Inventory 3653
Japan · 1,390 pages · 388 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
75: 1 7 around 150 vessels attacked me vigorously, which bold undertaking, however, was soon rewarded in such a manner that no more than between 30 and 40 junks escaped, and all the others were sunk, made prize of, and burned, without my having sustained—heaven be praised—a single dead or wounded man throughout my entire fleet. Since none of the pirates fell alive into my hands either, those rascals managed to save themselves by swimming during the defeat. And although all possible chase was made after the aforementioned fleeing vessels, I was unable to overtake them either. Nothing else was therefore left for me to do than to reduce to ashes and destroy the negorijen devoted to Noekoe, which are certainly many, and make it difficult for a loyal Captain of Keffing and his friends to do away with the pirate Noekoe, for which purpose the so-called great Alfuro King of Ceram has even far less power, presumably the Radja Sahulauw—since the Alfuros in general take to the sea only with reluctance, knowing also by experience that there are various Alfuro petty kings and captains who could soon reduce the great Sahulauw to one of the very least. That great Alfuro King of Ceram has no more than 9 soas or small villages under his domain, each 20 to 25 able-bodied men strong, situated fully 3 hours from the beach far up in the mountains above Elipapoetij. They are kept under restraint by the Warakase Alfuros. Since the majority of those wild peoples have also sworn loyalty and obedience to me after their own fashion, I expect good results from that as well, at least if it pleases Noekoe to come drifting down again. For the capture of which bloodthirsty pirate Banda Neira pirate with his Tidodore accomplices, I have everywhere offered a sum of 1000 Rds, while I myself at present in person leave nothing unexamined to apprehend him, which is made difficult for me by his flight from one hiding place to another, thinking nevertheless that he will soon have played out his scoundrel's role, even though he has also managed by trickery and threats to win over to his interests the peoples of Klein Keij, who truly act with reluctance, as I have been informed by captured Keijners, who have also reported to me that the often-mentioned bloodthirsty pirate Noekoe, should he suffer defeat at Amboina, had resolved to make himself master of Aroe and settle there, in which I hope heaven will provide. Your Right Honourable collective letter of 8 November last addressed to the undersigned and Council having been handed to me by the Captain of Kefing, I express my thanks for the 2 copy translations of Ceram letters enclosed therewith and the copy of Your Right Honourable's reply to the same. Depending on the opportunity and circumstances of matters, I shall make use of and turn both the noted items and enclosures to profitable account. Commending Your Right Honourable and the Company's important interests to God's providential care, I remain with all high esteem, underneath stood: Right Honourable Sir, lower: Your Right Honourable's dutiful servant, was signed: B.s V.n Pleuren. In the margin: Lying at anchor on the admiral's corre corre Bonoa in the roadstead of Koffing, 12 December 1712. As a continuation of what was communicated in my last separate letter presented to Your Right Honourable via Koffing, I deem it not unserviceable to note further just as before! 77: To note further! That on my hongi and expedition voyage, I found the Ceram negorijen Kellemoerij, Cottaroea, Kellibon, Ceijlor, Davang, Avang, Gomelang, Camar, Batoelomij, Enne Enne, Oerong, Goelij Goelij, Quamor, Quaos, and subordinate villages, Kelliloehoe, Quaij, Kotta Banda, P:l Gisser, Ceram saut, and Karakit with its subordinate villages, all to be stubbornly devoted to the Tidodore bloodthirsty pirate Noekoe, on which account I have inflicted the most rigorous chastisement upon them. Meanwhile, wind and opportunity did not permit me to pay a visit to the islands of Goram, Manowoko, and Klein Salwattij, and I was indeed forced to return after the leveling and destruction of Warra Warras, so that Waroe and Hottij also received no visit, whither or elsewhere the usurper Noekoe with his followers has presumably taken flight, having to my regret escaped with three Papuan corre corres from Notang beside Warre Warres by means of the extensive mangrove forest, and I have only managed to capture the rebel's brother. Among the pirate fleet that attacked me, the Gorammers did not show themselves, but the peoples of Jeuwor and Klein Keij did, the latter brought under it against their will and inclination by trickery and deceit. Furthermore, it has been reported to me that when the pirate suffered defeat at Amboina, he had resolved to make himself master of Aroe and settle there, which I heartily wish may be contrary to the truth, and that the means I have employed for his apprehension may at last be crowned with a happy success! Of foreign ships nor of our British enemy under the jurisdiction of this province do I hear anything. May the Lord soon set us all at liberty and take Your Right Honourable with the Company's weighty interests into His precious care, which is the fervent prayer and wish
Dutch transcription
75: 1 7 omtrent 150: vaartuijgen mij figoureus attacqueerde dog wel„ „ke haast het stout bestaan zodanig betaald kreeg dat er niet meer dan tusschen de 30: â: 40: Jonken ontsnapte, en alle ane„ „dere in de grond geschooten prijs gemaakt en verbrand zijn zonder dat ik /: den Hemel zij gedankt:/ een Enkelde doo„it „de of gequetste over mijne gantsche vloot bekoomen hebben, van de Roovers ook geene leevendig in mijne hande ge„ „vallen zijnde, heeft dat geboefte zig door het swemmen bij de neederlaag weeten te sauveeren, en schoon alle mooge„ „lijke Jagt gemaakt op de gerepte voortvlugtende vaartuigen, heb ik deese ook niet moogen agterhaalen, mij des niet an„ „ders overgebleeven zijnde, dan in de assche te leggen en te ver„ „nielen de Noekoe toegedaane Negorijen; die zeeker veele zijn, en het Een getrouwe Capitein keffing met zijne vrienden bezwaarlijk maaken om den Roover Noekoe van kant te hel„ „pen, waar toe den zoogenaamde groote Alphoerse Koning van Ceram, nog vrij min vermoogen heeft. vermoedelijk de Radja Sahulauw /:want de Alphoereesen in 't algemeen zig niet dan met weerzin ter zee begeeven, bij ondervin„ „ding ook weetende dat 'er onderscheidene Alphoereese koningtjes en Capiteinen zijn, die den groote sahulauw haast tot eene der allergeringste kunne brengen, hebbende dien groote Alphoerse koning van Ceram niet meer onder zijn gebied dan 9: soas of dorpjes, sterk ijder 20: â 25: weerbaare Man„ „nen ruim 3: uuren van 't strand verre in 't gebergte boven Elipapoetij geleegen onder bedwang worden ze gehouden door de warakase Alphoeren, het meerendeel dier woeste vol„ „keren mij na haare wijze ook trouwe en gehoorsaamheid ge„ „zwooren hebbende, ben ik daar van meede het goede verwag „tende, ten minste als het Noekoe. gelust weeder benedenwaards te koomen afzacken, op de agterhaaling van welke bloeddorstige Roover Banda Neira koover met zijne Tidorse Complicen alomme uitgeloofd hebbe Een som„ „ma van 1000: Rd„s torwijl ik thans zelfs in perzoon niets onbe„ „zogts laaten, om denzelven op te ligten, 't geen mij moeijlijk word gemaakt, door zijne vlugt van 't eene schuilnest na 't andere, denkende nogtans dat hij wel haast den boeve Rol zal uitgespeeld hebben, schoon ook door list en bedreiging, in zij„ „ne belangen heeft weeten over te haalen de volkeren van klein keij, die werkelijk met weerzin ageeren hoedaanig ik door gevangene gekreegene Keijneesen g'informeert ben, welke mij teevens hebben berigt dat meergewaagde bloed„ „dorstige Rover Noekoe, de nederlaag onder Amboina krijgende voorgenoomen zoude hebben zig van Aroe mees„ „ter te maaken en daar neer te zetten, waar inne ik hoope dat den He„ „mel verzien zal; uwel Ed: agtb: gemeene Missive van 8:' 9ber: J: L: aan den ondergeteekende en Raad gerigt door den Capitein van kefing, mij ter hand gesteld zijnde, betuige ik dank voor de daar nevens ge„ „wordene 2: Copia Translaat Ceramse Brieven en Copia van het g'antwoorde door Uwel Ed: agtb: op dezelve, zullende na de gelegentheid en omstandigheeden der zaaken mij zo van het genoteer„ „de als Bijlagen bedienen en een nuttig gebruijk maaken, terwijl uwel Ed: agtb: en sComp„s importante belange in Godes Providente Hoe„ „de aanbevoolen te hebben, met alle Hoog agting blijve /:onder„ „stond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ Uw Wel Ed: Agtb: dienstwillige Dienaar /:was geteekend:/ B„s V„n Pleuren /:in margine:/ Op de Admiraals Corre Gorre Bonoa g'an„ „kort leggende ter Rheede koffing den 12:' xber: 1712:— tot een vervolg van het bedeelde bij mijne laatste apparte uwel Ed: agtb: over koffing aangebooden, agt ik niet ondienstog Aan als Eeven! nog 77: nog te Noteeren! dat ik op mijne Hongij en Expeditie togt, de ce„ „ramse Negorijen Kellemoerij, Cottaroea, Kellibon, Ceijlor, Da„ „vang, Avang, Gomelang, Camar, Batoelomij, Enne Enne, Oe„ „rong, Goelij Goelij, Quamor, quaos, en onderhoorige Dorpen, kelliloehoe, Quaij, Kotta Banda, P=l Gisser, Ceram saut, en Karakit met dies ondergestelde Dorpen alle bevonde hebben hartnekkig den Tidors bloeddorstige Roover Noekoe toegedaan te zijn, en waa„ „rom dezelve een aller rigoureuse kastijding toegepast hebben, intusschen wind en geleegentheid mij niet gepermitteerd heeft de Eilanden goram, Manowoko, en kleen Salwattij Een visite te geeven, en wel genootzaakt ben geweest naar het slegten en vernielen van warra warras te rug te keeren, zo dat wa„ „roe en Hottij ook geen bezoek hebben gehad, werwaards of elders de usurpateur Noekoe met de zijne vermoedelijk de vlugt genoomen heeft, zijnde het met drie Papoese Corre Corres van Notang be„ „zijden Warre Warres door middel van 't uitgestrekte Man„ „ge Mange Bosch, tot mijn leetweezen ontkoomen, en ben alleen des Rebels Broeder magtig geworden; onder de Roofvloot die mij g'attacqueerd heeft, hebben de Gorammers zig niet laaten vinden, maar wel de volkeren van Jeuwor en kleen Keij, de laatste teegens zin en wil, door list en practijk daar onder ge„ „bragt, wijders is mij berigt dat wanneer den Roover den Neer„ „laag onder Amboina kreeg; hij voorgenoomen had zig van aroe meester te maaken en daar neer te zetten, 't geen herte„ „lijk wensche bezijden de waarheid en mijne aangewende mid„ „delen ter zijner apprehensie, eindelijk eens van een geluc„ „kig succes bevonden mag worden! van vreemde scheepen nog onzen Britsen vijand onder het ressort dezer Provintie verneeme niets, den Heere stelle ons alle eerlange in de ruimte en neeme uwelEd: agtb: met 's Comp:s wigtige belange in zijne dierbaaren Hoede, dat vierig bid en wenscht
English
Banda Neira! wishes, who is with high esteem, was written below, Right Honorable Sir, lower, your Right Honorable willing servant, was signed, B.s V.n Meuren, in the margin, Amboina, Victoria Redoubt, the 30th of December 1782. To the Right Honorable Sir Iohan Libregt Seijdelman, Governor and Director, and the Council there. Right Honorable Sir and Esteemed Good Friends, After the first-mentioned had a few days ago received report from the Captain of Keffing and the Orang Kaya of Quaos regarding the appearance of a three-masted French ship in the fairway there, and how the same was tacking back and forth between Ceram Laut and Goram, further verbal information was received on the 12th of this month through Haijas, Orang Kaya of Keffing, who had been sent here, that that foreign vessel had proceeded along Goram and gone out of sight; that thereupon the Tidorese pirate Nuku and his accomplices, those of Kellemoeri, Kellibon, Cotaroea, Ceijlor, Davang, Avang, Gomelang, Ondor, Camar, Batoelomie, Enne Enne, Oerong, Goelij Goelij, Quamor, a part of the Gisserese, Ceram-Lauters, and Gorammers, with some from under Quaos, those of Parakit, Warde, and Hottij, having again assembled a fleet of about one hundred junks, were thereby holding Keffing as if besieged and were intending to put out of the way these occupied islanders along with all others who had submitted to the Company; furthermore, that the well-intentioned Ceramers along with the other Ceramers insisted upon help and assistance of two to three well-armed pantjallangs. We may not fail, for the prevention of misfortunes to the small traders and Your Right Honorable Government, to give Your Right Honorables notice as well of the said unexpected disadvantageous reports, as that we have dispatched thither the well-equipped and reinforced pantjallangs the Victoria and Beschermer, which are to be followed by a small expedition fleet under the chief of Saparua, the merchant Beth, as it was judged unjustifiable to leave our well-disposed Ceramers helpless. Following upon this, Your Right Honorables are furthermore informed of the knowledge given to us today by an express courier from the Makassar ministers, that twelve English ships are said to be cruising around Bima, of which we offer the copy of the letter and enclosures to Your Right Honorables enclosed herewith, noting that on the past Monday, the 14th of this month, there arrived here in the roadstead a burgher sloop destined for Makassar, but driven down to Lifau under Timor, whose crew had no encounter with foreign ships. We heartily wish and pray to God that it may mercifully please Him to preserve Your Right Honorables, along with the other eastern governments, from a dreadful visit of our enemies, and constantly grant blessed peace and freedom everywhere; remaining herewith with much esteem, was written below, Right Honorable Sir and Esteemed Good Friends, lower, your Right Honorable friends and servants, was signed, B.s C.n Pleuren, I. A. Schilling, I. Stephanus, I. C. Cruijpenning, L. I. Haga, N.s Galloo, and H. Martens, in the margin, Amboina, Victoria Redoubt, the 16th of April 1783. Agrees, Magas, Secretary. Ternate To the Right Honorable Sir Alexander Cornabé, Commander in the Moluccas, together with the Political Council there. Right Honorable Sir and Friends, After long struggling without having been able to reach Ceram's north coast, but touching at Manipa and Buru, the small kora-kora fleet planned by Your Right Honorables hither under Ensign Lohoff, separated in September and October, having arrived here safely, we had the honor to receive therewith Your Right Honorables' secret and separate letters dated the 31st of May and the 12th of August past; on whose contents we write in reply, that we behold with joy the good help and assistance which the Moluccan princes come to offer Your Right Honorables in these worrisome times, whereby, notwithstanding the newly commenced piracies by the Maguindanaoans, the rebellion arisen among the Ternatean Alfoors, and other noted formidable disturbances, we nevertheless were still able to obtain the aforementioned assistance. Laying down our bounden thanks for this before Your Right Honorables, we note in continuation that the aforesaid small fleet consisted only of the six Batjanese kora-koras mentioned in Your Right Honorables' letter, while those of Tidore retreated and remained behind, regarding which Ensign Lohoff will best be able to account for himself there. Making no further mention of this, it serves further that, in order to make a useful employment of the aforesaid small kora-kora fleet, we have seen fit to reinforce our hongi fleet therewith, so that the rebelling Ceramer would
Dutch transcription
Banda Neira! wenscht die met Hoog agting is /:onderstond:/ wel Edele Agtbare Heer /:lager:/ uw wel Ed: agtb: bereidwillige Dienaar /:was geteekent:/ B„s V„n Meuren /:in margine:/ Amboina Nieuw victoria den 30:' December 1782: Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Iohan Libregt Seijdelman Gouverneur en Directeur Den Raad aldaar— wel Edele Agtbaare Heer, en E Goede Vrienden Na dat den Eerstget: voor weinige daagen berigt van den Cap=n van keffing en orangh: Quaos ontfange hadden, nopens de verschei„ „ning van Een Drie Mast frans schip in het vaarwaater aldaar, en hoe het zelve tussen Ceram Lauwt en Goram over en weer laveerde, kreeg men op den 12:' deeser met Haijas orangkaij van keffing dit heen gezonden nader mondeling kennis dat dien vreemde bodem het langs Goram heen geset en uijt sigt geraakt was, toe vervolgens den Tidors Rover Noeckoe en Eedgespan die van Kellemoerij, kellibon, Cotaroea, Ceijlor, Davang, avang, Gomelang, ondor, Camar, Batoelomie, Enne Enne, Oerong, Goelij Goelij, Quamor, een deel der Gissereesen, Ceramlauwers en Gdrammers, met eenige van onder Quaos, die van Parakit, warde en Hottij weeder een vloot van omtrend Een Hondert Ionken bij een versameld hebbende daar meede koffing als ingeslooten hielden en voorneemens waaren deese besette Eijlan„ „ders met alle andere die zig onder de Comp: gesubmitteerd had „den van kant te helpen, wijders dat de welgeintentioneerde Neevens Cerammers 79: cerammers insteerde om hulpe en bijstand van twee â drie wel gearmeerde Pantjallings zoo moogen w' niet afzijn ter voorkoo„ „ming van onheijlen voor de smalle handelaars en UwelEd: agtb: Gouvernement van gerepte onverwagte nadeelige berigten UwelEd: agtb: zo wel kennis te geeven als dat wij derwaarts gedepe„ „cheert hebben de wel toegeruste en versterkte Pantjallings de Victoria en Beschermer die gevolgt staan te worden van Een Expeditie vlootje onder 't p„s Saparouas Hoofd den koopman Beth, also men onverantwoordelijk g'oordeelt heeft onse welgesinde Cerammers hulpeloos te laaten, ten ver„ „volgen na gehouden is uwelEd: agtb: nog meede deelende de kennis die ons heeden p:r een expresse door de Macassaar„ „se ministers gegeeven is, dat er twaalff Engelsche scheepen omtrend Bima zoude kruijssen waar van wij de Copia brieff en bijlagen uwelEd: agtb: in closa deeses aanbieden, onder Notitie dat gepasseerde Maandag den 14:' deeser alhier ter rheede aangekoomen is een na Macasser gedestineerde, dog onder Timor te Lifau vervallene burger chialoup welker opvaarende geene ontmoeting van vreemde scheepen hebben getad. wij wensche Hertelijk en bidde God dat het hem goeder„ „tiern behagen uwel Ed: agtb: met de verdere oostersche gouver„ „nementen te behoeden voor een gedugt besoek onser vijanden en steeds alomme schenken den gezeegende vreeden en vrijheid blijvende hier meede met veel agting /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer en E' goede vrienden /:lager:/ uwel Ed: agtb: vriend en Dienaaren /:was geteekent:/ B„s C„n Pleuren, I: A: Schilling, I: Stephanus, I: C: Cruij„ „penning, L: I: Haga, N:s Galloo, en H: Martens, /:in„ „margine:/ Amboina Nieuw Victoria den 16=e april 1783:. Accordeert Magas Secret re 85 Ternaten Aan den Wel Edele Agtbaare Heer Alexander Cornabé Gezaghebber in de Moluccos Neevens Den Politicquen Raad aldaar. Wel Edele Agtbare Heer en Vrienden Naar lang suckelens sonder Cerams N: Cust te hebben kunnen 3 bereijken, dog aangieren van Manipa en Bouro het door UwelEd: agtb: dit heen geprojecteerde Corre Corre vlootje onder den vaandrig Lohoff verdeelt in Sept: en Octob: hier behoude aan„ „gekoomen zijnde, hadden w' d'Eere daar meede te ontfangen uwelEd: agtb: secreete en aparte letteren gedagteekent 31:' Maij en 12: aug:s pass„o op welker inhoud rescribeeren, dat wij met vreugde beschouwe de goede hulpe en bijstand die de Molucse vorsten uw welEd: agtb: in deese sorgelijke tijde koomen aantebieden, waar door wij, onaangezien de nieuw aangevangene Roverijen door den Ma„ „gindanauwer, de gereesene opstand onder de Ternaatse alphoeren en andere genoteerde gedugte onlusten, evenwel nog voorsz: assisten„ „tie hebben moogen erlangen, hier voor dan ook onse verschul„ „digde dankzegging bij uwelEd: agtb: afleggende, Noteeren wij ten vervolge dat voorseide vlootje alleen bestaan heeft in de bij uwel Ed: agtb: schrijvens aangehaalde ses Batchianse corre corres terwijl die van Tidor geretireerd en agter gebleeven zijn, weesweegen den vaandrig Lohoff zig best â Costij sal kunnen verantwoorden hier omtrend dan geen meer mentie maakende dient wijders dat wij om een nuttig gebruijk te maaken van voorsz: Corre Corre vlootje, goedgevonden hebben daar meede onse Hongij vloot te versterken op dat den Rebelleerende Cerammer soude
English
it would appear that the Moluccan princes by no means have part or share in the wicked deeds of Tidore's rebel Noeckoe, having departed from here in conjunction on 29 October last, and this hongi and expedition under the command of the first-named was of such desired success, that those of Ceram's inner and outer coast, up to the notorious Lobo, solemnly submitted and bound themselves under renewed oath to the obedience of the Company, meanwhile the first-named was informed here and there that a numerous fleet gathered by the pirate Noeckoe would risk a chance against ours, as was also found higher up between the settlements of Kellemoerij and Kellibon, where on Monday 2 December in the early morning, our fleet lying at anchor, the first-named was informed by the lookouts that the enemy fleet, an innumerable number of well-armed junks strong, was approaching and already quite near, so that after beating the alarm, making the signal to weigh anchors and assembling to attack, a general fire was opened by the main fleet upon our Admiral, being the foremost, but was immediately answered so well with a broadside that the two largest foremost junks, one of them carrying the red standard and large broad pennant of Lop, sank to the bottom and others were heavily damaged, while the Governor's Great Hongi and Expedition orembai with a Batchian kora-kora, having Ensign Lohoff on board, charged into the pirate fleet and likewise directed such an effective fire at the enemy that the entire pirate fleet was thrown into confusion and disorder, the fight thereupon becoming general, a large group of thirty junks that were at the rear took to flight, while the pirate rabble, after having thrown their ammunition and weapons overboard, abandoned their vessels and saved themselves by swimming to the shore, taking 83: — taking hasty flight into the mountains, the fleeing junks pursued by our men could not be overtaken due to the calm weather and their swiftly moving vessels, so that the Governor had to content himself with capturing over one hundred junks, some of them sunk, others burned, and some brought along as prizes by the pursuers, by which means the small Batchian fleet was also provided with new vessels instead of its old wrecked ones, which as we suspect will not be disagreeable to the prince; the fleet continuing its voyage, the first-named found everything outside the Keffingers obstinately devoted to Noeckoe and hostile, thus being compelled to use force of arms, with this happy success that one settlement after the other was captured, reduced to ashes and destroyed, among them the three principal hiding nests of Noeckoe, Kelleloehoe, Kelliga, and Rarakit, which were provided with adequate, well-constructed fortifications and offered a courageous resistance; everything nevertheless having had to succumb, the oft-mentioned pirate and accomplice thought of flight in good time and managed to escape by means of a mangrove forest beside Warre Warres with three Papuan kora-koras of Notang, while our men were busy storming and capturing his main fortification Kellibeet at Rarakit, having headed, as is thought, for the Papuan islands; everything up to Warre Warres inclusive having been demolished and destroyed, as well as a good booty having been made there by our men, no more was lost in these attacks than two corporals, one of them a European of ours, and one belonging to the Papangers of Costy; the voyage and the punishment of Noeckoe's adherents further north of Ceram having had to be halted because of the stiff northwesterly winds that set in, and as no safe sheltering place is to be found for the fleet on that side, so in order not to expose our vessels and souls on that flat lee shore, the first-named returned with the fleet, meanwhile being informed by the Keffingers that the defeated pirate fleet had been more than 150 junks strong, having consisted of some East Cerammers, all the North Cerammers, Gisserese, Ceram-Lauters, Keyanese, Teuwerese, the Papuans of Onin, Notang and Salwatti, those of Goram having refused to join them and commit further hostilities against the Company; further that the rebel Noeckoe did not trust himself aboard the fleet, which was commanded by the notorious outlawed Radja of Kelliloehoe, Lockman alias Witna, but had awaited the outcome of this undertaking at the said settlement of Kelliloehoe, from where, upon news of the defeat of his forces, he had fled in haste and retreated to Rarakit; furthermore, the said Keffingers had attested to having heard or learned nothing whatsoever of Moluccan emissaries of the three principal kings or vessels from there, among which islanders the first-named left behind in writing an invitation to all still departed and rebelling Cerammers to submit, under the promise of pardon, as well as substantial rewards for those who deliver the bloodthirsty pirate and further Tidore adherents, whether alive or dead, to the Company, the effect of which we are still awaiting; the first-named having managed to capture in advance on the return voyage Noeckoe's brother, by name Abdoel Moetalis alias Liboe, who is to be sent at the first opportunity in chains to the capital at the disposal of Their High Excellencies; for the rest, we wish with your Honorable Worships that merciful Heaven may prevent
