VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3676

Japan · 816 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3676_0583 view scan ↗

English

To His Excellency the High, Noble, and Right Honourable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Honourable Lords Councillors of the Dutch East Indies. High, Noble, and Right Honourable Lord, and Right Honourable Lords. May it please Your Excellencies, according to your most revered disposition and pleasure, to cause to be paid this humble bill of exchange, amounting to a sum of ten thousand round Spanish reals at 54 stuivers each, at Batavia, to one of the subjects residing there of Paduka Sri Sultan Ratu Muhammad Bahauddin, King here; whether it be the first ambassador Kiai Rangga Astra Nindita, or Inche Dul Karim, or Dara Chito, or else Si Lanan Puspa Drapa, in settlement for one thousand piculs of Bangka tin, already received here by the undersigned and shipped in the bark Den Arend, from and on account of His said Highness. Below stood: Palembang, 1 March 1784. Was signed: G. Hemmy. To the Honourable Mr. Gijsbert Hemmy, merchant and First Resident there. Honourable, Pious, Discreet, The Malay Inche Talib, who returned here on the 28th of October last, has delivered to us Your Honour's kind letter of the 20th preceding. And since he is now departing thither again, we serve in answer to Your Honour's inquiry concerning the packet boat De Thoenik, that Your Honour may send the same hither, provided she can be sufficiently manned and armed there to withstand the pirates, but that Your Honour may otherwise detain her until our further writing, unless the Noble High Government of the Indies might have summoned that small craft to Batavia. After cordial greetings, we remain with respect, Below stood: Honourable, Pious, Discreet. Lower: Your Honour's willing friend and servants. Was signed: P. G. de Bruijn, J. A. Gensel, A. Couperus, F. Thierens, and G. J. Wiederhold. In the margin: Malacca, in the Castle, 19 December 1783. To the Honourable Mr. Gijsbert Hemmy, merchant and First Resident there. Honourable, Pious, Discreet, I have received Your Honour's esteemed letter of the 20th of October last, and have seen from it with pleasure that the King has chosen the side of satisfying the Noble High Government of the Indies; yet I nevertheless request, should Your Honour have the opportunity in this or the following month to send a letter hither, to transmit to me further information regarding that matter, in order to regulate myself accordingly in the execution of the orders prescribed to me with respect to Palembang. Meanwhile, according to Your Honour's request in the missive of the 15th of March of this year, I am now having transported thither on the vessel of Inche Talib the persons of Mustafa and Paptoe; the former having been the nakhoda of a panchalang belonging to Kiai Rangga Jayaputra that was intercepted off Riau with tin, and the other one of the common crew on the similarly apprehended panchalang of Kiai Rangga Kamasaranga Alia. I do not doubt that Your Honour, after questioning them, will not only be able to convince the King that some of his grandees have a hand in the smuggling trade of tin and pepper, which for some time past has been carried on quite extensively between Palembang and Riau to the considerable prejudice of the Company, but also give the necessary elucidation on that matter to the aforementioned High Government of the Indies. I remain with respect, Below stood: Honourable, Pious, Discreet. Lower: Your Honour's willing friend. Was signed: P. G. de Bruijn. In the margin: Malacca, in the Castle, 19 December 1783. Today, the 9th of January 1784, appeared before me, Matthijs Kuijper, bookkeeper in the service of the Honourable Company here, and authorized to draft and execute this by the merchant and head of this station, the Honourable Mr. Gijsbert Hemmy, in the presence of the witnesses to be named hereinafter: Juragan Mustafa, commonly called Si Moor, a subject of the King of Palembang, who, for the maintenance of the truth, declared the following: That he, the appearer, now more than five months ago, departed with a broad-beamed prahu laden with one thousand one hundred piculs of tin from Bangka Klabat, to direct his course hither. That off Singkep, the Caydjan, and Tanjung Ginting, having been driven off by adverse winds and a severe storm as far as Tanjung Jian, he was compelled to come to anchor at night near Pulau Tapik. That he, the appearer, at the break of day, perceived two ships and a bark without displaying flags, whereby, being left in uncertainty whether they might perhaps be English, he deemed it best to take flight. That, however, upon their weighing anchor, noticing that they were ships with Dutch flags, he immediately turned his course towards them. That having subsequently come on board the Commander's vessel, [illegible]

Dutch transcription

499. Aan zijn Edelheid Den Goog Edelen Groot Agtbaeren Heer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal beneevens - De wel Edele Heeren Raden van Neederlandsch Jndia Hoog Edel Groot Agtbaar Heer en Wel Edele Heeren. Gelieven nae Googst derzelve gevenereerde dispositie en welbehae„ „gen te Laeten betaelen deesen Eerbiedigen wissel brieff, groot eene somma van Thien duijsend ronde Sp:rs realen â 54 stver:s ieder, tot vro„ Batavia, aan een der aldaar zig bevindende onderdaenen van Padoeka Sierie Sulthan Rathoe mohamath Baja Oedien, koning alhier; het zij de Eerste gezant kerango Astra Nindito, ofte sche Jngebe Dul Carim of Darro Tjieto, dan wel Sie Lanan Poespo Dharpo, in voldoening van Een duijsend Picols Thin bancas, alhier door den heerrigen Teekenaar bereeds ontvangen, en in de bark den Arend afgescheept, van en voor reekening van gedagte zijn hoogheid. /:onderstond Palembang den 1 Maert A:o 1784 /: W: get:t/ G: Gemmij Palembang uldi„ Chee„ Palembang Palembang Aan Den E: M:r Gijsbert Temmij koopman en Eerste resident aldaar Eerzame, Vroome, Discreete De malijer Jntje Taliep, op den 28:' October Laastleeden, hier gere„ „tourneerd, heeft ons aangebragt uw Ed: vriendelijk schrijvens van den 20: bevorens. En dewijl hij nu weder naar dewaarts vertrekt, dienen wij in antwoord op uw Ed: vraeg nopens de Paquet boot de Thoenik, dat uw Ed: dezelve herwaards kan zenden, in dien zij daar genoegzaam kan bemand en g'armeerd worden, om bestand te zijn tegens de zeerovers, dog dat uw Ed: haar anders kan aanhouden, tot ons nader schrijvers, ten zij de Edele hooge Jndiasche regeering dat kielt„ „je naar Batavia ontboden mogten hebben. wij blijven na hartelijke groetenisse met agting //:onderstond:/ Eerzame vroome discreete /: Lager uw Ed: dienst willige, vriend en Dienaeren, /:W:t get:t/ P: G: de Bruijn, I: A: Gensel„ A: Couperus, F: Thierens, en G: J: Wiederhold; /:in margijne/ Malacca in 't Casteel den 19: december A:o 1783: Agrart Aan Den E: Mr: Gijsbert Hemmij koopman en Eerste resident aldaar Eerzaame, vroome, Discreete, Ik heb uw Ed: g'eerde van den 20: october Laast leden ontvangen, en daar uijt met aangenaamheid gezien, dat de koning de parthij gekozen hadt, van de Edele Googe Jndiasche regeering te voldoen, dog verzoeke niet te min, indien uw Ed: in deeze of de volgende maand geleegentheid mogte, hebben, om een brief herwaarts te zenden, mij dien aangaende nadere informaties te doen toekomen, ten einde mij daar na te reguleeren, in de executie van de ordres die mij voorgeschreeven zijn met opzigt tot Palembang. Ondertusschen 507 ondertusschen laat ik, volgens uw Ed: verzoek bij missive van den 15 Maert deeses Jaers, nu met het vaertuijg van Jntje Sahiep naar derwaerts overvaeren de perzonen van Morstapha en Paptoe; zijnde den Eersten geweest Na„ „choda, van eene voor Riouw met Thin geattrapeerde Pantjalling van Keranga Japoetra, en den anderen een der gemeene op de insgelijks agterhaelde pantjalling van den keranga Kamaseranga Alia. d Ik twijffelen niet of uw Ed: zal na ondervraging van dezelven, niet alleen den koning overtuijgen kunnen, dat eenigen zijner grooten de hand hebben in den snokkelhandel van Thin en Peeper, die sedert eenige tijd vrij wat wof tuschen Palembang en riouw gedreven is, tot merkelijke prejudicie van de Compagnie, maar ook aan de welgemelde hooge Jndiasche Regeering de noodige elucidatie op dat stuk geven. Ik blijf met agting.. /:onderstond:/ Eerzaeme vroome Discreete /:La„ „ger:/ uw Ed: Dienstwillige vriend /:was geteekend:/ P: G: De Bruijn. /:in margine:/ Malacca in het Casteel den 119: December A:o 1783 57 Op heeden den 9: Januarij A:o 1724. Compareerde voor mij Matthijs Kuijper Roekhouder in dienst der E: Comp:s alhier, en tot het maken en passeeren deeses g'authoriseert door den koop„ „man en opperhoofd deeses Comptoirs DE: Heer M:r Gijsbert Gemmij present de natenoemene getuijgen Iuragan Morstapha, in de wandeling gen:t sie moor onderdaen van den koning van Palembang dewelke tot voorstand der waerheid verklaerde dit navolgende. Dat hij Comparant nu ruijm vijf maenden geleeden met een prauw fonthing beladen met Een duijsend en Een hondert picols Thin van Banca Clabat is afgevaeren, om zijne steeven na dit heen te wenden. Dat hij bij de hoogte van Singoso, De Caijdjan en Tanjong Ginting„ door teegenwinden en zwaere storm, tot op de Googte van Tanjong Jian verslagen, en genoodzaekt was geworden, bij Poels tappijs nagts ter anker te komen. Dat hij Comparant met het aanbreeken van den dag ontwaard had twee scheepen en een bark zonder vertoning van vlaggen, waar door in de onzeekerheid gebragt of het zomtijds Engelsche wairen, best g'oor„ „deeld had, om de vlugt te neemen. Dat hij egter bij het ligten van hun anker ontwaerende, dat het scheepen met hollandsche vlaggen waeren; aanstonds na deselve den Heeren gewend had. Dat hij vervolgens aan boord van den Commandeur abo gekomen zijnde, „ t en sschen- E 1

NL-HaNA_1.04.02_3676_0586 view scan ↗

English

and having shown his pass, announcing what had happened to him and his vessel at sea, in the manner as aforesaid. That subsequently, by order of the Commander, the tin having been unloaded from his vessel, that small keel was sent to Malacca and, at the height of Johor, was retaken by the Riau people. That after having been on board the Commander's ship for about a month, he was sent up to Malacca on a gurab. That he, the appearer, having arrived at Malacca and having been interrogated by the Governor there, was subsequently sent here with the Juragan Taliep. All that is stated above having been made understood to him, the appearer, word for word, he declared this to be the pure truth, and that if required, he would confirm it further. Below was written: Thus related and declared at the aforesaid administrative post in Palembang, date as aforesaid. Was signed with a Malay character, drafted by Juragan Mustapha. Lower: Which I witness, was signed M:r Vesidijser, in the margin: in our presence, was signed P: van de Weeteringebuijs and C:s Hartman. Received from Paduka Sri Sultan Ratu Mohamat Bahauddin for the account of the Honorable Company here, a quantity of one thousand piculs of Bangka tin, which have been loaded onto the barque Den Arend lying here off the headland, of which the carried total sum of ten thousand, at the request of his aforesaid Highness, upon arrival at the capital shall be paid to his Highness's subjects, the first envoy Kiai Rangga Astra Nindito, or Kiai Ngabehi Dul Karim, or Durpo Tjeto, or Si Lanang Puspa Dharpa. Below was written: Palembang, the 1st of March Anno 1784. Was signed: G:t Hemmij. Aside: his seal in red sealing wax, and above to the side the Honorable Company's seal also in red sealing wax. To 503 Per the gurab De Snelheid Duplicate Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Honorable Councilors of the Dutch East Indies. Right Honorable, Most Respected Sir, Right Honorable Sirs, Yesterday evening arrived here the ordinary lieutenant, F: Corijn, with a packet from the Malacca ministry, most respectfully addressed to Your High Right Reverences, along with a letter to the humble signatory, accompanying this in copy for reference. This morning I had the honor of paying a visit to the King, taking with me the aforesaid lieutenant, in order to notify His Highness of his arrival, and at the same time to reassure him that many rumors of Riau circulating here were false, while offering his services to His Highness bound for Batavia. This pleasing the prince, His Highness requested that his friendly compliments be most respectfully assured to Your High Right Reverences, and immediately gave orders to deliver some refreshments on board the gurab. To His Honor the Right Honorable, Most Respected Sir. Separate. Palembang. I have immediately dispatched that master again with the aforesaid packet to Your High Right Reverences, and ordered master Coblijn of the barque Den Arend to remain with the gurab during the voyage to Batavia, in order to serve as assistance if anything unforeseen should happen to that keel on account of its severe leakage. Wherewith, hoping to have answered the most wise intentions of my high commanding lords and masters, I have the honor to be with all awe and humility, Below was written: Right Honorable, Most Respected Sir, and Right Honorable Sirs. Lower: Your High Right Reverences' humble and faithful servant, was signed: G:t Hemmij, in the margin: Palembang, the 9th of March 1784. Separate. To the Honorable Mr. Gijsbert Hemmij, Merchant and First Resident. Honorable, Pious, Discreet. Having received no further reports concerning the state of affairs since from Your Honor than that of the 20th of October 1783, I could therefore give no other order to the ordinary lieutenant at sea and master of the gurab De Snelheid, Jan Florijn, who departs thither according to the instructions of the Honorable Supreme Government of the Indies, than to anchor before the river, to notify Your Honor of his arrival, and to await Your Honor's orders. 1505 Per the pantchiallang De Snoek Duplicate And in case the said small keel must sail up the river, and the master of the same should still have with him the packet given to him for the Honorable Supreme Government of the Indies, to be dispatched to Batavia with one of the four vessels accompanying him, please require that packet from him, and forward it thither with the utmost haste. I remain with respect, Below was written: Honorable, Pious, Discreet. Lower: Your Honor's willing friend, was signed: P: G: de Bruijn, in the margin: Malacca, in the Castle, the 20th of February Anno 1784. To His Honor the Right Honorable, Most Respected Sir Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Honorable Councilors of the Dutch East Indies. Secret. Right Honorable, Most Respected Sir, and Right Honorable Sirs! In my respectful secret letter of the 1st of March last, I took the liberty of most humbly bringing to the attention of Your High Right Reverences the extent to which the King still showed himself inclined to an early and generous delivery this year. Since then, however, experiencing with regret the remarkable weakening of this good intention and promise, as well as from the tardiness of the tin vessels spending more than half a month after the issuance of their passes before putting to sea, and subsequently in the Strait of Bangka also still to

Dutch transcription

zijnde, zijn Pas vertoond had, met bekend making van het geen hem en zijn vaartuijg op zee was overgekomen, in voegen als voorzegd Dat vervolgens ter ordre van den Commandeur het Thin uijt zijn vaartuijg geligt zijnde, dat kieltje na malacca verzonden en op de Googte van Joffor, door de tiouwreese weergenomen was geworden. Dat hij na Circa een maand aan boord van het Commandeurs schip „geweest te zijn, met eene Goerab na malacca lopgezonden was. Dat hij Comparant op malacca gekomen en door den Gouver„ „neur aldaar ondervraagt gng geworden zijnde, vervolgens met den Juragan Taliep na dit heen geschikt is geworden. Alle 't geene voorsz: staat, hem Comparant van woord tot woord te verstaen gegeeven zijnde, verklaerde dit de zuijvere waerheijd te zijn, en zulks gerequireert werdende 't nader te zullen bevestigen: /:Onderstond:/ Aldus gerelateert en verklaard Jn t v:t Comptoir tot Palembang dato voorsz: /:was geteekend een maleijds Caracter Com„ „sepreeren gesteld bij Juragan Morstapha. /:Lager:/ 't welk ik getuijge /:w:t get:t:/) M:r Vesidijser, /:in margine:/ ter onser presentie oer: was ge„ „heeks:t P: van de weeter ingebuijs en C:s Hartman. Ontvangen van Padoeka Sirie Sulthan tatjoe Moha„ „mat Zaka Oedien voor reecq: van d'E: Comp:s alhier, Eene quantiteijd van Een duijsend Picols Thin bancaes, die afgeladen zijn in de alhier voor het hoofd leggende bark den Arend, waar van het gedragen groot spmt;: tien dubsend, op versoek van bovengem: zijn hoogheid bij arrivement op de hoofdplaats zal werden afge„ „legt aan zijn hoogheids onderdaenen den Eersten gezant Keranga Astra Nin dito, of khe ingebij Dul Karim of Durpo Tjeto ofte Sie Lanang Poespo Dharpo. /:Onderstond/ Palimbang den 1 Maert A:o 1784 /:w:t get:t: G:t Temmij /:ter zijde:/ desselvs Zeegul in lood Lack en boven ter zijde 's E: Comp:s zeegul meede in rood Lack Aan P 503 Wer d' Goeral De snelheid Duplicaat M:r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal beneevens De Wel Edele Heeren Raaden van Neederlandsch Jndia. Hoog Edel Groot Agtbaar Heer Wel Edele Heeren en Gisteren Avond arriveerde alhier den ordinaire Luijtenant, F: Corijn met een Paquet van het malarsche ministerium eer„ „biedigst g'addresseert aan uw Hoog Edelheedens, nevens Een brieff aan den Submissen teekenaer, deeze reeferentlijk in Copia verzellende. Deeze morgen heb ik d'Eer gehad, eene visiete bij den koning af te leggen meede neemende Eevengem: Luijtenant, ten eijnde zijn hoogheid van zijn arrivement te verwittigen, en teffens te verzekeren, dat veele alhier ingeloopene gerugte van riouw valsch waeren, onder of„ „ferte zijner gedienstigheid voor zijn hoogheid na Batavia. Dit den vorst koesterende, verzogd die hoogheid zijne vriend „schaplijke Complimente aan uw hoog Edelheedens te willen Eerbiedigst verzeekere, en gaf direct ordres, om eenige ver„ „verschinge nae boord van de Goerab te bezorgen Aan zijn Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaa„ „ren heer Apart Ik m in s en was ge¬ ha„ ne an : 49 ga 1lb Palembang Ik heb dien gezaghebber direct weer gedepecheert met welgem: Paquet aan uw Hoog Edelheedens en den gezaghebber Coblijn van de bark den Arend gelast, om geduurende de reijs nae Gata„ „via bij de Goerap te blijven: ten einde tot adsistentie te kunnen dienen, wanneer die kiel, door zijne swaere Lekkagie, iets on„ „verhoops mogte overkoomen. waar meede verhoopende aan de hoogwijze intentie mijner hoog „gebiedende heeren en meesters te hebben b'antwoord, ver„ „eere ik mij met alle ontzag en ootmoed te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar heer en wel Edele heeren. /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en getrouwe Dienaar; /:wE Geteekend:/ G:k Temmij, /: in margine:/ Palembang den 9: Maart 1784. apart. Aan den E: M:r Gijsbert Hemmij koopman en Eersten Resident. Eerzaeme, vroome, Discreete. Geene nadere berigten nopens den staat der zaeken sinder van uw: Ed: ontvangen hebbende, als dat van den 20: October 1783. zo heb ik, aan den ordinairen Luijtenant ter Zee, en gezaghebber van de Goerab de Snelheid Ian florijn, die volgens het deerd aanschrijvens der Edele hooge Jndische Regeering naar derwaarts ver¬ „trekt, geenen andere last kunnen geven, als om voor de rivier te an„ „keren, uw Ed: van zijne komste te verwittigen; en uw Ed: ordres in ƒ 1505. D' Snoek Per D' Pantjalling duplicaat in te wagten. I ss aldien het gemelde kieltje de rivier moet opzeijlen, en de ge„ „zaghebber van het zelve, nog onder zig mogte hebben het Pa„ „quet, dat hem voor de Edele hooge Jndische Regeering is meede gegeven, om met een van de vier vaartuijgen, die hem verzellen, naar Batavia te werden afgezonden, gelieve uw Ed: hem dat Paquet af te eijschen. en ten aller spoedigsten derwaarts voor te schikken. Ik blijve met agting. /:Onderstond:/ Eerzame, vroome, Discreete: /:Lager:/ uwEd: dienstwillige vriend /:w:m get:t P: G: de Bruijn, /:s in margine Malacca in het Casteel den 20: februarij a:o 1784- Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaeren Heer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, En Wel Edele Heeren! Aij mijne eerbiedige secreete Letteren van den 1:e Maart J:o Leeden, gebruijkte ik de vrijheijd Uw Hoog Edel„ „heedens onderdanigst ter kennis te brengen; in hoe ver„ „re den Koning zig nog geneegen betoonde, tot eene vroege en ruijme Leeverantie in deezen Jaere. zeedert dat egter, met leedweesen ondervondende, de tuij merkelijke verflauwing deezer goede intentie en belofte zo wel uijt restalmagtigheijd der thin vaartuijge na afgave w hunner passe meer als een halve maand doorbrengende, ia¬ eer Zee kiesen en vervolgens in Straat Binca meede nog te¬ beneevens De wel Edele Heeren Raaden van Neederlandsch Jndia Secreet eene verte

