VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3644

Malabar · 480 pages · 181 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3644_0362 view scan ↗

English

one can now trust that the overture made by that nation to make peace with him has for the present received no hearing from him. It is therefore desirable that the fleet should arrive soon, so that the British get no opportunity to put a spoke in our wheels. Nevertheless, it is not probable that His Highness will break the treaty that he entered into with the Dutch Company at Nagapatnam at a time like this, when he needs our help, although we cannot fail to inform Your Right Honorable that we perceive in all respects that the Nawab doubts our contract entered into with him, whether it will be strictly observed or not. We have therefore deemed it necessary to send Your Right Honorable a copy of the aforesaid concluded alliance for His Excellency's respected perusal, which we have the honor to enclose herewith. In the same manner, the said Lord Nawab has on his part also granted a very advantageous contract in the Marathi language, whereby he has gifted to the Honorable Company in full ownership the lands that the Honorable Company bought in the year 1773 from the prince of Tanjore, and which were since ceded again to the Nawab Muhammad Ali Khan, since he was master of the same at that time through his conquest. Meanwhile we express to Your Right Honorable our humble gratitude for the favorable reflection cast upon our request regarding the lack of money in which we find ourselves; we shall accordingly in the next few days take the liberty of making useful employment of the authorization for granting bills of exchange on Your Right Honorable. Furthermore, we have made every effort, upon Your Right Honorable's friendly counsel, to induce the Lord Nawab to grant us permission for our departure thither, but it appears to us that His Highness is under the impression that our commission is not yet extinguished, even though Nagapatnam has been lost, as he has absolutely refused to let us depart. Wherefore we most humbly request Your Right Honorable to write directly to His Highness regarding this, and if it were possible, to make us so fortunate by that means that we may get away from here and out of his power. In which expectation we have the honor, after having first commended Your Right Honorable and the Company's weighty interests to the providence of the Almighty, to subscribe ourselves with very great esteem, Right Honorable Lord and Sirs, Your Right Honorable's humble and obedient servants, was signed J. D. Simons, G. W. Geeke, and J. J. Wasz. In the margin: In the army near Arcot, the 15th of January 1782. Cochin. To the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek Commander over the Company's important trade and establishment, etc., etc. Right Honorable Lord, Your Right Honorable has already received report from our submissive letters of the 5th of December past concerning the unfortunate outcome of my expedition with the relief that the Lord Nawab had destined for the relief of Nagapatnam. I would gladly have attended upon Your Right Honorable at that time with a small report concerning this, had not my indisposition prevented me from being able to fulfill it. But since I am now restored through God's goodness, I take the liberty to trouble His Excellency with it for a moment. As the internal state of affairs of our city was somewhat known to us, principally with respect to military matters, I made every effort to bring it about with the Lord Nawab to send me thither together with the relief that His Highness had appointed to the aid of Nagapatnam, which was also done. And on the evening of the 30th of October, after having first received gifts according to custom, I received my dispatch, and departed that same night upon the express desire of His Highness from the army, leaving most of my baggage behind, in order, if it were possible, to overtake the corps of cavalry already detached to reinforce the observation army in the Tanjore country, along with the new general Sayyid Sahib, who had departed on the 28th. I doubled my marches and arrived already on the 2nd of November at the same at Villupuram at 4 o'clock in the evening; in the morning we continued our journey, and arrived on the 6th at the observation army that stood encamped at Pandanallur. Where I learned with pleasure from the army commander that our troops had made a successful sally and had driven the English back to Nagore; that the Lord Governor having become indisposed, the government

Dutch transcription

313. 14. men tans vertrouwen kan, dat den gedaanen aanzoek dier natie om vreede met denzelven te maaken, voor eerst geen gehoor bij hem erlangd heeft, wenschelijk is het dierhalven dat de vloot maar spoedig aan kwam, op dat de briften geen gelegentheid krijgen, om een spaak in onrze wielen te steeken Nogsans is het niet waarschijnelijk, dat zijn Hoogheid het ver„ „bond dat den zelven met de Hollandsche Comp: te Nagapatnam aangegaan heeft, verbreeken zal, in een tijd als deeze, daar Wij onze hulpe nodig heeft, schoon wij niet nalaaten kunnen uwelEd: Achtb: te bedeelen, dat wij in allen op zigten ondervin„ „den, dat den Nabab onze met hem aangegaane Contrakt in twijffel trekt, of men het zelve stipt nakomen zal of niet Wij hebben dierhalven noodig geoordeeld uweled agtb: een afschrift. van de voorm aangegaane Alliantie tot Hoogst derzelver g'eerde speculatie te doen toekomen, het geen wij de eere hebben hier ne„ „vens te voegen: Jnzelver voegen heeft gem: Heer Nabab van zijne zijde meede een zeer voordeelige Contrakt in de Marat„ „tijsche taale verleend, waar bij denzelven de Landen die de EComp in den Jaare 1773. van den vorst van Tans Joergekogt heeft, en zedert weder aan den Nabab Machometh Alichan afgestaan zijn, aan haar Ed: in vollen eigendom geschonken heeft, alzo Wij te dier tijd door zijne overwinning meester derzelven ge„ „weest is onderwijlen betuigen wij uwelEd agtb: onze oosmoedige dank „baarheid, voor de gunstige geslagene reflesie op onze gedaane verzoek, ten opzigte van het geld gebrek waar inne wij ver„ „seeren, wij zullen dienvolgende eerst daags de vrijheid neemen een nuttig gebruikt te maaken van de qualifikatie ter Akkordeerd Adriaan Poolvlirk Egklerk verleening van wissels op uweledele Achtbaare Voorts hebben wij alle moeite in 't werk gesteld om den Heer Nabab op uweled: Agtb: vriendelijke aanraading te beweegen, om ons permissie tot ons vertrek na derwaards te verleenen, dog het schijnt ons toe dat zijn Hoogheid in het denkbeeld is, dat on ze Commissie nog niet g'efstingeerd is, schoon Nagapatnam ver„ „looven is gegaan, alzoo hij volstrekt geweigerd heefd ons te laaten vertrekken, weshalven wij uweled' agtb nedrigst verzoeken, om den deswegen direkt aan Hoogst denzelven te schrijven, en waare er het mogelijk ons door dien weg zo gelukkig te maaken, dat om wij van hier en uit zijne magt geraaken, Jn welke verwag„ en be „ting wij de eere hebben na alvoorens uweled: Achtb: en sComp„s hij her gewigtige belangen, in de providentie des Allerhoogsten aanbe„ oogen „voolen te hebben, ons met zeer veel agting te noemen onderstond Weledele Agtb Heer en Heeren uweled Agtb onderdanige en ootmoedige Dienaaren was getl J. D Simons, G:s W: geeke, en J: J: Wasz in margine/ Jn het leger bij Arkat den 15: Ja„ „nuarij 1782. Verleening . Koetsiem Aan den Weledelen Achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek Kommandeur over 's komp:s inportante handel en omme„ „slag &=a &=a v=r E Uwe wel edele Achtb: heeft bereeds uit onze submissie letteren van den 5 xber: passato berigt erlangd, van den ongeluckigen uitslag mijner Expeditie met het secours dat den heer Nabab: tot ontzet van Nagapatnam geschikt hadde. —. Gaerne had ik uwelEedele agtb: te dier tijd, met een klijn be„ „rigt dien aangaande willen opwagten, hadde mijne ompasselijkheid mij niet belef; daar aan te konnen voldoen. Dog daar, ik thans door Gods goedheid her„ „steld ben; zoo neem ik de vrijheid voogst dezelve daar meede voor een oogen„ „blik te vermoelijken. Dewijl wij de inwendige gesteldheid van zaaken onzer stad, een weijnigse bekend waaren principaal ten opsigte van het militair weezen; zoo wendeden ik alle moeijte aan, bij den heer Nabab te bewerken, om mij beneevens het sekours dat zijn Hoogheid tot hulp van Nagap: benoemd hadde, naar dernaards te senden gelijk sulx ook geschiede, En ik ontving den 30. Oktober savonds, na alvoorens na de gewoonte beschonken te zijn, mijne depeche, en vertrok dien zelvden nagt op Expressen begeerte van zijn hoogheid uit de arme laatende mijne meeste bagage te rug, om zoo het moogelijk was, het bereeds tot versterking der Observations Arme in het Tanssouersche gedetacheerde Corps Cavallerie met en beneevens den nieuwen veldheer Saijdoe saib die den 28. vertrokken was in te haalen — Ik verdubbelde mijne maschen, en kwam bereeds den 2. 9ber: bij het selve te wil„ „lapour savonds om 4 uuren, smorgens vervolgeden wij onze reijze, en arriveerde den 6. bij het observations Leger, dat te Panden alloer gekampeerd stond. Alwaar ik van het Leger Hoofd met genoegen vernam, dat onze Troupen, een ge„ „luckigen uitval hadden gedaan, en de Engelschen tot Naoer te rug ge„ „dreeven hadden. Dat den heer Gouverneur orpasselijk geworden zijnde, het Weledele Achtbaare Heer gouverno 314.

NL-HaNA_1.04.02_3644_0364 view scan ↗

English

315. government to Mr. Mossel and that he was defending himself bravely and courageously; that it was subsequently expected that the enemy, upon the approach of the relief forces, would lift the siege. In the meantime, I notified the Governor and Council of my arrival, with and alongside the relief forces of the Nabab, and that I hoped to be before the gates of the city with the same in 3 to 4 days. After the new general Saijdoe Saib had taken over the command of the army, His Honour had me summoned to him and informed me that he had appointed and ordered the sepoys garrisoned in saoekotte / a fortress in the Tanjore territory /, 1000 men strong, to join us at koutoe / a village one day's journey from nagap: / and that he personally intended, with a corps of 1500 cavalry, to convoy me with the same into the city. Accordingly, we broke camp the next day and arrived on the 8th at Contou. During our journey we heard a most heavy fire, both from heavy and light artillery, and to my particular joy I received an answer to the letters I had sent to the Governor and Council (though signed by the Governor alone), in which I was ordered to make an incursion upon Naoer and dislodge the enemy from there, nothing more. I thereupon wrote to the Governor in private that we had no cannons with us to be able to undertake the incursion with good success, and that the relief forces were sent by the Nabab solely to reinforce the garrison of nagap:, but that the entire army had received orders, in case the enemy should not lift the siege, to then compel them to do so by force. Not thinking that after 3 days of fighting they would capitulate, and that with a garrison of over 5000 men. The continuous heavy rain delayed the advance of the relief forces due to the impassability of the roads, so that they did not arrive at our position at Cinna Tanssour until the morning of the 10th. We heard little or no fire this day, in comparison with the other 3 days, which made us imagine that the English had perhaps lifted the siege, or else were seeking to prevent us from entering the city. To that end, Seijdoe Saib gave orders to hold ready to march, promising me with a handshake that he would bring me before the gates of nagap: that very evening. I had barely taken my leave when I received by an express Harkara a letter from the Governor, of which I hereby offer Your Right Honourable a copy for Your High Consideration. In the meantime, I immediately informed the general of its contents, who answered me: Let me first bring you with the relief forces into the city, and when that is done, we shall do our best to drive the enemy from your city, for on the preservation of the same depends my entire prosperity with the Nabab; please write the same to the Governor; go eat quickly, we shall march immediately. While eating, I simultaneously received a short note from my dear wife, in which was written, among other things: However much I rejoice at your arrival, as everyone here rejoices, I fear nevertheless it is an hour too late. But making no reflection on this at that moment, thinking that this anxiety arose from the innate fearfulness that is somewhat natural to women, I gave orders to my people to hold themselves ready for the journey to nagapatnam. I had barely finished speaking when I heard the most dreadful shouting, and I saw the English coming out of a woods at full gallop. The confusion was general, and everyone sought a safe escape, except for the sepoys, who positioned themselves in a nearby garden. Fortunately, I mounted my horse and joined the General, who rallied as best he could with a part of his cavalry. The English, who were provided with 2 cannons, fired heavily upon us, though without effect; and as they sought to lure us into an ambush, which was discovered in time, we retreated in good order, without loss of men, except only some wounded, 40 horses, and some baggage, among which was my palanquin. My hope of entering the city that evening being thus disappointed, the general had me summoned to him. He expressed his regret to me that his undertaking to bring me into the city that evening had failed, for which reason he intended, before he could decide to proceed further, Saijdoe Saib

Dutch transcription

315. gouverno aan den heer Mossel hadde opgedraagen En dat zig denselven dapper en manmoedig verdeedigde, Dat men vervolgens verwagtede, dat de vijanden, op het aan naderen van het secours, de beleegering souden op„ „breeken. —. Intussen gaff ik den Heer Gouverneur en Raad, Kennisse van mijne aankomste, met en beneevens het sekours van den heer Nabab, en dat ik hoopte, in 3. â 4. dagen met hetselve, tot voor de poorten van de stad te zijn. —. Na dat den Nieuwen veldheer Saijdoe Saib, het kommanda van de arme overnoomen hadde, liet zijn Ed: mij bij zig verzoeken, en gaf mij te kennen; Dat hij de in saoekotte / eene vesting in het Tansjoursche :/ in guarnisoen leggende sipaijs, benoemd en b'ordert hadde, sterk 1000 man om zig met ons te koutoe /een dorpeene dagreze van nagap:/ te Conjungeeren en dat hij perzonelijk voorneemens was, met een Corps van 1500. huiters, mij, met hetzelve tot in den stad te Convoijeeren gelijk wij 'sanderen daags opbraaken en arriveerden den 8. ' te Contou, wij hoorden geduurende onze reijze, Een aller „sterkst vruur, zoo uit het grot: als klijn geschut, En ik ontving tot mijne besondere blijdszt: andwoord op mijne afgezondene brieve aan den heer Gouverneur en Raad (dog door den heer gouverneur alleenig getekend:/ waar„ „inne mij belast wierde, om eenen inval op Naoer te doen en den vijand van daar te delogeeren, sonder meer. —. Ik schreef daarop aan den heer Gouverneur in het particulier dat wij geene Canons bij ons hadden om den inval met goed succes te konnen onderneemen, en dat het sacours door dien heer Naebab„ alleenig gesonden wierde, om het Guarnisoen van nagap: te versterken, maar dat de gansche Arme ordre ontvangen had, zoo bij aldien den rijand de beleegering niet mogte opbreeken, als dan denselven, door magt daar toe te noodsaaken. Niet denkende, dat men na 3. dagen vegters soude Capituleeren en dat met een Guarnisoen van over de 5000. man. —. De aanhoudende swaare reegen vertraagde den aanmarsch van 't secours, door den onbrukbaarheid der weegen; zo dat het selve, niet eerder, dan den 10 smor„ „gers te Cinna Tanssour bij ons aan kwam —. W: hoorden deezen dag weinig of geen vuur, in vergeleeking van de andere 3. dagen, 't welk ons in verbielding bragte dat de Engelsche somtijds de beleegering hadden opgebrooken, of dan wel ons sogten te beletten, van in de stad te koomen; Ten dien einde, gaf Seijdoe sais ordren van zig marsch vaardig te houden, En beloovende mij, bij handgeeving, van mij nog dien selvden avond tot voor de poorten van nagap: te zullen brengen. - ik had pas mijn afscheid genoomen, of ik ontving met een Expresse Harkat een briev van den Heer Gouverneur, waar van ik uwel edele achtb: hierneevens Ropia tot HoogsDerselver besondere speculatie aanbiede Ik gat intussen van dies inhoud inmediaatlijk kennisse aan den generaal; Die mij ten andwoord gaf. — Laat ik uwe met het sekours eerst in de stad brengen, en als dat geschied is, zullen wij ons best doen, om de vijanden van uwe stad te verdrijven wart aan het behoud derselven, is mijne gan„ „sche welvaart bij den nabab geleegen, geliefd zulx ook aan den heer Gou„ „verneur te schrijven, gaat schielijk Eeten, nij zullen aanstonds op marsch „gaan; Onder het Eeten ontring ik te gelijk een klijn briefje van mijne waarde Huisvrouw, waarinne onder anderen stond, —. toe zeer ik mij verheuge over uwe komste, gelijk zig hier een ieder verheugd, zoo vrees ik egter, het is een uix een uurtje te laat: Dog hier op in dat oogenblik, geene reflexie staande, als dinkende dat die bekommering uit de aangeboorne bevreesheid, die de vrouwen zoo wat eigen is, was voortkomen„ „den. Gaf ik aan mijn volk ordre, om zig, tot de Reijze na nagapatnam gereed te houden. ik hadde pas uitgesprooken, of ik hoorde een aller ijse„ „lijkst geschreuw, en ik zag de Engelschen uit een Bosch in volle galop aan„ „koomen. De Confusie was algemeen, en een ieder sogte een goed heen koomen behalven de sipaijs die zig in een digte bij geleegen Thuin posteerde, ik raak„ „te ten mijnen gelucke te paard, En vervoegde mij bij den Vildheer, die zig met een gedeelte zijner Cavallerie zoo goed hij konde, herstelde, de Engel„ „schen die voorzien waaren, van 2. Canons vuurden sterk op ons, dog sonder Effect; En dewijl ze ons in eene hinderlaage sogten te zocken, die bij tijds ontdekt wierde, retireerde wij in eene goede ordre terug, zonder verlies aan volk, als alleenig eenige gequeste 40. paarden en eenige bagage, waar onder . zig mijn palenqueen bevond;: mijn hoop dus te leur gesteld zijnde, om dien avond in de stad te komen, liet de generaal mij bij zig verzoeken, hij betuigde mij zijn leedweezen dat zijne onderneeming, van mij dien avond in de stad te brengen, misliekt was, weshalven hij voorneemens was, iet hij besluiten konden verder te gaan, Saijdoe Saib

NL-HaNA_1.04.02_3644_0365 view scan ↗

English

to reinforce himself with even more troops; to that end, he sent an order in my presence to the Jamadar Tamalikan to join him with the cavalry under his command upon receipt of his letter; who also, to our joy, arrived the following day with well over 1500 horsemen; whereupon it was decided to reach the sea beach by a strong march around through the Trinaloerse, in order to convoy me with the relief troops into the city along Senhora de Saude, just as we, after having completed a very difficult march, arrived on the 13th at one of our villages called Nertemangalam, a short hour from Nagapatnam. But how great was our astonishment to learn from the inhabitants thereof that they had begun to capitulate on the 10th and that the city had been surrendered to the English yesterday, the 12th. Your Right Honourable Worship can easily imagine what passions inspired my soul at that moment. The hope of embracing my dear wife and children, my friends, and being cheered and welcomed by everyone was suddenly dashed; I was as if in a labyrinth from which my mind could not extricate me; it seemed impossible to me that the city, after a siege of only 3 days, with a garrison of well over 5000 men, should have surrendered. The field commander, who was also stunned, in order to obtain even more certain intelligence thereof, sent the above-mentioned Samelchan with a detachment to the village of Poeijoer, which lies close to the city, to ascertain how matters stood with the city. Who returned after a delay of a few hours with the message, the city has surrendered, I have seen the English flag waving from the castle. And he said to me in anger: you of good faith, do you believe now that the city has surrendered? I knew 3 months ago already that the city had been sold. We subsequently retreated through the entire night, and I was given a separate escort for the protection of my person. And on the 15th we arrived at Savekatte, where a halt was made. After I had taken a day to rest, I requested the field commander Saijdoe Sail to send me back to the main army of the lord Nabob, which was very willingly granted to me; I departed thither on the 17th via Chelembrom and arrived here on the 2nd of December, as Your Right Honourable Worship will have perceived from our humble letter of the 5th. At Chelembrom I met 2 deserters who had escaped during the embarkation of the garrison at Naoer; one was a Malay and the other a mestizo; these men recounted to me, with tears in their eyes, the shameful conduct displayed by almost all of our officers during the siege: That neither the Major nor Captain Zegelaar had deigned to set foot on any of the batteries. That the Head of the artillery had feigned illness during the entire time of the siege. That the gentlemen Mossel, van Halm, and Stoffenberg had been the only ones who, in the height of the fire, had commanded and encouraged the men on the batteries, particularly Mr Mossel. That the English had had just as good intelligence of my coming with the relief as those inside the city. That on the evening of the 9th, a strong detachment of 1500 men had been ordered to march out at moonrise, and upon seeing 3 rockets fired at the edge of Naoer, to attack the enemy in front, since I was expected with the relief at that time to attack them at Naoer; that at moonrise they indeed had seen 3 rockets rise at Naoer; but that at their appearance, the Nabob's officers had shouted: those are not the Nabob's rockets, we are not marching out; just as did not happen. That thereupon, in the early morning, the Council having been convened, the gentleman Governor had informed them: there is no more gunpowder (NB: at my departure the supply thereof was 80,000 pounds, besides what has since been requisitioned and received from Jaffanapatnam); that the consternation caused in the city by this unexpected shortage had been indescribable. Whereupon commissioners had gone outside at 8 o'clock to arrange the capitulation, and that there had been a general murmur among the common people that on the night of the 9th the gunpowder had been thrown into the river, etc. Behold here, Right Honourable Sir, a short account of my unfortunate

