort na dit gesprek wierdt mij door den Capitein der Burgerije Abraham de Wind een brief gebragt van drie eenen
English
a trustworthy Malay, who has friends and relatives here, but is in the service of the Regent of Riouw, containing among other things that Captain Mackelerij would wait in Strait Lima until the last day of Ianuari for the ship coming from Iapan, and then go in search of it; as will appear to Your High Mightinesses from the translation of that remarkable letter enclosed herewith. § 9 All of which, although the orders regarding the Iapanese ship were given to me in particular, was nevertheless considered on the 31st of Ianuari with my Council on account of the importance of the matter; and having further considered that it was no less hazardous to keep the ship Mars with its rich cargo in the roadstead than to dispatch it to Batavia at this time, since the English ships appeared one after another in this strait, and those among them that were fitted out as privateers, like that of Captain Mackelerij, might at times dare to come and attack the aforementioned ship in the roadstead itself, without it being possible to prevent this effectively with the guns of the Fortress or with those of our vessels, whereas, on the contrary, once that bottom is discharged of its cargo and placed in a defensible state, it would have no need to fear any two such ships as have shown themselves in this strait up to now; we therefore unanimously decided to have the ship Mars unloaded with the utmost speed, in order subsequently, if it can then be done with less anxiety than now, to send it in ballast to Battavia, but otherwise to equip it for war as best we can, in order to cruise for passing English keels in the vicinity of this Fortress, together with the aforementioned French ship and the bark de Geertruida, until Your High Mightinesses' further orders. The Iapanese Servants, with whom I had spoken about this beforehand, fully agreed with me in this, and assured me that by unloading the ship Mars, no shortage of bar copper would be caused at Batavia, since there was still a sufficient supply of it there for shipment to the West of India. I therefore hope that Your High Mightinesses will favorably approve this decision of ours for the urgent reasons adduced, or at least do me the justice to believe that, in answering to Your High Mightinesses' honored intention by secret missive of 14 Iuli 1780 and to my duty, I could devise nothing more useful for the security and preservation of the Company's ship and its cargo. § 10 As regards the Iapanese provisions, I have caused 135 balies to be handed over to the bearer hereof, according to the Bill of Lading drawn up thereof, and shall send the remaining 179 balies to Your High Mightinesses with the sloop which I must send to Batavia if the ship itself cannot be dispatched. § 11 The Chief Teith is in far too sickly and weak a condition to depart with a sloop; but to the remaining Iapanese Servants I shall give the choice whether they wish to embark thereon, or rather remain here until a better opportunity. § 12 The English Company's ships had not yet sailed from China on the 11th of Ianuari, according to the report of a Macanese who arrived here on the 27th. And regarding the English ship mentioned in the Secret letter from me and the Council of the 15th of that month, § 10, which had appeared there in the month of December, I am further informed by him that it had touched at Bancahoeloe and had brought with it two Dutchmen as prisoners of war, without his being able to tell me where they had been taken prisoner. But if I may believe the news received here via a Menangkabau on Riouw and by my aforementioned Express, that the English have taken Padang, they will certainly be two Company Servants of that factory. § 13 I have also learned from someone who arrived here a few days ago from Atchin that, three months ago now, twenty English ships and lesser vessels had been there and, after having refreshed themselves, had departed again, setting their course west of Sumatra. § 14 In addition to the papers mentioned herebefore, and a copy of the Iapanese Invoice, I take the liberty of also presenting herewith to Your High Mightinesses the Formal Request for cash and other necessities for the year 1783 with a humble request for the complete fulfillment thereof; while with respect to the requested 400 lasts of rice, I refer to my submissive of 7 December 1781. For the rest, I have the honor to remain with all high esteem, /was written below/ High Noble Great-Honorable Far-Commanding Lord and Right-Honorable Stern Lords, /lower/ Your High Mightinesses' very obedient and bounden Servant, /signed/ P. F. de Bruijn /in the margin was written/ Malacca in the Castle, 7 Februari 1782. Agrees, V Srengarken
Dutch transcription
141 eenen geloofwaardigen Maleijer, die hier vrienden en maagen heeft, dog in dien st van den Regent van Riouw is, behelzende onder anderen, dat Capitein Mackelerij in straat Lima tot den laasten Ianuari zoude wagten op het van Iapan komend schip, en dan hetzelve gaan opzoeken; zoo als Ewer Hoog-Edelheden dat blijven zal bij het Translaat van dien e opmerkelyken brief deezen bijgevoegd § 9 Al hetwelke, schoon de orders met betrekking tot het Iapansche schip aan mij in het bij zonder gegeven waren, uit hoofde van de aangelegenheid der zaake nogtans op den 31. Ianuari met mijne Raaden overwogen, en daar benevens geconsidereerd hebbende, dat het niet minder zorgelyk was het schip Mars met zyne rijze laading op de reede aan te houden, dan hetzelve in deezen tyd naar Batavia te de„ „pecheeren, dewijl van de Engelschen het een schip voor en het ander na in deeze straat verscheenen, en die van dezelven te kaap uitgerust waren, gelijk dat van Capittein Mackelerij, som tijds onderstaan konden het voorschreven schip op de reede zelf te komen aanzanden, zonder dat men zulks met het geschut van de Forteesse of met dat van onze vaartuigen efficacieuselijk zoude kunnen keeren, daar die bodem in tegendeel; van zyne laading gede„ „chargeerd en in een weerbaaren staat gebragt zynde, voor geen twee zulke schepen, als tot nu toe zig in deeze straat hebben laaten zien, behoefde te vreezen; zoo beslooten wij een paa„ „riglik het schip Mars ten allerspoedigsten te doen ont„ „laaden, ten einde hem vervolgens, indien het dan met minder bekommering als nu geschieden kan, ballastscheeps naar Battavia te zenden, dog anders zoo goed wij het kunnen ten oorloge te equipeeren, om met het meergemelde Fransche schip en de barr de Geertruida in de nabijheid deezer Vesting, tot uwer Hoog-Edelheden nader order, te kruissen op de pas„ „seerende Engelsche kielen. De Iapansche Bedienden, welken ik bevoorens daar over gesproken had, waren in dee„ „zen het volkomen met mij eens, en verzekerden mij dat door de ontlaading van het schep Mars, geen gebrek aan staafka„ „per op Batavia zoude worden verwekt, dewijl van hetzelve nog een genoegzaame voorraad daar was ter verzendinge naar de West van Indie. Ik hoop derhalven dat uwe Hoog-Edel„ „heden ditt ons besluit om de bijgebragte dringende redenen gun„ „stieglik zullen goedkeuren, of mij ten minsten het regt doen van te gelooven, dat in, om aan uwer Hoog-Edelheden geëerde intentie bij secreete missive van den 14. Iuli 1780 en mijnen pligt te beantwoorden, niets nuttiger tot zekerheid en behoud van Comps. schip en dies laading heb kunnen uitdenken. § 10 Wat de Iapansche provisien belangt, in heb brenger deezes 135. –. balies ter handen doen stellen, blyvens het daer van opgemaakt Cognoscement, en zal de overige 179. –. balies met de sloep, die in, zoo het schip zelf niet gedepecheerd kan worden, naar Batavia moet zenden, Uwer Hoog-Eel„ „heden laaten toekomen. § 11 't Opperhoofd Teith is in veel te ziekelijken en zwan„ „ken toestand om met eene sloep te vertrekken; dog aan de overige Iapansche Bedienden zal in het in hunne keuze geeven, of zij zig daar op embarqueeren, dan wel hier tot betere gelegenheid vertoeven willen § 12 De Engelsche Comps. schepen waren den 11. Ianuari nog niet van China gezeild, volgens het Be„ schip „ En wegens het bij den Secreeten brief van mij en den Raad van den 15. dier. maand § 10 vermeld Engelsch schip, E dat in de maand December daar was opgedaagd, ben ik door hem nader onderrigt, dat hetzelve Banca„ „hoeloe aangegierd en mede gebragt hadt twee Hollanders als krijgsgevangenen, zonder dat hij mij wist te zeggen . waar zij krijgsgevangen gemaakt waren? Dog, indien ik de met een Manicaber op Riouw en met mijnen voorgemelden Expresse hier ontvangen tijding, dat de Engelschen Padang ingenomen hebben, gelooven mag„ zullen het zekerlijk twee Comps. Dienaaren van dat Comptoir weezen. „rigt van een Macauer, die hier op den 27. geerriveerd is § 13 Ook heb in van iemand, die voor weinige da„ „gen van Atchin hier gearriveerd is, vernomen dat, nu drie maanden geleden, twintig Engelsche schepen en mindere vaartuigen daar geweest, en, na zig ververscht te hebben, weder vertrokken waren, den cours stellende bewesten Sumatra. § 14 Behalven de hier vooren gementioneerde be„ „scheiden, en een afschrift van de Iapansche Factuur gebruik in de vrijheid van twee Hoog-Edelheden hier nevens nog aan te bieden den Formeelen Eisch van contanten en verdere benoodigdheden voor het jaar 17 8/3 met oov„ „moedig verzoek van dies compleete voldoening; terwijl ik mij met opzigt tot de gevraagde 400. –. lasten Ik heb voor het overige de eere van met alle hoogagting te blyven, /onderstond/ Hoog-Edele Groot- Agtbaare Wydgebiedende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren, (lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoor zaa„ „men en Vrouwschuldigen Dienaar (getekend) P. F. de Bruijn /in margine sond/ Malacca in het Casteel den 7. Februari 1782 rijst gedraag aan mijnen onderdaanigen van den 7. December 160. Accordeert V Srengarken rys 143
English
After this, I make known to Lambij Lembron the true news that I possess. The Dutch and English cannot be reconciled with one another again, for the Dutch have been too severely ruined by the English. The English Captain Glas, who arrived here from Canton, told me for the absolute truth that a large ship under the command of Captain Machelerij, manned with one and a half hundred Europeans and carrying forty cannons, is waiting in the Lima Strait for a Company ship coming from Japan; that this ship will remain there until the end of this month and will then seek out the same (Company ship) as far as possible. Regarding Malacca, Captain Has imparted to me for the absolute truth that the English would come to Malacca within two to three months in order to conquer it, and if they might not come within that time, then in the coming year; that by means of a pontoon bridge of planks, they would land with the artillery outside the Introduction. Written by Intje Camies at Riouw to the Ientief Sembron Baitinade Poele at Malacca, in so far as it contains any news. Translation of a Malay Letter Tranquera's 145 Secret Batavia Tranquera's gate, as the combined English merchants had too great an inclination to obtain possession of Malacca. Such are the reports from Captain Plas; furthermore he says that they will first attack Malacca, subsequently Ambon, and then the land of Java, but of Batavia he did not speak. Furthermore he says that when they have taken Malacca into possession, Riouw will come to ruin, as they would transfer all trade to Malacca. Captain Geddes has been on Riouw for three months without conducting any trade; he was ordered to depart, but he will not. I make all this known to Jambij Sembrong in order to inform my Lord Abraham (de Wind) thereof, to greet him on my behalf, and to say that above all he should not let the mentioned matters slip from memory. Translated Malacca, 30 January 1782. (below was) by me (signed:) C. P. Baumgarten First Sworn Clerk. Section 