NL-HaNA_1.04.02_3676_0590 view scan ↗

English

delaying needlessly for a considerable time, and also few and slow preparations being made by the Court to satisfy Your Right Nobles' highly respected desires before the month of April. Thus, in order if possible to provide therein, I have made known my concern thereover not only to the King but also to his Ministers, and several times kindly requested them to make all haste with the dispatch of the products and a solemn embassy, in order not to expose themselves to the further displeasure of Your Right Nobles; and receiving merely a cool answer thereto, that the envoys of the past year should first be seen to return, and upon the delivery of tin from Banca the dispatch would be continued, while no more of that mineral was in stock here, I further made secret inquiries after the reason for this unexpected change in the King and the tin still in stock here, whereupon I was informed and assured: That the changes of the Court were chiefly to be attributed: To a very secret correspondence of Radja Hadjie with this King, which has taken place for some time. To an indifference of the King since he granted refuge to some Priests who arrived here quietly from Riouw, among whom the most prominent and feared was a toeang bezaar or great saint, who claims to have foretold the Honourable Company's explosion at Riouw and the retreat of the fleet, which saint or so-called kramat is exceptionally adored both by the King and the common people. To assistance being granted to Radja Hadzie by the King under a guise of neutrality, by means of small vessels that are said to have crossed over several times already from the North and from Banca with necessities, The rice being transported from here first to Banca under the pretext of tin smelting. These informations appearing not improbable to the humble undersigned from the aforementioned conduct of the King and the Ministers, He found himself obliged to bring this to the respectful knowledge of Your Right Nobles; and to convince himself whether there truly was no more tin at Palembang, he employed means to obtain some of that mineral, while according to private assurances, besides a sufficient quantity thereof among the King's teekos and the Arab Priests here, a tantum of 2000 piculs also rested with a Njeij demang elo, Cashier of the Crown Prince, without the least orders having yet been given for its dispatch, having therefore, in anticipation of Your Right Nobles' gracious approval, secretly had purchased through a second hand a quantity of 404 picols, while scarcity of cash prevented me from accepting a larger quantity from the aforementioned King's teekos, who, out of great embarrassment for cash, sent the same to me without the King's knowledge, ignorant of this intention of mine. I take the liberty most humbly to offer Your Right Nobles the above-mentioned quantity of Four hundred and Four picols of Banca Tin, which according to the Bill of Lading invoice amounts to a sum of f 10961:18:-, with the pantjallang De Snoek cruising before the Soudang, which on account of its chief defects at the stem and stern can no longer be repaired here; with whose condition and further employment the submitted report of the commissioners respectfully accompanies this, that small keel still being able very easily to reach the Capital before the end of this Monsoon. And in order to waste no time with its arrival here, with which a good half month and more can pass because of the constantly strong falling water at this time, I have sent the above-mentioned quantity of tin, along with the necessary Rations, under the supervision of two Sailors to that small keel in a vessel chartered for that purpose for 25 Spanish reals. For which I most humbly request Your Right Nobles' gracious Approbation, as well as that my conduct hereby, in bringing this to the respectful knowledge of Your Right Nobles regarding the needless withholding of the products and further Critical conduct of the Court, may earn the pleasure of my High-ruling Lords and Masters. The piracy of the Billitoners having for some time been conducted so glaringly that several traders have thereby fallen victim to those rascals, brought to my knowledge by two Javanese who fled hither, as appears from their declaration accompanying this in all respect; I therefore made my Serious complaint thereover to the King, and kindly demanded the vessels found with Raden Surwidjaija, with the remaining crew and goods, in order to be able most respectfully to offer the same to Your Right Nobles as subjects of the Honourable Company, as a proof of this far-reaching despotic license. My efforts in that regard, however, have been Fruitless, as the King continued to persist in frivolous exceptions that they had not been taken by Billitoners, but by Riouwers, and had been sold on Billiton as slaves along with the vessels, wherefore it was unnecessary.

Dutch transcription

eene geruijme tijd nadeloos zig ophoudende, als ook weijni¬ „ge spoeden preparaties door het Hof gemaakt werdende, omme voor de maand April aan Uw Hoog Edelheedens Hoog gerespecteerde begeerte te voldoen. zo heb ik om was het mooglijk daar in te voorzien, niet alleen den Koning maar ook desselfs Ministers mijne bekommering daar over te kennen gegeeven, en verscheij¬ „de keer vriendelijk verzogt, van alle Spoed met ze ver¬ „zending der producte en een plegtig gesandschap te wil¬ „len maaken: ten eijnde zig niet bloot te stellen aan het verder ongenoegen Uwer Hoog Edelheedens en daar op maar koele antwoord ontfangende, dat de gezanten van den voorleedenen Jaere eerst zienden te retournee¬ „ren; en bij aanbreng van thin van Banca met de ver„ „zending zoude werden gecontinueerd terwijl niets meer van dat mineraal alhier in voorraad was, mij verders onder de hand g'informeerd, nae de reede deezer onverwag„ „te verandering des Konings en het alhier nog in voorraad zijnde thin, waarop ik verwittigden verzeekerd wierd. Dat de veranderinge van het Hof wel voornamentlijk wae¬ „ren te attribueeren. Aan eene zeedert eenige tijd plaats gevondene zeer secree„ „te brieve wisseling van Raadja Hadjie met deezen Koning. Aan eene onverschilligheijd des Konings zeedert dat dezelve retoor verleend had aan eenige van riouw alhier in stilte aangekoomene Priesters, waar onder de voor„ „naamste en geduijste was, Een toeang bezaar of groote heijlige, zie zig uijtgeefd het springen van 's E: Comp:s op riouw en de retracte van de vloot te hebben voorspeld, werdende die heijlige of zogenaamde kramat, zo wel door den Koning als het gemeen bijzonders g'adoreerd werd Aan een onderschijn van neutraliteijd door den Koning verleend werdende adsistentie aan Raadja Hadzie, door middel van kleijne vaartuijge die van de Noord en van Banca met noodwendigheeden reeds verscheijde keer zoude zijn overgestooken, Werdende de rijst onder de naam voor de thin smel„ „ting van hier eerst na Banca vervoerd. Deeze onderrigtinge den needrigen teekenaar niet on„ „waarschijnlijk voorkoomende uijt de vooraangehaalde gedrag des Konings en der Ministers. Heeft hij zig verpligt gevonden zulks ter g'eerbiedige kennis van Uw Hoog Edelheedens te brengen: en ter overtuijging of er werkelijk geen thin meer op Salem¬ „bang was, middelen in het werk gesteld, om van dat mine„ „raal iets magtig te werden, terwijl volgens particuliere verzeekeringe daar van buijten eene genoegzaeme quan¬ „titeijt onder 's Konings teekos en de Arabische Priesters alhier, ook nog eene tantum van 2000 p„ls, bij eene Njeij demang 505. demang elo Cassierster van den Kroonprins beruste, zonder dat tot dies verzending nog de minste ordres gegee¬ „ven waeren, hebbende over dus in exspectence Uwer Hoog Edelheedens gratieuse goedkeuring door de tweede hand in stilte laeten opkoopen, eene quantiteijd van 404 picols, ter „or„ „wijl schaarsheijd aan contanten mij de acceptatie eener groo„ „tere quantiteijt belet hebben van ommegem: 's Konings teekos die mij hetzelve buijten weeten des Konings uijt groote verleegentheijd aan contanten, toegeschikt hebben on„ „kundig van deeze mijne intentie, toegeschikt hebben. Ik gebruijke de vrijheijd bovengemelde quantiteijd van Vier E: hondert en Vier picols Thin Bancas die volgens Cognosce„ Coor „ment factuur een montant van ƒ 10961:18:— bedraegen uwert , Hoog Edelheedens onderdanigst aan te bieden, met de van zijn hoofdgebreekens aan de voor en agtersteeven alhier niet Haij„ meer te herstellende en voor de soudang kruijssende Pantj: gels e D' snoek: van welkers gesteldheijd en verder emploij het inge¬ „diend rapport der gecommitteerdens deeze eerbiedigst is verzellende, kunnende dat kieltje nog zeer gemaklijk voor het afloopen deezer Mouson de Hoofdplaats bereij„ „ken. En om geen tijd te verzuijmen met dies herwaartskomst, waar meede ruijm eene halve maand en meer verloopen kan, weegens het gestadig sterk afloopend waeter in dee „ rijst, „ze tijd heb ik bovengem: quantiteijt thin, neevens de nodi„ rma „ge Randsoenen, onder opzigt van twee Mattroose na dat kieltje toegeschikt in eene daar toe afgehuurd vaar„ „tuijg voor sp ni 25. Waar over ik uw Hoog Edelheedens gratieuse Approbatie onderdanigst verzoeke, zo mee„ al„ den, „de dat mijne gehoudenisse bij deeze, ter g'eerbiedige kennisbrenging voor Uw Hoog Edelheedens, weegens het n pro„ nodeloos te rug houden der producte, en verder Critiek gedrag van het Hof, het genoegen mijner Hoog gebiedende er„ zer Heere en Meesters mag verdienen: De zeer overyder olitongers zeedert eenige tijd zo eclatant dato gedreeven zijnde, dat verscheijde handelaars daar door een ren¬ slagt offer dier booswigte geweest zijn, mij ter kennis gebragt; ne:„ door twee dit heen gevlugte Javaenen blijkens deeze in uijs alle eerbied verzellend declaratoir derzelve. zoo heb ik bij den Koning daar over mijn Serieus beklag ge¬ „daan, en de bij Rading Surwidjaija zig bevindende vaartuij„ Comps „ge, met de overgebleevene manschappen en goederen, vriende ^ koop¬ „lijk opg'eesen, ten eijnde dezelve als onderdaenen van D' E: Comp„nre eren, uw Hoog Edelheedens, tot een bewijs deezer verregaande dis ^ nu rup „potiquevrijheijd, eerbiedigst te kunnen offereeren. Mijne poginge daar omtrend zijn egter Vrugteloos geweest, a zes terwijl den Koning is blijven persisteeren bij frivole excep„ tuij„ „ties dat dezelve niet door blitongers, maar door riouweree„t, AA „se genoomen, en op blitong als slaaven en met de vaar„ „tuijge verkogt waeren geworden, weshalven het onnodig was wae¬ ƒ ree„

NL-HaNA_1.04.02_3676_0592 view scan ↗

English

was to send them to the Capital, but that he would deliver them to their place of residence on Java, and let Raden Surawidjaja suffer his punishment for it. I assured His Highness that I dared not take such upon myself, and if he did not please to condescend to my reasonable proposal, but to give credit to the declaration of the two escaped Javanese, the consequences thereof would be at his own account. This refusal of his being entirely contrary to the contracts, His Highness replied thereto that he had always thus caused unfortunate traders who had fallen into distress to be delivered to their place of residence, and ended the discourse. The King's conduct appearing to me at present, under Your High-Honours' favorable judgment, completely unreliable to be trusted in any way, as I shall have the honor of detailing more humbly to Your High-Honours; I have taken the liberty to keep with me for the time being Your High-Honours' most venerated order regarding this Court, sent to me by His Honor the Commander-in-Chief van Braam via Your High-Honours' most respected Missive of 19 April per the lighter De Vos, and have only brought to the King's knowledge Your High-Honours' gracious permission regarding the transport of rice from Java to this place, with the restriction ordered therewith, for which His Highness expressed his gratitude, and likewise assured that not a grain would be transported from here to Riouw. Further taking the honor of humbly presenting herewith to Your High-Honours a copy of a letter received on the 7th of this month from Captain C: E: Macklem with the frigate ship General Eliott. Wherewith I have the happiness to be, with the deepest awe and most dutiful respect. It was subscribed: High Noble Right Honorable Lord, and Well Noble Lords. Lower: Your High-Honours' humble, obedient and faithful servant. Was signed: G.t Hemmij. In the margin: Palembang, 8 April 1784. Well Noble Lord! In dutiful observance of Your Honor's esteemed order, we the undersigned, as express commissioners, have betaken ourselves to the pantjalling De Snoek lying here on the slipway, and take the honor most humbly to report to Your Honor: That upon accurate examination and inspection we have found the stem and stern post to be gnawed through by white ants; as well as its inner skin to be very defective; whereby we judge that the Respectful Report To The Well Noble Lord Mr. Gijsbert Hemmij Merchant and Chief of this Factory keel

Dutch transcription

was dezelve na de Hoofdplaats op te zenden, maar dat hij de „zelve na hunne woonplaatse op Java zoude bezorgen, en Rading Surwidjaija zijne straffen daar over laeten ge„ „nieten. Ik verzeekerde Zijn Hoogheijd Zulks niet op mij te durven en als in mijn billijk voorstel niet geliefde te condissendee„ „ren, gloof slaan aan het declaratoir der twee gevlugte Javaenen, de gevolgen daar van voor zijne reekening liepen Terwijl deeze weijgering van hem ten eenemaal strijdig met de contracte, want zijn Hoogheijd repliceerde daar op dat hij ongelukkige en in zijn lijk vervallene handelaars altoos zodanig nae hunne woonplaatse had laeten bezor„ „gen, en eijndigde het discours. Het gedrag des Konings, onder Hoog gunstigere beoordee„ „ling, mij voor het teegenswoordige gantsch niet orthodar voorkoomende om 'er eenigzints op te vertrouwen, zo als ik ze eer zal hebben uw Hoog Edelheedens hier nader nee„ „driget te detoirleeren; zo heb ik de vrijheijd gebruijkt uw Hoog Edelheedens zeer gevenereerde ordre, omtrend dit Hoff bij Hoogst derzelve zeer gerespecteerde Missive van den 19 April p:r de Ligter de Vos, door den Heer Comman¬ „rant en Chef van Braam mij toegeschikt, voor eerst bij mij te houden, en den Koning en keld ter kennis gebragt Uw Hoog Edelheedens goedertierende permissie omtrend de vervoer van Rijst van Java dit heen, met de daar bij g'ordonneerde restrictie, waar voor zijn Hoogheijd zijne dank betuijgde, zo meede verzeekerde, dat van hier geen korl na Riouw zoude werden vervoerd. Geevende mij verders de Eer Uw Hoog Edelheedens hier neevens onderdanigst aan te bieden Copia van een op den 7e: deezer ontfangene brief van Capitain C: E: Macklem met het fregat schip de Generaal Eliots. Waar meede ik het geluk heb met het diepste ontzag en verschuldigste Eerbied te zijn. /:Onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en Wel Edele Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens onder„ „danige, Gehoorsaame en getrouwe Dienaar (:was getee„ „kend:/ G„t Hemmij /:in margine:/ Palembang den 8=e April 1784. Wel Edelen Heer! In schuldpligtige observantie van UwelEd: g'eerde ordre, hebben wij ondergeschreevene als Expresse Gecommitteerdens ons vervoegd bij de alhier op d'Helling leggende pantjalling de Snoek, en geeven ons d'Eer UwelEd: onderdanigst te berigten. Dat wij bij nauwkeurige Examinatie en visentatie bevonden hebben; de voor en agtersteeven van de witte mieren doorknaagd; zo meede dies binnen huijd zeer defect te zijn; waardoor wij oordeelen dat die Eerbiedig Berigt Aan Den Wel Edelen Heer Mr: Gijsbert Hemmij Koopman en Opperhoofd deezes Comptoirs kiel

NL-HaNA_1.04.02_3676_0593 view scan ↗

English

509. keel can no longer be repaired here with good effect, but that it is most advisable to send the same on to Batavia for repair before the end of this monsoon, or else in the autumn; since an expedition upstream cannot be undertaken with it either! Wherewith hoping to have satisfied Your Honour's orders to your satisfaction, we take the honour to subscribe with deepest respect. Underneath stood: Right Honourable Sir. Lower: Your Honour's Humble and Obedient Servants. Was signed: H:k C=n Voss, J:n Jansze, M:s Zelkemeet and J:b Springer. In the margin: Palembang, the 15=e March 1784. Today, the 31e: March Ao: 1784 Appeared before me, Matthijs Kuijper, Bookkeeper in the service of the Honourable Company here, and authorized to make and pass this document by the Merchant and Chief of this Factory, the Honourable Mr. Gijsbert Hemmij, in the presence of the after-named witnesses, Oentong, a Javanese native of Tagal, aged circa 35 years, who declared the following: 1 That he, Oentong, now circa nine months ago, with two mayang proas manned by sixteen Javanese, laden with rice, eggs, ducks and chickens, and commanded by Juragan Cadjong of Tagal, intending to go to Batavia, was captured off the coast of Pamanoekang by two pirate vessels, brought to Blitong, and there handed over to a certain Rading Surwidjaija and Rading Bajar, along with the vessel, crew, and cargo. _ That after the expiration of 1½ months, the aforementioned Rading Surwidjaija in person crossed over to Palembang with one of those vessels, laden with swalpen, beams, and an iron anchor, and their aforementioned goods, and had sheltered him, the declarant, together with Juragan Cadjong and his other mates, at his, the Rading's, house. That he, the declarant, had seen a sloop brought in at Belitong, laden with rice, and so it was said commanded by a Chinese, Juragan Bopping Leo, from the Kampong Patoeakan, manned by 6 Chinese and 11 Javanese, who were bound from Samarang to Batavia. That it was related to him, the declarant, on Belitong, that the Chinese and also seven Javanese thereof had been murdered. That subsequently there were also brought in there, by the subordinates of the aforementioned Rading, two sloops from Rembang, one laden with beams and swalpen, commanded by Chinese who had all been kris-stabbed, and the other laden with rice. That he, the declarant, subsequently finding an opportunity to flee away, requested protection from the Honourable Company. All of which aforementioned he, the narrator, declares to contain the pure and unadulterated truth, being therefore at all times ready to confirm the same further. Underneath stood: Thus related and declared at the Factory of Palembang, date as aforesaid. Was signed: A native character described, placed by Oentong. Lower: To which I testify. Was signed: M:s Kuijper. In the margin: In our presence. Was signed: A:s A:s Lokman, and P: V:n d' Weeteringebuijs. Today, the 2e: April 1784 Appeared before me, Matthijs Kuijper, Bookkeeper in the service of the Honourable Company here, and authorized to make and pass this document by the Merchant and Chief of this Factory, the Honourable Mr. Gijsbert Hemmij, in the presence of the after-named witnesses, Derio, a Javanese from Samarang, aged circa 20 years, who upon diverse interrogations related and declared that he, now circa 8 months ago, had sailed from there for Batavia with a sloop commanded by the Chinese Juragan Bopping Leo, resident at Batavia from the Kampong Pakeakang, laden with rice, Javanese cloths, and tobacco, was overpowered off the coast of Jndramaijo by circa twelve pirate vessels, and was brought to Blitong to Rading Surwidjaija, whereof six Chinese and seven Javanese were murdered, and he, the declarant, with his three mates here, was brought over by the aforementioned Rading with a mayang proa, laden with beams, swalpen, and an iron anchor from the sloop of the Chinese Juragan Popping Leo. That he, the declarant, having escaped, requested protection from the Honourable Company. All of which aforementioned he, the narrator, declares to contain the pure and unadulterated [illegible]

