VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3695

Malabar · 814 pages · 157 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3695_0133 view scan ↗

English

was to obtain coolies and have the goods forwarded. At that time, a rumor circulated in Calicut that the Marathas, because Sultan Tipu had refused to pay tribute to them, had invaded the Sultan's country with 200,000 men and were holding him besieged in Seringapatam; and this was confirmed to the Jew Isaac Surion by the brother-in-law of the Governor, with the addition that the Governor had orders to march out with all the forces that were in Calicut. However, as we saw not the slightest preparations being made for this, we regarded it as a last attempt to deter us from our journey, and we prepared ourselves for it. And since we were still short of money, we took from Isaac Surion an additional six hundred rupees, thus together with the two thousand four hundred previously borrowed from him, totaling three thousand rupees, for which we granted him a receipt. In order also to provide the presents that we had to give to various chiefs in the least expensive manner, we took from a Moor who attends to the affairs of the Company's merchant Anta Sitti in Calicut, ten pounds of nutmeg and ten pounds of cloves, to be paid to the said Anta Sitti in kind at Cochin. After everything was thus prepared for the journey to Seringapatam, we departed from Calicut on the 4th of July, took the Jewish merchant Isaac Surion with us, and left the interpreter Salvadoor at Calicut with the goods that had to remain behind. After a long and very uncomfortable journey, due to the breaking of the bad monsoon, as several pack animals perished on the road and several of the coolies, exhausted by the hardships, deserted, we finally arrived at Seringapatam on the 4th of August. We immediately notified the Sultan of our arrival, and at once a servant of His Highness came to us to assign us a lodging; however, since the place assigned to us was very bad, we chose to pitch our tents and remain in them. That same day, with great pomp and a retinue of as many as 40 servants, His Highness sent us fifteen sheep, some rice, butter, native fruits, and other trifles, for all of which we had to pay dearly, because according to the custom of the country, each servant had to receive a separate counter-gift of money. Also the brother of the Sultan, Prince Karim Sahib, sent some prominent persons of his court, with a crowd of subedars and other lesser servants, to welcome us in his name; wherefore we were also obliged to distribute three hundred rupees among them. Five days later, another place was assigned to us for our lodging, which was indeed somewhat better than the previous one, but also very defective, in which we then took up our quarters, this place being situated about an hour from the city. On the fifth day after our arrival, we were summoned to an audience. Having arrived at the Durbar, we were led by an Armenian interpreter into the apartment where the Sultan was. His Highness was seated on a carpet, leaning against a large cushion. When we stepped inside, the Sultan gave a friendly salam and pointed us to a carpet lying opposite him to sit down. We then handed over the letter and sat down, and betel was at once offered to us. But shortly thereafter, His Highness sent word to us that there were too many people with him and that he would expect us again the next day, whereupon we took our leave and went to our lodgings. The next day at nine o'clock in the morning we went to the Durbar, but were obliged to wait there until three o'clock in the afternoon, when we were led inside in the previous manner. Being seated, the Sultan asked for the reason for our arrival. We then offered the congratulations on behalf of the Noble Company and of Your Right Honourable regarding His Highness's succession to the government, victories won over his enemies, and the glorious peace that followed thereupon, and at the same time offered the presents, as far as we had been able to bring them along, with the request that orders be given so that those remaining behind at Calicut might also be brought up. His Highness accepted them politely, thanked us for the congratulations, and at once issued an order to the Governor of Calicut to send the remaining presents to Seringapatam without delay. The compliments having been paid on both sides, His Highness further asked whether we had anything to propose to him on behalf of the Dutch Company. We answered yes! and then made known to His Highness that the Company had taken possession of Settua and Paponetti in November last, because it was entirely abandoned by His Highness's people, and thus had by no means acted contrary to the friendship subsisting between His Highness and the Company, but on the contrary with the view to prevent the enemies of His

