VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3676

Japan · 816 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3676_0341 view scan ↗

English

296 who are sent out on cruises and at second hand - - - - - - - Page: 40: the resident had no reason to mistrust the Ternate Alfurs – - - Page 41: and submits his account - - — - – – – – – – Page 42 and even more is validated for him. - - -. — — — Page _o strange conduct of the servants at Manado - - - - - - Page 43 who take fright at the slightest rumor - - - - - - - - Page 44 and immediately think that the enemy is hot on their heels – – – – – – Page 45 they are accommodated with munitions of war - - - - - - - Page _ Expenditures made inappropriately are not reimbursed to them — — – – Page 46 suspicion that the Sangirese are the spies of the Maguindanao Pirates - - - Page 47 which must be investigated - - - - - - - - - - - Page 48 king and grandees of Bwool seek firearms and weapons for their defense - - Page _o It is not known whether they received them from the Manado overseers - - - Page 49 but at Quandang they were supplied with some powder and lead for payment. — Page 50 Recommendation against this for the future - — — — -- Page _o Klingbeil must vouch for the restitution of the 4 pieces of grenadier muskets lent out by him. . . . Page 51 it is currently not the time to insist on the relocation of the Limbotto people - - - Page — they will probably proceed to do so themselves – — — — — — — Page — and then transfer the transportable Company goods from Quandang to Limbotto Page 52 With this vessel two subjects of the King of Spain are crossing over – - - - Page 53 He plasters the surrounding wall - - - - - - - - - - Page _o Agrees Field 24: 25 26 299 30 Per Secretary C: H Batavia Secret 297 Forwarding To His High Nobility The High Noble, Rigorous, Most Honorable, and Commander-in-Chief Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Honorable, Rigorous, Most Honorable Lords Councillors of the Dutch East Indies Most High Noble, Rigorous, Most Honorable, Valiant, Most Wise, Prudent, Discreet, Most Generous Lord, Honorable, Rigorous Lords: Paragraph 1: Because of the failed return voyage, already reported to Your High Nobility in our humble letter dated 8 March via Amboina, of the ship Den Tempel and the vessel of the Burgher Captain-Lieutenant Landau from here to the Capital, carrying the original and duplicate of our secret letter dated 14 and 25 September of last year, as well as due to the failure of any ship or vessels to arrive this year, which causes us no small anxiety, we have remained deprived of Your Most Venerated Secret Orders. We can therefore only let this letter serve to bring to Your High Nobilities' esteemed knowledge what has occurred and been handled in secret in this Province since the dispatch of the Tidore troubles, already amply detailed in the separate letter of the first-mentioned dated 8 March via Amboina. Initially, regarding the Fortifications, taking the liberty respectfully to refer to what was noted in our humble letter dated 14 September of last year, may it further serve for His Most Esteemed information that since the peace concluded with the Tidorese, that nation, through a more ample delivery of lime than before, has enabled us to make a start on repairing the principal defects in the works of this castle, as soon as the few craftsmen on hand have finished the remaining repairs to the dilapidated buildings inside. The main defects of the Castle are being repaired. 299 The building materials for the construction of a small fort at Rajoemera are kept in readiness. Paragraph 3 Its construction is necessary. And awaiting His Most Esteemed qualification for the erection of a stone fort at Capoenera, in place of the redoubt hastily erected at the outbreak of the troubles and constantly requiring repairs, we have had a good quantity of lime and stone prepared there, in order to make a beginning with that work upon receipt of His Most Esteemed order, and subsequently to keep it going. We dare to propose the erection of that fort to Your High Nobility, because recent experience has taught us how useful and necessary a good fortification is at that location, in order to prevent the restless Tidorese from landing on the south side of the island, which, without the aforementioned hastily thrown-up redoubt, would undoubtedly have succeeded for him last year. Paragraph 4 The Ternate Kingdom is at peace. The King becomes sullen when one refuses his requests for money and linens. Paragraph 4: Among native affairs, regarding Ternate, may it serve for Your High Nobilities' esteemed knowledge that this Kingdom, since the quelling of the uprising among the Alfurs of Cauw and Sahoe according to what was noted in the humble letter of 14 September of last year, is, as far as we know, completely at peace; and, apart from the ceaseless, troublesome importunities of Sultan Aharal for money and linens, at a time in which, through the lack of relief, we find ourselves stripped of most necessities, we have until now had reason to be satisfied with the continuing goodwill and obligingness of that prince. Paragraph 5: We hope meanwhile that the prince may persevere in this good disposition, although it appears to the first signatory that a recent refusal received by him to his repeated request for money and linens to cover the expenses at the end of the fast has made His Highness more or less sullen, and there begins to revive in him the likelihood of his

Dutch transcription

296 die op kruistogten en van de hand gezonden worden - - - - - - - Pag: 40: de resident heeft geen reden gehad om de Ternaatsche Alfoeren te mistrouwen – - - „ 41: en diend zijn reekening in - - — zit en nog meer word hem gevalideerd. - - wonderlijke handelingen van de dienaren op Manado - - - - - - „ 43 die op het minste gerugtje vervaard worden - - - - - - - - „ 44 en al aanstonds denken dat hen de vijand op de hielen zitt - – – – – – „ 45 zij worden gerievd met oorlogs ammunitie - - - - - - - „ _ Mal apropos gedane bekostigingen worden hun niet vergoed — — – – „ 46 vermoeden dat de sangireesen de verspieders zyn van de Magindanause Rovers - - - „ 47 het geene onderzogt moet worden - - - - - - - - - - - „ 48 koning en Rijksgroten van Bwool tragten naar geweer en wapenen tot hare defensie - - „ _„o Men weet niet ofze die van de Manadose opzieners gekreegen hebben - - - „ 49 maar ze zyn te quandang met eenig kruit en Lood geruerd geworden voor betaling. — „ 50 Recommendatie hier tegen voor den aanstaand - — — — -- „ _o klingbeil moet voor die restitutie der door hem terleen afgegeven 4: p=s granadiers -– „ 51 - geweeren instaan. . . . „ — het is tans geen tijd om op de verhuizing der Limbotters aante dringen - - - „ — ze zullen 'er denkelijk zelve wel toe overgaan – — — — — — — „ — en als dan de transportable Comp=s effecten van Quandang naar Limbotto overbrengen „ 52 Met deezen varen over twee onderdanen van den Coning van spanje – - - - „ 53 Hij bepleisterd den ringmuur - - - - - - - - - - „ _o Accordeert Vak Ps Secrats C: H – – – – – – – „ 42 -. — — — „ _„o 24: 25 26 299 30„ Batavia secreet 297 gerliueding Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren wijgebiedende Heere M:r Willem Arnold Alling Gouverneur generaal Benevens De welEdele Gestrengen Groot Achtbare Heeren Raden van Nederlands Indie HHoog Edele Gestrenge Groot Acttbare Manhafte Welwijze voorzienige Discreete zeer Generieuse Heer welEdele Gestrenge Heeren: §1: Door de uw Hoog Edelh: bij needrige gemeene d: d: 8: Maart over Amboina reeds bedeelde mislukte terug reise van het schip den Tempel en het vaartuig van den Burger kapitein Luitenant C De hoofd gebreeken aan Luitenant Landau van hier naar de Hoofdplaats met het origineel en duplicaat onzer secreete d: d: 14: en 25: september, a: p: mitsgaders door het ons geene geringe bekommering barende agterblyven van schip en vaartuigen in dezen Jare, verstoken zijnde gebleven van Hoogst Derzelven gevenereerde secreete aanschrijvens, konnen wij dezen slegts laten dienen, om tot uwer Hoog Edelheeden geërde kennisse te brengen het geene na het afgaan „der bij aparte van den eerstget: d: d: 8: Maart vers over Amboina reets ampel gedetailleerde Tidorese troubles, in deze Provintie voorgevallen en secreet verhandeld is, en aanvankelijk ten aspecte der Fortificatien de vrijheid gebruikende ons eerbiedigden 't Casteel worden verholpen te refereeren aan het genoteerde bij onse humble 8: d: 14: September a: p: diene wijders tot Hoogstedezelve geëerde naarigt; dat zeedert den gesloten vreede met den Tidorees, die Natie ons door eene ruimer leverancie van kalk dan bevorens, in staat het gesteld, om een aanvang te maken met de verhelping der principaalste gebreeken aan 12: de 299 de bouwe materialen tot den de aanleg van een fortje op rajoemera leggen in gereedheid 83 gens aanleg is noodzakelijk de werken van dit kasteel zoo draa de weinige voor handen zijnde ambagts gezellen met de nog resteerende reparatien aan de bouvallige opstallen daar binnen gedaan werk zullen hebben en wij„ in afwagting van Hoogst Derzelven geëerde qualifi„ catie, tot de erectie van een steene fortje te Capoenera„ in steede van de bij het uitbarsten der troubles met veel haast opgeregte en algeduurig reparatien vereijsschende schans, aldaar eene goede quantiteit kalk en steenen in gereedheid hebben doen brengen, om op den ontfangs van Hoogst derzelven geëerde ordre, met dat werk een begin te maken, en het vervolgens daarmeede gaande te houden. Wij durven uw Hoog Edelh: de erectie van dat fortje proponeeren, om dat ons de ondervinding Jongst geleerd heeft, hoe nuttig en noodzakelijk een goede vastigheid daar ter plaatse zij, om den onrustigen Tidorees eene Landing aan de Zuid zijde van het Eiland te beletten die hem zonder voorn: in der haast op geworpene schans buiten twijfel in voorleeden jaar zoude gelukt wezen. C: ble zelve § 4: § 4: het Ternaatsche Ryk is in rust de koning word gemelijk „ken om geld en Lijwaten afslaat. Onder de Inlandsche zaaken, diene nopens ernaten tot uwer Hoog Edelh: geëerde kennisse, dat dit Rijk zeedert den, naar volgens het genoteerde bij needrige van den 14: september a: p: gedempten op stand onder de Alfoeren van Cauw en sahoe, voor zoo verre wij wieten, volkomen in rust is, en wij, buiten de onophoudelijke lastige instantien van den sultan Aharal om geld en Lywaten, in een zyne tijd, waarin wij door het missen van ontzet, ons zelven van de meeste benoodigtheeden ontbloot zien, tot dus verre reden hebben, om over de aan„ „houdende welmeenenheid en gedienstigheid van dien vorst voldaan te zijn. te kri Batch §5: wij hopen midlerwijlen, dat de vorst in deze wanneer men zyne verzoen goede dispositie mag volharden, schoon den eersten teekenaar voorkomt dat een onlangs van hem ontfangen refuus op desselfs herhaald verzoek om geld en Lijwaten tot goedmaking der kosten bij het aflopen der vasten, zyne Hoog meer of min gemelijk heeft gemaakt, en bij hem begind te herleven de waarschijnlijk van in wel zynen

NL-HaNA_1.04.02_3676_0347 view scan ↗

English

305: and exhibited some aversion, inherited from his father, toward the old Prince Aijanhaar and his children, regarding which the first signatory has already experienced some minor difficulties, which he nevertheless hopes, as has already occurred with good success, to settle amicably in the future as well. Section 6. On the other hand, the well-known inclination of Batchian's Sultan Iskandar Alam to populate his lands, which are destitute of inhabitants, has recently brought a rather troublesome affair upon us. For His Highness, during his stay here in the past year on private business, having become acquainted with a certain Buginese named Annachoda Dain Mabe, who had been dispatched by the Makassar ministry with letters to this Government, and having persuaded that foreigner to call at Batchian upon his departure from here, had on that occasion charged him with the sale of some trifles in Makassar, under the agreement that, after carrying out the commission entrusted to him, he should return to Batchian with more of his companions to set that work afoot; to which end there had also been given to him a Batchianese named Abdul Karim, who had relatives in Makassar, and an impression of His Highness's royal seal. Section 7. Indeed, on 10 June current, we received a report by letter from Batchian's commander, Ensign Keinnairat, stating that the aforementioned Anachoda Dain Mabe had arrived in Batchian with a padewakan prahu manned by approximately thirty Buginese, bringing a rich cargo of Makassarese cloths and other merchandise, and provided with a pass from the Makassar ministry, though valid no further than Boeton. Furthermore, the aforementioned nachoda, upon being questioned by the Commander, had claimed to have come there with the intention of paying the king his debt incurred during his previous call and of taking up residence in Batchian, while he, Mabe, together with some of his principal companions, was about to enter into marriages with women from the king's family. Although it was clear to us from this report that the king's intention in inviting these foreigners into his states was mostly directed toward populating his lands that were destitute of inhabitants, without caring much in what manner this occurred, we nevertheless took into consideration that his conduct in this matter not only completely violated his contract entered into and solemnly sworn with the Company, but also how detrimental, on top of that, the consequences would in time be, both for the Company and for the king himself, which would undoubtedly result from granting refuge to and intermarrying with foreigners who are so well known for their penchant for smuggling, and who, once having gained a foothold in his lands, would before long grow in number, play the master, and seize control of the spice and gold trade, without it remaining in the king's power, once he had grown weary of them or repented of his imprudent step, to drive them away from there again. Section 9. Wherefore we resolved to bring all this to the king's attention in a friendly letter, and pretending as though we did not yet place full credence in the reports regarding his intention to harbor these traders and intermarry with some of them, earnestly to admonish His Highness, as an unshakeable proof of the untruth of these rumors, upon receipt of our letter, to cause the Anachoda and his companions to be disarmed, seized, and sent to this castle under a sufficient escort of his armed subjects, together with the vessel and cargo, all properly inventoried and well secured against embezzlement. Section 10. But the king, having received our letter, expressly dispatched to him, from the hands of Ensign Keinnavidt while he was outside his settlement and in his garden, managed adroitly to shrug off the required disarming and seizing of the Buginese—for which he likely had little appetite—by feigning an indisposition, and had Keinnavrdt transfer that order to his administrator holding authority within the settlement, who, however, excused himself by claiming that he first had to go and obtain further orders from his king for that purpose. Section 11. Meanwhile, the Buginese having smelled a rat and concealed themselves here and there, the Anachoda Dain Mabe summoned by the Commander was nowhere to be found; and that officer, perceiving that neither the king nor the administrator cared about the matter, and having learned that three Buginese were danger...

Dutch transcription

305: Princen met hardigheid Batchians vorst tragt te krijgen. en wel met Boegineesen„ en bejeigend eenige zijne vader overgeërfde aversie tegen den ouden Prins Aijanhaar en zijne kinderen, waar over hem eersten Teekenaar al eenige kleine moeijelijkheeden zyn veroorzaakt, die hij egter, gelijk reets met goed succes geschied is, ook in 't vervolg in der minne hoopt bij te leggen: §6 Daar en tegen heeft de overbekende neiging een sijne Landen bevolkt van Batchians sulthan Iskandar Alam ter bevolking zijner van inwoonders ontblote Landen, ons onlangs eene vrij facheuse historie op den hals gehaald: want zijne Hoogh: geduu„ „rende zyn verblijv alhier in a: p: om particu„ hiere affaires in kennis zijnde geraakt met zeekeren door het Maccassers Ministerie met brieven naar dit Gouvernement gechargeer„ den Boeginees Annachoda Dain Mabe gen=t en dien vreemdeling hebbende overgehaald, om bij zijn vertrek van hier te Batchian aantegieren, hadde hem bij die gelegenheid opgedragen den verkoop van eenige kleenig„ „heeden te Maccasser, onder afspraak, om, na C:„ M De Boegineesen ver„ schijnen op Batchian na verrigting van den hem opgedragen last, met meer zyner makkers weder naar Batchian van leg van dat werk terug te keeren; ten welken einde hem meede gege„ ren was een te Maccasser naa bestaanden hebbenden Batchiander Abdul Karim gen=t. en het afdruksel van zijn Hoogheids Rijkszeegul §7: Jmmers op den 10: Junij currt ontfingen wij bij brieve van Batchians commandant den vaandrig keinnairat berigt, dat op gem: anachoda Dain Mabe te Batchian was aangekomen met een prauw padewakan bemand met circa dertig koppen Boegineesen, aanbrengende eene Rijke lading van maccassaarse kleetjes en andere koopmanschappen en voorzien van een pas van het Mancassers ministerie, egter niet verder dan tot Boeton; dat voorts meerm: mache „da op 's Commandants afvrage hadde voorgege„ ren, daar te zijn gekomen met oogmerk, om aan den koning te voldoen zijne bij voorig aangieren gemaakte schuld en te Batchian verblijf te houden, terwijl hij Mabe met eenigen Men zijner /16 303 men iser hier niet reede gediend 68 zijner voornaamste makkers huwelijken stonden aantegaan met vrouwen uit 's konings familie. schoon ons immiddens uit dit Berigt klaar bleek, dat 's konings intentie met het uit nodigen dier vreemdelingen in zyne staaten meest al daar leen strekte, om zyne van inwoonders ontblote landen zonder zig daar aan veel te bekreunen, op welke wijze zulks geschiede, te bevolken, namen wij egter in overweging dat zijne handelwijse in dezen niet alleen ten eenemaal aanliep tegen zijn met de Compagnie aangegaan en solemneel bezworen Contract, maar hoe naadeelig nog daaren boven de gevolgen zoo wel voor de Compagnie als hem koning in der tijd moesten wezen, die ontwij„ „felbaar zouden resulteeren uit het vergunnen van schuijlplaats aan, en de vermaagschap„ „ping met vreemdelingen, die om derzelver zugt tot morshandel zoo zeer bekend zijn„ voet en die eens „ zoet op zijne Landen gewonnen hebbende, eerlang in getal aan groeijen, den baas ƒ:„ En schryvster over aan den koning baas speelen en zig meester zouden maken, van heslef den specerij en Goudhandel, zonder dat het meer Boe dan hun in de magt van den koning zoude staan, omt eens te moede geworden, of berouw van zijnen onvoorzig„ „tigen stap gekreegen hebbende, weder van daar te verdrijven: §9: weshalven wij besloten den koning dit alles bij eene vriendelijke missive onder het oog te bren„ „gen, en ons gelatende, als of aan de berigten wegens desselfs voornemen, om deze handelaars aantehouden en zig met eenigen derzelven te vermaagschappen, voor als nog geen volkomen geloof defereerden, zyne Hoogh: ernstig te vermanen, om tot een onwrikbaar bewijs van de onwaarheid dezer gerugten, den Anachoda Bat met zyne makkers, op ontfangst onzer mis„ „sive te laten ontwapenen, oppakken en met vaartuig en lading alles behoorlijk G'inven„ „tariseerd en welbezorgd voor verkorting, onder eene toelangelijke escorte uit zijne gewapende onderdanen aan dit kasteel op tezenden. 510 8 305 lestige an le im de ƒ10: Boegineesen niet anders dan door's Comp„s dienaren te laten oppakken. mis„ geraakt er door in levens dog de koning onze hem expresse toegezondene missive uithanden van den vaandrig Keinnavidt hebbende ontfangen, terwijl buiten zijne Negorij en in zijn tuin was; wist de hem afgevergde ontwapening en opvatting der Boegineesen, waarin denkelijk weinig smaak vond, behen„ „dig van den hals te schuiven door eene voorgel„ „vende onpasselijkheid, en dien last door keinnavrdt te laten opdragen aan zijnen binnen de Negorij het gezag houdenden Ryksbestierder, die zig egter verschoonde met voortegeven, van daar toe eerst naderen last van zynen koning te moeten gaan halen: § 11: De Boegineesen midlerwijlen lont geroken en Batchians commandant zig hier en daar verschuild hebbende, was de door den Commandant ontbodene Anachoda Dain Mabe nergens te vinden, en die officier bemerkende, dat koning nog Rijksbestierder zig aan de zaak lieten gelegen leggen, en vernomen hebbende, dat drie Boegineesen zig C:„ H bevaar

NL-HaNA_1.04.02_3676_0352 view scan ↗

English

shot down. having gathered in a shed standing on the beach in front of the post, they were summoned by him, but gave answer that they could be spoken with there, whereupon the commander, having secretly detached a small squad from his little garrison near the aforesaid place for his protection, went to the shed and requested the Bugis to follow him, imagining that once they were in the fortress it would be easy to disarm them. But these, pretending as if they were willing to follow him, would have stabbed him from behind, having drawn their krisses along the way, had this not been averted by the soldiers who rushed to the officer's aid from the ambush in the meantime, who immediately shot down the three furious, misled Bugis; at which alarm the King, only then recognizing the dangerous consequences that his ill-timed indifference had brought about, came up in haste from his garden and had Dain Mabé arrested together with his remaining companions. Section 12: Meanwhile, from the entire course of this affair and the confession of the Bugis subsequently sent up under secure guard with vessel and goods by the King of Batchian, it will become evident to Your High Noblenesses that the so-called Anachoda Dain Mabe is an adventurer who, in order to evade the payment of his debts, secretly fled from Macassar, and at the King's instigation persuaded the other fortune-seekers to follow him to Batchian, although by having a pass drawn up for Bouton he did not wish to reveal his design to them immediately, but proceeding slowly in this matter, he gradually prepared them in consultation with the King of Batchian for the journey to Batchian, and even made them eager by displaying the aforesaid impression given to him, etc. While the King, notwithstanding all declarations made to the contrary, by granting shelter to strangers and showing indifference regarding the requested arrest of the same, indicated clearly enough that he would rather have kept them in his country; just as his earnest plea for pardon for Dain Mabé and his two brothers, and his protestation of their innocence by alleging that he had detained them against their will, though they had wanted to come up hither, in order to cross over together with him, likewise testifies to the part which His Highness has in this affair, and that the matter would thus never have existed without His Highness's doing. Section 13: For this very reason, however much right we had to show our resentment toward the King, and to deliver Dain Mabe with his two brothers to Justice as the principal instigators of that enterprise, and in consideration of the fact that the present critical circumstances of the times permitted less than ever becoming embroiled in disputes with the princes, we decided to present to the King, who arrived at this castle on 26 August, the impropriety of his conduct observed in the aforementioned affair in amicable but no less serious terms; to send Dain Mabe and his two brothers by the first available sloop opportunity under secure guard, together with all documents that served in their case, to Macassar, with a request to the Governor to give orders that the same shall never appear in the Moluccas again; while all the other Bugis who were sorely misled by Dain Mabe, and through his actions were punished with imprisonment and fell into misfortune, were set at liberty; and with their vessel, which is said to belong to a captain of the King of Boni, for transport to Macassar were handed over to a Macassarese, Intje Saman, who arrived here with letters from the Macassar ministry and also for trade with two vessels; and that we had their merchandise sent up from Batchian sold by public auction to prevent its spoilage, and because it yielded higher profits here than at Macassar, for the benefit of the residents who, according to reports, had given it to them on credit for trade to Bouton, which, after deduction of the lease fees, auction dues, and jail expenses, as well as the maintenance advanced to them, still yielded an amount of 2556 Rds 26 stivers, humbly requesting us regarding the further details of this vexatious