Dutch transcription

316. zig. nog met meerder Troupes te versterken; ten dien einde sond hij in mijn presentie ordre af, aan den Jamedhar. - Tamalikan om zig op ontvangst zijnes brieves, met zijne onder zig hebbende Cavallerie bij hem te vervoegen; Denwelke ook tot onzer blijdschap sanderen daags met ruim 1500. Ruiters arriveerde; als wanneer bestorte, wierde, om door eenen sterken ommarsch door het Trinaloerse den see strand te gewinnen om mij met het sekourg langs senhora de soude in de stad te Convoijeeren. zoo als wij na eeren seer moeijelijken weg afgelegd te hebben, den 13. op een onzer dorpen gen:t Nertemangalam eene kleijne uur van nagapatnam aankwaam. —. Dog hoe groot was onze verbaasdheid niet, van de Jnwoonder van 't selve te moeten verneemen, dat men den 10:' hadde aangevangen te Capituleeren en dat op gisteren den 12. de stad aan de Engelschen was overgegeeven. Uwe weledele Agtb: kan zig ligtelijk voorstellen, van welke gemoeds driften, ik in dit oogenblik bezield wierde. De hoop om mijne lieve Huisvrouw en Kinderen, mijne vrienden te omhelsen en van een ieder toegejuicht en verwelkomt te worden, was op eenmaal verijdeld; ik „was als in een Doolhoff, waar uit mij mijn verstand niet redden Konde, het scheen mij onmoogelijk te zijn, dat zig de stad, na eene maar 3. dagsche beleegering met een guarnisoen van ruim 5000 man zoude hebben overgegeeven. —. Den veld Heer, die meede versteld stond, sond, om nog secuurder berigt daarvan te Erlangen, bovengem: samel„ „chan met een Detachement, na het Dorp poeijoer, dat digte bij de stad legd, om te verneemen hoe het met de stad geleegen was. Denwelken na een paar uuren vertoevens te rug kwam, met de Boodschap de stad is over, ik heb de Engelsche vlag van 't Casteel zien waren. En mij voor hij gramstoorig te goed geloofd uwe nu, dat de stad over is al voor 3. maande heb ik geweeten dat de stad verkogt was -. wij retireerden vervolgens den ganschen nagt, en men gaf mij eene aparte bedecking ter bewaaking mijner perzoon. En den 15 arriveerde wij te savekatte alwaar men halfe hield:—, Na dat ik een dag, tot mijner uitrusting genoomen had, verzogt ik den Veldheer Saijdoe Sail, om mij weeder naar het groote Leger van den heer nabab te senden, gelijk mij sulx zeer gaarne ingewilligd wierde, vertrok ik den 17=e over Chelem brom na derwaards en arriveerde alhier den 2. xeber zoo als uweledele Agtb: uit onze nedrige letteren van den 5. zal ontwaard hebben Op Chelembrom ontmoete ik 2 deserteurs, die bij het inscheepen, van het guarnisoen op naoer, het ontvlugt waaren, den een was een malijer en den anderen een mixties, deeze menschen verhaalde mij, met traaren in de Oogen, het schandelijk gedrag van meest alle onze officieren, geduurende de beleegering gehouden, Dat nog majoor nog Kapitain Zegelaar zig niet verwaardigt hadden, een voet op een der Batterrijen te setten. Dat het Hoofd der artillerij in alle den teijd van de belegeering, zig ziek ge „houden had. Dat de Heeren Mossel, van Halm en Stoffenberg de eenigste geweest waaren, die zig in het heefste van het vuur, het volk op de Batterijen hadden gekommandeert en aangemoedigt bijzonder de heer Mossel, Dat de Engelschen van mijne komste met het sekours eeven zo goede tijding gehad hebben als in de stad. Dat den 9 'avonds een sterk Detachement van 1500. man gekommandeert was gewast, om met het opgaan der maan, en op het sien opvliegen van 3. vuurpijlen aan de Rant van Naoer, uit te rucken, om den vijand van Vooren te attacqueeren, Dewijl men mij met het secours teegens die tijd verwagtede, om dezelve op naver aan te vallen, dat men merkelijk bij het opgaan der maan 3. uuur pijlen op Naoer hadde zien opvliegen; Dog dat het ten Haaren geliecke snababs officieren geroepen hadden dat zijn geene vuurpijlen van den Nabab, wij rucken niet uit. - gelijk ook niet geschied is —. Dat daar op in den vroegen morgen stond, Den Raad bij el kanderen geroepen, Den beer Gou„ „verneur aan dezelve te kennen gegeven hadde daar is geen kruit meer /NB bij mijn vertrek was de voorraad van 't selve 80000 ponden, buiten het geene er zedert van Jaffanap: g'eijscht en ontvangen is / dat de ontsten„ „tenisse in de stad, door dit onverwagt gebrek, veroorsaakt, niet te beschrijven was geweest. wanneer er om 8. uuren gekommitteerdens naar buiten waaren gegaan, om de Capitulatie te maaken, En dat er onder het volk een al„ „gemeen gemompel geweest was, dat op den 9 snags het nruit in de rivier was geworpen —. &a fiet hier, Weledele Achtb: Heer, een kort verhaal van mijne onge„ derwaards e „lukkige 6

NL-HaNA_1.04.02_3644_0366 view scan ↗

English

317. successful expedition and adventures. I beg for pardon that I occupy your Right Honourable attention for so long with unpleasant matters that one would wish had never occurred, for the stain that has been rubbed upon us by this shameful surrender will not easily be erased among the native population. The fort of Sadraspatnam has likewise surrendered unconditionally in a shameful and cowardly manner to a detachment of 400 sepoys equipped with 2 pieces of cannon. A small fort that was solid and strong and lacked for nothing, having been equipped with 23 pieces of both metal and iron cannon, etc. The gentlemen Chiefs sought their courage and valor in the bottle before and after the surrender. How can it go otherwise in a colony where luxury and lawlessness had crept in to the highest degree? In such cases, it must inevitably perish. I would try Your Right Honourable patience too much by troubling you longer with such unpleasant reports. Wherefore I take the liberty of ending this, after first having commended myself to Your Right Honourable high and mighty favor and protection, so I have the high honour to call myself with all respect and high esteem, underneath stood: Right Honourable Sir, your Right Honourable humble and obedient servant, was signed: P. W. Geeke. In the margin: In the army near Arkad, the 5th of January 1782. Lower: P.S. Since we are not provided with paper, I take the liberty to write the copy of the aforementioned letter on the reverse side. Copy of the letter written by the Right Honourable and Valiant Lord Governor of Vlissingen to the undersigned. The bearer of this has just delivered to me your agreeable note. I request you repeatedly and with great emphasis to make an incursion into Naoer tonight at moonrise with the sepoys and cavalry you have with you, and at the same time to defeat the enemy who stand before this city without distinction of persons, whereby you will relieve the city. When you come to make the said incursion, you can on that occasion fire 3 signal rockets as a signal, and at that moment I will also let a detachment march out from here to put down the enemy on the side within 2 hours, to catch them between two fires. Doing this, the field commander Seijdoe Saib and you will achieve great fame. I offer you herewith the requested red wine and brandy. In the meantime, I remain in expectation of a good success with true affection, underneath stood: My Lord and esteemed friend, Your Honour's obedient servant and friend, was signed: R. V. Vlissingen. In the margin: The 9th of November in the evening at 5 o'clock. P.S. The general field watchword will be Orange, whereby your people and those from here will recognize each other. Agreed, Adriaan Poolvlus, First Clerk. 318. Cochin To the Right Honourable Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Commander over the Company's important trade and establishments on the coast of Malabar, etc. etc. Right Honourable Sir, I have considered it my bounden duty hereby to express my humble gratitude to Your Right Honourable for the favorable reflection that you and the Council there have been pleased to give to my petition made by letter of the 6th of December of the past year, in order to obtain a sum of one thousand star pagodas, to defray my unavoidable expenses. However, since here in the Army, after having made the request, no opportunity was obtained to make a profitable use of Your Right Honourable's kind offer by issuing bills of exchange on you and the Council, I take the liberty to join my request to that of the Commissioners Simons and Geeke, and consequently petition Your Right Honourable to grant me on the same occasion, and on the same footing as opportunity may come to hand to you...

Dutch transcription

317. „lukkege Expeditie en weederaaren - ik Bidde om verschooning, dat ik Hoogs Derselver g'eerde attentie, zoo lange beezig houde, met naagenaamheed die tewenschen waaren nooit te zijn voorgevallen — want de vlek die ons door deeze schandelijke overgaave, is aangewreeven, zoo zal ligtelijk niet, bi den Jnlander uitgewisseld werden. Het fort Sadraspatnam, heeft zig almeede op eene schandelijke en Laff„ „hartige wijze, aan een Detachement van 400 man sipais voorzien met 2. stuk Canons op distkretie overgegeeven. Een fortje dat hegt en sterk en aan niets ge„ „brek gehad heeft, zijnde voorzien geweest, met 23. stuks, zoo met alle als Eijzere Canons e. De Heeren Opperhoofden hebben voor en na de overgave hin forhuin„ en Papper heid in de bottel gezogt toe kan het ook anders toegaan, in eene Colonie, alwaar de veruijtheiden de songelgosheid, tot in den hoogsten graad was ingesloopen ? ze moet in diergelyk gevallen, onvermijdelijk te gronde gaan ik zoude uweledele Agtb: gedeld te veel tergen van Hoogst Deselve langer, met diergelijke onaangenaame berigten lastig te vallen. Weshalven Mk deeze de vrijheid neeme te eindigen, na alvoorens ik mij in uweledele Agtb: hoog vermoogende gunste en protextie aanbevoolen te hebben, zoo heb ik de hooge Eete, mij met allen respekt en Hoog achting te noemen (:onderstond Weledele Achtb: Heer; uw eweledele achtb: onderdanige en gehoorzaame dienaar /:was geteekend:/ P: W: Geeke /:in margine:/ Jn 't leeger bij Arkad den 5 Januari 1782 /:lager:/ P: S: dewijl wij van geen papier voorzien zijn, zoo neem ik de vrijheid, Copia van bovengem: brief, aan de omme Copia brief geschreeven door den Weledelen Gestrenge Heer Gouverneur van Vlissingen aan de ondergeteekende Den brenger deezes heeft uweledele aangenaame briefje mij zoo even besteld; Ik verzoek uweledele bij herhaaling, en Akkordeerd Adriaan Poolvlus Egklerk met veel naduuk, om met de bij zig hebbende sipaijs en Cavallerij, deeze nagts teegens het op komen van de maan, een inval op naoer te doen, en teffens de vijanden, die voor deese stad staan, zonder onderscheid van perzoonen te verslaan, waar door UE de stad ontsetten zal. Wanneer VE gem: in val komen te doen, zoo kan derselven bij die geleegent„ „heid tot een teeken 3 vuurpeilen afschieten, En ik zal op dat moment, van hier ook een Detachement laaten uitrukken om den vijand tusschen 2. uuren Dit doende zal den Veldheer seijdoe Saib, en UwE: groote roem behaalen De verzogte roode wijn en brandewijn, bied ik uwE hier neevens aan. Intusschen blijf ik in verwagting van een goed suekkses met waaren toegeneegendheid /:onderstond:/ mijn hier en g'eerde vriend, Uw Ed:s DW: dienaar en vriend /:was geteekend:/ R: V: Vlissingen /:in margine:/ den 9. November 'savonds om 5 uuren —. P: S: het generaal veld ge„ „schiei zal weezen Ranje, waar door het volk van uw, en dat van hier malkander zullen kennen met N zijde ter needer te stellen te krijgen 3. 1/8. „ Cochim Aan den weledelen Achtbaaren Heer, Johan Gerard van Angelbeek Commandeur over 's Compagnies Importanten han„ „del en ommeslag ter kuste Mallabaar, N &=n Wel Edel Achtbaar Heer. Ik heb van mijn verschuldigde plicht geacht uwe wel Edele Achtb: bij deezen mijne ootmoedige dankbaarheid te betuigen, voor de gunstige reflexie „die Hoog denzelven en den Raad aldaar hebben gelie„ „ven te slaan, op mijne gedaane instantie bij lette„ „ren van den 6. December des Jongst verweeken Jaars, ter obtinu eener somme van Een duizend te sterre pagooden, ter goedmaaking mijner onver„ „mijdelijke kosten. Dan, dewijl men alhier in het Leger na gedaane aanzoek geen occagie gekreegen heeft, om van uwe wel Edele Achtb: goedgunstige aanbod een nuttig gebruik te maaken, door wisself op Hoogst denzelven en den Raad te verleenen, zo neem ik de vrijheid mijn verzoek bij dat van de Heeren gekommitteerdens Simons en geeke te voegen en dienvolgende uwe wel Edele Achtb: instxeeren„ „de, mij ter zelfder gelegenheid, en op dien voet als Hoog denzelven gelegenheid aan handen mochte te 2„ komen

NL-HaNA_1.04.02_3644_0368 view scan ↗

English

319. come to comply with the request of the aforementioned gentlemen committee members, and favorably assist them with the aforementioned amount of 1000 pagodas. While I furthermore take the liberty to present enclosed herewith to Your Honorable Sirs a letter addressed to the Right Honorable Greatly Respected Lord Governor of Ceylon, Falck, with a humble request to forward it thither; and at the same time most humbly to implore, should it please His Excellency to employ some means in order to deliver the aforementioned gentlemen committee members from here, to also simultaneously, through Your Honorable Sirs' well-known goodness and philanthropy, favorably effect my release from here; for it appears to me that they seek, if it cannot be otherwise, to sacrifice me alone to the vengeance of the Nabab and leave me here; which I have absolutely to expect if the articles of the contract of alliance entered into with His Highness at Nagapatnam are not strictly observed. While furthermore this serves for Your Honorable Sirs' respected information that the wakil of the Nabab, who was in the city at the surrender of Nagapatnam, was left free and unmolested by the English to go his way, who also arrived in this army a few days ago. I hope that Your Honorable Sirs will please take my aforementioned humble request to heart for the love of God, and consequently put into effect whatever may serve for my preservation as well, and this, if it may be taken into consideration, my condition, being burdened with a wife and two innocent children of my own, as well as two adopted orphan children, whereby Your Honorable Sirs will infinitely oblige him who has the honor, after first having commended Your Honorable Sirs' precious person and highly esteemed family, as well as undertakings, into God's protection, to call himself with all high esteem and respect. Was written below: Honorable Respected Sir, Your Honorable Sirs' very humble and lowly servant. Was signed: J:n J:m Hasz. In the margin: In the army of Bahadoer, 22 January 1782. Agreed. Adriaan Poolvlerk, sworn clerk. 320. Malabar. To the Honorable Respected Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Commander over the Company's important trade and business, Together with the Council at Cochim. Honorable Respected Sir and Gentlemen, Respectfully referring to our letter of the 15th of this month, dispatched by the post runners of the Lord Nabab, of which we offer Your Honorable Sirs the duplicate herewith; we let this serve principally to inform Your Honorable Sirs that, whatever trouble we have taken, we have not been able to obtain any bills of exchange on Your Honorable Sirs, except at a loss of 13 to 14 percent, and that still on the condition of making the payment here after receiving news that the bill has been paid there; and since this disadvantage would be too exorbitant, we very humbly request Your Honorable Sirs, if possible, to draw from there on one of the bankers present here in the army, up to an amount of five thousand Maneploor pagodas, for we absolutely need such a sum to pay our debts, which we have been forced to incur here with the French and who are now dunning us for reimbursement, 321. Examined. dunning us for reimbursement, and to settle our further expenses, which, despite the reductions made, still run very high because we have to maintain a multitude of coolies etc. to carry our palanquins and baggage. When we requested Your Honorable Sirs for 3000 pagodas in our previous letter, we thought that the Nabab, yielding to reason, would have let us depart; but since he is so unjust as to detain us against all right and reason, and we are obliged to roam with his army, where everything is equally dear and expensive, we must declare that for the present we cannot manage with less than five thousand pagodas, which we shall also expect from Your Honorable Sirs' goodness, needing them in the service of the Honorable Company, rather than being necessitated to take our recourse to the Nabab, which would not accord with the interest of the Honorable Company. The Resident Hasz also humbly insists that he may obtain the 1000 pagodas requested by him from Your Honorable Sirs by the same means as the funds will be remitted to us, to make good his expenses. We have been further informed that the banker Anandala Chitte, mentioned in our humble letter of 5 December, does not have an office with Your Honorable Sirs, but at the residence of the King of Koetsiem. We have the honor to be with high esteem. Was written below: Honorable Respected Sir and Gentlemen, Your Honorable Sirs' humble and very obedient servant. Was signed: I: D Simons and P: W. Geeke. In the margin: In the Army of Bahadoer, the 22nd of January 1782. Spaels, sworn clerk. Agreed.

Dutch transcription

319. komen om aan het verzoek van gem: Heeren ge„ „committeerdens te voldoen, met voorsz: montant van 1000 pagooden gunstiglijk te gerieven Terwijl ik alverder de vrijheid neeme inclosa deezes uwe wel Edele Achtb: aantebieden, een brief aan den wel Edelen Groot Achtb. Heer Ceilons Gou„ „verneur Falck gericht, met ootmoedig verzoek hem derwaarts voortte porten; en teffens nedrigst te smeeken, bij aldien het Hoog denzelven mogte behaagen eenige middelen in het werk te stellen ten einde de voorsz: Heeren gecommitteerdens van hier te verlossen, als dan te gelijk door uwe wel Ede„ „le Achtb welbekende goed=en mensch lievendheid om mijn ontslag van hier gunstiglijk te bewerken want het mij toeschijnt dat men zoekt, zoo het niet anders zijn kan, mij alleen ten prooije van 's Na„ „babs wraakzugt op te offeren en hier te laaten; het geen ik absolut te verwagten heb, bij aldien de ar„ „ticulen van het met zijn Hoogheid te Nagapat „nam aangegaane Contract van alliantie, niet stipt naargekoomen wordt. Terwijl alverder tot uwe wel Edele Achtb g'eer„ „de naricht dient, dat den wakiel van den Nabab die bij den overgang van Nagapatnam zig in de stad bevonden heeft, door den Engelschen vrij en onge„ „molesteerd gelaaten is, om zijns weegs te gaan, wien ook onderdaags in dit Leger gearriveerd is. Ik hoop dat uwe wel Edele Achtb mijn voorschree„ „ven ootmoedig gedaan werdend verzoek, om de liefde Gods zal gelieven ter harte te neemen, en diervolgende dat geene in het werk stellen, wat tot mijn meede behoudenis zal kunnen dienen, en zulks zo het in consideratie komen kan, mijn toestand, als belaaden weezende met huisvrouw en twee onnozele eige„ mitsgaders twee aangenomene ouderlooze kinderen waar door uwe wel Edele Achtb: oneindig ver„ „pligten zal hem, die de eere heeft, na alvoorens uwe wel Edele Achtb: dierbaare Persoon en hoog g'achte familie, mitsg:s onderneemingen in Godes bescherminge bevolen te hebben, zig met alle hoog achting en eerbied te noemen. /:onderstond:/ wel edele Achtb: Heer uwe wel Edele Achtb: zeer onderdanigen en nedrigen dienaar. /:was getekend:/ de J:n J:m Hasz /:in margine:/ In het Leger van Bahadoer den 22. Januari 1782. Akkordeerd Adriaan Poolvlerk Zgklerk „ven 320. Mallabaar Aan den weledelen Achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek. Commandeur over sComp:s jmportanten handel en ommeslag Nevens den Raad te Cochim. Weledele Achtbaare Heer en Heeren Eerbiedig gedragende aan onse schrijvens van den 15 deezer, per de postloopers van den heer Nabab afgezonden, en waar van het duplikaat wij uwel Ed: Achtb: hier nevens aanbieden; laaten. wij deezen ten prinsipaalen dienen om uwelEd: Achtb: ten kennisse te brengen, dat wat moeite wij ook gedaan hebben, geen wissels op uw Wel Ed: Achtb: hebben konnen Obtineeren, als met 13 a 14 p=r C=to verlies, en dat nog met kondietsie om de be„ „taaling hier te doen, na ontvangene tyding dat de wissel daar betaald geworden is; En dewijl dit nadeel te exorbitant zouden weezen, zoo verzoeken wij Uwel„ Ed: Achtb: zeer nedrig indien mogelijk, van daar zelfs op een den alhier in het leeger zynde bankiers te willen trekken, tot een bedragen van vijf duizend Maneploorse Pagooden, want wij volstrekt zodanig een som noodig hebben, om onze schulden /: die wij genootzaakt zijn geweest hier bij de franschen te maaken en die ons nu om de restitutie aanmaanen 321. Nagezien Lyfs A eijn aanmaanen / te betaalen en onze verdere ongelden, welke in weerwil der gemaakte dimunitie noch hoog op stok loopen„ om dat wij een menigte van roelies Etc: moeten onderhouden om onze palinkins en bagagie te draagen goed te maaken. Toen wij bij onze voorige uwEd: Achtb: om 3000 pagooden ver„ „zogten, dagten wij dat den Nadab de redelijkheid plaats geevende, ons zoude hebben laaten vertrekken; Maar vermits hij zoo onbillijk is, om ons tegen alle recht en reden aantehouden, en wij in de verpligting zijn om met zyn leger /daar alles evenduur en kostbaar is / om teswerven, zo moeten wij betuigen, dat wij voortegenwoordig met niet minder als vijf duizend pagooden stellen kunnen, en die wij ook van U welEd: Achtb: goedheid zullen verwagten, als in den dienst van d' E Maatschappij nodig hebbende, genecissisteerd te zijn onse toevlugt tot den Nabab te neemen, dat met het intrest van d'E komp: niet strooken Den Resident Hasz: insteerd ook nedrig om de door hem van uwelEd: Achtb: verzogt 1000 pagooden, door dezelfde weg als de penningen aan ons zullen worden overgemaakt te mogen erlangen, ter goedmaking van zijne onkosten wij zijn nader onderricht dat den bankier Anandala Chitte vermeld bij onze geringe van den 5=e dec: niet bij uwel Ed: Achitb: maar op de residentsie plaats van den koning van koetsiem een kan„ „toor heeft. wij hebben de eer met hoogachting te zijn /onderstond / weled: Achtb: Heer en Heeren, uwer Weled: Achtb: onderdanigen en zeer gehoorzaamen Dienaar, /was getek / I: D Simons en P: W. Geeke, /in margine / in het Leger van Bahadoer, den 22=e Januarij 1782 Spaels gez klerk in zal. — 2 Akkordeerd De

NL-HaNA_1.04.02_3644_0371 view scan ↗

English

Friday, the 12th of October 1781. Present: The Honorable Commander and Supreme Ruler Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant, Second-in-Command, and Head Administrator Reinier van Aarn, The Honorable Major and Head of the Militia Fredrik von den Busch, The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nicolaas Wendelin Beits, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seyffer, The Honorable Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipion Vernede, The Honorable Junior Merchant Willem van Haeften, and The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen. Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin on the 12th of October 1781. After transacting the ordinary matters recorded in today's general resolution, the Lord Commander produced two letters from the Resident of Porca, Abraham Toussaint, dated the 4th and 6th of this month, and one from the Chief of Quilon, the Honorable Jean Rosier, dated the 8th of this month, which give a detailed account of the strange movements at the court and among the troops of the King of Travancore, which seemed to be caused by the news that the Company on the Coromandel coast had concluded an alliance with the Nabob Hyder Ali Khan, and by the rumors that the fortress of Cranganore would be ceded to the said Nabob, and that his troops would be brought into these lowlands. For which reason the said King of Travancore had already marched several troops to the north and was holding even more in readiness to advance as well, not only to reinforce the fortresses, but also to take up a position at Anjekaimal, the well-known depot for all provisions from the country to this city, from where all supplies could thus be cut off; besides which the Lord Commander also gave to understand that the well-known Agent of Travancore, Ananda Mallen, had yesterday made the very strange proposal to His Honor to give the fortress of Cranganore into the custody of his master, as appeared further from the translation of the ola that the said king had written to the said Ananda Mallen, reading as follows: Translation of an ola written by the King of Travancore to Ananda Mallen. By continuation, I send your Honor the news that is happening here. I have received an ola from the First Regiador of Parur, Cotjo Changara Poela, containing that the ammunition goods of the fort of Cranganore have been transported to Cochin, together with a portion of the men stationed there. If the Honorable Company in these current circumstances has no men to garrison that fort, I am willing, if it is surrendered to me, to place men there and keep good watch, and whenever the Honorable Company wishes to take back that fort, it can be done very easily. Speak with the Honorable Lord Commander in a conversational manner, and hear what His Honor says about it, and whether the Honorable Company wishes to relinquish it, and what His Honor answers to this, let me know at once. Underneath stood: For the translation, Cochin the 10th of October 1781. Was signed: S. van Tongeren, sworn translator. Whereupon, taking into consideration that this suspicion, if it took deeper root in the king's mind, could alienate him entirely from the Company, and

