Inventory 3668
Malabar · 958 pages · 175 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
No. 8. 49. Draft letter by the Right Honorable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek to the Governor at Kalikut, Arazada Ekkan, written the 10th of March 1784. The Jewish goldsmith who became a Christian here at Koetsiem, and since then is named John Barendson, ran away from me about 5 years ago with three thousand Porto Novo pagodas, and fled with them to Kalikut. I tried each time to overtake him there, but then he fled further to the north; since then I have not been able to recover anything from him, except only a sum of eight hundred and fifteen Porto Novo pagodas, which the Danish Resident Passavant had received from him and upon which I placed an attachment at Tranquebar, and some small goods held by his attorneys here, so that I must still have more than two thousand pagodas from him, besides the interest. Now I have news that he has come to Kalikut again, therefore I request Your Honor to have that fraud arrested and sent over to me, by which Your Honor Revised HBae sworn clerk will greatly oblige me. The Jew Izaak Surjon knows the entire matter and can inform Your Honor further about it. May God preserve Your Honor. Below stood: Thus translated by me into Malabar, Koetsiem date as above. Was signed: S. V. Tongeren. Agreed: Adriaan Poohlier First Secretary 494 No. 9. 50. Translated letter written by the Commander of Kalikut, Arazada Beekkhan, to the Right Honorable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 1st of April 1784. I have received Your Right Honorable's letter and understood its contents. I have heard that Your Right Honorable's debtor John Barendson is at Kodealom in a very destitute state, and Izaak Surion is currently writing the particulars thereof to Your Right Honorable, as well as how he is not present here. Signed by the Commander of Kalikut. Below stood: For the translation, Koetsiem date as above. Was signed: I. V. Tongeren. Revised: Adriaan Boowlick First Secretary Agreed: J. Spael sworn clerk and No. 10. 51. Most Illustrious Lord! With respect I present myself before Your Right Honorable to express how greatly I esteem your good health, in company with Your Right Honorable's honored family, while I offer myself most submissively to the orders of Your Right Honorable. It is now forty-five years that I have been in these Indies and have rendered many services to the Honorable Company of Holland, and at present I take the liberty to inform Your Right Honorable that the Commander of Kalikoet has told me up to three times to write this and give notice that he had received a letter from his Master, the Lord Nabab, whereby the same expressed his great displeasure that the Honorable Company had taken possession of the lands of Settua on its own authority, since the aforementioned lands were taken by the aforementioned Lord, and that if the Company had wanted to have them, it could have sent a person to negotiate about it, and that he would then indeed have made that surrender. Nonetheless, the Commander of this place, who is a man of great understanding, requests Your Right Honorable and also writes in the enclosed to send a person here to Kalikoet, and from here a person will also be provided to go together to the Nabab, to speak not only about this particular matter, but also about many matters of importance. Aidroos Koeti Moepen has arrived here in Kalikoet, and since he is a great enemy of the Honorable Company and of the King of Koetsiem, which everyone knows and is also confirmed by the books of the Secretariat, he tries to cause a great deal of discord. But the Commander of Kalikoet, who is a man of great understanding, and does not strive so much to make war as to provide the country with all kinds of prosperity, has told me to give notice of this to Your Right Honorable, and since this opportunity is very advantageous for the Honorable Company, I have taken the liberty to tell Your Right Honorable that it will be better to send a person with all haste, in order to be able to settle the matters in tranquility. However, I leave everything to the great wisdom of Your Right Honorable. I do not know the reason why Your Right Honorable feels offended by me, but those who have wrongly accused me to Your Right Honorable, God will certainly call to account, and if I have sinned against Your Right Honorable, that same Lord will demand an account from me. Meanwhile, I remain awaiting the orders of Your Right Honorable, to comply with them with all 52. strictness. May God preserve the person of Your Right Honorable for long years, etc. Below stood: Your Right Honorable's most humble servant. Signed: Jzaak Surion. In the margin: Kalikoet, the 30th of March 1784. Lower: P.S. After the closing of this, I received news that Major Campbell has passed away; I hereby give notice of this to Your Right Honorable, and that the greater part of the officers have also passed away. Regarding the peace between the English and the Nabab, Your Right Honorable will be well informed. Examined: Stael registered Revised Agreed: Adriaan Boolvlist Secretary
Dutch transcription
N„o 8. 49. Koncept brief door den Weledele Grootachtbaare Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek. aan den Goeverneur te Kalikut. Arazada Ekkan gesch: den 10=e Maart 1784. — De jood Godsmit die hier te koetsiem kristen geworden is, en zeeder John Barendson heet, is nu sirka 5 Jaar geleeden met drie duizend portonovos pagooden van mij weggeloo„ „pen en is daarmeede naar kalikut gevlucht. Ik heb Ieder getracht hem daar te achterhaalen, doch toen is hij verder naar de noord gevlucht, zeder hebbe ik niets van hem kunnen ach„ „terhaalen, als alleen een som van agt honderd en vijftien portovos pa„ „gooden, die de Deensche Resident Pas„ „sarant van hem ontvangen had en waarop ik arrest gelegt heb te franke„ „baar en eenige goedertjes onder zijne Ge„ „machtigden alhier, zoo dat ik noch ruim twee duisend pagooden van hem hebben moet, buiten de renten. Thans hebbe ik tijding, dat hij weder te kalikut gekoomen is, derhalve verzoek ik uwE, om dien bedrieger op te laaten vatten en aan mij over te zenden, waar door UwEd: mij Nagezien HBae gez: klerk mij zeer verplichten zal. De jood Izaak surjon weet de heele zaak en kan uwEd: daarvan nader onderrechten god bewaare uwEd: /onderstond:/ zodanig door mij in het mallabaars overgezet, koet„ „siem dato als toven /was getekent S. V. Tongeren. Akkordeerd Adriaan Poohlier P. Sekret„ 494 N„o 9. 50. Translaat brief door den Kommandant van Kalikut Arazada Beekkhan geschreeven aan den Weled: groot achtb: Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek ontv: den 1 April 1784. - Uw weledele Groot achtb: brief heb ik ontvangen en dies inhoud verstaan, ik heb gehoort dat uw weled: Groot achtb: debiteur sohn Barendson op kodealom in een seer armoedigen staat is, en Izaak Surion schrijft thans de omstandigheeden daar van aan uw weledele Groot achtb: als ook hoe dat hij zich hier niet en bevind. get. bij den kommandant van kalikut /onderstond/ voor de Translaatsie, koetsiem dato als boven /was getve / I. V. Tongeren. — Nagezien Adriaan Boowlick pr Sekret„s Akkordeerd. J Spael gez: klerk en N„o. 10. 51. Doorluchtigsten Heer! Met eerbiedigheid begeeve ik mij voor uweled: grootachtb: om betuiging te doen, hoe zeer ik extimeere derzelver goede welstand, in gezelschap van uweled: Groot achtb: g'eerde Familie, terwijl ik mij zeer onderdaniglijk aanbiede tot de beveelen van uweled: groot achtb: Het is nu vijf en veertig Jaaren, dat ik in deeze Jndien ben, en veele diensten aan d' Ed: komp: van Holland gedaan hebbe en tegenswoordig neeme de vrijheid, uweled: groot achtb: te berichten, dat de kom„ „mandant van kalikoet mij tot drie keeren gezegd heeft, deze te schrijven en kennis te geven, dat hij een brief van zijnen Meester de Heer Nabab had ontvangen, waarbij dezelve zijn groot misnoegen betuigde over dat de Ed: komp: de Landen van settua op eigen gezag had in bezit genoomen, als zijnde gem: Landen door gem: Heer genoomen en dat indien de komp: dezelven had willen hebben, konde een perzoon hebben gezonden om daar over te handelen, dat hij dan die overgave wel zoude gedaan hebben. — Des niet te min, de komman„ „dant van deeze plaats, die een Man is van groot verstand, verzoekt uweled: groot achtb: en schrijft ook het deezen inleggende, om een perzoon hier te kalikoet te zenden, en van hier zal een perzoon meede mede gegeeven worden om tezamen tegaan naar den Nabab, om niet alleen over deeze bezonderheid, maar ook over veele zaaken van aangeleegenheid te spreeken. Aidroos koeti Moepen is alhier te Kalikoet gekoo„ „men en wijl hij een groote vijand van d' Ed: komp: en van den koning van Koetsiem is, het geen een ieder weet en ook konsteerd bij de Boeken van se„ „kretarije tracht hij zeer veel onmin te bewerken, Doch de kommandant van kalikoet die een Man van groot verstand is, en niet zoo zeer toelegt om te oorlogen, als wel om aan het land allerlij voor„ „spoed te bezorgen, heeft mij gezegd, uweled: Groot achtb: hiervan kennis te geeven, en wijl deeze gelee„ „genheid zeer nuttig is voor de Ed: Komp: heb ik de vrijheid genoomen uweled: Groot achtb: te zeggen, dat het beter zal zijn een perzoon met alle haast tezenden, ten einde de zaaken met gerustheid te kunnen afmaaken. — Echter laat ik alles over aan de groote wijsheid van uweled: Groot achtb: Jk weet d' oorzaak niet, waarom uweledele groot achtb: zich over mij beleedigt vind, doch de geenen die mij verkeerdelijk bij uweled: Groot achtb: beschuldigd hebben zal god zeekerlijk tot reeken„ „schap trekken, en zoo ik tegens uweled: groot achtb: hebbe gezondigt, zal dezelfde Heer van mij ree„ „kenschap neemen. — Jntusschen blijve ik d'ordres van uweled: groot achtb: afwachten, om met alle stiptheid 52. stiptheid na te koomen. De Perzoon van uweled: Groot achtb: God bewaare lange Jaaren etc:a /:onderstond:/ uwer weledele groot achtb: aller onderdanigste Dienaar /geteekend:/ Jzaak Surion /:in margine:/ kalikoet den 30:e Maart 1784: /:lager:/ Ps: Na het sluiten dezes heb ik tijding erlangt, dat de Majoor Campbell overleeden is: hiervan geeve ik uweled: groot achtb: kennis, en dat de meeste gedeelte der officieren ook overleeden is. wegens de vreede tusschen d' Engelschen en den Nabab, zal uweled: Groot achtb: wel onderricht zijn. Op Stael geniteert Nagezien Akkordeerd Adriaan Boolvlist Scknt„
English
No. 11. 53. Regarding the matter of the fort Settua, a letter from the Nabob to the Governor of Calicut has arrived, concerning which the said Governor of Calicut is now writing what is necessary to the Right Honorable Governor. Beside that letter goes another from me by order of the said Governor of Calicut via the thonij which is now departing thither. The matter of Settua will be treated with earnestness from this side, for they consider it of great importance. I write this to you by virtue of our good friendship. It will be necessary that two intelligent persons be sent to the Lord Nabob with large presents, and who must first come to the aforesaid Governor and also give him a present, and subsequently request a convoy from him, and proceed therewith to Pattana, and speak with the Nabob about all the matters and settle them firmly. I have also written all this to his Right Honor. May your Honor please do his best that two gentlemen are sent to the Nabob to accommodate the matter amicably, and if one remains negligent regarding this, I fear that the entire country will become destroyed. Therefore, I request your Honor, to prevent this, to put Translated letter written by Izaak Surion to Anta Setty, received the 1st of April 1784. Examined everything into operation that is possible. Aidroos Koettij of Tjawakattij has arrived here in Calicut, and your Honor knows very well what kind of a man he is. Signed by the aforesaid Izaak Surion / underneath stood / for the translation, Cochin, date as above / signed / S. V. Tongeren Agrees Adriaan Bootvliet pro Secretary A J. Gerillert No. 12. 54. Draft letter written by the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek to the Commandant of Calicut Arazada Beek Chan, the 1st of April 1784. Just now I receive your Honor's letter with the news that John Barendson is not there. In case he might arrive there, I request that justice be done to me. Izaak Surjon writes me not a single word about John Barendson; on the contrary, however, he informs me that your Honor had told him that I might send one or two persons to Calicut, and that your Honor would then provide a person to accompany them to go to the Nabob and speak about Settua and other things. As I cannot rely upon the writing of Izaak Surion in a matter of such great importance, I take the liberty to request your Honor to write me a single line about this and inform me whether my letter has been delivered to his Highness, and when and where his Highness will be pleased to receive those envoys of the Company. He further writes me that his Highness is displeased Examined JW Speellet sworn clerk pleased that I have taken possession of Settua. This is incomprehensible to me, after I have clearly declared that such was done solely to prevent the enemies of his Highness from making themselves masters of it, and that the Company seeks nothing else than to settle all disputes amicably and to live in friendship with his Highness. This is the sole purpose for which I wished to send envoys to the Lord Nabob, and I am assured that, if his Highness admits them and hears from their mouths the propositions which I wish to have made to his Highness through them, their message will serve to his Highness's satisfaction, and that an alliance will then be made between his Highness and the Company, which will serve to great utility and advantage for both sides. The bearer of this, Kungani Naraijen, will convey the rest to your Honor verbally, and at the same time present to your Honor a small present of fine spices and cinnamon oil, which I request you to accept with affection as a token of friendship. May God preserve your Honor. / underneath stood / Thus translated by me into the Malabar language, Cochin, date as above / was signed / S. van Tongeren Agrees. Adriaan Bootvliet p. Secretary No. 12. No. 13. 55. Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin, Wednesday the 31st of March 1784, in the forenoon. Present The Right Honorable Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek; The Honorable Senior Merchant, Second and Chief Administrator Reinier van Aarn; The Honorable Merchant, Fiscal and Cashier Master Nikolaas Wendelin Beijts; The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall; The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer; The Honorable Junior Merchant Willem van Haeften; and The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen. Absent The Honorable Major and Head of the Military Frederik von den Busch; The Honorable Junior Merchant and Provision Master Abraham Jean Scipio Vernede, due to indisposition. After the conclusion of the public affairs mentioned in the common resolution of today, the Lord Governor proposed to the meeting that one needed to doubt no further the peace between the Republic and England, since the signed preliminaries were already to be found in the newspapers, and that one
Dutch transcription
N„o 11. 53. Wegens de zaak van het fort settua is een brief van den Nabab aan de goeverneur van kalikut gekoomen, waarover gem: Goeverneur van Kalikut thans het noodige aan den Weled: Groot achtb: Heer Goe„ „verneur schrijft, nevens die brief gaat een ander van mij volgens order van gem: Goeverneur, van kalikut per de thonij die thans naar der„ „waarts vertrekte. De zaak van Settua zal van dezen kant met ernst behandelt worden, want men laat daar veel aangeleegen leggen, dit schrijve ik aan Uw uit hoofde van onze goede vriendschap; Het zal noodzaaklijk weezen, dat twee verstan„ „dige perzoonen bij d Heer Nabab gezonden worden, met groote prezenten, en dewelke eerst bij den Goeverneur voorm: moeten koomen, en hem ook een present geeven, en vervolgens van hem een konvoij verzoeken, en daarmede de naar Pattana gaan, en met den Nabab over alle de zaaken te spreeken en vast te stellen dit heb ik alles aan zijn weled: Groot achtb: ook geschreeven, UE gelieft zijn best te doe„ dat er twee heeren naar de Nabab gezonden worden om de zaak in der minne te ak„ „komodeeren en zoo men hier omtrent na„ „laatig blijft, vrees ik dat het gantsche land zal verdestrueert raaken, dierhalven verzoeke UE tot voorkooming van dien alles in Translaat brief door Izaak surion geschreeven aan Anta Setty, ontvangen den 1e April 1784. het Nagezien het werk te stellen wat mogelijk is; Aidroos koettij van tjawakattij is alhier op kalikoet gekoomen, en UE kent hem zeer wel wat voor een Man hij is; getver: bij voorm: Izaak Surion /onderstond / voor de Translaatsie, koetsiem dato als boven /get / S. V. Tongeren Akkordeert Adriaan Bootvlict p. r Sekret„s A J: Gerillert N„o 12. 54. Konsept brief door den weledele Groot achtb Heer Goe„ „verneur Johan Gerard van Angelbeek geschreeven aan den Commandant van Kalikut Ara„ „zada Beek schan den 1: April 1784. zoo aanstonds ontvang ik uwEd brief met de tijding dat John Barend songinter niet is, Jndien hij daar komen mogt verzoek ik mij recht te doen. Jzaak Surjon schrijft mij geen enkeld woord van John Barendson, doch daar en teegen, geeft hij mij bericht dat uwEd hem gezegd htad, dat ik een of twee perzoonen mogt naar kalikut zenden, dat uw Ed dan een perzoon zoude meede geeven, om bij den Nabab te gaan, en over settua en andere dingen te spreeken. -wijl ik op het schrijven van Izaak surion in een zaak van zoo: groot belang geen staat kan maaken, zoo gebruike ik de vrijheid uw Ed: te verzoeken om hier over een enkeld lebtertje aan mij te schrijven en mij te onderrichten, of mijn brief aan zijne hoogheid besteld is, en wanneer en waar zijne hoogheid die gezanten van de kompanie zal gelieven te ontvangen Wij schrijft mij vorder, dat zijn hoogheid mis„ „noegd. Nagezien JW SpeelleI: gez: klert „noegd is, over dat ik settua heb in bezit genoomen. Dit is mij onbegrijplijk, na dat ik duidelijk ver„ „klaard heb, dat zulks alleen geschied is, om voor„ „toekoomen dat de vijanden van zijn hoogheid zich daar van geen Meesters zoude maaken en dat de kompanie niets anders zoekt, dan om alle ge„ „schillen in der minne afte doen en met zijne ho„t in vriendschap te leeven. Dit is alleen het oog„ „merk, waarom ik gezanten aan den Heer Nabab wilde zenden en ik ben verzeekerd, dat, als zijn hoogheid dezelven admitteert en uit hunnen mond verneemt de proposietsien die ik door henl aan zijn hoogheid wil laaten doen, hunne boodschap tot genoegen van zijne ho„t zal strekken, en dat als dan tusschen zijn ho„t en de kompanie een ver„ „bond zal gemaakt worden, het welk tot groot nut en voordeel van weerskanten zal strekken. Brenger deezer Kungani Naraijen zal het verdere mondeling aan uw Ed te verstaan geeven en teffens aan uwe een kleene presentje van fijne specerijen en kaneel olij ter hand stellen het welk ik verzoe„ „ke als een blijk van vriendschap met genegentheid te akcepteeren. God bewaare uwE. /onderstond/ zoodanig door mij in het mallabaars overgezet koek iem dato als boven /was getekend/ S: van Tongeren Akkordeerd. Adriaan Boowhat J Sehrets N„o 12. N„o 13. 55. sekreete Resoluuitsie genoo„ „men in Raade van Malabaar ter steede koetsiem Woensdag den 31:e Maart 1784. voormiddags Present De weledele Groot achtb: Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndiën Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek: De E: Heer opperkoopm: sekunde en Hoofdadministrat:r Reinier van Aarn! De E: Koopman Fiskaal en Kassier M:r Nikolaas wendelin Beijts! De E: onderkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van spall: De E: onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer: De E: onderkoopman Willem van Haeften en De E: onderkoopm: en sekret:s van Polietsie Iohan Andries Daimichen! absent De E: Heer Majoor en Hoofd der Milietsie Frederik von den Busch! De E: onderkoopman en Dispensier Abraham Jean Scipio vernede: door indisposietsie Na het afloopen van de publieke zaaken bij de gemeene resoluutsie van heeden vermeld, stelde de Heer Goeverneur aan de vergaadering voor„ dat men aan den vreede tusschen de Republiek en Engeland niet verder behoefde te twijfelen, door dien de geteekende preliminarien, reets in de nieuws papieren gevonden wierden, en dat op men
English
that one should therefore now proceed to reducing the expenditure that had taken place until now on account of this, among which the discharge of the native troops, which had been raised on account of this war, indeed deserved the first place, but that one ought to proceed with caution in this regard, because until now it was not known how the Nabab Tipu Sultan was disposed toward the Company, and from his obstinate silence to the letters written to him, no favorable signs could be inferred; that at the session of the 6th of February last, it had indeed been resolved to hand over Settua and Paponetty to him out of a love for peace, should he insist upon it, but that it was not even known yet whether his demands would be limited to that alone and whether he might not, besides that, come forward with unjust pretentions and wish to enforce them by violence, whereby one might easily, willy-nilly, be brought into the necessity of opposing him with force and defending oneself to the best of one's ability; that prudence therefore seemed to advise keeping the first battalion of sepoys in service for the time being, because if it were discharged here, it would immediately take service with the Nabab, and instead to discharge for the time being only the battalion of Cochin sepoys, who, belonging around here and in the country of the King of Cochin, would not seek service abroad and could always immediately be taken into service again. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed by unanimous vote to discharge the second battalion of sepoys, consisting of Cochin lascars, and to keep the first battalion, consisting of foreign sepoys, in service for the time being, until one shall be better informed of the Nabab's intention. Upon the proposal made thereto, it was further approved and agreed to no longer pay the spy money which had been granted to the chief at Cranganore on account of the war, in the amount of 50 rupees per month, and to instruct the Honorable Chief Administrator as trade bookkeeper to draw up a list of all extraordinary expenses and provisions that have taken place on account of this war, in order to decide at the next meeting on the necessary steps for their abolition and reduction. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid. (was signed) J. G. van Angelbeek, R. van Harn, N. W. Beijts, J. L. van Spall, C. G. Seijffer, W. van Haeften, and J. A. Dannichen. Examined, Agreed, Adriaan Boowlish, sworn clerk. No. 14. Secret Resolution. Report of what was written to the English commander regarding the King of Cochin. The Right Honorable Councillor Extraordinary of the Dutch East Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant and Chief Administrator Reinier van Harn, The Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beijts, The Junior Merchant and Warehouse Master Jan Lambertus van Spall, The Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraat George Seiffer, The Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipion Vernede, The Junior Merchant Willem van Haeften, and The Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen. Absent: The Honorable Major and Head of the Militia Fredrik von den Busch, due to indisposition. Friday, the 12th of December 1783, forenoon, present, taken in the Council of Malabar at the city of Cochin. It was made known by the Governor to the members that when the English army under the command of Colonel Fullarton had undertaken the siege of Palakkad, His Honor, at the urgent request of the King of Cochin, whose northern lands border directly on the district of Palakkad, had written a letter to the said Colonel with the request that this Raja be regarded as a friend and ally of the Company, and thus his land might be spared from the English troops; and that the said commander had replied thereto that out of respect for the Dutch Company he would strictly comply with that request; that nevertheless His Honor had received a report yesterday morning from the commander of Ayacotta that an English army of five thousand men had arrived at Parur and was being ferried across the river to the island of Vypin by the people of Travancore; and that almost at the same time a message was brought to His Honor in the name of the King of Cochin that two battalions of English sepoys had arrived at Parur and had intended to march to Cochin, but that the sarvadhikariakars of him and of the King of Travancore would endeavor to persuade the commander to remain there with his men. That he, the Governor, was almost at the same time informed by Colonel Fullarton by a letter that an English detachment was being sent to escort his aide-de-camp, who was to speak with the King of Cochin about outstanding matters. That he, the Governor, had thereupon immediately warned the commander of that detachment by a note to respect the territory of the Honorable Company and not to enter it with any armed men, but that yesterday afternoon the entire detachment appeared on the island of Vypin directly opposite this fortress.
