VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3686

Bengal · 593 pages · 305 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3686_0297 view scan ↗

English

263 and that one nevertheless attempts to give it the appearance as if one did not wish to oppose her in her privileges and prerogatives. Section 105. For that reason, I would have wished that the aforementioned draft memorial could have been brought before the eyes of the Calcutta government. The circumstances of affairs could not have worsened thereby, as I shall prove in more detail. However, in order to show respect for sentiments that lean toward the gentlest side as long as there is any hope of thereby, I will not say achieving our goal, for that is impossible, but keeping it tolerable such as it is; I, at the session of 7 October last, when no draft memorial was read, conformed along with all the other members to what the Director communicated to the Council on that day, namely that in a private negotiation with His Excellency the Governor General Macpherson, he had found so many expressions and assurances of willingness to render His Honorable particularly every service and satisfaction, even in the points concerning this Commission, that he desired to make a trial thereof, namely by bringing the substantial contents of the drafted agreements beforehand privately to the attention of His Excellency, and to learn what his opinions and intention might be in that regard, under the assurance that he, the Director, would attempt to direct matters in such a way as to achieve the goal, if possible, without any further substantial representations, and declaring that, in case this intervening negotiation of his should meet with no success, it would then always still be time enough to have the Memorial made ready for delivery, intending nothing other than to facilitate the matter as much as possible, and after this private probe, to bring an end to it publicly, as is proper. Section 106. The result of this visit the Director communicated to the meeting at the assembly of the 18th of the aforementioned month of October, namely how His Excellency, the repeatedly mentioned Governor General Macpherson, had made known to him, the Director, that namely regarding the point of the Tolls he had taken the trouble to examine most closely himself, and to have reported to him with respect to the foreign Nations, what kinds of customs had taken place in that regard and regarding the granting of the dastaks, and all this with the utmost neutrality, under the assurance of not wishing to curtail anyone in their privileges, but to arrange it in such a manner that one might be satisfied therewith; that, having been fully informed of the customs that had taken place, and the various pieces of information obtained in that regard having been put to paper, various articles had been drafted therefrom in the Supreme Council to serve as a regulation concerning the payment of the Toll and the granting of the dastaks by the European Nations established in this country; that His Excellency, upon presentation of what had been determined on these sides with respect to a convention concerning the Toll, as well as the drafted plan of an agreement for freedom, safety, and security in the Trade of the Company and its subordinates, had been pleased to make known the freedom that his high person left to the Director to have these drafts presented to the Supreme Council, yet that as far as the first is concerned, the Council, after investigation and findings of matters, would not easily proceed to a change, and with regard to the latter, that His Excellency had fully acknowledged our right to insist on safety and security for our trade, and that, if this article were also presented to the Supreme Council, Section 106. although

Dutch transcription

263 en dat men het echter den schijn tracht te geeven, als wilde men haar niet teegen zijn in haare voorrechten en prerogativen. § 105. Ik had daar om wel gewenscht dat de voorsz: con= „cept memorie, onder het oog van het kalkatsch gouvernement gebracht had kunnen worden. De omstandigheeden van zaaken hadden daar door, gelijk in nader bewijzen zal, niet konnen verergeren. Dan, om eerbiedigheid te bewijzen voorgevoelens die tot de zachtste kant over hellen zoo lang en eenige hoop is van daar door, ik zal niet zeggen oors oogmerk bereiken, want dat is onmoogelijk, maar het telle quelle draagende te houden; hebben ik ter sessie van den 7:e October Jongstl:, wanneer geen concept memorie geleezen is, met alle de overige Leeden mij geconfirmeert met het geen den heer Directeur ten dien dage aan Raade Communi= ceerde, van namelijk bij een particuliere onderhande¬ „ling met zijne Excell: den Heere Gouverneur Generaal Macpherson, zoo veel betuigingen en verzeekeringen van bereidwilligheid te hebben bevonden, om zijn E: Achtb: in het bijzonder alle dienst te bewijzen en genoegen te geeven, zelfs in de pointen betreffende deeze Commissie, dat daar van begeerde een proeff te neemen, met namelijk zijne Excell: den substancieele in houd van de in concept gebrach= te overeenkomsten, voor af, in het particulier onder het oog te brengen en te verneemen wat daar omtrent zijne opinien en intensie zijn mocht, onder verzeekering, dat hij Heer Directeur het daar hien zou trachten te dirigeeren om, des mogelijk, zonder eenige verders aanmerkelijke vertoogen, het doelwit te bereiken en verklaaring, dat; bij zoo verre desselfs tusschen komende onderhandeling van geen succes mocht zijn, het dan, altoos noch tijd genoeg ware de Memorie ter overgave in gereedheid te laten brengen, als niet anders bedoelende dan de zaak¬ zoo veel doenlijk te faciliteeren en na deeze particuliere en= „tamen, van dezelve gelijk het behoord, publiek een eijnde te maken. § 106. Het gevolg van deeze visite, bedeelde den Heer Di= recteur aan de vergadering, ter bij een komst van den 18e: der voorm: maand october, hoe namenlijk zijne Excell:, den meerm: Heer Gouverneur Generaal Macpherson, Hem Heer Di= =recteur hadde te kennen gegeeven, van namelijk nopens het point der Tollen de moeij te te hebben genoomen van zelfs op het naauwkeurigste na te gaan, en zich te laten opgeeven met opzicht tot de vreemde Natien, hoedanigen gebruijken daar omtrent en nopens het verleenen van de steks hadden plaats gehad, en dat alles met de uijterste onzijdigheid, onder verzeekering van niemand in zijne voorrechten te willen verkorten, maar het zoodanig te schikken, dat men daar meede genoegen zou kunnen nee= =men; dat, van de plaats gehad hebbende gebruijken, volkomen onderrecht en de onderscheidene derweegen bekoomene informatien ten papiere gebracht zijnde, uit dezelve in den Hoogen Raad waren ontworpen diversen articulen om te dienen tot een reglement aangaande de betaaling der Tol en het verleenen van de steks, door de hier te Lande geetablisseerde Europische Natien„ dat zijne Excell: op vertooning van het geen aan deeze haken met opzigt tot eene conventie nopens de Tol gearres= =teerd was, als meede het in concept gebragte ontwerp eener overeenkomst tot vrijheijd, veiligheid en zeekerheid ^ in den Handel van de Compe: en haare onderhoorige had gelieven te kennen geeven de vrijheijd die hoog dezelve de hr Directeur liet om deeze ontwerpen den Hoogen Raad te laten voor= dragen, nochtans dat wat het eerste aangaat, de Raad, na onderzoek en bevinding van zaaken, niet ligt zou overgaan tot verandering, en met betrekking tot het laaste, dat zijne Excell:t volmondig hadde gear =roueerd ons recht om op veiligheid en zeekerheid voor onzen koophandel aan te dringen en dat, in dien ook aanden Hoogen Raad dit articul wierd voorgesteld, §106. schoon

NL-HaNA_1.04.02_3686_0298 view scan ↗

English

264 although the guarantee of the possessions had to flow from the sovereign, his Excellency, if a description were given of our defenseless state and circumstances and how one in this country had never maintained a greater number of military personnel than was permitted according to the agreement of 1759, would not fail to advocate his views in council in our favor most forcefully and to direct matters so that this affair would be presented to Europe in the most emphatic and favorable terms, just as it naturally went without saying that this had to be done from our side, in order to effect that which cannot well be accomplished here in the Indies. 5107. From the High Council itself, Mr. van Citters and I had received, together with a letter dated 8 October written to us by order of their Excellencies through the secretary Hay on the 12th of that month, the aforementioned further regulation regarding the accounting of the toll to the Baksbender, which, having been delivered with the letter to the Director after translation, was produced by his Honorable Esteem at the aforementioned meeting of 18 October, and on which day, during the deliberation held thereon, the necessary remarks were drawn up and afterwards handed over to us, with orders to adjust our drafts accordingly and to present them with the necessary representation to the well-mentioned High Council, and as, after inquiry made by the undersigned, it was resolved to insist on a mutual convention in this regard between both nations, and with respect to the derogation of the Peeskes at Pattena, which I also had in mind when drawing up our draft, not to hesitate to claim for that purpose the convention that was extorted from this council on 23 August 1760 and guaranteed by the Calcutta Government, as well as the King's Diwan, which capacity it has since assumed itself, and whereby the payment of that tribute was annulled by the Nawab Mir Jafar Ali Khan, as this latter matter was discussed in detail at the meeting of 21 October and noted in the resolution of that date. 3108. On the same aforementioned day, the newly drafted fifth Memorial was read at the meeting, and thereby, as appears from enclosure No. 49, the gentlemen of the High Council at Calcutta were informed in the 4th paragraph of the reasons concerning the invalidity of the convention of the year 1780, upon which their High Mightinesses relied in their answer of 8 September 1785, with further communication of the pleasure of our Noble Supreme Government of the Indies at Batavia to work out a more lawful and equitable agreement, and that, both by virtue thereof and the then restarting course of the Company's business, it was judged by this council to be the right time to take in hand the most powerful and efficacious means to obtain complete freedom, especially through a concise demonstration of the Company's right thereto and the necessity of making a satisfactory and permanent arrangement in that regard; for which purpose now, alongside the fifth Memorial, without admitting that which appears in the Calcutta answer of 8 September by way of refutation of our grievances, in such manner as the 5th, 6th, and 7th paragraphs of the Memorial indicate, according to the dictamen of paragraph 8, a copy was delivered to the High Council of the advertisement published in 1775 for the unimpeded progress of our affairs, of which the renewal was requested, likewise according to paragraph 9 the draft of an agreement to ensure on the one hand that, in conducting the Company's trade, one is not left exposed to every private merchant individually, and on the other hand to prevent all complaints and disputes which otherwise

Dutch transcription

264 schoon de guarantie der Bezittingen van de souverein moest afvloeijen, zijn Excell:, wanneer men een beschrijving deed onzer weerlooze staat en omstandigheiden en hoe men hier te Lande, nimmer een grooter getal militairen aanhield, dan geschieden mocht volgens de overeenkomst in 1759-, niet zoumancqueeren van in vergadering zijne gekoelens in ons faveus ten krachtigsten voor te dragen en het daar heen te wenden, dat die affaire, in de nadrukkelijkste en fa= vorabels te termen voorgedragen wierd naar Europa, gelijk dan ook van zelfs sprak dat geschieden moest van onze zijde, ter bewerking vandat geen, het welk hier in Indie niet wel tot stand kan gebracht worden. 5107. van den Hoogen Raad zelve hadde de Heer van citters en ik, nevens een brief de dato 8:e october, ter ordre van hunne Excell:, door den secretaris Haij aan ons geschreeven, op den 12:e van die maand ontvangen het voor= =melde nader Reglement op de verantwoording der Tol aan den Baksbender, dat, na de vertaaling met de brieff aan den Heer Directeur overgegeeven, door zijn E: E: Achtbaare ter voorm: vergadering van den 18. October geproduceert is, en ten welke dage, bij de daar over gehoudene deliberatie daar op de noodige aanmerkingen gesteld en daar na aan naf zijn overhandigt geworden, niet bevel om onze ont= =werpen daar na te schikken en met de nodige represen= tatie welm: Hoogen Raad voor te dragen en gelijk na ge¬ daane afvraage door den ondergeteekenden geresolveert wierd om te insisteeren, op een mutueele conventie der wee„ =gen tusschen beide de Natien, en ten aanzien der derogatie van het Peeskes te Pattena, waar op ik bij de instelling van ons ontwerp ook ben bedagt geweest niet te schroomen van daar toe te reclameeren de conventie die den 23e Augs: 1760, deeze vergadering afgedwongen en door het kalkatsch Gouvernement, mitsgaders s' konings Dewaan, welke Ever„ =daanigheid zij zeedert zelve aanvaart heeft, geguarandeert en waar bij door den Nawab Mier Caffar Alichan de betaae ling van dat tribut vernietogd is, gelijk dit laaste ter vergadering van 21. october omstandige verhandeld en ter resolutie vandien datum, genoteerd is geworden. 3108. Ten evengem: dage is ter vergadering geleezen de nader ingerichte vijfde Memorie en daar bij zijn, uitwije zens bij lage N:o 49. de Heeren van den Hoogen Raad te Kalkatte bij de 4e: par: bekent gemaakt de reedenen weegens de krachteloosheijd der conventie van den Jaare 1780. waar op Hoog dezelve zich bij haar antwoord van 8: Septbr: 1785. beroepen, met nadere communicatie van het wel be= =hagen onzer Edele Hoog Indische Regeering te Batavia, om een rechtmatig er en billijker overeenkomst uit te werken, en dat, zoo uijt krachte vandien, als dan weder aanvang neemende loop van s' Comp„s zaaken, bij deeze vergadering geoodeelt was, de regte tijd te zijn, om ter erlanging van een volkomen vrijheijd, de krachtigste en Efficacieus te middelen ter hand te moeten neemen, speciaaldoor en bondig vertoog van s' Comp„s Recht daar toe en de nood= =zaakelijkheid tot het maken van een voldoende besten= „dige schikking derwegen; waar toe nu, neevens de vijfde memorie, zonder te avoireeren het geen in het kalkatsch Antwoord van 8e: Septbr: tot refutatie van onze klachten voorkomt, in diervoegen als de 5, 6, en 7e: parage van de Memorie komt aan te wijzen, na dicttamen van par: 8. aan den Hoogen Raad is overgeleevert een copij van het advertissement dat in 1775. tot een onverhinderde voort= =gang van onze zaaken is gepubiceert, waar van de reno= =ratie is verzocht geworden, item volgens par: 9:' het ont= =werp van een overeenkomst om aan de eene kant in het drijven van s' Comp„s handel niet bloot te staan met ijder particulier koopman op zich zelve, en om aan de andere kant te prevenieeren alle klachten en verschillen, welke anders

NL-HaNA_1.04.02_3686_0299 view scan ↗

English

265 otherwise would be infinitely irreparable, but by a strict observance of this Convention can be completely cleared away. Paragraph 109. I have thought fit to append hereto under No. 52 and 53 the notices and the articles as they have been drafted in Dutch and translated into English, and regarding their sense and true meaning, however clear they may otherwise be, I take the liberty respectfully to refer to what I have written thereon in the Memorial from 310 to 914, particularly that by this agreement the suspicion of clandestine trade, which this year seemed to have been an obstacle to the progress of our business, would absolutely have to cease. Paragraph 110. In the 15th paragraph of the Memorial Your Honorable Worships will find set down the compelling reasons I have used in order to bring into consideration the regulation regarding the payment of the Toll, first for granting the dustucks, as the same forms No. 44 of the annexes hereof, and from paragraph 16 to paragraph 20 to what extent it agrees or wherein it differs from the Calcutta Government Regulation No. 41; particularly, as is shown in paragraphs 21 and 22 of the Memorial, that the posting of guards at the entrances of our Village not only had no connection with the precaution against smuggling specified as necessary in the English regulation, and to which one submits, but that such procedures ought only to be applied when an open violation of the pledged faith can be alleged and proven; and finally that, vide paragraph 23 of the Memorial, the obligation of the convention itself seemed to require that the authority of the Nawab, as long as it was not publicly condemned, revoked, or declared null and void, could not be bypassed in an arrangement regarding the Tolls, whereof the laws of the Sovereign have devolved, Paragraph 112. And whereas, in relation to the requested compensation for damages by the seizure of the Bark the Constantia and Pantjalling Het Gedult upon us, vide Annex No. 45, following a prior request made to Mr. Secretary Hay concerning the missing papers, we have obtained no answer, thus, at the conclusion of the Memorial, paragraph 26, are made known Paragraph 111. Furthermore, regarding the desired cession of lands or the Jurisdiction over such persons as inhabit Moorish land in our settlement, it has been demonstrated that there was just as little intention with this assembly as with the Calcutta government to take the lands away from the owners, and nothing else was intended than, just as our Jurisdiction extends over all those who inhabit the Company's lands, to see the same also extended over those who are lodged within our limits on Moorish land in such and similar cases as have stood for adjudication by the Director as chief and the Fiscal as deputy village headman, as paragraph 25 of the Memorial shows. and the Dewan can claim nothing more than that which is sufficient for him to secure the revenues of the Country, just as the entering into and concluding of a convention with the Nawab's concurrence, in order to satisfy both and to keep ourselves forever free from trouble and accountability. We requested that, while it may be possible that the one convention might raise some objections, the other, being following the Calcutta regulation, be immediately executed and brought to conclusion, and that if any clarification regarding one thing or another were necessary, we might, to that end, be summoned before the Gentlemen in meeting, in order to provide the necessary solution, and to conclude the same immediately, so as not to see time, regarding this point at least, further lost, as the 24th paragraph of the Memorial demonstrates more fully.