Dutch transcription

onder de voet geschoten. zig hadden vervoegd in eene voor de post aan het strand staande Loots, wierden dezen door hem ontboden, dog gaven ter antwoord, dat daar te spreeken waren, waarop keinmavrds heimelijk omtrent voorsz: plaats, tot zijne dekking, gedetacheerd hebbende een klein commando uit zijn guarnisoentje, zig naar de loots begaf en de Boegineesen verzogt, om hem te volgen, in verbeelding van hun, wannee in het fortres waren gemakkelijk te zullen konnen ontwapenen: dog dezen zig gelatende als ofze hem goedwillig wilden volgen, zouden, de hem, haar krissen onderwegen, hebbende ge„ trokken, van agteren hebben getrokken, van agteren hebben doorstooken, zoo zulks niet was afgekeerd door de immiddens tot drie Boegineesen worden 's officiers hulpe uit de hinderlaage toe„ „geschotene soldaten, die de verwoede drie misle Boegineesen ten eersten onder de voet schoten, op welk allarm de koning, toen die en de avant eerst „307: ende vreugen opgevat. dem de Anachoda is een avanturier die zyne volgens misleije heeft eerst inziende, de gevaarlijke gevolgen, die zijne ontijdige onverschilligheid hadde te weege gebragt, met 'er haast uit zijn tuin opkwam„ en Dain Mabé met zyne overige makkers liet gevangen nemen: 612: Midlerwijlen zal uw Hoog Edelheeden uit den geheelen samenloop dezer affaire en de confessie der door Batchians Koning vervolgens in ver„ „zeekering met vaartuig en goederen opgezonden Boegineesen komen te blijken, dat de zoo ge„ naamde Anachoda Dain Mabe een avantu¬ rier is, die om de betaling zijner schulden te ontgaan, de wijk heimelijk van Hanasser =genomen, en op 's Konings, aansporing, de overige geluk zoekers heeft overgehaald, om hem naar Batchian te volgen schoon hij hen met een pasce naar Boeton te laten opmaken zijn dessein niet aanstonds heeft willen ondekken maar hier meede langzaam te werk gaande, heeft hij hen allengskens tot C: „ de 22 met overleg van Batchians koning tot de reijse naar Batchian geprepareerd en zelvs greetig gemaakt met de vertoning van het aan hem mede gegeven afdruksel voormeld &:a terwijl de koning in weerwil van alle daartegen gedane betuigingen door het verlenen van schuilplaats aan vreemden en betoonde onverschilligheid omtrent de verzogte oppakking der zelven niet onduidelijk be te kennen geevt, dat ze liever op zijn Land hadde gehouden, gelijk zijn ernstig verzoek om pardon, voor Dain Mabé en zijne twee broeders en betuiging wegens haar on„ „schuld met voortegeven van hun, die naar herwaards hadden willen opkomen emwijt tegen haar zin te hebben opgehouden, om met hem te zamen overtekomen, almeede getuigd het deel het geene zijn Hoogh: in deeze affaire heeft en dat het geval dus zonder zijn Hoogheids toedoen nimmer beide zoude 309 die opgekomen en wiens misselijk gedrag is voor oogen gesteld ome, tewijl de machoda en zijne. sen terug worden gezonden zoude zijn g'exteerd. §13: wij hebben Juist hierom hoe zeer ook regt hadden, om ons over den koning gevoelig te tonen, en Dain Mabe met zyne twee broeders als de voornaamste aanleggers van dat werk, overte geven aan de Justitie en uit overweging dat de presente outique tijds conjunctuuren minder dan ooit gehengden, om met de vorsten in brouilbrien te raken, besloten, den koning, die den 26 Aug:s aan dit kasteel opgekomen is de misselijkheid van zijn in opgem: affaire gehouden gedrag in minsame maar niet minder serieuse termen voor oogen te houden; Dain Mabe en zyne twee broeders per eerst voorkomende chialoups gelegenheid beide beoders naar Nanas„ n goede verzeekering nevens alle in hunne zaak gediend hebbende Stukken op te zenden naar Maccasser met verzoek aan den Heer Gouver„ „neur om te willen ordre stellen, dat dezelven niet eder in de Moluccos komen, te verschijnen terwijl alle de overige door Dain Mabe deerlijk C:„ H en derzelver overige volgers op overvoer naar Manasser meede gegeven zyn zynde de met hen aange„ bragte koop wharen ten gelde gemaakt deerlijk misleide en door zijn toedoen met gevange„ vrije voetin gesteld n ten nis gepunieerde en in ongeval geraakte Boegi„ neesen op vrije voeten gesteld; en met haar vaarhui het geene gezegd= word toe te behoren aan eene Camp „tenaar van Bonijs koning, ten overvoer naar denn Tidors Marcasser hebben overgegeven aan eenen met brieven van het Maccassers Ministerie en teffens ten handel met twee vaartuigen hier aan een en Jntje Samau aangekomen Maccassaar Jntje Saman, en dat haar van Batchian opgezondene koopmanschappe om voorte komen derzelver bederf, en om dat hier meer advancen dan te Maccasser op wierpen ten voordeele der Ingezeetenen, dieze hun volgens berigten, ten handel naar Boeton op schuld hadden gegeven per openbare vendutie hadden laten verkopen, die na aftrek der pagtpenningen rendu en tronks-kosten mitsgaders aan dezelven verschoten onderhoud nog hebben gerendeert een bedragen van rd=s 2556:26:- verzoekende needrig ons nopens de verdere bijzonderheeden dezer verdrietige

NL-HaNA_1.04.02_3676_0357 view scan ↗

English

Tidore's king remaining on the side according to all that has resulted from the Company that unpleasant affair, we may respectfully refer to our secret resolutions dated 10 June, 5 July, and 14 August of the current year. Paragraph 14. The first signatory, in his humble separate letter recently sent up, dated 8 March aforementioned, having respectfully made known to Your High Noblenesses that, upon obtaining authorization, the debts incurred here with private individuals to the amount of over 1099 rixdollars could be satisfied from the proceeds of the slaves and effects sold by public auction belonging to Tidore's recently exiled king Patra Alam, to which have since been added two more claims, namely one from the former second merchant Hemmekam amounting to 65 rixdollars, and one from the former petty cashier Jonkers amounting to 160 rixdollars, we must, on this subject, point out for Your High Noblenesses' honored information how, according to an account drawn up by the second signatory regarding his debit to the Company and the moneys paid out for his board during his arrest here, his creditors cannot be paid off little reliance can be placed on Tidore after deduction of 1465 rixdollars 12 stuivers as yielded from his sold goods, the said king still remains in net debit to the Company for a sum of 278 rixdollars 33 stuivers, so that the satisfaction of his private debts will not be able to take effect, even if Your High Noblenesses were pleased to grant authorization for the sale of the gold and silver works that still remain set aside. Paragraph 15. Meanwhile, with regard to the new chiefs of the recently subjugated island of Tidore, we must remark that although the nation seems to have kept quiet under the chiefs placed over them since the punishment recently endured, little reliance can nevertheless be placed upon these chiefs, since they exercise far too little authority, or can enforce it, over the families still residing there descended from the former kings, which is the reason why, according to reports received from Amboina, Some princes of Tidore have defected to have the Amboina faction fought Amboina's Lord Governor, in a separate letter to the first signatory dated 6 July current, reported that some of the princes, probably a certain Indertjaija of Ternate descent and the former Major Leliani, along with yet a third brother-in-law of Nuku, who had already gone missing before or during the expedition to Tidore, have, notwithstanding the proclaimed amnesty, chosen the side of the said rebel, and with the treacherous people of Maba and Patani, who, as is heard, have burned and abandoned their settlements, are helping to carry out his disastrous designs. Whereupon the first signatory, who upon the received written notice from the aforementioned Governor made a request to Ternate's Sultan for a suitable fleet of kora-koras with a force from here in order to move jointly with the Amboina force against the rebel and completely destroy him along with his following, shall await to what extent the prince will fulfill his promises by the aforementioned time. Paragraph 16. The repeatedly mentioned Sultan of Ternate, on the occasion Proposition of the King of Ternate to reoccupy the abandoned post of Makian of a separate conference held in the recently passed month of April, having further made known to the first signatory how gladly he would see that the Company's post at Makian—which during the recently suppressed Tidorese troubles was devastated by the enemy, being at that time occupied only by a corporal and 2 privates who had to take flight upon the appearance of the enemy—be re-established, and after it should have been rebuilt again by His Highness, be provided with the necessary artillery and a suitable garrison of at least 1 sergeant, 2 corporals, 12 privates, and one gunner, in which case, with the help of the Makianese, it would be better and sufficiently resistant against a native enemy; the said first signatory has sent to Makian, for the inspection of the condition of the aforementioned post, the provisional Fiscal Durr, who has provided him with a report and a rough plan of that fortification, to which we take the liberty respectfully to refer; submitted to the approval of Their High Noblenesses and the Surveyor met no Magindanaos on their cruising voyage and to submit the aforementioned request of Ternate's prince to Your High Noblenesses' honored pleasure, whereupon we merely respectfully cite that, at present, apart from Fort Barneveld, which lies somewhat far off for obtaining advice of what goes on outside, we have no post whatsoever in the vicinity of this Castle. Paragraph 17. Now imparting to Your High Noblenesses the outcome and the consequences of the expeditions undertaken this year, following the two against the rebel Tidorese already amply and separately communicated to Your High Noblenesses by the first signatory, there presents itself in the first place the cruising and expeditionary voyage dispatched on 29 March of the past year against the Magindanaos under the commissioners Ensign Poelman and Chief Mate the Surveyor, whose plan we had already brought to Your High Noblenesses' knowledge in our respectful letter of 14 September of the past year; and although to our inner sorrow with this

Dutch transcription

# 311 Tidors koning aan de blyvende naar alles wat uit den chappe is geprofliceerd dat verdrietige affaire in eerbied te mogen regereeren aan onze secreete besluiten d: d: 10: Junij, 5:' Julij en 14: aug=s a: c: 11 §14. De eerst geteekende bij zyne needrige aparte den onlangs opgezonden d: 8: 8: Maart voorm: uw Hoog Edelh: in eerbied met Comp: nog te kwaad hebbende te kennen gegeven, dat op te erlangen qualificatie uit het provenice der per vendutie verkogte slaven en effecten van Tidors Jongst verzonden koning Patra Alam zouden konnen verkoop zijner effecten werden voldaan zyne hier bij particulieren gemaakte schulden ten emporte van ruim rd„s 1099:-: waar bij zeedert nog zijn gekomen twee preten„ sien als eene van den gew: secunde Hemmekam groot rd„s 65:—:-. en eene van den gew: klein kassier Jonkers groot rd„s 160:-:-. moeten wij op dit Jujet tot Hoogst derzelven geëerde naa„ rigt aanstippen, hoe, blijkens eene door den tweeden teekenaar op gemaakte reekening met zijn debet aan de Compagnie en de voor hem kost uitbetaalde penningen geduurende zijn arrest C:„ ge¬ „ t amp van hier hier zullen zyne crediteuren niet konnen worden afbetaald Trdor is weinig staat te maken. arrest, gem: koning aan de Compagnie na aftrek van rd„s 1465: 12:—: als uit zijne verkogte goederen geprofluceerd zijn nog zuiver debet blijft eene somma van rd=s 278:33:—. zoo dat de voldoening zyner Particuliere schulden geen gevolg zal konnen nemen, schoon uw Hoog Edelh: ock qua lificatie gelievden te verleenen tot den verkoop der nog geseponeerd blijvende goud en zilver„ werken. § 15: Midderwijlen moeten wij ten reguarde op de nieuwe hoofden an van het Jongst gesubjuqueerd geworden Eiland Tidor aanmerken: dat schoon zig de natie zee„ „dert de onlangs ondergane kastijding schijnd stil te houden onder de over hun gestelde Hoofden op dezen egter ook weinig staat kan werden, gemaakt, vermits haar gezagmaar alteweinig oefenen, of konnen laten gelden over de nog aldaar van de vorige koningen afstammende familien, het geene oorzaak. is, dat volgens erlangde berigten van Amboinas„ 14 313 Eenige Prinien van Tidor zyn uitgeweeken gezinden te laten bevegten en Amboina Amboina's Heer Gouverneur bij aparte letteren aan den eerst get: d: d: 6: Julij currt: al eenigen der brincen waarschijnlijk zeekeren Indertjaija van Ternaatsche afkomst en den gew: Majoor Leliani met nog een derden zwager van Noekoe„ die zig voor, of geduurende de Expeditie naar Twor„ reeds te zoek hadden gemaakt, in weerwil der afgekondigde amnestie, de parthij van gen: Rebel hebben gekosen, en met de trouwlose Maba en Pattanireesen die zoo men hoord hunne Nego„ „rijen hebben verbrand en verlaten zijne funes„ te desseinen helpen ter uitvoer brengen: zullende bij eerste teckenaar, die op erlangde aanschrij„ omprankemot de koere ens van voorm: Landvoogt bij Ternaats sulthan met eene magt van hier heeft aanzoek gedaan om eene convenable korrakorra vloet ten einde met de Amboinsche magt gelijkerhand tegen den Rebel aftekomen, en hem met zijnen aanhang tetaal te verdelgen, afwagten, in hoe verre de vorst aan zyne beleften tegen voorsz: tijd zal komen te voldoen: §16: Meermelde sulthan van Ternaten bij gele„ „genheid C: van Ternaten om de verlaten te bezetten Propostie van den koning genheid eener in de Jongst gepasseerde maand Post slacqman weeder April gehouden aparte conferentie, den eerst geteeken„ den nog te kennen hebbende gegeven, hoe gaarne zag, dat de bij de Jongst gedempte Tidorese troubles door den vijand verwoeste Comp=s Post te Macquian toenmaals maar bezet met een Corporaal en 2: gemeene die bij opdaging van den vijand de wijk moesten nemen, gerestabileerd, en na dat door zyne Hoogheid weder herbouwd zoude wezen, met het nodige geschut en eene conrenable bezetting van ten minsten 1: sergeant, 2: Corporaal, 12: gemeene en Een Busschieter wierd voorzien, als wanneer, met behulp der Macquianders tegen een inlands vijand beter en genoegzaam bestand zoude wezen, heeft gem: eerste tee„ kenaar ter inspectie der gelegenheid van voorn: Post naar Macquian afgezonden den p=lo fiskaal Durr, die hem heeft gediend van Berigt en een ruwen plan dier vesting, waar aan de vrijheid neemen ons eerbiedig te gedragen; 315 van Hunne Hoog Edelheden gesubmitteerd. en de Lantmeeter ontmoe„ op derzelver kruijstogt nord aan het goed vinde, en aan Hoogst Derzelven geeerd goedvinden te submitteeren het voorsz: verzoek van Ternaats vorst, waar op nog eenelijk reverentelijk aanhalen hoe tans buiten het fort Barneveld, dat ter erlanging van advis van het geene 'er buiten om gaat, wat verre aflegt, geen post meer in de naabijheid van dit Hoofd Casteel buiten gaato hebben. §17. Als nu uw Hoog Edelh: zullende bedeelen den uitslag en de gevolgen der in dezen Jare aangelegde Expeditien, komt na de twee Hoogst Denzelven door den eerst geteekenden reets ampel apart bedeelde tegen de afgevallene Tidoresen in de eerste plaats voor, de op den 29: Maart de Commissianten boolman a: p: afgezonden kruis en expeditie togt tegen ten geen Magindanauers de Magindanauer onder de Commissianten den vaandrig. Poelman en opperstuurman de Landmeeter, welker aanleg Hoogst denzelven bij onze eerbiedige van den 14: sept: a: p: reets ter kennisse hadden gebragt; en t schoon tot ons innerlijk leedwezen met deeze C:„ H tee„

NL-HaNA_1.04.02_3676_0362 view scan ↗

English

they did not cover Manado from the enemy. This expedition again failed to achieve its principal objective, for which it had actually been mounted, namely to strike a severe blow against the Magindanaos, who have come down to plunder the coast of Celebes for years past in the months of April, May, or June. Whether it be that the pirates obtained intelligence of the departure of our cruising vessels by some unknown route or other, and therefore abandoned their predatory enterprises around that quarter, or rather turned their prows elsewhere prior to their attacks, our efforts have nevertheless not been altogether in vain. For thereby have been prevented and thwarted not only their intended landing and attack on the Residencies of Manado and Gorontalo, as appears from the inserted account in the secret Resolution of 18 October of the past year, but also all further perils to be feared from that nation if they had found a clear path for the execution of their disastrous designs. Various expenses incurred on the aforementioned expedition have been reimbursed, and others, having been incurred without authorization, paid back. Cruising against the Pirates. Paragraph 18. To the Commissioners, after proof of the validity of the expenditures made, there was validated 90 rixdollars in cash, 9 pieces of blue-brown salempores, and 80 jugs of arrack for the hire of small rowing vessels to scout the waters; furthermore, 34 rixdollars 12 stuivers, 6 and a half pieces of blue-brown salempores, and 14 jugs of arrack paid to natives who fetched water and firewood at places where the boats could not approach the shore; or together 124 rixdollars 12 stuivers in cash, 15 and a half pieces of blue-brown salempores, and 94 jugs of arrack. But, on the other hand, there was imposed upon the aforementioned Commissioners the restitution of 80 rixdollars in cash, 15 pieces of blue-brown salempores, and 113 jugs of arrack, as having been issued without authorization and without necessity as refreshments to their subordinates, who were properly provided with sea rations; humbly trusting that this arrangement may be honored with Your High Mightinesses' approval. A new expedition is decreed. Paragraph 19. To the undertaking of another expedition against the Magindanaos, we were moved by a brief letter, inserted in our secret Resolution of 14 September of the past year, from the Postholder of Tabukan, Wegerlijn, dated 13 January of the current year, whereby the said non-commissioned officer informed us that in the aforesaid month 17 large prahus, some fitted with chaloup riggings, had sailed past his post, all turning their prows towards the direction of Siau. Having to conclude from the description of those vessels that the Magindanaos, who in the previous year were hindered in their predatory designs by the cruising expedition sent against them, were possibly intending to take their chance earlier this year, and fearing that they might principally have their sights set on the Residency of Manado, we ordered the preparation with all haste of the pantchiallang De Eendragt, the cruiser, and Het Kasteel Orange, reinforcing them with 36 men of the militia from our garrison under Ensign Mittendorf. Commission under the aforementioned Commissioners. Application to the King of Ternate for the reinforcement of our pantchiallangs to be sent out with some korakoras, provided no payment is demanded therefor. Ensign Mittendorf, whom we dispatched together with the chief mate and commander of De Eendragt, Jacob Spruit, as Commissioners, and provided them with an applicable instruction, as well as rations for 3 months, namely from mid-March to mid-June, judging that, since the fast of the Mohammedans was to fall around the aforesaid time—when the Magindanaos, who observe the laws of Mohammed very strictly however inclined to plunder, always return to their country by that time—we might then safely allow our pantchiallangs to return, each with a good cargo of rice. Paragraph 20. The First Signatory meanwhile, having seen from the report of the previous Commissioners the necessity of rowing craft—a need into which cruisers who go out with vessels of the charter of our pantchiallangs almost always fall when they come before shallow bays and inlets which they wish to search, and having been able to devise no rowing prahus more serviceable for this purpose than korakoras—would nevertheless, mindful of the great expenditures which have risen to an astounding height in this Government during the war of our State with the Crown of England and during the not yet quelled unrest with the natives, not have dared to proceed to demand those korakoras from His Highness of Ternate, if the same, after we had made him understand in a separate conference in the most discreet manner how improper it would be that the Company, upon dispatch against a common enemy, should each time have to pay 3 rixdollars 36 stuivers per head monthly to His Highness's subjects who went along and yet had as much interest as the Company in the attempted destruction of the Magindanao pirates, besides the rations of 40 pounds of rice and 3 pounds of salt, had not agreed to these friendly representations.

Dutch transcription

ze hebben manado niet van den vijand gedekt deeze expeditie al weder niet is bereikt geworden het principale oogmerk, waartoe eigenlijk is aangelegd geweest, om namelijk den zeedert Jaren herwaards in de maanden April Meij of Junij op roof naar de kust van Celebes afgekomen Magindanauer een gevoeligen slag toe te brengen het zij dat de rovers van de opdading onzer kruijs vaartuigen langs den een of anderen onbekenden weg kennis gekreegen, en daarom van derzelver roefzugtige ondernemingen om dien ovird hebben afgezien, dan wel hunne stevens te min voor de aanslagen naar elders hebben gewend zijn egter onse pogingen niet ten eenemaal vrugteloos ge„ „weest, vermits daar door voorgekomen en verijdeld zijn niet alleen derzelver blijkens g'insereerd Relaas ter secreete Resolutie van den 18: octb: a: p: voorgenomen landing en attaque op de Residentien Manado en Gorontalo, maar ook alle verdere van die natie te dugtene omheilen, wanneer ter uitvoering van En hunne funeste desseiren de baan schoon hadden gevonden: 818 317 Nev=s gem: op voorsch: togt gedane bekostigingen zyn vergoed geworden. en andere weder als onge„ qualificoerd geschied, weeder uitgekeerd kruising op de Rovers §18 Aan de Commissianten „ na aangetoonde deugdelijk„ heid der gedane uitgaven gevalideert rd=s 90: contant, 9: p„s salempoeris br: bl: en 80: kannen Arak voor het huuren van kleene schep vaartuigen ter bespion¬ „neering van het vaarwater, voorts rd=s 34: 12:—: 6½ p„s salempoeris br: bl: en 14: kannen arak be„ taald aan water en brandhout gehaald hebbende, Jnlanders op plaatsen daar de schuiten den wal niet hebben konnen naderen, of te zamen rd=s 124: 12: Contant 15½ p=s salempoeris br:ll: en 94: kamen arak, dog daar en tegen aan voorn: Commissianten opgelegd de restitutie van rd„s 80: contant 15: p„s salemp:s br: bl: en 113 kannen, trak, als ongequalificeerd en buiten noodzake„ lijkheid uitgereikt voor verversing aan derzelver onderhorigen, die behoorlijk van zee randeoen voorzien waren, needrig vertrouwen dat deze schikking met Hoogst derzelven goedkeuring moge werden gehonoreerd: Eene nieuwe be„ §19 Tot den aanleg eener andermalige expeditie odenwrd gearresteerd. tegen de Magindanauers, wierden wij ge„ C:„ gepermoveerd door een ter onze secreete Resolu„ tie van den 14: Sept: a: p: g'insereerd briefje van Taboekans, Posthouder wegerlijn d: d: 13: Jamu a: E: waar bij gedagte onder officier ons berigte„ dat in voosz: maand 17: groote en zommigen met Chialoeps tuigen voorziene prauw en voorbij zijn post waren gezeild allen de stevens keerende naar de kant van Chiau; uit de beschrijving dier vaartuigen hebbende moeten opmaken, dat het Magindanauers, die in den voorleden Jare door de op hun afgezondene afgezondene kruis expeditie gehindert in derzelver roofzugtige desseinen, mogelijk voornemens waren, om in dezen Jare hun slag vroegtijdiger waartenemen, en bedugt, dat zij het principaal op de Residentie Manado mogten hebben gemunt, lieten wij met allen spoed toerusten de Pantjallang, eng de eendragt, den kruisser en het kasteel orange versterkten dezelven met 36: koppen militie uit ons Guarnisoen onder den vaandrig Mittendorf 319 solie onder na„r gen„e commissianten van Ternaten ter verster„ prins pantjallangs, met aeenige corra corras Mittendorf, dien wij met den opperstuurman en gezaghebber van de Eendragt Jacob Spruit tot Commissianten dispicieerden, en hun voorzagen van eene applicable Instructie, mitsgaders randcoen voor 3: maanden, nam: van medio Maart tot medio Junij oordeelende, vermits tegen voorsch: tijd der Mahometanen vasten kwam intevallen, als wanneer de Magindanauer de wetten van Mahomet zeer naaukeurig onderhoudende, hoe zeer ook gesteld op roef, altoos tegen dien tijd weder naar hun Land zyn gekeerd, als dan onze Pantjallangs ijder met eene goede lading rijs gerust te mogen laten terug keeren. §20 Door den Eersten Teekenaars immiddens uit Aanzoek bij den koning het rapport der vorige Commissianten zijnde king onzer aftezenden in gezien de benodigtheid van schep vaartuigen waarinne de kruissers, die met vaartuigen van t' charter als onze Pantjallangs uitgaan, meest al geraken, wanneer komen voor ondiepe bogten en inhammen, die zij door„ „snuffelen C:„ S ten mitsdaar voor geen betaling & gevergd wierd „snuffelen willen, en daartoe geen dienstiger schep prauwen dan korrakowas hebbende weeten uit te denken, zoude egter, indagtig der grote uitgaven, die ten dezen Gouvernemente geduu„ „rende den oorlog van onzen staat met de kroonewa Engeland en geduurende de nog niet gedempte onlusten met den Jnlander, tot eene verbazende hoogte gesteegen zijn, niet hebben durven overgaan tot het vergen dier kowakowas van zijne Ternaatsche Hoogheid, zoo dezelve na dat hem in eene aparte conferentie op de discreetste wijze hadden doen begrijpen, hoe oneigen het ware, dat de Comp: bij afzending op een gemeenen vijand, telken reijse aan zijner Hoogheid onderdanen, die mede gingen en dog bij de getenteerd wordende verdelging der Magindanausche Rovers zoo veel be„ lang as de Compagnie hadden rd„s 3: 36:—. per kop maandelyks moest uitkeeren buiten de randioenen van 40: lb Rijs en 3: lb zout„ op deze vriendelijke vertogen niet hadde worden toe gestaan 225 2 waalf

NL-HaNA_1.04.02_3676_0367 view scan ↗

English

twelve of those vessels were granted, granted twelve of his best and well-manned korrakorras, without, as has already been cited under section 4, demanding anything more for them than the ordinary ration of rice and salt for the maintenance of his subjects, which ration, in order to clear away a dispute between the Ternatans and the heads of the expedition arising from a misunderstanding regarding a double measure of 75 and a single measure of 40 lb of rice, quoted at length in our resolution of 7 June, was subsequently fixed at 55 pounds. Section 21. Meanwhile, our vessels, combined with the 12 abovementioned Ternatan korra korras, having cruised at the latitude of Manado, Poelo Biaro, and Banka until the end of the month of May in accordance with the contents of the written instructions handed to the commissioners, without having encountered the enemy, the Manado supervisors, Bookkeeper Schoe and Ensign Pelaton, to whom, following the deceased Resident Boot whose death occurred on 7 March, the authority at the aforesaid residency had been entrusted until the arrival of Resident Mersz, delegated by us, were unexpectedly alarmed by two letters that arrived shortly after one another on 23 May and 14 June from Chiauw's King Ismael Jacobs and Quandang Resident Klingbeil, accompanied by some emissaries from the petty king of Bwroel, also provided with a letter. In these, the former king and the Quandang resident informed the late Resident Boot of the arrival of 19 Magindanao pirate proas at the Sangir island of Lipang, and the second, along with the emissaries, gave report regarding the appearance of 9 also Magindanao proas in the bay of Bwrool, over which last-mentioned enemy the people of Brool, after having been engaged in combat with him for 25 full days, had achieved victory and had put him to flight, while in the aforesaid so prolonged fight only one man had been wounded on the side of the people of Brool, and the enemy had threatened the people of Brool that he would return before long with greater force. Section 22. Hereupon, and at the pressing missives of Resident Klingbeil, who, notwithstanding a more than full garrison of over 20 heads and a fort that is not even approachable for an enemy from the sea side, was extraordinarily bewildered by the aforesaid reports brought to him from the people of Brool, the supervisors having decided, according to what was communicated in their letter of 14 June, to dispatch from the cruising fleet 8 korrakorras with all the military personnel under the first commissioner, Ensign Mittendorf, for the relief of Quandang and to drive off the enemy along the coast, of which fleet the pantjallings had had to enter the bay of Manado to be repaired, we were obliged to accept this arrangement as a matter already settled and undertaken with good intentions. But from a subsequent letter inspected by the first signatory dated 25 July, we perceived with no less astonishment than displeasure that the said supervisors were to let the entire cruising fleet depart for Bwool under the commissioners Ensign Mittendorf and Chief Mate Spruit, because, as they claimed, the Ternatans, who according to what they had previously communicated were on the point of departing thither with 8 korrakorras and the military under Ensign Mittendorf for the relief of Quandang and Bwool, had changed their minds and would no longer advance upon the enemy unless they were accompanied by the entire korra korra force and the pantjallings that had sailed out from here together with them. We thereupon wrote to the provisional Resident Hersz, who had departed in the meantime, how we had accepted the dispatch of only 8 korrakorras with the military under Mittendorf as an act done with good intentions, although we had then already strongly doubted whether, now that the season was so late and the Mohammedan fast was at hand, anything of importance would indeed be achieved thereby, but that we had not imagined that the supervisors Pelaton and Schoe, having seen the Ternatans retreat on pretexts that, as we thought, indicated clearly enough their aversion to roaming the sea any longer, would nevertheless have proceeded to dispatch them with the entire cruising fleet against an enemy of whose power, courage, and conduct they could have formed nothing other than the lowest conception, after it had appeared to them from the account of the people of Brool that of the latter, after a battle of notably 25 full days, only one man was severely wounded and victory had been obtained over the enemy, and of which enemy they moreover ought to have thought that, since it had grown late in the season, he would return home in haste. Section 23. And since it was recognized by their supervisors themselves that the dispatch of the entire cruising fleet could not be justified with sufficient reasons, and they therefore cited as a stronger argument their fear for ships and vessels that sometimes arrive from Batavia by the outer route and could easily be overpowered without this protection, and we had learned from other sources that a lack of rice, with which our pantjallings had to return hither after the completion of their cruise fixed at three months, had perhaps moved the aforesaid supervisors Schoe and Pelaton, and that they had kept the true reason hidden.