Dutch transcription
soude komen te blijken de Molucse vorsten geensints deel hebben off neemen in de snoode bedrijven van Tidors Rebel Noeckoe, zijnde geconjungeert van hier vertrocken den 29:' Oct: pass:o, en deese Hon„ „gij en Expeditie onder het beleid van den Eerstg: van die gewensch„ „te uijtslag geweest, dat die van Cerams binnen en buijten Cust tot het berugte Lobo toe zig plegtig gesubmitteerd en onder ver„ „nieuwden Eed aan de gehoorsaamheid van de Comp: verbonden hebben, inmiddens den Eerstg: hier en daar g'informeert wierd dat Een zalrijke vloot door den Roover Noeckoe versa„ „meld, de kans op de onse soude wagen, hoedaanig ook hooger op tussen de Negorijen kellemoerij en Kellibon wierd be„ „vonden, alwaar op Maandag den 2:' xber: in den vroegen morgen /:onse vloot voor anker leggende :/ den eerstget: door de brand„ „wagte verwittigd wierd, de vijandelijke vloot sterk Een ontelbaar getal wel g'armeerde Ionken in aan togt en reets vrij nabij was, zodaanig dat naar het slaan van alarm het sein doen van d'ankers te ligten en vergaderen om te attacqueeren, van de Hoofvloot een Generaal vuur op onsen Admiraal /:d' voorste zijnde :/ wierd gegeeven dog al aanstonds met de volle laag zo wel b'antwoord wierd dat de twee grootste voorste Ionken, eene daar van den roode standaart en groote breede wimpel van Lop voerende te gronde ginge en andere swaar beschadigd wierde, intussen des Gouverneurs Groote Hongij en Expeditie orembaij met Een Batchianse Corre Corre ophebben„ „de den vaandrig Lohoff op de Roofvloot inschepte en meede op den vijand zo een weltreffend vuurmaakten dat de gantsche roofvloot in confusie en dis ordre raakte, het gevegt hier op algemeen, settede een groote Dertig tal Jonken die de agterste waaren 't op de vlugt, terwijl het Roofgeboefte naar haar ammonitie en wapenen overboord gewurpen te hebben hunne vaartuij„ „gen quiteerde en zig door het swemmen naar de wal sauveerde neemende 83: — neemende ijlings de vlugt in het gebergte, de vlugtende sonken door de onse nageset, waaren mits 't stil weer en haare snel scheppende vaartuijgen niet te agterhaalen des den gouverneur zig moest ver„ „genoegen met de overmeestering van ruijm Hondert Ionken som„ „mige daar van in de grond geschooten andere verbrand en eenige als prijsen bij de agterhaalders meede gevoerd, mits welke het Batchians vlootje hier door dan meede van nieuwe insteede van haar oude vrakke vaartuijgen. voorzien is geworden, dat zo wij vermoede den vorst niet onaangenaam zal zijn, de „vloot de rheijse vervolgende vond den Eerstget: buijten de keffingers alles hartnekkig Noeckoe toegedaan en vijan„ „delijk, des wel genootsaakt de wapenen te gebruijken, met dit geluckig succes dat de Eene Negorij naar den ander overmees„ „terd in de assche gelegd en vernield is geworden, daar onder de drie voornaamste schuijlnesten van Noeckoe, kelleloehoe kelliga, en Rarakit die van suffisante wel aangelegde ben„ „tings voorsien waaren en eene manmoedige resistentie boode„ alles eevenwel hebbende moetende secumbeeren is meerm: Roover en complice bij tijds op de vlugt bedagt geweest en heeft het door middel van een mange mange bosch bezeijde warre warres met Drie Papoese Corre Corres van Notang, terwijl men bezig was zijn Hoofd benting Kellibeet te Kara„ „kit stormen derhand te overmeesteren weeten te ontkoomen zo men „denkt 't naar de Papoese Eijlande heen gezet te hebben; alles tot warre warres inclusive geslegt en vernielt mitsg„s door de onse aldaar een goede buijt gemaakt zijnde, heeft men in derse attacques niet meer verlooren dan twee Corporaals daar van Een Europees van de onse, en Een van de Papangers. â Costy thuijshoorende, hebbende de Rheijse en het straffe der Noeckoes gezinde verder benoorden Ceram om moeten ge„ „staakt worden, mits de stijff doorgekoomene N:do Weste winden te d winden en men voor de vloot aan die zeijde geen veijlige schuijl„ „plaats vind, des om onse vaartuijgen en zielen aan die botte laa„ „ger wal niet te Exponeeren den Eerstget: met de vloot te rug ge„ „keerd is inmiddens door de Keffingers g'informeerd wierd dat de geslagene roofvloot sterk was geweest ruijm 150: Jonken bestaan hebbende uijt eenige oost Cerammers, alle de N:s Ceram„ „mers, Gissereesen, Ceramlauwers, Keijeneesen; Teuwereesen, de Papoeen van oning, Notang en salwattij, hebbende die van Goram geweijgert zig met hun te vereenige en verder vijande„ „lijkheeden teegens de Comp: te pleegen, wijders dat den Rebel Noeckoe zig niet op de vloot, die aangevoerd was door den berugten vogelvrij verklaarden Raadja van Kelliloehoe, Lockman /:alias:/ witna vertrouwd, maar den uijtslag van dies onderneeming op gerepte Negorij kelliloehoe afgewagt had„ „de van waar hij op de tijding van de nederlaag der seij„ „ne ijlings gevlugten naar Rarakit geweeken was, verder had „de gem: keffingers betuijgd niets hoegenaamd van Molucse sen„ „delinge der drie Hoofdkoningen ofte vaartuijgen van daar ge„ „hoord off vernoomen te hebben onder welke Eilanders door den Eerstget: ingeschrift agtergelaaten is eene uijtnodiging van alle nog uijtgeweekene en rebelleerende Cerammers tot submis„ „sie, onder toesegging van Pardon mitsg:s aansienelijke Premien voor de geenen die den Broeddorstigen Roover en verder Tidors aanhang het zij leevend off dood aan de Comp: komt over te geeven, waar van wij het Effect nog zijn inwagten„ „de hebbende den Eerstget: op de te rug rheijse bij voorraad weeten magtig te worden Noeckoes Broeder in name Abdoel Moetalis /:alias :/ Liboe, die bij Eerste geleegendheid in de ketenen ter dispositie Hunner Hoog Edelens naar de Hoofd„ „plaats staat afgesonden te worden, voor het overige wenschen wij met uwel Ed: agtb: dat den Hemel Goedertiern verhoeden wij
English
85: that we are not entangled in more formidable unrest, which is otherwise to be feared, because our British enemy, having knowledge of how people here and there around the Great East must struggle with native enemies, would undoubtedly turn such an opportunity to their advantage. Noeckoe on Ceram has also boasted of English support and has likewise sent emissaries to Bouton, Bali, and Macasser for help and assistance, though thus far without effect. Finding that the English gentlemen around the west, according to the latest Batavian reports, have so much to do that they cannot think of the Great East, and much less of Noeckoe, we believe that the situation with the Magindanauers will be similar, although their flying of the English flag certainly attracts notice. Their boldness, and in contrast the incomprehensible cowardice of the Gorontalers, through which the Company has again been stripped of a pantjalling, we learn with regret, and no less that peace in the Kingdom of Ternate has not yet been fully restored, wishing further to hope that the roving Sarieff Hatill will already have been overtaken and that divine aid will not forsake us in these worrisome days! Of the Balinese belonging to that coast, two having deserted during their presence at Manipa, nothing has thus far been heard of them despite all possible search; which lads undoubtedly took to their heels with a small orembaai that was missed at that time. The rowers or Massenaijers of the six corre-corres were also of the intention to do this, who, being originally from Hatiling, Sawaij, and Hatoewe, etc., harbor the greatest desire to return to their old country, being weary of bowing any longer under the yoke of Batchian. The provision of cash, board money, rations, and monthly wages to Ensign Lohoff and others of the small expedition fleet made here, we thought best to charge to Your Right Honorable Government, to the end that the said officer can account for it and likewise to prevent a split account; while the mentioned officer, along with the other servants, kept back various items to be supplemented over there, and we likewise find entries in his submitted specification or account, such as among others the entertainment of Batchian's prince, which we believe do not belong here. The invoice of the mentioned provision, and a second one of what was provided to the crew of Your Right Honorable expedition orembaai De Moluccaan, together with the mentioned account of Ensign Lohoff and the roll of the disbursed monthly wages, are offered to Your Right Honorable alongside this. We leave it to you to prepare a general account of the expedition expenses and the charging thereof by invoice, as Your Right Honorable shall judge to be consistent with equity. On our part, however, we cannot let pass without remarking that the native unrest originated from under Your Right Honorable Government, and if the flight of Tidore's Prince Noeckoe with his followers could have been prevented, this province would certainly have enjoyed profound peace, and thus also have been freed from the heavy burden of the expedition expenses, which we think should rightly be borne by the Tidore Court, unless the poverty of the prince and the realm pleads against it, an object that we request Your Right Honorable to take into consideration. Meanwhile, the first signatory must do justice to Ensign Lohoff by testifying that on all occasions during the expedition he behaved courageously, bravely, and as a fine officer, doubly worthy of the favor of his superiors. Of the men under his command we have detained none, so that all are returning, as well as the sailor Johannes Eerhart, who brought Your Right Honorable's honored letter dated 19 June here via the Chinese Oeij Tjeseeng, further leaving to the accountability of the said officer the disbursements or expenditures made by him from the linens, nails, ammunition, and weapons entrusted to his care, as described in his instructions dated 31 May last, concerning which Your Right Honorable will be best and most closely able to judge. Having seen how Your Right Honorable, upon the cunning and practice communicated by us that Tidore's Prince Noeckoe used to win over the Ceram people and others to his interest, was pleased to move the three Moluccan head kings to issue a manifesto under their realm seals and the signatures of the realm grandees to the rebelling Noeckoe-minded Ceram people, of which we have received the Dutch copy, we must say regarding this that had those manifestos been proclaimed and made public everywhere on and along the Ceram coast in time by the princes' emissaries, in our opinion everything would certainly already have turned out for the best; but this having been prevented by sea disasters, of which Your Right Honorable's separate letter of 12 August speaks, we cannot fail to express our true gratitude for the attention and care that Your Right Honorable, and in particular the Honorable Governor Cornabe, has expended on the suppression and opposition of the villainous actions of Tidore's fugitive Prince Noeckoe, as well as the prevention of more significant costs for his apprehension and the curbing of the exiled Ceram people, on whose coast the first-named, during the Hongi expedition of
Dutch transcription
85: wij in geen gedugter onlusten ingewickeld worden dat anders wel te vreesen is want onsen Britsen vijand kennis hebbende hoe men gints en herw=ts om de groot oost met Inlandse vijan„ „den te worstelen heeft zulk een geleegendheid haar ontwijffel„ „baar ten nutte soude maaken, hebbende Noeckoe zig op Ce„ „ram meede beroemd op Een Engels secours en ook naar Bouton, Balij, en Macasser, besendinge gedaan om hulpe en bijstand, dog tot hier toe buijten Effect, vindende hier bij de Heere Engel„ „se om de west na de Jongste bat: berigten zoo veel te doen, dat zij om de groot oost en veel min om Noeckoe niet den „ken kunnen hoedaanig wij meenen dat het met den Magin„ „danauwer ook geleegen zal zijn, schoon het voeren van En„ „gelse vlagge bij dezelve zeeker opmerking baart, haare stoud, en daar teegen onbegrijpelijke lafhertigheid der Goronta„ „lers waar door de Comp: weeder Een pantjalling afhandig is gemaakt verneemen wij met leetweesen en niet min dat de rust in het Ternaatse Rijk nog niet volkoomen hersteld is, willende wijders hoopen, dat den swervende Sarieff Ha„ Till reets agterhaald zal zijn en de Goddelijke hulpe ons in deese bekommerlijke dagen niet verlaaten zal! van de â Costij thuijshoorende Baleijers met haar aanweesen te Manipa twee gedeserteerd zijnde, heeft men van dezelve onaan„ „gesien alle mogelijke Recherge tot hier toe niets vernoomen. welke knaapen ontwijffelbaar met een kleen orembaaijtje, dat te dier tijd gemist wierd het hasepad hebbe gekoosen, 't geen de scheppers off Massenaijers van de ses Corre Corres meede van intentie zijn geweest te doen, die als herkomstig van Hatiling, sawaij en Hatoewe &=a het groofte ver„ „lange voeden om haar oude Land te betrecken wars zijn „de langer onder het Iuck van Batchian te bukken. de verstrecking van Contanten, kostgelden Randsoenen en maand„ „gelden il¬ en gelden aan den vaandrig Lohoff en andere van het Expedi„ „tie vlootje hier gedaan hebben wij bestgedagt uwel Ed: agtb: gouvernement aantereeckenen, ten einde gem: officiers daar van verantwoording kan doen en teevens om een gespliste reeckening voort te koomen; Terwijl gerepte officier met de andere Dienaaren onderscheide articulen te goed gehou„ „den hebben om ginter gesuppleerd te worden en w' teevens in zijn gediende specificatie off reeckening Potten vinden, als on„ „der andere het onthaal van Batchians vorst, die wij meenen hier niet thuijs te hooren; de Factuur van gewaagde verstrec„ „king en een tweede van het geen aan de opvaarende van Uw wel Ed: agtb: Expeditie orembaij De Moluccaan is verstreckt, mitsgad„s gewaagde Reeckening van den vaandrig Lohoff en de Rolle der uijtgereijke maandgelden UWelEd: agtb: bezijde deeses aanbiedende, instaeten wij om Een Generaale reeckening der Expeditie ongelden en de aanreeckening daar van bij factuur, hoedaanig uw Wel Ed: agtb: sullen oordeelen met de billijkheid over een te koomen, desweegen van onse zeijde egter niet passeeren moogen aantemerken, dat de Inland„ „se onlusten van onder UwelEd: agtb: Gouvernement herkom„ „stig zijn en wanneer de vlugt van Tidors Prins Noeckoe met zijn aanhang voorgekoomen had kunnen worden, men zee„ „ker onder deese Provintie van eenen diepen rust soude ge„ „profiteerd hebben, des ook bevrijd van den swaaren last der Expeditie ongelden, die wij denken dat met regt door het Tidorse Hoff dienen gedraagen te worden, zo niet de armoede van den vorst en 't Rijk daar teegens pleijt, een object dat wij uwel Ed: agtb: versoeken in consideratie te willen nee„ „men inmiddens den eerstgeteekende den vaandrig Lohoff het regt moet doen van hem te getuijgen, dat hij in de Expe„ „ditie bij alle geleegendheeden zig manmoedig, dlapper en als 87: als Een Braaf officier gedraagen, heeft, dubbeld waardig de gunste van zijne gebieders, van de Manschappe onder zijn Comman„ „do hebben w' geene aangehouden die dus alle retourneeren, zo meeden den Mattroos Iohannes Eerhart die per den chi„ „nees Oeij Tjeseeng UwelEd: agtb: geerd schrijvens onder dato 19:' Junij dit heen heeft gebragt, laatende voorts aan de ver„ „antwoording van gem: officier de door hem gedaane afgave of spendatien uijt de onder zijne berusting meede gegeeve„ „ne lijwaaten, spijkers ammunitie waapenen W=d besz: bij desselfs Jnstructie onder dato 31: Maij pass„o waar over — uwel Ed: agtb: 't nauwst en best sal kunnen oordeelen Jngesien hebbende hoe uwel Ed: agtb: op de door ons bedeelde List en Practijcq die Tidors Prins Noeckoe besigde, om den ceram„ „mer en andere in zijn belang over te haalen, de Drie Mo„ „lucse Hoofdkoningen heeft gelieve te beweegen tot de af„ „vaardiging van Een Manifest onder derselver Rijkszeguls en handteekening der Rijksgrooten aan de rebelleerende Noeckoes gezinde Cerammers waar van w' het Neder„ „duijts Copia ontfangen hebben moeten wij daar omtrend zeggen, dat waare die Manifesten door der vorsten sende„ „linge in tijds allomme op en langs Cerammers afgekon„ „digt en gemeen gemaakt, naar onse openie zeeker reets al„ „les ten beste gekeerd soude zijn, dan dit door zee dis as„ „tres verhindert geworden zijnde, waar van UwelEd: agtb: apparte letteren van 12:' aug:s gewaagt vermoogen wij niet af zijn Onse waare erkentenis te betuijgen voor de atten„ „tie en sorge die uwel Ed: agtb: en in 't bijsonder den Ed=le Heer gezaghebber Cornabe besteed tot dempingen teegen„ „gang der snooden bedrijven van Tidors vlugteling Prins Noe„ „koe, mitsg:s voorkooming van meer importante kosten tot dies apprehensie en betengeling der uijtgeweekene Cerammers, aan welker Cust den Eerstget: geduurende de Hongij Togt van t e nee„ het peren
English
has heard nothing of any Tidorese, Ternatean, or Batjanese corocores, so we hope that those reported missing in Your Right Honorable’s separate letter of 23 November last will already have returned home. Passing over what was further communicated therein concerning the Tidorese Hukum Doy and Ensign Lohoff as disputes that will surely find their decision with Your Right Honorable, and further the encounters of the returned corocores at Gebe and in the fairway between Obi and Misool, we note in continuation that the envoys from the courts of Ternate, Tidore, and Batjan, who arrived here safely by Your Right Honorable’s expedition orembai De Moluccaan toward the end of the past year, are to be granted transport at the next good and secure opportunity to upper Ceram and other refuge places around those parts, in order to proclaim and make known the Moluccan Manifestos there, after which mission we shall send them home again, just as the aforementioned vessel is now returning in company with the Batjanese corocore fleet under Ensign Lohoff, wishing heartily with Your Right Honorable that the envoys' mission may be crowned with good success, upon which we place good hope, the more so because many Ceram people are already tired and weary of the pirate Nuku and his Tidorese accomplices, although even better results might be expected if the Papuans subject to Tidore's obedience could be brought to submit to their legitimate prince by offers of peace and protection, or other appropriate means, for if Nuku is deserted by these marauders, he will not possibly be able to maintain his authority among the Ceram people, and this latter faithless nation might then perhaps show more courage to seize him and deliver him into our hands, suspecting presently that he is once again to be found on the north coast of Ceram and forging new hostile designs there, truly lamentable for the Company to waste so much expense without seeing that bloodthirsty rascal dispatched or exterminated; and we may consider ourselves doubly fortunate that in the midst of so many native troubles we are not yet attacked by our formidable English enemy, of whom nothing is known with certainty within the jurisdiction of this Province, the Makassar reports merely claiming that two large ships were supposedly seen at Buton and Bali in the month of August last, but in the opinion of Governor Reijke these were China traders, our dispatched pantjalang under command of the Master Shipwright, sent to reconnoiter the fairway as far down as Bulukumba, having had no encounters on that voyage, nor heard or learned anything of English ships, whereupon we granted the spice ship its dispatch, which subsequently also arrived safely at the capital, we also rejoicing at present over the safe arrival of the ship 'T Buiten Leven destined for this government, although the relief of necessities received with it turns out to be miserably meager, and this will soon bring us into no small embarrassment. Mentioning in our general letter the pantjalang De Caneelboom dispatched by Your Right Honorable to Batavia, but drifted down to Buru, we only cite here that we have given the received chest of papers from Their High Mightinesses and Your Right Honorable's packet directly a secure address to Banda, and having herewith dealt with the essentials concerning the separate correspondence that the present time affords, we thereby consider answered Your Right Honorable’s honored separate and secret missives, both addressed to the first-named separately and with the Council, dated 31 May, 19 June, 12 August, and 23 November, whose duplicates and enclosures have also reached us, except those of the last-mentioned! A sealed packet containing the secret signals for this year being offered enclosed herewith to the Right Honorable Administrator named in the heading by the first-named, we conclude with the most ardent prayer and wish that it may please the Deity to set Your Right Honorable and the Company's important interests in prosperity and preserve them in blessed rest, prosperity, and welfare; while remaining with all veneration, at the foot, Right Honorable Sir and Friends, below, Your Right Honorable's obliging friend and servants, was signed, B. van Pleuren, J. A. Schilling, J. Stephanus, P. J. Haga, N. Galloo, H. Martens, and A. L. van Hamel; in the margin, Amboina, Nieuw Victoria, 28 January 1783. To the same as before. In order to continue the so necessary correspondence, we seize the opportunity of a Makassar express continuing its voyage thither to inform Your Right Honorable, as in duty bound, how a three-masted ship, according to a report from Keffing, supposed to be a Frenchman, after tacking back and forth for several days in the beginning of March last between that island and Ceram Laut without anchoring anywhere or sending men ashore, stood out deep into the sea past Gorom and was lost to sight; that one of the Company-minded orangkayas had been on board there and, through the defective interpretation of a small white man and a Moorish sailor, understood that this vessel, along with twenty-nine other equally large ships, had sailed from the Netherlands and had supposedly been separated from the fleet and driven under Ceram by heavy weather and wind; furthermore,
Dutch transcription
