VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3686

Bengal · 593 pages · 305 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3686_0127 view scan ↗

English

102a 26 July. 26 July Decision thereon Report of the Honorable President concerning the non-respecting of the dastaks Report of Van den Broeck who was sent thither to Hooghly After resumption whereof it was resolved to answer the first very politely and, concerning the other, to await the outcome of what was dealt with therein, as the statements received from Kassembazaar regarding that case have already been dispatched alongside the letter of the 22nd of this month, which was entered by separate Resolution of that day. Subsequently, it was communicated by the Honorable President to the assembly that, following complaints already repeatedly received regarding the non-respecting at the Tollhouse in Hooghly of the dastaks being issued by His Honor, as had always taken place before the war according to our Privileges and customs, upon the representation of the merchant and Dispencier Eilbracht, in order to discover how they truly intended to act in this regard, a test had been made by having the aforementioned merchant Eilbracht send two leagers of arrack to Kassembazaar under a dastak of His Honor, which had indeed passed without them even demanding payment of the heavy duty of 9 ana per gallon levied on that liquor; but that, this being tried a few days later with another eight leagers, also provided with a proper dastak, the same were detained at Hooghly. That His Honor, having sent the First Clerk Van den Broeck to ask the Collector Kinloch residing there for the reason thereof, the said Van den Broeck submitted a report of his experience, which with its annex follows below. To 103 26th July 26 July To The Honorable Lord Gregorius Herklots President Together with The Gentlemen Members of the Council of Hooghly Honorable Lord and Esteemed Councilors. The undersigned provisional First sworn clerk at the secretariat, having been ordered by the Honorable Lord President to repair on Monday the 11th of this month to the Collector of Government Tolls residing at Hooghly, Mr. John Kinloch, and to ask His Honor, upon presentation of a certain dastak issued by the said Lord President for the transport of some leagers of arrack, whether that same dastak had been properly shown to him and, if so, what the reason was why the same was not respected and the vessel, which that paper was meant to escort, was detained, has the honor to report in this regard: That the said Mr. Kinloch, having acknowledged the presentation of the aforementioned dastak, gave as the reason why the vessel could not proceed on its voyage the orders of his superiors, which strictly prohibited this; thereupon reading the same to the undersigned and handing him a copy thereof. That the undersigned, continuing his commission, presented to Mr. Kinloch the impropriety of that order and the incompatibility of the same with the Privileges of the Dutch Company and its inhabitants, who, although since the war and the provisional admission of our trade they had to submit to the regulations of the English, now, after the raising of the flag and the restoration of our Colony, also had to be regarded as restored to their former prerogatives; and thus our President expressly insisted on the respecting of his dastaks, just and in the same manner as before the war; indeed, that it appeared very strange that, in the event of a change in this regard, no public notification thereof had been made to this Council. Mr. Kinloch could answer nothing to this except some general expressions of desire that the matter of Tolls might be settled on a firm footing, he having, according to his own words, hope of this at present, because Mr. Mackenzie, President of the Board of Customs in Calcutta, in the company of Lord Macartney, was due to pay a visit to the Honorable Lord President on that day and intended to enter into negotiations with His Honor on this matter. The undersigned judged that, as a subordinate servant, he ought to let the matter rest with this answer from Mr. Kinloch; he hopes that the esteemed intentions of Your Honors will be fulfilled by this report, and has the honor to submit herewith the aforementioned cited copy of the order received from Mr. Kinloch with its translation, while he otherwise calls himself with the highest respect, at the foot: Honorable Lord and esteemed Councilors, lower: Your Honors' very obedient servant, signed: P:s van den Broeck, in the margin: Chinsurah, 26 July 1785.

Dutch transcription

102a 26. Julij. 26. Julij dispositie daar op verslag van den heer President nopens het niet respecteeren der de stekken Rapport van van den broeck die daar den is na resumptie van dewelke verstaan is, de eerste zeer beleefdelijk te beant„ woorden en nopens de andere, den uitslag van het daar bij verhan„ delde, afte wagten, als zijnde, nee„ vens brief van den 22. e deezer, die bij aparte Resolutie van dien dag ingeschreeven is, bereets afgezonden de van Kassembazaar ontvangene Verklaaringen over dat geval„ Vervolgens wierd door den e Heer President aan de vergadering ge„ communiceerd, dat na reets dikmaa„ len ingekomene klagten weegens het niet Respecteeren aan het Thol huis te Houglij, van de door zijn E: E: verleend werdende De stekken, gelijk voor den oorlog, na volgens onze Pri„ vilegien en de usantien altoos plaats heeft gehad, op de vertooning van den koopman en Dispencier Eilbracht, om te ontdekken hoedanig men wee„ zentlijk in dit op zigt voorneemens was te handelen, een proef genoomen had, met door gem: koopman Eilbracht twee leggers Arrak op een de stek van zijn E: E: naar kassembazaar te laa„ ten verzenden, die ook gepasseerd waa„ ren, zonder dat men zelfs de betaa„ ling van de op dien drank gelegde zwaare impost van 9. ana p:r gallon, gevorderd had, dog dat dit eenige da„ gen laater met andere agt leg„ gers geprobeerd werdende, meede van een behoorlijk Destek voorzien, de„ over na hoeglijgezon, zelve te Houglij aangehouden waren: dat zijn E: E: den aldaar verblijf houden„ de Collector Rinloch door den Eersten Clercq van den Broeck, de reeden van dien hebbende laaten afvraagen, gedagte van den broeck van zijn wee„ der vaaren overgegeeven heeft een rap„ port, dat met dies Bijlaag, hier onder volgd was Aan 103 26.e Julij 26. Julij Aan Den E: E„ Heer Gregorius Herklots President Beneevens De Heeren Leeden van den Houglijschen Raad E: E: Heer en G'eerde Raaden. Den ondergeteekende provisioneel Eerste gezwoore clercq ter secretarije, door den E: E: Heer President gelast zijnde, zig op Maan„ dag den 11:e deezer, te vervoegen, bij den op Houg„ lij remoreerenden collecteur der gouvernements Tollen de heer John Kinloch, en aan zijn Ed:, onder vertooning van zeeker Destek, door welm: Heer president tot den vervoer van eenige leggers Arak verleend, af„ te vragen, of dat zelve De stek behoorlijk aan hem vertoond en zoo Ja, welke de reeden was, waarom het zelve niet gerespecteerd en het vaartuig, tot welks geleide dat papier dienen moest, aangehouden wierd, heeft de eere dient„ weege te dienen van berigt Dat gem: Heer Kinloch, de vertooning van het voorsz: Destek erkend hebbende, voor heeden gaf, waarom het vaartuig, daar meede zijn reise niet konde vervolgen, de ordres zijner superieuren, welke dit regtstreeks ver„ booden; dezelve den ondergeteekenden daar op voorleezende en hem daar van een afschrift ter handstellende. Dat den ondergeteekende zijne last vervolgende, hem heer Kinloch voor„ hield de oneigenheid van dat bevel en de on„ bestaanbaarheid van het zelve met de Privi„ legien van de Nederlandsche Compagnie en Den ondergeteekende oordeelde het bij dit antwoord van den Heer Kinloch, als een ondergeschikt Dienaar te moeten laaten berusten hij hoopt dat uwE E: en Edelens geëerde Intentie door dit berigt voldaan zal zyn, en heeft de eere hier neevens over te leggen, de voorwd: geciteer„ de, van den Heer kinloch ontvangene Copij order mddies vertaaling, terwijl hij overigens met de meeste hoog agting zig noemd /:onderstond:/ E. E: Heer en geëerde raaden /:Lager :/ uwer E: E: en Ed:s zeer geh: dienaar /:get:/ P:s van den broeck /:ter zijde:/ Chinsura Den 26. ' Julij 1785. — ingezeetenen, welke of schoon nu zeedert den oorlog en de provisioneele toelaating van onsen Han„ del, zig hebbende moeten onderwerpen aan de schikkingen der Engelschen; tans, na het heis„ schen van de vlag en de herstelling, onzer Colonie, ook in haare voorige Praerogativen moes„ ten werden aangemerkt hersteld te zijn, en dus onzen president ook wel Expresselijk aandrong, op het respecteeren zijner Destekken, eeven en in diervoegen, als voor den oorlog; immers dat het zeer vreemd voorkwam dat, ingeval van ver„ andering dientweegen daar van geene publieke aanschryving aan deesen Raad geschied was. Den Heer kinloch wist daar op niets an„ ders te antwoorden dan eenige algemeene be„ betuigingen van verlangen, dat het artikel der Tollen op een vaste voet mogt worden gereegeld, hebbende hij volgens zijn zeggen daar tans hoop toe, wijl den Heer Macken zie President van den Raad der thollen te kalkatta, in gezel„ schap van Lord Macartneij, een visite bij den E: E: Heer President op dien dag stond af„ te leggen en voorneemens was met zijn wel„ Edele, over deeze materie in onderhandeling te koomen Ingezeetenen Aelee Mr 5

NL-HaNA_1.04.02_3686_0129 view scan ↗

English

104 26th July 1785. Unpleasantries daily encountered regarding the Tolls. To Mr. John Kinloch, Collector of Government Customs. Sir, I am directed by the President of the Department of Customs to inform you, that in future all export merchandise conveyed from the foreign settlements in sloops or boats must not be suffered to pass your chokeys, unless it be furnished with Rowannahs from either of the Custom houses, and in cases where Aurung Dispatches, regularly covered with Rowannahs, have been imported thither & you afterwards receive application to permit component parts thereof to be sent down the river, you are invariably to grant exchanged Rowannahs, free of duty, for the same, upon the original ones, under which the articles were brought, being surrendered at your office, taking care to endorse on the back of the original Rowannah the quantity and quality of the goods so exported; this regulation you are to observe with respect to the foreign Companies and private merchants indiscriminately. I am, Sir, your most obedient servant, signed H:r Scott, Secretary, Department of Customs. Customhouse, 5th April 1785. Beneath this for the translation, signed P:s van den Broeck, English Translator. 26th July. Discourse on the matter; after resumption whereof, taking also into consideration on this occasion how nearly a month had already passed again since the dispatch of our latest remonstrance to the English Government regarding the delivery of the Opium and saltpetre, without any answer thereto having been received as yet, nor anything further being heard concerning the dispatch of a packet to Batavia projected by the English Gentlemen with proposals in that regard, much less of the request made to them for disclosure of the points which their Honours intend to negotiate with the Honourable High Indian Government at Batavia, and the question in what capacity such is to take place; to which are further added the daily unpleasantries encountered with the Collector of customs at neighbouring Hooghly, who, as appears from the case described above, goes so far 105 26th July. Necessity to see an end put thereto. goes so far as to refuse to let vessels or goods pass that are provided with dustucks, according to custom and in conformity with our privileges, demanding that everything must first pay duty at Hooghly and that use must then be made, as a safe-conduct for Company or private goods, of the Rowannahs to be granted by him, or proof that the toll thereof has been paid; novelties that are of deeper design than they superficially appear to be, aiming at nothing less than the exercise of an absolute sovereignty and supremacy over the nations privileged here in this country, whose rights and prerogatives, as far as trade is concerned, are of no less value, if not of the exact same extent, as those of the English Company, whose capacity as Dewan was never even formally communicated, much less recognized or avowed in such a manner that from it can be derived or maintained a consent to the right that the said English Company seeks to arrogate to itself by the public collection of the toll (previously always accounted for to a faujdar, as the principal officer of the Buxbander); what is more, without paying regard to that to which the Company is entitled according to its privileges that remain in full force and effect, at least hitherto not annulled or declared void; all of which, now that one is about to start anew and in order to prevent all unforeseen, yet possible detrimental consequences for the future, ought to be well considered and so arranged that from it now or hereafter no offence can be inferred against the lawful natural government or

Dutch transcription

104 26. e Julij lation ijou are to observe with res 1785. -. naamheeden welke men nopens de Tol dagelijks ontmoet De Heer John Kinloch Collecteur der gouvernemt. Tollen Mijn Heer Ik ben gelast door den President I am directed bij the President of the Department of Customste van het departement der Tollen in form ijou, that in future all om uwE, te berigten, dat in den export Merchandice conveijed aanstaande, alle uitvoers koopman from the foreign settlements in schappen welke van de buitenlandsche„ sloops or boats must not besup„ bezittingen mogten werden uitgevoerd fered to pass ijour chokeijs, unles„ in sloepen of vaartuigen uwe sjoukies sit be furnished wit Rowannahs niet moeten werden toegelaaten te pas„ from erther of the Custom housesand seeren ten zij dezelve voorzien zijn van in Cases where Auring Dispatches, Rowannas van eene der Tholhuisen, en regularlij covered with Rowannahs, ingevalle dat Areng Depeches, behoorlijk have been imported thit her & ijou voorzien van Rowannahs aldaar zijn ingevoerd, en dat uwe naderhand aan afterwards receive application to zoek gedaan word om toe te staan, dat permit component parts there mindere gedeeltens daar van na benee¬ of to be sent divon the River- ijou den werden toegezonden, zoo moet are invariablij to grant exchanged uE: altoos daar van verleenen uitge„ Rowannas, free of dutij, for the same, upon the originalones, un„ wisselde Rowannahs vrij van Toll der which the articles were brought, mits dat de origineele Rowannahs, en being surrendered at ijour offi„ onderwelke de Artikels ingevoerd zijn ten uwen kantoore werden af„ ce taking care to endorse on the gegeeven; zorg draagende in dorso der Back of the original Rowan„ origineele Rowannahs bekend te stel„ nah the quantitije qualitij of len de quantiteit en qualiteit der goede„ the goods so exported; this regu„ ren, welke indier voegen werden uit„ peet tho the foreign Companiesand gevoerd. Deeze schikking moet uwE: na komen met betrekking tot buiten landsche compagnien en particuliere koop„ lieden zonder uitzondering Ik ben /:onderst: Mijn Heer /:Lager:/ obed. serv:t /get: / H:r Scott secretarij Dep„t uwel Ed:s zeer geh: dienaar /:get:/ HI: Stott secr:s van het Dep:t der tollen /ter zijde.:/ van 't Cust. /:ter zyde:/ Customhouse 5. April. Tolhius den 5. April 1785. -. /:daar onder voor de vertaaling /:get:/ P:s van den broeck Eng.:s Transl: Iam /:onderst: / sir /:Lager: / ijour most private Merchands indiscrimina„ M:r John Kinloch Collector of Government Customs 26.e Julij discours daarover na resumptie van het welke; dan ter dee„ zer geleegenheid ook in aanmerking ge„ noomen zijnde hoe 'er reets weeder bij na een maand verloopen was, zee„ dert de afzending van ons Jongste ver„ toog aan het Engelsch Gouvernement over de afleevering der Afioen en salpee„ ter, zonder dat als nog eenig antwoord daar op ingekoomen is ofte dat men verder iets hoorde van de door de Heeren Engelschen geprojecteerde verzending van een paket naar Batavia met voorslagen der weegens, veel min van het hun gedaan verzoek om ope„ s ning van de pointen welke hun wel Ed: van intentie zijn met de Edele Hooge Jndische Regeering te Batavia te ver„ handelen, en de vraag in welke hoedaa„ nigheid zulks staat te geschieden; waar detail deronaange„ bij nog komt de dagelijksche onaange„ naamheeden, welke men ontmoet met den Collecteur der tollen op het na buurig Houglij, die, gelijk aan het boven beschreeven geval blijkt, zoo ver na gaat sir. telij ee de 105 26. Julij 26e Julij Noodzaakelijkheid om daar van een einde te zien gaat van te weigeren vaartuigen of goederen te laaten passeeren; voorzien van desteks, na volgens utantie en in conformité van onze Previle gien, begeerende dat voor af alles te Houglij vertold en dan tot vrijgeleide van Comp:s of particuliere goed ge„ bruik gemaakt zal worden van de door hem te verleenene Rowannahs. of bewijs dat de tol daar van betaald is geworden; nieuwigheeden die van die per inzigt zijn, als zij zig oppervlak„ kig schijnen voor te doen, als niet min„ der bedoelende, dan het oeffenen van een volstrekte souverainiteit en op„ permagt over, de alhier te Lande, ge„ privilegieerde Natien, wier Regten en praerogativen, wat den koop handel aangaat, van geen minder valeur, zoo niet van eeven gelijke uitgestrekt„ heid zijn, als die der Engelsche Compag„ nie, wiens hoedanigheid van De„ waan, zelfs nooit in forma gecom„ municeerd, veel min zodanig erkend of gearroueerd is geworden, dat, daar uit kan worden afgeleid of beweerd een toestem„ ming van het regt, dat gem: Engelsche Comp:e door publieke invordering der Tol/: te vooren altoos aan een faus„ daar, als eerste officiant van den Bachsbender verantwoord:/ zig tragt aan te maatigen; wat meer is, zonder regard te slaan, op dat geen, waar toe de Comp:e geregtigd is, volgens haare in kragt en vigeur zijnde, immers tot nog toe niet gean„ nulteerde ofer niettig verklaarde privi„ legien, al het welke, nu dat men van nieuws af aan staat te beginnen en ter voorkoming van alle onvoor„ ziene, niet te min moogelijke nadee„ lige Consequentien voor het toekomende, wel overwoogen en zodanig geschikt dient te worden, dat daar uit nu of in den aanstaanden, niet kan worden afgeleid eenige offencie van de wettige natuurlijke Regeering of van e

NL-HaNA_1.04.02_3686_0131 view scan ↗

English

106 26th July of the country, from whom the privileges are devolved, and who even by the English, albeit merely in appearance, is still for the present acknowledged and regarded as necessary in order to do us justice or injustice in her name, without this however seeming to be taken into consideration regarding the toll, whereabout therefore upon the arrival of the ships expected daily, one might very easily become involved anew in the same difficulties and delays in the import and export of goods as was already the case in the past year, and apparently will also come to extend over the delivery of linens that are to be expected from the Aurungs; and by reason of all this it being deemed necessary with the Mr. President that, in order to get out of all uncertainty once and for all and to see what the actual intention of the English is concerning the general course of the trade of the Company and that which belongs thereto, one ought without further correspondence to proceed to the execution of the resolution of the 14th of June last past, namely to send a commission to Calcutta for the settlement of these and all further matters which one might judge must still be adjusted, and which has remained postponed until now, partly on account of the delay of the assembly with representations that orders were daily expected from Europe regarding the Company's trade etc., and partly from the intention declared by the gentlemen of the Calcutta Government and noted in the resolution of the 1st instant of entering directly into negotiations with the Noble High Indian Government, even with the invitation to add our considerations thereto, but whereabout they now seem to have arrived at another view again, indeed to be so secret that one does not know what to make of all that pro and contra: thus, whereas the assembly agreed herein with the Mr. President, it was resolved according to His Honour's proposal to entrust the execution of that commission to the merchants Jacob Eilbracht, Trade Bookkeeper, Dispenser and Invoice Keeper, and Cornelis van Citters Aarnoudsz., Chief of Patna, presently here present, and to attach to Their Honours the Bookkeeper and Provisionally First Sworn Clerk Teunis van den Broeck, in order to be helpful in translating the necessary papers; and this mainly for negotiating the following points, as: 107 26th July The regulating of the tolls and the respecting of our dastaks, as this has always taken place by virtue of our privileges, item the abolition of the recently imposed toll on the imported Batavia Arrack. The right to a free trade, especially the collection of opium and saltpetre, or, if that is not to be obtained, a more ample allocation of those articles, according to that ordered by Their High Noble Honours by honoured missive of 27th July of the past year. The claiming of compensation for damages suffered by the Company and private individuals by the taking of two vessels in the Strait of Durian, of whose amount a memorandum will be drawn up from the papers received concerning it. The settling of the account of subsistence monies, if it be asked for. The hindrances which our gomastas encounter in various weaving places, and about which complaints have recently come in. 188 26th July Concerning the so-called Moorish grounds in Chinsura, which, to prevent dissensions, it would be desirable were also placed under the Company's jurisdiction. All which points will be described more fully in a memorandum and handed over to the commissioners along with the necessary papers, to be presented by Their Honours in such manner as according to their knowledge and insight they shall find to be proper for the greatest benefit of the Company, as the assembly places complete confidence in their ability and zeal for the service of our Lords and Masters. Which members having thereupon been requested to do this and this having been accepted by them with all readiness, it was understood to record this as well as their request to be allowed, since one does not know how long this affair may last, to charge the unavoidable expenses to the Company's account. And whereas furthermore the necessity was perceived to proceed in this with all circumspection, and especially to make the English gentlemen notice the view of this assembly of not being able or permitted to deviate from the original foundations and maxims of the country's actual natural government, without there being able to be given therefor such lawful reasons and causes as to justify now and in the future the submission to another supreme power, such as the English gentlemen seem to wish to assert themselves to be, and to place the Company out of danger of reproach, at one time or another, of by negotiations with a

