Inventory 3653
Japan · 1,390 pages · 388 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Samarang, 18 August Anno 1783 Yearly at Moulout, not only shall bring up and pay at Samarang the 110 Spanish Reals or 137 ½ rd:s, say One Hundred Thirty-Seven and a half Dutch Rijxdaalders, determined from of old for that district for tjatjas moneys, but also at the latest before the end of the month of October deliver and supply into the Company's warehouses at Joana 140, say One hundred Forty Coyangs of Rice, at 15 Dutch rd:s the Coyang; furthermore also 4, say four picols of Cotton yarn, as much as possible of the finest sort or L:a A:, and 300, say Three Hundred pieces of Beams, as long and heavy as possible, at 36 stivers in Buffalo moneys for each Beam. To which I hereby solemnly bind myself under forfeiture of the Regency entrusted to me. Article VI. That, in case the Company, over and above the aforementioned 140 Coyangs of Rice, might require yet more Rice, and might purchase that or also other Products of the Country in its Regency of Joana at the ordinary Company's purchase price or market price, I shall in no way oppose this, but on the contrary shall seek to facilitate and advance this purchase from my side as much as possible, as is proper and fitting for a faithful Regent, binding myself hereto in such a solemn manner that, should I fail therein, I will willingly submit myself to the penalties and punishments that shall be imposed on me by the Company. Article VII. That, in order to better maintain these obligations and promises of mine, I shall not only constantly encourage my subjects themselves to cultivate the lands and lease no negorijen or desas to Chinese or others without the special prior knowledge and permission of the Lord Governor and Director over this coast, but also strictly counter and seek to prevent as much as possible any clandestine purchasing of Rice in the district placed under me, and Samarang, 18 August A:o 1783 page 51 likewise its export to places not belonging to Java, and particularly to lands not under the Company's jurisdiction, and furthermore, apart from those who are permitted to do so by the Company, allow no one to purchase Rice, except for necessity, before my specified Contingent of 140 Coyangs aforesaid has actually been delivered and received into the Company's warehouses at Joana. Article VIII. That I furthermore shall also daily procure and keep ready here for the service of the Company's ordinary works: 15 Battoors, not counting their Chiefs, for the service of the Company's Lodge and warehouses; 4 prauw mayangs, besides the vessels that are required for cruising against the pirates; 2 horses, and in extraordinary occurrences, also for the unloading and loading of the Company's ships, the necessary Battoors and vessels in addition to those, all for free, which latter, however, I request may not be demanded of me outside the aforementioned cases and necessity for the Company's service; and then finally also 1 prauw mayang, manned with 10 heads of ordinary sailors, besides the Chiefs, to convey the timber raft from Joana to Batavia in the good monsoon against a payment of 50 Dutch Rd:s. Article IX. Further, I promise, alongside my pepatih and djaksa given to me by the Company, to settle no matters of any importance concerning the subjects, except with the communication and consent of the aforementioned Lord Governor and Director; but that I shall henceforth, according to the order of the Company, refer all delinquents and criminals to the Landraad at Samarang, and content myself solely with the settlement of small disputes of little importance. Article X. Samarang, 18 August Ao 1783 Just as I also promise in general to treat the subjects of the Company's Regency of Joana, both great and small, placed under my supervision, in all justice and fairness, to impose no new burdens, to dismiss, wrong, or replace none of my mantris or my djaksa or pepatih, but that if any of them should behave unfaithfully or too dishonestly toward me or all the more so toward the Company, I shall beforehand give notice thereof and implore assistance, even if necessary for a provisional arrest of his person and property, then submitting the case for the decision of the Lord Governor and Director at Samarang. Article XI. Further, I promise seriously that I shall continually seek to live in all peace and friendship with everyone, and also make my subordinates maintain all peace and friendship among one another, and that I shall not meddle in the slightest with the government of the adjacent lands, or assume any authority over such territories, but on the contrary shall live in all peace, friendship, and good neighborliness with those who have been appointed by the Company as Regents in those lands and their subordinates, all the more because it is also the Company's order to the inhabitants of those lands, and thus tends to mutual tranquility and prosperity. Article XII. Article X. Finally and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made herein, and which in time might require any further determination, I will abide by the discretion of the Company, and will obey the orders that might be given in that regard, whether in case of any change or otherwise, with zeal and diligence, as a token and proof that I [illegible] the contents of this Act and the promises and obligations made therein, without the least deviation, Sacredly
Dutch transcription
Samarang den 18=e Augustus Anno 1783 Jaarlijks met Moulout niet alleen zal opbrengen en te samarang voldoen, de van ouds voor dat district bepaalde 110. – spaansche Reaalen off 137 ½. rd„s /: zegge (Een Honderd seeven en der„ „tig in Een halve Rijxdaalders hollands voor tjatjas gelden, maar ook uijterlijk voor het uitgaan van de maand October in 'Comp=s pakhuijsen te Joana bezorgen en Leeveren. 140. –. /: Zigge:/ Een honderd Veertig Coijangs Rijst, teegen 15. rd„s holt„s de Coijang; voorts ook 4. /: zegge:/ vier picols Cattoene gaaren, soo vees doenlijk van de fijnste zoort off L:a A:, en 300. – /:zegge:/ Drie Honderd pees Balken, soo lang en swaar als moo„ 18 „gelijk, teegen 36. stx:s aan Buffel gelden, voor ieder Balk. Waar toe ik mij bij deesen onder verbeurte van het omij toe= vertrouwde Regentschap solemneel verbinde. —. Art„o 17. Dat ik; ingevalle de Compagnie, booven de voorschreeven 140. Coij=t Rijst, nog meerder Rijst mogte benoodigd weesen, en die korl of ook wel andere Producten van het Land, in haar Regentschap Ioana tee= „gens ordinaire 'tCompagnies Jnkoops, dan wel markts prijs, Liek Jnkoopen, mij geensints daar teegen zal aankanten, maar in teegen= „deel die opkoop van mijne kant, soo als een getrouwe Regent toe= „staat en betaamd, soo veel moogelijk zal zoeken te faciliteeren en be= „vorderlijk maaken, verbindende mij hier toe op den soodaenige solemneele wije, dat ik daar omtrent in gebreeken blijvende, mij gewillig zal on= „derwerpen aan de penaliteiten en straffen, die mij van wiegen de Compagnie zullen werden opgelegd. Art„ 174. Dat ik om deese mijne verpligtingen gelofte te beeter gestant te doen, niet alleen mijne onderhoorige selvs steeds tot bebouwing der Landen aansetten en geene Negorijen off desjaes aan Chineesen of an„ „dere, buijten speciaale voorkennisse en permissie van den Heere gou= „verneur en Directeur over deese kust, verhuuren zal, maar ook alleen Clandertinen opkoop van Rijst in het district onder mij gesteld, en soo. „ Samarang den 10:e Augustus A:o 1703. pag„o 51:— soo ook dies olutvoer naar pelaatsen niet onder Java, en wel in „zonderheid naar Landen niet onder de Compagnie sorteerende, soo veel moogelijk strengelijk sal teegen gaan en soeken te weeren, mitsgaders buijten de geene, die zulks 'sComp=s weegen word gepermit„ „teerd, door niemand anders Rijst, als tot nooddruft, zal laaten inkoopen, voor dat mijn bepaald Contingent van 140. – Coij=s voorm:d, weesentlijk in 'sComp:s pakhuijsen de Joana, zal besorgd en ontfangen zijn. Art: 1741 Dat ik voorts almeede ten dienste van 'sCompagnies Ordinaire werken alhier dagelijks zal besorgen en gereed doen houden: 15. Battoors, ongereekend derselver Hoofden, ten dienste van 'KCom„ „pagnies Logie en pakhuijsen: 4. prauwmaijangs, buijten de vaarthuijgen die ter bekruisjing teegen de zeeroovers worden gerequireerd. 2. paarden, en bij Extra ordinaire voorvallen, ook van ontlossing en belaading van 'sComp:s scheepen, daar booven de benoodigde Battoors en Vaarthuigen, alle voor niet, dog welke laatste ik versoeke, dat buijten de voorschreeven gwvallen en Poodjaekelijk. „heid tot 'sComp=s dienst, van mij niet moogen gevergd werden, en dan Eijndelijk nog 1. prauwmaijang, bemand met 10: koppen gemeene mattroosen, buijten de Hoofden, om in de goede mousson het houtvlot van Joana na Batavia over te brengen teegen Eene betaeling van 50- Rd=s hollands. At. IX. Wijders beloove ik, neevens mijna pepattij en Jaxa, door de Compagnie Aan omij gegeeven, geene zaaken van Eenige aangeleegentheid, den on= „derdaan betreffende aftedoen, dan met Communicatie en toestem= „ming van den Heere Gouverneur en Directeur voormeld; maar dat ik alle delinquanten en misdadigers voortaan na de ordre van de Compagnie zal renvoieeren aan den Landraad te Sama= „rang en mij Eenelijk te vreeden houden, met de afdoening van klijne geeschillen vvan weinig belang. — Art„ A. Samarang den 18=e Augustus Ao 1783. Gelijk ik ook in het algemeen beloove de onderdaenen van sComp=s Regentschap Ioana soo wel groote als kleine, onder mijn opzigt gesteld, in alle regt en billijkheid te behandelen, geene nieuwe Lasten op te leggen, geene van mijne mantries off mijnen Taka off pepattij te verstooten, te verongelijken of te verwisselen, maar dat ik wanneer iemand van deselve sig ontrouw off te onvroomelijk tee= „gen omij of nog soo veel te meer teegen de Compagnie gedraagen mog„ „te, alvoorens daar af kennisse geeven en Assistentie Jmploreeren zal, zelvs des noods tot een provisioneele arresteering van desselvs persoon en Goederen, geevende de zaak, dan over ter decisie van den seer gouverneur en directeur te Samarang. Arti 21. Wijders beloove ik Serieusselijk, dat ik met een ieder geduurig in alle vreede en vriendschap zal tragten te Leeven, mitsgaders mijne onderhoorige onder den anderen ook alle reede en vriendschap doen onderhouden, en dat ik mij met de regeering van de aan: „gren,ende Landen in 't minst niet bemoeijen, of Over zoodaenige Landschappen Eenig gezag aanmoetigen, maar in beegendeel met de geene, die door de Comp=s als Regenten in die Landen aangesteld zijn en haare onderhoorige, in alle vreede vriendschap en goede nabuurshap Leeven zal, te meer, dat ook sComp:s beveelen is, aan de Inwoonders van die Landen, en sulke dus tot weederzeidje rust en welvoord komt de strekken. Eijndelijk is ten Laatsten, dat ik in alle Extra. Ordinaire voorval„ „len, waarvan in deese niet speciaal is gesprooken, en die in der tijd eenige naedere bepaaring mogte Requireeren, mij aan het t „goedvinden van de Compagnie gedraegen, en de ordres, die daar om trent, het zij in Cas van eenige verandering ofte andersints mogte gegeeven werden, zoo wel net ijver en vlijt zal obedieeren, als ik tot een teeken en bewijs, dat ik den inhoud deeser Acte en de daar bij gedaane beloften en verbintenissen, zonden de minste afwijking, Art. XII Art: X. Heilig
English
Samarang the 18th of August Anno 1783 — page 53. shall sacredly fulfill, and intend to fulfill, as well as maintain and cause to be maintained, without the least contradiction, this Deed of obligation, along with two others of identical content, signed with my own hand and sealed with my seal, as well as sworn under the Quran, at Samarang, the 21st of July Anno 1783. was signed below: Thus done, signed and sealed, in my presence was signed: J. Siberg next to it: the Company's seal pressed in red wax in the margin under the Javanese were, the mark, signature, and seals pressed in red wax, of Maas Tommongong Soero Wikromo, and the chief Regent of Samarang, Kiaij Adipattij Soero Dimongolo further below: witnessed by me was signed: J. J. Rothenbuhler, sworn translator and scribe. — Copy Contract of friendship and alliance between the Illustrious Dutch East India Company on the one part, and Haming Coeboeana, Senopattij Ingalaga, Abdul Rachman Sahideen Panatagama Kalifattollah, appointed as Sultan, on the other part, concluded and established in the name and by special order of His High Excellency, the Governor-General, and the Right Honorable Councillors of the Indies at Batavia, representing the highest sovereign authority on behalf of the General United Chartered Dutch East India Company in these lands, by the Gentleman N. N. Governor and Director over the affairs and places on and along Java's Northeast Coast, and plenipotentiary to these negotiations of friendship and alliance. — Article 1. Whereas His High Excellency, the Governor-General, and the 1 Samarang the 18th of August Anno 1783. the Right Honorable Councillors of the Indies, at Batavia, have seen fit to nominate and appoint the present crown prince of Djokjocarta or Pangerang Adipattij Anom as Sultan of the half of the Upper Lands of the Javanese realm, in order to exercise authority, alongside the Susuhunan or Emperor Pakubuwana, over the provinces and districts that have fallen to the share of each upon the partition thereof, according to the accurate lists or registers of the lands, negorijen, dessas, tjattjas, or other places made thereof in the year 1773, under the title and surname of Sultan Haming Coeboeana, Senopattij Ingalaga, Abdul Rachman Sahideen Panatagama Kalifattollah; so I, N. N., Governor and Director, as well as plenipotentiary to this contract, declare on my part in the name of and on behalf of the Illustrious Dutch East India Company hereby to nominate, appoint, and acknowledge the said Pangerang Adipattij Anom as the lawfully chosen Sultan over the lands, negorijen, dessas, and tjattjas aforementioned, which are ceded to the same as a fief, with the right of succession for his legitimate heirs, in case they conduct themselves well and remain faithful to the Company and give satisfaction; and I, Sultan Haming Coeboeana, also declare hereby in the most binding manner, with the utmost gratitude and acknowledgment, to receive that dignity as a singular favor, upon the terms and conditions to be mentioned hereinafter, which shall be regarded and held by both contracting parties as an everlasting law, which shall be fulfilled inviolably and reciprocally, sacredly and sincerely. — Article 2. The friendship and harmony between the peoples and inhabitants, both of the Illustrious Dutch East India Company and those of the Sultan Haming Coeboeana, as well as of all others on Java, shall now and at all times reside among one another in such manner that it shall be as one people, to assist one another faithfully in word and deed in all kinds of need and embarrassment, Samarang the 18th of August Anno 1783 page 55. and embarrassment, and to promote one another's best interests, while simultaneously opposing everyone's detriment or damage, and everything that could give any cause for discord and dissension. Article 3. For the fulfillment and confirmation of that which is written above, the prime ministers, or Raden Adipattis, who might be appointed at the time, before they are admitted to the execution of their office, shall have to appear in person at Samarang, and there in the hands of the Governor and Director, or whoever exercises authority there on behalf of the Dutch East India Company, take the oath of allegiance and obedience to the Company, just as toward their monarch and with equal relation to the same, with this explicit promise, that whenever the orders they happen to receive from the Sultan as well as from the Company should be conflicting with one another, the prime minister shall always give preference to those of the Company, until he receives further orders regarding this upon his further representations to be made about it to Samarang. Article 4. The Sultan shall not be permitted to elevate nor appoint anyone as prime minister, nor any chief Regent over any of his lands or districts, except after having first proposed the same to the Governor at Samarang, who then also, in case he has nothing against the proposed person but is completely satisfied therewith, shall request the approval and confirmation of Their High Excellencies at Batavia for this purpose; likewise the Sultan shall not be permitted in the same manner to dismiss nor depose any of the Regents nor prime minister, without first having given the reasons thereof to the Governor and Director, or whoever exercises authority at Samarang, in order likewise to request the approval and consent of Their High Excellencies at Batavia for this purpose; all to serve as a public proof that
Dutch transcription
Samarang den 18=e Augustus A:o 1783 — pag:a 53. Heilig zal nakoomen, en meene na te koomen, mitsgaders onder„ „houden en doen onderhouden, zonder de minste teegenspraak deese Acte van verband, neevens nog twee van geleiken inhoud, met eigen Hand onderteekend en met mijn zeegel versiegeld, mitsgaders on„ „der den Alcoran, beswooren hebbe, te Samarang, den 21=e Julij Ao 1703. /:onderstond/ Aldus gedaan, geteekend en gezeegeld, ten mijnen Overstaan /:was geteekent:/ J=s Siberg /:daarneevens:s't 'sComp:s Cachet gedrukt in rood Lacq (: inmar= „gine onder 't Javaans stonden, de merk, handteekening, en Cachetten gedrukt in rood lack, van Maas Tommongong soero wikromo, en den samarangs Hoofd Regent, Kiaij adipattij Soero dimongolo /:nog lager:/ in kennisse van mij /was geteekent:/ J: J: Rothenbuhler, gesw: Fransl: en scriba. —. Copia- Contract van vriend en Bondgenootschap tusschen de Doorlugtige Neederlandsche Oost Jndische Compagnie ter eenre, en den tot sulthan aangestel= den Haming Coeboeana, Senopattij, Ingalaga, Abaul Rachman, sahideen panatagama, kali= „fattolach, ten andere zeide, uit naam en op specia„ „le Last van zijn Hoog Edelheid, den Heere gouverneur generaal, en de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndie te Batavia, representeerende het hoogste souveraine gebied van weegen de Generaele verEenigde Heeder landsche geoctroijeerde Oost Jndische Compagnie in deese Landen, door den Heer N: H: Gouverneur en Directeur, over de zaaken en plaet„ „sen op en Lange Javas Noord. oost-kuts, en pbo„ „nipotentiaris, tot deese vriend en Bondgenootshaps hande„ „lingen, gearresteerd en vast gesteld. — Articul 1. Pademaas zijn Hoog Edelheid; den Heere Gouverneur Generaals en de 1 Samarang den 18=e Augustus A:o 1703. de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Indie, te Batavia„ goed gevonden hebben, den presenten DjokjoCartas kroonprins off Pangerang Adipattij Anom te benoemen- en aante stillen tot Cul= „than, van de helfte der Bovenlanden van het Javasche rijk, om neevens den soesoehoenang off keijser Pacoeboeana, daarover dan Hel over de provincien en districten, welke een ieder bij derselver verdeeling is te beurt gevallen, het gesag te voeren, na de daarvan bij de in den Jaare 1773 gemaakte accurate Lijpten of Registers der Landen, Negorijen, dessaas, Tjatjas off andere plaetsen, onder den Titur en Pernaam van sulthan Haming Coeboeana, senopatij, Ingalaga, Abaus Rachman, sahideen, panatagama kalifatolas, soo verklaare ik N: N: Gouverneur en Directeur, mitsgaders ple„ „nipotentiaris tot deese Contract, aan mijn kant uijt naam van weegen de Doorlugtige Neederlandsche Oost Indische Compagnie gemelde pangerang Adipattij Arom bij deese te benoemen, aan te stellen en te erkeuwen, voor wettig verkooren sulthan over de Landen, Negorijen, Deisaas en Tjatjas voormeld, welke als een Lien- aan denselven worden afgestaan, met het regt van successie voor zijne wettige Erven, ingevalle deselve zig wel gedraegen en de Comp=e getrouw blijven en genoegen geeven; En verklaare ik sutthan Haming Coeboeana, ook bij deese op de kragtigsten wij ze„ met de uijterste dankbaarheid en Erkentenisse als een singuliere, gunst die waardigheid te ontfangen, op de hier na te meldene Con= „ditien en Voorwaarden, welke van beide de Contracteerende parthijen zullen worden aangesien en gehouden als een altoos duurende wet, die onverbreekelijk en van weeder Eerde heiliglijk en opreg= „telijk zal worden nagekoomen. —. Art: 11. De vriendschap en Harmonie tusschen de volkeren en ingezie„ „tenen, zoo van de Doorlugtige Neederlandsche Oost Jndische Compagnie, en die van den sulthan HamingCoeboeana, als van alle verdere op Jara, zal nu en ten allen tijde zoodaenig onder elkanderen recideeren„ dat het als een volk zijn zal, om elkanderen in allerleij nood en Venr ligenthix Samarang den 18=e Augustus Ao 1783 pag:o 55. Verliegentheid getrouwelijk met Raad en daad bij te staan, en elkanderens best te bevorderen, met teegengang teffens van een ieders nadeel off schaade, en al het geene wat eenige aanleiding tot tweedragt en onmin zoude konnen geeven. Art: 111. Tot nakominge en bevestiging van het gunt voorschreeven is, zullen de Rijks bestierders, off Radeen adipattijs, die er in der tijd mog „ten worden aangesteld, alvoorens zij tot de executie van haar Ampt worden geadmitteerd, te samarang in persoon moeten verschei= „men, en aldaar in handen van den Heere Gouverneur en Directeur, ofte die aldaar van weegens de Neederlandsche Oost jndische Compagnie ƒ het gesag voerd, afte Leggen, den Eed van trouwe in gehoorsaamheid aan de Compagnie, eeven als omtrent haaren vorst en met gelijke be= „trekking als tot deselve, met deese uitdruckelijke belofte, dat wan„ „neer de beveelen, die zij van den sulthan zoo wel als van de Comp=nie koomen te ontfangen, met den anderen strijdig waaren, den Rijks= „bestierder althoos de proferentie zal geeven aan die van de Comp=ie, tot dat hij op desselvs nadere vertoogen daar over na samarang te doen, daar omtrent nadere orders bekomt. Art: 17. Den sulthan zal niemand tot rijksbestierder, nog ook geen Hoofd Regent over eenige zijner Landen off districten moogen verheffen, nog aan stellen, dan na alvoorens deselve aan den Heere Gou= „verneur te samarang te hebben voorgedraegen, die dan ook, inge= „valle teegens den voorgedraegen persoon niets heeft, maar daarinnen volkomen genoegen neemende, daartoe de goedkeuringe en approbatie Hunner Hoog Edelheeden te Batavia. versoeken zal, gelijk den sulthan, dan ook in zelfder voege niemand van de Regenten nog Rijksbestierder zal moogen afsetten nog verstooten, zonder alvoo= „rens de reedenen van dien te hebben opgegeeven aan den Heere Gouverneur en Directeur, off die het gesag voerd te samarang, om daar toe insgelijks het goedvinden en toestemming Hunner Hoog Edelheeden te Batavia te versoeken; alles oms tot een openbaare bewijs te dienen, dat.