Dutch transcription

25 321 twaalf dier vaartuigen worden toegestaan toegestaan twaalf zijner beste en wel bemande korrakowas zonder gelijk onder §4: reeds is aange„ haald daar voor iets meer te vorderen dan het ordinaire randcoen van rijs en zout tot onderhoud zijner onderdanen welk randcoen„ vervolgens, om een ter onze resolutie van den 7: Junij breedvoerig aangehaald verschil tusschen de Ternatanen en de Hoofden der Expeditie ont„ „staan uit een misverstand omtrent eene dubbelde van 75: en enkelde maat van 40: lb rijs, uit den weg te ruimen bepaald is op 55: ponden: § 21 onze vaartuigen midlerwijlen gecombineerd met de 12: boven gen: Ternaatsche korra korras, naarvolgens den inhoud van het aan de Com„ „missianten ter hand gestelde Berigt schrift, op de hoogte van Manado Poelo Biaro en Banka gekruist hebbende tot in het laatst van de Maand Meij zonder den vijand te hebben ontmoet, wierden de Manadosche opzieners C:„ H „ te Manado word door rij„ andlijke gerugten geallarmeerd. op schrijvens van Chiauws Resident klingbeil De vyand koomt de Brhole„ „resen bezoeken en word van hen verjaagd opzieners de Boekhouder schoe en vaandrig Pelaton, /dien na het op den 7 Maarta hngogcteerde overlijden van den Resident Boot het gezag ter voorsz: Residentie was aanvertrond tot de overkomst van den door ons p. l g'teligeerden Resident Mersz:) onverwagts geallermeerd door twee kort na den anderen op den 23: Mei en 14: Junij bij hun ingekomene brieven van Chiaus Koning Ismael Jacobs en quandang Resident Klingbeil verzeld door eenige zendelingen van Bwroels koningje mede voorzien van een brief waarbij de eerste koning en van quandangs aan wijlen den Resident Boot bedeelde de aan„ „komst van 19: Magindanausche roofpraauwen komen bij het sangirsch Eiland Lipang, en de tweede benevens de zendelingen berigt gaven wegen de opdaging van 9: meede magindanaush prauwen, in de kwal van Bwrool over welken laatstgem: vijand de Broolereesen na dat 25: etmalen lang slaags met hem waren 30 la groote geweest komen E 323 grote ontsteltenis te van quandane De manadose op zieners besluiten auwen die residentie te hulp te geweest, de victorie behaald en hem hadden doen de vlugt nemen, terwijl bij voorsz: zoo langduu„ „rig gevegt aan de zijde der Brooleresen slegts was gekwetst één man, en de vijand de Broolereesen hadde bedreigd, dat eerlang met meer magt zoude weder keeren: § 22 De opzieners hier op en op de pressante aanschrijvens van den Resident Klingbeil, die, in weerwil eener meer dan voltallige bezetting van ruim 20: koppen en een fort, het geene van den zeekant voor een vijand niet eens genaakbaar is, door voorsz: hem van de Broolereesen aangebragte berigten, buiten gemeen was verbijsterd, volgens het bedeelde bij derzelver brief van den 14: Junij hebbende besloten, om tot onzzet van Quandang en ter verjaging van den vijand langs de kust uit het kruijs vlootje, waar van de Pantjallings in de Manadosche kwal, om gerepareerd te werden, hadden moeten inlopen C:M Hleij g te aan„ komen tweede wegen met 8: Ternaatsche Corra Corras maar zenden de gansche kruijsvloot af inlopen te depecheeren 8: zorrakorras met alle de militairen onder den eersten Commissiant den vaandrig Mittendorf, moesten wij deze schikking als eene gedane en met eene goede intentie ondernomen zaak passeeren; dog bij een naderen aan den eersten teekenaar ingezigten brief d: d: 25: Julij ontwaarden wij met niet minder verwondering als misnoegen, dat op gem: opzie„ „ners het geheele kruijs vloetje onder de Commissi„ anten den vaandrig Mittendorf en opperstuurman spruit naar Bwool zouden laten vertrekken, om dat zij zoo voorgaven, de Ternatanen, die volgens het bevorens door hun bedeelde, met 8: zoorakorras en de militie onder den vaandrig Mittendorf tot onderstand van quandangen Bwool, naar derwaards stonden aftesteeken, van concept veranderd waren en nu niet meer op den vijand los wilden gaan, of ze moesten van de geheele korra korra magt en de met hun van hier te gelijk uitgelopen Pantjallangs gevolgd on 29 325 gevolgd worden: wij schreven hier op den inmiddens vertrokken p:l Resident Hersz: aan, hoe wij de afzen„ „ding van maar 8: korrakorras met de militie onder Nittendorf als eene met goede inzigt gedane zaak hadden gepasseerd, schoon wij toen ongenoegen hier war reets sterk hadden getwijfeld, of, nu het zoo laat in de tijd geworden en der Mahometanen vasten voorhanden was, daarmeede wel iets van belang zoude werden uitgevoerd, maar dat wij ons niet verbeeld hadden, dat de opzie„ „ners Pelaton en schoe de Ternatanen hebbende zien agter uit treeden op voorwendsels, die derzelver afkeerigheid, om langer op zee te zwerven, zoo wij meenden, niet onduidelijk te kennen gaven evenwel zouden zijn overge„ „gaan tot derzelver afzending met de geheele kruisvloot tegen eenen vijand, van wiens magt moed en beleid zij zig geen ander, dan het geringste denkbeeld hadden konnen formeeren, na dat hun uit der Broolereesen Relaas gebleeken C:„ lle zie¬ man , S E 2 1/30 „de opzieners halen alles bij wijse te wettigen die 'er hen toe heeft ge„ bedekt. gebleeken was, dat van de laatste naar een gevegt van NB. 25 etmalen slegts één maat zwaar gewond en de victorie over den vijand behaald geworden was, en van welken vijand zij bovendien hadden moeten denken, dat hij, dewijl het laat in de tijd geworden was, ijlings terug en naar huis keeren zoude: § 23: En daar, door hun opzieners zelven ingezien „om deese hunne handelen wierd, dat de afzending van de geheele kruis vloot met geene genoegzame redenen te wettigen was, en zij daarom tot een sterker argument aanhaalden hunne bedugting voor schip en vaartuigen, die zomtijds van Batavia buiten om komende, zonder deze dekking ligtelijk konden werden overmeesterd en wij van ter zijde hadden vernomen, dat mangel aan rijs, waarmede onze Pantjallings naar de volein„ „diging van derzelver op drie maanden bepaali en houden de ware reden kruistogt, naar herwaardts reverteeren „permoveerd, mogelijkt moesten, voorn: opzieners schoe en Pelaton wel v V F

NL-HaNA_1.04.02_3676_0373 view scan ↗

English

Whereafter the new Resident must conduct an investigation regarding those who come to fabricate such stories, which mostly motivated the dispatch of the aforesaid small vessels needed here with good cargoes of that grain. We ordered the aforesaid provisionary Resident Mersz to inform us truthfully about this without delay, and on that occasion, recorded in our Resolution of 5 July, took a permanent decision to henceforth charge to the account of the Heads at the Outer Stations not only all expenses incurred for the Company based on the reports received from there and subsequently found to be false for the Government, but also the damages that might in time result for the Company from the démarches made by us based on reports found to be false. We are also by no means minded to validate anything whatsoever of all that may have been defrayed by the aforesaid overseers after the three months' cruise under Sittendorf and Spruit had expired, in case it be found that these overseers sought to blindfold this Government with exaggerated descriptions of danger while none existed, and that such was done merely to cover up their inability to have the vessels returned immediately laden with rice after the expiration of the cruise according to the order sent to them. Furthermore, we demanded that the aforesaid provisionary Resident Mersz, upon finding that they had been needlessly sent to Quandang and Bwrool, immediately recall the cruising pantjallangs and cora-coras, so that they, together with the sloop De Langmoedigheid which departed with him for Manado, may return with good cargoes of rice, of which we were in as much want here as of vessels. Paragraph 24. But we soon perceived that all our precautions and the orders dispatched to Manado to prevent the damage likely to arise in time for the Company from this démarche were in vain, because on 14 August last, by a letter from the frequently mentioned overseers dated 24 July preceding, and an advisory note with an extract from their journal sent to the said overseers by the First Commissioner Mittendorf and the Chief Mate van Nederpelt, who holds authority on the pantjallang De Kruisser, we came to learn with no less surprise than indignation that these our commanders of a small cruising fleet dispatched by us under Mittendorf and Spruit to protect the Manado Districts against a feared hostile attack from the side of the Magindanaus, instead of responding to our well-meaning efforts, wished to search by force of arms close to Quandang under Bolontio three padewakangs belonging to Quandang, provided with proper passes for trade to Palilla by Quandang's Resident Klingbeil, whose nakodas are known to us as good people and very well-disposed toward the Company, who for years have held their domicile in Gorontalo and Quandang. This inspection was accompanied by so much insolence and violence that the crew of one of the aforesaid padewakangs, to free themselves from the oppression of their abusers, came to the desperate decision to run amok, whereby the Second Commissioner, the Chief Mate Spruit, together with a sailor, were killed, and many of our men and of the Ternatans were severely wounded. Paragraph 25. This disastrous event, whereby we, who already have to stand against many enemies, brought even more upon ourselves, caused all the greater anxiety here, because according to reports almost all the Quandang traders killed there have many relatives in that place, and for this reason we must not without cause be fearful that these people might come to avenge the misfortune that befell their deceased blood relatives through the actions of our men upon the poor Quandang garrison. Paragraph 26. In the meantime, in order to prevent as much as lies in our power all disasters to be feared from this, we have dispatched without delay to Manado, Quandang, and Gorontalo a declaration translated into Malay, whereby, for the information of the kings and other native peoples concerned therein, we utterly condemn the outrages committed by the Commissioners without our order or knowledge, and have promised compensation as far as feasible to the survivors or the relatives of those killed. Furthermore, by written order we have charged the provisionary Resident Mersz, after he shall have recalled the pantjallangs without delay, to have the First Commissioner Mittendorf arrested, who escaped the mortal danger and who should not have tolerated such an inspection accompanied by violence, much less helped carry it out in person, with the sealing of his goods and those of the Second deceased Commissioner Spruit, in order if necessary to find from them a part of the compensation promised to the victims, and to send him under secure escort hither, so that he, along with all who shall be found guilty of the aforesaid crime, may be punished exemplarily and as a deterrent to others; just as we have requested the King of Ternate to give strict orders to his Chiefs on the expedition that all goods taken as booty by the Ternatans must be delivered to the provisionary Resident Mersz.

Dutch transcription

327 waarna de nieuwe Resident onderzoek moet doen omtrent de zulken die der komen op te disschen wel meest tot de afzending van voorsz: hier met goede ladingen van dat graan benodigde kieltjes bewogen hebbe, gelaste den wij voorn: p=l Resident Mersz:, om ons zonder uitstel hier van naar waarheid te informeeren, en namen bij die gelegenheid een ter onze Resolutie van den 5: Julij aangeteekend permanent besluit, om voortaan voor reekening der Hoofden op de Buiten Comptoiren te laten, alle bekostigingen die op de van daar ontfangen en vervolgens. hoe men handelen zal valsch bevonden wordende narigten voor de Regering valsche narigte Compagnie werden gemaakt niet alleen, maar ook nog de nadeelen, die uit de, op verkeerd bevonden naarigten door ons gemaakte demorches voor de Compagnie in der tijd zouden mogen resilteeren: zijnde wij ook geenzins van meening, iets hoe genaamt te valideeren, van alles, wat door voorn: op zie„ „ners mag wezen bekostigd, naar dat de kruistogt van drie Maanden onder sittendorf en C:„ M gt geveg ond hadden de huis s voor ia 2 34 slegt gedrag der kruyshoofd en beschreeven en spruit, g'expireerd is geweest, bij aldien bevonden word„ dat zij opzieners getragt hebben deze Regeering te blinddoeken met breede uit meetingen van gevaar, terwijl het niet voor„ „handen was, en zulks alleen geschied zij om bedekt te houden hun onvermogen, om de vaartuigen naar luid der aan Een afgegane ordre, naar Expiratie der kruistogt terstond met rijs beladen te laten retourneeren voorts demandeerde wij voorn: p=l Resident Mersz:, om de kruijs Pantjallangs en Cerra Corras, op bevinding, dat noodeloos naar quandane en Bwrool waren afgezonden, ten eersten terug te ontbieden, om met en benevens de met hem naar Manado vertrokkene Chialoep de Langmoedigheid te laten terug keeren met goede ladingen rijs, waar aan hier zoo wel als aan vaartuijgen gebrek hadden. §/24 Dog wij ontwaarden eerlang, dat alle onze praecautien en ter voorkoming van het uit 23 329 zij doen van behoorlijke pasce voorziene Boegi„ neesen geweld aan. uit deze demarche voor de Maatschappij in der tijd te ontstaan naadeel naar Manado afgezon„ „dene ordres te vergeefs waren geweest, vermits op den 14: Aug:s L: L: bij een brief van meerm: opzieners d: d: 24: Julij bevorens en een, door den eersten Commissiant Mittendorf en den op de Pantjallang de kruisser het gezag roerenden opperstuurman van Neederpelt aan gem: opzie„ „ners met een Extract uit derzelver Journaal toegezonden advis briefje met niet minder bevreemding als verontwaardiging kwamen te vernemen, dat deze onze Hoofden van eene tot dekking der Manadosche Districten voor eene gevreesde vijandlijke aanranding van de zijde der Magindanauers door ons afgezon„ den Kruijsvlootje Mittendorf en spruit, in steede van aan onze welmeenende pogingen te beantwoorden, digt bij quandang onder Bolontio gewapender hand willende visiteeren drie door quandangs Resident Klingbeil met E:„ M n n en den 2den Commissiant om hals brengen deeze gebeurten is kan nog met behoorlijke passen ten handel naar Palilla voorziene te quandang te huis horende padewa„ „kans, welker Anachodas bij ons bekend zijn als goede en voor de Comp: zeer wel meenende lieden, die Jaren lang te gorontalo en quandang domicilium hebben gehouden; deze visitatie van zoo veel onbescheidenheid en geweld verzeld zij gegaan, dat de opvarenden van een der die daarop Hlamok maken voorsz: Padewakans; om zig van den overlast door spruit na=s een matioshunner geweldenaren te bevrijden tot het wanhopig besluit waren gekomen, van hamok te maken, waar door de tweede Commissiant de opperstuurman spruit nevens een matroos gesneuveld mitsgaders veelen der onzen en der Ternatanen zwaar gekwetst waren: §25: Deeze funeste gebeurtenis waar door ons, kwaade gevolgen hebben die bereeds tegen veele vijanden 't hoofd moe„ ten bieden nog meer anderen, op den hals zyn gehaald baarde hier eene des te grooter bekommering, om dat de daar bij, volgens berigten E - of 331 na vermogen heeft voorzien berigten, meest allen gesneuvelden quandangsche handelaaren zijnde aldaar veele naabestaande hebben, en wij hier om niet zonder reden moeten bedugt wezen, dat dezen het haare ontzielde bloed verwanten door toedoen der onzen overge„ komen ongeval, op de arme Quandangsche bezettelingen mogten komen te wreeken; schoon men hier tegen 26: wij hebben midlerwijlen om alle daar uit door eene open declaratie te dugtene onheilen, zoo veel in ons is, voor„ tekomen, zonder uitstel naar Manade, quan„ „dang en Gorontalo laten afgaan eene in het maleijsch getranslateerde declaratie, waarbij tot naarigt der koningen en verdere daarbij belang hebbende Inlanders, ten uitersten afkeuren de door de Commissianten, buiten onze last of kennis; gepleegde wan bedrijven en den nog in het leven geblevene of naabestaan „den der gesneuvelden eene zoo naa doenlijke schaaver goeding hebben toegezegd, voorts hebben wij den p„l Resident Mersz: bij aanschrijvens C„ M A d 436 en den Eersten Commissiant in arrest op te ontbieven aanschrijvens gelast, om den het levensgevaar nog ontsnapt zijnden Eersten Commissiant Mittendorf, die eene dusdanige met geweld verzeld gegane visitatie niet hadde moeten tolereeren veel min in persoon helpen ter uitvoer brengen, na dat hij Resident de Pantjallangs zonder vertoeven, zal hebben op ontboden, te laten arresteeren onder verzeegeling zyner goederen en die van den tweeden gesneurelden, Commissiant spruit, om des noods daaruit te vinden een gedeelte der aan de verongelukten toegezegde vergoeding en in verzeekering her„ „waards te zenden, ten einde nevens allen, die aan voors: euveldaad schuldig zullen wer„ „den bevonden; voorbeeldelijk en tot afschrik van andere, te werden gestraft, gelijk wij den koning van Ternaten hebben verzogt om stricten last te geven aan zijne in expeditie zynde Hoofden, dat alle door de Ternatanen buit gemaakte goederen aan den p„l Resident Martz:

NL-HaNA_1.04.02_3676_0379 view scan ↗

English

on account of the aforementioned case, precautions being taken because of the news last year in March, were returned, in order to be sent back without delay to Quandang with the other goods to be found among the Company's servants. Paragraph 27. This being all that we can presently impart to Your High Noblenesses, awaiting further reports of this fatal and, to us, very distressing case, since we have as yet obtained no further reports from Manado upon our aforesaid arrangements, we shall, as the necessary matters regarding Paragraph 28. the collection of the products harvested here are dealt with in our humble general letter, proceed to bring to Your High Noblenesses' honored notice some resolutions taken in secret discussions upon the letters received from Paragraph 29. the Residencies, noting initially that the late Resident of Manado, Boot, upon the advice given to him by us regarding the appearance of the Tidorese, Maba, and Pattanirese pirate fleet under date of 4 October of the past year, for the immediate spying out of the straits of Banka and Lembe, as well as for obtaining and sending forward news regarding an embassy which he, the Resident, suspected or feared the aforementioned marauders might come to make or had made to Magindanao for help, hired two light rowing proas manned by 14 native hands; furthermore, in order to place himself in a proper state of defense, he had hurriedly made several gun ports still lacking in the fortress for 4- and [illegible]-pounder cannons in places where he judged them most fit for repelling hostile attacks, as well as the necessary shot boxes and handspikes; we have validated the hire wages paid out by him to the amount of 20 rixdollars per month for the 14 proa rowers and vessels, as well as the labor wages paid to the amount of 25 rixdollars to six native masons and four carpenters who were employed on the aforesaid work, the former for 10 and the latter for 8 days; the first considering that he, the Resident, had to proceed to hiring those vessels because the Ternatean korakoras dispatched from here for the protection of his Residency and for the relief of the Alfoors stationed over there had not yet arrived, and because the two old and infirm craftsmen stationed there were not capable of completing that work with the speed required by the imminent danger. Paragraph 30. The aforementioned deceased Resident having furthermore informed us by letter of 31 November of the past year, how it had been reported to him by credible people that some of the Ternatean auxiliary troops, consisting mostly of recently subjugated Cauw and Tobaro Alfoors who had arrived in relief for the protection of his Residency, had intended to attempt to scale the walls of the fortress from the outside, for which reason he, in order to show no sign of mistrust to these peoples and yet to be rid of them for a time, had dispatched four of their korakoras to occupy the straits of Banka and Lembe, and, in order to make an undertaking of that nature as impossible as possible, had without delay ordered a start to be made on the plastering of the still unfinished perimeter wall; furthermore, because waiting for the village peoples obligated to that work would have taken too long, he had taken into service some Tondaners alongside sixteen native masons for the rapid burning of the necessary lime; hereupon we, as has also appeared from the outcome, judged that these reports given to him must have had their source in the news blown over from here regarding the massacre of the servants at Tidore, which, making the Tobaro and Cauw people suspect with some additions, had struck a panic fear into the community at Manado and made them imagine those peoples executing things they probably never thought of; for which reason we resolved in the session of 1 December strictly to order the Resident to recall these dismissed auxiliary troops from Bankas and Lembe as soon as the groundlessness of this suspicion should have become clearly apparent to him, so as not to strip his Residency bare by their dispatch; but because the plastering of the perimeter wall of the fortress ought to have been taken in hand long ago and was regarded as a necessary work, we authorized him to proceed with it, and after its completion, by secret resolution of 7 June current, upon the Resident's letter of 24 February prior, validated his account of 8 pieces of salempoeris broad blue expended on the Tondaners, along with 100 lb of salt and 5 rixdollars for fish money, and 80 rixdollars to sixteen masons who had been engaged in that work for twenty days; furthermore approving the employment of 12 burghers at 4 rixdollars and 40 lb of rice, from the month of November of the past year until January current, to which the said Resident had to proceed because, due to a sickness prevailing in Manado during that turbulent time, almost all the