Dutch transcription

6. 52 wierd, koelies te krijgen en het goed te laaten nakomen. Daar liep te dier tijd een gerucht te kalikut dat de Maratten, om dat de sultan Tipoe geweigerd hadde tribut aan hen te betaalen, met 200'000. Man, in het land van den sultan waaren ingevallen en hem in seringapatnam ingeslooten hielden, en dit wierd aan den Jood Izaak Surion, door den zwager van den goeverneur gekonfirmeerd, met bijvoeging, dat de goe„ „verneur ordre had, om met al het volk dat te kalikut was op temarcheeren; Doch wijl wij daar toe geene de minste toebereidzelen zagen maaken, zoo merk ten wij dit aan, als eene laaste poging, om ons van onze reize te doen afschrikken, en maakten ons gereed tot dezelve. En wijl ons noch geld mankeerde: zoo namen wij van Izaak Surion nader ses honderd Ropijen, dus met de bevoorens van hem geleende twee duizend vierhonderd, tezaamen drie duizend ropijen, waar voor wij aan hem een bewijs verleend hebben. om ook de geschenken die wij aan deeze en geene Hoofden geeven moesten, op de minst kostbaarste wijze te doen, namen wij van een Moor, die te Malikus de zaaken van 's komp:s koopman Anta sitti waar= „neemt, tien lb: Nooten, en tien lb: Nagelen, om te koetsiem in natura aan gemelden Anta sitti teworden voldaan. Na Na dat dus alles tot de reize naar Seringapatnam gereed was, vertrokken wij den 4:e Juli van kali= „kut, namen den Joodskoopman Izaak Surion meede, en lieten den Tolk salvadoor bij het goed dat achter moest blijven, te kalikut, Na eene langduurige en zeer ongemakkelijke reize, mits het doorbreeken van de quaade mousson, alzoo ver „scheide draagbeesten op den weg kreveerden en verscheidenen der koelies, van de ongemakken afgemat, deserteerden, quamen wij eindelijk den 4=de Aug:s te seringapatnam aan. wij lieten ten eersten aan den sultan kennis geeven van onze komste, en kreegen daadelijk een bediende van zijn Hoogheid bij ons, om ons een verblijf plaats aantewijzen, doch wijl de plaats die ons aangewee= „zen wierd, zeer slecht was, verkoosen wij onze tenten op te slaan en daar in te blijven en werd dien zelfden dag door zijn Hoogheid met groote stoatsie en een gevolg van wel 40. bedienden, aan ons ge= „zonden, vijftien schaapen, eenige rijst, boter inland= „sche vruchten en andere kleenigheeden, welk alles wij duur hebben moeten betaalen, door dien volgens slands wijze, ider Bediende apart een kontra geschenk van geld moest hebben. ook zond de Broeder van den sultan, Prins karim saib, eenige voornaame Persoonen van zijn 53 zijn Hof, met een meenigte soubedaars en andere mindere Bedienden bij ons, om ons uit zijnen naa= „me te verwelkomen; des wij ook genoodzaakt ge= „weest zijn, onder deezen driehonderd ropijen te verdeelen. vijf dagen daarna wierd ons nader een andere plaats tot ons verblijf aangeweezen, die wel iets beter als de voorige, doch ook zeer gebrekkelijk was, waar in wij dan ons intrek namen, zijnde deeze plaats om= „trend een uur van de stad geleegen. De vijfde dag na onze komst, wierden wij ter audi= „entsie ontboden; Aan den Derbaar gekoomen zijnde, wierden wij door een Armeenischen Tolk, in het vertrek geleid daar de sultan was, zijn Hoogheid zat op een tapijt en leunde tegen een groot kussen; toen wij binnen traden maakte de sultan een vriende= „lijk salam en wees ons naar een tapijt dat tegen hem overlag, om te gaan zitten. wij gaven toen den brief over en gingen zitten, en ons wierd ten eersten betels aangebooden, Doch kort daarop liet zijn Hoog= „heid ons zeggen, dat er te veel volk bij hem was en hij ons den anderen dag weder verwachten zoude, waar op wij afscheid namen en naar ons logement gingen. Des anderendags voormiddags ten negen uur gin= „gen wij na den Derbaar, doch waaren genoodzaakt daar tot 's achtermiddags te drie uur te wachten, wanneer wij op de voorige wijze binnen geleid wierden wierden; gezeeten zijnde, vroeg de sultan na de ree= „den van onze komste, wij deeden toen de gelukwen= „schingen van wegen de Edele kompenie en van uw weled: Grootachtb: wegens zijn Hoogheids op= „volging tot de Regeering, behaalde overwinnigen op zijne vijanden en daarop gevolgde glorieuse vreede en boden tegelijk aan de geschenken, voor zoo verre wij die hadden kunnen meede brengen, met verzoek, ordre te willen stellen, dat de ach„ „tergebleevenen op kalikut, meede mogten gebragt worden; zijn Hoogheid nam dezelven beleefdelijk aan, bedankte ons wegens de gelukwenschingen en verleende ten eersten een ordre aan den Goever= „neur van Kalikut, om de achtergebleevene geschen= „ken ten eersten naar Seringapatnam te zenden. De komplimenten aan weer zijden afgelegd zijnde vroeg zijn Hoogheid verder, of wij van wegen de Hollandsche komp: aan hem iets hadden voor tedraa „gen. wij antwoorden van ja. ! en gaven toen aan zijn Hoogheid te kennen, dat de komp: settua en Papo= „netti in November laastleeden in bezit genomen had, om dat het van zijn Hoogheids volk ten eene„ „maal verlaaten was, en dus geenzints daardoor teegen de vriendschap had gehandeld, die tusschen zijn Hoogheid en de komp: subsisteerde, maar in tee= „gendeel met het oogmerk, om de vijanden van zijn

NL-HaNA_1.04.02_3695_0137 view scan ↗

English

to forestall His Highness and to prevent them from making themselves master of them, as certainly would have happened without this intervention; and that now the fortunes of war had taken such a favorable turn for His Highness that he had remained master of the Samorin's realm, the Company had surrendered the aforementioned places again, because His Highness seemed so very keen upon them: but that the Company nevertheless hoped that His Highness, considering that the same had belonged to Their Honors from of old, and that the Samorin, in whose place His Highness had come, had never had any legitimate claim to them, but only to some small gardens situated in the district, which had been taken in pawn by the Company for a certain debt, presently still amounting to six thousand, two hundred and two ropijen, would return the said places to her, whereby His Highness would oblige the Company to particular gratitude and appreciation, which she would manifest, among other favors, also by a prompt supply of whatever His Highness might need in the way of artillery, ammunition, and weaponry from Europe. Furthermore, we said that we were also instructed to request free trade in His Highness's lands and at the same time to make the proposal for concluding a commercial treaty, namely, that His Highness would thereby bind himself to deliver annually to the Company all the cardamom, pepper, and sandalwood growing in His Highness's lands, and that the Company, in return, would deliver to His Highness all such artillery, ammunition, and weaponry as His Highness should from time to time require. The Sultan, having heard everything, replied with great friendliness that he was very inclined to make a firm alliance with the Dutch Company, but that, having now heard our arguments, he must also hear those of his governor of Kalikut, since this matter had occurred before His Highness's accession to the Government; and further, that His Highness intended to go to Kalikut in two months' time, and that the Company could send ambassadors to His Highness there; promising further that he would then not only settle the matter concerning Settua and Paponetti to the satisfaction of the Company, but also conclude a firm contract with Their Honors regarding the sale of sandalwood, pepper, and cardamom. After this, sandalwood oil and betel and areca were presented to us, and leave was granted, whereupon we rose and went to our lodging, where we immediately dispatched to the interpreter Salvadoor, whom we had left there, the order we had received to bring the remaining gifts from Kalikut, and subsequently gave respectful notice of what had occurred to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs in our humble letter of the 12th of August. And whereas, through the protracted journey from Kalikut to Seringapatnam and the inevitable expenses caused thereby, together with the outlays we were obliged to make to the Sultan's court servants, we saw clearly that we would soon be short of money again, we requested Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs in the said letter to send an order, by means of the King of Koetsiem, to his Agent at Seringapatnam to advance the necessary money to us, since otherwise we saw no way to provide further for the necessary maintenance of ourselves and our people, and to depart from Seringapatnam, as permission to do so could not be obtained without giving money. We subsequently sought daily opportunity to speak with the Sultan and to persuade His Highness to abandon the delaying resolution to treat regarding the restitution of Settua and Paponetti and the commercial treaty only upon arriving at Kalikut, and to bring the matters to a conclusion; but in this we could not succeed, and as it was made known to us rather clearly by various persons that this would remain long delayed unless we sought to win over the Prime Ministers and other grandees of the Durbar with money, we took the decision to employ five hundred pagodas for this purpose, the more so because we were assured by most of the grandees that the Sultan was very well disposed toward the Dutch Company and would without doubt return the requested places to Their Honors. In order to be able to do this, we took up five hundred pagodas from the Canarese Anda Sitti, on the condition that for that amount Japanese bar copper would be delivered to him at Koetsiem, the picul of 125 lb. at seventy-five ropijen, for which we granted him a receipt. The gifts left behind at Kalikut finally arrived as well, which we sent to the Nawab, and delivered those intended for the Prime Minister and commander-in-chief to the same. That the outlays made were effective was evident from this, for three days thereafter, or on the 18th of August at seven o'clock in the evening, we were summoned to the Sultan; the junior merchant Vernede was so gravely ill that he could not go along, so the undersigned.

