VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3644

Malabar · 480 pages · 181 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3644_0309 view scan ↗

English

265. Paragraph 6. When the first signatory, therefore, received confirmed news that Palikatseeri had passed into the hands of the English on 13 November, and that the Moorish chief Aidros Koeti, well known from the Malabar papers, who governed the lands of Settua and Paponettij on behalf of the Nabob, was preparing to flee to Calicut, he verbally instructed the chief of Kranganoor, the junior merchant Cellarius, to march out with a company of Malays and a company of sepoys, and to take possession of the aforementioned places as soon as they were evacuated by the Nabob's forces. This was carried out by him on 20 and 21 November last with such skill that our men marched into those places barely a couple of hours after they were abandoned by the Nabob's troops. Paragraph 7. Shortly after him, a band of armed Nairs, or the Zamorin's local militia, appeared before Settua, as they said, to warn the inhabitants in the name of the English and the Zamorin that they were no longer to pay any tribute to the Nabob; but finding our men and our flag already there, they turned back again. Paragraph 8. In this manner we have now once again come into possession of Paponettij and Settua, and will also remain in it undisturbed in case the English, or under their superior authority, the Zamorin, get the land of Calicut into their power. But if in the outcome the Nabob should again come into peaceful possession of the same, through victory or treaty, he will certainly attempt to wrest these places from us once more. Paragraph 9. We shall, if possible, prevent this through friendly negotiation, and have attempted to lay the foundation for this through correspondence with his commander at Calicut, which is inserted in the copies of our secret resolutions of 24 November, 3, 9, 10, and 12 December 1783 transmitted herewith, to which we refer in this matter. Paragraph 10. Now, in order to give greater weight to these amicable negotiations, and in any case also to be better able to defend ourselves against force, we have, as appears from the secret resolution of the 9th of this month, requested the Ministers of Ceylon to furnish us with as many troops as their government can presently spare, since in both cases the chance of remaining master of Settua will be greater in proportion to the power that we will be able to employ to support our efforts to that end. 266. Paragraph 11. We considered this request to the Ceylon Ministers all the more necessary because, a few days after the taking of Settua, we received news that the English government at Madras had anew concluded an armistice for the period of three months with Tipu Sultan, whereby the further operations of Colonel Fullarton's army have consequently also been halted, and whereby the said Sultan has thus gained a free hand to wrest the aforementioned places from us once more. Paragraph 12. With this armistice, however, we cannot well reconcile the conduct of the English of Tellicherry, who, after the truce had been concluded, captured the city of Cannanore, belonging to a Moorish princess who bears the title of honor of Bibi, and whose husband is known as co-regent under the title of Ali Raja. Paragraph 13. For since this Bibi and Ali Raja are allies, or rather vassals, of Tipu Sultan, it seems that they ought also to have been included under the truce. Paragraph 14. At least we think that Tipu Sultan will regard this step as a breach of the armistice, and we are confirmed in this opinion by the reports that the first signatory has only just received from the army of Colonel Fullarton himself, that the Nabob is advancing against it with a heavy army. Paragraph 15. We will probably be able to give further report of this with the second return ship from Ceylon. Paragraph 16. Now that we have the pleasure of being able to write with our own ships, and may count all the more on safe delivery because the first signatory was recently informed on good authority from Bombay that, according to letters from London of 4 August, peace has been concluded between the Republic and England, we believe we are doing no entirely useless work in dispatching, by this first opportunity, in a separate small chest along with this letter, the copies of all our letters and their enclosures that were sent during this war overland and with Portuguese ships via Lisbon to your right honorable

Dutch transcription

265. § 6. wanneer derhalven de Eerstgeteekende vaste tijding kreeg, dat Palikatseeri op den 13:e Novem„ „ber was aan d' Engelschen overgegaan; en dat het bij de Malabaarsche papieren wel bekende Moorsche Hoofd, Aidros Koeti, die van wegen den Nabab de Landen van settua en Papo„ „nettij bestierde zich gereed maakte, om naar kalikut te vluchten: zoo instrueerde hij het opperhoofd van kranganoor, den onderkoop„ „man Cellarius, mondeling, om met eene komp: Malaiers en eene kompanie sjegos uit te rukken en de meermelde plaats,en zoo dra die door 's Nababs volk ontruimd wier„ „den, in bezit te neemen, het welk door den zelven op den 20. en 21. November Jongstleeden met zoo veel behendigheid is ter uitvoer ge„ „bragt, dat ons volk in die plaatsen trok, pas een paar uuren na dat dezelven van 's Nababs troepen verlaaten waaren. § 7. kort na hem verscheen voor settua een hoop gewapende Nairos, of Samorijnsche Landmi„ „lietsie, om zoo ze zeiden, uit naame van d' Engelschen en den samorijn de Jnwooners te waarschuwen, datze geen tribut meer aan den Nabab betaalen mosten, doch ons volk en onze vlagge daar reets vindende keerdenze wederom terug. § 8. op deeze wijze zijn wij thans wederom in § 10. om nu aan deeze minzaame onderhandelin„ „gen te meerder nadruk te geeven en om in allen gevalle ook beter in staat te zijn, om ons tegen geweld te verdeedigen, hebben wij de Ministers van Ceilon, blijkens sekreete re„ „soluutsie van den 9:e deezer, verzocht, ons zoo veel troepen bij te zetten, als hun Goe„ „vernement tegenswoordig missen kan, ver„ „mits in beide gevallen de kans om Meester § 9. wij zullen dit, des mogelijk, voorkoomen, door een vriendelijke onderhandeling, en hebben getracht, daar toe den grond te leggen, door eene briefwisseling met zijnen kommandant te kalikut, die geinsereerd is bij onze hierne„ „vens in kopij overgaande sekreete Resoluut„ „sien van den 24. November 3:e 9:e 10:e en 12:e december 1783. , waar aan wij ons in deezen gedraagen. het bezit van Paponettij en settua geraakt, en zullen er ook ongestoord in blijven, ingevalle de Engelschen, of onder hun hooger gezag, de sa„ „morijn het land van kalikut in hunne macht krijgen. - Doch zoo wanneer de Na¬ „bab bij d' uitkomst, door overwinning of ver„ „drag, wederom in het geruste bezit van het zelve mogt geraaken: zoo zal hij zeekerlijk trachten, ons deeze plaatsen andermaal te ont„ „weldigen. — het van 266. van settua te blijven, grooter zijn zal, naar maate van de macht, die wij zullen kun„ „nen gebruiken, om onze poogingen daar toe te ondersteunen. § 11: wij hebben dit verzoek aan de Ceilonsche Ministers des te noodzaaklijker geacht, wijl wij weinige dagen na de bezitneeming van settua tijding kreegen, dat de Engelsche Regee„ „ring te Madras op het nieuw eene wapenschor„ „sing voor den tijd van drie maanden met Tipoe sultan geslooten had, waar door de verdere operaatsien van het Leger van kollo„ „nel Fullarton dan ook gestaakt zijn, en waar door gemelde sultan dus ruime han„ „den gekreegen heeft, om ons de meermelde plaatsen andermaal te ontweldigen. § 12. Met deeze wapenschorsing kunnen wij echter niet wel over een brengen het gedrag der En„ „gelschen van Tellitseeri, die, na dat de wa„ „penstilstand getroffen was, de stad kananoor, toebehoorende aan eene Moorsche Vorsten, die den Eertitel van Bibi voerd, en welker Man onder den titel van Adij Rasia als Mede regent bekend is, vermeesterd hebben. § 13. want wijl deeze Bibi en Adi Rasia Geal„ „lieerden of liever vasallen van Tipoe sultan zijn, zoo schijnt het, dat zij ook onder den wapenstilstand hadden behooren begreepen te worden. § 14. Altans wij denken, dat Tipoe sultan dee„ „zen stap als eene verbreeking van de wa„ „penschorsing zal opneemen, en worden in dit denkbeeld bevestigd door de berichten, die de Eerstgeteekende nu pas uit het leger van kolonel Fullarton zelve ontvangen heeft, dat de Nabab met een zwaare Armé tegen het zelve in aantocht is. §15. Denklijk zullen wij hier van met het tweede retoer schip van Ceilon, nader bericht kunnen geeven. § 16: Nu wij het genoegen hebben, met onze eigene schepen te kunnen schrijven, en op eene veilige bestelling te eerder mogen reekenen, door dien de Eerstgeteekende deezer dagen van goeder hand van Bombai onderricht is, dat volgens brieven uit Lon„ „don van den 4:e Augustus de vreede tusschen de Republiek en Engeland tot stand gekoo„ „men is, meenen wij geen geheel onnut werk te doen, dat wij met deeze eerste geleegenheid neevens deezen in een apart kisje afzen„ „den de afschriften van alle onze brieven en derzelver bijlagen; die geduurende deezen oorlog overland en met portugeesche schee„ „pen over Lissabon aan uw weledele groot Altans achtb:

NL-HaNA_1.04.02_3644_0311 view scan ↗

English

267. Koetsiem the 29th of December 1783. honorable and highly noble Worships have been dispatched by us, except for the letters of the 17th of March and the 4th of April of this year, with their enclosures, which now go over as triplicate and duplicate. We resolve upon this the sooner because we must infer from our private domestic letters that the letters sent via Portugal have not arrived at their destination. Section 17. Finally, we also present to your Honorable, highly esteemed, and noble Worships, in a separate oblong small box, two plans of the fortress of Koetsiem; the one sub Number 1 indicates the condition thereof at the time when the declaration of war was received here, and Number 2 shows the fortifications as they now are, after the improvements made to them; and we trust that a knowledgeable eye will discover in this latter plan the principal reason why this Establishment did not become the prey of the enemies during the war, notwithstanding that they stood on our borders for a full year with a great superior force and threatened us more than once with a siege. Section 18. We commend your Honorable, highly esteemed, and noble Worships, together with the important interests of the Company, to God's safe keeping, and remain with all submission, Honorable, highly esteemed Gentlemen, and Noble Worshipful Gentlemen! Your Honorable, highly esteemed, and Noble Worships' humble and faithful servants, J G van Angelbeek Hr. v dn Basch A V Harn D D Spall A J Vernede W Haeften J: A Dannicheus A: W: C: Rij 268. Secret To the Right Honorable, highly esteemed, widely commanding Lord, Master Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the United Netherlands and its General Chartered East India Company, Governor General. To His Right Honor The Noble, Worshipful Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies, etc. etc. Right Honorable, highly esteemed, widely commanding Lord, Noble Worshipful Gentlemen! Section 1. I respectfully submit this to provide your Right Honors with a report of what has occurred with respect to the secret matters dealt with therein since my last letter of the 31st of March, which goes over together with this one. Section 2. On the 2nd of April, the English war fleet sailed past this fortress from north to south, counting twenty-eight sails including the two scouts that were already observed the day before, and among them seventeen ships of the line, the names of which are given in my accompanying enclosure. 269. Section 3. These ships were repaired of their defects and newly equipped at Goa and Bombay, for which Admiral Hughes negotiated twenty lakh rupees in bills of exchange on the Admiralty of England, the rupee to be paid at two shillings six pence sterling, and thus four stuivers more than that for which the rupee has hitherto been accepted by them. Section 4. Of this, fourteen lakh was spent on the payment of arrears of ship wages, repairs, outfitting, and the victualing of the fleet, and six lakh was taken aboard the fleet. Section 5. This fleet did not call at Mangalore and therefore has no land troops aboard, so that it is not likely that it will begin its operations with a landing on Ceylon, but much rather that it will seek out the French fleet, which has meanwhile been reinforced with three ships of the line, and thus consists of fifteen heavy ships and several strong frigates. Section 6. The chances of war at sea are therefore now much more uncertain, now that both fleets are virtually equally strong, than last year, when the French fleet was considerably more powerful than the English, and upon the outcome of their enterprises the fate of Ceylon seems primarily to depend. Section 7. For if the French fleet were beaten and forced to retreat, Admiral Hughes, in the present state of the war on land, could easily take aboard the necessary number of land troops at Madras to execute even now his intention, which he had devised in the early part of 1782 after the capture of Trincomalee, according to his letter to the Minister of the Admiralty, wherein he gives notice of that capture and adds that he intended to make himself master of Galle, which letter was inserted in the French newspaper of Luzac. Section 8. It is therefore very much to be wished that the so long-expected relief, which finally set sail from Texel on the 9th of July 1782, may soon arrive at the French fleet.

Dutch transcription

267. Koetsiem den 29. December 1783: achtbaare en weledele Gestrengen door ons zijn afgevaardigd, uitgezonderd de brieven van ^ met haare bijlagen den 17:e Maart en 4:e April deezes Jaars ^ die als Triplikaat en duplikaat thans overgaan. wij besluiten hier toe te eerder wijl wij uit onze partikuliere vaderlandsche brieven moe„ „ten opmaaken, dat de brieven over Portugal niet zijn te recht gekoomen. § 17. Eindelijk bieden wij uw weledele, groot achtb: en weledele Gestrenge ook noch in een apart langwerpig kasje aan, twee plans van de vesting koetsiem, het eene sub N=o 1: wijst de gesteldheid van dezelve aan, ten tijde dat hier de oorlogs verklaaring ontvangen werd, en N=o 2. vertoond de vestingwerken, zoo als ze zich thans, na de daar aan gemaakte verbeeteringen bevinden, en wij vertrouwen, dat een kundig oog in dit laaste plan de voornaamste reeden ontdekken zal, waarom dit Etablissement in den oorlog geen roof der vijanden geworden is, niet tegenstaande zij een rondjaar met eene groote overmacht op onze grenzen gestaan en ons meer dan eens met eene beleegering gedreigd hebben. 518. wij beveelen uw weledele, Groot achtbaare en weledele, Gestrenge, neevens de wigtige AJ Vernede W Haeften J: A Dannicheus A: W: C: Rij belangen der Maatschappij in Gods veilige hoede en blijven met alle onderdaanigheid. Weledele, Grootachtbaare Heeren: en Weledele Gestrenge Heeren! uwer Weledele, Grootachtb:, en Weledele Gestrenge onderdanige en getrouwe dienaaren J G van Angelbeek Hr. v dn Basch AV Harn DD Spall belangen 268. sekreet Den Hoogedelen, Groot achtbaaren wijdgebiedende Heer M:r Willem Arnold Alting wegens den staat der vereenigde Nederlanden en haare algemeene geoktroieerde oostindische komp: Goeverneur Generaal Aan zijne Hoogedelheid De Weledele, Gestrenge, Heeren Raaden! van Nederlands Jndien W: W: Hoogedele, Grootachtbaare wijdgebiedende Heer, Weledele Gestrenge Heeren! § 1: Jk laate deezen in eerbied dienen, om uwen Hoogedelheeden bericht te geeven van 't geen, zeeder mijnen laasten van den 31:e Maart, die tegelijk met deezen overgaat, met betrekking tot de daarbij verhandelde sekreete zaaken is voorgevallen. § 2. Den 2=de April zeilde voorbij deeze vesting van Batavia L:a A en de 272. 17 en de 269. 272. de noord naar de zuid de Engelsche oorlogs vloot, sterk met de twee voorloopers die 's daags bevoorens reets vernoomen wierden agt en twin„ „tig zeilen, en daar onder zeeventien schepen van linie, waar van de naamen, bij mijnen ne¬ „vensgaanden, zijn opgegeeven. § 3. Deeze schepen zijn te Goa en Bombai van hunne gebreeken hersteld en op 't nieuw toegerust, waar toe de Admiraal Hughes twintig Lak ropijen op wissels op de Admiraliteit van Engeland genegootsieerd heeft, de ropij tegen twee schelling ses pences sterling te betaalen en dus vier stuivers meer dan waar voor de ropij tot nu toe bij hen aangenoomen is. § 4. Hier van zijn veertien lak tot afbetaaling van achterstallige scheeps-soldijen, vertimme„ „ring, toetuiging en 't viktaljeeren van de vloot besteedt, en ses lak aan boord van de vloot mede genoomen. § 5. Deeze vloot is te Mangeloor niet aangeweest, en heeft dus geene landtroepen aan boord, zoo dat het niet waarschijnlijk is, datze haare operaatsien met eene landing op Ceilon zal beginnen, maar veel meer dat zij de fransche vloot zal opzoeken, die middelerwijle ver„ „sterkt is met drie oorlogs schepen van Linie, en dus uit vijftien zwaare schepen en eenige sterke fregatten bestaat. 6. De oorlogs-kans ter zee is dus thans veel on„ „ zeekerder, nu beide vlooten genoegzaam eeven sterk zijn, dan voorleeden jaar, toen de fran„ „sche vloot vrij machtiger was dan de Engel„ „sche, en van de uitkomst hunner ondernee„ „mingen schijnt het lot van Ceilon voornaam„ „lijk af te hangen. § 7. want indien de fransche vloot geslaagen en genoodzaakt wierd, zich te retireeren: zoo zoude de Admiraal Hughes, in de teegen„ „woordige gesteldheid van den oorlog te lande, ligt het noodige getal land troepen te Madras kunnen aan boord neemen, om nu noch zijn voorneemen uit te voeren, het welk hij in 't vre begin van 1782. na de verovering van Trin„ „kenemale gesmeedt had, volgens zijnen brief aan den Minister van de Admiraliteit, waarbij hij van die verovering kennis geeft, en er bij voegd, dat hij voorneemens was zich van Gale Meester te maaken, welke brief in de fransche koerant van Luzac gein„ „sereerd is. — § 8. Het is dus zeer te wenschen, dat het zoo lange verwachte ontzet, het welk eindelijk den 9e Juli 1782. uit Texel onderzeil gegaan is, spoe„ „dig bij de Fransche vloot moge aanlanden, sterke en 5 er

NL-HaNA_1.04.02_3644_0315 view scan ↗

English

and enable them to confront the enemies with a sure hope of victory and to foil their dangerous designs. Section 9. I mentioned just now the present state of the war on land, of which the Ceylon Ministers can give a more detailed report so far as it concerns the coast of Kormandel, but of which I, to my regret regarding what has occurred on this side, must share that Mangeloor has fallen to the enemies, and that the enemies in this fortress as well as in Bideroer have captured considerable booty, especially of rice, of which they had a great shortage. Section 10. Since then, the young Sultan Tipoe Saib has indeed arrived from Karnatika in Kanara with a strong army, where he has currently besieged Bideroer; however, it will not be so easy to expel the English from them again now that they are masters of two such capital fortresses. In the meantime Madras, which was hard pressed by the troops of the Sultan, catches its breath anew and even stands a great chance to expel from there the remainder of the troops of Tipoe Saib who remained in Karnatika under the command of his brother Karim Saib, as well as the French troops who are likewise on the coast of Kormandel, and furthermore to provide Admiral Hughes, whenever he might become master of the sea, with the necessary land forces for an expedition on land. Section 11. Our general letters point out the poor state of our financial resources, which has deteriorated greatly now that the merchandise that Ceylon intended to send to us during this monsoon with a private small ship, Trajano, could not arrive here, and we have also found no opportunity to monetize our pepper for acceptable prices, which is due to the abundance and the low price of pepper to the north. Section 12. We have nevertheless sent the last lakh of rupees that was still obtainable here to Ceylon, and we shall endeavor to manage until the month of November; but then we will also be at our wits' end if we receive no relief. Section 13. It does not need to be cash, however, if only spices, sugar, and other trade goods are sent to us here, we will be helped; and if our entire requisition is met, we can also still considerably assist Ceylon; but everything will depend on whether circumstances permit sending them hither with Company ships. Section 14. If this should encounter difficulties again as in the past year, the only means to help us would consist of making use of foreign neutral ships. Section 15. With this prospect, I have provisionally agreed with Mr. Pedro Antonio Monneron, brother of the French agent at Kolombo and thus a native Frenchman, but who is naturalized in Portugal and is a Lieutenant Captain at sea in the Queen's service, and commands his own ship under a Portuguese passport and flag, that he, intending to go to Batavia, will offer his ship S:t Pedro d'Alcantara on freight to Your Excellencies for the voyage hither. Section 16. This ship, sound and strong, a fine sailer, whose papers are in full order and have recently withstood the strictest examination in the English fleet of Admiral Hughes, could carry at the very least the following merchandise, besides some goods for use: one thousand chests of Japanese copper, one hundred thousand pounds of tin, eighteen hundred canasters of powdered sugar, two hundred canasters of candy sugar, and half of the requisitioned spices. Section 17. This cargo would, according to the usual invoice prices, amount to 113070 rupees at purchase, and if one assumes the usual selling prices, yield 381890 rupees upon sale. When the Company sends these goods hither with its own ships, it calculates for expenses of ship and servants on the aforementioned quantity: Tin and copper at 14 per cent amounting to 6665 rupees. Spices and sugar at 24 per cent amounting to 15709 rupees. Total 22374 rupees. Section 18. If this sum were paid double to such a ship as freight, to be received here after delivery, the Company would spare its ships and crew and avoid the risk of the war, and here a net profit of well over two lakhs of rupees would still be gained on the cargo, after deduction of the further return expenses. Section 19. If Mr. van de Graaff at Kolombo, who first drafted this plan and was in negotiations about it with a captain [illegible]