English
Samarang the 18th August Anno 1783. that the Company and Java's inhabitants shall always be inseparable from one another, and be as one people. Article V. The Sultan shall now nor never make any claim, neither upon the lands belonging to the Susuhunan, nor upon those of the coasts, nor upon the island Madura, or any district which of old has been ceded to the Company and which are also for the present possessed by the same and their regents and chiefs; but the Sultan shall only have to concern himself with the government and administration of half of the Javanese uplands, namely of those places, villages, and districts which fell to him upon the partition, in such manner as dictated by the registers compiled in the year 1773 and the act of agreement made in that regard between the Susuhunan and his late father, the Sultan, on the 26th of April 1774, which shall be considered by the present Sultan as if drawn up and executed by him or in his name, and thereby leaving the same registers and act of agreement in their full force by this, likewise maintaining their validity in the future for or by whoever might succeed the Sultan in time. Article VI. In case the Company should get into war with this or that nation or power, be it with European or Indian princes, the Sultan shall be bound to assist the Company with all might and to the utmost of his power, and to that end, if required, provide as many armed men under good and trusted chiefs as shall be judged necessary and serviceable to be employed, be it at Batavia or elsewhere on Java wherever they are required, and that upon such terms and conditions as shall be agreed upon regarding this by mutual arrangement. Article VII. Besides that the Sultan promises always with the Susuhunan Samarang the 18th August Anno 1783. page 57. or Javanese Emperor, and all those who belong and sort under the same, to live in all harmony and mutual friendship, without ever giving any premeditated reasons for dispute, discord, or similar estrangements, the same shall also be bound, in case of necessity and if it should be demanded, to aid and assist the said Susuhunan in case the same is attacked or disturbed elsewhere in his lands or places by this or that malcontent, or otherwise. Article VIII. If this or that unforeseen dispute should arise between the Susuhunan and the Sultan, or between any of their subordinates, the Sultan promises not only to give notice thereof to the Lord Governor and Director, or to the one who exercises the Company's authority on Java, but also to leave such disputes to the fair and reasonable decision of the said Lord Governor, or to that of Their High Mightinesses at Batavia, trusting that the very same always and on all occasions endeavor to aim for the best and most beneficial purposes, and will not tolerate that any injustice is done. Article IX. The Sultan shall nowhere in his lands and villages tolerate any malcontents, kramans, robbers, or any other ill-disposed persons, but on the contrary resist and eradicate them in every respect, and taking them prisoner, inflict upon them an exemplary punishment, or deliver them to the Company, be it to send the same elsewhere into exile, or otherwise to act with such as shall be found proper according to the circumstances of the case: in like manner, nowhere in the Sultan's lands, villages, or elsewhere, as little as in Djokjocarta itself, may any slaves belonging to the Company's servants or to other private individuals be harbored, but upon discovery of the same they shall be delivered up. Article X. Just as in like manner shall be acted by the Company, in order, when
Dutch transcription
Samarang den 18„e Augustus A:o 1783. dat de Compagnie en Iavas Inwoonders altoos onafscheidelijk van elkanderen, en als een volk zullen zijn. —. Art: V. Den sulthan zal onu nog nooijt eenige pretentie moogen maa„ „ken, nog op de Landen aan den Soesoehoenang behoorende, nog ook niet op die der stranden nog op het Eijland Madura of eenig district, 't welk van ouds aan de Comp:e is afgestaan ge= „worden, en die ook voor als nog door deselve en derselver regenten en Hoofden gepossideert worden, maar zal den sulthan alleen zig hebben te bemoeijen, met de Regeering en bestiering van de helft den Iarascha Bovenlanden, en wel van die plaatsen, Negorijen en districten, welke hem bij verdeelinge zijn te beurt gevallen, indier„ „voege als de in den Jaare 1773. geformeerde registereende desweegen tusschen den soejoehoenang en zijnen Overleedenen vader, den sulthan op den 26=e April 1774. gemaakte acte van Over Eenkomst dictee= „ren, die door den presenten sulthan zullen worden geconsidereert, als off van hem ofte uit desselvs naame waare geformeert, en de gepasseert, en mits dien dezelfde registers en acte van overEenkomt in hunne volle kragte laatende bij deese, met standhouding tef= „fens in het vervolg ook voor ofte bij de geene die in den tijd den Sulthan mogte koomen te succedeeren. — Act„ta 77 1 Ingevalle de Compagnie, met deese off geene Ratie off moogenheid in oorlog mogte geraaken, het zij met Europeese of Indische vorsten, zal den sulthan gehouden zijn, de Compagnie met alle magt en na uitterste vermoogen bij te staan, en daartoe des gerequireerd wor= „dende zoo veel gewapende manshappen onder goede en vertrouwde hoofden fourneeren, als noodig en dienstig zal worden geoordeelt, omme te wor= „den geEmploijeert, het zij te Batavia, ofte elders op Java alwaar die ver Eijscht worden, en dat wel op zoodaenige voorwaarden en Conditien, als men door eene Heeder zeische schikkingen dien aangaande zal koomen te beraamen. —. Art: 174. Behalven dat den sulthan beloofd, om steeds met en pesoedenreng Ht: Samarang den 18=e Augustus A:o 1783. pag: 57. — off Javashe keijser, en alle die onder denselven behooren en sorteeren in alle harmonie en onderlinge vriendschap te Leeven, zonder ooit eenige voorbedagtelijke reedenen tot twist, tredragt ofte diergelijke ver„ „wijderingen te geeven, zal denselven ook gehouden zijn, om in Cas van nood= „saakelijkheid, en zoo het mogte worden gevordert, gemelde soepehoe= „nang, in gevalle denselven elders in zijne Landen of plaatsen, door deese ofte geene malcoutenten, dan wes andere, word aangevallen ofte ontrust, bij te springen en te adsisteeren. al Art: 1741. Soo 'er deese off geene onvoorsiene verschillen tusschen den soesoehoenang en den sulthan, dan wel tusschen eenige hunner onderhoorigen mogten koomen te ontstaan, beloofd den sulthan, daar van niet alleen kennisje te zullen geeven, aan den Heere Gouverneur en Directeur, ofte aan den geene die Compagnies weegen het gesag op Java woerd, maar om ook zoodaenige verschillen aan de billijke en reedelijke beslissinge van gem: Heere Gouverneur, dan wel aan die van Hunne Hoog Edelheeden de Boo= „tavia, over te laaten, als vertrouwende, dat Hoogst dezelve altoos en bij alle voorvallen de beste en Heilzaamste oogmerken tragten te bedoelen, en niet gedoogen zullen dat 'er eenige overongelijking glaets word gegeeven. —. Art:l &X. Den sulthan zal nergens in zijne Landen en dorpschappen, eenige mael„ „contenten, Kramans, Iappas ofte eenig ander quaad gevinden tolloreeren, maar daar en teegen deselve in allen opsigte teegengaan en tutroeijen, en die gevangen neemende, aan deselve eene exemplaare straffe oeffenen, ofte aan de Compagnie uitteleeveren, het zij om deselve elders in balling„ „schap te versenden, dan wes zoodaenige te handelen, als naar bevinding van zaak zal bevonden worden te behooren: Jngelijker voege er ook nergens in sulthans Landen, segorijen ofte Elders, zoo min als te djokjocasten zelfs„ eenige slaaven, van Compagnies dienaeren, dan wel aan andere particulieren toebehoorende, zullen omoogen opgehouden, maar bij ontdekking van deselve uitgeleeverd worden. ~. —. Art:a X. Soo als in gelijkervoege door de Compagnie zal worden gehandelt, om Wanneer
English
Samarang the 10th of August Anno 1733. Whenever one or another malcontent, or ill-disposed persons from among the subjects of the sultan, come to stay on the Company's territory, they are, if so desired, to be surrendered to the sultan upon apprehension, in order that an appropriate punishment may be inflicted upon them. In case the sultan, for legitimate reasons, desires to send one or another of his subordinate princes or grandees of the realm into exile, whether to Ceylon or any other place of the Company, the sultan, in making a request to the Company to that effect, shall state the reasons for the requested banishment, and at the same time shall be obliged to furnish annually a certain sum of money for the subsistence of those who are sent away, according to what their condition and character require; in return, the Company undertakes to provide those exiles free transport to the place of their exile. Article XII. In order to prevent the disputes that might arise between the reciprocal subjects of both the Company and the sultan out of one or another crime, offense, and other judicatures, all Javanese who fall under the obedience of the Company or its chiefs and regents and have committed any offense against the Company's Javanese or subjects shall be tried and punished at the Company's discretion and in its manner, without the sultan or his ministers being permitted to interfere therewith in any way; just as, in like manner, all common Javanese who are His Highness's subjects and may have committed any offense among themselves shall be left to the judicature of the sultan and his judges, without the Company likewise interfering therewith; with this condition, however, that whenever one or more of the sultan's subjects fall into the hands of the Company's judicature, and likewise of the Company's inhabitants or those belonging under its jurisdiction, Article XI the page 59. Samarang the 18th of August Anno 1733. whether Javanese or others, who have made themselves guilty of criminal offenses, are seized under the sultan's territory, the prisoner or prisoners shall be examined directly and the witnesses heard, their statements re-examined, and the same, along with all the other documents, shall be sent together with the accused to him under whom they belong. Article XIII. However, if Europeans, Chinese, Moors, or any other nation, not being subjects of the sultan, commit any crime against Javanese belonging under His Highness's territory, the sultan shall be obliged to surrender such delinquent to the Company to be sentenced according to its laws; in return, the Company shall also surrender to the sultan those of His Highness's subjects who might have committed any offense against a European, Chinese, Moor, or other, so that they may be sentenced to punishment by His Highness and his judges. Article XIV. But in case an administrator of the realm or any of such of the sultan's grandees of the realm who have sworn the oath of allegiance both to the Company and to His Highness the Sultan might have made themselves guilty of any offense, whether against the Company or its servants and inhabitants, or against the sultan, or against his subjects, the case of the guilty grandee of the realm shall be investigated and examined by an equal number of impartial persons from both the Company and the sultan, but the sentence of such a delinquent or delinquents may not be carried into execution until after having obtained prior approval from the Lord Governor-General and the Lords Councilors of the Dutch Indies, to which end the sentence, with all the documents belonging thereto, shall be sent to Batavia by the Lord Governor of Samarang. Article XV. All arising criminal cases shall, after investigation made, without
Dutch transcription
Samarang den 10=e Augustus A:o 1733. Wanneer zig deese of geene malcontenten, dan wel kward gevinden, van de onderdaenen van den sulthan zich op 'sComp:s ter ritoir komt op te houden, des begeerd wordende bij approhensie aan den sulthan uit te leeveren, ter appliceeringe aan deselve van eene gepaste straffa. Ingevalle den sulthan, om wettige reedenen, deese offte geen en zijner onderhoorige princen ofte Rijxgrooten in ballingschap begeert te versenden, het zij na Ceilon ofte eenig ander plaets van de Compagnia zal den sulthan daarom bij de Compagnie versoek doende, de reedenen van de begeerde bannissement moeten opgeeven, en teffens gehouden zijn, Jaarlijks eene zeekere somme gelds te fourneeren, tot Leevens onderhoud van de zulken, die versonden worden, na maate derselvers toestant en Caracter komt te vorderen; daarenteegen de Compagnie aanneemd, die bannelingen vrij Transport na de plaetje hun= „nen ballingschap te besorgen. - Art: XII. Om voor te koomen de verschillen die 'er uit deese ofte geene mis= „drijven, delieten en andere Judicatures, tusschen de weederzijdsche onderdaanen zoo van de Compagnie als van den sulthan zouden kunnen ontstaan, zullen alle Javaanen, die onder Comp=s off derselvers Hoofden en Regentens gehoorsaamheid sorteeren en teegen Compagnies Javaanen of onderdoenen eenig delict hebben begaan, na Compagnies goedvinden, en na haare wijse te regt worden gesteld en gestraft, zon„ „der dat daar meede in eeniger maniere den sutthan of zijne mi= „nisters zig zullen moogen bemoeijen; zoo als in zelfder voege alle gemeene Javaanen, die zijn Hoogheids onderdaanen zijn, en onder elkanderen eenig delict mogten begaan hebben, aan de Judicature van den sulthan en zijne rechters overgelaaten zullen worden, zonder dat de Compagnie zich insgelijks daarmeede zal bemoeijen; met deesen beding egter, dat wanneer een ofte meer van 's sulthans onderdaanen in handen van 'sComp=s Judicature geraaken, en zoo meede van Comp„s Jngeseetenen of onder dies Jurisdictie behoorende, Art: XI het: pag=a 59. Samarang den 18=e Augustus A:o 183. het zij Javaan ofte andere, onder des sulthans gebied worden opge„ „vat, die zig aan Crimineele delieten hebben schuldig gemaakt, den gevangen off gevangenen direct zullen worden geExamineerd en de getuigen worden gehoord, hunne verklaringen gerecolleert en de= „selve met alle de verdere stukken neevens den beschuldigde worden gesonden aan dien onder wien zij sorteeren. —. Artoa XIII. Doch Europeesen, Chineesen, Mooren ofte Eenig andere Natie, geene onderdaanen van den sutthan zijnde, teegens Javaanen onder zijn Hoogheids gebied sorteerende, eenig misdrijff pleegende, zal den sulthan gehouden zijn; zoodaenig delinquant aan de Comp=e uit„leeveren, om na derselvers wetten te worden gevonnist, daar- en - teegen ook de Compagnie aan den sulthan zal uitleeveren, de sul= „ken van zijn Hoogheids onderdoenen, die eenige delict teegens Euro= „pees, Chinees, Hoor ofte andere mogte hebben begaan, ten einde door zijn Hoogheid en derselver dechters ter straffe te worden gevonnist. —. Art„a XIV. Maar ingevalle aen Rijksbesteerder ofte eenige der sulken van 's sulthans Rijksgrooten, die zoo wel aan de Comp:e als aan zijn Hoogheid, den Sulthan den Eed van Trouwe hebben geswooren, zig aan eenig delict mogte hebben schuldig gemaakt, het zij teegen de Compagnie ofte derselver dienaeren en Jngeseetenen, ofte teegens den sulthan, dan wel teegens derselvers onderdaenen, zal de zaak van den schuldigen Rijksgrooten, door een gelijk getal onpar= „tijdige persoonen, zoo van de Compagnie als den sulthan ondersogt en geExamineerd worden, dog het vonnis van een zoortgelijke delinquent of delinquanten niet ter executie moogen worden gebragt, dan na alvoorens bekoomen approbatie van den Heere Gouverneur Gene= „raal en de Heeren Raaden van Neederlands Jndia, ten welken einde het vonnis met alle de stucken daar bij gehoorende, door den Heere Samarangs gouverneur na Batavia zullen geson„ „den worden. —. Art: XV. Alle voorkoomende Caimineese zaaken, zullen na gedaene ondersoek zonder
English
Samarang the 18th August A:o 1783. be settled without unnecessary delay or hindrance, and upon those found guilty, swift and proper justice shall be applied, in accordance with the laws and orders enacted in justice and fairness both by the Company and by the Sultan, without in any way letting the guilty go free nor condemning the innocent. Article XVI. The Sultan undertakes from time to time to give the necessary orders to his Prime Minister, and to whomsoever else it may concern, in order not only to keep the roads and bridges under His Highness's territory in good order, but also to protect them for travelers and others against robbers and predatory beasts, and to that end to cause good guards to be placed everywhere at the locations where they are required; just as in like manner the Company undertakes to issue the necessary orders to that effect within its jurisdiction. Article XVII. Besides that each of the good inhabitants shall be free to travel and move about everywhere in the Company's districts as well as in those of the Sultan, across and along the public roads, it shall also be permitted to all private merchants to bring their wares for sale along the shores and in the upper lands without being molested therein in any manner, provided however that they are supplied with a proper certificate or pass stating the goods they carry with them, and provided also that these do not consist of such goods as are prohibited by the Company; in which case the same shall have to be detained and confiscated. Article XVIII. The products that are cultivated in the Sultan's lands and districts shall be surrendered to no one other than the Dutch East India Company, and consequently the suppliers are bound to deliver them to the lodge or the usual place at Djokjo Carta, in the manner as of old; for which the Company page 61: Samarang the 18th August A:o 1783. Company shall cause the previously determined prices to be satisfied and paid there by the Residents; namely: for a picol of 130 lb Cotton yarn Letter A or First sort Ripo holt 45. 10 do do Letter B Second do 35. 10 do Letter C Third do 25. 10 do Letter D Fourth do 21. 10 do Letter E Fifth do 15. 10 A picol of 130 lb round pepper double winnowed 7. - - do do Long pepper 6. - - do do tail pepper 6. - and whereas the Company is most concerned with the first two sorts or Letters A and B of the cotton yarns, the Sultan thus undertakes to give the necessary orders from time to time for the delivery of the said sorts, and to make their quantity increase more and more. Article XIX. Each of the inhabitants in the Upper Lands shall be free to carry down their products and provisions to the beaches and to sell them there to whomever they choose, without paying any dues or the like to the Company anywhere along the beaches for it, provided however that none of the products are exported elsewhere outside of Java, on pain of confiscation of the goods for the benefit of the Company. Article XX. For the transport to Samarang of the products delivered to the Company at Djokjocarta by the Sultan's suppliers, His Highness shall once and for all give orders to the Prime Minister or Raden Adipati to furnish monthly for that purpose, free of charge, just as previously, one hundred or more battoors with the proper chiefs, in proportion to the quantity of products on hand, who shall then also serve at the same time to take along on their return from Samarang the Company's goods, both for the residents and the Djokjocarta garrison, and convey them thither. Article XXI. Samarang the 18th August Ao 1783. Article XXI. Regarding the further feudal services, both in the daily furnishing of Battoors to the Company's Lodge at Djokjocarta, as well as to the Residents and other qualified Company servants, and in the further customs in use for the convenience of the Servants and others, the Sultan promises to leave it in all respects in such state as it currently is, and consequently to maintain all this now and forever, without reducing it in any way. Article XXII. For the preservation of friendship and unity among each other, the Sultan shall issue the necessary orders, both to his Chiefs, Grandees of the realm, and others, to conduct themselves politely and amiably at all times toward the Company's servants, and to show them the proper respect, just as in like manner the Company also desires that each of its Servants and Inhabitants shall have to show themselves friendly and amiable toward the Sultan's Grandees of the realm and others, and likewise accord them the proper respect; all in such manner as has been regulated by His Highness's late father and the respective commanders. Article XXIII. Just as proper honor with fifteen salute shots shall be given to the Sultan's letters that are brought to the Lord Governor at Samarang, as well as those to His High Excellency the Lord Governor-General and the Lords Councilors of the Dutch Indies at Batavia, those letters which are brought to the Sultan at Djokjocarta from the aforementioned His High Excellency the Lord Governor-General and the Lords Councilors of the Indies at Batavia, as well as those from the Lord Governor of Samarang, shall likewise enjoy the proper honor there; namely: those from Their High Excellencies with 15. those from the Emperor at Soura Carta with 15 gunshots. those from the Lord Governor of Java 11. Article XXIV.
Dutch transcription
Samarang den 18=e Augustus A:o 1703. zonder moodeloose vertraeging of op onthoud worden afgedaan, en aan der schuldig bevonden wordende, kort en goed regt worden geappliceert„ Over Eenkomstig de wetten en orders, zoo bij de Comp: als bij den sulthan na regt en billijkheid gestatueert, zonder in geenen deele den schuldiger vrij te laaten nog den onschuldigen te veroordeelen. — Art„o XVI. Den Culthan verbind zig, om van tijd tot tijd de noodige or„ „dres aan zijn Rijksbestierder, en die het verder mogte aangaan, te zullen geeven, ten einde niet alleen de weegen en bruggen, onder zijn Hoogheids territoir in eene goede ordre te houden, maar om deselve ook voor de reisigers en andere te beveiligen, teegens Roovers en het verslindent gedierte, en ten dien einde Overal goede wagten te doen stellen, op de plaetsen, alwaar deselve verbijscht worden; zoo als in geleijken voege de Compagnie aanneemd, daartoe onder haar resort de noodige orders te stellen. Arta X VII Behalven dat het aan een ieder der goede ingeseetenen, zal vrij staan, overal in 'sComp=s districten, zoo wel als in die van den sulthan, Over en Langs de gemeene weegen te reijsen en te trecken, zal het zijn ook aan alle particuliere Negotianten gepermitteert „ hunne whaeren langs de stranden, en in de bovenlanden, ten verkoop te brengen, zon„ „der daarin op geenerleij wijse te worden gemollesteert, mits egter deselve van een behoorlijk bewijs of pas voorsien zijnde, waarop bekend staan, de goederen, die zij meede voeren, en mits ook dat dezelve niet bestaan in zoodaenige goederen, die bij de Compagnie verbooden zijn; in welk gevalle deselve zullen moeten worden aangehouden en geconfisqueert:- Art. X 1711. De producten die 'er in sulthans Landen en districten geculti= „veerd worden, zullen aan niemand anders als aan de Neederlandje Oost Jndische Compagnie worden afgestaan, en mitsdien de Leeveran= „ciers gehouden zijn, deselve in de Logie ofter gewooner plaatse te DJokjo Carta te Leeveren, op dien voet als van ouds; waar voor de Comp:e pag:o 61: Samarang den 18=e Augustus A:o 1783, Compagnie de bevoorens bepaalde prijsen, door de Residenten p aldaar zal laaten voldoen en betaalen; te weeten. —. voor een picol van 130. lb Castoen garen P:r At of Erste zoort Ripo holt 15. 10 — „ „ do „ —. „ _„o 13. „ Tweede d„o „ „ 35. 10 – _„o C: „ Derde d„o. . . . . „ „ 25. 10 - _„o D: „ vierde d„o. „ „ 21. 10- _„o 6. „ vijfde d„o „ „ 15. 10. „ „ Een picol van 130 lb: ondepeeper dubbeld geharpte - - - „ „ 7: -. - _„o. . . „ „ 6. -. —. „ „ d„o „ — „ Langepeeper.— _„o . . „ „ 6. —. 1„ d„o „ —. „ staart peeper — en dewijl de Compagnie het meest te doen is, om de twee Eerste zoor „ten off L„t Aen B: van de Cattoene gaarens, zoo verbind zig den sulkhan van tijd tot tijd de noodige ordres te geeven, tot de Leeverantie der gemelde zoorten, en om dies quantiteit meer en meer te doen toeneemen. - „ „ d„o „ —. „ „ „ d„o „ —. Al: XIX. Aan een ieder der ingeseetenen in de Bovenlanden zal het vrij staan, hunne producten en Leevens middelen na de stranden te moo„ „gen afbrengen en aldaar aan wien zij verkiesen te verkoopen, zonder „ ergens aan de stranden daarvoor aan de Comp: eenige ongelden of dierge= „lijks te betaalen, mits egter geene der producten elders anders buiten Java dutvoerende, sub pane van Confiscatie der goederen ten behoeve van de Compagnie. Art: XX Tot het afbrengen na Samarang van de door ssulhans Leeve= „ranciers te Ajokjocarta aan de Compagnie geleeverde producten, zal zijn Hoogheid eens vooral aan den Rijksbestierder of Radeen de pattij orders geeven, om daar toe voor niet, even als bevoorens maandelijks, den hondert ofte meer battoors met de behoorlijke Hoofden, ona rato van de aan handen zijnde quantiteit der pro= „ducten, te fourneeren, die dan ook teffens dienen zullen, om bij re= „tour van Samarang Comp=s goederen, zoo voor de residenten als het djokjo: „Cartas guarnisoen, meede te neemen, en derwaerds over te brengen. „ „ d„o „ —. „— Art. XXI. E Samarang den 18 e Augustus Ao 1783. Art. XXI Omtrent de verdere Heeren diensten, zoo in het daagelijks fournee„ „ren van Battoors aan 'sComp:s Logie te AjokjocCarta, mitsgaders aan de Residenten en andere gequalificeerde Comp=s dienaeren, als in de verdere in gebruik zijnde Cootumnes tot gerieff van de Dienaeren en andere, beloofd den sulthan het in allen opdigte op dien voet te Lae„ „ten, als waarin het thans is, en mits dien het een en ander nu en attoos te laaten stand houden, zonder deselve in geenen deele te verminderen. — At. X24I. Tot Conservatie van de vriendschap en eens gesindheid onder ex= „kanderen, zal den sulthan de noodige beveelens stellen, zoo aan des- „selvs Hoofden, Rijksgrooten en andere, om zich ten allen tijde, beleefd en minsaam te gedraegen teegens Comp:s dienaeren, en deselve den behoorlijken respect te bewijsen, zoo als in gelijker voege de Com„ „pagnie ook begeert, dat een iegelijk van derzelvers Dienaeren en Jngezeetenen zich miendelijk en minsaam zal hebben te betoonen, tee„ gens des sulthans Rijksgrooten en andere, en deselve insgelyjks den behoorlijken respect te doen toekoomen; alles op dier voet als het zelve door zijn Hoogheids overleeden vader, en de respective opper„ „hoofden is gereguleerd geworden. —. Ant. XXIII Soo wel als 'er aan 's sulthans brieven, die 'er te samarang aan den Heere Gouverneur, als die te Batavia aan zijn Hoog Edelheid, den Heere Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van Neederlands Indië, worden aangebragt, het behoorlijk honneur met vijftien saluit schooten zal worden gegeeven, zullen ook die welke van welmelde zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur generaal en de Heeren Raaden van Indie te Batavia, als die van Samarange Heer Gouverneur te DjohjoCartee aan den sulthan worden gebragt, aldaar in geleijker voege het behoor„ „lijk honneur genieten; te weeten: die van Hunne Hoog Edelheeden met 15. –. die van den keijser te soura Carta - - „ 15. en verschooten. die van den Heer Javaas Gouverneur. . . . . „ 11„ — Artl: XXIV.