Dutch transcription

54 zijn Hoogheid voortekoomen en te beletten, dat zij zich daar van Meester maakten, zoo als zonder deeze tusschen komste, zeekerlijk zoude geschied zijn; En dat de komp: nu de kans des oorlogs zulk een gun= „stigen keer voor zijn Hoogheid had genoomen, dat hij van het samorijnsche Rijk was Meester gebleeven, de voormelde plaatsen wederom had overgegeeven, wijl zijn Hoogheid daarop zoo zeer gesteld scheen: doch dat de komp: niet temin verhoopte, dat zijn Hoogheid, uit aanmerking dat dezelven van ouds her aan haar Ed: hebben toebehoord en dat de samorijn, in wiens plaats zijn Hoogheid gekoomen was, daarop noit eenige recht= „maatige pretentsie gehad had, maar slechts op eenige geringe tuinen in het distrikt geleegen, die door de komp: in pand genoomen waaren voor zeekere schuld, thans noch ses duizend, tweehonderd en twee ropijen bedraagende, gem: plaatsen aan haar zoude terug gee„ „ven, waar door zijn Hoogheid de komp: tot bezondere dankbaarheid en erkentenis zoude verplichten, die zij, onder meer andere believingen, ook door een prompte bezorging, van 't geen zijn Hoogheid van Arthillerij, ammonietsie en wapengoederen uit Europa mogt noodig hebben, zoude aan den dag leggen. voorts zeiden wij, dat wij ook gelast waaren, een vrije negootsie in zijn Hoogheids landen te verzoeken en teffens de proposietsie tedoen, tot het sluiten van van een kommercie traktaat, namelijk, dat zijn Hoogheid daarbij verbond, om aan de komp: Jaarlijks te leeveren, al de kardamon; peper en het sandel „hout, in zijn Hoogheids landen vallende, en dat de komp: daar en teegen aan zijn Hoogheid zoude lee= „veren, alle zoodanige artillerie, ammonietsie en woapengoederen, als zijn Hoogheid telkens zoude eischen. De sultan alles aangehoord hebbende, antwoorde met zeer veel vriendelijkheid, zeer geneegen tewee= „zen om eene vaste alliancie met de Hollandsche komp: temaaken, maar dat hij onze reedenen nu aangehoord hebbende, die van zijnen goeverneur van kalikut ook moeste hooren, alzoo deeze zaak voor zijn Hoogheids komste tot de Regeering was voorgevallen, en wijders, dat zijn Hoogheid voornee„ „mens was, over twee maanden naar kalikut te gaan en dat de komp: daar Ambassadeurs aan zijn Hoog„ „heid konde zenden; beloovende verders, als dan niet alleen dezaak nopens settua en Paponetti ten genoegen van de komp: te zullen afdoen, maar ook wegens den verkoop van sandelhout, peper en kardamom, een vast kontrakt met haar Ed: te sluiten. Hierna wierd ons sandelolie en betel en arreek gepresenteerd en afscheid gegeeven, waarop wij opstonden en naar ons losiment gingen, waar wij 55 wij ten eersten de ontvangene ordre, om de achter= „gebleevene geschenken van kalikut te brengen, aan den aldaar door ons gelaaten Tolk salvadoor afzon= „den en vervolgens aan uw weled: groot achtb: van het voorgevallene eerbiedig kennis gaven, bij onzen onderdaanigen van den 12=de Augustus. En dewijl wij door de langduurige reize van Kali= „kut naar seringapatnam en de daar door veroor= „zaakte onvermeidelijke uitgaven, mitsgaders de spen„ „daatsien die wij aan de Hofbedienden van den sultan genoodzaakt waaren tedoen, wel zagen, dat wij haast weder gebrek aan geld zouden krijgen: zoo verzochten wij aan uw weled: grootachtb: bij gemelden brief, om door middel van den koning van Koetsiem, aan zijnen Agent te seringapatnam, ordre te zenden, om aan ons het noodige geld te verschieten, terwijl wij anders geen kans zagen, om ons en ons volk verder het noodig onderhoud te bezorgen en van seringapat= „nam te vertrekken, alzoo de permissie daartoe zon= „der geld te geeven, niet konde verkreegen worden. wij zochten vervolgens dagelijks geleegenheid om den sultan tespreeken en te bewerken om zijn Hoogheid, van het uitstellend besluit, om eerst te kalikut koo„ „mende, over de teruggave van settua en Paponetti en over het kommercie traktaat te handelen, aftebren„ „gen en aan de zaaken een einde te doen erlangen, „ doch doch hier in konden wij niet slaagen, en wijl ons van deezen en geenen niet onduidelijk wierd te ver= „staan gegeeven, dat dit lange uitgesteld zoude blijven, indien wij de Eerste Ministers en andere grooten van den Derbaar, niet door geld zochten aan onze zijde te krijgen: zoo namen wij een besluit, om daartoe vijf honderd pagooden te emploieeren, temeer wij van de meesten der grooten verzeekerd wierden, dat de sultan zeer geneegen tot de Hollandsche kompenie was en zonder twijfel de gevraagde plaatsen aan haar Ed: zoude terug geeven. om dit te kunnen doen, hebben wij van den kanarijn Anda sitti vijfhonderd pagooden opgenoomen, met deeze kondiessie, dat voor dat bedraagen aan hem te koetsiem zoude geleeverd worden, Japans staafkoper, de pikol van 125. lb: tegens vijf en zeeventig ropijen, en waarvan wij aan hem een bewijs verleenden. De achtergebleevene geschenken te kalikut, quamen ook eindelijk aan, die wij aan den Nabab hebben ge= „zonden en die welken geschikt waaren voor den eer= „sten Minister en veld overste, aan dezelven afgegeeven. Dat de gedaane spendaatsien van effekt geweest zijn bleek hieruit, want drie dagen daarna, of op den 18:e Aug:s wierden wij 's avonds om zeven uur bij den sul= „tan ontboden; De onderkoopman vernede was zoo slecht ziek, dat hij niet meede konde gaan, des de ondergeteekende.

