Inventory 3676
Japan · 816 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
898 cash had been received here for its cargo. I requested the king to be pleased to take into fair consideration how frequently the court of Palembang had already violated good customs and promises; that it was also not customary to wage war daily, and consequently all inconveniences caused thereby could not properly be regarded between friends and allies as an infraction of ancient customs; that His Highness had abundant reason to assume the contrary with justice, and having to thank none other than the Honorable Company for the preservation of his realm during the past war, was in every respect obliged to show gratitude to it. Taking this into consideration with a long silence, His Highness fully agreed in every respect with the humble undersigned, and assured me of his inextinguishable gratitude and attachment to the Honorable Company, with a friendly request, however, to be pleased to excuse him in this matter on behalf of the Honorable Company. Yet, to give me a token of his favor, the prince offered in private that he would very gladly lend and deliver a quantity of one thousand picols of tin at 10 round Spanish reals per picol, against the delivery of a private promissory note, without calculation of interest, but under the promise to have the money for it, amounting to ten thousand round Spanish reals, paid at the capital to one of His Highness's subjects, the first envoy Karang Asta Kin Tito, or Kiai Ngabehi Abdul Karim, or Daar Singo Jito, or Sielang Ang Poespa Dhaapo. No other alternatives remaining to the humble undersigned, he accepted this in anticipation of Your High Excellencies' gracious approval, and delivered a private promissory note to His Highness in private, with the request, however, that His Highness in his missive would be pleased to bring to the respectful knowledge of Your High Excellencies that he had delivered only one thousand picols of tin for the barques. With respect to the financial matters, I take the liberty in all submission most humbly to offer Your High Excellencies herewith 400 a bill of exchange to the amount of ten thousand round Spanish reals at the expense of the Honorable Company and for the benefit of the aforementioned king, with the humble prayer that it may please Your High Excellencies' benevolence to cause this amount to be paid to one of the king's servants residing in Batavia, as most humbly mentioned above, to whom my aforementioned promissory note is now being sent by the court, to be returned upon receipt of that money. I take the liberty most humbly to offer Your High Excellencies herewith a copy thereof. The smuggling trade having been considerably curbed during the present unrest with Riau, I flatter myself that it will now finally cease, the more so as the humble undersigned has had the good fortune, pursuant to the secret missive dated 19 September of the past year from the Governor of Malacca, respectfully accompanying this, to demonstrate most clearly to the king that his court grandees themselves fostered the smuggling trade; that the two persons, Moestapha and Saptoe, had provided sufficient evidence thereof. His Highness assured me that if they were found guilty, they would also absolutely suffer the punishment that was established for such transgressions of good orders; that it appeared very strange to him, however, that these people, who departed from here with Bangka passes to fetch a cargo of tin hither and were driven to the fleet by storm and bad weather, could be regarded as actual smugglers; that Your High Excellencies would be pleased to be fully persuaded that His Highness had always given the strictest orders to counter such irregularities, and above all hoped that Your High Excellencies would not be pleased to hold him or his ministers suspect in this matter. I assured His Highness that I would deliver my dutiful report on this to Your High Excellencies, while I would await further orders to decide on this matter. The accompanying statement of the Juragan Moestapha, which I have the honor most humbly to offer Your High Excellencies, 102 contains all that I have been able to find out from him; the other, Saptoe, having died among the people here, whereby I have not been able to have a statement taken from him. The present critical times with the natives around the north, and the good disposition of the king continuing thus far, have persuaded me, in anticipation of Your High Excellencies' venerated approval, not to press this matter strongly, since I have heard indirectly that the prince would be exceedingly ashamed and embarrassed if public complaint were made to him about it. Upon the news recently received here at court that the war fleet had been forced to leave Riau, a ship had blown up there, and Raja Haji had sailed for Malacca to attack it, there was great consternation at court. The king thereupon immediately sent orders to the island of Bangka to put themselves in a state of defense there, and to have earthen bentings thrown up here and there. As
Dutch transcription
898 Contantie voor dies laeding alhier ontvan„ „gen waaren. Ik verzogd den koning in eene billijke Consi„ „deratie te willen neemen, hoe dikwerfreeds door 't palembangse hof de goede gewontens en belofte. overtreden waaren Dat 't meede geene gewoonte was om daage„ lijks te oorlogen; bij gevolgd alle in convinienten daar door veroorzaakt, ook wel voeglijk tusschen vriende en bondgenooten niet konden werden aan„ gemerkd als eene in froctie bij bij de oude ge„ woontens Dat zijn hoogheid overvloedige zeede had Contrarie met rede te veronderstellen, en 't be„ „houd van zijn rijk bij den gepasseerden oorlognie„ mand anders als de E: maatschappij te danken hebbende in allen opzigte hem tot erkentlijk„ heid verblegt was Met eene lange stilswijgenheid dit in over weegnig neenende gaf zijn hoogheid der eerbidigen teekenaar in allen opzigte volkomen gelijk En verzer„ kerende mij van zijne onuit blusbaare dankerkentenis en aankleeventheid aan de E matschappij met vriendelijk verzoek. —„ verzoek egter hem in dezen sE: Comp: wegens te willen excuseeren. egter om mij een blijk zijner ge„ neegentheid te geeven affereerde den vorst mij in't particulier zeer gaarne ter leen te willen laeten afgeeven, eene quantiteit van een duizend picols Thin tegens ronde spaanse reale 10: het picol, onder afgave eener onderhandsche obligatie, zonde bereekening van intrest egter onder belofte de gelde daar voor ten be„ daagen van Thienduizend ronde meriaanen op de hoofd plaats te laten voldoen aan een zijner hoogheids onder daenen de eerste gezant karanga astaa kin tito of ke Jngebeij dul karim of daar 5 jito ofte sielang ang poespa Dhaapo Geene andere uitweege den submissie te ke„ naar dus overig blijvende, heeft hij in exprestente uwer Hoog Edelheedens grantieuse goedkeurig zulks geaccepteerd en aan zijn Hoogheid in 't particulier afgeslakd Eene onder handsche obligatie met verzoek eg„ ter dat zijn hoogheid bij desselvs missive uwe hoog Edelheedens ter geerbiedige kennis geliefde te bren„ gen dat maar een duizend picol Tin voor de Barks afgeeven had met opzigte tot de Geldzaker gebruik ik in alle submissie de vrijheid uwe Hoog Edelheedens hier neevens ondardanigst te affekeeren — 400 offereeren Een wissel ter bedragen van Thin duizend ronde spaanse reale ten lasten van dE Comp: en ten behoeve van meergemaelde koning met nedrige belde dat het uwe Hoog Edelheed:s goedertienerheid gelieve te behaagen, dit montan de laten geworden aan een skonings zig te batavia bevindende hier vooren onderdanigst vermelde dienare waar aan boven gem: mijn obligatie door 't hoff thans verzonden word, on bij ontfangst van die gelde te restitueeren ik gebruike de vrijheid uwe hoog Edelhedens hier nevens onder danigst Copia daar van aan te bieden de Smokkelhald bij de weesende ongeluste met ri„ ouw merkelijk gestend zijnde vleije ik mij dat nu enidelijk Cesseeren zal te meer der nadrige teke„ naar 't geluk gehad heeft in gevolge deze eerbiedigst verzellende Copia secre te missive de dato 19: 7ber: ao p:o van den gouverneur te malacca den koning ten duidelijksten aan te toonen, dat zijn holfs groote zelvs „ den smakkelhandel zoesterden Dat de twee perzoonen moestapha en saptoa genoegzame blijken daar van gegeve hadden, zijn hoogheid verzeekerde mij dat bij aldien dezel„ ver „ „ve schuldig bevonden wierden, ook absoluut die staaffe, zouden onglagaan die dier gelijke over tree„ dens, van goede ordres geplaat waren Dat 't hem egter zeer vreemd voor kwam dat die menschen die van hier met bankase passe ver„ trokken om eene lading Thin herwaards te haalen en door staam en onweer bij de vloot verslagen wa„ „ven konden werden aangemerkt als werkelijke smokkelaars. Dat haar Hoog Edelhed:s zig ten vollen ge„ liefde te presuadeeren, dat zijn hoogheid, de strengste ordren tot teegengang van diergelijke illimitijten steeds gegeeven haden overaus hoopte dat uw hoog Edelheedens hem nog zijne ministers in dezen niet geliefden verdagt te houden: Ik verzekerde zijnheid, hier van mijn verschil„ digt rapport aan uw Hoog Edelheedens te zullen af„ leggen terwijl ik om, hier in te discideeren nadere beveele zoude blijven afwagten neevens gaande verklaring van den Juragan moestapha, die ik der eer heb uw hoog Edelhed:s onderdanigst te offereeren 1 102 offereeren behelpt alles wat ik van denzelven maar heb kunnen uit voerschen: zijnde de andere spptoe over leeden bij den folk alhier, waar door ik niet in staad ben geweest om hem eene ver„ klarig te kunnen lasten afneemen. De tegenswoordige Caitique tyden met den inlanders om de Noord, en de tot nog toe voort voerende goede gezintheid des komigs hebben mij in expektarce uwe hoog Edelhedens gerenereerde approbatie gepersuadeerd deze saar niet sterk te rakdan terwijl ik ter zijnde gehoord heb aen vorst ten uitersten beschaamden grondsterig zoude wer„ aen wanneer hem daar over publica gedolleerd wierd Op de alhier jongst in gelope tijding aan 't hoff dat de oorlogs vloot riouw had moeten ver„ laten, een schip aldaar gesprongen, en raadje haadje nae malacca gestrend was om 't 't atta„ queden, is er eene grote Continutie aan 't hoff geweest Den koning heeft daar op direcht ordres naa 't eiland banca gezonden, om zig aldaar in staat van teegenweer te stellen, en hier en daar ben„ tings van aarde te doen op weopen Zo
English
As soon as this came to the knowledge of the humble undersigned, he proceeded to the court and asked His Highness what reason there was to suddenly reinforce Banka. The answer was: Raja Haji may possibly become so powerful in a short time that he will not hesitate to come hither and take Banka away from me. I assured His Highness of the contrary, and that he pleased to place better trust in the Honorable Company, as well as to communicate matters of that nature to Your High Nobilities. Whether it now be under highly favorable interpretation that the king is fortifying himself against Raja Haji, or rather merely showing an outward appearance of goodwill, the uncertainty thereof nevertheless persuades me most submissively to request Your High Nobilities to provide this post with such a garrison of men and armed vessels and ammunition of war that I would be able, at the first unexpected movement, courageously to defend and preserve the Honorable Company's possession here. The ammunition of war is here in a very poor state, while the heavy artillery is so deteriorated that it cannot be fired from again with safety, the touchholes being so worn out that the rear wads of the cartridges fly into them and cause double charges; moreover, an ordinary stopper fits into almost all the touchholes of the 6- and 8-pounder cannons here. May it please Your High Nobilities therefore benevolently to deign graciously to accommodate this post with the provision of twenty pieces of 8-pounder caliber iron cannons on carriages and eight pieces of [illegible] pounders ditto—the first 20 pieces for the large northern and side bastions, and the last 8 for the east and west bastions, with the appropriate round and long shot for them; and a pair of bomb mortars of 12 inches diameter caliber with the filled bombs for them, as well as a good bombardier and two more gunners. Wherewith I have the honor to remain, with deepest awe and due respect, High Noble Great Honorable Lord and Noble Lords, Your High Nobilities' humble and faithful servant, signed G. Hemmij, in the margin Palembang, 1 March Anno 1784. Underneath: P.S. Daily expecting news from Malacca, I have ordered the commander Coblijn to remain off Banka until the 10th of this month, wherein I hope not to have done wrong in the eyes of Your High Nobilities. To His Honor The High Noble Great Honorable Lord Master Willem Arnold Alting Governor-General and The Noble Lords Councillors of the Dutch East Indies High Noble Great Honorable Lord and Noble Lords Yesterday evening the ordinary Lieutenant Florijn arrived here with a packet from the Malacca ministry, most respectfully addressed to Your High Nobilities, together with a letter to the humble undersigned, accompanying the same respectively in copy. This morning I had the honor to pay a visit to the king, taking along the said Lieutenant, in order to inform His Highness of his arrival and at the same time to assure him that many rumors that had arrived here from Riau were false; offering his services for His Highness to Batavia. The prince appreciating this, His Highness requested to convey his friendly and brotherly compliments most respectfully to Your High Nobilities, and directly gave orders to deliver some fresh provisions on board the gurap. I have directly dispatched that commander again with the aforementioned packet to Your High Nobilities, and ordered the commander Coblijn of the bark Den Arend to stay with the gurap during the voyage to Batavia in order to serve as assistance, should anything unexpected happen to that vessel because of its heavy leakage. Wherewith, hoping to have answered to the highly wise intentions of my high commanding masters, I deem it an honor to remain, with all awe and humility, High Noble Great Honorable Lord and Noble Lords, Your High Nobilities' humble and faithful servant, signed G. Hemmij, in the margin Palembang, 9 March 1784. To His Honor The High Noble Great Honorable Lord Master Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Noble Lords Councillors of the Dutch East Indies High Noble Great Honorable Lord and Noble Lords After I had readied my respectful dispatch to Your High Nobilities on 8 April for the penjajap De Snoek, and had sent commissioners to the Sungsang with a native boat for the shipment of the tin mentioned therein, the procurement of the receipts, and the mustering of that small vessel, the same returned shortly thereafter with the following very unpleasant news: That just below the lodge they had been informed by a native that the vessel that had drifted off from here on the 7th of this month had been violently surprised and captured. The humble undersigned immediately sent the interpreter to the court to request an audience with the king, and at the same time to inquire of Kiai Mas Tumenggung whether this unpleasant news was really true. The same also returned with the unpleasant confirmation thereof, and that the king being indisposed, he, the first minister, would appear at the lodge. In the evening this was fulfilled by him, Kiai Mas Tumenggung, in the company of a Kiai Mas Rangga, expressing himself with the greatest arrogance: That the Europeans and Singkawang people who had drifted off yesterday with a vessel carrying tin, had [illegible] several envoys sent by the king, among whom even
Dutch transcription
zo dra den nedrige tekenaar zulks terken„ nis kwam heeft hij zig aan 't hoff vervoegd, en zijn hoogheid afgevraagd, wat reeden had, om eens klaps Banka te laten versterken 't antwoord was raadja haadje zal mooglijk in korte tijd zo groot worden, dat hij zig niet ontzien zal her„ waarts te komen, en Banko mij wegte nemen Ik verzekerde zijn hoogheid van 't Contrarie en dat hij een beter vertrouwen op de E Comp: geliefde te stellen: zo mede zaeken van die natuur haar hoog Edelheedens geliefde meede te deelen Het zij nu onder hoog gunstige welduide n dat den koning zig voor raadja haadjie verstaakt, dan wel uiterlijk alle schijn van wel meenentheid betoond de onzeekerheid daar van egter persua„ dezat mij uw hoog Edelheedens onderdanigst te verzoeken dit Comptoir met zodanige bezitting van manschappen en g'armeerde vaartuige en am„ monstie van oorlog te voorzien dat ik instaat den om bij de eerste onverwagte beweging 'sE Comp: bezitting alhier mannoedig te kunnen diffendee„ ven en behouden. de ammeonitie — 406 Ammonitie van oorlog is alhier in een zeer sobe„ re staat, terwijl het groff geschud zodanig ver„ lopen is dat daar uit met gerustheid niet weer kan werden gevuurt zijnde de Cuitgaeten zodanig ver loopen dat de agter proppen van de Caidoese daar in't vliagen en dubbelde slaege veroorzaaken: neeven sleggerde tap past meest in alle litgaeten van de 6: en 8: ponders Canons alhier Het gelieve uw hoog Edelhed:s over dus goedertie„ rends te Behogen dit Comptoir grotiuslijk te gerieven met de beschikking van twintig pees agt ponders Caliber ijzer Canon op affuijte en agt pees pondero d:o — de eerste 20 p: s voor de groote noorder en zeijden punte en de 8: latste door de oost en west punte met het daar toe behoorlijke ronde en lang scherp en Een paar bom ketels van 12 duijm diamaten balst met de gevulde bommene daar bij zo mede een goede bombardier en nog twee Constapels Waar mede ik d'Eer heb met diepst ontzag en ver schuldige eerbied te zijn /:onderstond:/ hoog Edele Groot Agt b: Heer en wel: Ed: Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en getrouwe Dienaar /:was ge„ teekend:/ G. Hemmij /:in margine Palem bang en 1: maart A:o 1784 /:daar onder :/ P: S: van malacca daaglijks tijding verwagtende — verwagtende, heb ik den gesag hebber Coblijn gelast om zig tot den 10 dezer nog voor de Banke op te houden waar mede ik verhope bij uw hoog Edelheedens niet te hebben misdaan Aan zijn Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtb: Heer Willem Arnold Alting M: Gouverneur Generaal De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot Agtb: Heer en Wel Edele Heeren Gisteren avond arriveerde alhier den ordinai„ re Luitenat Florijn met een paquet van 't ma„ lache ministerum eerbiedigst geaddresseerd aan uw, O 486 uw Hoog Edelheedens neevens een brief aan den submissien tekenaar deeze referentelijk in Copia ver„ zellende deeze morgen heb ik d'eer gehad eene visi„ „te bij den koning afte leggen mede neemende even gem: Luitenant, ten einde zijn hoogheid van zijn arrrivement te verwithigenen teffens te verzeekeren dat veele alhier ingeloopene gerugte van Riouw valsch waaren: onder offerte zijner gedienstigheid voor zijn hoogheid na Batavia dit den vorst koesterende, verzogt die hoogheid zijne vriend„ schaplijke en kroederlijke Complimente aan uw Hoog Edelheedens te willen eerbiedigst ver zee„ keerende en gaf direcrt ordres om eenige verschein„ ge na boord van de goaraste bezorgen Ik heb dien gezaghebber direct weer gedepecheert met welgem: Paquet aan uw Hoog Edelheedens, en den gezaghebber Coblijn van de Bark den Arend gelast om geduurende de rijst na Batavia bij de Goerap te blijven ten einde tot assistentie, te kunnen dienden wanneer die kiel, door zijne zware lekkagie iets onderhoops mogte overkomen Waar mede verhoopende aan de hoog wijze inten„ tie mijner Hooggebiedende heeren een meesters te hebben beantwoond: vereeneren ik mij met alle ont zogt zag en ootmoed te zijn /:onderstond/ Hoog Edel Groot Agtb: Heer en wel Ed: Heeren:! /:lager/ uw Hoog Edel heedens onder danige en getrouwe Dienaar /:was getekend:/ G: Hemmij /:inmargine:/ Palembang den 9: Maart 1784 zijn Edelheid Aan Den hoog Edelen Groot Achtb: Heer M:r Willem Arnold Alling ƒ Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edel Groot Agtbaare Heer en Wel Edele Heeren Na dat ik den 8. april mijne eerbiedige depecher 408 depeche aan uw Hoog Edelheed:s voor de pantjallang d' snolk in gereedheid gebragt, en gecommitteerdens tot den afscheep van 't daar bij vermelde thien, be zorging der recipisseen monstering van dat kieltje met een schepprouw na de sonsang gezonden had, re„ tourneerden dezelve kort daar na met volgende zeer onaangename tijding Dat ze eeven beneeden de logie van eenen Jnlan„ der geinformeerd zyn geworden, geweeste dat 't op den 7: dezer alhier afgedreeven vaartuig op eene gewoldige wijze over rompelden afgelopen was geworden: de reedrige toekenaar zond direcht den Tolk na 't hoff, om audientie bij den koning te verzoeken, en zig teffens bij khemaas tommegong te formeeren, of deeze on aangena„ me tijding werklijk waar was dezelve retourneerde ook met de onaangenaame verzeekering daar van, en dat den koning in dispoor zijnde, hij eerste ministers in de logie verschijven zoude 'S Avonds wierd door hem Khemaas tommagong in geselschap van eene klemaas Ranga Aliedaar aan voldaan laatende zig met de grootste arrogantie uit Datde europeese en sengiauwereese op gisteren met een vaartuig met thien afgedreeven verscheide af gezondene zandelinge des konings, waar onder zelfs a
English
even Keaanga Japoetra had been the head, to examine that vessel, had wounded and killed them, and therefore had subsequently also been massacred. That the king, being very much affected by this, had shown his highest displeasure to the second minister, Keranga Japaatra, while orders had only been given to inquire how I had obtained the tin and what intention I had with it. I replied to this that if such had only been His Highness's intention, why was no inquiry made of me while the vessel was still lying before the chief place here, when I could have given a proper and friendly explanation regarding it; and if His Highness were not satisfied, it gave him the right to address Your High Nobilities about it, instead of having the vessel overpowered and massacring all the crew assigned to it, without keeping contracts, laws, and treaties in sight. That it was not probable that the Europeans and Bouginese would have presumed to commit any violence without first having been attacked. That he, the minister, could now easily say such things in excuse of the Palembangese, since they were all dead. To which he answered that the king had assigned that commission to Kheranga Japoetaa, who could account for it. That His Highness was sorry that Europeans had lost their lives in the process. That the incident as it stood caused great concern to the king and the court, while they had not imagined that this undertaking would have ended so unhappily, and that they had to expect very detrimental consequences because of it. I replied that an exact investigation and my presence before the king were required for this, which was the reason why I had requested an audience with the king, as this case did not allow being settled with him, the minister. That I would nevertheless provisionally send commissioners, and if I did not obtain an audience with the king, I would most submissively present my due report regarding this to Your High Nobilities. The old minister not seeming pleased with this, he replied that the investigation was certainly good, but as for requesting an audience with the king, he was not in a position to do so unless I pleased to disclose everything to him which I had to discuss with the king, while he would thereby have the opportunity to deliberate everything calmly with the monarch, who was very irascible. This answer giving the appearance that the minister sought to divert me with frivolous pretexts from being able to converse with the king in person about what had occurred, I repeated my request, adding that I would arrange everything with the king in the most amicable manner. In spite of all this, I obtained no audience; thus the next day I sent the interpreter with commissioners to Keaijmaas Tommagomd, for the inspection of the wounded and to hear about what had happened, of which I have the honor to most submissively present to Your High Nobilities herewith the report itself submitted in that regard. Whatever effort I subsequently also made to obtain an audience with the king was all futile, until quite unexpectedly the lighter De Zamen appeared here on the 4th of this month with Your High Nobilities' highly respected missive of 22 March of this year, and the arrival of the first messenger via Lampong, with Your High Nobilities' revered missive of 4 September of the past year to the king, on which occasion of the ceremonial delivery thereof I first met the king, and made known the arrival of the country's war fleet at the chief place, without being able to converse further with the monarch about business matters on account of the ceremony. This news causing great astonishment to the king, His Highness immediately changed his tone and in my presence gave orders to the ministers to make all haste with preparing the tin vessels, subsequently asking us for the reason for the arrival of this considerable armada, which had never happened before and was also no custom. The humble undersigned replied that he had indeed had the honor to be informed by Your Nobilities of the arrival of the country's squadron, but not of their high commission; that, however, in his humble judgment, it seemed intended to punish the unwilling and treaty-breaking princes and make them return to their duty, and to protect the willing and steadfast allies. The king, having formed various thoughts about this together with his court grandees, and on this occasion having re-read Your High Nobilities' earnest missive of 15 September of the past year, as well as being at a loss how to cover up their committed violence of 8 April in the best manner, and thereby to avoid disagreeable consequences for the king, have unanimously decided: To dispatch an embassy to Your High Nobilities with the captured vessel and the tin, as well as to accuse the humble undersigned before Your High Nobilities of having intended that quantity of tin for the English ship lying at that time at the Salt River, which, having come to the king's knowledge, had obliged him to prevent it, and to please Your High Nobilities to immediately have all vessels made ready for the further transport of tin to the chief place. About this, Pangeran Depattij, being interviewed by the king