van geen Tidoreese Ternaatse nog Batchianse Corra Corres iets ver „noomen heeft, des wij hoopen, dat de gemist wordende vermeld bij Uw wel Ed: agtb: apparte Brieff van 23:' Nov: pass: reets 'thuijs sullen zijn, en passeerende het verder daar bij bedeelde omtrend den Tis„ „doors Hoeckum Dooij en vaandrig Lohoff als differenten die bij Uwel Ed: agtb: haare beslissing wel zullen vinden, voorts de rencontres van de terug gekeerde Corre corres te Gebe en in 't vaarwaater tussen Oubij en Mixoul, noteeren wij ten vervol„ „ge dat de afgesanten van de Hoven van Ternaten, Tidor, en Bat„ „chian die hier per Uwel Ed: agtb: Expeditie orembaij De Moluc„ „caan met het uijt einde van het gepasseerde Jaar wel zijn over„ „gekoomen, bij naaste goede en secuure geleegendheid naar boven Ceram en andere uijtgeweekene plaats om dien oordt staan Transport verleend te worden, ten einde daar de Molukse Manifesten aftekondigen en gemeen te maaken, naar welke verrigting wij haar weeder thuijs zullen zenden, zo als thans voorsz: kieltje in gezelschap van 't Batchians Corre Corre vlootje onder den vaandrig Lohoff te rug keerd, hertelijk met uwel Ed: agtb: wensende dat der gezante verrigtinge met een goed succes mag bekroond worden, waar op w' een goede hoope bou„ „wen, te meer daar veele Cerammers den Rover Noeckoe en Ti„ „dorse complice al wars en moede zijn, schoon men nog meer bee„ „ter gevolge soude kunnen verwagten wanneer de Papoeen van onder Tidors gehoorsaamheid door aanbiedinge van vreede en protectie dan wel andere gepaste middele tot d' onderwerping aan haaren wettigen vorst te brengen waaren, watit Noeckoe van deese marodeurs verlaaten zijnde, zig in zijn gezag onder den Cerammer niet moogelijk zal kunnen staande houden, en deese laaste trouweloose Natie dan somwijlen meer moeds soude betoonen te hebben, hem op te ligten en ons in hande te stellen, vermoedende op rheeden dat hij op nieuw aan de Noordkant van Ceram zig laat vinden, en 89: en daar nieuwe vijandelijke ontwerpen smeed, waarlijk beklaaglijk voor de Maatschappij zoo veele kosten te verspillen zonder die bloed„ „dorstige quijt afgemaakt off uijtgeroeijd te zien en wij moogen Ons nog wel dubbeld. geluckig agten dat wij in het midden van zoo veele Jnlandse troubles nog niet aangevallen worden van onsen gedugten Engelse vijand, van welke men onder het ressort deeser Provintie niets met seekerheijd verneemt, de Macassaarse berigten alleen willende dat er Twee groote scheepen op Bouton en Balij in de maand aug:so pass:o soude aangeweest zijn, maar =het vermoede van den Heer Gouverneur Reijke chinaas vaarders, hebbende onse afgesondene pantjalling onder gezag van den Equi„ „pagiemeester zulk om het vaarwaater tot onder Boelecom„ „ba te recognoseeren op die rheijse geene ontmoetinge gelad, nog ook niets van Engelse scheepen gehoord off vernoomen, mits welke wij het specerij schip zijn depeche hebben verleend, dat vervolgens ook behouden ter Hoofdplaats is g'arriveerd, verheugende ons thans mee„ „de over de geluckige aankomst van het in dit gouvernement ge„ „destineerde schip 'T Buijten Leeven schoon het daar meede ontfan„ „gene ontset van benoodigtheeden droevig schraal uijtkomt, en dit ons eerlange in geen kleene verleegendheid sal brengen. van de door UWel Ed: agtb: naar Batavia gedepecheerde, dog te Bouro vervallene Pantjalling De Caneelboom onse ge„ „meene brief gewaagende, haalen wij nog maar alleen aan dat wij 't ontfangene kasje met Papieren van Hunne Hoog Ed=s en Uwel Ed: agtb: Pacquet direct een secuure addres naar Banda verleent hebben, en hier meede het saakelijke be„ „treckelijk de apparte Correspondentie, dat de teegenswoor„ „dige tijd afgeeft verhandelt hebbende houden wij daar meede teevens beantwoord uwel Ed: agtb: g'eerde apparte en secreete missives zoo aan den Eerstget: afsonderlijk als met den Raad gerigt gedagteekent 31:' Maij, 19:' Junij, 12:' aug=s en Ternaten. en 23:' Nov:, welker dupplicaaten en bijlaagen ons meede geworden zijn excepto die der laastgem:! Een gesloote Pacquet houdende d' secreete seijnen voor dit Iaar, den wel Ed: agtbaaren Heer gezaghebber in hoofde gemeld door den Eerstg: in closa deeses aangebooden wordende, besluijten wij met de vie„ „rigste beede en wensche dat het de Godheid behaagen UwelEd: agtb: en 'sComp„s importante belangens te stelle in de ruijmte en te conserveeren bij eene gezeegende Rust, voorspoed en wel„ „vaart; Terwijl met alle veneratie blijven /:onderstond:/ Wel Ede„ „le agtbaare Heer en Vrienden /:lager:/ Uw wel Ed: agtb: Dienst„ „vaardigen vriend en Dienaaren /:was geteekent:/ B:s V=n Pleuren, I: A: Schilling, I:s Stephanus, P: I: Haga, N=s Gal„ „loo, H=r Martens en A: L: van Hamel; /:in margine:/ Amboina Nieuw Victoria den 28:' Januarij 1783:— Aan als vooren. Om de zoo noodsakelijke Correspondentie te vervolgen Capteere wij de geleegendheid, dat een Macassaarse Expresse zijne rheijse na â Costij voortset uwel Ed: agtb: na gehoudenis ken„ „nis te geeven. hoo Een Drie mast schip volgens Een berigt van ketfing Een Fransman sullende zijn na eenige daagen in 't be„ „gin van Maart J:L: tussen dat Eijland en Ceram Laut over en weer gelaveerd te hebben sonder hier off daar voor anker te gaan dan wel volk aan wal te senden langs Goram heen diep in zee gestooken en uijt 't zigt geraakt is, dat eene van de 'sComp„s gezinde orangkaijen daar aanboord geweest en gebreckelijk door vertolcking van een kleene blanke en Een moors Matroos te verstaan gekreegen heeft dien kiel met nog Neegen en Twintig andere gelijke groote schee„ „pen uijt Neederland gezeijld en wij door swaar weer en wind van de vloot aff en onder Ceram vervallen souden weesen, Voorts
English
further that the Captain, upon seeing the Company's cane, treated him, the orangkaya, kindly, but had also forced him to accompany him beyond Goram and serve as a pilot, without however making known where he intended to continue the voyage, which is all that has been discovered about that stranger thus far. Furthermore, deeming it useful not to leave Your Right Honorable uninformed of the actions of the emissaries of the Moluccan Principal Kings and the effect of the Manifestos, we note that the said envoys were fetched from here on 20 February last and conveyed to Ceram by the Ceram regents and their principal subordinates who have returned to the obedience of the Company and been granted a pardon; how, having progressed with good success in their mission up to the notorious Lobo, further on up to the island of Koffing they found everyone refusing to accept them, with the stubborn declaration that they wished to side with Nuku; wherefore, lingering for some time on the said island of Koffing to deliberate on what was necessary, they were virtually enclosed there by Nuku and followers, numbering around one hundred vessels, of which we received notice a few days ago, and which has made us decide to dispatch directly thither two well-armed pantchiallangs, which will be followed by the cruising flotillas from Saparoua and Haroeko, under the merchant and provisional Chief of Saparoua, Beth. From this we expect a desired outcome, the more so because the Alfurs are also ready to march against the Nuku-minded Ceram people; yet we cannot form any conception of how the Tidore rebel was able to recover so quickly and manage to gather the noted fleet, unless something else lies hidden beneath this of which we have not yet received any information. Meanwhile, it pains us greatly to see so many employed means, ways, and substantial promised bounties for the capture of Nuku and the Tidorese with him come to naught, especially in these worrisome times in which we must keep our modest force at hand to turn away, if possible, a more formidable enemy who would certainly take advantage of the internal unrest. The Makassar reports having prompted us in this matter to close guard and vigilance, we have in the meantime received report, through the arrival here of a Surabayan sloop that had drifted to Dili and departed from there at the end of March last, that neither at that Portuguese post nor in the fairway have any ships been seen or heard of. We are longing for pleasant tidings from Your Right Honorable's Government, while for the present concluding this by commending Your Right Honorable and the Company's important interests to God's precious keeping and protection, declaring therewith to be with all respect, below stood: Right Honorable Sir and respected friends, lower: Your Right Honorable's willing friend and servants, was signed: B. van Pleuren, J. A. Schilling, J. Stephanus, J. C. Cruypenninck, L. S. Haga, N. Galloo, and V. B. Martens, in the margin: Amboina, in Castle Nieuw Victoria, 28 April 1783. To the Right Honorable Sir Alexander Cornabé, Governor over the Moluccos. Right Honorable Sir. Having received via Banda on 20 May last Your Right Honorable's honored separate letter of 23 January prior, I shall pass over what was treated therein regarding the Tidorese force fitted out to assist here against the rebel Nuku, its encounter and return home, as a settled matter, agreeing with Your Right Honorable that such aid is merely wasted cost and effort. More happily, according to the further information, the quelling of the unrest that arose among the Ternate Alfurs seems to have concluded, and I thank Your Right Honorable for that pleasant report, with the wish that the restored tranquility may be lasting in order thereby to have our hands free against our more formidable enemy, as has been granted to us thus far. At least, nothing is heard here or in neighboring Banda of any British attempts beyond what I brought to Your Right Honorable's knowledge under date of 28 April last by a Makassar express, in which missive from me and the Council mention was also made of the fortunes of the emissaries of the Moluccan Principal Kings and the effect of the Manifestos on Ceram. It serves in continuation thereof that they have since returned here without mishap and have handed over to me a kept Daily Register of their actions and fortunes, a counterpart of which was recently offered to Their High Mightinesses, a copy having remained with them for presentation to Your Right Honorable, so that I make no digression of it herein. But with regard to the dispatched expedition to Ceram under Saparoua Chief Beth, I add that it had a desired effect, since five Bugis and Mandarese paduawangs were captured and burned which, upon the invitation of the rebel Nuku, were at Keffing, while a sensible chastisement was also once again applied to these Nuku-minded nests and adjacent villages. The inconvenience of wind and weather having prevented going further, the aforementioned rebel Nuku and accomplices are presently hiding on Ceram's northeast coast at the negorij Gha, where I think and rely upon being able to surprise him and his associates during the upcoming Hongi or rather Expedition Voyage. Meanwhile, a small pirate fleet of seven Papuan kora-koras abducted some people on Ceram's inner coast and with them returned in all haste to their villainous chief Nuku, thinking they will be able to overcome the force I have at hand, and also causes me
Dutch transcription
91: voorts dat den Capitain op 't zien van 'sComp: Rotting hem orangkaij vriendelijk behandelt, dog ook genoodsaakt hadden tot bezeijde Goram te begeleiden en als tot loots te dienen zonder nogtans te kenne te geeven werwaarts de rheijse meende te vervolgen 't geen alles is wat men van dien vreemdeling tot hier toe heeft kunnen ontdecken. voorts dienstig agtende Uwel Ed: Agtb: niet onkundig te laaten van de verrigtinge der sendelinge van de Molucse Hoofdko„ „ninge en het effect der Manifeste, Noteere wij dat gerep„ „te afgesanten door de onder de gehoorsaamheid van de Comp: to weedergekeerde en Pardon verleende Ceramse Regenten met hunne voornaamste ondergestelde op den 20:' Febr: laastl: van hier afgehaald en naar Ceram overgebragt zijn, hoe t' tot het berugte Lobo toe met een goed succes in haare Commis„ „sie gevordert zijnde verder op tot aan 't Eijland ketting al„ „les weijgerig gevonden hebbe haar te accepteeren onder hardnee„ „kige declaratie het met Noeckoe te willen houden, mits„ welke eenigen tijd ten gem: Eijlande koffing om het noodige te beraadslagen vertoevende, zijn t' daar, door Noeckoe en aanhan„ „geren sterk omtrend Hondert vaartuijgen als ingeslooten ge„ „worden, waar van wij voor weinig daagen kennis kreegen en dat ons heeft doen besluijten direct derwaarts te depecheeren twee wel g'armeerde pantjallings, gevolgd zullende worden van de kruijs„ „vlootjes van onder Saparoua en Haroeko, onder den koopman en p„l Saparouas Hoofd Beth, verwagten wij hier van een gewensctte uijtslag, te meer daar de alphoeren teevens gereed staan om teegens de Noeckoes gezinde Cerammers op te trec„ „ken, kunnende egter bij ons geen concept geformeert worden hoedanig den Tidors Rebel zig zo spoedig heeft kunnen her„ „stellen en de genoteerde vloot weeten te versaamelen, ten zij er iets anders onder schuijld, waar van w' nog geen informatie bekoomen Ternaten bekoomen hebben, intussen smert 't ons zeer zo veele aangewende middelen, weegen en importante uijtgeloofde premien tot de opligting van Noe„ „koe en bij zig hebbende Tidoreese vrugteloos te zien, voor al in deese sorgelijke tijd waar in men Onse sobere magt bij de hand dient te hou„ „den, om een gedugter vijand is 't mogelijk aftekeeren, die zig de inlandse onlusten zeeker ten nutte soude maaken de Macassaarse berigten Ons in deese tot de nauwe Hoede en waakzaamheid woo„ „pende hebben wij middelerwijle door het hier binnenloopen van Een souroebaijse chialoup die te Lisau vervallen en van daar in 't laast, van Maart J: L: vertrocken is, berigt gekreegen, dat zo min aan dat Portugees Comptoir als in 't vaarwater geene scheepen gezien off vernoomen zijn geworden wij = zijn verlangende naar een aangenaame tijding, uijt uwelEd: agtb: Gouvernement terwijl voor 't teegenswoordige deese besluijten, met uwel Ed: agtb: en 'sComp„s wigtige belangen te beveelen in Gods dierbaare Hoede en Bescherming daar bij betuijgende met alle agting te zijn, /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer en E vrienden /:lager:/ UWel Ed: agtb: bereidwillige vriend en Die„ „waaren /:was geteekent:/ B„s d„n Fleuren, I: A: Schilling, I: Ae„ „phanus, I: C: Cruijpenning, L: S: Haga, N: Galloo, en VB: Martens, /:in margine:/ Amboina in 't Casteel Nieuw Vic„ „toria den 28:' april 1783: Aan den wel Edele Agtbaaren Heer Alexander Cornabé Gezaghebber over de Moluccos. Wel Edele Agtbaare Heer. over Banda den 20:' Maij J„o Leeden ontfangen hebbende Uw welEd: agtb: g'Eerde aparte letteren van 23:' Januarij bevoorens, zal ik het daar bij verhandelde betreckelijk de uijtgeruste Tidorse magt ter assistentie dit heen teegens den Rebel Noeckoe derzelve ontmoetinge 93: ontmoetinge en weeder thuijskeeren als een gedaane saak in deesen passee„ 1 „ren met uw wel Ed: agtb: toestemmende dat sulke hulpe maar kosten en moeijte verspild is, geluckiger scheint na het verder bedeelde de dem„ „ping der gereesene onlusten onder de Ternaatse alphoeren afgeloopen te zijn, en danke uwelEd: agtb: voor dat aangenaam berigt met toewen „sing de herstelde rust duursaam mag zijn om daar door teegens onse ge„de „dugter vijand de hande ruijm te hebben, hoedaanig ons tot hier toe ge„ „gund word, ten minsten vernoemd men hier in in 't naburig Banda nog niets van der Britten attentaten buijten het geen uwel Ed: agtb: onder dato 28:' april J:tb: per een Macassaarse Expresse hebbe ter kennisse gebragt, bij wel„ „ke missive van mij en den Raad ook mentie gemaakt hebbende van het weder„ „vaaren der Pendelinge van de Moluese Hoofdkoningen en effect der Mani„ Posten op Ceram zo dient ten vervolge dat t 't sedert alhier ramporij gere„ „tourmeert zijn, en van haer verrigting en wedervaaren Een gehoude Dag Regis„ „tor aan mij hebben overgegeeven, waar van de wedergade Haar Hoog Edelens Jongst aangeboden is zijnde Een afschrift onder hun verbleeven ter aanbie„ „ding aan uwelEd: agtb: des ik in deesen daar van geen uijtwijding maken maar met aanschouw tot afgesondene Expeditie na Ceram onder Saparonas Hoofd Beth nog aanhaalen dat die van Een gewenscht Effect is geweest nademaal vijff Bougineese en Mandhareese Paduakangs overmeesterd en verbrand zijn, die op de uijtnodiging van den Rebel Noeckoe zig te kellemoerij bevonden, terwijl ook dit Noeckoes gezinde Nesten bijgeleegen dorpen weeder een gevoelige kastijding is toegepast, hebbende de ongeleegendheid van wind en weer niet toegelaaten verder te kunnen gaan, houden de ge„ „waagde Rebel Noekoe en complice haar teegenswoordig op Cerams N=o cust ter Negorij Gha schuijl, alwaar ik denke en staat maaken onder aanstaande Hongij off liever Expeditie Togt hem C: s: te sullen kunnen ver„ „rassen, intussen Een kleen roofvlootje van zeeven Papoese Corre corre op ce„ „rams binnen cust eenige minsche opgeligt en daar meede in aller ijl naar haar snood Hoofd Noeckoe gekeert zijn vermeenende 't met mij aan„ „hande hebbende magt te zullen kunnen meester worden en ook doet mij
English
the immense costs deter me from requesting aid from your Right Honourable, unless Their High Honours might otherwise approve. As the Moluccan emissaries in question are crossing over to your Right Honourable together with this letter aboard the vessel of the burgher Henst, I do not think they can claim anything more than what they have enjoyed here, all having been fitted out by me in new Dutch clothing and having lived here abundantly at my private expense, so that they remain outside the expense account of our Lords and Masters! Further serving in reply to your Right Honourable and Council's esteemed secret further missive of 7 April last, I express my thanks for the reports sent therewith regarding the delayed Tidore succour, and sincerely wish that the undertaking of that Court against its rebelling Papuan subjects may meet with fortunate success, and that the measures employed, promised premiums, and marks of honour offered by your Honour may answer the intended purpose, which I likewise hope to hear concerning the expedition against the Maguindanaoans, so that one may finally rejoice over restored domestic peace, gladly approving that those who distinguish themselves therein as principal instruments be honoured to encourage others, and thus I am not indifferent toward your Right Honourable's favourable disposition in favour of Ensign Loholt, who, however, could have made himself more worthy of this with a more moderate account of his pretended expenditures, spendings, et cetera, than he has produced, such as I never expected, and regarding which the interests of myself and Council are brought to your Right Honourable's attention in the accompanying general letter, which I request you to take in good part, being ignorant of whether that officer has substantiated with sufficient proof the loss of vessels and other goods and the repurchase of the same, which we believe should likewise be the case regarding the expended gunpowder, shot, et cetera, meanwhile well understanding that the poverty of the Tidore Court, whence the disturbances originate, cannot bear the burden of the expenses, and that your Right Honourable's government has certainly had to bear quite substantial burdens through the outfitting of expeditions, if only it might please Heaven above all to grant us at last an enduring domestic and foreign peace and tranquility, being able to report provisionally in that regard that Ceram affairs are turning more and more for the better, as many of that nation recently gave proofs that they steadily persevere in their newly sworn allegiance. Having dispatched the received packets addressed to the main settlement and neighbouring governments, I hereby present to your Right Honourable the secret signal for the coming year; further sincerely wishing that the chaloup Manado and the ship Den Tempel may already have arrived safely at your parts with the desired agreeable relief, and that delightful peace and freedom may be reborn everywhere, I commend your Right Honourable and the Company's lawful interests to the only safe keeping of God, while remaining, after friendly greeting, with much respect, below: Right Honourable Sir, lower: your Right Honourable's obliging friend, was signed: B.r v.n Pleuren, in the margin: Amboina in the Castle Nieuw Victoria, 30 August 1783. Agrees, Laga, Secretary. Macasser To the Right Honourable Sir, Barend Reijke, Governor and Director there. Right Honourable Sir! Having had the honour on 23 December last and 16 April past to receive your Right Honourable's separate missives of 31 October of the past year and 19 March of the current year, together with the reports and extracts of Bima letters cited therein, the latter addressed together with the Council to the undersigned and Council, both for information regarding the arrival of the English with some ships at Salemparring under Great Bali and at Sape under Bima, I serve you with a friendly reply thereto, that up to the present nothing has yet been heard of those unwelcome guests under the jurisdiction of this Province, unless one of those ships might have passed Ceram's north-east coast, which, having tacked back and forth for several days in the latter part of the month of March last between the islands of Keffing and Ceram Laut, and pretending to be a Frenchman, headed toward the Papuan Islands without in the meantime showing any desire to cast anchor here or there, having according to the Ceram reports, on which little reliance can be placed, been manned mostly with Sepoys. What one should think of it I do not know, but I nevertheless suspect that rover, while it is not to be presumed that a single Frenchman would venture into those dangerous waters; it might easily have been an English interloper seeking spices, but it still remains a riddle, and I cannot form any evil idea of the same, because it did not inquire after the Tidore fugitives who are hiding on Ceram's north coast. In the waters under Timor or the pretended gathering place of Lifau, no foreign ships or vessels have been seen either, as your Right Honourable can see from the accompanying report; and under Ternate
Dutch transcription
mij de Inmense kosten afschricken om hulpe van uwelEd: agtb: te ver„ „zoeken ten zij 't Haar Hoog Edelens anders mogte goedkeuren gewaagde Molucse sendelinge nevens deese p„r 't vaartuijg van den burger Henst tot uwel Ed: agtb: overvaarende, denke ik niet dat de„ „zelve iets meer kunnen pretendeeren dan hier genooten hebben, zijnde alle door mij in nieuwe hollondse kledage gestoken en hebbe hier ruijm weg op mijne prive kosten geteerd, zo dat 'z buijten de Laastreeck: van onse Heeren en Meesters blijven! wijder dienende op uwel Ed: agtb: en Raads g'eerde serrete nadere missive van 7: april J:b:, bedanke ik voor de daar bij gesondene relaasen betreckelijk agtergebleevene Tidors secours, en wensche hertelijk dat de onderneming van dat Hoff teegens desselfs rebelleerende Papoese onderdanen van een geluckig succes zij mitsg„s de door uwelEd: aangewende middelen, uijtgeloofde premien en Eere teekenen aan het oogmerk beantwoorde moo„ „gen, eeven 't welke meede hoope te verneemen van de Expeditie teegens de Mangandanauwer, op dat men zig eindelijk eens over de herstelde binnenlandse rust mag verbleiden, gaarne billijkende dat die daar toe als voornaame werktuijgen uijtmunten, ter aanmoediging van andere betoond worden, en des den ik niet onverschillig over uwelEd: agtb: gunsti„ „ge dispositie ten faveure van den vaandrig Loholt die zulx egter zig deeter had kunnen waardig maaken met een moderater Reeckening van zijne voorgewende uijtgaven spendatien w=a dan hij gedaan heeft hoedaanig ik nimmer verwagt hebbe, en waar omtrend de belan„ „gens van mij en raad uwelEd: Agtb: bij overgaande gemeene Letteren onder 't oog gebragt worden 't geen versoeke ons ten goede te duijden onkundig, zijnde off dien officier, het verliesen van vaartuijgen met andere goederen en het weeder inkoopen van dezelve met voldoende bewijse gestaafd heeft, dat wij meenen omtrend het verschotene buskruijt scherp &=a erven zo dient plaats te hebben, intussen wel begrijpe dat de armoede van 't Tidorse Hoff van waar„ de onlusten herkomstig zijn het dragen der onkosten niet Leijden kan, mitsg„s 95: mitsgad„s dat uwel Ed: agtb: gouvernement door de uijtrusting van Expedi„ „tien zeeker vrij wat Importante Lasten te dragen heeft gehad, mogte heb den Hemel maar behaagen voor al dat ons eens een duursame in en uijt„ „landige rust en vreeden te schenken, bij voorraad desweegen kunnende melden dat de Ceramse saaken meer en meer ten goede keeren al„ „so veele van die Natie Jongst bewijsen gegeeven hebben, dat 'z' dor bij de nieuw beswoorene trouwe volharden. De ontfangene Pacquette voor de Hoofdplaats en naburige gou„ „vernementen addresse besorgd hebbende biede ik uwelEd: agtb: bij deesen aan de secreete Seine voor anno aanstaande; voorts hertelijk wensen„ „de dat de chialoup Manado en 't schip den Tempel met gensteerd aangenaam ontset reets geluckig â Costij g'arriveerd moogen zijn mitsg„s alomme de Lieffelijke vreeden en vrijheid herbooren worden, bevee„ „le uw welEd: agtb: en sComp„s wittige belangen in de alleen veilige Hoede Godes Terwijl naar vriendelijke Salutatie met veel res„ pect blijven /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uw wel Ed: agtb: Dienstvaardigen vriend /:was geteekend:/ B:r v:n Pleuren /:in margine:/ Amboina in't Casteel Nieuw victoria den 39: aug„s 1783: ccordeert Laga Secrets Macasser Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijke. Gouverneur en Directeur aldaar. Wel Edelen Agtbaaren Heer! De Eere gehad hebbende op den 23:' xber: pass„o en 16:' april J:t b: te ont„ „fange uw wel Ed: agtb: aparte Missivens van 31: octob: a„o vergangd en 19:' Maart h: a: nevens daar bij aangehaalde relaasen en Extracte Bi„ „mase Brieven de laaste neevens den Raad aan den onderg: en Raad gerigt, beide tot informatie van de aankomst der Engelse met ee„ „nige scheepen te salemparring onder gr=t Balij en te Sape onder Bima dienee ik daar op en vriendelijk antwoord, dat men tot hier toe van die onaangenaam gasten onder het ressort deeser Provintie nog miets vernomen heeft ten zij eene dier scheepen Cerams N„o oost Cust„ mogte gepasseert zijn, die eenige daagen in 't laast van de Maand maart JL: tussen de Eijlande keffing en Ceram Laut over en weer gelaveert te hebben, en voorwende Een Fransman te zijn, 't na de Papoese Eijlande heen gehouden heeft, sonder intussen de lust betoond te heb„ „ben om hier off daar voor anker te gaan, naar de Ceramse berig„ „te /:daar weinig staat op te maaken is :/ meest bemand geweest zijnde met Cipaijers, wat men er van denken moet weet ik niet maar suspecteere Egter dien swerver, terwijl het niet te vermoeden is een Enkelde Fransman zig in dat gevaarlijk vaarwater zal waagen, ligt soude het Een Engelse Loarendra„ „jer kunnen geweest zijn die specerijen gezogt heeft dog het blijft nog een raadsel en ik kan van denzelve geen quaad denk„ „beeld formeeren, om de wille zig naar de Tidorse vlugtelinge niet g'informeert heeft, welke haar op Cerams N„o Cust schuijl houden On het vaarwater onder Timor off voorgewende versaamel plaats Lifau zijn meede geene vreemde scheepen off vaartuijgen vernomen, zo als uwelEd: agtb: bij neevens leggend Relaas kan zien; en onder Ternaten
English