Dutch transcription

509. kiel alhier niet meer met goed effect te repareeren is, maar het bestge„ „raeden te zijn, dezelve voor het afloopen deezer mouson, dan wel in het najaar na Batavia ter repareering voort te schikken; terwijl een ophaalstogt daar meede niet kan werden gedaan! Waar meede verhoopen aan UwelEd: beveelen ten genoegen te hebben voldaan, matigen wij d' Eer aan, met die pontzagons te onderschrijven. /:Onderstond:/ WelEdelen Heer /Lager:/ UwelEd:s: Onderdanige en Gehoor¬ „saeme Dienaeren /:was geteekend:/ H:k C=n Voss: J:n Iansze M:s Zelke„ „meet en J:b Springer /:in margine:/ Palembang den 15=e Maart 1784. Op Heeden den 31e: Maart Ao: 1784 Compareerde voor mij Matthijs Kuijper Boekhouder in dienst der E: Comp: alhier, en tot het maeken en passeeren deezes G'authoriseert door den Koopman en opperhoofd deezes Comptoirs DE: Heer M:r Gijsbert Hem mij present de naten: getuijgen, Oentong Javaen geboortigte Tagal, oud Circa 35 Jaeren, dewelke verklaarde dit navolgende 1 Dat hij Oentong nu circa Neegen maanden geleeden met twee prauw Maij„ „angs bemand met Zestien Jaraenen, belaeden met Rijst, Eijeren, Eendrogels en Hoenders, en gevoerd bij Juragan Cadjong van Tagal, na Batavia de wil hebbende, op de hoogte van Pamanoekang door twee zeeroovers was ge„ „nomen, op Blitong opgebragt, en aldaar aan eenen Rading Survidjaija en Rading Baaar met vaartuijg, manschappen, en lading was overgegee„ „ven geworden. 6 _ Dat na verloop van 1½ maand ievengem: Rading Surwidjaija in per„ „zoon na Palembang met een dier vaartuijgen, belaeden met swalpen, Bre„ „ke, en Een yzer Anker, en hun liezen voorm:t was overgestooken, en hem Comparant neevens Juragan Cadjong en zijne verdere meede maats bij hem Rading aanhuijs had geborge. Dat hij Comparant op Belitong gezien had, een Chialoup opbrengen, met rijst, en zogezegd was gevoerd bij eenen Chinees Juragan Bopping Leo, uijt de Campong Patoeakan bemand met 6 Chineesen, en 11 Javaenen, zie van Sama„ „vang na Batavia gedestineerd waeren. Dat hem Comparant op Belitong verhaald was dat te chineesen, en nog zee¬ „ven Javaenen daar van vermoord waeren geworden. Dat vervolgens aldaar nog was opgebragt, door de onderhoorige van eeven¬ „gem: rading; twee Chialouppen van Rembang een belaeden met Bal„ „ke, en swalpen, gevoerd door chineesen die alle gekritst waeren geworden, en de andere belaeden met Rijst. Dat hij Comparant vervolgens geleegentheijd vindende, zit heen te vlugten, pro¬ „terie bij DE: Comp:e verzogt. „ Alle welk voorsz: hij relatant verklaart te behelsen de zuijvere en onver„ „valschte waarheijd, zijnde overzulks ten allen tijden bereijd, 't zelve nader gestand te doen. /:onderstond:/ Aldus gerelateerd en Verklaard ten Comptoire Palembang dato voorsz: /:was geteekend:/ Een Jnlandsch Caracter omschreeven gesteld bij den„ „tong /:Lager:/ 't welk ik getuijge /:was geteekend:/ M:n Kuijper (:in margine:) ter onser presentie /:was geteekend:/ A:s A:s Lokman, en P: V:n d' Weeteringebuijs Op Heeden den 2e: April 1784 Compareerde voor mij Matthijs Kuijper Boekhouder in dienst der E: Comp: alhier, en tot het maken en passeeren deezes g'authoriseert door den Koop„ „man en opperhoofd deezes Comptoirs D'E: Heer M:r Gijsbert Hemmij, pre„ „sent de naten: getuijgen Derio Javaen van Samarang oud Circa 20 Jaeren, dewelke op diverse ondervragingen, relateerde en verklaarde dat hij nu Circa 8 Maanden van daar na Batavia gesteevend was, met eene Chialoup gevoert bij den Chineesch Juragan Bopping Leo, Jnwoonder te Batavia uijt de Campong Pakeakang, belaeden met Rijst, Javasche kleetjes en tabak, op de hoogte van Jndramaijo, door circa twaalf zeeroovers vaartuij„ „ge, was overweldigd, en op Blitong bij Rading Surwidjaija was opgebragt, waar van zes Chineesen en zeeven Javaenen vermoord, en hij Comparant met zijne drie meedemaeters alhier, door Rading voorm:t met een prauw Maijang, belaeden met Bdalke, swalpen, en een ijzer Anker, van d' Chia„ „loup van den Chinees Juragan Popping Leo, was overgebragt. Dat hij Comparant, het ontvlugt zijnde protexie bij D'E: Comp:e verzogte. Alle welk voorsz: hij relatant verklaart te behelsen de Zuijvere en Onvervalschte voego bben e l

NL-HaNA_1.04.02_3676_0594 view scan ↗

English

De Zomer. unadulterated truth, being therefore at all times prepared to confirm the same. Below: Thus related and declared at the Netherlands Office in Palembang, date as above. Signed: A native character as described, set by Derio. Lower: To which I testify. Signed: M:k Kuijper. In the margin: In our presence. Signed: A:s A:s Lokman and P:r V:n D' Weeteringebuijs. Ship General Eliott, 5 April 1784. To the resident on account of the Company of the United States of Holland at Palembang. This serves to inform you that I am now lying off the saltwater River. I sailed from Bengal in December, and touched at Malacca for water, where I found the Malays from Rheo had caused much trouble, that place being now closely besieged by them, which prevented my being supplied with firewood, which I am now in much distress for. I therefore request the favor of you, as our nations are now at peace, that you will supply me with the same as soon as convenient, when I shall sail directly for Bombay, where I shall be happy to execute any commands you may have. I am, Sir, your most obedient servant. Signed: C: E: Machler. Reply to the English Captain C: E: Macklew, commanding the ship General Eliott. For the friendly communication provided regarding Malacca, I express my gratitude. In response to your request for some firewood, it serves that this will be complied with insofar as your urgent necessity requires to reach Sunda Strait, where abundant wood is likewise to be found. I therefore judge that whatever can be yielded to you by the cruiser stationed on watch will be sufficient, for which I now give the necessary orders, so as not to delay in any way your journey, which I wish may be prosperous. I am with respect, Below: Sir. Lower: Your humble servant. Signed: G:t Hemmij. In the margin: Palembang, 7:e April 1784. Secret To His Honor The Right Honorable, Highly Esteemed Mister Willem Arnold Alting Governor General together with The Honorable Councillors of Netherlands India Right Honorable Highly Esteemed Sir and Honorable Sirs! After I had prepared on 8 April my respectful dispatches to Your Right Honors for the pantjalling De Snoek, and Further lighter Sir. commissioners Tir Duplicate

Dutch transcription

De Zomer. onvervalschte waarheijd, zijnde overzulks ten allen tijde bereijd, 't zelve na¬ „dergestand te doen. /:onderstond:/ Aldus Gerelateert en Verklaart in't N=ts Comptoir tot Salem„ „bang dato voorsz:. /:was geteekend:/ Een Jnlandsch Carakter omschreeven gesteld bij Derio /:Lager :/ 'T welk ik getuijgt /:was geteekend:/ M„k Kuijper /:in margine:) ter onzer presentie /:was geteekend:// A:s A:s Lokman en P:r V:n D' Weeteringebuijs. Schip General Eliott 5 April 1784 — To the resident on Account of the Companij of the Umtiestates of Holland at Pelimbar Hisservis to Omform ijou that Pam now bying of the salt water River, I sailed foom Reagel in december, Htouched at Malacca for Water, Where found the Malaijs from Rheo had caused much trouble, that Plaes beurg non closelij beseiged bij them whest presented mij being supplied with Firc wood which Dams non in mich distress for I therefore requert the favor of Uson As aus Nations are non at Peace that Yon will supplij me with the same as faon as Convenient when I shall sait diratly for Bombaij. WhereI shale le happij to Execute anij Commands Uon Bay Vare. Jam fir Your most ote d ferv: / was geteekent: C: E: Machler Antwoord aan den Engelsch Capitain C: E: Macklew, Commandeerende 't schip de Generaal Eliot. Voor de gegeevene Vriendelijke Communicatie van Malacca betuijgen mijne dankbaarheijd, en op uw verzoek om eenig brandhout, dient dat daar aan in zo verre zal werden voldaan, als UwE: hooge noodzaaklijkheijd het vereijscht, om straat sunda te bereijken, alwaar meede rijklijk hout te vinden is, dus oordeel ik dat genoeg zal zijn, hetgeen uw door de op brandwagt leggende kruijsser zal kunnen werden afgestaan, waar toe ik de nodige ordres thans geeven: ten eijnde UwE: reijze geenzints te vertraegen, die ik wensch dat voorspoedig zijn mag. Jk ben met agting /:Onderstond:/ Mijn Heer /:Lager:/ UWD:W: Dienaar /:was getee„ „kend:/ G:t Hemmij /:in margine:/ Palembang den 7:e April 1784. Secreet Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaeren, Heer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal beneevens, De wel Edele Heeren Raaden van Neederlandsch Jndia Hoog Edel Groot Agtbaar Heer. En Wel Edele Heeren! Nae dat ik den 8 April mijne eerbiedige depeches aan Uw Hoog Edelheedens, voor de pantjalling de Snoek in gereedheijd gebragt, en Verde Ligter Mijn Heer. gecommitteerdens Tir Duplicaat

NL-HaNA_1.04.02_3676_0595 view scan ↗

English

589 511. commissioners had sent with a rowing boat to the Soesang for the shipping of the Tin mentioned therewith, delivery of the receipt, and muster of that small vessel; the same returned shortly thereafter with the following very unpleasant news: That they had been informed by a native just below the Lodge, That the vessel that had drifted off from here on the 7th of this month had been violently overpowered and captured. The humble undersigned immediately sent the Interpreter to the Court to request an audience with the King, and also to inquire with Khemaas Tommongong whether this unpleasant news was indeed true; the same also returned with the unpleasant confirmation thereof, and that the King being indisposed, he, the First Minister, would appear at the Lodge. In the evening this was fulfilled by him, Khemaas Tommegong, in the company of one Khemaas Ranga Alie, expressing himself with the greatest arrogance: That the Europeans and Songiauwers who had drifted off yesterday with a vessel carrying Tin, had wounded and killed several envoys sent by the King, among whom was even Kheranga Japoetra as Head, to examine that vessel, and for that reason had subsequently also been massacred. That the King, being very distressed about this, had shown his highest displeasure to the Second Minister, Kheranga Japoetra, whereas orders had only been given to inquire how I had obtained the tin, and what intention I had with it. I remarked upon this: if such had been His Highness's only intention, why then was no inquiry made of me while the vessel was still lying before the Point here? When I could have given a proper and friendly explanation in that regard; and which, if not satisfying His Highness, gave the right to address Their High Nobilities about it, instead of having the vessel overwhelmed and all the crew assigned thereto massacred, without taking contracts, laws, and regulations into account. That it was not probable that the Europeans and Songiauwers would have dared to commit any violence without first being attacked; That he, the Minister, now to excuse the Palembangers, could easily say such things, since they were all dead. Whereupon he answered that the King had assigned that commission to Kiaijranga Japoetra, who could account for it; That His Highness was sorry that Europeans had lost their lives in the process; That the circumstance, lying as it did, caused great concern to the King and the Court, since they had not imagined that this enterprise would have ended so unhappily, and that very disadvantageous consequences were to be expected therefrom. I replied that for this an exact investigation and my presence before the King was required: the reason why I had requested an audience with the King, this case not allowing me to settle anything with him, the Minister; That I, however, provisionally sent commissioners, and, obtaining no audience with the King, would most humbly offer my due report regarding this to Their High Nobilities. The Old Minister not seeming very pleased with this, he replied: That the investigation was certainly good, but to request an audience with the King, he was not in a position to do so unless I was pleased to reveal to him everything I had to negotiate with the King, as this would give him the opportunity to consider everything calmly with the monarch, who was still very angry. This answer giving the impression that the Minister sought to divert me with frivolous exceptions from being able to converse with the King in person about what had occurred, I repeated my request, adding that I would settle everything with the King in the most amicable manner. In spite of all this, I obtained no audience; but sent the following day the Interpreter, with commissioners, to Kiaij maas Tommegong to inspect the wounded and hear what had happened, of which I have the honor hereby most humbly to present to Your High Nobilities the report submitted concerning this by the same. [illegible] April [illegible] 9 commissioners f What

Dutch transcription

589 511. gecommitteerdens tot den afscheep van het daar bij vermelde Thin, bezorging der recipisse en monstering van dat kieltje, met een schepprauw na de Soesang gezonden had; retourneerden dezelve kort daar na met volgen¬ „de zeer onaangenaeme tijding. Dat ze eeven beneeden de Logie van een Jnlander g'informeerd waeren geworden. Dat het op den 7:e deezer alhier afgedreeven vaartuijg op eene geweldige Wij„ „ze overrompeld en afgeloopen was geworden. De needrige teekenaar Zond direct den Tolk na het Hof, om audientie bij den Koning te verzoeken, en zig teffens bij Khemaas Tommongong te imformeeren, of deeze onaangenaeme tijding werklijk waar was, de¬ „zelve retourneerde ook met de onaangenaame verzeekering daar van, en dat den Koning indispoos zijnde, hij eerste Minister in de Logie verschijnen zoude. SAvonds wierd door hem Khemaas Tommegong, in gezelschap van eenen Khemaas Ranga Alie daar aan voldaan laetende zig met de grootste arrogantie uijt. Dat de Europeesen en songiauwereesen op gisteren met een vaar„ „tuijg met Thin afgedreeven, verscheijde afgezondene zendelinge des Konings, waar onder zelfs Kheranga Japoetra als Hoofd geweest was, ter examinatie van dat vaartuijg gekwetst en om het leeven gebragt hadden, en daarom vervolgens ook gemassacreerd waeren geworden. Dat den Koning daar over zeer getroffen zijnde, zijne hoogste ongenaede aan den tweeden Minister Kheranga Japoetra betoond had, terwijl maar ordres gegeeven waeren: zig te imformeeren, hoe ik aan het thin ge„ „koomen, en wat intentie ik daar meede voorhad. Jk ziende hier op, bij aldien zulks alleen zijn Hoogheijds intentie waere ge„ „weest! waarom dan geen onderzoek bij mij gedaan, geduurende het vaar¬ tuijg nog voor het Hoofd alhier geleegen? wanneer ik eene behoorlijke en vriendelijke illucidatie daar omtrend had kunnen geeven: en die, zijn Hoogheijd niet voldoende, het regtgaven, zig daar over bij Haar Hoog Edelhee„ „dens te adcresseeren, in steede van het vaartuijg te laeten overweldigen, en massacreeren alle de daar op bescheijden geweest zijnde manschappen; zonder contracte, wette en reegels in het oog te houden. Dat het niet waarschijnlijk was, dat de Europeese en songiauwereese, zig zou„ „den hebben onderstaan, eenig geweld te pleegen, zonder eerst g'attaqueerd te werden; Dat zij Minister, thans tot verschooning der Palembangers, zulks ge„ „maklijk zeggen kon; terwijl zij alle dood waeren. Waarop hij antwoorde, dat den Koning die commissie opgedraegen had, aan Kiaijranga Japoetra, die zulks verantwoorden kon Dat het zijn Hoogheijd leed was, dat Europeese daar bij het leeven verlooren hadden. Dat het geval daar toe leggende, groote bekommering bij den Koning en het Hoft verwekte;: terwijl, zij zig niet hadden voorgesteld, dat deeze onderneeming, zo ongelukkig zoude zijn afgeloopen, en dat daar door zeer nadeelige gevol„ „en te wagten ladgen. Jk repliceerde, dat daar toe een oxact onderzoek en mijne presentie bij den Koning vereijscht wierd: reeden waarom ik audientie bij den Koning verzogt had; letende dit geval niet toe, om met hem Minister iets te bevissen: Dat ik egter provisioneel gecommitteerdens zenden, en geen audientie bij den Koning verkrijgende, mijn verschuldig rapport dien aangaande, aan Haar Hoog Edelheedens onderdanigst zoude offereeren. Hier meede den Ouden Minister niet zeer gestigd schijnende, repliceerde dezelve Dat het onderzoek zeeker goed was, maar om bij den Koning audientie te ver„ „zoeken, hij daar toe niet in staat was, als ik hem niet geliefde alles te open„ „baaren, wat met den Koning te verhandelen had: terwijl hij daar door gelee„ „gentheijd had, alles met den vorst, die nog zeer gramstoorig was, bedaard te over„ „leggen. Deeze antwoordschijn geevende, dat die Minister met frivole excepties mij zogt te diverteeren, den Koning in perzoon over het voorgevallene te kun„ „nen onderhouden; herhaalde ik mijn verzoek, met bijvoeging dat ik alles met den Koning op de minsaamste wijze zoude schikken. E Jn weerwil van dit alles erlangde ik geene audientie; zonddrs 's daags sdaar aan den Tolk, met gecommitteerdens bij Kiaij maas Tommegong, ter visie van de gequetste en aanhooring van het gepasseerde: waarvan ik d'Eer heb, Uw Hoog Edelheedens hier bij onderdanigst aan te breden, het dien aan„ „gaande ingediend rapport derzelve. lve na„ es eld ine: s. uijgen atdaar het hout op waar Z „ April creet 9 eerdens ƒ Wat

