VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3653

Japan · 1,390 pages · 388 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3653_1206 view scan ↗

English

42. assigned to the king. This garrison is said to be further reinforced by 4 to 500 undisciplined sepoys and some Papuans, who are called their Company's slaves. The signal currently in use there by arriving English ships consists of the Prince's Jack at the fore-topgallant masthead, seconded by the English flag from the flagpole; furthermore, they affirm for the truth that it was seen by them that every fourteen days a Chinese vessel arrives there from Batavia laden with arrack and other provisions, wherewith the enemy severely scoffs at us; The ill treatment by the English having then finally encouraged these three declarants to release themselves from this painful domination by flight; they set out in flight from the transport ship with an English yawl on 27 December of the past year at 11 o'clock in the evening; in which they succeeded so fortunately that on 1 January last, off the latitude of Tjeconing, they were met by the boyer De Adelaar, commanded by Lieutenant J. G. Sels; who took them aboard and subsequently brought them to the warship Slotterhooge lying at anchor off Pulau Sebesi; which further had them transported I find myself compelled to inform Your High Nobility of the indisposition of the Prince of Bantam, which, although I cannot obtain detailed information about it, as I am refused permission to meet him for the present, is nevertheless stated by courtiers to be likely to have harmful consequences, for colds and violent fevers will not leave him, which are said to arise chiefly from an open swelling on the left side of the lower abdomen, and for the cure of which, as well as for the removal, were it possible, of his illnesses, he cannot be persuaded to 43. to the warship De Diamant, lying at anchor off North Island, from where they safely arrived here yesterday towards noon with the above-mentioned boyer and accompanying English yawl under the supervision of the said Lieutenant Sels. They confess the foregoing to contain the pure and upright truth; remaining prepared, if required, to confirm this by solemn oath; Thus declared at Bantam within Fort Speelwijk on the day written above. /was signed:/ Paul Hubert /:lower down stood:/ two crosses around which was written:/ made by Matthijs Duyts; and Joseph Samuel; /still lower/ to which I testify. /was signed/ C: Telkamp; sworn clerk; /in the margin/ as witnesses /was signed:/ C: van Abkouw, and Jacob Pieter Abrahamzoon; — No. 43: Today, 8 March Anno 1783:. Appeared before me, Carel Telkamp, sworn clerk of this Command, in the presence of the witnesses to be named below, the Malays Raja Bilan Juragan; and La Banda; Ninga Moratja Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord This serving solely as an accompaniment to the enclosed French translation sent today to us by the deceased of the French snow L'Utile cruising here in Sunda Strait, which I have the honor respectfully to offer to Your High Nobility for inspection and in all haste. With which I have the honor to be with all high esteem /:beneath stood:/ Right Honorable, Highly Esteemed and Widely Ruling Lord /:lower down:/ Your High Nobility's very humble and obedient servant /:was signed:/ W:m C: E: wgert /:in the margin:/ Bantam, 11 March 1783. [illegible] 42. assigned to the king. This garrison is said to be further reinforced by 4 [illegible] undisciplined sepoys and some Papuans, who are called their Company's slaves. The signal currently in use there by arriving English ships consists of the Prince's Jack at the fore-topgallant masthead, seconded by the English flag from the flagpole; furthermore, they affirm for the truth that it was seen by them that every fourteen days a Chinese vessel arrives there from Batavia laden with arrack and other provisions, wherewith the enemy severely scoffs at us; The ill treatment by the English having then finally encouraged these declarants to release themselves from this painful domination by flight; they set out in flight from the transport ship with an English yawl on 27 December of the past year at 11 o'clock in the evening; in which they succeeded so fortunately that on 1 January last, off the latitude of Tjeconing, they were met by the boyer De Adelaar, commanded by Lieutenant J. J. Sels; who took them aboard and subsequently brought them to the warship Slotterhooge lying at anchor off Pulau Sebesi; which further had them transported I find myself compelled to inform Your High Nobility of the indisposition of the Prince of Bantam, which, although I cannot obtain detailed information about it, as I am refused permission to meet him for the present, is nevertheless stated by courtiers to be likely to have harmful consequences, for colds and violent fevers will not leave him, which are said to arise chiefly from an open swelling on the left side of the lower abdomen, and for the cure of which, as well as for the removal, were it possible, of his illnesses, he cannot be persuaded to

Dutch transcription

42. den koning bedeeld dit Guarnisoen zoude nog versterkt zijn door 4 â 500. ongedresseerde chipaijers en eenige papoesen, die bij hun Compagnies slaaven genaamt worden. Het zein dat aldaar thans door de aankomende Engelse scheepen in gebruijk is bestaat in de Prinse Geus van de voorbramtop, g'secondeerd door de Engel„ „se vlag van de vlagge Stok; wijders verzekeren zij voor waarheid dat door haar ge„ „sien is dat aldaar om de veerthien daagen van Bata„ „via aanland een Chinees vaartuijg belaaden met aracq en andere rivres daar de vijand op ons zeer meede schimpt; De kwaade behandeling der Engelse deese drie de„ „claranten dan eindelijk aangemoedigt hebbende om door de vlugt hun van deese Painible Heer schappij te ontslaan; hebben op den 27. December des gepass„ „seerde Iaars des avonds om 11: uuren zig van het trans„ „port schip met een engelse Jol op de vlugt begee„ „ven; alwaar zij zoo gelukkig ingeslaagt zijn dat op den 1: Januarij Iongstleeden hun op de hoogte van tje„ „coning ontmoet is de Boeijer De Adelaar g'comman„ „deerd door de Luijtenant J. G. Sels; die hun heeft overge„ „noomen, en vervolgens gebragt aan het onder poeloe Sebessie g'ankerd leggende oorlog schip het slotterhooge; die hun verders heeft doen transporteeren Ik vinde mij gedwonge uw Hoog Edelheid te moeten be„ de onpasselijkheid van „deelen, de onpasselykheid van den vorst van Bantam die schoon ik daar van geen omstandig narigt krijgen kan, alzo mij geweigert word denzelven voór als nog te mogen ontmoeten, evenwel door Hovelingen gesteld word van nadeelige gevolgen te konnen zijn, want hem kouden en heeren koortsen niet ver„ „laten willen, die voornamentlijk zoude voortkomen uit een openen verdikking aan de Linker zijde van de onderbuijk en ter welken geneesing als ook tot wegneeming waare het moogelijk van zijne ziekten, hij noet kan overhaalt worden Vun om 43. op het onder 't noorder Eijland g'ankerd leggend ook „log schip De Diamant van waar zij op gisteren tegens den middag met bovengenoemde Boeijer en bijhebbende Engelse Pol onder opsigt van gem:e Luijtenant Tels alhier gelukkig aangeland zijn. Dit vorenstaande Confesseeren zij de zuijvere en opreg„ „te waarheid te behelsen; berijdblijvende des gerequireerd werdende met Solemneele Eede te bevestigen; Aldus verklaart tot Bantam binnen het Fort:s speelwijk ten dage voorschreeve. /was ge„ „teekend :/ Paul Hubert /:Lager stond:/ twee kruijsjes waar omme Gesz:/ gesteld door Matthijs duijts; en Ioseph Samuel; /nog lager / 't welk getuijge. / was geteekend/ C: Telkamp; geww Scriba; /in margine / als Getuijgen /was Geteekend:/ C: van Abkouw, en Jacob Pieter Abra„ „ham zoon; — N. o 43: Heeden den 8:e Maart Anno 1783:. Compareerde voor mij Carel Telkamp gewooren scriba deeses Commandements Present de natenoe„ „mene getuijgen, de Malleijers Raja Bilan Iurragan; en La Banda; Ninga Moratja Hoog Edele Groot Agtbaren wijd gebiedende Heere Deeze Eenlijk dienende ten gezijde van het inleggend frans trans„ bieding van mnshardleun Laat wij op heeden door de overleeden van de alhier in straat sunda zijzende france snaauw L'utile toegezonden, welke ik de Eeren hebben uw Hoog Edelheid eerbiedig ter speculatie en allen Haast aan te bieden. Waar meede d' Eer hebben met alle hoog agting te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Groot agtb:s en wyjdgebiedende Heer /:lager:/ uw Hoog Edelheids zeer onderdanigen en gehoorzame dienaar /:was get:/ W:m C: E: wgert /: in mag:s/ Bantam den 11:e' Maart 1783. Tang Aan in a bij - de sell 1 ƒ teeren den 42. den koning bedeeld dit Guarnisoen zoude nog versterkt zijn door 4 ongedresseerde chipaijers en eenige papoesen, de hun Compagnies slaaven genaamt worden. Het zein dat aldaar thans door de aankom Engelse scheepen in gebruijk is bestaat in de Pa Geus van de voorbramtop, g'secondeerd door de „se vlag van de vlagge Stok; wijders verzekeren zij voor waarheid dat door „sien is dat aldaar om de veerthien daagen van „via aanland een Chinees vaartuijg belaaden aracq en andere rivres daar de vijand op on meede schimpt; De kwaade behandeling der Engelse deese „claranten dan eindelijk aan gemoedigt hebo om door de vlugt hun van deese Painible Ha te ontslaan, hebben op den 27. December des„ „seerde Iaars des avonds om 11: uuren zig van „port schip met een engelse Jol op de vlugt „ven; alwaar zij zoo gelukkig ingeslaagt zijn den 1: Januarij Iongstleeden hun op de hoogte „coning ontmoet is de Boeijer De Adelaar g'co „deerd door de Luijtenant J. J. Sels; die hun heer „noomen, en vervolgens gebragt aan het poeloe Sebessie g'ankerd leggende oorlog schi„ Slotterhooge; die hun verders heeft doen tram„ Ik vinde mij gedwonge uw Hoog Edelheid te moeten be„ de oorpasselijkheid van deelen, de onpasselijkheid van den vorst van Bantam die schoon ik daar van geen omstandig narigt krijgen kan, alzo mij geweigert word denzelven voór als nog te mogen ontmoeten, evenwel door Hovelingen gesteld word van nadeeligen gevolgen te konnen zijn, want hem kouden en heeren koortsen niet ver„ „laten willen, die voornamentlijk zoude voortkomen uit een openen verdikking aan de Linker zijde van de onderbuijk en ter welken geneesing als ook tot wegneeming waare het moogelijk van zijne ziekten, hij noet kan overhaalt worden om Fo

NL-HaNA_1.04.02_3653_1209 view scan ↗

English

43. on the warship De Diamant, lying anchored off the North Island, from where they safely arrived here yesterday towards noon with the aforementioned hoy and accompanying English prau under the supervision of the mentioned Lieutenant Tels. The foregoing they confess to contain the pure and upright truth, remaining ready, if required, to confirm this with a solemn oath. Thus declared at Bantam within Fort Speelwijk on the day written above. Was signed: Paul Hubert. Lower down stood: Two crosses, around which was written: placed by Matthijs Duyts and Joseph Samuel. Still lower: which I witness. Was signed: C. Telkamp, sworn scriba. In the margin: as witnesses, was signed: C. van Abkouw and Jacob Pieter Abrahamzoon. No. 43. Today, the 8th of March Anno 1783. Appeared before me, Carel Telkamp, sworn scriba of this Commandment, present the witnesses to be named below, the Malays Raja Bilan, Juragan, and La Banda; Ninga Moratja; Right Honorable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord. This serves solely to accompany the enclosed French translation from Mr. Hanslou, sent to us today by the officers of the French snow L'Utile cruising here in the Sunda Strait, which I have the honor respectfully to present to Your High Honor for consideration and with all haste. With which I have the honor to be with all high esteem, Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, Lower: Your High Honor's very humble and obedient servant. Was signed: W. C. E. Engert. In the margin: Bantam, the 11th of March 1783. 44. Tang Manido Malinamas; Sleeman; and Malie Sleeman, all six former subjects of the Dutch Company and inhabitants of Padang, who declared together and each of them in particular, at the requisition of the Honorable Esteemed Lord Commander Willem Christoffel Engert, that it was now about three months ago that they departed from Padang per prau Bekattier, laden with rice, oil, bananas, chickens, and dried fish, with the intention of selling them on Hadjie, but that due to contrary winds they were unable to get on course and were finally driven to Lampong Samanca, where the King's Regent, the Rearia Oeta Biskara, had them taken into custody and sent hither. Further declaring that when the English came ashore at Padang, not the slightest resistance was offered by our people, yea, even that not a single cannon shot was fired from the fort, and that the Company's subjects offered to fight against the English, but that this was forbidden by Commander Heemskerk, I find myself compelled to inform Your High Honor of the indisposition of the Prince of Bantam, which, although I cannot obtain detailed information about it, since I am refused permission to meet him for the time being, is nevertheless stated by courtiers to be capable of having detrimental consequences, for cold and hot fevers will not leave him, which are said to arise chiefly from an open swelling on the left side of the lower abdomen, and for the healing of which, as well as for the removal, were it possible, of his illnesses, he cannot be persuaded to 45. was forbidden; likewise, they relate that Padang has been abandoned by the English, and that no one remains there except some of our remaining native citizens, and that the same is governed on the landward side by the Raja of Padang, and on the seaward side by the Chinese Captain Rhee Tjoan. All of which related matters they affirmed together and each of them in particular to contain the pure and upright truth, remaining ready to confirm this with solemn oaths. Thus declared at Bantam within Fort Speelwijk on the day written above. Below stood: six crosses, around which was written: placed by Raja Bielang, LaBanda, Ninga Moratja, Tangmanido Malinamas, Sleeman, and Malie Sleeman. Lower stood: which I witness, was signed: C. Telkamp, sworn scriba. In the margin: as witnesses, was signed: A. Vinck and A. A. de Beaufort. Right Honorable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord. This serves solely to accompany the enclosed French translation from Mr. Hanslou, sent to us today by the officers of the French snow L'Utile cruising here in the Sunda Strait, which I have the honor respectfully to present to Your High Honor for consideration and with all haste. With which I have the honor to be with all high esteem, Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, Lower: Your High Honor's very humble and obedient servant. Was signed: W. C. E. Engert. In the margin: Bantam, the 11th of March 1783. Agrees: Telkamp Examined: A. A. de Beaufort. I find myself compelled to inform Your High Honor of the indisposition of the Prince of Bantam, which, although I cannot obtain detailed information about it, since I am refused permission to meet him for the time being, is nevertheless stated by courtiers to be capable of having detrimental consequences, for cold and hot fevers will not leave him, which are said to arise chiefly from an open swelling on the left side of the lower abdomen, and for the healing of which, as well as for the removal, were it possible, of his illnesses, he cannot be persuaded to

Dutch transcription

43. op het onder 't noorder Eijland g'ankerd leggend ook „log schip De Diamant van waar zij op gisteren tegens den middag met bovengenoemde Boeijer en bijhebbende Engelse Pol onder opsigt van gem:e Luijtenant Tels alhier gelukkig aangeland zijn. Dit vorenstaande Confesseeren zij de zuijvere en opreg„ „te waarheid te behelsen; berijdblijvende des gerequireerd werdende met Solemneele Eede te bevestigen;— Aldus verklaart tot Bantam binnen het Fort:s Speelwijk ten dage voorschreeve. /was ge„ „teekend :/ Paul Hubert /:Lager stond:/ Twee kruijsjes, waar omme Gesz:/ gesteld door Matthijs duijts; en Ioseph Samuel; /nog lager / 't welk getuijge. / was geteekend/ C: Telkamp; geww Scriba; /in margine / als Getuijgen /was Geteekend:/ C: van Abkouw, en Jacob Pieter Abra„ „ham zoon; N. o 43: Heeden den 8:e Maart Anno 1783:. Compareerde voor mij Carel Telkamp gewwooren scriba deeses Commandements Present de natenoe„ „mene getuijgen, de Malleijers Raja Bilan Iurragan; en La Banda; Ninga Moratja HHoog Edele Groot Agtbaren Wijd gebiedende Heere. Deeze Eenlijk dienende ten gezijde van het in leggend frans trans„ bieding van ms hansleu Laat wij op heeden door de overleeden van de alhier in straat sunda zijzende france snaauw L'utile toegezonden, welke ik de Eeren hebben uw Hoog Edelheid eerbradig ten speculatie en allen Haast aan te bieden. Waar meede d' Eer hebben met alle hoog agting te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Groot agtb:s en wyjdgebiedende Heer /:lager:/ uw Hoog Edelheeds zeer onderdanigen en gehoorzame dienaar /:was get:/ W:r C: E: wgert /:in mag:/ Bantam den 11:e Maart 1783. — Tang Junl Aan in - en be„ worden d de stell 44: den koning bedeeld Tang Manido Malinamas; Sleeman; en Malie„ Sleeman alle ses geweesene onderdanen der neder„ „landsche Compagnie; en Inwoonderen te Padang dewelke verklaarden te samen en een ider van hun int bijsonder ter Requisitie van den E. Agtbaaren Heer Gesaghebber willem Christoffel Engert, dat nu circa Drie maanden geleeden was, dat zij van Padang P:r brauw Bekattier zijn vertroffen; bela„ „den met Rijst; olij; bannen, Hoenders en droge vis, met intentie die op Hadjie te gaan verkopen dog dat door contratie wind den Ruijs niet hadde kunnen krijgen zij Eijndelijk na Lampong sa„ „manca waaren gedreeven; alwaar haar 'sko„ „nings Regent den Rearia oeta Biskara i verseekering had doen neemen; en herwaards ge „sonden Wijders verklaarende dat wanneer de Engelsche op Padang aan Land gekomen, geen de minste tegenstemd door de onse was gebooden, Ia selfs dat er geen een Cannon schot van het port ge„ „vallen was, en dat 'sComp. s onderdaanen zig hebben g'offereerd om tegens de Engelse te slaan dog dat zulx door den Commandeur Heemskerk verboden ƒ Ik vinde mij gedwonge uw Hoog Edelheid te moeten be„ de onpasselijkheid van „deelen, de onpasselijkheid van den vorst van Bantam die schoon ik daar van geen omstandig narigt krijgen, kan, alzo mij geweigert word denzelve voór als nog te mogen ontmoeten, evenwel door Hovelingen gesteld word van nadeelige gevolgen te konnen zijn, want hem konden en heeren koortsen niet ver„ „laten willen, die voornamentlijk zoude voortkomen uit een openen verdikking aan de Linkerzijde van de onderbuijk en ter welken geneesing als ook tot wegneeming waare het moogelijk van zijne ziekten, hij noet kan overhaalt worden om a. 45. verbooden wierd, zoo meede Relateeren zij dat Pa„ „dang boor de Engelse verlaten is; en dat zig daar niemand onthoud als nog eenige van onse over„ „gebleevene Inlandse Burgers; en dat het zel„ „ve geregeerd word aan de Land zijde door den Raadja van Padang; en aan de zeekant door den Capitain Chinees Rhee Tjoan. Het welk een en ander gerelateerde zij betuijgden te zamen en een Ider van hun in't bijsonder de suijvere en opregte waarheid te behelsen; en be„ „tijd blijven desen met solemneele Eeden te sterken Aldus verklaard tot Bantam binnen het Fort Speelwijk ten dage voorschreeven /onder stond/ ses kruijsjes (waar omme gesch:/ gesteld door Raja Bielang, LaBanda; ninga Moratja; Tangma„ „nido Malinamas; Sleeman; en Malie Sleeman; /Lager stond / welk getuijgd :/ was geteekend:/ L. Telkamp; Gesw: Scriber /in margine:/ als Getuij„ „gen /was geteekend:/ A: vinck, en A: A: de Beaufort; Hoog Edele Groot Agtbaren Wijd gebiedende Heere Deeze Eenlijk dienende ten gezijde van het in leggend frans trans„ bieding van ons hanslau Laat wij op heeden door de overheeden van de alhier in straat sunda zijzende france snaauw L'utile toegezonden, welke ik de Eeren hebben uw Hoog Edelheid eerbiedig ter speculatie en allen Haast aan te bieden. Waar meede d' Eer hebben met alle hoog agting te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Groot agtb:s en wydgebiedende Heer /:lager:/ uw Hoog Edelheids zeer onderdanigen en gehoorzame dienaar /:was get:/ W: C: b: wgert /:in mag:/ Bantam den 11:' Maart 1783. — Accordeert Celkan Eple son: Aan in e hun aken dat ver bela ge erk r ben den ƒ d de Hell den koning bedeeld Nagezien A=m A=m De Braufort Ik vinde mij gedwonge uw Hoog Edelheid te moeten be„ de onpasselijkheid van „deelen, de onpasselijkheid van den vorst van Bantam die schoon ik daar van geen omstandig narigt krijgen kan, alzo mij geweigert word denzelven voór als nog te mogen ontmoeten, evenwel door Hovelingen gesteld word van nadeelige gevolgen te konnen zijn, wan't hem kouden en heeren koortsen niet ver„ „laten willen, die voornamentlijk zoude voortkomen uit een opene verdikking aan de Linker zijde van de onderbuijk en ter welken geneesing als ook tot wegneeming waare het moogelijk van zijne ziekten, hij noet kan overhaalt worden om

NL-HaNA_1.04.02_3653_1213 view scan ↗

English

47. Anno 1783. Netherlands Secret Copy Letter Book To His Right Honorable The Right Honorable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord Mr Willem Arnold Alting Governor-General of the Dutch East Indies, etc. etc. etc. Right Honorable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord. This serves solely for the forwarding of the enclosed French translation, which was sent to us today by the deceased of the French snow L'Utile cruising here in the Sunda Strait, which I have the honor respectfully and in all haste to offer for Your Right Honorable's consideration. Wherewith I have the honor to be with all high esteem, was signed: Right Honorable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, lower: Your Right Honorable's most humble and obedient servant, was signed: Wm. C. Engert, in the margin: Bantam, the 1st of March 1783. To the same as before. Further communication that a proa was taken by pirates, of which the crew was saved; the king resigns himself to the loss. Examined: Am. As. De Beaufort In my respectful letter of the 17th of this month, I took the liberty to bring to Your Right Honorable's attention in a postscript that a proa dispatched from Anjer to convey letters to the warships had been attacked and captured by pirates. And since, through the assistance of Captain Halfman, the 1 European and 7 Matangese who were aboard were tracked down and brought here yesterday evening with the assistance of a pepper proa, I have in the hope of Your approval had a sworn statement taken from the soldier, which I have the honor to present for Your Right Honorable's consideration. Further noting that only the King's proa, as well as the letter sent by me, were the victims of this surprise attack, to which loss the King resigns himself. And whereas it had been reported to me that it was a Company letter, I investigated the matter, but found the contrary, the soldier having assured me that it came from me, for which reason I have this morning 48. 49. remedied the loss of the said letter by sending a further copy thereof to that commander. I take the liberty to also offer Your Right Honorable a copy thereof, as proof that I contribute everything on my part to be, if possible, of one mind with Captain Halfman; and wherewith, wishing Jehovah's precious blessing, I take the honor to remain with all high esteem, was signed: Your Obedient Servant, was signed: W. C. Engert, in the margin: Bantam, the 22nd of March 1783. To the same as before. Presentation of a request; request for a pleasure trip. I hope that my boldness in submitting the enclosed request from the Military Captain here, without my having anything else to add to this, will find excuse with Your Right Honorable, the more so because this action has as its only reason the love for my fellow man. Referring myself fully to the contents of this request, I humbly take the liberty to support it with an intercession, so that, if possible, this request might soon be granted to him by Your Right Honors, as his complete recovery and well-being very likely depend upon obtaining it. I have the honor to be with all high esteem, was signed: Your Obedient Servant, was signed: W. E. Engert, in the margin: Bantam, the 15th of July 1783. To the Honorable and Valiant Lord Jacob Fredriks, Captain at Sea Submission of a sea pass as well as news from Your Right Honors. Examined: Am. As. De Beaufort The sea pass of the Danish repatriating ship the Princesse Charlotta Amalia, along with Your Honor's esteemed letter of the 21st of this month, reached me the following day, whereupon as soon as possible I communicated both this newspaper and the full contents of Your Honor's letter to Your Right Honors, and whereon this morning I received the inserted reply handed to me from the same: "Your Honor must order Captain Fredriks as soon as possible, 50. 51. without delay, to return with his warship the Diamant to this roadstead, without touching at Bantam, this serving in reply to Your Honor's separate letter of the 22nd of this month." I therefore hereby acquit myself of this communication, in the hope that, placing full faith in this, it will be complied with without any further delay. I have the honor to remain with all esteem, was signed: Your Obedient Servant, was signed: Wm. C. Engert, in the margin: Bantam, the 27th of March anno 1783. Agreed. Examined: Am. As. De Beaufort Examined: Am. As. De Beaufort Annexes to the Secret Incoming Letter Book received 1784, third volume. 58. Arrival of the English ship Sandwich at Anjer communicated. To His Right Honorable The Right Honorable and Highly Esteemed Lord Mr Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Honorable and Valiant Lords Councillors of the Dutch East Indies, etc. etc. etc. Right Honorable and Highly Esteemed Lord and Honorable and Valiant Lords. I have the honor to present enclosed to the same the sea pass of the English ship Sandwich, lying anchored at Anjer and destined for China, upon whose dispatch hither I was separately informed by the postholder there that he had learned that this ship, before undertaking its voyages, intended to proceed to the Batavian Roadstead.

