Inventory 3686
Bengal · 593 pages · 305 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
190 jurisdiction of the Company, with a request to know how they should conduct themselves in this matter, we resolved, as recorded in the Public Resolution of the 26th attached thereto, to write to them in order to enable us to judge the matter more thoroughly, instructing them to investigate and report to us what agreements concerning this matter were made with those people, both by Mr Ross and his successors in office, and what right the Company has to insist upon and maintain the effect and observance of that convention or conventions, as well as what advantage or disadvantage resided in maintaining or abandoning that matter; and the aforementioned servants having complied with these requirements by a separate letter of the 20th of November, we resolved on the 6th of December, when we deliberated on the same, since there has never been any possibility of obtaining a formal and legal cession of the intended terrain or the so-called enlargement of Kalkapoer as ought to have been, and the terms agreed and stipulated in the name of Baabulla at the time of Mr Ross have long since expired, and the matter itself, through the war, has virtually regained its former state, since it appeared most advisable and best to abandon finally all territorial extensions as causing only difficulty and yielding no advantage, to remain content with the old perimeter of land, and thus to leave the zamindars to their lawful territorial lords. We hope that this our action will agree with the intention of Your High Nobilities. The aforementioned servants having informed us, by secret letter of the 24th of this current month, that the Nawab Mahmed Rezachan, on the occasion when our vakil had to speak with His Excellency about some matters concerning the village of Kalkapoer, had asked that servant how the trade of the Company was going, to which the aforementioned vakil 191 had replied that since it was only newly beginning, one could not yet say much about it, to which the Nawab had rejoined that it would turn out very well if the Company sent silver hither again, since, according to a letter written in Persian by Mr Hastings upon his departure and shown to the said vakil, there was great expectation that the mint, according to an agreement between the well-mentioned Mr Hastings and the currently governing Governor-General Macpherson, would soon be established again at Moorshedabad, for which reason the mint buildings were also already being cleaned and put in order, and that this had also been confirmed by the other court grandees and in particular by the former mint daroga, which latter had requested the courtier that in that case he should try to arrange that he, the daroga, should receive the Company's work under his administration as before; that the vakil having then retorted to him how it would then stand with the still outstanding mint balances that the Company still claimed, the aforementioned daroga had promised that if he got that work into his hands again, he assured that he would then do everything possible to ensure that something was paid annually toward those old arrears; we may not fail, while presenting a copy of the said letter, respectfully to give notice thereof to Your High Nobilities, while we shall have to await the outcome thereof. We humbly request permission, with reference to the command of Your High Nobilities in your esteemed secret letter of the 20th of July 1781 regarding the unpleasantries that had arisen here in the preceding year, to revoke the commission that had been decreed and to cease all further investigation, most obediently to communicate that after the signing of the report sent by that commission to Batavia, all further investigation was not only ceased, but likewise all papers relating thereto
Dutch transcription
190 „dictie van de Comp:e wilden begeeven, met ver„ „soek om te moogen weeten hoedanig zij zige in deeze, zullen hebben te gedraagen, zoo beslooten wij, zoo als bij de Publieke Reso¬ „lutie van den 26:e daar aan genoteerd staat, hun aan te schrijven om, ten einde ons in staat te stellen daar over grondiger te kunnen oor„ „deelen, na te gaan en ons op te geeven welke overeenkomsten dien aangaande met die lieden zijn gemaakt, zoo door den Heer Ross als zijne opvolgers in officio, en wat regt de Comp:e heeft om op het effect en de nako„ „ming van die Confentie of Conventien aan te dringen en Staan te blijven mitsgaders wat voordeel of nadeel 'er resideerde om die zaak te souteneeren of op te geeven; en door geme: Bedienden aan deese requisiten, bij aparte brief van den 20 e November, voldaan zijnde zoo resolveerden wij op den 6:e December wan„ „neer wij over dezelve besoigneerden nade„ maal er nooit geen mogelijkheid is geweest, om van het bedoelde Jerrein of de zoo ge„ „naamde vergrooting van Kalkapoer gelijk het behoorde, een formeele en wettige „afstand te verkrijgen, ende termijnen die op de naam van Baabulla, ten tijde van den Heer Ross geconvenieerd en gestepuleerd zijn, voorlange zijn geexpireerd, en de zaak zelfs, door den oorlog, genoegzaam haar voorige gedaante heeft verkreegen, vermits het raad zaamsten best voorkwam, van alle Territoriaale Extensien, als maar moeije¬ „lijkheid en geen voordeel geevende, finaal afte zien, ons met den ouden omtrek van grond te vreeden te houden, en dus de ze„ „miendaars aan hunne wettige Landsheeren over te Laaten. wij willen hoopen dat dee„ „ze onze verrigting met de intentie van uw Hoog Edelheeden zal over een koomen„ De voorsz: bedienden ons, bij secree„ „te letteren van den 24:e deezer loopende maand, bedeeld hebbende dat den Nawab Mahmed Rezachan, bij geleegenheid dat onze wakkiel zijn Excellentie over eenige Zaaken betreffende het Dorp Kal¬ „kapoer moetende spreeken, dien be„ „diende hadde afgevraagd hoe het met den Randel van de Comp:e ging, door gem:e wak„ kiel af ƒ b H 191 „kiel daar op ware geantwoord, dat vermits die eerst nieuw begon, men daar nog niet veel van zeggen konde, dat de Nawab daar op hadde gerepliceerd dat het zeer wel zoude koomen, indien de Comp:e weer zilver her„ „waards zond, nadien, volgens een brief, door den Heer Hastings bij zijn Edelens vertrek, in het Persiaansch geschreeven, /: en die gem: Wakkiel vertoond is geworden :/ er groote ver„ „wagting was dat de Munt, volgens afspraak tusschen welm:e Heer Hastings en den tans regeerenden Heer Gouverneur generaal Machherson, haast weer te Morsia Abaad opgerigt zoude worden, om welke reeden ook de Muntsgebouwen reets Schoon gemaakt en in order gebragt wierden, dat zulks meede door de andere Hofs grooten en in 't bijzonder door den geweezene Munts Daroga waare bevestigd geworden welke laatste den hof gan„ „ger hadde verzogt, dat hij in dien gevalle moest zoeken te bewerken dat hij Doroga, zoo als voor heen, 'sComp:s werk onder zijn bestier bekwam, dat de wakkiel hem daar op toegevoegd hebbende, hoe het dan met de nog agterstallige munts restanten zoude gaan die de Comp:e nog te pretendeeren had, den meerm: Daroga beloofd hadde, dat in„ „dien, hij dat werk weer in handen kreeg, hij ver„ „zeekerde dat als dan alles in het werk zoude Stellen, dat er Jaarlijks op die oude restanten iets voldaan wierd wij moogen niet voorbij, onder aanbieding, van een afschrift van gem brief uw Hoog Edelheeden daar van met respect kennis te geeven, terwijl wij de uit„ „komst daar van zullen moeten afwagten. Wij verzoeken onderdaniglijk verlof uw Hoog Edelheeden met betrekking tot hoog der zelver bevel, bij geagte secree„ „te letteren van den 20:e Julij 1781. aangaan„ „de de alhier in het Jaar bevoorens gereezen geweest zijnde onaangenaamheeden, om de gedecerneerd geweest zijnde Commissie in te „trekken en alle verder onderzoek te staa„ „ken, gehoorzaamst te moogen Communi„ „ceeren dat na het teekenen van het door die Commissie naar Batavia gezonden rapport, alle verdere onderzoek niet alleen gestaakt is dog teevens alle papieren, daar nog lb toe
English
192 relating thereto, have been sealed, which we have the honor to present to Your High Nobilities in a separate small chest. By Secret Resolution of 7 July last, when we provisionally dealt with the repeatedly mentioned letter of 20 July 1781, it will, if it pleases Your High Nobilities, appear that we, in order to comply as far as was then in our power with the honored order of Your High Nobilities to have all the disputed papers, previously submitted, filed away, and to remove and send sealed to Batavia all those that have been submitted to and are found in both the Policy and Justice departments, each demanded according to his own disposition; ordered the clerks of the Secretariat not to issue any extracts from or copies of any papers concerning this affair to whomever it might be, but to keep all of them secret, insofar as this had not already been done, and furthermore ordered the official writers to seal all deeds passed and executed by them or before them in their aforesaid capacities in the protocols with the Company's seal, in order to decide further upon this upon a restoration of affairs. And on 7 December, when we further deliberated on that letter, we resolved, in order to comply as much as possible with the beneficial purpose, to have removed even from the original general and secret Resolutions those parts that treat this affair and to send them in original to Batavia with the relevant annexes, noting at the broken passages that this was done by virtue of this special order; furthermore to command the Court of Justice to remove all deeds, writings, and records dealing with these matters from their memorials, protocols, civil or criminal rolls, and to bring them sealed to this 193 meeting, also to be sent over to Batavia, and pursuant to this resolution, we most obediently offer them to Your High Nobilities, each for as far as his department was concerned, separately sealed under the annexes hereof. In conclusion, we cannot fail to inform Your High Nobilities most respectfully that each of us in his capacity will now and henceforth take as a guiding principle the recommendations of Your High Nobilities in the repeatedly mentioned respected letters, both regarding themselves and the former village Banyan Barbottij, whereas the Banyan Laal Beherrij was already released by the former Director Ross shortly after the outbreak of the war; and finally to thank Your High Nobilities most politely for the extraordinary, equitable decisions which Your High Nobilities have been pleased to make concerning everyone who was involved in this troublesome history. We have the honor to be, with the most perfect fidelity and high esteem. Below stood: High Noble, Sovereign Lords. Lower: Your High Nobilities' very humble and very obedient servants. Was signed: Greg: Herklots, A: Bogaardt, J: W: J: van Haugwitz, A: G: Kraijenhoff, Iacob Eilbracht, L: Reael De Bas, I: H: Guerin, I: C: Heijning. In the margin: Houghly, the last of March 1785. Agrees. J Van Nierop First Clerk Examined. 194 Calcutta To His Excellency The High Noble Lord Warren Hastings Governor General on behalf of the Honorable English East India Company Together with The Right Honorable Gentlemen Members of the Supreme Council of Fort William High Noble Lord and Right Honorable Gentlemen. In our meeting held today, we attentively considered the letter which Your Excellency and Right Honorables did us the honor to write on the 29th past, with the papers received alongside it. We are very deeply affected to see ourselves brought under suspicion as though it were our intention to fail in those duties that could contribute what is necessary to the perfection of the peace, friendship, and unity that was recently so happily restored between both nations. We feel all the more affected thereby, finding that the grounds upon which that No. 2
Dutch transcription
192 toe relatie hebbende, zijn verzeegeld geworden, hoedanig wij de eere hebbenze uw Hoog„ Edelheeden in een apart Kastje aan te bieden. Bij Secreete Resolutie van den 7e: Julij J:t Leeden, wanneer wij over meermelde Missive van den 20e Julij 1781. Provisi¬ „oneel gebesoigneerd hebben, zullen uw Hoog „ Edelheeden, zulks behaagende, te vooren ko„ „men dat we, om zoo veel als toen in ons ver„ „mogen was, ten einde aan de geëerde ordre van hoog dezelve, om alle de questieuse Papieren, weeder Leidsch ingediend te laaten Seponeeren, en alle dezelve zoo die bij de Politie als Justi„ „tie ingedient zijn en gevonden worden, te ligten en naar Batavia over te zenden verzeegeld, ieder voor zoo verre van zijn beschikking heeft gedemandeerd te voldoen; de bedienden der Secretarije hebben gelast om geene Extracten uit of Copijen van ee„ „nige Papieren af te geeven, deese affaire aangaande, aan wien het ook zoude mogen weezen, maar alle dezelve, bij zoo verre zulks niet bereets geschied was, te Secreteeren, voortsstaande # beamptschrijvens om alle de actens die door hun of voor hun in voorsz: hunne qualiteiten zijn ver„ „leeden en gepasseerd, bij de Protocolle met 's Comp:s Zegul te verzegulen, ten einde hier op bij een herstel van Laa¬ „ken, nader te besluijten, En op den 7e: December wanneer wij nader over die brief besoigneerden, hebben we beslooten, ten einde aan het salutair oogmerk, zoo veel maar mogelijk, te voldoen, om uit de origineele gemeene en secreete Resolutien zelfs te laaten ligten die gedeeltens welke over deeze af¬ „faire handelen en met de daar toe be„ „trekkelijke bijlaagen in originaeli naar Batavia over te zenden onder anno„ „tatie bij de afgebrookene periodes dat dit geschied is uit hoofde deezer speci„ „aale order voorts om den Raad van Justitie te ordonneeren om alle Actens, geschriften en monumenten, over deeze zaaken handelende, uit haare Memori¬ „aalen, protocollen, Civile of Orimineele rollen te ligten, en verzegeld bij deeze ver„ om P „ga„ 193 „gadering over te brengen, om almeede naar Batavia over gezonden te worden en in„ „gevolge dit besluit, bieden wij uw Hoog Edelheeden dezelve een ieder voor zo verre van zijn departement ge„ „concerneert heeft, apart verzeegeld onder de bij lagen deezer gehoorsaemst dan. — Tot slot moogen we met voor bij uw Hoog Edelheeden op het Eer„ „biedigste te bedeelen, dat een ieder van ons in zijn qualiteit, zig nu en voor„ „taan tot een rechtsnoer zullen laten strekken, de aanbeveelinge van Hoog de„ „zelve bij meermelde gerespecteerde letteren, zo nopens Hun Zelve, als den geweezen Dorp Benjaan Barbottij, terwijl de Benjaan Laal Beherrij bereets even na het uit barsten van den oorlog, door den Heer geweezen directeur Ross is gelargeert geworden. en eindelijk om uw Hoog Edelheeden op het beleefste te bedanken, voor de buiten gemeene onschikkelijke besluiten, die hoog dezelve A Domburg Wij hebben de Eere met de allervol¬ maakst trouw en Hoog achting te zijn. /onder¬ „stond:/ Hoog Edele wijdgebiedende Heeren: Lager:/ uw Hoog Edelheedens zeer Nederige en zeer gehoorzame Dienaaren /:was getee„ „kend:/ Greg: Herklots. A: Bogaardt, J: W: J: van Haugwitz, A: G: Kraijenhoff, Iacob Eilbracht. L: Reael De Bas: I: H: Guerin: I: C: Heijning; /: ter zeijde Houglij ult:o Maart 1785. omtrent een ieder, die in deeze facheuse historie is gemeleert geweest hebben gelieven te neemen. Accordeert. J Van Nierop elClercq gecoll: om„ 194 Kalkatta Aan zijne Excellentie Den Hoog Edelen Heer Warren Hastings Gouverneur Generaal van weegens de Edele Engelsche oost Indische Compagnie Neevens De wel Edele Heeren Leeden van den Hoogen Raad van 't Fort William Hoog Edele Heer en Wel Edele Heeren. Wij hebben in onse heeden gehouden ver„ gadering aandachtig overwoogen de brief welke uwe Excell: en wel Edelens ons de Eere gedaan heb„ ben, onder den 29:e passato te schrijven, met de papieren die daar nieven ontvangen zijn wij zijn zeer diep getroffen ons in een ver„ moeden gebracht te zien als waare onsen toe„ =leg om te mancqueeren in die plichten welke het nodige konnen by draagen tot perfectie van de vreede, vriendschap en eenigheid, die, onlangs, zoo gelukkig hersteld is tusschen bei„ den de natien: Wij voelen ons noch meer daar door aan„ gedaan, bevondende dat de gronden, waar op dat No. 2
English
195 that presumption is established, are drawn from the aforesaid annexes sent to us; whereas on the other side, when the retro-acts are carefully examined, it appears as clear as day that the matter, presented by those papers as an accusation, can be viewed in no other light than as entirely settled and reconciled, both with the accuser himself and by virtue of that which Your Excellency and Your Honors, upon the representation we had the honor to make regarding the point in question on the 28th of the last past month of October, were already pleased to reply to us by respected Council Resolution of the 11th of the following month of November. In further proof of our defense and to demonstrate convincingly that this matter, newly brought up with Mr. Kinloch, is considered settled, we request permission to draw the attention of Your Excellency and Your Honors to the contents of two of his letters, namely of 27 and 28 October 1784, copies of which we have the honor to enclose herewith. The first of which was written to Mr. Herklots, our President, in public, and the latter in private. Your Excellency and Your Honors, being pleased to confront these with the copy sent to us of the letter from the said Mr. Kinloch dated 29 November 1784, will surely be astonished with us to see that the first, or that of 27 October, is of identical content to that of 29 November, although after the writing of that of October nothing whatsoever occurred or happened that could give any ground to write verbatim the same on 29 November; indeed, the private letter of Mr. Kinloch, dated 28 October, to which, however reluctantly otherwise, we must now also appeal, clearly shows that he himself, upon the received answer from our President, considered the cases about which he had complained the day before as no longer constituting any dispute with him, having been submitted on that same day of 28 October to the respectable decision of the High Council of Fort William, and why he furthermore, at the request of Mr. Herklots, gave orders for the unhindered landing of goods from the vessels, which for that purpose had already been lying at the ghats for some days; in confidence that for this, if it were demanded, the jetty toll 196 toll would be paid. Since that time, matters have remained so: the vessels arriving from downriver, as well as otherwise, have been unloaded without any dispute over them. What is more, upon the urging made for that purpose regarding the import from on board the ship Straalen, we had delivered to Mr. Kinloch—although we knew his capacity until now only through rumor and the signing of his name—similar copies of the lists of the cargoes of the vessels, in Dutch, just as we, regarding the export to the said ship, upon requisition of Your Excellency and Your Honors, caused to be exhibited and delivered in English at Calcutta. Mr. Kinloch was also satisfied with this arrangement, and we are utterly ignorant of any later dispute with him than that of the month of October. On this Your Excellency and Your Honors have also already judged and honored us with an extract from Your Excellency's and Your Honors' resolution of 11 November, sent to us by your secretary Mr. Purling. Although our conduct is hereby, as we trust, fully justified, and we consequently might consider the order to make a clear declaration to the Buxbandar of such goods as have been imported by the ship Straalen and Bengale as lapsed of itself, we hereby declare that we are also ready to do so, should Your Excellency and Your Honors continue to persist therein, and because, in the situation in which we found ourselves pending the complete execution of the peace treaty, the pleasure of Your Excellency must serve us as a law and a rule of our conduct. Assuring Your Excellency and Your Honors that, by our representations and instances, we intend nothing other than that the present may not be drawn into consequence for the future, and that the Dutch East India Company in this country, upon the completion of what is now still lacking for the full effect of the peace, will be permitted a true and substantial enjoyment of its precious freedom and dearly acquired privileges, without being any more or further dependent upon the British Government than is consistent with that freedom as well as with the authority and influence of the English Nation on the administration of the country's affairs, after mutual correspondence and