Dutch transcription

322. spreekende over de beweeging Vrijdag den 12:e Oktober 1781. Present De weledele Achtbaare Heer Kommandeur en oppergebieder Johan Gerard van Angelbeek, De E: Heer Opperkoopm: sekunde en Hoofd administrateur Reinier van Aarn, De E: Majoor en Hoofd der Milietsie Fredrik von den Busch, De E: koopman Fiskaal en kassier M:r Nicolaas wendelin Beits, De E: onderkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van spall, De E: onderkoopman en soldij boekhouder Coenraad George Seijffer, De E: onderkoopman en Dispensier Abraham Jean Scipion vernede De E: onderkoopman Willem van Haeften en De E: onderkoopman en sekretaris van polietsie Johan Andries Daimichen, Na het verhandelen van de ordinaire zaa„ „ken bij de gemeene Resoluutsie van heeden aan„ „geteekend, produceerde de Heer Kommandeur twee Porkaase en koilangse brieven brieven van den Resident van Porka Abraham van Trevankoorsche troepen. Toussain van den 4:e en 6:e deezer, en eenen van het opperhoofd van koilang, d' E: Jean Rosier van den 8.=te deezer, waar bij omstandig ver„ „slag gedaan word van de vreemde beweegingen „noomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem. Sekreete Resoluutsie ge„ aan L: G: G: op 323. den 12: 8ber: 1781. om kranganoor aan hem overtegeven „selfs Agent hier geschreeven. „sietsie aan het Hof en onder de troepen van den koning van Trevankoor, die veroorzaakt scheenen te zijn, door de tijding dat de komp: op kormandel met den Nabab Haider Alichan een verbond had ge„ „maakt en door de geruchten, dat de vesting kran„ „ ganoor aan gemelden Nabab zoude afgestaan, en des zelfs krijgsvolk in deeze beneeden landen ge„ „bragt worden. weshalven gedachte koning van Trevankoor reets verscheidene troepen naar de Noord had laaten marcheeren en noch meer ge„ „ reed hield om mede op te rukken, niet alleen om de vestingen te versterken maar ook om post te vatten op Anjekaimal de bekende stapel plaats van alle levensmiddelen uit het land naar deeze stad, van waar dus alle toevoer zoude kunnen Proposietsie van dien koning belet worden; waar nevens de Heer kommandeur noch te kennen gaf, dat de bekende Agent van Trevankoor Ananda male gisteren bij zijn Achtb: de zeer vreemde proposietsie gedaan had om aan zijnen Meester de fortres kranganoor in bewaa„ „ring te geeven zoo als dat nader bleek bij het ola door dien vorst aan des= translaat van de ola, die gedagte koning aan gem: Ananda male geschreeven had. luidende als volgt. Translaat ola door den koning van Trevankoor geschreeven aan Ananda Malen. Bij kontinuatie zende ik vE: het nieuws dat hier passeert. Jk heb een oca van den eerste Ragiadoor van Paroe Cotjo changara Poela ontvangen, behelsende dat d' ammonitie goe„ „deren van het fort kranganoor na koetsiem zijn overgetransporteerd, niet ende benevens een gedeelte van de manschappen die daar bescheiden lagen, zoo DEkomp: in deze tijds omstandigheeden geen volk heeft om dat fort te bezetten, wil ik gaarn als het aan mij overgegeven word, volk plaatsen en goede wagt doen houden, en wanneer DEkomp: dat fort terug wil neemen, zal zeer gemakkelijk konnen geschieden, spreekt met den weledel agtb: Heer Kommandeur op een discoursive wijze, en hoort wat zijn weledele agtb: daar van zegt, en of DEkomp: daar van afstand doen wil, en wat zijn weledele achtb: daarop antwoord, laat mij ten eersten weeten /:onder= „stond:/ voor de Translatie koetsiem den 10. oktober 1781. /:was geteekend:/ S: van Tongeren geswoore translateur. waarop in aanmerking genoomen zijnde Aanmerking op die propo= Dat deeze argwaan, indien hij in 's konings ge„ „moed dieper wortels schoot, Denzelven zoude kunnen geheel van de kompanie vervreemden Bij en

NL-HaNA_1.04.02_3644_0373 view scan ↗

English

324. the 12. October 1781. Resolution to write an ola about this to the King of Travancore. Intention of that ola and very easily lead to measures that could bring about an open rupture: thus, after mature deliberation, it was approved and resolved to write to His Highness in detail about this, and thereby to give the assurance that Kranganoor was still abundantly garrisoned and amply provided with everything necessary; that the treaty which had been concluded with the Lord Nabab Haider Alichan on Kormandel concerned only that coast, and had not the slightest relation to the Mallabaar; that the contract which one hoped to enter into here with the said Nabab would also not tend to the disadvantage of His Travancore Highness; and especially that the Company would bring no troops of the aforesaid Nabab into the country, nor surrender the fort of Kranganoor to him; but that, on the other hand, one also expected from His Travancore Highness a strict observance of the treaties and of the promise of neutrality made only recently, and in particular that His Highness would place no people on Anjekannale, as the Company could not tolerate this; and finally, that in case His Highness, contrary to expectation, should undertake anything to the disadvantage of the Company, one would no longer wish to be bound by the promises now made, but that His Highness would then have to blame himself for the consequences that would arise from the breach of faith and friendship; yet that one hoped and wished that His Highness would act with wisdom and prudence in these present circumstances and undertake nothing to the disadvantage of the Company, in which case he could also firmly trust that the Company would never abandon him, but would behave as a faithful friend and ally. The Dutch draft of this letter having been reviewed and approved in Council, it was approved and resolved to insert the same here. To the King of Travancore Ananda Male has been to see me, and has made known to me the following: Your Highness had heard that the ammunition goods of Kranganoor had been brought to Koetsiem, along with a part of the garrison; if the Company in these present circumstances should have no people to garrison that fort, Your Highness wished, if it were handed over to Him, to place people in it, 325. the 12. October 1781. to place people in it and keep good watch there, and if the Company wished to take the fort back, that could happen very easily. This is a very strange message, from which I must conclude that Your Highness has conceived suspicion from the arrangements that I have made these days regarding the garrison of that fort. Besides this, I hear indirectly that Your Highness is also uneasy about the contract which the Lord Governor of Nagapatnam has made with His Highness the Lord Nabab Haider Alichan, and even more so about the contract which I am seeking to make with the highly mentioned Nabab. This distrust, which is undoubtedly increased by the constant instigations of our enemies, might at times entice Your Highness to undertake things that are contrary to the friendship of the Company. I even hear it already whispered that Your Highness intends to place militia on Anjekaimaale and elsewhere, contrary to the custom that has taken place until now; and since I, for my part, sincerely intend to prevent all estrangements between the Company and Your Highness, and further to maintain the friendship that has held firm until now, to mutual satisfaction and advantage: I write this detailed letter, wherein I lay open all the above matters before Your Highness according to the truth, in the hope that Your Highness will place some trust in me, and let go of all evil suspicions regarding our Company. As soon as the news arrived here from Europe that the English had declared war on us in the most unreasonable manner, I understood that our Company ought to settle the disagreements with the Lord Nabab Houder Alichan, in order to be able to oppose its new enemies with all the more power, and I gave Your Highness notice of this my intention, and requested to hold an oral conference about this with Your Highness; but this latter Your Highness did not see fit to approve. I therefore sought further to convince Your Highness of my good intentions, and wrote that my intention was, in the contract with the Lord

Dutch transcription

324. den 12. 8ber: 1781: besluit daar over een ola aan den koning van Tre= „van koor te schrijven. Jnsentsie van die ola en zeer ligt verleiden tot maatregelen, die eene openbaare rupture zouden kunnen na zich sleepen: zoo werd na rijpe deliberaatsie goedge„ „vonden en verstaan aan zijne Hoogheid hierover omstandig te schrijven, en daar bij de verzeeke„ „ring te geeven, dat kranganoor noch overvloedig bezet en van al het noodige ruim voorzien was; dat het verdrag, 't geen met den Heer Na= „bab Haider Alichan op kormandel geslooten was, alleen die kuste betrof, en tot de Mallabaar geene de minste betrekking had; dat het kon= „trakt, het welk men hier met gem: Nabab hoopte aantegaan, ook niet zoude strekken tot nadeel van zijne Trevankoorsche Hoogheid; en vooral dat de komp: geene troepen van den meerm: Nabab in 't land brengen, noch aan denzelven het fort Kranganoor inruimen zouden; Doch dat men daar en teegen ook van zijne Toevankoorsche Hoogheid eene stipte onderhouding van de trak„ „taaten en van de noch Jongst gedaane belofte van neutraliteit verwachtede en inzonderheid, dat zijne Hoogheid geen volk op Anjekannale plaat„ „sen zoude, alzoo de komp: dit niet kost gedoo„ „gen, en eindelijk dat ingevalle zijne Hoogheid tegen verwachting, iets tot nadeel van de komp: mogt onderneemen, men aan de thans gedaane Aan den koning van Trevankoor Ananda Male is bij mij geweest, en heeft mij het volgende te kennen gegeven. uwe Hoogheid had gehoord, dat de ammu„ „nietsie goederen van kranganoor naar koet„ „siem gebragt waaren, met een gedeelte der bezettinge; zoo de komp: in deeze tijds omstan„ „digheeden geen volk mogt hebben, om dat fort te bezetten, wilde uwe Hoogheid, als het aan Hem overgeeven wierd, volk in hetzelve beloften niet verder wilde gebonden zijn, maar dat zijne Hoogheid zich als dan de gevolgen zoude moeten wijten, die uit het verbreeken van de trouwe en vriendschap zouden ontstaan, doch dat men hoopte en wenschte, dat zijne Hoogheid in deeze tijds omstandigheid met wijsheid en voorzichtigheid zoude handelen en niets tot nadeel van de komp: onderneemen, als wan„ „neer hij ook vast vertrouwen kost, dat de komp: hem noit verlaaten, maar zich als een getrou„ „we vriend en bondgenoot gedraagen zoude. Het nederduitsche opstel van dezen brief in Raade geresumeerd en geapprobeerd zijnde: zoo werd goedgevonden en verstaan het zelve hier te insereeren. beloften plaatsen 325. den 12. 8ber: 1781. plaatsen, en er goede wacht in houden, en als de komp: het fort te rug wilde neemen, zoo zoude dat zeer maklijk geschieden kunnen. Dit is een heel vreemde boodschap, waar uit ik opmaaken moet, dat uwe Hoogheid arg= „waar geschept heeft, uit de schikkingen die ik deezer dagen noopens de bezetting van dat fort gemaakt hebbe. buiten des hoore ik van ter zijde dat uwe Hoogheid ook ongerust is, over het kontrakt, het welk de Heer Goever„ „neur van Nagapatnam, met zijne Hoogheid den Heer Nabab Haider Alichan gemaakt heeft, en noch meer over het kontrakt, het welk ik met hoog gemelden Nabab zoeke te maaken. Dit wantrouwen, het welk buiten twijfel door de geduurige opstookerijen van onze vij„ „anden vermeerderd word, zoude uwe Hoog„ „heid somtijds kunnen verleiden, tot het onder„ „neemen van dingen die strijdig zijn met de vriendschap van de komp: zelfs hoore ik reets monpelen, dat uwe Hoogheid van voor„ „neemen is, om Milietsie op Anjekaimaale en elders te plaatsen, teegen de gewoonte, die tot dus ver heeft plaats gehad, en wijl ik van mijne zijde oprechtelijk bedoele, om alle verwijderingen tusschen de kompanie en uwe Hoogheid te voorkoomen, en de vriend„ „schap die tot dus lange stand gegreepen heeft, verder te onderhouden, tot wederzijds genoe„ „gen en voordeel: zoo schrijve ik deezen om„ „standigen brief, waar bij ik alle de boven„ „staande zaaken voor uwe Hoogheid naar waarheid openlegge, in hoope dat uwe Hoog„ „heid op mij eenig vertrouwen stellen, en alle quaade vermoedens noopens onze komp: vaaren laaten zal. zoo dra de tijding uit Europa hier quam, dat de Engelschen ons op de aller onreedelijkste wijze, den oorlog aangedaan hadden, begreep ik, dat onze kompanie de oneenigheeden met den Heer Nabab Houder Alichan diende bijteleggen, om haare nieuwe vijanden met te meerder macht teegen te kunnen gaan, en ik gaf uwe Hoogheid van dit mijn voor„ „neemen kermis, en verzocht, hier over met uwe Hoogheid een mindgesprek te houden, doch dit laaste geliefden uwe Hoogheid niet goed te vinden. — Jk zocht uwe Hoogheid derhalven nader van mijne goede oogmerken te overtuigen, en schreef, dat mijn voornee„ „men was, om bij het kontrakt met den alle Heer

NL-HaNA_1.04.02_3644_0375 view scan ↗

English

326. the 12 8ber: 1781. Lord Nabob to stipulate that Your Highness would henceforth be regarded by the Lord Nabob as a close ally of the company and on that account be left unmolested; and I requested Your Highness once more to give me an opportunity for an oral interview, or otherwise to send his First Minister to me, in order to consult with one another about this weighty matter, but this too Your Highness did not please to do. — I have since written to Pardarchan about the peace, and he immediately requested full powers from the Lord Nabob to enter into a treaty with us, and the matter now stands on such a good footing, that there is no longer any doubt whether I shall shortly conclude an advantageous peace with the Lord Nabob. Meanwhile, the Noble Lord Governor of Nagapatnam has also concluded a treaty with the Lord Nabob Haider Alichan, to the advantage of the company; the same concerns only Coromandel, and there is not a word in it about the Mallabaar coast. Since we now stand on such a good footing with the Lord Nabob, and there is no longer any doubt of an advantageous peace: so have I ordered the artillery, which remained at Kranganoor above the ordinary allotment on account of the war, to come here with the surplus ammunition, partly because it was no longer needed there, and partly because I wish to use the same here in the outer works that I am having constructed; from the garrison I have thus far brought up nothing, except for some artillerymen to attend the yearly exercises, and some soldiers of the Ceylon auxiliary troops, who must depart again for Kolombo, and in whose place I have sent other Europeans from our own garrison. Instead of a company of Malays that I had brought up from there, I have sent a company of Sipahis thither again, and the garrison there is now still much more numerous than the allotment permits; also the fort is presently still provided with the necessary artillery and ammunition, much more amply than in former times. From this detailed report Your Highness sees that there are entirely no reasons to be concerned, or to mistrust us about the reduction of the establishment of artillery at Kranganoor 327. the 12. 8ber: 1781. Kranganoor, and what now still concerns the treaty which I intend to make with the Lord Nabob Haider Alichan, in that regard I refer to my previous writing, and I assure Your Highness hereby that the same shall not tend to the disadvantage of Your Highness, or his country, and in particular that I shall bring no troops of Haider Alichan into the country, nor shall I surrender the fort Kranganoor to Him, this being a malicious fabrication which our enemies disseminate in order to make Your Highness suspicious against us, and to draw you away from us; Yet on the other hand I also expect from Your Highness a strict observance of the Treaties and of the most recently made promise of neutrality, in particular also that Your Highness shall place no men on Anjekaimale, which I could not permit, and I must warn Your Highness at the same time that in case Your Highness, contrary to my hope and expectation, should undertake anything to the disadvantage of the company, I will no longer be bound by the promise which I make here, and that Your Highness will then have to Thus done, resolved and decreed in the Council of Mallabaar at the city of Koetsiem, on the day, month and year aforementioned. was signed: J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts J: L: van Spall, C: G: Seijffer, A: J: S: Vernede W: van Haeften and I. A: Daumichen blame yourself for the consequences that shall arise from the breach of the fidelity and friendship of our company; yet I hope and wish that Your Highness will act with wisdom and prudence in this circumstance of the times, and undertake nothing to the disadvantage of our company, and then Your Highness may also firmly trust that the company will never abandon Your Highness, but will conduct itself as a faithful friend and ally. Adriaan Boolslert First Clerk Agrees 2an 328. Netherlands No 73. To the Right Honorable Gentlemen Mr Joan Graafland Pietersz Mr Anthonij Huisman Mr Gerard Francois Meiners and Mr Henrik van Straalen Directors The Honorable Severe Gentlemen Mr Frederik Willem Boers and Mr Daniel Abraham Meerman van der Goes Advocates of the General Dutch East India Company and on behalf of the same committed to the affairs of war at the presiding chamber Amsterdam Right Honorable Gentlemen, and Honorable Severe Gentlemen. We have the honor to present herewith the duplicate of our last preceding letters of the 29th December 1783, and a second set of the plans of the fortress Koetsiem mentioned therein, and we refer, for a continuation of the matters treated therein, to the separate secret missive from the undersigned Governor to the Noble High Beside Koetsiem the 10th February 1784: High Government in Batavia written under date 8th February 1784, of which the copy accompanies this, with which we have the honor to remain with all high esteem. Right Honorable Gentlemen, and Honorable Severe Gentlemen! Your Right Honorable and Honorable Severe humble and faithful servants J G van Angelbeek A V Harn L L I Spall H G Seijffer A S Vernede B nven

Dutch transcription

326. den 12 8ber: 1781. Heer Nabab te bedingen, dat uwe Hoogheid voortaan van den Heer Nabab als een nauwe Bondgenoot van de komp: zoude aangemerkt en uit dien hoofde ongemoeid gelaaten worden; en ik verzocht uwe Hoogheid nochmaals, om mij geleegenheid tot een mondgesprek te geeven, of anders zijnen eersten Minister bij mij te zenden, om over deeze wigtige zaake met el„ „kander te raadpleegen, doch ook dit geliefde uwe Hoogheid niet te doen. — Jk hebbe zeder aan Pardarchan over den vreede geschreeven, en heeft ten eersten van den Heer Nabab vol„ „macht verzocht, om met ons een verdrag aan„ „tegaan, en de zaake staat thans op zulk een goeden voet, dat er geen twijfel meer is, of ik zal binnen korten met den Heer Nabab eenen voordeeligen vreede sluiten. Middelen wijle heeft de Edele Heer Goever„ „neur van Nagapatnam ook een verdrag met den Heer Nabab Haider Alichan gesloo„ „ten, tot voordeel van de kompanie; het zelve raakt alleen kormandel, en daar staat geen woord in van de kust Mallabaar. wijl wij nu met den Heer Nabab op zulk een goeden voet staan, en aan een voordeeligen vreede geen twijfel meer is: zoo heb ik het geschut, het welk te kranganoor om den wille van den oorlog, booven de ordinaire bepaa„ „ling geleegen heeft, met de overtollige ammu„ „nietsie, hier laaten koomen, eensdeels, wijl het daar niet verder noodig was, en anderendeels, wijl ik het zelve hier gebruiken wil in de bui„ „ten werken, die ik laate aanleggen; van het garnisoen hebbe ik tot nu toe niets laaten opkoomen, als eenige Arthilleristen om de Jaarlijxe exercietsie bij te woonen, en eenige soldaaten van de Ceilonsche hulptroepen, die weeder naar kolombo moeten vertrekken, en welker plaats ik andere Europeeschen uit ons eigen garnisoen gezonden hebbe. Jn steede van eene kompanie Maleiers, die ik van daar hebbe laaten opkoomen, hebbe ik er weeder eene komp: sipahis na toe gezonden, en het Garnisoen aldaar is thans noch veel talaijker, als de bepaaling toelaat, ook is het fort te„ „genswoordig noch van het noodige geschut en ammunietsie voorzien, veel ruimer, dan in voorigen tijden. uit dit omstandig bericht ziet uwe Hoogheid, dat er in 't geheel geene reedenen zijn om bekom„ „merd te weezen, of om ons te mistrouwen over de vermindering van den omslag te geschut Kranganoor 327. den 12. 8ber: 1781. kranganoor, en wat nu noch het verdrach betreft, het geen ik met den Heer Nabab Haider Alichan meene te maaken, daar om= „trend gedraage ik mij aan mijn voorig schrij„ „ven, en ik verzeekere uwe Hoogheid bij deezen, dat het zelve niet zal strekken tot nadeel van uw Hoogheid, of deszelfs land, en inzonderheid dat ik geene troepen van Haider Alichan zal in 't land brengen noch aan Hem 't fort kran„ „ganoor zal inruimen zijnde dit een quaad„ „aardig verdichtzel het geen onze vijanden uitstroien om uwe Hoogheid tegen ons arg„ „waanig te maaken, en van ons aftetrekken; Doch daar en teegen verwacht ik ook van uwe Hoogheid een stipte onderhouding van de Traklaaten en van de noch Jongst eerst gedaane belofte van neutraliteit inzonder„ „heid ook, dat uwe Hoogheid geen volk zal plaatsen op Anjekaimale, het welk ik niet zoude kunnen toelaaten en ik moet uwe Hoogheid teffens waarschuwen, dat ingevalle uwe Hoogheid tegen mijne hoope en verwach„ „ting iets tot nadeel van de kompanie mogt onderneemen, ik aan de belofte, die ik hier doe, niet verder wil gebonden zijn, en dat uwe Hoogheid zich als dan zelve zal moeten Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gear„ „resteerd in Raade van Mallabaar ter steede koetsiem ten dage, maand en Jaare voormeld. /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts J: L: van Spall, C: G: Seijffer, A: J: S: vernede W: van Haeften en I. A: Daumichen wijten de gevolgen, die uit het verbreeken van de trouwe en vriendschap van onze komp: zullen ontstaan, doch ik hoope en wensche dat uwe Hoogheid in deeze tijds omstandigheid met wijsheid en voorzichtigheid zal handelen, en niets tot nadeel van onze komp: ondernee„ „ men, en als dan kan uwe Hoogheid ook vast vertrouwen, dat de komp: uwe Hoogheid noit verlaaten, maar zich als een getrouwe vriend en bondgenoot gedraagen zal. Adriaan Boolslert Egklerk Akkordeert wijten 2an 328. Nederland N„o 73. Aan de weledele Grootachtbaare Heeren M:r Joan Graafland Pietersz M:r Anthonij Huisman M:r Gerard Francois Meiners en M:r Henrik van Straalen Bewindhebbers De Weledele Gestrenge Heeren Mr Frederik Willem Boers en Mr Daniel Abraham Meerman van der Goes Advokaaten van de Generaale Nederlandsche oostindische kompanie en wegens dezelve tot de zaaken van oorlog Gekommitteerd ter presidiaale kamer Amsterdam Weledele Grootachtbaare Heeren, en Weledele Gestrenge Heeren. wij hebben de eere hiernevens aantebieden het duplikaat van onze Jongstvoorgaande letteren van den 29:e december 1783. en een tweede stel van de daarbij vermelde plans van de vesting koetsiem, en gedraagen ons tot een vervolg van de daarbij ver„ „handelde zaaken aan de aparte sekreete missive van den ondergeteekenden Goeverneur aan de Edele Hooge Nevens Koetsiem den 10:e februari 1784: Hooge Regeering te Batavia geschreeven sub dato 8=ste februari 1784. waarvan de kopij deezen verzelt waarmede wij de eere hebben met alle hoog achting te blijven. Weledele, Grootachtbaare Heeren, en Weledele Gestrenge Heeren! uwer Weledele Groot achtb: en Weledele Gestrenge onderda„ „nige en getrouwe Dienaaren J G van Angelbeek AVHarn LLispael HG Beijffer A S ernede Bnven