Dutch transcription

1. 47. D' A:o 1783. Nederland Copia Secreete Brieff Voor Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Agtbaren Wijdgebiedende Heeren Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van Nederlands Indië, &a &:a &a Hoog Edele root Agtbaren Wijd gebiedende Heere. Deeze Eenlijk dienende ten getijde van het inleggend frans trans„ en bieding van ons hanslu Laat wij op heeden door de overleeden van de alhier in straat sunda zijzende france snaauw L'utile toegezonden, welke ik de Eeren hebben uw Hoog Edelheid eerbiedig ten speculatie en allen Haast aan te bieden. Waar meede d' Eer hebben met alle hoog agting te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Groot agtb:s en wydgebiedende Heer /:lager:/ uw Hoog Edelheids zeer onderdanigen en gehoorzame dienaar /:was get:/ W:m C: E: wgert /:in marg:/ Bantan den 1:e Maart 1783. — in a. de stell d Aan den gen ben Aan als vooren. naden Communicatie dat Een praauw door de zeeroven genomen is waar van 't volk geredis de koning troost zig 't verlus. Nagezien A=m: A De Braufort Bij mijn Eerbiedig schrijven van den 17 deezer, neem ik de vrij „heid uw Hoog Edelheid bij een p. s. ter kennissen te brengen, dat een van anjer, ter overbreng van brieven na de oorlug scheepen, geexpedieerde praauw, door de zeerover aangerand, en wegge„ „nomen was. En alzo door hulp van Capitain Halfman de daar op geweest zijnde 1 Europees, en 7. metangers opge „speurt, en door bij stand van Een peperpraauw op gisteren avond herwaarts gebragt zijn, (zoo hebbe ik /:in hoope van welduij„ „ding:/ hem krijger een b'eedigde verklaring laten afneemen, die ik d' Eere heb uw Hoog Edelheid ter speculatie aan te bee„ „den, Noteerende wijders dat eenlijk 's konings praauw, zoo meede mijn meede gegeeven brief, de rictime van deeze overrom„ „peling geweest is, in welk verlies den koning zig getroost En dewijl mij berigt was dat het een Comp:s brief waaren zoo heb ik daar na onderzoek gedaan, dog het tegendeel be„ „vonden, wanneer mij door den soldaat verzeekert is, dat den „zelve van mij was komende, waarom ik heeden morgen dit 48. . 49: remediatien van t ver lies eenig brief aanbieding van een request togtje Copia Secreete Nederland Brieff Voor dit verlies geremedieert hebbe, door nadere toesending aan dien baster van een Copia derzelve; Ik neeme de vrijheid uw Hoog Edelheid overzending eenen Capij daar van meede Copia aan „ bieden, ten bewuijs dat ik van mijn kant alles contribueeren, om was het moogelijk met Capitain Halfman eens gezint te zijn; en waar meede ik onder toewensching van Iohavas dierbare zegen mij d' Eere aanmatigen met alle hoog agting te verblijven /:onderstond:/ S: O: /:was get:/ W: C: Engert /:in marginen:/ Bantam den 22 Maart 1783. Aan als vooren. Mijne stouthud in het aanbieden van het ingesloten request van den Capitain Militair alhier, zonder dat ik hier iets anders bij te voegen heb, hope ik dat bij uw Hoog Edelheid verschooning vinden zal, te meer, wijl dit bestaan eenlijk tot reeden heeft, de Liefde tot mijn Evenmensch. Mij ten volle refereerende aan den inhoud van dit request verzoek om een spring zoo neem ik nedrig de vrijheid het zelve te appuijeeren door eene voor spraak, om waare het moogelijk dat dit ver„ zoek, hem spoedig door haar Hoog Edelheedens gunstig D' A:o 1783. konden in - de stell a. vrij aanbieding van een verprijbriet zoo meede van nouvelles van Wuuwen Hoog Nagezien A=m: As: De Beaufort konden toegestaan werden, als aan de oblenuen daar van veel ligt zijn volkomen herstel en welvaart is afhangende Ik hebbe d' Eere met alle hoog agting te zijn /:onderstond/ S: O: /was get:/ WE Engert /:in margine:/ Bantam den 15. Julij 1783 Aan den E Manhaften Heer Jacob Fredriks Capitain ter Zee De verprij brief van het Diensch repatrieerend schip de prin„ „cesse Charlotta Amalia, nevens uw Ed: g'Eerd schrijven van den 21.:e deezer zijn mij daags daar aan wel geworden wanneer ik zoo spoedig moogelijk, zoo wel dit nieuws papier als den volle inhoud van uwelEd: Letteren haar hoog Edelheedens bedeelt hebben, en waar op mij heeden morgen ontvangen ontvond van hongst dezelven dit g'insereerde andwoord ter hand gesteld word. „ uw E. moet Capitain Fredriks ten Spoedigsten gelasten om „ „ sonder uitstel met zijn onderhebbend oorlog schip d' dir„ „imant na deeze rheede te rug te keeren, sonder bantaon Edelheedens. 50: 51: Copia Secreete Brieff Voor „aan te doen, dienende dit in andwoord op UE aparte van den 22. hujus Ik acquitteere mij dus hier meede van dieze bedeeling in hoope, hier aan een volle geloof defereerende, zonder eenig verder dilaij of uitstel voldaan zal worden. Ik hebbe d' Eer met alle agting te verblijve /:onderstond:/ S: O: /: was get: /: W:m C: Ewgert /:in marginen:/ Bantam den 27 Maart ao: 1783. Nederland Accordeert 25 Gebrs Noriber in D Ao. 1783. a. de stell 1. ƒ taen Nagezien A=m: A=s: De Beaufort Copia Secreete Brieff Voor Nederland D Ao. 1783. ƒ a. ge stell in Nagezien A=m: A=s: De Beaufort Copia secreete Brieff Voor Nederland 2 Ao. 1783. Bylagen van het Secreet Inkomend Briefb=s overgek: 1784 derde deel Aan dee stell a. x 58 komst van 't Engels schip Sandwich op anjor bedeeld. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Groot Agtbaren Heere M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie &=a &„a &„a Hoog Edele Groot Agtbaaren Heer En Wel Edele Gestrenge Heeren Ik heb d' Eer Hoogst dezelve ingeslooten aan te bieden verprij brieff van het op anger g'ankerd leggend, en na China gedestineerd Engels schip Sandwich bij welker herwaards zending mij door den posthouder, van daar apart berigt word, vernomen te hebben, dat dit schip alvoorens zijne reijzen te onderneemen, zig na de Balaviaphen Bylagen van het Secreet Inkomend Briefb= overgek: 1784 derde deel de stell Aan

NL-HaNA_1.04.02_3653_1224 view scan ↗

English

and his intention. Today's letter dated 19 September of the past year. The great shortage of money communicated to the king and grandees of the realm. would depart for the Batavia roadstead; which intention I consider myself obliged to inform Your High Nobilities of. I have the honor to remain with all high esteem, Right Honorable, Highly Esteemed Lord, and Right Honorable, Stern Lords, Your High Nobilities' very humble and obedient servant, signed: W. C. Engert In margin: Bantam, 16 November 1783 Still remaining for me to answer, is Your High Nobilities' high reply to your honored separate letter dated 19 September last, and which I could not comply with earlier, given the accompanying order to present to the prince in a suitable manner the great shortage of money at the capital, through which the Same was initially unable to send over the entirety of what is required for the pepper trade, in order to devise such arrangements as would be necessary to suffice for now with the partial payment, and that under honored promise to make up the remainder upon the arrival of sufficient relief from the Netherlands. To the same as before. Answer of the king and grandees of the realm communicated to Your High Nobilities. Request of the regent of the realm to supply the payment of the remaining Sp. 8220.-. that having been carried out by me upon its receipt in the most decent manner, and having been left by His Highness to a conference and full approval of the regent of the realm and the councillors of the realm, this could not take place earlier than yesterday, as the constant indisposition of the pangerang guardian of the realm did not permit such a meeting earlier. I therefore have the honor to dutifully report to Your High Nobilities that this declaration was immediately accepted in a manner that neither the prince nor I had expected, as all the councillors of the realm fully confessed to being inclined to submit to everything Your High Nobilities might prescribe to them, promising to arrange the postponement of payment with the suppliers in such a manner that it would cause not the least grumbling or opposition, hoping nevertheless that the shipment hither of sufficient specie would not exceed six months. However, since the pepper most recently transported by the Vrouwe Cornelia Hillegonda contained a surplus of 548 Bharen which, due to a lack of sufficient cash, could not be liquidated or paid off, as Appendices of the Secret Incoming Letterbook, received 1784, third part Request for some highly needed cash, in addition to the aforementioned reason. the stock on hand only permitted the payment of 3000 Bharen, in addition to a remaining balance of Sp. 104: 51: 8, those grandees of the realm very humbly requested that this surplus amounting to Sp. 8220.- might be sent to me at the earliest opportunity, so that this transported pepper may be liquidated in its entirety, and its deliverers or suppliers can be sent back to the Lampong districts for further collection, by which they would be exceptionally pleased; which request I have undertaken to submit to Your High Nobilities, in the confidence that the stock will still permit this balance to be cleared and sent to me in a secure and speedy manner. From this Your High Nobilities will also establish at the same time that, apart from the aforementioned Sp. 104: 51: 8 which has remained unapplied, my main cash chest is empty, as evidenced by the note of the cash balances as of the end of October last, and as the prince, pursuant to Your High Nobilities' honored approval, may be assisted monthly with Sp. 1000.- for the maintenance of his household, and is therefore in great embarrassment, it would be particularly agreeable to me if I could be accommodated for that purpose, above the aforementioned Sp. 8220.- or Sp. 8115: 13: 8, with 5 to 6000 Sp. for the time being, in order not to need to trouble Your High Nobilities for the main cash chest during the first 4 to 5 months, although it is to be foreseen that within that time an ample stock of pepper will be on hand. The 5 Javanese letters received with Your High Nobilities' highly honored letter dated 21 last, and for which, in our joint rescript of the 27th following, it was humbly requested that they might be left for a few days in the hands of the prince for reading and deliberation, in order to examine whether their contents allowed them to be safely delivered to their addressees, having now been returned to me by His Highness, with instructions to return them to Your High Nobilities in a very proper and suitable manner, along with the prince's friendly request to be excused from their delivery, as they contain requests and inquiries that seem to contribute nothing to his peace of mind; wherefore Dispatched 5 Javanese letters to Your High Nobilities. Requested by the king to be excused from their delivery. he requests it would give him exceptional pleasure if these five letters from his half-brother Mangala were destroyed by Your High Nobilities. Appendices of the Secret Incoming Letterbook, received 1784, third part

Dutch transcription

en zyn Intentie heedens brief de dato 19 Septb: J:o L: het groot geld gebrek den koning en rijxgroten be„ deeldd. — Bataviasche rheede zoude begeeven; welk voorneemen ik mij verpligt reekenen uw Hoog Edelheedens te moeten provenieeren. —. Ik hebbe de beven met allen hoog agting te verblijven /:ondersd:/ Hoog Edele groot agtbaren Heer en WilEdele gestrenge Heeren /:lager/ uw Hoog Edelheedens zeer onderdanige en gehoorzamen dienaan /:was get:/ W:m C: E:ngert /: in margine:/ Bantam den 16 Nov:r 1783 Mij nog te beandwoorden zijnde, uw Hoog Edelheedens hoog andwoord op haar hoog Edel gevenereerd apart schrijven de dato 19. Septb: passato, en waar aan ik niet eerder heb kunnen voldoen, aangezien de daar nevens gedemandeerde Last, om den vorst op eene gepaste wijzen voor te houden het groot geld gebrek ter Hoofdplaatsen, waar door Hoogst dezelve voor eerst buijten staat waaren het benodigden tot den peper handel in zijn geheel te kunnen overzenden ten einden te beraamen zodanige schikkingen als nodig zijn zoude, om met de afbetaaling eener gedeelten voor eerst verz te kunnen volstaan, en zulx onder g'Eerde toezegging, om bij Thie aanbreng van genoegzamen ontzet ii't Nederland, het Hesterenden Aan als vooren. 55 Aan andwoord van den koning en rijxgroten haar hoig Ed:s gecommuniceerd. stierder, omde betaling van nog sp:s 8220:—. resteerende te zullen supplieren; dat bij zyn ontvangh door mij op de decenste wijzen ter uitvoer gebragt, door zyn Hoogheid aan een mondgesprek en volkomen goedvinden van den rijxbe„ „stierder en rijxraaden overgelaten zijnde, zulx niet vroeger dan op gisteren gevolg heeft kunnen neemen, alzoo de asidu„ eele indispositie van den pangerang rijxvoogt een zodanigen bij eenkomst niet eerder gepermitteerd heeft. Ik heb over zulx d' Eeren Uw Hoog Edelheedens pligtschuldig te berigten dat deeze verklaring direct aangenomen is, op eene wijzen, die nog den vorst, nog ik verwagt hadden, alzo alle de rijxraaden volmondig bekenden genegen ten zijn, zig ten onderwerpen aan al het gunt uw Hoog Edelheedens hun mogten voorschrijven, alzoo zij zig verbonden, het uitstel van afbetaling bij de Leveranciers zodanig te schikken, dat zulx geen het minster gemon of tegenstreeving zoude te weeg brengen in hoopen nogthans dat de herwaarts zending van genoegzame contanten geen zes maanden zoude Excedeeren. . Dan Evenwel alzo de Iongst per de vrouwe Cornelia verzoek van den rijxben Hillegonda vervoerde peper, een en meerderheid van 548 Bha„ „ren inhield die door gebrek aan genoegzamme contanten niet is kunnen gelequideert of te afbetaald worden, alzoo den Bylagen van het Secreet Inkomend Briefb=t overgek: 1784 derde deel ik en /:onderst:/ Heeren zamen 6 Nove: 1783 hoog raan s r den gzijn # bij t het c ll om nevens gem: redmen verzoek om eenigen hoog benodigden Contanten. de aanhanden gehad hebbende voorraad eenlijk gepermitteerd heeft 3000:–: Bharen te voldoen, nevens nog eenig restant van Sp:s 104: 51: 8: zoo verzogte, die rijx grooten zeer, Ootmoe„ „dig dat deeze meerderheid tot sp:s 8220:—. mij met den bersten mogten werden toegezonden, op dat deeze vervoerde peeper in zijn geheel gelequideert, dies aan brengers ofte Leveran„ ciers, ter meerder afhaal na de lampongse districten kunnen te rug gezonden worden, en waar meede hun bij„ „zonder genoegen geschieden zouden; welk verzoek ik op wij genomen hebben uw Hoog Edelheedens, te zullen voordragen, in 't vertrouwen, de voorraad als nog per„ „mitteeren zal, dit restantien te kunnen afsteeken, en mij op eene secuure en spoedige wijzen toe te zenden. Hier uit zal uw Hoog Edelheedens ook teffens fonsteeren dat buijten de opgenoemde sp:s 104: 51: 8. die ongeEmplooijeert verbleeven zijn mijnen groote geld cassa Ledig is, blijkens de Notitie der geld restanten onder Ulto October Laastleeden, en alzoo den vorst ingevolgen g'Eerd goedvinden uwer Hoog Edelheedens 'smaandelijx ter onderhouding van zijn Huishouder met sp:s 1000:—:, mag werden g'assisteerd, en die daarom zeer verleegen is, zoo zouden mij bijzonder aangenaam zijn, wanneer ik daar voor, boven de voorzegden sp:s 8220:—. ofte wel 1 verten 1 23 Aan „ door den Koning dus afgaven g'excu„ id te blijven sp:s 8115: 13: 8. met 5 a 6000: —. sp:s voor eerst konde ge„ „rieft worden, om niet nodig te hebben uw Hoog Edelheedens in d' Eerste 4 â 5. maanden voor de grooten geld cassa te moeten Lastig vallen, schoon het te voorzien is dat er binnen die tijd een ruijmen voorraad peper aan handen zijn zal. De bij Hoog g'Eerde Litteren uwer Hoog Edelheedens de dato 21 passako ontvangen 5 Javaanse brieven en waar voor bij onze gemeene rescriptie van den 27:e daar aan oot„ zending van 5 Jav:s moedig verzogt is dat dezelve ter Lictuuren en overmee„ oar hoog Edelheedens ging eenige dagen mogten gelaten worden in handen van den vorst, om na te gaan of derzelven inhoud ge„ „doogden die aan hunne addressen gerust te kunnen af„ geeven dezelve wij thans door zijn Hoogheid weder g'intrageerd zijnde, met Last om die op een zeer geschikken en gepasten wijze aan uw Hoog Edelheedens te ren„ voijeeren, nevens 's vorsten vriendelijk verzoek, om van dies afgaven te moogen bevrijd zijn, alzoo hem daar in verzoeken en in formatien voorkomen, die tot zijne gerustheid, niets schijnen te contribueeren; waarom „waarom verzoekt hem een uitneemend genoegen geschieden zouden, wanneer deeze vijf brieven van zijn halve broeder mangala, door uw Hoog Edelheedens wierden ver„ Bylagen van het Secreet Inkomend Briefb=t overgek: 1784 derde deel nietigt itteerd stant Ootmoe„ den Eersten peeper veran„ rieten hun bij„ ik op llen nog per„ en, den. en die d Cassa Ulto Eerd neer de stell

NL-HaNA_1.04.02_3653_1228 view scan ↗

English

in addition to the aforementioned reasons, a request for some highly necessary cash. The stock on hand having strictly permitted to settle 3000 Bhars, in addition to a remaining balance of Sp:s 104: 51: 8, the dignitaries of the realm very earnestly requested that this surplus up to Sp:s 8220:— might be sent to me at the earliest opportunity, so that this transported pepper may be liquidated in its entirety, and its deliverers or suppliers may be sent back to the Lampong districts for further collections, which would give them extraordinary satisfaction; which request I have taken the liberty to submit to Your High Noblenesses, in the trust that the stock will still permit this small remainder to be dispatched and sent to me in a secure and prompt manner. From this Your High Noblenesses will at the same time observe that, besides the aforementioned Sp:s 104: 51: 8 which have remained unapplied, my large treasury is empty, as evidenced by the note of the cash balances as of late October last; and since the sovereign, pursuant to Your High Noblenesses' approval, must be assisted monthly with Sp:s 1000:— for the maintenance of his household, and who is therefore in great embarrassment, it would be particularly agreeable to me if, over and above the aforementioned Sp:s 8220:— or rather Sp:s 8115: 13: 8, I could provisionally be accommodated with 5 to 6000 Sp:s, in order not to have to trouble Your High Noblenesses for the large treasury in the first 4 to 5 months, although it is to be foreseen that within that time an ample stock of pepper will be at hand. Regarding the 5 Javanese letters received with Your High Noblenesses' highly honored correspondence dated the 21st ultimo, and for which it was humbly requested in our general rescript of the 27th following that they might be left in the hands of the sovereign for a few days for perusal and deliberation, in order to ascertain whether their contents permitted their safe delivery to their addresses; the same having now been returned to me by His Highness, with instructions to return them to Your High Noblenesses in a very proper and fitting manner, together with the sovereign's friendly request to be excused from delivering them, since they contain requests and inquiries that appear to contribute nothing to his peace of mind; for which reason it would give him exceeding pleasure if these five letters from his half-brother, Mangala, were destroyed by Your High Noblenesses and he could be excused, and also that the fears which urge him thereto be approved. Having nothing else on this occasion to impart to or request from Your High Noblenesses, I take the liberty to commend myself to your supreme protection, while I have the honor to remain with all deference and due respect. Below: P:O: Was signed: W:m C:s Engert. In the margin: Bantam, the 29th of November 1783. Agrees. Appendices to the Secret Incoming Letter Book, arrived 1784, third volume. Separate Appendices. No. 3 Second set Appendices to the Secret Incoming Letter Book, arrived 1784, third volume. Register of the Appendices belonging to the Separate Letter and the Daily Register of Castle Rotterdam, dispatched the 15th of October Anno 1783: Letter from the Lord Governor to the Bima Resident E: Meurs, dated the second of June 1783. Ditto from the Bookkeeper and Maros Resident G: Brugman to the Lord Governor, dated 6th of June 1783, No. 2. Letter from the Sergeant and Extirpator at Boutong, P: Beausamie, to the same as above, dated 8th of August 1783. Letter from the Lord Governor to the Bima Resident C: Meurs, dated 24th of June 1783. Letter from the Lord Governor at Banda, I: E: Seidelman, to the Lord Governor here, dated 30th of April 1783, No. 4. Letter from the Chief at Timor, the Honorable A: van Este, to the same as above, dated 22nd of November 1782, No. 5. Letter from the Lord Governor to the Boelecomba Resident Monsieler, dated 2nd of July 1783, No. 6. Letter from the Commissioners, the Chief Interpreter D: Deefhout and company, to the Lord Governor, dated 10th of July 1783, No. 7. Letter from the Bima Resident Meurs to the same as above, dated 14th of July 1783, No. 8. The reply of the Lord Governor thereto, dated 25th of July 1783, No. 13. Letter from the Chief Interpreter D: Deefhout and company to the Lord Governor, dated 30th of July 1783, No. 14. Translated letter signed by the Kings of Karrang-Assang and Salemparrang to the Lord Governor and Council here, dated 13th of June 1783, No. 18. Translated letter from and to the same as above, dated as above, No. 22. Letter from the Saleyer Resident de Swart to the Lord Governor, dated 11th of August 1783, No. 24. The reply of the Lord Governor thereto, dated 16th of August 1783, No. 26. Ditto from the same as above to Gustij Moera Madde Karrang-Assang and company, dated 23rd of August 1783, No. 27.

Dutch transcription

om nevens gem: redmen verzoek om eenigen hoog benodigden Contanten. de aanhanden gehad hebbende voorraad een lijk gepermitte heeft 3000:–: Bharen te voldoen, nevens nog eenig resta van Sp:s 104: 51: 8: zoo verzogte, die rijx grooten zeer, Ookm „dig dat deeze meerderheid tot pp:s 8220:—. mij met den mogten werden toegezonden, op dat deeze vervoerde peek in zijn geheel gelequideert, dies aan brengers, ofte Lever ciers, ter meerder afhaal na de lampongse distric kunnen te rug gezonden worden, en waar meede hun „zonder genoegen geschieden zouden; welk verzoek ik wij genomen hebben uw Hoog Edelheedens, te zullen voordragen, in 't vertrouwen, de voorraad als nog „mitteeren zal, dit restantjen te kunnen afsteeken en mij op eene secuure en spoedige wijzen toe te zenden Hier uit zal uw Hoog Edelheedens ook teffen= Consteeren dat buijten de opgenoemde sp:s 104: 51: 8. d ongeEmplooijeert verbleeven zijn mijnen groote geld Ledig is, blijkens de Notitie der geld restanten onder U October Laastleeden, en alzoo den vorst ingevolgen g goedvinden uwer Hoog Edelheedens 'smaandelijx ter onderhouding van zijn Huishouder met sp:s 1000:—:, m werden g'assisteerd, en die daarom zeer verleegen is zoo zouden mij bijzonder aangenaam zijn, wann ik daar voor, boven de voorzegden sp:s 8220:—. ofte wel verten 1 57 Aan brieven door den Koning aan haar hoog Edelheedens van dies afgaven g'excu„ seerd te blijven sp:s 8115: 13: 8: met 5 a 6000: — sp:s voor eerst konde ge„ „rieft worden, om niet nodig te hebben uw Hoog Edelheedens in d' Eerste 4 â 5. maanden voor de grooten geld cassa te moeten Lastig vallen, schoon het te voorzien is dat er binnen die tijd een ruijmen voorraad peper aan handen zijn zal. De bij Hoog g'Eerde Litteren uwer Hoog Edelheedens de dato 21 passako ontvangen 5 Javaanse brieven en waar voor bij onze gemeene rescriptie van den 27:e daar aan oot„ terug zending van 5 Jav:s gmoedig verzogt is dat dezelve ter Lictuuren en overwee„ ging eenige dagen mogten gelaten worden in handen van den vorst, om na te gaan of derzelven in houd ge„ „doogden die aan hunne addressen gerust te kunnen af„ geeven, dezelve mij thans door zijn Hoogheid weder g'intrageerd zijnde, met Last om die op een zeer geschikken en gepasten wijze aan uw Hoog Edelheedens te ren„ voijeeren, nevens 'svorsten vriendelijk verzoek, om van dies afgaven te moogen bevrijd zijn, alzoo hem daar in verzoeken en in formatien voorkomen, die tot zijne gerustheid, niets schijnen te contribueeren; waarom reeden waarom verzoekt hem een uitneemend genoegen geschieden zouden, wanneer deeze vijf brieven van zijn halve broeder, mangala, door uw, Hoog Edelheedens wierden ver„ Bylagen van het Secreet Inkomen& Briefb=t overgek: 1784 derde deel mitigt de stell nietigt en hem konden verschoont ook geapplaudeert worden, de vreezen die hem daar toe noopen. Niets anders bij deeze gelegendheid uw Hoog Edel„ „heedens te bedeelen, ofte verzoeken hebbende, zoo neem ik de vrijheid mij in hoogst derzelver protextien en bescher„ „ming te beveelen, matigen ik wij d' Eeren aan met allen ontzag en verschuldigde Eerbied te verblijven /:onderst:/ P:O: /:was get:t /: W:m C:s Engert. /: in margine:/ Bantam den 29 Novemb: 1783. e Accordeert. op slat Bylagen van het Secreet Inkomend Briefb=t. overgek: 1784 deert. Edel, neem s er„ allen dn 1k tem derde deel e Aan de stell Aan Sima Aparte Bijlagen. N„o 3 Tweede stell Bylagen van het Secreet Inkomend Briefb=. vergek: 1784 derde deel S e Dima Brief van den Heer Gouverneur aan den Bimas Resident E: Meurs de dato twee„ d„o .. . . . . „den Iunij 1783. . . . Brief van den Boekhouder en Maros Resident G: Brugman aan den Heer Gouverneur de dato 6=e Iunij 1783 - - - - - - - - - - „ _„o Brief van den zergeant en Extirpateur te Boutong P: Beausamie aan „ als Even de dato 8„e Augustus 1783. . .. Brief van den Heer Gouverneur aan den Bimas Resident C: Meurs de dato „ - . 24„e Iunij 1783 - - - „ Brief van den Heer Gouverneur te Banda I: E: Seidelman aan den Heer - - „ 4. Gouverneur alhier de dato 30: April 1783. - - - - - Brief van den opperhoofd te Timor UE: A: van Este aan als Even de dato 22„e November 1782:. - - - - - - „ 5. - - - Brief van den Heer Gouverneur aan Boelecombas Resident Monsieler - - - „ 6. de dato 2=e Iulij 1783: - - - - - Brief van de Commissianten den oppertolk D: Deefhout C: S: aan den Heer Gouverneur de dato 10=e Julij 1783: - - - Brief van den Bimas: Resident Meurs aan als Even de Dato 14 Julij 1783:„ Het antwoord van den Heer Gouverneur daar op de dato 25=e Julij 1783 - - - „ 13. Brief van den oppertolk D: Deefhout C: s: aan den Heer Gouverneur de dato 30„e Iulij 1783:. - -. Translaat Brief getz: door de koningen van karrang-Assang en Sa„ „lemparrang aan den Heer Gouverneur en Raad alhier de dato 13=e - - - - „ 18. Junij 1783: - - - Translaat Brief van en aan als Even de dato als boven - - - - „ 22. Brief aan den Saleijers Resident de swart aan den Heer Gouverneur de - - - - „ 24. dato 11=e Augustus 1783: - - - - - Het antwoord van den Heer Gouverneur daar op de dato 16: aug„s 1783-: „ 26. _„o „ als Even aan Gustij Moera Madde Karrang-assang C: S: de dato 23 Augustus 1783: - - - - - - - - „ 14. Register der Bijlagen gehoorende tot de Aparte Brief en het Dag Register des kasteels Rotterdam afgezonden den 15=e october A„o 1783:— verte„ Aan 2. - - „ 7. : 8. - .. - Het e - - - „ 27.