English
Samarang, the 18th of August, the year 1783. Page 63. Because custom and usage entail that the princes of Java, as well as other emperors, sultans, and kings who have entered into an alliance with the Dutch East India Company, send two, three, or more of their grandees of the realm as envoys to Batavia upon the accession or appointment of a new Governor-General of the Dutch Indies, in order to pay homage there to the newly chosen Lord Governor-General, the present Sultan of Java, just like the Susuhunan, is likewise obliged, upon such aforementioned occurrence, to send the Prime Minister together with two or three of his grandees of the realm via Samarang to Batavia, in order to pay the due homage there to the Lord Governor-General in the name of their prince; in which case the Company undertakes to arrange proper transport for those legations to Batavia and likewise the return trip to Samarang, either with the Company's ship or another suitable opportunity, whereupon the Sultan's envoys shall also be free, according to ancient custom during their journey to Batavia, to call in passing at the post of Tegal in order to show the customary respect there at the grave of the late Susuhunan Tegalwangi; and in the event that the newly chosen Lord Governor-General might prefer, in view of the difficult transport to Batavia and other further inconveniences, to excuse the envoys of the Javanese princes from the journey to the aforementioned capital, and to have that homage take place in Samarang before the Lord Governor and Director of Java as plenipotentiary of His High Nobility, the Lord Governor-General, then the Sultan, just like the Susuhunan, shall acquiesce in this and be content, as it will be considered in that manner as if that homage had taken place in Batavia. Article XXV. The Dutch East India Company, to the previous Sultan. Article XXIV. Samarang, the 18th of August, the year 1783. Sultan, having paid annually in the month of September half of the moneys contracted and stipulated of old for the cession of the coastlines made to the Company, the Company thus obligates itself to continue the payouts of those cash funds for the half, to the amount of ten thousand Spanish reals, to the present Sultan; provided that the Prime Minister grants a proper receipt for the reception in the name and on behalf of his prince. Article XXVI. Lastly, the Sultan, as well as the illustrious Dutch East India Company, binds itself, with strict observance of all the articles mentioned herein, to an everlasting maintenance of mutual friendship and unity of mind, that they shall endeavor on both sides to implement everything that belongs to the flourishing and prosperity of their lands and peoples, or what may be conducive thereto, as well as from time to time, when deemed serviceable and useful, to devise such measures and arrangements with one another concerning matters that might arise in the course of time and are not mentioned herein, as may serve to mutual satisfaction. Copy Respectful remarks on a certain contract, presented by the submissive undersigned to the Noble Lord Governor and Director Johannes Siberg for favorable correction. To Article IX could be added a distinct period: That in the rural districts or villages, much less in the residence city of the Sultan, no slaves of the Company's subjects shall be detained by any of his subjects, but must be handed over directly by whomever they are pointed out or discovered; and that to this end the most rigorous order shall be given to all high and low court servants against this, on penalty of banishment for high personages and the death penalty for commoners who transport or harbor slaves.
Dutch transcription
Samarang den 18=e Augustus Ao 1783. pag„oa 63. Door dat het de gehoudenisje en het gebruijk meede brengd, dat de vorsten van Java. zoo wel, als andere keijpers, sulthans en koningen, die met de Neederlandje Oost Indische Compagnie Een bondgenootschap hebben aangegaan bij optreeding of verkre= „sing van een Nieuwe Gouverneur Generaal van Neiderlandsch Jndia, twee, drie ofte meer hunner Rijksgrooten als gesanten na Batavia zenden, om aldaar hulde te doen aan den nieuwe verhooren Heere gouverneur Generaal, zoo als den presenten Javas Sulthan eeven als den soesoehoenang ook gehouden zijn, bij een zulk gemeld voorval, den Rijksbestierder noevens nog twee ofte drie zijner Rijksgrooten over samarang na Batavia te zenden, ten einde aldaar aan den Heere Gouverneur gene= „raal, uijt naam van hun vorst, de verschuldigde hulde te doen; in welk geval de Compagnie aanneemt die gesantschappen, behoor„ „lijk Transport na Batavia en ook weederom retour na sama „rang te besorgen, hit zij met sComp=s schip of andere bekwaame geleegentheid, wanneer het als dan ook aan sulthans gesanten vrij staan zal, om na het al ouden gebruik bij hunne reijse na Batavia, in passant het Comptoir Tagas aante doen, ten einde aldaar de gewoonlijke Eerbied te bewijsen, aan het graff van aens Soesoehoenang Tagalwangie; en ingevalle den nieuw verkooren Heer Gouverneur Generaal verkiesen mogte, om de gesanten den Javasche vorsten, uit hoofde van het moeijelijk vallende trans= „port na Batavia, en andere inconvenienten meer, van de reijse na gemelde Hoofdplaats te Excuseeren, en die hulde te laa= „ten geschieden te samarang bij den Heer Javaas gouver„ „neur en Directeur als oplonipotentiaris van zijn Hoog Edelheid, den Heere Gouverneur generaal, zoo zal den sulthan eeven, als den soejoehoenang daarinnen berusten, en genoegen neemen, wijl het op die wijse zal worden geconsi= „dereerd, als waare die hulde te Batavia geschied. —. Arts. XXV. De Neederlandse Oostjndische Compagnie, aan den voorigen Acts. XXIV. sulthan. Samarang den 18=e Augustus A:o 1703. sulthan, Jaarlijks in de maand September uitgekeerd hebbende de helfte van de van ouds gecontracteerde en bedongen gelden voor de aan de Maatschappije gedaane afstant der stranden, zoo verbind zig de Comp:e om met de tutkeeringen dier Contanten voor de helft, ten bedrae= „gen van Thien duijsend spaansche reaazen aan den presenten sulthan te Continueeren; mits den Rijksbeskierder unt naam en de van weegens zijn vorst van den ontvangst een behoorlijk bewijs verleenende. — Art: XXVI. Laastelijk verbind zig den sulthan, zoo wel als de doorlugtige Neederlandje Oost-Indische Compagnie, om met stipte nakominge van alle de in deesen vermelde Artikulen, dot een altoos duurende stand= „houding, van onderlinge vriendschap en eens geointheeden, dat zij aan weerskanten alles zullen tragten in 't werk te stellen, wat tot den bloeij en welvaart hunner Landen en volkeren behoort, of wat daar „too bevorderlijk zijn kan, mitsgaders om van tijd tot tijd, der dienstig en snutsig geoordeeld wordende, met Elkanderen zoodaenige maatre= „gulen en beschikkingen te beraamen, overzaaken, die zich in 't ver„ „volg van tijd mogten koomen op te doen, en in deesen niet vermeld staan, als tot weeder zeidpche genoegen strekken kan. - Copia Eerbiedige Remarques op seeker Contract, door den sub= „mitsen teekenaar, dan de Edel Heer Gouverneur en Directeur Johannes Siberg, ter gunstige Correctie Voorgedraegen wordende. Bij Art„o IX. soude kunnen worden gevoegt, een distincte periode Dat in de Land- off- Dorpschappen veel min in de residentie stad van den sulthan, door geen sijn er onderdaenen eenige slaeven van Comp:s on- „derdaenen aangehouden, maar direct door wien ook aangeweesen of ontdekt worden, zullen moeten uitgeleeverd worden; En dat hier toe de prassenste order sal geeven, aan alle hoog -en laage Hof be= „diendens, om daarteegen op straffe van deportement aan hooge per„ „soonagien en dood straffe aan gemeene, die slaeven vervoeren, off =ophouden.
English
Samarang the 10th August Anno 1783: page 65. cease to be vigilant; and grant freedom, in his states, to search for them wherever they may be found. Article XVI could be extended. That the Sultan obligate himself to cause the roads and bridges to be made and kept in order, and to that end shall appoint one or two Chiefs or Lurahs of cartaks and pasangrahans, who, with and under the supervision of a Company servant, shall have to care and be responsible for keeping in order the roads, bridges, the halfway stations, or pasangrahans at Boyolali, Tankiedang and Remame as the best and most convenient, and these chiefs shall also be Demangs of the gladdags along the roads, under and with such an Instruction as best serves that purpose. Article XVII. Concerning the products. Could be supplemented: That the picol, set as of old at 120 lb, the delivery of the cotton yarn and pepper in kind shall continue to take place as, and at the same prices regulated in the previous contracts. NB: For 180 lb is calculated and weighed out for each pikol upon dispatch to Samarang, and the delivery by the native is thus. And of old, a general tax on the community. While in order to encourage the delivery of the fine cotton yarn Letter A and B and bring it into esteem, to the satisfaction of the Company and the welfare of the prince's subjects: the payment by number of skeins by the respective regencies shall be abolished, and in contrast such arrangements shall have to be made by the Prime Minister and Resident that the delivery, fixed in quantity according to the old treaties, shall henceforth be delivered in better assortments, in order to then disburse to the community the increased price of One picol Letter A . . . . . . . Rds 45. 10. –. One picol Letter B . . . . . . . Rds 35. 14. –. and further to make such arrangements as, in a populous city, there is ample prospect of spinning a considerable delivery of his yarn. Article XX That the products delivered to the Honorable Company in good time, as for dispatch: Samarang the 18th August Anno 1783 NB: This is the draft stipulation which was previously proposed; the requisition of the homage having been refused at Samarang, it also came to nothing, dispatch shall have been made ready, after the requisition made to that end by the Residents, provided with the necessary people or beasts, shall have to be transported with the necessary packaging to Samarang, under proper supervision and assistance. And whereas the fort and its garrison have been enlarged and improved by the Honorable Company; so that in all respects it equals that of the Emperor's Court at Souracarta, the provision shall consequently be better regulated: and for the service of the rations for the garrison, the Company's necessities and the consumption of the Residents, one hundred and sixty battoors per month shall be provided, and stipulated that these porter folk, if there are products on hand or goods to be transported, must also serve for that purpose: While for the service of the fort, the Company's garden, 20 Battoors Tongongs, and 20 ditto Etjers, shall be designated, and regulated for distribution to the chief, Resident, and officers, for their service 50 Battoors Tongongs, 50 picols of grass per day, 50 picols of Cassambi firewood per day, 20 Battoor water boys ditto, 4 smith boys ditto, 4 Calangers ditto, 4 Gawongers ditto, 2 woodturners ditto, 1 Javanese teacher ditto, 1 Javanese clerk ditto. For the monthly provision shall also be stipulated: 300 measures of rice, 100 matten in cash, uang sappen, 150 jugs of oil, 10 measures of salt, 2 measures of pepper; Also. 5. Samarang the 18th August Anno 1783. page 67. As also from the gladdak the necessary amount of kepangs, bamboos, tali duk and other necessities, for the service of the fortress, Lodge, Kebon, Dragoon stables, and Sultan's guard. And there shall also have to be credited or provided to the Adjutant of the garrison, by the gladdak, whatever is furnished for provisions and grass for the daily and extra commandos, and might be needed in his service, according to a regulation or written order to be drawn up for that once and for all. Article XXIII. Concerning the salute of the Company's and prince's dispatches, the present usage has of old been established; for the letters of Their High Excellencies and the Emperor 15 and 11 shots are fired, for the missives of the Honorable Governor. Article XXIV. Is, that for the embassies, the Raden Adipati or First Prime Minister is always employed, and that in such case they must always first visit Tegal, in order, following the steadfast custom of the Sultan, to then pay respects at the grave of Susuhunan Tegalwangi. NB: without making mention or stipulation regarding this, ratifying this article with the young Sultan will have very great difficulties, since he is already as strictly attached to the adat as his father is! And since it is on all accounts useful and expedient that the first princes and ministers present themselves more, and be kept in order, it could also be required and stipulated: That for greater prestige and due respect to the Honorable Company and the seat of the Sultan, from the Pangeran appointed Crown Prince in due time down to the princes of the blood following in rank, such as Pangeran Ngabei, Pangeran Demang, Pangeran Notokusumo, and Pangeran Kusumoyudo, along with the Prime Ministers in function, Raden Adipati Danureja, Diponegoro, Raden Ronggo Prawirodirjo, Notoyudo, and the two first Dalem Tumenggungs Mangundipuro and Mangundirjo, before proceeding to Court on the diet days before the Sitihinggil for the seba, shall appear at the Company's audience with the chief in the Lodge, in order there knowledge
Dutch transcription
Samarang den 10:e Augustus A:o 1783: pag„a 65. ophouden te vigileeren; en vrijheid vergunnen, in zijn staeten om waar die ook gevonden worden opte zigten. —e. Art„o XVI soude kunnen worden g'extendeert. Dat den sutthan sig verpligte tot het doen in order maaken en houden der weegen en bruggen, en ten dien eijnde sal aanstellen een off twee Hoofden off Teur Cartaks en passangrahans, die met en onder too= „zigt van Een Comp=s dienaer, voor het in order houden van weegen Bruggen, de halfplaatsen, off passangrahans te Boegjolatie, Tankiedang en Remame als de beste en Convenabelste zullen moeten sorgen en tepon„ „deeren, en deese hoofden teffens Demangs zullen zijn der sladdako langs de Weegen, onder en met zulk een Jnstructie, als daartoe best dient. —. Art„a X V741. De producten Concerneerende. soude kunnen worden aangevult: Dat de picol als van ouds op 130: lb: gesteld, de Lieverantie der Ca„ „toene gaarn en peeper in zoort zal Continueeren te geschieden soo, en teegen de zelfde paijsen bij de voorige Contracten gereguteerd. NB: Want 180. lb word ieder pikol gereekend en afgewoogen bij af„ „sending na samarang, en de Leeverantie bij den inlander is soo. En van ouds, Een generaale belasting op de gemeente. Terwijl om de Leverantie van het fijne Cattoene gaaren L„a aft: en B: te animeeren en in aansien te brengen, tot genoegen van de Comp„e en welzijn van svorsten onderdaenen: Het opbrengen bij strengen getal, door de respective regentschappen sal afgestaft en daar en teegen bij den Rijksbestierder en Resident die beschikking sal moeten gemaakt worden, dat de Leeverantie na de oude tractaten in quantiteit bepaald, voortaan in beeter sortement ge„ „leeverd worde, om als dan aan de gemeente de verhoogde prijs van Een opicol L„a A. . . . . . . . - Rd„s 45. 10. –. - - - - - „ 35. 14. -. Een picol. „ B. - -- uittereijken, en voorts zulke beschikking te maaken, als in een volk rijke stad, een aansienelijke Leeverantie sijn gaaren te pinnen aparentie genoeg is. — At: XX Dat de aan DEComp:e geleeverde producten ter goeder vijd, als ter aff„ „sending: Samarang den 18=e Augustus A:o 1783 NB: Dit is de project bepae„ „ling, die voortzeen voorge„ „steld; Het Requisit der Hulde te samarang gerefu„ „seerd zijnde ook in steek ge„ „bleeven is, „zending in gereedheid zullen gebragt zijn, na het ten dien eijnde gedaan wordende requisies daarom door de Residenten, met het noo„ „dige volk of beesten voorsien, van de noodige in baluure na sama- „rang, onder behoorlijk toesigt en adsistentie afgebragt sal moeten worden. En aangesiens het fort en dies besetting door de Ede Compagnie is vermeer„ „dert en overbeetert; soo dat in allen opsigte met dat van 'Kkeijzers Hoff te souracarta Equalipeere, soo sal dienvolgens de verstrekking beeter ge„ „reguleerd: en ten dienste der Randsoenen voor de besetting, der Com= „pagnies benoodigtheeden en Consumptie der Residenten Een Honderd en sestig Battoors des maands verstrekt worden, en bepaald, dat deese draag= „volkeren, soo 'er producten voorhanden of goederen aftebrengen zijn daartoe ook moeten dienen: Terwijl ten dienste van het fort, de Compagnies Thuijn 20. Battoors Tongons, en 20. _„o Etjers, zullen bestemd, en ter verdeeling aan 't opperhoofd, Resident en officieren gereguleerd worden, ten hunne dienste 50. Battoors Tongongs, 50. picols gras des daags, 50. pic: Cassambi branthout des daags, 20. Battoors water Jongens „ d„o 4. Smith Iongens. - - - „ d„o 4. Calangers d„o - - . „ d:o 4. gawongers d„o - - - „ d„o 2. boeboets. - - d„o. . . . „ d„o 1. Iavaanse leermeester. . . „ d„o 7. Iavaanse schrijver - - - „ d„o Tot de maandelijkse verstrekking sal ook worden bepaald. 300. maaten Rijst 100. matten Contanten, oeang sappen, 150. kannen olie, 10. maaten zout, 2. maaten peepen; Alo. 5. Samarang den 18=e Augustus Ao 1783. pag„a 67/: Als meede van de gladdak het noodige van Kippangs, pringe, Jalie dok en andere noodwendigheeden, ten dienste der fortresse, Loge, Co= „bong „ Dragonder stal en sulthans wagt. en sal aan den Adjusant van 't Guarnisoen, door de bladdak al meede moeten te goed gedaan, of ver„ „strekt worden, het welke voor vivres en gaas voor de dagelijkse en Extra Commandos fourneerd, en in sijn dienst mogt benoodigt weesen. „na een reglement of order schrift, daarvan eens vooral te formeeren. — Art. XXIII. Omtrent het salut van des Comp:s en 's vorsten depeces, is de presente u= „santie van ouds her bepaald; voor de brieven van Hunne Hoog Edelheiens en den Keijzer 15. en 11. verschooten, voor de missiven van de Eaeletbaer Gouverneur gedaan worden. Arl: XXIV. Is, dat tot de gesantschappen, altijd de Raden de Pattij of Eerste Rijksberter„ „der is g'emploijeerd, en dat die in sulken gevalle altijd eerst Tagas moeten aandoen, om na de bij de sulthan onwrikbaare te volgen Lasten adat, als dan de Eerbied aan 't graf van soespehoenang Tagal wangie moeten afleggen. NB: sonder hier omtrent gewag of bepaaling te maaken, sal dit articul te ratificeeren bij den Jongen sutthan seer veel beswaarnissen hebbe, aangerie„ op de adat alreets zoo nauw geset, als zijn vader is! En daar het allenthalven, nut en dienstig is, dat de Eerste prinsen en ministers sig meer koomen te vertoonen, en in ordre gehouden worde, soo soude al meede kunnen gerequireert en bedongen worde. Dat tot meerder aansien en schuldige respect aan de EComp:e en den seetel: van den sutthan, van den tot kroonprins in der tijd benoemde pangerang af„ de in rang volgende prinsen van den bloede, als Pangerang Ingebeij„ Pangerang Demang, Pangerang Notto Coesoemo en opangerang Coc= Joemo Iudo, beneevens de infunctie sijnde Rijksbestierders, Den Radeen Adipattij Danoeredja, Diepanagara, Radeen Rongo Pro= „roirodridjo, Notto Judo en de twee Eerste Dalm Tommongongs Mangoendiepoero en Mangoendridjo, alvoorens op de Rijksdaegen aan het Hoff voor de Lamadoehoer ter sebau sig begeeven, op Comp=s Audientie verscheinen bij het opperhoofd in de Logie. ten einde daar kennisse 2
English
Samarang the 18th August A:o 1783. to obtain knowledge of the occurring matters and proceedings in the service of the Company and the Sultan, in which they would otherwise remain uncouth and unpracticed. While, for the attainment of the good purpose therein, the Sultan, just as the Emperor, upon his first entry into the fort, could and should precede these aforementioned courtiers and ministers of his, in order to pay proper reverence to the fort and the assembly, without entering inside the fortress accompanied by the usual retinue, much less by armed men; and thus to cause that support of the prince's throne to be respected, just as takes place with regard to the Siti Hinggil and the great alun-alun, and immediately to cause the slightest omission to be corrected in those of the courtiers who happen to fail in their duty. As a highly necessary point, reflection must also be taken, or an adequate regulation be made, supplemented at Article & L: or X, regarding the deserters, rebels, Jappas, run-away slaves, etc.: That no lands belonging under the obedience of the Company, the Emperor, or the Sultan, even if administered by the Crown Princes themselves, or by Pangeran Adipati Mangkunegara, such as Kaduwang, or any other districts, villages, or private regions, however named, shall be spared or understood not to be directly subject to the same orders as all the lands and districts possessed by the Company, the Emperor, and the Sultan; in order to be inspected upon proper documents according to the orders of the Company and the princes, in case their service requires an investigation to be directed, which documents shall consist of warrants ratified by the Company and both Regents, remaining with the respective chiefs, in order to be able to make use of them at all times and occasions, so that even at the farthest distance, the envoys shall be respected just as elsewhere in the vicinity, and assistance as well as necessary provisions for man and mount must be provided. Also, for the prevention of many unpleasant disputes, a decisive article should be introduced, whereby the Company, the Samarang the 18th August Ao 1783. page 69 the Emperor, and the Sultan clearly declare after what time, of well over a year, deserted free Javanese, without debt or lawsuit, shall be considered free, and not subject to the order of their first sovereign. Just as also when other nations remain behind as naturalized, not being subjects of the princes, such as Chinese, who change religion and enter into the service of the princes, have deserted from their family and creditors, and are mostly the greatest vagabonds, as other nations also occur, such as Moors, Buginese, Makassarese, and Balinese, who perhaps for some reason fled or transported from elsewhere find domicile or a hiding place here, to the notable prejudice of the residents and inhabitants; because at the least displeasure, a slave or other servant, departing from his master or lord, goes thither. Underneath stood: DjokjoCarta the 6th August 1783. Was signed: J:n M: van Rhijn. Further remarks of the Honorable van Rhijn: To introduce a period which would accredit a First Resident to direct audience with the prince, by requesting the adjutant in the Dalem, without the Raden Adipati needing to be informed thereof, because I have already brought it so far, that if the prince wishes to have one thing or another from me or from the company, he sends the people of the Dalem directly for it, and it suffices when I hand it over personally. Also that for greater security of the overland journey the respective stopping places in the Kedu and Pajang should be provided with a benteng and the necessary lodgings constructed therein, just as the small forts on the Solo still are, which would not only in time be able to provide a safer stay for the travelers and Company goods, as of great importance for the peaceful conveyance to and fro of the trade goods and products, but would also make the inland disturbances, if not to prevent them, easier to observe in order to counteract them, than now, when one finds no retreat anywhere in those regions. I thought I should still bring this to the attention of Your Honorable Greatly Respected, whether this could be viewed in that light, for that by day of
Dutch transcription
Samarang den 18=e Augustus A:o 1783. kennisse verkrijgen van de voorvallende saake en verrigtingen in den dienste der Compagnie en den sulthan: waar in buijte dien lompeen on„ „bedreeven blijven. Terwijl ter bereiking van het goede oogmerk daarin, den Sulthan eeven als den keijzer, bij zijn Eerste entre in het fort, deese voormelde zijn Hoovelingen en ministers soude kunnen en moeten voorgaan, om aan het fort en de bij Eenkomst de behoorlijke reverentie te doen, sonder het gewoon gevolg, veel min van gewaapend volk verseld, binnen den fortresje te gaan! en dus dien steun van des vorsten seeter, eeven als ten opsigte van de Lamadoehoer, en ve groote passe baan plaets vind, te doen respecteeren, en de minste versuimenisse dadelijk te zullen doen Corrigeeren, aan die der Hovelingen welken aan zijn pligt komt te mankeeren. —. Als een hoog noodsackelijk poinct, dient ook riftectie genoomen, ofte een vol„ „doende bepaaling gemaakt te worden. aangevult bij Art: & L: of X. ten reguarde van de overloopers, kramans, Iappas, gedroote slaeven enz: Dat geene Landen gehoorende onder de gehoorzaamheid van dE Comp=e, den keijzer off den sutthan, schoon bij de kroonprinsen zelfs, ofte bij pangerang depattij Mankoenagara, gelijk Cadoeang, dan wel eenige andere districten, Dorpschappen off privaate Contrainen, hoe ook genaamd, bij derselver bestierd wordende, zullen moogen gemenageerd, of begreepen worde, niet direct deselfde orders als alle de Landen dis= „tricten bij de Compagnie, den Keijser en sulthan gepossideert; sujct te weesen; om na de orders der Comp:e en de voosten op behoorlijke beschui„ „den ondersogt te worden, Ingevalle den dienst derselve requireerd on„ „dersoek te dirigeeren, welke bescheiden sullen bestaan en door de Comp„e en beide Rijksbestierders geratificeerde bevelschriften, onder de respec„ „tive opperhoofden berustende, om daar van ten alle tijden en geleegend „heeden gebruik te kunnen maaken, soo dat in den Versten afstand zelfs, de zendelingen eeven als elders in de nabijheid gerespecteert, adsistentie einde noodige vivres voor mensh- en vel moet toegebragt worde. Ook dient tot voorkooming van veele Onaangenaame differente, Een be„ „slissend articul g'introduceert te worden, waar bij de Compagnie de. . Samarang den 18„e Augustus Ao 1783. pong=oa 69— de keijzer en de sulthan duijdelijk verklaaren, na welke tijd van ruijm een Jaar; overgeloopene vrije Javaanen, sonder schuld off proces zullen geconcidereert worden voor vrij, en niet sujct aan de order van hun Eerste Landsheer te zijn. gelijk ook wanneer andere natie als ge„ „naturaliceert te agter bennen, geen vorsten onderdaanen zijnde, alt daar zijn Chineesen, die van gelooff changeeren sig in den dienst der vorsten t begeeven van hun familie en schuld Eijsschers gedrost zijn, en meesten= „deels de grootste vagebonden benne, gelijk 'er ook andere natien voor„ „koomen, als Hooren, Boegineeren, Makkasaren en Baliers, welke mooge„ „lijk uit eenige oorsaak van elders gevlugt off vervoert hier dome „cilium of schuijlplaats vinden, tot merkelijke prejuditie, der- in-en- opgeseetene; wijl de minste ongenoegen, slaaff of andere dienaar sig van zijn Land- off Lijfheer verwijderende, daar na toe trekt. /onderstond:/ DjokjoCarta den 6:e Augustus 1783. /:was geteekent:/ J„n M: van Rhijn-. Nader Remarcques van den E: van Rhijn — Om een periode intevoeren, dewelke een Eerste Resident Accrediteerde tot directe Audientie bij den vorst, door den adjudant in aen Dalm te requireeren, sonder daartoe den Radeen de pattij diende gekend te worden, wijl het dog nu reets soo verre gebragt hebbe, dat de vorst het een of ander willende hebben van mij of ut de kongsie, dat daarom het Dalms volk directsend, en volstaat, als het eigenhandig afgeeve. Ook dat tot een meerder securiteit van Land pasjago de respective halt= plaetsen, in de Cadoe en padjang, als met een Benting voorsien en daarin de noodige Logementen vervaardigt wierden, Even als de kleine fortjes, op de solvoe, onog zijn, het welk niet alleen in den tijd een sechuurder verblijff der passan= „ten Compagnies Effecten, als groot belang voor den gerusten op en afvoer der Negoltie goederen en producten souden kunnen afgeeven, maar ook de binnen= „landse reptuuren, zoo niet te preevenieeren gemakkelijker te observeeren, om teegen te gaan soude weesen! dan nu dat omen nergens in die Contreinen eenige retraite vindo. — Dit dagt ik uwel Edele groot Agtbaare nog, onder het oog te moeten brengen, ofte dit in dat aspect zoude kunnen beshouwd worden, want dat bij daagie van. 2 1
English
Samarang the 18th of August Anno 1783. brought forward by succession, be carried into effect with less difficulty than other occasions; seeing that the growth of the nation and the acquired knowledge of our situation require making such arrangements as may in time keep their superiority in check, and that without any notable burden to the Company, but could also serve as healthy residences for mutilated and sick servants: all of which we respectfully submit to Your Right Honourable Greatness's further judgment. Copy Translation Javanese letter written by the Susuhunan Pakubuwana etc. To the Right Honourable Great and Venerable Lord Johannes Siberg, Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, received at Samarang the 16th of August Anno 1783. Brother's pleasant missive sent to me, written the 8th of August Anno 1783, I have received very well and have fully understood its contents, namely: that Brother made known to me that the day before he had received a letter from my grandfather the Lord Governor-General and the Lords Councillors of the Dutch Indies, in which Their Noble High Mightinesses reported: that an armistice had been struck between the warring powers in Europe, and thus also between the King of England and the Dutch State, with the certain prospect: that peace would soon be concluded between those powers; for which reasons Their said High Noble Honours, as also on account of the relief of some men and ships received at Batavia, had decided; to send back my auxiliary troops at a convenient opportunity; whereof Their High Noble Honours would give Brother further notice; which Brother would no sooner have received, than Brother would also give me notice thereof; while Brother in the meantime, however, could not refrain from giving me preliminary notice of this; to all of which I serve in reply: that I am very pleased about it, and express many thanks to Brother for it Samarang the 18th of August Anno 1783 page 716 express. Written below on Thursday the 15th of the light of Puasa in the year Jimawal 1709. Lower down: translated by me. Was signed: F. J. Rothenbuhler, sworn translator. Copy Translation Javanese letter written by the Sultan Hamengkubuwana etc. To the Right Honourable Great and Venerable Lord Johannes Siberg, Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, received at Samarang the 15th of August Anno 1783. I have received Brother's friendly missive very well, and understood its contents, namely that Brother the day before had received a letter from His High Nobility the Lord Governor-General and the Lords Councillors of the Dutch Indies, in which Their Noble High Mightinesses reported that an armistice had already been struck between the warring powers in Europe, and thus also between the King of England and the State of Holland, with the certain prospect: that peace would soon be concluded between those powers; for which reasons Their High Noble Honours, as also on account of the relief of some men and ships received at Batavia, had decided to satisfy my desire for the return of my auxiliary troops, and to let those warriors return home at an opportunity; regarding which Their said High Noble Honours would give Brother further notice; which Brother would no sooner have received, than Brother would give me notice thereof again. To all of which I serve in reply, that I am very rejoiced about it, and express my gratitude for it. And since the war has now ceased; so I also hope that my said auxiliary troops may soon be sent back. While Brother is greeted in the most affectionate manner by me and the Pangeran Adipati Anom Mangkunegara, and Madam Brother's spouse by the Ratu and the Ratu Bendara; with wishes for constant pleasure and prosperity, unto length of days. Samarang the 18th of August Anno 1783. Written below: written at Yogyakarta Hadiningrat on Thursday the 15th of the light of Puasa, in the year Jimawal Anno 1709. Lower down: translated by me. Was signed: L. J. Rothenbuhler, sworn translator. No 73 Samarang the 21st of August Anno 1783. Batavia To His High Nobility. The High Noble, Severe, Great and Venerable Lord; Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General and the Right Honourable and Severe Lords Councillors of the Dutch Indies; etc. etc. etc. High Noble, Severe, Great and Venerable Lord; and Right Honourable and Severe Lords! With respectful reference to my latest submission of the 10th of this month, I take the liberty to inform Your High Noble Honours of the passing of the worthy First Bupati of Madura, Aria Mangunnegara, in whose place I, upon the proposal and request of the Panembahan, and on the good testimony that the Surabaya Commander Van der Niepoort has given of him, have provisionally appointed again as First Bupati of Madura the Jaksa or Grand Mantri there, Raden Adimancanagara, whom I request that Your High Noble Honours may be pleased to approve and confirm as such. I have the high honour to be with deep respect and true high esteem. Written below: Titus. Lower down: Your High Noble Honours' humble and obedient servant. Was signed: Js. Siberg. In the margin stood: Samarang the 21st of August Anno 1783.
