VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3653

Japan · 1,390 pages · 388 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3653_1105 view scan ↗

English

Samarang the 20 December Anno 1783, being unable to repair them, the Regents find themselves at a loss, if these must ever be used for the Company's service, in such manner as, according to the writings of the said Commander van der Niepoort, is the case with the firearms of both Regents at Sourabaija, who previously also had up to 300 and more firearms, but successively in the Pelemboang war and absent in the Cadiri region, and through the cited inexpert treatment, have become unserviceable, down to 40 to 50 firearms, which they still possess now and can barely be called usable for defense. Until now I have had to postpone giving Your Right Honorables a full report of a commission decreed in this early spring, though concluded long ago, to the Island of Bawean, both because of the indisposition of the First Commissioner, a certain Bookkeeper Frederik, and because of the expected arrival of the Pangerang of Bawean, as well as on account of some other points occurring under the report of this matter, and all this taken together prevented me from making the following report in all respect as quickly as I had wished; but these matters now being cleared out of the way, I respectfully note here, from the Report handed over to me by the said Commissioner, that he departed from here on the 14 December 1782, and returned on the 8 May 1783; that during his presence on Bawean, several vessels arrived there, fully numbering 100 pieces, both from the other shore, Mandhar, and various other places of the Ceram coast, Samarang the 20 December Anno 1783, coast, according to information obtained, mostly laden with gambier, and some also with opium, linens, iron, etcetera, but that the same, having been informed by the inhabitants of Bawean of the presence of the Commissioner, departed immediately, and directing their course elsewhere all escaped; further, that upon a close examination at the said islands it appeared to him that there were still found empty in various creeks, bays, and rivers, 178 vessels of various kinds, among which 62 gontings, 70 pantjallangs, 30 tjamplengs, 8 paduwakans, and one mayang prahu, which belonged to the inhabitants, consisting of a mixed nation; and that he was further informed by them that several were still away from home, and the total number of vessels belonging to Bawean amounted to over 300 pieces, which traded partly with Java, but mostly with the other shore, the coast of Ceram, and also with Bancahoeloe; and since they pay neither leases nor duties upon arrival and departure, one may thus reasonably fear that the trade at this Island will increase from time to time, to the prejudice of the Company's revenues, to say nothing of the harm that flows from an illicit trade; thus I immediately summoned the simple and good-natured Pangerang hither, and upon his appearance here demanded an accounting of the infraction of the contracts entered into with him in Anno 1782; but as it appeared to me from this and from the testimony of the Commissioner that he was well inclined to that observance, but utterly powerless to prevent a trade and navigation from which he himself draws but little profit, I had to decide, for the present, to let the matter Samarang the 20 December Anno 1783, page 19. rest there, and solely ordered the Pangerang to observe the content of the contracts as far as possible, without more, since I am completely assured of his good intentions and attachment to the Company, and that his will is indeed good, but his capabilities are too weak; of all of which and of his good intentions he also immediately gave me striking proofs, as he requested of me that his middle son might succeed him, since he, being old and inexpert, could manage the administration of Bawean only deficiently, and that the Company might please make some arrangement whereby the smuggling trade on Bawean was averted, and regulated tolls were levied, to the benefit of the Company, while he would be content with a small portion thereof for his livelihood; the first, namely the succession of his son, who appears to be a capable and promising youth, I promised him I would propose to Your Right Honorables in due time, provided he first let this son of his stay among us for one to two years, in order to be instructed and trained by the Chief Regent in reading and writing, to govern Bawean with more judgment and understanding; in which proposal he not only showed great inclination, but has also recently sent his son to me for the prescribed purposes; and whom I shall now take the liberty, when he has enjoyed the necessary education and has become attached to the Company with some warmth, to propose to Your Right Honorables as successor to his father; while with regard to the second, namely the levying of toll, I have made a promise to the Pangerang that I will let my thoughts dwell upon it, in order to write him the necessary instructions thereafter.

Dutch transcription

Samarang den 20 December A„o 1783, repareeren kunnende vinden sig de Regenten verleegen, als die eens tot sComp: dienst, gebruijkt moeten worden, in voege zulks volgens schrijvens van gemelde gezaghebber van der Niepoort, ge„ „steldes, met de geweesten van de beide Regenten te sourabaija die voor deese ook, tot 300: en meerder geweeren, gehad hebben doch suc„ „cessive in de Pelemboangsche oorlog en in't Cadirische absent, en door geciteerde onkundige behandeling, onbekwaam ge„ „raakt zijn, tot op 40 a 50. geweeren, die zij nu nog hebben en nog maar nauwelijks voor defensie bruikbaar genoemd kunnen worden. Tot nog toe hebbe ik moeten uitstellen, uwe Hoog Edelheeden een vol„ leedig berigt te geeven, van Eene imn dit vroegene voor Jaar gedecerneerde, ƒ wel voor lange afgeloopene Commissie, naar het Eijland de Baviaan soo om de Jndispositie van den Eerste Commissiant, seekere Boek„ houder frederik, als om de verwagte komst, van den Pangerang van de Raviaan, mitsgaders om de wille van eenige andere poinc„ „ten, onder het verslag van deeze saak voorkomende, en dit alles te samen genomen mij verhinderde, om soo spoedig als ik gewenscht hadde, het volgende verslag in alle Eerbied te doen, dan dit eene en andere nu uijt de weggeruimt zijnde, soo noteere ik alhier Eer„ biediglijk, uijt het Rapport door gemelde Commissiant mij overge„ geven, dat hij den 14. xber: 1782. van hier vertrokken, en den 8: Meij 1733. weder is gereverteert; dat geduurende zijn aanweezen op de Ba„ „riaan, verscheidene vaarthuijgen aldaar zijn aangekomen, wel ten getallen van 100: stuks, soo van de overwal, man„ „haar en verscheidene andere plaatzen van de Ceramse kust 1 Samarang den 20 December A„o 1783, kust, volgens bekomene informatie, meest belaaden met gam„ ber, en sommige ook met amphioen lijwaaten ijzer &=a dog dat deselve door de Jnwoonders van de Baviaan onderregt weegens de aanwee„ sentheid van den Commissiant direct vertrokken, en hunne Cours na Elders heenen rigtende alle ontsnapt zijn voorts dat hem bij een nauwkeurig ondersoek ten gemelde Eijlanden gebleeken is, dat sig aldaar in diverse breeken Baayen en rivieren, nog leedig bevonden hadden, 178. stuks vaartuijgen in zoort, waar onder 62 gontings, 70 Pantjallangs, 30. Tjamplengs 8. paduwakans en Een prauwmaijang die aan de Jnwoonders, uit eene gemengde Natie bestaande, toebehoor „de, en dat hemn voorts, door deselve was geinformeert, dat 'er nog ver„ „scheidene van huijs waaren, en het geheel getal vaarthuijgen, op de Baviaan thunshoorende, over de 300. stuks beliep, die gedeeltelijk op Java, dog meest op de overwal, de kust van Ceram en ook op Bancahoeloe handel dree„ ven, en dewijl sij nog pagten off geregtigheeden, bij het aff en aan waaren, betaalen, in men dus met reeden vreesen mag, dat de handel op dit Eijland van tijd tot tijd meerders zal accresseeren, tot prejuditie van 'sComp. s In„ komsten, ik swijge van het nadeel dat uit eene ongepermitteerde handel voortvloeijd, soo hebbe ik ter stond den onnosele en goeddaardige pangerang na herwaarts geroepen en bij zijne verschijning, hier verantwoording afgevraagd, over de Infractie, der in A„o 1782. met hem aangegaane Con„ tracten, dan daar mij hier uijt en uit de getuijgenisse van den Commissiant bleek, hoe hij tot die observantie wel genegen, dog finaal onvermogend was om een handel en vaert te beletten, waar van hij voor sig zelfs maar weijnig voordel treks, so hebe ik moeten besluiten, om 't woor Erst, daar Samarang den 20 December A„o 1783, pag: 19. daar bij te laaten berusten, en Eeniglijk der pangerang aan bevoolen om den inhoud der Contracten, na mogelijkheid, te observeeren, sonder meerder, dewijl ik volkomen verseekert ben, van zijne welmeenent„ „heid en attachement aan de Comp:e, en dat zijn wil wel goed, dog zijne vermogens te swak zijn, van welk een en ander en van zijne welmeenent„ heid, hij mij ook dadelijk door slaande blijken gaff, alsoo hij mij versogt dat zijne middelste zoon, hem mogte succedeeren, dewijl hij oud en onkundig het bestier op de Baviaan, niet dan gebrekkig konde waarneemen, en dat de Comp:e eenige schikkinge geliefde te maaken, waar door den smokkelhandel op de Baviaan geweest, en gereguleerde Thollen, gehest wierden, in voordeel van de Maatschappij zullende hij sig met een kleijn gedeelte daar van, tot zijn bestaan, te vreeden houden; het Eerste off te de surdivance van zijne zoon, dat op het oog een knap en veel goeds belovende Jongeling is, hebbe ik hem toegezegd aan uw Hoog Edelheeden in der tijd te zullen voordragen mits hij alvoorens deeze zijne zoon, Een â twee jaaren onder wij lieb verblijven; ten Eijnde door den hoofd Regent, in 't leesen en schrijven, onderweesen en opgeleid wierd, om met meer der oordeel en verstand, de Baviaan te bestieren; in welk voor stel hij niet alleen groote genegentheid betoonde, maar mij ook Jongst zijne zoon tot voorschreevene oogmerken heeft toegezonden, en die ik nu, wanneer hij het noodige onderwijs genooten heeft, en aan de Comp:e met eenige hartelijkheid is geattacheert, de vrijheid zal neemen, aan uw Hoog Edelheeden, tot vervanger van zijn vader voor te draagen terwijl ik ten aansien van het tweede ofte de thol hef„ „ing, aan den pangerang toezegging gedaan hebbe van daar over mijne gedagten te zullen laaten gaan om hem daar na het nodige aante„ schrijven

NL-HaNA_1.04.02_3653_1108 view scan ↗

English

December A„o 1783, Samarang the 20th write; and while I hope that Your High Excellencies will be pleased to approve my conduct observed in this matter, I have, in order to fulfill the promises made to the Pangerang regarding the means toward a regulated collection of tolls on Bawean, first taken into serious consideration the condition of that island; the first thing that appears doubtful to me in this respect is the declaration of the Pangerang's own inability to counter the smuggling trade there, for if that is the truth, as I might infer from his entire conduct, doing so will be no less difficult for me and costly for the Company, in order to enjoy the intended effect thereof; perhaps the only means to this end is to place a garrison there, but however untimely this might also come now, especially because of the great shortage of men, it ought also not to be small, in order not to be overwhelmed and exterminated by the islanders and the Bugis settled there, which was to be feared, if then, and if the leases are collected according to the practice on Java, trade will decline, many of the people from the opposite coast will take up residence elsewhere, the lease will come to naught, and ultimately be far from able to make good all expenses that the Company will have to incur for the maintenance of the fortress garrison, its necessary goods rations, maintenance of at least two good sturdy pantjallangs, a gratuity for the Pangerang, item other expenses and inconveniences that one can never foresee beforehand, but which nevertheless, upon the establishment of new settlements, are mostly seen to follow without there being a respectable Samarang the 20 December A„o 1783, page 21: respectable garrison of Europeans stationed, it is also to be feared that no Chinese will incline to bid directly for the lease on Bawean either, as otherwise their lives would not be safe among the inhabitants from across the sea who are not accustomed to paying leases, nay even, as one may infer from the fear of the Pangerang, play the master, if they as leaseholders according to the Company's regulation, and in the manner practiced on Java, wished to collect the tolls; to all these difficulties is also added that one might well run the risk that the Chinese themselves become smugglers, yet this can also be prevented once one were established there, but a second difficulty is, furthermore, that no Chinese know how much they would dare to give to the Company for the harbor masteries or what other necessary conditions to stipulate, or prerogatives, such as men for assistance etc., are to be granted to them. All these difficulties occur to me upon a serious consideration regarding the introduction of leases and tolls on the island of Bawean, and as I bring the same here under the discerning eye of Your High Excellencies, I also take the liberty, if and when Your High Excellencies should be pleased to decide upon a toll collection there, to serve Your High Excellencies with my humble considerations concerning the means that could be taken in hand in that event; it would then, in my opinion, be best, as if for a trial, to place there under the protection of the Pangerang a bookkeeper or assistant, and twelve native soldiers, for the maintenance of the Company's authority, together with two or three trustworthy Chinese, Samarang the 20 December A„o 1783, Chinese from various Captains, whether of Rembang, Lasem, Gresik, or Surabaya, or else of Samarang, who would not need to show deference to one another for the sake of their master, and whereby then, one being fearful of the other, they would not trust each other, and the Company on its part thus running less risk of fraud or anything of that nature; these Chinese hirelings as toll collectors should receive a fixed monthly salary on behalf of the Company, the first as harbor master, the second as clerk, and a third as cashier, in order jointly, with someone on behalf of the Pangerang, to collect the lease for the account of the Company alone, or the Pangerang together, for which a placard should be published whereby the collection of lease is introduced and determined; furthermore, one could spread a rumor, and in the placard itself give some indications, that the Company in due time intends to erect a fortress there and place a good garrison in it; in this way one could let it run for some years until the leasing of the Javanese domains at the end of December 1787, in which interim it is to be hoped that the Company's circumstances will be better situated to establish new posts and to be able to defend them if necessary; meanwhile, if trade does not decrease there /: which on the other hand would increase again at Surabaya and Gresik :/ one will be able to see approximately what the lease yields; what could be granted from it to the Pangerang, whether a certain fixed sum, or percent of the incoming moneys; each of the Chinese chiefs could also in due time have everything investigated by his people, and thus know

Dutch transcription

December A„o 1783, Samarang den 20 schrijven; en terwijl ik hoope dat uwe Hoog Edelheeden mijn gehou„ „den gedrag in deesen sullen gelieven te approbeeren, soo hebbe ik om te beantwoorden aan de beloften, den Pangerang gedaan ten aansien der middelen, tot een gereguleerde thol heffing op de Baviaan, voor aff den toestand van dat Eijland, in Ernstige overweeging genomen; het Eerste dat mij ten dien op sigten als bedenkelijk voorkomt, is de betuijging van des Pangerangs onvermogen selfs, om den smokkel handel aldaar te kunnen teegen gaan, want soo dat waarheid is, soo als ik uit zijn geheel gedrag zoude mogen op maaken, zal mij dat te doen, niet minder moeijelijk ende Comp:e kostbaar zijn, om 'er het bedoelde Effect van te genieten; mogelijk is het eenigste middel 'er toe, daar eene besetting te leggen, dog hoe ontijdig zulks voor al om het groot volks gebrek wille nu ook komen soude soo dien de die ook niet gering te zijn, om door de Eijlanders en daar geseetene Boegineesen, niet overvallen en uitgeroeid te worden, dat te dugten was, als dan, en als 'er de pagten, na den voet op Java geheeven worden zal 'er den handel verloopen, veele der overwal„ „ers zullen sig met 'er woon Elders heen begeeven, de pagt zal te niet lopen, en Eijndelijk op verre na niet kunnen goedmaken, alle onkosten, die de Comp:e zal dienen te doen, tot onderhoud der fortres„ „sen besetting, dies benodigde goederen Randsoenen, onderhoud van ten minsten twee goede stevige Pantjallangs, douceur voor den san„ „gerang, item andere depenses en Inconveniente die men van te vooren nooijt voorsien kan, dog Egter bij oprigting van nieuwe Etablissementen, meesten tijd volgen siet sonder dat 'er eene respectabele Samarang den 20 December A„o 1733, pag: 21: respectabele besetting van Europeese legd, is het ook te vreesen, dat geene chineesen ook zullen inclineeren, om de pagt op de Baviaan direct aan te slaan, als anders hun leeven niet seeker zijnde, onder de overwalse Inwoonders die niet gewoon zijn pagt te betaalen Jaselfs, soo als men uit de vreese van de pangerang mag opmaken den meester speelen, soo sij als pagters volgens Comp:s bepaling, en in voegen als op Java word gehandeld; de thollen wilde heffen bij alle deeze swaarigheeden komt ook nog, dat men wel eens gevaar soude kunnen loopen, dat de Chineesen, selfs smotkelaars wierden, dog hier teegens is ook weder te voorsien, wanneer men aldaar geEtablisseert was, enaar eene tweede swarigheid is, nog, dat geene chineesen weeten, hoe veel sij aan de Comp: voor de Bandharijen soude durven geeven off welke an„ „dere nodige Conditien te bedingen, off prarogativen, als van volk tot hulp ensz, hun toete leggen zijn. Alle deze swaarigheeden, komen mij bij een Eanstige overweeging omtrent het invoeren van pagten en Rollen, ten Eijlande de Baviaan, te vooren, en daar ik dezelve alhier, onder het doorsigtig oog uwer Hoog Edelheeden brenge soo matige ik mij teffens de vrijheid aan, om soo en wanneer hoogst dezelven tot eene thol heffing aldaar geliefde te besluijten, uw hoog Edelheden van mijne geringe Consideratien te dienen, wegens de mid„ „delen, welke in die gevallen bij de hand soude kunnen genoomen werden het soude dan mijnes bedunkens best weesen om even als tot een preuve onder de bescherming van de pangerang aldaar te plaatsen, Een boekhouder off adsistent, en twaalff Inlandse militairen, tot maintenua van 's Comp:s gezag, mitsgaders twee of drie vertrouwde Chineesen, E Samarang den 20 December A„o 1783, Chineesen, van verscheidene Capitains, 't zij van Rembang, Lassum Grissee of Sourabaija, dan wel van samarang welke de een den ander, om zijn 'smeesters wil; niet behoefde te ontzien, en waar door dan, den Eene voor den andere bevreest, Elkandere niet vertrouwen soude„ en de Comp:e van zijn kant, dus minder gevaar loopent, van bedrog off iets van die natuur; deese chineesen hunrlingen als thol heffens, soude een vast salaris maandelijks 's Comp:s wegen behooren te genieten, de Eerste als Bandhaar den Tweede als schrijver, en Een derde als kassier, om gesamentlijk, met iemand van weegens den panga„ rang, voor Reekening van de Comp:e alleen, off den pangerang te „ saamen, de pagt te Collecteeren waar toe 'er een Placaat soude die„ nen te worden gepubliceert, waar bij de heffing van pagt. geintro duceert en bepaald wierd; voorts soude men een gerugt kunnen doen verspreijden, en bij 't Placaat selfs eenige blijken geeven, dat de Compagnie in der tijd, aldaar een fortresse opregte en goede besetting in leg„ gen wil; in diervoegen soude men het Eenige gaaren kunnen laaten loopen tot de verpagting den Javase Domijnen onder ult=o xber: 1787. in welke tussen tijd, het te hoopen is, dat de Comp: omstandigheeden, beeter gesitueert zullen zijn, om nieuwe posten aan te leggen, en die des noods te kunnen defendeeren; men zal intussen soo den handel er niet verminderd /: die Egter daar en tegens te sourabaija en Grissee weder soude toeneemen:/ ten naasten bij kunnen sien, wat de pagt opbrengt; wat er den Pangering uit soude kunnen worden toegelegd, het zij eene seekere vaste som, off p:r C:tos van de in te komene penningen; Elk der Chrineesen hoofden soude ook in der tijd, door zijn volkje alles kunnen laaten ondersoeken, en dus weeten

NL-HaNA_1.04.02_3653_1111 view scan ↗

English

Samarang the 20 December Anno 1783, page: 23. — to know on what footing or against what price he would dare to bid on the lease thereof; they might also know and state in advance what prerogatives or other conditions would be necessary to be able to collect the lease and not be defrauded; and if any bad people are hiding among the inhabitants who are inclined to leave from there, fearing the Company's garrison, they could also do so in the meantime and everything arrange itself in the interim, in order thereafter to make a firmer settlement on behalf of the Company and, on his part, provide security to the Chinese in the bidding for the leases. Now, to be assured concerning the feasibility of these my respectful considerations set down here above, I have, in the hope of Your Right Honourables' favorable interpretation, recently, just as in the past year, sent an armed pantjallang and two cruising vessels on an expedition to the Baviaan to counter the smuggling trade as much as possible, and, finding themselves able to do so, to overpower those of Riouw and declare them good prize, and particularly with an instruction for the commissioner of that expedition to inform himself accurately and attentively during his stay on that island as to how far my considerations are or are not practicable; what should be added to or diminished therefrom, and whatever else can shed any light, so as to be able to collect tolls there in due course with success, without fear of any questionable or other consequences that would frustrate or disappoint the plan; intending, as soon as he returns and has supplied me with the necessary reports regarding this, to take the liberty to wait upon Your Right Honourables further with respect concerning it. From Samarang the 20 December Anno 1783, From the island of Bali, I had heard nothing for a long time, when in the month of September last, the Commandant of Banjoewangie wrote to me that Gusti Caarang assan had requested and proposed to him to manage matters so that the Company would join hands with him in waging war against Djembrana; but to which letter he, the Commandant at Banjoewangie, answered in friendly terms that the Company itself had enough to do with a war against the English to entangle itself with the disputes of others or of him, Gusti; an answer which I regarded as well-suited, and respectfully hope that it will also be approved by Your Right Honourables. Having been informed by the said Banjoewangie Commandant in the month of August last, to my particular great satisfaction, that several Sumenep households had settled in the uninhabited Balemboang district, I have written to him and to the Regent there and earnestly ordered them to treat those people with all possible gentleness and to leave them free of all burdens for the first years, as being the best means to entice more inhabitants from elsewhere thither and to get this land settled, which is otherwise very beautiful and fertile, but depopulated by the fate of a severe war. The Captain of artillery and Engineer here, Jean Baptist Pelon, in compliance with Your Right Honourables' highly esteemed orders by letter of the 5th of July 1781, having betaken himself to Banjoewangie and there, in the presence of the Lieutenant and Commandant Lodewijk Kaijser, as well as the Lieutenant Jan Philip Nobel, who was serving as a military officer there at that time, page: 25. Samarang the 20 December Anno 1783, Nobel, having surveyed and examined the condition of the Banjoewangie stronghold and its inner buildings, as well as whether it would be possible to prevent or make difficult the passage of enemy ships through the Bali Strait by means of a strong fort or heavy battery, I have the honor to present herewith to Your Right Honourables, under Letter C, the report submitted to me jointly by them and separately by the Engineer Pilon, and to note briefly therefrom that it is held to be absolutely impossible to prevent the passage of enemy ships in the Bali Strait by a fort or battery, and that for the following reasons, namely: Firstly, because the Bali Strait, where it is narrowest, being on the north side of the rock called Batoe Dodol, amounts to fully 500 Rhineland rods in width. 2ndly, because the ships, for some years past, in their course through the strait, always pass closer to the Balinese shore than the Balemboang shore, and one therefore cannot expect that they would ever come under the fire of a fort. 3rdly, because a 24- or 36-pounder cannon can never have any effect except at a distance of 200 to 220 Rhineland rods, at which time the shots are even still very uncertain; to which then comes, 4thly or lastly, the strong currents that run in and out of the Bali Strait, and the ships being driven past the battery with the utmost speed thereby, one can, from the guns, however well pointed, and even though the ships passed at a distance of up to 200 rods, expect no or very little effect. Concerning