Dutch transcription

265 anders oneindigen onherstelbaar, doch door een stip te na koo= ming van deeze Conventie ten eenemaal uijt den weg te ruimen„ zijn. §109. Ik heb die Een dat advertissementen de articulen zoo als ze in het Neederduijtsch ontworpen en in het Engelsch vertaald zijn sub N:o: 52, en 53. hier neven te voegen, en nopens den zin zen waare meening derzelve hoe duidelijk ze anders ook zijn, neem ik de vrijheijd mij eerbiedig te gedraagen aan het geen ik daar van bij de Memorie van 310. tot 914. heb geschreeven, inzonderheid dat door deeze overeenkomst volstrekt zou moeten ophouden de verdenking van Clandestine handel, die dit Jaar, hinderlijk scheen geweest te zijn aan den voortgang van onze zaaken. §110. Bij de 15. g van de Memorie zullen UE: E: Achtb= ter nedergesteld vinden de drangreedenen die ik heb gebruijkt ten einde het reglement nopens de betaaling der Tal, het eerst tot het verleenen der de steks, soo als het zelve sub No. 44. de bijlaagen dezes uijtmaakt, in aanmerking te doen komen en van par: 16, tot pac: 20. in hoe verre het over= eenkomt of waar meede het verschilt met het kalkatsch Gouvernement Reglement No: 41. in zonderheid, gelijk bij par:s 21, en 22. van de Memorie consteerd; dat het plaatsen van wachten aan de toegangen van ons Dorp, niet alleen geen connexie had met de precautie bij het Engsche reglement teegende smokkelarij, als noodzaakelijk opgegeeven en waar aan men zich onderwerpt, maar dat zulke procedures dan eerst behoorden te pas koomen, wanneer en openbaare schending vande beloofde trouw voorgewend en beweesen kan worden; en eindelijk dat vide spar: 23. van de memorie, de plichtigheid der conventie zelfs scheen te verzisschen, dat het gezach vanden Nawab, zoo lang het niet open„ =baar afgekeurd, herroepen of voorniet ig verklaard wierd, niet kon worden voor bijgegaan in een schikking ten aanzien der Tollen, waarvan de wetten van den Souvereingedevolreert §112. En nademaal we met relatie tot de verzochte schaade vergoeding door het neemen vande Bark de Constantia en Pantjalling Het Gedult op ons, vi de bijlage N:o 45. prealabel aan den Heer Secretaris Haij gedaan verzoek weegens de ontbreekende papieren, geen antwoord hebben erlangd, zoo zijn, aan het slot van de Memorie par: 26, bekend §111. overigens is ten aanzien der verlangde afstand van gronden ofte de Jurisdictie over zulken als, in ons vlek Moorsche grond bewoonen, vertoond, dat 'er even zomin als bij het kalkatsche gouvernement, eenige intensie was hij deeze vergadering om de eigenaaren de gronden afhandig te maaken en niet anders was bedoeld dan, gelijk zich onze Jurisdictie uijtstrekt voor alle die Comp„s gronden bewoonen„ dezelve meede g'extendeert te zien, over den geenen die, bin= =nen onze limiten op Moorsche grond gehuijsvest zijn in zulke en zodanige gevallen als à rso hebben gestaan ter berechting van den Directeur als opper en den Fiscaal als onder dorpmeester, gelijk par: 25. van de Memorie uijtwijst. zijn en den Dewaan niets meer kan vorderen dan het geen voor hem toereikende is tot verzeekering van s' Lands tevenuen, ge= =lijk als het aangaan en treffen van een conventie met s' Na= wabs concurrentie, om beide genoegen te geeven en ons zelve voor altoos, buijten brouillerie en verantwoording te houden- Wij verzochten dat, terwijl het mogelijk kan zijn, dat de eene conventie eenige bedenkingen op zin te leeveren, de andere, als gevolgt na het kalkatsche voorschrift, onmiddelijk ter uytvoer en tot stand gebracht, en dat zoo 'er eenige opheldering omtrend het een of ander nodig ware, wij, ten dien fine, bij de Heeren in vergadering mochten ontboden worden, ten einde de nodige oplossing te geeven, en het zelve onmiddelijk te sluijten in den tijd, weegens dit point ten minsten niet verder te zien verlooren gaan, gelijk dat de 24. e van de Nemo= =rie breeder komt aan te toonen zijn gesteld

NL-HaNA_1.04.02_3686_0300 view scan ↗

English

266 stated which papers we found enclosed with the reply of the High Council and which were therefore lacking for us to declare ourselves or to be able to judge why the offered amount comes to differ so considerably from the claimed amount of the known pretensions, with a repetition of our request for a copy of the current account of Captain Geddes with those of the relative sales accounts and further evidence belonging thereto, which are absolutely necessary for the clarification of the matter. Paragraph 113. With the copying, translating, and preparing a fair copy of the Memorial with the appendices, the remaining days of the month of October passed, and we having therefore not departed with the same to Calcutta before the 30th, we proceeded the next day in the morning, having requested an audience, to His Excellency the Lord Governor General Macpherson, who just prior had also arrived in Calcutta from Garethi, in order to make an apology to His Excellency for a mistaken message from one of our servants, who, having been ordered to inquire whether the Lord Governor General was present then, to report back to us, and otherwise to hand over the sealed packet with the Memorial and appendices to the Secretary Mr. Hay, had the imprudence, at the house of the Lord Governor General, to hand it over to one of the servants for delivery to His Excellency, instead of returning with it in the first case, as the order was. We were received as before in the cabinet of the Lord Governor General, and after the ceremonial proceedings, we made known to His Excellency that enclosed in the sent packet were a fifth Memorial and appendices, containing the utmost that we had to put forward, with the request that, if such obscurities should arise therein which required further explanation and that His Excellency and the Gentlemen of the High Council should be too occupied to hear us thereon in person at the meeting, in such a case to be pleased to qualify one of the gentlemen secretaries to enter into conference with us thereon and to make an end to our equitable representations; that, with regard to the safety and security of our possessions in Bengal, Behar, and Orissa, a separate Article of the drawn-up conventions had been made in order, if it could find no acceptance here, to be submitted most favorably and with emphasis to the Court of Directors of the English Company; and finally that the Director had given us separate orders to bring to His Excellency's notice separately that complaints had again arrived from the Aurungs regarding impediments in our affairs, especially the bleaching and further dressing of the linens, which was hindered at Mirzapore by Mr. Coles, according to the report of the Gomastahs. Paragraph 114. To this and that, it pleased the well-mentioned Lord Governor General to answer us: that the reply given by the High Council under the date of 8 September last was decisive and contained everything there was to say regarding the representations made by us; that concerning the Customs no other or further change could be made, since those arrangements were instituted in general for all nations and wherein one could not be favored over the other; that at the conclusion of the last peace the King of England had guaranteed to the King of France the same privileges and immunities which that nation had possessed before the war, and that the French Agent at Chandernagore had maintained on that account that the provincial regulations made by the Calcutta government in its capacity as Dewan tended to the curtailment of those privileges, and had brought in his objection against it; but that the High Council had no power to make any change therein and they had thus already sent all the objections and representations made by the French and by us, with their considerations and reply to the same, to England to the Court of Directors, to be judged and decided there; nevertheless, that our memorial would be taken into consideration and would also ultimately be answered; that as concerned the making of conventions for security and safety, the same upon the outbreak of war

Dutch transcription

266 gesteld welke papieren we bij het antwoord vanden Hogen Raad hebben geencboseert gevonden en welke 'er dus ontbraken om ons te declareeren of te konnen oordeelen waar om het aangebode =den met het gevorderde bedragen van de bekende pretensien zoo aanmerkelijk komt te verschillen, met herhaaling van ons verzoek in cofij van de reekening Courant van Cap:n Geddes met die der daar toe relative verkoopreekeningen en verdere bewij- =zen, tot opheldering van de zaak volstrekt nodig. §113. Met het afschrijven, vertaalen en in 't net brengen der Memorie met de bijlaagen, de noch overige dagen van de maand october verstrecken en wij des niet voor den 30' mede zelve naar kalkatte vertrokken zijnde, begaaven me ons s' anderen daags s'morgens na gevraagd belet bij zijne Excell: den Heer Gouverneur Generaal Racpherson, die evente voren van Garethij ook te kalkatte was aangekomen, ten einde zijn Excell: een Excus te maken over een verkeerde boodschap van een van onze bedienden die gelast zijnde te verneemen of den Heer Gouverneur Generaal thans was, oms dan Rapport te brengen, en anders hiet geslooten paket met de Memorie en bijlagen aan den Heer Secretaris Haij over handi¬ :gen de onvoorzigheid had van het zelve, ten Huijze van den Heer Gouverneur Generaal aan een der bediende ter overgave aan zijne Excell: af te langen, in steede van in het eerste geval gelijk de ordre was, daar meede terug te kllen. wij wierden als voren, in het Oa= =binet van den Heer Gouverneur Generaal ontvangen, en na de ceremonieele afhandelingen, gaaven we zijne Excell: te kennen dat in het gezonden paket gesloten waren een vijfde Memorie en bijlagen, vervattende het uijterlijke dat wij hadden voor te de= „gen, met verzoek om, indien zich daar in zulke duisterheeden mochten opdoen welke nadere uitlegging vereischte en dat zijnen Excell: met mijne Heeren van den Hoogen Raad te zeer geoccu= =peert mochten zijn om ons daar op, in persoon ter vergadering te hooren, in zoo een geval eene der heeren secretarissen te willen quali„ ficeeren om daar over met ons te streken in conferentie en een einde te maaken van onze billijke representatien; dat, met betrek= =king tot de veiligheid en zeekerheid van onze Bezittingen in §114. Op dit een en ander behaagde het welm: Heer Gouver =neur Generaal ons te antwoorden: dat het door den Hogen Raad onder den 8:e Sept:r laastleeden gegeeven antwoord bislissend was en alles in hiel wat 'er te zeggen viel op de door ons gedaane zer presentatien; dat nopens de Tollen geen andere of meerdere ver= „andering was te maaken, dewijl die schikkingen in 't generaal voor alle Natien waren ingericht en waar in de een boven den ander niet kon worden gefarorseert; dat bij het sluijten van de laaste vreede de Koning van Engeland aan die van Vrankrijk hadden geguarandeert dezelve voorrechten en priviligien, welke die Natie voor den oorlog hadden bezeeten, en dat de Fransche Agentte bhandernagor uijt dien hoofde hadde gesustineerd dat de door het kalkatsch gouvernement in haare hoedanig „heid van Dewaan, gemaakte provinciale schikkingen tot verkorting van die voorreshten strekte, en daar tegen zijn her swaar had ingebracht; doch dat den Hogen Raad niet ver =mocht daar in verandering te maken en zij dus alle de door de Franschen en ons gemaakte schikkingenteegenwer= =pingen en representatien, met hunne consideratien en beantwoording van dezelve bereeds naar Engeland aan de Heeren Bewindhebberen hadden gezonden, om aldaar bin oordeelt en beslist te worden; noohthans dat onse memo„ =rie in overweeging genoomen en meede uijteindig beant woord zou worden; dat wat betrof het maken van conventien tot zeekerheid en veiligheid, dezelve bij het opkomen van oorlog Bengale, Behaar en Orissa, een separaat Articul van de ingestelde conventien was gemaakt om, zoo het alhier geen ingang kon vinden, ten favorabelste en met nadruk aan Heeren Bewindhebberen van de Engelsche Comp:e te worden voorgedragen, en eindelijk dat den Heer Directeur om afzonderlijk last had gegeeven om zijne Excellia= =part ter kennisse te brengen, dat 'er opnieuw klachten uijt de Arrings waren gekoomen over verhinderingen in onze zaaken, speciaal het bleeken en verder gereedmaaken der Lijnwaten, dat te Mirziapoer, volgens berigt der Gomastatis, door Ar: Coles belit wierd. Bengiale van

NL-HaNA_1.04.02_3686_0301 view scan ↗

English

was to be considered of little importance, since the treaties sustained between the sovereigns themselves would then lose their force, and those of subordinates could consequently have even much less effect; and that besides this, it was not in the power of the government to assume the requested guarantee; that the High Council, however, would gladly submit that point to its superiors in Europe, and that he, the Governor-General, in particular, had already represented that the trade of the Dutch Company was of the greatest importance for this province, and that the interest of the Lord of the Land required encouraging it as much as possible; to which end he, the Lord Governor-General, had demonstrated it to be necessary to provide our Company with such safety and security as could cover it, upon the recurrence of a war (which his Excellency, see paragraph 24, in his speculative letter discussed there, deemed impossible), against such enormous damage as it had recently suffered, demonstrating how, in his Honour's opinion, a convention could be entered into to leave, in such an unfortunate event, the possessions and effects of the Dutch Company in this country in the condition in which they would find themselves at that moment, so that when peace was concluded, it would be decided by the respective sovereigns whether the amount thereof shall be paid to the English Company or not, since by taking possession of the places and effects it derived little or no advantage from it, but rather the private individuals who in such a case were employed as commissioners; and on the other hand, that it also lay in the interest of the Dutch Company, because in the taking of the goods and the return of the places, it cost infinitely more to send them thither again, or otherwise to pay the value thereof in ready money through repurchase; that in such a case it would further be stipulated that the goods and effects of private individuals on both sides would be declared exempt. That his Excellency had no other aim than to promote the welfare of both nations, and thus would seek to bring every advantage to the Dutch Company in Bengal; but that, in order to make this effective, it were to be wished (just as in paragraph 24) that the Dutch Company, being presently in possession of all the places in the East whereto the English Company formerly had carried its Bengal products, such as opium, etc., for sale, would assign to the same some place to bring the products for sale, and to conduct mutual trade with the native, under such further securing conditions as would be agreed upon between the representatives on both sides, for which purpose his Excellency on his part would make the proposal to the Honourable High Indian Government at Batavia. A proposal that seems to be of too delicate a nature to believe that it will be accepted, however much the safety and security of our commerce in Bengal appears to be set against it. Finally, with regard to the complaints from the Arrengs, his Excellency will gladly see the Director communicate the occurring inconveniences privately with a note or two, whereupon they would write to the agents themselves about it, a path of redress much shorter than if the public complaints first had to be submitted to the Commercial Council for investigation and be dealt with by the same. §115: Upon this, we found nothing further to discuss; we took our leave of the Lord Governor-General to the extent that we said we shall remain in Calcutta until the commission was finished and that there would be handed to us