NL-HaNA_1.04.02_3695_0141 view scan ↗

English

the undersigned proceeded alone to the Durbar. I was immediately led to the sultan and, after the usual compliments, was shown to a seat, as during the first audience. The sultan then had me informed that he had heard that we and our retinue were falling ill, and he had to think that this was caused by being unaccustomed to the climate, and that His Highness had therefore resolved to let us return to Cochin. I thanked His Highness for his attention toward us and repeated our previous request concerning the return to the Honourable Company of Settua and Paponetti and concerning the commercial treaty, but received the answer that His Highness stood by what he had previously said to us, and thus both matters had to remain deferred until his arrival at Calicut, which was to take place in two months, but that I could nevertheless be assured that the matters would be settled to the satisfaction of Your Right Honourable, and the fort of Settua and the lands of Paponetti would again be placed into the hands of the Dutch Company, with such sealed documents that His Highness's successor or anyone else in the future could make no claim. Subsequently, a letter for Your Right Honourable was handed to me, along with some gifts, which latter were brought to our lodgings by several of the sultan's servants. The sultan furthermore asked some questions concerning the powers in Europe, which I answered as briefly as possible and to the best of my knowledge; thereafter the sultan had me, Ensign van Albedijle, and the Jewish merchant Izaak Surion, who had also accompanied us, each draped with a sella, and granted us our leave. Whatever efforts we made, both through the Jewish merchant Izaak Surion and through the sepoy captain Cheg Mira Bengale, everything was nevertheless in vain to discover how the sultan is truly disposed toward us. The only thing we were able to learn from the side of the court dignitaries is that everyone assumed that the sultan must certainly be well-disposed toward the Dutch Company, because we, as their Honours' ambassadors, in comparison to those of other nations, were treated so favorably and dispatched so quickly. The sultan's goodwill was also evident from this, as upon the report that we were falling ill, he sent his personal physician, an Armenian, to us to attend to us. This man also declared, possibly also upon orders received to that effect, that His Highness was very inclined to enter into a firm alliance with the Dutch Company, as His Highness no longer placed any manner of trust in any other European nation; that he also believed that the sultan would grant everything that our embassy sought, and that His Highness would even like to have a corps of Dutch troops with him; that although the Company might not wish to engage in a public war, united with His Highness, against any prince or nation, His Highness would nevertheless desire to have secret assistance. We then seized this opportunity to learn from him against whom the sultan actually wished to wage war, but he declared that he did not know this; however, in contrast, he related to us the sultan's displeasure with Colonel de Lalle and the other French officers, as well as with the entire French corps in his service, warning us to interact as little as possible with those gentlemen, and in particular to have no dealings with Mr. de Lalle. These gentlemen had already related to us that the sultan was very dissatisfied with them, held back their pay, took away their horses, and now and then drew soldiers out of their corps and placed them among his troops, declaring that if they did not receive support in money and recruits, the entire corps would perish, for which reason they wished only to find some opportunity to get away from there. We had to remain another six days in Seringapatam to have the necessary preparations made for the return journey, including hammocks for the sick among our retinue, to the number of fifteen persons, and finally departed on August 24 from Seringapatam and arrived on September 8 at Calicut; on the way we met the governor of Calicut, who was busy having the roads cleared for the arrival of the sultan. He received us in the most friendly manner and expressed great joy at seeing us return so soon, assuring us that this was a sign of the sultan's good disposition toward the Dutch Company and that he believed he was firmly convinced that the sultan would conclude a sincere and firm alliance with the Company, further indicating that the sultan, having now pacified and subjugated all his lands east of the mountains, currently only had some affairs remaining on the Malabar Coast; we sought to fathom this further, but everything was in vain; however, the caliph or Moorish