NL-HaNA_1.04.02_3653_1236 view scan ↗

English

Letter from the sergeant and Extirpator at Bouton P: Beausamie to the Governor dated 12th August 1783. .. folio 28. Composed account as above concerning some French and English ships on the first of August 1783. folio 29. Oral message delivered by the chief interpreter Deefhout to the king of Bonij, regarding some disputes that have arisen to the North between Aroe Tanette and Aroe Pantjana dated first of September 1783 folio 30. Letter from the king of Tanette to the Governor without date folio 31 The answer of the Governor thereto dated 2nd September 1783 folio 32 Letter from the Bima Resident C: Meurs to the Governor dated 1st September 1783. . . . . . folio 33. Resolution taken in the combined Country assembly at Bima on the 28th December 1782. folio 37. List of the slaves who fled to Dompo from the Sangarese - - folio 43. Name list of the Sangarese subjects. . . - - - - folio 44. Instruction for the Bookkeepers Rudolph and Wijts to record, in the presence of the chief interpreter D: Deefhout and associates, from the king of Tanette such claims as he believed to have against his elder brother Aroe Pantjana dated 11th September 1783 - - - - folio 45. Letter from the Governor to the Governor at Samarang J:s Sieberg dated 12th September 1783. . - - - - - folio 46. Letter as above to the Bima Resident C: Meurs dated as just mentioned folio 47. Letter from the senior merchant and commander at Ternaten Alex: Cornabe to the Governor dated 7th April 1783 - - - - - - - folio 48. Letter from the same Honorable alongside the Council there to the Governor and Council here dated 25th May 1783.. folio 50. Letter from the Saleijer Resident de Swart to the Governor dated 8th September 1783. . . . . . . . . - - folio 51. Letter from the Bookkeeper and Maros Resident G: Brugman to the Governor dated 16th September 1783. - - folio 53. The answer to the Governor thereto dated 18th September 1783 folio 55. Report from the deputy interpreter Bewers regarding the insolence of the Bonese Princes and the doings of Aroe Nanka and Aroe Palingorang dated 18th September Anno 1783. folio 56. Report from the Bookkeepers Rudolph and Wijts regarding their Commission to Tanette dated 29th September last past - - - - - - - folio 57. The Claims of Aroe Tanette against his elder Brother Aroe Pantjana dated 17th September. folio 61 The answer of Aroe Pantjang dated 22nd September 1783 folio 63. Further specification from the aforementioned Prince Aroe Pantjang, being a claim that he has against his aforementioned Youngest Brother Aroe Tanette folio 66 Report from the chief interpreter D: Deefhout regarding his completed Commission to the king of Bonij concerning the arrival of the commissioners, as well as to demand payment of the State's debt dated 30 September 1783 folio 70 Letter from the Governor to the Bookkeeper and Maros Resident Gerrit Brugman dated 4th October 1783 - - - - - - - - folio 71 Resolution of 3rd October 1783. . . . . folio 74. Resolution of 4th October 1783. . . . . . folio 87. Report or Elucidation from the chief interpreter D: Deefhout concerning the Lands of Lapakanreang Joanga etc. dated 5th October 1783. - - - - - folio 89. Resolution of 5th October 1783 - - - - - - - - folio 93. Report from the chief interpreter D: Deefhout dated 6th October 1783 - - - folio 95. Account given at the secretariat of Police by sergeant Tobias Froman dated 5th October 1783. . . - folio 97. Resolution of 6th October 1783 - - - - - -- folio 98. Protest dated 6th October 1783 to the king of Bonij - - folio 100. Protest dated 6th October 1783 to the king of Tanette folio 101 Resolution of 8 October 1783. . . folio 105 Letter from the junior merchant van Diemar and associates, sent as Commissioner to Mandalle, to the Governor and Council dated 13th October 1783. folio 109. The answer of the Governor and Council thereto to the mentioned van Diemar dated 15th October 1783. . . . folio 112 Letter from the Bookkeeper and Saleijer Resident De Swart to the Governor dated 30th September 1783. Declaration of various Saleijer Regents dated 22nd September 1783 To the junior merchant Cornelis Meurs, Resident there at Bima Honorable, pious, discreet, Because the crew of a vessel that arrived here from Great Balij one of these days has declared that they had heard there, or that it had been told to them as the truth, that our factory ship the Huis te Krookeijk had been taken in those parts by two English ships, you shall immediately upon receipt of this make some inquiries into this matter, and if the same which I hope is not the case be true, report such here and also as soon as possible to Their High Excellencies themselves. After greetings, I am undersigned your Good friend was signed: B:s Reijke in the margin: Makassar in Castle Rotterdam the 2nd June Anno 1782. To the Right Honorable Sir Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes there. Right Honorable and Commanding Sir, This serves solely to give your Right Honorable most respectful notice that, with reference to my entrusted Post, I have found everything properly and in good order; also nothing remarkable has occurred during my presence here, taking the liberty to note herewith that yesterday evening departed the most humble and Obedient Servant was signed: W: A: van Eze in the margin: Koepang on Timor the 22nd November. Anno 1782.

Dutch transcription

Brief van den zergeant en Extirpateur te Bouton P: Beausamie aan den Heer Gouverneur de dato 12=e augustus 1783. .. . . - f„o 28. verdigt verhaal van als Even omtrend Eenige Fransche en Engelsche scheepen adij Piemo augustus 1783-: -- -- „ 29. - - - Mondelinge Boodschap door den oppertolk Deefhout aan den koning van Bo„ „nij gedaan, nopens Eenige ontslaane verschillen om der Noord tusschen Aroe Tanette en Aroe Pantjana de dato Eersten september 1783 „ 30. Brief van den koning van Tanette aan den Heer Gouverneur zonder datum „ 31 Het antwoord van den Heer Gouverneur daar op de dato 2=e September 1783„ 32 Brief van den Bimas Resident C: Meurs aan den Heer Gouverneur de dato 1=e September 1783. . . . . . Resolutie genomen in de gecombieneerde Lands vergadering te Bima „ 37. op den 38=e December 1782. . Lijs der slaaven die na Dompo gedroot zijn van de Sangareesen - - „ 43. Naam Lijst der Sangareese onderdaanen. . . - - - - - -- „ 44. Intructie van de Boekhouders Rudolph en rhijts om ten overstaan van den oppertolk D: Deefhout C: S: van Tanettes koning zodanige pretentien op teneemen, als den zelven op zijn ouder Broeder Aroe Pantjana vermeende te hebben de dato 11=e September 1783 - - - - „ 45. Brief van den Heer Gouverneur aan den Heer Gouverneur te Sama„ „rang J=s Sieberg de dato 12=e September 1783. . - - - - - „ 46. Brief van als boven aan Bimas Resident E: Meurs de dato als Even „ 47. Brief van den opperkoopman en gezaghebber te Ternaten Alex: Cornabe aan den Heer Gouverneur de dato 7=e April 1783 - - - - - - - „ 48. Brief van als E:en neevens den Raad aldaar aan den Heer Gouverneur en raad alhier de dato 25=e Maij 1783.. „ 50. Brief van den Saleijers Resident de Swart aan den Heer Gouverneur - - „ 51. de dato 8=en September 1783. . . . . . . . . Brief van den Boekhouder en Maros Resident G: Brugman, aan den Heer Gouverneur de dato 16=e September 1783. -- - - „ 53. Het antwoord aan den Heer Gouverneur daar op de dato 18=e September 1783-: „ 55. Berigt, van den ondertolk Bewers weegens de brutaliteijten der Boni„ „sche Princen en de gedoentens van Aroe Nanka en Aroe Pali„ „ngorang dato 18„en 7ber A=o 1783. - „ 56. .. - Rapport van de Boekhouder Rudolph en wijts weegens hunne Commis„ „sie na Tanette de dato 29=e September I:o Leeden - - - - - - - „ 57. - - - - „ 33. Bima De Pretensien van Aroe Tanette op desselfs ouder Broeder Aroe Pan„ folio 61 „tjana de dato 17=e September. - . - . . Het antwoord van Aroe Pantjang de dato 22=e September 1783= - - - „ 63. Nader op gave van Even gem: Prins Aroe Pantjang zijnde Een preten„ „tie die hij op zijn voorm: Jongste Broeder Aroe Tanette heeft - - - „ 66 Berigt van den oppertolk D: Deefhout weegens zijn volbagte Commissie bij den koning van bonij omtrend het arrivement van de gecommitteer„ „dens, als meede ter aanmaning van 's Rijk schuld dato 30 7ber 1783„ Brief van den Heer Gouverneur aan den Boekhouder en Maros Resident Gerrit Brugman de dato 4=e october 1783 - - - - - - - - „ 70 Resolutie van den 3=e october 1783. . . . . „ „ 4=e October 1783. . . . . . Resolutie Berigt off Elucedatie van den oppertolk D: Deefhout omtrend de Landerijen Lapakanreang Joanga &=r de dato 5=en October 1783. - - - - - „ 87. Resolutie van den 5„e October 1783 - - - - - - - - Raport van den oppertolk D: Deefhout de dato 6=e October 1783 - - - „ 93. Relaas gedaan ter ter secretarij van Politie door den zerg=t Tobias Froman de dato 5=e october 1783. . . - Resolutie van den 6„e october 1783 - - - - - -- Protest de dato 6=e October 1783 aan den koning van Bonij - - „ 98. Protest „ dato 6=e october 1783 aan den koning van Teenette Resolutie van den 8 october 1783. . . Brief van den als Commissiant na Mandalle gezondene onderkoop„ „man van Diemar C: S: aan den Heer Gouverneur en Raad de „ 105 - - dato 13=e october 1783. - - - - - Het antwoord van den Heer Gouverneur en Raad daar op aan gemelde van Diemar de dato 15=e october 1783. . . . Brief van den Boekhouder en Saleijers Resident De Swart aan den Heer Gouverneur de dato 30=en September 1783. - verklaaring van diverse Saleijereese Regenten de dato 22=e September 1783 „ 112 109. --„ „ 101 „ 95. - - - „ 74. Aan . „ 71 - - „ 89. - . - -- „ 97. „ 100. - . Dima kassar Aan Den onderkoopman Eerzame, vroome, Discrete Dewijl het volk van een dezer dagen van Groot Balij hier aangekomen vaarthuig verklaart heeft dat zy aldaar gehoort hadde of haar voor de waarheid, zoude zijn ver= „teld dat ons Comptoir schip het Huis te Krookeijk daar omstreekt door twee Engelsche scheepen genomen was. zo zal uwE terstond op den ontfangst deeses hier na eenige Jnformatie moeten neemen en het zelve /: het geene jk niet wil hoopen:/ zo zijnde zulks na hier en ook zo dra mogelijk aan Hunne Hoog Edelheedens zelfs bedeelen. jk ben na groete /:onderstond:/ uwE Goede vriend was geteekent:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makassar in 't Casteel Rotterdam den 2=e Iunie A„o 1782. Van Den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke„ Gouverneur en Directeur ter Custe belebes aldaar. WelEdele Agtbaare en Gebiedende Heere Deezen dien't eenelijk uwwel Ed: Agtbaare op 't Eerbiedigste kennisse te geeven, dat jk met refert op mijn aanver= trouwde Post, alles behoorlijk en in goede ordre heeft bevonden; Ook is er niets remarquabels bij mijn aanweezen â Costij voorgevallen, gebruike de vrijheid hier bij te noteeren, dat gisteren avond zijn vertrokken zeer ootmoedige en Gehoorzame Dienaar /was geteekent/ w: A: van Eze /:in margine/ Koepang op Tiemor den 22=e November. Anno 1782. de Cornelis Meurs, Resident aldaar Aan

NL-HaNA_1.04.02_3653_1241 view scan ↗

English

Makassar Bima To the junior merchant Cornelis Meurs, resident there. Honorable, pious, discreet. Because the crew of a vessel that arrived here from Great Bali one of these days declared that they had heard there, or it was told to them as truth, that our factory ship the Huis te Krooswijk was taken in those parts by two English ships, your honor will immediately upon receipt of this have to make some inquiries into this, and if this is the case, which I hope not, communicate this here and also as soon as possible to Their High Nobles themselves. After greetings, I am, subscribed, your honor's good friend, was signed: B.s Reijke, in the margin: Makassar in Fort Rotterdam, the 2nd of June, Anno 1782. To the Right Honorable Worshipful Mister Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes there. Right Honorable Worshipful and Commanding Mister! This serves solely to inform your Right Honorable Worship in the most respectful manner that with reference to my entrusted post, I have found everything in order and in good condition. Also, nothing remarkable has occurred during my presence here. I take the liberty to note here that yesterday evening there departed very humble and obedient servant, was signed: W. A. van Eke, in the margin: Kupang on Timor, the 22nd of November, Anno 1782. To the watchmen for the rivers of Segeri and Pangkajene, assisted by the interpreter Israel Pietersz, whom I have seriously ordered, according to custom, to give the necessary orders to the chiefs residing there, so that on any occurring occasion they will not be able to excuse themselves with ignorance, having also upon my arrival here given the necessary orders to prepare the government house for your Right Honorable Worship without delay. Herewith comes over the soldier Johannes Meckelaar to collect the requisitioned Company's goods and effects still remaining there, most submissively beseeching your Right Honorable Worship that my respectful requisition may be fulfilled as far as possible. While for the rest, after extending my humble greetings to your Right Honorable Worship, I call myself with the highest respect and esteem, subscribed: Right Honorable Worshipful and Commanding Mister, lower: your Right Honorable Worship's submissive servant, was signed: G.t Brugman, in the margin: Maros, the Fortress Valkenburg, the 6th of June, Anno 1783. To the same as mentioned above. Herewith I inform your Right Honorable Worship that on the 28th of May I returned here from the islands, where otherwise nothing occurred except that the soldier S.l Looij from or out of Zeeland died at Baijdoepa on the 25th of February after two months of illness. Upon my arrival here, I was informed that the Sultan departed from here to Kalingsusu on the 25th of May, and that he ordered that as soon as I was back on Buton, he wished to know this immediately. Therefore on the 30th emissaries were sent, who returned on the 3rd of June, greeting me on behalf of His Highness and others, who let me know nothing else than that he had great heartache and that he therefore went to Kalingsusu. Through those who brought me this message, I asked to enter the strait, but have not yet received an answer. Right Honorable Worshipful Mister, I have asked all vessels whether they have seen or heard anything about English ships or other powers, but nothing is heard. Nevertheless, I will not fail to inquire into everything and note it down. Since for the rest I will always call myself with all respect, subscribed: Right Honorable Worshipful Mister, lower: your Right Honorable Worship's submissive and obligated servant, was signed: I. Beausamie, in the margin: Buton, the 8th of August, Anno 1783. To the junior merchant Cornelis Meurs, resident there. Honorable, pious, discreet! The enclosed letter from Their High Nobles to the King of Bima your honor must immediately have properly delivered in the usual manner of the country. But because it belongs with a counter-present of 30 pieces of grenadier flintlocks and 150 pounds of gunpowder, which the skipper in his haste will have neglected to take in, very humble and obedient servant, was signed: W. A. van Eze, in the margin: Kupang on Timor, the 22nd of November, Anno 1782. Makassar. with the gunpowder leaving from here, your honor must make a suitable excuse to His Highness regarding the flintlocks, and say that, since I will write about it, they will undoubtedly follow shortly. It has come to my knowledge recently from private reports that the King of Bali Karangasem is not entirely trustworthy, and that he might even be willing to provide the English with rice. Your honor must therefore, if feasible, investigate this quietly and especially in total secrecy, and at the same time also whether any Biman or other vessels are sailing there from here without proper passes, and who they are. After greetings, I am, subscribed: your honor's good friend, was signed: A.s Reijke, in the margin: Makassar in Fort Rotterdam, the 24th of June, Anno 1788. Lower: PS: Herewith for your honor's information a copy of the aforesaid letter from Their High Nobles departing to the King of Bima. To the Right Honorable Worshipful Mister Barend Reijke, Governor and Director there. Right Honorable Worshipful Mister, Having received both in original and in duplicate your Right Honorable Worship's separate letters of the 31st of October of the past year, together with two accounts concerning English ships that have visited Sumbawa and Buton, it seems to me also that they must have been China traders, which could easily have made the passage from Buton to Sumbawa with a fresh south-easterly wind in a day and a night, from where, after taking on some refreshments, they certainly through the one

Dutch transcription

Makassar Bima Aan Den onderkoopman Eerzame, vroome, Discrete. Dewijl het volk van een dezer dagen van Groot Balij hier aangekomen vaarthuig verklaart heeft dat zy aldaar gehoort hadde of haar voor de waarheid, zoude zyn ver= „teld dat ons Comptoir schip het Huis te Krooswijk daar omstreeks door twee Engelsche scheepen genomen was. zo zal uwE terstond op den ontfangst deeses hier na eenige Jnformatie moeten neemen en het zelve /: het geene jk niet wil hoopen:/ zo zijnde zulks na hier en ook zo dra mogelijk aan Hunne Hoog Edelheedens zelfs bedeelen. jk ben na groete /:onderstond:/ uwE Goede vriend was geteekent:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makassar in 't Casteel Rotterdam den 2=e Iunie A„o 1782. Aan Den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke„ Gouverneur en Directeur ter Custe belebes aldaar WelEdele Agtbaare en Gebiedende Heere! Deezen dien't eenelijk uwwel Ed: Agtbaare op 't Eerbiedigste kennisse te geeven, dat jk met refert op mijn aanver= trouwde Post, alles behoorlijk en in goede ordre heeft bevonden; Ook is er niets remarquabels bij mijn aanweezen â bostij voorgevallen, gebruike de vrijheid hier bij te noteeren, dat gisteren avond zijn vertrokken zeer ootmoedige en Gehoorzame Dienaar /was geteekent:/ W: A: van Eke /:in margine/ Koepang op Tiemor den 22=e November. Anno 1782. Cornelis Meurs, Resident aldaar Aan de de wagthouders voor de Revieren van Sageerie en Pan„ „kadjeene g'adsisteerd van den Tolk Israel Pietersz, die jk Serieus heb gelast, volgens usantie, de nodige ordres. aan de daar resideerende hoofden te geeven, op dat zij zig niet bij voorkomende Occasie met ignorantie zal kunnen verExcuseeren, hebbende ook bij mijn aan= „komst alhier de nodige ordres gesteld om ten Eersten het Gouvernement voor uwwelEd: Agtbaare in ge„ „reetheit te brengen komende hier neevens over den zoldaat Iohannes Meckelaar ter afhaal van de g'Eijschte en nog â Costij resteerende 's Comp=s goederen en effecten, uw wel Edele Agtbaare op het onderdanigst smeekende, dat aan mij volgens mijne Eerbiedige Eijsch na vermogen mag worden voldaan Terwijl voor het overige na aflegging van mijn nedrige Salutatie aan uwwelEd. Agtb: mij met de meeste Eerbied en Hoog-agting noeme /:onderstond welEdele Agtbaare en Gebiedende Heere /lager:/ uwer welEdele Agtbaare onderdanige Dienaar /:was geteek. . ) Gt Brugman /:in margine:/ Maros het Fortres Valckenburg den 6=e Iunij Anno 1783 Aan als voorengemeld Bij deeze maak ik uwe EEd: Agtbaare bekend, als dat jk op den 28=e Maij alhier van de Eijlanden geretour„ „neert ben, daar anders niets voorgevallen is, als dat den zoldaat S:l Looij van of uit Zeeland naar twee maanden ziekte tot baijdoepa op den 25=e Febru„ „arij overleeden is. Bij mijne aankomst alhier, werd mij bekent ge„ „maakt als dat de sulthan op den 25=e Maij van hier na Caliesoesoeng vertrokken is, en dat hij belast heed, dat zo drae jk op Boutong wederom was, hij zulks ten Eersten wonde weeten, derhalven zijn 3 E: Dina. zijn op den 30=e zendeling verzonden die op den 3=e junij weder gekomen zijn, mij groetende uit naam van zijn Hoogheid en anderen, die mij anders niets liet weeten als dat Hij groote hartseer hadde, en dat hij dierhalven naar Palliesoesoen ginge. Door die geenen die mij deezen bootschap bragten, liet jk, vraagen om in de straat te gaan, dog heb tot nog toe geen antwoord. jk heb wel Ed: Agtb: Heer alle vaarthuigen gevraagt, of zij iets vernomen, of gehoort hadd van Engelsche scheepen of andere mogentheeden, dog men hoort niet, met allen jk zal niet mankeeren na alles te verneemen en aan te teekenen. Dewijl jk voor het overige althoos met allen res= „pect mij zal, noemen /:onderstond:/ welEd: Agtb: Heer /:lager:/ uwer welEd: Agtbaare Onderdanige en schuldpligtige Dienaar /:was geteekent:/ I Beausamie /:in margine:/ Bouton den 8=e augustus A„o 1783. —. Aan Den onderkoopman. Cornelis Meurs„ Resident aldaar Eerzame, vroome, Discreete! De hier neevens ingeslootene brief Hunner Hoog= „Edelheedens aan den Koning van Bima, moet uwE dien vort na de gewoone Landsmanier behoor„ „lijk laaten ter hand stellen; Dan dewijl daar bij gehoort een Contra present van 30 p=s snaphaanen Grenadiers en 150 ponden buskruit, die de schipper door haast verruimt zal hebben in te neemen, zo zeer ootmoedige en Gehoorzame Dienaar /was geteekent/ W: A: van Eze /:in margine/ Koepang op Tiemor den 22=e November. Anno 1782. moet Aan Makassar. moet uwE. het kruit van hier afgaande, een gepast Excuus over de snephaanen bij zijn Hoogheid maaken„ en zeggen dat dezelve dewijljk er over dschrijven zal ongetwijffeld spoedig zullen nakomen. Mijn is onderdaags uit particuliere berigten te voo„ „ren gekomen dat de Coning van Balie Karrang assang niet al te pluis zoude zijn en dat hij zelfs gewillig zoude weezen de Engelsche met Rijst te gerie= „ven, uwE zal dierhalven is het doenlijk, hier na in stilte en bijzonder met alle Sekretesse moeten doen verneemen en teffens ook of er geene Bomsche of an„ „dere vaarthuigen van hier zonder behoorlijke passer dat heen vaaren en wie de zulke zijn Jk ben na groete /:onderstond:/ uwE Goede vriend /:was geteekent/ As Reijke /:in margine:/ Makassar in 't kasteel Rotterdam den 24=e Iunij A„o 1788. /:lager:/ PS: hier neevens tot uwE narig een Copia van voorsz: aan den Koning van Birna afgaande Brief Hunner Hoog Edelheedens. Aan den welEdelen Agtb: Heer Barend: Reijke, Gouverneur en Directeur aldaar. wel Edele Agtbaare Heer zo Origineel als in duplo ontfangen hebbende uwwel Edele Agtb: aparte Letteren van den 31=e 8ber A„o p„o neevens twee Relaasen noopens Engelsche scheepen die op sum= „bauwa en Boeton aangeweest zijn, durkt mij meede dat het Chinas-vaerders zullen geweest zijn, die van Boe„ „ton met een frische zuid Ooste wind wel in een etmaal op Sumbauwa hebben kunnen weezen, van waar zij zeeker na eenige ingenomen verversching door de een