Dutch transcription

Samarang den 20 December A„o 1783, pag: 23. — weeten op wat voet off tegens wat prijs, hij de pagt daar van soude durve„ mijnen; zij zoude ook kunnen weeten en van te vooren opgeeven, welke pacerogativen, off andere Conditien en nodig bij waaren, om de pagt te kunnen vorderen, en niet bedragen te worden; en soo er kwaad volk onder de Jnwoonders schuijld, die in Clineeren van daar te gaan, in bo vreese voor 'sComp„s besetting, die soude zulks ook inmiddens doen en alles sig Intussen schikken, om daar na een vastere bepaaling sComp:s weegen te maaken, en den Chinees aan zijn kant, in 't bot voor de pagten, in seekerheid te stellen. Om nu versekert te wreesen, weegens het uijtvoerelijke van deese mijne hier vooren ter needen gestelde Eerbiedige Consideratien, soo heb„ be jk in hoope van uw Hoog Edelheeden welduijding, nu Jongst even als in 't gepasseerde jaar, een gewapende Pantjallang en twee kruijs vaar„ „tuijgen na den Baviaan in Expeditie gezonden, om zoo veel mogelijk is, den smokkel handel teegen te gaan, en sig daar toe in staat vindende, die van Riouw te overmeesteren en voor goede prijs te verklaaren, en wel in 't bisonder met eene Jnstructie voor den Commissiant dier Expe„ ditie, om geduurende zijn verblijff ten dien Eijlande sig nauwkeurig en oplettend te informeeren in hoe verre mijne Consideratien al off niet uitvoerelijk zijn; wat daar toe vermeerderd off verminderd diend te werden, en wat al verder eenig ligt versprijden kan, om in der tijd met success, thol leffing aldaar te kunnen doen, sonder vreese voor Eenige nadenkelijke off andere gevolgen, die het planverijdelen, of soude te leurstellen, zullende ik, zoo drar hij retourneert, en mij desweegens, de nodige berigten, gesuppediteert heeft, de vrijheid neemen uw Hoog Edel„ leeden daar over, nader Eerbiediglijk te onderhouden. van Samarang den 20 December A„o 1783, van 't Eijland Balie, hadde ik seedert een lange tijd herwaarts, niets gehoort, wanneer mij in de maand van September Jongstleeden den Com„ mandant van Banjoewangie schreef, dat Gusti Caarang assan, hem vertogt en voorgesteld had, om het daar heenen te dirigeeren, dat de Comp:e met hem gesamentlijke hand, Djembrana beoorloogde, dog op welke Brieff, hij Commandant te Banjoewangie, in vriendelijke termen, heeft geant„ woord, dat de Comp:e selfs, genoeg te doen had, met eene oorlog teegens de Engelschen, om sig met de verschillen van andere off van hem Gusti In te witkelen; een antwoord het welk ik als welgepast aangemerkt hebbe, en Eerbiediglijk hoope, dat bij uw hoog Edelheden ook sal worden geapprobeert; Door den gemelde Banjoewangies Commandant; in de maand van Augustus Jongstleeden, mij tot bisonder veel genoegen bedeeld zijnde, dat sig verscheidene sumanapse huijsgesinnen, in 't onbewoonde Balem„ boeangse, ter neder geset hadden, soo hebbe ik hem, en den Regent aldaar aangeschreeven en Ernstig gelast, om die menschen, met alle mogelijke sagtheid, te behandelen, en voor de Eerste Jaaren, vrij te laten van alle lasten, als het beste middel zijnde, om meerder Inwoonders van elders, na derwaarts te lotken en dit anders seer schoon en vrugt„ „baar, dog door het Lot van eene gestrenge oorlog, ontvolkt land, be „woond te krijgen. Den Capitain der arthillerij en Ingenieur alhier Jean Baptist Pelon in voldoening van uw Hoog Edelheedens hoog geEerd aanschrijvens, bij Brieff van den 5: Julij 1781: sig naar Banjoewangie begeeven, en aldaar ten overstaan van den Luitenant en Commandant Lodewijk Kaijsel mitsgaders den, ten dier tijd aldaar militeerende Luijtenant Jan Philip Nobel. pag: 25. „ Samarang den 20 December A„o 183, Nobel, opgenomen en ondersogt hebbende, de gesteldheid van de Banjoe„ mangiese sterkte en dies binnen gebouwen, mitsgaders off het mogelijk soude zijn, door een sterk fort of swaare Batterij de passagie van vij„ „andelijke scheepen door straat Balij, te beletten of defficiel te maken soo geeve ik mij de Eere het door hun deswegens gesamentlijk, en door den Ingenieur Pilon afzonderlijk aan mij overgegeevene berigt, uw Hoog Edelheeden hier nevens onder L=ra C:o te presenteeren, en daar uit in 't kort te noteeren, dat men het wlstrekt voor onmogelijk houd, de pas„ „sagie van vijandelijke scheepen, in straat balij, door een fort off Bat„ „terij, te beletten en zulks wel om de volgende reedenen, als: p=mo Om dat straat Balie, daar die het nauwste is, zijnde aan de Nord kant van de sclip genaamt Batoe Dodol, ruijm 500: Rchijnlandse Roeden in de breed te uitmaakt. 2=e Om dat de scheepen seedert eenige Jaaren herwaerts, in hunne Cours door de straat, de Balise wal altoos nader, dan de Balemboangse passeeren, en men dus niet kan verwagten, dat zij immer, onder het geschut van een fort, zoude komen. 3=e Om dat een 24. off. 36. ponder Canon, nooijt eenige Effect kan doen dan op een distantie van 200 a 220. hoeden Rijnlands, wanneer de schooten, selfs nog maar seer onseeker zijn, daar bij dan nog ten 4:e of Laastelijk komt, de sterke stroomen, die in en uijt straat Balie loopen, en daar door de scheepen met de uitterste snelheid voor bij de Batterij gedreeven wordende, kan men van 't geschut hoe goed gepoinc„ „teerd, en of schoon de scheepen, tot op een distantie van 200. Roeden passeerde, ge of slle weijnig Effect verwagten. Omtrent

NL-HaNA_1.04.02_3653_1114 view scan ↗

English

Samarang, the 20th of December, Anno 1783. Concerning the present small fort at Banjoewangie and the buildings situated therein, the reports state that it has the shape of a pentagon or, in terms of fortification, a star redoubt, palisaded from without and within, and surrounded by a very narrow ditch, though of little effect and far too weak to resist the attack of a European enemy, because the lines of defense from one face to the other fall far too obliquely; nor would it be sufficiently extensive to provide quarters for the servants, most of whom, for lack of rooms, now live outside the lodge in private houses; concerning the buildings inside the fort, apart from the recently newly-built brick powder magazine, they were all constructed of posts and beams by way of frames and covered with woven bamboo plastered with clay soil, also roofed with split bamboo, except for the dwelling house of the Commander, and which method of building they hold to be the cause of all the buildings being so infested with white ants that any repairs made to them can be of little or no duration, all the more so since it is impossible to drive away the white ants; For all the aforementioned reasons, and to protect Banjoewangie against unexpected surprise, the construction of a new, strong brick lodge at Banjoewangie is judged necessary by the reports, the materials, such as brick, lime, sand, and timber, being ready to be prepared there, provided that assistance is given by 2 to 300 men from other regencies besides that of Balembang, and the situation of the ground being very advantageous, provided that the new lodge is placed close to the mouth of the salt river, and thus 50 to 60 roede further north than the old lodge lies, both to be able to fire better upon the mouth of the river and the beach, and to remove themselves from the ant nests, and at the same time to have a terrain of such solid substance that almost no timber for piling would be required in the ground. For the construction of such a lodge, the Engineer Pilon has placed in my hands two plans, which I have the honor to present to Your High Noble Lordships herewith under Litera D and E. No. 1 would cost in materials and wages 26590: 46: — Rijxdaalders, besides another 1696 pieces of assorted beams, and No. 2 would amount to 21195: 8: — Rijxdaalders, not counting 1466 pieces of beams; the latter is formed after the ordinary forts in these regions and suitable for a garrison of 200 men, but the former he deems necessary as being according to the rules of fortification and made so strong that a garrison can defend itself for some time against a strong force, as all this appears further and very circumstantially at the foot of the aforesaid report, wherein the said Engineer Pilon separately serves with his considerations, and to which, for the sake of brevity, I take the liberty to refer, with this respectful remark, that in my opinion it would be best to temporize for some time yet with the construction of a new fortress, both on account of the impending peace and the circumstances in which the Company finds itself in terms of the lack of money, being able in the meantime, in order not to burden the native there too much in his first emergence, according to the writing and proposal of the frequently mentioned Banjoewangie Commander Keijzel of the 10th of the past month, to manage with the old fort if the palisades were renewed, which would not cost much, and possibly until such time as Banjoewangie comes to cover its own expenses, for which, according to his report, there is a very good prospect, and which also gives me some good hope, both because of the increase in inhabitants and because of the zeal with which they are busy clearing trees and brushwood and preparing the land for rice fields; while at the same time I may flatter myself with the collection of indigo there, for which the soil is particularly well suited, and two samples have already been sent to me, which have been fully approved by experts, and to facilitate the work as far as possible, I sent an indigo maker thither this spring with the necessary copper kettles and other implements at my own expense, just as the entire indigo manufactory was erected without cost to the Company, so that as soon as new yields come from that manufacture, upon sending the same, I may confer with Your High Noble Lordships about that and about its cost, which I think, for encouragement, might well be raised somewhat above the ordinary price of 83 1/3 rd:s per picol; just as I now supplicate Your High Noble Lordships' honored orders concerning the lodge at Banjoewangie, in order, in case of renewal, to be able to make the necessary preparations in time, or else in the

Dutch transcription

Samarang den 20 December A„o 1783, Omtrent het presente fortje te Banjoewangie en de daar in staande gebouwen, seggen de berigtes, dat het selve 't figuur heeft, van Een vijf kant of na de termes van fortificatie een sterre schans, van buiten en van binnen gepalisadeert, en met een seer smalle gragt omringt dog van weijnig effect, en veel te swak, om den aanval van een Europeese vijand, te kunnen Resisteeren, dewijl de strijk linien van een face, aan de andere al te oblique vallen; ook zoude het niet genoeg zijn uit ge„ „strekt, tot Logies voor de Dienaaren, die nu meest alle uijt gebrek aan vertrekken, biten de Logie, in particuliere huijsjes woonen; de gebouwen bin„ „nen het fort betreffende, die waeren buiten het jongst nieuw opgebouwde steene kruijthuijs, alle van stutten en balken, bij wijse van Ramen, opge„ „bouwt en van gevlogte Bamboesen met kleijn grond beplakte ook met gespleete bamboesen gedekt, uijt gesondert het woonhuijs van den Commandant, en welke wijse van bouwen, sij voor de oorsaak houden dat alle de gebouwen, door de witte-mieren sodanig zijn geinfecteert, dat alle daar aan gedaan wordende reparatien, van weijnig, of in het geheel geen, diuw kan sijn, te meer daar men de witte mieren met geen moge„ „lijkheid verjaagen kan; Om alle welke hier voorwaards gemeldene reedenen, en om Banjoewan„ gie tegens onverwagte verrassing te dekken, de Extructie van een nieuwe sterke steene logie te banjoewangie, door de berigtens als noodzakelijk word bevordeeld, zijnde volgens hun seggen, de Materiaalen, als steen, kalk, sand en houtwerken aldaar ingereetheid te brengen, mits met 2 a 300 man van andere Regentschappen, buijten het Balembangse, wierden geadsisteert en de situatie van de grond seer voordeelig, mits de nieuwe Logie, digt bij Samarang den 20 December A„o 1783, pag: 27: bij de mond van de zoute Rivier, en dus 50 a 60 roede meer benoorden, als de oude Logie legt, geplaats wierd, soo om daar door de mond van de Rivier en het strand beeter te kunnen beschieten, als om sig van de mieren nesten te verwijderen, en teffens een terrain te hebben, van een sodanige vaste substantie, dat 'r bij na geen hout tot paalwerk, in de gaond soude benoodigt weesen Tot de Extructie, van een sodanige logie, heeft mij den Jngenieuw Pilon in handen gesteld, twee plans die ik de Eer heb uw Hoog Edelhee„ den hier nevens onder L=ra Den E. te praesenteeren. N=o 1. soude aan Materiaalen en arbeidsloon komen te kosten, Rijxdaal„ ders 26590: 46: — buijten nog 1696. stux Balken in zoort, en N:o 2., te staan komen, op Rijxdaalders 21195: 8:- ongereekent 1466: p=s Balken, het laatste is, na de gewoone forten in deese gewesten geformeert, en geschikt voor een guarnisoen van 200 man, dog het eerste rgt hij noodzakelijken te zijn, als na de regels van forti ficeeren, en soo sterk gemaakt zijnde, dat een guarnisoen, sig tee„ gens een sterke magt, eenige tijd kan defendeeren, in voegen dit alles na„ „der en seer omstandig blijkt, aan den voet van het Evengemelde berigt„ waar bij gemelde Jnginieur Pilon afzonderlijk, desweegens van zijne Consideratie diend, en waar aan ik mij kortheids halve, de vrijheid nee„ „me, te gedraagen, met deese Eerbiedige aanmerking, dat het mijnes„ bedunkens, best soude weesen, om met den aanleg van een nieuwe fortres, nog eenige tijd te temporiseeren, soo om de wille van de op handen zijnde vreeden, als de omstandigheeden, waar inne de Comp:e verseert in opsigt van het geld gebrek, kunnende men het Jntussen, om o Samarang den 20 December A„o 1783, om den Inlander aldaar in zijne Eerste opkomst, niet te veel te be„ swaaren, volgens het schrijvens en voorstel van meergemelde Banjoe„ wangies Commandant keijzel, van den 10: der gepasseerde maand met het oude fort, wanneer de pallisaden wierden vernieuwt, dat niet veel soude komen te kosten, nog wel wat stellen en mogelijk tot tijd en wijlen, Banjoeivangie zijne Eijgene Lasten komt goed te maken, 4 waar toe het sig volgens zijn berigt, seer wel laat aansien, en dat 2: mij ook eenige goede hoope geeft, soo om de vermeerdering van Inwoon„ „ders, als om den ier, waar meede men besig is, met het omkappen van Boomen en Prossen, en het land tot Rijstvelden te bereijden; terwijl ik teffens mij ook mag vlijen, met den Insaam van Jndigo aldaar, waar toe de grond besonder goed is geschikt, en mij reets twee monsters zijn gezonden, die door des kundige, volkomentlijk zijn geapprobeert, en om het werk na mogelijkheid te faciliteeren heb 6 ik in dit voorjaar, een Indigamaaker naar derwaards gezonden met de noodige koopere potten en andere gereedschappen, voor Eijgen reekening, soo als ook buiten Lasten van de Comp:e de geheele Indigo makerij is opgerigt, om soo dra 'er nieuwe preude uit die fabricq voor tkomen, onder toesending van deselve, uw Hoog Edelheeden daar over en over dees kostende, dat ik vermeene. tot aanmoediging, wel iets boven de ordinaire prijs van rd=s 83 1/3. de picol, te mogen worden verhoogd, te onderhouden; gelijk ik thans uw Hoog Edelheeden geEerde ordre suppliceere omtrent de logie te Banjoewangie, om in kas van vernieuwing bij tijds de nodige aanstel daar toe te kunnen maaken, dan wel in het

NL-HaNA_1.04.02_3653_1117 view scan ↗

English

Samarang, 20 December Anno 1783. in the contrary case; and should Your High Nobilities come to decide to temporize with that work for some time yet, to authorize the repeatedly mentioned Banjoewangi Commander to renew, according to his statement, the inexpensive palisade work surrounding the old and present fortress; As it is now found that the battery here in Samarang, at the mouth of the river, erected at the beginning of the war in Anno 1781, is very suitable for the defense of the river and for the protection of private traders, who otherwise are not safe from any enemy attack, indeed even pirates, I therefore respectfully take the liberty to propose to Your High Nobilities, instead of this battery made solely of earth and furnished inside with bamboo huts, which continually demands new repairs, to construct a new battery according to the plan sub Littera F annexed hereto, designed by the Engineer Pilon, in which a stone wall is erected behind the earthen epaulement and the lodgings inside are made of good, sufficient planks on a half-brick base, covered with tiles, and which will cost the Company, apart from the 14 picols of nails and 12 picols of iron, along with 2 barrels of tar, not even rd=s 500.-, because the remaining items, according to the estimated expense account of the said Engineer Pilon also respectfully submitted herewith under Littera G, will be furnished outside the expenses of the Company, both by myself and by the Head Regent, as well as by the Captain of the Chinese here, most gladly and with great willingness; on which foundation I also find myself the more emboldened to request from Your High Nobilities a favorable Samarang, 20 December Anno 1783. favorable disposition toward the construction of this newly projected battery for the protection of the Samarang river. Since there are already over 250 soldiers lacking from the establishment on Java, I find myself in the highest degree obliged to give Your High Nobilities dutiful notice thereof, with an urgent request for reinforcements, as in any event, being extremely at a loss for European soldiers, I would not be able to render any assistance elsewhere, all the more so since there are so many unfit soldiers among the Javanese garrison who, if not entirely, are at least more than half unfit, in such manner as appears from a statement of the military situation on Java's Northeast Coast, taken with all possible exactitude as of the end of June 1783, and which I consider myself obliged to bring to Your High Nobilities' attention with the note that of the number of 1142 men, being the common soldiers present on Java at that time, including sergeants, corporals, or non-commissioned officers, there were only 878 men who were fit warriors; while the remaining 270 ditto consisted of 175 men half-unfit and 95 ditto wholly unfit; there being among the first, or so-called half-fit soldiers, several in the Eastern Salient who, through old age and debauchery, just like invalids, can guard none other than minor posts, and all of these nevertheless earn such high wages as would allow one in the Netherlands to enlist two good and brave soldiers into the service, while they continue to count toward Java's established strength; all this has its source in the meager relief received from time to time, whereby one has been forced for years not to grant any of the soldiers the requested release to the Netherlands, but Samarang, 20 December Anno 1783. but on the contrary, to encourage them to remain in the Indies through excessive increases in pay; now that they earn the highest wages, and have become old and stiff in the service of the Company, they will, regardless of whether ample relief of personnel arrives, not think of their release, and as it would also be a hardship to force them to repatriate, I fear that one will remain saddled with these unfit men, in whom all vigor is entirely spent, on Java for many years to come, to the considerable burden of the Company, without one being able to derive the least usefulness from them in the field in time of need; I have already taken this into consideration several times, deliberating how the Company could best act regarding this in order to reduce this oppressive burden, but knowing how the general shortage of men makes it impossible to complete the missing numbers of Java's established strength, much less to supply able-bodied men for the old and decrepit soldiers, I have until now regarded it as an unnecessary matter to address Your High Nobilities on the subject; yet because, after the concluded war, one may hope that Your High Nobilities will be enabled, by an ample relief of soldiers from Europe, to provide for the one and the other, I take the liberty most respectfully to submit for consideration, in that event, to give all the unfit active-duty soldiers the choice of repatriating, or if unwilling, to grant them half or the common pension, along with half board money or some small emoluments, and in return, just like the invalids in Europe, to charge them with keeping easy watches at this or that Residency, for which the established number of old men currently residing there would have to be doubled, whereby the regular watches could be reduced by half.

Dutch transcription

o pag: 29: Samarang den 20. December A„o 1783, in het Contrarie geval; en dat uw Hoog Edelheeden komen te be„ „sluijten, van met dat werk nog eenige tijd te temporiseeren aan de meermelde Banjoewangies Commandant, qualificatie te geen „ven, tot vernieuwing, van het volgens zijn zeggen, weinig kostende pallisaad werk, rond somme het oude en tegenswoordige fortres; Daar men thans ondervind, dat de batterij alhier te samarang, aan de enond van de rivier, in het begin van den oorlog A„o 1781 opgerigt, seer geschikt is, tot defensie vande rivier, en tot dekking van de particu„ lieren handelaars, die anders voor alle vijandelijke aanval ja zelfs zeerovers, niet veijlig zijn, soo neeme ik Eerbiediglijk de vrijheid uw Hoog Edelheeden te proponeeren, om in plaats van deeze maar Eeniglijk van aarde en van binnen met Bamboesen huijsjes voorsienen Batterij, welke alle ogenblikken nieuwe Reparatie vorderd, Een nieuwe Batte „rij aanteleggen, na het sub L=a F: hier neevens gaande, door den Jnge„ „nieuw Pilon, ontworpene plan, waar bij agter de aarde Exaulement, een steene muur is opgetrokken en de woonhuijsen van binnen van goede sufficante planken zijn, op een halve steene miuute, met panne gedekt, en het welk de Comp:e, buiten de 14. picols spijkers en 12: picols ijzer, mitsgaders 2. vaten Heer, nog geen rd=s 500. - zal komen te kosten, om dat de overige artikulen, bij de hier meede onder L=a G: in Eerbied versellende Calculative onkostreekening, van gemelde Ingenieur Pilon buiten Lasten, van de Comp:e, soo door mij selfs, als den hoofd Regent mitsgaders den Capitain der Chineesen alhier volgaarne en met veele gewilligheid zullen worden gefourneert, en op welk fundamens, ik mij ook te meerder bevrijmoedigd vinde, om van uw Hoog Edelheeden een gunstige. o Samarang den 20 December A„o 1783, gunstige dispositie teveroeken tot de Extuuctie van deese nieuwe geprojecteerde Batterij, tot dekking der samarangse rivier„ Rans alreeds op Java over de 250. soldaaten aan de bepaaling manqueerende, vinde ik mij ten hoogsteverligt, uwe Hoog Edelheden daar van schuldpligtig kennisse te moeten geeven, met instantig versoek om versterking, nadeimaal ik bij eenig voual ten uitterste verleegen om Europeese militairen, niet in staat soude weesen elders eenige adsistentie te bewijsen, te meer daar en, onder het Javasche guarnisoen soo veel onbe„ kwaeme militairen sig bevinden, die soo niet geheel ten minsten meerder dan half onbekwaam zijn, invoege dit komt te blijken, un't eene anthooning, van de militaire toe„ stand op Javas Noordoost Cust, onder ult:o Junij 1783. met alle moogelijke Exactitude opgenoomen en die ik mij vepligt agt ub led: de o ue e de eden te moeten brengen met notitie, dat van het getal, tot. 1142. koppen, ter dier tijd op Java aanweesende gemeene soldaten, de sergeanten Corparaals of onderofficieren, daar meede ondergereekent sig maar bevonden hebben 878. koppen bekwaame krijgers; terwijl de overige 270. _:o bestonde in 175. koppen half= en a 25. _:o geheel onbekwaam; zijnde onderd Eerst of ogenaamde half bekewaame militairen nog gescheidene in den ooft„ hoek te vinden die door hooge ouderdom en de bauches, eeven als de Jnvalides, geene andere dan geringe postjes kunnen bewaaken, en deese alle winnen Egter en sodaing hoge gagie, als waar voor men in Neederland, twee goede en braeve soldaeten in den dienst aanneem en kan en loopen in middans op Jaeras bepaelde sterkte vort; dit alle heeft zijne source uit 't van tijdot tijd otfangene sobere secus, mar door men seleders Jaaran lang is genoodsaakt geworden, van aan geene der soldaaten, de versogte verlossing nae Neederland te accordeeren, maar sag pag: 31: Samarang den 20 December A„o 1783. maar hun daar en teegen, doon Excessive veroginge in gagie tot verbliff in de Indies, te animeeren; thans iu zij de hoogste gagie winnen, en in den dienst van de Comp:e oud en stijf gevonden sijn, sullen zij ongeagt een ruijm ontset van wolk komt, niet op hunne verlossing denken, en daar het ook tefens eene hardigheid soude weezen, van hun tot het repatrieeren te noodzaaken, soovreese ik dat men met die onbekwame mnenschen, waar inne het Leeven ten Eenemaale verlaat is, nog lange Jaaren op Java zal blijven op gescheept, tot merkelijk beswaar van de Compe son„ „der dat men er alhier, in tijd van nood, eenige de minste nuttigheid van, in het veld soude kunnen hebben; Ik hebbe dit een en ander rees verscheiden maale in over„ „weeging genoomen, met overlegging, hoe de Comp:e daar omtrent, ter vermindering van deeze soo drukkende lastpost, best konde handelen, maar weetende hoe het algemeen volks gebrek het onmogelijk maakt, om 't manqueerende getal aan Javas bepaalde sterkte, te accomplecteeren, te minder om voor de oude en afgeleefde mili„ taire bekwame te fourneeren, soo hebben ik het tot nog toe, als een onnoodige zaak beschouwd, uw Hoog Edelheeden daar over te onderhouden, dog dewijl men na den gelijvdigden oorlog, hoopen mag, dat uwe Hoog Edelheeden door een ruijma secours, van Militaire in't Europa, in staat gesteld zullen worden, van in het een en andere, te kun„ nen voorsien soo neeme ik de vrijheid hoogst deselven Eerbiediglijk in Consideratie te gee„ „ven, om in dat geval, aan alle de onbekwaeme dienst doende soldaaten, in hunne keuse te geeven het bij van te repatrieeren, van wel bij ongeneegentheid, toeteleggen de halve of gemeene Rustegagie, met bijvoeging van halff kostgeld, of eenige weinige Emolumenten, en hun daar voor teffens even als de Jnvalides in Europa, op te leggen, het waarneemen van gemakkelijke wagten, op deese en geene Residentie waar toe het bepaalde getal der oude mannetjes, welke nu reets actueel sig daar bevinden verdubbeld soude moeten worden, wanneer de ordinaire wagten, tot op de helfte verminderd