Dutch transcription

267 van weinig belang was te reekenen, nademaal dan de tusschen de sou=t :vereinen zelve sustineerende trarlaten haar kracht verlooren en die der onderhoorigen over zulx noch van veelminder Effect kan= :den zijn, en dat het buijten dien, niet in het vermogen van het gouvernement ware de verzochte guarantie op zich te neemen; dat den Hoogen Raad nochtans gaarne dat point aan haare superioren in Europa wilde voordragen en dat hij Gouverneur Generaal in het bijzonder, bereids hadde gere= presenteerd, dat den Handel van de Neederlandsche Comp:e voor deeze Provincie van het groots te belang was, en dat het belang van den Heer van het Land vorderde, zoo veel mogelijk dezelve te encourageeren; ten welke einde hij heer Gouver= „neur Generaal vertoond had nodig te zijn, onze Comp:s zoo= danige veiligheid en zeekerheid te bezorgen als, bij het weder opkomen van 3 Oorlog /:die zijne Excell:d vide pa:o 24. bij zijne aldaar verhandelde speculative brieff onmogelijk stelde:/ haar kondekken voor zulke en orme schaade als zij onlangs hadden geleeden, onder vertooning hoe men na zijn E: opince een conventie konde aangaan, om bij zulk een on= gelukkige gebeurtenis, de bezittingen en Effecten van de Hollandsche Comp:e hier te Lande te laten in die staat als waar in ze zich op dat oogen blik zouden bevinden, om wanneer de vreede getroffen wierd door wederzijdsche Sourereinen te worden gedecideert, of het montant daar voor zal worden betaald aan de Engelsche Comp:e of niet, dewijl zij bij het bezitneemen der plaatzen en Effecten daar van weinig of geen voordeelt ook maar wel de particu= =lieren die in zoo een geval als Commissarissen geem= =ploijeert wierden, en aande andere kant dat daar in ook voor de Hollandsche Comp:s ^ lag op gesloten: wijl bij het neemen der goederen, ende weder te rug gave der plaatzen, dezelve oneindig meer kostte met ze weder derwaarts te zenden, of anders, door opkoop de waarde van dien met gereed geld te betaalen; dat in zoo eengeval, verder zou worden bepaald, dat de goederen en Effecten van wederzijdsche particulieren zouden worden vrij verklaard. Dat zijne Excell: niets meer ten doel had als het welzijn van beide Natien te bevorderen en dus de Neederlandsche Compe in Bengale, alle voordeel zou zoeken toe te brengen; doch dat, het wel, om zulx van Effect te doen zijn,„ het /:even als bij par: 24: : / te wenschen ware dat de Hollandsche Comp:s thans in het bezit was „ van alle de plaatsen om de Oost, alwaar de Engels he Comp:e „voor deezen, haare Bengaalsche Producten als opium enz, „ter verkoop hadden heen gevoerd, aan dezelve eenige plaats „aanmees om de producten ter verkoop heen te brengen, „en om met den inlander, wederzijds handel te drijven „onder zoodanige verdere verzeekerende voorwaarden „als tusschen wederzijdsche representanten zou worden „ overeengekoomen, waartoe zijne Excell: van zijne kant de propositie aan de Edele Hooge Indische Regeering „te Batavia zoude doen. „ Een voorslag die van eenen te aangereusen aart schijnt te zijn om te gelooven dat daar in zal worden getreeden, hoe zeer ook de veiligheid en zeekere heid onzes koophandels in Bengale, daar tegen over schijnd gesteld te zijn. Eindelijk met betrekking tot de klachten uijt de Arrengs, zijn Excellt: gaarne zal zien dat den Directeur de voorkoomende ongeleegen reeden, particulier, met een zegeltje of twee meededeelde, wanneer daar over zelf aan de Agenten zouden schrijven, een weg veel korter van redres dan wanneer de publieke klachten eerst de Commercie Raad ter onderzoek voor= =gelegt, en met dezelve afgehandelt moesten werden. §115: wij vonden hier op niets verder te verhandelen; naamen wij ons afscheid van den Heer Gouverneur ge= zullen „neraal in zoo verre dat we zeiden in kalkatte ^ vertoeven tot dat de commissie geeindigt en ons ter hand zoude gesteld dat zijn

NL-HaNA_1.04.02_3686_0302 view scan ↗

English

was the answer that, according to his Honour's promise, we were to expect to our aforementioned fifth memorial. Paragraph 116. Before I take that answer in hand to report how long it dragged on before I received it, it is necessary to add here a copy of a report from the junior merchant and provisional second in command at Kassembazaar Willem Jan van Midlum regarding the answer of the Lords Nawabs upon the delivery and presentation of the letter No. 16 to their Excellencies, item a copy of the Parwanas written in reply to that by the princes to Mr. Herklots as former president of the assembly, constituting annexes to this under No. 55 and 56. Paragraph 117. What deserves some reflection from these papers is that, according to the cited report of Van Midlum, the Great Nawab, after reading the Arzdasht of the Council, had answered him: that it was certainly true that the Dutch Company had suffered great losses for about four years; that his Excellency was surprised that they had not come forward about this before; but since they were now making a claim, there might possibly be an opportunity to remedy it; that the Company had always enjoyed great privileges in the conduct of trade, but that our request was a matter that required careful deliberation before giving an answer, nevertheless assuring that he would do everything to be of service to the Company. Furthermore, that the Small Nawab, after reading the Arzdasht, had indicated that the request was of no small importance, but of such weight that it could not be answered in two or three days; that he, besides that, had to consult with the Great Nawab about it and then send their answer, without therefore expressing himself as specifically as the Great Nawab had done; yet the second in command had perceived from the reception of both that they were both well-disposed toward the Company and inclined to maintain it in its privileges. Paragraph 118. That this answer, as it is set down above, did not then attract the attention that it now offers to me while writing this, the assembly itself will well remember. But what else can one gather from the words of the Great Nawab than that it seems incomprehensible how one could have swallowed the damage caused by the war for four years without ever having stood up for it, or demonstrated the violence and damage that was inflicted upon us by the hostile attack; that one would now seek to remedy this in so far as to help and restore the Company's rights and privileges where possible; and regarding which the Parwana also contains nothing that could result in the English exercise of authority being recognized as lawful; since on the one hand the Nawabs declare that they have reappointed the former Faujdar at Hooghly to collect the revenues and to proceed in the course of the service of the Dutch and French Companies as was customary of old, which had been confirmed by the Nizamat, that is the government, thus probably the English Company, though without naming it; what is more, since he, or they the Lords Nawabs, trust that on the part of the said Companies no oppressions, violent acts, or partialities would take place in trade, and that the accounts answer complete.

Dutch transcription

268 zijn het antwoord, dat we volgens zijn E: toezegging, op voorsz: onze vijfde memorie hadden te verwachten 3116. Eer ik dat antwoord ter hand neem afmelding doen hoe lang het is aangeloopen voor ik het zelve heb bekoo= =men, is nodig hier by te voegen copij van een bericht van den onder koopman en p„l secunde te kassembazaar wil= =lem Jan van Mialum weegens het antwoord van de Heeren Nawabs bij de bestelling en overgave der brieff N:o 16. aan hunne Excell:, item Copia van de Per wanatis, in antwoord van die, door de vorsten aan den Heer Herklok als geweezen voorzitter van de vergadering geschreeven en bijlagen deezes sub No. 55, en 50 uitmakende. §117. Het geen uijt deeze papieren eenige reflexie verdiend, is, dat volgens, het geciteerde Rapport van van Midlum, de Groote Nawab na het leezen van het Arz= daast van den Raad, hem had geantwoord: dat het zeeker waar was dat de Hollandsche Comp:e een Jaar of vier groote verliezen had geleeden, dat zijn Excell: zich verwonderde dat zij diend wegen niet al te voren waren opgekomen; maar dewijl zijn u aanspraak deeden 'er mogelijk gelee= =genheid zou zijn het te remedieeren, dat de Comp:e altoos groote voorrechten in het drijven vanden handel had genoo„ „ten, /:maar dat: /: ons verzoek / een zaak was die naauwken= =rig overleg voor het geeven van Antwoord vereischte, Echter verzeekerende, alles zoude aanmenden om de Comp:e van dienst te weezen. wijders dat de kleene Nawab na het leezen van het Arzdaast te kennen had gegeeven dat het verzoek van geengering telang was maar van dat gewicht, dat het zelve in geen 2. â 3. dagen was te beantwoorden; dat hij, buijten des, er met den grooten Nawab overmoest Raadpleegen en daarna zijn §718. Dat nu dit antwoord zoo als het hierboven ter nedergesteld is, noch die opmerking niet tot zich heeft getrokken als ze mij nu onder het schrijven deezes aanbied, zal zich de vergadering zelf wel herinneren; maar wat kan men uijt de woorden van den grooten Nawaban: „ders afneemen dat dat het onbegrijpelijk valt, hoe men de door den oorlog ontstaane schaade, vier Jaaren lang heeft kunnen verkroppen, zonder oost daar voor te zijn opgekomen, afte vertoonen het geweld ende schaade die ons met den vijandelijken aanval is aangedaan, dat men nu in zoo verre zou trachten te remedieeren van s' Comp„s rechten en Privilegien, des mogelijk te helpen en herstellen en waar omtrent de Permanak ook niets inhoud het welk tot een gevolg kan hebben, als of der Engelschen Gezach oeffening, voor wettig erkend word; nademaal aande eene kant de Nawabs ver= „klaaren den voorigen Fausdaar wederom te Hoeglij gesteld te hebben" om de inkomsten te vorderen en in den „loop van den dienst der Hollandsche en Feransche Compagnien als van ouds gebruijkelijk was te werkte „gaan, het welk door de Nezamet, /:dat is de Regee„ =ring, dus waarschijnlijk de Eng: Comp:e, er hoer zonder die te noemen:/ was bevestigd. wat meer is, nadien hij, off zy heeren Nawabs vertrouwen, dat 'er van wegen gem: „ Compagnien in den hande t geene oppressien, violen dien „af partij dig heden zouden plaats vinden, en dat de Reekeninge antwoord zouden zenden, zonder zich dus zoo speciaal uijt te laten als de groote Nawab gedaan had, echter had hij secunde uijt het onthaal van beide bespeurd, dat ze de Comp:e guw„ =stigen beide geneegen waren om haar te maintineeren in haare voorrechten. antwoord compliet

NL-HaNA_1.04.02_3686_0303 view scan ↗

English

completed, and the desteks would be granted as under usantie, someone named Mr. Kinloch was placed on behalf of the English at the Baksbonder. Thus, according to the terms of the Perwanah, we must deal with the Fousdaar and consider Mr. Kinloch as nothing more than an observer to see that all goes well, without needing to acknowledge, accept, or respect any orders or commands from him or anyone on his behalf. § 119. Be it then that the Nawabs, as it is called, are ciphers or playthings of the English, or that from these declarations it can at least be deduced that they do not wish to openly wrong the Company through their writings or ordinances, this much is certain: if the rulers had been willing to be inclined thereto, the English could have brought about an entirely different declaration in response to our Arzi, and that, however much the Nawabs are under their compulsion, they nevertheless do not seem willing to lend a hand to public disrespect of the Company and violation of its privileges. For which, if that were so easy to do, it ought to cost the British, with the Mogul as well as his quasi-stadtholder so to speak, merely a working order subject to one or another disadvantageous decree to have the contents of all our privileges declared null and void and to bring the Company under their authority. Yet one must always keep in mind that those rulers think differently regarding us, that the coercion itself is intolerable to them, and that they respect the laws and ordinances of their ancestors too much to want to undermine or destroy them unless we deserve it; on the contrary, my sentiments have always been that, even if only pro forma, in case of grievance one must continue to request their favor and intercession. If they cannot immediately remedy it, they will nevertheless not fail to show sensitivity and apply their influence so as not to see us oppressed. For if one despises them and shows more awe for their usurpers than for them, nothing but indifference and, should the stage unexpectedly change, very detrimental consequences can certainly arise therefrom. § 120. To now resume the actual matters that were interrupted by this intervening reflection on the authority of the Hindostan rulers, I have the honor to represent that, however much, according to prior negotiations with His Excellency the Governor General, everything was determined in such a way that one might have expected the answer to our last Memorial within two to three days, the deliberation on this was not held or concluded before November 14th, and consequently dragged on to such an extent that my fellow commissioner, Mr. van Citters, with the prior knowledge and permission of the Honorable Director, was obliged to leave me to continue his journey to Patna, and I was consequently forced to remain alone in Calcutta for another eight days. I had addressed Mr. Hay more than once by notes regarding this, whose last reply of November 17th gave me hope that I would obtain my dispatch on November 19th. However, that day and the following, or November 20th, having also largely passed, I went in the evening, after having expressly requested an audience, to the house of Mr. Hay to inquire where the hitch actually lay. I then understood

Dutch transcription

269 „compleet gemaakt, mitsgaders de desteks, als naar onder us an= „=tie verleend zouden worden, zoo was van weegende Engelsche aan de Baksbonder iemand geplaatst genaamt M:r Kip= =loch. zoodat, na luid van de Perwanah, we met den Fause =daar moeten handelen en de heer Kinloch niet anders hebben te beschouwen als een kijk in de Pat dat alles welgaat, zonder van hem, of ijmant zijnent wegen eenige ordres of beveelen te behoeven te erkennen, aan te neemen ofte res= =pecteern. § 119. Het zij dan nu dat de Nawabs, gelijk men het noemt, nullen in het Cijffer ofspeelpoppen van de Engelsen zijn, of dat 'er uit deeze ^ verklaaringen ten minsten noch zoo veel is afte neemen, dat zij de Comp:e door haare geschrif= „ten of ordonnantien niet openlijk willen verongelijken, dit gaat zeeker dat het de Engelschen, indien de vorsten daar toe te disponeeren geweest waaren in Antwoord op ons Artdaast een gansch andere verklaaring hadden konnen te weege brengen en dat, hoe zeer de Nawabs onder den dwang van hen zijn, ze evenwel de hand niet schijnen te willen leenen tot openbaar disrepect van de Compe en verkrachting van haar Privilegien, waar toe, indien dat zoo gemakkelijk te doen ware, het de Britten bij de Mogol zoo wel als zijne quasisteede houder om zoo te spreeken maar een werken bevel tot onderwerp vande een of andere nadeelige ordre, zou behooren te kosten om den inhoud van alle onze privilegien te niet te doen verklaaren de Compe: onder Haar Gezach te brengen. Doch men moet altoos in het ooghouden, dat die vorsten omtrend ons anders denken, dat de dwang zelfs haar onverdragelijk is en dat zij de wetten en or= donnancien haarer voorvaderen te zeer eerbiedigen dan, dat zij die zouden willen ondermijnen of vernietigen zoo wij dat niet verdienen: in teegendeel, mijne gevaelens §20. om nu weder op te vatten de ergenlijke materien die door deeze tusschen beide komende te flexie over het gezach der Hindostansche vorsten, was afgebrooken, heb ik de eere te vertoonen, dat, hoe zeer ook volgens prealabelen onderhandeling met zijn Excell:t den Heer Gouverneur Generaal, alles zoodanig gedetermineerd was dat men binnen twee à drie dagen, het antwoord op onze laaste Memorie had mogen verwachten, de besoigne daar over met eer dan den 14=e November is gehouden of afgeloopen en gevolgelijk zoodanig getraineerd dat de meede ge= „committeerde de Heer van Citters, met voor kennis en verloff van den Achtbaarn Heer Directeur, ter voortz =zetting van zijn reis naar Pattena, verpligt was mij te verlaaten en ik, gevolgelijk alleen, noch agt dagen genoodzaakt ben geworden te kalkatse te ver= „toeren. Ik had daar over mij meer als eens bij briefjes geaddresseert aan den Heer Haij, wiens laaste ant= =woord van 17:e November, mij hoop gaf dat ik den 19:e Novemb:r mijn depeche zou erlangen. Edog dien dag en de volgende ofte den 20 November, meede genreg= zaam verstrecken zijnde, begaf ik na expres gevraagd belet, mij s' avonds ten huijze van den Heer Haij om te verneemen, waar het eigenlijk aan haperde. Ik verstond zijn altoos geweest dat, al is het ook pro forma, men in oas van verongelijking, haare gunst en intercessie moet blijven verzoeken, kunnen zij het niet dadelijk remedieeren zij zullen echter niet mancqueeren gevoeligheid te toonen en het hunne aan te wenden om ons niet te zien verdrukken want veracht men haar en toond men ontzach voor hunne usurpateurs meer als voor hen, daar uijt kan zeeker niet dan onverschilligheid en, zoo het Toneel eens onverwachts verandert, zier nadeelige gevolgen voortspruijten. zyn toen