NL-HaNA_1.04.02_3653_1245 view scan ↗

English

13. have, whatever the truth of this may be or what reason there might be for it remains obscure to me, meanwhile I have [illegible] or other straits well known to them in that vicinity, will have sailed into the South Sea, we have up to now heard nothing of that Nation in these regions and also wish to hope that they will also leave the Eastern possessions in peace, or be prevented therein with all might, nevertheless it is to be wished that we may shortly have the fortune to hear the joyful tidings of a general and advantageous peace for the Dutch Republic and our Lords and Masters. I accompany this further with our established signals for one year commencing on the first of July next and ending on the last of June Anno 1783. Commending your Right Honourable also herewith to Jehovah's precious protection and have the honour to call myself. Below stood: Right Honourable Sir. Lower: your Right Honourable's willing Servant. Was signed: I. L. Seidelman. In margin: Banda Neira the 30th of April Anno 1783. To the well-mentioned. Having duly received on the 4th of this month from Banda the Dispatch of Their High Noble Lordships which was dispatched hither via your Right Honourable Government, I have the honour to express my humble thanks to your Right Honourable for that good care as well as for the sending of the signal letter of the flags, and take the liberty to present to your Right Honourable herewith the signal established by us for the year 1783, imparting that, God be thanked, nothing hostile has been heard here at the Office and Jurisdiction up to this day. While, after wishing Heaven's precious rain over your Right Honourable and the Honourable Company's important interests, I have the honour to be with all high esteem. Below stood: Right Honourable Sir. Lower: your Right Honourable's very humble and Obedient Servant. Was signed: W. A. van Eze. In margin: Koepang on Tiemor the 22nd of November Anno 1782. To Boelecomba. To the junior merchant Simon Monsieur, Resident there, Honourable, Pious, Discreet! This serves to accompany the Bone Prince Proekajoe, who has requested of me a letter to you, in order to be able to make use of him in case of necessity in the service of the Honourable Company, of whom he considers himself to be a half-subject by virtue of his ancestors, in proof of which he has shown me a silver plate presented to him by the late His High Nobility van Hoorn in remembrance. After greetings, I am. Below stood: your Good friend. Was signed: B. Reijke. In margin: Makassar in the Castle Rotterdam the 2nd of July Anno 1783. To the Right Honourable Sir, Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Celebes. Right Honourable Sir! Upon the highly favourable trust that your Right Honourable has been pleased to place in us, the undersigned, in commissioning us to collect the tithes under the territory of the Makassars, we cannot fail [illegible] with the gunpowder departing from here, you must make a suitable excuse to His Highness regarding the flintlocks, [illegible] dutifully and in all respect to bring to your Right Honourable's notice the humble request of the King of the Makassars and his Grandees as well as lesser subjects, which they made to us during the collection of the tithes for presentation thereof to your Right Honourable, namely that henceforth they might be tithed in money because it is very burdensome for them to bring down their tithes, which lie very far from the loading place; wherefore, subject to the favourable approval of your Right Honourable, we have also agreed to their petition and permitted them to redeem their tithes at five Dutch Rixdollars per hundred bundles, each bundle reckoned, just like the southern ones, at Eight pounds weight, all the more as we ourselves perceived that the Makassars, who as is known are by nature the most high-spirited Nation of this entire coast of Celebes, would rather venture to the utmost extremity than engage in the pounding of paddy, besides and in addition also as we have seen ourselves that their Negorijen lie far from their paddy fields and there are several who live below the Mountains, and the Honourable Company would thus run the risk of getting no tithes from them at all if such is not permitted. We hope and most humbly request that this prayer of the Makassars may be granted and our actions in this matter favourably approved, and we have the honour to subscribe ourselves with deep respect. Below stood: Right Honourable Sir. Lower: your Right Honourable's obedient and dutiful Servants. Was signed: D. Deefhout, Hendrik Bewers and I. Saelemang. In margin: Makassar the 10th of July Anno 1783. To

Dutch transcription

13. hebben, wat hier van is of wat reeden hier voor zou „zijn blijft voor mij duister, intusschen heb jk er den of ander daar omstreeks hun wel bekende straaten, in de zuid zee zullen gestooken zijn, wij hebben tot nog toe in deezen gewesten van die Natie niets ver„ „noomen en willen ook hoopen dat zij de Oostersche possessien ook zullen in Rust laaten, of daar in net alle kragt belet worden, egter is het te wenschen dat wij binnen korten het geluk mogen hebben te vernee„ „men, de blijde mare van een generaale en voordee¬ „lige vreede voor de Nederlandsche Republicq en onze Heeren en Meesters. Ik laate deezen nog verzellen onze vast gestelde seijnen voor een Jaar beginnende met primo Iulij aanstaande en eindigende ultimo Iunij A:o 1784. Beveelende uw welEdele Agtbaare hier meede in Iehovaas dierbaare protexie en hebbe de Eere mij te noemen. /:onderstond:/ welEdele Agtbaare Heer /:lager:/ uw wel Ed: Agtb bereidwilligen Dienaar /:was ge= „teekent:/ I L. Seidelman /:in margine:/ Banda Neira den 30=e April A„o 1783. Aan als welmeld. Op den 4=e deezer van Banda wel ontfangen hebbende de Missive Hunner Hoog Edelheedens dewelke over uw„ „welEd: Agtb Gouvernement herwaards gedepecheerd zijn, heb jk de Eer uwwelEd: Agtb: voor die goede bezorging zo wel als voor de toezending van de Tein brief der vlaggen, mijne nedrige dank te betuigen, en neeme de vrijheid uwwel Ed Agtb hier nevens te presenteeren, de by ons vast gestelde Sein voor den Jaare 1783 onder bedeeling dat Gode zij dank hier ten Comptoire en Re„ „sort tot heeden nog niets vijandelijks vernoomen is. Terwijl na toewensching van 't Hemels dier= „baare reegen over uwwelEd. Agtb: en 'SE Comp„s wigtige belangens, de Eere heb met alle Hoog-agting te zijn. /onderstond:/ wel Ed: Agtb: Heer /:lager:/ uw welEd. Agtb: zeer ootmoedige en Gehoorzame Dienaar /was geteekent/ W: A: van Eze /:in margine/ Koepang op Tiemor den 22=e November. Anno 1782. Aan b Boelecomba. Aan den onderkoopman Simon Monsieur, Resident aldaar, Eerzame, Vroome, Discreete! Deeren dient ten geleide van den Bonies Prins Proeka„ „joe, die van mijn verzogt heeft aanschryvens aan uwE. om van hem in kas van noodzaakelijkheid gebruik te kunnen maaken ten dienste van de Ed: kompagnie van wien hij reekent een halve onderdaan te zijn uijt hoofde zijner voorouderen, tot welkers bewijs hij mij verthoond heeft een zilvere plaat haar door wijlen zijn Hoog Edel„ „heid van Hoorn ter gedagtenisse geschonken. jk ben na groete /:onderstond:/ uwE Goede vriend /:was geteekent:/ B Reijke /:in margine:/ Makassar in het Kasteel Rotterdam den 2=e Juilie A„o 1783 Aan den welEdelen Agtbaaren Heer. Barend Reijke. Gouverneur en directeur deezer kuste Celebes. WelEdelen Agtbaaren Heer! Op hoog gunstig vertrouwen dat uwwel Ed: Agtb: in ons ondergeteekendens heeft gelieven te stellen van op te draagen om de verthiening onder 't gebied der Ma= „kolssaaren te doen, zo kunnen wij niet afzijn uurweEd: moet uwE. het kruit van hier afgaande, een gepast Excuis over de sneephaanen bij zijn Hoogheid maaken, Agtbaare 6 ƒ ƒ 13. hebben, wat hier van is of wat reeden hier voor zou „zijn blijft voor mij duister, intusschen heb jk er den Al Agtbaare pligtschuldig in alle Eerbied ter kennisse te brengen, het ootmoedig verzoek van den Koning der Makassaaren en desselfs Rijxgrooten beneevens mindere onderdaanen het geene zij onder het doen der verthie= „ning aan ons om voordragt daar toe aan uwwelEd: Agtbaare hebben gedaan, namentlijk dat zij voorthaan aan geld mogte verthiend worden om reeden het haar heer bezwaarlijk valt hunne thiendens die zeer verre van de laadplaats leggen na beneeden te brengen, al waaromme wij ook op de gunstige approbatie van uwwelEd Agtbaare hunne Jnstantie hebben g'accor= „deert en haar toegelaaten om hunne thiendens af te ƒ mogen koopen teegens vijf Rijxd:s holl„s de hondert Bossen ieder bos even als de zuijdse gereekent op Agt ponden gewigt, te meer wij zelfs ontwaarde dat de Makassaceren die gelijk bekend uit de Notuur de groothertigste Natie deezer geheele kust Eelebes is het liever tot op 't uiterste zoude wagen, dan zig tot 't padij Stampen te begeeven, buijten en behalven ook nog zo als wij zelfs hebben gezien dat hunne Nego= „rijen te der van hunne padij velden leggen en er verscheiden zijn die onder de Gebergtens woonen, en de E Comp„e dus gevaar zoude loopen van in 't geheel indien zulks niet toegelaaten word geen thiendens van haar in te krijgen. wij hoopen en verzoeken Ootmoedigst dat deeze beede der Makassaaren toe„ „gestaan en onze behandelingen in deezen gunstiglijk g'approbeert mogen worden, en hebben de Eere ons met diepen Eerbied te onderschrijven. /:onderstond / wel= Edelen Agtbaaren Heer /:lager:/ uwer welEd: Agtbaare gehoorzame en trouwschuldige Dienaaren /:was getee= „kent D: Deefhout, Hendrik Bewers en I: Saelemang /:in margine:/ Makassar den 10=e Iu„ „lij anno 1783. Aan 111 „

NL-HaNA_1.04.02_3653_1248 view scan ↗

English

Makassar. as the gunpowder departs from here, you must make a suitable excuse to His Highness concerning the flintlocks. To the Honourable and Respected Lord Barend Keijke, Governor and Director of this Coast of Celebes. Honourable and Respected Lord, In succession, I have had the honour to receive Your Honour's most respected letters: namely, on 23 March, that of the 10th of that month, together with the enclosed letter dated 27 March of this year concerning the sailing of the cruiser de Batavier to the south of Java, to whose contents I shall strictly conform upon meeting the said cruiser. A duplicate of the first-mentioned, together with Your Honour's further letter of 27 March last, reached me on 23 April. For the permission that Your Honour was pleased to grant me for the delivery of the requested ten pieces of flintlocks to the Prince of Dompo against payment, I express my thanks, and at the first meeting with that King (for which I think I shall have an opportunity next month), I shall comply with His Highness's desire in that regard. On 11 June, I had the good fortune to receive Your Honour's original dated 12 May, the duplicate of which also reached me on the 6th of this month. Being on Sumbawa last month, when I pressed the King and the Grandees of the Realm further in Your Honour's name regarding the collection of the seven cannon pieces from Bali, they finally answered me that they could do nothing more in the matter, as the Balinese had not only refused to surrender those pieces to them, but even would not bring them onto the land of Sumbawa, as though they did not trust the Sumbawanese with that artillery; but they would deliver it into the hands of the Company as soon as they had a freer hand regarding their enemies. This was further promised to me not only in their previous letters, but also a few months ago in a friendly letter dated the 3rd of Rabiol awal (which I take the liberty of respectfully enclosing with my reply thereto) by the Gusti of Karangasem and the one of Selaparang. In the meantime, I shall not fail to urge this further on every occasion. And I offer my humble thanks for the sent extract letters of Their High Mightinesses concerning the Balinese; I shall take the various matters mentioned therein as my guidance. Finally, I had the honour to receive on the 6th of this month Your Honour's further letters of 15 May and 2 June last. Concerning the rumour that the Huis te Krooswijk was supposedly captured at or near Bali, I believe I may inform Your Honour that this is fabricated. For in the middle of the month of June I was on Sumbawa, where I did not fail to gather all rumours concerning our enemies the Bugis, but I heard nothing in that regard, neither at Sumbawa nor here from a Malay who recently returned here from Selaparang, who also says he knows or has heard nothing of it. Also, on 19 June, a ship was seen here below the Mountain of Tambora, which by all presumptions must have been the station ship, which I hope may by now have arrived safely at its destination. Having thus far respectfully replied to the above-mentioned letters as far as is known to me, I must now, pursuant to Your Honour's desire mentioned in your respected letter of 15 May last, share my considerations regarding the Balinese and to what extent establishing a closer alliance between them and the Honourable Company could be of importance to the latter. And although my two-year presence and the difficult correspondence that can only be maintained very slowly with those Princes—due to the difficult routes open for the exchange of letters—have not made me very experienced regarding the intrinsic utility that would actually be contained therein for the Honourable Company, I shall nevertheless attempt, as far as the faint light of my understanding will permit, to fulfill Your Honour's desire. To shed some light on the matter, I must first briefly state the following, namely: That in former times the entire island of Bali was subject to a great prince who bore the name of Dewa Agung Klungkung. At present, the rulers of Badung are the Gusti Ngurah Pemecutan and Gusti Ngurah Palerang. Now, the ancestors of Gusti Made Ngurah Karangasem and his brother Gusti Gede Ngurah Karangasem, who now rule, withdrew themselves by fire and sword from the higher power of the said great prince of Badung, and have thus made themselves great. The father of the above-mentioned two brothers was also the one who wrested Selaparang (which has now already received the name of Little Bali) from the Sumbawanese. After his death, these two brothers divided that realm between them, in such manner, however, that everything is decided by the two of them together. And there now rule, under the higher authority of the said two brothers, Gusti Made Karangasem and his brother Gusti Ketut Karangasem, whose father also held authority in Selaparang until his death and was named Gusti Wayan Paga. Now Dewa Manggis is actually the one who to this day is said to side with those of

Dutch transcription

Makassar. moet uwE. het kruit van hier afgaande, een gepast Excuus over de snaephaanen bij zijn Hoogheid maaken Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Keijke, Gouverneur en Directeur deezer Kueste Eelebes. Wel Edelen Agtbaaren Heer Successive heb jk de Eere gehad te ontfangen uwwel Ed. Agtb. zeer gerespecteerde letteren als op den 23=e Maart die van den 10=e dier maand neevens de deeder in g'incloseerde gedat= teerd 27=e Maart deeses Jaars, noopens het uitloopen van de Rotter de Batavier voor de zuijd van Iava, aan wiens inhoud jk mij bij ontmoeting van gemelde Rotter stipt zal gedraagen. Duplicaat van Eerstgemelde neevens uwwelEd: Agtb: nadere van den 27=e Maart pleeden zijn mij den 23=e april geworden; voor de licentie die uwwelEd: Agtbaare mij tot de afgave aan Dompos vorst voor betaaling van de verzogte thien pees snaephaanen wel heeft willen verleenen zeg jk dank en zal bij eerste Ontmoeting van dien Koning /:daar Jk denk in de andere maand geleegendheid toe te rullen hebben :/ aan zijn Hoogheids begeerte dien aangaande voldoen. Den 11=e Junij had jk het geluk te ontfangen uw= „welEd: Agtb Origineele in dato 12=e Maij wiens du= „plicaat mij den 6=e deezer ook wel geworden is. Gepasseerde maand op Sumbauwa zijnde en de Koning en Rijxgrooten uit uwwel Ed Agtb: naam nader aandringen de tot den afhaal van de zeeven Canon stukken van Balij, andwoorden zij mij finaal, daar in niets meer te kunnen doen, wijl de Baliers niet alleen haar die stukken geweigert hadden af te geeven ƒ 13. hebben, wat hier van is of wat reeden hier voor zou „zijn blijft voor mij duister, intusschen heb jk er den Md HH geeven, maar zelfs, dezelve niet eens op 't Land van Sumbauwe willen brengen als haar Sumbauwa= „reesen dat geschut niet vertrouwende, maar zouden het inhanden van de Compagnie bezorgen zo haast zij de handen wat ruimer hadden, omtrend hunne vij= „anden, gelijk mij zulks de Gustij van barrang -as= „sang en die van Salemparrang niet alleen in hunne voorige, maar ook nog voor eenige maanden in een vrundelijke brief gedateerd den 3=e van Rabiol awal /:welke Jk de vrijheid gebruike met mijn ant= „woord daar op deezen Eerbiedig te laaten verzellen:/ nader hebben toegezegd, intusschen zal jk niet in ge„ „breeke blijven, bij alle occasie daar op nader aan te dringen: En leg jk mijne nedrige dankbetuiging af voor de toegezondene Extract Brieven Hunner Hoog Edelheedens Concerneerende de Baliers, het een en ander daar in vermeld zal jk mij tot na= „rigt laaten strekken. Eijndelijk heb jk de Eer gehaed op den 6=e deezer te ontfangen, uwwel Ed: Agtb: nadere van den 15=e Maij en 2„e Junij Joleeden omtrend het gerugte dat 't Huis te Krooswijk om of bij Balij zou genoomen zijn, geloof jk uw wel Ed: Agtbaare te mogen be„ „deelen, dat zulks gefingeert is, want jk ben in 't midden van de maand Junij op Sumbauwa geweest daar jk niet nagelaaten heb alle gerugten omtrend onze vijanden de Buitten in te winnen, dog dien aangaande heb jk niets vernoomen, zo men te Sam„ „bauwa als hier van een maleijer die onderdaags van Salemparrang hier te rug is gekoomen, die ook zegd daar van niets te weeten of gehoord te hebben; Ook is hier onder de Berg van Tambora den 19=e Junij een schip gezien, dat na alle presumptie het Comptoir schip wel zal zijn geweest, dat jk hoop en dat het zelve nu al behouden 't bostij mag g'arriveert zijn. Tot hier toe op bovengemelde brieven zo verre mij bekend, in allen Eerbied g'antwoord hebbende, zou jk uwwelEd: Agtb: ingevolge uwwelEd: Agtb: begeerte ver„ „meld in desselfs gerespecteerde van 15=e Maij J„o leeden nu nog mijne Consideratien moeten meede deelen. noopens „l 111 9 moet rwE. het kruit van hier afgaande, een gepast Excuus over de snaephaanen bij zijn Hoogheid maaken 7 1 do noopens de Batiers en in hoe verre 't maaken van een naauwere verbintenisse tusschen haar en de Ed: Maatschap „pij voor laastgemelde van aangelegendheid zoude kunnen zijn, en schoon mijn twee jaarig aanweezen en de moeij= „elijke Correspondentie die steeds maar zeer langsaam„ met die Princen kan onderhouden worden, door de moeijelijke weegen die er open zijn tot de Brief wisseling, mij niet zeer ervaaren op het intrisicque nut dat daar in voor de Ed: Comp:e eigentlijk zou leggen opgeslooten, heeft kunnen maaken, zal jk egter tragten zo verre het flaauwe Ligt mijns verstands zulks zal permitteeren aan uwwel Ed Agtb begeerte te voldoen. Om 't een en ander eenig ligt bij te zetten, zal jk kortelijk eerst dit volgende moeten bekend stellen, te weeten: „ Dat in voorige tijden 't gansche Eijland Balij ge= „staan heeft onder een groot vorst, die de naam „voerd van Sewa Agon Kalonkong, thans zijn de „Regeerders van Bedong den Iustij Noera Paijan- „gang en Gustij Moera Palerang, nu hebben de „voorzaaten van den Gustij Made Moera Pierrang „assang en zijn Broeder Gustij Gede Moera Carrang „assang regeeren zig de hoogere magt van gemelde Badongs groot vorst te vuur en te zwaard „onttrocken en hebben zig zelve zo doende groot „gemaakt; De vader nu van bovengemelde twee „Broeders is ook de geene geweest die Salempar= „rang /:dat nu reeds de naam van Kleen Balij „gekreegen heeft:) van de Sumbauwareesen ontwel= „digt heeft, na wiens dood deeze twee Broeders dat „ Rijkje onder hun gepartageert hebben indiervoegen „egter dat alles door haar beiden te zamen gedeci= „deert word, en regeeren daar thans onder 't hooger „gezag van gemelde twee Broeders den Gustij Made „barrang-afsang en zijn Broeder Gustij Katok „barrang wier vaeder ook te Salemparrang tot „zijn dood 't gezag gehad heeft en genaamt was „Gustij weijang Pagga. Nu is eigentlijk Dewa Mangis die geene „die nog tot heeden de kant zou houden van die van

NL-HaNA_1.04.02_3653_1251 view scan ↗

English

have, what the truth of this is or what the reason for this might be remains obscure to me; in the meantime, I have [...] of Badong; the Gusti of Karangasem now, alongside that of Selaparang, being ever inclined to expand their realms and power further, sought to bring Dewa Manggis under their dominion as well, and as that Dewa had no inclination for this, this would, according to the information I have been able to obtain here, be the true cause of the continuous war between Karangasem and Dewa Manggis; now there is still a son or grandson (which I do not know for certain) of Dewa Agung named Dewa Gede, who has already been to Sumbawa several times to urge that nation to attack Little Bali or Selaparang, while he would then descend with his forces on Great Bali toward Karangasem, in order, by so doing, to attack that Gusti, their common enemy, with all might from two sides, so that Sumbawa might regain Little Bali, as well as they Karangasem and its dependencies; he, Dewa Gede, has himself been in negotiations about this with Commander Lecerf on Sumbawa, who however referred her to Your Right Honorable, and the Sumbawanese, who never hurry even if it is to their own benefit, have left it at that until today, yet that fire still smolders: now I believe (subject to the correction of wiser opinions) I may suspect that the effort of the Karangasem people to enter into a direct alliance or treaty with the Honorable Company has no other purpose than to cement themselves more firmly in their conquests, so that upon making the alliance with the Honorable Company, their conquered lands of Bali, as well as Little Bali which formerly was Sumbawanese, would fall to them in full ownership and be ceded to them; so that thereby their enemies, seeing the stronger arm of the Honorable Company on the side of the Karangasem and Selaparang people, would leave them as peaceful possessors of those conquered lands, and I respectfully submit for consideration whether Sumbawa might not justly be offended by this; I also believe you must, upon the departure of the gunpowder from here, make a suitable excuse to His Highness regarding the flintlocks; I think the Honorable Company might perhaps thereby get into a war with the Badong people; unless, upon making or entering into a formal engagement or contract with the aforementioned Karangasem people, those of Badong, its dependencies, and also Sumbawa could simultaneously be satisfied, and since this is a difficult path, I respectfully leave the devising of suitable means to that end to an eye that sees deeper than mine. The advantage that the Honorable Company would now have in this alliance, I believe would solely consist of rice, which the Honorable Company could obtain from there in good quantity, and according to the report of the Sumbawanese, the island of Lombok or Little Bali alone would yield almost as much sappanwood as the entire land of Sumbawa; also, much smuggling trade that is now carried on there unhindered by the Cerammers and other pirates, both in spices and in opium, which is afterwards (though covertly) disposed of again to the English by the Balinese under the pretext of loading rice, could be prevented, or at least greatly checked, if one could trust the Balinese, on whom, however, in my opinion, one cannot rely too securely. All this being what my limited knowledge allows me most humbly to communicate to Your Right Honorable on this subject, I hope, however, to have somewhat satisfied Your Right Honorable's intention. Here and on Sumbawa, rumors are circulating as if Dewa Manggis had requested help on Java from the Right Honorable Lord Governor against Karangasem, and that thereupon a bark and several sloops and other armed vessels supposedly captured the settlement of Buleleng belonging to Karangasem, have, what the truth of this is or what the reason for this might be remains obscure to me; in the meantime, I have written about it to the Gusti in Karangasem. Furthermore, I must also inform Your Right Honorable that on 2 May last, the King of Sanggar departed this temporal life for eternity, in whose place that people has proposed to me the eldest son of the deceased prince, named Adam, as the lawful successor of his father, whom they requested me to recommend favorably to Your Right Honorable at the first opportunity, just as they have also promised me to implore Your Right Honorable in person on the next upcoming occasion. In closing, I commend Your Right Honorable, along with the Honorable Company's weighty interests, to God's protection and call myself with all submission (was signed:) Right Honorable Sir (lower:) Your Right Honorable's very obedient and humble servant (was signed:) C Meurs (in the margin:) Bima, 14 July Anno 1783 To the Junior Merchant Cornelis Meurs, Resident there. Honorable, Pious, Discreet. Having duly received your separate letter of the 14th of this month, it serves as reply thereto that I shall present both the suggestions concerning entering into an engagement with the Balinese and the matter relating to the seven cannons still to be found there to Their High Noble Lordships in the autumn [illegible] Your Right Honorable will bestow some compassion upon us use 2 ƒ

Dutch transcription

13. hebben, wat hier van is of wat reeden hier voor zou „zijn blijft voor mij duister, intusschen heb jk er den Md t On. 1l. „ van Badong; den Gustij van Parrang-assang nu „neevens die van Salemparrang, steeds geneigt „hunne rijken en magt verder uit te breiden, toe„ „ken Dewae Mangis ook onder hun gebied te brengen, „en dien Dewa daar geen lust inhebbende zou volgens „de onderrigting die jk hier omtrend heb kunnen „krijgen, de vaare oorzaak van de aanhoudende „ Oorlog tusschen Parrang-assang en Dewa Mangis „zijn; Nu is er nog een zoon of kleen zoon „ /:dat jk niet zeeker weet:/ van Dewa Agon die „genaamt is Dewa Gede, deeze is al meermaalen „op Sumbauwa geweest om die Natie aan te Spooren „ van Kleen Balij of Salemparrang aan te tasten, „terwijl, hij als dan op Groot Balij met zijn magt „zou koomen afzakken na baerrang-assang, om zo „doende, dien Iustij hun algemeenen vijand met „alle magt aan twee kanten aan te Lasten op „dat zo wel Sumbauwa klein Balij weerom mogt „krijgen, als zij Carrang-assang en dies resorten„ „ Hij Dewa Gede is daar omtrend zelve met den „commandant Lecerf in onderhandeling op Sum= „bauwa geweest, dog die haar tot uwwel Ed: Agtb: „heeft overgeweezen, en de Sumbauwareesen die „nooit hard loopen als is het tot hun eigen voor= „deel, hebben dat er ook maar zo tot heeden bij ge„ „laaten, egter Smeult dat vuur nog: Nu geloof „jk /:onder Correctie van wijzer gevoelens :/ te mogen „vermoeden, dat het zoeken der barrang assangers „om met de Ed: Komp=e eene directe alliaence „ of verbond aan te gaan niets anders ten doel heeft „als hun in hunne Conquesten vaster te metselen, „op dat bij 't maaken der Bondgenootschap met „de Ed: Somp„e hun in volle eigendom zou toe= „vallen en afgestaan worden, hunne overwonne„ „Landen van Balij, zo wel als kleen Balij „dat eertijds sumbauwarees was; op dat daar „door hunne vijanden, als ziende den sterkeren „arm van de Ed: Scomp„e aan de zeide der Ka= „rang-assangers en Salemparringers hun in „ rust en vreede bezitters van die overwonnene „Landen te laaten, en jk geeve in alle reveren= „cie in bedenking of niet billijk Sumbauwa „daar over zou kunnen gebelgd zijn, ook geloof. Jk 11. moet uwE. het kruit van hier afgaande, een gepast Excuus over de snaephaanen bij zijn Hoogheid maaken„ „jk misschien de Ed„e Somp:e daar door wel eens in „ een Oorlog met de Badongers zou kunnen geraa= „ken; zo niet bij het maaken of aangaan van een „formeele verbintenisse, of Contract met gemelde „barrang-assangers teffens die van Badong, dies „Resorten en ook Sumbauwa kon te vreeden ge= „steld worden, en wijl dit een moeijelijke weg is, „laat jk met alle Eerbied de uitdenking van ge= „paste middelen tot dat einde liefst over aan „diep ziender Oog als 't mijne. 'T voordeel dat nu de Ed: Komp=e bij dit Bond= „ „genootschaep zou hebben; geloof jk dat eenlijk zou „bestaan in Rijst die de Ed: EComp„e daar in een „goede quantiteit zou kunnen van daan haalen en „volgens opgave der Sumbauwareesen zou 't Eij= „land Lombok of klein Balij alleen bijkans zo „veel sappaenhout opleeveren als 't gansche Land „van Sumbauwa; ook zoude hier door veel smoe„ „kelhandel die thans onverhindert door de Geram „mers en andere zee-schuimers daar gedreeven „word zo wel in specerijen als in amphioen, die „door de Baliers naderhand /:schoon ondershands:/ „weer aan de Engelschen word afgezet onder protext „van Rijst te laaten, voorgekomen kunnen worden, „ten minsten rijkelijk gespeert, zo men de Baliers „kon vertrouwen, daar men mijns bedunkens eg= „ter niet al te zeeker op zou kunnen gaan- „ Dit alles zijnde wat mijn geringe kennisse toelaat „ruwwel Ed: Agtb: op dit Sujet allerneedrigst te kun= „nen meede deelen, hoop Jk, egter eenigsints aan „ruwel Ed: Agtb: intentie te mogen hebben voldaan. Hier en op Sumbauwa loopen gerugten als of Dewa Mangis op Iava aan den welEd: Agtb Heer Gouverneur hulpe zou verzogt hebben teegen barrang assang en dat daar op Een Bark en eenige Chialoupen en andere g'arrueerde vaarthuigen de Negorij Boelilieng toebehoorende aan Parrang-assang zoude weggenomen hebben, 1„ - 13. Bima hebben, wat hier van is of wat reeden hier voor zou „zijn blijft voor mij duister, intusschen heb jk er den Gustij te barrang-assang overgeschreeven. verders moet jk uwwel Ed: Agtb: nog bedeelen dat den 2=e Maij Jongst verweeken, den Honing van Sangar 't tijdelijke met 't Eeuwige verwisselt heeft, in wiens plaats, dat volk mij heeft voorgedragen den oudsten zoon van den overleedenen Vortt genaamt Adam, als den wettigen opvolger van zijn vader, die zij mij verzogt hebben dat jk ook bij eerste occasie rw„ „wel Ed: Agtb: gunstig mogt voorgedraagen, gelijk zij mij ook toegezegd hebben zulks bij eerst komende gelee„ „gendheid in perzoon van uwwelEd: Agtb: te zullen imploreeren. Sluitende beveele jk uwwel Ed: Agtb: neevens S Ed: komp„s zwaarwigtige belangen in Godes hoede en noeme mij met alle onderdanigheid /:onderstond:/ welEdelen Agtbaaren Heer /:lager:/ uwer wel Edele Agtb: zeer gehoorzame en onderdanige Dienaar /:was geteek„t C Meurs /:in margine:/ Bima den 1d=e Julij Anno 1783 Aan den onderkoopman Cornelis Meurs, Resident aldaar. Eerzame, vroome, Discreete. uwE aparte van den 14=e deezer wel ontfangen hebbende, diend op dezelve dat jk zo wel het gesuppediteerde omtrend het aangaan van een verbintenisse met de Baliers als het betrekkelijke tot de zeeven aldaar nog te vindene Canons in het najaar Hunne Hoog Edelheedens zal Soovy vauw aangegente,. yn, acoa uw welEd: Agtb: eenige medogentheid met ons wil bedeelen gebruiken 2 ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3653_1254 view scan ↗

