Inventory 3653
Japan · 1,390 pages · 388 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
The 20th of September Anno 1783: to give, as I dare estimate the same at fully one thousand souls; not counting the merchant whom I will assume would for the most part remain neutral, although among them one might still find some who, as if enticed by an imagined booty, might adhere to Sarieph, and thus a formidable force would be required to withstand him if the matter became known. One could also accomplish this so quietly that the Prince would get no wind of it before the Company's effects and servants were safely on board the vessels outside the bank, if one were to descend the river in the evening in two or three well-armed boats, after having first shipped off the goods, none of which would attract attention; except for the six iron cannons of six-pound balls, which one could nevertheless take from the battery some time beforehand under the pretext that they were unfit or that the gun-carriages were rotted; and then ship them off at a suitable opportunity in the lighter, which also ought to drop down outside before everyone went down. And once on board, one could still offer some resistance, especially if Your High Noblenesses would be so good as to provide us to that end with one or two well-armed vessels with their boats, so that we again need not fear that he would undertake anything against us at sea; but our garrison is so weak and moreover 142. The 20th of September Anno 1783: moreover so poor that I can solemnly assure Your High Noblenesses that I do not have ten men capable of offering any defense; for the greatest part are old, decrepit, or debauched people, who suffer most of the time from corruptions or illnesses, and thus I would also humbly beseech Your High Noblenesses for some capable soldiers and a brave officer, who could be distributed among the boats to offer resistance in case we were pursued. It also seems to me a very useful thing, if Your High Noblenesses please to confirm the aforesaid project with Your High Noblenesses' honored approval, that this expedition should not be undertaken before the end of the month of November, for the reason that one then need not fear that calms and variable winds would cause us a long voyage to Crimata; since around that time of the year one first begins to get the breezes from the northwest around here: when we would very prosperously pass these islands, and be freed from all dangers of pursuit by him; likewise the vessels waiting for us outside, in order not to miss them in the dark, ought to be provided with some rockets or fireballs to be able to make signals with them every quarter of an hour on the night of the undertaking, which could be answered by us in the same manner: I having taken the boldness to request the same humbly of Your High Noblenesses in The 20th of September Anno 1783: on the requisition, added hereto in all respect, of such goods as would still be required here, should Your High Noblenesses resolve upon the evacuation in the coming year, the rations etc. all being calculated up to the last of December 1784. And when one would thus depart from this place in silence, it seems to the humble undersigned, under correction, that the Company's sovereignty and possession could constantly be maintained, both from the Act of Cession of Bantam's Prince and that of the Investiture of Sultan Sarieph, as concluding a convention with Sarieph would be absolutely dangerous, because such could not be done without him remaining unaware of the evacuation; also the humble undersigned dares to state for certain that once this place has been abandoned, it is subject to very many doubts whether one would ever again come into the quiet possession of Pontiana, as the uplander around here would then certainly maintain that such would only be for a time again, and thus would not easily be persuaded to give the Honorable Company the preference regarding their products, which must be worked upon most strongly and principally if one wishes to make Pontiana a profitable establishment; although I can solemnly assure Your High Noblenesses that such has been undertaken several times fruitlessly; as in six expeditions made by me, to Landak, Sangouw, as well as Mampawa.
Dutch transcription
ten Den 20=en September A„o 1783: — te geeven, alzoo ik dezelve Opruijm Een duijzend Zielen, durve be„ „paelen; ongereekend: den Negotiant die ik wil stellen zig voor het Grootste gedeelte Neutraal zoude houden, Schoon men er egter ook nog al onder zoude vinden die moogelijk als verlekkerd op Eenen inge„ „beelden buijt Sarieph zoude aanhangen, en dus zoude er Een Formidabele Magt noodig reesen om hem het hoofd te bieden, wanneer de zaak rugt„ „baer wierd, men zoude t zelve ook zoo stil kunnen bewerkstelligen dat den Vorster geen Lugt van kreeg, voor en alleer's Compagnies effecten en Dienaeren behoude aan boord der Vaertuijgen. buijten de Bank wae„ „ren, als men des avonds in Twee off drie wel gewaipende schuijten de Revier afzakten, naer alvoorens de Goederen te hebben afgescheipt, daer niets van in 't Oog zoude loopen; dan de ses ijzere Canons van sespond bals, die men Egter onder pretext van dat dezelve Onbequaem off de affuijten Ver¬ „rot waeren Eenige tijd bevoorens van de Batterij konde neemen; en bij bequaame Geleegentheijd dan afscheepen in de Ligter, die ook bevoorens men met alle man naer beneeden Gjieng, naer buij¬ „ten diende aftezakken; en Wanneer men Eerst aan zoord was zoude men nog all wat teegenstand konnen bieden, voor al als UwE Hoog Edelheedens Goedheid Onsten dien Einde geliefde te Voorsien, met Een off twee Wel Gearmeerde Vaertuijgen met hunne Schuij¬ „ten, om all weederom niet bedugt te weesen, dat, hij op zee iets teegen Ons zoude onderneemen; dan Onse bezetting is soo swak en booven Dien 142. Den 20=ten September A„o 1783:— dien zoo slegt dat ik uwe Hoog Edelheedens heilig kan verassureeren geen thien man te hebben die vermoogend, zijn Eenige Defensie te kun„ „nen bieden; want 't Grootste gedeelte oude afgeleefde off verdebaucheer„ „de lieden sijn, die den meesten tijd aan Corrupties off ziektens laboreeren, en dus zoude ik UwE Hoog Edelheedens ook nog demordig smeeken Om Eeniger bequaame Militairen en Een braeffofficier, die men op de schuijten konde verdeelen, Om in gevalle men Ons, agter volgde daer her „meede teegensland te bieden; terwijl mij Ook als Een zeer nuttige zaek en Voorkomt, indien Uwe Hoog Edelheedens voorenstaande project sing met Hoogst derzelver G'Eerde Goedkeuring gelieven te bekragtigen, dat men niet voor 't laast der Maand November deeze Expeditie Ondernaam, om reeden men dan niet bedugt behoefde te weesen dat stillens en Variabele Winden ons Een lange reijs naer Crima„ „ta deede hebben; daer men Om dien tijd des Iaers Eerst hier omstreeks de Lugjes uijt den Noordwesten begind te krijgen: Wanneer wij en zeer Voorspoedig deeze Eijlanden zoude te booven weesen, en van hem alle Gevaeren van Agtervolging bevrijd sijn; gelijk almeede de Vaer„ „tuijgen die buijten op ons wagten, om door den donker dezelve niet mis te zaeken, diende te werden Versien van Eenige Vuurpijlen off lugtballen om daermeede den nagt der Onderneeming, alle Quar„ „tiers uurs zeinen te kunnen doen, die door ons in zelver voegen zouden kunnen Werden beantwoord: hebbende ik de Hardiesse onge genoome dezelve van uwe Hoog Edelheedens humbel te versoeken in op het Den 20=en September A„o 1783:— Op het deeze in alle Eerbied bij gevoegd Eijschje van soodaenige Goederen als er nog alhier zoude benoodige Weesen, indien Hoogst dezelve tot de Opbraake in den aenstaenden Iaare mogten Resolveeren, als zijnde de Randsoenen etcCa alle tot ultimo December 1784: bereekend En wanneer men dus van deeze plaets in stilte zou¬ „de delogeeren; dunkt den Submissen teekender / Onder Corectie / 's Compa„ „gnies Souverainiteit en possessie steeds zoude kunnen werden gestand Gedaan, zoo uijt de Acte van afstand van Bantams Vorst, als die der Jnvestiture van Sulthan Sarieph, alzoo het sluijten Eener Conventie met Sarieph absoluijt, gevaarlijk zoude weesen, om dat sulx niet zoude kunnen werden Gedaan, sonder dat hij Onbewust van de Op„ „braak bleef; ook durft den Submisse Teekenaer Zeeker stellen, dat indien men Eens deeze plaets heeft Verlaaten, het aan zeer veele bedenkingen onderworpen is, off men wel boijt meer in de Geruste possessie Van Pontiana zoude koomen, alsoo den bovenlander dan hier om„ „streeks zeeker zoude Sustineeren, zulx maar weederom voor Een tijd Zoude weesen, en dus dezelve niet Ligt over te haalen om de E Com¬ „pagnie noopens hunne producten de preferentie te Geeven, daer wilt men Pontiana tot Een voordeelig Etablissement maaken, wel het sterkste en Principaetste op diend te werden gewerkt; Schoon ik uwe Hoog Edelheedens heisig kan Verasureeren zulx vor„ „scheidene maelen Vrugteloos is Ondernoomen; alzoo in ses door Mij Gedaane Optogten, zoo naar Landak, Sangouw, als de Mampa„
English
144. The 20th of September Anno 1783: Mampawa upper lands, have gained nothing other than promises, with which they are very generous here, but rarely fulfill them. Concerning the debts of Sultan Sarieph, I humbly maintain that if Your Right Honourables should please to depart from here in silence, one can do nothing other than what is already being put into practice to urge him to make payment, as the humble signatory is unaware of him having any fixed properties or outstanding business anywhere upon which one could seek his guarantee; over and above this, he also possesses nothing of note here, unless the Banjermassing prince could be persuaded to satisfy the same out of the revenues of the lands that the Sultan's wife has there; for apart from that, it will be very difficult to liquidate the same with him, since most of the time he does not have enough together to buy the necessary food for him and his household. Regarding the prince's grandees of the realm, or those who are called his co-regents, they are anything but that, as all occurring matters are handled solely by him, the Sultan, and not even their advice regarding the same is given or requested; they also consist solely of three persons, whom I shall take the liberty of describing briefly yet truthfully to Your Right Honourables. The first, named Sarieph Amit, a native of Bantam but from an Arab family, has in his young years The 20th of September Anno 1783:— To this, added in all deference, the requisition of such goods as would still be needed here, should Your Right Honourables resolve upon the abandonment in the coming year, the rations etc. all being calculated up to the last of December 1784: And when one should thus depart from this place in silence; it seems to the submissive signatory, subject to correction, that the Company's sovereignty and possession could always be maintained, both from the deed of cession from Bantam's prince, and that of the investiture of Sultan Sarieph, as concluding a convention with Sarieph would be absolutely dangerous, because such could not be done without him remaining unaware of the abandonment; also the submissive signatory dares to state with certainty that once one has abandoned this place, it is subject to very many objections whether one would ever again come into the undisturbed possession of Pontiana, as the up-country man around here would then certainly maintain that such would only be for a time again, and thus they would not easily be persuaded to give the Honourable Company preference regarding their products, which must be worked upon most strongly and principally if one wishes to make Pontiana into a profitable establishment; although I can solemnly assure Your Right Honourables that such has been undertaken several times in vain; as in six journeys up-country made by me, to Landak, Sanggau, as well as the Mampawa 144. The 20th of September Anno 1783: Mampawa upper lands, have gained nothing other than promises, with which they are very generous here, but rarely fulfill them. Concerning the debts of Sultan Sarieph, I humbly maintain that if Your Right Honourables should please to depart from here in silence, one can do nothing other than what is already being put into practice to urge him to make payment, as the humble signatory is unaware of him having any fixed properties or outstanding business anywhere upon which one could seek his guarantee; over and above this, he also possesses nothing of note here, unless the Banjermassing prince could be persuaded to satisfy the same out of the revenues of the lands that the Sultan's wife has there; for apart from that, it will be very difficult to liquidate the same with him, since most of the time he does not have enough together to buy the necessary food for him and his household. Regarding the prince's grandees of the realm, or those who are called his co-regents, they are anything but that, as all occurring matters are handled solely by him, the Sultan, and not even their advice regarding the same is given or requested; they also consist solely of three persons, whom I shall take the liberty of describing briefly yet truthfully to Your Right Honourables. The first, named Sarieph Amit, a native of Bantam but from an Arab family, has in his young years
Dutch transcription
144. ten Den 20=en September A„o 1783: Mampawasche Boovenlanden, niets anders hebbe gewonnen dan belooftens, daer zij hier zeer mild meede sijn, dog dezelve zelden Gestand doen. Betreffende de Schulden van Sutthan Sarieph Sustineere ik Onderdaenig, dat indien UwE Hoog Edelheedens van hier in stilte gelieven te delogeeren, men niets anders kan doen„ dan reeds werd in 't werk Gesteld, om hem tot betaaling aan„ „te spooren, alzoo den Needrigen teekenaer Onbewust is, hij ergens Eenige Vastigheeden off uijtstaande affaires heeft; Waer Op men zijn Guarand zoude kunnen soeken; buijten en behalven hij ook hier niets naemwaerdigs is bezittende, ten zij den Banjermassings Vorst konde worden gepersuadeerd, om dezelve uijt de Inkomsten van de Landen die Sulthans Huijsvrouw daer heeft te voldoen; Want buijten dien zal het zeer moeijlijk zijn om het zelve met hem te Liquidee¬ „ren, nademaal den meesten tijd, zoo veel niet bij den anderen heeft Om hem en zijn huijshouden, 't noodige Voedsel te koopen. Aanbelangende 's Vorstens Rijxgrooten, off die men zyne meede Regenten noemt, zijn alles behalven dat, alzoo door hem Sulthan alle Voorvallende zaeken alleenig werden afgehandeld, en niet eens hun advis omtrent dezelve werd gegeeven off afgevorderd, zij bestaan ook Eenelijk in drie persoonen, welke ik de Vrijmoedigheid zal neemen UwE Hoog Edelheedens kortelijk dog naar Waer„ „heijd te decifreeren De Eerste Genaemd Tarieph Amit Een geboore Bantammer dog uijt Arabische Famille, heeft in zijn Ionge Jaeren Den 20=ten September A„o 1783:— Op het deeze in alle Eerbied bij gevoegd Eijschje van soodaenige Goederen als er nog alhier zoude benoodigd Weesen, indien Hoogst dezelve tot de Opbraake in den aenstaenden Iaare mogten Resolveeren, als zijnde de Randsoenen etC„a alle tot ultimo December 1784: bereekend En wanneer men dus van deeze plaets in stille zou¬ „de delogeeren; dunkt den Submissen teekenaer /Onder Corectie:/'s Compa „gnies Souverainiteit en possessie steeds zoude kunnen werden gestand. gedaan, zoo uijt de Acte van afstand van Bantams Vorst, als die der Jnvestiture van Sulthan, Sarieph, alzoo het sluijten Eener Conventie met Sarieph absoluijt, gevaarlijk zoude weesen, om dat sulx niet zoude kunnen werden Gedaan, sonder dat hij Onbewust van de Op„ „braak bleef; ook durft den Submisse Teekenaer Zeeker stellen dat indien men Eens deeze plaets heeft Verlaaten, het aan zeer veele bedenkingen onderworpen is, off men wel boijt meer in de Geruste Copesie van Pontiana zoude koomen, alsoo den bovenlander dan hier om„ „streeks zeeker zoude sustineeren, zulx maar weederom voor Een tijd Zoude weesen, en dus dezelve niet Ligt over te haalen om de E Com¬ „pagnie noopens hunne producten de preferentie te Geeven, daer wilt men Pontiana tot Een voordeelig Etablissement maaken, wel het sterkste en Principaeltste op diend te werden gewerkt; Schoon ik uwE Hoog Edelheedens heilig kan Verassureeren zulx vor„ „scheidene maelen Vrugteloos is Ondernoomen; alzoo in ses door Mij Gedaane Oplogten, zoo naar Landak, Sangouw, als de Mampa„ 144. ten Den 20=en September A„o 1783: Mampawasche Boovenlanden, niets anders hebbe gewonnen dan belooftens, daer zij hier zeer mild meede sijn, dog dezelve zelden Gestand doen. Betreffende de Schulden van Sutthan Sarieph Sustineere ik Onderdaenig, dat indien Uwe Hoog Edelheedens van hier in stilte gelieven te delogeeren, men niets anders kan doen„ dan reeds werd in 't werk Gesteld, om hem tot betaaling aan„ „te spooren, alzoo den Needrigen teekenaer Onbewust is, hij ergens Eenige Vastigheeden off uijtstaande affaires heeft; Waer Op men zijn Guarand zoude kunnen soeken; buijten en behalven hij ook hier niets naemwaerdigs is bezittende, ten zij den Banjermassings Vorst konde worden gepersuadeerd, om dezelve uijt de Inkomsten van de Landen die Sulthans Huijsvrouw daer heeft te voldoen; Want buijten dien zal het zeer moeijlijk zijn om het zelve met hem te Liquidee„ „ren, nademaal den meesten tijd, zoo veel niet, bij den anderen heeft Om hem en zijn huijshouden, 't noodige Voedsel te koopen. Aanbelangende 's Vorstens Rijxgrooten, off die men zyne meede Regenten noemt, zijn alles behalven dat, alzoo door hem Sulthan alle Voorvallende zaeken alleenig werden afgehandeld, en niet eens hun advis omtrent dezelve werd gegeeven off afgevorderd, zij bestaan ook Eenelijk in drie persoonen, welke ik de Vrijmoedigheid zal neemen uwe Hoog Edelheedens kortelijk dog naar Waer„ „heijd te decifreeren De Eerste Genaemd Sarieph Amit Een geboore Bantammer dog uijt Arabische Famille, heeft in zijn Jonge Jaeren
English
The 20th September Anno 1783:— Having traded extensively for years at Batavia as well as throughout all Java, but finally having fallen into decline, he betook himself to Mampawa, where he then married a full sister of Sulthan Sarieph, and kept his domicile there until Sarieph established this place, when he removed hither with him to reside, in the hope of restoring his affairs; but finding himself disappointed in this and having no credit left, he currently lives from what his slaves earn by fishing; as well as The second, named Sarieph Amath, the Prince's own brother, who formerly resided at Sambas, but likewise came hither to live off Sarieph's purse; and The third or last, Intje Bastam, is an old Javanese nakhoda, who out of a true devotion to Sarieph's father will never abandon him; he is also the only one of the three who continually sets the good before his eyes, though he is listened to by Sarieph with derision; whereas the first two, whenever in former times they occasionally brought the decline of trade to his attention, were directly accused with bitter reproaches of engaging in it themselves, and were simply told, in short, that if they possessed so much understanding, why then had they come hither, and had not founded a kingdom themselves; which then stopped their mouths. But Intje Bastam is of far better sentiments, being an upright and honest man, who The 20th September Anno 1783:— who offers the merchant all possible assistance according to his modest abilities, and is also the only one who can be considered a capable person whom one might place instead of Sarieph; yet here matters are again hindered by two great principal points, namely: Firstly, his attachment to Sarieph, whose father he had to swear on his deathbed never to abandon, but always to support with his counsel, and thus one could not expect any secrecy from him in such a matter, which was nevertheless most highly necessary; and Secondly, the lack of power to maintain him in the authority conferred upon him, for Pontianak subjects consist of nothing other than a medley of all kinds of nations, and indeed the greatest part Bugis, who alongside the Sulthan's slaves and impoverished followers make up fully three-quarters of the population; and outside this place no peoples whatsoever are devoted to him, nor does he have any subjects, as the Sangau kingdom is governed by its own princes; the remaining quarter of the inhabitants here consists of Malay merchants, who formerly directed their voyages from here to Java, but nowadays all go to Mampawa, dispose of their cargo there, and subsequently bring the empty vessel here, then awaiting the monsoons to undertake the voyage again. The 20th September Anno 1783: The superstition of Mohammedanism, and the reverence they show to all descendants of their Prophet, are likewise great obstacles that one would face in causing Sarieph (who is of one of the premier Arab families) to remove from here; over and above which one would also have to be fearful of all princes residing hereabouts, as they are related to him on the side of his wives, and for that reason one could likewise not hope for quiet possession in the initial period; to this one may also add that they are all very terrified of Sarieph, especially those of Mampawa, whither he goes two to three times a year and then lives as arbitrarily as he does here, without anyone daring to prevent him, as was most clearly demonstrated recently by his treatment regarding the aforementioned Banjarmasin vessel. Having hereby, to the best of my modest abilities, answered Your Right Noble Honours' respected secret letters, and as I hope somewhat to your high satisfaction, may it still be permitted to the humble subscriber to add that, should Your Right Noble Honours resolve upon the evacuation, this could be communicated to Sulthan Sarieph along with the motives that moved Your Right Noble Honours thereto, by a separate letter, in which Your Right Noble Honours' disposition on how to act with this place in future could at the same time be stated, together with such other matters as Your Right Noble Honours might see fit to demand of him; and which missive could be laid on the night of departure in a place where one could trust with certainty that it would come into his hands. Concluding this, I most submissively solicit Your Right Noble Honours' favourable forgiveness if I should have been somewhat too expansive in this; arrogating to myself otherwise the high honour to subscribe myself, with the deepest respect and bounden yet true high esteem, most humbly: Right Noble, Valiant, Highly Honourable and Wide-Ruling Lord, and Well Noble Valiant Lords, Your Right Noble Honours' submissive, obedient, and duty-bound servant, was signed: Walter Marcus Stuart. In the margin was written: Pontiana the 20th September Anno 1783:— The 20th September Anno 1783:— Agreed, W W: Stuart Copy. Separate Letters from The Governor and Director of Java's North-East Coast, to Your Right Noble Honours at Batavia. - No 14
Dutch transcription
Den 20:e: September A„o 1783:— Iaaren Sterk„ n op Batavia als langs geheel Iava Genegotieerd dog Eindelijk tot verval geraakt zig naar Mampawa begeeven, Waer hij toen, getrouwd is met Een Eige suster van Sulthan Sarieph, en daar zijn Domicilium Gehouden tot Sarieph deeze plaets heeft Aangelegd, Wanneer hij met hem zig herwaerts ter woon heeft be„ „geeven, op hoop zijne zaeken te herstellen, dog zig hier in te leur Gesteld Vindende en geen Credit meer hebbende, heeft thans van het Geene zijne slaaven met de Vis vangst winnen,„ zoo wel als Den Tweeden Sarieph Amath Genaemd, 's Vorstens eige broeder, welke Eertijds te Sambas heeft gewoond, dog al meede herwaerts is Gekoomen, om op Sariephs beurs te teeren, en Den Derden of laeste Intje Bastam is Een Oud Iava's Anachoda, welke uijt Eene waeragtige zugt voor Sa„ „riephs Vader hem nooijt sal begeeven; hij is ook de Eenigste der drie welke hem Continueel het Goede Voor Oogen houd, dooh door Sarieph laeckender wijze werd aangehoord, daer de twee Eerste Wanneer zij hem in Voorige tijden, nu en dan eens den Verval des handels onder 't Oog bragten, direct met bitse Verwijlingen van selfs meede te doen wierden beschuldigd, en maar kortelijk gezegd, indien zij zoo veel verstand bezaeten, waarom dan dit heen waeren gekoomen, en niet selvs Een koningrijk hadden Opgeregd, het geene hun dan den mond stopte; dog Intje Bastam is van vrij Wat beetere Gevoelens, als zijnde Een opregt en Eerlijk man, welke Den2 E 146 ten Den 20=en September A„o 1783:— Welke den Handelaer naar zijn Geringe Vermoogens, alle moogelijke Onderstand bied, en ook de Eenigste welke men als Een bequaam persoon kan Considereeren, die men in plaats van Sarieph zoude kunnen, stellen, dog 't kaperd hier all wederom aan Twee Groote Hoofd poinc„ „ten, als Primo, zyne verknogtheid aan Sarieph, Wiens Vader hij Op zijn sterffbed heeft moeten sweeren, hem nooijt te zullen Verlaeten, maer steeds met zijnen raad te Ondersteunen, en dus zoude men van hem in zoo Een zaak geen secretesse kunnen Verwagten, dat egter zeer, hoog noodig was; en Secundo, aan magt om hem in zijn Opgedraegen Gezag„ te maintineeren Want Pontianaesch Onderdaenen in niets anders bestaan, dan in Een Mengelmoes van allerhande Natien, en Wel het Grootste Gedeette Boeguineesen, welke neevens Sutthans slaeven en Armoedigen Aanhang ruijm drie Vierde parten der Regoreij uijtmaaken, en buijten deeze plaets zijn hem Geene Volke„ „ren hoegenaemd toegedaan off heeft hij Eenige Onderdaenen, alzoo het Pangouwsche Rijk door zijn Eige Vorsten werd bestierd, het Overige Quart der Inwoonders hier bestaat uijt Maleijdsche No„ „gotianten, welke Eertijds van hier op Iava hun Vaart hadden bepaeld, dog teegenwoordig alle naar Mampawa Gaen, daar hun Lading omzetten en Vervolgens het leedige Vaertuijg hier brengen, de Mousons dan afwagtende, om weederom de reijze te Onderneemen. De Bijgeloop Den 20e September A„o 1783: De Bijgeloovigheid van het Mahomethanendom, en de Eerbied die deeze aan alle afstammelingen hunner Propheet bewijzen: sijn almeede Groote hinderpaalen, die men zouden hebben om Sarieph /: die uijt Een der Eerste Arabischen Geslagten is:) van hier te doen Verhuijsen; buijten en behalven men nog voor alle hier Omstreeks Ge„ „leegene Vorsten diende bedugt te weesen, nademael dezelve van de kant„ zijner Vrouwen aan hem zijn Geparenteerd, en men uijt dien hoofde almeede geene Geruste possessie in de Eerste tijden hadde te hoopen; ook kan men hier nog bij voegen, zij alle zeer berreest sijn voor Sarieph„ Voor al die Van Mampawa, werwaerds hij twee â drie keeren des Jaars gaet, en er dan zoo willekeurig als hier leefd, zonder dat Imand hem zulx durst beletten, gelijk nog onlangs aan sijne behandeling Omtrent 't hiervooren geciteerde Banjermassingsche Vaertuijg ten klaersten is Gebleeken Hier meede naar Geringe Vermoogens UwE Hoog Edelheedens GeEerbiedigde Secreete Letteren, en zoo ik hoope Eenigsins naer het hooge Genoegen beantwoord hebbende, zij het den Needrigen teekenaer nog Geoorlooft deeze, bij te Voegen dat indien Uwe Hoog Edelheedens tot de Opbraeke mogten resol„ „veeren, Sulthan Sarieph zulx met de motiven die Hoogst= dezelve hiertoe hadden gemoveerd kon werden Gecommuniceerd bij Een Apart briefje, Waer bij teffens uwE Hoog Edelheedens Dispositie hoedaenig in 't Vervolg met deeze plaets te handelen Kon werdeng 148 kon werden Opgegeeven, mitsgaders zoodaanige andere zaaken, als Hoogst dezelve mogten Goedvinden hem te Demandeeren; en welke Missive men de nagt van het Vertrek kon leggen Op Een plaatz daer men met zeekerheid konde Vertrouwen dezelve hem in handen zoude koomen. Deeze besluijtende, Soo Insteere aller onderdaanijst, we Hoog Edelheedens Gunstige Vergeeving indien in deeze Eenigsins te geExtendeerd mogte zijn geweest; maetigende mij Overigens de Hooge Eere aan, van met 't diepst Ontrag en Ver„ „schuldigde dog Waare hoogagting op 't allerneedrigst te subsingneeren /Onderstond:/ Hoog Edelen Gestrengen Hoog agtbaaren. en Wijdgebieden den Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren /Lager./. UwE Hoog Edelheedens: Onderdaenige Gehoorsaemen en Trouw verschuldigden Dienaer /:was geteekend:/ Walter Marcus Stuart /in margine stond:/ Pontiana den 20=en September A„o 1783:— Den 20: September A„o 1783: — Accordeerd W W: Stuart £ Copia. Aparte Brieven van Den Heere Gouverneur en Directeur van Java's Noord Oost Cust, Aan Wumme 1og Edelheeden Batavia. - N=o 14 Te 2.