NL-HaNA_1.04.02_3653_1120 view scan ↗

English

reduced, can very easily be performed by them, while they, standing inside the small forts behind the walls, can still serve for defence in case of unexpected attacks, since at those small stations one cannot really do much else anyway, and the small number of men, even if they all consisted of capable warriors, does not permit sallying out and driving off the attackers. On the occasion of the survey conducted regarding the state of the military, having also recorded on my order who and which of them had been married, and were still married, as well as the number of soldiers' and non-commissioned officers' children who are currently present on Java, which is shown in detail in the aforementioned presentation of the state and condition of the military, I take the liberty, for the consideration of Your High Noblenesses, to note briefly and respectfully therefrom that, as of the end of June 1783, there were found: military men who had been married, 27 heads, and still currently married, 88 heads; as well as a number of 456 children, legitimate and illegitimate, both boys and girls, not counting another 138 children who on the aforesaid date were in the poor children's home, and also a large number of children of poor officers as well as pensioners, which, taken all together, would possibly amount to a number of 800 children across the whole of Java; and these continuing to increase from time to time, this could in time become such a burden for the poor fund as could impossibly—however charitably people here, to the praise of the inhabitants be it said, think and act regarding this point—be maintained. Since I am currently dealing with military affairs on Java, may it be permitted to me to make another proposal in that respect, and respectfully to submit for the consideration of Your High Noblenesses whether it would not serve the Company's authority and prestige, as well as lead to greater Samarang the 20th of December Anno 1783, awe Samarang the 20th of December Anno 1783. Page 33 awe before the Javanese princes and all other native chiefs, if some altered arrangement were made in the quota of men stationed at Sourabaija and at the courts, by reducing the stipulated number of infantrymen there in the following manner: at Sourabaija instead of 250, 180 or less - - - - 70 Souracarta instead of 100, 60 or less - - - - 40 Djocjocarta instead of 100, 60 or less - - - - 40 together for the reduction - - - - - - heads 150, which, added to the Samarang garrison, with the number of 200 privates stipulated for the same, would still give some prestige in the eyes of the prince's emissaries and other Javanese grandees, who appear there daily and are principally attentive to whatever goes on at the main station, whereas the soldiers, being widely dispersed, now imperceptibly disappear from view. A second reason upon which I ground this proposal of mine consists in this: that the military at Samarang are always kept in strict discipline and are perfectly trained in the manual of arms, whereas on the contrary, as if by misfortune, at those other places they mostly indulge in strong drink and the so-called brom, and are thus less capable of being disciplined and kept in good order. It is true, and one may object against this, that these three places would thereby again be weakened; but if one takes into consideration on the other hand that even the stipulated force there is not sufficient, particularly in the uplands, to resist a strong enemy attack outside the lodge, and since one must therefore defend oneself inside the same with the artillery until the arrival of relief or succour from Samarang, which Samarang the 20th of December Anno 1783, can always be dispatched thither as well as to Sourabaija in four to five days, or less, depending on the circumstances of the time, one will then also have to agree that a small number of disciplined and well-trained soldiers led by capable officers can and will accomplish more than the force of debauched and incompetent infantrymen who otherwise serve and can be mobilized at the aforesaid places. At present, the number of infantrymen at each of the two courts amounts to nearly 60 heads of privates, though mostly old and incompetent; but these, in case Your High Noblenesses should be pleased to approve my proposal, could be exchanged for young and capable soldiers upon the arrival of relief from the Netherlands, and thereafter left at that quota; the more so since I do not suspect that the princes will meddle with or care about any arrangement with respect to the infantrymen, but that it is all the same to them and they are indifferent whether their number is increased or decreased, so long as the stipulated number of dragoons who keep watch for them in the kraton or princely residence itself is complete, they being always very attentive to that, as they regard this partly for their security, but mostly as an honour and state. Regarding the scarcity of copper duiten on Java, I have taken the liberty to address Your High Noblenesses in our joint letter of the 24th of September last; and as this shortage is still increasing and makes itself felt even into the uplands, the Sultan has now recently proposed measures to the Chief van Rhijn.

Dutch transcription

verminderd, seer gemakkelijk bij hun kunnen waar genomen werden, Intus„ „sen dat sij binnen de fortjes, agter de muuren staande, bij onverhoopte aanvallen, nog tot defencie strekken, daar men op die Comptoirtjes, dog ook al niet veel anders kan doen, en het gering getal van Manschappen, off schoon die ook alle in bekwaame krijgers bestondn niet toelaat, om buiten te rukken, en aan vallende uijt ragenen. zij geleegentheid, van den gedaan en opneem, weegens den toestand der militaire, ok op mijn ordre aangeteekend zijnde, wie en welke van deselve getrouwd geweest, en nog getrouwt waaren, mitsgaders het getal der soldaaten en onderofficiers kinderen, welke sig actuel op Java bevinden in't breede blijkende bij de hiervoren vermeld en aanthoning van den staet en toestand der militairen, soo neeme ik de vrijheid ter speculatie uwer Hoog Edelheeden, daar uijt in't kort Eerbiediglijk te noteeren, dat onder ult=o Junij 1783. , bevonden zijn, militaire die getrouwd geweest zijn, 27. koppen, en nog actueel getrouwd 88: koppen, mitsgaders een aantal van 456: kinderen, Egte en onegte, soo Jongens als meijsjes, ongereekend nog 138. kinderen, die op dato voorsz: sig in het armkinderhuijs bevonden, en nog een groot aan„ tal van kinderen, soo van armen officieren als gegagieerdens, die alle te saame genoomen, mogelijk wel tot een getal van 800. kinderen, over geheel Java, soude uijt brengen, en deese van tijd tot tijd, nog al toeneemende soude sulks in der tijd ook nog wel eens een sodanige Lastpost, voor de armen kunnen worden, als met mogelijkheid/ hoe mildadig men alhier ook, tot Roem der Jngeseetenen gesegd, omtrent dit poinct denkt en handeld:/ te onderhouden zijn.. Daar ik thans, over het militaire weesen op Java handele, soo sij het mij gepermitteerd; nog ten dien opsigte, een ander voorstel te doen, en 19 uw Hoog Edelheeden Eerbiediglijk in Consideratie te geeven, off het niet met 'sCompagnies gesag en Luijster, mitsgaders tot een meerder Samarang den 20: December A„o 1783, ontsag Samarang den 20:' December A„o 1783. Pag: 33: ontsag voor de Javase vorsten, en alle andere Jnlandse hoofden dienen souder, wanneever Eenige veranderde schilking wierd gemaakt inde bepaa„ „ling van Manschappen, die te sourabaija en aan de hoven leggen, door ver„ mindering van het bepaalde getal Jnfanteristen aldaar in voegen als te sourabaija in steede van 250. , 180 off minder - - - - 70: „ Souracarta „ „ „ 100„ 60 „ „. - - - - 40: „ Djoejo Carta „ „ „ 100:, 60 „ „. . . „ 40: „ te saamen voor de vermindering - - - - - - koppen 150: —, die bij het samarangse guarnisoen gevoegt, met het voor het selve bepaalde getal, van 200. gemeenen, nog eenig aansien soude geeven, inde oogen van des vorsten sendelingen, en andere Javase groote, die dagelijks aldaar verschij „nen en voornamentlijk op lettend zijn, op het geene ten Hoofd Comptoir om gaat, daar de soldaaten wijd en tijd verspreijd zijnde, nu ongevoelig aan het gesigt verdwijnen; Een tweede reeden waar op ik dit mijn voorstel gronde bestaat hier inne, dat de militaire op Samarang, altoos in een strikse descipine gehouden, en in den wrapen handel, volmaekt geoefen werden daar zij in teegen„ „deel als off het ongeluk zulks wilde, op die andere plaatsen, meestal sig in den sterken drank, en soo genaemde Brom, te buijten gaan, en dus minder te disceplineeren en in goede order te houde zijn; het is wel waar en men kan hier te gens in brengen, dat deese drie plaatsen, daar door wederom vroor „den verswakt, maar als men daar en teegen in overweeging neemt, dat de bepaalde magt selfs, aldaar niet toerijkende is, voornamentlijk in de boven landen, om eene force vijandelijke aanval, buiten de Logie teegen te gaan en daar men dus binnen deselve sig met het geschut soo lange moet defendeeren, tot het bekoomene secours off ontset van Samarang, dat altoos Samarang den 20:' December A„o 1783, altoos na derwaarts soo wel als na sourabaija, kan affgezonden worden, in vier a vijff dagen, of minder, na tijds omstandigheeden, soo sal men dan ook moeten toestemmen, dat een klijn getal gediscipli„ „neerde en wel geveffende soldaaten aangevoerd door kindige officie„ ren, meerder kunnen en zullen uitregten, dan de magt van gedebau„ cheerde en onbekwaame jnfateristen, die anders op de voorsz: plaat„ sen militeeren en op de been te brengen zijn; thans beloopt het getal van de Jnfanteristen aan ieder der beide hoven, bij na 60 koppen gemeenen, dog veel al oud en onbekwaam dog deese soude men inge„ valle uw Hoog Edelheeden mijne voorstelling geliefde te approbee„ „ren bij ontset uit Neederland, tegens Jong, en bekwaame soldaaten kunnen verwisselen, en daar na op die bepaaling blijven laaten, te meer alsoo ik niet vermoede, dat de vorsten sig sullen bemoeijen, of laten geleegen leggen, aan eenige schikkinge, ten aansien van de Jn„ fanteristen, maar dat het hun om het eeven is, en zij ooverschillig zijn of dies getal vermeerderd ofte verminderd word, als wel het bepaalde getal Dragonders die bij hun in de fraton off vorstelijke verblijf selfs de wagt houden, Compleet is, zijnde zij daar op altoos seer attent als zulks gedeeltelijk ter hunner seekerheid, dog meest als een honneur en statie, komen aantemerken. Over de schaarsheid van kooper Duijten op Java, hebbe ik de vrijheid genomen uw Hoog Edelheeden, bij onse gemeene brieff van den 24: September Jongstleeden, te onderhouden, en daar dit gebrek nog al toeneemd en sig selfs tot inde bovenlanden doed gevoelen, soo heeft nu Jongst den sulthan aan het opperhoofd van Rhijn middelen voorgesteld.

NL-HaNA_1.04.02_3653_1123 view scan ↗

English

Samarang, 20 December Anno 1783. page 35 proposed, in order to prevent the inconvenience that might result from it, proposing to that end first the prohibition against the export of copper duiten from the Mataram, and secondly the striking or minting of picis themselves; but since this latter is contrary to the 22nd article of the Contract of Anno 1743, and the first, namely the prohibition against the export, would restrict the circulation too much, especially if the Emperor should see fit to give a similar order, whereupon no more supply would come to the coastal areas, I have ordered the Head of Administration van Rhijn to thwart and oppose the projects of the Sultan, notifying the prince that I first had to consult your High Excellencies concerning so weighty a matter, and that in the meantime I would gladly assist him by exchanging one thousand Spanish dollars for copper duiten, which indeed was carried out accordingly, and the Sultan was thereby satisfied, requesting however that on the next due date of the coastal revenues, payment might be made half in duiten, or entirely so if the scarcity continued, as appears further from a petition of the Prime Minister Danoredja to the said Head of Administration van Rhijn under letter J; but since one cannot reliably count on a large remainder of duiten by that time, and this reserved payment in a specific coin also includes a novelty that might well become a bone of contention on future occasions, I have instructed van Rhijn, if possible, to leave this proposal entirely unanswered, or if it cannot be bypassed, to demonstrate the impossibility of it, and that the Company could promise nothing positive in that regard. Samarang, 20 December Anno 1783, Of this and other matters I find myself obliged to inform your High Excellencies, requesting to be provided with your supreme orders in the event that one should get into a serious difficulty through an increasing scarcity of duiten. At Samarang, where the secretariat, trade, and other papers have been very defective for the past 30 years, I find nowhere in what manner the striking of picis took place, except in the papers of 1748, where mention is made of dies that were sent for the striking of picis for the Chinese Captain here, and nothing more; but if your High Excellencies wished to act after the example of Cheribon, I could ask for information in this regard from Resident van der Beke; the Chinese Captain at Samarang also seems to know something of the method that previously took place here regarding the striking of picis, so that it could be arranged accordingly, in case your High Excellencies should resolve to do so and send the necessary materials here for that purpose; but if it could be avoided, it would truly be far better for the interests of the Company, since the introduction of picis, as well as their subsequent abolition, will cause much trouble, and the Company will likely suffer considerable loss upon redemption. If your High Excellencies therefore have any prospect of relief in duiten around or about the month of February, I shall meanwhile endeavor, and will likely be able, to keep things going here, both by the postponement of an expected relief, and because the present scarcity might diminish around that time through the collection and the putting into circulation Samarang, 20 December Anno 1783, page 37. of the copper duiten, which I believe are still being held by the Chinese for the purchase of tobacco, textiles, rice, and other products, with the further respectful note that a relief from Batavia of 20 to 25,000 rixdollars in copper duiten would immediately and significantly reduce the clamor over the lack of that currency on Java, and in my opinion will render the minting or striking of picis unnecessary. Since your High Excellencies, by your separate dispatch of 25 November last, have been pleased to prohibit the export of rice and salt from Batavia as well as from Java and Cheribon to Palembang, on the grounds that the King of that realm has for some time conducted himself entirely contrary to the contracts with the Company, and your High Excellencies had therefore resolved to let that prince feel just resentment, I shall cause that order to be duly observed here, just as I have also secretly written to the Commander at Sourabaija and the Residents of the subordinate coastal offices for its compliance, in order to maintain that high pleasure until the prohibition shall again be revoked by your High Excellencies. Upon the closing of this, the Malay Dain Soepoe, of whom I respectfully made mention here before, having returned here from the island of Bali, I take the liberty to attach hereto under letter K the account given by him, from which it will appear to your High Excellencies that he duly delivered the letter in question, written by a certain Daing Tjelak, head of the Malays at Benkoelen, to Gusti Cotta Caarang, King at Salamparang, but that the latter, deeming an answer to it unnecessary, merely sent him back with an insignificant oral message, which at the request of that Gusti he had to note down for memory on a slip of paper, the translation of which is also enclosed herewith under letter L. What

Dutch transcription

Samarang den 20 December A„o 1733. pag: 35 vrgesteld, em daar inne tot vorkoominge van de ongelegentheid de daar uit soude kunnen voortvlooijen, te voorsien, proponeerende ten dien Eijnde Eerstelijk het verbod tegens den uijt voer van kopere Duijten uit de Mattaam, en ten tweede het selfs slaan off numten van pitjes, dan dewijl dit laat„ ste weet strijdende is, met het 22: artikeul van 't Contract van Ao 743. en het Eerste off namentlijk het verbod tegens den uit voer, de circulatie te seer soude setreommen te mee als den keijzer eens kevam goed te vinden, een ierglijk bevel te geeven, wanneer er geen toevoer meerder na de stranden soude komen, soo hebbe ik het opperhoofd van Rhijn gelast, om de projecten van den sulthan te verijdelen, en tegen te gaan, met kennis geeving aan den vorst, dat ikal„ voorens over een soo gewigtig poinct, uw Hoog Edelheeden moest onder„ houden, en ik hem intussen gaarne met Een duijsend spaanse Matten aankoopere duijten, in verwisseling wilde adsisteeren, soo als zulks dan ook werkelijk ge„ „volg genomen, en den sulthan sig daar mede heeft doen te vreeden stellen, met versoek Egter, dat op den aanstaande vervaltijd der strandgelden, de betaling halff in duijten, mogte geschieden, dan wel geheel, soo de schaarsheid bleef aan houden, in voegen dit nader blijkt uijt een addres van den Rijksbestierder Danoredja aan 't gemelde opperhoofd van Rhijn onder L=ra J: dan dewijl men geen seekere reekening kan maaken, op een groot Restant van duijten, tegen die tijd, en deese gereserveerde betaling van Muns spesie ook een nieuwigheid in cludeerd die bij volgende geleegentheeden, wel eens een twinst appel konde uijtmaaken, soo hebbe ik van Rhijn gelast, om dit voorstel, is het mogelijk geheel onbeantwoord te laaten, dan wel zulks niet kunnende voor bij gaan, de onmogelijkheid aan te toonen, en dat de Comp:e dien aangaande, niets politieff kwam te belooven. van Samarang den 20: December A„o 1783, van dit en en ander vinde ik mij verpligt uw Hoog Edelheeden te moe„ ten kennisse geeven, met versoek van met hoogstderselver geherde ordre te mogen worden genunieert, wanneer men door eene meerder toenee„ „mende schaarsheid van Duijten, in eene nadenkelijke ongelegentheid ge„ raken mogte. Op Samarang, alwaar de secretarij Negotie en andere pampieren, see„ „dert 30 Jaaren herwaards, seer defect zijn, vinde ik nergens, op mat wijse, het slaan van Joitjes, is geschied, dan bij de pampieren van 1748 alwaar men gewag vind gemaakt, van stempels, welke tot het slaan van pitjes, voor den Capitain chinees alhier, wierden gesonden, en meerder niet; dog als uw Hoog Edelheeden begeerde, van na het voorbeeld te Cheribon, te hande„ len, soo soude ik desweegens, onderrigting bij den Resident van der Beke kunnen vraagen; ook schijnt den Capitain Chinees te Samarang iets te wee„ „ten, van de handelwijse die 'er bevoorens, omtrent het slaan van pitjes, alhier plaats vond, soo dat het sig, daar meede wel schikken soude; moe„ valle uw Hoog Edelheeden daar toe, mogte komen te resolveeren, en het benodigde ten dien Eijnde, na herwaarts souden, dog als het konde geweest worden, was het waarlijk, voor de belangens van de Comp:e vrij beeten, dewijl de Jntroductie van pitjes, soo wel als de weeder affschaffing, veel moeijte zal geeven, en de Comp:e, bij weeder inwisseling denkelijk merkelijk nadeel zal lijden. — soo uw Hoog Edelheeden dierhalven maar Eenige intsigt hebben op secours van Duijten rook off omtrent de maand van februarij, zal ik 't hier intussen tragten, en ook nog wel kunnen gaande houden, soo door pargement van een te verwagten ontset, als dat mogelijk de presente schaarsheid, om die tijd zal verminderen, door de ens giften, en 't inde doanda„ ling Samarang den 20:' December A„o 1783, pag: 37. — „ling brengen, der koopere Duijten, die ik vermeene dat nu nog, bij de chineesen worden aangehouden, tot den Inkoop van Toebak, kleedjes, Rijst en an„ „dere producten, onder Eerbiedige notitie verder, dat Een Batavias ontset, van Rd„s 20. a 25000. aan koopere duijten, het geschreeuw, weegens gebrek aan die munt op Java, direct merkelijk verminderen, en na mijne gedagten, het nunten off slaan van pitjes, wel zal onnodig maeken. Dewijl uwe Hoog Edelheeden, bij Hoogst denselven aparte Missive, van den 25:e November Jongstleeden, den eitvoer van Rijst en zout, zoo te Batavia als op Java en Cheribon, na Palembang, hebben gelieven te interdiceeren, in't hoofde, van dat den koning van dat Rijk, zig zedert een tijd lang, ten eenemaal strijdig de Con„ tracten, omtrent de Compagnie, heeft gedraagen, en daarom uw Hoog Edel„ heeden beslooten hadden, dien vorst het billijk ressentement te doen onder„ vinden, zal ik die order, alhier in behoorlijke observantie doen houden, ge„ „lijk ik zulx ook, ter nakominge, aan den gezaghebber te sourabaija, en de Residenten der onderhoorige strand Comptoiren in secretesse heb aange„ „schreeven, en wel, om dat Hooge goedvinden, voor zoo lange te doen stand grijpen, tot dat het verbod weeder, door uwe Hoog Edelheeden, zal zijn ingetreken. Op het sluiten dezer van 't eijland Balie alhier geretourneerd zijnde den Maleijer Dain soepoe, waer van ik hier vooren eerbiediglijk gewaegde, zoo neeme ik de vrijheid, t door Eem gegee„ vene Relaes, nog hier nevens onder L=a k: tervegen, waar it uwe Hoog Edelheden zel komen te blijken, dat ijde questieuse briev, geschreeven door zeekere Daing, Tjelak hoofd der maleijers te Ban„ Schoeloe, aan Gusti Cotta Caarang, koning te Salamparang, wel rigtig heeft besteld, dog dat desen het antwoord daar op onnoodig agtende hem eeniglijk heeft terug gesonden, met een niets bedui„ „dende mondelinge boodschap, die bij op het versoek van dien gustij der geheugenisse moest aantekenen op en Catablletj, woer van het translaet meede hie bij nder t den Wat

NL-HaNA_1.04.02_3653_1126 view scan ↗

English

Samarang the 20th December Anno 1783, As to what further concerns the king of Salamparang, according to the testimony of the relator, he is said to harbour no hostile intentions against the Company, but on the contrary, it appeared to him that this prince sought the friendship of the Company, and also at the same time that of the English, in order to seize with violence, through the help and assistance of either of the two, the district of Carrang assam, which formerly belonged in ownership to his grandfather. Furthermore, during the stay of the emissary Daing soepoe on Balie, some news reports arrived, among others that five Ceramese vessels had captured the yacht of the Bima Resident and brought it into the roadstead of Telloek Coembal, belonging under Salemparang; that the Ambon governor in person had attended the cruises to Ceram, and had captured and burned many vessels; and that of three English ships that had been on the coast of Ceram, one was wrecked on the Papuan Islands, and the captain thereof, along with two Moors, had been murdered by the inhabitants there. Furthermore, it finally appears in the report that the aforementioned emissary departed from Seloparrang to Teliwang, belonging under Sumbawa, upon information that the previously mentioned Daing Tjellak, head of the Malays at Bancahoeloe, had written a letter to the king of Teliwang, with whose daughter he was formerly married while trading back and forth from Bancahoeloe to Sumbawa, in order if possible also to uncover this mutual correspondence, which he indeed succeeded in doing; but as it appears to me, this correspondence contains nothing suspicious, so that Your High Nobilities will be pleased to see, in the translation attached hereto under Letter M of an original letter also transmitted herewith, which the emissary at Teliwang received from the king's widow, currently regent there, addressed to Daing Tjellak at Bancahoeloe; remaining meanwhile with great respect and true high esteem. Below stood: Title. Lower: Your High Nobilities' humble and very obedient servant. Was signed: Iohannes Siberg. In the margin: Samarang the 20th December Anno 1783. Samarang the 20th December Anno 1783, Djoejocarta's Letter A: page 39: Copy Translation of a deed of cession executed by the Emperor's Prime Minister Sindoeredja concerning about 357 tjavjas of such negorijs as were, with the approval of his sovereign, exchanged for an equal number of those of the Sultan. Souracarta's. At Sietjang with its pasar Kandal boe... At Tankisang the negorij Karangtenga, ...gaan with its appurtenances size 60 patjes Karadjan with its pasar Gattak, Nollodjaijan, Tjabean, Perradan, Dieblok and Pandan making together - - - - 60 tjatjas These were possessed with the testimony of the local head of Stralendorff on Monday the 9th of the light Saphar in the year Jimmawal 1709. And on this day, Sunday the 19th of the light Saban in the year Jimmawal 1709, the following lands were further exchanged in barter and possessed, as in the land of Padjang. Djokjocarta's Souracarta's At Pringing Kaongopaten - - - - size 25 tjatjas At Mandolangoe - - - - - size 25 patjas Ngopis Tronagan . . . . - 25 Memnoro . . . . . . . 25 Salembi - - - - 25 Karang Legie - - - - - 25 Salembi the rice fields only - - 1 The land Tjinkrik the rice fields only 1 Telawang Pekadjen - - - - 20 Ngendo - - - - - - - 20 At Kanang Pakel near Poeloewatoe - - 8 At Padodotan, Djemboengan - - - 8 Sarab . . . . . . . 25 Kaboenan, Galagahan, Petaken groot 25 Woenoot Kadoot and Tjandi Kemalangan, Kadjento tan goerong, Roeboog - - - - - 25 Djellapan, Poelawan, Datoe Djangan and Katongan - - groot 25 At Brontok, Pakenbarane Bantol - 12 At Bonsepeet and Jamboe - - - - 12 At Katerban - - - - 4 At Kebon Agong - - - - 4 At Tjankaingan and Jabean - - - 12 At Karawatan - - - - - - 12 Carried forward . . . . 182 patjas Carried forward 182 tjatjas