Dutch transcription
zelfs keaanga Japoetra als hoofd geweest was, ter Examinatie van dat vaartuiggekwest en om 't le„ ven gebaagd hadden, en daar om, vervolgens ook ge„ massacaerd waaren geworden Dat den koning daar over zee getroffen zijnde zijne hoogste ongenoede aan den tweeden ministers keranga Japaatra betoond had, ter wijl maar onders gegeeven waeren, zig te informeeren, hoet ik aan het thien gekoomen, en wat intentie ik daar meede voor had Ik diende hier op bij aldien zulks allen zijn hoogheids intantie waren geweest! waar om aan geen onderzoek bij mij gedaan geduurende 't vaartuig nog voor het hoofd alhier g'leegen wanneer ik eene be„ hoorlijke en vriendelijke illucidatie daar omtrend had kunnen gever: en zijn hoogheid niet voldaande, het regd gaven zig daar over bij Haar hoog Edelheed: te addresseeren, in steede van 't vaartuig te laeten overweedigen, en massafreeren alle de daar op be„ scheiden geweest zijnde maatschappen, zonder Contrac„ te wette en vengels in 't oogte houden Dat 't niet waar schijnlijk was dat de europee„ ke en songeanereesse, zig zouden hebben onder„ staan eeniggeweld te pleegen, zouder eerst gat taqueerd te ter 410 te werden. Dat hij minister thans tot verschooning den Palene bangers zulks gemakhijk zeggen kan ter wijl zij alle dood waren daar op hij antwoord dat den koning die Commis sie op gedragen had aan kheranga Japoetaa: die zulks verantwoorden kon Dat 't zijn hoogheid leedwas, dat europeese daar bij 't leever verlooren hadden Dat 't geval daar toe leggende groote bekomme„ ring bij den koning en het hof verwek de terwijl zij zig niet hadden voorgesteld, dat deeze onderneeming, zo ongelukkig zoude zijn afgeloopen en dat daar door zeer nadeelige gevolgen te wagten hadden Ik repliceerde, dat daar toe een exact onderzoek, en mijne presentie bij den koning verreijschd wierd rer„ „den waarom ik audientie bij den koning verzogd had, latende dit geval niet toe om met hem ministen te beslissen Dat ik egter provisioneel gecommitteerdens zon„ der en geen audientie bij den koning verkrijgende mijn verschuldig rapport dien aangaande aan haar hoog Edelheedens onderdanigst zoude of fereeren Hier meede den ouden minister niet gestigd schijnende repliceerde dezelve dat 't onderzoek zeeker goed was maar om bij den koning audientie Le „ te verzoeken hij daar toe niet in straat was, als ik hem niet geliefde alles te openbaaren, want met den koning te verhandelen had ter wijl hij daar door gelegentheid had, alles met den vorst die zeer gaanstoorig was, bedaad te overleggen Deze antwoord schijn gevende, dat die minis„ ter met fuwvole excepties mij zogd te diverteeren, der koning in perzoon over 't voorgevallene te kun„ nen onder houden her haalde ik mijn verzoek met bijvoeging dat ik alles met den koning op de min„ zaamste wijze zoude schikking In weer wil van dit alles erlangde ik een auderentie zond dus 's daags daar aan den tolk met gecommitteerdens bij keaijmaas tommagomd, ter visie van de gequeste en aanhooring van 't gepassaerde waar van ik de eer het uw hoog Edelheedens hier bij onderdanigst aante bieden, 't dien aangaande ingediend rapport zelve Want moeite ik vervolgens ook gedaan hebben om audientie bij den koning te erlangen, is alles wigteloos geweest tot dat op 't onverwagste alhier verscheens de ligter de zamen op den 4: deeser met uw hoog Edelheedens zeer gerespecteerde mis sive 412 „sive van den 22 maart h: a:, en 't arrivement van den eerste gezond over Lampong, met uw hoog Edelheedens gevenereerde missive van den 4 7ber „ A:o p:o aan den koning bij welke geleegentheid van 't Ceremonieele overbrengen daar van ik den ko„ contraerd heb, en bekend gemaakt ning eerst 't arrivement van 's lands oorlogs vloot op de hoofd plaats zonder verder den vorst over zaakheeden uit hoofde van het cera monieel te kunnen onder„ houden Deeze tijding bij den koning groote verwonderen„ verwakkende; ver anderde zijn Hoogheid direct van toon, en gof in mijne praesentie or does aan de mi„ nistoas, alle spoed met 't in gereedheid brengen der thien vaartuige te maaken: vragende wij vervolgens na de reeden van de komst deezer aanzien lijke arenade 't geen nooijt te voren gewaest, en ook geen nadat wase De nedrige teekenaar repliceerde, dat hij wel de een had, gehad door uw Edel heedens geinfor„ „meerd te zijn van de komst van 's lands Esquader; waar: niet van hunne hooge Commissie: dat egter na zijn gering oordeal, dezelve geschikde scheen te zijn de onwillige en verbond breekende vorste te te te staaffen, en tot hunne pligt terug te doen keeren, en de gewillige en stand houdende bond„ genooten te beschermen Den koning neevens zijne hofs groote hier over verschillende gedag ten geformeerd, en bij deeze gelegentheid uw Hoog Edelheedens ernstige missive van den 15 September Ap:to her„ deezen hebbende mitsgaders verleegen zijnde hunne goppleede gewelde naaij op den 8: apriel - - - - - - - op de beste wijze te bedikken, en daar door en aan„ genaame gevolgen voor den koning te eviteeren hebben een parig beslooten, Een gezandschap na uw Hoog Edelheed:s te depecheeren met 't overkompelde vaartuigen 't Thin, zo meede den needrigen te kenaar bij uw hoog Edel„ heedens te beschuldigen, dat hij die quantiteit van Thin geprojecteerd had voor 't in die tijd aan 't zoute revier geleegent hebbend engelsche schip 't geen der koning terkennis gekomen zijnde hem verpligd had zulks te beletten en omme hunne Hoog Edel„ heedens te behaagen immediaat alle vaartuijge in gereedheid te laaten brengen, tot den verdere ver„ voerde van Thin na de hoofdplaats Hier over pangerang de pattij door den koning onderhouden
English
being engaged in conversation, that older prince excused himself from it, but merely expressed that the king ought to consider how strange it would appear to Your Right Excellencies to receive an accusation from him without sufficient proof after having been his own judge beforehand, in a manner contrary to the contracts, since for many years the king himself had so glaringly harbored the smuggling trade, which was all too demonstrably known to Your Right Excellencies, which had been passed over in silence by the monarch. Furthermore, I have the honor to bring to the esteemed knowledge of Your Right Excellencies that I have been informed not only from good authority but universally that the Captain Chinese here, Kedemang Kodia, has for some time been the king's greatest confidant and has managed to persuade the king that with the transport of that tin I meant nothing else than to bring shame upon His Highness and thereby to give Your Right Excellencies a bad impression of the king's conduct, if I should succeed in presenting that quantity to Your Right Excellencies at Batavia, for which reason the king ought to stop it. That he, Kedemangko, with about two hundred armed Chinese, had betaken himself to the court and assured the king of his faithful assistance on the very same day that the king had caused this audacious act to be carried out, in case anything of revenge were threatened from this side, his authority going so far that he had already recruited most of the Chinese inhabitants from the Sungailiat and settled them with him on the king's territory. I find myself obliged humbly to solicit some redress from Your Right Excellencies regarding this, as he, the Captain Chinese, no longer has the least respect for the orders I have given him on behalf of the Honorable Company concerning the restitution of those inhabitants and subjects of the Honorable Company from the Sungailiat, which he attempts entirely to divest of all Chinese in order by that means to win the heart of the king more and more. The undersigned, being afflicted with extraordinary sorrow over the false accusations and incorrect interpretations of the court, notwithstanding all his endeavors ever directed toward the welfare of the monarch and the best interests of the Honorable Company, humbly beseeches Your Right Excellencies' benevolent judgment in this matter, and takes the liberty of humbly enclosing herewith some proofs of the receipt and shipment of the tin destined for that capital with the respectfully mentioned pantjallang. After I subsequently found an opportunity to speak with the king about the violence committed, he paid not the least attention to my complaints in that regard, and directly referred to Kemaas Tumenggung to speak with him about it, expressing that the guilty would be punished. This discourteous and unfriendly manner of the king, boding no good to me and giving the appearance that the monarch might give free rein to his old false and cruel disposition from the time he was crown prince, persuaded me to contemplate means of provision in case of unexpected events, and to make use of the passage of the National War Squadron. I thereupon immediately dispatched the pantjallang Banca to the fleet with a letter to the Captain Commandant van Braam, respectfully accompanying this in copy, in which I took the liberty of submitting to His Right Honorable Valiant's consideration whether it might not be advisable, in these unexpected critical circumstances, to leave one of his smallest keels here, for which I humbly crave Your Right Excellencies' favorable indulgence. The naval commander van Braam having seen fit to send me a letter for the king, I immediately informed the prime ministers of this, and requested that its conveyance to the court, coming on behalf of the State of the United Provinces, might take place ceremoniously. This being refused to me, however, with the excuse that it was not customary and had not yet happened, I complied with the king's wishes, in the hope of Your Right Excellencies' gracious approval, and brought the aforementioned letter to court in person, without ceremony. Upon reading this missive, the king was very quiet, and asked me with a smile, quasi-ironically, who the States General were. I answered, the sovereign of the United Provinces, and as His Highness could himself gather from the letter of the Commander-in-Chief, whereupon he directly assumed a very friendly countenance and assured me of his attachment to the Honorable Company, as well as that he very much wished the downfall of Riau and would punish his subjects if they were found to have had any active connection with the people of Riau. The king's behavior, subject to highly favorable judgment, not appearing to me to be sincere for the present, as I shall have the honor to detail more respectfully to Your Right Excellencies, I took the liberty not to present to the king Your Right Excellencies' highly esteemed orders regarding the native vessels of this court to be equipped, by virtue of their highly respected missive of 19 April of last year, sent to me by the Commander-in-Chief van Braam via the lighter De Zomer, since I am persuaded that it would only meet with refusal, having, on the other hand, informed the monarch of the hastened passage of the State's fleet and the benevolent provisions of Your Right Excellencies regarding the necessary supply of rice for the king's subjects, with the restriction against the abuse of this favor, whereupon the king his
Dutch transcription
414 onderhouden zijnde, heeft dien ouder prins zig daar van g'excuseerd, maar enkeld zig uit gelaaten, dat den koning in overweeging diende te neemen, hoe vreemd het haar hoog Edelhedens zoude voor„ komen, eene beschuldiging zonder voldoende bewij„ zen van hem te ontvangen na voor af zijn eige regter geweest te zijn, op eene met de Contracti tegenstrijdige wijze daar den koning reets zee„ dert veele Jaare zelfs den smokkeldel zo eclatend gekoesterd had, dat zulks bij haar hoog Edelheed:s te bewijsbaar bekent was, 't geen door den vorst met stil zuijgentheid gepasseerd was geworden verders heb ik d'eer ter gevenereerde kennis van hoog Edel„ heedens te brengen dat ik niet alleen van goeder hand maar en zal gemeen geinformeerd bin geworden Dat den Capitain Chinees alhier kedemang ko dia zedert eenige tijd de grootste vertrouweling desko nings is, den koning heeft weeten te persuadeeren, dat ik met den vervoer van dat Thin niet anders bedoelde, als zijn hoogheid schande aante doen en haar hoog Edelheedens daar door in een slegd aenkbeeld van de behandeling des konings te bre„ gen, bij aldien 't mij reusseerde, die quantiteit op Batavia aan uw hoog Edelheedens te kunnen proesenteeren praesenteeren, weshalven den koning zulks diende te staaken Dat hij kedemangko, met Circa twee honderd gewoapende Chineese zigaan 't hof ver„ voegd en den koning van van zijnen trouwen bijstand verzeekerd had, ten zelfden daaga, dat den koning 't waeedmoedig stuk hadlaaten ter uitvoerd bran„ gen bij aldien van deeze zijde daar over eenige nevenge gezagd wierd zijne auctoriteit zo verre gaande, dat hij reets de menste Chineese inwoor„ ders uit de songiauwer gerondseld en bij hem op 's konings gebied ter woon geplaatst hebbende, vrinde ik mi verpligd uw Hoog Edelheedens daar over onderdanigst eenig redoeste sollicitteeren: ter wijl hij Capitain Chinees 't minste ontzag niet meer heeft, over de odres die ik hem dienaan„ „gaande sE Comp:e wege gegeeven heb, ter restitu„ tie dier Jnwoondere en onderdane der E maatschap„ pij uit de songiouwer die hij zig bevoerd, ten enemaal te ontbooten van alle Chineese, om door die weg hoe langer hoe meer 't hard des konings te gewinnen Den submissien teekenaar, met bij zonder leedweesen verseerende over de volsche beschuldin„ ginge/ 416 ginge en verkeerde inter pataties van 't hof, in weerwil van alle zijne poginge steedsgezigt, tot 't wel zijn van der vorst en de meeste be„ langers der E maat schappij zmeekd onderdanigst om uw Hoog Edelhed:s goedertierende t beoorder„ ling in dezen, en gebruijkd de vrijheid hier nee„ vens in alle submissie te voegen eenige bevrijze van den ontvangst en afscheep van 't na die hoofd plaats gedistineerd geweest zijnde thin, met de pantjallang eer biedig voormeld. Na dat ik vervolgens geleegentheid vond den koning over 't gepleegde geweld te onder houden gaf den zelven de minste attentie niet op mijne dien aangaende klagten, en wers direct op ke„ maas Tommagong, om denzelve daar over te onder„ houden met uiting, dat de schuldige gestrafd zouden werden Deeze onheusche en onvriandelijke wijze des konings mij geen goeds voorspeldende en schijn gevonde, dat den vorst zijne oude volsche enwrea„ de g'aardheid, ten tijde hij kroonprins is ge„ weest, den toommogte vieren hebben mij gepersua„ deerd, op middele van voorziening, bij onverhoop„ te toevalle bedagt zijn, en van de passagie van 's landsoorlog — s lands oorlogs Esquader gebruik te maken. Ik depecheerde daar op direct de pantjalling Banca na de vloot, met een brief aan den heer Capitain Commandant van Braams deeze eerbiedigst in Copia verzellende, waar bij ik de vrijheid heb gedruijkd, zijn wel Edel gestr: Man„ haften en overweging te geeven of het niet geraa„ den zouden zijn bij deze onverwagte Critequa gesteldheid een zijn geringste kiele hier te laa„ ten! waar over ik uw hoog Edelheedens geneege„ ne verschooning afswreek Hebbende de heer Zeevoog van Braam hier op goed gevonden, en brief aan den koning mij toegezonden, ik heb hier van de eerste ministers direct kennis gegeeven, en verzogd, dat de over brenging daar van als koomende van weegens den staat der vereenigde provuntie aan 't hof Ceremonieel geschieden mogd zulks mij egter gewijger te werdende, met exlurs dat het geene gewoonte, en nog niet gebeurd: was heb ik in hoope uwer hoog Edelheedens gratieuse goedkeu„ ning, aan de wieders konings voldaan, en voormelde brief in per zoon, zonder teremonie ter hove gebragt Bij 't leezen van deeze missive, was den koning zeer stil, en vreeg mij met een grinlag guasivers me zijn de staate generaal! ik antwoorde, de souverain der vereenigde, 1 418 6 ver eenigde provincien en zo als zijn hoogheid zelfs uit de brief van den heer Commandat, en Chef bogen kon„ ne waar op den zelven direct een zeer vriendelijk gelaat aannam, en mij verzeekerde van zijne aankleeventheid, voor de E Comp:e zo mede dat hij zeer gaarne de ondergang van Rieuw wenschde en zijne onderdaane staffen zoude bij aldien dezelve dadig bevonden wierden, eenige connectie met de niouwereese te hebben Het gedraag des konings, onder hooggunstige re beoordeeling mij voor 't teegenwoordige niet oot hoda voor komende, zo als ik de eer zal hebben uw hoog Edel„ heedens naader eerbiedigsts te detailleeren heb ik devrij„ heid gebruijkd uw hoog Edelheedens zeer gevenareerde ondres omtrend de op te nue el niger Jnlandsche vaartuige van dit hof, bij hooft derzelve zeer gerespecteerde mis„ sive van den 19: apriil J:o L: per de ligter de zomer, door den heer Commardant en Chaf van Braam mij toege„ schikd, den koning niet voorstellen: te maer ik gepersua„ deert ben, dat maar refuns zoude lijden hebbende der vorst daar en teegen g'informeerd van de verhaaste pas„ „sagie van s Lands vloot en de goedertier ende voorzorge uwer hoog Edelheedens, omtrend den nodigen onderhoud van rijst voor 's konings onderdaanen, met de aafstictie„ van misbruik deezer goedheid hier over den koning zijne/
English
expressing his particular gratitude with the assurance that no grain of tin from here would be transported to Riau, I requested His Highness in the most amicable manner henceforth no longer to seek to divert Your High Noble Excellencies with promises, but to show by deeds that he was the worthy ally of the Honorable Company, which His Highness answered he would fulfill. Furthermore, I have the honor humbly to offer Your High Noble Excellencies herewith some copies of my maintained correspondence with the Captain-Commander van Braam, as well as to bring respectfully to the knowledge of Your High Noble Excellencies: That the King, upon the appearance of the country's fleet, immediately sent the head of the priests here, Said Alie Minscheg, a prime favorite of the Prince, to Muntok, with orders to make all haste to finish the redoubt there and put it into proper defense, and further to take care that the other started fortifications on Bangka would also be swiftly completed, all under the pretext of arming themselves against Raja Haji. Also, a fleet of nearly fourteen penjajaps and a gurab has been prepared here in headlong haste by order of the King, under the pretext of searching for the English ship commanded by Captain John, mentioned in my humble letter of 12 May, in order to recover the captured tin and to cruise along the sea coasts, for which the passes were requested. The most dubious thing, however, is that after the passes were granted, the King secretly placed as chiefs thereon the notorious rebels Said Aboebakar Minschahap and Raden Mohamat, precisely at a time when most foreign nations must pass by. According to reports, they would sail out of the Sungsang as soon as the fleet had passed. Furthermore, the King has made a distinguished present to the Tuanku Said Abdulla Idroes, mentioned in my respectful letter of 8 April last, consisting of a completely new, sacred, high-pooped dwelling for him, painted green on the outside, one that no priest has ever received. This holy man foretells, under highly favorable interpretation, in my humble judgment very little good; and he will possibly be the same driving force here as with the Raja. I submit myself most humbly to Your High Noble Excellencies' highly wise judgment regarding the present, very dangerous intentions of the King, with a humble plea that it may graciously please Your High Noble Excellencies to provide for this in the best possible manner. With the presence of the lighter De Vos here with letters from the Commander van Braam, I have, at the request of the quartermaster thereof, issued from the stores here a pair of iron blocks for that lighter, and a boat for the cutter De Batavia, as appears from the accompanying invoice, amounting to a sum of ƒ 360: 4: —, which I take the liberty to charge to the main office, in the hope of Your High Noble Excellencies' favorable approval; having furthermore, pursuant to Your High Noble Excellencies' revered orders, dispatched the lighter De Zomer to the fleet, after having repaired that small keel of its leakages on the deck above the water, with the further necessities thereof, of which the costs have risen to ƒ 80: 14: —, as also appears from the respectfully accompanying expense account. That small keel having been rejected by the Commander van Braam, I take the liberty humbly to offer the same directly to Your High Noble Excellencies with this my respectful letter, and the dispatch received from the naval commander van Braam, wherewith I flatter myself that I may obtain Your High Noble Excellencies' favorable approval, while I, at the suggestion of Mr. van Braam and in expectation of Your High Noble Excellencies' gracious approval, shall dispatch the pencalang Bangka to the fleet as soon as possible, once it can be provided with a new mast and have its other defects repaired. On the 5th of this month, Your High Noble Excellencies' most revered missive for that Government was dispatched from here to Malacca, pursuant to Your High Noble Excellencies' high orders dated 22 March. The deliverer thereof was Enche Ma'azie, steersman of a vessel from Malacca that arrived here in the latter part of the month of March, commanded by Haji Abu Bakar, who undertook to effect the delivery after I made ready a sampan for that purpose, the costs of which amounted to a small sum of ƒ 160: —. I promised the aforementioned Ma'azie that payment would be made by the Governor at Malacca in proportion to his faithful delivery, hoping to have fulfilled the highly wise intentions of Your High Noble Excellencies. Having been unable in any way to deliver the duplicates, the same have been forwarded by the humble undersigned with Commander van Braam. I had all the trouble in the world to obtain prows at the Sungsang for money and good words to deliver the letters from the fleet hither, the natives there stating bluntly that such is forbidden, for which reason they live in constant fear of being kris-stabbed for doing so. A sailor with a letter from the master of the lighter De Zomer, having been brought hither by a Sungsang man upon his persistent entreaties, was likewise delayed in his arrival hither, as appears from his statement offered in all respect to Your High Noble Excellencies. I furthermore take the liberty, regarding what has come to my knowledge from Malacca and Riau, to refer most respectfully to the report detailed in that regard by missive of the 5th and 12th of this month to the Commander van Braam; while furthermore, after thorough inquiries, I have the honor to assure Your High Noble Excellencies: That the Sultan of Jambi, together with the brother of the Sultan of Indragiri, was actually at Riau with ten and more vessels; that
Dutch transcription
zijne bij zondere dan verkentenisse betuigende met verzeekering, dat van hier geen korl rae nieuw zoude werden vervoerd, heb ik zijn hoogheid op de minsaamste wijze verzogd uw hoog Edelheedens voor„ taan met geene belofte meer zoeken te diverteuren maar met de daad zoonen dat hij den waardige bond„ genoot der E: maatschappij was 't gaen zijn hoogheid beantwoord te zullen na komen Gevende mij verders de eer uw hoog Edelheedens hier neevens onderdaanigst, eenige Copias mijner ge„ houdene Correspondentie met den heer Capitain Comman„ deuk van Braam, aantebieden mitsgders ter geerbiedi„ „ge kennis van hoogst dezelve te brengen Dat den koning bij verschijn van 's lands vloot direct het hoofd der priester alhier said Alie Min„ scheg, een eerste lievening van de vorst na muntok gezonden heeft, met ordre, om alle spoed te maeken, de schans aldaar te fineeren en in behoorlijke ondrr tegenweer te stellen, en verders zorg te dragen dat de andere begonne buiting op banca meede spoedig geabsolveerd werden alles onder de naam om voor Radja haadjie zigte wapenen Ook is hier eene vloot van bij de verzien pan„ Jajaps en een Gorrap, ter ordre van den koning, als 1.20 als over kop in gereedheid gebragt onder de naam, van 't engels schip gevoerd bij Capitain John, in mijne noedrige van den 12: maij vermeld, op te zoeken ter er„ „langing van 't genoomene Thin en kruisen op de zeer overs waar voor de passe afgelangd zijn 't dubieuste is egter, dat den koning na af geweder passe, in stilte als shefs daar op geplaats heeft, de veel berugte monstandelaars Said Aboebadar Minschahap, en Rading Mohamat net in een tijd, daar de meester vreemde naties passee„ ren moeten volgens zeggen, zouden zij de sausang uit loopen zo daa de vloot maar gepasseerd was. Nog heeft den koning aan den bij mijne eerbiedige van den 8: april J.:o L: vermelden toeang said Abdulla Jdroes, een gedister gueerd poesend gedaan bestaande in een geheel nieuw voor hem hijlige geen tew eerd ragquet afwoning, buiten om groen geschildert eene die geen pris rit is over koomen Deze hijlige voorspeld, on der hoog gunstige wel„ duijding, na mijn gering oordeel zeer wijnig goeds: en zaal moglijk dezelfe drijffeer alhier, als bij raadja zijn Ik onderwerper mij op het nedrigste aan uw hoog Edelheedens hoog wijzene beoordeeling over 't tegen woordige zeer gevaarlijk gedagdes konings, met ootmoe„ dige dige beede dat 't nu hoog Edelheedens goedertierend gelieve te behaagen, daar in bestmooglijks te voorzien Met 't aanweesen van de ligter de vos met brieve van de heer Commandant van Braam alhier, heb ik op verzoek van den quartiermeester daar van uit den voorraad alhier afgegeeeeven een p:r ijzere deeq voor die ligter, en een schuijt voor de Cotter de Bataviar, blijkens neevens var zelbende factuur: bedragende eene zomma van ƒ 360: 4:— die ik de vrijheid gebruijk inho„ pe uwer hoog Edelhed:s geneegene aprobatie, de hoofd„ plaats tereekenen, hebbende verders, in gevolge uwer hoog Edelheedens gevenereerde ordres, da zigter de zo„ mer, na dat kieltje van zijne lekkagie op 't deken boven waeter voorzien hebben, met de verdere benoodig„ heeden daar van waar van de onkosten tot ƒ80: 14: ge„ reezen zijn blijkens meede eerbiedigst verzellende onkostzeekening, na de vloot gedepecheerd Dat kietja door den heer Commandant van Braam afgekeurd zijn„ „de gebruike ik de vrijheid, 't zelve direct, met deeze mijne eerbiedige, en de van, de heer zeevoogd van kraan ontvangene depeche uw hoog Edelheedens onderdanigst aan te bieden, waar meede ik mij vlije uw hoog Edelhee„ dens geneegene goedkeuring te mogen erlangen terwijl ik 422 ik op voor stil van de heer van Braam, en in erspec„ terce uwer hoog Edelheedens goederterende aprobatie, de pantjallang Banca, zo spoedig mooglijk, als de„ zelve van een nieuwe mast en verdere gebreekens voor zien kan werden na de vloot zal depecheeren. zijnde den 5: deezer van hier na Nalacca uw hoog Edel„ heedens zeer gevenierde missive voor dat Gouver„ nement, in gevolge hoogst derzelve hooge bevoele de dato 22: maart gedepecheert De overbranger daar van is geweest Intje maadzie streurman van een alhier, in 't laats der maand maart gearriveerd vaartuig van malacca gevoerd bij haad jie Aboe bakar, die aangenomen heeft de bezorging te zullen effectueeren na dat ik een Chiampang daar toe ingereedheid het gebragt waar van de onkosten geloopen zijn een montantje van ƒ160:— Jk heb gevengemelde marazie beboefd, dat de be„ taaling na evendeedigheid zijner trouwe bezorging op Malacca door den heer Gouverneur zoude werden voor bragd, verhopende aan de hoog wijze intentie uwer Hoog Edelheedens te hebben voldaan De duplicaate op geener lij wijze hebbende kunnen bezorgen, zijn dezelve door den needrigen takenaar met met de heer Commandeur van Braam voort geschikd. Ik heb alle moete gehad, oem voor gelde goede wor„ der aan de sousang prauwe te kunnen erlangen, ter bezorging der brieve van de vloot herwaards zeggende den inlander aldaar rond uit dat zulks verbooden is wes„ halven dezelve in geduurige taels leeven zulks doende gekrist te werden Een Mattroos met een brief van den gezaghebber de Ligterde zomer op zijne lange instanties voor een soesanger herwaarts gebragt zijnde is meede in zijne herwaarts komst vertragd geworden blijkens deeze in alle eerbied uw hoog Edelheedens geoeffereerd wer„ dende verklaaring van den zelve Ik gebruijke verders de vrijheid omtrend 't geen mij van malacca en rieuw voorgekomen is mij eerbie„ digst te gedragen, aan 't rapport dien aangaande bij mis„ sive van den 5: en 12: deezer den Heer Commandant van Braam gedetailleerd, Terwijl ik verders na rijpe on„ formaties d'eer heb uw hoog Edelheedens te verzeekenen Dat den sulthan van Jambij nevens den broeder van de sulthan Talang werklijk met tien en meir vervaartui„ gen, op riouw geweest is dat