English

distribute; and that I provisionally approve the nomination of Prince Adam as King of Sangar in place of his deceased father, provided that he come over in person to this place as soon as possible, according to custom, for the absolute appointment and to swear to the contracts. Furthermore, having taken note for communication of what was written regarding the rumors circulating on Sumbawa, as if Dewa Mangis on Java had requested our assistance against Carrang-assang etc., the outcome of which is not yet known, so I remain, after greetings, [underwritten:] your Good friend, [was signed:] B.d Reijke, [in the margin:] Makassar in Fort Rotterdam, the 25th of July, Anno 1783. Honorable and Respected Sir, Having arrived here on the 27th of this month, I take the liberty to report most respectfully to your Honor regarding both the King of Tanette and Arou Pantjana. Accordingly, I immediately sent the second undersigned along with Lieutenant Intje Salemang to Tanette (because the first undersigned did not find it advisable to go there in person and leave this place, on account of the rumors that several inhabitants of this place, both Company subjects and those of Tanette, had wanted to flee from here) to inform the King there of your Honor's honored orders, and at the same time to announce that we have come here to collect the tithes; and furthermore, that your Honor [illegible] arrived vessels, would have taken away the village of Boelilieng belonging to Parrang-assang, had heard aside that he had allegedly given orders, whenever the people of Arou Pantjana wanted to cut or harvest their paddy, to prevent them from doing so. For that reason, and to avoid all dispute, your Honor recommends the King to refrain from this, while your Honor had also strictly forbidden Arou Pantjana from interfering with, disturbing, or meddling with the subjects of Tanette in their work or with the tithes. To which the said King replied that the said rumor is true, but that it by no means aims at any hostilities, but primarily serves to protect his own people. He has already for that purpose dispatched two of his Anroong Goeroes to the places to care for his people and those of Boni, with express orders not to initiate any uprising whatsoever with the people of Aroe Pantjana. However, if those of Aroe Pantjana should be the first to molest his people and those of Boni, they would simply strike them, even if they were aided by Company subjects, and that he would not care about that. Furthermore, the said King asked: what if he takes possession of his village Patjinongang along with his paddy fields called Sapakanoe-Toonga, and Aroe Pantjana should oppose that, what then? To which the second undersigned along with Lieutenant Intje Salemang replied to him that they could not clarify his question, but that he should address himself regarding that to your Honor, and to that end please send an emissary to Makassar and put the matter before your Honor. The said King replied that he has so often come with complaints to the Honorable Governor and no consideration has been given to this day; therefore, he will now simply do what Heaven puts in his heart. Whereupon the second undersigned requested the said King not to do such things before the Governor is properly informed of it, which was agreed to by him. [illegible] your Honor will show some compassion with us. The second undersigned also requests the said King to send an emissary of his along at the time of the tithing to point out the places where his paddy might be. To which the said King replied that he has already sent one of his principal Anroong Goeroes there to point out his property to the tithe collectors, adding that when you collect the tithes, even if you were to search my houses, nothing will be said against it; but if you enter my village with the people of Aroe Pantjana, even if it were only one person, and do so, then it will first erupt and affect you all. Furthermore, we take the liberty to communicate to your Honor that some thirty or forty liplippen with Tanette subjects from the village of Kekeang and surroundings had fled to Tanette out of fear that some hostilities might occasionally arise between Aroe Pantjana and the King of Tanette, even including Company subjects who had also wanted to flee without tending to their paddy. However, the first undersigned had assured them to the contrary, that they need not be afraid in the least, but should remain living quietly in their village and gather their uncut paddy; just as he also ordered the second undersigned to make the above known to the King, and to request that he please order his subjects to return to their villages, for no harm whatsoever will come to them. The King also promised us to do so, and we have learned that they are now heavily engaged again in cutting their paddy, and thus we hope to carry out the tithing here in all tranquility. Furthermore, the first undersigned along with Lieutenant Intje Salemang departed yesterday for Pageerie. [illegible] arrived vessels, would have taken away the village of Boelilieng belonging to Parrang-assang.

Dutch transcription

bedeelen; En dat jk voor zo verre wel provisioneel appro= „beere de voordragt van den prins Adam tot Koning van Sangar in plaats van zijn overleedene vader mits dat denzelven tot de absolute aanstelling ten Eersten in perzoon na herwaards volgens gebruik en om de Contrac „ten te bezweeren overkome. voorts voor Communicatie aangenoomen hebbende het geschreevene weegens de op sumbauwa geloopene ge= „rugten als of Dewa Mangis op Iava bij de onze assis= „tentie had verzogt teegens Carrang -assang &=a waar van men de uitslag nog niet wist, zo blyve jk na groe „te /:onderstond:/ uwE Goede vriend /:was geteekt:/ B=d Reijke /:in margine:/ Makasser in het Kasteel Rot „terdam den 25=e Iulie Anno 1783. — wel Edele Agtbaar Heer Op den 27„e deezer alhier aangeland zijnde zo neeme de vrijheid uwwel Edele Agtb: op 't alder Eerbiedigste bij deezen verslaeg zo wel weegens den Koning van Tanette als Arou Pantjana te doen, hebbende mits dien ten eersten den tweede geteekende neevens den Luitinant Intje Salemang na Tanette gezonden /:om reeden den eerst= „geteekende niet raadzaam had gevonden in perzoon aldaar te begeeven en deeze plaats te verlaaten wee= „gens de gerugten die der zijn, dat er verscheiden Jn= „woonders van deeze plaats zo 'sComp„s Onderdaanen als die van Tanette van hier de vlugt had willen neemen:/ om de g'Eerde beveelen van uwwel Ed: Agtb: aan den Koning aldaar te verwittigen, en teffens aan te zeggen dat wij alhier zijn gekomen om de verthie„ „ning te doen, en voorts dat zijn welEd: Agtb: van g'arrueerde vaarthuigen de Negorij Boelilieng toebehoorende aan Parrang-assang zoude weggenomen Lek hebben, - ƒ - 2 15 ter zijden had vernoomen dat hij order zoude hebben gegeven om wanneer Trou Pantjana zijn volk hunne Padij willende Luijden of mnoogsten hun te beletten uit dien hoofde en ter vermijding van alle swist zijn Ed: Agtb: den Koning recommandeerende zulks na te willen laaten, terwijl zijn welEd. Agtb. troe Pantjana ook op 't scheepste had verbooden om de onderdaanen van Tanette in hun werk geenzints te moeten, zrooren of met de verthiening, te bemoeijen„ Op 't welke gemelde Koning ten ant„ „woord had gegeven dat gemelde gerugt waar is, maar geenzints oogmerkende op eenige vhandelijkheeden, maar voornamentlijk dient om de zijne te beschermen, hebbende bereets ten dien einde twee van zijn anroug Goeroes na de plaatsen geschikt om over de zijne en die van Bonij te zorgen met expresse last van in het ge„ „heel geen opstand hoe ook genaamt met 't volk van Aroe Pantjana te beginnen, dog indien die van Aroe Pantjana het eerste mogte weezen om zijn volk en die van Bonij te molesteeren als dan haar lieden maar te zullen slaan alwaaren zij met hulp van Comp=s Onderdaanen dat hij daar niet om geeven zal; voorts vraagde gem: Koning dat zo bij aldien hij zijn Negorij Patjinongang neevens zijn Padij velden genaamt Sapakanoe=Toonga in bezit neemt en Aroe Pantjana daar teegens wilde weezen hoe dan, waar op den tweede geteekende neevens den Luite= „neent Intje Salemang hem op antwoorde, zijn vraeg niet kunnende Expliceeren, maar dat hij zig daar omtrend bij uw wel Ed: Agtb: keen addresseeren. en ten dien einde een zendeling na Makassar gelieve te zenden en de zaak bij uwel Ed: Agtb: voordraagen, gem: koning repliceerde dat hij zo mee„ „nigmaalen met klagten bij den welEd: Agtb Heer Gou„ „verneur gekomen is en daar geen reflectie tot hee= „den toe is geslaagen, dierhalven zal hij nu maar doen het geen hem den Hemel in 't Harte geeft, waar op door den tweede geteekende gemelde Koning verzogt is geworden geen zulke zaaken te doen voor en al eer den Gouverneur daar van behoorlijk ken„ „nis is gegeven, het welk door hem bewilligt is ge= Soovg aangegeete, avo zyn, oo uw welEd: Agtb: eenige medogentheid met ons wil worden gebruiken 3 „worden, Ook verzoekt den tweede geteekende gemelde Koning bij verthienings tijd een zendeling van hem meede te geeven om zijn plaatsen waar zijn Padij mog „te weezen aan te wijzen, waar op gem: Koning ant= „woorde dat hij beriets een van zijn eerste Anroong Goeroes daar gezonden heeft om de verthierders de zijne aan te wijzen, met bijvoeging dat als uw de verthie= „ning doet al zoude uw de Huisen van mijn Visen= „teeren, zo zal er niets teegengesprooken worden, maar indien uw met 't volk van Aroe Pantjana in mijn Negorij komt, al was 't maar een perzoon en zulks doen„ „de dan zal 't eerst uitbaersten en uw alle gelden. Voorts neeme wij de vrijheid UuwelEd: Agtb te communiceeren dat er wel in de dertig of Veertig liplip= „pen met Tanettese Onderdaanen uit de Negorij Ke= „keang en daar omstreeks na Tanette gevlugt waaren uit vreese dat er zomtijds tusschen Aroe Stentjana en de Koning van Tanette eenige vijandelijkheeden zoude ontstaan, ja zelfs tot Comp=s onderdaanen toe die meede de vlugt hadden willen neemen zonder zig aan hun Padij te willen bemoeijen, dog dat den Eerstgetee= „kende haarlieden het teegendeel had verzeekert dat zij voor 't minste niet behoeven bevreest te weezen maar gerust in hun Negorij te blijven woonen en hunne nog ongesneedene Padij inzamelen, gelijk den„ „zelven aan den tweede geteekende ook gelast hebbe om den Koning het bovenstaande bekend te maaken, en te verzoeken dat hij dog zijn onderdaanen gelie¬ „ve te gelasten om in hunne Negorijen weeder te rug te keeren, want dat haar geen het minste leet zullen geschieden, zo als den Koning ook aan ons belooft heeft zulks te zullen doen, gelijk wij hebben vernoomen dat zij nu sterk bezig zijn weder aan hunne Padij te snijden, en dus verhoopen wij de verthiening alhier met alle gerustheid te zullen doen. Wijders is den Eerstgeteekende beneevens den Luite= „nant Intje Salemang op gisteren na Pageerie vertrokken gariueerde vaarthuigen de Negorij Boelilieng toebehoorende aan Parrang-assang zoude weggenomen hebben.

NL-HaNA_1.04.02_3653_1257 view scan ↗

English

departed to earnestly recommend to Aroe Pantjana in Your Right Honorable’s name that he especially keep quiet and also not interfere with the tithes, much less give any of his people to them, with the further assurance that in case he would not listen to Your Right Honorable's admonition, he would then have to expect the utmost displeasure from Your Right Honorable. Whereupon he promised that he will not be the one who will disobey the admonitions and orders of Your Right Honorable, but that he is very much grieved over the treatment of his brother, the King of Tanette. The commissioner of Bonij, Arousanette, has also arrived here with us; and concerning the work of the tithes, we cannot yet report to Your Right Honorable when we shall make a beginning with the same, as various paddy fields still remain uncut, but we hope to make a beginning with this within the space of three to four days, and assure Your Right Honorable of a favorable harvest; but at this present time a good watch must be kept here by persons who are feared by the natives, for the reason that we have heard indirectly that various traders were inclined to come into this district to purchase rice and paddy. For the rest, we remain with all required respect, underneath stood, Honorable Right Honorable Sir, lower, Your Right Honorable's obedient and faithfully obliged servants, was signed, D. Deefhout and Hendrik Bewers, in the margin, Mandalle the 30th of July Anno 1783. Translation. Translation of a letter written by Gustij Moera Madde Karrangassang and Gustij Madde Karrangassang, Kings of Parranglissanig and Salemparrang. To The Honorable Right Honorable Sir, Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Celebes etc. etc. along with The Council. Compliments as customary. We hereby inform our brother, the Honorable Right Honorable Sir Governor, that we received Your Right Honorable's letter together with the gifts enclosed therewith via the Juragan Intje Jitang with great joy, and perceived therefrom the continuing affection of Your Right Honorable towards us. The Good God knows with what joy we were inspired regarding this, wishing that He may allow Your Right Honorable to live for a long time yet. While continuing this, we inform Your Right Honorable together with the Council that some time ago, from the side of the Lord Governor van der Voort, a letter was received by the said Governor from the Lord Governor-General and the Council of the Indies in Batavia, together with the Governor of Samarang and the Chief of Sourabaija, containing the entering into an alliance between us and the Honorable Company; that the Honorable Right Honorable Lord van der Voort also had pleased to write to the Commander at Bima, Alexander Lecerf, with orders to bring the same to our knowledge verbally, conveying the honored intention of Their High Excellencies from a letter that we indeed received, and from that perceived the brotherly friendship and alliance to be entered into with us and the Honorable Company; and that the entire country of Balij, as well as that of the Honorable Company, must look after each other's interests, and whoever is the Company's enemy is also Balij's enemy, and likewise the same for Balij, which we will also endeavor to look after for so long, until our children's children and posterity, which shall be everlasting. Furthermore, we inform the Lord Governor and further Council that into our harbor here has arrived a bark commanded by Captain Koning near the village of Padang, who, wanting to go ashore with his sampan, had approached a Chinese vessel that was lying at anchor nearby and came from Bancahoeloe; and upon his return to his bark, wanting to act hostilely against the same, was prevented by the Chief of the said village of Padang named Samangalloeng; and by the aforesaid Chief Captain Koning was asked what he came to do here, to which the latter gave as an answer: I have been sent by Their High Excellencies the High Indian Government in Batavia to seek out the Company's enemies (namely, the English) everywhere they might be, and to treat them hostilely; that upon the said Chief of Padang going ashore, Captain Koning ordered his men to put the sampan overboard, and to go with it to the Chinese sloop to confiscate the same on the Company's behalf, and furthermore to take two Chinese of the said vessel, named Intje Koe and Intje Lio, as prisoners; that this was executed immediately in the presence of the said Pamangalloeng. However, through all these actions of the said Captain, we hope Your Right Honorable will exercise some mercy towards us.

Dutch transcription

17 soory veren aangegaan,, vertrokken, om Aroe Pantjana uit uwwe EEd: Agtb: naam op 't ernstigste te recommandeeren dat thij dog voor al zig stil houd en zig ook met de verthie„ „ning niet te bemoeijen veel minder eenig volk van hem meede te geeven, met verdere verzeekering dat ingevalle hij aan de vermaaning van uwwel Ed. Agtb: geen gehoor wilde geeven hij als dan ten uitersten de ongenoegen van uwwel Ed. Agtb: te verwagten hebbe, waar op denzelven beloofde dat hij die geene niet zal weezen die de vermaaning en Ordres van uwwelEd Agtb: niet zal gehoorzamen maar dat hem zeer ter harte gaat over de behandelingen van zijn Broeder den sConing van Tanette. Ook is bij ons alhier aangekomen den gecommitteerde van Bonij Arousanette- en aangaande 't werk van de verthiening kunnen wij uwwel Ed: Agtbaare voor als nog niet melden wanneer wij met dezelve een begin zullen maaken, terwijl er t verscheide Padij vel„ den nog ongesneeden blijven staan, dog verhoope zulx binnen den tijd van drie â vier daagen daar meede een begin te zullen maaken, en uwwel Ed Agtb. verzeekere een favorabele moogsting maar hier dient in deeze teegenswoordige tijd een goede wagt gehouden te worden door Perzoonen die door de Jnlanders gevreest worden, om reeden wij van ter zijden gehoort hebben. dat er verscheide handelaars geneegen waaren om in deeze district te koomen om Rijst en Padij in te koopen. Voor 't overige blijve wij met alle verEijschte Eerbied /:onderstond:/ wel Edele Agtbaar Heer /:lager:/ uwer welEd. Agtb Gehoorzame en trouw Ver„ schuldigde dienaaren /:was geteekent:/ D Deefhout en Hendrik Bewers /:in margine:/ Mandalle den 30=e Iulij A:o 1783. — uwwelEd: Agtb: eenige medogentheid met ons wil Translaat. gebruiken „ 9 Translaat Brief geschreeven door den Gustij Moera Madde Karran„ assang en Gustij Madde Karrang assang Koningen van Parrang= =lissanig en Salemparrang. Aan Den welEdelen Agtbaaren Heer. Barend Reijke, Gouverneur en Directeur deezer kuste Celebes &a. &a neevens. Den Raad. Compliment na gewoonte zo maaken wij onzen Broeder den welEd: Agtb: Heer Gouverneur bekend, dat wij uwwel Ed. Agtb: Brief nee= „vens de daar bij gevoegde presenten per den Iuragan Intje Iitang met veel blijdschap Ontfaengen hebben en daar uit ontwaard de aanhoudende geneegentheid van Uee= „welEd: Agtb: te onswaards, De Goede God is 't bekend niet wat voor blijdschap wij daar omtrend bezield zijn geweest, wenschende dat Hij uwwel Ed: Agtb: nog lange wil laaten leeven; Terwijl wij ten vervolge dee= „zes uwwelEd: Agtb: neevens den Raad bekend maaken dat voor eenigen tijd geleeden dan wel ten zijde van den Heer Gouvernuu van der Voort Een Brief van den Heere Gouverneur Generaal en de Raaden van Indien te Batavia neevens den Gouverneur van Samarang en Opperhoofd van Sourabaija door gem Gouverneur ontfangen is geworden, inhoudende het aangaan van een verbintenisse tusschen ons en de ƒ Ed.: EComp=e dat den welEdelen Agtb: Heer van der voort ook aan den Commandant te dima Alexander Lecerf hadde gelieven aan te schrijven - E garmueerde vaarthuigen de Negorij Toceilieng toebehoorende aan Parrang-assang zoude weggenomen niet hebben. ƒ 19 met Last het zelve aan ons mondelings ter kennisse te brengen de g'eerde Jntentie Hunner Hoog Edelhee„ „dens verteld van een brief die wij wel ontfangen heb= „ben en daar uit ontwaard de met ons en de Ed komp„e aan te gaane Broederlijke Vriend- en Bondgenootschap en dat het geheel Land van Balij zo wel is als die van de Ed komp=e en d' Ed komp„e ook zo als die van Balij moet zoeken te behartigen en wie komp„s Vyand is dat die meede vijand van Balij is en zo ook, in sgelijks van Balij, die wij ook zo lang zullen tragten te behartigen, tot ons kkinds kinderen en nageslagt dat eeuwigduurend zal weezen. wijders maaken wij den Heer Gouverneur en verdere Raad bekend als dat in onze schaaven alhier is aange= „koomen Een Bark gevoerd door den Capitain Koning bij de Negorij Padang die met zijn Chiampang na de wal willende gaan, Een Chinees vaartuig was aan„ „gegaan die daar omtrend ten anker lag en van Ban„ „cahoeloe aankwam en met zijn terug komst op zijn Bark niet eens willende vijendelijk teegens dezelve ageeren, door het Hoofd van gem: Negorij Padang in naame Samangalloeng is belet geworden, en door evengem: Hoofd aan Kapitain Koning is gevraagd geworden wat Hij hier kwam doen, dat door dezelve ten antwoord is gegeven, jk ben van Hune Hoog= „Edelheedens de Ed Hooge Indiasche Regeering te Batavia gestuurt geworden om over al waar het zijn mogte EComp„s vijanden /:namentlijk De Engelschen:) op te zoeken, en teegens dezelve vijandlijk te be„ „jeegenen, dat bij het aan de wal gaan van gem: Hoofd van Padang de Kapitain Koning zijn volk belast hadde de Chiampang over boord te zetten, en daar meede na de Chineese Chialoup te gaan om dezelve 'sComp„e weegen te Confisqueeren en daar en boven twee Chineesen van gem: vaarthuig niet name Intje Koe Een Jntje Lio als gevangene meede te neemen; dat zulks terstond is uitgevoerd geworden ten bijweezen van gem Pamangalloeng; Egter kunnen wij door alle deeze behandelingen van gem: oooy ### aangegaan, ,n uw welEd: Agtb: eenige medogentheid met ons wil Kapitain gebruiken

NL-HaNA_1.04.02_3653_1260 view scan ↗

English

Captain Koning happened in our harbor, not take it amiss, because we are afraid to live in discord with the Honorable Company, to whom we have sworn eternal loyalty, while we have the greatest reason to be angry about this because such took place in our ports and not on the open sea, for which we cannot provide, without the slightest notification; the more so that we find ourselves most insulted by this because those two captured Chinese are foster children of our Shabandar, aforementioned Chief of Padang, Pamangalloeng, and are merely navigating persons who sail to and fro from here to Bancahoeloe for trade; That about 20 days after the departure of said Captain Koning, a bark and a frigate manned with Europeans arrived here, and upon the arrival at the roadstead of the aforesaid vessels, 3 salute shots were fired by them in our honor; the people of Padang, who know nothing of European customs, went there with a sampan and asked the Captain of said frigate what he came to do here, to which he answered, I come here to refresh myself a little and to conduct business that is advantageous to the Honorable Company; that at that time my harbor was richly provided with people and vessels, being merchants from Banjar, Makassar, Sourabaija, who all had Company passes with them, as was also shown to said Honorable Captains, so that said Captains were well assured that they were good merchants who were well provided with passes; thus we wonder what reason he might have had to fire live ammunition at said people for fully twenty-four hours, and in that event one of my people was killed and a man from a Banjarese vessel; which is still not enough, while after the shooting they took away two vessels of mine, namely one coming from Sansie and one from Patambong, subordinate villages of Balij, as well as a vessel coming from Banjar, all laden; the captured vessels belonging to the village Tjoeieng belonging to Carrang-assang would have been taken away. 29: On the 4th ditto near the Island of St Mattheus on Langkeezie, this Chinese had nothing other than two packs of trade goods, of which I have noted only the value of mine in a letter; however, since it is according to the words of said Captains that they received such orders from Their High Noble Excellencies to commit such violent acts against us, what shall we say? After all these doings he immediately set sail and anchored at Batoe Poelang, which lies near Balij, and on that occasion I sent my messengers Bapa Martadje and Intje Titang with a letter to him and merely asked what they came to do here, to which they answered, we have been sent with a fleet of ten vessels, both small and large, by the Lord Governor General of Batavia (eight of which still lie outside) to cruise against our English enemies who, we have learned, are directing their course very heavily toward these parts; With all these doings of said Europeans, we request our Brother not to be negligent in giving notice of this in the most respectful manner to Their High Noble Excellencies in Batavia, since we do not intend to write there ourselves; what Their High Noble Excellencies will say about it, we do not know; we only say that if it does not please Their Honors to enter into an alliance with us, as our previous promise was made, and they seek to break it, what shall we do against that? We shall then look out for another white sort of people to live in alliance with; and if it is not the intention of Their High Noble Excellencies to break the alliance with us and to act in such a manner, then we request that it may be settled in such a way that the stolen goods may be compensated or the value restored; to that end we shall exercise patience and wait until the month of Haddje (or according to our reckoning until November) for an answer from Their High Noble Excellencies, since if such does not happen, we shall remain in the firm belief that the alliance entered into by us and Their High Noble Excellencies has been broken; if your Most Noble Honorable will exercise any compassion with us, 21 Captain Koning happened in our harbor, not take it amiss, 0 then please be so good and write to us somewhat about this at the first opportunity, so that we may conduct ourselves accordingly, the more so because hereafter we are afraid to transgress our given promise. Lastly, we send your Most Noble Honorable herewith as a small present 12 duck-birds and request you to be so good as to purchase for my account at cost price 10 Pikols of iron, which your Most Noble Honorable, if you please, may hand over to my messengers Bapa Sadjatje and Bapa Makassar, and I shall gratefully repay the same to your Most Noble Honorable. Written in the Land of Karrang-assang. On the 15th day of the Month of Radjab after the flight of Mahometh in the Year 1197, being according to our reckoning the 18th of Julij Anno 1783 (underneath stood) for the translation (was signed) D: Deefhout. Translation of a Malay Letter written by the Gustij Moera Madde Karrang-assang and Gustij Madde Karrang-assang, Kings of Salemparrang and Kar- rang-assang. To The Most Noble Honorable Lord Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Celebes Together with The Council. Compliments according to custom. We hereby make known to your Most Noble Honorable that the vessel 1