Dutch transcription

37 333 wegens voorm: geval worden genomen voorbehoedsels door de tijding in voorleeden Jaar Mersz: werden terug geleverd, om met de onder Comp„s Dienaren te vinden andere goederen zonder uitstel naar quandang te werden terug gezonden: §27: Dit alles zijnde, wat wij uw Hoog Edelh: van nadere berigzen te gemoet dit fataal en voor ons zeer verdrietig geval tegenswoordig konnen bedeelen, vermits op onze vorengem: schikkingen nog geene nadere berigten van Manado hebben erlangd, zullen wij vermits het nodige wegens 128. Den inzaam der hier vallende producten bij onze needrige gemeene word verhandelt, overgaan, om nog tot Hoogst Derzelven geëerde kennisse te brengen eenige bij secreete besognes geno¬ mene besluiten op de ontvangene brieven van §29: De Residentien, aanvankelijk noteerende, dat„ Manadis Rasident opelongn wijlen Manado's Resident Boot, op het door ons weg:s de opdagin den sabose kan hem gegeven advis, wegens de opdaging der Tidorese, Maba, Pattanirese roofvloot onder dato 4: october a: p: ter onverwijlde bespioneering C:„ H aar en voer gezien. den tie en nt roofvloot Hlij laat de straaten Banka en Lembe door sruffelen en maakt nog anders toestel bespioneering der straten Banka en Lembe, mitsgaders ter erlanging en voortzending van naarigten wegens eene bezending, die hij Resident vermoede of bedugt was, dat voorn: Marodeurs om hulpe naar saginda„ „nau mogten komen te doen of gedaan hebben, in huur heeft genomen twee ligte schep„ „prauwen bemand met 14: koppen inlanders voorts om zig in eenen behoorlijken stant van „e fensie te stellen met 'er haast heeft laten aanmaken eenige aan het fortres nog ontbreekende schiet gaten voor 4: en ponder Canons op plaatsen, daarze ter afweering van vijandlijke aanvallen be„ „kwaamst oordeelde, mitsgaders de nodige kogel bakken en handspaken, wij het door hem uitgereikte huurloon ten emporte van rd„s 20: ter maand voor de 14: prauw scheppers en vaartuigen zoo wel hebben gevalideerd als het verstrekte arbeidsloom ten 37 335 nev„s eenige bekostigingen opgevat wantrouwen te Manado van anderen aangekomen Alfoeren. ten emporte van rd„s 25: aan ses Jnlandsche metzelaars en vier Timmerlieden die de eerst„ gem: 10: en de laatste 8 dagen aan voorsch: werk gebeezigt waren geworden, het eerste uit aan„ die hem worden goed gedaan merking, dat hij Resident tot het huuren dier vaartuigen moest overgaan, om dat de tot dekking zijner Residentie en ter aflossing dersginter bescheiden Alfoeren van hier afge„ stokene Ternaatsche korrakowas daar nog niet waren aangekomen, en om dat de aldaar bescheidene twee oude en zwakke ambagts„ lieden niet in staat waren, om dat werk met dien spoed aftemaken, dien het op handen zijnde gevaar vereijschte §30 Door gem: overleeden Resident ons wijders tagen de aldaar in afcusing bij letteren van den 31: November a: p: bedeeld zynde, hoe hem, door geloofwaardige lieden was aangebragt, dat eenigen uit de tot dekking zyner Residentie in verwisseling aangekomene meest uit onlangs weder te C:„ e, a„ ben ge rte uw en loon bei r die op kruistogten en van de hand gezonden worden. te onder gebragte Cauw en Tobaroreesen Alfoeren bestaande Ternaatsche hulpbenden hadden willen onderneemen, om de muuren der fortresse van buiten te beklimmen, waarom hij, om geen oog van wantrouwen aan deze volkeren te geven, en egter voor een tijd van hun ontslagen te raken; vier hunner korrakowas hadde afgezonden tot het bezetten der straten Banka en Lembe, en om eene onderneming van dien aart, zoo veel mogelijk ondoenlijk te maken zonder uitstel een aanvang hadde laten maken met de bepleistering der nog on„ roltooide ringmuur, voorts, om dat na de tot dat werk verpligte negorijs volkeren altelang zoude hebben moeten wagten, tot het spoedig branden van den nodigen kalk in dienst hadde genomen eenige Tondaners nevens sestien inlandsche metzelaars; hebben wij hier op, gelijk bij 41 337 de resident heeft geen reden gehad oom de Ternaat„ ringmuur bij de uitkomst ook is gebleeken, geoordeeld, dat deze aan hem opgegeven berigten haar sorice moesten hebben uit de van hier overge„ waarde tijding wegens de massacre der Die„ ache Alderen te misiomen waaren te Tidore, welk met eenige de Tobaro en Cauiwvereesen versagt makende bij roegsels der gemeente te Manado eene panique vreese op den haels gejaagd; en haar van die volkerendingen in verbeelding zien uitvoeren, waar aan waarschinlijk nooit gedagt hebben„ waarom wij ter sessie van den 1: December besloten den Resident ernstig te gelasten, om deze van de hand gezondene hulpbenden uit Bankas en Lembe weder terug te Wij bepleistend den ontbieden zoo draa hem de ongegrondheid dezer verdenking klaar zoude wezen gebleeken, ten einde door derzelver ver„ „zending zijne Residentie niet te ontbloten, om dat egter de bepleistering van C M enden ren 1 en voor en den 13e. Jar 176 vier — ren k en # reekening in. Dit en nog meer word eerd hem gevalide van de aingmuur der fortresse reeds voorlange bij der hand hadde behoren te werden geno„ men en als een noodzakelijk werk wierd aangemerkt, hebben wij hem gequalificeerd, om daarmeede voort te varen, en na dies voltooijing bij secreet besluit van den 7: Iunij Currt: op 's Residents aan schrijvens van den en diene zine 24: febr: bevorens gevalideerd 8: p=s salempoeris br: bl: bekostigd aan rds 5: aan vis geld de Tondaners med 100: lb zout en rd=s 80: aan sestien metzelaars, die twintig dagen dan dat werk waren beezig geweest, voorts geapprobeerd het in dienstnemen van 12: Bwegers â rd=s 4: en 40: lb rijs, van de maand November a: p: tot Januarij Curr=t waartoe ged: Resident moest overgaan om dat door eene in dien troublen tijd te Manado grasseerende ziekte meest alle de

NL-HaNA_1.04.02_3676_0385 view scan ↗

English

of the servants at Manado, the soldiers of his small garrison had fallen incapacitated; just as the said Resident also informed us by the aforementioned letters that his fear of the climbing of the wall of his fortress attempted by the Tobaro and Cauwerees Alfurs, which had been reported to him as mentioned above, had vanished again after a careful investigation based on certain reports received by him, showing that some of the aforesaid Alfurs who had attempted this had merely intended in jest to display their agility to their comrades. Paragraph 31. Having already brought to the esteemed notice of Your High Nobilities under the main section of the expeditions concerning your remarkable actions the contents of an advisory letter written by the King of Siau to the late Resident Boot, who has since died, wherein the said local ruler informed of the appearance of 19 Maguindanao pirate proas near the Sangir island of Lipang, which according to the statement of the King's messenger, the bearer of the aforesaid letter, had already captured a fishing proa with crew from Tabukan, who become frightened at the slightest rumor, we shall on that subject, regarding the Residency of Manado, further mention here how the overseers Schoe and Pelaton, imagining that these would merely be the forerunners of a much stronger force summoned to help by the rebel Nuku, informed us by their letters of 31 May and 14 June that for this reason they had deemed it necessary to dispatch the requisite advisories without delay to the Residencies of Gorontalo and Kwandang, and at the same time requested to be supplied as soon as possible with such ammunition of war and armory goods as they had petitioned for in their submitted requisition for the year 1785, and furthermore, in order to be better able to defend themselves against the feared undertakings of that enemy in case of attack, had retained at the Residency 12 men—soldiers recruited from the Manado burghers for this main office, whom they were otherwise obliged to send over here to perform their service at this castle, and who immediately think that the enemy is upon their heels. They are supplied with war ammunition. Although it did not seem improbable to us that the Maguindanaos, possibly informed of the station of our cruising fleet, might stay far out of its reach with some small piracies, we must nevertheless consider the fear expressed by the overseers—that these pirate proas, along with yet more others, had been called to assistance by Nuku—either as a pretext to justify their retention of our soldiers, or as the consequences of a panic fear; partly because we are very well aware that Nuku still stays on Ceram and in Papua, where the Maguindanaos will not easily come to his aid, and partly because that rebel, even if reinforced with Maguindanao aid, would not easily undertake anything, and certainly not against districts so far distant as Manado, at a time when the Mohammedan fast was at hand, at which time the Maguindanaos have always returned home. We have, however, supplied the requested ammunition, but could by no means approve the retention of 12 of our soldiers at a post which, besides 50 garrison troops, as stipulated by us in the year 1781 during the troubles, is moreover provided with a numerous citizenry and six Ternatan kora-koras, and therefore with that garrison ought to be deemed fully as capable of defending itself against the Maguindanaos as in the year 1776, when this was effected, though with fewer men, yet with good success; and equally we cannot approve that the overseers, entirely inappropriately, presented a gift of a piece of brown and blue salempore to the bearer of the letter containing the news regarding the appearance of the Maguindanaos, who, even if he had brought joyful tidings, would merely have complied with the order of his master, the King of Siau. Inappropriately incurred expenses are not reimbursed to them. Likewise, we have charged to the account of the overseers the 10 rixdollars spent on a vessel for conveying their letters to Kwandang and Gorontalo, as the kings and chiefs residing under the jurisdiction of Manado and Gorontalo are obliged to supply vessels and crews for that purpose without compensation, and former Residents have never paid anything for it. Paragraph 32. It having further been observed by us how for a considerable time we have continually received information about the passing and repassing of the Maguindanaos from the King of Siau and his son-in-law, the petty king of Tabukan, while neither of these, nor the other Sangir local rulers, are troubled by those marauders; and as this gave us no unfounded suspicion that they are all in league together and do not live in such great disharmony with that enemy, to whom they are moreover related by marriages of old, as they pretend, it is thus presumably suspected that the Sangirese are the spies of the Maguindanao pirates.

Dutch transcription

43 339 van de dienaren op Mlanado de militairen van zijn guarnisoentje impotent gevallen waren: gelijk hij Resident ons bij ged: aanschrijvens nog bedeelde, dat zijne bedugting voor de hier boven aangehaalde bij hem aangebragte door de Tobaro en Cauwereesen Alfoeren ondernomene beklimming der muur zyner fortresse weder was, verdwienen door zeekere bij hem ingekomene Berigten na een naauwkeurig onderzoek, dat eenigen van voorn: Alfoeren, die zulx hadden geprobeerd, daar door slegts schertsenderwijse derzelver vlugtheid aan haar makkers hadden willen vertoonen. §31 Bij 12s: onder het Hoofddeel der expeditien uw wonderlijke handelingen Hoog Edelh: reets hebbende ter g'eerde kennisse gebragte den inhoud van een door Chiaus Koning aan wijlen den immiddens overleden Resident Boot geschreven advis briefje, waar bij gev: Landheertjes bedeelde de opdaging van 19: Magindanausche roofprauwen bij het sangirsch Eijland Lipang, die volgens opgave„ van s Konings zendeling der brenger van voorn: brief, al eene vissers praauw met velk C:„M lange Jnij s ig „ alle F —4 2/46 die op het minste gerugtje vervaard worden. volk van Taboekan zoúden hebben opgevangen, zullen wij op dat sujct, betreffende de Residentie Manado, hier nog aanhalen, hoe de opzieners schoe en Pelaton zig inbeeldende, dat dit slegts de voorlopers zouden wezen van eene nog veel sterkere doir den Rebel Noekoe te hulpe „geroepen magt ons: bij derzelver brieven van den 31: Meij en 14: Junij: bedeelden dat uit dien hoofde hadden geoordeeld, om van deze tijding, zonder uijtstel de nodige advisen te laten afgaan naar de Residen „tien Gorontalo en quandang, en teffens verzogten, om ten spoedigsten te worden geriefd met zodanige ammunitie van oorlog en wapenkamers, goederen als bij derzelver overgezonden Eijsch voor A„o 17375 hadden gepetitieoneerd, en wijders om zig tegen de gedugte ondernemingen van dien vijand in cas van aanval te beeter te konnen defendeeren op de Residentie hadden aangezouden 12: koppen; voor dit Hoofdcomptoir uit de manadosche Burgerij aan geworven soldaten, die zij anders verpligt waren naar herw: 13. 341 en al aanstonds denken dat hen de vijand op de hielen zit zij worden gerierd met hadden oorlogs ammunitie„ herw: te laten overvaren om hun dienst aan dit kasteel te presteeren, hebben wij, schoon ons niet onwaarschijnlijk voorkwam, dat de sagin„ Danauers mogelijk onderrigt van de statie onzer kruisvloot, zig verresuit haar bereik met eenige kleine roverijen konden ophouden egter der opzieners te kennen gegevene bedug„ ting, dat deze roefprauwen met nog meer anderen door Noekoe zouden te hulpe geroepen wezen, of voor een praetexjt, om het aanhouden onzer militairen daarmeede goed te maken, of voor de gevolgen eener panique vreese moeten aanmerken, deels om dat ons zeer wel bewust is, dat Noekoe zig nog al op Ceram en in de Papoe; ophoudende, de Magindanauer hem daar niet ligt te hulpe zal komen, en deels om„ dat die Rebel schoon als een orgesterkt met Magindanausche hulpe, egter niet ligt iets zoude ondernemen, en nog wel tegen zoo verre afgelegene districten als Manado, in een tijd wanneer der Mahometanen vasten op 5 p:„ gen, sidentie hulpe hadden stel Residen¬ gten, zodanige ren. r toir en naar erw: 7: 1/46 slal apropos gedane bekostigingen worden hun niet vergoed. op handen was, als wanneer de Magindanauers altoos zijn naar huis gekeerd: wij hebben egter voldaan aan de gepetitieoneerde ammunitie, dog geenzins konnen approbeeren het aanhouden van 12: onzer militairen, op een post die behalven 50: bezettelingen, waar op in A„o 1781: geduurende de troubles door ons bepaald, nog boven„ dien voorzien is van eene talrijke Burgerij en ses Ternaatsche korrakowas en daarom met die be„ zetting ruym zoo zeer in staat moet werden geagt, zig te konnen defendeeren tegen den Magindanauer, als in A„o 1776: wanneer zulks schoon met minder volk, dog met goed succes g'affectueerd is en evenmin konnen goedvinden, dat de opzieners geheel mal apropos een geschenk van een salempoeris br: bl: hebben „gedaan aan den brenger van de tijding wegens de opdaging der Magindanauers inhoudenden brief, die wanneer eene blijde mare hadde gebragt daarmede nog maar voldaan hadde aan de ordre van zijnen meester den koning van 47 343 vermoeden dat de sanguree„ „sen de verspieders zin Rovers. van Chiauw, gelijk wij voor rekening der opzieners nog hebben gelaten rd„s 10: bekostigd aan een vaartuig ten overbreng van haare brieven naar quandangen Gorontalo, alzoo de onder Manado en gorontalo res„ „sorteerende koningen en Hoofden, verpligt zin, daartoe vaartuigen en volk zonder belooning te leveren, en vorige Residenten daar voor nimmer iets hebben opgebragt. §32 Door ons wijders zynde opgemerkt, hoe wij zeedert een geruimen tijd altoos van het passeeren en van de magindanause repasseeren der Magindanauers in formatien hebben erlangd, van den koning van Chiauw en zijnen schoon zoon het koningje van Taboekan, terwijl deze beijden even min als de overige sangirsche Landheertjes van die marodeurs ontrust worden, en zulks ons geen ongegrond ver„ moeden opleverde, datze allen onder een deken schuilen en in zoo groote disharmonie niet leven met dien vijand, aan wienze boven„ dien door huwelijken van ouds her vermaag„ „schapt zyn, dan wel voorgeven, het dus presum„ „tinelijk C:„ H ers gter e den boven lks den ens den. e e g 189

NL-HaNA_1.04.02_3676_0390 view scan ↗

English

that which must be investigated Bwool seeking arms it must certainly be the Sangirese who warn the Maguindanaos regarding the outfitting of the cruisers sent after them, early enough to stay out of range, just as they continually do, not appearing when our cruising vessels are at sea. In order to thoroughly investigate these plausible propositions, we ordered the provisional Resident Mersz by secret missive to find a trusted person who, under the pretext of wishing to trade, might visit and travel through all the Sangirese settlements, spying on the doings of the petty kings and their subjects, to provide us with the necessary clarification on this matter in due course. the king and notables of Bwool seek arms and weapons for their defense The frequently mentioned supervisors, having meanwhile sent us, for our consideration, in their letter of 14 June already cited above, a Malay missive addressed by the king and grandees of Bwool to the late Resident Boot, in which the said Resident was given an ample account of the 25-day battle that took place between them and nine so-called Maguindanao prahus, as already mentioned under VLS, requesting 4 cannons with their ammunition, 6 muskets, and 6 barrels of gunpowder with some flints, enclosing 100 rixdollars in dust gold in payment for these ammunitions and promising more if this sum was insufficient, we replied to the supervisors that we trusted the delivery of these war supplies would no longer be necessary, given the dispatch of our cruising fleet to those districts. one does not know if they received them, but they were supplied at Quandang for payment Just as we, in response to the extraordinary confusion and embarrassment of Quandang's Resident Klingbeil over the hostile reports received from Bwool, as already cited under g above, informing him in a missive of 31 May current, upon which the dispatch of the cruising fleet was devised by the supervisors, wrote that we hoped he would now be delivered from his great anxiety; although we strongly doubted whether the vessels that entered the bay of Bwool, considering the slight resistance they offered the people of Bwool, were actually Maguindanaos, and even if such were true, whether they had not directly returned to their country for their upcoming fast; while we further had to regard as a done deed the assistance he, Klingbeil, provided for payment, consisting of 1 measure of gunpowder, 5 lb of musket and pistol balls, 12 flints, as well as the loan of 4 grenadier muskets; recommendation against this, some powder and lead delivered for payment we nevertheless admonished him to proceed with all frugality and fitting suspicion in the issuance of ammunition and armory goods, because experience has taught us that among the natives who have been assisted by the Company with muskets, powder, and lead upon their urgent requests and pretended inability to withstand their enemies without them, they have used the weapons supplied to them against the Company itself; further holding him responsible for the undamaged restitution of the muskets lent out. Klingbeil must guarantee the restitution of the muskets lent out by him. It is now not the time to insist on the removal of the Limbotto people. They will likely do so themselves. And furthermore, regarding the proposals brought forward by the said Resident in that letter to facilitate the long-desired removal of the Limbotto people to their old settlement, namely by putting King Nacki, who strongly opposes this removal, and his followers in such a tight spot by sending a formidable force to Quandang that they would have to comply willingly or unwillingly, we noted that however much this removal from the barren Quandang to the fertile Limbotto might be wished for, we have always judged and still judge it ill-advised to effect it in these critical times by means of constraint, preferring to await the time when the Limbotto people incline toward this removal of their own accord, which time seems to be near; since, according to the report given by the Resident, most of the subjects of King Nacki, who is so set on staying at Quandang, no longer wish to remain at the last-named place, but are gradually retreating to the old settlement; And then transfer the transportable Company effects from Quandang to Limbotto. and this retreat being secretly encouraged at Gorontalo and Quandang, King Nacki and his followers, if they do not wish to remain there alone, would finally also have to resolve to depart, and the Limbotto people could then easily be persuaded to contribute a sufficient number of men for the transfer of the transportable Company effects and the demolition of the Quandang fortress; only after the old lodge at Limbotto, which is reported to have fallen into complete decay, was first restored to proper condition, a necessary preceding work which he, Klingbeil, did not even consider in his representation; judging further.

Dutch transcription

het geene onderzogt moet worden Brool tragten naar geweer „tivelijk sangireesen moesten wezen, die den Magineanauwer waarschouwing doen, wegens de uitrusting der op hen afgezonden werdende kruissers, tijdig genoeg, om buiten schoot te wezen, gelijk ze het geduurig zijn en niet ten voorschijn komen, wanneer onze kruis vaartuigen in zee zijn, wij om deze niet onwaarscheijnelijke stel„ lingen eens te door grouden den p„l Resident Mersz: bij secreete aanschrijvens hebben gelast, dat een vertroud perzoon aan de hand zie te krijgen, die alle de sangireese negorijen, onder schijn van handel te willen drijven„ eens bezoeke, doorkruisse, en de gedoentens der vorstjes net derzelver onderdanen bespiede om ons in der tijd de nodige elucidatie dies wegen te bezorgen. koning en ijks poten ne Dik werf gerepte opzieners ons midlerwijlen en wapenen ot hare desen he ij derzelver reeds boven aangehaalden brief van den 14: Junij nog tot speculatie hebbende toegezonden eene door den koning en Ryksgroten van Bwool aan wijlen den Resident Boot geaddres„ „seerde 345 van de Manadose opzieners „seerde maleiese missive, waar bij ged: Resident ampel verslag deeden van het onder VLs reeds gementioneerde tusschen hun en neegen zoo ge„ naamde Magindanausche prauwen voorgevallen gevegt van 25 etmalen, met verzoek om 4: p=s anons met derzelver scherp, 6: geweeren en 6: vaten Bus„ kruit met eenige vuursteenen, onder overzending van 100: rd„s aan stofgoud tot voldoening dier ammunitie, en belofte van meerder, zoo deze somma niet toereijkende was, schreven wij de slen weet niet ofze die opzieners hierop aan, hoe vertrouden, dat de „gekreegen hebben. afgave dier oorlogs behoeftens, mits de afzen„ ding van onze kruisvloot naar die districten, niet meer nodig zal zijn geweest, gelijk wij quandangs Resident Klingbeil, op zyne reeds boven onder g aangehaalde buiten gemeene ver„ bijstering en verlegenheid over de van Bwrool erlangde vijandlijke berigten, tekennen gevende „Meij aanschrijvens d: d: 31: „ curr=t: waarop door de opzie„ ners beraamd is de afzending der kruis vloot, hebben aangeschreven, dat verhoopten, nu uit zijne C:„ M en egens d de wezen, te , „ der te en ijlen brief b groten geaddres¬ maar ze zyn te quandang met geworden voor betaling voor den aanstaand. sijne grote beangstheid gered zoude wezen, schoon wij sterk twijfelden, off in de kwal van Bwool ingelopen vaartuigen om den geringen kling restitutie tegen stand, dieze den Borooleresen hebben geboden affegen wel Magindanauers geweest, en zoo zulks al waar mogte wezen, om haar ophanden zijnde vasten met regt streeks na haar Land waren terug gekeerd: terwijl verders als eene gedane zaak eenig kruten lood guerd moetende aanmerken, de door hem Klingbeil voor betaling bewesene assistentie met 1 maatje het is tans Buskruit, 5: lb snaphaan en pistool kogels verhuizing 12: p„s vuursteenen, mitsgaders het ter leen afstaan van 4: p„s granadiers geweeren; hem egter vermaanden, om in de afgave van ammunitie en wapenkamers goederen met Recommendatie hiertegen alle zuinigheid en „ gepast wantrouwen te werk te gaan, door dien de ondervinding ons heeft geleerd, dat zij onder den Jnlander, die door de Comp: g'enssisteerd zyn geworden met geweeren kruit en lood op hunne dringende instantien ze zullen en beloogd onvermogen, van buiten des niet geweeren aan te bestaanbaar wel 51 „347 restitutie der door hem terleen geweeren instaan. verhuizing der Limbotters aan te dringen ze zullen 'er denkelijk zelve wel toe overgaan bestaanbaar te wezen tegen hunne vijanden de aan hun verstrekte wapenen tegen de Comp: klingbeil moet voordie zelven hebben laten dienen; hem voorts responsabel geboden afgegeven 1: p:s granadiers houdende voor de onbeschadigde restitutie der terleen afgestane geweeren: en wijders op eenen door meerm: Resident bij die brief te berde ge„ „bragten voorslagen tot facilitatie der zoo lange gedesidereerde verhuising der Limbotters naar haar oude Negorij, om nam: den deze verhuising zeer tegen strevenden koning Nacki en zijne het is tans zeen tid om op de aanhangers door de afzending eener gedugte magt naar Quandang zoo zeer in het naauw te brengen, dat nolens volens daartoe moesten overgaan, aangemerkt, dat, hoe zeer deze verhui„ „zing van het onvrugtbare quandang naar het gezegende Limbotto te wenschen ware wij egter altoos hebben geoordeeld, en als nog onraad„ „zam oordeelen, om dezelve in deze critique tijden te doen gevolg nemen door middelen van con„ straincte, liever willende afwagten den tijd, waar in de Limbotters tot deze verhuising van C:„ H , en van n waar en weeren tien niet en als dan de transportable naar Limbotto overbrengen van zelven inclineeren, en welke tijd naabij schijnd te wezen, zeedert, volgens 's Residents gegeven berigt, de meeste onderdanen van den zoo zeer op het verblijf te quandang gestelden koning Nacki, zig ter laatstgem: plaatse niet langer willen onthouden, maar gaande weg naar de oude Negorij retireeren; en deze retraite te Gorontalo en quandang onder de hand wer„ „dende begunstigd, koning Nacki en zijn aanhang„ zoo ze daar niet alleen willen verblijf houden, eindelijk mede zouden moeten resolveeren, tot de opbrake en de Limbetters als dan ligt over„ Ccomp:s effecten van quandan te halen wesen, om een toelangelijk getal man„ „schappen te Contribueeren tot den overbreng der transportable Comp:s effecten en demolieering van het quandangsche fortres, na dat egter de volgens berigten geheel in verval geraakte oude Logie te Limbotto eerst weder in behoor„ „lijken staat was gebragt, op welk vooraftegaan noodzakelijk werk hij Klingbeil bij zijn vertoog met eens verdagt is geweest; oordeelende voorts. Met twee o