English
That the first-mentioned sultan has returned again to Jambij and that the brother of sultan Pahang had also newly departed. That according to the latest rumor Radja Haadjie was said to have arrived anew, with the intention to cross over to Mamprauwa, of which latest tidings the humble undersigned, being more reliably informed, hopes to observe his duty to Your High Honours at the first opportunity. Meanwhile I shall untiringly apply all diligence to gather all information concerning the affairs of Riau and what is connected therewith, together with the present conduct of this court, which I am currently forced, in spite of all their excesses, to flatter for the preservation of the balance until, through the highly wise and merciful provision of Your High Honours, I may be provided with such orders as set boundaries to a people among whom the violation of good treaties is elevated to a virtue. Humbly begging Your High Honours in the meantime for a gracious pardon of my outspoken expressions herewith, I declare myself with all humility and deepest respect to be, beneath stood, High Honourable and Respected Lord. Lord, and Noble Sirs. Below: Your High Honours' humble, obedient and faithful Servant, was signed: G: Hemmij. In margin: Palembang the 27: May 1784. Respectful Report To the Noble Sir Mr. Gijsbert Hemmij Merchant and Chief of this Post Noble Sir, In compliance with Your Honour's esteemed order, we, the undersigned, as specially appointed commissioners, together with the Company's interpreter, repaired to the opposite shore to the house of Khemas Tommongong Nogara, and found present there the aforementioned Khemas Tommongong, Khemas Rang Alie, Khemas Demang Micul Kloinge Besando, and Khedemang Koo, Captain of the Chinese here. We made our arrival known and asked what their desire was. Whereupon Khemas Tommongong answered that in the unfortunate incident of yesterday, not only were all the crew on the vessel of Hadjie Adjier murdered, but also that many prominent men on their side were wounded and some commoners fell alongside them, namely Kheranga Japoetra and Kheagus Potjienang wounded, along with 15 commoners; likewise killed were a Kheagus Raadjong, Kheagus Sabrang, the commoners Sia Lam, Sie Tjoem, and a Salat Jarangs guest. We replied that such were surely the consequences when a vessel was attacked in a violent and murderous manner, asking what the reasons were that the vessel, which on the 7th of this month had publicly drifted away from this lodge on the Company's behalf, had been attacked and overrun in such a manner. Khemas Tommongong replied to this that the King had given no orders for that, but rather to detain the same. Reply: If such was the intention of the King, why had the Chief not been given prior notice thereof, or why was it not first made to anchor at the Shahbandar's office? Answer: That he, Tommongong, did not know this, but that Taanga Astradiradja could answer for it, as having had that commission. Reply: Why was such a multitude of armed prahus and penjajaps with hundreds of men sent out to detain such a small vessel? Answer: So that the King might suffer no shame from failing to overpower it; in such manner it appears that the overrun was done with premeditation. Answer: I do not know that; Kheranga was the first who jumped aboard, whereupon the amok ensued. How the whole affair had begun, proceeded, and ended, and whether any crew from the overrun vessel had survived. Answer: Yes, three natives, by name Jaloloedien, aged by estimate 16 years, Golok, aged 22 years, bondservants of Hadjie Mangsoor, and Moedo, aged 26 years, bondservant of Hadji Adjier. These were shown to us bound at the hands, feet, and neck, and upon interrogation by Khemas Tommongong, related the following: That they, hirelings of a certain Hadjie Adjier from the Songiauwer by prahu Pantjakling, drifting with the same toward the Sonsag, had seen that near Poeloe Combara, circa two miles from Palembang, Kheagus Raadjong came alongside the vessel with an armed prahu and had asked to cross over. That the European Arnold Leuas, stationed there on the Company's behalf, answered: if you have a permit, such can be done; that he, Kheagus, thereupon withdrew; subsequently around fourteen prahus, mostly equipped with swivel guns and muskets, came alongside in that manner, but were nevertheless turned away as aforesaid. That the next day, being the 8th of this month, off Poeloe Poetaie, over thirty armed prahus appeared, all armed, wherewith Kheranga Astradiradja, having come alongside the vessel, had said that they should anchor while he wanted to come aboard for an answer. That the aforementioned Arij Leuas had given in answer: if you have a pass or note for that from the Chief, then you may come aboard and I shall drop anchor. That subsequently the aforementioned Kheranga, notwithstanding this warning, jumped on board with the Kheagus Raadjong and a multitude of his retinue; and in the meantime the vessel was directly surrounded on all sides by armed prahus, everything had been in the utmost confusion and disorder, and likewise that they
Dutch transcription
424 Dat eerst gemelde sulthan weer op Jambij geke„ tourneerd is en de broeder van sulthan Pahang mede nieuw verlaaten had Dat volgens 't laatste gerugd raadje Haadjie weer op nieuw zoude zijn gearriveerd, niet intenti om na Mam„ prauwa overstesterken, van welke laatstelijding, den nee„ drigen teekenaar verzeekerder gunformeerd zijnde; bij de eerste geleegentheid zijne verschuldigheid bij uw Hoog Edel„ heedens hoopd te observeeren Terwijl ik ona afgebroeken alle divoire op liceeren zal alle in formaties in teneemen, nopens de zaaken van riauw en wat daar annex aans is, met een beneevens van het tegenwoordige gedrag van dit hop dat ik thans genood„ zaakd ber in en weer wil van alle hunne illimitijte tot Conservatie der ballance, te vlijen tot dat ik door de hoog wijse en goedertierende voorziening van uw hoog Edelheedens mog werden g'emunieerd met zodanige ordres, die paele stellen, aan een volk, waar van overtreedinge van goede verbonde tot een deugd verheeven zijn uw hoog Edelheedens intusschen ootmoedight beddende„ om eene gratieuse verschoonig mijner vrijmoedige uit inge byj deeze, vercesie ik mij met alle ootmoed en diepstontzag te zijn /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaars Heer . Heer, en wel Edele Heeren. /:Lager:/ w Hoog Edelhed. s onaerdanige gehoorzame en getrouwe Dienaar /:was getee„ kend:/ G: Hemmij /:in margina:/ Palembang den 27: maij Eerbiedig Berigt Aan den wel Edelen Heer Mr. Gijsbert Hemmij koopman en opperhoofd deses Comptoir Heer Wel Edelen In nakoming van uwel Ed: gearde ordre hebben wij ondergeteekendens als Expresse gecommit„ dens met 'sE Comp:s tolk ons vervoegt na de overkant aan 't huis van khemas Tommongong Nogara en aldaar present gevonden, dan khemaas Tommongong voormeld khe„ maas rang Alie, khemaas Demang Micul Kloinge be sando, en khedemang koo Capitain in der Chineesen alhier, wij gaaven kennis van onze komst en vroegen wat 1784 426 wat hunne begeerte was, waar op khemaastommongong antwoorde, dat hij 't ongelukkig geval van gisteren niet alleen alle manschappe op 't vaartuijg van Madjie Ad„ Jier waeren vermoord geworden, maar dat ook zelfs veele groote van hunne zijde geblesseerd, en met eenige gegemene daar bij gesneuveld waeren en, te weeten kheranga Japoe„ tra, en kheagus Potjienang geblesjeerd met nog 15: gemeene, zo weede gesneuveld, eene kheagus Raadjong, kheagus sabrang de gemeene sia Lam, sie Tjoem, en een salat Jarangs Gast: wij repliceerde, dat zulks zeeker de gevolgen waeren, als een vaartuig op eene geweldige en moordaedige wijze over vallen wierd wat de reederen waeren dat 't vaartuijg 't welk 'sE Comp:s weegen op den 7: deezer publiek van deeze logie afgedreeven, op zodanige wijze g'attaqueerd en afgelopen was Khemaas Tomm„gong diende hier op de koning heeft daar toe geene ordres gegeeven maar wel om 't zelve aan te houden Repliek zulks de intentie van den koning is geweest, waar om dan't opperhoofd daar van te vooren geen kennis gegeeven, dan wel 't zelve bij de sabang „darij eerst laeten ankooen, Antwoord dat hij Tommongong zulks niet wist maar dat Taanga Astradiradja zulk verantwoorden kon, kon, als hebbende die Commissie gehad. Replik waar om zo eene menigte van schep„ prauwen een panjajapen bij honderde van Manschap„ „ven afgezonden om zo een kleijn vaartuijg aan te houden. Antwoord, om dat de koning geen schande magte hebben, van 't niet magtig te te worden op zodanige wijze schijnt dat af loopen met voordag geschied te zijn. Antwoord dat weet ik niet kheranga is de eerst, geweest, die overgesprongen, en waar op 't amok gevolgd is Hoe 't geheele geval was begonnen, voort gegaan, en ge„ eindigt en of er ook nog manschapen, van 't afgeloopene vaartuijg over gebleeven waeren Antwoord ja, drie inlanders met naame Jaloloedien oud na Gissing 16: Jaaren, golok oud: 22 Jaaren Leijf„ eigenen van hadjie Mangsoor en moedo oud 26 Jaaren lijfeigenen van Hadja Adjier deeze wierden aan haande voeten, en hals geboeid aan ons vertoonden verhale 't volgende na afvrage van klemaas tommon„ gong. Dat zij lieden huurlingen van eene hadjie Adjier uit de songiauwer per prauw Pantjakling met den zelve na de sonsag af drijvende gezien hadden, dat omtrend poeloe Combara Circa twee mijle van palembang den 428 den kheagus Raadjong met een schip praauw bij 't vaartuig gekomen, en gevraag, had, om over te stoppen Dat den daar op sE Comp:s weegens bescheidene europees Arnold Leuas, g'antwoord als gij een begrijs heb, kan zulks geschieden dat hij khe agus daar op afdiensste vervolgens bij de veertien prauwen meest voor„ sien met draaijbassen en gewheeren indier voegen op zijde gekoomen egter als voorm: afgeweasen waeren worden Dat 's anderen dags zijnde den 8: dezer, bij poe¬ loe poetaie ten voorschijn waeren gekomen over dertig schipprauwen alle gewaepend waermede kheranga t staa diradja op zijde van 't vaartuig gekomen zijnde gezegd had dat zij lieden ankeren zouden terwijl hij ant antwoord wilde koomen Dat voorm: Arij heven ten antwoord had gegeven als gij een pas of briefje daar toe van 't opperhoofd heeft dan kunt gij over koomen en ik ten anker gaan. Dat vervolgens eevengem: kheranga niet tee„ genstaande deeze waarschouwing op boord was ge„ sprongen, met den kheagus Raadjong en een menigte van 't gevolg: en intusschen het vaartuig direct van alle schepprauwen om Cingelden alles in de uiter„ ste Coususie en dis order was gewest, zo meede dat zij
English
they and the blunderbuss had heard fire, and that amok had been made with all force, whereupon the first petitioner had jumped into the river from the front of the vessel, and had given himself up as a serf of khamas demang Miril; and the other two had meanwhile managed to hide in the hold, and subsequently, when everything was quiet, had asked for pardons, everything else having been murdered. We then asked khemas tommongong whether the matter was also finished hereafter. He replied that the king was very sorry about the event, and had not imagined it would have ended so unhappily. All the above-written being everything that we have heard and seen, we testify this to be the pure truth, and, if required, to confirm all of this further by oath. Wherewith we hope to have fulfilled this commission to the satisfaction of your Honour, and we take the liberty to be with all humility, below stood, Your Honour's very, lower, Your Honour's humble and faithful servants, was signed, M:s kuijper, ensign, A: A: Lokman, D: v: De weteringebuijs and Joemaals toek of the Honourable Company here, in the margin, Palembang. 430 Palembang, the 9th of April, Anno 1784, thereunder, Agrees, was signed, M:s Kuijper. We, the undersigned, as specially appointed commissioners, declare at the request of the Honourable Mr Gijsbert hemmij, merchant and head of this station, and out of love for the pure truth, to be true and truthful: That on the 1st, 3rd, and 4th of this month, in the presence of us in the Honourable Company's warehouse, a quantity of 824 slabs of private tin, at 125 lb each picol, was weighed in and received; further, That on the 6th of this month the aforementioned quantity of tin was again weighed out there in our presence, and was found to agree with the equal quantity of four hundred and four picols of that mineral in 824 slabs, and was shipped off in an enclosed native vessel navigated by hadjie Adjier, resident in the Jongiauwen, and under the supervision of the sailors Arnoldus Leurs and David Sonderman, wherewith the same departed on the 7th of this month in the morning at about 10 o'clock from this lodge to the cruising pantjalling de snoek, lying near the Sungsang and destined for the capital; giving further as reason of knowledge to have been present at everything attested hereinbefore; being furthermore, if necessary, ready to confirm our given attestation with a solemn oath if requested and required, below stood, Palembang the 9th of April 1784, was signed, M:r Kuijper, A: A: Lokman, P: v: D: wolteringebuijs. By order of the Honourable Mr Gijsbert Hemmij, merchant and head of this station, we, the undersigned sailors, acknowledge having received into the vessel of Madjie Adjir eight hundred twenty-four pieces of tin weighing four hundred and four picols, in order to hand over the same to the cruising pantjalling de snoek lying at the Sungsang. Below stood, Palembang the 6th of April 1784, was signed, Arnoldus Leurs, and a cross mark made by David Souderman, thereunder, Agrees, was signed, Ms. Kuijpers. To 432 Pieter Gerardus Bruijn Governor and Director on behalf of the General Dutch East India Company there Right Honourable, Respected Sir, Presently having the honour to receive with the lighter the Zomer a secret letter from the High Native Government dated the 22nd of March of the past year, as an escort to 9 of their High Excellencies' original and duplicate secret letters to Your Right Honourable, under recommendation of a direct dispatch; so I have the good fortune to be able to comply with that immediately by the bearer of this, the Intje Abdul maadjie, who recently arrived here from Malacca from the vessel of haadjie aboe bakar, wherewith I most obediently offer the aforementioned original letters to Your Right Honourable. To the bearer of this, To the Right Honourable, Respected Sir, I have not promised any fixed reward for the service he thereby renders to the Honourable Company, but have assured him that such would be done generously and equitably by Your Right Honourable according to the merit of his prompt and faithful delivery. The lighter unfortunately missed the cruisers by night and was 14 days in the river before I could receive the slightest news thereof, whereby the delivery of the letters has been noticeably delayed. I congratulate Your Right Honourable particularly on the fortunate and, as I do not doubt, to the awe of all northern princes, brilliant assistance of the national fleet under the command of Captain-Commander van Braam, wherewith the Malaccan affairs will shortly be settled. Since the departure of the bark den arend and the goerab de snelheid, many dissensions prevailing in this realm even among the court grandees, and defensive preparations being made by the king under the guise of arming against Raja Haji, the circumstances of affairs have nevertheless, not without reason, made me fear the contrary, because I have been informed of a clandestine correspondence
Dutch transcription
zij lieden en den derbos had hooren los branden en dat niet alle geweld Amok gemaakt was, waar op den eerste subpliant van vooren 't vaartuig was afgesprongen in de rivier, en zig voor een Lijfeigen van khamas demang Miril had op gegeeven: en de andere twee zig in tusschen in het ruijm hadden weeten te verbergen en vervolgens dat alles stil zijn. de om pandons verzogt hadden, zijnde voor de rest alles vermoord wij vroegen vervolgens aan khemas tommongong of hier nae de zack mede gedaan was Hij repliceerde, dat den koning 't geval zeer leed deet, en zig niet voorgesteld had, 't zo ongelukkig zoude zijn afgelopen Het welk voorschreeve alle 't geen zijnde, wat wij gehoord, en gezien hebben betuigen wij zukks de zuijvere waarheid te zij ende des gerequireerd werdende kulks alle naeder met eede te bevestigen. Waar mede wij verhoopen deeze Commissie ten genoegen van uwel Ed: te hebben voldaan en ons de seer aanmatigen met alle onder nigheid te zij /:onderstond:/ wel Ed: zeer /: lager:/ uwel Ed: onderdanige en trouw„ schuldigen dienaeren /:was geteekend:/ M:s kuijper, ens A: A: Lokman, D: v: De weteringebuijs en Joe„ maals toek der E maanschappij alhier /:in margins:/ Palembangs 430 palembang den 9 April A:o 1784 /:daar onder :/ A Edor„ deert /:was geteekend:/ M:s Kuijper Wij onder geteekendens, als Expresse gecom„ mitteerders verklaeren, ter requisitie van d E heer M.:r Gijsbert hemmij koopman en opperhoofd deeses Comptoir„ ende uit liefde tot de zuivere waarheid waar ende wadragtig te weesen Dat op den 1: 3: en 4: deezer in presentie van ons in 'sE Compagia Pakhuis, is ingewoogen, en ontvangen een quantiteid van 824 schuitjes particuliere â 125. lb ieder piecols voorts Dat op den 6: deezer eeven gem: quantiteit Thin wederom aldaar ten onzen overstaan is afge„ moogen, en met gelijke quantiteit van vier hondert en vier picols van dat mineraal in 824 schutjes accord bevonden en afgescheep in een afgeschuurd in„ land vaartuig gevoerd bij hadjie Adjier inwoonder in de Jongiauwen, en order op zigd van de Mattroo„ „sen sen Arnoldus Leurs, en David Sonderman waar„ meede 't zelve op den 7: deezer 'smorgens Circa om 10 uuren van deeze Logie nade aan de sonsang leg„ gende, en na de hoofdplaats gedestineerde kruis pantjalling de snoek vertrokken is geeven de verders voor deeder van weetenschap, al 't hier vooren g'at„ testeerde bij gewoond te hebben voorts als indien texxt te berijd te zijn onze gegeevene attestatie, des gere„ quireerden verzogd werdende met solemneele eede te bevestigen /:onderstond:/ Palembang den 9: April 1784 /: was getekend M:r Kuijper A: A: Lokman, P: v: D: wolteringebuijs Op ordre van den wel Ed: Heer M:r Gijsbert Hem mij koopman en opperhoofd deeze Comptoirs bekennen wij onder geteekende Mattroosen ontfangen te hebben in het vaartuig van Madjie Adjir Agt hon„ dert vier en twintig stukken Thin weegende vier Hon„ hondert en vier Picols, om 't zelve aan de sousang leggende kruijspantjalling d' soek over te geeven /onderstond :/ Palembang den 6: April 1784. /:was geteekend. / Arnoldus Leurs, en Een kruisje omschreeven gesteld bij David Souderman /:daar onder:/ Accordeert /:was getekend/ Ms. Kuijpers Aan 432 Pieter Gerardus Bruijn Gouverneurs en directeur weegens de Generale Nederlandsche oost indische Comp: aldaar Wel Edel Gestr: Agtb: Heer Nrt Mamentlijk de eer hebbende met de ligter de zomer te ontfangen een secreete brief van de hooge Inlandsche re„ geering de dato 22: maart G: a:, ten geleide van 9 hunne hoog Edelheedens origineele en duplicaat secreete missive aan uw wel Ed. Gestr: agtb:, onaer aan beveeling eener directe depeche; zo heb ik het geluk daar aan immi„ diaat te kunnen vol doen met brengen dezes, den on„ „ langs van malacca alhier gearriveerde jntje Abdul maadjie van 't vaartuig van haadjie aboe bakar, waar meede ik eevengem: origineele missive uw welEd: gesta: agtb: gehoorzaamst aan biede: Aan brenger dezes Aan Den wel E: Gestr: Agtbaeren Heer heb) „ heb ik geene vaste praemie voor den dienst die hyj daar meede aan de E maatschappij bewijst beloofd, maar hem verzeekerd dat zulks na eerendeedigheid van zijne spoe„ „dige en trouwe bezorging, door uw wel Ed: Gestr: agtb: genereusen billijk zouden werden gedaan De ligter heeft per ongeluk bij nagt de kruijs„ sens mislopen, en is 14: dagen in de rivier geweest, een ik de minste tijding daar van het kunnen ontvangen, waar de bezorging der brieven merkelijk vertraagt is Ik filici teert uw wel Ed: Gestr: agtb: bij zonder met de gelukkige en zo ik met twijffel tot ont„ zag van alle Noordsche vorsten bailliante adsis„ tentie van sLands vloot onder beval van den heer Capitain Commandeua van Braam, waar mede errstdaags de malacsche aedde spronken zal zeedert het vertrek van de Bark den arend ende Goerab de snelheid in dit rijk zelvs onder de hofs groote veele on eenigheeden heerschen de, en door den koning diffencive praeparaties gemaakd - werden onder schijn zig voor raadje Gaadjie te wapenen heb„ ben mij egter omstandigheeden van zaeken met zou„ der reede 't teegendeel doen dugten, om dat ik g'in formeerd ben van eene onderhandsche Conresponden„ tie
English