13. Although the reports that we have the honor of supplying hereby to Your High Noble Lordships do not require secrecy, we have nevertheless, since they contain the continuation of matters that were dealt with in our previous secret and separate letters, deemed it necessary to proceed in the same manner in order to convey them in proper connection to Your High Noble Lordships, and trust therefore also that this will be received well by us. Section 14. The farthest and largest battery on the north side of the fortress, mentioned in our letter of 7 December, and the redoubt on the so-called Friesche Berg are already completed, along with a redoubt on the summit of Bouquitchina, around the outside of which on the slope of that mountain an entrenchment is now being made, in order High Noble, Most Honorable, Far-Ruling Lord, Right Noble and Severe Lords, To His Nobility, The High Noble, Most Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, along with The Right Noble and Severe Lords, Councillors of the Dutch East Indies [illegible] Agreed the 147 149 to be able to defend its base at the avenues with small arms. Section 15. In our secret Resolution of 21 December are cited the reasons that moved us to abandon now the cuttings proposed in the report inserted in the Resolution of 25 August and then approved, but instead to have two others made, which it was judged could be undertaken with less expense and greater utility. And accordingly, one is actually at work on one of them, which will have the length of thirty-five rods and run continuously from the moat of the city line past the gate of Tranquera all the way to the seashore; however, the bastion that we at the same time approved to be thrown up between the bulwark of Tranquera and the first demi-bastion of the said line is nearly perfected. Without this moat and fortification on that side, the city would lie almost exposed to the enemy who, having landed outside there, marched up against it, considering that the bulwark of Tranquera alone cannot cover it, and the city line is not a work capable of withstanding the attack of a European enemy. We have therefore had hand set to the last-mentioned works without delay; yet, as the costs of a strictly necessary stone revetment on this side and plank revetment on the other side of the moat appeared likely to run to higher expenses than had been estimated, it was resolved in the session of 8 February, for the support thereof, to have the owners of the houses in the Castle and the city, as well as of the houses and gardens outside it (atap huts or sheds excepted), contribute the rent of two months, but from the owners of the houses and gardens which they themselves inhabit, as much as can be reckoned for rent, according to the valuation of the Members of our Assembly Thierens and Hoijnck van Papendrecht, who are commissioned for that purpose. Section 16. The hardness of the ground on that side of the Castle moat where the palisades are currently being driven in has so delayed the progress of that work that, contrary to our previous expectation, it will take another month. Section 17. In the meantime, we are having a regular height given to the faussebraye along the moat, and shall have a ravelin constructed at the end of it to cover the land gate, just as was done at the beginning thereof to support the defense of point Victoria. Section 18. In addition to the native troops whom we, as appears from Section 45 of our said letter of 7 December, had resolved to take into service, we have since, according to our Resolution of the 29th of that month
Dutch transcription
Na zulks maak ik Lambij Lembron bekend het ware nieuws hetwelk ik hebbe. De Hollanders en Engelschen Kunnen met el„ „kanderen niet weder verzoent worden, want de Hollanders zijn door de Engelschen te zeer bedorven. De van Canton hier gearriveerde Engelsche Capitein Glas heeft mij voor de opregte waarheid verteld, dat er een groot schip onder commando van Capitein Machelerij, bemant met een en een half honderd Europeers en hebbende veertig kanonnen, in straat Lima wagt, op een van Iapan komend Comps schip; dat dit schip tot het einde van deeze maand daar zal vertoeven, en dan hetzelve (Comps. schip) naar mogelijkheid zal opzoeken. Ropens Malacca heeft Capitein Has mij voor de opregte waarheid bedeeld, dat de Engelschen bin„ „nen twee â drie maanden naar Malacca zouden komen om het te veroveren, en als zij binnen dien tyd niet mogten komen, dan in het aanstaan„ „de jaar; dat zij door middel van een schipbrug van planken, met het geschut buiten de Inleiding. geschreven door Intje Camies te Riouw aan den Ientief Sembron Baitinade Poele te Malacca, voor zoo verre dezelve eenig nieuws ver„ „vat. Translaat Maleitsche, EMissive Pranquera's 145 Secreet Batavia Sianqueraas poort zouden landen, dewijl de gezaa„ „menlijke Engelsche Traffiquanten te groote genegen„ heid hadden om possessie van Malacca te krijgen. Dusdanig zijn de berigten van Capi„ lein Plas; nog zegt hij, dat zij eerst Malacca, ver„ volgens Ambon, en dan het land Iava zullen aantasten, maar van Batavia heeft hij niet gesproken. Wijders zegt hij, dat wanneer zij Malacca in bezit genomen hebben, Riouw te niet zal loopen, dewijl zij alle Negotie naar Malacca zouden overbrengen. Capitein Geddes is drie maanden op Riouw zon„ „der eenige negotie te drijven, hem is geordonneerd te vertrekken maar hij cwil niet. Ik maak Jambij Sembrong dit alles bekend om mijn Heer Abraham (de Wind) daar van te verwittigen, hem van mij„ nentwegen te groeten, en te zeggen dat hij voor al; het gemelde niet uit het geheugen laat gaan. Getranslateerd Malacca den 30. Januari 1782. (onderstond) door mij (getekend:) C. P. Baumgarten E. G. Klerk. § 13. Schoon de berigten, die wij ons de eere geeven van Uwer Hoog-Edelheden bij deezen te suppediteeren, geene geheimhouding vereischen, hebben wij egter, dewijl zij in zig begrijpen het vervolg dan zaaken, die bij onze voorige secreete en aparte brieven verhan„ „deld zijn; vermeend daar mede inzelfder voegen te moeten voortgaan omze in eene behoorlijke connex„ „ie Uwer Hoog-Edelheden te doen toekomen, en vertrouwen, daarom ook dat dit ons wel opgenomen zal worden. § 14. De verste en grootste batterij aan den Noord„ hant van de Fartresse, bij onzen brief van den 7. December gemeld, en de redoute op den zoo genaam„ „den Frieschen berg zijn leeds voltooid, benevens eene redoute op den top van Bouquitchina, bui„ „ten om dewelke aan het afhangen van dien berg nu een retranchement gemaakt wordt, ten einde Hoog Edele Soot=s Agtbaare Wijdgebiedende Heer, Wel Edele Gestrenge Heeren, Aan zijn Edelheid. Den Hoog -Edelen Groot Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting, Gouverneur GeKiraal benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren, Raaden van Nederlands Indië J V oringaten Accordeer den 147 149 den voet deszelven aan de avenues met het klein geweer te kunnen defendeeren. §15. Bij onze secreete Resolutie van den 21. December staan de redenen aangehaald, die ons be„ wogen hebben om van de doorgraavingen, bij het ter Resolutie van den 25. Augs. geinsereerd berigt ge„ „proponeerd, en toen goedgekeurd, nu af te zien, dog laaten daarentegen twee andere te „ maaken, welke men oor„ „deelde met minder kosten en meerder nut te kunnen ondernomen worden. En dienvolgens is men aan een daar van, welke de leugte van vijf en dertig roeden zal hebben en doorloopen van de gragt der stads-linie af voorbij de poort van Tranquera tot aan het Zeestrand, werkelijk bezig, dog het bastion dat wij te gelijk goedgevonden tusschen het bolwerk van Tanquera en het eerste halve bastion van de gemelde Linie op te werpen, is ten naasten bij geper„ „fectioneerd. De stad zoude zonder deeze gragt en versterking aan dien hant bijkant bloat leggen voor den vijand, die daar buiten geland zijnde tegen dezelve kwam aanrukken, gemerkt het bol„ „werk van Franquera alleen haar niet kan dekken, en de Stads-linie geen werk is, bestand tegen den aanval van eenen Europeschen vijand. Wij heb„ „ben daarom aan de laastgemelde werken, zouden uitstel de hand doen slaan, dan vermits de kosten van eene volstrekt noodige steenen be„ § 17. Ondertusschen laaten wij aan de fausse-braije langs de gragt eene regelmaatige hoogte geeven, en zullen aan het eind van dezelve zoo wel een ravelijn laaten aanleggen, om de landpoort te dekken, als aan het begin daar van gedaan is tot ondersteuning der defensie van de punt Victoria D18. Behalven de inlandsche troupes, die wij, blij„ „keus §45. van onzen gemelden brief van den 7. Decem„ „ber, besloten hadden in dienst te neemen, hebben wij sedert, volgens onze Resolutie van den 29. dier khoeijing aan deeze en planken beschoijing aan geene zijde van de gragt op hooger Kosten scheenen te zullen loopen als men gegist hadt, ter sessie van den 8. Februari geresolveerd tot support van dezelve door de eigenaars van de huizen in het Casteel en de stad, mitsgaders van de huizen en zuinen daar buiten, Catappen pedakken of kussen uitgezonderd,) te laaten opbrengen de huur van twee maanden, dog door de eigenaars van de huizen en tuinen welken zij zelfs bewoonen, zoo veel voor huur gere„ „kend kan worden, naar de taxatie van de Leden on„ „zer Vergaderinge Thierens en Hoijnck van Papendrecht, die daar toe gecommitteerd zijn. § 16. De hardigheid van den grond aar die zijde van de Casteels gragt, daar de pallisaaden tans inge„ „heid worden, heeft den voortgang van dat werk zoo „danig vertraagd, dat het daar mede tegen onze voorige verwagting nog wel een maand zal aanloopen Schoeijing maand
English
month, still recruited so many that the Malays now consist of five companies, each of one hundred and nine men, the officers included therein, and of the Chinese such a company is also presently at full strength, while the Gentus, with their officers, make up a total of sixty-three men. The latter do duty in the Castle, and the remainder are employed to garrison the redoubts thrown up on the south and north sides thereof; while some of the Malays have also been placed on the ship Mars, as we shall report further. But, since the recruitment of these men would not proceed smoothly without the pay of the officers being increased, we have, altering the arrangement cited in the aforementioned paragraph 45 of our letter, allocated to each: Captain: 15 rix-dollars Lieutenant: 12 rix-dollars, and Ensign: 10 rix-dollars on this condition nevertheless, that they would not enjoy that pay until after their companies were completed to the specified number of one hundred and nine men; as will further appear to Your High Excellencies from our aforesaid resolution of 29 December. Paragraph 19. Concerning the circumstances of the shameful surrender of the Company's fort at Pera, an accurate account is now presented to Your High Excellencies. Of the garrison, two soldiers with a corporal remained there, according to our instructions, and arrived here successively: 1 assistant surgeon, 2 corporals, 1 gunner, 1 drummer, 16 soldiers, and 9 native gunners, together with 5 European and 10 Chinese sailors from the penjajap de Bestendigheid; but on the other hand taken along by the English were the treacherous commander Meijer, the commander of the aforementioned penjajap Iacob Ibsen, a gunner's mate, four private soldiers, and five European sailors. The sergeant jumped into the sea from the English ship and drowned. Paragraph 20. The King of Pera does not seem well pleased with our decision to await Your High Excellencies' order regarding the restoration of the aforesaid fort, saying in his letter of 16 January that his realm and the mouth of the river now lie open, like a house without a door or fence, and that he will not be able to guard against the smuggling of tin for longer than a month or two, since even at the time when the Company maintained a garrison there, they could not entirely prevent it.