NL-HaNA_1.04.02_3676_0395 view scan ↗

English

55 349 With these sail over King of Spain Furthermore, that we would not even have been informed of an avarice and greed of King Nacki toward his subjects, expounded at length by the repeatedly mentioned Resident, whom he allegedly made into slaves for petty sums, without an apparent displeasure conceived by the former against the latter, which also moved us to grant the said Resident his requested dismissal from Quandang, as shown by the cited mutual advice, just as we, since no one among the Limbotters has yet complained to us about this conduct of King Nacki, have also not deemed it advisable to remonstrate with that petty prince about it. Paragraph 34: Finally, this further serves for Your High Nobilities' honored information: that we, at our session of the 7th of June current, have decided to grant conveyance to the Main Settlement upon their request made to us, in order to be able to return from there further to the land of their residence, to four subjects belonging to His Catholic Majesty the King of Spain, by name Franciscus, Hoanisko, Maria, and Sara, who, according to their report incorporated into this, having sailed out for fishing in the year 1782, were driven with their prahu to Taboekan in the Sangir Islands by the north-west winds blowing violently at that time, were sent up from there, and have since sustained themselves here by agriculture. Herewith we commend Your High Nobilities' illustrious persons and the Company's interests to God's safe keeping, and have the honor to subscribe ourselves with the deepest high esteem. Below stood: Right Honorable, Severe, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, Very Generous Lord, and Honorable, Severe Lords. Lower: Your High Nobilities' humble and faithful servants. Was signed: Alexander Cornabé and Bernard Sebastiaan Wenthold. In the margin: Ternate, in Fort Oranje, the 10th of September 1784. Agrees P. Secrets Secret Papers of Makassar 351 Batavia Introduction To His High Nobility The Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, The Honorable, Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc., together with Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord, and Honorable, Severe Lords! Paragraph 1. In the hope that the letter to Your High Nobilities, handed over to me by the King and Nobles of Boni on the 23rd of June on the basis of what was noted in my separate Daily Register on the 12th before, and already sent off at that same time with the station ship Het Huijs te Krooswijk, will already have been properly delivered; so, in continuation of my preceding letters of the 15th of May and the 15th of June past with regard to this Not too favorable state of the Boni affairs Paragraph 2. Court of Boni, I will most respectfully report that the same, as I have been privately informed, is in a somewhat alienated condition, and that there are said to be many nobles, both here and in the interior lands, who would gladly see the present King bounced from the throne, and that among these here, by no means the least is the Boni Field Commander Datoe Baringang, feigning a mask of friendship for this prince, who, though an uncle of the King, would gladly see himself elevated thereto, and who, if one is to believe further, would find a great helper in the Aroe Mampoe residing in inland Boni, not the one who crossed over from Sankielang, but another. I wish, however, that it will not come that far, although it is somewhat outside the interference of the Noble Company and the Boni Nobles have held the right from ancient times to choose and reject a king, and that the Madanrang, First Minister of the Realm and father-in-law of the King, who departed thither a considerable time ago, will have brought the restless minds so far to calm and to the King's interests that His Highness will be able to depart without fear 352 The Makassars tithed and little is heard of Sankielang fear to his states, in order to be crowned or presented there according to the custom of the country, of which I will possibly still receive good reports from time to time before the departure of the last vessel. Paragraph 3. Regarding the Realm of the Makassars, of which the cultivated lands have again been properly tithed, I have had virtually no further complaints for a year about the wantonness of the Bonians in that region. Paragraph 4. Also, since my last dispatched respectful letter of the 15th of June past, no reports have been heard from there concerning Sankielang, although shortly after sending those letters I dispatched thither, for the sake of prudence to cover the post of Bonthain, an armed pantchiallang under the command of the Mate De Siso, which already returned from there in August, as nothing more was heard of that rover, leaving behind there, however, by my authorization on account of the weakness of the small garrison yonder, 1 gunner's mate and four arquebusiers to strengthen that post. Paragraph 5. Furthermore

Dutch transcription

55 349 Met dezen vaaren over koning van spanje Voorts, dat wij van eene door meerm: Resident breed uitgemeetene schraapzugt en inhaligheid van koning Nacki omtrent zijne onderdanen, die hij om geringe sommen tot slaven zoude maken, niet eens g'informeerd zouden zijn geworden, zonder een baar blijkelijk door den eersten tegen laatstgem: opgevat misnoegen, het geene ons ook gepermoveerd heeft om gem: Resident, blykens het aangehaalde bij gemeene advisen zyn verzogt ontslag van quandang te accordeeren, gelijk mij, vermits nog niemand onder de Limbotters over deze handelwijse van koning Nacki bij ons is klagtig gevallen, ook niet raadzaam hebben ge„ oordeeld om dat vorstje daar over te onderhouden. §34: Eindelijk diener nog tot uwer Hoog Edelheeden twee onderdanen van den geëerde naarigt, dat wij ter onze sessie van den „om 7: Junij Curr=t: hebben besloten „ op derzelver aan ons gedaan verzoek als nu transport naar de Hoofdplaats te verleenen, om van daar verders naar het Land hunner inwooning te konnen vier terug keeren, aan twee onderdanen van zijne Catholijke C:„ H bij onin ger te hang g ter te hoor„ aan lende ƒ Catholyke Majesteit den koning van spanje in Name Franciscus, Hoanisko, Maria en Sara, die blijkens derzelver dezen ingelijfd Relaas in A„o 1782: op den visvangst zynde uitgevaren, door de toenmaals bevig gewaaid hebbende N: W: winden met haar Praauw naar Taboekan in de sangirsch verdreven van daar zijn opgezonden, en zig hier zeedert met den Landbouw hebben erneerd. hier meede beveelen wij uwer Hoog Edelheeden Jllustre persoonen en 's Compagnies belangen aan Gods veilige hoede, en hebben de eere ons met de diepste hoogagting te onderschrijven. /:onderstond:) Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare Manhafte welwijze voorzienige Discreete zeer Generieuse Heer en WelEdele Gestrenge Heeren. (:lager:) uwer Hoog Edelheeden ootmoedige en trouwschuldige Dienaaren /:was getekend:) Alexander Cornabé, en Bernard Sebastiaan Wenthold (:inmargine) Ternaten in 't Kasteel orange den 10.e September 1784: JPs aa Accordeert P Secrets Pl S: M je ander steel Secreete Papieren van Marcassars C:„ H 351 Batavia inleiding Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen root Agtbaren Testrengen wijdgebiedende Heere M„r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal. De wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlandsch Indien etc, etc, etc„ benevens Hoog Edele Groot Agtbare Gestrenge wijd gebiedende Heere, en wel Edele Gestrenge Heeren! §. 1. ofn hoope dat de door de koning en Rijxgrooten van Bonij mijn den 23„e Iunie op Fundament van het genoteerde bij mijn apart Dag. Register den 12„e bevoorens overhandigde en reets dien zelfden tijd met het Comptoir schip Het Huijs te S Krooswijk afgezondene Brieff aan uwe Hoog Edelhedens reets G S niet al te favorabele ge„ „steldheijd van het Bonische stof reets behoorlijk zal zijn besteld geworden; zo zal Ik ten vervolge mijner even bevorens afgegane van den 15„e Meij en 15„e Iunij passato met opzigt tot dit §: 2: Hof van Bonij, Eerbiedigst melden dat het zelve gelijk mijn onderhands is onderrigt geworden, in een enigzints verwij„ „derde toestand is, en dat 'er veele Grooten zo hier als in de binne Landen zoude zijn, die gaarne den presenten koning van den Throon zagen gebonst en dat onder deze hier geene van de minste is, den quasie met het masker van vriend„ „schap voor dezen vorst aangedane Bonischen veld „overste Datoe Baringang, die zig, schoon een Oom des konings, zelve gaarne daar op verleven zoude zien en die zo men alverder wil aan de binnen Bonij zijn „de Aroe Mampoe /: niet die van Sankielang overgekomen is, maar een ander:/ een grote helper zoude vinden: Ik wil egter wenschen dat het zo verre, schoon het wel enig„ „zints buiten bemoeijenisse van de Edele kompagnie is en de Bonische Groten het regt van een koning te verkiesen en te verstoten van oude tijden af, aan zig heb„ „ben, niet komen zal, en dat den Madanrang, Eerste Rijx„ „shinister en schoonvader des konings, die al zedert een geruimen tijd na derwaarts is vertrokken, de onrustige gemoederen zo verre tot bedaren en in 'skonings belan„ „gen zal hebben gebragt, dat zijn Hoogheijd zonder vrese 352 3. 3: d' Makassaaren verthiend en van sankielang hoort men weijnig vrese na zijn staaten zal kunnen vertrekken, om aldaar na 's lands wijze gekroont of voorgesteld te worden, waar van Ik mogelijk nog voor het vertrek van het laatste vaartuig zomtijds goede berigten zal erlangen. Aangaande het Rijk der Makassaaren, waar van de bewerkte Landen weder behoor„ „lijk vertiend zijn, heb Ik genoegzaam in geen Iaar verdere klagten over de moedwil der Boniers die streek uijtgehad. Ook zedert mijn laast afgegane Eerbiedige van den 15„e Junij Iongstleeden geen berigten van daar wegens sankielang vernomen, schoon Ik even na het afzenden van die lette„ „ren om de voorzigtigheijds halve tot dekking van de post Bonthain een g'armeerde pantjallang onder Comman„ „do van den Stuurman De Siso na derwaarts afgezon„ „den heb, die ook alreets in augustus van daar, als niets meer van dien zmerver gehoort zijnde, te rug gekomen is, latende egter op mijn qualificatie om de swakheid van het Guarnisoentje ginter 1. Constabelsmaat en vier bosschieters tot sterking van die Post daar over blijven. §5: Overigens volge ij wij„ w S. 4. lan„ der

NL-HaNA_1.04.02_3676_0406 view scan ↗

English

Rossum concerning Crain Data, of which the documents are transferred. Section 5. For the rest, this realm is in a peaceful condition, and prince Crain Data, who had been brought to defection by the underhand dealings of the fiscal van Rossum, almost precisely when I was proceeding in all tranquility on the northern inspection, has been brought to fairer reasons, although I must nevertheless note regarding that prince, who was discontented virtually without reason, or rather stirred up to discontent, that he is very petulant, even now and then against the king his brother. Of which unfortunate temperament van Rossum also, as appears most certain, wished to make an abuse in order to ruin another, without considering beforehand, being quite indifferent thereto, how poorly such intrigues, especially among the never truly satisfied Makassarese or Boniers, could turn out to the detriment of the Noble Company. Section 6. I most humbly enclose herewith the resolution adopted regarding this matter in the Council of Policy on 22 September last, and further documents relating to this account. Your High Mightinesses will further see from the same that man's increasingly irresponsible conduct, with the request to be relieved of him here. It is therefore that I most humbly request to be relieved, the sooner the better, of such a subject who is all too dangerous for a Governor here, in an exemplary manner for other factious tempers, which are by no means lacking here, an instrument of his, also completely wicked, sent up, since a longer stay of the same on this Celebes could be detrimental to the Noble Company. Section 7. Meanwhile, as a harmful instrument for Makassar, I shall send over in custody from here by the first direct opportunity to the Principal Place, Daeng Makoellie, the native made known by the narrative of Prince Crain Data and long prominent here as such, with the most humble request to Your High Mightinesses that the same may be sent elsewhere in such a manner that there will be no further occasion for him to come hither. Section 8. Of Soping and Sideenring I have this time nothing else to report to Your High Mightinesses, Soping and Sideenring are at odds with the Boniers, but that rumors have it that the discontent between them and the Boniers, because a nephew of the latter was recently killed by a nephew of the two former, is increasing more and more and may possibly erupt into violence. Time will have to show this, and I shall hear more when the king returns from the North, whereupon I shall also be able to devise the necessary measures regarding this, in order to keep the Company as much as possible out of trouble. I think this will easily be accomplished, because these are matters that they must decide among themselves far away from us in the interior. Departure of the Queen to Liepoe Cassie. Section 10. Panrabonij, and Section 11. Thaeng, everything is quiet and well. The Queen Regent of the last-mentioned little realm, according to the entry in the separate Daily Register under 9 September, has departed for her recreation to Liepoe Cassie, a subordinate district of Tanette that lies to the North and is governed by one of her nieces. Return of the spice extirpators from Boutong. Section 12. In this year, the extirpators sent out in anno passato returned from Boutong somewhat earlier than previously upon my written instructions. Their proceedings and the King's letter ad idem. Section 13. And on the voyage thither, Corporal Iacob brts, who had been dispatched thither again in place of Sergeant Iohan Paul Snell who died over there, died of a delirious fever. Letters of recommendation for Bonie to Bima. Section 14. However, the two common soldiers performed their business reasonably well, and upon their return gave a written report thereof, from which and from the received letter of the king and realm grandees it will principally appear to Your High Mightinesses the frivolous excuses this court seeks from time to time in order to evade the delivery of the demanded pieces of cannon. Section 15. Meanwhile, the same also comes to pretend complete ignorance regarding the arrival there of Mandarese vessels as well as the intrigues of theirs with the Cerammers, about which I also seriously remonstrated with them at the end of last year. Section 16. On the other coast, at the request of the king of Bonij on 1 and 7 Iulij passato, I granted His Highness, under the necessary remarks, letters of recommendation to Resident Meurs, both with relation to a certain claim upon the Tamborese and with respect to the compulsory corvée labor of those present there.

Dutch transcription

Rossum omtrend Crain Data. - waar van de stukken overgaan. — §: 5: Overigens is dit Rijk in een vredigen toestand en slinks bevrijf van van de door de Slinkse bedrijven van den fiskaal van Rossum bij na Iuist wanneer Ik in alle gerustheijd de Noorder verthiening was gaandoen, tot afval gebrag„ „ten prins Crain Data tot billijker redenen gebragt geworden, hoewel Ik egter ten opzigte van dien genoeg„ „zaam zonder reden misnoegde of liever tot misnoegd„ „heijd opgerokkelde Prins noteeren moet, dat hij zeer kregelig is, zelfs nu en dan wel teegens de koning zijn Broeder. van welk ongelukkig temperament dan ook, gelijk het zekerste voorkomt, van Rossum een misbruijk heeft willen maken, om een ander te bederven, zonder voor uit te denken zo met geheel onverschillig te zijn, hoe slegt zulke konkelarijen bijzonder onder den nooit regt vergenoegden Makassaar of Bonier ten nadele van de Edele kompagnie zoude hebben kunnen komen uit te valle §. 6. Ik voege aller nedrigst hier bij het over deze zaak in verga„ „dering van Politie op den 22„e September Iongst leeden genoomene besluijt en verdere stukken tot dit histo„ „riaal betrekkelijk. uw HoogEdelhedens zullen uit dezelve nader zien des Mans hoe langs hoe meerder toenemend onverantwoordelijk 1 met verzoek om van denzelven hier ontslagen te mogen worden. een Instrument van hem, meede gantsch on„ „deugend. opgezonden. soping en S. 9. Sideenring leggen met de boniers in de waet. onverantwoordelijk gedrag, en het is dan daaromme dat skoot „moedigst verzoek om van zo een voor een Gouverneur alhier al te gevaarlijk subject hoe eerder hoe liever op een voorbeel„ „dige wijze voor andere wwist zieke humeuren, waar aan het hier geenzints ontbreekt, ontslagen te mogen worden, de„ „wijl een langer verblijff van dezelve op dit Celebes voor de Edele komp„e nadelig zoude kunnen zijn. §. 7. Intusschen dat Ik als een schadelijk Instrument voor Ma„ „kassar van hier per eerste directe geleegentheijd na de Hoofd= „plaatse in verzekering zal overzenden, den bij het relaas van den Prins Crain Data bekend gestelde en hier al lan„ „ge voor zodanig eene in het oog gelopene Inlander Daeng Makoellie, met ootmoedigst verzoek aan uw Hoog Edel„ „bedens dat den zelve zodanig na elders mag verzonden worden dat 'er voor hem geen occasie meer zal wezen om herwaarts te komen. - 3. 8. Soping, en van Odeenring, heb Ik ditmaal uw: Hoog Edelheedens niets anders te melden, als dat de gerugten willen dat de mis„ „noegheijd tusschen hun en de Boniers om dat een Neef van de Van laaste en de gebrag„ ragt n een no te vallen verga„ elve nd end delijk i vertrek van de konin„ „ginne na Liepoe Cas„ „sie. S. 12. te rugkomst van de specerij laaste onlangs door een Neef van twee eerste om hals is gebragt, hoe langs hoe meer toeneemd, en mogelijk tot dadelijkheijd zal uit„ „vallen, het geen de tijd zal moeten leeren en Ik wel nader ho„ „ren zal, als de koning van de Noord te rug komt, wanneer Ik dan ook hier omtrend eerst de nodige maatregulen zal kun„ „nen beramen, om de komp„e zo veel mogelijk buiten beslom„ „niering te houden, dat Ik denk gemakkelijk te zullen kun„ „nen geschieden, om dat dit historiaalen zijn die zij onder den anderen verre van ons af in de Binnenlanden moeten be„ „slissen. wel 510: Panrabonij, en §: 11: Thaeng. is alles stil en wel. De Koninginne Regenster „se van het laast gem: Rijkje is volgens het aangeteekende bij het apart Dag-Register onder den 9„e September ter harer ver„ „lustiging na Liepoe Cassie vertrokken, een onderhoorige Landschap van Tanette, dat om de Noord legd en door een harer Nigte bestierd word. In dit Iaar zijn van Boutong op mijn aanschrijvens wat vroeger dan voorheen biterpateurs van bontong te rug gekomen, de in anno passato afgezondene Extirpateurs. vo en na 357 hun verrigtinge en 's konings schrijvens adidem. voorschrijvens voor Bonie na Bima. §. 13. en op de reize na derwaarts is aan een ijlende zoorts gestorven de in plaats van de ginter overleedens sergeant Iohan Paul snell weder daar na toe afgevaardigde Corporaal Iacob brts, §. 14. Egter hebben de twee gemeene Militairen hun zaken redelijk wel verrigt, en bij hun te rugkomst schriftelijk rapport, daar van gedaan, uit het welke en uit 'skonings en Rijxgroten ont„ „fangene brief uw: Hoog Edelhedens dan ten principaalste blijken zal, de frivole uitvlugten die dit Hof van tijd tot tijd bij een zoekt om te ontgaan de afgave der gevorderde stuk„ „ken kanon. §: 15. Intusschen dat het zelve ook een volkomen ignorantie komt te pretendeeren wegens de aankomst aldaar zo wel van Mandareese vaarthuijgen als de konkelarijen der hun„ „ne met de Cerammers waar over Ik haar in het laast van voorleeden Iaar almeede ernstig onderhouden heb: van de . 5 16. Overwal heb Ik op het verzoek des konings van Bo„ „nij den 1:e en 7„e Iulij passato zijn Hoogheijd onder de nodige remarques voorschrijvens verleend aan de Resident Meurs zo met Relatie van zeekere pretentie op de Tamboreesen als met opzigt tot de verpligte Heeren dienst der daar zijnde gt hoe kun„ be„ g een een teurs.

NL-HaNA_1.04.02_3676_0410 view scan ↗

English

The differences between Dompo and Sangar settled. Letters from Salemparang et cetera, their contents being Bugis. Paragraph 17. Furthermore, on the 11th of September past, I received separate letters from there from Resident Meurs, reporting among other things the settled and so long-dragged-out dispute between the king of Dompo and that of Sangar, whereby the old friendship between these two peoples was restored again; for which settlement I commended the Resident in a short letter of the 25th following for his diligence also employed therein. Paragraph 18. Thereafter, on the 2nd of this month, I received via a Chinese trader belonging here three letters from the kings of Salemparang and Carrang-assang, being: One for Your High Nobilities, One for me, and One for the Bima Resident Meurs. The first-mentioned I have the honor to enclose herewith, and from mine, which is drawn up rather insolently, to note most respectfully for the information of Your High Nobilities that those princes seem disinclined to come collect themselves their vessels etcetera brought up to Batavia and would gladly see Your High Nobilities send them to them, which in my humble opinion, if such dispatch should please the Very Same, could take place via Bima by means of the Resident, provided that the same then properly had this carried out by an emissary, since those princes in their manner have taken it ill that the Resident sent letters to them by common traders, just as they have now also done reciprocally, as may appear to Your High Nobilities from the accompanying copies. With regard to the Company's lands and subjects, there is this time little worthy of the attention of Your High Nobilities to report, everything being at present in peace and unity; whilst I take the liberty most respectfully to refer concerning the departure of Boni's king to the North, his presence there, item my negotiations with the same and further proceedings, to that which is recorded in the separate daily register from the 4th of August to the 13th of September inclusive; thus noting only further that the collection of tithes this year was concluded without the slightest squabbles with the Boniers and others, and that the collected rice this year amounts to amply twice as much as in anno passato. On the land of Saleijer everything is in a deep rest and peace. Paragraph 23. The correspondence with the neighboring governments is maintained continuously, I having on the 13th of June received secret writings from Banda dated the 28th of May prior, principally drawn up to accompany an extract of a secret Ternate letter in which was mentioned the dire circumstances into which the administration there had been brought by the faithlessness of Tidore's king etcetera, from which, however, according to a later letter from there itself dated the 21st of May, they had been saved with the help of the Ternate prince. Governor Cornabe has also, in a further letter of the 20th of July, provisionally informed me of the apprehension there and handover to the Judiciary for further investigation of the matter of a certain suspect Dain Mabe, concerning which the outcome was to be communicated to me further, and about which I can thus also report nothing else to Your High Nobilities than that I have been privately informed that the vessel of this Daeng Mabe would actually belong to Dato Baringa and that Dain Mabe would only have sailed on it as a passenger, all of which will have to appear further. Paragraph 25. Further, having respectfully referred with regard to matters of lesser importance to the presently transmitted enclosures and separate daily register, I take the liberty, in conclusion hereof, to solicit most humbly of Your High Nobilities that, upon relief of personnel from the Netherlands, at least the number of military personnel lacking in the very weak garrison and outposts here may be supplemented up to 124 heads, besides the entirely unfit and a large number of barely half-fit, both because one cannot know how urgently one sometimes has need of them in times of distress, and also to be able to relieve the Company of the 131 Madurese kept here for the assistance of the military, who cost 593:—:— rixdollars per month and could then be discharged and sent back to Java. I pray continuously for the blessing of the Almighty upon the interests of the Noble Company and upon the precious persons of Your High Nobilities, and remain with the deepest respect, beneath stood, High Noble, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord, and Right Honorable, Severe Lords, lower, Your High Nobilities' humble and faithful servant, was signed, B:s Reijke, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam, the 6th of October Anno 1784:—: Agrees Leina Cf