134 tion between this king and that of Riouw, and the recent arrival of a notorious Toean Besar, sent from Riouw for that purpose, an old Arab priest and confidant of Radja Hadji, who claims to have foretold the blowing up of the ship Malakkas Welvaren at Riouw and thereby to have brought about the preservation of that place. I have therefore taken the liberty of submitting to the favorable consideration of the Captain-Commander van Braam whether it would not be advisable, for the protection of the Honorable Company's garrison here, to leave one of his smallest armed vessels here, in order at least to inspire some awe. While in these critical circumstances not the least reliance can be placed on the court here. Should it happen, however, that the said naval commander van Braam believes he cannot comply with this request of mine, I leave it to your Most Noble, Valiant, and Honorable Best Consideration whether it might be possible to provide me therewith from Malacca. Imploring God's precious protection over your Most Noble, Valiant, and Honorable administration and the Honorable Company's arms, I have the honor to be with the greatest respect, was signed: Most Noble, Valiant, and Honorable Sir, Lower: Your Most Noble, Valiant, and Honorable humble and obedient servant, was signed: G. Hemmij. In the margin: Palembang, the 4th of May 1784. Beneath: P.S. To Intje Madji I have issued on behalf of the Honorable Company: two blunderbusses, two flintlocks, one hundred live cartridges, as well as four hundred pounds of rice for ten men. Beneath: Agreed. Was signed: G. Hemmij. To the Noble, Valiant, and Brave Gentleman, Jacob Pieter van Braam, Captain-Commander of the State's War Squadron in the Strait of Banca. Most Noble, Valiant, Brave, Foreseeing, and Discreet Sir, By the lighter De Zomer I had the honor on the 4th of this month to be graciously informed by the High Indian Government 436 of the plan of the State's war squadron, under the command of your Most Noble and Valiant self, through the Strait of Banca to Malacca. This fortunate event, as comforting to the Malacca ministry as to the humble undersigned in the present state of affairs with the northern rulers, gives me the liberty humbly to request your Most Noble and Valiant self to take into favorable consideration the covering of this trading post as well with a vessel, or small vessel, that can best be spared from your Most Noble and Valiant significant squadron, for the following reasons: To prevent the king of Palembang from sending any assistance whatsoever to Riouw, which I must fear not without reason, both on account of the secret correspondence that has taken place for some time between the king of Riouw and this court, and because of the recent arrival of a great holy Arab priest from Riouw, a special confidant of the Radja, who has already had a secret audience with this king and has impressed advantageous prophecies of Riouw's monarch upon the court and the common people here; in order to counter the extraordinary defensive preparations both by land and water at this court under the false pretext of being against Radja Hadji; because of the haughty and indifferent conduct of this court toward the Honorable Company, both since the unpleasant news that Riouw was abandoned by our people and that Radja Hadji had departed for Malacca, and since the departure from here of the hooker De Snelheid and the bark Den Arend, and since the arrival of the aforementioned Arab priest; and lastly, to be able to stimulate with greater efficacy the tin deliveries, which since all the aforementioned unpleasant events have been handled with great sluggishness by this court. I do not doubt that your Most Noble and Valiant self will favorably approve this fair proposal of mine for the stated reasons, and will also take this trading post under your highest protection. With the dispatch of Their High Nobles' respected missives to Malacca, I had the honor to inform Governor De Bruijn of this proposal of mine, which I shall also observe in all dutiful respect toward Their High Nobles. Imploring God's precious protection over your Most Noble and Valiant self and your 438 squadron, I have the honor to be with the greatest respect, was signed: Most Noble, Valiant, Brave, Foreseeing, and Discreet Sir, Lower: Your Most Noble, Valiant, and Brave humble and obedient servant, was signed: G. Hemmij. In the margin: Palembang, the 5th of May 1784. Beneath: Agreed. Was signed: G. Hemmij. To the Most Noble, Valiant, and Brave Gentleman, Jacob Pieter van Braam, Captain-Commander over the State's War Squadron, etc., passing the Strait of Banca. Most Noble, Valiant, Brave, Foreseeing, and Discreet Sir, After having had the honor most obediently to dispatch my submissive secret missive of the 5th of this month to your Most Noble and Valiant self on that same date with the armed cruising pantchiallang Banka, I find myself today also honored with your Most Noble and Valiant kind letter of the 2nd of this month, together with a packet of papers addressed to me from the High Indian Government. I comply directly with the highly respected orders of the aforementioned Their High Nobles, along with the further respected requisitions of your Most Noble and Valiant self, and dispatch the lighter De Zomer, which has just been repaired of its defects and provided with what is necessary, to the Banka off this river, in order, together with the lighter De Vas, to await your Most Noble and Valiant self with the State's fleet. At the request of the quartermaster Teeken Wiepkes of the lighter De Vas, I have shipped on the lighter Zomer: One grapnel of about 500 lb, Domestic rope of 8 inches, and a boat for the cutter De Batavier, in order to deliver those necessities upon the further approval of your Most Noble and Valiant self, and in the contrary case, the
Dutch transcription
1.34 tie tusschen deze koning en der van riouw, en 't on„ langs van eenen ten dien einde van riouw gezonden be„ rugten Ioean besaar een oude arabische Priester — en vertrouwling van raadje haadjie die zig uitgeeft 't springen van 't schip malakkas welvoeren op niouw. voorspilden daar door 't behoud van die plaats bewerk te hebben, Ik heb dus de vrijheid gebruijkt den heer Capitain Commandeur van Braam in gastige overweeging te ge„ ven of 't niet geroeden zonder zijn tot dikking van sE: Comp:e bezzetting al hier een zijner geringste g'arrieer„ de kiele hier te laeten, om ten minsten, maar eenig ontzag te verwelken Terwijl in deeze Caitique omstandigheeden geen de minste staad op 't hof alhier te maken is Mogte 't egter gebeuren dat de hier zee voog van Braam vermeende aan dit mijn requisiet niet te kunnen voldoen 20: laete ik 't aan uw wel Ed: Gestr: Agtb: beste Consideratie over om is 't mooge„ lijk mij van Malacca daar in te voorzien Godes dier Bare bescherming over uw wel Ed: gestr: agtb: bestiering, en 'sE: Comp:e wapenen afmee„ kende heb ik d' Eer niet de meeste achting te zijn /:onderstond:/ /:onderstond:/ wel Ed: gestr: agtb: heer /:Lager:/ uw wel Ed: gestr: agtb: onderdanige en gehoorzame dee„ naar /:was geteekend:/ G: hemmg /:in margine:/ Palem„ bang den 4 meij 1784, /:daar onder:/ P: S: aan Jntje maadjie heb ik afgegeeven sE Comp:s weegen twee onder bossen twee snappaenen Hondert scherpe pottroonen, zo mede vier hondert ponden rijst voor thien koppen /daar onder/ accordeert. /:was getekend:/ G: hemmij Aan den Edele Gestr: manhafte Meer Jacob Pieter van Braam Capitain Commandeur van 's Lands oorlogs esquader in staat Banca Wel Edele Gestrenge manhaften voorsienige en Discreete Heer Het de ligten de zomer heb ik d'eer gehadden 4 deezer door de hooge Jndiasche rageering gratius gin formeerdƒ 436 formeerd te werden, van 't plan van 's Lands oorlogs Esquader onder bevel van uw wel Ed: Gesta: manhaff„ ten door straat Banca na malacca Dit gelukkige venement 20: troostbaar voor het malaksche ministerum, als voor den nedrigen tee„ kenaar, bij de teegenswoordige gesteldheid: met de Noordsche vorsten geeft mij vrijheid uw wel Edele gestr: wanhafte submisselijk te verzoeken in gunstige over weeging te willen neemen: om dit Comptoir meede te dekken, met een best gemits kunnen werdende kiel of kieltje van uw wel Edel gestr: manhafte aanzienlijk es qua„ den: om voegende raden Om den koning van palembang te beletten, hoe genaamd geene adsistentie riouw te kunnen toeschik„ ken, waar voor ik niet zonder reede dugten moet zo wel wegens zedert eenige tid plaats gehad hebbende ge hijme Conrespondentie van den koning van riouw met dit hof; als over de aankomst ongelangs van eene„ grooten hijligen arabische priester van riouw, een bijsondere vertrouwling van raadje die reets in een gehein gesprek met dezen koning geweest is, en ver„ le voordeelige vooruitzeggingen van riouws vorst 't hof en 't gemeen alhier ingeprend heeft, om de buiten gewone diffensieve praeparatie zo wel te land als water bij bij dit hof onder valsche schijn tegens raadje haadjie om 't hoogmoedig en onverschilliggadrag van dit hof voor d E: maatschappij zo wel zedert onaange„ name tijding, dat riouw door de onze verloet en raadje haadjie na malacca verzrakken was, als zedert 't vertrek van hier van de Goekab de swel„ heid en de bark den arend en zedert de aan komst van voorm: Arabische paiester, en laatslijk om de Thin Leeverantie die zedert alle voor aangehaal„ de onaangenaame existentie maar zeer vlauw bij dit hof getracteerd word met meer nodank te kun„ nen animeeren Ik twijffele niet of uw wel Edel gestr: man„ hafte zal dit mijn billijk voorstel in't aan gehaalde reeden goed gunstige te approbeeren en dit Comptoir meede onder hoogst desselvs bescherming willen nee„ men. Met de depeche haarer hoog Edelheedens gerespec„ „teerde missives na malacca, heb ik d' Eer gehad den heer Gouverneur De bruijn van dit mijn voorstel kennis te geeven het geene ik meede in alle eerbied bij hunne hoog Edelheedens in schuldige obser„ vantie houden zal over uw wel Edel gestr: man haften en hoogst desselvs, 438 desselvs esquadee Godes dier baaren bescherming afzweekende, heb ik d' eer met de meeste achting te zijn /onderstond:/ wel Edel gesta: manhafte voorsienige en discreeta heer /:Lager:/ uw wel Edel gestr: manhafte. onderdanige en gehoorzaame dienaar /:was geteekend:/ G: Hemmij /:in margine:/ palembang den 5:e meij 1784 /: daar onder. /. accordeert /:was getekend:/ G: Item mij Jacob Pieter van Braam Capitain Commandeur over 's Lands oor logs Esquader elc: passeeren straat Banca Wel Edel Gestr: Manhafte voorsienige discreete Heer Na dat ik d' eer heb gehad mijne submissie Aan den wel Edel gestr: Manshafte Heer de Cresta secreete missive van den 5: deezer uwel Edel gestr: manhafte op dien zelfde datum met de gewopende kruis pantjallang Banka gehoorzaamst te ofterer„ ran vinde ik mij heeden ook vereerd, met uwel Edel gestr: Manh: neusche brief van den 2: deezer nee„ vens een aan mij gaddoesseerd Paquetje met papieren van de hooge Indiasche regeering Ik gedrage mij direct aan de hoog gerespec„ teerde ordres van wel gem: haar hoog Edelheedens neevens verdere g'eerbiedige requisites van uwal Edel gestr: Manh: en depechere de ligter de zomer„ die eeven van zijne gebreekens hersteld van 't nodige voorzien is, naa de Banca voor deeze rivier, om„ ma beneevens de ligter de vas uwel Ed: gestr: manh: met 's Lands vloot te kunnen in wag ten Op verzoek van den quartiermeester Teeken wiegjer van de ligter de vas heb ik de ligter someer afgescheept Een pees dreg van cinca 500: lb: vaderlands touw van 8: d:m en „ schuit voor de Cotter de Botavier omme die be„ „ nodigheeden, bij nadere approbatie van uwel Edel gestr: Manh: afte gaeven, en in Contrarie gevalle het
English
440 to be able to ship off the unnecessary items once again in the cruising pantchiallang Banca, whilst the rope here is merely remaining rope. The latest news from Malacca and Riouw having not been very unfavorable, I take the liberty most humbly to send to your Honorable Valiant Sir the persons and Haji Abu Bakar, who arrived here from Malacca on 13 April last, and a certain Moosen Terang who recently came here from Riouw, alongside one of his companions. The latter two resided there for a considerable time, and even during the blockade of the aforementioned island, and have heard, seen, and experienced much. They will jointly have the honor of delivering their most humble report to your Honorable Valiant Sir; requesting most humbly that the two Moors may be taken into service. As the saying goes, the people of Riouw have now driven a multitude of piles into their river just beneath the water, and have left open only a narrow passage for barks, for which they have pilots. In the Straits of Durian several pirates were roaming, and a multitude of people had fled from Riouw out of famine and distress. fled in distress. Also specifically a letter from Raja Haji was brought here, for the Tuan Besar or holy man, as brought to the notice of your Honorable Valiant Sir in my recent respectful letter of the 5th of this month; the contents of which, however, are still kept very secret: which is an ordinary and here customary sign that it is favorable news from our side, whereas if it were the contrary, the whole of Palembang would already have their mouths full of it. Since the departure of the goudap De Snelheid on 9 March, no dispatches for the High Indian Government have been brought here from Malacca, save only a packet of private letters for Batavia handed over to one of the cruisers by the English ship General Eliott, Captain C. E. Maclewan. This also flatters us that there have been no great changes of importance for those cases. What has been written to me concerning this and further by your Honorable Valiant Sir shall be dutifully observed by me, and if between now and the arrival of your Honorable Valiant Sir before this river any dispatches from that government 442 might be sent hither, I shall directly provide the same with the proper address to your Honorable Valiant Sir. Expressing my submissive thanks for the courteous and favorable expressions of your Honorable Valiant Sir, alongside the kind communication regarding the passage of the National naval squadron and the keels still to follow, I have the honor to be with the highest esteem and dutiful attention, [was subscribed:] Honorable Valiant Prudent and Discreet Sir, [lower:] your Honorable Valiant Sir's humble and obedient servant [was signed:] G. Hemmy [in the margin:] Palembang, 12 May 1784. [underneath:] P.S. Upon receipt of your Honorable Valiant Sir's highly respected letters, having immediately requested an audience with the king and having repeated this up to this day, it being already the 15th, as many as three times, I have nevertheless not been able to succeed therein to inform His Highness in the name of the High Indian Government of the arrival of your Honorable Valiant Sir with the National naval fleet. But it is said that if His Highness had granted an audience and had been informed by me of the arrival of the fleet, he thought he would have found himself in the necessity, in propriety and according to custom, of providing the fleet with some fresh provisions, by which he would only have caught the eye of Raja Haji. All that I have been able to procure here consists of: Ten pieces of pigs Two buffaloes, which I have the honor most obediently to offer to your Honorable Valiant Sir on behalf of the Honorable Company. [underneath:] Agrees, was signed G. Hemmy. To the Honorable Valiant Prudent and Discreet Sir, Jacob Pieter van Braam, Commander and Chief over the naval forces of the States General of the United Netherlands in the East Indies, etc. Honorable Valiant Prudent and Discreet Sir, Yesterday morning I had the honor to receive your 444 Honorable Valiant Sir's highly respected secret missive with a letter to the king of this realm alongside the translation thereof into the Dutch language, both dated the 16th of this month. I immediately caused His Highness to be informed of the receipt of this missive for him, and requested to be allowed to be the bearer thereof with the customary state, as coming with the authorization of the Lords States General and His Serene Highness the Lord Prince of Orange and Nassau, etc., etc., etc., after I had enclosed this letter, according to custom, in a yellow silk pouch. The monarch being unable to resolve upon this, under the pretext that such was not the custom, and having kept me waiting until today, I requested an audience once more, and judged it best to deliver this missive in person without ceremony according to the will of the monarch, so as not to remain deprived of the true and salutary purpose of your Honorable Valiant Sir, and not to lose time in consultations. It also appears to me that court has somewhat changed its tone since the news of the presence of the National squadron near this coast; indeed, this afternoon etc.
Dutch transcription
440 't onnodige wederom in de kruis pantjallang Banca te kunnen werden afgescheept terwijl 't touw alhier maar resteerende touwe is De laatste tijdinge van Malacca en Riouw niet zeer ongunstig geeweest zijnde gebruik ik de vrijheid uwel Edel Gestr: Manh: onderdanigst toe te zenden de perzoonen en hadjie Aboe Bakar op den 13: april J: L: van Malacca alhier gearriveerd, en eenen onlangs van Riouw dit heen gekomenen Mooosen Terang neevens een zijner meede makkers welke laatste zig eene geruijme tijd, en zelfs geduu„ rende de blocquade van even gem: eiland aldaar op gehouden, veele gehoord, gezien, en ondervonden hebben: die gezamentlijk d'ear zullen uwel Edele gestr: manh: hun onderdanigst rapport af te laggen: ver„ zoekende de twee Mooren ootmoedigst in dienst te mogen werden genomen zo 't zeggen is hebben de riouwereese thans hunne rivier een meenigte van poele even onder woeten geslaagen, en maar eene nauwe passagie voor Barke, waar toe zij lootsen hebben, opengela„ ten Jnstraat Drioen langen verscheide zeeroovers, en een meenigte van volk was van riouw uit hougers noodgevlugt nood gevlugd. Ook noomentelijk een brief van Raadja hadjia alhier aangebragt, voor den Ioaan besaar of heilige„ bij mijne Jongste eerbige: letteren vanden 5: deezer ter kennis van uwel Edel gestr: Manh: gebragt; waar van den in houd egter nog zeer geheijm gehouden word: 't geen een ordinair en alhier gewoontijk teeken is, dat 't gunstige tijding van onze zijde is, terwijl 't tee„ gendeel zijnde roeds geheels Palembang daar op den mond: zoude vol hebben. zeedert 't vertrek van de goedap de snelheid op den 9: maart alhier van Malacca geene depeches voor de hooge Jndiasche Regeering aangebragt zijnde, als en„ Wits keld een Pacquet met particuliere brieve voor Bata„ ria door 't engelsche schip de Generaale Elioth Capt=n C: E Macklewaan een der kuijsjers af gelangs: flatteerd zulks mede, dat er geene groote veranderinge van Be„ lang voor die gevaelen zijn 't daar omtrend en verders door u welEdel Gestrenge Manh: aangeschreevene, zal door mij pligtlijk werden g'observeerd en bij aldien er nog tus„ sehen heeden en uwel Ed: gestr: Manh: Arrivemet voor deeze rivier eenige de peches van dat gouvernaum ment 442 nement dit heen mogten werden beschikt zal ik dezelve direct aan uwel Edel Gestr: Manhaften ver„ schuldige addresse verleenen. Mijne submisses dank betuijgende voor de heusche en geneegene uijtinge van uwel Edel gestr: Manh: neevens vriendelijke conminucatie van 't traject van 's Lands oorlogs Esquader, en de nogte volgende kiele heb ik d'eer met de meeste hoog agting en verschul„ dige attentie te zijn /onderstond:/ wel Ed: Gestr: Manh: voorsienige dissrea„ te heer /:lager:/ uwel Edel Gestr: Manhafte onder„ danige en gehoorsame Dienaar /:was geteekend:/ G: Hemmij /:in margine:/ Palembang den 12: Maij 1704. /:daar onder:/ P: s: Bij den ontvangst van uwel Edele Gestr: Manh: zeer gerespecteerde Letteren, direct bij den koning audientie hebbende laeten verzoeke en zulks tot heeden zijnde reeds den 15 tot drie keere herhaald hebbende heb ik eevenwee daar in niet kunnen reusseeren omme uit Naam van de hooge Jndiasche Regeering zijn hoogheid te verwittigen van de komst van uwel Edelgestr: Manh: met 't Lands oorlogt vloot Edog 't zeggen is, bij aldien zijn hoogheid audientie had gegeeven en van de komst den vloot door mij g'infor„ meerd was geworden, hij vermeende in de noodzaaklijk„ heid heid geverseerd te hebben wel staande en volgens gewoonte de vloot eenige versing te beschikken waar mede hij bij Raadja Hadjie maar in 't oog zoude hebben gelopen Alles wat ik alhier maar heb kunnen magtig werden bestaat uit Thien pees vaakens Twee „ kanbouwr: die ik d'eer heb uwel Edel Gestr: Manh: sE: Comp: weege gehoorzaamst te offeren / daar onder. / Accordeert was geteekend G: Hemmij„ Aan Den wel Edele gestrenge Manhaftewoorsie„ nige en discreeten Heer Jacob Pieter van Braam Commandant en Chef over de oorlogs Magt van de staaten Generaal der ver„ eenigde Neederlanden in de oost Jndien Etc=a Wel Edel Gesta: Manhafte Voorsienige en Discreete Heer Gesteden morgen heb ik d' eer gehad te ontfangen, uwel 444 uwel Edel Gestr: manh: zeer gerespecteerde selre te missive met een brief aan den koning deezes Rijks nee„ vens de overzetting daar van in de hollandsche taal, beide g'dateerd den 16: deezer Ik heb zijn hoogheid direct laaten imformeeren, van den ontfangst deezer missive voor denzelve, en verzogd, met de gewoonlijke statie brenger daar van te mogen zijn, als koomende met qualificatie der heeren staate Generaal en zijn door lugtigste hoogheid den heer pain„ Cl van orange en Nasjauw &=a &a &=a na dat ik dezen buirf volgens gewoonte in een geele zijde zakje g'en velo„ paerd had Den vorst hier toe niet kunnende re solveeren, met exluus zulks geene gewoonte was, en mij tot heeden opge„ houden hebbende; heb ik andermaal om dudientie ver„ zogt, en best g'oordeeld deeze missive na den wil van den vorst zonder Ceremonie in perzoon te overhandigen, om niet verstooken te blijven aan 't waere en heilza„ ma oogmerk van uwel Edel Gestr: manh: en geen tijd te verzuijmen met raadpleegen Ook schijnt 't mij toe dat het of zeedert de tijding van t aan weesen van s lands Esquader bij deeze kuste eenigzints van toon verandert is, nimmers deeze middag „ Etc:
English
afternoon, after reading the aforementioned missive, the king immediately adopted a friendly demeanor, and assured me of his attachment to the Honorable Company, as well as that he would not interfere with the king of riouw, at the same time giving orders for the dispatch of vegetables for the refreshment of the squadron. The prince also feigned ignorance of the name of the Lords States General, asking me indeed who that was, whereupon I gave his highness the necessary explanation of the matter. I have conformed entirely to the contents of Your Right Noble Valiant Sir's highly respected letter, as far as it squares with the ideas of this court, and I shall further keep in respectful observation the advice given therein, for which I express my obliged gratitude, wishing Your Right Noble Valiant Sir and the country's squadron under God's precious protection a prosperous and happy passage to Malacca, I have the honor to be with the greatest esteem and dutiful attention, it was subscribed: Right Noble Valiant, Prudent, and Discreet Sir, lower down: Your Right Noble Valiant Sir's humble and obedient servant, was signed: G: Hemmij, in the margin: Palembang the 20: May 1784, below it: Agrees, was signed: G: Hemmij. To the Right Noble Valiant Sir Jacob Pieter van Braam, Commander in Chief of the country's fleet of war passing the Banca strait. Right Noble Valiant, Prudent, and Discreet Sir, This morning at half past eight o'clock, the king's secretary appeared at this lodge by order of the prince. That yesterday evening there had departed for the sousang the king's first ministers khemas Tommegong Carta Nagara and the khemas demang Miril in order to compliment Your Right Noble Valiant Sir in the name of his highness and to offer some vegetables for refreshment, the same secretary further requesting me to deliver a letter on behalf of the Honorable Company to Your Right Noble Valiant Sir to that end, which would be sent after the aforementioned first minister today. Although this request ought to have been made yesterday, upon the first minister's departure for the sousang, which I pointed out to the secretary, and it appears to me that this is mixed with another false Palembang trick, I nevertheless complied with it immediately in order to avoid dispute. This dilatoriness is done intentionally in order to be able to claim upon return that the court, by the fleet having already passed, had been frustrated in carrying out their good intentions. The first minister khemas Tommegong is a very clever old Palembanger, under the greatest pretense of sincerity and friendliness, and having the good fortune to come on board, will certainly sound out Your Right Noble Valiant Sir as to the contents of this letter to know whether their intrigues have been made known therein. I have the honor to bring this to the respectful notice of Your Right Noble Valiant Sir, and to be with the greatest esteem and dutiful attention, it was subscribed: Right Noble Valiant, Prudent, and Discreet Sir, lower down: Your Right Noble Valiant Sir's humble and obedient servant, was signed: G: Hemmij, in the margin: Palembang the 22: May 1784 in the morning at 9: o'clock, below that: Agrees, was signed: G: Hemmij. To the Right Noble Sir Mr. Gijsbert Hemmij, Merchant and Resident there. Right Noble Sir! Herewith I offer Your Right Noble Sir a missive from the High Indian Government at Batavia, by which Your Right Noble Sir is ordered to attach the armed lighter stationed at your residency to the country's squadron under my orders, proceeding on its journey to the relief of Malacca. I do not doubt that Your Right Noble Sir will comply with that order most promptly, as well as, if there should be any letters or dispatches addressed to me in Your Right Noble Sir's possession, to send them to me as quickly as possible, whereby you will oblige me. And whereas I have been authorized by Their High Excellencies, in case any dispatches from Malacca addressed to Their High Excellencies should happen to be at the place of your residency, to demand and open them, in order to be informed thereby of the state and circumstances of that fortress, this letter is also intended to bring this to the notice of Your Right Noble Sir, with the request in the aforementioned case to send such dispatches to me by a trusted person, to whom, if required by Your Right Noble Sir, I shall be able to show the aforementioned authorization on that occasion, although I believe mention of it is made in Their High Excellencies' dispatch to Your Right Noble Sir. I send this in advance by the armed lighter de vos, master B: H: Meijer, in order not to delay myself unnecessarily with the country's squadron and the accompanying laden Company ship Huislopen, but to be able to pursue my journey immediately upon receipt of Your Right Noble Sir's answer. Finally, it serves for Your Right Noble Sir's information that the country's frigate of war Juno, Captain de With, which is to follow me within a few days, has been ordered by me to remain for a short time before the river of Palembang in order to inquire with Your Right Noble Sir whether there might also be any dispatches at hand for the country's squadron, or for the Malacca ministry, in order to take them along, as will also be done by the country's ship Princes Louisa under the command of Captain Count van Rechteren, which was to sail from Batavia fully 14: days after me with the Company's beacon vessel den Arend. And since the speedy dispatch of these ships is of very great importance to the general service, so
Dutch transcription