Dutch transcription

Samarang den 20:' December A„o 1783, Wat wijders den koning van Salamparang beteefd, de ze zoude volgens het getuijge„ „nis van den relatant, met geen vijandelijke oogmerken teegen de Comp:e zeanger gaan„ maer in teegendeel was het hem voorgekomen, dat dien guste de vriendschap van den Comp:e zogt, en ook te gelijk die van d' Engelsche, ten einde door hullp en assistentie van een van beide, met geweld zig meester te maeken, van het landschap Carrang assam, wel eer in eijgendom aan zijn grootvaeder toebehoord hebbende; Voorts waeren geduurende het verblijff van den sendeling Daing soepoe op Balie eenige 9 nieuws tijdingen ingekomen, als onder anderen dat vijs Cenamsche vaertuijgen, het Jagtje van den bimas Resident, genoomen en op de Rcheede van Telloek Coembal, onder salemparang ge„ hoorende opgebragt habden: dat den Ambons gouverneur, in perzoon de kruistogtena Ceram bijgewoond, en veele vaertuijgen genoomen en verbrand hadden, en dat van drie Engelsche scheepen die op de kust van Ceram waeren aangeweest, een op de Papoesche Eilanden was verallen, en den Capitain van het zelve, neevens twee mooren, door d' Inwoonders aldaer waeren vemoord geworden; Voorts Consteerd eindelijk nog, ins 't relaas dat den voorwaerds genoemde zendeling van selo par„ rang na Teliwang, onder Sumbawa gehoorende, vertrokken is, op de Jnformatie dat de heer wor„ waerds vermelde Daing Tjellak, hoofd der malciens te Bancahoeloe, een bries geschreeven last, aan den koning van Teliwang, met wiens dogter hij weleer, van Bancahoeloe na Sime„ bewaten handel af en aanwaerende, was getrouwd geweest, ten einde maere het mooge„ lijk meede agter die onderlinge Correspondentie te koomen, zoo als hem zulks dan ook wel is getukt, maer na het mij toescheind, heeft deze verstandhouding, niets na„ „denkelijks, in zig, invoegen uwe Hoog Edelheeden des gelievende zullen kunnen zien, in't het onder L=a M: deeze bijgevoegde translaet eener hier bij meede overgaende origineele briev, die den sendeling op Teluwang van des konings weduwe, tans regentesse aldaar in besteeling aan Daing Tjellak te Prancahoeloe, ontvangen heeft; verblijvende ik intuschen met veel eerbied en waere hoog agting /:onderstond:/ Titul /: Lager/ uwer Hoog Edelheeden onderdanige en zeer gehoorzaemen dienaer /: Was. geteekend:/ Iohannes Siberg /:in margine / Samarang den 20:e December A„o 1783. Samarang den 20:e December A„o 1783, Djoejocartas Te sietjang met dies passens kandal boe„ Cra L=a A: pag: 39: Copia Translaat van een door 's keijzers Rijksbestierder Sindoeredja gepas„ seerde acte van afstant omtrent 357. tjavjas van soodaenige Negorijen, als er met goedkeuringe van zijn vorst met een gelijk getal van die van den sulthan geruijld zijn geworden. Souracartas. Te Tankisang de Negorij karangtenga, karadjan met dies passer gat„ „tak, Nollodjaijan, tjabean, per„ radan, dieblok en pandan uitmaakende te samen - - - - 60 Galjas Deese zijn gepossedeert met getuijgenisse van het hier opperhoofd van stralendaaff op maandag den 9. e van het Ligt Saphar in 't Jaar Jimmawal 1709. En op heeden sondag den 19: van het Ligt saban in 't Jaar Jimmawal 1709. zijn nog de volgende landen in ruijling verwisseld en gepossedeert als in het Land Padjang. Djok ocartuse Soura Cartase Te pringing kaongopaten - - - - grot 25: aps Te mandolangoe - - - - - groot 25. patjas ngopis tronagan. . . . - „ 25 „ Memnoro. . . . . . . „ 25 „ Salembi. - - - - „ 25 „ karang Legie - - - - - „ 25 „ salembi d'rijstoelden alleen - - „ 1 „ 'T Land tjinkrik deistoellen alleen „ 1 „ telawang Pekadjen - - - - „ 20 „ Ngendo - - - - - - - „ 20 „ te kanang pakel bij poeloewatoe- - „ 8 „ Te Padodotan, djemboengan - - - „ 8 „ Sarab. . . . . . . „ 25 „ kaboenan, galagahan fpetaken oroen 5 „ woenoot kadoot en tjandi kemalangan, kadjento tan goerong, roeboog - - - - - „ 25 „ djellapan, poelawan, datoe djangan en katongan - - gpoot 25 „ Te brontsk, pakenbarane bantol. - „ 12 „ Te bonsepeet endjamboe - - - - „ 12 „ „ katerban - - - - - „ 4 „ „ kebon agong - - - - „ 4 „ „ tjankaingan en jabean - - - „ 12 „ „ karawatan - - - - - - „ 12 „ Transporteere. . . . 182: patjas Transporteere 182. jaljas gaan met dies toebehoorte groot 60 patjes

NL-HaNA_1.04.02_3653_1128 view scan ↗

English

Cra B: Carried forward . . . . 122 patjas Carried forward - - - 182 tjatjas At Randoe djadjar - - - - pieces 6 At boijotakan - - - - - pieces 6 Padalangan - - - 12 djentekan patjoran, batoeran and kadjiepangan . . . . . 12 kringiman - - - - - - 8 Padalangan kidool - - - 8 djagoan - - - - - - 12 gessikan . . . . . . . 12 Redjoso . . . . . . . 18 Simo and Seijegan - - - - - - 18 goudang, the great plawe kan kabarengan - - - - - - 50 mingiran, karang pakelen brimtik 50 moisan . . . . . . . . 12 Lempni - - - - - - - - - 12 tannag mattaam kasirat 4 ditto another - - - - 4 ditto ditto doeweet 25 kalabang - - - - - - - - 25 ditto ditto Silarongan 12 madjegan and tjarakan - - - 12 ditto ditto senoboijo 12 goedean, katongan, djettak, pa gedangan, gattak and balendangan - 12 Brontok another - - - - 4 ditto sokowatij tamboke rantjing 4 The market pinging, kaongopaten - - The market tellawong - - - Sum . . 357 patjas Sum - - - - - 357 tjatjas These have been possessed with the testimony of the lord chief of stralendorff at the dessa pinging below was written Date aforesaid was signed J: C: van Pralendorff Samarang the 20th December Year 1783. Copy Translation of a deed of cession executed by the Sultan's Reich Administrator Danoeredja, concerning 357 Tjatjas of such settlements as were, with the approval of his sovereign, exchanged for an equal number of those of the Emperor. Yogyakarta. At sitjang with its markets kandal, boearan with their appurtenances - - - - - - valued 60 patjas Surakarta At Tankisan, the settlement karang tenga, karadjan, with its markets gattak, Nollodjaijan, tjabean par radan, d'jeblok and pandan, amounting together to - - - - 60 patjas These have been possessed, with the testimony of the Lord Chief van Rhijn on Monday the 9th of the waxing saphar in the Year Jimmawal 1709. And Samarang the 20th December Year 1783. page 41. And on this day, Sunday the 19th of the waxing saban in the Year Jimmaccal 1709, the following lands were further exchanged in barter and possessed, as in the land of Pandjang. Yogyakarta Surakarta At pinging kaongopaten - - - - valued 25 tpatjes at mondolangoe - - - - - valued 25 tjatjas Monnoro . . . . - - - - - 25 ngaepis tronangan - - - 25 karang Legie - - - - - - - 25 - - Salembi - - - - - - - 25 half Landtjinkrik, the rice fields only . . . 1 salembi, the rice fields only 1 Ngendo - - - - - - - - - - 20 tellawoong, pekadjen - 20 at padodotan, d' jemboengan - - - - 8 karang pakel near poelowate 8 kaboenan, galagahan, djettak saaab - - - - - 25 and kawodjo . . . . . . . 25 kamalangan, kadjen totan goe woenoot, kadoot and tjandi rong djellapan palawan, ka roeboog - - - - - - 25 toen djangan and katongan - - - - 25 Brontok, pakembaran and bantol 12 - - boisespet and djamboe - - - 12 katerban - - - - - - - 4 keban agong - - - - 4 tjankringan and tjabean - - - 12 karawatan - - - - 12 Randoe djadjar - - - - - - 6 boijotakan - - - - 6 d'jentekan, patjoran, batoeran and padalangan - - - - - 12 kadjiepangan - - - - - - 12 Kringman . . . - - - - 8 Padalangan kidool - - 8 dJagvan - - - - - - - - - 12 gessekan . . . . 12 Simo and Seijegan . . . . 18 red joso . . - - - - 18 kabarengan - - - - 50 - at Gondang the great plawik on mangirang, karang pakel and bamtik . . - - - 50 Lempin - - - - - - . - 12 mrisan . . . . 12 ditto another - - - - - - 4 Tanag mattari kasiaat 4 kalabang - - - - - - - 25 ditto Doeweet - 25 madjegam and tjarakan . . . . . . 12 ditto Silarongan 12 goedean, katongan, djettak, pagid ditto senobaija 12 dangan, gattak and balendamgan . . . 12 Brontok another - - - - 4 - Tanag sokowatij tambakrant gang . . . . 4 the market pinging kaongopatten - - - the market tollawong - - - - Sum . . . 357 patjas Sum 357 tjatjas The contents of this exchanged, possessed, and ratified on the date aforesaid below was written In the presence of me was signed J: M: van Rhijn. To e 1

Dutch transcription

Cra B: P„r Transport. . . . 122: patjas P„r Transport - - - 182: Jatjas Te Randoe djadjar - - - - p:s 6. „ Te boijotakan. - - - - - g=s 6: „ Padalangan . - - - „ 12 „ „ djentekan patjoran, batoeran en kadjiepangan. . . . . „ 12 „ „ kringiman - - - - - - „ 8 „ Padalangan kidool - - - „ 8 „ „ djagoan - - - - - - „ 12 „ „ gessikan. . . . . . . „ 12 „ „ Redjoso. . . . . . . „ 18 „ „ Simo en Seijegan - - - - - - „ 18 „ goudang, 't groote plawe kan„ „ kabarengan - - - - - - „ 50 „ mingiran, karang pakelen brimtik „ 50 „ moisan. . . . . . . . „ 12 „ „ Lempni - - - - - - - - - „. 12 „ tannag mattaam kasirat- „ 4„ _:o /: een ander: - - - - „ 4 „ _:o _:o doeweet „ 25 „ „ kalabang - - - - - - - - „ 25 „ _:o _:o Silarongan „ 12 „ madjegan en tjarakan - - - „ 12 „ _:o _:o senoboijo - „ 12 „ goedean, katongan, djettak, pa„ gedangan, gattak en balendangan - „ 12 „ „ Brontok /:en ander - - - - „ 4. „ _o sokowatij tamboke rantjing „ 4 „ De passer pinging, kaongopaten - - „ — De passer tellawong - - - . — Somma. . 357: patjas Somma - - - - - 357. tatjas Deese zijn gepossedeert met getuijgenis van het heer opperhoofd van stralendorff op de dessa pinging /:onderstond:/ Dato voorsz:/was geteekent:/ J: C: van Pralendorff Samarang den 20:e December A„o 1783. Copia Translaat van een door sulthan Rijks bestienden Danoeredja, gepasseerde Acte van af„ stand omtrent 357. Tjatjas van zoodanige Negorijen als'er met goedkeuringe van zijn vorst met een gelijk getal van die van den keijzers geruijld: zijn geworden. — Djokjocartase. Te sitjang met dies passers kandal, boearan met dies behoorte - - - - - - g=r. 60. patjas Soura cartase Te Tankisan, de Negorij karang„ tenga, karadjan, met dies passen gattak, Nollodjaijan, tjabean par„ radan, d'jeblok en pandan uit maakende te saamen - - - - 60: patjas Deese zijn gepossedeert, met getuijgenis van het Heer opperhoofd van Rhijn op maandag den 9: van 't Ligt saphar in het Jaar Jimmawal 1709. En Samarang den 20: December Ao 1783. pag: 41. En op heeden sondag den 19: van 't Ligt saban in 't Jaar Jimmaccal 1709. zijn nog de volgende Landen in Ruijling verwisseld en geposse„ deert als in 't land Pandjang. Djokjocartase Souracartase Te pinging kaongopaten - - - - g=t 25: tpatjes te mondolangoe - - - - - p=t 25: jatjas „ Monnoro. . . . - - - - - „ 25. „ ngaepis tronangan - - - „ 25: „ „ karang Legie - - - - - - - „ 25 „ - - Salembi - - - - - - - „ 25 „ '½ Landtjinkrik, de rijstvelden alleen. . . „ 1 „ salembi, de rijstvelden alleen„ 1„ Ngendo - - - - - - - - - - „ 20 „ tellawoong, pekadjen - „ 20 „ .te padodotan, d' jemboengan - - - - „ 8 „ karang pakel bij poelowate „ 8 „ kaboenan, galagahan, djettak saaab - - - - - . „ 25„' en kawodjo. . . . . . . . „ 25 „ „ kamalangan, kadjen totan goe„ woenoot, kadoot en tjandi„ rong djellapan palawan, ka„ roeboog - - - - - - „ 25: „ toen djangan en katongan - - - - „ 25: „ - 1 Brontok, pakembaranen bantol „ 12 „ - - boisespet en djamboe - - - „ 12 „ katerban - - - - - - - „ 4 „. keban agong - - - - „ 4 „ tjankringan en tjabean - - - „ 12 „ karawatan - - - - „ 12 „ Randoe djadjar - - - - - - „ 6 „- boijotakan - - - - „ 6„ d'jentekan, patjoran, batoeranen padalangan - - - - - „ 12 „ kadjiepangan - - - - - - „ 12 „ Kringman. . . . - - - - „ 8 „ Padalangan kidool - - „ 8 „ dJagvan - - - - - - - - - „ 12 „ gessekan. . . . „ 12 „ Simo en Seijegan. . . . „ 18 „ red joso. . - - - - „ 18 „ kabarengan - - - - „ 50 „ - te Gondang 't groote plawik aen mangirang, karang pakel en bamtik. . - - - „ 50 „ Lempin - - - - - - . - „ 12: „ mrisan. . . . „ 12 „ —:o een ander - - - - - - „ 4 „ Tanag mattari kasiaat: „ 4„ kalabang - - - - - - - „ 25 „ _:o Doeweet - „ 25 „ madjegam en tjarakan. . . . . . „. 12 „ _:o Silarongan „ 12 „ goedean, katongan, djettak, pagid„ _:o senobaija. „ 12 „ dan gan, gattaken balendamgan. . . „ 12: „ Brontok /: een ander: / - - - - „ 4 „ - Tanag sokowatij tambakrant gang. . . . . . „ 4 „ de passer pinging kaongopatten - - - „ - - de passer tollawong - - - - Somma. . . 357. patjas Somma 357: tjatjas Den inhoud deeses verwisseld gepossedeert en geratificeert op dato voorsz: /:onderstond:/ Inkennisse van mij /:was geteekent:/ J: M: van Rhijn. — Aan e 1 —

NL-HaNA_1.04.02_3653_1130 view scan ↗

English

Samarang, 20 December Anno 1783. To the Right Honourable, Right Worshipful Lord Johannes Siberg, Governor and Director of Java's North-East Coast, etc., etc. Right Honourable, Right Worshipful Lord. Having departed from Sumanap on 5 June and arrived at Banjoewangie on the 12th of the same month, I immediately set to work to execute the orders with which Your Right Honourable Worship has charged me. And in order to report to Your Right Honourable Worship on these matters with greater certainty, I thought it proper to request the two lieutenants, the gentlemen Lodewijk Kaijzel, Commandant of this fort, and Ian Phielip Nobel, who is about to depart for Samarang, to act as commissioners. First, to answer the principal question of Your Right Honourable Worship, namely whether it would be possible to prevent the passage of enemy ships through the Strait of Bali by means of a strong fort or heavy battery: we have attentively examined the place where the strait is narrowest, being on the north side of the rock named Batoe Dodol, and found that the strait at that location is fully 1,500 Rhineland rods wide. And since the ships that sail here annually always pass closer to the Balinese shore than to the Balambangan shore, one must not expect that they would ever come within the range of a fort's artillery. A 24- or 36-pounder cannon is never used effectively beyond a distance of 200 to 220 Rhineland rods; yet at that distance the shots are very uncertain, because the cannon must have at least 3 degrees of elevation to carry so far. If one considers, moreover, that the current which carries the ships in and out of the strait makes them drift past an aimed gun with the utmost speed, one can expect little effect from a battery, even if the ships were to pass at a distance of 200 rods. In view of this consideration, we hope to satisfy Your Right Honourable Worship by stating that it is not possible to prevent the passage of enemy ships in the Strait of Bali by a fort or battery. Regarding the second article of the commission, we have surveyed Fort Banjoewangie and the buildings standing within it, and have the honour to report to Your Right Honourable Worship that the fort has the shape of a pentagon, or in the terms of fortification, is a star redoubt, palisaded from without and within, and surrounded by a very narrow ditch. This fort offers little defense because the lines of defense from one face to the other fall far too obliquely, and the palisades, both inside and outside, are almost completely eaten away by the white ants. All the buildings inside this fort, except for the small powder magazine which has just been newly built of stone, are constructed of studs and beams in the manner of frames, the panels of which are filled with woven bamboo, plastered with clay soil, and whitewashed with lime; all the roofs, with the exception of the Commandant's dwelling, are covered with split bamboo. It is certainly attributable to that method of construction that all the buildings are infested with white ants. The fort, besides all these defects, is not spacious enough, and within it rooms are lacking to lodge the servants, who, because of this shortage, all live outside in private little houses. Taking all the defects into consideration, we have the honour to present to Your Right Honourable Worship that the repairs to this fort and its buildings will be of short duration, as the white ants cannot be driven away, and that this fort is far too weak to be able to resist the attack of a European enemy. And since this post could be taken by surprise, it is, in our humble opinion, necessary that it be strong enough to withstand a siege, so that we take the liberty to submit for consideration whether it would not be best to build a new, strong stone lodge at this location. The materials, such as bricks, lime, sand, and timber, can be prepared here if the inhabitants are assisted by 200 to 300 men from other districts

Dutch transcription

Samarang den 20:e December A„o 1783, Aan den Wel Edele Gestrenge Agtbaare Heer Johannes Siberg Gouverneur en Directeur van Javas Noord-Oost-kust &: 8: Wel Edele Gestrenge Achtbare Heer. Den 5:e Junij van Sumanap vertrokken en den 12. d:o op Banjoewangie ge„ arriveert zijnde, ging terstond aan het werk om de orders waar meede uwel Ed:e gestr: agtb: mij belast heeft uit te voeren en om met meer secu„ riteib over de zaaken uwel Ed: gestr: Agtb: te berigten, vond ik goed de twee Luijtenants de heeren Lodewijk Kaijzel Commandant van deese fort en Ian Phielip Nbbel staande op zijn vertrek na Sama„ rang als gecommitteerdens te versoeken. Eerstelijk om de voornaamste vraege van uwel Ed: gestr: Agtb: te beant„ „woorden te weeten, of het moogelijk zoude zijn door een sterke fors off swaare batterij de passagie van de vijandelijke scheepen door straat balie te beletten, hebben wij de plaatse waar de straat het naauwste is / zijnde dan de noordkant van de schip genaamt Batoe dodol / met attentie g'examineert en bevonden dat de straat in die plaatse ruijm 1500. rhijn land Te roeden breed is, en dewijl de scheepen die hier Jaarlijks vaaren, de Balise wal altoos na„ „der passeeren als de Balemboangse, moet men niet verwagten dat zij nooijt onder het geschut van een fort zoude koomen. - Een 24. off 36 ponder Canon word nooijt met Effect verder gebruijkt als op een distantie van 200 â 220. Rhijnlandse roeden, dog op die distantie zijn de schooten seer onseeker dewijl het Canon om zoo verre te draegen ten minste 3 graade elevatie hebben moet, als men buijten dat considereert dat de stroom die de scheepen in en uit de straat brengt met de uitterste suelheid dezelve verbij een gepoincteert stuk doet drijven, zal men wei„ „nig Efect van Een batterij verwagten al zoude de scheepen op eene distantie van 200. roeden moeten passeeren: uit die Consideratie hoopen wij uwel Ed: gestr: Achtb: te voldoen met te zeggen dat het niet mogelijk is de passagie van de vijandelijke scheepen in de straat Balie door een fors L=ra 8 6 Samarang den 20:e December A„o 1783, pag: 43. fort off Batterij te beletten. — Aangaande de tweede artikul van de Commissie hebben wij het fort Banjoewangie en de daarin staande gebouwen opgenoomen en hebben de Eere uwel Ed:e gestr: Agtb: te berigten dat het fort de figuure heeft van een vijffkant, off na de termes van fortificatie 6 Eene sterve schans is van buijten en van binnen gepalisadeert en met Een seer smal gragt omringt. Dit fort is van weinig defensie dewijl de strijk linnen van Eeene face aan d' andere alle te oblique vallen, en dat de palessades zoo wel van binnen als van buijten bij na ten Eene maal van de witte mieren opgevreeten. zijn. - alle de gebouwen binnen dit fort /:Excepto het kruijthuijsje die pas van steenen nieuw opgebouwt is:/ zijn van studden en balken bij wijse van raamen gebouwt, waar van de pakken toegemaakt zijn met gevlogten bamboes, dewelke met kleij grond geplakt en met kalk gewit zijn; alle de dakken„ die van de Commandants wooning uitgezondert, zijn met gesplee„ ten bamboes gedekt: Heb is seekerlijk aan die maniere van bouwen toe te schrijven dat alle de gebouwen van de witle mieren geinfecteert zijn; Het fort, buijten alle die gebreeken, is niet genoeg uitgestrekt en in deselve manqueeren vertrekken om de dienaeren te Logeeren, die om dit manquement alle buijten in particuliere huijsjes woone„ alle de defecten in Consideratie genoomen, hebben wij de eere uwel Ed:e gestr: Agtb: te vertoonen dat de reparaties aan dit fort en dies gebouwen van weinig duur zullen zijn dewijl de witte mieren niet te verjaegen zijn, en dat dit fort veels te swak is om de attac„ que van een Europeese vijand te kunnen resisteeren. — En dewijl deese post onverwagts verrast kan worden is het na onse geringe oordeel noodsaakelijk dat het selve sterk genoeg is, om Een be„ leegering te kunnen weederstaan, soo dat wij de vrijheid neemen in Consideratie te brengen, of het niet best was Een nieuwe sterke steene Logie hier ter plaatse te bouwen. De Matteriaalen gelijk steenen, kalk, sant en huutwerk kunnen hier gereed gemaakt worden indien de inwoonders met 2 â 300. mannen van andere Land= „schappen