Dutch transcription

106 26e Julij van het Land, van wien de Privilegien zijn gedevolveerd, en welke zelfs bij de Engelschen, al is het ook in schijn, voor als nog werd erkent en aangemerkt als noodzaakelijk om ons in Haar naam Regt of onregt aan te doen, zonder dat dit egter weegens de Tol in aanmerking schijnd te ko„ men, waaromtrent men dus bij de aan„ komst der dagelijks verwagt werdende scheepen, veel ligt op nieuw gewikkeld zou kunnen raaken in dezelve moeijelijk„ heeden en verwijlingen in den op-en af¬ voer der goederen als in ao pass„o reets het geval geweest is, en apparent ook zig zullen komen uit te bereiden over den aanbreng van lijnwaaten: die uit de Arrengs te verwagten zijn; en uit hoofde van dit een en ander¬ met den Heer voorzitter nodig ge„ agt zijnde dat men, om eens uit alle onzeekerheid te geraaken en te zien wat der Engelschen eigentlijken mee„ ning is omtrent den generaalen loop des Handels van de Comp:e en het geen daar toe behoord, zondere verdere brief„ wisseling diende over te gaan ter uit„ voering van het besluit van den 14. e Junij P:L:n om namelijk een Commissie naar Calcatta te zenden ter afhande„ ling van deeze en alle verdere zaaken, die men oordeelen mogt dat nog ver„ eevend moeten werden en 't welk tot nu toe uitgesteld gebleeven is, eens„ deels uit hoofde van het ophouden der vergadering met vertooningen dat er nopens 's Comp:s handel ensz: dagelijks order uit Europa verwagt wierden en ten anderen uit de door de Heeren van het kalkatsch Gouvernement gedeclareerde en ter resolutie van p:o deezer genooteerde intentie van direct met de Edele Hooge Indiasche Regeering in onderhandeling te zullen treeden, onder uitnoodiging zelfs van onse Consideratien daar bij te voegen, dan waar omtrent zij nu wederom in een ander begrip schijnen geraakt, immers 26. Julij des zoo l 107 26. e Julij 26: Julij einde een Commissie neeren. zijn te draagen Poincten ons zoo geheim te zijn, dat men niet weet, wat 'er van al dat pro en Contra, is te besluit om ten dien maaken: zoo is, nademaal de ver„ na calcatta te dever„gadering hier in met den Heer voor„ zitter overeenstemde, volgens zijn E: E: voorstel beslooten om de uitvoering van die Commissie op te draagen aan de kooplieden Iacob Eilbracht Ne„ gotie boekhouder, Dispencier en factuur„ houder en Cornelis van Citters Aar„ wie daar toe benoemd noudsz:n opperhoofd van Patna; thans alhier prezent, en Hun Ed:e toe te voegen den Boekhouder en p:l Eerste gezwooren Clercq Teunis van den Broeck, om in het translateeren der noodige papieren behulpzaam te zijn; en zulks hoofdzaakelijk tot het verhandelen der volgende poin„ ten als. de door hien voor Het reguleerender Thollen en het res„ pecteeren onzer desteks, gelijk zulks altoos, uit kragte onzer Privilegien heeft plaats gehad, item het vernietigen der onlangs Het vereevenen der reekening van sub„ sistentie gelden, indien daarom gevraagd werd. De verhinderingen die onse Gomastans in diverse weefplaatsen ontmoe„ ten, en waar over nu onlangs klagten gelegde Tol op de ingevoerd werden de Bataviasche Arak regt tot een vrijen Handel, inzonder„ heid der inzaam van Affioen en salpeeter, ofte, zoo dat niet te verkrijgen is, een ruimere toe dee„ ling van die Artikelen, na volgens het geordonneerde door Haar Hoog Edelens, bij geëerde Missive van 27.:e' Iulij Ao passato Het eisschen van vergoeding van Schaade„ geleeden bij de Maatschappij en particulieren door het neemen van twee vaartuigen in straat Drioen, van welks bedragen een Memorie opgemaakt zal werden, uijt de derweegens ontvangene pa„ pieren gelegde ingekomen el 188 26.e Julij 26e Julij waar van een me„ morie zal worden opgemaakt- naderen last. reedenen waarom men zich op dat Jujet addresseeren ingekomen zijn Over de zoo genaamde Moorsche gronden in Chinsura, die het ter voor¬ kooming van oneenigheeden, wen„ schelijk waare dat meede on„ der 's Comp:s Iurisdictie gesteld wierden alle welke pointen bij een Memo¬ rie nader beschreeven en Neevens de noodige papieren de gecommitteer„ dens ter hand gesteld zullen werden, dargecommitteerdens om door Hun Ed. s zodanig te wer„ den voorgedraagen, als na hunne ken¬ nis en door zigt ten meesten bes„ te van de Comp„ e bevinden zullen te behooren, als stellende de ver„ gadering volkoomen vertrouwen op hunne bekwaamheid en iever voor den dienst onzer Heeren en Mees„ ters. —. welke Leeden hier toe dan versogt en door dezelve dit met alle bereidvaardigheid aangenoomen zijnde, is verstaan zulks te notee¬ ren zoo wel als hun versoek om vermits men niet weet hoe lang dee„ ze affaire kan duuren de onvermijdelij„ ke ongelden de Comp:e in reekening te moogen brengen En nademaal al verder werd in„ ook aan de Nawabszal gezien de noodzaakelijkheid om in deezen met alle omzigtigheid te werk te gaan, en inzonderheid de Heeren Engelschen te doen- merken het begrip deezer vergadering van niet te kunnen of moogen afwijken van de oorsprongelijke gronden en maximes van 's Lands eigentlijke natuurlijke Regeering, zonder dat daar voor zijn afgegeeven konnen worden, zulke wettige reedenen en oor„ zaaken als de onderwerping aan een andere Oppermagt, hoedaanig de Heeren Engelschen zig schijnen te willen doen gelden, voor nu en in het vervolg zijn te billijken en de Compagnie konnen stellen buiten het gevaar van verwijt, te een of ander tijd, van door onderhandelingen met vermits een

NL-HaNA_1.04.02_3686_0134 view scan ↗

English

109 26th July a self-established and usurped power, to have undermined the foundations of their possession in Bengal and abolished the right of their privileges: especially if it should happen to occur, as is not impossible, if not already probable, that the English, through their own greatness and excessively expanded territories, should perish as if of their own accord, and affairs thereby take such a turn that authority over the land returned to the one to whom it properly belongs; not to mention that, as long as the English gentlemen themselves, even if only in appearance, acknowledge the necessity of a Nawab, it would, at least for the interests of the Company, be utterly ill-advised to deviate therefrom, the more so as it has always been the custom and more consistent with the respect or dignity of 26th July the Company to receive orders directly from the acknowledged sovereign rather than from the English, besides the fact that the present Nawabs themselves, on the occasion of the repossession of our common and separate places, as shown by Kasimbazar letters of the 21st and 24th of March last, have even given to understand, not indistinctly, a notion that duty would have required notifying them thereof, inquiring specifically after the resumption of the Company's affairs and whether any silver was to be expected, since upon the importation thereof, for the minting of the same, the King's Mint at Morsidabad would be reopened and brought into operation, our right to be able and permitted to have silver minted therein thus, as it were, putting into our mouths that we have a right of complaint concerning the infractions of this and other of the Company's 119 26th July 26th July To observe accuracy in that regard. Company's Privileges: it is thus, after deliberation, approved and agreed to address both Lords Nawabs concerning all this, and to communicate the difficulty in which one finds oneself through the authority that the English gentlemen openly begin to exercise, without demonstrating proof of their right or authority thereto, in the capacity of Dewan of the King or of the Khalisa Sharif, with a request to their Excellencies for a declaration as to how far that power extends, whether by the same the law can be laid down and arrangements made regarding such matters as have once been determined by privileges of the sovereign, and especially with regard to the Toll, always accounted for to the country's officials, known under the name of Bakhshbandar, and in the first place to a Faujdar residing at Hooghly on behalf of the Nawabs, in whose place a Collector now functions on behalf of the English for the collection of the Revenues, and among them also the Tolls of the European Nations, without our knowing whether we may safely resolve upon this without the Nawab's prior knowledge and consent; and that, without wishing to dispute the English gentlemen's capacity of Dewan, it is the intention of this meeting to enter into negotiations with the Calcutta government concerning this difficulty and the regulation of the payment of the established Toll, in the confidence that the Lords Nawabs will be pleased Secret 111 Saturday The 30th July Anno 1785. Credential and Memorandum for the Calcutta commission signed on that occasion. to approve this by a Parwana. Was undersigned: Done at Hooghly in Bengal, date as above. Was signed: Gregorius Herklots, J. W. J. van Haugwith, Jacob Eilbracht, Cornelis van Citters Aarnoutsz, L. Reael de Bas, I. C. Heyning, F. Wieman, Provisional Secretary. 26th July In the morning, absent the Honorable Chief Administrator Bogaardt and the Junior Merchant Heijning, both due to indisposition. This meeting having been expressly convened by the Lord President to review and sign the Memorandum and the Credential for the Commission to be sent to Calcutta, the merchant Eilbracht requested beforehand that, to the compensation of damages to be claimed, there might also be added a sum of 2561 Rixdollars, which a certain Theodorus Toussaint lost in trade goods through the capture of the vessel Constantia; it was thus agreed to admit that item onto the account being prepared on that account.

Dutch transcription

109 26. e Juli een zig zelven opgeworpen en bij usur¬ patie verkreegen magt, de gronden van Haare possessie in Bengale ondermeind en het regt Haarer Privilegien geaboleerd te hebben: voor al, indien het eens kwam te gebeuren, gelijk niet onmoogelijk, zoo niet reeds waarschijnelijk is, dat de Engelschen door haare eige groot„ heid en te ver uitgebreide staaten als van zelfs te niet raakten, en de zaaken daar door weeder een zoodaanige keer namen, dat het gezag over het land te rug keerde tot den geen aan wien het eigent„ lijk behoord; om niet te zeggen:, dat zoo lang de Heeren Engelschen zelve, schoon ook inschijn, de noodzaake„ lijkheid van een Nawab erkennen, het altans voor de belangen van de Comp:e ten eenemaal ongeraaden zou„ de zijn, daar van af te wijken, te meer het altoos de usantie geweest en met het respect ofte de achtbaarheid van 26. e Julij de Comp. e overeenkomstiger is om de ordres van den erkend wordenden vorst, als van de Engelschen direct te ontvangen, be„ halven nog dat de teegenswoordige Nawabs zelve ter geleegenheid van de weederbezitneeming van onze gemeene en„ plaatsen, uitwijzens ^ aparte kassem„ bazaarsche brieven van den 21. en 24. maart J„o Leeden zelfs niet ondui„ delijk hebben te kennen gegeeven een begrip dat de pligt vereicht hadde hen daar van te verwittigen, zig wel speciaal informeerende na de weeder voortzetting van 'sComp:s Laa„ ken en of er geen zilver was te verwag„ ten, wijl bij aanbreng van dien, ter vermunting van het zelve, 's ko„ nings Munt te Morsid Aaad wee„ der open gesteld en in vigeur zoude ge„ bragt worden ons regt, van in dezelve te konnen en te mogen laaten vermun„ ten, ons derhalven als in den mond gee„ vende dat we regt hebben van klagte over de infractien van dit en andere van de sComp:s l 119 26e Julij 26. e Julij Nauwkeurigheid dien aangaande te obser„ veeren. 's Comp:s Privilegien: zoo is, na over„ weeging goedgevonden en verstaan, over dit een en ander, zig aan beide Heeren Nawabs te addresseeren en te communiceeren de ongeleegenheid waar in men zig bevind door het ge„ zag dat de Heeren Engelschen oo„ pentlijk beginnen te oeffenen, zonder te doen zien blijken haar regt of authoriteit daar toe, in hoedanigheid van Dewaan van den kooning of te der Chalisijl seriefch, met versoek aan hun„ ne Excellencien om eene verklaa„ ring hoe verre die magt zig uit„ strekt, of door dezelve de wet gesteld en beschikking gemaakt kan worden over zulke zaaken als eenmaal vast gesteld zijn bij Privilegien van den souverain, en inzonderheid ten aanzien van den Tol, altoos verantwoord aan s' lands officianten, bekend onder den naam van Bachsbender, en in de eerste plaats aan eenen, van weegens den Navabs, te Houglij ge„ resideert hebbenden fausdaar, in wienssteede thans, van weegens de engelschen, een Collector fungeert ter inzaameling van de Revenuen en daar onder de Tollen ook van de Europeesche Natien, zonder dat wij weeten of we daar toe, buiten s Nawabs voorkennis en toe stem„ ming gerustelijk mogen besluiten; en dat zonder de Heeren Engelschen hunne hoedanigheid van de waan te willen betwisten, het de in„ tentie is deezer vergadering, om over deeze zwaarigheid en het reguleeren der betaaling van de vast gestelde Tol, met het kalkatsch gouvernement in onderhandeling te treeden, in vertrouwen dat de Heeren Nawabs dat zullen gelie„ den ven de Secreet 111 Saturdag Den 30. ' Julij A:o 1785. Credentiaal en Me„ morie voor de kalkatsche commissie geteekend bij die geleegenheid ge„ daan ven goed te keuren bij een Per„ wannah /:onderstond:/ Actum Houglij in Bengale datum ut supria /:was„ geteekend /: Greg:s Herklots. . . . . . . . J. W. J van Haugwith. . . . . Iacob Eilbracht. Corns. van Citters Aarntzz. L. Reael de Bas¬ I: C: Heyning. F. wieman pl Sec. 26' Julij 'Smorgens, absent Den E: Hoofd Ad„ ministrateur Bogaardt en Den onderkoopman Heijning beide mits in dispositie Deese bij eenkomst door v den Heer President expres belegd zijn„ de, tot het resumeeren en teekenen der Memorie en het Credentiaal voor de naar Calcatta te zendene Com„ missie, zoo verzogt den koopman Eilbracht, alvoorens, dat bij de te Eisschene schaade vergoeding; meede gevoegd mogt werden een som versoek door Elfrect van Rijxd:s 2561: die zeekeren Theo„ dorus Toussant, door het neemen van het vaartuig Constantia aan Negocie goederen verlooren heeft, zoo is verstaan, die post op de geformeerd werdende reekening der weegens meede geaccordeert bekent

NL-HaNA_1.04.02_3686_0137 view scan ↗

English

30 July 30 July Insertion of the aforementioned to be made known. Subsequently the said memorandum was read together with the credentials, both of which follow verbatim below: Memorandum and Credentials Memorandum serving for the information of the merchants Jacob Eilbrach and Cornelis van Citters Aarnoutsz, who on behalf of this assembly are sent on a commission to Calcutta to the English High Government there. Since the English Government at Calcutta still continues to postpone their answer to our successive remonstrances and representations concerning the impediments which, notwithstanding our privileges, are continually inflicted upon our trade, and we, in order if possible to see an end once and for all to these grievances, have decided to send a commission thither, for which the choice has fallen upon you, we therefore let this writing serve to inform you of those points which are in dispute, and which we would gladly see handled and settled, if feasible. The first of these points, and that which for the present is also the most urgent, both on account of the daily expected arrival of the ships and the supply of the returns being collected for the Company, and which therefore ought to be settled with the utmost speed, is the regulation of the tolls and the respecting of our dastaks, as this has taken place by virtue of the firmans granted to us as long as we have been settled here in Bengal. From the copies enclosed herewith of our letters dated 28 October, 26 November, and 17 December 1784, to which we refer for the sake of brevity, it will appear to you what remonstrances we have already made concerning this, of which you must make such use as you shall deem necessary. Under this article ought also to be negotiated the heavy toll laid by the English gentlemen upon the import of Batavian arrack, and you must, if possible, endeavor to bring it about that that which is brought in by Dutch ships, whether the Company's or private ones, remains exempt from that tax. The second point is our rightful free collection of opium and saltpeter, or, if that cannot be obtained and the arrangements successively made by the English gentlemen regarding it must stand, a more generous allocation of those articles than has occurred now for some years. Their High Mightinesses have, in their honored missive of 27 July 1784, been pleased to determine the required quantity of the former at 800 to 1000 chests and of the latter at at least 36000 maunds annually, and qualified us, in order to obtain the same, if it could not be otherwise, to agree to one condition or another, provided that the same could be granted without damage or detriment to the Company, or diminution of our prerogatives and privileges. On behalf of the English government a proposal was also made to us regarding this, namely to the amount of

Dutch transcription

1/12 30e Julij 30. Julij Insertie van de voorsz bekend te laaten stellen. Vervolgens wierd gedagte memorie met het Credentiaal geleezen, die beide woordelijk hier ondervolgen- Memorie en Credtentiaal Memorie dienende tot narigt voor de kooplieden Jacob Eilbrach en Cornelis van Citters Aarnoutz die van weegens deeze vergadering in commissie gezonden werden naar kal katta aan de Engelsche Hooge Regee ring aldaar Vermits het Engelsch Gouvernement te kalkatta als nog blijft uitstellen Hun ant„ woord op onze successive gedaane vertoo„ gen en representatien weegens de verhinde„ ringen, die ons, in weerwil onzer voorregten, bij aanhoudentheid in onzen handel werden aangedaan, en wy om, des moogelijk, eenmaal een einde te zien van deeze bezwaarnissen, beslooten hebben een commissie derwaards te zenden, waar toe de keuse op u gevallen is, zoo laaten wij dit geschrift dienen, om uE te onderrigten van die pointen welke ingeschil zijn, en die wij, des doenlijk, gaarne afgehan„ deld en vereevend zagen. Het eerste dier pointen en het welk voor het tee„ genwoordige ook het dringensste is, zoo uit hoof„ der der dagelyks verwagt werdende komst, der scheepen, als den aanvoer der voor de maatschap„ pij ingezameld werdende Retouren, en dat dus ten spoedigsten behoord afgedaan te werden, is het reguleeren der tollen en het respecteeren Het tweede point is, de ons Competeerende vrijen Insaam van Afioen en salpeeter, ofte zoo die niet te verkrijgen is, en daar omtrent stand hou„ den moet de door de Heeren Engelschen succes„ sive gemaakte schikkingen een ruijmere toe„ deeling van die artikelen, als nu zeedert eenige Jaaren geschied is, Hun Hoog Edelens hebben bij hoog derzelver g'eerde missive van 27. e Julij 1784. , de benoodigde quantiteit van het eerste op 800. a: 1000. kisten en van het laatste op ten minsten 36000. maons Jaars, gelieven te be„ paalen en ons gequalificeerd om ter verkrijging van dien, indien het niet anders weezen konde, de eene of andere conditie toe te staan, mits dat dezelve zonder 's Comp:s schaade ofte nadeel of verkleining onzer voorregten en previlegien konden werden geaccordeerd - - van weegens het Engelsch gouvernement is ons ook derweegens een voorslag gedaan namelijk om het bedragen onzer Destekken, gelijk zulks uit kragte, der aan ons verleende Firmans, plaats heeft gehad, zoo lange wy hier in Bengale gezeeten zijn ge„ weest. —. Bij de hier neeven gevoegde Copijen onzer brieven in dats 28:e october 26. Novembr: en 17. xber. 1784. waar aan wij ons kortheitshalven gedraagen, zal uwE blijken welke vertoogen wij bereets hier over hebben gedaan en daar UE: zodaanig een gebruik van moeten maaken als dezelve noodig zullen oordeelen, onder dit artikel behoord meede ver„ handeld te worden de door de Heeren Engelschen gelegde zwaare Thol op den invoer van Batavia„ sche Arak, en uE moeten, is het moogelijk trag„ ten te bewerken, dat die, welke met Nederland„ sche het zij compagnies ofte particuliere scheepen aangebragt werd, van dien impost uitgeslooten onzer der blijft Heel

NL-HaNA_1.04.02_3686_0138 view scan ↗

English

113 30th July 30th July to pay for the opium to be delivered to us here into their treasury in Canton in China. However, we have not been able to bind ourselves to this, and those gentlemen have resolved to deal directly with Their High Nobilities concerning that subject and about some other arrangements that were still to be regulated, to which end they intended to dispatch an express packet to Batavia. As shown by our enclosed copy of the letter of the 1st of this month, while demonstrating our right to the free collection of those products, we requested to be allowed to have the plan that Their Nobilities intended to serve as a basis for that negotiation, in order to add our considerations and explanations to the proposals from their side. But we have up to now received no answer to this, and since it is very likely that Their Nobilities, wishing to pursue this project, will not choose to treat with Your Honour on these articles, Your Honour must in that case repeat the aforementioned request for the plan of their proposals, and try to bring about that at least for this year the required quantities of opium and saltpetre are delivered to us. The third point is demanding compensation for the damage suffered, both by the Honourable Company and some private individuals, in the taking of the bark the Constantia and the pantjalling the Geduld by Captain Robert Geddes, commanding the ship the Nonsuch on the 26th of June 1783, and thus twelve days after the fixed period of five months that, pursuant to the agreement upon the armistice between the Crown of England and our Republic, was to take place here in the Indies. We have received news from Malacca of the return of those vessels, with a statement of what was found in them at that restitution; for what is missing and the further damage caused to the Honourable Company by this incident, we have had drawn up the account annexed hereto, amounting on behalf of the Company to f 36852:13:8 and of private individuals to f 6157:10:8:C, which Your Honour must therefore try to recover. The fourth point is the settling of the account that the English government has to our debit on account of the subsistence moneys advanced to the prisoners of war servants in Bengale, for which the High Government at Batavia has been pleased to qualify us, in case application were made for it, with orders to let the above-mentioned damages serve in deduction thereof. The fifth point is the hindrances that our gomastahs encounter in some aurangs in the collection of piece-goods for the service of the Company, as the enclosed two petitions indicate. The first subscriber already lodged complaints about this privately with His Excellency the Governor General Macpherson on the 9th of this month, but they have up to now remained unanswered. It is likely that in those distant places peace has not yet been proclaimed and that on that account the Residents there consider themselves entitled to this conduct. The safest and speediest remedy against this is, in our opinion, that the same still be done, and that by a proclamation, after the example of the year 1775, it be ordered everywhere to leave us undisturbed in the collection.