NL-HaNA_1.04.02_3686_0304 view scan ↗

English

then that the letter was already signed and ready, but that it was delayed on account of copying the annexes, in particular the defense of Mr. Grant, whose character Mr. Hay praised very much, and concerning whom it seemed as if one were very affected to see public complaints, although Mr. Hay wished this to be regarded only privately and not publicly; our discussion regarding the nature of the Commission, the unacceptability of the conventions as being too one-sided and solely in our favor, also the leaving unanswered of many particulars and the reply of 8 September, especially the petition to investigate the complaints in the aurangs or the offer of Mr. Grant in that regard, with further other remarks concerning our desire for the proclamation of utterly disadvantageous ordinances and the so-called unacceptability of the statement of our gomastas as if they could not manage in the aurangs without having to make use precisely of the English Company's weavers, to which I did not say much in particular, except only to observe that experience had shown repeatedly how little progress we made by having such complaints investigated, to which end I cited the examples of 1764 and 1767; nevertheless that I would present the views concerning this in the assembly to see what one would be pleased to decide upon it, and that my business as well as my desire to go home would greatly oblige me to His Honour if he would contribute everything possible on his part to that end. Upon this, Mr. Hay gave me to understand that the Commission was declared to be finally concluded, and that the Gentlemen who were to meet that morning or Monday the 21st of November would write a letter to us, or to Mr. van Citters and me, to learn when it would please us to receive the reply and obtain our dismissal from the assembly; that I could choose a day, either Tuesday or Wednesday, since the Council was to meet practically the entire week. I pointed out to Mr. Hay that Mr. van Citters had already departed and that the sooner I could follow him, the more agreeable it would be to me; giving also into His Honour's consideration whether it might not please His Excellency the Governor General to arrange this ceremony, merely for the delivery of a sealed letter, in the same manner as in 1775, when we received our dispatches separately from the hands of Mr. Hastings and set out on our journey with the usual salute; or else, if it had to be in the assembly, whether, without further prior invitation and delay, one might not be pleased to do me the favor of not detaining me for that purpose any longer than until tomorrow. Mr. Hay was polite enough to invite me to stay until Wednesday and then first have the midday meal with him; but I excused myself from this in the best manner, and His Honour had the courtesy to undertake to promote my intention and to that end to go the following morning for an audience with the Governor General, which I also undertook to do, in order politely to propose to His Excellency a dispatch that is as immediate as possible. Section 121. Effecting this on Monday morning, the 21st of November, the Governor General, having already spoken to Mr. Hay, although His Honour still remained in the room when I made my request, had the goodness

Dutch transcription

279 toen dat de brief bereeds geteekend klaar lag, maar dat het traineerde om het afkopieeren der Bijlagen, in zonderheid de verantwoording van de Heer Grant, wiens caras ter de Heer Haij zeer roemde en over wien het scheen, als waare men zeer getroffen publieke klachten te zien, schoon de heer Haij ditmaar als particulier en ook niet begeerde publiek aangemerkt te hebben, ons dise „cours over den aart der Commissie, de onaanneeme= =lijkheid der conventien als te eenzijdig en enkel in ons faveur, item de onbeantwoordlating van veele bijzonderheeden en het antwoord van 8:e Septb:r, spe= „ciaal de instantie tot onderzoek der klachten in de Arrengs of de aanbieding van de h:r Grant derwegen, met meer andere remarques over onze begeerte ter afkondiging van volstrekt nadeelige ordonnantien en de zoogenaamde onaan„ „neemelijkheid der opgave van onze Gomastans als konden zij in de Arrengs niet te recht raaken, zonder zich just te moeten bedienen van Engelsche Comp„s weevers, daar ik niet veel bijzonders op zeide, als alleen aan temerken, dat de on= :dervinding meermaals had doen zien, hoe weinig wij vorderde met zulke klachten te laaten onderzoeken, en waar toe ik allegueerde de Exempelen van 1764. en 1767. nochtans dat ik in vergadering daar omtrend de gevoelens zoude voorstellen van te zien wat men daar op zou gelieven te besluiten, dat mijne beezigheeden zoo wel als mijn verlan= „gen om naar huijs te gaan, mij zeer aan zijn Edele zoude verplichten, om daar toe het mogelijke van zijn kant te contribueeren. Hier op gaf mij den Heer Haij te Kennen dat de Commissie verklaard was finaal geeindigt te zijn, en dat de Heeren die morgen of Maandag den 21:e November stonden te vergaderen, ons, of de heer van citters en mij, een brief zouden schrijven, om te verneemen wan= =neer het ons zou behaagen om het antwoord te ontvangen en ons afscheid te bekoomen vande vergadering; dat ik een dag kan verkiezen het zij Dingsdag of woensdag, wijl den Raad genoegzaam de geheele week stond bij een te koomen. Ik vertoonde de Heer Haijdat de heer van Citters bereeds was vertrokken en dat hoe eer ik hem kon volgen, hoe aangenaames het mij zijn zoude; zyn Edele teevens in consideratie geevende, of het zijne Extill: den Heer Gouverneur Generaal niet zon gelieven te behaa= =gen om dit ceremonieel enkel ter overgave van em besloo= =ten brieff zoo te schikken als in 1775 wanneer wij onze dipeches apart uijt handen van den heer Hastings ontringen en met het gewoon salut opreis begaaren; dan wel om, zoo het diende te zijn in vergadering, of dat zondere verders voor afgaande invitatie en delaij, mij het faveur niet zou gelieven te bewijzen, van mij daarom niet langer als tot morgen op te houden. De Heer Haij was, poliet genoeg om mij te engageeren van te vertoeven tot s' woonsdags en dan s' middag's eerst bij hem de maals =tijd te doen; doch ik excuseerde mij hier van op de beste wijs, en zijn Ed:s hadde beleefdheid van opzich te neemen om mijne intensie te bevorderen en ten dien fine s'ander rendaag s'morgens, ter audienine bij de heer Gouverneur Generaal te willen gaan, het welk ik ook aannam te doen, ten einde zijne Excell: tot een desmogelijk, onmiddelijke depeche, beleefdelijk voor te stellen. §121. Dit bewerkstelligende s' maandag s' mor= gens den 21. November, hadden Heer Gouverneur Generaal den Heer Haijreids gesprooken hebbende, schoon zijn E: noch in de kamer bluff, toen ik mijn verzoek deed, de goed= neer heid

NL-HaNA_1.04.02_3686_0305 view scan ↗

English

ness of my proposal to accept my dispatch without any ceremony, as in 1775, and if possible today, and to appoint me for twelve o'clock noon at the Government House, where the Council usually met and His Excellency would therefore be present to hand over the letter to me and to arrange for the salute when I should push off from the shore. I thanked His Excellency very much and undertook to present myself at the appointed place. I paid my further compliments, and upon the declaration I made that I would depart immediately upon receipt of the reply, His Honour had the politeness to charge me with his special assurances of respect to Director Titsingh, whose private letter received he would answer; requesting me, as I was on the point of leaving, to provide an account of the expenses incurred in Calcutta in order to be reimbursed by the English Company; and upon my declaration that, as had been stated from the very beginning, see paragraph 44½ of this report, to Mr. Secretary Hay, without being qualified to do so, I requested to be excused from this, it pleased the Governor General to inform me that we were obliged at least to provide ourselves with a house or free lodging during the commission, that the High Council had decided, regarding the compensation of the expenses, at least to offer the house rent, expressly requesting me to make this known to this assembly and to request their disposition thereon. §122. At twelve o'clock I proceeded to the appointed place to receive the reply which, after I had been waiting there with Mr. Hay in his office, the actual department for foreign affairs, until about two o'clock, was handed over to me by the Governor General, coming out of the council chamber. Mr. Hay was present at the handover, and it was therefore in the presence of the Governor General that His Honour told me that he would send on the defense of Mr. Grant, which had not yet been copied out, as soon as this had been done. Thereupon, as a token of taking leave of the High Council, I presented to the Governor General my short advice No. 63, which His Excellency read over and politely accepted. Thereupon I took my individual leave of His Excellency, and I left Calcutta past two o'clock in the afternoon under a salute of several cannon shots, the number of which I cannot state, because I had already approached the Black Town before the firing took place, and consequently could see little more than the smoke and could not distinctly hear how many times the cannon was discharged. §123. As for the reply itself, I have the honour to enclose it herewith as an Annex under No. 57, and under No. 58 the defense of Mr. Grant cited therein. §124. Being inclined, the Gentlemen of the High Council say, to comply with the wishes of the Director and Council at Sinsura, in so far as they had the freedom to do so, the Commercial Council was ordered to devise such measures as should appear to it most suitable and effective to facilitate the collection of the Dutch Company. §125.

Dutch transcription

271 „heid van mijn voorstel zonder eenig Ceremonieel als in 1775 mijne depeche, en des mogelijk heeden, te erlangen te amplecteeren en mij te appointeeren tegen s' middags te twaalff uuren aan het Gouvernements Huijs, alwaar de Raad gewoonlijk vergaderde en zijne Excell. dus zijn zoude om mij de brieffte over handigen en ordre te stellen tot het salut wanneer ik van de wal zoude afsteeken. Ik bedank te zijn Excell: zeer en naam aan mij ter bestem, =der plaatze te zullen laaten vinden. Ik maak te mijn verder compliment en zijn E: had, op de verklaring die ik deid van op ontvangst van het antwoord direct te zullen vertrekken, de beleefdheid van mij te chargeeren met zijne zonderlinge respect ver zeekeringen aan den Heer Directeur Titsingh, wiens ontvangene particuliere Brieff hij zoude beantwoorden: mij zoo als ik stond heen te gaan verzoekende een opgaaff van de te kalkaste ge= vallene ongelden te doen om door de Engelsche Comp:e te worden gerestitueerd; en op mijne betuiging dat, gelijk van den beginne affvide par: 44½. van dit bericht aan den Heer secretaris Haij verklaard was, zonder daar toe gequalificeert te worden, ik verzogt mij daar van te mogen excuseeren, behaagde het den Heer Gouverneur Generaal mij te kennen te geeven, dat wij verplicht geweest waaren ons voor het minst een huijs of vrije wooning geduurende de Commissie te bezorgen, de Hoogen Raad beslooten had van de vergoeding der ongelden, ten min= sten de Huishuur aan te bieden mij expresselijk ver¬ =zoekende van dit aan deeze vergadering bekend te maken en haare dispositie daar op te verzoeken. §122. Om twaalff uuren begaff ik mij na de bestemde plaats ter ontvangst van het antwoord dat, nadat ik daar §124. Geneegen zijnde, zeggende Heeren van den Hoogen Raad, om aan de verlangen van den Directeuren Raad te Sinsura te voldoen, voor zoo verre zij daar toe vrij= =heid hadden, was de commercie Raad gelast, zodanige maatreegelen te beraamen als haar zou toescheinen het meest geschikt en van kracht te zijn om den inzaam van den Hollandsche Comp:e gemakkelijk te maaken. om bij den Heer Haij in zijn kantoor, het eigenlijke de parte= =ment van zaaken met de vreemden, tot omtrent twee uuren had zitten wachten, mij door den Heer Gouverneur Generaal, komende buijten de vergaderzaal, wierd over= „handigt. Bij de overgave was de heer Haij teegenwoordig en het was dus, in presentie van den Heer Gouverneur Generaal dat zijn E: mij zeide, de verantwoording van den Heer Grant, die noch niet afgekopieerd was, zoo dra dit geschied zou zijn, te zullen nazenden. Ik pre= senteerde daar op tot bewe is van afscheid van de Hagen Raad, den Heer Gouverneur Generaal mijn kort aduis N:o 63. , dat zijne Excell: overlas en beleefdelijk aannam Hier opnam ik mijn bijzondere demissie van zijn Excelb=e en ik verliet over twee uuren s' namiddags kalkatte onder een salut van eenige kanonschooten, waar van ik het getal niet opkangeenen, om dat ik bereeds tot de black Town genadert was, eer 'er gevuurt wierd en gevol= =gelijk weinig meer dan de Rooik en niet onderscheiden= s:lijk hooren kom, hoe dikmaals het kanon is los gebrand. §123. Wat nu aangaat het antwoord zelve. Ik heb de eere het als een Bijlage sub No: 57. hier nevens te voegen en onder N:o 58. de daar bij aangehaalde verant= woording van den Heer Grant. om §125.

NL-HaNA_1.04.02_3686_0306 view scan ↗

English

272 §125. With respect to the claimed compensation for damages, the secretary was authorized to procure and send us the requested papers regarding the captured vessels the Constantia and the Geduld as soon as he should receive them; meanwhile enclosing with the answer the vindication of Mr. Grant, Resident at Malda, regarding the second complaint made under 23 August, vide page 71 of this report, to the High Council. §126. For the rest, the points we had presented were answered in the letters written to us and recorded under paragraphs 73 and 84, etc., dated 30 August and 8 September last; but, although the Gentlemen did not consider themselves competent to deviate therefrom or to accede to the conventions proposed to Their Honors, they would nevertheless soon send copies thereof to their superiors in Europe, with a request for their orders regarding a decision on the various subjects. §127. Their Honors had been so comprehensive in giving assurances that our trade would enjoy all the protection and support that could be expected from Their Honors, that any further assurance in that regard would appear unnecessary to us as well as to Their Honors; and believing under that supposition that our stay at Calcutta was no longer required, they politely intimated to us that it was best to simply return to Chinsurah. §128. Besides now that the proposed Conventions, quasi under pretext of non-qualification, were not taken into consideration, the gentlemen of the Calcutta Government seem to have overlooked that the abolition of Peeskes at Patna at least required no further orders from their Lords and Masters, as it had already been declared void under their guarantee in the articles of the year 1760 mentioned under paragraph 109 hereof; on which Their Honors ought therefore to have declared themselves, as well as on what was requested in the 16th paragraph of the fifth Memorial regarding the inspection of ships or vessels that must pass Budge Budge or Fort William, and regarding the payment of the Toll in the 17th paragraph, in order to prevent all disputes in the future, both concerning such goods as one might sometimes want to include under the name of merchandise, and with regard to the Arrack, namely that it shall be subject to no other tax than 2½ per cent or otherwise than the previously demanded 12 Rupees per leaguer, but, either one being paid, will be imported everywhere duty-free; just as the request in the 31st paragraph concerning the guards at the avenues of the Colonies should also well have been taken into consideration. §129. Now, as regards the vindication of the said Mr. Grant, it essentially amounts to this: namely, that he did nothing other than what the public Regulations, the interest of the English Company, and general justice made natural, proper, and unavoidable, while on the other hand the conduct of our Gomastas directly tended to overthrow all these requisite considerations, quasi to

Dutch transcription

272 §125. Met opzicht tot de gevorderde schaade vergoe„ =ding was de secretaris geauthoriseert om ons de gevraag= =de papieren met betrekking tot de genoomene vaar= tuigen de Constantia en het geduld te bezorgen ten te zenden zoo dra hij die ontvangen zoude: onder tusschen bij het antwoord en oloseerende de verantwoording van den Heer Grant Resident te Malda, op de tweede klachte onder den 23. Aug„s vide pac. 71. van dit berichte aan den Hoogen Raad gedaan. §126. overigens waaren de pointen die wij had= =den voorgedragen beantwoord in de aan ons geschreeven en onder par:l 73, en 84, enz gever baliseude brieven de datis 30. Aug„o en 8:e Septb: Jongstl:e dan, afschoonde Heeren zich niet bevoegd reekende om daar van af te wijken of toe te treeden tot de Haar wel Ed„e geproponeerde conventien, te zouden echter ten naasten, copyen daar van overzenden aan hunne superieuren in Europa, met verzoek om hunne beveelen nopens een beslissing van de onderscheidene onderwerpen. §127. Haar wel Edelens waaren zoo uijtvoerig geweest in het geeven van verzeekering dat onzen handel alle bescherming en ondersteuning zou genieten welke van hun wel Edelens kon worden verwacht, dat eenige verdere verzeekering dien aangaande ons zo wel als haar welEd„ onnodig zou voorkomen en in die ver onderstelling geloo= rende dat ons verblijff te kalkatte niet verder geacqui¬ =reerd wierd, gaven zij ons op een beleefde wijs te kennen dat het best was maar naar sinsura te rug te keeren. §128. Behalven nu dat de voorgestelde Conventien, §129. wat nu aangaat de verantwoording van de dezelve Heer Grant, hoofdzaakelijk komt ^ hier op ter neder van namelijk niet anders gedaan te hebben dan het geen de publieke Reglementen, het belang van de Eng:s Comp:e en de algemeene rechtvaerdigheid, natuurlijk, behoorlijk en onvermeidelijk maakte, terwijl aan de andere kant het gedrag van onze Gomastanis onmiddelijk strekte om alle deeze in aanmerking komende vereischtens om ver quasie onder voorwendzel van non qualificatie, en geen aanmerking zijn gekoomen, schynende heeren van het kab= „katsch Gouvernement over het hoofd te hebben gezien dat de afschaffing van Peeskes te Patsena althans geen nadere ordre van hunne Heeren in Meesters behoefde, als onder haare guarantie bij de sub par: 109 deezes gemen= =tioneerde articulen van den Jaare 1760, bereids vervallen verklaard zijnde, waar op haar wel Ed„s zidh derhalven zoo wel hadden behooren te declareeren, als het geen bij de 16e. par: van de vijfde Memorie nopens de visitatie van scheepen off ra aetuijgen welke Beds Bestia of het Fort william Passeeren moeten, en ten aanzien der betaaling van de Tol bij de 17. par: verzocht is, ter voor= =koming van alle dispecten in den aanstaande, zoo nopens zulke goederen als men somwijl onergen onder den naam van koopmanschappen zou willen begrijpen, als ten aanzien van de Arak dat die namelijk aan geen andere belasting als 2½. p:r C:to of anders dan te vooren begeerde 12. Ropijen per legger subject zal weezen, maar, het een of ander voldaan zijnde, over alvrij zal worden ingevoerd; gelijk het verzochte bij de 31. par: nopens de wachten aan de avenu en der Coloniem, meede wel in aanmerking had behooren te komen. quasi te