Dutch transcription

3 56 ondergeteekende zich alleen naar den Derbaar ver„ „voegde. Jk wierd ten eersten bij den sultan geleid en mij wierd na de gewoone komplimenten, zitplaats aangeweezen, als bij de eerste audientsie: De sultan liet mij toen zeggen, dat hij gehoord had, dat wij en ons gevolg ziek wierden en denken moeste, dat zulks veroorzaakt wierd door de ongewoonte van het kli= „maat, dat zijn Hoogheid derhalven voorgenoomen had, ons naar koetsiem te laaten terug gaan. Jk bedankte zijn Hoogheid voor de attentsie omtrend ons en her= „haalde ons voorig gedaan verzoek, nopens de terug gave aan de Ekomp: van settua en Paponetti en no= „pens het kommercie traktaat, doch kreeg tot ant= „woord, dat zijn Hoogheid bleef bij het geen hij bevoorens aan ons had gezegd en dus het een en ander moest uitgesteld blijven tot zijne komste op kalikut, het welk over twee maanden stond te geschieden, dat ik echter verzeekerd konde zijn, dat de zaaken tot ga= „noegen van uw weled: Groot achtb: zouden afgedaan en het fort settua en de landen van Paponetti, we„ „der in handen van de Hollandsche komp: gesteld zouden worden, met zoodanige bezeegelde papieren, dat zijn Hoogheids opvolger, of iemand anders in het vervolg geene pretentsie zoude kunnen maaken. vervolgens werd aan mij overhandigd een brief voor uw weled: Grootachtb: met eenige geschenken, welke welke laasten door verscheidenen van sultans Bedien „den aan ons losiment gebragt wierden. De sultan deed wijders eenige vraagen nopens de Mogendheeden in Europa, die ik zoo kort doenlijk en na mijne beste kennisse beantwoord hebbe; daar na liet de sultan mij, den vaandrig van Albedijle en den Joods koopman Izaak Surion, die meede ge= „gaan waaren, ider met een sjela omhangen en gaf ons afscheid. wat moeite wij ook aangewendt hebben, zoo wel door middel van den Joodskoopman Izaak Surion, als van den sipahischen kapitain Cheg Mira Bengale, is ech= „ter alles vruchteloos geweest, om te ontdekken, hoe de sultan wezendlijk tot ons gezind is. Het eenigste dat wij van de zijde der Hofsgrooten hebben kunnen teweeten krijgen, is, dat een ieder veronderstelde, dat de sultan zeekerlijk tot de Hollandsche kompenie geneegen moet weezen, door dien wij als haar Ed: Am „bassadeurs, in vergelijk van die van andere Naat= „sien, zoo voordeelig behandeld en zoo spoedig afgede= „pecheerd wierden. De goedwilligheid van den sultan bleek ook hier uit, nadien hij op het bericht dat wij ziek wierden, zijnen Lijfmedicus, een Armenier, bij ons zond, om naar ons te zien. Deeze betuigde meede, /:moge= „lijk ook wel op daartoe bekoomen bevel:/ dat zijn Hoogheid 57 Hoogheid zeer geneegen was, om in een vaste alli„ antsie met de Hollandsche komp: te treeden, alzoo zijn Hoogheid, hoe genaamd geen vertrouwen op eenige andere Europeesche Naatsie meer stelde; Dat hij ook geloofde, dat de sultan alles zoude toestaan, wat onze Ambassade beoogde, en dat zijn Hoogheid zelfs wel zoude willen een korps Hollandsche troepen bij zich hebben; dat of schoon de kompenie mogelijk, zich in geen publieken oorlog, met zijn Hoogheid vereenigd, tegen eenige vorst of Naatsie zoude willen inlaaten, zijn Hoogheid echter geheime bijstand zoude willen hebben. wij namen deeze geleegenheid toen waar, om van hem teweeten te krijgen, teegen wien de sultan eigent= „lijk oorlog wilde voeren, maar hij verklaarde zulx niet teweeten, maar daar en teegen verhaalde hij ons, des sultans misnoegen op den kollonel de Lalle en de overige fransche officieren, mitsgaders op het ge= „heele fransche korps in zijn dienst, ons waarschu= „wende, om zoo weinig als mogelijk was met die Heeren omtegaan en inzonderheid geen verkeering met den Heer de Lalle tehouden. Deeze Heeren hadden ons reets verhaald, dat de sultan zeer te onvreede op henl: was, hunne gasie terug hield, hunne paarden afnam en uu en dan soldaaten uit hun koups trok en die onder zijne troepen troepen plaatste, met verklaaring, dat indien zij geen onderstand van geld en Rekruten kreegen, het geheele korps zoude vergaan, dat zij daarom wensch„ „ten, maar eenige geleegenheid te vinden om van daar te geraaken. wij moesten noch ses dagen te seringapatnam blij= „ven, om het noodige tot de terug reize gereed te laaten maaken, daar onder ook hangmatten voor de zie „ken onder ons gevolg, ten getalle van vijftien koppen, en vertrokken eindelijk den 24:e Aug:s van serin= „gapatnam en quamen den 8:e september te kali= „kut aan; onder weg ontmoeteden wij den goever= „neur van kalikut, die beezig was de wegen te laaten schoon maken tegen de komste van den sultan. Hij ontving ons op het allervriendelijkste en betuigde eene groote blijdschap, over dat hij ons zoo spoedig te rug zag, ons verzeekerende, dat zulx een blijk was, van sultans goede geneegenheid voor de Hollandsche komp: en dat hij vast overtuigd meende te zijn, dat de sultan een oprechte en vaste alliantsie met de komp: zoude sluiten, verder tekennen geevende, dat de sultan thans alle zijne landen beoosten het ge= „bergte, in rust en te ondergebragt hebbende, nu maar noch eenige beezigheeden op de kuste Mala= „baar had, wij zochten dit nader te doorgronden, maar alles was vruchteloos; doch de kalif of moorsche