English
Page 1. — Samarang the 12th May anno 1783: Batavia. To his Right Honourable. The Right Honourable, Strict, Great and Respected Gentleman; A: Willem Arnold Alting, Governor General, and the Right Honourable Strict Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies; etc: etc: etc: Right Honourable, Strict, Great, Respected Gentleman; and Right Honourable Strict Gentlemen! Folio 5: verso With respectful reference to my latest of the 19th April, I take the liberty to present to your Right Honourables herein the request of the very aged Tommongong Radeen Aria Magatjarie, First Regent of the Regency of Pattij belonging under Joana, persisting in this request, that, on account of his kinship to the Javanese princes, he may be discharged with the title and Rank of Pangerang, and that his eldest son, the Radeen Ingebeij Wiera Midjo, who is also already nearly reaching the age of 50 years, and has already long performed the service for his father, and moreover the succession was promised to him by secret Resolution of your Right Honourables of the 11th March 1762, may be appointed in his place as First Regent of the said district of Pattij with the title and name of Radeen Tommongong Aria Notto Roijo; which applications I respectfully present to your Right Honourables Page 6. Samarang the 12th May Anno 1783— for a favourable attainment, as much on account of the former's long-standing faithful services and 80-year-old age, as well as his birth and blood relationship with the princes of Java, who for that reason would gladly see that he before the end of his Life were favoured with that plume desired by him, as for the latter-mentioned, on account of his merits and vigilance, wherefore I implore that both of them may be provided with an act. The Panembahan of Madura, having made a request to me in the accompanying copy of a translated letter, that he might be permitted to exchange his warriors currently in the Company's service at Batavia for other troops, as those people have already been at the said Capital for so long, I made the promise to that Prince that I would submit his request to your Right Honourables for disposition, while however conveying the reservation I had regarding it, that your Right Honourables would be unwilling to grant this, because the newcomers unaccustomed to the profession of arms are less easy to keep than those already trained and accustomed to the air at Batavia; Meanwhile I urge that I may be furnished with your Right Honourables' disposition in this matter; remaining with much respect and true high esteem. was below: totus lower: your Right Honourables' humble and very obedient servant was signed: J:s Siberg in the margin was: Samarang the 12th May 1783. turn over Page 8 Samarang the 12th May anno 1783 — Copy Translation of a Javanese letter, written by the Panembahan Adipattij Tjachradeningrat Regent at Madura, To the Right Honourable Great and Respected Gentleman Johannes Siberg Governor and Director on and along Java's North-East Coast; received at Samarang the 25th April 1783. Because my subordinate Madurese people, who are in the service of the Honourable Company and reside in Batavia, have now already been there for a long time; I therefore take the liberty hereby to request that it may please the Company to permit me to have them replaced after the cutting of the paddy; because it is also not unknown to Brother that they have already been there for a long time. was below: written in Madura, on Monday the 11th of the Light Djoemadilawal in the Year djimmawak 1709. Lower: translated by me was signed: J:k J:s Rothenbuhler sworn translator. turn over Batavia To his Right Honourable. The Right Honourable Strict, Great and Respected Gentleman, A: Willem Arnold Alting Governor General, and the Right Honourable Strict Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies: etc etc: etc: Right Honourable, Strict, Great and Respected Gentleman; and Right Honourable Strict Gentlemen Having the honour to reply to your Right Honourables' very respected Separate Letters of the 21st, 25th March and 8th April last, I can in the First place regarding the article of Products, inform your Right Honourables with pleasure, that according to the latest reports received from the subordinate Offices, matters are for the present still very favourable everywhere regarding the Rice crop; and as that grain has already for the greatest part shot into its Ears, and the Paddy also already begins to ripen in several fields, one may, under Heaven's further blessing, already rest assured of a rich and opulent harvest no less than in the past Year, with the collection and Delivery of which it will however still take some two to three months, for the reason that, due to the few rains fallen in the beginning of this Year, they were only late in sowing and planting. Samarang the 20th May Anno 1783 —
Dutch transcription
Pag„a 1. — Samarang den 12„e Meij anno 1703: Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel, gestrenge, groot Agtbaren Heere; A: Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, en de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indie; enz: enE: enz: Hoog Edel, Gestrenge, Groot, Achtbaren Heer; en Wel Edele Gestrenge Heeren! F=o 5:n Met eerbiediget refert tot mijne Jongste van den 19:e April nhem ik de vrijheid uwe Hoog Edelheeden in deesen voor te draegen het versoek van den stok ouden Tommongong Radeen Aria Magatja„ „rie, Eerste Regent van het onder Joana behoorend Regentschap Pastij„ insteerende dien hrijvsaart, om, uit hoofde van zijn parantalen aan de Javase vorsten, met den titul en Rang van Pangerang te moo= „gen worden ontlaegen, en dat zijn oudste zoon, den Radeus Ingebeij Wiera Midjo, die ook al bij na den ouderdom van 50: Iaaren berijkt, en bereeds lange den dienst voor zijn vader haar genoomen heeft, en daar en boven de successie bij secreete Resolutien uwer Hoog Edelheeden van den 11=e maart 1762. toegesegd is, in zijn plaats als eerste Regent van het gemeld district Pattij mag worden aan„ gesteld met den titul en naam van Radeen Tommongong Aria Notto Roijo; welke instantien ik uwe Hoog Edelheeden eerbidigt ter. E 6. Samarang den 12„e Meij A„o 1783— ter gunstige obtineeringe voordraege, zoo uit hoofde van des eersten lang jaarige trouwe diensten en 80. Iaarigen ouderdom, mits„ „gaders desselvs geboorte en bloedverwantschap met de vorsten van Iava, die daarom zulks gaarne zouden sien, dat hij voor het einde van zijn Leeven met dat door hem begeerd wordende pluimtje be= „gunstigd. wierd, als voor den Laatstgemelden, duit hoofde van des. „selvs merites en vigilantie, waarom ik: imploreere, dat beide de= „selve met een acte mogen worden voorsien. Den Panembahan van Madura, mij bij het in Copia overgaand translaat brieff versoek gedaan hebbende, dat aan hem mogte worden toegestaan, om zijn in sComp:s dienst te Batavia zig bevin„ „dende krijgers teegens andere manschappen te moogen verwisselen, wijl die volkeren zig bereeds zoo lang ter gemelde Hoofdplaet be„ „venden, heb ik dien Prins de toesegging gedaan om zijn versoek aan uwe Hoog Edelheeden ter dispositie te zullen voordraegen, on„ der te kennen geeven egter van de scrupel die ik 'er bij had, dat uwe Hoog Edelheeden daar in ongaarne zoude bewilligen, uit hoofde de nieuwelingen ongewoon aan den wapenhandel minder te houden zijn, dan die bereeds g'oeffend en aan de Lugt te Batavia gewoond zijn; Ondertusschen dat ik insteere om met de dispositie uwer Hoog Edelheeden in deeden te moogen worden gemunieert; blij„ „vende met veel eerbied en waare hoog agting. /:onderstond:/ tetus /:lager:/ uwer Hoog Edelheeden onderdaenige en seer gehoorsame dienaer /:was geteekent:/ J=s Siberg /:in margine stond:/ sama„ „rang den 12„e Meij 1780.. verte 1 1 O: Redg„a 8 Samarang den 12:' Meij anno 1783 — Copia Transladt Javaanw he: brieff, geschreeven door den S numbahan Adipattij Tjachra„ deningaat Regant. te Madura, Aan den Wel Edele groot Agtbaren Heere Iohannes Kberg gouverneur en derecteur op en langs Iavas Noord Oost-kust; ontvangen te Samarang den 25„e April 1783. ling 1a Dewijl mijne onderhoorige Madeireesche volkeren, die in dienst C der Ed:e Compagnie zijn en hun te Batavia bevinden, thans reeds lange aldaar geweest zijn; soo gebruijke ik de vrijheid mits deesen te versoeken, dat het de Compagnie gelieve te behaagen mij toetestaan om na het snijden der padij, deselve te doen vervangen; want het Broeder ook niet onbewust is, dat deselve reeds lange aldaar geweest zijn. /:onderstond:/ geschreeven te Madura, op maandag den 11=e van het: Ligt PDjoemadilawal in 't Jaar dijimmawak: 1709. /:Lager:/ getransla= „teert door mij /:was getekent:/ J„k J„s Rothenbuhler gesw: transh: verte 4 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel gestrenge, Groot Achtbaren Heere, A: Willem Arnola Atting Gouverneur Generaal, en de wel Edele Go„ „strenge Heeren Raaden van Needer= „landsch Indie: enz enz: en z: Hoog Edel, Gestringe, Groot Agtbaren Heere; in Wel Edele Gestrenge Heeren De eer hebbende te beantwoorden uwer Hoog Edelheeden zeers go= „respecteerde Aparte Missiver van den 21:, 25 Maart en 8. Apris Jongst „leeden, kan ik in de Eerste plaats omtrent het artikul van e. Producten, uwe Hoog Edelheeden met genoegen bedeelen, dat het„ volgens de ingekoomen Jongste berigten van de onderhoorige Comp: „toiren, met het Rijst gewash, voor als nog overal zier voordee- „lig gesteld is; en wijl dat guaan bereeds voor het grootste gedeelt in zijne Airen is geschooten, en de Padij ook al op verscheiden velden begint te rijpen, mag men zich onder des Heemels ver= 1 „dere zeegen bereeds van een niet minder dan in het gepasseerde W Jaar rijken en opulenten oogst verseekert houden, met welkers inzaam en Leeverantie het egter nog wel twee â drie maanden verloopen zal, om reedenen men, door de in den beginne van dit Jaar Weinig gevallen teegens, eerst laat met het zaaijen e plan„ Samarang den 20„e Meij Ao 1783 — „ten.
English
Page 5. Samarang, the 20th of May, Anno 1783. could make a beginning. In case it might please Your High Excellencies to have rice purchased again this year for the Company, I request to be furnished with the highest orders of the same, meanwhile noting that the ships Trompenburg, Meerenberg, Botland, and the Hoop, which have already departed for the main station, have taken on 1740 Coyangs of that foodstuff from the previous year's crop, and that there are still to follow with the ships d' Heerenkerkenpolder, the Cornelia Hillegonda, the zilvere Leeuw, and Ritthem approximately 1600 ditto, or together 3340 Coyangs, and that the contingents expected to come in this year from the new crop will amount to 5380 ditto. Consequently, the stock for the Company in the present year of 1783 will amount to 8720 Coyangs. Of the authorization of Your High Excellencies to allow the rice that cannot be collected this year with the Company's ships to be transported on freight to Batavia at 5 rixdollars per Coyang, proper use will be made in due time, if first a good stock from the new crop shall have arrived; and whereas Your High Excellencies, with regard to native affairs, find it inadvisable to initiate any acts of hostility from afar against the subjects of Riouw's prince, and therefore have pleased to order, Samarang, the 20th of May, Anno 1783. to order that the Riouw vessel seized at the Gritsee office be released again under some pretext, and to give its crew the freedom to act with it and its cargo as they see fit, and also not to intercept or arrest any further vessels of subjects of the aforementioned prince without further orders from Your High Excellencies, not only has the necessary circular letter been sent in this regard to the subordinate outer offices, but the servants at Sourebaija have also immediately caused the vessel seized at Grissee to be released and granted freedom to the owner to act with the same and its cargo as he sees fit; while I have at the same time instructed the aforementioned servants for their guidance that Your High Excellencies have not seen fit to allow Riouw to be provided in the present time with the usual quantity of rice, and yet also do not wish to prohibit the export entirely, with the recommendation to handle this point most circumspectly, and to permit those vessels only the transport of a small quantity or modest ration, in such manner that I shall see to it that the necessary measures are observed in this regard here as well, and that for the time being no passes from Java to Riouw are granted other than to those who reside there and request to return from Java to their place of residence, but on the other hand to endeavor, following the recommendation of Your High Excellencies, to covertly inform the Javanese traders Samarang, the 20th of May, Anno 1783. to endeavor to inform them of the state of affairs regarding Riouw's Prince against the Company, to the end that those who wish to proceed thither for trade may be on their guard and take care that they do not get into trouble. Because it is the desire of Your High Excellencies to make no needless movements for the present, on the grounds that for now, and insofar as can be seen at present, there appears to be no necessity to enforce so strictly the prohibition against the export of rice to the Other Coast or Borneo, and to attend to its execution with as much vigor as the previous year's orders contain, and for which reason Your High Excellencies order that, without however making a total change in that prohibition, one should connive somewhat in that regard, and thereby neither directly obstruct nor encourage the export, I therefore assure Your High Excellencies that in this matter as well, actions will be taken strictly according to the supreme pleasure, and consequently care will be taken that the transport does not take place in excessive quantities. It affords me no small satisfaction that the secret commission assigned and entrusted to the emissary Dain Soepoe and associates, with the foreknowledge and approval of His High Excellency, the Governor-General, was carried out by the same with so much promptitude and dispatch that it could meet with the pleasure of Your High Excellencies. I have [illegible] the report delivered by the aforementioned Daijn Soepo to Your High Excellencies and sent to me by Your High Excellencies together with its translation.
Dutch transcription
pag:o 5. Samarang den 20„e Meij A„o 1703—. „ten, een begin heeft kunnen maaken. Ingevalle het uuwe Hoog Edelheeden behaagen mogte, om in dit Jaar weederom voor de Compagnie Rijst te doen inkoopen, versoek ik met Co9 Hoogst Derselver orders te moogen worden gemunieert, intus¬ vSlingelandt „schen noteerende dat de bereeds na de Hoofdplaets vertrokkene scheepen Trompenburg, Meerenberg, Botland en de Hoop van dat voedsel uit het voorjaarig gewasch hebben pererd 1740. Cop=s en dat 'er met de scheepen d' Hovenkerkenpolder, de Cornelia Hillegonda, de zilvere Leeuw en Ritthem nog staan te volgen Circa. - . . . . . . . . . 1600. —. d„o ofte te saamen. . . . . . . . . . 3340. —. Coij:l o en dat de Contingenten die in dit Jaar uit het nieuwe gewasch staan in te koomen zullen bedraegen - - - - 5380. — d„o Oversulks den voorraad voor de Comp=e in het presente 1 Jaar van 1703. zal uitmaeken. . . . . . . 8720. Coij„s Van de Qualificatie uwer Hoog Edelheeden, om de Rijst die met 't Compagnies scheepen in dit Jaar niet kan worden afgehaald, teegens 5. rd=s per Coijang op vragt na Batavia te mogen laaten vervoeren, zal op zijn tijd het noodig gebruijk worden gemaakt, indien 'er eerst een goede voorraad uit het nieuwe gewas zal zijn ingekoomen; en dewijl het uwe Hoog Edelheeden, met opzigt tot Inlandsche zaeken, ongeraaden vinden, eenige daaden van vijandelijkheid van verren teegens de onderdaenen van Riouws vorst te beginnen, en derhalven hebben gelieven te E Samarang den 20:e Meij A„o 1783. te gelasten, om het ten Comptoire Gritsee ins beslag genoomen Riouws vaartuig weeden op 't en off ander protext te doen largeeren, en dies voeren vrijheid te geeven, met het zelve en dies laeding na goedvinden te handelen, en om ook geene vaartuigen van onderdaanen van gemelde vorst verder aantehaalen ofte arresteeren, zonder de nadere onder van uwe Hoog Edelheeden is 'er niet alleen dienaangaande de noodige Circulaire aanschrijven na de onderhoorige buijten Comptoire geschied, maar hebben ook de bediendens te soure baijde direct 't te Grissee in beslag genoomen vaartuig doen lara„ „geeren en aan den eigenaar vrijheid verleend, om met het zelve en dier lading na goedvinden te handelen; terwijl ik teffens de bediendens voormeld tot hun narigt heb aangeschreeven, dat uwe Hoog Edelheeden niet hebben konnen goedvinden Ri= ouw in de praesente tijd met de gewoone quantiteit Rijxt te laeten voorsien, en egter ook den dutvoer niet finaal willen interdiceeren, met de recommandatie dit poinct aller omsigtigst te behandelen, en aan die vaartuijgen eenelijk den vervoer van een kleine quantiteit of mondjes maat toe te staan, invoege ik zoogen zal, dat zoo wel dien aangaande het noodige ook hier geobserveert, als dat 'er voor eerst van Java geene passen na Riouw anders verleend worden, dan aan de zulken die aldaar thuijs= hooren en van Java weeder versoeken na hun woonplaats te retourneeren, doch daarenteegen de Javase handelaers, na de recommandatie uwer Hoog Edelheeden, op eene bedekt wijde tragten Samarang den 20„' Meij A:o 1733— ra tragten te onderrigten van de gesteldheid, omtrent Riouws Vorst teegens de Comp:, ten einde de zulken, die zich derwaerts ten handel willen begeeven, op hoede te kunnen zijn en te zorgen, dat in geen Ongeleegendheid geraaken. —. Door dat 't de begeerte uwer Hoog Edelheeden is, om voor eerst geene noodeloose beneegingen te maaken, uuit hoofde er voor erst, en in zoo verre 't voor 't teegenwoordige in te sien is, geen noodsaekelijkheidt scheint te hebben, 't verbod teegen den rutvoer van Rijst na de Overwas off Borneo zoo stipt te doen nakoomen, en op dies Exc„ „cutie met zoo veel vigeur te Letten, als de voorjaarige orders in= houden, en waarom uuwe Hoog Edelheeden gelasten, om, sonder egter in dat verbod een geheele verandering te maaken, daarom= „trent wat te Conniveeren, en mits dien den dutvoer nog direct: te stremmen, nog aan te moedigen, zoo verseeker ik uwe Hoog Edel„ heeden, dat ook in deesen na 't Hooge goedvinden stipot zal wor= „den gehandeld, en oversulx gesorgd worden, dat den overvoer niet in overmaetige parthijen geschied. 8 Het strekt mij tot geen seinig satisfactie, dat de met voorkennisse en goedvinden van zijn Hoog Edelheid, den Heere Gouverneur Te„ „neraal, aan den zendeling Dain soepoe C: s. opgedraegen en toever= „trouwde secreete Commissie, door denselven, met soo veer promp= „titude en expeditie was uitgevoerd, dat het selve het genoegen van uwe Hoog Edelheeden heeft moogen weg draegen. Ik heb het door geven gemelde Daijn Soepo aan uwe Hoog Edelheeden overgegeven en aan mij door Hoogt deselve met dies translaat toegesonden Relaas.
English
Samarang den 20:e Meij A:o 1703. In accordance with the order, I have had the account further translated here, which in main substance differs little or not at all from the Batavia translation, and I therefore have the honor to present to your High Nobilities, together with the letter likewise translated into Dutch, written by Daing Maroepar at Bancaheloe to the Gustij Cotta karang, king at selo parang, or Caranasjem, both provided in the margin with my reflections and remarks that occurred thereon, to which I now take the liberty in all respect to refer your High Nobilities, while also assuring that, after serious consideration of the matters, I have instituted the most meticulous investigation regarding them, in order to ascertain not only the truth of what was related with respect to the mentioned and designated persons, but also of such circumstances as belong to the essence of those matters and relate thereto, and from which your High Nobilities will also observe what I have carried out regarding the communication to the Lord Governor Reijcke, with respect to that which relates to Macasser, not doubting otherwise that your High Nobilities will kindly be pleased with the one and the other. Shortly after the aforementioned Dain Joepoe had returned here from Batavia, I had him undertake the journey to Balie with his vessel, crew, and the trade goods in his possession, for the conveyance and delivery of the letter to the Gustij or king at sela parang or Caranassan, who was mentioned before; and I do not doubt in the least that this envoy, in accordance with Samarang den 20:e Meij A:o 1783 — pag 9. the promise made to me, will attempt to carry out this commission with the same promptness as the first one, and consequently deliver the letter in a manner that arouses no suspicion, as well as ensure that he obtains the reply of that Gustij, which I shall have the honor to present to your High Nobilities as soon as I have received it; while, upon the qualification of your High Nobilities, I have given Dain Coepoo the promise that, if he again succeeds happily in this exploit through prudence and discretion and executes the matter well and satisfactorily, your High Nobilities will then remember him further beyond the gratuity of 500. – Rijksdaalders already granted. Upon receipt of the Malay letter and its translation sent to me by your High Nobilities, written by sirie Padoeko Adindah Dain Maroepa at Bancahoeloe to the Malay residents here Baggus Mida and Batoe Appr, I immediately also attempted to carry out the necessary inquiry into this correspondence, which in itself is unauthorized, but I can obtain no other information in this regard than that the said Maggus Mieda and Batoe Apie have assured me that they know the writer of the letter as little as they believe they are known to him, much less having ever maintained the slightest correspondence with him, maintaining, however, that the two Arab priests Tjich Sais and ssich Alie, who previously, before their departure for Bantam, stayed with them here with the vessel captured by the English and subsequently brought to Idan Cahoeloe, Samarang den 20:e Meij A:o 1783. will have spoken of them and the hospitality received at Bancahoeloe, whereby the writer of the letter will have been induced to enter into correspondence with them; which also seems most likely to me, all the more because the letter itself contains nothing special nor any matter of importance, and moreover I have no reasons to suspect the said Baggus Mida and Batoe Apie of any illicit understanding with our enemies, but on the contrary they are to be regarded as good and well-disposed residents of this place, in whom I myself have observed proven loyalty thus far in the performance of various services and commissions. I take the liberty of sending back to your High Nobilities the translation of the letter mentioned herein, as well as the original report of Dain Soepoo, and also the translation of the letter to the Balinese Gustij or king at Selo Parang, in case it might perhaps please the High Government to make any further use thereof. Pursuant to the order of your High Nobilities, I have had the Sultan at DjokjoCarto discreetly prepared, on a suitable occasion through Chief van Rhijn, for receiving back his auxiliary troops currently in Batavia, by representing that it is hoped we shall soon be in a position to satisfy his wishes and those of his people. Whereupon that prince expressed that it would be pleasing to him to see his men returned, while also wishing for a speedy peace.