NL-HaNA_1.04.02_3676_0596 view scan ↗

English

Whatever pains I subsequently took to obtain an audience with the King, it was all in vain: until, most unexpectedly, there appeared here the lighter de Zomer on the 14:e of this month with Your High Excellencies' most respected Missive of 22 March I:o A: and the arrival of the First Envoy over Lampong, with Your High Excellencies' venerated Missive of 4: December A:o P:o to the King: upon which occasion of the ceremonial delivery thereof, I met the King for the first time, and made known the arrival of the nation's War fleet at the Capital without being able to confer further with the monarch on business matters, on account of the ceremony. This news causing great astonishment to the King, His Highness immediately changed his tone, and in my presence gave orders to the Ministers to make all haste in readying the tin vessels: subsequently asking me for the reason for the arrival of this considerable armada, which had never happened before, and was also not customary. The humble undersigned replied that he had indeed had the honor to be informed by Your High Excellencies of the arrival of the nation's Squadron, but not of their High Commission: but that, in his humble judgment, the same appeared to be intended to punish the unwilling and treaty-breaking monarchs, and to return them to their duty, and to protect the willing and steadfast allies. The King, having formed various thoughts on this together with his Court grandees, and having read on this occasion Your High Excellencies' earnest missive of 15:e September A:o p:o, and also being at a loss how to cover up in the best manner the acts of violence they committed on 8:e April J:o L:, and thereby avoid unpleasant consequences for the King; they unanimously resolved: To dispatch an Embassy to Your High Excellencies with the captured vessels and the Tin, and also to accuse the humble undersigned before Your High Excellencies of having intended that quantity of Tin for the English ship lying at that time at the salt river: which, having come to the King's knowledge, had obliged him to prevent it. And in order to please Your High Excellencies, immediately to have all Vessels readied for the further transport of Tin to the Capital. Pangerang de Pattij being consulted on this by the King, this old Prince excused himself from it, but merely expressed; that the King should consider how strange it would appear to Your High Excellencies! to receive an accusation from him without sufficient proof, after having beforehand been his own judge, in a manner contrary to the Contracts: whereas the King for many years already had so blatantly fostered smuggling, which was all too demonstrably known to Your High Excellencies: which was passed over in silence by the monarch. Furthermore I have the Honor to bring to the venerated knowledge of Your High Excellencies that I have been informed not only on good authority, but generally. That the Chinese Captain here, Khedemang Ko, who for some time has been the King's greatest confidant, managed to persuade the King that in transporting that Tin I intended nothing other than to bring shame upon His Highness, and thereby give Your High Excellencies a poor opinion of the King's conduct, in the event that I succeeded in presenting that quantity to Your High Excellencies in Batavia: wherefore the King ought to stop this. That he, Khedemang Ko, with about two hundred armed Chinese, went to the Court and assured the King of his loyal assistance on the very day that the King had the cruel deed carried out: in case any revenge were sought from this Side on that account. His authority going so far that, having already settled most of the Chinese inhabitants from the Sungai Aur prisoners at his place in the King's territory; I find myself obliged to solicit most humbly from Your High Excellencies some redress concerning this: while he, the Chinese Captain, no longer has the slightest respect for the orders that I, regarding this, the Honourable Company's

Dutch transcription

Wat moeijte ik vervolgens ook gedaan heb om audientie bij den Koning te er¬ „langen, is alles Vrugteloos geweest: tot dat op het onverwagtste alhier verscheen, de Ligter de Zomer op den 14:e deezer met uw Hoog Edelheedens zeer gerespecteerde Missive van den 22 Maart I:o A: en het arrivement van den Eersten Gezant over Lampong, met Uw Hoog Edelheedens gevenereerde Missive van den 4: De„ „cember A:o P:o aan den Koning: bij welke geleegentheijd van het Ceremonieel overbrengen daar van, ik den Koning eerst gerencontreerd heb, en bekend gemaakt het arrivement van 's lands Oorlogs vloot op de Hoofdplaats zon„ „der verder den vorst overzaaklijkheeden, uijt hoofde van het ceremonieel te kunnen onderhouden. Deeze tijding bij den Koning groote verwondering verwekkende; veranderde zijn Hoogheid direct van toon, en gaf in mijne presentie ordres aan de Minis„ „ters, allle spoed met het ingereedheijd brengen der thin vaartuijge te mae„ „ken: vraegende mij vervolgens, nae de reeden van de komst deezer aanzien„ „lijke armoede, het geen nooijt te vooren geweest, en ook geen ladat was., De needrige teekenaar repliceerde, dat hij wel d'eer had gehad, door uw Hoog Edelheedens g'imformeerd te zijn van de komst van 's lands Esquader maar niet van hunne Hooge Commissie: dat egter nae zijn gering oordeel, dezel„ „ve geschiktscheen te zijn, de onwillige en verbond breekende vorsten, te straf„ „sen, en tot hunne pligt te rug te doen keeren, en de gewillige en standhou„ „dende bondgenoote te beschermen. Den Koning neevens zijne Hofsgroote hier over verschillende gedagten ge¬ „formeerd, en bij deeze geleegentheijd uw Hoog Edelheedens ernstige missive van den 15:e September A:o p:o Verleesen hebbende, mitsgaders verleegen zijnde hunne gepleegde geweldenarij op den 8:e April J:o L: op de beste wijze te bedekken, en daar door onaangenaeme gevolgen voor den Koning te eviteeren; hebben eenparig beslooten. Een Gehantschap na Uw Hoog Edelheedens te depecheeren met het over„ „rompelde vaartuijgen het Thin, zo meede den needrigen teekenaar bij uw Hoog Edelheedens te beschuldigen, dat hijdie quantiteijd van Thin geprojec„ „teerd had, voor het in die tijd aan het zoute rivier geleegen hebbend Engelsch schip: het geen den Koning ter kennis gekoomen zijnde, hem verpligt had zulks te beletten. En omme Hunne Hoog Edelheedens te behaegen, immediaat alle Vaar„ tuijge in geleedheijd te laaten brengen, tot den verderen vervoer van . Then nae de Hoofdplaats. Hier over Pangerang de Pattij door den Koning onderhouden zijnde; leeft dien ouden Prins zig daar van g'excuseerd, maar enkeld zig uijtgelae„ „ten; dat den Koning in overweeging diende te neemen, hoe vreemd het Haar Hoog Edelheedens zoude voorkoomen! eene beschuldiging, zonder voldoende bewijze van hem te ontfangen, nae vooraf zijn eijge regter geweest te zijn, op eene met de Contracte teegenstrijdige wijze: daar den Koning reeds zeedert veele Jaeren, zelfs den smokkelhandel zoecla„ „tent gekoesterd had, dat zulks bij Haar Hoog Edelheedens te bewijsbaar bekend was: het geen door den vorst met stilzwijgentheijd b'passeerd was geworden. Verders heb ik d'Eer, ter gevenereerde kennis van Uw Hoog Edelheedens te brengen, dat ik niet alleen van goeder hand, maar in het algemeen g'imformeerd ben geworden. Dat den Capitain Chinees alhier, Khedemang Ko, die zeedert eenige tijd de grootste vertrouweling des Konings is, den Koning heeft weeten te persuadeeren, dat ik met den vervoer van dat Thin niets anders be¬ „Loelde, als zijn Hoogheijd schande aan te doen, en Haar Hoog Edelhee„ „dens daar door in een slegt denkbeeld van de behandeling des Koningste brengen, bij aldien het mij reusseerde die quantiteijt op Batavia aan uw Hoog Edelheedens te kunnen praesenteeren: weshalven den Koning Zulks diende te staeken. Dat hij Khedemang Ko, met circa twee hondert gewaepende Chineese zig aan het Hof vervoegt, en den Koning van zijnen trouwen bijstand ver„ „zeekerd had, ten zelfden daege, dat den Koning het wreedmoedig stuk had laeten ter uijtvoer brengen: bij aldien van deeze Zijde daar over eeni¬ „ge revenge gezogt wierd. zijne authoriteijd zo verre gaande, dat hij reeds de meeste Chineese inwoon„ „dere uijt de Songiauwer gevonselden bij hem op 's Koningsgebied ter woon geplaatst hebbende; vinde ik mij verpligt uw Hoog Edelheedens daar over onderdanigst eenig redres te solliciteeren: terwijl hij capitain Chinees het minste ontzag niet meer heeft, over de ordres, die ik hem dien aangaande SE: Comp:s

NL-HaNA_1.04.02_3676_0597 view scan ↗

English

513. I have given on behalf of the Honorable Company, for the restitution of those inhabitants and subjects of the Honorable Company from the Sungailiat district, which he endeavors to completely strip of all Chinese, in order by that means to win the heart of the King more and more. The humble subscriber, being with particular sorrow concerning the false accusations and incorrect interpretations of the Court despite all his efforts, always directed toward the welfare of the prince and the greatest interests of the Honorable Company; most humbly begs for Your Right Excellencies' favorable judgment in this matter, and takes the liberty of enclosing herewith in all submission some proofs of the receipt and shipment of the tin destined for the main settlement with the pantjalling respectfully mentioned before. After I subsequently found opportunity to speak with the King about the violence committed; he gave not the slightest attention to my complaints concerning this, and pointed directly to Khemaas Tommegong to speak with him about it, with the utterance that the guilty would be punished. This discourteous and unfriendly manner of the King boding no good for me, and giving the appearance that the prince might give free rein to his old, vile, and cruel nature from the time he was Crown Prince; have persuaded me to be mindful of means of precaution in case of unexpected contingencies, and to make use of the passage of the National War Squadron. Thereupon I immediately dispatched the pantjalling Banca to the fleet with a letter to the Captain-Commandant van Braam, respectfully accompanying this in copy, in which I took the liberty to submit for his Right Honorable, Valiant consideration whether it would not be advisable, in this unexpected critical situation, to leave one of his smallest vessels here: for which I beg Your Right Excellencies' favorable pardon. The Admiral van Braam having seen fit thereupon to send me a letter addressed to the King. I immediately informed the First Minister of this, and requested that its conveyance might take place according to Court ceremonial as coming on behalf of the state of the United Provinces: this being refused me however, with the excuse that it was not customary and also had never yet happened; I complied with the will of the King, in the hope of Your Right Excellencies' gracious approval, and brought the aforementioned letter to court in person, without ceremony. Upon reading this missive the King was very quiet, and asked me with a smirk quasi vero, who are the States General? I answered, the sovereign of the United Provinces, as His Highness himself could gather from the letter of the Commander-in-Chief. Whereupon he immediately assumed a very friendly countenance, and assured me of his attachment to the Honorable Company, as well as that he very much wished for the downfall of Riau, and would punish his subjects if they were found to have taken part in any connection with the Riau people. The conduct of the King, subject to more favorable judgment, appearing to me at present not at all orthodox, as I shall have the honor to detail further most respectfully to Your Right Excellencies; I took the liberty not to present to the King Your Right Excellencies' highly revered orders regarding the procurement of some native vessels from this Court, sent to me by the Commander-in-Chief van Braam via the lighter De Vos with His most respected missive of 19 April of the past year: the more so as I am persuaded that it would only suffer a refusal: having informed the Prince on the other hand of the speedy passage of the country's fleet, and the benevolent care of Your Right Excellencies concerning the necessary supply of rice for the King's subjects, with the restriction against abuse of this kindness. The King hereupon expressing his special gratitude, with assurances that not a single grain would be transported from here to Riau; I requested His Highness in the most amicable manner henceforth no longer to seek to distract Your Right Excellencies with promises, but to show by deed that he was a worthy ally of the Honorable Company: which His Highness answered he would fulfill, as much as lay within his power. Furthermore giving myself the honor to offer Your Right Excellencies most humbly herewith some copies of my correspondence held with Captain-Commandant van Braam: as well as to bring respectfully to your knowledge: That

Dutch transcription

513. 'SE: Comp:s weege gegeeven heb, ter restitutie dier inwoondere en onderdaenen der E Maatschappij uijt de songiauwer, die hij zig b'ijverd ten eenemaal te ontblooten van alle chineese, om door die weg, hoe langer hoe meer het E hart des Koningste gewinnen. Den submissen teekenaar, met bijzonder leedweesen verseerende, over de valsche beschuldiginge en verkeerde interpractaties van het Hof in weerwil van alle zijne poginge, steedsgerigt, tot het welzijn van den vorst, en de meeste belangens der E: Maatschappij; smeekt onderda„ „nigst om Uw Hoog Edelheedens goederrierende b'oordeeling in deezen, en gebruijkt de Vrijheijd, hier neevens in alle submissie te voegen, eeni¬ „ge bewize van den ontfangst en afscheep van het nae de Hoofdplaats gedestineerd geweest zijnde Thin met de pantjalling eerbiedig voormeld. Naedat ik vervolgens geleegentheijd vond, den Koning over het gepleegde geweld te onderhouden; gaf denzelven de minste attentie niet op mij„ „ne dien aangaande klagten, en weesdirect op Khemaas Tommegong, om de„ „zelven, daar over te onderhouden, met uijting, dat de schuldige gestraft zoude werden. Deeze onheusche en onvriendelijke wijze des Konings mij geen goeds voor„ „speldende, en schijn geevende, dat den vorst zijne oude vulsche en wreede gaardheijd, ten tijde hij Kroonprins is geweest, den toom mogte vieren; hebben mij gepersuadeerd, op middele van voordiening bij onverhoop¬ „te toevalle bedagt te zijn, en van de passagie van 's Lands Oorlogs Esquader gebruik te maeken. Jk depecteerde daar op directde pantjalling Banca nae de vloot„ met een brief aan den Heer Capitain Commandant van Braam„ deeze eerbiedigst in Copia verzellende, waarbij ik de vrijheijd heb gebruijkt zijn WelEdelGestrenge Manhafte in overweeging te geeven; of het niet gerreden zoude zijn! bij deeze onverwagte critique gesteldheijd een zijner geringste kiele hier te laeten:) waarover ik uw Hoog Edel„ „heedens geneegene verschooning afsmeek - Hebbende d'Heer Zeevoogd van Braam hier op goedgevonden, een brieff aan den Koning mi toe te zenden. Ik heb hier van den Eersten Minis„ „ter direct kennis gegeeven, en verzogt dat de overbrenging daar van als koomende van weegens den staat der vereenigde provintien, aan het Hofceremonieel geschieden mogt: zulks mi egter geweijgert wordende, met excuus dat hetgeene gewoonte, en ook nog nooijt gebeurd was; heb ik, in hoope Uwer Hoog Edelheedens gratieude goedkeuring aan de wil des Konings voldaan, en voorm: brief in perzoon, zonder Ceremo¬ „nie ten hove gebragt. Bij het leezen van deeze Missive was den Koning zeer stil, en vroeg„ mij met een grimlag guasivero, wie zijn de Staaten Generaal ik antwoorde, de souvernin der vereenigde provintien, zo als zijn Hoog „heijd zelfs uijt de brief van den Heer Commandant en Eef bogen kon. Waar op denzelven direct een Zeer vriendelijk gelaat aannam, en mij verzeekerde, van zijne aankleeventheijd voor de E: Comp:e, zo meede dat hij zeer gaarne de ondergang van Riouw wenschte, en zijne Onder„ „deene straffen zoude, bij aldien dezelve dadig bevonden wierden, eeni„ „ge Connectie met de Riouwereese te hebben. Het gedrag des Konings, onder Hooggunstigere b'oordeeling, mij voor het teegenswoordige gantsch niet or thodor voorkoomende, zo als ik deer zal hebben Uw H Hoog Edelheedens naeder eerbiedigst te retailliee„ „ren; heb ik de vrijheijd gebruijkt uw Hoog Edelheedens zeer gevene„ „reerde Ordres omtrend de obtenue eeniger Jnlandsche vaartuijge van dit Hof, bij Hoogst derzelve zeer gerespecteerde Missive van den 19:' April J=o L: per de Ligter de Vos door den Heer Commandant en Chef van Braam mij toegeschikt, den Koning niet voor te stel„ „len: te meer ik gepersuadeert ben, dat maar refuus zoude lijden: hebbende den Vorst daar en teegen g'imformeerd van de verhaaste passagie van 's lands vloot, en de goedertierende voorzorge Uwer Hoog Edelheedens omtrend den nodigen onderhoud van Rijst voor 's Konings Onderdaenen met de restrictie van misbruijk deezer goedheijd Hier over den Koning zijne bijzonde dan kerkentenisse betuijgende, met verzeekeringe, dat van hier geen korl nae Riouw zoude werden vervoerd; heb ik zijn Hoogheijd op de minzaamste wijze verzogt, UW Hoog Edelheedens voortaan met geene belofte meer zoeken te diverteeren, maar met de daadtoonen, dat hij een waardige bondgenoot der E: Maatschappij was: het geen zijn Hoogheijd b'antwoorde, te zullen nakoomen, zo veel als in zijn vermogens stond. Geevende mij verders d'Eer, Uw Hoog Edelheedens hier neevens onderdanigst eenige Copias mijner gehoudene Correspondentie met den Heer Capitain Commandeur van Braam aan te bieden: mitsgaders ter g'eerbiedige kennis van Hoogst dezelve te brengen. Dat „ ge¬ van ne n n te ch „ ar te ks 6 e

NL-HaNA_1.04.02_3676_0598 view scan ↗

English

That upon the appearance of the State's fleet, the King directly sent the Chief of the priests here, Zait Alie Mynscheg, a prime favorite of the monarch, to Muntok, with orders to make all haste to finish the redoubt there and put it in proper order of defense, and further to take care that the other started bentings on Banca are also speedily completed. All under the pretext of arming themselves against Raadja Hadjie. Also, a fleet of nearly Forty Panjazaps and One Goerab has been made ready here head over heels by order of the King, under the pretext of searching for the English ship commanded by Captain John, mentioned in my humble letter of the 12th of this month, in order to recover the seized tin, and to cruise against the Pirates, for which passes were requested. The suspicious matter, however, is that after the issuance of the passes, the King quietly placed as commanders thereon the much-notorious smugglers Sait Aboe Bacar Minschahap and Rading Mohamat, precisely at a time when most foreign nations must pass. According to reports, they were to sail out of the Sungsang as soon as the Fleet had merely passed by. Furthermore, the King made a distinguished present to the Orang Kaya Besar mentioned in my respectful letter of the 8th of April last, named Toeang Said Abdulla Jaroes, consisting of a completely new racquet or dwelling constructed for this holy man, painted green on the outside, an honor that has never befallen any prince. This holy man foretells, under highly favorable interpretations, in my humble opinion very little good, and the same motive may possibly be at work here as with Raadja Hadjie. I submit myself most humbly to Your Right Excellencies' wiser judgment concerning the present very dangerous conduct of the King, with an humble plea that it may please Your Right Excellencies' benevolence to provide for this in the best possible manner. With the presence here of the lighter De Vos, carrying letters from the Commander van Braam, I have, at the request of the Quartermaster thereof, Teeken Wieijen, delivered from the local stores One pair of iron grapnels for that lighter and One boat for the cutter De Batavier, as appears from the accompanying invoice amounting to a sum of f 360:4:-, which I take the liberty, in the hope of Your Right Excellencies' favorable approval, to charge to the main settlement. Having furthermore, pursuant to Your Right Excellencies' revered orders, dispatched to the fleet the lighter De Zomer, after having provided that small vessel against its leakage on deck and above the water, along with the further necessities for it, the expenses for which have amounted to f 80:10:-, as also appears from the respectfully accompanying expense account. That small vessel having been rejected by Commander van Braam, I take the liberty of submitting the same directly to Your Right Excellencies in all submission, together with this my respectful dispatch and those dispatches received from the Naval Commander van Braam, whereby I flatter myself that I may obtain Your Right Excellencies' favorable approval; while upon the proposal of Mr. van Braam, and in expectation of Your Right Excellencies' benevolent approval, I shall dispatch to the fleet the pantjalling Banca as soon as it can be provided with a new mast and its further defects remedied. On the 5th of this month, Your Right Excellencies' highly revered dispatch for that Government was dispatched from here to Malacca, pursuant to Your Right Excellencies' high orders dated 22 March. The bearer thereof was Intje Maadjie, mate of a vessel from Malacca that arrived here at the end of the month of March, commanded by Hadjie Aboe Bacar, who undertook to effect the delivery, after I prepared a sampan for that purpose, the expenses of which ran to a small amount of f 160:-:-. I promised the aforementioned Maadzie that the reward would be fulfilled by the Governor in Malacca in proportion to his faithful delivery, hoping hereby to have fulfilled the highly wise intention of Your Right Excellencies. Having been unable in any way to deliver the duplicates, the same have been forwarded by the humble undersigned with Commander van Braam. I had every difficulty to obtain, for money and good words, the Sungsang prahus to