97: Ternate also seems to be a stranger to it, yet despite all this, people here are vigilant so as not to be caught by surprise, and I thank Your Most Honourable Worship for the timely report, having dispatched his Express as soon as possible to the said Government of Ternate after a stay of several days due to the necessary repairs to the vessel and rigging, and having also provided the Lord Governor of Banda with what is necessary, adhering, pending the approval of Our High Rulers, to the observed method of His Honour and Your Most Honourable Worship in the correspondence instead of the covered writing style; for the rest, I have the pleasure to report that the indigenous unrest has changed considerably for the better through my successful Hongi and expeditionary voyage, with the entire inner coast of Ceram and outside up to and including the notorious Tobo having been brought to submission, and further up, the large fleet of Tidore's Prince Nuku, strong 150 kora-koras and junks, having been completely defeated and all the enemy's bentings captured, so that the rebel's followers are no longer of any significance, and that chastisement causes him and Tidore's company to remain in hiding, thinking and harbouring good hopes of overpowering the same soon or during the upcoming Hongi expedition. The aforementioned Chief Pirate, having sought to procure for himself a formidable power and following by sending letters far and wide, has resulted in some Buginese, Mandarese, and Macassars finding their way to Ceram with padewakangs, without however, according to their pretext, having had the intention to support Tidore's rebel in his hostile actions, but rather to conduct trade and seek spices, since that Chief Pirate was said to have informed them by letters of open and free navigation to Ambon and Banda; having obtained knowledge of this, a small expeditionary fleet sent by me to upper Ceram from below Saparua in Haruku under the vigilant provisional head, the Merchant Beth, also had the good fortune to encounter five padewakangs at Kellemoeri, Quellibon, and Ceijlor, not only to overpower and burn them, but also, after a bold fight, to seize their cargo hidden in the mountains, consisting of Javanese, Macassar, and Coast cloths, of which I have deemed it necessary not only to give notice to Your Most Honourable Worship, but also to request that the Prince of Boni be addressed regarding the aforementioned intrusion conflicting with the treaties, and further to devise such means as Your Most Honourable Worship shall deem serviceable and necessary for the interest of our Lords and Masters; while noting here for your information that according to the reports I have received, among the aforementioned overpowered padewakangs there was even one of the Company's subjects from your parts! Offering Your Most Honourable Worship the secret cipher for the year 1784 enclosed herewith, I wish for the rest most cordially that it may please God to preserve Your Most Honourable Worship and the other Eastern Governments from a formidable visit by our enemies, and mercifully to grant here as well as elsewhere blessed peace and freedom, while after friendly greetings I remain with great respect beneath was written: Most Honourable Worshipful Sir lower: Your Most Honourable Worship's serviceable friend was signed: B. V. Pleuren in the margin: Amboina in the Castle Nieuw Victoria, 16 August 1783. Agreed 20 June 99: Today, 15 April, in the year 1783: Appeared before me, Lambertus Janszoon Haga, Junior Merchant and Secretary of Policy for this Government, the witnesses to be named below being present: Abraham Joosten of Banda, citizen and resident there, about 30 years old by appearance, of the Reformed Religion, and Padang, Peranakan Chinese and resident in Surabaya, currently skipper of a sloop belonging there, with which instead of heading for Macassar he recently ended up here, about 32 years old by appearance, Mohammedan; who, at the requisition of the Most Honourable Worshipful Lord Governor and Director of this Province, related as the pure truth: The first deponent: that he, as mate on the prahu of the Banda resident Isaac Harder, intending to sail from there to Kisar, came to grief at Lifau on Timor under the Portuguese due to adverse circumstances, lost his vessel there, and became separated from his shipmates, not knowing whether they were massacred or are still alive. That he, the deponent, having been held captive there for about eight months, the second deponent in the meantime also drifted around that area with his vessel, and he, the first deponent, receiving word of this, sought his escape, made his way to it, and subsequently, to his good fortune, got away from the aforementioned land, together with a slave of the said Harder named Maart. The second deponent: that over four months ago, intending to sail for trade with the sloop under his command from Surabaya to Macassar, he drifted due to contrary winds to the land of Timor, specifically to Lifau. That
Dutch transcription
97: Ternaten scheijnt min er ook nog vreemd van te zijn, met dat alles is men hier egter waaksaam om niet onverwagt overvallen te worden, en danke uwelEd: agtb: voor het tijdig berigt, hebben „de desselfs Expresse naar eenige daagen vertoevens mits de be„ nodigde reparatie aan vaartuijg en tuijgasie zo haast mogelijk naar gem: gouvernement Ternaten zijn depeche gegeeven en den Bandas Heer Gouverneur ook het noodige bedeelt houdende mij op de goedkeure Onser Hooge gebiederen in de correspondentie insteede van de bedekte schrijftrant aan de g'observeerde Methode van zijn Ed: en uw wel Ed: agtb:; voor het overige hebbe ik het genoegen te moogen melden dat de inlandse onlusten door mij„ „ne welgeslaagde Hongij en Expeditie Togt aanmerkelijk ten goeden verandert zijn, terwijl de gantsche Binne Cust van Ceram en buijten tot het berugte Tobo inclusive tot submissie gebragt, voorts hooger op de groote vloot van Tidors Prins Noekoe sterk 150: Carre Corre en Ionken ten eenemaal verslagen en alle svijands Bentings overmeesterd hebben, zodanig des Rebels aanhangere van geen belang meer zijn, en die kastijding hem en Tidors geselschap doet schuijl houden denkende en voe„ „de goede hoope dezelve Eerlange off onder aanstaande Hongij Togt magtig te sullen worden. gem: Hoofd Rover door 't afsenden van Brieven wijd en zijd getragt hebbende hem Een ontzaggelijke magt en aanhang te besor„ „gen, heeft dit ten gevolge gehad, dat Eenige Bougineesen, Man„ „dhareesen en Macassaaren, zig met Paduakans op Ceram hebben laaten vinden sonder nogtans naar haar voorwending van intentie geweest te zijn Tidors Rebel in zijn vijandelijke bedrijven te onder„ „steemen maar den Handel te drijven en specerijen te soeken, alsoo dien Hoofd Rover de open en vrijen vaart naar ambon en Banda haar door brieven soude bekend gemaakt hebben hier van kennis gekreegen hebbende, heeft een Expeditie vlootje door mij mij naar boven Ceram afgesonden van onder Saparoua in Haroe„ „ko onder 't wakkere p„l Hoofd den Koopman Beth ook het ge„ „luk gehad vijff Paduakans te kellemoerij, quellibon en Ceijlor aan te treffen dezelve niet alleen te overmeesteren en te verbran„ „den, maar ook de daar van in het gebergte geburgene laadin„ „ge, bestaan hebbende in Iavaase, Macassaarse en Cust kleeden naar een stout gevegt te maaken, waar van ik nodig g'agt heb„ „be uwelEd: agtb: niet alleen kennis te geeven, maar daar bij ook te verzoeken Bonijs vorst over voorseiden teegens de verbon„ „den strijdende indrang te willen onderhouden, en voorts zoda„ „nige middele te beramen als uwelEd: agtb: voor 't belang onser Hee„ „ren en Meesters dienstig en noodsakelijk zal oordeelen; verwijl hier bij ter narigt Noteeren dat naar de informatien die ik bekomen hebben, onder voorsz: overmeesterde Paduakans zelfs eene van 'sComp„s onderdanen â costij soude geweest zijn! De secreete Peijne voor a„o 1784: in deese geslooten uw wel Ed: agtb: aanbiedende wensche ik voor het overige allerhertelijkst dat het Gode behage uw wel Ed. agtb: en verdere Oostersche Gouvernementen te behoeven voor een gedugt besoek onser vijanden mitsg„s zo hier als elders goedertiern te schenken den gezeegende vreede en vrijheid, Ter„ „wijl naar vriendelijke salutatie met veel respect blijven /:onder„ „stond:/ wel Edelen Agtbaaren Heer /:lager:/ uw wel Ed: agtbaare Dienstvaardigen vriend /:was geteekent:/ B„s V„n Pleuren /:inmargine:/ Amboina in 't Casteel Nieuw victoria den 16: augustus 1783: Accorbiert a 20 Junt 99: Op Heeden den 15: April Anno 1783: Compareerde voor mij Lambertus Ianszoon Haga onderkoop„ „man en secretaris van Politie ten deesen gouvernemente, present de nate„ „noemene getuijgen. Abraham Joosten van Banda, Burger en Jnwoonder aldaar, oud na aansien 30: Jaaren, van de gereformeerde Godsdienst. en Padang Parnakan chinees en Jnwoonder te sourabaija, tans Hoofd van een daar thuijshoorende Chialoup, met dewelke /:insteede van Macasser te bestevenen :/ laatst, hier vervallen is, oud na aansien 32: Jaaren Mahumetaans; dewelke ter requisitie van den wel Edelen agtbaaren Heer Gouverneur en Directeur deeser Provintie, als de zuijvere waarheid relateerden! den Eersten Comparant, dat hij als stuurman met de patjalling van de Bandas Jnwoonder Isaac Harder, van daar na kisser willende steevenen, door Contrarie geleegendheid bij Li„ „fau op Timor onder de portugeesen ter houw is gekoomen, al„ „daar zijn vaartuijg verlooren heeft, en van zijn meede scheepe„ „lingen afgeraakt is, niet weetende of die gemassacreert dan wel nog in 't leven zijn Dat hij relatant, bij de agt maanden aldaar vast gehouden geweest zijnde, den tweede Comparant intusschen met zijn vaartuijg meede daar omstreeks vervallen is, en hij Eerste relatant hier van kennis bekoomende zijn goed heen koomen gesogt, zig na 't zelve toe begeeven heeft; en vervolgens tot zijn geluk van voorsz: Land afgekoomen is, nevens Een slaaf van gem: Har„ „der genaamt Maart. Den Tweeden Comparant; dat hij ruim vier Maanden geleden met de onderhebbende chialoup, van sourabaja na Macasser ten handel willende vaaren, door contrarie winden, op het Land van Timor en wel te Lifau vervallen is! Dat
English
That he, having now successfully escaped from that land twenty days ago after enduring many disasters and fears, yet being able to head for Macasser even less than before, arrived in the roadstead here yesterday. Both declarants together: that they, neither at Lifau aforesaid nor on the voyage, saw or learned the least of foreign or other ships or vessels! Herewith the declarants ended this their report with reasons of knowledge as in the text, being ready to confirm further what has been reported if required. Was written below: Thus done and reported at Amboina in Castle Nieuw Victoria on the date aforesaid, in the presence of Samuel Adriaansz and Jacob Woutersz, clerks, as witnesses who signed the minute hereof along with the declarants and me, the secretary. Lower: Quod Attestor. Was signed: L: J: Haga Sec:s. Agrees. Haga, Secretary. 101: To The Right Honorable Worshipful Sir! Bernardus van Pleuren Governor and Director of this Province Right Honorable Worshipful Sir! In accordance with your Right Honorable Worship's highly respected order in the Instructions for the description of the Clove Trees of 14 February last, we have performed that commission and at the same time carried out the exact survey of the Nutmeg Trees which we found, to the number of One Thousand Five Hundred Thirty-Nine, all growing vigorously and for which we have recommended the owners, in your Right Honorable Worship's honored name, to bestow the necessary care, the plantations consisting specifically as follows below, namely: Fruit-bearing, Half-grown, Young Trees, Total! Nussanive, Seijlale, Oerimessing, and Hatoe: 23, 25, 38: 86 Kilang, Nakoe, and Hatalaij: 10, 17, 108: 135 Soija and Ahoesing: 43, 85, 327: 455 Ema, Hoekoerila, Roetong and Leharij: 20, 79, 142: 241 Foelij: 6, 13, 26: 45 Hoekoenaloe or the Three Houses: 5, 3, 6: 14 In the Gardens, Yards, and Lands of the Company's Servants, Burghers and Chinese: 52, 43, 78: 172 Latoehalat and Amahoesoe: 18, 67, 130: 215 Hative and Tawiri: 7, 44, 103: 154 Hoetoemoerij: 3, 5, 3: 11 Halong: 1, —, 10: 11 Total: 188, 380, 971: 1539 In the past year only: 136, 338, 893: 1367 And thus showing that in this year there are 52, 42, 78: 172 more. Having found over 1700 young trees of 2 to 3 feet high perished and scorched, which the native attributes to the excessive heat and unusual protracted drought. While we hope that the commission accomplished by us in this matter will have met the purpose of your Right Honorable Worship, and preparing ourselves further to take the oath, we are with all respect. Was written below: Right Honorable Worshipful Sir. Lower: Your Right Honorable Worship's humble and dutiful servants. Was signed: H: A: Geerenbeek, G: F: Gosling and P: Sahetapij. In the margin: Amboina the 9th of June Anno 1783. Haga, Secretary. Agrees. 103 Advertisement All and everyone who are present here and in this Province with, or on, ships and vessels from other places, are hereby notified that the selling, alienating or bartering, and giving away of small cannons, swivel guns, and other firearms, as well as gunpowder, and furthermore all munitions of war of whatever kind, to and with the native, among them principally the Cerammese, is prohibited on pain of corporal punishment according to the findings of the case, and that proceedings will be taken against violators in this matter without connivance or dissimulation, in order that they may guard themselves against harm; while the authorities, moreover, are very expressly forbidden to admit any Cerammese regents or lesser Cerammese aboard their ships, or to tolerate that they are admitted and intercourse is held with the same: which interdict has been found to be fitting for important reasons. Was written below: Amboina in Castle Nieuw Victoria the 19th of February Anno 1783. Lower: By order of the Right Honorable Worshipful Lord Governor and Director, along with the Council of this Province. Was signed: P: J: Haga, Secretary. Agrees. Haga, Secretary. Examined. 104. Batavia To His High Nobility The High Noble, Great Honorable, Right Valiant, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Right Honorable, Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, Great Honorable, Right Valiant, Far-Ruling Lord and Right Honorable Valiant Lords. With the vessels now making a gathering voyage to Java for the collection of rice, of which the inhabitants of this Province have a great shortage, we avail ourselves of the opportunity to duly give notice to your High Nobilities of the arrival of three English ships and a two-masted frigate in Strait Sape off Bima, as well as the hostilities which they commit at that place, described in the accompanying authentic copy of the letter sent to us by Prince, Resident, which we have just received and to which we very respectfully refer; as well as that we shall instruct the Resident there to exercise all possible prudence and in that case further to encourage the collective outer princes in a friendly manner to a steadfast loyalty to and care for the Company's interests and [illegible]
Dutch transcription
Dat hij nu twintig daagen geleeden, na veel rampen en vreese door„ „gestaan te hebben, geluckig van dat Land afgekoomen zijnde, nog„ „tans minder als voor heen Macasser hebbende kunnen besteeve„ „nen, op gisteren alhier ter hou is gekoomen Beide Relatanten te saamen; dat zij te Lifau voorsz: nog op de Reise, van vreemde dan wel andere scheepen of vaartuij„ „gen het minste gesien, of vernoomen hebben! Hier meede Eijndigden de Relatanten dit hun relaas niet reeden van weetenschap als in den text, bereidvaardig zijn„ „de, het gerelateerde des verlischt wordende nader gestand te doen /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Gerelateert te Amboina in't Casteel Nieuw Victoria dato voorsz: ter presentie van Samuel Adriaansz en Jacob Wou„ „tersz; Clercquen als getuijgen die de minute deeses ne„ „vens de Relatanten en mij secret„s hebben onderteekend /:lager:/ Quod Attestor /: was geterkent :/ L: J: Haga Sec:s Accordeert Haga Secret. s 101: Aan Den Wel Edelen Agtbaaren Heer! Bernardus van Pleuren Gouverneur en Directeur deeser Provintie Wel Edele Agtbaare Heer! Na uw wel Ed: agtb: Hoog gerespecteerde ordre bij de Instructie tot de beschrijving der Nagel Boomen van den 14:' Febr: J: L: hebben wij die commissie verrigt en teffens de nauwkeurigen opneem gedaan van de Noote Musschaat Boomen die wij bevonden hebben, ten getal„ „le van Een Duijsend vijff Hondert Negen en Dertig b„ alle fleu„ „rig opwassende en waar voor wij de Eijgenaaren uijt uw wel Ed: agtb: g'eerde Naam gerecommandeert hebben de nodige zorge te besteeden bestaande de Plantagien specificq gelijk hier ondervolgd te weeten. Nussanive, Seijlale, Oerimessing, en Hatoe. . . . Kilang, Nakoe, en Hatalaij - - - - - - Soija en Ahoesing. . . . . . . Ema, Hoekoerila, Roetong en Leharij. - - 20: 79: 142: 241: Foelij.. Hoekoenaloe of de Drie Huijsen. . . . In de Thuijnen, Erven en Landerijen van 'sComp„s Dienaaren, Burgers en Chineesen. .. Latoehalat en Amahoesoe - - - - - 18: 67: 130: 215: Hative en Pawizij. . . . . . . . Hoetoemoerij. . . . . . .. Halong. . . . . . . . In Anno pass„o maar. . . . . . En dus vertoonende dat in dit jaar meerder zijn 52: 43: 78: 172: te saamen. . . . 188: 380: 971: 1539: Vangtdra, Halfras, Jonge Summa„ „gende „sene Boomen „ rium! 23: 25: 38: 86: 10: 17: 108: 135: 43: 85: 327: 455: 6: 13: 26: 45: 5: 3: 6: 14: 7: 44: 103: 154: - - - - - 3: 5: 3: 11: Teld. . . . . . 136: 338: 893: 1367: 1: —: 10: 11: Hebbende (: 2467: 6 . 72. Hebbende ruim 1700: Ionge Boompjes van 2: âa 3: v:t hoog itge„ „storven en verbrand bevonden dat den Jnlander aan de overmatige litte en ongewoone langbuurige droogte toeduijden Terwijl wij verhoope dat de in desen door ons volbragte commis„ „sie aan het oogmerk van uw Wel Ed: Agtb: zal hebben voldaan, en ons voorts bereidende den Eed af te leggen zo zijn wij met alle Eerbiedigheid /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer /:bager:/ uw wel Ed: Agtb: ootmoedige en Trouw schuldige Dienaaren /:was geteekent:/ H: A: Geerenbeek der G: f: Gosling en P: Sa„ „hetapij; /:in margine:/ Amboina den 9: Junij A„o 1783: H Reg Secret:s Accordeert 103 Advertissement Alle en een iegelijk die zig met, of op, scheepen en vaartuijgen van andere plaatsen, hier, en in dese Provintie bevinden, werden bij deesen g'adver teerd, dat het verkoopen verallineeren of trocqueeren en wegschenken van Canon stukjes, Draijbassen, en andere schiet geweeren, mitsgad„s Bus„ „kruijt, en verders alle Ammunitie van Oorlog hoegenaamt, aan en met den Jnlander, daar onder principaal den Cerammer, is verboden op Lij straffe na bevinding van zaaken, en dat teegens de contraventeurs in deesen, zonder oogluijking of desimulatie zal werden geprocedeert ten einde zig te kunnen wagten voor schade, terwijl de overheeden boven dien, wel Expresselijk worden verboden, eenige Ceramse Re„ „genten of minder Cerammers binnen hun scheepsboord te admit„ „teeren, of te tollereeren dat g'admitteerd en ommegang met de„ „zelve gehouden worde: welke interdictie zodanig om wigtige reeden gevonden is te behooren /:onderstond:/ Amboina in 't Cas„ „teel Nieuw Victoria den 19:' Februarij A„o 1783:— /:lager:/ Ter ordonnantie van den wel Ed: Agtb: Heer Gouverneur en Directeur, beneevens den Raad deser Provintie /: was getee„ „kent:/ P: I: Hagd Seert Accordeel H Rag Junt Nagesien 104. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtb: Gestrengen wijd gebiedende Heere M„r Willem Aondd Alling Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India HoogEdel Got Agtbaare Gestrenge wijd gbiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Huren. Met de thans naar Java Een ophaal togt doende vaartui„ „gen ter afhaal van Rijst waar aan de Jngeseetene deeser Pro„ vintie groot gebrek hebben, bedienen w' ons van de geleegend„ heid om uw Hoog Edelheedens zoo wel schuld pligtig kennis te geeven van de aankomst van drie Engelsche schee„ „pen en Een awee Mast Fregaat in straat Cape op Bima mitsgaders de hostiliteiten die dezelve daer ter plaatse plee„ „gen beschreeven bij het overgaande Auithenticq afschrift van den Baief door Prinas Residen=t aan dns gesonden die wijze even ontfangen hebben en waar aan wij ons zeer Edr„ biedig zijn gedaagende, als dat wij den Resident aldaer zullen gelasten om alle mogelijke ontsigtigheid en dat cas verder te gebruijken door de gesamentlijke overwalse vorsten op Een vriendelijke wijse to amimeeren tot Een standvastige Trouwe aan en behertiging van 's Comp„s Belangers en seg voor
English
for the rest to abide by the orders already received from here in the year 1781 and issued by us in case the Company's post should be hostilely attacked by the English. Furthermore, we still have the good fortune to inform Your High Nobilities herewith that the Company's pantchiallang de Vreede, under the supervision of the Commander De Sisoo, arrived here on the 3rd of this month, provided only with a covering letter and an invoice of account, and that we are still looking forward to the duplicate and original Rescription of Your High Nobilities as well as the Company's cruising vessel, and also that for the rest we find ourselves here in undisturbed peace through God's goodness. We commend the precious persons of Your High Nobilities and the Company's weighty interests to God's safe keeping, and remain with all respect and high esteem. Underneath stood: High Noble, Right Honorable, Strict, Far-Ruling Gentlemen, and Noble Strict Gentlemen. Your High Nobilities' humble and faithful servants. Signed: B: Reijke, I: M: Borferman, I: W: H: van Rossum, I: D: Vos, E: Bosch, J: v: P: Buidach, G: D: v: Diemar. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, the 18th of March, Anno 1783. To the Noble Honorable Mister Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Noble Honorable Sir, On the 17th of this month, late in the evening, I received word overland from Sape, news that there, two days prior, far out in the roadstead, three large English ships and a two-masted frigate had come to anchor; that no one had yet been ashore, but that the interpreter at Sape was about to go on board them. I immediately had the King and the Grandees of the Realm asked the next morning for an audience. Arriving there, they asked me what they should do now, since they were helpless against such a power. I then advised them to send someone thither directly to speak with the English if they came ashore, to ask them where they came from, where their destination was, and what they came here to do, and that it was best to accommodate them only with necessities against payment, if the English gave their promise to depart as soon as they were provided with the necessaries. The Bimanese approved of this and, while I was still with them, sent someone to Sape. However, on the 19th I received news from Sape that the new guests there would hear nothing at all of any payment, but took everything away by force, and if anyone merely said, it is my property or pay me, they presented them with the pistol or the cutlass; that at Sape they chopped down and ruined all the gardens, etc.; yes, to all these and more other hostilities, they even added the abduction and carrying off of children; that all this caused utter consternation among all the people of Bima and especially among the inhabitants of Sape and surrounding areas; that the latter had taken all their wives, children, and livestock to the mountains. The English asked where the Company was here, but having their interpreter before them, he answered them that if they wanted to travel overland from there to the Company's post, in this time of the year, through the mud and the flooding of the rivers that they must cross, they would have a full month's work. Furthermore, they asked whether there were many Dutchmen, to which the Bimanese interpreter answered that because of the great distance he seldom came to the Company's lodge, but that he well knew that there were no more than six or seven Dutchmen, and that the rest had all moved to Makassar, since the Company presently kept no ships here; whereupon the English inquired no further about the Company's power. Upon this news, the Bimanese asked me again what they should do now, since the English were ruining everything at Sape and carrying off their people as well. I advised them again that one of the Grandees of the Realm, with a proper retinue, in the name of the King and the Grandees of the Realm, without loss of time, should be sent thither to ask the English, in somewhat resolute yet friendly terms, what they came to do, and in their name to demand back all the stolen people; and furthermore, must ask the English in direct terms whether they had come to act hostilely against them. If yes, that he would then report that to his prince; and if no, that they should hand over the abducted people, and could tell them what they needed, whereupon he would then provide them with everything as far as possible against decent payment. He must also make known to them that more English had come here before to refresh themselves, who had never been mistreated by the Bimanese, and that they also absolutely did not tolerate such treatment of their own people. The English pretend to want to go to China; others say again that their voyage is to Samoa, so that one cannot rely firmly on anything here, but they appeared out of the northwest, and where they come from is not yet known. I have prepared this with the utmost speed in order to inform Your Noble Honor as quickly as was possible.