Dutch transcription
Samarang den 20:e Meij A:o 1703. Relaas alhier ingevolge de order nader laaten translatieren, die in 't Hoofdsaakelijke weinig of niet met het Batavias trans= „laat overscheld, en daarom ik de Eer heb, met de ook in 't see„ „derduijtsh overgesette brieff, door Daing Maroepar te Bancaheloe, aan den Gustij Cotta karang, koning te selo parang, of Caranasjem„ H geschreeven, uwe Hoog Edelheeden aan te bieden, beide in margine voorsien van mijne daar bij voorgekoomen Consideratien en demarc„ „ques, tot dewelke ik de vrijheid nun uwe Hoog Edelheeden in alle eerbied over te wijsen, onder verseekering teffens, dat ik na serieuso overweeginge der zaaken, daar omtrent 't naauwkeurigst ondersoek in 't werk heb gesteld, ter ontwaaringe niet alleen van de waarheid van het gerelateerde met opsigt tot de gementioneerde en gedisigneer„ „de persoonen, maar ook van zoodaenige omstandigheedene, als tot het weesen van die zaaken behooren en daartoe betrekking hebben, en waar uit uwe Hoog Edelheeden teffens zullen beoogens het geen„ ik te werk gesteld heb met het bedeelde aan den 1beer Gouverneur Reijcke, in opsigt van het geen relatie tot Macasser heeft als andersints niet twijffelende of uwe Hoog Edelheeden zullen in 't een en ander gelieven genoegen te neemen. - Kort na dat Dain Joepoe voormeld, van Batavia hier was te rug gekoomen, heb ik hem met zijn vaartuig, Equipagie en bij E zich hebbende goederen tot negotie, de reijso na Balie laaten aan„ „neemen, ten overbreng en besorging van de brieff aan den Iustij of koning te sela parang of Caranassan, van wien voorwaerds ge= „waagd is; en twijffele ik geensints of dien zendeling zal ingevolge zijne 9 Samarang den 20:e Meij A:o 1783 — pag„ 9. zijne aan mij gedaane belofte met even in deselve promgtethied deese Commissie tragten ter uitvoer te brengen als die der Eerste, en dien„ gevolge de brieff zoo wel op eene zonden agterdogt gevende wijse overgeeven, „daar als om te bewerken dat op het antwoord van dien Gustij magtig word, die ik d'eer hebben zal uwe Hoog Edelheeden aantebieders, zoo drae ik deselve bekoomen hebben; intuschen dat ik Dain Coepoo op d. Qua„ „lificatie uwer Hoog Edelheeden, de toezegginge heb gedaan, dat als hij in dit exploet weeder door voorsigtigheid en beleid gelukkiglijk reutsiert en de zaak wel en tot genoegen uitvoert, uwe Hoog Edelheeden hem dan boven 't bereeds toegelegd douceun van 500. – Rijksdaalders verder indagtig zullen sijn. —. Bij ontfangst van de door uwe Hoog Edelheedens aan mij toegeson= „den maleidje brieff en dier translaat, door sirie Padoeko Adindah Dain Maroepa, te Bancahoeloe, aan de maleije inwoonders al„ hier Baggus Mida, in Batoe Appr geschreeven, heb ik ten ersten ook het nodig ondersoek van deese op sig zelve ongevorloofde Cor„ „respondentie tragten te doen, doch kan ik hier omtrent geene an= „dere informatie bekoomen, dan dat gemelde Maggus Mieda en Batoe Apie, mij hebben verseekert, den schrijver der briefs zoo min te Bennen, als zij vermeenen bij hem bekent te weesen, seef minder ooit met denselven eenige de minste Correspondentie gehouden te hebben, sustineerende egter dat de twee Arabiere priesters Tjich Sais, en ssich Alie, die bevoorens, voor hun vetrek na Bantam met het door de Engelschen genoomen en vervolgens te Idan Cahoeloe opgebragt vaartuig alhier bij hun gelogeert hebben, „ te; Samarang den 20„e Meij A„o 1783. te Bancahoeloe van hun en 't genooten onthaas zullen. geoprooken hebben, waar door den schrijver des Brieff zal zijn uitgelokt, om met hun in Correspondentie te geraaken; 't geen mij ook het waar„ „scheinlijkst voorkomt, te meer om dat de brieff zelv miets bison= „ders nog eenige zaak van belang inhoud, en ik daaren booven geen reedenen heb, om gemelde Baggus Mida en Batoe Apie ove eenige ongepermitteerde verstandhouding met onse vijanden, te suspectee= ƒ „den, maar ter Contrarid te houden zijn, als goede en welgesinde Jonge„ „zeetenen te deesen plaetse, in dewelke ik selvs tot dus verre in het verrigten van deese en geene diensten en Commissien beproefde Trou= „we bespeurd heb. Het translaat van de in deese vermelde brieff zoo wel, als het originees rapport van Dain Soepoo, en ook het trans „laat van de brieff aan den Balijs Gustij of kooning te Selo Pa= „rang rum ik de vrijheid aan uwe Hoog Edelheeden weeder te rug te zenden, off het Hoogto- deselve somwijlen behaagen mogte daar van eenig verder gebruik te maaken. —. Den sulthan te DjokjoCarto heb ik, ingevolge de order uwer Hoog Edelheeden, door het opperhoofd van Rhijn bij een bekwaame gezie„ „gentheid, als van verre laeten prepareeren tot het te rug ontfangen „ van zijne te Batavia zig bevindende hulp troupes, door het voor„ „houden, dat men hoopt terlang in de situatie te zullen geraeken om aan het verlangen van hem en der zijnen te konnen volsoen Waar op dien vorst zig heeft uitgelaeten, dat het hem aangenaam zoude zijn, zijne manschappen weeden te rug gekeerd te zien, onder toewenschinge 1: teffens van dene spoedigen vreede. —.
English
May Anno 1783 Samarang the 20th page 11. To the Emperor at Soura Carta, through the resident of Halenberff, I have had the pleasure of Your High Noblenesses conveyed regarding the change of sentiment concerning the dismissed Bagelen Regent, the Tommagong and Wedono Arong Benang, giving further tokens to that prince that the said consideration, solely because one believed that he was an active Regent and thus has been useful to the Emperor, was agreeable to Your High Noblenesses, for which compliment His Highness, through the aforesaid resident, requested me both to express his gratitude to Your High Noblenesses, and that it had pleased the same to make orders to keep the wives and children of Pangerang Boeminata on Ceylon under a modest maintenance. The letters of Your High Noblenesses serving in reply to those from the Emperor and the Crown Prince regarding the marriage of the latter, along with the presents belonging thereto, I had delivered to the Court just before the marriage was celebrated, and for that purpose had those letters and presents previously lightered by cruising vessels at and off Tagal from the ship Ritthem, which is still expected here for the time being, and transported hither; which aforesaid marriage having been set for the 17th of this month, will now apparently have been celebrated. The Emperor, having communicated by letter the marriage of his son, the Crown Prince, to his uncle the Sultan, the latter in a friendly response thanked him, congratulated him thereon, and simultaneously sent a small present for the wedding. Samarang the 20th May Anno 1783. wedding, consisting of 300 Spanish Reals in cash, 24 head of Buffaloes, 1200 Pompos of Rice, 24 piculs of Salt, and 24 ditto Oil. To which by the Sultan's son, the Pangerang Adipatti Anom, was also added 150 Spanish Reals in cash, 12 head of Buffaloes, 600 Pompos of Rice, 12 piculs of Salt, and 12 ditto Oil. All of which the Sultan requested to be accepted as a slight token of his affection. Thanking Your High Noblenesses for the granted yearly maintenance to the former Soura Carta Imperial Administrator Sasra Diningrat, I also express my obligation that Your High Noblenesses have been pleased to approve the marriage of the Samarang Chief Regent with the daughter of the former first Sourabaya Regent, Tommongong Tjondro Nogoro; just as the Bookkeeper van Tarling also expresses his thanks to Your High Noblenesses for the favorable permission for the construction at Grissie of a three-masted vessel measuring 120 to 135 feet, with a Dutch rudder. The bark the Constantia with the two Company's pantjallings attached to it, having after their cruising on the south side of Java and the Strait of Bali called at Sourabaya and subsequently also here at Samarang, I have immediately on the 16th of this month had them undertake the return voyage to the main seat, in order to report there to Your High Noblenesses on their activities, for which I daily look forward to the private coaster de Batavier. The ordinary clerk Jacobus August Wisse sent hither by Your High Noblenesses having arrived here, one will endeavor to render him all possible assistance toward the cure of his melancholic insanity, regarding which one already discerning improvement, has hope for his complete recovery. Upon the closing of this, receiving the letters from the Emperor and Crown Prince in reply to the letters and presents recently received from Your High Noblenesses, I take the honor to humbly offer them herewith, and further to remain with the highest esteem and respect, underwritten: Title; lower down: Your High Noblenesses' humble and very obedient servant, was signed: J. Siberg; in margin: Samarang the 20th May Anno 1783. turn over. May Anno 1783 Samarang the 20th This writing serves to bring to light what is to be reported concerning Bencoolen, as follows. 1st. In the city there are on each point 6 pieces of cannons and there are 4 points in the city; also there are 8 pieces of cannons in the small forts situated on the seaside and of which the gates are on the west side. 2nd. The wall of the city of the English is made of stone on the inside and earth on the outside. 3rd. The inhabitants, consisting of all sorts of nations, together make up a total of 4000 head of male persons. Among this number will mostly be cowardly and insignificant Sumatrans, who, tired of the English domination, would readily join us, because the Dutch are after all more respected and esteemed on Sumatra. 4th. The European soldiers are 60 men strong, the Caffres 100 men, the Sumatrans and Moors 300 men, and the Malays 80 men, these all being those who bear arms for the English Company. Here 80 Malay heads are given separately, from which one must rather conclude that the above-mentioned number of 4000 heads will be Sumatrans, and as for the Malays themselves, of that sort of soldier the English used in my time to be as fearful as of an open enemy. 5th. The names of their European Council members are the following: Moesa Pakiel, this is the Commander, Moesa Samila, Moesa Sabatang, Moesa Pakelika, and Moesa Sakeris. On this there is nothing to remark except that the word Moesa signifies Master or Mister. 6th. The chiefs of the Malays are Daing Goufer and Daing Tjellak. Daing Tillak is on this account from the Copia.
Dutch transcription
Meij Ao 1783 Samarang den 20„e E pag=ao 11. Den Keijse te Couira Conte heb ik door het opehopd van Halenberff het genoegen uwer Hoog Edelheeden laaten te kennen geeven, over de veran= „dering van gevoelen, omtrent den gedimoveerden Bagaleens Regent den Tommagong en Wedono Arong Benang, onder verden te kennen gegeeven blijken aan dien vorst, dat gemelde bescheidenheid, alleen om dat men vermeend heeft, dat hij een wakken Regent en dus door den keijzer nuttig is geweest, uwe Hoog Edelheeden aangenaam was, voor welk Compliment zijn Hoogheid, mij door het opperhoofd voormeld heeft laaten versoeken uwe Hoog Edelheeden zoo wel dank te betuigen, als dat het Hoogst deselve behaagd had order te stellen om de vrouwen en kinder= „den van Paingerang Boeminata, op Ceilon, onder een mateg onderhoud te laaten blijven. — De Brieven uwer Hoog Edelheeden dienende in antwoord op die van den Keijzer in den kroonprins, wegens 't huuwelijk van den laatst ge= „melden, mitsgaders de daartoe gehoorende geschenken, heb ik ten Hlove laeten bestellen, nog even voor dat het huuelijk voltrokken was, en daar toe die brieven en geschenken, bevoorens met kruijssens vaar„ „tuigen, bij en aan Tagal, duit het voor als nog hier te gemoete gesien wordend schip Ritthem doen ligten in herwaerds transportre= „den, welk voormeld huuwelijk op den 17: deeser bepaald geweest zijn„ „de, nu apparent voltrokken zijn zal. — Den klijzer van het huwelijk van zijn zoon, den kroonprins, aan zijn oom den sulthan, bij brieve Communicatie gedaan hebbende, heeft denselven hem in vriendelijke rescriptie bedankende, daar meede vergelukt, met oversending teffens van een prosentje tot de Bruijloft. Samarang den 20„e Meij A:o 1703. Bruijloft, bestaande in 300. Reaalen spaans aan Contanten, 24. stuks Buffels, 1200. Pompos Rijst, 24. picolansen met zout, en 24. _„o „ Olie. Waar bij door 'ssulthans zoon, den pangerang Adipattij anour ook nog is gevoegd 150. Reaalen spaans aan Contanten, 12. stuks Buffels, 600. Pompoos Rijst, 12. picolansen zout, en 12. _„o Olie. welk een en ander den sulthan versogt heeft als een geringe blijk van zijne geneegentheid te willen accepteeren. en Voor het afgegeeven Jaarlijks onderhoud aan den geweesen soura„ „ Cartas Rijksbestierder Casra diningrat, uwe Hoog Edelheeden bedankende, betuig ik ook mijne verpligting, dat Hoogst deselve hebben gelieven te approbeeren, het huuwelijk van den samarangs Hoofd Regent, met de dogter van den geweesen eerste sourabaijas „Begent, Tommongong Tjondro Nogoro; zoo als den Boekhouders van Tarling uwe Hoog Edelheeden ook vank betuijgd voor de gunstige permissie tot den aanbouw te Grissie van een drie mast scheepje groot 120. ân 135. voeten, met een hollands Roer. —. . De Bark de Constantia met de bij zich hebbende twe Comp=s pantj=t pag:a 13: Samarang den 20:' Meij A:o 1742. Pantjallings aan hunne bekruissinge aan de Zuidkant van Java en straat Balie, te sourabaija en vervolgens ook hier te samarang aangegeerd hebbende, heb ik deselve direct op den 16: hujus de te rug reise na de Hoofdplaets laaten aanneemen, ten einde aldaar Aan uwwe Hoog Edelheeden verslag te doen van hunne verrig= „tingen, waar toe ik daagelijk de particuliere Coster de Batavier gemoete zie. —. De door duwe Hoog Edelheeden herwaerds overgesonden Ordinair klerk Jacobus August Wisse, hier gearriveert veesende„ zal men denselven alle moogelijke hulpe tragten toetebrengen, ter geneesinge van desselvs droefgeestige krankzinnigheid, waarom„ „trent omen bereeds beeterschap bespeurende, hoope: heeft, tot zijne volkomen herstelling. — Op het sluijten deeses ontvangende de brieven van den keijser en kwoon„ „prins, in antwoord op de Jongst van uwe Hoog Edelheeden ont= „vangene brieven en geschenken, zoo gezoo ik mij de eere, die nee„ „vens deesen humbel aantebieden, en wijders met de meeste hoog agting en Eerbied, te blijven /onderstond:/ Titul /:lagerstond:/ ƒ 1 Uwer Hoog Edelheeden onderdanige en zeer gehoorzamen die= „naar /:was geteekent:/ J=s Siberg /:in marginesond:/ Samorang den 20=e Meij a„o 1780. —. verte. 1 Meij A„o 1783 — Samarang den 20„e Dit Geschrift diend om aan het Ligt te brengen, het gunt van Ban„ „Cahoeloe te berigten is, als. In de stad zijn op ieder punt 6. pees Canons en 'er zijn 4. punten in de stad, ook zijn 'er in de kleine forten; die aan de zeekant geleegen zijn, en waar van de poorten aan de west kant zijn 8. peek Canons. De wal van de stad der Engelsche, is van binnen steen en van buiten Aarde. Onder dit getal zullen het meest laffe, De Jnwoonders uit allerhande Naties en niets bediudende sumatraenen zijn, die de Engelsche overheering moede, zig ge„ bestaande, maaken te zaamen een ge= reedelijk bij ons zoude willen voegen, wijl de Hollanders dog, op Sumatra meerder gezien „ tas van 4000. koppen manspersoonen uit. en geagt worden. —. ier worden afsonderlijk 80. koppen De Europeesen soldaeten zijn sterk Maleijers opgegeeven, waar uit men te 60. koppen, de kaffers 100. koppen, de eerder besluijten moet, dat het booven vermelde getal, van 4000. –. koppen sumatraenen Mooren 300. koppen, en de Maleijers zullen weesen, en wat de Maleiers zelvs 00: koppen, zijnde deesen alle de geenen, betoeft, voor dat zoort van soldaeten, plag„ „ten de Engelschen bij mijn tijd zoo veel die waepenen der Engelsche Compagnie te vreesen, als voor een openbaare vijand. - voeren. Hier op valt niets aantemerken, dan, De Naamen van hunne Europeesche dat het woordje van Moesa, Master Raads persoonen, zijn de volgende, als of heer beteekent. Moesa Pakiel, /: deesen is de Comman„ „deur:/ Moesa Samila, Moesa Saba„ „tang, Moesa Pakelika en Moesa Sakeris. Daing Tillak is desewaegen van den De Hoofden der Maleijers zij Daing Copia. — Goufer Tjellak. — Ten 1=e 2. 4: 5.
English
Samarang the 20th of May Anno 1783— page 15. Governor Coeles, see what was noted by the Head of the Buleleng letter, and those 2 pangerangs or Sumatran petty princes do not amount to much, and are just like the rest, upon whom not the slightest trust can be placed; moreover, their power is too weak, and their authority over their subjects too slight to carry out anything fruitfully; the said Radeen Tommongong is the eldest brother of the late Panumbahan of Madura, brother of Radeen Tommongong Sintara, and uncle of the present Panumbahan, who in Anno 1766 fled to Bancahoeloe; and has constantly been kept there, presumably with intriguing designs, so that if his means and those of the English at Bancahoeloe were more powerful, one would have nothing good to hope from him: Datok is a name given on the west coast to ordinary Sumatrans, and thus their authority as Captain does not seem to be very great. Tjellak, the pangerang soengie Lamoe, the pangerang soengie Hietam, and the Radeen Tommongong, together with Datok Capitain and Datok Jinggrie. — 10 This close connection with the Commander of Daing Tjellak was already a stumbling block for the English during my presence at Padang, which may well make the Governor somewhat hated and cause divisions. Whatever the English Company desires regarding the affairs of state, or intends to do, the Governor always makes known to Daing Tjellak, as this cannot be omitted; whatever the latter approves of, that also happens. Soengie Lamoe and Soengie Hietam are two settlements, approximately 1½ to 2 hours respectively from Bancahoeloe, yet not very populated, and thus if these constitute a part of the inhabitants, one does not have much to fear from them, the more so as they are merely Sumatrans; furthermore, if both the mentioned Datoks as Captains have no people under them, their authority will also not be great, and the assertion made above concerning them is hereby confirmed. The pangerangs of soengie Lamoe and soengie Hietam have a large part of the inhabitants under them; Datok Capitain and Datok Ginggrie indeed have no people under them, yet whenever there is an assembly, they must nevertheless without fail take a seat in the assembly of the natives. With this ridiculous title our Madurese Tommongong may show off, but if the English were to give him a more generous means of subsistence to be able to live better than previously, he would be considerably better off. The Radeen Tommongong is, with the English Company, Captain over the sea toward the west side up to Padang, and toward the east side up to Balemboangang and Balie. At the 7th. our. English. . 8. Samarang the 20th of May Anno 1743. Most of these children were born at Bancahoeloo, and thus will never be able to make great headway or gain a following on Java. The children of the Radeen Tommongong are named as follows: the eldest Radeen Tawang Alon, this one is Lieutenant at Bancahoeloe, the second Radeen Senga, this one has departed for Madras, the third Radeen Senaka, this one is ensign, the fourth Radeen Tama, this one is naval ensign, and has departed alongside his father and under Admiral Moesa Takeris for Padang, in order to choose a place there for the construction of a lodge, and the fifth Radeen Machamed; this one does not yet hold an office, because he is not yet married. Master Sakeris is one of the oldest councilors of Bancahoeloe, but that he would have departed for Padang for the making and establishment of a lodge is doubtful, because at Bancahoeloe they had better keep the weak force together. To these three places one can also add Nias, from where the English also collect much rice. The necessary provisions are brought from Bengal, Balie, and Padang. 12:—. The interests of Daing Tjellak are certainly inseparable from the English, and it is now all the more in our Radeen Tommongong's interest to remain with the interest of the latter; but pangerang soengie Lamoe would, in the event of an enemy attack, show little fidelity. —. The ones who mean sincerely well with the English Company, and offer it true-hearted assistance, are the Radeen Tommongong, Daing Tjellak, and the pangerang soengie Lamoe. turn over. 13 At the 10th. 11:
Dutch transcription
Samarang den 20„e Meij A„o 1783— pag„o 15. Gouverneur Coeles, vide het genoo= Tjellak, den pangerang soengie La. „teerde bij het Hoofd van de Bulijsche „moe, den pangerang soengie Hie= brieff, en die 2. pangerangs off Suma„ trasche vorstjes, hebben niet veel om het tamn, en den Radeen Tommongong, Lijft, en zijn eeven, als de overige, waar- neevens Datok Capitain en Datok op geen de minste vertrouwen is te stellen, booven dien is hun vermoogen Jinggrie. — te swak, en derselver gesag over de on„ „derdaenen, te gering, om iets met vrugt uit te voeren; den vermelde Ra= deen Tommongong is de oudste broeder van wijlen den Panumbahan van Madura, broeder van Radeen Tommongong Sintara, en oom van den praesente Panumbahan, die in Ao 1766. nna Bancahoeloe is gevlugt; en aldaar steeds aangehouden is, denkelijk met intriquante oogmerken, zoo dat men, als zijne vermoogens en die der Engelschen, op Bancahoeloe magti= „ger was, niets goeds van hem zoude te verhoopen hebben: Datok is een naam„ die men op de westkust aan Ordinaire Sumatraenen geeft, en dus scheint hun gesag van Capitain al niet groot te weesen. 10 Deese naauwe betrekking op den Com„ Wat de Engelsche Compagnie aan= „mandeur van Daing Tjellak, was „gaande de Landsaeken begeert, of reeds een steen des aanstoots, voor de Engel„ van voorneemen is om te doen, geeft „sche, bij mijn aanweesen op Padang, dat den Gouverneur wel eenigsints gehaet denselven altoos aan Daing Tjel= maaken, en verdeeldheeden veroor„ „lak te kennen, kunnende zulks saaken kan. niet nagelaaten worden, in wat denselven goedvind, dat geschied ook. De pangerange soengie Lamoe en sengie Lamoe en Soengie Hietam, sijn twee Negorijen, Circa 1½: in 2. uuren, res sbengie sietain, hebben een groot „pective van Bancahoeloe, dog niet gedeelte der Inwoonders onder hun; zeer bevolkt, en dus als deese, een gedeelte der Jnwoonders uitmaakt, heeft men Datok Capitain in Datok Ginggrie, daarvan niet veel te vreesen, te meer daar hebben wel geen volk onder hun, dog zij, dog maar Jumatraemen zijn, dan als beide de gemelde Tatoks, als Capitain geen volk wanneer er vergadering is, zoo moe„ onder hun hebben zal hun gesag ook ten deselven egter zonder manque= niet groot weesen, en word dus hier meide, het hier vooren aangehaalde ment in de vergadering der Jnlanders meede zitting neemen. omtrent deselven beweeren. Het deesen belaggelijke tetul mag Den Radeen Tommongong is bij de Ten 7. onsen. Engelshen. . 8. Samarang den 20„e Meij Ao 1743. onsen Madureesche Tommongong ower Engelsche Compagnie, Capitain, over pronken, maar als de Engelschen hem, de 3ee na de west kant tot Padang een ruijmer middel van bestaan gae= „ven, om beeter te kunnen Leeven, als toe, en na de Oostkant tot nna Ba= voor heen, hij zoude er vrij wat beeter lemboangang en Balie. aan weesen. De meeste deeser kinderen zijn op „ De kinderen van den Radeen Tom= Bancahoeloo gebooren, en zullen aus „mongong zijn genaamd als volgd: nooit, groote opgang of aanhang, op de oudste Radeen Tawang Alon, deese Iava maaken kunnen. is Luitenant te Bancahoeloe, de tweede Radden Senga, deese is na„ madras vertrokken, de derde Radeen Senaka, deese is vaen„ „drig, de vierde Radeen Tama, deese is vaen„ „drig ter zee, en neevens zijner vader„ en onder den admiraal Moesa Take= Master Sakeris, is een van de oudste Raadslieden van Bancahoeloe, dog dat „ris na Padang vertrokken, om al= hij tot het maaken en aanleggen van daar een plaets duttekiesen, tot het een Logie, na padang zoude vertrok„ maeken van een Logie, en „ken weesen, is twijffelagtig, om dat men te mancahoeloe de swakke magt de vijfde Radeen Machamed; deese heft wel bij den anderen houden mag. nog geene bediening, om dat hij nog niet getrouwt is. Beij deese drie plaetsen kan, omen De benoodigde mondbehoeftens„ ook mias voegen; van waar de Engelschen worden van Bengaelen, Balie, en ook veel Rijst insamelen. Padang aangebragt. 12:—. De belangens van Daing Tjellak De geenen die het opregt met de zijn zeeker onafscheidelijk van de Engel„ „sche, en onse Radeen Tommongong is Engelsche Compagnie meenen, en het zijn zaak nu te meer, om bij het deselve trouw hartige bijstant bie belang der laastgenoemde te blijven, den, zijn den Radeen Tommon„ maar pangerang soengir Lamoe, sou„ „gong Daing Tjellak en den „de bij een vijandelijke aanvas, weinig pangerang soengie Lamoe. trouw laaten blijken. —. verte. 13 Ten 10. 11:
English
Page 17. Samarang, the 20th of May Anno 1703. According to the rumor circulating among the people, the pangerang Soengie Hietam, if any enemy should happen to land at Bancahoeloe, would be inclined to turn alongside the mountain peoples. The reasons for this are said to be that his late brother, named Radja Maidan, was allegedly killed by the Commander, and also because the pangerang Soengie Lamoe had allegedly appropriated a large part of his lands for himself. I believe that as well of this pangerang Soengie Hietam, who apparently already longs for a change of master; however, the disputes over lands are daily occurrences on the west coast, so that, amidst a continual squabbling among that nation, they rarely keep one and the same interest in mind. 14. The ships located in the roads of Bancahoeloe are 5 pieces, of which, however, one has departed for Padang and one for Poeloe Piesang, one of those two ships being named the Admiral of Britain, and manned with 300 heads of soldiers, and its council consists of 30 members. These are large and small mixed together, and whether one speaks of the Admiral of Britain with exaggeration is doubtful, because the merchant has this from Daing Tjellak. Two vessels from Balij Carang Assem are here, which were sent hither with rice; the king of Labakang has also sent envoys with two vessels to Daing Tjellak. This navigation is frequent, but if those of Carang Assem are so closely tied to Bancahoeloe, one must wonder that the Gusti, in his letter written to Daing Tjellak, shows no further signs of attachment, and that in the reply one must first request help and assistance, as can be gathered from the contents of both letters, conforming to my notes appended thereto. To the 13th. 15. Like Samarang, the 20th of May Anno 1743. English Company, Captain, across the sea towards the west side up to Padang, and towards the east side up to Blambangan and Balie. Our Madurese Tommongong may show off, but if the English gave him a more generous means of subsistence in order to live better than before, he would be considerably better off. The children of the Radeen Tommongong are named as follows: the eldest Radeen Tawang Alon, this one is Lieutenant at Bancahoeloe, the second Radeen Tinga, this one has departed for Madras, the third Radeen Senaka, this one is Ensign, the fourth Radeen Tama, this one is Ensign at sea, and has departed with his father and under the admiral Moesa Takeris for Padang to choose a place there to establish a lodge, and the fifth Radeen Machamed; this one does not yet hold an office, because he is not yet married. Most of these children were born on Bancahoeloe, and will thus never be able to make great progress or gain a following on Java. Master Sakeris is one of the oldest councilors of Bancahoeloe, yet that he would have departed for Padang to build and establish a lodge is doubtful, because at Bancahoeloe they had better keep the weak force together. The necessary provisions are brought in from Bengalen, Balie, and Padang. To these three places one can also add Nias, from where the English also collect much rice. 12. Those who mean well sincerely with the English Company and offer it loyal assistance are the Radeen Tommongong Daing Tjellak and the pangerang Soengie Lamoe. The interests of Daing Tjellak are certainly inseparable from the English, and it is all the more the concern of our Radeen Tommongong to remain with the interest of the latter, but pangerang Soengie Lamoe would, in the event of an enemy attack, show little loyalty. Please turn over. 13. To the 10th. 11. Page 17. Samarang, the 20th of May Anno 1703. According to the rumor circulating among the people, the pangerang Soengie Hietam, if any enemy should happen to land at Bancahoeloe, would be inclined to turn alongside the mountain peoples. The reasons for this are said to be that his late brother, named Radja Maidan, was allegedly killed by the Commander, and also because the pangerang Soengie Lamoe had allegedly appropriated a large part of his lands for himself. I believe that as well of this pangerang Soengie Hietam, who apparently already longs for a change of master; however, the disputes over lands are daily occurrences on the west coast, so that, amidst a continual squabbling among that nation, they rarely keep one and the same interest in mind. The ships located in the roads of Bancahoeloe are 5 pieces, of which, however, one has departed for Padang and one for Poeloe Piesang, one of those two ships being named the Admiral of Britain, and manned with 300 heads of soldiers, and its council consists of 30 members. These are large and small mixed together, and whether one speaks of the Admiral of Britain with exaggeration is doubtful, because the merchant has this from Daing Tjellak. Two vessels from Balij Carang Assem are here, which were sent hither with rice; the king of Labakang has also sent envoys with two vessels to Daing Tjellak. This navigation is frequent, but if those of Carang Assem are so closely tied to Bancahoeloe, one must wonder that the Gusti, in his letter written to Daing Tjellak, shows no further signs of attachment, and that in the reply one must first request help and assistance, as can be gathered from the contents of both letters, conforming to my notes appended thereto. 14. To the 13th. 15.