Dutch transcription

270. 272. en dezelve in staat stellen, om den vijanden met een zeeker hoope van de overwinning het hoofd te bieden, en haare gevaarlijke desseinen te veriedelen. § 9. Jk repte zoo eeven van de tegenwoordige gesteld„ „heid van den oorlog te lande, waarvan de Cei„ „lonsche Ministers omstandiger bericht kunnen geeven, voor zoo verre de kust kormandel be„ „treft, doch waarvan ik, tot mijn leetweezen, nopens 't geen aan deeze kant is voorgevallen, moet bedeelen, dat Mangeloor aan de vijanden is overgegaan, en dat de vijanden in deeze ves„ „ting zoo wel als in Bideroer, aanmerklijken buitgemaakt hebben inzonderheid ook van Rijs waar aan zij groot gebrek hadden. § 10. zeeder is wel de Jonge sultaan Tipoe saib, met een sterk leger uit karnatika in kanara aangekoomen, daar hij Bideroer thans belee„ „gerd heeft, doch het zal zoo maklijk niet gaan, om de Engelschen, nu ze eens Meester van twee zulke kapitaale vestingen zijn, daaruit we„ „derom te verdrijven, en middelerwijle schept Madras, hetwelk door de troepen van den sul„ „taan benauwd was, op 't nieuw adem, en heeft zelfs groote kans, om het overschot van de troepen van Tipoe saib, die onder bevel van zijnen Broeder karim saib in karnatika gebleeven zijn, en de Fransche troepen, die zich mede op de kust kormandel bevinden, van daar te verdrijven, mitsgaders om den Admiraal Hughes, zoo wanneer hij Meester van de Zee mogt worden, met de noodige land troepen tot eene expedietsie te lande in staat te stellen. 11. onze gemeene brieven wijzen den slechten toestand onzer geld middelen aan, die veel ver„ „ergerd is, nu de koopmanschappen, die Ceilon ons noch in deeze mousson met een partiku„ „lier scheepje Trajano wilde toezenden, hier niet hebben kunnen koomen, en wij ook geene geleegenheid gevonden hebben, om onze peper voor aanneemlijke prijzen tot geld temaaken. waar aan de meenigte en de vre laage prijs van de peper om de noord schuld zijn § 12. wij hebben niet te min het laaste lak ropijen hetwelk hier noch te krijgen was naar Cei„ „lon gezonden, en zullen ons trachten te redden tot de maand November toe; maar dan zijn wij ook te einde raad indien wij geen ontzet krijgen. — § 13. kontant geld behoefd het echter niet te zijn, hier als ons slechts specerijen, suiker en andere handelwaaren gezonden worden, zoo zijn wij enig geholpen; en als onze heele eisch voldaan word zoo kunnen wij Ceilon ook noch gebleeven merklijk 271. 272. merklijk bijstaan; doch hier zal het op aan„ „koomen, of de omstandigheeden het willen toe„ „laaten, om dezelven met 's komp:s schepen her„ „waards te zenden. — § 14. Jndien dit dus wederom zwaarigheid ontmoe„ „ten mogt gelijk voorleeden jaar, zoo zoude het eenigste middel om ons te helpen hierin bestaan„ dat men zich van vreemde neutraale schepen bedienden. § 15. Met dit uitzicht hebbe ik met den Heer Pedro Antonio Monneron, Broeder van den Fran„ „schen Agent te kolombo en dus een gebooren Franschman, doch die in Portugal genatura„ „liseerd en in der koningin dienst kapitain Luitenand ter zees is, en een eigen schip onder Portugeesche pas en vlagge voerd, provisio„ „neel afgesprooken, dat hij, die voorneemens is naar Batavia tegaan, zijn schip S:t Pedro d' Alcantara aan uwe Hoogedelheeden op vracht naar herwaards aan zal bieden. § 16. Dit schip, hecht en sterk, een schoone zeiler, wiens papieren in volle order zijn, en Jongst het scherpste onderzoek in de Engelsche vloot van Admiraal Hughes doorgestaan hebben, zoude op zijn minst de volgende koopman„ „schappen, buiten noch eenige goederen tot ge„ „bruik kunnen laaden. duizend kistjes Japansch koper honderd duizend pond Tin agttien honderd Kuasters poeder suiker twee honderd knasters kandij d=o en de helfte van de geeischte specerijen. § 17. Deeze laading zoude, naar de gewoone fak„ „tuur-prijzen 113070: ropijen inkoops bedraa„ „gen, en als men de gewoone verkoops prijzen aanneemd, 381890. ropijen bij verkoop rendee„ „ren. — wanneer de komp: deeze goederen met eigene schepen herwaards zendt: zoo reekend zij voor ongelden van schip en Dienaaren op de voorschr: quantiteit. Tin en koper 14. p:r C=to bedraagen rop:s 6665. — specerijen en suiker 24. p:r C=to d=o - - „ 15709. — v72 somma rop:s 22374. § 18. wanneer deeze som eens dubbeld aan zulk een schip tot vracht betaald werd, om, na de uit„ „leevering hier te ontvangen, zoo zoude de komp: haare schepen en volk spaaren, en de risiko van den oorlog uitwinnen, en hier zoude op de laa„ „ding noch ruim twee lak ropijen zuiver of na aftrek van de verdere rendements ongelden, geprofiteerd worden. § 19. Jndien nu de Heer van de Graaff te Kolombo, enig die dit ontwerp eerst gemaakt heeft, en daar over in onderhandeling was met een kapitain duizend van ier rt

NL-HaNA_1.04.02_3644_0317 view scan ↗

English

L a b. 272. Copy of another three-masted Portuguese ship at Kolombo should likewise succeed in its intention, Your Right Excellencies would be able to send with these two private neutral ships all the spices and the largest portion of the minerals, as well as about two-fifths of the sugar, alongside the most indispensable necessities for the household; the remainder could go to Ceilon on the Company's ships. Section 20. I would then be able to freight the aforementioned two ships to Ceilon with rice and timber, and from there they could bring the remaining merchandise here, and then be sent back to Ceilon with a second cargo of rice and timber. Section 21. I commend Your Right Excellencies and the important interests of the Company to the protection of the Almighty and remain with all respect and high esteem, was signed below, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, and Right Noble, Stern Sirs! Your Right Excellencies' obedient and faithful servant, was signed, J. G. van Angelbeek. In margin: Cochin, the 3rd of May 1783. I avail myself of this unexpected opportunity, with the English Company ship The Ganges, to report briefly to Your Right Excellencies that all is well here, the great haste made by the captain not permitting me to enter into any detail of affairs. On the 30th of September last, under cover, I Right Noble, Stern Sirs! Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord! The Right Noble, Stern Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies! Batavia To His Right Excellency! The Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the state of the United Netherlands and its General Chartered East India Company! Agreed E ABae 273. received from Ceilon via Tutukorijn the separate dispatch from Your Right Excellencies dated the 20th of May last, and I hereby express my respectful gratitude, both for the favorable congratulations on my promotion to Councillor of the Indies, and for the gracious addition of the Governor's title during my further stay here. Upon receipt thereof, we resolved in Council to send a suitable native vessel, provided with the necessary passport and flag, to Goa and Bombai for the purchase and conveyance of the requested wheat; however, the news since received from the north of a general scarcity of rice, and the extraordinary high cost of wheat caused thereby, makes me apprehensive whether we shall indeed succeed in our intention; yet Your Right Excellencies may be assured that nothing will be left untried to comply with this matter. We have news here from Bombai and Trankebaar that the preliminaries of peace have been signed between France, Spain, and America, and Great Britain, but that between our state and England only a cessation of arms is taking place, and a private ship from Mauritius, which called here and subsequently sailed for Bombai, has further confirmed that peace was published in Europe on the 20th of April, but without knowing anything further concerning our Republic. I hope soon to be gladdened with the definite news of an advantageous peace and at the same time to be provided with Your Right Excellencies' orders for the reduction of our troops; and provisionally, upon the aforementioned first news, I have reduced the sepoy companies from one hundred and thirteen to seventy privates, and as soon as we obtain any further certainty, in the hope of favorable interpretation, I shall proceed to the reduction of the sheikhs and of six companies of sepoys, but retain the remainder until further orders from Your Right Excellencies, mainly due to the uncertainty whether Your Right Excellencies wish to be served by them in Batavia. Tipu Sultan recaptured Bednore at the beginning of May and took prisoner of war the English General Matthews with two more staff officers, about twenty European captains, and a multitude of subaltern officers, alongside eight or nine hundred Europeans and about three thousand sepoys; and subsequently laid siege to Mangalore, wherein Major

Dutch transcription

L a b. 272. Kopia „ van een ander driemastig Portugeesch schip te kolombo, in zijn voorneemen mede mogt slaa„ „gen. zoo zouden uwe Hoogedelheeden met deeze twee partikuliere neutraale schepen, alle specerijen en het grootst gedeelte van de Mineraalen, mits„ „gaders omtrend twee vijfde van de suiker kun„ „nen zenden nevens de allernoodzaaklijkste be„ „hoeften voor de huishouding, het ovrige zoude met 's komp:s schepen naar Ceilon kunnen gaan. § 20. Jk zoude dan de voorm: twee schepen naar Ceilon kunnen bevrachten met rijs en hout„ „werk en van daar kosten zij de ovrige han„ „delwaaren hier na toe brengen, en dan met een tweede laading rijs en houtwerk naar Ceilon terug gezonden worden. § 21. Jk beveele uwe Hoogedelheeden en de wigtige belangen der Maatschappij in de bescherming des Allerhoogsten en blijve met alle eerbied en Hoogachting. /:onderstond:/ Hoogedele Groot achtbaare wijd gebiedende Heer, en weledele, Gestrenge Heeren! uwer Hoogedel¬ „heeden gehoorzaame en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 3:e Mai 1783. — Ik neeme deeze onverwachte geleegenheid, met het Engelsche komp:s schip The Ganges waar, om uw Hoog edelheeden in 't kort te melden, dat hier alles wel is, vergunnende de groote haast, die door den kapitain gemaakt word, mij niet, om in eenig detail van zaaken te treeden. — Den 30:e September Jongstl: hebbe ik onder koevert en Weledele, Gestrenge Heeren! Hoogedele, Grootachtbaare wijdgebiedende Heer! De Weledele, Gestrenge, Heeren Raaden van Nederlands Jndiën! Batavia Aan zijn Hoogedelheid! Den Hoogedelen, Grootachtbaaren, wijdgebiedenden Heer, M:r Willem Arnold Alting! wegens den staat der vereenigde Nederlanden en haare algemeene geoktroieerde Oostindische komp: Goeverneur Generaal Akkordeerd E ABae van ende 273. van Ceilon, over Tutukorijn de aparte Missive van uwe Hoogedelheeden van den 20:e Mai Jongstleeden ontvangen, en ik legge bij deezen mijnen eerbiedi„ „gen dank af, zoo voor de gunstige felicitaatsie wegens mijne bevordering tot Raad van Jndiën, als voor de gracieuse toevoeging van den Goever„ „neurs titel, geduurende mijn verder verblijf alhier. Op den ontvangst van dezelve, hebben wij in Raade beslooten, een bequaam inlandsch vaartuig met de noodige pas en vlagge voorzien, naar Goa en Bombai te zenden, tot den inkoop en overbreng van de geeischte tarwe, doch de zeder ontvangene tijding van de noord van een algemeene schaars„ „heid aan rijs en de daar door veroorzaakte onge„ „ meene duurte van de tarwe, maakt mij be„ „ducht, of wij wel in ons voorneemen slaagen zullen, echter gelieven uwe Hoogedelheeden ver„ „zeekerd te zijn, dat niets onbezocht zal blijven, om in dit stuk te voldoen. — wij hebben hier tijding van Bombai en Tranke„ „baar, dat de preliminarien van vreede tusschen Frankrijk Spanjen en Amerika en tusschen groot„ „brittannien geteekend zijn, doch tusschen onzen staat en Engeland noch maar een stilstand van wapenen plaats heeft, en een partikulier schip van Mauricius, het welk hier aangeweest en vervolgens naar Bombai gesteevend is, heeft nader verzeekerd, dat de vreede op den 20. April in Europa gepubliceerd was, doch zonder iets naders aangaan„ „de onze Republiek te weeten. Jk hoope eerlange met de vaste tijding van een voordeeligen vreede verheugd en teffens met de beveelen van uwe Hoogedelheeden tot het ver„ „minderen van onze troepen gemunieerd te wor„ „den, en hebbe bij provisie, op de voormelde eerste tijding, de sipais-kompanien van honderd der„ „tien tot zeeventig gemeenen gereduceerd en zal, zoo dra wij eenige meerdere zeekerheid erlangen, in hoope van welduiding, tot de reduksie van de sjegos en van ses kompanien sipais treeden, doch de overigen, tot nadere order van uwe Hoogedelheeden aanhouden, voornaamlijk we„ „gens de onzeekerheid, of uwe Hoogedelheeden van dezelven te Batavia gelieven gediend te zijn. Tipoe Sultan heeft Bideroer in 't begin van Mai heroverd, en den Engelschen Generaal Mat„ „theus met noch twee staf-Officieren, omtrend twintig Europeesche kapitains en een meenigte subalterne officiers nevens agt of negen honderd Europeeschen en omtrend drie duizend sipahis krijgs=gevangen gemaakt; en vervolgens het beleg voor Mangaloor geslaagen, waar in de vervolgens Majoor

NL-HaNA_1.04.02_3644_0319 view scan ↗

English

Major Campbell lay with nine hundred Europeans and two thousand sepoys. Notwithstanding the rainy season, the work of the besiegers had advanced so far in June that the breach was practicable and the moat nearly filled; yet an envoy from the Marquis De Bussy and two English deputies from Madras arrived in His Highness's army with the news of the peace in Europe, and with the invitation to take part in it pursuant to the 16th Article of the preliminaries. At the same time, the commanders of the French auxiliary troops in His Highness's army received orders not to act further against the English. Hereupon a ceasefire was concluded between Tipu Sultan and the commander of Mangalore on August 2nd, a copy of which I am transmitting. However, I now hear from Captain Dempster, who is the bearer of this letter, that Tipu Sahib has since broken the ceasefire and made himself master of Mangalore, and this news is confirmed by natives from the north. This must appear all the stranger since, after concluding the ceasefire, he sent ambassadors to Bengal for the formal peace negotiations, who lay here in our roadstead on the English Company ship Warren Hastings. As far as I can gather from Captain Dempster's account, the young prince, after concluding the ceasefire, must have caught wind of a certain letter from the Governor General and High Council in Bengal to the ministers of Bombay and Madras, instructing them not to make peace with him, but to subdue him completely. The aforementioned captain adds that he heard at Tellicherry that an English army of fifteen or sixteen thousand men was on the march from Madras to Seringapatam, and a second of about nine thousand men from Trichinopoly to Palghat. This latter report is confirmed, while writing this, to the extent that several merchants from the last-mentioned place are fleeing here, because an English army had arrived at Dharapuram (a fortress of Muhammad Ali Khan on the borders of Palghat) to besiege this place. If this order from Bengal is literally true, the conduct of Tipu Sultan would not be so much to blame, and the French would also have reason to complain about it as an infringement of the 16th Article of the preliminaries; for, if it is to mean anything, it must signify the promise on the part of England that it will make peace on equitable terms with the native allies of France. I therefore also take it as certain that the Marquis De Bussy will protest against this, and in any case will assist Tipu Sultan anew; and doing so, the barely quenched fire of war between these two nations could easily ignite anew, at least in these regions. These past days the first vessels from Muscat arrived here and brought news that two private ships from Batavia lay there with sugar and spices. We have not needed to sell pepper to replenish our treasury, and we shall therefore have a supply of no less than fourteen hundred thousand pounds in the coming month. The Ceylon ministers have been informed of this and requested to have it collected from here. I commend Your Excellencies and the important interests of the Company to God's protection and have the honour to be. (Below was written:) Right Honorable, highly esteemed, broadly ruling Lord, and Honorable, rigorous Lords! Your Excellencies' most humble and faithful servant. (Was signed:) J. G. van Angelbeek. (In the margin:) Cochin, the 12th of October 1783. Agreed, Adriaan Bootvlick, First Clerk. Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the town of Cochin. Monday the 24th of November 1783, forenoon, present: The Right Honorable Lord Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek. The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honorable Major and Head of the Military Fredrik von den Busch, The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Nikolaas Wendelen Beijts, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seiffer, The Honorable Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipion Vernede, The Honorable Junior Merchant Willem van Haesten, and The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen. In this meeting, convened solely for that purpose, the Lord Governor informed the members that His Honour had recently received firm news that the English were approaching with a numerous army to make themselves masters of the Kingdom of Calicut, and therein to restore to the throne the old King Zamorin, who found himself in their army for that purpose.

Dutch transcription

274. Majoor Campbell met negen honderd Europeeschen en twee duizend sipais-legt; Niet tegenstaande den regen tijd, was het werk der belegeraars in Iuni zoo vergevorderd, dat de breche praktika„ „bel en de gracht bij na gevuld was, toch toen arriveerden een Afgezant van den Heer Markies De Bussij en twee Engelsche gedeputeerden van Madras in zijn Hoogheids leger, met de tijding van den vreede in Europa, en met de noodi„ „ging, om, uit hoofde van het 16:e Artikel van de preliminarien, daaraan deel te neemen; en ter zelver tijd ontvingen de kommandanten van de fransche hulp=troepen in zijn Hoogheids le„ „ger order, om niet verder teegen d' Engelschen te ageeren. — Hier op is den 2.e Aug:s tusschen Tipoe sultan en den kommandant van Mangaloor een wapen„ „stilstand geslooten, waar van ik een afschrift overzende; Doch thans hoore ik van Kapitain Dempster, die de Brenger deezes is, dat Tipoe saib den wapenstilstand zeder verbrooken en zich van Mangaloor Meester gemaakt heeft; en deeze tijding word door Jnlanders van de Noord bevestigd; Dit moet zoo veel vreemder voor„ „koomen, wijl hij, na het sluiten van den stie„ „stand, Ambassadeurs naar Bengale gezonden heeft tot de formeele vreede=handelingen, die met het Engelsche komp:s schip, waaren Hastings, hier op onze rheede geleegen hebben. zoo veel ik uit de vertelling van kapitain Dempster kan nagaan, moet de Jonge vorst, na het slui„ „ten van den wapenstilstand, de lucht gekreegen hebben van zeekeren brief van den Goeverneur Generaal en Hoogen Raad in Bengale aan de Ministers van Bombai en Madras, om geen vreede met hem te maaken, maar hem ten eenemaal te onder te brengen. Gemelde kapi„ „tain voegd daarbij te Tellitseeri gehoord te hebben, dat een Engelsch leger van vijftien of sestien duizend Man van Madras naar Seringapatnam en een tweede van omtrend negen duizend Man van Trietsjenapoli naar Palikatseeri, in aan„ „togt was, en dit laatste word, onder het schrij„ „ven deezes, in zoo verre gekonfirmeerd, dat ver„ „scheidene kooplieden van laast gem: plaats dit heen koomen vluchten; wijl te Darapoer /:eene vesting van Mahmed Alichan op de grenzen van Palikatseeri:/ een Engelsch leger aangekoomen was, om deeze plaats te beleegeren. — Jndien deeze order van Bengale letterlijk waar is, zoo zoude het gedrag van Tipoe sultan zoo zeer niet te blameeren zijn, en zoo zouden heeft ook v 276. 275. ook de Franschen reeden hebben, zich daar over, als over een inbreuk van het 16:e Artikel van de preliminarien te bezwaaren, want, indien het zelve iets beteekenen zal, zoo moet het de belofte van de zijde van Engeland beteekenen, dat het, op billijke voorwaarden, met de Jnland„ „sche Bondgenooten van Frankrijk zal vreede maaken. Jk stelle derhalven ook als vast, dat de Markies De Bussij daar tegen opkoomen, en in allen gevalle Tipoe sultan op 't nieuw bij staan zal; en zoo doende, zoude het pas gedempte oorlogs vuur tusschen deeze twee Naatsien mak„ „lijk op 't nieuw kunnen ontsteeken, ten minsten in deeze gewesten. — Deezer dagen zijn de eerste vaartuig van Mas„ „kat hier gekoomen en hebben tijding gebragt, dat daar twee partikuliere schepen van Batavia met suiker en specerijen lagen. — wij hebben niet noodig gehad, tot stijving van onze kas peper te verkoopen, en zullen dus in d' aanstaande maand wel veertienmaalhon„ „derd duizend ponden in voorraad krijgen; De Ceilonsche Ministers zijn hier van verwittigd en verzocht, dezelve van hier te laaten afhaalen.— Jk beveele uwe Hoogedelheeden en de wigtige belangen der Maatschappij in Gods bescherming 11 en hebbe de eere te zijn. /:onderstond:/ Hoogedele grootachtbaare wijdgebiedende Heer, en weledele Gestrenge Heeren! uwer Hoogedelheeden onder„ „daanigste en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ J: g: van Angelbeek /:in margine:/ koetsiem den 12:e oktober 1783: Akkordeerd Adriaan Bootvlick Egklerk en De Weledele Groot Achtb: Heer Raad extra Ordinair van Nederlands Jndiën goeverneuren Direkteur Johan Gerard van Angelbeek. De E: Heer opperkoopman Sekunde en Hoofd administrateur Reinier van Harn, De 2: Her Majoor en Hoof der Milietsie Fredrik von den Búsch, De E: koopman Fiskaal en kassier Nikolaas Wendelen Beijts. Des 2: onderkoopman en pakhuismeester Jan Lambertus van Spall, Dr E: onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seiffer, De E: Onderkoopman en Dispencier Abraham Jean Scipion Vernede De: L: onderkoopman Willem van Haesten, en Der E: onderkoopman en seckentaris van poliettie Johan Andries Daimichen, Jn deeze, daar toe alleen belegde vergadering, gaf de Heer Goeverneur aan de Leden te kennen; dat zijn Edele deezer dagen vaste tijding erland had, hoe de Engelschen met een talrijk leeger in aantocht waaren, om zich van het Rijk van Kalikut Meester te maaken, en daarin den ouden koning Samorijn, die zich tot dat einde in hun leger bevond, wederom op den troon te Maandag den 24: November 1723 voormiddag, prezent genoomen in Raade van Mallabaar ter steede Koethiem. Sekreete Resoluuitsie brengen L. C. 276. El„ 10„

NL-HaNA_1.04.02_3644_0322 view scan ↗

English

277. The 24th of November. The 24 November. to bring, as well as on the 13th of this month having captured the fortress of Palikasseeri, which was to be regarded as the key to that Kingdom, and how, in contrast, the few troops of the Nabab Tipoe Sultan were retreating, and had specifically also abandoned the land of Paponettij and the fortress Settua; That His Honour had therefore judged that this favourable opportunity ought to be used to restore the Company to the possession of that region and fortress, which had lawfully belonged to it, and had been seized by the Nabab through superior force; wherefore His Honour, on the 19th of this month, had summoned the Chief Cellarius of Kranganoor to him and informed him of this intention, as well as entrusted the execution thereof to him, with a verbal instruction relating thereto, and that the said Cellarius the following morning with a company of Malays, under the Ensign Dalinger, and a company of Chegos, under the Ensign Berger, had marched out from Kranganoor, and already by nine o'clock had taken possession of Paponettij, as well as the following day of Settua, without having encountered any troops of the Nabab or any other hindrance; these places and the entire region having been evacuated shortly before by the former possessors, but that he also should not have arrived half a day later, because the Zamorin Moors, upon the news of the retreat of the Nabab's forces, had already made preparations to cross the river with a multitude of kattoponels, and to plunder the country folk; of which event it has been resolved and agreed to keep this record. And it has further, upon the proposal made to that effect by the Lord Governor, been resolved and agreed to appoint Lieutenant Frederik Christiaan von Muldersz: as commander of Settua, as this can brook no delay, but to entrust the administration of Paponettij for the time being to the Hon. Cellarius, until one, from the further course of the war of the English against Tipoe Sultan, can judge with greater certainty whether one will be able to maintain oneself in the possession of these places. Thus done, resolved, and decreed, in the Council of Malabar at the city of Koetsiem, on the day, month and year aforesaid. Was signed: J: G: van Angelbeek, Reinier van Harn, Fr: von den Busch, N: W: Beijts, J: L: van Spall, C: G: Seijsser, A: J: S: Vernede, W: van Haeften, and J: A: Duimichen. Sworn Clerk, Adriaan Poolvlick. 278. Wednesday the 3rd of December 1783. Morning, present The Right Honourable and Highly Respected Lord, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek. The Hon. Senior Merchant, Second and Chief Administrator Reinier van Harn. The Hon. Merchant and Fiscal Mr. Nikolaas Wendelin Beits. The Hon. Junior Merchant and Warehouse Keeper Ian Lambertus van Spall. The Hon. Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seiffer. The Hon. Junior Merchant and Provisioner Abraham Jean Scipion Vernede. The Hon. Junior Merchant Willem van Haeften. The Hon. Major and Head of the Military Fredrik von den Busch. Absent due to indisposition: The Hon. Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Duimichen. Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Koetsiem. After the ordinary business contained in the general resolution of today, the matter of the re-taking possession of the lands of Paponettij and Settua, of which report was made in the secret resolution of the 24th of November last, was brought further to the table, and to demonstrate the reasons which had given cause thereto, it was noted by the Lord Governor: 279. That, if one had neglected this chance to put oneself again into the possession of those lands and the English had conquered them, the Company would have been deprived of them for all time, for the English would have regarded them as places that had last belonged to the Nabab and had been captured from him, and would have retained them under that title. That in the opposite case, or if Tipoe Sultan might remain master at the end of the Zamorin Kingdom, the Company would likewise have had no other chance to recover what was lost than the way of arms, which had already been attempted in vain in the year 1778; but that now, since the Company had placed itself in possession, in the first case, the English would not have the slightest right to challenge it over this, because it had done nothing other than to take back that which had been unlawfully seized from it; while, in the second case, the Nabab would undoubtedly try to bring those places under his power once again, but that this would also have been the case if the enterprise in the year 1778 to recapture Settua by force of arms had met with a desired success; and finally, that in any case, now that one had come into possession of the said places again, one would have a better chance to settle the dispute over the same through amicable negotiation with him, the Nabab, than if he had remained master thereof. Draft letter by the Right Honourable and Highly Respected Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this coast, written to the Commander of Kalikoet, the Lord Assadabeek Khan. That he, the Governor, in order to pave the way to this latter, and in particular to amuse at least for the present the Commander of Kalikut and the Nabab himself, immediately after taking possession of Settua, had given notice thereof in a letter to the said Commander, with the request to inform the Nabab thereof, the Dutch draft of which reads as follows:

Dutch transcription

277. Den 24. November. Den 24 November. brengen, mitsgaders op den 13„e deezer de vesting Palikas „seeri, die als de sleutel van dat Rijk aan te merken was, veroverd hadden, en hoe daar in teegen, de weinige troepen van den Nabab Tipoe Sultan, retireerden, en speciaal ook het land van Paponettij en de vesting settua verlaaten hadden; Dat zijn Edele derhalven geoordeeld had, zich van deeze gunstige geleegenheid te moeten bedienen, om de kompanie wederom te stellen in het bezit van die landstreek en vesting, welke haar wettig had toebehoord, en door den Nabab door overmacht was ontweldigd; weshalven zijn Edele op den 19:e deezer het Opperhoofd Cellarius van kranganoor bij zich ontboden en van dit voorneemen onderricht, mitsgaders de uitvoering daar van opgedraagen had, met een mondelinge instruksie daar toe betreklijk, en dat gemelde Cellarius den volgenden morgen met eene Komp:e Malaiers, onder den vaandrig Dalinger, en een komp:e sjegos, onder den vaandrig Berger, van kranganoor uitgerukt was, en om negen uur reets van Paponettij, mitsgaderss daags daar aan van Settua bezit genoomen had, zonder eenig volk van den Nabab„ of eenig ander hindernis ontmoet te hebben; zijnde deeze plaatsen en de heele landstreek, kort bevoorens van de voorige Bezitters, ontruimd, doch dat hij ook geen halven dog Akkordeerd E 10 laater had moeten koomen, door dien de samorijnsche Mooren„ Val„ op de tijding van de retraite van s Nababs volk, reets toestel gemaakt hadden, met een meenigte kattoponels over de revier te gaan, en het landvolk uit te plonderen; van welke gebeurten is, goedgevonden en verstaan is, deeze aanteekening te houden. En is wijders, op de daartoe gedaane proposietsie van den Heer Goever„ „neur, goedgevonden en verstaan, den Luitenant Frederik Christi„ „aan von Muldersz: tot kommandant van settua aantestellen; ds als kunnende dit geen uitstellijden, doch de beheering van d Paponettij voor eerst aan den E: Cellarius op te draagen, tot dat men, uit het verder beloop van den oorlog der Engelschen, tegen Tipoe Sultan, met meerder zeekerheid kan oordeelen, of men zich in 't bezit van deeze plaatsen zal kunnen handhaaven-t Aldus Gedaan, Geresolveerd, en Gearres„ „teerd, in Raade van Mallabaar ter steede koetsiem ten daage, maand en Jaare voormeld - /:was getl::/ J„ G: van Angelbeek, Reinier van Harn Fr: von den Busch, N: W: Beijts, J: L: van Spall, C: G: Seijsser, A: J: s vernede, w: van Haesten, in en J: A: Daimichen 1 Ryklerk Adriaan Poolvlick laater 3. 278. De weledele Groot achtb: Heer Raad extra ordinair van Nederlands Jndien Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek „ E. Heer opperkoopman, sekunde en hoofd administrateur Reinier van Harn E: Koopman en Fiskaal M=r Nikolaas wendelin Beits, „ E. onderkoopman en Pakhuismeester Ian Lambertus van Spall, „ E: onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seiffer „ E: onderkoopman en Dispencier Abraham Jean Scipion vernede, „ E. onderkoopman Willem van Haeften. E. Heer Majoor en hoofd der Milietsie Fredrik von den Busch „ „ E: onderkoopman en Sekretaris van Polietie Johan Andries Duimichen door indisposietsie Na de ordinaire besoigne bij de gemeene Reso„ „licutsie van heeden vervat, werd de zaak van het wederom in bezit neemen van de landen van Paponettij en Settua, waar van bij de se„ Woensdag den 3. ' December 1783. voormiddag, present Sekreete Resolucitsie genoomen in Raade van Mal„ „labaar ter steede Koetsiem „kreete op Absent 279. „kreete resoluuitsie van den 24. November Jongstl: verslag gedaan is, nader ten tapijte gebragt, en tot betoog van de reedenen die daar toe aanlei„ „ding gegeeven hadden door den Heer Goever„ „neur aangemerkt. Dat, als men deeze kans verwaarloost had om zich wederom in het bezit van die landen te stellen en de Engelschen dezelven vermeesterd hadden, de komp: daar van voor al tijd zou„ „de verstooken geweest zijn, want dat d'Engel„ „schen dezelven als plaatsen, die laast aan den Nabab toebehoord hadden en op hem veroverd waaren, zouden aangemerkt en onder dien titel behouden hebben. Dat in het tegen overstaande geval, of wanneer Tipoe sultan aan 't eind van het samorijn„ „sche Rijk mogt Meester blijven, de Kompanie ook geen andere kans zoude gehad hebben, om het verloorene weder om te verkrijgen, dan den weg van wapenen, die reets in 't Jaar 1778. vrucht„ „loos was ingeslaagen, doch dat thans, nu de komp: zich in 't bezit gesteld had, in 't eerste geval, de Engelschen geen het minste recht zouden hebben om haar daar over aan te spreeken, door dien zij niets anders gedaan had, dan wederom te neemen het geen haar onrechtvaardiger wijze ontweldigd was; terwijl, in het tweede geval, de Nabab wel ongetwijfeld zoude trachten, die plaatsen ander„ Konsept brief door den weledele groot agtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndia, mitsgaders Gouver„ „neur en Direkteur deser kuste gesch: aan den kommandant van Kalikoet den Heer Assadabeek. „maal onder zijn geweld te brengen, doch dat dit ook het geval zoude geweest zijn, zoo wanneer de onderneeming in 't Jaar 1778. om settua gewapen„ „der hand te heroveren een gewenscht sukces ge„ „had, en eindelijk, dat men in allen gevalle thans, nu men wederom in 't bezit van gem plaat„ „sen was geraakt meerdere kans zoude hebben om het verschil over dezelven door minlijke on„ „derhandeling met hem Nabab bij te leggen, dan wanneer hij daar van Meester gebleeven waare. Dat Hij Goeverneur, om tot dit laaste den weg te baanen, en inzonderheid, om ten minsten voor eerst den kommandant van kalikut en den Nabab zelve te amuseeren. Strax na de bezit„ „neeming van settua, daar van had kennis ge„ „geeven, bij een brief aan gemelden komman„ „dant, met verzoek om daar van bericht te doen aan den Nabab luidende het nederduitsche op„ „stel van denzelven als volgt. „maal. chan

NL-HaNA_1.04.02_3644_0325 view scan ↗

English

As soon as the English army moved from the east toward Palghat, I received word that the people of the Lord Nabab, Tipu Sultan Bahadur, had abandoned Papinivattom and Chettuvayi, and that the entire country was thus exposed to the wantonness and violence of the Samorin's people. I have therefore retaken possession of those places as belonging to the Company from of old. The very next day the people of the Samorin came to occupy Chettuvayi and to plunder and devastate the country; but seeing that our people were already posted there, and that the Dutch flag had been raised there again, they retreated without having accomplished their purpose. I request Your Honour to inform His Highness the Lord Nabab Tipu, Sultan Bahadur, of this, with the assurance that the Dutch Company will always maintain friendship with His Highness and endeavor to cultivate it more and more. If in this matter I can be of any service to Your Honour, please write to me. May God preserve Your Honour. Was subscribed: Thus translated by me into Malabar, Cochin, date as above. Was signed: B. Bles, sworn translator. I am in good health up to the 24th of this month and wish to inquire after the well-being of Your Right Honourable; upon receipt of this, I request you to write to me in detail. I have received news that there are people present and remaining at Chettuvayi, and that the flag of the Noble Company has been raised there. Since the Nabab and the Noble Company live in great harmony and friendship, especially between me and Your Right Honourable, no discord has arisen. This being so, Your Right Honourable ought not to have sent people and a flag to the fort which was conquered by the Aramancan; whether these Translated ola written by Ariprabhu Subahdar at Calicut to the Right Honourable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director on the Malabar Coast, received on the 26th of November 1783. That His Honour, shortly after the departure of this letter, had received two letters from the said commander concerning this matter, reading in translation as follows: the 25th of November 1783. people who have now arrived came by order of Your Right Honourable, or under that name from someone else, cannot be known with certainty. If it is the case that Your Right Honourable has sent people, as it were, to a fort that was conquered by the Aramancan without writing to us, in view of our great friendship, such sending of people is not proper; therefore, for these reasons, please write to me and inform me clearly of everything. For the goods that Your Right Honourable sent me, I have sent the money with Isaac Surjon; inform me whether the same has been delivered. To ask such things of Your Right Honourable's people is not fitting; therefore I have decided to write to Your Right Honourable in order to consider matters further according to the reply, etc. Translated ola written by Arasadabekukan to the Right Honourable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director on the Malabar Coast, received on the 26th of November 1783. In the fort of Chettuvayi, which was conquered by Aramankan, the Company's flag is flying and some people are there; this we have heard, without being able to know for what reason. The Aramankan and the Noble Company are in great alliance; therefore, without doing any harm to those people, we write to Your Right Honourable, for we cannot believe that those people were sent from there. Therefore I wish to know with certainty whether these people who are there were sent by Your Right Honourable, or not by order of Your Right Honourable, or perhaps sent by someone else, which I cannot know; so as not to bring any harm to the friendship, for it is not good that any misfortune should befall that friendship. Therefore, if it is people that Your Right Honourable has sent, let them return back thither. Whereupon he, the Governor, had a letter written in reply of the very same content as the first, with this addition: that when the present troubles should be ended, the Company would seek to settle this matter amicably with the Lord Nabab; upon which the further answer was still awaited. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to conform with all of this. Whereas regarding the revenues of the aforementioned

Dutch transcription

280. „soen het Engelsche leger uit het oosten naar Palkatseeriging, kreeg ik bericht dat het volk van den Heer Nabab, Tipoe Sultan Baha„ „doer Paponettij en settua verlaaten had en dat dus het heele land voor den moed wil en de geweldenarijen van de Samorijnsche volke„ „ren blood stond. Ik hebbe derhalven die plaat„ „zen als van ouds aan de komp: toebehooren„ „de wederom in bezit genomen, 'sdaags daar aan quam het volk van den sammorijn, om settua te bezetten en het land uitte plon„ „deren en te verwoesten, doch ziende dat ons volk daar reets geposteerd was, en dat de hol„ „landsche vlag daar wederom geplant was, zijn ze onverrichter zaake wederom afgetrokken. Jk verzoeke uwEd hier van aan zijn hoogheid den heer Nabab Tipoe, Sultan Bahadoer be„ „richt te geeven, onder verzeekering dat de hollandsche komp: de vriendschap met zijn hoogh=d steets zal onderhouden en meer en meer trachten aan te queeken. Hier iets van uw Ed dienst zijnde gelieve mij aanteschrijven God bewaare uwEd /:onderstond:/ zoodanig door mij in het mallabaars overgezet koetsiem dato als boven /:was getekend:/ B„s Bles g: transl=t Ik ben tot den 24. ' dezer maand ingezondheid en wensche naar de welstand van uweledele Groot achtb: te verneemen; op ontvangst de„ „zes verzoeke mij omstandig te schrijven: Jk heb tijding erlangt dat er volkeren zijn en blijven te settua, en dat aldaar gesteld is de vlag van de Edele kompanie: wijl de Nabab en„ „de Edele kompanie leeven in een groote armonie en vriendschap, voornaamlijk tusschen mij en uwel„ edele Groot achtb:, is er geen oneenigheid ontstaan dit zoo zijnde behoorde uweledele Groot achtb' geen volk en vlag te zenden, naar het fort het welk door den Aramancan is gekonquesteerd: of dit Translaat ola door Aripro„ „boe subedaar te kallikoet ge„ „schreeven aan den weledelen groot achtb: Heer Iohan Ge„ „rard van Angelbeek Raad extra ordinair van Nederlands Jndia Goeverneur en Direkteur ter kuste Mallabaar, ontvangen den 26. ' November 1783. 4 Dat zijn Edele, kort na het afgaan van deezen brief, twee brieven van gemelden kommandant over dit geval ontvangen had; luidende vertaald als volgt „chan den 25. 9ber: 1783. — Dat volk 281. volk het welk nu is gekoomen, op order van uweledele Groot achtb;, of onder die naam van iemand anders is, kan men met zeekerheid niet weeten: zoo het is. dat uweledele Groot achtb: volk gezonden heeft, als naar een fort dat gekonquesteerd is door den Ara„ „mancan sonder aan ons te schrijven, uit hoofde van onze groote vriendschap, schikt die sending van volk niet, dus om die reedenen gelieft mij te schrijven en van alles duidelijk te onderrichten. voor de goede„ „ren die uweledele Groot achtb: mij heeft gezonden heb ik het geld met Isaak surjon gezonden; bedeeld mij of het zelve besteld is; van uweledele Groot achtb volkeren zulx te vraagen betaamt niet, daarom heb„ ik beslooten te schrijven aan uwel edele Groot achtb: om volgens het antwoord, in overweeging te neemen &:r Translaat ola door Arasada„ „bekoekan geschreeven aan den weledelen Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Neder„ „lands Jndia, Goeverneur en Direk„ „teur ter kuste Mallabaar, ontvan„ „gen den 26. November 1783. In het fort van settua, het welk gekonques„ „teerd is door Aramankan, waaid de Kompanies vlagen eenige volkeren zijn daar, dit hebben wij ge„ Waar op hij Goeverneur een brief in antwoord had laaten schrijven van den eigensten inhoud als de eerste, onder deeze bijvoeging, dat, als de tegen„ „woordige troubles geeindigd zijn zouden, de komp: deeze zaak met den Heer Nabab zoude zoeken in der minne bij te leggen; waar op het nader ant„ „woord noch verwacht wierd. Waarop gedelibereerd zijnde, zoo is goedgevonden en verstaan zich met dit een en ander te konformee„ „ren. Aangezien men op de inkomsten van eeven „hoord, zonder te kunnen weeten om welke oorzaak de Aramankan en d'edele Kompanie zijn in Groote„ aliantsie, daarom sonder eenig quaat aan die men„ „schen te doen, schrijven wij aan uw eledele Groot achtb:, want wij kunnen niet gelooven dat die menschen van daar gezonden zijn, derhalven wil ik met zeekerheid weeten, of deeze menschen die aldaar zijn, zijn gezonden door uweledele Groot achtb:, of niet op order van uweledele Groot achtb:, dan wel gezonden door iemand anders, 't geen ik niet weeten kan, om geen quaat toe te bren„ „gen aan de vriendschap, want het is niet goed dat eenig ongeluk gescheide in die vriendschap derhalven, zoo het volk is dat uweledele Groot achtb: e, gezonden heeft, laat het weder te rug keeren naar derwaarts. „hoord gem:

NL-HaNA_1.04.02_3644_0327 view scan ↗

English

said lands of Settua and Paponetty are subject to being leased out, which had been leased by the Nabab to the Canarin Naga Kalia and to the well-known Moor Haidros Koetij for one year, beginning on primo August 1783 and ending ultimo July 1784; thus it was observed in that regard that these farmers of the revenue, if they are cast off by the Company, will not fail to lodge a complaint with the Nabab's governor at Kalikut and to incite him to retake Settua. Consequently, upon the proposal of the Governor, it was approved and agreed to offer the said farmers of the revenue the option to continue in their leases for the remainder of this year, provided that they account for the money to the Company. Thus done, resolved, and determined in the Council of Malabar in the city of Koetsiem on the day, month, and year aforesaid. Was signed: I: G: van Angelbeek; R: van Harn; N: W: Beits; I: L: van Spall; C: G: Seiffer; A: J: S: Vernede; and W: van Haeften. Agreed. Adriaan Boolrles First Clerk. In this meeting specially convened for this purpose, the Governor communicated the translation of a letter from the Nabab's commandant at Kalikut dated the 1st of this month, in reply to His Honor's missive of the 27th of November last, which was inserted in the secret resolution of the 2nd, reading as follows: The Right Honorable Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director, Johan Gerard van Angelbeek. The Honorable Senior Merchant and Head Administrator, Reinier van Harn. The Honorable Merchant, Fiscal and Cashier, Mr. Nikolaas Wendelin Beijts. The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master, Jan Lambertus van Spall. The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper, Coenraad George Seijffer. The Honorable Junior Merchant and Purveyor, Abraham Jean Scipion Vernede. The Honorable Junior Merchant, Willem van Haeften, and The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police, Johan Andries Daimichen. Absent: The Honorable Major and Head of the Militia, Fredrik von den Busch, due to indisposition. Tuesday the 9th of December 1783, in the forenoon, present. Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the city of Koetsiem. Translation of a letter written by the commandant of Kalikút, Assada Eekhan, to the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of this coast, received the 8th of December 1783. I have received Your Right Honorable's letter and understood its contents, wherein I saw that when the English army went east to Palkatseerij, Your Right Honorable received report that the Nabab's people had abandoned the land of Paponettij and Settua, that the Zamorin's peoples came there to disturb the country, and that Your Right Honorable had taken repossession of that place as belonging to the Company of old. Answering thereto, I must say that it is now four years ago that the war began between the Nabab and the English, and during all that time no people were stationed there until now recently; therefore I cannot understand the reason why this has happened. If the Company wishes to send people to the Nabab's fortresses, it seems to me that it should first have obtained permission from the Nabab or should have consulted with me. Thus it surprises me greatly that this has occurred; where friendship is strongly maintained, such actions find no place, and if in the future the Nabab should send troops there and the Company's troops must withdraw from there, it will not be fitting. Therefore I need not write to Your Right Honorable the ways in which the friendship between the Company and the Nabab ought to be preserved. If there is anything here to be of service to Your Right Honorable, please let it be known. Written in the year Koilan 959, the 19th of the month of Brissigam, or in the year 1783, the 1st of December, and signed by the said commandant. Underneath stood: For the translation, Koetsiem, date as above. Was signed: S. van Tongeren. After the reading of which, the Governor produced a Dutch draft of a letter to the said commandant in refutation of the foregoing, reading as follows: Draft letter written by the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of this coast, to the Commandant of Kalikút, Assada Eeklan, the 9th of December 1783. I received your letter of the 1st of this month late yesterday evening. Your Honor writes therein that it is now four years ago that the war between the Nabab and the English began, and that during all that time we placed no people in Settua until now recently, and that Your Honor therefore cannot understand the reason why this has happened. To this serves as an answer: That this happened because the Nabab's people had abandoned the fortress, and the Zamorin's people were ready to take possession of it again. Your Honor further writes: That if the Company wished to send people to the fortresses of the Nabab, it should first have had permission from the Nabab. To this serves the following as an answer: The Company has not sent people to a fort of the Nabab, but to a fort that has belonged to it, which was wrested from it some years ago by Sarderchan and was now abandoned by the Nabab's people; when our people arrived at Settua, not a single man of the Nabab was in it; how then can Your Honor say that we have taken possession of a fort of the Nabab? Your Honor further writes: That I should have consulted with Your Honor about this first. To this I answer the following: There was no time for that; the fort was abandoned, there was not a single man to defend it, and the Nairs were ready to take possession of it; had we waited only a single day longer, we would have come too late and the enemies