Dutch transcription
maand, nog zoo veel aangeworven, dat de Maleijers, nu bestaan in vijf Compagnien, ieder van een honderd negen man, de Officieren daar onder gerekend, en van de Chineeschen ook eene zoodanige Compagnie bij hans voltallig is, mitsgaders de Tectieven, met hunne Officieren een getal van drie en zestig man uitmaaken. De Laatsten doen dienst in het Casteel, en de overigen worden tot bezetting van de aan de Zuid- en Noordzijde van hetzelve opgeworpen redoutes geëmploijeerd; terwijl van de Malijers ook eenigen op het schip Mars geplaatst zijn, gelijk wij nader melden zullen. Maar, nadien het met de woer„ „ving deezer manschappen niet regt heeft willen vlotten, zonder dat de besolding der Officieren verhoogd wierdt, hebben wij, met alteratie van de in de gemelde 45 I van onzen brief aangehaalde schikking, toegelegd aan ieder Capitein. rd s 15. . . . „ 12. —. en Luitenant. Vaandrig onder dit beding nogtans, dat zij die besolding niet eer genieten zouden, dan na dat hunne compagnien geaccompleteerd waren tot het bepaald getal van een honderd negen man; gelijk Uwer Hoog-Edel„ „heden zulks nader blijken zal bij onze voorschreven Resolutie van den 29. December. §19. Wegens de omstandigheden der schandelijke overgaave van Comps. Fort te Pera wordt Uwer Hoog Edelheden tans een nauwkeurig Verhaal aangeboden. Van de Bezettelingen zijn twee soldaaten met een - - . „ 10. —. §20 De Koning van Pera, schijnt niet wel te vrede met ons besluit, om tot de herstelling van het voorschreven Fort Uwer Hoog-Edelheden order in te wagten, zeggende in zijnen brief van den 16. Ianuari, dat zijn Rijk en de mond der ri„ „vier nu open leggen, gelijk een huis zonder deur of pagger, en dat hij niet langer dan een maand of twee tegen de Sluikerijen in tin zal kuunen waaken, nadien zij zelfs ten tijde dat de Com„ „pagnie 'er eene bezetting gehad heeft niet geheel Corporaal daar verbleeven, volgens onze aanschrijving Een successivelijk hier aangekomen 1 Onderchirurgijn, 2 Corporaals, 1 Canonnier, 1 Jamboer 16=' Zoldaaten, en 9 inlandsche Busschieters, benevens 5 Europesche en 10 Chineesche Matroozen van de pantjallang de Bestendigheid; dog daarentegen door de Engelschen medegenomen den trouwloozen Commandant Meijer, den Gezaghebber van de gemelde pantjallaag Iacob Ibsen, een Constapelsmaat, vier gemeene Militairen, en vijf Europesche Matroozen. De Sergeant is van het Engelsche schip in zee gesprongen en verdronken. Corporaal hebben . : : 151 maand, nog zoo veel aangeworven, dat de Maleijers nu bestaan in vijf Compagnien, ieder van een honderd negen man, de Officieren daar onder gerekend, en van de Chineeschen ook eene zoodanige Compagnie bij hans voltallig is, mitsgaders de Jentieven, met hunne Officieren een getal van drie en zestig man uitmaaken. De Laatsten doen dienst in het Casteel en de overigen worden tot bezetting van de aan de Zuid- en Noordzijde van hetzelve opgeworpen redoutes geëmploijeerd; terwijl van de Malijers ook eenige op het schip Mars geplaatst zijn, gelijk wij nader melden zullen. Maar, nadien het met de roer„ „ving deezer manschappen niet regt heeft willen vlotten zonder dat de besolding der Officieren verhoogd wierdt, hebben wij, met alteratie van de in de gemelde 45 1 van onzen brief aangehaalde schikking, toegelegd aan ieder Captitein.. rd:s 15. . . . „ 12. —. en Luitenant Vaandrig onder dit beding nogtans, dat zij die besolding nie„ eer genieten zouden, dan, na dat hunne compagnie geaccompleteerd waren tot het bepaald getal van een honderd negen man; gelijk Ulwer Hoog- Edel „heden zulks nader blijken zal bij onze voorschreven Resolutie van den 29. December. §19. Wegens de omstandigheden der schandelijke overgaave van Comps. Fort te Pera wordt Uwer Hoog Edelheden tans een nauwkeurig Verhaal aangeboden Van de Bezettelingen zijn twee soldaaten met een . . „ 10. —. § 20 De Koning van Pera schijnt niet wel te vrede met ons besluit, om tot de herstelling van het voorschreven Fort Uwer Hoog-Edelheden order in te wagten, zeggende in zijnen brief van den 16. Ianuari, dat zijn Rijk en de mond der ri„ „vier nu open leggen, gelijk een huis zonder deur of pagger, en dat hij niet langer dan een maand of twee tegen de Sluikerijen in tin zal kuunen. waaken, nadien zij zelfs ten tijde dat de Com„ „pagnie 'er eene bezetting gehad heeft niet geheel Corporaal daar verbleeven, volgens onze aanschrijving, en successivelijk hier aangekomen 1 Onderchirurgijn, 2 Corporaals, 1 Canonnier 1 Jamboer 16= Zoldaaten, en 9 inlandsche Busschieters, benevens 5 Europesche en 10 Chineesche Matroozen van de pantjallang de Bestendigheid; dog daarentegen door de Engelschen medegenomen den trouwloozen Commandant Meijer, den Gezaghebber van de gemelde pantjallaag Iacob Ibsen, een Constapelsmaat, vier gemeene Militairen en vijf Europesche Matroozen. Dee Sergeant is van het Engelsche schip in zee gesprongen en verdronken. Corporaal hebben . 1 ..
English
could have been prevented. We answered him that we did not doubt we would shortly receive the order requested from Your High Mightinesses, and that in the meantime we would be ready to come to his assistance whenever any destructive plots might be forged against him, while nevertheless admonishing him to be mindful of his own safety, to counter the illicit trade in tin as much as possible, and especially to cut off any opportunity for the English to enter into any negotiations with him or his Nobles. Paragraph 21. Although the King, in response to our question of whether the tin could not be transported hither with his own vessels, expresses himself in this melancholic manner: that the people of Perak cannot cross the sea, and also do not know whether it will turn out well or ill with them; nevertheless, a quantity of 2391 lbs. was brought here by one of his subjects, who at the same time requested that we pay more for it than was stipulated in the Contract. And as we not only found this reasonable, but also feared that by not condescending to this, or by postponing the price increase until we had authorization for it, we would obtain no more tin by that route, we resolved, so long as the Fort there is not restored, to pay thirty-four Spanish reals for every bahar of tin that the inhabitants of Perak deliver here, in order to encourage them in that supply, trusting that Your High Mightinesses will favorably deign to approve this. Paragraph 22. Upon the King's notification in his aforementioned letter that Lieutenant Meijer owed His Highness 351 pieces of reals on account of the duty on the tin, it was resolved to pay the same, both because the validity of that debt was confirmed by the Assistant Surgeon Gersteijn, who arrived from Perak, and because we learned from Captain Heusel, who was previously Commander of the Perak Garrison, that the Commander usually withheld the King's duty, or two Spanish reals for each bahar, upon payment for the tin delivered, and when this had accumulated to a sum of five hundred pieces or more, settled accounts with the King's scribe, who came for it. Paragraph 23. Furthermore, we caused to be refunded to an inhabitant of Perak 17¾ Spanish reals, which he had lent to the Garrison members who retired to Tanjongpoetoes, for the purchase of some necessities. Paragraph 24. Two slaves of the frequently mentioned Meijer were sent over from Perak and handed over to the Fiscal. We shall act in the same manner with the seven others who are still there, and whom we have requested the King to send to us at the first opportunity. They were possibly detained by the King out of fear that we would not satisfy his aforementioned claim against Meijer. Paragraph 25. By the separate letter of the undersigned Governor dated 7 February, Your High Mightinesses were informed of our resolution of 31 January to have the ship Mars unloaded as quickly as possible, in order subsequently, if it could then be done without concern, to send it in ballast to Batavia, but otherwise to equip it as well as possible for war, to cruise against English ships together with the French privateer la Sainte Therese and the bark Geertruida Susanna, until further orders from Your High Mightinesses. The unloading of the said ship having been completed on 13 February, and no reports having been received in the meantime that could induce us to proceed with its dispatch to Batavia, we limited ourselves to the second objective of our aforementioned resolution, based on the authorization of Your High Mightinesses in the esteemed secret missive of 13 July 1781, to join some of our cruisers with the French privateers, in order to attack the English ships and vessels with united force and capture them, if such could be done without danger and without leaving ourselves exposed. Accordingly, we provided the ship Mars with some heavy ordnance and the necessary ammunition, reinforced its crew with forty Portuguese, Chinese, and Moorish sailors, placed aboard one hundred and eight armed Malay soldiers, along with two European non-commissioned officers and six privates, under the command of the Acting Ensign Lucas, also gave it a capable artilleryman, and caused it to depart from the roadstead on 16 February, together with the aforementioned bark and the sloop Ciceroa, also properly equipped, in combination with the French ship la Sainte Therese, after having handed to Captain Siedenburg and the commanders of the said vessels, as well as the Acting Ensign Lucas, such instructions for their guidance as are inserted in the Daily Register, and having contracted with Captain Barbaron that the value of the prizes they made would be partitioned into two parts, one half for him and the other half at our disposal, as will further appear to Your High Mightinesses from the Deed executed to that effect. Captain Barbaron also promised the undersigned Governor not to engage in any combat unless he had a well-founded prospect of victory. Paragraph 26. We did not doubt that these cruisers, if not all four of the richly laden English private ships attacked by Captain Barbaron according to the aforementioned letter of 7 February, and concerning which we had since received news that they were making ready,
Dutch transcription
153 hebben kunnen belet worden. Wij hebben hem daar op geantwoord, dat wij niet twijfelden, of wij zouden de van Uwe Hoog-Edelheden verzogte order binnen korten erlangen, en dat wij intusschen gereed zouden weezen om hem te hulp te komen, wanneer eenige verderflijke aanslagen tegen hem gesmeed mogten wor„ „den, onder vermaaning nogtans om zelf ook op zijne veiligheid bedagt te zijn, en den morshandel in tin zoo veel immers mogelijk tegen te gaan, mitsgaders vooral aan de Engelschen de gelegenheid af te snijden om met hem of zijne Grooten in eenige ouderhande„ „ling te treeden. §21. Schoon de Koning op onze vraag, of het tin niet met zijne eigen vaartuigen herwaarts zoude kunnen worden overgevoerd. ? zig op deeze zwaarmoedige wijze uitlaat, dat de Peraeschen de zee niet kunnen passeeren, en ook niet weeten of het daar mede goed of kwaalijk zal uitvallen,, is egter door een zijner onderdaanin eene quantiteit van 2391. –. lb. hier aan„ gebragt, dog teffens verzogt dat wij 'er maar voor be„ „taalen wilden, dan bij het Contract bepaald was, En dewijl wij dit niet alleen billijk vonden, maar ook vreesden, dat wij, daar niet in condescendeeren„ „de, of de prijsverhooging uitstellende tot dat wij 'er qualificatie toe hadden, geen tin meer langs dien weg bekomen zouden, hebben wij besloten, zoo lang het Fort ginder niet hersteld wordt, voor elke baar tius, die de ingezetenen van CPera hier leveren, vier en dertig Spaansche reaalen te betaalen, om hun tot die leverantie aan te moedigen, vertrouwende dat Uwe Hoog Edelheden zulks gunstiglijk zullen gelieven goed te keuren. § 22. Op 's Konings bekendmaaking bij zijnen gemel„ „den brief, dat Luitenant Meijer aan zijne Hoogheid schuldig was 351. –. stx. reaalen wegens geregtigheid van het tin, is geresolveerd dezelve te betaalen, zoo om dat de deugdelijkheid dier schuld geconfirmeerd wierdt door den van Cera gekomen Onderchirurgijn Ggersteijn, als om dat wij van den Capitein Heusel, die bevoorens Commandant van de Perasche Bezetting geweest is, vernamen, dat de Commandant gewoonlijk bij de be„ „taaling van het geleverd wordende tin 's Konings ge„ „regtigheid, of twee Sps. voor ieder baar, inhieldt, en wanneer dezelve tot eene somme van vijf honderd sts. of meer was aanegegroeid, met 's Konings schrijver, die er om kwam, afrekende. § 23. Nog hebben wij aan eenen inwooner van Tera, die aan de naar Tanjongpoetoes geretireerde Bezettelin„ „gen, 17¾ spaansche reaalen geleent heeft tot den in„ „koop van eenige behoeften, dezelve restitueeren laaten. 