Dutch transcription
pag:o 17. e Samarang den 20=e Meij A„o 1703—. de verschillen over landerijen zijn da „ren onder die natie, maakt, dat zij en of omen van den Admiraal van geloovende ik dat ook, van deesen pan„ volgens het gerugt dat onder de „gerang soengie Hietain, die al be„ menschen gaat, zoude den pange- „rang soengie Hietam, indien er eenige vijand te Bancahoeloe mogte koomen aantelanden geneegen weesden, om zig neevens de berg volkeren om te keeren, waar van de reedenen zou„ de Weesen, om dat desselvs bevorder Broeder Radja Maidan genaamd, door den Commandeur om het leeven zoude zijn gebragt geworden, en ook ons „gelijksche voorvallen op de west kust, dat den pangerang soengie Lamoe„ een groot gedeelte van desselvs zelden een en het zelvde belang, in landen, aan zig zoude getrokken hebben. „reeds apparent, na de veranderang dat, bij een onophoudelijke harrewar„ van meester verlangd; dog het oog houden. 14:—. Deese zijn groot en klein door den De scheepen die zig op de rheede van anderen, Bemcahoeloe bevinden, zijn 5. stuks, waar van 'er egter een onaar Padang en een na Poeloe Piesang vertrok„ „ken is, zijnde eene van die twee scheepen genaamd d' Admiraal van Brittanje, Brittanje niet met grootheid spreekt, is. twijffel agtig, om dat den Commissiant, en bemand met 300. koppen soldaeten, en dies raad bestaat uit 30. Leeden. dit van daing Tjellak heeft. —. Deese vaart is frequent, maar als Alhier bevinden zig twee vaartuigen die van Carang Assem zoo nauw van Balij Carang Aisen, bie met rijst aan Prancahoeloe verbonden zijn, moet men zig verwonderen dat de naar herwaerds zijn gesonden geworden, Gusti bij zijn brieff aan Daing ook heeft de kooning van Labakang, Tjellak geschreeven, geen meerdere blijken van aankleevendheid toond, zendelingen met twee vaartuigen, aan en dat men bij het weeder antwoord Daing Tjellak gesonden. eerst hulpe en assistentie versoeken moet, zoo als ouijt den inhoud van beide de brieven is optemaa= „ken, Conform mijne daarneevens gevoegde aanmerkingen. — Ten 13. 15. Gelijk Samarang den 20„e Meij Ao 1743. onsen Madureesche Tommongong oper Engelsche Compagnie, Capitain, over pronken, maar als de Engelschen hem, de Zee na de westkant tot Padang een ruijmer middel van bestaan gae= „ven, om beeter te kunnen Leeven, als toe, en na de Oostkant tot na Bls= voor heen, hij zoude er vrij wat beeter lemboangang en Balie. aan weesen. De meeste deeser kinderen zijn op De kinderen van den Radeen Tom= Bancahoeloe gebooren, en zullen dus „mongong zijn genaamd als volgd: nooit, groote opgang of aanhang, op de oudste Radeen Tawang Alon, deese Iava maaken kunnen. is Luitenant te Bancahoeloe, de tweede Radden Tinga, deese is na madras vertrokken, de derde Radeen Senaka, deese is Vaen„ „drig, de vierde Radeen Tama, deese is vaen„ „drig ter zee, en neevens zijnen vader, en onder den admiraal Moesa Take= Master Sakeris, is een van de oudste Raadslieden van Bancahoeloe, dog dat „ris na Padang vertrokken, om al= hij tot het maaken en aanleggen van daar een plaets duttekiesen, tot het een Logie, na padang zoude vertrok„ maeken van een Logie, en „ken weesen, is twijffelagtig, om dat men te pancahoeloe de swakke magt„ de vijfde Radeen Machamed; deese haft wel bij den anderen houden mag. nog geene bediening, om dat hij nog 1 niet getrouwt is. Beij deese drie plaetsen kan, omen De benoodigde mond behoeftens, ook nias voegen; van waar de Engelschen worden van Bengaelen, Balie, en ook vees Rijst insamelen. Padang aangebragt. 12:—. De belangens van Daing Tjellak De geenen die het opregt met de zijn zeeker onafscheidelijk van de Engel„ „sche, en onse Radeen Tommongong is Engelsche Compagnie meenen, en het zijn zaak nu te meer, om bij het deselve trouw hartige bijstant bie belang der laastgenoemde te blijven, „den, zijn den Radeen Tommon„ maar pangerang soengie Lamoe, sou„ gong Daing Tjellak en den „de bij een vijandelijke aanvas, weinig pangerang soengie Lamoe. trouw laaten blijken. — verte. 13. Ten 10. 11: pag:o 17. e Samarang den 20=e Meij A„o 1703—. geloovende ik dat ook, van deesen pan„ volgens het gerugt dat onder de „gerang soengie Hietain, die al be„ menschen gaat, zoude den pange- „reeds apparent, na de veranderang „rang soengie Hietam, indien er van meester verlangd; dog eenige vijand te Bancahoeloe mogte koomen aantelanden geneegen weeden, om zig neevens de berg volkeren om te keeren, waar van de reedenen zou„ de Weesen, om dat desselvs bevorden Broeder Radja Maidan genaamd, door den Commandeur om het leeven zoude de verschillen over landerijen zijn dan zijn gebragt geworden, en ook om „gelijksche voorvallen op de west kust, dat den pangerang soengie Lamoe„ dat, bij een onophouddelijke harrewar„ een groot gedeelte van desselvs „ren onder die natie, maakt, dat zij zelden een en het zelvde belang, in landen, aan zig zoude getrokken hebben. het oog houden. Deese zijn groot en klein door den De scheepen die zig op de rheede van anderen, Bancahoeloe bevinden, zijn 5. stuks, waar van 'er egter een naar Padang en een na Poeloe Piesang vertrok„ „ken is; zijnde eene van die twee scheepen en of omen van den Admiraal van genaamd d' Admiraal van Brittanje, Brittanje niet met grootheid spreekt, is. twijffel agtig, om dat den Commissiant, en bemand met 300. koppen soldaeten, dit van daing Tjellak heeft. —. en dies raad bestaat uit 30. Leeden. Deese vaart, is frequent, maar als Alhier bevinden zig twee vaartuigen die van Carang Assem zoo nauw van Balij Carang Assen, die met rijst aan Bancahaeloe verbonden zijn, moet omen zig verwonderen dat de naar herwaerds zijn gesonden geworden, Gusti bij zijn brieff aan Daing ook heeft de kooning van Labakang, Tjellak (geschreeven, geen meerdere blijken van aankleevendheid toond, zendelingen met twee vaartuigen, aan en dat mmen bij het weeder antwoord Daing Tjellak gesonden. eerst hulpe en assistentie versoeken moet, zoo als ouijt den inhoud van beide de brieven is optemaa= „ken, Conform mijne daarneevens gevoegde aanmerkingen. — 14:—. Ten 13. selijk . 1 15. ƒ
English
May Ao 1783— Samarang the 20th Concerning this, I must declare that I can say nothing with any certainty or make any sound conjectures, as it is a matter full of obscurities and one which I still regard as a fabrication. It is true that the present circumstances of the times are fraught with suspicion and the persons mentioned are remarkable, and that, although so far as is known to us the Javanese princes maintain the best and most well-meaning disposition toward the Company, one is nevertheless never at both Courts without malcontents and the evil suspicion of such persons who are not averse to wavering and would gladly fish in troubled waters. Mancoenagara certainly deserves some notice, because for some time past he has conducted himself so quietly and moderately, contrary to his former habit; yet this may be attributed to his advancing age, and to the fact that the Company and the Emperor have already granted most of his requests. Sulthan Moeda in the Mataram, according to the proper meaning, must signify the Crown Prince at Djokjocarta. It is true that about 3 years ago he clearly showed how much his heart yearned for the administration, when the Sultan, being sickly and melancholic, had let slip that he wished to rid himself of it; but that either of the two intended to change masters and call in the Englishman, of that there has never been the least sign or any suspicion, just as there is none that the Crown Prince would conspire with Mancoenagara, something so incomprehensible and contrary to the immutable hatred that exists between them, that one must regard this as much a fabrication as that their emissary, named Raadeen Maas, should have remained there for 3 years, and thus before the war, and may not return from Bancahoeloe without the Radeen Tommongong; without either the princes themselves, against whose interest this convention contends, or the chiefs, who direct all possible attention to the ways and movements of both those distinguished personages, having come to know anything of it. Apart from these two, one might also make some conjectures concerning the emissary Radien Maas, as to whether he was sent out from the roaming family of Radien Rongo, or belonged to the faction of the captured Panumbahan Bodo; but I repeat that the entire narrative concerning this period is so full of obscurities page 19: Samarang the 20th May Ao 1783— and improbability, that it makes the investigation difficult and impossible. Yet, since one cannot be sufficiently on guard, I have secretly notified the chiefs of this, with orders at the same time to redouble their attention to the ways and movements of the courtiers, and to proceed in the investigation with the utmost secrecy and caution, so as not to wake the sleeping dog, and to scatter the seeds of discord and distrust, which are difficult to eradicate and in these times could have the most alarming consequences. As also that there is here an emissary of the Sulthan Moeda and Mancoenagara in the Mataram: that emissary has already been at Bancahoeloe for 3 years, and the same is named Radeen Maas; the said emissary may not depart from there unless the Radeen Tommongong goes along, and the contents of the letter which the same brought with him for the English Company state that, even if the English Company did not come over thither, if only the Radeen Tommongong would proceed thither, they would nevertheless bring the matter of the Javanese shores to a conclusion there. 16. Must be Croee, one of the principal residences, and thus that force does not amount to much. In the fort Karoehie lies a Commander named Moesa Japama, alongside 60 Moors, 80 Malays, and in total 17 Europeans. 17. The English have no other trading posts to and from Bancahoeloe except Croee, Manna, and Saloemah around the south, and Laijo, Cattown, Ispo, and Mocca-Miaera northwards; the others are unknown to me, and thus also of no consequence; concerning which, however, the Commis did not know anything, having it solely from hearsay. The small trading posts are the following: Bangcoenac, Linoe, Padang, Manna, Saloemah, Goetjie, Manna, and Tsalaloema. On the west side of BangCahoeloe are the following: Tale Laich, Zaijo, Kat-Town, Tahan, and Moeka Moeka. All of these are very small, and in each of them there is only one European, but besides that there are also soldiers in them: namely in each of those forts that are situated on the west side, 7, and in each of those situated on the east side, 10 men. 18. From this narrative and what follows upon it, one may conclude that the news arrives very late at Bancahoeloe, and that the same is embellished with many untruths, a custom among the English to bring the common people into good confidence and thereby lull them to sleep. The rumor goes that 9 ships have arrived at the Cape, of which the Admiral is said to be named Djeves, and according to the same rumor, there are said to be 50 ships guarding the Cape, of which ships Admiral Djanseten is said to be in command.
Dutch transcription
Meij Ao 1783— Samarang den 20„e Hier omtrent moet ik betuigen, niets Gelijk hier zig als meede bevind, met eenige zeekerheid te kunnen zeggen een zendeling van den sulthan of eenige gesonde gissingen te kunnen maaken; als een zaak vol duisterhee„ Moeda en Mancoenagara in de „den en die ik als nog als een verdigt mattarm: die zendeling is reeds „sel beschouwe; Het is wel waar, dat de teegenwoordige tijds omstandighee - 3. Jaaren lang te Bancahoeloe, en „den. , vol bedenking en de aangehaal, deselve is Radeen Maas genaamd; de persoonen remarcquabel zijn, en den gemelde zendeling mag niet van dat, alhoewel voor zoo verre ons be= „kend de Javasche vorsten met de Comp: in daar vertrekken, bij aldien den Ra= de beste welmeenende gesindheid ver„ deen Tommongong niet meede gaat, „seeren, men dog aan de beide Hoven, en de inhoud van de brieff die densel„ nooijt zonder malcontenten en het knoad vermoeden op desulken is, die niet wen voor de Engelsche Compagnie heeft avers van wankelen, in troubel waer meede gebragt, meld, dat alwaar „ter gaarne soude willen vissen: Aan„ het ook, dat de Engelsche Compagnie „Cornagara verdiend zeeken eenige op „merking, om dat hij zig seedert eeni„ niet na derwaerds overkwam, als den „ge tijd herwaerds, soo stil en gemode, Radoen Tommongong, zig maar na der„ „reerd gedraagd, teegen zijn voorige ge= „woonte, dan dit kan men toeschrijven,„ waerds begaf, zoo zouden zij aldaar aan zijn toeniemende Ouderdom, en dat tog, de zaak der Javasche stranden, de Compagnie en den keijzer, hem ten einde brengen. de meeste versoeken, reids hebben in„ „gewilligd: Sulthan Moeda in de Matharm, zoude volgens de regte zin de kroonprins te djokjocarta moe„ ten beteekenen; deese heeft wel is waar circk 3. Jaaren geleeden, met onduidelijk getoont; hoe zeer zijn hart na het bestier haakte, doen den sulthan siekelijk en melancolijk zijnde hadde uitgelaaten, zig daarvan te willen ontdoen, dog dat een van beide van voorneemen is geweest, van meester te veranderen en den Engelsman interoepen, daarvan zijn nooijt de minste blijken of eenige suspicie geweest, gelijk er ook niet zijn, dat den kroonprins met Mancoenagara zoude heulen, iets dat zoo on= „begrijpelijk en strijdig is, met d' onveranderlijke haet, die 'er tusschen deselve plaats vind, dat men dit zoo wel voor een verdigtsel moet aanmerken, als dat hunne zendeling genaamd Raadeen maas, aldaar 3. Jaaren, en dus voor den oorlog zoude vertoefd hebben, en niet van Bancahoeloe buiten den Raadeen Tommongong mag te rug keeren; zonder dat nog de vorsten zelve; teegens wien belang deese Conventie. strijd, of de opperhoofden, die alle moogelijke attentie op de weegen en gangen van beide die gecaracteriseerde personagies vestigen, iets daer van zoude te weeten gekoomen zijn: buiten deese beide, zoude men omtrent de zendeling Radien Maas, ook wel eenige gissingen kunnen maaken, als of hij van de swervende familie van Radien Rongo was uitgesonden, of tot den aanhang van de opgevatte Panumbahan Bod0: gehoorde, dog ik herhaele het, dat het geheelle overhaal, omtrent deese periode, zoo vol is van duijster „heeden pag„o 19: Samarang den 20=e Meij A„o 1783— „heeden, en onwaarscheinelijkheid, dat het de navorsinge moeijelijk en on„ „doenlijk maakt, dan daar men egter niet genoeg op hoede weesen kan, zoo hebbe ik de opperhoofden in secrettesje hier van kennisse gegeeven, met Last teffens om hunne attentie, op de weegen en gangen der Hlovelingen te ver= „dubbelen, en in de naspeuring met de aller uijterste geheim houding en voor„ „zigtigheid te werk te gaan, om dus den slaepende houd niet walkier te maaken, en het zaad van tweedragt in mistrouwen te verspreiden, als moeijlijk zijnde uitterveijen, en in deese tijd van d' aller zorgelijkste gevolgen klinnende zijn. —. Ten 16. Moet Croee zijn, eene van de voornaam, In het fort karoehie; legd een Com„ O „ste residenties, en dus heeft die magt „mandeur Moesa Japama genaamd, niet veel om het Lijff. neevens 60. mooren, 80. maleijers en in 't gehees 17. Europeeren. De Enrgelsche hebben geen andere Comp„ de kleine Comptoiren zijn de volgen„ „toiren: af en aan Bancahoeloe, bals„ „de als Bangcoenac, Linoe, Padang, Croce, Manna en Saloemah om de „ Manna Saloemah. Tand, en Laijo, Cattown Ispo en Mocca=Goetjie, Manac en Tsalaloema; Miaera noordwaerds; de andere zijn mij Aan de west kant van BangCahoeloe niet bekend, en dus ook van geen aan- Zaijo „merking; waar omtrent egter den Com„ zijn de volgende als Tale Laich, Kat-Town Mocca Mocca „missiant niets wist, als zulks eenig Tahan en Moeka Moeka. Alle „lijk van hooren zeggen hebbende: deese zijn zier klein, en in ider van deselve is 'er maar Een Europees, maar boven dien zijn er ook nog soldaaten daarin, als in ieder van die forten„ welke Aan de westkant geliegen zijn 7. en in ider van de geenen die aan de Oostkant zijn geleegen 10. koppen. duit dit verhaal en daar op volgense Het gerugt Loopt, dat er 9: scheepen kan men besluijten, dat de nieuws aan de Caab zoude zijn aangekomen, tijdingen, zeer oud: op Bancahoeloe komen, en dat deselven met veel on= waarvan den Admirael Djeves zou„ „waarheeden vercierd worden, een gebruik„ de genaamd zijn, en volgens het zelvde „bij de Engelschen, om het gemeen in een gerugt, zouden er 50. scheepen weesen; d goed: vertrouwen te brengen, en hun daar die de Caab bewaaren, van welke meede in slaap te wregen. scheepen d' Admiraal Djanseten zoude 17. 18.