NL-HaNA_1.04.02_3686_0307 view scan ↗

English

to weave. The complaints of those people are, in the opinion of Mr. Grant, entirely grounded on that gross fallacy, namely, representing compliance with the government's necessary prohibition—which prevents all trade with the Company's weavers—as a prohibition of all trade without distinction in these regions. The Gomastahs' scheme was formed upon this to furnish complaints, wherein it in no way appears that they have any knowledge of any publication by the government, or know that such a prohibition is in place. The whole country, however, bears witness that the orders of Mr. Grant are grounded on that prohibition. To prove this, his Honour appeals to his letters written to the Company's Gomastahs at Baddaal. Everything occurred with them, according to the representation of the Gomastahs themselves, and yet, to direct the accusation against him in person, they cited the circumstances in such a way as if he had directly given orders for the acts of violence which they describe. His Honour is glad to be able to put this to the test by sending to the Board of Trade copies of all letters written by him to the English Gomastah at Baddaal, or by the latter to his Honour, regarding the Dutch trade, from its beginning up to the receipt of the complaints or the prevention thereof. Transmitting the translations thereof to his masters, his Honour requests the gentlemen's permission, before analyzing them, to note the report that was given to him early on, namely, that some of his own servants had entered into engagements with the Dutch suppliers at Chinsurah, which considerably aggravated the pressure on the working people. His Honour, out of fear that this would also have an influence, was all the more obliged to recommend to the Company's Gomastah the utmost strictness in this regard, especially regarding the one at Baddaal, as being the furthest removed from them. And this circumstance, added to the above-mentioned report, can be sufficient justifying reason why his Honour had used strong expressions in the letters cited in the defense with day and date, such as in that of 9 June 1785, to take care that the Gomastahs who had arrived for the Dutch should, in the collection of piece-goods, obtain none of the Company's assortments, nor any piece-goods from the Company's kootbendi weavers, and furthermore that the government orders of the years 1775 and 1782 should be published and posted, as according to the answer of the Gomastah under 11 June would happen as soon as he received another copy in place of the one that was already decayed and damaged by the air. Furthermore, upon the report of the Gomastah at Baddaal regarding the arrival of three Dutch Gomastahs, and their intention to enter into negotiations with Dalals for the collection of piece-goods, that according to the Resident's order of 13 and 14 June 1785, that report had greatly displeased his Honour, as it were, because the Dalals are called English Company Dalals, ordering the Gomastah thereupon to warn those Dalals that they must not do so on pain of being dismissed from the service and punished. Under 17 June the Gomastah at

Dutch transcription

273 te weepen. De klachten van die Lieden zijn na opinie van de heer Grant ten eenemaal gegrond op die grove drogreden, namelijk, de opvolging van het noodzaakelijk verbod van het gouvernement, belettende allen handel met Comp„s weevers voor te stellen, als een verbod van alle handel zonder onderscheid in deeze gewesten. Hier op was het denkbeeld der Gomastahs geformeert tot het aan de hand geeven van Vlachten, waar bij het geen zints bleekt dat zij geen kennis dragen van eenige publickatie door het gouvernement, of weten dat er zodanig een verbod plaats heeft. Het gantsche Land echterdraagd getuijgenis dat de beveelen van den heer Grant, op dat verbod gegrond zijn. om dit te bewijzen beroept zijn Ed: zich op zyne aan s' Comp„s gomastans te Baddaal geschreevene brieven. Met deeze is, volgens de vertooning der Gomastats zelve alles voorgevallen en evenwel, om de beschuldiging op hem in persoon t' rui„ te brengen, haalden zij de omstandigheeden zodanig aan„ als of hij direct tot de geweldadigheiden beveelen had gegeeven, die zij /:vrde pac: 5 6. eng: van dit bezicht:/ be= =schrijven zijn Ed: verheugd zich dit op de proeff te kunnen stellen door het zenden aan de Commercie Raad van copij van alle brieven door hem aan den Engelschen Gomastan te Baddaal, of door deeze, aan zijn Edele geschreeven met betrekking tot den Hollandschen Koophandel, ze dert haar begin tot op den ontvangst der Klachten of verhindering derzelve. De vertaalingen daar van over zendende aan zijne Meesters, verzoekt zijn Ed: de Heeren verloff om, voor het ontleeden derzelve, te noteeren het bericht dat hem, al vroeg, wierd gegeeven, namenlijk, dat eenige zijner eigene Bedienden, met de Hollandsche Leverancians te sinsura, verbintenissen hadden aangegaan /: het welk den indrang van het werk volk merkelijk verswaarde:/ zijn E, uijt vrees dat dit ook invloed zou hebben, te meer, verplicht was s' Comp„s Gomastat alle naauw„ keurigheid hier omtrend aan te beveelen, inzonderheid omtrent erkent die te Baddaal, als het verste van hun verwij= „dert, en deeze omstandigheid gevoegd bij het boven gew: berigt kan voldoende rechtvaerdigende reeden waar om zijn E: zich bediend hadde van sterke uijtdrukkingen in de bij de verantwoording met dagen datum aange= haalde brieven gelijk bij die van den 9 Junij 1785. om zorg te dragen dat de voor de Hollanders aangekomen Gomastans bij den inzaam van lijnwaten geene van s'Comp„s sortementen bekwaamen, noch eenige lijnwaten van s' Comp„s kootbendi /:eigenlijk kitsbend:/ weevers en overigens dat de adres van het gouvernement van den Jaare 1775, en 1782. gepubliceert en geaffigeert wierden, gelijk volgens het antwoord van de gomastan„ sub 11. Junij geschieden zou, zo dra hij een andere copij ontving in steede van die welke door de Lucht reets ver= =gaanen vartend was. voorts op het bericht van den Go= =mastats te Baddaal glasti wegens de aankomst van drie Hollandsche Gomastans, en hun voorneemen om ter inzaameling van Lijwaaten, in onderhandeling te willen treiden met Dallaals, dat uijtwijsens des Residents ordre van 13„ 14. Junij 1785. dat bericht zijn Edele zeer had ontsticht, quasi om dat de Dab= =laals, Engelsche Comp„s Dallaals genoemt worden, de Gomastah over zulx beveelende om die Dallaals te waarschouwen, dat zij zulx niet moeten doen subpone van uijt den dienst gezet en gestraft te zullen worden. Onder den 17. Junij Krijgt de Gomasaz te te

NL-HaNA_1.04.02_3686_0308 view scan ↗

English

at Baddaal an order from the Resident, to proclaim and post the aforementioned orders, and this ordered him to obey the command of 21 June, and that by beat of drum in all villages, the same had been made known to the kistbendi weavers and that he was to stop the alienation of the kistbendi or the Company's linens; furthermore, that he had forbidden the dallaals of Baddaalghatt, who are also called Company's dallaals, all business with the Hollanders and had taken muchalkas from them, taking care of the kistbendi linens. Also by the Resident to the gomashtah under 25 July, that he had learned that the Dutch gomashtahs were obtaining linens from the Company's kistbendi weavers in the mofussil; if that were true, they would be punished for good. The jagirdars, dallaals, and shiqdars, also belonging to the Company, likewise had to be kept closely in view; for if it were proven that the Lord Resident learned of these matters, they would certainly be dealt with severely. Finally, from the gomashtah to the Resident under 30 July 1785, that he had stationed men in the mofussil to watch over the linens of the Company's kistbendi weavers, so that the Dutch gomashtahs would not obtain a single piece thereof, and further that muchalkas had been taken from the dallaals, shiqdars, and jagirdars, and besides that, a sepoy and amin had been stationed at Baddaalghatt to take up and seal the linens and, as soon as they are ready, to bring them to the factory. § 130. These orders, Mr Grant continues, given on 9 June and serving as the foundation for all the further ones, are clearly limited to the Company's weavers, and cannot be understood to extend to all weavers, for which no order was ever given; and the transmission of the government's orders also took away all possibility of a misinterpretation, because thereby, and through the proclamation and the posting of the same, it was prevented that anything else could happen other than that which is permitted by those regulations. The English gomashtahs themselves also seem, in his Honour's opinion, to have understood it in this manner, besides that the suspicions under which these subordinate servants had placed themselves, and the reports given to him from time to time, made the aforementioned precautions exceedingly necessary; thus flattering himself with the lawfulness of his conduct; and that the aforementioned letters come to deliver complete proofs against the complaints of our gomashtahs. Of what actually occurred at Baddaal, Mr Grant, until the time his Honour wrote that, did not yet have complete information. These have since been sent by the Lord Governor-General and the Lords of the Supreme Council to that ministry alongside their letters of the 8th of this month and, following the decree of the 16th thereof, attached hereto under No. 60. § 131. It appears unnecessary to cite anything further in this matter. The depositions which our suppliers and gomashtahs, regarding all the particularities and circumstances that occurred, as they are contained in the complaint sheets and are contradicted by Mr Grant, drawn up in such a manner as I have set forth at paragraph 93, will have to show on which side the probability of the present occurrence lies.

Dutch transcription

274 te Baddaal van den Resident bevel, tot het afkordigen en aanslaan der voorszz: ordres en deeze beveeld hem de gehoor= =zaaming van het bevel onder den 21. Junij, en dat door Prom„ =slag in alle Dorpen, aan de kist bendi weevers hetzelve bekend was gemaakt en dat hij de vervreending der kiste bendi off s' Comp„s Lijwaten zou bezetten. wijders dat van de Dallaals van Baddaalghass, /: die ook al Comp„s Dallaals genoemt worden, alle affaires met de Hobe =landers had verbooden en van hen Moetsjelkes had genoo= =men, zorg dragende voor de kist bendi Lijnwaten - Noch door den Resident aan den Gomastan sub 25. Julij, Ere hij had vernome dat de Hollandsche Gomastats Lijn„ =waten bekwamen vande Comp„s histbendi weerers in de Moffesjil- zoo dat waar was zouden zij voor goed ge= =straft worden. De Jagodgiers, Dallaals en sookdaars ook al aan de Comp:e behoorende, moesten ook wel in het oog werden gehouden; want zo als beweezen wierd, dat de Heer Resident van deeze zaaken verkam, zou er zeekerlijk streng met hun gehandelt worden. Eindelijk van den Gomastat aan den Resident sub 30. Julij 1785. , dat hij volk in de Moffechil had gesteld, om op de Lijnwaten van s' Comp„s kist bendi weevers te passen, op dat de Hollandsche Gomastans, geen stuk daar van bekoomen en voorts dat 'er van de Dallaats, sookdaars, en Ja= =godgiers Moetsjelkas waangenoomen en buijten des, was er te Baddaal Ghastieen Sipai en Amien ge= =plaatst om de Lijnwaaten op te neemen en te verzeegelen en zoodra als ze gereed zijn naar de Factorij te brengen § 130. Deeze beveelen, vervolgt den hier Grant, gegeeven op den 9:e Junij en dienende ten grondslag van alle de verder„ bepaalen zich duijdelijk tot Comp„s weevers, en konnen niet verstaan worden zich uijt te strekken tot alle wevers, waartoe nimmer eenige ordre is gegeeven en de overzending der beveelen van het Gouvernement, benam ook alle moge =lijkheid tot een verkeerde interpretatie, wijl daar door, en de afkondiging en de aanplakking vande zelve, belett wierd dat 'er iets anders konde geschieden, dan het geen door die Reglementen is geoorlooft. De Engelsche Go= =mastans zelve, schijnen het, na zijn Ed„e meening ook zoodanig te hebben begreepen behalven noch dat den verdenkingen waar onder deese zijne ondergeschikte Bedienden zelve zich gebracht hadden, en de berigten hem van tijd tot tijd gegeeven, de voorsz: precautien ten hoogsten noodzaakelijk maakten; vlijende dus zich zelve met de rechtmatigheid van zijn gedrag; en dat de voorsz: brieven volleedige bewijsen tegen de klachten van onze Gomastans komen uijt te leeveren van het geen er te Baddaal eigenlijk is voorgevallen had de heer Grant, toten zijn Ed: dat schrieff, nog geene volkomen in formatien. Deeze zijn zeedert, door den Heer Gouverneur Generaal en de Heeren van den Hoogen Raad aan dat Ministerium gezonden neeven haare Letteren van den 8:e deezer en na volgens arrest van den 16„e daar aan, onder N:o 60. hier neven gevoegt. §131. Het komt onnodig voor paar uijt iets na= ders in deezen aan te haalen. De verklaaringen welke onze Leveranciers en Gomastans, over alle de voorge= =vallene bijzonderheeden en omstandigheeden zoo als ze in de klachtschriften vervat staan en door den heer Grant teegengesprooken worden, zodanig ingericht als ik bij pal: 93. hebbe opgegeeven, zullen moeten uijtwijzen aan wat kant de waarschijnlijkheid der presente gebeur„ niet =tenis

NL-HaNA_1.04.02_3686_0309 view scan ↗

English

275 is the greatest. In order not to dwell upon the native terms used, or the necessity of having recourse to such forced terms as kistbendi weavers, Moffessel, etc. That invention is not new; it was merely altered and expanded, so that if one wished to do so, entire books could be written about it. This alone, I believe, without wishing to blame anyone in his character, much less Mr. Grant, I may be permitted to say: that if it were possible to institute such an inquiry as His Honour suggests to be necessary, and if that could be judged by others than Agents of the English Company, it would be found that all the so-called necessary precautions are in the highest degree unjust, unnatural, and utterly improper. For although Mr. Grant, as is fair and equitable, defends his conduct with the orders and Regulations of the Government of the years 1775 and 1782, and although His Honour attempts to argue that these regulations, or the prohibition against employing English Company weavers, implies no prohibition of all trade whatsoever, yet it is undeniably implied therein that it obstructs, if not renders completely impossible, the collection of any linens first-hand at the prime or true purchase prices, whether for our Company or for others, and consequently constitutes a prohibition of all trade therein, so long as the weavers are not left the freedom to work freely and unconstrained, to their liking, for anyone, as has always been customary. It is true, as I say, that by expansion and alteration some other native terms, such as kistbendi and Moffessel, have been devised to beguile the ignorant and to give it the appearance as if the kistbendi were English Company weavers; but just as little as one was able before that time to legitimate the taking of moochulkas, just as little authority and legality does the name of kistbendi and Moffessel possess at present. When use was made only of the moochulka, it appeared upon investigation that this was nothing other than an obligation in writing, extorted by scourge and whip from so many weavers and all such persons as must necessarily be employed in the collection of linens in the aurungs, to the effect that they would deliver linens to no one other than the English Company, under penalty of a fine. Now, as regards the kistbendi, that instrument renewed by alteration, this signifies: an agreement for the satisfaction of one thing or another at a specified time; such as the delivery of linens for advances received upon them through coercion, pain, and suffering. Whereas in former days one extorted a moochulka or written obligation from each dallaal, pykaar, or weaver individually, at present they are compelled to sign a kistbendi together, upon which all are brought together, all who are to be found in such a district, market town, or village, whether dallaal, pykaar, taanti, jookdaars, sachendaar, and others belonging to the manufacturing of linens and falling under each provincial jurisdiction, whose names and signatures, along with that to which they are required to bind themselves, are made known upon the kistbendi and are therefore called Moffessel or suchlike, to signify that such artisans as are gathered together upon it belong solely and exclusively to the English Company, devised their