Dutch transcription
men derhalven als nu behoorde overtegaan tot het verminderen van den omslag, die om dies wille tot nu toe had plaats gehad, waar onder het afdanken van de inlandsche troepen, die om den wille van deezen oorlog opgericht waaren, wel de eerste plaats verdiende, doch dat men daaromtrend met voorzichtigheid diende tewerk te gaan, door dien men tot nu toe niet wist, hoedaanig de Nabab Tipoe sul„ „tan, tegen de kompanie gezind was, en men uit zijn hartnekkig stilzuijgen op de aan hem geschreevene brieven, geen gunstige voortee„ „kens kost afleiden; Dat men wel ter sessie van den 6:e februari Jongstl: beslooten had, settua en Paponettij, uit liefde tot den vreede aan hem overtegeeven, indien hij daar op drin„ „gen mogt, doch dat men zelfs noch niet wist, of zijne eischen zich daar toe alleen wel zouden bepaalen en of hij niet buiten des noch met on„ „billijke pretentsien zoude opkoomen, en dezelven met geweld willen doorzetten, waar door men ligt, tegens wille en dank, zoude kunnen in de noodzaakelijkheid gebragt worden, zich teegen hem met geweld te verzetten en naar vermogen te verweeren; dat de voorzichtigheid derhalven scheen aanteraaden, om het eerste Battaljon sipahis voor eerst noch in dienst te houden, want dat het zelve hier afgedankt wordende 56. wordende, ten eersten bij den Nabab dienst neemen zoude, en daar en teegen voor eerst maar alleen het Battaljon koetsiemsche si„ „ pahis afdanken, die hier omstreeks en in het land van den koning van koetsiem tehuis hoorende, geen dienst buiten 's lands zoeken zouden, en altijd ten eersten wederom kon„ „den in dienst genoomen worden. waarop gedelibereerd zijnde: zoo is met eenpaarigheid van stemmen goedgevonden en verstaan, het tweede Battaljon sipahis, bestaande uit koetsiemsche Laskorijns afte„ „danken, en het eerste Battaljon, bestaande uit buitenlandsche sipahis, voor eerst noch in dienst te houden, tot dat men van 's Na„ „babs intentsie beter geinformeerd zal zijn. op de daar toe gedaane proposietsie is wijders goedgevonden en verstaan, het spions geld hetwelk aan het opperhoofd te kranganoor om den wille van den oorlog is toegelegd ge„ „weest, ten bedraagen van Rop:s 50. 'smaands, niet verder telaaten opbrengen, en aan den E: Hoofd administrateur als Negootsie boek„ „houder op te draagen om van alle extra ordi„ „naire uitgaven en verstrekkingen, die om den wille van deezen oorlog hebben plaats gehad, een lijst te formeeren, om daar op in de naaste bij eenkomst het noodige tot derzelver „ en en derzelver afschaffing en vermindering te besluiten Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearres„ „teerd in Raade van Malabaar ter steede koetsiem ten daage maand en Jaare voorm: /:was geteekend:/ I: G: van Angelbeek R: van Harn, N: W: Beijts, J: L: van Spall, C: G: Seijffer, W: van Haeften en I: A: Dannichen Nagezien Akkordeerd Adriaan Boowlish C. Schret„ Spall gez: klerk Berce den „dant den is No 14. 57. Sekreete Resoluutsie Bericht van het geen aan den Engelschen komman„ „dant ten opzichten van den koning van koethem is aangeschreeven. — De Weledele Groot achtb: Heer Raad extra ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek, De E Heer Opperkoopman en Hoofdadministrateur Reinier van Harn. De „ koopman, Fiskaal en kassier M:r Nikolaas Wendelin Beijts. „ „ onderkoopman en Paktuismeester Ian Lambertus van Spall! „ „ onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraaet George Seiffer. „ „ onderkoopman en Dispensier Abraham Iean Scipion Vernede „ „ onderkoopman Willem van Haesten. en „ „ onder koopman en sekret=s van Polietsie Iohan Andries Daimichen absent De E Heer Majoor en Hoofd der Mitielsje Fredrik von den Busch. door in diesposietsie Werd door de Heer Goeverneur aan de Leden te kennen gegeeven; dat zijn Edele toen d' Engelsche Armé onder bevel van den kolonel Tullarton de be„ „legering van Palikatseeri ondernoomen had op het dringend verzoek van den koning van koetsiem wiens noordelijke landen onmidde „lijk aan het landschap Palikatseeri paalen aan gemelden kolonel een brief geschreeven had met verzoek dat deeze Rasia als een vriend en Bondgenoot van de kompenie aange„ „merkt en dus zijn land van de Engelsche troepen verschoont mogt worden en Vrijdag den 12:' december 1783. voormiddag present genoomen in Raade van Malabaar ter steede Koethem dat op Antwoord van den„ „zelven komst van eenige En „gelsche troepen op Baepien dat gem: kommandant daarop geantwoord had, dat hij uit achting voor de Hollandsche komp: aan dat verzoek stipt zoude voldoen dat echter zijn Edele gisteren morgen van den kommandant van Aikotte had bericht ge„ „kreegen, dat een Engelsch Leger van vijf dui„ „zend Man te Paroe aangekoomen was en door het volk van Trevankoor over de revier op het Eiland Baipien wierd overgezet, en dat genoegzaam ter zelver tijd uit naam van den koning van Koetsem aan zijn Edele was geboodschapt, dat twee Battaljons Engelsche Sipahis te Paroe aan„ „gekomen waaren en naar koetsem hadden willen marcheeren, doch dat de sarwa„ „diakariakarens van hem en van den koning van Trevankoor trachten zouden, den kommandant te disponeeren, om met zijn volk daar te blyven. Dat hij Goeverneur genoegzaam terzelver tijd van den kolonel Tullarton bij een brief verwittigd was, dat een Engelsch detachement gezonden werd tot eskorte van zijnen Aide de Camp, die met den koning van koetsiem over uitstaande zaaken duende te spreeken. Dat hij Goeverneur daarop ten eersten den kommandant van dat detachement bij een briefje gewaarschuwd had, het grond ge„ „bied van d'E komp: te respekteeren en met geen gewapend volk te betreeden, doch dat gister namiddag, het heele dita„„ „chement zich op het Eiland Baipien recht tegen over deze vesting vertoond had ——.
English
58. The 12th of December 1783 Letter written by the Lord Governor to the commander of those troops. had, from where at the same time an officer had arrived with a letter from the commanding officer, being a Captain of Artillery named John Baillie, stating: that he had arrived with two battalions of sepoys by order of Colonel Fullarton to settle matters with the King of Cochin, and requested permission to camp close beneath the city, but that he, the Governor, had immediately given the following reply thereto, and caused it to be delivered by Ensign Von Albeduul: Sir, I have observed with surprise from your letter that your Honour, without asking proper permission to do so, has dared to enter the Company's territory with armed troops; I have made this understood to the officer sent to me by your Honour, and he has thereupon assured me that your Honour had no intention whatsoever to undertake anything to the prejudice of the Dutch Company. I am willing to believe this, yet my duty demands of me hereby to require of your Honour that your Honour properly respects the Company's territory and, as proof thereof, causes your armed troops to withdraw to Parur. Whereupon I shall receive your Honour and the other officers whom your Honour pleases to bring with you with great pleasure. I Reply letter from the English commander. I am at the same time obliged, Sir, to warn your Honour that no armed troops must undertake to cross the river, as I should have to prevent such by force of arms. I am, Sir, your Honour's dutiful servant, was signed I. G. v Angelbeek, in the margin: Cochin, the 11th of December 1783. That he, the Governor, although he was very well assured that these troops would dare undertake nothing hostile against the Company itself, nevertheless out of fear that some party of sepoys might cross the river and commit wanton acts at Mattancherry or in the Jewish quarter, and even go plundering, had immediately ordered a battalion of sepoys under the command of Captain De Lorimier to take up arms and take position at Calvethy, at Mattancherry near the King's palace, and in the Jewish town, with orders not to let any English military personnel cross, and that further the batteries along the riverbank were mounted with cannons and all other necessary preparations were made to be able effectively to prevent the crossing over the river. That subsequently Ensign Van Albeduul had returned with a polite reply from the said commander, the translation of which read as follows: Sir, At this moment I have been honoured with your Honour's letter. I am particularly sorry to see that Colonel Fullarton, the commanding 59. The 12th of December 1783 Confirmation of the members with the actions taken by the Lord Governor. Departure of the troops. officer of the English army, has not given your Honour notice of his intention to send a detachment to the garrison of Cochin. I will gladly comply with your Honour's request and retire from your Honour's territory, but if it suffices to withdraw two or three miles (since proceeding further would cause me great inconveniences), it would do me and the detachment a great favour; I shall be ready, upon receipt of your Honour's answer, to march off to such distance as your Honour shall think proper to designate to me. I am with much respect, Sir, your Honour's most obedient servant, signed I. Baillie, Captain-Commandant, in the margin: Camp, at 7 o'clock. All of which having been deliberated upon, it was approved and agreed to conform entirely with the aforesaid measures, and to persist in the demand made by the Lord Governor that the repeatedly mentioned English commander will immediately have to send his troops back to Parur. Hereupon it being communicated by the Lord Governor that the said English troops were indeed already on the march, it was approved and agreed to record this here. Thus Examined H: Spael Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed I. G: van Angelbeek, R. v. Harn, N. W. Beits, I. L. van Spall, E. G. Seiffer, A. J. S. Vernede, W. van Haeften, I. A. Daimichen. Agrees. Adriaan Boowl First Secretary signed clerk No 17. 60. Translation of an Ola written by the King of Cochin to His High Honour, the Right Honourable and Highly Esteemed Lord Governor-General of the Dutch East Indies, written the 26th of February 1784. Your High Honour will not be unaware of the difficulties that have befallen my realm for some years now, and I have not failed previously to give proper notice to your High Honour, and the Noble and Highly Esteemed Governor Moens will upon his arrival at Batavia also have given your High Honour notice thereof. My ancestors have always maintained the most steadfast friendship with the Dutch Company, and Your Honour has also rendered many services to this realm, wherefore I expect that Your Honour will further help me, so that I may be saved from these sad circumstances. When the war between England and Holland was declared in Europe, the Zamorin princes rendered much assistance to the English and arrived together with their combined force on the borders of Cranganore, with the intention to take the city of Cochin.
Dutch transcription
58. Den 12 december 1783 Brief door den Heer Goever„ „neur geschreeven aan den kommandant van die troepen. had, van waar terzelver tijd een officier gekomen was met een brief van den kommandeerenden officier, zijnde een kapitain van d' Artille„ „rij John Baillie genaamd, in houdende= dat hij met twee Battaljons sipahis op order van Kolonel Fullarton aangekoomen was, om de zaaken /met den koning van koetsiem aftedoen en verlof verzocht, digt onder de stad te mogen kampeeren, doch dat hij Goeverneur daarop ten eersten het volgende antwoord had gegeeven, en door den Vaandrig Von Albeduul doen bestellen Mijn Heer „ Ik hebbe uit uwen brief met verwondering „gezien, dat Uw Ed:, zonder daartoe behoor„ „„lijk verlof te vraagen, met gewaapend „ volk s' komp=s grond gebied heeft dur ven „ betreeden; Ik hebbe dit aan den Officier „ die door UwEd: aan mij gezonden is, te verstaan „gegeeven, en hij heeft daarop verzeekerd, „dat UwEd: in tensie geensints geweest was, „ om iets te onderneemen, tot prejudise „ van de Nederlandsche komp:. Ik wil „ dit gelooven, doch myn plicht eischt „ van mij, om bij deezen op UwEd: te „ begeeren dat uwEdele s' Kompenies „ grondgebied behoorlijk respekteerd en tot een blijk van dien uwe gewaapende „ volk terug laat trekken tot naar Paroe. „ Als wanneer ik UwEd: en de verdere „ Officiers, die uw Ed: geliefd mede te brengen, „ met veel vermaak bij mij ontvangen zal. Ik antwoord brief van den Engelsche kommandant „ Ik ben teffens verplicht Mijn Heer UwEd: te waar„ „„schuwen, dat geen gewapend volk ondernee„ „„nem moet, om over de revier te koomen, „ alzoo ik zulx met feitelijk geeweld zoude „ moeten beletten „ — Ik ben /onderstond/ Mijn Heer uwEd: dien (willeg „ Dienaar /was geteekend/ I. G. v Angelbeek „. /in margine :/ koethem den 11=e xber: 1783. Dat hij Goeverneur af schoon hij zeer wel ver„ „zeekerd geweest was, dat die troep niets vijandigs tegen de komp: zelve zoude durven onderneemen, echter uit beduchting, dat somwijlen een partij sipais mogt over de revier koomen en op Mattansjeri, of in de jodenbuurt moedwil pleegen, en zelfs wel aan 't plunderen gaan, ten eersten een battaljon sipahis onder bevel van den kapitain De Lorimier had laten onder de wapens koomen en postvatten op Galwetti, te Mattansjeri bij s' konings palas en in de joden stad, met order om geen Engelsch krijgsvolk te laaten overkoomen, en dat wijders de batterijen aan de revier kant met kanons beplant en voorts alle verdere noodige aanstalten ge„ „maakt waaren, om den overtocht over de revier met nadruk te kunnen beletten. Dat vervolgens de vaandrig van Albeduul terug gekoomen was, met een beleeft antwoord van gem: kommandante, waarvan de vertaaling liide als volgt Mijn Heer. op dit oogen blik ben ik vereerd geworden met uwEd: brief, het doed mij bijzonder leet te zien dat kolonel Fullarton de a kom m „ 9 59. Den 12: December 1783 konfirmaatsie der leeden met het in het werk ge„ „stelde door den Heer Goeverneur afmarsch van de troepen kommandeerende officier van de Engelsche armee uwEd: geen kennis heeft gegeeven van zijne intensie, om een detachement na 't guar„ „nisoen van koetsiem aftezenden. Ik zal met vermaak voldaen aan uwEd: be„ „geerte en van UwEd:s grondgebied retireeren doch als het voldoende is met twee of drie mijlen /alewijl ik verdergaande zeer veel inconvenientsies zoude hebben (zal mij en het detachement daar door groote gunst geschieden; Ik zal gereed zijn, op den ontvangst van UwEd: antwoord, om op zoodanige distantsie aftemarcheeren, als uwEd: zal goederinde mij aantewijzen Ik ben niet veel respekt /onderstond/ Mijn Heer UwEd: zeer gehoorzaame Dienaar /geteekend/ I. Baillie kapitain kom„ „mandant /in margine /. kampom 7 uuren Op al het welk gedelibereerd zijnde: zoo is goedgevonden en verstaan, zich met de voorschreevene maatregelen allesints te konformeeren, en te persisteeren bij den Eisch door den Heer Goeverneur gedaan, dat meermelde Engelsche kommandant zijne troepen ten eersten naar Paroe zal hebben terug te senden. Hier op door den Heer Goeverneur Gekommu„ „niseerd zijnde, dat gem: Engelsche troepen, reets werklijk opmarsch gegaan waaren, zoo is goedgevonden en verstaan zulx hier aan te teekenen. Aldus - Nagezien H: Spael Aldus Gedaan Geresolveerd en Gear„ „resteerd in raade van Malabaar ter steede koetsiem, ten dange maand en Iaare voormeld. — /was geteekend/ I. G: van Angelbeek, R. v. Harn. N. W. Beits, I. L. van Spall, E. G. Seiffer A. J. S. Vernede. W„ van Haeften I. A. Daimichen Akkordeert. Adriaan Boowl P. Sekret„ get: kelerk 5 N„o 17. 60. Translaat Ola door den Koning van Koetsiem Aan zijn Hoog Edelheid, den Hoog edelen groot achtb: Heer Goeverneur Generaal van Nederlands Jndia geschreeven den 26. Februari 1784. Het zal uw hoogedelheid niet onbekend zijn de moeijelijkheeden die mijn rijk nu eenige Jaaren herwaards zijn overgekoomen en ik heb niet na„ „gelaaten bevoorens behoorlijke kennisse aan uw „hoogedelheid te geeven, en de edele groot achtb heer Goeverneur Moens zal met zijn aankonst op Batavia uw hoogedelheid daar ook kennisse van gegeeven hebben mijne voorzaten hebben altoos de bestendigste vriendschap met de hollan„ „se kompanie gekonserveerd en haar Edele heeft ook veele diensten aan dit rijk beweezen, over „zulks verwagte ik dat haar Edele mij nog verder helpen zal, dat ik uit deeze droevige omstan„ „digheeden gered werd, Toen den oorlog tussen Enge„ „land en Holland in Europa gedeklareert wierd, hebben de sammorijnse vorsten veele assistentie aan de Engelsen beweezen en zijn te samen met haar gekonjungeerde magt, op de grensen van Kranganoor gekomen, met intentie om de stad „ 5 Koetsiem 62
English
Inspected J: A. Everdijck to capture Cochin, but the present Lord Governor has enlisted the necessary militia for its preservation, as well as 3000 laborers who have worked daily on the fortification works, and on that occasion I have also not failed to assist the Company with coolies and whatever else was in my power, and in doing so the city was preserved, which otherwise would certainly have been lost. I presently enjoy much friendship and affection from his Right Honorable in all my affairs and interests, concerning which your High Nobility will be able to see all the better from the letter of his Right Honorable; I request that the friendship between me and your High Nobility may grow and increase more and more. Please accept the accompanying present as a token of my affection and let me know of the good health of your High Nobility; signed by his Highness. Agreed. Adriaan Poolvliet First Secretary No 17 61. Translation of an ola written by the King of Cochin to the Right Honorable Lord Director General at Batavia, received here on the 26th of February 1784. The favor and affection which I enjoyed from your Right Honorable during your presence here on the coast, I shall always keep in memory; It was very pleasing and agreeable to me to learn from the Lord Governor of Cochin that your Right Honorable, upon your arrival at Batavia, was elevated to First Councillor and Director General of the Dutch East Indies, but I have not had the good fortune to receive a letter from your Right Honorable. The poor circumstances of my realm and my continuous embarrassment are very well known to your Right Honorable. I am presently sending a letter to the Lord Governor General of Batavia and hope that your Right Honorable will see to it that a favorable reply is sent to me; I have learned with great pleasure that peace between England and Holland has been concluded in Europe, and I hope that your Right Honorable will inform me of the circumstances thereof, and at the same time ensure that this realm may remain in rest and peace. As a token of my affection I send a present to your Right Honorable, with the request to accept the same and to let me know of your good health; signed by his Highness. Agreed. Adriaan Poolvliet J. A. Eversdijck Inspected First Secretary 62. Sir I take the liberty of introducing to your Excellency, the bearer Lieut. Forbes of His Britannic Majesty's ship under my command, who has my directions to acquaint you, that it is my intention to salute the colors of the United States provided an equal number of guns is returned – should you think proper to comply therewith, (upon firing one gun from the fort) the salute shall be given. At the same time, I beg leave to inform you that I am dispatched hither by Vice Admiral Sir Edward Hughes (Commander in Chief of His Britannic Majesty's ships in India) in search of upwards of fifty seamen, who have deserted from the squadron, and as I have received certain intelligence of their arrival at this place four or five days ago, in a patamar (which is now in the harbor, I am to request in the name of the Admiral) that you will give the necessary orders for such deserters or British seamen being secured and delivered up to me, and I will instantly pay fifty shillings sterling for every one brought onboard His Majesty's ship under my command, as a reward to the soldiers for their trouble. Juno Cochin Road the 17th February 1784. No 18. As a further guide to their discovery I must inform you that one of the mates of the General Elliot (British Indiaman) came round in the patamar with them, & that I have positive orders from Sir Edward Hughes, to seize him that he might be brought to trial. I refer you to Mr. Forbes for any further information you may require concerning the men & beg leave to say that if (upon his return) I find every assistance will be given me, I shall take the first opportunity of paying my respects to your Excellency and am Your most obedient humble servant Montagu Agreed. Adriaan Poolvliet First Secretary 63. Sir Since writing the above, I have received certain intelligence, by a boat from the shore, that the patamar is in the harbor, & that the deserters are all in the sailor's loft in the garrison. I have therefore to hope and expect that your Excellency will use your endeavors in causing them to be apprehended tonight, & if there are any of them who are not deserters from Sir Edward Hughes' fleet (which can be proved by officers I have onboard) they shall instantly be delivered up, & for all who prove to be deserters, the reward will be given— Agreed. Adriaan Poolvliet First Secretary No 19. Cochin, this 18th February 1784. 64. Sir, I had the honor of receiving yesterday evening at ten o'clock the letter that you sent me by your lieutenant Mr. Forbes. Before the war, no cartel existed between our two nations in this country; the government of Bombay has always refused to return our deserters, and in Surat protection was granted to all those who wished to evade the Dutch service. Thus, Sir, as all these mutual relations and rules are only just being reborn with peace, I could not return the deserters whom you claim, even if they were presently still in this place. Nevertheless, to give Admiral Hughes proof of my personal esteem, I was already thinking of means to fulfill his wishes by employing my good counsel among the deserting sailors to return to his service of their own accord, on condition that they would not be punished in any manner for their desertion. But they have rendered useless the measures that I might have taken for that purpose, for they have left To Mr. Montagu the
Dutch transcription
Nagezien J: A„ Everdijck Koetsiem inteneemen dog de teegenwoordige Heer Goeverneur heeft tot bewaaring derzelve de noodige militie in dienst genomen als meede 3000 arbeids„ „lieden die dagelijx gewerkt hebben aan de fortifi „kaatsie werken, en ik heb ook niet nagelaaten de komp bij die okkasie met koelies te assisteeren en wat verder in mijn vermoogen is geweest en zoo doende is de stad behouden, die anders vast was ver„ „looren geweest. Jk geniete tans veele vriendschap en genegentheid van zijn weledelen groot achtb in alle mijne zaken en belangens welken aangaande zal uw hoog Edel„ „heid des te beeter konnen zien bij de brief van zijn weledelen groot achtb:, jk verzoeke dat de vriendschap tussen mij en uw hoogedelheid hoe langer hoe meer mag aangroien en toeneemen. Het nevens gaande prezent gelieve tot teeken van mijne genegentheid te aksepteeren en mij te laaten weeten den wel „stand van uw hoogedelheid, geteekend bij zijn Hoogheid Akkordeerd. Adriaan Poolvliet P. Sekret No 17 61. Translaat ola door den Koning van Koetsiem geschree„ „ven Aan den weledele groot achtb: Heer Directeur Generaal tot Batavia alhier ontvangen den 26. februari 1784. De gunst en de genegentheid die ik van uweledele groot achtb genooten heb staande desselfs aanwee„ „zen alhier ter kuste, zal ik altoos in geheugnisse houden; Het is mij zeer lief en aangenaam geweest van d' Heer Goeverneur van Koetsiem te verneemen dat uweledele groot achtb: met zijn aankomst op Ba„ „tavia verheeven is tot eerste Raad en Direkteur generaal van Nederlands Jndia, dog ik heb het geluk niet gehad een Lettertje van uweledele groot achtb: te ontvangen. De slechte omstandig„ „heeden van mijn rijk en mijne geduurige verlegen„ „heid is uweledele groot achtb: zeer wel bekent. ik zende tans een brief aan den Heer Goeverneur Generaal van Batavia en verhoope dat uweledele groot achtb bezorgen zal dat mij daar op een gunstig antwoord zal gezonden worden, ik heb met veel genoegen verstaan dat de vreede tussen de. de de Engeland en Holland in Europa geslooten is, en verhoope dat uweledele groot achtb mij Jnformee„ „ren zal de omstandigheeden daar van, en, teffens bewerken dat dit rijk in rust en vreede mag blijven Tot teeken van mijne geneegentheid zende ik een prezent aan uweledele groot achtb: met verzoek het zelve te ontvangen en mij desselfs welstand te laaten weeten: getekend: bij zijn ho„t Akkordeerd. —; Adriaan Poobvliet J„ A„ Eversdijck Nagezien P. Sehret„s - 62. 6 Pir O take the Liberty of introducing to peer C Excellency, the Bearer Lieut. Forbes of his Britannick la Majestys ship under my Command, who has my Directions is to acquaint you, that it is my Intention to salute the Colours of the United States provided an equal Number of Guns is returned – should you think Proper to complyse therewith, (upon firing one Gun from the Fort) the Salutet shall begiven At the same time, I beg Leave to inform You that Iam dispatched hither by Vive Admiral Sir Edward Hughes (Commander in Chief of His Britannick Majestij's Ships in India) in search of upwards Vifty Sea men, who have deserted from the Squadron, and as I have received certain intelligence of their Arrival at this place four or five Days ago, in a Patamar (which is now the Harbour, Jam to request in the Name of the Admiral) that sipue will give the necessarys Orders for such Deserters or British Seamen being secured and delivered up to me, and I will instantly pay fifty shillings Sterling for every one brought onboard His Majesty's Ship under my Com¬ mand, as a Reward to the Soldiers for thair Trouble Juno Cochin Road the 17th. Febru7. 1784. N„o 18. As As a further quide to their Discovery I must inform you that one of the Mates of the General Elliot (British Indiaman) came round in the Latamar with them, & that I have positive Orders from Sir Edward Hughes, to seize him that he might be brought to Trial, Prefer you to Mr. Forbes for any further information you may require concerning the Men & beg Leave to say that if (upon his Returne I find every assistance will be given, me, I shall take the first oppertunity of paying my Respects to your Excellency and am Gour most Obedient humble Servant Montaju Akkordeerd Adriaan Poolvhes P. Schret:s 3 d Pir 63. 16 LF Since writing the above, I have received Cartain, intelligence, by a Boat from the Shore, that the Patamar is in the Harbour, & that the Deserters are all in the Sailor's Loft in the Garrison, I have there fore to hope and expect that your Excallency will use la your Endeavours in causing them to be apprehended to ns: night, & if there are any of them who are not Deserters from Sir Edward Hughes sleet (which can be pro¬ ved by Officers I have onboard they shall instantly te by delivered up, & for all who prove to be Deserters, the Reward will begiven— Akkordeerd Adriaan Poolvlert P: Sehret„ N„o 19. Cochim ce 18. fevrier 1784. 64. Monsieur S'ai eu lhonneur de recevoir hier au soir a dix heures la lettre que voos m'avez envoyé par votre Lieutenant Monsr: Forbes. Avant la guerre il ne subsistoit point de cartel entre nos deux nations dans ce pays; le gouvernement de Bombay a tousjours refusé de rendre nos deserteurs et a souratte on a accordé la protection a tous ceux qui vouloient se soustraire du service hollandois. Hinsi, Monsieur, comme toux ces relations et regles reciproques viennent de renaitre avec la paix, je ne scaurois pas rendre les deserteurs que vous reclamez, P'ils se trouvoient encore actuellement dans ceste place Neansmoins pour donner a Monsieur l'Amirol Hughes de preuves de monestime personelle, je d pensois de ja sur des moijens d'accomplir ses souhaits en employant mes bons conseils cher„ les matelots deserteurs de rentrer en son service de leur bongré a Condition, qu'ils ne seroient punis en aucune maniere pour leur desertion. Mais ils ont rendu inutiles les mesures, que j'aurois pu prendre pour cela, car ils ont quitté A Monsr. Montaga la