Dutch transcription

„Dat den Koning bij verschijn van 's Lands vloot, direct het Hoofdaer priesters alhier, zait Alie Mynscheg een eerste lieveling van den vorst, na Muntok ge„ „zonden heeft, met ordre om alle spoed te maeken, de schans aldaar te fi„ neeren en in behoorlijke ordre van teegenweer te stellen, en verders zorgte draegen, dat de andere begonnene bintings op Banca meede spoedig g'ab„ „solveerd werden. Alles onder de naam om voor Raadja Hadjie zig te wapenen. Ook is hier, eene vloot van bij de Veertig Panjazaps en Een Goerab, ter ordre van den Koning, hals over kop in gereedheyd gebragt, onder de naam, van het Engels schip gevoerd bij Capitain John, in mijne needrige van den 12:e deezer vermeld, op te zoeken, ter erlanging van het genomene thin, en kruijsen op de Zeeroovers: waar voor de passe afgelangd zijn: Het subi¬ „euste is egter, dat den Koning na afgave der passe, in stilte als chefs daar op geplaatst heeft, de veel berugte morshandelaars Sait Aboe Bacar Minschahap en Rading Mohamat, net in een tijd, daar de meeste vreemde, naties passeeren moeten volgens zeggen, zouden zijde sousang uijtloopen, zodrae de Vloot maar gepasseerd was. Nog heeft den Koning aan den bij mijne eerbiedige van den 8:e April J:o Leeden vermelden Heangbesaar, ge„ „naamd Toeang Said Abdulla Jaroes, een gedistingueerd present gedaan, bestaande in een geheel nieuw voor hem heijlige g'extrueerd racquet of wooning buijten om groen geschildert: eene eer, zie geen prinsooijt is overgekoomen. Deeze heijlige voorspeld, onder Hoog gunstige welduijden, nae mijn ge„ „ring oordeel, zeer weijnig goeds: en Zal mogelijk dezelfde drijfveer al„ „hier, als bij Raadja Hadjie zijn.— d Jk onderwerpe mij op het needrigste aan Uw Hoog Edelheedens Hoog„ „wijzere b'oordeeling over het teegenswoordige zeer gevaarlijk gedrag des Konings met ootmoedige beede, dat het Uw Hoog Edelheedens goedertierend gelieve te behaegen, daar in best mooglijk te voor„ „zien. Met het aanweesen van de Ligter de Vos, met brieve van d' Heer Comman„ „dant van Braam alhier, heb ik op verzoek van de Quartiermeester daar van Teeken Wieijen uijt den voorraad alhier afgegeeven Een p:r ijzer Dreg voor die Ligter en Een p:r schuijt voor de kotter de Batavier, blijkens neevens verzellende factuur bedraegende eene Somma van ƒ360:4. — die ik de vrijheijd gebruijk, in hoope Uwer Hoog Edelheedens geneegene approbatie, de Hoofdplaats aan te reekenen. Hebbende verders, inge„ „volge Uwer Hoog Edelheedens gevenereerde ordres, de Ligter de Zomer¬ na dat kieltje van zijne lekkagie op het dek en boven waeter voorzien te hebben, met de verdere benodigtheeden daar aan, waar van de Onkos„ „len tot ƒ80:10:— gereeden zijn, blijkens meede eerbiedig verzellende On„ „kostreekening, nae de vloot gedepecheerd, Dat kieltje, door den Heer Com„ „mandant van Braam afgekeurd zijnde; gebruijke ik de vrijheijd, het zelve direct, met deeze mijne eerbiedige, en ze van den Heer Zeevoogd Van Braam ontfangene depeches, Uw Hoog Edelheedens onderdanigst aan te bieden: waar meede ik mij vleije Uw Hoog Edelheedens gene„ „gene goedkeuring te mogen erlangen: terwijl ik op voorstel van d' Heer van Braam, en in erspectince Uwer Hoog Edelheedens goeder¬ „tierende approbatie, de Pantjalling Banca, zo spoedig mooglijk als dezelve van een nieuwe mast en verdere gebreekens voorzien kan wer¬ „den, na de vloot zal depecheeren. Zynde den 5:e deezer van hier na Malacca Uw Hoog Edelheedens zeer gevenereerde Missive voor dat Gouvernement, ingevolge Hoogstder¬ „zelve Hooge beveele de dato 22 Maart gedepecheerd: De overbrenger daar van is geweest Jntje Maadjie, stuurman van een, alhier in het laatst der maand Maart g'arriveerd vaartuijg van Malacca, gevoerd bij Hadjie Aboe Bacar, die aangenoomen heeft de bezorging te zullen effectueeren: na dat ik een chiampang daar toe in gereedheijd hebgebragt, waar van de onkosten geloopen zijn een montantje van ƒ 160:—:— Jk hebeevengem: Maadzie beloofd, dat de belooning, na eevenree„ „digheijd zijner trouwe bezorging op Malacca door den Heer Gouver„ „neur zoude, werden volbragt: verhoopende hier meede aan de Hoog wijze intentie Uwer Hoog Edelheedens te hebben voldaan. De Duplicaate opgeenerleij wijze hebbende kunnen bezorgen, zijn dezelve door den needrigen teekenaar, met de Heer Commandeur van Braam voortgeschikt. Ik heb alle moeijte gehad, om voorgelden goede woorde aan de Soudang prauwe te

NL-HaNA_1.04.02_3676_0599 view scan ↗

English

to be able to obtain any for delivering the letters from the fleet hither, the native there saying plainly that such is forbidden, on which account they live in constant fear of being executed with a kris if they do so. A sailor, brought hither by a local fisherman after his long insistences with a letter from the Commander of the lighter De Zomer, has also been delayed in his arrival here, as appears from his declaration offered herewith in all deference to Your High Nobilities. I further take the liberty, regarding what has come before me concerning Malacca and Riouw, to refer most respectfully to the report in that regard detailed in the letters of the 5th and 12th of this month to the Commander of Bdraam, while I furthermore, after mature inquiries, have the honor to assure Your High Nobilities: That the Sultan of Jambij, along with the brother of Sultan Sahang, was indeed at Riouw with ten and more vessels. That the first-mentioned Sultan has returned to Jambij, and the brother of Sultan Sahang had likewise left Riouw. That according to the latest rumor, Radja Hadjie is said to have arrived at Riouw again, with the intention of crossing over to Mampauwa; of which latter news, once the humble subscriber is more reliably informed, he hopes at the first opportunity to observe his duty to Your High Nobilities. While I shall unceasingly apply every effort to gather all information regarding the affairs of Riouw and what is annexed thereto, as well as the present conduct of this Court, which I am now forced, despite all their excesses, to flatter for the preservation of the balance, until by the all-wise and benevolent providence of Your High Nobilities I may be furnished with such orders as will set limits to a people among whom violations of good treaties are elevated to a virtue. Meanwhile, most humbly begging Your High Nobilities for a gracious pardon of my frank expressions herein, I have the honor to be with all humility that is due to that post. Below stood: High Noble, Right Honorable Lord and Noble Lords. Lower: Your High Nobilities' Humble, Obedient, and Faithful Servant. Was signed: G:t Hemmij. In the margin: Palembang, the 27th of May 1784. Below that stood: P.S. Just after the closing of this letter, there appearing instantly here inside this lodge, sie Mardjit, inhabitant of the songiauwer, and fugitive from the vessel of Haajie Adjir mentioned herein, I have the honor most obediently to offer Your High Nobilities herewith a declaration by the same. Noble Sir. In compliance with Your Honor's esteemed order, we, the undersigned, as special deputies with the Honorable Company's interpreter, went over to the other side to the house of Khemaas Tommongong Carta Nagara, and there found present the aforementioned Khemaas Tommongong, Khemaas Ranga Alie, Khemaas Demang Miril, Ikhe Jngebe Tando, and Khedemang Koo, Captain of the Chinese here. We gave notice of our arrival and asked what their desire was, whereupon Khemaas Tommongong answered that in the unfortunate event of yesterday, not only were all the crew members on the vessel of Hadjie Adjier murdered, but that even many notables of their side were wounded, and some commoners alongside them were killed; namely Khiranga Japoetra and Kheagus Patjienang wounded, with 15 commoners besides, and likewise killed were one Kheagus Raadjong, Kheagus Sabrang, the commoners sie Lam, Sie Tjoem, and one Palab Jarangsgast. We replied that such were certain consequences when a vessel was attacked in a violent and murderous manner, what the reasons were. Respectful Report To the Noble Sir Mr. Gijsbert Hemmij Merchant and Chief of this Station [illegible]

Dutch transcription

515. te kunnen erlangen ter bezorging der brieve van de vloot herwaarts: zeggende den inlander aldaar rond uijt, dat zulks verboden is, weshalven dezelve in geduurige vreesleeren, zulks doende, gekritst te werden. Een Mattroos, met een brief van den Gezaghebber de Ligter de Zo„ „mer, op zijne lange instanties, door een soevanger herwaarts gebragt zijnde, is meede in zijne herwaarts komst vertraagd geworden, blijkens deeze in alle eerbied, UW Hoog Edelheedens g'offereerd werdende verklaering van denzelve. Ik gebruijke verders de Vrijheijd omtrend hetgeen mij van Malacca en Riouw voorgekoomen is, mij eerbiedigst te gedraegen, aan het rapport dien aangaande, bij Missive van den 5:e en 12:e deezer den Heer Comman„ „dant van Bdraam gecetailleerd, Terwijl ik verders na rijpe infor„ „maties, d' Eer heb, uw Hoog Edelheedens te verzeekeren. Dat den Sulthan van Jambij neevens den broeder van den Sul¬ „than Sahang, werkelijk met thien en meer vaartuijge op Riouw F geweest is. Dat eerstgem: Sulthan weer op Jambij geretourneerd is, en de broeder van Sulthan Sahang meede Riouw verlaeten had. Dat volgens het laatste gerugt, Raadja Hadjie weer op Riouw zou„ „de zijn g'arriveerd, met intentie om nae Mampauwa over te steeken: van welke laatste tijding, den needrigen teekenaar verzeekerder g'imformeerd zijnde: bij de eerste geleegentheijd zijne verschuldigheijd bij uw Hoog Edelheedens hoopt te observeeren. Terwijl ik onafgebrooken alle devoire appliceeren zal, alle im„ „formaties in te neemen noopens de zaaken van Riouw en wat daar annex aan is: met en beneevens van het teegenswoordige gedrag van dit Hof, dat ik thans genoodzaakt ben, in weerwil van alle hun„ „ne illimiteyte tot conservatie der ballance te vleijen: tot dat ik door de Hoogwijse en goedertierende voorziening van Uw Hoog Edelhee„ „dens mag werden gemunieerd met zodanige Ordres, die paele stellen aan een volk, waar van Overtreedinge, van goede verbonden tot eene deugd verheeven zijn. Uw Hoog Edelheedens intusschen ootmoedigst biddende, om eene grati„ „cuse verschooning, mijner vrijmoedige uijtinge bij deeze, vereere ik mij met alle ootmeeden die post ontzagte zijn. /:Onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en WelEdele Heeren /:La„ „ger:/ Uw Hoog Edelheedens Onderdanige, Gehoorsaame, en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ G:t Hemmij /:in margine:/ Hilembang den 27:e Maij 1784. /:daar onderstond:/ P: S: Nal het sluijten deezer momentlijk alhier binnen deeze Logie verschijnende, sie Mardjit inwoonder uijt de songiauwer, en vlug „teling van het in deeze vermeld vaartuijg van Haajie Adjir, zo geeve ik mijd' Eer uw Hoog Edelheedens hier neevens gehoorsaamst te offereeren, eene verklaering van denzelven. Wel Edelen Heer. Jn Nakoming van UwelEd: g'eerde Ordre hebben wij ondergeteekendens als Expresse Gecommitteerdens met 's E: Comp:s Tolk ons vervoegt na de overkant, aan het Huijs van Khemaas Tommongong Carta Nagara, en aldaar present gevonden, den Khemaas Tommongong voormeld, Khemaas Ranga Alie, Khemaas Demang Miril, Ikhe Jngebe Tando, en Khedemang Koo, Capitain der Chineesen alhier; wij gaeven kennis van onze komst, en vroegen wat hunne begeerte was, waar op sche„ „maas Tommongong antwoorde, dat bij 't ongelukkig geval van gisteren, niet alleen alle manschappen op 't vaartuijg van Hadjie Adjier wae„ „ren vermoord geworden; maar dat ook zelfs veele groote van hunne zijde geblesseerd, en met eenige gemeene daarbij gesneuveld waeren; te weeten Khiranga Japoetra, en Kheagus Patjienang geblesseerd met nog 15 gemeene, zo meede gesneuveld, eene Kheagus Raadjong, Kheagus Sabrang, de gemeene sie Lam, Sie Tjoem, en eene Palab Ja„ „rangsgast. Wij repliceerden, dat zulks zeekerde gevolgen waeren, als een vaartuijg op eene geweldige en Moordadige wijze overvallen wierd, wat de reeden Eerbiedig Berigt Aan Den WelEdelen Heer M:r Gijsbert Hemmij Koopman, en Opperhoofd deezes Comptoirs waeren. ters kge„ tefi„ zorgte d gg'ab„ ordre van en ,en bi„ efs Bacar de pen, bij r, ge„ daan, ƒ ge„ 9„ s 0 mman„ daar Dreg ens 60:4. — gene inge„ Zomer, zien kos„ de On¬ Com¬ het oogd o nigst gene„ n weder¬ als wer¬ zeer de „ een ver„ d ij d

NL-HaNA_1.04.02_3676_0600 view scan ↗

English

that the vessel which had openly drifted away from this Lodge on behalf of the Honourable Company on the 7th of this month had been attacked and captured in such a manner. Khemaas Tommongong answered to this that the King had given no orders for that, but rather to detain the same. Reply: If such was the intention of the King, why was the Chief not informed thereof beforehand, or why was it not first made to anchor at the Shahbandar's office? Answer: That he, Tommongong, did not know this, but that Kheranga Astra Diradja could account for it, as he had held that commission. Reply: Why was such a multitude of rowing prahus, a penjajap, and hundreds of men sent out to detain such a small vessel? Answer: Because the King did not wish to suffer the disgrace of failing to overpower it. 8th: In such a manner, that capture seems to have occurred with premeditation. Answer: I do not know that; Kheranga was the first who leaped aboard, whereupon the amok ensued. How the entire incident had begun, proceeded, and ended, and whether any men of the captured vessel had survived. Answer: Yes, three natives named Jalaloedien, aged an estimated 16 years; Golok, aged 22 years, bondsman of Hadjie Mangsoor; and Moeda, aged 26 years, bondsman of Haazie Adjier. These were shown to us, bound hand, foot, and neck, and related the following upon questioning by Khemaas Tommongong: That they, hirelings of one Hadjie Adjer from the Songiauwer, drifting down towards the Sousang by prahu pantchalling with the same, had seen that near Poeloe Combara, circa two miles from Palembang, Kheagus Raadjong had approached the vessel with a rowing prahu and had asked to come aboard. That the European Arnoldus Leurs, stationed thereon on behalf of the Honourable Company, answered: If you have proof, such can happen; that he, Kheagus, thereupon fell back; subsequently about fourteen prahus, mostly equipped with swivel guns and muskets, had come alongside in like manner, but had nevertheless been turned away as aforesaid. That the following day, being the 8th of this month, at Poeloe Poetrie, over thirty rowing prahus, all armed, had appeared, wherewith Kheranga Astra Diradja, having come alongside the vessel, had said that they should anchor while he wished to come aboard. That the aforementioned Arij had given him as an answer: If you have a pass or note for that from the Chief, then you can come aboard, and I will drop anchor. That subsequently the aforementioned Kheranga, notwithstanding this warning, had leaped on board with Kheagus Raadjong and a multitude of the retinue; and in the meantime, the vessel being directly surrounded by all the rowing prahus, everything had been in the uttermost confusion and disorder; likewise that they had heard a blunderbuss fired, and that an amok was carried out with all violence, whereupon the first deponent had leaped from the front of the vessel into the river and claimed to be a bondsman of Klemaas Demang Miril Rad; and the other two had meanwhile managed to hide in the hold, and subsequently, when everything was quiet, had begged for pardon, all the rest having been murdered. We subsequently asked Khemaas Tommongong whether the matter was now concluded with this. He replied that the King was very sorry about the incident, and had not imagined that it would end so unhappily. Which aforementioned being all that we have heard and seen, we testify this to be the pure truth, and if required, to confirm all this further by oath. Wherewith we hope to have fulfilled this commission to Your Honour's satisfaction, and assume the honour to be with all deference. Below stood: Honourable Sir. Lower: Your Honour's humble and faithful servants. Was signed: M:s Kuijper, A:s A:s Lokman, and P:r V:n D' Weeteringebuijs. In the margin: Palembang, the 9th of April 1784. We

Dutch transcription

waeren, dat 'z vaartuijg 't welk 's E: Comp:s weegen op den 7:e deezer publicq van deeze Logie afgedreeven, op zodanige wijze g'attaqueerd en afgeloopen was, Khemaas Tommongong diende hier op de Koning heeft daar toe geene ordres gegeeven, maar wel om't zelve aan te houden, Repliek: als zulks de Jntentie van den Koning is geweest, waarom aan 't opperhoofd, daar van te vooren geen kennis gegeeven? dan wel 't zelve bij de Sabandharij eerst laeten ankeren. Antwoord, dat hij Tommongong zulks niet wist, maar dat Kheranga As„ „tra diradja zulks verantwoorden kon, als hebbende die Commissie ge„ „had. ƒ Repliek: waarom zo eene Meenigte van schepprauwen, Een Panjajap, en bij Honderde van Manschappen afgezonden om zo een kleijn vaartuijg aan te houden. Antwoord, om dat de Koning geen schande mogte hebben van het niet magtig te werden. 8: op zodanige wijze schijnt dat afloopen met voordagt geschied te zijn. Antwoord dat weet ik niet, Kheranga is de Eerste geweest, die overgespron„ „gen, en waar op 't Amok gevolgd is. Hoet geheele geval was begonnen, voortgegaan, en g'eijndigt, en of er ook nog Manschappen van het afgeloopene Vaartuijg overgebleeven waeren. Antwoord Ja, Drie Jnlanders met naeme Jalaloedien oud na gissing 16 Jaeren, Golok oud 22 Jaeren, Lijf eijgen van Hadjie Mangsoor, en Moeda oud 26 Jaeren, Lijfeigen van Haazie Adjier; deeze wierden aan hande, voeten, en hals gebreijd aan ons vertoond, en verhaalden 't volgende, na afvrage van Khemaas Tommongong. — e Dat zij lieden huurlingen van eene Hadjie Adjer uijt de songiauwer per prauw Pantjalling met denzelve na de sousang afdrijvende gezien had„ „ren dat omtrend Poeloe Combara Circa twee meijle van Palembang den Kheagus Raadjong met een schepprauw bij het vaartuijg gekoomen, en ge„ W „koomen, en gevraagd had, om over te stappen. ƒ Dat den daar op 'sE: Comp:s weegen bescheijdene Europees Arnoldus Leurs g'antwoord, als gij een bewijs hebt, kan zulks geschieden, dat hij Kheagus daar op afdeijnste, vervolgens bij de Veertien prauwen, meest voorzien met draaijbassen, en gewheeren, in dier voegen op zijde gekoomen, egter als voorm:t afgeweesen waeren geworden. Dat 'Sanderen daags zijnde den 8:e deezer, bij Poeloe Poetrie ten voor„ „schijn waaren gekoomen, over de dertig schepprauwen alle gewapend, waar meede Kheranga Astra Diradja op zijde van 't vaartuijg gekoomen zijnde, gezegd had, dat zij lieden ankeren zouden terwijl hij aan boord wil¬ „de koomen. Dat voorm: Arij hem ten antwoord had gegeeven als gij een pas of briefje daar toe van 't opperhoofd heeft? dan kunt gij overkoomen, en ik ten ankergaan. Dat vervolgens eevengem: Kheranga niet teegenstaande deeze waar„ „schouwing opboord was gesprongen, met den Kheagus Raadjong en een meenigte van het gevolg: en intusschen het vaartuijg direct van alle schep „prauwen omsingelden alles in de uijterste confusie en disorder was geweest, zo meede dat zij lieden een Donderbos hadhooren losbranden, en dat met alle geweld Amok gemaakt was, waar op den Eersten suppli„ „ant van vooren het vaartuijg was afgesprongen in de rivier, en Zig voor een Lijfeijgen van Klemaas Demang Miril Rad opgegeeven: en de andere twee zig intusschen in het ruijm hadden weeten te verbergen, en vervolgens dat al„ „vesstil zijnde, om pardon verzogt hadden, zijnde voor de rest alles vermoord. Wij vroegen vervolgens aan Khemaas Tommongong of hier nu de Zaak meede gedaan was Hij repliceerde, dat den Koning het geval zeer leed deed, en zig niet voorge„ „steld had, 't zo ongelukkig zoude zijn afgeloopen. Het welk voorschreeve alle hetgeen zijnde wat wij gehoorden gezien heb¬ ben betuijgen wij zulks de Zuivere Waarheijd te zijn, ende des gerequireert werdende Zulks alles nader met Eede te bevestigen. Waar meede wij verhoopen deeze Commissie ten genoegen van UwelEd: te hebben voldaan, en ons de Eer aanmatigen met alle onderdanigheijd te zijn. /:Onderstond:/ Wel Edelen Heer /:Lager:/ UwelEd: onderdanige en trouwschuldige Dienaaren, /:was geteekend:/ M:s Kuijper, A:s A„s Lokman, en P:r V:n D' Weeteringebuijs /:in margine:/ Palembang den 9:e: April 1784. Wij