NL-HaNA_1.04.02_3644_0379 view scan ↗

English

329 2. Included in the transmittal, the duplicate packet: 3. Copy of the secret resolution of 3 and 9 December 1783. Copy of a letter, with its enclosures, to the secret committee in Colombo, written on 12 December 1783. Extract from a letter written by the commissioners in the army of Serabab to the Right Honorable, Highly Esteemed Governor of Ceylon, Mr. Falck, on 21 December 1781. Cochin, 8 February 1784. Was signed: Adriaan Poelvliet, sworn clerk. Agreed: Adriaan Poelvliet, sworn clerk. 4. Letter addressed to their Right Nobilities, dated today. Duplicate of the letter mentioned above, dated 12 October 1783. Register of secret papers that are currently addressed to their Right Nobilities, the High Government in Batavia, namely: 7. 330. Separate Batavia To his Right Nobility, the Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General Chartered East India Company, and the Right Honorable, Stern Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord; Right Honorable, Stern Lords! Receipt of letters. Section 1. With the chartered private Portuguese ship Briosa, I had the fortune to receive your Right Nobilities' separate secret dispatch of 15 September last, and to see from it that my actions concerning the native princes and matters of war, and especially my efforts toward the preservation of what was entrusted to me, have met with the high approval of your Right Nobilities. Section 2. I humbly request permission to incorporate my answer thereto into the concise description of secret matters that will now be brought to the knowledge of your Right Nobilities, whereby I can avoid unpleasant repetitions and verbosity. Section 3. In continuation of my respectful separate advices of 12 October last, the duplicate of which accompanies this, I have the honor to report the following. 331. Events between the English and Tipu Sultan. Armistice, and the English capture Palghat and Cannanore. Section 4. The news communicated therein, that Tipu Sultan had broken the armistice before Mangalore, has since been found to be untrue, and appears to have been first spread in Goa and circulated from there, probably by the English themselves, to excuse the hostilities committed by them after the conclusion of the suspension of arms. Section 5. Concerning which, I already had the honor to report in my last communication that two armies from the Carnatic advanced against the lands of Tipu Sultan, one of which seemed intent on attacking Palghat. Section 6. The northern army appears not to have accomplished much, but the southern one, consisting of two thousand Europeans and eight thousand sepoys under the command of Colonel Fullarton, captured the small forts of Dindigul, Dharapuram, Coimbatore, and finally also, on 13 November, the strong fortress of Palghat. Section 7. Shortly thereafter, the fortress of Cannanore, which previously belonged to the Ali Raja and after his decease to his sister's daughter, was also taken by storm by Brigadier General MacLeod, in which the victors obtained great booty, estimated at twenty lakh rupees, whereby a severe blow was dealt to Tipu Sultan, since this princess, mostly known by the name of Bibi, is feudatory to him and used to render an annual tribute of three lakh rupees. Section 8. Meanwhile, the suspension of arms between them has been renewed, and at present, they are working on peace, for the furtherance of which the English have restored the fortresses of Palghat, Coimbatore, and minor forts in the surrounding area back to Tipu Sultan. Peace negotiations. Section 9. On what conditions the peace will be concluded is not yet known up to this moment, and from what I hear from the English, the mutual demands are still very far apart. The English Company wishes to retain Mangalore and Cannanore and demands compensation for the costs of war; Tipu Sultan, on the other hand, wishes

Dutch transcription

329 2. gaat in het trans ovorgaande duplikant pakket kopij sekreete resoluutsie van den 3 en 9: de„ „ 3. _=o „cember 1783. kopij brief met derzelver bijlagen aan het geheime kommitte te kolombo geschreeven den 12: december 1783. Extrakt uit eenen brief geschreeven door de gekommitteerden in serababs Leger aan den Weledelen Groot Achtbaaren Heer Ceilons Goeverneur Falck den 21: december 1781. — Koethiom Den 8:' Februari 1784. /:was geteekend./ Adriaan Poobvliet Egkerk. Akkordeerd Adriaan Pooteliht 4. Brief aan Hunne Hoogedelheeden gericht ged„t heeden Duplikaat brief als vooren de dato 12: ok„ „tober 1783. Register der sekreete papieren dewelken thans aan hunne Hoog „edelheeden de Hooge regeering te Batavia worden gericht, als Eyklork. „ 7. 330. Apart Batavia Aan zijn Hoogedeheid Den Hoogedelen Grootachtbaaren, wij gebiedende Heer! M:r Willem Arnold Alting wegens den staat der vereenigde Nederlanden en haare algemeene geoktroieerde oostindische komp: Goeverneur Generaal De Weledele Gestrenge, Heeren Raaden van Nederlands Indien Hoogedele, Grootachtbaare, wijdgebiedende Heer; Weledele Gestrenge Heeren! ontvangst van brieven §1: Met het partikuliere Portugeesche ingehuurde schip Briosa, heeft mij mogen gebeuren, uwer Hoogedelheeden aparte sekreete missive van den 15=e september Jongstl: te ontvangen, en daar uit tezien, dat mijne verrichtingen omtrend, de inlandsche vorsten en Oorlogs. zaaken, en inzonderheid mijne pogingen tot behoud van en de en 232 331. Voorvallen tusschen § 4: d' Engelschen en Tipoe sultan D' Engelschen veroveren Pilekatseeri. wapenstilstand en en Kannanoor. van het mij toevetrouwde de hooge goedkeuring van uwe Hoogedelheeden weggedraagen hebben. — § 2: Jk verzoeke needrig verlof, mijn antwoord daar op te mogen inlasschen bij de beknopte beschrijving van de sekreete zaaken, die thans ter kennis van uwe Hoogedelheeden zullen gebragt worden, waardoor ik onaangenaame herhaalingen en wijd¬ „loopigheid vermeiden kan. — § 3: Tot vervolg van mijne eerbiedige aparte ad„ „visen van den 12. oktob: Jongstl: waarvan het duplikaat deezen verzeld, heb ik de eer het volgende te berichten. — De daarbij bedeelde tijding, dat Tipoe sultan den wapenstilstand voor Mangaloor verbrooken had, is zeder orwaar bevonden en schijnt te Goa eerst uitgestroid en van daar verspreidt te zijn, waarschijnlijk door de Engelschen zelve, om hunne gepleegde hostiliteiten na het slui„ „ten van de wapenschorsing te verschoonen. — § 5: wienaangaande ik reets bij mijn Jongstvoorgaanden de eer gehad hebbe te melden, dat twee legers uit karnatika tegen de landen van Jipoe sultan optrokken, waarvan het eene voor„ „neemens scheen Palikatscheeri aante lasten § 6: — Het noordlijke Leger schijnt niet veel uit„ „gevoerd te hebben, doch het Zuidelijke, bestaande, uit twee duizend Europeeschen en agt duizend sipais onder komando van § 7. kort daarna werd ook de vesting Kananoor die voor heen aan Adi Rasia en na deszelfs overlijden aan zijne sustersdochter toebehoorde, door den Brigadier Generaal, Mac Laod, stormender„ „hand veroverd, waarin de Overwinnaars een grooten buit behaald hebben, die op twintig lak ropijen geschat word, waardoor aan Tipoe sultan een gevoelige slag werd toegebragt doordien de Vorsten /:meest onder den naam van Bibi bekend) aan Item leenroerig is, een jaarlijx tribut van drie lak ropijen plag op te brengen § 8: Ieder is echter de wapenschorsing tusschen hen„ „lieden vernieuwd en tegenwoordig word aan den vreede gearbeidt, tot welkers bevordering de En„ „gelschen te vestingen, Palikatseeri, koim„ „betoer en mindere fortjes daaromstreef wederom aan Tipoe sultan ingeruimd hebben. — vreede handelingen. § 9. Op wat voor konditsien de vreede geslooten zal worden, is tot nu toe niet bekent, en naar ik van Engelschen hoore, staan de wederzijdsche Eischen noch heel ver van malkander, de Engel„ „sche kompanie wil Mangaloor en Kananoor behouden en eischt vergoeding van de oorlogs- =ongelden, Tipoe sultan, daar en tegen wil kolonel Tullarton, heeft de fortjes Tindekaal, Daa„ „ropoeram, koimbetoer en eindelijk ook op den 13' November de sterke vesting Palikatseeri ver„ „overd. Kolonel de

NL-HaNA_1.04.02_3644_0383 view scan ↗

English

332. Settua and Paponetty have been repossessed. to have the aforementioned maritime places again, and additionally demands some lands and places on that side of the mountains. Paragraph 10: Meanwhile, the aforementioned military operations of the English on our borders gave us the opportunity to put ourselves once again in possession of Settua and Paponetty, as I shall now have the honor of reporting in detail to Your Noble Excellencies. Paragraph 11: When the English besieged Palikatseeri, their plan seemed to be to make themselves masters of the Zamorin realm, and to restore therein the old King Zamorin under their supreme authority; they had already promised this two years ago, when they became masters of the city of Kalikut, both to that monarch and also to the King of Travancore, and to that end the King Zamorin was now in their army. Paragraph 12: Under these circumstances, my attention naturally had to be directed toward those places that the Nabob Haider Alichan had wrested from us, for I could easily foresee that if the English or the Zamorin forces were once to take possession of them from the hands of the Nabob, the Company would have little hope of ever getting them back from them; but that if the Company managed to make themselves masters of the same before the English could do so, the latter would then not have the least right to oppose our repossession or to dispossess us again. Paragraph 13: As soon, therefore, as I received news from Colonel Fullarton himself, with whom I had entered into an amicable correspondence, that the fortress of Palikatseeri had surrendered on the 13th of November, and my spies reported to me that the Nabob's people residing at Paponetty and Settua were making preparations to flee, and that even the commandant of Kalikut intended to retreat from there upon the approach of the English: I gave the chief at Kranganoor, the junior merchant Cellarius, verbal instructions to march out immediately with a single company of Malays and a company of sepoys and take possession of both places. Paragraph 14: This was executed by him on the 19th and 20th of November with so much prudence and zeal that our troops entered those places scarcely a couple of hours after they had been abandoned by the Nabob's people. Paragraph 15: Nor should we have waited even half a day longer, or others would have forestalled us, for shortly after our troops had taken possession of Settua, continuation 333. continuation Correspondence on this matter with Kalikut. a troop of armed Nairs of the Zamorin had already crossed the river to warn the inhabitants, as they said, in the name of the English Company and King Zamorin, that they should no longer pay any tribute to the Nabob; but finding our troops and the Company's flag there, they turned back again. Remarks on this case. Paragraph 16: Had the English remained masters of the country of the Zamorin, as appeared to be the case at that time, the whole matter would have been settled herewith; but now that the Nabob Tipu Sultan, according to all probability, will retain it upon the approaching peace, as one now believes must be concluded from the surrender of Palikatseeri: he will certainly attempt to wrest it from us once again. Paragraph 17: And although this last contingency was entirely improbable at the time when Settua was taken into possession, I was nevertheless already mindful at that time of sending word of this matter to the Nabob in the least offensive manner, and thereby paving the way for amicable negotiations; and to that end, I immediately wrote to his Governor at Kalikut: The Nabob's Governor at Kalikut written to. that upon receiving report that the Nabob's people had abandoned Paponetty and Settua, and the country thus lay exposed to his enemies, I had repossessed those places, whereby their design was frustrated; that he would please notify His Highness of this, under the assurance that the Company would always maintain friendship. As Your Noble Excellencies may see this in more detail in our secret resolution of the 3rd of December 1783, transmitted among the annexes, into which that letter is inserted. Paragraph 18: But before it was even delivered, the said Governor had already received report of that event and had written two letters to me about it, which are also incorporated into that resolution, containing: that I ought not to have sent troops to a fort that had been conquered by the Armane, without writing about it, for such was not becoming in view of the great friendship, and that I ought to recall the same. Paragraph 19: My reply to this was of virtually the same tenor as my first letter, only with this addition: that when the present troubles had ended, the Company would endeavor that these continuation

Dutch transcription

332. Settuca en Paponetty zijn weder in bezit genoomen de voormelde Zeeplaatsen wederom hebben en eischt daar en boven noch eenige landen en plaat„ „sen aan geene zijde van 't gebergte. — § 10: Ondertusschen hebben de voorsz: krijgsbedrijven der Engelschen op onze grenzen ons geleegenheid gegeeven, om ons wederom in 't bezit van settua en Iaponettij te stellen, zoo als ik de eer zal hebben, uw Hoogedelheeden thans omstandig te berichten. — § 11. Toen de Engelschen Palikatseeri beleegerden, scheen hun plan te zijn om zich van het Samorijnsche Rijk Meester te maaken, en daarin den Ouden koning Samorijn onder hun hooger gezag te herstellen; dit hadden zij reets voor twee jaar, toen ze van de stad Kalikut Meesters geworden waaren, zoo wel aan dien Dorst als ook aan den Koning van Tre„ „vankoor beloofd, en tot dat einde bevond zich thans de Koning Samorijn in hun Leger. — § 12. Jn deeze omstandigheeden most mijne aandacht op die plaatsen, welke de Nabab Haider Ali„ „chan ons ontweldigd had, natuurlyker wijze gevestigd worden, want ik konde ligt voorzien, dat zoo wanneer de Engelschen of Samorijnschen dezelven eens in bezet genoomen hadden, uit handen van den Nabab, de kompenie weinig hoope hebben zoude, om dezelven oit van henl: wederom te krijgen, doch dat, zoo wanneer de kompanie zich wrst van dezelven Miester te maaken, voor dat de Engelschen dit doen kosten, Deezen als dan geen het minste recht zouden hebben, om zich tegen onze bezitneeming aan te kanten, of om ons wederom te depossideeren. — § 13. Zoo dra ik derhalven van Kolonel Fullarton zelve, met wien ik in eene minzaame brief„ „wisseling geraakt was, de tijding ontving dat de vesting Palikatseeri op den 13e November was overgegaan, en mijne spions mij berecht gaven, dat het volk van den Nabab het welk zich te Paponettij en Settua onthield, aan„ „staet maakte, om te vluchten, en dat zelfs de kommandant de Kalikut, op de aanna„ „dering van d' Engelschen, van daar retireeren „wilde: zoo gaf ik het opperhoofd te kranga„ „ den onderkoopman, „noor „ Cellarius mondelinge instruksie, om ten eersten met een enkelde kompanie Malaiers en eene komp: sjegos uit terukken en beide plaatsen in bezit te neemen. — § 14. Dit werd op den 19 en 20. November door denzelven met zoo veel beleid en iever ter uitvoer gebragt, dat ons volk in die plaatsen introk, pas een paar uuren na dat dezelven van s' Nababs volk verlaaten waaren. — § 15 Wij hadden ook geen halven dag langen moeten wachten, of anderen zouden in de voorbaat geweest zijn, want kort na dat ons volk van zich settua vervolg 333. vervolg drief wisseling daar over met kalikut. settua bezit genoomen had, quam al een troep gewaapende Navros van den Samorijn, over de rivier, om, zoo ze zeiden, uit naam van de Engelsche kompanie en van den koning. sa„ „morijn, d' inwoonders te waarschuwen; dat ze geen tribut meer aan den Nabab betaalen mosten, doch ons volk en s komp. s vlagge daar vindende keerden ze wederom terug. aanmerkingen op dit geval §16. waaren de Engelschen van het land van den Samorijn Meesters gebleeven, zoo als het zich dier tijds voor deed, zoo waare de heele zaak hiermede afgedaan geweest; doch nu de Nabab Tipoe sultan hetzelve naar alle waarschijnlijkheid bij den aanstaanden vreede zal behouden, zoo als men dit thans uit de overgave van Palikatseeri meent te moeten besluiten: zoo zal hij zeekerlijk trach„ „ten, ons het zelve andermaal te ontweldigen § 17. En of schoon dit Leger geval ten tijde, toen settua in bezit genoomen werd, gansch niet waarschijnlijk was, zoo was ik echter reets diertijds daarop bedacht, om den Nabab van deeze zaak op de minst aanstotelijke wijze bericht te laaten toekoomen, en daar door den weg te baanen tot minzaame onderhandelingen, en tot dat einde s' Nababs Goteverneur te schreef ik ten eersten aan zijnen Goe„ „verneur te kalikut. dat ik op het bekoomen berecht, dat s' Nababs volk Paponettij en Settua verlaaten had, en het land dus voor zijne vijanden bloot stond. van die plaatzen wederom bezit genoomen had, waar door hun toeleg was vereedeld; dat hij hier„ „van aan zijn Hoogheid geliefde kennis te geeven, onder verzeekering, dat de komp: de vriendschap steets zoude onderhouden. zoo als uwe Hoogedelheeden dit omstandiger zien kunnen, bij onze sekreete resoluutsie van den 3:e december 1783. onder de bijlagen overgaande, waarbij die brief geinsereerd is. — § 18 Doch eer dezelve noch besteld was, had gemelde Goeverneur reets van dat geval berecht en „langt en daarover twee brieven aan mij geschreeven die ook bij die resoluutsie zijn ingelijft, behelsende. dat ik geen volk had behooren te zenden, naar een fort dat door den Armane gekonquesteerd was, zonder daar over te schrijven, want zulx was niet betaam„ „lyk wegens de groote vriendschap, en dat ik het zelve diende terug te ontbieden, § 19: Mijn antwoord hierop was genoegzaam van eenerlij inhoud met mijn eersten brief, alleen met deeze bijvoeging. — dat als de tegenwoordige troubles geeindigd zijn zouden: de kompanie trachten zoude dat deeze vervolg

NL-HaNA_1.04.02_3644_0385 view scan ↗

English

334. with Ceelon. continuation Nabab. and placed in a state of defense. to settle this matter amicably. Paragraph 20: Our further correspondence is inserted into the secret resolution of the 9th of December and consists virtually only in a repetition of what was already written previously, to which I thus refer myself for the sake of brevity. correspondence concerning this Paragraph 21. Because we were confirmed hereby in our suspicion that the Nabab would attempt once again to wrest from us the aforementioned place, Chettua, for which the suspension of arms brought about in the meantime was very advantageous to him, we requested the Government of Ceilon to send us as soon as possible as many troops as could safely be spared there, in order to be in a position to repel his attacks, but principally thereby to add so much more force and weight to the amicable negotiations that one attempts to enter into with him, since in both cases the chance for us to remain master of Chettua will be greater in proportion to the power that we shall have at hand for its defense. Paragraph 22. That letter to Governor Falck and the secret committee in Colombo, of which the copy is attached hereto, was sent in duplicate, first on the 12th of December with an expressly chartered vessel, which offset the costs with the freight for a cargo of rice, and thereafter on the 30th of the same month with the ship Ceres, but neither of these letters had arrived as of the 17th of January, so that as I write this I do not yet know to what extent Ceilon will be able to comply with our request. Chettua is repaired and Paragraph 23. In the meantime, we had the breach, which was caused two years ago by the blowing up of the powder magazine in one of the bastions and a part of the curtains on either side, closed immediately by a sufficient breastwork with palisades, which is surrounded by three rows of wolf-traps, whereby the fort is covered against a violent attack. Paragraph 24. We have further provided the same with the necessary cannon and ammunition, and also placed therein a company of Malays, a company of sepoys, and a company of Chegos, and at Paponetty are stationed a company of Malays and a company of Chegos. order regarding the land administration and Paragraph 25. The land administration has provisionally been assigned to the Chief of Cranganore, who has established the necessary orders concerning the revenues and all other matters, and will also maintain supervision over Chettua until one can know with greater certainty whether we shall remain in possession thereof. the embassies to the Nabab and Paragraph 26. For the amicable negotiations with the Nabab, the members Seiffer and Vernede have been appointed, and we have requested His Highness by a letter in the Tamil and French languages to determine the time and place where he pleases to receive the embassy of the Company, in order to congratulate His Highness on his accession to the throne, to treat on the pending disputes, and to conclude a contract of commerce. plan for an agreement. Paragraph 27. The plan for these negotiations cannot be determined beforehand so firmly that no changes can occur in it, but the essential part consists in this: 1. To dispose the Nabab to the ceding of Chettua and Paponetty, and of all pretensions that the Samorin and presently His Highness have had or thought to have thereto. 2. To dispose the Nabab to the ceding of the villages, lands, gardens, and rights that the Samorin had, or might claim, on this side of the river of Chettua. 3. To conclude a contract of commerce with His Highness, whereby the Company obligates itself to supply His Highness with artillery, ammunition, and weapon goods from Europe, and in exchange for which His Highness not only grants the Company freedom of trade in his lands, but also obligates himself to deliver annually to the Company all the sandalwood, all the cardamom, and all the pepper that are produced in His Highness's land; of the rice we shall make no mention, because the entire lot is too large for us, the export from the province of Canara alone being estimated at five thousand lasts, and because we can always easily purchase what is needed for us and Ceilon. Paragraph 28. In order to induce His Highness to consent to the first two articles, we ought to promise him an annual recognition, proportioned to the revenues that he enjoyed therefrom, and to make that recognition agreeable, we shall pay that amount with such artillery, ammunition, and weapon goods as His Highness shall annually demand, allowing two years for the fulfillment of those demands, and that at the fatherland purchase prices, only burdened with 30 percent for the expenses of transport. Paragraph 29. For his country's produce I have drawn up the following price list: for a candy of cardamom of the first sort, nine hundred to one thousand rupees, and for the second sort, eight hundred to eight hundred and fifty rupees. for a candy of six hundred pounds of pepper, one hundred and twenty rupees. continuation continuation