English
Samarang the 20th of May Anno 1783 According to current rumors, they have allegedly already been waging war against Ceylon for 13 months, without it being ended yet; it is also said that the city of Padang has been destroyed, and it would fall very hard upon the Padang Radjas or kings, since the Company no longer maintains a residence there, and they would presently have great difficulty providing themselves with foodstuffs and clothing; for these reasons they are also very strongly attached to our Company, because they have nothing to do with the English. That is the full truth, for outside of the Company's possession, all authority of the Radjas falls away, and therefore they must long for the re-establishment of our people there, and as long as this does not take place, Padang remains in commotion and turmoil, and the mountain peoples will bring down no supplies; but apart from this reason, their attachment is greater to the Dutch than to the English, since the latter have never acted with that leniency on the west coast that we have had to show at times out of state policy. It is also said that Madras is in great distress, because the Radja or king at Madras is said to be at odds with the English, whereby the English can obtain no supply of provisions overland, while the French watch at sea; this is what causes the English difficulty, for their ships that are inside can hardly get outside, and the ships that are outside can hardly get inside. page 21. Samarang the 20th of May Anno 1783: At Bancahoeloe are the following trading vessels, namely from Sourabaija two Chinese sloops, of which the Nakhodas are named Capalla hoesoek and Moeloet Bengkok; the said Moeloet Bengkok, who came from Padang, having sold his vessel, and a pantjallang, of which the Juragan, who is also a Chinese, is named Intje Iang; also there is still a Buginese pantjallang, of which the Nakhoda is named Paveka, the same having come from Tjallaliekoe, just as there is also another paduakan, of which the Juragan is named Daing Mangipo, the same having come from Boenie; also two paduakans have arrived from Badong, of which the Juragans are named Bappa kalie and Lanoepac, just as there have also arrived from Batavia two vessels, namely a pantjallang and a prauw mayang, the Nakhoda of the pantjallang being Ibrahim and the Nakhoda of the prauw mayang, who is a Chinese, being named Ince Moeda; from Bali Carrang Assem two pantjallangs have also arrived, of which the Juragans are named Moelia and Iemac; also four Mandarese vessels have arrived, of which two were wrecked; one of these two Chinese belong not in Sourabaija, but are at home in Bancahoeloe, the latter having formerly moved from Batavia with the northern monsoon as a former tenant, and they are known along the entire west coast as two refined rogues who carry on all kinds of smuggling trade, for which purpose they have traded on Bali for a long time, and according to rumors received here, the sloop of the latter was captured at Bali Padang after the opium and camphor had been unloaded. Of all these vessels belonging at home on the coast of Celebes, I have given a statement to Mr. Reijke at Macasser, in order to make the possible investigation there, just as I have also made inquiries about this and that to Sourabaija, from where the commander reports that the Nakhodas Ibrahim and Moeda probably belong at home in Banjarmassing, because if not the same persons, at least two of the same names were found as Juragans on two vessels that were at Banjarmassing from Sourabaija and Gritsee in the late part of the year 1782; of all the rest, one finds not a single record kept in the passbooks either in Samarang or in the Eastern Corner. Underneath stood: Samarang the 20th of May 1783. Was signed: J. Siberg. Samarang the 20th of May 1783 one of those four came from Mandhar Madjanie and the Juragan was named Daing Maninderang; this man's vessel was robbed, the vessel wrecked, and he lost his life; the second of those four also came from Mandhar Madjanie, and the Juragan is named Daing Natielik, this man's vessel having also been robbed; the third also came from Mandhar Madjani, and the Juragan is named Bandjar; the fourth, which is a pantjallang, came from Mandhar Poeloe panggang, and the Juragan of the same is named Lapanaja. Underneath stood: Translated at Samarang by me. Was signed: F. J. Rothenbuhler, sworn translator. Translation of a Malay letter written by Daing Maroepa at Bancahoeloe to Gusti Kotta Carrang, king at the same Parang or Carrangasjar, presented at Samarang the April 1783. The heading differs greatly from the Batavian translation, wherein the writer calls the Gusti uncle, which cannot well be, considering Daing Maroepoe was born at Bancahoeloe and is of one and the same Lampong mother with the present black governor of Bancahoeloe, Edward Coles, also born in wedlock, who therefore also calls him brother, and for that reason, not without cause, is very devoted to English interests; both are fully known to me, and are generally regarded as sly and crafty fellows.
Dutch transcription
Samarang den 20=e Meij A:o 1783 — G Volgens het loopende gerugt, zoude men reeds 13. maanden lang, teegens M Ceilons hebben geoorloogd, zonder dat deselven nog genndigd was, ook zegd „men dat de stad Padang, zoude ver= Dat is een volle waarheid, want buij„ mield zijn; en het zoude voor den pplo„ „ten 'sComp=s pocessie, vervald alle het dangsche Radjas of koningen zeer gesag van de Radjas, en daarom moe„ beswaarlijk valten, seedert de Com= „ten zij wel verlangen na het reta= „blissement der onsent aldaar, en zoo „pagnie aldaar geen verblijff meer „. lange dit geen plaets heeft, blijft: Pa: houd, en zij zouden hun tans zeer „dang in dep en roer, en de berg volkeren beswaarlijk van Leevensmiddelen zullen geen toevoer afbrengen: en kleederagien kunnen voorsien, om dan buiten deese reeden is hunne verknogtheid meerder aan de Hhol= die reedenen is het ook dat zij Hteer sterk aan hunne Compagnie verknogt zijn, „landers dan d' Engelschen, dewijl de laeste nooijt met die toegeevendheid op de westkust heeft gehandeld, dan wij mart want zij voor de Engelsche niets te tijds uit staat kunde hebben moeten doen. verrigten hebben. — Ook word gesegd dat Madras zeer in benauwdheid zoude weesen, want den Radja of koning te Madras, zoude met de Engelsche oneenig weesen, waar door de Engelsche geen toevoer van mondbehoef „tens over Land kunnen bekoomen, ter „wijl de franschen ter 3l0. oppassen; dit is het geene wat de Eengelsche moeite prekt, want hunne scheepen, die binnen zijn, kun„ „nen beswaarlijk buiten koomen, en de scheepen die buiten zijn, kunnen be= „swaarlijk binnen koomen. zoude zijn genaamd, om die reedent zoude het dan ook weesen, dat deselve hun niet na binnen begeeven. Te. 19. 20. - pag:t 21. Samarang den 20„e Meij Ao 1702: Deese twee Chineesen hooren met te Te Bancahoeloe bevinden, zig de Sourabaija, maar te Bancahoeloe thuijs„ volgende dagangers vaartuigen, als zijnde de Laeste wel eer, als geweesene pag„ van sourabaija twee Chineese sloepen, „ter van Batavia met de Noorderson verhuijst, en zij langs de geheeze westkust waar van d' Anachodas genaamd zijn bekent, voor twee gerafineerde schurken, die op al smotkel handel drijven, ten wel Capalla hoesoek en Moeldet Berig kok; hebbende gemelde Aveloet Bengkok, die „ken einde zij reeds voor Lange op kalie hebben gehandeld, en volgens alhier in= van Padang gekoomen is, zijn, vaertuig ver„ „gekoomen gerugten, zoude de Chialoup van Laastgemelde op 1alie Padong prijs „ kogt, en een pantjallang, waar van de gemaakt wpeesen, na dat de Amfioen Juragan, die meede een Chinees is Jntje en Camphur ontlost was. 1 Iang is genaamd, ook, is er aldaar nog Van alle deese vaartuigen op de kust een Bouginees pantjallang, waarvan Celeber te huijs hoorende, hebbe ik aan de Heer Reijke te Macasser opgaeve den Anachoda Paveka genaamd is, gedaan, ten einde aldaar, het mooge= zijnde deselve van Tjallaliekoe gekoo= „lijke ondersoek te doen. „men, gelijk zig ook aldaar ook nog een paduakan bevind, waarvan de Juragan Daing Mangipo genaamd is, zijnde deselve van Boenie gekoomen; ook zijn en van Badong twee padua„ „kans aangekoomen, waar van de Juragans Bappa kalie en Lanoepac genaamd zijn, gelijk 'er meede van Batavia zijn aan„ zoo als ik zulks, omtrent den een en „gekoomen, twee vaartuigen, als een ander ook na sourabaija getast hebbe„ pantjallang en een prauwmaijang, van waar den gesaghebber meld, dat de Anachodas Ibrahim en Moeda, denke zijnde de anachoda van de pantjal= „lijk op Kanjermassing te huijs ve hooren, „ lang Jbsahim en de Anachoda van om dat zoo niet deselvde persoonen, ten minsten twee van gelijke naamen zig als de prauwmaijang, die een Chinees is Juragans bevonden hebben, op twee vaar„ beuee Moeda genaamd: van walie Car. „thingen, die in't laast van Ao 1702. te Banjer„ rang Assem, zijn er ook twee pantjallangs „massing van sourabaija en Gritsee ge„ „weest zijn: van alle de overige vind aangekoomen, waar van de Juragans Moe„ men nog te samarang nog in den Oosthoek „ lia en Iemac genaamd zijn: ook eenige gehoudene aenteekening bij de pasje zijn 'er nog vier mandhareeren V boeken. — /:onderstond:/ Samarang den 20=e vaartuigen aangekoomen, waarvan Meij 1703 /:was geteekent:/ J„s Siberg en twee verongelukt zijn, eene van die: Samarang den 20„e Meij 1783 — die vier is van Madhar Madjanie gekoomen en de Juragan is Danig Maninderang genaamt geweest: deese zijn vaartuig is beroofd ge= „worden, het vaartuig overongelukt en hij om 't leeven gekoomen, het tweede van die vier is ook van Man„ „dhar Madjanie gekomen, en de Jus= „ragan is Daing Natielik ge= E „naamd, zijnde deese zijn vaartuig meede beroofd geworden; het Derde is meede van Mandhar Madjani gekoomen, en de Juragan is Bandjar genaamd; het vierde dat een pantjal= „lang is, is van Mandhar Poeloe panggang gekoomen, en de Jura „gan van het zelve is Lapanaja genaamd. /:onderstond :/ getranslater /: te sama„ rang /door mij /:was geteekent:/ f„l J: Rothenburler geswoore translateur. Translaat Maleedjhe brieff Det Hoofd verschild veel van het Bataviasth translaat, waar bij den geschreeven door den Daing Ma= schrijver den gusti Oom onoemd, dat niet wel weeden kan, gemerkt Daing roepa te Bancahoeloe aan den Gusti kotta Carrang, koning te selv„ Maroepoe op Bancahoeloe gebooren en van een en deselvde Lampongsche moeder is, met den meede in oulgt gebooren Parang /: of Carranasjar:/ vertoont swarte presente gouverneur van kan„ te Samarang den April 1703. — „cahoewe Saward Coeloes, die hem daar„ „om ook broeder noemd, en daarom ook niet reeden, de Engelsche belangens zeer is toegedaan, beide zijn ze bij mij ten vollen bekend; en worden in het algemeen, voor sluwe en door= „„srapte knaapen gehouden.—. Met. 8 8.
English
May in the year 1783 Samarang the 20th page 23 From what follows after this introduction, one might suppose that the King of Carrang Assem merely inquires in his letter about the war troubles between England and the Republic, of which he pretends as it were to be ignorant, without having cited anything further or more, because in the reply one seeks to persuade him to choose the side of the English. With all due respect I write upon this piece of paper to inform Your Highness that the letter which Your Highness sent by the person who was a passenger on the vessel of the Anachoda Moelia, has, by God's blessing, come to my hand, the contents of which I have also fully understood. This the people of Bali permit, more than too much, yet less for the pleasure of the English than out of self-interest, through the advantage that is contained therein for the former, and from which they wish to profit; this following account presumably further serves to make the English formidable in the eyes of the natives, and to cause them to choose the stronger party, or to remain adhering to their side, in case an actual alliance has been made, which apparently the great discoverer, time, will before long unfold more and better. Concerning those who touch at the remote corners and the shahbandar offices, the situation is truly as that rumor reports; for the English and the Dutch are currently in discord, and there are already many places, shahbandar offices, and trading posts that were occupied by the Dutch Company along the coast, destroyed by the English. Also, many English ships have now set sail again to seek out yet more other places occupied by the Dutch Company, and Your Highness ought now to grant permission at all the bays, shahbandar offices, and remote corners, and at the same time to give orders that in the event English ships should arrive there due to a lack of provisions or other necessities, to render them all help and assistance. Samarang, the 20th of May in the year 1783. To render assistance, for the reason that Your Highness at Seloparang has allied with the Company of the English, to offer each other mutually a helping hand. When the ship on which the Joedagar Docter Teteben, alongside the Radeen Tommongong and myself were present, arrived at Carrang Assem, I also went before the Gusti Moera at Carrang Assem to appear; this having taken place at the time the Raja or King of Goa had arrived at the Dalem point. The Gusti Moera spoke with me very candidly, and ordered me to present to the Company of the English at Wancahoeloe his proposal to live in friendship with the English Company and to render each other mutual help and assistance; the Gusti Moera having, in addition, also given me a letter for the Commander at Wancahoeloe, which letter I also duly delivered to the Commander at Wancahoeloe, and also made known to him everything that was orally told to me by Gusti Moera. Then this conference appears to have been held before or during the time of the Macassar War and thus to be fully 5 years ago, and because peace was restored, and we live in a good understanding with Goa, one might suppose that the agreement made has lapsed, and that thus the reminder thereof shows that the Gusti of Seloparang or Carrang Assem, being of this opinion, has had no further negotiations with the English, of all of which I nevertheless hope to obtain further assurance when the Commissioner Daing Soepoe, who has already departed for Bali and has undertaken to deliver the reply to this letter, will have returned. Meanwhile, this serves Your Highness in this matter. This admonition would have to lead to a conclusion.
Dutch transcription
Meij Ao. 1703 Samarang den 20„e pag.:a 23. Met alle behoorlijke eerbied be„ uit het geene na deese Jnleiding volgd, zoude omen kunnen veronderstel= „schrijve ik dit stuk wet papier, om „len, dat den koning van Carrang Assem„ uw Hoogheid te berigten, dat de brief eeniglijk bij zijn brieff zig informeerd, na de oorlogs onlusten, tusschen Enge= die uw Hoogheid door de persoon „land en de Republicq, waarvan hij zig die als passagier op het vaartuig als het waare ignorant houd, zonder verder of iets meerder te hebben aange- van den Anachoda Moelia geweest „haald, om dat men bij het antwoord is, gesonden heeft, door Godts zeegen, hem tragt te bewergen, de zijde der En„ mij wes ter hand gekoomen is, waar „gelocse te kiesen. van ik den inhoud ook volkoment: „lijk verstaan hebbe. Aangaande de geenen die aan Dit permitteeren die van Balie, meer als te veel, dog minder ten plaiciere de uithoeken en de sabandharijen van de Engelschen als uitt eigen belang, aangieren, is het waarlijk zoo door het voordeel, wat 'er voor d'eerste in opgeslooten legd, en waarvan zij wil: geleegen, gelijk als dat gerugt „len profiteeren; dienende dit tvolgende vermeld; want de Engeloche en Hol= verhaal denkelijk wijders, om de En= „geloche ontsaggelijk in de oogen der In: landers zijn tans in onEenigheid, en 'er zijn reeds veele plaetsen saban„ „landers te maaken, en om hun de sterkste partij te doen kiesen, of derselver zijde „dharijen en Comptoiren, die door de 6 te blijven aankleeven, ingeval 'er een weesentlijk verbond is gemaakt, dat Hollandsche Maatschappije, aan de apparent de groote ontdekken de tijd, kant der kust zijn beseeten geweest, eerlang meerder en beeter zal ontvou= door de Engelsche vernield, ook zijn er tans reeds veeze Engelsche scheepen, weeder onderzeil gegaan, om nog meer andere plaetsen, die door de Hollandse Compagnie beseeten worden, op tesoeken, en uw Hoogheid diend tans, aan alle de baeijen, sabandharijen en uithoeken, verhoff te verleenen, en teffens bever„ te geeven, om bij aldien 'er Engelsche scheepen aldaar, door gebrek aan Leevens middelen of andere noodwen„ „digheeden, mogten koomen aantegie= „den, deselve als dan alle hulpe en „wen; bijstand. dan Samarang den 20„e Meij Ao 1783. bijstant te bewijsen, om reedenen uw Hoogheid te selo parang, zig met de Compagnie der Engelsche verbonden heeft, om malkanderen weeder zeids de behulpsaeme hand te bieden. - Toen het schip waarop zig den Joedagar Docter Teteben, neevens den Radeen Tommongong en ik mij bevond, te Carrang assen aangierde, zoo ben ik ook voor den gusti Moera te Carrang Assem dan, deese Conferentie scheint voor off ten tijde van de Maccassaarsche oorlog gaan verscheinen; zijnde zulks ge= gehouden en dus ruim 5 Jaaren gelee„ „den te zijn, en daar om de vreede her„weest ten tijde de Radja of koning „steld, en wij met G0a in een goede ver van Goa, aan den uuthoek Dalem „standhouding leeven, zoude men moo= „gen veronderstellen, dat de gemaakte was aangegierd. De Gusti Moera over eenkomst vervallen is, en dat heeft met mij zeer openhartig ge= dus de herinnering daarvan aan= „sprooken, en mij gelast, om zijnen „toond, dat de gusto van seloparrang voorslag, van met de Engelsche Com„ off Carrang Assem, in dit gevoelen zijnde geen nader onderhandelingen apagnie in vriendschap te leeven, en met de Engelsche heeft gehad,„ van malkander over en weeder hulp en welk een en ander ik egter hoope, na„ „der verseekering te krijgen, als den som„ bijstant te bewijsen; aan de Comp=e „missiant Daing soepoe, welke bereids der Ingeloche te wanCahoeloe voor na Balie vertrokken is, en aangenoo= te draegen; hebbende Justi Moera „men heeft, het antwoord op deesen brieff te besorgen, zal weeren gerever- boven dien ook nog een brief aan mij voor den Commandeur te kan„ „Cahoeloe meede gegeeven, welke brieff ik ook behoorlijk aan den Com= „mandeur te wancahoeloe overhan„ „digd, en denselven ook te kennen gegeeven heb, al het geene omij door Gusti Moera mondelings was ge= zegd. geworden. Deese vermaening zoude moeten doen Intusschen diend uw Hoogheid ter besluiten. deeser. o „teerd. 10
English
page 25. Samarang the 20th of May Anno 1703. to conclude that some trust has taken place or existed between us and Bali, from which one tries to alienate the Gusti by instilling fear, to which that entire passage is directed. at this time, not to trust the Dutch too much, for they are currently seeking only companions to die with them, and since the actions of the Dutch Company are thus, Your Highness must take care that Your Highness allows yourself to be led astray by them no more. For the rest, in this East monsoon the envoy from Cartasoura has arrived here; this envoy being a Chinese who was sent hither with a chaloup. Also two vessels from Macassar have arrived here with envoys from the king at Goa. Just as there has also arrived here a vessel from Pasjer, likewise bringing a letter from the Radjah or king of Wadjoc: the desire of all these envoys is unanimous, to establish an alliance with the English Company, and when the Dutch at Batavia are attacked, then all those kings shall likewise be present there; they shall wait so long until they hear that the English Company is in the Javanese fairway, whereupon they shall meet them there or anywhere else where they merely hear that the English are; I having wished to report all this to Your Highness, so that Your Highness might not remain deprived thereof. This is not without boastfulness, and is to be regarded as a rodomontade, and serves, were it possible, to strike some fear into those of Bali, or to be and remain devoted to the English. underneath stood: Samarang the 20th of May 1703. was signed: J: Siberg. This seems somewhat improbable, because no Javanese grandee will ever entrust a Chinese with that commission, and no probability of it appears either; However, I have spoken with the Macassar Governor Reike about this, in order to be able to take the necessary measures thereafter, and if possible at the same time to investigate to what extent this corresponds with the truth; That the Radja of Passir colludes with the English, Daing Soepoe strongly and firmly denies, saying he had spoken with the Nakhoda of the vessel, and that he well knew that no letters of such content had been received from Pissir at Bancahoeloe. Samarang the 20th of May Anno 1783. For the rest I presently have nothing else at hand to offer Your Highness as a token of health, than solely my heartfelt wish that Your Highness may obtain all salvation and blessing. underneath stood: Written in the Year of the flight of Mahomet 1197, on Sunday the 8th of the Light Moelut. lower: translated at Samarang by me was signed: Ck J: Rothenbuhler, sworn translator. Translation of a Malay letter, written according to its contents by Seri Paduka Adinda Daing Maroepa at Bancahoeloe to Seri Paduka Kakanda Bagus Medak and Batoe Apie at Samarang; received at Batavia the 25th of March 1703. After preceding compliments, this reads as follows: Further, Seri Paduka Adinda sends this letter to Kakanda to make known that, by the decree of Almighty God, two Bantam vessels from Samarang have been taken by the English cruisers between Onrust and Poelou Ponda, which were subsequently brought to Bancahoeloe: their cargo consisting of teak wood planks, yarn, and Samarang cloths has been sold by the English Company at public auction: on the same vessel were two Arabs from the city of Hadramaut, named Sheikh Said and Sheikh Alie; whom the said Company locked up, together with all the crew, but about ten days thereafter, Adinda made a request on behalf of the said gentlemen and the remaining crew members, whereupon they were released simply with what they were wearing: subsequently I have maintained the said gentlemen during their stay at Bancahoeloe, while the others went to seek their livelihood, the one eastward and the other westward: And as for the lord Sheikhs, Adinda granted them transport to Samarang on a Bugis vessel, so that Kakanda should obtain knowledge of all this. Lastly Copy. I have
Dutch transcription
pag„o 25. Samarang den 20=e Meij Ao 1703. besluijten, dat'er eenige vertrouwent- deeser tijd, de Hollanders niet te veel heid tusschen ons en Balie plaets of stand te vertrouwen, want dezelven zoeken, tans fo gegreepen heeft, waar van omen den Gus= „tij tragt te verwijderen, door schrik aan „ maar makkers, om met haar meede te „jaeging, waartoe die geheele periode is in sterven, en dewijl de bedrijven der Hol- „gerigt. „landsche Comp„e dus zijn, zoo moet uw Hoogheid zig in agt neemen, op dat uw Hoogheid zig niet meer door hun hun laat overleiden. voor het overige is in deesen Oost= mousjon den zendeling van Cartasoura alhier aangekoomen; zijnde, die zendeling een Chinees, die met een Chialoup na her„ „waerds gesonden is: Ook zijn er twee vaarthuigen van Ma= dog hier ove hebben ik den Maccasjaars Gou„ „everneur Reike onderhouden, om daarna de noo= „dige maatregulen te kunnen neemen, en was het „ Casser met zendelingen van den koning moogelijk teffens te ondersoeken, in hoe verre dit te Goa alhier aangekoomen. met de waarheid over een komt; Gelijk 'er ook alhier nog aangekoo„ Dat de Radja van passir met de Engelse heuld, spreekt. Daing soepoe fors en ferm „men is, een vaartuig van pasjer, meede teegens, zeggende met den Anachoda van het vaartuig te hebben gesproken, en dat die brengende een brief van Radjah of koning wel wist, dat van pissir geene brieven, van wadjoc: de begeerte van alle die zendelingen een zoodaenige inhoud, op Bancahoeloe ont is eenpaerig, om met d' Engelsche Comp=e „vangen waaren. een verbond op te regten, en wanneer de Hollanders te Batavia geattacqueerd worden, zoo zullen alle die koningen meede lange wagten, tot dat zij hooren, dat de En= „ge vrees aantejuegen, of de Engelschen toege„ geloche Comp:e, in het Javasche vaarwaeten. is, wanneer zij deselve aldaar of ergens anders, waar zij maar hooren dat de Engelschen zijn, te gemoed zullen komen; hebbende ik dit alles aan uw Hoogheid willen berigten, op dat uw Hoogheid daarvan, niet mogte verstooken blijven. Dit is niet zonder groot spraak, en als daarbij present weesen; zullende zij zoo een Rodomontaet. aante werken, en diend om waare het moogelijk, die van Balie eeni„ „daan te weesen en te Blijven. /:onderstond:/ Samarang den 20=e Meij 1703. /:was getek:/ J: Siberg. - Voor t Dit scheint eenigs ints onwaarsheine„ „lijk, om dat gemn Javaansche groote, ooit „wen, en geen waarscheinelijkheid komt er ook van voor; een Chinees die Commissie zal toevertrou= 1 Samarang den 20„e Meij A„o 1783. Voor 't overige hebbe ik thans niets anders aan handen, om uw Hoogheid ten teeken van gesondheid aan te bieden, dan eeniglijk wijn hartelijken wensch, dat uw Hoogheid alle heir en zeegen mag erlangen. /:onderstond:/ Geschreeven in het Jaar der vlugt van Mahomiet 1197., op zondag den 8=oe van het Ligt Moelut /lager:/ getranslateert te samorang door mij /:was geteekent:/ C„k J: Rothenbuchter, geswooren taanssateur. Translaat Maleidse briefje, geschreeven volgens inhond; door Sierie Padoeka Adin= „dah Daing Maroepa tot Bancahoeloe aan sirie Padoeka kakanda Bagus Me. „dak en Batoe Apie tot Samarang; ont„ „vangente Batavia den 25=e Maart 1703. — Na voorgaande Complimenten, Luid deesen als volgt! Wijders zend Sierie Padoeka Adinda dit briefje, aan Kakanda /: ter bekend maaking dat:/ na het besluijt der Alderhoogsten God twee Bantamse vaartuigen van samarang, door de Engelsche kruisjers zijn genoomen, tusschen onrust en Poelou Ponda, die vervolgens te Bancahoeloe zijn opgebragt: derselver lading /:bestaande in:/ kejaten= „houwte planken, gaaren en samarangse kleedjes, is door de Engelsche Compagnie per vendutie verkogt: in 't zelve vaartuig zijn geweest twee arabieren van stadlormot, zijnde genaamt Tjich Said en Tjech Alie; welke de gemelde Conip:s heeft opgeslooten, beneevens alle de opvaarende, dan omtrent tien daegen na dato, heeft Adinda weegens deselve heeren en de overige manschappen versoek gedaan als wanneer deselve, simpel met het geen zij aanhadden, zijn Los gelaaten: vervolgens hebbe ik gemelde Heeren, geduurende hun ver= „blijft op Bancahoeloe onderhouden, terwijl de overige hun Leevens onderhoud zijn gaan soeken, den eenen Oostwaards en den anderen wertwaerds: En wat de Heeren sjichs aangaat, deselve heeft adinval transport naar samarang verleend met een Boegnees vaartuig op dat kakandah kennis /: van dit alles:/ zoude bekoomen. Laestelijk Copia. hebbe
English
page 27. Samarang the 20th of May Anno 1783— have for now nothing as a sign of life, but the wishing of prosperity written below written in the year 1797 on Tuesday the 23rd of Rabi al-awwal having been the 25th of February 1783. lower translated by signed Lieutenant Gootsen thereunder was written Agrees was signed P: de Elwijk, Deputy First Sworn Clerk. Copy Account of the Nakhodas Daing Soepoe and Boegis, regarding the state and condition of Bancahoeloe given at Batavia: Firstly, the fort Bancahoeloe is provided with four bastions, on each bastion six cannon pieces, by estimate 12-pounders, thus together 24 pieces. Secondly, he says at the west gate another battery of 8 cannon pieces, the fort being very strong, and the ramparts on the outside lined with sloping earth ground. Thirdly, the inhabitants, both Europeans and Moormen, Chinese, Malays and other nations, are in total 4000 male persons strong. Fourthly, in the fort lie 60 European military men, one hundred Mozambicans, three hundred Moormen and 80 Malays. Fifthly, there being the European Governor named Moestakoes and five Councillors named Samila, Tabatang, Takillaka, and Mastakries. Sixthly, there are, furthermore, six Malay chiefs named Daing Tjellak, Pangerang Soengi Lamoe, Pangerang Soengie Aitam, Radeen Tommongong, Datoek Capitain, and Datoek Tjinagrie. Seventhly, Daing Tjellak is the supreme chief of the country and without whose order nothing can happen. Eighthly, the two Pangerangs Soengi Lamoo and Hetam govern the inhabitants and the two last-mentioned sit only along in the council, but have nothing to say. Ninthly, the Radeen Tommongong is as good as Admiral for the A . 1 . 1 Samarang the 20th of May Anno 1783 — calculated to the west: from Bancahoeloo to Padang; and to the east to Balembangang. Tenthly, the eldest son of Radeen Tommongong, Radeen Tawoeng Aloen, is Lieutenant, the second named Radeen Toenga is to Madras, the third named Radeen Sinaka is Ensign, the fourth named Radeen Tama is with his father Ensign, and with the same to Padang under the authority of Mastakries who is sent thither as Admiral to build a fortification there, the youngest son being as yet in no function. Eleventhly, they obtain their rice and other necessities from Bengal, Padang and Bali. Twelfthly, the three chiefs, namely Radeen Tommongong, Daing Tjillak and the Pangerang Soengie Lamoe, are especially loyal to the English. Thirteenthly, according to rumors, the Pangerang Soengie Hitam is very displeased with the English, because the Governor had his older brother named Radja Medan executed, and therefore if enemies should come before Bancahoeloe, he would turn against the English, the Pangerang Soenge Lamoe having also drawn the villages and peoples of the said Radja Medan to himself. Fourteenthly, under Bancahoeloe are five ships, of which two have departed for Padang and one for Poulo Pisang; one of these ships is named Admiral Brittanje, being manned with 330 men, both officers and sailors and soldiers. Fifteenthly, on the said roadstead lie two pantjallangs with which the King of Bali Karang Asem has sent rice to the English, and two pantjallangs of Radja Labakan of Macassar sent with an envoy to Daing Tjillak, there being also at Bancahoeloe an envoy of Sultan Moeda of the Mataram and of Mancoenagara, who has already been there three years and is named Radeen Maas, and who according to the content of a letter, written by those who found him, page 29. Samarang the 20th of May Anno 1783—. written that he may not depart from there, except with the Radeen Tommongong, and in which letter it is stated that the Radeen Tommongong should just come, even though the English did not want it, that they then together would attack the Javanese shores. Sixteenthly, in the fort on Poulo Pisang named Kroij lies an English Commandant named Master Pama and has under him 60 Moorish and 80 Malay military men and 17 Europeans. Seventeenthly, on Bancahoeloe on the east side there are another five small posts and named Bangcoena, Limoo, Padang-Goetjie, Mana and Saloema, there being at each a Resident and 10 soldiers, and on the west four, named Pali, Laje, Tehoen and Moeka Moeka, there being at each a European Resident and 7 soldiers. Eighteenthly, rumors are circulating that 9 ships of the English had intended to proceed to the Cape, but having learned that 50 French ships lay in that roadstead, they turned back again, their admiral being named Johnston. Nineteenthly, one learns that Ceylon has already been besieged for nineteen months by the English, and that the Company's fortresses on Padang are all demolished, and that the native chiefs there are in the utmost embarrassment, because they are no longer ruled by the Dutch Company and are very disunited among one another. Twentiethly, one learns that in Madras there is a lack of everything and it is very sadly situated, because on the land side it is surrounded by the native princes, and on the sea side by the French. Furthermore, the following vessels arrive and depart daily, namely from Sourabaija two Chinese sloops, whose Nakhodas are named Kapalo Boerok and Moeloet Binkok, the latter having arrived from Bali Badong, and a pantjallang whose juragan is named Tjikijang; from Boegis a pantjallang whose juragan is named Lawaka from the village Tjeloko, and a padewakang prahu also from Boegis from the village Boni Boeloeboeloe, that juragan being named Daing Mingnepe, from Bali Badong.