English
the city and fled upon the first news of your arrival. I have the honor to be, Sir, your very humble and very obedient servant. Signed: J: G: van Angelbeek. Agreed. Adriaan Poolwiet Collated. H. Spael Sworn clerk For Copy. Secretariat No. 20. 65. Secret Resolution Thursday the 1st of January 1784. Present: The Right Honorable, highly esteemed Extraordinary Councilor of the Dutch East Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek. The Honorable Senior Merchant, Second-in-Command, and Chief Administrator Reinier van Harn. The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beijts. The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall. The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer. The Honorable Junior Merchant Willem van Haeften; and Absent: The Honorable Major and Head of the Militia Fredrik von den Busch. The Honorable Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipio Vernede. The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen. After the transaction of ordinary business, two letters were read from the Junior Merchant Cellarius, commander at Settua, dated the 26th and 29th of December last. The first contained that, pursuant to the secret resolution of the 3rd of December last, he had offered to the Moor Aidroos Koette, farmer on behalf of the Nabob of the rights of Settua and Paponettij, that he might continue therein, provided the revenue thereof was accounted for to the Honorable Company; but he had received in reply that he, Aidroos Koeth, was indeed willing to undertake that collection, and also desired to collect himself the tobacco farm, which is handled by the Canarese Kalia, but not to pay it to the Company or anyone else except to the Nabob, while he must also have the liberty, by day as well as by night, to cross over with as many people as he should see fit; and that, if the Honorable Company had it collected, he would be satisfied if it were delivered to him. And the second letter contained that the inhabitants there come daily to ask permission to cut the ripe unhusked rice. Whereupon, having deliberated and having taken into consideration that the conditions of Aidroos Koeti cannot be permitted, and that by postponing this matter any longer, the inhabitants would suffer great damage to the sown crops, it has been approved and resolved to abandon him, Aidroos Koeti, entirely, and to have the rights collected by Cellarius in such manner and form as was formerly done by the Residents of Settua and Paponettij, and to inform him thereof immediately. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. 66. Was signed: J. Ger. Angelbeek, R. v: Harn, N: W: Beyts, I: L: v: Spall, C: G. Seyffer, and W. v Haeften. Agreed. Adriaan Poolwiet Examined. H. Spael Sworn clerk Per Secretary No. 20. 67. Rumor of peace between the English and the Nabob Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin Thursday the 8th of January 1784. Present: The Right Honorable, highly esteemed Extraordinary Councilor of the Dutch East Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek. The Honorable Senior Merchant, Second-in-Command, and Chief Administrator Reinier van Harn. The Honorable Major and Head of the Militia Frederik von den Busch. The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beits. The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall. The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer. The Honorable Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipio Vernede. The Honorable Junior Merchant Willem van Haeften. Absent: The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen, due to indisposition. Resolution to send an embassy from here to the Nabob The members Seijffer and Vernede appointed thereto Whereas upon the reoccupation of Paponettij and Settua, in accordance with what was recorded in the secret resolution of the 3rd and 9th of December last, it has already been determined that an effort shall be made to enter into amicable negotiations concerning this matter with the Nabob Tipu Sultan, and the rumors of an approaching peace between His Highness and the English are increasing daily, whereby the country of the Zamorin, in all probability, will be ceded to him; so it was, upon the proposal of the Governor, now further resolved to dispatch a solemn embassy to the said Nabob for that purpose, with further orders to congratulate His Highness in the name of the Company upon his accession to the throne, furthermore to enter into amicable negotiations concerning the disputes that have arisen between His Highness and the Company over the sandy land of Settua and the conquest of Paponettij, and finally to conclude a treaty of commerce with His Highness if he is inclined thereto. And it was furthermore, to that end, approved and resolved to appoint the members Coenraad George Seijffer and Abraham Jean Scipio Vernede to that embassy, as well as to instruct the Honorable Chief Administrator to draw up a proposal of the gifts customary on this occasion, to be further examined and approved. Likewise, upon the proposal of the Governor, it was approved and resolved that this embassy
Dutch transcription
la ville et ont pris la fuite surla premiere nou„ „velle de votre arrivement. J'ai l'honneur d'etre. Monsieur ? votre trés humble et trés obeigant serviteur /: signe:/ J: G: van Angelbeek. Akkordeerd Adriaan Poolwiet Collationner HSael 1 gez: klerp pour Copie. Sekret nou„ votre N„o 20. 65. Sekreete Resoluuitsie Donderdag den 1=e Januari 1784. — prezent De weledele Grootachtb: Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek. De E: Heer Opperkoopman, sekunde en Hoofdadministrateur Reinier van Harn: D'E koopman, Fiskaal en kassier M:r Nikolaas wendelin Beijts. D' E onderkoopman en Pakhuismeester Ian Lambertus van Spalb. D' E onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer. De E onderkoopman Willem van staeften en Abzent De E Majoor en Hoofd der Milietse Fredrik von den Busch De E onderkoopman en Dispensier Abraham Jean kipion vernede D' E onderkoopman en Sekretaris van Polietsie Iohan Andries Daimichen Na het verhandelen van de gemeene zaaken, werden gelee„ „zen twee brieven van den te settua het gezaghvoerende, „ Onderkoopman „Cellarius, de datis 26 en 29 December jongstleeden inhoudende de eerste, dat hij ingevolge sekreet be„ „sluit van den 3 December jongstleeden den Moor Aidroos Koette Pachter van weegens den Nabab der Gerechtigheeden van Settua en Paponettij, aangebooden had, om daarin te mogen blijven kontinueeren, mits het inkoomen daarvan genoomen in Raade van Mallabaar ter steede koetsiem aan op aan d'E komp: te verantwoorden, doch tot antwoord erlanga had, dat hij Aidroos koeth die invordering wel wilde doen, en ook begeerde de tabakspacht, waarmede de kanarijn kalia omgaat, zelfs inte„ „vorderen, doch niet aan de komp: of iemand anders te betaalen, als aan den Nabab, terwijl hij teffen de vrijheid most hebben, zoo wel bij dag als nagt„ met zoo veel volk overte koomen, als hij zoude goed„ „vinden, en dat, zoo wanneer de E komp: het liet invorderen, hij te vreede zoude zijn, als dezelve aan hem bezorgd wierd; en de tweede dat de inwooners aldaar dagelijx koomen vraagen, om de rijpe nelij te moogen snijden, waarover gedelibereerd en in aanmerking genoomen zijnde, dat de voorwaarden van Aidroos koeti niet kunnen toegestaan worden, en dat door het langer uitstellen van die zaak, de inwooners groote schaade in het gezaide zouden koomen te lijden, zoo is goedgevonden en verstaan van hem Aidroos koeti in het geheel aftezien, en de Gerechtigheeden door Cellarius te laaten invorderen, zoo en indiervoegen als zulx voorheen door de Residenten van Settua en Paponettij geschied is, en hiervan ten eersten aan denzelven kennis te geeven. — Aldus gedaan, Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Mallabaar ter steede koetsiem, ten dage, maand, en Jaare voormeld. 66. /was getver / J Ger Angelbeek, R. v: Harn, N: W: Beyts, I: L: v: Spall. C: G. Seyffer en W„ v Haeften. —. Akkordeerd. Adriaan Poowlick Nagezien Depp H. Spael gez: klerk P: Sekrets e N„o 20. 67. gerucht van den vreede tusschen de Engelschen en den Nabab De Weledele Grootachtb: Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndiën, Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek! De E: Heer opperkoopm: sekunde en Hoofd administrat:r Reinier van Harn: De E: Heer Majoor en Hoofd der Milietsie Frederik von den Busch: De E: Koopman, Fiskaal en kassier M:r Nikolaas wendelin Beits! De E: onderkoopman en Pakhuismeester Ian Lambertus van spall: De E: onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer! De E: onderkoopman en Dispensier Abraham Iean Scipio vernede! De E: onderkoopman Willem van Haeften Absent De E: onderkoopm: en sekret:s van Polietsie Iohan Andries Daimichen door indiesposietsie Aangezien bij het reokkupeeren van Papo„ „nettij en settua, volgens het aangeteekende bij sekreete resoluutsie van den 3:e en 9:=de december Jongstleeden, reets vast gesteld is, dat men trachten zal, over deeze zaak met den Nabab Tipoe sultan in minzaame onderhandeling te treeden en de geruchten van een nabij zijnde vreede tusschen zijn Donderdag den 8=ste Januari 1784. Present sekreete Resoluuitsie genoo„ „men in Raade van Malabaar ter steede koetsiem Hoogheid op besluit een gezantschap„ van hier naar den Nabab te zenden daartoe de Leden seijffer en vernede benoemt Hoogheid en de Engelschen, dagelijx toenee„ „men, waar bij het land van den samorijn, naar alle waarschijnlijkheid, aan Denzelven zal afgestaan worden, zoo werd op de propo„ „sietsie van den Heer Goeverneur, als nu nader beslooten, om tot dat einde een plechtig ge„ „zandschap aan gemelden Nabab aftevaardigen met verdere last aan denzelven, om zijn Hoogheid met deszelfs komste tot den troon, uit naam van de kompanie te kompli„ „menteeren, voorts over de geschillen, die tus„ „schen zijn Hoogheid en de Komp: over het zandigland van settua en het konquest Paponettij ontstaan zijn, in minzaame onderhandeling te treeden, en eindelijk met zijne Hoogheid, indien dezelve daartoe ge„ „neegen is, een traktaat van kommersie te sluiten: en is alwijders, tot dat einde goedgevonden en verstaan, tot dat gezant„ „schap de Leden Moenraad George Seijffer en Abraham Iean Scipion vernede te benoemen, mitsgaders de E: Hoofd admi„ „nistrateur op te draagen van de bij deeze geleegenheid gebruiklijke geschenken, een projekt te formeeren, om nader g'exami„ „neerd en g'arresteerd te worden. Almeede is op de proposietsie van den Heer Goeverneur goedgevonden en verstaan, die Ambassade
English
68. letter about this to the Nabab. — To notify the Lord Nabab beforehand of the embassy by a letter, of which the Dutch draft, presented by His Honour, was found to read as follows. To His Princely Serene Highness My Lord Tipoe sultan Ali Bahadoer! Most Serene and very mighty Nabab. When Your Princely Serene Highness kept the English army enclosed in Panani, I had the honour to inform Your Princely Serene Highness by my letter of 5. dec: 1782: that I would send envoys to welcome Your Princely Serene Highness upon your arrival in our neighbourhood, and to congratulate you on the victories achieved, as well as to assure Your Princely Serene Highness of the friendship of our company and of my high esteem in particular. The departure of Your Princely Serene Highness to the grand army as well as Your Princely Serene Highness's continual presence in the field in remote regions has suspended this intention, which I postponed in the hope that Your Princely Serene Highness would approach our place; since this has not happened, I have until now been able to do nothing else than continuously to wish for the success of your arms, and I have always rejoiced from the heart at the praiseworthy deeds of Your Princely Serene Highness and very particularly at the victory achieved at Nagaar, and the renowned conquest of that fortress. Yet now that circumstances are arranging themselves toward a general peace, I did not wish to delay any longer in greeting Your Princely Serene Highness through a solemn embassy upon your accession to the Throne, thus I take the liberty hereby to give Your Princely Serene Highness notice of this, requesting that it may please Your Princely Serene Highness to designate to me the place where it will please Your Princely Serene Highness to receive the envoys of the Dutch Company. I do not doubt that the commandant of kalikut will have given notice to Your Princely Serene Highness that 69. that upon the received reports that the fort of settua was abandoned, and that the enemies of Your Princely Serene Highness wished to take possession of it, I sent troops thither to prevent them from doing so; our troops arrived just in time, and took possession of settua shortly before the armed Nairos of the samorijn arrived to make themselves masters of the fort and to plunder the possessions of the inhabitants, but they were obliged to retreat without having accomplished their aim, because we were already in possession of the fort. The Envoys will negotiate the necessary matters concerning this affair and they will at the same time make proposals to Your Princely Serene Highness to conclude a treaty of commerce, on terms which I think will be agreeable to Your Princely Serene Highness. I have the honour to be with deep respect and high esteem, was signed, Most Serene and very mighty Nabab, Your Princely Serene Highness's humble and obedient servant, koetsiem the . . . . January 1784. lower: Ps: because I cannot judge whether my sentiments are properly expressed in the Tamil letter, I annex hereto one of the same content in the French language. Thus Done, Resolved and Enacted in the Council of Malabaar at the city of Koetsiem, on the day, month and Year aforesaid was signed: I: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, I: L: van Spall, C: G: seijffer, A: J: S: vernede and W: van Haeften. HV Van Meuk Agrees Adriaan Pootvliet Secretary L: C: 70. d 1 N 4 Register of the secret papers which are now being sent to Their High Excellencies the High Government in Batavia, namely. 1. Original letter directed to their said High Excellencies dated today. 2. Duplicate letter with its annexes dated 20. April last. 3. Translated letter written by the Nabab's commandant at kalikoet to the Honourable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek received the 23. April last. 4. Copy Report of the Canarese Narana Porboe dated 24 April above-mentioned. 5. Draft of the letter which the Honourable Lord Governor above-mentioned wrote to the Nabab Sipoe Sultan Bahader. Koetsiem the 3. May 1784. was signed: Adriaan Pootvliet First Clerk Agrees Adriaan Pootvliet First Secretary No 1 Separate 1. Last Duplicates preceding Batavia To His High Excellency! The High, Honourable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord Mr Willem Arnold Alting on behalf of the state of the free united Netherlands and its General Chartered East India Company Governor General and The Right Honourable, Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies. High, Honourable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord, Right Honourable, Valiant Lords! Shortly after the dispatch of my last preceding separate letter of the 20th of April last, of which the duplicate accompanies this, the Canarese mentioned therein returned from kalikut, with the answer from the Nabab's commandant
Dutch transcription
68. brief daar over aan den Nabab. — Ambassade aan den Heer Nabab vooraf aan„ „ te dienen, bij eenen brief, waar van het ne„ „derduitsch opstel, door zijn Edele geproduceerd, bevonden word aldus te luiden. Aan zijn vorstlijke Doorluchtigheid Mijn Heer Tipoe sultan Ali Bahadoer! Doorluchtigste en zeer machtige Nabab. Toen uw vorstelijke Doorluchtigheid d' Engel„ „sche arme in Panani ingeslooten hield, heb ik d'eer gehad van uw vorstelijke Door„ „luchtigheid, bij mijne brief van den 5. dec: 1782: te melden, dat ik gezanten zoude zen„ „den, om uwe vorstelijke Doorluchtigheid te verwelkommen met deszelfs komste in onze buurt, en te vergelukken met de be„ „haalde overwinningen, als ook om uwe vorstelijke Doorluchtigheid te verzeekeren van de vriendschap van onze maatschappij en van mijne hoogachting in het bezonder. Het vertrek van uwe vorstelijke Door„ „luchtigheid naar de groote arme als ook uwe vorstelijke Doorluchtigheids geduurige aanweezen in het veld in afgeleegen land t landstreeken heeft dit voorneemen opge„ „schort, het welk ik uitstelde, in hoop dat uwe vorstelijke Doorluchtigheid onze plaats zoude naderen, dewijl zulx niet gebeurd is, heb ik tot nu toe niet anders kunnen doen, als geduurig te wenschen om den voor„ „spoed van uwe wapenen en ik hebbe mij steeds van harten verblijdt over de roem„ „waardige bedrijven van uwe vorstelijke Doorluchtigheid en wel bezonderlijk over de behaalde overwinning bij Nagaar, ende roemruchtige verovering van die vesting. Doch nu de omstandigheeden zich tot een algemeenen vreeden schikken, heb ik het niet langer willen uitstellen om uw vorste„ „lijke Doorluchtigheid door een plechtige ge„ „zantschap te begroeten, over deszelfs komste tot den Troon, dus neeme ik door deeze de vrijheid uw vorstelijke Doorluchtigheid hier van kennis te geeven, verzoekende, dat het uw vorstelijke Doorluchtigheid behaage van aan mij de plaats aantewijzen, waar het uw vorstelijke Doorluchtigheid zal gelieven de gezanten van de Hollandsche Maatschappij te ontvangen. Jk twijfele niet, of de kommandant van kalikut zal aan uw vorstelijke Doorluchtigheid kennis gegeeven hebben, dat 69. dat op de bekoomene berichten dat het fort van settua verlaaten was, en dat de vijanden van uwe vorstelijke Door„ „luchtigheid daar van bezit wilde nee„ „men, ik volk daar naar toe heb gezon„ „den, om hun zulx te beletten, ons volk is noch niet van pas gekoomen, en heeft bezit van settua genoomen, kort voor dat de gewaapende Nairos van den samo„ „rijn zijn gekoomen, om zich Meester van het fort te maaken en om de bezittingen der inwoonderen te plunderen, maar zij zijn verplicht geweest onverrichter zaaken terug te trekken, door dien wij alreets in het bezit van het fort waaren. over deeze zaak zullen de Gezanten het noodige verhandelen en zij zullen teffens uw vorstelijk Doorluchtigheid voorslaa„ „gen doen, om een traktaat van kommer„ „cie te sluiten, op voorwaarden, die ik den„ „ke, uwe vorstelijke Doorluchtigheid aan„ „genaam zullen zijn. Jk heb de eer van met diep respekt en hoog achting te zijn /:onderstond:/ Door„ „luchtigste en zeer machtige Nabab, uwe vorstelijke Doorluchtigheids onderdanige en gehoorzaame dienaar, koetsiem den . . . . Januari 1784. /lager:/ Ps: door dien ik niet Nagezien niet oordeelen kan of mijne gevoelen be„ „hoorlijk bij den tamoelschen brief zijn uitgedrukt, zoo voege ik eene van dien zelfde inhoud in de fransche taale hier neevens. Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearres „teerd in Raade van Malabaar ter steede Koetsiem, ten daage maand en Iaare voormeld /:was geteekend:/ I: G: van Adr„ „gelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, I: L: van Spall, C: G: seijffer A: J: S: vernede en W: van Haeften. HV Van Meuk Akkordeerd Adriaan Poolher Sekret„ L: C: 70. d„„ 1 N 4 „ Register der sekreete papieren dewelken thans aan hunne Hoogedelheeden de Hooge regeering te Batavia worden gezonden als. Orgineele brieff aan welmelde hunne Hoog „edelheeden gericht gedateerd heden. Duplikaat brief met derzelver bijlaa„ „gen de dato 20. April Jo„ leden Translaat brief door den Nababschen kom„ „mandant te kalikoet aan den Edelen Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek. geschreeven ontvangen den 23. April Jongstleden Kopij Relaas van den Kanarijn Nara„ 1„ „na Porboe de dato 24 April evengem 5. Koncept van den brief die de Edele Heer Goe„ 2. 3. Koetsiem den 3. Mei 1784. /:was geteekend:/ Adriaan Pootvliet Eyjklerk Akkordeerd Adriaan oowlict P: Sekrets Goeverneur boven gem: aan den Nabab Sipoe Sultan Ba„ „hader geschreeven heeft. - N„o 1 Apart 1. Jongst Duplikaatn voorgaande Batavia Aan zijn Hoogedelheid! Den Hoogedelen Grootachtbaaren wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene geoktroieerde oostindische kompanie Goeverneur Generaal De weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndiën Hoogedele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer, kort na het afvaardigen van mijnen Jongst 1. voorgaanden aparten van den 20:e April laast„ „leeden, waar van het duplikaat deezen ver„ „zeld, quam de daar bij vermelde kanarijn van kalikut terug, met het antwoord van s Nababs Weledele Gestrenge Heeren! kommandant en
English