Dutch transcription

113 30. e Julij 30.e Julij der ons hier te leeverene Afioen, in Haare Cas te Canton in China te betaalen, wij hebben ons egter hier toe niet kunnen verbinden, en die Heeren Hebben beslooten over dat onder„ werp, en over eenige andere schikkingen, die nog te reguleeren zouden zijn, direct met Haar Hoog Edelens te handelen, ten welken einde zij expres een paquet na Batavia dagten te depecheeren, wij hebben, blijkens onze hier bij gevoegde Copij brief van den 1. e deezer, onder betooging van ons regt tot den vrijen inzaam van die Producten, verzogt, het Plan te mo„ gen hebben, dat hun Ed:s voorneemens waaren tot een basis van die onderhandeling te laaten dienen, ten einde bij de voorstellen van Hunne zijde, onze consideratien en ophelderingen te voegen. Dan wij hebben hier op tot nog toe geen antwoord bekoomen. - en vermits het zeer waar„ schijnelijk is dat Hun Ed:s, dit project willen de volgen, niet zullen verkiezen met uEd:e over deeze artikelen te handelen, zoo moeten uE. in dat geval, het opgemeld verzoek om het Plan hunner voorstellingen, herhaalen, en tragten te bewerken dat ons ten minsten voor dit Jaar de benoodigde quantiteiten Afioen en salpeeter afgeleeverd werden. Het derde point is het Eisschen van vergoeding der schaade geleeden, zo bij de E: Comp:e, als eenige particulieren bij het neemen van de Bark de Constantia en de Pantjalling het geduld door den Capt:n: Robert geddes voerende het schip the Nonsuch op den 26 ' Junij 1783. , en dus twaalf daagen na de bepaalde tijd van vijf maanden, dat, ingevolge de overeen komt bij de stilstand van wapenen tusschen de kroon van Engeland en onze republiek, hier in Indiën, moest plaats grijpen - wij hebben van Malac„ ca tijding gekreegen van de te rug gave dier vaar„ tuigen, met een opgifte van het geen bij die restitutie daar ingevonden is; van het ontbree„ kende en de verdere schaade, de E: Comp„e, door dit toeval toegebragt, hebben wij de deezen bij gevoegde reekening laaten opmaaken, bedraa„ gende ten behoeve van de Maatschappij ƒ36852:13:8. en van Particulieren ƒ6157:10:8:C welke uE dus moeten tragten te recouvreeren Het vierde point is het vereevenen der reekening, die de Engelsche regeering ten onzen lasten heeft weegens de uitgeschootene subsistentie gelden aan de krijgsgevangene dienaaren in mengale, waar toe de Hooge Regeering te Batavia ons heeft gelieven te qualificeeren, indien daar toe aan„ zoek gedaan wierd, met last, om in mindering van dien, de boven gem: schaade te laaten dienen, Het vijfde point is, de verhinderingen die onse Gomas„ tohs in eenige Arrengs ontmoeten in de inzaa„ meling van lijnwaaten ten dienste der maat„ schappij, gelijk de bijleggende twee klagtschriften zulks aan wijzen, den eersten teekenaar heeft reets den 9. e deezer in het particulier daar over klag„ ten ingebragt bij zijn Excellentie den Heere Gouver„ neur generaal Macpherson, maar dezelve zijn tot nog toe onbeantwoord gebleeven. Het is waarschijnelijk dat in de weetplaatsen de vree„ de nog niet afgekondigd is geworden en dat uit dien hoofde de Residenten aldaar zig geregtigd oordeelen tot deeze handelwijze, het veiligste en spoedigste middel hier teegens is, onzes dun„ kens, dat het zelve als nog geschied en dat door een publicatie, na het voorbeeld van Ao 1775., alomme gelast werd om ons ongestoord in den inzaam moest onzen iee

NL-HaNA_1.04.02_3686_0139 view scan ↗

English

114 30. July 30th July to let our necessity proceed. The sixth and last point concerns the ground rents of our village of Chinsura, in which one has both Moorish and Company ground. The Moorish grounds pay the Chazannah to the country, and the others to the Company, which in return annually demonstrates its acknowledgment to the Lord of the country by paying the customary general tolls and ground rents. To prevent all dissensions and disputes, it would be best to place the whole of Chinsura and its inhabitants under the Company's jurisdiction, and to have the Chazannah, toll, and more paid to it, after a firm arrangement has been made concerning private individuals or natives, obliging them, among other things, to transport their goods on our Dustucks, and guaranteeing on our part the responsibility for the dues to the Nawabs. Finally, you are further authorized to give notice to the Calcutta Government of the approval and ratification by Their High Mightinesses at Batavia of the cartel concluded in the year 1781 between both nations for the exchange of deserters from both sides; adding thereto that a copy thereof has been sent by the said High Government to our Ministers to the west of India, to be concluded and ratified there in like manner with the English Ministers. Being fully convinced of your abilities and zeal in the service of the Company, we leave entirely to you the manner in which to present these points to the English Government, and expect that you will successively inform us of your proceedings and progress, while, wishing you a good outcome, we remain with all affection. Below stood: Your Honors' good friends. Signed: Gregorius Herklots, A. Bogaardt, J. W. C. van Haugwitz, A. G. Kraijenhoff, Jacob Eilbracht, C. van Citters Aarnoutsz, L. Reael de Bas, J. C. Heyning. In the margin: Houghly, the 30th of July 1785. Calcutta To His Excellency The Most Noble Lord John Macpherson, Governor-General, together with The Right Honorable Gentlemen Members of the Supreme Council of Fort William. Most Noble Lord and Right Honorable Gentlemen! Whereas Your Excellency and Right Honorable Sirs have not yet been pleased to answer our successively presented grievances, both regarding the tolls and the collection of opium and saltpetre, besides which there are still some other points to be negotiated with Your Excellency and Right Honorable Sirs, and as it is of the utmost importance for us, in view of the imminent arrival of our ships, to see an end to this, we have therefore resolved, in order to succeed in this more speedily, to delegate the members of our assembly, Messrs. Eilbracht and van Citters, to settle all these matters with Your Excellency and Right Honorable Sirs. We therefore request that Your Excellency and Right Honorable Sirs 115 30. July 30th July will be pleased to admit these gentlemen, to consider their representations, and to take such resolutions thereon as Your Excellency and Right Honorable Sirs shall find consistent with equity and with the prerogatives and privileges due to the Dutch Company in these lands. We have the honor to be with the greatest respect, below stood: Most Noble Lord, Gentlemen. Lower: Your Excellency's and Your Right Honorable Sirs' very humble and obedient servants. Signed: Gregorius Herklots, A. Bogaardt, J. W. C. van Haugwitz, A. G. Kraijenhoff, Jacob Eilbracht, Cornelis van Citters Aarnoutsz, L. Reael de Bas, J. C. Heyning. In the margin: Houghly, the 30th of July 1786. and the draft letter having been examined and found arranged according to the intention, it was agreed to conform therewith, as well as with a draft letter or Arzee produced by the President to the Nawabs, which is also inserted here. We would have already informed Your Excellency of the repossession of our places recently taken by the English, had not several uncertain prospects and circumstances, principally regarding the peaceful conduct of the Company's trade on the footing it had or ought to have by virtue of our privileges before the disruption of public tranquility in this country, caused us anxiety concerning the actual constitution of the government, and with whom one may finally consider the legislative power to reside. We could cite very many examples in support of the authority that the English Company has long exercised over all inhabitants, among whom we also count ourselves; but besides the fact that Your Excellency is not unaware of this, we see no benefit in doing so. The only thing we need to know in order to enter into regular and lawful negotiations is the question of whether the Khalisa Sharifa Diwani, as the English Company titles itself and under which name it openly acts, legitimizes it to make with the privileged European nations established in Hindostan such transactions and settlements regarding their trade and what is annexed thereto as formerly took place with the Nawab as representative of the Emperor; or whether, holding and exercising that capacity, it possesses the power to annul our privileges, and whether it ought not, on the contrary, rather to maintain them and favor our trade, instead of prescribing its will to us and imposing taxes, as seems to be the intention, not only concerning the toll once established for goods we export from the country, but also for those we otherwise can and may import duty-free, entirely contrary to our firmans, etc., as well as refusing to tolerate the inland transportation of merchandise

Dutch transcription

114 30. July 30. e Julij onzer benoodigdheid te laaten voortgaan Het zesde en laatste point is over de grondpagten van ons Dorp Chinsura, waar in men beide Moorsche en Comp:s grond heeft. -. de moorsche gronden betaalen de Chazannah aan het Land en de andere aan de Comp:e, welke daar voor Jaarlijks Haare erkentenis aan den Heer van het land betoond, met de betaaling der gewoone algemeene Thollen en grond pag„ ten. Het was, ter voorkooming van alle onee„ nigheeden en verschillen best, geheel chinsura en dies inwoonderen te stellen onder 's Comp:s Jurisdictie, de Casannah, Tol en welmeer aan haar te doen betaalen, na dat daar op wat de particulieren of inlanders betreft een vaste schikking gemaakt zal zijn, onder anderen hun verpligtende om op onze Desteks hunne goederen te vervoeren en caveering van onze zijde voor de verantwoording der gereg„ Eindelijk werden uE nog gequalificeerd om aan het kalkatsch Gouvernement kennis te geeven van de approbatie en ratifica tie door Haar Hoog Edelens te Batavia, van 't, in A:o 1781. , tusschen de beide Natien geslooten Cartel, tot uitwisseling van de wee„ der sijdsche Deserteurs; Daar bijvoegende dat door ged:e Hooge regeering, Copia van dien aan onze Ministers om de west van Indien is gezonden om inzelver voegen met de Engel sche Ministers daar „ geslooten en geratificeerd te worden wij laaten, als volkoomen overtuigd zijnde van uE bekwaamheeden en iever in den dienst der Maatschappij, geheel en al aan uE over, de wijze hoedaanig deeze pointen Kalkatta Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Heer John Macpherson: Gouverneur Generaal. neevens De wel Edele Heeren Leden van den Hoogen Raad van 't Fort William Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren! Alzoo uwE Excellentie en wel Edelens. als nog niet hebben gelieven te antwoorden op onze successive vertoonde bezwaarnissen zoo met opzigt tot de Thollen als den inzaam van Afioen en salpeeter, buiten welke er nog eenige andere pointen met uwe Excell: en uwel„ Ed:s te verhandelen zijn, en het voor ons, mits de kort op handen zynde aankomst onzersche„ pen, van het grootste belang is een einde hier van te zien, zoo zijn wij, om te spoediger hier in te slagen, geresolveerd, tot het afhandelen van alle deeze zaaken met uwe Excellentie en uwel Edelens te committeeren de leeden onzer ver„ dering de Heeren Eilbracht en van Citters. - wij versoeken dus dat uwe Excell en uwel Ed:s aan het Engelsch Gouvernement voor te draa„ gen, en verwagten dat UE: ons successive on„ derrigten zullen van derzelver verrigtingen en vorderingen, terwijl wij na toewensching van een goeden uitslag, met, alle toegeneegenheid verblijven. /:onderstond:/ uwer E: goede vrienden /:get:t/ Greg:s Herklots. A: Bogaardt. J: W: C: van Haugurtsz. A: G: Kraijenhoff. Iacob Eilbracht C: van Eitters Aarnzz:n L: Reael de Bas. J: C Heijning / ter zijde / Houglij den 30.:e Julij 1705. .. aan die tigheeden l 115 30. Julij 30. Julij aan de Nawabs. die Heeren gelieven te admitteeren, hunne vertoogen te overweegen en daar op zoodaa„ nige besluiten te neemen als uwe Excellentie en uwel Edelens met de billijkheid en met de voorregten en previlegien die de Nederlandsche Compagnie in deeze landen toe komen, bestaan„ baar zullen vinden wij hebbende eere met het meeste res„ spect te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Heeren Heere /: Lager uwer Excell en uwer wel Edelens zeer nedrige en gehoorzaame Dienaaren /:get:/ Greg:s Herklots- A: Bogaardt. I: W: P: van Haugwitsz. A: G: Kraijenhoff. Iacob Eilbracht Corn:s van Citters Aarn z:n, L: Reael de Was. I: C: Heijning /:ter zijde / Houglij den 30. e Ju„ lij 1786. . en van de Concept brief en dezelve na de intentie ingerigt bevonden zijnde, is verstaan zig daarmeede te conformeeren, zoo wel als met een door den Heer Pre sident geproduceert werdende Con„ cept brief ofte Aarzie aan de Heeren Nawabs die meede hier werd geinsereerd Wij zouden uwe Excell: reets hebben kennis gegeeven van de weederbezitneeming onzer laast door de Engelschen ingenoomene plaatsen, in dien verscheide onzeekere uit„ zigten en omstandigheeden, principaal ten aanzien van het drijven van 's Comp:s Han„ del gerustelijk en op dien voet als het plaatshad of behoorde te hebben, uit kragte van onse privi„ legien, voor de onwenteling van de publieke rust hier te lande, ons niet in bekommering bragt over de eigentlijke Constitutie der regeering, en bij uren men eindelijk mag aanmerken de wet geevende magt te berusten. wij zouden zeer veele voorbeelden konnen bij brengen tot staving van het gezag dat de Engelsche Comp. s al voor lang, over alle Ingezeetenen, waar on„ der we ons zelve meede reekenen, heeft geoeffend, maar behalven dat uwe Excellentie daar van niet onkundig zijt, zoo zien wij daar in geen voordeel. Het eenige dat we om reguliere en wettige onderhandelingen aan te gaan, die„ nen te weeten, is de vraag of de Mhalezijh sa„ rifijh Dewanie, zoo als de Engelsche Comp:e zig tituleerd en op welke naam zij opentlijk ageerd, haar wettigd om met de in Hindostan geëtablisseerde en geprivilegieerde Europische Natien, over haare koophandel, en het geen daar aan annex is, zulke transactien afschik„ kingen te maaken als, te vooren plaats hadde met den Nawab, als reprezentant van den keizer of zij die hoedaanigheid bekleedende en oeffenende, de magt bezit onze Privilegien te vernietigen, en of zij in teegendeel, dezelve niet veel eer diende te main„ tineeren en onzen koophandel te favoriseeren, in steede van ons, gelijk de intentie schijnd te zijn; noopens de eens vastgetelde tol, voor goederen die wij het land uitvoeren, niet alleen, maar die wij anders Tolvrij konnen en mogen inbrengen, de wil voor te schrijven en belastingen op te leggen, ten eenemaal strijdig met onze firmans etc:a als niet willende gedoogen het vervoeren van koopmanschappen binnen 's lands, del E van

NL-HaNA_1.04.02_3686_0141 view scan ↗

English

116 30. July 30. July to and from our factories and ships, than upon their Rowannahs, whereas our Privileges explicitly dictate that, for an unhindered passage of the same, the Company's Dustucks must be respected everywhere. We desire, Illustrious prince, to dispute with your Excellency as little as with the English concerning the legality or illegality of the Character with which they arrogate authority unto themselves; but as it is our custom to recognize whoever constitutes the lawful Government of the country, we request, for our security and peace of mind for the future, a Perwannah from your Excellency authorizing us henceforth to be able to regulate and determine the affairs of our Company and those of its dependents with the British, whether as sovereign of the land or by virtue of compatible capacities, and that your Excellency, without withdrawing your protection and favor from us, may be pleased to intervene in this matter with such authority and power as will be found necessary to attain our objective or to obtain Law and justice: while, in order to demonstrate how ready we are to regulate everything on a good footing and to put an end once and for all to all discord and complaint, at the same time as we write this to your Excellency, we shall endeavor through two members of our Council to enter into Conference with the Gentlemen of the government at Calcutta, looking forward to your Excellency's favorable reply hereto. What more need we write. May the sun of your power never be eclipsed. and which, after translation into Persian, will be sent to Cossimbazar to be handed over in person by the provisional Second of Midlum. Below stood: Done at Hooghly in Bengal, date as above. Was signed: Gregorius Herklots, J. W. S. van Haugwitsz, A. G. Kraijenhoff, Jacob Eilbracht, Cornelis van Citters Aarnoutszoon, L. Reael, De Bas, F. Wieman, provisional Secretary. Separate 117 16th August The original letter to the nawabs translated from the Persian. Tuesday the 16th August 1785 In the morning, absent the merchants Eilbracht and van Citters on a Commission to Calcutta. The Draft Arzee to both Gentlemen Nawabs, inserted in the separate resolution of the 30th of the recently past month of July, having been translated into Persian and re-translated from that Language into Dutch, reads as follows. Translation of Arzee presented to the Great and Small Nawab by the Honorable Gentleman Gregorius Herklots, President in the Political Council in Bengal, first from Dutch into Persian and now again brought from the latter into Dutch. After the Compliments. We would have been able some time ago respectfully to inform your Excellency of the reoccupation of the places taken from us some Years earlier by the English, had not some uncertainties regarding the conduct of the Company's Trade on the old footing, and as we are justified according to our privileges, in which we still find ourselves, prevented us therein, not knowing who actually constitutes the government of the country and before whom we shall submit our interests; it is true that various occurrences take place which show that the English Company exercises a very great power over the country's subjects, among whom we are ranked, and of which a list could well be made, but since these are no hidden matters to your Excellency, citing the same can be of no benefit; but since it is necessary to be informed in this regard, we request to be permitted to know whether the English Company in its capacity of Diwani of the Khalsa Sharifa has the power to enter with us, and other European Nations firmly established here, into such agreements in Trade and other matters, as formerly used to happen with the gentlemen Nawabs, or not? and also whether the English Company, in the aforementioned Character of Diwani, can annul our acquired firmans or charters of privilege; or rather whether it ought to lend us a helping hand for the continuation of our trade etc., to maintain the same. Certain it is that the English Company, on the contrary, seeks to subject us to an increased payment of tolls on the goods we export from the Country and endeavors to burden us with tolls on such as were formerly imported freely with our ships; what is more, it prevents us from being allowed to transport the imported goods inland to the respective places otherwise.

Dutch transcription

116 30. Julij 30. Julij van en naar onze factorijen en scheepen, dan op haare Rowannahs, daar onze Privile„ gien wel Expres dicteeren, dat tot een onverhin„ derde passage van dezelve, Comp:s Desteks over al„ gerespecteerd moeten worden. wij begeeren Door„ lugtige vorst, met uwe Excellentie zoo min, als met de Engelschen te twisten over de wettig of on„ wettigheid van het Caracter, waarmeede zij zig het gezag aanmaatigen; maar gelijk het onze gewoonte is, van te erkennen de geen die 's lands wettige Regeering uitmaakt, verzoeken wij tot onze zeekerheid en gerustheid voor het toekomende, van uwe Excellentie een Perwan„ nah, ons magtigende om voortaan met de Britten, het zij als souverain van den lande of uit hoofde van compatibde hoedanigheeden, te konnen reguleeren en de termineeren de affaires van onze Compagnie en die van haare onderhoori„ gen, en dat uwe Excell: zonder zig de protectie en gunst over ons te onttrekken, in deezen gelieve bij te treeden met dat gezag en die authoriteit, als ter bereiking van ons oogmerk of ter erlanging van Regt en geregtigheid, bevonden zal worden noodig te weezen: terwijl wij om te toonen hoe gereed wij zijn om alles te reguleeren op een goede voet, en eenmaal te doen ophouden alle oneenigheid en klagte, ter gelijker tijd dat we dit schrijven, aan uwe Excellentie door twee leeden van onzen Raad met de Heeren van het gouvernement te kalkatta, zullen tragten te treeden in Conferentie, uwer Excell:s gunstig antwoord hier op, te gemoet ziende. wat behoeven we meer te schrijven. De zon van uw vermoogen verduistere nooit. en welke naar de overbrenging in het /:onderstond:/ Actum Houglij in Bengale datum ut supra /:was ge„ teekend /: Greg:s Herklots. - - - - - - - - -- - - - -: I: W: S: van Haugwitsz: A: G: Kraijenhoff. Iacob Eilbracht. Corn:s van Cilters Aarn:s z:n L: Reael De Bas - - - - - - - - - - F: wieman pl Sac s Persiaansch naar Kassembazaar. zal werden gezonden om door den p:r Secunde van Midlum, in persoon overhandigd te werden, Persiaansch E Apart 117 16e Augs: De origineele brief aan de nawabs uit 't persiaans vertaeld. Dingsdag den 16' Aug:s 1785 's morgens absent de kooplieden Eilbracht en van Citters in Commissie na kalkatta Het ter aparte resolutie van den 30. e der Jongst verweekene maand Julij, geinsereerde Concept Arzdaast aan de beide Heeren Nawabs, in het Persiaansch getranslateerd en uit die Taal in het Nederduitsch weeder overgebragt zijnde, aldus Luidende. Translaat Arldaast ge„ presenteerd aan de Groote en Kleine Nawab door den E: E: Heer Gregorius Herklots Praecident in den Politiquen Raad in Bengale, eerst uit het Hollandsch in het Persiaansch en nu weeder uit deeze in het Nederduitsch gebragt Na de Complimenten Wij zouden al eenige tijd geleeden u Excell: eerbiediglijk berigt hebben kunnen gee„ ven van de weeder bezitneeming der ons, ee„ nige Jaaren bevoorens, door de Engelschen ont„ nomene plaatsen, in dien eenige onzeeker„ heeden omtrent het drijven van 's Comp:s Handel op den ouden voet, en zoo„ als wij vol„ gens onze privilegien gewettigt zijn, waar in wij als nog verseeren, ons daar in niet ver„ hinderd hadden, weetende niet eigentlijk de regeering van 't land uitmaakt, en voor wie„ wij onze belangen zullen voordraagen; 't is waar dat er verscheide voorvallen gebeuren die aantoonen dat de Engelsche Comp:s een zeer groo„ te magt oeffend over 's lands onderhoorigen, onder dewelke wij sorteeren, en waar van wel een optelling te maaken zou weezen, dan de„ wijl dit geen verborge zaaken voor u Excell. zijn, zoo kan 't aanhaalen van dezelve geen voordeel doen; dan dewijl het nodig is, om onderrigt te worden dien aangaande, zoo verzoeken wij te mogen weeten, of de Engelsche Comp:e in haare qualiteit van Dewanij, van de Chalesijche„ rifer het vermoogen heeft, om met ons, en ande„ re alhier vast geëtablisseerde Europische Natien, zodanige over eenkomsten in den Handel, en andere zaaken, te kunnen aangaan, gelijk voor heen met de heeren Nawabs pleeg te geschieden of niet ? en ook of de Engelsche Comp:s, in het gem: Caracter van Duwanij onze verkreegene fir„ maans of voorregts brieven kan vernietigen; dan wel of zij ons ter voortzetting van onzen handel ensz: den behulpzaamen hand behoord te bieden; om dezelve te doen maintineeren. Jans is, het dat de Engelsche Comp.:e in teegenstelling, ons zoekt on„ der heevig te maaken aan een meerdere betaaling van Jollen der goederen die wij het Land uitvoe„ ren en onstragt te belasten met tollen van zodaanige als voor heen, met onze scheepen vrij ingevoerd wierden; wat meer is u zij belet ons, de aangebragte goederen binnen 's Lands na de respe plaatsen anders te moogen ver„ heeden O voeren.