Dutch transcription

275 =tenis het grootst is. om mij niet op te houden met de gebeezigde inlandsche benaamingen, of de noodzakelijk: =heid waarom men zich van zulke gedwongen termen als kistbendi weevers, Moffessie enz: komt te bedienin. Die inventie is niet nieuw, ze werd maar gealtereerd en geamplieert, zo dat als men het doen wilde zoude er geheele boeken over te schrijven zijn: Dit alleen vermeen ik, zonder iemand, veel min den Heer Grant, in zijn caracter te blameeren, te mogen zeggen dat, wanneer het mogelijk waare om een zoodanig onderzoek te doen, als het welk zijn E: voorsteld nodig te weezen, en dat daar over door anderen, als Agenten van de Engelsche Comp. e kon worden geoordeelt, men bevinden zoude, dat alle de zoogenaam= =de noodzakelijke precautien, ten hoogsten onrechtr vaerdig, onnatuurlijk en ten uijtersten onbehoorlijk zijn. want alhoewel de Heer Grant gelijk billijk en recht= =matig is, zijn gedrag verdeedigt met de ordres en Reglementen van het Gouvernement van den Jaare 1775, en 1782 en schoon zijn Ed:s tracht te beweeren, dat deeze reglementen of het verbodom geen Engelsche Comp„s weevers te emploijeeren, geen verbod van alle handel hoegenaamt Intsluit, zoo ligt weder daar in Ontee= „gen zeggelijk opgeslooten dat het stramt, zo niet ten eenemaal onmogelijk maakt, den inzaam van eenige Lijnmaten uijt de eerste hand, teegen de eerste off waare inkoops prijzen; het zij voor onze Comp:e het zij voor anderen en gevolgelyke een verbodt van alle handel daar in, zoo lange de weevers geen vrij= =heijd worden gelaaten om, gelijk het altoos gebruijker =lijk geweest is voor een ieder, vrij en ongedwongen, na haar genoegen te werken. Het is waar, met heeft zoo als ik zig, hij ampliatie en alteratie, eenige andere in= =landsche benaaming en gelijk kistbende, en Mottesjel uijtgedacht om de onkundige te bechagelen en het de schijn te doen hebben, als ware de kistbendi, Engelsche Comp„ weevers; maar even zo min als men voor dien tijd heeft kunnen wettigen het neemen van Moetsjes kes, zoo weinig authoriteit en Legaliteid heeft thans ook de naam van kistbendi en Moffesjel. Toen men alleen van de Moet„ sjelka gebruijk maakte, bleek het bij onderzoek dat dit niet anders was, dan een doorgeessel en sweepslag afgeperst verband schrift, van zoo veele weevers, en alle zoodanigen als tot den in saam van Lijnwaten, in de Arrengs noodzaaklijk geemploijeert moeten werden, van namelijk niemand anders als de Engelsche Comp„s eenige Lijnwaten te zullen Leeveren subpene van boete. wat nu de kist bendi, dat door altexatie vernieuwz instrument aangaat, dit beteekend: een over eenkomst ter voldoening aan het een of ander op een bepaalde tijd; gelijk de Leverancie van Lijnmaten voor verstrekkin= =gen daar op door dwang, pijn en smert:/ genoten. Daar men nu in vroeger dagen, ieder Dallaal, Pijkaar, off wever een Moetsjelka of verbandschrift afdwong, noodzaakt men hen teegenwoordig met malkander een kits bendi te teekenen, waar op alle te samen ge¬ =bracht zijn, alle die in zoo een districk, vlek of Dorp zijn te winden, het zij Dallaat, Pijkaar, Taanti, Jook= =daars, sachendaar en andere als tot de manufac= =tireering der Lijnwaaten behooren, en onder ijder provin= „ciaal gebied sorteeren, welker naamen en handteeringen met het geen waar toe men begeer t dat zij zich zullen verbinden op de kist bendi bekend gesteld en daarom Moffesjel of zoodanige genoemt worden, om te kennen te geeven dat zulke handwerkers als daar op bij een verzaa= =meld zijn, en kel en alleen tot de Engelsche Comp:s schooren, uijtgedacht haar

NL-HaNA_1.04.02_3686_0310 view scan ↗

English

276 their person and family, none, however named, excepted therefrom. Thus the kistbendi and Mottesjil applies to the entire Province, the whole district and every village, every Caste, family, large or small, however large one wishes to conceive it: for it is known that the caste entails that if the father is a weaver, the son also becomes one, and that thus such as are called the Tantis and kappoeirs are linen manufacturers. If now the kistbendi or another person of this caste, be it the father, enters into the bond with this or another, then the son, whoever has a relation to the father, is tacitly included under this bond; at least he, son, Brother or Nephew, may work for no one else, because his father, Brother or uncle, Dallaal, Pijkaar, Franti, Iookdaars or Tachendaar, is of that caste, and therefore is bound to the English Company. Behold the meaning of kistbendi, and behold what the meaning is of the prohibition of the Government, that so long as the weavers have not fulfilled their engagements with the English Company, they may not enter into any engagement with anyone else; when one observes therewith that, according to the native laws, the son, or in default thereof, the nearest of the family, is addressed and held responsible for that to which the one who was the head thereof had bound himself to someone. And if one views it thus, as it is true and certain and thus ought to be viewed, then it is naturally understood why the gomastas of our merchants or Suppliers have complained and made known that the money advanced for the Company for their Masters and in their name must be lost. The proof that Mr. Grant or the Calcutta Government has recently sent us, Section 132. It would pain me if I presented anything to the assembly that is not founded upon the soundest information, knowledge of the Language, and the acquired instruction in the Native customs and practices, and thus upon the true and essential constitution of the Country, the nature, laws and Natural customs of the native. If it is deemed necessary that one summon the Calcutta government to state whether the aforesaid interpretation of the native Names and the quality attached or rather adopted thereto, such as that of Company weavers, is not in accordance with the truth? Or else that they please give us another more satisfactory declaration and explanation, clearly indicating, with names, Persons and families, where or in what place, which Province, under which so-called zamindars or Governor, other weavers are to be found than those whom they now please to call English Company weavers, competent and sufficient to carry on the trade of our Company is against him, and shows regarding the Province of Baddaal that the Dallaals agree that the linens are delivered to our Company Gomastas by the English Company weavers, because there are no other weavers in that quarter: and thus it is essentially and truly situated everywhere; Mr. Grant may contradict that and arrange it for himself and his Masters in such folds as he deems serviceable, the truth cannot be smothered and it would come to light most glaringly if not only an impartial investigation, but as I have said, an impartial judgment, could take place. belonging

Dutch transcription

276 haar persoon en famille, geene, hoe genaamd daar van uit =gezondert. Dus heeft de kistbendi en Mottesjil be„ trekking over de gantsche Provincie, het geheele districht en ieder vlek, ieder Caste, famille, groot off kleen hoe groot men het ook wil begrijpen: want men weet dat de kaste meede brengt, dat zo de vader wever is, de zoon het ook word, en dat dus zulke als de Tantis, en kappoeirs genaamt worden, Lijnwaat fabricqueurs zijn. zoo nu de kistbends of andere iemand van deer kaste, Het eens de vader, bij deeze of een an= =der het verband insluit, dan is de zoon zoo wie ook tot de vader betrekking heeft, tacite, onder dit verband beguepen althans hij zoon, Broeder off Neeff, mag voor niemand an¬ ders werken, om dat zijn vader, Broeder off oom, Dallaal, Pijkaar, Franti, Iookdaars off Tachendaar, dan mel van die kaste, en daarom aan de Engelsche Compe: is ver¬ bonden Zie daar de zinder kist bendi, en zie daar wat de zin is van het verbod van het Gouvernement, dat zoo lang de weevers aan haare engeagementen met de Engelsdhe Comp:s niet hebben voldaan, zij zich met niemandan: ders in eenige verbintenis mogen in laaten; als met 'er bij opmerkt dat, nade inlandsche wetten, de zoon, off bij ontbreeking vandien, de naaste der famille aangesprooken en verantwoordelijk gehouden werd voor het geen waartoe de geen die het hoofd daar van was, zich aan iemand, heeft verbonden. En als men het zoo in ziet, gelijk het waar en waarachtig en dus zoo behoord in gezien te worden, dan valt natuurlijk te begrijpen waarom de gomas= tanis van onze kooplieden off Leverancies hebben geklaa en te kennen gegeeven, dat het voor haare Meesters en in den naam van deeze, voor de Comp:e verstrekte geldmoest verlooren gaan. Het bewijs dat de Heer Grant off het kalkators Gouvernement ons Jongst heeft toegezonden, §132. Hetzoumijsmerten in dien ik de verga= =dering iets aandiende, dat niet op de stuks te in forma =tie, de kundigheid van de Taal, ende bekoomene onder= =rechting der Inlandsche zeiden en gewoonte, dus op de waare en weezenlijke constistutie van het Land, de aart, wetten en Natuur gebruijken van den in boor= =ling gevestigd is. zoo het nodig geoordeelt word dat men het kalkatsch gouvernement sommeere, of de voorsz: uijtlegging der inlandsche Naamen en daar aangeregte of liever geadopteerde eigenschap, gelijk die van Comp„s weevers, niet met de waarheid over eenkomstig is? aan wel dat zij ons een ander vol= =doender verklaaring en explicatie gelieven te geeven, onder duijdelijke aan wij zin, met naamen, Persoonen en famillien, waar of in welke plaats, welke Provinc =tie, onder welke zoo genaamde ziemiendaars of Land= =voogd, andere weevers te vinden zijn als die zij nu, Engelsche Comp„e weevers gelieven te noemen, toereekend en suffisant genoeg om den handel van onze Comp: e ondeer is teegen hem, en toond nopens de Provincie Baddaal aan, dat de Dallaals toestemmen dat de Lijnwaten aan onze Comp„s Gomastats bezorgd worden door de En= =gelsche Comp„s weevers, om dat 'er geen andere weevers in dat quartier zijn: en zoo is het wezenlijk en maar achtig over al geleegen; de Heer Grant mag dat teegenspreeken en voor hem en zijne Meesters in zulke plooijer stellen als hij dienstig acht, de waarheid van niet gesmoord worden en die zou aller erlatantst aanden dag komen, kon 'er een oppartijdige onderzoek niet alleen, maar zoo als ik gezegt heb, een apartijdig oordeel, plaats vinden. is hoorige

NL-HaNA_1.04.02_3686_0311 view scan ↗

English

277 dependents, properly to continue; while it goes without saying that we cannot make use of any persons who have become incapacitated by old age or other misfortunes. If they are able to do so, our Gomastahs are punishable, and if not, they appear to me to be blameless and justified. Paragraph 133. In the 28th paragraph of the draft of the fifth memorial, I maintained that such placards or ordinances as were presented to us, having been issued and posted first in the year 1775 and thereafter in 1782, for securing the monetary advances of the English Company and a timely delivery for their obtained advances, have never been practicable. In that regard, more than one piece of evidence could be adduced from the treatise of Mr. Henry Vansittart on the state of the English Company in Bengal during his administration as governor from the year 1760 to 1764. I could name many another, were it not otherwise all too clearly to be traced and discovered in our own papers from 1758 up to 1775. Mr. William Bolts, former Alderman of the Court at Calcutta and formerly Resident at Benares on behalf of the English Company, published in the year 1772 a work entitled Treatise on Indian Affairs, particularly with relation to the present State of Bengal and its dependencies, wherein in the second edition, Chapter 8, treating of the very earliest commerce of the European Nations to India, and the most inland parts of the Hindostan Empire, likewise the difference between the trade of the English Company and that of British private individuals and other peoples in Bengal, at the end thereof, page 74, the author expresses himself thus: "Manifold and innumerable are the oppressions of the poor weavers which are daily devised and put into practice by the Company's Agents and Gomastahs within the country, such as the imposing of fines, imprisonment, flogging, and the extorting of bonds from them, whereby the number of weavers in the countryside has become greatly diminished. The natural consequences of this are scarcity, dearness, and debasement of the manufactures, as well as a considerable diminution in the country's revenues. In addition, the collection of the Company's goods has now turned into a monopoly with the utmost exclusion of all others, save for some of the principal servants of the Company who, having the disposal of the Company's requirements, procure or cause to be delivered to that Company as much as their consciences allow for the Company, themselves, and their favorites; nevertheless with the exception of the foreign Companies, which are permitted to procure a few requirements for themselves in order to prevent complaints in Europe." Paragraph 134. Subsequently, in that same work in the fourteenth Chapter, where the Author treats of the general modern Commerce of the English in Bengal, the oppressions and monopolies which have been the causes of the decay of Trade, the diminution of the revenues, and the present ruinous state of affairs in Bengal, it is disclosed what the English commerce amounted to in the time of the Emperor Farrukhsiyar.

Dutch transcription

277 hoorige, na behooren te kunnen voortzetten;; wij b het van zelfs spreekt, dat we ons van geene door oudere =dom off andere toe vallen ombekwaam geworden minschen kunnen bedienen. zoo ze dat kunnen doen, zijn onze Tomastans strafbaar en zo niet, komen ze mij voor als in schuldig en gerechtvaerdigt. §133. Bij de 28. Par:s van 't concept vijfde me= =morie, hebbe ik beweerst dat zulke placcaten off or= =donnantien als ons voorgehouden wierden in den Jaare 1775. eerst, en daar n in 1782. uijtgegaan en geaffigeert te zijn tot verzeekering der Geld verstrekkingen van de Engelsche Comp:e en een sttijdige leverantie voor haare bekoomene overnacht nooit practicabel geweest zijn. Daar omtrent zou meer als een bewijs zijn bij te brengen uijt de verhandeling van den Heer Henrij van Cittard over den staat van de Engelsche Compe in Bengale geduu¬ rende zijn bestier als gouverneur van het Jaar 1760, tot 1764. Meenig andere zou ik konnen opnoemen, zoo het anders niet maar alte duijdelijk in onze eige papieren zeedert 1758, tot 1775. toe, was na te gaan en te ontdekken. De Heer William Bolts, geweezen Al= =derman van de Court te kalkatte en voormaals van wegen de Engelsche Compe: Resident te Benaris, heeft in A:o 1772, in het Ligt gegeeven een werk, getituleerd verhandeling over Indische zaaken, bijzonder met rela= tie tot den teegenwoordige Staat van Bengalen en dies onderhoorigheeden, waarbij in de tweede druk, Hoofd= stuk 8. , handelende over aller eerste koophandel van de Europische Natien op Indien, en de innelijkste ge¬ deeltens van het Hindostansche Rijk, item het verschil § 134. Vervolgens word bij dat zelve werk in het veer= tiende Hoofddeel, daar den Autheur handelt ovenden algemeenen Heedendaagsche Coophandel van de Engelschen in Bengale, de onderdrukkingen en monopolien, welke de oorzaaken oeweest zijn van het verval des Handels, de vermindering der revenuen, en de teegenwoordige verderve= lijke staat van zaaken op in Bengale, opengelegt wat de Engels,c he koophandel had te bedunden ten tijde van den keijzer tusschen den handel vande Engelsche Comp„e ende dat van Baitsche particulieren en andere volkeren in Bengale aan het einde vandien pagenamehi 74, den Auteur zuch dus drukt Meenig nigvuldig en ontelaar zijn de verdrukkingen der arme wevers „welke dagelijks uijtgedaaht en te werk gesteld worden door „ s' Comp:s Agenten en Gomastahs binnen s' Lands, gelijk „als het opleggen van geldboeten, het gevang en zetten, geesse„ „len, en het afdwingen van verband schriften van dezelve, waar „ door het getal der wavers ten platse Lande grootelijks is vermindert geraakt. De natuurlijke gevolgen hier van „zijn schaarsheid, duurten en verengering der Manufac= „„tuuren zoo wel, als een aanzienlijke vermindering in s'lands „ revenuen. Daar bij is den inzaam van s' Comp„s goederen „tans tot een monopolie overgeslagen met de uijterste „seclusie van alle andere, behalven eenige der voornaamste van „'Comp„s Dienaaren welke, de beschikking van 's' Comp„s benoo= digtheid hebbende, aan die Comp:e zoo veel bezorgen of doen geworden, als hunne conscientien voor de Compe:, zich zelfs „en hunne gunstelingen gedoogt: nochtans met uijt= „=zondering van de vreemde Compagnien, welke gepermitteerd „zijn zich eenige weinige benoodigtheeden te bezorgen ter voor„ „kooming van klachten in Europa.„ tusschen Faroch