NL-HaNA_1.04.02_3653_1132 view scan ↗

English

Samarang the 20:th of December Anno 1783. were assisted; the location is excellent, yet it will be more advantageous to place the new Lodge close to the mouth of the salt river, 50 to 60 roeden further north than where this old Lodge lies, both to be better able to fire upon the mouth of the river and the beach, and to abandon the nests of the white ants. Hoping herewith to have satisfied your Right Noble, Rigorous, and Honorable Sirs, we take the liberty to sign ourselves with all respect /:below was written:/ Title /lower /your Right Noble, Rigorous, and Honorable Sirs' very humble and obedient Servants /:was signed:/ J: B: Pilon and L: Kaijzel /:next to that was written:/ Commissioners /:was signed:/ I: P: Nobel /in the margin / Banjoewangie the 15:th of June Anno 1783. /further down / furthermore, the First Draftsman has the honor to add some private Remarks here for your Right Noble, Rigorous, and Honorable Sirs. Since it might happen that Their High Nobilities resolve to have a new fort constructed at Banjoewangee, I take the liberty to note to your Right Noble, Rigorous, and Honorable Sirs that it is necessary that this fort be built completely according to the rules of fortification and made so strong that the garrison can defend itself for some time against a strong force. Seeing that enemy ships can safely approach the beach at a distance of 70 to 80 roeden, one must not seek to move the fort inland to get out of range, but in my humble opinion, it will be best to place the fort as close to the beach as possible, in order to fire upon those same attacking ships with as much damage as they can inflict upon the fort, and at the same time to be able to sweep the mouth of the river; but since it is well known that the fire of one or two warships is infinitely stronger than that of a Battery, and since a ship would in a short time destroy the buildings of the fort if they were not covered by the ramparts and bastions, the humble draftsman of the design is of the opinion /:under much wiser correction:/ that a new fort at this place must have a completely different layout than the ordinary forts that are along the coast of Java, whose walls would quickly give a breach from a few shots of heavy cannon; therefore my design would be Samarang the 20:th of December Anno 1783. page 45: to erect the walls of a new fort, as well as the innermost buildings, almost entirely free from shot. The Plan No 1, which I have the honor to present to your Right Noble, Rigorous, and Honorable Sirs, will show that it will not be difficult to achieve this advantage if it pleases Their High Nobilities to incur the necessary expenses for the construction of such a fort; this plan will differ from all the other forts of this coast in the following: 1:o The main wall of the fort forms the scarp or innermost revetment of the moat; this wall is no higher than 6 feet above the ground, and 7 feet deep into the moat, excluding the foundation; now, to build up this main rampart as high as is necessary to cover the buildings, it should be raised solely with earth and sods, with a sufficient slope, to the height of 7 1/2 feet and the thickness of 18 feet at the base; on the inside of the fort, an earthen rampart walk parallel with the outer wall shall be raised high with the backfilled earth and a suitable slope towards the inside, which will be revetted with good sods. 2:o The outer side or the counterscarp of the moat, which is 60 feet wide and 7 feet deep, will be provided with a wall, and at the same time with an aqueduct and a batardeau or sluice to keep the moat always full of water. 3:o Around the fort and in a line parallel with the counterscarp, a wall 5 feet high should be erected with a banquette on the inside, measured 30 feet from the moat; the outer side of that wall facing the field shall be filled in with earth and covered with sods, sloping towards the field. 4:o The Batteries on the seaward side will be en barbette, and those on the landward side laid out with embrasures. 5:o The drawbridge and gate will open and close within the wall of the fort, and a good barrier will be made at the covered way. This manner of fortification provides a very good defense, because: 1:o the approach to the place becomes dangerous due to the grazing fire from the covered way, which can also be provided with fougasses or small mines; 2:o the passage of the moat is at the same time very difficult, because the moat will always be full of water and well swept by the fire of the flanks; 3:o the enemy's batteries will be unable to do any damage to the walls, except

Dutch transcription

Samarang den 20:en December A„o 1783. „schappen wierden geadsisteert, de situatie is kostelijk dog zal 't voor„ „deeliger zijn, de nieuwe Logie digt bij de mond van de zout riviere 50 â 60. roeden meer benoord als deese oude Logie ligt te plaatzen zoo wel om de mond van de rivier en de strand beeter te kunnen beschieten als om de nesten van de wilte mieren te verlaaten. — Hier meede verhoopende uwel Ed:e gestr: agtb: voldaan te hebben neemen wij de vrijheid ons met alle Eerbied te onderteekenen /:onderstond/ Titul /Lager /uwel Ed: gestr: Agtb: seer onderdanige en gehoorzaeme Dienaeren /:was geteekent:/ J: B: Pilon en L: Kaijzel /:daer nevens stond/ gecommitteerde /:was geteekend:/ I: P: Nobel /in margine / Banjoe„ wangie den 15: Junij A„o 1783. /nog lager / verder heeft de Eerste teeke„ „naar de Eere uwel Ed:e gestr: agtb: eenige particuliere Remorques hier bij te voegen. — Dewijl het zoude kunnen geschieden, dat Haar Hoog Edelheedens resolveer„ „en op Banjoewangee Een nieuw fort te laaten Extrueeren, neeme ik de vrijheid uwel Ed:e gestr: Agtb: te noteeren, dat het noodsaekelijk is, dat dit fort volkoomen na de resgels van fortificeeren en zoo sterk gemaakt word, dat de guarnisoen zig eenige tijd teegen een sterke magt de„ fendeeren kan. — aangesien de vijandelijke scheepen op de distantie van 70 â 80 roeden de strand met securiteit kunnen naderen, moet meen niet soeken het fort in het land te verwijderen, om buijten schoot te koomen, maar na mijne geringe oordeel, zal het best zijn, het fort zoo na bij het strand als het moogelijk is, te plaatsen, om die selvde attacqueerende scheepen met zoo veel schaeden als zij aan het fort kunnen doen, te beschieten, en teffens de mond van de riviere te kunnen bestrijken, dog dewijl het bekend is dat het vuur van een of twee oorlog scheepen onlindig ster„ „ker is, als die van Een Batterij, en dewijl Een schip in korte tijd de ge„ bouwen van't fort zoude verdestrueeren, indien deselve door de wallen en bastiden en niet bedekt waaren, is de nedrige teekenaar van concept /:on„ der veel wijzer Correctie :/ dat Een nieuwe fort te deeser plaatse een heel ander aanleg hebben moet als de ordinaire forten die langs de kust van Java zijn, welker muuren door eenige schooten van swaare Canonnen in't kort Breche zoude geeven, dierhalven mijn Concept zoude zijn „ Samarang den 20„: December A„o 1783. pag: 45: zijn, de nuuwen van Een nieuwe fort zoo wel als de binnenste gebou„ „roen, bij na ten eenemaal vrij van schooten op te regten. Het Plan N=o 1. die ik de Eere heb uwel Ed:e gestr Agtb: te praesenteeren, zal aantoonen, dat niet moeijelijk zal zijn, dit voordeel te bereiken, in dien het aan Haar Hoog Edelheedens beliefde, tot de Constructie van een dier„ gelijke fort de benoodigde onkosten te doen, deese plan zal deffereeren van alle de andere forten van deese kust, in het volgende. 1„o De Capitaal muur van het fort maakt de Escarpe off binnenste beklee„ 6 „ding van de gragt, deese nuuw is niet hooger als 6. voet booven de terrein. en 7. voet diep in de gragt, buijten het fondament, nu om die Capitaale wal zoo hoog op te bouwen als het nodig is om de gebouwen te dekken, zoude het alleenig met aarden en zooden opgetrokken worden met een suffisante douceering op de hoogte van 72. v:t en de dikten van 18. v=t aan de bazis, aan het binnen kant van het fort zal een aarde wal gang Parallelle met de buijten„ muur hoog opgetrokken worden met de aangevulde aarde en Convenable douceering na binnen dewelke met goede zooden bekleed zal worden. 2=e Het buijten kant of de Contre Escarpe van de gragt dewelke 60 voeten breed is en 7. d:t diep, zal met een muur verzien worden en teffens van een water Leiding en een batard d' Ean of 'slinsje om die gragt altoos volwaater tehouden; 3:e Rondom het fort en in Eene Parallelle Linie met de Contre Escarpe, zoude een muur 5v:t hoog opgetrokken worden met een banquette aan de binnen kant 30: voeten vande gragt afgemeeten, het buijten kant van die nuur na het veld: toe zal aangevielt worden met aarde, en met zooden bedekt schuijns na het veld toe. 4:o De Batterijen aan de Zeekant zullen zazeerende en die aan de Landkant, met schiet gaaten aangelegd worden. 5:e De valbrug en soort zal in de muur van het fort oopen en toegaan en aan de bedekte weg zal een goede baariere gemaakt worden. Deese manier van fortificeeren, is van eene seer goede defensie dewijl. 1=e de aannaadering van de plaatse gevaarlijk word rezeerende vuur van de bedekte weg die teffens met fougassen of kleine mijnen verzien kan worden, 2=e de passagie van de gragt is te gelijk seer moeijelijk, dewijl de gragt altoos vol waater zal zijn en door de vuur van de flanken wel gestreeken word 3:e de Batterijen van de vijanden zullen geen schaade aande muuren kunnen doen, uijtgesondert

NL-HaNA_1.04.02_3653_1134 view scan ↗

English

Samarang, the 20th of December, Anno 1783. Except for ricochet shots, which have little force and are always uncertain, most of the enemy's cannonballs will either sink into the glacis or into the earthen rampart of the fort, or fly overhead. However, since the expenses of such a fort might turn out to be too high, I take the liberty to present to Your Right Honourable yet another plan, No. 2, which has been designed according to the customary manner of building forts in these regions and would cost less than the first, yet is suitable to lodge a garrison of 200 men. This second plan, though by far not as strong as the first, could nevertheless withstand the attacks of a native force. Regarding the location where it would be most advantageous to build a new fort, I take the liberty to report to Your Right Honourable that all along the coast toward the north, the land and terrain are very good, since one has solid ground and water everywhere; but since it is not possible to obstruct the passage of ships, and considering the difficulty one would have in clearing the forests and preparing the terrain, the humble draftsman judges (subject to the correction of far wiser judgment) that Banjoewangie is the best and most suitable place, since one has very good ground there, good and abundant water, and an extensive flat terrain all around. In order to avoid the white ants that currently infest the lodge, one should place the new lodge in a different and more advantageous location, and in the new construction use almost no woodwork at ground level. That relocation is moreover necessary because this old lodge lies too far inland behind the salt river to command its mouth and the beach properly. In the preceding report I had the honour to tell Your Right Honourable in general terms that the lodge of Banjoewangie was in a bad state, because the layout of the fort was not suited to offer a prolonged defense and because it has been attacked everywhere by the white ants. I nevertheless take the liberty to add hereto that one must not think of any repairs, not only because all the posts of the buildings are rotten in the ground, but also because if one wished to bring the buildings into a good state, the expenses would amount to too much, since they have never been finished; 6 Samarang, the 20th of December, Anno 1783, page 47. — Cra L=a D. finished, considering first that not a single room is floored except for a part of the Commandant's residence, secondly not a single room has a ceiling, thirdly the roofs, covered only with hollow bamboos, are too weak to bear the tiles. Finally, all the studs that support the ceiling beams have sagged and are rotten in the ground, as are all the palisades both inside and outside the fort. From all these defects it is notorious that the expenses of repair would amount to almost as much as those for a new lodge. Hoping with these specific remarks to have fulfilled Your Right Honourable's intention, I take the liberty to sign with all high esteem. (Below stood:) Title (Lower:) Your Right Honourable's very humble and obedient servant (was signed:) J: B: Pilon: (in the margin stood:) Samarang, the 14th of July, Anno 1783. Plan No. 1. Copy of the calculation of the expenses required to build a fort at Banjoewangie according to Plan and Profile No. 1. This fort has specifications to be defended by 200 men. Each bastion can be provided with 8 or 10 pieces of cannon, namely 3 at the faces and 2 at the flanks. Along the two curtains on the sea side, a large number of heavy artillery pieces can also be placed. The ramparts are enclosed with a sufficient wall to the height of 5 feet above the terrain and 7 feet deep into the ground, in order to form the moat. From the top of the fortification wall is an earthen rampart 18 feet thick and 4 and a half feet high with a suitable slope on the inside and the outside, which is provided with a banquette. On the inside around the rampart runs a wide rampart walk or terreplein. The outer side of the moat, or the counterscarp, is provided with a good wall up to the height of the terrain. The outermost work of this fort is a covered way, provided with a wall 5 feet high, and the space behind is filled up sloping toward the field. This fort has a gate with a drawbridge and a bridge over the moat on the landward side, and on the seaward side a small sally port, though without a fixed bridge. In addition, there are two small sluices and water conduits to keep the moat constantly filled. The residences 1

Dutch transcription

Samarang den 20:e December A„o 1783, uitgesondert met de Ricoe het schooten, die weinig kragt hebben en al„ „toos onseeker zijn, de meeste koegels van den vijand, zullen aff in de glaçis off in de aarde wal van het fort snworen, of overvliegen, dog dewijl de onkosten van zoo Een fort moogelijk te hoog zoude koomen te staan neeme de vrijheid uwel Ed: gestr: nog een andere plan N=o 2. te praesenteeren, dewelke na de gewoone maniere van fort te bouden in deese geweste geformeert is en minder zoude kosten als de Eerste dog geschikt om 200 man„ guarnisoen te logeeren, deese tweede Planop verre na niet zoo sterk als de Eerste zoude dog kunnen de attacques van een Inlandsche magt weederstaan. — Aangaande de plaatse waar het de voordeeligste zoude zijn om Een nieuw fort te bouwen, neeme ik de vrijheid uwel Ed:e gestr: Achtb: te melden dat heel Langs de kust na de noord toe, het Land en terrem seer goed is, dewijl men over al vaste grond en waater heeft, dog dewijl 't niet moogelijk is de passagie van de scheepen te beletten en aangesien de moeijte die men zoude hebben om de Boschen te kappen en de terrein te propareeren oordeelt de needrige teekenaar /:onder Correctie van veel wijser oordeel/ dat Banjoewangie de beste geschikste plaatse is, dewijl men aldaer Een seer goede grond, goed en abondant waater, en Een uitgestrekte vlakke terreim rondom sig heeft. — Om de witte mieren die thans de Logie infecteeren te meiden zoude men de nieuwe Logie op een andere en voordeeliger stand moeten plaet„ „sen, en in de nieuwe Constructie bij na geen houtwerk aan de grond gebruijken: die verplaatsing is buijten dat noodsaakelijk, dewijl deese oude Logie te veel Landwaards agter de soute rivier Legt om haar monding en de strand reedelijk te bestrijken. — In het voorgaande berigt heb ik de Eere gehad uwel Ed:le gesta agtb: genera„ liter te zeggen dat de Logie van Banjoewangie in een slegte staat was, dewijl de aanleg van het fort niet geschikt was om Lange defensee te kunnen bieden en dat, zij van de wilte meeren over al aangetast is, neeme egter de vrijheid hier bij te voegen dat men om geen Reparatie moet denken, niet alleen om dat alle de paalen van de gebouwen in de grond verrot zijn maar ook om dat indien men de gebouwen en Een goede staat wilde bren„ gen, de onkosten te veel zoude bedraegen, dewijl deselve nooijt voltooijs zijn geweest 6 Samarang den 20:e December A„o 1783, pag: 47. — Cra L=a D. geweest, aangesien 1=e dat geen een vertrek bevloent is uijtgezondert Een gedeelte van de Commandants wooning, 2=o geen een vertrek is besoldert 3:e de Dakken slegts met holle bamboesen bedekt, zijn te swak om de pannen te draagen. Eindelijk alle de studden die de zolder balken drae„ gen, zijn ingezakt en in de grond verrot gelijk alle de Pallissaden zoo wel binnen als buijten het fort. — uit alle die gebreeken is het notoir dat de onkosten van Reparatie bij na zoo veel zoude bedraegen als die van een nieuwe Logie. - Hoo„ pende met deeze particuliere aanmerkingen uwel Ed=e gesta Agtb: Jntentie voldaan te hebben, neeme ik de vrijheid mij met alle hoogagting te onderteekenen. /:onderstond:/ Titul /:Lager/ uwel Ed:e gestr: Agtb: seer onderdanige en gehoorzaame dienaer /:was geteekend:/ J: B: Pilon: /:in margine stond:/ Samarang den 14: Iulij Ao 1783. — Plan N=o 1. Copia Calculatie der onkosten, dewelk verlischt worden, om een fort op Banjoewangie te Bouwen volgens de Plan en Profel no 1. — Dit fort heeft Een bestek, om door 200 man gedefendeert te worden, ieder Bolwerk kan met 8. of 10. stuks Canon voorsien worden te weeten, 3 aan de faces en 2. aan de flanken Langs de twee gordijnen aan de zee kant kunnen ook een groot getal swaar geschul geplaast worden de wallen zijn met een sufficante muur omcingeld op de hoogte van 5. v=t booven het terrei en 7. d:t diep in de grond, om de gragt te formeeren. van de top van de vesting muur is Een aande wal 18. v=t d=k en 4½ v=t hoog met een Convenable douceering van binnen en van buijten, dewelke van Een Banquette verzien is; Aan de binnenkant rond om de wal loopt een breede waale gang of ter plein Het buijten kant van de gragt of de Contres Carpa is van een goede muur verzien tot op de hoogte van de teran„ Het buitenste werk van dit fort is een bedekte weg, van een muur 5: voeten hoog versien en de agter ruijmte is schuijns na het veld aangevuld; dit fort heeft een poort met een valbrug en een brug over de gragt aan de Landkant en aan de zeekant een klein uitvall poort dog sonder vaste brug, daar bij zijn nog twee sluijsjes en waeter Leidinge om de gragt altoos vol te houden, de wooningen „ „ 1

NL-HaNA_1.04.02_3653_1136 view scan ↗

English

Samarang the 20th of December Anno 1783, dwellings are designated to house a garrison of 200 men with their officers, non-commissioned officers, and artillerymen; the Commander's dwelling is arranged such that the lower rooms shall serve as warehouses. Specification of Expenses Masonry work. Around the circumference of the fortress wall 1863 feet long at 860 bricks per foot makes Laxa 150 The Counterscarp, long in its circumference 2288 at 360 bricks for 1 foot makes 83 The covered way, long 2400 feet at 220 bricks for 1 foot makes 52 For the house of the Commander and adjoining rooms 14 For the guardhouse and belonging kitchens, privy, and 2 wells 8 For the two buildings for the officers and non-commissioned officers etc. 13 For the powder house [illegible] Together 327 Laxa of bricks at 12½ rijksdaalders makes rijksdaalders 4087. 24. — For each Laxa 5 coyangs of lime makes 1635 coyangs of lime at 4 rijksdaalders each 6540. —. — Calculating that a mason lays 600 bricks in a day, including the plastering there are needed 20 masons at 450 days at 15 stuivers a day 2812. 24. — Rijksdaalders 13440. —. — Carpentry Timberwork for the house of the Commander 100 beams long 26 feet thick 12 inches For the doors and windows 150 ditto long 20 feet thick 10 inches For the roof etc. etc. 30 ditto long 36 feet thick 7 to 8 inches 160 panjang lima 400 roof rafters of 2 to 3 inches 7500 tile battens 200 mill planks of 1½ inches 300 ditto ditto of 1 inch 50 ditto ditto of 2 inches 250 ditto of 2 inches Samarang the 20th of December Anno 1783, page 49 250 Chinese planks 10000 roof tiles 12 picols of nails 16 ditto iron 2 ditto sheet iron 5 ditto sheet lead 1 ditto sheet copper 400 lb of paints of various kinds 2 aams of linseed oil 20 brushes of various kinds 1 barrel of tar, Persian red 3000 floor bricks of 12 inches 1600 ditto large 10 carpenters, 3 months long, Blacksmith's wages. For the guardhouses and adjoining rooms 50 beams long 26 feet thick 12 inches 70 ditto long 20 feet thick 10 inches 60 ditto long 20 feet thick 7 to 8 inches 80 panjang lima 300 roof rafters of 2 to 3 inches 560 tile battens, 100 mill planks of 1½ inches 150 ditto of 1 inch 40 ditto ditto of 2 inches 1000 roof tiles 8 picols of nails 7 ditto iron 1 lock plate 4 sheet lead 1 barrel of tar, Persian red, 3000 floor bricks of 12 inches 8 carpenters 2 months long. Blacksmith's wages. carried over Samarang the 20th of December Anno 1783, The two buildings for the officers etc. 80 beams long 20 feet thick 8 to 9 inches 50 ditto long 20 feet thick 7 to 8 inches 120 panjang tiga, 450 roof rafters 750 tile battens 200 mill planks, of 1½ inches 80 ditto ditto of 2 inches 15500 roof tiles 10 picols of nails 8 ditto iron, 5 sheet lead 1½ picols lock plate 1½ barrels of tar Persian red 4000 floor bricks of 12 inches 10 carpenters 3 months long, Blacksmith's wages, The Powder House 30 beams long 20 feet thick 7 to 8 inches 40 panjang tiga 80 roof rafters, 140 tile battens 36 mill planks of 2 inches 2000 roof tiles 3 picols of nails 4 ditto iron 1 ditto sheet copper ½ barrel of tar Persian red 5 carpenters 1½ months long Blacksmith's wages, The Gate drawbridge, the bridge over the moat and the barrier 60 beams long 26 feet thick 12 inches 4 ditto long 30 feet thick 16 inches 120 panjang lima, 150 large Tinkam planks 12 picols of nails. 16 ditto iron. 2 barrels of tar Persian red, 8 carpenters 1½ months long Blacksmith's wages. Samarang the 20th of December Anno 1783, page 51 The Platforms for 40 cannons 350 beams long 18 to 20 feet thick 7 to 8 inches 500 Tinkam planks 14 picols of nails Wages 10 carpenters 1 month, 2 barrels of tar, Persian red, For the sentry boxes 50 panjang tiga 200 barrel planks. 2 picols of nails 2 ditto sheet lead Labour costs, 6 carpenters 1 month. For the flagstaff 1 beam long 50 feet thick 16 inches 5 beams long 40 feet thick 12 inches 6 ditto long 36 feet thick 10 inches 1 ditto long 40 feet thick 10 inches 2 iron hawsers 7 picols of iron ½ picols of nails 6 carpenters 1 month long. General Calculation 327 Laxa of bricks at 12½ rijksdaalders the Laxa Rijksdaalders 4087. 24. — 1635 coyangs of lime at 4 rijksdaalders the coyang 6540. —. — 20 masons 450 days long at 15 stuivers a day 2812. 24. — Carpenters 3781. 12. — 200 mill planks of 2 inches at 1 rijksdaalder 18 stuivers 275. —. — 500 ditto ditto of 1½ inches at 1 rijksdaalder 5 stuivers 552. 4. — 458 ditto ditto of 1 inch at 39 stuivers and 8 penningen 370. 15. — 650 large Tinkam planks at 1 rijksdaalder 12 stuivers 812. 24. — 500 Chinese planks at 10 rijksdaalders the 100 50. —. — 500 barrel planks [illegible] Carried forward Rijksdaalders 19241. 7. —