124. Twee slaaven van den meergemelden Meijer zijn van Cera overgezonden; en aan den Fiscaal overgegeven. Op de zelfde wijze zullen wij handelen met de zeven anderen, die zig daar nog bevinden, en wij den Koning verzogt hebben bij eerste gelegen„ „heid ons mede te laaten toekomen. Zij zijn mo„ „gelijk door den Koning aangehouden uit bedugting dertig dat dat wij zijne voorschreven pretensie op Meijer niet voldoen zouden. D. 25. Bij des ondergetekenden. Gouverneurs aparten brief van den 7. Februari is Uwer Hoog-Edelheden gecom„ „municeerd ons besluit van den 31. Januari, om het schip Mars ten spoedigsten te doen ontlaaden, ten einde hem vervolgens, indien het dan zonder bekommering geschieden kon, ballastscheeps naar Batavia te zenden, dog anders zoo goed doenlijk ten oorloge te equipeeren, om met het Fransche Kaaperschip la S. Therese en de bark de Geertruida Susanna te Kruissen op de Engelsche Schepen, tot Uwer Hoog-Edelheden nader order. De ontlos„ „sing van het gemelde schip op den 13. Februari voleindigd, en intusschen geene berigten ontvangen zijnde, die ons tot de depeche van hetzelve naar Batavia konden zoen overgaan, bepaalden wij ons tot het tweede doelwit van ons voorschreven besluit, op fundament van Uwer Hoog-Edelheden qualifi„ „catie bij geëerde secreete missive van den 13. Iuli 1781, om eenige van onze kruissers bij de Fransche Comis„ „sievaarers te voegen, ten einde met vereenigde magt op de Engelsche schepen en vaartuigen los te gaan en dezelven te bemagtigen, indien zulks zonder gevaar en eigen ontblooting geschieden kon. Wij voorzagen dienvolgens het schip Mars van eenig zwaar geschut en de benoodigde amunitie, versterkten zijne equipage met veertig Portugeesche, Chineesche, en Moorsche Matroozen, plaatsten 'er bij een honderd agt gewapende Maleitsche Militairen, benevens twee Europesche Onder-officieren en Zes Ge „meenen, onder commando van den Pl. Vaandrig Lucas, gaven hem ook mede een bekwaam Artil„ „lerist, en lieten hem met de gemelde bark en de sloep de Ciceroa, mede behoorlijk uitgerust, op den 16. Februari van de reede vertrekken, gecombineerd met het Fransche schip la S. Therese, na Schipper Siedenburg in den Gezaghebbers van de gemelde vaar„ „tuigen, mitsgaders den Pl. Vaandrig Lucas, ter han„ „den gesteld te hebben zoodanige Instructien tot hun narigt, als bij Dayregister geinsereerd zijn, en wij met Capitein Barbarou gecontracteerd hadden, dat de waarde der prijzen, die zij maakten, in twee deelen pepartageerd zoudede worden, de eene helfte voor hem en de andere helfte ter dispositie van ons, gelijk bij de daar van geformeerde Acte Uwer Hoog Edelhe„ „den nader blijken zal. Capitein Barbaron heeft den ondergetekenden Gouverneur ook beloofd, zig in geen gevegt te zullen inlaaten, dan wanneer hij een gegrond vooruitzigt van overwinning hadt. § 26 Wij twijfelden niet, of deeze Kruissers zouden indien niet alle de vier Engelsche rijk„ „geladen particuliere Schepen, door Capitein Bar„ „buron volgens den voorgemelden brief van den 7. Februari geattaqueerd, en van dewelken wij sedert tijding bekomen hadden, dat zij zig gereed Chineesche maakten
English
made to depart together from Riouw, would capture at least two of them, even if they were joined by one or two more of those cruising in this strait, and that the Company would thus be compensated for the damage it had suffered through the baseness and perfidy of Lieutenant Meijer on Pera; but although this expectation of ours was thwarted by an event that none of us could have suspected, and which we shall shortly report, we may nevertheless still flatter ourselves with the hope that they will not return without some booty. § 27. On the 22nd of February in the morning, nine ships and a large two-masted vessel appeared from the South, displaying no flags, except for one of the said ships, which flew a red flag from the main top, while a packet boat with a French flag tacked before the roadstead. But, since that small vessel steadily took soundings, and thereby as well as by its running back and forth along the roadstead, where it nevertheless could easily have come to anchor, made its flag suspect, we had a shot with live ammunition fired across its bow to test whether it would assure us of the authenticity of its flag, and it answered this with a similar shot and the hoisting of the English flag; after which, having fired two or three live shots at a Javanese vessel lying in the roadstead, though without hitting it, and also having made some signal with various flags, it bore away before the wind and steered towards the said ships, which passed fairly close by; except for one, which remained behind with a Macanese flag and reached the roadstead the same day; while here, upon the given signal of general alarm, everything was prepared within a short time to offer resistance to the enemy, should they attempt a landing. The next morning all the aforementioned ships and vessels were out of sight. § 28. The Captain of the said Macanese ship related to the undersigned Governor: That he had first been requested by the Captains of the English private ships that had been lying in the harbor of Riouw, the same who had engaged in battle with the ship of Barbaron, and subsequently by the Commander of the four Company ships that had arrived there from China on the 13th of February with a packet boat and another private two-masted vessel, not to depart before them, but to leave with them for this place, certainly out of fear that he would otherwise bring us news of the weakness of their crews, as all those vessels were very lightly manned; That, having thus departed together from Riouw on the 15th of the said month, on the 20th following, towards evening, a Dutch flag was hoisted by the packet boat, which always sailed ahead of them, while firing four shots as a signal, as he thought, that four Dutch vessels were in the fairway, and that then, upon a signal from the Commander of the fleet, the same formed into a line of battle, continuing to sail in that manner the entire night; That the next day, between the islands of Klein Cardamom and Drioens, he had seen a large and a small ship, together with a bark and a sloop, which appeared to have no intention of approaching the fleet. That before his departure from China, two English Company ships had arrived there, besides the one mentioned in our secret letter of the 15th of January § 10 and in the Governor's separate letter of the 7th of February § 12, all of which, along with two others that were still expected there, had sailed from Europe with the fleet under Admiral Johnson, strong eight ships of the line; That this Admiral, who had orders to attack the Cape of Good Hope, seeing it reinforced with French and Dutch ships, had returned to Europe with five of the said eight warships, but had let the three remaining continue sailing to the Indies with the five Company ships; That, as soon as the missing two of these five ships arrived in China, they would return together this very spring to Europe, without it being known whether this would take place through the Governor's Strait, or through the Sunda or Bali Strait; That at Riouw he had learned from Radja Hadjie that Captain Machelerij was lying with his ship in the Bangka Strait, and that four vessels laden with tin, of which two were bound for Batavia and two for Riouw, had already been taken by him. § 29. Two days after the aforementioned ships had passed here, the undersigned Governor received a letter from Captain Siedenburg, dated the 20th of February, reporting that, having sighted eight ships towards evening, he had decided with Captain Barbaron not to stand against them due to the great superior force, but to steer for the Strait of Drioens under cover of darkness, although the Malays were so full of courage that they would rather fight than leave the English unmolested. We consider that decision prudent and well-advised, since the English had already been informed of our expedition against them; as will appear to Your High Mightinesses from the accompanying account of the fishermen, whom the Captain of the aforementioned packet boat compelled to come aboard his vessel. § 30. At the departure of the said Macanese from Riouw, no other English ships and vessels were lying there anymore than the ship The Cicile, mentioned in our frequently cited letter from the Governor
Dutch transcription
157 maakten om gelijkelijk van Riouw te vertrekken, ten minsten twee daar van, al waren zij met nog een of twee van die in deeze straat. zeverven za„ „mengevoegd, veroveren, en de Compagnie dus ver„ „goed krijgen de schade, die zij door de laag- en trouwloosheid van Luitenant Meijer op Pera geleden hadt; dan hoewel deeze onze verwagting door eene gebeurenis die niemand onzer heeft kunnen vermoe„ „den, en wij straks-melden zullen, verijdeld is, mogen wij ons egter nog flatteeren met de hoop, dat zij niet zonder eenigen buit zullen wederkeeren: § 27. Op den 22. Februari deeden zig in den mor„ „genstond om de Zuid op negen schepen en een groot twee mast vaartuig, die geene vlaggen vertronden, behalven een van de gemelde schepen, dat eene roode vlag van den grooten top liet warijen„ terwijl voor de reede laveerde een paquetboot met eene Fransche vlag. Maar, nadien van dat Kieltje gestadig gelood, en daar door zoo wel als door zijn heen en weder loopen langs de reede, daar hij nogtans op dezelve ligtelijk ten anker komen kon, zijne vlag suspect gemaakt wierdt, lieten wij hem een schoot met scherp voor overgeeven, om te besroeven of hij ons „ van de deugdelijkheid zijner vlagge verzekeren zoude, en hij beantwoorde dien met een gelijken schoot en het ophijzen van de Engelsche vlag; waar na hij, twee of drie schooten met scherp op een ter reede leggend Iavaas vaartuig, dog zonder hetzelve te raaken, en ook eenig sein met verscheiden vlagijen gedaan hebbende; voor den wind afhieldt, en naar de gemelde schepen stevende, die zamelijk nabij passeerden; uitgezonderd een, dat agteruit bleef met eene Maccansche vlag; en denzelfden dag de reede bezeilde; terwijl men hier op het gegeven teken van generaal alarm alles binnen korten tijd gereed hadt: om den vijand weerstand te bieden; indien hij eene landing onderneemen mogte. SAnderen daags ogtent waren alle de voorschreven schepen en vaartuigen uit het gezigt.. § 28. De Capitein van het gemelde Macausche schip heeft aan den ondergetekenden Houverneur ver„ „haald, Dat hij eerst door de Capiteins van de in de haven van Riouw gelegen hebbende Jegelsche parti„ „culiere schepen, dezelfden, die met het schip van Barbaron zijn slaags geweest,) en vervolgens door den Commandeur van de vier Comps. Schepen, die met een paquetboot en nog een particulier tweemast vaartuig op den 13. Februari van China daar waren aangekomen, verzogt was niet voor, maar met hun naar herwaarts te vertrekken, zekerlijk uit bedugting, dat hij ons anders tijding brengen zoude van de zwakheid hunner equistage, alzoo alle die Kielen zeer ligt bemand waren; Dat zij dus gezamenlijk op den 15. der gemel„ „de maand van Riouw vertrokken zijnde, op den 20. daar aan tegen den avond door de paquetboot„ die hun altoos der vooruit zeilde, eene Hollandsche hetzelve vlag 159 vlag was opgehezen, onder het doen van vier schooten, ten teken (zoo hij dagt) dat vier Hollandsche Kielen in het baarwater waren, en dat toen op een sein van den Commandeur der vloat dezelve zig in eene linie van bataille schaarde, blijvende zoo„ „danig den geenschen nagt zeilen; Dat hij 's anderen daags tusschen de eilanden van Klein Cardamom en Drioens een groot en een klein schip, benevens een bark en een sloep, hadt ge„ „zien, die geene intentie kheenen te hebben om de vloot te naderen. Dat voor zijn vertrek van China daar waren aangekomen twee Engelsche Comps. Schepen, behalven het eene, van hetwelke bij onzen secreeten brief van den 15. Ianuari § 10. en bij 's Gouverneurs apar„ „ten van den 7. Februari. 12. gewaagd is, die allen, bene„ „vens twee anderen, welke 'er nog verwagt wierden, uit Europa gezeild waren met de vloat onder den Admiraal Iohnson, sterk agt schepen van linie; Dat deeze Admiraal, die last gehad hadt om de Caap de Goede Hoop te attaqueeren, dezelve met Fransche en Hollandsche schepen versterkt ziende, naar Europa was wedergekeerd met vijf van de gemelde agt oorlogschepen, dog de drie overigen met de vijf Comps. schepen naar Indie hadt laaten voortsteve„ „nen Dat, zoo dra de manqueerende twee van deeze vijf schepen in China zouden weezen gearriveerd, zij gelijkelijk in dit voorjaar zelfs naar Europa zouden re„ „tourneeren, zonder dat men wist, of zulks door straat Gouverneur, dan wel door straat Sunda of Bali geschieden zoude; Dat hij op Riouw van Radja Hadjie verwomen hadt, dat Capitein Machelerij met, zijn schip in straas Banca lag, en reeds vier met tin beladen vaartui„ „gen, waar van twee naar Batavia en twee naar Riauw wilden, door hem genomen waren. § 29 Twee dagen na dat de voorgemelde schepen hier gepasseerd waren, ontving. de ondergetekende Gouverneur eenen brief van schipper Siedenburg, gedateerd den 20. Februari, waar in berigt wierdt, dat hij, tegen den avond agt schepen in het gezigt gekregen heb„ „bende, met Capitein Barbaron besloten hadt hun niet te staan wegens de groote overmagt, maar met den don„ „ker naar Straat Dribeus te Stevenen, schoon de Maleijers zoo vol moeds waren, dat zij liever rigten wilden, dan de Engelschen ongemoeid laaten. Wij houden dat besluit vogr voorzigtig en wel beraden, nadien de Engelschen reeds verwittigd zijn geweest van onze uitrusting tegen dezelven; gelijk zulks Uwer Hoog Edelheden blijken zal uit het overgaande Relaas van de Visschers, die de Capiteie van de voorschre„ „ven pakuetboot genoodzaakt heeft bij hem aan boord te komen. §30: Bij het vertrek van den gemelden Macauer van Riouw geene andere Engelsche schepen en vaar„ „tuigen daar meer gelegen hebbende, dan met schip The Cicile, bij onzen meergementioneerden brief van den Gouverneur 15