Dutch transcription
195 dat vermoeden gevestigt is, getrokken zijn uit de voormelde ons toegezonden Bijlaagen; dewijl dan de andere zijde, wanneer de Retro Acta aandach„ tig word nagegaan, zoo klaar als den dag blijkt, dat de affaire, door die papieren als eene beschul„ diging opgegeeven, in geen ander Lucht kan wor„ den beschouwt als ten eenemaal afgedaan en ver„ eevend, zoo met den beschuldigens zelfs, als uit hoofde van het geen uwe Excellentie en uwel Edelens, op het vertoog dat wegens het point in questi de Eere hadden te doen onder den 28: der Laast gepas„ seerde maand october ons bereets hebben gelieven te antwoorden bij gerespecteerd Raads besluit van den 11. e der daar aan volgende maand November Ten verdere bewijze van onse verdeediging en overtuigend te doen zien, dat deeze, op nieuw geopperde affaire met den Heer penloch is gehou„ den voor afgedaan, verzoeken wij de aandacht van uwe Excell: en wel Edelens te moogen leeden op den inhoud van twee zijner brieven en datis 27. en 28: october 1784. die wij de Eere hebben in Copij hier neeven te voegen. De eerste van dewelke aan den Heer Herklots onzen pre„ zident in het publick en de Laatste in het particulier, geschreeven is. —. uwe Excall: en uwel Edelens deeze gelievende te contronteeren teegen de ons gezonden copij brief van gem Heer Kinloch gedatteerd 29. November 1784. , zullen zeeker met ons verwondert staan te zien, dat de eerste of die van 27. october, van gelijken in„ houd is als die van 29. November, Schoon er na het schrijven van die van october niets, hoe genaamd meer voorgekoomen of gepas„ seert is dat eenige grond kan geeven, om woor„ =delijk het zelve te schrijven onder den 29. No„ =vember immers de particuliere brief van mijn Heer Kintoch, in dato 28. october waar op we hoe ongaarne anders, ons nu ook moe„ =ten beroepen, toond klaarlijk aan, dat hij zelf, de gevallen, waar over hij daags te voo„ ven had gedoleert, op het ontvangen Ant„ woord van onsen prezident, heeft aangemerkt als geen verschil meer met hem uitmaakende zijnde op dien zelven dag van 28. october gesub„ =mitteerd aan de Respectable decissie vande Hooge raad van het fort William, en waar =om hij alverder, op verzoek van den Heer Her„ klots, ordre heeft gegeeven tot het onverhin„ =dert opdraagen van goederen uit de vaartui„ gen, die tot dat einde al eenige daagen aan de ghatties hadden geleegen; in vertrouwen dat daar voor, indien het gevordert wierd, de Steegers Thol l 196 thol zou betaald worden Zeedert die tijd zijn de zaaken zo gebleeven: De van beneeden, als andersints, aangekoomen vaartuigen zijn; zonder eenig disput daar over ontlaaden. wat meer is, we hebben aan de heer kinloch, schoon we zijn qualiteit tot nu toe niet anders als door het gerucht en de onderteekening van zijn naam wieten, op den daarom gedaanen aandrang, van de aan„ =breng van boord van het schip Straalen, in het Hollandsch, even zulke Copijen der Lijsten van de Laadingen der vaartuigen, laa„ „ten afgeeven, als we, aangaande den afvoer naer boord van dat schip, op requisit van uwe Excell:t, en uwel Edelens, in het Engelsch, te kalkatta vertoonen en afleeveren laaten. Met deeze schikking is de Heer Kinloch ook te vreeden geweest en wij ignoreeren volstrekt eenig laaten verschil met hem als dat van de maand october-. Hier over hebben ook uwe Excell:t en uwel Edelens reets gejugeert en ons ver„ eerd met een Extract uit uwer Excell: en wel„ Edelens besluit van den 11. November door uwen secretaris den Heer Purling en door deeze ons toegezonden. Hoe wel nu hiermeede ons gedrag zoo wij ver„ trouwen, volkoomen word geregt vaardicht en wedienvolgende als van zelf zouden moogen voor vervallen reekenen het bevel tot het doen van een duidelijke opgaave aan de Bachsbender van zoodanige goederen als per het schip Straalen en Bengale aangebracht zijn, verklaaren wij mits deeze, ook daar toe gereed te zijn, indien uwe Excell: en uwel Edelen daar bij mochten blij„ ven persisteeren en om dat, in de seluasie waar en we ons bevonden mits hiet volkoomen ten Executie stellen van het vreedens Tractaat, het wel behaagen van uwe Exeell: ons moet dienen als een wet en een rechtsnoer van ons gedrag. uwe E:cell: en uwel Edelens verzeekerende dat we, door onse representatien en instantien niet anders bedoelen, dan dat het teegenwoordige, voor het toekoomende, niet in Consequentie mag getrokken en de Neederlandsche oostjndische Com„ pagnie hier te lande, bij het voltoijen van het geen nu noch aan een vol Effect van de vreede mancqueert toegelaaten zal worden een waar en weezentlijk genot van haare dierbaare vrij heid en duur verkreegen, Previligien, zonder meerder of verder van het writsche Gouverne„ ment afhangelijk te zijn dan over eenkomstig met die vrijheid zoo wel als met het gezach en„ de en fluentie van de Engelsche Natie op het bestier van 's Lands zaaken, na mutueele Correspondentie en ot l
English
or personal conference in due time shall be found lawful and sufficient to cause all complaints to cease and to remove for all time the motives and causes which have given rise thereto. We shall consider ourselves most fortunate, upon this and our previous addresses, to be favored with a final and prompt reply, clearly indicating how we are to regard the authorities now and in the future, and which officials shall be stationed there, qualified and authorized to deal with us in the capacity of burgers and subjects of the Emperor of Hindostan. We have the honor to be with great respect, underneath was written, Right Honorable Sir and Honorable Sirs, lower, Your Excellency's and Your Honors' very humble and very obedient servants, was signed, Greg:s Herklots, A: Bogaardt, J: W: C: Van Haugwitsz, A: G: Krayenhoff, Jacob Eilbracht, J:m Edlefs, L: Reaal de Wasj, H: Guer in Council, and Secretary J: C: Heijning, in the margin, Hoeglij the 4th of January 1785. To His Excellency The Right Honorable Lord John Macpherson Governor General on behalf of the Honorable English East India Company Together with The Honorable Gentlemen Members of the High Council of Fort William Calcutta Right Honorable Sir and Honorable Sirs! We found ourselves honored on the 15th of this month with Your Excellency's and Your Honors' missive of the 12th preceding; and we thank Your Excellency and Your Honors most politely for the communication made therein of the change in the government of Calcutta. We simultaneously request permission sincerely to congratulate His Excellency the Right Honorable Lord Macpherson upon the assumption of the administration, and to wish His Excellency in every respect a happy and prosperous reign. We have the honor to be with high esteem, underneath was written, Right Honorable Sir and Sirs, lower, Your Excellency's and Your Honors' very humble and very obedient servants, was signed, Greg:s Herklots, A: Bogaardt, J: W: C: van Haugwitsz, A: G: Kraijenhoff, Jacob Eilbracht, L: Reael De Bas, J: H: Guerin, Council, J: C: Heijning, in the margin, Hoegly the 17th of February Anno 1785. To His Excellency The Right Honorable Lord John Macpherson Governor General on behalf of the Honorable English East India Company Together with The Honorable Gentlemen Members of the High Council of Fort William Right Honorable Sir and Honorable Sirs! As the time of gathering the opium juice is already at hand, and that of processing the same is advancing rapidly, we take the liberty to request Your Excellency and Your Honors most politely to provide us again as before with our requirements thereof for this year, and consequently to be pleased to write to the opium contractor at Patna to deliver to our agents there as much of that raw juice as is necessary to prepare 900 to 1000 chests of opium, this being the quantity provisionally demanded for this year by the Honorable High Indian Government. Pursuant to the orders of our aforementioned superiors, we shall shortly request to enter into a negotiation with Your Excellency and Your Honors, both regarding an increased quantity of opium, and also to renew our grievances concerning the insufficiency of the annual share in the saltpeter allotted to us, of which we also hope to obtain an increase; but we request to postpone our proposals to that end until a further opportunity. We have the honor to be with perfect high esteem, underneath was written, Right Honorable Sir and Sirs, lower, Your Excellency's and Your Honors' very humble, very obedient servants, signed, G: Herklots, A: Bogaard, J: W: C van Haugwitsz, A: G: Kraijenhof, J: Eilbracht, J:n Edlefs, L: R: de Bas, J: A: Guerin in Council, and Secretary J: C: Heijning, in the margin, Hoeglij the 1st of March 1785. To His Excellency The Right Honorable Lord John Macpherson Governor General on behalf of the Honorable English East India Company Together with The Honorable Gentlemen Members of the High Council of Fort William Calcutta Right Honorable Sir and Honorable Sirs. We are honored by the receipt of Your Excellency's and Your Honors' highly esteemed letter of the 25th of this month; being sensible of the friendly assurances not only to give all attention to our equitable requests, but also to maintain our privileges which we possessed before the war, we cannot omit to express our greatest gratitude for these tokens of Your Excellency's and Your Honors' benevolence with respect to the trade of our Company. But on the other hand, we are not a little concerned that Your Excellency and Your Honors have formed the opinion that it cannot be of any considerable importance to us whether our requests concerning the opium and saltpeter were decided immediately, especially when we consider what loss our Company would run the risk of suffering if that concerning the first article could not make speedy progress. Grant us the liberty to submit to Your Excellency and Your Honors the reasons for our pressing further for a speedy fulfillment of our request. The Dutch Company always retained the right and the freedom to purchase its requirements of opium in the vicinity of Patna until the year 1776, when the High Government of Calcutta thought fit to declare that branch of trade exclusive to itself, to place the collection thereof into the hands of a contractor, and finally to offer our council to have delivered to our agents at Patna the required quantity out of the opium prepared by him, the contractor; but the great difference that existed between the preparation of the opium juice as done within the Dutch lodge and
Dutch transcription
197 of perioneele Conterentie, in der tijd, bevonden zal worden, wettig en toereikende te zijn, om, alle klachten te doen ophouden en voor althoos uit den weg te ruimen de motiven en oorzaaken welke daar toe aanleiding hebben gegeeven Wij zullen ons zeer gelukkig achten hier op en onse voorige Addressen, begunstigt te werden met een finaal en spoedig antwoord, duide„ lijk aan wijzende hoedanig wij de machsben„ der voor nu en in het vervolg hebben aan te merken en welke officianten daar zullen geplaatst worden, gequalificeert en geautho„ riseert om met ons te konnen handelen in hoedanigheid, van murgers en onderhoori„ gen van den keizer van Hindoslaan Wij hebben de Eere, met Groot respect te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren : /: Lager :/: uwe Excellen„ tie en uwer wel Edelen Zeer Neederige en zeer gehoorsaame Dienaaren /:was„ geteekend /: Greg:s Herklots, A: Bogaardt J: W: C: Van Haugwitsz: A: G: Krayenhoff Jacob Eilbracht. J:m Edlefs, L: Reaal de Wasj: H: Guer in Raad en secret:s J: C: Heijning /:ter zijde:/ Hoeglij den 4. Januarij 1785. wij verzoeken tevens verlof zijn Excell: Wij hebben ons den 15. deezer ver„ eerd gevonden, met uwer Excellentie en wel„ Edelens Missive van den 12. e bevoorens; en bedanken uw Excellentie en wel Edelens zeer beleefdelijk voor de daar bij gedaane Communicatie van de verandering in het Gouvernement van kalkat„ ta. Hoog Edele Heer en WelEdele Heeren! Neevens De wel Edele Heeren Leeden van den Hoogen Raad van het Fort William Den Hoog Edelen Heer John Macpherson Gouverneur Generaal van weegens de Edele Engelsche Oost Jndische Compagnie Aan zijn Excellentie Kalkatta den 198 den Hoog Edelen Heer Macpherson op rech„ telijk te moogen congratuleeren, met de aan„ vaardiging van het bestier en zijn Excellen„ tie in alle opzichte een gelukkige en voor„ spoedige regeering toe te wenschen Wij hebben de Eere met veel hoog ach„ ting te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Heer en Heeren. /:Laager :/: uwer Excellentie en wel Edelens zeer nedrige en zeer gehoor„ zaame Dienaaren /:was geteekend /: G reg:s Herklots, A: Bogaardt, J: W: C: van Haug„ witsz, A: G: Kraijenhoff, Jacob Eilbracht L: Reael De Bas, J: H: Guerin, Roade ton: I: C: Heijning, /ter zijde.:/. Hoegly den 17. februarij Ao 1785. —. Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Heer John Macpherson. Gouverneur generaal van wee„ gens de Ed: Engelsche oost Jndische Compagnie Neevens Den wel Edele Heeren Leeden van den Hoogen Raad van het Fort William Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren! Alsoo de teijd der insameling van der Amsiden melk reets daar is, en die der op bereiding der zelve sterk aan Rchiet, zoo neemen wij de vrijheid uwe Excellencie en wel Edelens op het beleefdste te versoeken, ons wederom gelijk bevoorens van onse benoodigtheid daar van voor dit Jaar, te voorzien, en dienvolgende den Amfioen Contrac„ „tor te Patna te willen aanschrijven, aan onse Agenten aldaar, zoo veel van dat sapatte leeveren als noodig is om 900. a: 1000: kisten opium op te bereiden, zijnde dit de quantiteit door de Edele Hooge Jndiasche Regeering, bij voorraad voor dit Jaar g'eischt. Navolgens de beveelen van welmelde onse su„ perieuren zullen wij met uwe Excell: en uwel Ed: eer„ lange in eene onderhandelinge versoeken te treeden, zoo over eene vermeerderde quantiteit Amfioen; als ook ter hernieuwing onser beswaarnisse over de zom„ toereikendheid van het Jaarlijks ons toegelegde aan„ deel in de salpeeter, waar van we almeede eene vermeerdering hoopen te verkrijgen dan wij verzoeken onse voordragten daar toe tot eene nadere geleegendheid uit te stellen wij hebbe de Eere met volmaakte Hoog agting te zijn /:onders:t/ Hoog Edele Heer en Heeren /:Lager:/ uwer Exaell: en wel Edel:s zeer nederige zeer gehoor„ same Dienaaren /:get:/ G: Herktols, A: Mogaard, JwW: C van Haugwitsz, A: G: kraijenhof, J: Eilbracht, J:n Edlefs, L: R: de Was, I: A: Grierin Raad en fec:s J: C: Heijning /:ter zijde / Hoeglij den waart melk 1785. 19 Kalkatta Den Hoog Edelen Heer John Macpherson Gouverneur Generaal weegens de Edele Engelsche oostjndische Com„ pagnie Neevens De welEdele Heeren Leeden van den hoogen Raad van het Fort William Hoog Edele Heer en Wel Edele Heeren. Wij zijn vereerd door de ontvangst uwer Excellencijs en wel Edelens zeer geagte letteren van den 25. deezer; gevoelig zijnde aan de vriendelij„ =ke verzeekeringen om niet alleen aan onse billijke verzoeken alle attentie te willen geeven, maar ook onse Privilegien, die wij voor den oorlog bezeeten hebben, te doen stand„ houden, zoo moogen wij niet voor bij voor deeze blijken van uwe Excell: en wel Edelens welmeenendheid met op zigt tot den Handel Van onse Maatschappij, onse meeste dankbetui„ „ginge afteleggen. Dog aan de andere kant zijn we niet weinig bekommert uuwe Exaell: Aan zyn Excellentie en wel Edelens in een begrip zyn gevallen dat het van geen aanmerkelijk aanbelang voor ons kan zijn, of onse verzoeken omtrend den am„ fioen en salpeeter onmiddelijk wierden be„ beslist, voor namentlyk wanneer we nagaan, welk verlies onse Compagnie zou gevaar loopen te lijden, indien dat noopens het Eerste Arti„ kel, geen spoedige voortgang zou konnen hebben vergunt ons vrijheid de reedenen tot ons na„ der aandringen op eene spoedige voldoening aan ons verzoek, uwe Excell: en wel Edelens voor te draagen De Neederlandsche Maatschappij heeft altoos het recht en de vryheid behouden van haare benoodigtheid van amfioen omstreeks Patna inkoop te doen, tot den Jaare 1776:, wan„ neer de kalkatse Hooge Regeering goedvond dien tak des handels voor zig exclusief te ver„ klaaren, den Jnsaam der selve te stellen in handen van eenen Contractor en aan onsen raad, eindelijk aan te bieden, om aan onse Agenten te Patna, de benoodigde quantiteit, uit de door hem Contractor op„ bereiden Amfioen, te laaten afgeeven; dan het groote onderscheid dat er tusschen de op bereiding van de amfioen melck, zoo als die binnen de hollandsche Loge geschiede„ en 2 en
English