Dutch transcription

kapitain Koning in onze Heven gepasseerd, niet euwel neemen, om reeden wij bang zijn om met de Ed komp„e in oneenigheid te leeven die wij door Eeuwig trouw gezwooren hebben, wijl wij om daar over k raad te worden de grootste reeden toe hebben om dat het zulks in onze staven en niet in de Openbaare zee daar wij niet voor kunnen zorgen, zonder de minste kennis geeving is geschied, tet meer dat wij ons daar over het meest beleedigt vinden, is om dat die twee gevangene Chineesen opvoedelingen van onzen Sabandhaar, meergem: Hoofd van Padang, Pamangalloeng en eenlijk navigee„ „rende Perzoonen zijn, die van hier over en weeder na Bancahoeloe, ten handel vaaren; Dat omtrend 20 daagen na het vertrek van gem. Kapitain Ko= „ning hier meede zijn aangekoomen Een Bark en Een Fregat met Europeeschen bemand, en bij het ter rheede aanlanden van evengem. vaarthuigen ter onzer Eere 3 salut schooten door dezelve zijn gedaan geworden, door het volk van Padang die niets van den Euro= „pees zijn gewoonte weet, met een Chiampang daar na toe is gegaan, de Kapitain van gem: fregat ge„ „vraagd wat Hij hier kwam doen, dat door denzelven is g'antwoord geworden, jk kom hier om mijn wat te ververschen en zaaken te verrigten, die voor de Ed=e Somp„e voordeelig zijn, dat toen ter tijd mijn Haven rijkelijk met volk en vaarthuigen voorzien was, zijnde Handelaars van Banjar, Makassar, Sourabaija die alle 'sComp„s Passen bij zig hadden, gelijk gemelde Ed„ „pitains meede vertoond zin geworden, zo dat gemelde Kapitains wel bewis zijn dat het goede Handelaars waaren die wel van Passen voorzien zijn, zo verwonderen wij ons wat reeden Hij mogte hebben om wel geduu= „rende een Etmaal gemelde Menschen met scherp te schieten en bij dat geval een van mijn volk is gesneu= „veld en Een man van een Banjarees vaartuig dat nog niet genoeg is, wijl zij na het schieten twee vaarthuigen van mijn hebben weggenoomen als een komende van Sansie en een van Patambong onderhoorige Negorijen van Balij, als meede een vaarthuig komende van Banjar alle gelaaden g'arieerde vaarthuigen de Negorij Tjoeieng toebehoorende aan Carrang-assang zoude weggenomen niet hebben. 29: den 4=e dito bij het Eiland S„t Mattheus op Langkee„ „zie, deezen Chinees haed niets anders als twee pakke met Negotie, dien Jk alleenlijk de waarde van de mijne in een Brief genoteerd heb, Egter dewijl het volgens gezegde van gemelde kapitains zijn dat ze zul„ „ke Ordres van Hunne Hoog Edelheedens ontfangen hebben om zulke beeldadigheeden teegens ons te doen, wat zullen wij zeggen, Na alle deeze gedoentens is hij direct onderzeijl gegaan en op Batoe Poelang, dat omtrend Balij legt, ten anker gegaan, en bij die geleegendheid mijn zendelingen Bapa Martadje en Intje Titang neevens een Brief na den zelven gezonden en eenlijk gevraagd wat zi hier kwamen doen, dat daar op van hunlieden g'antwoord is, wij zijn met een vloot van thien zo kleene als groote vaarthuigen van den Heere Gouverneur Generaal van Batavia gestuurt geworden /:waar van nog agt buiten leggen:/ om te kruissen op onze Engelsche vijanden die wij vernomen hebben, zeer sterk hun boers hier omstreekt na toe nee= „men; Met alle deeze gedoentens van gem: Europee„ sen verzoeken wij onzen Broeder niet nalatig te willen weezen Hunne Hoog Edelheedens te Batavia hier van op het allereerbiedigste kennisse te geeven, ver„ „mits wij niet van zins zijn zelfs daar te schrijven; wat Hunne Hoog Edelheedens daar van zeggen zullen, dat weeten wij niet, alleenlijk zeggen wij als het Haar Ed: niet behaagd met ons een verbintenisse aan te gaan, gelijk onse voorige belofte gedaan, en tragten te verbreeken, wat zullen wij daar teegen doen, wij zullen dan na een ander blanke zoort van Men= „schen omzien om daar meede in verbintenisse te leeven, en is het de Jntentie van Hunne Hoog= „Edelheedens niet om de verbintenisse met ons te ver„ „breeken en zulks te handelen, dan verzoeken wij dat het zodanig mag uitgemaakt worden dat de ge„ „roofde goederen mag vergoed dan wel de waarde ge= „restitueerd worden, wij zullen dan ten dien einde ge„ „duld oeffenen en tot in de maand van Haddje /:ofte na onze Reekening tot in November /antwoord van Hunne Hoog Edelheedens verwagten, dewijl zulks niet geschiedende wij in die Vaste verbeelding zullen blijven dat de verbintenisse door ons niet Hoog Dezelve aangegaan, verbrooken zijn, indien uw welEd: Agtb: eenige medogentheid met ons wil gebruiken 21 kapitain Koning in onze Heven gepasseerd, niet euwel 0 gebruiken zo weest zo goed en schrijft ons met de eerste geleegendheid hier van eenigsints, op dat wij ons zelven daar na rigten kunnen, te meer wijl wij hier na= „maals bang zijn ons gedaane belofte te overtreeken. Laastelijk renden wij uwwel Ed: Agtb: tot een gering present hier neevens 12 stux Eendvoogels en verzoek voor het kostende voor mijn Reekening te willen inkoopen 10 Pikols ijzer, dat uwwel Ed: Agtb: aan mijne zende= „lingen Bapa Sadjatje en Bapa Makassar des gelievende kan ter hand stellen, zullende jk het zelve uw wel Ed: Agtbaare ten dank weder voldoen. Geschreeven op het Land, van Karrang-assang. op den 15„e dag van de Maand Radjab na de vlugt van Mahochieth in 't Jaar 1197. zijnde na onze Ree= „kening den 18=e Julij A„o 1783 /:onderstond:/ voorde overzetting /:was geteekent:/ D: Deefhout. Translaat Maleidsch Brief geschreeven door den Gustij Moera Madde Karrang-assang en Gustij Madde Karrang-assang Konin= „gen van Salemparrang en Kar= „rang-assang. Aan Den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke, Gouverneur en Directeur deezer kuste belebes Neevens Den Raed. Compliment na gewoonte. zo maaken wij uwwel Ed: Agtb bekend als dat het vaar= „thuig 1

NL-HaNA_1.04.02_3653_1263 view scan ↗

English

29. 23. the 4th of the same month near the Island of Sint Mattheus at Langkeezie, this Chinese has nothing else than two packethuys of mine which arrived from Patonbong and contained eight lasts of rice at 40 rixdollars Spanish per last, calculated at rixdollars 320: Spanish. A pair of heavy metal swivel guns, one picol, a pair of blunderbusses, three chests containing cloths and badjoes and 30000 pieces of small coins, six assegais. That which arrived from Sansik was 7½ fathoms long, had contained 3 boilings of rice at 40 rixdollars Spanish per last: 120: A pair of metal rantakkangs weighing 115 catties, a pair of firelocks, 2 pieces of assegais. Calculating only the merchandise excluding the ammunition goods at: 650: The ammunitions consist of 22 pieces that the captain of the frigate named Corne has plundered and 8 kegs and 6 catties of powder, besides 500 pieces of iron cannonballs, 1000 blunderbuss and musket balls. That from Sansie had 5 kegs of powder, 400 iron cannonballs and 300 pieces of firelock balls, making together for both vessels 13 kegs of powder, 2200 pieces of balls. Trassjes 15000 pieces of small fragments: 210: Written in the land of Karrang-assang the 15th day of the month Rajab in the year after the flight of Mahometh 1197, being according to our reckoning the 10th of June 1783. Underneath stood: for the translation, was signed: D. Deefhout. Right Honourable Captain Koning passed in our harbour, not [illegible] Right Honourable Respected Sir, By my own vessel, which serves solely for the conveyance of this letter, I find myself duty-bound to inform Your Right Honourable Respected Sir that yesterday evening Daeng Manoubarie arrived here with his vessel from Tanette to steer for Panamallana, who before his departure had requested from the Bugis Lamaden, because he had forgotten it, to tell the interpreter fully to be on his guard and to reinforce, because he had dreamed the very same dream as before the last unrest of the Saleierese; the mentioned interpreter having directly informed me thereof, I immediately sent a vessel after him to recall Dain Manonbarie in order to get a proper account of that matter, who upon receipt of my orders returned, so I had him asked in my presence by the interpreter what reason he had to have such a message given to the interpreter, that he did not know what to think of that and also not of any dreamings, but that if he had knowledge of anything unheard of, he should then come out with it frankly; who, after having previously requested that his name might remain concealed, related that he had heard from one of the people of Daen Manjelikie, residing at Bira, that the mentioned Daen Manjelikie had brought three letters here, namely one for Bonto Bango, one for Batta Matta, and one for Gantarang from Daeng Padoenie, in order to persuade them, as before, to rebellion. I immediately had Daeng Manjilikie searched for, but he has not yet been found; likewise I had Bonto Bango, Batta Matta, and Gantarang summoned, but until now no one has appeared, and since this can brook no delay, the more so because I obtain evil presumptions for the reason that Batta Matta sends an express vessel today to fetch his uncle Daeng Manassie from the Mangerij, who went thither over a year ago with his own vessel in order to 29 the 4th of the same month near the Island of Sint Mattheus at Langkeezie, this Chinese has nothing else than two packethuys in order to help the people of the Mangarij who were against Daing Parotta; on the other hand because the Regent of Tanette comes here today with a flimsy excuse to go to Bonto Bango because an emissary of Bonto Bango had been with him and had asked him for a boy who had recently passed away, in order to go and speak about that himself. I answered him in a friendly manner that since I wished to speak to Bonto Bango myself, he should tarry here until the same arrives here. The vessel of Batta Matta having already sailed past here tonight towards Matalalang, I sent the interpreter thither to inspect it; of all of which I duty-bound give knowledge to Your Right Honourable Respected Sir, with the request that I may be honoured as soon as possible with Your Right Honourable Respected Sir's esteemed orders as to how I shall conduct myself in an unexpected event, which God forbid, although I must assure Your Right Honourable Respected Sir that apart from that news from Dain-Manonbarie I perceive no danger and also do not know what should move them thereto; however, I deemed it most expedient, since one cannot know what consequences such may have, to give Your Right Honourable Respected Sir prompt notice of that news, for the natives are after all mostly only friends in appearance; the arrival of strangers, both from Bira and otherwise, is uncommon, thus, in the hope of favorable interpretation, some Madurese would not be unserviceable here for protection; which, however, I leave to Your Right Honourable Respected Sir's wiser and more penetrating judgement. Meanwhile I have the honour to be in haste with true high esteem, underneath stood: Right Honourable Respected Sir, lower: Your Right Honourable Respected Sir's very humble and obedient servant, was signed: Ls Is De Swart, in the margin: Saleijer the 11th of August Anno 1783, lower: P.S. The small vessel not being able to depart yesterday evening, I had to postpone it until today; meanwhile Bonto Bango appeared before me this morning, with whom I conversed, but the same directly declared the truth to be that Dain Padoenie had recently written her a letter with one of his slave boys, but containing nothing other than about a slave boy, to request some coconuts and two horses from her, which letter she handed over to me for reading, being the only letter that 25 which

Dutch transcription

29. 23. den 4=e dito bij het Eiland S„t Mattheus op Langkee„ „zie, deezen Chinees heed niets anders als twee pakke„ „thuig van mijn die van Patonbong aangekomen is in hadde agt Lasten Rijst â 40 rixd„s sp„s 't Last - rd„s 320: Sps reekent. . . . . - -. Een paar Methaale draaijbassen zwaar, Een pikol, Een paaer Donderbossen, drie kisten waar in zijn kleedjes en badjoes en 30000 p„s Y pittjes, ses assegaaijen - - - - - - Die van Sansik aangekoomen is lang ge„ „weest 7½ vaedems hadde ingehad 3 boijlings Rijst â 40 rd„s spaans 't Last. . . . . . . „ 120: „ Een paar Methaale Rantakkangs zwaar 115 katjes, Een paar Vuur roeren, 2 stux assegaijen. Reekenende jk alleenlijk de „ Negotie buiten de Ammunitie goederen op „ 650:„ De Ammunitien, bestaan in 22 stukken die de Capitain van 't fregat gen Corne ge„ „roofd heeft en 8 vaatjes en 6: kattjes kruid neevens 500 stux ijzere Koogels, 1000 Don„ „derbos en snaphaans Koogels. Die van Sansie hadde 5 vaatjes 't kruid, 400 ijzere koogels en 300 pees vuur roers koogels, maakende te zaamen van beide vaarthuigen 13 vaatjes kruid 2200 stux koogels Trassjes 15000 pees brokjes. . . . . „ 210: „ Geschreeven op het Land van Karrang-assang den 15„e dag van de maand Radjab in 't jaar na de vlugt van Mahometh 1197. zijnde na onze Ree„ „kening den 10„e Junij 1783 /onderstond:/ voor de over„ „zetting /was geteekent:/ D. Deefhout. WelEdele el . . „ kapitain Koning in onze Haven gepasseerd, niet euwel WelEdele Agtbaar Heer Per mijn eigen vaartuig dat tot overbreng van deeze Eene „lijk is dienende, vind jk mij gehouden uwwelEd: Agtb: schuld= „pligtig kennis te geeven, dat gisteren avond Daeng Ma„ noubarie met zijn vaarthuig van Tanette hier g'arri= „veert is om na Panamallana te steevenen die voor zijn vertrek van den Boeginees Lamaden verzogt had want hij het vergeeten was om den Tolk voll te zeggen van op hoeden te weezen en versterken want dat hij zo dito droom als voor de laaste Stribbeling der salaijereesen gedroomt had, gem: Tolk mij dfrect daar van kennis geevende, zo hebbe terstond een vaarthuig agter na ge„ „zonden om Dain Manonbarie te rug te ontbieden ten einde een Regt Jace van die zaak te krijgen, die op ontfangst van mijn Ordres geretourneert is, zo liet hem in mijn presentie door den tolk vragen, wat reeden hij heed zulke boodschap aan den tolk te laaten doen, dat niet wist wat daar van denken zoude en ook van geen droomerijen, maar dat wanneer hij van iets on„ „gehoorts kennis droeg als dan rondborstig zoude uit= „koomen, het geene na alvoorens verzogt te hebben zijn Naam mogte versweegen blijven verhaalde dat hij van eene van het volk van den tot Bira woonagtigen Daen Manjelikie gehoort had dat gem Daen Manje„ „likie drie Brieven als eene voor Bouto Bango, eene voor Batta Matta en Een voor Gantarang van Daene Padoenie hier zoude gebrogt hebben om haar lieden zo als bevoorens tot oproer over te haalen, jk hebbe ten eersten Daeng Manjilikie laaten opzoeken maar nog niet gevonden, zo ook Bonto Bango, Batta Matta en Gan„ „tarang laaten roepen maar tot nog toe is niemand opgedaagt en vermits dit geen uittstel leijden kan, te meer wijl jk quade presumatie krijge om reeden Batta Matta heeden een Expres vaarthuig zend om zijn Oom Daeng Manassie van de Mangerij te haalen die over een Jaar met zijn eigen vaarttuig daar na toe gegaan is om een F 29 den 4=e dito bij het Eiland S„t Mattheus op Langkee„ „zie, deezen Chinees heed niets anders als twee pakke„ om het volk van de Mangarij dat teegens Daing Pa„ „rotta geweest is te helpen ten andere wijl den Regent van Tanette met een blauwe boodschap heeden hier komt om na Bonto Bango te gaan wijl een zende= „ling van Bonto Bango bij hem geweest was en had een Jonge die pas overleeden was van hem gevraagt om zelfs daar over te gaan spreeken, jk hebbe hem in het vriendelijke g'antwoord vermits jk Bonto Bango zelfs wilde spreeken hij hier zo lang zoude ver„ „toeven tot dezelve hier komt, het vaartuig van Bat= „ta Matta deeze Nagt bereets hier voorbij na Matala= „lang gezeild zijnde hebbe den Tolk om het te visen= „teeren derwaarts gezonden van welk een en ander uwwel Ed: Agtb: Schuldpligtig kennis geve, met verzoek met uwwelEd Agtb: g'eerde beveelens zo spoedig doen„ „lijk is gehonoreert te mogen worden hoe jk mij bij een onverhoopte voorval daar God voor hoeden wil„ zael gedragen, schoon Jk uw wel Ed. Agtb: moet betuigen dat buiten die tijding van Dain-Manonbarie geen onraad speuren en ook niet weeten wat haar daar toe moveeren zoude egter hebbe het ten hoogsten diens„ „tig g'oordeelt wijl niet weeten kan van wet gevolge zulks kan zijn uwwelEd: Agtb: Cito van die tijding kennis te geeven want de Jnlanders dog meest maar vrienden in scheijn zijn, de overkomst van vreemde zo van Bira als andersints is ongemeen, dus zoude onder hoope van welduiding Eenige Madu„ „reese tot deeking hier niet ondienstig weezen, Het geene egter aan uwwel Ed: Agtb: wijzer en doorzien„ „der Oordeel overlaate, onderwijle hebbe de Eere van met waare hoog-agting in haast te zijn (:onderstond:) welEd: Agtbaar Heer. /:lager:/ uw wel Ed: Agtb: zeer onderdanige, en gehoorzame Dienaar /:was geteekent:/ L„s I„s De Swart /:in margine:/ Saleijer den 11=e Au= „gustus A„o 1783 /:lager:/ P S. Het vaartuigje gister„ avond niet kunnende vertrecken hebbe het tot hee= =den moeten uitstellen, midlerwijle is Bonto Bango„ heeden morgen bij mijn verscheenen die jk onderhouden hebbe, maar dezelve betuigde direct de waarheid te zijn dat Dain Padoenie haar een Brief onlangs geschreeven, had met een zijner slave jonge maar anders niets behel= „sende als over een slave jonge om eenige klappers en twee paarden van haar te verzoeken, welke Brief zij mij tot lecture overgegeven heeft, dat de eenigste Brief is 25 die

NL-HaNA_1.04.02_3653_1266 view scan ↗

English

Captain Koning passed through our harbor, not however those which she received after the last dispute from him, Padoenie, which she offers to confirm under oath. Saleijer To the Bookkeeper Ludovicus Theodorus de Swart, Resident there. Honorable, Pious. Having learned with little pleasure from your letter received here at Maros yesterday evening, dated the 11=e of this month, of the disputes that seemed to arise again on Saleijer, I am sending you, as I cannot know what truly lies behind this, the pantjallang De Maria under the command of Chief Mate Traanenburg, which, to assist that weak garrison and to protect our post, brings over to you Sergeant Franke and twelve Sumenep warriors with their weapons and non-commissioned officers. Consequently, in order to put an end to these restless affairs once and for all and to deter them, you must, upon the arrival of this reinforcement, immediately conduct a very thorough, prudent, and impartial investigation into the presumed intended rebellion of certain regents. And should you find one or another truly and convincingly guilty of any planned treason, then, upon the return of the aforementioned pantjallang, which should take place as soon as feasible, you are to send them hither together with the necessary evidence. You receive this authorization in the hope and confidence that you will not, through any harsh or wrongful treatment, have given the peoples reasons for justified dissatisfaction and an intention to rebel arising therefrom. In this expectation, after greetings, was written below: your good friend, was signed: B=d Reijke, in the margin: Maros, the 16=e of August, Anno 1783. To Justij Moera Madde Karrang-assang and Gustij Madde Karrang-assang, Kings of Karrang-assang and Salemparrang. Your Highnesses' letters forwarded to me in the month of June I received in good order on the 2=e of August past from the hands of the Anakhoda Bapa Sajatie, and understood therefrom the continued inclination of Your Highnesses to enter into an alliance with the Honorable Company, as well as the complaints lodged regarding the hostilities said to have been committed in your harbors by a Captain Koning and two others. As regards the first point, or the entering into an alliance with the Honorable Company, I have the honor to reply that I shall not fail to present this to Their High Excellencies in Batavia and most respectfully request Their answer thereon, which answer cannot be received by Your Highnesses before the month of March or April of the coming year, and thus not within such a short interval as Your Highnesses, in my opinion, too strictly specify in your letter; considering that Your Highnesses must beforehand provide me as soon as possible with a distinct statement of the points upon which you would be able and willing to contract with the Honorable Company, so that I may be in a position to present them to Their High Excellencies. Now, regarding the second point, or the complaints about the hostilities committed in Your Highnesses' harbors by Captain Koning and two others, and the requested restitution of the goods taken from Your Highnesses on that occasion, I can do nothing else regarding this matter than bring all of this to the esteemed attention of Their High Excellencies, whom I dare assure Your Highnesses will act with equity in this regard. Below was written: Written at Makassar in Fort Rotterdam, the 23=e of August, Anno 1783. Was signed: B=d Reijke. To the Right Honorable Sir Barend Reijke Governor and Director of the Coast of Celebes, etc., etc. Right Honorable Sir. This serves as a reply to Your Right Honorable's dispatch of the 22=e of February, which I received with respect at Camponato on the 27=e of June, and understood therefrom Your Right Honorable's orders. I shall not fail to observe them strictly and always. Right Honorable Sir, on the 19=e of July there arrived here from Ambon the Chinese Anakhoda named Jap-Kango, with another 43 Ambonese and Samarang persons. He commanded the bark of the Captain Chinese of Samarang, and lost it on the 4=e of the same month near the island of S=t Mattheus at Langkeezie. This Chinese has nothing else than two packs

Dutch transcription

kapitain Koning in onze Haven gepasseerd, niet euwel die zij na de laaste stribbeling van hem Padoenie ontfangen heeft het geene zij presenteert met Eede te gesterken. Saleijer Aan den Boekhouder Ludovicus Theodorus de Swart, Resident aldaar Eerzaame, Vroome Met weinig genoegen uit uw E gisteren avond alhier op Maros ontfangene Brief van den 11=e deezer vernomen hebbende de stribbelingen die zig op Saleijer weeder schee„ „nen op te doen, zo zende jk uwE als niet weetende kunnende wat hier regt agterschuild toe, de Pantjallang De Maria onder Gezag van den Opperstuurman Traa„ „nenburg, dewelke tot assistentie van die zwaek Guarnn= „soen en tot dekking van onze Post tot uwt overbrengt den zergecent Franke en twaalf stux Sumanapse krijgers met hun wapenen en onder Officieren, invoegen uwE dan ook om eens een einde van deeze Onrustige ge„ „doentens te maaken en een afschrik voor dezelve te doen krijgen op aankomst van deeze onderstand ten eersten een regs naauwkeurig voorzigtig en onzeidig onderzoek van het presumtief voorgenomene Opproer zonmiger Regenten zal moeten doen, en den een of ander rezentlijk en overtuigend aan het een of ander voorgenoomen verreeds schuldig bevindende, als dan bij te rug komst van de Pantjetlang voormeld dat zo drie doenlijk zal moeten geschieden daar meede met de nodige bewijzen na herwaarts op te zenden. Ont= „fangende uwE deeze qualificatie in die hoope en ver= „trouwen 1 - 29 den 4=e dito bij het Eiland S„t Mattheus op Langkee„ „zie, deezen Chinees heed niets anders als twee pakken E Zo „trouwen dat uw E. door geen harde of verkeerde behande= „lingen de volkeren reedenen tot een billijk misnoegen en daar uit dan voortgesprooten voorneemen tot op= =stand, zal hebben gegeven. Jk ben in deeze verwagting na groete /:onderstond:/ uwE Goede vriend /:was geteekent:/ B„d Reijke / in margine:/ Maros den 16=e augustus Anno 1783 —. Aan Justij Moera Madde Karrang -assarig en Gustij Madde Karrang=assang Koningen van Karrang-assang en Salemparrang. uw Hoogheids brieven mijn in de maand Iunij toege= „schikt, heb jk den 2=e aug„s J„oleeden zeer wel uit handen van den Anachoda Bapa Sajatie Ontfangen, en, daar uit verstaan de aanhoudende geneegentheid Uwer Hoogheedens om met de Ed EComp:e in verbintenisse te treeden en de kleegten teffens gedaan over de Hosti„ „liteiten die in uwe Havenen door eenen Kapitain koning en nog twee andere zoude zijn gepleegd. wat betreft het eerste of het aangaan van eene verbinte „nisse met de Edele Kompagnie daar op heb Jk de Eere te dienen dat jk niet in gebreeke zal blijven, zulks Hunne Hoog Edelheedens te Batavia voor te dragen en daar op Hoog Derzelver antwoord Eerbiedigst te ver„ „zoeken, en welk antwoord dan ook niet eerder bij uwe Hoogheedens dan voor de maand Maart of April van het aanstaande Jaar zal kunnen Ontfan„ „gen worden en dus in geen zo korten tusschen tijd, als uwe Hoogheedens bij derzelver Brief daar toe mijnes bedunken op eene alte sterk manier bepaalen, gemerkt uwe Hoogheedens mijn voor, af zo dra doenlijk distinct zullen dienen op te geeven de poincten waar op dezelve met de Ed: Komp„e zoude kunnen en willen Contracteeren, ten einde jk in Staat 27 kapitain Koning in onze Heven gepasseerd, niet euwel staat kan weezen die aan Hunne Hoog Edelheedens voor te draagen. Aangaande nu het tweede Poinct, of de klagten over de hostiliteiten door de Kapitain Koning en nog twee andere in uw Hoogheids havenen gepleegd en de verzogte restitutie der bij die geleegentheid van uw Hoogheids weggenome goederen daar omtrend kan jk niets anders doen als dit een en ander ter g'eerde kennisse Hunner Hoog Edelheedens te bren„ „gen, die jk uwe Hoogheedens dan ook verzeekeren durf dat daar omtrend na billijkheid zullen handelen. /onderstond:/ Geschreeven te Makassar in het Kasteel Rotterdam den 23=e augustus Anno 1783. /:was getee„ „kent:/ B„l Reijke. Aan Den welEdele Agtbaar Heer Barend Keijke Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes & &: WelEdele Agtbaar Heer. Deezen is dienende ten antwoord op uwwelEd: Agtb: mis„ „sive van den 22=e Februarij die Jk op den 27=e Iunij tot Camponato met Eerbied ontfangen heb, en daar uit uw welEd: Agtb ordres verstaan, Het zal niet aan mijn manqueeren zulks stiptelijk en althoos te observeeren. welEdele Agtbaar Heer alhier is op den 19=e Julij den Anachoda Chinees genaamt Jap-Kango met nog 43 koppen Amboineesen, en Samaraneesen aangekoo= „men van Ambong Hij heeft de Berk van de Capi= „tain Chinees van Samarang gevoert, en verlooren den