NL-HaNA_1.04.02_3676_0601 view scan ↗

English

517. Malacca By an Express Abdul Maadjie. We the undersigned, as specially appointed commissioners, declare at the requisition of the Honorable Mr. Gijsbert Hemmij, Merchant and Chief of this Office, and out of love for the pure truth, to be true and truthful. That on the 1st, 3rd, and 4th of this month, in the presence of us, there was weighed in and received into the Honorable Company's warehouse a quantity of 824 ingots of privately purchased tin, containing Four hundred and Four picols at 125 lb each picol, furthermore That on the 6th of this month the aforementioned quantity of tin was again weighed out there in our presence, and was found to agree with the equal quantity of four hundred and Four picols of that mineral in 824 ingots, and shipped into a chartered vessel, commanded by Haarie Adjier, inhabitant of the songiauwer, and under the supervision of the sailors Arnoldus Leurs and David Sonderman, with which the same departed on the 7th of this month in the morning at about ten o'clock from this Lodge for the cruising pantjalling D'Snoek, lying at the sousang and destined for the Headquarters. Giving further as reasons for our knowledge, having been present at all that is attested herebefore, furthermore, as in the text, being prepared to confirm our given Attestation with a solemn Oath, if required and requested to do so. Below stood: Palembang the 9th of April 1784. was signed: M: Kuijper, A:s A:s Lokman, and P: V:n D' Weeteringebuijs. By order of the Right Honorable Mr. Gijsbert Hemmij, Merchant and Chief of this Office, we the undersigned sailors acknowledge having received into the vessel of Hadjie Aadjier, Eight hundred twenty-four pieces of Tin, weighing four hundred and four picols, in order to deliver the same to the cruising pantjalling d'snoek lying at the sousang. Below stood: Palembang the 6th of April 1784. was signed: Arnoldus Leurs, and A cross mark described, set by David Sonderman. Secret To The Right Honorable, Severe, and Esteemed Lord Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director on behalf of the General Dutch East India Company there. Right Honorable, Severe, and Esteemed Lord! Presently having the honor to receive, by the lighter de Zomer, a Secret letter from the High Indian Government dated 22 March last past, accompanying Their High Excellencies' Original and duplicate secret Missive to Your Right Honorable, Severe, and Esteemed, with the recommendation of a direct dispatch; so I have the good fortune to be able to comply with it immediately, with the bearer of this, Intje Abdul Maadzie, of the vessel of Hadzie Aboe Bacar, who recently arrived here from Malacca, with which I most obediently present the aforementioned Original Missive to Your Right Honorable, Severe, and Esteemed: To the bearer of this I have promised no fixed reward for the service he thereby renders to the Honorable Company: but assured him, that such would be done generously and equitably by Your Right Honorable, Severe, and Esteemed in proportion to his prompt and faithful delivery. [illegible]

Dutch transcription

517. Malacca Per Een Expresse Abdul Maadjie. Wij Ondergeteekendens, als Expresse Gecommitteerdens, verklaare ter requisitie van D'E: Heer M:r Gijsbert Hemmij Koopman en Opper„ „hoofd deezes Comptoirs, ende uijtliefde tot de zuijvere waarheijd waar ende waaragtig te weesen. Dat op den 1e 3e: en 4:e: deezer in presentie van ons, in 's E: Comp:s pak¬ „huijs is ingewoogen en ontfangen een quantiteijd van 82¼ schuijtjes particulier ingekogt thin, inhoudende Vier hondert en Vier picols à 125 lb ieder picol, voorts Dat op den 6 deezer eevengem: quantiteijd thin, weederom aldaar ten onzen overstaan is afgewoogen, en met gelijke quantiteijd van vier hon„ „dert en Vier picols van dat Mineraal in 824 schuijtjes accordeerd bevon„ „den, en afgescheept in een afgehuurd vaartuijg, gevoerd bij Haarie Adjier inwoonder in de songiauwer, en onder opzigt van de Mattroosen Arnoldus Leurs en David Sonderman, waar meede het zelve op den 7:e deezer 'smorgens Circa om tien uure van deeze Logie nae de aan de sousang leggende en nae de Hoofdplaats gedestineerde kruijspan„ „jalling D'Snoek vertrokken is. Geevende verders voor reedenen van weetenschap, al het hier vooren g' „attesteerde bijgewoond te hebben, voorts als in den text, bereijd te zijn; onze gegeevene Attestatie, des gerequireerden verzogt werden„ „de met solemneele Eede te bevestigen. /:Onderstond:/ Palembang den 9:e April 1784. /:was geteekend:/ M:„ Kuijper, A:s A:s Lokman, en P: V:n D' Weeteringebuijs. Op ordre van Den WelEdelen Heer M:r: Gijsbert Hemmij Koopman en Opperhoofd deezes Comptoirs, bekenne wij ondergeteekende Mattroo„ „sen ontfangen te hebben in het vaartuijg van Hadjie Aadjier, Agthon„ „ders vier en twintig stukken Thin, weegende vierhondert en vier picols, om het zelve aan de, aan d' sousang leggende kruijspantjalling d'snoek over te geeven. /:Onderstond:/ Palembang den 6:=e April 1784. /:was geteekend:/ Arnoldus Leurs, en Een kruijsje omschreeven gesteld bij David Sonderman. Secreet Aan Den Wel Edelen Gestrengen Agt¬ „baaren Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur weegens de Gene¬ „raele Neederlandsche Oost Jndische Compagnie aldaar. Wel Edel Gestrenge Agtbaaren Heer! Momentlijk de eer hebbende, met de Ligter de Zomer te ontfan„ „gen, Een Secreete brief van de Hooge Jndiasche Regeering de dato 22 Maart P: a: ten geleijde van Hunne Hoog Edelheedens Origineele en duplicaat secreete Missive aan UwelEdel Gestr: Agtb: onder aan„ „beveeling eener directe depeche; zo heb ik het geluk daar aan imme„ „diaat te kunnen voldoen, met brenger deezes, den onlangs van Malacca alhier g'arriveerde Jntje Abdul Maadzie van het vaar„ „tuijg van Hadzie Aboe Bacar, waar meede ik eevengem: Originee„ „le Missive UwelEdel Gestr: Agtb: gehoorsaamst aanbiede: Aan brenger deezes heb ik geene vaste praemie voor de dienst die hij daar meede aan D' E: Maatschappij bewijst beloofd: maar hem ver„ „zeekerd, dat zulks na eevenreedigheijd van zijne spoedige en trouwe bezorging, door UwelEdel Gestr: Agtb: genereus en billijk zoude werden gedaan. De van As„ ge„ eda e, rper h den ge„ d„ daar en dwil¬ briefje en aar„ een schep was den suppli„ voor twee atal„ rd. meede en -

NL-HaNA_1.04.02_3676_0602 view scan ↗

English

Fourth Pencalang Bangka. The lighter accidentally missed the cruisers by night and was in the river for 14 days before I could receive the least news of it, which noticeably delayed the delivery of the letters. I congratulate Your Right Honorable and Esteemed Worship particularly on the fortunate and, as I do not doubt, awe-inspiring to all northern rulers, brilliant assistance of the country's fleet under command of Captain Commander van Braam, with which the roadstead of Malacca shall soon be adorned. Since the departure of the bark Den Arend and the gurab Snelheijd, many discords reigning in this kingdom even among the court grandees, and defensive preparations being made by the King under the pretense of arming himself against Raja Haji, circumstances have nonetheless, not without reason, made me fear the contrary, because I have been informed of a clandestine correspondence between this King and the one of Riau, and the recent arrival of a notorious Tuanku Besar sent from Riau for that purpose, an old Arab priest and confidant of Raja Haji, who claims to have predicted the blowing up of the ship Malaccas Welvaaren at Riau, and thereby to have brought about the preservation of that place. I have therefore taken the liberty of submitting to the favorable consideration of Captain Commander van Braam whether it would not be advisable, for the protection of the Honorable Company's garrison here, to leave one of his smallest armed vessels here, in order at least to inspire some awe, while in these critical circumstances not the least reliance can be placed on the Court. Should it happen, however, that Admiral van Braam believes he cannot comply with this request of mine, I leave it to Your Right Honorable and Esteemed Worship's best consideration to provide for it, if possible, from Malacca. Praying for God's precious protection over Your Right Honorable and Esteemed Worship's government and the Honorable Company's arms, I have the honor to be with the greatest respect. Below stood: Right Honorable and Esteemed Sir. Lower: Your Right Honorable and Esteemed Worship's humble and obedient servant. Was signed: G. Hemmij. In the margin: Palembang, the 4th of May 1784. Below that stood: P.S. On behalf of the Honorable Company, I have delivered to Inche Maji two blunderbusses, two muskets, one hundred live cartridges, as well as four hundred pounds of rice for ten persons. Secret To the Right Honorable, Valiant Sir, Jacob Pieter van Braam, Captain Commander of the Country's War Squadron in the Bangka Strait. Right Honorable, Valiant, Prudent, and Discreet Sir! By the lighter De Zomer I had the honor on the 4th of this month to be graciously informed by the High Government of the Indies of the plan of the country's war squadron under the command of Your Right Honorable and Valiant Worship through the Bangka Strait to Malacca. This fortunate event, as comforting to the Malacca administration as to the humble subscriber in the present unfavorable disposition regarding the northern rulers, gives me the liberty humbly to request Your Right Honorable and Valiant Worship to be pleased to take into favorable consideration also to cover this post with a most easily spared vessel or small craft from Your Right Honorable and Valiant Worship's respectable squadron, for the following reasons. Because

Dutch transcription

Verde Pantjalling Banca. De Ligter heeft per ongeluk bij nagt de kruijssers misloopen, en is in„ 14 daegen in de rivier geweest, eer ik dus de minste tijding daar van heb kunnen ontfangen, waar door de bezorging der brieve merk„ „lijk vertraagd is. Jk filiciteer uwelEdel Gestr: Agtb: bijzonders met de glukkige en zo ik niet twijffel tot ontzag van alle Noordsche vorsten brilliantsads„ „stentie van 's lands vloot onderbevel van den Heer Capitain Comman„ „deur van Braam, waar meede eerstdaags de Malacsche reede pron„ „ken zal. zeedert het vertrek van de Bark den Arend, en de Goerabae Snelheijd„ in dit Rijk zelfs onder de Hofsgroote, veele oneenigheeden heerschende, en door den Koning diffensive preparaties gemaakt werden, onde schijn zig voor Raadja Hadzie te waepenen, hebben mij egter om„ „standigheeden van zaeken niet zonder reeden, het teegendeel doen dugten, om dat ik g'imformeerd ben, van eene onderhandsche Corres¬ „pondentie tusschen deezen Koning, en die van Riouw, en het arrive„ „ment onlangs van eenen ten dien eijnde van Riouw gezonden berug„ „ten Toeang bezaar een Oude Arabische priester en vertrouwling van Raadja Haazie, die zig uijtgeefd 't springen van het schip Malaccas Welvaeren op Riouw voorspeld, en daar door het behoud van die plaats bewerkt te hebben. Jk hebdus de Vrijheijd gebruijkt den Heer Capitain Commandeur van Braam in gunstig overweeging te geeven, of het niet geraeden zoude zijn, tot dekking van 's E: Comp:s bezetting alhier, een zijner geringste g'armeerde kiele hier te laeten, om ten minsten eenig ontzagte verwekken, terwijl in deeze critique omstandigheeden geen de minste staat op het Hof te maeken Mogte het egtergebeuren dat de Heer Zeevoogd van Braam vermeende aan dit mijn requisiet niet te kunnen voldoen; zo laete ik het aan uwel Edel Gestr: Agtb: beste Consideratie over, om is het mooglijk van Malacca daar in te voorzien. Godes dierbaare bescherming over UwelEdel Gestr: Agtb: bestiering, en 'sE: Comp:s waepen afsmeekende, heb ik deEer met de meeste agting te zin. /:Onderstond:/ Wel Edel Gestrenge Agtbaaren Heer /:Lager:/ Uwel Edel Gestr: Agtb: onderdanige en Gehoorsaeme Dienaar /:was geteekend:) G:t Hemmij /:in margine:/ Palembang den 4 Maij 1784. /:daaronderstond:/ P: S: Aan Jntje Maadjie heb ik afgegeeven 's E: Comp:s weegen Twee Don„ „derbossen, Twee snaphaenen, Hondert scherpe pastroonen, zo meede Vier hondert pond Rijst, voor tien koppen. is. Secreet Aan Den WelEdel Gestrenge Manhafte Heer Jacob Pieter van Braam Capitain Commandeur van 's Lands Oor„ „logs Esquader, in straat Banca. Wel Edel Gestrenge Manhafte Voorsienige en Discreete Heer! Met de Ligter de Zomer heb ik de eer gehad, den 4:e deezer door de Hooge Jndiasche Regeeringgratieus g'imformeerd te werden, van het plan van 's Lands Oorlogs Es quader onder bevel van Uwel Edel Gestr: Mans: door straat Banca na Malacca. Ditgelukkig Eevenement, zo troostbaar voor het Malacsche Ministerium, als voor den needrigen teekenaar bij de teegenswoordige ongunstige ge¬ „steldheijd, met de Noordsche Vorsten, geeft mij vrijheijd UwelEdeleGestr: Manh: submisselijk te verzoeken, in gunstige overweeging te willen neemen om dit Comptoir meede te dekken, met een bestgemist kun„ „nen werdende kiel of kieltje van Uwel Edel Gestr: Manh: aanzienlijk Esquader, om volgende reeden. Om

NL-HaNA_1.04.02_3676_0603 view scan ↗

English

519. Third Lighter De Zomer. In order to prevent the King of Palembang from being able to dispatch any assistance whatsoever to Riouw, for which I must fear not without reason, both because of secret correspondence that has taken place for some time between the King of Riouw and this Court, as well as over the recent arrival of a great holy Arab Priest from Riouw, a special confidant of Raadja Hadjie, who has already been in a secret conference with this King and has impressed many advantageous predictions from Riouw's monarch upon the Court and the common people here; in order to counter the extraordinary defensive preparations both by land and water at this Court under false pretense against Raadja Hadjie; in order to address the haughty and indifferent conduct of this Court toward the Honorable Company, both since the disagreeable news that Riouw was abandoned by our forces and Raadja Hadjie had departed for Malacca, as well as since the departure from here of the Gurab De Snelheijd and the Bark Den Arend, and since the arrival of the aforementioned Arab priest; and lastly in order to be able to stimulate with greater urgency the tin delivery, which since all the aforementioned disagreeable events has been treated only very lukewarmly by this Court. I do not doubt that Your Right Honorable Valiant Sir will kindly deign to approve this reasonable proposal of mine for the reasons cited, and will also take this trading post under His highest protection. With the dispatch of Their High Nobilities' respected letter to Malacca, I had the honor to inform Governor De Bruijn of this proposal of mine, which I shall also observe toward Their High Nobilities in all reverence and due respect. Praying for God's precious protection over Your Right Honorable Valiant Sir and His Squadron, I have the honor to be with the greatest respect. Below stood: Right Honorable, Valiant, Prudent and Discreet Sir, Lower: Your Right Honorable Valiant Sir's humble and obedient servant, was signed: G:t Hemmij, in the margin: Palembang, 5 May 1784. To The Right Honorable Valiant Sir Jacob Pieter van Braam Captain Commander over the National War Squadron etc., passing the Banka Strait. Right Honorable, Valiant, Prudent, Discreet Sir! After I had the honor obediently to present my humble secret letter of the 5th of this month to Your Right Honorable Valiant Sir on that same date with the armed cruising pantjalling Banca, I also find myself honored today with Your Right Honorable Valiant Sir's courteous letter of the 2nd of this month, together with a packet of papers addressed to me from the High Indian Government. I conform directly to the highly respected orders of Their aforementioned High Nobilities, along with the further respected requisitions of Your Right Honorable Valiant Sir, and dispatch the lighter De Zomer, which having previously been repaired of its defects has been provided with the necessary provisions, to the bank before this river, in order to await Your Right Honorable Valiant Sir with the national fleet together with the lighter De Vos. At the request of the quartermaster Teeken Wieijen of the lighter De Vos, I have shipped aboard the lighter De Zomer: One pair of grapnels of approximately 500 lb One Dutch rope of 8 inches, and One boat for the cutter De Batavier, in order to deliver those requirements upon further approval from Your Right Honorable Valiant Sir, and in the contrary case [illegible]