Dutch transcription

334. met Ceelon. vervolg Nabab. en in staat van defensie gesteld. — deeze zaak in der minne bij te leggen. — § 20: Onze verdere briefwisseling is g'insereerd bij sekreete resoluutsie van den 9 december en bestaat genoeg„ „zaam alleen in eene herhaaling van het reets bevoorens geschreevene, waaraan ik mij dus kortheids halve gedraage.— briefwisseling hierover § 21. Wijl wij nu hier door bevestigd wierden in ons „sen wederom zoude trachten te ontweldigen, waartoe de middelerwijle tot stand gebrag„ „te wapenschorsing hem zeer dienstig was, zoo verzochten wij de Ceilonsche Regeering ons ten spoedigsten zoo veel troepen toe te zenden, als men daar met gerustheid kost missen, ten einde in staat te zijn, om zijne aanvallen aftekeeren, doch voornaamlijk om daardoor aan de minzaame onderhandelingen, die men met hem tracht te enthameeren, zoo veel meerder kracht en nadruk bij te zetten, alzoo in beide gevallen de kans, om van Cettua Meester te blijven, voor ons grooter zijn zal, naar maate van de macht, die wij tot deszelfs verdeediging aan handen zullen hebben. — § 22. Die brief aan den Heer Goeverneur Falck en het geheim kommitte te Kolombo, waar„ „van de Kopij hiernevens legt, is dubbeld verzonden, eerst op den 12:e december met vermoeden, dat de Nabab ons de meerm: plaat, Tettua is geaepareerd en 23. Middelerwijle hebben wij de breche, die voor twee een expres ingehuurd vaartuig, het welk de kosten goed gemaakt heeft met de vracht voor eene laading rijs, en daarna op den 30 e ejusdem met het schip Ceres, dog geen van deeze brieven was den 17:e Januarij noch te recht gekoomen, zoo dat ik onder het schrijven deezes noch niet weet, in hoe vercei„ „lon aan ons verzoek zal kunnen voldoen. — jaar door het springen van de kruitkelder, in een van de bastions en een gedeelte van de gordij„ „nen te weerszijden gemaakt is, ten eersten laaten sluiten, door eene suffisante borstweering met pallisaaten, die met drie rijen woltskuilen omringt is, waar door het fort tegen een gewel„ „digen aanval gedekt is. §24. wij hebben hetzelve voorts van de nodige kanons en ammonietsie voorzien, mitsgaders daarin eene kompanie Malaiers eene kompanie sipais en eene kompanie sjegos gelegt en te Paponettij leggen eene komp: Malaiers en eene kompanie sjegos order op het land bestuur en 25 Het landbestuur is voor eeft aan het opperhoofd van kranganoor opgedraagen, die de noodige orders op de inkomsten en alle andere zaaken gesteld heeft, en ook het toezicht over settua zal houden, tot dat men met meerdere zeekerheid weeten kan, of wij in 't bezit daarvan zullen blijven. — d' Ambassaden aan den en 26. Tot de minzaame onderhandelingen, met den een Nabab 336. 335. Nabab zijn de Leden Seiffer en Vernede gekom„ „mitteerd en wi hebben zijne Hoogheid bij een brief in de tamulsche en fransche taalen verzocht, tijd en plaatze te bestemmen, waar hij het ge„ „zandschap van de komp: geliefd te ontvangen, ten einde zijne Hoogheid met deszelfs komste tot den troon te vergelukken, over de zweevende, verschillen te handelen en een kontrakt van kom„ „mercie te sluiten. — polan tot een akkoord. § 27. Het plan tot deeze onderhandelingen is voor af zoo vast niet te bestemmen, of daar kunnen veran„ „deringen in voorvallen, doch het weezentlijke bestaat hier in. 1:/ om den Nabab te disponeeren tot den afstand van Settua en Paponettij, en van alle pretensien die de Samorijn en thans zijn Hoogheid daarop ge„ „had of te hebben gemeend. 2: /om den Nabab te disponeeren tot den afstand van de dorpen, landerijen, tuinen en gerechtig„ „heeden die de Samorijn aan deeze zijde van de rivier van Pettua gehad heeft, of mogt kun„ „nen pretendeeren. — 3:/om met zijn Hoogheid een kontrakt van kom„ „mersie te sluiten, waarbij de komp:e zich ver„ „bindt zijne Hoogheid van Artillerie, Ammo„ „nietsie en wapengoederen uit Europa te voorzien, en waar tegen zijn Hoogheid niet alleen aan de komp:e vrijheid van handel § 29. voor zijne land produkten hebbe ik volgens al prijs koerant ontworpen. voor een kandijl kardamom eerste zoort negen honderd tot duizend ropijen en voor de tweede soort agt honderd tot agt honderd en vijftig ropijen. voor een kandijl van seshonderd ponden peper honderd en twintig ropijen. in zyne landen toestaat, maar zich ook verbindt aan de kompenie Jaarlijx al het sandelhout, alle karda„ „mom en alle peper te leeveren, die in zijn Hoogheid land vallen; van de rijs zullen wij geen gewag maa„ „ken, om dat de heele partij voor ons te groot is, wordende de uitvoer uit het Landschap kanara alleen op vijf„ „duizend lasten geschat, en om dat wij de benoodig„ „heid voor ons en Ceilon altijd ligt inkoopen kunnen. — § 28. Om zijn Hoogheid tot het inwilligen in de twee eerste Artikelen te beweegen, dienen wij hem een Jaarlijxe rekognietsie te belooven, geproportfi„ „oneerd naar de inkomsten, die hij daar van genooten heeft, en om die rekognietsie smaak„ „lijk te maaken, zullen wij dat bedraagen voldoen met zoodanige Artillerij= ammonietsie en wapen=goederen, als zijn Hoogheid jaarlijx eischen zal, stellende tot de voldoening van die Eischens twee Jaar, en zulx tegen de vader„ „landsche inkoops prijzen, alleen met 30 p=rC=to bezwaard, voor de ongelden van het trans„ „port. — in voor vervolg vervolg

NL-HaNA_1.04.02_3644_0387 view scan ↗

English

336. wants to be obtained therefrom for a candy of sandalwood first sort one hundred fifty to one hundred sixty rupees, for the second sort one hundred twenty, and for the third sort one hundred rupees. Paragraph 30. All these goods must be delivered by His Highness's people and ships at Cochin against Dutch weight, the amount thereof shall be paid with artillery ammunition and weaponry goods against the purchase prices with 30 per cent advance, and further with cash money. Remarks thereon. Paragraph 31. The supply of artillery, ammunition and weaponry goods against purchase price, encumbered only with thirty per cent, makes, when it is judged solely according to merchant rules, a very poor showing, but the political objective, in order thereby to induce the Nabob to the acceptance of the contract, must mainly be taken into consideration, for if it is not this advantage that entices him, then he has no other reason to seek our supply and to prefer us in the sale of his products, because the Danes and others supply him abundantly with all war requirements according to his pleasure, and other merchants are greedy enough to take the aforementioned land products from him at higher prices. Paragraph 32. One must also note here that in the Ceylon vessels there is easily so much hold space left over to ship the requisition of the Nabob therein without detriment to that Government, and that the pepper ship can bring those goods here without any costs, and that consequently the Company needs to bear no other sea burdens thereon than the risk and the interest of the disbursed capital. Paragraph 33. In order, however, that the Company might not be embarrassed by all too great requisitions, one can determine by a separate Article that the same annually shall not amount to more than twice one hundred thousand pounds, which amounts to one hundred thousand pounds for each ship, and thus cannot hinder, as consisting mostly of cannons, cannonballs and similar heavy goods for ballast. Paragraph 34. The prices that I propose for the land products of the Nabob will possibly also appear somewhat high. But if we wish to haggle over the same, we shall not attain our objective; on the contrary, I am of the opinion that we ought to give him as much for his goods as he can get from others for them, in order to be preferred by him over others. Paragraph 35. Nevertheless, the profits thereon will still be of importance; The profit on the cardamom is obtained in the Netherlands, and will be very great there, as long as the market there remains so high. The pepper gives when it is transported to the Netherlands 337 also great advantage, and can be sold here itself with 25 to 30 per cent profit. The Sandalwood is a considerable article for China and is greedily sought by the ships of Macau, I calculate that 25 to 30 per cent can also be gained thereon, and the same is moreover also still a very advantageous means to draw the whole trade of Macau here, and the separate trade, which is carried on here for the Company, must be included to favor significantly. Paragraph 36. But assuming that the Company obtained no great profits by this contract, the same would nevertheless be a very desirable matter for her honor, since she would thereby at least enter into the friendship of this mighty prince, of whom one can say with very much reason that, if he is not our friend, he will always be a dangerous enemy of ours. Paragraph 37. Above all this, the disputes over Chetwai and Paponetty are not the only ones, and also not the most important, that we shall have to settle with him, for those could in any case be settled by cession. Paragraph 38. The contract entered into by the Coromandel Ministry in the year 1781 with his Lord Father, I fear will bring forth rather unpleasant consequences for us, unless the same are prevented by such a treaty as I intend, regarding which I refer to the accompanying extract from a letter of the Coromandel Commissioners in the Nabob's army, written to the Lord Governor of Ceylon, Falck, on the 21st of December 1781. Paragraph 39. Now that the English are making peace with the Nabob, our Company, in the treaty with His Highness, needs to make no mention of the King of Travancore, nor to take any trouble to include that prince therein, for it is without doubt that they, in their peace treaty, will expressly include the interests of this ally of theirs. Paragraph 40. In so far, however, as our Commissioners perceive that it can take place without the Nabob's reluctance, they shall try to allow to flow into the contract that His Highness promises to live in friendship with the Princes of Cochin and Travancore as Allies of the Dutch Company. Paragraph 41. We can also easily stipulate by the contract the freedom to establish factories in His Highness's land, as we formerly did at Ponnani, Calicut, Mangalore

Dutch transcription

336. wansten daarbij te be„ „haalen voor een kandijl sandelhout eerste soort honderd vijftig tot honderd sestig rop=s, voor de tweede soort honderd twintig, en voor de derde soort honderd ropijen § 30. Alle deeze goederen moeten door zijn Hoogheids volk en schepen te koetsiem afgeleeverd worden tegen hollandsch gewigt, het bedraagen daarvan zal voldaan worden met artillerij- ammonietsie en wapengoederen tegen d'inkoops prijzen met 30 p=r C=to opgeld, en wijders met kontant geld. aanmerkingen daarop § 31. De Leverantsie van artillerij, ammonietsie en wapen„ „goederen tegen inkoops-prijs, alleen met dertig p=r Cto bezwaard, maakt, wanneer ze eenlijk naar koop„ „mans regelen beoordeeld word, eene zeer slechte vertooning, doch het politieke inzicht, om den Nabab daar door tot het aanvaarden van het kontrakt te beweegen, moet voornaamlijk in aanmerking koomen, want als het dit voordeel niet is, het welk hem aanlokt, zoo heeft hij geen andere reeden, om onze leveransie te zoeken en ons in den verkoop van zijne procukten te pretereeren, door dien de Deenen en anderen hem van alle oorlogs- =behoeften, naar zijn welbehaagen, overvloedig voorzien en andere kooplieden greetig genoeg zijn, de voormelde land-produkten tegen hoogere prijzen van hem aftehaalen. — § 32. Ook moet men hierbij opmerken, dat in de Ceelon„ „sche baaren ligt zoo veel ruim te overschiet, om er den eisch van den Nabab in afteschepen, zonder § 34. De prijzen, die ik voor de landprodukten van den Nabab stelle, zullen mogelijk ook wat hoog voorkoomen. - Doch willen wij dezelven beknikbelen: zoo bereiken wij ons oogmerk niet, inteegendeel ben ik van begrip, dat wij hem zoo veel voor zijn goed dienen te geeven, als hij er van anderen voor krijgen kan, om door hem voor anderen geprefereerd te worden. §35. Niet te min zullen de winsten daarop noch al van belang zijn; De winst op de kardamom word in Nederland behaald, en zal daar zeer groot zijn, zoo lange de markt aldaar zoo hoog blyft. De peper geeft als ze naar Nederland vervoerd nadeel van dat Goevernement, en dat het peper schip die goederen zonder eenige kosten hier kan brengen, en dat over zulx de komp: daarop geen andere zëelle lasten behoefd te draagen, als het risiko en de intrest van het uitgeschooten kapitaal. — § 33. Op dat echter de kompanie door al te groote eischen niet verleegen gemaakt mogt worden, zoo kan men bij een apart Artikel bepaalen, dat dezelven Jaar„ „lijx niet meer bedraagen zullen, dan twee maal honder duizend pond, het welk honderd duizend pond voor ieder schip bedraagd, en dus niet belemmeren kan, als bestaande meest in ka„ „nons, kogels en diergelijke zwaare goederen voor ballast. — nadeel word. vervolg vervolg vervolg 337 vervolg nader oogmerk en koetsiem. faktorijen in zyn hoogheids lands. of Trevankoor daarbij word mede groote voordeel, en kan hier zelve met 25 tot 30 p=r C=to winst verkocht worden. — Het Sandelhout is een konsiderabel artikel voor sina en word door de schepen van Makau greetig gezocht, ik reekene, dat daar op ook 25 tot 30: p=r C=to kan gewonnen worden, en hetzelve is daar en boven ook noch een zeer voordeelig mid¬ „del, om de heele negootsie van Makan hier na toe te trekken, en den aparten handel, die hier voor de komp: gedreeven word, merklijk moet ingeloten worden te begunstigen. § 36. Maar genoomen dat de kompanie bij dit kontrakt geen groote winsten behaalde, zoo zoude hetzelve nochtans voor haar eere zeer begeerlijke zaake zijn, wijl ze daar door ten min„ „sten in de vriendschap van deezen machtigen vorst raakte, van wien men met heel veel grond kan zeggen, dat, als hij onse vriend niet is hij altijd een gevaarlijke vijand van ons zal weezen. § 37: Boven dit alles zoo zijn de geschillen over Settua en Paponettij niet de eenigsten, en ook niet de wigtigsten, die wij met hem zullen moeten vereffenen, want die zouden in allen gevalle door afstand kunnen afgedaan worden. — § 38. Het kontrakt, door het kormandelsch Mini„ „sterium in het jaar 1781: met zijnen Heer Vader aangegaan, vreeze ik dat vrij onaangenaame ge„ „volgen voor ons zal baaren, bij aldien dezelven door zulk een traktaal, als ik beooge, niet voor„ „gekoomen worden, waaromtrend ik mij ge„ „draage aan het nevensgaande extrakt uit een brief van de kormandelsche Gekommit„ „teerden in s' Nababs leger, aan den Heer Cei„ „lons Goeverneur, Falck, geschreeven op den 21=e december 1781. § 39. Nu de Engelschen met den Nabab vreede maa„ „ken, behoefd onze kompanie, bij het traktaat met zijne Hoogheid van den koning van Fre„ „vankoor geen gewag te maaken, noch eenige moeite te doen, om dien vorst daarin te be„ „grijpen, want het is buiten twijfel dat zij bij hun vreedes traktaat de belangen van deezen hunnen Bondgenoot uitdruklijk zullen insluiten. § 40: Voor zoo verre echter onze Gekommitteerden be„ „speuren, dat het zonder s' Nababs tegenzin ge„ „schieden kan, zullen ze trachten in het kontrakt te laaten invlocien, dat zijne Hoogheid beloofd met de Vorsten van Koethem en Trevankoor als Bondgenooten van de Nederlandsche kompa„ „nie, in vriendschap te zullen leeven. § 41. wij kunnen ook ligt bij het kontrakt de vrijheid bedingen om in zijn Hoogheids land faktorijen te stichten, gelijk wij voor heen te Panami, kalikut„ aangegaan Mangaloor

NL-HaNA_1.04.02_3644_0389 view scan ↗

English

338. everything done subject to approval concerning the discharging of Troops. continued European copper continued had in Mangaloor and elsewhere, although I do not think that such means are, in the long run, the right ways to improve the Company's trade on this coast. Paragraph 42. I hope that this contract may come into being, whereby not only would all disputes be wiped away, but the Company's trade would also be noticeably improved. Paragraph 43. Should we obtain the opportunity to conclude the same before I can know Your Right Nobilities' pleasure on this matter, it shall be done subject to Your Right Nobilities' approval; otherwise, however, I most respectfully request to be provided with the same. Paragraph 44. As long as the festering disputes with the Nabab are not settled, I dare not take it upon myself—even though certain news of peace with England might be received—to proceed for the present, and without special orders from Your Right Nobilities, with the discharging of the troops any further than to the number at which our garrison stood before the war with England, so as not to encourage the Nabab, at least by our all too great defenselessness, to resume or continue acts of violence. Paragraph 45. That a beginning was nevertheless already made with this upon the first news of the armistice, I had the honor to report in my separate letter of 12 October last, of which the duplicate is enclosed herewith. Paragraph 46. And since then, in the following month of November, I have made one battalion out of the two battalions of foreign sepoys, consisting, with the staff, of six hundred twenty-five men, for which the best men were selected and no one was retained in service before he had declared that he was prepared to go on the first order to Ceylon, Coromandel, or Java, on the assumption that they might be needed somewhere there, for which the inquiry has already been made to Ceylon. continued Paragraph 47. No further work is being done on the fortifications, the improvements decreed by secret resolution of 11 April 1782 having since been properly completed, except for the strengthening of the parapets on the main ramparts and bastions, about which, as well as about the annual maintenance, I shall have the honor to address Your Right Nobilities when our annual description can be sent from here. Paragraph 48. Lastly, I request permission to address Your Right Nobilities further concerning the Japanese bar copper. the supply of Paragraph 49. The foreign nations, but especially the English, bring so much European copper in small bars after the manner of the Japanese to the west of India, that the whole country can be supplied with it, and they 339. reduced of which the importation into Coromandel is forbidden. large stocks poor sale of the same necessity of a price reduction without delay request concerning this Checked N Wm Russel draw the buyers to themselves through the lower prices for which it is for sale. price of the Japanese Paragraph 50. This has greatly reduced the sale of our Japanese copper in recent years, the high price of which deterred the buyers. Paragraph 51. But to this is now added that the English Government at Madras has forbidden the importation thereof into the countries dominated by it, which will without doubt be followed by that of Bombay; and since then we can sell nothing here for the fixed prices. Paragraph 52. Even our merchants are to this day burdened with the largest part of the supply from last year. Paragraph 53. The Company will therefore be obliged to reduce the fixed selling price so much that the native is thereby again attracted to it. Paragraph 54. And prudence seems to advise doing this immediately, in order to prevent the native workmen from becoming so accustomed to working the European copper that in the course of time they would, by their own choice, prefer it to the Japanese, whereas it is now sought only for its cheapness. Paragraph 55. How much the price will have to be reduced to achieve that purpose, I do not presume Agreed. to determine, but this much I must declare, that I see no chance of negotiating more than seventy rupees for the picul; wherefore I request Your Right Nobilities for authorization to sell the consignment brought by the ship Brioza and whatever might still be brought by St Pedro d'Alcantara for that price. Paragraph 56. On the assumption that Your Right Nobilities will resolve to reduce the price of this article, we request anew in the requisition now being transmitted twice one hundred thousand pounds; but in the event that Your Right Nobilities cannot agree to this, we are obliged hereby to request that none of it be sent, as it would remain unsold here. I have the honor to be with all respect and high esteem, was written below: Right Noble, Highly Honorable, Widely-Ruling Lord and Honorable, Severe Lords: Your Right Nobilities' humble and faithful servant, was signed: J: G: van Angelbeek, in the margin: Cochin, 8 February 1784. Adriaan Bootert Ryklork me all page 00. Fr

Dutch transcription

338. alles geschied op appro„ „baatsie over het afdanken van Troepen. vervolg Europeesch kopen vervolg Mangaloor en elders gehad hebben, hoe wel ik niet denke, dat zulx op den duur de rechte middelen zijn, om s' komp:s handel op deeze kust te verbeeteren. — § 42. Jk hoope dat dit kontrakt tot stand mag koomen, waar door niet alleen alle geschillen zouden uit„ „gewischt, maar ook 's komp:s handel merklijk verbeeterd worden. — § 43. Mogten wij geleegenheid krijgen het zelve te sluiten, voor dat ik het goedvinden van Uwe Hoogedel„ „heeden hier op kan weeten: zoo zal zulx op Hoogst derzelver approbaatsie, doch anders ver„ „zoeke ik zeer eerbiedig met het zelve gemunieerd te worden. - §94. zoo lange de zweerende geschillen met den Nabab niet afgedaan zijn, duwe ik niet op mij neemen om of schoon de zeekeren tijding van vreede met England mogt ontvangen worden, voor eerst, en zonder spiciale order van Uwe Hoogedelheeden, met het afdanken van de troepen verder te gaan, dan tot het getal, waar op ons garnisoen voor den oorlog met England geweest is, om den Nabab ten minsten door onze al te groote weerloosheid, tot het hervatten of voortzetten van gewelde„ „narijen, niet aante moedigen. — §45 Dat daarmede echter reets op de eerste tijding van den wapenstilstand een begin gemaakt is, hebbe ik de eere gehad te berichten bij mijne aparte van den 12=de okt: Jongstl:, waarvan het duplikaat hiernevens gaat. § 46. En zeder hebbe ik noch in de maand November daaraan„ „battaljons, „volgende uit de twee „ uitheemsche sipais een ge„ „maakt; bestaande met de prima plana uit seshonderd vijf en twintig koppen, waartoe het beste volk uitgezocht en niemand in dienst ge„ „houden is, voor dat hij verklaard had, bereid te zijn, op de eerste order naar Ceilon, korman„ „del of Iava te gaan, in veronderstelling dat zij daar ergens mogten benodigd zijn, waartoe de vraagen dan ook al naar Ceilon gedaan is. vervolg § 47. Aan de Fortifikaatsien word niet verder gewerkt, zijnde de verbeeteringen bij sekreete resoluutsie van den 11e April 1782 gearresteerd, zeder behoor„ „lijk tot stand gebragt, uitgezonderd de versterking van de Borstweeringen op de kapitaale wallen en bolwerken, waarover zoo wel, als over het jaarlijx onderhoud, ik de eere zal hebben uwe Hoogedel„ „heeden te onderhouden, als onze jaarlijxe be„ „schrijving van hier verzonden kan worden. § 48. Laastlijk verzoek ik verlof, uwe Hoogedelheeden noch te mogen onderhouden over het Iapansch staafkoper de aanbreng van § 49. De vreemde Naatsien, doch inzonderheid de Engelschen, brengen zoo veel Europeesch kopen in slaafjes op de wijze van het Japansche naar de west van Jndien, dat het heele land daarmeede geriefd kan worden, en ze duplikaat trekken 339. verminderdden waarvan de invoer op kormandel verboden is. — groote voorraaden slechte sleet van het zelven noodzaaklykheid van een prijs ver„ „mindering zonder uit stel verzoek dienaan„ „gaande Nagezien N W„m Russel trekken de koopers aan zich door de laagere prij„ „zen, waarvoor het vijl is. prijs van het Japansche § 50: Dit heeft den vertier van ons Iapansch- koper in de laaste jaaren veel verminderd, wiens hooge prijs de koopers afschrikte. § 51. Doch nu komt er bij, dat d' Engelsche Regeering te Madras den invoer daarvan in de door haar overheerde landen verboden heeft, het welk zonder twijfel door die van Bombai zal nagevolgd worden; en zeder kunnen wij hier niets voor de vast gestelde prijzen verkoopen.— § 52. zelfs zijn onze kooplieden tot heeden toe belaaden met het grootst gedeelte van den aanbreng van voorleden Jaar. § 53. De kompanie zal dus wel genootzaakt zyn, den vast gestelden verkoops prijs zoo veel te verminderen, dat de Jnlander daar door wederom aan haar gelokt word. § 54. En de voorzichtigheid schijnt aan te raaden, om zulx ten eersten te doen, tot voorkooming, dat de inlandsche werkslieden zich aan het ver„ „arbeiden van het Europeesche koper niet zoo zeer gewennen, dat zij hetzelve, 't welk nu noch maar om de goed koopheid gezocht word, in vervolg van tijd, bij eige verkiezing, boven het Iapansche stellen. — § 55 Hoe veel de prijs, ter bereiking van dat oogmerk zal moeten verminderd worden, vermeete ik Akkordeerd. mij niet te bepaalen, doch zoo veel moet ik verklaaren, dat ik geen kans zie om meer dan zeeventig rop:s voor de pikol te bedingen, weshalven, ik uwe Hoog„ „edelheeden om qualifikaatsie verzoeke, de met het schip Brioza aangebragte partij en het geen noch met s=t Pearo d' Alcantra mogt aange„ „bragt worden voor dien prijs te verkoopen. — § 56. Jn de veronderstelling, dat uwe Hoogedelheeden tot de prijs-vermindering van dit Artikel zullen „thans besluiten, verzoeken wij bij den „ overgaanden Eisch op het nieuw twee maal honderd duizend ponden, doch bij aldien uwe Hoogedelheeden daartoe niet kunnen treeden: zoo zijn wij genood„ „zaakt bij deezen te verzoeken, om daarvan niets te zenden, alzoo het hier onverkocht zoude blijven. — Ik hebbe de eere met alle eerbied en hoogachting te zijn. /onderstond/ Hoogedele Grootachtbaare, wijd„ „gebiedende Heer en Weledele, Gestrenge Heeren: — Uwer Hoogedelheeden onderdaanige en getrouwe Dienaar /was getekent/ I: G: van Angelbeek /in margine / Koetsiem den 8sten februari 1784 Adriaan Bootert Ryklork mij alles „ bl 00. Fr