NL-HaNA_1.04.02_3653_1269 view scan ↗

English

29 on the 4th ditto at the island of St Mattheus on Langkeezie, this Chinese had nothing else than two packages of Company letters in lead with orders to bring them first to Samarang. He handed these letters over to me at once, and I have made efforts concerning this here, yet without result. On the 30th ditto the free burger named John Goedvriend arrives here with a chaloup from Sumanap, presently coming from Borroe. This burger gave me the accompanying account as the truth, therefore I send it word for word as he told it to me. He has taken in the Company letters and further crew and departed to Sumanap on the first of this month. I hope to arrive in Makassar next month while I shall always remain with respect /signed below:/ Right Honorable Sir /lower:/ your Right Honorable, Humble and dutiful Servant /was signed:/ P: Beausami /in the margin:/ Boetong the 12th of August Anno 1783 —. Mr Johan Goedvriend tells me that Mr Borgellis Resident of Borroe had recounted to him that a French ship had ended up wrecked on Ceram out of the twelve that had pursued thirteen English ones. These English ships were supposedly heading to the Great East, though it is not known to what place they are scattered, and the eleven French ships are still following. This news arrived in Ambon on the 6th or 8th of June past and was recounted to me at Boetong by the said Free-Burger. Primo August 1783 /was signed/ P Beausamie. Verbal conclude, which also matched the answer of the Sangarese further Verbal message which by my order was delivered by Chief Interpreter Deefhout to the King of Boni on the First of September 1783. After the customary compliment That I make known to my Brother that I received an emissary from the King of Tanette on Saturday the 30th of the past month of August, who told me in his name that he intends to go to Saggerie in person in order to re-appropriate certain paddy fields located there and belonging under Tanette and Tjitta, as was the case previously or in earlier times. That he has requested to be allowed to do this by force of arms, for the reason that he fears being hindered or prevented therein by someone /meaning thereby surely his Brother Aroe Pantjance/. That I beforehand /just as I also brought to the knowledge of my Brother/ concerning the disputes between the two Brothers, expressly dispatched the chief interpreter to Zageerie to carry out the collection of the tithes as promptly as possible, and to let the King of Tanette know that he should by no means engage in any hostilities whatsoever with his Brother, as it would cause me great distress if any misfortunes of war were to arise between those two brothers, and thereby, on account of the actions of them both, the Company land, and precisely during the time of collecting the tithes, were to be ruined. That I therefore gave that emissary as answer that on the one hand I was pleased that the King informed me beforehand of this intention of his, but that on the other hand it was not fitting to trouble me at present with such matters while I am busy with collecting the tithes of the Company lands, much less to wish to undertake such a thing at this time when those tithes still have to be gathered. That His High Nobility the Lord Governor-General of Batavia has appointed me here arrived from Ambong. He commanded the bark of the Captain Chinese of Samarang, and lost appointed 31 appointed as Governor of Makassar, in the confidence that I would attend to the welfare of the country to the best of my ability, and that as I shall indeed do so, he, the King of Tanette, ought well to realize this matter, since the damage that might be caused to the Company lands today or tomorrow through his doing would have to be compensated by the country of Tanette. That I therefore advised him to wait with this matter until I shall have returned to Makassar, at which time he can send to me, and I shall also be ready to advance his claim if it is legitimate. That this is then the answer that I had delivered to the King of Tanette. And that I therefore give knowledge of this to my Brother, as well on account of the alliance as on account of the kinship that exists between him and the Queen of Tanette, with the request, from both these viewpoints, to take care that no Boni princes further fan the fire of discord between these Brothers nor meddle in their dispute, because according to the stipulations of the Bongaise contract, Article 25, this is solely the business of the two of us alone, if Tanette refuses to heed our admonition for the better, to which end I would also gladly see that my Brother prompt him at once. Letter from the King of Tanette to the Lord Governor. My greetings to Your Right Honorable, whereas this serves solely to state that the embassy which I sent was not made to present proposals on matters, the more so because I know that Your Right Honorable is engaged in your occupations; I only had it made known to Your Right Honorable so that Your Right Honorable might not remain under the impression that I would go and ruin the Company lands or rights, whilst we are firmly bound here to the Bongaijse Contract. conclude, which also matched the answer of the Sangarese Letter. further

Dutch transcription

29 den 4=e dito bij het Eiland S„t Mattheus op Langkee„ „zie, deezen Chinees heed niets anders als twee pakken E Comp„se Brieven in Lood met last dezelve ten eers„ „ten na Samarang te brengen, Hij heeft mij deeze Brieven ten eersten afgegeven, en heb alhier werk van gemaakt dog zonder vrugt Op den 30„e dito komt alhier den vrijburger genaamt Ioh„n Goedvriend met eene Chialoup van Sumanap thans konende van Borroe. Deezen Burger heeft mij het hier neevensgaande ver„ „haal voor een waarheid, daarom zend jk ze woord voor woord zo hij het mij gezegt heeft. Hij heeft de Comp„s Brieven en verdere Menschappen ingenoomen en is paimo deezer na Sumanap vertrokken, Jk hoope toe„= „komende maand op Makassar te komen terwijl jk altoos zal met Eerbied blijven /onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:leeger:/ uwer welEdele, Agtbaare, On„ „derdaenige en schuldpligtige Dienaar /was geteekent:/ P: Beausami /:in maergine:/ Boetong den 12=e augustus Anno 1783 —. De Heer Iohan Goedvriend zegt mij als dat de Heer Borgellis Resident van Borroe aan hem verhaald had, als dat een Frans schip op Ceram te vervallen was gekomen van de twaalf, die dertien Engelsche na gezeeten hadden, Deese Engelsche scheepen zouden na de groote Oost, dog men weet niet weet plaats zij zijn verstrooit en de Elf fransche scheepen nog volgen, Deese nieuws is op den 6„e of 8=e Iunij joleeden te Arnbon gekoomen en te Boetong aan wij verhaald door de gem. Vrij-Burger Primo Augustus 1783 /was geteek„t/ P Beausamie. Mondelinge „sluiten, waar op ook uitkwam het antwoord der Sangareesen verders Mondelinge Bootschap die ter mijner Or= „dre door den Oppertolk Deefhout aan den Koning van Bonij dan Eersten September 1783 is Gedaan. Na het gewoone Compliment Dat jk mijn Broeder bekent laat maaken, dat jk een zendeling van den Koning van Tanette gekreegen heb op Saturdag den 30=e der gepasseerde maand An= „gustus, die mij uiet desselfs naam gezegd heeft, dat hij in Perzoon van willens is na saggerie te gaan om eenige aldaar leggende en onder Tanette en Tjitta gehoorde Padij belden weeder zo als voor deezen of in vroegere tijden na zig te trekken, Dat hij verzogt heeft zulks gewaepender hand te mogen doen, om reeden hij be„ „dugt is daar inne door iemand /:vermeende daar mee„ „de zeekerlijk zijn Broeder Aroe Pantjance :/ verhin„ dert of belet te zullen worden. Dat jk van te vooren /:gelijk ik mijn Broeder ook ter ken„ „nisse heb doen brengen:/ over de geschillen tusschen de twee Broeders, Expres den oppertolk na zageerie heb doen ver= „trekken om de verthiening ten spoedigsten te doen, ende Koning van Tanette te laaten weeten, dat hij dog geen vijandelijkheeden hoe genaamt met zijn Broeder zoude aangaan, wijl 't mij zeer zoude ter harte gaan indien tusschen die beide broeders eenige onheilen van Oorlog zoude ontstaan, en daar door om haar beider gedoentens Comp„s Land en dat Juist in de verthienings tijd zoude verneld worden. Dat jk daarom dan ook dien zendeling tot antwoord gegeven heb dat jk aan de eene kant verblijd was dat de Koning mijn voor af kennisse van dit zijn voor„= „neemen gaf maar dat 't teffens aan de andere kant niet wel voegde om mijn thans met zulke zaaken als bezig zijnde met het verthienen van 'skomp„s Lan= „den lastig te vallen veel min daar die thiendens nog ingezameld moeten worden zulks als nu te willen onderneemen. Dat zijn Hoog Edelheid den Heere Gou„ „verneur Generaal van Batavia mij alhier aange„ aangekoo= „men van Ambong Hij heeft de Berk van de bapi= „tair Chinees van Samarang gevoert, en verlooren . „steld den 31 „gesteld heeft als Gouverneur van Makassar, in dat vertrouwen om 'slands welvaaren na mogelijkheid te zullen behartigen, en dat jk dit ook doen zullende hij koning van Tanette deeze zaak wel moest in= „zien, alzo de schade die heeden of morgen door zijn toedoen aan 'sComp„s Landen mogte worden veroor= „zaakt door 't Land van Tanette zoude moeten wor„ „den vergoed. Dat jk dierhalven hem te raaden was om met deeze zaak zo lange te wagten tot dat jk op Makassar zal te rug gekoomen weezen, wanneer hij als dan bij mij kan zenden en jk ook gereed zal wee¬ „ren om zijne pretentie zo die regtnatig is te be= „vorderen. Diet dit dan het antwoord is dat jk den Koning van Tanette heb laaten doen. En dat jk dierhalven mijn Broeder zo wel uit hoofde van het Bondgenoot als uit hoofde van het verwandschap dat tusschen hem en de Koninginne van Tanette is hier van kennisse geeve met verzoek om uit beide dezen inzigten te willen zoog draagen dat geene Bouische Princen het vuur van twee dragt tusschen deeze Broeders verder komen te steeken nog zig in derzelver verschil melleeren, want dit navolgens het bepaalde bij het Bongaise kontract Art„d 25. eenelijk onzer beide zaak alleen is, zo Ia„ „nette geen gehoor aan onze vermaaning ten goede wil geeven, waar toe jk dan ook gaarne zoude zien dat mijn Broeder hem ten eersten liet aanspooren. Brief van den Koning van Tanette aan de Heer Gouverneur. De Groetenis van mijn aan UuwelEd: Agtb:, dewijl dit eenelijk dient als dat jk de bezending dien ijk heb laaten doen niet geschiet is om propositie van zaaken te doen, te meer jk weet dat uwwelEd: Agtb: in desselfs bee= „tigheeden zijt, alleenlijk heb jk uwwel Ed: Agtb: maar laaten bekent maaken om reeden dat uwelEd: Agtb: niet in die gedagte mogte blijven dat jk 'sComp=s landen ofte geregtigheeden zoude gaan bederven, ten= „wijl wij heer vast zijn aan het Bongaijse Contract. „sluiten, waar op ook uitkwam het antwoord der Sangareesen Brief. verders

NL-HaNA_1.04.02_3653_1272 view scan ↗

English

It pleases me that my son holds himself bound to the Bongaas Contract; all who do so will surely fare well by it, and my son's ancestors never complained of such, but through it found themselves well off in the friendship of the Honorable Company. My intention extended no further than to give advice for my son's own good and to discourage doing things that might sometimes have bad consequences. Have patience until my return to Makassar, and then I shall make the necessary arrangements so that your Honor will obtain without difficulty that which you have the right to claim. Written at Siang on the 2nd of September Anno 1783. Was signed: H. Reijke. Makassar. To the Right Honorable Sir Barend Reike, Governor and Director of the coast of Celebes. Right Honorable Sir, I have had the honor of duly receiving your Right Honorable's respected letters of the 24th of June and 25th of July last past, together with the letter and translation of Their High Noble Mightinesses to the King of Bima, which His Highness had fetched with the usual marks of honor; having, upon your Right Honorable's order, made a suitable excuse to His Highness regarding the muskets that were not sent along, wherewith he was very content and said that he trusted the General would not promise him anything without keeping his word in sending it, whereon I answered that His Highness may depend freely upon it. The new king of Tangar, whom I presented on behalf of the Company on the 28th of July at the request of the Magnates of the Realm, is still very young and not above 7 years of age, thus somewhat young to come swear to the contract a bostij; but if your Right Honorable wishes that the Magnates of the Realm bring him over now, I shall encourage the Sangarese to do so, and if the other allied parties together come over, I do not doubt that they will also bring along that young Prince to present him to your Right Honorable and to plead for your Right Honorable's approval regarding his appointment. That the Prince of Karangasem, notwithstanding his letters dictate otherwise, would be willing to accommodate the English with rice; one might indeed attribute some credibility to that, according to the ever-consistent rumors from natives who have seen such more than once upon the arrival of English ships there, the more so because those princes or Magnates there have for years been as good friends to the English as to the Dutch, having entered into a contract with neither of the two whereby they bind themselves to exclude the one or the other, and that they have always regarded the English as their friends as well as the Company. This appears further from the letter which, though undated, nevertheless seems to me to have been written in the latter part of the year 1774 by Gusti Wahin Tagga to His High Nobleness the Governor General, in which that prince clearly and intelligibly enough says, I believe in response to the complaints made by His High Nobleness in a letter to that prince about admitting foreign Europeans there, that father would not admit foreign Europeans at Salemparrang about which he will not commit himself further, but in accordance with what he has already written in the letter to his son on that account; for even if son were to come to Salemparrang, it would be a matter of great joy, and likewise when foreign Europeans come in a proper manner, it will be pleasing to father to show them honor. It is also just as certain that continually and incessantly Makassarese prahus, both Bugis and others, sail to and fro without passes, both to Bali and to various places on Sumbawa; I have this not only from loose rumors, but have experienced it through my own personal observation multiple times, most recently on the 19th of June coming from Sumbawa, when, falling off toward the Flat Island due to a contrary wind, I found four large Paduawakkangs lying off that island, along with two from Saleyer; the latter had their passes, but the former four, upon the signal that I made, showed no flag, much less came on board my vessel to show their passes. I sent the Bumi Palenkarrang there in a lepa-lepa, he being aboard the prahu of the deposed King of Tambora which had followed me, and as it was evening, that envoy only returned at 8 o'clock, bringing word that they were all four Makassarese, whose intention was to go to Bali, but they would not show him their passes, with which they claimed to be provided, much less hand them over, and also, as it was already dark, could not come aboard to me, but promised to come the next morning. I immediately considered those suppliants to be tricksters, but to go and lie between four rogues with an uncrewed vessel I found ill-advised, and thus nothing remained for me but to await the outcome of it; and behold, the result was that those knaves took advantage of the dark night, so that in the morning we saw not a single prahu left. On that voyage I also met two other large prahus separately, which also, after I gave a signal to come aboard, hoisted their sail and took to their heels; and to know or discover who such persons are, without capturing them, is entirely out of the question, for those rogues. Ambong, he navigated the bark of the Chinese Captain of Semarang, and lost a letter from the Governor to the King of Tanete.

Dutch transcription

Het is mijn lief dat mijn zoon zig aan het Bongaijse Contract verbonden hout, alle die dit doen zullen er zig zeekerlijk wel bij bevinden en mijn zoons voorveederen hebben zig nooit zulks beklaagt, maar zig bij de vriend „schap van de Ed Komp„e daar door wel bevonden. Mijn Meening heeft zig niet verder uitgestrekt als in een Raad te geeven tot mijn zoon eigene best en af= te raaden dingen te doen die zomtijds kwaade gevolgen zoude kunnen hebben. stelt geduld tot mijn te rug komst op Makassar en dan ral jk de nodige schic= „king maaken dat uwE het geene denzelven met regt te pretendeeren hebt zonder moeijelijkheeden zult verkrijgen Geschreeven te Siang den 2=e September Anno 1783 /:was geteekent:/: H„s Reijke. Makassar Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reike, Gouverneur en Directeur ter kuste belebes. WelEdel Agtbaar Heer Jk heb de Eere gehad wel te ontfangen uww eEd: Agtbaare gerespecteerde van den 24=e Iunij en 25„e Julij jongst verweeken, neevens de Brief en Translaat. Hunner Hoog Edelheedens aan den Koning van Bima„ die zijn Hoogheid met de gewoone berbewijzingen heeft laaten afhaalen, hebbende jk op uwwel Edele Agtb: Ordre ge,noo¬ „ „men van Ambong Hij heeft de Berk van de bapi= „tair Chinees van Samarang gevoert, en verlooren een Brief van den Heer Gouverneur Aan den Koning van Tanette den 33 een gepaste Excuus omtrend de niet meede overge„ „komene snaphaanen aan zijn Hoogheid gemaakt, die daar meede zeer Content was en zij dat hij ver= „trouwde dat de Generaal hem niets zou belooven of zou ook zijn woord wel houden in 't afzenden, waar op Jk andwoorde zijn Hoogheid vrij staat kan maa„ „ken. Ed De nieuwe koning van Tangar die jk op verzoek der Rijxgrooten den 28=e Iulij Comp„s weegen heb voorge„ „steld is nog zeer jong en niet boven de 7 jaaren, dus nog wat jong om de Contract â bostij te komens be„ „tweeren, dog zo uw welEdele Agtb: wil dat de Rijx= „grooten hem nu overbrengen zal jk de Sangaree„ „sen daar toe aanspooren, en zo de andere gezament„ „lijke bondgenooten eens overkoomen, twijffel jk niet of zij zullen, dien jongen Vorst om dezelve uwwel Ed Agtbaare te presenteeren en uw wel Ed: Agtb approba„ „tie omtrend zijne aanstelling af te smeeken meede overbrengen. Dat Karrang-assangs vortt niet teegenstaande zijne Brieven anders dicteeren gewillig zou zijn, om de Engelschen met Rijst te gerieven; daar aan zou men ingevolge de steeds aldus luidende gerugten van Inlan„ „ders die zulks meer als eens bij aankomst aldaar van Engelsche scheepen gezien hebben, wel eenig geloof mogen attribueeren, te meer wijl die vorsten of Grooten al= „daar zeedert Jaaren herwaarts zulke Goede vrienden der Engelschen als Hollanders zijn geweest als met geen van beiden een Contract hebbende aangegaan waar bij zij zig verbinden den een nog den andere uit te sluiten en dat zij de Engelsche steeds zo wel als haar vrienden aangemerkt hebben als de Comp„e Contteerd. nader uit de brief die schoon ongedateerd egter na het mij voorkomt in 't laast van 't jaar 1774 door Gustij wahin Tagga aan zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal geschreeven is, waar in, dien vorst duidelijk en verstaanbaar genoeg zegt /: jk geloof op de klagten door zijn Hoog Edelheid in een brief aan dien vorst gedaan over 't admitteeren van vreem„ „de Europees aldaar:/ dat vader geen vreemde Euro= „pees te Salemparrang zoude admitteeren waar over „sluiten, waar op ook uitkwam het antwoord der Sangareesen zig verders zig niet zal uitlaaten, maar agtervolgens het geen reeds in den Brief aan zoon dientweegen geschreeven heeft, want al waare het dat zoon te salemparrang kwam zo zoude zulks tot groote blijdschap zijn, dus ook wanneer er vreemde Europeesen op een behoorlijke wijze riet koomen, zeel het vaeder aangenaam zijn dezelve eere te bewijzen zo zeeker is het ook dat hier steeds en bij aanhoudentheid Makkassaarsche Prauwen zo wel Bouische als andere, zo wel na Balij als diverente plaatsen op Sumbauwe zonder Passen, af en aanvaaren, niet alleen heb jk zulks bij losse gerugten, maar bij eigen ondervinding meer= „maealen maar nog laast op den 19=e Iunij van Sam= „bauwa komende zelve ondervonden door teegenwind op 't vlakke Eiland vervallende, vond Jk onder dat Eiland vier groote Peduackangs leggen, met nog twee saleijereesen, de laaste hadden hunne Pacedullen, dog de vier Eerste op 't seijn dat jk deed geen vlag looken¬ „de veel min om haar passen te zoonen bij mij aan- „boord komende, zond jk met een lip lip den Boemi Palenkarrang /: als op de prauw van den afgezetten Koning van Tambora die mij gevolgd was, zig bevin„ „dende :/ derwaarts, en wijl 't avond was kwam dien rendeling eerst te 8 uuren te rug, bescheid brengende dat het alle vier Makassaaren waaren, die de wil na Balij hadden dog hunne passen waar van zij voorgaven voorzien te zijn aan hem niet wilden toonen veel min afgeeven en ook wijl 't reers don¬ „ker was niet bij mij aanboord konde koomen, dog beloofden den anderen dag morgen te zullen komen, jk merkten die supplianten wel direct aan als for= „rendraijers, dog met een ongecermeert vaartuig tusschen vier schurken te gaan leggen vond jk niet raadsaam, en dus school mij niets over dan 't gevolg„ er van af te wagten, en ziet dit was dat die sna„ „ken van den donkeren nagt geprofiteerd hadden zodanig dat wij smorgens geen eene prauw meer zaagen, nog heb jk die togt twee andere groote prau„ „wen separaat ontmoet, die ook, na dat jk seijn heed gedaan van aan Boord te koomen hun zeil hedden en de spat setteden, en om te weeten of gewaar te worden wie de zulke zijn, is zonder hun te kuippen ook zonder apparentie; waent die schurken „men van Ambong Bij heeft de Berk van de Capi= „tain Chinees van Samarang gevoert, en verlooren S geeven den

NL-HaNA_1.04.02_3653_1275 view scan ↗

English

35. always give very general and incorrect names and never speak the truth, even to their own countrymen. The cruising fleets that formerly came here are too expensive for the Honorable Company to equip solely against such smugglers and intriguers. However, if Your Right Honorable could see fit to accommodate me with four pieces of one-pounder breech-loading swivel guns on carriages and eight half-pounder swivel guns to be used on the gunwales, with the necessary round shot, canister shot, and grape shot, which can easily be used on the pantjallang present here—and the same would then be a very defensible vessel—much could be accomplished here with the assistance of the Malays, Buginese, and the deposed King of Tambora, who is always very well-disposed toward the Company. In that manner, one could quietly capture those vagabonds in their hiding places without their knowing anything of it, whereas a cruising vessel has always made far too much noise, allowing the scoundrels time enough to keep out of the waters of that cruising fleet. Herewith I take the liberty of presenting to Your Right Honorable the Resolution taken in the General Land Assembly on the 30th of December past, of which I already made mention in my respectful letter of the last of February past, in the hope that the decisions mentioned therein will carry Your Right Honorable's approval. While I was on Sumbawa, I asked the King and Grandees of the Realm what reason they had for refusing to confirm with their ordinary seal that Resolution, at which their delegates had also been present, as they had declined to do so when I sent them the Resolution with a letter to that end, and why they did not conform to its contents like the other allies loyal to the Honorable Company. They answered me that they were never accustomed to being placed on an equal footing with the other allies; that Sumbawa was an entirely different country from Bima and the other Princes; that to a General Land Assembly they did indeed send their envoys, but solely to hear what transpired so as to be able to report to them; that, as they did not wish to partake in the decisions that the Company takes with the other Princes, they were also not accustomed to affixing their Realm's seal to the Resolution, even though their Envoys had been present there; and that if the Honorable Company required rice, it was free to purchase it on Sumbawa from whomever it pleased at market price, and that they would then prohibit export to private individuals for as long as the Company needed to be accommodated, but that they did not wish to bind themselves specifically to accommodate the Company annually with a certain quantity like the other allies. Herewith I commend Your Right Honorable and the interests of the Honorable Company to the protection of God, and subscribe myself with due respect, Underneath was written: Right Honorable Sir Lower: Your Right Honorable's completely obedient and humble Servant Was signed: C. Meurs In the margin: Bima in the Company's Fortress, the 1st of September, Year 1783. ...named Ambong Bij commanded the bark of the Chinese Captain of Semarang, and lost the... 45. 37. The sworn Clerk of Police, Lodewijk Rudolphe. The former Resident of Saleyer, Alexander Whijts. Monday the 30th of December, Year 1782. Combined Land Assembly, held at the residence of the Resident outside the Post, present: On behalf of the Realm of Bima: The Regents of the Realm, Raja Bitjara and Gorele Bole, accompanied by several other Grandees of the Realm, alongside their Shahbandar Abdul Mahoemoe, who acted as Interpreter. On behalf of Sumbawa: Raden Makkal named Semarang and Raden Makkal Serif called Dola Hadja. On behalf of Dompu: Jenelle Ado named Abdul Hata and Seemba Bumi Modjo. On behalf of Tambora: Jenelle Selepe called Abdul Haul and the Shahbandar Stantie. On behalf of Sanggar: The Shahbandar called Mangerij and The Bumi Tonga named Djifol. First of all, the Resident asked whether all the delegates present, who had come here to attend this General Land Assembly, had been sent by their respective princes with the authority to assist at this assembly in the place of, and as fully as if each of their Princes were personally present; and whether their princes had promised to set Their High approval upon, and bring or cause to bring into strict execution, whatever they might conclude with the Resident and the other Allies. To which those of Sumbawa and Dompu answered: "We know of nothing else than that the King has sent us hither, but whatever the Company together with the other Allies may decide, we shall communicate to our King." However, those of Tambora declared that they would accept everything that the General Assembly might decide for the welfare of the Honorable Company and its Allies, to which the answer of the Sangarese also amounted. Further:

Dutch transcription

35. geeven steeds zeer algemeene en verkeerde naamen op en zeggen nooit zelfs aan haar eigen Land aard de waarheid uit De kruisvlooten die hier wel eer kwaamen zijn, voor de Ed komp„e te kostbaar om dezelve eenlijk tee„ „gen diergelijke smokkel en konkelaars uit te rusten dog bij aldien uwwelEd Agtb: kon goedvinden mij te gerieven met vier pees een ponder bassen op repaar„ den en agt half ponder draaijbassen om op de polders te gebruiken met het nodige rond, langscheap en druwen die op de hier zijnde Pantjallang gemackelijk kunnen gebruikt worden, en dezelve dan een zeer weerbaar vaartuig zou zijn, zou men hier met be„ „hulp der Maleijers, Boegineesen en den afgezetten 7 Koning van Tambora die steeds zeer gewillig voor de Comp„e is, al veel kunnen uitvoeren, en op die wijze zou men die zwervers in stilte zonder datse eegens van wisten in hunne schuilhoeken kunnen attrapeeren, daar een kruikogt dog altoos te veel gerugt heeft gemaakt, wanneer de schurken zig voor die tijd wel uit het vaarwater dier kruisvloot wisten te houden. Bij deezen gebruik jk de vrijheid uwel Ed: Agtb: acen te bieden de Resolutie in de Generaale Lands vergaedering genoomen den 30„en December passato waar van reeds bij mijne eerbiedige van ultimo Te„ „brucerij Jongst gewag hebb gemaakt, in hoope dat de besluiten deeser in vermeld uwe Ed: Agtbaare goedkeuring zullen wegdragen, ten zijde Jk op Sum„ „bauwa was, vroeg Jk de koning en Rijxgrooten, wat reeden zij hadden van die Resolutie door haare ge„ „tanten meede bij teegentwoordig waaren geweestt niet met haare ordinaire zegul te willen bekrag= „tigen, gelijk zij dit gedeclineert hadden, wanneer jk hun de Resolutie met een brief tot dat einde had toegezonden en zig gelijk de andere aan d' E Comp=e trouwe Bondgenooten aan dies inhoud gedraagen, gaven zij mij tot antwoord, dat zij nooit gewoon waaren met de andere Bondgenooten gelijk gesteld te worden, dat Sumbauwa een gansch ander land was als Bina en de andere Vorsten, dat zij bij „sluiten, waar op ook uitkwam het antwoord der Sangareesen verders een Maandag een Generaale Lands vergadering wel hunne afgezanten voegden, dog eenelijk om te hooren, wat er voorviel om hun daar dan Rapport van te kunnen doen, dat zij als niet willende deelen in de besluiten die de Comp„e met de andere Vorsten neemt ook aan de Resolutie schoon ook hunne Gezanten daar teegenswoordig waaren geweest, hun Rijxzegul niet gewoon waaren te hangen, en bij aldien de Ed EComp„e Rijst nodig had, dat het hem vrijstond, die op Lambauwa bij wie het hem be„ „liefde, in te koopen, teegens marks prijs en dat zij den uitvoer voor zo lange de Comp„e zoude gerieft zijn als dan zoude verbieden voor particuliere, dog dat zij zig niet speciaal wilden verbinden om de Comp„e sjaarlijks met een zeeker quantiteit gelijk de andere Boudgenooten te gerieven. Hier meede verbidde jk uwwel Ed: Agtbaare en S Edele Comp„e belangen in de bescherminge Gods en noeme mij met verschuldig den Eerbied /onder= „stond:/ WelEdele Agtbaar Heer /:lager:/ uwer welEd: Agtbaare gansch gehoorzaame en onderda„ „nige Dienaar /:was geteekent/ C Meurs /:in margine:/ Bima in 's Comp„s Vesting den 1=e 7ber. A„o 1783. „men van Ambong Bij heeft de Berk van de Capi= „tair Chinees van Samarang gevoert, en verlooren den 45. 37. De bezwooren klerk van Politie Lodewijk Rudolphe„ Den Oud Saleijers Resident Alexander Whijts, Maandag den 30„e December A„o 1782. gecombineerde Lands vergadering, gehouden op het woon„ „huis van den Resident buiten de Post, present van weegens het Rijk van Bima De Rijxbestierders Radja Bitjara en Gorele Bole, verzeld van nog meer andere Rijx= „grooten, neevens hunnen Sabandaar Abdul Mahoemoe, die als Tolk ageerde van weegens Sumbauwa. Makkal genaamt Samarang en. Radeen Makkal Serif gen„t Dola Hadja Radeen van weegens Dompo„ Ienelle Ado genaamt Abdul Hata en Seemba. Boemie Modjo „ „van weegens Tambora Tenelle Selepe gen„t Abdul Haul en. den Sabandhaar „ Stantie. van weegens Tangar. Den Sabandhaar gen„t Mangerij en Den Boemi Tonga genaamt Djifol Voor af vroeg de Resident of alle de aanweezende sen„ „delingen hier gekoomen om deeze Generaale Lands ver„ „gadering bij te woonen van hunne respective vers„ „ten met die magt gezonden waaren, om in plaats en zo goed of ieder hunner Vorsten zelve teegenswoor„ „dig was bij deeze vergadering te assisteeren en of hun „ne vorsten beloofd hadden 't geen zij met den Resi= „dent en de overige Bondgenooten zullen mogen besluiten met Hoog Derzelver goedkeuring te zullen bestempelen en ter stipte executie te brengen of doen brengen; waar op die van Sumbauwa en Dompo antwoorden, wij weeten van niets anders, dan dat de koning ons herweederts heeft gezonden, dog het geen de Comp„e nevens de andere Bondgenooten zullen mogen besluiten zullen wij onzen koning meede deelen dog die van Tambora verklaarden, alles te zullen aannee„ „men wat de Generaale vergadering ook tot welzijn van de Ed Comp=e en haare Bondgenooten mogt be„ „sluiten, waar op ook uitkwam het antwoord der Sangareesen verders

NL-HaNA_1.04.02_3653_1278 view scan ↗

English

joined a General Assembly of the Land with their envoys, but solely to hear what took place; and furthermore the Resident presented to all the Allies several points of the Contracts successively concluded with the Honourable Company, and asked whether these were not indeed their promises to the Honourable Company and whether they were still all animated with that same inclination? They all answered that these were the true conditions which they and their ancestors had entered into with the Honourable Company, and that they were all still prepared to bring them, and have them brought, into strict execution. After this, the Resident made it known that ever since his arrival here he had allowed his thoughts to consider whether some arrangement could not be made regarding the delivery of the Buffalos, Goats, and Chickens by the joint Allies, Sumbawa excluded; and that in this regard an arrangement had indeed been made with the joint Allies by the late Lieutenant Commandant in the year 1779, but that he, the Resident, ever since his presence here, had also experienced that this regulation was indeed good with respect to the Buffalos, but when the time comes that the Lands of Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat must deliver the Chickens, during that time the garrison must make do almost every day with Buffalo meat or they are forced to eat half-dead, sick, or very skinny Chickens, because it is absolutely impossible for the abovementioned rulers, and especially Tambora and Pekat, in their turn to deliver that poultry here to the Post in a good condition, owing to the long and fatiguing road they must travel; while at the same time it was taken into consideration by the Resident that the Honourable Company's garrison here cannot possibly consume sixty Buffalos in a year, as is the regulation in the above-cited Resolution, whereas sometimes, through the arrival of cruising fleets or other ships that the Honourable Company might find advisable to send here in due course or cause to put in to take on refreshments, it might happen that in such a case one would need even more. After having taken everything into good consideration, it was resolved that Bima alone shall deliver all the Goats or Billy goats and Chickens without restriction, 45. 39 The sworn clerk of Police Lodewijk Rudolph The Former Saleyer Resident Alexander Whijts, as much as the Honourable Company's garrison here shall require, and shall also be obliged not only to provide incoming ships and vessels with the same, but also to deliver to them as many Buffalos as they shall require or come to demand, while the other four rulers shall remain forever excused from the delivery of Billy goats and Chickens, but in exchange shall deliver as many Buffalos as the Company shall come to demand. Article 2 The Resident makes it known to the assembly that all the rulers each had their share in the construction and maintenance of the Benting and all the Honourable Company's houses and outbuildings here, as well as in the delivery cited above and also in respect of the required Rice, except for the Sumbawanese, who nevertheless also always assured, as stated above, that they recognized the Honourable Company as their Chief Ally, and had also experienced on the part of the Honourable Company the faithful fulfillment of the contracts entered into with them at the time they were at War with the Balinese and the Prince of Taliwang, how faithfully the Honourable Company helped the Sumbawanese at that time; whether all this, combined with the promises that they have so solemnly made to the Honourable Company in the contracts successively entered into with it to accommodate the Honourable Company with preference in everything their Country yields, did not also obligate them, the Sumbawanese, to accommodate the Honourable Company with Rice whenever it should come to demand such. After prior deliberations and not without taking into consideration that at present, for several years already, the Rice cultivation succeeds worse and worse, but also that Sangar and Pekat in three years have not been able to fulfill their Contingent for one Year, and thus the Honourable Company receives no other Rice than from Bima and Dompo, that in case these two Realms should also at some point become unable to fulfill their contingents due to a bad harvest, the Honourable Company would suffer a great shortage of that

Dutch transcription

een Generaale Lands vergadering wel hunne afgezanten voegden, dog eenelijk om te hooren wat er voorviel en verders hield den Resident alle de Bondgenooten voor eenige poincten van de Contracten met de Edele Scomp„e successive geslooten, en vroeg of dit niet zo hunne beloften waaren aan de Ed: komp:e en of zy nog alle met die zelfde geneigdheid bezielt waaren ? and„ „woorden zij alle, dat dit de waare Conditien revaa= „ren die zij en hunne voorvaderen met de Edele komp„e hadden aangegaan en dat zij nog alle bereid waaren om dezelve ter stipte executie te brengen en te doen brengen. Hier na gaf den Resident te kennen dat hij al zee„ „dert zijn aankomst alhier zijn gedagten had laaten ander gaan of er niet eenige schicking te maaken was in de Leverancie der Bussels, Geijten en Hoenders door de gezamentlijke Bondgenooten /: sumbauwa uit= „geslooten:/ en dat hier omtrend door den Luitenant kommandant sal:r ged: in den Jaare 1779 wel eene schicking met de gezamentlijke Bondgenooten wees gemaakt, dog dat hij Resident zeedert zijn aanwee= „zen alhier ook ondervonden had, dat die bepaaling wel goed was niet opzigte tot de Bussels, dog wanneer de tijd komt dat de Landen van Dompo Tamborae, Sangar en Pekat de Hoenders moeten leeveren en die tijd de bezettelingen zig meest alle daagen met Bussels vleesch moeten behelpen of zij zijn genood= „zaakt half doode zieke of heer magere Hoenders te Eeten, wijl het absolut door bovengem: vorsten en te meer Tambora en Pekat onmogelijk is op hien beurt dat Pluim Vee hier aan de Post in een goede staat te bezorgen, door de lange en fatige weg die zij moeten passeeren; terwijl teffens door den Resi= „dent in aanmerking genoomen wierd, dat 's Ed„e komp„s bezettelingen alhier onmogelijk sestig Bueffels in een Jaar /:gelijk de bepaaling is bij bovenaangehaalde Resolutie:/ kan verconsumeeren, daar het zomwijlen door aankomst van kruisvlooten of andere scheepen die de Ed: komp:e mogt geraaden vinden in der tijd hier te zenden of om te ververschen doen aangieren, zou kunnen gebeuren dat men in zo een geveel zelfs meer„ js na alles in goede overweeging genoomen nodig had„ te hebben beslooten, dat Bima alleen zal leeveren alle de Geiten op Bokken en Hoenders zonder be„ =paaling 45. 39 De bezwooren klerk van Politie Lodewijk Rudolph Den Oud Saleijers Resident Alexander Whijts, bepaaling zo veel 's Ed: kompagnies besettelingen alhier zullen nodig hebben, en zal meede gehouden zijn de aankoomende scheepen en vaarthuigen niet alleen daar van te voorzien maar ook aan dezelve zo veele Buffels leeveren als dezelve zullen benoodigd hebben of komen te Eijsschen, Terwijl de andere vier vorsten van de leve= „rancie van Bokken en Hoenders voor altoos zul= „len g'excuseert blijven, maar daar en teegen zo veele Bussels leweren als de Comp„e zal komen te Eisschen. Art„l 2 Geef de Resident aan de vergadering te kennen, dat alle de vorsten ieder hun deel hadden in het maaken en onderhouden der Benting en alle 'S Ed:e komp„s huijsen en opstallen alhier zo wel als in de leverancie hier boven aangehaald en ook in opzigte van de benoo„ „digde Rijst uijtgenoomen de Sumbauwareesen, die egter ook steeds verzeekerden gelijk nog hier boven de„ VEd' komp„e voor hunnen Hoofd - Bondgenoot te erkennen en ook van de kant der Ed: Komp:e de ge„ „trouwe naarkoming zijner met hun aangegaane bon„ „tracten ondervonden hadden ten tijde zij in Oorlog waaren met de Baliers en den Prins van Soliwang, hoe ge„ „trouw de Ed„e Komp„e de sumbauwareesen die tijd heeft geholpen, of dit alles gevoegd bij de beloften die zij aan de Ed„e komp„e in de successive met hem aangegaane bon„ „tracten zo heiniglijk gedaan hebben om de Ed komp„e bij preferentie met alles wat hun Land opgeeft te zullen gerieven, hun sumbauwareesen dan ook niet verpligte, de Ed: Comp„e met Rijst te gerieven als hij zulks kwam te Eisschen. wierd na voorafgaande resonvementen en niet zonder in aanmerking te neemen, dat teegenswoordig al zeedert eenige Jaaren de Rijst Cutture hoe langer hoe slegter slaagd, maar ook dat Sangar en Pekat in drie jaaren niet in staat zijn geweest hun Contingent voor een Jaar te voldoen, en dus de Ed„e SComp„es geen andere Rijst ontfangt als van Bima en Dompa, dat inge„ „valle deeze twee Rijken door een slegt gewas ook eens in 't onvermoogen mogten geraaken van hunne bon= „tingenten te voldoen de Ed: Komp„e groot gebrek aan dat

NL-HaNA_1.04.02_3653_1280 view scan ↗

English

joined their envoys to a General Country Assembly, but solely to hear what transpired and what would be resolved, the more so because Sumbauwa could be regarded here as the granary of this entire island, since hundreds of prahus of Bugis etc., indeed even very many directly from here, steer thither to collect a cargo of rice or paddy, it was deemed good from now on to place Sumbauwa on an equal footing with Bima in the supply of rice. Further, the Resident asked the Dompo people how matters stood with the Sangar slaves who had absconded thither, and had already repeatedly been demanded back by Sangar's monarch, namely: Temie, concubine of Daing Maleux, with her child Hassie and all her slaves, numbering 28 individuals, already for 5 years; as well as the Sangar subjects who had now recently absconded this year and were residing, or rather staying, in the settlements Sa-a, Melo, and also three slaves in Zilo and 5 individuals in the settlement Kempo, all further specified by name in a list annexed hereto which the Resident presented to the assembly. Whereupon the Dompo people answered that all those subjects and slaves whom Sangar came to report there, of whom the names of most were well known to them, had all already been redeemed, returned, or settled in another manner during the time of the Commander, appealing to the letters which Dompo held in hand as proof thereof. But the Sangar people replied that this was not so, but that Dompo's monarch had only exchanged against three other slaves the slave Lidicx with her two children. Whereupon the Resident submitted to the consideration of the assembly whether one was not collectively obliged to help Sangar, as a small realm yet as good an ally of the Honorable Company as Dompo, according to capacity and equity in this case. Whereupon, after deliberation, it was resolved to send envoys from this assembly to Dompo. Article 3. To send the Sworn Clerk of Policy Lodewijk Rudolphe and the Former Resident of Saleijer Alexander Whijts, in the name of this gathering, to investigate that matter in order to request from the King of Dompo for inspection the letters to which he appeals, with orders to declare this matter settled in so far as the authentic letters which the King of Dompo shall furnish will indicate. While Dompo shall be obliged immediately to restore to their true owner, the Sangar monarch, the remaining subjects and slaves of Sangar who are not mentioned in the letters. Article 4. The Resident asked the Tambora people why they did not restore to the King of Sangar the slave Oessoep who had absconded from him, who had also carried off the wife, named Bibi, of a Sangarese named Radjab, whom the King of Sangar had caused to be demanded back, but which had been refused by Tambora, as well as the other slave absconded from Sangar named Silaba with his wife named Moena and their six children, together with the subjects absconded from the Sangar settlement Ioa who were unwilling to perform the ordinary court services called Hamba Karedia among them and had taken refuge in the Tambora settlements Kakira, Lamoehon, and Bramboe, all mentioned by name in an accompanying list. The Tambora people answered to this that they had not handed over Oesoep because a Demon Simon or head of a Sumbawa settlement of that name had assured them that Oessoep was not a slave but a free Sumbawa man; and Silaba they had refused to hand over because his mother was a Tamborese, for which reasons they also could not allow the children to follow. Then concerning the subjects who had absented themselves on account of the Hamba Karedia, they answered that they had told the Sangar people that they could quietly see about persuading those people themselves to return. Whereupon it was resolved that, because Oessoep was a slave of Sangar, and had also made himself guilty of abducting another man's wife, the Tambora people were absolutely obliged to restore him; as also Silaba, because he is likewise a slave of Sangar, as well as his wife born in slavery in Sangar. But concerning the children whom Silaba had procreated with a previous wife who was a Tamborese, being 6 in number, these shall be divided according to their own laws, to wit: Famoe, Padja, and Baoe shall be the share of Sangar; and Iaja and Hei, together with a small child, shall be that of Tambora; but regarding the absconders from the settlement Ioa, Tambora shall do its best to restore them to Sangar as soon as possible. Lastly, the First Regent of Bima said: we declare, as the oldest ally of the Honorable Company, that we shall not abandon the Company and shall remain faithful forever, such that if there should be anyone who remained unwilling in the execution of that which has been resolved and established in our meeting with the Honorable Company for the welfare of the Honorable Company, and thus also of us all, we declare, for the maintenance of the contracts sacredly entered into with the Honorable Company, that we shall compel them thereto with all might, whether by words or by deeds. Wherewith this assembly came to an end. Underneath stood: Thus done and resolved at the Residency of Bima, date as above. Was signed: C:s Meurs At the side stood: Company's seal pressed in red wax. List

Dutch transcription

een Generaale Lands vergadering wel hunne afgezanten voegden, dog eenelijk om te hooren wat er voorviel en dat voedzel zou krijgen, te meer wijl dog sumbauwa hier als de Koorn-schuur van dit gansche Eijland „kon aangemerkt worden, wijl honderden Prauwen van Boegineesen &„a ja zelfs zeer veele van hier direct ter afhaal van een lading Rijst of Padij na derwaarts steevenen, goedgevonden Sumbauwa van nu, voor= „taan in de leverancie van Rijst gelijk te stellen met Bima. verders vroeg de Resident aan de Pomponeesen hoe het geleegen was met de Sangareese slaaven die na derwaarts gedrost waaren, en reeds te meermaalen van Sangars-vorst te rug g'eijscht waaren, als. Temie, Bijwijf van Daing Maleux met haar kind Hassie en alle haare staaven, ten getalle van 28 „stux al zeedert 5 Iaaren. als meede de Sangareese Onderdaanen die nu kor„ „telings dit jaar eerst gedrost waaren en woonagtig of liever zig ophielden op de Negorijen Sa-a, Melo en nog drie slaaven op Zilo en 5 stux op de Negorij Kem„ „po, alle nader met name gespecificeert in eene hier anneze Lijst die de Resident in de vergadering over„ „leide. waar op de Domponeesen andeoorden dat alle die onderdaanen en slaaven dien Tangar daar kwam op te geeven, waar van hun de naamen van de mees„ „ten wel bekend waaren, alle reeds ten tijde van de Commandant waaren uitgelost te rug gegeven of op een ander manier was afgemaakt zig beroepende op de Brie„ „ven, die Dompo desweegens tot een bewijs in handen had, dog de Pangareesen repliceerden, dat dit zo niet was, maar dat Dompos vorst alleen tegens drie andere slaaven, had uitgewisseld de slaven Lidicx met haar twee kinderen: waar op door de Resident aan de vergadering in Consideratie wierd gegeven, of men alle niet verpligt waaren sanger als een kleen rijk egter zo goed een Bondgenoot van de Ed. komp„e als Dompo in dit geval na vermogen en billijk= „heid te helpen, waar op na delibiratie beslooten wierd uit deeze vergadering afgezeenten na Dompo Nat„o 3. ten 45. De Gezwooren klerk van Politie Lodewijk Rudolphe„ Den Oud Saleijers Resident Alexander Whijts, tezenden om in naame deezer bij eenkomst die zaak te onderzoeken om van de Koning van Dompoter inspectie af te vraagen de Brieven waar op hij zig be„ „roept met last deeze zaak zo verre voor afgedaan te verklaaren als de egte brieven die de Koning van Dompo zal suppediteeren zullen komen aan te wijzen, Terwijl Dompo zal gehouden zijn de overige Onderdaa„ „nen en slaaven van Sangar die niet in de Brie „ven vermeld staan ten eersten aan desselfs waare eigenaar den Sangars vorst te restitueeren Aat„l 4. vroeg de Resident aan de Tamboreesen, waarom zij de Koning van Tangar niet restitueerden de van hem gedrotte slaaf dessolp die van een Sangarees genaamt Radjab zijn vrouw had meede weggevoerd in naame Bibi, welke de Koning van Pangar had laaten te rug vraagen dog door Tambora zulks geweigert was zo wel als de andere van Sangar„ gedaoste slaven genaamt Silaba met zijn vrouw genaamt Moena en hunne ses kinderen neevens de uit de Sangareese Negorij Ioa gedroste onder „daanen die onwillig waaren de ordinaire Hof- diensten bij hun Hamba Karedia genaamt te volbrengen en na de Tamboreese Negorijen Ka„ „kira, Lamoehon, en Bramboe alle in naame vermeld bij eene deezen verzellend Lijst, de wijk hadden genoomen.. De Tamboreesen andwoorden hier op, dat zij Oe„ „soep niet hadden afgegeven wijl eene Demon Si= „mon of hoofd van een Sambauwareese Negorij van dien naam hun verzeekert heed dat hij dessoep geen slaaf maar een vaije sumbauwarees was en silaba hadden zij geweigerd af te geeven om dat zijn moeder een Tamborees was, om welke reedenen zij ook de kinderen niet konde laaten volgen, dan op de onderdaanen die weegens de Ham¬ „ba karldie rig hadden g'absenteerd, antwoorden zij dat teegens de saengareesen hadden gezegd dat zij met zaetigheid konden zien die Menschen zelve tot de 41. Le een Generaale Lands vergadering wel hunne afgezanten voegden, dog eenelijk om te hooren wate te rug komst te beweegen. waar op geresolveert werd, dat wijl cessoep een slaaf van Sangar was, en ook zig schuldig gemaakt had aan het schaaken van eens anders vrouw de Tam¬ „boreesen absolut verpligt waaren hem te restitueeren, gelijk ook Silaba wijl die almeede een slaaf van Sangar is zo wel als zijn wijf in slavernije te san„ „gar gebooren, dog omtrend de Kinderen die Silaba bij een voorige vrouw dat een Tomborees was gepro„ „creëerd had en 6 in getalle deeze zullen volgen hunne eigene wetten gedeelt worden, te weeten. Famoe. Padja en zullen het deel van Sangar, en Baoe. .. Iaja en Hei. - 'sneevens nog een klein kind dat van Tambora zijn, dog de gedrosten van de Negorij Ioan„ zal Tambora zijn best doen die zo haast mogelijk aan Sangar te restitueeren. Laastelijk zeide nog den Eersten Rijksbestierder van Bima; wij verklaaren als oudste Bondge= „noot van de Ed: SComp:e dat wij de Comp„e niet zullen verlaaten en ten eeuwigen dage getrouw blijven, zodanig dat bij aldien er iemand mogt weezen die, onwillig bleef in de executie van dat geene wat tot welzin van de Ed: komp:e en dus ook van ons allen, in onze samenkomst met de Ed: komp„e beslooten en vastgesteld is, die verklaaren wij tot mainctemue van de Contracten met d' Ed: Komp„e heiliglijk aan„ „gegaan met alle magt het zij niet woorden of niet draden daar toe te noodzaaken. Waar meede deeze vergadering een einde nam: /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveert ter Resi= „dentie Bima dato voorsz: /: was geteekent:/ C:s Meurs /:ter zijde stond:/ 'sComp„s Cachet gedrukt in Rooden Lacque. Lijst

← previousnext →