Dutch transcription
voor het overige te gedragen aan de reeds van hier in A„o 1781 ontfan„ „gene en door ons gegeevene ordres ingevalle 's Comp„s post door de Engelsche vijandelyk mogte werden aangelast Voorst hebben wij nog het geluk uw Hoog Edelheedens bij deesen te bedeelen dat 's Comp„s Pantjallang de vreede onder opsigt van den Gesaghebber De Sisoo op den 3 deezer Eenelijk verzien van Een geleijde briefje en Een factuur van aan reekening alhier is geacriveerd en dat wij de dusplicaat en origiele Rescriptie unwer Hoog Edelheedens mitsgaders t Comp„ „roir schip nog tegenst sien als ook dat wij ons voor het overigr hier ter plaatse in Een ongestoorde Ruste door Gods goedheid bevinden. wij bevele de Dierbaare Perzoonen uwer Hoog Edel „heedens en sCompagnies swaar wigtige Belangens in Godee veijlige Roede, en blijven met allen Eerbied en Hoog Agting. /onderstond/ Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijd ge„ biedende Heere en wel Edele Gestrenge Heeren lagea„ uwer Hoog Edelheedens onderdanige en Trouwschuldige Doe„ naaren /:was Geteekend/ B: Reijke, I: M: Borferman I: W: H: van Rossum I: D: vos, E: Bosch J: v: P: Buidach G: D: v: Diemar /in margine/ Makasser in 't Casteel Rotterdam den 18 maert A:o 1783: Aan den wel Edelen Achtbaren Heer Reijke Barend Gouverneur en directeur ter Custe Celebes Wel Edele Acltbaare Heer Dien 17 deesen 'S avond laat kurg it verlend van Iape rijsting 16 tijding dat aldaar twee dagen bevoorens verre uijt de aval ten anker waaren gekoomen drie groote Engelsche scheepen en Een twee mast fregaet dat nog niemand aan de wal was geweest dog dat die tolk to sape bij haar aanboord stond te gaan ik liet aanstonds tee„ „geens morgen ochlend bij de kooning en Rijpgrooter belat vraa„ „gen daar koomende vroegen zij muij wat zijlieden nu daen Zou„ „den wijl zij als teegens zo een magt niet bestand in deesen rade„ loos, waaren ik rlaaden haar dan om direct iemand der waerds te zenden om met de Engelschen bij aldien zij aan de wel kwaamen te spreecken haar af te vraegen van waar zij kwaamen werswaards hunne distinatie was, en wat zij hier is waamen doen en dat het beste was haar teegens betaaling sligt met het noodwindige te gerieven als zij Engelsen haar be„ lofte deeden van zo haast zij van 't noodige voorzien waaren te zullen vertrekken dit keurden de Bainaneesen goed ensen aen ter„ wijl ik nog bij haar was imand nasape, dog den 19:' kreeg ik tij„ „ding van Cape dat de nieuwe gasten aldaer in 't geheel ovangeen bettaaling wilden hooren muer alles met geweld wegnaamen en zo iemand maar zeij het is mijn goed of betaald mij dat zij de zulken de Pistool of de Houwer Presenteerden dat zij op Japi alle de Thuijnen &ca omver kapten en Ruineerden Ja zelfs bij als die en meer andere hostititeijten het weg„ neemen en verovoeren van kanderen voegden dat dit Een en andere Eenin gansche verslaagendheid onder altvolk van Rima en voor al onder de inwooners van Sape en daar omstreeks ver„ „grekte dat laast gemelde hunne vrouwen kinderen en Bessels alle nat gebergte hadden, waar de Compagnie hier was dog Een Hunme Lolk voor hebbende andwoorde haar dat als zij van daar verland na de Compagnies Post wilden dat zij dan in deese tijd van't Jaar door de modder en 't overloopen der Revieren die zij moet passeeren. wel Een maend werk hadden verders vroegen ze of erveel Hollanders waaren waar op den Bainas holt andewoorde dat hij weegens de verre afstend Selden. selden in sComp„s Logie kwaar dog dat hij wel wist dat er niet boven de Saien men hollanders waaren dat d' Eest alle na Maccasser waaren overtroken wijl dog de Compagnie thens geen scheepen thier soud waar op de Engelsen verder zig nade Comp„s met g'informeert hebben op diet vijoting laeten mij de Bounaneesen weeder vraagen wat zij nu zouden doen, daar de Engelsen alles te sape Euineerden en haar volk er bij weg= naamen ik olaaden haar dan op nieuw dat zij op nieuw Een van de lijpgroot met Een goedgevolg uijt naam vande kooning en Rijxgrooten zonder tijd versuijm moeten derwaerds senaen om in wat Cordaten vriendelijk termen de Engel„ „schen men af te vraagen wat bij kavam doen enbouijt naam van hun alle de gestoole menschen te rug eisschen en verders hun Engelschen an directe termen moest afvrae„ „gen of zij gekoomen waaren om vijandelijk tegens hun te ageeren zo Ja dat hij dan daar van rapport zou doen. aan zijn vorst en zo neen dat sij aan de weggenoomene menschen zouden uijtleeveren en aan aan hun konden zeggen wat zij nodig hadden wanneer hij haar teegens ordentelijke betaaling dan na mogelijkheid van alles zou voorsien ook moest bij haar te kennen geeven dat hier wel meer Engelschen zig hadde koomen ververschen die nooijt door de Bamaneesen kowalijk behendeld en dat zij zulks ook absolut aan de haaren niet tolloreerden. De Engelschen geeven voor na China willen an deren zeggen weer dat haer leijse na Simoa is zo dat men hier niet vast op aanker doch zij zij uijt het noord wesen koomen op daegen en waer vandoen weel men nog niet Ik heb deese ten allen spoedigsten vervaardigt. om uwel Edele Actb: so schillijk moogelijk was
English
108. was very respectfully to inform of this most important news and have been compelled to charter the bearer hereof named Intje Manco for fifty Rds whilst I have obtained the pacua and a portion of the crew of the Bima, in hope that your Honorable Worshipful will be pleased to stamp this as well as my actions in this matter with your Honorable approval, looking forward with very great longing to your Honorable most respected orders in this regard, I request at the same time very humbly that the bearers hereof, in case of a long voyage and if they ask for it, may be provided at the Coast with rice for their return voyage, which I have promised them in all respect to your Honorable. I shall report as soon as possible on the outcome or whatever further might occur, and since the continuous stormy weather absolutely does not permit it, I have not been able to give notice to Java of the arrival of these ships. Herewith I remain with the deepest respect and submissiveness, was written below, Right Honorable Worshipful Sir, lower, your Honorable Worshipful humble and faithful bound servant, was signed, Cs Meurs, in the margin, Bima in the Company's fortress the 20 February Anno 1783, underneath, Agrees, was signed, I: S: Beulach: To His Right Excellency The Right Honorable Great Worshipful Valiant wide-ruling Lord Mr Willem Arnold Alting Governor General Together with The Right Honorable Valiant Lords, Councillors of the Dutch Indies Right Honorable Great Worshipful Valiant wide-ruling Lord and Right Honorable Valiant Lords The soldier Coenraad Hermanus Heijns, who arrived here yesterday evening from Bima with the ordinary yearly provision proa, having related that he had learned from a certain native Paitoso Makka who had come from Salamparrang that around Bima eastwards twelve English ships were cruising, and that with the intention to continue their course to Liscau and further to Ternate, we therefore have the honor dutifully to inform your Right Excellencies thereof, as bound by duty, sending over the report and extracts from the letters received from the Resident with him from Bima, and that in this respect we have immediately notified the ministers at Ternate and Amboina with an express vessel chartered by us for One Hundred fifty Rds, with the friendly request to inform further the ministry at Banda thereof, as the copies of the letters respectfully attached hereto demonstrate further, 110. and to which we request permission to refer. We have the honor to call ourselves with the deepest respect and high esteem, was written below, Right Honorable Great Worshipful Valiant wide-ruling Lord and Right Honorable Valiant Lords, lower, your Right Excellencies humble and faithfully bound servants, was signed, B: Reijke, C: Schraenn, M: Baserman, W: H: van Eos Junij, I: D: Vos, E: Bosch, B: van de Walle, G: Bendach, G: D: V: Diemar, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam the 19 March Ao 1783. Report made by the soldier Coenraad Hermanus Heijns, arrived here today and stationed at Bima, regarding what he heard during the journey from Bima to Makassar concerning the English. The relator says that on the 4 March last he departed from Bima to convey the Company's papers hither, and that on the 10th following, near the cape of Katoeppa, he met the Malay Intje Makka, who had been sent as an envoy by the Resident of Bima Cornelis Meurs to Bali and had returned from there, who told the relator that four English ships had been at Bali, as the King of Salamparrang had told him, Intje Makka, which were to have gone to Sape Strait to join eight other ships lying there, in order to proceed together to Licau, a Portuguese factory behind Timor, and there remain waiting until the east monsoon breaks through, when they would go together to Ternate to overthrow Ternate, assisted by the fugitive Tidorese, and likewise subsequently Ambon, to which they had already been solicited by the people of Ceram. Furthermore, that he, the relator, also heard from the said Intje Makka that these ships were manned by few Englishmen, but mostly by sepoys and Bencooleners. Thus done and related at Makassar in Castle Rotterdam the 10 March Ao 1783, in the presence of Bastiaan Steijns, first sworn clerk, and Lodewijk Rudolph, sworn clerk, as witnesses called for this purpose; the minute hereof has been duly signed by the relator and me, the Secretary, underneath was written, Quod Attestor, was signed, I: G: Baldach: Sec: Extract Letter written by the Junior Merchant and Resident of Bima Cornelis Meurs to the Governor at Makassar, dated the last of February 1783. My respectful letter dated 20 February written to your Honorable Worshipful, I take the liberty to send this in duplicate Omitted Secret Letters and Enclosures from Makassar 1783.
Dutch transcription
108. was van deese aller in portantie rijding zeer eerbiedig te informee„ een en ben genoodsaakt geweest brenger deeses genaamd Intfe Manco voor vijftig Rd„s af dte huuren terwijl at de pacua en Een gedeelte van't volk van de Bama needen heb gekreegen in hoope dat navel Ed: Achtb: dit zo wel als mijne verigtangen in deesen met uwwel Ed: goedkeuring wel als mijne verrigtigen in deesen met uwel Ed: goedkeuring wel zult willen bestempelen uwelEd: zeer gerespecteerde ordres des weegen met zeer veel ver„ langen so genaed ziende, verzoek ik teffens zeer nedrig dat bren„ gers deeses ingevalle van Een lange reijse en zo zij er om vragen dae Costy met rijst tot hunne te rug reijse moogen voorsien worden 't geen ik haar beloofd heb in allen eerbied van uwel Ed: van den uijtslag of 't geen verder mogte voorvallen ten spoe„ digsten verslag doen en dewijl het aanhoudend storm meer het absolut niet permitteerd heb ik na Java van 't arriveeren deeser scheepen geen kennisse kunnen geeven. Hier meede verblijve met het diepste respect en onder„ vanigheid /onderstond/ wel Edele Achtbaare Heer /lager/ uwelEd: Achtb: onderdanige en trouwe schuldige Die„ maur /was Geteekend/ C„s Meurs /in margine/ Binna in 's Comp„s vesting den 20 februarij Anno 1783 onder stond/ Accordeert /:was Geteekend:/ I: S: Beulach: van Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Gestreren wijd: gebiedende Heere M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Benoevens De wel Edele Gestrenge Heeren, Raaden win Nederlands Jndie Hoog Edel Goet Agtbaare Gestreng wijd gehiedende Heere en wel Edelen Gestrenge Heeren Den op gisteren Avond hier van Bima met de ordinair Jaarlijkse provisie Prauw aangekoomenen soldaat Coenraad Her manus Hteijns gerelateerd hebbende dat hij van Een severe Jn„ „lander Paitoso Makka die van Salamparrang was gekoo„ „men vernoomen had dat omstreeks Bima oostwaards Twaelff Engelse scheepen zouten kruijssen en wel niet voorneemen om hun Cours naar Liscau en verders na Ternaten voort te zetten zoo geeven wij ons de Eere uwe Hoog Edelheedens zulx volgens gehoudenes schuld pligtig onder oversending van het Relaas en Extracten uijt die van Bima met hem ontfangene Brieven van den Resident te bedeelen, en dat wij ten dien op sigte de menisters te Ternaten en Amboina met Een Expues bij ons voor Rd„s Een Honderd vijftig in gehuurd vaartuijg ten Eersten hebben kennis gegeeven met vriende lijk verzoek om daar van verder 't ministerie te Banda te willen verwittigen gelijk de deesen in Eerbied bij gevoeg„ de Copia Brieven na derwaards koomen aan te wijsen ƒ en 110. en waar aan wij verzoeken ons te mogen gedaagen: wij hebben de Eere met den diepsten Eerbied en Hoog agting ons te noemen: /:onderstond/ Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere en wel Edele Gestrenge Heeren /lager/: uw Hoog Edelhheedens onderdanige en Taruw schuldige Ddienaaren /was Geteekend/ B: Reijke /: C: Schrae„ nn S M: Baserman S: W: H: van Elos„ Juny I: D: Vos: E: Bosch B: van de walle G: Bendach: G: D: V: Diemar /in margine:/ S: Maccasser in't Casteel Rotterdam den 19 maert as„ 1783: — Relaas gedaan door den op heeden hier g'arriveerde en te Baina bescheijdene soldaet Coenraad Hermanus Hleijns weegens het geen den Heere op de Rheijze van Bima naer Makas„ sar omtrend de Engelschen heeft gehoord. Den relatant zegt dat hij op den 4 maart J:o Leeden van Baima is vertrocken ter overbrenging dit heen van 's Comp:s Papieren en dat hij op den 10 daar aan bij de hoek van katoep„ pa den Maleijer Intje Matka ontmoet heeft welke als zendeling door den Resident van Baina Cornelis naars Balij gesonden en van daar terug gekoomen was welke aan hem Relatant vertelde dat er vier Engelsche schee„ Pen op Balij geweest waaren gelijk de koning van Salam„ pardng aan hem Fartse Mattia verteld heeft welke naar 6 ƒ naar straat sapij zouden zijn gegaan om zick daar te voegen bij Agt andere scheepen welke daar lagen om gesamentlijk naer LiCau Een Portugeesch Comptoir agter Timor te gaan, en daar te blijven wagten tot dat de oost Mousson doorkomt wanneer zij te zamen na Ternaten zouden gaan om g'adsis„ „teerd door de voortvlugtige Tidodeesen Ternaten van tedoen gelijk ook vervolgens Aanbon waar toe zij bereeds door de Cerammers aangesogt waaren. voorts dat hij Relatant van gedagte Fatse Matka ook gehoort heeft dat deeze scheepen met weij„ nige Engelsahen bemand waaren maar meesten deels met sipaijs en Bankahoelers: Aldus Gedaan en gerelateerd tot maccas„ sers In't Casteel Rotterdam den 10 maert Ao 1783 ter presentie van Bastiaan Steijns Eerst geswoore klerk en Lodewijk Rudolph geswoore klerk als Getuijgen, hier toe gerequireerd d' anieute dee„ „zes is behoorlijk door den Relatant en mij Secretaris onderteekend:/ onder stond/ Quod Atteslor / was ge„ teekend/ I: G: Baidach: Sec: Extract Missive geschreeven door den onderkoopman en Resident van Baina Cornelis Meurs aan den Heer Gouverneur te makasser de dato ultimo se„ bauarij 1783. Mijne Eerbiedigin dato 20 februarij. aan uwel Edele Achtb: geschreeven gebruijk de vrijheid deesen in duplo te Overgeslagen Secreete Brieven en Bijlagen van Maccasser 1783.
English
to have accompanied, while I have the pleasure to inform Your Right Honorable by this that two, three English ships on the 21st and the other two also two days thereafter have sailed, setting their course southward through Sape Strait, and because the English claimed they wished to go to Timor or Solor, I have done my utmost to send that news as speedily as possible to the first-mentioned place, and have succeeded so far that on the 22nd of this month a vessel steered thither with the accompanying document, which I take the liberty to present also in copy to Your Right Honorable, and although from here to Timor there is otherwise no shipping, I thought nevertheless that the importance of the matter required an exception in this case, and hope that I shall not have deceived myself herein. After the closing of this, the Shahbandar of Bima comes in the name of the King and Grandees of the realm to warn me that they received news yesterday from the Gunung Api that about 8 large ships were cruising thereabouts, which they presume to be English, as I also indeed believe. Below stood: Agrees, was signed: Rudolph, sworn clerk. Further extract from and to the same as just dated the 1st of March 1783, where a postscript stood: To the Right Honorable Lord Bernardus van Pleuren Governor and Director together with The Council there. Right Honorable Sirs and Honorable Good Friends, By an express vessel hired by us, we have the honor to give Your Right Honorable notice of the intelligence we have obtained that around Bima twelve English ships are said to be cruising, and indeed with the intention to continue their course to Luwuk and further to Ternate, which God forbid, as Your Right Honorable will be able to see more fully from the accompanying report of the soldier Heijns, who arrived yesterday from Bima with the annual provision prahu, and to which, as well as to the enclosed extract letters from Resident Meurs dated 20 February and the last of February and the first of this month, we refer ourselves, with the notification that the necessary information has been communicated regarding this by us to Ternate and by the Resident of Bima to Timor. We remain with much esteem, below stood: Right Honorable Sirs and Honorable Good Friends, lower: Your Right Honorable's Friends and Servants, was signed: B.s Reijke, C. Kraane, J. M. Ferman, J. W. H. van Rossum, J.s L. de Vos, T. Bosch, B.s van de Walle, J. G. Bardach, and G. van Diemar. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam the 19th of March Anno 1783. Below stood: Agrees, was signed: J. G. Bardach, Secretary. To the Honorable Sir Alexander Cornabé Titular Senior Merchant and Authority together with The Council there. Honorable Sir and Friends, By an express vessel hired by us, we have the honor to give Your Honorable notice of the intelligence we have obtained that around Bima twelve English ships are said to be cruising, and indeed with the intention to continue their course to Luwuk and further to Ternate, which God forbid, as Your Honorable will be able to see more fully from the accompanying report of the soldier Steijns, who arrived yesterday from Bima with the annual provision prahu, and to which, as well as to the enclosed extract letters from Resident Meurs dated 20 and the last of February and the first of this month, we refer ourselves, with the most friendly request at the same time to please give notice of this one and the other as soon as possible to the administration at Banda. We remain with much esteem, below stood: Honorable Sir and Friends, lower: Your Honorable's Friends and Servants, was signed: B. Reijke, C. Kraane, J. M. Basserman, J. W. H. van Rossum, J. L. de Vos, F. Bosch, B. van de Walle, J. G. Bardach, and G. van Diemar. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam the 19th of March Anno 1783. Below stood: Agrees, was signed: J. G. Bardach, Secretary. To His Excellency, The Most Honorable, Greatly Esteemed, Rigorous, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Honorable, Rigorous Gentlemen, Councillors of the Dutch Indies. Most Honorable, Greatly Esteemed, Rigorous, Far-Ruling Lord and Right Honorable, Rigorous Gentlemen, After a careful consideration of the complaints made by the King of Bone, containing in a file of separate papers the received copy of the letter sent by His Highness on that account, I have the honor to report most humbly: That the brutalities and extortions of the Bugis were apparent even in the time of the Most Honorable Lord Speelman, as can be seen in the memorandum left behind by him as Governor of Makassar. The same increased successively afterwards and did not decrease. In the time of President Harthouwer, Arung Palakka began to show what he had up his sleeve, so that Their Excellencies were compelled in the year 1675 to cause the elected Governor of Banda, Bogaard, to come here to settle the disputes that had arisen between that gentleman and the Bugis King Arung Palakka, which then also took place in favor of the former, not without strong expressions in Their Excellencies' letter of 29 December 1675 regarding the arrogance and ingratitude of this nation, as can be seen in detail in that letter. And I assure Your Excellencies that they would gladly set their foot upon our neck and hold mastery over Celebes if they but saw a chance for it, but this they know to be impossible, and therefore they seek as much as is practicable for them to gain advantages, especially in these times since our weakness is all too well known to them, caring not at all whether their pretensions are frivolous, as I partly cited in my latest respectful letter of 31 May, and as can be seen in many papers, in particular the memorandum of the Governors Gobius and Sankelaar, yes, and can also be measured by their brutal demand recently made upon the Kampung Baru. My predecessor, Governor van der Voort, says in his letter of 1 October 1779 that the Buginese have such an abominable inward character
Dutch transcription
112. te laaten versellen terwijl ik hiet genoegen heb uwel Ed: Agtb: bij deesen te bedeelen dat twee drie Engelsche scheepen op den 21 en de andere twee ook tweedagen daar na gezeijd zijn stellende hunne Cours Zuijd op door Straat Capi en wijl zij Engelsen voorgaaven na Timor of Colima te willen hebb ik mijn best gedaan die tijding. ook ten aller spoe„ digsten na Eerst gem: plaats te zenden en belen in zo verre g'ereusseert dat op den 22 deeser Een vaartuijg met nievens gaande die ik de vrijheid gebruijk uwel Ed: Agtb: almede in Copia aan te bieten derwaards is gesteevend en alhwreswel van hier na Timor anders geen vaart op en is dagt ik echter het gewigt der zaake in deesen Een Exceptie vereijschte en hoop dat mij hier in niet zal bedroogen hebben. Na het afsluijten deeser komt den ssabandhaar van Boina mij uijt naam van den koning en Rijksgrooten waarschouwen dat zij gisteren rijdting vande goenoeng Apij hadden gekreegen dat daer omtrend 8 groote schee„ pen kruijsten die zij presuaneeren Engelsen te zijn zo als ik ook wel geloof /onderstond/ Accordeert, was geteekent:/ Raidolph gesw: k: van Nader Extract van en aan als Even gedateerd den 1 Maert. 1783 alwaer bij Een P: S stond Bernardus van Pleuren Gouverneur en directeur neevens Dan Raad aldaar wel Edele Agtbaare Pero en E: Goede vrienden Met een E spees bij ons ingehuurt vaartuijg hebben wij de Eere uw wel Edele Aghtbaare kennisse te geeven vande kundschap die wij erlangd hebben dat emstreeks Baina twaalff En„ „gelsche scheepen zoude kruijssen en wel met voorneemen om hunne Cours na Licau en verder na Ternaten/ het geen God verhoede/ voor 't te zetten gelijk uw wel Edele Agtbaare zulx uit neevensgaande Relaas van den opgisteren van Bimaniet de Jaarlijkse, percifie prauw gekoomene soldaet Heijns breeder zult kunnen zien en waar dan wij ons, zo wel als aan bij gevoegde Extract Brieven van den Resident Meurs dedatis 20 februarij en ultimo februarij en Eersten deezer komen te gedragjen met de kennis gewing dat hier van door ons na Ternaten en door den Resident van Bina na Tamor het ntdige is bedeeld geworden. wij blijven met veel agting /onderstond/ wel„ Edele Agtbaare Heer: en E goede vrienden :/ layer uwel Edele Agtbaare vrsend en Dienaare / was geteekend/ B„s Reijke C: kraene/ I: M: ferman J: W: H: van Rossum J:s L: de Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Vos. 114 vos 'T Bosch, Bs van de walle I: G: Bei„ dach en G: van Dimar /:in margine/ makasser in 't Casteel Rotterdam den 19 andert A„o 1783 onderstondt / Accordeert) I. G: Bardach s SeC Aan den E: Agtbaaren Heer Ale Cunder Cornabe opperkoopman titulaia en gezag hebben Nevens Den Raad aldaar e Heer en E: Agtbaare vrienden Met Een Expres bij ons angehuurt vaartuijg hebben wij d' Eere uw wel Edele Agtbaare kennisse te geeven vande kund„ schap die wij Palangd hebben dat omstreeks Banna twaalff Engelsche scheepen zoude kruijssen en wel met voorneemen om hunne Cours na Lisau en verder na Ternaten) het geen god verhoede/ voort te setten gelijk uw Edele Agtbaare zulks uijt neevensgaand Relaas van den op gisteren van Bima met de Jaarlijkse provisie Prauw gekoome soldaat steijns breeder zult kunnen zien en waar aan wij ons zo wel als aan bijgevoegde Ex„ „taact Brieven vanden Resident Meurs de datis 20 en uilto sebr: en Eersten deeser komen te gebraegen met aller vriendelijks versoekt teffens om van dit Een en ander ten ten spoedigsten kennisse aan het ministerie te Banda te willen geeven. wij blijven met veel agting /onderstond/ E: Agtbaar Heer en Vaiender /lagjer/ uwE Agtb: vriemd en Dienaeren /was Geteekd/ B: Reijke C: kraane J: M: Baserman J. W: H: van Rossum I: L: de vos F: Bosch B: van de Walle/ J: G: Berdach en G: vn Diemar /in margine Makasser in't kasteel Rotterdam den 19 maert A„o 1783 /onderstond/ Accordeert /(was Geteekend I: G: Brudach sec: Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaarie Gest:r wijd gebiedende Heere Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De wel Edele Gestrenge Heeren, Raaden van Neederlands, Indie Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijd gebiende Heer en Wel Edele Gestrenge Heere Na een nauw keurige overweging vande door Bonies boning gedaene klagten der vat bij Een dede de sekrate Papielen„ ontfangene 116. ontfangene Copia van zijn Hoogheids dientweegen afgezondene brief heb ik de Eere aller needrigsz: te melden. Dat der Bouiers brutaliten en knevelarijen gebleeken heb„ „ben zelfs al ten tijds. vanden Hoog Edelen Heer speel„ man ( L G vide Hoog desselfs Memorie als Gouverneur van Maccasser nagelaaten . Dezelve nader„ hand successive vermeerdert en niet vermindert Ten tijde van den President Harthouwer begon Radja Palakka alte toonen wat hij in zijne schild voerde zodanig dat Hunne Hoog Edelheedens genoodsaekt waren in a„o 1675 hier te doen aangieven den g'Eligeert Ban„ das Landvoogd Bogaard om te beslissen de ontstaane verschillen tusschen dien Heer en Bouijs koning Radja Palatka dat dan ook in faveure vanden Eersten geschiede niet zonder sterke uijtgedrukkingen bij Hoog Derzelver missive van den 29 December 1675 over de arro„ gantie en ondankbaarheid dezer Natie gelijk bij die Brief in zijne omstandige te b'oogen is. En Jk verzee„ ker uw. Hoog Edelheedens dat zij ons gaerne den voet op de nek zoude setten en het meesterschap op Celebes voeren willen zagen zij er maer kans toe dog dit weeten zij onmogelijk te zijn en daer omme zoeken zij zo veel haer doenlijk is na zijn zig te haalen bij zonder in deeze tijden daer onze swakheijd haer te over„ bekend is keunende zij zig geenstints of haare pretentien legtvaardig zijn dan met gelijk ik bij mijn Jongste eer„ biedige van den 31 maij gedeeltelijk heb aangehaelden bij veele Papieren, in sonderheid de memorie van de Gouverneurs Gobius en sankelaar geblijken kan ja ook afgemeeten kan worden na hunnen brutalen Eijsch nog Jongste op de Campong Baroe Mijn predecesseur de Gouverneur van der voort zegt bij zijn E Brief vanden 1 october 1779 dat de Boegineesen zo Een versoeijlijk interieur Caracter