at Calicut its contents account of the Canarese letter from the commandant there in reply to my letter to him, of which a detailed report was made in my just-mentioned separate advices section 35, and of which a copy in Dutch was also transmitted at that time. Section 2. The said commandant leaves my question, whether he had ordered Izaak Surjon to write to me, unanswered, and only says: that writing about the matter of Settua could not help; that, if we desired to live in friendship with the Nabob, Settua ought to be evacuated; that envoys could then be sent, and all matters arranged satisfactorily, as can be seen in more detail from the translation copy transmitted among the appendices. Section 3. The account of the Canarese Naraijen, of which I also transmit a copy, contains virtually the same, as far as the meeting with the commandant, or Kannasaiboe, is concerned, but in addition also the report: that three Pattarees and a Moor, who had been stationed at Settua at the time the fort 72. Remark was taken into possession by us, had been summoned before the Nabob to account for themselves, because they had reported to His Highness that they were driven out of the fort by the Company's people, whereas on the contrary it was written from here by us that the Nabob's people had abandoned the fort before we had taken possession of it. Section 4. If one combines this circumstance with all previous reports, it seems to give grounded reason for these conclusions: 1: that the Nabob, regarding this matter, has not yet come to any firm decision, 2. That the commandant of Calicut must have a particular interest in Settua being returned by us to the Nabob. Section 5. The first conclusion is, it seems to me, very natural, for, if the Nabob had already taken a firm decision to wrest Settua from us again by force, the aforementioned investigation would be quite superfluous. Section 6. And it becomes, in my view, probable, because so much time has elapsed in between. continuation further remark All reports of the Nabob's displeasure come from Calicut Section 7. For I believe I may assume with some reason that, if the Nabob had already taken a firm decision in this regard, he would also have carried it into execution already. Section 8. But if this first conclusion is well-founded, the second, that the commandant of Calicut must have a particular interest in it, is thereby necessarily produced. Section 9. It is also made very probable by this observation: that all the gloomy rumors and reports of the Nabob's displeasure and all threats against Settua originate solely from Calicut. Section 10. For, not to speak of the commandant's previous letters to me, which were mentioned in my respectful separate letter of February 8 last, sections 18 et seq., and of his last letter, which is treated here, the letter from Izaak Surjon, mentioned in my previous separate letter of April 20 last, section 30, came from Calicut, the warning from the Danish Resident Passavant, section 33, likewise came from Calicut, motive for this from Calicut; and the news that the King of Cochin sent to inform me of according to section 34, came likewise from Calicut; and the manner in which all these tidings and threats have come to my knowledge seems to indicate a particular scheme of the commandant to intimidate us and make us decide to abandon Settua. Section 11. What the true motive of this commandant may be, to anticipate his master in this manner in the case of Settua, I do not presume to determine precisely. Section 12. Possibly, when it appeared as if the English wished to overrun the entire country of Calicut, he gave the order to the garrison at Settua under his jurisdiction to evacuate, which, now being judged by the outcome, could be regarded as untimely, and in this case he would have only too much reason to wish that we left Settua again. Section 13. Yet it may also be that he intends nothing other than to make a great name and merit for himself with the Nabob by bringing about the return of the fort. continuation 73. the commandant incites the Nabob letter against this to the Nabob Section 14. But whatever his actual aim in this may be, it is nevertheless more than probable that he will remain active to promote it and will try to do us a disservice in the investigation which the Nabob wishes to hold, and to give the matter the appearance as if we had actually driven out His Highness's people, the more so because he himself must be the man who first presented the case in this manner to His Highness. Section 15. We have therefore, deliberating on all this in the session of the 1st of this month, resolved to counteract this, and consequently to send a further letter to the Nabob, and therein to refute the false pretense: as if we had driven his people out of Settua, and further to introduce therein: that the Company wishes to retain Settua, having been built by it and possessed for so many years, yet that it wishes to do this only with the Nabob's full consent, as the friendship of His Highness
Dutch transcription
te kalikut deszelfs inhoud relaas van den kanarijn brief van den kommandant Kommandant aldaar op mijnen brief aan den zelven, waar van in 't breede verslag gedaan is bij mijne zoo evengemelde aparte advisen §35. en waar van toen ook een afschrift in 't nederduitsch is overgezonden. §2. Gemelde kommandant laat mijne vraage: of hij Izaak Surjon gelast had, aan mij te schrijven. onbeantwoord, en zegd alleen: dat het schrijven over de zaak van settua niet kost helpen. dat, als wij begeerden met den Nabab in vriendschap te leeven, settua diende inge„ „ruimd te worden. dat als dan de gezanten kosten gezonden, en alle zaaken naar genoegen geschikt worden. zoo als nader tezien is, bij de kopij overzet„ „ting onder de bijlagen overgaande. § 3. Het relaas van den kanarijn Naraijen, waar van ik meede een afschrift overzende, behelst genoegzaam het zelfde, voor zoo verre de ontmoeting van den kommandant, of kan„ nasaiboe, betreft, doch daar en boven ook noch het berecht: dat drie Pattareezen en een Moor, die te settua geleegen hadden, ten tijde dat het fort 72. Aanmerking fort door ons in bezit genoomen werd, bij den Nabab ontboden waaren, om zich te verantwoorden, wijl zij aan zijn Hoogheid hadden gerapporteerd, door 's komp:s volk uit het fort verdreeven te zijn, en daar en teegen door ons van hier geschreeven was, dat 's Na„ „babs volk het fort verlaaten had, voor dat wij er bezit van genoomen hadden. § 4. Als men deeze omstandigheid met alle voorige berichten kombineerd, zoo schijnt dezelve gegronde aanleiding te geeven, tot deeze gevolg„ „trekkingen. 1: dat de Nabab, nopens deeze zaake, noch tot geen vast besluit gekoomen is, 2. / Dat de kommandant van kalikut er bezonderlijk bij moet geinteresseerd zijn, dat settua door ons aan den Nabab terug gegeeven worde. 5. De eerste gevolgtrekking is, dunkt mij, zeer natuurlijk, want, indien de Nabab reets een vast besluit genoomen had, om ons settua wederom met geweld te ontwringen, zoo zoude het voormelde onderzoek zeer over„ „tollig zijn. §6. En ze word, mijns erachtens, waarschijnlijk, door dien 'er tusschen beiden zoo veel tijd verloopen vervolg vervolg nadere merking Alle berichten 's Nababs van verloopen is. § 7. want ik meene met eenigen grond temogen veronderstellen, dat, bij aldien de Nabab deezen aangaande reets een vast besluit genoomen had, hij hetzelve ook reets zoude ter uitvoer gebragt hebben. § 8. Maar als deeze eerste gevolgtrekking gegrondt is: zoo word de tweede. Dat de kommandant van kalikut er bezon„ „derlijk bij geinteresseerd zijn moet. daar door noodwendig voortgebragt. ook word dezelve zeer waarschijnlijk, door 9. deeze opmerking: dat alle de zwaarmoedige geruchten en berichten van 's Nababs misnoe„ „gen en alle dreigementen teegen settua, alleen van kalikut herkomstig zijn. § 10. want, om niet tespreeken van 's komman„ misnoegen komen van kalikut „ dants voorige brieven aan mij, waar van gewag gemaakt is bij mijne eerbiedige aparte van den 8:e februari Jongstleeden § 18. et segg 96 en van zijnen laasten brief, daar hier over gehandeld word, zoo quam de brief van Izaak Surjon, vermeldt bij mijn voorige aparte van den 20:e April Jongstleeden § 30: van Kalikut, de waarschuwing van den deenschen Resident Passavant § 33: quam meede beweegreeden daartoe meede van kalikut; en de tijding, die de ko„ „ning van Koetsiem mij liet bedeelen volgens § 34. quam insgelijx van kalikut; en de wijze, op welke alle deeze tijdingen en dreigementen ter mijner kennisse gekoomen zijn, schijnt een bezonder toeleg van den kommandant aan„ „ te duiden, om ons te intimideeren, en tot het verlaaten van settua te doen besluiten. § 11: wat de waare beweegreeden van deezen kom„ „mandant zij, om zijnen Meester op deeze wij„ „ze in het geval van settua voor uit teloopen, vermeete ik mij niet, net te bestemmen. § 12. Mogelijk heeft hij, toen het zich aanliet, als of de Engelschen het heele land van kalikut overstroomen wilden, aan het garnisoen te settua onder hem sorteerende, order tot de op„ „braake gegeeven, die thans naar de uitkomst beoordeeld wordende, als ontijdig zoude kun„ „nen aangemerkt worden, en in dit geval zoude hij maar al te veel reeden hebben, om te wenschen, dat wij settua wederom verlieten. § 13. Doch het kan ook wel weezen, dat hij daar bij niets anders bedoeld, dan om zich bij den Nabab een grooten naam en het verdienst temaaken, dat hij de teruggave van het fort te wege gebragt hebbe. §14 2. vervolg vervolg 73. de kommandant stookt den Nabab op brief daar tegen aan den Nabab § 14. Maar wat ook zijn eigentlijk oogmerk in deezen zijn moge, zoo is het doch meer dan waarschijnlijk, dat hij tot bevordering van hetzelve zal werkzaam blijven en ons bij het onderzoek, het welk de Nabab wil aanstel„ „len, zal trachten ondienst te doen, en aan de zaak den schijn te geeven, als of wij zijn Hoog„ „heids volk werklijk verdreeven hadden, te meer wijl hij zelve de Man moet zijn, die het geval op deeze wijze aan zijn Hoogheid eerst heeft voorgedraagen. § 15. wij hebben derhalven ter sessie van den 1:=ste deezer op dit alles delibereerende beslooten, hier teegen in de weer tezijn, en overzulks eenen naderen brief aan den Nabab te zenden, en daar bij het valsche voorgeeven: als of wij zijn volk uit settua verjaagd hadden. te wederleggen, en voorts daar bij te laaten invloeien: Dat de kompenie wenscht, settua te be„ „houden, als door haar gebouwd en zoo veele Jaaren bezeeten zijnde. Doch dat zij dit niet anders wenscht te doen, dan met 's Nababs volle toestem„ „ming, alzoo de vriendschap van zijne Hoogh:d
English
how it will be ordered Highness is more worthy of her than ten settuas. That this matter will thus be arranged to his satisfaction. To which end I further request a reply as to where and when the Company's ambassadors will be received. The copy of the Dutch draft of the said letter is enclosed among the annexes hereto, to which I refer. § 16. We have furthermore decided to charge the Jew Izaak Surjon with the delivery of this letter, who, according to the previously cited report of the Canarese, has once again offered his services, and is a very useful subject in this matter if only he acts honestly, because he understands the language and is known and well-regarded at court; but, to be assured of his fidelity, I sent not only the repeatedly mentioned Canarese, but also my private interpreter Salvador with him. further instructions to the courier § 17. This Surjon is, pursuant to the further resolution, authorized by me to declare to His Highness, in case he finds that the Nabab absolutely insists on the surrender of settua, that the Company's ambassadors will be expressly authorized to satisfy His Highness in that regard; but as I fear that he, Surjon, might prematurely disclose this to the commandant at Kalikut, I grant this authorization to him by a separate letter, which will only be handed to him by my interpreter once they have arrived at Seringapatnam. and authorization to bestow gifts payment of the Canarese § 18. The repeatedly mentioned Surjon is also, according to the repeatedly mentioned resolution, authorized to give some presents to the court dignitaries whom we ought to have on our side, provided that he also obtains a favorable reply through their intervention. § 19. Furthermore, it was also decided on that day to grant two hundred ropijen to the frequently mentioned Canarese for the journeys made to Mangaloor and Kalikut, from which he must pay the vessel and coolie wages along with all further expenses, as well as to have two hundred ropijen provided to him and the interpreter for the necessary expenses for the upcoming overland journey to Seringapatnam, in order to render an account thereof upon their return; the repeatedly mentioned Surjon being requested to advance whatever further may be necessary. letter to Colonel de Lalle § 20. Because I have seen from the report of the repeatedly mentioned Canarese that the well-known French Colonel, De Lallé, is still with the Nabab, with whom I previously exchanged letters when he was stationed with Tipoe Sultan before Panani, I am also writing to him to champion our interests. regarding the discharge of sipais § 21. Since the outcome of all this now remains uncertain, the reasons that prompted us at the session of March 31 last to retain for the present one battalion of sipahis in service also still subsist in their full force, regarding which I refer to my preceding § 37 et seq., with this further addition: that the reduction of troops in the present state of affairs, as matters are beginning to approach the moment of their decision, could have the most detrimental consequences for us, insofar as the commandant of Kalikut might find encouragement therein to take a chance on settua, of which undertaking he could foresee with certainty that it would always be approved by the Nabab if it turned out according to his wish. decision to retain a company of Malabar sipahis in service § 22. We have therefore decided at the session of the 1st of this month to retain for the present one company of Malabar sipahis in service instead of the company of sipahis that was sent to Batavia. regarding the shifting of the Surat trade regarding the sale § 23. Since my last letter, I have had no opportunity to instruct myself regarding the Surat trade and to obtain such information as is required to properly answer the questions that Your Right Excellencies presented to me in the separate letter of October 14, 1783. § 24. However, since Your Right Excellencies will be better served with an imperfect answer than with an absolute silence, I venture to lay my opinions regarding this matter before Your Right Excellencies. § 25. The principal trade goods that have hitherto been sold by the Company at Soeratte and have yielded the greatest profits are of such a nature that they cannot well be dispensed with there; in particular, regarding the situation of Koekken here can be sold what has hitherto been sold at Soeratte sugar and spices are necessary articles there. § 26. Japanese bar copper, which at present is no longer as necessary as before due to the ample import of European copper, will nevertheless always remain a desirable article there if the price thereof is reduced, and this can also be asserted of all other articles. § 27. It is therefore more than probable that when these trade goods are no longer brought to Soeratte, the merchants there will seek them elsewhere and will fetch them from places where they are best to be had. § 28. Koetsiem is, in such a case, the most suitable place to which this trade could be shifted. § 29. And I believe on these grounds that, in the assumed case, Koetsiem would within a few years become the principal trading place of the west of India, where the Company could then solely sell its trade goods, which it has hitherto sold at Soeratte and Koetsiem combined, with the same profits as it hitherto continued continued
Dutch transcription
hoe die besteld zal worden Hoogheid haar meer waardig is, dan tien settuas. Dat dus dit stuk naar zijn genoegen ge„ „schikt zal worden. tot welk einde ik nader verzoek doe, om antwoord, waar en wanneer 's kompenies Ambassadeurs zullen ontvangen worden. Het afschrift van het nederduitsch opstel van gem: brief, gaat onder de bijlagen deezes over, waar aan ik mij gedraage. § 16. wij hebben wijders beslooten, den Jood Izaak surjon, die, blijkens het voorwaards geciteer„ „de relaas van den kanarijn zijnen dienst andermaal aangebooden heeft, en een zeer bruikbaar subjekt in deezen is als hij maar eerlijk handelen wil, door dien hij de taal ver„ staat en aan 't Hof bekend en wel gezien is, „ de bestelling van deezen brief op tedraagen, doch, om van zijne getrouwigheid verzeekerd te zijn, zeude ik niet alleen den meermelden kanarijn, maar ook mijnen partikulieren Tolk salvador meede. § 17. Deeze surjon word ingevolge het verder be„ nadere last aan den Besteller „ slootene, door mij gequalificeerd, om, ingevalle hij ondervindt, dat de Nabab absolut op de overgave van settua staat, aan zijne Hoogheid te 74. en qualifikaatsie tot het doen van geschenken betaaling van den kanarijn te verklaaren, dat de Ambassadeurs van de kompanie expres zullen gequalificeerd wor„ „den, om zijne Hoogheid daaromtrent genoegen te geeven, doch wijl ik beducht ben, dat hij surjon hier van aan den kommandant te kalikut, ontijdige opening mogt geeven: zoo verleene ik deeze qualifikaatsie aan hem bij een aparten brief, die hem eerst door mij„ „nen Tolk zal ter hand gesteld worden, wan„ „neer zij te seringapatnam zullen aangekoo„ „men zijn. § 18. ook word meerm: surjon volgens meermelde resoluutsie, gequalificeerd, tot het doen van eenige geschenken aan de Hofsgrooten, die wij op onze zijde dienen te hebben, mits dat hij dan ook door hun toedoen een gunstig ant„ „woord verwerve. § 19. voorts is noch ten dien dage beslooten, aan meergem: kanarijn voor de gedaane tochten naar Mangaloor en kalikut, twee honderd ropijen toeteleggen, waar uit hij de vaartuig- en koelie-loonen, nevens alle verdere ongel„ „den moet goedmaaken, mitsgaders aan hem en den Tolk twee honderd ropijen, tot de noo„ „dige uitgaven voor de aanstaande reize over land naar seringapatnam, te laaten verstrekken, om 8. 75. om daar van bij hunne teruggekomst reekening te doen; wordende meerm: surjon verzocht, het verder noodige te verschieten. § 20. wijl ik uit het bericht van den meermelden brief aan kolonel de Lalle Manarijn gezien hebbe, dat de wel bekende fransche kolonel, De Lallé zich noch bij den Nabab bevindt, met wien ik voor heen, toen hij met Tipoe sultan voor Panani lag brieven gewisseld hebbe, zoo schrijve ik ook aan hem, om onze belangen voortestaan. § 21. Aangezien nu de uitslag van dit alles onzee„ „ker blijft: zoo subsisteeren ook noch de ree„ „denen in haare volle kracht, die ons ter ses„ „sie van den 31:e Maart Jongstleeden bewoogen hebben, om voor eerst noch een Battaljon sipahis in dienst te houden, wien aangaande ik mij aan mijnen voorgaanden § 37: et segg gedraage onder deeze nadere bijvoeging, 9t dat de vermindering van troepen in den teegenwoordigen toestand, daar de zaaken het tijdstix haares beslissing beginnen te naderen, voor ons van de nadeeligste gevol„ „gen zouden kunnen worden, voor zoo verre de kommandant van kalikut, daar in mogt aanmoediging vinden, om eene kans op settua te waagen, van welke ondernee¬ over de afdanking van sipais „ming 8. besluit om eene komp: Mala= „baarsche Sipahie in dienst tehouden over het verleggen van den soeratschen handel over den verkoop „ming hij met zeekerheid kost voorzien, dat zij door den Nabab altijd zoude goed ge„ „keurd worden, als zij naar zijnen wensch uitviel. §n 22. wij hebben derhalven ter sessie van den 1:e dee„ „zer beslooten, in steede van de kompanie sipahis, die naar Batavia gezonden is, eene kompanie mallabaarsche sipahis voor eerst noch indienst te houden. §n 23. zeder mijnen laasten hebbe ik geene gelee„ „genheid gehad, mij nopens den soeratschen handel te instrueeren en zoodanige infor„ „maatsien te bekoomen, als vereischt worden, om de vraagen, die uwe Hoogedelheeden mij bij aparte van den 14:e oktober 1783. voorge„ „legd hebben, naar behooren te beantwoorden. § 24. wijl echter uw Hoogedelheeden met een ge„ „brekkig antwoord beter gediend zullen zijn, dan met een volstrekt stilzwijgen: zoo waage ik het, mijne gevoelens nopens dit stuk voor Hoogst dezelven openteleggen. § 25. De voornaamste handelwaaren, die tot nu toe door de kompanie te soeratte verkocht zijn, en de meeste winsten afgeworpen heb„ ben, zijn van dien aart, datze daar niet wel kunnen ontbeerd worden, inzonderheid zijn 70. over de geleegenheid van koekken hier kan verkocht worden, wat tot nu toe te soeratte verkocht is zijn de suiker en specerijen daar noodzaake„ „lijke artikels. §n 26. Het Japansche staafkoper, het welk teegen„ „woordig door den ruimen invoer van het Eu„ „ropeesche, zoo noodzaakelijk niet meer is, dan bevoorens, zal daar echter ook altijd een be„ „geerlijk artikel blijven, wanneer de prijs daar van verminderd word, en dit kan men ook van alle andere artikelen beweeren. §n 27. Het is derhalven meer dan waarschijnlijk, dat wanneer deeze handelwaaren niet meer te soeratte aangebragt worden, de kooplieden aldaar dezelven elders zullen zoeken en van plaatsen gaan haalen, daarze best te bekoo„ „men zijn. § 28. koetsiem is in zulk een val de bequaamste plaats, waar na toe deeze handel zoude kun„ „nen verlegd worden. § 29. En ik geloove op deeze gronden, dat in het ver„ „ onderstelde geval, koetsiem binnen weinig Jaaren de voornaamste handelplaats van de west van Jndien zoude worden, waar de kom„ „panie haare handelwaaren, die ze tot nu toe te soeratte en koetsiem tezaamen ver„ „kocht heeft, als dan alleen zoude kunnen afzetten, met de zelfde winsten als ze tot nu toe vervolg vervolg
English
The linen collection must not be contracted out. arrives by water and from that satisfy the requisition achieved in both places together. Section 30. Concerning the collection of linens and other return cargoes, my opinion is that the Company, having left Soeratte, should not make any contract for this purpose nor enter into agreements with the Soeratte merchants, for if it did so, it would expose itself more or less anew to the extortions of the Moorish Government and to the thwarting maneuvers of the English, which one wishes to avoid by shifting the trade. Section 31. But one ought at Koetsiem to accept from the Soeratte merchants all linens of all sorts and all other trade goods produced there that they might bring to market here, at reasonable prices; and from this purchase or general collection, the Malabar servants should satisfy the requisitions for Europe and Batavia and sell the remaining goods here. Section 32. It is probable that in this manner the requisitions of the Company would be defectively satisfied in the first years. Section 33. Yet it is just as probable that the Soeratte merchants, noticing that the goods which serve to satisfy the requisitions were more in demand and better paid, would soon make it their business to bring primarily those goods, and that we would thus make such progress with that trade in a few years that the requisitions could be satisfied with sound goods; whereby the advance of about three lakh rupees, the risk between Soeratte and here, the extortions of Moors, and the thwarting maneuvers of the British would then be gained and prevented. Section 34. One would by no means need to be at a loss with the remaining goods, for Koetsiem is a place where one can sell everything, and this convenience would naturally increase along with the trade itself. Section 35. Your High Excellencies ask at what prices those return goods would be obtainable here, but it is impossible for me to say this, for I do not even know myself what the goods cost at Soeratte at present, and I have found no one here who was able to state this to me with proper accuracy. Section 36. Yet I think that one would have to pay twelve, or at most fifteen percent, more for them here than they cost at Soeratte, which would be more than doubly gained by saving the burdens and expenses of Soeratte. Section 37. For, to say this in passing, the staff of servants, warehouses, etc., would not need to be increased here in the least for the sake of this trade. The Commander and the Secunde ought to manage the purchase alone, enjoying the benefits that are granted to the servants at Soeratte, and in return for this they would have to remain accountable for the quality of the return goods; and the Commander would have to yield one percent to two commissioners who would measure and pack the linens, just as this matter is handled in the Dalan at Bengale, and who remain accountable for the length and width of the linen and for the number of packed pieces. In the present warehouses there is easily as much space to be found as those linens require, and thus a shed or a warehouse for inspecting the linens would be the only thing that the Company would need to pay for here for the sake of this trade. Section 38. Because the sales here would increase considerably through this arrangement, and the 5 percent granted to the Commander and Secunde from it would thus also amount to more than they need for a comfortable living, a further limit could be established in this regard, above which that gratuity might not run, for example, forty thousand rupees, which would amount to twenty thousand for the Commander and five thousand rijksdaalders for the Secunde; any excess of these percentages could then be retained for the benefit of the Company and booked with the remaining profits. Section 39. These are my humble thoughts concerning the shifting of the trade from Soeratte to Koetsiem, but I must warn here that this whole design cannot be carried out as long as private shipping continues to exist between Batavia and the western factories, and as long as the English can bring sugar and other merchandise from Batavia or Malacca to the west. Section 40. For our factory at Soeratte would no sooner be broken up than more sugar, copper, spices, and all other sorts of merchandise would be brought thither through these two channels than the Company has ever done, and thus this whole design would suddenly collapse, and at the same time the profits that the Company has had so far on sales at Soeratte would fall for the greatest part into these foreign hands—not to mention that with this private trade, the smuggling that is its constant companion would likewise increase. Section 41. But if the Company should come to the view: That it can conduct the private sugar trade profitably with its own ships; That by abolishing free shipping the principal door to smuggling in spices is closed; and That the secret design of England, with which it extorted the article concerning free navigation in the eastern seas from us at the recent peace, can be frustrated by nothing so effectively as by denying all trade at Batavia to their private and Company ships.