Dutch transcription
pag: 27. Samarang den 20„e Meij A:o 1783— hebbe voor als nog niets tot een teeken van Leeven, dan de toe„ „bidding van welvaart /:onderstond:/ geschreeven in 't Jaar 1797. op dings„ „dag den 23:e van Rabioelawas /:zijnde geweest den 25:e februarij 1783. /:lager:/ vertaalt door /:geteekent:/ L„t Gootsen /:daar onderstond:/ „ Accordeert /:was geteekent:/ P: de Elwijk, Adjunt Eerst gesw:Clercq. Copia Relaas van de Anachodas Daijn soepoe en Boegis, weegens de staat en geleegenheid van Bancahoeloe /:gegeeven te Batavia:/ Eerstelijk het fort Bancahoelde, is voorsien met vier punten, op elke opunt ses kanon stukken, na gissing 12. pon= „ders, dus te samen 24 stukken: Ten Tweeden, zegd aan de westpoort nog een batterij van 8 kanon stulken, sijnde het fort seer sterk, en de walle van buiten be= „ligd met een schuijns afloopende aarde grond. ten Derden sijn de Jnwoonders soo Europeesen als Moorse, Chineesen, Ma„ „leijers en andere Natie in het geheel sterk 4000. –. manspersoonen. Ten wierden leggen in het fort 60. Europeesche militairen, honderd Hon„ „sanbikers, drie honderd mooren en 80. maleijers. Ten vijfden, sijnde aldaar den Europeesch Gouverneur genaamd Moestakoes en vijff Raeden genaamd Samila, Tabatang, Takillaka, en Mastakries. Ten sesden sijn aldaar, nog ses maleiepe Hoofden genaamd Daing Tjel= „lak, pangerang soengi Lamoe, pangerang soengie Aitam, Ra= „deen Tommongong Datoek Capitain, en Datoek Tjinagrie. Ten seevenden is Daing Tjellak, de opperste van het Land en buijten wiens ordre niets kan geschieden. Ten agsten, de twee pangerangs soengi Lamoo en Hetam regeeven de Jnwoonders en de twee laastgemelde sitten, maar meede in de verga„ „dering, dog hebben niets te zeggen. Ten Heegende, den Radeen Tommongong is soo veel als Admiraal om de. A . 1 . 1 Samarang den 20„e Meij Ao 1783 — de west gereekent: van Bancahoeloo tot Padang; en om de Oost tot Balembangang. Ten Tiende is de oudste zoon van Radeen Tommongong, Radeen Ta- „woeng Aloen, Luitenant, de tweede genaamd Radeen Toenga is na Radras, de derde genaamd Radeen sinaka is vendrig, de vierde genaamd Radeen Tama is bij sijn voeder vaendrig, en met denselven na Padang onder 't gesag van Mastakries die als Admiraal daar natoe gesonden is, om aldaar een sterkte te bouwen, sijnde de Iongste zoon nog in geen functie. Een. blfden, soo krijgen zij hunne rijst als andere benoodigdheeden vant Bengale, Padang en Balie Ten twaalfden sijnde drie de hoofde, als radeen Tommongong Daing Tjillak en den pangerang soengio Lamoe, bisonder oprigt voor de Engelsche Tin Dertiende, soo is den pangerang soengoe Hitam, volgens gerug= „ten seer misvoegt over de Engelsche, om dat den Gouverneur sijn ouder kroeder genaamt Radja Medan heeft laaten ombrengen en dierhalven soo 'er vijanden voor Bancahoeloe kwaamen de Engel„ „sche te keer soude gaan, hebbende den pangerang soenge Lamoe ook de Nigorijen en volkerens van gemelde Radja Revan na sig getrokken. Ten veertiende onder pancakoeloo sijn vijff scheepen waar van er twee na Padang en een na Soula: pisang vertrokken is, een van deese scheepen is genaamd Admiraal Brittanje sijnde bemand met 330. -. man, soo officieren als mattroosen en soldaeten. — Ten vijftiende soo leggen 'er op gemelde rheede twe pantjalbings, waar= meede den koning van Balie karang Assan aan de Engelsche rijst gesonden heeft, en twee pantjallangs van Radja Labakan „van Macasser met een zendeling gesonden aan Daing Tjillak„ sijnde 'er nog op Pancahoeloo een sendeling van sulthan Moeda van de Mattarm en van Mancoenagara, welke aldaar reeds drie Jaaren geweest is en genaamt Radeen Maas, en die volgens inhoud van een brieff, weke door de geene die hem gevonden hebben ge- „schreeven. p=a 29. Samarang den 20=en Meij Ao 1703—. „schreeven is, dat hij niet mag daar van daar vertrekken, als met den radeen Tommongong, en in welke brieff gemeld staat dat den Ra„ „deen Tommongong maar soude koomen, schoon de Engelsche niet wilde, dat sij dan te samen de Javasche stranden soude attacqueeren. Ten sestiende in 't fort op poulo pisang genaamd kroij legd een Engelso Commandant genaamd Master Pama en heeft onder sig 60. moorsche en 80. maleidje militairen en 17. Europeeren. Ten seeventiende, soo sijn op Bancahoeloe aan de oostzijde nog vijf kleene posten en genaamd Bangcoena, Limoo, Padang-Goetjie, mana en Saloema, sijnde op ieder een resident en 10. soldaeten en om de west Vier, genaamd Pali, Laje, tehoen en moeka moeka, sijnde op ider een 1 Europeesh Resident en 7. soldaeten. Ten Agtiende, soo loopen de gerugten, dat'er 9: scheepen van de Engelsche sig na de Caab hebben willen begeeven maar vernoomen hebbende, dat op die rheede 50. fransche scheepen Laegen, zijn deselve weeder te rug gekeert, sijnde, dies admiraal genaamd Djonston. Tin Neegentiende, soo verneemt men, dat Clilon al neegentien maan= „den door de Engelschen beleegert is, en dat de Comp=s fortressen op padang altemaal geslegt sijn, en dat de Jnlandje hoofden aldaar in dE. uiterste verleegentheid zijn, om dat deselve niet meer door de Hollandse Comp„e geregeert werden en sijn seer: onbenig onder malkanderen. Ten Twintigsten, soo verneemt omen dat op Nadras aan alles gebrek en seer droevig gesteld is, door dien het aan de Landkant door de Jnlandse vorsten rondom beset is, en aan de zle kant door de franschen. Voorts koomen en vertrekken dagelijks de volgende vaartuigen als van sourabaija twee Chineese sloepen, welkers Nachodas genaamd zijn kapalo boerok en Moeloet binkok sijnde het laast gekoomen van Balie Badong en een pantjallang welkers djoeragang ge= „naamd is Tjikijang, van Boegis een pantjalling waar van de djoeragang genaamd is Lawaka van de Negorij Tjeloko en een prauw padewakang meede van Boegis van de Negorij Bonij boeloe= „boeloe, sijnde die Juragang genaamd Daing Mingnepe, vin Boalio nadoug 1
English
Samarang the 20th of May 1783— Badong two Padewakangs whose juragans are named bapa kalie and Latoepa, and from Batavia a pantjallang whose Nachoda is named Abrahim, and a mayang prahu whose Anachoda is a Chinese and named kemoeda, and further two pantjallangs, one from Balie Jasak per the juragan Moelija and one from Balie Karrang Assan per the juragan Gommok, from Mandhaar four vessels, of which two are wrecked, whose juragans are named Daing man andring, who was murdered by the English and stripped of everything because he had a Dutch pass, and Juragan Bandjar, and the third Anachoda is named juragan malatie, which latter was also stripped of everything, the fourth being a pantjallang from Poelouw Pangang under the Juragan Lapanahe. below stood: read aloud by the Malay clerk Ismael Ibrahim and translated by: was signed: J: Gordijn, sworn Translator; lower: Concurs: was signed: P: de Elwijk, Adjunct First sworn Clerk. Copy Translation of a Malay Letter written by Daing Maroepa or Tjillak, and all the chiefs of Bancahoeloe, To his uncle Gusti kotta karang, who holds his court at seloparang. After the customary preamble. Furthermore I make known to my uncle that I have very well received the said letter from the hands of the said emissary, who arrived with the vessels of Anachoda Moelia, and understood the contents thereof, in answer to which serves that as regards what he has reported concerning the ships that roam along the shores, it is the sincere truth folio 31. Samarang the 20th of May Anno 1703. is the truth, and which occurs because the English are now at war with the Dutch, and I inform Your Honour that the English have already conquered various Trading Posts of the Dutch Company, particularly on the Coast, and that many ships have now departed to seize the Dutch possessions wherever they may be, and I request that my uncle would please be so good, without fail, as to order all the places and the beaches belonging under Your Honour, if by chance English ships should arrive, to provide them with everything they require, as my uncle has indeed already entered into a Contract with the English to support each other in everything in time of need, that Contract having been made when the Raden Tommongong with doctor steven and I were at Karang Assain with an English ship, which occurred in the presence of Guste karrang awam, at which time Radja Goah was also present, and guste karang atsam confirmed this, who at the same time requested me to make this known to the English chiefs at Bancahoeloe, and to request that the English and the Balinese should support each other on all occasions, and that Your Honour also sent along a letter on your part to the Commander of Bancahoeloe, in which Your Honour requested this, which letter I handed over to the Commander in person, and at the same time verbally conveyed what Your Honour requested of me; as regards the present, I request Your Honour by no means to give any credence to the Dutch, as they seek to subjugate others with them, therefore Your Honour must not interfere with them in the least, and I communicate to Your Honour herewith that in this monsoon an emissary, being a Chinese from Cartajoera, arrived here with a sloop, and that also two vessels with an emissary from Radja Toah arrived here, one ditto from pasjir with a letter from Radja wadjo, who together are inclined to conspire with the English Samarang the 20th of May Anno 1783. Company, and are only waiting for the English to attack Batavia, and when they learn that the English are already in the Javanese sea, they will join the English together; this I make known to Your Honour, and assure you that this is the sincere truth; meanwhile I wish Your Honour God's blessing and request excuse that I send Your Honour nothing herewith. written in the Year djem 1197 on the 8th of the month Rabioelawal on Sunday at the stroke of 9 o'clock, having been, according to the Dutch style, the 9th of February 1780. below stood: read aloud by the Malay clerk Ismael Ibrahim, and translated by me at Batavia, was signed: J: Gordijn, sworn translator; lower: Concurs: signed: P: de Velwijk, adjunct First sworn Clerk. — End. 1 page 33. Samarang the 11th of August Anno 1783 — Batavia- To His High Honour! The Right Honourable, Mighty, highly Esteemed Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General and the Honourable Mighty Lords Councillors of the Netherlands Indies; etc. etc. etc. Right Honourable, Mighty, highly Esteemed Lord, — Honourable Mighty Lords! Deferring the formal reply to Your High Honours' highly respected Separate Letters of the 20th, 23rd of May, 8th and 22nd of July last past, until some matters arising therein shall have been settled, I only take the liberty herewith to respectfully inform Your High Honours that, pursuant to Your High Honours' pleasure, I have informed the Emperor and Sultan regarding the suspension of arms provisionally concluded between the King of England and the Dutch state, with an apparent prospect that peace will before long be concluded between the warring Powers in Europe, and that Your High Honours, for that reason and also because of the relief received of some troops, had resolved to accede to the request and desire of Their Highnesses at a convenient
Dutch transcription
Samarang den 20:e Meij 1783— Badong twee Padewakangs welkers doeragangs genaamt sijn bapa kalie en Latoepa en van Batavia een pantjallang welkers Nachoda genaamd is Abrahim en een prauwmaijang sijnde dies Anachoda een Chinees en genaamd kemoeda en nog twee pantjal= „lange, een van Balie Jasak per den djoeragang Moelija en een van Balie Karrang Assan per den djoeragan Gommok, van Mandhaar vier vaartuigen, waar van twee verongelukt sijnde, welkers djoeragange genaamd zijn Daing man an- „dring, die door de Engelschen vermoord is, en alles afgenoomen, om dat hij een hollandje pas had, en Gjoeragan Bandjar en de derde Anachoda is genaamd djoeragan malatie welk laetste meede alles afgenoomen is, zijnde de vierde een pantjallang van Poelouw Pangang onder den Juragen Lapanahe. /:onderstond:/ voorgeleesen door den maleidje schrijver Ismael Iboa„ „him en getranslateert door /:was geteekent:/ J: Gordijn, gou: Translateur /:lager:/ Accordeert /:was geteekent:/ P: de Elwijk, Adjunct Eerste geswoore Clercq. Copia Translaat Maleidse Brieff geschreeven door Daijng Maroepa of Tjillak, en alle de hoofde van Banca= „hoeloe, Aan zijn oom Gusti kotta ka„ „rang, die zijn stoff houd te selo parang. -. Na gewoone voorreeden. Wijders omaak ik mijn oom bekent, dat ik desselve brieff uit handen van desselve sendeling, die met de vaartuigen, van Anachoda Moelia meede gekoomen is, sier wel hebbe ontfan= „gen, en dies inhoud daar uit verstaan, en waarop in antwoord diena„ dat wat aanbelangt, het geene hij overnoomen heeft van de schee „pen die Langs de oevers aan de staande swerven de opregte waarheid. f„o 31. Samarang den 20„e Meij A„o 1703. waarheid is, en het welk geschied; om dat de Engelsche met de hollanders tans in oorlog zijn, en bedeelde uw Ed=e dat de Engelsche reets overscheidene Comptoire van de hollandje Compagnie ver„ „overt heeft, als wel voornamentlijk op de kust en dat 'er thans veeze scheepen sijn vertrokken, om de hollandse besittinge waar dat het ook is in te neemen, en versoeke dat mijn oom dog son„ „der fout soo goed gelieft, te zijn, om aan alle de plaetsen dan de stranden, die onder uwE gehooren te gelasten, soo 'er somwijle Engelsche scheepen aan koomen, van alle het geene wat sij be= „noodigt. hebbe te voorsien, dewijl mijn oom dog reets een Contract met de Engelsche heeft aangegaan, om in tijd van nood malkan„ „deren in alles te ondersteunen, sijnde dat Contract gemaakt toen den Radeen Tommongong met docter steven, en ik met Een Engelsche schip op Karang Assain sijn geweest, zijnde zulks ge= „schied in presentie van Guste karrang awam, als wanneer Radja Goah daarmeede present was, en guste karang atsam sulks bevestigde, die mij teffens versogt om sulx aan de Engelse hoofden op Bancahoeloe bekent te maaken, en te versoeken, dat de Engelse met de Baleijers malkanderen bij alle gelee„ „gentheid soude ondersteunen, en dat uw E: ook selvs opzij een brieff aan den Commandeur van Bancahoeloe heeft meede gegeeven, waar bij uwE: sulx versogt, en welke brieff ik eigen= „handig aan den Commandeur hebbe overgegeeven, en teffens het geene wEd: mij versogt heb mondelinge te verstaan gegeeven; wat aangaat voor het teegenwoordige, versoeke ik uw Ed: om dog de hollanders in 't minste geen gelooff te geeven, dewijl deselve andere met haar soeken te onder te brengen, dierhalve moet uwE sig in het minste niet met deselve bemoeijen, en Communicee„ „de uwE: bij deesen, dat alhier in deese mousson een sendeling, zijnde een Chinees van Carta joera met een sloep is aange„ „koomen, en dat ook alhier twee vaartuigen met een sendeling van Radja Toah sijn aangekoomen, een dito van pasjir met een brieff van Radja wadjo, welke gesamentlijk met de Engelse Compe Samarang den 20„e Meij A„o 1783. Compagnie geneegen zijn te saamen te spannen, en wagte maar alleen dat de Engelsche Batavia aittacqueeren en wan= „neer sij overneemen dat de Engelsche reets in de Javaesche zee zijn, gesaementlijk de Engelsche sullen toevallen, dit maak ik uw E: bekent, en verseekeren, dat sulks de opregte waarheid is; ondertusschen wensche ik uw E: Gods zeegen en versoeke Extius dat ik uwe bij deesen niets toesenden. geschreeven in het Jaar djem 1197. den 8. van de maand Rabioelawal op sondag de klokke 9. uuren sijnde geweest, vol„ „gens de hollandsche stijl den 9=e februarij 1780. /:onderstond:/ voorgeleesen door den Maleids schrijver Ismael Ibrahim, en getranslateert door mij /:te Batavia, was geteekent:/. I=s Gordijn geswoore translateur /:lager:/ Accordeert /:geteekent:/ P: de Velwijk, adjunt Eerste giowoore Clercq. — Eijnde. 1 pag:o 33. Samarang den 11:e Augustus Ao 1783 — Batavia- Aan zijn Hoog Edelheed! Den Hoog Edel, gestrenge, groot Achtbaren Heere, A„: Willem Arnola Atting, Gouverneur Generaal en de wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Reeder= =landsch Indie; enz: enz: enz: Hoog Edel, Gestrenge, Groot Aeltbaren Haari, — Wel Edele Gestrenge Heeren! De formeele berantwoording uwer Hoog Edelheeden zeer gerespec= „teerde Aparte Hicsives van den 20=e, 23: Meij, 8. en 22:e' Julij Jongst= Leeden uitstellende, tot dat eenige daar bij voorkoomende zaaken, hun beslag zullen hebben erlangd, neem ik bij deese eenelijk de vrijheid uwe Hoog Edelheeden Eerbiedigst te berigten dat ik ingevolge Hoogst Derselver goedvinden, den klijser en sulthan geinformeert heb, weegens de tusschen den koning van Engeland en de Nederlandsche staat bij provisie getroffene stelstant van waapenen, met een apparent vooruitsigt, dat de vreede eerlang tus- „ „schen de ooerlogende Hoogendheeden in Europa geslooten worden zal, en dat uwe Hoog Edelheeden, daarom, en ook om reeden der be„ „koomen ontset van eenige manschappen, beslooten hadden, aan het versoek en verlangen van Hunne Hoogheedens bij eene bekwaamen
English
Samarang the 11th August Ao 1783 to meet a suitable occasion, and consequently soon allow the Javanese auxiliary troops to return to their country; upon which given notification I for now await the answer of the said princes, which will however undoubtedly be pleasant for them to learn. While upon Your High Noble’s requisition regarding the route that the aforementioned warriors will have to take on Javanese soil, I have the honor to serve, that in my opinion the same could most easily happen in the manner the route was done by them upon departure from here to Batavia in the autumn of 1781, and that consequently the return journey could be arranged and determined in the manner as follows: the 1st day from Sabang under the Cheribon territory to Losari, 2. from Losari to Tagal, 3. Rest day at Tagal, 4. from Tagal to Pamalang, 5. from Pamalang to Paccalongang, 6. Rest day at Paccalongang, 7. from Paccalongang to Babadang, 8. from Babadang to Welerie, 9. from Welerie to Caliwongoe, and 10. from Caliwongoe to Samarang; as soon as I shall be informed by Your High Nobles regarding the certainty of the departure of the repeatedly mentioned peoples from Batavia, I shall give the necessary orders to the Residents and Regents in the Javanese territory, for the reception and the provision of what is necessary for those troops, meanwhile most respectfully soliciting Your High Nobles, that the repeatedly mentioned troops may be accompanied by Lieutenant Pentzlin and Cornet Smitt, among as many European troops as Your High Nobles shall be pleased to deem fit for the replacement of the dragoons missing at the courts of the princes. The Mr. Arnoldus Franciscus Lemker, appointed by Your High Nobles as second and Chief Administrator of the Malacca Government, in accordance with the freedom granted to him, being to undertake the journey from here to that Government with a private opportunity, unless the ship destined for Malacca undertakes the journey via Java, meanwhile expresses his most respectful thanks to Your High Nobles for the new post so graciously obtained upon his request. With which I have the honor to be with all high esteem and all respect. Below stood: title bearer. Your High Nobles' humble servant, was signed: J:s Siberg. In the margin: Samarang the 11th August anno 1783. Samarang the 18th August Ao 1783. Batavia. To His High Nobility. The High Noble, severe, Right Honorable Lord, Willem Arnold Alting, Governor General, and the Right Honorable severe Lords Councillors of the Netherlands Indies; etc. etc. etc. High Noble, Severe, Right Honorable Lord; Right Honorable Severe Lords! Under offering of the duplicate of my latest submission of the 11th of this month, of which the original was sent with the sloop the Caneelboom having arrived here from the Great East, I use in this the freedom further to serve in formal answer to Your High Nobles' very respected separate missives of the 20th and 23rd May, 8th and 22nd July last, and indeed to thank Your High Nobles in the first place, for the favorable resolution regarding the advance disbursement of two months' wages made upon my proposal to the two crews of Javanese seafarers sent from here with the ship Trompenburg to make the voyage to Ceylon, and subsequently placed on the ship Compagnies Welvaaren destined thither, in order to be able to provide themselves thereby with one thing and another to make the journey, and that also to each of the same at the capital had been provided two coarse Javanese garments, in the manner the same were sent by me to the capital, of which the amount calculated at 7 1/8 rixdollars the corge, in due time upon payout of their earned wages, would be deducted therefrom, and made known on the muster rolls. And since Your High Nobles had been pleased to resolve to act henceforth on the same footing with those of the aforementioned Javanese seafarers who will depart either for Ceylon, or for other distant places, and that therefore the 10 corges of garments sent by me to the capital were delivered to the Lord Rear Admiral for distribution, to subsequently be credited to Java with 75 rixdollars, I will properly comply with or cause to be observed the order of Your High Nobles to send from time to time some corges of those garments to Batavia for the aforementioned purpose; as I then also now send off again with the yacht De Twee Gebroeders 10 corges of those garments on account, taking into account at the same time the first-mentioned 10 corges. One daily looks out with longing here for the arrival of the provision ship De Hoop, in order to obtain thereby some relief from such articles of which one here and in general at the subordinate stations suffers great lack, especially of paper and quill pens, whereby one has already for a month long been brought into the necessity to do the necessary paperwork
Dutch transcription
Samarang den 11:e Augustus Ao 183— bekwaame Occagie te voldoen, en mits dien de Jarasche hulptrou= „pes eerlang weeder na hun Land laaten de rug keeren; op welk ge= „geeven berigt ik voor als nog het antwoord der gemelde vorsten te gemoete zie, 'twelk hun Egter zonder twijffel aangenaam te vernee= „men zijn zal. Terwijl ik op het requirit uwer Hoog Edelheeden om- „trent de route die de voorschreeven krijgers op den Javaschen boodem zullen moeten neemen, de Eer heb te dienen, dat mijne bedunkens deselve het facielst zoude kunnen gesrhieden, invoege de route door hun bij vertrek van hier nna Batavia in het na Jaar van 1781. is gedaan geworden, en dat mits dien de te rug reijse soude konnen worden geschikt en bepaald in maniere als: volgd: den 1=e dag van Sabang /:onder het Cheribons aeshied:/ tot Commorais, „ 2. „ „ Commoran tot Tagal, „ 3 „ Rustdag op Tagas „ 4. „ van Tagal na pamalang, „ 5. „ „ Samalang na Paccalongang, „ 6. „ Rustdag te paccalongang, „ 7. „ van Paicalongang, na Babadang „ 8. „ „ Babadang tot welerie, „ 9. „ „ Welerie tot Caliwonjoe, en „ 10: „ „ Caliwongoe tot Samarang; zoo draa ik door uwe Hoog Edelheeden, omtrent het positive van het vertrek der meermelde volkeren van Batavia zal ge= „informeert zijn, zal ik aan de Residenten en Regenten op het Javas territoir de noodige orders geeven, tot de receptie en de. p=a 35 /6 Samarang den 11„en Augustus A:o 1703. — E de bezorging van het noodige voor die Manschappen, intuschen ruwo Hoog Edelheeden Eerbiedigst solliciteerende, dat de troupes meer„ „meld moogen worden verseld van den Luitenant Pentzlin en Cornet Smitt, onder soo nis duropeers manschappen, als uwe Hoog Edelheeden zullen gelieven goed te vinden tot remplaceeringe van de aan de Hoven der vorsten ontbreekende Dragonders. —. Den door uwe Hoog Edelheeden tot secunde en Hoofd Administrateur van het Malaccas Gouvernement aangestelde H„r Arnoldus Francis Cus Lemker, ingevolge de aan hem verleende vrijheid, de reijse van hier „na dat Gouvernement met eene particuliere geleegentheid zullende aanneemen, indien anders het na Malacca gedestineert schip de reijse niet over Java aanneemd, betuijgd denselvens intusschen uwe Hoog Edelheeden Eerbiedigst dank, voor de op zijn versoek zoo gratieus Verkreegen nieuwen dienst. -. Waarmeede ik de zer heb met alle Hoor, agting en allen Eerbiedigst te zijn. /:onderstond:/ titus /:srager. uwer Hoog Edelheeden onder= „danige Dienaer /:was geteekent:/ J:s Siberg /:in margine:/ Samarang den 11:e Augustus anno 1783. . Samarang den 18=e Augustus Ao 1783. Batavia. - Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel, gestrenge, Groot Achtbaren Heere, A: Willem Arnola Alting, Gouverneur Generaal, en den wel Edele ge= „strenge Heeren Raaden van Ner„ „derlands Jndie; enz: enz: enz: Hoog Edel, Gestringe, Groot Achtbaren Heer; —n Wel Edele Gestrenge Heeren.! Onder aanbieding van het duplicaat mijner Jongste submisji van den 11=e hujus, waar van het Origineel met het alhier uijt de groote Oost aangegierd hebbende Chialoup de Caneel woom is. versonden, gebruijk ik in deesen de vrijheid verder in formeele beantwoording uwer 7 Hoog Edelheeden seel gerespecteerde aparte omissives van den 20=e 23=e Meij, 8. en 22=en Julij Jongstleeden te dienen, en wel uwe Hoog Edelheeden in de Eerste plaats te bedanken, door de gunstige deflectie Omtrent de op mijn voordragt gedaane voor uijtverstrecking van Twee maanden gagie aan de van hier met het schip Trompen„ „burg, tot het doen der reijse naar Ceilon gesondene, en vervol= „gens op het na derwaerds gedestineerd schip Compagnies welvae„ „ren geplaatste Twee ploigen Javaansche zeevaarende, ten einde zig p . . . 18 p=a 37. Samarang den 18:' Augustus A:o 1783. zig daardoor van het een en ander tot het doen der reijse te kon„ „nen voorsien, en dat ook aan eeder derselve ter Hoofdplaetse was Verstrekt geworden Twee Javasche groove kleetje, invoege dezelve door mij ona de Hoofdplaats gezonden waaren, waar van het bedraagen geree= „kent tot 71/8. rijxd:r 't forgie, in der tijd bij afbetaaling hunner ver„ „doende gagie, daarvan zoude gedecorteerd, en op de slaam lijsten bekend gesteld worden. —. En dewijl uuwe Hoog Edelheeden hadden gelieven te besluijten, om voortaan op den selvden voet te handelen met de geenen der opgemelde Javasche Zevaarenden, die het zij na Ceilon, dan wel na 1 andere afgeleegen plaatsen zullen vertrekken, en dat daarom de door omij na de Hoofdplaats gesonden 10. Corgies kleejes aan den Heer Schout bij magt ter destributie waaren afgegeeven, om vervol„ „gens Java met rd=s 75. –. ten goede te worden gebragt, zal ik de order uwer Hoog Edelheeden, om ten voorschreeven einde onu en dan eenige Corgier van die kleedjes na Batavia te zenden, behoorlijk nakoomen off laaten observeeren; zoo als ik dan ook thans met het Jagt de twee Gebroeders wederom 10. Corgier van die kleedjes onder aanreekening laat ofgaan, met aanreekening teffens van de eerst vermelde 10: Corger. — Het verlangen ziet men hier dagelijks uijt, na de komste van het Ruit schip de Hoop, ten einde daar door eenig ontset te erlangen, van zoodaenige articulen, waar aan men hier en in 't algemeen op de onderhoorige Comptoiren groot gebrek leid, bizonders, dan papier en penne schagten, waar door men al seedert een maand lang, in de noodsaakelijkheid is gebragt geworden, om het nodig schrijfwerk is 1