Dutch transcription

Samarang den 20:e December A„o 1783, wooningen zijn bepaalt om 200: man guarnisoen met hun offi„ ciers onder officiers en arthilleristen te Logeeren, de Commandants wooning is zoo geschikt dat de onderste vertrekken zullen tot pakhuijsen dienen. Specificatie der Onkosten Metzel werk. Met omtrenk van de vesting muur 1863. woeten lang â 860. metselseenen vr wet maakt Laxa 150: De Contres Carpa lang in zijn omtrek 2288 â 360 steenen voor 1: v=t maakt - - - „ 83. De bedekte weg Lang 2400. v=t d 220 steenen voor 1. v=t maakt. . . . „ 52. Voor het huijs van den Commandant en annex vertrekken. . . . . . „ 14. voor de wagt en behoorende kombuij„ „sen, gemakhuijs en 2 putten. . . . „ 8: voor de twee gebouwen voor de offi„ „ciers & onderofficiers enz. - - - - - - - „ 13. voor het kruijthuijs - - - - in te saamen - - . - 327: Laxxa steene â 2½ rd aa rd„s 4087. 24. — Voor ieder Laxa 5. Caijangs kalk maaks 1635. Coij=s kalk â 4 rd=s ieder. - - - „ 540: —: — gereekent dat een metselaar 600. steenen op een dag met„ „selt zijn noodig met het pleisteren 20 metselaars â 450 daegen â 15 stvers sd=s . . „ 2812: 24: — Rijxd=s 13440: —:— immerwerk Houtwerk voor het huijs van den Commandant. . . . 100. balken Lang 26. v=t d=k 12. d=m voor de deuren en vensters. . . 150: _ o „ 20 „ „ 10 „ „ het dak enz enz: - - - - - - 30 _o „ 36 „ „ 748 „ 160: panjang Liema 400. Dak ribben van 2. â 3. d=m 7500: - pan Latten 200 moolen planken van 1½ d=m 300 _o _o „ 1 „ 50 __o _o 250. _o „ 2. „ Samarang den 20:e December A„o 1783, Voor de wagten en annexe pag: 49: „ 250 Chineesche planken 10000: dakpannen 12. pikols spijkers 16: _o ijzer 2 _o plaat ijzer 5. _o plaat Lood 1. _o „ kooper 400: lb verwen in zoort 2: aamen Lijn olie 20: kwasten in zoort 1. vat Theer, - - - - - persiaans rood 3000: vloersteenen van 12 d=m _:o groote 1600: 10: timmerlieden, 3 maanden lang, Smitsloon. vertrekken - - - - - - - - 50 balken L=a 26: v=t dik 12. d=m 70. _o „ 20 „ „ 10 „ 60: _„o„ 20 „ „ 7 a 8 d=m 80: panjang Lima 300: dakribben van 2. â 3. d=m 560: pan Latten, 100: moole planken van 1½. d=m 150 _o „ 1 „ 40: _o _o „ 2 „ 1000 dak pannen 8: pikols spijkers 7. _:o ijzer 1. sloot plaat 4: plaat Lood 1. vat Theer, Persiaans Rood, 3000: vloersteenen van 12: d=m 8: Timmerlieden 2. maanden Lang. Smits loon. — verte Samarang den 20:e December A„o 1783, De twee gebouwen voor de af= kiers enz:. . . . . . 80 Balken lang 20. v= d=t da9 d=m 50. d:o „ 20 „ „ 7„ 8 „ 120: panjang tiega, 450. dak ribben 750: pan Latten 200. moole planken, van 1½ d=m 15500: dak pannen 10: pikols spijkers 8. d:o ijzer, 5. plaab Loot 1½ pic: sloot plaat 1½ vat Theer persiaans Rood 4000: vloersteenen van 12 d=m 10: Timmerlieden 3 maanden Lang, Smitsloon, 80. „ „ „ 2. „ Het kruijt Huijs. . . . 30: Balken lang 20. d=t d=r 7. â 8. d=m 40. panjang tiga 80: dak ribben, 140: pan Latten 36: moole planken van 2. d=m 2000: dak pannen 3. pikols spijkers 4. d:o ijzer 1. d:o plaat kooper —½ vat Theer persiaans rood 5: Timmerlieden 1½ maanden Lang Smits loon, De Poort valbrug, De brug over 60. balken Lang 26. v=t d=k 12. d=m de gragt en de barriere 4. _:o „ 30 „ „ 16. „ 120. panjang Liema, 150. Tinkamsche planken groote 12. pic: spijkers. 16: d:o Vijzer. 2 vat ƒ Samarang den 20:e December A„o 1783, pag: 51. — De Beddings voor 40. — Canons. . . . . . . . 350. Balken Lang 18. â 20. r=t d=r ra 8. d=m 500: Tinkamsche planken 14: pikols spijkers werkloon 10. Timmerl: 1. maand, 2 vat theer, persiaans rood, 50: panjang tiga 200: tonne planken. 2. pik:s spijkers 2. d:o plaat Lood maakloon, 6: timmerl: 1. maand. 5: Balken „ 40 „ „ 12. „ 6. do „ 36 „ „ 10. „ 1 d:o „ 40 „ „ 10: „ 2 ijzer trossen 7. picols ijzer —½ spijkers 6: Timmerlieden 1. maand Lang. Generaale Calculatie 327. Laxa steenen â 12½ rd=s de Laxa. . . . . . . . Rd=s 4087: 24. — 1635. Coijangs kalk „ 4- „ „ Caijang - - . . . . . . . . . „ 6540:—:— 20 metselaars 450 daegen lang â 15: ster=s 'sdaags - - - - - - „ 2812:24:— Timmerlieden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3781: 12: — 200: moolen planken van 2 d=m â 1. rd=s 18: stx:s. . . . . . . . - „ 275: — — 500: _:o _„o „ 1½ „ „ 1 „ 5 „ - - - - - - - „ 552: 4:— 458: _:o _:o „ 1— „ — 39 „ e 8: penn:. . . . „ 370: 15. —. do 650: Tinkamsche groote z rd„s 1. 12: - - - - - - - - „ 812:24 — 500 Chineese planken. „ „ 10 - 't 100 - - - - - - - - „ 5 — — 500 Ton planken - . . „ „ „ „ - - - - - - - „ Transporteere Rd=s 19241: 7:— Voor de vlagge stok - . . . - . 1 Balk lang 50. r=t d=k 16. d=m Voor de schilderhuijsen 2 vaaten Theer persiaans Rood, 8. Timmerlieden 1½ maand Lang Smitsloon. 3

NL-HaNA_1.04.02_3653_1140 view scan ↗

English

Samarang the 20th of December A:o 1783, 1230 roof ribs of 2 to 3 d:m — 26 8 - - - - - - - - - 679 3 — 2150 tile battens - - - - - 6 8 - - - - - - - - 291 7 — 37500 roof tiles - - - - - at 15 rd:s per 1000 - - - - 562 24 — 1600 floor stones of 16 d:m at 12 per 100 - - - - - - 192 — — 10000 ditto of 12 at 25 per 1000 - - - - - - 250 — — 6½ pikols of nails at 8 rd:s 5 - - - - - - - - 498 19 8 58 pikols of iron at 6 15 - - - - - - - - - - - 366 6 — 17 pikols of sheet lead at 6 5 8 - - - - - - - - 103 45 8 2 pikols of sheet yellow copper at 40 42 8 - - - - - - - - 81 37 — 4½ pikols of lock plate iron at 10 22 8 - - - - - - - 47 5 — 6 barrels of tar at 15 22 - - - - - - - - 92 36 — 150 Dutch axes at — 30 - - - - - - - - - - - 93 36 — 50 patjols at — 30 - - - - - - - - - - - - 31 12 — 200 bundles of binding rattans - - - - - - - - - - - - 50 — — 2000 lb Persian red - - - - - - - - - - - - - - - - 10 saws of various kinds - - - - - - - - - - - - - - - - 20 — — The beams can be cut on the goenang Ikan, without other expenses than 40 lb of rice per month for each battoor during two years, of which the number of 250 to 300 from the Western districts are required to keep the work going, makes 96 coyangs at 15 rd:s per coyang - - - 1440 — — per battoor 2 duits per day during the work - - 2250 — — Added to this the rental wage of vessels for fetching them - - 300 — — Together Rd:s 26550 46 — 4 beams long 30 feet thick 16 d:m 270 ditto long 26 feet thick 12 d:m 810 ditto long 20 feet thick 9 to 10 d:m 30 ditto long 36 feet thick 7 to 8 d:m 360 panjang liema 210 ditto tiga 1 beam long 50 feet thick 16 d:m Carried forward Rd:s 19241 7 — please turn over Samarang the 20th of December A:o 1783, page 53. Letter E: 4 beams long 40 feet, thick 12 d:m 6 ditto long 36 feet, thick 10 d:m 1 ditto long 40 feet, thick 10 d:m below was written Samarang the 17th of August Ao 1783. was signed F: B: Sijlon To No 2. Calculation of the expenses which are required to build a fort at Banjoewangie according to the plan and profile no 2 This fort retains the same specifications to be defended by 200 men, and to accommodate them as the plan no 1, but this one differs from the other in that the masonry and labor wages are considerably reduced, because this fort consists solely of a ring wall 13 feet high above the ground and a ditto inner wall, to retain the filled rampart walk. To make the batteries on the seaside stronger, this fort on that side has the shape of a tenaille work and the remainder in a regular square, the dwellings are arranged as in the plan No 1 to house all the servants in the fort and the lower rooms of the Commander's dwelling shall be appropriated for the storage of provisions and other goods; Since the number and size of the buildings is almost the same as in the first plan, the reduction of the expenses will mostly consist of the masonry, as the following calculation shows. 273 laxa stones at 12½ Rd:s - - - Rd:s 3412 24 — 1365 coyangs lime at 4 Rd:s - - - - - - 5460 — — 15 masons 450 days long at 15 stivers per day - - 2109 18 — Carpenters - - - - - - - - - - 3200 — — Carried forward Rixdollars 14181 42 — Samarang the 20th of December A:o 1783: Carried forward Rd:s 14181 42 — 160 mill planks of 2 d:m at 1 18 - - - - - - 220 — — 460 ditto ditto of 1½ d:m at 1 5 - - - - - 507 44 — 380 ditto ditto of 1 d:m at — 39 8 - - - - - - - 312 34 — 120 Tinkanese planks, large at 1 12 - - - - - - - - 150 — — 500 Chinese planks at 10 — per 100 - - - - - - 50 — — 500 barrel planks - - - - - - - - - - - - 5 — — 1200 roof ribs of 2 to 3 d:m at — 26 8 - - - 662 24 — 1900 tile battens at — 6 8 - - - - 257 14 — 33500 roof tiles at 15 per 1000 - - - - - - - - - 502 24 — 1300 floor stones of 16 d:m at 12 rd:s per 100 - - - - - - - 156 — — 10000 ditto of 12 d:m at 25 per 1000 - - - - - - - 250 — — 54 pikols of nails at 8 5 - - - - - - - - 437 30 — 50 ditto iron at 6 15 - - - - - - - - - 315 30 — 13 pikols of sheet lead at 6 5 8 - - - - - - - 79 23 8 2 pikols of sheet copper at 40 42 8 - - - - - - 81 37 8 4½ pikols of sheet iron at 10 22 8 - - - - - - - 47 5 — 6 barrels of tar at 15 22 - - - - - - - - - 92 36 — 2000 lb Persian red - - - - - - - - - - - 100 bundles of binding rattans - - - - - - - - - 25 — — 150 Dutch axes at — 30 - - - - - 93 36 — 50 patjols at — 30 - - - - - - - - - 31 12 — 10 saws of various kinds - - - - - - - - - - - - - 20 — — The beams will be cut on the goenong Ikan without other expenses than those of 180 to 200 battoors for two years, each battoor calculated at 2 duits per day and 40 lb of rice per month, makes 64 coyangs of rice purchase at 15 rd:s per coyang - - - - - 960 — — 2 duits per man makes in the two years, the sum of - - - - - - - - 1500 — — Rental wage of vessels - - - - - - 300 — — Together Rixdollars 21951 8 —

Dutch transcription

Samarang den 20:e December A„o 1783, 1230. dakribben van 2. â 3. d=m — 26. 8 - - - - - - - - - „ 679: 3: — 2150: Joan Latten - - - - - 6. 8. - - - - - - - - „ 291. 7:— 37500. dak pannen - - - - - â 15 rd=s d'1000. . . - - - - „ 562:24: — 1600: vloersteenen van 16: d=m „ 12 „ „ „. - - - - - - „ 192: — — d o 10000: 6½ pik:s spijkers 2 rd=s 8: 5:-: - - - - - - - - „ 498: 19: 8: 58 „ ijzer - - „ „ 6 15 - - - - - - - - - - - „ 366: 6:— 17. „ plaat Lood „ „ 6 5. 8 - - - - - - - - „ 103: 45:8 2 „ „ geel kooper „ 40 42 8 - - - - - - - - „ 8137. — 4½ „ sloot plaat ijzer - - „ 10: 22:8 - - - - - - - „ 47. 5 — 6 vaeten theer. . . . . . . „ 1522–. . . . . . . . „ 92. 36 — 150. hollandsche bijlen. . . . „ — 30. . . . . . . . . . . . „ 93: 36 — 50. Patjollen - - - - -. - - „ - 30 - - - - - - - - - - - - „ 200 bossch: bind rottings. . . . . . . . . . . . . . . . „ 50: — — „ 12 „ „ 25 „ „ „. . - -. - . „ 250 – — 2000: lb persiaans Rood - - - - - - - - - - - - - - - - „ - - - - - - 10. Zaegen in zoort - - - - - - - - - - - - - - - - „ De Backen kunnen op de goenang Jkan gekapt worden, sonder andere onkosten als 40 lb rijst 'smaands voor ieder battoor geduurende twee Jaaren, dewelke ten getallen van 250. â 300. vande Westen districten verEijscht worden om 't werk gaande te houden maakt 96. Coijangs â 15. rd=s de Caij=s. . - . - „ 1440: —. — der Battoor 2. duijten 's deags geduurende het werk - - „ 2250 — — Daar bij het huurloon van vaartuijgen ter afhaalen - - „ 300 – – Te zaamen. . Rd:s 26550: 46:— 4: Balken lang 30. v=t dik 16. d=m _o „ 26 „ „ 12 „ 270. _ 810. _:o „ 20 „ „ 9a 10 „ 30 _:o „ 36 „ „ 7„ 8 „ 360 panjang Liema 210 _:o Tiga 1 Balk Lang 50 v=t d=k 16 d=m G P„r Transport Rd„s 19241:7:— O G 31. 12:— 20: — — verte S Samarang den 20:e December A„o 1783, pag: 53. L=ra E: 4 Balken Lang 40 voeten, dik 12 d=m 6 _:o „ 36 „ „ 10 „ 1 _:o „ 40 „ „ 10 „ /:onderstond:/ Samarang den 17: Augustus Ao 1783. /:was geteekent:/ F: B: Sijlon:— Aan N 2. Calculatie der onkosten, dewelke verEijscht worden om een fort op Banjoewangie te Bouwen volgens de Pan en Profit n o 2 Dit fort houd het selvde bestek om door 200 mannen gedefendeert worden, en om deselve te Logeeren als de plan n=o 1 dog deese verschild van d'andere daar in dat het Met„ zelwerk en arbeids zoon Considerabel vermindert is, door dat deese fort enkeld uit een Ring muur 13. voet hoog boven de grond en een dito binnen muur, om de aangevulde wal gang te houden. Om de batterijen aan de zeekant sterken te maaken, heeft dit fort aan die kant de figuure van Een Tang werk en het restee„ rende in een Reguliere vierkant, de wooningen zijn als in de Plan N=o 1. geschikt om alle de dienaaren in het fort te Logeeren ende anderste vertrekken van de Commandants wooning zullen tot Berging van Leevensmiddelen en andere goederen geappropri„ eert worden; Dewijl de getal en grootheid van de gebouwen bij na deselvee is als in de Eerste plan, de vermindering der onkosten zal de meeste uit het metselwerk bestaan, gelijk de volgende Calculatie aanwijst. — Ee 273 Laxa Steenen â 12½ Rd„s - - - Rd„s 3412:24:— 1365: Caij=s kalk - - „ 4- „ - - - - - - „ 5460 — — 15: metzelaars 450. daegen Lang â 15: ster=s 's d=s - - „ 2109:18— Timmerlieden - - - - - - - - - - „ 3200 — — Transporteere Rijx=s 141842:— „ Samarang den 20:e December A„o 1783: P„r Transport. . . Rd=s 14181:42:—. 160 moolen planken van 2. d=m a 1. 18: - - - - - - „ 220 — — 460 do d:o „ 1½ „ „ 15 - - - - - „ 50744 — „ 1 „. „ — 39 8 - - - - - - -. „ 312. 34 — 380 d:o do 120 Tinkansche planken groote „ 112 -. . . . . . . . „ 150 – – 500 Chineese planken - - . . . „ 10 — 't 100. . - -. . . „ 5 — — 500 Ton planken - - - - - - - - - - - - „ 5 — — 1200 dak ribben van 2 â 3 d=m „ — 26. 8. . . . „ 662. 24 — 1900 pann Latten. . . . „ – 68. . . . . „ 257. 14. — 33500 Dak pannen â 15. d' 100. . - - - - - - - - - „ 502. 24. — 1300 vloersteenen van 16 d=m â 12 ad„s t 100 - - - - - - - „ 156. — — 10000 d:o „ 12 „ „ 25 „ „. . . . . . . „ 250 — — 54 pikols spijkers „ 8. 5 „. . . . . . . . „ 437 30 — 50 d:o ijser. . . „ 615. . . . . . . . . „ 315 30 — 13. Plaat Loot - - - „ 658. . . . . . -. . . . „ 7923 8 2 „ kooper. . . „ 4042 8 - - - - - - . „ 81 37 8 4½ „ ijzer. . . . „ 10 22 8. . . . . . . „ 47. 5 — 6 vaaten Hheer. . - - „ 1522-. . . . . . . . . „ 92. 36 — 2000 lb persiaans Rood - - - - - - - - - - - „ - - - - 100 bosschen Bind rottings - 150 hollandsche Beilen. . . „ - 30 -. - - . - „ 93 36 — 50 patjollen. De Balken zullen op de goenong jkan gekapt worden zonder andere onkosten, als die van 180 â 200 battoors twee Jaaren lang ider battoor gereekent â 2. duijten 'sdaags en 40 lb: Rijst 'smaands maakt 64. Rijst inkoops â 15. rd„s de Coijang - - - - - „ 960 — — 2 duijten de man maakt in de twee Jaaren, de som„ Huurloon van vaartuijgen - - - - . - - „ 300 – – te saamen Rijxd=s 2195: 8:— - - - - - - - - - . . . . „ 31 12 – . . . - . . . . . „ 25 — — 10 saagen in zoort - - - - - - - - - - - - - „ 20 — — ma van - - - - - - - - - – „ 1500 – –

NL-HaNA_1.04.02_3653_1143 view scan ↗

English

Samarang the 20 December Anno 1783 page 55. Beams which must be cut on the site itself: 4 beams long 30 feet thick 16 inches 220 ditto long 26 feet thick 12 inches 650 ditto long 20 feet thick 9 to 10 inches 30 ditto long 36 feet thick 7 to 8 inches 350 panjang Limas 200 ditto Tiga 1 beam long 50 feet thick 16 inches 4 ditto long 40 feet thick 10 to 12 inches 6 ditto long 36 feet thick 10 inches 1 ditto long 40 feet thick 10 inches underneath was signed J. B. Pilon, in the margin was written Samarang the 17 August Anno 1783. — Copy Calculation of the costs of building materials and other expenses for the construction of a battery at the mouth of the Samarang River. — 16 Laxa bricks . . . . . . . . . . . . rixdollars 560 –. –. 86 koyan lime . . . . . . . . . . . . . . . . . . rixdollars 344 – – 10 masons, for 30 days . . . . . . . . . . . . rixdollars 93. 36 — 20 carpenters, for 35 days . . . . . . . . . . rixdollars 218. 42 — 14 piculs nails, namely 4 piculs of 6 inches, 2 of 5 inches, 4 called double house nails, 2 called single house nails, and 2 piculs lath nails - - - - rixdollars 113. 22 — 12 piculs iron, namely 8 piculs flat bar and 4 square bar - - - rixdollars 75. 36 — 3000 floor tiles - - - - - 100 panjangs Liema - - - - - - - - - in 80 house beams of 20 feet contingent 40 swalpen - - - - - - -. 9500 roof tiles - - - - - - - - - - - - - - - - rixdollars 135 — — 2 barrels tar - - - - - - - - - - - - - rixdollars 31 — — 1000 barrel planks . . . . . . . . . . . . . . . rixdollars 100. – – 50 planks of 1½ inches - - - - - - - - - - - - - - - rixdollars 50 — — 100 ditto of 1 inch - - - - - - - - - - - - - rixdollars 75 - — 400 tile laths . . . . . . . . . . . . . . . rixdollars 50 – – 250 roof rafters - - - - - - - - - - - - - - - - rixdollars 125 — — [illegible] rixdollars 75 — — together rixdollars 2171. 40— Note: for the foundation and the platforms the beams and planks from the dismantled batteries will be used. Underneath was written Samarang the 31 October Anno 1783, was signed J. B. Pilon. — Letter G: turn over Copy. 2 25 5 88 Under the Cavalry. 1. 39 At Samarang. . . . . - . - - - - - - - - - - -. 41 – – 41 - 121 -. Under the Infantry. At Samarang. . . . . . . . . . - . . . . . . . . . 165 14. . At Tagal. - . . . . . . . . . . . . . - - - - - –. . 6 At Paccalongang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5 At Iapara - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 18 2 At Ioana - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 11 4 At Rembang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 8 7- - 8 At Grissee, with the posts Menare and Sambilangang. . . . . . . . - - . 28 1. At sourabaija - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 126 19 19 At Sumanap - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 7. - At Bancallang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 31 37 At Passourouang, Lamajang, Malang and Pannaroekan - - - - - - - - - - - 48 12 At Banjoewangie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 33 16 1 At souracarta - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 65 7 At salatiga - - - - - - - - - - - - - - - 10 6 At oenarang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 8 6 4 At Boeijolatie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 10 4 At Djokjokarta - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 27 21 2 posts 614 157. 8 under the Artillery. At Samarang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 73 41 1 At Tagal - . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 At Paccalangang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 . . . - . At Iapara - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 - - - - At Ioana - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 3 1 At Rembang - - - 1 1 -- At Grissee, with the posts Menare and Sambilangang. - - - - - - - - - 7 - - - - - At sourabaija - - - - - - - - - - - - - - - - . - 23 At sumanap - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 1. - - At Bancallang - - - - - - - – – – - – – – – – 7. –. – At Passourouang, Lamajang, Malang and Pannaroekan - - - - - - - - - - 2. - - - . 2 3. - . - - . At souracarta - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6 4 1 4 . . . At Boeijolalie - - - - - - - - - - - - - - 1 - - . At Djoejocarta - - - - - - - - - - At Souracarta - - . . . . . . . . . . . - . . . .. At Djokjocarta. . . . .. At Bantjoewangie - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 At oendrang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -: At salatiga - - – – - - – - – – – – - - - - - - - - - . - - - . . . - - . . -- . - . . - - - – -- 136 12 Samarang on Java's North-East Coast, last day of July Anno 1783 17 Letter A: Statement of the Military condition, on Java's North-East Coast, from the private to the non-commissioned officer underneath was written: 4 9 3 9 5 3 - . .. - 2 1 2 1 1 1 4 5 - -- - - - -