Dutch transcription
De Lijnwaat inzaam moet niet aan besteedt worden. water komt en daar uit den eisch voldoen toe op beide plaatsen tezaamen behaald heeft. § 30. Nopens den inzaam van de lijnwaaten en verdere retoeren is mijn gevoelen, dat de komp: soeratte verlaaten hebbende daar toe geene aan„ „besteeding behoord te doen, en geene kontrakten met de soeratsche kooplieden te maaken, want als ze dit deed: zoo exponeerde zij zich min of meer op 't nieuw aan de knevelarijen van de Moorsche Regeering, en aan de dwarsdrij¬ „verijen der Engelschen, die men echter, door het verleggen van den handel, wil ontwijken. § 31. Maar men behoord te koetsiem van de soe„ men moet alles aanneemen „ ratsche kooplieden aanteneemen alle lijnwaa„ „ten van allerlij sorteeringen en alle andere handelwaaren daar vallende, die ze hier ter markt mogten brengen, teegen konvenable prijzen en uit deezen inkoop of generaalen inzaam mosten de mallabaarsche Bedienden de eischen voor Europa en Batavia voldoen en de overige goederen alhier verkoopen. § 32. Het is waarschijnlijk, dat op deeze wijze de eischen van de komp: in de eerste Jaaren gebrekkig zouden voldaan worden. en 33. Doch het is ook even zoo waarschijnlijk, dat de soeratsche kooplieden bespeurende, dat de goederen, die tot de voldoening van de eischen dienen 4 aanmerking vervolg over de prijzen dienen, meer gewild waaren, en beter betaald wierden, dra hun werk daarvan zouden maaken, om dezelven voornaamlijk aan te brengen, en dat wij dus in weinig Jaaren met dien handel zoo verre zouden vorderen, dat de eischen met deugdzaam goed kosten voldaan worden, waarbij als dan de voor„ „ver „ uit„strekking van omtrend drie lak ropijen, de risiko tusschen soeratte en hier, de knevela„ „rijen van Mooren en de dwars drijverij van de Britten, zouden uitgewonnen en voorgekoomen worden. § 34. Met de ovrige goederen behoefde men daarom de rest verkoopen in 't geheel niet verleegen te zijn, want koet„ „siem is eene plaats, daar men alles verkoo„ „pen kan, en deeze gerieflijkheid zoude met den handel zelve natuurlijkerwijze toeneemen. § 35. uwe Hoogedelheeden vraagen, teegen welke prijzen die retoeren hier zouden te bemach„ „tigen zijn, doch dit kan ik onmogelijk zeg„ „gen, want ik weet zelve niet eens, wat de goederen tegenwoordig te soeratte kosten, en hebbe hier niemand gevonden, die mij dit met behoorlijke accuratesse wist op te geeven. § 36. Doch ik denke, dat men hier daar voor twaalf op zijn hoogst vijftien percent meer 4 /77 de omslag ste koetsiem blijft als voorheen meer zoude moeten betaalen als ze te soe„ „ratte kosten, die door het bezuinigen van de lasten en ongelden van soeratte ruim dubbeld zouden uitgewonnen worden. §n 37. want, om dit in 't voorbijgaan te zeggen, de omslag van Dienaaren, pakhuizen enz: zoude hier, om de wille van deezen handel, in 't minst niet behoeven vermeerderd te worden, De kommandeur en sekúnde behoorden den inkoop alleen te bestieren, onder het genot van de voordeelen, die den Bedienden te soeratte toegelegd zijn, en daar voor zouden zij moeten aanspreeklijk blijven voor de deugdzaamheid van de retoeren; en de kommandeur zoude een percent moeten afgeeven aan twee ge„ „kommitteerden, die de lijnwaaten nameeten en afpakken mosten, zoodaanig als dit stuk in de Dalan te Bengale behandeld word, en die voor de lengte en breedte van 't lijnwaat en voor het getal der afgepakte stukken aanspreeklijk blijven. — In de tegenwoordige pakhuizen is ligt zoo veel plaats te vinden, als die lijnwaaten noodig hebben, en dus zoude eene Aent of een loots tot het bezich¬ „tigen van de Lijnwaaten het eenigste zijn, wat de komp: hier om den wille van dezen handel douceur de partikuliere vaart handel vervolg handel behoefde te bekostigen. § 38. wijl door deeze verschikking de verkoop alhier merkelijk toeneemen en de 5. p:r C=to die den kom„ „mandeur en sekunde daar van toegelegt zijn, dus ook meer bedraagen zouden, dan zij tot een ruim bestaan noodig hebben, zoo zoude hier om„ „trend een nadere bepaaling kunnen gemaakt worden, waar boven dat douceur niet mogt loo„ „pen, bij voorbeeld, van veertig duizend ropijen, het welk voor den kommandeur twintig duizend en voor den sekunde vijf duizend rijxds bedraa¬ „gen zoude, het meerder bedraagen van deeze percenten zoude dan ten voordeele van de komp: kunnen ingehouden en bij de ovrige winsten geboekt worden. § 39. Dit zijn mijne geringe gedachten nopens het verleggen van den handel van soeratte naar koetsiem, doch ik diene hier bij te waarschu„ „wen, dat dit heele ontwerp niet kan ter uit„ „voer gebragt worden, zoo lange de partikulie„ ^ of Malakka „re vaart tusschen Batavia en de westersche kantooren blijft standgrijpen en zoo lange de Engelschen van Batavia of Malakka, suiker en andere koopmanschappen vaar de west kunnen brengen. § 40. want ons kantoor zoude te soeratte zoo dra niet het 78. vervolg niet opgebrooken zijn, of langs deeze twee ka„ „naalen zouden meer suiker, koper, specerijen en alle andere soorten van koopmanschappen daar na toe gebragt worden, als de komp: oit gedaan heeft, en dus zoude dit heele ontwerp eensklaps in duigen leggen, en ter zelver tijd zouden de winsten, die de komp: tot nu toe op den verkoop te soeratte gehad heeft, voor 't grootst gedeelte in deeze vreemde handen vallen. - om niet te spree¬ „ken, dat met deezen partikulieren handel de slui„ zoude „kerij, die zijne bestendige gezelin is mede zul„ kan toeneemen. § 41. Maar zoo wanneer de komp: in 't begrip mogt vallen: Dat zij den partikulieren suiker handel met voordeel met haare eigen schepen bedrijven kan Dat door het afschaffen van de vrije vaart de voornaamste deure tot het smokkelen in specerijen geslooten word en Dat het geheime oogmerk van Engeland, waarmede hetzelve ons bij den Jongsten vreede het artikel nopens de vrije navi„ „gaatsie in de oostersche zeeen heeft afge„ „perst, door niets zoo krachtig kan verie„ „deld worden, als door aan hunne partiku„ „liere en komp:s schepen alle handel te Batavia 5
English
79. continuation Conclusion to render Batavia and Malacca fruitless and thereby disgust them with the navigation to the East. Section 42. I repeat, if the Company ever adopts this notion and for that reason declares sugar to be its exclusive trade, this plan will then be able to be put into effect with success. Wherewith I grant myself the high honor to remain with the utmost respect. Was signed: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Honorable Severe Lords, Your Right Honors' humble and faithful servant, was signed: J. G. van Angelbeek. In margin: Cochin the 3rd of May 1784. Agreed, Adriaan Bootvliet Provisional Secretary H. Sael Sworn Clerk Checked No. 3. 80. 15. Translation of a letter written by the Commandant of Calicut, Arazada Beek Khan, to the Honorable Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 23rd of April 1784. I have received Your Right Honor's letter and understood its contents, in which I saw the matter of Johan Barendson, to send him up when he arrived here, as well as to settle satisfactorily the matter of Settua and other things more, by sending the envoys to the Nabab, and where His Highness was, and at what place the meeting could best be held, and that I would also write to His Highness about the matter and also send someone; furthermore, whether the letter that was previously sent to His Highness had been delivered there and the answer had arrived. In answer thereto, it serves that Your Right Honor's letter previously sent to the Nabab having been delivered to His Highness, no answer has as yet been brought. John Barendzon has now arrived here to conduct his affairs; if he owes any money to Your Right Honor, I request that the bond or proof thereof be sent hither with a capable person, when I shall do my best to arrange the collection thereof. Regarding the matter of Settua, whether one writes and gives notice about it, it can avail nothing, for Your Right Honor first took possession of the fort and thereafter wrote that Your Right Honor had taken possession of it for the reason that the Nabab's enemy should not enter there, but this will not be approved. Therefore, I request Your Right Honor to take this matter well into consideration, and desiring that the Nabab shall live in good friendship with Your Right Honor, the fort of Settua must then be vacated, and the troops go to Cochin, from where sending the envoys to the Nabab, everything can be settled satisfactorily, and I shall write what is necessary concerning this. 81. 85. Checked The rest the Canarese Naraijen will make known orally to Your Right Honor. Signed by the aforementioned Commandant. Was signed: For the translation, Cochin, date as above. Was signed: S. v. Tongeren. Adriaan Pootvliet Provisional Secretary Agreed. H. Spaels Sworn Clerk 82. 85. No. 4. Account of the Canarese Narana Porboe. That today is the 19th day since he, the deponent, departed from here with a letter and some presents from the Honorable Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek for Kana Saibo, the Nabab's Governor at Calicut; that on the seventh day, continuing his journey by land, he, the deponent, had arrived at Calicut and had learned there that the said Kana Saibo had gone two days' journey inland from Calicut in order to have all the sandalwood trees and pepper vines destroyed; that thereupon, having given notice of his arrival to the Jewish merchant Isaak Surjon, who was at Calicut, he had gone together with him, Isaak Surjon, to Kana Saibo, and two days later arrived before him and gave him the letter with the presents, but that Kana Saibo had indeed received the letter but not the presents, saying that he was willing to receive the letter, but not the presents, because being a servant of the Nabab he could accept no presents, and that in a matter in which he could do or execute nothing without orders from the Nabab; saying further that when the English had come near Cranganore, the King of Cochin had written to him, Kana Saibo, to send troops to Cranganore to prevent the English from coming there, as he had also done, but now that the Company has become friends with the English, the Company's troops have, without sending word, come to Settua and taken possession of that place and the fort, which is not just, and he can do nothing therein without special orders from the Nabab, with the further expression that the Nabab had rendered assistance to the Company at Nagapatnam and had lost four to five thousand men there, and that now, as soon as peace was made with the English, the Company had taken the Nabab's place, all of which now remained for the Nabab to order regarding it as he sees fit; that Kana Saibo
Dutch transcription
79. vervolg Aslot Batavia en Malakka infruktueus temaa„ „ken en hen daar door van de vaart naar het oosten te degouteeren. § 42. Jk herzegge, wanneer de komp: oit in dit begrip valt en uit dien hoofde de suiker voor haaren exklusiven handel verklaard: Als dan zal dit ontwerp met vrucht in 't werk gericht kunnen worden. „ ik waarmeede mij de hooge eere geeve met de uiterste eerbied te blijven. /:onderstond:/ Hoog„ „edele, Grootachtbaare wijdgebiedende Heer en weledele Gestrenge Heeren: uwer Hoogedel¬ „heedens onderdaanige en getrouwe dienaar /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek /:in marginge:/ Koetsiem den 3:e Mei 1784. — Akkordeerd Adriaan Bootliet P. Sekrets H Sael ger klerk Nagezien N„o 3. 80. 15. Translaat brief door den Kommandant van Kalikoet Arazada Beek khan geschreeven Aan den weledelen Groot achtb:r Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek ontvangen den 23' April 1784. Uwel edele Groot achtb: brief heb ik ontvangen en dies inhoud verstaan, waar bij ik zag de zaak van Johan Barendson, om hem op tezenden, wan„ neer hij hier quam, als ook over de zaak van Jestua„„ en andere dingen meer ten genoegen te akkommo¬ deeren, door het zenden van de Gezanten naar den Nabab, en waar zijn Hoogheid was, en op welke plaats de ontmoeting best zoude konnen gehouden worden, en dat ik meede over de zaak aan zijn 12 Hoogheid zoúde schrijven, en ook ijemand zenden; voorts of de brief die bevoorens aan zijn Hoogheid „ daar op gezonden was aldaar besteld en het antwoord zoude gekoomen zijn; daar „ diend in antwoord, dat uwel edele Groot achtb: brief bevoorens aan den Nabab gezonden, aan zijn Hoogheid besteld zijnde, tot noch toe geen antwoord gebragt is. John Barendzon is is thans alhier gekoomen ter verrichting van zijne zaaken, zoo hij eenig geld aan uweledele Groot achtb: schuldig is, verzoeke de obligaatsie of bewijs daar van met een bequaam perzoon herwaards tezenden, wanneer ik mijn best doen zal om de invor„ dering derzelve te bezorgen. Nopens de zaak van Settua of men daar over al schrijft en laat weeten, kan niets helpen, want uweledele groot achtb: heeft eerst possessie van het fort ge„ noomen, en daar na geschreeven, dat uwel edele Groot achtb:, daar bezit van genoomen had, om reden dat de vijand van den Nabab daar niet inkomen zoude, maar dit zal niet voor goed gekeurd worden; dierhalven verzoeke uwel edele Groot achtb: deeze zaak wel in overweeging te neemen, en begeerende, dat de Nabab met uweledele Groot achtb: in goede vriendschap zal leeven, als dan diend het fort Settua in te ruimen, en het voek na koetsiem te gaan van waar de gezanten naar den Nabab zen„ „dende, zal alles ten genoegen bijgelegt konnen „ ook worden, en ik zal dierweegen het noodige schrijven. Het 81. 85. Nagezien opp Het overige zal de kongenij Naraijen uweledele Groot achtb: mondeling bekend maaken. Getee„ kend bij den kommandant voormeld /:onder„ stond:/ voor de Translaatsie koetsiem dato als booven /:was geteekend:/ S: v: Tongeren. Adriaan Pootvlisk p„l Schret„s Akkordeerd. H„: Spaels gez: keerk 82. 85. N„o 4. Dat heden de 19=e dag is dat hij relalant van hier vertrokken was met eenen brief en eenige presenten van den Weledelen Grootachtb„ Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek voor Kana Saibo, Nababschen Goeverneur te kalikoet, dat op den sevenden dag hij Relatant over land zyne reize vervolgende te kalikoet was g'arriveerd, en aldaar vernoomen had, dat gem: kana saibo, twee dag reizens landwaarts van kalikoet was gegaan, om alle de sandel boomen en peper ranken te doen vernielen, dat hij daarop aan den Joods koopman Isaak Surjon, die op kalikoet zich bevond, van zijne komste kennis gegeeven hebbende, met hem Isaak Surjon zamen naar kana saibo was gegaan, en twee dagen daarna bij denzelven quam, en aan hem den brief met de presenten gaf, doch dat kana saibo den brief wel had ontvangen maar de presenten niet, onder het zeggen, dat hij den brief wel wilde ontvangen, maar de presenten, niet, om dat hij als een Be„ Relaas van den kanarijn Narana Porboe. „dienden „diende. van den Nabab zijnde, geen presenten konde aanvaarden, en dat noch in een zaak waarin hij niets konde doen of uitvoeren, zonder bevel van den Nabab; zeggende verder, dat toen de Engel„ „schen tot bij kranganoor gekoomen waaren de koning van koetsiem aan hem kana saibo had geschreeven om volk tot kranganoor te zenden, te beletten dat de Engelschen daar niet quaamen, zoo als hij ook gedaan had, maar nu de kompanie met de Engelschen vrienden ge„ „worden zijn, is het volk van de komp:e zonder een woord te laaten weeten, te settua gekoo„ „men en heeft die plaats en het tort in pos„ „sessie genoomen, het geen niet billijk is, en hij daarin niets doen kan zonder speciaal bevel van den Nabab, met verder uitdrukking dat de Nabab te Nagapatnam aan de komp: assistentsie beweezen en aldaar vier a vijf duizend Man verlooren had en dat thans de komp: zoo dra de vreede met de Engelsche gemaakt was, de plaats van den Nabab had genoomen, het welk nu alles aan den Nabab bleef om daar omtrend naar goeddunken te ordonneeren, dat kana saibo
English
83: 1. 85. saibo subsequently had told him, the Relator, that he would give the answer to the letter, and he, the Relator, and Izaak Surjon had left Kana saib, taking back with them the presents that he had offered; that having gone to kana saibo again the next day, he received as an answer from him that he had no time that day, and would expect the Relator again the next day; that he, the Relator, coming to kana saibo the day after that, had obtained a letter for the Right Honourable Lord Governor, and with it had returned to kalikoet, bringing along the presents that he had taken with him for kana saibo, and with him, the Relator, also came Izaak Surjon and Aidros Koetti, who had been with kana saibo in the upper lands. Furthermore, the Relator declares that when Kana saibo handed the letter over to him, Aidros koetti was also present there, and he, the Relator, had heard that kana saibo said to Aidros koetti not to incur great expenses by keeping many people, that fifty Men were enough to stay at sawakatti and watch the movements of the Nairos, and not to make the slightest movement around settua until orders from the Nabab should have arrived; that he, the Relator, arriving at kalikoet and resting there for a day, had heard from a Pattare who, together with two others and a Moor, had previously been at settua when the Company's people had taken possession of it, that he, the Pattare, and the aforementioned three other persons had been summoned to come to Patna and account for themselves regarding the matter of Cettua, because they had informed the Nabab that the Company's people had taken settua by force, whereas, on the contrary, it had been written from koetsiem that, the Nabab's people having abandoned that fort, the people of the Company had taken possession of it; that Izaak Surjon had told him, the Relator, to say here to the Right Honourable Lord Governor that by writing back and forth, this matter will not be able to be brought to an end, therefore it is best to immediately send two commissioners to the Nabab for the settlement thereof; that although nothing has been written to him from koetsiem, he nevertheless offers his services to do everything within his power to serve the Company; furthermore, that Johan Barendzoon is now at kalikoet, and he, surjon, thus requests to know from the Noble Lord Governor whether he may demand from him the money that Barendzoon still owes to His Honour; that he, the Relator, after one day of rest at kalikoet, had undertaken the journey hither, bringing back the presents that he had taken with him for kana Saibo, with a letter from him, kana Saibo, for the Noble Lord Governor, and thus arrived here yesterday. The Relator relating, regarding the destruction of the sandalwood trees and pepper vines, that on his journey to kana saibo in the inland territories he had seen that all the sandalwood trees and pepper vines are being chopped down, and that he had heard from the People there and at kalikoet that the Nabab had sent strict orders to destroy all sandalwood trees and pepper vines in all his lands, because, says the Nabab, for the sake of the same, the Europeans seek war against him and strive to conquer his lands. Thus related within the city of Koetsiem the 24th of April 1784 / was signed with some characters and around it was written / this is the signature of Narana Porboe / Lower /: In my presence: signed Adriaan Pootvliet, First sworn clerk Agreed For the Secretary Adriaan Pootvliet sworn clerk 85. No. 5 ab op het for ren il pt 5 de og a No. 5. 85. To His Serene and Royal Highness Nabab Tipoe Sultan Bahader Most Serene and Mighty Nabab! Until now I have daily hoped with impatience for an answer from Your Serene Highness to my letter of the 12th of January last, but since the same is not sent, I must suppose that Your Highness is displeased, and I am strengthened in this thought because I have recently discovered that Your Highness has been given incorrect reports concerning Pettua, as if the Company had taken possession of that fort by force and had compelled the people of Your Highness to retire from there; I therefore write this further letter in order to make known in detail to Your Royal Highness the pure truth of the whole matter. Shortly after the English had taken Palikatseere, I received report that the people of Your Highness had abandoned the sandy land, and that the garrison of Pettua was also making preparations to flee from there. I understood that, if settua were thus abandoned, the people of the Zamorin, or else the English, would take possession of the same, and therefore gave orders to the chief of kranganoor to occupy Paponettij immediately with our people and to keep themselves ready there so that, when Pettua was also abandoned by Your Highness's people, to move into it with our people, and thereby prevent the Zamorin's men or the English from making themselves masters thereof. In consequence thereof, the chief marched to Paponettij and found no people of Your Highness there; the poor inhabitants were in the greatest fear, as the land lay exposed without protection to the rapacity of the Zamorin's Nairos and the English, and were reassured again by the arrival of our people. Shortly thereafter the news arrived there that settua was also abandoned, so the chief immediately set off on the march, marched through the whole night, and arrived in the morning before the fort of settua. He found not a living soul in the same, much less any people of Your Highness; the people who had departed from it the day before had taken everything with them and left nothing behind.
Dutch transcription
83: 1. 85. saibo vervolgens aan hem Relatant had gezegd dat hij het antwoord op de brief geeven zouden, en hij Relatant en Izaak Surjon van Kana saib weg waaren gegaan, meede neemende weder de presenten die hij aangebooden had, dat hij des anderen daags weder bij kana saibo gegaan zijnde, van hem tot antwoord kreeg dat hij dien dag geen tijd had, en den Rela„ „tant der anderen dag weder verwachten zoude, dat hij Relatant 's daags daarop bij kana saibo komende, eenen brief voor den Weled: groot achtbaaren Heer Goeverneur had er„ „langd, en daarmede te kalikoet terug was gekoomen, mede brengende de pre„ „senten die hij voor kana saibo had mede genoomen, koomende met hem Relatant mede Izaak Surjon en Aidros Koetti die bij kana saibo in de boven landen geweest was. — wijders verklaard de Relatant dat toen Kana saibo de brief aan hem overgaf, Aidros koetti daarook present was, en hij Rela„ „tant gehoord had, dat kana saibo aan Ardros koetti zeide, geen groote onkosten te te doen met veel volk te houden, dat vijftig Man genoeg was, om te sawakatti te blijven en op de beweegingen van de Nairos te letten, en om„ „trend settua geen de minste beweeging te maaken, tot er order van den Nabab zoude zijn gekoomen; dat hij relatant op kali„ „koet koomende, en aldaar een dag uit„ „rustende, gehoord had van eenen Pattare die nevens noch twee anderen en een Moor bevoorens te settua was geweest, toen 's komp:s volk daarvan possessie had ge„ „noomen, dat hij Pattere en de gem: drie andere perzoonen op ontbooden waaren, te Patna te koomen, en zich te verant„ Cettua, „woorden over de zaak van wijl zij aan den Nabab hadden bedeelt, dat s' komp:s volk met geweld settua had genoomen en daaren teegen van koetsiem geschreeven was, dat s' Nababs volk dat tort verlaaten hebbende, het volk van de komp: possessie daarvan had genoomen: dat Jzaak Surjan aan hem Relatant had gezegd, om hier aan den Weled: Grootachtb: Heer Goeverneur te 84. 85. 1o te zeggen, dat met over en wederschrijven, deeze zaak niet zal kunnen ten einde gebragt worden, daarom aller best is ten eersten twee gekommit„ „teerden te zenden naar den Nabab, ter af„ „maaking van dezelve; dat schoon hem van koetsiem niets is aangeschreeven, hij echter zijnen dienst aanbiedt om alles te doen wat in zijn vermoogen is, om de komp: te dienen, voorts dat Johan Barendzoon nu te kali„ „koet is, en hij surjon dus verzoekt van den Edelen Heer Goeverneur te moogen weeten, of hij het geld dat Barendzoon aan zijn Edele noch schuldig is, van hem zal mogen afvraagen Dat hij Relatant naar eenen dag nustens te kalikoet de reize dit heen had ondernoomen, de mede brengende terug de presenten die hij voor kana Saibo had meede genoomen, met eenen brief van hem kana Saibo voor den Edelen Heer Goeverneur, en alzoo gisteren hier is gearriveerd. Relateerende hij Relatant, wegens de vernieling van de sandel boomen en peper ranken, dat hij op zijne reize naar den kana saibo in de binnen landen gezien had, dat alle de boomen Nagezien Bapyer H Spiee boomen van sandel en peper ranken weg ge „kapt worden, en dat hij van de Menschen daar en op kalikoet had gehoord, dat de Nabab strikte order gezonden had, om alle sandelboomen en peper ranken in alle zijne landen te vernielen, om dat, zegd de Nabab om de wille van dezelven, de Europeeschen oorlog tegen hem zoeken, en tragten zijne landen te vermeesteren Aldus gerelateerd binnen de stad Koetsiem den 24=e April 1784 /was geteekend met eenige karakters en daaromme geschreeven / deeze is de handteekening van Narana Porboe /Lager /: Jn mijn kennisse: get Adriaan Pootvliet Eerste gezw: klerk Akpordeerd Pr Sekret„s Adriaan Bootliht gez: klerk 85. No. 5 ab op het for ren il pt 5 de og a N„o 5. 85. Aan zijne Doorluchtigste en koninglijke Hoogheid Nabab Sipoe Sultan Bahader Doorluchtigste en Machtige Nabab! Tot nu toe hebbe ik dagelijx met ongedult gehoopt op een antwoord van uwe Doorluchtigste Hoogheid op mijnen brief van den 12. Jan: Jongstl:, doch wijl het zelve niet gezonden word, zoo moet ik veronderstellen, dat uwe Hoogheid misnoegd is, en ik worde in deeze gedachte versterkt, wijl ik onlangs ontdekt hebbe; dat men uwe Hoogheid nopens Pettua verkeerde be„ „rechten gegeeven heeft, als of de komp: dat fort met geweld in bezit genoomen en het volk van uwe Hoogheid genootzaakt had, om van daar te retireeren; Ik schrijve derhalven deezen naderen brief, ten einde uwe koninglijke Hoogh:d de zuivre waarheid van het heele geval om„ „standig bekend te maaken. kort na dat de Engelschen Palikatseere ingenoo„ „men hadden, kreeg ik bericht dat het volk van uwe Hoogheed het zandigland verlaaten had, en dat ook de bezetting van Pettua aan stalt maakte maakte om van daar te vluchten. Jk begreep, dat, wanneer settua dusdaanig verlaa„ „ten wierd, het volk van den Pammorijn, of ook de Engelschen het zelve zouden in bezit neemen, en gaf derhalven last aan het opperhoofd van kranganoor, om Paponettij ten eersten met ons volk te bezetten en zich daar gereed te houden, om, wanneer ook Pettua van uw Hoogheids volk verlaaten wierd met ons volk daar in te trekken, en daar door voor te koomen, dat de samorijnschen of Engelschen zich daar van geen Meesters maakten. — Ingevolge van dien trok het opperhoofd op naar Paponettij en vond daar geen volk van uw Hooghd de arme inwooners waaren in de Grootste angst wijl het land zonder bescherming bloot lag voor de roofzucht van de Samorijnsche Nairos en de Engelschen, en wierden door de aankomst van ons volk weder gerust gesteld. kort daarna quam daar de tijding dat settua ook verlaaten was, dus ging het opperhoofd ten eersten op marsch, marcheerde de heele nacht door, en quam 's morgens voor het fort van settua„ Hij vond geen leevendige ziel in het zelve, veel min eenig volk van uwe Hoogheid, het volk dat 'er s' dags bevoorens uitgetrokken was, had alles mede genoomen, en niets achter ge„ laaten
English
86. left behind, as a clear proof that they had no intention of keeping it any longer and returning. Our men had hardly been in the fort for two hours when a troop of armed men of the Samorijn appeared there to take possession of it. This is the pure truth of which the entire country is aware, and the Rasidoor of Koetsiem, who is a very faithful vassal of Your Royal Highness, can bear witness. If the people of Your Highness who were stationed in Settua recount the matter differently, and even pretend that they were forced by our men to abandon Settua, they speak falsehood in order thereby to excuse their retreat to Your Highness. From this account it is clearly evident that by taking possession of Settua, we have done nothing to the detriment of Your Highness, but much more to the detriment of your enemies, who were thereby prevented from making themselves master of that fort and the subordinate territory, and from plundering and devastating the same. The question now only remains what shall become of Settua. To speak frankly to Your Highness: the Company, which built the fort and possessed it for so many years, wishes to retain the same in the future as well, yet it wishes to do so with the full consent of Your Highness and on terms that it thinks will be agreeable to Your Highness. But at the same time it declares, through me, that the friendship of Your Highness is worth more to it than ten Settuas, and that consequently this matter shall be settled according to the pleasure of Your Royal Highness. To this end, and primarily to confirm the friendship with Your Highness, I request once again that Your Highness may be pleased to answer me where and when the Company's Ambassadors shall be received. I have the honour to be, with deep respect and high esteem, Most Serene and Very Mighty Nabab, Your Princely Serenity's humble and obedient servant. Agreed. Adriaan Bootvliet, Provisional Secretary. H Spael, Sworn Clerk. L: D: 87. Register of the secret papers which are now being sent to Their Excellencies the High Government at Batavia, namely: No 1: Original letter directed to Their well-mentioned Excellencies, dated today. 2: Duplicate of the 3rd of May last. 3: Secret resolution held in the Council of Mallabaar on the 1st of May 1784. 4: Secret resolution of the 5th of the aforementioned month. 5: Ditto of the 20th of the same month. No 6: Secret resolution of the 25th of the aforementioned month. 7: Letter from the Envoys to His Highness Tipoe Sultan, Coenraad George Seiffer and Abraham Jean Scipion Vernede, directed to the Right Honourable Governor, dated 9 June last. 8: Secret resolution of the 4th of June of this year. 9: Further Instruction for the aforementioned Envoys, dated 14 June last. 10: Letter from the Envoys written to the Right Honourable Governor on the 21st of June last. Koetsiem, the 10th of September 1784. Was signed: Adriaan Poowliet, Provisional Secretary. Agreed. Adriaan Bootvliet, Provisional Secretary. No 1. 88. 5 Duplicate Batavia To His Excellency The Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Mr Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the State of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, and The Honourable Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Honourable Stern Lords, Paragraph 1. In my last humble letter of the 3rd of May last via Ceilon, of which the duplicate is enclosed herewith, I had the honour to inform Your Excellencies that we would send the interpreter Salvadoor and the Jew Izaak Surjon separately and secretly to the Nabab Tipoe Sultan, in order to inform this prince concerning the true circumstances regarding the retaking of Settua and to announce our embassy further. Paragraph 2. Now I direct this via Kolombo, in the hope of a speedy delivery, to report to Your Excellencies that the commandant of Kalikut stopped the departure of those emissaries and sent the Interpreter back with my letter to the Nabab, and furthermore wrote to me: That if one wished to live in friendship with the Nabab, Settua and Paponetty ought to be evacuated; that he would then give the necessary assistance, but that otherwise the army of the Nabab would come down and the Company could prepare itself for war. Paragraph 3. Which is also reported more extensively and with many particulars in a letter from the aforementioned Surjon and the account of the Interpreter Salvadoor, which have been entered into our secret resolution of the 20th of May, of which the copy lies enclosed herewith.