English
161 January 15 § 11 mentioned; thus we may establish that the English ship which hailed a Macanese vessel before this roadstead in the night of January 23, and which will probably be the same one that succeeded so well in its enterprise on CPera (since we have report from Slangenoor that it departed from there hitherward around that time, but sent the Pantjallang it had with it to Queda), will have steered toward the Strait of Bauca to capture the Javanese vessels coming from Malacca, and we therefore pray Your High Excellencies both to deploy some cruisers in the said Strait to keep the English privateers away from there, and to send us two ships and as many barks, strongly equipped, in order also to keep the Strait of Malacca clear, as without such cruising the said and other vessels of the Company's subordinates would continually run the danger of becoming English prizes, to no small disadvantage of the Company and the inconvenience of the inhabitants of this place regarding the supply of grains and other necessities that must be obtained from abroad. § 31 The supply of rice among the Chinese and others who trade in it consisted at the beginning of this month of one hundred kajangs, so far as we have been able to verify, and with the 100 –. kojangs that can be sold from the Company's warehouse, it will not extend further than through the month of May inclusive. § 32 This had been prepared thus far when, with the arrival here of the Danish private snow Anthonetta Maria, we received such notable news reports as, having been written down by the License Master Heijre van Papendrecht, are presented herewith to Your High Excellencies, with a humble plea that it may please Your High Excellencies to assist us promptly not only with the ordnance, gunpowder, heavy shot, and other war munitions already requested, but also with European troops as far as possible; along with some skilled officers of the infantry and artillery, in order to be able to defend ourselves against the enemy therewith when we are attacked. While for the rest we remain with all respect and high esteem. (below was written) Right Honorable, Great, Esteemed, and Far-Ruling Lord, and Well-Honored, Severe Lords, (lower) Your High Excellencies' very obedient and faithful servants. (was signed) P. G. de Bruijn, A. A. Werndlij, J. A. Heusel, A. Couperus, P. Thierens, and R. B. Hoijnck van Papendrecht. (in the margin was written) Malacca in the Castle, March 2, 1782. J. Kavongarten § 32. Agrees 6 Copy Separate Letters written by The Governor and Director of this Coast To Their High Excellencies Batavia, from December 1781 to March 1782 Z. 163 Samarang, December 31, Anno 1781. Page 1. Batavia To His High Excellency, The High, Noble, Severe, Great, and Esteemed Lord, Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Well-Honored, Severe Lords Councilors of Netherlands India, etc., etc., etc. High, Noble, Severe, Great, and Esteemed Lord, and Well-Honored, Severe Lords! Since the dispatch of my latest submission of the 19th of this month, the Susuhunan at Surakarta, having made known to me in a letter received here on the 22nd thereafter, not only the arrival there of the Captain Maleso Patiet sent back to Java in arrest by Your High Excellencies, together with his father Raroos Bogo, but also that this prince would have an exemplary punishment administered to the said arrestees for their crimes committed at the capital, as will further appear to Your High Excellencies from the enclosed translation of the letter itself, I hereby present to Your High Excellencies the [illegible] by His Highness to the said Major [illegible]
Dutch transcription
161 15. Ianuari § 11- vermeld; zoo mogen wij vaststellen, dat het Engelsch schip, het welk op den 23. Ianuari in den nagt eenen Macauer voor deeze reede gescreid heeft, en waarschijnlijk hetzelfde zal weezen, dat in zijne onderneeming op CPera zoo wel geslagd is (dewijl wij berigt van Slangenoor hebben, dat het omtrent dien tijd van daar naar herwaarts is vertrokken, dog de bij zig gehad hebbende Pantjallang naar Queda heeft gezonden, ) naar straat Bauca zal zijn gestevend, om de van Malacca Komende Iavasche vaartuigen weg te neemen, en bidden Uler Hoog- Edelheden derhalven, zoo wel in de gemelde Straat eenige Kruissers te willen uitzetten, om de Engelsche Kaapers van daar te weeren, als ons twee schepen en zoo veel barken, sterk uitgerust, toe te zenden; om straat Ma„ „lacca ook schoon te houden, daar zonder dusdanige bekruislingen de gemelde en andere vaartuigen van Comps. onderhoorigen bij continuatie gevaar zouden loopen van Engelsche prooijen te worden, tot geen kleni„ nadeel van de Compagnie, en ongerief van de ingeze„ „tenen deezer plaatze omtregt den toevoer van graanen en andere noodwendigheden, die men van buiten erlangen moet. § 31 De voorraad van rijst onder de Chineeschen en anderen, die 'er in handelen, bestandt met het begin van deeze maand in een honderd„ kajangs, voor zoo verre wij het hebben kunnen doen nagaan, en zal met de 100. –. kojangs, die uit Comps. magazijn verkogt kun„ „nen worden, niet verder strekken, dan tot de maand Mai inclusive. §32: Deeze was dus verre vervaardigd, toen wij met de komste alhier van de Deensche particuliere Snauw Anthonetta Maria zoodanige notable nieuws- tijdingen ontvingen, als, door den Licentmeester Heijre van Papendrecht opgeschreven zijnde, Uwer Hoog Edel„ „heden hier nevens worden aangeboden, met Ootmoedi„ „ge beede dat het Uwaer Hoog Edelheden behage ons tog spoedig te adsisteeren niet alleen met het reeds geeisch„ „te geschut, kruid, grof scherp, en andere oorlogs- munitien, maar ook met Europesche manschappen naar mogelijkheid; benevens eenige hundige Officie„ „ren van de Infanterij en Artillerij, ten einde ons daar mede tegen den vijand te kunnen de „fendeeren, wanneer wij aangevallen worden. Terwijl wij voor het overige met alle eerbied en hoogagting blijven. (:onderstond) Hoog-Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel Edele Gestrenge Heeren, (lager) Uwer Hoog Edelheden zeer gehoorzaa„ „me en trouwschuldige Dienaaren. (was getekend/ P. G. de Bruijn, A. A. Werndlij, J, A. Heusel, A. Couperus, P.: Thierens en R. B. Hoijnck van Papendrecht. (in margine stond) Malacca in het Casteel den 2. Maart 1782. J Kavongarten §32. Adcordeert 6 Copia Aparte Brieven geschreeven door Den Heere Gouverneur en Directeur deeser Laaste Aan Hunne Hoog Edelheeden Batavia, zeedert December 1781: tot Maart 1782:o Z. 163 marang den 31„e December Ao 1701.— Pag:. 1. avia Aan zijn Hoog Edelheid. den Hoog Edel, gestrenge groot Agtbaren Heere, Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal, en de wel Edele go„ „strenge Heeren Raaden van Needer„ „landsch Indië; enz: enz: enz: Edel Gestrenge Groot Achtbaren Heere; en Wel Edele Gestrenge Heeren! de afsending mijner Jongste submisse van den 19„e den soesoehoenang te souralarta, mij bij een brieff 22:e daaraan hier ontvangen, te kennen gegeeven heb= niet alleen de aankomst aldaar van den door uwe telheeden naar Iava in arrest te rug gesonden Copitain Patiet, neevens desselvs vader Raroos Hogo, maar ook vorst aan gemelde Arrestanten over hunne ter Hoofd= gepleegde misdrijven, eene exemplaere straffe zoude laekten „invoege uwe Hoog Edelheeden nader blijken zal, bij „gaand Translaat des brief zelvs, bied ik bij deene UEd elheeden aan de door zijn Hoogheid van deselve Majoors te: 163 narang den 31„e December Ao 1701. Pag:. 1 avia Aan zijn Hoog Edelheid. en Hoog Edel, gestrenge groot Agtbaren Heere, ilem Arnold Alting niverneur Generaal, en de wel Edele ge„ „strenge Heeren Raaden van Needer„ „landsch Indië; enz: enz: enz: Edel Gestrenge Groot Achtbaren Heert; en Wel Edele Gestrenge Heeren! de afsending mijner Jongste submisse van den 19„e een soesoehoenang te souralarta, mij bij een brieff 22:e daaraan hier ontvangen, te kennen gegeeven heb= iet alleen de aankomst aldaar van den door uwe elheeden naar Iava in arrest te rug gesonden Copitain Patiet, neevens desselvs vader Raroos Hogo, maar ook vorst aan gemelde arrestanten over hunne ter Hoofd= gepleegde misdrijven, eene exemplaere straffe zoude laeten invoege uwe Hoog Edelheeden nader blijken zal, bij gaand Translaat des brief zelvs, bied ik bij deen UEd lheeden aan de door zijn Hoogheid aan deseliv Majoon te: 163 Samarang den 31„e December Ao 1701. — Pag„a 1. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel gestrenge groot Agtbaren Heere, A: Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal, en de wel Edele go„ „strenge Heeren Raaden van Needer„ „landsch Indie; en s. enz: enz: Hoog Edel Gestrenge Groot Achtbaren Meere, en Wel Edele Gestrenge Heeren! Seedert de afsending mijner Jongste submisse van den 19„e deeser, den soesoehoenang te souralarta, mij bij een brieff op den 22„e daaraan hier ontvangen, te kennen gegeeven heb= „bende, niet alleen de aankomst aldaar van den door uwe Hoog Edelheeden naar Iava in arrest te rug gesonden Copitain Maleso Patiel, neevens desselvs vader Raroos Bogs, maar ook dat dien vorst aan gemelde arrestanten over hunne ter Hoofd= „plaats gepleegde misdrijven, eene exemplaere straffe zoude laeten oeffenen, invoege uwe Hoog Edelheeden nader blijken zal, bij het overgaand Translaat des brief zelvs, bied ik bij deen Uw Hoog Edelheeden aan de door zijn Hoogheid aan deseliv Aajoon te:
English
165 Samarang the 31st of December 1731. Samarang the 31st of December Anno 1741. page 16 letters written to Batavia and to Captain van Vosse, by which the first-mentioned is ordered to ensure that in the future no further disorders or excesses are committed, under threat that those who make themselves guilty of any crime, without distinction up to the Major, would be imposed the punishment of fighting with a tiger, with the further order to the Majors to make the contents of this letter known among the army. The Chief of Stralendorff having further informed me by his letter of the 21st instant, which is also transmitted in extract, that the Emperor had already caused the punishment to be executed upon the aforementioned delinquents Maheso Patiet and Haroos Hogo, and indeed in this manner: that His Highness first had them fight with a powerful tiger, which having been overcome by them, he then had that fight resumed with a second tiger of a considerable size, and which devouring beast they had also overcome and killed; yet during that fight the Captain's right leg was smashed to pieces, and he had received several wounds, while the other was even more severely wounded in the head, the chest, and several other places on the body, though it was maintained that these wounds were not fatal; and that furthermore the Prince had caused the delinquents to be handed over as despised subjects to the Gladdak Javanese, so that, in case they should recover, they would subsequently be delivered up to the Company for banishment; thus I most respectfully give Your Right Honourables notice of that event, trusting that the Emperor, with the exemplary punishment inflicted, will have answered the purpose, and that it may serve as a deterrent to the rest of the troops. Having apprehended here these days eight of the Sumanap warriors in service at Batavia, who have been condemned to the chain by the Council of Justice of this Government, to be subsequently sent back to the main settlement at the disposal of Your Right Honourables, as this shall also take effect upon the reopening of navigation, I most respectfully give Your Right Honourables notice thereof. Whereas some of the Javanese mariners who returned from Batavia with the Ambon and Banda ships have voluntarily offered to make the voyage to the Eastern Governments as well, I take the liberty of informing Your Right Honourables thereof, whether Your Right Honourables might deem fit to have one or two shifts of those mariners placed upon the ship or ships destined for Macasser and Ternaten, for the partial manning of which there could also be employed the crew of the sloop de Jonge Willem Arnold currently located at Rembang, in whose place Resident Palm has undertaken to have a completely new sloop constructed and to deliver it as soon as possible, in such manner as Your Right Honourables from the accompanying extract of his letter to the Political Council here of the 17th instant.