200 and which was found to have been prepared by the Contractor, was of such consequence that out of the entire supply made ready by him, our agents could find and accept no more than 29 chests that somewhat matched our quality, which caused no small loss to our Company. The necessary representations regarding this were submitted by our Council, and it pleased the English ministry to determine for the following season that our agents should receive from the Contractor as much opium milk as was necessary to fulfill the requisition made by the Noble High Government at Batavia, which was then prepared inside our factory in our own manner, since which time this method was continued until the outbreak of the war. From what has been set down here above, your Excellency and Honorable Sirs will easily understand of what importance it is to us that the opium is prepared by our own servants under their own eyes and supervision, and therefore also how very necessary it is that we receive it at the time of the harvest. As we cannot now suppose that the orders which your Excellency and Honorable Sirs are still awaiting, and wished to receive before declaring yourselves regarding our proposal, will yet exclude the Dutch Company from its ancient privileges in trade, we therefore, encouraged by the inclination of your Excellency and Honorable Sirs to grant our reasonable requests, take the liberty most politely to request your Excellency and Honorable Sirs to be pleased to provide our agents at Patna with the quantity of opium milk requested in our previous letter, required for 900 to 1000 chests, and to dispatch the orders for that purpose to the Contractor. Regarding the Saltpetre, we shall, as soon as the business concerning the dispatch of the milk, and consequently that which we not without reason requested, that your Excellency and Honorable Sirs would be pleased to dispatch the necessary orders for the delivery of the same with the greatest speed, of of 201 of the Batavia ship on hand, shall have been concluded, have the honor to submit our representations to your Excellency and Honorable Sirs; meanwhile we very politely request to be honored with a prompt reply, in order that we may still on this occasion report the outcome of our proposal to our superiors. We have the honor to remain with high esteem, / signed / Right Honorable Sir and Honorable Sirs / lower / Your Excellency's and Honorable Sirs' most humble and most obedient servants / was signed / G: Herklots, A: Bogaardt, J: W: C: van Haugwitsz, A: G: Kraijenhof, J: Eilbracht, J:m Edlets, L: Reaal De Bas, J: H: Guerin Council and Secretary J: C: Heijning / in the margin / Hooghly the 29th of March 1785. —. To the same as before. Right Honorable Sir and Honorable Sirs! Having had the honor to receive the letter of your Excellency and of your Honors of the 21st of this month, we come, in reply thereto, hereby to pay our polite compliments to Lieutenant General Robert Sloper, fellow member of your esteemed assembly and Commander-in-Chief of the British Troops in the Indies. We have the honor to congratulate his Honor upon these distinguished dignities and upon his safe arrival in your Excellency's and your Honors' residency. We wish his Honor much blessing and everything that can add fame and luster to the name of a military commander. We remain with all respect / signed / Right Honorable Sir and Honorable Sirs / lower / Your Excellency's and Honors' humble and very obedient servants / signed / Greg.s Herklots. A. Bogaardt. W Franshaugwitz. A. G. Krayenhoff. Jacob Eilbracht. L. Reael de Bas. J: C. Heyning. / in the margin / Hooghly the 28th of July 1785. : Van Nierop DE GClercq Agrees. the 202 To the Noble Sir Fredrik Leferre, President, and the Gentlemen Members of the Council on behalf of His Majesty the King of Denmark. Frederiksnagore We cannot refrain from frankly confessing to your Honors that if we had been able to suppose that a cover, properly superscribed to our assembly and sealed with the royal seal of His Danish Majesty, contained nothing other than a paper headed Pro memoria, we truly would have hesitated to open it; but that now having been done, we wish, looking at everything in the best light, to hope that your Honors have reasons for that manner of writing, and therefore we cannot refrain, Noble Sir and Gentlemen! to congratulate the Noble Sir Leferre upon his dignity of President, wishing his Honor a long-lasting and happy administration. / stood below / Noble Sir and Gentlemen / lower / Your Honors' most humble and obedient Servants / signed / Greg Herklots, A. Bogaardt, J. S. van Haugwitz, A. G. Kraijenhofs, Jacob Eilbracht, J: H: Guerin, L. Reael de Bas, J: C: Heyning / in the margin / Chinsurah the 5th of February 1785. We have the honor to be. Agreed. C: J: Van Nierop le Clercq 203 Calcutta To the Gentlemen Alexander Bayne and Colven, Attorneys of Mr. John Beatson. Gentlemen, Having perceived, from an extract from your letter written on the 20th of this month to Mr. van Haugwitz, and which was submitted by that gentleman to our meeting, your remarks that in the contract concluded between you and us concerning the charter of the ship The Bengal Merchant it was omitted to determine when that vessel would be dispatched by us from Culpee, and the same would be unloaded upon its arrival at Batavia, and your proposing therein and also expecting that such should occur on the 10th of the coming month of April from Culpee and twenty days after the arrival at Batavia. And whereas we find your proposal to be nothing but fair, we are willing to bind ourselves, accidents excluded, that the ship, the 10th of April next,
Dutch transcription
200 en die door den Contractor opgemaakt gevon„ den wierd, was van dat gevolg, dat onse agenten uit den gantschen voorraad door hem ingereed„ heid gebragt, niet meer dan 29. kisten die onse zoort eenigsints evenaarden, vinden, acceptee„ „ren konden, het welk geen gering verlies aan onse Compagnie veroorsaakte, Door onsen Raad wierden hier over de noodige vertoogen voor gedraagen, en het behaagde het Engelsche ministerie voor het daar op volgende saisoen te bepaalen, dat onse agenten van den Contrac„ „tor zoo veel amfioen melck zouden ontvan„ „gen als noodig was tot voldoeninge van den Eisch door de Edele Hooge regeering te Batavia gedaan, welke dan na onse wijze binnen onze loge wierd op bereid, zeedert welken tijd deeze methode tot het uitbreeken van den oorlog is gecontinueerd. uit het hier vooren ter needer gestelde zullen uwe Excellencie en wel„ Edelens ligtlijk bevroeden, van welke aangeleegendheid. het voor ons is, dat de amfioen onder het oog en op zigt on„ „zer bediendens, zelve word opbereid, dus ook, hoe zeer het vereijscht word, wij die ontvangen ten tijde der insamelinge Daar wij nu niet konnen onder„ stellen dat de beveelen welke uwe Excellentie en wel Edelens nog te gemoet zien, en wensgh „ten te ontvangen alvoorens zig noopens onse voordragt te verklaaren, de Needer„ landsche Compagnie van haare Aloude voor rechten in den handel, zullen nog konnen uitsluiten, zoo neemen wij hier om, en aangespoord door uwer Excellentie en wel Edelens geneigdheid om onse billijke verzoeken toe te staan, de vrijheid uwe Excellentie en wel Edelens op het beleefdste te verzoeken, onse agenten te Pat„ na met de bij onse voorige letteren verzogte quantiteit Amfioen melck, tot 900: â. 1000. kisten benoodigt, te wil„ „len voorzien, en de beveelen daar toe, aan den Contractor te willen afvaardigen Noopens de Zalpeeter zullen wij zoodraa de bezigheeden door de depeche van de melck, en gevolgelijk dat wij niet zonder reeden versogten, uwe Excellentie en wel Edelens de noodige beveelen ter afgave der zelve ten spoedigsten geliefden afte vaar„ „digen van van 201 van het Bataviasche schip aan handen, zullen afgeloopen zijn, de Eere hebben onse vertoogen uwe Excell: en wel Edelens voor te dragen; Intusschen verzoeken wij zeer beleef„ delijk met een spoedig antwoord vereerd te moogen worden, ten einde onse superieuren nog bij deeze geleegendheid van den uitslag onzer voordragt verslag te konnen doen. Wij hebbende met hoog agting te verblij„ ven /:onders:t:/ Hoog Edele Heer en wel Edele Hee„ ren /:Lager :/ uwer Excellentie en wel Edelens zeer nedrige en zeer gehoorsaame Dienaa„ ren /:was get:/ G: Herklots, A: Bogaardt J: W: C: van Haugwitsz, A: G: Kraijen„ Kos, J: Eilbracht, J:m Edlets, L: Reaal De Bas, J: H: Guerin Raad en sac:s J: C: Heijning /:ter zijde:/ Hoeglij den 29. ' Maart 1785. —. Aan als vooren. Hoog Edele Heer en WelEdele Heeren! De eere gehad hebbende te ontvangen uwer Excell. en uwer wel Ed. s letteren van den 21„e deezer, komen wy, in antwoord daar op, by deezen ons be„ „leefd Compliment af te leggen aan den Heer Lieu¬ „tenant Generaal Robert Sloper meedelid uwer aanzienlyke vergadering en opperbevelhebber over de Britsche Troupen in Indiën. - wy hebben de eere zyn welEdele te vergelukken met die uitmuntende waardigheeden en Deszelfs behouden aankomst in Uwer Excell, en UwelEd . residentie. - wy wenschen zyn Edele veel zeegen en alles wat de naam van een krygsoverste roem en Luyster bybrengen kan. wy verblyven met alle eerbied /: onderst. d / Hoog Edele Heer en WelEdele Heeren /:lager./ Uwer Excell. en welEd. zes nedrige en zeer gehoorzaame dienaaren /:get:/ Greg. s Herklots. A. Bogaardt. W franslaugwiz. A. G. Krayen„ „hoff. Iacob Uilbracht. L. Reael de Bas. I: C. Heyning. /: ter Zyd:/ Hoeglij den 28. Julyj 1785. : Van Nierop DE GClercq Accordeert. de 202 Aan den Edelen Heer Fredrik Leferre President en de Heeren Leeden van den Raad van wegen zijne Majesteit den Koning van Denemarken. Fredriknagor Wij mogen niet af uwel Edelens open¬ hartig te bekennen, dat zoo wij hadden mogen onderstellen, dat een Couvert behoorlijk aan onze vergadering gesuperscribeert en met het koninglijke zegel van zijne Deensche Majesteit reizegeld, niet anders inhield dan een geschrift tot hooft hebbende Pro memoria, wij waarlijk gehisiteerd zoude hebben het zelve te openen, dan dat nu geschied zijnde, zoo willen wij om alles van de beste zyde te beschouwen hoopen dat uwelEd: tot die wijze van schrijven reeden hebben en daar om mogen wij niet af de Edele Heer en Heeren! Edele Edele Heer Leferie met zijne waardigheid van President te congratuleeren, wen= schende zijn Edele toe eene langduurige en gelukkige regeering /:onderstond:/ Edele Heer en Heeren /:lager:/ UwelEdelens zeer needrige en gehoorzaame Dienaaren /:geteekend:/ Greg Herklots- A. Bogaardt. J. . S. van Haugwitz. A. G. Kraijen„ „hofs. Iacob. Eilbracht. J: H: Guerin. L. Reael- de Bas. I: C: Hleyning /:ter Zyde:/ chinsura de 5e. february 1785 Wij hebben de Eere te zijn Accordeerd C: J: Van Sierop elClercq 203 Kalkatta Aan de Hleven Alexander Baijne en Colven Gemachtigden van de Heer John Beatson Mijn Heeren Bij een Extract uit uwEd. missive op den 20 deezer aan de Heer van Haugwitz geschreeven, en het welk door dien Heer in onze vergadering is overgebracht geworden, ontwaard hebbende, UwEd:s aanmerkingen, over dat er bij het tusschen uwe en ons geslooten Contract omtrend de huur van het schip The Bengal Merchant geommitteerd is te bepaalen, wanneer dien Bodem door ons van Voltha zoude worden gedepecheerd, en het zelve bij zijn aankomst te Batavia zoude ontlost worden, en uwEd. daar bij voor„ „slaan en ook verwachten, dat zulx den 10 der aanstaande Maand April van Voltha en twintig dagen na het arrivement te Batavia zoude geschieden. En nademaal wij uwEd. voorstel niet dan billijk vinden zo willen wij ons verbinden om ongelukken buiten geslooten, het schip den 10 April aanstaande
English
203 Calcutta To Messrs. Alexander Bayne and Colvin Agents of Mr. John Beatson Gentlemen, Having observed from an extract of your missive written on the 20th of this month to Mr. van Haugwitz, and which was brought into our meeting by that gentleman, your remarks regarding the omission in the contract concluded between you and us concerning the charter of the ship The Bengal Merchant to determine when this vessel would be dispatched by us from Culpee and when the same would be discharged upon its arrival at Batavia; and you proposing and also expecting that this should take place on the 10th of the forthcoming month of April from Culpee and twenty days after arrival at Batavia. And whereas we find your proposal nothing but equitable, we wish to bind ourselves, barring accidents, to have the ship dispatched from Culpee on 10 April forthcoming, and to request the High Government at Batavia that the same shall be discharged within the time of twenty days after its arrival there; and we have no doubt that the said High Government, should any hitch occur in that regard, will indemnify you according to equity. We request you that for Mr. de Visscher, who will cross with the ship to convey the Company's papers, a good and habitable space in the cabin may be partitioned off, so that he will be able to store the papers there with peace of mind. We have the honor to be, Gentlemen, Your most obedient servants, The President and Council on behalf of the Dutch Company By order of their Honors, I. H. Guerin Secretary Hooghly, 29 March 1785. Agreed J. G. Clercq E. S. Van Nierop 204 Having now the opportunity to take repossession of the factory at Balasore, as is taking place with the remaining possessions of the Dutch Company in Bengal, we request you to be so good as to surrender the same to Mr. Lour. de Costa, whom we have qualified for that takeover and appointed as our agent at that place; we do not doubt that you have already long since been ordered by your superiors to make this surrender, and we therefore hope that you will kindly comply with this request of ours, in expectation of which we remain with much respect. Sir, Your most obedient servants, J. Fitsingh, Greg: Herklots, A. Bogaardt, J. Fredriks, S. W. C. van Haugwitz, A. G. Kraijenhoff, Jacob Albracht, L. Reall de Bas, I. C. Heyning Hooghly, 15 December 1785. Agreed E. G. Clercq E. S. Van Nierop Sir To Mr. William Wadsworth Resident on behalf of the Honorable English East India Company at Balasore. 205 Honorable Sir and Sirs, We have received your letter of the 22nd of last month. We had hoped that the permission which we allowed you in our letter of 14 December to hoist the Dutch flag at Chinsurah, with the reserve of withdrawing it when any case should occur to make this our indispensable duty, would have been received as an indulgence, and as an additional proof of our desire to show a becoming attention to the interests of the Dutch nation. Our astonishment was consequently great To the Honorable Greg. Herklots Esq. President and the Council at Chinsurah 206 when, instead of a candid acceptance of what we had done, we received a letter indirectly reproaching us for not having done more. As the preliminary articles of peace with the States General of the United Provinces direct that the mutual cessions shall be made at the same period with those between England and France, we do not think proper to comply with the request which you have now made to us, nor can we think ourselves at liberty to comply with it until the expected arrangements shall have actually taken place on the Coast. We have the honor to be, Honorable Sir and Sirs, Your most obedient humble servants, Warren Hastings, John Macpherson, John Stables Fort William, Foreign Department, 4 January 1785. For the translation: J. van den Broeck, English translator Agreed J. G. Clercq E. S. Van Nierop
Dutch transcription
203 Kalkatta Aan de Hleren Alexander Baijne en Colven Gemachtigden van de Heer John Beatson Mijn Heeren. Bij een Extract uit uwEd. missive op den 20 deezer aan de Heer van Haugwitz geschreeven, en het welk door dien Heer in onze vergadering is overgebracht geworden, ontwaard hebbende, Uw Ed:s aanmerkingen, over dat er bij het tusschen uwe en ons geslooten Contract omtrend de huur van het schip The Bengal Merchant geommitteerd is te bepaalen, wanneer dien Bodem door ons van Voltha zoude worden gedepecheerd, en het zelve bij zijn aankomst te Batavia zoude ontlost worden, en uwEd. daar bij voor¬ „slaan en ook verwachten, dat zulx den 10 der aanstaande Maand April van Voldha en twintig dagen na het arrivement te Batavia zoude geschieden. En nademaal wij uwEd. voorstel niet dan billijk vinden zo willen wij ons verbinden om ongelukken buiten geslooten, het schip den 10 April aanptaande aanstaande van Voltha te doen depecheeren, en de Hooge Regeering te Batavia te ver¬ „zoeken, dat hetzelve binnen den tijd van twintig dagen na dies aankomst aldaar, ontlast zal weezen, en wij twijffelen in geenen deele of welm: Hooge Regeering zal bij aldien daar aan iets mogte Komen te haperen uw Edele naar billijkheid schaden, loos te houden. Wij verzoeken Uwel Edele dat voor de Heer de Visscher die met het schip ter overbreng van 's Compagnies Papieren zal overvaaren, een goede en Logabele plaats in de Cajuit mag afgeschoten worden, op dat hij de Papieren aldaar met gerustheid zal kunnen bergen. wij hebben de Eere te zijn. /:onderstond:/ Mijn Heeren /:lager. / Uw Ed. zeer gehoorzaame Dienaaren /:daar onder:/ de President en Raad van wegen de Nederlandsche Compagnie Ter ordre van Hun Achtbaarheeden /:geteekend:/ I. H. Guerin Secetaris /: ter zijde :/ Hoeglij den 29 Maart 1785. Accordeerd JlG Clercq :S: Van Nierop 204 Tans gelegenheid hebbende, om, gelijk met de overige Bezittingen van de Nederlandsche Comp:s in Bengale plaats rond, de Fractorij te Bellazoor weder in bezit te neemen, ver¬ „zoeken wij UwelEd=e dezelve te willen overgeeven aan M„r Lour: de Costa die wij tot die overneem gequalificeerd, en als onzen agent daar ter plaatze benoemd hebben; wij twijffelen niet of uwelEd . zal tot deze overgave bereets voor lange door zijne superi¬ euren gelast zijn, en hoopen dus dat dezelve aan dit ons verzoek wel zal willen voldoen, in verwachting waar van wij met veel agting verblijven. /:onderstond:/ Mijn Heer /:lager:/ UwelEdeles zeer gehoorzaame dienaaren. (was ge¬ Mijn Heer Aan den Heer William Wadsworth Resident wegens de Edele Engelsche Oost- Indische Compe. te Bellasoor. „teekend - „teekend:/ J. Fitsingh Greg=: Herklofs, A Bogaardt, J„r Fredriks, S. W. C. van Hangwitz, A. G. Kraijenhoff, Iacob Albracht, L. Reall de Bas, I. C. Heijning /: ter zijde:/ Houglij den 15 Debb„r E G Clercq Accordeerd E:S: Van Nierop H 1785. 205 President &ca. Council Edele Heer en Heeren! Honble sir & Sirs We have received your Wij hebben UwelEd„s brief van letter of the 22„ of last Month. den 22 Sleeden ontvangen Wij hadden gehoopt dat de We had hopes that the permissie welke wij UwelEdele Permission which we allowed verleende, bij onze brief van den you in our Letter of the 14th of December to hoist 14 December, tot het heisschen the Dutch Flag at Chinswrah, van de Hollandsche Vlag te with the Reserve of withdra, sinsura onder reserve dat wij wing it when anij Case deze vergunning weder om should oceir to make this zouden intrekken, indien er ous indispensible Dutij, het een of ander mogt voor would hare been receiver „vallen waar door wij daar toe onvermijdelijk zouden mogen as an Indulgence, and as an additional Proof worden verplicht, ontvangen of our desire to shew a zou zijn geworden, als een becoming Attention to the inschikkelijkheid en als een Interessts of the Dutch Na„ bewijs, te meer vanr ons „tion. our astonishment verlange om een gepaste was consequentlij great attentie te betoonen voor Chinswah President en den Raad Sinsura To the Houble Geg: Herklots Esqr. Aan den Edelen Geg: Herklots Schild when het te 206 when, in stead of a Can„ het belang van de Holld: Natie. „did acceptance of what Groot was dienvolgende onse ver¬ „wondering, wanneer in steede van een we had done, we received gulhartige acceptatie van het geene a Letter indirectlij re„ wij gedaan hadden, wij een brief ontvingen proaching us for not welke ons op een indirecte wijze reprocheerde having done more. over dat wij niet meerder hadden gedaan. As the Preliminaire articles Nadien de Preliminaire Vreedes of Peace with the states articulen met de Staaten Generaal General of the united. Pro„ der vereenigde Provintien dicteeren dat de onderlinge afstanden ge¬ rinces direct that the „schieden zullen op het zelve mutual Cessions shall tijdstip in 't welke die tusschen be made at the same pe„ Engeland en Frankrijk plaats riod with those between Engeland and France, we grijpen zoo vinden wij niet goed om het verzoek toe te do not think proper to staan het welk uw Edelens complij with the request which yon hare now. nu aan ons gedaan hebben, en wij achten ons zelve ook made to us, nor can we think our selves at libertij niet bevoegd om het zelve to complij with is until toe te staan, voor en al eer de the expected arrangements verwagte schikkingen op de shall have actuallij taken kust werkelijk plaats zullen place on the Coast. hebben gegreepen. Wij hebbende Eere te zijn We have the Honor to be Accordeerd D: Van Nier op /:onder s:o/ Edele Heer & Heeren /:onderstond:/ Honble Sir & sirs ./:lager:/ Your most obedient servants /:lager:/ uwel Ed„ zeer gehoorzaame nedrige /:get:/ Warren Hastings, Sohn Dienaaren /:ge:/ Warren Hastings, John Macpheison, John Stables /:ter zijde:/ Maepherson John Stables /:ter zijde:/ Fort William Foreign Fort William buitenlands departement 4 Januarij 1785. /:in spatum:/ voor de ver„ De par: 4 Januarij 1785— taaling /: get:/ I„s van den broeck Eng:t ranslatend elClercq /:onderston:/ /:onderston/ W