Dutch transcription

de verschillen tusschen Dompo en Sangar bijgelegd. Brieven van Salempa„ „rang C. S. dies inhoud zijnde Boegineesen. § 17. T vervolgens beb Jk den 11:e 7ber: passato apart schrijvens van daar van den Resident Meurs ontfangen, bedelende onder an„ „deren het afgedane en zo lange tijd getraineert hebbende a verschil tusschen de koning van Dompo en die van Sangar„ waar door de oude vriendschap tusschen deze twee volke„ „ren weder was hersteld geworden. over welke afdoening Ik de Resident bij een briefje van den 25„e daar aan wegens zijn daar toe mede in het werk gestelde vlijt geprezen heb. §: 18: Na dato heb Ik den 2:e dezer per een bier thuijs horend Chi„ „nees handelaar ontfangen drie Brieven van de koningen van Salemparang en Carrang-assang als Een voor uwe Hoog Edelhedens. Een voor mijn, en Een voor de Bimas Resident Meurs. Eerstgemelde heb Ik de Eere hier bij te voegen en uit die van mijn die rede„ „lijk brutaal is ingesteld tot narigt uwer Hoog Edelhee„ „dens Eerbiedigst te noteeren, dat die vorsten ongenegen schijnen om hun te Batavia opgebragte vaartuijgen etc„a zelfs te laten afhaalen en gaarne zouden zien dat uw Hoog Edelhedens hun die toezonden, dat mijns geringe 8 359 ende)en remaicque 's komp„s landen in rust de Noord. verthiening. geringe durkens, zo die afzending Hoogst dezelve behagen mogt, over Bima door middel van den Resident zoude kunnen ge„ „schieden. mits dat dezelve het een en ander dan behoorlijk door een zendeling liet verrigten, terwijl die vorsten op haar manier kwalijk genomen hebben, dat de Resident hun brieven door gemene handelaars aan haar heeft toegezonden, zo als zij nu ook reciprocque gedaan hebben, gelijk uwe Hoog Edelhedens uijt de overgaande afschriften geblijken kan Met opzigt tot §. 19. 'S kompagnies Landen en Onderdanen valt dit„ „maal weinig de attentie uwer Hoog Edelhedens waardig te §: 20. . melden. zijnde het tans alomme in rust en eenigheijd; ter„ d' koning van Bonijom „wijl Ik Eerbiedigst de vrijheijd neme mijn omtrend het ver„ „trek van Bonijs koning na de Noord, zijn aanwezen al„ „daar, item mijne onderhandelinge met dezelve en verdere verrigtingen te gedragen aan het genoteerde bij het apart Dag- Register sedert den 4„e augustus tot den 13„e Septem„ §. 21 „ber inclusive. noteerende dus nog eenlijk, dat de ver„ „tiening dit jaar zonder de allerminste slaibbelingen met de Boniers en andere is afgeloopen en dat de ingeza„ „melde Rijst dit Iaar ruim eens zo veel bedraagd als in anno passato. daar an„ „ Sangar, volk „ g aan Chi„ nge gen de die rede„ de gen gen uij V O wat narigt van Terna„ §: 24: §. 23. De Correspondentien met de naburige Gouverneemen „ten word bij Continuatie onderhouden. hebbende Ik den 13„e Iunij sekreet schrijvens van Banda ontfangen de dato 28:e Meij bevorens, principaal ingerigt ten geleide van een Extract sekrete Ternaatse brief waar in vermeld wierd de nare omstandigheden in dewelke het ministerie aldaar gebragt was door de trouwloosheijd van Tidors ko„ „ning etc:a waar uit zij egter volgens een latere brief van daer zelfs de dato 21:e Maij met behulp van de Ternaatsen vorst waren gered geworden. De Gouverneur Cornabe heeft mijn ook bij een nader brie„ „fje van den 20„e Iuli provisioneel bedeeld de oppakking gin„ „ter en overgeving aan de Iustitie ter nader onderzoek van Zake, van zekere suspecte Dain Mabe, waar over mijn den uitslag dan nader stond bedeeld te worden en waar over Ik dus uw: Hoog Edelhedens ook niets anders melden kan, als dat men mijn onderhands berigt heeft, dat het vaartuig van dezen Daeng Mabe eigentlijk Dato Ba„ „ringa zoude toebehooren en dat Dain Mabe daar op en Op het Land van wel §. 22. Saleijer is alles in een diepe rusten vreede. eenlijk „ten: vervolg e 361 recert aan bijlagen etc:a en verzoek om volk 3. 27: 't slot. eenlijk als passagier zoude gevaren hebben, het geen alles nader zal moeten blijken. §: 25. Twijders met opzigt tot zaken van minder belang mijn aan de thans overgaande Bijlagen en apart Dag Register Eerbie„ §. 26. „digst gerefereert hebbende, zo vervrijmoedige Ik mijn om uw Hoog Edelhedens tot slot dezes nog allernedrigst te sollicitee„ „ren dat bij ontzet van volk uit Nederland ten minsten gesuppleert mag worden het aan het zeer zwak guarnisoen en buiten posten alhier ontbrekende getal Militairen tot 124: koppen buijten de ten enemaal onbekwame en een groot aantal nauwlijks halff bekwame, zo om dat men niet wee „ten kan hoe nodig men ze zomtijds in tijd van nood van doen heeft, als ook wel om de komp:e te kunnen ontlasten van de hier tot assistentie der Militairen aangehouden wor„ „dende 131: stux Madureesen, die 's maands op rds 593:—:— komen te staan en als dan zoude kunnen afgedankt en na Iava te rug gezonden worden. Jk bid bij aanhoudentheijd om de zegen des Allerhoogsten over de belangen der Edele Maatschappije en over de dier„ „bare Perzoonen uwer Hoog Edelhedens en ben met de allerdiepste Eerbied /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaren Gestrengen wijdgebiedende Heere, en TwelEdele nemen rie daer orst o e brie„ over waar op . 8 T welEdele Gestrenge Heeren. /:laeger:/ uwer Hoogdelhedens onderdanige en Getrouwen Dienaar /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in Margine:/ Makassar in 't Casteel Rot= „terdam den 6„e October Anno 1784:—: Accordeert Leina Cf

NL-HaNA_1.04.02_3676_0415 view scan ↗

English

303 Batavia To His High Excellency, The High Noble, Right Honourable, Strict, Far-Commanding Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor General, along with The Right Noble Strict Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble, Right Honourable, Strict, Far-Commanding Lord, and Right Noble Strict Lords. I had just dispatched my respectful letter of the 6th of this month when the King of Boni returned from the North. His Highness gave me notice of this through the First Court Interpreter, Passir, without informing me of anything regarding the condition of the or of the Realm, neither on that occasion nor when I had the second interpreter, De Graaf, pay him compliments upon his arrival. However, I hope indirectly that His Highness will not do so before the Madanrang has returned from the interior, which was said to take place soon, even with a favourable outcome of his commission for the King, for which I must then also wait; because to show too much eagerness to meddle in their mutual disputes is not expedient, and it is always time enough when one cannot do otherwise and they themselves first make one request or another that, according to customs or treaties, cannot well be refused. The restless Fiscal van Bossum, wishing to throw his intrigues regarding Crain Data into complete confusion, sought to bring that affair before the Court of Justice and had already, supposedly to clear himself, summoned various persons to be heard on his questions; however, the political resolution of the 22nd of September and a declaration made by me, grounded on the danger that lay in troubling this Prince any further, have thwarted this. For Crain Data, who has always been treated by me in the most accommodating manner, now having thoroughly understood in retrospect what the real intention of the instigator of this historical affair was, has conceived a bitter hatred against him, and especially against Daeng Makoelie, who was used by him in that matter and who is now, according to what was reported in my previous letter, sent up for dispatch to such a place as your High Excellencies shall please to deem fit. Since then, at the request of the King of the Makassars, I have granted him the collection of a tenth of the bamboos brought from those upper lands, a privilege that the previous kings have always had, although precisely not recognized in the Treaty. On that occasion, as a particular proof of affection and to bind him all the more closely, I granted Crain Data the paddy fields at Tope djawa which he so gladly desired, but on the condition that he must have them cultivated by Makassars and not by Buginese, which he also undertook to do. Meanwhile, alongside this, I most humbly present to Your High Excellencies a plan of the battery constructed provisionally of bamboo and earth at Malankerie, mentioned in my respectful letter of the 15th of May past, paragraph 31, which I request to be allowed, when time and opportunity permit, to have built up in stone in such manner, as this can be done at little expense, the wall coming to a thickness of 1½ to 2 and to a height of 6½ to 7 feet, and thus also strong enough for an indigenous enemy or for defence against the Makassars, who have established their new realm a good two hundred rods' distance to the right hand of the post. Through the departure for Bima of a Chinese resident here, I also had the opportunity to answer the rulers of Carrang-assang and Salemparrang, as well as Resident Meurs, regarding their received letters mentioned in my last respectful letter of the 6th of this month. Meanwhile, sent up from Ternate in custody, there has arrived here Daing Mabe and associates, referred to in my letter just mentioned, whom I will keep in detention with the chief clerk until I shall be provided with the pleasure of Your High Excellencies as to how I shall deal with them, for which purpose, transmitting the letters concerning it from Governor Cornabé and the report of the commissioners who investigated this affair both here and at Ternate, I make a most humble request; for I find the matter so situated that it is not advisable to surrender those people to the Court of Justice here, but rather to await the decision of Your High Excellencies, whether for the confiscation of their monies remitted to the Company after the interested parties shall have recovered their own, or in such manner as Your High Excellencies shall please to judge concerning it. I remain with the most perfect esteem and respect, [below was written:] High Noble, Right Honourable, Strict, Far-Commanding Lord and Right Noble Strict Lords, [lower:] Your High Excellencies' humble and faithful servant, [was signed:] B.s Reijke. [in the margin:] Makassar in the Castle Rotterdam, the 18th of October, Anno 1784. Agrees. Copy of Separate Letters Written to Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia by the First Resident at Pontiana, from 8 January to 22 October, Anno 1784. For the Netherlands Letter C Letter B 6 June 39 2:— No. 74 Copy of Secret Letter Written to Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia by the First Resident at Pontiana, under date 23 October, Anno 1784. For the Netherlands Letter B.

Dutch transcription

303 Batavia Aan Zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestrenge wijd gebiedende Heere M:r Willem Arneld Alting, Gouverneur Generaal De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien etc=a etc:a etc„a benevens HoogEdele Groot Agtbaren Gestrengen wijdegebiedende Heere. en DWel Edele Gestrenge Heeren. Even had ik mijn Eerbiedige van den 6:e dezer afgezonden of de koning van Bonij kwam van de Noord te rug. waar van zijn Hoogheid mijn door de Eerste Hof told. Passir de weet heeft doen geven zonder mijn als doen even zo min als wan„ „neer Ik hem door de tweede tolk De Graaf het Compliment nopens zijn aankomst liet maken, het een of andere wegens de toestand van den of van het Rijk te laten weten. Dog ede dens B„s Pot Dog Ik hoop van ter zijde dat zijn Hoogheid dit niet eerder zal doen voor dat de Madanrang uit de binnenlanden zal zijn te rug gekomen, dat gezegd werd eerst drags te zullen geschie„ „den, zelfs met een goeden uijtslag van zijn kommissie voor de koning, waar na Ik dan ook dien te wagten, want om al te veel gretigheijd te toonen van ons met hunne onder„ „linge verschillen te willen bemoeijen, is niet dienstig en altoos tijds genoeg als men niet anders kan, en zij zelfs tot het een of ander eerst aanzoeken doen die volgens de gebruijkelijkheden of kontracten niet wel te ontleggen zijn. De onrustige Fiskaal van Bossum zijn draijerijen om„ „trent Crain Data in een Complete verwarring willende bren„ „gen, heeft getragt die affaire bij de Iustitie te trekken en had dus reets, quasie om zig te zuiveren diverse Perzo„ „nen laten dag-vaarden, om op zijn vragen gehoord te wor„ „den, dog het politicq besluijt van den 22„e September en een door mijn gedane declaratie, gegrond op het gevaar dat 'er in stak om dezen Prins verder te vermoeijelijken, heeft zulks verijdeld. want Crain Data die door mijn steeds op de allertoegevenste wijze is gehandelt, nu van agteren ter degen ingezien hebbende wat het regte oogmerk van den aanlegger van dit historiaal geweest is, heeft een bitteren„ haat 365 haat tegens hem opgevat en bijzonder op de door hem in die zaak gebruijkte Daeng Makoelie, die nu volgens het bij mijn vorige gemelde opgezonden word, ter verzending na zodanige plaats als uwe Hoog Edelhedens zull gelieven goed te vinden. zedert heb Ik aan de Koning der Maccassaren op zijn verzoek toegestaan de heffing van een thiende der uit die boven landen aan„ „gebragt wordende bamboesen. een voorregt dat de vorige ko„ „ningen altoos hebben gehad, schoon suist niet in het Con„ „tract bekend. Ik heb bij die occasie aan Crain Data als een bijzonder bewijs van genegentheijd en om hem des te nauwer te verbinden afgestaan de zo gpendaade gaarne door hem be„ „geerde Padij velden bij Tope djawa, dog onder Conditie, dat hij dezelve door Maccassaren en niet door Boegineesen moet laten bewerken, het geen hij ook aangewoomen heeft te zullen doen Jnmiddens dat Ik uwe Hoog Edelheedens bezijden dezen ne„ „drigst kome aan te bieden een plan van de op Malanke„ „rie bij provisie van bamboese en aarde aangelegde Bat„ „terij vermeld bij mijne Eerbiedige van den 15„e Mai passato §. 31. die Ik verzoeke om bij tijd en gelegendheijd sodanig van steen te mogen laten opmetselen, dewijl dit met weinig kosten zal kunnen geschieden, de muur ter dikte van 1½ â 2: en rder zal zijn schie„ voor om E leggen om„ o dat ds van bitteren E - en ter hoogte van 6½ â 7 voeten komende, en dus ook sterk ge„ „noeg voor een Inlandse vijand of tot defensie voor de Makassaa„ „ren die een groote twee honderd roeden gaans ter regterhand van de post haar nieuwe Rijk hebben opgeregt. Ik heb ook door het vertrek na Bima van een Chinees Inwoonder alhier gelegendheijd gekregen om de vorsten van Carrang-assang en Salemparrang, item de Resident Meurs te antwoorden op hunne ontfangene brieven bij mijn laast Eerbiedige van den 6„e dezer vermeld. Terwijl intusschen van Ternaten, in verzeekering opgezon„ „den, hier aangekomen is de bij mijne zo evengem: Missive aangehaalde Daing Mabe C: S: die Ik lange in bewa„ „ring bij den oppertoek laten zal, tot dat Ik met het goedvinden uwer Hoog Edelhedens hoedanig Ik met de„ „zelve handelen zal, gemunieert zal wezen, en waar toe Ik onder overzending der daar van spreekende Brieven van de Gouverneur Cornabé en het berigt van gecommitteer„ „dens zo die hier als op Ternaten deze affaire onderzogt heb„ „ben, ootmoedigst verzoek kome te doen; want sk dezelve zodanig gesitueert vinde dat het niet raadzaam is, die lieden hier aan de Iustitie over te geven, maar eerder de uijtspraak uwer Hoog Edelheedens te insteeren het zij„ tot 367 Nagezien D ierijk tot Confiscatie hunner bij de komp=e overgemaakte gelden na dat de deelhebbende perzonen het hunne te rug zullen hebben erlangd: dan wel zodanig als Hoogst Dezelve daar omtrend zullen gelieven te oordelen. Jk ben met de volmaakste Hoogagting en Eerbied. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaren Gestrenge wijd„ „gebiedende Heere en WelEdele Gestrenge Heeren /:laeger/ Juwer Hoog Edelhedens onderdanige en Getrouwen Dienaar /:was geteekend:/ B„s Reijke /:in margine:/ Makas„ „sar in het kasteel Rotterdam den 18„e october A„o 1734. Accordeert. Seena„ E gezen klikk ge„ kassaa„ hand ees— van ident bij gezon„ sive wa„ bew het de„ toe en van teer¬ gt zelve O E opia Aparte Missives Geschreeven aen Hunne Hoog Edelheedens de Hooge Indiasche Regeering te Batavia door den Eersten Resident te Pontiana Zeedert den 8 Januarij tot den 22 October Ao 1784. Voor Neederland verkeerd gesdaat tie of 376 L„a C Lo B 6 Junij 39 2:— No 74 Opia Secruete Brieff Geschreeven aan Hunne Hoog Edelheedens de Hooge Indiasche Regeering te Batavia door den Eersten Resident te Pontiana, Sub dato 23: October A„o 1784: Voor Neederland La B.

NL-HaNA_1.04.02_3676_0431 view scan ↗

English

368 Secret Batavia To his High Excellency Mr. Willem Arnold Alting Governor General; together with the Right Honorable Severe Lords Councillors of the Dutch Indies Etc. Etc. Etc. Etc. Etc. Etc. Etc. To the High Noble Severe Highly Esteemed and Widely Ruling Lord Right Honorable Severe Lords! High Noble Severe Highly Esteemed and Widely Ruling Lords Most submissively answering Your High Excellencies' highly revered secret missives of the 30th of December of the past year, the 5th and 22nd of March, and the 8th of June of this year, the undersigned shall initially take the liberty to assure Your High Excellencies in all reverence that when Sulthan Sarieph returned from Mampawa, where he had seized the Banjermassing vessel, I pointed out to His Highness the evil consequences that such actions could entail; yet he excused himself at once, stating that he would otherwise never have been able to obtain his outstanding funds at Banger. The evacuation, which according to Your High Excellencies' respected order is to take effect upon the arrival of the projected vessels, would not have failed to be facilitated by the undersigned by sending such dispensable remaining goods to Java with private vessels, had there been received by him Their High Honors' respected letter of the 2nd of May 1783; but the same having been brought here neither by the lighter nor via Java, he found himself unable to obey these honored orders, being ignorant of the same; finding himself also in the same case regarding giving Their High Honors the elucidation demanded of him concerning some expressions with regard to Sulthan Sarieph appearing in my submissive previously written letter of the 20th of March. The 23rd of October 1784. The letter 370 The letter whereby Your High Excellencies have been pleased to state to Sulthan Sarieph the reasons and motives that have moved Their High Honors to the evacuation, having also been received with thanks by the humble undersigned, the same shall dutifully be acted upon according to Their High Honors' pleasure, observing the utmost secrecy in all respects; while also, in the hope of Your High Excellencies' approval, I have taken the liberty to ship the artillery along with some other dispensable remnants here in the lighter de Windhond, which already lay ready in the month of September to turn its prow toward Your High Excellencies, but the late arrival of the pantjallang de Valkenaer on the 10th of this month is the cause that this small vessel only now advances on its voyage to Your High Excellencies; wherefore I also humbly solicit from Their High Honors' goodness that this late departure may not be attributed to the humble undersigned. Regarding the letter that is said to have been dispatched by Riouw's Regent Radja Hadjie via an Anachoda Malim to Sulthan Sarieff, I suppose it to be the one The 23rd of October 1784. which I which I took the liberty to offer in copy alongside my humble letter of the 10th of January of this year to Your High Excellencies for inspection, since it was brought by an Anachoda Malim residing at Banjermassing, and Sulthan Sarieff has received no other from there upon close investigation, and although His Highness in the aforementioned letter was requested to provide Riouw with provisions; the humble undersigned dares to solemnly assure Your High Excellencies that he has not done so up to now; indeed, not even a vessel has sailed from here thither; while His Highness has also not yet answered the letter; directly upon receipt of those letters, Sulthan Sarieff summoned me to court and communicated the same to me, adding that he regretted the Honorable Company had fallen into disturbances with Riouw, asking me at the same time whether I did not know the reasons for it. I replied to the prince that I was unaware of this, and that I hoped and trusted he would not pay the least regard to this request made by Radja Hadjie. He promised me directly that he would never presume to support the Company's enemies with anything whatsoever, and that I could be at ease in this regard; the next The 23rd of October 1784. day 372 The 23rd of October 1784. day I requested His Highness to have these letters sent once more to my residence for reading, and upon sending them to me, I had them immediately copied by the Malay scribe without Sulthan Sarieff having any knowledge that I had done so and dutifully sent them to Your High Excellencies. Pursuant to Your High Excellencies' highly respected orders, the undersigned has presented to the Panumbahan of Mampawa, as well as to Sulthan Sarieph, that as the Company has entered into open rupture with Riouw and Salangoor, Their High Honors recommended them not to meddle in these affairs, much less send any the least assistance, especially provisions, thither; for a considerable fleet was already there to ruin Riouw and Salangoor and to seize and confiscate everything that might be sent to the assistance of the Company's enemies. Sulthan Sarieph immediately assured me he would not permit anyone to sail thither, and although the Mampawa prince's answer up to this day still not

Dutch transcription

368 secreet Batavia Aan zijn Hoog Edelheid M„r Willem Arnold Atting Gouverneur Generael; beneevens de Wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Neederlandsch Indië Etta Effa Effa EtC„a EtC„n EtC„ C„a Den Hoog Edelen Gestrengen Hoog Agtbaeren en Wijd gebiedenden Heere Wel Edele Gestronge Heeren! Hoog Edelen Gestringen logagtbaeren en Wijs gebiedend en Heera Alleronderdaenigst brantwoordende uwE Hoog Edelheedens hoog Gevenereerde Secreete Missives van den 30en. December Anno passato, 5=n 22: Maart en 8=te Junij deeses Iaers, zal den submis„ „sen teekenaer aanvankelijk de hardiesse neemen UwE Hoog Edelheedens in alle Eerbied te verseekeren, dat toen Sulthan Sarieph van Mampawa retourneerde, Waerhij't Banjer„ „masingseh, „massingsen Vaertuijg in beslag had genoomen, ik zijn Hoogheid de quaede gevolgen die zulke gedoentens na zig konde sleepen, Voor Oogen hield; dog hij verontschuldigde zig ten Eersten; dat hij anders nooijt sijne te Banger uijtstaende penningen zoude hebben kunnen magtig worden. De Opbraeke na luijd uwer Hoog Edelheedens ge„ Eerbiedigde Ordre bij arrive der daertoe geprojecteerde Vaertuijgen Effect zullende doen sorteeren, zoude den submissen teekenaer almeede niet in gebreeken zijn gebleeven om ter faciliteering derzelver, zoodaenige restanten als Gemist konden worden met particuliere Vaertuijgen naer Iava te zenden; indien bij hem was ontvangen Hoog Derzelver geEerbiedigde Letteren van den 2ten Meij 1783: dan dezelve nog per de Ligter nog over Ta„ „va alhier Aangebragt zijnde, heeft hij zig buijten staet bevonden aan deese G'Eerde beveelens te kunnen Obedieeren, als van Se¬ „selve Jgnbrant zijnde; bevindende zig al meede in 't Zelfde geval Om hoogst Deselve de hem gedemandeerde Elucidatie te Geeven opzigtelijk Eenige Expressien ten aensien van Sulthan Sarieph Voorkoomende bij mijne Submisse bevoorens Geschreevene Letteren Van den 20:en Maert. — Den 23=en October 1784:— De brieff 370 De brieff waarbij uwE Hoog Edelheedens hebben gelieven Goed te vinden, Sulthan Sarieph Op te geeven, de ree„ „denen en motiven die Hoogst dezelve tot de Opbraeke heb„ „ben bewoogen, almeede bij den Needrigen teekenaer ten dank ontvangen zijnde, zal daer meede schuldpligtig naer Hoogst Derselver Welbehaegen werden gehandeld, en in alle Opzigten de Uijtterste secretesse in Agt neemen; terwijl almeede in hoope Van uwE Hoog Edelheedens Goedkeuring de Vrijmoedigheijd hebbe Genoomen 't Geschut neevens Eenige andere hier te missene Restanten, afte scheepen in de Ligter de Windhond die reeds in de Maend September heeft gereed geleegen, om de Steevenen tot UwE Hoog Edelheedens te Wenden, dan de laete Aankomst van de Pantjallang de Valkenaer op den 10=te deeser, is Oorsaek dit kieltje thans Eerst tot UwE Hoog Edelheedens reis Vordert; Waeromme dan ook van Hoogst Terzelver Goedheijd humbel ben solliciteerende dit laete Ver„ „trek niet aen den Nedrigen teekenaer gelieven te attribueeren. Aanbelangende de Brieff die door Riouws Regent Radja Hadjie per Eenen Anachoda Malim aan Sulthan Sarieff zoude zijn afgevaerdigd, Supponeere ik dezelve te weesen Den 23=e October 1784:— Welke ik hid n eff Welke ik de Vrijmoedigheid hebbe genoomen in Copia neevens mijne Onderdaenige van den 10=en Ianuarij deeses Jaers Uwe Hoog Edelhee„ „dens ter speculatie ten Offereeren, nademael die door Eenen te Banger„ „massing te huijshoorende Anachoda Malim is aengebragt, en Sutthan Sarieff geene andere van daer bij nauwkeurig gedaen On„ „versoek heeft Ontvangen, en ofschoon zijn Hoogheijd bij Opgemelde Brieff is Versogt om Riouw met Leevensmiddelen te Voorsien; zoo„ durfft den Nedrigen Teekenaer UwE Hoog Edelheedens heilig verapureeren hij zulx tot nog toe niet heeft gedaan; Jaselvs geen Vaertuijg van hier Derwaerds is gesteevend; Terwijl zijn Hoogheijd Ook de brieff nog niet heeft beantwoord; direct bij Ontvangst dier letteren, ontbood mij Sulthan Sarieff ten Hoove en Communicer„ „de mij dezelve daer bij voegende, 't hem leed deed de E Compagnie met Riouw in Onlusten Was geraekt, mij teffens Vraegende off ik daer van de reedenen niet Wist, Ik repliceerde den Vorst mij zulks Onbewust was; en dat ik hoopte en Vertrouwde hij gaen de Minste refecie op dit door Radja Hadjie gedaen Versoek soude slaen, hij beloofde, mij Direct, dat hij zig nooit zoude Onderstaen 's Compagnies vijanden met iets hoegenaemd te on„ „dersteunen en ik hier Omtrent gerust konde Weesen; des anderen. Den 23: October 1784:— daegs 372 Den 23„e October 1784:— dags versogt ik zijn Hoogheijd deeze brieven nog Eens ter lectuur Aan mijn Wooning en mij dezelve zendende liet ik die direct door den Maleijds Schrijver Copieeren zonder dat Sulthan Larieff Eenige bewustheijd draeijd, ik zulx heb laeten doen, en uwe Hoog Edelheedens die schuldpligtig hebbe toegesonden. Ingevolge uwE Hoog Edelheedens hoog GeEerbiedigde beveelens, heeft den submissen Teekenaer den Panumbahaij Van Mampawa, Zoo wel als Sutthan Sarieff Voorgehou¬ „den dat dewijl de Compagnie met Rrouw en Slanganoor in Oopenbaere ruptuire is geraekt, Hoogst dezelve hun Recom¬ „mandeerde om zig met deeze zaeken niet te bemoeijen, veel min Eenige de minste adsistentie bijzonder van Leevens„ middelen derwaerds te zenden; Want dat reeds Eene aen„ „sienelijke Vloot zig daer bevond om Pirouws en Sanganea te ruineeren en alles aan te haelen en te Confisqueeren Wat tot Onderstand van 's Compagnies Vijanden mogt ge„ zonden worden, Sulthan Sarieph Verseekerde mij direct= hij niet zoude permitteeren imand derwaerds steevende, en schoon Mampawas vorstens Antwooord tot heeden nag e n. niet