NL-HaNA_1.04.02_3686_0312 view scan ↗

English

278. Faroch seer who granted them exemption from customs duty, and that all the actual legal ownership of land of which the English Comp:e could boast amounted to no more than about forty Bejaars, or about fifteen acres, around each factory. At that time, (continues the writer) until around after the Year 1753, the English Comp:e in Bengal was accustomed to manage the procurement of their goods, generally (thus just as with us), through native merchants, to whom a portion of the money was advanced, which advances were called Daadis Advances. These merchants, who were known by the name of Daadnimerchants, contracted under certain penalties to deliver goods at specified times and for agreed prices at the Head office of the Comp:e, and in doing so were bound by the laws of the land whenever they or their agents made themselves guilty of any unlawful transactions. In this state of affairs, the prejudice that the country suffered on account of the great partiality shown to English subjects in preference to those of the Moguls, as has already been pointed out in its proper place, was practically negligible. But the Mogul in fact had no conception of the heights to which this trade was about to be brought by such an unlimitedly granted freedom from customs duty. The prerogative granted to the English brought a great advantage when they saw the internal trade divided between them and the weavers; by virtue of which change of method for procuring their requirements, the factors and gomastahs whom they employed for the Comp:e were shown the greatest respect. This influence grew with the authority of the English Comp:e, so that, after the defeat of Siraj ud-Daulah in 1757, that Nawab was forced to bind himself, "That neither he nor his officials, in any manner whatsoever, should interfere with the gomastahs of the English, but that care should be taken that their operations should in no way meet with any hindrances." This newly acquired power the gomastahs turned so well to their own benefit that, after the Comp:e through its servants in the year 1757 had made its first Nawab Jaffar Ali Khan, these black business agents came to arrogate to themselves in every district a judicial coercion or jurisdiction, against which the Rajas or Zamindars in the countryside dared not offer resistance. Cases of this kind, so detrimental to the country, are to be found on every page in the narrative of Mr. Vansittart on the state of Bengal under his administration. In this state of affairs, (continues Mr. Bolts) while the Comp:s trade and with it that of the private individuals began to increase in an uncommonly greater proportion, the evil, which in the beginning was scarcely felt, finally became general throughout the Bengal Provinces, and one may present say with truth that the entire internal commerce, as it is now carried on, and that of procuring the Comp:s requirements for Europe, has degenerated into a scene of oppressions, the ruinous consequences of which are felt inland by every weaver and manufacturer; since all produce has been turned into a monopoly; by virtue of which the English, with their Banians

Dutch transcription

278. Faroch seer die hen vrijheijd van Tol vergunde, en dat al de effective wettige Eigendom van grond waar op de Engelsche Comp:e zich konde beroemen, met meer dan omtrent veertig Bejaars, ofte omtrend vijftien acres. rondom eijder factorij uijtmaakt. Toen ter tijd, (:vervolgt den schrijver:/ tot omtrent na het Jaar „ 1753, had de Engelsche Comp:e in Bengale de gewoonte om de „bezorging hunner goederen, generaalijk (:dus even als bij ons.) „te doen met inlandsche Cooplieden, die een gedeelte van het „geld wierden vooruijt verstrekt en welke verstrekkingen „Daadis Advances genoemd wierden. Deeze kooplieden, „welke bekend waren bij den naam van Daadnimerchants, contracteerde onder zeekere panaliteiten om te leeverancie „ van goederen te doen op bepaalde tijden en voor bedongene prijzen, „op het Hoofd kantoor van de Comp:e, en waren, dat doen de, „verbonden aan s Lands wetten, wanneer zij of hunne Agenten, „zich schuldig naakte aan eenige ongeoorloofde handelins= „=gen. In deezen toedracht van zaaken, was het nadeel dat „ het Land Leed, uijt hoofde van de groote een zijdigheid die „men aan Engelsche onderdaanen, in preferentie van die der „ Mogols betoonde, gewijk ter zzijner plaatse bereids aange= „=weezen is, genoegzaam niet te maaken. Doch den Mogol „had in der daad geen begrip van de hoog te waartoe deezen „ Handel gebracht stond te worden door eene zoo onbepaal= „delijk geaccordeerde vrijheid van Tol. „ Het prerogatif aan de Engelsche toegestaan, hacht „ een groote voordeel aan toen zijden Binnenlandschen han= „:del verdeelt zagen tusschen hen en de weevers; uijt hoofde „ van welke verandering van met rode ter bezorging van „hunne benodigtheid, de Factoors en Gomastans die zij „ voor de Comp:e emploijeerden, het grootste respect bewee= „zen wierden. Deezen invloed wiesch aan met het gezach van „de Engelsche Comp:e, zo dat, na het verslaan van seraadsjered „ In deezen toedracht van zaaken, ¶ vervolgt den heer Bolst:/ terwijl s' Comp„s handel en met dezelve die „der Particulieren in een ongemeen groter proportie be= „=gost toe te neemen wierd het kwaad, het welk men in „den beginne naauwlijks voelde, ten laasten, algemeen „door de Bengaalsche Provincien, en men mag teegenwoor= „=dig met waarheid zeggen dat, de gantsche binnen= landsche koophandel, zoo als ze thans word gedruven „ in die der bezorging van s' Comp„s benoodigtheeden voor „ Europa, is overgeslagen tot een toneel van onderdrukkin= „gen, welkers verdervelyke gevolgen Landwaard in, door ieder wever en manufacturier gevoeld word; wijl alle „voortbrengselen verandert zijn in een Monopolie; „ uijt hoofde van het welke de Engelschen, met hunne Ben= „ Doula in 1757. dien Na wal genoodzaakt was zich te ver= binden„ Dat hij, noch zijne Amptenaaren, op geenerlijk wijze hoegenaamd, zich zouden bemoeijen met de gouas tatis van de Engelschen, maar dat 'er zorg zou worden ge= dragen, dat hunne verrichtingen, in geener hande ma= „nieren, verhinderingen kwamen te ontmoeten " Dit nieuw „ verkreegen vermoogen maakten de Gomastals zich zoo wel te rut dat, na dat de Comp:e door haare bedienden „ in den Jaare 1757. Haare eerste Nawab Jaffar Alichan „gemaakt hadde, die zwarte zaak bezorgers zich in ider „districkt, kwamen toe te eigenen een Regtsdwang of „Jurisdictie, waar teegens de Radjaks off Ziemien= „ daars ten platte Lande zich niet, dorsten verzetten. Gevallen van deezen aart zoo nadeelig voor het Land in de „onderhandeling van den heer van Sittart over den staat „van Bengalen onder zijn bestier, op ider pagina te vinden. Doula Jaars

NL-HaNA_1.04.02_3686_0313 view scan ↗

English

279 Jaars and black Gomastahs decide what quantities of goods each manufacturer shall be obliged to deliver, and what prices shall be allowed them for them. It has been a constant custom of every Governor who has succeeded in the Bengal Government to increase the Company's provisions for Europe above what each of their predecessors was accustomed to send, in order thereby to make a name for themselves with the Company. To obtain these increases, the most extreme precisions and the greatest harshness were employed against the manufacturers, who, now monopolized by the English Company and its servants, are to be regarded as its slaves, which has already repeatedly produced complaints by the agents of the French and Dutch Company, and at the same time their proposal for a division of the weavers, of which we have already noted the essentials at the end of our eighth chapter, cited by the undersigned at the end of the 27th paragraph of the draft of the fifth memorial. The severe measures, continues Mr. Bolts, that are taken concerning these poor people, generally speaking manufacturers and husbandmen, are scarcely to be described; for it frequently happens, as we have already remarked elsewhere, that while the various officials of the Collectors trouble them on the one hand about the established ground rent, the peons of the Company's Gomastahs, on the other hand, press them so violently for the delivery of goods that it renders them unable to raise the ground rent. However excusable the oppressions of the manufacturers may have appeared to the English Company as merchants when the country belonged to another power, and when the profit arising from trade was their only object; at present, the continuation of such conduct can be regarded as nothing other than the folly of wishing to kill the goose that lays the golden eggs to become master of all its golden eggs at once. But in order properly to convey the nature of these oppressions, of that time compared with the present, it cannot, says Mr. Bolts, be amiss to see here an explanation of the manner of gathering the required piece goods, as done either by the overseer of the warehouses of the exported goods and the Company's servants of the subordinate factories on the Company's account, or by English gentlemen, servants of the Company, as on their own private account. In both cases, factors or agents named Gomastahs are engaged for monthly wages by the honorable gentleman's banyan, the servants who are usually employed for every inland expedition consisting of a head Gomastah, a Mohurrir or clerk, a cashier with some peons and harkaras, the latter for carrying back and forth messages or letters which, in the absence of regular posts, are paid for by every merchant. All these are dispatched with a parwana from the Governor of Calcutta or one of the chiefs of the subordinate factories to the zamindars of the districts where one intends to make purchases, ordering them not to obstruct or hinder the operations of the persons sent, but on the contrary to afford them all possible assistance. The first step they take is exchanging a convenient sum of specie in the bazaar against the current batta or the difference in value of one coin with another among the shroffs, and

Dutch transcription

279 =Jaars en Swarte Gomastans decideeren, welke quantiteiten „van goederen ieder Manufacturier gehouden zal zijn te leeveren „ en welke prijzen hun, daar voor, zullen worden gevalideerd. „Het is van ijder in het Bengaalsch Gouvernement gesuccedeerde Gouverneur, een constante gewoonte geweest „ om de bezorgingen van de Comp:e voor Europa te vermeerderen „ boven het geen ieder hunner Predicesseurs gewoon was te ver= „=zenden, ten einde zich daardoor, bij de Comp:e een naam te „maaken. Ter erlanging van deeze meerderheeden, werden de „uiters te naauwkeurigheeden en de grootste hardigheid in „ het werk gesteld teegen de Manufacturiers, welke thans door „de Engelsche Comp:e en haare Bedienden gemonopoliseert, „ als haare slaven zijn aan temerken, het welk bereeds mee= „=niger bij klachten door de Agenten van de Fransche en Neer „„derlandsche Comp:e en teevens heeft te wergegebracht, hunne „propositie tot een verdeeling van de weevers, waarvan we be= „=reeds het nodige hebben aangeteekend aan het einde van „ ons agtste hoofddeel, „n (: door den ondergeteekende geciteerd aan het einde der 27:e par: van het concept der vijfde memorie, „De strengemiddelen /:vervolgt de heer Bolts:/ die omtrend „dit arme volk worden ter hand genoomen, over het algemeen „zijne Manufacturiers en Akkerlieden, zijn naauwlijks te be= „schrijven; want meenigmaal gebeurt het, gelijk we reeds „op een andere plaats hebben aangemerkt, dat, terwijl de „onderscheidene officianten van de Collecteurs hen van de „ eene kant bekommeren over de vastgestelde grond pacht, „de Pions van s' Comp„s Gomastans, hen aande andere kort, „tot de Leverancie van goederen zoo geweldig perssen, dat „ het Een buiten staat stelt om de grond pacht op te brengen. „ Dan hoe verschoonbaar de onderdrukkingen der Manufactu= „=riers, de Engelsche Comp:e als kooplieden, ook mag hebben „toegescheenen toen het Land aan een andere Mogendheid behoorde„ en dat het voordeel uyt den handel spruytende haar eenig intzicht was; thans kan de voortgang van dergelyk een handelings een kanders worden aangemerkt als het idistisme van de vruchtbaare Een te willen dooden om eensklapsmeester te worden van al haar goude Eijeren. „ Maar om den aart deezer onderdrukkingen /: van den toemaligen in teegenwoordige tijd:/ wel te doen begrijpen, Kan het zegt de heer Bolst, niet onergen zijn, hier een uijt= legging te zien van de wijze van in zaameling der benodig„ de strck goederen als geschiedende of door de opziender der Maguazijnen van de uijtgevoert wordende waaren en „ s' Comp:s bedienden van de onderhoorige Factorijen voor reekening van de Comp:e, of door Engelsche Heeren, Dienaren van de Compe, als voor hun eige particuliere reekening In beide de gevallen, worden is factoors of Agentin genaamt Grmastars, voor maandelijksloon aange„ „=noomen door den wel Edelen Heer 's Benjaan, bestaan= „de de Bedienden, welke gewoonlijk tot ieder binnen land= sche Expeditie worden g'emploijeert in een Hoofd go„ =mastat, een Mohorri, of klerk, een kassier met „eenige Pions en kierkarrats, de laaste tot het over en „wederbrengen van boodschappen of Brieven dat, niets angeam & mancquement van reguliere posten, „door ieder koopman word bekostigd. Deeze allen worden „gedepecheert met een Perwanah van den Gouverneur van Kalkatsa of een der opperhoofden van de onderlinge par= torij en aan de Ziemiendaars van de Districten alwaar „men van intensie is in koop te doen; hun beveelende e om der afgezondene verrigtingen niet te beleten of te verhinderen, maar in teegendeel hen alle mogelijke bij= =stand te bewijzen. De eerste stap die zij doen, is het opwisselen van een convenabele som geld specien ten Bazaar, teegende couleerende Batta of het verschilder waarde van de eene specie met de andere onder de samats „en af

NL-HaNA_1.04.02_3686_0314 view scan ↗

English

286 of money changers, as comes into the kist in the districts where it is intended to collect goods, which monies are then destined for the first earnest monies to the weavers, after which use is made of such goods as are expected to be able to be sold with an advance in those places or to be turned to use for the completion of the last full disbursements to the weavers in due time, which are also sent thither with the Company's dustucks and consigned to the Gomastatis. Upon the arrival of the Gomastans in the Aurungs or manufacturing places they establish a residence, which are called Cutcherries, to which by their Peons and Harkarahs are summoned the brokers called Dallaals and the Pykars together with the weavers; whom, after receipt of the money sent by their or his master, they compel to sign a bond for the delivery of a certain quantity of linens at certain prices and at fixed times, and paying a portion of the money by way of advance disbursement. The consent of the poor weaver is generally not deemed necessary, for the Gomastahs, being employed for the procurement of Company's goods, frequently make one sign whatever they desire; and if the weaver refuses to accept the money that is offered to him, it is known for certain that they have had it tied in their sashes and that they (the weavers) have been sent away with a flogging. The Dallaals are brokers who are commonly and necessarily employed by the Gomastans, as being acquainted and having accounts with all the weavers of the various districts. They are frequently oppressed just as severely as the weavers themselves, but when they are employed separately, the Gomastans always make them pay the score. Below the Dallaals are the Pykars, a lesser sort of brokers who negotiate the smallest affairs with the weavers and Dallaals, just as these latter do with the Gomastans. A multitude of these weavers are thus recorded in the books of the Gomastans, the register of the kistbundi and Mootsuddies, and not permitted to work for anyone else; being transferred from one to the other, like so many slaves, subject to the tyranny and knavery of every succeeding Gomastatah. The linens, when they are finished, are collected in warehouses erected for that purpose, called khatta; where they are kept and marked with the names of the weavers until it suits the Gomastahs to hold a khatta, the actual meaning of which is the sorting and appraising of each piece; in which operation is employed one of the Company's officials called a Jachendaar or sorter. The roguery that is practiced in this department exceeds all imagination, everything being decided to the detriment of the poor weavers. For the prices which the Company's Gomastans, and in agreement and collusion with them the Jachendaar, place upon the goods are everywhere at least 15 per cent, and on some even 40 per cent less than goods manufactured in such manner sell for on the open market or would fetch at a public sale. It is for this reason that the weaver, desiring the actual value of his labor, frequently ventures to dispose of his goods elsewhere, especially to the Dutch and French Gomastans who are always ready to take them. This causes the English Company's Gomastahs to place Peons over that weaver