Dutch transcription

282. gem: landen van settua en Paponettij diend onder te stellen, die door den Nabab verpacht geweest zijn aan den Kanarijn Naga Kalia en aan den welbekenden Moor Haidros Koetij, voor een Jaar, aanvang neemende met pri„ „mo Augustus 1783. en eindigende ult=o Juli 1784. zoo is daar omtrend aangemerkt, dat deeze Pachters, wanneer ze door de Komp: verstooten worden, niet nalaaten zul„ „len, bij 's Nababs Goeverneur te Kalikut te doleeren en denzelven tot het herneemen van settua aan te hitzen, en is dienvolgende op de proposietsie van den Heer Goeverneur goedgevonden en verstaan, om gemelde Pachters aan te bieden of ze voor het ovrige van dit Jaar in hunne pachten willen kontinueeren, mits zij het geld aan de komp: verantwoorden. Aldus Gedaan, Geresolveerden G'arresteerd in Raade van Mallabaar ter steede Koetsiem ten daage, maand en Jaare voormeld. /:was getekend:/ I: G: van Angelbeek; R: van Harn; N: W: Beits; I: L: van Spall; C: G: Seiffer; A: J: S: vernede; e W: van Haeften. Akkordeerd Adriaan Boolrles Eijplerk In deeze daar toe expres belegde vergadering kommuniceerde de Heer Goeverneur de ver„ „taaling van eenen brief van 's Nababs kommandant te Kalikut van den 1e. dezer in antwoord op de Missive van zijn Edele van den 27. November Jongstleeden die bij De weledele groot achtb: Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndiën Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek De E: Heer Opperkoopman en Hoofd administrateur Reinier van Harn, D' E: koopman, Fiskaal en kassier M. r Nikolaas wendelin Beijts, De E: onderkoopman en pakhuismeester Jan Lambertus van spall„ De E: onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer, De E: Onderkoopman en Dispencier Abraham Jean Scipion Vernede, De E: onderkoopman Willem van Haeften, en De E: onderkoopman en sekret.s van polietsie Johan Andries Daimichen absent De E: Majoor en Hoofd der Milietsie Fredrik von den Busch. door in disposietsie. Dingsdag den 9: December 1783. voormiddag, Present Sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar ter Steede koetsiem de & 283. de sekreete resoluutsie van den 2e. geinsereeerd is, luidende als volgt. Translaat Brief door den kon„ manelant van kalikút Assada Eekhan, geschreeven aan den weledele Groot achtbaare Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Indien Goeverneur en Direk „teur deezer kuste ontv: den 8. e December 1783. Uweledele Groot achtb: brief heb ik ont„ „vangen en dies Jnhoud verstaan, waarbij ik zag, dat toen het Engelsche leeger uit oosten naar Palkatseerij ging, uwel„ edele Groot achtb: bericht kreeg dat het volk van den Nabab het land van Pa„ „ponettij en Lettua verlaaten had, dat de samorijnsche volkeren daar quamen om het land te ontrusten, dat uweled: Groot Achtb: die plaats wederom in bezit genoo„ „men had als van ouds de komp: toebehoo„ rende, waarop antwoordende moet ik zeggen dat het nu vier Jaaren geeleeden is, dat den oorlog begonnen is tusschen den Nabab en de Engelsche en in aldien tijd heeft men geen volk daar gesteld, als nu onlangs, dierhalven kan ik niet begrijpen, de reeden waarom dat zulx geschied is, wanneer de komp:se volk wild zenden naar de fortressen van den Nabab, dunkt mij dat daartoe eerst verlof van den Nabab moeste hebben, of met mij had moeten raad pleegen, dus verwondert het mij zeer dat zulx ge„ „schied is, daar de vriendschap sterk ge„ „konserveert word, vind deeze gedoente geen plaats en wanneer in den aanstaande den Nabab daar volk quam tezenden, en 'skomp: troepen daar van daar moeten retireeren zal het niet wel passen dierhalven hoeve ik uweled: Groot achtb: niet te schrijven de manieren waar door de vriendschap tusschen de komp: en den Nabab dient te konser„ veeren. — Hier iets van uweled: groot achtb: dienst zijnde, gelieve te laaten weeten. Geschr: in het Jaar Koilan 959: den 19. van de maand Brissigam ofte a=o 1783. den 1 e December en geteekend bij gem: kommandant /:onderstond:/ voorde Translaatsie, koetsiem dato als boven /:was getekend:/ S. van Tongeren. Na welkers lekture de Heer Goeverneur produ¬ tijd „ceerde: 284. „ceerde een nederduitschen opstel van eenen brief aan gemelden kommandant tot wederlegging van het voorenstaande luidende als volgt. Konsept brief door den weledelen Groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur deezer kuste, geschr: aan den Kommandant van kalikút Assada Eeklan, den 9 e December 1783 Ik hebbe uwen brief van den 1e. deezer gisteren avond laat ontvangen, uwEd: schrijft daar bij dat het nu vier Jaar geleeden is, dat de oorlog tusschen den Nabab en de Engel„ schen begonnen is, en dat wij in al dien tijd geen volk in Pettua gesteld hebben als nu onlangs en dat uwEd: dus de reeden niet begrijpen kan, waarom zulx geschied is. hier op diend tot andwoord dat zulx geschied is, om dat 's Nababs volk de fortres verlaaten had, en het volk van den Samorijn klaar stond om het zelve weder in bezit te neemen. VwEd: schrijft verder dat wanneer de komp: volk wilde zenden naar de fortressen van den Nabab, daar toe eerst verlof van den Nabab most hebben. hier op diend het volgende tot andwoord. De kompanie heeft geen volk gezon„ den naar een fort van den Nabab, maar naar een fort hetwelk aan haar heeft toebehoord, het welk haar voor eenige Jaaren door Sarderchan ontweldigd en thans van 's Nababs volk verlaaten was; toen ons volk te settua quam, bevond zich geen een Man van den Nabab in het zelve, hoe kan uwEd: dan zeggen, dat wij een fort van den Nabab in bezit genoomen hebben. uwEd: schrijft verder dat ik met uwEd: daarover eerst had moeten raad pleegen. hierop antwoorde ik het volgende. daar toe was geen tijd, het fort was verlaaten daar was geen enkeld Man om het te verdeedigen en de Nairos stonden klaar om er bezit van te neemen, hadden wij slechts een en„ „kelden dag langer gewagt zoo waa„ „ren wij te laat gekoomen en de dat vijanden

NL-HaNA_1.04.02_3644_0330 view scan ↗

English

285. enemies of the Nabab would have already taken it. However, I wrote to Your Honour about it as soon as the matter was carried out, with the request to inform the Nabab of it in order to remove all bad impressions thereby. If Your Honour considers this properly, Your Honour will find that this action does not conflict with the friendship that is maintained so strongly between the Company and the Nabab, and which I desire to cultivate more and more, and I am well assured that the Nabab himself will approve that the Company has taken possession again of a fort that lawfully belonged to it, and which had been completely abandoned by His Highness's people and would have fallen into the hands of his enemies if we had not intervened. God preserve Your Honour. Below stood: Translated as such into Malabar by me, Cochin, date as above. Was signed: S. van Tongeren. And after deliberation it was approved and agreed to conform fully therewith and, having been translated, to let it be dispatched as such to the aforementioned commandant. However, since one could naturally have imagined nothing else from the very beginning than that the Nabab, as soon as he saw an opportunity to do so, would attempt to get Lettua into his power again, and one was strengthened in that suspicion by the aforementioned letter, and since furthermore news had arrived since then that the English in Madras had concluded a three-month armistice with the Nabab, which armistice had also been made known in the English Army near Palikat seeri and Coimbatore, whereby all further operations of the same were therefore suspended for the present, and the aforementioned Nabab would consequently now have his hands more free and come into a position to take a chance against Settua during that truce. It was therefore now, upon the proposal made to that end by the Governor, approved and agreed to give notice of this to the Governor and the Secret Council of Ceylon, with the request to send hither as soon as possible as many troops as can be spared there, in order not only to be in a position to repel his attacks, but also at the same time to lend so much more force and emphasis to the amicable negotiations that one will attempt to initiate with the said Nabab, as the chance of remaining Master of Pettua will naturally be greater in both cases in proportion to the force one has on hand, and to that end it was further resolved to dispatch the vessel De Vliegende Visch expressly with that letter. Thus done, resolved, and enacted in the Council of Malabar in the city of Cochin, on the day, month, and year aforementioned. Was signed: J. G. van Angelbeek, R. v. Harn, N. W. Beijts, J. L. ranspall, C. G. Seijffer, A. J. S. Vernede, W: van Haeften, and J. A. Daimichen. Agreed. Adriaan Poorlies To the Right Honourable, Most Respected Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of Netherlands India as well as Governor and Director on the Malabar Coast. According to the secret resolution taken yesterday, the Governor had the vessel named De Vliegende Vis closely inspected by the Captain-Lieutenant at sea Ian Arnout Voltelen, commanding the Company's ship Ceres, and the Master of Equipage here, Johannes van Blankenberg, to determine whether it is capable of being sent with confidence from here to Ceylon at this time of the year, whereupon they submitted the following report. Secret Resolution taken by poll on Wednesday 10 December 1783, all present.

Dutch transcription

285. vijanden van den Nabab zouden het al weg gehad hebben. echter heb ik uw Ed: daar over geschreeven zoo dra als de zaak ter uitvoer gebragt was, met verzoek om er den Nabab kennis van tegeeven om daar door alle quaade denkbeelden weg teneemen. Als uwEd: dit behoorlijk overweegt, zoo zal uwEd: bevinden, dat dit gedoente met de vriendschap niet strijdt, die tusschen de komp: en den Nabab zoo sterk gekonser„ „veerd word, en die ik begeere meer en meer aan te queeken, en ik ben wel ver„ „zeekerd dat de Nabab zelve approbeeren zal, dat de komp: wederom bezit genoo„ men heeft van een fort het welk haar wettig heeft toebehoord, en het welk van het volk van zijn Hoogheid ten eenemaal verlaaten was, en in de handen van zijne vijanden zoude gevallen zijn, indien wij niet tusschen beiden gekoomen waaren. God bewaare uwEd: /:onderstond:/ zoo„ „danig door mij in het malabaars over„ „gezet, koetsiem dato als boven. (:was geteekend :/ S. van Tongeren. En werd na deliberaatsie goedgevonden en verstaan, zich daar mede ten vollen te kon„ „formeeren en denzelven overgezet zijnde zoo„ „daanig aan meermelden kommandant te laaten afgaan. Doch vermits men zich reets van den begin„ „ne af aan natuurlijker wijze niets anders had kunnen voorstellen, dan dat de Nabab, zoo dra hij daar toe kans zag, zoude trachten, Lettua wederom in zijn geweld te krijgen, en men door evengemelden brief in dat vermoeden gesterkt werd, en vermits wij„ „ders zeder de tijding was ingeloopen, dat „de Engelschen te Madras met den Nabab eene wapenschorsing voor drie maanden hadden geslooten, welke wapenschorsing in het Engelsche Leger bij Palikat seeri en koimbatoer ook was bekend gemaakt, waar door dus alle verdere operaatsien van het zelve voor eerst gestaakt wierden, en meermelde Nabab derhalven de handen thans vrijer zoude krijgen, en in staat koomen, om geduurende dien wa„ „penstilstand eene kans tegen Settua te waagen. zoo werd als nu, op de daartoe gedaane ƒ propo¬ 286. Nagezien H Spael get: kelerk proposietsie van den Heer Goeverneur, goed„ gevonden en verstaan, hier van aan den Heer Goeverneur en den sekreeten Raad van Ceilon kennis te geeven, met verzoek, om ten spoedigsten zoo veel troepen herwaarts te zenden, als daar te missen zijn, ten einde niet alleen in staat te zijn, om zijne aan„ „vallen afteweeren, maar ook om teffens aan de minzaame onderhandelingen die men met gemelden Nabab zal trachten te enthaineeren, zoo veel meerder kracht en nadruk te verleenen, Alzoo natuurlijker wijze in beide gevallen de kans, om van Pettua Meester te blijven, grooter zijn zal naar maate van de macht, die men aan handen zal hebben, en werd tot dat einde nader beslooten het vaartuig de vliegende visch met dien brief expres aftezenden. Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd, in Raade van Malabaar ter steede koetsiem, ten daage, maand en jaere voormeldt /:was getekend:/ J. G. van An„ „gelbeek, R. v. Harn, N. W. Beijts, J. L. ranspall, C. G. Seijffer, A. J. S. Vernede„ W: van Haeften en J. A. Daimichen. Akkordeerd. Adriaan Poorlies Aan den Weledelen Groot Achtb Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Nederlands India mitsgaders Goeverneur en Directeur ter Ruste Mallabaar Volgens sekreet besluit genoomen op Gisteren, heeft de Heer Goeverneur door den Kapitain Luitenant ter zee Ian Arnout voltelen kommandeeren„ „de Skompanies schip Ceres en den Equipasie mees„ „ter hier Iohannes van Blankenberg naauw keureg laaten visiteeren het vaartuig genaamt de vliegende vis, of het zelve instaat is, in deezen tijd van het jaar met gerustheid, van hier naar Ceilon te kunnen worden gezonden, waar op dezelven het volgende bericht hebben in„ „gediend. Sekreete Reso„ „liuitsie Genoomen bij Rond vraage op Woensdag den 10.' December 1783 alle present. Eyklerk niet ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3644_0332 view scan ↗

English

Noble, Grand, Respected, Far-Commanding Lord, Pursuant to your Noble Grand Respected highly honored order, we the undersigned, as commissioners, have repaired to the vessel the Vliegende Vis lying here in the river and inspected the same to determine whether the journey to Ceylon could be undertaken with it with peace of mind. Our opinion regarding this, which we have the honor to submit to your Noble Grand Respects by this report, is that said vessel would be capable of that journey if one were assured of encountering good weather and smooth water off Cape Comorin; that, however, taking into account the season of the year, in which the strong north winds and the northward running currents in the fairway from Cape Comorin to Ceylon, with wind and current opposing each other, cause a hollow, short sea, we do not deem this vessel capable of withstanding it, and thus cannot reassure your Noble Grand Respects with peace of mind regarding the undertaking of that journey. Herewith we take the liberty to call ourselves, with deep respect, Noble, Grand, Respected, Far-Commanding Lord, your Noble Grand Respects' humble and most obedient servants. Was signed: J. A. Voltelen and J. v. Blankenberg. In the margin: Cochin, the 10th of December 1783. And since the said commissioners thereby come to declare that they cannot guarantee that the said vessel could make the journey to Ceylon with peace of mind in this season, the Lord Governor thereupon caused the following written proposal to be made to the members: Pursuant to our resolution of yesterday, I wished to have the Vliegende Vis prepared for the journey to Ceylon; however, that vessel is not deemed suitable for it at this time of the year according to the accompanying report of seafaring experts. Therefore, I propose to your Honors to take over the private vessel De Jonge Fredrik, which was hired by the Lord van Haugwitz at Colombo for two thousand rupees, for half of the freight, or one thousand rupees, and to load it with rice for the Company's account. The same can load approximately seventy lasts, and thus the freight will amount to even less than what we have paid until now; the vessel can depart in two days with a full cargo, and for greater security I shall place a mate from the ship Ceres on board. The members having fully concurred therewith, it was thereupon approved and agreed to charter the private vessel named De Jonge Fredrik for one thousand rupees, to load the same with a cargo of rice and send it to Ceylon with the secret letter for the ministers there, and for greater security to place a mate from the ship Ceres on board. Thus done, resolved, and determined in the Council of Malabar in the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek, R. v. Harn, F. v. d. Busch, N. W. Beijts, J. L. v. Spall, C. G. Seijffer, A. D. P. Vernede, W. v. Haeften, and J. A. Daimichen. Agreed. Adriaan Bootvloek. Friday the 12th of December 1783, forenoon. Present: Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the city of Cochin with the jurisdiction thereof. The Noble Grand Respected Lord Councillor Extraordinary of the Dutch East Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek. The Honorable Senior Merchant, Second, and Head Administrator Reinier van Harn. The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beijts. The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall. The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer. The Honorable Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipion Vernede. The Honorable Junior Merchant Willem van Haeften, and The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen. Absent through indisposition: The Honorable Lord Major and Head of the Military Fredrik von den Busch. It was made known by the Lord Governor to the members that His Honor, when the English army under the command of Colonel Fullarton had undertaken the siege of Palghat, at the urgent request of the King of Cochin, whose northern lands immediately border on the territory of Palghat

Dutch transcription

287. Wel edele Groot achtb wijdgebiedende Heere Ingevolge uweledele Groot achtb hoog geerde onder hebben wij ondergeteekenden als gekommitteerden ons vervoegd Op het alhier in de rivier leggende vaar „tiig de vliegende vis en dezelve geinspekteerd of met Gerustheid de reize daar meede naar Calon te ond „neemen was. zoo is Ons gevoelen daar omtrend dat wij z'eer hebben uweledele Groot Achtb: door det bericht voor te draagen. Dat gemelde vaartuig wanneer men voor zee „kerd was dat onder Raap kommozijn goed weer en slegt water zoude treffen, tot die reize in staat te zijn; Dat wij echter tjaar Getijde en ziende, waar in de sterke noorde wenden en de noordwaards loopende stroomen in het vaarwaater van koop Kommorijn naar Ceelon de stroom en wind te„ „gens elkander een hol kort water veroorzaa„ „ken, en dit vaartuig daar niet tegen oordeelen bestaanbaar te zijn, en dus uwel edele groot achtb: met geruestheid tot het doen dier reize niet kunnen verzeekeren. Hier meede gebruiken de vrijheid ons met diep ontzag te noemen /onderstond/ Wel edele groot achtb wijdgebiedende Heer. Uwel edele groot achtb onder met den resorte van dien. „daanige in zeer gehoorzaame Dienaaren (was getd / I=n A: voltelen en I=s v: Blankenberg /in margine/ Roetsiem den 10: December 1783. En wijl gemelde Gekommitteerden daar bij koomen te verklaaren, dat zij niet kunnen verzeekeren, dat gemelde vaartuig in dit Jaar gelij met gerustheid de reise naar Ceilen zoude kunnen doen, heeft de Heer Goever„ „neur daarop de ondervolgende schriftelijke proposiet„ „sie aan de Leden laaten doen Ingevolge ons besluit van Gisteren wilde ik de vliegende vis laaten klaar maaken tot de reize naar Ceelon doch dat vaartuig word daar toe niet bequaam Geoordeeld in deezen tijd van 't Jaar volgens nevens gaande bericht van zee verstandigen. Der„ „halven proponeere ik uw Ed: om het partikulier vaar„ „ling den Jongen Fredrik, het welk door den Heer van Haugwitz te Kolombo voor twee duizend ropijen gehuurd is, voor de helfte van de vragt of een, duizend ropijen overteneemen, en met rijs voor skomp: reekening te belaaden. Het zelve kan om„ „trend zeeventig last laaden en dus komt de vragt noch minder testaan dan het geen wij tot nu toe betaald hebben, het vaartuig kan in twee daagern met een volle laading vertrekken, en tot meerder „gerustheid zal ik er een stuurman van het schip Ceres op plaatsen. waar meede de Leden zich ten vollen gekonfor„ „meerd hebbende, is. daar op goedgevonden en verstaan „daanige het 288. het partikulier vaartuig gen=t den Iongen Fredrik te bevrachten voor een duizend ropijen, het zelve met een lading rijs te belaaden en naar Cielen te zenden, met den sekreeten brief voor de Minesters daar en tot meerder gerustheid daar op te plaatzen een stuurman van het schip Ceres Aldus Gedaan Geresolveerd en G'arres„ „teerd en Raade van Mallabaar ter steede koetsiem ten daage, maand en Iaare voormeld De weledele Groot achtb: Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien /was geteekend/ I: G: van Angelbeek, R: V: Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek. Harn, F v: d: Busch, N: W: Beijts De E Heer Opperkoopman sekunde en Hoofdadministrateur Reinier van Harn, I: L: V: Spael, C: G: Seijffer, A: D: P: Vernede, De 8 koopman en Fiskaal en kassier M=r Nikolaas wendelin Beijts, W: v: Haessen, en I: A: Dainiehen— De E onderkoopman en pakhuismeester Jan Lambertus van Spall De E onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer Akkordeerd. De E onderkoopman en Dispensier Abraham Iean Scipion verneden/ 71 Adri aan Bootvloek De E Onderkoopman Willem van Haeften en Egkleck De E onderkoopman en sekret=s van Polietfie Johan Andries Daimichen absent De E' Heer Majoor en Hoofd der Milietse Fredrik von den Busch, door indisposietsie werd door den Heer Goeverneur aan de Leden te kennen gegeeven, dat zijn Edele toen d' Engelschen Arme onder bevel van den kolonel Fullarton de beleegering van Palikatscheeri ondernoomen had, op het dringend verzoek van den koning van koetsiem wiens, noorde„ „lijke landen onmiddelijk aan het landschap Pali„ Vrijdag den 12 December 1783. voormiddag, present. Sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malla„ „baar ter steede koetsiem „katscheeri

NL-HaNA_1.04.02_3644_0334 view scan ↗

English

289. katscheeri poles, had written a letter to the said colonel, requesting that this Rajah might be regarded as a friend and Ally of the company and that his country might thus be spared from the English troops; and that the said commandant had answered thereto that out of respect for the Dutch company he would constantly comply with that request; that however his Honour had received report yesterday morning from the commandant of Aikotte that an English Army of five thousand Men had arrived at Paroe, and was being ferried across the river onto the Island of Baipien by the people of Travancore; and that practically at the same time a message had been brought to his Honour on behalf of the king of Cochin that two Battalions of English sepoys had arrived at Paroe and had wished to march to Cochin, but that the sarvadhikariakars of himself and of the king of Travancore would endeavour to dispose the commandant to remain there with his people. That he, the Governor, was practically at the same time informed by a letter from Colonel Fullarton that an English detachment was being sent to escort his Aide de Camp, who was to speak with the king of Cochin concerning outstanding matters. That he, the Governor, thereupon had immediately warned the commandant of that detachment by a Sir! I have seen with astonishment from your letter that Your Honour, without asking proper permission for it, has dared to enter the Company's territory with armed men. I have made this understood to the Officer who was sent to me by Your Honour, and he has assured thereupon that Your Honour's intention was by no means to undertake anything to the prejudice of the Dutch Company; I wish to believe this, yet my duty demands of me to request hereby of Your Honour that Your Honour note to respect the territory of the Honourable Company and not to enter it with any armed men, but that yesterday afternoon the entire detachment had appeared on the Island of Baipien directly opposite this fortress, from where at the same time an officer had come with a letter from the commanding officer, being a captain of the Artillery named John Baillie, containing that he had arrived with two Battalions of sepoys by order of Colonel Fullarton to settle the matters with the king of Cochin, and requested permission to camp close under the city, but that he, the Governor, had thereupon immediately given the following reply: properly 290. respects the Company's territory properly and, as a token thereof, causes your armed men to withdraw back to Paroe. Whereupon I shall with great pleasure receive Your Honour and the other officers whom Your Honour pleases to bring along. I am at the same time obliged, Sir, to warn Your Honour that no armed men must undertake to cross the river, as I should have to prevent such by actual force. I am /:subscript/ Sir, Your Honour's obedient Servant /was signed/ S: P: van Angelbeek /in the margin/ Cochin the 11th of December 1783. That he, the Governor, although he had been very well assured that those troops would dare to undertake nothing hostile against the Company itself, nevertheless out of fear that a party of sepoys might sometimes cross the river and commit wanton acts at Mattancherry or in the Jewish quarter and even go about plundering, had immediately ordered a battalion of sepoys under the command of Captain De Lorimier to take up arms and take post at Calvethy, at Mattancherry, by the king's palace, and in the Jewish town, with orders not to let any English military men cross over, and that furthermore the batteries Sir, At this moment I have been honoured with Your Honour's letter; it causes me particular regret to see that Colonel Fullarton, the commanding officer of the English army, has not given Your Honour notice of his intention to send a detachment to the garrison of Cochin. I shall with pleasure comply with Your Honour's desire and retire from Your Honour's territory, but if it is sufficient with two or three miles /as in going further I should have very many inconveniences/ a great favour will thereby be done to me and the detachment; I shall be ready upon receipt of Your Honour's honoured reply to march off to such distance as Your Honour shall see fit to indicate to me. I am with much respect /subscript/ Sir, Your Honour's most obedient Servant /signed/ J: Baillie, captain commandant /in the margin/ on the riverside were planted with cannons and furthermore all further necessary preparations were made to be able forcefully to prevent the crossing over the river. That subsequently the ensign of Albedul had returned with a polite reply from the said commandant, the translation of which ran as follows: Camp at 7 o'clock. All of which having been deliberated upon, it was approved and agreed to conform in all respects with the aforesaid measures, and to persist in the Demand made by the Governor that the repeatedly mentioned English commandant shall have to send his troops back to Paroe at once. This having been communicated by the Governor that the said English troops had already actually marched off, it was approved and agreed to record the same here. Thus Done, Resolved and Concluded, in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month and Year aforesaid /was signed/ J: G: van Angelbeek, Reinier van Harn, Nikolaas Wendelin Beijts, Jan Lambertus van Spall, Coenraad George Seijffer, A: S: S: Vernede, W: van Haetten, and S: A: Daimichen. Agreed. Cras Sworn clerk ƒ Abraam Botiert Checked Dipp Gv Spall Sworn clerk