English
Copy of the report of the Commission that had been dispatched to Calcutta, submitted by the Merchant Jacob Ulbrecht. To the Right Honorable Mr. Isaac Titsingh, Director of the Trade of the Dutch East India Company in this Country, and the Members of the Political Council. Right Honorable Sir and highly Respected Councilors, Paragraph 1. The conclusion of the Commission dispatched to Calcutta at the session of 26 July of this year, and the departure of the Patna Chief, the Merchant Cornelis van Citters Arnoutsz, with whom the same was entrusted to the undersigned, requires of me, according to dutiful obligation and the orders given thereto, to deliver a written report to the Council of what transpired therein, and at the same time to supply my humble considerations regarding the present state of the Company's affairs in this Country, and what one must expect from such an arbitrary authority as the Calcutta Government comes to exercise over this Country, the Rights and liberties of the Nations established here, and in particular those of our Company. Paragraph 2. In order to handle so weighty a matter with that clarity and distinctness so that one may hear and understand me abroad as well as within this country, it appears necessary to me, in the first place, to direct the attention of the assembly to what preceded the Commission itself upon the repossession of our settlements from the English after the receipt of positive news of peace between the respective Sovereigns, and what finally gave cause to carry the same into effect. Paragraph 3. The actual and essential objective, the revival of our Rights and liberties and, by virtue thereof, an undisturbed exercise of our trade, was from the very beginning when we were to take repossession of our places in Bengal, Bihar, and Orissa, regarded as a point that above all had to be kept in mind, in order to claim these privileges in their most extensive sense whenever the proper and suitable time should arrive, and for that purpose to cite, among other things, the respected orders of the Noble High Indian Government contained in paragraph 278 of the general letter to this assembly dated 27 July 1784, and those contained in the secret missive of 20 July 1781, which along with the aforementioned was only received in October 1784, because the war caused the inconvenience that the original thereof in the year 1781 was not delivered or, due to the outbreak of the war, was thrown into the sea. Paragraph 4. From the request made by the assembly to the Calcutta High Government, as appears from a separate resolution of 4 October and the credential handed to the Commissioners by virtue thereof for the repossession of our settlements, it is evident that thought was already given then to the necessity of free commerce as required for the prosperity of the Country; and according to the 2nd Article of the instruction handed to the Commissioners, they were specially ordered, in case one could not as yet decide upon the surrender of our factories for certain reasons, to make a request for the unloading of the ship Straalen, which had then arrived in the Ganges from Batavia, and the storing of the goods brought thereby in Chinsurah, at places that in such a case should be found suitable for that purpose, and that to that end the necessary orders might be dispatched both to the shore guards and elsewhere, wherever it should be found necessary, in order not to molest or seize the unloaded goods, but, on account of the already concluded and ratified preliminary articles of peace, to regard and have them treated as Effects and Property of the Dutch Company, which are free and beyond any dispute; and further, according to the 3rd Article of the instruction, in case of the anticipated objection regarding the contents of the 9th Article of the said preliminaries, or upon objection thereto, to direct matters toward that end.
Dutch transcription
1:3 Copia rapport van de naar Calcatta gedecerneerd geweest Zynde Commissie, door de Koopman Jacob Ulbr acht ingediend 207 Aan den E: E: Achtbaaren Heer! M„r Isaac Titsingh Directeur over den Handel van de Neederlandsche oostJndische Com= pagnie hier te Lande, De Leeden van den Politicquen Raad. E: E: Achtbaare Heer, en zeer Gerespecteerde Raaden §1. Het eindigen vande, ter sessievan den 26: Ju: „lij deeses Jaars, naar kalkatte gedecerneerde Commissii en het vertrek van het Pattenasch opperhoofd den koop: „man Cornelis van Citters Arnoutsz: met wien, dezelve, den ondergeteekenden is opgedraagen, vordert, volgens schuldige plicht ende daar toe gegeeven ordre, van mij om aan Raade schriftelijk verslag te doen van het geen daar in is voorgevallen, en tevens te suppditeeren mijne needrige consideratien, omtrend den teegen= =woordigen staat van s' Comp„s zaaken hier te Lande, en wat men verwachten moet van een zo eigenduike= =lijk gezach als het kalkatsch Gouvernement over dit Land, de Rechten en vrijreeden van de alhier ge-eta= =blisseerde Natien, inzonderheid die van onze Compagni„ komt nevens 208 komt te oeffenen 32. Om een zoo gewichtige zaak af te handelen met die klaarheid en duijdelijkheid dat men mij, buiten zo wel als binnen 's lands kan verstaan en begrijpen, komt mij nood zakelijk voor, in de eerste plaats, de aandacht van de vergadering te leiden op het geen, met het weder overneemen onzer bezittingen van de Engel: schen na de ontvangene positive tijding van de vreede tusschen wederzijdsche Souverainen, de Commissie zelve is voorafgegaan, en wat eindelijk aanleiding ge= „geeren heeft om dezelve te laten gevolgneemen. §3. Het eigenlijke en wezenlijke oogmerk de verleevendiging van onze Rechten en vrijheeden, en eene uit krachte van dien, ongestoorde oeffening van onzen koophandel, wierd van den beginne aff, dat men weder bezit zou neemen van onze plaatzen in Bengalen, Behaar en Orissa, aangemerkt als een point dat voor al in het oog diende te worden gehouden om, wan= neer het daartoe de eigenlijke en geschikte tijd zoude zijn, die voorrechten in haare uijtgestreckste zin, te reclameeren en daar toe onder anderen, te citeeren, de gerespecteerde ordres van de Edele Hooge Indische Regteering, vervat bij de 278 van de gemeene brieff aan deeze vergadering de dato 27. ' Julij 1784. en die vervat bij de secreete missive van den 20:' Julij 1781. met de zo Evengemelde, in 8:ber 1784. eerst ont= „vangen, wijl den oorlog de ongeleegenheid heeft opge= leevert dat het origineel van dien in A:o 1781. niet besteld of, mits het uijtbersten van den oorlog, in zee is geworpen. §4. Bij het verzoek, dat, uitwijzens aparte resolutie van den 4:e 8=be, en het uijt krachte van dien, tot het weder overneemen onzer bezittingen, aan de Gecommitteerden ter hand gesteld sredentiaal, door de vergadering, aan de kalkatsche Hooge Regeering is gedaan, blijkt, dat 'er reets toen gedacht is aan de noodzakelijkheid van een vrije commercie als nodig tot de welvaart van het Land en volgens het 2:e Articul van de, den Gecommitteerden ter hand gestelde instructie, wierden deeze speciaal gelast om zoo men tot de overgave onzer factorijen, om reeden voor als nog, niet konde besluijten, verzoek te doen tot de ontlossing van het toen van Batavia in de gan= =ges gearriveerde schip straalen, en het bergen van de daarmeede aangebrachte goederen in Sinsura, opplaat =zen, die men, in zoo een geval, bevinden zouden daar toe convenabel te weezen en dat, ten dien fine mochten worden afgevaardigt de nodige ordres zoo aan de strant wachters als elders, waar het bevonden zou worden nodig te weezen, ten einde de ontloste goederen niet te molesteeren of te bekommeren, maar, uijt hoofde van de reets getroffene en geratificeerde prelimi= naire vreedens articulen, aan te merken en te laaten behandelen als Effecten en Eigendommen van de Neederlandsche Compagnie, die vrij en buijten eenig verschil zijn; en voorts om, volgens het 3e: Articul der instructie, in cas van de voor uijt gesustineerde bedenking wegens den inhoud van het 9:e Articul der gezegde preliminaires, ofte bij teegen werping van dien, het daar heen te diri= 54. geeren
English
wished that, on account of the then unsettled dispute over the restitution of Trinconomale, the restitution and repossession of one or more plots of land in a territory where another is sovereign, and where the Company was overrun contrary to the law of war, would not be delayed and obstructed. Section 5. According to the Commissioners' report inserted into the separate resolution of 9 October 1784 and the reply brought along from the High Council of Calcutta, the Company was reinstated in the possession of Sinsura and its subordinate factories. However, by virtue of what was stipulated in the 9th article of the aforementioned preliminary peace treaty, and the dispute over the restitution of Trinconomale, this was not on such a solemn and regular footing as it ought to have been. The Company was only permitted the use of the warehouses, the landing of goods and the sick from the ship Straalen, as well as the reintroduction of our own laws and the making of such further arrangements as we should think fit, except for the hoisting of the flag and the introduction of any troops or military equipment. To this the Gentlemen added an assurance of their protection both regarding ourselves and the Company's trade, and declared that they would appoint a commissioner for Sinsura to correspond with us until the time that the disputes between them and the Marquis De Bussy should be settled. They also expressed their appreciation for the favorable assistance of the Honorable High Indian Government at Batavia to Fort St. George by sending rice to relieve the shortage of that foodstuff suffered there, with the promise, nota bene, to pay the closest attention to the High Government's recommendation of their ministers at Sinsura. Indeed, the appreciation of the present Governor-General, Mr. Macpherson, in this matter was at that time so great that His Excellency assured the Commissioners that he could scarcely have expected this, in view of the uncertainty in which the affairs between the two nations then still stood; repeating with emphasis the obligation that was thereby placed on the Calcutta government to show, in return for this, every mark of gratitude to the Dutch Company in general and its ministers in this country in particular, especially in promoting our trade as soon as matters should be restored to their former state: assurances from which one might have expected everything, but which were never sincerely meant. Section 6. This will become more clearly apparent in its proper place, when I shall also show that promising and fulfilling do not mean one and the same thing among the English, and that everything one has to expect from them consists of words without substance. This was already experienced during the first commission; for no sooner had they conferred with the aforementioned Mr. Macpherson about the difficulties that we were likely to encounter from the customs officials
Dutch transcription
209 =geeren, dit, om de wille van het toen onafgedaane ver= schil over de te rug gave van Trinconomale, niet wierd getraineerd en opgehouden de weder overgave en bezitten =neeming van een, of meer plekken grond in een Land waar over een ander souverein is en de Comp:e, tegen het Recht des oorlogs, overrompeld is geworden. §5. volgens het, ter aparte resolutie van 9:e October 1784. geinsereerd Rapport der Gecommitteerden en het meede gebracht Antwoord van de Kalkatsche Hooge Raad, wierd de Compagnie, wederom in het bezit gesteld van sinsura en de daar onder gehoorende factorijen; nochtans, uijt hoofde van het gestipuleer= de bij het 9e: Articul der voorsz: vreedens prelimi= =nairen, en het different over de te rug-gaven van Trin= =conomale, niet op die plechtige en reguliere voet als het behoorde. Men stond de Compagnie alleen toe het gebruijk der Pakhuijzen, het landen der goederen en zieken van het schip straalen, item het weder invoeren van onze eige wetten en het maa= ken van zoodanige verdere schikkingen als wij zou= :den goedvinden, uijtgezondert het heisschen der vlag en het invoeren van eenige troupen of krijgs¬ „tuijg. Hier bij voegden de Heeren eene verzeekering van hunne bescherming zoo omtrent ons zelven als s' Comp„s handel, en verklaarden dat zij, voor sinsura een com= =missaris zoude benoemen om met ons te correspon= =deeren tot 'er tijd dat de verschillen tusschen Hun en den Marquis De Bussij gereguleert zouden zijn; onder betooning teevens van hunne gevoeligheid over de gunstige assistentie van de Edele Hooge Indische Regeering te Batavia van het Forts: George, door het zenden van Rijst ter gemoet koming van het gebrek dat men daar leed aan dat voedzel met belofte /: Notabene, /van op hoog derzelver aan beveeling van hunne Ministers te sinsura, de meeste attentie te zullen vestigen: Ja de gevoeligheid van den teegen= =woordigen Heer Gouverneur Generaal Macpher= son, was, toen ter tijd hier over, zo groot, dat zijn Excel= =lentie, de Gecommitteerden betuijgden zulx naau= „welijks te hebben kunnen verwachten, uijt hoofde der onzeekerheid waar in toen de zaaken tusschen de beide Natien noch stonden; herhaalende met nadruk, de verplichting die daar door, op het kalkatsch gou= =vernement was gebracht om, in vergelding van dien, de Neederlandsche Compagnie in het alger meen en haare Ministers hier te Lande in het bij= zonder, alle blijken van erkentelijkheijd te betoonen, voornaamelijk in het bevorderen van onzen koop- handel zodra de zaaken weder in haar voorig weezen gebracht zouden zijn: betuijgingen waar van men alles zou hebben mogen verwagten, doch die nin: =mer oprechtelijk gemeent zijn. §6. Dit zal, ter plaatze daar het behoord, duijdelijker blijken, wanneer ik ook tevens zal doen zien, dat belooven en nakoomen bij de En= =gelschen, niet een en het zelve beteekend en dat, al wat men van hun te verwachten heeft, woorden zijn zonder zaaken. Dit is reeds bij de eerste com= =missie ondervonden; want zoo dra onder hield men voormelde Heer Macpherson niet over de zwaar „righeeden dien we waarschijnlijk van de Tol offician= zenden =ten
English
had to encounter, or His Excellency showed that one would not find him, along with the government, so accommodating in that matter. It is true that, with the utmost readiness and politeness, orders were handed to us directed to the Council managing the Tolls at kalkatta to allow the vessels carrying goods or sick persons from the ship straalen to pass unhindered after presenting the cargo manifests, without detaining or stopping them on account of Tolls, since the payment thereof would be settled at a later date. However, just as the demanded presentation of the cargo manifests of the vessels was already an unusual novelty inconsistent with the long-claimed privileges of the Company, yet against which one could not bring in much objection due to the contents of the 9th Article of the preliminaries; the declaration of the aforementioned Mr. Macpherson upon our insistence on the matter immediately revealed a kind of duplicity and consequently uncertainty regarding everything that was put so favorably by His Honor in the very same breath. At least, after very kindly making known to us that for the time being nothing more was to be obtained, and expressing his wish that one would provisionally be content with the arrangement made by him and Mr. Wheeler, we, or the then Deputies, with their considerations, were politely referred back to Sinsura to the assembly, which could judge the difficulties en corps better than both Deputies could. His Excellency was pleased to assure, upon the Deputies' expression of apprehension regarding inconveniences, especially concerning the demanded mooring of the vessels to show what they had loaded, contrary to the ancient custom and our privileges, that the previous customs would also be followed in that regard, except with respect to the Arrack received from Batavia, which, upon further supply, or after the impost placed thereon should be known to the Honorable High Indian Government, would have to pay this duty. Concerning this, His Excellency maintained that no greater inconvenience or discomfort resided therein than that which the English experienced with the import of Opium at Batavia; yet he allowed it to be pointed out that the trade for our Company and private individuals in this Country is determined and regulated by Farmans and other privileges, which can suffer no infraction as long as the Mughal is acknowledged as sovereign and Bengal is not declared to be a conquest of Great Britain. § 7. The former custom concerning the unloading of ships and the storing of goods in the Company's Warehouses, which according to the assurance of Mr. Macpherson was to be observed now as well, used to consist in this: that one was never troubled with the detention of vessels or the declaration of their cargoes, but that everything the ships brought in was, at our discretion, transported hither and stored without inquiry, even without the payment of Tolls, and only when the merchandise was transported inland or elsewhere was it required to be declared to and accompanied by the Faujdar as the first officer of the Country's Custom House called Badsbender at hoeglij. Now, according to the promise of Mr. Macpherson, one had to expect that this would also happen with the cargo unloaded from straalen, at least after the vessels had passed kalkatta and the manifests of their cargoes had been presented there.