Dutch transcription

519. Verde Ligter De Zomer. Om den Koning van Palembang te beletten, hoe genaamd geene adsisten„ „tie riouw te kunnen toeschikken, waar voor ik niet zonder reeden dugten moet, zo wel weegens zeedert eenige tijd plaatsgehad hebbende geheijme Correspondentie van den Koning van Riouw met dit Hof, als over de aankomst onlangs van eene grooten heijligen Arabische Priester van Riouw, een bijzondere vertrouweling van Raadja Hac„ „zie die reeds in een geheijm gesprek met deezen Koning geweest is, en veele voordeelige vooruijtzegginge van Riouws vorst, het Hof en het gemeen alhier ingeprent heeft, om de buijten gewoone diffensive pre¬ „paraties zo wel te Land als waeter, bij dit Hof onder valsche schijn teegen Raadja Hadjie, om het hoogmoedig en overschillig gedrag van dit Hof voor D'E: Maatschappij, zo wel zeedert de onaangenaeme tij„ „ding, dat rouw door de onze verlaeten, en Raadja Radjie na Ma„ „lacca vertrokken was, als zeedert het vertrek van hier van de Goeral d'snelheijd, en de Bark den Arend, en zeedert de aankomst van voorm: Arabischen priester, en laastlijk om de thin leeverantie, die zeedert alle de vooraangehaalde onaangenaeme excistenties maar zeer flauw bij dit Hof getracteerd word, met meer nadruk te kunnen animeeren. Jk twijffel niet of uwelEdel Gestr: Manh: zal dit mijn billijk voor„ „stel uijt aangehaalde reeden, goedgunstig gelieve te approbeeren, en dit Comptoir meede onder Hoogst desselfs bescherming willen nee„ „men. Met de depeche Haerer Hoog Edelheedens gerespecteerde Missive nae Malacca heb ik de Eergehad den Heer Gouverneur de Bruijn, van dit mijn voorstel kennis te geeven, hetgeen ik meede in alle Eerbied Hunne Hoog Edelheedens in schuldige observantie houden zal. over U welEdel Gestr: Mans: en Hoogst deszelfs Esquader, Godes dierbaere bescherming afsmeekende, heb ik de Eer met de meeste agting te zijn. /:onderstond:/ Wel Edel Gestrenge Manhafte Voorsienige en Discreete Heer, /:Lager:/ UwelEdel Gestrenge Mans: Onderda„ „nige en gehoorzaeme Dienaar /:was geteekend:/ G:t Hemmij /:in margine:/ Palembang den 5 May 1784. Aan Den Wel Edel Gestrenge Man¬ „hafte Heer Jacob Pieter van Braam Capitain Commandeur over 's Lands Oorlogs Esquader &a passeerende Straat Banck WelEdel Gestrenge Manhafte voorsienige Discreete Heer! Nae dat ik d'Eer hebgehad, mijne submisse secreete Missive, van den 5e: deezer Uwel Edel Gestr: Manh: op dien Zelfden datum met de gewaepende kruijspantjalling Banca, gehoorzaamst te of„ fereeren; vinde ik mij heeden ook vereerd, met u welEdel Gestr: Manh: heusche brief van den 2 deezer neevens een aan mij g'addresseerd Lacquet¬ „je met papieren van de Hooge Jndiasche Regeering Ik gedraege mij direct aan de Hoog gerespecteerde Ordres van wel¬ gem: Haar Hoog Edelheedens neevens verdere g'eerbiedige requisites van U welEdel Gestr: Manh: en depecheere de ligter de Zomer, die eeren van Zijne gebreekens hersteld van het nodige voorzien is, na de banke voor deeze rivier, omme beneevens de Ligter de Vos UwelEdel Gestr: Mans: met 's Lands vloot te kunnen inwagten. Op verzoek van den quartiermeester Teeken Wieijen van de Ligter de Vos heb ik in de ligter de Zomer, afgescheept Een p:r Dreg van Circa 500 lb Een „ Vaderlands Touw van 8 d=m en Eene schuijt voor de kotter de Batavier omme die benodigheeden, bij na„ „der Approbatie van uwel Edel Gestr: Mans: af te geeven, en in Contrarie gevalle Siswr rvan „ ads an ende, „ doen Corres arrive¬ berug„ van accas plaats n Braam king hier deeze maeken nde uwel 1 lacca en 9 kend: sond:) „ er D te de hafte ge Gest 3 llen kun„ lijk Om str: rium m„ e

NL-HaNA_1.04.02_3676_0604 view scan ↗

English

in case the unnecessary items can be shipped back on the armed cruising vessel Banca, while the rope is one of only two remaining ropes here. The latest news from Malacca and Riouw not having been very unfavorable, I take the liberty of most humbly sending to Your Right Noble Valiant Manly Honour the persons Haazie Aboe Bacar, who arrived here from Malacca on 13 April last, and a Moorish serang who came here recently from Riouw along with one of his companions, which latter persons have stayed there for a long time, and even during the blockade of the aforementioned island, and have heard, seen, and experienced much, and who together will have the honor of delivering their most humble report to Your Right Noble Valiant Manly Honour, the two Moors most humbly requesting to be taken into service. As the rumor goes, the people of Riouw have now driven a multitude of stakes just below the water in their river and have left open only a narrow passage for barks, for which they have pilots. In the Strait of Drioen lay several pirates, and a multitude of people had fled from Riouw out of the necessity of hunger. Just now a letter from Raadja Hadjie was also delivered here for the Toean besar, or holy man, brought to the knowledge of Your Right Noble Valiant Manly Honour in my recent respectful letter of the 5th of this month, the contents of which, however, are still kept very secret; which is an ordinary and here customary sign that it is favorable news from our side, whereas if it were the contrary, the whole of Palembang would already have its mouth full of it. Since the departure of the gurab De Snelheijd on 9 March, no dispatches for the High Indian Government have been brought here from Malacca, except merely a packet of private letters for Batavia handed over to one of the cruising vessels by the English ship the General Elioth, Captain C: E: Macklew, this also flatters that no great changes of importance have occurred. What has been written concerning this and further matters by Your Right Noble Valiant Manly Honour will be dutifully observed by me, and in case any dispatches from that Government should still be directed this way between today and the arrival of Your Right Noble Valiant Manly Honour, I shall directly forward the same to the due address of Your Right Noble Valiant Manly Honour. Expressing my submissive gratitude for the courteous and favorable expressions of Your Right Noble Valiant Manly Honour, along with the friendly communication regarding the trajectory of the National War Squadron and the keels still to follow, I have the honor to be, with the highest esteem and due attention. Was written below: Right Noble Valiant Manly Provident Discreet Sir. Lower: Your Right Noble Valiant Manly Honour's Humble and Obedient Servant. Was signed: G:k Hemmij. In the margin: Palembang, 12 May 1784. There below was written: P: S: Upon receipt of Your Right Noble Valiant Manly Honour's highly respected letter, having immediately requested an audience with the King, and having repeated this up to three times until today, being already the 15th, I have nevertheless not been able to succeed therein to inform His Highness in the Name of the High Indian Government of the arrival of Your Right Noble Valiant Manly Honour with the National War Fleet. However, the rumor is that if His Highness had granted an audience and had been informed by me of the arrival of the Fleet, he believed he would have been under the necessity, decorously and according to custom, to provide some refreshments for the Fleet, whereby he would only have fallen into trouble with Raadja Hadjie. All that I have been able to procure here consists of: Ten head of pigs Two head of water buffaloes; which I have the honor of most obediently offering to Your Right Noble Valiant Manly Honour on behalf of the Honourable Company. To P

Dutch transcription

gevalle het onnodige weederom in de kruijspantjalling Banca te kun„ „nen werden afgescheept: terwijl het touw een van twee alhier maar resteerende touwe is. De laatste tijdinge van Malacca en Riouw niet zeer ongunstig zijn„ geweest zijnde, gebruijk ik de Vrijheijd UwelEdel Gestr: Aanh: onderda¬ „nigst toe te zenden de perzoonen Haazie Aboe Bacar op den 13 April J: EL: van Malacca alhier g'arriveerd, en eenen onlangs van Riouw dit heen gekomenen Moorsen Lerang neevens een zijner meedemakkers, welke laatste zig eene geruijmen tijd, en zelfs geduurende de bloquade van eevengem: Eijland aldaar opgehouden, veele gehoord, gezien en on„ „vervonden hebben: die gezamentlijk d'Eer zullen U welEdel Gestr: Mans: hun onderdanigst rapport af te leggen: verzoekende de twee Mooren ootmoedigst in dienst te mogen werden aangenoomen. zo het zeggen is, hebben de Riouwereese thans in hunne rivier een meenigte van paale eeven onder waeter geslaegen, en maar eene nauwe passagie voor Barke, waar toe zij lootsen hebben, openge¬ „laeten. Jnstraat Drioen lagen verscheijde zeeroovers, en een meenigte van Volk was van Riouw uijt longers noodgevlugt; Ook momentlijk een brief van Raadja Hadjie alhier aangebragt, voor den Toean besaar of heijlige, bij mijne Jongste eerbiedige lette¬ „ren van den 5e: deezer ter kennis van Uwel Edel Gestr: Mans: ge„ „bragt; waar van de inhoud egter nog zeer geheijm gehouden word; hetgeen een ordinair en alhier gewoonlijk teeken is, dat het gunstige tijding van onze zijde is, terwijl het leegendeel zijnde reeds gehedt Salem„ „bang daar op den mond zoude vol hebben. zeedert het vertrek van de Goerab de Snelheijd op den 9=e Maart alhier van Malacca geene depeches voor de Hooge Jndiasche Regee„ „ring aangebragt zijnde, als enkeld een Jacquet met particuliere brieve voor Batavia door het Engelsche schip de Generaal Elioth Capt:n C: E: Macklew, aan een der kruijssers afgelangd. flatteerd zulks meede dat 'er geene groote veranderinge van belang voorgevallen zijn het daaromtrend en verders door UWelEdel Gestr: Manh: aan¬ „geschreevene, zal door mij pligtlijk werden g'observeerd en bij aldien er nog tusschen heeden, en Uwel Edel Gestr: Mans: Arrivement eenige depeches van dat Gouvernement dit heen mogte werden be„ „schikt zal ik, dezelve direct aan uwelEdel Gestr: Mans: verschul„ „dige addresse verleenen. Mijne submisse dankbaarheijd betuijgende voor de heusche en ge„ „neegene uijtinge van UwelEdel Gestr: Mans: neevens vriendelijke Communicatie van het Fraject van 's Lands Oorlogs Esquader, en de nog te volgende kiele, heb ik d'Eer met de meeste Hoogagting en ver„ ƒ „schuldige attentie te zijn. /:Onderstond:/ Wel Edel Gestrenge Manhafte voorzienige Discree„ „te Heer. /:Lager:/ Uwel Edel Gestr: Manh: Onderdanige en Ge„ „hoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ G:k Hemmij /:in margine:/ Palembang den 12:e Maij 1784. /:daar onderstond:/ P: S: Bijden ont„ „fangst van U welEdel Gestr: Mans: zeer gerespecteerde letteren, direct bij de Koning audientie hebbende laeten verzoeken, en zulks tot heeden zijnde reeds den 15=e tot drie keere herhaald heb„ „bende, heb ik eevenwel daarin niet kunnen reusseeren omme uijt Naam van de Hooge Jndiasche Regeering zijn Hoogheijd te ver„ „wittigen van de komst van Uwel Edel Gestr: Manh: met 'slands Oorlogs vloot. Edog het zeggen is, bij aldien zijn Hoogheijd audientie had gegeeven, en van de komst der Vloot door mij g'imformeerd was geworden, hij vermeende in de noodzaakelijkheijd geverseerd te heb¬ „ben, welstaande en volgens gewoonte de Vloot eenige verversinge te beschikken, waar meede hij bij Raadja Haagie maar in toog zoude hebben geloopen. Alles wat ik alhier maar heb kunne magtig werden, bestaat uijt Tien pees Varkens Twee „ Karbouwe; die ik d'Eer heb Uwel Edel Gestr: Mans: 'sE: Comp:s weege gehoorsaamst te offereeren. Aan P

NL-HaNA_1.04.02_3676_0605 view scan ↗

English

2X9. Copy To the Right Noble, Stern, Valiant, Prudent and Discreet Sir Jacob Pieter van Braam Commander and Chief over the Naval Force of the States General of the United Netherlands in the East Indies, etc. Right Noble, Stern, Valiant, Prudent and Discreet Sir! Yesterday morning I had the honor to receive your Right Noble, Stern, Valiant Sir's highly respected secret missive, with a letter to the King of this Realm alongside the translation thereof in the Dutch language, both dated the 16th of this month. I immediately had His Highness informed of the receipt of this missive for him, and requested to be the bearer thereof with the customary state, as coming with the authority of the Lords States General and His Serene Highness the Lord Prince of Orange and Nassau, etc., etc., after I had enveloped this letter, according to custom, in a yellow silk pouch. The monarch being unable to resolve upon this, with the excuse that such was not customary, and having kept me waiting until today, I requested an audience once again, and judged it best to deliver this missive in person without ceremony according to the will of the monarch, in order not to remain deprived of the true and beneficial objective of your Right Noble, Stern, Valiant Sir and not to waste time in consultations. It also appears to me that the Court, since the news of the presence of the Country's Squadron near this coast, has somewhat changed its tone; indeed, this afternoon, after reading the aforementioned missive, the King immediately adopted a friendly demeanor, and assured me of his attachment to the Honorable Company, as well as that he would not interfere with the King of Riouw, at the same time giving orders for the dispatch of vegetables for the refreshment of the Squadron. The monarch also pretended to be ignorant of the name of the Lords States General, asking me as if in earnest who that was. Whereupon I gave His Highness the necessary explanation of both matters. I have comported myself entirely in accordance with the contents of your Right Noble, Stern, Valiant Sir's highly respected letter, in so far as it squares with the ideas of this Court, and shall furthermore hold the advice given therein, for which I express my obliged gratitude, in respectful observance. Wishing your Right Noble, Stern, Valiant Sir and the Country's Squadron a prosperous and happy passage to Malacca under God's precious protection, I have the honor to be with the highest esteem and dutiful respect, Right Noble, Stern, Valiant, Prudent and Discreet Sir, Your Right Noble, Stern, Valiant Sir's humble and obedient servant, G.t Hemmis Palembang, the 20th of May 1784 To the Right Noble, Stern, Valiant Sir Jacob Pieter van Braam Commander and Chief over the Country's War Squadron passing the Bangka Strait Right Noble, Stern, Valiant, Prudent and Discreet Sir! This morning, at half past eight o'clock, the King's Secretary appeared within this Lodge with orders from the monarch. [illegible]

Dutch transcription

2X9. Schheef Aan Den Wel Edel Gestrenge Manhafte Voorzienige en Discreeten Heer Jacob Pieter van Braam Commandant en Chef over de Oorlogs Magt van de Staaten Generaal der vereenigde Nee¬ „derlanden in de Oost Jndien &=a, Wel Edel Gestrenge Manhafte Voorsienige en Discreete Heer! Gisteren morgen heb ik d'Eergehad te ontfangen, UwelEdel Gestr: Mans: zeer gerespecteerde secreete Missive; met een brief aan den Koning deezes Rijks neevens de overzetting daar van in de Hollandsche Staat, beijde gedateerd den 16e deezer. Jk heb zijn Hoogheijd direct laeten imformeeren, van den ont„ „fangst deezer Missive voor denzelven, en verzogt met de gewoon¬ „lijke statie brenger daar van te mogen zijn, als koomende met qualificatie der Heeren Staaten Generaal en zijne Doorlug„ „ligste Hoogheijd den Heere Prince van Orange en Nassauw &a &a. &: na dat ik deezen brief volgens gewoonte in een geel zijde zakje g'envelopeert had. Den vorst hier toe niet kunnende resolveeren, met excuus zulks geene gewoonte was, en mij tot heeden opgehouden hebbende, heb ik andermaal om audientie verzogt, en best g'oordeeld deeze Missive na den Wil van den vorst, zonder ceremonie in perzoon te overhan¬ „digen, om niet verstooken te blijven aan het waere en heijlzaeme oogmerk van UWelEdel Gestr: Mans: en geen tijd te verzuijmen met raadpleegen. Ook schijnt het mij toe, dat het Hof, zeedert de tijding van het aan„ „weesen van 's Lands Esquader bij deeze kuste, eenigzints van toon ver„ „andert is: immers deeze middag na het leezen van eevengem: Mis„ „sive nam den Koning direct een vriendelijk gir aan, en verzeekerde mij van zijne aankleeventheijd voor de E: Maatschappij, als meede, dat zig met den Koning van Riouw niet milleeren zoude: geevende teffens ordres ter afzending van groentens tot ververschinge van het P Esquader. Den Vorsthield zig teffens onkundig bij den naam der Heeren Staaten Generaal, vragende mij quasitvero, wie dat was. Waar op ik zijn Hoogheijd de nodige explicatie van het een en ander ge„ 1 „geeven heb. Jk heb mij ten eenemaal aan den inhoud van UwelEdel Gestr: Mans: zeer gerespecteerde brief gedraegen, zo verre het met de denkbeelden van dit Hof quadreerd, en zal het verder daarbij g'adviseerde, waar voor ik mijnen verpligten dankbetuijge, in g'eerbiedige observantie houden. Uwel Edel Gestr: Mans: en 'sLands Esquader onder Godes dierbaere be¬ „scherming eene voorspoedig en gelukkig trafiek na Malacca toewenscher„ „ze, heb ik d'eer met de meeste Hoogagting en verschuldige attentie /:Onderstond:/ Wel Edel Gestrenge Manhafte Voorsienige en Discreete He te zijn. /:Lager:/ UwelEdel Gestr: Manh: Onderdanige en Gehoorsaeme Dienaar /:Was ge „teekend:/ G:t Hemmis /:in margine:/ Palembang den 20:e Meij 17846 Aan Den WelEdel Gestrenge Manhafte Heer Jacob Pieter van Braam Commandant en Chef over 's Lands Oorlogs Esquader passeerende straat Banca Wel Edel Gestrenge Manhafte Voorsienige en Discreete Heer! Heeden morgen, om half Neegen uur, verscheen binnen deeze Logie 'S Konings Secretaris met last van den Vorst. Dat il kers de on„ Gestr: twee een ge„ e Regee¬ liere aan„ dien be„ schul¬ ke nog ont„ heb„ me te ver¬ Lands ntie dwas heb„ inge Hoog 'sE: en ks th -

NL-HaNA_1.04.02_3676_0606 view scan ↗

English

Palembang That yesterday evening the King's First Minister, Khemaas Tommongong Carta Nagara, and the Khemaas Demang Mirie were sent to the Sungsang, in order to compliment Your Right Honourable Valiant Sir in the name of His Highness, and to offer some refreshments, to which end His Highness requested that a letter on behalf of the Honourable Company be delivered to Your Right Honourable Valiant Sir, the reasons for which would be sent on to the aforementioned First Minister. Although this request should have been made earlier, and the Minister ought to have been equipped with the King's answer to Your Right Honourable Valiant Sir's missive to him, which I pointed out to the secretary; and as it clearly appears that indifference from the Court is mingled with this, I have nonetheless, in order to avoid disputes, complied with it through this. However, it appears to me that this delay was done intentionally, so that upon their return they might claim that the Minister had been frustrated in the execution of his commission by the fleet having already passed. The First Minister Khemaas Tommongong is a very sly old Palembanger, under the greatest semblance of sincerity and friendliness, and if he has the good fortune to come on board, he will certainly probe Your Right Honourable Valiant Sir regarding the contents of this letter, to know whether their intrigues have been made known herewith. I have the honour to be, with the highest esteem and due attention, Underneath was written: Right Honourable, Valiant, Prudent and Discreet Sir, Lower: Your Right Honourable Valiant Sir's humble and obedient servant Was signed: G:t Hemmij In the margin: Palembang, 22 May, in the morning at 9 o'clock in the year 1784 Right Honourable Sir! Along with this, I offer Your Right Honourable a missive from the High Indian Government at Batavia, by which Your Right Honourable is ordered to add the armed lighter stationed at your residency to the national squadron under my command, advancing on its voyage for the relief of Malacca. I do not doubt that Your Right Honourable will comply with that order most promptly, and likewise, should there be any letters or dispatches addressed to me in Your Right Honourable's possession, to forward them to me as quickly as possible, by which you will oblige me. And since I have been authorized by Their High Excellencies to demand and open any dispatches from Malacca addressed to Their High Excellencies, should they be at your residency, in order thereby to be informed of the state and circumstances of that fortress, this is likewise intended to bring such to Your Right Honourable's knowledge, with the request, in the aforementioned case, to send me such dispatches by a trusted person, to whom I will be able (should such be required by Your Right Honourable) to show the aforementioned authorization on that occasion, although I believe mention is made of it in Their High Excellencies' dispatch to Your Right Honourable. I send this in advance by the armed lighter the Vos, Commander B: H: Meijer, in order not to delay myself needlessly with the national squadron and the accompanying laden Company ship Hinloopen, but to be able to continue my voyage immediately upon receipt of Your Right Honourable's answer. Finally, it serves for Your Right Honourable's information that the national frigate of war Juno, Captain De Wits, which is to follow me within a few days, has been ordered by me to stay for a short time before the River of Palembang, in order to inquire with Your Right Honourable. To the Right Honourable Sir Mr. Gijsbert Hemmij Merchant and First Resident there