Dutch transcription
165 Samarang den 31„e December de 1731. Samarang den 31:' December A:o 1741. — pag„a I:6 te Bataviaa, en aan den Capitain van Voose geschreeven brieven, bij dewelke de eerstgemelde gelast worden te zorgen, dat 'er in het vervolg geene wan orders off excessen meer worden aangeregt, onder bedrijginge dat dezulken die zich aan eenig misdrijff schuldig maaken, zonder onderscheid tot den Majoor toe, de straffe om met een Tijger te vegten, zoude worden opgelegd, met al verdere Last aan de Majoors, van den inhoud deeser Brieff, onder het Leeger bekent te maaken. — Het opperhoofd van Stralendorg mij voorts bij zijn meede in Extract overgaande brieff van den 21„e hujus berigt heb= „bende, dat den Keijzer bereeds de straffe aan de voorschree„ „ven delinquanten Maheso Patiet en Haroos Hogo heeft laeten executeeren, en wel in deezer voegen: dat zijn Hoogheid hun eerst met een wagtig magtige Zijger heeft laaten vegten, die zij overwonnen hebbende, vervolgens dat gevegt met een tweede tijger van een tamelijke groote had doen her= „vatten, en welk verslindend gedierte zij meede overwonnen en gedord hadden, dog was den Capitain bij dat geregt het regter been stukken geslaegen, en had verscheidene quetsueren bekoomen, wiem nader nog viel erger aan het Hoofd, de Horst, en meer andere plaetsen des Lichaams gewond geworden was, doch welke bletsures men egter sustineerde niet doodelijk te zijn; en dat wijders den vorst de delin= „quanten als veragte subjecten aan de Gladdaks Javaenen had laeten overgeeven, om ingevalle deselve tot geneesinge geraakten, vervolgens aan de Compagnie tot Bannissement te worden tut„ „geleevert; zoo geeve ik uwe Hoog Edelheeden van die ge= „beurtenis eerbiedigst kennisse, in vertrouwen dat den Keijzer met de geoeffende exemplaare straffe, aan het oogmerk zal hebben beantwoord en dat de het d' overigen der troupes tot een afschrik„ strekken mag. — Deeser daagen alhier geaprohendeert zijnde Agt van de te Ba= „tavia zich in dienst bevindende Sumanapse krijgers, welke door den Raad van Justitie deeses Gouvernements tot de ketting zijn gecondemneert, om vervolgens ter dispositie uwer Hoog Edelheeden naar de Hoofdplaets te rug gesonden te worden, soo als dit ook bij het opengaan van de vaart gevolg hebben zal, geeve ik uwe Hoog Edelheeden daarvan eerbiedigst kennisse. —. Wijl en zig alhier eenige van de met de Ambon a Bandasche scheepen van Batavia te rug gekoomen Javaansche zeevaarende, vrijwillig hebben aangebooden de reijze meede naar de Oostersche gouvernementen te doen, gebruik ik de vrijheid uwe Hoog Edel„ „heeden daarvan te informeeren, of het Hoogte Dezelve mogte goedvinden een of twee ploegen dier zeevaerende op het schip of de scheepen naar Macasser en Ternaten gedestineerdt te doen plaetsen, tot welkers gedeeltelijke bemanning teffens zoude kunnen worden g'Emploieert, de Equipagie van de zich thins te Rembang bevindende Chialoup de Jonge Willem Arnold, in wiens steede den Resident. Palm aangenoomen heeft, een geheel nieuwe Chialoup te doen aanbouwen, en zoo draa moogelijk is, te Leeveren, invoege uwe Hoog Edelheeden uit het neevens gaand Ex= „tract van desselvs brieff aan den politicquen raad alhier van den 17„e beurtenis hujus. 1
English
167 Samarang the 31st of December Anno 1701. — Samarang the 31st of December A:o 1701: — of this month will show, which at the same time confirms that the template of the Ida Wilhelmina, according to which the Jonge Willem Arnold was to have been built, was never received at Rembang nor in hand, and that therefore the Jonge Willem Arnold only had to be built according to the stated length, breadth, and depth, and the Resident accordingly requests that henceforth, when requesting such small vessels, the templates may also be sent, in order to better fulfill the intention. —. I have the high honor to call myself submissive, and with the highest esteem and respect to remain . -underneath stood: Title lower stood: your High Nobilities' very humble and obedient servant was signed: J:s Siberg in the margin stood: Samarang the 31st of December 1701: — I have duly received Brother's pleasant letter, and fully understood its contents, namely, that by my grandfather the Lord Governor-General and the Lords Councilors of the Indies, one of the Captains of my Troops, Maheso Tatiet, along with his father, having been sent under arrest to Samarang by ship, and this on account of far-reaching crimes which I have fully understood from the report of the Captain and Commander of the Dragoons, Carel Fredrik Bose, and regarding which Brother, conducting himself in accordance with the case itself, had the honor to bring this to my attention, for which I express many thanks, and that my grandfather the Lord Governor-General and the Lords Councilors of the Indies have judged that I ought to punish these crimes upon them, of which Brother need not doubt. — As well as that Brother had them conveyed hither under arrest under the escort of a Cornet, a Corporal, and twelve ordinary dragoons, along with two krisses with gold sheaths and a musket, just as they have also already arrived here. —. As well as that my Grandfather the Lord Governor-General and the Lords Councilors of the Indies trusted that I would cause these evildoers to receive their punishment, of which Brother can be assured, since I have firmly resolved upon their punishment to serve as an example in the future. — And that I would thereafter notify my Majors thereof, to subsequently serve for proper instruction in the future, of which Brother needs not doubt in the least. —. I, along with the Ratoo Bentjono, the Pangerang Adipattij Anom, Copy Translation of a Javanese letter, written by the Soesoehoenang Pacoeboeana &c. at Soura Carta; To the Right Honorable, strict, and Esteemed Lord Johannes Siberg, Governor and Director of and along Java's Northeast Coast, received at Samarang the 22nd of Dec: 1721: pr 5
Dutch transcription
167 Samarang den 31„e December Anno 1701. — Samarang den 31„e December A:o 1701: — hujus blijken zal, waar bij teffens Consteerd dat het Mal van de Ida Wilhelmina, waarnae de Jonge Willem Arnold had moeten zijn gebouwd, mooijt te Rembang ontvangen nog aan han„ „den is geweest, en dat dus de Jonge Willem Arnold eenelijk heeft moeten worden aangetimmert, naar de opgegeeven lengte, wijste en diepte, en den Resident oversulx versoekt, dat voortaan bij de Eijsschen van zoortgelijke kieltjes ook de mallen moogen worden of „gezonden, ten einde daar door beeter aan de intentie te kunnen voldoen. —. Ik heb de hooge eere omij submis te noemen, en met de meeste hoog agting en Eerbied te blijven . -/onderstond:/ Titul /:lagerstond:/ uwer Hoog Edelheeden zeer onderdanige en gehoorzame dienaer / was geteekent:/ J„s siberg /:in margine stond:/ Samarang den 31„e december 1701: — Ik het Broeders aangenaame missive, wel ontvangen, en dies inhoud volkomentlijk verstaan, als, dat, door mijn groot vader den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden. van Indie; Een der Capitains mijner Troupes Maheso tatiet, neevens zijn vader, met Een schip in Arrest na Samarang gesonden zijnde, En sulx: over verre gaande misdrijven /:welke ik uit het Relaes van den Capitain en Commandant der Aragonders Carel fredrik Bose, volkoment„ „lijk verstaan hebbe :/: en waar aan vroeder zig omtrent het geval selvs gedraegende, soo had Broeder de Eere mij zulx ter kennitse te brengen:/ waar voor ik veelmaals dank betuige:/ En dat mijn groot vader den Heere gouverneur Generaal en de Heeren raaden van Indie hebben geoordeelt, dat ik, die Misdrijven, aan hun behoorde te straffen: aan welk Broeder niet hoofd te twijffelen. — Mitsgaders dat Broeder dezelve, in arrest na herwaerts onder het geleide van Een Cornet, een Corporaal en twaalff gemeene dragonder, neevens twee krissen met goude scheeden, en Een snaphaan, deed Overbrengen: gelijk ook deselve reeds alhier gearriveerd zijn. —. Als meede dat mijn Groot vader den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van India, vertrouwden, dat ik die Boosdoenders, hun „ne straffe zoude doen erlangen: waar van Broeder sig kan verseekert houden, dewijl ik derzelver straffe, vastelijk beslooten heb, om, in het vervolg, tot Een Exempel te verstrekken. — En dat ik daarna, aan mijne Majoors, daar van zoude doen ken= „nisse geeven, om vervolgens, tot goede onderrigting in het vervolg„ te dienen: waar aan meoeder geensints hoefd te twijffelen. —. Ik, neevens de Ratoo Bentjono, den pangerang Adipattij Anom, Copia Translaat Javaansche brief, geschreeven door't den Poesoehoenang Pacoeboeana &. te Soura Carta; Aan den wel Edele gestrenge Agt= „baeren Heere Iohannes Siberg, gouver„ „neur en directeur, op en Lange Iavas Noord Oost: kust, ontv: te Samarang den 22:e dec: 1721: pr 5
English
169 Samarang the 31st of December A:o 1781; Samarang the 31st of December A:o 1781. and all my further children, greet Brother, as well as Madam Brother's wife and Brother's two Children, most cordially. at the bottom stood: written on Wednesday the 3rd of the Light Moeharam in the Year R:s 1708. lower stood: translated by me: was signed: F. J. Rothenbuhler. Copy. Translation of Javanese Order, written by the susuhunan Pakubuwana etc. To the Majors Pandje Soema Nagara and Aria Lamboe Jarie at Batavia, exhibited at Samarang the 26th of December A:o 1781. Herewith I order Your Honour, together with Your Honour's Captains and all other subordinates, no longer to presume to cause any disorders as Maleso Satis has done; as well as not to engage in any dispute of words, whereby it would come to fighting, and to do anything that has the name of not being good. If there is one among Your Honour's people who is an evil subject, as the father of Woko is regarded, even though he has committed no crime, Your Honour must remain quiet, and continue to await higher orders, Your Honour having to follow that which the Lord Governor-General of the Indies shall order Your Honour in this regard; but if Your Honour together does not comply with the content of this, and if there is anyone who dares to transgress this my strict prohibition, being equal to the conduct of Maleso Satis, then I shall punish the same, even were it a Major, with the severest punishment, namely with fighting against a tiger; which must be made known to all my warriors, so that the same collectively do not fail to obey with zeal these orders given to Your Honour collectively. Further I order Your Honour Soema Nagarra, regarding the execution of the punishment upon Your Honour's evil subordinates, not to be afraid: but those who deserve to run the gauntlet, Yesterday both delinquents had to fight with a mighty tiger, they have overcome that ravenous beast; the prince let a second tiger of a fair size resume the fight, but the Captain with his father also killed that animal, both being severely wounded; the Captain's right leg has been smashed to pieces and he has several tears in his thigh and hands, the father is much more severely wounded in the head, chest, arms and legs, however it is sustained that the wounds of neither are fatal; they are bandaged by the Gladag Javanese, the prince having spoken to me that, should they recover from their wounds, not wanting to keep both evildoers in his realm, he shall have them surrendered to Your Right Honourable in order to deal with them at pleasure and to banish them from Java. Extract from the Letter written by the senior merchant and First Resident at Soura Carta Fredrik Christoffel van Stralendorff, to the Right Honourable Lord Johannes Siberg Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, under date of the 21st of Dec: A:o 1781: those Your Honour must cause to do so, as well as those who deserve to be locked in the stocks, to be flogged, to be fined, to stand on sentry duty, and to be placed under arrest, those Your Honour must punish all according to deserts, even if Your Honour's Uncle Arjo Lamboe Sarie should have committed an offence, I permit Your Honour to arrest him; all the more also the Captains and Your Honour's further subordinates. at the bottom stood: given on Saturday the 8th of the month Moeharam in the Year Ehé 1708. lower: translated by me: was signed: F. J. Rothenbuhler. Page: E:
Dutch transcription