Dutch transcription
210 =ten hadden te ontmoeten, of zijn Excellentie toon de dat men hem met het gouvernement, daar in zoo gemak= =kelijk niet zouvinden. wel is waar, met de uiterste bereidvaardigheid en politesse, wierden ons ter hand gesteld ordres op den Raad dirigeerende de Tollen te kalkatta om de vaartuijgen met goederen of zieken van het schip straalen, na vertooning der Lijsten van de Laadingen, onverhindert, te laaten passeeren, zonder ze om de wille van Tal op of aan te houdden, wijl de betaaling van dien, na dato, zou worden gereguleert: maar, gelijk de gevorderde vertooning der lijsten van de laadingen de vaartuijgen bereeds aan ongewoone nieu= =wigheid was onovereenkomstig met de altoos geisiteerde voorrechten van de Compagnie, dog waar teegen men om den inhoud van het 9e Artikel der preliminairen toe niet veel kon inbrengen; de betuiging van meerm: Heer Macpherson op onze ter materie gedaane instantie, gaf aanstonds te kennen een soort van dubbelhartig= „heid en gevolgelijk onzeekerheid, omtrent alles wat als in eenen adem, zoo favorabel door zijn Edele gesteld wierd: althans, na ons heel vriendelijk te ken= =nen te hebben gegeeven dat 'er voor eerst, niets meer was te obtineeren, en zijn wensch, dat men, bij pro= =visie, met de schikking van hem en de Heer Wheeler wilde te vreeden zijn, wij, of de toenmalige Gecom= mitteerden wierden met hunne consideratien be= leefdelijk gerenvoijeert naar Sinsura aan de vergadering die over de zwaarigheeden en corps, beter als de Gecomm:e beiden konden oordeelen. zijn Excellen: „tie geliefde op der Gecomm:s vertooning van beduchting voor ongeleegenheeden inzonderheid wegens de begeerde aanleg der vaartuijgen ter vertooning van het geen zij gelaaden hadden, contrarie de al oude usantie en onze voorrechten, te verzeeken, dat, ook daar in de voorige gebruijken zouden worden opgevolgd excepto ten aanzien der van Batavia ontfangen Arak, die bij naderen aanvoer, of nadat den daar op gestelden impost, de Edele Hooge Indische Regeering bekend zouden zijn, deeze gerechtigheijd zou moeten betaalen, waar omtrent zijn Excellentie sustineerde geen meerder ongeleegen= =heid of ongerieff te resideeren dan de Engelschen onder„ =vonden bij den aanvoer van Afioen te Batavia; zich echter beduiden laatende dat den handel voor onze Com= pagnie en particulieren hier te Lande is getermineerd en gereguleert door Firmaans en andere privilegien, die geen infractie konnen ondergaan zoo lang de Mogol als souverain erkend en Bengale niet verklaard wierd een conquest te zijn van groot Brittanien. § 7. Het voorig gebruijk omtrent de ontlossing der scheepen en het opslaan der goederen in s' Comp:s Pak= huijzen, dat volgens verzeekering van Mijn Heer Mac= =pherzon ook nu in acht stond genoomen te worden, placht daar in te bestaan, dat men nooijt is vermoeije= „lijkt geworden met het aanhouden van vaartuijgen, of het opgeeven van derzelver Ladingen; maar dat al wat de scheepen aanbrachten, na ons goedvinden, herwaarts gevoerd en zonder na vraag, geborgen wierd, zonder betaaling van Tol zelfs, en als wanneer de koop= =manschappen Landwaard in off elders getransporteerd wierden, wanneer zo aan de Faus daar als eerste officiant van s'Lands Tolhuijs genaamd Badsbender te hoeglij aangegeeven en verseld moesten worden. Dit nu moest men volgens belofte van den Heer Macpherson ves= =wachten, dat ook geschieden zou met de uijt straalen ontloste Lading, immers na dat de vaartuijgen kalkatten gepasseert en de Lijsten haarer Ladingen aldaar vertoond zouden voorrechten zijn
English
211 to be: but what happened when they were about to make a start with this work. The separate resolution of 29: October 1784: deals with this in detail and shows that, contrary to the aforesaid promise, everything seemed to have been devised to demonstrate how dependent the Company was to become, not merely upon the Calcutta Government, but what is more, upon a subordinate servant of the Board of Customs, such as this rightly highly placed gentleman Kinloch, calling himself Collector, addressed himself to Mr. Herklots as the then chairman of the assembly, communicating to His Honour the receipt of the orders from his Masters regarding the Company or the unloading of the aforesaid ship, amounting to this: that he could grant permission for the landing or carrying ashore of the cargo of the ship Straalen at Chinsurah, as soon as he had received from the President Mr. Herklots a satisfactory statement of the quantities and types of goods that would be brought in by each sloop or vessel; and that in order to prevent all hindrance immediately, he, Kinloch, would be pleased to provide each vessel with a Peon and a Pass signed by him, showing that the goods belonged to the Dutch Company. And by virtue of which orders he, Kinloch, requested Mr. Herklots to be so good as to inform him at what times the sloops would be dispatched to bring up the cargo of the ship Straalen, in order to be able to send the necessary passes and Peons along with them. The resolution further indicates that Mr. Macpherson did not even reply anything to the separate representation made about this by Mr. Herklots, but that the vessels coming up with the goods unloaded from the Straalen were in the first instance discharged without hindrance, at least until the 27:th of October, when the repeatedly mentioned Kinloch, upon the message from Mr. Herklots that his people on the beach were preventing the carrying ashore of the goods, with a request to know why, made known: that he had ordered this and countermanded the unloading of the vessels until the receipt of a written certificate of the quantities and value of both Company's and private goods, and for which the Toll first had to be paid, in accordance with his instruction, which he was obliged to follow as long as it was not revoked. 58. This matter thus became Serious, and the order of this Collector was of such consequence that two heavily laden vessels had to remain lying on the beach unloaded, and were exposed to the danger of weather and wind, which were not at all favorable and very uncertain at that time of the season. It was therefore resolved upon this to represent this to the High Council at Calcutta, and at the same time to show that the aforesaid order was a complete contradiction to the contents of our privileges and what, by virtue thereof, had always been the custom, with the request that the affairs of the Company might proceed in accordance therewith, and that goods might be stored without prior payment of Toll. This address and the accompanying covering letter to Commissioner Purling is inserted in the separate Resolution of the 5:th of November 1784, with the answer of that Gentleman, according to which, and an Extract resolution sent therewith, the High Council of Fort William had seen fit to order merely without note
Dutch transcription
211 zijn: maar wat gebeurd er toen men een aanvang met dit werk stond te maaken. De aparte resolutie van 29: Octo= =ber 1784: handelt daar van omstandig en toondaar dat strijdig met de voorsz: belofte, alles scheen uijtgedacht te zijn om te doen zien hoe afhangelijk de Comp:e stond te worden, niet bloot van het kalkatsch Gouvernement„ maar wat meer is, van een subalterne bediende van den Raad der Tollen, hoedanig zee regte hoeglij geplaatste heer Kinloch ziech noemende Collecteur, aan den Heer Verklots als toernalig voor zitter van de vergadering, zich addresseerden zijn Edcommuniceerende de ontvangst der orders van zijne Meesters ten opzichte van de Comp:e of de ontlossing van het voorsz: schip, hier op uitkomende: dat hij permissie kon geeven tot het Landen of opdragen der Lading van het schip Straalen te sinsura, zodra hij van den Presi¬ dent den Heer Herklots had ontfangen een voldoen= de opgave van de quantiteijten en Soorten van goederen welke door ieder sloep of vaartuijg zouden worden aangebragt; en dat om alle hindernis daadelijk voor te koomen, hij kinloch ijder vaartuijg geliefde te voorzien met een Pion en een Pas door hem getee= kind, aantoonende dat de goederen de Hollandschen Compagnie toebehoorden. En uit hoofde van welke beveelen hij Kinloch den Heer Herklots verzocht hem te willen informeeren, op welke tijden de sloepen zouden werden afgezonden om de Lading van het schip Straalen op te brengen, ten einde de nodige passen en Pions daar meede te konnen afvaardigen. De resolutie wijst verder aan dat de Heer Macpher= son, op de hier over, door den Heer Herklots, afzonderlijk gedaane vertooning, zelfs niets geantwoord heeft, dog dat de vaartuijgen, welke met de uijtstraalen ontloste goederen op-kwamen, in de eerste instantie zonder belet, ontladen zijn geworden, immers tot den 27:e October toe, wanneer meerm: Kinloch, op de boodschap van den Heer sterklots, dat zijn volk aan strand het opdragen der goe„ =deren teegenhield met verzoek om te mogen weeten woorom liet weeten: zulx belast en de ontlossing der vaartuijgen gecontramandeert te hebben tot de ontvangst van een bewijs schrift van de quantiteiden waarde zoo van Comp„s als particuliere goederen en waar voor de Tol eerst betaald moest worden, overeenkomstig met zijne ^ instructie die hij verplicht was op te volgen zoo lange ze niet herroepen wierd. 58. Deese affaire werd dus Serieus ende order van deezen Collecteur was van dat gevolg dat twee zwaar belaadene vaartuijgen aan strand ontlost moesten blijven leggen, en g'exponeerd wierden aan het gevaar van weeren wind, gantsch niet gunstig en zeer onzeeker in die tijd van het saison. Heer op werd derhalven gere= =solveert om aan den Hoogen Raad te kalkatta dit, en tee= vens te vertoonen, dat de voorsz: ordre een complaets teegenstrijdigheid was met den inhoud van onze pri= vilegien en het geen, uijt krachte van dezelve altoos de usance geweest was, met verzoek dat de affaires van de Compagnie, daar meede overeenkomstig, mochten voortgang hebben en dat goederen, zonder voor afgaande betaaling van Tol, mochten werden opgeslagen. Dit addres en het daar nevengevoegde geleide briefje aan den heer Commissaris Purling, staat ter aparte Resolutie van den 5:e November 1784. ge= linsereerd met het antwoord van dien Heer volgens het welke en een daar bij overgezonden Ex= tract resolutie, de Hooge Raad van het Fort william had goed gevonden te gelasten om enkel zonder notitie
English
212 to take note of the arriving vessels carrying the goods discharged from the ship Straalen, and that the tolls would be regulated after that date; by virtue of which order the aforementioned Mr. Purling believed that it would suffice to hand over a manifest of the cargo of each vessel, so that the assembly, seeing clearly that there was no other choice, resolved thereto and ordered that the permits of the vessels that had already arrived and were still expected should be collected together in copy and delivered to the Collector or his servants, however with a further remonstrance and protest against this abuse of our privileges in such manner as the aforementioned resolution of 5 November demonstrates in more detail. 39. But when one has to deal with parties who are either too powerful to be persuaded by anything other than reasons, or have other intentions, like the English gentlemen, to make everyone weary and averse, then all remonstrances are in vain, and one need not wonder when one is either left unanswered or stalled with obscure and ambiguous explanations. At least at the meeting of 16 November 1784, the answer to our representation of the 5th past came before the assembly, consisting of an extract from a letter of one of the secretaries of the Supreme Council to our Commissioner Mr. Purling, and according to which it was approved to order "that the Council could not consent to the requested exemption of toll on the import of goods; they persisted in the resolution of the first of this month of November, namely that with regard to any Dutch ships which might arrive in the future, the manner of collecting the toll that was observed before the beginning of the late war would be strictly followed without alteration or innovation." I say that it appeared obscure and ambiguous to us, on the one hand because they declare that they cannot consent to an exemption from toll never requested by us, on the other hand because they also promise that upon the arrival of subsequent ships the former manner of collecting the toll will be observed, which is actually also what was requested regarding the cargo of Straalen, not showing that nothing was paid at or upon the import of goods, but rather when the merchandise was sold and exported from Chinsurah. But since correspondence becomes tiresome and indifferent even to people who wish to be in the right and understand little or no contradiction, and moreover the return from the upper provinces of His Excellency the Governor General Hastings became known, on whom our President Mr. Herklots was to pay a visit, His Honor was requested on the aforementioned day to confer with His said Excellency about all the unpleasant circumstances that had arisen and the consequences to be feared therefrom, and to request clarification regarding the obscurity of the aforementioned extract, and at the same time to point out the hardship of the heavy duty on foreign 213 liquors, and among them especially the Batavia arrack at 9 ana the gallon, which at 140 gallons the leaguer amounts to 78 sicca rupees at the Coast, whereas the arrack itself at the last auction went no higher than 75 rupees, solely and exclusively out of fear of this heavy tax; further to persuade His Excellency to give permission to hoist the flag, in order to raise confidence among the natives and to prevent the credit of the Company from suffering damage for that reason. Paragraph 10. Mr. Herklots reported on this commission to the assembly on 23 November 1784, and it was then that they learned that the Governor General Hastings, according to his former custom, had indicated his inclination to render the Dutch Company every possible service, and requested that all the raised difficulties be dealt with publicly and presented in a letter from the assembly to His Honor and the Supreme Council, not doubting that everything would be arranged to our satisfaction. His Honor the Governor General added that dispatches were to be sent shortly to Madras, Pondicherry and Ceylon, relating to the surrender of Trincomalee and the taking possession of all places on the Coromandel Coast, both by us and the French, whereby all difficulties would have to be cleared out of the way. Paragraph 11. Meanwhile, the time for the reloading of the aforementioned ship Straalen for Europe was gradually approaching. The difficulties struggled through during the unloading were replaced by other difficulties that obstructed the dispatch of the goods on board that ship. The first was experienced on the occasion of the shipment of saltpetre. The vessels loaded therewith were detained at Calcutta, and separate representations to the toll collectors in that regard were fruitless. Mr. Herklots had complained about this new inconvenience to Mr. Molony, Collector of Export Customs at Calcutta, but received in reply from him that he had no orders for a free passage of our vessels, and that he consequently could do nothing else; while, to show that this was serious, Mr. Herklots, in the name of the Supreme Council, was further informed of this latter point by one of the Gentlemen Secretaries, and was offered the dispatch of letters to Ceylon for the Company or private individuals, if one wished to make use of this opportunity, of which use was also made, with the decision to proceed now to drawing up an emphatic remonstrance concerning the wrong done to us, and to request redress in that regard once more.