NL-HaNA_1.04.02_3695_0145 view scan ↗

English

Moorish priest, who is a close confidant of the Governor, has assured us that the target was the Trevankoor, which is also the most likely assumption, because in the environs of Seringapatnam an army of well over sixty thousand men was encamped, and it was rumored that it was intended to follow the Sultan to the Malabaar coast; during our presence a corps of 15000 men was dispatched to Koimbetoer, and the rumor went around that several Rassals had orders to be ready to march. Having arrived in Kalikut, we immediately notified Arie Porpoe Soubedaar, who held authority there, of our arrival and requested some coolies for the continuation of the journey, as two of our people had died and several had also fallen ill. He provided us with the necessary coolies, and we departed from Kalikut on the 13th of September and arrived on the 17th in Sawekatti, where we were received very politely by Haidroos Koetti, who told the undersigned that he had heard that Settua and Paponettij would be returned to the Honorable Company. He subsequently complained in secret about the Kiledaar Naarsinga Rauw, who currently administers those lands, stating that he had slandered him to the Sultan, and that others, primarily the Company's merchant Anta Sitti, had put him in a bad light with Your Right Honorable Worships; that he, Haidroos Koetti, would ensure that the Company received those lands back and demanded nothing else for that service other than to be permitted to continue in them since he was the lessee of those lands, which we promised to submit to Your Right Honorable Worships. He also informed us that he had orders to prepare forage, etc., for the Sultan's army, as His Highness was about to descend to attack the Trevankoor. Haidroos Koetti provided us with fresh coolies, so we departed from there that same day and arrived on the 18th in Krangamoor, as well as that same evening here in Koetsiem. Herewith the undersigned hopes to have fulfilled the esteemed intentions of Your Right Honorable Worships, and he has the honor to subscribe this with the greatest respect and high esteem. Below stood: Right Honorable High-Commanding Lord! Your Right Honorable Worships' humble and obedient servant. Was signed: C: G: Leijffer. In the margin: Koetsiem, the 30th of November Anno 1784. Hereafter, having also examined the account submitted by the Honorable Seijffer of the expenses and disbursements incurred on the outward and return journey and during their stay in Kalikut and Seringapatnam, amounting to 13443 Rop: and 17/15, it was taken into consideration that the commissioners spent three months and 21 days on that commission from the 27th of May to the 18th of September, and during all that time had to pay and maintain a multitude of coolies and beasts of burden for the transport of themselves and their retinue, as well as the gifts and baggage, the expenses of which were noticeably aggravated and almost doubled because the journey from Kalikut to Seringapatnam had to be undertaken in the very heart of the rainy season, which must be attributed solely to the Moorish Governor in Kalikut; and that they furthermore were compelled to disburse money everywhere to the officials of the Nabab, both on the outward and return journey to the Governors, commandants, and lesser officials in order to obtain their help and assistance for the continuation of the journey, as well as at the Court itself in order to obtain a favorable audience and a speedy dismissal, besides also the gifts that had to be given on every occasion to a multitude of all kinds of servants of the Nabab, all of which is demonstrated in great detail in the aforementioned account; and it has therefore been approved and agreed to endorse the aforementioned account and insert it here, and to have the surplus advanced paid out to the Honorable Seijffer from the Company's treasury, as well as to request authorization from the High Indian Government, submitting the aforementioned report and the account, to write off those expenses and the gifts given in the books. Specification of what was expended and gifted on the journey to Seringapatnam to meet the Nabab Tipoe Saib by the Commissioners Coenraad George Seijffer and Abraham Jean Schipion Vernede; as follows: For board money to 240 coolies who were engaged on the 30th of May at 3 stuivers each: Rop:s 24. — Ditto to 107 coolies who were engaged on the 31st of May, together with the aforementioned 240, in total 347, at 3 stuivers: Rop: 34 17/10. Ditto to 307 coolies who were engaged on the 1st of June, together with the 347, in total 654, at 3 stuivers: Rop: 65 2/5. Carried forward: Rop: 124 1/10

Dutch transcription

58 moorsche pater, die een groote vertrouweling van den Goeverneur is, heeft ons verzeekerd, dat het op den Trevankoor gemunt was, hetwelk ook voor het naast te denken is, want omstreex seringapat= „nam kampeerde een leger van ruim sestig dui= „zend Man, en men mompelde, dat het zelve bestand was, om den sultan naar de kuste Malabaar te volgen, geduurende ons aanweezen wierd een korps van 15000: Man afgezonden naar koimbetoer, en het gerucht liep, dat eenige Rassals ordre hadden, om marschvaardig te weezen. Te kalikut aangekoomen zijnde, lieten wij ten eersten van onze komste kennis geeven aan Arie Porpoe soubedaar, die aldaar het gezag had en ver= zoeken, om eenige koelies tot de verdere reize, alzoo twee van de onzen overleeden en verscheidenen noch ziek geworden waaren. Hij bezorgde ons de noodige koelies en wij vertrokken den 13=de Sep= „tember van kalikut en quamen den 17:e te sawe= „katti aan, daar wij door Haidroos koetti zeer be: „leeft ontvangen wierden, zeggende aan den onderge= „teekenden, dat hij gehoord had, dat settua en Papo= „nettij aan d' Ekomp: zouden terug gegeeven worden. Hij klaagde vervolgens in het geheim over den kile= „daar Naarsinga Rauw, thans die landen bestie= „rende, dat die hem bij den sultan zwart gemaakt hadde zij hadde, en dat anderen voornaamlijk 's komp:s koop= „man Anta Sitti, hem bij uw weled: groot achtb: in een quaad blaadje gebragt had; Dat wij Hai„ „ droos koetti maken zoude, dat de komp: die landen wederom kreeg en voor die dienst niets anders ver„ „langde, dan vermits hij van die landen Pachter was, daar in te mogen blijven kontinueeren, het welk wij beloofd hebben, aan uw weled: Groot achtb: voortedraagen. Hij berichte ons ook, dat hij order hadde, om voor de Armée van den sultan, fouragie etc:a in gereedheid te brengen, wijl zijn Hoogheid stond aftekomen, om den Trevankoor aantetasten. Haidroos koetti bezorgde aan ons versche koe= „lies, dus wij dien zelfden dag van daar vertrok= „ken en den 18:e te krangamoor, mitsgaders dien zelfden avond, alhier te koetsiem aangekoomen zijn. Hiermede verhoopt de ondergeteekende voldaan te hebben aan de geeerde intentsie van uw weled: Grootachtb:, en hij heeft de eer, met de meeste eer= „bied en hoog achting deezen te onderschrijven. /:onderstond:/ weledele Grootachtbaare Hoog gebiedende Heer! uwer weledele Grootachtbaare onderdanige en gehoorzaame dienaar /:was getee= „kend:/ C: G: Leijffer /:in margine:/ Koetsiem den 30=ste November Anno 1784. Hier 59 Hierna ook geexamineerd zijnde de door den E: seijffer ingediende Reekening van de gedaane ongelden en uitgaven op de heen=en weder-reize en geduurende hun verblijf te kalikut en Seringapatnam, bedraa- „gende 13443 rop: en 17/15. zoo werd in aanmerking genoomen, dat de gekommitteerden van den 27. Mai tot den 18:e september en dus drie maanden en 21. da= „gen met die kommissie toegebragt hebben, en geduu= „rende al dien tijd een meenigte koelies en Draag= „beesten hebben moeten betaalen en onderhouden, tot transport van henlieden, en hun gevolg, mitsgaders van de geschenken en bagasie, waarvan de ongelden merklijk verzwaard en schier verdubbeld zijn, door dien de reize van kalikut naar seringapatnam in het hartje van den reegentijd heeft moeten onder= „noomen worden, het welk alleen aan den Moorschen goeverneur te kalikut moet toegeschreeven worden, en dat zij wijders genoodzaakt geweest zijn, aan de Amptenaaren van den Nabab overal geld te spendee„ „ren, zoo op de heen= en terug-reize aan de Goever= „neurs, kommandanten en mindere amptenaaren, ter verkrijging van derzelver hulpe en bijstand tot het voortzetten van de reize, als ook aan 't Hof zelve, ter erlanging van een gunstig gehoor en een spoedig afscheid, behalven noch de geschenken, die aan een meenigte van allerlij Bedienden van den Nabab Nabab bij alle geleegenheid hebben moeten gedaan worden, al hetwelk bij gemelde reekening zeer omstandig word aangeweezen, en is overzulx goed gevonden en verstaan, gemelde reekening te appro= „beeren en hier te insereeren, en het meerder ver= schootene aan den E: seijffer uit 'skomp:s kassa te laaten voldoen, mitsgaders de Hooge indische Regkering, onder aanbieding van het voorschreeve rapport en de Reekening om qualifikaatsie te verzoeken om die ongelden en de gedaane geschenken bij de boeken te mogen afschrijven. specifikaatsie van het geen op de reise na Seringapatnam ter ontmoeting van den Nabab Tipoe saib is veronkost en verschonken door de Gekommitteerdens Coenraad George Seijffer en Abraham Jean Schipion vernede; als. voor kostgeld aan 240 koelies die den 30. Mai aangenoomen zijn â 3. stuivers ider. - - - - - - - Rop:s 24. — d=o aan 107. koelies die den 31. Mai aangenoo= „men zijn met de bovengemelde 240. tezaa= d=o aan 307. koelies die den 1. Juni zijn aan: „genoomen met de 347. tesaamen 654. â 3. „ men 347. â 3. stuivers - - - - - - - - - „ 34 17/10. stuivers Transporteere Rop: 124 1/10 - - - - - - - - „ 65 2/5. „ „