English
possess character, as one finds against a nation, and Mr. Boelen, who recently held the administration here, also speaks of it with little praise, so that, notwithstanding I can well understand how matters stood with these complaints, I had to wonder more at the manner in which the complaints were made by the King of Boni than at the complaints themselves, which, viewed in a clear light, contain nothing other than advantageous articles for him and for his people. And I was therefore at first intending to have the King of Boni spoken to concerning this and other matters by two members from the Political Council, according to the points of inquiry already drawn up by me on that account; but afterwards, having let my thoughts dwell on the offense which this would undoubtedly have given the young prince in the presence of the grandees of the realm, in whose presence such would have had to take place, I refrained from it. But nevertheless, in order to be in a position to refute what is necessary concerning this, I have secretly caused His Highness, who for some time now has been keeping his residence in the North awaiting, so it is said, his envoys who have not yet returned, to be asked through a trusted person how far he meant me with all these complaints, for having done something against my honor and duty, I was conscious of wishing to justify myself regarding it to Your High Excellencies; whereupon His Highness 118. Highness has let me know that he himself would justify me to Your High Excellencies, as he had not meant me in the least, neither in the one nor in the other matter, I receiving shortly hereafter, from the hands of Arde Sawette, one of the grandees of the realm, who arrived together with my confidant and who in the past year assisted at the collection of the tithes, such a letter from the King addressed to Your High Excellencies as I take the liberty to subjoin hereto most humbly, not doubting but Your High Excellencies will be able to see most clearly from the same, as well as from the translation annexed thereto, whether the prince meant me or not, since when it comes to the matter itself he has nothing to say against my conduct. Then, since this serves solely for my satisfaction and does nothing toward elucidating His Highness's complaints in themselves, I have, in order to comply all the more clearly with the actual intention and now also to demonstrate to Your High Excellencies the groundlessness of such complaints, answered all the points one by one in the margin in an analytical manner. I implore God's blessing upon Your High Excellencies' precious persons and upon the momentous interests of the General Dutch East India Company, and am with the very deepest sentiments of high esteem and respect. Underneath stood: High Noble, Right Honorable, Valiant, Far-ruling Lord and Noble Valiant Lords; lower: Your High Excellencies' humble and bounden servant, was signed: B: Reijke. In the margin: Macassar in Castle Rotterdam, the 22nd of July, Year 1783. Respectful Answer hereto To Their High Excellencies. This reads, after the introduction, as far as can be understood, as follows: Further, the Radja of Boni sends this letter of sincere friendship from a pure heart to his friend, who is a protector, namely the Governor-General, under manifold greetings and according to the contents of the alliance, which is ever and always very firm and continually improves more and more. Furthermore, I make known to my friend the Paduka Governor-General that at present, in very many matters that have been contracted between the Company and Boni, there is a dispute, and I consider that the source of rest and peace for me is that neither of us makes any change in matters that have existed of old; in this manner I recount and detail every matter wherein a dispute takes place, as I place very great trust in the same, and the translation from the Malay writing, written by Paduka Sri Sultan Ahmadoel Saleh Syamsuddin, King of Boni, to His High Excellency the High Noble, Right Honorable, Far-ruling Lord, Master Willem Arnold Alting, Governor-General of the Netherlands Indies, received at Batavia the 7th of November, Year 1782. me the 120. First: In the first place, then, I speak to the Paduka Governor-General about the contents of the fifth article of the contract that was established at Bantowalak by our lord Matanaroude and the Company; the same has been weakened by the Company in respect to us and will not be followed here by us. First: At Bantowalak no contract was ever concluded with the Bonians. The Honorable Company has entered into almost no other contracts of importance with them than is contained in the famous Bongaya Treaty of 1667, under which Boni is indeed particularly included. However, I have learned through investigation that the King here actually meant the 4 or 5 points proposed to Their High Excellencies by the old Aru Palakka in the time of President Harthouwer, which amount to: Paragraph 1: That they, as well as those of Ternate and Buton, might be granted and permitted free trade without hindrance from the Company, and without needing to touch Castle Rotterdam first, and that this should be in conformity with the promises made to them collectively by Admiral Speelman either in the war at Macassar or when the Bugis joined his Honor at Buton. Paragraph 2: That none of their subjects or slaves should be allowed to pawn their bodies to anyone of ours, except with the consent of the lord or master. Paragraph 3: That no one should be allowed to marry without the knowledge or consent of their master, or with anyone of ours. It grieves me not a little that we, mutual friends, should have disagreement, for on account of friendship one attains lasting welfare and prosperity, which bliss flows from the good brotherly condition of Boni and the Company. Second: That
Dutch transcription
Caracter bezitten als men Eagens Eene natie vind ende kort bevorens het bestier hier gehad hebbende Heer Boelen sprukt er ook met weijnig lof van zo dat niet teegen„ staande Ik wel begrijpen kan hoedanig het met deese klagten geleegen was Ik mijn meer verwonderen moest over de wijze waar op de klagten door Bovies koning. gedaan waren als wel voerde klagten zelfs die in het reijte ligt beschauwt niets anders behelsen dan aoordeelige articulen voor lign en voor zijn voll En Ik was dienthalven Eerst van voorneemen aenkoning van Bonij over dit Een en ander te doen onderhouden door twee Leeven uijt den Politicquen Raed nade door mijn reels dien't weegen op gestelde vraag poincten dog naderhand mijn gedagten hebbende laten gaan over d' aanstoot die dit voor de Jonge vorst bij de Rijksgrooten in welkers bij weesen zulks moest geschieden onge„ twijffeld zoude gegeven hebben zo heb ik daer van afgezien maer legter om im staet te kunnen wezen het nodige daer omtrend te wederleggen zijn Hoog„ heid (die als nog seedert Eenigen tijd zijn ver„ blijf in de Noord ter afwagting zo omen zigt zijner tot heeren. toe nog niet te rug ge„ komene gezanten is houdende / in secretesse dooreen vertrouw perzoon doen afvragen in hive verre dezelve met alle deze klagten mijn is menende want dat ik bewust van iets teegens mijn EEd: en pligt gedaan hebbende mijn daer over bij uwe Hoog Edelheedens wilde uijtwaerdigen waer op zijn Hooghaad 118. Hoogheid mijn heeft laten weeten dat hij mijn zelve bij uwe Hoog Edelheedens zoude regt„ vaardigen alzo in geenen nog inhet een nogen het andere mijn gemeent had ontfangende jk kort hier op uit handen vande met mijn vertrouweling teffens overgekomene Arde Sawette Een der Rijks grooten die in a„o passalo mijn ande verthie „ning heeft g'assisteert zoodanige Brief van de ko„ ning aan uwe Hoog Edelheedens gerigt als Jk de vrijheid neeme deeze needrigst wij te voegen niet twijffelende of uwe Hoog Edelheedens zullen uijt dezelve dan wel het daer bij gevoegde Translaat ten klaarsten kunnen zien dat de vorst mijn gemeent hebbende of niet om terwijl het tot stuk van zaken komt niets op mijne behandeling te zeggende heeft Dan dewijl dit eenlijk ter mijner satisfactie strekt en mits doet tot op heldering van zijn Hoogheids gedaene klagten op zig zelfs zo heb ok om zo veel te duijdeliker aan de eigentlijk meening te voldoen en nu uwe Hoog Edelheedens teffens de ongerigmndheid van diergelijke klagjten aan te hoonen alle de poincten Een voor Een afdelender wijze in margine beandwoord. Ik Smeek Gods zegen over uw Hoog Edel„ heedens dierbaare Perzoonen en over de Zivaarwig„ tige belangens van de Generaele nederlandsche Oost sndische maatschappaij en ben met de aller diepste gevoelens van Hoog agting en Eerbied. /onderstond/ Hoog Edele Groot Agtb:e Ge„ strentgen wijdgebiedende Heere en wel Edele Gestreenge Heeren: lager uw Hoog Edelheedens onder danige en Trouwschuldige Dienaar /:was Get:d/ B: Reijke /in margine/ maccasser in't Casteels Rotter„ dam den 22 Julij Ao 1783 Eerbiedig Andwoord hier op Aan Hunne Hoog Edelheedens Luijdende deezen na inleiding voor zoo veel verstaan baar ins als volgt wijders zend het Radja van Bo„ arij deezen Brief: van finceere vriendschap uijt Een zuijver herte aan zijne vriend welke Een ontfermer is te weeten den Gouver neur Generael onder menig„ vuldige graete en naden inhoud van het verbond het welke steeds en voor althoos zeer vast is en langs zo meer verbeter. voorts maake aan mijnen vriend den Padoeka Gouverneur Generaal be„ kent dat teegenswoordige in seer veele zaeken welke gecontracteerd zijn tusschen de Comp„e en Bouij verschil is en ik voo deele dat de bron van rust en vreede voor mij zij dat wij geen van beiden ver„ andering maken in zaken die van ouds geweest zijn: in deeze voegen ver hale en blangelre Jk ieder zak (waer in verschil plaats heeft in't hoofde Jk zeer groot vertrouwe op dE stelle en het Translaat Maleijtso Bdris geschree„ ven door Padoeka Sirie Sulthan Ah„ madoelt Salch. Sfamsoe dien koning van Bonij aan zijn Hoog Edelheid:s den Hoog Edelen Groot Agtbaere wijd ge„ biedre Heeke Meest„r willem Arnold Alting Gouverneur Gene„ raal van Neederlands Jndia ontfangen Batavia den 7:' November A„o 1782 mij dr 120. 41: Ian de Eerste plaats onderhoude Jk dan 41 Te Bantowalak is nooijt een Padoeka Gouverneur Generaal over kontract met de Roniers geslooten den inhoud des vijfden Articul / van 't Con„ De Ed komp„e heeft bij na geen andere jaact/ het geen vast- gesteld is geworden te contradien niet tun van belang aangegaan als vervat is in het voor naame Bongaijse Bantowalak door onzer heere Ma„ tanaroude ende Comp„e het zelve contract van 1667 waar onder Bonij wel bij zonder begreepen is Egter heb ik is door de Compagnie omtrend ons swak door na vorsching vernomen dat den B0„ gemaakt en zal alhier daar ons niet op ning hier eigentlijk meede bedaeld heefd gevolgt worden de 4 of 5 poincten door den oude Adoe Palakka ten rijden van den President Htart houwer Hunne Hoog Edelheeden voor gedragen, daar op uitkomende §1 Dat hun zo wel als die van Ternaten en Bouton den vrijen„ handel zonder belet van de Comp„e en zoude 't Casteel Rotter„ „dam Eerst zouden behoeven aan te doen mogt werden ver„ gunt en toe gestaan en dat dit zoude weesen in fon= formiteijd van de beloften door den Admiraal Speelman of in den oorlog op Maccasser of wel als de Bougis op Bou„ ton bij zijn E: overquamen aan haar gesammentlijk gedaen. §2 Dat niemand van hunne onderdaanen of slaven hun Lijf zoude mogen verpanden aan ijmand vande onse als met Consent van den Heer off meester §3 Dat niemand zonder voorweeten of Consent van haer meester of met ijmand vande onze zoude vermogen te trouwen mij bij nit ruemend heid Jommert dat wij weeder zijdse vrienden oneenigheid zoude hebben want uijt hoofde der vrund„ schap Eerlangt men de beslendige wel„ vaart en voorspoed welker geluk salig„ heird voor 't veloeid uit de goede broe der„ lijke Condrtie van Bonij en defou„ paquie„ a dat
English
That when anyone of theirs might happen to commit a crime, and having fallen into the hands of our Justice on that account, might not be executed without disclosure and notification of the crime being given to them. Whereto was answered that the last three articles could well be granted in so far as it can happen without infringement of the Company's lawful prestige, but that the first one, coming as it does in an arrogant tone, could not be consented to, as your Right Noble Excellencies by your own letter sent hither of 29 December 1765 /: the only paper of that time still to be found here :/, if you please, will be able to see. Section 2. What they mean by this is uncertain, at least I do not know, and it is also not known from the minutes at the secretariat that money is lent by our people to native grandees, be they traders or not traders. And if one were to prevent this, then the whole trade among the residents would collapse. However, they could also understand by this those who gamble themselves away at the gambling boards; yet this happens back and forth, both in their gambling boards with our subjects and slaves, and in our gambling boards with theirs. Our subjects have been permitted to incur debts without our knowing of it, far be it from us that we should have agreed that they may not incur debts. Section 3. That one imposes the sokke on their subjects, or properly speaking settles their affairs without the king's knowledge, is a false representation. Disputes occurring between Boniers and our subjects are always settled in the native assembly in the presence of members from both sides, and the fines that fall out of this come, if a Bonier is condemned therein, to the benefit of their side, and if a subject of ours, to the benefit of our side; and this is according to the always constant custom here, and as approved both by his Right Noble Excellency himself and the lords and masters in the fatherland, in the Compendium of such laws as have been in use from old times between the Company, the courts of Bonij and Goa, and still are. Section 5. Our subjects are also imposed the sokke without him giving notice thereof; then if we had come to an agreement with him concerning pecieren, even if Bonij's children and grandchildren had peciered, we would know nothing of it. Section 4. Also as regards the simah at Maros, Bantaing, and Boelokomba, many are the mistreatments by the men who collect the simah; which matter has not been contracted by Radja Bonij with the Company, and this is the reason that all the Bonijers shy away. How could the Honorable Company have made any contract with the Boniers concerning the simah or tithing? Bouthoin and Boelecomba are the Company's conquered lands; the entire Maros and its plains belong to the Company, which won the same by the sword from the Macassars, who had been rulers thereof, see the memoir of Mr. Speelman, and then gradually, on account of the largeness of the lands, permitted the Boniers to make plantings in the fields of Maros alongside our subjects, provided the tithe is properly paid to the Company as the Lord of those lands. This tithing has always occurred on one and the same footing as of old, at least the respective Governors here have succeeded one another in this, and never has Bonij's king, nor anyone in my time, complained about this to me, which absolutely should have happened in the first place. Indeed, never until now have complaints come against our side, whereas on the contrary all the papers are found strewn with complaints about the Boniers, both regarding their brutalities in the tithing season and regarding the trouble one constantly has with the surveying thereof, which one must try to settle in all kinds of ways. The collection has already long been forced to be done, not without danger to one's own life, with weapons in hand, if one does not wish—as has occurred repeatedly—to be turned away by these ruffians, who like the Polish noblemen stand in their paddy fields armed with krisses, assegais, and blunderbusses. The same is not only
Dutch transcription
Dat waneer opneemd van de haren mogt komen te misdden en daar over in handen van onze Justitie vervallen wesende niet ter Excutie mogte gesteld werden; zonder dat hun openinge en kennisse der misdaet wierde gedaan. waar op g'antwoord is dat mende drie laaste articulen in zoo verre buijten krenking van 's Comps wettig gelagen aan zien geschieden kan wel konde inwilligen dog dat in het eerste als uit ten hoogen toon komende niet konde bewilligd worden gelik uwe Hoog Edelheeden bij Hoog derzelver eigene Brief na herwaarts van den 29 December 1765 /: het Eenigste bij nahier nog te vindene Papier vandie tijd des gelievende onze onderlaaten heeft men toegelaten §2 wat zij hier meede aneenen is onzeker 2 schulden te maken zonder dat wij daar ten minsten Ik weet niet en ook is het bij de Protocollen ter secretarije niet bekend van weeten verre zij het dat wij zouder dat door de onze geld aan Jnlandse grooten hebben over Een gestemt dat zij schulden word geleent het mogen handelaaren net mogen maaken handelaaren weesen. en wel men dit beletten dan valt de geheele Negotia onder de Jngeleetenen in duigen Egter zoude zij hier mede ook kannen begrijpen die geenen die zig oin de topborden zelfs verspeelen dog dit geschied over en weer zo wel in hunne top borden met onze- als in onze topborden met haare onderdaanen en slaven §3 Dat men hunne onder Laaten zole de sok: §5 3 ook worden oudze onder Laaten Loerde Cok oplegt of eigentlijk hunne zaken afdoet zoo„ op gelegt zonder dat hij das daar van kin„ der 's koning weten is Een valsch voorgeen, is geeft dan indien wij met hem omtrend ven disputen die tusschen Boniers en onze onder perceeren waar in over Een gekomen of schoon „daanen voorvallen worden in de Jnlandsche ver„dan Bonijs kinderen en kinds-kinderen gadering althoos ten bij weesen van weeder zijde gepeceert hadden zouden wij (daar van/ niet weeten. Leeden afgemaakt, ende voetens diezr vallen komen als 'er Een Boniers in gecondemoneert is ten voordeele van haare en zoo een onderdaan ten voordeele van onze zijde en dit is na het althoor Constante gebruijk alhier en het Zo zullen kunnen zijn. . 122. zo door zyne Hoog Edelheedens zelfs als de Heeren en meesters in het vaderland g'approbeerde Compendium van zodanige wetten als tusschien de Maetschappij de Hloven vaan Bonij en goa van al oudelijden in gebruik zijn geweest en nidg zijn. Teevens wat betuif=t de finaah Hoe konde de Ed komp„e dact met de s 4 te Maros Bantaing en Boelokom„ Boniers Eenige Contractatie omnteend de fi„ „ba veele zijn de behandelingen van de mien„ mah off verthiening gemaakt hebben Bouthoin en Boelecomba zijn sComp„s geconquisteerde sahen welke de Samah in vorderen: wel„ Landen geheel Maros en zijne veaktens gehoort ken zaak niet is gecontracteert doar e de Comp„e die het zelve van de maddassaaren Radja Bonij met de Comp„e en dit is de heeden dat alle de Bouijers schuuwen. die daar vide. de memorie vand' Heere Speelman bcheerschers van geweest zijn met den zwaarde gewonnen heeft en toen successive om de grootheid der Laden de Bomiers gepermitteerd heeft neevens onze onderdaa„ „nen in de velden van Maros aanplantigen te doen mits de Thiende behoorlijk aande Comp„e als Heer vandie Landen op te brengen. Deeze verthiening is altoos op Een en dezelve voet als van ouds ge„ schued ten minsten de respective Gouverneurs alhier hebben elkander daar inne op gevolgd en nooit heeft Bonijs koning nog ilinand in mijn tijd hier aan mijn dat absolut in de Eerste plaets moeste geschued zijn geklaagd Ja nooit als thans zijn er klaijten gekomen over onze kant daar men in teegendeel alde Papieren door zaid vind met klayten over de Boniers zo omtrend hunne brutaliteiten in de verthierings tijd als omtrend de moeijte die men telkens heeft met de inpalening daar van dat men op allerhande wijse moet zien te schikken. samen is al seedert lange genoodsaakt geweest dezelve niet zonder eigen levens gevaar gewrapenderhand te doen, wil men zo als te meermalen ge„ salied is niet van deeze bauters die als de poolsche Edellieden gewapent met krissen assagaijen en Donderbussen in hunne Padij velden staan afgeweezen worden, Het zelve is niet alleen 84
English
only and in the past year still happened to me, and decisiveness made it turn out well, but even the late Governor Vander Voort was forced to have his last decimation carried out with pieces of cannon. In order to curb their brutalities further, a Governor always, at his request, receives one of the court dignitaries of Bonij during the viewing. And yet, although it helps somewhat, they are nonetheless so insolent as to report paddy heaps, which one knows for certain contain a thousand bundles more or less, as three to four hundred; and on top of that, they claim that, aside from the King and Madame Dang who everywhere have a multitude of lamphers or paddy heaps, some of their priests and other dignitaries shall be exempt, or at least be allowed to report them as paddy instead of rice; whereas the portion that they obscure besides this and declare in the King's name constitutes such an enormous quantity that one can safely reckon that the Honorable Company, through the actions of the worthy gentlemen of Bonij, receives nowhere near a twentieth part, I say, of its legitimate tithe. Shall one, Right Honorable, Highly Esteemed, and Widely Governing Gentlemen, accommodate all this and listen to their unreasonable and insolent complaints? If they do not cease to formulate more and more of such claims, they will eventually draw everything to themselves. And then it will turn out as was once remarked by the late Mr. Boelen, namely that so much slack has already been given to the Bonij rulers that one would almost have had to let the end itself drag. Section 5. This comes from the quiver of Hendrik Jansz himself, or from the surplus of the money that for a couple of years was what concerns the lease here, many things are carried out to the boom that have not been in use; the goods 124 herein now according to what was granted to your Right Excellencies a settlement made about the boom-keeper they have plagued, but of which no lease has been paid of the same. Section 6. That is true, was made on 26 February 1764, 1764, yet the boom pays no payment in specie, Section 7. But by no means the condition to pay the same in rupees that are counted against small coin, since the Bonij people do not know how to trade with rupees, being accustomed solely to go to the market with small coin. paid off in specie; this would also be an almost impossible matter for the lessee, who finds it work enough to raise these Rd.s one thousand Spanish, especially when the King comes forth with such unreasonablenesses as of which mention was made in my recent humble separate letter of 31 May, and of which lease moneys the lessee up to this day has not even enjoyed a single doit; which in truth, if the times were different, that premature lease might well have been cancelled. Furthermore, his assertion that they do not know how to trade in rupees is untrue, and he must feel ashamed, since his money-changers sit here in abundance on the bazaar. It would also be in contradiction with the 12th article of the Bongaij contract, which indeed obliges him to trade in them. Section 8. Also shared with my friend, concerning all the allies who belong under Bone, that they go to visit the Governor directly without prior knowledge of Bonij; yet according to the custom Section 8. Of this I know nothing; that must have happened before my administration, as I maintain no communication whatsoever with rulers who belong under Bonij. I also believe that the King stretches this further than its scope The agreement to [illegible] by the late Governor Vander Voort contracted that the King of Bonij would enjoy one thousand reals in specie per year for his share of the lease, to pay one thousand Rd.s Spanish a year; Maliemoenigang with the late Governor; toll is nevertheless now levied, under which practice all the merchants cry out. extends, for I cannot think that rulers and grandees of the realm would submit themselves more in that regard to the King's pleasure than lesser Bonij people, who daily roam everywhere here in the houses of this person and that, and constantly tell me that it may be possible; and that at present, besides Bonij here, other friends on whom the Company relies, with the alteration of all the treaties which were contracted between Bonij and the Honorable Company, to which assertions I replied: dismiss such thoughts, there are no other friends here than Bonij on whom the Company custom, no friends may go to the Governor at all unless in the presence of the Bonij people, and because this is permitted, all allies show themselves very stubborn against Bonij; wherefore the Bonij people swarms. However, it is very necessary that regarding this, that which was stipulated and established by the Plakaat of 24 December of the year 1764 be held in strict observance. relies. Section 9. Also told to your friend that it is the affair of my ancestors, who were accustomed to obtaining the good of Bonij through the Bonij people; if there are state affairs or war on Celebes, the Company here may in no way do anything at its own discretion, but only after it has agreed with Bonij from the beginning to the end. But at present I seldom know its beginning, but rather the end, of which notice is only given afterwards; how shall I judge of it if I know only the end? Section 9. Here the King will certainly also mean the late Mr. Vander Voort, but I believe that his Honor, deceased, will have given sufficient reasons regarding this in his letter to your Right Excellencies of 1 October 1779. Section 10. I do not know that in my time any the least change has been made in maintained customs, and thus I will make no mention of this, for Section 10. Regarding the small matters here, many changes are currently being made. when shall
Dutch transcription