Dutch transcription

286 af Geld verruilders, zoo als die den kist te stade komt in „de districten alwaarmen voorneemen is goederen in te „zaamelen, welke penningen dan, tot de eerste handgelden „aan de weevers worden gedestineert, waar na men zich be= „diend van zoodanige goederen als men zich voorsteld met „advans op die plaatzen te zullen konnen verkoopen of te „nut te maaken tot arcompleteering van de laaste volle „verstrekkingen aan de weevers, in dertijd, die daar ook wor „den afgezonden met s' Comp„s des keks en geconsigneerd „aan de Gomastatis- Bij de aankomst van de Gomastans in de Arrings of meerffplaats slaan zij een residentie „op, welke Ketsjerses genaamt worden, tot dewelke door „hunne Pions en Harkarths worden gedagvaard de Make= laars genaamd Dallaals en de Pijkaars te saamen met „de weevers; welke na ontvangst van het hunne of zijn „ Meester afgezonden geld, zij noodzaaken tot het teeke= „=nen van een verbandschrift ter Leverancie van een zee= „=kere quantiteid Lijnwaten teegen zeekere prijzen en „ tot bepaalde tijden, en een gedeelte van het geld, bij wege „ van vooruijt verstrekking, betaalende. De toestemming „van den armen weever word in het algemen niet nodig geagt= „want de Gomastaks, tot de bezorging van Comp„s goederen „geemploijeert wordende, doen Een meenigmaal teekenen „wat zij begeeren; en zoode wever weigerd het geld, dat „hem aangebooden word, te accepteeren, weet men zeeker, hebben „dat zij het ^ laate binden in haare Gordels en dat zij /: de weer „:vers:/ met een dracht slagen zijn weggezonden. De Dal: „laals zijn Maakelaars, welke gewoonlijk en noodzaake= „=lijk worden g'emploijeert doorde Gomastans, als bekend „zijnde, en Reekeningen hebbende met alle weevers van de „onderscheidene districten. zij worden meenigmaal al „zoo sterk onderdrukt als de weevers zelve maar wanneer „zij afzonderlijk worden g'emploijeert, doen de Gomas= „tans altoos het het gelag betaalen. Onder de Dallaals zijn de Pijkaars, een minder zoort van Makelaars welke de kleenste zaaken met de weevers en Dallaals verhandelen „gelijk deeze Laaste doen met de Gomastans. Een meenigte „ van deeze weevers zijn dus opgeteekend in de Boeken van de „ Gomastans, het Register der kist bendi en Mottesjis, „en niet gepermitteerd voor iemand anders te werken: „wordende van den een aan den ander overgedragen, als zoo „veele slaven, onderworpen aan de Tirannij en Boeverij „vanijder opvolgende Gomastatik. De Lijnwaten als „ze gereed gemaakt zijn, worden in, ten dien fine opgerechten Maguazynen leijgenaamd khatta, verzaameld; alwaar „zo worden bewaard en gemerkt met de naamen van „de weevers, tot het de Gomastars geleegen komt om „een khatta te houden; waar van de eigenlijke zin „ is het sorteeren en prijzeeren van ijder stuk; bij welke „verrichting geemploijeert word een van s' Comp:s of= „ficianten genaamd Jachendaar of sorteerder. De „Schelmerij welke in dit departement word gepleegt, gaat alle verbeelding te boven, wordende alles beslost „tot nadeel van de arme weevers. want de prij zen welke „s' Comp„s Gomastans en, in over een stemming en af= spraak met hun, de Jachen daar op de goederen stellen „zijn over al tenminsten 15. p:r C:t en van sommige wil „ 40. p:r C:t minder dan de, dus danig gemaninfartuu„ rende goederen op de publieke markt van de hand „gaan of haalen zouden bij een publieke verkoop. „Het is daarom dat de weevers, de weezenlijke waarde „ van zijn arbeid begeerende, dikmaals onderstaat „ om zijn goed elders te verdebiteeren, in zonderheid aan „de Hoelandsche en Fransche Gomastans die altoos gereed zijn om het te neemen. Dit veroorzaakt dat „de Engelsche Comp:s gomastats, Pions steld over dien zijn Wever

NL-HaNA_1.04.02_3686_0315 view scan ↗

English

weaver to guard him, and not infrequently has the piece of cloth cut from the loom when it is nearly finished. With this authority and influence, the English Gomastahs in the meantime never fail to supply themselves with as much as they can possibly obtain, both for themselves on their own account and for that of the Banians of their English masters: either selling the same publicly on the road to the agents of foreign companies, or dispatching them with the goods of their principal to Calcutta, under the escort of one and the same dustuck: in both cases, if any are to be set apart, being able to rest assured of being able to obtain a profit of at least 20 per cent on the goods thus pledged. At the time of the Mughal Government, even under the administration of the Nawab Alivardi Khan (the first usurper and assailant of the lawful system of government of Bengal), the weavers had the freedom to manufacture their goods without any oppression. And, although such was not then in practice, it was a general custom of respectable weaver families or castes to see their own capital employed in the manufacture of goods and to sell the same freely on their own account. On the other hand, in the time of Siraj ud-Daulah, successor of Alivardi Khan, through the increasing power of the English, the violence of their Gomastahs, and the manner of providing themselves with their requirements, among others at Dacca and the district of Junglebari, seven hundred weaver families simultaneously left their birthplace and livelihood on account of the oppressions that were then just beginning. Since that period, these poor natives have had no Nawab to whom, in case of oppression, they could make their complaint, other than such as were dependent creatures of the English Company, against whom they had to give up all hope of redress. It is thus through this that all kinds of monopolies of every description increased day by day throughout the entire country, and in such a multitude that the weavers who dared to venture to sell their goods, and the Dalals and Paikars, as having contributed thereto or having connived at and permitted such sales, have repeatedly been apprehended by the Company's agents, loaded with irons and fined substantial sums of money, flogged, stripped of everything, and, in the most shameful manner, robbed of that which is dearest to them, their caste. Also, because of the impossibility of fulfilling such obligations as were extorted from them by force by the Company's agents, generally known in Bengal under the name of Muchalkas, weavers have had their goods seized and sold along the road to fulfill and make good that in which they were deficient. Silk winders named Nakads have been treated with the same injustice; indeed, instances are known of some who cut off their own thumb to prevent themselves from being forced or pressed into winding silk. This kind of work

Dutch transcription

281 wever om hem te bewaaken, en niet zeldzaam, het stuk goed van de scheering laat afsnijden wanneer het „ omtrent klaar is. Met dit gezach en in vloed, man= „=gelt het den /:Engelsche :/ Gomastars inmiddels nooit „ zich van zoo veel te voorzien als zij maar kan bekomen „zoo voor zich zelve op eige teekening als voor die der „ Benjaans van hunne Engelsche Meesters: dezelve publieke „of verkoopende op de weg aan de Agenten van vreemde „ Compagnien; of met de goederen van hunne princo: „paal depecheerende na kalkaste, onder het geleiden „ van een en het zelfde des tek: in beide gevallen, in= dien 'er eenige afzonderlijk te stellen zijn, zic k kun¬ „=nende verzeekerd houden van op de dusdanig ver= „zegde goederen, een voordeel van ten minsten „ 20 p:r C:t, te konnen behaalen. „Ten tijde van het Mogols Gouvernement, zelfs onder het bestier van den Nawab Allawerdichan „/:de Eerste Usurpateur en aanrander van het wettig Regeerings „gestel van Bengale:/ hadden de weevers vrijheijd tot het manu„ „:factureeren van haare goederen dat zonder eenige ander= „:drukkingen. En, schoon zulx toen niet in practij ck warr „ was het een algemeene gewoonte van aanzienlijke geee „:vers familier of kasten, hunne eigene capitalen te zien „emploijeeren tot het aanmaaking van goederen en dezelve „vrijelijk voor hunne eigene reekening te verkoopen „ waaren tegen ten tijde van Seraadsj uddoula, opvolger „ van Allawardichan, door de toeneemende Madt van de Engelschen, geweld oeffening hunner Gomastatis en „de wijze om zich van haare benoodigdheid te voorzien, „ onder anderen te Dekka en het district Iongelbari, „ zeeven hondert familieweevers, op eene kier haar geboor te „: plaats en kostwinning verlieten, uyt hoofde der vardauk kingen die toen pas een aanvang namen. sedert dat ty deo stip hebben deeze arm Inlanders geen Nawabinier „gehad, waar aan zijn cas van onderdrukking haar be= „klag konde doen, dan aan zoodanige als afhangelijke creatuuren waren van de Engelsche Comp:e, teegende= „welke zij alle hoop van redres moesten verlooren geeven. =Het is dus hier door dat allerhande soorten van Monopolien van allerlij benaamingen, door het gansche „Landdag aandag toenaamen, en in zoo een meenigte e dat de weevers, hebbende durven onderstaan haare goed deren te verkoopen, ende Dallaals en Pijkaars, als daar „toe gecontribueert of zulke verkoopen oog lukende „toegelaaten hebbende, door s' Comp„s Agenten, herhaald geapprehendeert, in ijzers geklonken en tot aanzienlijk „sommen gelds in boeten beslaagen, gegeesselt, alles „ontnomenen, op de allerschandelijkste wijze, van dat „geen het welk hun het dierbaarst is, haar kaste, her „:roofd zijn geworden. Ook zijn van weevers, uijt hoofde „der onmoogelijkheid tot de uijtvoering van zulke ver= 3' bintens Ten als hen, door s' Comp„s Agenten met geweld „worden afgedwongen, in Bengale algemeen bekend onder de Naam van Moetsjielkas, hunne goederen aange¬ slaagen, en Langs de wegverkogt, ter vervullingen goedmaaking van het geen zij mancqueerden Zijde „winders genaamd Magards, zijn met dezelve onzer Et„ vaerdigheid behandelt, Jadaar zijn voorbeelden be= „kind dat sommige zich zelf den duim hebben op gesneeden om te beletten dat men hen niet dwong, „ of prestte tot het afwinden van zijde. Dit soort van plaats werk

NL-HaNA_1.04.02_3686_0316 view scan ↗

English

282 workmen, under Lord Clive's last administration in Bengal, were persecuted with so much rigor, solely to increase the Company's collection of raw silk, that the most sacred laws of society were violated in the most cruel manner: for it was a very common thing for the Company's sepoys to break by force of arms into the houses of Armenian merchants residing at Saidabad, who from time immemorial had held a most extensive interest in the silk trade, and in a violent manner take away the Nagads from their work and convey them to the English Factory. Section 135. Now, if these various matters were not truths confirmed by experience, of which we now experience the sad consequences and through which trade must finally be entirely ruined for everyone, unless it were changed, I would, far from having taken the trouble to translate these passages from the aforementioned book to the best of my knowledge and to set them down here, truly not have dared to venture to detain the attention of the assembly with them for a single moment; since they now show through what tyranny the Bengal linen trade has become a monopoly and that, far from the nature and constitution of the country bringing this about, there had always been a proper freedom before the ascendancy of the English. I could cite much more from the book of Mr. Bolts to prove the ruin of commerce, did I not fear that it would become tedious. This alone, however, is pertinent to the matter, namely the ruined trade in inland cotton named kapaas, and that because a monopoly has been made of the Surat cotton, of which the first purchase by some gentlemen of the Calcutta Council amounted to 25 lakh rupees, which they divided among themselves. The price of the Surat cotton, which upon arrival amounted to 16 to 18 rupees per maund of about 80 lb, rose very rapidly on account of the monopoly to 28 to 30 rupees, and through various illicit means, for which the authority of the Lord Nawab Muhammad Reza Khan was used, a newly established enterprise of inland cotton was entirely suppressed, because the Nawab was compelled to take the cotton imported from Surat upon himself and to distribute it in the districts among the various zamindars, and to issue orders against the supply of inland cotton to the inhabitants of the borders of Bihar for the levying of a new extraordinary tax of more than 30 percent, which was the most powerful means to prevent the import thereof into the Bengal Provinces. In order not to pile proof upon proof, I shall make haste to come to an end and conclude this report with some of my respectful reflections. Section 136. It is then the unhappy fate of our Company to have to remain sighing under that coercion and domination of the English, notwithstanding its rights and privileges, which they attempt to render powerless, on the one hand by asserting as if these, even at the time of the Mughal Government, had had very little significance unless they were respected by the Bengal subahs, and on the other hand that the branches of trade already exclusively seized by them

Dutch transcription

282 „ werkvolk is, onder Lord Clinus laaste Regeering in Bers„ „gale, met zoo veel Riguus vervolgt, uiteven ter vermeer„ dering van s' Comp„s Inzaam van ruuwe zyde, dat de „ AlEerheiligste dez wetten der Maatschappij op de wrndste „wijze zijn geschonden: want het was voor de sipais van de Comp:e een zeer gemeending, van door geweld van wapenen te breeken in de huijzen van Armenische Kooplieden, „ woonachtig te Zaid Abaad /: welke zeedert on hen ge= lijke tijden in de zijde handel een aller uijtgestrekst „belang gehad hebben:/ in geweldadiger wij zede Nagards„ „ van haarwerk weg te neemen en naar de Engelsche Fac: =torij te voeren. § 135. Indien nu dit een en ander geene door onder: =vinding bevestigde waarheeden waaren, van dewelke me thans de droevige gevolgen beleeven en waardoor den Handel eijndelijk geheelen al voor ieder een te gronde moet gaan, ten waare het veranderde, ik zou wel verre mij van de moeijte te hebben gegeeven om deeze passges uit het voorsz: Boek na mijn beste kennis te vertaalen en hier ter neder te stellen, het wezenlijk niet hebben dus= =ven wagen, om 'er de aandacht van de vergadering, een oogenblik meede op houden; daar zo tans doen zien door welke dwingelandij der Bengaalsche Lijnwaat handel en Monopolierm is geworden en dat, wel verre van de aart en constitutie van het Land zulx meede brengt, 'er voor de overmacht der Engelschen, altoos een behoorlijke vrijheijd plaats gehad heeft - Ik zou noch veel meer uit het boek van de h:r Holst konnen bijbrengen on het verderf van den Koophandel te bewijzen, vrues de ik niet dat het zou verveelen. Dit alleen echter is ter matere niet dienstig, namelijk de te niet geraak= „te Handel van binnen Landsche Capok genaamd kapaas„ en zulx door dien er van 't sourats katsoen, een Monopo= lium is gemaakt, waar van de eerste opkoop door eenige Heeren van de Kalkatsche Raad 25. Lakropijen kwam te beloopen, die zij onder zich verdeelde, De prijs van van het sourats kattoen dat bij den aanbreng 16 â 18: Rop: de M„rn van omtrent 80. lb: beliep, rees uit hoofde van het Monopolie, zeer schielijk tot 28. „30. Ropijen en door verscheide ongeoorloofde middelen, waar toe het gezach van den Heer Nawab Mahomed Rezachan gebruijkt wierd, geraakte geheel onder de voet een nieuw opgerechte onderneeming van Bovenlandsche kapak, wijl de Nawab genoodzaakt wierd de aangebrachte van Souratte naar zich te neemen en in de districten onder de verscheiden ziemien daars„ te verdeelen, en teegen den aanvoer van Bovenlandsche wol, ordres af te vaardigen op de bewoonders der grenzen van Behaar tot hefting van een nieuwe extra ordinai= =re Belasting van meer dan 30. p:r C:t, het welk het krachtigste Middel was om den invoer van dien in de Bengaalsche Provincien te Keer te gaan. Ik zal, om geen bewijzen op bewijzen te stapelen, mij haasten, om ten einde te geraaken en met eenige mijner eerbiedige bedenkingen dit bericht besluiten. § 136. Het is dan het ongelukkig lot voor onze Comp:e, onder dien dwang en overheersching van de Engelschen te moeten blijven zuchten, onaangezien haare Rechten en privilegien, die men krachteloos trachter te maaken, eensdeels ^ te beweeren als of die, ten tijde van het Mogolsche Gouvernement zelfs zeer weinig te beduiden hadden gehad indien zi niet gerespecteerd wierden door de Bengaalsche soubans en ten anderen de dat men bereeds exclusi aan zich getrokken takken des Landels

← previousnext →