Dutch transcription

289. katscheeri paalen, aan gemelden kolonel een brief ge„ „schreeven had, met verzoek, dat deeze Rasia als een vriend en Bondgenoot van de kompanie aangemerkt en dus zijn land van de Engelschen troepen verschoont mogt worden; en dat gem: kommandant daarop ge„ „antwoordt had, dat hij uit achting voor de Hollandsche komp aan dat verzoek stijt zoude voldoen; dat echter zijn Edele gisteren morgen van den kommandant van Aikotte had bericht gekreegen, dat een Engelsch Leeger van vijf duizend Man te Paroe aangekoomen was, en door het volk van Trevankoor over de revier op het Eilana Baipien wierd overgezet; en dat genoegzaam ter zelver tijd uit naam van den koning van koet„ „siem aan zijn Edele was geboodschapt, dat twee Batal„ „jons Engelsche sipahis te Paroe aangekoomen waaren, en naar koetsiem hadden willen marcheeren doch dat de serwadikariakarens van hem en van den koning van Trevankoor trachten zouden, den kommandant te disponeeren, om met zijn volk daar te blijven. Dat hij Goeverneur genoegzaam ter zelver tijd van den Kolonel Fullarton bij een brief verwittigd was, dat een Engelsch detachement gezonden werd tot eskorte van zijne Aide de Camp, die met den koning van Koetsiem over uitstaande zaaken diende te spreeken. Dat hij Goeverneur daarop ten eersten den kommandant van dat detachement bij een Mijn Heer! Ik hebbe uit uwen brief met verwondering gezien„ dat Uwed: zonder daartoe behoorlijk verlof te vraagen, met gewaapend volk 's kompanies grondgebied heeft dunven betreeden. Ik hebben dit aan den Officier, die door UWEd: aan mij gezonden is te verstaan gegeeven, en hij heeft daarop verzeekerd, dat UwEd: intentsie geen„ „sints, geweest was om iets te onderneemen tot prejudicie van de Nederlandsche Kompanie; Ik wie dit gelooven, doch mijne plicht eischt van mij, om bij deezen op UwEd: te begeeren, dat uwEd: 's kompanies grond gebied: briefje had gewaarschuwrd, het grond van d' E komp: te respekteeren, en met geen gewapend volk te betreeden, doch dat gisteren namiddag het heele detachement zich op het Eiland Barpien recht tegen over deeze vesting vertoond had, van waar ter zelver tijd een officier gekoomen was met een brief, van den kom„ „mandeerende officier zijnde een kapitain van d' Artillerij, John Baillie genaamd, inhoudende dat hij met twee Battaljons sipais op order van kollonee Fullarton aangekomen was, om de zaaken / met den koning van Koetsiem /aftedoen, en verlof verzocht, digt onder de stad te mogen kampeeren, doch dat hij Goeverneur daarop ten eersten het volgende antwoord had gegeeven briefje behoorlijk 290. behoorlijk respekteerd en tot een blijk van dien uwe gewaapend volk terug laat trekken tot naar Paroe. Als wanneer ik Uw Ed. en de verdere officiers die UwEd: geliefd mede te brengen, met veel vermaak bij mij ontvangen zal. Ik ben teffens verplicht Mijn Heer Uwd: te waarschuwen, dat geen gewaapend volk onderneemen moet, om over de rivier te koomen, alzoo ik zulx met teitelijk geweld zoude moeten beletten Ik den /:onderstond/ Mijn heer UWEd: dienst„ „willige Dienaar /was geteekend/ S: P: van Angelbeek /in margine/ koetfiem den 11e december 1783. Dat hij Goeverneur, of schoon hij zeer wel verzee„ „kerd geweest was, dat die troep niets vijandigs tegen de komp: zelve zoude durven onderneemen, echter uit beduchting, dat somwijlen een parti sipdis mogt over de rivier komen en op Ma„ „tansjeeri of in de jodenbuurt moedwil pleegen en zelfs wel aan t plunderen gaan, ten eersten een battaljon sipais onder bevel van den kapitain De Lorimier had laaten onder de wapens koomen en post vatten op Galwettij, te Mattentseeri, bij 's konings paleis en in de Joden stad, e met order om om geen Engelsch krijgsvolk te laaten over„ „koomen, en dat wijders de batterijen Myn Heer op dit oogenblik ben ik vereerd geworden met uw Ed: brief, het doet mij bijzonder leet te zien, dat Kollonel Tullarton de kommandeerende officier van de Engelsche arme uwEd: geen kennis heeft gegeeven van zyne intentsie, om een detachement na t guarnisoen van koetsiem aftezenden. Ik zal met vermaak voldoen aan UwEd: begeerte en van UwEd. s grond gebied retireeren, doch als t voldoende is met twee of drie mijlen /dewijl ik verder gaande zeer veel inconvenienssies zoude hebben/ zal mij en 't detachement daar door groote gunst geschieden; Jk zal gereed zyn op den ontvangst van UWEd: geeerd antwoord om op zoodanige distantie aftemarcheeren als UwEd: zal goedvinden mij aantewijzen. Ik ben met veel respekt /onderstond/ Myn Heer UwEd: zeer gehoorzaame Dienaar /getekent/ I: Baillie kapitain kommendant /in margine aan de rivier kant met kanons beplant en voorts. alle verdere noodige aanstalten gemaakt waaren, om den overtocht over de rivier met nadruk te kunnen beletten. Dat vervolgens de vaandrig van Albedul terug gekoomen was met een beleeft antwoord van gem: kommandant, waar van de vertaaling budde als volgt aan Camp Nagezien Dipp Gv Spall ger: klerk Camp om 7 uuren. op al het welk gedelibereerd zijnde: zoo is goedgevonden en verstaan zich met de voorscheevene maatregelen alsints te konformeeren, en te persisteeren bij den Eisch door den Heer Goeverneur gedaan, dat meermelde Engelsche kommandant zijne troepen ten eersten naar Paroe zal hebben terug te zenden Hier op door den Heer Goeverneur gekommuniceerd zijnde, dat gemelde Engelsche troepen reets werk„ „lijk op marsch gegaan waaren, zoo 's goed„ „gevonden en verstaan zulx hier aante teekenen Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd, in Raade van Mallabaar ter steede Koetsiem, ten daage maand en Jaare voormeld /was gets/ I: G: van Angelbeek Reinier van Harn, Niko„ „laas wendelin Beijts, Ian Lambertus van spall, Coenraad George Seijffer. A: S: S. vernede. W: van Haetten en S: A: Daimichen. Akkordeerd. Cras Egklerk ƒ Abraam Botiert

NL-HaNA_1.04.02_3644_0337 view scan ↗

English

General Register Letter A to D. Letter A. Letter by the Lord Commander Johan Gerard van Angelbeek and the Council to the Right Honorable Lord Mr Joan Graafland Pietersz and the other Directors and Advocates of the General Dutch Chartered East India Company commissioned for matters of War and Peace in Amsterdam, dated today No 1. Copy of the agreement concluded between His Highness the Lord Hazrat Nawab Hyder Ali Khan Bahadur Sahib Sarkar and the Lord Governor of Nagapatnam, Reinier van Vlissingen, dated 4 September 1781. Along with No 2. Copy of the capitulation of the surrender of Nagapatnam to the English, dated 12 November 1781. Of such Secret papers as are presently being sent to the Netherlands addressed to the Secret Committee in Amsterdam Letter B: Duplicate of the letter dated 18 December 1781 written by the abovementioned Lord Commander to the well-mentioned Secret Committee Ditto Letter C: Letter by and to the same as just written, dated 23 January last Ditto Letter D: Letter by and to the same as above written, on 20 February of this year Ditto Letter E: Secret letter by the abovementioned Lord Commander written to the Honorable Lord Governor and Secret Council at Colombo, 30 December 1781. Ditto Letter F: Register with the associated secret letter and further enclosures that were sent under date of 22 January last to Their High Excellencies in Batavia Cochin, 16 March 1782. Signed: A: Poolvliet, first sworn clerk Agrees Adriaan Poolvliet First sworn clerk Patria With the private Portuguese vessel Nossa Senhora da Arrabida. To the Right Honorable Lords Mr Johan Graafland Pietersz and the other Directors and Advocates of the General Dutch Chartered East India Company commissioned for war affairs, residing in Amsterdam. Right Honorable Lords, The private Portuguese vessel mentioned in the margin, which departs from here for Lisbon, gives us the opportunity to dispatch this, addressed to Mr Daniel Gildemeester, consul of our state there; and as we trust that its owner, Manuel Jose Machado De Sam Paijo, according to verbal and written promise, will ensure proper delivery, we hereby offer anew all our letters dispatched thus far to your Right Honorable Sirs both overland and via Ceylon, as well as a second set of copies of our secret letters to the High Indian Government in Batavia, with the secret Resolutions and further enclosures belonging thereto, all relating to the present war; and as in the present circumstances, both because of the extraordinary importance of the matter and the uncertainty of delivery, one cannot take too much precaution to provide your Right Honorable Sirs with the necessary information on the condition of these lands, we are sending the duplicate of this, along with another complete set of copies, with this very same vessel to the Ministers at the Cape of Good Hope, with the request to forward it by another safe opportunity. It will already be known to your Right Honorable Sirs from the advices of Coromandel and Ceylon, and it also appears from our enclosed papers, that the Governor and Council of Nagapatnam sent commissioners to the Nawab Hyder Ali Khan and concluded a contract with him regarding mutual assistance against the English; nor do we doubt that this contract itself will already have been sent to your Right Honorable Sirs from those governments. But since the said commissioners, after the surrender of Nagapatnam and the extinction of our Government on the Coromandel coast, addressed themselves to us as the nearest post, requested our assistance and counsel, and at the same time gave us an account of matters and sent us the contract itself, we present a copy thereof herewith among the enclosures of this, adding that the repeatedly mentioned commissioners noted the following in the postscript of their letter of 15 January last: Postscript: We must also report, for your Honorable Sirs' consideration, that the contract is a draft by the Lord Nawab, in which he would not tolerate the least change being made; and since he was needed at that time, the Government was obliged to sign it, with the prospect, however, of concluding another agreement after the arrival of the Dutch ships, according to the tenth article. The said commissioners further report in their letter of 26 November 1781 that the Nawab did not wish to let them depart, and that they had reasons to fear mistreatment, and especially some

Dutch transcription

L. a d. L=ta A. brief door den Heer kommandeur Johan Gerard van Angelbeek en den Raad aan den weledelen Groot achtb: Heer Mr Joan Graafland Pietersz en de verdere Bewindhebberen en Advokaaten van de Generaale Nederlandsche g'oktroieerde oost„ „indische komp: gekommitteerd tot de zaaken van Oorlog en vreede te Amsterdam gericht, gedateerd N=o 1. Kopij Akkoord geslooten tusschen zijn Hoogheid den Heer Hasaret Nabab Haider Alichan Baha„ „dor Sahibs Saikar en den Heer Nagapatnams Goeverneur Reinier van vlissingen onder dato 4. Septem„ Nevens „ 11. Kopij kapitulaatsie van de overgaa„ „ve van Nagapatnam aan de En„ „gelschen gedateerd 12. Novemb 1781. van zodanige Sekreete papieren als er thans naar Nederland wor„ „den verzonden gericht aan het ge„ „heime Committe te Amsterdam Generaale Register La B. heeden „ber 1781. 5 291. L=a B: brief de dato 18. ' december 1781. door boven gem: Heer Duplicaat kommandeur, aan het geheime Committe welgem: geschreeven „ C: brief door en aan als even geschreeven onder dato 23. Januari J=o Leeden dito „ D. brief door en aan als vooren geschreeven op den 20. februari deezes Jaars dito „ E. Sekreete brief door den bovengem: Heer Komman. „deur aan den Edelen Heer Goe„ „verneur en sekreeten Raad te Ko„ „lombo gesch: den 30. december 1781. dito „ F: register met de daar toegehoorende sekreete brief en verdere bijlaagen die onder dato 22. Januari J=o leeden aan hun Hoog Edelheeden te Batavia zijn verzonden Koetsiem den 16. Maart 1782. /:was geteekend:/ A: Poolvliet E: g: klerk Akkordeerd Adriaan Poohlcht Eg klerk dito 292. Patria Met het Partikulir Portugeesch scherpje Notsa Senhora Aan de Weledele Groot achtbaare Heeren M=r Johan Graafland Pietersz: en de verdere Bewindhebberen en Advokaaten van de Generaale Nederlandsche geoktroieerde Oostindische komp:s gekommitteerd tot de oorlogs-zaaken, resideeren„ „de binnen. Amsterdam Weledele Grootachtbaare Heeren Het partikuliere Portugeesch scheepje in margine vermeldt, het welk van hier naar Lissabon vertrekt, geeft ons geleegenheid, deezen, onder advresse aan den Heer Daniel Gildemeester, konsul van onzen staat aldaar, aftezenden, en wijl wij vertrouwen, dat dies Eigenaar Manuel Ioze Machado De Sam Paijo, volgens mondelinge en schriftelijke belofte, voor een richtige be„ „stelling zal zorgen: zoo bieden wij daarmede op het nieuw aan alle onze tot nu toe aan uwel weledele Groot achtb: zoo over den land„ „weg als over Ceilon afgevaardigde brieven, als mede een twede stel van de kopijen onzen sekreete brieven aan de Hooge Jndische Re„ de Arabida. „geering 293. „geering te Batavia, met de daartoe gehoorende se„ „kreete Resoluutsien en verdere bijlaagen, alle betreklijk tot den tegenwoordigen oorlog; en wijl men in de tegenwoordigen omstandigheeden zoo wegens het uitneemend gewigt der materie als onzeekerheid der bestellinge, niet te veel voorzorge gebruiken kan, om UW Weledele groot achtb: de noodige informaatsie van den toestand deezer landen te laaten toekoomen, zoo zenden wij het duplikaat deezes met noch een kompleet stel kopijen met dit eigenste scheepje aan de Ministers van de Kaap de Goede Hoop met verzoek om het zelve met eene an„ „dere veilige geleegenheid voort te schikken Het zal uw Weledele Grootachtb: reets uit de advisen van kormandel en Ceilon be„ „kend zijn, en het blijkt ook bij onze over„ „gaande papieren, dat de Goeverneur en Raad van Nagapatnam aan den Nabab Htac„ „der Alichan Gekommitteerden gezonden, en met denzelven een kontrakt nopens den onderlingen bijstand teegen de Engelschen geslooten hebben; wij twijffelen ook niet, of dat kontrakt zelve zal reets uit die Goevernementen aan uwe Weledele Grootachte overgezonden zijn, Dan dewijl gemelde gekommitteerden, na de overgave van Na„ „gapatnam en de exstinctie van ons Goe„ Goevernement op de kuste kormandel, zich aan ons, als het naaste kantoor, geaddresseerd on„ in„ „zen bijstand en raad verzocht, en ons teffens Ta¬ verslag van zaaken gedaan en het kontrakt zelve toegezonden hebben: zoo bieden wij daarvan „hier neevens „een afschrift onder de bijlagen deezes aan onder bijvoeging, dat meermelde Gekom„ „mitteerden bij het Postscriptum van hunne brief van den 15 Januarij jongstl: het volgende aanmerken. —; P: S. wij moeten noch, tot uw Weledele Acht„ „baare spekulatie melden, dat het kon„ „trakt een opstel van den Heer Nabab is, waarin hij niet heeft willen dulden, ins dat de minste veranderinge zoude ge„ „maakt worden, en aangezien men te dier tijd hem noodig had: zoo was de Regeering in de verplichting, om het te onderteekenen, met het vooruitzicht, nochtans, om volgens het tiende artikel na de komst der Hollandsche schepen een andere overeenkomst te sluiten. — gemelde Gekommitteerden melden wijders bij hunnen brief van den 26 Novemb: 1781. Dat de Nabab hen lieden niet wilden laa„ „ten vertrekken, en dat zijlieden reede„ „nen hadden, om te vreezen voor mis„ „handelingen, en voornaamlijk voor „vernement eenige

NL-HaNA_1.04.02_3644_0341 view scan ↗

English

294. any other advances, in case the Dutch fleet should not arrive on the coast this year together with the French. And this is explained in somewhat more detail by them in their letter of 21 December last to the Noble Governor Falck, which was communicated by his Right Honorable Worship to the First Signatory, for therein they write the following: "Grant us the liberty, we humbly pray Your Right Honorable Worship, to remark that the Nabab Hazaret Huider Alijchan, as it appears to us, still means well by the Dutch Company, and that its interest requires keeping him as a friend, since he will probably remain the predominant power here on the coast when the French fleet arrives. Your Right Honorable Worship cannot be unaware of the alliance that we concluded with His Highness for and on behalf of the Company; it remains in our custody, and we are humbly of the opinion—subject, however, to Your Right Honorable Worship's wiser judgment—that the same must be maintained and fulfilled, as otherwise we shall in the first place become the victims of the situation, and he will in the second place not fail, in due course, to seek redress and avenge himself upon the possessions of the Honorable Company, both here and on the Malabar coast." We hope that the circumstances of the times and the fortunes of war in this part of the world may favor us and afford an opportunity to avert, through a further contract with the Lord Nabab, the disadvantageous consequences which the aforesaid Commissioners, not without reason, apprehend. Furthermore, we transmit herewith a copy of the capitulation of Nagapatnam and report that Trinkonemale, according to letters from the Noble Governor Falck and the Secret Council of Ceylon dated 22 February last, was captured by the enemies by storm. According to private reports, the English had anchored in the North Bay on 4 January with nine warships and a sloop, had disembarked their men on the 5th and taken possession of the pagoda hill; on 9 January Oostenburg was summoned for the first time and on the 10th for the second time, and upon the refusal the enemies had stormed twice in vain on the night of the 11th, but on the third assault carried the fortress. This is a most important loss for us, because 295. because Trinkonemale is the best seaport of the entire west of India, most suitable for the warring fleets to establish their general rendezvous there. It is also very probable that Admiral Hughes intended to pursue his operations further on the island of Ceylon, for which, after the capture of Trinkonemale, he was considerably reinforced by four warships from the fleet of Commodore Johnstone, which sailed south from Bombay in January and remained cruising off the latitude of Galle; and for which, beyond doubt, a strong transport from Bombay was also intended, which on 7 February last passed in sight of this city, sailing southward with seven three-masted ships and put in at Anjengo. But this design was frustrated by the news brought to Anjengo by the small vessel mentioned at the beginning of this letter, namely that the French fleet had set sail on 7 December from the island of Mauritius for these regions; whereupon the said seven ships immediately turned north and disembarked their troops at Calicut, the capital of the Zamorin's country, which had shortly before been captured by the English of Tellicherry and the Nairs of that country united with them. In this manner, the mere news of the arrival of the French fleet has already had a fortunate effect for Ceylon, and there are very good grounds to hope that this fleet, which has since landed at Pondicherry, may halt all further progress of our enemies and frustrate their dangerous designs. On the other hand, our situation on this coast became quite dangerous because of this, for our enemies, who, as we already reported in our last preceding letter, have established themselves in the Zamorin's realm and have thus become our closest neighbors, were considerably reinforced by this and enabled to undertake something significant against us. The rumors also soon became widespread that they intended to besiege us during this very monsoon, and that to this end the European troops would be transported by the ships to a suitable anchorage about four miles south of this city and landed, while the native troops would advance from the landward side. This became very probable, because a large supply of provisions was collected at the place where the Europeans were to land, and the troops of the King of