alleen en a„o passato mijn nog gebeurt en Cordaatheid deed haar Goet worden, maar heeft zelfs wijlen de Gouverneur vander voort genoodsaakt zijn laaste verthiening met stukken kanen temoeten doen om hunne brutaliteiten verder zegen te gaan krijgt Een Gou„ veraieur in het doen der verthoening althoos op zijn verzoek Een der slofs grooten van Bonij meede en Egter schoon het wel wat helpt zijn zij nogthans zo onbeschaamt om Padij hoo„ „jaen die aen voor zeeker weet dat duizend bossen meer of min in houden voor drie â vier Hondert op te geven en den nog beven dien te pretendeeren dat men buiten de koning ende Madam„ „dang die over al Een meenigte van Lamphers /Padij hroo„ pen hebben sommige hunner Priesters en andere grooten vrij zal laten offten minsten voor Padij in plaats van Rijst te verthuenen daar het gedeelte dat zij buijten dien vierduijsteren en op 's konings naam op geeven lats zoodanige Eene en orme Quantiteijd uitmaekt dat men gerustelijk teekenen kan dat de Ed komp„e door toedoen der brave Heeren Bomiers in lange na geen twintigste gedeelte Jk gezarijge hunne leytmagtige thiende krijgt Zal men Hoog Edele Groot Gesta: wijdgebieden„ de Heeren dit om alles in onschutken en na hare dubillijke en onbeschaamde klagjten luijsteren aan zullen zij niet op houdende van hoe langer hoe meerder allerhande dierge„ „lijke pretentien te formeeren eindelijk alles na zig trek„ ken en dan zal het uijtkomen op het eens aangemerkte door wijlen den Heer Boelen namentlijk dat aan de Bo„ nijse vorsten leets zo veel bot gevierd is dat men bij na het inidse selfs zoude hebben moeten laten ot slespen §5 Dit komt uijt de koker van Hen „ 45 wat de Pagt alhier beteeft veele zac„ drik Jansz voll zelve of het over„ ken worden aan den tot verrigt die niet schots den gelve die voor Een paerJaeren in gebrrijk geweest zijn de goederen over waer 124 hier inne nu volgens het uwe Hoog Edelheeden blats bedeelde een reders. gemaekt overde Boomspagter hebben geplaagt dog waar van geen pagt is betaald van dezelve §6 Dat as waar is den 26 februarij 174 gemaekt 176 dog de boom betaalt geen Paijement 8 §7 Dog geensints de Conditie om het zelve ondar lopijen die teegen kleen geld worden in paijement afte leggen dit zoude ook een aangereekend daer de Bonijers met geen bij na ondoenlijke zaek voorden Pagter zijn die genoeg werk vind om deeze Rd„s duij„ Copijen weeten te handelen als gewoon zijnde sent spaans op te brengen bij zonden als Eenlijk met kleengeld ter markt te gaan. de koning met zulke onreedelyk heeden meer voor den dag komt als. waar van mijm Jongst onderdanige aparte vanden 31 maij gewag en „maakt en van welke Pagt-gelden dle Pagter tot heeden toe zelfsenog geen duit genoten heeft enzeidelijk heeden die waren de tijden anders die premature voast wel Eens mogte worden verteert. voorts is zijn voorgeeven dat niet geen ropijen weet te handelen onwaer en moet zig zelfs schonnen daer zijn wisselaars hier in meenigte op de Bazaar zitten. ook zoude het in tegenstrijdigheid van het 12 articul van het Bongaijse kontract wezen dat hem wel noodsaakt om er in te handelen. §8 Nog bedeelden aan mijnen vriem aan„ §8: Hier weet ik niets van dat maet voor „mijn besteer gebeurt zijn, alzo jk in't geheel gaende alle de vrienden welke onder Ba„ geen gemeenschap ben houdende niet vorsten die wrij sorteeren dat dezelve regtstreekt den onder Bruij sorteeren ook geloof Jk Gouverneur gaan bezoeken buiten voor„ dat de koning dit verder trekt dan zijn kennis van Bonij Edog volgens de Het accoord om Een M6 Door en zen heere Matanarowie is te neur van der voort gecontracteerd dat den koning van Bouij s Jaars voor zijn aandeel mit de Pagt zoude genieten Een duisent lealen paijement duijsent Rd„s spaans 's Jaars te betaelen:) Maliemoe-nigang met wrijle dien Gouver„ word egter nu thol geheeven onder welke handelwijs de gesamentlijke negotianten Schaeeuwen. Strekt usantie strekt want Ik niet denken koam dat vorsten usoentie mooge in 't geheel geene vrieuen bij en Rijksgerooten zig meer ten dien reguarde den Gouverneur gaandanten bij weesen den zoude submitteeren na 's konings welbe„ Houijers en om leeden zulks word toegelaeten hagien dan mindere Bomiers die dagelijks over zo is 't dat alle vrienden Heer halsterrig al hij deezen en geenen hier inde Hhuijsen hond leegen Bonij betoonen alwaer om de Bonijers Geduurig leegen mij zeggen mogelijk zijn en swer ven Egter is zeer noodsakelijk dat hier omtrend het gestifpuleerde en gestatu„ teegen woordig behalven Boiij alhier (andere/ „eerde bij Plakaat vanden 24 December vrienden op welke de Comp„e vertrouwt Anno 1764 in Een stepte obeservantie word met verandering van alle de disentien welke gecontracteerd zijn tussche Bouijen d E Comp„e op welke gezeidens sk ant„ „woorde verdrijst zulke gedagten en zijn hier geen andere vrienden als Banij op wiende Comp„e gehouden 19 ook bedel aan uijven vriend dat ss den ka„ §9 Hier Tal den koning zeekerlijk wijlen den de zaake meijner voorvader die gewoen zijn ge„ heer vander voort meede -bedoelen dog Ik weert Bonij het goede door de Bouijers te vermeen dat zij Edele / saliger / hier ontrend bij danne aan uwe Hoog Edelheedens doen erlangen in dien erland saken zijn ofC oorlog is op de Celebes zo vermay de Comp„e alhier vanden 1 October 1779 genoeg doende reeda„ in geenen deele iets na eijgen wille keur / verrig„ deren diens weegen zal hebben gegeeven: „ten /:anaar /(wel nadatse / over bengekoman is/ met Bonij van het beijen tot het eijende C toe Burg zeegen woordig weet Ik zelden dies begin maer wel het eijnde waer van na dato Eerst kennis word gegeven hoedanig zal ik daer van oordeele iindien ik anaer het eijnde weeten, §10 Ik weet niet dat bij mijntijd Eenige deminste verandering instand gehouden hebbende gewoontens gemaekt is endus § 10 Belangen de geringe zaaken alhier zal ik in deezen geen gewag maken want. er worden thans veele veranderingn gemeekt wanneer zal
English
This will be both a false declaration and an instance where, even when there is a request or order from the King, especially regarding stolen people, the contents of the Edicts to which Bony refers are seldom observed; for regarding that buyer, he makes no deed of transfer, so how then could there be an interpreter present to investigate whether that person may be sold or not? During my administration, I have already caused several people who had been bought up by various individuals to be returned, as was also recently done, among others, with a so-called court lady of the Queen, stolen by a Bonian Prince himself and sold to the mate D'siso, and a foster brother of the King's eldest son who had been transferred to one of the Malays. As for the failure to make deeds of transfer, the Bonian interpreters themselves know well enough to look after their own advantage. Furthermore, those who are caught doing so are accountable to the Fiscal if it lasts longer than the appointed time of 2 times 24 hours. When Bonian scoundrels are apprehended among us, one hands them over to the King to be punished according to the contract, but he must then actually punish them and not, even when they have committed the very greatest crime, immediately let them go again to commit even greater mischief, and even, if possible, to take revenge on those who first apprehended them. And hence it will be that this method fell out of use many years ago; at least, I know that in the time of my predecessor, Governor Vander Voort, this was no longer in use, and that Bonians who had done wrong and were apprehended were punished on the market square by the Fiscal and thus sent back on their way. Yet another matter: when someone has stolen something and is caught, some are shown to me, and some not at all. Whereas it has been the custom that whenever a Bonian has offended, notice thereof must be given to the Bonian government, which meets concerning it to pass judgment as is equitable. I have not strictly followed this, but indeed, according to the custom found here, have had various common Bonians put in chains, whom I have then successively released at the request of the King and upon good promises. And concerning this, I have never heard any complaints from the High Noble, Highly Esteemed, Valiant, Lords of Vast Authority; and for the reasons stated, this matter cannot well be handled otherwise, for it is easy to understand that letting such vagabonds go unpunished would make everyone here uncertain under Bonian brutalities and render them even greater than they already are. § 12, 13, and 14 not requiring an answer, I say most humbly: § 12 Further, I request of my friend the Governor-General by no means to alter the mercy and compassion, for we say that the same increases the firmness and strength, just as our trust in the Company is that it does not alter the mercy and compassion toward Bony. § 13 Also, I request of Your High Nobility to order the Governor and Council here that they do not alter the Bonian customs, as well as to keep us on the path that was trodden and maintained by our lord Matanarowie with the Company at Boutowalak. All that is in this letter comes from sincere friendship, and all my words proceed from the heart. § 15 That Your High Nobilities, notwithstanding the King's declaration made concerning me, will be able to see most clearly from the same what intrigues take place around here and from what true source all this arises. And therefore I do not think that Your High Nobilities will take it amiss of me that, for the maintenance of my character and at the same time for the obtaining of a most necessary satisfaction, I most humbly request that the Hendrik, or properly Hendrik Jansz Voll, mentioned herein, and Bookkeeper Klootwijk, currently residing in Batavia and very likely in league with the Bonian interpreter Lapassere, may be corrected as a deterrent to others who might ultimately be capable of throwing this entire place into turmoil, or at least that such subjects, harmful to this land and undermining a Governor's authority here by scheming with native rulers, be forbidden forever from ever setting foot again on this coast of Celebes. At Makassar in the Castle Rotterdam, 22 July Ao 1783. Signed: B Reijke. Agrees: D. Van Haak, Sworn Clerk. § 15 I have retained this letter from Hendrik Voll from Trosa, as I place trust in him, which Hendrik is aggrieved because the Fiscal here has fined him. Wherefore I request my friend to assist him, to pay heed to his right and fairness so that he may be brought into the ordinary European path, for in my heart I do not agree that on account of such a matter so large a fine must be paid. If his cause is true, may my friend not blame me that I bring up this matter; the reasons therefor are that such is a breach of friendship with the Company, tending to the diminishment of its firmness. End of my pen. Written in the land of Makassar at Oedjong Pandang in the King's palace, 21 October Ao 1762. Below stood: Translated by. Signed: Lk Goossen. Below: Agrees. Signed: D. D. van Haak, Sworn Clerk.
Dutch transcription
126. zal dit zo weleene walsch apgave alsdat wanner en Een verzoek of bevel van den koning is in sonderheid ook weegens Menschen weegens gestoolen menschen want gediun„ die gestolen zijn zelden word den inhoud der „rende duijn bestier heb ik kaan er al„ Placcaaten waar aan Borij zig berind verscheidene die door deeze en geene waren opgekogt laten te ug geeven to als nagekomen want aan gaand dien kooper ook nog onder anderen onlangs geschied den zelven maakt geen Transport hioe zoude er dan Een Tolk zij zijn om te is met Een bij de stuurman D' siso o . verkogte en door Een Bonijs Prins zien in te onderzoeken of die Perzoon zelfs gestoolene zo genaamde Hof Dame verkogt may worden, of niet van de koningen en Een aan Een der Maleijers getransportteerde Zoo —. broedier van 's konings oudste zoontse wat aangaet het niet maken van Ttransporten daer weeten de Bruijse Talken zelfs genaeij als haer eigen voordeel zijnde op te passen - - ook zijnde de zulke die daer op betrapt worden aanspreekelijk bij den Fiscaal als het langer als de bestemde tijd van 2 mael 24. uuren duurt 111 Pieter waar Bouijs ik waerdoemders als zij V11. Nog eene zaek waneer iemand bij ons op gepakt worden geeft anen volgens wat gestroten hieeft en agterhaeld avond het kontract de koning te straffe over dantaet men soimmige dan mij ver„ maar deeze moet ze dan ook straffen toonen en souninge in't geheel niet en niet al hebben zij zelfs het aller daer het de gewaanten is geweest grootste misdrijf begaan opstond weder dat swanneer Een Bouijer heeft laten lopen om nog grooter karaed te plee„ gepeceert men daer van kennis gen ked en zelfs als het mogelijk moet geven aan Bowijs. Regee„ is zig te levergeeren aandie geene diehaer ring welke daer over vergadert het om te vornissen zo als 't dillijk is Eerst hebben opgevat. En Hier van daan zal het weesen dat deese met at voor veele Jaaren uit het gebruik is geraakt ten minsten Jk wat dat dit ten tijde van mijn predecesseur de Gouver„ neur vander voort niet meer ingebruik was endat Bouiers die kwaed gedaan hadden en op gepakt waren door de festaal op demarkt afgestraft en zo weeder haersweigs gezonden Jk heb dit Jaust net opgevolgd maer wel gezonden zijn na het gebruijk hier gevonden diverse gemeene Boniers ni deldinge ketting lopen gehad. die ek zd successive op verzoek des konings en op goede belofte dan weeder gelargeert heb en hier over heb en huir over heb Jk Hoog Edele groot Agtb: Gestr: wijdge„ „biedende Heeren nooit Eenige klagten gehoort en deeze zaek kan om reeden gezegt ook niet wel anders getracteerd worden want het ligt te begrijpen is dat het staaffeloos laten lopen van zulke vagebonden Een ieder hier onzeker onder Boniers brutaliteiten nog grooten, zoude maken dan ze reets nu zijn § 12 voorts versoek Jk aan muijnen vriend §1213, en 14 niet te beantwoorden vallende. den Gouverneur Generael om de Barm„ zo zegge Ik needrigst omtrend. hertigheid en vatfermning dog niet te ver anderen, want wij zeggen dat dezelve de vastigheid en sterkte wer meerdert groot= as ons vertaruwen op de Compagnie dat dezelve de Barmhertigheijd en ontki„ ning omtrend Bony niet veranden §§ 13 ook verzoeke aan uw Hoog Edelheid omdag den Gouverneur en Raed alhier te beveelen dat se de Bonijse assantien niet veranderen mits„ gaders ons op den weij beijden welk is be„ wandelt geworden en gehouden dooron„ sen heere Matanarowie met de Comp„e te Boutowalak tig Alles wat in deeze Brief van opregte vriendschap staet en alle mijne woorden koomen voort uijt het herten 115 zal. 128. §15 Dat uwe Hoog Edelheedens miet ee 15 j:s ge vot deese Brief an hauden van genstaende's konings ten mijnen op zigte ge, Hhendrik wol uit trosa. J: aij itremen daare Declaratie ait het zelve ten Duidelijk vertrouwe in hem shitle en welken Hen„ sten zullen kunnen zien wat konke larijen drik beswart is doordien, den Fuscaal alhier hem in de boete geslaagen heeft al„ hier omtrend alsplaets hebben en uit wat eijgentlijk bron dit Een en ander voorkomt waerom Ijk mijnen vriend verzoeke hen en daarom denke Jk niet dat uw Hoog behulpe te weesen om agt te neemen op zijn legt en billijkheijd ten einde den„ Edelheedens het mijn qualijk zullen gelie„ zelve inden Europeesen gewoonen weg ven te nemen dat Jk tot maincterine moge gebragt worden want Jk in mijn van mijn Caracter en tot erlanging toffens herte niet toe stemme dat her oorsaeke eener allen noodsakelijkste Patirfactie ootmoedigst verzoek dat de in dezen ge„ van zulken zaek zo veele boete be„ „melde Hendrik off eigentlijk Hendrik Taeld moet worden: ingevalle zijn Jansz voll enden op Batavia zig benderdend den waar is zo loone mijne vraund en zeer waerscheijnelijk met den Boniese Tolk La, mij dog niet ter oorsoek ik deeze passere geheuld hebbende boekhouder kloot zaake aanhale de Ceedenen daer „wijk ten afschrik van andere die op het laest in van is dat zulks Een breuk van vriendschap is met de Compagnies staet zoude zijn deeze geheele plaets in zepen ten vermindering van, dies vastig„ loer te brengen mogen werden gecorrigeert ten minsten dat zulke voor dit land schadelijke sheid:E Eijnde meijner Penne en tot ondermeining van Een Gouverneurs gezag Geschreeven op 't Land Maccas„ alhier met Jnlandsche vorsten komkelende „subjecten voor althoos mai verboden wor„ dser te hoedjong Panah in 's „den om ooit off ooit den voet meer op deeze konings Paleis den 21 october kust Calebes te setten. a:o 1762 /onderstond/ vertaeld door/ /onderstond Makasser Ja't Casteel was Geteekend:/ L„k Goossen /lager Accordeert /geteekend Rotterdam den 22 Juli Ao 1783 was Geteekend/ B Reijke D: D: van Hlaak E: g' kl: Accordeert D. VanHook Eede
English
Translation of a Malay letter written by Paduka Sri Sultan Ahmad Saleh Samsuddin, King of Boni, to His Right Honorable, the Governor General and the Council of the Netherlands Indies, being of the following content: Compliments as customary. Furthermore, I make known to the Governor General and the Council of the Indies that upon the departure of my Tomatalang, I gave instructions concerning my opinion to make this known to the Governor General; and furthermore, upon the departure of Hendrik Voll, I wrote another letter to Your Right Excellencies and delivered it to him, containing principally matters that we are not customary to doing, which the Company wishes to impose upon us and has indeed already done; yet this does not apply to the present administration of the current Governor Reijke, but especially to the former Governor Vander Voort and the now present Senior Merchant Kraane, who, being Fiscal, clearly managed to mistreat us Boniers during his administration as Fiscal, without paying regard to our lesser subjects whenever any of them had committed an offense, but directly having them seized and punished without informing us thereof beforehand according to our custom as to what was committed, but only sending them to us after the punishment was received. As also in the time of Governor Vander Voort, when His Honor in the expedition with the Fiscal Kraan insulted one of our brothers and head of the king's children of Boni, without consulting with us beforehand or giving any notice thereof. They also had one of our uncles named Lawewang, along with our nephew Tjetse, seized and deported without our knowledge. Adding further hereto the actions of Governor Vander Voort and Fiscal Kraane, how they saw fit during the expedition to come and attack our Boni subjects with a force of troops, cannons, and flying banners, to say nothing of other actions of theirs towards us which we shall not mention here, which is something we are not accustomed to and is very burdensome for us. I cannot therefore refrain from setting down herein that the present Governor, Barend Reijke, has up to the present day imposed upon us nothing that is burdensome to us Boniers. And for those reasons, the Boniers have permitted me with a pure and sincere heart to reside in Makassar. Thus it is my thought that if His Right Honorable should continue longer in the administration of Makassar, I expect that Boni and the Company would never come into any dispute, because His Right Honorable takes much trouble to look after the welfare between Boni and the Company, as I experience daily. I assume that if His Right Honorable should change his mind today or tomorrow, which we do not hope, to do that which is contrary to the content of the contract between the Company and Boni; yet in case it should happen that His Right Honorable should wish to impose upon the Boniers any matters that are burdensome to them and contrary to our customs, we shall in such case not fail to make our grievances known to Your Right Excellencies, as in my thoughts there is nothing better than the close union of the Company with Boni. For it is from the Company alone that the Boniers, together with our descendants, must expect all salvation and prosperity. I therefore assure Your Right Excellencies that I do nothing else day and night but sharpen my thoughts on the welfare of our mutual alliance. For it would cause no rest and peace if the Company and Boni do not seek to continue their close ties. For which reason I also expect from Your Right Excellencies to be helpful to me in every way in observing the welfare of both our lands; and for my part, I can assure Your Right Excellencies that I shall by no means be the one who will break the friendship and alliance. And these being the principal points, as I can perceive from the Boniers, which strengthen the brotherhood between the Company and Boni: that nothing may be imposed upon them other than that which they are accustomed to doing, that is, neither to increase nor decrease their privileges, but to let them remain undisturbed just as was previously granted to our King Matinroe ri Bontoala. Furthermore, I cannot refrain from requesting Your Right Excellencies and the Council of the Indies in this matter to please clarify for me whether Boni also has a share in the conquest of Goa, since I maintain that Boni, together with the Company, helped to conquer the realm of Goa. Thus the question to Your Right Excellencies and the Council of the Indies is whether any share of the revenues from those conquered lands is due to me; for were it a matter that neither of us had anything, I would say nothing of it. For in this matter, namely of the conquest of Goa, one wishes to let our thoughts slip by as to how much good or evil might arise from it, as well
Dutch transcription
Translaat Maleijdse Brief Ge„ schoeeven door Padoeka Siai suhlthan Ahanrat Saleh Jamsuadia koning van Bonij Aan zijn Hoog Edelheid den Heer Gouverneur Generaal ende Raaden van Nederlands Jndia zijn„ de van de volgende Inhoud Compliment na Gewoonte. Voorts make ik den Gouverneur Generaal ende Raaden van Jndie bekent dat ik bij't vertrek van mijn Tometalang van mijn mee„ ning last hebben gegeeven sulx aanden Gouverneur Generaal bekent te maaken en voorts: met 't vertaek van Hendrik voll nog Een nadere brieff aan uwe Hoog Edelheedens hebbe geschreeven en hem ter handgesteld inhoudende principaeleijk zakelijk heeden die wij niet gewoon zijn te doen die de Comp„e ons willen opleggen en ook leets gedaan heeft dog sulx niet bedaelen op de teegenswoordige Regeering vanden presenten. Heer Gouverneur Reijke maar voor namentlijk op den toenmaligen Heer Gouverneur vander voort enden thans presenten opperkoopman kraane als fiscaal zijnde die logtelijk ons Boniers in zijn Regeering als fiscaal heeft weeten te mishandelen laat ot aan onse mindere onderdaenen wanneer deese aits misdaan heeft maar direct leeft laaten op parken en laten straffen sonde ons bevoorens volgens onse gewoonte daar van kennis te laten geven wat S auisdaam heeft maar na't ontfangene straff ons Eerst toe tesenden als meede ook ten tijde vande Heer Gou„ verneur vander voort wanneer zijn E: inde verthiinnig was miet den fiscaal kraen Een vvan onse Broeders en hoofde 130. hoofd der konings kinderen van Bonij geaffronteerd sonder bevoo„ dens met ons daar van geraadpleegt off Eenige kennis hadde laten geven ook hebben zij Een van onse oom genaamt Lawe„ „wang mitsgaders onse neeff Tjetse sonder onse waten laten op pacten en versenden voorts de gedoentens van den Heer Gou„ vernieua vander voort en fiscaal kraame hier bij voegende hoedese bij de hebben kunnen goed vinden en de verthieningstijd met magt van manschappen kanons en vliegende vendels onse Bouijse onderdaanen te koomen verthienen men geswrijge nog andere bedrijven die wij hier niet sullen melden van haer gedoentens. aan ons het Geen wij niet gewoon sijn en voor ons zeer beswaarlijk is Ik kan dierhalven met verswijgen in deezen ter neder te stellen dat den presenten Heer Gouver„ neur Barend, Reijke ons tot heeden toe nog mets het geen beswaarlijkt is voor ons Boniers te hebben opgelegt en om die leeden hebbende Bomers mij uijt Een suijvere en opregte hart teegelaaten ven op Maccassers te woonen dus is te van mijn gedagten dat wan„ neer zijn wel Ed Agtb: Langer an't bestier van maccassers mogte blijven Continueeren ik aandeese dat Bonij ende Compagnie. wooijt in geen verschil zoude komen wijl zijn wel Ed:e Agtb veel moeijte aan wert om 't wel zijn tusschen Bonij ende Comp„e te behartigen: so als ik dagelijks ondervinde ik stelle betuijten dat so bij aldien zijn wel Ed: Agtb: heeden off morgen van gedagten mogte komen te veranderen / het welk wij niet wenschen te doen het geen strijdig is teegens den Jahaud van het te Contract tusschen dE Comp„e en Bruij dog ingevalle 't mogte ko„ „men te gedeuren dat zijn Ed Agtb: de Bouiers Eenige zaeken willen opleggen die nora hum beswaarlijk en teegens onse gewoonte steijdende wij in sulken gevalle niet manqueeren sullen onse beswaarnisse aan uw Hoog Edelheedens bekent te maaken wije van mijn tegedagten geen beter saek zijn dande naauw ver Eeniging vand' Comp„e met Ronij want van van de Comp„e is t' alleen dat ende Bomers benevens ense nage„ plagten alle heijl en welvaart te verwagten hebbe dierhalven verseekde ak uw Hoog Edelheedens dat ik niet anders dag en magt doen als wijn gedagten te scherpen op 't wel zijn van onser bij der verEeniging want 't als dan geen rust en vreede soude veroorsaaken bij aldien dE Comp:e en Bonij de nauwe ver„ buitens niet soekt te Continueeren uijt welken hoofde verwagte ik ook van uw Hoog Edelheedens om mijn allesints behalp saam te weesen ii't betragten van't wel zijn van onser bij der„ landen en uEE voor mijn kan uw Hoog Edelheedens verseekeren dat ik geen sints die geene zal weesen die de vriend en bontgenoodschap zal verbreeken en deese zijnde voornaam„ ste poincten so als ik vande Bouias bespeuren kan 't wwelk de Broederschap tusschen en Comp„e en Brnij ver„ sterkt dat se niets kuogten opgelegt worden dan 't 't geen Igewoon sig te don dat is haere voorregten niet te vermeen„ deren of te verminderen maer sodanig te laten belijven derusten so als bevoorens aan onse koning Matienada ri Bontoalacq is ver„ grun geworden. wijders kan ik niet of zijn uw Hoog Edelheedens ende Raaden van Jardia indeesen te versoeken mij tewillen ullifideeren off Baij ook deel heeft aande overwin„ ning van Goa wijl ik surstineerd dat Bonij meede met de Comp„e 't olijk van Goa heeft helpen over winnen deus is 't de vraay aan uw Hoog Edelheedens ende Raaden van Jndia off mijn vande Jnkruisten vandie over wonnene landen geendeel toekomst want waere 't Een zaek dat beijde niets hebben so soude ik mits daer van spreeken want in deese zaek na„ mentlijk van de overwinning van Goa wil men onse gedagten slijpelijk laten overgaen hoeveel goed off Quaed er soude voortspruijten als me
English