Dutch transcription
86. „laaten, tot een klaar bewijs, dat het niet van mee„ „ning was het zelve langer te bewaaren en we„ „derom te koomen. Ons volk was nauwlijks twee uuren in 't fort geweest, of daar verscheen een troep gewapend volk van den Samorijn om 'er bezit van teneemen Dit is de zuivre waarheid waar van het heele land kennis draagd, en de Rasico van koetsiem, die een zeer getrouwe vasal van uwe koninglijke Hoogheid is, getuigenis geeven kan, bij aldien de lieden van uwe Hoogheid die in set„ „tua geleegen hebben, de zaak anders verhaalen, en zelfs wel voorgeeven, dat zij door ons volk genoodzaakt zijn, settua te verlaaten, zoo spreeken zij onwaarheid, om daardoor hun„ „ne retraite voor uwe Hoogheid te verontschuldigen uit dit verhaal blijkt klaar, dat wij door de bezitneeming van Pettua, niets tot nadeel van uw Hoogheid gedaan hebben, maar veel meer tot nadeel van uwe vijanden, die daar door verhinderd zijn, om zich van dat fort en het onderhoorige land Meester te maaken, en het zelve uitteplonderen en te verwoesten. De vraage blijft nu noch maar, wat van Settua zal worden. om teegen uw Hoogheid recht uitte spreeken de aar Nagezien enin de kompanie die het fort gebouwd, en zoo veel jaaren bezeeten heeft, wenscht het zelve ook voortaan te behouden, doch zij wenscht dit te doen met volle toestemming van uwe Hoogheid en op voor„ waarden die zij denkt dat uwe Hoogheid aan¬ „genaam zullen zijn. Doch zij verklaard ter zelver tijd, door mij, dat de vriendschap van uwe Hoogheid haar meer waard is als tien Lettuas, en dat derhalven deeze zaak naar het genoegen van uwe koninglijke Hoogheid zal geschikt worden. Tot dit einde en voornaamlijk om met uwe Hoogheid de vriendschap te bevestigen, ver„ zoeke ik andermaal dat uwe Hoogheid mij gelieve te antwoorden waar ter plaatse en wanneer 's komp: Ambassadeurs zullen ontvangen worden. Ik heb de eere van met diep respekt en Hoog achting te zijn= /:onderstond:/ Door„ luchtigste en zeer Machtige Nabab¬ uwe vorstelijke Doorluchtigheid onderdaa¬ „nige en gehoorzaame dienaar. Akkordeerd. —. Adriaan Bootvliet P: Sekrets H Spael Hger: Klerk L: D: 87 Register der sekreete papieren, dewelke thans aan hunne Hoogedel„ „heeden de Hooge Regeering te Batavia worden gezon„ „den, als: N=o 1: Origineelen brief aan welmelde Hunne Hoogedelheeden gericht ged:t heeden. 2: Duplikaat van den 3. Mai J:o leeden 3. Sekreete resoluitsie gehouden in Raade van Mallabaar op den 1:se Mei 1784. - 4. Sekreete resoluutsie van den 5: der even gem: maand. d_o van den 20: derzelve maand. — 5: d=o N=o 6: sekreete resoluissie van den 25: der voorsch: maand. 7: brief van de Afgezanten bij zijn Hoogheid Ji„ poe sultan Coenraad Ge„ orge Seiffer en Abraham Jean Scipion Vernede aan den weledele Grootachtb: Heer Goeverneur gericht, ged:t 9. Juni J:o leeden. 8: Sekreete resoluuitsie van den 4:' Juni dezes Jaars. 9. Nadere Jnstruksie voor voormelde Afgezan„ „ten, ged:t 14: Juni J:o leeden. 10: brief van de Afgezanten aan den welede„ „le Heer Goeverneur op den 21: Juni J:o leeden geschreeven Koetsiem den 10: September 1784. /:was geteekend:/ Adriaan Poowlat p:l Sekret„s Akkordeerd Adriaan Boolvliht H Sekret H No N„o 1. 88. 5 Duplikaat Batavia Aan zijn Hoogedelheid Den Hoogedelen, Grootachtbaaren, wijdgebiedende Heer M=r Willem Arnold Alting. wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene geoktroieerde Oostindische kompanie Goeverneur Generaal inde De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndiën Hoogedele Grootachtbaare Wijd gebiedende Heer, Weledele Gestrenge Heeren § 1 Bij mijn laasten onderdaanigen van den 3:e Mai Jongstl: over Ceilon, waarvan het Du„ „plikaat hiernevens gaat, hadde ik de eere uwen Hoogedelheeden kennis te geeven, dat. wij den tolk Salvadoor en den Jood Izaak Apart en sekreet Surjon en De Goeverneur van Kalikiel riudtt oor brieven en zende„ „lingen teegen. en eischt settua en Paponettij brieven surjon, aan den Nabab Tipor sultan zenden zouden, om deezen vorst nopens de waare om„ „standigheeden bij het herneemen van settua te onderrichten en ons gezandschap nader aa te dienen § 2 Thans richte ik deeze over kolombo, op hoope van een spoedige bestelling, om uw Hooge dee„ „heeden rapport te doen, dat de komman„ „dant van kalikut het vertrek van die zendelingen tegen gehouden en den Tolk met mijnen brief aan den Nabab, terug gezonden, mitsgaders dan mij geschreeven heeft. — Dat als men begeerde met den Nabab in vriendschap te leeven settua en Lapo„ „nettij dienden ontruimd te worden; dat hij als dan de noodige assistentsie zoude geeve doch dat anders het leger van den Nabab zoude afkoomen en de kompenie zich tot den oorlog kost klaar maaken. — §3 Het welk breedvoeriger en met veel bezonder„ „heeden ook bericht, bij een brief van gem: surjon en het relaas van den Toek Salradoor, die bij onze sekreete resoluutsie van den 20:' Mai ingeschreeven zijn, waarvan de kopij hiernevens legt 84 en
English
and reports. Decision to allow the delegates to depart. Paragraph 4 At the same time, I received a report from the Vicar General of the Archdiocese of Cranganore, Matthias Scherpenzeel, that the Roman Catholic priest at Calicut, Manuel Bernhardus D'Almeida, had written to him that the Nawab had sent orders to the commandant of Calicut to retake Chetvai by force. And a message regarding this. Paragraph 5 And the King of Cochin informed me through the Company's merchant Anta Chetty that the Nawab was about to arrive at Calicut with an army. Paragraph 6. I considered all this to be artifices of the aforementioned commandant to intimidate us and induce us to evacuate the aforementioned fort, and this conjecture of mine rested on the grounds which I already had the honor to lay open before Your High Noblenesses in my latest previous letter of 3 May, section 54 et seq. Paragraph 7 But, because one could easily be mistaken about this, and prudence therefore required being on guard against all disagreeable outcomes, we resolved in the session of 20 May to employ serviceable measures against this in good time, and with that purpose to send the members Seeffer and Vernede, who, as already communicated, were appointed to the embassy, the with a letter to the Governor. Their instructions regarding Calicut. Continued. were, as soon as possible with the letter and the presents for the Nawab to Calicut, with a written notice to the commandant that one would follow his advice regarding Chetvai and Paponetty, and to that end would send two Council members to speak with him about it, and from there proceed further with the letters and presents for the Nawab. Paragraph 8 The said members were subsequently, by a written instruction, which indeed primarily concerns their commission to the Nawab, but is also extended to what they had to observe with the commandant at Calicut with respect to the last point, instructed: That upon their arrival at Calicut they should try to ascertain whether the commandant had actually received orders to retake Chetvai and Paponetty; and That if they found that he actually had such orders and intended to execute them, without allowing himself to be diverted therefrom by their representations, they should then promise the formal surrender of those places. Paragraph 9 And regarding the measures which and letter to the Governor. Their departure. Commission to the Sultan. Continued. Continued. which have been prescribed to them to that end, I refer to the first twelve articles of the aforementioned instruction, which is inserted in our secret resolution of 25 May last now being forwarded, trusting that the same will be approved by Your High Noblenesses. Paragraph 10. I furthermore gave advance notice to the aforementioned commandant of the forthcoming departure of the delegates, and sent the letter which I had intended to have delivered by Isaac Surjon, with people of the King of and to the Nawab and Cochin via Palakkad to the Nawab, after I had further added thereto in conclusion: that the ambassadors were to depart in a few days, and I therefore requested that orders be sent to the commandant of Calicut to assist them on the journey. Paragraph 11 Accordingly, the aforementioned delegates departed from here on 26 May last, after they had been duly instructed in the assembly on the day before regarding their and instruction regarding their mission to the Nawab. Paragraph 12 First, to congratulate the Nawab on his accession to the government. Paragraph 13 Secondly, to persuade him to the cession of Continued. Determination of the equivalent and Paponetty consideration thereon. of Chetvai and Paponetty with their dependencies, if possible by offering an equivalent, or if this would not succeed, by an annual tribute, and Paragraph 14 Thirdly, to conclude a treaty of commerce with His Highness. Paragraph 15 Regarding the equivalent, or the annual tribute, or the tribute for Chetvai, we understood that the one and the other ought to be arranged to some extent according to the revenues of these lands, and that the Company should not so much look to the profits it might gain thereby, as to the main objective, which in this matter was to eliminate thereby the disputes still pending with this dangerous neighbor, and adroitly cut off all further claims that he might otherwise still bring forward against the Company. Paragraph 16 And since one could calculate that the Company could retain about twelve thousand rupees a year from the revenues of these lands, provided that at Chetvai, instead of a garrison, only a Lascarin guard were stationed, and there as little as at Paponetty
Dutch transcription
89. en berichten besluit om de gekommitteerden te laaten vertrekken. §4 Ter zelver tijd kreeg ik bericht van den vikaris Gene„ „raal van 't aartsbisdom kranganoor, Matthias scherpenseel, dat de Roomsche Pater te kalikut Manuel Bernhardus D' Almeeda, hem geschreeven had, dat de Nabab aan den kommandant van kalikut order gezonden had, settua met geweld te herneemen. en boodschap derweegens § 5 Ende Koning van Koetsiem liet mij door 's komp=s koopman Anta sittij weeten, dat de Nabab met een Leger te kalikut stond te koomen § 6. Ik hield dit alles voor konstenarijen van den meermelden kommandant, om ons te intimideeren en tot de oakuxatsie van het voorm: fort te ver„ „leiden, en deeze mijne gissing steunde op de gronden, die ik reets de eere gehad hebbe, voor Uwe Hoogedelheeden bij mijnen Jongst voor„ „gaanden van den 3:e Mai 54. et segg open te leggen. §n 7 Doch, wijl men zich hieromtrend ligt misgissen kost, en de voorzichtigheid dus vereischte, tegen alle onaangenaame uitkomsten op hoede te zijn: zoo beslooten wij ter sessie van den 20ste Mai, daar tegen bij tijds dienstige middelen in het werk te stellen, en met dat oogmerk de Leden Seeffer en vernede, die, volgens het reets bedeelde, tot de Ambassade benoemd waaren den met een brief aan den Gerver„ „neur. hunne instruksie nopens kalikut vervolg waaren, ten spoedigsten met den brief en de Geschin„ „ken voor den Nabab naar kalikut tezenden, met aanschryvens aan den kommandant Dat men zich wegens Tettua en Paponettij naar zijnen raad gedraagen en tot dat einde twee Raadsleeden zenden zoude, om daar over met hem te spreeken en van daar vervolgens verder met de brieven en geschenken voor den Nabab op te gaan. — §8 Gemelde Leden wierden vervolgens bij eene schrijft„ „lijke Jnstruksie, die wel voornaamlijk hunne kommissie bij den Nabb betreft, doch mede ^bij ook g'extendeerd is tot het geen zij ^ den kom„ „mandant te kalikiet te observeeren hadden met opzicht tot het laaste point gelast:— Dat zij bij hunne aankomst te kalikut zouden trachten uittevorschen, of de kommandant werklijk order tot het herneemen van settua en Paponettij ontvangen had; en Dat zij bevindende, dat hij zoodanige order werklyk had, en dezelven ter uitvoer bren„ „gen wilde, zonder zich door hunne voor„ „stellingen daarvan te laaten diverteeren, als dan de formeele overgave van die plaatsen belooven zouden. §9 En ik gedraage mij nopens de maategelen„ die en 90. 5. brief aan den Goeverneur hun vertrek. kommissie bij den seeltan vervolg vervolg die henl: tot dat einde voorgeschreeven zyn, aan de twaalf eerste artikelen van voorschreeven instruk„ „sie die bij onze thans overgaande sekreete re„ „soluutsie van den 25=e Mai jongstl: g'insereerd is, vertrouwende, dat dezelven van Uw Hoogedel„ „heeden g'approbeerd zullen worden. § 10. Ik gaf voorts aangem: kommandant vooraff„ van 't aanstaande vertrek van Gekommitteer„ „den kennis, en zond den brief, welken ik door Izaak Surjon had willen laaten be„ „stellen, met volk van den koning van en aan den Nabab en koetsiem over Palikatseeri aan den Nabab, na dat ik daar bij noch tot slot gevoegd had: dat de Ambassadeurs over weinige dagen stonden te vertrekken, en ik dus verzochte aan den kommandant van kalikut onder te zenden, hen tot de reeze behulpzaam te zijn. — § 11 Dienvolgende zyn de meerm: gekommitteerden den 26=sten Mai jongstleeden van hier vertrokken, na dat dezelven 's daags bevoorens nopens hun„ en instruktie nopens hunne „ne verrichting bij den Nabab in vergadering behoorlijk geinstrueerd waaren. § 12 eerstlyk om den Nabab met het aantreeden van de Regeering te telisiteeren. — § 13 Ten Tweeden, om denzelven tot den afstand van vervolg bepaaling van het Equivalent en Paponettij bedenking daarover van settua en Paponettij met den aankleeve van dien te beweegen, des mogelyk door het aanbieden van een Equivalent, of als dit niet lukken wilde, door een jaarlijxe rekognietsie, en § 14 Ten derden, om met zyn Hoogheid een traktaat van kommercie te sluiten. §n 15 Nopens het Equivalent, of de Jaarlijxe rekogniet„ of de rekognessie voor settua sie, begreepen wij, dat het een en ander behoorde eeniger maate geschikt te worden, naar de inkomsten deezer landen, en dat de komp: daarbij zoo zeer niet most zien op de voordee„ „len, die zij daar bij zoude kunnen opleggen, als wel op het hoofd=oogmerk, het welk in /„ deezen was, om daar door de noch zweerende geschillen met deezen gevaarlijken Nabuur uit de wereld te helpen, en alle verdere pre„ „tensien, die hij anders noch teegen de komp: zoude mogen ter baan brengen, behendig aftesnijden. - §16 En vermits men reekenen kost, dat de komp: van de inkomsten deezer landen 's jaars omtrend twaalf duizend rop:s zoude kunnen overhouden, bij aldien men te Settua in steede van een gar„ „nisoen, eenlijk eene Laskorijns wacht plaatste en daar zoo min als te Papa„ „netti
English
Offer to pay the recognition with war supplies. Prices for the cardamom. netti maintained a separate establishment, but placed both districts under the supervision of the resident at Kranganoor, who could easily oversee and manage them: thus the equivalent was estimated at one hundred and fifty thousand rupees, or if this were not accepted, the annual recognition at ten thousand. Paragraph 17: But since the Nabab had recently leased these lands for eighteen thousand rupees, and it was therefore unlikely that he would be satisfied with such a noticeably lower recognition: the commissioners were authorized, in order to make it agreeable to him, to offer him that we would supply annually for that amount artillery ammunition and weapons at the purchase cost price, burdened only with 30 per cent. and 18 Regarding the commercial treaty, the commissioners are authorized to offer the following prices. Paragraph 19 for a Calicut candy of six hundred pounds of cardamom of the first sort 900 to 1000 rupees, second sort 800 to 850 rupees, and all sorts mixed together 713 rupees. for the sandalwood and the pepper. Sorting. Request for approval. Paragraph 25 Receipt of a letter from the commissioners. Paragraph 20. For the candy of sandalwood of the first sort 150 to 160 rupees, second sort 120 rupees, and third sort 100 rupees; and Paragraph 21 for the candy of pepper of 600 lb, 120 rupees. Paragraph 22 with the qualities and sortings being further specified and prescribed in the instruction. Paragraph 23 Although these measures were devised solely with the aim of thereby promoting and improving the Company's interests, I would nevertheless have wished that this mission could have been postponed until I had been provided with Your Right Excellencies' reply to my previous letters on this subject. Paragraph 24. But since a further delay would have exposed the Company to a new war with this Nabab, my only hope now rests on the fairness of Your Right Excellencies, who, considering our circumstances, will do us the justice of believing that we have acted in this matter according to our best knowledge. On the evening of the following 12th of June, I received, by a letter from the repeatedly mentioned commissioners from Calicut dated the 9th Order for the surrender of Settua and Paponetti. Change in our measures. 9th of that month, news that the commander unyieldingly insisted upon the surrender of Settua and Paponetti, and not only refused to let them or even any letters pass to the Court without that relinquishment, but also wanted and had to carry out immediately the order received from the Nabab to retake Settua by force, for which fifteen thousand men stood ready; as Your Right Excellencies can see this further and in detail in the copy thereof, which is enclosed among the appendices. Paragraph 26. Consequently, that very same evening, in accordance with the resolution to that effect already taken on the 20th of May last, I gave orders to the Resident of Kranganoor Cellarius and the commander at Settua von Mullerts to begin the evacuation at once, for which purpose the necessary vessels were also sent from here, which was then also properly accomplished, after which the fort Settua and subsequently also Paponetti were actually handed over to the Nabab's commissioners. Paragraph 27 This brought about a great change in the main issue, Continuation. Continuation. Further definition of the commission to the following points. main issue, and in the commission to the Nabab, and consequently it also seemed very necessary to me to make corresponding changes in the instruction of the Commissioners set out previously. Paragraph 28 Because as long as we were in possession of Settua and Paponetti, we certainly had to use all suitable means to maintain ourselves therein, but now that we had to relinquish them, we returned again to the same situation in which we had found ourselves before those places were reoccupied by us. Paragraph 29 And just as we then would not have dared to negotiate the cession of the same to the Company in exchange for an equivalent, or annual recognition, without prior authorization from Your Right Excellencies: I judged that it ought not to happen now either, but that with regard to the commission to the Nabab, we ought to limit ourselves only to the following main points. Paragraph 30: 1. To congratulate the Nabab on his accession to the throne and on the honorable peace concluded. To Proposal regarding Settua and Paponetti. Continuation. Paragraph 31 2. To represent to him that we had taken possession of Settua and Paponetti in November last, because they had been entirely abandoned by his people, and thus had by no means acted with that occupation against the friendship that exists between him and the Company, but on the contrary with the aim of anticipating his enemies and preventing them from making themselves masters of them, as would without doubt have happened without our intervention. Paragraph 32 3. That now that the fortunes of war had taken such a favorable turn for him, the Nabab, that he had remained master of the Zamorin's empire, we had surrendered the aforementioned places again, since he seemed so very keen on them, but that the Company nevertheless hoped that he, in consideration of the fact that the same had belonged to it from of old, and that the Zamorin, in whose place he had stepped, had never had any lawful claim to them, but only to a few small gardens situated in the district, which had been taken into hand by the Company for certain
Dutch transcription
91. aanbod om de rekognietsie me oorlogs behoeften te voldoen. pryzen voor de kardamom „nettij eene afzonderlijke huishouding aanlegde, maar beide distrikten onder het toezicht van het op„ „perhoofd te kranganoor stelde, die dezelven maklijk kost overzien en beheeren: zoo werd het Equivralent begroot op honderd en vijftig duizend ropijen, of indien zulx niet aan„ „genoomen wierd, de jaarlyxe rekognietsie op tienduizend § 17: Dan dewijl de Nabab deeze landen laast voor agttienduizend ropijen heeft verpacht gehad, en het dus niet waarschijnlijk was, dat hij met eene zoo merklijk mindere rekognietsie zoude willen voor lief neemen: zoo wierden gekommitteerden, om hem dezelven smaak„ „lijk te maaken, gequalificeerd, hem aan te bieden, dat wij voor dat bedraagen, jaarlijx articlerij = ammunietsie en wapen= =goederen leeveren wilden, voor het inkoops kostende, eenlyk met 30 p=rC=to bezwaard. - en 18 Nopens het kommercie traklaat zijn gekommitteerden gequalificeerd tot het uitlooven van de volgende prijzen. — § 19 voor een kalekuts kandyl van ses honderd ponden kardamom eerste soort 900: tot 1000. ^ tweede soort 800; tot 859: ropijen, ropijen ^ en alle soorten door malkander 713: ropijen voor „ het sandelhout en de peper sorteerings verzoek om goedkeuring § 25 ontvangst van een brief van gekommitteerden. § 20. voor het kandijl sandelhout eerste soort rp:s 150:— tot 160:, tweede soort rop. s 120. en derde soort rops 100: en §n 21 voor het kandijl peper van 600: lb, 120: ropijen. §n 22 zijnde de qualiteiten en sorteeringen bij de Instruksie nader bepaald en voorgeschreeven. §n 23 Hoewel nu deeze martregelen alleen met het oogmerk, om 's komp:s belangen daar door te bevorderen en te verbeekeren zijn beraamd, zoo hadde ik echter wel gewenscht, dat deeze bezending had kunnen uitgesteld worden, tot dat ik met het antwoord van Uwe Hoog „edelheeden op mijne voorige brieven over onder dit onwerp waare gemunieerd geworden. §n 24. Dan dewijl een verder uitstel de komp: aan een nieuwen oorlog met deezen Nabab zoude bloot gesteld hebben: zoo blijft nu mijne eenigste hoop gevestigd op de billikheid van uwe Hoogedelheeden, die onze omstan„ „digheeden overweegende, ons wel het recht zullen willen doen van te gelooven, dat wij in deezen naar onze beste kennis ge„ „handeld hebben. - Den 12:e Juni daaraanvolgende ontving ik 's avonds, bij een brief van meermelde gekommitteerden van kalikat van den ver 9e m 92. order tot de overgave van settua en Paponettij verandering in onze maatregelen 9=e dier maand bericht, dat de kommandant op de overgave van settua en Paponettij onverzetlijk aandrong, en niet alleen weigerde, henl: of ook maar eenige brieven zonder dien afstand naar het Htof te laaten passeeren, maar ook de ontvangene order van den Nabab om set„ „tuca met geweld te herneemen, dadelyk wilde en most ter uitvoer brengen, waartoe vijftien duizend Man gereed stonden; zoo als uwe Hoogedelheeden dit nader en om„ „standig zien hunnen bij het afschrift daarvan, onder de bylagen overgaande. § 26. Jk gaf derhalven noch dien zelfden avond overeenkomstig met het daartoe reets genoomen besluit van den 20:e Mai jongstleeden aan het Opperhoofd van kranganoor Cellarius en den komman„ „dant te Tettua von Mullerts order, met de opbraak ten eersten te beginnen, waar„ toe teffens de noodige vaartuigen van hier gezonden wierden, het welk dan ook behoorlijk is volbragt, waarna het fort Settua en vervolgens ook Paponettij aan 's Nababs gekommitteerden werklijk zijn overgegeeven. § 27 Dit baarde een groote verandering in de hoofdzaak vervolg vervolg „nadere bepaaling van de kommissie tot de volgen„ „de punten. — hoofdzaak, en in de kommissie bij den Nabab, en gevolglyk scheen het mij ook zeer noodzaaklijk in de voorwaards betoogde Jnstruksie van de Gekommitteerden daarmeede overeenstem„ „mende veranderingen te maaken. „§n 28 want zoo lange wij in het bezit van settua en Paponettij waaren, dien den wij zeekerlik alle gepaste middelen aan tewenden. , om ons daar in te handhaaven, doch nu wij daarvan mosth afstand doen, keerden wij wederom terug in dezelfde situaatsie, waarin wij ons bevon„ „den, voor dat die plaatsen door ons gere„ „okkupeerd waaren. - § 29 Engelijk wij toen over den afstand van dezelven aan de komp: tegen een equiva„ „lent, of Jaarlijxe rekognietsie, niet zouden hebben durven handelen, zonder voorafge„ „gaane qualificaiatsie van uwe Hoogedelheede: zoo oordeelde ik, dat het nu ook niet behoorde te geschieden, maar dat wij ons, met op„ „zicht tot de kommissie aan den Nabab releen tot de volgende hoofd punten behoorden te bepaalen. — §30: 1/ den Nabab met de komste tot den troon en met den getroffenen honorablen vreede te vergelukken. — Aan 2„ 93. voorstel nopens settua en Paponettij vervolg § 31 2/ Aan hem voortestellen, dat wij settua en Pa„ „ponettij in Novemb: Jongstl: in bezit genoomen hadden, om dat het van zyn volk ten eene„ „maal verlaaten was, en dus geensints met die okkupaatsie teegen de vriendschap hadden gehandeld, die tusschen hem en de komp: subsisteerd, maar in tegen„ „deel met het oogmerk, om zine vijan„ „den voor tekoomen en te beletten, dat zij zich daarvan Meesters maakten, zoo als zonder onze tusschen komste buiten twijfel zoude geschied zyn. — §32 /3/ Dat wij, nu de kans des oorlogs zulk een gunstige keer voor hem Nabab had genoomen, dat hij van het Samorijnsche Rijk was Mees„ „ster gebleeven, de voorm: plaatsen, wederom hadden overgegeeven, wijl hij daarop zoo zeer gesteld scheen, doch dat de komp: niet te min verhoopte, dat hij uit aanmerking dat dezelven van ouds her aan haar hadden toebehoord, en dat de Samorijn, in wiens plaats hij gekoomen was, daarop nooit eenige rechtmaatige pretensie gehad had, maar slechts op eenige geringe tuinen in het destrekt geleegen, die door de komp in hand genoomen waaren voor zeekere
English