NL-HaNA_1.04.02_3686_0143 view scan ↗

English

118 16 August Further representation from the Kassembazaar servants regarding the conduct of the English. Reason why it was re-inserted. transport as upon Rowannahs granted by them, whereas the Firmans in our possession very clearly dictate that we may send all our goods, upon our own Dastaks, through the entire country, and that the same must be respected everywhere; and although, by citing all this, we seek neither to give Your Excellency nor the English Company any occasion to think that we wish to enter into any dispute concerning the aforementioned Diwani, it is nevertheless very necessary to know in whose power the government of the country rests; and therefore we take the liberty of hoping to be favored with a Parwana from Your Excellency, in accordance with which orders we may know whether we ought to transact the affairs of the Company with the English Company as rulers of the country, or in another capacity, flattering ourselves at the same time that Your Excellency's favors and good will for the promotion of our trade will have such success that we may continue therein as of old; while furthermore, in order to clear away once and for all all differences that take place here regarding our traffics, at the same time that this petition is dispatched, we have deputed two gentlemen from our assembly to Calcutta to enter into such conferences with the Governor and Council whereby all this can be settled. What more etc. Below stood: Translated 1 August 1785. Signed: Cas. Leon: Eilbracht. Thus it was resolved to insert the same here in order to show in what manner those addresses were dispatched. 16 August The Kassembazaar servants having in their separate letter of the 8th of this month expressed thanks for the attention to their complaints concerning the unheard-of outrages committed against the merchant Verspijck, regarding which they, the servants, wish that the Calcutta ministry will issue such orders that not only proper satisfaction will be given for what has already happened, but also security to be able to look after the interests of our Lords and Masters in peace and quiet, but which they, the servants, nevertheless seem to doubt, because the Berhampore military roam around there in greater numbers than before, who, although they do not openly molest anyone, nevertheless by their behavior compel everyone rather to stay indoors than wilfully expose themselves to their brutalities; it is therefore, although no answer has yet been received from the Calcutta High Government to the latest representations and complaints made about this unpleasant incident, yet this assembly having no reason to suppose that the same will be entirely without fruit or effect, resolved for the present to make no further representations concerning this, but to await what those already made will accomplish, or at least what the answer thereto will contain. 119 16 August 16 August What is expected from Calcutta in that regard. Kassembazaar will be provided with 15 muskets. Order sent thither regarding the taking into service of deserters. Thanks having been expressed by the servants for the sergeant and four soldiers sent to them, and at the same time a request being made, on account of the lack thereof there, for fifteen muskets with whatever else belongs thereto, so as not to be at a loss in the event of any unforeseen occurrence, it was approved to send them those weapons at the first opportunity. Upon the servants' representation that there were currently at Berhampore several military personnel who were taken prisoners of war at Trincomalee and Coromandel and out of necessity took service with the English, but would gladly return under their former masters, with a request for orders whether they, the servants, may take such persons into service there and how they ought to conduct themselves in that regard; it was, after deliberation hereupon, considering that the state in which affairs stand with respect to the English military there does not make it appear advisable to grant qualification to the servants to take such deserters into service, approved to direct the servants to tell those who come to offer themselves to present themselves

Dutch transcription

118 16. Augs: Nader vertoog van de kassembazaarsche bed:n gelschen. reede waarom die op nieuw werd geinse„ reert. voeren als op door haar verleende Roannas, daar de bij ons berustende Firmaans wel dui„ delijk dicteeren, dat wij alle onze goederen, op onseeige Destekken, door het geheele Land kunnen verzenden, en dat dezelve over al moeten werden gerespecteerd: en schoon wij, met dit alles aan te haalen, nog dan u Excellentie, nog aan de Engelsche Comp:e, eenige aanleiding zoe„ ken te geeven, als of wij in eenig disput wilden treeden over de gem: duwanij, zoo is het egter daar bij zeer noodzaakelijk te weeten, in wiens magt de regeering van het land berust; en derhal„ ven neemen wij de vrijheid om te moogen werden begunstigd met een Perwanneh van u Excel„ lentie in na volging van welke beveelen wij mogen weeten, of wij met de Engelsche Comp e, als regeer„ ders van het land, of in een andere hoedanigheid, de zaaken van de Compe. zullen behooren af te doen, vleijende ons teevens dat u Excell: gunsten en ge„ neegen heeden, ter bevordering van onzen Handel van dat succes zullen weezen, dat wij daarin als van ouds zullen moogen voortgaan; terwijl wij voorts, om alle verschillen eenmaal, uit den weg te ruimen, die omtrent onze Grafiquen al„ hier plaats hebben, ter zelver tijd dat dit re„ quest word of gezonden, twee Heeren uit onze vergadering na Calcutta gedeputeerd hebben, om met den Heer gouverneur en Raad zodaanige conferentien aan te gaan, waar door dit al„ les kan werden vereffent. wat meer enz: /:onderstond:/ vertaald primo aug:s 1785. /:get:/ Cas. Leon: Eilbracht zoo is verstaan, het zelve alhier te insereeren, om te doen blijken De Kassembazaarsche omtrent 't gedragderen„ bediendens bij hunne aparte letteren van den 8. e deezer, dank betuigende voor de attentie op der zelver klagten over de ongehoorde mishandelingen den koopman verspijck aangedaan, waar omtrent zij bed:n wenschen dat het kalkatsch Menisterie zodaani„ ge orders zal stellen, dat niet alleen een behoorlijke voldoening van het reets gepasseerde, maar ook een zeeker„ heid om in rust en vreede het belang onzer Heeren en Meesters te kunnen waarneemen; zal gegeeven werden dan waar aan zij bedienden egter schij„ nen te twijffelen, om dat de Berham„ poersche Militairen aldaar tal rij„ ker dan bevoorens om zwerven, die schoon zij wel niemant eenig oopen„ baar molest aan doen egter door hun in welker voegen die addressen af„ gezonden zijn. 16. Augs: in gedrage e 119 16e Augs: 16: Augs: wat men dien aan„ gaande van kalkatte verwagt. Men zal kassembazaar van 15. snaphaanen voor zien ordre na derwaards het in dienst neemen van overloopers betref tende gedrag een ieder verpligten zig liever in huis te houden, dan moedwillig ingevaar van hunne brutaliteiten te stellen, zoo is, schoon op de laat„ ste over dit onaangenaam voorval aan de kalkatsche Hooge Regeering, gedaane vertooningen en klagten, nog wel geen antwoord ingekomen is, dee„ ze vergadering egter geen reeden heeft te veronderstellen dat dezelve gantsch en al zonder vrugt of gevolg zijn zullen, besloten, voor eerst geene verdere ver„ toogen daar over te doen, maar afte„ wagten, wat de reets gedaane, uitwer„ ken zullen, ten minsten wat het ant„ woord daar op inhouden zal. Voor de toegezondene sergeant en vier zoldaaten door de bed:n bedankt en teevens verzoek gedaan werdende om mits gebrek aan dezelve aldaar, met vijftien geweeren met het geene verder daar toe behoord, om bij het een of ander toeval niet in verleegenheid te zijn, zoo is goed gevonden hen die wapenen bij eerste ge„ leegenheid toe te zenden Op der bed:n vertooning dat zig thans te Berhampoer verscheide Militairen bevonden, die op Princono„ male en Cormandel krijgsgevange„ nen gemaakt zijn en uit nood bij de Engelschen dienst genoomen hebben, dog gaarne weeder onder Haare voorige Heeren wilden te rug keeren, met verzoek om ordre, of zij bed:n, zoodani„ „ge persoonen aldaar in dienst moo„ gen neemen en hoedanig zig daar omtrent te gedraagen, zoo is, na deli„ beratie hier over, uit aanmerking dat de staat waar in de zaaken zig ten opzigte van de Engelsche Militai„ ren aldaar bevinden niet raadzaam doet voorkomen, qualificatie aan de bedienden tot het in dienst neemen van dergelijke overloopers te verleenen, goed„ gevonden de bed.:n te gelasten, om de geene die zig komen aanbieden aan te zeggen, gevonderd Zig lb

NL-HaNA_1.04.02_3686_0145 view scan ↗

English

120 16 August 16 August Report of the Kassembazaar Secunde to the Nawab regarding his experiences, to proceed hither if possible. By a further separate letter of the 10th of this month, the servants reported that immediately upon receipt of the letter from here of the 3rd prior, with the Ardashts enclosed therein for the Lords Nawabs, the Vakil was sent to court to request an audience for the Secunde to deliver the same, which, however, due to the occurrence of the festival of Bakr-Id, could not take place earlier than the 9th, regarding the outcome of which commission reference was made to a report from the said Secunde, which reads as follows: Report regarding the experiences of the Junior Merchant and Provisional Secunde Willem Jan van Midlum, who on the 9th of this month, pursuant to orders from the Honorable Lord President and Council at Houglij, went on a commission to their Excellencies the Lords Great and Little Nawab, to present two Ardashts sent hither from Houglij. The Secunde van Midlum departed from here with the courtier Sjech maal ullah and made his visit at the hours designated by their Excellencies, namely at nine o'clock to the Great Nawab and at eleven o'clock to the Little Nawab. Having arrived at the Great Nawab, after some compliments, he presented the Ardasht sent hither by the Lord President and Council at Houglij, with the request that his Excellency might be pleased to give it favorable consideration and grant a speedy reply. That his Excellency was well aware that the Dutch Company had always enjoyed great privileges in conducting their trade, but that it was a matter upon which a proper answer could not be given except after careful deliberation; meanwhile his Excellency assured that he would do everything possible to be of service to the Honorable Dutch Company, whereupon, after repeating the request for a speedy reply, the Secunde took his leave with the usual compliments and proceeded to his Excellency the Little Nawab. Having arrived at the Little Nawab, the Secunde presented the Arzie sent to this Excellency and in the most fitting terms requested that the request made therein might be taken into careful consideration, and that a speedy answer might be granted. The Lord Nawab, having accepted and read the Arzie, handed it over to his Dewan, adding to the Secunde that it was certainly true that the Dutch Company had suffered great losses for about four years, that his Excellency himself was surprised that they had not come forward about this earlier, but since they were now making a claim, there might possibly be an opportunity to remedy it. 121 16 August That his Excellency, having read the Arzie, replied that this was no minor matter, but of such weight that it could not be answered in two or three days, that it was also not solely of his department, but that it had to be deliberated upon with the Great Nawab: that he would speak with his Excellency about it, and send an answer in four to five days. Whereupon the Secunde, repeating the request for a prompt reply, took his leave, having nevertheless been able to observe from the friendly reception and entertainment of both Nawabs that their Excellencies were pleased to be of service to the Honorable Dutch Company, to help restore its old privileges, and to do their best in that regard. Was signed: W: J: van Midlum. In the margin: Kassembazaar the 10th of August 1785. After resumption of which, it was resolved to express satisfaction with the proceedings in this regard and to await the answer of their Excellencies the Lords Nawabs; furthermore, to pass the gift presented on that occasion amounting to fr: 196:– as unavoidable. Done Houglij in Bengal, date as above. Was signed: Greg:s Herklots, A: Bogaardt, J: W: J: van Haugwitsz, A: G. Kraijenhoff. Bas. I: C: Heijning, F. Vreman Provisional Secretaries, L: Redel. Furthermore 16 August

Dutch transcription

120 16:' Augs: 16e Augs: Bericht van den kas„ sembazaarsch secunde„ re bij de Nawab zig des mogelijk herwaards te vervoegen. Bij een nadere aparte brief van den nopens zyn weedervaa„ 10. e deezer, door de bed. n bedeeld werdende, dat direct op ontvangst der brief van hier van den 3. e bevoorens, met de daar in geslootene Arsdaasten voor de Heeren Nawabs, de wakkiel ten hove gezonden is, om voor den secunde ter overhandiging derzelve, be„ let te vragen, dat egter, door het invallen van het Feest Bakker-ied, niet eerder als den 9. e heeft kunnen geschieden, omtrent den uitslag van welke Commissie, gere„ falerd werd aan een berigt van gem: secun„ de dat aldus luid Berigt, omtrent, het weedervaa„ ren van den onderkoopman en p:l secunde willem Jan van Midlum, op den 9e. deezer, ingevolge ordre van den E: E: Heer President en Raad te Houglij, bij haare Excellentien de Heeren Groote en kleene Nawab, in commissie geweest, om twee van Houglij herwaards gezonden Ars daasten te presenteeren De secunde van Midlum vertrok van hier met den Hofganger Sjech maal ullah en deed zijne visite op de zoor Haar Dat zijn Excell wel bewust was dat de Hollandsche Comp:e tot het voeren van Haa„ ren Handel altoos groote voor regten hadden ge„ nooten, maar dat het een zaak was, waar op niet dan na een nauwkeurig overleg behoorlijk antwoord kon vallen, ondertusschen verzeekerde zijn Excellentie, dat hij alles zoude aan wenden om de Ed: Holl: Comp:e van dienst te zijn waar op na het gedaan herhaal van het versoek om een spoedig antwoord, de secunde met gewoone complimenten zijn afscheid nam, en zig bij zijne Excell: den kleinen Nawab vervoegde. Bij den kleinen Nawab gekomen zijnde heeft de secunde de aan deeze Excell: gezondene De heer Nawab de Arzie aangenoomen en geleezen hebbende, gaf dezelve aan zijn Dewaan over den secunde daar bij toevoegende, dat het zee„ ker waar was, dat de Hollandsche Comp:e een Jaar of vier groote verliezen hadden geleeden dat zijn Excell: zig zelve verwonderde, dat zij dientweege niet al bevoorens waaren opgeko„ men, maar dewijl zij nu aanspraak deeden, er mogelijk geleegenheid zoude zijn, het te re„ medieeren. Bij den grooten Nawab gekoomen zijn„ de, heeft hij na eenige Complimenten, de door den Heer President en Raad te Houglij herwaards gezondene Aarsdaast geprezenteerd met verzoek dat zijn Excell: daar op een gunstige reflexie ge„ liefde te laaten gaan en een spoedig antwoord verleenen. Excellentien bepaalde uuren, als ten Negen uuren bij den grooten en ten Elf uuren bij den kleinen Nawab. Excell: ge Arzie el 121 16. Aug Arzie geprezenteerd en bij dezelve ingevoegelijkste bewoordingen verzogt, dat het daar bij gedaan verzoek in nauwkeurige overweeging mogte koomen, en daar op een spoedig antwoord verleend worden. Dat zijn Excellentie de Arzie geleezen heb„ bende, antwoorde, dat zulks geen geringe zaak was, maar van zulk gewigt, dat dezelve in geen twee of drie daagen kon beantwoord wor„ den, dat het ook niet alleen van zijn Departe„ ment was, maar dat daar over met den groo„ ten Nawab moest beraadpleegd worden: Dat hij met zijne Excell: daar over zoude spreeken, en in vier a vijfdaagen antwoord zenden. waar op de secunde onder nogealig verzoek van een spoedig antwoord, zijn afscheid nam, hebbende egter uit de vriendelijke ontvangst en onthaal van beide de Nawabs kunnen opmerken, dat Haare Excell: welgenoegen waaren, de Ed: Hol¬ landsche Comp:e ten dienste te zijn, om haar aan haare oude voorregten te verhelpen, en daar„ omtrent hun best te willen doen. /:was„ geteekend :/ W: J: van Midlum /: ter zijde:/ kassembazaar den 10:e aug:s 1785. — na resumptie van het welke Goed„ gevonden is, met de verrigting der weegens genoegen te neemen en het antwoord van hunne Excellentien de Heeren Nawabs afte wagten, Bas. I: C: Heijning, F. Vreman pl Secs„ - - - - - - - - - - - - - - - L: Redel de /onderstond:/ Actum Houglij in Bengale datum ut supra /:was„ geteekend /: Greg:s Herklots. A: Bogaardt. J: W: J: van Haug„ Witsz. A: G. Kraijenhoff. - - - - - - voorts om de bij die geleegenheid gedaane zigt gifte van fr: 196:–. als on„ vermijdelyke te passeeren. Voorts 16. e Aug=s

NL-HaNA_1.04.02_3686_0147 view scan ↗

English

Separate 122 26th August Insertion of a letter from the Calcutta commissioners Friday the 26th of August 1785 In the morning, absent the merchants Eilbracht and van Citters, on commission to Calcutta. Having read a letter received yesterday from our commissioners in Calcutta, the merchants Eilbracht and van Citters, dated the previous day, which was found to be of the following content: To the Honorable Gregorius Herklots, Senior Merchant, Second of the Bengal Directorate, and Chairman of the Political Council, together with the members of the said assembly. Honorable Sir and Gentlemen, We let this serve to duly notify both the emphatic complaints made yesterday to the Calcutta Government concerning the further received news of impediments in the aurungs Baddaal, Iaggernaatpoer, and Malda, of which the original letter of complaint remains in our possession, and the request simultaneously made by us that, pending deliberation on our submitted memorials, the orders to moor or detain the vessels carrying goods discharged from our ships upriver might provisionally be countermanded, thereby bringing about an unhindered progress in the unloading and reloading of the same. The reply thereto received this afternoon, written to us by Secretary Hay by order of the Supreme Council, dictates in substance that the subject of our aforementioned letter is to be taken into full consideration next Tuesday, together with the other representations submitted by us last Friday, the 19th of this month; but that, since one of our ships had already arrived and it appeared to be our wish that the delivery of its cargo at Chinsura be facilitated, orders had been sent to the Department of Customs to allow all boats and vessels to pass unhindered, without search or detention, both up and down the river with goods from or for our ships, until the assembly shall have determined upon the differences submitted to it by us with respect to the customs duties; it being expected of the Directorate of Chinsura that it will please bring forth the declaration or manifest of the cargo or cargoes, whenever these might be required to verify or confirm the amount deemed to be due in satisfaction of duties, as soon as agreement shall be reached regarding the percentages. As far as this last part is concerned, in order not to be diverted from the main matter itself, we shall not enter into details, but await what the decision will be on the arguments presented regarding the principal dispute, and meanwhile convey tomorrow our gratitude for the consideration they have provisionally been pleased to give to our request, concluding therefrom with some foundation that an attentive consideration of our representations may have a better effect than previously appeared likely. We have the honor to be with all respect, Honorable Sir and Gentlemen, your honors' very humble and very obedient servants, was signed, Jacob Eilbracht, Cornelis van Cittersz Aarnoutsz. In the margin, Calcutta, the 24th of August 1785. Whereupon it was approved to await with the commissioners what the outcome of the proposals made will be, and meanwhile, so as not to be hindered in the transport of goods to and from the ships, to have prepared the requested manifest or declaration of the cargo of the already arrived ship the Constantia, to be presented when it shall be necessary. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Was signed, Gregorius Herklots, A. Bogaardt, J. W. F. van Haugwitsz, A. G. Kraijenhoff, De Bas, J. C. Heijning, T. Weeman, L. Reael. By a separate letter from the servants at Kasimbazar, dated the 19th of this month, notifying that they have repeatedly requested the Lords Nawabs for an answer to the Arzdasts presented to their Excellencies, but were postponed each time for the reason that the matter was of too great importance and not to be settled so quickly if one wished to regard the interest of the Dutch Company; it was thus understood to accept the same for communication, as yielding no matter for deliberation, and to record it here. 26th August