132. one considers that which was done with them in the previous conquest, or how much good or evil would be involved if one continues in that which had always been imposed upon them. Yet all this is merely a reminder to your Right Honourable, whereas the evil that resides in it is of little importance if only the two of us can agree and carry the matter into execution. I request your Right Honourable not to take it ill of me that I have set down all this, since it all proceeds from a pure heart, the more so because I consider myself as an own son of your Right Honourable. Written at Maros at the King's House on the 12th day of the month of Catang on a Latuwag in the year one thousand one hundred and ninety-seven, being the 12th of July anno 1783. Below stood: for translation, was signed: D. Delfhout. To The Right Honourable, Worshipful Sir Barend Reijke Governor and Director of this Coast of Celebes Right Honourable, Worshipful Sir, In accordance with your Right Honourable, Worshipful Sir's esteemed order to reply to the complaints made by the Boniers, namely that in the handling of the menschin me simas, or the collection of tithes, at Maros, Bouthain, and Boele Camba, many 73 are, or rather as they wish to say, it has not been done in such a manner as contracted between Radja Brij and the Honourable Company, and that these were the reasons why all the Boniers cry out, it serves most humbly that we, the undersigned, the present Resident of Maros, Gerrit Brugman, and the present sworn chief interpreter, Diederik Delfhout, do not know on what grounds these complaints of the Boniers rest, since the collection of tithes under the administration of your Right Honourable, Worshipful Sir, both in the North and the South, is ordinarily done for the Resident himself, in even the same manner as under the previous Honourable Governors Vander Voort, Boelen, and Sinkelaar, that is, on the ancient customary footing, without any complaints having been made, or having been able to be made, to our knowledge. But on the contrary, it is the Boniers who not only frequently, as has also recently been experienced by your Right Honourable, Worshipful Sir himself, refuse to let themselves be assessed for tithes, and through whose great declaration of the King's paddy, as otherwise, the tithe becomes smaller from time to time, but with whom one also has more and more trouble over time in collecting the tithe itself, so that your Right Honourable, Worshipful Sir has several times been compelled to make up the deficit out of his own pocket. In proof of the truth, we have confirmed this with our customary signatures and are, moreover, at all times prepared, if required, to confirm the same by oath. While we remain meanwhile with high esteem, Below stood: Right Honourable, Worshipful Sir, Your Right Honourable, Worshipful Sir's humble and obedient servants, was signed: G. Brugman and D. Delfhout. In the margin: Macassar, the 14th of July 1783. Still below stood: Agrees, was signed: H. B. Roodenpijl, Sworn Clerk. 134. Cornelis Sinkelaar, Governor and Director on behalf of the General Chartered United Netherlands East India Company, and the Council on the Island of Celebes, to all who shall see this or hear it read, greeting! Whereas the Honourable High Indian Government has become aware that private inhabitants, both at the capital and in the governments and at the further trading posts in the Indies, now and then maintain with native princes a correspondence that, if not suspicious, is at least illicit, although it is an affair of old known that this may be done by no one, neither servant nor citizen, without the prior knowledge of his superior ruler; and wishing to provide against this, has by a placard of the 9th of August of last year strictly forbidden to each and every person, whether European or native, servant or citizen, subject to the obedience of the Dutch East India Company, to exchange letters with any native King, Prince, or lesser authority, or his courtiers, under whatever pretext it might happen, desiring that those to whom any writing from a native prince or anyone of his courtiers might be delivered, shall communicate the same immediately to the head of the place of his residence without any reservation, and await orders thereon, all upon pain of banishment; also charging us publicly to advertise the aforementioned content of that placard to the subordinates of this Government and to take care for the observance of the same: So it is that we, in compliance with such venerated order and to counter many evils arising from forbidden correspondences with the native formerly born and before
Dutch transcription
132. men dat betragt het geen amen, met de woorige overawinaing met hdeeleden gedan hieeft dan wel tideveel goed aff quaed er soude in steeken indien men blijft Continueeren in 't geen men bleets aan haalieden hadden opgelegt dog dit alles is maer Een keraimering aan uw Hoog Edelhee„ densswart 't Quaed dat er in lecsideert is weijnig van belang an wij maar net ons beijden kan over En komen ende saek ter uijt voer brengen Dit alles versoeke uan Hoog Edelheedens mij niet ten Quaeden gelieve te luijden dat ik indeesen alle sohebbe ter needer gesteld. wijl 't alles voortkomt uijt Een suijvere herte meer om dat ik mij selfs aan merke als Een eijgen Joan van uw Hoog Edelheedens Geschreven te Maros op 's Konings Tuijs op den 12 dag vande maend Catang op Een Latuwag in't Jaar Een duijsent Een hondert seven ens Negentigh zijnde den 12 Julij ao 1783 /onderstond voord Transslatie /was Geteek:/ D: Deefhout Aan Den wel Edelen Agtb: Heer Barend Reijke Gouvernieur en directeur deezer kuste Celebes wel Edele Agtb=e Heer Jngevolge uw wel Edele Agtb: g'Eerde ordre om te andwoor den op de door de Boniers gedaene klaagten als dat biij de behandelingen van de menschin me simas of verthiening te maros Bouthain en Boele Camba in vorderen veele 73 zijn ofeigentlijk teo zij zeggen willen niet zoodang geschied a volgens het gecontracteerde door Radssa Brij ende Ed:le kmpagj endat dit de heieden zouden zijn dat alle de Romers schreuwen diend needrigst dat mig ander geteekendens den presentie Maros Resident Gerrit Brugman enden present geswooren oppertelk Diederik Delf hout niet weeten opawat grond deeze klagten der Boniers steumen madien de verthining inder het besteer van uw wel Edele Agt b: dende Noord sen de Zuid woord dezelve ortenair voor de resident zelve gedaan / even en inselver voegen gedaan is als nooa de voorige slee„ ren Gouverneurs vander Voort Boelen en sankelaer dat is op de aloude gebruikelyke voet zonder art daer over on zes weeten Eenige klagten gedaan zijn of zoude hebben kannen worden Gedaan maer wel ter Contrarie werde Bomers die niet alleen rikwils zo als ook Jongst met uwel Edele Agtb„e zelfs gekened is vreijger zich te laten ver„ tuiuren en daar wiens Groote opgave van 's konings Padij als andersints de verthiening van tijd tot tijd geringen word maer met wien men ook live langer hove meerder moeit krijgt tot het inpalmen der thiende zelfs sroda nig dat uw wel Edele Agtbaere meermaels genood„ saakt is geweest het mankeerende van zijn eigen te suppleeren. Ten bejwijse van waerheijd hebben wij dit met onze gewoone hand teekening bevestigd en zijn bo„ van dien ten alleen tijden bereid om het selve dese gerequireerd wordende met Eede te besragtingen Terwijl wij inmiddens met hoog agting blyve /onderstond/ wel Edele Agtb: Heer /:laijer/ uwer wel Edele Agtb„e onderdanige en gehoorsame Dienaaren /was Geteekend/ G Brugana a D Deef hout /in margine / maccasser den 14 Julij 1783 (nog „strnd/ Adcordeert/ was Get„d H: B: hoodenpijl Gesw: Clercq 134. Cornelis Sinkelaar Gouverneur en directeur van weegen de Generaele nederlandsche G'octraijeerde oost Indische Compagnie ende Raad ten Eijlande Celebes Allen den gee„ nen die dezen zullen zin ofte hooren Lesen slut Alzo de Edele hooge Jndiasche Regeering in Po„ waaring gekomen zijnde dat particuliere Jngezeetenen zo wel ter Hoofd plaatse als inde Gouvernementen en op de verdere Comptoiren in Jandien nu en dan met Jnlandsche vorsten Pene zo al met suspec„ te ten minsten ang oorlofde taus. wisseling onderhouden silven het Eene van ouds bekende zaek is dat zulks doorniemand nog Dienaar nog burger suiten voorkennis van zijnen opperge„ bieder may gesahieden en hier teegen willende voorzien bij Een placcaat van den 9 Aug„s J=oL: allen in Een iegelijk het zij Europees hiet zij Jnlander Dienaar of burger zoo„ teerende onder de gehoorzaamheid der Neederlandsche in oost Jndischen maatschappije op het sewienst verbooden heeft met Eenige Jnlandsche koning Prins minder of desselfs Hoss-groo ten brieven te wisselen onder wat proetext ook zoude mo„ gen geschieden, begeerende dat de geenen aan wien Eenig schrij„ ven van Een Jnlandsche vorst ofte Jmand zijner Hofs Grooten, mogte werden besteld het zelve deedelijk aan het hoofd der plaatse zijner on wooning zonder Eenige agterhoudentheid zal hebben te Comminiceeren endaer op ordre verwagten alles op staaffe van Bennissement ons teffens gelastende aan de onderhoori„ gen deezes Gouvernements den heer boven geverbaliseerden inhoud van dat Placcaat opintlyk te adverteeren en voor de observantie van het zelve sorge te dragen zo is het dat wij in voldoening aan zodanige geve„ „nereerde ordre en tot teegengang van veele uit verboodene Carrespondentien met den Gulandir Eertijds geboorne en voor ƒ
English
to fear pernicious consequences in the future, to warn in the most earnest manner the collective inhabitants of this Colony standing under the territory of the Dutch East India Company and, in so far as it is necessary, to order, as they are warned and ordered by these presents, to be well on their guard against all correspondence with native rulers, regents, or their grandees of the realms on the islands, Celebes, or elsewhere; and upon receiving any writing thereof, to hand the same over immediately and without reservation to the undersigned Lord Governor, with the request for His Right Honourable's pleasure regarding the matter; likewise to hold no conversation with or receive visits from any native grandees without the express consent of the aforementioned Lord Governor and in the presence of an interpreter, who shall immediately have to report on what was transacted. Therefore, those whom one might discover to have contravened and violated these salutary orders in any manner shall, without connivance, have to depart and remain banished to the place whither Their High Nobilities themselves shall be pleased to destine. Wherefore the fiscal of this Government and subordinate Residents are commanded, each in his territory, to observe and cause to be observed most closely that the contents hereof are in no way infringed, and discovering the contrary, to give notice thereof as soon as possible where it belongs. Below stood: Thus arrested in the Council of Policy within Castle Rotterdam at Makassar on Friday the 21 December and approved on Monday the 24 September of the year 1764 and published on the 8 January 1765. Was signed C: Sinkelaar. In the middle stood: The Company's seal pressed in lead lacquer. Lower: By order of the Right Honourable Lord C: Sinkelaar, Governor and Director, together with the Council. Was signed: I: Bleeke, Secretary. Lower stood: Agrees. Was signed: J: G: Bardach, Secretary. Below stood: Agrees. Was signed: I: B: Bodewijk, Sworn Clerk. Agrees: [illegible] Van Haar. Copy of a secret letter written to Their High Nobilities by the First Resident Stuart in the year 1783 for the Netherlands. Letter B. 136 Secret Batavia To His High Nobility, the High Noble, Severe, Highly Honourable and Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Noble, Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble, Severe, Highly Honourable and Far-Ruling Lord, Right Noble, Severe Lords, Respectfully answering Your High Nobilities' highly venerated missive of the 24th of December anno passato, the humble undersigned finds himself necessitated to testify to Your High Nobilities, to his deep regret, that the conduct of Sultan Sarieph seems not at all disposed to improve, but the prince, on the contrary, continually proceeds in his old way of living; and although the merchant now keeps himself completely The 20th of September, anno 1783: completely and entirely retired from here, and thus very little or no matter at all presents itself in Pontianak to make the trader groan over his poverty, he nevertheless continually finds new means to fuel his extravagant lifestyle more or less; for, having received news in the recently passed month of August that a vessel from Banjarmasin had put into Mampawa, he immediately went thither, instantly seizing the said small vessel and subsequently selling the same together with the loaded goods, under the pretext that some moneys were due to him from one of the Banjarese court grandees named Soeta Diepa, which he refused to pay him. But how far this assertion of Sarieph is founded, I am unable to decide, as its juragan has assured me Sultan Sarieph has nothing outstanding there, but on the contrary still owes money to various persons. I think the conduct of Sultan Sarieph with respect to this vessel will make no favorable impression at all upon the minds of the Banjarmasin court, which for a long time already has been not at all well-disposed toward Sarieph, and now will be even much less so when they obtain knowledge of this case. The treatment that he inflicts upon the Banjarese princess is also not at all proper, as that person, urging him too much according to her inclination toward good, daily lived with him in the fiercest quarrels on that subject, and finally found herself necessitated, together with children, by his order to move out of the Dalam into a dwelling that he had built for that purpose outside, on the river bank.
Dutch transcription
voor het vervolg te duigtene pernitteure gevolgen de gezomenteyjke ingeseetens deezer Colonie staende onder het gebied der nederlandsche oost Jnvische Comp„e op het Erustigste waerschouwen en in zo verre het nodig is ordruneeren, gelijk hij gewaarschouwt en g'ordonneert aver„ den bij deezen zig wel te swagten voor alle briefwisseling met Jnlandsche vorsten Regenten of hunne Rijxgrooten ten Eijlanden, se„ ledes of Elders en daar van Eenige schrijven ontfangende het zelve zonder agter houdinge ten Eersten te overhandingen aanden onder Geteekende Heer Gouverneur met verzoek om zijn wel Edele Agtb:s goed vinden daer omtrent des gelijke geene Convensatie te houden met of visitien te ontfangen van Eeni„ „ge Jnlandsche Grooten. zonder Expres Consent van welmel„ den heer Gouvernoua en in presentie van Een Tolk die van het verhandelde ten Eersten zal moeten verslagden alzo de geenen die men ontdetten mogte deeze salutaire ordres op Eenigen hande wijze te hebben gecontravenieert en over„ treeden souden Conniventie zal moeten vertrekken en ge„ bannen blijven der plaatse werwaards hunne hoog Edelheedenden zel„ ven zullen gelieven te destinaren werdende derhaven den fishaal deezes Gouvermerts ende onderhoorige Residenten gelast ijder un zij territoir naeu„ kenrigst te letten en te doen letten dat de inhoud deezes geenerleij wij„ ze werde g'ansingeert en het teegendeel ont detkende ten spoedig sten kennis te geeven daer het gehoort /onderstond// Aldus Garresteert in Raede van Politie binnen het Casteel Rotterdam tot makasser of vrijdai den 21 decemb„r en g'approbeert op Maandag den 24 7ber des Jaars 1764 en gepeblucceert op den 8 Januarij 1765 Caras Getd C: Linkelaar /in't midden stond/ s Comp„s zegul gedrukt in looden Lacq (lager/ Ter ordonnantie vande wel Edelen Agtb:r Heer C: Sinkelaars Gouverneur en directeur beneevens den raed /was Getd/ I: Bleeke sec:s /lager / stond Accordeert (was Getd) J: G d Bardach sec /onderstond/ Accordeerd /was Geteekend/ I: B: Bodenpijl Gesw: Clercq Accordeert Eike . Van Haar Copia Secreete Brieff geschreeven aan Hunne Hoog Edelheedens door den Eersten Resident Stuart in den Iaere 1783 voor Neederland L„a B. 136 Secreet Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestringen Hoog agtbaaren en wijd gebiedenden Heere M:r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal, Beneevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Needer¬ fa „Landsch Indio etC„a AtC„n etC„n Nen Hoog Edelen Gestrengen Hoog Agtbaaren en Wijdgebiedenden Heere Wel Edele Gestrenge Heeren UwE Hoog Edelheedens zeer gevenereerde Missive van den 24=ten December Anno passato Eerbiedig beantwoordende, vind den needrigen teekenaer zig Genecessiteerd, UwE Hoog Edelheedens tot zyn innig leedweesen te moeten betuijgen, 't Gedrag van Sulthan Sarieph nog niets ten besten scheind te willen schik„ „ken, maar den Vorst in teegendeel bij Continuatie in zijn Oude leevenswijze voortgaat; en ofschoon den Handelaar zig thans geheel Den 20„en September: A„o 1783: Geheel en al van hier geretireerd houd, en dus zeer weinig off geheel geen stoffe zig op Pontiana opdoed, den Negotiant om zijn armoedje te doen zugten, zoo vind hij egter al weederom nieuwe middelen uijt zijne verkwistende leevenswijze min off meer te voeden; Want in de Jongst gepasseerde Maand Augustus tijding krij„ „gende er Een Vaertuijg van Banjermassing op Mampawa was binnen geloopen, vervoegde hij zig terstond derwaarts Gemeld kieltje direct in beslag neemende en 't selve vervolgens neevens ingelaedene goederen verkoopende, Onder pretext hem van Eenen der Banjersche Hoff Grooten Genaemd Soeta Diepa Eenige penningen Waeren Competeerende, welke hij hem weigerde te betaelen: dog hoe verre dit Geposeerde Van Sarieph gegrond is, ben ik onvermoogend te be„ slijsen, alsoo dies Iuragan mij heeft verzeekerd Sutthan Sarieph niets daar heeft uijt staande, maer in teegendeel nog aan Diverse persoo„ „nen Geld schuldig is; de Handelwijze van Sutthan Sarieph ten Opzigten van dit Vaertuijg denk ik gansch geen voordeelige influentie op de Gemoederen van het Banjermassingsche hoff zullen maeken„ dat reeds voor lange gansch niet Sariephs gezind is geweest, en nu nog veel minder zal weesen, als zij van dit geval kennis krijgen. De behandeling die hij de Banjersche Vorstin aandoed, is ook gansch niet ortodop, alsoo dat Mensch, hem al te veel naer zijn zin het Goede induceerende, daegelijks met hem in de heevigste krakkee„ „len ten dien sujecter leerde, en Eindelijk zig genecessiteerd heeft gevonden neevens kinderen op sijn ordre uijt den Dalm te verhuijsen, in Een Wooning die hij ten dien Einde aan de Revier kant, buijten had laaten
English
138 The 20th September Anno 1783: to have erected, where she has now been living very quietly for half a year, and lives on the little that she brought with her, as the greatest part was spent during her presence in the Dalam. The Prince now goes to pay her a visit once every fourteen days, while he has forbidden all others to come to her, being apprehensive that she might undertake something against his life. And whereas the trade, which this entire year has consisted of only three vessels arriving here from Java and is thus completely at a standstill, and the uplanders, both of Landak and Sanggau, have now also not come hither for a long time, but alongside the Chinese transport everything to Mampawa; thus the prospects of any improvement are and remain just as dark; especially since it is to be feared that Sultan Sarieph will not change, but through the passage of time, becoming more and more exhausted, will resort to even worse means to indulge his wasteful lifestyle and pride. If this could only be considered a temporary evil, one might hope that through the Prince's demise some diversion would come in this; yet this is likewise still subject to very great doubts, when one takes into consideration that the native and all the princes residing around here could never be persuaded to recognize anyone other than one of Sarieph's descendants as prince, who, raised under his The 20th September Anno 1783 under his open supervision, have already from their childhood years imbibed his bad principles, and currently indeed follow the footsteps of their father without any reflection. To which one can also add that His Highness, who is of a strong and healthy bodily constitution and is only just reaching the age of forty-three years, humanly speaking, can still live for a long time, and the Company would thus spend much money on Pontiana without having any assurance or well-founded hope that this would later be made good through profits and revenues, or else from an abundant collection of products, which latter I very humbly posit is improbable if not impossible, because the Buginese, related by marriage to the grandees of the land, are thereby so firmly nestled that they cannot be driven out from there. For that reason they also remain masters of the products of the land, buying them up moreover at the highest prices; whereby they not only oblige us, if one wishes to obtain anything, to follow their fixed market, but even force us to go and buy the same in the uplands, where one would not only jeopardize the Company's cash by transporting it through the deepest wildernesses, but would also find the goods burdened with the expenses of the journeys to be undertaken, which would also run very high, because the same cannot be done in less than some fourteen days, and for that a good twenty steersmen are required to go up against the rising currents, who, 140 The 20th September Anno 1783: who besides free board, still claim enormous daily wages; over and besides that one must also necessarily attend upon the upland grandees with some presents, if one can or may expect any help or assistance from their side. The few prospects that thus present themselves for the present that Pontiana would in time become a profitable place, having respectfully deduced according to my humble opinion and slight judgment to Your High Noblenesses, I shall in continuation of this submissively serve to answer the question enjoined by the same upon the humble undersigned as to how one could decamp from this place with the least trouble and in the best order. Your High Noblenesses forgive me when, with respectful submission however to the much wiser judgment of the same, I frankly declare in this regard that one will need to proceed not precipitately, but very cautiously in this respect, if one does not wish to run the risk of being hindered in this by Sarieph, who would without doubt endeavor to prevent the same, and following nothing other than his passions, would possibly proceed to the utmost, because he will easily be able to understand that, being a true cause of the departure, he will also never more be able to consider himself an ally of the Company, and from that side has not the least help, if not all evil to fear. Sarieph's impoverished following, assisted by the Buginese, who in this region by no means bear a good heart toward the Company, are also powerful enough, if the Prince were to turn to evil, which is to be feared, to give us our hands full of work in
Dutch transcription
138 Den 20„en September A„o 1783: laaten Opregten, waer zij nu zeedert Een halff Iaar zeer stil woont„ en van het weinigze dat zij heeft meede gebragt leefd, alzoo het Grootsten Gedeelte bij haer aanweesen in den Dalm is, opgemaekt: Den Vorst Gaet nu om de Veerthien daagen eens Een Visite bij haer afleggen, terwijl hij alle andere heeft g'interdiceerd bij haer te koomen, bedugtn, weezende zij het Een off ander teegen zijn leeven mogt onderneemen. En naerdien den Handel die dit- gansche Iaer in nog maer Drie van Iava hier aangekoomene Vaartuijgen heeft bestaan, en dus ten Eenemaelen als stil staet, en de Bovenlanders, zoo van Landak als Sangouw nu zeederdr Een Geruijmen tijd ook niet herwaerts koomen, maer nevens den Chinees alles naer Mampawa vervoeren; zoo zijn en blij„ „ven de Voor uijtzigten van Eenige, Verbeetering nog Eeven duijs„ „ter; voor al daer het te vreezen is; Sulthan Sarieph niet sal veranderen, maar door Langduurigheid van tijd, meer en meer uijtgeput raakende nog erger middelen ter hand neemen; om zijn Verkwistende Leevenswijze en Hoogmoed te koesteeren, dan zulx maer als Een temporeel quaad kunnende geconsidereerd m werden, zoude men moogen hoopen. dat door 's Vorstens, aflijvigheid, hier inne Eenige Diversie zoude koomen; dog sulx is almeede nog aan Zeer Groote twijffelingen onderworpen, als men in overweeging neemd dat den Inlander en alle hier omstreeks geleegene Vorsten nooijt zoude te persuadeeren weesen, om Eenen anderen dan van C Sariephs afstammelingen als vorst te Erkennen, die opgevoed onder zijne Den 20„en September A„o 1783 Onder zijn Open toe sigt reeds van hunne kindsche Iaaren sijne slegte prin„ „cipuen hebben ingesoogen, en thans, ook reeds werkelijk sonder Eenig nadenhon het Voetspoor hunner Vader Volgen. Waar bij men nog kan voegen dat zijn Hoogheijd die van Een sterke en Gesonde Lichams Constitutie is„ en nog maer Eerst den Ouderdom van Drie en Veertig Iaaren is bereij„ „kende, naar den Mensch Gesproken, nog Lange kan Leeven, ende Maat„ „schappij dus veel Geld aan Pontiana zoude te kosten Leggen, zonder Eenige Verseekering off gegronde hoope te hebben, zulx in laetere tijden door Winsten en Inkomsten, dan wel uijt Eene Overvloedige- in„ „zaam van producten zoude werden Goed Gemaakt, Welk laaste zeer Needrig poseere Onwaerschijnlijk zoo niet Onmoogelijk is, om dat den Boeguinees door Huuwelijken aan de Grooten des Lands Geparenteerd daar door zoo vast sijn Genesteld, dat daer uijt niet sijn te Verdrijven, uijt dien Hoofden blijven zij ook meester van de producten des Lands, dezelve nog boven dien tot de Hoogste prijsen Op koopende; Waerdoor zij Ons niet alleen Verpligten, Witt men iets magtig worden hunne Gemaekte Markt te Volgen, maer selfs noodzaaken, dezelve in de bovenhanden te Gaan koopen, Wanneer men 't Compagnies Contanten niet alleen met het Vervoeren derzelve door de Digpste Wildernissen in de Waegschael steld, maer ook den Goe„ „deren beswaerd zoude vinden, met de Onkosten van de te doene reijsen die ook al hoog Opstok zoude loopen, om dat dezelve in niet minder dan Eemn Veertien daegen kunnen werden gedaan, en daertoe Een Groote Twintig slurlingen, om de wordende stroomen op te koomen benoodigd zijn, die 140 Den 20=en September A„o 1783:~ die booven de Vrije kost, nog Enorme daghuuren Pretendeeren; buijten en behalven men de bovenlandsche Grooten ook noodzaekelijk met Eenige Geschen„ ken diend op te wagten, kan off magmen van hun kant Eenige hulp of bijsand verwagten. De weinige Vooruijtzigten die zig dus voor teegenwoordig nog op„ „doen, dat Pontiana Een Winstgeevende plaets in der tijd zoude worden, UWE Hoog Edelheedens naer needrig Sustenue en Gering Oordeel Eerbiedig, ge„ „deduceerd hebbende, zal ik ten Vervolge deeses Onderdaeniglijk dienen Op de door Hoogst Dezelve den Needrigen Teekenaer geingungeerde Vraege hoe men met de minste Omslag en in de beste Ordre van deeze plaets zoude kunnen Delogeeren = UwE Hoog Edelheedensings Vergeeve mij Wanneer /: met Eerbiedige Onderwerping egter van hoogst derzelver veel wijzer. Oordeel / dientweegen Rondborstig Verklaere, dat men in dit Opzigt niet voorbaerig, maer zeer Voorzigtig sal dienen te werk te gaan, Wilt men geen gevar loopen Van door Sariephe zulx belet te worden, die sonder twijffl het zelve zoude tragten te verhinderen, en niets anders dan zijn drifften volgende, moogelijk tot 't uijterste zoude Overgaan, wijl hij ligt zal kunnen begrijpen, dat m hij als Een Waeragtige Oorzaek der opbraek zijnde, ook zig zelfs nooijt meer als Een bond genoot der Compagnie zal kunnen beschouwen, zij en van dien kant geen de minste hulp, zoo niet alle quaad te Vreenh „sen heeft. Sariephs armoedigen aanhang geadsisteert van den Boe„ „guinees /: die aan deesen Ooirt: in Geenen deele de Compagnie Een Goed hart toedraagen:/ zijn ook magtig Genoeg om wanneer den Vorst tot het quaade Oversloeg :/ dat te dugten is:/ Ons handen Vol werk te geeven in