169 Samarang den 31:e December A:o 1781; Samarang den 31„e December A:o 1781. — en alle mijne verdere kinderen, groeten Broeder, neevens Mevrouw Broeders gemalinne en Broeders twee Kinderen, op het hartelijkste. /:onderstond:/ geschreeven op woensdag den 3. van het Ligt Aocharam in 't Jaar R:s 1708. /: lagerstond:/ getranslateert door mij /: was getee„ „kent:/ f„k J. Rothenbuhler. — Copia. Translaat Javaansche Bevel schrift, geschreeven door den soesoehoenang Pacoeboeana en z: Aan de Majoors Pandje soema Nagara en Aria Lamboe Jarie te Batavia, vertoont te Samarang den 26:' december A:o 1781. — Bij deesen gelaste ik V7E: neevens uw E: Capitaine en alle verdere on- „derhoorige, sig niet meer te onderstaan, om eenige wan ordres aan te regten gelijk als Maleso Satis gedaan heeft; mitsgaders geen woorden strijd aan te vangen; waar door het tot vegten soude koo= „men, en alles wat den Naam van niet goed te zijn, te doen. Indien dat 'er Een van uwE: volk Een kwaad subject zijnde, gelijk den vader van Woko opgevat word, alschoon denzelven ook niets misdreeven leefd, soo moet uuwE maar stil zijn, en Hoogere ordres blijven verwagten, moetende uwE, het geene den Heere Gouverneur generaal van Jndie, uwE: dien aangaande zal gelasten, volgen: maar indien uwE gesamentlijk den Inhond deeses niet nakomt, en 'er niemand is, die dit mijn strekt verbod durft overtreeden, /:gelijk zijnde aan het. gedrag van Maleso Tatis :/ zoo zal ik denzelven, al waar het ook een Majoor, met de swaarste straffe, namentlijk met het vegten teegens Een tijger, straffen; welk men aan alle mijne krijgers moet bekend maaken, op dat deselve gesamentlijk niet nalaeten, om met iever aan deese beveelen, dan wE: gesamentlijk gegeeven, te gehoorzamen. - Wijders beveele ik uwe Joema Nagarra, om, aangaande het oeffe„ „nen der straffe aan uwE: kwaade onderhoorige, niet bevreest te weesen: maar welke verdienen, om door de spitsgaarden te loopen, Gisteren hebben de beide delinquanten, met een magtig Eijger moeten vegten, sij hebben dat verscheurende dier Overwonnen; den vorst liet een tweede tijger van een tamelijke groote het gevegt hervatten, maar de Capitain met zijn vader hebben dat dier meede gedood, Beide zijnde swaar verwond; de Capitain is zijn regter- been in stukken geslaegen en verscheide scheuren in zijn deij en handen, de vader is oveel harder gequets aan het hoofd, voorst, armen en beenen, egter sustineert men geen van beiden de bles„ „sueren doodelijk zijn; van de Gladdaks Javaenen worden zij ver„ „bonden, de vorst teegens mijn gesprooken, zoo zij van tlaare wonr„ „den mogten geneesen, de beide quaaddoenders, niet in zijn rijk te willen houden, zal zij aan uwelEd„e Agtb: laeten overgeeven om dezelve naar behaagen, daarmeede te handelen en van Java te verzenden. —. Extract uit de Brieff geschreeven door den opperkoopman en Eerste Resident te soura Carta„ Fredrik Christoffel van Stralendorff, aan den Wel Edele Agtbaren Heer Johannes Siberg Gouverneur en directeur op en Langs Javas Noord oost- kust, sub dato 21„e dec: A:o 1781: „die moet UE zulks laeten doen, als meede de geene die verdienen de in het klok geslooten te worden, geslaegen te worden, den boede opgelegt te worden, op schildwagt te staan, en in arrest gezet: te worden, die moet, uE alle na verdiensten straffen, ofschoon ook uE Oom Arjo Lamboe Sarie, iets zal misdreeven hebben, zoo veroorloffe ik UE hem te mogen arresteeren; te meer ook de Capitains en uut verdere onderhoorigen. - /:onderstond :/ gegeeven op Saturdag dens C„o van de maand Moeharam in 't Jaar Ehé 1708. /:lager/ getranslateert door mij /:was geteekent:/ J J: Rothenbuller: die. ƒ Pag:a E:
English
171 Samarang, 31 January Anno 1781 Samarang, 31 December A:o 1781 Extract from the letter written by the merchant and Resident at Rembang, Willem Adriaan Palm, to the Governor and Director Johannes Siberg, together with the Council of Policy at Samarang, dated Rembang, 17 December Ao 1781: The chaloup De Jonge Willem Arnold having arrived here in order to be rebuilt and made more seaworthy in accordance with Your Right Honorable Esteemed orders, and thus to be relieved of those defects which some naval experts believe to have found in her, as appears from their report submitted to the Rear Admiral Jan Diderik Schrijver of 15 November 1781; and if this could not conveniently be done, to construct an entirely new, better-sailing chaloup according to the mould of the Ida Wilhelmina at the undersigned's own expense, which mould was never or at any time received or on hand here at Rembang; the rejected and deemed unfit chaloup having been built solely according to the specified length, depth, and beam; yet, being our duty to comply with the esteemed requirement of Your Right Honorable, I immediately went to work with the laying down of a new chaloup for Padang, 70 feet long, 21 feet wide, and 11 feet deep, Amsterdam measure, which, however, will draw no more than 9 to 9½ feet and thus will be able to pass the bank that lies before the river of Padang, where at high tide there is 11 to 12 feet of water; the master of the shipyard will carefully avoid the indicated defects of the previous chaloup, even though he cannot guide himself by the mould of the Ida Wilhelmina, which, as said before, is not on hand. However hard it is for me that the unpleasantries caused by the construction of the disputed chaloup occurred to Your Right Honorable, and that I was more or less the cause thereof, it is no less hard for me to have to bear the compensation for it; and I therefore have double reason to be attentive and to ensure as much as possible that in the future similar unpleasantries no longer occur to Your Right Honorables as has taken place in this instance. For this reason, I most respectfully request that, when ordering vessels for which no mould is yet on hand, such a necessary model be sent along with the order, in order to be able the better to comply with the highly esteemed intention of Your Right Honorable and not to make a mistake in the construction of any vessel. 173 Samarang, 14 January Anno 1782 Samarang, 14 January a:o 1782 Batavia. To His Excellency, The Highly Honorable, Rigorous, High and Mighty Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Honorable, Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies; etc. etc. etc. Highly Honorable, Rigorous, High and Mighty Lord, and Honorable Rigorous Lords: After I had already dispatched my most recent respectful letter of the ultimo passato, I received the accompanying letters from the Emperor and his son, the Pangeran Adipati Anom, wherein they request the approval and consent of Your Excellencies to the marriage of the latter with the daughter of the Pamekasan Regent, under the name of Raden Ayu Adipati; while I, trusting that Your Excellencies will kindly consent thereto, also solicit His Excellency's approval that the marriage may be solemnized at a time to be determined by the Emperor, as that monarch states in his said letter that the time, on account of the circumstances, could not as yet be fixed, and I have been informed by the Chief Van Stralendorff that it might well have to wait until the end of this year, when the Crown Prince is only then to reach the fifteenth year of his age. The Emperor also now makes a request to Your Excellencies for the demotion of his Prime Minister, the Raden Adipati Sasradiningrat, and that it may please Your Excellencies to appoint in his place as Prime Minister the present Kedu Regent, Tumenggung Mangun Yudo, whom I then also, because he has appeared to be the most suitable for it, propose to Your Excellencies as such under the title and name of Raden Adipati Sindurejo; for the prince could not be dissuaded from his hatred and bitterness against Sasradiningrat, whatever efforts I have made to that end, and on the contrary, that bitterness has even increased to such an extent that His Highness first had me requested through the Chief Van Stralendorff, and now also makes his own petition to Your Excellencies, that Sasradiningrat may be banished from the island of Java to elsewhere, because he and his wife, regardless of all warnings and admonitions, continually consort with nothing other than soothsayers and so-called Javanese sorcerers, whereby the Emperor lives in constant fear that at some time disasters might arise from this, either for himself and his own, or for some of the grandees of the realm, which could be of unpleasant and detrimental consequence. And although in this accusation...
Dutch transcription
171 Samarang den 31„e Januarij Anno 1731: Samarang den 31„e December A:o 1781.. Extract uit de Brieff, geschreeven door„ den koopman en Resident te Rembang Willem Adriaan Palm, aan den Heere Gouverneur en directeur Johannes Siberg, beneevens den Raad van Politie te Samarang, gedateert Rimbang den 17=e december Ao 1781: — Sijnde de Chialoup de Jonge Wilbem Arnolds alhier gearriveerd, om ingevolge uwel Ed: Agtb: geEerde beveelen te werden verbouwd en zeilbaarder te maaken, en dus van die gebreeken te onthef„ „fen, welke Eenige zeekundigen daar aan vermeenen gevonden te hebben, blijkens hun ingedient berigt aan den Heer schouwt bij nagt Jan diderik Schrijver van den 15. e November 1781, en zoo zulks niet bequamelijk konde geschieven, Een geheel nieuwe beeter bezeilde Chialoup naar het Ral van de Ida Wilhelmina op Eigen kosten van den ondergeteekende aan te bouwen, welk Mal Nimmer of ooijs hier op Rembang is ontfangen of aanhan„ „den geweest; zijnde de afgekeurde en onbekwaam geoordeelde Eli„ „aloup alleenlijk gebouwt, naar de opgegeevene Lengte, diepte en breedte, dan ons pligt schuldig te voldoen aan het geEerde requiriet Uwer welEdele Agtb: Ben ik direct aan het werk gegaan met het opsetten van een Nieuwe Chialoup voor Padang Lang 70. v. m Wijde 21. en diep 11. voeten Amsterdamsche maet, die egter met die= „per sal gaan dan 9. â 9:½: voeten en dus de Bank die voor de kie„ „vier vvan Padang Ligt sal kunnen passeeren, alwaar bij hoog ge„ „teij 11 â 12 voet waeter op is, zullende den Baas der Timmerwerff de aangeweesene gebreeken in de voorige Chialoup zorgvuldig vermijden, schoon zig niet kan reguleeren naar het mal van de Ida wilhelmina dat zoo als hier vooren gesegt niet aanhanden is, hoe hard het mij ook valt de onaangenaamheeden door het aanbouwen van de questieuse Chialoup uwelEd„e Agtb: voorge„ „koomen en daar min of meer oorsaak van te zijn geweest, valt het mij niet minder hard de vergoeding daar van te moeten draegen, en heb dus dubbelde reedenen attent te zijn en zoo veel moogelijk te zorgen uwelEd: Agtbaarheedens in het vervolg zoort„ „gelijke onaangenaamheeden, niet meer te vooren koomen, als in deesen heeft plaats gevonden, waarom ' Jk op het Eerbiedigst versoeke mij bij het Eijsschen van Vaartuijgen, waarvan nog geen sal aanhanden is, Een zoo noodsaekelijk voorbeelt daar bij te stillen zenden om des te beeter aan de Hoog geEerde Intentie van uwel Ed=e Agtb: te kunnen voldoen en in den aanbouw van een of ander vaartuig niet omis te tasten. —. Moomen. ƒ JS pag: 9. 173 Samarang den 14:' Januarij Anno 1742. Samarang den 14„e' Januarij a:o 1782. — Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel: gestrenge, groot Agtbaaren Heere; A„r Willem Arnold Alting, Gouverneur generaal, beneeven de wel Edele getengen Heeren Raaden van Neederlands Indié; enz: enz: enz: Hoog Edel, Gestrenge, Groot Agtbaren Heere; en Wel Edele Gestrenge Heeren Na dat ik mijne Jongste eerbiedige van uiltimo passato bereeds had afgesonden, ontvang ik de neevens gaande Brieven van den keij„ „zer en desselvs zoon, den pangerang Adipattij Anum, waar bij zij de goedkeuringe en toestemminge uwer Hoog Edelheeden tot het Huwelijk van den laast gemelden met de dogter van den Pama„ „cassangs Regent, onder de naam van Radeen aijoo dipattij, ver„ soeken; terwijl ik in vertrouwen, dat er uwe Hoog Edelheeden wel in zullen gelieven te bewilligen, ook Hoogst dezelver goedkeuringe insteere„ dat het Huwelijk op een daer toe door den keijzer te bepaalen tijd kan worden voltrokken, alsoo dien vorst bij gemelde zijn brieff zegd„ dat daar toe de tijd, om de wille den omstandigheeden voor als nog niet konde worden vast gesteld, en mij door het opperhoofd van stra= „lendorff berigt geworden is, dat het daar meede nog wel tot in het laatst van dit Jaer zoude moeten aanstaan, wanneer den kroonprins dan eerst het vijftiende Jaar zijn ouderdoms staat te bereiken. Ook doet den keijzer thans aan uwe Hoog Edelheeden het versoek tot dimotie van desselvs Rijksbestierder, den Radeen adipattij Sasra diningrat, en dat het uwe Hoog Edelheeden mogte behoegen in desselve plaats als Rijks bestierden aan te stellen, den presenten Cadoes Regent, Tommagong Mangcor Juso, die ik dan ook uit hoofde van dat denzelven daar toe het geschikste is voorgekomen, Aan uwe Hoog Edelheeden als soodaenig onder den titul en naam van Radeen Adipattij sindo Redjo voordraege, want den vorsb doeh van den haet en Verbittering teegens Savra diningrat niet afteleijden is geweest, wat moeijte ik daar toe ook in 't werk gesteld heb, en is daar en teegen zelvs die verbittering zoodae„ „nig toegenoomen dat zijn Hoogheid eerst aan mij door het opper„ „hoofd van Stralendorff heeft laeten versoekent, en nu ook zelve zijne instantie aan uwe Hoog Edelheeden doed, dat fasra diningrat vaon het biland Javo naar elders anders mag worden verbannen, om dat denzelven en desselvs vrouw, ongeagt alle waarschouwinge en ver„ „maningen, zich al geduurig met niet anders dan met waarsig= „gers en zoogenaamde Jovenaers ophouden, waar door den Keijzer in een geduurige vreese verseerd, dat 'er hier door ter eeniger tijd onheilen, het zij voor zich in de zijnen zelve, of voor eenige van de Rijksgrooten mogten ontstaan, die van onaangenaame en nadeelige gevolgen zouden konnen zijn. En offchoon in diese beshuldiging „lendorff. nog pag„o 11:
English