Dutch transcription
212 notitie te neemen van de opkomende vaartuijgen met de uijt het schip straalen geloste goederen, en dat de Tollen na dato, zouden worden gereguleert; uijt krachte van welke ordre, gem Heer Purling vermeen= „de dat men volstaan konde met het overgeeven eener Lijst der Lading van ijder vaartuijg, zulx de verga= dering, wel ziende dat 'er niet anders op was, daar toe resolveerde en ordre stelde dat de geleide briefjes van de vaartuijgen die bereids gekoomen waaren en noch verwacht wierden in Copij bij een verzameld en aan den Collecteur of zijn bedienden zouden worden afgegeeven, echter onder nadere vertooning en pro= testatie teegen dit misbruijk onzes voorrechten in dier voegen als de resolutie van 5e: November voormeld omstandiger komt aan te toonen. 39. Dooh wanneer men te doen heeft met Partijen die of te machtig zijn om ze anders als met reedenen te overtuijgen, of eenige andere inzichten heb= ben gelijk de Heeren Engelschen om het ieder een moede en wars te maaken dan zijn alle vertooningen vergeefsch, en dan behoeft men zich niet te verwon= deren, wanneer men of onbeantwoord gelaaten of met duijstere en dubbelzinnige verklaaringen word opgehouden. Althans ter bij eenkomst van 16. November 1784. kwam de vergadering zoo voor heet antwoord op ons vertoog van den 5:e bevoorens be: staande in Extract uijt een brieff van een der se= =cretarissen van den Hoogen Raad aan onzen Com= =missaris de Heer Purling en volgens welke was goedgevonden te beveelen „ dat de Raad niet kon „bewilligen in de verzochte vrijheijd van Tol op den „inrvoer van goederen, men persisteerde bij het besluijt van primo deezer Maand November, naamelijk, dat „melt betrekking tot eenige Hollandsche scheepen „welke in het vervolg mochten arriveeren, de wijze „ van invordering der Tol, welke voor het begin van den „Jongsten oorlog wierd in acht genoomen strictelijk „zoude agtervolgd worden zonder verandering of ver= „=nieuwing. „, Ik zegge dat het ons duister en dubbel= zinnig voorkwam, eensdeels omdat men verklaard niet te konnen bewilligen in eene, /:door ons nooit verzochte:/ vrijheid van van Tol, ten anderen omdat men teevens beloofd bij arrivement van volgende Scheepen de voorige wijze van invordering van Tol te zullen in achtneemen, het welk eigenlijk ook verzocht is nopens de Lading van Straalen, niet te vertoonen dat bij - ofte op den invoes van goederen, niets betaald werd, maar wel wanneer de koopmanschappen verkocht, en uit sinsu¬ ra gevoerd wierden. Dan vermits de Correspon= dentie zelfs verdrietigen onverschillig word bij lieden die begeeren gelijk te hebben en weinig of geen teegenspraak verstaan, en daar bij bekent uit de bovenlanden, raakte de terug komst van zijne Excellentie den Heer Gouverneur Generaal Hastings, aan wien onzen voorzitter de Heer Herklots een visite stond af te leggen, zoo wierd ten voorsz: dage zijn E: verzocht om gemelde zijne Excellentie over alle de voorkoomende onaangenaam omstandighee= =den ende daar uit te vreezene gevolgen te onderhou= =den en nopens de duijsterheid van het voorsz: Ex= „tract, opheldering te verzoeken en teevens te ver= =toonen, de hardigheid van den swaaren in post op van buijten 213 buijten Landsche dranken en daar onder speciaal de Bataviasche Arrak tot 9. ana de Gallen, dat à 140. gallen de legger, 78 sicca ropijen de Cust komt te beloopen, daar de Arak zelfs, laast op de vendutie niet hoger, als 75. ropijen is geloopen enkel en alleen uijt vrees voor deeze swaare belasting; voorts zijn Excellentie te persuadeeren tot het geven van ver= =lof tot het reisschen van de vlag ten einde het ver= =trouwen onder den Inlander op te beuren en het Cre= diet van de Comp:e om de wille van dien geen nadeel te doen lijden. § 10. Van deeze Commissie deed de Heer Her: =klots den 23. November 1784. verslag aan de verga= dering en het was toen dat men vernam, dat de heer Gouverneur Generaal Hastings, na oudergewoonte had te kennen gegeeven zijne geweegentheijd om om de Neederlandsche Comp:e alle mogelijke dienst te bewijzen en verzocht, dat alle de voorgestelde swarigheeden, pu blick behandelt en bij em brief van de vergadering aan zijn E: en den Hogen Raad mochten worden voorgedragen, niet twijffe= lenden off alles zou ten onzen genoegen geschikt worden. Hij Heere Gouverneur Generaal voegde daar bij, dat 'er eerstdaags naar Madras Pondicherij en Ceilon, depeches stonden te ge= schieden, betrekkelijk tot de overgave van Trinconomale en het bezitneemen van alle plaatzen op de Cust chormandel zoo door ons als de Franschen, waar door dan alle zwaarig= heeden moesten werden uijt den weg geruijmt, §11. Onderwijl schoot gaande wegin, de tijd ter weder belading van 't voorsz: schip straalen voor Europa. De moeijelijkheeden bij de ontlossing doorgeworsteld, wierden verwisselt door andere zwaa= righeeden die de afzending der goederen naars boord van dat schip in de wegkwaamen. De eerste ondervond men ter geleegenheid van den af= scheep van Salpeeter. De daarmeede belaadene vaartuijgen wierden te kalkatte aangehouden, ende afzonderlijke vertooningen aan de Tolheffers derwegen, waaren vruchteloos. De Heer Her= klots had zig over deeze nieuwe ongeleegenheid beklaagd aan den Heer Molonij Collecteur der uijtgaande Rechten te kalkatte, maar van hem tot antwoord ontvangen dat hij geen or= dres had tot een vrije passage van onze vaartuij¬ =gen, en dat hij derhalven niet anders kon doen, terwijl om te toonen dat dit eerst was, de heer Her= klots, uijt naam van den Hoogen Raad, door een der Heeren Secretarissen dit laaste nader bekend gemaakt, en geoffereerd wierd de verzending van brieven naar Ceilon Comp„e of particulieren, in= dien men zich van deeze geleegenheid wilde bedie= nen, en waar van ook gebruijk is gemaakt, met besluijt om als nu over te gaan tot het instellen van een nadrukkelijk vertoog over het ongelijk dat ons wierd aangedaan en daar omtrend nochmaals redres te verzoeken. terwijl dan
English
then, to demand the same toll for it as was stipulated for foreign ships being loaded south of Calcutta; thus holding the Company responsible for all goods that were to be loaded at Kasserijen into the ship Straalen. Mr. Herklots gave notice of this to the assembly on 17 December 1784; as evidenced by the separate resolution of that date, nothing else was decided upon than to dispatch a letter to the General Calcutta Government, demonstrating that, according to ancient custom and pursuant to our privileges, and according to the Rowanah produced for it, the toll for the Saltpetre had been paid in Behaar or Pattona, and that, notwithstanding this, it was once again being demanded from us; detaining the Saltpetre that had to go on board because of this, to the considerable detriment of the Company's service, and not without the danger of not being able to dispatch the aforementioned ship on time; with a request for reflection upon this and our previous representations, and that we might be favored with an answer within two to three times twenty-four hours. Section 12. While this address had been dispatched, we received a reply from Calcutta to our letter of 26 November, which is inserted in the separate resolution of 21 December 1784. According to it, the reply to what we desired regarding the Company's privileges was being prepared, and concerning the request to be permitted to hoist the flag, this was granted on the condition that this permission would be revoked again if some occurrence or another should make it necessary, for example, if the Marquis de Bussy should refuse to accept the proposal made regarding the cession of Trinconomale and the further execution of the preliminary peace treaty, as far as India is concerned. But this last condition appeared too contemptible to our declinants to expose the respect and credit of the Honorable Company to such a ridiculous proposition. The decision was therefore taken, as we had not yet made such special representations regarding the privileges that required a special or different answer, other than what was sufficient to encounter no hindrance for the time being in daily affairs, and among these the loading of Straalen, to demonstrate to the Calcutta Government that we never intended regarding the payment of the toll to request any other privilege in that respect than what is due to us according to the will of the Sovereign or the Emperor of Hindoston, that we desired nothing other than an effective practice thereof, with a request not to be hindered therein by virtue of the influence of the authority that the British Nation in this Country has over the administration of affairs: thus, without being further dependent upon their Government than is consistent with natural liberty, the Company's Privileges, and the express will of His Britannic Majesty, about which, if the correspondence
Dutch transcription
214 dan, daar voor dezelve zol te vorderen als bepaald was voor vreemde scheepen, belaaden wordende bezuiden kalkatte; de Compagnie dus daar voor verant= =woordelijk houdende van alle goederen welke te kasse= =rijen in het schip straalen stonden gelaaden te worden. Hier van gaf de Heer Herklots op den 17: x:ber 1784. kennis aan de vergaderingen, uitwijzens aparte resolutie van dien datum, viel daar al weder niet anders op, dan een brief af te vaardigen aan het Generaale kalkatsche Gouvernement, onder ver= =tooning dat voor de Palpeeter na al oude usan= tie en volgens onze privilegien, en nahindder daar van vertoonde Rowanah, in Behaar ofte Patto= =na, de Jol betaald was, en dat men, des onaange= =zien, die andermaal van ons kwam te vorderen; de Salpeter, die naar boordmoest, daar voor, aanhoudende tot aanmerklijke veragtering van s' Comp„s dienst, en niet zonder gevaar van het voorm: schip niet op zijn tijd te zullen kun= =nen verzenden; met verzoek om reflexie op dit en onze voorige vertoogen en om binnen 2. a driemaal vier en twintig Uuren, met antwoord te mogen worden begunstigd. § 12. Terwijl dit Addres was afgevaardigt, ontvingen we van Kalkatte antwoord op onze brieff van 26. November, dat geinsereerd staat ter aparte resolutie van 21. Xbe 1784. volgens het zelve wierd het antwoord op het geen we no= =pens s' Comp„s privilegien verlangde, in gereed= heid gebragt en aangaande het verzoek om de vlag te mogen heisschen, daar in werd bewilligt onder die voorwaarde dat dit verlof weder zou worden inge= =trokken Itdien het eenen ander voorval zulx nood= =zaakelijk kwam te maaken, bij voorbeeld, zoo de Mar= =quis de Bus sij mocht weigeren om aan te neemen de gedaane propositie nopens den afstand van Trin= =conomale en de verdere uijtvoering van het preli== =minair vreedens tractaat, voor zoo verre Indien betreft: Dan dit laaste kwamonste declinanten te verachtelijk voor om het respect en het crediet van de E: Maatschappij bloot te stellen aan zoo een bespottelijke propositie. Het besluijt viel derhal= =ren om, gelijk we ten aanzien der privilegien noch zulke speciaale instantien niet gedaan hadden, welke een speciaal of ander antwoord vereischte, dan dat toereikende was om in de dagelijkse zaaken voor eerst geen verhindering te ont moeten en daar onder de belaading van straalen, om het kalkatsch Gouvernement te vertoonen, dat we wegens het betaalen der Tol nooijt van meening zijn geweest eenig ander voorrecht dien aangaande te verzoe= =ken, dan dat ons toekomt volgens den wil van den Souverain ofte den Keijzer van Hindoston, dat me niet anders begeerde dan een effective offening derzelve, met verzoek om daar in niet te worden ver= hindert uijt hoofde van de influentie van het gezach dat de Britsche Natie hier te Lande heeft op het bestier van zaaken: dus, zonder van haar) Gouvernement verder afhangelijk te zijn, als bestaanbaar is met de natuurlijke vrijheid, s' Comp=s Privilegien en de expresse will van zijn Grootk Brittanische Majesteid, waar over men, zoo de cor¬ die respondentie
English
correspondence could not achieve the necessary results, we would be obliged to enter into negotiations by commissioners; that the proposal regarding the hoisting of the flag was neither consistent with our freedom, nor in accordance with the spirit and meaning of the preliminary peace terms, since foreign disputes or views concerning the execution of the treaty should not tend to the prejudice of the Company's trade in Bengal, with the request that the freedom of commerce granted upon the surrender of the places may be accompanied by the right to effect this under the security and protection of our flag in a country where we, on an equal footing with the English Company, are authorized to trade, and, contrary to the right of a free, neutral place, have been subjected to the fortunes of war. §13. But, before this reply was ready, or on the following day, the 22. X=ber 1784., the rescript from the Calcutta Government in response to our letters of the 17. and 18. preceding was delivered here, in which was found an announcement that, in order to cease the detention of the vessels bound down the river, the detained vessel laden with saltpetre had been released, and orders had also been given for the passing of all vessels which we intended to dispatch aboard the ship Straalen, in the expectation, however, of an accurate statement of the quantity of each cargo, so that the amount of the tolls, if any should be claimed hereafter, could be determined; furthermore, that an answer would be given to the general questions which had been put in previous letters concerning the levying of tolls on our trade. §14. Heretofore at §7. I have already noted that the demand for the cargo lists of vessels has never been practicable and is entirely contrary to that which has been granted to the Company as a principal freedom in the continuation of its trade by the privileges of the country; but as has already been said at §9., when reasons and proofs do not prevail, one must yield to coercion and superior force; so that in order to facilitate the loading of a ship whose dispatch to Europe was most urgently recommended and highly necessary for the maintenance of the Company's credit, with regard to the article of the toll, the draft of the day before was departed from, and it was resolved to write to the High Council that, besides the customary list of the cargoes of the vessels for the officers of the ship, a duplicate thereof in English would be handed to the commander appointed over the vessel to be delivered in Calcutta where it might be necessary; entirely in the reasonable confidence that this would presently answer the purpose and that in the future, or when we should be restored to the full possession of our places, this submission of ours would not be drawn into any precedent, in view of the rights and liberties belonging to the Company in the conduct of trade; while in the draft reply on the point concerning the hoisting of the flag, the draft was left in its entirety; but in which regard British pride, as shown by the rescript of the 4th of January 1785., demanded a more humble conduct from the Dutch, or as
Dutch transcription
215 =respondentie het nodige niet kan uijtwerken, verplicht zou zijn in een commissoriale onderhandeling te treeden; dat het voorstel aangaande het heisschen van de vlag, noch met onze vrijheijd, noch overeenkomstig was met den zin en meening der vreeden preliminairen, wijl de buijten: landsche verschillen of begrippen over de uijtvoering van het tractaat, den handel van de Compagnie in Bengale tot geen prejudice behoorde te strekken, met verzoek dat de bij de overgave der plaatsen toegestaane vrijheijd van koophandel, verzeld mag gaan van het Recht om zulx te effectueeren onder de veijligheijd en bescherming van onze vlag in een Land, alwaar we met de Engelsche Comp:e, gelijkstandig tot den koop handel geauthoriseert en, teegen het recht van een vrije, neutraale plaats, onder het Lot des oorlogs gedrukt zijn geworden. §13. Dan, eer dit antwoord in gereed heidraakte, ofte daags daar aan, den 22. X=ber 1784. werd hier besteld de rescriptie van het kalkatsch Gouvernement op onze Brieven van 17, 318. bevoorens, waar bij gevonden werd eene bekendmaking, dat, om het aanhouden der naar beneeden de Riviel moetende vaartuijgen te doen ces= =seeren, het aangehouden vaartuijg met salpeeter ont= =slagen en teevens ordre gesteld was tot het passeeren van alle vaartuijgen die we dagten af te vaardigen naar boord van 't schip straalen, in verwagting echter van een getrouwe opgave van de quantiteid van ijder Lading, op dat het bedraagen der Tollen, in dien 'er eenige mochten te pretendeeren vallen, na dato, bepaald kon= =den worden: voorts dat, op de generaale vraagen welke nopens het heffen der Tollen van onzen Handel, hij voo= rige brieven gedaan waaren, geantwoord zou worden. §14. Hier voor bij 57. hebbe ik bereeds aangemerkt dat de vordering der Lijsten van de Ladingen van vaar= =tuijgen nimmer practicabel geweest en ten eenemaal strijdig is met het geen de Compagnie als een voornaamen vrijheid in de voortzetting haares handels vergunt is bij s'Lands privilegien: dan zoo als reeds bij 19. gezegt is wanneer reedenen en bewijzen niet vermogen, moet men voor dwangen overmacht buijgen; zoo dat om te bevorderen de belading van een schip waar van de de pech naar Europa ten uijtersten gerecommandeerd en tot maintien van s' Comp„s crediet hoog noodzake= =lijk was, ten aanzien van het articul der Tal, geresi= =heerd word van 't Concept van daags te voren, en gere= =solveert om den hoogen Raad te schrijven dat, buijten de gewoone Lijst van de Ladingen der vaartuijgen voor de overheeden van het schip, de wedergade vandien, in het Engelsch ter hand zou gesteld worden aan den over het vaartuijg gestelde gezachhebber om te kab= =katte te werden afgegeeven daar het nodig zoude weezen; alzints in dat billijk vertrouwen dat daar meede voor teegenwoordig aan het oogmerkbeant= =woord en, in het toekomende, ofte wanneer we weder in het volkomen bezit onzes plaatzen hersteld zouden zijn, deeze onze onderwerping in geen conser quentie getrokken zou worden, uijt aanmerking van de Rechten en vrijheeden de Comp:e in het drij= ven van den Koophandel competeerende; terwijl bij 't ontworpen antwoord op het point raakende het heisschen der vlag het concept in zijn geheel werd gelaaten; dan waaromtrend de Britsche trotsheid, uitwijzens- rescriptie van den 4e: Jani: 1785. een needriger gedrag van de Hollanders, of gelijk 314. de
English
216 the gentlemen of Calcutta express themselves as having expected a cordial acceptance, instead of receiving a letter which reproached them in an indirect manner for not having done more than that which they make a great fuss about in the introduction of this letter. Paragraph 15. Yet it was deemed best to reply nothing to this, rather than to embitter it further with a demonstration of grievances and a display of slight regard, which is their characteristic toward everything that is English and particularly that which is Dutch. Meanwhile, the most speculative part of the matter is that, after so much opposition and writing back and forth as has already been shown, matters having finally been brought to the point that the up and down passage of the vessels, as far as is described before, had an unhindered progress, one saw oneself at the beginning of this year, by a letter from the High Council at Calcutta dated 29 December 1784, inserted in the separate resolution of 5 January 1785, assaulted with an accusation that was very far-fetched and yet of a dangerous design, as the gentlemen expressed their astonishment that, whereas they had already given so many proofs of their earnest inclination to foster the recently renewed good understanding, and that the same had awakened similar inclinations in us, while from their side no stronger proof was needed than that which they had already recently given for the convenience and promotion of our trade, by waiving the customary practices of their port and suspending the rights of their government, namely by granting a free passage to the vessels that had to proceed downstream, we could have exposed ourselves to complaints from the Hooghly Collector concerning Mr. Herklots, which indeed related to a decision of the end of the preceding month of November, yet required their present attention and no less our prompt explanation, namely the refusal of a satisfactory statement of the cargo of the ship Straalen, or a specification of the quantities and types of goods that had been brought in by each sloop or vessel, so that the goods, notwithstanding the representations of the Hooghly Collector at Chinsurah, had been brought ashore by force: an act, the gentlemen said, so unpardonable that it required immediate redress by delivering, without loss of time, to the Buxbandar of all people, a signed certificate of all such goods as had already been landed or were yet to be landed. Paragraph 16. From paragraph 3 of that respectful report it is evident that already by the beginning of the month of November all difficulties with the Hooghly Collector had been removed, and that consequently the disputes that had taken place at the end of that month could no longer provide any ground for complaints, as the letters of Kinloch to his constituents customs the
Dutch transcription