Dutch transcription
Samarang den 18=e Augustus A„o 1783. van succesie voort gebragt, met minder moeijte, dan andere geleegend„ „heeden, ten effecte gebragt worden; aangesien den aanwas der natie, en verkreegen kundigheeden onser situatie requireerd, sulke arrange„ „menten te maaken, als in den tijd hun overmagt kan in toom houden, en dat tot geen aanmerkelijke Latt voor de Compagnie, maar gesonde eblijff: „plaatjes voor verminkte en sieke dienaeren al meede dienstig zoude kun= „nen zijn: Alle het welke uwel Ed=e groot Agbaaren overs wijder oordees ber= „biedig voorstellen. - Copia Translaat Javaanshe brieff geschreeven door den soesoehoenang Pacoeboeana enz: Aan den wel Edelen groot Achtbaren Heere Johannes Siberg, gouverneur en Direc= „teur op en Langs Javas Noord:oost kust /:ontfangen te Samarang den 16:e Augustus A„o 1783. —: Moeders aan mij gesondene aangenaame missive, geschreeven den 8=e Augustus Ao 1783, hebbe ik seer wel ontfangen in derselver Inhoud volkoomentlijk verstaan, als: dat Broeder omij bekend maakte, dat deselve sdaags te vooren, Een brieff had ontfangen van mijnen groot vader den Heere Gouverneur Generaal, en de Heeren Raaden van Neederlands Jndie, waarinne Hoogst dezelve berigten: dat tusschen de Oorloogende Hoo= „gentheeden in Europa en dus ook tusschen den kooning van Ingeland en den Neederlandshen staat een stilstant van waepenen was getroffen, met seekere vooruitsigt: dat eerlang tusschen die moogentheeden den meede soude werden geslooten; om welke reedenen welmelde Hunne Hooog Edelheeden, als ook om de wille van het te Batavia bekoomen ontset van eenige Manschappen en scheepen, hadden beslooten; om bij bekwaame geleegent= „heid mijne hulptroupes weeder te rug te zenden; waar van H: H: E: Broeder nader souden berigt doen; 't welk Broeder soo draa niet soude hebben ontfangen, off kroeder soude mij daarvan almeede kennisse geeven; Terwijl Broeder intusschen egter niet had kunnen afzijn, om mij voor eerst hier van kennisse te geeven; op welk alles ik ten antwoord diene: dat ik daar over seer verherigt ben, en Broeder daarvoor veelmaals dank betuige Samarang den 18=e Augustus A:o 1783 pag:o 716 betuige. /: onderstond geschreeven op Donderdag den 15:e van het ligt Toeasja in 't Jaar Djimmawas 1709 /:lager:/ getranslateert door mij /:was geteekent:/ F: J: Rothenbuhler gesw: translatenar. Copiae Translaat Javaansche brieff geschreeven, door den Suilthan Amangsoeboeana enz: Aan den wel Edelen groot Agtbaeren Heere Johannes Siberg, gouverneur en directeur op en Langs Javas A„t d„t kust, Ontfangen te samarang den 15:e Augustus Anno 1783. — Ik hebbe Broeders vriendelijke missive seer wes ontfangen, en derselver inhoud verstaan, als dat mroeder sdaags te, vooren Een brieff had ontfangen, van zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur gene= „raal en de Heeren Raaden van Neederlands Jndie, waarinne Hoogst deselve berigten dat er tusschen de oorloogende moogentheeden in Europa en dus ook tusschen den kooning van Engeland en den staat van Holland, reets Een stilstant van woepenen was getroffen, met seekere voor uitsigt: dat Eerlang de vreede tusschen die moogentheeden soude werden geslooten; om welke reedenen Hunne Hoog Edelheeden, als ook om de wille van het te Batavia bekoomen ontset van Eenige man„ „schappen en scheepen, beslooten hadden, om aan mijn verlangen tot de ter rug sending van mijne hulp troupes te voldoen, en die krijgers bij geleegentheid na huijs te laaten keeren; waar omtrent welmelde H: H: E: Broeder nader souden berigt geeven; welk Broeder soo draa niet soude hebben ontfangen of Broeder soude mij daarvan weeder kennisse geeven. Op welk alles ik ten antwoord diene, dat ik daar over seer verheugt ben, en mijne dankbaarheid daar voor betuige. En de„ „wijl thans den oorlog opgehouden heeft; soo hoope ik ook dat mijne gedagte sulx troupes spoedig moogen te rug gesonden werden. Ter „wijl Broeder door mij en den pangerang Adipattij Anom Mang Coo Nogoro, en mevrouw Broeders gimalinne door de Ratoe en de Ratoe Bendoro, op het minsaamste word gegroet; onder toewensching van een bestendig genoegen en woorspoed, tot een lengte van daagen. /:onder= 2. Samarang den 18=e Augustus Ao 1783. /onderstond:/ geschreven, te djokjoCarta Adimingaat op donder„ „dag den 15:e van het Ligt Poeatsa, in 't Jaar Djimmawas anno 1709. /:lager:/ getranslateert door mij /:was geteekent:/ L: J: Rothenburler, geswoore translaten. : „o 73 Samarang den 21„e Augustus A„o 1783. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel, gestrenge, groot Achtbaaren Heere; A: Willem Arnold Atting, Gouverneur Generaal en de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indië; enz: enz: enz: Hoog Edel Gestrenge, Groot Achtbaeren Heer; in Wel Edele Gestrenge Heeren! Met Eerbiedigt refert tot mijne Jongste subinisje van den 10. deeser, neem ik de vrijheid uwe Hoog Edelheeden kennisse te geeven, van het Overleiden van den braaven Eerste Bepattij te Madura Aria Mangoe„ Ragara, in wiens plaats ik, op voordragt en het versoek van den panumbalan, en op de goede getuigenisse, die den sourabaijas gesaghebber van der Nie= „poort van hem gegeeven heeft, provisioneel weederom tot Eerste depattij van Madura heb aangesteld, den Tiaka of groot Mantrie aldaar Radeen Admantja Hagara, die ik versoeke, dat uwe Hoog Edelheeden als zoodaenig gelieven te approbeeren en te bevestigen. Jk heb de hooge Eere met ders Eerbied, en waare hoog agting te zijn. P. gt /:onderstond:/ Titus /: Laager /: uwer Hoog Edelheeden, onderdae= „nige en gehoorzaame dienaer /:was geteekent:/ I:s Siberg, /:in margine stond:/ Samarang den 21:e Augustus Anno 1783. —
English
Samarang, the 8th of September in the year 1783 Batavia. To His Excellency, The High Noble and Stern, Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, and the Right Honourable and Stern Lords Councilors of the Dutch Indies; etc., etc., etc. High Noble and Stern, Highly Esteemed Lord, and Right Honourable and Stern Lords! Having been informed by the Sourabaija Commander van der Niepoort, in his letter sent in extract dated the 26th of August, that the Panumbahan of Madura had made a request for the payment of the wages that would still be due to his auxiliary troops who recently returned from Macasser with the ship 't Huijs te Krooswijk, notwithstanding that the ministers of that government wrote by letter to the Sourabaija servants that the returning troops had enjoyed their wages and emoluments until the last day of July of this year; but since one of the captains of the Madurese warriors, by name Dermantaka, delivered to the aforementioned Sourabaija Commander an extract of a Macasser Resolution of the 28th of May 1783, from which it seems to appear in obscure terms that about 2600 Rds. would still be due to those troops, but that the disposition thereof was left to Your Excellencies, as Your Excellencies will further observe from the copy of that very Resolution accompanying this; and the frequently mentioned Sourabaija Commander has not only deferred the payment of the back pay to the disposition of Your Excellencies, but moreover remarks to me in his aforementioned letter that it appeared to him that they had acted strangely at Macasser, without mustering the men upon their arrival, and that they were not paid off by rolls, head by head, but were given a certain sum each time; thus I most respectfully request to be provided with Your Excellencies' disposition as soon as possible as to what manner to act regarding the satisfaction of the aforementioned Madurese auxiliary troops concerning the wages claimed by them, while I at the same time request authorization that, in case it should please Your Excellencies to have those monthly wages paid out on Java, the same may then also be charged from Sourabaija to Macasser. I have the high honour to be, with deep respect and true high esteem, Your Excellencies' humble and very obedient servant, signed: J. Siberg in the margin: Samarang, the 8th of September 1783. Samarang, the 8th of September in the year 1783. Copy Extract from the letter of the Commander Reijnolf Florentius van der Niepoort, at Sourabaija, to the Honourable Lord Governor and Director of Java Johannes Siberg, dated the 26th of August in the year 1783. Notwithstanding that Your Right Honourable and Highly Esteemed Sir will have observed from the Macasser letter to us, brought by the Krooswijk to accompany the Madurese, that we were informed that those troops were credited their wages and emoluments until the last day of July past, the Panumbahan nevertheless comes to request of me the payment of the wages that they would still have due, sending over for that purpose Captain Darmantaka, who delivered to me an extract of a Macasser Political Council resolution, of which I offer Your Right Honourable and Highly Esteemed Sir a copy, and from which it seems to appear that they still have 2600 Rds. due to them, but of which and concerning which the disposition was left to Your Excellencies; my answer to His Highness, that no payment could be proceeded with, but that the aforementioned disposition had to be awaited, will, I hope, carry Your Right Honourable and Highly Esteemed Sir's approval; for it appears to me that they acted strangely there in Macasser, without mustering that troop upon their arrival, as it does not seem to be known whether more men were truly brought than the rolls from Java indicated, that they were not paid off on rolls, head by head, but were merely given a lump sum, as if to divide among themselves, and also that no rolls of the dead or killed were kept. Copy of the translation of the Javanese letter, written by the Panumbahan Adipattij Tjacra Adiningrat in Madura, to the Commander at Sourabaija R. F. van der Niepoort, received there on the 24th of August 1783. Since Brother's subjects of my peoples here, who have returned from Macasser, have communicated to me that they would still have wages due from the Honourable Company, and the Macasser Governor would have instructed them that they would be able to receive the same from Brother, as
Dutch transcription
Samarang, den 8:' September Ao 1733— Batavia —. Aan zijn Hoog Edelbeid. Den Hoog Edel gestrenge, groot Achtbaren Heere A: Willem Arnold Atting, Gouverneur Generaal en de Wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indie; enz: enz: enz: Hoog Edel Gestrenge, Groot Achtbaren Veere, in Wel Edele Gestrenge Heeren! Door den sourabaijash Gesaghebber van der Trepoort, bij zijn in Extract overgaande brieff van den 26:e Augustus, berigt zijnde, dat den Panumbahan van Radura versoek gedaan had, ter voldoening der gagien, die zijne onlangs met het schip 't Huijs te krooswijk van Macasser te rug gekoomen hulptroupes nog zoude Competeeren, niet teegenstaande de ministers van dat gouvernement bij brieff aan de sourabaijsche toediendens geschreeven hebben, dat de te rug keerende manschappen hunne gagien en Emolumenten tot ult„o Iulij deeser Jaars genooten hadden; dan vermits eene den Capitains van de Radurecale krijgers, met naam Dermantaka aan voormelden sourabuijs gezag= „hebben heeft geintragueerd, Een Extract Maccajersche Resolutie van den 28=e Meij 1783., waar bij in duijstere termen scheint te blijken, dat aan die troupes nog zoude Competeeren Circa Ro: 2600. –. dog haar van de dispositie aan uw Hoog Edelheeden gelaaten was, invorge het uwe 6 Hoogen P=r 75. — Samarang den 8=e September Ao 1783. Hoog Edelheeden nader Consteeren zal, uijt het deese versetend af„ „schrift van die Resolutie zelvs; en den meermelden sourabaijas gezaghebber de voldoening der agterstallige maand gelden niet alleen heeft gediffereert, aan de dispositie uwer Hoog Edelheeden, maar daar. en boven bij zijn voorschreeven brieff aan mij aanmerkt, dat het hem Voor kwam, dat omen te Macasser wronderlijk geleeft heft, zonder het volk bij hun arrive te monsteren, en dat men hun op geen Rollen, kop voor kop afbetaalt, maar telkens aan hun een zeekere som heeft afgegeeven, zoo versoek ik Eerbiedigst met de dispostie uwer Hoog 1 Edelheeden zoo arae doenlijk is te moogen worden gemunieert, in hoedaeniger wege met de bevreediging der voorschreeven Madureesche hulptrou„ „pes, omtrent de door hun gepratendeert, wordende gagien te handelen, terwijl ik teffens qualificatie verspoek, om bij aldien het uw Hoog Edelheeden behaagen mogte die maand gelden op Java te doen uitkeeren, dat deselve als dan ook van sourabaija, Macasser moogen worden aangereekent. Jk. het de hooge Eere met vers Eerbied en waare hoog agting te zijn /onderstond:/ 1 titus /Laeger/ uwer Hoog Edelheeden onderdaenige en deer gehoorsame dienaer /:was getekent:/ J: Siberg /in margustend:/ Camarang den 8: etber 173 Samarang den 8=e September A:o 1783. Copia Extract uit de brieff van den gesaghebber Reioolf florentius van der Niepoort, te sourabaija, aan de Edele Heer Gouverneur en Directeur van Java Johannes Siberg, sub dato 26„e Augustus A:o 1783. —. Niet teegenstaande uwelEd„e groot Achtb: uit de Maccasjaare brieff Aan ons, per Krooswijk aangebragt, ten geleide der madureesche Ontwaart sal hebbe, dat ons bedeeld. is, die troupes hunne gagien en emolumenten, tot ultoJulij pass:o goed gedaan waaren, komt mij den panumbahan egter nog om de voldoening van de gagien, die zij te Goed soude hebbe, versoeken, zendende teffens daarom den Capitain Darmantaka over, die mij intragueerde een Extract Maccassaarsch politicq raads besluijt, waar van ik uwel Ed=e Groot Ahtb: Copia Aan„ „biede, en waar bij scheint te blijken, zij nog rd„s 2600:-— te goed hebben dog waar van en over, de dispositie aan H: H: Edelh: gelaate was, omijn antwoord aan zijn Hoogheid, dat niet een de betaaling gevolg kan nee„ „men, welm: dispositie diende affte wegte, hoope ik, dat uw Ed„e groot Achtb: approbatie sal weg draegen; dan 't komt mij voor, dat men daar te Macassen wonderlijk gelieft heeft, sonder dat volk bij hun Arrivo te monsteren, wijl 't niet bekent scheint te zijn off en waarlijk meer volk aangebragt is, dan de vollen van Java dicteerde, dat omen hun op geen rolle, kop voor kop afbetaalt, maar zoo maar een som gegeeven heeft, als om te deelen, ook dat'er geen vollen van dooden of gesneuvelde gehouden zijn.. Copia Pan 't translaat der Jav: Brieff, geschreeven door den panumbahan Adipattij Tjacra Adiningrat te Madura, aan den gezaghebben te sourabaija R: f: van der Siepoort, aldaar ontfangen den 24:e Aug. s 1783. — Dewijl Broeders onderdaenen mijner volkeren alhier, die van Macasser geretourneert zijn, hebben mij gecommuniceert, dat ze bij de EComp=e nog. gagie te goed zoude hebben, en den Maccasjaarsche Gouverneur Aan hun zoude hebben gelast, deselve bij woeden kunnen ontfangen gelijk.