NL-HaNA_1.04.02_3695_0149 view scan ↗

English

60 Brought forward . . Rop:s 124 1/14. For board money to 580. coolies from the 2nd to the 6th being 5. days at 3. stuivers a day, 74 coolies having been dismissed on that day. - - - - „ 290. — Wages to the said 580. coolies from settua to kalikut at 2. stuivers each a day comes to for 5. days - - - - - - - - - - - . „ 193 1/3. 5. days of board money to the aforesaid 580. coolies from the 7th to the 11th when 480. were discharged, at 3. stuivers each a day - - - - - „ 290. — Board money to 100. coolies who were retained, calculated from the 12th of June to the 4th of July being 22. days at 3. stuiv:s each a day - - „ 220. — Ditto to 30. coolies who were engaged at kalikut, advanced for 6. days, who however the next day with 56. other coolies left the goods behind and deserted, at 4½. stuivers a day each - - - - - - - - - - - - - „ 27. — 90 coolies who retrieved the said goods left behind and brought them to Tameltjerij for 2. days at 4½. stuivers - - - „ 27. — Board money to 44. coolies from kalikut to seringapatnam for 31. days, from the 4th of July to the 4th of August at 3 stuivers a day - - - - - - - - - - - - - - - - „ 136 1/5. Wages to the same at 2. stuivers a day is for 31. days - - - - - - - - - - - - - - „ 90 1/15. Carried forward Rop: 1398. 23/30. 10 Brought forward Rop:s 1398 3/30. For board money for 149. coolies who were engaged at Tameltjeri on the 10th of July until the 24th when we arrived at kalvati, being 15. days at 4½. stuivers a day each - - - - - - - - - - „ 335¼. Wages to the same at 2. st:s each a day is for 15. days - - - „ 149. Board money to 100. coolies who were engaged at kalvati on the 24th and brought us to goudol on the 30th, thus for 7. days at 4½. stuiv:s a day each - - „ 105. — Wages to the same at 2. st:s each a day is for 7. days - - - „ 46 1/3. Board money to 100. coolies who were engaged at Goudol and brought us to seringapatnam on the 4th of Aug:s, thus for 6. days at 4½. stuiv:s each a day - - - - - - - - - - - - - - „ 90. — Wages to the same at 2. st:s each a day is for 6. days. - „ 40. — Board money to 44. cochin coolies during our stay at seringapatnam being 20. days each a day - - - - - - - - . . . . . - - „ 157½. Ditto to the same from seringapatnam back to kalikut for 15. days from the 24th of Aug:s to the 8th of September at 3. stuiv:s a day each - - - - - „ 66. — Wages to the same at 2. stuiv:s a day is for 15. days „ 44. — Board money to 70. coolies from seringapatnam to kalikut, being 15. days at 4½. stuivers at 3. stuivers each - - - - - - - - - - - - „ 88. — Wages to the same at 2. st:s each a day is for 15. days - - „ 70. — Board money to 44. cochin coolies from the 9th to the 13th, being 5. days that we remained at kalikut at 3. stuivers each a day - - „ 22. — Ditto to the same from kalikut to kranganoor for 5. days as above - - - - - - - - - - „ 22. — Wages to the same for the journey from kalikut to kranganoor at 2. st:s each a day is for 5. days „ 14. 1/3. Carried forward Rop:s 2646. 17/20. 61 Brought forward Rop:s 2648 12/20. Rop: 2757 160. 945¾ 175. For 100. coolies board money for 5. days from kalikut to kranganoor at 4½. st:s each a day - - - „ 75. — Wages to the same at 2. st:s each a day is for 5. days. . „ 33 1/3. To 5. sets of palanquin bearers, each set consisting of 1. Mukadam receiving 10. rop:s a month for 3. months „ 30. 12. bearers ditto 8. ditto ditto 3. months „ 288. — 318. Thus for 5. sets - - - - „ 1590. Hire for 44. Pack oxen from kalikut to seringapatnam at 12. rop: each . - - - - rop: 528. For 15. days that we did not travel at 4½. st: a day for each Pack ox - - - - - - - - „ 99. Hire for 25. pack oxen on the return journey to kalikut at 12. rop: each - - - - - - - - - „ 300. For 5. days that we did not travel at 4½. st:s a day for each Pack ox - - - - - - - - „ 18¼. For the ferry at five rivers from settua to kalikut at 5. rop:s - - - - - - - - - rop: 25. — For Bamboos and coir for making several rafts to cross the rivers from kalikut to seringapatnam, and for labor - - - - - - - - - „ 140. For the ferry at five rivers from kalikut back to settua and for the settua river, as it then belonged to the Nabob, at 5. rop:s each - - - „ 30. — For making a large tent for the Commissioners. . . . . . . . rop 168. — Ditto for the ensign of Albedul and the Jewish merchant Surion - - - - - - - „ 124. Ditto for a small tent for the captain of the sepoys and the Drillmaster - - - „ 36. — Carried forward Rop:s 328. 2 s„ 5467. 14/15. 3