NL-HaNA_1.04.02_3676_0436 view scan ↗

English

The 23rd of October 1784:— has not been received, thus I can solemnly assure your High Noble Lordships that the high cost of provisions indeed prevents them from offering Riouw even the slightest assistance, the koyan of rice there having already risen to one hundred and thirty reals, besides the fact that they are busy there night and day fortifying themselves against Sambas' prince, who is daily expected with a fleet of fully eighty panjajaps to invade Mampawa, in reprisal for the Panumbahan's refusal to punish some of his inhabitants who, to and from Sambas, have committed many murders and robberies. — The reasons that the brother of Sultan Sarieff waged war against the Company on Riouw were, on the one hand, because he was lying there for trade when the Company's force was present there, and on the other hand because the Riouw people reviled Sultan Sarieff so severely for not offering them assistance now, whereas they had indeed shown him such in former years when he invaded Sangouw; wherein Radja Madje, by whom the young Regent is meant, of whom mention was made in the Prince's brother's letter as bearing among all natives 374 The 23rd of October 1784: natives the name of Ampe Touan or Radjamoeda, assisted; for at that time still wandering, he was already held in very high regard by Sultan Sarieph at Banjermassing, subsequently came hither with him and from here, after the Sangouw siege, sailed via Mampawa to Riouw:— That the aforementioned brother of Sultan Sarieff is a great merchant, the humble subscriber dares to assure your High Noble Lordships, and that no other motive than that submissively cited hereinbefore prompted him to help the Riouw people for a good six weeks, he himself has assured me under oath, for about a month ago I had the opportunity to speak with him personally because he came to pay a visit to Sultan Sarieff, being with his vessel for trading at Simpang (where he is married to a sister of the Sultan of Mattan) to buy slaves, whom he intends to transport to Palembang. From Malacca nor Riouw, not the slightest news is currently heard around here, which causes the submissive subscriber The 23rd of October 1784: — subscriber to nurture hope that Heaven may crown the Company's arms with its blessing, and having nothing more to add to this, may he be permitted to assume the high honor of signing with the deepest respect, [below stood:] High Noble, Rigorous, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord and Well Noble Rigorous Lords [lower:] Your High Noble Lordships' humble, obedient, and very lowly servant [was signed:] Walter Marcus Stuart [in margin stood:] Pontiana the 23rd of October Anno 1784: Agreed D. W. Sicart 33 376 Separate Batavia To his High Nobility The High Noble, Rigorous, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General, Together with The Well Noble Rigorous Lords Councillors of the Dutch Indies Etcetera, etcetera, etcetera. High Noble, Rigorous, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, Well Noble Rigorous Lords! After the dispatches of my humble latest secret letters of the 20th of September Anno passato, both in original and duplicate, were sent to your High Noble Lordships by the pantjallang De Valkenaer and via Mampawa, there arrived here the emissaries of Mattan's Prince with a letter from that Sultan, wherein he earnestly requested me to make a journey thither, because he had matters of very great importance to negotiate with me, without however revealing anything of what they consisted. I The 8th of January 1784:— I however inquired into this with the envoys, who could give me no other light than to assure me that His Highness had long been desirous to become an ally of the Company, and had even some years ago addressed himself in that regard to the Palembang Resident, who had never answered him on this chapter, and now likely wished to confer with me about this. May your High Noble Lordships' great goodness therefore favorably forgive the humble subscriber for having undertaken this short journey without beforehand awaiting your most high pleasure on this, having somewhat flattered himself that this might possibly be a place through which the Honorable Company might continue its trade in this quarter with greater advantage, and he thereby also tried to convince your High Noble Lordships that everything his slight capabilities permitted has been employed by him to expand the establishment of the Company on Borneo, and for the success of which he, as an honor-loving servant, from the beginning of his arrival here has spared no trouble or expense, nor shunned dangers, although fortune has never favored him in that regard to attend upon your High Noble Lordships with favorable reports; and since this conference held regarding the Mattan Empire likewise rested on no firm pillars of advantage

Dutch transcription

Den 23=' October 1784:— niet is ontvangen, zoo kan ik uwe Hoog Edelheedens heij„ „lig verseekeren, dat de duurte der Leevens middelen hun wel belet Om Riouw Eenige de minste Onderstand te bieden, zijnde de Co„ „jang Rijst daer reeds tot Een hondert en Dertig Reaelen Ge„ „steegen, buijten dat men aldaer nagt en Dag bezig is zig te Ver„ „sterken teegen Sambas Vorst die dagelijx met Een Vloot van wel Tagtig Panjajaps Verwagt word, om Mampawa te invadeeren, uijt represailles dat den Panumbahang weij„ „gerd te straffen Eenige zijner: Jngesetenen die af en aan Sam„ „bas veele moorden en zovereijen hebben gepleegd. — De reedenen dat de Broeder van Sulthan Sarieff Op Pirouw tegen de Compagnie georloogd heeft, is Eens deels ge¬ „weest Om dat hij daer ten handel lag, toen 's Compagnies magt zig daer bevond, en Anderen deels om dat den Riouwer zoo sterk op Sutthan Sarieff smaehde, dat hij hun nu geen bijstand bood, daer zij hem in Vroegere Jaeren zulx wel beweesen hadden toen hij Sangouw invaderde; Waerbij Radja Madje / sie door den Jongen Regent gemeend word, waar van in 's Vorstens broe„ „ders Brieff mentie werd Gemaekt als draegende onder alle Jnlanders 374 Den 23=en October 1784: Inlanders de naem van Ampe Touan off Radjamoeda /: heeft geadsisteerd; want toen ter tijd nog zondswervende, is. hij bij Sulthan Sarieph reeds te Banjermassing zeer Groot gezien geweest, Vervolgens met hem herwaerds gekoomen en van hier na 't Sangouwsche beleg, Over Mampawa Naer Riouw Gesteevend:— Dat meergemelde Broeder Van Sulthan Sarieff Een Groot Negotiant is, durfft den needrigen Teekenaer uwE Hoog Edelheedens Verassureeren, en dat geen andere drijffveer dan de hier Vooren submis geciteerde heeft hem Aengeset Om den Riouwer Eene groote ses weeken lang te helpen, heeft hij mij zelvs met Eede verseekerd, want nu Circa Een maend: geleeden kreeg ik geleegentheijd hem selvs te spreeken door dien, bij Sulthan Sarieff Een Visite quam af„ leggen, als zijnde met zijn Vaertuijg ter Negotieering op Sim„ „pang /: alwaer hij met Een suster van den Sulthan van Mat„ „tan getrouwd is:/ Om slaeven te koopen, die hij voorneemens is naar Palembang te Voeren. Van Malacca nog Riouw, hoord men hier Omstreeks thans geen de minste tijdingen, 't geen den submisse arie Teekenaer Den 23: October 1784: — Teekenaer hoope doed Voeden, den Heemel 's Compagnies Wapenen met zijnen Zeegen bekroone, en deese niets meer bij te voegen hebbende, zoo zij 't hem geoorlooft Zig de hoo¬ ge Eere aen te maetigen van met 't diepst Ontrag Eerbiedig te Onderteekenen /onderstond:/ Hoog Edelen Gestrengen Hoog Achtbaeren en Wijd„ „gebiedenden Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren /:Lager/ uwE Hoog Edelheedens onderdanige, Gehoorzaeme en zeer nedrigen. Dienaer /: was geteekend / Watter Marcus Stuart /in margine stond/ Pontrana den 23: October A„o 1784: Accordeerd D W: Sicart 33 376 aparte Batavia Aan zijn Hoog Edelheid e Den Hoog Edelen Gestrengen Hoog agtbaaren en Wijd gebiedenden Heere Mr Willem Arnold Sltting Gouverneur Generaal, Beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raeden van Neederlands Indië Essa Effa Effa EtC„a etC„a EtC„a Hoog Edelen Gestrengen Hoogagtbaaren en ij ie iedenden heerd Wel Edele Gestrenge Heeren! Naar de depeches mijner onderdaenige Jongste Secreete Letteren van den 20=ten September Anno passato, zoo in Origineel als Du„ „plicaat per de Pantjallang de Valkenaer en over Mampawa aan uwe Hoog Edelheedens afgevaerdigd, ariveerde alhier de sendelingen van Mattans Vorst met Een brieff van dien Sutthan, waer bij mij instandig kwaem te versoeken Een keer derwaerts te doen, om reeden met mij zaeken van zeer groot aanbelang had te verhandelen, zonder egter iets te laeten blijken, waerin deselve bestonden, Jk Den 8=en Januarij 1784:— Ik informeerde mij hier op egter bij de gezanten, die mij geen anderligt konde geeven, dan mij te verseekeren zijn Hoogheijd reeds lange begeerig was geweest Een bondgenoot der Compagnie te worden, en selfs over Ee¬ „nige Jaeren zig dientweegen bij den Palembangsch Resident had geadresseerd, die hem op dit Chapitter nooit had geantwoord, en nu den„ „kelijk met mij hier over wilde abboucheeren. Uwe Hoog Edelheedens Groote goedheid vergeeve dus den needrigen teekenaer gunstiglijk dat hij sonder alvoorens hoogst derselver welbehaegen hier op in te wagten, dit reijsje heeft ondernoomen, als zig Eenigsins gevleid heb„ „bende, dat dit moogelijk Een plaets mogte weesen, waer door D: E Maatschappij zijn Handel aan deesen ooirt met meerder voor„ „deel mogte Voortsetten, en hij daer door ook uwe Hoog Edelhee„ „dens heeft tragten te overtuijgen, dat alles wat zijne geringe Vermoogens permitteerde, door hem is te werk gesteld om 't Eta„ „blissement van De Compagnie op Borneg uijt te breiden, en tot welkers reussit hij als Een Eerlievend Dienaer reeds van het be„ „ginne zijner komste alhier geene moeijte of kosten heeft gespaerd, nog gevaeren ontsien schoon egter nooit 't geluk hem diendwee„ „gen heeft begunstigd om uwe Hoog Edelheedens met favorabele berigten opte wagten; en wijl deese gehoudene Conferentie nopens 't Mattansche Rijk almeede op geene vaste Zuijlen van Voordeel

NL-HaNA_1.04.02_3676_0447 view scan ↗

English

378 rest on advantage, because the nature of the inhabitants there in general is very lazy, and the necessary Chinese are lacking there to work the ores found there, and whether those will even be rich enough to amply cover the expenses to be incurred. Your Right Noble Honours, please favourably pardon the submissive subscriber as he details to you as briefly as possible how he found this Realm and its Trade, along with what could be supplied there, if the native made an effort of it. Hoping for Your Right Noble Honours' approval, however, I shall not expand upon the location of the place and river, but respectfully refer myself in that regard to the journal most humbly attached hereto, kept by the commander of the lighter De Windhond, Daniel Correch, who surveyed and recorded everything as accurately as was possible. The Sultan, who is about forty years of age, received me very friendly, but like all the inland princes around here, he is very simple-minded. At the first meeting, he already professed his long-standing desires to become acquainted with the Company, and that he had already begun to despair of ever succeeding in this, because he feared that the evil doings of the Candawangers and other 8th January 1784: princes who had set themselves up along the shores in his country would also be attributed to him. I replied to His Highness on this that Your Right Noble Honours never held anyone suspect of piracy or other evil before having experienced genuine proof thereof, and since His Highness assured me that neither he nor his subjects had ever made themselves guilty of such deeds, he had therefore also wrongly maintained this assumption. The next day he requested me to come to him, and repeated his request to live in friendship with the Dutch, and that he would very gladly cede his country and people to the Company if it would establish a trading post there and support him and his children, at the same time giving me an account of everything found in his country, but that there were no Chinese to work it. I replied to him on this that it was subject to many objections to simply and directly place a garrison in a place whereof one had no certainty, and where many expenses would have to be incurred for that purpose, without also being able to nurture any certainty 380 8th January 1784: that the same could be made good, whether through profits and revenues or through an abundant collection of products, and that I also doubted whether Your Right Noble Honours would as yet be inclined to this for the present, but that, subject to your highest approval, I was indeed willing to conclude a contract of friendship and exclusive trade with him, assuring him that this was just the same as if the Company were seated there, and that as far as the cession of his country and people was concerned, I accepted this with gratitude, but was by no means permitted to establish a trading post there before this was ordered to me by Your Right Noble Honours. He then recounted to me, weeping, that his three younger brothers had already attempted four times to deprive him of the realm, but that his other court grandees had always been able to offer him assistance, and that he had thereby triumphed over his adversaries; that his only comfort and the happiness of his children and people now depended solely on Your Right Noble Honours, and if you did not take pity on them, his realm would in the long run go to ruin through unrest; 8th January 1784: that if the Company wished to erect a lodge there, he would provide the necessary timber and people for it, and also ensure that the garrison to be placed there would always be provided with rice at his expense; and in case I might not or could not resolve without special orders from Your Right Noble Honours to leave any men there, he then requested me to submit his request to you in the strongest terms, adding that he was willing to accept all contracts and conditions that Your Right Noble Honours might propose to him and to observe them sacredly, indeed even if it should please Your Right Noble Honours to summon him to Batavia, he would go thither; that he would then now first address Your Honours with a letter, and whether I would be willing to undertake its delivery. I thanked His Highness for the good sentiments he held regarding the Company, assuring him that whoever had placed themselves under its protection had always risen to greater esteem thereby, and through the sacred maintenance of their promises had climbed to the highest pinnacle of happiness; that I had no other examples than those

Dutch transcription

378 van voordeel steunen, om dat den Landaard daer in t Generael zeer luijvald, en er de noodige Chineesen ontbreeken, om de daer val¬ „lende brtsen te bewerken, en off die dan nog wel zoo rijk zullen weesen dat ruijm de te maekene Ongelden zullen goed maeken. Uwe Hoog Edelheedens gelieve den Submissen teekenaer guns„ „tiglijk te pardonneeren hij hoogst dezelve zoo kort doenlijk de„ „tailleere hoedaenig hij dit Rijk en zijnen Handel met het geen daer zoude kunnen geleeverd worden / wanneer den Inlander er zijn werk van maekte / heeft gevonden; zullende egter in hoope van uwe Hoog Edelheedens geedkeuring niet uitbreeden nopens de leg„ „ging der plaets en Revier, maer mij diendweegen Eerbiedig te refereeren aan het deese Onderdaenigst bygevoegde Tournael door den gezaghebber van den Ligter de Windhond Daniel Correch gehouden, en welke alles zoo nauwkeurig maar doenlijk is geweest, heeft op genoomen en genoteerd: Den Sulthan die omtrent de Veertig saeren oud is, reci„ pieerde mij zeer Vriendlijk, dog is zoo als alle de Boovenlandsche vorsten hier omtrent zeer onnosel, bij de Eerste Ontmoeting betuijg„ „de hij reeds zijne langduurige Wenschingen om met de Compa„ „gnie in kennis te koomen, en dat reeds had beginnen te wan„ „hoopen hier ooijt in te zullen reusseeren, om dat vreede hem de slegte gedoentens der Candawangers en andere in zijn Den 8=ten Januarij 1784: Land Den 8=en Januarij 1784: — Land aan de stranden zig opgeworpen hebbende Vorsten meede zoude werden geattribueerd, ik diende zijn Hoogheid hier op dat uwe Hoog Edelheedens nooit iemand van Zeeroff, off ander quaad verdagt hielden, voor en al eer daar van de Waer„ „agtige blijken hadden ondervonden, en wijl zijn Hoogheid mij verasureerde hij nog zijne Onderdaenen zig nooijt aan dierge¬ „lijke Teijten hadden schuldig gemaekt, hij dus ook ten onregten dit Sustinue had opgevat; des anderen dags versogt hij mij bij hem te koomen, en herhaelde zijn versoek om met de Hollan„ „ders in Vriendschap te leeven, en dat hij zijn Land en volk aan DE Compagnie zeer gaerne wilde afstaen, wanneer dezelve aldaer Een Comptoir oprigte en hem en zijne kinderen soutineeren, mij teffens opgeevende alles wat in zijn land werd gevonden, dog dat er geen Chineesen waeren om het zelve te bearbeiden: ik repliceer„ „de hem hier op dat het aan veele bedenkingen was onderwor„ „pen, om maer zoo direct Een bezetting op Een plaets te leggen, waar men niets zeekers van had, en veele Ongelden daertoe moeten werden gemaekt, zonder almeede Eenige zeekerheid te kunnen roeden 380 ten Den 8=en Januarij 1784:— Voeden dat dezelve 't zij door Winsten en Inkomsten, dan wel Eenen Overvloedigen insaam van Producten zoude kunnen werden goedgemaekt, en dat ik ook twijffelde off Uwe Hoog Edelheedens voor Eerst hiertoe nog soude inclineeren, maer dat ik egter op hoogst derzelver approbatie wel Een Contract van Vriemd„ „schap en Exclusiven handel met hem wilde sluiten, hem Ver„ „seekerende zulx eeven 't selfde was als off de Maatschappij daer was geseeten, en dat wat den afstand van zijn Land en Volk betroff, ik zulx in dank accepteerde, maer geensins Vermogt Een Comptoir daer op te rigten, voor en al eer mij zulx door UwE Hoog Edelheedens wierd geordonneert; hij verhalde mij Vervolgens al weenende dat Zijne drie Tonger broeders hem nu reeds Viermaelen hadden tragten van het Rijk te beroven, dog dat Zijne andere Hoffgrooten hem althoos kunnen, bij¬ stand hadden gebooden, en daer door over zijne teegenstreevers had gezeegenpraeld, dat zijn Eenige troost en 't geluk zijner kinderen en Volk nu alleenig van uwe Hoog Edelheedens was afhangende, en wanneer die zig hunner niet aennaem zijn rijk ten langen lesten door Onlusten zoude te gronde en gaan Den 8=ten Ianuarij 1784: gaan; dat wanneer De Compagnie daer Een Logie wilde Opzigten, hij daertoe de noodige Houtwerken en Volkeren Wilde geeven, en ook zorgen dat de daer te leggene bezetting altijd van Rijst voor zijn reekening wierde Voorsien, en Sowar „neer ik niet mogt off zonder speciaele last van uwe Hoog Edel„ „heedens konde resolveeren daer Eenige manschappen te laeten, hij mij dan versogt ik zijn versoek hoogst dezelve op 't sterkste zoude voordraegen, onder bijvoeging bereijdwillig te weesen alle Contracten en Conditien die uwe Hoog Edelheedens hem mogten Voorleggen te zullen accepteeren, en die heilig naer te koomen, Ja selfs wanneer t uwe Hoog Edelheedens mogte behaegen hem naer Batavia te requireeren, hij derwaerds soude gaan, dat hij zig dan nu Eerst met Een brieff bij Hoogst dezelve Zou¬ „de addresseeren, en off ik dies bezorging wel op mij wilde nee¬ „men; ik bedankte zijn Hoogheid voor de goede gevoelens die hij nopens de Compagnie voede, hem verseekerende dat roien zig nog onder zijne bescherming had begeeven, daer althoos door in meer aensien waeren geraekt, en door 't heilig onder¬ „houden hunner beloftens, tot den Hoogsten Trap van geluk waeren gesteegen, dat ik geene andere voorbeelden, dan dien „

NL-HaNA_1.04.02_3676_0451 view scan ↗

English

382 The 8th of January 1784: those of the Banjarmasin and Palembang Princes, which were not unknown to him, were needed to substantiate this statement of mine, and that His Highness pleased to be assured that I would present his request to Your Right Excellencies and properly deliver the letter; upon this, he assembled all his court grandees, who were some thirty strong, and made known to them that he intended to surrender himself with land and people to the Company, and that to this end he would address himself by missive to Your Right Excellencies, adding that if there should be any among them who were disinclined to this, they had to vacate the land, and as long as he or his descendants reigned never return to it, or else he would have them punished as rebels. Everyone was equally eager hereupon to express his joy, and during this meeting the Sultan sent the Pangeran Adipati to my house with the request that I would favor him with a Company flag, which I also gave them and which was immediately hoisted from his flagpole under the discharge of some artillery. The day of my departure His Highness handed to me The 8th of January 1784: to me the letter for Your Right Excellencies, together with a small packet of gold dust, which I take the liberty most humbly to offer to the same; while I shall furthermore use the boldness to describe conscientiously to Your Right Excellencies the condition of the country and the riches that according to the Prince's statement are found there, and which by a careful investigation I have also found to be the truth. The Mattan realm is one of the largest on Borneo and extends from the Sanggau territory to the Banjarmasin territory or the negorij Cottaringen, and more than a month's journey inland, although on the shores no true subjects of his are found other than Jelai and Pesaguan, as Simpang, Kandawangan, and Karimata with its surrounding islands are held in possession by Malay princes who have set themselves up there, to which latter, however, the mountain peoples yield no contribution or taxes, but deliver the same monthly to Mattan; the number of Dayaks under his jurisdiction being estimated at eighty thousand souls, and those adhering to Mohammedanism at three thousand, who yearly to him 384 The 8th of January 1784: to him must deliver a certain quantity of rice and poultry, besides that the Dayaks furthermore monthly come in the number of six to seven hundred persons to perform their corvée services, and who are solely kept busy with the cutting of rattans in the forests; for which they receive not the slightest wage, yea, even bring along their own provisions to feed themselves during their presence on the shores. The negorij Lauer, where the Prince holds his court, is provided with about five to six hundred houses, and one finds there, as little as in his upper lands, any nation other than native Mattanese, as no Chinese, Malay, Bugis, or other merchants maintain their domicile there, for which no other reasons are known than that the native population in general is too lazy and indolent to conduct any commerce of importance, living as they do from what the mountain peoples deliver to them; this year, however, there have been two small Chinese junks that departed laden with rattans, and a Javanese vessel of about eight lasts, which latter I found there, and whose juragan indeed assured me of the good order that the Prince maintained, but at the same time also bitterly complained of not being able to turn over goods, The 8th of January 1784: goods, as in a good six weeks he had not yet sold a coyang of salt, and no one dared to purchase his cargo. From this single account Your Right Excellencies will be able, if pleased, to observe of how little importance the trade conducted there has been hitherto; yet in this one might hope for some improvement, if the peoples were persuaded to a more thoughtful way of life and the necessary Chinese could be found or brought in to work the tin ore occurring there, which is found about three days' journey upriver, and of which I take the boldness respectfully to present a sample to Your Right Excellencies; I also tried to persuade the Sultan to encourage his Dayaks to work this, as well as the gold, brass, and iron that also occur there, but His Highness assured me that this was impossible to do, since they harbor far too much superstition regarding it, from which they were not to be dissuaded, arising from the fact that in earlier times they had once begun to work on this, and various