English
page 77. Samarang the 8th of September Anno 1783. as His Right Honorable has granted a certificate; wherefore I request my brother's assistance in this matter. At the same time, Dermantoko is going over to my brother, bringing with him the paper from that government handed to him, so that my brother can examine it, and what I further have to communicate to my brother, I have entrusted to my emissary Mangoensastro, and I request my brother to inform himself from him in this regard. Written in Madura on Saturday, the 24th of the Light Remelan in the Year Jimawal, or the 23rd of this month. Below stood: End. Lower: Translated by me. Was signed: Jan Frederik Bus, sworn translator. Below that: Agrees. Signed: J: F: Buse, sworn translator. Copy Extract from the Resolutions, taken in the Council of Policy on Wednesday the 20th of May Anno 1708. Hereupon, being produced by the Lord Governor a petition served by the Captains of the Javanese Auxiliary Troops Dramantaka and Lombokananga, whereby they come to request to be allowed to obtain their back-pay due from the Company, which according to their statement they received too little of upon their arrival here in Anno 1778, or as much as shall appear from the books to be still due to them, which was allegedly caused because instead of their allocated pay, for the first five months of their arrival, only a certain sum was provided to them, or to their four companies three thousand rijksdaalders, and that up to now no settlement of the remainder had taken place, which petition, before disposing thereof, was first placed by His Right Honorable in the hands of the Honorable Senior Merchant Kraane, in order to verify in the trade books how far their assertion might be true, and his Honor having subsequently served an ample report with various attachments, from which after resumption it appeared that the assertion of the petitioners is entirely false, and no less bold than punishable. 2 1 Samarang the 18th of September Anno 1783. punishable, because: to the said four companies within the first three months of their arrival three thousand Rijksdaalders was already provided, and successively until mid-July to the Madurese or to their six companies together, but predominantly to the four mentioned, up to eleven thousand five hundred Rijksdaalders, as appears from the receipted payment orders thereof; that this paid amount nevertheless is less than they have earned, and that no settlement or account has yet been made with them, because this liquidation cannot be done other than very defectively, since those troops arrived here in parties at different times; that meanwhile according to the calculation of the said report there would still be due to them two thousand six hundred and forty-nine Rijksdaalders, from which, however, the number of twenty-eight deceased as well as fallen soldiers first ought to be deducted, which likewise cannot well be determined, because no record has been kept thereof; whereupon it was resolved to hear the two mentioned Captains along with their Lieutenant Gallasiap before proceeding to disposition, to which end they were summoned to the full assembly, and the report of the Honorable Senior Merchant being presented to them, with notification that their statement was found to be untrue, since their four companies according to the payment orders signed by their own hands and those of their officers and shown to them, which signature the said Dramantaka recognized as his own, had received over and above the mentioned three thousand rijksdaalders an additional four thousand rijksdaalders, or together seven thousand rijksdaalders, which being admitted and acknowledged by him, Dramantaka, from his produced notebook, that the three thousand Rijksdaalders had been received, before the last two companies had yet arrived here, yet to make good his statement, as it seemed, now wishing to attribute it to a greater number of heads brought by him than the lists received from Java dictate, which was regarded as an evasion, and he, Dramantaka, being reproached for his conduct in this matter, page 79: Samarang the 8th of September Anno 1783. it was at the same time made known to them that all of them together would still have a sum of about Two thousand rijksdaalders due to them, but regarding which we would leave the disposition to Their High Excellencies, wherewith they, being fully satisfied, departed; and consequently it was unanimously resolved respectfully to present the said petition and the report with its attachments to Their High Excellencies, in order to make such arrangement regarding it as Their High Excellencies shall please to deem fit. Below stood: Agrees. Was signed: J. G. Bedach, secretary. Lower: Agrees. Was signed: B: F: van den Niepoort. Agrees. Markei s. 2 201 Bantam 1782. Omitted: Secret Letters etc. To His High Excellency The High Noble, Right Honorable, Widely Ruling Lord Master Willem Arnold Alting Governor-General The Honorable, Right Honorable Councillors of the Dutch Indies etc. etc. etc. High Noble, Right Honorable, Widely Ruling Lord Honorable, Right Honorable Lords In dutiful compliance with Your High Excellencies' orders, contained in Your High Excellencies' Secret Missives of the 27th of December 1781, I have on behalf of Your High Excellencies thanked the King in the most friendly terms for the shown willingness to provide the required assistance, remarking that Your High Excellencies consider this a true proof of His Highness's benevolence
Dutch transcription
pag:o 77. Samarang den 8=e September Anno 1783. gelijk zijn wel dele groot Achtbaere van een bewijs verleent heeft; weshalven ik broeders hulpo dientweegen versoeke. teffens gaat dermantoko tot mroeder Over, en meede brengen de aan hem over„ „handigde papier van dat gouvernement, ten einde Broeden deselve kan bevogen, en wat ik vroeders verders te Communiceeren hebbe, hebbe aan mijn zendeling Mangoensastro opgedraagen, en versoeke Broeden hem hier omtrent te Informeere. - Geschreeven te Madura op Zaturdag, den 24=e van 't Ligt Remelan in 't Jaar Jimmawal, ofte den 23=e deeser /:onderstond:/ Einde /:lager/ ge= „translateert, door mij /:was geteekent :/ J„n f„r Bus, gest: translateur„ daaronder:/ Accrdeert /.geteekent:/ J: f Buse geswo: transl: Copia Extract uit de Resolutien, genoomen in Raade van politie: op Woensdag den 20:e Meij A=o 1708. Hier op door den Heer Gouverneur geproduceert werdende eene Re„ „quest gediend door de Capitains der Javase Hulptroupen Draman„ „taka en Lombokananga, waar bij dezelve versoek koomen te doen, om hunne bij dE Comp=e te goed hebbende gagie, die zij volgens derselve opgave bij hun aankomst in Ao 1778: alhier te min ontfangen hebben, off zoo veel als bij de boeken zal blijken, hun nog Competeerende is te mmoogen erlangen, het welk veroorzaakt zoude weesen door dien insteede van de hun toegelegde gagie, de Eerste vijff maanden van hun arrivement, Eenelijk aan deselve ten zeekere som, off aan hun Vier Compagnien drie duijsend rijksdaalders zoude zijn verstrekt geworden, en dat tot nog toe geene verEffening van het resteerende had plaats gevonden, welke supplicq door zijn wel Ed=e Aetb: alvoo= „vens daar op te disponeeren praalabel in handen van den EE: opper= „koopman Kraane is gesteld, omme bij de negotie Boeken na te gaan, in hoe verre haar voorgeeven, waar mogte weesen, en dien= „volgende door zijn E: gedient zijnde van een ampel berigt, met di= uit „verse Bijlaagen, waar na Resumtie gebleeken is, dat het voorge„ „ven der supplianten ten eene maal val, en niet minder stout dan Strafbaar. 2 1 Samarang den 18=e September A:o 1783. strafbaar is, alsoo dan: gedagte vier Compagnien binnen de Eerste drie maanden van haar komst reets drie duijsend Rijksdaalders verstrekt is, en successive: nog tot omedio Julij aan de madurecoche off met hun ses Compagnien te saamen, dog voornaamentlijk dan de vier gewaagde tot elf duijsent vijff Honderd Rijxd„s toe, blijkens de daarvan zijnde gequitteerde ordonnantien, dat dit afgegeevenen egter minder als zij verdient hebben bedragt, en dat met hun nog niet verEffent of afge= „reekent is, omreeden deese Liquidatie niet anders als pier gebrekkig kan geschieden, alsoo die troupen bij parthijen op verscheide tijden hier Aangekoomen zijn, dat hun intusschen bij de bereekening van gem: berigt nog Competieren zoude Rijxd=s twee duijsend ses Honderd Neegen en veertig, waar van Egtre: alvoorens 't getal van agt- en twintig zoo overleedene als gesneuvelde diende afgetrokken te wer„ „den, dat almeede niet wel te bepaalen is; door dien daar van geen aanteekening is gehouden, waarop verstaan wierd de twee gemelde Capitains neevens hunne Luijtenant Gallasiap alvoo= „rens ter dispositie treedende daarop te hooren, ten welken einde zij in volle vergadering ontbooden, en hun het berigt van den EE: opper „koopman voorgehouden zijnde, met kennis geeving dat hun op= gaaff onwaar bevonden is, alsoo zij vier Compagnies volgens de door hun en derselve officieren eigenhandig geteekende en aan hun vertoonde ordonnantien, welkers onderteekening gedagte Dramantaka voor de zijnen erkende, ontfangen hadden buij„ „ten en behalven gewaagde Rijksdaalders drie duijsent onog rijx „daalders vier duijsent ofte tezaamen rijxd:s seeven duijsent, het welk door hem aramantaka bij zijn geproduceert aantee= „kering Boekge geatoueert en bekent zijnde, dat de drie duij= „sent Rijksdaalders ontfangen waaren, een de twee Laaste Com„ „pagnien nog hier aangekoomen zijn, Egter tot goedmaaking van /zijne opgaeve /:zoo het scheen:/ als nu te willen werpen op een meerder door hem aangebragt getal koppen, als de van Java ontfangen Lijsten dicteeren, het welk als ontvlugten aangemerkt, en hij dramantaka over zijn gedrag in deesen gereprocheert zijnde pag„o 79: Samarang den 8„e September A:o 1783. zijnde, wierd aan dezelve teffens te kennen gegeeven, dat zij nog met hun allen een som van Omtrent Twee duijsent rijfd=s zoude te Goed hebben, dog waar omtrent wij de dispositie aan Hun Hoog Edelh: zoude overlaaten, waarmeede zij sig volkoomen vergenoegd hebbende Vertrokken zijn, en dien volgende is een paarig beslooten gedagte re„ „quest en het berigt met zijnen bijlaagen Hun Hoog Edel:s Eerbiedigst aantebieden, ten einde daar omtrent zoodaenige schikking te maa„ iss gelieven „ken als Hoogst deselve zullen goet te vinden. /:Onderstond:/ Accordeert /:was geteekent:/ J. G. Bedach, secretaris, /:lager:/ Accordeert /:was geteekent:/ B: f: van den Niepoort— Accorsieert. Markei s. 2 2o1 Bantam 1782. Overgeslagen: Secreete Brieven & a Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel Groot Agtbaaren Wijd gebid: Heere M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Den Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndie &:o &: &: Hoog Edel Groot Agtbaaren Wijd gebiedende Heer Wel Edele Gestrenge Heeren Ter schuldige nakoming uwer Hoog Edelhedens beveelen, vervat bij Hoogst derselver Secreete Missives van den 27:e December 1781. heb ik van wegen uw Hoog Edelhedens den koning in de allervriendelijkste termen bedankt, voor de betoonde bereidwilligheij tot de gere„ quireerde assistentie onder aanmerking, dat uw Hoog Edelhedens die houden voor een waare blijk van sijn Hoogheijds wel„ „menendheijd
English
reminding of, and attachment to the Company etc., after which His Majesty ordered me to assure Your Right Nobilities, while offering his humble greetings, that he is too much indebted to the Company in general, and to Your Right Nobilities in particular, and thus takes too great an interest in the prosperity of the Company not to agree at once to the equitable demands which Your Right Nobilities have deemed necessary with no less affection than zeal for the general cause, and to which His Highness remains ever inclined to defer, just as he will not fail in the present case to have 1000 of his best troops march with their commanding chiefs to the boundary, equipped with such pike and firearm weapons as will be communicated to Your Right Nobilities in due time. Regarding the 200 Coyangs of Rice that were delivered to His Highness without first withholding from it the requirement for this Command, I humbly request that Your Right Nobilities may be pleased to view this error as favorably as a misunderstanding, just as Your Right Nobilities have been pleased to approve my conduct regarding the King's lime prows and the [illegible] thereof for the future. Concerning Lampong Samanka, I take the liberty to refer to such letter as I dispatched on the 4th of this month in hope of Your Right Nobilities' approval to the Resident or Postholder on the Company's behalf there, a copy of which accompanies this in all respect. In our general letter of 26 December last year, Your Right Nobilities were already reported that His Majesty has caused one of the discovered murderers to be punished with death. Wherewith I have the honor to remain with all high esteem, Right Honorable, highly Respected, wide-commanding Lord and right Noble, stern Sirs, Your Right Nobilities' humble and obedient Servant, was signed E: W: Meijbaum In the margin: Bantam, the 9:th of January 1782; underneath: P.S. The King The King most kindly requests Your Right Nobilities to be provided with a Trumpeter, instead of one who through sickness has become unable to perform that service any longer. Lampong Samanca To the Resident or Postholder on the Company's behalf there: Honorable, Pious. Their Right Nobilities once again recommending most strongly to endeavor as much as possible by suitable means to obtain soon some certain reports from Bankahoeloe, and how matters stand there and on Padang, I trust that the commissioners sent thither, mentioned in your letter of the 11th of October last year, will completely satisfy that honored requisition, and that you will thus within short be able to send me a clear report of their findings and discovery, in order to be able to supply the same further to Their Right Nobilities. And since they have been pleased to grant authorization to take 6 to 10 Malays into service for the reinforcement of Samanka, you are hereby authorized to engage them there at a reasonable monthly pay, as they are not to be obtained here and one is not in a position to assist you for the time being with other troops. Meanwhile it is recommended to you in the strictest manner to be on guard against the English and to retreat in time when you obtain certain reports that you are about to be attacked; you must therefore see to it that after receipt of this, some suitable vessels lie ready there in order, should it be required, to ship the Company's goods therein and subsequently to come over hither with the entire garrison. But in order not to cause premature fear among the community
Dutch transcription
monendheijd voor, en aankleving aan de Compagnie enz: waarna sijne Majjesteijd mij gelast heeft uw Hoog Edelheedens met aflegging sijner nedrige groete te versekeren, dat hij aan de Comp: in 't algemeen, en aan uw Hoog Edelhedens in 't bijsonder te veel verpligt is, en dus een ter groot be„ lang steld in den welwaard van de Maatschappij dan dat hij niet ten eersten soude bewilligen in de billijke instan„ tien, de welke uw Hoog Edelhedens met geen minder zucht, als ijver voor de algemeene zaak hebben noodsake„ lijk geordeelt, en waer aan sijn Hoogheijd altoos ge„ „negen blijft te defereeren, gelijk bij in het present geval niet in gebreken sal blijven, om 1000 van sijne beste manschappen met hunne Commandeerende hoofden na grend scheiding te laaten marcheeren, voorsien met sodanig waapenen van spits, en schiet geweer, als uw Hoog Edel hedens in tijds, sal werden gecommuniceerd. Ten aansien van de 200: Coijangs Rijst, die aan sijn Hoogheijd sijn afgegeven sonder daar uijt alvorens de benodigtheijd voor dit Commandement te hebben aange„ Bantam den 9:' Januarij 1782:— „houden 3 Bantam den 9: Ianuarij 1782: houden versoek ik ootmoedig, dat uw Hoog Edelhedens het abuijs als een mis-verstand so gunstig gelieven aantemerken, als uw Hoog Edelhedens mijn gedrag omtrent 's konings kalk Prauwen en derwegens gistaldo onder voor 't vervolg, hebben willen goed keuren Betrekkelijk Lampong Samanka soo neem. ik de vrijheijd mij te gedragen aan sodanige brief, als ik den 4 deser in hoope van uw Hoog Edelhedens appro„ „batie aan den Resident, of Posthouder Comp: weege al„ daar hebbe afgevaandigt en waar van Copia deze in alle Eerbied verseld. Bij onse gemeene brief van den 26 december A:o p: is uw Hoog Edelhedens reeds verslag gedaan, dat sijn Majisteid een der ontdikte Moordenaars met de dood heeft doen straffen Waar meede d'eer hebbe met alle Hoog agting te blijven /:onderstond:/ Hoog Edel groot Agtbaaren wijd gebiedende Heer en wel Edele gestrenge Heeren /:lager/ uw Hoog Edelhedens onder„ „danigen en gehoorsamen Dienaar /:was geteekend:/ E: W: Meijbaum /:in margine:/ Bantam den 9: Januarij 1782 /: daar onder P: P: den „koning koning versoekt uw hoog Edelhedens op 't viendelijks om met een Trompetter gerieft te werden, in steede van een, die door siekte buijten staat is geraakt, die dienst langer te konnen waar„ neemen Lampong Samanca Aan den Resident of Posthouder sCompagnies weegen aldaar: Eerzaame Vroome. Hunne Hoog Edelhedens nogmaals op het sterkste aan re Commandeerende om zo vel mogelijk door bekwaame middelen te tragten, om spoedig eenige sekere berigten van Ban„ „kahoeloe, en hoe het daar, en op Padang staat te erlan„ „gen zo vertrouw ik dat de daar toe afgesondene Commissian„ „ten vermeld bij uE: brief van den 11 october A:o p:o aan dat g'eerde requisit volkoomen sullen voldoen, en uE: dus Copia Secreet. Bantam den 9:' Ianuarij 1782. binnen 5 Bantam den 4:e Januarij 1732. innen korten in staat sijn, mij een duijdelijk Rapport van uunne bevinding en ontdekking te doen toe koomen, ten ende het selve alverder aan Haar Hoog Edelheedens konnen suppediteeren. -. En aangesien hoogst deselve ualificatie hebben gelieven te verleenen om tot verster„ king van Samanka 6 â 10: Maleijers in dienst te geemen zo: werd uE bij deeze g'authoriseerd in dien aldaar tegen een redelijke besolding smaands te Enga„ geeven also die alhier niet te bekoomen sijn en men niet instaad is, uE voor eerst met andere manschappen en te konnen assisteeren -. in tusschen werd uE: op het siricuste aanbevoolen om hoede te zijn tegen de Engelschen en in tijds te retiveeren wanneer uE sekere berigten erlangt, dat uE aangevallen staat, te werden, dus sal uE moeten zorgen dat na ontfangst deses, aldaar eenige bekwaamd vaartuijgen in gereedheijd leggen om zo het vereijscht werd 's Comp:s goederen daar in af te scheepen en vervol„ gens met de geheele besetting herwaards over te koomen. —. Dan om onder de gemeente geen voorbaarige vreese te koning versoekt uw hoog delhedens op' Windelijks om met Trompetter, gerieft te werden, in steede van een, die door siek te buijten staat is geraakt, die dienst langer te konnen wa neemen Lampong Samanca Aan den Resident of Posthouder 's Compagnies weegen aldaar: Eerzaame Vroome. Hunne Hoog Edelhedens nogmaals op het stirkste aa re commandeerende om ze vel mogelijk door bekwaare midd„ te tragten, om spoedig eenige sekere berigten van B „kahoeloe, en hoe het daar, en op Padang staat te eve „gen zo vertrouw ik dat de daar toe afgesondene Commiss„ „ten vermeld bij uE: brief van den 11 october A:o p:o aan dat geerde requisit volkoomen sullen voldoen, en uE Copia Secreet. Bantam den 9:e Januarij 1782. binne 5 Bantam den 4:e Januarij 1782. binnen korten in staat sijn, mij een duijdelijk Rapport van hunne bevinding en ontdekking te doen toe koomen, ten einde het selve alverder aan Haar Hoog Edelheedens te konnen suppediteeren. —. En aangesien hoogst deselve qualificatie hebben gelieven te verleenen om tot verster„ „king van Samanka 6 â 10: Maleijers in dienst te neemen zo: werd uE bij deeze g'authoriseerd in dien aldaar tegen een redelijke besolding smaands te Enga„ geeven also die alhier niet te bekoomen sijn en men niet instaad is, uE voor eerst met andere manschappen en te konnen assisteeren. - in tusschen werd uE: op het firicuste aanbevoolen om hoede te zijn tegen de Engelschen en in tijds te retiveeren wanneer uE sekere berigten erlangt, dat uE aangevallen staat, te werden, dus sal uE moeten zorgen dat na ontfangst deses, aldaar eenige bekwaam vaartuijgen in gereedheijd leggen om zo het vereijscht werd 's Comp:s goederen daar in af te scheepen en vervol„ gens met de geheele besetting herwaards over te koomen. —. Dan om onder de gemeente geen voorbaarige vrese te
English
to avoid, you shall not give any disclosure of this extreme measure either to your subordinates or to the King's Regent or to whomever it might be, any sooner than when necessity presses and you find it absolutely advisable to take such a resolution as you shall judge proper for the preservation of the Company's people and property, and as oath and duty likewise come to demand of you. Wherewith, recommending you to the protection of the Almighty, I remain after greetings underneath stood Honorable, Pious. Lower your good friend was signed L: N: Meijbaum in the margin Bantam the 4th of January 1782. Bantam the 4th of January 1782. Bantam the 22 January 1782. Bantam To The Right Honorable Worshipful Sir Lieve Nicolaas Meijbaum Commander on behalf of the General Dutch Chartered East India Company in the Commandment there &c. &c. &c. Right Honorable Worshipful Sir. In highly esteemed reply to your Right Honorable Worshipful's very venerated writing dated the 4th of January of this year, received thereon on the 14th, I must to my utmost regret report that on the 10th of this month I received the fatal news that the commissioners in question, for the secret investigation towards Bancahoelo, after three months of traveling, had now again been at Croee, as well as on two different occasions at Poelo Pisang, pretending to see if they could obtain a prahu there to see if they could obtain one that would transport them to Bancahoelo, because the overland route thither, at the latitude of the district Pogong, was closed due to the smallpox passing there, and was occupied by three guards at various villages which they absolutely had to pass, which then being in vain, and they having been unable to hire any vessel at aforementioned Poelo Pisang, they said they had betaken themselves again to Croce, whereupon I made known to the King's Regent Aria oeta Biskara that it was best, since everything with those emissaries seemed in vain anyway, and through their roaming about hither and thither, at the English post Croce as well as elsewhere, our secret intention would only become public, and one could in such a manner not expect news in that regard for not even half a year, and I did not dare to take such upon myself, to secretly recall the aforementioned emissaries back hither, which we then having already accomplished, those commissioners are now daily expected here, whom I then, Bantam the 22nd of January 1782. in 9 Bantam the 22. January 1782. in confirmation of what is related hereinbefore, shall cause to set course toward the coast. Yet nevertheless I cannot refrain from having to testify to your Right Honorable Worshipful in all respect that with the aforementioned Regent concerning such highly necessary commissions, I see no chance of succeeding with good success and to satisfaction, because on the one hand his first pretext always consists of having no capable people for such a thing; on the other hand, because his Honor, according to the inborn nature of that nation, always has plenty of time, my urging in such matters is in vain, and it will not be unknown to your Right Honorable Worshipful that the Lampongers and other King's peoples here care little for the orders of the Resident without the King's Regent, and among the Company's peoples there were, as I have said in my previous one dated the 2nd of this month to which I for the present respectfully refer refer, none to be found who knew the way. Wherefore I hope that the fatal outcome of that affair will not be imputed to me alone. Regarding the authorization to engage 6 to 10 Malays in service, the same could still be obtained here, yet they leave the wage as being ignorant thereof entirely to your Right Honorable Worshipful's esteemed pleasure, wherefore I shall await your Right Honorable Worshipful's further reply on that account, as well as in what manner the same must be maintained both in the execution of their duty and otherwise, since one has not yet witnessed such here. As for what further concerns being on guard against the English, and taking the retreat in time after having obtained secure reports and circumstances, I shall conduct myself according to your Right Honorable Worshipful's respected orders received. Yet nevertheless regarding the keeping in readiness of vessels to that end, your Right Honorable Worshipful will please consider that there is only one guard Bantam the 22nd of January 1782. prahu 11 Bantam the 22nd of January 1782. prahu at hand here, which, had I not held it back, would already have been sent to the coast again; the other vessels sail to and fro, and after taking in their cargo they head toward the coast again, because they mostly belong to owners at Bantam, and since, pursuant to the prohibition also to be observed not to give any disclosure of the aforementioned to anyone, whomever it might be, even to the King's Regent, your Right Honorable Worshipful will please remark that I then also cannot well detain those vessels for the prescribed purpose unless the need were already there here by force provisionally, wherefore also requesting some further elucidation on that account. Wherewith, after having recommended myself regarding the one as well as the other unto your Right Honorable Worshipful's all-powerful protection and favor, I have the honor with all due respect, most humbly to
Dutch transcription