Dutch transcription

Palembang Dat gisteren avond na de sousang was gezonden 's Konings Eerste Minister„ Khemaas Tommongong Carta Nagara, en den Khemaas Demang Mirie, om uijt naam van zijn Hoogheijd uwelEdel Gestr: Mans: te Complimen„ „teeren, en eenige verversching aan te bieden, ten welken eijnde zijn„ Hoogheijd verzogte, een brief sE: Comp:s Weegen aan Uwel Edel Gestr: Mans: te willen afgeeven, die reeden aan voorm: Eersten Minister zoude werden nagezonden. Hoewel deeze petitie eerder haddienen te geschieden, en den Minister gemunieerd te zijn met b'antwoording des Konings op U welEdel Gestr: Mans: Missive aan denzelven, hetgeen ik den secretaris heb voorgehou„ „den: en het dusten klaarsten, blijkt dat hier meede onverschilligheijd van het Hofgemilleerd gaat, heb ik eeven wel ter vermijding van dispute ƒ daaraan, door deeze voldaan. 1 Egter komt het mij voor, dat deeze talmagtigheijd met opzet geschied, om bij etour te kunnen beweeren dat de Minister door het reeds passeeren der vloot gefrustreerd was geworden in het uijtvoeren zijner Commissie De Eerste Minister Khemaas Tommongong, is een zeer slimme oude Palembanger, onder de grootste schijn van opregt, en vriendlijkheijd, en zal het gluk hebbende aan boord te koomen, uwel Edel Gestr: Manh: zeeker na den inhoud van deezen polsen, om te weeten of hunne Draaijerije hier bij bekend gemaakt zijn. Jkhebdber, met de meeste Hoogagtingen verschuldige attentie te zijn. /:Onderstond:/ Wel Edel Gestrenge Manhafte Voorsienige en Discreete Heer, /:Lager:/ Uwel Exel Gestrenge Manh: Onderda„ „nige en Gehoorzaeme Dienaar /:was geteekend:/ G:t Hemmij /:in margine:/ Palembang den 22 Maij 'smorgens om 9 uur d' A:t 1784 Wel Edelen Gestrengen Heer! Neevens deeze bied ik UWeled: Gestr: aan een Missive van de Hooge Jndiasche Regeering op Batavia, bij dewelke UwelEd: Gestr: gelast word, de ten uwen Residentie bescheijden zijnde gewapende Ligter, te voegen, bij 'sLands Esquader onder mijne ordres, ter ontset van Malacca reijs vorderende. Jk wil niet twijffelen of uwelEd: Gestr: zult ten prompsten aan die ordre voldoen, zo meede indien zig bij uwelEd: Gestr: eenige aan mij gead„ „dresseerde brieven of depeches mogten bevinden, dezelve ten spoedig„ „sten doenlijk aan mij te laeten toekoomen, waar meede mij zult verpligten. En wijl ik door Hunne Hoog Edelheedens gequalificeerd ben geworden omme ingeval eenige depeches van Malacca aan Hunne Hoog Edel„ „heedens geaddresseerd, zig ter uwer Residentie plaats mogten bevinden, die op te eijschen, en te openen, omme daardoor van den staat en om„ „standigheeden van die Vesting geimformeerd te kunnen worden, zo is deeze al meede ingerigt, om zulks ter Uwer Weled: Gestr: kennisse te brengen, met verzoek in voorschreeven geval mij zodanige depeches door een vertouwd perzoon te willen toezenden, die ik (zulks door UwelEd: Gestr: gerequireerd werdende :/ bovengemelde qualificatie, bij die geleegentheijd zal kunnen doen zien, schoon ik geloove daar van in Hun Hoog Edelheedens depeche aan UwelEdel Gestr: gewagge¬ „maakt worde. Ik zende deeze perde gewaepende Ligter de Vos Gezaghebber B: H: Meijer voor af, ten eijnde mij met 'sLands Esquader en bijhebbend gelaeden Comp:s schip Hinloopen niet nodeloos op te houden, maar direct bij ontfangst van UwelEd: Gestr: antwoord, mijne reijze te kunnen vervorderen. Eijndelijk diend tot uwelEd: Gestr: informatie, dat 's Lands Fregat van Oorlog Juno Captn. De Wits, mij binnen weijnige dagen moeten¬ de volgen, door mij geordonneerd is, Zig voor een korten tijd voor de Ri¬ „vier van Palembang op te houden, ten eijnde zig bij uwelEd: Gestr: Aan Den Wel Edelen Gestrengen Heer M:r: Gijsbert Hemmij Koopman en Eerste Resident aldaar te : C

NL-HaNA_1.04.02_3676_0607 view scan ↗

English

523. Palembang to inquire whether any dispatches for the National Squadron, or for the Malacca Ministry there, were at hand in order to take them along, as will also be done by the National ship Princes Louisa under the command of Captain Count van Rechteren, which was to sail from Batavia a good 14 days after me, with the Company's bark den Arend. And since the speedy expedition of these ships is of very great importance to the general service, your Right Honorable will particularly oblige me by seeing to it that, in case no dispatches are with you, or no circumstances have occurred that make it necessary to detain those ships, someone with your letters might be present upon their arrival before the river to inform them that they do not need to delay, but can proceed on their journey directly. I sailed from Batavia on the 29th of April with the National ships Utrecht, Wassenaar, Goes, and the frigate Monnikkendam, together with the armed cutter de Batavier, the Company ship Hinloopen, and two armed lighters, but was detained near the Zuiderwachter for two days by stiff breezes and high seas, which significantly lengthened our passage to Bangka Strait; however, we all find ourselves in good condition. If your Right Honorable should have any particular information regarding the state and circumstances of Malacca, you will oblige me by informing me thereof. With the offer of my services and the assurance of my true high esteem, I have the honor to be. Below stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's obedient servant. Was signed: J. P. van Braam. In the margin: Aboard the National warship Utrecht, sailing near the Thousand Islands, the 2nd of May 1784. Secret To the Right Honorable Sir, Mr. Gijsbert Hemmi, First Resident on behalf of the Dutch East India Company there. Right Honorable Sir! In reply to your Right Honorable's secret letter of the 5th of this month, which was delivered to me yesterday evening by the Commander of the cruising pantchiallang Banca, I have the honor to write: That however much it appears to me from the same missive that there are some grounded reasons to mistrust the Prince of Palembang in these days, one must nevertheless proceed with caution in this matter and endeavor to maintain good relations as much as possible, at least outwardly, especially under circumstances such as those in which the Company currently finds itself. I cannot alter the established plan of my expedition, nor weaken the force allocated thereto; achieving the objective I have set for it will provide the opportunity to inspire the Prince of Palembang and all the northern princes with a little more awe and respect for the Dutch. And in my judgment, the most useful advantage could be made by your Right Honorable in these days of the presence of the National Squadron in these waters, by presenting it to the King as it truly is: as the most formidable that has ever shown itself or been seen in these waters, through which indeed with reason, if not out of sincere intent, at least for the sake of outward respect, fear must be instilled in a people whose natural character is cowardly. In order to give your Right Honorable cause to address the King of Palembang seriously concerning his impending conduct, I thought it necessary to send a missive to that prince, which I attach hereto open in Dutch and Malay, with the request to present it to the prince in my name, and to inform His Majesty that the matters proposed therein are my most earnest intentions, and that the interests of my Fatherland are not indifferent [illegible]

Dutch transcription

523. Palembang te informeeren of ook eenige depecles voor 's Lands Esquader, dan wel voor het Malaccas Ministerie aldaar aan handen waeren ten eijnde de „zelve meede te kunnen neemen, zoals ook doen zal 's lands schip Prin„ „ces Louisa onder Commando van den Capt:n Grave van Rechteren, dat ruijm 14 daegen na mij van Batavia zoude zeijlen, met 's Comp:s Bank - den Arend. En wijl aan de Spoedige Expeditie deezer Scheepen voor den Generae¬ „len dienst zeer veel geleegen is, zo zult uwelEd: Gestr: mij in 't bijzonder verpligten, te willen zorgen, dat ingeval zig geene depe„ „ches bij uw bevinden, of eenige omstandigheeden, voor zijn gekoomen, die het nodig maaken, die scheepen op te houden, er bij hunne koms voor de Rivier, ijmand met UwE: brieven zig aldaar mogt bevinden om hun te imformeeren, dat zig niet behoeven op te houden, maar hunne reijze direct kunnen vervorderen. Jkben met 's Lands scheepen Utrecht, Wassenaar, Goes, en 't fregat„ Monnikkendam, neevens de gewaepende kotten de Battvier, & Compt: Schip Hinloopen en twee gewaepende Ligters den 29e: April van Batavia gezeijld, dog ben bij de Zuijder wagter twee daegen met stijve Coeltje en hooge zes opgehouden, dat ons traject na straat Banca merkelijk verlengt heeft, dog bevinden ons alle in goeden staat. zo uwelEd: Gestr: eenige bijzondere Jnformaties mogt hebben nopens den staat en omstandigheeden van Malacca, zult mij verpligten, daar van te imformeeren. - Onder aanbieding mijner diensten, en verzeekering van mijne waare Hoogagting, heb ik d'eere te zijn. /:Onderstond:/ Wel Edelen Gestrengen Heer /:Lager:/ uw welEdele Gestr: Ge¬ „hoorzaemen Dienaar /:was geteekend:/ J:b P:n van Braam /:in margine:/ Jn 's lands schip van Oorlog Utrecht Zeijlende bij de Duijzend Eijlanden den 2 Meij 1784. Secreet Aan Den WelEdele Gestrenge Heer.. Mr Gijsbert Hemmi Eerste Resident van Weegens de Needer¬ „landse Oost Jndische Comp:e aldaar op UwelEd: Gestr: Secreete brief van den 5:e deezer, die mij gisteren avond, door den Gezaghebber van de Kruijs Pantjalling Banca, is ter hand gesteld, hebbe d'Eere te rescribeeren. Dat hoe zeer het mij, uijt dezelve Missive toeschijnt, er eenige gegronde reezenen zijn, om den Vorst van Palembang in deeze daegen te mistrouwen, men egter daar omtrend met voorzigtigheijd te werk moet gaan, en zo veel mogelijk is de goede verstandhouding, /:al immers voor het uijterlijk:/ moet tragten te blijven bewaeren, voor al in omstan„ „digheeden, als die zijn, waar in zig de Comp: thans bevind Het gemaakte plan mijner Expeditie, kan ik niet veranderen, en de Magt daar, toe niet verzwakken, het oogmerk bereijkende, dat mij daar van voorgesteld hebbe, zal geleegentheijd geeven, den Vorst van Palembang, en alle de Noord de vorsten, een weijnig meer ont„ „zag, en Eerbied voor de Neederlanders te inspireeren En mijnes Cragtens konde van het aanweesen van 's Lands Esquader in deeze zein door UwelEd: Gestr: het nuttigste gebruijk in deeze dagen gemaakt worden, met het zelve aan den Koning voor te stel„ „len, zoals het weezentlijk is als het formidabelste dat zig ooijt in dee„ „ze Wateren vertoond heeft, of gezien is geworden, waar door immers met reeden, was het niet van renten, al immers voor het uijterlijke respect ingeboesemd moet worden, aan een volk welkers natuur¬ „lijk Caracter Lafhertig is. Jk hebom UwelEd: Gestr: aanleijding te geeven, om den Koning van Palembang ernstig over zijn aanstaand gevragte kunnen onder„ „houden, nodig gedagt aan dien vorst eene Missive te zenden, die ik open in 't Hollands, en Maleijds, hier neevens voege, met verzoek den¬ „zelven uijt mijn naam, den vorst aan te bieden, en zijne Majesteijd te informeeren, dat de daar bij voorgestelde zaaken mijne ernstigste voorneemens zijn, en dat de belangens van mijn Vaderland, niet Wel Edele Gestrengen Heer! onverschillig ister. Mirie b: ter ou„ d ispute e bij ender de zal r hier zijn „ n No a ge te lacca ter dr gead¬ bedig„ zult rden Edel„ vinden, om„ ,zo nisse peches door bij van H: Meijer eden rect nen gat moeten de Ri„ str: e d

NL-HaNA_1.04.02_3676_0608 view scan ↗

English

will be treated indifferently by me. And since I inform the Prince of my intention against the King of Riouw, it appears to me that Your Right Honorable Sir may safely bring to his attention the disadvantageous consequences of his behavior in receiving the confidant of Raadja Haazie at his court, if Your Right Honorable Sir has been informed of this with certainty. Upon my departure from Batavia, the High Government seemed to me to be very at ease concerning the King of Palembang. A notification such as the one I have received will therefore not a little surprise Their High Excellencies, while it will be necessary to dispatch the same thither without loss of time: from where, as I trust, Your Right Honorable Sir will also soon be able to be assisted with an armed ship or other vessel. From the conclusion of my letter to the King of Salembang, Your Right Honorable Sir will be able to see that I will not remain before the river to await his answer; which I look forward to receiving with one of the two warships that may arrive here daily, fully expecting to receive an answer. Having commended the Company's interests and Your Right Honorable Sir to the most precious protection of the Supreme Being, I very gladly remain. Below stood: Right Honorable Severe Sir. Lower: Your Right Honorable Sir's good friend and servant. Was signed: J:b P: Van Braam. In the margin: Aboard the State warship Utrecht, sailing in the Banka Strait, the 16:e of May 1784. — Jacob Pieter van Braam Commander-in-Chief of the Naval Force of the States General of the United Netherlands in the East Indies, To the Most Serene Prince, King of Palembang The customary introduction The States General of the United Netherlands, and His Most Serene Highness The Lord Prince of Orange and Nassau etc., etc., etc., under whose protection the Dutch East India Company has flourished for a number of years, Have seen fit to send a very considerable naval force hither, in order to maintain the same Company in its lawful privileges, possessed since time immemorial, and to confirm its treaties with the Eastern Princes. Thus it is that I, having been appointed by the Very Same States General and by His Highness as commander-in-chief of the said naval force, give notice to Your Majesty of my appearance in these seas and upon Your Majesty's coasts. And that I have come to promise protection and friendship to the faithful allies of the Dutch East India Company, but on the other hand to cause the unfaithful and treaty-breaking Princes to return to their duties, or, in case of unexpected resistance, to punish them for their recklessness. And since, during my presence at Batavia, I was informed by the High Government that Your Majesty has hitherto shown himself to be a good and faithful ally of the Dutch Company, this has given me particular pleasure, finding myself thereby obligated to the assurance of powerful protection against Your Majesty's enemies, and of a steadfast friendship for his person and subjects, both of which I am doing hereby with all cordiality, not doubting that the fulfillment of Your Majesty's obligations with the Dutch Company will provide occasion for the continuation of this favorable and desired harmony for the interests of both. Just as I also seize this opportunity to give notice to Your Majesty that the conduct of the Prince of Riouw, To

Dutch transcription

onverschillig door mij zullen behandeld worden. En daar ik den Vorst van mijn voorneemen teegen den Koning van Riouw informeer, komt het mij voor UwelEd: Gestr: hem gerustelijk de nadeelige consequenties onder 'tooge kunt brengen, van zijn gedrag met den vertrouweling van Raadja Haazie bij hem te accepteeren, zo uwelEd: Gestr: daar van in 't zeekere geimformeerd bent. Bij mijn vertrek van Batavia was de Hooge Regeering zo het mij voorkwam zeer gerust omtrend den Koning van Palembang, een bedeeling als die ik ontfangen hebbe, zal Hun Hoog Edelheedens dus niet weijnig verwonderen, terwijl het nodig zal zijn dezelve na derwaarts zonder tijd verzuijm gevolg te doen neemen: van waar, UwelEd: Gestr: zo ik vertrouwe, ook spoedig met een gewapend schip, of ander vaartuijg zult kunnen werden geadsisteerd. uijt het slot van mijne brief aan den Koning van Salembang zult UwelEd: Gestr: kunnen zien, dat ik mij voor de rivier niet zal ophouden om desselfs antwoord af te wagten; dat ik te gemoete zie met een der twee Oorlogscheepen die dagelijks hier kunnen arrivee„ „ren mij zeeker voorstellende een antwoord te zullen ontfangen. 'sCompagnies belangens, en UwelEd: Gestr: de dierbaarste bescherming van het opperweesen aanbevoolen hebbende, blijve ik zeer gaarne. /:Onderstond:/ Wel Edele Gestrengen Heer /:Lager:/ UwelEd: Gestr: goeden vrienden Dienaar /:was geteekend:/ J:b P: Van Braam /:in margine:/ Jn 's Landsschip van Oorlog Utrecht Zeijlende in de straat Banca den 16:e Maij 1784. — Jacob Pieter van Braam Commandant en Chef der Oorlogs Magt van de Staaten Generaal der vereenigde Nee„ „derlanden in de Oost Jndiën, Den Doorlugtigsten Vorst Koning van Palembang De gewoone Inleijding De Staaten Generaal der vereenigde Neederlanden, en zijne Doorlugtigste Hoogheijd Den Heere Prince van Orange en Nas„ „sauw &=a, &„a &a:, onder welkers bescherming de Hollandse Oostindi¬ „sche Comp:e een aantal Jaeren gebloeijd heeft. Hebben goedgevonden Een zeer aanzienlijke Oorlogs magt ter„ „waarts te zenden, ten eijnde dezelve Compagnie, in haare wet„ „tige en zints onheuglijke tijden bezeeten hebbende voorregten te handhaeven, en derzelver verbonden met de Oosterse Vorsten te zo is het, dat ik, door Hoogst dezelve Staaten Generaal, en door bevestigen zijne Hoogheijd aangesteld zijnde, tot commandant en chef van dezelve Oorlogs magt, UwE: Majesteijd kennisse geeve van mijn verschijning in deeze zeën, en op Uwer Majesteijds kusten. En dat ik gekoomen ben, om de getrouwe Bondgenooten der Hol„ „landse Oost Jndische Compagnie, bescherming en Vriendschap toe te zeggen, maar daar en teegen de ongetrouwe en verbond breekende Vorsten tot hunne pligten te rug te doen keeren of bij onverhoopte teegenstand, voor hunne reekeloosheijd te straffen. En daar ik bij mijn aanweesen op Batavia, door de Hooge Regee„ „ring geimformeerd ben geworden, dat UWE: Majesteijd zig tot hier toe, een goed en getrouw- Bondgenoot van de Neederlandse Comp:e betoond heeft te zijn, zo heeft mij zulks een bijzonder genoegen ge„ „geeven, mij daar door tot de verzeekering van kragtdadige be„ „scherming teegen UwE: Majesteijds vijanden, en van een stand„ „vastige vriendschap voor deszelfs Persoon en onderdaanen ver¬ „pligt vindende, welk een en ander ik, door deeze met alle hertelijkheijd ben doende, niet twijffelende of de vervulling Uwer Majesteijds verbintenissen met de Neederlandse Comp:e zal ge„ „leegentheijd geeven, tot de voortduurendheijd, deezer gunstige, en gewenste Harmonie voor beijder belangens. Gelijk ik dan deeze geleegentheijd ook omtelse om uwe Majes„ „teijd kennisse te geeven, dat het gedrag van den Vorst van Riouw, --- n Aan

← previousnext →