middag na 't leezen van eeven gem: missive nam den koning direct een vriendelijk dit aan, en ver zee„ kerde mij van zijne aankleeventheid voor d'E: maat„ schappij, als mede, dat zig met den koning van riouw niet milleeren zoude geevende teffens ordres ter af„ zending van groentens tot reversinge van 't esquader. Den vorst hield zig teffens onkundig bij den Naam den Heeren Staaten Generaal, vragende mij quadie vero wie dat was Waar op ik zijn hoogheid de nodige expicatie van 't een en andere gegeeven heb Jk heb mij ten eene maal aan de inhoud van uwel Edel Gestr. Manh: zeer gerespecteerde brief gedragen zo verre 't met de denkbeeden van dit hof guadreerd en zal het verder daar bij gadviseerde waar voor ik mijnen verpligten dank betuige in g'eebiedige obser„ vantie houde uwel Edel Gesta: Manh: slands Es gua„ der onder Godes dierbaare bescherming eene voor spoe„ dig en gelukkig traf ik na Malacca toewenschende heb ik d'eer met de meeste hoogagting en verschul„ dige attentie te zijn /:onderstond wel Edel Gestr: Manh: voorsienige en dis crecte heer /:Lager:/ uwel Edel Gestr: manhafter onderdanige 446 onderdanige en gehoorzaeme dienaar /:was geteekend:/ G: Hemmij /:in margine:/ Palembang den 20: Maij 1784, /:daaronder Accordeert /:was geteekend:/ G: Hemmij Aan den wel Edel gestr: Manhafte Heer Jacob Pieter van Braam Commandant en Chef over 's Lands oorlog vloot passeerende straat Banca Wel Edel Gestr: Manhafte Voorsienige en Discreete Heer Heeden morgen om half neegen uuren verschijnd binne dezer Logie 's konings secretaris met last van den vorst. Dat gisteren avond na de sousang was afge„ zonder zonder 's konings eerste ministers khemas Tomme„ „gong Carta Nagara en den khemaas de mang Miril om uit naam van zijn hoogheid uwel Edel Gestr: Manh: te Complimenteeren een eenige groentens tot verversching aan te bieden verzoeken de den selve„ taris mij verders om een brief 's E: Comp: weegen aan wel Edel gestr. Manh: ten dien einde te willen afgeeven die heeden aan voorm: eersten minister zou„ de werden nagezonden. Hoe wel deeze pititie gisteren had dienen te geschieden, bij het willen afsteeken van den eersten minister na de sousang 't geen ik den secreta„ ris heb voorgehouden, en mij 't voorkomt dat hier mede werderden een volsche Palembangse daaij gemelleerd gat heb ik eeven wel ter vermijding van dispute daar aan direct voldaan Deeze talmagtigheid geschiet met op zet om bij retour te kunnen bewaaren dat 't hof, door 't reeds passeeren der vloot gefrusteerd was geworden in 't uit voeren hunner goede intentie De eerste ministrrs khemas Tommegong, is een zeer slimme oude palembanger, onder de groot„ ste schijn van opregtheid en vriendelijkheid en zal„ 't geluk hebbende aan boord te koomen uwel Edel gestr: 448 gestr: Manh: zeeker na aen in houd van deze polsen om te weeten of hunne dragjerijen daar bij bekend gemaakt zijn Ik geeve mij d'eer zulks ter g'eerbiedige ken„ nis van uwe Ed: Gestr: Manh: te brengen, en met de meeste hoog agting en verschuldige at„ tentie te zijn /onderstond:/ wel Edel Gestr: Man hafte voor sienige en discreete heer /. Lager uwel Edel gestr: Manh: onderdanige en gehoorzaeme dienaar /:was getekend:/ G: Heming /:in margine:/ Palembang den 22: Maij 1784 's morgens om 9: uuren /daar onder:/ Accor„ deert /:was geteekend:/ G: Hemmij. Aan den wel Edele Gestr: heer M: Gijsbert Hemmij koopman en Resident aldaar Wel Edelen Gestr: Heer! Neevens deeze bied ik uwel Ed: Gestr: aan een missive, missive van den hoog Jndiasche Regeering op Bata„ via bij dewelke uwel Ed: Gestr: gelast word, de ten uwen Risidentie bescheiden zijnde gewapende ligter te voegen bij 's lands Esquader onder mijne ordres, ter ontzet van Malacca reijs vorderende Ik wil niet twijffelen of uwel Ed: gasta: zult ten prompsten aan die ordre voldoen, zo mede indien zig bij uwel Ed: gestr: eenige aan mij ge„ addresseerde brieven, of de peches mogte bevinden dezelve ten spoedigsten doenlijk aan mij te laaten toekoomen, waar mede mij zult verpligten En dewijl ik door hunne hoog Edelhed:s gequali„ ficeerd ben geworden, omme ingeval eenige depeches van Malacca aan hunne hoog Edelheedens, geaddues„ seerd zigter uwer residentie plaats mogten bevin„ den die op te eisschen en te openen, omme daar door van den staat omstandigheeden van die vestueg ge„ informeerd te kunnen worden zo is deeze al meede in„ gerigt, om zulks ter uwer wel Ed: gestr: kenniste brengen met verzoek in voorschreeve geval mij zoda„ nige depehers door een vertrouwe persoon, te wil„ „len toe zenden, die ik zulks door uwel Ed: Gestr: gerequireerd wordende boven gem: qualificatie bij die geleegenheid; . 3 450 gelegenheid zal kunnen doen zien schoon ik ge„ loove daar van in hun hoog Edelheed:s de peche aan uwel Ed: Gestr: gewagt gemaakt, worden Ik zonde deze per de gewaapende ligter de vos gezaghebber B. H: Meijer vars af ten Eijnde mij met 's land Esquader en bij hebben geladen Comp:s schip Huilopen niet node loos op te houden maar diract bij ontvangst van uwel Ed: gestr: antwoord, mijne reijse te kunnen ver worderen eindelijk diend tot uwel Ed: gestr. Jmformatie dat 's lands Tergat van oorlog Juns Capitain de with, mij binnen wijnige daagen moetende volgen, door mij geordonneert is zig voor een korten tyd voor de rivier van palembang op te houden ten einde zig bij uwel Ed: Gestr: te in„ formeeren, of ook eenige de peches, voor 's Lands esqua„ der, dan wel voor 't Malacca ministerie aldaar aan handen waaren, ten einde dezelve meede kunnen nee„ meen, zo als ook doen zal 's Lands schip princes Loui„ onder Commando van den Catitain grave van Rechta„ ven, dat ruim 14: dagen na mij van Batavia zouden zeilen met 's Comp:s Baak den Arand En wijl aan de spoedige expeditie deezer schee„ pen voor den generaalen dienst zeek veel geleegen is, zo
English
then Your Right Honourable will particularly oblige me by seeing to it that, in case no dispatches are with you or no circumstances have occurred that make it necessary to detain those ships, someone with Your Right Honourable's letters might be present at their arrival before the river to inform them that they need not detain themselves, but can directly proceed on their journey. I have sailed from Batavia on the 29th of April with the national warships Utrecht, Wassenaar, Goes and the frigate Monnikendam, together with the armed coaster de Batavier, the Company ship Huiklooper, and two armed lighters, but I was detained for two days at the Zuiderwachter by a stiff breeze and high seas, which has somewhat lengthened our passage to the Strait of Bangka; however, we all find ourselves in good condition. If Your Right Honourable should have any particular information regarding the state and circumstances of Malacca, you will oblige me by informing me thereof. With the offer of my services, and the assurance of my true high esteem, I have the honour to be. Signed: Right Honourable Sir, Lower: Your Right Honourable's obedient servant, Was signed: J. P. van Braam. In the margin: On board the national warship Utrecht, sailing near the Thousand Islands, the 2nd of May 1784. Below that: Agrees, was signed: G. Hemmy. To the Right Honourable Sir, Mr. Gijsbert Hemmy, First Resident on behalf of the Dutch East India Company there. Right Honourable Sir! To Your Right Honourable's secret letter of the 5th of this month, which was delivered to me yesterday evening by the commander of the cruising pantchiallang Banca, I have the honour to reply. That, however much it appears to me from the same missive that there are some well-founded reasons to mistrust the Prince of Palembang in these days, one must nevertheless proceed with caution in this regard, and as far as possible strive to maintain good relations, at least in outward appearances, especially under circumstances such as those in which the Company currently finds itself. The plan made for my expedition I cannot alter, nor can I weaken the force for it; achieving the objective that I have envisioned for it will afford the opportunity to inspire in the Prince of Palembang and all the neighbouring princes a little more awe and respect for the Netherlanders. And in my opinion, the most useful use of the presence of the national squadron in these seas could be made in these days by Your Right Honourable by presenting the same to the King as it truly is, as the most formidable that has ever shown itself or been seen in these waters, whereby, if not from the heart, at least outward respect must always be instilled in a people whose natural character is cowardly. To give Your Right Honourable cause to be able to converse seriously with the King of Palembang regarding his present conduct, I have thought it necessary to send that Prince a missive, which I enclose herewith, open, in Dutch and Malay, with the request to present the same to the Prince in my name, and to inform His Majesty that the matters presented therein are my most earnest intentions, and that the interests of my Fatherland will not be treated by me with indifference. And since I inform the Prince of my intention against the King of Riau, it appears to me that Your Right Honourable can calmly bring to his attention the disadvantageous consequences of his conduct in receiving the confidant of Raja Haji at his court, if Your Right Honourable has been reliably informed thereof. At my departure from Batavia, the High Government, as it appeared to me, was very tranquil concerning this King of Palembang. An account such as that which I have received will therefore not a little astonish Their High Honours, while it will be necessary to send the same thither without loss of time, from where Your Right Honourable, as I trust, will also soon be able to be assisted with an armed ship or other vessel. From the conclusion of my letter to the King of Palembang Your Right Honourable will be able to see that I shall not detain myself before the river to await his reply, which I look forward to receiving with one of the two warships that may arrive here daily, expecting with certainty to receive a reply in the Company's interest; and having recommended Your Right Honourable to the most precious protection of the Supreme Being, I very gladly remain, Below was written: Right Honourable Sir, Lower: Your Right Honourable's good friend and servant, Was signed: J. P. van Braam. In the margin: On board the national warship Utrecht, sailing in the Strait of Bangka, the 16th of May 1784. Below that: Agrees, was signed: G. Hemmy. Jacob Pieter van Braam, Commander-in-Chief of the forces of the States General of the United Netherlands in the East Indies. To The Most Illustrious Prince, King of Palembang. The usual title. The States General of the United Netherlands and His Most Serene Highness the Prince of Orange and Nassau, etc., etc., etc., under whose protection the Dutch East India Company has flourished for a number of years, Have seen fit to send a very considerable naval force hither in order to maintain the same Company in its lawful privileges, possessed since immemorial times, and to
Dutch transcription
zo zult uwel Ed: gestr: mij in 't bij zonder verpligten, te willen zorgen, dat in geval geene de peches bij uE bevinden of eenige omstandigheeden voor zijn: gekoomen, die 't noodig maken die scheepen op te hou„ den 'er bij hunne komst voor de rivier ijmand met uwel Ed: brieven zig aldaar mogt bevinden en hun te informeeren, dat zig niet behoeven op te houden, maar hunne reize direct kunnen vervorderen. Ik ben met 's lands scheepen utreert wassen aar goes en 't vergat Monnikkendam: nevens de gewapende kosten de Batavier, 't Comp:s schip Huilooper, en twe geproapende ligters, den 29: April van Batavia ge„ zeild dog ben bij de zuider wagter twee dagen met stijve Coelte en hooge zee opgehouden dat ons Praij„ ectna straat Banka mekkelijk verlengt heeft, dog bevinden ons alle in goeden staad zo uwelEd: gestr: eenige bij zondere jnformaties mogt hebben nopens den staat en omstandigheeden van Malacca zult mij verpligten daar van de infor„ meeren. Onder aanbieding mijner diensten, en verzeeke„ ning van mijne waare hoog agting heb ik de eerste zijn. onderst:/ 452 /onderstond:/ wal Ed:n Gestr: Heer /:Lager:/ uwel Ed: gestr: gehoorzame dienaar /:was geteekend:/ J: P: van Braam /:in margine:/ in 's Lands schip van oor„ log utrecht zeilende bij de duijzend eilanden den 2: maij 1784 /:daar onder:/ Accordeert /was geteekend:/ G: Hemig. Aan den wel Ed: Gestr: Heer M:r Gijsbert Femmij Eerste resident van wegens de Nederlandsche oost Jndische Comp:e aldaar WelEdel Gestr: Heer! Op uwel Ed Gestr: secreete brief van den 5: dee„ zer, die mij gisteren avonds door den gezaghebber van de kruijs pantjalling Banca, is ter hand gesteld, hebbende ler/ eer ten rescribeeren. Dat hee zeer 't mij uit dezelve missive toeschynd„ en eenige gegaende reedenen zijn, om den vorst van pa„ lembang in deeze daagen te mistrouwen, men egter daar omtrend met voorzigtigheid te werk moet gaan, en zo veel moglijk is de goede verstand houding (: zal immers door 't uiterlijk :/ moet tragten te blijven bewaaren voors al monstandigheeden, als die zijn waarin zig de Compe thans verbind Het gemaakte Planmijnen expeditie, kan ik niet veranderen, ende magt daar toe niet verswakken, t oogmerk berijkende dat mij daar van voorgesteld hebbe, zal geleegentheid geeven, den vorst van pa„ bembang en alle de Noodse vorsten, een wijnig meer ontzag, en eerbied, voor de Neederlanderste inspireeren En mijner eragtens konde van 't aanweezen van 's Lands es quaders deze zeen, door uwel Ed: gestr: het nuttigste ge„ buik in in deeze daagen gemaakt worden met 't zelve aan de koning voor te stellen zo als 't weesentlijk is als 't formidabelste dat zig ooit in deeze wateren vertoont heeft of gezien is geworden, waar door immers niet reeden, was 't niet van herten al immer voor 't uiterlijke respect in geboesemd moelt worden, aan een volk welkeas Natuur„ lijk 454 Heb ik om uwel Ed: Gestr: aanlijding te geeve, om den koning van palembang ernstig over zijn aanstaan gedrag„ te kunnen onderhouden, nodig gedagt aan dien vorst eene Missive te zenden, die ik open in 't hollands en Ma„ leids hier neevens voege, met verzoek den zelven uit mijn naam, den vorst aan te bieden, en zijne Maijestijd te informeeren, dat de daar bij voorgestelde zaeken mijne Ernstigste voorneemens zijn, en dat de belangens van mijn vaderland, niet onverschillig door mij zullen behandeld worden. En daar ik den vorst, van mijn voorneemen teegen den koning van Riouw Jnformeer, komt 't mij voor uwel Ed: Gestr: hem gerustelijk de nadeelige Consequentie onder 't oog kunt brengen, van zijn gedrag met den vertrouweling van Radije Hadije bij hem te acceptee„ ren zo uwel Ed: Gestr: daar van in 't zeekere ginfor„ meerd bent. Bij mijn vertrek van Batavia was de hooge re„ geering zo 't mij voork wan zeer gerust omtrend deser „ koning van palembang Een bedeeling als die ik ontfan gen hebbe, zal hun hoog Edelheedens dus nigt weijnig ver wordelen, terwijl het nodig zal zijn, dezelve na der waart zonder tijd verzuijmd gevolgte doen neemen „lijk Caracter Lafhartig is van van waar uwel Ed: Gestr: zo ik vertrouwe, ook spoe„ dig met een gewapend schip, of ander vaartuijg zult kunnen werden geadsisteerd uit 't slot van mijne brief aan den koning van Palembang zult uwel Ed: Gestr: kunnen zien, dat ik mij voor de rivier niet zal op houden, om desselvs antwoord afte wagten dat ik te gemoede zie met een der twee oorlogs schepens die da„ gelijks hier kunnen arriveeren mij zaeker voorstellen „de een antwoord te zullen ontfangen 's Comp:s belan„ gens, en uwel Ed: Gestr: de dierboarste bescherming van 't opperweesen aanbevoolen hebbende blijve ik zeer gaarne /:onderstond:/ wel Ed: Gestr: heer /:Lager:/ uwel Ed: goede vrienden Dienaar /:was geteekend: J:s P:s van Braam /:in margine:/ in 's lands schip van oorlog utrecht zeilende in de straat Banca, den 16. maij 1784 /:daar onder:/ Accordeert /: was getekend:/ G. Hemmij. Jacob 456 Jacob Pieter van Braam Commandat en Chef der oorlogs Magt van de staa„ ten Generaal der vereenig de Nederlanden in de oost Jndien Aan Den door lugtigsten vorst koning van Palembang De Gewoone Jntijdingh De staaten Generaal der vereenigde Neederlan„ den en zijnen doorlugtigste hoogheid den heere prin„ „ce van orange en Nassauw Ett: Etc=a EtC:r, onder welkers bescherming de hollandse oost jndische Comp:e een aantal jaren geblaeijd heeft Hebben goed gevonden een zeer aanzienlijke oor„ logs magt herwaards te zenden ten einde dezelve Comp:e, in haare wettige en sints on huglijke tijden bezeeten hebben voorregten te handhaaven en der„ zelver
English
to confirm the alliances with the eastern rulers themselves. Thus it is that, having been appointed by their High Mightinesses the States General and by His Highness as Commander-in-Chief of this naval force, I give notice to Your Majesty of my appearance in these seas and upon Your Majesty's coasts. And that I have come to promise protection and friendship to the loyal allies of the Dutch East India Company, whereas, on the other hand, to bring the unfaithful and treaty-breaking rulers back to their duties, or in the event of unexpected resistance, to punish them for their recklessness. And since during my presence at Batavia I was informed by the High Government that Your Majesty has hitherto shown himself to be a good and faithful ally of the Dutch Company, this has given me particular pleasure, finding myself thereby obliged to the assurance of effective protection against Your Majesty's enemies, and of a steadfast friendship for his person and subjects, which things I do hereby with all cordiality. cordiality, not doubting the fulfillment of Your Majesty's obligations with the continuation of this favorable and desired harmony for the interests of both parties. Just as I also embrace this opportunity to inform Your Majesty that, the conduct of the ruler of Riouw and other rulers situated around Malacca having earned the indignation of all right-thinking men and especially of the Dutch, I shall, with God's blessing, bring the same rulers back to their bounden duties and the fulfillment of their obligations with the Dutch Company, and in particular punish the ruler of Riouw for his hostile attack. I trust that Your Majesty will perceive the justice of this undertaking, and as a faithful ally of the Company will cooperate by giving the strictest orders that none of his subjects venture in any way to grant help or assistance to my enemy, as they in such a case would share in the fate of the war and be treated as open enemies. The Resident on behalf of the Dutch Company residing with Your Majesty will offer you this assurance of my particular esteem and friendship, and will duly convey Your Majesty's answer to me at a favorable opportunity, as time does not permit me to remain waiting for it before the river. Below was written: Written on board the State's warship Utrecht, sailing in the Banka Strait, the 16th of May 1784. Was signed: J. P. van Braam. Underneath: Agrees. Was signed: G. Hemmij. Honorable Sir, The letter along with the goods sent by Your Honor to the Honorable Mr. van Braam have been delivered, as well as the grapnel to the lighter De Vos, but the rope I still have, and shall deliver it to the pantchiallang De Swolk if Banca does not come in, as the Commander said if necessity required it, His Honor would then still have a cable for the lighter. I have also told the Commander that my lighter wants to sail out and is leaky, and that I am also in no state to offer any defense in case of battle, as I have no more than eight swivel guns of three-quarter pounds, among which are two that lack crutches and are entirely useless; whereupon His Honor said that he would then have no need of me and would make the letters ready which I could take with me to Batavia. The Moors whom Your Honor sent after on the yacht, the Commander at first took over, but returned again because there was no one on board with His Honor who could understand them; that other one along with his boy I returned again to the yacht. Meanwhile I shall remain here, further awaiting Your Honor's orders. Wherewith I have the honor to call myself with respect, Below was written: Honorable Sir. Lower: Your Honor's humble servant. Was signed: Hendrik Volkhart. In the margin: The Sousang, the 24th of May 1784. Underneath: Agrees. Was signed: M. Kuijper. On this day, the 25th of May 1784, appeared before me, Matthijs Kuijper, bookkeeper in the service of the Honorable Company here, and authorized to make and execute this by the Merchant and Head of this factory, the Honorable Mr. Gijsbert Hemmij, present the undersigned witnesses, Matthijs Verbeegen, sailor in the service of the Honorable Company, and as such stationed on the lighter De Zomer, who declared the following: That he, the appearer, had gone upriver with a letter from the master of the aforementioned vessel in a Sousang prahu; that he, the appearer, having approached Palembang, was brought by the Sousang people to the house of the shahbandar of the Javanese; that, having asked for the reason, he had received the answer that they had to give notice of their arrival with him to the shahbandar. That subsequently pushing off from there, one of the Sousang people had said to him, we must go to the opposite side; that he, the appearer, had replied, I have no orders to do so; that the Sousang people, not wishing to listen to him, had crossed over and to the house, according to report,
Dutch transcription
zelver verbonden met de oosterse vorsten te bevestigen. zo is het dat ik door hogst dezelve staaten Generaal en door zijne hoogheid aangesteld zijnde, tot Commandant en Chef van deeze oorlogs magt uwel Majesteit kennisse geeke van mijne verschei„ ning in deeze zeen, en op uwer Maijestijds kusten En dat ik gekomen ben om de trouwe bond geno„ ten der hollandsche oost indische Comp:, bescher„ mingen vriendschap toe te zeggen waar daar en tee„ „gen, de ongetrouwe en verbond breekende vorsten hunne pligten terug te doen keeren of bij onver„ hoofte teegenstand, voor hunne Ruikeloosheid te straffen En daar ik bij mijn aan weesen op Batavia door de hooge regerring ginformeerd ben geworden, dat uw E Maijestijd zig tot hier toe, een goeden getrouw bond genoot van de Neederlandsche Comp:e betoond heeft te zijn, zo heeft mij zulks een bijzonder genoegen gegeeven, mij daar door tot de verzeekering van kragtdaadige bescherming tegen uwE maij„ estijd vijanden, en van een stand vastige vriendschap voor deszelfs perzoon en onderdaanen verpligt vin„ dende welkeen en andere ik door deeze met alle hettelijkheid 458 hertelijkhied. doende niet twijffelende of de vervulling uwer Moijestijds verbintenissen met de voortduurendheid deezer gunstige, en gewenste = harmonie voor bij der belangens. Gelijk ik dan deeze geleegenheid ook om helse om uwE maijestijd kenniste geeven dat 't gedaag van den vorst van Riouw en andere omstreeks malacca geleegene vorsten de verantwaardiging van alle wel denkende menschen en wel bijzonderlijk van de nee„ derlanders verdient hebbende, Jk dezelve voorsten, anders godes zeegen tot hunne schuldige pligten ende vervulling hunner verbintenissen met de Nee„ den landse Comp:e terug zal doen keeren, en in 't bij zonder den vorst van Rieuw voor zijner vijandelijken aan val te staffen. Ik vertrouwe dat uwE Maijestijd, de beblijkheid dezer onderneeming sult beseffen, en als een ge„ trouw bondgenoot van de Comp:e zult meede werken, door de strikste beveelen te geeven, dat geene van des„ „selvs onderdaanen, zig vertou ten eeniger hande manie„ ren hulpe of bijstand aan mijnen vijand te verleenen wijl dezelve in zodaanig geval in 't tot des oorlogt zouden dee. . als openbaare vijanden behandelt worden. Dan resident van weegens de Neederlands Comp:e bij uwe Maijestijd, zal uw deeze onverzeekering mijner bijzondere agting en vrindschap aanbieden, en zal mij uwer Maijestijd antwoord, bij goede gelee„ gentheid wol doen toekoomen, alzo de tijd mij niet toe„ laat daar na voor de rivier te blijven wagten /:onderstond:/ Geschreeven aan boord van 's Lands oor„ log schip utrecht zeilende in straat Banka den 16: Maij 1784 /:was geteekend:/ J: P: van Braam /daar onder :/ Accordeert /:was geteekend:/ G: Hemmij Wel Edele Heer De brief beneevens de goederen van uwel Ed: aan d E heer van Braam gezonden zijn bezorgt als meede de dreg aan de ligter de vos maar 't touw heb ik nog, en zal 't aan de pantjallang de swolk afgeeven, als Banca niet binnen komt alzo de Com„ mandant zij indien de noot 't verligste zijn Ed: dan 460 dan nog wel Eene Caabel voor de ligter had Jk heb ook aan den Comm:t gezegt dat mijn lig„ ter uit wil zeilen en lek is, en ook niet in staat ben om in Cas van Batalje eenige difentie te doen alzo ik niet meer als agt bassen van drik wart pond heb, onder welke nog twee die de mikken kaom en geheel en onbruikbaar zijn waar op zijn Ed: zij dat hij mijn als dan niet nodig had in de brieven klaar zouw maeken die ik meede kon neemen na Ba„ tavia de mooren die uwel Ed: met 't Jongt na ge„ „zonden hebt heeft de Comm:t eerst overgenoomen, maar weder afgegeeven om dat er bij zijn Ed: geen een aanboord was die dezelve verstaan kon; die andere beneevens zijn Jongen heb ik weeder aan 't Jagt overgegeeven intusschen zal ik hier blijven, een uwel Ed: ordres verder afwagting Waar mede ik d'eer mij met agting te noemen /:onderstond/ Wel Ed: heer /:Lager:/ uwel Ed: D: W: die„ naar /:was geteekend:/ Hendrik volk hart /:inmargine:/ De Sousang den 24 Maij 1784 /:daar onder:/ Accordeert /:was geteekend:/ M: kuijper:— ƒ Op Heeden den 25: Meij 1734 Compareerde voor mij Matthijs kuijper boekhouder in diens der E: Comp: alhier en tot 't maeken en passeeren deezes geaucthoriseert door, dien koopman en opperhoofd deeses Comptoir D E: heer M:r Gijsbert Htem mij present de naten: getuigen Matthijs vs beegen mattroos in diens der E: Comp:, en als zodanig bescheiden op de ligter d' Zoomer dewelke verklaarde dit na volgende Dat hij Comp: met een brief van den gesagheb„ ber van voorm: bodemtje in een sousangse prauw na boven was gegaan dat hij Comparant palembang genadert zijn de door de sousangers bij den sabandhaar der Javaene aan huis gebragt was dat hij na de reede gevraagd hebbende ten antwoord had ontvange dat zij lieden van komst met hem den saband haar kennis moesten geven Dat vervolgens daar van daar Afsteeken da een van de Tousangers hem gezegt had wij moe„ ten na de overkant gaan dat hij Comparant ge„ repliceerd had, ik heb daar geen ordres toe dat zij zousangers na hem niet willende luijste ren overgestoken waar en na het huis volgens zegge
English