Dutch transcription

Apart 122 26e Augs: Insertie van een brief van de calcatse gecommitt:s Vrijdag den 26. e Augustus 1785 S morgens absent de Kooplieden Eilbracht en van Citters in Commissie naar Kalkatta Geleezen zijnde een op gisteren van onse gecommitteerdens te kalkatta„ de kooplieden Eilbracht en van Cit„ ters, ontvangene brief, gedatteerd 's„ daags bevoorens, die bevonden wierd van deezen inhoud te zijn. Aan Den E: E: Heer Gregorius Herklots opperkoopman Secunde der Ben„ gaalsche Directie mitsgaders voor„ zitter van den Politiquen Raad Neevens De Leden van gem: vergadering E: E: Heer en Heeren. Wij laaten deeze dienen tot schuldige bekendmaaking zoo van de op gisteren aan het kalkatsch Gouvernement met nadruk ge„ daane klagten over de nader ontvangene tijding van impedimenten in de Arrengs Baddaal, Het heeden middag daar op ontvangen ant„ woord door den secretaris Haij, ter ordre van den Hoogen Raad, aan ons geschreeven, dicteerd in substantie, dat het onderwerp van voorm onze brief, en volkoomen overweeging staat genoomen te worden op aanstaande Dingsdag met de overige representatien door ons voorleeden vrijdag den 19:e deezer ingediend: dan dat, vermits 'er bereets een van onze scheepen was gearriveerd en het zig liet aanzien dat het onzen wensch was dat de uitleevering, van haare Lading te Chinsura, ge„ faciliteerd zou werden er aan het Departement der tollen ordres waaren gezonden om alle boots en vaartuigen onverhindert te laaten passeeren, zonder onderzoek of aanhouding, zoo naar bo„ ven als beneeden de revier met goederen van of voor onze scheepen, tot dat de vergadering zig zal heb„ ben gedetermineerd over de verschillen welke haar, door ons, met opzigt tot de tol voort gesteld zijn: van de Directie van Chinsura verwagt wordende dat het haar zal behaagen te beide te brengen de verklaaring of het manifest der laading of laden„ gen, wanneer die mogten werden gerequireerd tot over„ tuiging of bevestiging van het bedraagen dat ter vol„ doening van geregtigheeden geoordeelt zal worden Iaggernaat poer en Malda, waar van het origineele klagt schrift onder ons is berustende, als het door ons teevens gedaan verzoek, dat, staan„ de deliberatie over ons ingediende Addressen, bij provisie, mogten werden gecontramandeert de ordres tot het doen aanleggen of ophouden der vaartuigen, die met de uit onze scheepen geloste goederen, de revier op moesten, en daar door te weege gebragt, eene onverhinderde voort„ gang in het ontlossen en weeder belaaden derzel„ Jaggern: eigen ve 123 26:e Aug:s. te van de tol genomen reeden warom den nawabs nog niet ant„ woorden eigen te zijn, zoo dra men het weegens de pro„ Centos met elkander eens zal worden Wij zullen met dit laatste gedeelte betreft, om van de zaak zelfs niet te worden afgetrokken ons in geen detail inlaaten maar afwagten wat het besluit zal zijn op het betoogde nopens het verschil ten principaale, en inmiddels morgen onze erkentenis betuigen op de reflectie, welke men, bij provisie, op onze instancie heeft gelieven te slaan daar uit met eenig fundament opmaakende, dat een aan„ dagtige overweeging van onze voordragten, beeter uitwerking kan hebben als, het zig voorheen liet aan zien. wij hebben de eere met alle agting te zijn /:onderstond:/ E: E: Heer en Heeren. /:Lager:/ uwer E:E: zeer Nedrige en zeer gehoorzaame die„ naaren /was geteekend:/ Jacob Eilbracht. Corn:s van Cittersz Aarnzz=n /:ter zijde:/ kalkatta den 24:e aug:s 1785. — maat regelen ten tijd na de liberatie waar op goedgevonden is, met de gecommitteerdens, af te wagten wat het gevolg zijn zal van de gedaane voorstel„ len, en in tusschen om niet verhindert te werden in den op en afvoer van goede„ ren van en naar de scheepen, in gereed„ heid te laaten brengen het begeerd wer„ dend manifest ofte verklaaring van de laa„ ding van het bereeds aangekoomene schip /:onders:t/ Actum Houglij in Bengale datum ut supra /:was geteekend:/ Greg:s Herklots. A: Bogaardt. J: W: f: van Haugwitsz. A: G: Kraijenhoff. - - - - De Bas. J: C: Heijning. T Weeman Elsecs ... . . . . . . . . . . . . . . . . . . L: Reael de Constantia, om vertoond te werden als het nodig zijn zal. Bij een aparte brief van den Bed:n te kassembazaar in dato 19. e deezer bedeeld werdende dat een en andermaal bij de Hee„ ren Nawabs versoek hebben gedaan om antwoord op de aan hunne Excell: geprezen„ teerde Arzdasten, dog dat telkens uitgesteld waren om reeden dat de zaak van te groot gewigt en niet zo spoedig af te doen was. indien men het belang van de Hollandsche Comp:s wilde betragten; zoo is verstaan 't zelve als geen stoffe van deliberatie op leeverende, voor Communicatie aan te nee„ men en hier te annoteeren. 26e Augs De lb

NL-HaNA_1.04.02_3686_0149 view scan ↗

English

Separate 124 2 September The Merchants Insertion of a letter from Calcutta The Honorable Gregorius Herklots, Senior Merchant, Second of the Directorate and Chief of Kassembazaar, as well as President The Honorable Anthonij Bogaardt, Senior Merchant and Head Administrator The Sea Captain Jacob Fredrik, Master of the Equipment The Merchants Johan Wilhelm Salomon van Haugwitt, provisional First in the Cloth Hall Adrianus Gerardus Kraijenhoff, Fiscal and Village Master Lodewijk Reael de Bas, provisional First Warehouse Master, and Johannes Cornelis Heijning, Pay Bookkeeper and Auction Master Absent Jacob Eilbracht, Trade Bookkeeper, Dispenser, and Invoice Keeper Cornelis van Citters, Aarntsz, Chief of Patna Produced at the meeting and read again, being a letter already circulated among the members The Junior Merchants Friday the 2nd of September 1785 in the morning, present. To the Honble Greg:t Herklots Esq:r Director ec:a: Council Chinsura Honble Sir & Sirs. Having often experienced the Evils that have occurred to our service as well Military as Marine from the Desertion of soldiers and sailors to the Foreign settlements in this River, and many instances having also occurred of Desertions to calcutta from such settlements, we are mutually interested in preventing the Inconveniences resulting from them and in putting an end to the Complaints to which they often have given rise. For these purposes we beg leave to propose To you that a Convention and agreement be entered into by you and us for the reciprocal surrender of all European and Native soldiers and sailors deserting to & from Calcutta and to and from Chinsura and all others factories and places within our respective Jurisdictions under condition of the immediate pardon of such Deserters. We request an early Communication of your sentiments on this proposition and if it should receive your approval such Cartel shall be prepared as may be agreed on between us, after which it may be engrossed and receive the proper execution. We have the honor to be /:below was written:/ Honble Sir, & sirs. /:lower:/ your most obed:t hble: servants /signed:/ John Macpherson, R: Sloper, Cha:s Stuart. /:in the margin:/ Fort William Foreign Department the 8. August 1785. To the Honorable Gregorius Herklots Esq., Director, and the Council at Chinsura Honorable Sir and Gentlemen! Having often experienced the disadvantages caused to our service, both in the military and naval affairs, by the desertion of soldiers and sailors to the foreign factories along this river, and several instances of desertion to Calcutta having likewise occurred; it is in our mutual interest to prevent the difficulties arising therefrom, and to put an end to the complaints to which they have often given rise. For these purposes we request permission to propose to Your Honors that a convention and agreement be entered into by Your Honors and us for the mutual surrender of all European and native soldiers and sailors deserting from and to Calcutta and from and to Chinsura and all other factories and places under our respective jurisdictions, under condition of an immediate pardon of such deserters. We request a speedy communication of Your Honors' sentiments on this proposal, and if it may merit Your Honors' approval, such a cartel as may be agreed upon between us will be prepared, after which the same may be drawn up and receive proper execution. We have the honor to be /:below was written:/ Honorable Sir and Gentlemen! /:lower:/ Your Honors' very obedient humble servants /:signed:/ John Macpherson, R. Sloper, Charles Stuart /:in the margin:/ Fort William Foreign Department the 8th of August 1785. from His Excellency the English Governor-General John Macpherson and the Members of the High Council of Fort William, dated the 8th of August last, which, however, was not received here before the 18th following, and reads as follows: 125 2 September 2 September Reason why the proposal made therein to establish a cartel is declined Upon deliberation on the contents thereof, it was understood that the English Gentlemen appear to place great importance, and indeed truly have an interest, in concluding the cartel proposed therein for the mutual surrender of deserters, of which in general here in Bengal the advantage would be on the side of the English, since the infinitely greater number of men, both in their army and garrisons as well as on the ships, in comparison with the few that we have, especially at present, makes the loss and lack of personnel greater and more disadvantageous for them than for us; and that for this reason one ought not to accede to that proposal or agree thereto, before it is known what the outcome will be of the Commission decreed by those Gentlemen, and to what extent Their Honors will be pleased to reflect upon the representations and requests for redress being made by the same concerning the impediments [illegible] the Dutch Company.

Dutch transcription

Apart 124 2. 7ber: De kooplieden Insertie van een kal„ katse brief Den E: E: Heer Gregorius Herklots opperkoopman secunde der directie en opperhoofd van Kassembazaar, mitsgaders voorzitter De E: Anthonij Bogaardt opperkoopman en Hoofd Administrateur Den kapitain ter Zee Iacob Fredrik Equipagemeester De kooplieden Johan Wilhelm Salomon van Haugwitt p:r Eerste in de kleeden zaal Adrianus Gerardus Kraijenhoff fiscaal en Dorpmeester Lodewijk Reael de Bas. p:l Eerste pakhuismeester en Johannes Cornelis Heijning soldij boekhouder en vendumeester Absent Jacob Eilbracht Negocie boekhouder, Dispencier en factuur houder Cornelis van Citters, Aarnt J=n opperhoofd van Patna Ter vergadering geproduceerd en herleezen zijnde, een bereets bij de Leden De onderkooplieden Vrijdag den 2. e September 1785 's morgens prezent. To the Honble Greg:t Herktots Esq:r Aan den Edelen Greg:t Her klots schek: Director ec:a: Council Directeur en den Raad Chinsura Honble Sir & Sirs. Edele Heer en Heeren! Having of ten experienced the veelmaalen ondervonden hebben„ Evild that have occurred to our de de nadeelen, die aan onzen dienst, service as well Militarijas Marine zoo wel in het krijgs- als zeeweezen from the Devertion of soldiersand veroorzaakt worden door het overloo„ sailors tho the Toreign settlements pen der Zoldaaten en Mattroosen in this River, and many instances na de vreemde factorijen aan deeze having also occurred of Desertions Rivier en verscheide voorbeelden van de„ to calcutta from such settlements, sertie naar katkatta meede te vooren gekomen we are mutuallij interrested in pre„ zijnde; is het ons weedersijdsch belang venting the Inconveniences resul„ de moeijelijkheeden daar uit voortsprui„ ting from themand in putting tende te voortkomen, en een einde te an and to the Complaintste which maaken aan de klagten, waar aan zij theij of ten have given rise. Forthe„ dikwijls oorzaak hebben gegeeven. tot se purposes we begleave te propose deeze eindens verzoeken wij verlofs To yjou that a Conventionand agree„ aan uwEd:s voor te slaan dat door ment be intered in 'to by ijou and uwEd en ons eene conventie en over een„ us for the reciprocal surrender of komst werde aangegaan, tot de weeder¬ all European and Native soldiers zijdsche overgave van alle Europeesche at Chinsura rond gezondene brief van zijne Excel„ lentie den Heer Engelsch gouverneur Gene„ raal John Maepherson en de Leeden van den Hoogen Raad van het Fort wil„ liam in dato 8. e Aug:s pass.o, die egter niet voor den 18. e daar aan hier ontvangen is en aldus Luid. rond and en 125 2. Septbr: 2. Septbr: reede warom men daar bij gedaanen voorslag tot 't op„ van de hand wijts and sailors deserting te & fromCal„ en landsche soldaaten en Mattroo„ cutta and to and from Chinsura sen overloopende van en naar Kal„ and all others factories and places kutta en van en naar Chinsura within our respective Jurisdictions en alle andere factorijen en plaatsen under condition of the immediate onder onse respective Iurisdictien, on„ pardon of such Deserters der voorwaarde eener onmiddelijke ver„ giffenisse van zoodanige overloopers we requestan earlij Communi„ wij versoeken eene spoedige cation of ijour sentiments on this bedeeling uwer Ed:s gevoelens op dit proposition and if it schould recei„ voorstel en Indien het uwel Ed:s goed„ ve ijour approval such Cartel shall keure mag verdienen, zal zoodanig be prepared as maij beagreed onbe„ een Cartel als tusschen ons zal moo„ tween us, after which 's maij be gen worden over een gekoomen, in engrossed and receive the proper gereedheid worden gebragt, waar na het zelve zal konnen worden ver„ vaardigd en de behoorlijke uitvoe„ ring erlangen. We have the honor to be /:onder„ wij hebben de Eere te zijn stond. / Hlönble Sir, e sirs. /:Lager:/ /:onderstond:/ Edele Heer en Heeren! ijour most obed:t hble: servants /get:/ /.Lager:/ uw Ed:s zeer gehoorzaame John Macpherson. R: sloper nedrige dienaaren /:get:/ Iohn - - - - . Cha=s Stuart. /: ter zijde:/ Macpherson, R„ sloper - Fort william Foreign Departe„ Char=s Stuart /:ter zijde:/ Fort wil„ liam foreign Departement the 8. August 1785. — execution. ment 8. aug: 1785. —: Bij de liberatie op welkers inhoud, rechten van een Caste begreepen wierd, dat de Heeren Engel„ schen veel belang schijnen te stellen en weezentlijk ook hebben in het sluiten van het daar bij voorgeslaagene Cartel ter uitleevering van weeder zijdsche Deserteurs, waar van over het generaal hier in Bengale het voordeel aan de zijde der Engel„ schen zijn zoude, alzoo het oneindig meerder getal Manschappen, zoo in„ Haar Leger en Guarnisoenen, als op de scheepen, in vergelijking van de weinige die wij, inzonderheid voor het teegens woordige hebben, het verlies en gemis van volk grooter en nadeeli„ ger doed zijn voor haar dan voor ons. en dat men om die reeden tot dien voorstel niet behoorde toe te tree„ den ofte daar in toe te stemmen, voor dat men weet wat het ge„ volg zijn zal, der bij die Heeren gedecerneerde Commissie en in hoe verre Hun Ed:s reflectie zul„ Een gelieven te slaan op de door dezelve gedaan werdende vertoo¬ ningen en verzoeken om redres¬ over de verhinderingen, de Nederlandsche ter E Maatschappij 5

NL-HaNA_1.04.02_3686_0151 view scan ↗

English

2 September 126 2 September The English collector requests a list of the cargo of the Constantia. Company, for some years past, in the conduct of a free trade; wherefore, on the proposal of the Lord President, it was approved and resolved to politely decline the said proposal for the time being. After this, the Lord President produced a letter received by His Honour from one Charles Coates at Hooghly, calling himself under his signature Deputy Collector of Government Customs, together with two other letters mentioned therein, on the basis of which the said Coates demanded an immediate statement of the cargo of the recently arrived ship Constantia, as further appears from those letters. To Mr John Kinloch, Collector of Government Customs at Hooghly. Sir! For your information and guidance, you will find enclosed a copy of a letter from the Governor General and Council. I am, Sir, your most obedient humble servant, signed H. Scott, Secretary. I have the honour to be, Sir, your most obedient humble servant, signed Charles Coates, Deputy Collector of Government Customs. In the margin: Hooghly the 29th August 1785. Underneath, for the translation, signed P. van den Broeck, English Translator. To Mr John Kinloch, Collector of Government Customs at Hooghly. In consequence of the orders contained in the above letters, I have to request you will be pleased to transmit me an authentic manifest of the cargo of the Dutch ship lately arrived, now anchored at Fulta. Honourable Sir, I have the honour of enclosing you copies of two letters which I have received relative to the landing of the cargoes of the Dutch ships. To the Honourable Gregorius Herklots Esquire, Governor etc. etc. etc. at Chinsurah. Honourable Sir, 2 September 2 September Secretary. In the margin: Custom House, 25 August 1785. To Mr John Mackenzie, President of the Board of Customs. Sir, Messrs Jacob Eilbracht and Cornelis van Citters, deputies from Chinsurah to Fort William, having represented to the Board that a Dutch ship has arrived in the river and is anchored at Fulta in order to unload her cargo, and that other ships are daily expected, I am directed to acquaint you with the Board's command: namely, that you must give the necessary orders for permitting all boats and vessels with goods from or for the Dutch ships to pass freely, up and down the river, without search or detention, until such time as the government shall have determined the questions referred to them by the Dutch relative to duties. It is expected that the Director at Chinsurah will be pleased to exhibit the manifest of the cargo or cargoes whenever requested, in order that the amount may be ascertained which shall be proper to be paid for customs as soon as the percentage shall have been settled. Secretary. In the margin: In the Custom House, the 25 August 1785. Underneath, for the translation, signed P. van den Broeck, English Translator. To Mr John Mackenzie, President of the Department of Customs. I am, Sir, your most obedient humble servant, signed E. Hay, Secretary. In the margin: From the Council Chamber, Foreign Department, 24 August 1785. Underneath: A true copy, signed H. Scott, Secretary of the Board of Customs. Underneath, for the translation, signed P. van den Broeck, English Translator. The answer thereto: that His Honour, having judged that the aforementioned order from the Supreme Council of Calcutta to their customs officers to allow our vessels to pass freely up and down—upon which the said Coates based his demand—did not require this immediate statement of the cargoes of the ships, had answered the said letter in the following manner. To Charles Coates Esquire. Sir, I am honoured with your letter of the 29th. 127

Dutch transcription

2. Septbr: 126 2. Septbr: Den Engels collecteur vraagd om een lijst van de laading van de Constantia Maatschap pij zeedert eenige Jaa„ ren herwaards, in het drijven van een vrijen handel aangedaan, al waaromme dan op propositie van den Heer President, Goedgevonden en verslaan is, die voorslag op een beleefde wijze, voor eerst, van de hand te wijzen Hier na produceerde den Heer President een bij zin E: E: ontvan„ gene brief van eenen Charle Hoa„ tes te Houglij zig onder zijn naam„ teekening noemende Deputij Collec„ tor van 's Gouvernements Tol„ len, met twee andere daarbij vermelde brieven, uit hoofde van de welke hij Coates een onmiddelij„ ke opgave vorderde van de lading van het Jongst aangekomene schip Constantia, gelijk zulks bij die brieven nader blijkt. Mr John Kintoch collector of gov. t Customs at Hougly Mijn Heer! Ter uwer narigt en observantie be„ Ienclose for your information and quidance copij of a letter fromthe go„ komt uEd: hier neevens copij van een brief van den Gouverneur generaal & Raad vernorgeneral and council.. Ik ben /:onders:t / Mijn Heer / Lager:/ Jam /:onders:t / Sir / Lager:/ jourmost uwel Ed: zeer gehoorzaame dienaar /get:/ Hij„ obed:t hible servt /. signed :/ H: Scott s have the honor to be/:on„ Ik heb de eere te zijn /:onderstond:/ derstond:/ sir /:lager / iour most; Mijn heer :/ Lager:/ uwel Ed: zeer ned: ge„ obed:s humble servant /: wasget:/ hoorzaame dienaar /:get:/ cha:s coates Cha:s Coates, D:r Coll: gov:t Customs adj:t collecteur der gouvernements tollen (:ter ter zijde:/ Houglij the 29:ten august zijde:/ Houglij den 28:' Aug=s 1785. /:daar onder voor de vertaaling /:get:/ P:s van den broeck Eng:s Transl: De Heer John Kinloch collecteur gouvernements tollen te Houglij Ingevolge van de ordres in gem: In consequence of the orders Contained in the above Let„ brieven vervat, moet ik versoeken ters 'Thave te request ijon will dat uw Ed: mij gelieve toete zenden be pleased te transmit, me, a een authentique lijst van de Lading mantfest of the Cargo of the Dutch van het Jongst gearriveerde Hol„ ship latelij arrived now ancho„ land sche schip, thans geankerd leg„ gende te voltha red at Fultah Hönble Sir. Ik heb de eere hier in te sluiten I have the honor of enclosing ijou Copies of two Lettersshave Copijen van twee brieven, welke received retalive to the lan„ ik ontvangen heb, betreffende het ding of the Cargoes of the landen der ladingen van de holland„ sche Scheepen. Dutch stips To the Houlle Gregs. Herklots Esqr: Aan Den Edelen Greqt: Herklots Schok Gouverneur &a &ca. Governor &ca &ca &ca. te Chinsura Chinsura Edele Heer. sec:r Scott 1785. —. Sir ll 2. Septbr. 2e. Septbr: sec:a /. ter zijde.:/ Custom House Mr. John Mackensie President of the Dept: of Cus De Heeren Jacob Eilbracht Messrs. Jacob Eilbracht and Cornelius van Citters Depu, en cornelis van litters gecommit„ ties from Chinsura te Fortwil„teerdens van chinsura na 't fort william, liam, having represented to the aan den Raad vertoond hebbende dat Board, that a Dutch ship is er een hollandsche schip in de Ri„ arrived in the River and an„ gearriveerd en te voltha gean„ Mored al Fulta, in order to un„ kerd is, ten einde deszelfs laading al„ load her Cargo, and that other daar te ontlossen, als meede dat er ships are daily expected, Dam dagelijks andere scheepen werden directed to acquaint ijou with verwagt, zoo ben ik gelast uw Ed: ken„ the Board 's Commando, that nit te geeven van de beveelen van ijou give the necessarij ordersfor den Raad, dat namelijk uwEd: de permitting alf Boats and ves„ nodige ordres moet stellen tot een vrije sels to pass freelij, and without, passage van alle sloepen en vaartuigen search or detention up and doron, moet goederen van of voor de hoelandsche the River, with goods from of for scheepen, de revier op en afvaarende, the Dutch ships untill govern„ zonder dezelve te onderzoeken of op te ment shall have determined houden, ter tijd toe dat de regeering de aan on the question referred to them hem, door de hollanders, gedaane vragen, bij the dutch relative to Duties met betrekking tot de tollen, zullen It is expected that the Direc„ hebben, beantwoord. Men verdagt dat de tor at Chinsura, will be plea„ directeur te chinsura wel zal gelieven Sed to exhibit the manifest of af te geeven de authentique lijst van the Cargoe or Cargoes, whenever re„ de laading of ladingen, wanneer ook hij quested, that the amount maij daarom werd verzogt, ten einde te kun„ be ascertained, which shall be nen bepaalen het bedraagen dat voor toe zal Myn Heer! scott sec:s /:ter zijde /: In het Tolhuis den 25. aug. 1785. /:Daar onder :/ voor de ver„ „taaling /:get:/ I:s van den broeck Eng:s Transl:e Den Heer John Mackenzie President van het Dep:t der Tollen proper to be paid for Customs, as moeten werden betaald zoo drade percentos soon at the percentage shall have zullen zijn been setted. Ik ben /:onderstond:/ Mijn Heer /:Lager:/ Iam /:onderst:d / Sir /Lager:/ ijour most obed:t humble servant. uwe zeer ned: geh: dienaar /:get:/ E: Haij /get. /. E: Hai Sec: /:ter zijde:/ Council secret:s /: ter zijde:/ uit de raadkaamer Chamber foreign Department 24:t Buiten Ed:s Departem:t den 24:e Aug:s 1785. August 1785. /. daar onder Catrue /:daar onder:/ een waare Copij /get:/ H: Scott. secret:s van het Departem:t der tollen /:daar Copij /:geteekend /. A: Scott sec: onder voor de vertaaling /. get:/ P:s van den broeck Eng:s Translateur het antwoord daar dat zijn E. E. geoordeeld hebbende, dat de voormelde ordre van den kalkal„ schen Hoogen Raad op Haare Tol be„ dienden, om onze vaartuigen vrij„ „elijk op en afte laaten vaaren, op welke ged. e Coates zijnen Eisch vestig de, deeze onmiddelijke opgave van de Ladingen der scheep en niet vor„ derde, gemelde brief in volgende wijze beantwoord had. Aan Charles Coates schdk: Mijn Heer. Ik ben vereerd met uwEd. brief van den proper moeden 29. e 25. aug: 1785. -. toms Sir. Dept. Cms. op. 127