English
Samarang the 18th of August Ao 1783. clerical work has partly had to be brought to a standstill, because those articles were nowhere to be obtained. With the copper duijten the situation on Java is likewise so meager that the common people are no longer able to get a single Ropij changed at the markets or bazaars, as a result of which difficulties have even already arisen, and which is why I take the liberty to request Your High Noblenesses repeatedly and urgently to be provided with a parcel of that coin. Since it has pleased Your High Noblenesses, on account of the stock still on hand at Batavia as well as the lack of shipping space, to refrain for the present from the purchase of rice for the Company, on the assumption however that the contingents would be completely delivered, the pleasure of Your High Noblenesses regarding this has been written to all the rice-supplying offices, and the Residents have also been instructed to ensure that the contingents, which the regents under their jurisdiction are bound to deliver, are delivered in time for shipment to Batavia; with notification also of the authorization of Your High Noblenesses to permit again the private export of rice, as in the late preceding year, and to extend and allow it more broadly according as the harvest is favorable, provided Batavia retains the preference, and to keep the order concerning Iohor and Riouw maintained, but on the other hand to encourage the private trader in the transport of that grain to Malacca, and also as far as possible to ensure that what is exported for Malacca is indeed brought thither and not to other places, Samarang the 18th of August Ao 1783. paragraph 39 brought, as all of this will also be properly observed here. From the report sent to me by Your High Noblenesses from the gentleman Rear Admiral Schrijver, it appears that the native cordage made of goemoet and caijer yarns sent from Java to the capital does not meet the purpose, but that the manufacture thereof can take place more advantageously and suitably on the island of Edam, and Your High Noblenesses therefore order to refrain from making these ropes on Java, and on the contrary only to send over spun goemoet and caijer yarn, so the necessary orders have likewise been given at all the subordinate offices to comply with the high pleasure. From the recently dispatched general Samarang letter of the 11th of this month, it will have appeared to Your High Noblenesses that by the Macassar government, with the ship 'T Huijs te Krooswijck which returned to the Oosthoek, all the Javanese auxiliary troops who were still present in the aforementioned government have been sent back, except for 125 men of Sumenep, who would for the present still be kept there, so that with the return of those troops the request of the panumbahan of Madura for the return of his people has been fulfilled; who then will also all the more be able to acquiesce in what I, pursuant to the desire of Your High Noblenesses, have written to him concerning the Madurese auxiliary troops present at Batavia, namely that circumstances were by no means suitable for granting Samarang the 18th of August Ao 1783. the request of that Prince regent to let his warriors return, but that I assured him that as soon as Batavia should be provided with a sufficient number of European military, Your High Noblenesses would then give reasonable consideration to the request, in which assurance the said panumbahan has then also acquiesced. Pursuant to the authorization of Your High Noblenesses, permission has been granted to the Captain of the Chinese here, Ian Lecko, to send a vessel to trade with Atchien, under warning however not to engage in any prohibited trade, either on the outward or return voyage. The First Sworn Clerk of Police here, Gerhardus Roghé, appointed by the Lords Masters as junior merchant, intending to make use of the short leave to the capital granted to him by Your High Noblenesses with deduction of his pay, the Bookkeeper Diederik Wouter Tempest, upon arrival on Java, will also be granted leave to likewise make use of the short leave to Macassar permitted to him. The Tagal Resident has been properly instructed to forward and deliver, at a convenient opportunity, the usual provisions of rice to the honorable and rigorous gentleman Extraordinary Councillor of the Dutch Indies Adriaan Boesses at the capital. For the favorable consideration that Your High Noblenesses have been pleased to give to the proposal made by me, both regarding the dismissal of the Tommongong, Raden Aria Magatsarie, from the Regency of Patty with the title and rank of pangerang, as well as the appointment in [illegible]
Dutch transcription
Samarang den 18:en Augustus Ao 1783. schrijfwerk voor een gedeelte te moeten laaten stilstaan, uijt hoofde die articulen nergens sijn te bekoomen geweest. Het de koopere duijten is het insgelijks al op Java zoodanig soober ge„ „steld, dat de gemeente niet meer in staat is, een Enkelde Ropij op de passers of Bazaars gewissild te krijgen, waar door en selvs reets ab moeijelijkheeden ontstaan zijn, en waarom ik de vrijheid neem uwr Hoog Edelheeden bij herhaaling en empressement te versoeken om met een parthij van die omunt te moogen worden voorsien. — Door dat het uwe Hoog Edelheeden heeft behaagd, om, uijt hoofde van den te Batavia nog aanhanden zijnde voorraad, als ook ge„ „brek aan scheepe ruijmte, van den Jnkoop van Rijst voor de Com„ „pagnie, voor eerst aftesien, in veronderstelling egter dat de Contingen„ „ten Compleet zouden worden voldaan, is het goedvinden uwer Hoog „Edelheeden hier omtrent alle de rijst geevende Comptoiren aan„ „geschreeven, en ook de Residenten gelast om te zorgen, dat de Con„ „tingenten, die de regenten onder hun resort gehouden zijn te seeve„ „den, in tijds tot den afscheep na Batavia worden voldaan; met ken„ „nie geeving teffens van de qualificatie uwer Hoog Edelheeden, om den particulieren zutvoer van Rijst weeder te permitteeren, als in het laast voorleeden Jaar, en om die te extendeeren en ruij= „mer toe te staan, na maete het gewasch farorabel is, mits Bbo= „tavia de paeferentie houdende, en om de order omtrent Iohor en Riouw te laaten Aanthouden, maar om daarenteegen den par„ „ticulieren Handelaar tot den vervoer van dat draan na Malacca te animeeren, en teffens zoo veel doenlyk is te zorgen, dat het geen vvorn Malacca uitgevoerd word, ook aldaar en niet na andere plaatsen werde aan„ „gebragt,„ Samarang den 10:e Augustus Ao 1783. parc: 39— „gebragt, zoo als het een en ander ook hier behoorlyk zal wor= „den geobserveerd: —. uijt het door uwe Hoog Edelheeden omij toegesondene berigt van den Heer schout bij nagt schrijver, Consteerende, dat de van Java na de Hoofd=plaets gesondene Inlandje Touwerken van Toemoet en Caijer draaden aangemaakt niet aan de intentie voldoen, maar dat de vervaardiging van dien ten Eijlande Edam voordeeliger en geschikten ge„ „schieden kan, en oversulks uwe Hoog Edelheeden gelasten om van de aanmaeking dier touwen op Iava aftesien, en daar- en teegen eene. „lijk gesponnen goemoet en Caijer draad over te zenden, zoo is er insge„ „lijks op alle de staand- Comptoiren de noodige order gesteld, om aan het Hooge goed. „vinden te voldoen. —. Bij de Jongst afgegaane gemeene samarangsche missive van den 11:e deeser, zal het uwe Hoog Edelheeden gebleeken zijn, dat door het Maccassers ministerie met het in den Oosthoek geretourneert ship 'T Huijs te Krooswijck te rug gevonden zijn,; alle de ten voormelden hou= „vernemente zich voor als nog bevonden hebbende Javasse hulptrouper, tot op 125. koppen Sumanapers na, die aldaar voor eerst nog sonden worden aangehouden, is om met de terug zending dier manschap= „pen aan het versoek van den panumbahan van Radura, tot de te rug komst zijnen volkeren, voldaan; die dan ook oms soo veel te meer zal konnen berusten, in het geen ik aan hem, ingevolge de begierte uwer Hoog Edelheeden, omtrent de te Batavia zich bevindende Ma„ „dureese hulptroupes, heb aangeschreeven, dat namentlijk de omstan. „digheeden, voor als nog geensints geshekt waaren ter bewiliging in t. Samarang den 18:' Augustus Ao 1733. 't Versoek van dien Prins regent, om zijne krijgers te laaten te rug keeren, maar dat ik hem verseekerde, dat zoo ara men te Batavia van een genoegsaam getal Europeese Militairen zoude voorsien zijn, als dan uwe Hoog Edelheeden eene billijke reflectie op het versoek souden slaan, in welke versekering, dan ook gem: panumbahan heeft berust. —. p Jngevolge de qualificatie uwer Hoog Edelheeden is aan den Capitain der Chineesen alhier Ian Lecko, permissie verliend om een vaartuig te zenden, tot den handel op Atchien, onder waarshouwing egter geen verbooden handel te drijven, zoo bij de heer als te rug reijse. —. Den Door de Heeren Meesters tot onderkoopman aangestelden Eerstge „swooren Clercq van Politie alhier Gerharduw Roghé, van het door uwe Hoog Edelheeden, aan hem onder afschrijving van zijn gagie geaccordeert springtogtje na de Hoofdplaats gebruijk zul= „lende maaken, zal 'er ook aan den Boikhouder Diederik Wou= „ter Tempesel, bij overkomst op Jara, wijled worden gelaaten. om van het aan hem gepermitteerd springtogtje na Macasser, insgelijks gebruijk te maaken. —. Den Tagals Resident is het behoorlijk aangeschreeven, om ter be= „quamer geleegentheid, de gewoone provisien van Rijst; aan den wel Edelen gestrengen Heer Raad Extra ordinair van Neederlands Jndië„ Adriaan Boesses, na de Hoofdplaets voort desenden en te besorgen. — Voor de gunstige reflectie, die uwe Hoog Edelheeden hebben gelieven te vestigen op mijn gedaane voordragt, zoo tot ontslag van den Tom„ „mongong, Raden Aria Magatsarie, dut het Regentschip Patty„ met den tetus en Rang van pangerang, als in de aanstelling in ndergeles
English
page 45 Samarang the 11th of August A:o 1708. in his place, of his eldest son, the Radeen Jngebeij wiera Midjo, in the aforementioned regency of Pattij with the title and name of Radeen Tommongong Aria Notto Prodjo, I express my most respectful thanks to Your High Nobilities, and likewise also for the appointment in a similar manner of the present Regent of Joana, under the title and name of Maas Tommongong soero wie Cromo, in place of his deceased father; which aforementioned Pattij and Joana regents, as well as the pangerang Aria Magatsarie, have taken the oath of loyalty to the Company, and the two first mentioned have also executed a contract according to custom, of which I have the honor to present the attached to Your High Nobilities. I now comply with the requisition previously made by Your High Nobilities, in sending a draft contract designed by me, which I believe should and must be entered into between the Company and the succeeding crown princes in the event of the death of the sultan or the emperor. I sent the aforementioned contract in secret to the DjokjoCarta chief van Rhijn, in order to review the same, and in case he had any remarks to make regarding it, to submit the same to me on a separate paper, as was also done, in the separate points also offered to Your High Nobilities, of which I have incorporated a very few into the draft contract, but the rest appearing to me too verbose and restrictive for a newly appointed sultan, who is no less attached to the customs and manners Samarang the 10th of August Ao 1708. as his father, I could not find it proper in such a contract to detail everything according to the opinion of the said van Rhijn, but judging that brevity and conciseness in essentials is to be preferred, I nevertheless take the liberty to leave the matter deferred to the wiser discretion of Your High Nobilities; whilst I most respectfully note that in the aforementioned draft contract, according to the desire of Your High Nobilities, nothing is ventured about possible contracts. I have the honor to be with true high esteem and respect. Was written below: Titus. Lower: Your High Nobilities' humble and very obedient servant. Was signed: J:s Siberg. In the margin stood: Samarang the 18th of August A:o 1708. Lower: P.S. The Javanese princes, to whom I made the announcement upon the honored letter of Your High Nobilities regarding the apparent peace between our Republic and the crown of England and the upcoming return of their troops, have expressed to us in response their heartfelt joy, with expressions of thanks for the communication, and that they were awaiting further notice from me regarding the precise time that those warriors were to return, as will appear to Your High Nobilities from the translation copies of the letters respectfully accompanying herewith, received after the closing of this. Please turn over Samarang the 18th of August 1708. page 42 Copy. We the undersigned, having been appointed and nominated through the singular goodness of the Illustrious General Dutch Chartered East India Company as Regents of the Company's District of Pattij, with the titles and names of honor of Radeen Tommongong Aria Notto Prodjo and Radeen Tommongong Mancoe Coessoemo, bind ourselves hereby, together and each one in particular, alongside all our Mantries, great and small, none excepted, to the observance of the following conditions and terms, which we promise faithfully to observe and cause to be observed. Art. 1. That we will be true and faithful to the aforementioned Illustrious Dutch Company, our lawful sovereign, in the administration of its Regency of Pattij, and will attend to the service for the best of the same and its subjects, with all attentiveness, obedience, and zeal, according to the orders that shall be given to us from time to time, whether from Their High Nobilities in Batavia, or the Lord Governor and Director of this Coast in Samarang, or in their name by the Resident in Joana. Art. 2. That we, as often as it is required of us, shall appear personally in Samarang and even in Batavia, to show our respect to the Company our Sovereign, to whom we owe our entire prosperity and advancement. Art. 3. That on the contrary, we shall have no communion or correspondence with upper or inland Regents and Chiefs, any more than with others who do not, alongside us, fall under the Company, and especially with no one whomsoever, whether European, Company servant, or citizen, or Native, outside the territory of Java,
Dutch transcription
pag:a 45: Samarang den 11=e Augustus A:o 1708. desselvs plaats, van zijn Oudste zoon, den Radeen Jngebeij wiera Midjo, in het eeven gemeld pattijs Regentchap met den Titul en naam van Radeen Tommongong Aria Hotto Proijo, betuijg ik uwe Hoog Edelheeden eerbiedigst dank, en zoo meede ook voor de aanstelling in gelijkervoege van den presenten Joanas Regent, onder den Titul en naam van Maas Tommongong soero wie= „Cromo, in steede van desselvs overleedenen vader; welke voorschreeven Pattijse en Joanase regenten, mitsgaders den pangerang Aria Magatsarie, den Eed van Trouwe aan de Maatshappije hebben afge„ „legd, en de twee eerst gemelde ook een Contract na uisantie geparseerd heb„ „ben, waar van ik de Eer heb uwe Hoog Edelheeden, de nedergader aantebieden. — Jk voldoe thans aan het bevoorens: door uwe Hoog Edelheeden gedaan requisiet, in het oversenden van een door mij ontworpen Concept= Contract, die ik vermeen, dat 'er bij een voorvallende sterfgeval van den sulthan, of den keijzer tusschen de Compagnie en de succider= „rende kroonprincen zoude dienen en moeten worden aangegaan. Ik heb het voormelde Contract in secreterje aan het DjokjoCartas opperhoofd van Rhijn toegevonden gehad, ten einde deselve te resu= „weeren, en bij aldien hij eenige temarques daar omtrent te doen had, mij deselve als dan bij een apart papier op te geeven, invoege F ook geschied is, in de Aan uwe Hoog Edelheeden teffens, aangebooden wordende afsonderlijke poincten, waarvan ik eenige weinige in het concept Contract overgenoomen heb, dog het overige mij te wijdloopig. en bepaald, voor een nieuw aangesteld wordende sulthan, die miet minder op de gebruijken en manieren gesteld is. Samarang den 10=e Augustus Ao 1708. is als zijn vader, heb ik niet kunnen goed vinden bij een zoodanig Con„ „tract, alles na het goedvinden van gemelde van Rlijn te detailleeren, maar oordeelende, dat de kort- en - beknopheid in het zaakelijke te prefe„ „deeren is, gebruijk ik Egter de vrijheid het een en ander aan het wijser goedvinden uwer Hoog Edelheeden, gedifereert te laaten; ter= „wijl ik Eerbiedigst noteer, dat 'er in het miermeld Concept Contract„ ona de begierte uwer Hoog Edelheeden, niets is gewaagd van mogen Contacten. — Jk heb d' Eere met waare hoog agting en Eerbied te zijn. /: onderstond:/ Tetus /:lager:/ uwer Hoog Edelheeden, onderdaenige en zeer gehoorzaa„ „me Dienaer, /:was geteekent:/ J=s Siberg /:in margine stond:/ Samarang den 18:e Augustus A:o 1708. - /:Laager:/ P: J: De Javacschie vorsten, die ik op het geEerd aanschrijvens wer Hoog Edelhee„ „den; de bekendmaaking hadde gedaan, weegens de apparente neede tusschen onse Republicq en de kroon Engeland. en het aanstaande dethour hunner trouper, hebben wij in antwoord desweegens hunne kartelijk blijdschap te ken= „nen gegeeven, met dank betuijging voor de Communicatie en dat sij om het na= 1 „dere berigt, weegens de prasise tijd dat die krijgere stonden te rug te koomen, Van omij bleeven inwagten, in voegen uwHoog Edelheeden blijken zal„ uit de in Eerbied hier neevens ofgaande Copias nanslaat brieven, na het sluijten deeser ontfangen. -. verte Samarang den 18=e Augustus 1703. pag:o 42 Cooin Hij Ondergeteekenden, door de zonderlinge goedheis van de Doorlugtige Generaale Neederlandsche geoctroijeerde Oost: In= „dische Compagnie aangesteld en benoemd zijnde tot Regenten van 'sCompagnies District Pattij, met de Tituls en Eere Naamen van Radeen Tommongong Aria Notto Prodjo. en Radeen Tommongong Mancoe Coessoemo, verbinden ons bij deesen, te saamen en een ieder in 't bijsonder, neevens alle onse Mantries, groot en klein, geene uitgesondert, tot de nakoo= „ming der ondervolgende Conditien, en voorwaarden, welke Hy belooven getrouwelijk te zullen observeeren en doen Observeeren. —. Art: 1. Dat wij de voorschreeven Doorlugtige Neederlandje Compagnie; on„ „sen wettilgen opperheer, in het bestier van haar Regentschap Pattij, gehouw en getrouw weesen, en den dienst ten besten van deselve en Haare onderdaenen, met alle oplettendheid, gehoorzaamheid en iever waarneemen sullen, agtervolgens de beveelen die ons van Tijd tot Tijd zullen werden gegeeven, het zij van hunne Hoog Edelheeden te Batavia, dan wel den Heere gouverneur en Directeur deeser Custe te samarang, off uijt derselver naam door den Besi= „dent te Joana. Dat wij, soo dikwijls als het van ons gerequireert word ons persoo= „nelijk sullen koomen verthoonen te samarang en selfs te Batavia, om onse Eerbiedigheid te bewijsen aan de Compagnie onsen Opper= „Heer, aan Hien wij onse geheele welvaart, en bevordering te dan= „ken hebben. — Arto. 144. Dat wij daar en teegen, met booven off binnenLandse Regen= „ten en Hoofden, eeven min, als met andere, die niet neevens ons, onder de Compagnie sorteeren, en voor al met niemand hoe genaamd, het zij Europeesch, Compagnies dienier ofte Burger off Inlander, buijten het Territoir Jara, geen gemeenschap of Corres= Art: 11. =pondentie —
English
Samarang, 18 August Anno 1703. correspondence or exchange of letters, and shall not send or receive any emissaries at all, without special permission obtained for that purpose and the knowledge of the Lord Governor and Director at Samarang. That we likewise for that very reason shall not meddle with the trade carried on from outside into the country of Pattij, any further than the Company shall come to order and permit us; but that we shall watch, detect, and counter with all fidelity and attentiveness all smuggling and everything that might be put into practice to the detriment of the Company's trade or revenues here, whether in opium, cloths, or other articles of trade or commerce, both from the opposite shore of Java, Bali, and the other islands lying to the east thereof, as well as the Baviaan, or the island of Lubok, and from Borneo or elsewhere, from whence and whither it might be; and that we on the contrary shall maintain the shahbandaries of the Company located in the land of Pattij according to the old customs, as much as is in our power, seek to improve them, and also in that regard do and observe everything that shall be charged and commanded us on behalf of the Company. Art. V. That in recognition of the great favor shown to us, and as proof of our everlasting bounden fidelity to the Company, we shall not only raise annually at Mulud and pay at Samarang the amounts determined of old for this district: 314 29/30 Spanish reals or Rd. 393:34, that is to say, three hundred ninety-three Rijksdaalders and thirty-four Dutch stuivers for tjatja monies; item 260.-.- Spanish reals or Rd. 325.-.-, that is to say, three hundred twenty-five Dutch Rijksdaalders for Kalang monies; but also at the latest before the end of the month of October provide and deliver into the Company's warehouses at Joana 400, that is to say, four hundred koyans of rice, at fifteen Dutch Rijksdaalders page 45. Samarang, 18 August Anno 1703. the koyan; furthermore also 18, that is to say, eighteen piculs of indigo, if the crop yields that quantity, and otherwise as much as will be in any way possible for us, of the first or best sort, both at the Company's established prices; together with 900, that is to say, nine hundred pieces of beams, as large, heavy, and long as will be possible, at the currently established buffalo money of 36 stuivers for each beam; Whereunto we solemnly bind ourselves by these presents under penalty of forfeiture of the Regency entrusted to us. Art. VI. That in case the Company, over and above the aforementioned 400 koyans of rice which, as aforesaid, we are obliged to deliver annually without fail and any contradiction, should require still more rice, and should have that grain or also other products of the land purchased in their Regency of Pattij at the Company's ordinary purchase price or market price, we shall in no way oppose it, but on the contrary shall seek to facilitate and advance that purchase from our side as much as possible, as becomes and befits faithful Regents, binding ourselves hereunto in such a solemn manner that, should we remain in default regarding this, we shall willingly submit to the penalties and punishments that shall be imposed upon us on behalf of the Company. Art. VII. That in order the better to keep this our obligation and promise, we shall not only continually urge our subjects themselves to cultivate the lands and lease no negorijen or desas to Chinese or others without the special prior knowledge and permission of the Lord Governor and Director over this coast, but also strictly counter and seek to prevent as much as possible all clandestine purchasing of rice in the district placed under us, and likewise its export to places not under Java, and particularly to lands not falling under the Company; as well as, Samarang, 18 August Anno 1783. as well as allow no one, except those permitted to do so on the Company's behalf, to purchase rice other than for necessity, before our established contingent of the aforesaid 400 koyans shall be actually provided and received in the Company's warehouses at Joana. Art. VIII. That furthermore, for the service of the Company's ordinary works at Joana, we shall daily provide and keep in readiness, together: 50 battoors, not counting their lurahs and headmen; 10 prahu mayangs, besides the vessels required for cruising against the pirates; 4 horses; together with, in extraordinary occurrences, including the unloading and loading of the Company's ships, moreover as many battoors and vessels as shall be necessary for that time, all for nothing, which latter, however, we request may not be demanded of us outside the aforementioned occurrences and necessity for the Company's service; and then finally 4 prahu mayangs, each manned with 10 common sailors, besides their headmen, to convey the timber raft from Joana to Batavia in the good monsoon, against a payment of 50 Dutch Rd. for each prahu mayang. Art. IX. Further, we promise, together with our patihs and dhyaks given to us by the Company, to settle no matters of any importance concerning the subject, except with the communication and consent of the aforementioned Lord Governor and Director; but that we shall henceforth refer all delinquents and criminals, according to the order of the Company, to the Landraad at Samarang, and content ourselves solely with the settlement of small disputes of little consequence. Art. X.