NL-HaNA_1.04.02_3644_0391 view scan ↗

English

No. 340. Ceylon. To the Right Honorable and Most Respected Sir, Mr. Iman Willem Falck, Ordinary Member of the Council of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of that Island and its dependencies, together with the Secret Council at Colombo; Right Honorable and Most Respected Sir, and Gentlemen. Notwithstanding that the Nabob Tipu Sultan, upon the invitation of the Marquis de Bussy and the Government at Madras, to take part in the peace, consented to the armistice with Mangalore, which was besieged by him, and sent an embassy to Bengal with an English ship to conclude peace with the Supreme Council: nevertheless, the war against him is vigorously pursued by the English: for, not to speak of the army that is on the march from Madras against his northern provinces, nor of a strong corps standing ready at Tellicherry under the command of the Bombay General MacLeod, Colonel Fullarton invaded the southern lands of His Highness from the direction of Tiruchirappalli in the month of October last, with fifteen hundred Europeans and seventeen battalions of sepoys, and conquered the lands of Dindigul and Coimbatore with little effort, and subsequently laid siege to the fortress of Palakkad, which is considered the key to the Nabob's inland territories on that side, and after whose conquest, at least the entire land of the Zamorin up to Calicut lies virtually open. It also already appeared sufficiently then that the objective of this expedition was to make themselves master of that entire kingdom, for the old King Zamorin is with several thousand Nairs in that army, and has the promise of the English that he will be restored by them to his kingdom. Under these circumstances, we kept our attention focused on Paponetty and Chetwai, understanding that if the English or the Zamorin's forces were once to take possession of these places from the hands of the Nabob, the Company would have little hope of ever getting them back from them; but that if the Company managed to put itself in possession of the same before the English could do so, the latter would then have not the least right to oppose it or dispossess us again. In this manner we have now regained possession of Paponetty and Chetwai, and will also As soon, therefore, as the first undersigned received news directly from Colonel Fullarton himself, with whom he had entered into correspondence, that Palakkad had surrendered on the 13th of November, and was at the same time informed by his spies that Aidros Kutti, who governed the land of Chetwai and Paponetty on behalf of the Nabob, was preparing to flee, he verbally instructed the Chief of Cranganore, Junior Merchant Cellarius, to march out at once with a company of Malays and a company of Chegos and take possession of both aforementioned places, which was then carried out by the same on the 19th and 20th of that month with such promptness that our men marched into those places barely a few hours after they had been evacuated by the Nabob's people. Shortly after our men had taken possession of Chetwai, a troop of armed Nairs appeared there to announce to the inhabitants, as they said, in the name of the English, that they no longer had to pay tribute to the Nabob; but finding our men and flag there, they withdrew again.

Dutch transcription

N„o 340. Ceilon. Aan den Weledelen Groot Achtbaaren Heer, M„r Jman Willem Falck Raad Ordinair van Nederlands Jndiën, mitsgaders Goeverneur en Direkteur van dat Eiland en desselvs onderhoorigheeden neevens den sekreeten Raad te 2: Kolombo; Weledele Groot achtbaare Heer, en Heeren. Niet tegenstaande de Nabab Sipoe Sultan, op de noodiging van den Markies de Bussij, en de Regeering te Madras, om aan den vreede deel te neemen in de wapen¬ „schorsing met Mangaloos, het welk door hem beleegerd wierd, bewilligd, en met een Engelsch schip eene Ambassade naar Bengaale gezonden heeft, om met den Hoogen Raad den vreeden te sluiten: zoo word doch de oorlog tegen hem door de Engelschen met nadruk voortgezet: want om niet te spreeken van het Leger, het welk van Madras uit, teegen zijne noordlijke provincien in aan„ „tocht is, noch van een sterk koor, het welk te Tellitseeri, onder bevel van den Bombaischen Generaal MacLaod, gereed staat, zoo is de kolonel Tullarton in de maand oktober Sekreet 341. oktober Jongstleeden, met vijftien honderd Europeeschen en zeeventien Battaljons Sipais, van den kant van Trietsjenapoli in de zuidelyke landen van zijne Hoogheid gevallen, en heeft de landen Tindekaal en koimbatour met weinig moeite veroverd, en vervolgens het beleg geslaagen voor de vesting Palikatseeri, die voor de sleutel van 's Nababs binnen landen van dien kand gehouden voord, en na welkers verovering, ten minsten het heele land van den samorijn tot aan kalikut toe, genoeg„ „zaam open legt. — Het bleek ook toen reets genoegzaam, dat het oogmerk van deeze expedietsie strekte; om zich van dat heele Rijk Meester te maaken, want de oude koning Samorijn bevindt zich met eenige duizend Nairos in dat Leger, en heeft de belofte van de Engelschen, dat hij door hen in zijn Rijk hersteld zal worden. — Jn deeze omstandigheeden hielden wij onzen aan¬ „dacht gevestigd op Paponettij en Settua, begrijpende, dat zoo wanneer de Engelschen of Samorijnschen deeze plaatsen eens in bezit genoomen hadden uit handen van den Nabab, de kompanie weinig hoope hebben zoude, om dezelven oit van henlieden wederom te krijgen, doch dat, zoo wanneer de kompanie zich wist in 't bezit van dezelven te stellen, voor dat de Engelschen dit doen kosten, Deezen als dan geen het op deeze wijze zijn wij nu wederom in 't bezit van paponettij en settua geraakt, en zullen er minste recht zouden hebben, om zich daar teegen te ver„ „zetten, of ons wederom te depossideeren. — zoo dra derhalvan de Eerstgeteekende van Kollonel Tullarton zelve, met vrien hij in briefwisseling geraakt was, de tijding kreeg, dat Palikatseeri op den 13„e November was overgegaan, en teffens van zijne spions onderrecht werd, dat Aidros koeti, die het land van settua en Paponettij van weegens den Nabab bestierde, zich gereed maakte, om te vluchten, instrueerde hij het opperhoofd van kranganoor den onderkoopman Cellarius mondeling, om ten eersten met eene komp„e Malaiers, en eene komp„e „sjegos uit te rukken en beide voornoemde plaatsen in bezit te neemen, het welk dan ook door denzelven op den 19:' en 20. van die maand, met zulken voort„ „vaarendheid ter uitvoer gebragt wierd, dat ons volk in die plaatsen trok, pas een paar- uuren, na dat dezelven van sNababs volk ontruimd waaren. — kort na dat ons volk van settua bezit genoomen„ had, verscheen daar een troep gewaapende Nairos om, zoo ze zeiden, d'Jnwooners uit Naam van d' Engel„ „schen aan te kondigen, dat ze geen tribut meer aan den Nabab betaalen mosten, doch ons volk en vlagge daar vindende, trokken zij wederom te rugge. — minste ook

NL-HaNA_1.04.02_3644_0393 view scan ↗

English

342. also remain there undisturbed, in the event that the English or the samorijn retain the land of kalikut in the end, but in case the Nabab, in the outcome of matters, might once again come into the possession of that realm, he will surely attempt to wrest these places from us again. In such an event, we shall seek to defend ourselves as best as our condition will permit; and to that end, work has since been carried on with all diligence on a retrenchment in the breach that was made by the explosion of the gunpowder two years ago in one of the bastions and a part of one curtain wall, which, however, was reported by rumor at the time to be much larger than has now been found; but in particular, we shall then attempt to settle the old dispute over this amicably through negotiation, to which we think the Nabab will sooner be moved now that we possess the places again, than if they had remained with him. However, in both cases, the chance for us to remain master of them will be greater in proportion to the force we shall then have at hand, and for that reason we dispatch this primarily to your Right Honorable Sirs and Honors, by a vessel expressly hired for that purpose, in order to request your Right Honorable Sirs and Honors to send us as soon as possible as many troops as Ceilon at present can safely spare: we say as soon as possible, because for three days now, by all vessels coming from the north, we have received news that the armistice between the English and the Nabab has been concluded further and for the period of three months, and we therefore suspect with much reason that Tipoe sultan will attempt to take advantage of that time to take said places from us again. However, in order to keep both him and his commander at kalikut occupied for as long as possible, immediately after the taking possession of Settua we gave notice thereof to the last-mentioned, with the request to inform his master thereof, under assurance of our inclination to maintain friendship. Before he had even received that letter, he wrote two letters concerning this matter to the first signatory, and these two letters, as well as his answer subsequently received to our notification, indicate sufficiently that he does not intend to leave the matter there; we attach the copies thereof, and of our latest reply, hereto, so that your Right Honorable Sirs and Honors may be better able to judge the necessity of sending us the requested aid as soon as possible, upon which the preservation or loss of the retaken places will primarily depend. We have the honor to be with all high esteem, beneath stood: Right Honorable Sir and Sirs, Your Right Honorable Sirs and Honors' obedient friends and humble servants, was signed: J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beits, J: L: van Spall, E: G: seijsser, A: J: S: Vernede, 17: van Haeften, and J: A: Daimichen. In margin: koethiam the 12th of December 1783. Agrees, Adriaan Poolvlers, First Clerk. 343. No. 4. Draft letter written by the Right Honorable Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of this coast, to the Commander of Kalikoet, the Lord Assadabeekchan, on the 25th of November 1783. When the English army went from the east to Palkatseerij, I received report that the people of the Lord Nabab, Tipoe Sultan Bahadoer, had abandoned Paponettij and settua, and that the entire country was thus exposed to the wantonness and acts of violence of the Samorijn's forces; I have therefore repossessed those places as belonging to the Company from of old; the following day, the people of the sammorijn came to occupy settua and to plunder and devastate the country, but seeing that our forces were already stationed there, and that the Dutch flag had been raised there again, they retreated again without having accomplished their aim; I request your Honor to give report of this to His Highness the Lord Nabab Tipoe sultan Bahadoer, under assurance that the Dutch Company will always maintain friendship with His Highness, and seek to cultivate it more and more; if there is anything here of service to your Honor, please write to me. God preserve your Honor. beneath stood: Thus translated by me into Malabar, Koetsiem, date as above. was signed: B:a Bles. Examined by J: A: Vverdijck Agrees, Adriaan Pootvlirt, First Clerk. 245. 344. Translation of an ola written by Ariproboe Sabedaar at Kallikoet to the Right Honorable Sir Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, received on the 26th of November 1783. I am in health until the 24th of this month, and wish to hear of the well-being of your Right Honor; upon receipt of this I request to be written to in detail; I have received news that forces are and remain at settua, and that the flag of the Noble Company has been placed there: since the Nabab and the Noble Company live in great harmony and friendship, especially between me and your Right Honor, no disagreement has arisen; this being so, your Right Honor ought not to have sent forces and a flag to the fort which was conquered by the Aramancan; whether these forces that have now arrived came by order of your Right Honor, or in that name by someone else, one can

Dutch transcription

342. ook wel ongestoord in blijven, zoo wanneer de Engelschen of de samorijn het land van kalikut aan 't eind behouden, doch in gevalle de Nabab, bij de uitkomst van zaaken weder„ „om in het bezit van dat rijk mogt geraaken, zoo zal hij zeekerlijk trachten, ons deeze plaatsen wederom te ont„ „weldigen. Jn zulk een val, zullen wij ons zoo goed zoeken te ver„ „weeren als onze toestand zal willen toelaaten; en tot dat einde word zeeder met alle vlijt gearbeidt, aan een afsnijding in de bresche, die door het springen van het buskruit voor twee Jaar, in een van de Bastions en een gedeelte van d' eene gordijn, gemaakt is, doch die toen door het ge„ „rucht veel grooter opgegeeven wierd, als men thans be„ „vonden heeft; Doch inzonderheid, zullen wij als dan trachten, het oude geschil, hier over, door onderhande„ „ling in der minne bij te leggen, waartoe wij denken dat de Nabab eer zal te beweegen zijn, nu wij de plaatsen weeder bezitten, dan wanneer ze aan hem gebleeven waaren. Doch in beide gevallen, zal de kans voor ons, om er meester van te blijven, grooter zijn, naar maate van de macht die wij dan zullen aan handen hebben, en daarom vaardigen wij deezen voornaamlijk aan uw weledele Groot achtb: en Ed„s, met een expres daar toe ingehuurd vaartuig af, ten einde uw weledele Groot achtb: en Edeles te verzoeken, om ons ten spoedigsten zoo veel troepen toete zenden, als Ceilon tegenwoordig om echter zoo wel hem als zijnen komman„ „dant te kalikut, zoo lange als mogelijk is, te amuseeren, hebben wij strax na de bezit„ „neeming van Settua aan den laastgemelden daar van kennis gegeeven, met verzoek om zijnen Meester daar van te verwittigen, on„ „der verzeekering van onze geneegenheid tot het onderhouden van de vriendschap. Eer hij dien brief noch ontvangen had, schreef hij over dit geval twee brieven aan den Eerstgeteekenden, en deeze twee brieven, zoo wel als zijn zeeder ook ontvangen antwoord op onze bekend maa„ „king duiden genoegzaam aan, dat hij het daar bij niet denkt te laaten, wij voegen de kopijen daar van, en van ons laaste antwoord hier neevens, op dat uw weledele groot Achtb: en Edeles te beeter kunnen oordeelen over met gerustheid missen kan: wij zeggen ten spoedigsten, om dat wij zeeder drie dagen, met alle vaartuigen die van de noord koomen, tijding krijgen, dat de wapen stilstand tusschen d'Engelschen en den Nabab nader en voor den tijd van drie maanden geslooten is, en wij dus met veel reeden vermoeden, dat Tipoe sultan dien tijd zal trachten waar te neemen, om ons gemelde plaatsen wederom afhandig te maaken. met de de noodzaaklijkheid om ons ten spoedigsten de verzoch„ te hulpe toe te zenden, waar van het behoud of verlies van de hernoomene plaatsen voornaamlyk Wij hebben de eere met alle hoogachting te zijn /onderstond:/ Weledele Groot Achtb: Heer en Heeren uwer weledele groot achtb: en Ed„s dienstwillige vriend en gehoorzaame Dienaaren /:was getl:/ J: G„ van Angel„ „beek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beits„ J: L: van Spall, E: G„ seijsser, A„ J: S„ Vernede, 17: van Haeften en J„ A„ Daimichen /:in marsine:/ koethiam den 12' December 1783— Akkordeerd Adriaan Poolvlers Egklerk zal afhangen. 343. N„o 4. Doen het Engelsche leger uit het oosten naar Palkatseerij ging, kreeg ik bericht dat het volk van den Heer Nabab, Tipoe Sultan Bahadoer Paponettij en settua verlaaten had, en dat dus het heele land voor den moedwil en de gewel„ „denarijen van de Samorijnsche volkeren bloot stond; Jk hebbe derhalven die plaatzen als van ouds aan de komp: toebehoorende wederom in bezit genoomen, 'sdaags daar aan quam het volk van den sammorijn om settua te bezetten en het land uitte plonderen en te verwoesten, doch zien. „de dat ons volk daar reets geposteerd was, en dat de hollandsche vlag daar wederom geplant was, zijn ze onverrichter zaake wederom afge„ „trokken; jk verzoeke uw Ed: hier van aan zijn Hoogheid den Heer Nabab Tipoe sultan Bahadoer weledele Groot achtb Heer, Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Neder„ „lands Jndia, mitsgaders Goever„ „neur en Direkteur dezer kuste geschreeven aan den komman„ „dant van Kalikoet den Heer Assadabeekchan den 25 No„ „vember 1783. Ronsept brief door den bericht bericht te geeven, onder verzeekering, dat de hollandsche komp: de vriendschap met zijn hoog „heid steets zal onderhouden, en meer en meer trachten aantequeeken; Hier iets van uw Ed: dienst zijnde gelieve mij aanteschrijven. God bewaare uw Ed /:onderstond:/ zoodanig door mij in het mal„ „labaars overgezet Koetsiem dato als boven /:was geteekend:/ B„a Bles. Nagezien door Akkordeerd Adriaan Pootvlirt Eg Blerk J„ A„ Vverdijck 245. 344. Translaat ola door Ik ben tot den 24. dezer maand ingezond„ „heid, en wensche naar de welstand van uw weledele Groot achtbaare te verneemen; op ontvangst de„ „zes verzoeke mij omstandig te schrijven; Jk heb tijding erlangt dat er volkeren zijn en blijven te settua, en dat aldaar gesteld is de vlag van de Edele Kompanie: wijl de Nabab ende Edele kompanie leeven in een groote armonie en vriend„ „schap, voornaamlijk tusschen mij en uw welede„ „le Groot achtb:, is er geen oneenigheid ontstaan, dit zoo zijnde behoorde uw weledele Groot achtb geen volk en vlag te zenden naar het fort het welk door den Aramancan is gekonques„ „teerd, of dit volk het welk nu is gekoomen op order van uw weledele Groot achtb of onder die naam van iemand anders is, kan Ariproboe Sabedaar te Kallikoet geschreeven aan den weledelen Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Ne„ „derlands Jndien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Malla¬ „baar, ontvangen den 26. No„ „vember 1783. men

NL-HaNA_1.04.02_3644_0398 view scan ↗

English

345. one cannot know with certainty if it is the case that your Right Honourable worship has sent troops as if to a fort that has been conquered by the Aramankan without writing to us; by virtue of our great friendship, this sending of troops is not fitting, so for those reasons please write to me and clearly inform me of everything. For the goods that your Right Honourable worship has sent me, I have sent the money with Isaak Surjon; inform me whether the same has been delivered; to ask such things of your Right Honourable worship's troops is not proper, therefore I have decided to write to your Right Honourable worship in order, according to the answer, to take it into consideration etc. Agreed Adriaan Booklier First Clerk J. A. loersdijck Examined 345. Translation of an ola written by Arasadabekoekan to the Right Honourable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Coast of Mallabaas, received on the 26th of November 1783. In the fort of settua, which has been conquered by Aramankan, the Company's flag is flying and some troops are there; this we have heard without being able to know for what reason. The Aramankan and the noble Company are in a great alliance, therefore, without doing any harm to those people, we write to your Right Honourable worship, for we cannot believe that those people have been sent from there; therefore I want to know with certainty whether these people who are there have been sent by your Right Honourable worship or not by order of your Right Honourable worship, or indeed sent by someone else, which I cannot know, in order to cause no harm to the friendship, for it is not good that any misfortune happen in that friendship; therefore, if it is troops that your Right Honourable worship has sent, let them return back thither. For examination Agreed Adriaan Poolwberk First Clerk J. A. beerdijck 346. Translation of a letter written by the Commandant of kalikut, Assada Eekhan, to the Right Honourable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of this coast, received on the 8th of December 1783. I have received your Right Honourable worship's letter and understood its contents, by which I saw that when the English army went from the east to Palkatseeri, your Right Honourable worship received word that the troops of the Nabab had abandoned the land of Laponetti and settua, that the Samorin troops came there to disturb the land, and that your Right Honourable worship had taken that place into possession again as belonging of old to the Company; in answering whereto I must say that it is now four years ago that the war began between the Nabab and the English, and in all that time no troops were stationed there until now recently; therefore I cannot understand the reason why this has happened; when the Company wants to send troops to the fortresses of the Nabab, it seems to me that it first ought to have permission from the Nabab, or should have consulted with me; thus it surprises me greatly that this has happened; where friendship is strongly preserved, these doings have no place, and if in the near future the Nabab should send troops there and the Company's troops must then retreat from there, it will not be suitable; therefore I do not need to write to your Right Honourable worship the manners in which the friendship between the Company and the Nabab ought to be preserved; if there is anything here at your Right Honourable worship's service, please let it be known; written in the Year koilan 959, the 19th of the month Brissigam, or in the year 1783, the 1st of December, and signed by the said Commandant. Below was written: For the translation, koetsiem, date as above. Was signed: C: van Jongeren, Sworn Translator. For examination Agreed Adriaan Bootvlirk First Clerk J. A. Everdrijck N4 347. Draft letter written by the Right Honourable Lord Iohan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of this coast, to the Commandant of kalikut, Assadalekhan, on the 9th of December 1783. I received your letter of the 1st of this month late yesterday evening. Your Honour writes therein that it is now four years ago that the war between the Nabab and the English began, and that in all that time we have stationed no troops in settua until now recently, and that your Honour can therefore not understand the reason why this has happened. To this serves as an answer: That this happened because the Nabab's troops had abandoned the fortress, and the troops of the Samorin were ready to take the same into possession again. Your Honour writes further: That when the Company wanted to send troops to the fortresses of the Nabab, it first had to have permission from the Nabab. To this the following serves as an answer: The Company has not sent troops to a fort of the Nabab, but to a fort which