NL-HaNA_1.04.02_3686_0153 view scan ↗

English

128 2 September. 2 September. 29th of this month, accompanied by two letters, one of which was from the Honorable Supreme Council of Fort William. From the contents of the last-mentioned resolution, I take the opinion of that high assembly to be, to make known their intention to the Commissioners of the Toll, that our vessels with goods shall sail freely up and down the river, without any hindrance, until Their Honors shall have agreed with our deputies with respect to the toll. As also that if a declaration of the cargo in the ship should be demanded, such will only take place when the percentages of the Toll shall have been regulated. This being my opinion, I cannot at present comply with your Honors' request to provide a statement of the cargo of our ship, now brought to Fulta, but must first await the outcome of the agreement with our Gentlemen deputies now in Calcutta, with respect to the Tolls. I am, stood below, Sir, lower, Your Honors' very obedient humble servant, signed, Gregorius Herklots, in the margin, Chinsurah, the 31st August 1785. After resumption of which and L. Reael de Bas. J. C. Heijning. F. Wieman, plenary scribe, stood below, Done at Hugli in Bengal, date as above, was signed, Gregorius Herklots, A. Bogaardt, J. Fredrik, J. W. S. van Haugwitsz, A. G. Kraijenhoff and other matters, the assembly conformed with the proceedings of the Lord President, of which it is understood to keep this record. and Secret 129. 3 September. Insertion of a letter to Calcutta. The Calcutta commissioners make verbal report Saturday the 3rd September in the year 1785. In the morning, all present, Pursuant to yesterday's resolution under that date, the following letter having been dispatched to the Gentlemen of the Supreme Council in Calcutta, in answer to Their Honors' missive of the 8th of the preceding month: Calcutta To His Excellency The Most Honorable Lord John Macpherson, Governor-General, together with The Gentlemen Members of the Supreme Council of Fort William. Most Honorable Lord and Gentlemen! Not earlier than the 18th of the past month of August did we have the honor to receive the letter which Your Excellency and Your Honors were pleased to write to us under the 8th previously. We are, with Your Excellency and Your Honors, completely convinced of the harm and inconvenience caused by the desertion of soldiers and sailors to Calcutta The members commissioned by this assembly to the English Government in Calcutta, the merchants, Thus it is understood to insert the same here. We have the honor to be, stood below, Most Honorable Lord and Gentlemen, lower, Your Excellency's and Your Honors' very humble and very obedient servants, signed, Gregorius Herklots, A. Bogaardt, Jacob Fredrik, J. W. C. van Haugwitsz, A. G. Kraijenhoff, L. Reael de Bas, J. C. Heijning, in the margin, Hugli the 2nd September 1785. and from there hither, as also that mutual interest requires to close the same as much as possible, wherefore we would also very gladly proceed to the entering into of the Convention for their mutual rendition, such as Your Excellency and Your Honors were pleased to propose in your letter. Yet, since we expect within a few days an answer from the Honorable Supreme Government of the Indies to our letters written this spring concerning the general management of our affairs here in Bengal, we very politely request permission to be allowed to delay our final answer on this matter until that time. and Eilbracht matter. 1 130 3 September. 3 September. Their submitted memorials read. Provisional answer of the English to that writing. Approval of the same. Eilbracht and van Citters, having arrived hither from there yesterday evening and having appeared in Council today, make known that they undertook that journey expressly in order, to avoid more paperwork than necessary, to make a verbal report of their experiences in the Commission up to now, which could only make a beginning on the 19th of the past month, being the day that they submitted their first representations to the Supreme Council, and the reason for which delay will appear in the general report to be made; requesting for the aforesaid purpose to be permitted to read aloud the successive memorials and letters submitted, with that which has already been the result thereof, being the provisional arrangement regarding the free passage of our vessels, communicated by them by letter of the 24th of the preceding month, inserted in a separate Resolution of the 26th following, and an answer received under the 30th August from the said Supreme Council; which reading having taken place and the said memorials having been found framed with that emphasis which the matters described therein required, the same were generally approved and the zeal and diligence acknowledged with which they, the commissioners, have acted in this matter for the interest of the Company, with the request to persevere therein, which was also accepted by them, under the expression, however, of their apprehension that the final settlement of affairs did not yet seem likely to follow so quickly. vessels: contents writings d

Dutch transcription

128 2. 7ber: 2. 7ber. 29. e deezer, verzeld van twee brieven, een van welke was eene van den Edelen Hoogen Raad van het Fort william. uit den inhoud van laast gem: besluite ek de meeninge dier hoog vergadering te zyn, om de Commissarissen van den Thol hunne in„ tentie bekend te maaken, dat onze vaartuigen met goederen vrijelijk op en af de revier zullen vaaren, zonder eenige verhindering tot dat Hun Edelens met onze gedeputeerdens, ten op„ zigte van den tholl zullen overeen gekomen zyn. Als meede dat zoo eene verklaaringe van 't gelaadene in het schip zou mogen ge„ vorderd worden, zulks eerst weezen zal wan¬ neer de percentos der Tholl zullen gereguleerd zijn. Dit myne opinie zynde kanik voor het teegenswoordige niet voldoen aan uwel Ed:s versoek tot bezorging van eene opgave der Ladinge van ons schip, nu te voltha aan„ gebragt, maar zal vooraf moeten inwag„ ten den uitslag der overeenkomst met onze Heeren gedeputeerden nute katkatta, ten op zigte der Tollen. Ik ben /:onderstond:/ Mijn Heer /:Lager:/ uw Ed:s zeer gehoorzaame nedrige dienaar /:geteekend:/ Greg:s Herklots /: ter„ zijde:/ Chinsura den 31. e augustus 1785. —. Na resumptie van welk een - - - - - - - - -. L: Reael de Bas. J: C: Heijning: F: Wieman p„l sacs, /.onderstond:/ Actum: Houglij in Bengale datum ut supra /:was getee„ kend /: Greg:s Herklots. A: Bogaardt. I: Fredrik. J: W: S: van Haugwitsz. A: G: Kraijenhoff - - - - - - - - - - - - en ander, de vergadering zig met de verrigting van den Heer Pre„ sident Conformeerde, waar van verstaan is deese aanteeke„ ning te houden. en Secreet 129. 3:e Jber: Insertie van een brief na kalkatte. De calcatse gecomm:s doen mondeling ver„ rigting Saturdag den 3. ' September Ao 1785. 's Morgens, alle present, Ingevolge bestuit van gisteren, on„ der dien datum, aan de Heeren van den Hoogen Raad te Kalkatta, in beantwoording van Hun, Ed:s Missive van den 8. der Voorige maand afgezonden zijnde de volgende Brief Calcatta Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Heer John Macpherson Gouverneur Generaal neevens De Heeren Leden van den hoogen Raad van het Fort william Hoog Edele Heer en Heeren! Niet eerder als den 18.:e der gepasseerde maand Aug:s hebben wij de eere gehad te ont„ vangen den brief die uwe Excellentie en uwel„ Edelens ons onder den 8. e bevoorens hebben gelieven te schrijven, Wij zijn met uwe Excell: en uwel Ed:e volkomen overtuigd van het naceel en on„ gerief dat veroorzaakt werd door het overloo„ pen der soldaaten en Mattroosen naar Calcatta De, van weegens deeze vergade„ slag van hunne verring, aan het Engelsch Gouverner„ ment te kalkatta, gecom„ mitteerde Leden, de kooplieden Zoo is Verslaan dezelve alhier te insereeren. Wij hebben, de eere te zyn /:onderstond:/ Hoog Edele Heer en Heeren: /:Lager:/ uwer Excellentie en uwer wel Ed:s zeer nedrige en zeer gehoorzaame Dienaaren /:get:/ Greg:s Herklots. A: Bogaardt, J:b Fredrik, I: W: C: van Haugwitsz. A: G: Kraijenhoff - - - - - - - L: Reael de Bas. I: C: Heijning /: ter zijde:/ Houglij den 2. e September 1785. — en van daar herwaards, gelijk ook dat het weeder zijdsch belang meede brengt, het zelve zoo veel mogelijk te sluiten, waarom wij ook zeer gaarne zouden treeden tot het aangaan der Conventie, ter weeder overgave dezelve, zoo„ daanig als uwe Excell: en uwel Ed:s dat in haa„ ren brief hebben gelieven voor te slaan. – dan vermits wij binnen weinig dagen van de Edele Hooge Indische Regeering antwoord verwagten op onze in dit voorjaar geschreevene brieven over de generaale directie van onze zaaken hier in Bengale, zoo versoeken wij zeer beleef„ delijk verlof tot die tijd toe te mogen verwijlen met ons uit eindig antwoord op deeze affai„ en Eilbracht re. l 130 3. e 7ber: 3. 7ber: hunne ingediende Memorien geleezen Provisioneel antwoord der Engelschen op die ge„ Approbatie van dezelve Eilbracht en van Citters, ges„ teren avond van daar herwaards gekomen en heeden in Raade ver¬ scheenen zijnde, geeven te kennen die reise expres aangenoomen te heb„ ben om, ter vermeiding van meer schrijfwerk dan nodig is, mon„ deling berigt te doen van hun, weedervaaren in de Commissie tot nu toe, die den 19. e der gepas„ seerde maand; zijnde de dag dat hunne eerste vertoogen bij den Hoogen Raad ingediend hebben, eerst een begin heeft kunnen neemen en van welke tardance de reeden, bij het te doen generaal„ rapport blijken zal, verzoekende ten opgemelden einde te moogen voorleezen de successive ingediende Memorien en brieven, met het geen daar van bereets het gevolg ge„ weest is, zijnde de provisioneele schik„ king nopens de vrije passage onzer Vervolgens overwoogen zijnde den vaartuigen, door hen bedeeld bij brief van den 24„' der voorige maand /:ter aparte Resolutie, van den 26: daar aan vol„ gende geinsereerd:/ en een onder den 30. ' Aug:s van gemelden Hoegen Raad ont„ vangen antwoord; welke leesing geschied en de gede Memorien inge„ rigt bevonden zijnde, met die nadruk„ welke de daar bij beschreevene zaa„ ken vereichten, wierden. dezelve algemeen goedgekeurd en erkend den iever en vlijt, waarmeede zij gecommitteerden, in deezen, voor het belang van de Comp:e gehandeld heb„ ben, met versoek daar in te willen volharden, 't geen door hen ook aan„ genoomen wierd, onder betuiging egter van hunne bedugting, dat de uit„ eindige afdoening van zaaken, nog zoo schielijk niet scheen te zullen volgen. vaart: inhoud schrifte d

NL-HaNA_1.04.02_3686_0156 view scan ↗

English

131 3 September 3 September 700 chests of opium agreed to by them. Measures taken by them regarding the case of Verspijck. Contents of the aforementioned written reply sent on 30 August by the Supreme Council to the mentioned commissioners, in substance containing: that the memorials delivered to Their Honours were of particular importance and required the most careful consideration, and an apology that, on that account, the deliberation upon the same was not yet concluded; that Their Honours, in order to show every attention and mark of favour to the Dutch Company, in so far as such was consistent with their duty, had agreed to grant the same, for this year, seven hundred chests of opium, having to that end given the necessary orders to provide the Dutch agents in Patna with the required juice for that purpose, at the price which was customarily paid before the last war; that before Their Honours had been laid the various pieces of evidence sent by this assembly to substantiate the complaints against Ensign Morris and associates concerning their conduct towards the merchant Verspijck and his wife, of whom Lieutenants Crawford and Aird and Ensign Morris had been placed under arrest and an action had been instituted against them to be brought to trial before the court martial, for which orders would be given immediately, with an opportunity for the merchant Verspijck to present his representations to the same and to submit such evidence as he shall judge necessary, which will subsequently be recorded in the registers of the court martial, while he, Verspijck, if the outcome of that trial should not give him sufficient satisfaction, can initiate an action for recovery of damages at his own instance before the 132 3 September 3 September Reply to the case of Verspijck. The opium accepted. Supreme Court of Judicature at Calcutta, against those who are said to have insulted him, upon whose conduct Their Honours will pass such judgment as shall appear to be required according to the aforementioned registers of the court martial, after deliberation upon which, it was resolved to accept provisionally the offer of the opium, and to inform the servants at Patna thereof and to authorize them to receive the same from the English agents. Furthermore, in answering the paragraph concerning the case of Ensign Morris and associates, to dispatch a letter already drafted to that end by the merchant Eilbracht, reading as follows: Calcutta. To His Excellency the Most Honourable Lord John Macpherson, Governor-General, and the Gentlemen Members of the Supreme Council of Fort William. Most Honourable Lord and Gentlemen, It having appeared from the report made to us by the commissioned members of our assembly, Messrs Jacob Eilbracht and Cornelis van Citters, that it had pleased Your Excellency to acknowledge to them in a letter the receipt of ours under date of 22 July last, with the evidence transmitted therewith, concerning the complaints about the violence done to Mr and Mrs Verspijck by certain officers on the public roads, that on that account, according to the rules of the English military service, an inquiry would be made in a court martial, in which Mr Verspijck would be provided the opportunity to defend himself before that tribunal in substantiation of his complaints, with further liberty, if the decision should not be to his satisfaction, to be able to enter his further action for recovery of damages before the Supreme Court of Judicature at Calcutta against the offenders in person; we have therefore, carefully considering all this, deemed it necessary to represent to Your Excellency and Your Honours how, according to our understanding, the nature of the offence, being criminal and corporal, leaves to the injured party no action of injury or any other compensation for damages other than that which, upon the prosecution of an Attorney General (with us the fiscal) or any other officer of justice, is judged by the judge to belong to him; besides that, as is especially true in this case, a distinction is made whether the matter concerns the injured party in his person, or in his office.

Dutch transcription

131 3. Jber: 3. 7ber: 700 kisten affioen door hen geaccordeert Maatregelen door hen omtrent het ge„ val van verspijck genoomen. inhoud van het opgemelde, onder den 30. e Augustus, door den Hoogen Raad aangemelde gecommitteerdens geschreevene Antwoord, in substantie behelsende: dat de aan Hun Ed=s over„ geleeverde Memorien van bijzondere aangeleegenheid waaren in de nauwkeurigste overweeging vereisch ten en een Excus dat, uit dien hoofde de deliberatie over dezelve, nog niet was g'eindigt; dat hun Edelens om alle attentie en blijk van gunst aan de Nederlandsche Comp:e te geeven, in zoo verre zulks bestaanbaar was met Haar pligt, overeengekoomen waaren aan dezelve, voor dit Jaar, zeeven Hondert kisten Afioen toe„ te staan, hebbende ten dien einde de nodige ordres gesteld om de Hollandsche Agenten in Patna te voorzien met de benoodigde melk daar toe, teegens de prijs, die gewoonlijk, voor den Laatsten oorlog, betaald is, dat voor Hun Ed:s geweest waren de onderscheidene be„ wijsen door deeze vergadering gezonden tot staaving der klagten over den ven„ drig Morris C: S: weegens hun gedrag teegens den koopman Verspijck en zijn vrouw, van welke de Lieutenants Crawford en Aird en den vendrig Mor„ ris in arrest gezet waaren en Actie tee„ gen hun geinstitueerd was om voor den krijgsraad te regt gesteld te worden, waar„ toe onmiddelijk ordres zouden wer„ den gegeeven, met geleegenheid aan den koopman verspijck om zijne ver„ toogen aan dezelve voor te draagen en zodanige bewijzen over te leggen als hij noodig oordeelen zal, welke ver„ volgens by de Registers van den krijgs¬ zullen aangeteekend werden, terwijl hij verspijck, indien den uitslag van dat Proces hem geen voldoen„ de satiffactie mogt geeven, een actie voor schaade verhaaling ter zijner instantie kan beginnen voor geweest het 1/32 3. e 7ber: 3. e 7ber. antwoord op het ge„ val van verspijck het Hooge Geregtshoff te kalkatta, teegen de geene, welke gesegd werden hem beleedigd te hebben, over welker gedrag Hun Ed:s zoodanig vonnissen zullen, als volgens de voorm: Regis„ ters van den krijgsraad blijken zal de affioen geaccepteerd vereicht te werden, na de liberatie waar over, beslooten wierd het aanbod van de Afioen, bij provisie te accepteeren ende bed:n te Pattena daar van kennis te geeven en te qualificeeren tot den ontvangst van dien van de Engelsche Agenten. —. voorts om in beantwoording der Periode over het geval van den vendrig Morris C: S: af te laaten gaan, één, ten dien einde, door den koopman Eilbracht, bereets in Concept gebragte brief, aldus luidende Calcutta Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Heer John Macpherson: Gouverneur generaal De Heeren Leden van den Hoogen Raad van het Fort william uit het door de gecommitteerde Leden„ onzer vergadering de Heeren Jacob Eilbracht in Cornelis van Citters, aan ons gedaan rapport gebleeken zijnde, hoe het uwe Excell behraagd hadde, in een brief aan haar te erken„ nen de ontvangst van de onze sub den 22. e Julij Jongstleeden, met de daar neeven overgezonde„ ne bewijzen, betreffende de klagten over het geweld dat den Heer en Mejuffrouw verspijck is aan„ gedaan, door eenige officiers op de publieke wegen dat derweegens na de reegels van de Engelsche mi„ litaire dienst, in een krijgsraad, onder zoek zou worden gedaan, waar bij den Heer verspijck geleegenheid zou werden verschaft tot staving van zijne klagten, bij die vierschaar zig te ver„ deedigen, met verdere vrijheid, om zoo de deci„ sie niet mogt weezen naar zijn genoegen, zijne, verdere actie van schaade verhaaling te konnen entameeren voor het Hooge ge„ regtshoff te kalkatta, teegens de beleedigers in persoon; zoo hebben wij, dit een en ander aandagtig overweegende, nodig geagt uwe Excell: en uwelEd: te vertoonen, hoe, na ons be„ grip, den aart van het delict, als Crimineel en lijfstraffelijk, aan den beleedigden, geene actie van Jnjurie of eenige andere vergoeding van schaade overlaat, dan die, op aanklagte van een Procureur generaal /:bij ons den fis„ caal:/ of eenig ander officier van Justitie, door den regter werd geoordeelt den zelven te compe„ teeren; behalven nog, dat er, gelijk voor al in dit geval, distinctie word gemaakt, of de zaak den beleedigden in zijn persoon, of in zijn func„ Hoog Edele Heer en Heeren. Hoog en tie 9

NL-HaNA_1.04.02_3686_0158 view scan ↗

English

133 3 September approved regards, in which latter case, the punishment with us is proportioned to the satisfaction of the sufferer as well as the person who has suffered through him, or has been insulted. And whereas this, as we trust, in every respect deserves consideration in this matter, since the attack by Ensign Morris and his men arose from an improper revenge on account of the curbing of his insolence against Mr. Verspijck and his servants, committed previously, we are therefore obliged to look after the honor of our Nation and the safety of that which Company servants and especially the chiefs of our factories perform in their functions. It is therefore that we once again request Your Excellency and Honorable Gentlemen to view the matter as it, in our understanding, ought to be seen, and to cause the accused, of whom the principal, or Morris, has already confessed, to be disciplined in such a manner that others thereby are forever deterred from taking a path that is utterly untenable and directly contrary to civil peace and security; while we, in case anyone should find himself wronged by one or another of our subordinates, will always, in case of complaints about it, be found ready to provide the required satisfaction; which we therefore believe we may also rightfully demand in this matter, in such manner as we have indicated above. We have the honor to be, /underneath stood:/ Right Honorable Sir and Sirs! /lower:/ Your Excellency's and Honorable Gentlemen's very humble and /underneath stood:/ Done at Hooghly in Bengal, date as above. /was signed:/ Greg: Herklots. A: Bogaardt. J:s Fredrik, J: W: S: van Haugwitsz. A: G: Kraijenhoff, Jacob Eelbracht. Corns. van Citters Aarntzzn. Q. Reael de Bas, J. C. Heyning. F. Wieman p. t. Secretary. with the contents of which the assembly, after resumption, concurred, and after translation, is thus to be dispatched. obedient servants /Signed:/ Greg:s Herklots. A: Bogaardt. J:b Fredrik, J: W: S: van Haugwitsz. A: G: Kraijenhof. L: Reael de Bas. J: C: Heijning /in the margin:/ Hooghly, the 3rd of September 1785. Secret 134 14 September Insertion of a letter from the Calcutta commissioners Wednesday the 14th of September 1785, in the morning, absent the merchants Eilbracht and van Citters on a commission to Calcutta, and the junior merchant Heijning due to indisposition. Having received yesterday, from the commissioned members of this assembly residing in Calcutta, the merchants Eilbracht and van Citters, the following missive: To the Honorable Mr. Greg:s Herklots, Senior Merchant, Second of the Bengal Directorate and President, together with the members of the Political Council. Honorable Sir and Sirs, We have again spent the past week here without hearing anything regarding our commission. The answer from the Lords Nawabs, so it seems, is also remaining withheld, and it is possible that, without declaring themselves, they seek to make us impatient with waiting for it and make us abandon any further effort; but since that would not answer to the intended purpose, and having once begun, the matter ought not to be dropped, nor should the principal point, namely the desired declaration regarding the sovereignty over us and others in the Hindustani Empire, be lost from view; we have thus arrived at the thought that, as there is nothing to be gained by sitting idle, the cooperation of Your Honors may perhaps be of some effect for us. Not that we mean thereby as if Your Honors should engage with the Calcutta Government concerning the commission in a separate correspondence, but to take in hand one or another permitted political means, in order to set the British gentlemen in motion and as it were compel them to fix their attention on the matters and finally bring them to a conclusion. To that end, we believe that there is no more ready path to take than to inconvenience our subordinates in all respects, whoever they may be and whoever may be included under that name, and to prevent them from carrying on their trade in contempt of the authority of the Company and under the favor of English rowannahs. The public should now be notified of this by the posting of placards; but in order not to proceed to extremities while negotiations are ongoing, it seems to us that, provisionally, it would be sufficient if, by extract from Your Honors' resolution, the Fiscal is instructed, in this capacity of his as well as that of village master,