Dutch transcription

382 Den 8=ten Januarij 1784:— die der Banjermassingsche en Palembangsche Vorsten die bij hem niet onbekend waeren behoefde bij te brengen om dit mijn gezegde te staeven, en dat zijn Hoogheid verassureerd geliefde te weesen, ik zijn versoek zoude Voordraegen aan uwe Hoog Edelheedens en de brieff behoorlijk addres Verleenen; hij ver„ „gaderde hier op alle zijne Hoffgrooten, die in de dertig sterk waeren, en maekte hun bekend Voorneemens te weesen zig met Land en Volk aan De Compagnie overte geeven, en dat hij zig ten dien Einde per Missive aan uwe Hoog Edelhee„ „dens zoude addresseeren, met bijvoeging dat Wanneer er onder hun zig mogten bevinden die hiertoe ongeneegen waeren, Zij 't Land moesten ruijmen, en solang hij offte zijne nasaeten herschte daer weeder in koomen off dat hij hun als weederspannelingen zoude doen straffen: Een ieder was hier op Eeven ijverig zijne blijschap te uijten, en geduurende deese Vergadering zond den Sutthan den Pangerangte pattij ten mijnen huijse met versoek ik hem met Een Compagnies Vlag wilde begunstigen, die ik hun ook gaff en welke direct van zijn Vlaggestok onder 't Losbranden van Eenig geschut wierd opgelischt— Den Dag van mijn Vertrek overhandigde zijn Hoogheid mij Den 8=ten Januarij 1784: mij de Brieff voor uwe Hoog Edelheedens, neevens Een kleen Pakje met stoffgoud,welke ik de Vrijmoedigheid neeme hoogst: deselve aller onderdaenigst te offereeren; terwijl ik verder de hardiesse sal gebruijken UwE Hoog Edelheedens naer gemoede op tegeeven 's Lands gesteltenis en de Rijkdommen die Volgens 's Verstens opgaeve daer gevonden werden, en welk ik door Een nauwkeurig ondersoek ook bevonden hebbe de waerheijd te weesen. 'T Mattansche Rijk is Een der grootste op Borned en strekt zig uijt van het sangouwsche tot aan't Banjermas„ „singsche gebied off de Negoreij Cottaringen, en meer dan Een maand reijsens Landwaerts in, Schoon aan de Stranden gee„ „ne Waeragtige Onderdaenen dan Jelij en Pesagoang van hem gevonden werden, als werdende Simpang, Candawangang en Crimata met zijne omleggende Eijlanden, door zig daer opge„ „worpen hebbende Maleijdsche Prinsen in besit gehouden, aan welke laetstgemelde egter de Bergvolkeren geen Contributie off Lasten opbrengen, maer dezelve maendelijks naer Mattan af¬ „brengen; wordende het getal der onder zijn gebied Staende Da„ „jakkers op Een Tachtig duijsend Zielen /: en die het Mahometha„ „nendom zijn toegedaen op drie duijsend, begroot, die Jaerlijks hem 384 Den 8=ten Januarij 1784: — hem Een zeekere quantiteit Rijst en Pluimvee moeten opbrengen buijten dat de Dapakkers nog maandelijks ten getalle van ses â Seeven hondert stux hunne Heeren Diensten koomen verrigten, en welke Eenlijk bezig werden gehouden met het Snijden Van Rottings in de Bosschen; Waer voor zij geen de minste loon ontvangen, Ja selfs hun Eijge Leevens middelen meede brengen om hun geduurende haer aen¬ „weesen aan de stranden te voeden. De Negoreij Lauer waer de Vorst Zijn Hoffhoud is omtrent met Een Vijff à Ses hondert huijzen Voorzien. en vind men daer ook zoo min als in zijne boovenlanden Eenige andere Natie dan geboorene Mattangers, alzoo geen Chineese, Maleijdsche, Boeguineesen off andere Negotianten daer hun Domicilium houden, waarvoor men geen andere redenen weet, dan dat den Landaard in 't Generael teluijen Vad sigis om Eenige Negotie van aanbelang te doen, als leevende van het geen de Berg„ Volkeren hun opbrengen, dit Iaer zijn er egter twee kleene Chinee„ „se Tonken geweest welke belaeden met rottings zijn vertrocken, en Een Iava's Vaertuijg van omtrent Agt Lasten, welke laeste ik daer vond, en Wiens Iuragan mij wel de goede ordre die den Vorst heude verseekerde, maer teffens ook biter kleede geen goe„ „deren en Den 8=ten Januarij 1784: ~ „deren te kunnen omsetten, alzoo in Een groote ses weeken nog geen Coijang zout had verdebiteerd, en niemand zijne lae„ „ding dorst aenslaen. Uijt dit Enkel staetje zullen uwe Hoog Edelheen„ „dens des gelievende kunnen boogen van hoe weinig aanbelang tot nog toe den Handel die daer gedaen werd is; dog hier in zoude men wel Eenige beeterschap kunnen hoopen, wanneer men de volkeren tot Eene meer met nadenken gepaerd gaende Leevens wijze overhaelde en er de noodige Chineesen konden werden gevonden off aengebragt om de daer vallende Thin Ertz te bewerken, die men Circa drie dag reij¬ „sens opwaerds van t revier Vind, en waarvan ik de hardiesse neeme Een monster Uwe Hoog Edelheedens Eerbiedigte presentee¬ „ren; ik heb ook den Sulthan tragten te persuadeeren, om sijne Dayakkers tot dies bewerking, zowel als tot 't daer meede vallende Goud, Geel kooper, en ijzer te animeeren, dog zijn Hoogheijd verseekerde mij dat zulx onmoogelijk was te doen, nademael zij daer omtrent alte veel bijgelooffvoeden, waervan niet te diverteeren waeren, Voortspruijtende om dat in vroe¬ „gere tijden hier Eens aen hadden beginnen te werken, en ver„ Schil

NL-HaNA_1.04.02_3676_0455 view scan ↗

English

386 The 8th of January 1784: having had a dispute among themselves, the greatest part of them had been murdered, and now they maintain that if they were to start again, their ancestors would punish them with death again, and discord would be sown among them. Diamond mines were also found there, but likewise not worked for the aforementioned reason; the Prince showed me a stone that had been dug there now well over one hundred years ago, being of a solid shape and very white water, weighing three hundred seventy-six carats, and this diamond passes upon death from one Prince to the other. Wax and birds' nests are also found there, but of the former no more than is used there, and a good twenty picols yearly will be the amount, the birds' nests also being nothing special and mostly black, full of feathers. The only thing in which the Prince therefore still trades, and which are also reasonably good, is slaves, for which he sells his Dayaks when they fail to deliver their contingent or commit other offenses; they are of a very good stature and disposition, but very stupid; the price for them varies greatly, but commonly thirty-five to forty reals are paid for them, without making any distinction between The 8th of January 1784: between women or men. Binding-rattans and Kayu Lakka are found in abundance, which the small traders of Mampawa, Sambas, and others go to buy up there when the Chinese junks are around here, at which time they sell the same to those vessels for ten reals per one hundred bundles, which cost them six reals in Mattan. Thus, having respectfully reported to Your High Nobilities, as briefly as possible and according to the truth, the constitution of Mattan's realm, and the goods that would be found there if the necessary laborers were to be had, it remains for me to add to this the Prince's promises, that he would make it his business to obtain Chinese, whom he would put to digging, and provide them with rice and other provisions for nothing in the first years, provided that Your High Nobilities would also be pleased to resolve to advance the expenses first to be incurred for the purchase of tools etc., as he did not have sufficient means to furnish the latter. And since it appears to me that as long as the local population 388 The 8th of January 1784: the local population there does not change their way of life by applying themselves more to trade, anything would be started with very little prospect of profit, I have taken the liberty to declare submissively before this that nothing rests upon any firm grounds of certainty, but everything is still very uncertain, although I assume for certain that the Sultan will keep his word in everything, and that everything will be done on his part to encourage his subjects to trade, and if successful in this, one could still turn Mattan into a profitable establishment. To economize all expenses, I have, in the hope of Your High Nobilities' favorable approval, employed the lighter De Windhond to make the journey, but found myself necessitated to wait upon the Prince and some grandees of the realm with small presents of chintz etc., to the amount of eighty-seven round reals, so I humbly request permission to write off this small sum in the trade books. Concluding this, I assume the high honor Batavia The 8th of January 1784: honor of remaining with the deepest respect and esteem reverently, underneath stood, High Noble, Severe, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, and Well Noble, Severe Lords; lower: Your High Nobilities' submissive, obedient, and very humble servant, was signed, Walter Marcus Stuart; in the margin: Pontiana, the 8th of January 1784: To His High Nobility, The High Noble, Severe, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Well Noble, Severe Lords, Councilors of the Dutch Indies, etc. etc., etc. etc. High 390 High Noble, Severe, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, Well Noble, Severe Lords! Respectfully answering Your High Nobilities' highly respected letter of the 8th of June of this year, I most submissively report concerning the same that the letter and presents for Mattan's Prince via the pantchiallang De Valkenaer, and the latter under covering letters from the Samarang Administration, have been properly received, and were yesterday dispatched thither with the Malay writer and the Captain of that nation, Inche Bastam; with orders to the first-mentioned to steer toward Batavia from there, should the Prince be inclined to send a vessel to Your High Nobilities; and the humble subscriber, in accordance with Your High Nobilities' ever-respected The 22nd of October 1784: respected orders, has pointed out to His Highness by missive the impossibility for the present of creating an establishment there, unless one could ensure on good grounds that the Company could settle there with prospects of profit; advising him to make it his business to make a beginning with digging the ores, and to seek the Chinese required for that purpose, as well as not only to encourage his subjects to trade, but also to urge them to sail to the capital, that these might be means that would soon persuade Your High Nobilities to fulfill his desires, especially if Your High Nobilities were to perceive thereby that his subjects gained a little more prudence, by also being industrious in digging from the bosom of the earth

Dutch transcription

386 Den 8=ten Ianuarij 1784:— „schil onder Elkanderen gekreegen hebbende, waeren het grootste ge„ „deelte daarvan vermoord geworden, en nu stellen zij dat wanneer zij weeder aenvingen hunne Voor Ouders haer wederom met de dood sou„ „de straffen, en twee spald onder hun verweeken. — Diamant-mijnen werdener ook gevonden, dog al„ „meede om levengemelde Oorsaek niet bewerkt; Den Vorst toonde mij Een steen die nu ruijm Hondert Jaeren geleeden aldaer was gegraeven, zijnde van Een Traeije gestatte en zeer Witt waeter, weegende drie„ hondert ses en seeventig Caraeten, en deese Diamant gaet van de Eene Vorst op den anderen bij sterfgeval over. Wax en Vogelnesjes vallenerook, dock van Eerstgemel¬ „de niet meer dan daer gebruijkt Word, en Een groote Twintig pricols 's Jaerlijks zal bedraegen, zijnde de Vogelnesjes ook niet veel bijzonders en meest swarte vol van Veertjes. - Het Eenigste waer den Vorst dus nog in Negotieerd en ook reedelijk goed sijn, is slaeven daer hij zijn Dajakkers voor verkoopt, wan„ „neer zij manqueeren hun Contingent op te brengen off andere feij„ „ten pleegen, zij zijn van Een zeer goede gestatte en Inborst, dog zeer dom, de prijs daarvan is zeer Verschillend, dog gemeenlijk word daarvoor Vijff endertig à Veertig realen betaeld, sonder onderscheid tusschen en Den 8=ten Januarij 1784: tusschen Vrouwen off mans te maeken. Bindrottings en Cajoe Lakka valter in meenigte, welke de Mampawasche, Sambasse, en andere Negotiantjes daer gaan opkoopen, als de Chineese Jon„ „ken hier omstreeks zijn, wanneer zij dezelve aan die kieltjes omsetten voor Thien realen de Een hondert Bossen, wel„ „ke hun op Mattan ses realen te staen koomen. Dus zoo kort mij doenlijk uwe Hoog Edelheedens naer Waerheijd de Constitutie van Mattans Rijk, en de goe„ „deren die daer, wanneer er de noodige werklieden waeren te be„ „koomen soude weesen Eerbiedig opgegeeven hebbende, zoo blijfft mij nog overig 's Vorstens belofften deese bij te Voegen, dat hij zijn werk zoude maeken om Chineesen te krijgen, welke hij aen 't graeven soude setten, en hun in de Eerste Tae„ „ren voor nits van Rijst en andere leevens middelen Voorsien, mits dat dan ook uwe Hoog Edelheedens geliefde te re„ „solveeren, om de Eerst te maekene Ongelden ter inkoop= van Gereedschappen &„o Voor te schieten alro hij ot t fournee„ „ren van Laeste, geene vermoogens genoeg had. En nademael t mij Voorkomt dat zoo lange den Landaard 388 Den 8=en Januarij 1784:~ Landaard daer niet van leevenswijze veranderd met hun meer, op de Negotie toeteleggen, er met zeer weinige vooruijtzigten van voordeel iets te beginnen soude weesen, zoo hebbe de hardiesse gebruijkt hier voor reeds submis te Verklaeren, niets op Eenige vaste gronden van seekerheid steund, maer alles nog zeer on„ „seeker is, schoon ik wel seeker stelle den sulthan in alles Woord Sal houden, en bij hem alles zal werden gedaan om zijne Onderdaenen tot 't Negotieeren te animeeren, en hier in slaegende zoude men Mattan nog wel tot Een voordeelig Etablissement kunnen maeken. Ter menageering van alle Ongelden, heb ik in hoope van uwe Hoog Edelheedens Gunstige approbatie de Ligter de Windhond tot 't doen der reijse g'emploijeerd, dog mij genecessiteerd gevon„ „den den Vorst en Eenige rijxgrooten met kleene pre„ „sentjes van Chitzen d„o optewagten, ten bedraege van Seeven en Tachtig ronde realen, zoo zolliciteere demoedig om dit Sommatje bij de Negotie boekjes te moogen afschrijven. Deese besluijtende, Zoo maetige mij de hooge Eere Batavia Den 8=ten Januarij 1784: — Eere van van met 't diepst ontzag en Eerbied reveren„ „telijk te blijven /onderstond/ Hoog Edelen Gestrengen Hoog agtbaa„ „ren en Wijdgebieden den Heere en Wel Edele Gestren„ „ge Heeren /:Lager:/ uwe Hoog Edelheedens onder„ „daenige gehoorsaeme en zeer needrigen Dienaer /was geteekend / Watter Marcus Stuart /:in margine/ ten Pontiana den 8=en Ianuarij 1784:— Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen Gestrengen Hoog agtbaeren en wij gebiedende Heere M:r Willem Arnold Atting Gouverneur Generael, Beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Neederlands Indie Effa Eta EtC„a EtC„nE Hoog 390 Hoog Edelen Gestrengen Hoogaftbaenen en wijdgebiedende Heere Wel Edele Gestrenge Heeren! Eerbiedig beantwoordende uwE Hoog Edelheedens hoog gerespecteerd schrijvens van den 8=ten Junij deeses Iaars, diene ik op 't zelve alleronderdaenigst, dat de Brieff en geschenken Voor Mattans Vorst per de Pantjallang de Valkenaer /: en laeste onder geleijde letteren van 't Samarangsch Ministerie:/ behoorlijk zijn ontvangen, en op Gisteren per den Maleijdsch schrijver en den Capitain dier Natie Intje Bastam derwaerds gedepecheerd; met Ordre Aan Eerstgemelde Omme van daer, Wanneer den Vorst mogt Inclineeren Een Vaertuijg tot uwe Hoog Edelheedens te zenden, Bata„ „viawcaards te steevenen; en heeft den needrigen Teeke„ „naer in Opvolging uwer Hoog Edelheedens altoos ge„ „ Eerbiedigden „ ne gin en Den 22=en October 1784:— „Eerbiedigde beveelens zijn Hoogheijd per Missive Voor„ „gehouden, de onmoogelijkheijd om voor Eerst nog, daer Een Etablissement te maeken, ten zij op goede gronde konde verseekeren dat de Compagnie zig aldaer met Voor„ uijtzigten van voordeel konde ter needer zetten; hem raedende Zijn werk er van te maeken, om met het graeven der Eertzen Een begin te maeken, en de daer¬ „toe verEijscht wordende Chineesen te Zoeken, mitsga¬ „ders zijne Onderdaenen, niet alleen tot den handel te Animeeren, maer ook tot de Vaert naer de Hoofdplaats aen te zetten, dat dit moogelijk middelen zoude wre„ „sen, die UwE Hoog Edelheedens spoedig soude Overhae¬ „len om aan zijn Verlangens te voldoen, Vooral, als— Hoogst dezelve daer door ondervonden, zijne Onderdaenen Een weinig meer naedenken kreegen, met meede werk¬ „zaam te weesen, om uijt den Schoot der Aarde te delven

NL-HaNA_1.04.02_3676_0461 view scan ↗

English

392 The 22nd October 1784:— to dig up the treasures and riches that God has so bountifully bestowed. I have also at the same time requested His Highness to provide me as soon as possible with another pot of tin ore, and also to specify to me what the tools and the first expenses to be incurred would consist of, but I doubt whether he will give a satisfactory answer to this, because during my presence there he already said he did not know such things, and no one was to be found there who had any understanding of it, but that one would have to make inquiries concerning this at Palembang. Manufactures have hitherto been little or not at all in demand there, as the inhabitant is already very well content if he only has a fine neckerchief and a Bugis garment around his body, living for the rest carelessly off what the Dayaks yield to them, without concerning themselves with trade; I can solemnly assure Your High Noble Lordships The 22nd October 1784: assure that I have seen the Javanese trader who lay there sell his goods, which consisted of nothing other than some salt and sugar and were not worth two hundred realen, in retail, because in the whole of Mattan there was no one who dared to take his cargo. Regarding the tin ore which the humble undersigned has taken the liberty respectfully to offer to Your High Noble Lordships, may he be permitted to note that it truly was genuine tin ore, in which the spirits were still contained, as I myself have seen that three realen weight of sand, which I had taken from the very same pot, yielded half a reael of tin, whereby I am obliged to assume that one has tried to refine this ore at Batavia in crucibles or pans, as the submissive undersigned also did here at first, and obtained nothing other than a hard-like substance, bearing much resemblance to burnt-out 394 The 22nd October 1784: blacksmiths' coals, but a native who extracted the tin for me placed a pot under the furnace, and then moistening the ore he scattered it over the coals, which were kept in a continuous glow by the bellows, and after having made a heavy fire for about a good quarter of an hour, one saw the pure tin run into the pot that stood beneath it. Of the rough diamond, weighing heavily three hundred and seventy-six carats, I take the boldness humbly to offer the drawing to Your High Noble Lordships for speculation, and notwithstanding the little knowledge that the submissive undersigned has of jewels, he dares to assure the Very Same that it is genuine; but I doubt whether one could ever obtain it, because it belongs to the realm, and the Prince himself is not even allowed to dispose of it. For the favorably granted qualification for the writing off of eighty-seven realen on account of small The 22nd October 1784:— small gifts given to Mattan's Prince and grandees of the realm, expressing my humble thanks to Your High Noble Lordships, I otherwise assume the high honor of remaining humbly, with the deepest respect and deference. /was written below:/ High Noble Stern Highly Honorable and Far-Ruling Lord and Well Noble Stern Lords /lower:/ Your High Noble Lordships' humble obedient and very submissive servant /Was signed:/ Walter Marcus Stuart /in the margin stood/ Pontiana the 22nd October 1784:— Agreed J H: Sicarl M And Palembang Secret Separate & Secret Netherlands No. 6 Copy Secret Letters from Palembang dated 1, 9 March, 8 April and 27 May 1784. Together with various enclosures 396 To His Honour The High Noble Stern Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General Together with The Well Noble Lords Councillors of Netherlands India High Noble Great Honorable Lord Well Noble Lord! The King hitherto still continuing to show all zeal in the dispatch of tin and pepper, likewise not seeming disinclined to give satisfaction to Your High Noble Lordships, provided that His Highness's repeated assurances thereof to the humble undersigned were further confirmed with deeds: and if the promise of the court is finally to be relied upon, I have, flattering myself with this hope and in expectation of Your High Noble Lordships' gracious approval, taken the boldness to dispatch the bark immediately on this still favorable occasion: the more so as I have succeeded without cash payment in obtaining some tin from the King, although such has only consisted of a small quantity of 1000 picols. Your High Noble Lordships may graciously persuade yourselves that the humble undersigned has left nothing untried that could serve to persuade a larger quantity for a full cargo. Months have elapsed under the pretense of the King's indisposition before the submissive undersigned could obtain a decisive answer to his pressing proposals: in which meantime he was not favored by the ministers with a wished-for outcome of his proposals, until His Highness finally saw fit to admit him to an audience and to excuse himself with the old customs, that whenever a vessel was destined for this station on behalf of the Honorable Company, always cash

Dutch transcription

392 Den 22=e October 1784:— delven de Schatten en Rijkdommen die God Zoo mildelijk geschonken heeft. Jk heb zijn Hoogheijd ook teffens versogt mij nog met Een pot Thin Ertz ten spoedigsten te Voorsien, en dan mij ook op te Willen geeven waer in de gereedschappen en de Eerst te maekene Ongelden zoude moeten bestaen, dan ik Twijffele off hij hier op wel voldoende zal antwoorden, Om dat mij bij aenweesen daer reeds zeijde zulx niet te weeten, en niemand zig daer bevond, die daer Eenig verstand van had, maer dat men diendweegen de In„ „formatien op Palembang zoude moeten doen. Manufactuuren zijn daer tot nog toe weijnig off niet getrokken, alsoo den Inwoonder al zeer wel te Vreedsen is, wanneer hij maer Een fraeije Neúsdoek en Een Boeginees kleedje om 't Lijff heeft, leevende voor het Overige Onbezorgd weg, van het geen hun de Dajakkers opbrengen, zonder zig met de Negotie te bemoeijen; ik kan uwe Hoog Edelheedens heijlig Verapureeren Den 22„' October 1784: Verassureeren dat ik den Javaese handelaer die daer Lag. zijne goederen die in niets anders dan wat zout en zuijker bestonden en geen twee hondert realen waerdig wae„ „zen, in het kleen heb zien verkoopen, om dat op geheel Mattan niemand was, die zijn Laeding dorst aenslaen. Noopens de Thin Ertz die den needrigen teekenaer de Vrijmoedigheijd heeft genoomen uwE Hoog Edelheedens Eerbiedig te offereeren, zij 't hem gepermitteerd te noteeren sal 't waerlijk op regte Thin Citr was, waer in de geesten nog Zaeten, alzoo zelfs gezien hebbe dat drie Reaelen swaerte aen zand die ik uij 't zelfde potje hebbe laeten neemen Een halff reael. Thin hebben Opgeleeverd, waer door ik Verpligt worde te veronderstellen dat men deeze Ertr op Batavia heeft tragten te zuijveren in kroesen off pannen, gelijk den submissen teekenaer hier ook Eerst heeft gedaen, en niets anders gekreegen dan Een hardagtig weesen, veel gelijkenis hebbende naer uijtgebran¬ „de 394 Den 22: October 1784: „de Smitskoolen, dog Een Inlander die mij 't Thin er uijt„ „haelde, sette onder het fornuijs een pot, en toen de Ertz Vogtig maekende strooijde hij die over de koolen die door de blaasbalk Een geduurige gloed hielden, en na om¬ „trent Een groot quart uur swaer Vuur gemaekt te hebben, Zag men de Zuijvere Thin in de pot die er Onder stond loopen. Van de Rúuwe Diamant Swaer Weegende Drie hondert Ses en Seeventig Caracten, gebruijke ik de stoutheijd UwE Hoog Edelheedens de teekening ter specu„ „latie needrig aen te bieden, en niet teegenstaende de Winige kennis die den submisse teekenaer Van Juweelen heeft, Turff hij hoogst Dezelve Wel verasureeren hij Egt is; dan ik twijffele off men die wel Ooijt zoude kunnen magtig Worden, om dat hij aen het Rijk behoord, en den Vorst zelvs er niet over mag Disponeeren. Voor de Gunstige Verleende Qualificatie ter af¬ „schrijving van Reaelen Seeven en Tagtig weegens gedaene Smallen Den 22=e October 1784:— Smalle Geschenkjes aan Mattans Vorst en Rijxgroo„ „ten uwe Hoog Edelheedens mijne Neederigen Dank afleggende maetige ik mij Overigens de hooge Eere van met 't diepst Ontzag en Eerbied needrig te blijven. /onderstond:/ Hoog Edelen Gestrengen Hoog agtbaeren en Wijgebiedenden Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ UwE Hoog Edelheedens onderdanig gehoorzaeme en zeer Submissen Dienar/Was geteekend:/ Watter Marcus Stuart /in margine stond/ Pontiana den 22: October 1784:— Accordeerd J H: Sicarl M En Balemburngse Secreter Aparte & Regieon Nieden land No. 6 Copie Secreete Brieven van Palembang gedateerd 1. 9. maart, 8. april en 27. Mai 1784. Nevens diverse Bijlagen §96 Aan zijn Edelheid Den Hoog Edelen Groont Agtbaaren Heer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Benevens Den wel Ed: Heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edel Groot Agtb: Heer Wel Edele Heer! De Koning tot dus verrel nog voort va„ e allen ijver te betoonen, bij de verzending Thin en peper zo mede niet ongeneegen schij„ niet ongenoegen schijnende uw Hoog Edel„ rens genoegen te zullen geven bij aldien zijn „heid her haalde verzeekeringe daar van aan nedrige teekenaar maar verders met mest de bevestigd werden: en op de belofte van 't eindelijk staad te maaken is heb ik met de dese en 396 Den Hoog Edelen Groont Agtbaaren Heer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Den wel Ed: Heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edel Groot Agtb: Heer Wel Edele Heer! De Koning tot dus verrel nog voort va„ rende allen ijver te betoonen, bij de verzending van Thin en peper zo mede niet ongeneegen schij„ nende niet ongenoegen schijnende uw Hoog Edel„ heedens genoegen te zullen geven bij aldien zijn Hoogheid herhaalde verzeekeringe daar van aan den nedrige teekenaar maar verders met mart de daad bevestigd werden: en op de belofte van 't hoff eindelijk staad te maaken is heb ik met de Benevens Aan zijn Edelheid dese en deze hoop mij vlijende en in er spectantie uwer Hoog Edelheedens gratiense goed keurig, de dagjheid gebruikt de baak aen staend bij deze nog gunstige gelegentheid te depecheeren: te meer ik geslaagd bin zonder Contante betaling van den koning eenig shin magtig te werden hoe was zulks maar meene geringe qualiteit van 1000 picols bestaan heefd uw Hoog Edelhed:s gelieven zig gratier„ selijk te persuadeeren dat den nedrig en tee„ kenaar nits onbezogd heeft gelaten wat tot persuatie eener grotere quantitijd voor eene volle la„ ding heeft kunnen strekken Maande zijn 'er verlopen onder voorgieren van 's konings in dispositie eer den submissie te„ kenaar op zijne aan druigende voorstelle eene des„ cisive antwoord heeft kunnen erlangen: in wel„ ke tusschen tijd hij door de ministers niet eene gewenschte uitslag zijner voorstelle gestat„ teerd is geworden tot dat zijn hoogheid einde. lijk heeft kunnen goedvinden hem ter audien„ tie te laten en zig te excuseeren met de oude gewoontens, wanneer een bodem 's E. Comp: weegen voor dit Comptoir gedestineerd was altoos Contanten

← previousnext →