Dutch transcription

Samarang den 20 December A„o 1783„ pag: 55. Balken dewelke op de plaetje selvs gekapt moeten worden 4. Balken lang 30 v=r d=r 16 d=m 220. _o „ 26 „ „ 12 „ 650 _o „ 20 „ „ 9 â 10 „ 30 _:o „ 36 „ „ 7„ 8 „ 350 panjang Limas 200 _:o Tiga 1. Balk Lang 50 v=t d=k 16 d=m 4. _ o „ 40 „ „ 10a 12 „ 6 _o „ 36 „ „ 10 „ 1 _:o „ 40 „ „ 10 „ /:onderstond:/ was geteekend/ J: B: Pilon, / in margine stond/ sama„ rang den 17: Augustus Ao 1783. — Copia Calculatie der onkosten aan Bouwmateriaelen en andere ongelden tot de Constructie van eene Batterij aan de mond van de Samarang sche Rivier. — 16 Laxa steenen. . . . . . . . . . . . rd=s 560 –. –. 86. Crij=s kalk. . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 344 – – 10 metselaars, 30. dagen Lang. . . . . . . . . . . . „ 93. 36 — 20. Timmerlieden, 35. daegen Lang. . . . . . . . . . „ 218. 42 — 14. pic: spijkers, te weeten 4. picols van 6. d=m 2 van 5 d=m, 4 genaamt 113. 22 — huijs dubbelde, 2. genaamt huijs enkelde, en 2. pic: Lat spijkers - - - - „ 12. pic: ijzer, te waeten 8. picols platte staaf 3 4. vierkante staaff - - - „ 7536 — 3000 vloer steenen - - - - - 100. panjangs Liema - - - - - - - - - in 80 huijsbalken van 20 voeten Contingen=t 40 swalpen - - - - - - -. 9500 dak pannen - - - - - - - - - - - - - - - - „ 135 — — 2 Vaeten Hheer - - - - - - - - - - - - - „ 31 — — 1000 Tonne planken. . . . . . . . . . . . . . . „ 100. – – 50 Planken van 1½ d=m - - - - - - - - - - - - - - - „ 50 — — 100 mool d:o „ 1 „ - - - - - - - - - - - - - „ 75 - — 400 pan Latten. . . . . . . . . . . . . . . „ 50 – – 250 dak ribben - - - - - - - - - - - - - - - - „ 125 — — . . - - - - - . . „ 75 — — te saamen Rijxd=s 2171. 40— BB: voor het fondament en de Beddingen zullen de Balken en planken van de afgebrooken Batterijen gebruikt worden /:onderstond / Samarang den 31. 8ber: Ao 1783 /:was geteekend/ J: B. Pilon. — Lra G: verte o = „ . Copia. 2 25 5 88 Onder de Cavallerij. 1. 39 Te Samarang. . . . . - . - - - - - - - - - - -. 41 – – „. 41 - „ o 121 -. Onder de Infanterij. Te Samarang. . . . . . . . . . - . . . . . . . . . 165 14. . ƒ „ Tagal. - . . . . . . . . . . . . . - - - - - –. . 6 „ Paccalongang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5 ƒ „ Iapara - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 18 2 „ Ioana - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 11 4 „ Rembang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 8 7- - 8 „ Grissee, met de posten Menare en Sambilangang. . . . . . . . - - . 28 1. „ sourabaija - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 126 19 19 „ Sumanap - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 7. - „ Bancallang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 31 37 ƒ „ Passourouang, Lamajang, Malang en Pannaroekan - - - - - - - - - - - 48 12 „ Banjoewangie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 33 16 1 „ souracarta - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 65 7 „ salatiga - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 10 ƒ 6 ƒ „ oenarang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 8 6 4 „ Boeijolatie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 10 „ 4 „ Djokjokarta - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 27 21 2p:t 614 157. 8 onder de Arthillerij. Te Samarang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 73 41 1 „ Tagal - . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 „- „ Paccalangang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 . . . - . „ Iapara - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 - - - - „ Ioana - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 3 1 „ Rembang - - - 1 1 -- „ Grissee, met de posten Menare en Sambilangang. - - - - - - - - - 7 - - - - - „ sourabaija - - - - - - - - - - - - - - - - . - 23 ƒ „ sumanap - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 1. - - „ Bancallang - - - - - - - – – – - – – – – – 7. –. – „ Passourouang, Lamajang, Malang en Pannaroekan - - - - - - - - - - 2. - - - . 2 3. - . - - . „ souracarta - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6 4 1 4 . . . „ Boeijolalie - - - - - - - - - - - - - - 1 - - . „ Djoejocarta - - - - - - - - - - „ Souracarta - - . . . . . . . . . . . - . . . .. „ Djokjocarta. . . . .. „ Bantjoewangie - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 „ oendrang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -: „ salatiga - - – – - - – - – – – – - - - - - - - - - . - - - . . . - - . . -- . - . . - - - – -- 136 12 Samarang op Java's Noord oost kust, ult=o Iulij A„o 1783 17 Sra A: offici Aanthoning van den Militaire toestant, op Iava's Noord oost kust, van den gemeene tot den onder /:onderstond:/ 4 aam 9 3 9 ƒ 5 3 - . .. - 2 1 2 1 1 1 4 5 - -- - - - -

NL-HaNA_1.04.02_3653_1145 view scan ↗

English

Legitimate children of 7 years of 7 to 15 years and below and above. Illegitimate children of 7 years of 7 to 15 years and below and above 355. Anno 1783 signed J:s Siberg. page 57 In total children. 23 3 35 3 8 581 357 31 2 2 2 4 6 4 4 4 1 2 3 1 1 4 3 3 9 4 4 3 5 3 10 2 5 6 7 1 1 3 3 8 10 3 25. 11 12 4 9 6 4 4 23. 1 15 24 8 3 3 1 2 3 2 1 7 4 3. 1 3 1 1 2 3 1 2 2 5 4 4 8. 2 1 6 3 1 1 1 6 3 2 5 10 6 10 16 1 1 4 3 1 13 7 6 13 5 7 1 1 2 3 1 1 1 3 1 5 6 1 1 1 1 3 2 1 3 1 4 2 6 19 19 8 4 6 2 1 13 19 11 3 42 28 27 55 7 3 1 2 2 1 1 3 2 8 6 4 2 4 1 1 2 3 8 4 5 24 12 14. 7 6 4 1 1 21 13 5 3 42 27 16 1 1 1 1 1 2 7 6 3 1 17 10 9 19 6 9 6 4 1 13 10 6 18 11 37 27 23 50 2 6 1 2 4 2 5 11 3 5 3 4 15 8 18 26 4 4 4 5 13 4 9 13 4 1 1 4 5 1 4 8 2 14 2 20 3 4 officer inclusive as the same were mustered under the last of June 1783 and found to be in actual existence, as 1 24 87 83 65 25 30 18 94 76 45 54 269 14 179 1 2 8 4 2 4 5 15 1 1 2 4 11 8 1 1 1 1 1 2 1 1 1 2 1 2 4 1 1 2 2 1 1 1 1 2 5 5 2 2 2 3 2 3 4 12 30 35 9 45 10 2 1 1 2 1 1 2 3 4 2 11 6 5 1 2 2 1 2 2 2 2 1 2 2 2 1 1 1 12 2 2 1 1 1 1 1 1 2 5 carried over of the 8 88 5 1 1 2 6 9 16 7 6 4 2 percent 157 3 4 21 3 5 1 11 7 3 3 2 1 1 3 15 2 7 3 5 1 5 20 14 7 6 1 1 1 7 7 3 4 1 11 2 2 65 1 2 2 19 176 6 10 2 3 3 14 5 43 26 10 7 38 36 13 13 10 20 14 16 5 1 31 2 1 17 Samarang the 20th December Anno 1783 230 boys, namely: Letter A: Brief statement of the state and condition of the military on Java's Northeast Coast, from the non-commissioned officer to the private inclusive, as they were found at the General Muster under the last of June 1783: 1145 head of military together, of which 871 head fit for duty, among these 121 head in the Cavalry 614 ditto in the Infantry 136 ditto in the Artillery 175 head half fit for duty, namely 1 head in the Cavalry 117 ditto in the Infantry 17 ditto in the Artillery 95 head entirely unfit for duty 83 head in the Infantry 12 ditto in the Artillery Short summary or Recapitulation of the same: 244 head non-commissioned officers 189 head fit for duty 42 ditto half fit for duty 13 ditto entirely unfit for duty 897 head privates, namely 682 head fit for duty 133 ditto half fit for duty 82 ditto entirely unfit for duty 1141 head together as above. 456 children, together; of which 153 of 7 years and below, namely 33 legitimate 120 illegitimate 77 of 7 to 15 years and above 22 legitimate 55 illegitimate 226 girls, namely 133 of 7 years and below 36 legitimate 97 illegitimate 93 of 7 to 15 years and above 27 legitimate 66 illegitimate Note: the number of children would increase considerably and possibly reach up to 800, if those of the officers and pensioners were also counted, along with those who are in the orphanage, the latter amounting actually under the aforesaid date to 138 head, consisting of 26 boys and 102 girls. Of the aforesaid military have been married: 27 head and still currently married: 88 head underneath stood: Samarang on Java's Northeast Coast last of July Anno 1783, signed: J:s Siberg

Dutch transcription

Egte kinderen van 7 Iaaren van 7. tot 15. Jaaren en daar beneeden en daar boven. onegte kinderen van 7. Iaaren van 7 tob 15 Jaaren en daar beneeden en daar boven 355. A„o 1783 /:was geteekend:/ J=s Siberg. — pag: 57: In het geheel kinderen. 23 ƒ3 35 3 8 581 357 31 x - 2 2 2. . . . . . . 4. . . . . . . 6 4 4 4 .. 1 2 3 1. . . . 1 4 3 3 . . . .. . . 9 4 4 3 - 5. . . . . . „ 3 10 2 5. 6 7. -. . . . 1 1 3 3 8 10. - - - - 3 25. 11. 12 4 9 6 4 4 23. 1 15 24 8 3 3 1 2 - - - - - - - - - - - - - - - 3 2 1 7 4 3. 1 3 - - - - 1 - - - . 1 2 - - - 3 - - - - 1 2 2 5 4 4 8. 2 - - - - 1 6 3 1 1 1 6 - - - - 3 2 5 10 6 10 16 „ 1 1. - - . - . . - - - - - - . - - - - . . 4 3 1 13 7 6 13 5 7 - - - - - - - - 1 - - - 1 - - - - 2 3. 1 1. . . . 1 3. 1 5. 6 1 1 - - . . 1 1 3 2 - - - - - - 1 3 1 4 2. 6 19 19. -. . 8 4 6 2 1 13 19 11 3 42. 28 27. 55 7. . - - - - - - „ 3 - - - . 1. . -. 2 2 1 1 3 2 8 6 4 2 4 1 1 2 . . . . . . . 3 8 4 5 24 12. 14. 7 6 4 - - - - . . - 1. . . . 1 21 13 5 3. 42. 27. 16 1 1 1 - - - 1 - - - - . 1 2 7 6 3 1 17 10 9. 19 6 9 6 4 1 13. 10 6 18 11 37. 27 23. 50 2 6 1 2 - - - . 4 2 5 11 3 5 3 4 15 8 18 26 4 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 4 4 . . . . 5 13 4 9. 13 4 - - - - 1 - - - - - - - - - - - - - 1 4 - - - - - - - 5 1 4 8. „ -. . . . . . 2 14. . . . . 2. 20 3. . . . . . . 4. officier inclusive soodaenig dezelve onder ult=o Iunij 1783. gemonsterd en in waare weesen zijn bevonden, als 1. 24 87. 83. 65 25. 30 18. 94. 76 45. 54. 269 14 179 1 2 8 4 2 4 5 15 1 1 2 - - - 4 11 8 1 – – – – – – - 1 – – – – – – – – – - - - – - - - - - - - – – - - - - - - - - - - – – - – – - - – – – - – – – – – – – - - – - - - - - . . . . . . 1 - - - - - - - . - - . . 1 1. . . . . - - - - 2 . . . . „ 1 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 1 2. - - - . - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1. - - - - 2 4 – – – – – – – – - - – – – - - - - - - - - . . . . . . . 1 . . . . 1. . . . 2 2 . . . . . – – – – – – – – – 1 – - - - - - - - – – - - - - - - - - - - - – – – – – – – - - - - - - - - - - . . . . - – - - „ - - - - - - . . 1 1 1. . - - . . . 2 5 - - - - - - - - - - - 5 2 2. . . . . . 2 . . . . 3 2 3 - . 4 12. 30 35. 9 45 10 2 – – – – – - - - - - - - - - - - . . . . . . . - - . . . - - . . 1 . . . . . . . . . 1. . . . . „ 2 1 1 - - - - - - - - - - - - - - - - 2 3 4 2 11 6 5 1 - - - . . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 - - - - - - 2. . . . . . 1 2 - - - - - - - - - - 2 - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 - - - - 2 1. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2. 2 - – – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 - - - - - - . 1. . . . . . . - -. . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 - - - - - - - 1 - - . . „ 12. 2 2 1 1 – – – – – – – – - – – – – – - - - - – - - . . . . . . . 1 – – – – – - - - - . . 1 1 - – - – 1 2 5 verte der 8 _ 88 „ . . „ 5 1 1 2 6 9 16 7 6 4 2 p=t 157. 3 4 21 .. 3 5 1 11 ƒ 7 3 - 3 2 . -. - 1 „ 1 . - 3 15 2 . . . . . . . 7 3 5 1 - - - - 5. 20„ 14 7 6 1 1 1 7 7 3 4 1 11 2 2 65. 1 2 2 19 176: 6 10 2 3 3 14. 5 43 26 10 7 38: 36. 13. 13 10 20. 14. 16 5 1 31 2 1 - 17 Samarang den 20:e December A„o 1783, 230. Iongens, te weeten. L: A: Korte Aanthooning van den staat en toestant der Militaire op Iava's Noord oost kust, van den onder officier tot den gemeene inclusive soodaenig die onder ultimo Iunij 1783: bij de Generaele Monstering bevonden zijn: 1145. koppen Militaire te samen, daar van 871. koppen bekwaame, hier onder 121. koppen bij de Cavallerij 614. d:o „ „ Infanterij „ „ Arthillerij 136. d:o 175. koppen halff bekwaam, als 1. koppen bij de Cavallerij 117: d:o „ „ Infanlerij „ „ Arthillerij 17: d. o 95: koppen geheel onbekwaam 83. koppen bij de Infanterij 12. do „ „ arthillerij kort summier of Recapitulatie derselver. 244 koppen onder officieren 189. koppen bekwaam 42. „ halff d:o 13. „ geheel onbekwaam. 8.97: koppen gemeene als 682. koppen bekwaam 133. „ halff d:o 82. „ geheel onbekwaam §148: koppen te samen als boven. 456 kinderen, te saamen; daar van 153. van 7. Jaaren en daar beneeden, als 35. a Egte 120 LonEgte 77: van 7. tot 15. Jaaren en daar boven 22 Egte 55. on Egte 226: Meisjes, als 133: van 7. Jaaren en daar beneeden 36 Egte mmend zi n=mn Egte 93: van 7. tot 15: Jaaren en daar boven. 27. Egte 66. onEgte Nota het getal van kinderen soude nog merkelijk accresseeren en mogelijk wel tot 800: loopen, soo daar onder meede gereekent wierd die van de officieren en gegagi„ „eerdens, mitsgaders de geene welke zig in het weeshuijs bevinden beloopende de zeege laastgemelde actueele onder voorsz: datum 138. koppen bestaande in 26. Jongens en 102. meisjes. van de voorschr: Militaire zijn getrouwt geweest - - - -. . . . . koppen 27: —: — en nog actueel getrouwt - - - - - - - /:onderstond:/ Samarang op Java's Noord oost kust ult=o Julij A„o 1783, /:was. geteekend:/ I=s Siberg — . . - -. - . . .„ 88: —:—

NL-HaNA_1.04.02_3653_1147 view scan ↗

English

Samarang the 20th of December Anno 1783, Copy. Letter S. page: 59: No. 1. Letter K. Note from Radeen Adepattij Danoeridja concerning the Sultan's orders and intention to prevent the scarcity of doits, To the Chief Ian Matthijs van Rhijn. Your Honour having sent me a letter, being a copy of the letter from the Right Honourable, Right Respected Lord Governor at Samarang, written to Your Honour in reply to His Highness's desire to declare tin money current, I have understood from this that the Right Honourable, Right Respected Lord Governor did not consider this advisable; but because doits were presently scarce at Djokjo Carta Adiningrat, the aforementioned Lord Governor therefore presently sends 1000 round pieces in doits. I have also already offered the same to His Highness the Sultan, and His Highness conveys his gratitude for it. Furthermore, His Highness requests the Right Honourable, Right Respected Lord Governor and Director at Samarang and the Company that, when the time arrives that the beach-tolls are paid out, half of them may then be paid to His Highness in doits; and if it should be deemed good to pay the entire sum in doits, His Highness will also be satisfied with that, in case the doits at Djokjocarta Adiningrat should still be scarce at that time. Underneath stood: written at Djokjocarta Adiningrat on Sunday the 20th of the month Bezar in the year Djimmawal 1709. Underneath stood: translated by me was signed: F. J. Rothenbuhler sworn translator. Report of the Makassarese Daing Soepoe, given at Samarang the 16th of December Anno 1783. The Relator recounts that having been sent by the Rembang Resident to Bangcahoeloe to secretly investigate certain circumstances, after his arrival there, in order to achieve his aim, he married the daughter of the chief of the natives and remained living there, by which he gained not only the trust of the common people, but even the affection and trust of Daing Tjellak, who is the chief of the natives there; but having been there for some time and having gained everyone's trust, after having accurately investigated and recorded everything, the Relator pretended that he wished to proceed to Bali to conduct some trade. Upon this, Daing Tjellak gave the Relator a letter addressed to Gusti Cotta Carang, King at Salemparang (who in earlier days, when Daing Tjellak was still engaged in seafaring and occasionally visited Bali, had adopted Daing Tjellak in place of a son); with which letter the Relator proceeded to Samarang and presented that letter there to the Right Honourable, Right Respected Lord Governor, after which he proceeded further with that letter to Seloparang and delivered it into the hands of Gusti Cotta Carrang, without letting it appear that he had shown that letter at Samarang. That the Relator heard there that, more than a month beforehand, two English ships had called at the roadstead of Adjee, belonging under Gusti Cotta Carrang, but of all the crew there was not a single one who understood the Malay language, so the people of Gusti Kotta Karrang, not knowing what their desire was, only supplied them with some cattle and some coyans of rice, etc., in return for which the English gave them in turn some linens, handkerchiefs, and the like, after which those ships departed again. That the Relator, moreover, could not learn from all the circumstances there that Gusti Kotta Karrang had any evil intent against the Company; but that he only sought to make both the English and the Hollanders his friends, in order that, having become strong through their friendship, he might at some time make himself master of the territory of Carrang Assang; for his grandfather had also possessed the same, but it had been taken from him by force of arms, and therefore he sought to bring the same under his control again by force of arms, the more so because his grandfather had pronounced a curse that none of his descendants should ever be separated from the land

Dutch transcription

Samarang den 20:e December A„o 1783, Copia. — L„a S. pag: 59: Io L=o K. Timot van Radeen Adepattij Danoerid ja wee„ gens des sulthans beveelen, en intentie om der duij„ ten schaarsheid te provenieeren, Aan het opperhoofd Ian Matthijs van Rhijn„ UE mij een brieff gesonden hebbende, zijnde een Copij van den brieff van den wel Edelen gestr Heer Gouverneur te Samarang, aan uE geschreeven, ter beantwoording van zijn Hoog Eeids begeerte om Rinne geld voor gang„ baar te verklaaren, hebbe ik daar uit verstaan, dat de wel Ed:le gestr Heere Gouverneur zulx niet voor goed hield; Dog wijl thems te Djokjo Carta Adi„ ningaat de duijten schaars waaren, soo zend welmelden Heere gouver„ „neur dierhalven thans 1000. rond p:s aan duijten. Jk hebbe dezelve ook riets zijn Hoogheid den sulthan aangebooden en zijn Hoogheid laat daar voor zijne dankbaarheid betuijgen. Voortslaat zijn Hoogheid den welEd: gestr Heere Gouverneur en Directeur te samarang en de Comp:s versoeken, dat wanneer de tijd komt, dat de strand gelden werden uitgekeert, als dan aan zijn Hoogheid de helft daar van aan duijten mag werden betaalt, en Indien men mogte koomen goed te „vinden, om de geheele somma aan duijten te betaalen, soo sal zijn hoogheid daarinne ook genoegen neemen, bij aldien 'er te Djokjocarta Admin„ grat als dan de duijten nog schaars zullen weezen. /:onderstond:/ geschreeven te Djok jocarta Adiningrat op Sondag den 20: van het Ligt Bezar in 't Jaar djimmawal 1709. /onderstond:/ getranslateert door mij was geteekent:/ f=k J=s Rothenbuller gesw: transl=n. Relaas van den Maccassaer Daing soepoe gegeeven te Samarang den 16=e Decemb:r A„o 1783. Den Relatant verhaald, dat hij door den Rembangs resident na BangCahoeloe tot het heimelijk ondersoeken van eenige omstandig„ heeden zijnde gesonden zij aldaar na zijne aankomst, ter bereiking van sijn doetwis, met de dogter van het hoofd den Inhooren was getrouwt, en aldaar was blijven woonen, waar door hij niet alleen het vertrouwen A E E 0 na o Samarang den 20:e December A„o 1783, vertrouwen van den gemeenen man, maar ook zelvs de geneegenheid en het vertrouwen van Daing Tjellak, die aldaar het hoofd der In„ lander is, had gewonnen, maar eenigen tijd aldaar geweest zijnde en ieders toevertrouwen gewonnen hebbende, had hij Relatans na alles nauw„ keurig ondersogt en opgenoomen te hebben, voorgegeeven: dat hij sig na Balie ter drijving van eenigen handel, wilde begeeven. Hier op had Daing Tjellak hem Relatans een Brieff aan Gusti Cotta Carang koning te salemparang /:die in vroeger dagen wanneer Daing Tjellak nog aan de zeevaart was en nu en dan op Balie kwam, Daing Tjellak in steede van een zoon had aangenoomen:/ meede gegeeven; waar meede hij relatant sig na samarang begeeven en dien brieff aldaar vertoont had, aan den wel Edele Gestr: Heere Gouverneur, waarna hij met dien brieff sig voorts na seloparang had begeeven, en denselven aan gusti Cotta Carrang had ter hand gesteld, sonder iets te laaten blijken, dat hij dien brief te samarang had vertoont. Dat hij Relatant aldaar gehoord had, dat 'er ruijm een maand van te voo„ „ren, twee Engelsche scheepen op de Rheede van Adjee, gehoorende onder gusti Cotta Carrang, waaren aangeweest, dog van al het volk was er geen eene geweest die de maleidse tael verstond, dus het volk van gusti kotta karrang, niet weetende wat van hun begeerte was, haar Eenelijk hadden voorsien van Eenige koebeesten en eenige Coijangs Rijst enz: waar teegen de Engelsche aan hun weeder eenige Lijwaeten, neusdoeken en wes meer hadden geschonken, waarna die scheepen weeder vertrokken waaren. Dat hij Relatant aldaar teffens uit alle de omstandigheeden niet had kun„ nen verneemen, dat Gusti kotta karrang iets kwaads teegens de Comp:e in den zin had; maar deselve togt sig eenelijk de Engelsche soo wel als de hollandens tot vriend te maaken; ten einde door haare vriendschap sterk geworden zijnde, zig ter Eeniger tijd te kunnen meester maaken van het Landschap Carrang Assang; want zijn groot vaeder had het selve meede beseeten, dog het was den selven met geweld der waepenen afge„ noomen, en dierhalven zogt hij het zelve weeder met geweld der wape„ nen aan zig te brengen, te meer: om dat desselvs grootvaeder een vloek had gedaan dat'er geene van zijne nakoomelingen sig van het Land