175 Samarang the 14th January 1742. Samarang the 14th January Anno 1733 page 19. have always considered unfounded and untenable, and for that reason have repeatedly sought to dismiss it, it is nevertheless certain that the Emperor harbors an unyielding hatred toward the said administrator of the realm, and placing no trust in him whatsoever, shuns and suspects him more and more, which is why I take the liberty to submit for Your High Nobilities' consideration whether it would not be best and most advisable to grant the prince's request for the removal of the repeatedly mentioned Sasta diningrat and his family, and consequently to place him somewhere else outside Java, wherever it shall please Your High Nobilities to see fit, to be maintained there at the Emperor's expense. I urge this all the more to prevent the harmful consequences that might otherwise result if Casta diningrat were to retain his residence on Java, where, in the event of any illnesses or deaths befalling the prince or his family, through suspicion or malicious accusation of having been the active cause thereof, something even worse might happen, besides the fact that the prince, in case his request were not consented to, might also become more indifferent to the Company's interests and show less compliance in arising matters, which is why I very respectfully solicit that Your High Nobilities may be pleased to grant authorization to send the repeatedly mentioned Sasra diningrat and family to Batavia in the month of March or April on one of the Company's vessels for the further complete disposition of Your High Nobilities. The Surabaya authority Van der Niepoort and the Bangkalan Commandant Morgenstern having entertained me since the month of October with by no means pleasant reports concerning the conduct of the Panembahan of Madura, I find myself placed under the necessity of having to inform Your High Nobilities thereof, all the more because the matter, which I have in vain attempted, were it possible, to clear out of the way in the least troublesome manner, might well lead to very unpleasant consequences if not countered in time by prudent measures; from the accompanying extracts of the letters that have been exchanged between the authority Van der Niepoort, Commandant Morgenstern and myself from the 19th of October last past to the 10th of this month, Your High Nobilities will gather not only how uncharitably but also with what contempt the Panembahan treated his worthy brother, the Raden Tumenggung of Sidayu, when the latter had sailed for Madura some time ago with the permission obtained from the Honorable Van der Niepoort, to perform some obligatory duties at or near the grave of their father, the old Panembahan, and how he let his said brother depart again without even wishing to see or speak to him, and that solely out of a hatred harbored against him because he does not seek to rid himself of the Sidayu Bupati Jodirono, who, having previously been persecuted in the year 1772 by the late Panembahan, was by my predecessor
Dutch transcription
175 Samarang den 14:' Januarij 1742. Samarang den 14:e' Januarij A:o 1733 pag„ 19. nog altoos voor ongegrond en als miet bistaanbaar aangemerkt heb, en daarom ook te meermaelen van de kand heb soeken te stijven, zoo is het egter zeeker, dat den Keijzer gemelde rijksbe„ „stierder een onversettelijken haat toedraagt, en due in denzelven gansch geen vertrouwen stellende, hem meer en meer schuuwd en suspecteert, waarom ik de vrijleis neem uwe Hoog Edelheeden in Consideratie te geeven, off het met het best en raadsaamst was„ om in het versoek van den vorst ter verwijdering van meermelden Sasta diningrat en desselive famnelie te accorderen en dien gevolge Hem ilders anders buiten Java, alwaar het uwe Hoog Edelheeden zullen gelieven goed te vinden, te plaetsen, om aldaar op 's keijzen kosten te worden onderhouden. —. Jk dring en om zoo veel te meer op aan ter voorkoominge van de nadeelige gevolgen die 'er anders wel dens uit zouden kunnen resulteeren, indien Casta diningrat zijn verblijf op Java bleef behouden, die bij eenige den vorst of de zijnen overte koomen siektens off sterfgevallen door suspitie dan wel haetelyke beshuldiging van 'er de werkende oorzaak van geweest te zijn, wel eens wat ergers zoude kunnen gebeuren, behalven dat den vorst, ingevalle in het versoek niet kwam te keusseuren, ook wel eens in 'sComp:s belangens onverschilliger konde worden en in de voorkoomende zaeken minder toegeevendheid gebruiken, waarom ik zeer eerbie= „dig besolliciteer, dat uwe Hoog Edelheeden qualificatie gelieven te verleenen om den meermelden Sasra diningrat en familie in de maand Maart of April met eene van Compagnies cheagen naar Batavia te moogen Oversenden ter verdere geberde dispositie uwer Hoog Edelheeden: — Den sourabaijas gezaghelber van der scuipbert in den Bancoalling Com„ „mandant Morgenstern mij seedert de maand October met gansch geen aangenaame rapporten omtrent het gedrag van den Panumbohan van Madura onderhouden hebbende, rind ik wij in de noodackelijkheid gesteld, om 'er uwe Hoog Edelheeden kennisse van te moeten geeven, te meer daar de zaak, die ik te vergefs getragt heb, waare het doen„ „lijk, op de minst moeijelijkste wijse uit den weg te ruijmen, Heb eens van zeer onaangenaame gevolgen konde worden, indien niet in tijds door voorzigtige maatregulen word teegengegaan; om't de neevens gaande Extracten der Brieven, die 'er tusschen den gezag= „hebber van der Neepoort, den Commandant Morgenstera en mij van den 19=e October Jongst Leeden tot den 10=e hujus gewisseld zijn, zal uwe Hoog Edelheeden bevogen, hoe liefdeloos niet alleen maar ook met een minagting den Panumbahan zijn braeven broeder, den Radan Tommongong viand sidaijdo heeft behandelt, oen deese voor eenge tijd naar Madura op de verkregene permissie van den E: van der Rrepoort, was opgestooken, ter aflegginge van eenige pligt pleegingen bij of aan het graf van hunnen Vader, den ouden Panumbahan, en hoo hij gemelde zijn broeder zonder hem eens te willen zien. nog spreeken weeder heeft laaten vertrekken, en dat wel alleen uit een tegens hem gezetten haat, dat hij zick niet van den sidaijoes Bepattij Jodirono tragt te ontdoen, die bevoorens van den laast overliedenen Panum„ „bahan in het Jaar 1772. vervolgd wordende door mijnen hleer pra„ naar „debesteur rd
English
177 Samarang the 14th of January Anno 1702 Samarang the 14th of January Ao 701. — ƒ99: 15. predecessor van der Burgh was taken into protection, and whom I also, on account of the vigilance always shown by him, shall seek to maintain, the more so because the hatred of the present Panumbahan against Jodirono arises chiefly from the instigations of a certain zealot or Taap residing in Madura, named Mamoed, to whom the prince not only lends an ear in all occurring matters, but also, being even ruled by him, allows himself to be led into base deeds, and moreover undertakes matters that conflict with the conditions and terms so solemnly assumed by him upon his appointment as Prince Regent of Madura; and indeed principally by arrogating to himself the right to strip the Madurese Bepattij Mangoe Nagara of authority, to diminish him in his revenues and livelihood, and thereby to favor the aforementioned zealot Mamoed, whom the Prince also on his own authority publicly had presented on the paseban as Niaka, or Grand Mantri, and caused several other Mantris to be deposed by this his minion, and favorites of Mamoed to be appointed in their place. Besides the further arbitrary management that the Panumbahan, on the advice of Mamoed, exercises in his districts by taking away their leased lands from the Chinese, and thus, by making those people destitute, will compel them to depart with their residence from there and thereby expose the land to a substantially lesser delivery of products than before, in such manner as is rightly remarked by the Bancallang Commandant Morgenstern. I do not doubt that Your High Nobilities shall, from this short and succinct exposition and from what is further dealt with in the aforementioned extract letters, regard the conduct of the Prince Regent not only as unlawful and running counter to his oath and duty, but at the same time consider these actions to be in due course of very dangerous consequences and highly ruinous to the land of Madura itself; the more so when one takes into consideration how greatly the Panumbahan is infatuated with that arrogant priest and deranged prophet, by whom he not only allows himself to be governed, but moreover also allows things to be foretold to him that are capable of throwing the land into turmoil, as appears among other things from the letter of the commander of the Sea Port, of the 21st of December, wherein it is said: That the Taap employs all subtle tricks to extort money from one and all, and that this rascal, who presently behaves very insolently and boasts of his power, has foretold to the Panumbahan that within three months there shall be a complete change on Madura; angels had told him this while walking on the path from Sambilangang to Bancallang, according to the tale of the Prince to Morgenstern, who thereby wishes to prove and show what a great man that priest is, who has such familiar intercourse with Mahomet; Morgenstern even thinks that he has so much might and power over the prince, whom he entirely rules through his alleged dreams and conversations with Mahomet, that he might well make him completely English-minded if they were to come, for the scoundrel is indeed so crafty that he knows his conduct and authority cannot hold under our government. — From the Captain Chinese and others, Morgenstern has already found out. this
Dutch transcription
177 Samarang den 14:e Januarij A:o 1702 Samarang den 14„e Januarij Ao 701. — ƒ99: 15. „decetseur van der Burgh en bescherming is genoomen, en die ik ook om de door denzelvens altoos betoonde vigilantie zal trag„ „ten te mainetineeren, te meer om dat den haat van den presen„ ten Panumbahan teegens Jodirono voornamelijk onkstaat door opstookingen van zeekere zich te Nadura bevindende deweeper of d' Saap, in naam Mamoed, aan wien den prins niet alleen in alle voorkoomende zaaken het oor verzeend, maar ook zelvs door denzelven gerregeert wordende, zich tot Laagheeden laet verleiden, en daar-en — boven zaaken onderneemd, die stuijdij zijn met de door hem bij des= „selvs aanstelling ot prins Regent van Madura zoo plegtig berwor„ ken Conditien en Voorwaarden; En wel ten principaele met zich het rigt aantematigen van den Meedureer Bepattij Mangoe Nagara het gezag te ontneemen, denzelven in zijne Inkomsten en bestaan te verminderen en daarmeede den dweeper Ramoed voormeld te favoriseeren, die den Trims ook op zijn eigen Authoriteit publicq op de passubaan tot Niaka, of groot Mantrie heeft lasten voorstelen, en verscheidene andere Aantries door deese zijnen mignon doer afsetten, en in dier plaatsen gun „stelingen van Namoed laat aanstellen. Behalven nog de verdere wille„ „keurige directie, die den Panumbahan op het aanraaden van Aamoed„ in zijne districten oeffend, met de Chineesen hunne gehuurde Landerijen afteneemen, en die menschen dus broodlvos maakende nootsaeken zal zich met er woon van daar te absenteeren en daar door het Land exponeeren aan eene vrij mindere Leeverantie van producten, als be„ „vooren, invoege door den Bancallangs Commandant Margenstern te regt word aangemerkt . Ike twijffel met off uw Hoog Eelheeden dal uit dit kort en zaakelijk betoog, en duit het verder verhandelt wordende bij de voormelde Extract Brieven, den handelwijns van den Prins Regent niet alleen als onge orloof en teegen zijn Eed en pligt aanloopende beschouwen, maar die gedoentens teffens Considereren als in der tijd van zeer gevaarlijke en voor het Land Madura zelve ten hoogsten ruineese gevolgen te zijn; te meer als men in opvreging neemt, hoe zeer den Panumbahan met dien introganten poap en veo„ „waarden Propleet is ingenoomen, van wien hij zich niet alleen laat tegeeren, maar daar en booven zich ook dingen laat voorseggen, die in staat zijn het Land in rep en doer te stillen, als onder anderen blijkt bij de brieff van den gesaghebber van den Trepoort, van dus 21„e december, alwaar gezegd woord: o Dat den Taap alle finesses Aanwind „om van deese en geene geld afteperoden, en dat dien snaak die zich thans „zien beutaal en groete op zijn pouvoir gedragt, aan den Panumbahan „ heeft voorspeld, dat 'er binnen drie maanden eene heele verandering op „ Madura sal zijn, dit hadden hem Ingelen, die off Pee wandelen vans „Sambilangang naar wancallang, gesegt, volgens 't verhaal van den „Trins aan Morgenstern, die daar door bewijsen en toonen wil, wat groot „man die paap is, die sulke familaire omgang met Mahomit heeft; „Morgenstern: zelvs diukt, dat hij zoo vel magt en pouvoir op den „prins, die hij geheel regeert door zijne voorwendende droomen en „gespreken met Macomet heeft; dat hij hem wel eens gehiel Engelost „soude maaken, als die eens kwrame, want den shurk is wel soo „doortrapt, dat hij weet, zijn gedrag en gesag, onder onse regeering, niet „duiken kan. –. van den Cap„n Chinees en andere, is Hoogens tern al phaalt„ uit. dis