Dutch transcription

133 3. e Jber: goedgekeurd tie aangaat, in welk laatste geval, de straf bij ons, werd geproportioneerd tot voldoening van den lijder zoo wel; als den geen die door hem heeft geleeden, of beleedigd is geworden. En nademaal dit, zoo wij vertrouwen, alzints reflexie in deezen verdiend, als zijnde den aanval door vendrig Morris en de Zijne her„ komstig uit een ongepaste revenge weegens de beteugeling van zijn brutaliteit teegen den Heer verspijck en zijne bedienden, te vooren gepleegd, zoo zijn wij verpligt te zorgen voor de eere van onze Natie en de veiligheid van het geen Comp:s dienaaren en voornaamelijk de opperhoofden onzer factorijen, in haare functien verrigten. Het is daarom dat wij uwe Excell: en uwel Ed:s andermaal verzoeken van de zaak te willen beschouwen, zo als ze, na ons begrip, behoord ingezien te werden en den aan„ geklaagden, waar van de voornaamste, ofte Morris, be„ reets in confesso is, zodanig te doen Corrigeeren, dat anderen, daar door, voor altoos werden afgeschrikt een weg in te slaan die ten eenemaal onbestaan„ baar en direct strijdig is met de murgerlijke rust en veiligheid; terwijl wij, ingeval iemand zig door den een off ander onzer onderhoorigen mogt verongelijkt vinden, in cas van klagten daarover, altoos gereed zullen werden gevonden, de vereichte satisfactie te bezorgen; welke wij derhalven ver„ meenen ook met regt in deezen te konnen vorde„ ren, in dier voegen als wij dat hier boven hebben te kennen gegeeven. Wij hebben de eere te zijn /:onder„ stond:/ Hoog Edele Heer en Heeren! /:Lager:/ uwer Excellentie en wel Ed:s zeer nedrige en /:onderstond:/ Actum Houglij in Bengale datum ut supra /:was get:/ Greg: Herklots. A: Bogaardt. I:s Fredrik, J: W: f: van Haugwitsz. A: G: Kraijenhoff, Iacob Eelbracht. Corns. van Citters Aarntzzn. Q. Reaie de Bas¬ J. C. Heyning. F. Wieman p. l Sec. s met welkers inhoud de vergadering zig, na resumptie, Conformeerde, en na de vertaaling, dusdaanig staat verzonden te werden. gehoorzame dienaaren /:Geteekend:/ Greg:s Herklots. A: Bogaardt. I:b Fredrik J: W: S: van Haugwitsz. A: G: Krayen„ hof. L: Reaelde . .. Bas. I: C: Heijning /:ter zijde:/ Houg lij den 3. e september 1785. —. gehoor: 3 7ber. Secreet 134 14. e 7ber: Insertie van een brief van de kalkatse Commis„ Woensdag den 14. e september 1785. 's morgens, absent de kooplieden Eilbracht en van Citters in Commissie naar Kalkatta en den onderkoopman Heijning door in dispositie Van de te kalkatta zig bevin„ dende gecommitteerde Leeden deezer ver„ gadering, de kooplieden Eilbracht. en van Citters, gisteren ontvangen zijnde de hier ondervolgende Missive Aan den E: E: Heer Greg:s Herklots opperkoopman, secunde der Ben„ gaalsche Directie en voorzitter; nee„ vens de leeden van den Politicquen Raad E: E: Heer en Heeren. Wij hebben de gepasseerde week weeder hier doorgebragt, zonder iets te verneemen met op zigt tot onze Commissie. Het antwoord van de Heeren Nawabs, zoo het schijnd, blijft ook agter, weeg en mogelijk dat men, zonder zig te verklaaren, ons met het wagten, daar na, zoekt ongeduldig te maaken en afte doen zien van eenige verdere moeite: maar wijl dat niet zou beantwoorden aan het bedoelde oogmerk en men eens begonnen zijnde, de zaak niet behoord te laa„ ten steeken, of het voornaame point, te weeten de begeerde verklaaring nopens de heerschappij over ons en anderen in het Hindostansche rijk uit het oog te verliesen; zoo zijn we op de gedagten gekoomen, dat, gelijk 'er met stil zit„ ten, niet is te winnen, de meede werking van uwE: E: veel ligt voor ons van eenig effect zal zijn. Niet dat we daar door verstaan, als of uw E E: zich met het kalkatsch Gouvernement over de Commissie, zouden dienen te wikkelen in een bij zondere Correspondentie, maar om het een off ander gepermitteerd politiek middel bij der hand te neemen, ten einde de Heeren Bretten in beweeging te brengen en als te noodzaaken om haare aandagt op de zaaken te vestigen en ze eenmaal te termineeren. Tot dat einde gelooven wij dat er geen ge„ reeder weg is in te slaan, dan onze onderhoo„ rigen, wie ze ook mogen zijn, en welke ook on„ der die naam konnen worden begreepen, in al„ len op zigte ongemakkelijk te maaken en te belet„ ten haaren handel te drijven; met veragting van het gezag van de Comp:e en onder faveur van Engelsche Rowannahs. Hier van nu zoude gemeente dienen te werden geadverteerd bij affixie van Milletten; maar om staande de onder„ handeling tot geene extremiteiten over te gaan, dunkt ons dat, bij provisie, toereikende zou weezen, wanneer bij extract uit uwer E: E: besluit, den heer fiscaal word gedemandeerd in deeze zijne functie zoo wel als die van Dorpmees„ ongeduldige ter sie De

NL-HaNA_1.04.02_3686_0160 view scan ↗

English

135 14 September 14 September Reasons why one cannot assent to the proposal made therein. to see to the execution of the intention and thus generally to prevent any goods of whatever kind from leaving the shore or being dispatched, or from being imported into or exported from our village, except with an ordinary Destek; and to charge or prosecute, according to the exigency of the matter, anyone who wishes to make use of an English Rowannah; in order that they may thus gradually become accustomed to the obligation to show the due gratitude and to pay a bearable assessment for the right of habitation and protection, as well as the conduct of trade in and under our jurisdiction, once matters should reach the point where the intended objective were attained. All the commotion that could arise from this is the complaint of one person or another to the Calcutta government, should they, in such a case or cases, regard it as their competent judge, which will then have to appear if that government should see fit to confer with us about this. Also, upon the dispatch of a vessel or vessels with Desteks, the Hooghly Collector will apparently, just as recently, again arrogate to himself the right to refuse them passage, other than with a Rowannah from him: but in such a case and in the event of a complaint regarding this, it is unavoidable, under the submission of a written protest, provisionally to hold him accountable and responsible for all costs, damages, interest, and loss of profit that might have been suffered, or could be suffered, through the refusal of passage and the delaying of the voyage of such a vessel or vessels, in order to recover them as, where, and when one shall judge proper. It is certainly Your Honours' earnest desire, as well as ours, to take upon ourselves all the trouble and inconvenience that might be attached to maintaining the all too much despised honour of our nation and protecting the rights of our Company in such manner, and insofar as we are endowed with the abilities, to show that we cannot and may not suffer any infractions or injustices; and with that zeal and sincerity we have the honour always to remain, undersigned, Honourable Sir and Sirs. Lower down: Your Honours' and Honourables' very humble and very obedient servants, signed: Jacob Eilbracht, Cornelis van Citters, son of Aarnout. In the margin: Calcutta, 12 September 1785. After resumption of the same and upon deliberation on its principal contents, namely the proposed means to, as the said commissioners say, set the British gentlemen in motion and as it were compel them to fix their attention on the matters presented and to terminate them once and for all, it appeared to the meeting that, since the commissioners in our name are in negotiations 136 14 September 14 September Other measures to obtain a speedy settlement of matters. over the tolls and ensuring that the desteks are respected as before, this step would be considered unseasonable, if not premature, and that moreover it would be of too much detriment to the inhabitants of our colony, since the little trade that is still carried on must thereby completely collapse; for it would be of little avail to the merchant whose goods were detained that one protested against it, if one does not have the power to secure a speedy release of the same and prevent that delay from causing him damage, while the prospect of an uncertain indemnification that one would claim on the basis of that protest will not encourage him to proceed in his undertakings; for which reasons it was then judged best, and consequently it was also resolved, to let this matter remain as it currently is, until the point of the tolls and desteks shall have been settled with the Supreme Council, when, in case our privileges in that regard are restored and one is assured that our desteks will everywhere meet with the proper respect, it can rightfully be demanded that the inhabitants also acknowledge our authority in this respect and pay the due assessment for conducting a free and unmolested trade under the protection of the Dutch flag, to which the meeting holds itself assured that, in that case, no one will be unwilling, or if there should be such a person, the same can, with reason and equity, be compelled thereto. In order meanwhile, if possible,

Dutch transcription

135 14. e 7ber: 14e 7ber: reedenen waarom men den daarbij ge„ daanen voorstel geen bijvol kan geeven. ter, voor de uitvoering van de intentie te zorgen en over zulks generaalijk te beletten, dat. er geene goederen hoe genaamd van de wal af„ afsteeken of versonden, dan wel ons Dorp uit of ingevoerd worden, dan met een gewoon Destek; en den geen die van een Engelsche Rowannah gebruik wil maaken, derweegen te chargeeren of actioneeren na exigentie van zaaken; ten einde dus langzaamer„ hand gewend te geraaken aan de verpligting om voor het regt van inwooning en protectie zoo wel, als het drijven van koophandel op en onder onze Iurisdictie, de verschuldigde erkentelijkheid te betoonen en een dragelyke schatting te betaalen, wanneer de zaaken eens daar toe komen mogten, dat het bedoelde oog„ merk bereikt wierde. Alle beweeging die hier uit kan ontslaan, is het beklag van den een of ander aan het kalkatsch gouvernement, zoo zij dat in dergelijke een geval of gevallen, aanmer„ ken als Haar Competenten regter, dat dan zal moeten blijken, wanneer dat gouvernement goed mogt vinden, ons hier over te onderhouden. ook zal de Houglijsche Collecteur, bij verzending van vaartuig of vaartuigen met De steks, zig apparent, even als Jongst, wederom aanmaali„ gen het regt van ze passage te weigeren, anders als. met een Rowannah van hem: dan in zoo een geval en in cas van klagte, hier over, is het onver„ meidelijk om onder overgave van een schriftelijk Protest, bij provisie, voor zijn, reekening en ver„ antwoording te laaten, alle kosten, schaaden in„ tressen, en winst derving, die door de weigering van passage en het vertraagen der reis, van zoda„ nig vaartuig of vaartuigen, mogt geleeden zijn ofte na resumptie van dewelke en bi deli„ beratie op dies voornaamsten inhoud, het voorgeslaagen middel namelijk om, gelijk gemelde gecommitteerdens zeggen, de Heeren Britten in bewee„ ging te brengen en als te noodzaaken om haare aandagt op de voorgedraa„ gene zaaken te vestigen, en ze een„ maal te termineeren, het de vergadering toescheen, dat, daar zij gecommitteerdens. konnen geleeden worden, om die te verhaalen zoo, waar en wanneer men dat zal oordee„ len te behooren. Het is uwE E: zeeker zoo wel als ons ernst om zig te getroosten alle moeite en on„ gemak die verknogt mogt zijn aan het mainti„ neeren der al te veel veragt wordende Eere van onze Natie en de bescherming der regten van onze Comp:e op die wijs, en in zo verre als we begaafd zijn met vermogens om te doen zien dat we geene in fractien of verongelijkingen konnen of moogen lijden; en met dien iever en opregtigheid hebben wij de eere van altoos te verblijven /:onderstond:/ E: E: Heer en Heeren. /:Lager:/ uwer E: E: en Ed. s zeer nedrige en zeer gehoorzaame Dienaaren /:get:/ Iacob Eilbracht, Corn:s van Citters Aarn z:n /:ter zijde:/ Kalkatta den 12. e 7ber: 1785. — konnen uit E 136 14e 7ber: 14.:e 7ber: andere maat regelen om een spoedige af„ doening van zaaken te obtineeren uit onze naam in onderhandeling zijn over de Thollen en het doen respectee„ ren der de stekken als bevoorens, deeze stap als ontijdig, zoo niet voorbaarig zou„ de aangemerkt worden en het boven dien van te veel nadeel voor de In„ woonders onzer Colonie weezen zoude, nademaal daar door geheel en al ver„ vallen moet, de weinige Handel, die 'er nog gedreeven word, wijl het den koopman, wiens goederen aange„ houden wierden, weinig baaten zou de dat men daar teegen protesteerde, als men het vermoogen niet heeft een spoedige Largatie der zelve te bezorgen en voor te koomen dat dat verwijl hem geen schaade toebragt, ter„ wijl het vooruitzigt op een onzeeker dedommagement, dat men uit hoof„ de van dat protest zoude eis„ schen hem niet aanmoedigen zal in zijne onderneemingen voor te gaan; om welke reedenen dan best geoordeelt wierd en dienvolgende ook beslooten is deeze zaak zoo te laaten. blijven, als ze thans is, tot dat het point der Tollen. en Destekken met den Hoogen Raad zal„ gevonden zijn, wanneer, in dien onze voor„ regten daar omtrent hersteld zijn, en men verzeekerd is dat onze Destekken overal het behoorlijk respect ontmoe„ ten zullen, met regt zal kunnen gevorderd werden, dat de Inwoonders in dit op zigt meede ons gezag er ken„ nen en voor het drijven van een vrijen en ongestoorden Handel, onder Protec„ tie der Nederlandsche vlag, de ver„ schuldigde schatting betaalen, waar toe de vergadering zig verzeekerd houd, dat, in dat geval, niemant onwillig zijn zal, ofte zoo er zoodanig een mogt weezen, zal dezelve, met ree„ den en billijkheid, daar toe kunnen genoodzaakt werden. om in tusschen, des mogelijk, wierd een E

NL-HaNA_1.04.02_3686_0162 view scan ↗

English

14 September. 14 September. becoming all the more necessary due to the increased complaints. The reply from Calcutta to our further representation concerning the case of Verspijck. To bring about greater expedition in settling the matters being handled by the Commission, it is resolved, on behalf of this assembly, to make a request to that effect in a letter to the High Council, and also to insist once more with the gentlemen Nawabs for a reply to the Arzdashts presented to Their Excellencies; further, to have the aforementioned commissioners insist from time to time, also in writing, on a speedy conclusion, pointing out the prejudice that the Company suffers through these delays, for which the received complaints from Kassembazaar, regarding vexations in the Arreng Nannoor, mentioned in today's joint resolution, provide an occasion, and which will occur repeatedly within a short time, as the goods expected daily from the Arrengs and brought on our Desteks will certainly provide cause for complaints again; the constant repetition and insistence on an answer whereof, it is assumed, will finally wear out the gentlemen in Calcutta and compel them to come to a decision on the matter. From the aforementioned High Council, in reply to the letter written to Their Honours on the 3rd of this month concerning the case of Ensign Morris and company, the following letter having been received today: To the Honble Greg:t Herklots Esq:r Chief &c:a Council at Chinsura. Honble Sir and Sirs, We have been honoured with the receipt of your letter of the 3rd Inst. on the subject of the assault which is said to have been made on M:r and M:rs Verspijck on the 10:th July last by some officers belonging to the Cantonments at Berhampore, and repeating your desire that we will inflict such punishment on the offenders as may deter others in future from a behaviour so inconsistent with the public peace and safety. We are concerned that we have it not in our power to comply with your request on this occasion; the sentiments which we have already expressed in our letter to M:rs Eilbracht and van Citters of the 30:th ultimo, which these gentlemen appear to have communicated to you, are so full in regard to the line which we are warranted to adopt by the Laws of our country towards the gentlemen complained against by M:r Verspijck, as to leave us nothing further to urge on the subject; on a reconsideration of them, we trust that they will also be satisfactory to you. We have the honour to be, Honble Sir & Sirs, Your most obed:t hble: servants, (signed) John Macpherson, R: Sloper, John Stables, Cha:s Stuart. In the margin: Fort William, Foreign Department, 8:th September 1785. Below that, for the translation: (signed) C: J: van Nierop. And it appearing therefrom that Their Honours, notwithstanding the representations made in that regard, continue to persist in their opinion to have that matter settled by a court-martial, it is resolved, having no other option, to acquiesce herein and to await the further outcome. Done at Hooghly in Bengal, date as above. (was signed) Greg:s Herklots, A: Bogaardt, I: Fredriks, J: W: S: van Haugwitsz, A. G. Kraijd, de Bas, T Wieman, Pleseenhoff, L: Reaa.

Dutch transcription

1/37 14e 7ber. 14. e 7ber te noodzaakelijker wordende door de ver„ meerderde klachten Het antwoord van kalkatte op ons nader vertoog nopens het ge„ val van verspijck een meerdere voortvaarendheid te wee¬ ge te brengen in het afdoen der door de Commissie verhandeld werdende zaa„ ken is. Verstaan, uit Naam deezer vergadering bij een brief aan den Hoo„ gen Raad, daar toe verzoek te doen en bij de Heeren Nawabs meede nogmaals te laaten aan houden om een antwoord op de aan Hunne Excellentien gepresenteerde Arzdaasten; voorts om door de voormel„ de gecommitteerdens, van tijd tot tijd, meede bij geschrifte, om een spoedige afhandeling te laaten aanhouden, onder vertooning van het nadeel, dat de Comp:e door deeze uitstellen leid, waar toe de ingekomene klagten van Kassembazaar, over vexcatien in de Arreng Nannoor, vermeld bij gemee¬ ne resolutie van heeden, geleegenheid geeft, en die binnen korte, te meermaa„ len zal voorkomen, alzoo de dagelijks uit de Arrengs verwagt en op onze Destekken aangebragt werdende goederen, zeeker weeder ree¬ To the Honble, Greg:. Herklots Esq:r Aan den Edelen Greg:t Herklots schok: opperhoofd en den Raad te „Chief &5:e Council at Chinsura Chinsura Edele Heer en Heeren. Honble Sire Sirs Wij zyn vereerd geworden met den We have been honoured wish ontvangst uwer letteren van den 3. e dee„ the receipt of your letter of the 3sh Inst. on the subject of the assault, ter handelende over de aanranding die which is said, te have been made on gezegd word, op den 10. e Julij J=o leeden, door M:r en M. rs verspijck onthe 10.:k op eenige officieren, behoorende tot de Can„ Iulij last bij some officiers belonging tonnementen van Berhampoer gedaan te tho the Cantonments at perhampo„ zijn aan den heer en Mejuffrouw ver„ re, es repealing ijour desire that we spijck en herhaalende uw verzoek, dat will in flijdt such punishment on wie wij zodanige straffe aan de beleedigers zou of enders as maij deter others in den opleggen welke anderen in 't ver„ volgkonden afschrikken van een gedrag, zoo den van klagten opleeveren zullen; wel„ kers geduurige herhaaling en aanhou„ ding om antwoord, veronder steld werd, dat het de kalkatsche Heeren, eindelyk zal doen moede worden en noodzaaken tot een besluit van de zaak te komen. van voormelden Hoogen Raad, in antwoord op de aan Hun wel Edelen son„ der den 3. e deezer geschreevene brief over den zaak van den vendrig Morris C:S: heeden ontvangen zynde, de hier ondervolgende Missive den future de 138 14. 7ber. future from a behave our so incon„ strijdig met de publieke rust sestent wish the publieck peace en veiligheid and safetij We are conserned that we Het smert ons dat wij 't niet have it not in our power to complij in onze magt hebben uw verzoek wish ijour request on this occasion; in dit geval te voldoen, de gevoelens, the sentiments which we have die wij bereets in onze letteren van den 30.:e al ready expressed in our letter te Laastleeden aan de Heeren Eilbracht M:rs Eilbracht and van Citters of en van Citters hebben betuigd, en wel„ the 30:th ultimo which these gen„ke deeze Heeren uw Ed:s schijnen te heb„ lemen op pear to have Communi„ben meede gedeelt, zijnde zoo verre ge„ cated to ijou, are so full in regard gaan met opzigt tot de regel, die wij, to the line which we are warranted volgens onze Landswetten moeten vol„ te adopt bij the Laws ofour coun„ gen omtrent de Heeren over welke de trij towards the gentlemen Com„ heer verspijck klaagd, dat wij niets plained against bij M:r verspijck, verder in deeze zaak kunnen doen - bij as to leave us nothing further to eene nadere overweeging van de zelve urge on the subject, on are con„ vertrouwen wij dat die ook voldoende sideration of them, we trust that voor uw Ed:s zullen weezen. they will alsoo be satisfactory to we have the honour to be /:ondert:/ wij hebben de eere te zijn /:onderstond/ Honble sir & sirs /:Lager:/ ijour Edele Heer en Heeren /:Lager / uw Ed:e zeer„ most obed:t hble: servants /.get:/ John med: en gehoorzaame Dienaaren /:get:/ Macpherson: R: Sloper, John John Macpherson. R: Sloper. John, Stables. Cha:s Stuart /:ter zijde:/ Stables , Cha:s Staart. /:ter zijde.:/ Fort Fort william foreign, Depertem:t William Buil en Cdo Dep:t den 8. Septbr: 1785. /:daar onder voor de vertaaling /:get:/ C: J: van Nierop en daar bij blijkende, dat hun Ed:s niet teegenstaande de derweegens gedaane /:onderstond:/ Actum Houglij in Benga„ le datum ut supra /:was geteekend:/ Greg:s Herklots. A: Bogaardt. I: Fredriks J: W: S: van Haugwitsz. A. G. Kraij„ de Bas. . . . - . - . TWieman Plsees. en hoff - - - - - - - - - - - - - - - L: Reaa vertoogen blijven persisteeren bij Hun„ gevoelen, om die zaak door een krijgs„ raad te laaten berigten, zoo is ver„ staan, als niet anders kunnende hier in te berusten en het verder gevolg af te wagten vertoogen 14. e 7ber. ijou 8:en September 1785. —