216 de kalkatsche Heeren zich uijtdrukken een gubhertige acceptatie verwacht hadden, in steede van te ontvan= =gen een brieff welke hen op een indirecte wijze re pro= cheerde over dat zij niet meer gedaan hadden als- dat geen, waarvan ze bij de inleiding van deeze brief een groote opheffkomen te maken. §15. Doch hier op is best gedacht liever niets te repliceeren dan het verder te verbitteren met een de= =monstratie van verongelijkingen en betooning van klein agting dat haar laracteris & omtrend alles wat Engelsch en inzonderheid dat Hollands is. Het speculatifste van de zaak ondertusschen is, dat na zoo veel teegenstreevens en over en weder schrijvens als reets vertoond is de zaaken eindelijk daartoe zijnde gebracht, dat de op en aftocht der vaartuijgen, in zoo verre als voorwaarts beschreeven staat, een on= =verhinderde voortgang hadde, men zich met den aanvang van dit Jaar, bij een Brieff van den Hoo= gen Raad te Kalkatte de dato 29. Xbi 1784. gein¬ sereert ter aparte resolutie van den 5. Januarij 1785; aangerand zach met eene beschuldiging die zeer vergezocht en echter van een gevaarlijke aan= slag was, als betuigende de Heeren hunne ver= =wondering dat daar zij reeds zoo veele blijken had= den gegeeven van hunne ernstige geneigtheid om de onlangs vernieuwde verstandhouding aan te queeken, en dat dezelve gelijke neigingen bij ons hadden verwekt, ter wijl er van hunne kant geen krachtiger bewijs nodig was als het geen ze Jongst reeds hadden gegeeven tot gemaken bevor= =dering van onzen Handel, door van de gewoone gebruijken hunner haven afte zien en de Rechten van hun Gouvernement op te schorten met namelijk k een vrijse passage te vergunnen aan de naar beneedenu= moetende vaartuijgen, wij ons hadden konnen ex= =poneeren aan klachten van de Hoeglische Collec= „tor over den Heer Herklots, die wet betrekking hadden tot een besluijt van het laast der voorgaan= „de Maand November, doch hunne presente aan= =dacht en niet minder onze spoedige explicatie verEischte, namelijk het weigeren van een vol= =doende opgave der Lading van het schip Straa= =len, ofte een specificatie van de quantiteiten en soorten van goederen, welke door ieder sloep of vaar= =tuijg waaren aangebracht, zoo dat de goederen onaangezien de vertooningen van den Hoeglischen Collector te sinsura, met geweld aan land waren gebracht geworden: een daad zeggende Heeren, zoo onverschoonlijk, dat ze onmiddelijk herstel =ling vereischt met, zonder tijd verzuijm aan den Bachsbender notabene, over te leeveren een ge= teekend bewijs van al zulke goederen als bereids geland waaren of noch gelend stonden te worden. §16. Bij de 8: 3 van dat eerbiedig rapport consteert dat reeds met het begin van de Maand November alle zwaarigheeden met den Hoegli= =schen Collector uijt den wegwaaren geruijmt, en dat over zulx de differenten die plaats gehad hadden met het einde van die maand geen point van klachten meer konden op leeveren, gelijk de brieven van Kinloch aan zijne committeiten gebruijken de
English
217 the Board of Customs at Calcutta, also inserted into the resolution of 4th January 1785, nevertheless seemed to do; although they were possibly only seized upon by that Board in order, as it were by way of reprisal, to invent complaints against this assembly and to show a pretended sensitivity regarding our public addresses, because these, contrary to their expectation, had obtained too favorable an effect: at any rate, however that may be, during the deliberation on this matter nothing was found easier than the refutation of these unreasonable complaints: we therefore demonstrated, in an answer drafted during an ongoing meeting, how deeply we felt affected by the aforesaid accusation, and proved by Kinloch's own correspondence with Mr. Herklots that the points in question between him and us had already been decided and terminated at the end of October, and that since that time nothing had occurred that could give him cause to complain publicly, one month later, in the same terms, about cases that had previously been considered between him and us as settled. that, notwithstanding that one might thus consider as null and void that which had been demanded of this assembly so peremptorily and imperiously on account of this accusation, one was nevertheless ready to provide the desired statement should the Gentlemen of the High Council continue to persist therein; because, in the situation in which we found ourselves, owing to the incomplete execution of the peace treaty, the pleasure of those Gentlemen had to serve us as a law and rule for our conduct, but that our representations themselves intended nothing else than to prevent the present from being drawn into a precedent for the future, and so that the Company, upon the completion of whatever is now also lacking for a full effect of the peace treaty, would be admitted to a true and substantial enjoyment of its precious freedom and dearly acquired privileges, without being any more or further dependent on the Calcutta Government than, in accordance with that freedom as well as the authority and influence of the English Nation over the administration of the country's affairs, after a mutual correspondence or personal conference in due time, should be found to be lawful and sufficient to cause all complaints to cease and to remove forever the motives and causes thereof; and all this with the request that we might be favored as soon as possible with an answer, clearly indicating how we were henceforth to regard the Buxbander, and which officials would be found stationed there to be able to deal with us or the Company as citizens and subjects of the Emperor of Hindostan. Paragraph 17. This representation had such an effect that, although it seems not to have been judged worthy of an answer, nevertheless since then no further difficulties occurred, but that affairs, especially the import and export of goods after showing the required manifests of the vessels' cargoes, proceeded unmolested, so that it remained to be seen what the decision of the Calcutta Gentlemen would finally be concerning our repeated reservation and claim to a full and free enjoyment of the rights and privileges of the Company, especially
Dutch transcription
217 de Raad der Tollen te kalkatte, meede ter resolutie van 4e: Januarij 1785 geinsereert, echter scheenen te doen; schoon ze mogelijk, door dien Raad maar te baat genoomen zijn, om als waare het bij represaille, klachten teegen deeze vergadering te inventeeren en quasi gevoeligheid te toonen over onze pu= „blicque addressen omdat die teegen haare verwachting een te gunstig effect hadden erlangt: althans hoe het zij, bij de deliberatie hier over rondmen niets gemakkelijker, dan de wederlegging van deeze onberaissonneerde klach¬ ten: we vertoonden derhalven bij een staande vergadering ontwerpen antwoord hoe zeer we ons over de voorsz: be= schuldiging getroffen voelden en beweezen door Kin¬ =locht eige correspondentie met den Heer Herklots, dat de printen in quasti tusschen hem en ons reeds waren gedecibideerd en getermineerd in het laast van October en dat, zeedert die tijd, er niets was voorgekoo„ men dat hem aanleiding kon geeven om een maand later in dezelve bewoording, publiek te doleeren, over gevallen die te =voren tusschen hem en ons waren gehouden voor afgedaan. dat, onaangezien men dus als vervallen zou mogen reeke= „nen, het geen uijt hoofde van deeze beschuldiging, zo peremp: „toir en Gebiedend, van deeze vergadering was gerequireerd, men echter gereed was de begeerde opgave te doen indien de Heeren van den Hoogen Raad, daar bij mochten blij= ven persisteeren; om dat, in de situatie waar in we ons bevonden, mits het niet volkomen ter executie stellen van het vreedens tractaact, het wel behaagen van die Heeren ons moest dienen als een wet en tegel van ons gedrag, dog dat onze representatien zelfs, niet anders bedoelde, dan om het teegenwoordige bij het toekomende niet in consequentie getrokken te zien en om dat de Com„ =pagnie bij het voltooijen van het geen nunook aan een § 17. Dit vertoog was van die uijtwerking dat, schoon men het niet waardig schijnt geoordeelt te hebben van daar op iets te antwoorden, er egter zeedert, geen moeijelijkheeden meer voorkwamen, maar dat de zaaken inzonderheid den aanbreng en afscheep van goederen na vertooning der gevorderde lijsten der ladingen van de vaartuijgen, ongemolesteerd voortging, zulx het niet te bezien stond, wat eindelijk het besluijt zou zijn van de kalkatsche Heeren omtrent onze ite= rative reserve en teclame van een vol en vrij genot der Rechten en voorrechten van de Compagnie, in zon= volkoomen effect van het vreedens tractaat mans„ queert, zou worden toegelaaten een waar en weezenlijk genot van Haare dierbaare vrijheijd en duur verkree= gene privilegien, zonder meer of verder van het Kalkatsch Gouvernement afhangelijk te zijn, dan, overeenkomstig met die vrijheijd zoo wel, als het gezach, en de influentie van de Engelsche Natie op het bestier van s' Lands zaaken, na een ouderlinge correspondentie of personeele conferen= =tie in der tijd, bevonden zou worden, wettig en toezei= kende te zijn om alle klachten te doen ophouden en voor altoos uijt den weg te ruijmen, demotiven en oorzaaken tot dezelve; en dit alles met verzoek, om ten spoedigsten met een antwoord te mogen worden be= =guerstigd, duijdelijk aanwijzende hoedanig wij de Bachsbonder, nu in het vervolg hadden aan te merken, en welke officianten daar zouden geplaatst worden gevonden, om met ons of de Comp:e te konnen handelen als Burgers en onderhoorigen van den Keizer van Hindostan. volkomen derheid
English
218 majority regarding the trade itself and its appurtenances. At least, on the occasion of the consent of the Supreme Council to the hoisting of the Dutch flag over our factories, communicated by the Governor General Mr. Macpherson upon the private request of Mr. Herklots, in such manner as is inserted, together with the appropriate reply thereto, in the resolution of 8 March 1785, it was taken into consideration that it had now become time to execute the respected order of the Noble Supreme Government of the Indies, issued in their general letter dated 27 July 1784, and the deliberations held concerning it on the first of December thereafter, namely to insist upon a larger quantity of opium and saltpetre, specifying as to the first item 800 to 1000 chests, and the other up to a proportionate quantity according to the harvest, but not less than 36000 M:n a year; item, if the Calcutta Government should not wish to bind itself to this annual delivery except under one or another condition that they might desire to be granted them by the aforementioned Supreme Government of the Indies, to agree thereto, provided it did not tend to the prejudice of the Company or to the diminishing of its privileges. And whereas on the first of December aforesaid, as appears from the general resolution, it was already understood to be necessary to await the proper time for this and to carry out the order, whether by mutual correspondence or indeed by a commission, for which, as the separate resolution of 2 March 1785 answers following the example of 1775, when the business of dispatching the ship the Bengal Merchant to Batavia prevented anyone from being spared, a letter was dispatched to the Government on the last-mentioned day, pursuant to the resolution taken to that effect, in which the receipt of the first part of the order was announced, and it was requested, since it was now the season that the opium was being or was about to be harvested as before, that they would be pleased to dispatch orders to the contractor to deliver to our servants at Patna a sufficient quantity of opium juice for the preparation of a quantity of 900 to 1000 chests; which request Mr. Herklots had supported with his private solicitation for a favorable consideration to His Excellency the Governor General Macpherson, whose reply, both in respect of the ceremonial upon hoisting the flag of the state and regarding the further representation, is inserted in the separate resolution of 11 March 1785, and once again contains very fine promises, among others an assurance that whatever letter might be written by Mr. Herklots in particular or with the Council concerning the opium would always be very well received, even though the government might not be able to grant those requests; words once again of more than one meaning, as was experienced only too well thereafter; notwithstanding that the Governor General, in order to conceal his secret sentiments at that time and to make us swallow the bait so as to remain hanging on the hook, concludes his letter with these otherwise not [illegible]
Dutch transcription
218 derheid ten aanzien van den Handel zelve en den aan kleeren van dien. Althans, ter geleegentheid van de door den Heer Gouverneur Generaal Macpherson, op het particulier verzoek van den Heer Herklots, gecommuniceerde bewilliging van den Hoogen Raad tot het teisschen van de Neederlandsche vlag van onze factorijen, indier voegen als dat, met het daar op gepaste antwoord geinsereert staat ter reso= llutie van den 8:e: Maart 1785, is in aanmerking ge= komen dat het nu tijd wierd om te bewerkstelligen de gerespecteerde ordre van de Edele Hooge Indi¬ sche Regeering bij Hoog der zelver gemeene letteren de dato 27. Julij 1784. , en de daar over gehouden besoignen op primo December daar aan, namelijk om aan te dringen op een meerder quantiteid Afioen en sal¬ peeter, wat het eerste articul aangaat, zulx be= :paalende op 800, a 1000. kisten, en het andere tot een geproportioneerde quantiteid na maate van den inzaam, doch niet minder dan 36000: M:n 'sjaars, item om wanneer het Kalkatsch Gouvernement zich tot deeze Jaarlijkse afgane niet mocht willen verbin= „den, dan onder de eene of andere Conditie die zij mochten begeeren dat hun door welm: Hoog Indische Regeering wierde toegestaan, daar in toe te stemmen, mits niet strekkende tot nadeel van de compagni of tot verkleening van haar voorrechten. En nademaal op primo X:a voormeld, uijtwijzens gemeene resolutie, reeds was begreepen nodig te zijn hier toe tijd te verbeiden en het bevet ter uijtvoer te bren„ =gen het zij bij onderlingen correspondentie, dan wel ^ door eene commissie waar toe gelijk de aparte resolutie van 2e: Maart 1785 naar het voorbeeld van 1775 antwoord, toen de beezig= „heid der depeche van het schip the Bengal Mar= „chent naar Batavia, niemant vaceeren konde, zoo werd ten laastgem: dage, volgens het daar toe gevallen besluijt, een Brief aan het Gouvernement lfgevaardigt, waar bij de ontfangst van het eerste Lid der ordre bekend gemaakt en verzocht wierd ten om, wijl het nu de tijd was dat de Afioen wierd of stond ingezameld te worden als voor heen, aan den contractor ordre te willen afvaardigen om aan onze bedienden te Pattena af te bevleren eenen toereikende quantiteid Afioenmelk tot opbe= =reiding van een quantiteid van 900: a 1000. kisten; tg welk verzoek de Heer Herklots had onderschraagt met zijne particuliere sollicitatie om een gunstige reflexie aan zijne Excellentie den Heer Gouverneur Generaal Machpherson, wiens antwoord, zoo in opzicht van het ceremonieel bij het Eeisschen der der vlag van den staat als ten aanzien van de verdere instantie geinsereert staat ter aparte resolutie van den 11. Maart 1785. en alweder zeer fraaije belofte, onder anderen komt in te houden, eene verzeekering, dat welke brieff door de Heer „sterklots in 't bijzonder, of met den Raad over de Afcoen mocht geschreeven worden, altoos zeer wel „zou worden ontvangen, alwaare het ook dat het gou= „vernement die verzoeken niet kond toestaan, woor= den alweder van meer als eene beteekenis, gelijk dat in het vervolg maar al te wel is ondervonden; niet teegenstaande de Heer Gouverneur Generaal om zijn heimelijke gevoelens toen te verbloemen, en ons het aas te doen swelgen om aan den angel han= =gen te blijven, zijn brieff besluijt met deeze, anders, 6 niet „heid
English
219 not unfavourable expressions: "All privileges of the Company shall be granted on the established footing. Arrangements are presently being made of which I shall, in due time, make disclosure. I am inclined to favour the interests of you and the Council: for (mark well:) I regard your trade and your security in Bengal as a benefit to the country." §18. But that the intention was either not to grant the request concerning the increase of the annual quantities of Opium and Saltpetre, or only partially under impossible conditions, or that something even more detrimental lurked behind the preceding private letter of the well-mentioned Governor General. The first reply from the Supreme Council, dated the 25th and inserted by a separate resolution of 29 March 1785, likewise contains a collection of some select words without or of little substance. Regarding the requested increase of Opium and Saltpetre, it contains a glad declaration that they would pay heed to all requests that we might see fit to propose to the Gentlemen, which are by nature equitable and which they are permitted to grant us: being as much inclined as we could wish to allow us to retain those same privileges and indulgences which were granted before the recent war (ergo, nothing more favourable than then), they would take the aforementioned request into consideration as soon as possible; but they declared at the same time to be of the opinion that it could be of no considerable importance to see the same settled immediately, because the Opium for this year had already been sold, and they, moreover, were daily expecting the receipt of positive orders both concerning all the branches of trade in these provinces, and by virtue of the treaty of peace between the respective nations in Europe. §19. One could already make remarks here about the contradiction of the promise of the Governor General in particular and that of His Excellency with the Council; for besides that it immediately catches the eye when comparing this with the preceding passage, I imagine I may say that when the privileges are granted to the Company on the established footing, by which I understand in accordance with the sense and meaning of its privileges, one does no more than justice, and that, on the contrary, if or when it must depend on indulgences as before the war, matters appear again in the very same guise as that which has always been complained of, besides that privileges and indulgences are two extremes that differ as wide as the heavens from each other, and of which the latter is completely inappropriate regarding the Company, if one accords it the force and meaning of the first expression. §20. Yet, as said, in order not to dwell on any remarks for the present; the assembly on the aforementioned 25th of March, deliberating on the contents of the aforementioned letter from the Supreme Council in Calcutta, understood that for now it would be sufficient to demonstrate to those Gentlemen the freedom of the collection of Opium that the Company has had and always exercised until 1776, when the English Company saw fit to declare that branch of trade exclusive to itself, and to place it in the hands of a Contractor, with an offer to let the required quantity of prepared opium be delivered at Patna to our Company by the contractor for this year.
Dutch transcription
219 niet ongunstige uijtdrukkingen:„ Alle voorrecten van de Compagnie zullen worden verleend op „den vastgestelden voet. Men is thans bezig schik: „kingen te maaken waar van ik, ter behoorlijker „tijd, opening zal doen. Ik ben geneigt om de belan„ „gen van uen den Raad te begunstigen:/ wan (:let „wel:) ik merk uwen Handel en uwe zeekerheid „in Bengale aan, als een voordeel voor het Land: §18. Maar dat den toeleg daar was om het verzoek nopens de vermeerdering der Jaarlijksche quantiteiten van Afioen en Salpeeter, of niet toe te staan, dan ge= =deelte lijk onder onnakomelijke conditien, of dat 'er iets noch nadeliger schuild agter de voorloopende parti= „culiere brieff van Welm: Heere Gouverneur Generaal„ het eerste antwoord van den Hoogen Raad gedateerd 25. en geinsereerd bij aparte resolutie van 29 Maart 1785. behelst almeede een verzaameling van eenige uijtgezochte woorden zonder of van weinig zaakelijk: heid. Ten aanzien der verlang de vermeerdering van Afioen en Salpeter, behelst het eene blijde betuiging van acht te zullen slaan op alle verzoeken die wij kon¬ =den goedvinden de Heeren voor te dragen welke uit den aard billijk en zij geoorloofd zijn ons toe te staan: zijnde zoo zeer als wij kunnen wenschen geneegen, om ons te laaten behouden diezelve voorrechten en inschikke= lijkheeden /:indulgences:/ welke, voor den Jongsten oorlog /:ergo niets favorabelers als toen :/ zijn geac= cordeert geworden, zouden zij het voorsz: verzoek zoo spoedig mogelijk, in overweeging neemen; doch ver= laarden teevens van gevoelen te zijn dat het van geen aanmerkelijk belang kan weezen, dezelve on= middelijk te zien besligt, om dat de Afioen, voor dit §19. Men zou hier reeds aanmerkingen kunnen maken over de teegenstrijdigheid der belofte van den Heer Gouver= =neur Generaal in 't bijzonder en dat van zijne Excell: met den Raad; door behalven dat ze bij vergelijking van deeze met de voorgaande pas: aanstonds in het oog valt, verbeelde ik mij te mogen zeggen dat wanneer aan de Compagnie worden toegelaaten de voorrechten op den vast gestelden voet, waar door ik versta over eenkomstig met den zin en meening van haare priviligeen, men niet meer dan recht doet, en dat, in teegendeel, of wan= „neer zij moet dependeeren van inschikkelijkheeden als voor den oorlog, dezaaken weeder voorkomen in even de= zelve gedaante als waar over altoos gedoleert is geworden behalven dat voorrechten en inschikkelijkheeden, twee uijterstens zijn, die hemel breedte van elkander ver= schillen, en waar van het laaste ten eenemaal omtrend de Comp:e ontrepasselijk is, als men haar toeeigent de kracht en meening van de eerste uijtdrukking. §20. Doch, om als gezegt voor als noch mij met geen aanmerkinge op te houden; de vergadering op den 25. Maart voorm: delibereerende over den inhoud van voorsz: brieff van den Hoogen Raad te kalkatte, be„ greep dat het voor eerst genoeg zou zijn die Heeren te vertoonen de vrijheijd van inzaam van Afioen„ die de Comp:e gehad en altoos geoeffend heeft tot in 1776. wanneer de Engelse Comp:e goed vond dien tak des Handels voor zich exclusiff te verklaaren, en ^ met aanbod om aan onze Comp:e, uit de door den contracter te stellen in handen van een Contractor ^ op bereide afioen, te Pattena, de benodigde quantiteid te laten Iaar bereeds was verkocht geworden en zij, buijten der dagelijks verwachtende waren de ontfangst van positive beveelen zoo nopens alle de Takken van den handel in deeze Provincien, als uijt krachte van het vreedens tractaat tus= schen de Respective Natien in Europa. Jaar afleeveren.