462 statement of Khemas Tommongong. That subsequently, having arrived there, he was asked by an old man, without knowing his name, where he came from, the name of the vessel, and of him, the appearer; that he had replied, from the Sousang, and as mentioned at the head hereof. That subsequently the old man had asked what the reason was why he, the appearer, came upstream; he had answered, I have a letter for the chief here. That the aforementioned Palembanger, demanding the letter and asking how the address read, he, the appearer, had given him the answer, the letter may not be delivered to anyone other than the gentleman chief to whom it is addressed; whereupon he was told that it was fine. That he, the appearer, had subsequently crossed over to the lodge and made his dutiful report of what had happened to the gentleman chief. All the foregoing having been read out to him, the appearer, and made understandable word for word, he, the appearer, acknowledges the contents hereof to be the pure truth, and, if required, to confirm the same further. Thus executed in the Dutch Office at Palembang, date as aforesaid, in the presence of A. A. Lokman and P. V. Weeteringe Buijs, both assistants, as witnesses, who, together with me, the undersigned, and the aforesaid appearer, have duly signed the minute hereof. Was written below: Which I witness. Was signed: Mr. Kuijper. Today, the 27th of May 1784. Appeared before me, Matthijs Kuijper, bookkeeper in the service of the Honourable Company here, and authorized to make and execute this by the merchant and chief of this office, the Honourable Mr. Gijsbert Hemmy, in the presence of the after-mentioned witnesses, Siemuadjid, resident in the Songiauwer, now aged 28 years, who declared for the furtherance of the truth to be true and truthful the following: That he, the appearer, on the 7th of the past month of April, 464 April, as a hireling of a certain Hadji Adjier, fellow resident in the Songiauwer, in a prahu pantjallang steered by the aforementioned Hadji and laden with tin, rice, vegetables, and other small goods, under the supervision of two Europeans, had set out in the morning from this lodge. That about two miles from here, near Pulau Combaro, a rowing prahu came alongside and was turned away by the Europeans. That the next morning, again five rowing prahus came to within a certain distance of the vessel and followed it to Pulau Poetie, where the next morning the second minister, Kerangga Djapoetra, came on board with a rowing prahu, asking to come over. That the European thereupon replied, if Kerangga has anything to say or order, let him come alone in person without his large retinue. That Kerangga thereupon replied, I come not to do harm, but to do good, and came over. That Kerangga thereupon said to the appearer and the other natives, if you people lay down your krises, no harm will come to you. That he, the appearer, and his companions, seeing that the vessel was surrounded by more than thirty rowing prahus, in great fear surrendered all their krises to him, Kerangga. That thereupon the entire retinue of Kerangga overwhelmed the vessel and ran amok. That one European thereupon went below to fetch his gun. While the other European, being forward on the forecastle and having been stabbed at, jumped overboard and was pierced with an assegai in the water by Kerangga's people. That he, the appearer, thereupon also took flight overboard into the water and swam to shore, having heard several shots during his swimming. That he, the appearer, coming overland through the wilderness, appearing within this lodge, reported what had happened to the Honourable gentleman chief. All that is written above having been clearly explained to him, the appearer, he declares the contents hereof to be the pure truth, 466 and, if required, to confirm it further. Thus related and declared in the Dutch Office at Palembang, date as aforesaid, in the presence of A. A. Lokman and P. v. de Weeteringe Buijs, both assistants, as witnesses, who, together with me, the undersigned, and the aforesaid appearer, have duly signed the minute hereof. Was written below: Which I witness. Was signed: Ms. Kuijper. To His Excellency The Right Honourable and Highly Respected Gentleman Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Honourable Gentlemen Members of the Council of Dutch India etc. etc. etc. Right Honourable and Highly Respected Gentleman and Honourable Gentlemen. In my respectful secret letter of the 1st of March last, I took the liberty to bring most submissively to the knowledge of Your Excellencies to what extent the king still showed himself inclined to an early and generous delivery this year. Since then, however, with regret, I have experienced the noticeable cooling of this good intention and promise, as well from the late dispatch of the tin vessels after the issuing of their passes, beating about for more than half a month before choosing the sea, and subsequently in the Banka Strait also needlessly lingering for a considerable time, as well as few swift preparations being made by the court to fulfill Your Excellencies' highly respected desire before the month of April, so, in order to provide for this if possible, I have made my concern known not only to the king, but also to his ministers, and repeatedly kindly requested to make all haste with the dispatch and a solemn embassy, in order not to expose themselves to the further displeasure of Your Excellencies; receiving only a cool answer thereto, that the envoys of the previous year must first return, and that upon the arrival of tin from Bangka, the dispatch would
Dutch transcription
462 zegge van Khemas Tommongong Dat vervolgens daar gekomen zijnde hem door een oud man zonder dies naam te weeten was afgevraagd waar hij van daar kwaemde naem van 't vaartuig en van hem Comparant dat hij ge„ repliceert had van de sousang en in hoofde deezes vermelde zigter Dat vervolgens dan ouder man gevraagd had wat de oorzaek was waare om hij Comparant boven kwam, hij g'antwoord had ik heb een brief aan de hier opperhoofd Dat den eeven gem: palembanger de brief heen afgevraagende en hoe 't addres Luide hij Comparant hem ten antwoord had gegeeven de brief mag aan geen ander afgeven als aan d' heer opperhoofd aan den welke de zelve geaddresseerd is waar op hem gezegd was geworden dat 't goed was Dat hij Comparant vervolgens na de Logie was overgestroken en van dat vor gevollene zijn ver„ schuldig rapport aan de heer opperhoofd heefd afge„ legd alle welk voorschreeven hem Comp:t voor geleezen en van woord. tot woord te verstaan gegeeven zijnde bekend hij Comp:t den inhoud deezes de zuijvere waar heid „heid te zijn en zulks gerequireerd werdende nader„ gestand te doen Aldus gepasseert in 't N: Comptoir tot palem„ bang dato voorsz: ter presentie van A: A: Lokman en P: V: weeteringe buijsbeijd adsistenten als getuigen die met mij onder geteekenden en voorsz: Comparant de minute deeses behoorlijk hebben ondergeeteekend /:onderstond:/ 'T welk ik getuige /:was geteekend:/ Mr: Kuijper. Op Heeden den 27: Meij 1784 Compareerde voor mij Matthijs Kuijper Boek. houder in diens der E Comp: alhier en tot 't maeken en passeeren deezes geauthoriseerd door den koopman en opperhoofd dezes Comptoirs D E Heer M:r Gijs„ bert hem mij present de naten: getuigen sie muad jet inwoonder in de songiauwer thans oud 28: Jaaren dewelke tot voortaand: der waarheid ver„ klaarde waar en wanagtig te weesen dit na volgende Dat hij Comp:t op den 7:' der gepasseerde maand april 464 April als huurling van eene Haadje Adjier mee„ „de in woonder en de songiauwer met een prauw paro„ tjalling gevoet door eeven gem: haadje en beladen met Thin rijst groentens, en andere klijnigheeden onder op zig van twee europeese des 's morgens van deeze Logie was afgestoken Dat omtrent twee mijlen van hier bij poeloe Com„ baro, een schapprauw op zij van boord gekomen en door de europeese afgeweesen was geworden Dat 's anderen morgens weeder om vijf schep prauwen op zeekere distantie bij het vaartuig waeren gekoomen en 't zelve gevolgd hadden tot poeloe poetie„ alwaar 's morgens daar aan met een scheppraauw aan boord was gekoomen de tweede minister keranga Japoetra vragende om over te komen. Dat den europees daar op geantwoord had als ke„ rango was te zeggen of te bestellen heeft komt aan allen in persoon zouden uw groot gevolg Dat kerango daar op repliceerde ik koome om geen quaad maar om goed te doen over was gekomen Dat kerango daar op teegens den Comparant ende ove„ „rige inlanders gezegd had als gij lieden de Christe aflegd, zal uw de uw geen quaad over koomen vr Dat hij Comparant en zijne mede maats ziende, dat 't vaartuig door meer als dertig schipprauwen om Cingeld te zijn iet groote vreese hunne Christe alle aan hem keran„ go hadden overgegeeven Dat daar op 't geheele gevolg van keranga 't vaartuijg over ompald, en amok gemaakt hadden Dat een europees daar op na beneeden was gegaan om zijn geweest te haelen Terwijl den anderen europees voor op de bak en na hem gestooken zijnde overboord was gesprongen en door 't volk van keranga in 't waeter met een assagaij was doorstooken. Dat hij Comparant daar op mede de veugd over„ boord in 't waeter genomen en aan de wal gezwommen was hebben de geduurende zijn zwemmen eenige schooten gehoord Dat hij Comparant overland door de wildernisse, dit hem komende binnen deeze Logie verscheenen zijn de het voorgevallene geaapporteerd had aan 't E heer opperhoofd Alle 't geene voorsz: staat hem comparant duijdelijk te verstaan gegeven zijnde be helst hij den inhoud derzes te behelsende suijvere waarheid 466 waarheid te zijn en zulks gerequireerd werdende 't nader gestand te doen Aldus gerelateerden klaard Jn 't N:s Comptoir tot palembang dato voorsz: ter presentie van A: A: Lok„ man en P: v: De weeteringe buijs bijde adsisten„ ten als getuigen die met mij ondergeteekende en voorsz: Comparant de muntite deezes behoorlijk hebben onder„ teekend /:onderstond:/ 'T welk ik getuige /:was geteekend:/ Ms. Kuijper Aan zijn hoog Edelheid Den hoog Edelen Groot Agtb: Heer Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneeven De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India ec: etC:a etc:a Hoog edel Groot Agtb: Heer en wel Edele Heeren. Bij mijne eerbiedige secreete Letteren van den 1: maart jongst Leeden, gebruikte ik de vrijheid uw hoog Edel„ heedens; heedens onderdanigst ter kennis te brengen, in hoe verre den koning zig nog geneegen betoonde, tot een vroege en ruijme leverantie in deezen Jaere Ze„ dert dat egter met laedweesen ondervinden de merk lijke verlauwing dezer goede intentie en belofte zo wel uit de late magtigheid der Thin vaartuige na afgeva hunner passe, meer als een halve mand door boegende eer zee keuzer en vervolgens instraat baner meede eene geruijme tijd nadeloos zij op hou„ dende als ook wijnige spoeder prapareties door 't hof gemaakd werdende, omme voor de mand April aan uw hoog edelheedens hoog gerespecteerde begeer„ „te te voldoen, zo heb ik, om was 't mogelijk daar en te voortzien, niet alleen den koning, maar rok desselvs ministers mijne bekommering daar over te kennen gegeeven, en verschijde keer vriendelijk verzogd van alle spoed met de verzending en een plegtig gezelschap te willen maeken, ten einde zig niet bloot te stellen aan 't verder ongenoegen uwer hoog Edelheed:s er daar op maar koele antwoord ontvangende, dit de gezante van den voorlederen Jaar eerst diende te retourneeren, en bij aan„ breng van thin van Banca met de verzending zoude
English
would be continued while no more of that mineral was in stock here, I further inquired privately into the reason for this unexpected change on the part of the king, and into the tin still in stock here; whereupon I was informed and assured that these changes at the court were chiefly to be attributed: To a very secret correspondence of Radja Hadjie sent for some time to that king; to an indifference of the king, since he had lent an ear to some priests who had recently arrived here in silence, among whom the foremost and most formidable was Toeang Besar, or Great Saint, who claimed to have predicted the blowing up of the Honorable Company's ship at Riouw and the retreat of the fleet, which saint was particularly adored both by the king and the common people; To a seeming neutrality under which the king provided assistance to Radja Hadjie by means of small vessels which from the north of Banen are said to have crossed over several times with necessities, rice being first transported from here to Banen under the pretense of going to the tin smelteries. These reports not appearing improbable to the humble undersigned from the aforementioned conduct of the king and his ministers, he found himself obliged to bring this to the most respectful knowledge of Your Right Excellencies, and, in order to ascertain whether there was indeed no more tin at Palembang, means were employed to obtain some of that mineral; because, according to private information, besides an ample quantity among the king's Teekoos and the Arab priests here, an amount of 2000 picols was also held by a Nyai Demang Belo, crofierster of the crown prince, without the least orders having yet been given for its dispatch to the capital. Having therefore, in expectation of Your Right Excellencies' gracious approval, secretly caused a quantity of 404 picols to be bought through second hands, while scarcity of cash prevented me from accepting a larger quantity from the aforementioned king's Teekoos, who, out of great embarrassment for cash, sent that mineral to me without the knowledge of the king, in ignorance of this my intention. I take the liberty most humbly to offer to Your Right Excellencies the aforementioned quantity of four hundred and four picols of Banka tin, which according to the enclosed invoice amounts to a sum of f 10961:10:-, with the pantjalling De Snoek, cruising before the Soesang, whose main timbers at the stem and stern post cannot well be repaired here; of whose condition and further employment the submitted report of the commissioners most respectfully accompanies this, that small vessel still being able very easily to reach the capital before the end of the monsoon; and in order not to lose any time with its coming hither, whereby more than half a month may be spent on account of the constantly strong falling water at this time, I have sent the aforementioned quantity of tin, together with the necessary provisions, under the supervision of two sailors, to that small vessel in a boat hired for that purpose for 25 Spanish reals, for which I most humbly request Your Right Excellencies' gracious approval; as also that my bounden duty in bringing this timely notice to Your Right Excellencies concerning the needless withholding of the products and the further critical conduct of the court, may further serve the satisfaction of my high-commanding lords and masters. The piracy of the Belitungers having for some time been practiced so notoriously that several traders have thereby fallen victim to those rascals, as brought to my knowledge by two Javanese who fled from them, as appears from their declaration accompanying this in all respect, I have therefore made my serious complaint about it to the king, and urgently demanded the vessels found with Radin Suardjaja, with the surviving crews and goods, in order to be able most respectfully to present them to Your Right Excellencies as subjects of the Honorable Company, as proof of this far-reaching despotic freedom. My efforts in that regard, however, have been fruitless, while the king continues to persist in frivolous exceptions that the same were not taken by Belitungers, but by Riouwers, and were sold on Belitung as slaves and with the vessels, wherefore it was unnecessary to send them to the capital, but that he would arrange for them to reach their places of residence on Java, and let Radin Surawidjaja suffer his punishment for it. I assured His Highness that I dared not take such upon myself, and if he did not deign to condescend to my equitable proposal, nor give credence to the declaration of the two escaped Javanese, the consequences thereof would be at his expense, as this refusal of his was entirely contrary to the contracts. His Highness replied thereto that he had always thus sent unfortunate traders stranded in his realm back to their place of residence
Dutch transcription
468 zoude werden gecontinueerd ter wijl niet meer van dat mineraal alhier in voorraad, was mij verders onder hands geinformeerd nae de reeden dezer onverwagten verandering des konings, en 't alhier nog in voor raad zijnde thin waar op verwittingd en ver zeekerd wierd, dat die veranderinge van 't hof wel voor namentlijk waeren te attribueeren Aan eene zedertenige tijd plaats gezondene seer secreete Conrespondentie van Raadja Maadjie met daa„ ken koning aan eene onverschildigheid des konings, zedert dezelve 't oor verleend had, aan eenige van niouw alhier in stilte aan gekomene priesters, waar onder de voornaamste en gedugste was Toeang be„ Iaar of groote hijlige, die zig uitgufd, 't springer van 'sE Comp:s schip op riouw, en de retorite van de vloot zoude hebben voorspeld werdende die hij„ „lige zo wel door den koning als 't gemeen bij zon„ ders g'adereerd. Aan eene onderschijn neutralitijt door den koning verleend werdende adsistentie aan raadje Hadjie door middel van klijne voortuige die van „ van de noord van bionen, met noodwerdigheden reets verse zijde keer zouden zijn overgestraken: weraende rijst, onder de naam noar de Thin zmelte„ rije, van hier eerst na banen vervoerd Deeze onderrigtinge den needrigen teekenaars niet onwaarschijnlijk voorkomende, uit 't voor aan gehaald gedrag des konings en zijner ministers, heefd hij zig verpligt gevonden, zulks ter ijzer beedige kennis van uw hoog edelheedens te bergen, en ter overtuiging, af er werklijk geen thin meer op Pa„ lembang wes middele in 't werk gesteld van dat mineraal iets magtig te werden ten wijl, volgens particuliere verkeringe daar van, buiten eene ge„ noegzaame quamtiteit onder 's konings Teekoos en de auabische priesters alhier, ook nog een tam„ „tum van 2000: picols bij eene Neaij demaag belo Crofierster van den kroon pais berusten zondes dat tot dies verzending nade hoofd plaats nog de minste ordres gegeeven waeren, hebbende overdus in enspectence uwer hoog Edelheed. s gra„ tieuse goed keuring door de tweede handen stild lasten op kooper eene quantitijd van 404: Picols terwijl 470 terwijl schaarsheid Contant mij de acceptatie eener grotere quantiteit belit hebber, van omme gemelde 's konings Teekoos, die mij dat mineraal, buiten wee„ ten des konings uit groote verlegentheid van Contente toe geschikd hebben, in onkunde van deeze mijne intentie Jk gebruike de vrijheid bovengem: gunstigt van vier hondert ten vier picols Thin bancas, die vol„ gens sog nosament factuur een montant van ƒ10961:10:- bedragen uw hoog Edelheed:s onderdanigst aan te bieden met de naam zijne hoofd geboekens aan voor en agter steren alhier niet wel te herstellende en voor de soesang kruijsjende Pantjalling de Snolk: van melkers gesteldheid 't en verder emplooij, 't inge„ dind rapport de gecommitteerdens, deze eerbiedigst is verzullende kunnende dat kieltje, nog zeer ge„ maklijk, voor 't aflopen der moecon, de hoofd plaats berijken en om dus geen tijd te verzuijmen „ met dies herwaards komst waar meede ruijm een halve maanden meet verlopen kan, wegens 't gesta„ dig sterk aflopend water in deze tijd, heb ik bo„ vengem:/ vergem: quantitiet thin, nevens de nodige vant zoene, onder op zigd van twee mattroosen, nae dat kieltje toegeschikd in een daar toe afgehuurd vaartuig voor sp mnk: 25: waar over ik uw hoog Edelheed:s gra„ teruse approbatie onderdanigst verzoek zo meede dat mijne gehoudenisse bij deeze ter geentiedige kennis brenging voor uw hoog Edelhed:s wegens 't nodeloos te rughouden der producte en verder Critiel gedrag van 't hof, 't genoegen mijner hoog gebiedende heeren en meesters mag verder dienen Da veeroverije der bili tongens, zedert eenige tijd, zo eelatent gedreeken, dat verscheide hande„ laans daar door een slagteffer dier baswigde geweest zijn mij ter kennis gebragt; door twee dit hem gevlugd Javaene blijkens deze in alle eerbied verzelzend de claratoir der zelve zo heb ik daar over bij den koning mijn prieus beklag gedaan, en de bij rading Suourdjaco zig bevindende vaartuige met de overge„ klevere manschijspeer goederen, driende lijk op g'eer„ schente einde dezele als onderdoenen van de E Comp: uw hoog Edelhed. s tot een bewijs, dezer verra gaande 472 gaande dispotique vrijheid ter liedigst te kunnen offeren. Mijne pogingen daar omtrend zijn egter vrugte loos geweest! ter wijl den koning is blijvende percistee„ „ren bij vrivole excepties dat dezelve niet door bli„ tongens maar door riouwerus genomen, en op bliton als slave, en met de vaartuige verkogt waeren geworden wes halven 't onnodig was dezelve naede hoofdplaats op te zenden, maar dat hij dezelve nabunne woon plaatze op Java zoude bezorger, en rading Duawidjaio zijne straffe daar voor laeten genieten Ik verzeekerde zijn hoogheid zulks niet op mij te duave neemen, en als in mijn billijk voortstel niet gelufde te condiscendeeren, nog ge„ lof slaan aan 't di claratoir der twe gevlugd Ja„ vaanen de gevolgen daar van voor zijne reekening liepen: ter wijl deze wijgering van hem, ten eene„ maal strijdig was de Contractie zijnde Hoogheid repliceerde daar dit hij onge„ lukkige en in zijn Rijk vervallene hande laatts altoos zodanig na hunne woonplaats had lae„ ten
English
to attend to and ended the discourse. Furthermore, I have the honor to offer most humbly hereunto to Your High Noblenesses a copy of a letter received on the 7th or 8th instant from Captain C: E: Mackleu with the English ship The General Eliott, together with my answer to the same. With which I have the good fortune to be, with the deepest respect and most dutiful reverence, High Noble Great Honorable Sir and Well-born Sirs, Your High Noblenesses' humble obedient servant, was signed: G: Hemmij, in the margin: Palembang, the 8th of April 1784. Today, the 31st of March 1784, Appeared before me, Matthijs Kuijper, bookkeeper in the service of the Honorable Company here, and authorized to draw up and execute these presents by the merchant and head of this office, the Honorable Mr. Gijsbert Hemmij, in the presence of the after-mentioned witnesses: Oentong, Javanese born at Tagal, aged circa 35 years, who declared the following: That circa nine months ago, he, Oentong, with two praus mayang manned with sixteen Javanese, laden with rice, eggs, birds, and chickens, and commanded by the Juragan of Tagal bound for Batavia, having been taken at the latitude of Pamanukan by two pirates, was brought to Belitung, and was delivered there to a certain Raden Purwodidjojo and Raden Badar together with vessel, crew, and cargo. That after the lapse of one and a half months, the aforesaid Raden Purwodidjojo crossed over in person to Palembang with one of those vessels laden with planks, beams, and an iron anchor, together with the aforementioned men, and had kept him, the appearer, together with Juragan Cadjong and his other shipmates at his, the Raden's, house. That he, the appearer, had seen a sloop brought into Belitung with rice, which was said to have been commanded by a Chinese, Juragan Bopping Leo, from the Kampong Patreakan, manned with 6 Chinese and 11 Javanese, who were destined from Semarang to Batavia. That it was related to him, the appearer, on Belitung that the Chinese and seven more Javanese had been murdered there. That subsequently two sloops from Rembang were also brought there by the subordinates of the aforesaid Raden, one laden with beams and planks, commanded by Chinese who had all been kris-stabbed to death, and the other laden with rice. That he, the appearer, subsequently finding an opportunity to flee hither, requested protection from the Honorable Company. All of which aforementioned he, the narrator, declares to contain the pure and unadulterated truth, being therefore at all times ready to confirm the same further. Thus related and declared at the office of Palembang on the date aforesaid, in the presence of A: A: Lokman and P: V: D: Weetering Buijs, both assistants, as witnesses, who have duly signed the original of this together with me, the undersigned, and the aforesaid appearer. Below stood: Which I attest, was signed: M: Kuijper. Appeared before me, Matthijs Kuijper, bookkeeper in the service of the Honorable Company here, and authorized to draw up and execute these presents by the merchant and head of this office, the Honorable Mr. Gijsbert Hemmij, in the presence of the after-mentioned witnesses: Derio, Javanese from Semarang, aged circa 20 years, who, upon various questionings, related and declared: That circa 8 months ago he had sailed from there for Batavia with a sloop commanded by the Chinese Juragan Bopping Leo, resident at Batavia from the Kampong Patreakan, laden with rice, Javanese cloth, and tobacco, was overpowered at the latitude of Indramayu by circa twelve pirate vessels and was brought to Belitung to Raden Purwodidjojo, of whom six Chinese and seven Javanese were murdered, and he, the appearer, with his three fellow crewmen was brought over hither by the aforesaid Raden with a prau mayang laden with beams, planks, and an iron anchor from the sloop of the Chinese Juragan Bopping Leo. That he, having fled today, the 2nd of April 1784, the appearer requested protection from the Honorable Company. All of which aforementioned he, the narrator, declares to contain the pure and unadulterated truth, being therefore at all times ready to confirm the same further. Thus related and declared in the Honorable Company's office at Palembang on the date aforesaid, in the presence of A: A: Lokman and P: V: De Weetering Buijs, both assistants, as witnesses, who have duly signed the original of this together with me, the undersigned, and the aforesaid appearer. Below stood: Which I attest, was signed: M: Kuijper. On the ship General Eliott, the 5th of April 1784. To the Resident of the Netherlands Company at Palembang. Sir, This serves to inform you that I am currently lying in the saltwater river, having departed from Bengal in the month of December and touched at Malacca to fetch water, where I found that the Malays of Riau have caused many troubles, that place being now closely besieged by them; that is the reason that I could not be accommodated with firewood, for which I presently suffer a great want. I therefore request the favor of you, as our nations are now at peace, to assist me therewith as speedily as possible; as soon as I have the wood, I shall set sail without delay for Bombay, where I shall execute your orders with much pleasure. I am, below stood: Sir, lower: Your humble servant, was signed: C: E: Mackleu. Below that: Agrees, was signed: G: Hemmij. In the margin: For the translation, was signed: J: Hols.