Dutch transcription
Samarang den 18=' Augustus Ao 1703. „pondentie, dan wel Brieff wisseling houden en door al geene zende„ „lingen zenden, off ontvangen zullen, zonder daartoe erlangde spe= „ciaale permissie en meede weeten van den Heere gouverneur en Directeur te Samarang. Dat wij ook eeven daarom, ons met de Negotie die van buijten in het land Pattij gedreeven word, niet verder sullen bemoeijen, als de Compagnie ons komt te ordonneeren en toelaaten zal, dog dat wij met alle Trouwe en oplettendheid zullen waaken, wleeken en teegen gaan, alle sluijkerijen, en alles wat tot nadeel van 'sComp:s Negotie off Jnkomsten alhier, mogte werden in het werk ge„ „steld, het zij in Amphioen, kleeden of andere Articulen van han„ „del off Negotie, soo van de overwal van Jara, Balio en de verdere Eylanden daar bevosten leggende, ook de Baviaan, off het Eijland Lubok, als van Borneo off elders, van waar en waar na toe het zoude moogen weesen, en dat wij in teegendeel de sabandharijen van de Compagnie in het Land van Pattij leggende, volgens de oude gebruijken, sullen mainctineeren, soo veel in ons vermoogen is, soe= „ken te verbeeteren, en ook daar omtrent te doen, en te observeeren alles wat ons Compagnier weegen zal gelat en ongedraagen worden. — Art: V. Dat wij in erkentenisse van de groote gunste ons beweesen, en tot bewijs van ons beuwig duurende schuldige Trouwe aan de Compagnie Jaarlijks met Moeloet niet alleen sullen opbrengen en te samarang voldoen, de van ouds voor dit district bepaalde. — 314: 29/30. spaanse reaalen off Rd:s 393. 34. /: zegge:/ drie Honderd drie en Neegentig Ryksd:s en vier en dertig stuijvers hollands„ voor Tjatjas gelden; Jtem 260. –. - spaanse Reaalen oft Rd:s 325. –. /: zege :/ drie Honderd vijff holl=s en twintig Rijxd=s „ voor Calangers gelden; maar ook uiterlijk voor het uitgaan van de maand October in 'sComp:s pakhuij= „sen te Joana te besorgen en Leeveren 400. /zegge:/ vier honderd Coijangs Rijst, teegen vijftien rijxd:s holl=s Anl. 141 de; 1 10 1 pag:o 45. — Samarang den 18:e Augustus Ao 1703. de Coijang; voorts ook 18: —/ zegge Agtien Picols Jndigo, indien het gewas die quantiteijt uitleeverd, en anders zoo veel ons maar immers moogelijk zal zijn, Eerste off Beste zoort, beijde tege Comp: bepalde prijsen, meevens 900. /:zegge :/ weegen honderd pees Balken, zoo groot, swaar en lang, als moogelijk zal weesen, teegens het thans bepaalde Buffels geld van 306. stuijvers, voor ieder Balk; Waartoe wij ons bij deesen onder verbeurte van het ons toever„ „trouwde Regentschap solemneel verbinden. Art: 17. Dat wij ingevalle de Compagnie booven de voorschreeven 400. –. Coijangs Rijst, die wij gelijk voorsegt verpligt zijn Jaarlijks zon„ „der fout en Eenige teegenspraak te leeveren, nog meerder Rijst mogte benoodigd weesen, en die korl off ook wel andere producten van het Land, in haar Regentschap Pattij teegens or„ „dinaire sComp:s Jnkoops, dan wel markts prijs, liet inkoopen, ons geensints daar teegen sullen aankanten, maar in teegendees„ die opkoop van onse kant, zoo als getrouwe Regenten toestaat, en betaamd, soo veel moogelijk sullen zoeken te faciliteeren en be= „vorderlijk maaken, verbindende ons hier toe op een zoodaenige Co„ „lemneele wijse, dat wij daaromtrent ingebreeken blijvende ons ge„ „willig sullen onderwerpen, aan de penaliteiten en straffen, die ons van weegen de Comp:e sullen werden opgelegd. Art„a 171. Dat wij om deese onse verpligting en gelofte te beeter gestand te doen, niet alleen onse onderhoorige selvs, steeds tot de bebouwing der Landen aansetten en geene Negorijen off desjaer aan Chineesen off andere buijten speciaale voorkennisse en permissie van den Heere Gouverneur en directeur over deese kust verhuuren sullen, maar ook allen Clandertinen opkoop van Rijst in het district onder ons gesteld, en soo ook dies uitvoer naar plaatsen niet onder Java, en wel insonderheid, naar Landen niet onder de Comp=e forteerende, soo seel moogelijk strengelijk sullen teegen gaan en soeken te weeren, mitsg=s Samarang den 18=e Augustus Ao 1783. mitsgaders buijten de geene die zulk sCompagnies wegen wrd gepermitteerd, door niemand anders Rijst, als tot nooddruft sul= „len laaten Jnkoopen voor dat ons bepaald Contingent van 400: Coijange voormeld, weesentlijk in 'sComp:s pakhuijsen de Joana zal besorgd en ontfangen zijn. Art. 1741. Dat wij voorts almeede ten dienste van 'sComp:s ordinaire werken te Joana, dagelijks zullen besorgen en gereed doen houden, te zaamen. — 50. -. Battoors, ongereekend derselver Loeras en Hoofden, 10: prauwmajangs, buijten de vaartuijgen die ter bekruisjing teegen de hieroovers werden gerequireerd., 4: paarden; mitsgaders bij Extra ordinaire voorvallen, ook van ontlossing en belaading van 'sComp:s scheepens, daar en booven nog soo veel Battoors en Vaartuigen, als voor die tijdt noodig zullen zijn, alle voor niet, dog welke laatste wij versoeken, dat buijten de voorschreeven gevallen en noodsaakelijkheid tot 'sComp=s dienst, van ons niet moogen gevergd worden; en dan nog Eijndelijk 4. prauw Maijangs, ieder bemand met 10. gemeene mathoosen buijten derselver Hoofden, om in de goede mousjon, het Houtvlot van Joana na Batavia over te brengen, teegen Eene betaaling van 50. rd:s holl: vor ieder paauw magang. Art. IX. Wijders belooven- wij, neevens onse pepattijs en Jaxas, door de Com„ „pagnie aan ons gegeeven, geene zaaken, van Eenige aangeleegent= „heid, den onderdaan betreffende, aftedoen, dan met Communicatie en toestemming van den Heere Gouverneur en directeur voormeld; maar dat ij alle delinquanten, en misdaedigers voortaan na de ordre van de Compagnie zullen renvoijeeren, aan den Land„ raad tot samarang, en ons Eenelijk te vreeden houden met de afdoening aan kleine geschillen, van weinig belang. Art X. 1
English
Samarang, the 10th of August Anno 1783. page 47. Article X. Just as we also, in general, promise to treat the subjects of the Company's Regency of Pattij, both great and small, placed under our supervision, in all justice and equity, not to impose any new burdens, not to dismiss, wrong, or replace any of our mantris, much less jaxas or pepattijs, but that if any of them should behave disloyally or unrighteously toward us, or even much more so toward the Company, we shall first give notice thereof and implore assistance, even if necessary to the provisional arrest of their person and goods, then submitting the case for decision to the Lord Governor and Director of Samarang. Article XI. Furthermore, we seriously promise that we shall continually endeavor to live in all peace and friendship with everyone, as well as make our subordinates maintain all peace and friendship among one another, and that we shall not meddle in the least with the government of the bordering lands, nor usurp any authority over such regions, but on the contrary shall live in all peace, friendship, and good neighborliness with those who are appointed by the Company as Regents in those lands, and their subordinates, the more so because this is also the Company's command to the inhabitants of those lands, and such therefore serves for mutual peace and prosperity. Article XII. Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made herein, and which in time might require any further definition, we shall abide by the discretion of the Company and shall obey with zeal and diligence the orders that might be given in that regard, whether in case of any change or otherwise, just as we, in token and proof that we shall sacredly fulfill, observe, and cause to be observed, without the least deviation or contradiction, the contents of this deed and the promises and obligations made therein, Samarang, the 18th of August Anno 1783. have signed this deed of bond, together with two others of the same tenor, with our own hand, sealed it with our seal, and solemnly sworn to it upon the Quran, at Samarang, the 21st of July Anno 1783. [below stood:] Done, signed, and sealed there, in my presence [was signed:] J. Siberg, alongside the Company's seal, stamped in red wax. [in the margin, beneath the Javanese, stood underneath one another:] the marks, signatures, and seals, stamped in red wax, of Raden Tomm: Aria Hotto Prodjo, Raden Tomm: Mangcoe Coesjoemo, and the Chief Regent of Samarang, Kiai Adipattij Soero dimongolo. [still lower:] To my knowledge [was signed:] F. J. Rothenbuhler, sworn translator and scribe. Copy. I, the undersigned Maas Ingebeij Soemo dio Poero, now by the exceptional goodness of the Illustrious General Dutch Chartered East India Company appointed, in place of my deceased father the Tommongong Soero wikromo, as Regent of the Company's district of Joana, with the title and honorary name of Maas Tommongong soero wikromo; bind myself, together with all my mantris great and small, none excepted, to the fulfillment of the following conditions and terms; which I promise faithfully to observe and cause to be observed: Article I. That I shall be true and faithful to the aforementioned Illustrious Dutch Company, my sovereign, in the administration of its district of Joana placed under me, and shall attend to the service for the best of the same and its subjects, with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the commands that shall from time to time be page 49. Samarang, the 10th of August Anno 1783. given to me, whether by the High Indian Government at Batavia, the Lord Governor and Director of this Coast, or in their name, by the Resident of the Company's lodge here at Joana. Article II. That as often as it is required of me, I shall come to present myself in person at Samarang and even at Batavia, to show my respect to the Company, my sovereign, to whom I owe my entire prosperity and advancement. Article III. That, on the other hand, I shall maintain no community or correspondence with inland or upper-country Regents and Chiefs, any more than with others who do not fall under the Company along with me, and above all with no one outside Java, without having obtained special permission thereto from the Lord Governor and Director at Samarang. Article IV. That I likewise shall not meddle with the trade carried on from outside into the land of Joana, further than the Company comes to order and permit me, but that I shall with all fidelity and attentiveness watch, prevent, and counteract all smuggling and everything that might be done here to the detriment of the Company's trade or revenues, whether in opium, textiles, or other articles of trade or merchandise, both from the opposite coast of Java, Bali, and the further islands lying to the east, also the Bawean on the island of Lubock, as well as from Borneo or elsewhere, from wherever and to wherever it might be, and that I, on the contrary, shall maintain the shahbandar posts of the Company situated in the land of Joana according to ancient customs, seek to improve them as much as is in my power, and also do and observe in that regard everything that shall be ordered and assigned to me on the Company's behalf. Article V. That in acknowledgment of the great favor shown to me, and in proof of my everlasting, dutiful loyalty to the Company, I shall annually
Dutch transcription
Samarang den 10=en Augustus A:o 1783.. pag:=a 47. Art: X. Gelijk wij ook in het algemeen, belooven de onderdaenen van 'sComp:s Regentschap pattij, soo wes groote als kleine, onder onse op„ „zigt gesteld, in alle regt en billijkheid te behandelen, geene nieuwe Lasten op te leggen geene van onse mantries veel min Jaxas off pepattijs te verstooten, te verongelyjken of te verwisselen, maar dat wij wanneer iemand van deselve sig ontrouw off onvroomelijk teegens ons, of nog soo veel te meer teegen de Comp:e gedraagen mogte alvoorens daaraff kennisse geeven en assistentie imploreeren sullen, selvs des noods tot eene provisioneele Arresteering van desselis persoon en goederen geevende de zaak dan over ter dicisie van den Heere gouverneur en directeur de Samarang- Art. XI. Wijders belooven wij serieuselijk, dat wij met een ieder geduurig in alle vreede en vriendschap sullen tragten te leeven, mitsgaders onse onderhoorige onder den anderen ook alle vreede en vriendschap doen onderhouden, en dat wij ons met de Regeering van de aan= „grensende Landen, in het minste niet bemoeijen, of over soodaenige Landschappen, Eenig gezag aanmaetigen, maar in teegendeel met de geene, die door de Compagnie als Regenten in die Landen aangesteld zijn, en haare onderhoorige, in alle vreede, vriendschap en goede nabuurschap Leeven zullen, te meer dat ook sComp=s be„ „veelen is aan de Jnwoonders van die Landen, en zulks, dus tot Weederseidje rust en wilvaard komt te strekken. Art: X14. Eijndelijk en ten Laatsten, dat wij in alle Extra. ordinaire voor„ „vallen, waar van in deese met speciaal is gesprooken, en die in der tijd Eenige nadere bepaaling mogte Requireeren, ons aan het goedvinden van de Compagnie gedraegen en de ordres die daar omtrent, het zij, in Cas van eenige verandering off andersints, mogte gegeeven werden, zoo wel met iever en vlijt sullen Obedieeren, als wij tot een teeken en bewijs, dat wij den inhoud deeser Acte en de daar bij gedaane beloften en verbin= tenissen Samarang den 18=e Augustus A„o 1783. „tenissen, zonder de minste afwijking, Heilig sullen nakomen en meene natekoomen, mitsgaders onderhouden, en doen onder= „houden, zonder de minste teegenspraak, deese acte van verband neevens nog twee van geleijken inhoud, met eigen hand onder „teekend, en met ons zeegel verseegeld, mitsgaders op den Alcoran plegtig beswooren hebbe, te Samarang den 21:e Julij A:o 1783 /:onderstond:/ Aldaas gedaan, geteekend, en geseeguld, ten mijnen overstaan /:was geteekent:/J Js Siberg, daar neevens 't sCompagnies Cachet, gedrukt in Rood Lacq /:in margine onder 't Javaans stonden onder den anderen :/ de merken; handteekeningen en Cachetten, gebrukt in rood Lacque van Radien Tomm: Aria Hotto Prodjo, Raden Tomm: MangcoeCoesjoemo en den Samarangs Hoofd regent, Kieij Adipattij Soero dimongolo /:nog lager:/ Jn kennisje van mij /:was geteekent:/ f. J: Rothenbuhber, gesw: transl: en scriba. Copia. Ik Ondergeteekende Maas Jngebeij Soemo die Poero, thans door de sonderlinge goedheid van de Door„ „lugtige generaele Neederlandsche geoctroijeerde Oost In= „dische Compagnie, in steede van mijnen overleedenen vader den Tommongong Soero wikromo tot Regent van 'sComp:s district Joana, met den Titul en Eere saam van Maas Tommongong soero wikromo aangesteld zijnde; verbinde mij neevens alle mijne mantries groot en klein geine uitgesondert, tot de nakoming der onder= „volgende Conditien en voorwaarden; welke Jk beloove ge= „trouwiglijk te sullen observeeren, en doen observeeren: Art„l I. Dat ik de voorschreeven Doorlugtige Nuderlandsche Maatshappije, mijnen opperhier, in het onder mij gestelde bestier van haar district Ioana gehouw en getrouw weesen en den dienst ten besten van deselve en haare onderdaanen, met alle oplettendheid gehoorzaamheid en iever waarnee„ „men zal, agtervolgens de beveelen, die mij van tijd tot tijd zullen werden. — pag„a 49. Samarang den 10:' Augustus Ao 1783. — werden gegevens, het zij van de Hooge Indiasche Regiering te Batavia den Heere Gouverneur en directeur deeser Custe, dan wel uit derselver Naam, door den Resident van sCompagnies Logie hier te Joana. Nrto: 41. Dat ik soo dikwils als het van mij gerequireerd word, mij perzoo= „nelijk zal koomen vertoonen te samarang en selvs te Batavia, om mijne Eerbiedigheid te bewijsen, aan de Compagnie mijnen opperteer, aan wien ik mijne geheele welvaard en bevordering te danken hebbe. -. Art: 144. Dat ik daar en teegen met boven of binnen Landsche Regenten en Hloofden, eeven min als met andere die, niet neevens mij onder de Compagnie sorteeren, en voor al met niemand buijten Iara geen gemeenschap off Correspondentie houden zal, zonder daartoe erlangde speciaale permissie van den Heere Gouverneur en Directeur te Samarang. - Art„ 1V. Dat ik ook seven, daarom mij met de Negotie, die van buijten in het Land Ioana gedreeven word, niet verder zal bemoeijen, als de Compagnie mij komt te ordonneeren en toelaaten zal, dog dat ik met alle trouwe en oplestendheid zal waaken, weeren en teegengaan, alle sluijkerijen en alles wat tot nadeel van 'sComp:s Negotie off Inkomsten 12 alhier mogte werden in het werk gesteld, het sij in Amphioen, kleeden off andere Artikulen van handel off Negotie soo van de overwal van Java, Balie en de verdere Eijlanden daar bevosrten leggende, ook de Baviaan op:t het Eijland Lubock, als van Borneo off elders, van Haar en waar na toe het soude moogen weesen, en dat ik in teegendeel, de sabandharijen van de Compagnie in het Land van Ioana leggende„ volgens de oude gebruijken zal mainctineeren, zoo veel in mijn vermoogen is, soeken te verbeeteren, en ook daar omtrent, te doen en te observeeren; alles wat owij 't Compagnies weegen zal ge= „last en opgedraagen worden. —. Art: V. — Dat ik in erkentenisse van de groote gunste mij beweesen, en tot bewijs van omijne Eenuigduurende schuldige trouwe aan de Comp: Jaarlijks