te verwelken, sal uE: van dit uijterste zo min aan dersel„ ver onderhoorige als aan 'skonings Regent of aan wie het ook zoude weesen, hier van eerder eenige ope„ ning mogen geeven dan wanneer de noord prongt, en uE volstrekt geraaden vind, sodanige Resolutie te moeten neemen, als UE tot behoud van sComp: volk en goederen, sal oordeelen te behooren, en Eed en pligt teffens, van uE komt te vorderen Waar meede uE: in de bescherming des Alderhoog„ „sten aan beveelende blijve ik na groete /:onderstond:/ Eerzaame wroome. /:Lager:/ uE goed vriend /: was geteekend:/ L: N: Meijbaum /: in margine:/ Bantam den 4:e Januarij 1782. Bantam den 4: Januarij 1782. Bantam den 22 Januarij 1732. Bantam Aan Den wel Edelen Agtbaaren Heer Lieve Nicolaas Meijbaum Commandeur van wegen de Generale Nederlandsche geoctroijeerde oost Indische Compagnie te Commande mente aldaar &:a &:a &:a Wel Edelen Agtbaaren Heer. In hoog g'Eerde beantwoording van uwel Edele Agt baare seer gevenereerde schrijvens dato 4:e Januarij dee„ zes Jaars op den 14:e daar aan ontfangen, so moet ik tot mijn uitterste Leetweesen melden, als dat op den 10 deezer de fataale Tijding hebbe ont„ fangen dat de bewuste Commissianten ter heijmelijk ondersoek na Bancahoelo na nual drie maanden Reijzens zig thans weder op Croee waaren geweest als tot Twee differente malen op Poelo Pisang voorgevende om aldaar Een prauw te te sien bekomen, die hun na Bancahoelo soude vervoeren, dewijl de weg overland na derwaards, op de hoogte van het distrect Pogong mits de aldaar paasseerende posken gisloten, en door drie wagten, op diverse Negorijen, die zij abzolut moesten Passeeren, bezet was, het welke dan te vergeefs sijnde, en sij op P=lo Pisang voorm=t geen vaartuijg hebbe kunnende in huur krij„ gen, so hebbe sij sig gezegd, wederom na Croce begeeven, waar op ik aan 's konings regent Aria oeta Biskara te kennen gaf; dat het maar best was, dewijl dog alles met die sendelingen te vergeefs scheen, En door hun guits en her swerven, op het Engelsche Comptoir Croce als elders, ons heijmelijk voorneemen, nog maar rugtbaar soude werden, En men op so een manier nog in geen half Jaar Tijding dien aangaande had te wagten, en ik sulks op mijn niet dorst te neemen. —. de meer gem: sendelingen„ maar heimelijk weder herwaards op te ontbieden, het welke wij dan bereeds bewerkstelligt hebbende so wenden die Commissianten alhier nu dage„ lijks te gemoet gezien dewelke ik als dan Bantam den 22: Januarij 1782. ter 9 Bantam den 22. Januarij 1732. ter bevestiging van het hier voren verhaalde, Castijwaards, sal doen Coers neemen. Dan Evens wel kan ik niet af uwel Edele Agtb: in alle Eerbied te moeten betuijgen, dat ik met den meergem: regent aangaande sulke hoognoodsakelijke Commissien, geen kanst siene om met goed succes en na genoegen te slaage dewijl Eensdeels, sijn Eerste voorgeeven altoos maar bestaat tot so iets geen bequaam volk te hebben anderendeels so is, door dien sijn E:/ volgens die Natie hun aangebooren Aard:/ altoos nog tijds genoeg heeft, mijn aansprooven in sodanige zaaken te vergeefs, En uwel Ed: Agtbaare sal niet onbekent sijn, dat de Lam„ pongders en verdere 's konings volken alhier sig weijnig aan de orders van den Resident buijten s konings regent stooven en onder 's Compagnie volkeren, sijn er tot dit Expeditie, gelijk als in de mijne vorige dato 2:e husjus /: waar aan mij voor als nog Eerbiedig ge„ draagen gedraagen:/ gesegd hebbe geene die wegkundig waaren te vinden geweest. - weshalven wil niet verhoopen, dat mij de fatale uijtkomst van die affaire alleen sal mogen werden g'mmputeerd. Betrekkelijk de qualificatie om 6 â 10 maleijers in dienst te Engageeren, dezelve soude alhier nog wel te be„ komen sijn, Egter stellen zij de gagie /als des onkundig sijnde:/ ten vollen Aan uwel Ed: Agtbaare g' Eerde goed„ vinden, waarom dan uwel Edele Agtbaare nader antwoord dienst wegen sal afwagten, als mede op hoedanig Een wijze dezelve so in 't waarneemen hunner dienst als andersints moeten gehand haaft werden, dewijl min sulks alhier nog niet heeft bij gewoond. Wat verder aangaat om op hoeden tegens de Engelsche te sijn, en om in tijds na bekomen secuure brigten en omstandig heeden de retraite te neemen, daar na sal mij luijd uwel Edele Agtbaare, gerespecteerde ontfangene beveelen rigten. - Dan Evens wel nopens het ingereedheijd houden van vaartuij„ „gen tot dien Einde, so sal uwel Edele Agtbaare gelieve te Considereeren, dat Enkelijk hier maar een wagt Bantam den 22:' Januarij 1782. Prauw 11 Bantam den 22:' Januarij 1782. Prauw voor handen is, die als ik sulks met tegen had gehou„ den al weder â Costij soude sijn gezonden, de andere vaartuij„ „gen vaaren af en aan, en na het inneemen hunner lading steevenen dezelve al weder Costij waards, dewijl dezelve meest aan Eigenaar op Bantam toe behooren en vermits ingevolge het al mede te moeten observeerende verbod om aan nie„ mand wie het ook soude mogen sijn selfs aanskonings regent eenige opening van het hier voren gem: te geeven, so sal uwel Edele Agtbaare gelieve te remarqueeren, dat ik dan ook die vaartuijgen tot het voorschreeven Eijnde/: ten waare de nood„ reeds daar sijnde :/ alhier met geweld mual bij provisie niet wel kan aanhouden, waarom dan al mede dienstwegen eenige nader Elucidatie versoekende. - Waar mede na mij so wegens het Een als ander, in wel Edele Agtbaare veel kunnen doende be„ scherming en gunste te hebben aanbevolen, so heb d' Eer met alle verschuldigde Eer„ bied, mij op het aller de moedigst te
English
to name. Underneath stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's very humble and obedient servant. Was signed: A: v: D: ster. In the margin: Lampong Samanca, the 2nd of January 1782. To the Right Honorable Sir, Lieve Nicolaas Meijbaum, Commander on behalf of the Dutch General Chartered East India Company there, etc., etc., etc. Right Honorable Sir, In very humble reply to your Right Honorable's separate missive dated the 23rd of March last, I have the honor to serve to state that several days ago news arrived here that the known emissaries had already undertaken their journey hither, Bantam, the 22nd of January 1782. Bantam folio 13 Bantam, the 18th of April 1782. so that they will probably appear here within the space of a month, upon which I shall then not fail to send a clear and detailed report over to you at once, according to their statement. I only hope that they will enable me to deliver this report to your Right Honorable's satisfaction, in order that the displeasure caused by that expedition may thereby be somewhat removed again. News has also recently arrived here from Croce that the English would have a ship cruise off Lagondi in the coming month, in order to intercept and carry off the fully laden pepper prahus from here. For which reason we continually have the guard pantjallang equipped to accompany the said vessels with all circumspection in the latitude, and also to be informed of the truth of the matter at the same time. And I have furthermore, with the consultation of the King's Regent, also judged it not unserviceable to have an emissary roam overland monthly to and fro in the Cilliloese country, in order to be able to obtain some information from there concerning the state of affairs. That nation is also said to be minded to attack the main settlement with a formidable force in the now approaching east monsoon. Furthermore, I shall await further orders concerning the hiring of the Malays. Sent under cover of this are now two of that nation, who recently arrived here from Croce, having been in English pay there, as under the present circumstances I could not well see fit to detain them here. The crew of the King's guard prahu having safely landed here, I conclude this, recommending my person to your Right Honorable's favorable benignity, and have the honor with all humility very submissively Bantam, the 18th of April 1782. 15 Bantam, the 18th of April 1782. to remain submissively. Underneath stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's obedient and very humble servant. Was signed: A: v: de ster. In the margin: Lampong Samanca, the 18th of April 1782. Respectful Report, dedicated to the Right Honorable Sir Lieve Nicolaas Meijbaum, Commander on behalf of the General Dutch East India Company of the Commandment, etc., etc., at Bantam. Right Honorable Sir! The undersigned Assistant and Resident Abraham van der ster, having sent out from here the Lampongers by their names Kiaijdaman Natta wie Jeijsa, alongside the Malays Sigingan and Simpat Batien, on the 11th of October of the past year on a scouting mission to Bancahoelo, pursuant to your Right Honorable's respected orders, in order to be informed of the true condition and strength of that government, as well as whether the peoples of the district of Silleboe could be won over to the Company's and Sultan's interest in such a way that one could undertake some offensive strike on that district with confidence of good success. It was then on the 15th of May of this year that the aforementioned emissaries returned hither from that expedition, with news that, according to their reckoning, they arrived safely in Bancahoelo on the 24th of February of the current year at the house of a certain native chief named Daing, who presented the emissaries to the Right Honorable Lord Governor there, who, asking to what end those commissioners had come there, Bantam, the 19th of May 1782. folio F Bantam, the 19th of May 1782. they handed over a letter from the Aria oeta Biskara, containing that according to rumor, a female person of the said Aria oeta Biskara was said to have gone thither, having taken with her a superb and valuable kris belonging to the King of Bantam, and that his honor humbly requested that these commissioners might investigate this, and upon overtaking her, might transport her back hither. This having been granted to them, they stayed there under that pretext for about 10 days, according to their reckoning, and inspected the condition both of the fort and otherwise there, which is of a proportionate size to Fort Speelwijk, with the difference that the rampart and walls there are made of clay earth and coated with white lime, having the thickness of 2 fathoms and mounted with four bastions, which are planted with 20 pieces of cannon of 3-pounder caliber, of which 8 pieces are aimed toward the sea, 4 pieces landward, and a further 2 pieces are planted on each side before the gate, which also fire landward. Furthermore, the garrison consists of Europeans, according to
Dutch transcription
te noemen /:onderstond:/ wel Edelen Agtbaaren Heer /:Lager:/ uwel Edele Agtbaare, seer nedrige en gehoorzaamen Dienaar /:was geteekend:/ A: v: D: ster /:in margine:/ Lampong Samanca den 2:e Januarij 1732. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Lieve Nicolaas Meijbaum Commandeur van wegend' generale Nederlandsche geoctroijeerde oost In„ dische Compagnie aldaar &=a. &=a &=a Wel Edelen Agtbaaren Heer In seer nedrige Rescriptie op de uwel Edele Agtbaare aparte missive in dato 23:e Maart Jongtsleeden so heb d' Eer te dienen dat voor Eenige dagen alhier tijding is ingekomen, dat de Bewuste zendelingen bereeds hunne Reijze na herwaards hadde ondernomen Bantam den 22:e Januarij 1782. Bantam fo 13 Bantam den 18: April 1782. so dat dezelve denkelijk wel binnen de tijd van Een Maand alhier sullen verschijnen, wanneer als dan niet sal nalaten om volgens hun opgave Een duijdelijk en omstandig berigt ter stond Costij waards te senden, hope maar dat sijlieden mijsullen instaat stellen, om dies Rapport nagenoegen van uwel Edele Agtbaare te kunnen bedeelen ten Eijnde het door die Expeditie veroorsaakte misnoegen daar door weder Eenigsints mogen weg genomen werden so is alhier onlangst ook tijding van Croce ingekomen dat de Engelsche in de aanstaande maand Een schip op de Hoogte van Lagondi soude doen kruijssen ten Eijnde de volladene Peper Prauwen van hier te onderscheppen en weg te neemen. –. Waarom wij steeds de wagt Pantjallang doen Equipeeren om gem: vaartuijgen met alle omsigtigheid op de hoogte te doen verzellen, en om teffens ook van de waarheijd den saak onderrigt te werden, en so hebbe al verder met overleg van 's konings Regent ook met ondinstig geordeelt, om 's mandelijks maandelijks een zendeling overland, so of en aan het Cilliloese„ te doen her omswerven, ten Einde eenig narigt van daar we„ gens de gesteldheijd der zaaken te kunnen bekomen. Ook soude die Natie gezints sijn, om in de nu op handen sijnde oost mousen, met een formidable Magt de hooftplaats te attacqueeren. verders sal het in dinst neimen der maleijers nader afwagten, en waren onder geleide deezes thans twee van die Natie, dewelke onlangs van Croce alhier sijn aange„ komen, en aldaar in Engelsche soldij gestaan hebbende over, dewijl in deeze tijds omstandigheid niet wel heb kunnen goedvinden, dezelve hier aan te houden. De volken van 's konings wagt Prauw alhier wel aangeland weezende, so besluijten deeze onder aanbeveeling mijner Persoon in uwel Edele Agtbaare gunstige Benigniteit, en heb d' Eere met alle ootmoed seer onder„ danigst Bantam den 18 April 1782. 15 Bantam den 18. April 1732. Onderdanigst te blijven /:onderstond: wel Edelen Agtbaaren Heer /:Lager/ uwel Edele Agtbaare: gehoorzaamen en seer Nedrige Dienaar /:was geteekend:/ A: v: de ster /:in margine:/ Lampong Samanca den 18e April 1782. Eerbiedig Rapport opgedragen Aan Den wel Edelen Agtbaaren Heer: Lieve Nicolaas Meijbaum, Commandeur van wegen de generale Nederlandsche Oost Jndische Compagnie des Commandemants &=a &=a te Bantam. Wel Edelen Agtbaaren Heer! Den ondergeteekende Assistent en Resident Abraham Abraham van der ster, ingevolge uwel Edele Agtbaare gerespecteerde beveelen de Lampongder met hunne Na„ „men kiaijdaman Natta wie Jeijsa, nevens den Maleijer Sigingan, en Simpat Batien op den 11:e october des ver„ weeken Jaars, van hier ter bespieding na Bancahoelo afgezonden hebbende, ten Einde van de waregesteldheid en sterkte van dat gouvernement onderrigt te werden so ook of de volken van het Landschap silleboe, sodnig in 's Comp: en sulthans belang waren over te halen dat men met vertrouwen van goed succes, op dat Landschap eenige affensive aan slag konde onderneemen - so was het dan op den 15 Maij deezes Jaars, dat die voor„ waards gemelde sendelingen van die Expeditie weder her„ waards sijn geretourneert, met tijding dat sij na hunne „gissing op den 24 Februarij Ao stantie behouden te Ban„ Cahoulo sijn gearriveerd ten huijzen van seker Jnlands hooft genaamt Daing die de sendelingen Aan den wel Edele Agt„ baare Heer gouverneur aldaar Presenteerende, die wagende tot wat Eijnde die Commissianten aldaar gekomen waren Bantam den 19 Mai 1782. fo F Bantam den 19 Maij 1782. so overhandigde sij Een brief van den Ara oeta Biskara behelzende dat volgens gerugt, Een vrouw Perzoon van ge„ dagte Aria oeta Biskava, na derwaards sig soude hebben begeeven, mede genomen hebbende Een superbe en kost„ baare kris van den koning van Bantam, en dat sijn Edele ootmoedig verzogt, dat die Commissianten daar na ondersoek mogte doen, en bij agterhaling dezelve weder na herwaards mogte Transportee„ ren het welk hun toegestaan sijnde, hebbe onder dat voor geeven aldaar na hunne gissing Circa 10: dagen ver toeft, en de gesteldheijd so van het fort als andersints aldaar besigtigd, dat van Een Evenredige grote is, als het fort speelwijk, met onderscheijd dat de wal en Muuren aldaar van klij Aarde en met wilte kalk opgestreeken sijn hebbende de dikte van 2. vadem en gemonteert met vier sunten, die beplant sijn met 20 stukken Canon 3 lb ders Caliber, waar van 8 p:s na zee 4: p:s Landwaards, en nog 2: p:s anelken zijnde voor de Poort geplant sijn, die al mede Landwaards in schieten, wijders bestaat het guarnisoen van Europeesen na
English
approximately an equal number of men as that of Bantam, alongside approximately roughly 700 or even more native soldiers, including Malays, sepoys, and Moors, as well as a multitude of Chinese; there is also a suitable roadstead there for three-masted ships. The commissioners declare that due to the harsh treatment by the English, the Lampongers of the Silleboe district could easily be won over to the Company's and the Sultan's interest in such a manner that one could, with good confidence in those peoples, undertake an offensive attack. And finally, the emissaries declare that on their journey hither, at the English settlement of Linouw, being 15 dog-watches from Bancahoelo, they encountered a boat or sloop coming from the aforementioned Bancahoulo, which, due to a leak, was forced to put in there to be caulked, being laden with ballast, rice, and ammunition, including various cannons, muskets, bullets, gunpowder, and hand grenades, Bantam, the 19th of May 1782 and manned by 25 Europeans and 10 sepoys. The captain of that vessel asked the commissioners whether they wished to sail with the said vessel to Croe and subsequently to Samanca, stating that although heavily laden with many people and ammunition, he would nevertheless make room for them, adding that a three-masted ship was also behind them; but as they refused this, they continued their journey to Croei. Having arrived there, the emissaries requested to proceed further on their journey from there the following morning, but the commander of Croé refused them this, under the pretext that the aforementioned sloop first had to set sail from there, for that vessel intended to go to Samanca in order to capture it, and said vessel still had to take on a party of Malay soldiers at the aforementioned Croe for that purpose. When, after a stay of six days, that aforementioned vessel had set sail, they departed from there, after which, after the course of three days, they encountered the ship in question at the settlement of Tamboelie. Having subsequently arrived at Bancoenat, the native corporal there said that the English resident from there was at Croce, and they therefore had to wait until he had returned; but since they also heard there that the aforementioned sloop was on its way to Samanca and was already at Blimbing to take it by surprise, they secretly fled from there hither after the course of 6 days, and, as mentioned, brought that news on the 15th of this month to the King's Regent Aria oeta Biskara and to the subscriber hereof. Whereupon the subscriber hereof, upon the receipt of that news, in accordance with Your Right Honorable's respected orders contained in the secret dispatch dated the 4th of January of this year, which read as follows: In the meantime, Your Honor is most seriously ordered to be on guard against the English and to retreat in time when you obtain certain reports that you are about to be attacked; Your Honor will therefore have to ensure that after receipt of this, some suitable vessels are ready at the coast to ship the Company's goods therein if required, and subsequently to cross over hither with the entire garrison; but so as not to awaken any panic terror or premature conduct among the community there, Your Honor may give no earlier disclosure of this extremity to your subordinates, nor to the King's Regent, nor to whomever it might be, except when necessity compels, and Your Honor finds it strictly advisable to take such a resolution as Your Honor shall deem proper for the preservation of the people and the Company's goods, and as Your Honor's oath and duty require. Nevertheless, it should lastly be noted that the undersigned, prior to coming to such an extremity, two days before his departure dispatched some natives along with Company and King's men in order to discover whether they spotted any enemy vessels in the bay, who, having returned the following day, reported that they had seen a sloop or vessel resembling a Company lighter in the bay at the latitude of Tiram, being 6 miles from the Company's lodge, which, however, due to a rising northerly wind, had been forced to set its course back towards the Emperor's Island. Whereupon the subscriber hereof, now perceiving the attack of the English with certainty, resolved to retreat in time, in accordance with the orders sent to him by Your Right Honorable as recounted above, and, after shipping off the Company's goods, to cross over coastward with the entire garrison by the lighter the Zwol. Wherewith, recommending myself to Your Right Honorable's favorable protection, I have the honor to remain, with all esteem and respect, Bantam, the 19th of May 1782 Right Honorable Sir, Your Right Honorable's obedient and humble servants, was signed, A. v. D. Ster. In the margin: Lampong Samanca, the 19th of May 1782. To His Excellency, the High Noble, Right Honorable, Widely-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble, Right Honorable, Widely-Ruling Lord, Yesterday at sunset, I had the honor to receive by the overland route Your Excellency's esteemed dispatch of the 14th of this month, from which I have learned to my particular satisfaction that
Dutch transcription
na gissing in gelijk getal manschappen, als dat van Bantam nevens nog na gissing in Cierca 700: of nog meer Jnlandsche soldaten, so Maleijers, sipaijers als mooren, als mede nog een menigte Chineesen, ook is een bequame rheede aldaar voor drie masten scheepen. Commissianten verklaaren, dat door de trenge behandeling der Engelsche de Lamponders van het Landschap silleboe„ wel sodanig in sCompagnies en sulthans belang soude sijn over te halen, dat man met goed vertrouwen op die volken wel een offensive aanslag soude kunnen onderneemen. En Eijndelijk verklaaren sij zendelingen nog dat zij op hunne Reijze na herwaards, op de Engelsche Negorij Linouw, sijnde 15 dog wijzens van Bancahoelo hebbe aangetroffen Een Booth of Chialoup komende van Bancahoulo, voorn:t dewelke door Lekkagie aldaar genoodsaakt was binnen te moeten lopen om te Calfaaten, sijnde geladen met ballast Rijst en Amunitie so van verscheijde Ca„ nons, snaphaans, kogels kruijt en hand Bantam den 19: Maij 1782. granaten 19 Bantam den 19: Maij 1782 granaten, en bemond met 25: Europeesen en 10 sipaijers hebbende den Capitain, van dat vaartuijg aande Commis„ sianten gewaagd of sij met gedagte vaartuijg na Croe en vervolgens na Samanca wilde zeijlen, dat hij schoon beladen met veel volk en Amuritie, dog Egter wel plaats, voor hem soude maken, met bijvoeging dat nog Een drie mast schip egter was dog zij lieden sulks refu„ seerende, so hebben sij hunne Reijze na Croei voort gezet Alwaar g'arriveerd weezende, so verzogte de zen„ delingen om hun Rijze van daar 's aanderen daags 's morgens verder voort te zetten, dog den Commandeur van Croé hun sulks weijgerende, onder voorgeeven, dat Eerst de gemelde Chialoup van daar moest onder„ „zeijl gaan, want dat vaartuijg de wil hadde na Jij 1 Samanca, om het selve weg te neemen, moetende gedagte vaartuijg op Croe voorn:t nog tot dien Eijnde Een Parthij Maleijdsche soldaten innemen Wanneer sij na ses dagens vertoevens dat meerge„ melde vaartuijg onderseijl was, van daar sijn vertrokken, wanneer Sij sij na verloop van drie dagen op de Negoreij Tamboelie het bewuste schip hebbe ontmoet Vervolgens op Bancoenat gekomen weezende so segde de Jnlandse Corporaal aldaar, dat de Engelsche Resident van daar, op Croce was, en sij dus solang moesten wagten tot die weder gereverteerd soude sijn, dog vermits sij lieden aldaar mede hoorden, dat meergemelde Chialoup op wegna samanca en bereeds te Blimbing was, om het selve te overrompelen so sijn sij na verloop van 6 dagen heijmelijk van daar na herwaards gedrost, en hebbe die Tijding gelijk gezegd, op den 15 deezer aan 's konings Regent Aria oeta Biskara, en den Teekenaar deezes aangebragt. Waar op dan den Teekenaar deezes, op den ontfangst dier tijding, ingevolge de uwel Edele Agtbaare geres„ pecteerde bevel vervat bij secreete missive dato 4:e Ianuarij deezes Jaars behelzende als volgt In tusschen werd uE op het serieuste aangere commandeert om op hoede te sijn tegen de Engelsche en in tijds te retireeren, wanneer u't sekere berigten Erlangt, dat uE: aan Bantam den 19 Maij 1782. gevallen 21 Bantam den 19 Maij 1782. „gevallen staat te werden, dus sal uE moeten sorgen dat na ontfangst deezes â Castij eenige bequaame vaartuijgen in gereedheijd leggen, om so het ver„ eijscht werd 's Comp:s goederen daar in af te scheepen en vervolgens met de geheele bezetting herwaards over te komen, dan onder de gemeente aldaar geen Terneur panique of voorbaarige weeze te verwelken sal uE van dit uijtterste somin aan dezelver on„ derhorigen, als Aan 's konings Regent, of aan wie het ook zoude mogen weezen, hier van Eerder, Eienige opening mogen geeven, dan wanneer de Nood Trangt, en uE: volstrekt geraden vind sodanige Resolutie te moeten neemen als uE. tot behoud van volk en 's Comp:s goederen, sal oordeelen te behooren En Eed en Pligt van uE komt te vorderen Dan evens wel so diend nog Laastelijk dat den onder„ geteekende na alsvoorens tot sodanig Een uijtterste te komen, nog twee dagen voor deszelfs vertrek nog Eenige Jnlan„ ders met sCompagnie en konings volk heeft afgevaar„ digt Bantam den 19:e Maij 1782. digt ten Einde te verneemen of ook eenige vijandelijke vaar„ „tuijgen in de Bogt ontwaarden, die dan ook sandendaags geretourneert weezende, Rapporteerde dat zij Een Chialoup of vaartuijg so als Een Comp: Ligter in de Bogt op de hoogte van Tiram, sijnde 6: mijlen van s Compagnie Logie hadde gezien, dog die door Een opkomende Noorde „lijke wind, sijn Cours weder na het keijsers Eijland hadde moeten setten. Waar op dan den Teekenaar deezes den Aanval der Engelsche nu met sekerheijd ontwaarende so heeft hem sulks den Resolveeren, om ingevolge de door uwel Edele Agtbaare aan hem hier voren verhaalden toegesondene ordere, bij tijds te retireeren, en na afschee„ „ping van 's Compagnis goederen, met de geheele Be zitting nu Per de Ligter de Zwol Castij waards over te vaaren. Waar mede mij in uwel Edele Agtbaare gunstige bescherming aanbeveelende, so hebbe de Eere met alle agting en Eer bied 23 Bantam den 19: Maij 1782. Eerbied te blijven /:onderstond:/ wel Edelen Agtbaaren Heer /Lager:/ uwel Edele Agtbaare gehoorzaame en nedrige Dienaaren /:was geteekend:/ A: v: D: ster /: in margine:/ Lampong Samanca den 19:e Maij 1782: Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Agtbaaren wijd geb:t Heere M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van Nederlands Indie &:. & &=a Hoog Edel Groot Agtbaaren Wijd gebiedende Heer Gisteren met sons ondergang, had ik de eer over den Landweg te ontfangen uw Hoog Edelheijds g'agte missive van den 14 deeser waar uijt ik tot mijne bijsondere satisfactie heb mogen verneemen dat
English