further proposal regarding those places negotiation certain debt, presently still amounting to six thousand two hundred and two rupees, would return the said places to her, whereby he would oblige her to special gratitude and acknowledgment, which she, among other favors, would also demonstrate through a prompt delivery of whatever artillery, ammunition, and weapon goods the Nabab might need from Europe. §33 4. In case the Nabab refuses this, then to propose that one at least hoped he would be willing to come to a reasonable accommodation regarding these places, and thus let the envoys ascertain on what terms he would be willing to surrender the same to the Company, either for an equivalent in money, or for an annual recognition, in order to be able to submit this to Your High Noblenesses; and if the Nabab should show himself inclined to this, then further to request him to set the closest sum for this, in order to be able to elucidate Your High Noblenesses better. request for free navigation §34 5. Furthermore, to request from the Nabab free trade in his lands, and at the same time to make to him the proposition to conclude a commercial treaty, on such terms as were drafted at the session of the 25th of May last and further prescribed in the instruction previously provided, with this remark for the commissioners, that the prices for the Nabab's products therein were set at the highest and ought to be reduced as much as possible, especially the price of cardamom, which price reduction one might the sooner expect because the prices of the artillery and further war supplies that the Company undertakes to deliver were set so low. §35 6. Now mainly to mandate the commissioners that they must apply all diligence to determine the boundary demarcation between the ceded lands and the Company's territory of the fortress Kranganoor, to prevent all misunderstanding and further disputes, and if possible to direct it so that the same would be estimated at the very least at a cannon shot of one hundred and fifty rods in all directions, the river of Kranganoor being able to serve for the rest, or further southward, as a natural border demarcation. §36 In accordance with these considerations, a new instruction was subsequently adopted by secret resolution of the 14th of June last, which is also transmitted in copy, a copy whereof accompanies this, which was sent the following day to the commissioners and was also properly received by them, as appears from their letter of the 21st of that month to be found among the appendices. §37. Whereby Your High Noblenesses, if it pleases, will also observe that the commandant of Kalekat, very pleased with our decision regarding the return, promised them all assistance for the further march and at the same time had sent orders to the other commandants to assist them on the journey, as having already received orders thereto from his Master, and at the same time also that the boundary demarcation at Kranganoor is determined north of the copper Pagoda, which lies a good half hour from the fort. §38 But by a letter of the 3rd of July they gave further notice that they were since detained from day to day by the said commandant with the promised coolies and were finally informed that he had received orders from his Master to hear their proposals and to settle the matter with them at Kalikut, whereby they would be relieved of an expensive and arduous journey. §39 After much opposition they consented to this, upon the commandant's promise that if he could not settle the matter, he would no longer hold up their journey to the Court, but would assist them thereto with the necessary coolies. §40. But when they in the first place presented our request for the return of Settica and Paponetty, he declared that he had to write further to the Nabab about this first, and advised them to enter into correspondence with the Nabab about this and await his orders at Kalikut. §41 This was rejected by the commissioners, who at the same time demanded his assistance to continue their journey; and when they were again delayed from day to day, and he finally declared that no coolies wanted to go along voluntarily in the rainy season, and that he could compel no one thereto by force, they finally took the decision to set out with the few coolies they had kept with them of those taken along from here, and
Dutch transcription
nader voorstel nopens die plaatsen „gootsie. zeekere schuld, thans noch ses duizend twee hon„ „derd en twee ropijen bedraagende, gemelde plaat„ „sen aan haar zoude terug geeven, waardoor hij haar tot bezondere dankbaarheid en erkentenis zoude verplichten, die zij, onder meer andere believingen, ook door een prompte bezor„ „ging van 't geen de nabab uit Europa aan artillerij= ammunietsie = en wapen=goederen, mogt noodig hebben zoude aan den dag leggen. - §33 4 Bij aldien de Nabab zulx weigerd, als dan voortestellen, dat men ten minsten verhoopte, dat hij over deeze plaatsen, tot een billyk ak„ „komodement zoude willen koomen, en dus door de gezanten liet verneemen, teegen welke voorwaarden hij dezelven aan de kompanie zoude willen afstaan, het zij teegen een equiralent in geld, of teegen een jaarlijxe rekognietsie, ten einde zulx aan uwe Hoogedelheeden te kunnen voordraa„ „gen; en als de Nabab zich hier toe geneegen toonen mogt, als dan hem nader te ver„ „zoeken, om de naaste somme daarvoor te willen bepaalen, om uw Hoogedel„ „heeden te beeter te kunnen elucideeren verzoek om vrye na„ §34 5/ Voorts van den Nabab een vrije negooisie in 34. voorstel tot een kommercie traktaat. over de limietscheiding in zijne landen te verzoeken, en teffens aan hem de proposietsie te doen, tot het sluiten van een kommercie=traktaat, op zoodanige voor„ „waarden, als ter sessie van den 25:e Mai jongst„ „leeden beraamd en bij de bevoorens verleende instruksie nader voorgeschreeven waaren, onder deeze aanmerking voor gekommit„ „teerden, dat de prizen voor 's Nababs produkten daar bij op 't hoogste gesteld waaren, en zoo veel mogelijk dienden ver„ „minderd te worden, voornaamlijk de prijs van de kardamom, welke prijs-verminde„ „ring men te eerder verwachten mogt wijl de prijzen van de artillerij - en verdere krijgs=behoeften, die de Komp: aanneemt te leeveren, zoo laag gesteld waaren § 35 6/ Gekommitteerden als nu voornaamlijk in mandatis te geeven, dat zij alle vlyt mosten aanwenden, om de limietscheiding, tus„ „schen de afgestaane landen en s' komp:s grond=gebied van de vesting kranganoor vast te stellen, tot voorkooming van alle misverstand en verdere geschillen, en het des mogelijk daar heen te dirigeeren, dat hetzelve, op zijn allerminste, op een kanonschoot van honderd en vijftig roeden nieuwe instruktie bnief van Gekommitteerd zynen bystand. doch houdt Een op „naar alle kanten roeden ^ begroot wierde, kunnende de revier van kranganoor, voor het ovrige, of verder Zuid=waard aan, tot een natuurlijke grensscheiding ver„ wil af „strekken. §n 36 Jn overeemstemming met deeze bedenkingen, werd vervolgens bij sekreeke resoluutsie van den 14:e Iuni jongstleeden, die meede in kopij overgaat, bew een nieuwe jnstruksie gearresteerd, waarvan de kopij deezen verzeld, die den volgenden dag aan gekommitteerden afgezonden en ook richtig bij henl: ontvangen is, blijkens hunnen brief van den 21=e diermaand onder de bylagen te vinden. § 37. waarbij uwe Hoogedelheeden des gelievende mede De goeverneur beloofd hen zullen beoogen, dat de kommandant van kalekat zeer vorgenoegd over ons besluit tot de terug gave henl: alle hulpe tot den verderen optocht beloofd en teffens order aan de verdere kommandanten gezonden had, om henl: op de reize behulpzaam te zin, als daar toe reets bevel van zijnen Meester ontvangen hebbende en teffens ook dat de limiet„ „scheiding bij kranganoor benoorden de kopere Pagood bepaald is, die ruim een half uur van 't fort legd. § 38 Doch bij een brief van den 3=e Julij gaven zij nader ken„ mis, dat zij zeder door gem: kommandant van dag tot dag met de beloofde koelies opgehouden en eindelijk do ge ver 95. afdoen waarin gekommitteerden bewilligen. doch aarzeld op het nieuw gekommitteerden vertrekken eindelijk onderricht waaren, dat hij van zijnen Meester had order ontvangen, om hunne voorstellen aan te wil de zaak te kalekut hooren en de zaak met henl: te kalikut aftemaake, waar door zij van een kostbaare en zwaare reize zouden ontslagen weezen. - § 39 Na veel teegenkantens bewilligden zij hier in, onder des kommandants belofte, dat hij, indien hij de zaak niet afdoen kost, hunne reeze naar 't Hof niet langer tegenhouden maar henl: daar toe met de noodige koelies behulpzaam zijn zoude. — § 40. Doch toen zij in de eerste plaats ons verzoek om de terug gave van settica en Paponetty voorstellen, verklaarde hij hier over eerst nader aan den Nabab te moeten schrijven, en ried henl: aan, hierover met den Nabab in brief wisseling te treeden en zijne order te kalikut aftewachten. § 41 Dit wierd door de Gekommitteerden van de hand geweezen, die ter zelver tijd zijne hulpe tot het voortzetten hunner reize reklameerden, en toenze op 't nieuw van dag tot dag opgehou„ „den wierden, en hij eindelijk verklaarde, dat geene koelies in de regen tijd vrijwillig mede gaan wilden, en dat hij niemand met geweld daartoe kost dwingen, eindelijk het besluit naamen, om met de weinige koelies die zij van de van hier meede genoomene bij zich behouden hadden, en
English
leaving behind most of the goods, reason for this their decision, remark thereupon, and with some pack oxen and horses purchased there to depart for the Court, leaving the largest part of the baggage behind at Kalikut. Section 42. In their aforesaid letter of 3 July, they state that they arrived at this decision partly because they perceived that the Nabob's ministers at Kalikut had instilled in the Nabob a wrong impression of the Company, and now feared that His Highness would discover the truth through our commissioners; and partly because they had learned that the King of Koetsiem had made an offer to lease Settua and Paponettij. Section 43. The former is very probable, but the suspicion against the King of Koetsiem is groundless, and was most likely caused by the request which he made to the Nabob with my foreknowledge to lease some lands of the Samorin's realm north of Settua, to which he was incited by myself, because I preferred to have him rather than the Nabob as our nearest neighbor. Pursuant 96. Section 44. Adversity on their journey, arrival at Seringapatnam, and first audience. The Nabob's answer. Pursuant to this resolution of theirs, they actually departed on 4 July last, leaving behind most of the baggage, with very few coolies and pack animals, but on account of the lack thereof, which daily decreased further through illness and desertion, and on account of continuous rains, they endured very great hardship, spending a whole month before they were able to reach Seringapatnam. Section 45. According to their letter of 12 August last, they were received in a friendly manner by the Sultan, but whether they would succeed in their commission as desired was still uncertain, for to their first proposal he had answered that he was well-disposed to conclude a firm alliance with the Company, but concerning Settua and Paponettij wished first to hear the Governor of Kalikut and to postpone that until his arrival there, whither he intended to go in two months, where he then, if the Company wished to send its ambassadors to him there, would not only settle this matter to their satisfaction, but also wished to conclude a firm contract concerning cardamom, sandalwood, and pepper. The Nabob gives orders for the transport of the goods left behind. Further contents of the letter from the commissioners. Continuation. Complaint about the heavy expenses. Section 46. Furthermore, at their request the Sultan had sent orders to Kalikut for the provision of coolies for the goods left behind there, for which they therefore had to wait, and which time they intended to use to bring about a change in this delaying decision. Section 47. In the continuation of their letter they say that they did not yet dare to assure whether the Sultan really intended to go to Kalikut, but indeed that, if that happened, his retinue would then consist of more than sixty thousand men, who stood ready in those parts, and that he would thus be in a position to lay down the law everywhere. Section 48. And they conclude this remarkable passage with the promise to spare no effort to provide me with further and more certain reports regarding this. Section 49. For the rest, they complain greatly about the excessive expenses that were caused by their long stay at Kalikut and a most costly journey from there to Seringapatnam, and which daily still 97. Dispatch of money. Further instructions. continued, whereby, notwithstanding they had been given one thousand pagodas from here, and they had taken up such a sum again at Kalikut, they found themselves once more in great embarrassment, requesting further relief, as they otherwise saw no opportunity to maintain themselves and their people and to return from there, since permission for this at this time was impossible to obtain without money. Section 50. We have therefore, to keep them out of embarrassment, newly sent two thousand pagodas to them through the people of the King of Koetsiem, and therewith recommended all possible frugality. Section 51. While regarding their commission they have been instructed: That seeing no chance to move the Sultan to a positive resolution concerning Settua and Paponetty, they nevertheless had to employ all efforts to bring about the commercial treaty, so that we might still profit from it in the approaching good monsoon, whereby the Company could still somewhat console itself for the heavy expenses that ran so far above our estimate. Conjecture regarding the war preparations. Request to determine the equivalent or the recognition for Settua and Paponettij. Remark regarding this. Section 52. I will not detain the attention of Your Noble Highnesses with uncertain conjectures about the purpose of the heavy war preparations of which the letter of the commissioners makes mention and which are also being zealously pursued at Kalikut, although the advance of the troops of the King of Trevankoor to his northernmost lands and the movements of the English give some cause for the suspicion that the peace between them will not be of long duration. Section 53. But I will not fail, as soon as I obtain any certainty or further reports thereof, to inform Your Noble Highnesses of this on every occasion. Section 54. At present I only request to be favored with Your highest approval concerning the estimation of the equivalent or the annual recognition to the Sultan, in case he might be inclined to cede Settua and Paponettij to us for it. Section 55. Regarding which Your Noble Highnesses, in my humble view, could adopt as a basic rule that the Company, from the annual revenues
Dutch transcription
met achterlaating van het meeste goed reeden van dit hun besluit. aanmerking daarop en met eenige aldaar ingekochte draagossen en paarden naar het Hof te vertrekken, laatende het grootst gedeelte van de Bagasie te kalikut terug. § 42 Bij hunnen voorm: Brief van den 3:e Juli zeggen zij, tot dat besluit getreeden te zijn, eenscheels wijl zij bespeurden, dat 's Nababs Ministers te kalikut, aan den Nabab een verkeerd denkbeerd van de komp: ingeboezemd hadden en nu vreesden dat zijn Hoogheid door onze ge„ „kommitteerden achter de waarheid koomen zoude en anderen deels, om dat zij vernoomen hadden, dat de koning van koetsiem had aanbod laaten doen, om Settua en Paponettij in pacht te neemen. § 43 Het eerste is zeer waarschijnlijk, doch het vermoeden tegen den koning van koetsiem is zonder grond, en zal naastdenklijk ver„ „oorzaakt zijn, door het verzoek, het welk hij met mijne voorkennis aan den Nabab gedaan heeft, om eenige landen van het Samorijnsche Rijk benoorden settua in pacht te neemen, waartoe hij door mij zelve is aangezet, wijl ik hem liever dan den Nabab tot onzen naasten Buurman heb„ „ben wilde.. Ingevolge 96. § 44 tegenspored op hunne reize aankomst te seringapatnam en eerste audientsie 's Nababs antwoord Ingevolge deeze hunne resoluissie zijn ze werklijk ook op den 4. e Juli jongstl: met achterlaating van de meeste bagasie, met zeer weinige koelies en draagbeesten vertrokken, doch hebben, we„ „gens gebrek aan denzelven, die dagelijk noch door ziekten en wegloopen verminderden, en wegens geduurige regens, zeer veel ongemak uitgestaan in een heele maand toegebragd, eer zij Seringapatnam hebben kunnen bereiken„ §45 Volgens hunnen brief van den 12=de Augusts Jongstl: waaren zij van den sultan vriendelyk ontvangen, doch of zij in hunne kommissie naar wensch zouden slaagen, was noch onzeeker, want op hunne eerste proposiessie had hij geantwoordt. wel geneegen te zyn, met de komp: een vaste alliance, te sluiten, doch nopens settua en Paponettij eerst den Goever„ „neur van kalikut te willen hooren en zulx tot zijne komste aldaar uittestellen, werwaards hij over twee maanden dacht te gaan, waar hij als dan, indien de komp: haare Ambassadeurs daarbij hem zenden wilde, niet alleen deeze zaak tot haar genoegen afdoen, maar ook over de kardamom, sandelhout en peper een De Nabab geeft order tot het transport der achterge„ „bleevene goederen verdere inhoud van den brief van Gekommitteerden vervolg klachte over de zwaare onkosten. een vast kontrakt sluiten wilde. § 46 Voorts had de sultan op hun verzoek order naar kalikut gezonden tot het bezorgen van koelies voor de daar achter gebleevene goederen, waar„ „na ze dus mosten wachten, en welken tijd zij aanwenden wilden, om in dit uitstellend besluit verandering te wege te brengen:- § 47 In 't vervolg van hunnen brief zeggen zij: dat zij noch niet verzeekeren durfden, of de sultan werklijk wel voorneemens waare naar Kalikut te gaan, maar wel dat, indien zulf gebeurde, zijn gevolg als dan bestaan zoude in ruim sestig duizend Man, die daaromstreex klaar stonden, en dat hij dus instaat zoude zijn, om overal de wet te stellen. — § 48 En zy besluiten deeze merkwaardige passasie met de belofte niets te zullen ontzien, om mij deezen aangaande nadere en zeekerder berichten toekoomen te laaten. § 49 voor 't ovrige beklaagen zij zich zeer over de excessive ongelden, die door hun lang ver„ „blijf te kalikut en een aller kostbaarste reize van daar naar seringapatnam veroorzaakt waaren, en dagelijk noch voort 97. afzending van geld nader aanschryven voortduurden, waar door zij, niet tegenstaande men hen van hier duizend pagooden meede gegeeven had, en zij te kalikut noch zulk een som op„ „genoomen hadden, zich wederom in groote verleegenheid bevonden, verzoekende nader ontzet, wijl zij anders geene kans zagen, zich en hun volk te onderhouden en van daar terug te koomen alzoo de permissie daartoe in deezen tijd zonder geld onmoge„ „lijk te bekoomen was § 50 wij hebben dus, om hen buiten ongeleegenheid te houden op t nieuw twee duizend pagor„ „den door het volk van den koning van koetsiem aan hen gezonden, en daarbij alle mogelijke spaarzaamheid aanbevoolen. § 51 Terwijl Een met opzicht tot hunne kommis„ „sie aangeschreeven is; Dat zij geene kans ziende, den sultan tot eene possitive resoluutsie nopens settua en Paponetty te beweegen, niet temin alle vermogens mosten aanwenden, om het kommercie= traklaat tot stand te brengen, op dat wij daarvan noch in de aanslaan„ „de goede Mousson profiteeren kosten, waar door de komp zich de zwaare ongel„ „den noch eenigsints zoude kunnen getroosten, die gissing nopens de oorlogs aanstalten verzoek om het Equiva„ „lent of de rekogniessie voor settica en Caponetti te bepaalen. aanmerking dien aan„ „gaande die zoo hoog boven onze gissing liepen. - §52 Ik wil den aandacht van UWe Hoogedelheeden niet ophouden met onzeekere gissingen naar het oogmerk van de zwaare oorlogs toebereid, „zelen, waarvan de brief der Gekommit„ „teerden gewag maakt en die ook te kalikut ieverig voortgezet worden, of schoon de opmarsch van de troepen van den koning van Trevan„ „koor naar zijne noordelijkste landen, en de beweegingen der Engelschen eenige aan„ „leiding geeven tot het vermoeden, dat de vreede tusschen henl: van geen lange duur zal zijn. — §53 Doch ik zal niet ingebreeken blijven, zoo dra ik daarvan eenige zeekerheid of nadere berichten erlange, Uw Hoogedelheeden zulx bij alle ge„ „leegenheid te bedeelen. - §n 54 Thans verzoeke ik alleen, mij met hoogst der„ „zelver goedvinden te willen begunstigen, nopens de begrooting van het Equivalent, of de jaarlijxe rekogniessie aan den sultan, in„ „gevalle hij geneegen zyn mogte, settua en Paponettij daar voor aan ons aftestaan. § 55 waar omtrend Uwe Hoogedelheeden, naar mijn gering inzien, tot een grond regel zouden kunnen aanneemen, dat de komp: van de jaarlyke in„ „komsten
English
98. plan for an economical administration of those lands. continuation continuation revenues of the lands could retain a net profit of around twelve thousand ropijen, provided their High Mightinesses might approve of arranging the administration thereof in such a manner as I have already mentioned above with a word or two and will now explain somewhat more broadly. Paragraph 56. One should not rebuild Fort Settua, not repair it, and also not demolish it, for this latter would also cost some thousands, but let it gradually fall into decay, and, as long as there is shelter in it, place a guard of lascars there, who, when the same can no longer serve for their accommodation, could be transferred to Poelikarre. Paragraph 57. One should also not place a separate Resident there, but only a European non-commissioned officer as Postholder, and subordinate the same, along with the entire district, to the chief at Kranganoor. Paragraph 58. In the same manner one should also act with Paponettij, where no Resident or other establishment is needed, other than only a European to keep watch over the warehouses, with the conclusion with some lascars to guard the same. I commend your High Excellencies and the important interests of the Company into God's protection and remain with all respect and fidelity, underwritten: Highly Honorable, Grandly Esteemed, Widely Ruling Lord and Right Honorable, Stern Lords, your High Excellencies' humble and faithful servant, was signed: P. G. van Angelbeek. In the margin: Koetjiem, the 10th of September 1784. Agreed. Adriaan Boowlick Provisional Secretary Deputy H. v. Sael sworn clerk Examined 1 859 Number 3. 12 29. Secret Resolution The Right Honorable, Grandly Esteemed Lord, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek The Honorable Lord Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall, the same and Pay-Accountant Coenraad George Saffer the same and Purveyor Abraham Jean Sapion, both present, and the same Willem van Haesten absent The Honorable Major and Head of the Militia Fredrik von den Busch Merchant, Fiscal, and Cashier Master Nikolaas Wendelen Beits Junior Merchant and Secretary Johan Andries Daimichen The first two with permission outside the city and the latter due to indisposition. Is communicated by the Lord Governor to the Honorable Members. That the Canarese Naraien, who by His Honor in the latter part of February to the Nabob Tipu Sultan, Saturday the 1st of May 1784. forenoon, present on taken in Council of Mallabaar at the place Koetsiem dispatched Account of the Canarese Naraien, who delivered the letter to the Nabob was dispatched, with the triplicate of the letter to His Highness adopted at the secret resolution of the 8th of January last, whereof the original was sent with the French King's transport ship Les bons amis, and the duplicate with two Pattarese of the King of Koetsiem, had returned in the beginning of April without an answer, but with the promise that the same would follow shortly, and with the following account: That upon his arrival at Mangaloor, the Nabob had been, with his army, five days' travel northeast of that place close to the mountains, in order to subdue some rebellious Palegars or tributary Rajas; on which account the Governor of Mangaloor had sent him, the Canarese, with the letter thither, where he was immediately admitted into the presence of the Nabob, who had the French draft of the letter translated orally by Colonel De Lallée, and subsequently said in substance to his grandees: "I have received a letter from the Dutch Company regarding Settua and am minded to give that place to them, because I 1633 100. merchant Anta Sette received concerning this Calicut news concerning the matters between the Company and the mentioned Nabob. "desire to live in peace with all European nations." Whereupon His Highness had given orders to write to the Governor of Calicut that he should not interfere with the fort of Settua at all. The Lord Governor continued that this account seemed to deserve some notice and credit, because the Company's merchant Anta Setty had, with this Canarese, received an ola from a certain Patna Saibboe, who was present as wakil of the King of Koetsiem with the Nabob, containing: That the letters had indeed been delivered to the Nabob by the Canarese Naraien and by the Pattarese, that His Highness had just then been ready to march across the mountains, which was the reason why the answer did not follow at present, but that he would do his best that the same should be sent shortly with the Pattarese. That one would have to conclude from this report that our affairs with the Nabob stood on a very good footing, but that at the same time several reports had arrived from Calicut which entirely contradicted this; namely, firstly, two
Dutch transcription