Dutch transcription

345. men met zeekerheid niet weeten zoo het is, dat uw weledele Groot achtb: volk gezonden heeft als naar een fort dat gekonquesteerd is door den Aramancan zonder aan ons te schrijven, uit hoofde van onze groote vriendschap, schikt die zending van volk niet, dus om die reedenen gelieft mij te schrijven en van alles duidelijk te onderrichten. voor de goederen die uw wel edele Groot achtbaare mij heeft gezonden. heb ik het geld met Isaak Surjon gezonden, bedeeld mij of het zelve besteld is; van uw wel edele Groot achtb. volkeren zulx te vraagen betaamt niet, daarom heb ik beslooten te schrij„ „ven aan uw weledele Groot achtb om volgens het antwoord, in overweeging te neemen &=a Akkordeerd Adriaan Booklier Egklerk J„ A„ loersdijck Nagezien 345. In het fort van settua, het welk gekon„ questeerd is door Aramankan, waard de kompa, al„ „nies vlag en eenige volkeren zijn daar, dit hebben het wij gehoord zonder te kunnen weeten om welke oorzaak, de Aramankan en d'edele kompa„ „nie zijn in groote aliantsie, daarom zonder gel eenig quaad aan die menschen te doen schrijven wij aan Uwweledele Grootachtb:, want wij kun„ „nen niet gelooren dat die menschen van daar gezonden zijn, derhalven wil ik met zeeker„ „heid weeten, of deeze menschen die aldaar zijn, zijn gezonden door uw weledele Grootachtb: of niet op order van uw weledele Groot achtb: dan wel gezonden door imand anders, 't geen ik p niet weeten kan, om geen quaad toetebrengen aan Translaat ola door Arasadabekoekan geschree„ „ven aan den weledelen Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbier Raad extra ordinair van Nederlands Jndien Goeverneur en Direkteur Jair ter kuste Mallabaas, ontvangen er den 26: November 1783. — de bab de vriendschap, want het is niet goed dat eenig ongeluk geschiede in die vriendschap, derhalven, zoo het volk is dat uw weledele Grootachtbaare gezonden heeft, laat het weeder terug keeren naar voor het Nazien Akkordeerd Adriaan Poolwberk Egklerk derwaards. J. A„ beerdijck 346. Uweledele Grootachtb: brief heb ik ontvangen en dies inhoud verstaan, waar bij ik zag dat toen het Engelsche leeger uit oosten naar Pal„ beright „katseeri ging, Uweled: Groot achtb: kreeg dat het volk van den Nabab het land van Laponetti en settua verlaaten had, dat de samorijnse volkeren daar quamen om het land te ontrusten, dat uwel edele Grootachtb: die plaats wederom in bezit ge„ „noomen had als van ouds de komp: toebehoorende; waar op antwoordende moet ik zeggen dat het nu vier Jaaren geleeden is, dat den oorlog begonnen is tussen den Nabab en de Engelsche en in al dien tijd heeft men geen volk daar gesteld als nu on„ „langs, dierhalven kan ik niet begrijpen, de reeden waarom dat zulx geschied is, wanneer de komp: volk wilt zenden naar de fortressen van den Nabab dunkt mij dat daar toe eerst verlof van den Nabab kommandant van kalikut Assada Eekhan geschreeven Aan den Weledelen Groot achtbaare Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van nederlands Jndia Goeverneur en Direkteur deezer kuste ontvan„ „gen den 8. December 1783. Translaat Brief, door den moeste voor het Nazien moeste hebben, of met mij had moeten raad pleegen dus verwondert het mij zeer dat zulx geschied is daar de vriendschap sterk gekonserveert word, vind deeze gedoente geen plaats, en wanneer in den aanstaande den Nabab daar volk quam tezenden en 'skomp„s troupen daar van dan moeten retiree„ ren zal het niet wel passen; dierhalven hoeve ik uweledele Groot achtb: niet te schrijven de ma„ „nieren waar door de vriendschap tussen de komp: en den Nabab dient te konserveeren, hier iets van uweledele Grootachtb: dienst zijnde, gelieve te laaten weeten; geschreeven in het Jaar koilan 959. den 19. van de maand Brissigam ofte ao 1783. den 1. December en getekend bij gem: kommandant /onderstond:/ voor de translaatsie koetsiem dato als booven. /was get:/ C: van Jongeren gesw: Translateur Adriaan Bootvlirk Akkordeerd Eyklork J„ A„ Everdrijck N4 347. Ik hebbe uwen brief van den 1=te deezer gisteren avond laat ontvangen uw Edele schrijft daar bij dat het nu vier Jaar geleeden is, dat de oorlog tus„ „schen den Nabab en de Engelschen begonnen is, en dat wij in al dien tijd geen volk in settua gesteld hebben als nu onlangs en dat uw Ed: dus de reeden niet begrij„ „pen kan, waar om zulks gescheid is. hier op diend tot antwoord. dat zulx geschied is, om dat ' Nababs volk de for„ „tres verlaaten had, en het volk van den Samorijn „klaar stond om het zelve weder in bezit te neemen. UwEd: schrijft verder dat wanneer de komp volk wilde zenden naar de fortressen van den Nabab, daar toe eerst verlof van den Nabab most hebben. hier op diend het volgende tot antwoord. De kompanie heeft geen volk gezonden naar een fort van den Nabab, maar naar een fort het Konsept brief door den weledele groot achtb Heer Iohan Gerard van Angelbeek raad Extra ordinair van Nederlands Jndia Gouverneur en Direkteur deezer kuste geschreeven Aan den komman„ „dant van kalikut Assadalekhan den 9. ' Desember 1783. welk

NL-HaNA_1.04.02_3644_0404 view scan ↗

English

348. which belonged to it, which was seized from it some years ago by Sarderchan and was now abandoned by the Nabab's people. When our men arrived at Settua, there was not a single man of the Nabab present in it. How then can your Honour say that we have taken possession of a fort of the Nabab! Your Honour further writes that I should have consulted with your Honour about it first. To this I reply the following. There was no time for that; the fort was abandoned, there was not a single man to defend it, and the Nairs were ready to take possession of it. Had we waited only a single day longer, we would have arrived too late, and the enemies of the Nabab would have carried it off already. However, I wrote to your Honour about it as soon as the matter was carried out, with the request to inform the Nabab of it in order thereby to remove all bad impressions. If your Honour considers this properly, your Honour will find that this action does not conflict with the friendship that is so strongly preserved between the Company and the Nabab, and which I desire to cultivate more and more, and I am quite assured that the Nabab himself will approve that the Company has again taken possession of a fort that lawfully belonged to it, and which had been entirely abandoned by His Highness's people, and would have fallen into the hands of his enemies had we not intervened. May God preserve your Honour. At the bottom was written: Translated as such by me into Malabar, Cochin, date as above. Signed: S: van Tongeren. Agreed Adriaan Poolvliet Examined H. V: Sestiitz Chief Clerk No. 4 349. Extract from a letter written by the Commissioners to the Lord Nabab Haider Alichan Bahadoer, the Gentlemen Simons and Teeke, to the Right Honourable Lord Governor of Ceylon Mr. Iman Willem Falck from the Army encamped near Chettoer in the country of Bommaresja Palium, dated 21 December 1781: Allow us the freedom, we pray Your Right Honourable, to humbly observe that the Nabab Hazaret Haider Alijchan, as it appears to us, still means well toward the Dutch Company, and that its interest requires keeping him as a friend, since he will probably retain the prevailing power here on the coast when the French fleet arrives. Your Right Honourable cannot be unacquainted with the alliance which we concluded with His Highness for and on behalf of the Company: it is still in our custody, and we are humbly of the opinion, submitting nevertheless to Your Right Honourable's wiser judgment, that it must be maintained and fulfilled, as we will otherwise in the first place become the victims of the circumstance, and he will in the second place not fail in due time to seek his redress and take his revenge on the possessions of the Honourable Company both here and on the Malabar Coast. Agreed Adriaan Poolvliet Clerk Examined H. Spaet Chief Clerk No. 5. Register of papers Amsterdam Netherlands To the Right Honourable Gentlemen! Mr. Joan Graafland Pietersz: Mr. Anthonij Huisman! Mr. Gerard Francois Meiners, and Mr. Henrik van Straalen! Directors, Together with The Honourable and Righteous Gentlemen Mr. Frederik Willem Boers, and Mr. Daniel Abraham Meerman van der Goes! Advocates of the General Dutch East India Company and commissioned on its behalf for matters of war, at the presiding chamber of Amsterdam. Right Honourable Gentlemen, and Honourable and Righteous Gentlemen! I take advantage of this opportunity via Mocha and London to offer Your Right Honourable and Honourable and Righteous Gentlemen the triplicate of our latest secret letters, and in continuation of their contents to report that the English first abandoned or rather returned to the Nabab Tipoe Sultan the fortress of Palikatseeri and then Mangaloor; that peace between them and the said Nabab has not yet been concluded, but that it is currently being worked on in earnest; furthermore, that we have hitherto remained in peaceful possession of Settua and Paponettij, and are now making it our work to secure ourselves of these and of the friendship of the Lord Nabab, as well as of trade in his lands by means of a treaty. I have the honour to be with all respect and high esteem, Right Honourable Gentlemen, and Honourable and Righteous Gentlemen! Your Right Honourable and Honourable and Righteous humble and faithful servant, J G van Angelbeek 26 February 1784: Duplicate Register of the papers which, by order of the Right Honourable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, together with the Council in this city of Cochin, are sent in duplicate to Ceylon, consigned to the Right Honourable Lords Directors in the Meeting of Seventeen representing the General East India Company of the United Netherlands at the Presiding Chamber of Middelburg in Zeeland, in order to obtain address with the return ships. No. 1. Original letter under today's date written by and to the same as in the heading of this document. Sewn in. 2. Duplicate letter written to the same as above on 24 October last. Sent by the messenger to the secret packet addressed to the Honourable. As above. 3. 4 December 1784. No. 5. Copy. 351

Dutch transcription

348. welk aan haar heeft toebehoord, het welk haar voor eenige Jaaren door Sarderchan ontweldigd en thans van 's Nababs volk verlaaten was, toen ons volk te settua quam, bevond zich geen een Man„ van den Nabab in het zelve, hoe kan uwE dan zeggen, dat wij een fort van den Nabab in bezit genoomen hebben! uwEd schrijft verder dat ik met uw E: daar over eerst had moeten raad pleegen. hier op antwoorde ik het volgende. daar toe was geen tijd, het fort was verlaaten daar was geen enkeld Man om het te verdeedigen ende Nairos stonden klaar om er bezit van te neemen hadden wij slechts een enkelden dag langer gewagt zoo waaren wij te laat gekoomen en de vijanden van den Nabab zouden het al weg gehad hebben. echter heb ik uw Ed: daar over geschreeven zoo dra als de zaak ter uitvoer gebragt was, met verzoek om er den Nabab kennis van te geeven om daar door alle quaade denkbeelden weg te neemen Als uw Ed: dit behoorlijk overweegt, zoo zal uwEd bevinden, dat dit gedoente met de vriendschap niet. strijdt, die tusschen de komp: en den Nabab zoo sterk gekonserveerd word, en die ik begeere meer en meer aante queeken, en ik ben wel verzee„ Akkordeerd Adriaan Poolvliet „kerd, dat de Nabab zelve approbeeren zal, dat de komp: weederom bezit genoomen heeft van een fort het welk haar wettig heeft toebehoord, en het welk van het volk van zijn Hoogheid ten eenemaal verlaaten was, en in de handen van zijne vijanden zoude gevallen zijn indien wij niet tusschen beiden gekoomen waaren God bewaare uwEd /:onderstond:/ zoodanig door mij in het mallabaars overgezet koetsiem dato als boven /:was getekend:/ S: van Tongeren. „kerd Nagezien H. V: Sestiitz Ryklerk N:o 4 349. Gun ons de vrijheid, bidden wij uwel Ed: groot Achtb: om nedrig te mogen aanmerken, dat den Nabab Hazaret Haider Alijchan, zo als 't ons toeschijnt, tot nog toe wel met de Hollandsche Comp:e meend, en dat haar belang vorderd om hem te vriend te houden, wijl hij waarschijnlijk de predomineerende magt hier ter kust behouden zal, als de fransche vloot aan„ „komt. uwel Ed: groot Achtb: kan niet onbekend weezen de alliantie die wij voor en van wegen de Maatschappij met zijn Hoogheid geslooten hebben: zij is nog onder onze berusting, en wij zijn onderdaanig van gevoelen, met onderwerping nogtans aan uwel Ed: Groot Achtb: wijzer oordeel, dat dezelve moet onder„ „houden en nagekomen werden, alzoo wij anders in de eerste plaatse de slag offers zullen worden van Extrakt uit eene brief door de Gekommitteerden bij den Heer Nabab Haider Alichan Bahadoer, D' Heeren Simons en Teeke, geschr: aan den weledelen Grootachtbaaren Heer Ceilons Goeverneur M:r Iman= Willem Falck uit het Leger ge„ „kampeert leggende bij Chettoer in het land van Bommaresja Palium gedateerd den 21=ste December 1781: het het geval, en hij zal in de tweede plaatse niet in ge„ „breeke blijven om in der tijd op de bezittingen van D' E: Comp:e zoo hier, als op de kust Mallabaar zijn verhaal te zoeken en zich te wreeken. Adriaan Pootslerk H. . Spaeet Akkordeerd Agklerk. Nagezien N„o 5. Register der papieren Amsterdam Nederland Aan de weledele, Grootachtbaare Heeren! M:r Ioan Graafland Pietersz: Mr: Anthonij Huisman! M:r Gerard Francois Meiners en M:r Henrik van Straalen! Bewindhebbers Nevens De Weledele Gestrenge Heeren Mr. Frederik Willem Boers en M:r: Daniel Abraham Meerman van der Goes! Advokaaten van de Generaale Nederlandsche oostindische kompanie en wegens dezelve tot de zaaken van oorlog Gekommitteerd, ter presidiaale kamer Amsterdam Weledele, Grootachtbaare Heeren, en Weledele Gestrenge Heeren! Jk bediene mij van deeze geleegenheid over Mocha en London om uw weledele Grootachtb: en weledele Gestr: het Triplikaat van onze Jongste sekreete letteren aan for te bieden en tot vervolg van derzelver inhoud te berichten, res dat D' Engelschen eerst de vesting Palikatseeri en daar verzonden pr. Bode na sekreete pakket beschreeven aan de wel h: op den 24. Oktober J=o leeden. dewelke ter order van den Weledelen edele Dup 351 350. na 3. den 4. decr. 1784. N„o 55 Koetsiem Amsterdam Bode na na Mangaloor verlaaten of liever aan den Nabab Tipoe sultan terug gegeeven hebben, dat de vreede tus„ „schen henl: en gem: Nabab tot noch toe niet tot stand gebragt is, doch dat thans daaraan met ernst gewerkt voorts dat wij tot nu toe in 't gerust bezit van settua en Paponettij gebleeven zijn, en er thans ons werk van maaken, om ons daarvan en van de vriendschap van den Heer Nabab, mitsgad:s van de negootsie in zijne landen door een traktaat te verzeekeren. Jk hebbe de eere met alle eerbied en hoogachting te zijn. word. — Weledele Grootachtbaare Heeren, en Weledele Gestrenge Heeren! Uwer weledele Grootachtb=re en weledele Gestrenge onderda„ „nige en getrouwe dienaar J G van Angelbeek den 26:e febr: 1784: verzonden pr. den 24. Oktober J=o leeden. sekreete pakket beschreeven aan de wel edele Register der papieren dewelke ter order van den Weledelen Dup 351 Meer 129 tour h: op 3. den 4. decr. 1784. Dup Register der papieren dewelke ter order van den Weledelen groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Mallabaar nevens den Raad ter deezer steede Koetsiem, tweevoudig naar Ceilon worden gezonden, gekonsigneerd aan wel „edele Hoogachtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van zeeventienen representeerende de generaale Oostindische maatschappij der vereenigde Nederlanden ter Pre„ „sidiale kamer Middelburg in Zeeland, ten einde met de retour scheepen addres te erlangen. N„o 1. Origineele missive onder hedigen datum door en Ingenaait. aan als in den hoofde deezes geschreeven. ad Idem. nn en n 2. Duplikaat Missive aan als vooren gesch: op den 24. Oktober J=o leeden. verzonden pr. sekreete pakket beschreeven aan de wel 3. Amsterdam Bode na den 4. decr. 1784. edele/ N„o 5. Kopij. 351

NL-HaNA_1.04.02_3644_0410 view scan ↗

English

352 already sent Sewn in. 6. sent with the first given to the merchants. Noble and Most Worshipful Lords Directors and Advocates of the General Chartered Dutch East India Company, commissioned on behalf of the same for matters concerning the war, at the presidential Chamber of Amsterdam Number 4: A small box addressed to the Most Noble and Honorable Lords Directors at the Chamber of Amsterdam containing duplicate. 5. An oblong box, inscribed: In case of encounter with enemy ships to be cast into the sea: copy of letter to Their High Excellencies the High Government of the Dutch Indies in Batavia, written under date of 13 May of this year. ad 7. copy of report concerning the condition of thirty-eight pieces of iron cannons Sewn in List of five pieces of Bills of Exchange to the Netherlands 11. which are found unserviceable here Sewn in. Number 10. Extract resolution taken in the Council of Malabar on the third of this month concerning the receipt of money on Bills of Exchange to the Netherlands. 9. two original answered extracts from the memorandum of remarks and considerations, on the pay books of the Chamber of Amsterdam; and from the memorandum of monthly certificates, regarding the persons of Fredrik Hollesloot, Johannes Albertz Ditmar, Karel Ludewigh Godlob Krauze, Jobst, Hendrik Daniel Stipp and Erich Loo; both dated Amsterdam 4 December 1780: Number 8. Requisition of diverse European necessities for the year 1786. found to be dated 16 September 1783: found Netherlands Duplicate 353 Netherlands sent to Amsterdam on 4 December 1784. as above. Cochin, 29 December 1783. J: H: Darmicheul Herewith also a small packet, from the Most Noble Lord Governor van Angelbeek for his Secretary 6 Honor's attorneys the Messrs. Hendrik and Jakob Terhorst, Godlob Silo, and Hendrik Brugman Bierbaum merchants in Amsterdam Netherlands total 39400 guilders. To the Most Noble and Honorable Lords Directors in the Assembly of the Seventeen representing the General Chartered Dutch East India Company at the Presidential Chamber Middelburg 2 Zeeland Most Noble and Honorable Lords. Section 1. Our respectful last letter to Your Noble and Most Honorable Lordships was of 24 October of this year by the English packet boat Nancy, of which the duplicate accompanies this; we did not dare, however, to send with it the duplicates of our previous letters of 31 March last and the annual papers belonging thereto, 354 annual papers, which were dispatched with the private Portuguese ship Dom Alexander addressed to the consul of our state in Lisbon, Mr. Daniel Geldemeester, and we therefore present the same herewith, as well as a copy of our further advices to the High Indies Government at Batavia of 13 May last, to which we respectfully refer regarding our proceedings in the year 1782. Section 2. Our Annual Description to the High Indies Government of the year 1781 was dispatched by us in duplicate with a Portuguese ship named Nossa Senhora de Arabida, one set of which was addressed to the Ministers at the Cape of Good Hope for further conveyance and the other to the aforesaid Mr. Gildemeester in Lisbon. That ship seems not to have called at the Cape, for the Ministers make no mention of it, but since the same has safely arrived at Lisbon, we hope that everything will have been properly delivered. Section 3. As we have until now received no ship from Batavia and also not the Annual Rescript from Their High Excellencies, our General Description of this year must still be postponed. Section 4. We have received via Ceylon the following letters and papers from Your Noble and Most Honorable Lordships, namely: On 3 September of this year, the letters of 10 November 1780, as well as of 5 June and 8 December 1781. On 30 September of this year, a register dated Amsterdam, 20 August 1781, with the enclosures mentioned therein, as well as on the 4th of this month the letters of 7 December 1782 and 13 February 1783, with all enclosures. Section 5. The honored orders of Your Noble and Most Honorable Lordships contained therein shall serve us for obligatory guidance; and the act of the suspension of arms between us and England has been duly published. Section 6. The First Signatory, having been promoted by Your Noble and Most Honorable Lordships to Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, has the honor respectfully to thank Your Noble and Most Honorable Lordships for this favor, with the promise that he will seek to merit the same through zeal and fidelity. Section 7. Among the iron cannons on our ramparts several were already found unfit in the time of Governor Moens; we have now had all of them inspected again accurately, and

Dutch transcription

352 reets verzonden Ingengait. 6. met het eerste gekonden aan de koopmanschrn afgegeeven. edele Grootachtbaare Heeren Bewindhebberen en Ad„ „vokaaten van de generaale Nederlandsche g'oktroieerde Oostindische kompanie, van wegens dezelven tot de zaaken den oorlog koncerneerende, gekommitteerd, ter presidiaale kamer te Amsterdam N„o 4: Een kasje beschreeven aan den weledele Hoogachtbaare Heeren Bewindhebberen ter kamer Amsterdam inhou„ „dende duplikaat. 5. Een langwerpige kasje, beschreeven: Bij ont„ „moeting van vijandelijke scheepen in zee te werpen: kopia brief aan Hun Hoogedelheeden de Hooge Regeering van Neder„ „landsch Jndien te Batavia. geschreeven onder dato 13. Mei deezes Jaars. adpdent. 7. kopia raport nopens de gesteldheid van agt en dertig p„s ijzere kan„ Ingenaait Lijst van vijf stux Assignaatsien naar Neder 11. „nons, die hier onbruikbaar Ingenaait. No. 10. Extrakt resoluatsie genoomen in raade van Mallabaar op den derden deezer nopens het ontvangen van geld op Assignaatsie naar Nederland. 9. twee origineele b'antwoorde extrakten uit de memorie van remarques en konsideraatsien, op de soldij boeken van de kamer Amster„ „dam; en uit de memorie van maandcedulen, raakende de perzoonen van Fredrik Hollesloot, Johannes Albertz Ditmar, karel Ludewigh Godlob krauze, Jobst, Hendrik Daniel Stipp en Erich Loo; beide geda„ „teerd Amsterdam den 4. De„ „cember 1780: — N„o 8. Eisch van diverse Europasche benoodigtheeden voor den Jaare 17876. bevonden zijn gediteerd 16. 7ber: 1783: bevonden „land Duplikaat 353 Nederland verzonden na Amsterdam den 4. decr. 1784. als voren. Koetsiem den 29: December 1783. — J:H: Darmicheul Hier bij noch een pakketje, van den Weled: Heer Goeverneur van Angelbeek voor: zijn Le Cretr. 6 Ed=s gemagtigden de Heeren Hendrik en Jakob Terhorst, Godlob Silo, en Hendrik Brugman Bierbaum kooplieden te Amsterdam „land groot ƒ39400. –. –. Aan de weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van zeeventienen representeerde de Generaale Nederlandsche geoktroieerde Oostindische Kompanie ter Presidiale kamer Middelburg 2 Zeeland Weledele Hoog achtbaare Heeren. § 1. Onze eerbiedige laaste aan uw wel edele Hoog achtbaare is geweest van den 24. oktober dee„ „zes Jaars met het Engelsche pakhet boot Nancij, waar van het dubbeld deezen verzeld, wij durf„ „den daarmede echter niet afzenden de dupli„ „kaaten van onze voorige letteren van den 31. Maart Jongstl: en de daar toe gehoorende Jaarlijxe in 354 Jaarlijxe papieren, die met het partikulier Portugeesche Schip Dom Alexander onder ad¬ „dresse van den konsul van onzen staat te Lissa„ „bon, den Heer Daniel Geldemeester zijn af„ „gevaardigd en bieden derhalven dezelven hier neevens aan gelijk ook een afschrift van onze nadere advisen aan de Hooge indische Regee„ „ring te Batavia van den 13. Mai Jongstl: waar aan wij ons nopens onze verrichtingen in het Jaar 1782. in eerbied gedraagen. § 2. Onze Jaarlijxe Beschrijving aan de Hooge indische Regeering van het Jaar 1781. is door ons dubbeld afgevaardigd met een Portugeesch schip Nossa Senhora de Arabida genaamd waar van het eene stel aan de Ministers aan de kaap de goede Hoop ter verdere bezorging en het andere aan voorm: Heer Gildemeester te Lissabon is geaddresseerd. Dat schip Schijnt de kaap niet aangedaan te hebben, want de Ministers maaken er geen gewag van, doch wijl het zelve te Lissabon behouden is aange„ „landt: zoo hoopen wij dat alles richtig be„ „steld zal zijn. §. 3. wijl wij tot nu toe geen schip van Batavia en ook de Jaarlijxe rescripsie van Hunne Hoog edelheeden niet ontvangen hebben: zoo moet onze generaale Beschrijving van dit Jaar noch uitgesteld blijven. 54. Wij hebben over Ceilon de volgende brieven en papieren van uw weled: Hoog achtbaare ontvangen als. Op den 3. September deezes Jaars de brieven van den 10. November 1780. mitsgad:s van den 5. Juni en 8ste december 1781. op den 30. September deezes Jaars een regis„ „ter gedateerd Amsterdam den 20. Aug. s 1781. met de daarbij vermelde bijlaagen mitsgad. s op den 4. deezer de brieven van den 7. decemb: 1782. en 13. febr: 1783. met alle bijlagen. § 5. De geeerde beveelen van uwe weledele Hoog. achtb daar bij vervat zullen wij ons tot schuldige naricht laaten dienen; en de akte van de wapenschorsing tusschen ons en Eng„ „land is behoorlijk gepubliceerd. § 6. De Eerstgeteekende door uw weledele Hoog achtb: tot Raad Extra ordinair van Ne„ „derlands Jndien bevorderd zijnde heeft de eer uw weled: Hoog achtb: voor deeze gunst eerbiedig te bedanken, onder belofte dat hij dezelve door iever en trouwe zal zoeken te verdienen. § 7. Onder de ijzere kanons op onze wallen bevonden zich reets ten tijde van den Heer Goeverneur Moens verscheidene onbe„ „quaamen, wij hebben alle dezelven thans wederom nauwkeurig laaten visiteeren wij en