Bantam the 16th of June 1782. that their High Excellencies not only have been pleased to approve my actions toward the promotion of the Expedition against the English ships being in the Sunda Strait, but also further to endorse those measures which I have suggested to the King, in order to return the Lampong peoples who had defected to the English and fled back to their duty, and to capture the harmful Bouang, dead or alive. And since such marks of Your High Excellency's and their High Excellencies' satisfaction serve as a stimulus of encouragement and dutiful gratitude to me, my zeal in the further fulfillment of their highest orders will never flag, but, heartened by this reward which only a right-minded heart feels, will endeavor to partake more and more of these favors. Eight days ago, I already sent a small and swift-sailing vessel to the Lampong Bay, which I expect back daily, not only to investigate closely to what extent one can give credence to the report of a second English ship, but also, upon discovery thereof, to obtain, if possible, some better knowledge of the size and strength of those vessels than has been had hitherto. But since such enterprises must be carried out not by Europeans but by natives, it very often happens that one cannot always place firm reliance on those reports. However, it is to be thought that the ambition of our enemies supplements their strength, and that our Expedition, when animated with an equal zeal, will not have to yield to them, the less so if deliberation, resolution, and courage accompany their efforts. This cruising fleet passed out of sight here this morning. I have the honor to remain with all respect, High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Your High Excellency's humble and obedient servant, signed: L: N: Meijbaum in the margin: Bantam the 16th of June 1782 underneath: P: S: I shall on occasion express to the King of Bantam the pleasure of their High Excellencies concerning the prompt measures and the swift preparation of his vessels and men in support of this enterprise. Report by the undersigned persons, constituting the members mentioned in the Instruction, concerning what is to be performed at Lampong Samanca regarding the keeping in possession of the said Post, addressed to His Excellency, the High Noble, Right Honorable, Wise-Ruling Lord and Master Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Noble, Honorable Gentlemen Councilors of the Dutch East Indies, etc., etc., etc. High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, and Right Noble, Honorable Gentlemen. Whereas, upon the arrival of the undersigned at Lampong Samanca, the necessary measures to discover the strength of the English at Bancoenat and Croe were attempted to be carried out as far as possible by the Bantam chief, Raden Avia, at our instigation; yet, due to the great fear the natives have of that nation, none could be induced to that end, although under great promises of reward. Nevertheless, by strict orders, this was finally executed by some natives assisted by another detachment of 15 native soldiers, consisting of one sergeant, two corporals, and twelve privates, from whom until today no other authentic reports have been received than solely that the overland roads to Bancoenat and Croe are in such condition that this enterprise cannot possibly be undertaken by the Company's European servants with hope of good success, but it is to be expected that on such a march overland many of them would faint from exhaustion or remain entirely behind, and thus could not possibly assist in such an attack. Furthermore, according to some loose rumors, the English at the small station of Bancoenat have gathered all their forces together in order to offer a brave resistance in the event of offensive attacks by our side. Thus, the undersigned are collectively very hard-pressed as to what they are to do in these and other critical matters, specifically regarding the keeping in possession of the Post of Samanca. First, it appears that, according to their High Excellencies' honored Instruction stating that the Post of Samanca could not be approached closer than one and a half miles, this seems to have been brought to their attention quite erroneously, since that small post can be approached by our ships to within the distance of a musket shot. And thus, if after our departure an enemy ship were to approach there, it would be in a position to cannonade the lodge there entirely to nothing, and thus, as said, that small post is not capable of withstanding cannon fire from such vessels. If it truly could not be approached closer than one and a half miles, one could indeed resist and prevent the landing of the enemy by means of the 18 Europeans and 40 to 50 native soldiers who are to remain there, along with another 200 to 300 of the King's men, provided, however, that the materials required for that purpose and presently lacking could be obtained. Thus, the aforementioned circumstances place, among others, the Resident Abraham van derster in such a position that he, with the said Post, along with the other Company servants, goods, and
Dutch transcription
Bantam den 16 Junij 1782. dat hunne Hoog Edelhedens mijne handelingen ter bevor„ dering van de Expeditie tegen de in strat sunda zijnde Engelsche scheepen niet alleen hebben gelieven te appro„ beeren maar ook alverder goed te keuren, die middelen welke ik de koning hebbe aan de hand gegeeven, om de tot de Engelschen overgegaane, en gevlugte Lampongse vol„ keren weder tot hunnen pligt te brengen, en den schadelyken Bouang, door, of levendig magtig te wer„ den: En dewijl de sulke blijken van uw Hoog Edel„ heid, en hunne Hoog Edelhedens genoegen, mij tot een priskel van aanmoediging en verschuldigde dank erkentenis aanspoord, sal mijne ijver ter verdere nakooming van Hoogst derselver beveelen nimmer verflauwen, maar opgebeurd door deeze belooning die eene wel denkend hart alleen gevoeld zig bevlijtigen om deeze gunsten, meer en meer deelagtig te werden. Ik heb reeds voor agt dagen, een kleijn en wel bezeild vaartuig na de Lampongse bogt gezonden 't welke dagelijks te 25 Bantam den 16 Iunij 1782. te rug verwagte, om niet alleen nauwkeurig te ondersoe„ ken in hoe verre men aan de opgave van een tweede Eengelsche schip geloof kan defereeren, maar ook, om bij ont„ waring van deselve, van de groote, en sterkte dier bodems des mogelijk eenige betere kennis te erlangen als men er tot nog toe van heeft: dan vermits sodanige onder„ niemingen, niet door Europeezen maar door Jnlanders dient te geschieden, gebeurt het al heel veel, dat men op die rapporten altoos geen vasten staat kan maaken egter is het te denken, dat de ambitie onser vijanden aan hunne magt suppleerd en dat onse Expeditie wanneer met een gelijken ijver bezild, voor deselve niet sal behoeven te wijken, te minder, als overleg Be solutieen Courage met derselver pogingen verseld gaan Deeze kruis vlood is heden morgen alhier uijt het zigt geraakt Ik heb d' eer met alle Eerbied te blijven /onderstond:/ Hoog Edel groot Agtbaaren wijd gebiedende Heer/ Lager:/ uw Hoog Edelheids onderdanigen en gehoorsamen Dienaer /:was get:d:/ /:was geteekend:/ L: N: Meijbaum /:in margine:/ Bantam den 16: Junij 1782 /:daar onder:/ P: S: Jk sal bij gelegentheijd den koning van bantam het genoegen van hunne Hoog Edelheedens betuijgen over de promte maat„ regelen en het spoedig in gereedheijd bringen zijner vaartuijgen en manschappen ter verstrekking deser onderneeming. Berigt door de ondergeteekende Perso nen uijtmakende de Leeden gemelt in de Instructie, Aangaande het te ver„ rigten te Lampong Samanca we„ gens het in Possessie houden der gemelde Postt opgedragen aan sijn Edelheijd, den hoog Edelen ge strengen groot Agtbaaren Heer en M=r Willem Arnold Alting gouverneur Generaal, Beneevens De wel Ede len Gestrengen Heeren Raaden van Nederland„ Bantam den 16 Junij 1782. sche 27 Bantam den 30 Julij 1782. „sche Indie &a &=a &=a Hoog Edelen, Gestrengen, Groot Agtbaaren Heer en Wel Edelen Gestrengen Heeren. Alzo bij de hier ondergeteekende kunnen aankomst op Lampong Samanca, door het Bantams hooft den Raden Avia, op ons Jnstigatie de nodige Maat regulen tot ontdekking van de Magt der Engelsche op Bancoenat en Croe, so veel doen„ „lijk is getragt te bewerk stelligen; so heeft men door de grote wreeze die de Jnlanders voor die Natie hebben, geene tot dat Einde /: schoon onder grote belofte wan beloning:/ kunnen be„ wegen, dan Evens wel is sulks door strenge beveelen, door Ee„ „nige Jnlanders geassisteert met nog een Commando van 15 Jn landse Militairen, bestaande in Een sergeant twee Coperaals En twaalf gemeene Eyndelijk ten uijtvoer gebragt dog waar van tot heeden geene andere egte berigte sijn ingekomen dan 9 Bantam den 30 Iulij 1782. dan Eenlijk dat de wegen overland na Bancoenat, en Croe dusdanig sijn gestelt, dat die onderneming door sComp: Europeesen Dienaaren, ommogelijk met hoop van goed suc„ „ces kan ondernomen werden dan te wagten staat, dat op so een togt te land, veele derselve, in onmagt soude beswij„ ken, of wel in 't geheel agterblijven, en dus onmogelijk bij so een Attacq soude kunnen Assisteeren, wijders soude volgens nog sommige Lasse gerugten, de Engelsche op het Comptoirtje Bancoenat, al hun magt bij Elkander hebben versomelt, ten Eijnde bij offensive aanslagen der onse Eene Dappere tegenstant te kunnen bieden dus sijn de ondergeteekende gesamentlijk seer gedrongen, wat in deeze so een als Ander Criticque saken hun te doen staat, en dat wel nopens het in Possessie houden den Post Saman„ Can, voor eerst blijkt, dat volgens Haar Hoog Edel„ heedens g'eerde Jnstructie, wegens dat de Post van samanca niet dan op 1½: Mijl soude kunnen genadert wer„ den sulks seer abusief schijnt onder het oog gebragt te sijn„ dewijl dat Postje met ons onderhebbende scheepen tot op de 29 Bantam den 30 Iulij 1782. op de distantie van een Musquit schoot, kan gena„ „dert werden, en dus na ons vertrekt eens Een vijan„ delijk schip aldaar voor quam te naderen, het selve in staat was, om de aldaar sijnde Logie ten Eine„ maal tot niet te kunnen Cannonneeren, en dus ge„ lijk gezegd dat Postje niet bequaam is, om Cannona„ „do uijt sodanige vaartuijgen te kunnen uijtstaan wel als het selve wesentlijk niet dan op 1½ mijl konde genadert werden, dan soude men de Lan„ „ding der vijanden, door de aldaar moeten de ver„ blyven 18: Europeesen en 40: â 50 Jnlandsche Militairen nevens nog 200 â 300 konings volkeren kunnen weder„ „staan en beletten dan Egter nog wel met dien ver„ staande, dat men de tot dat Einde, benodigd weezende en thans mankeerende matariaalen konde bekomen Dus brengt het hier voren verhaalden, onder meer anderen ook den Resident Abraham van derster, in die omstandigheid dat hij meermelte Post, met de overige al„ daar moetende verblijvende scomp Dienaaren, goederen en
English
Bantam, 30 July 1782. and other effects have not dared to be exposed to such a hazard, the more so because Your Right Honours' highly respected Instructions clearly dictate not to risk anything on an uncertain outcome regarding one thing or another, and likewise not to take possession there unless the post of Samanca, after our departure, is tenable against the hostile attempts of the English. For which reason the aforementioned Resident van der Ster has resolved to proceed back toward Bantam with the garrison that departed from Bantam along with him and further Company goods, under the favorable and kind approval of Your Right Honours. Wherewith concluding, we commend our persons to Your Right Honours' highly esteemed protection and remain with all due respect, underneath stood: Right Honourable, Valiant, Most Worshipful Lord and Right Honourable Valiant Lords, lower: Your Right Honours' most humble and lowly servants, was signed: L: A: Halfman, C: F: Winterheim, W: D: Pielat, and H Schwabe, in the margin: In the Company's ship Het Slot ter Hooge, 30 July 1782. 31 Bantam, 31 July 1782. To His Right Honour, The Right Honourable, Most Worshipful, Far-Ruling Lord: Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General of the Netherlands Indies etc. etc. etc. Right Honourable, Most Worshipful, Far-Ruling Lord! Yesterday evening there unexpectedly appeared here in the roadstead two Company warships, Het Slot ter Hooge and 's Compagnies Welvaaren, whose commanders reported to me that they had left Lampong Samanca on the 22nd of July last, bringing along Resident Abraham van der Ster, together with the European garrison taken along from here, who, for the reason that he could not venture to stay there without being covered by a warship, as appears from the detailed report signed by the respective officers, which I have the honour to offer enclosed to Your Right Honour. Bantam, 31 July 1782. The aforementioned captains assure that during their stay at Samanca they received no orders from Your Right Honours, although I did not neglect for a moment to dispatch them overland by help of the Regent to Tjeritta, in order to cross by water from there toward Samanca. It is for that reason that, having retaken that Resident, they thought fit to turn the bow hither in the expectation of meeting here the respected orders of Your Right Honours; which I sent to them once again upon their appearance, and notified Captain Winterheim that in the evening the bow must be turned to Batavia, which was also complied with by him, and this evening the anchor was weighed. With regard to Captain Halfman with the ship Het Slot ter Hooge, whom I have detained here, I hope that I may be informed as speedily as possible on behalf of Your Right Honour how I shall have to conduct myself with that bottom, in order not to make him stay here needlessly, and also regarding Resident van der Ster, who testifies that it would be most imprudent, in the condition in which Samanca finds itself, to await a formidable enemy and to risk Europeans, especially now that it has been experienced that a ship can approach the shore there within a short musket shot. The King's people, to the number of 5 to 600, along with their prahus and under the command of Raden Aria, have remained thereabouts; His Highness also expecting to be elucidated by Your Right Honour as to how it most pleases the same that the garrison remaining there shall be dealt with. Under respectful expressions of the Prince's particular high esteem for Your Right Honour, he takes the liberty to send over under custody with the ship 's Compagnies Welvaaren, at the disposal of Your Right Honours, 3 subjects sent to him from Lampong Samanca who were apprehended there on account of intrigue with the English. Bantam, 31 July 1782. His Highness requests that they may be dealt with as rigorously as shall be found appropriate, for he assures Your Right Honours that in all cases he will not let anything pass connivingly to the disadvantage of the Honourable Company. Also forwarded herewith to Your Right Honour is a list of what was captured in 2 prahus at the Lampongs, which was brought along by Captain Winterheim. The prahu Paduakan, which intended to go to Bengkulu and was taken by the commanders, but which by letters of Your Right Honours dated the 17th of this month was ordered to be discharged hastily and undamaged, was also brought to the roadstead here by the commanders due to their not having received the letters; but upon reading that order, it was set at liberty again, with the return of everything that they had taken into custody from it. I have the honour to remain with all deference and respect, underneath stood: Right Honourable, Most Worshipful, Far-Ruling Lord, lower: Your Right Honour's humble and obedient servant, was signed: W: E: Engert, in the margin: Bantam, 31 July Anno 1782. Respectful 35 Bantam, 18 August 1782. Respectful account, to His Honour, The Right Honourable, Valiant, Most Worshipful Lord and Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right Honourable Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies etc. etc. etc. at Batavia. Right Honourable, Valiant, Most Worshipful Lord! and Right Honourable Valiant Lords, The subscriber of this informs Your Right Honours in all respect concerning the transaction at Lampong Samanca that, before his departure thither, the force mentioned in Your supreme respected Instruction was, according to his comprehension, tenable
Dutch transcription
Bantam den 30: Julij 1782. en verdere Effecten aan sodanig een Hazard niet huft durven Exponeeren te meer dewijl hun hoog Edelens hoog g'Eerde Jnstructie duijdelijk dicteerd, van niets aan Een on„ sekere goed uijtslag so van Een als ander te wegen. so ook van geen Passessie aldaar te neemen, ten sijde Post van samanca, na ons vertrek, tegens de vijandelijke attentaten der Engelsche bestaanbaar is. Welhalven gem: Resident van der stersig geresolveerd hueft om sig met de nevens hem van Bantam vertrokken weezende Bezettelingen, en verdere Comps goederen, wederom onder gunstige welduijdend Approbatie van uw Hoog Edelheedens Bantam waards te begeeven. Waar mede sluijtende, so beveelen wij onse Perzoonen in uw Hoog Edelheedens seer aansienelijke Protexie en blijve met alle verschuldigde Eerbied /onderstond:/ Hoog Edelen, gestrengen groot Agtbaaren Heer en wel Edelen gestrengen Heeren /:Lager:/. uwel. Hoog Edelheedens suer ootmoedigen en Nedrige Dienaaren /:was geteekend:/ L: A: Halfman, C: F: winterheim, W: D: Pielat, en H schwabe /:in margine:/ Jn't s Compagnies schip Het stot ter Hooge den 30 Julij 1782. —. 31 Bantam den 31:' Julij 1702. Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel Groot Agtbaaren wijdgeb Heer: M:r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal a fo van Nederlands Indie &: &: &. Hoog Edel Groot Agtbaaren Wijd gebiedende Heer! Op gisteren avond onverwagt verscheenen alhier ter Rheede twee Compagnis oorlog scheepen Het slot ter Hooge en 's Comp:s welvaaren, welke overheeden mij rapporteerden den 22:e Julij Jongst Leeden Lampong Samanca te hebben verlaaten, meede brengende den Resident Abraham van der ster, neevens de hier meede genomen Europeesche bezetting, den welke om reeden hij konder door een oorlog schip gedekt te zijn zig daar niet vertrouwen kan blykens het omstandig Berigt door de officieren respective ondertekend en dat ik ingesloten d' Eeere hebbe Bantam den 31:' Julij 1782. hebbe uw Hoog Edelheijd aante bieden. gemelde Capitain verzekeren wij geduurende hun verblijf op samanca geene orders van haar Hoog Edel„ heedens te hebben ontfangst dezelve geenogenblik versuijmt heb die door behulp van den Rijx bestierder over Land na Tjeritta te Depecheeren om van daar over water samanca waarts overtevaaren 't is om die ree„ den dat zij na herneeming van die resident goed gedagt hebbende de steeven herwaarts te wenden in verwagting, alhier de gerespecteerde orders Hunner Hoog Edelheedens te zullen ontmoeten; dewelke ik hun bij derselver verschijning andermaal heb toegezonden en den Capitain winterheim aange„ zegd, als avonds de steeven na Batavia moeten werden, 't welk ook door hem nargekomen en heeden avond het anker geligt is. Ten op zigte van Capitain Halfman met 't schip 't stot ter hooge, die ik alhier aangehouden heb verhoope ik dat ten aller spoedigste mij van wegen uw Hoog Edelheijd zal mogen bedeelt werden hoedanig ik met die Batter mij zal hebben te 33 Bantam den 31:e Julij 1782. te gedragen, om hem alhier niet nodeloos te doen verblijven ook nopens den Resident van der ster den welke be„ „tuijgt het aller onversigtigst zoude zijn, in de gesteld„ heijd waar in samanca zig bevind een gedugt vijand aftewagten, en Eeuropeesen te risqueeren, voor al nu ondervonden is dat een schip tot op een kleine musquet schoot de wal aldaar naderen kan 's konings volkeren ten getalle van 5: â 600: neevens derzelver praauwen en onder Commando van den Raaden Aria zijn daar omstreeks verbleeven; verwagtende zijn Hoogheijd mede door uw Hoog Edelheijd te werden geelucideert, hoedanig Hoogst den zelve behaagt dat met die daar verbleevene bezetting zal werden gehandelt. Onder Eerbiedige betuijging van svorsten Bijzondere Hoog agting voor uw Hoog Edelheijd, neemt hij de vrijheijd om met 't schip sComp:s welvaaren ter dispositie Hunner Hoog Edelheedens in verzekering over te zenden 3 van Lampong Samanca hem toegezondene onderdanen die om de wille van konkelarij met de Engelsen aldaar geapprehendeert Bantam den 11: Julij 1782. geapprehendeert zijn zijn Hoogheijd verzoekt dat met dezelve zo regoureus mag werden gehandelt als bevonden zal werden te behouden, dan hij verzekerd Haar Hoog Edelheedens, dat hij in alle gevallen ten nadeelen van d: E: Compagnie mits oogluij„ kende zal laten passeeren Meede gaat hier nevens tot uw Hoog Edelheijd over een Lijst van het veroverde in 2. praauwen op de Lampongs dat door Capitain winterhum is meede genoomen. De praauw Paduakan, die de wil na Bancahoela, en door de overheeden genomen, dog bij Letteren van Haar HoogEdelhedens de dato 17: deezer geordonneerd is eijlings ongeschonden te moeten ontslaan, hebben de overheeden door het niet ontfangen van brieven, meede ter rheede alhier gevoert dog op leezing dier ordre weeder in vrijheijd gesteld, onder te rug gave van al het geene zij van hem in bewaaring genomen hadde. Ik hebbe d' Eere met alle notzag en Eerbied te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaaren wijd gebreden„ de Heer /Lager:/ uw Hoog Edelheids onderdanigen en gehoor„ zamen Dienaar /:was geteekend:/ W: E: Engert /: in margine:/ Bantam den 31: Julij A:o 1782. Eerbiedig 35 Bantam den 18:e Augustus 1732 Eerbied verantwoording, Aan sijn Edelheijd Den Hoog Edelen gestrengen Groot Agtbaaren Heer en Mr: Willem Arnold HAlling Gouverneur Generaal, Beneevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndie &:a &:a &a. te Batavia. Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaaren Heer! en Wel Edele Gestrengen Heeren Den Teekenaar deezes geeft uw Hoog Edelheedens in alle Eerbied aangaande de verrigting te Lampong samanca te kennen, als dat hij voor sijn vertreck na derwaards, de magt hij hoogst derzelver g'Eerde Jnstructie vermelt na sijn begrip bestaan baar
English
Bantam the 10 August 1732 judged feasible to take possession of and also hold the post of Samanca, but upon presence there, a written plan was drawn up by the naval Captain Lambertus Arnoud Halfman stating that the force presently existing there was not sustainable to defend Samanca against the attacks of the English after the departure of the ships, and that if a ship or even just a single bark were to appear before it, the lodge could then accomplish nothing with the mentioned force, which was also confirmed by all other members, upon which statements the undersigned deemed himself compelled to have to make the retreat back toward Bantam. Concerning now the certainty regarding the superior power of the English, one could obtain nothing but loose rumors about it, since both the Captains Halfman and Winterheim spoke of nothing other than departing, and that they were destined to cruise in the Sunda Strait, but not to remain stationed at Samanca. And thus 3 57 Bantam the 18 August 1782: And thus the required time was not waited for with respect to the one as well as the other, and against which I, respectfully spoken, as Your High Nobilities will please to observe, could not oppose alone, just as also the King's envoy, the Raden Aria of Bantam, could always still testify, and who also himself frankly testified to the undersigned upon departure from the Netherlands that with such haste nothing could be carried out properly here, be it of whatever undertaking made. Thus hoping that the mistakes then committed therein by me, through Your High Nobilities' so famous clemency, may not be imputed to me alone. With which I take the liberty to recommend myself into 57 into the highest and precious protection of the same, and with all due respect to remain, was underneath: High Noble, Rigorous, Highly Honorable Lord and Right Honorable Rigorous Lords lower: Your High Nobilities' very humble and lowly servant, was signed: A. v. d. Ster in the margin: Bantam the 18 August 1782. Verified D. D. van Haar Bantam the 18 August 1732. Like separate Copy of Separate Letters. Second set Incoming Secret Letters and some enclosures delivered 1784 Third volume 5 No. 1 49 Complaints made by the King of Boni to Batavia and the answer given thereto by the Governor Barend Reyke in the year 1783. separate No. 4 49 Anno 1783 was disadvantageous smugglers. I most humbly recommend myself into the high favor of Your High Nobilities and am with the greatest respect, High Noble, Highly Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord and Right Honorable Rigorous Lords, Makassar, In Castle Rotterdam, the 11th of September, Your High Nobilities' Most Obedient and Faithful Servant, was signed: B. Reyke separate Batavia To His High Nobility, The High Noble, Highly Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Honorable Rigorous Lords Councillors of the Dutch Indies, High Noble, Highly Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord and Right Honorable Rigorous Lords, In the hope of the good delivery of my humble letters of 31 May, 22 July, and 11 September last, I take the liberty hereby to inform Your High Nobilities, in continuation of what has occurred here since the dispatch of the first-mentioned with regard to native affairs and that which has relation thereto, [illegible] was disadvantageous smugglers. I most humbly recommend myself into the high favor of Your High Nobilities and am with the greatest respect, High Noble, Highly Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord and Right Honorable Rigorous Lords, Makassar, In Castle Rotterdam, the 11th of September, Anno 1783, Your High Nobilities' Most Obedient and Faithful Servant, was signed: B. Reyke separate Batavia Introduction To His High Nobility, The High Noble, Highly Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Honorable Rigorous Lords Councillors of the Dutch Indies, High Noble, Highly Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord and Right Honorable Rigorous Lords, In the hope of the good delivery of my humble letters of 31 May, 22 July, and 11 September last, I take the liberty hereby to inform Your High Nobilities, in continuation of what has occurred here since the dispatch of the first-mentioned with regard to native affairs and that which has relation thereto, [illegible] 49 was disadvantageous smugglers. I most humbly recommend myself into the high favor of Your High Nobilities and am with the greatest respect, High Noble, Highly Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord and Right Honorable Rigorous Lords, Makassar, In Castle Rotterdam, the 11th of September, Anno 1783, Your High Nobilities' Most Obedient and Faithful Servant, was signed: B. Reyke separate Introduction To His High Nobility, The High Noble, Highly Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Honorable Rigorous Lords Councillors of the Dutch Indies, High Noble, Highly Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord, In the hope of the good delivery of my humble letters of 31 May, 22 July, and 11 September last, I take the liberty hereby to inform Your High Nobilities, in continuation of what has occurred here since the dispatch of the first-mentioned with regard to native affairs and that which has relation thereto and served against the rebel of [illegible] Batavia and Section 1: By Anno 1783 was disadvantageous smugglers. I most humbly recommend myself into the high favor of Your High Nobilities and am with the greatest respect, High Noble, Highly Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lord and Right Honorable Rigorous Lords, Makassar, In Castle Rotterdam, the 11th of September, Your High Nobilities' Most Obedient and Faithful Servant, was signed: B. Reyke