NL-HaNA_1.04.02_3686_0164 view scan ↗

English

Secret 139 23 September: Re-examination of the final English response The committee members consider its content little satisfactory Obscure regulation regarding customs. Further reply to be made Friday the 23rd of September 1785. In the morning, absent the Sea Captain and Master of Equipage Fredrik to the anchorage of the ships. The merchants Eilbracht and van Citters, committee members sent to Calcutta regarding the memorials, having already communicated by letter of the 18th of this month that, according to information obtained from one of the secretaries, the answer to the representations submitted to the High Council was to be expected at any moment, and the same having since been received by them, who have in the meantime come hither, and being produced at the meeting with the request that, since the said memorials have been read before the Council, this answer may also be brought to knowledge; which was then done by the re-examination of this document. After the reading of which, it was generally noted with the said committee members that no progress had been made in the matter and, as far as piece-goods are concerned, one was now in a more disadvantageous position than before the war; that the honor of the Nation and the Dignity of the Company, as a respectable trading body and a Power in its own right, appeared not to have been taken into the slightest consideration, whereas one ought to have deferred to the proposal to make a fair arrangement and agreement with each other concerning the payment of customs; that the regulation received alongside the said answer regarding this matter is framed so obscurely that nothing but endless disputes could arise from it. For which reasons, it was judged necessary with the committee members 140 23 September: and regarding the regulation of customs, they have themselves drawn up a plan. to draft such a further memorial by way of reply to that answer as the nature and state of affairs shall deem expedient, especially for the refutation of several prejudicial allegations and arguments, for which the said committee members were then requested. They accepted this and further made known that, to prevent all disputes regarding customs, and so far as possible not to let the Company be regarded in that respect as on an equal footing with any private merchant, they had provisionally drafted a plan of convention and regulation regarding the customing of goods of the Dutch Company and its subjects at the baksbandar at Houglij, to be signed and faithfully observed by the Nawabs on the one part, the Governor-General and the members of the High Council of Fort William, representing the Diwani for the English Company on the second part, and the Director and Council on behalf of the Dutch Company in Bengal on the third part. Which document, having been approved after reading, it was resolved to keep this record of it and of all the foregoing. It was signed: Actum Houglij in Bengal, date as above. Signed: Gregorius Herklots, A. Bogaardt, J. W. J. van Haugwitsz, A. G. Kraijenhoff, Jacob Eilbracht, Cornelis van Citters Aarnoutsz, L. Reael de Bas, J. C. Heyning, F. Wieman, Provisional Secretary. Separate 141 First to the English Agreement The committee members' reply to the English answer read, alongside the draft convention to be proposed The Honorable Mr. Isaak Titsingh, incoming Director The Honorable Gregorius Herklots, Senior Merchant, Second of the Directorate and Chief at Kassembazaar, as well as outgoing President The Honorable Anthonij Bogaardt, Senior Merchant and Chief Administrator The Sea Captain Jacob Fredriks, Master of Equipage The Merchants: Johan Wilhelm Salomon van Haugwitsz, Provisional First in the Cloth Hall Adrianus Gerardus Krayenhoff, Fiscal and Town Master Jacob Eilbracht, Trade Bookkeeper, Purveyor, and Invoice Keeper Cornelis van Citters Aarnoutsz, Chief at Pattena The Junior Merchants: Lodewijk Reael de Bas, Provisional First Warehouse Master, and Johannes Cornelis Heijning, Pay Bookkeeper and Vendue Master Friday the 7th of October, Year 1785. In the morning, all present. The committee members appointed by this assembly to the Calcutta Government, the merchants Eilbracht and van Citters, who, pursuant to the joint resolution of the 24th of the past month, were requested to remain here to attend the arrival and reception of the Honorable Director, of whose safe arrival in the Ganges news was received on that day, and who are still here, make known to the Council that they have used their time here to draft a reply to the answer received from the Gentlemen of Calcutta dated the 8th of September to the memorials successively presented to them, and a draft of an agreement for the freedom, safety, and security in the trade of the Dutch Company and its subjects in Bengal, requesting that those documents, not knowing whether the views contained in them

Dutch transcription

Secreet 139 23. 7ber: resumptie van der Engel„ schen finaale rescriptie comm s dies inhoud wei„ nig voldoende duistere regulatie nopens de toll. nader repliceeren Vrijdag den 23.:e September 1785. 'S morgens „ absent den kapitain ter zee en Equipagemeester Fre„ drik naar de legplaats der schee„ pen. naar Kalkatta gecom„ op de memorien derge„mitteerde leeden de kooplieden, Eil„ bracht en van Citters; bij brief van den 18:e deezer, bereets bedeeld hebbende dat volgens bekomene informatie van een der secretarissen, het antwoord op aan den hoogen Raad ingediende ver„ tooningen, alle oogen blikken te ver„ wagten hadden, en het zelve zeedert bij hen, die in tusschen herwaards ge„ komen zin, ontvangen weezende, en heeben ter vergadering geproduceerd werdende, met verzoek om, daar de gedagte Memorien aan raade voor„ geleezen zijn, dit antwoord meede ter kennisse te moogen brengen, gelijk dan ook door resumptie van dit geschrift geschiede, na welkers Leesing met ged: gecommitteerdens daar uit over het algemeen opgemerkt wierd dat men ter zaake niet gevorderd en wat den lijnwaat in zaamaangaat, tans in nadeeliger omstandigheid was als voor den oorlog, dat de eere van de Natie en de Achtbaarheid van de Compag„ nien, als een respectabel handel drij„ vend Lighaam en een Moogendheid op zig zelve zijnde, in geen de minste aanmerking scheen gekoomen te zijn, wijl men als dan had behooren te defereeren aan den voorstet, om wee„ gens de betaaling der Tol, een billijke schikking en over eenkomst met el„ kander te maaken; dat de neevens het gem: antwoord ontvangene re„ gulatie derweegens, zoo duister is in„ gerigt, dat daar uit niet dan on„ eindige verschillen konden voort¬ men zal daar op komen, om welke reedenen, met de gecommitteerdens nodig wierd ge„ geschrift oordeelt 1/40 23. e 7ber: en nopens 't regelen der tol heeft men zel„ ren een plan opge„ maakt. oordeelt op dat antwoord, zodanig een nadere Memorie tot repliek in te rig„ ten als den aart en toedragt van zaaken dienstig zal voorkomen, in zonderheid tot weederlegging van verscheide prejudiciabele allegatien en argumenten, waar toe gedag¬ te gecommitteerdens dan ook verzogt wierden, die zulks aanaa„ men en verder te kennen gaven dat zij, ter voorkooming van alle verschillen omtrent de tollen, en om„ de Comp:e daar omtrent, des mogelijk„ niet te doen aanmerken als ge„ lykstandig met ieder particulier. Koopman, by provisie, hadden in„ „gerigt een ontwerp van Conventie en reglement nopens, de vertolling der goederen van de Neederlandsche Comp. e en haare onderhoorigen aan de wags„ bender te Houglij, om, door de Nawabs ter eenre, den gouverneur Generaal en /:onderstond:/ Actum Houglij in Bengale datum ut supra /:was ge„ teekend /. Greg:s Herklots. A: Bogaardt. - - - - - - - - - J: W: J: van Haugwitsz. A: G: Kraijenhoff. Iacob Eelbracht. Corns. van Citten Aarntzzn: L: Reael de Bor¬ I. C. Heyning. F. Wieman p:l Secs. de leeden van den hoogen Raad van het Fort william, als voor de Engel„ sche Comp:e, reprezenteerende de Dewa„ nie ter andere zijde, mitsgaders den Directeur en Raad van weegens de Hol¬ landsche Comp:e in Bengale ter derde zijde, geteekend en getrouwelijk in agt genoomen te werden; welk geschrift, na gedaane voorleesing goed gekeurd zijnde, zoo is goedgevonden daar van en van al het voorenstaande dee„ ze aanteekening te houden. 23. septb. de Apart 141 eefst aan de Engelse een komst gecommitteerdens op 't Engels antwoord Den E: E: Achtbaaren Heer M„r Isaak Titsingh aankomende Directeur De E E: Gregorius Herklots, opperkoopman, secun„ de der directie en opperhoofd te kassem„ bazaar, mitsgaders afgaande president De E: Anthonij Bogaardt, opperkoopman en Hoofd Administrateur Den Capitain ter Zee Jacob Fredriks Equipagiemeester De kooplieden Johan Wilhelm Salomon van Haugwitsz p:l Eerste in de kleede Zaal. Adrianus Gerardus Krayenhoff Fishaal en Dorpmeester Jacob Eilbracht Negotie Boekhouder, dis¬ pensier en factuur houder. Cornelis van Citters Aarnz:n opperhoofd te Pattena De onderkooplieden Lodewijk Reael de Bas, Pl: Eerste pakhuismeester en Johannes, Cornelis Heijning Soldij Boek„ houder en vendumeester 't replik door de kalkat: De van weegens deeze vergadering Vrijdag, den 7:e October Ao 1783. S morgens alle prezent, by het Kalkals Gouvernement ge„ ontworpen geleezen Committeerde Leeden, de kooplieden Eilbracht en van Citters, die inge„ volge gemeen besluit van den 24:' der Jongst vergangen maand, verzogt zijn hier te vertoeven, om de aankomst en receptie van den wel Edele Achtbaaren Heer Directeur, van wiens behouden & arri„ vement in de ganges men ten dien daage tijding bekwam, bij te woonen en thans nog hier zijn, aan raade te kennen gee„ vende, dat de tyd van hun aan weezen hier besteed hebben, tot het inrigten van een repliek, op het van de Kal„ katsche Heeren onder den 8. e September ontvangene antwoord op de aan Hun Edelen 'T successive overgegeevene. Me beneevens de Con„morien, en een ontwerp van over een„ te proponerene over komst tot vrijheid, veiligheid en zee„ kerheid in den Handel van de Ne„ derlandsche Compagnie en Haare onderhoorige in Mengaale, met versoek die geschriften, als niet weetende of de bij begrippen te 7:e 8ber: 3 20

NL-HaNA_1.04.02_3686_0167 view scan ↗

English

142 7 October. 7 October: having been found correct, a draft for facilitating a speedy settlement of matters. to be allowed to read aloud, so as to learn whether the views of the assembly agree with his own, and whether the Lord Director deems that the commission ought to proceed or rather be broken off and ended; which reading then took place, and subsequently it was generally acknowledged that the interest of the Company therein was defended with that seriousness and emphasis which the same came to require; but whereas the Lord Director communicated to the assembly that in a private negotiation with His Excellency the Lord Governor-General Macpherson, he had received so many expressions and assurances of readiness to do His Right Honourable every service and give him satisfaction, even in the points concerning this Commission, that upon his grievances over the prolixity of the submitted memorials, which owing to manifold occupations could not be answered with the required speed, he desired to make a trial thereof by briefly presenting to His Excellency the content of the draft agreements, both concerning the tolls and that mentioned hereinbefore concerning the safety and security of our trade, and to learn what his opinions and intention in that regard might be; requesting to that end that the Lords Commissioners might be pleased to make a brief extract thereof, which His Right Honourable, when paying our visit at Gharetti, where His Excellency was residing for the recovery of his health, would hand over to him and attempt, if possible, to direct it so that without any further considerable representations the objective might be attained. after performance of the Lord Director, report. 143 7 October. 7 October: Verspijck has appeared before the court martial. Insertion of the letters sent to the foreign Nations communicating the arrival of the Lord Director with the replies. It was reported that no delay was caused to the Commission by this, since one could not suppose from what had taken place until now that they would be more expeditious in answering before his recovery; and, in case this intervening negotiation should be of no success, there would always still be time enough to prepare the read memorial for delivery, as he, the Lord Director, intended nothing other than to facilitate the matter as much as possible. Thus, after the assembly had confirmed the communication of His Right Honourable, it was resolved upon his proposal to supersede the Commission until the return of him, the Lord Director, when the same shall resume its progress, whether to conclude publicly, as is proper, what was privately negotiated by His Right Honourable, or else to deliver a further memorial. Hereafter, the content of a separate Kassembazaar letter of the 23rd of the recently elapsed month of September having also been reviewed, mainly serving to give notice that the ordered court martial over Ensign Morris had commenced, and Merchant Verspijck in person had to appear to repeat the complaint before the same, with what further occurred therewith; thus, since this matter does not require a special reply, it was understood to accept the same for communication. Lastly, it having also been understood to be proper to insert here the letters of communication sent to the foreign Nations residing here, pursuant to the common resolution of the 29th of September last, regarding the arrival of the Lord Director, with the successive replies received thereto, reading as follows: 144 7 October: Calcutta To His Excellency The Right Honourable Lord John Macpherson Governor-General Together with The Honourable Members of the Supreme Council of Fort William Right Honourable Lord and Honourable Lords As it has pleased the Supreme Government of the Dutch Indies to entrust the supreme direction of the affairs of our Company in Bengal to Mr. Isaac Titsingh, we have the honour to give notice thereof in the most polite manner to Your Excellency and Your Honours, and at the same time that the said Mr. Titsingh arrived here yesterday in perfect good health and has assumed the presidency in our assembly as Director; As such, he requests, along with us, for the continuation of the friendship and good correspondence which has taken place until now between the mutual Nations, for the promotion of which we, on our part, shall contribute everything that may be serviceable. We have the honour to remain with all respect, below, Right Honourable Lord, the Honourable Lords, lower, Your Excellency's and Your Honours' most obedient and very humble servants, signed, I: Titsingh, Greg:l Herklots, A: Bogaardt, I:s Fredriks, J: W: S: van Haugwitsz, A: G: Kraijenhoff, Jacob Eilbrachts, Corn:s van Citters Aarn:t sz:, L: Reael de Bas, and J: C: Heijning, in the margin, Hooghly, the 30th of September 1785. 7 October: To the Honourable Mr. Dangereux, Commandant on behalf of His Most Christian Majesty at Chandernagore Honourable Sir! Mr. Isaac Titsingh having been entrusted by the Supreme Government of the Dutch Indies with the supreme direction over the affairs and possessions of our Company here in Bengal, and that gentleman having arrived yesterday in perfect good health, and having assumed the presidency in our assembly as Director, we have the honour to politely give notice thereof to Your Honour, and to remain with all respect, below, Honourable Sir!, lower, Your Honour's humble servants.

Dutch transcription

142 7. 8ber. 7. 8ber: rigt bevonden zijn werp tot faciliteering van eene spoedige adoe„ ning van zaaken. begrippen der vergadering met de haare over een stemmen zullen en of den Heer Directeur oordeeld dat de commissie behoord voortgang te hou„ den dan wel afgebrooken en geindigd diend te werden, te moogen voorlee„ zen; welke leesing dan ook geschiede en vervolgens in 't algemeen erkend wierd dat het belang der maatschap„ die na verrichinge, pije daar in verdeedigd was met die ernst en nadrick als de zelve quam te vereisschen, dan vermits den Heer Directeur aan de vergadering Com„ municeerde, dat in een particulie„ des heer directeur, ontrve onderhandeling met zijne Excel„ lentie den heer Gouverneur gene„ raal Macpherson, zoo veel betuigingen en verzeekeringen had ontfangen van bereidwillig„ heid om zijn E: E: Achtb alle dienst te bewijzen en genoegen te geeven, zelfs in de pointen deeze Commissie betreffende dat op desselfs beswaarenissen over de langwijligheid der overgegee„ vene memorien, die door meenig vul„ dige beesigheeden niet met de ver„ eechte spoed konden werden beant„ woord daar van begeerde een proefte neemen, door in 't kort aan zijn Ex„ cellentie den inhoud van de in Con„ cept gebrachte over eenkomsten zoo over de tollen als het hier vooren vermel„ de over de veiligheid en zeekerheid van onsen handel, voor te draagen en te verneemen wat daar omtrent zijne opinien en intentie zijn mocht, ver„ soekende te dien einde dat de Heeren gecommitteerdens een kort uittrekzel daar van gelieven te maaken, het geen sijn E: E: Achtb op Gharetti, waar zijn excellentie zig ter herstelling zij„ ner gezondheid bevond, ons bezoek af„ leggende, den zelve overgeeven en trach„ ten zoude, het, des mogelijk daar heen te derigeeren, dat zonder eenige verdere aanmerkelijke vertoogen het doel with over bericht. E ƒ 143 7. 8ber. 7. 8ter: verspijck is voorde krijgsraad gecom„ pareerd. Insertie der brieven aan de vreemde Natien gezonden bedeelende de aankomst van den heer directeur met de antwoord berecht wierd, dat hier door geene vertraa„ ging aan de Commissie wierd veroor„ saakt, wijl men niet kon veronderstel„ len uit het geen tot heede plaats had, dat men in het beantwoorde, voor des„ selfs herstelling meerder voortvaarende zou zijn, zullende, ingevalle deese tus„ schen komende onderhandeling van geen succes was, het altoos nog tijd ge„ noeg weesen de geleesene memorie ter overgaave in gereedheid te brengen, alsoo hij Heer Directeur niet anders bedoelde dan de zaak zoo veel doenlijk te faci„ liteeren, zoo is, na dat de vergadering zig met de Communicatie van zijn E: E: Achtb: geconfirmeert had, op des„ zelfs voorstel, beslooten, met de Com„ missie te supercedeeren tot de te rug komst van Hem Heere Directeur, wan„ neer dezelve weeder voortgang zal nee¬ men 't zij dan om het door zijn E: E: Achtb: in het particulier verhandelde, gelijk zulx behoord, in 't publiek afte doen, dan wel een nadere memorie over te geeven Hier na nog overgezien zijnde, den in houd van een aparte kassembazaarsche brief van den 23:e der Jongst verweekene maand september voornaamelijk die„ nende ter bekendmaaking, dat de geor„ donneerde krijgsraad over den vendrig Morris een begin genoomen en den koop„ man verspijck in persoon heeft moeten compareeren om de klagte voor de zelve te herhaalen met het geene daar bij verder voorgevallen is, zoo is, nadien dit een en ander geen speciaale Res„ criptie vereicht, verstaan, het zelve voor Communicatie aan te neemen Laastelijk nog begreepen zijnde, gevoegelijk te zijn alhier te insereeren de brieven van Communicatie, ingevolge gemeen besluit van den 29. e Septembr: J„t Lee„ den, weegens de aankomst van den Heer Directeur aan de alhier geseetene vreemde Natien afgezonden een met daar op E 144 7. 8ber: met de successive daar op ontvange„ ne Antwoorden, luijdende, als volgd, Kalkatta Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Heer John Macpherson Gouverneur Generaal Neevens De wel Edele Heeren Leeden van den Hoogen Raad van het Fort william Hoog Edele Heer en wel Edele Heeren Alsoo het de Edele Hooge Regee„ ring van Nederlands India, behaagd heeft het opperbestier der zaaken van onze Compagnie in Bengaale op te draagen aan de Heer M:r: Isaac Titsingh, zoo hebben wij de eere uwe Excellentie en uwer wel Ed:e daar van op het beleefdste kennisse te geeven en teevens dat gedagte Heer Titsingh gisteren in een volmaak„ te welstand alhier gearriveerd en als Directeur het Presidium in on„ se vergadering overgenoomen heeft; Hij verzoekt als zoodaanig, met ons, om de aanhouding der vriend„ schap en goede Correspondentie wel„ ke tot nu toe, tusschen de weederzijd„ sche Natien heeft plaats gehad ter Edele Heer! Den Heer Mr: Isaac Titsingh door de Edele Hooge Regeering van Nederlands Jndien opgedraagen zijnde geworden het op„ perbestier over de zaaken en bezittingen van onze Compagnie hier in Bengaale, en dien heer gisteren in volmaakte wel stand gearriveerd zijnde, en als directeur het Pre„ sidium in onze vergadering overgenoomen hebbende, hebben wij de Eere uwel Edele daar van beleefdelijk kennisse te geeven, en met alle respect te verblijven /:onderst:d/ Edele Heer ! /: Lager /: uwer wel Ed: nedrige Aan den Edelen Heer - . . . . . - Dangereuxe. Commandant van weegen Zijn Aller Christelijkste Majesteit te Sjendernegger bevordering van dewelke wij van onze zij„ de alles zullen toebrengen wat diens„ tig zijn kan wij hebben de eere met alle respect te verblyven /:onderstond:/ Hoog Edele Heer D. wel Edele Heeren. /:Lager:/ uwer Excell: en uwerwel Ed:s zeer gehoorzaame en zeer nedrige dienaaren /:geteekend :/ I: Titsingh. Greg:l Herklots. A: Bogaardt. I:s Fredriks. J: W: S: van Haugwitsz, A: G: Kraijenhoff„ Iacob Eilbrachts Corn:s van Citters Aarn:t sz: L: Reael de Bas. en J: C: Heijning (:ter zijde /: Houglij Den 30. e September 1785. — 7. e 8ber: bevor„ en ƒ Els le

← previousnext →