NL-HaNA_1.04.02_3644_0413 view scan ↗

English

355. and according to the report received thereof, thirty-eight pieces were found unserviceable, which are currently being sent to Ceilon with the ship Ceres for further forwarding to the Netherlands, the findings thereof are included among the annexes, and we very respectfully request that in their place twelve bronze twenty-four-pounders and twelve bronze eighteen-pounders may be sent, with 24000 cannonballs for each caliber, beside four bronze mortars of twelve inches and six bronze howitzers of six inches, with 800 iron bombs of 12 inches and 1200 of 6 inches: 58. In our general letter to Batavia of 31 March last, we reported in paragraph 59 that we would sell the collected pepper again this year in order to bolster our cash treasury, yet we held back until the approaching month of October, and because we had in the meantime obtained tidings of the armistice with England and drew hope therefrom that the peace which was to follow upon it would open the way to a safe shipment to Europe, we decided to sell nothing of it, judging that the considerable parcel of about fourteen hundred thousand pounds would serve for an agreeable increase of the returns via Ceilon, at a time when, due to a lack of Madurese and Surat linen, no large consignments could be made from that island, and in the Netherlands people would look forward to rich returns more than usual, as well as that the pepper must have risen to a high price, of which we gave notice to the Ceilonese Ministers with the request to send two ships for its collection. However, because we received no ship or merchandise in the month of November and our treasuries were entirely exhausted, as well as that no more money could be obtained at interest from private individuals, we were absolutely compelled either to touch the pepper or to accept money on bills of exchange to the Netherlands. The latter had been prohibited until further orders by the High Government at Batavia by extract resolution of 30 August 1781. 59. The sale of a portion of the pepper would have been an altogether too disadvantageous operation, not only because it promised considerably greater profits upon sale in the Netherlands, as it had been valued there in the year 1782 at above a guilder per pound, but also because it would have caused the two ships which they intended to dispatch from Ceilon in the beginning of the year 1784 to have to depart 356 ƒ500. —. rupees 384. 39/48. ditto 3076 9/48. „ 11000. —. ditto 15384 19/48. rupees 461. 39/48. underloaded, since the Ministers there, in answer to our aforementioned offer, had reported seeing a chance to send two ships with cinnamon to the Netherlands provided that we could deliver the entire quantity of 1400000 lb of pepper for that purpose. § 10. Deliberating upon this in the session of the 8th of this month, we therefore resolved rather to accept on bills of exchange to the Netherlands as much money as three or four hundred candies would yield upon sale, regarding which we respectfully conform to the resolution of that date accompanying this in extract. § 11. Consequently, five bills of exchange were granted here amounting together to ƒ 39400. –. and consisting of: counted into the Company's treasury by the junior merchant and warehouse keeper Jan Lambertus van Spall, to be paid out again to Anthoni Hanekamp, commission bookkeeper at Amsterdam, or to his authorized agents or heirs with - - ƒ 500. —. — counted into the Company's treasury by the aforementioned junior merchant and warehouse keeper Jan Lambertus van Spall, to be paid out again to Mr. Pieter van Spall, secretary of the Chapter of St. Pieter at Utrecht, and Anthoni Hunekamp, commission bookkeeper at Amsterdam, together or each individually, or to their authorized agents or heirs with - „ 4000. –. – carried forward counted into the Company's treasury by the senior merchant and second-in-command Reinier van Harn, to be paid out again to Mr. Johannes van Oosterhout, Doctor of Medicine at Amsterdam, or to his authorized agents or heirs with - „ 600. —. — counted into the Company's treasury by the undersigned Governor Johan Gerard van Angelbeek, to be paid out again to Messrs. Hendrik and Jakob Terhorst, Godlieb Silo, Hendrik Brugman Bierbaum, merchants at Amsterdam, together or each individually, or to their authorized agents or heirs with - „ 20000. –. – counted into the Company's treasury by the merchant and former first warehouse keeper in Bengal Johan Willem Salomon van Haugwitz, to be paid out again to Mr. Otto Willem Falck, residing at Utrecht, or to his authorized agents or heirs with - „ 14300. –. – Total ƒ 39400. —. —

Dutch transcription

355. en volgens het daar van ingekoomen bericht zijn agt en dertig stux onbruikbaar bevonden die thans met het schip Ceres naar Ceilon ge„ „zonden worden ter verdere bezorging naar Nederland, de bevinding daar van gaat onder de bijlagen over en wij verzoeken zeer eerbiedig dat in hunne plaats twaalf Metaale vier en twintig ponders en twaalf Metaale agttien ponders mogen gezonden worden met 24000. kogels voor ieder kaliber nevens vier Metaale Mortiers van twaalf duim en ses metaale Haubitzers van ses duim met 800 ijzere bommen van 12 duim en 1200. van 6. duim: 58. Bij onze generaale Beschrijving naar Ba„ „tavia van den 31. te Maart Jongstl: hebben wij 5: 59. bedeeld; dat wij de ingezamelde peper dit Jaar wederom verkoopen zouden, om onze geld kas te stijven, wij hebben echter tot de maand oktober toegaande gehouden en wijl wij middelerwijle tijding erlangd hadden van den wapenstilstand met Engeland en daar uit hoop schepten, dat de vreede, die daar op stond te volgen, den weg tot eene veilige verzending naar Europa zoude openen, zoo beslooten wij daar van niets te verkoopen, oordeelende, dat de aanzienlijke partij van omtrend veertien„ „maalhonderd duizend ponden, tot eene aan„ „genaame vermeerdering van de retoeren over ceilon zoude dienen, in een tijd, dat men van dat Eiland mits gebrek aan Madureesch en soeratsch lijnwaat geen groote bezendingen kost doen, en in Nederland naar rijke retoeren meer dan anders zoude rijkhalzen, mitsgaders de peper op een hoogen prijs geklommen most weezen waar van wij aan de Ceilonsche Ministers kennis gaven met ver„ „zoek om twee schepen tot dies afhaal te zenden. Doch wijl wij in de maand November geen schip of koopmanschappen aan handen kreegen en onze kassen ten eenemaal uit geputwaaren, mits„ „gaders bij partikulieren geen geld meer op in„ „trest te krijgen was, waaren wij volstrekt genood„ „zaakt, de peper aantespreeken dan wel geld op As„ „signaatsies naar Nederland te akcepteeren. - Het laaste was door de Hooge Regeering te Batavia bij Extrakt resoluutsie van den 30. Aug:s 1781. tot nader order verboden. 59. Het verkoopen van een gedeelte van de peperzou„ „de eene al te schaadelijke operaatsie geweest zijn. niet alleen om dat dezelve bij verkoop in Nederland vrij grootere winsten beloofde, als hebbende aldaar in 't Jaar 1782. boven een gulden het pond mogen gelden, maar ook om dat daar door zoude ver„ „oorzaakt geworden zijn, dat de twee schepen, die men in 't begin van 't Jaar 1784. van Ceilon meende te verzenden, wanlaaden zouden hebben. „genaame moeten 356 ƒ500. —. ropijen 384. 39/48. d:o 3076 9/48. „ 11000. —. d=o 15384 19/48. ropijen 461. 39/8. moeten vertrekken, door dien de Ministers al„ „daar, in antwoord op onze voorschreevene aanbie„ „ding gemeldt hadden kans te zien twee schepen met kaneel naar Nederland te zenden bij aldien wij de heele quantiteit van 1400000. lb: peper daar toe kosten bezorgen. § 10. wij hebben derhalven ter sessie van den 8:e deezer hier op delibereerende beslooten, liever zoo veel geld als drie of vier honderd kandijlen bij verkoop afwerpen zouden, op assignaatsies naar Nederland te akcepteeren, waar omtrend wij ons aan de reso„ „licutsie van dien datum deezen in extrakt ver„ „zellende in eerbied gedraagen. § 11. Dienvolgende zijn hier vijf stux Assignaat„ „sien verleend bedraagende te zaamen ƒ 39400. –. en bestaan in in 's komp:s Kassa geteld door den onderkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van spall om aan Anthoni Hanekamp kom„ „missie Boekhouder te Amsterdam, dan wel deszelfs gemachtigden of erven weder uitgekeerd te worden met - - ƒ500. —. — in 's komp:s Kassa geteld door gem: on„ „derkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van Spallom aan den Heer Pieter van Spall sekretaris des kapittels St Pieter „ 4000. –. – P„r Transport te utrecht en Anthoni Hunekamp kommissie boekhouder te Amsterdam te zamen of ider in het bijzonder dan wel derzelver gemachtigden of erven weeder uitgekeerd te worden met- in 's komps Kassa geteld door den opper„ „koopman en sekunde Reinier van Harn om aan den Heer Iohannes van Oosterhout medicine Doctor te Amsterdam, dan wel deszelfs gemachtigden of erven weeder uit„ „gekeerd te worden met - in 's komp: Kassa geteld door den onder„ „geteekenden Goeverneur Iohan Gerard van Angelbeek om aan de Heeren Hendrik en Iakob Ter„ „horst, Godlieb Silo, Hendrik Brug„ „man Bierbaum kooplieden te Amsterdam te zamen of ider in 't bij zonder dan wel derzelver gemach„ „tigden of erven weder uitgekeerd te worden met - „ 20000. –. – in 'skomp:s kassa geteld door den koopman en geweezenen eersten Pakhuismeester in Bengale Johan willem Salomon. van Hauguitz om aan den Heer otto Willem Falck woonachtig te utrecht, dan wel deszelfs gemachtig„ „den of erven weder uitgekieerd te worden met „ 14300 –. — – die Transporteere Somma ƒ 39400: te die .— „ 600. — -

NL-HaNA_1.04.02_3644_0415 view scan ↗

English

357. [illegible] in the last 5 years on 1 Mb 1 7 average. 7991 The expenditure 114 Articles the required items to honor payment. § 12. Furthermore, we accompany this in all respect with our requisition of supplies for the financial year 1785/6 and request that your Right Honorable Lordships may be pleased to fulfill it, consisting of the following, which we respectfully request to be paid in due time: Warehouse Supplies 3444. -. 2887- 21500. pounds of nails for the vessels and consumption in the household, viz. 1000: lb. 7-inch 1000 " 6 3000 " 5 3500- " thick double 5500. " thin single 7000. " joining irons 500 " wisp nails — — 500 Ells of crape, lampher crape Writing Materials 25. 1/10 22½ — - 40: reams of large format paper 30. 2/5. 10½ — - 50 - ditto small ditto — 1/29 " — - — - 1 " Imperial paper —¼: —/20 — -: 1 " blue draft ditto 1 — 1/16 —½ 1 lb. cut pencils red earth 78 - 65 — —. - 100 bundles of quill shafts 2 2- 3: pieces of whetstones 12½ — - 17. lb gallnuts 21 - 4 - — 25 " gum 11. - —¼. — - 12 " copperas 62 94 For the Armory 137 — — - 50 - pieces drumheads — - 50 - bundles drum cords — - 36 — ditto ditto snares. 2 1/5 16½ 44 Paints 1000 lb white lead 47 - 136 100 small barrels lampblack —½ — — 12 lb. vermilion — — 25 - " red minium — 1000: " umber —. - 100 - " yellow 1 1/8 12 " Prussian blue 3 — Provisions 139 — k 348½ — - 300 - butts sack wine 4½ 2 1/8 11 6- barrels of Dutch beef 5½ — - 1. - 6. ditto Dutch pork —. - 2 - half-aams olive oil — - 2 ditto ditto linseed oil — – 10 - cases of gin — - 4 ditto brandy Printed Books. 6 pieces steps of youth — —: - 6: " arts of letters — — — 12 " A: B: C booklets —. —. — 12 " A: B: C boards 1 " Moonen's grammar 12 pieces penknives Cipher slates ditto slates 2 - " 84- 81 calculated. 6. 2 9 —— — — — 12 " —. — " 6 12 12. —— — —.— — —— 3 1/5 — — 3½ 4 299 73. 3 —— —" — —— — 31 32 8 3— 358. 5 Years on the course of the date average the latest of this during Canton Requisition calculated financial year 1782/3. 27848 ¼ Years on of the Recent during under date Requisition 19— 36 " ditto hoops — 200 - " chamois leather " Russia leather — 25 lb copper wire 121 140 350 200 pieces of lantern horns — 200 " cutlass and sword hilts. — 12 " mounted copper drums 19 — 25 lb. iron wire 11661. - 11974. " 33000: 200000- pieces gunflints 6. 4/5 8 — 12 " emery 60 — — 36 pieces drum hoops —. — 100 For the Blacksmith's Shop 2200 8000- lb. gun carriage iron for consumption in the household 1200 - " sheet copper, of which 400. lb red sheet 600. " yellow 200. " thin latten 6 lb. Borax mineral 6 - pieces coopers' adzes 1 — 6- " coopers' planing benches — — —- 40 chaldrons smithing coal. 1 — 2- pieces spear hooks 2: 2 " anvils 2 6 " coopers' adzes — 50- " drill bits assorted —. - 6 - " handsaws -- 24 " screw jacks large —: 6 - " carpenters' adzes 426- 480 - 319 1000. - lb sheet lead 2723 5722.¾ — 1000 " pig lead 20528 834. - 645¼ 17¼ 16 9 4/5. 11¾ 4: 67 28½ 1¼ 3 /5. 1¾ 225 32 11 2/15. 45. 2¼. For the Shipyard 4 pieces whetstones of 6. feet 1 " cable rope of 14: inches 10 " lead lines 20.¼. — 40 " lines Dutch white 40 barrels tar 20 ditto pitch 1¼ 2 20 - " Dutch rosin 3 - 5 - 10 hides pump leather — " 100 pieces tar brushes — 40 rolls Dutch grey canvas —¼ 20 ditto broad duck cloth — 40 " Dutch sailcloth 110½ 200 - lb chalk 5. 200 " Dutch sail twine 9 " 12¼ 2¼ 20 - pieces wheel hawsers — 6- " bolt-rope hawsers 116. 50 200 lb soot 7 3/20 20 10 - pieces iron hawsers — 20 - bundles marline 1 " ditto 9 6 pieces bench vices 6 " arm files 6 " coopers' hollowing knives — 6 " coopers' drawing knives —. - 6- " ditto carving knives 50 - sheets tinplate 6 pieces frame saws 4 " coopers' scrapers 6 " cutting tools assorted 50- " files assorted 6. - " eye bolts in the last The expenditure 2 2 - 24 - " handscrews large the expenditure 31 54 — 16— 18: /5 27 — — 4 6 11 2/5 13 — the expenditure the remaining New — — — 2 6 —. - —— 21 1 1 2 17 4 4 1. 3— —— — —.— 2 2 1 1 " ƒ 73 8 22 30. 22 — 3 9 2/5. 17 5 — — 1 — —. 7½ — —. — —" —— —" — 1. — 23 15 2 1 1 1 32— 4 — 1 2 2 Year 1787/8 3 — —. . —. —" — 48½ — 2 1. — — — —. " of this the expenditure the remaining New average calculated —. " 11 " 10 12 8

Dutch transcription

357. lie n ne aene a in de laatste 5 jaaren door 1 Mb 1 7 den anderen geslaagen. 7991 Den vertier 114 Miarti elen dn vegti dereiten at or Kineuren „taaling te honoreeren. § 12. Voorts laaten wij in alle eerbied deezen verzel„ „len onzen eisch van benodigheeden voor het boekjaar 17 8/6. en verzoeken dat het uw wel edele Hoog achtbaare gelieve dien te voldoen, be„ „staande het een en ander in 't volgende. die wij eerbiedig verzoeken op zijn tijd met be„ Pakhuis Behoeften 3444. -. 2887- 21500. ponden spijkers tot de vaartuigen en kon„ sumptsie in de huishouding, als 1000: lb. 7. duims 1000 „ 6 3000 „ 5 3500- „ dikke dubbelde 5500. „ dunne Enkelde 7000. „ las ijzers 500 „ wissers spijkers — — 500 Ellen floers, lampher Cribs„ Schrijftuigen 25. 1/10 22½ — - 40: riemen groot formaat papier 30. 2/5. 10½ — - 50 - d:o kleen d=o — 1/29 „ — - — - 1 „ Jmperiaal papier —¼: —/20 — -: 1 „ blauw klad d. o 1 — 1/16 —½ 1 lb. gesneede potlooden rood aarde 78 - 65 — —. - 100 bossen penne schagten 2 2- 3: p:s slijp steentjes 12½ — - 17. lb galnooten 21 - 4 - — 25 „ gom 11. - —¼. — - 12 „ Koper rood 62 94 Voor de wapenkamer 137 — — - 50 - p:s tromvellen — - 50 - bossen tromlijnen — - 36 — d=o d:o snaaren. 2 1/5 16½ 44 Verwen 1000 lb lood wit 47 - 136 100 tonnetjes swartzel —½ — — 12 lb. vermiljoen — — 25 - „ roode menij — 1000: „ ombe: —. - 100 - „ geel 1 1/8 12 „ berlijns blaauw 3 — Provisien 139 — k 348½ — - 300 - botts zekwijn 4½ 2 1/8 11 6- vaten vleesch hollands 5½ — - 1. - 6. d„o spek hollands —. - 2 - halve aamen olijven olij — - 2 d:o d=o lijn olij — – 10 - kelders genever — - 4 d:o brandewijn Gedrukte Boeken. 6 p:s trappen der Jeugd — —: - 6: „ Letter konsten — — — 12 „ A: B: C boekjes —. —. — 12 „ A: B: C bortjes 1 „ Monens spraak kunst 12 ps penne messen Ceiffer lijen d o griften 2 - „ 84- 81 geslaagen. 6. 2 9 —— — — — 12 „ —. — „ 6 12 12. —— — —.— — —— 3 1/5 — — 3½ 4 299 73. 3 —— —„ — —— — 31 32 8 3— 358. 5 Jaaren door den loop van der dato den anderen 't jongste deezes geduurende „ tanton Eisch geslaagen boekjaar 178 /3. 27848 ¼ Jaaren door van 't Jong geduurende onder dato Eisch 19— 36 „ d:o hoepels — 200 - „ zeemlier „ Jugt leer — 25 lb koper draat 121 140 350 200 p:s Landhaarn hoorns — 200 „ houwers en diegens greepen. — 12 „ gemonteerde kopere trommels 19 — 25 lb. ijzer draat 11661. - 11974. „ 33000: 200000- pb: vuursteenen 6. 4/5 8 — 12 „ amaril 60 — — 36 p:s trom reepen —. — 100 Voor de Smitswinkel 2200 8000- lb. affuits ijzer tot konsumptsie in de huishouding 1200 - „ plaat koper, daar van 400. lb rood plaat 600. „ geel 200. „ dun latoen 6 lb. Minar borax 6 - p:s kuipers omhouwer 1 — 6- „ v:o strijk banken — — —- 40 hoeden smeekoolen. 1 — 2- p:s speer haaken 2: 2 „ ambeelden 2 6 „ kuipers dissels — 50- „ boor ijzers in zoort —. - 6 - „ handzaagen -- 24 „ domme kragten groote —: 6 - „ timmermans dissels 426- 480 - 319 1000. - lb plat lood 2723 5722.¾ — 1000 „ zeug lood 20528 834. - 645¼ 17¼ 16 9 4/5. 11¾ 4: 67 28½ 1¼ 3 /5. 1¾ 225 32 11 2/15. 45. 2¼. voor de Equipagie werft 4 ps slijp steenen van 6. voeten 1 „ kabel touw van 14: d=m 10 „ lood lijnen 20.¼. — 40 „ lijnen hollands witte 40 vaten theer 20 d:o pick 1¼ 2 20 - „ harpuis hollands 3 - 5 - 10 huiden pomplier — „ 100 p:s theer quasten — 40 rollen grauw doek hollands —¼ 20 d:o everdoek breede — 40 „ zeildoek hollands 110½ 200 - lb krijt 5. 200 „ zeil gaaren hollands 9 „ 12¼ 2¼ 20 - p:s wiel trossen — 6- „ lijk trossen 116. 50 200 lb roeth 7 3/20 20 10 - p:s ijzere trossen — 20 - bossen marlijnen 1 „ _„o 9 6 ps bank schroeven 6 „ arm vijlen 6 „ Kuipers holmessen — 6 „ kuipers haal messen —. - 6- „ d:o snijmessen 50 - bladen blick 6 p:s Raam zaagen 4 „ Kuipers baarsen 6 „ snijijzers in zoort 50- „ vijlen in zoort 6. - „ oogijzers in de laatste Den vertier 2 2 - 24 - „ handschroeven groote den vertier„ 31 54 — 16— 18: /5 27 — — 4 6 11 2/5 13 — den vertier het res Nieuwen — — — 2 6 —. - —— 21 1 1 2 17 4 4 1. 3— —— — —.— 2 2 1 1 „ ƒ 73 8 22 30. 22 — 3 9 2/5. 17 5 — — 1 — —. 7½ — —. — —„ —— —„ — 1. — 23 15 2 1 1 1 32— 4 — 1 2 2 Jaar 178 7/8 3 — —. . —. —„ — 48½ — 2 1. — — — —. „ deezes den vertier het restant Nieuwen den anderen geslaagen —. „ 11 „ 10 12 8

← previousnext →