English
to deliver, but that because of the considerable difference between the English and our processing of the juice, no more than 29 chests could be found in that same year 1776, upon selecting from the English prepared Opium, that in any way matched our sort, and that for this reason, and to compensate for the disadvantage suffered by our Company on this account, the delivery had been promised to us the following year, upon the representations made in this matter, of as much milk as was required to satisfy the Demand for Batavia, to be prepared in our lodge, with which method had been continued until the outbreak of the war: therefore requesting them to be pleased to consider that, while the time of gathering the juice was at hand, necessity also required the dispatch of an order to the Contractor for the delivery of what was needed to our servants at Pattana, for the preparation of 900 to 1000 chests, with prior notice that we would address their Honors further regarding the share in the Saltpeter; not being able to foresee that the arrangements expected from Europe would entirely exclude the Company from these articles. Paragraph 21. But with this we made no progress. The month of April began to draw to a close and no answer was received; on the 22nd of that month we brought more closely to the attention of the gentlemen of Calcutta the embarrassment in which we found ourselves over the failure to receive a reply to our letters of the 29th of March; demonstrating to their Honors that we judged we would not be able to justify it if we did not address them once more and request a positive and satisfactory declaration with respect to the Opium required for this year. Positive it needed to be because at the meeting of 22 April deliberations were held regarding the necessity, should matters drag on any longer and should we be left in uncertainty by the English gentlemen, to look for other ways, and to ask the servants of Pattena their Considerations as to how far they saw a chance of helping the Company to the opium required for this year. More satisfactorily the Calcutta Gentlemen ought to declare themselves because, however admissible their profession appears of anticipating arrangements regarding the trade of these Provinces in general, and concerning the opium in particular, these always had to be expected to be in our favor; possibly with the final derogation of all previous usages, abuses, or regulations not in accordance with the Company's privileges, according to which we could and might maintain the Right to a free and independent exercise of our trade; since the definitive peace treaty, assuming that some further agreements or stipulations might follow from it, can now leave no difficulty whatsoever preventing the Company from being accommodated from now on with everything, on the same footing as before the war. To this end we further alleged in a strict sense that nothing else was needed than the full Effect of the Preliminaries, especially the first article, the meaning of which we declared according to our opinion; noting that, if there should be any political reservations against this to the effect that the aforesaid arrangements must first be awaited, Their Honors would be pleased, at the very least, to show us that, notwithstanding this, they were earnest in doing no harm to the Company
Dutch transcription
220 afleeveren, edoch dat uijt hoofde van het aanmerkelijk onderscheid tusschen de Engelsche en onze bewerking van het sap; er in dat zelve Jaar 1776, bij uijtzoeking des Engelsche opbereide Afioen, niet meer gevonden had kun: =nen worden dan 29: kisten, die onze zoort eenig zints eerenraarden, en dat daarom, en ter gemoed koming van het nadeel dat onze Compagnie hier door leed, sjaars daar aan, op de hier over gedaane te presentatien, aan ons toegezegt was gewordende afleevering van zoo veel melk als te voldoening van den Eisch voor Batavia gerequireerd wierd om in onze loge te worden op bereid, bij welke met hode gecontinueert was tot op het uijtbreeken van den oorlog: over zulx hen verzoeken: =de te willen considereeren dat wijl de tijd der in zaa= =meling van het sap op handen was, de noodzaake= lijkheid ook vorderde de depeche van een ordre op den Contractor ter afleevering van het nodige aan onze bedienden te Pattana, ter opbereiding van 900. à â 1000. kisten, onder preadvertentie dat men, over het aandeel in de Salpeeter, zich nader aan hun Ed„ zouden addresseeren; niet kunnende voorzien dat de uit Europa verwacht wordende schikkingen de Compagnie van deeze articulen ten eenemaale zouden uijtsluijten. §21. Maar hier meede vorderden we niet. De maand April begon ten einde te loopen en men kreeg geen ant= =woord, we brachten de kalkatsche Heeren den 22. van die maand nader onder het oog de verleegenheijd daar we ons in bevonden over het uijtblijven van antwoord op onze letteren van 29e: maart; hun Ede: vertoonende dat we oordeelden het niet te zullen kunnen verantwoorden in dien we ons niet andermaal aan hen addresseerden en met opzigt tot de voor dit Jaar benodigde Afroen een Pesi= tere let voldoende verklaaring verzochten. Posstif diende het te zijn om dat ter bij eenkomst van 22. April gedelibereerd wierd over de noodzakelijkheid om in= =dien het noch langer aan mocht lopen met door de heeren Engelschen in onzeekeekerheid te worden gelaaten na andere weegen om te zien, en de bedienden van Pattena af te vraagen hunne Consideratien in hoe verre zij kans zaagen de Compe: te helpen aan de voor dit Jaar benoodigde afioen. voldoender behoorde de kalkas= sche Heeren zich te verklaaren om dat hoe admissi= =bel ook voorkomt hunne betuiging van te gemoet te zien schikkingen nopens den handel van deeze Provincien in het generaal, en aangaande de afroen in het bijzonder, deeze altoos verwacht moesten worden in ons faveur b zijn; mogelijk met finale derogatie van alle voorige usantie, misbruijken of beschik= kingen, niet overeenkomstig met s' Comp:s previlegien volgens welke we het Recht van een vrije, en onaffanc =gelijke oeffening onzes handels konden en mochten sustineeren; derwijl het difinitif vreeden stractaat, voor ondersteld dat daar bij eenige nadere over eenkomsten of bepaalingen mochten volgen, geen swarigheid abe thans kan overlaaten om de Comp:e van nu afaan niet met alles te gerieven, op dien voet als voor den oorlog. Hier toe allegeerden we verder in een stricten zin, niet anders nodig te zijn, dan het rolle Effect van de Coreliminairen, in zonderheid het eerste articul, waar van wij na ons gevoelen, de meening verklaarden; onder aanmerking dat, zo daar teegen mochten zijn eenige politicque bedinkingen ten einde de voorsz: schikking en eerst te moeten afwachten, Hun wel Ed:e ons, voor het minst geliefden te doen zien, dat het, des on„ aangezien, ernst was om de Compagnie geen diende afbreuk
English
221 detriment, but rather to do their best to cause their trade with its appurtenances and dependencies to make headway just as before the war, and likewise to dispatch to Patna, without further loss of time, an adequate order and authorization, in order to be able to fulfill the obligation resting upon us to be able to receive, prepare, and send off the required opium juice in time on their own account, as has always been customary. 32. This letter, inserted in the separate resolution of 24. May 1785, had at least the effect that, as shown by the reply received thereto and also entered in the aforementioned resolution, some further decision and an explanation were given regarding what had been written to Calcutta on the 29th of March and 22nd of April, containing an excuse for the delay or silence, originating from the hope which the gentlemen harbored to receive such orders from Europe regarding the opium and saltpeter as would enable them to give a full answer to our requests in that regard, which orders their duty required them to await. With this, in all probability, another 2 to 3 weeks would pass; but if they should receive no positive and only general orders regarding these subjects in particular, the silence of the directors of the English Company would afford them the opportunity to take measures to the advantage of our Company. 923. Whatever the expected positive or general orders may contain, the gentlemen of the government at Calcutta have shown us that the excuses they employ are pretexts to conceal their true intentions from the public for the time being, and that, as shown by a separate letter received at the same time by Mr. Herklots from His Excellency the Governor-General Macpherson, entirely different motives exist, and indeed such as are calculated to completely wrest the opium trade from the Company or to make them averse to it: namely, on the one hand, by wishing to subject it to restrictions and conditions of which one cannot undertake the least or slightest part, and on the other hand, to serve their own private benefit and to favor them with the free navigation to the east and to China stipulated in the peace treaty, and thus more and more to undermine our Company's exclusive trade and, if possible, knock the bottom out of it entirely; regarding which the artfully chosen words of the aforementioned Mr. Macpherson are of such an engaging nature that, at first approach, one would say nothing else than that there lies enclosed within them a good heart and a certain concern for the interest of the Dutch: but how sweetly does the fowler sing until he has the bird in the net. Mr. Macpherson may forgive me, but when he speaks as Governor-General and flatters us with his quasi-good and well-meaning sentiments, then I believe him least of all. Experience has taught me for too long not to rely on smooth words and an ornate manner of writing.
Dutch transcription
221 afbreuk, maar veel eer hun best te doen, om, even als voor den oorlog, haare handel met dies ap- en-depon= dentie te doen voor 't gang neemen en even zulx zonder verder verzuim van tijd, naar Patna af te vaerdigen een toereikende order en qualificatie, ten einde te konnen voldoen aan de verplichting die op onslegt, om, in tijds de gevorderde afroenmelk te konnen laaten ontfangen, op bereiden, ende op iun zelve te verzenden gelijk altoos gebruijkelijk geweest is. 32 Deeze brieff, geinsereerd ter aparte resolutie van 24. Maij 1785. had ten minsten dat effect dat er, uijtwijzens het daar op ontvangen en ten evengem: resolutie meede ingeschreeven antwoord eenig nader uijt sluijtzel en een verklaaring kwam op het geen den 29e: Maart en 22. April naar Kalkatte was ge¬ =schreeven, behelsende een excus over het uijtstel of stilswijgen, herkomstig uijt de hoop die de heeren voed= =den, om uijt Europa, nopens de Afioen en salpeter„ zodanige beveelen te ontvangen als hen in staat zouden stellen om een volleedig antwoord op onze verzoeken derwegen te geeven, welke beveelen hunne plicht van Een vorderde te wachten. Hier meede zou= den, na alle waarschijnlijkheid nog 2. à 3. weeken ver¬ loopen; doch zo zij omtrent deeze onderwerpen in het bijzonder geen positive en maar algemeene or¬ dres bekoomen mochten, zou het stilswijgen der heeren Bewindhebberen van de Engelsche Compe: hun ge¬ lengenheijd verschaffen om maatreegelen te neemen tot voordeel van onze Compagnie. 923. wat nu de verwacht wordende positive of algemeene beveelen ook staan te behelsen, de heeren van het gouvernement te kalkaste hebben ons doen zien, dat de excusen waar van zij zich bedienen voorwemd zels zijn om haare weezenlijke ruis voor eerst noch publick te verbergen, en dat 'er, uijtwijzens een ter zelver tijd, bij den heer ¶ Herklots ontfangen afzonderlijke Brieff van zijne Excellt: den heer Gouverneur Generaal Macpherson, gantsch andere motiven en wet zodanige in tit zijn om de Comp:e de afioen handel ten eenemaal te ontwrngen of 'er afkeerig van te maaken: naa= =melijk door aan de eene kant dezelve te willen leggen onder restrictie en bepaalingen waar van men het minste afgeringste niet op zich kan neemen en aan de andere kant om daar meede voor eige particulieren nut te strekken en dezelve te favoriseeren met de bij het vreedenstractaat bedongene vrije vaart om de oost en naar China en dus onzen Comp„s exclusiven handel, meer en meer te onderkruijpen en, des mogelijk den bodem geheel in te slaan; waar omtrent de kunstig uijt= „gezochte woorden van welm: Heer Macpherson van een zoo inneemende aart zijn dat men, op het eerste abord, niet anders zou zeggen, of daar in ligt een goed hart en zeekere zucht voor het belang des Neederlanders opgeslooten: maar hoe zoet zingt de vogelvanger niet, tot dat hij het vogeltje in het net heeft, Mijn heer Macpherson vergeeve het mij doch wanneer hij spreekt als gouverneur generaal en ons vleit met zijn quas„ goede en welmeenende sentimenten, dan geloof ik hem het minst van allen. De ondervinding heeft mij te lang geleert om optzaaije woorden en eene cierlijke wijze van schrijven, geen staat te moeten doen maaken
English
to make; and one indeed does not need to be very crafty or deeply discerning to suspect anything else from Mr. Macpherson's conduct than a design to make us succumb under his compliments. Without being disrespectful to his high character, one may freely suspect His Excellency of all political artifices; indeed, I for one greatly doubt any true goodwill of that gentleman toward the interest of our nation. It is not characteristic of the Englishman, and even he asserts that the character of sincerity is no attribute of a Scotsman. But let us hear Mr. Macpherson himself, and let us join his protestations to his deeds; we will very quickly realize what kind of man we have to deal with. Section 24. According to the aforementioned separate letter, the Governor-General regrets not being able to consent to our desire regarding the Opium and Saltpetre before the receipt of news from England. Nevertheless, an expedient occurs to His Honour, which he proposes, as if in confidence, to the president of our assembly. He assumes that Mr. Herklots knows that eight hundred chests of Opium were granted solely as a concession in 1780, and that (herein the Governor-General greatly deceives himself) out of gratitude for a secret negotiation with the Council at Chinsurah (your Honour means with the former Director Ross) concerning a treaty regarding Trincomalee. Before that time, says His Excellency, the cession was only 400 to 450 chests. We (thus continues the letter) very much desire a sum of money for the treasury of our Pepper Cargoes at Canton in China, to be paid (note well) before December next, without being compelled to send any money thither from this country. Would your Honour (asks the Governor-General of Mr. Herklots) be able to engage that the government at Batavia (indeed a strange question for a Governor-General) would be willing to pay the amount of 800 to 1000 chests of opium into our treasury at Canton in November next? If your Honour, continues His Excellency, can give us bills of exchange on the Government at Batavia for the value of the aforesaid opium, I would propose to the Council not only to give you that quantity of opium for this year, but a complete security that even in case of war (which cannot arise between the two Nations) we would send the opium to Batavia under a foreign flag, and leave to you the full and free preparation thereof. Furthermore, the Governor-General wishes to make arrangements with the Noble High Indian Government at Batavia concerning the opium trade. Certainly Their High Nobilities, as appears from paragraph 17 of this report, wish it too; but whether those wishes, according to the plan of the English Governor-General, could well be brought into agreement, does not look favourable. One need only follow His Honour in his wishes to become directly averse to them and to believe that there is no probability of seeing him succeed in it. Thus they run: "Your Nation has recently taken Riau, which was our greatest trading place for Opium, and that freedom which we have obtained to visit the Eastern seas will set all our private traders to work. Your Honour knows how candid my ideas
Dutch transcription
222 maaken; en men hoeft in der daad net zeer doorslee= =pen of diep van doorzicht te zijn, om uijt Mijn hier Matphersons gedrag iets anders te vermoeden, als een toeleg om ons, onder zijn Complimenten te doen beswijken. zonder oneerbiedig te zijn aan zijn hoog Caracter; men mag zijn Excell:t vrijelijk ver„ =denken van alle politicque Vuurst greepen; immers ik voor mij twijffel zeer aan eene waare welmeenent: =heid van dien heer voor het belang van onzenatie. Het is niet eigen aan den Engelsman, en deeze zelfs beweert dat het caracter van oprechtheid geen eigenschap is van een schotsman. Maar laat ons den heer Macpherson zelf hooren en laaten we zijne betuijgingen voegen bij zijne daaden wij zullen zeerschielijk gewaar worden met wat man we te doen hebben. § 24. Het doed, volgens voorsz: aparte brieff, den heer Gouverneur Generaal Leed, in ons verlangen omtrend de Aksoenen Talpecter niet te kunnen toestemmen voor de ontvangst van tijding uijt Engeland. Even wel komt zijn E: een middel voor, datt hij den voorzitter van onze vergadering, als in het geheim voorsteld. Hijverondersteld dat de heer sterklats weet, dat agt hondert kisten Afioen, eenlijk als een vergunning in 1780. zijn toegestaan, en zulx (:hier in abuseert den Heer Gouverneur Generaal zich groote: lijks:) uijt erkentenis van een gehemme onderhandeling met den Raad te sinrsura (:zij uE: meend met den Heer geweezen Directeur Ross: ( over een tractaart omtrent Trinwvells. voor die tijd, zegt zijne Excellt:, was de afstand maar van 400. a 450. kisten. wij /:dus vervolgt de brieff: / verlan= gen zeer na een somme Gelds voor de casse van onze Pieper Cargas te Canton in Sina, te betaalen (nota benef voor December aanstaande, zonder genoodzaakt te zijn tot het verzenden van eenig geld us 't dit Land derwaards zou Uwel Ed: vraagt den Heer Gouverneur Generaal aan den Heer Herklots:) zich kunnen verbinden dat het gouvernement te Batavia /:in der daad een wonder= lijke vraag voor een Gouverneur Generaal:/ in Novem= ber aanstaande het bedraagen van 800. à 1000 kisten opium in onze Cas te canton zou willen betaalen Bij aldien UwelEd:, vervolgt zijne Excell:, ons wissels op 't Gouvernement te Batavia kunt geeven voor de waarde van voorsz: afioen, zoude ik aan den Raad voor= draagen u niet alleen die quantiteid van de opium voor dit Jaar te geeven, maar eene volkomene zeekerheid dat zelfs, in geval van oorlog, /: welke tusschen de twee Natien niet kan ontstaan:) wij de afioen, onder een vreemde vlag, naar Batavia zouden zenden en aan UE: de volle en vrije op bereiding daar van overlaaten: ver= =der wenscht de Heer Gouverneur Generaal met de Edele Hooge Indische Regeering te Batavia, Schikkingen no= pens den ation handel te maaken. zeeker Hun Hoog Edelheeden, gelijk bij par: 17. van dit bericht blijkt, wenschen het ook: maar of die wenschen, na het Plan van den Heer Engelschen Gouverneur Generaal wet tot eerpaarigheid zoude te brengen zijn, laatzich niet favorabel aanzien. Men behoeft zijn E: in zijn wenschen maar te volgen, om 'er direct afkeerig van te worden en te gelooven dat 'er geen waarschijnelijkheid is om hem daar in te zien reuisseeren. Dus luidenze „uwe Natie heeft onlangs Riauw genoomen, welke „onze grootste handelplaats was voorde Afioen en die „vrijheid die wij verkreegen hebben om de Oostersche „zein te bezoeken, zal alle onze particuliere handelaars te werk stellen. Uwe: weet hoe openhertig mijn denke tot beelden