Dutch transcription
„ten bezorgen en eindigda 't discurs Gevende mij verders d'eer uw hoog Edelheed:s hier neevens onderdanigst aantebieden, Copia van een g:s 8: 7: dezer ontvangene Brief van Capitain 6: E: Mackleu met 't engel sche schijns de generaal lieth; nevens mijne antwoord aan denzelven Waar meede ik 't geluk heb, met 't diepst ontzig en verschuldigste eerbied te zijn /:onderstond:/ Hoog Edel groot agtb: Heer en wel Ed: heeren /:Lager:/ uw hoog Edelheedens onderdanige gehoorzame dienaar /:was getekend:/ G: Hemmij /in margine Palembang den 8: April 1784 Op Heeden den 31: Maart 1784 Compareerde voor mij Matthijs Kuijper, boek houder in„ C dienst der E Comp:e alhier, en tot 't maeken en passee„ „ren deezes gauthoriseert door den koopman en opperhoof„ deezes g'authoriseerd door den koopman en opperhoofd dee„ zes Comptoir D E. heer M:r. Gijsbert Hemmij present de naten: getuigen oentong javaan geboortigt Fa„ Tagal/ 474 Tagal oud Circa 35. Jaaren de welke verklaarde dit navolgende. Dat hij oentong nu Circa neegen maanden geleeden met twee praauw maijang bemant met sestien Javoenen belanden met rijst eijere een vogels en hoenders, en gevoerd bij Juragan van Fa„ gal na Batavia de wel hebbende op de hoogte van pamanoekan door twee zee roovers was genomen, op Bilitong opgebrag, en aldaar aan eene Ruding Purwodjaja en Raeding badar met vaartuig man„ schappen en Lading was overgegeeven geworden Dat na verloop van 1½ maand evengem: Rading Pururdjaja, in persoon na Palembang met een dier vaartuigen belaeden met swalpen balken en een ijzer anker, en hunlieden voorm:t was overgestooken, en hen Comparant nevens Juragan Cadjong en zijne verdere mede maats bij hem Rading aan huis had geborge; dat hij Comparant op bilaong gezien had een Chialoup opbrengen, met rijst, en zo gezegd was gevoerd bij eenen Chinees Juragan Bopping Leev, uit de Lanpong patoeakan bemant met 6: Chinee„ sen en 11: Javaanen die van samarang na Ba„ „tavia gedestineerd waaren Dat Bat: hem Comparant op Bilitong verhaald was dat de Chineesen en nog zeeven Javaenen daar vermoord waeren geworden Dat vervolgens aldaar nog was opgebragt, door de onderboorige van eevengem: Rading twee Chin„ loupen van rembang een belaeden met Balke en swalpen gevoerd door Chineesen die alle gekrits waeren geworden ende andere belaeden met rijst Dat hij Comparant vervolgens geleegentheid vindende dit heen te vlugten protectie bij d' E Comp: versogt Alle welke voorsz: hij relatenite verklaard te behelzen de suijvere en onvervalschte waarheid zijnde over zulks ten allentijden beheid 't zelve nader gestand te doen Aldus gerelateerd en verklaard ten Comptoire palembang dato voorszz: Ter presentie van A: A: Lokman en P: V: D: weetering buijs beide adsistenten als ge„ tuigen die met mij onder getekend en voorsz: Com„ parant de minute deeses behoorlijk hebben onder„ teekend /onderstond:/ T welk ik getuige /: was getekend:/ M: Kuijper ops 476 Compareerde voor mij Mattijs kuijper, boekhouder „ indiens der EComp: alhier en tot 't maeken en passeeren deeses geauthoriseerd door den koopman en opperhoofd deeses Comptoir D E heer M: Gijsbert Hemmij present de naten: getuigen Derio Javaan van Samarang oud cirla 20 Jaaren, dewelke op di„ verse ondervraging en relateerde, en verklaarde dat hij nu Circa 8 maanden van daar na Ba„ tavia gesteevend was met eene Chialoup gevoert bij den Chinees Juragan Bopping Leo inwoonder te Batavia uit de Campong patreakan belaeden met rijst Javasche kleetjes en tabak op de hoog„ te van Jndramaijjae door circa twaalf zeeroo„ vers vaartuige was over geweldigd en op Bilating bij Rading purwidjado was opgebragt, waar van zes Chineesen en seeven javanen vermoord, en hij Comparant met zijn drie mede moeters alhier door rading voorm:, met een prauw Maijang belaeden met bakke zwalpen en een wijzer an„ kind van de Chialoup van den Chineese Ju„ „ragan Bapping zeo was over gebragt: dat hij Heeden den 2 April 1784 Compt. Comparant 't ontvlugt zijnde protectie bij D E Comp:e verzogt alle welk voorsz: hij relatent verklaard te behelzende zuijvere en onvervalschte waar heid zijnde over zulks ten allen tijden berijd„ 't zelve nader gestand te doen Aldus gerelateerd en verklaard in 't N: Comp„ toir tot Palembang dato voorsz: ter presentie van A: A: Lokman en P: V: De weeteringe„ „buijs beide adsistenten als getuigen die met mij onder geteekenden en voorsz: Comparant de„ minute deeses behoorlijk hebben ondertekend /:onderstond// 'T welk ik getuige /:was geteekend:/ M: Kuijper Op 't schip Generaal Eliost den 5 April 1784 Aan den Resident van de Na„ der landse Compte: te Palembang Mijn heer Dage dient om uE kinnis te geuven, dat ik Thans 478 thans in the zout water Rivier leggendlk ben van van Bengalen in de maand van december vertrok„ ken en te Malacca aan geweest om water de haa„ =len, waar ik gevonden hebbe dat de Maleijers van Rio veele Troubles hebben gemerkt zijnde deeze plaats door hen thrns naauw belagert, dat is de oorzaak dat ik niet met Brandhout konde geriefd worden en waar van ik tegenwoordig groot gebrek tijde versoeke dier halven de gunst van uE. alzo onze natien thans vreeds hebben om mij zospoe„ dig als 't maar mogelijk is daarmeede te assisteeren zodra ik 't hout hebbe zal ik onverwijld naar Bom„ baij onder zijl gaan al waar ik met veel plaisier uE onder zal examteeren Jk ben /:onderstond:/ mijn heer /:Lager:/ uE d: w: Dienaar /was geteekend:/ C: E: Mackzew /daar onder/ ac„ Condeert /:was getekend:/ Glemnis /: in margine/ voor 't Tramlatie /was getekend/ J: Hols en
English
For the friendly communication given concerning Malacca, I express my gratitude; and regarding your request for some firewood, it serves that this will be complied with in so far as urgent necessity now requires to reach the Sunda Strait, where rich timber is also to be found. Therefore, I judge that what can be spared to you by the cruiser lying on guard against fire will be sufficient, for which I presently give the necessary orders in order by no means to delay your voyage, which I wish may be prosperous. I am with respect, Signed beneath: Sir. Lower: Your obedient servant. Was signed: G: Hemmij. In the margin: Palembang, 7 April 1784. Beneath that: Agrees. Was signed: G: Hemmij. Sir. To 480 To the Honorable Mr. Gijsbert Hemmij, Merchant and First Resident there. Honorable, Pious, Prudent! I received on 29 April and the 21st of this month your Honorable's agreeable letters of 15 April and the 4th of this month, the latter accompanied by a packet from the Honorable Supreme Indian Government. The Malay Abdul Maatje, to whom fifty Spanish reals were given as a premium for the delivery of that packet, now returns with the same vessel and the crew with which he came here, and takes back with him again the two blunderbusses, two muskets, and one hundred sharp cartridges that he received from your Honorable. Your Honorable's apprehension that the preparations of the King must have some other purpose than to arm himself against Radja Hadjie is certainly not unfounded. The Palembangers have for several years enjoyed too much profit from the smuggling trade in tin and pepper not to concern themselves with the welfare of Riouw. But I hope that the wholesome measures which the aforementioned Supreme Government has taken to humble the proud Buginese will deter the King from assisting Radja Hadjie. However, if the Honorable Mr. van Braam, Captain-Commander of the State's Squadron, has not left a vessel behind for your Honorable's reassurance, I shall assist your Honorable therewith from here as promptly as ever possible. Meanwhile, I thank your Honorable very much for the congratulations regarding the relief that is expected here, and I remain with respect, Signed beneath: Honorable, Pious, Prudent. Lower: Your Honorable's willing friend. Was signed: P: G: de Bruijn. In the margin: Malacca, in the Castle, 27 May 1784. Beneath that: Agrees. Was signed: G: Hemmij. To 482 Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director on behalf of the General Dutch East India Company there. Right Honorable, Respected Sir, The Malay Abdul Maatjie safely arrived here on 25 June last with your Right Honorable's secret and common missive of 27 May, to which I have the duty to reply upon the occasion of the dispatch of the armed pantchiallang Banca to the Right Honorable Mr. Commander and Chief van Braam, who required that small vessel from here for service with the Squadron. Abdul Maatje remains here for the present, as he has undertaken to go as an express to the capital with a small yacht, which To the Right Honorable, Respected Sir I I have now stationed at the Sungsang anchorage, in order to be able to put to sea upon the first receipt of important dispatches for Their Excellencies the Supreme Indian Government from your Right Honorable or from the State's Squadron, or if anything notable should occur here. To this date (God be praised) I have succeeded in keeping the court in balance, and I flatter myself with being able to delay matters until a decisive resolution from Their Excellencies regarding the present critical disposition of the King, from which I can as yet predict little advantage. The Captain of the Chinese here is the driving force of all this evil and the true oracle of the King, whereby he has made himself very influential with all the princes and grandees. Your Right Honorable's ideas regarding this fellow agree very much with mine; daily experience confirms the treachery of the court, notwithstanding that the Palembang ministry, in the most cunning manner and under the guise of the greatest fidelity 48½ to the Honorable Company, knows how to conceal their measures in that regard. I am obliged to your Right Honorable for the kind intention to dispose an armed vessel hither, and upon its arrival I shall make the most useful use of it, whether necessity requires keeping it here pending further orders from Their Excellencies, or, if it is unnecessary, dispatching it back directly to your coast or to Batavia. Wishing your Right Honorable all divine protection, I have the honor to be with the greatest respect, Signed beneath: Right Honorable, Respected Sir. Lower: Your Right Honorable, Respected humble servant. Was signed: G: Hemmij. In the margin: Palembang, 5 July 1784. Beneath that: Agrees. Was signed: G: Hemmij. To Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director on behalf of the General Dutch East India Company there. Right Honorable, Respected Sir, Proceeding to the obliged answer to your Right Honorable, Respected separate missives of 19 December of the past year per Juragan Taliep and 20 September of the past year with the Goedop de Snelheid, I have the honor to assure your Right Honorable, Respected: That in the event of any change of affairs at this court, I would have dutifully and promptly informed your Right Honorable, Respected by express, in order To the Right Honorable, Respected Sir [illegible]
Dutch transcription
Voor de gegevene vrindelijk Commisatie van Malac„ ca, betuigen mijne dankbaarheid en op uw versoek om eenig brandhoud dient dat daar aan in zo verre zal werden voldaan als nu hooge noodzaalijkheid 't vereischd om straat Junda te berijken alwaar mede rijk houd te vinde is, dus oor„ deel ik dat genoeg zal zijn 't geen uw door de opbrand wag leg„ „gen kruijsser zal kunnen werden afgestaan waar toe ik de noo„ dige ordres thans geeven ten einde uw rijze geenzints te ver„ tragen die ik wensel dat voorspoedig zijn mag Ik ben met agting /:onderstond:/ Mijn heer /:Lager uw: D: W: Dienaar /: wat gee„ „tekend:/ G: Hemmij /:in margine:/ Palembang den 7. April 1784 / daar onder:/ Accordeert /:was geteekend:/ G: Hemmij Myn Heer Aan 480 Aan den E M:r Gijsbert Hemmij koopman en eerste Risident aldaar Eerzaeme Vroome Discreete! Ik heb op den 29 April en 21: deezer ontfangen uw Ed: aangenoem van 15 April en 4 deezer aen laat„ sten verzeld van een paquet der Edele hooge indische regeering De maleijer Abdul Maatje aan wien voor de overbrenging van dat paquet vijftig sp:se realen tot eene primie gegeeven zijn, keert nu met 't zelfde vaartuig en de manschappen, waar mede hij hier gekomen is te rug en neemt weeder meede de twee donder bussen, twee snaphaenen en hondert scherpa pattroonen die hij van uw Ed: gekreegen heeft uwEd: bedugting dat de C de kangs toekustingen van den koning eenig an„ der oogmerk moeten hebben als om zig tegen Raadja Hadjie te wapenen is zeekerlijk niet ongegrond De Palembangers hebben zeedert eenige Jaeren te veel voordeels genoten bij den smokkel handel in thin en peaper, om zig niet aan de welvaart van Riouw te laeten geleegen leggen Maar ik hoope dat de heilzaame maat rage„ len, die de wel gem: hooge regeering genomen heeft om de trotse Boegineesen te verneederen, den ko„ ning zullen afschikken van Raadja Hadjie bij te onderstaan Egter zal ik indien de wel Edel heer van Braam, Capitain Commandeur van 's Lands Esquader, geen vaartuig agter gelaeten heeft tot uw Ed: gerustheid, uw Ed: daar meede zo spoedig nimmer mogelijk van hier adsisteeren Jk danke uwEd: onder tusschen zeer voor de filicitatie weegens 't ontzet, dat hier verwagt word, en blijve met agting /onderstond:/ Eerzaeme vroome Discreete /:Lager uw E: dienst willige Vrind /was geteekend/ P: G: de Bruijm, /:in margine:/ Malacca in 't Casteel den 27. Maij 1784. /daar onder/ Accordeert /. was getekend:/ G: Hemmij. ~ Aan 482 Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en direc„ teur weegens de ge„ nebaale Nederlandsche oost Jndische Comp:e aldaar Wel Edel Agtbaare Heer Den Malleijer Abdul Maatjie is hier op den 25 Junij Jongstleeden behouden gearriveerd, met 't uwel Edel Gestr: secreete en gemeene missive van den 27. Maij, waar op ik de een heb pligtlijk te reseribieren, bij geleegentheid der de peche van de gewapende pantjalling Banca aan den wel Edel gestr: heer Commandant en Chet van Braam die dat kieltje van hier gerequireerd heeft tot emploij bij 't Esquader Abdul Maatje blijfd voor eerst hier terwijl hij aangenoomen heefd, als expresse na de hoofd plaats te zullen gaan met een klijn Jagd, die Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer ik ik thans aan de sousang gevaetheid heb gelegd om bij den eerste ontvangst van gewigtige de pechas voor haar hoog Edelheed:s de hooge Indiasche Regee„ ning, van uwel Ed: Gestr: of van 's Lands Esquader of iets notabels alhier voor vallende zee te kunnen kiezen Tot dato dezes is 't mij /god zij gedank/ geluko 't hof te doen ballanceeren, en vleije mij zulks te kunnen trameeren, tot een discisief beslugd haarer Edelheed:s bij't tegenwoordige Critique ge„ daagt van der koning waar van ik voor als nog wijnig voorde ligo voorspelden kan De Capitain der Chineesen alhier in de drijf veer van al dit quaad, en 't waare orankel van den koning waar door hij bij alle Prince en groote zeer gehad gemaakt heefd uwel Edel Gesta: denkbeelde nopens deezen verst komen met de mijne zeer overien de daaglijkse ondervinding bevestigende ontrouwe van 't hof niet tegenstaande, 't Palembangse minusterum op de aller ligste wijze, en onderschein van de grootste trouwe voor 48½ voor de E Maatschappij hunne messures daar om„ trend weet te bedekken Ik ben uwel Edel Gestr: verpligt voor 't geene„ gen voor neemen tot beschikking van een g'ar„ meerd vaartuig dit heen, zullende bij rarivement daar van 't nuttigste gebruik maaken, hij zij de noodzaaklijkheid vereijscht 't zelve alhier aan te„ houden tot nadere beveele van haar hoog Edelheedens dan wel 't zelve onnodig zijnde direct weer te depecheeren, na Costij of Batavia uwel Edel gestr: alle diriene protectie toewenschende, heb ik de heer met de meeste aetting te zijn /onderstond:/ wel Edel Agtb: heer /:lager:/ uwel Edel Agtb: onderdanige dienaar :was getekend:/ G: Hemmij /:in margine:/ Palembang den 5: Ju„ lij 1784 /:daar ander:/ Accordeert /:was getekend:/ G: Hemrmij Aan Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en directeur weegens de generaal Nee„ derlandsche oost Indische Comp: aldaar Wel Edele Gestr: Agtb: Heer Ter verpligte beantwoording treedende op uwel Edele Gestr: Agtb: Eensche Aparte missioes van den 19: December A:o p:to per Juragan Taliep en 20. september P: A: met de goedop de snel„ heid zo heb ik de Eer uwel Edele gestr: Agtb: te verzeekeren. Dat ik bij verandering van zaaken bij dit hof uwel Ed: Gestr: Agtb: ten eersten zoude hebben pligtlijk per Expresse g'adverteerd, om Aan Den Wel Edelen Gestr: Agtb: Heer mer
English
to comply with the highly wise intention of the Honorable High Indian Government, if there is indeed any possibility of doing so. However, since the court has meanwhile chosen the dissembling side, I have had to acquiesce in it for the time being: I say dissembling side, as I have experienced to my regret that since the unfavorable news received here from Riauw and Malacca, the court has become entirely puffed up. With the two persons Korstapha and Sapthoe, who were delivered here in very good condition with Juragan Taliep, I have acted according to Your Right Honorable and Respected Worship's esteemed letter, and concerning that, I have most submissively offered my account to Their High Excellencies. Had I been able to receive a declaration from those two persons, drawn up by order of Your Right Honorable Worship over there, I would have been able to confront them with it upon further examination. The Ordinary Lieutenant Florijn arrived here on 8 March and departed again toward Batavia on the 9th thereafter, as not only the poor condition of that keel due to heavy leakage required a speedy dispatch, but also the circumstances of affairs at that time did not necessitate me to remove any troops and ammunition of war from it. Meanwhile, under God's precious blessing, I wish Your Right Honorable and Respected Worship a speedy and glorious victory over the ill-intentioned prince of Riauw, and I have the honor to be with distinguished respect, Honorable, Respected and Right Worshipful Sir, Your Right Honorable and Respected Worship's obedient and humble servant, Signed: G: Hemmij In the margin: Palembang, 15 April 1784 Below: Agrees, signed: G: Hemmij To the Right Honorable Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director on behalf of the General Dutch East India Company over there. Right Honorable Sir, The Malay Abdul Maadjie safely arrived here on 25 June last, with Your Right Honorable Worship's secret and public missives of 27 May, to which I have the honor dutifully to reply, on the occasion of the dispatch of the armed pantchiallang Banca to the Right Honorable Sir, Commandant and Chief van Braam, who requested that small vessel from here for employment with the squadron. Abdul Maadjie will remain here for the time being, as he has agreed to go as an express to the capital with a small yacht that I have now readied at the Sungsang, in order to be able to put to sea upon the first receipt of important dispatches for Their High Excellencies the High Indian Government, from Your Right Honorable Worship, from the Country's Squadron, or if anything notable should occur here. Up to this date I have, God be thanked, succeeded in keeping the court in balance, and I flatter myself that I can drag this out until a decisive resolution from Their High Excellencies regarding the present critical conduct of the King, from which I can as yet predict little advantage. The Captain of the Chinese here is the prime mover of all this evil, and the true oracle of the King, whereby he has made himself very much hated by all the princes and grandees. Your Right Honorable Worship's ideas regarding this prince agree very much with mine; daily experience confirms the infidelity of the court, notwithstanding the Palembang ministry knows how to cover their measures in that regard in the most holy manner and with the appearance of the greatest fidelity to the Honorable Company. I am indebted to Your Right Honorable Worship for the kind intention to assign an armed vessel this way, and upon its arrival I shall make the most useful employment of it: whether necessity requires keeping it here until further orders from Their High Excellencies, or, if it is unnecessary, dispatching it again immediately to wherever it may be or to Batavia. Wishing Your Right Honorable Worship all divine protection, I have the honor to be with the greatest respect, Right Honorable Sir, Your Right Honorable Worship's humble servant, Signed: G: Hemmij In the margin: Palembang, 5 July 1784 Below: Agrees, signed: G: Hemmij Agrees. D Van Haak Eike Thomas
Dutch transcription
486 „me aan 't hoog wijs oogmerk van de Edele hooge Jndiasche Regeering, bij immers maar eenige mooglijkheid te voldoen Het hof egter in tusschen de geveinste partij gekosen hebbende heb ik daar in voor eerst moeten berusten: ik zeg geveijnste paotij, terwijl ik tot mijn leedweesen ondervonden heb, dat zeedert de ongustig alhier ingelope tijding van Riouwen Malac„ ca 't hof ten eenemaal op geblasen is geworden Met de twee persoonen korstapha en sapthoe die met Juragan Taliep hier zeer wel overgilee„ verd geworden zijn heb ik volgens uwel Edel gestr: Agtb: g'eerd aanschrijven g'ageerd, en daar omtrent mijne gehoudenisse haar hoog Edelhee„ dens onderdanigst geoffereerd Had ik een de Claaatoir van die twee per„ zoonen ter uwel Ed: gestr: Agtb: ordre a Costij gepasseerd, mogen ontfangen, zoude ik bij na„ dere examinatie zulks hebben kunnen Con„ fronteeren. Den Den ordinair Luitenant Florijn is al hier op den 8: Maart g'arriveerd en op den 9: daar aan weeder Batavia waarts vertrokken terwijl niet alleen de slegte gesteldheid van die kiel door Zwaare lekkagie eene spoedige depeche heeft vereeschen maar ook omstandigheeden van zoeke in die tijd mij niet hebben genoodsaak eenige Manschappen en amunitie van oorlog daar van te ligten Ik wensch uwel Ed: Gestr: Agtb: intus„ schen onder godes dierbaren zeegen, eene spoedige en glorieuse over winning over Riauwsch quaad g'intentioneerden vorst en heb d'eer met ge„ distingueerde agting te zijn /:onderstond:/ wel Edel: gestr: Agtb: heer /:lager:/ uwel Edel Gestr: Agtb: Gehoorzaeme en Dienst willige Dienaar /:was geteekend:/ G: Hemmij /:in margine:/ Palembang den 15: april 1784 /daar onder:/ Accordeert /was getekend:/ G: Hemmij AanE 488 Aan den WelEd Gestren„ gen heer. Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneuren Directeur weegens de generaale Nee„ derlandsche Oost Jndische Comp: aldaar Wel Edel Gestrenge Heer Den Maleir Abdul Maadjie is hier op den 25 Junij J: l: behouden g'arriveerd, met uwel Ed: Gestr: secreete en gemeene missive van den 27: Maij, waar op ik de een heb pligtlijk te reschribeeren, bij gelegent„ heid der depeche van de geverhaepende Pantj: Banca aan den wel Ed: Gestr: heer Commandant en Chaf van „Braam die dat kieltje van hier gerequireerd heeft tot emploij bij 't eesquader Abdul Raad jie blijft voor eerst hier terwijl hij aangenomen herft, als expresse expresse na de hoofd plaats te zullen gaan, met een kleijn Jagt die ik thans aan de sousang in gereetheid heb gelegd om bij den eersten ont„ langst van gewigtige depeches voor haar hoog Edel„ heedens de hooge Jndische Regeering, van uwel Edel Gestr: af van 's Lands Esquader of iets nota„ bles alhier voor vallende zee te kunnen kiesen Tot dato deezes is 't mij /god zij gedank:/ ge„ „tukt 't hof te doen balanseeren, en vlije mij zulks te kunnen traineeren, tot een discisief besluit haarer hoog Edelheedens bij 't teegenswoordige Caitique gedrag van den koning, waar van ik voor als nog weinig voor deeligst voorspelden kan De Capitain der Chinees alhier is de drijfveer van aldit quaad, en 't waere orakel van den koning, waar door hij bij alle prince en groot zig zeer gehad gemaakt heeft uwel Edel Gestr: denkbeelde nopens deeze vorst komen met de mijne zeer over een de daaglijkse ondervin„ dings bevestigen de ontrouwe van 't hof niet teegen staande 't palembangse Ministerum op de alherligste wijze 490 gel: door Wijze, en schijn van de grooste trouwe voor de E: maatschappij hunne messures daar omtrent weet te bedek„ ken. Ik ben uwel Edel gestr: pligt voor 't geneegen voornemen, tot beschikking van een gearmeerd vaar„ tuijg dit heen, zullende bij arrivement daar van 't nuttigste gebruik maaken: 't zij de noodzaar„ kelijkheid vereischt, 't zelve alhier te houden, tot na„ „dere beveele van haar hoog Edelheedens dan wel 't zel„ „ve onnodig zijnde, direct weer te depecheeren, na los„ divinie zij of Batavia uwel Edel Gestr: alle protectie toe wenschende, heb ik de eer met de meeste agting te zijn. /:onderstond:/ wel Edel Gestr: heer /:Lager:/ uwel Edel Gestr: onderdanige dienaar /was getekend:/ G: Hemmij /in margine:/ Palembang den 5 Julij 1784 /:daar onder :/ Ac„ „cordeert /:was geteekend:/ G: Hemmij. Accordeert . D Van Haak Eike Thomas
English
291 Register of the secret and separate papers contained herein for the Netherlands, to wit: Secret Separate Missive addressed to Their High Nobilities by the undersigned, sent with the bark Den Arend on 1 March 1784. A bill of exchange drawn on the Honorable Company in favor of the King here. A copy of a missive from the Malacca Ministry to the undersigned dated 19 December 1783. Separate Missive from Governor De Bruijn at Malacca addressed to, and dated as, the annex. Declaration of the King's Juragan Morstapha regarding his experiences upon drifting away from the island of Banca at the latitude of Riouw, dated 9 January 1784. Private bond of the undersigned for the benefit of the King here, dated 1 March 1784. Separate Missive addressed to and from the same as before, dispatched on 9 March 1784 per the gurab De Snelheijd, along with: Separate Missive from Governor De Bruijn at Malacca to the undersigned dated 20 February 1784. Secret Missive addressed to and from the same as just mentioned, sent per the pantjalling De Snoek, dated 8 April 1784. Accompanied by: Report of the commissioners regarding the condition of the aforementioned pantjalling on 15 March 1784. Declaration of a Javanese captured by the pirates named Oentong, dated 31 March 1784. Ditto of a Javanese captured as aforementioned, named Derzo, dated 2 April 1784. Letter written in the English language by Captain C. E. Macklew concerning the ship the General Eliot, to the undersigned, dated 5 April 1784. Ditto from the undersigned in reply to the aforementioned, to Captain Macklen on the 7th of the aforementioned month. Ditto Missive addressed to and from as above, sent per the lighter De Zomer on 27 May 1784, With which was also sent: Report of the commissioners regarding what was done at the house of the Khemis Tommongong Carta Nagara on 9 April 1784. Declaration regarding the receipt and shipment of tin by the commissioners, dated as before. Ditto of the receipt of tin by the sailors Arnoldus Leurs and David Sonderman in the vessel of Hadjie Aadjier on the 6th of the aforementioned month. Secret Missive from the undersigned to Governor De Bruijn at Malacca dated 4 May 1784. Ditto from the same as just mentioned, to the Right Honorable, Valiant Gentleman Van Braam dated the 5th of the aforementioned month. Missive to and from the same as just mentioned, dated the 12th thereafter. Secret Missive to and from as before, on the 20th of the aforementioned month of May. Missive to and from as above, on the 22nd following thereafter. Ditto from the aforementioned Lord Commander-in-Chief Van Braam to the undersigned, dated the 2nd of the aforementioned month. Secret Missive from and to the same as just mentioned, dated the 16th of the third mentioned month. Missive from as before, to the King here, dated as just mentioned. Letter from the commander of the lighter De Zomer to the undersigned, dated the 24th thereafter. Declaration of the sailor Matthijs Visbergen regarding his experiences coming up this river with a Sungsang prahu on 25 May 1784. Ditto of Sie Mardjit regarding the launching of the vessel of Hadjie Aajier, dated the 27th of the aforementioned month. Secret Missive addressed to and from as mentioned on the other side, sent per a native vessel on 5 December 1784. Palembang, 25 February Anno 1785. Plimmj Secret No. 2¾ Duplicate The King's willingness on the occasion of the present dispatch of the bark De Arend with the tin delivery. To His Excellency The High Noble, Most Venerable Lord Willem Arnold Alting Governor-General together with The Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Most Venerable Lord, and Right Honorable Lords, Per the bark De Arend. The King continuing thus far to show all diligence in the shipment of tin and pepper, and also appearing not disinclined to give Your High Nobilities satisfaction, if His Highness's repeated assurances thereof to the humble subscriber are but further confirmed in deed, and reliance can finally be placed upon the promise of the Court, I have, flattering myself with this hope, and in expectation of Your High Nobilities' gracious approval, taken the liberty to use the bark De Arend on this still favorable occasion.