NL-HaNA_1.04.02_3653_1149 view scan ↗

English

Samarang the 20th of December Anno 1783; page 61. would seize the Land of Carrangassang in any manner other than by force of arms, even if the governance of that Land were actually offered to them, for the reason that he had also lost the said territory through the force of arms. That during his, the Relator's, presence at Seloparang, a vessel, being the Yacht of the Resident at Bima, was brought in by 5 Ceram vessels in the roads of Tellock Coembal, also subordinate to Seloparang; the Cerammers pretending that, having encountered that vessel off the coast of Tambora, they had sent a small vessel toward it to see what kind of vessel it was, but having come close, fire was opened upon them from that Yacht. Therefore, their crew had been forced to jump into the sea to save their lives by swimming to their large vessels; but seeing this, they had pursued and chased that Yacht, whereupon the crew had fled from the Yacht to the shore, and the Yacht was left empty; thus they had become masters of it. That he, the Relator, had also heard that the Governor of Amboina, having embarked in his own person on the cruising fleet, had sailed with the same to Ceram, and had there set fire to or captured all the vessels he could obtain. Furthermore, he, the Relator, had still learned there that some time ago three English ships had arrived at Ceram; however, one of them had drifted toward the Papuan Islands, on one of which the Captain had landed with a boat containing 12 natives and 5 Europeans, but coming ashore, they had been attacked by the Papuans, who had immediately murdered the Captain alongside 2 more Europeans and 1 Moor; but that the ship, seeing this, had thereupon sailed to Ceram and complained of this to the King of Ceram, who had thereupon sent emissaries thither with orders to search for the remaining crew of the boat; which emissaries had also recovered 2 more Europeans and 5 Moors and brought them to Ceram, from where the King of Ceram wished to send them back to Bangcahoeloe, but the season was by now already too far advanced. That Samarang the 20th of December Anno 1783, that he, the Relator, wanting to depart hereafter, Guste Cotta Karang had given him, the Relator, no letter for Daing Tjellak, pretending that the letter which Daing Tjellak had written to him was merely an answer to his, Gusti Cotta Karang's, letter, but he had only given him, the Relator, a verbal message, which he, Gusti Cotta Karrang, in order that he, the Relator, should not forget it, had written on a piece of paper; after which he, the Relator, had taken his leave and departed, but having heard that Daing Tjellak had also written a letter to the King of Teliwang, belonging under Sumbawa (to whose granddaughter the said Daing Tjellak was married in earlier days, but Daing Tjellak, leaving his wife at Teliwang, had departed from there and had later settled at Bang Cahoeloe), he, the Relator, had also proceeded thither, but arriving at Allas, also belonging under Sumbawa, he had left his vessel there and proceeded overland to Teliwang, where upon his arrival he had learned that the King was deceased, and that his wife, as Queen, ruled the land. Furthermore, he, the Relator, had also heard there that the letter which Daing Tjellak had written to the King of Teliwang was of the following content; namely That because he, Daing Tjellak, had now been appointed at Bangcahoeloe as head of the natives there, and therefore could no longer come to Teliwang, he relinquished his wife (the granddaughter of the King at Teliwang) and wished to be divorced from her. That for the rest he, the Relator, had been able to learn nothing of any consequence at Teliwang, nor had he been able to notice that there was any secret understanding between Teliwang and the English, or that the territory of Teliwang had any evil intentions against the Company or its allies. That he, the Relator, having nothing further to accomplish at Teliwang, had thereupon departed from there, after the Queen, having heard that he, the Relator, wished to proceed to Bancahoeloe (as he had pretended everywhere), had given him, the Relator, a letter for Daing Tjellak, and he, the Relator, having thereupon set sail, was further without further [illegible]

Dutch transcription

Samarang den 20:e December A„o 1783; pag: 61. Land Carrangassang op eene andere wijse dan met geweld der wae„ penen soude magtig maeken al waare het ook dat hun de Regee„ „ring van dat Land selvs wierd aangebooden, om reedenen hij het gemelde Landschap ook door het geweld der waepenen verlooren had. Dat bij sijn Relatants aanweesen te seloparang door 5. Ceramse vaar„ tuigen op de Rhee van Tellock Coembal, meede onder seloparrang sorteerende, een vaarthuijg, zijnde het Jagt van den Resident te Bima; was opgebragt, geevende de Cerammers voor: dat zij dat vaar„ tuijg op de hoogte van Tambora ontmoet hebbende, een klein vaar„ „tuijg daar op hadden afgesonden om te zien wat voor een vaartuijg het was, dog digte bij gekoomen zijnde, was uit dat Jagt op hun vuur gegeeven. Dierhalven had hun volk in de zee moeten springen om hun Leeven met swemmen na hun groote vaartuijgen te redden, maar zij hadden, dit ziende daar op dat Jagt nagezet en vervolgd, dog het volk was uit het Jagt na de wal gevlugt en het Jagt was Leedig gebleeven: Dus waar en sij er meester van geworden. Dat hij Relatant meede gehoord had, dat den gouverneur van Amboina sig en eigener persoon op de kruijsvloot begeeven hebbende, met deselve na Ceram was gesteevent, en aldaar alle de vaartuijgen die hij bekoomen konde, in brand gestooken of genoomen had. Voorts had hij Relatant nog aldaar vernoomen, dat 'er voor eenige tijd drie Engelsche scheepen te Ceram waaren aangekoomen; dog een daar van was 'er na de papoese Eilanden gedreeven, op eene van welke de Capi„ „tain met 12: inhooren en 5. Europeeschen met een schuijt geland was, dog aan de wal koomende, waaren sij door de Papoes overvallen beworden, die ten Eersten den Capitain neevens nog 2. Europeesen en 1: moor hadden vermoord; Dog dat het schip sulx siende, daar op na Ceram was gestee„ „tent en de kooning van Ceram sulx geklaagt hadde, die daarop zende„ „lingen na derwaards had gesonden, met Last, om na het overgebleevene volk van de schuijt te zoeken; welke zendelingen ook nog 2. Europeesen en 5. mooren hadden opgedaan en na Cerai gebragt, van waar de kooning van Ceram haar weeder na Bangcahoeloe wilde zenden, dog het Jaar geteide was nu reets te verre verloopen. Dat Samarang den 20:e December A„o 1783, Ddat hij Relatant hierna vertrekkende willende, soo had Guste Cotta ka„ rang hem relatant geen brieff voor Daing Tjellak meede gegeeven als voorgeevende dat de brieff die daing Tjellak aan hem had geschree„ ven, maar een antwoord op zijn Gusti Cotta karangs brieff was, maar hij had hem relatant eenelijk een mondelinge boodschap meede gegeeven, welke hij Gusti Cotta karrang, op dat hij relatant het niet soude vergeeten, op een stuk papier had geschreeven; waarna hij relatant afscheid had genoomen en vertrokken was, dog gehoord hebbende dat Daing Tjellak meede een brieff had geschreeven aan den kooning van Teliwang, onder sumbawa gehoorende /: met wiens klein dogter gem: Daing Tjellak in vrogen daegen getrouwt was, dog Daing Tjellak zijne vrouw te Teli„ wang laetende; was van daar vertrokken en had sig naderland te Bang Cahoeloe ter needer gezet:/ zoo had hij relatant sig meede na derwaards begeeven, dog te Allas meede onder sumbawa gehoorende, aankoomende, had hij sijn vaartuijg aldaar gelaaten en sig overland na Teliwang begee„ „vene, alwaar hij bij sijne aankomst vernoomen had, dat de koning was overleiden, en dat desselvs vrouw als koninginne het land bestierde. Voorts had hij Relatant aldaar nog gehoord: dat de Brieff welke Daing Tjellak aan den kooning van Teliwang geschreeven had van de volgende inhoud was; namentlijk Dat dewijl hij Daing Tjellak nu te Bangcahoeloe tot hoofd van de In„ „landers aldaar, was aangesteld geworden, en dus niet meer na Teliwang konde koomen; soo stond hij van zijne vrouw /: de klan dog„ ter vanden koning te Teliwang:/ af, en wilde van haar gescheiden weesen. Dat hij Relatant voor 't overige te Teliwang niets van eenige aangeleegent„ „heid had kunnen verneemen, nog ook kunnen merken, dat 'er eenige hijme„ „lijke verstond houding tusschen Teluwang en de Engelsche was, of dat het Landschap van Teliwang eenig kwaad voorneemen teegens de Comp: of derselver bondgenooten had. — Dat hij Relatant te Teliwang niets verder te verrigten hebbende, sig daar op van daar had weg begeeven, na dat de koningen, gehoord hebbende dat hij Re„ latant sig na Bancahoeloe wilde begeeven /:gelijk hij overal voorgegeeven had:/ hem Relatant een brieff aan Daing Tjellak had meede gegeeven, en hij Relatanb daar op onderzeil zijnde gegaan, was hij voorts zonder verder eels

NL-HaNA_1.04.02_3653_1151 view scan ↗

English

Samarang the 20th of December Anno 1783, page 63. without encountering or learning anything of importance, safely arrived at Samarang, and nothing more. Thus done and reported at the government house in Samarang, date as above. Below stood the signature of the Macassar Daing soepoe. Lower, in my presence, was signed, F. J. Rothenbuchler, sworn scribe. This is what Gusti Kotta Karang makes known to Tjellak at Bangcahoeloe through Daing Soepoe: Regarding the letter that my son has written to me, it has reached me well, and I have also understood its contents. But previously two English ships were at the roadstead of Adjie, yet there was none among the English aboard those ships who understood the Malay language, wherefore I am saddened, for it is because of this that I rendered them no assistance. But let them come again now, yet when they arrive, they must arrive nowhere else than at Tandjoeng Karang. I have also heard from a Ceramese that three English ships were said to have arrived at Ceram, one of which was said to have drifted toward the Land of the Papuans, where the captain along with 12 Moors and 5 Europeans had stepped into a small boat. But coming ashore with it, the Papuans ran amok, and the captain along with two Europeans and one Moor, and thus in total three persons besides their captain, were said to have been killed. But nothing had happened to the ship. Thereupon that ship had steered toward Ceram, and arriving there, the crew of the ship had requested assistance from the King of Ceram, who thereupon had sent to Papua, where his emissaries had recovered two more Europeans and five Moors; which people were now at Ceram, and the King of Ceram would gladly have had them escorted back to Bangcahoeloe, but the season had now already progressed too far. Below stood: translated by me; was signed: F. J. Rothenbuhler, sworn translator. Translation of Malay Letter written under Letter M by Ratoe Maas, widow of the late King at Teliwang under Sumbawa who is presently regent there, to her grandson Daing Tjellak at Bancahoeloe, presented at Samarang the 16th of December Anno 1783. Hereby I make known to my grandson that the letter sent via the Nakhoda Bappa Kalie has safely reached my hands, and I have thoroughly examined its contents in the presence of all the Mantris and Pangawas, and I together with all the Mantris and Pangawas have thereupon praised the name of the Lord. Furthermore I make known to my grandson that my husband, the grandfather of my grandson, has departed into eternity, for which reason, as well as because the vessel of the Nakhoda Soepoe did not come to the roadstead of Teliwang, but was at the roadstead of the Land of Allas, I also send my grandson nothing as a token of health, except only my fervent prayer both by day and night that my grandson may fare well. Below stood: written on Tuesday the 13th of the light Puasa in the year of the flight of Mahomet 1197. Lower: translated by me; was signed: J. J. Rothenbuhler, sworn translator. Agrees. Markus Netherlands. Copy for Secret Outgoing Letters Dispatch of the mentioned orders to the postholders in the strait: 33. Order sent to the postholders, communicated to their High Excellencies: Hope of approval regarding the actions taken: 34. Alleged detention of the Prussian ship communicated: Which upon its summons with 2 documents will be provided immediately: In case of defect, how to act therewith: Request to obtain an excuse regarding the expensive purchase of tar: Conclusion: 35. 28th: Receipt of their High Excellencies' letter: Instruction of what is mentioned alongside for the ships entering the strait: As well as 6 more copies of the marks and beacons situated in the strait: 26th: The indisposition of the king communicated: 36. Request for their High Excellencies' orders if he should unexpectedly come to pass away: 37. Communication of the received report from Anjer: 38. Along with one more ordinance: Detention of Aurich: No. 1783. Conclusion: flight of Mahomet 1197. Lower: translated by me; was signed: F. J. Rothenbuhler, sworn translator. Agrees. Markus the

Dutch transcription

Samarang den 20:e December A„o 1783, pag: 63. Cra i L„ L: iets van aangeleegentheid te ontmoeten of te verneemen, behouden te samarang aangekoomen; zonder meer, Aldus gedaan en gerelateert ten gouvernemente Samarang dato voorsz: /:onderstond:/ de handteekening van den Maccassaer Daing soepoe /:Laeger:/ in kennisse van mij /:was geteekent:/ f: J: Rothenbuchler gesw: Scriba. — Dit is het geene dat gusti kotta karang aan Tjellak te Bangcahoeloe te kennen laat geeven, door Daing soepoe Aangaande de brief ( die mijn zoon aan mij geschreeven heeft, die is mij wel geworden, en ik hebbe dies inhoud ook verstaan dog voordeesen zijn 'er twee Engelsche scheepen op de rheede van Adjie aangeweest, maar 'er was geen van de Engelsche welke sig in die scheepen bevonden, die de maleid„ „sche taal verstond, dierhalven ben ik bedroeft, want het is hier door dat ik haar geene hulpe heb beweesen: Edog laatse nu weeder aankoomen; maar wanneer zij aankoomen, soo moeten zij nergens anders aan te Tand„ Joeng karang aankoomen. Ik hebbe ook van een Cerammer gehoord, dat 'er drie Engelsche scheepen te Ceram zouden zijn aangekoomen, waar van 'er eene na het Land der papoeas zoude zijn gedreeven, alwaar de Capitain neevens 12. mooren en 5. Europeesen in een schuijtje getreeden was; dog daar meede aan het strand koomende, hadden de papoeas amok gemaakt, en de Capitain neevens twee Europeesen en Een moor en dus in het geheel drie koppen neevens hunne kapitain zouden zijn gesneuvelt; Dog het schip was niets over gekoomen. Daar op was dat schip na Ceram gesteevent, en al„ „daar aankoomende, had het volk van het schip den kooning van Ceram om bijstant versogt, die daar op na Papoea had gesonden, al„ „waar desselvs zendelingen nog twee Europeesen en vijf mooren hadden bekoomen; welke menschen nu te Ceram waaren, en den kooning van Ceram had deselve wel gaarne weeder na Bang Cahoeloe willen laaten begeleiden, dog het Jaar geteede was nu reets te verre verloopen /:onderstond getranslateert door mij / was geteekent:/ f: J: Rothenbuhher, gesw: Translateur. Translaat Maleidsche Brieff geschreeven L=ra M: door Ratoe Maas weduwe van wijlen den kooning Samarang den 20:e December A„o 1783, kooning te Teliwang onder sumbawa die aldaar thans regentesse is, aan derselver klein zoon den Daing Tjellak te Bancahoeloe, vertoont te sama„ rang den 16=e December A„o 1783, Mits deesen geeve ik mijn klijn zoon te kennen, dat de Brieff per den Anachoda Bappa kalie gesonden, mij wel ter handen is gekoomen, en ik hebbe desselvs inhoud in het bij weesen van alle de mantries en Pangawas ter deegen ondersogt, en ik neevens alle de mantries en pangawas hebben daar op den naame des Heeren gepreesen. voorts maake ik mijn kleinzoon bekend, dat mijn man de groot vader van mijn klein zoon, na de Euwigheid is verhuijst, daarom als meede om dat het vaarthuijg van den Anaehoda soepoe niet ter Rheede van Teliwang is gekoomen, maar op de Rhee van het Land Allas is geweest, is het ook dat ik mijnen klein loon niets ten teeken van gezondheid laate toekoomen, dan Eenelijk mijn vierige Beede soo wel bij dag als nagt, dat het mijnen klein zoon wel gae. /:onderstond:/ geschreeven op Dingsdag den 13: van het Ligt pocassa in het Jaar der vlugt van Mahomet 1197. /:Lager / getranslateerd voor mij /was geteekent:/ J=b J=s Rothenbuhler, gesw: trans=n Acssordeert. Markej Nederland. Copia voor Secreete Afgaande Brieven de stell verzending der gem: ordres aan de Posthouders in straat - - - - - 33. afgezondene ordre aan de posthouders hunne Hoog Edelheedens, bedeeld — hoope van approbatie omtrend het gehandelde - - - - - - - - — 34. vermeende onthouding van 't pruijsch schip bedeeld - - - - -- — welke bij dies opdaging van 2. documenten direct zal worden voorzien — bij gebrek, hoedanig daar meede zal handelen - – – – – – - - – – verzoek ter erlanging eener verschooning over den duuren inkoop slot- van theer - – – – – – - – - - - - - - - - - - - – – – – – – – – – – – – - - - - - - . 35. 28:e _:o ontvangst hunner Hoog Edelheedens brief - - - - - - - - onderrigsting van 't nevens gem: voor d' in straat koomende scheepen- zoo meede nog 6. exemplaaren der merken en Palen in straat geleegen — „ 26. _:o de onpasselijkheid van den koning bedeeld - - - - - - - - - — 36. verzoek om hunner Hoog Edelheedens ordre zoo onverhoopt mogte Communicatie van 't ontvangen rapport van Anjer - - - - 38. nevens nog een ordonnancie - - - - - - - - - - - - - - komen te overlijden - - - - - - - - - - - - - 37. onthouding van aurich. - - - - - - - — - - - - — N„o 1783. nus A. 2 — in 2 slot – – – – – – – – – – – – – – – – – – vlagt van Natorie 19. / Lagen eraen merd vor Markus Accordeert. mij /was geteekent:/ C=l J=s Rothenbuhler, gesw: trans= den

NL-HaNA_1.04.02_3653_1155 view scan ↗

English

Register of Marginal Notes on the Outgoing Secret Letters from Batavia, beginning on the 8th of January and ending on the 28th of August Anno 1783. January Page: The 8th of January: Dispatch of three refugees from Bancahoeloe 2. The discovered intention of the English mentioned Communication thereof given to the King Ditto, receipt of a letter from his companions and dispatch thereof to Their High Excellencies Receipt of Their High Excellencies' letter Dispatch of the same to Halfman Receipt of Their High Excellencies' letter of the 7th instant 4. with the secret signals for the incoming ships in the Sunda Strait Assurance that the one and the other will be solemnly observed Dispatch of an extract to the postholder at Anjer etc. in the hope of approval Request for a delay in sending the reports concerning the signals February 3rd of February: Dispatch of a received prize letter with this request with a request for his assistance 3. Detention of the cutter in the Strait from the outposts 5. along with their declaration Promise of the King Dispatch of the said orders to the Postholders in the Strait The dispatched order to the postholders communicated to Their High Excellencies Hope of approval regarding what has been done Supposed detention of the Prussian ship communicated which, upon its summoning, will be immediately provided with 2 documents in case of lack, how to act therewith Request to obtain an excuse regarding the expensive purchase of tar 33. Conclusion 35. 34. 28th ditto: Receipt of Their High Excellencies' letter Instruction of the adjacent said matter for the ships arriving in the Strait as well as 6 copies of the beacons and posts located in the Strait 26th ditto: The indisposition of the King communicated 36. Request for Their High Excellencies' orders should he unexpectedly happen to pass away 37. Detention of Aurich Communication of the received report from Anjer 38. along with another ordinance Conclusion Page: The 5th of February: Its contents mentioned Course taking of the English China traders through the Bali Strait Conclusion Received reply to the adjacent mentioned letters 7. Regret expressed over the speedy abandonment of Samanca on loose rumors Innocence of the Resident mentioned Opinion of the Honorable Governor Hope for peace and a speedy reestablishment 8. for the reasons cited adjacent Impossibility of recovering 2 Malays who came here from the English Assurance from the King 9. The matters requested in separate letters shall dutifully be made to serve for observation March The 8th of March: Received letter from Captain Halfman 10. Contents of the same Offering of the enclosed declaration of seven Wetangers who had come from Padang 11. How they acted with those Wetangers with request for Their High Excellencies' further orders 11th ditto: Complaints of the Resident of the Lampongs Toulang-bauwang against the Palembang Raden Tjee 12. and the murder committed by his people in the settlement Pokkouang communicated The King's opinion communicated to Their High Excellencies 13. Demand for satisfaction from the Palembang Court The King's regent relieved from there at his own request in whose place the Kiai Niti Nagara departs thither with a letter from Captain Fredriks 6. Flight of Mahomet 1197. Below translated before me, signed: C. J. Rothenbuhler, sworn translator. Agrees. Wartus

Dutch transcription

Register der Marginaale Aantekeningen op de Afgaande Bataviasche secreete Brieven, beginnende met den 8=e Januarij en Eijndigen den 28=e Augustus A„o 1783. — Januarij den 8. Janu: Overzending van drie vlugtelingen van Bancahoeloe - - - - - - - 2. de ontdekte intentie der Engelse vermeld - - - - - - - - - - — gegevene Communicatie daar van aan den koning - - - - - - — d=o ontvangst eener brief van S: g: zels - - - - - - - - - - - — en verzending van dien aan haar hoog Edelheedens - - - - - - – - — ontvangst hunner Hoog Edelheedens brief - – – - - – - - - - — verzending derzelve aan Halfman. . . . . . . . - — — — ontvangst hunner Hoog Edelheedens brief van den 7. dezer - - - - - - 4. met de secreete seinen voor de aankomende scheepen in sundas rugte -. — verzeekering het een en ander solemneel te zullen betragten - – – – – — verzending van Een Extract aan den posthouder te Anjer &=a - - - - — in hoope van approbatie - - - -- verzoek om uitstel met de overzending der berigten omtrent de seinen Februarij. 3. Febr: overzending van een ontvangen verprij brief - - - - - - - — met dit verzoek - - — — met verzoek om dies assistentie - - - - - - - - - - - 3. onthouding der fotter in straat – — - - - - - - — - - — van de buijten posten - - - - - - - - - - - - - 5. nevens hunne verklaring - - – - - - - – - - - - - - - — belofte der koning - - - - - - - - - - - - - - - - - - — verzending der gem: ordres aan de Posthouders in straat= afgezondene ordre aan de posthouders hunne Hoog Edelheedens, bedeeld— hoope van approbatie omtrend het gehandelde - - - - vermeende onthouding van 't pruijsch schip bedeeld - - - - — — welke bij dies op daging van 2. documenten direct zal worden voorzien bij gebrek, hoedanig daar meede zal handelen - – – – – – - - – verzoek ter erlanging eener verschooning over den duuren inkoop 33. van theer - - - - - - - - - - - - - - - - - - slot - – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – 35. - - - – – — 34. 28:e _:o ontvangst hunner Hoog Edelheedens brief - - - - - - - — onderrigsting van 't nevens gem: voor d' in straat koomende scheepen-- zoo meede nog 6. exemplaaren der merken en Palen in straat geleegen 26. _:o de onpasselijkheid van den koning bedeeld - - - - - - - - - — 36. verzoek om hunner Hoog Edelheedens ordre zoo onverhoopt mogte onthouding van aurich - - - - - - - Communicatie van 't ontvangen rapport van Anjer - - - - 38. nevens nog een ordonnancie - - - - - - - - - - - - - - komen te overlijden - - - - - - - - - - - - - 37. e Pag: ntus 19 „ - - verte -- - – – – – – – – — .- de stell — — — - - - slot – – – – – – – – – – – – – – – – – – Pag: den 5. febr: dies inhoud vermeld coursneeming der Engelse Chinas vaarders door straat balij —. -. — Slot - - - - - - - - - - - . . . - - - - — — ontvangene rescriptie op nevens gem: brieven - - — — — - 7. Leedweesen betoond over het spoedig verlaten van Samanca - - - . . — den op losse gerugten - – - - - – - - - - - - – – – - - - — onschuld van den Resident vermeld - - - - - - - - - - - — gevoelen van den Ed: gezaghebber - - - - – – – – – - - — hope van vreede, en een spoedig rettablissement - - - - - - 8. om nevens geciteerde reeden – – – – - - - – – – – – – — onmogelijkheid tot het te rug erlangen van 2. hier van de Engelse gekomen Maleijer. . . - - - . . - — — verseekering van den koning - – – – – – – – – – – – – – – 9. het bij aparte brieven gedemandeerde - - - - - - - — — zal schuldig ter observantie laten strekken – – – – – — - — — Maart. den 8. Maart ontvangene brief van Capitain Halfman - - - - - - - - - - 10. inhoud derzelve. –– – – – – – – – – – — - - aanbieding der g'incloseerde verklaring van zeeven wetangers welke van Padang gekomen waaren - - - - - - - - - - - - - 11. hoedanig met die wetangers gehandeld hebben - - – – – – – - — met verzoek Hunner Hoog Edelheedens nadere ordre - - - - - - - — 11:' _=o klagten van Lampongs Poulang bauwangs Resident over den Palem„ bangs Radeen Tjee. . . . . . . . . . . . . . 12. en de gedaane Moord door zijn volk in de negorij Pokkouang bedeeld - . . — 's konings gevoelen hunner Hoog Edelheedens bedeeld. - - - - - - - - 13. verlanging van satisfactie van 't Palembangs Hof - – – – – – – – — 's konings regent op eige verzoek van daar verlost - - - in welkers plaats den Keearia Niti Nagara derwaards vertrekt . . . . . . . — in met een brief van Capn. Fredriks. . . . . . . . . . 6. vlugt van Mahomet 1197. /:Lager / getranslareerd voor mij /was geteekent:/ C=k J=s Rothenbuhler, gesw: trans=s Accordeert. Wartus „ - - . - – – – — — „ d „

← previousnext →