Dutch transcription
Bantam den 10 Augustus 1732 baar oordeelde, om de Post van samanca in possessie te kunnen neemen en ook houden, dog bij het aanweezen aldaar so wier door den Capitain ter Zee Lambertus Amoud Halfman, Een schriftelijk Pro ject geformeert dat de aldaar nu in aanweezen sijnde magt niet bestaanbaar was, om na het vertrek der scheepen, samanca tegens den attentaten der Engilsche te kunnen defendeeren en dat so een schip of wel maar een Enkelde Barcq aldaar voor kwam te verscheijnen de Logie als dan met gemelte magt niets konde uijtwigten dat ook door al verdere Leeden gecomfirmeerd wierd op welke gezegdens, den Teekenaar sig ge„ „noodsaakt dagt te sijn om de retraite wader Ban„ „tam waards te moeten neemen. Belangende nu de sekerheijd wegens de overmagt den Engelsche, daar heeft men niet dan Lasse gerugten van kun„ „nen Erlangen, Dewijl dat beide de Capitains Halfman en winterheim, niet anders dan van vertrecken hebbe gesproo„ ken en dat sij tot het kruijssen in straat sunda maar niet om op samanca te blijven leggen waaren gedestineerd En dus 3 57 Bantam den 18 Augustus 1782: En dus is er so tot het een als ander de vereijschte tijd met afgewagt en waar ik mij /met alle Eerbied gezegd:/ gelijk uw Hoog Edelhee„ „dens sullen gelieve te remarqueeren alleen niet tegen heb kunnen opposeeren, gelijk ook den konings sendeling Den Raden Avia van Bantam, altoos nog soude kunnen getuijgen, en die ook selve rond uijt nederland bij vertrek aan den onder„ „geteekende betuijgd heeft, dat met so een haast alhier niets na vereijsch kon„ de uijtgevoert werden het sij ook van eenige onderneeminge hoe gemaakt. Dus verhopende dat de dan, daar in door mij mogten begaan weezende Mis„ „slagen, door uw Hoog Edelheedens so beroemde goedertierendheijd, mij niet alleen sullen mogen geimputeert werden. Waar mede de vrijheijd neeme mij in S7 in hoogst derzelver dierbaare Prolexie te bevee„ len, en met alle verschuldigde Eerbied te blijven /:onderstond:/ Hoog Edelen, Gestrengen, Groot Agtbaaren Heer en wel Edele gestrengen Heeren /:Lager:/ uwe Hoog Edelheedens / seer ootmoedige en Nedrige Dienaar /:was geteekend:/ A: v: D: ster /:in margine:/ Bantam den 18 Augustus 1782. Hasrdeert DD Van Haar Bantam den 18 Augustus 1732. Like apart Copia Aparte Brieven. Tweede stell Inkomend Secreet Brieff= en eenige Bilagen overg: 1784 Derde deel 5 N„o 1 49 Klagten door Bonies Koning na Batavia gedaan en het andwoord daar op door den Gouverneur Barend Reijke, gegeven in A„o 1783. — apart No 4 49 Anno 1783 nadeelige smokkelaars is geweest. Ik beveele mijn aller ootmoedigst in de Hooge gunst uwer= Hoog Edelhedens en ben met de meesten Eerbied Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren Maccasser In't Casteel Rotterdam den 11 e September uwer Hoog Edelheedens Onderdanigste en Getrouwen Dienaar /:was geteekend:/ B: Reijke apart„ Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd. Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Gestrienge wijdegeliedende Heer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indië Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere en dwel Edele Gestrenge Heeren Ten hoope van de goede bestelling mijner onderdanige van den 31„e Mai, 22„e Iulij en 11„e September laastleeden, zo neeme Ik bij deesen de vrijheijd uwe Hoog Edelhee„ „dens, ten vervolg van het geene alhier zeedert het af„ „gaan van eersgemelde met opzigt tot de Inland„ „sche zaaken en dat geene wat daar toe betrekking en denoo te geen om steve omtreang is geweest:) heeft een e ding nadeelige smokkelaars is geweest. Ik beveele mijn aller ootmoedigst in de Hooge gun Hoog Edelhedens en ben met de meesten Eerbied Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende N en Wel Edele Gestrenge Heeren Maccasser In't Casteel Rotterdam den 11 e September Anno 1783 uwer Hoog Edelheeden. Onderdanigste en Getrouwen /:was geteekend:/ B: Reijke apart„ Batavia „ding Aan zijn Hoog Edelheijd. Den HoogEdelen Groot Agtbaaren Testienge wijdegebiedende Heere M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren raaden van Neederlands Indië Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere en wel Eddele Gestrenge Heeren In hoope van de goede bestelling mijner onderdanige van den 31„e Mai, 22„e Iulij en 11„e September laastleeden, zo neeme Ik bij deesen de vrijheijd uwe Hoog Edelhee„ „dens, ten vervolg van het geene alhier zeedert het af„ „gaan van eersgemelde met opzigt tot de Inland„ „sche zaaken en dat geene wat daar toe betrekking en deenoote geen om stevr omtrenang is geweest:) heeft een 49 nadeelige smokkelaars is geweest. Ik beveele mijn aller ootmoedigst in de Hooge Gun Hoog Edelhedens en ben met de meesten Eerbied Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende N en Wel Edele Gestrenge Heeren Maccasser In't Casteel Rotterdam den 11 e September Anno 1783 uwer Hoog Edelheeden Onderdanigste en Getrouwen /:was geteekend:/ B: Reijke apart„ Inleijding Aan zijn Hoog Edelheijd. Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Gestrenge wijdegebiedende Heere M„r Willem= Arnold Atting Gouverneur Generaal Benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indië Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere In hoope van de goede bestelling mijner onderdanige van den 31„e Mai, 22„e Iulij en 11„e September laastleeden, zo neeme Ik bij deesen de vrijheijd uwe Hoog Edelhee„ „dens, ten vervolg van het geene alhier zeedert het af„ „gaan van eersgemelde met opzigt tot de Inland„ „sche zaaken en dat geene wat daar toe betrekking en dienst teegens den sevec vankielang is geweest:/ Batavia heeft een e en S. 1: DenvD Doer Anno 1783 nadeelige smokkelaars is geweest. Ik beveele mijn aller ootmoedigst in de Hooge Gun Hoog Edelhedens en ben met de meesten Eerbied Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende A en Wel Edele Gestrenge Heeren Maccasser In't Casteel Rotterdam den 11:e September uwer Hoog Edelheeden Onderdanigste en Getrouwen /:was geteekend:/ B: Reijke
English
separate Batavia Introduction To His High Excellency. The High Noble Great Honorable Stern Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Honorable Stern Lord Councilors of the Dutch Indies High Noble Great Honorable Stern Wide-Ruling Lord and Honorable Stern Lords In the hope of the safe delivery of my humble letters of May 31, July 22, and September 11 last, I take the liberty hereby, in continuation of what has occurred here since the departure of the former with regard to indigenous affairs and that which pertains to and has served against the rebel Sankilang, to respectfully inform Your Excellencies: Paragraph 1: The Makassarese Lands tithed again. Under what conditions. Concerning the Kingdom of the Makassarese. The collecting of the tithes in those lands, in so far as they have been cultivated, has had its proper progress again this year. However, upon the strong insistence of their king and all the people, who, according to the proud nature of the Makassarese, cannot be brought to pound paddy, I have been compelled, if one wished—since many lands lie far away—not to run the risk of driving them to obstinacy, to tithe the paddy crop for money, and thus to receive five Dutch Rijxdaalders in cash for every hundred bundles. Consequently, the tithe, both there and in the southern part of Tello, has yielded seven thousand bundles of paddy, which (calculated, as said, at five Dutch rijxdaalders per 100 bundles) amounts altogether to a sum of 350 Dutch rds., which has been duly counted into the treasury. Although this is not a large sum, it has nevertheless increased considerably in comparison with anno passato, just as it must absolutely increase further from time to time in proportion as the people become able to cultivate everything and to reclaim that which the good Lords of Bone have gradually appropriated quasi as an original right arising from the late war; and in this manner (which is also the only way), the Company can slowly be compensated for the advanced considerable multitude of war expenses. Paragraph 2: Why the same was recently assisted with some gunpowder, etc. Makassarese live in peace and quiet and have postponed the presentation of their king for reasons. Furthermore, on the 10th of this month, I assisted the king at his request with 12 pieces of flintlocks, 24 bundles of live cartridges, 12 pieces of cartridge pouches, and 25 flints, because rumors were circulating that Sankielang, having emerged from his hiding place, intended to raid here and there. Although I rather think that under this name it is a party of predatory Boniers. Nevertheless, there is nothing to fear from this, as the Makassarese now already constitute a number of more than one thousand able-bodied men who, supported by the king of Sanrabonij, upon whose loyalty I think I can firmly rely, will always be able to resist such rabble. Otherwise, everything in this Kingdom is in quiet rest and peace. The only thing that remains is the king's presentation among his people, to which I have urged not only the prince himself but also his court grandees on various occasions, and even recently on September 13 passato; but which they repeatedly postpone for lack of many requisites belonging to such a ceremonial if they do not wish to make themselves ridiculous before the Boniers. Paragraph 3: Paragraph 4: Paragraph 5: The Boniers become unwilling, also negligent towards the Honorable Company, which must be countered when occasion permits. Bonij. The Court of Bone, which has so often been requested to constrain the people of Soupa and Neepo to return or compensate for the goods plundered by them from an Ambon vessel stranded over there, seems altogether unwilling to do anything with emphasis in our favor in this matter. At least nothing comes of it, and therefore one may now well assume for certain that the Madanrang, father-in-law to the king of Bonij, who is also a father-in-law to the king of Soupa, must have received his share of this plunder. Paragraph 6: Nevertheless, I shall keep that claim alive, in case it should happen in due time that something might still be obtained from one party or the other. For if the king—of whom I have always had a better opinion than has recently become apparent—continues in his negligence regarding the requests made to him on behalf of the Company, and in unlawfully protecting not only the predatory and murderous Bonian Princes (of which Your Excellencies may find another fresh example in the secret Daily Journal under September 18 passato), but also, as has now occurred in the case of the people of Tanette to be reported hereafter, the lesser princes and kings in order to make himself greater thereby than is suitable, it will finally, when Your Excellencies are in a position to assist Makassar with the necessary manpower for it, have to be brought to the point of holding such conduct punitively before him and making him understand, and if necessary experience, that no one but the Noble Company can hold mastery over Celebes.
Dutch transcription
apart Batavia Inleijding Aan zijn Hoog Edelheijd. Den HoogEdelen Groot Agtbaaren Gestrenge wijdgebiedende Heere„ M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indië HoogEdele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere en T:o wel Edele Gestrenge Heeren In hoope van de goede bestelling mijner onderdanige S van den 31„e Mai, 22„e Iulij en 11„e September laastleeden, zo neeme Ik bij deesen de vrijheijd uwe Hoog Edelhee„ „dens, ten vervolg van het geene alhier zeedert het af„ „gaan van eersgemelde met opzigt tot de Inland„ „sche zaaken en dat geene wat daar toe betrekking en dienst teegens den sever Tankierang is geweest:/ heeft een 49 S. 1: d' Makassaarse Landen weder verthiend. op wat Conditie heeft is voorgevallen, Eerbiedigst te bedeelen Makassaaren. De verthiening in die sanden voor zo verre dezelve bewerkt zijn dit Iaar weeder behoorlijk zijn voortgang heeft gehad. dog dat Ik op de sterke Instantie van hunnen koning en al het volk dat na den trotsen aard der Makassaaren tot geen padij stampen te brengen is, ge„ „noodzaakt ben geweest, wilde men, daar veele Landen verre afleggen, geen gevaar loopen hunlieden tot baloorigheid te brengen, het padij gewas voor geld te verthienen en dus voor de Honderd bogen vijf Rijxdaalders aan Contante te ont „fangen; Invoegen de verthiening zo daar als in het zui„ „der gedeelte van Tello afgeworpen heeft zeeven Duijzent bossen Padij, dat /:zo als gezegt de 100: bossen teegens vijff rijx„ „daalders hollandsch gereekent:/ te zaamen uijtmaakt een bedraagen van rd„s 350. hollandsch, dat behoorlijk in kassa is re geteld en schoon wel geen groot bedraagen egter in vergelij„ „king van annopagato Considerabel toegenoomen is, zo als het ook absolut van tijd tot tijd, na rato dat de Menschen in staat koomen om alles te bewerken en te rug te Eis„ „schen het geene de braave Heeren Booniers zig quasie als een oorspronkelijk regt uit den Iongsten oorlog ontstaan successive toegeEigent hebben, nog verder moet toenee„ „men en de Maatschappij in diervoegen /: en dit is ook het eenig„ „ste middel:/ langzaamerhand vergoed doen krijgen de uijtgeschootene Considerabele meenigte van oorlogs ongelden. voorts Dat ten belange van het Rijk der § 2: EXDE DD02 van waarom dezelve onlangs met eenig kruijt etc:a g'as„ „sisteert Maccassaaren leeven de en stielde en hebben de voorstelling van winnen koning om reedenen uijtgesteld. De Boniers worden onwillig Voorts heb jk den koning den 10„e dezer op zijn verzoek g'as„ „sisteert met 12 p„s snaphaanen, 24 bogen scherpe patroonen, 12 p:s pattroontagen, en 25 vuursteenen, om reeden de gerugten liepen dat Sankielang uit zijn schuilnest te voorschijn. gekoomen van voorneemens zoude weesen om hier en daar te stroopen. Schoon Ik eer denk dat het onder deeze naam een parthij roofzieke Booniers zijn. Egter is hier niets voor te vreesen, maakende de Makassaaren nu reets een aantal van ruim Duijzend strijdbaare Mannen uit, die ondersteunt van de koning van Sanrabonij, op wiens trouw Ik denk vaste staat te kunnen maaken, zulk gespuis altoos het hoofd zullen kunnen bieden. Anders is het in dit Rijk alles in een stille rust en vreede. Het eenigste dat overig blijft is konings voor„ „stelling onder de zijne, waar toe Ik niet alleen den vorst zelve maar ook zijn Hofs-grooten diverse reise en zelfs nog Iongst op den 13„e September pasato heb aangespoort, dog het geene zij telkens door gebrek van veele vereischtens die tot zodanig een Ceremonieel, wil„ „len zij zig voor de Boniers niet belaggelijk maaken, gehoo„ „ren, koomen uit te stellen. § 5: Bonij Dat zo dikwils verzogt is geworden om die van Soupa en Neepo te Constringeeren tot de te rug gaave of vergoeding van de door hun van een daar ginter ge„ „strand Ambons vaarthuijg geroofde goederen, schijnt ten eenemaale onwillig te zijn omme daar inne iets auruang is geweest:/ J Het Hof van met een I. 3. § 4 7. 47 5. 6: ook onagtzaam omtrent d'E Comp„e dat bij geleegendheid zal moeten worden tegengegaan met nadruk ten faveure van ons te willen doen, ten minste daar komt niets van, en dierhalven kan men nu wel voor zeeker stellen dat de Madanrang schoonvader van Bo„ „nijs koning die ook een schoonvader van soupas ko„ „ning is, zijn aandeel uit dit geroofde zal gekreegen hebben. Egter zal jk die pretentie leevendig houden of het in der tijd gebeuren mogt dat 'er van de eene of andere parthij nog iets te haalen was, want als de koning, daar ik altoos beetere gedagten van gehad heb dan nu zeedert korten komt te blijken, voortgaat in zijn onagtzaamheid omtrend de verzoeken die hem 'sComp„s weegen worden gedaan en in het onbillijker wijze protegeeren; Ik wil niet alleen zeggen der roof- en -moordgierige Bonische Princen, waar van uwe Hoog Edelheedens weder een versch staaltje te vooren kan koomen bij het sekreet Dag-register onder den 18„e September passato, maar ook, gelijk nu in het hier agter te meldene geval van die van Tanette geschied is, van de mindere vorsten en koningen om zig zelfs daar door grooter te maa„ „ken als dienstig is, zo zal het eindelijk, wanneer uwe Hoog Edelheedens in staat zullen weesen Ma„ „kassar met de daar toe nodige Manschappen te assistee„ „ren, daar heen dienen te worden gebragt om hem zulke gedoentens straffelijk voor te houden en te doen begrijpen sa des noods ondervinden dat niemand als de Edele kompagnie het Meesterschap op Celebes voeren kan. De ENDE DD02 van
English
16. Batavia. Soping's marriage worthy of reflection. Those of Sandrabonij have again been unable to pay anything. Tanette's obstinacy increases. Wages war on his brother Aroe Pantjana. And invades the Company's territory at Sageerie. Protests against it, whereupon a truce finally followed. Section 7. It is said that Soping has married a Loewoese princess in spite of the king of Bonij, whose sister he has in marriage, which might well cause some discord between these two kings. However, I do not yet know to what extent this is true; at least neither of those monarchs has given me any notice of it. Section 8. Those of Sandrabonij live quietly and well, but I have not yet been able to obtain any payment from them toward reducing their state debts, although they had made promises that they would sell some of their personal jewelry to enable them to do so. Section 9. But the king of Tanette, relying too much on his influence with the king of Bonij, whose full aunt he is married to, remains just as recalcitrant, and aims at nothing other than the ruin of his older brother Aroe Pantjana, to which he is not a little incited by the Bonians, in whose eyes this prince (who in the year 1776 was taken under the Company's protection by the late Governor van der Voort and assigned a dwelling place at Sageerie, as well as having been of much help and service to us against the rebel Sankielang) is a great thorn, just as all those who have placed themselves under the Company's protection have always been. Section 10. To put an end to this malicious intention, and so as not to cause unrest in the Company's lands and among its subjects, I initially employed all possible means, but all in vain, until finally, when he, supported by various Bonian princes, had the audacity to invade the Company's territory at Sageerie, I found myself obliged to bring this critical matter before the Council of Policy to deliberate maturely upon it with the advice of the Council. This finally resulted in both monarchs somewhat submitting following the protests sent to both the court of Bonij and that of Tanette, and this matter has now been quieted a little. We must now await the return of the commissioners sent by both sides to Tanette and Sageerie, after which I hope that Bonij's fickle king will finally resolve to settle the claims of both brothers according to right and equity with me. Your High Nobilities may, if you please, see everything in its full context from a separate bundle of papers now being forwarded that pertains solely to this case, to which I then most humbly refer to avoid a lengthy account. The disturbances between Sideenreeng and those of Neepo etc. quieted. Thaeng produces nothing. The sergeant who departed for Boutong has not yet returned. Report concerning the artillery lying at Salemparrang. Section 12. Having nothing further to report concerning Thaeng since the dispatch of my last respectful letter of 31 May past, I note with regard to the Datoea of Sideenreeng: Section 13. That he and those of Neepo etc. have finally laid down their arms, and that their disputes have thus ended through the mediation of myself and the king of Bonij. However, the Datoea keeps himself in retirement, and it is indeed said that he, who had always submitted to Bonij, has now joined the king of Soping. Section 14. From Boutong, Sergeant Bosamie, who departed thither for the eradication of spice trees, has to date not yet returned, although he wrote to me in a letter of 12 August past that he intended to undertake his return journey in September. Section 15. Concerning the Opposite Coast, I have received from there the Resident's letters of 14 July and 1 September 1783. In the first, he reports concerning the 7 pieces of cannon still lying on Balij, which must now be expected from the Gusti of Carrang-assang and those of Salemparrang, following the promise made by them to
Dutch transcription
16. Batavia sopings Huwelijk van nadenking. die van Sandrabonij hebben weder niets kunnen afleggen Tanette 's weerbarstig „heijd vermeerdert. Aroe Pantjana. §: 7: Soping zegt men dat een Loewoese Princes getrouwt heeft in spijt van Bonijs koning waar van hij een sus„ „ter ten huwelijk heeft, het geen wel eenige tweespalt tus„ „schen deeze twee koningen zoude kunnen verwekken. dog in hoe verre dit waar is weet Ik nog niet, ten minsten geen van beide die vorsten hebben 'er mijn ee„ „nige kennisse van gegeeven. § 8: Pandrabonij Leeven stil en wel, egter heb Ik van deeze nog niets in mindering hunner Rijks-schulden betaald kunnen krijgen, schoon zij beloften hadden ge„ „daan dat zij om hier toe in staat te geraaken eenige hunner Lijfs-cieraaden zouden verkoopen. Dog de koning van 9: Tanette, te veel vaart loopende op zijn vermoo„ gen bij Bonijskoning waar van hij met een volle Taute getrouwt is, blijft even wreevelig, en b'oogt niets anders als het bederff van zijn ouder Broeder b'oorlogt zijn broeder Aroe Pantjana, waar toe hij niet weinig aangesits word door de Boniers, in wiens oogen deezen Prins /:die in A„o 1776. door wijlen den Gouverneur van der Voort onder 'sComp:s protextie genoomen en woonplaats op Sageerie aangeweezen, mitsgaders ons van veel hulp en dienst teegens den Rebel Sankielang is geweest:/ Die van De Koning van al1 een 49 en invadeert 'sComp„s grond gebied op Sage„ protestatien daar tegens waar op eindelijk stil„ „stand gevolgd is. met nadruk ten faveure van ons te willen doen, ten minsten daar komt niets van, en dierhalven kan men nu wel voor een groote doorn is, zo als ook altoos geweest zijn alle die welke zig onder 'sComp:s bescherming hebben begeeven gehad: § 10: Ik heb tot sluiting van dit boosaardig voorneemen en uij om daar door 'sComp„s Landen en onderdanen niet te doen ontrusten alle mogelijke middelen voor af in het werk gesteld, dog alles vrugteloos tot dat Ik mijn eindelijk, wanneer hij ondersteunt van diverse Bonische Princen de stoutheid had 'sComp:s Grond gebied op Sageerie te invadeeren, genoodzaakt vond deeze haglijke zaak in vergadering van Politie te brengen om met advis van Raaden daar over met rijpheid te delibereeren, het geen eindelijk van dat gevolg is geweest dat op de afgezonde „ne protestatien zo aan het Hoff van Bonij als dat van Tanette deeze beide vorsten het Hoofd eenigsints in de schoot gelegd en deeze zaak thans een weinig gestild is, zullende men nu verder moeten afwagten de te rug komst der weederzijdse na Tanette en Sa„ „geerie gezondene gekommitteerdens, waar na Ik hoop dat Bonijs wispelturig koning eens eindelijk re„ „solveeren zal om de pretentien van beide de gebroe„ „ders na regt en billijkheijd, met mijn afte maaken„ gelijk uwe Hoog Edelheedens des gelievende alles in zijn te zamenhang zullen kunnen zien uit eene daar van thans overgaande en enkeld tot dit geval betrekking hebbende bondel aparte papieren, waar aan Ik mijn dan ook ter vermijding van een lang verhaal ootmoe „digst gedrage. van 5. 11. „rie. ENDE De02 16. Batavia „deenreeng en die van Neepo etc: gestilt uijt „kene sergeant nog niet r te rug gekeert. Salemparrang leggend geschut §: 12. Thaeng niets nader zeedert het afgaan mijner Thaeng leevert niets Iongst Eerbiedige van den 31„e Mai passato te melden hebbende, zo noteere Ik met opzigt tot den Datoua van §. 13. Tieleenring, dat deezen en die van Neepo etc:a d' onlusten tusschen si hunne wapens eindelijk hebben neergelegt en dat alzo der„ „zelver verschillen door tusschen komst van mijn en Bonijs Koning afgeloopen zijn. Egter houd zig den Datoea ge„ „retireerd en men wil wel zeggen dat hij, die zig altoos on„ „der Bonij gesubmitteerd heeft, zig nu vervoegd zoude hebben bij den koning van Soping. van §: 14: Boutong is tot heeden toe nog niet te rug gekeert d'na Bontong vertrok de na derwaards ter uitroeijing van specerij Boomen vertrookene zergeant Bosamie, schoon denzelven mijn bij een brieff van den 12:' augustus passato geschree„ „ven heeft dat hij zijne te rug reize in september meede te onderneemen. §. 15. De Overwal, betreffende. van daar het Ik Berigt weegens het op ontfangen des Residents Brieven van den 14„e Juli en 1„e September 1783. Bij de eerste doet hij Berigt weegens de op Balij nog leggende 7 stuks Canons, die men nu van den Gusti van Carrang-assang en die van Salem„ „parrang zal moeten verwagten na de belofte door hun van rtan Adt 1 aan 11 49