Dutch transcription

294. eenige andere vorderingen, bij aldien de Hol„ „landsche vloot dit Jaar niet met de fran„ „sche op de kust quam. en dit word door henl: wat nader g'expliceerd bij hunnen brief van den 21 december jongstl: aan den Edelen Heer Goeverneur Falck, die door zijn weledele Grootachtbaare aan den Eerstgeteekenden Gekommuniceerd is, want daarbij schrijven zij het volgende. gun ons de vrijheid, bidden wij UwelEd: Groot„ „achtb: on nedrig te mogen aanmerken, dat „Hazaref den Nabab „ Huider Alijchan, zoo als het ons toeschijnt, tot noch toe wel met de holland, „sche komp: meend, en dat haar belang vorderd, om hem te vriend te houden, wijl hij waarschynlijk de predomineerende magt hier ter kuste behouden zal, als de fran„ „sche vloot aankomt. – Vwel Ed: groot„ „achtb: kan niet onbekend weezen de alli„ „antsie, die wij voor en van wegen de Maat„ „schappij met zijn Hoogheid geslooten hebben: zij is noch onder onze berusting, en wij zijn onderdanig van gevoelen met onderwerping nogtans aan UWel=„ „edele Grootachtb: wijzer oordeel, dat dezelve moet onderhouden en nagekoomen werden, alzoo wij anders in de eerste plaatse de slag-offers zullen werden van het geval, en hij zal in de tweede plaatse niet in gebreeke blijven, om in der tijd op de bezittin„ „gen van d' E Comp: zoo hier als op de kust Malla„ „baar, zijn verhaal te zoeken en zich te wreeken. wij hoopen, dat de tijds omstandigheeden en de oor„ „logs kans in dit wereld deel ons gunstig zijn en ge„ „leegenheid geeven moogen, om de nadeelige gevol„ „gen, waarvoor meerm: Gekommitteerden, niet zonder reeden, beducht zijn, door een nader kontrakt met den Heer Nabab van ons afte„ „wenden. Voorts zenden wij hiernevens over een afschrift van de kapitulaatsie van Nagapatnam en melden dat Trinkonemale, volgens schrijvens van den Edelen Heer Goeverneur Falck en den sekreeten Raad van Ceilon van den 22=e febr: Jongstl:, stormenderhand door de vijanden is veroverd. - Jngevolge partikuliere berichten waaren de Engelschen den 4 Januarij met negen oorlogs schepen en eene sloep in de Noorderbaai ge„ „ankerd, hadden den 5=e hun volk ontscheept en van den pagoods berg bezit genoomen, den 9 januarij was Oostenburg voor d' eerste en den 10=e voor de tweedemaal opgeeischt, en op het weigerend antwoord hadden de vijanden den 11=e snachts tweemaal vergeesch gestormd doch in den derden aanval de vesting vervoerd, Dit is een allerwigtigst verlies voor ons, door van dien 295. dien Trinkonemale de beste zeehaven is van de heele west van Indien, aller bequaamst voor de oorlogende vlooten, om daar haar generaal intrepst te maaken, Het is ook zeer waarschijnlijk, dat de Admiraal Hughes voorneemens geweest zij, zijne operaat„ „sien op het Eiland Ceilon, verder voort te zetten waar toe hij, na de verovering van Prinkonemale merklijk versterkt wierd, door vier oorlogs schepen van de vloot van komodore Christone, die in Januari van Bombaij naar de Zuid stee„ „venden; en Ieder op de hoogte van Gale bleeven kruissen, en waartoe buiten twijfel ook is bestemd geweest een sterk transport van Bombai, het welk op den 7=de febr: Jongstl: in 't gezicht van deeze stad, met zeeven driemastige schepen, naar de Zuid stevende en te Anssenge aangierde. Dan dit toelag werd veriedeld door de tijding, die het in den be„ „ginne deezes genoemde scheepje te Ansjenge bragt, dat de fransche vloot op den 7=de december van het Eiland Mauricius naar deeze gewesten onder zeil gegaan was, want gemelde zeeven scheepen, keerden daarop ten eersten naar de Noord en ontscheepten hunne troepen bij kalikut, de hoofd stad van het land van Samorijn die kort, be„ „voorens, door de Engelschen van Tellitschery ende met hem vereenigde Nairos van dat land vermeesterd was. Op deeze wijze heeft de bloote tijding van de aan„ „komst der Fransche vloot reets eene gelukkige uitwerking gehad voor Ceilon, en het is op zeer goede gronden te hoopen, dat deze vloot, die zeder te Pondicherij aangelandt is, alle verdere progressen, van onze vijanden stuiten en hunne gevaarlijke desseinen veriedelen moge Daar en tegen werd onze toestand op deeze kiste hier door vrij gevaarlijk, want onze vijanden, die gelijk wij bij onze jongst voorgaanden reets gemeldt hebben in het samorijnsche rijk genes„ „teld hebben, en dus onze naaste buuren ge„ „worden zijn, wierden hier door merklijk versterkt en in staat gestelt, om iets wigtigs tege„ ons te onderneemen; De geruchten wierden ook wel dra algemeen, dat zij ons noch in deeze mousson beleegeren wilden, en dat tot dat einde de Europeesche troepen met de schepen omtrend vier mijlen bezuiden deeze stad naar eene bequame ankerlaats gebragt en aan land gezet zouden worden, terwijl de Inlandsche troepen van den landkant zouden aanrukken. Dit werd zeer waar„ „schijnlijk, doordien ter plaatze daar de Europeeschen landen zouden, een groote voorraad van levensmiddelen bij een ge„ „bragt werd, en de troepen van den koning land van

NL-HaNA_1.04.02_3644_0343 view scan ↗

English

of Trevankoor and of the Paljetter, who until now had been stationed alongside ours at Aikotte, were recalled from there. This forced us to change our measures entirely regarding Fort Kranganoor, for, whereas we had previously decided to abandon the same in case it were attacked by the English, because it would not be able to defend itself against a European besieger, it now had to be reinforced in order to hold up the native troops of the enemy thereby for so long until the monsoon made the execution of their designs against Koetsiem impossible. Whether now the reinforcement of Kranganoor and Aikotte or indeed the news of the approach of a detachment of the Nabab Haider Alichan made a change in the intention of our enemies is difficult to decide, but this much is certain, that the stock of provisions that Trevankoor had gathered on the beach has since partly been brought back inland and for the remainder brought for sale on our market, from which one may conclude with reason that they have abandoned the design on Koetsiem, at least for this time. Furthermore we have the honor to inform Your Right Honorable, that according to letters received from the forward-mentioned Commissioners in the army of the Nabab Haider Alichan of 21 February last, the French fleet has arrived safely at Pondicherij, consisting of eleven ships of the line, six frigates and nineteen transport ships. The Admiral Comte D'Orve died en route, and was succeeded in command by Mr. Suffren; at the latitude of Nikobaar this fleet took an English warship. The land force that was landed therewith under the command of General Duchemin on the Coromandel coast is stated in that letter at four thousand men. At the dispatch of that letter the commissioners received news that this fleet had engaged in battle with the English one, which under command of Sir Edward Hughes is also on the Coromandel coast and, as far as the number of ships is concerned, is not much inferior, of which they would report the outcome at the nearest opportunity. Finally they also report that on 17 February south of the River Kolderom, thus not far from the Danish town of Trankebaar, a bloody battle took place between the army of the Nabab's son, Tipu Sahib, and the English army under command of Colonel Braithwaite, in which the Young Nabab achieved the victory. The aforementioned commander and Colonel Baros, with all other staff officers and one hundred thirty Europeans, along with three thousand sepoys, have been taken prisoner, and the remainder of the army was cut to pieces; nine cannons, a mortar, and all baggage were captured. From our respectful letters of 24 November last, it will have appeared to Your Right Honorable that the English at Bombay have taken much trouble to make peace with the Marathas; it is also reported that they would have succeeded in this had the French Resident Mr. Montignij not prevented it by the assurance of the assistance of the French fleet. Now that that fleet has actually appeared, and now that the Nabab Haider Alichan, whose affairs had gone somewhat backward due to the large reinforcement of the English, has recovered again, they seem to have less chance of this; on the contrary, we already have news here that the Marathas have resumed hostilities in the vicinity of Surat, where they ravage the surrounding country with fire and sword. Agreed. Adriaan Bootvlirs First Clerk Might our long-awaited help from the Netherlands now also appear, the chance would be very great to humble our proud enemies in this part of the world, and to improve our state here noticeably and to secure it forever against such insults as we have suffered here in this country for many years in succession. We commend Your Right Honorable and the weighty interests of the Company to God's holy protection and have the honor to be, Right Honorable Sirs, Your Right Honorable's humble and faithful servants. Was signed: P. G. van Angelbeek, R. v. Harn, F. von den Busch, N. W. Beijts, I. L. van Spall, C. G. Seijffer, A. I. S. Vernede, W. v. Haeften, and I. A. Daimichen. In margin: Koetsiem, 16 March 1782. J. A. Verdijck Examined Agreement entered into between His Highness the Lord Hazrat Nabab Haidar Ali Khan Bahadur Sahib's Sarkar, and the Right Honorable Valiant Lord Reinier van Vlissingen, Governor and Director on behalf of the Honorable Dutch Company, alongside the Council at Nagapatnam. 1. Whereas in Europe differences have arisen between the Dutch and the English, and war has been declared, the Lord Nabab shall, during that war, and whenever the English might attack Nagapatnam and other places, come to the aid of the Dutch Company with his troops, in order to oppose and drive away the enemies, whereby the places of the Honorable Company will remain unmolested. 2. The cannons, muskets, lead, etc., that the Lord Nabab shall need, the Dutch on their part shall deliver to His Highness for the actual cost price. 3. Whereas this agreement has been entered into regarding mutual friendship, the Dutch

Dutch transcription

296. van Trevankoor en van den Paljetter, die tot nu toe neevens d'onzen te Aikotte geleegen hadden van daar terug geroepen wierden. Dit noodzaak¬ „te ons, om geheel van maatregelen te veranderen. nopens het Fort kranganoor, want, daar wij voorheen beslooten hadden, hetzelve te ver„ „laaten, ingevalle het van de Engelschen aangetast wierd, om dat het zich tegen een Europeeschen Beleegeraar niet zouden kunnen defendeeren: zoo most het zelve nu versterkt worden, ten einde de in„ „landsche troepen van den vijand daar door zoo lange op te houden, tot dat de mousson het uitvoeren hunner desseinen tegen koet„ „siem onmoogelijk maakte, of nu de ver„ „sterking van kranganoor en Aikotte dan wel de tijding van de aannadering van een detachement van den Nabab Htaider Alichan, in het voorneemen onzer vijanden verandering gemaakt hebbe, vaet moeelijk te beslissen, doch zoo veel is zeeker, dat de voorraad van provisien, die Trevankoor aan het strand vergadert had, zeder voor een gedeelte wederom landwaard ingevoerd en voor het overige op onze markt te koop gebragt is, waaruit men met grond besluiten mag, dat zij het toeleg op koetsiem, ten minsten voor ditmaal hebben laaten vaaren. Voorts hebben wyj de eer, uw Weledele Grootachtbaare te bedeelen, dat, volgens bekoomene schrijven van de voorwaarts genoemde Gekommitteerden in het leger van den Nabab Haider Alichan van den 21 febr: jongste:, de fransche vloot behouden te Pondicherij is aangekoomen, bestaande in elf schepen van Linie, ses fregatten en negentien transport schepen. De Admiraal Comte D' Orve is onderweg overleeden, en door den Heer Suffren in het kommando opgevolgt, op de hoogte van Nikobaar heeft deeze vloot een Engelsch oorlogs schip genoomen. de landmacht, die daarmede onder kommando van den Generaal Duchemin op de kust kormandel aangelandt is, word bij die brief gesteld op vierduizend Man„ Bij 't afgaan van dien brief kreegen de gekom „mitteerden tijding, dat deeze vloot met de En„ „gelsche /die onder kommando van sir Edward Hughes mede op de kust kormandel en wat het getal van schepen aangaat niet veel minder is, slaags geraakt was, waar van zij den uitslag ten naasten bedeelen zouden. Eindelijk melden „ze ook noch, dat op den 17 februarij aan de zuid van de Revier Kolderom dus niet verre van de Deensche stad Frankebaar een bloedig gevegt voorgevallen is, tusschen vaaren het 297. het leger van s' Nababs zoon, Tipe Saib en het Engelsche leger onder bevel van den Kolonel Breithwithi, waarin de Ionge Nabab de Zeege behaald heeft. De voormelde kommandant en de kolonel Baros met alle verdere stafofficieren en hondert dertag Europeeschen mitsgaders drie duizend sipahis zijn gevangen genoomen en het ovrige van het leger is in de paks gehakt, negen kanons, een mortier en alle bagasie zijn buit gemaakt uit onze eerbiedige letteren van den 24 Novem„ „ber Jongstleeden zal Uw Weledele Grootachtb: gebleeken zijn, dat d'Engelschen te kombai veel moeite gedaan hebben om met de Marat „ten vreede te maaken, men meert ook, dat henl: dit ook zoude gelukt zijn, bij aldien de fransche Resident M=r Montignij dit niet tegengehouden had, door de verzee„ „kering van den bijstand der fransche vloot. Thans, nu die vloot werklijk opgedaagd is, en nu de Nabab Haider Alichan wiens zaake door de groote versterking der Engelschen wat achteruit gegaan waaren, zich weder her„ „steld heeft, schijne ze daar toe minder kans te hebben, integendeel hebben wij hier reets tijding, dat de Maratten de vijan„ „digheeden wederom begonnen hebben in de nabuurschap van soeratte, daar ze het om „leggende land te vuur en te zwaard verwoep Akpordeert. Adriaan Bootvlirs Eyklerk Mogte nu ook onze lang verwachte hulpe uit Nederland opdagen, zoo zoude de kans heel groot zijn om onze trotsche vijanden in dit. werelddeel te verneederen en onzen staat alhier merklijk te verbeeteren en tegen zulke insultis, als wij hier te lande veele jaaren achter een geleeden hebben, voor altoos te beveiligen. — Wij beveelen uw weled: Grootachtb: en de wig„ „tige belangen der Maatschappij in Gods heilige bescherming en hebben de eer te zijn. /onderstond/ weledele Grootachtb: Heeren uwer weledele groot achtb=e onderdaanige en getrouwe Dienaaren /was getekent./ P: G: van Angelbeek R v: Harn. F: vonden Busch, N: W: Beijts, I: L: van Spall, C. G: Seijffer, A: I: S: Vernede, W. v: Haeften en I. A: Dai„ „michen. /in margine / koethem den 16=e Maart 1782. — Mogte J„ A„ Verdijck Nagezien Z: A: 298. Dewijl in Europa tusschen de Hollanders en de En„ „gelschen oneevigheeden ontstaan zijn, en de oorlog gedeclareerd is, zoo zal den heer Nabab, geduurende die oorlog, en wanneer de Engelschen Nagapatnam en andere plaatsen mogten attacqueeren de Holland„ „sche Compagnie te hulp komen met deszelfs trou„ „pes, ten eijnde de vijanden tegen tegaan, en te ver„ „Jaagen, waar door de plaatsen van d' E: Compagnie ongemolesteerd blijven zullen. De Canons, snaphaanen, Loot Etc:a die den heer Nabab noodig hebben zal, zullen de Hollanders van Haar zijde aan Hoogst denzelven voor het waare kostende Leeveren. Dewijl men dit accoord aangegaan heeft om„ „trend de mutueele vriendschap, zoo zullen de Accoord tusschen zijn Hoog„ „heid den Heere Hasareth Na¬ „bab Haijder Alichan Bahador sahibs sarkar, en den Wel Edele gestrengen Heer Reinier van vlissingen Gouverneur en Direc¬ „teur van wegens de Edele Hol„ „landsche Compagnie, nevens den Raad te Nagapatnam aangegaan. Hollanders 2. 3.

NL-HaNA_1.04.02_3644_0346 view scan ↗

English

299. The Dutch shall send from here to assist His Highness in the present war which the English are waging by land, sepoys, Europeans, Malays, cannons, ammunition, goods, etc., all under the command of European officers, with the expenses to be paid by the Company. After the said troops have joined with the troops of the Lord Nabab, His Highness must provide a good lodging place for them, and they shall be under the command of their senior officer. The affairs of the Lord Nabab must be conducted through the said officer. If the Dutch enter into friendship with the English again, and letters are written from Europe to that effect, they shall immediately inform the Lord Nabab thereof and conduct themselves according to His Highness's desires. Whenever the English might in one way or another arrive in the Dutch places, they shall immediately have them arrested. A vakil and five pairs of harkaras of the Lord Nabab shall reside in the city of Nagapatnam, and in return a capable European vakil of the Company shall be stationed with His Highness; Since His Highness the Lord Nabab has favorably ceded to the Dutch Company the places that fall under Tansjour, namely the province of Kiwaloer, Wedarmum, Topotorre, and Naver, together with their subordinate villages, 4. If the enemies of Tansjour and Tritchinapalij should act against the troops of His Highness that are stationed at Combogonam, the Honorable Company promises on its part to send thither from here 2,000 men, both Europeans as well as sepoys and Malays, together with 5 to 6 cannons and European officers, in order to join with the said troops of the Lord Nabab and subdue the enemies. 5. If the English should besiege Nagapatnam, the Lord Nabab shall dispatch his troops to drive them away; meanwhile, the Company promises that upon the arrival of the said troops of His Highness, good lodgings shall be provided. 6. Whenever the combined French and Dutch ships, or the Dutch ships separately, might arrive, the Dutch shall drive away the ships of the enemies to the satisfaction of the Lord Nabab. Meanwhile, one must show all honor to those people from both sides. 9. 8. No. 1. 300. Granted, with the condition to pile their arms, lay down their drums and colors after they have marched out of the gate; the necessities for the soldiers shall be furnished to them. their Honors shall station their troops in all those places in order to prevent any paddy or other provisions from being given to the enemies. 10. Regarding the expenses of the detachments that the Honorable Company shall send to assist the Nabab, these shall be adjusted. After the Dutch ships and a large number of troops, both Europeans as well as Malays, etc., have arrived here from Europe and Batavia, the Dutch shall conclude a further agreement concerning the expenses. 11. Always taking pleasure with a pure heart in the well-being of His Highness, the Dutch shall conduct themselves according to His Highness's desires. Thus agreed and settled in the Castle of Nagapatnam on the 4th of September Anno 1781. Was signed: R. van Vlissingen, J. E. G. Haselman, S. Mossel, P. E. van Halm, M. Stoffenberg, F. W. Bloeme, and Joh. Accama. Lower down: the Company's seal pressed in red wax; underneath stood: By order of the Right Honorable and Venerable Lord Governor and the Council, signed: M. Stoffenberg, Secretary. In the margin stood the contents of this contract written in Marathi characters. Underneath stood: Agrees, signed: I. R. Simons, sworn clerk. Agrees. Adriaan Boosliet. Examined. Capitulation for Nagapatnam. The Lord Governor and Council of Nagapatnam proposed to Sir Edward Hughes, Admiral of the English Squadron in the Indies, and General Hector Munro, General of the English Army, to surrender this place Nagapatnam on the 12th of this month, and request meanwhile that all hostilities may cease. Answer 1: The officers of the garrison and other military personnel who have defended Nagapatnam shall all march out through the China gate with the customary honors of war, with their arms and baggage, flying colors, beating drums, and lighted matches, together with two pieces of cannon with their appurtenances. All officers and soldiers who are here in the garrison of Nagapatnam shall all be transported at the expense of the English Company as comfortably as possible to Batavia or to Ceilon on English ships. Answer 2: All officers and soldiers who surrender as prisoners of war shall be maintained, but an account of the expenditures must be kept in order to be paid by Their High Mightinesses or the Dutch Company, and this second article shall be granted in no other way. 3. That the said officers and soldiers also shall demanded preceding article J. H. Vvendijck, sworn clerk.

Dutch transcription

299. Hollanders tot adsistentie van Hoogst denselven in den tegenwoordigen oorlog, die de Engelschen te lande doen van hier zenden, sipaaijs, Europeesen Maleijers, Ca„ „nons, ammonitie goederen Etc:a alles onder Com„ „mando van Europeese officieren, zullende de ongelden door de Compagnie betaald worden. Na dat gemelde volk zig met de troupes van den heer Nabab geconjungeerd zal hebben, zal zijn Hoogheid voor haar een goed plaats tot loge„ „ment moeten bezorgen, en dezelve zullen onder Commando van hun opper officier staan. De zaaken van den heer Nabab dienen door wee„ „gen van gem: officier gedaan te worden. Bij aldien de Hollanders met de Engelschen weder= in vriendschap raaken, en dierweegens uijt Euro„ „pa geschreeven word, zullen zij zulx den heer Nabab ten eersten verwittigen, en dezelve na zijn Hoogheids begeerte gedraagen. wanneer de Engelschen op de eene of andere wijze in de Hollandsche plaatsen mogten aankoomen, zullen zij haar ten Eersten laaten arresteeren. Een wakiel en vijf Paaren harkars van den heer Nabab zullen in de stad Nagapatnam, en daar en teegen zal een bequaame Europeesche wakiel van de Comp: bij zijn Hoogheid geplaatst worden; Dewijl zijn Hoogheid den heer Nabab de plaatsen, die onder Tansjour sorteeren; namentlijk de provintie van Kiwaloer wedarmum To„ „potorre, en Naver nevens dies onderhoorige Jndien de vijanden van Tansjour en Tritchinapa„ „lij tegen de troupes van zijn Hoogheid, welke zig op Combogonam bevinden mogten ageeren, beloofd d' E: komp: van haare zijde van hier na derwaarts te zullen zenden 2000. Man zo wel Europeesen als sipaaijs en Maleijers, nevens 5. â 6. Canons, en Europeese officieren, ten eijnde zig met gemelde volk van den heer Nabab te Conjungeeren, en de vijanden te onder te brengen. Als de Engelschen Nagapatnam belegeren mog„ „ten, zal den heer Nabab desselfs troupes afzen„ „den, om haar wegtejaagen; Jntusschen beloofd de Comp: dat bij arrivement van gemelde volk van zijn Hoogheid goede Logies te zullen besorgen. wanneer de Gecombineerde fransche en Hollandsche scheepen, dan wel de Hollandsche scheepen afzonderlijk mogten aankomen, zullen de Hollanders ten genoegen van den heer Nabab de scheepen van de vijanden weg Jaagen. Jntusschen dient men die menschen van wederzijde alle eer te bewijzen. Jntusschen dorpen 4. 5. 6. 9. 8. N„o 1. 300. Toegestaan met haar nopens te koppelen, haar trommels en vaandels neder teleggen na dat zij uit de poort ge= „marcheerd zijn, het benoodigde aan de zoldaaten zal haar gefourneerd worden. Alle officieren en soldaaten die dorpen aan de Hollandsche komp: gunstiglijk heeft afgestaan, zullen Haar Edelens op alle die plaatsen derselver volk stellen om te beletten dat geen Nelij of andere provisien aan de vij„ „anden gegeeven worden. Aangaande de ongelden van de detachementen die d' Ekomp: tot assistentie van den Nabab zal zenden, zullen gereme„ „dieerd worden. Na dat uijt Europa en Batavia de Hollandsche schepen en een groot getal manschappen zoo wel Europeesen als Maleijers Etc:a alhier zullen gekomen zijn, zullen de Hollanders omtrend de ongelden nader een accoord sluiten. Jn het wel zijn van zijn Hoogheid, de Hollanders met een zuijvere hart steeds genoegen scheppende zullen deselve zig na Hoogst des zelfs begeerte gedraagen. Aldus geaccordeert en overeengekomen Nagapat„ „nam Jn het Casteel den 4. september A:o 1781: / was geteekend:/ R: van vlissingen, J: E: G: Haselman S:e Mossel, P: E: van Halm, M:s Stoffenberg F: W: Bloeme en Joh:s Accama /:lager/ sComp:s zegel in rood Lak gedrukt daar onder stond Ter or„ „donnantie van den wel Edele Gestr: Heer Gouver„ „neur, en den Raad /:geteekend:/ M: Stoffenberg sec:s in margine: stond den inhoud van dit Con„ „tract in Marattijs Caracters geschreeven /:onder„ „stond:/ Accordeerd /geteekend:/ I:s R:t Simons gscriba Akkordeerd Adriaan Boosliet Alle officieren en zoldaaten, die hier in 't zig tot krijgs gevangenen geven, Nagapatnams garnisoen bevinden, zullen zullen onderhouden worden, maar alle op onkosten van de Engelschen komp: een reek: van de uitgaven moet gehouden werden, om voldaan te werden door hunne zoo gemakkelijk mogelijk na Batavia, hoogmogende of de nederlandse dan wel na Ceilon getransporteerd worden komp: en zal die tweede artikel op geen ander wijze op Engelsche scheepen. toegestaan werden. Dat gem: officieren en soldaaten meede De officieren van het guarnisoen en andere militairen die Nagapatnam gedefendeerd hebben, zullen alle met de gewoonlijke hon„ „neur van den oorlog de poort China uittrek„ „ken, met haare wapens en bagagie, vlie„ „gende vaandels, slaande trom en brandende lond, nevens twee stukken kanons met dies toebehooren. Den Heer Gouverneur en raad van Nagapat„ „nam proponeerden aan den Heer Edward Hughes admiraal van de Engelsche Es quader in Jndien, en den heer Hector Munro gene„ „raal van de Engelsche armee om deeze plaats Nagapatnam op den 12:e dezer maand overte„ „geven, en verzoeken intusschen alle vijande„ „lijkheeden te moogen ophouden. Kapitulatie voor Nagapatnam ge-eischt voorgaande Artikel J H Vvendijck Eyklerk zullen 10. 11: Nagezien 3„ . 2. Ant 1:

NL-HaNA_1.04.02_3644_0348 view scan ↗

English

301. Article 4. Agreed, provided that it be done. The Governor, the members of the Political Council, all the servants of the administration and commerce, the church council, the maritime service, and other salaried servants who are in the service of the Dutch Company, shall be granted the freedom of their persons and possessions, movable and immovable merchandise, and other effects, together with all inhabitants of Nagapatnam, both Europeans and natives, without being molested or having any hindrance caused to them therein, for whatever reason or under whatever name. Article 5. Granted, apart from the freedom of their persons. The Governor, the members of the Political Council, all the servants of the administration and commerce, the church council, the maritime service, and other salaried servants, shall have the freedom to depart with their families, male and female slaves, together with all their possessions, for Batavia or Colombo, and for that purpose there shall be provided for them, on account of the English Company, the necessary good and fit ships. Article 8. Inadmissible, except for securing to them their families, slaves, and property. All officers as well as political or civil servants of the Company who might be inclined to remain in this place, or to settle as a private inhabitant, such shall be granted, and they shall be granted the protection of the English flag. All inhabitants of Nagapatnam who desire to remain as residents under the protection of the English flag, but the military are refused. They who remain will take the oath of fidelity to His Britannic Majesty. Article 6. Agreed. The second article granted, they shall take all their effects without being searched, their servants and slaves, and those who are married shall have the freedom to take their families with them. All merchandise, ammunition of war and artillery goods, weapons, provisions, and everything belonging to the Company that is found in this place, shall be surrendered in good faith and received according to a specific inventory by the commissioners who shall be appointed for that purpose to receive the same, a duplicate of which specification shall be properly delivered to Admiral Hughes and General Munro. The funds belonging to the orphan chamber and the deacons' poor fund shall not be confiscated or seized, as they are monies belonging to minors and the poor. Agreed. 302. Article 10. Inadmissible. The fortifications, the Government House, the storehouses, and other public buildings belonging to the Company must be kept in their present state, without being permitted to be demolished. Article 11. Granted. The free exercise of the Reformed religion, such as is customary in the Dutch Church, shall remain permitted, and for the practice thereof, the church in which divine worship is currently held shall be granted. Article 12. Agreed, so far as it is consistent with our domestic governance. The Roman Catholic church and the heathen temples shall retain all the privileges that they have hitherto enjoyed under the protection of the Dutch Company. Article 13. Granted, but subject to inspection so far as it concerns the country's revenues; the other papers shall be granted to Governor van Vlissingen. All documents, charters, resolutions, and other papers belonging to the government of Nagapatnam shall, without any inspection, be left in the care of Governor van Vlissingen, in order that he may take them with him wherever His Honour shall depart. Article 14. Granted. No one shall be quartered in the Government House during the time of His Honour's stay at Nagapatnam, but Mr. van Vlissingen shall be permitted to continue living there unmolested. Article 15. The guard that is deemed necessary to occupy Nagapatnam must be granted. After this capitulation has been signed, an English guard of 50 men shall be handed over. Article 16. Agreed. That the vendue master of this city, the sequestrator, and the curator ad lites shall be maintained for the collection of all outstanding monies, and be protected therein by the ordinary judges. Article 17. Granted, so far as it is consistent with our laws, and as long as these persons behave properly. All public papers, notarial or secretarial deeds, which can in any way serve to secure the property belonging to the inhabitants of this place, shall remain respected and preserved in the custody of those who currently hold those offices, in order to make use of them according to custom. Granted. In case any English deserters should be found in the Nagapatnam garrison, pardon shall be granted to them.

Dutch transcription

301. geakkordeerd mits dat het word. Toegestaan, buiten de vrij „heid van haar persoonen. ontoest aanbaar buijten 't verzeekeren aan hun van haare familje slaven en eigendom. geakkordeerd „tairen word gerefuseerd. om als inwoonder te blijven geakkordeerd. zullen neemen alle haare effecten zonder gevi„ tweede artikul toegestaan „siteerd te worden, haar bediendens en slaaven en die getrouwt zijn, zullen de vrijheid heb„ „ben haar familjen meede teneemen. De Gouverneur, de Leeden van de politiquen Raad, alle de bediendens van politie en Commercie, de kerkenraad, de Zeevaart en verdere Loontrekkende dienaren, die in „gaders alle ingezetenen van Nagapatnam remoreeren zullen den Eed zoo wel Europeesen inlanders zullen behou¬ „den de vrijheid van haar perzoonen en be„ „zittingen roerende en onroerende koopman „schappen en andere effekten zonder daarin gemolesteerd of eenige hinder toegebragt te worden, om welke reeden hoe ook genaamt Den heer Gouverneur de Leeden van den poli„ „tiquen raad alle de bediendens van politie en Commercie de kerkenraad de zeevaard en verdere Loontrekkende dienaaren, zullen de vrijheid hebben neevens haare familje slaaven en slavinnen, mitsgaders alle haare bezittingen na Batavia of kolombo te moogen vertrekken, en dat haar daar toe voor reek: van de Engelsche komp: gegeeven zoude werden de noodige goede Alle inwoonders van Naga-Alle officieren zoo wel als politique of Ci„ mogte weezen hier ter plaatse te verblijven; bretanise majesteid doende of als een partikulier inwoonder zig ter neder te zetten zal zulx moeten worden Engelse vlag, maar de mili„ geakkordeerd en haar verleend worden de bescherming van den Engelschen vlag. dienst van de hollandsche komp: zijn mits „patnam die verlangen zullen vile bediendens van de komp: die geneegen onder de protexie van de van getrouwigheid aan zijne zulx toegestaan werden, Alle negotie waaren, ammonitie van oorlog en artillerij goederen waapenen le„ „vensmiddelen en al 't geen de komp: toebe„ „hooren, en in deeze plaats gevonden werd zullen ter goeder trouwe overgeleverd en ontvangen worden, volgens een specifique opgaaf aan de kommissarissen die daar toe benoemt zullen worden, om dezelve te ontvangen zullende 't dubbel van die specifikatie behoorlijk worden overgegee„ „ven aan den heer Admiraal Hughes en den heer Generaal Munro„ De kapitaalen toebehoorende aan de weeska„ „mer en diakonij armen zullen niet worden gekonfiskeerd, of aangeslaagen als zijnde gel„ „den die aan onmondigen en armen toebe„ „hooren. en bequaame scheepen. De Art: 4: 5. 8. 6. 302. ontoestaanbaar Toegestaan. g'akkordeerd in zoo verre „ring bestaanbaar is. Toegestaan maar onder= zoo verre als het de lands papieren zullen aan de heer Gouverneur van vlissingen toegestaan worden. De wagt die men zal nodig oordeelen bezetting van Na= geakkordeert. het bestaanbaar is met onze persoonen zig behoorlijk gedragen. Toegestaan De fortifikatie 't Gouvernement de magazijn en andere publike gebouwen de komp: toebehoo„ „rende zullen moeten gehouden werden in haar teegenwoordige staat, zonder dat die zulks moogen worden geslegt De vrije exercitie van de gereformeerde re„ „ligie zoodanig als die in de nederlandsche kerk gebruikelijk is zal blijven gepermit„ „teerd en tot oeffening van dezelve vergund de kerk waar in thans de godsdienst ge„ „daan word. De roomsche kerk en de heidensche tem¬ als 't met onze land regee-„pels zullen behouden alle voorregten, die „zij onder de protexie van de hollandsche komp: tot nog toe genooten hebben. Alle dokumenten Chartres resolutien en „worpen aan de visitatie in andere papieren gehoorende tot het goever„ revenuen raakt de andere „ nement van Nagapatnam, zullen zonder eenige visitatie aan den heer Goeverneur van vlissingen worden gemenageerd; om ze te kunnen meede neemen werwaards zijn zijn Ed: zal koomen te vertrekken. Niemand zal in 't gouvernement gelogeerd Na dat deeze kapitulatie zal getekend zijn, zal een Engelse wagt van 50. man overgegeeven „gapatnam te neemen moet Dat de vendumeester van deze stad de seques„ „ter en de kurator adlites zullen worden ge„ „maintineerd om 't inpalmen van alle uijt„ „staande gelden, en daar in worden beschermt door de gewoone regters. Toegestaan, in zoo verre als Alle publike papieren notarieele of sekreta„ regten en zoo lang als die „ rieele aktens welke eenigsints strekken kunnen tot de zeekerheid van de bezitting gehoorende aan de inwoonders van deeze plaats zullen gerespecteerd en geconser„ „veerd blijven, onder berusting van de geene die tegenswoordig die diensten bekleeden om daar van na gewoonte gebruijk te kun„ „nen maaken. Jngevalle er eenige Engelsche deserteurs zig in het Nagapatnamse guarnisoen mogte bevinden zal aan haar parden verleend worden. worden geduurende de tijd van zijn Ed: ver„ „blijfs te Nagapatnam, maar de heer van vlissingen zal daar in onverhinderd mogen. blijven woonen. Toegestaan worden toegestaan worden 10. 11: „ 12: 13. 17. 16: 15. 14. 44

NL-HaNA_1.04.02_3644_0350 view scan ↗

English

303. to march and the gates to be handed over one hour after the capitulation is signed. Answered by the second. All the sick and wounded shall be properly taken care of. Answered by the second article. Granted, provided that they leave the army of Haider Ali Khan and betake themselves either to Nagapatnam or Madras. Signed: Edward Hughes, Hector Munro. surrender weapons and depart to the army of Haider Ali Khan, but not to Kumbakonam. be permitted to enter the China Gate, at which a Dutch guard of equal number must remain, while the guards will be ordered not to allow any Dutch soldier to go outside and no English soldier to enter; because the next day the gates will be occupied and taken over by the English troops, the garrison of Nagapatnam will have to retire to the barracks for that time and keep their quarters there until their departure for Batavia or Ceylon under the laying down of the ordinary weapons, with the exception of the officers who command them, who will be allowed to keep their sidearms. All servants of the Honourable Company, of the police, the militia as well as the seafaring and other salaried persons, shall be maintained by the English Company until they shall be brought by the ships of the English Company to the place of their destination, either to Batavia or Colombo. All sick persons and wounded who are present in the hospital here shall be cured and maintained by the English Company. And the rest of this article... The gentlemen Jan Daniel Simons, Pieter Willem Geerze, Jan Rijnier Simons, and Jan Joachim Hasz, who are in the army of the Nawab Haider Ali, shall enjoy all the privileges of this capitulation. The fulfillment of everything written herein and agreed upon by way of capitulation shall be faithfully observed, and consequently signed by Admiral Edward Hughes and General Hector Munro alongside the Governor Reinier van Vlissingen and the Council of this place Nagapatnam. In the castle, 12 November 1781. Signed: R. van Vlissingen, S. Mossel, J. E. G. Haselman, P. E. van Halm, M. Stoffenberg, F. W. Bloeme, and J. Accama. Agreed. Granted, provided that they surrender their... To all the auxiliary troops of the Nawab Haider Ali Khan Bahadur who are in this city, free departure shall be granted to Kumbakonam. Sworn Clerk, Adriaan Boon. Examined by J. Verdijck. Article 18. Article 19. Article 20. Article 21. 304. General Register Letter A A. Register dated 16 March 1782, with all the papers mentioned therein, the secret resolutions being sewn into a separate bundle and enclosed herewith. 6. Copy of letter written to the aforesaid secret committee under date 1 May 1782. Letter duplicate. An account given by a Moorish tindal, Mangel Nanon. Letter C C. Duplicate copy of letter just written under date 18 May 1782. Duplicate. A register dated 5 May 1782 with the papers belonging thereto, which are sent in copy to Their High Mightinesses. To the secret committee at Amsterdam. Of the papers that are currently... No. 11. Annex. Annex. Duplicate together with a declaration regarding the outrages committed at Tuticorin by the English. With some letters from the army of the Nawab. Cochin, 29 December 1783. The High Government at Batavia. Adriaan Booteleck, Sworn Clerk. written. 305. Cochin. To the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Commander over the Company's important trade and establishment etc. there. Right Honorable Sir! I had the honor to receive Your Right Honorable's respected letter of 27 December last. I express my humble gratitude not only for the prompt reply that Your Right Honorable was pleased to give me, but also for the agreeable news communicated, keeping myself assured that should the English undertake anything against Cochin, they will find in Your Right Honorable a different defender than at Nagapatnam, where they surrendered the city and the castle in a scandalous manner after only three days of firing, with a garrison of about 5,000 men, which was almost as strong as the force outside. The Nawab has more than once admonished us to write to Your Right Honorable and to urge you to defend yourself bravely in case of siege, but we have repeatedly answered His Highness that we are all too well aware of the courageous

Dutch transcription

303. marcheeren en de poorten overgeleverd werden een uur na dat de kapitulaatsie geteekend is. Beantwoord door 't tweede Alle de zieken en geblesseerden zullen behoorlijk bezorgd worden „antwoord door 't tweede artikul Toegestaan mits dat zij de armee van Haider alichan verlaaten en zig 't zij na Nagapatnam of Madras begeven. /geteekend/ Edward Hughes Hector Munno. wapens afgeven en vertrek= „ken na het leger van Haider alichan, maar niet na kombogonam. toegestaan worden binnen te worden de poort China aan dewelke zal moe¬ „ten blijven een hollandse wagt van gelijk ge„ „tal, terwijl aan de wagten zal belast worden geen hollandse zoldaat na buijten en geen Engelsche zoldaat na binnen te laaten gaan„ om dat des anderen daags de poorten door de Engelsche troepen zullen worden bezet en overgenoomen zullen het garnisoen van Nagapatnam zig zoo lang moeten retiree„ ren na de kasern en aldaar hun verblijf houden tot haar vertrek na Batavia of Ceilon onder aflegging van de gewoone waa„ „pens, uitgezondert de officieren die haar kommandeeren welke hunne sijtgeweeren zullen moeten houden. Alle dienaaren van DEkomp: zoo wel van de politie, de militie als de zeevaard en andere loontrekkende persoonen zullen door de Engelse komp: moeten onderhouden wor„ „den tot zo lang zij door de scheepen van de Engelse komp: gebragt zullen weezen ter plaatse hunnen destinatie het zij op Batavia of Kolombo. Alle de zieke menschen en geblesseerden die en het rest dezer artikulbe= zig in het hospitaal alhier bevinden, zullen moeten gekureerd en onderhouden worden lct De heeren Jan Daniel Simons, Pieter willem Geerze, Jan Rijnier Simons en Jan Joachim Hasz: die in 't leger van den Nabab Haider Alie zijn, zullen van alle de voorregten van deeze kapitulatie gaudeeren. De volbrenging van al het geen in deeze ge„ „schreeven staat, en bij wijze van kapitulaat„ sie geaccordeert is, zal getrouwelijk nage„ „koomen, en dien volgende geteekend worden door den Heer admiraal Edward Hughes en den heer Generaal Hector Munro nevens de heer Goeverneur Reinier van Vlissingen en raad van deze plaats Nagapatnam. in het kasteel den 12:e November 1781: /geteekend/ R: van Vlissingen, S. Mossel, J: E: G: Haselman, P: E: van Halm, M: Stoffen„ „berg, F: w: Bloeme en I:accama. Akkordeerd Toegestaan mits dat zij haare Aan Alle de hulptroepen van den Nabab Hai„ „der Alichan Bahadoer, dewelke in deeze stad zijn zal vrij uittogd verleend worden na kombogonam. door de Engelsche komp: Egklerk Adriaan Boon door J „ Verdijck artikul 18. 19. Nagezien 21. 20. 304. Generaal Register L„a A A. Register gedateerd 16. Maart 1782. met alle de papieren daar bij ver„ „meld zijnde de sekreete Reso„ „luutsien in een aparte bondel ingenaaid en hier bijgevoegd 6. kopia brief aan welm: sekreete kom„ Lta duplicaat „mitte geschreeven onder dato eersten Meij 1782 een relaas verleend door eenen Moorschen Tandel Mangel Nanon L„a C C. kopia brief aan als even geschreeven Duplicant de dato 18. Meij 1782: een register gedateerd 5. Meij dito 1782. met de daar toe gehoo„ „rende papieren dewelke aan hunne Hoogedelheeden„ in kopij worden overgezonden aan de geheime kommitte te Amsterdam. der papieren dewelken thans N„o 11. annex annex de Duplicaat Nevens een verklaaring nopens de baldadigheeden te Tutukorijn door de Engelschen gepleegt met eenige brieven uit het Cleeger van den Nabab Keasiem den 29.:' Decemb:r 1783. de hooge regering te Batavia Adriaan Booteleck Egklerk geschreeven zijn. 305. Cochim. Aan den Weledelen Achtbaaren Heer Johan Pererd van Angelbeek kommandeur over 'sComp. s Importanten handel en ommeslag et. a aldaar. Wel Edele, Achtbaare Heer! Uwel Ed: achtb: gerespekteerde letteren van den 27. dec: Jl: heb ik de eere gehad te ontfangen jk betuige mijn nedrige verpligting niet alleen voor het spoedig antwoord, welk uw Ed. achtb: mij geliefde tegeeven, maar ook voor 't bedeelde aange„ „naame nieuws, mij verzeekerd houdende dat wanneer de Engelschen iets tegen koetsiem mogten onderneemen, dat ze aan uwelEd: agtb: een ander verdeedigen zullen vinden, als te Nagapatnam al„ waar men de stad en het kasteel na maar drie dagen vuurens, op een schandelijke wijze overge„ „geven heeft met een guarnisoen van r.:m 5000:— man, dat bijna zoo sterk was als de macht van buiten. De Nabab heeft ons meer dan eens ver„ „maand om aan uwel Ed: agtb: te schrijven en aan te prijzen om in Cas van beleegering zich dapper teweeren, dog wij hebben zyn Hoogh=d telkens ten antwoord gegeeven, dat ons al tewel het kloek„ moedig

NL-HaNA_1.04.02_3644_0354 view scan ↗

English

306. courageous character was known to Your Honourable Nobility, than that such a recommendation to Your Honor would be necessary. We have forwarded the original letters that were not delivered to Your Honourable Nobility via Pondicherry and Tranquebar, but they were brought back again because there was no opportunity for their dispatch. And since we are fortunate enough to have an answer to the duplicates, this naturally excuses us from sending them off. I have not doubted the arrival of the French fleet, but the Lord Nabab still somewhat doubts it, and I dare assure Your Honourable Nobility that if it does not appear here on the coast within 50 or at most 60 days, His Highness will make peace with the other party, for he fears for the Marathas and Nizam Ali, that they will invade his country and create a diversion to the advantage of the enemies. It is also well known here that the English money chests are empty; nevertheless, something must be going on with the Marathas, although I am also quite willing to believe that 50 million rupees is an exorbitant sum which the English will never in all eternity be able to raise, and that the Marathas are also not foolish enough to allow themselves to be appeased with promises. In the meantime, I wish that some of our ships might appear on this coast together with those of the French, in order to wipe out the insult suffered by our flag through the loss of Nagapatnam, and to show the Lord Nabab (especially some of his ministers) that the Dutch do not lack the power of ships and men either. We cannot make the Nabab understand that our commission was extinguished with Nagapatnam. In this regard, I refer to the letter which I have the honor of writing to Your Honourable Nobility together with Messieurs Geeke and Hasz; I only pray Your Honor in particular to work out my dismissal from here through Your Honourable Nobility's favorable intercession with the Right Honourable Lord Falck and the Nabab. I need not say how much this wandering about distresses me, and the Nabab seems to have his eye mainly on me, mistaking me, to my detriment, for a personage through whom he could obtain anything he might desire from the Honourable Company, thus knowing little that I am but a cipher in the service of my paymasters. And although I do my best to diminish the high opinion that has been formed of me, it will not succeed; therefore, I beseech Your Honourable Nobility, as if repeatedly, to help me out of this labyrinth by one means or another. 307. Monsieur Peveront arrived here in the army on 18 December and had several negotiations with the Nabab, of which nothing leaks out; meanwhile, everything is being prepared here to provision the French fleet upon arrival and to supply the troops with what is necessary. We have not yet obtained a copy of the capitulation of Nagapatnam, but one of my friends writes to me under date of 3 December the following: "What I have always predicted has happened; that you already have news of this has become evident to us. I hear the English have intercepted letters from you, but doubt their authenticity. We look with great longing for some reports from you. Are you still in favor with Bahadur? Does he also intend evil against us? If not, care for us, obtain a safeguard for us upon his approach, for the fortifications are already for the most part demolished, and they are diligently proceeding with it. They say in a few days the fortress will also be blown up. Upon entering it, the inhabitants thereof were told to vacate the houses immediately, which was at once complied with. The Governor had stipulated the freedom to remain in his house, but vacated it after a few days and is lodged in Stoffenberg's house. He immediately fell ill, and since that time until now has not concerned himself with anything, except on the third day, when he said to his council members that they had no more than 3000 lb of gunpowder, and therefore they had to surrender. Hearing this, I was furious and enraged. Messieurs Mossel, van Halm, and Stoffenberg have conducted themselves as heroes; they do not intend to leave matters at that. The former, even being sick and wounded, has had much trouble regarding the warehouse. It is said that in a few days the gentlemen will all be sent to Madras; they intend to take their wives along. Van Bijland was sent on board yesterday morning; the clergy alone are free and perform their services unhindered. All bells have been removed. Meanwhile, we find ourselves in the utmost fear and perplexity as to what to do. At the beginning of January, it is said, our party will completely evacuate the place, at which time we will easily become a prey of"