Dutch transcription
291 Register der hier in vervattene Secreete en Aparte Papieren voor Neederland te weeten Secreet Aparte Missive gerigt Aan Haar Hoog Edelheedens, door den ondergeteekenden, verzonden met de Bark den Arend op den 1. Maart 1784. Een Wisselbrief getrokken op D'E: Compe: in faveure van den Koning alhier Een Copia Missive van 't Malacsche Ministerium aan den Ondergeteekenden in dato 19:e December 1783. Aparte Missive van den Gouverneur De Bruijn te Malacca aan, en in dato als Anex Verklaering van 's Konings Juragan Morstapha weegens zijn weedervaeren bij 't vervallen van 't Eijland Banca op de hoogte van Riouw gedateerd 9 Januarij 1784. Onderhands obligatie van den ondergeteekenden ten behoeve van den Koning alhier in dato 1:e Maart 1784. Aparte Missive, gerigt aan, en van als vooren, op den 9 Maart 1784 per de Goerab de Snelheijd afgevaardigt neevens Aparte Missive van den Gouverneur de Bruijn te Malacca aan den Onderge„ „teekende in dato 20 febr: 1784. Secreete Missive, gerigt aan, en van als eeven verzonden per de Pantjalling d' Snoek gedateert den 8 April 1784. Waar bij gepaart is Berigt der gecommitteerdens weegens de gesteld¬ „heijd van eevengem: pantj: op den 15:e Maart 1784. Verklaering van Een door de Zeeroovers genomene Javaen genaamd Oentong geda„ „teerd den 31 Maart 1784 Een als deevengen: genomene Javaen genaamt Derzo gedateert 2e April 1784. Bdrief in de Engelsche taal geschreeven door den Capitain C: E: Macklew roe„ „rende 't schip de Generaal Eliot, aan den Ondergeteekende in dato 5 April 1784. d=to van den Ondergeteekende in Antwoord van eevengem: aan den Capitain Macklen op den 7. der eevengem: d=to Missive, gerigt aan, en van als boven verzonden per E de Ligter de Zomer op den 27e: Meij 1784. 6 Waar meede verzonden is. Berigt der gecommitteerdens weegens het verrigte aan het Huijs van den Khemaas Tommongong Carta Nagara maand op den 9e April 1784. eeven. Verklaering weegens ontfangst en afscheep van Thin door de gecommitteerdens gedat¬ als vooren. ontfangst van Thin door de Mattroosen Arnoldus Leurs en David Sonderman in het vaar„ „tuijg van Hadzie Aadjier op den 6=e der voorm: maand. Secreete Missive van den ondergeteekenden aan den Gouverneur De Bruijn te Malacca in dato 4=e Meij 1784. van als eeven, aan den WelEdel Ge¬ dto 3 d=o „strenge Manhafte Heer van Braam in dato 5:e der eeven„ „gem: maand. Missive, aan, en van als eeven, gedateert den 12e daar aan Secreete Missive, aan en van als vooren, op den 20e der meerm: Maand Meij Missive, aan, en van als boven, op den 22e: daaraan volgende dto. van eevengem: Heer Commandant en chef van Atraam, aan den Onderge¬ „teekenden gedateert den 2 der eevengem: maand Secreete Missive van, en aan als eeven, in dato 16 derd ik gem: Maand Missive van als vooren, aan den Koning alhier ge¬ „dateert als eeven. Brief van den Gezaghebber der Ligter De Zomer aan den ondergeteekende in dato 24e: daar aan Verklaering van den Mattroos Matthijs Visbergen weegens zijn weedervaeren in 't opkoomen deezer rivier met Een Sousangse prauw op den 25e: Meij 1784 van Sie Mardjit, weegens het afloopen dto. van het vaartuijg van Hadjie Aajier op den 27e: den eevengem: maand gedateerd Secreete Missive gerigt aan, en van als ommegem:t per Een Jnlandsch vaartuijg op den 5e: December 1784. Verzonden. Palembang den 25 Februarij A„o 1785. E Plimmj 3 Secreet A po 2¾ Duplicaat 'S Konings gewillig reede der teegenswoor„ Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agt„ „baaren Heer W: Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal beneevens De welEdele Heeren Raaden van Neederlandsch Jndia Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, En Wel Edele Heeren Verde Bark De Arend. Den Koning tot dus verre nog voortvaerende, al¬ „leijver te betoonen, bij de verzending van Thin en „heijd bij de Thin Peeper, zo meede niet ongeneegen schijnende, uw Hoog Edelheedens genoegen te zullen geeven; bij aldien zijn Hoogheijds Eerhaalde verzeekeringe daar van aan den needrigen teekenaar maar ver¬ „ders met de daad bevestigd werden! en op de belofte van het Hof eijndelijk staat te maaken is, heb ik „dige depecte van de met deeze roop mij vleijende, en in exspectence uwer Hoog Edelheedens gratieuse goedkeuring, de vrijheijd gebruijkt de Bark De Arend, bij deeze nog gunstige bark de Arend geleegentheijd Thien gedat„t #urs in va aar¬ op aan te. 4. Ge. van ven„ van 78 12e 20:e n chaf ge„ mer in bergen in't et en oopen d dzie gem: Een ber leeverantie. - 1
English
Obtaining of tin at the Lodge, without cash payment. Conduct of the King since some time. Assurance of the King. Excuse of the King with the old customs. Reply thereto by the respectful undersigned. Replies and request of the King. friendly offer of the Prince of 1000 picols of tin as a loan to the humble undersigned, the value thereof to be paid at the main capital. Acceptance of this offer by the Resident. A bill of exchange amounting to 10,000 Spanish dollars. A private bond by the same regarding this. Smugglers. Conduct of the King regarding this. to dispatch opportunity: the more so as I have succeeded, without cash payment, in obtaining some tin from the King, although this has consisted only in a small quantity of 1000 picols. Your High Right Honourables may graciously be persuaded that the humble undersigned has left nothing untried that could serve to persuade for a larger quantity for a full cargo. Months have passed under pretext of the King's indisposition before the submissive undersigned could obtain a decisive answer to his pressing proposals: in which intervening time he was flattered by the Ministers with a wished-for outcome of his proposals: until His Highness finally was pleased to grant him an audience, and to excuse himself with the old customs; that whenever a vessel on behalf of the Honourable Company was destined for this office, cash was always received here for its cargo. I requested the King to take into fair consideration: how often the old customs and promises had already been violated by the Court of Palembang; that it was also no custom to wage war daily, and consequently all inconveniences caused thereby could properly, between friends and allies, not be regarded as an infraction of the old customs; That His Highness had abundant reason to assume the contrary with justice; and that having to thank no one other than the Honourable Company for the preservation of his realm during the past War, he was obliged in all respects to show gratitude. Taking this into consideration with a long silence, His Highness agreed fully in all respects with the respectful undersigned, and assured me of his unquenchable gratitude and attachment to the Honourable Company: with the friendly request to excuse him on this occasion on behalf of the Honourable Company with the old customs. However, in order to give me a proof of his goodwill, the Prince offered very willingly in private to have delivered to me as a loan a quantity of one thousand picols of tin at 10 round Spanish reals the picol; upon the delivery of a private bond, without calculation of interest: yet upon the promise to have the money for it, amounting to ten thousand round Mexican reals, paid at the main capital to one of His Highness's subjects: the first envoy Kiaij Ranga Astra Nindito, or Keingebaij Dul Carim, or Darpo Tjito, or Sie Lanang Ioespo d'harpo. No other alternatives thus remaining to the submissive undersigned, he, in expectation of Your High Right Honourables' gracious approval, accepted this, and delivered privately to His Highness a private bond: with the request, however, that His Highness in his missive would kindly bring to the respectful knowledge of Your High Right Honourables that he had delivered only one thousand picols of tin for the bark's cargo. With respect to money matters, I take the liberty in all submissiveness to offer most humbly herewith to Your High Right Honourables: A bill of exchange amounting to ten thousand round Spanish reals, drawn on the Honourable Company and on behalf of the aforementioned King: with the humble prayer that it may graciously please Your High Right Honourables to allow this amount to be delivered to one of the King's aforementioned servants residing in Batavia, to whom my aforementioned bond is now sent by the Court, in order to be returned upon receipt of that money. I take the liberty to offer most humbly herewith to Your High Right Honourables a copy thereof. The smuggling trade being considerably restrained during the present disturbances with Riouw, I flatter myself that it will now finally cease: the more so as the humble undersigned has had the fortune, pursuant to the respectfully accompanying copy of a secret missive dated 19 December of the past year from the Governor at Malacca, to demonstrate most clearly to the King that his court dignitaries themselves harboured the smuggling trade; That the two persons Moestapha and Sapthoe had given sufficient evidence thereof; His Highness assured me that if the same were guilty
Dutch transcription
obtenue van thin in de Logie, zonder Con„ „tante betaeling Gedrag des Konings zeedert eenige Verzeekering der Excuus des Konings met de oude gewoon„ replicque daar op deng den eerbiedigen teekenaar antwoorden verzoek des Konings geleegentheijd te depecheeren: te meer ik geslaagd ben, zonder contante betaeling van den Koning eenig thin magtig te werden, hoe wel zulks maar in eene geringe quantiteijd van 1000 picols bestaan heeft. Uw Hoog Edelheedens gelieven zig gratieuselijk te per„ „suadeeren, dat den needrigen teekenaar niets onbezogd G de heeft gelaeten; wat tot persuatie eener grootere quantiteijt op l voor eene volle lading heefd kunnen strekken. Maande Zijn er verlopen, onder voorgeeven van 'S Konings indispositie; eer den submissen teekenaar„ op zijne aandringende voorstelle eene discisiere ant¬ „woord heeft kunnen erlangen: in welke tusschen tijd of Ministers aan den hij door de Ministers met eene gewenschte uijtslag zij„ needrigen teekenaar „ner voorstelle geflatteerd is geworden: tot dat zijn Hoog „heijd eijndelijk heeft kunnen goedvinden, hem ter audien „tie te laeten, en zig te excuseeren met de oude gewoon„ tens; wanneer een bodem 's E: Comp:s weegen voor dit Comptoir gedestineerd was, altoos Contante voor dies lading alhier ontfangen waeren. Jk verzogt den Koning, in eene billijke consideratie te willen neemen: hoe dikwerf reeds door het Palembang „se Hof, de oude gewoontens en belofte overtreeden waeren¬ Dat het meede geene gewoonte was, om daaglijks te oorlo„ gen, bijgevolg alle inconveniente daar door veroorzaakt, ook welvoeglijk tusschen vriemde en bondgenoote niet kon¬ „den werden aangemerkt, als eene infractie bij de soude gewoontens. Dat zijn Hoogheijd overvloedige reeden had, het contra„ „rie met reede te veronderstellen; en het behoud van zijn rijk, bij den gepasseerden Oorlog niemand anders als de E: Maatschappij te danken hebbende, in alle opzigte hem tot eerkentlijkheijd verpligte. Met eene lange stilzwijgendheijd dit in overweeging neemende; gaf zijn Hoogheijd den eerbiedigen teeke„ naar in alle opzigte volkoomen gelijk, en verzeeker¬ „de mij van zijne onuijtblusbaere aan kerkentenis en aan„ P „kleeventheijd aan de E: Maatschappij: met vriendelijk verzoek, hem in deeze 's E: Comp:s weegen te willen excuseerenGe off egter tijd „tens. gro a 495 Vriendelijke offerte van submissen teekenaar de waarde daar van laaten voldoen. acceptatie deezer offerte van Een Wissel „ groot spint 10'000: — Eene Onderhandsche gehoudenis van denzelve Smokkelaars. Gedrag des Konings egter om mij een blijk zijner geneegentheijd te geeven; offereer¬ „de den Vorst mij in het particulier, zeer gaarne ter leen den vorst van 1000 picols te willen laeten afgeeven, eene quantiteijd van Een Thin ter leen aan den Duijzend picols Thin, teegens ronde spaanse raale 10. het picol; onder afgave eener onderhandse obligatie, zonder bereekening van interest: egter onder belofte, de gelde daar voor ten bedragen van Thien Duijzend ronde Mezica„ op de Hoofdplaatste „ne, op de Hoofdplaats te laeten voldoen, aan een zijner Hoogheijds onderdoene: de eerste gezant Kiaij Ranga Astra Nindito, of Keingebaij Dul Carim of Darpo Tjito, or ofte sie Lanang Ioespo d'harpo. Geene andere uijtweege dan submissen teekenaar dus overblijvende; heeft hij, in exspectence uwer Hoog Edel„ offerte door den Re„heedens gratieuse goedkeuring, zulks g'accepteerd, en aan zijn Hoogheijd in het particulier afgegeeven, eene onder¬ „landsche obligatie: met verzoek egter, dat zijn Hoog„ „heijd bij desselfs Missive uw Hoog Edelheedens ter g'eerbie„ „dige kennis geliefde te brengen, dat maar Een Duijzend picols thin, voor de barkslading afgegeeven had. Met opzigt tot de Geldzaeken gebruijk ik in alle submissie de vrijheijd uw Hoog Edel„ heedens hier neevens onderdanigst te offer Een Wissel ten bedragen van Thien duijzend ronde spaanse„ reale, ten laste van de E: Comp:e, en ten behoeve van meer„ „gem: Koning: met needrige beede, dat het uw Hoog Edel„ „heedens goedertierend gelieve te behagen, dit montant te laeten geworden, aan een 's Konings zigte Batavia bevindende, hier vorens onderdanigst vermelde Dienaere, waar aan bovengem: mijne obligatie door het Hof thans /verzonden word, om bij ontfangst van die gelde, te restitu„ Copia obligatie van „eeren. Jk gebruijk de vrijheijd, uw Hoog Edelheedens hier nee¬ den needrigen teekenaar „ vens onderdanigst Copia daar van aan te bieden. de Smokkelhandel bij de presente onluste met Riouw, merkelijk ge„ „stremd zijnde; vleije ik mij dat nu eijndelijk cesseeren zal: te meer den needrigen teekenaar het geluk gehad aan het Hof, bij twee van heefd, ingevolge deeze eerbiedig verzellende Copiase„ Malacca ontfangene „creete Missive de dato 19 December A:o pass=o van den Gouverneur te Malacca, den Koning ten duijdelijksten aan te toonen, dat zijne Hofsgroote zelfs den smokkel„ „hande koesterden. Dat de twee perzoonen Moestapha en Sapthoe genoeg„ „zaeme blijke daar van gegeeven hadde: Zijn Hoogheijd verzeekerde mij, dat bij aldien dezelve schuldig r„ ogd r „ „sident. „ ding te 88 de a„ 1 daarbij. er 6
English
Assurance of the death of Sapthoe. Sentiments of the humble undersigned regarding the situation with the native from Riouw. if found guilty, they would absolutely undergo that punishment which was prescribed for such violators of good orders. That it nevertheless seemed very strange to him that those people, who had departed from here with Banca passes to fetch a cargo of tin and were blown toward the fleet by storm and tempest, could be regarded as actual smugglers. That Your Right Excellencies would please be fully persuaded that His Highness had always given the strictest orders to counter such excesses; and therefore hoped that Your Right Excellencies would please not hold him and his ministers suspect in this matter. I assured His Highness that I was obliged to submit a report on this to Your Right Excellencies, while I would await further orders to decide on this matter. Offer of a declaration by Juragan Mostapha. The accompanying declaration of Juragan Mostapha, which I have the honor to present most humbly to Your Right Excellencies, contains everything that I have been able to elicit from him, the other, Sapthoe, having died at the interpreter's here, as a result of which I have not been able to take a statement from him. The present critical times with the native to the north, and the king's continued good disposition up to now, have persuaded me, pending Your Right Excellencies' venerated approval, not to touch this string too heavily, as I have heard on the side that the sovereign would become exceedingly ashamed and wrathful if he were publicly challenged about this. Upon the news recently received here at Court that the war fleet had been obliged to leave Riouw, a ship having exploded there, and Raja Haji had steered toward Malacca to attack it, there was great consternation at Court. The King thereupon immediately sent orders to the island of Banca to put itself in a state of defense there, and here and there to have earthwork bentings thrown up. As soon as this came to the knowledge of the humble undersigned, he proceeded to the Court and asked His Highness what reason he had suddenly to have Banca fortified. The answer was: Raja Haji will perhaps in a short time become so great that he will not hesitate to come hither and take away Banca. I assured His Highness of the contrary, and that he should please place a better trust in the Honorable Company; as also by this humble communication please to inform Your Right Excellencies of matters of that nature. Whether it now be, under most favorable interpretation, that the King is fortifying himself against Raja Haji, or merely outwardly showing every appearance of good intentions, the uncertainty thereof nevertheless persuades me to request Your Right Excellencies most humbly to provide this trading post with such a garrison of men, armed vessels, and ammunition of war that I am able, at the first unexpected movement, to defend the Honorable Company's possessions here manfully. The ammunition of war here is in a very poor state, while the heavy artillery is so worn out that it can no longer be fired with safety, the touchholes being so worn out that the wads of the cartridges fly out of them and cause double discharges. The adjacent plug fits into almost all the touchholes of the six- and eight-pounder cannons here. May it therefore kindly please Your Right Excellencies to graciously accommodate this trading post with the provision of: Twenty pieces of eight-pounder caliber iron cannons on carriages; Eight pieces of ditto ditto six-pounder ditto; the first 20 pieces for the large North and South bastions, the latter 8 pieces for the East and West bastions, with the round shot and canister belonging thereto, and a pair of mortar kettles of 12 inches diameter balls, with the filled bombs belonging thereto, as also a good bombardier and further two gunners. Wherewith I have the honor to be, with the deepest awe and due respect. Below stood: Right Honorable Great Respectable Sir, and Well-Honorable Sirs. Lower: Your Right Excellencies' humble and faithful servant. Was signed: G:t Hemmij. In the margin: Palembang the 1st of March 1784. Beneath it stood: P.S. Daily expecting news from Malacca, I have ordered Commander Coblijn to remain before the bank until the 10th of this month, wherein I hope not to have done wrong by Your Right Excellencies. To
Dutch transcription
Verzeekering van den overlijden van Sapthoe gevoelens van den nee„ „drigen teekenaar bij gesteldheijd met den Jnlander. van Riouw schuldig bevonden wierden, ook absoluut die straffe zou„ „den ondergaan, die voor diergelijke overtreeders van goede ordres bepaald waeren. Dat het hem egter zeer vreemd voorkwam, dat die men„ „sche, die van hier met Bancasche passe vertrokken om eene laeding thin te haelen, en door storm en onweer bij de vloot verslagen waeren, konden werden aangemerkt, als werkelijke Smokkelaars. ver teeg Dat Haar Hoog Edelheedens zig ten vollen geliefden te door persuadeeren, dat zijn Hoogheijd de strengste Ordres tot teegengang van diergelijke illimiteijten steeds gegeeven had; en over dus verhoopte, dat Uw Hoog Edelheedens hem en zijne Ministers in deeze niet geliefden verdagt te houden. Jk verzeekerde zijn Hoogheijd hier van mijn verschul¬ Residerat aan den Koting zig rapport aan Uw Hoog Edelheedens te zullen afleg„ „gen: terwijl ik om hier in te discideeren, nadere be„ „veele zoude blijven afwagten. offerte eener Verklaering Neevensgaande verklaering van den Juragan Morsta„ „ van Juragan Mostapha„pha, die ik d'Eer heb uw Hoog Edelheedens onderdanigst te offereeren, behelst alles, wat ik van dezelve maar heb¬ kunnen uijtvorschen /:zijnde de andere Sapthoe overlee„ „den bij den Tolk alhier, waar door ik niet in staat ben geweest om hem eene verklaring te kunnen lae„ „ten afneemen. De teegenswoordige critique tijden met den inlander om de Noord, en de tot nog toe voortvaerende goede gezind„ deeze Critique tijde „heijd des Konings, hebben mij in exspectence uwer Hoog Edelheedens gevenereerde approbatie gepersuadeerd, dee„ „ze snaar niet sterk te raeken: terwijl ik ter zijde ge„ „hoord heb, den Vorst ten uijtersten beschaamd, en gramstoo„ „rig zoude werden, wanneer hem daar over publicq ge¬ „colleerd wierd. Op de alhier Jongst ingeloope tijding aan het Hof, dat de Oor„ Gedrag van het Hof„logs vloot Riouw had moeten verlaeten, een Schip aldaar bij ontfangene tijding gesprongen, en raadja Haadjie na Malacca gesteevend was, om het te attaqueeren; is er eene groote consternatie aan het Hof geweest. Den Koning heeft daar op direct ordres naa het Eijland Banca gezonden, om zig aldaar in staat van teegenweer te stellen, ent hien en daar bentings van aarde te doen opwerpen. zodra den needrigen teekenaar zulks ter kennis „v tee den kwam t or „tie n p 497 den Koning heeden afge„ „tie van Gentings op banca antwoord des Konings Verzeekering van het teegendeel, en verzoek, reede van des needri„ Haar Hoog Edelhee„ „dens om eenige ver„ slegte gesteldheijd van het grof geschut Needrige petitie om nieuwe Agt en Zes ponders Canons. kwam heeft hij zig aan het Hof vervoegd, en zijn Hoogheijd „vraagd weegens de extruc„ afgevraagd, wat reedent hij had, om eensklaps Banca te laeten versterken? het antwoord was. raadja Haadjie zal mooglijk in korte tijd zo groot worden, dat hij zig niet ontz:en zal, herwaarts te koomen en banca weg te neemen. Jk verziekerde zijn Hoogheijd van het contrarie, en dat hij een beeter vertrouwen op de E: Comp: geliefden te stellen: Zoo door den submissen meede zaeke van die natuur Haar Hoog Edelheedens geliefde meede te deelen. Het zij nu onder Hooggunstig welduijden, dat den Koningh„ zig voor Raadja Haadjie versterkt, dan wel uijterlijk alle schijn van welmeenentheijd betoond! de onzeeker„ „heijd daar van egter, persuadeerd mij Uw Hoog Edelhee„ „gen teekenaars vrij„ „dens onderdaanigst te verzoeken, dit Comptoir met „moedig verzoek aan zodanige bezetting van Manschappe, g'armeerde vaartuijgen, en Ammonitie van Oorlog te voorzien, dat ik in staat ben, om bij de eerste onverwagte bewee„ „ging, 'S E: Comp:s bezitting alhier, manmoedig te kun„ „nen diffendeeren. de Ammonitie van Oorlog is alhier in een zeersobere staat, terwijl het grof geschut zodanig verlopen is, dat daar uijt met gerustheijd niet meer kan werden gevuurd: zijnde de Sintgaete zodanig verloopen, dat de agter proppe van de Cardoese daar uijt vliegen, en dubbelde slaege ver¬ „oorzaeken. neevens leggende tap, past meest in alle Sintgrete van de zes en Agt ponders Canons alhier. Het gelieve uw Hoog Edelheedens over dus goedertie„ „rend te behagen; dit Comptoir gratieuslijk te gerieven, met de beschikking van Twintig p:s Agtponders Caliber ijzer canons op Affuijte _o Dto Dto _o _o Agt „ Zes — de eerste 20 p:s voor de groote Noorder en Zuijder punt de laatste /8 „ voor de Oost en Westpunt met het daar toe behoorlijke ronden langscherp, en Een paar bomkeetels van 12 duijm, diameeter bals, met de gevulde bomme daar bij zo meede Een goede bombardier en nog Twee constapels. Waar „ teekenaar „ „ „sterking was d Waar meede ik d' Eer heb, met diepst ontzagen verschuldi¬ „ge Eerbied te zijn. /:Onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar Heer, en Wel Edele Heeren /:Lager:/ Uw Hoog Edelheedens Onderdanige en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ G:t Hemmij /:in margine :/ Palembang den 1:' Maart 1784. /:daar onderstond:/ P S: van Malacca daaglijks tijding verwagtende, heb ik den Gezaghebber Coblijn gelast, om zig tot den 10 deezer nog voor de banke op te houden: waar meede verhoope, bij uw Hoog Edelhee„ „dens niet te hebben misdaan. Aan