98. plan tot een zuinig bestier van die landen. vervolg vervolg inkomsten van de landen eene Luivre winst van omtrend twaalf duizend ropijen zoude kun„ „nen overhouden, bij aldien Hoogst dezelven kosten goedvinden, het bestier daarvan zoo„ „danig aan te ordenen, als ik hier voorwaards reets met een woord of twee hebbe aangehaald en thans wat breeder zal uitleggen. §o 56 Men most het fort Settua niet herbouwen, niet repareeren en ook niet sloopen /:want dit laaste zoude ook eenige duizenden kosten:/ maar gaande weg laaten vervallen en daarin„ zoo lange er bergplaats voor was een lasko„ „rijns wacht leggen, die wanneer hetzelve niet verder tot haar verblijf kost dienen naar Poelikarre zoude kunnen verlegd worden. - § 57 Men most daar ook geenen afzonderlijken Resident, maar alleen een Europeeschen onder-officier als Posthouder leggen, en denzelven met het heele distrikt subordon„ „neeren aan het opperhoofd te kranganoor. §58 Inzelver voegen most ook met Pa„ „ponettij gehandeld worden, daar geen Resident of andere omslag noodig is, dan alleen een Europeesch, om het opzicht over de pakhuizen te houden, met „ 't slot met eenige laskorijns om dezelven te bewaaken Ik beveele uw Hoogedelheeden en de wigtige belangen der Maatschappij in Gods bescher„ „ming en blijve met alle eerbied en trouwe /onderstond:/ Hoogedele, Grootachtbaare wijdgebiedende Heer en Weledele Gestrenge Heeren, uwer Hoogedelheeden onderdaanige en getrouwe dienaar /was geteekent/ P: G: van Angelbeek /in margine koetjiem den 10=e September 1784. Akkordeerd. Adriaan Boowlick P: Sekrets Dep Hv. Sael gek: klerk Nagezien 1 859 N„o 3. 12 29. Gekreete Resoluutsie De Heled: Groot achtbaare Heer Raad extra ordinair van Nederlands Jndien Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek De E: Heer Opperkoopman, sekunde en Hoofdadminst=r Reinier van Harn 't De E Onderkoopman en Pakhuismeester Ian Lambertus van spall, d=o en soldij Boekhouder Coenraad George Saffer d=o: en Dispencier Abraham Iean Sapion vernede en do. Willem van Haesten abzent De E W:m Majoor en Hoofd der Mlietsie Fredrik von den Busch „ koopman, Fiskaal en kassier M:r Nikolaas wendelen Beits„ onderkoopman en sekret=s Iohan Andries Daimichen De twee eersten met konzent buiten de stad en de laaste door indies posietsie. Word door den Heer Goeverneur aan d' E Leden ge„ „kommuniceerd. Dat de kanarijn Naraien, die door zijn Edele in 't laast van februarij aan den Nabab Tipoe sultan Saturdag den 1=e Mai 1784. voormiddags Present op genoomen in Raade van Mallabaar ter steede Koetsiem afgevaardigd „ Relaas van den kanarijn Naraien, die de brief aan den Nabab heeft besteld afgevaardigd was, met het triplikaat van den brief aan zyne Hoogheid gearresteerd ter sekreete re„ „soluutsie van den 8=e Jan: jongstl: /:waar van het orig: met het fransche konings transport schip Les bons amis, en het dup: met twee Pataree„ „zen van den koning van koetsiem was verzonden:/ in het begin van April was terug gekoomen zon„ „der antwoord, doch met de belofte, dat hetzelve binnen korten zoude volgen, en met het vol„ „gende relaas Dat bij zijne aankomst te Mangaloor de Nabab zich met zyn Leger vijf dagen reizent ten noord„ „oosten van die plaats digt aan het gebergte had bevonden, om eenige oproerige Paleagaars of Leenroerige Rasias weder te onder te brengen; weshaleven de Goeverneur van Mangaloor hem„ kanarijn met den brief derwaarts had laaten brengen, waar hij ten eersten in de tegenwoor„ „digheid van den Nabab was toegelaaten, die het fransche opstel van den brief door den Heer kolonel De Lallée, bij monde had laaten ventaa„ „len en vervolgens aan zyne stofs grooten in substantsie gezegd „ Ik hebbe een brief van de Hollandsche komp „gekreegen over settua en ben van zints „die plaats aan haar te geeven, om dat ik 1633 100. „„man Anta sette der„ „weegen heeft ontvangen kalikutsche tyding aan„ „gaande de zaaken tus„ schen d' 5: kompen gemelde Nabab. p „ik begeere, met alle Europeesche naatsien in vreede „te leeven. — waarna zyn Hoogheid last had gegeeven om aan den Goeverneur van kalikut te schrijven, dat hij zich met het fort van Settua in het geheel niet zoude hebben te bemoeien. De Heer Goeverneur vervolgde, dat dit relaas eenig naricht die s' komp:s koop„ geloof scheen te verdienen, door dien 's komp=s koop„ „man Anta Setty, met deezen kannaryn een ola had ontvangen van zeekeren Patna Saibboe, ^ van den koning van koetsiem die zich als wakkiel ^ bij den Nabab bevond, behelzende: Dat de brieven door den Kannaryn, Naraien en door de Pattareezen aan den Nabas wel besteld waaren, dat zyn Hoogheid toen juist klaar had gestaan, om over het gebergte te trekken, het welk de reeden was, waarom het antwoord thans niet volgde, doch dat hij zijn best doen zoude, dat het zelve bin„ „nen korten met de Pattareezen gezon„ „den werd. Dat men uit dit rapport zoude moeten besluiten dat onze zaaken bij den Nabab op een zeer goeden voet stonden, doch dat ter zelver tijd van kalikut verscheidene berichten ingeloopen waaren; die daar teegen geheel streeden, als eerstlijk twee lve
English
two letters from Isaak Suyjon, a known Jewish merchant and resident here, who was currently staying there, written to His Honour and to Anta Setti, containing: that the commander of Kalikut had ordered him to write that he had received letters from the Nabab, full of displeasure over the taking of Settua, and that therefore one or two persons ought to be sent to Kalikut at once, to go to the Nabab in order to speak about this and many other matters; and that, if one remained negligent in this regard, he feared that the entire country would be devastated. Secondly, a warning from the retired Danish Resident Passavant, that his successor, the currently acting Resident at Kalikut, Westerhold, had written to him that he had heard from the mouth of the commander that the Nabab was embittered against the Dutch, and wished to march against them with a large force; and Thirdly, the warning on behalf of the King of Koetsiem, that he had received news from Kalikut that there was much talk there of an expedition 103. 101. What the Lord Governor had written about this to the Kalikut commander, and what answer he had received from the same. expedition against Settua. That His Honour, in order to escape from this uncertainty into which he had been brought by such contradictory reports, had judged it best to write to the Moorish commander himself, to inform him of the letter from Sarjon and to ask whether it contained the truth, and to have the letter delivered by the very same Canarese; but that this means had not had the expected effect, because the commander had left unanswered the question: whether Izaak Surjon had been ordered by him to write in such a manner, and had only written: that writing about the matter of Settua could not help, but that, if we desired to live in friendship with the Nabab, Settua ought to be evacuated; that the envoys could then be sent and all matters arranged to satisfaction. And finally, that the Canarese had submitted a written account of his experiences at Kalikut, which sufficiently agreed with the letter of the Moorish commander, but at the end still contained this remarkable detail: that three Pattarees and a Moor who had been stationed at Settua Remarks of the Lord Governor about this stationed at the time the fort was taken into possession by us, had been summoned to the Nabab to account for themselves, because they had reported to His Highness that they had been driven from the fort by the Company's forces, whereas, on the contrary, it had been written by us from here that the Nabab's troops had abandoned the fort before we had taken possession of it. After which the Lord Governor continued to point out to the members that, if one combined this circumstance with all previous reports, it seemed to give well-founded reason for these conclusions: 1. That the Nabab had not yet come to any firm decision regarding this matter. 2. That the commander of Kalikut had to be particularly interested in having Settua returned to the Nabab. That the first conclusion seemed very natural to His Honour, because, if the Nabab had already taken a firm decision to wrest Settua back from us by force, the aforementioned investigation would be superfluous. And 193. 102. And that it became probable because so much time had elapsed in the meantime; for His Honour believed he might presume with some reason that, if the Nabab had already taken a firm decision in this regard, he would also have carried it out already. But that if this first conclusion was well-founded, then the second: that the commander of Kalikut had to be particularly interested in it, was necessarily produced thereby. That this latter also became very probable through the observation that all gloomy rumours and reports of the Nabab's displeasure and all threats against Settua originated solely from Kalikut; for, not to speak of the commander's previous letters to His Honour, and of his last one in which this matter was dealt with: the letter from Izaak Sarjon mentioned here before, the warning from the Danish Resident Passavant, and the news that the King of Koetsiem made known, everything came from Kalikut; and that the manner in which all these tidings and and threats, which had come to His Honour's knowledge, seemed to indicate a particular scheme of the commander to intimidate the Company and bring it to a decision to abandon Settua. That His Honour could not determine what the true motives of this commander might be to get ahead of his master in this manner in the case of Settua, but that it appeared probable that he, the commander, when it appeared as though the English wished to overrun the whole country of Kalikut, had given orders to the garrison at Settua, which was under his authority, to decamp, which now, judged after the outcome, could be regarded as untimely, in which case he would have only too much reason to wish that the Company would abandon Settua again; but that it might also well be that he intended nothing else by it than to make a great name and merit for himself with the Nabab by having brought about the restitution of the fort. That, whatever his actual aim in this might be, it was nevertheless more than probable that he would remain active in promoting the same,
Dutch transcription
twee brieven van Isaak Suyjon, bekend Joodsch koopman en inwooner alhier, die zich thans al„ „daar op hield, aan zyn Edele, en aan Anta Setti geschreeven behelsende. dat de kommandant van kalikut: hem gelast had te schryven, dat hij brieven van den Nabab ontvangen had, vol van misnoegen over het neemen van settua, dat dues ten eersten een of twee perzoonen naar Kali„ „rut dienden gezonden te worden, om naar den Nabab te gaan, om hier over en over veele andere zaaken te spreeken; en dat, zoo wanneer men hier omtrend nalaatig bleef, hij vreesde dat het heele land zoude verwoest worden. — ten tweeden eene waarschuwing van den afge„ „gaanen deenschen Resident Passavant, dat zijn vervanger de thans fungeerende Resident te kalikut Westerhold, hem geschreeven had, uit den mond van den kommandant gehoord te hebben, dat de Nabab op de Hollanders ver„ „bitterd was, en met een groote macht tegen Een optrekken wilde en ten derden, de waarschuwing van wegen den koning van koetsiem, dat hij van kalikut tij„ „ding gekreegen had, dat daar veel van een expedietsie 2 103. 101. wat daar over de Heer goe„ averneur aan den kali„ „roetsche kommandant geschreeven en voor de„ „zelven tot antwoord bekoomen had. - expedietsie teegen Settua gesprooken wierd Dat sijn Edele, om uit deeze onzeekerheid te geraaken, waaren Hij door zulke tegenstrijdige berichten ge„ „bragt was, best geoordeeld had aan den moorschen „zelve kommandant „ te schryven, hem van den brief van sarjon kennis te geeven en te vraagen, of dezelve de waarheid behelfde " en den brief door den eigensten kanarijn te laaten bestellen, doch dat dit middel van het verwachte effekt niet geweest was, door dien de kommandant de vraage: of Izaak surjon door hem gelast was zooda„ „nig te schryven onbeantwoord gelaaten en alleen geschreeven had„ dat het schryven over de zaak van Tettua niet kost helpen, maar dat, als wij begeerden met den nabab in vriendschap te leeren, settua diende inge„ „ruimd te worden; dat als dan de gezanten kosten gezonden en alle zaaken naar genoe„ „gen geschikt worden. en eindelijk dat de kanarijn van zyn wedervaaren te kalikeit, een schriftlijk relaas had ingediend, het welk met den brief van den Moorschen kommandant genoegsaam over eenstemde, doch aan 't and noch deeze merkwaardige bezonderheid onhield: dat drie Pattareezen en een Moor die te settua geleegen aanmerkingen van den H. n gouverneur daarover geleegen hadden, ten tyde dat het fort door ons in bezit genoomen werd, bij den Nabab ontboden waaren, om zich te verantwoorden, wyl zy aan zyn Hoogheid hadden gerapporteerd, door s' komp. s volk uit het fort verdreeven te zijn, en daar en teegen door ons van hier geschreeven was, dat 's Nababs volk het fort verlaaten had, voor dat wij er bezit van genoomen hadden. - waar na de Heer Goeverneur vervolgde aan de leden te vertoonen, dat als men deeze omstan„ „digheid met alle voorige berichten kombineer„ „de, dezelve gegronde aanleiding scheen te geeven, tot deeze gevolg trekkingen. 1. dat de Nabab, nopens deeze zaak noch tot geen vast besluit gekoomen was. — 2/ dat de kommandant van kalikut en bezonderlijk bij moest geintresseerd zijn, dat settua aan den Nabab krug gegeeven wierd. — Dat de eerste gevolgtrekking zyn Edele dochte zeer natuurlijk te zijn, want, dat indien de Nabab reets een vast besluit genoomen hadde om ons settua wederom met geweld te ontwringen, het voorm: onderzoek over„ „tollig zoude zijn. — En 193. 102. En datze waarschynlyk wierd, door dien er tusschen beiden zoo veel tijd verloopen was, want, dat zyjn Edele met eenige grond meende te mogen ver„ „onderstellen, dat, bij aldien de Nabab deezen aangaande reets: een vast bestuit genoomen had, hij hetzelve ook reets zoude ter uitvoer gebragt hebben. Maar dat wanneer deeze eerste gevoltrekking gegrondt was, als dan de tweede: dat de kommandant van kalekut en bezon„ „derlijk bij g'interesseerd zyn most„ daar door noodwendig voortgebragt wierd. Dat ook deeze laaste zeer waarschijnlijk wierd door de opmerking, dat alle zwaarmoedige geruchten en berichten van 's Nababs misnoe„ „gen en alle dreigementen teegen Settica alleen van kalikut herkomstig waaren, want dat, om niet te spreeken van 's kom„ „mandants voorige brieven aan zijn Edele, en van zynen laasten, daar hier over gehan„ „deld wierd: de brief van Izaak Sarjon hier voorengemeldt, de waarschuwing van den Deenschen Resident Passavant, en de tyding die de koning van koetsiem liet bedeelen, alles van kalikut quam, en dat de wijze, op welke alle deeze tijdingen en D en dreigementen, die tot zyn Ed=s kennis gekoomen waaren, een bezonder toeleg van den komman„ „dant, scheen aanteduiden, om de kompenie te intimideeren en tot het verlaaten van settua te doen besluiten. Dat zyn Edele niet konde bestemmen, wat de waare beweegreedenen van deezen kommandant zijn ^ op deeze wijze mogt, om zynen Meester ^ in het geval van settua voor uit te loopen, doch dat het waarschijnlijk voorquam, dat hij kommandant, toen het zich aanliet, als of de Engelschers het heele land van Kalikut overstroomen wilden, aan het garni„ „soen te Settua, onder hem sorteerende, ordre tot opbraake had gegeeven, die thans na de uit„ „komst beoordeeld wordende, als ontijdig konde aangemerkt worden, als wanneer hij maar alte veel reeden zoude hebben om te wenschen, dat de komp: Pettuca wederom verliet; doch dat het ook wel weezen konde, dat hij daar bij niets anders bedoelde, dan om zich bij den Nabab een grooten naam en het verdienste te maaken, dat hij de terug gaave van het fort te weege ge„ „bragt hadde. Dat, wat ook zyn eigentlijk oogmerk, in deezen zijn mogte, het doch meer dan waarschinlijk was, dat hij tot bevordering van hetzelve werkzaam blyven
English
103. Resolution to write a further letter to the Nabob and to have it delivered by Isaac Sarjon and the interpreter Salvadoor. would remain and try to do a disservice to the Company in the investigation which the Nabob intended to institute, and to give the affair the appearance as if the Company had actually expelled His Highness's people, the more so as he himself had to be the man who had first represented the case in this manner to His Highness. Whereupon, having been maturely deliberated, it was approved and agreed, upon the proposal made to that effect by the Honorable Governor, to write a further letter to the Nabob and therein refute the false pretense as if the Company had expelled His Highness's people from Chetwai, and further to introduce therein That the Company certainly wished to retain Chetwai, as having been built by it and possessed for so many years, but that it wished to do so only with the Nabob's full consent, as his friendship was worth more to it than ten Chetwais, so that this matter would be arranged to his satisfaction. And it was further resolved to have this letter delivered to the Nabob by the Jewish merchant Isaac Sarjon aforesaid, who has offered his services in this matter and is very competent for it, as speaking the local language and being personally known and well regarded at the Court; and to attach to him not only the aforesaid Canarese, but also the private interpreter Salvadoor Rodrigues Netto, and further to authorize him, Sarjon, in case he should find that the Nabob absolutely insisted on the surrender of Chetwai, to declare to His Highness that the Company's Ambassadors would be expressly authorized to give His Highness satisfaction in that regard. Resolution to give 200 rupees to a Canarese and 200 rupees to the interpreter Salvadoor for the delivery of the letters, with authorization to be allowed to make some gifts. Furthermore, it was resolved to authorize the said Sarjon to give some small gifts to the Court grandees, provided that a favorable reply be obtained through their agency. It was also resolved to grant to the aforementioned Canarese two hundred rupees for the journeys to Mangalore and Calicut, provided he defrays therefrom the expenses of vessels, coolies, etc., and at the same time to have two hundred rupees advanced to the interpreter Salvadoor for the travel expenses overland to Calicut and Seringapatam, to render account thereof. After this, the Honorable Governor remarked that, since the outcome of this matter remained uncertain, 104 63 Resolution to retain one company of Malabar sepoys in service for the present. the reasons that had moved this assembly at the session of the 31st of March last to retain one battalion of sepoys in service for the present still subsisted in their full force, and that the reduction of troops in the present situation, when matters began to approach the moment of their decision, could be of the most disadvantageous consequences for the Company, in so far as the commandant of Calicut might find therein encouragement to take a chance on Chetwai, of which enterprise he could foresee with certainty that it would always be approved by the Nabob if it should turn out according to his wish; His Honor proposing therefore, instead of the company of sepoys that had been sent to Batavia, to retain for the present one company of Malabar sepoys in service. And it was approved and agreed by unanimity of votes to retain for the present one company of Malabar sepoys in service until one shall be better informed of the Nabob's intention. Thus done, resolved, and decided in the Council of Malabar in the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek, R. v. Harn, J. L. van Spall, C. G. Seijffer, A. J. S. Vernede, and W. v. Haeften. Agrees. Adriaan Pootligt, First Secretary Examined. D. H. Spael, sworn clerk No. 4. 105. 63. Wednesday, the 5th of May 1784. Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the city of Cochin. Present: The Right Honorable, Highly Esteemed Mr. Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer, The Honorable Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipion Vernede. Absent: The Honorable Major and Head of the Military Frederik von den Busch, The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beits, The Honorable Junior Merchant Willem van Haeften, and The Honorable Junior Merchant and Secretary Johan Andries Damriehen, the latter due to indisposition. In this meeting, expressly convened for that purpose, were read the letters received today from the commandant of Chetwai and the chief of Cranganore regarding the movements which the Nabob's troops make, reporting that certain movements were perceived among the Nabob's people, and at Chavakkad some cannons and ammunition
Dutch transcription
103. besluit een nadere brief aan den Nabab te schryven en die te laaten bestellen door Izaak Sarjon en den tolk salvadoor blyven en trachten zoude de komp: bij het onderzoek het welk de Nabak wilde aanstellen, ondienst te doen, en aan de zaak den schyn te geeven, als of de komp: zyn Hoogheids volk, werklyk verdreeven had, te meer„ wijl hij zelve de Man moest zijn, die het geval op deeze wijze aan zyn Hoogheid eerst had voor„ „gedraagen. — waarop rijplyk gedelibereerd zynde: zoo werd op de daar toe gedaane proposiessie van den Heer Goeverneur goedgevonden en verstaan, aan den isabab een naderen brief te schrijven en daar bij het valsche voorgaven: als of de komp: het volk van zyn Hoogheid uit Settua verdreeven had, te wederleggen en voorts daar bij te laaten invloeien Dat de komp: zeekerlijk wenschte settuca te behouden, als door haar gebouwd en zoo veele jaaren bezeeten zijnde, doch dat zij dit niet anders wenschte te doen, dan met 's Nababs volle toestemming, alzoo zijne vriendschap haar meer waardig was, als tien settuas, dat dus dit stuk naar zijn genoegen geschikt zoude worden. — En werd wijders, beslooten, deezen brief aan den Nabab te laaten testellen, door den poods koopman Izaak Serjon voormeldt, die zynen dienst in e en en met qualifikaatsie eenige geschenken te moogen doen besluit aan eenen kana„ „ ryn 200 rop: en den tolk salvadoor 200: rop: te verstrekken tot het bestellen der brieven. in deeze zaak aangebooden heeft en daar toe zeer bequaam is, als spreekende de landstaale en zynde van perzoon bekend en wel aangezien bij het Hoff en hem niet alleen den voorm: kannaryn, mader ook den partikulieren Tolk Salvadoor Roariques Netto toetevoegen en hem Surjen verders te qua„ „lificeeren, om ingevalle hij ondervinden mogt, dat de Nabab absolut op de overgave van settiea bestond, aan zyne Hoogheid te verklaaren, dat s' komp=s Ambassadeurs expres zouden gequa„ „lificeerd worden, om zijn Hoogheid daarom„ „trend genoegen te geeven voorts werd beslooten gem: sterjon tot het doen van eenige geschenkjes aan de Hofsgrooten te qualificeeren, mits door hun toedoen een gunstig antwoord verworven worde. Noch werd beslooten aan meerm: Kanarijn voor de reizen naar Mangaloor en kalikat twee honderd ropijen toete leggen, mits daar uit de ongelden van vaartuigen, koelies enz: goedmaakende, en om teffens aan den Tolk salvadoor, tot de reis„ onkosten overland naar kalikut en Seringa„ „patnam, twee honderd rop: te laaten ver„ „strekken, om daar van reekenschap te doen Hierna merkte de Heer Goeverneur aan, dat aangezien de uitslag van deeze zaake onzeeker bleef 104 63 besluit om een komponie Malabaarsche sipais noch in dienst te houden bleef, ook de redenen die deeze vergadering ter sessie van den 31=e Maart Jongstl: bewoogen hadden, om voor eerst noch een Bataljon sipahis in dienst te houden, in haare volle kragt subsisteerden, en dat de vermindering van troepen in den tegen„ „woordigen toestand, daar de zaaken het tydstip haarer beslissing begonnen te naderen, voor de komp: van de nadeeligsten gevolgen zouden kon„ „nen worden, voor zoo verre de kommandant van kalikut, daarin mogte aanmoediging vinden, om een kans op settua te waagen, van welke onderneeming hij met zeekerheid koste voorzien, dat zij door den Nabab altijd zoude goedge„ „keurd worden, als zy naar zijnen wensch mogte uitvallen; proponeerende zyn Edele derhalven om, in steede van de komp: sipais, die naar Batavia gezonden was, eene kompe„ „nie Mallabaarsche sipais voor eerst noch in dienst te houden. — En is met eenpaarigheid van stemmen goed„ gevonden en verslaan, voor eerst noch eene komp: Mallabaarsche sipahis in dienst te houden tot dat men van 's Nababs intentsie beeter ge„ „informeerd zal zijn. — Aldus Gedaan, Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Malabaar ter steede koetsiem ten de ten daage, maand en Iaare voormeld /was getver/ I: G: van Angelbeek, R. v: Harn, I. L. van Spall C. G. Saffer, A. I. S: vernede en W. v: Haesten. Akkordeerd. G Adriaan Pootligt P: Sekret Nagezien D H. Spael geb: klerk r N„o 4. 105. 63. „gingen die de Nababsche troepen maaken. De weledele grootachtbaare Heer Raad extraordinair van Nederlands E. Jndien Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek, 2, De E: Heer opperkoopman sekunde en Hoofd administ:r Reinier van Harn, De E: onderkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van Spall, De E: onderkoopman en soldij boekhouder Coenraad George Seijffer, De E: onderkoopman en Dispensier Abraham Jean Scipion vernede, Abzent De E: Heer Majoor en Hoofd der Milietse Frederik von den Busch, De E: koopman Fiskaal en kassier M:r Nikolaas wendelin Beits, De E: onderkoopman willem van Haeften, en De E: onderkoopman en sekretaris Johan Andries Damriehen de laaste door indisposietsie Jn deeze, daartoe expres beroepene vergade„ „ring, werden geleezen, de heeden ontvangene Berichten nopens de bewee:brieven van den kommandant van settua en het opperhoofd van kranganoor, meldende: dat onder 's Nababs volk zeekere beweegingen bespeurd, en te sawakatti eenige kanons en woensdag den 5:e Mai 1784. Prezent op Sekreete Resoluutsie ge„ „noomen in Raade van Mala„ „baar ter steede koetsiem ammonietsie ll