Dutch transcription

306. „moedig Caracker van uwe lEdele achtb. bekend was, dan dat zodanig eene recommandatie aan Hoogst dezelve zoude nodig weezen. wy hebben de origineele brieven die bij uweledele achtb: niet besteld zijn, over Pondicherij en Tranquebar voortgeschikt, doch zy zijn weder terug gebragt, om dat er geene gelegenheid tot derzelven ver„ zending geweest is, En dewijl wij zo gelukkig zyn van antwoord te hebben op de duplicaaten, zoo excuseerd het ons van zelven om ze te laaten afgaan. Ik heb niet getwijffeld de komst van de fran„ „sche vloot, maar den Heer Nabab dubiteerd nog eenigzinds daar aan, En ik durf uwelEd: Achtb: wel verzekeren, dat wanneer zij binnen 50 of ten hoogsten 60: dagen hier ter kuste niet komt op„ „dagen, dat zijn Hoogheid dan vreede met de parthij maaken zal, want wij vreest voor de Maratten en Nisain Alij, dat ze in zijn land vallen en eene afwending ter voordeele der vijanden maaken zullen. T is hier ook wel bekend dat de Engelsche geld kisten geledigd zijn, nogtans moet 'er iets gaan„ de weezen bij de Maratten, Schoon ik ook wel wil gelooven, dat 50. millioenen ropijen een exorbitante som is, die de Engelschen in der eeuwigheid niet zullen kunnen opbrengen, en dat de Maratten meede niet dom genoeg zijn, om zich met beloften te laaten paijen Ondertusschen wensch ik dat eenige onzer scheepen met die der franschen zich te dezer kuste mogten vertoonen, om den hoon, onze vlag door 't verlies van Nagapatnam overgekomen, uittewissen, en den Heer Nabab (:voornamelijk eenige zijner Ministers:/ te doen zien, dat het de Hollanders ook aan geen macht van scheepen en volk ontbreekt. Wij kunnen den Nabab niet in zijn verstand brengen dat onze Commissie met Nagapatnam geexstinqueerd is. Jk gedrage mij hier omtrend aan den brief die ik de eere hebbe nevens de Heeren Geeke en Hasz aan uwel Ed. Achtb: te schrijven, eenelijk bid ik Hoogst dezelve in 't bijzonder om door uweled: Agtb: gunstige intercessie bij den wel Edelen Groot Achtb: Heer Falck en den Nabab mijn ontslag van hier uittewerken. Jk behoef niet te zeggen hoe zeer mij dit omswerven verdrief en den Nabab schijnt voornamelijk het oog op mij te hebben, mij tot mijn ongelijk aanziende, voor een perzoonogie, door wien hij van d' E: Comp: alles zoude konnen verkrijgen, wat hij begeeren mogt, dus weinig weetende dat ik maar een nulletje in het Ceijffer ben in den dienst mijner Betaalsheeren, En schoon ik mijn best doe om het hoog gevoelen welk men van mij heeft opgevat, te doen daalen wil het echter niet lukken, derhalven smeek ik Uweledele Achtb:, als bij herhaaling om door het on„ een 307. een of ander middel mij tog uit dit labijren te helpen. Mons. r Peveront is den 18. xber: hier in het Leger aangekomen en heeft verscheide onder„ handelingen met den Nabab gehad, waar van niets uitlekt, ondertusschen word hier alles gereed gemaakt om de fransche vloot bij aankomst te proviandeeren en de troupes van het noodige te voorzien. Wij hebben nog geen afschrift erlangd van de Capitulatie van Nagapatnam, dog een mijner vrienden schrijft mij onder dato 3. xber: 't volgende: „'t geen ik altoos voorspelt heb is gebeurd, ti V. Ve. dat u daar van reeds tijding „heeft, is ons gebleeken. jk hoor de En„ „gelschen hebben brieven van u onderschept „dog aan de echtheid twijffele. wij zien met „ een uitgestrekt verlangen naar eenige „berigten van u. staat u nog wel bij „Badoer! heeft hij ook kwaad tegens ons „ in zin ! zoo niet 't zorg voor ons, ver„ „werf voor ons suavegande bij desselfs „aannadering, want de vesten zijn voor „het grootste gedeelte reeds gedemolieert „en men gaat daarmeede ijverig, voort. „men zegt over eenige dagen, zal 't fortres „ ook springen. bij de inrukking van het „zelve wierd de bewoonderen daar van „gezeijd, ten eersten de huizen te ontruimen, 'twelk aanstonds wierd opgevolgd de Vr en v„ had vrijheid bedongen in zijn huis te blijven, dog ruimde het na eenige dagen en is in stoffen„ bergs huis gelogeerd. Wij wierd aanstonds ziek, en heeft zich zedert dien tijd tot hier toe nergens meede bemoeijt, als op den derden dag, toen hij aan zijne leden zijde, geen bus„ kruit meer dan 3000. lb te hebben, en daarom moest men overgeven. jk dit hoorende ben„ rasend en verwoed geweest. de Heeren Mossel„ van Halm en Stoffenberg hebben zich als stelden gedragen, zij denken het niet daar bij te laaten steeken. de eerste zelfs ziek en gekwest zijnde, heeft veele moeijelijk „heid aangaande het pakhuis. de Heeren word er gezegd zullen alle over eenige dagen naar Madrast worden verzonden: zij denken hunne vrouwen meede teneemen. van Bijland is gisteren ochtert naar boord gezonden, de geestelijken zijn alleen„ „lijk vrij, en verrigten hunne diensten on„ gehindert. alle klokken zijn weg ge¬ noomen. wij bevinden ons intusschen in de uitterste vreeze en verlegenheid wat te doen. Jn het begin van Januarij, zegd men, zal onze parthij de plaats geheel en al ont„ ruimen, als wanneer wij ligtelijk een prooy gezegd van 41

NL-HaNA_1.04.02_3644_0356 view scan ↗

English

308. could become of the N. One hears much about the French and Dutch fleet; some maintain that they have captured Bombaij, but others the contrary. In a few days it will be the turn of Jaffanapatnam and Trinconomale. Adieu: do hasten your writing. I communicate the above to Your Right Honourable Worship as candidly as it was written to me, purely for His Honour's esteemed speculation, with the request to accept it as such and to make no other use of it. Since then neither I nor any of our people have obtained any report from there, not even from my wife, which makes us uneasy. We have sent several messengers, but no one returns. In the meantime, we have brought it about that the Lord Nabab has given strict orders to leave Nagapatnam unmolested and to treat its inhabitants as friends. Whether these orders of his will be observed, time must tell, for on that side there is still a flying army that destroys everything it possibly can in the Tanjore country with fire and sword. According to news from Pondicherry, the Lord Governor and some other gentlemen were supposed to have departed for Madras on the 22nd of December. I append hereto a report from Tranquebar, communicating that the list of French ships was not found in Your Right Honourable Worship's letter, and having the honour, after having recommended myself to His Honour's high favour and affection, to subscribe myself with all respect. Below stood: Right Honourable and Worshipful Sir! Your Right Honourable Worship's humble and most obedient servant. Was signed: J:n D:e Simons. In the margin: In the Army outside Arkat, the 12th of January A.D. 1782. Agreed. JW sworn clerk verified V Deyn 310. Cochim To the Right Honourable and Worshipful Sir Johan Gerard van Angelbeek Commander over the Company's Interests and affairs etc. etc. etc. 309. Learned on the 30th of December that on the 24th of that month it was supposedly written from Tranquebar to the Lord Nabab: That all the ramparts of the outer city of Nagapatnam have been demolished and the English were intending to blow up the fortification works of the castle as well. However, that it is not known what report they have obtained since, as they halted that design and were currently busy repairing and reinforcing that fort, planting palisades all around. That the English commander's ship, along with another ship on which the Dutch gentlemen were placed, having the intention to sail to Madras, were driven off to Trinconomale by contrary winds and currents. That they met five French ships there and these captured them, together with a Danish vessel laden with English goods, likewise destined for Madras. That two native sailors from this vessel arrived in Tranquebar and spread these tidings. 310. That one need not doubt the imminent arrival of the French fleet, but that there was not the least news whether the Dutch ships would come. That the Lord Governor and the other gentlemen of Nagapatnam were already embarked. That 2500 English sepoys are located there, but since they receive no proper pay due to a lack of money, 5, 6, up to 10 men deserted daily. That the English are very fearful of an incursion by the Nabab's cavalry; that if he were to send a small corps thither, they could easily be routed from there, and His Highness would profit thereby. Lastly, that one cannot describe how greatly the inhabitants of Nagapatnam are oppressed and vexed by the English. 310. Cochim To the Right Honourable and Worshipful Sir Johan Gerard van Angelbeek Commander over the Company's Interests and affairs etc. etc. etc. Right Honourable and Worshipful Sir! We take the liberty of addressing this privately to Your Right Honourable Worship, because in the letter written alongside Mr. Hasz, we could not express our sentiment as frankly as we wished. It consists principally in this: that if one wishes to adhere to the contract made with the Nabab, the said Mr. Hasz will have to remain residing here; partly so as not to offend the Nabab, and partly because we are certain that His Highness will never permit all of us to depart at once, seeing that, as a thoughtful prince, he would deduce some suspicion from that and thwart us in every respect. We therefore humbly request Your Right Honourable Worship solely to solicit our discharge from the Lord Nabab, under the representation that, since Hasz has come over in accordance with the contract to remain with His Highness, to send us thither.

Dutch transcription

308. „ van den N. zouden kunnen werden. Men hoort „veel van de franschen en Hollandsche vloot, zom „mige willen dat zij Bombaij veroverd hebben „dog andere het tegendeel. in korte dagen zal „ het Jaffanapatnam en Trinconomale haar „beurt worden. adjen: verhaaft dog uw schryven d Jk dleele het bovenstaande zoo openhartig uweled: achtb meede, als het aan mij geschree„ ven is; enkel tot Hoogst desselfs g'eëerde speculatie, met verzoek om het daar voor aanteneemen en geen ander gebruik daarvan temaaken. zedert heb ik, nog iemant onzer eenig be„ „rigt, van daar erlangd, zelfs niet van mijne huisvrouw 't geen ons ongerust maakt. wy hebben verscheide boden gezonden, dog niemand komt weder terug. ondertusschen hebben wij bewerkt, dat den Heer Nabab strikte bevelen gegeeven heeft, om Nagapat„ nam ongemollesteerd te laaten, en haar Jngezeetenen als vrienden te behandelen, of deeze zyne ordres zullen geobserveerd wor¬ den, moet den tijd leeren, want aan die kant staat nog een vliegend leger, dat in het Tansjoursche alles waar het maar kan¬ tevuur en te swaard vernield. volgens tiding van Poudicherij zou den Heer Gouverneur en eenige andere Heeren den 22. xber naar Madraft vertrokken weezen; Jk voege hierbij een berigt van Tranqueboars onder Communicatie dat de lijst der fransche scheepen in uw weled: achtb: brief niet gevonden is, en hebbe de eere na mij in Hoog desselfs gunst en toegenegenheid ge„ recommandeerd te hebben, met allen eerbied te onderschrijven. /:onderstond/ Wel Edele Achtbaare Heer! Uweledele Achtb: onderdaanige en zeer gehoorzame Die„ naar. /:was getekend:/ J:n D:e Simons. /:in margine/ jn 't Leger buiten Arkat, den 12. Januarij A. o 1782.— Akkordeerd. — pull JW gez: klerk den nagezig V Deyn - 310. Cochim Aan den weledelen Achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek Commandeur over 's komp:s Belangen en ommeslag Eta: Etc: Etc: 309. zonder aan Den 30. december vernomen dat van Jaan den brief „quebaar onder dato 24. dier maand aan den Heer evoelen zoo Nabab zoude geschreeven weezen. Dat alle de vesten van de buiten stad van e opgeeven, Nagapatnam gedemolieerd en de Engelschen van wanneer men voorneemen waren de fortifikaatsie werken van abab wilde het kasteel ook te doen springen. blijven resi„ Dog dat men niet weet wat berigt zij zedert voor het hoofd erlangd hebben, wijl zij dat op zet gestaakt en te rzekerd „genwoordig bezig waaren dat fort te repareeren aten zal dat en te versterken, plantende pallisaden rontom Dat het Engels kommandeurs schip, met nog gemerkt een ander schip, waar op de hollandsche Heeren eenig arg„ geplaatst waren, de wil hebbende naar Madras dwaars boo„ te zeijlen door de tegenwinden en stroom op Join= vEd: Achtb: konomale waren vervallen. Dat ze daar vijf fransche scheepen ontmoed heer Nabab t vermits en deeze haar genomen hadden, benevens een Deensch vaartuig beladen met Engelsche goederen nen is, om meede naar madaas gedestineerd„ aards te Dat twee Jnlandsche Mattroosen van dit zenden vaartuig te franquebaar gekomen en deeze nou„ Weledele, Achtbaare Heer! vellet 4. 310. velles verbreid hadden Dat men niet behoefd te twijffelen aan de aanstaande komst der fransche vloot, dog dat er geen de minste tijding was, of de Hollandsche scheepen komen zouden Dat den Heer Gouverneur en de overige Heeren van Nagapatnam bereeds in gescheept waren. Dat zich aldaar 2500: Engelsche sepait bevinden, maar vermits zij geen behoorlijke bezolding, door geld-gebrek erlangen, deserteerden er dagelijks 5. 6. tot 10. man. Dat de Engelschen zeer bevreest zijn voor een inval van des Nababs ruiterij, dat wan= „neer denzelven een kleen koops derwaards schikte, zij gemakkelijk daar van te verpagen, zoude weezen, en zijn Hoogheid daar bij profi= „teeren zoude. Laastelijk dat men niet beschrijven kan, hoe zeer de Jngezetenen van nagapatnam door de En„ gelschen onderdrukt en gevexeerd werden. zonder aan een brief voelen zoo eopgeeven, bab wilde blijven resi„ voor het hoofd rzekerd aten zal dat gemerkt eenig arg„ dwaars boo„ vEd: Achtb: heer Nabab t vermits wanneer men men is, om Weledele, Achtbaare Heer! Cochim Aan den weledelen Achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek Commandeur over 's komp:s Belangen en ommeslag Eta: Etc: Etc: 14. aards te zenden 310. Cochim Aan den weledelen Achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek Commandeur over 's komp:s Belangen en ommeslag Eta: Etc: Etc: Weledele Achtbaare Heer! wij neemen de vrijheid deeze in het bijzonder aan uw weled: Achtb: te richten, wijl wij bij den brief nevens den heer Hasz: geschreeven, ons gevoelen zoo rondborstig als wij wenschten niet konde opgeeven, 't bestaat voornaamelijk hier in, dat wanneer men aan het gemaakte Contract met den Nabab wilde houden, gem: E: Hasz: hier zal moeten blijven resi„ „deeren; Eensdeels om den Nabab niet voor het hoofd te stooten, en ten anderen om dat wij verzekerd zijn, dat zijn Hoogheid nimmer toelaaten zal dat wij alle tegelijk vertrekken zouden; gemerkt Hij als een nadenkend vorst daar uijt eenig arg„ „waar opvatten en ons in alle opzigten dwaars boo„ „men zal. wij verzoeken derhalven uwEd: Achtb: nedrig enkel om onzen ontslag bij den heer Nabab te solliciteeren, onder voorhouding, dat vermits Hasz: volgens het Contract overgekomen is, om bij zijn Hoogheid te blijven, ons derwaards te zenden

NL-HaNA_1.04.02_3644_0360 view scan ↗

English

353. 4. to send, in order to speak about matters of the utmost importance, and that our presence is also otherwise required both in Cochim and in Kolombo to report to our superiors on our proceedings during nearly a year. A little deceitful language should be added to move him and pay him back for the injustice he is doing us in our detention. Likewise, we beg your Right Honourable Worship to please write to the French envoy Monsieur Piveront de Moerlat, to employ his good offices with the Lord Nabab to obtain our release from here. Once we are out of the Nabab's power, the recall of Nasz: might later take place more easily, meanwhile humbly asking your Right Honourable Worship's forgiveness for our boldness in setting down our opinions. The Company's interpreter who is with us recently received a letter from Nagapatnam, wherein it is shared that his house there was plundered by the English and his wife barely escaped to Tranquebar; that this unfortunate fate also befell the houses of some of the Honorable Company's native merchants; that all Company's merchants and the two saukars who were in the city have been sent by sea to Madras, as well as the Governor and all the gentlemen; that neither Mrs. van Vlissingen nor any other women went along, but all remained a costi; that Mr. van Vlissingen had taken along only two slave boys and two native servants; that General Mouro departed from there for Tansjour or Triesnepalij, leaving behind a garrison of 800 sipaijs under the command of Captain Hiel; and that the English had ceased the demolition of the city works and were busy repairing and strengthening the castle. The English Army under the command of General Cote not long ago opened the campaign by marching to Weloer in order to provision that place, without the Nabab having been able to prevent this with all his might. After completing this expedition the English marched back, it is said, toward Madras. There is a rumor here that 10 French ships have arrived at a place three days' journey south of Nagapatnam. Lastly, we request a secure and speedy conveyance for the enclosed letter. We have the honor to be with deep respect, underneath stood: Right Honourable Sir! Your Right Honourable Worship's humble and very obedient servants, was signed: I: D: Simonsen, P: W: Geeke. All in the margin 312. 14. in the margin: In the Army, 15 January 1782: lower: PS: We must also report for your Right Honourable Worship's consideration that the contract is a draft by the Lord Nabab, in which he refused to tolerate the slightest alteration being made; and since he was needed at that time, the Government was obliged to sign it with the prospect, nevertheless, of concluding another agreement after the arrival of the Dutch ships according to the 10th article. On the 7th of this month we had the honor, to our particular joy, of receiving your Right Honourable Worship's very esteemed letter of 27 December of the past year: We also hope that the French and Dutch fleets will easily change our affairs for the better; it would therefore be desirable that they appear soon, in order to make the Nabab, who is a fickle and suspicious prince, believe that we do not lack the power to restore our ruined affairs. We also readily believe that the English will not succeed in their intention to lure the Marathas to their side, and the lack of money is generally confirmed, so that one must reasonably assume they will not be able to sustain the war for long. The bitterness against the pride of our enemies is so great with the Nabab that His Highness is only waiting for the fleet to fall upon them in force and expel them entirely from these regions or subjugate them, so that Right Honourable Sir and Gentlemen Cochim To the Right Honourable Sir Johan Gerard van Angelbeek Commander over the Company's interests and business together with the Council Agreed The H Spael certified Mallabaar one C Seijn inspected

Dutch transcription

353. 4. zenden, om over zaaken van het uitterste belang te spreeken, en dat onze tegenwoordigheid ook buiten des vereischt word zo te Cochim als te kolombo om van onze verrigtingen geduurende bij na een Jaar verslag te doen aan onze superrieuren. Een weinig loogen taal diend er bijgevoegd te worden, om hem te beweegen en betaald te zetten, het on„ „recht dat Hij ons in onze aanhouding aandoet. Jnsgelijks bidden wij uwelEd: Achtb: om aan den franschen afgezant Mons:r Piveront de Moerlat te willen schrijven, om zijn goede diensten bij den heer Nabab aantewenden ter verkrijging van ons ontslag van hier. Als wij eens uit des Nababs magt zijn, dan zou het rappel van Nasz: na„ „derhand facieler kunnen geschieden, uwel Edele Achtb: intusschen ootmoedig om verschooning vraa„ „gende, over onze vrijmoedigheid in het ter neerstel„ „len van onze opiniën. De Comp:s tolk die bij ons is, heeft onlangs een brief van Nagapatnam ontvangen, waar bij be„ „deeld word, dat zijn huis aldaar door de Engelschen gespolieerd en zijne vrouw ter nauwer nood naar Tranquebar ontkomen was; dat dit onge„ „lukkig lot de huisen van eenige der Jnlandsche kooplieden van d' E: Comp: ook getroffen heeft, dat alle Comp:s marchandeurs en de twee saukars die in de stad waren over zee naar Madras ver„ „zonden zijn, zoomeede den heer Gouverneur en alle de Heeren; dat nog Mevrouw van vlissingen nog eenige andere vrouwen mee gegaan, maar alle â Costi gebleeven waaren; dat den Heer van vlissingen maar twee slaave Jongens en twee Jnlandsche bediendens hadde mee genoomen; dat Generaal Mouro van daar vertrokken was naar Tansjour of Triesnepalij, achterlaatende een Guarnisoen van 800. sipaijs, onder Comman„ „do van kapitain Hiel; en dat de Engelschen de demolitie der stads werken gestaakt en bezig waren het kasteel te repareeren en te versterken. 'T Engels Leger onder Commando van den Gene„ raal Cote heeft niet lang geleden de Campagne geopend met naar weloer te trekken, om die plaats te proviandeeren, zonder dat den Nabab in staat geweest is om met zijn gantsche magt zulx te beletten. Na het volbrengen van deeze expeditie zijn de Engelschen te rug gemarcheerd, men zegd, naar de kant van Madras Hier loopt een gerugt, dat 10. fransche scheepen op een plaats drie dagen reizens Zuidwaarts van Nagapatnam gearriveerd zijn. Laastelijk verzoeken wij voor de inleggende brief een secuur en spoedig adresse. wij hebben de eere met diepen eerbied te zijn /:on„ „derstond:/ Weledele Achtbaare Heer! uwelEd: Achtb: onderdanige en zeer Gehoorzame Die„ „naaren /:was geteekend:/ I: D: Simonsen P: W: Geeke alle inmargine 312. 14. /in margine:/ Jn het Leger den 15. Januarij 1782: /:lager/ B: wij moeten nog tot uwelEd: Achtb: speculatie melden, dat het Contract een opstel van den heer Nabab is, waar in hij niet heeft willen dulden dat de minste verandering zoude gemaakt wierden; En aangezien men te dier tijd hem nodig had, zo was de Regeering in de verplig„ „ting om het te ondertekenen met dit voor in't zigt nogtans, om volgens het 10. artikel na de komst der Hollandsche scheepen een ander over een komst te sluijten Op den 7. deezer hebben wij ter onzer bijzondere vrugde de eene gehad, wel te ontvangen uweled Achtb: zeer g'eerde Letteren van den 27: December A„o preteriti: Wij willen ook hoopen, dat de Fransche en Hollandsche vlooten. onze zaaken ligt verrgoeden veranderen zullen; wenschelijk ware het dierhalven, dat dezelve maar spoedig kwaamen opdagen, om daar door den Nabab, die een wispelteurig en naden kend vorst is te doen gelooven dat 't ons aan geen magt ontbreekt, om onze ver„ „vallene zaaken weder te doen herstellen. Ook willen wij wel gelooven, dat de Edgelschen in haare voorneemen niet reusseeren zullen, om de Maratten aan haare zijde te lok„ „ken, en het gebrek aan geld word in het algemeen geconfirmeerd zo dat men met reeden veronderstellen moet, dat ze den oorlog niet lange zouden konnen staande houden. De bitterheid tegens de trotsheid onzer vijanden, is zo groots bij den Nabab, dat zijn Hoogheid alleen maar na de vloot wagt, om haar met magt op het lijf te vallen, en ten eenemaal uit deeze gewesten te verjaagen of ten onder te brengen, zoo dat Weledele Achtbaare Heer en Heeren Cochim Aan den weledelen Achtbaaren Meer Johan Gerard van Angelbeek Commandeur over s Comp„s belangen en ommeslag nevens den Raad Akkordeerd De H Spael gez:keert Mallabaar men CSeijn nagezien

← previousnext →