Dutch transcription

60 P„r Transport . . Rop:s 124 1/1. 14. voor kostgeld aan 580. koelies van den 2. tot den 6=e zijnde 5. dagen á 3. stuivers 's daags, zijnde 74 koelies op dien dag uitgeschooten. - - - - „ 290. — „loon aan gemelde 580. koelies van settua naar kalikut à 2. stuwvers ider 's daags komt voor 5. dagen - - - - - - - - - - - . „ 193 1/3. „ 5. dagen kostgeld aan voorm: 580. koelies van den 7. tot den 11:e wanneer 480. afgedankt zijn, â 3. stuivers ider 's daags - - - - - „ 290. — „ kostgeld aan 100. koelies die aangehouden zijn ge= „reekend van den 12. Juni tot den 4:e Juli zijnde 22. dagen â 3. stuiv:s ider 's daags - - „ 220. — „ d=o aan 30. koelies die te kalikut aangenoo= „men zijn, vooruit verstrekt voor 6. dagen, doch die den anderen dag met 56. andere koelies het goed hebben laaten leggen en gedeserteerd zijn â 4½. struvers 's daags ider - - - - - - - - - - - - - „ 27. — „ 90 koelies die gem: achter gelaaten goederen af= „gehaald en naar Tameltjerij gebragt hebben voor 2. dagen â 4½. stuivers - - - „ 27. — „ kostgeld aan 44. koelies van kalikut tot serin= „gapatnam voor 31. dagen, van den 4=de Juli tot den 4e Augustus â 3 stuivers 's daags - - - - - - - - - - - - - - - - „ 136 1/5. „Loon aan de zelven â 2. stuivers 's daags is voor 31. dagen - - - - - - - - - - - - - - „ 90 1/15. 23 Transporteere Rop: 1398. 30. 10 P„r Transport Rop:s 1398 3/30. aan kostgeld voor 149. koelies die te Tameltjeri den 10: =de Juli zijn aangenoomen tot den 24:e dat wij te kalvati zijn aangekoomen, zijnde 15. dagen â 4½. stuivers 's daags ider - - - - - - - - - - „ 335¼. „loon aan dezelven â 2. st:s ider sd:s is voor 15. dagen - - - „ 149. „ kostgeld aan 100. koelies die te kalvati den 24:e aan= „genoomen zijn en ons tot goudol gebragt hebben den 30. ' dus voor 7. dagen â 4½. stuw:s 's daags ider - - „ 105. — „loon aan dezelven â 2. st:s ider 'sd:s is voor 7. dagen - - - „ 46 1/3. „ kostgeld aan 100. koelies die te Goudol aangenoomen en ons op den 4:e Aug:s hebben te seringapat= „nam aangebragt, dus voor 6. dagen â 4½. stuiv:s ider 's daags - - - - - - - - - - - - - - „ 90. — „Loon aan dezelven â 2. st:s ider 's daags is voor 6. dagen. - „ 40. — „ kostgeld aan 44. koetsiemsche koelies geduurende ons verblijf te seringapatnam zijnde 20. dagen „ d=o aan dezelven van seringapatnam tot kalikut terug voor 15. dagen van den 24. Aug:s tot den 8. 7ber: â 3. stuiv:s 's daags ider - - - - - „ 66. — „loon aan dezelven â 2. stuwv:s 's daags is voor 15. dagen „ 44. — „ kostgeld aan 70. koelies van seringapatnam tot kalikut, zijnde 15. dagen â 4½. stuivers â 3. stuivers ider - - - - - - - - - - - - „ 88. — „loon aan dezelven â 2. st:s ider 'sd:s is voor 15. dagen - - „ 70. — „kostgeld aan 44. koetsiemsche koelies van den 9:e tot den 13. zijnde 5. dagen dat wij te kalikut gebleeven zijn â 3. stuivers ider 's daags - - „ 22. — „ v=o aan dezelven van kalikut tot kranganoor voor 5. dagen als even - - - - - - - - - - „ 22. — „loon aan dezelven voor de reize van kalikut tot kranganoor â 2. st:s ider 's daags is voor 5. dagen „ 14. 1/3. 17 Transporteere Rop:s 2646. 20. ider 's daags - - - - - - - - . . . . . - - „ 157½. 61 P„r Transport Rop:s 2648 12/20. Rop: 2757 160. 945¾ „ 175. voor 100: koelies kostgeld voor 5. dagen van kalikut tot kranganoor â 4½. st:s ider 's daags - - - „ 75. — „Loon aan dezelven â 2. st:s ider sd:s is voor 5. dagen. . „ 33 1/3. Aan 5. stellen balenkijn dragers bestaande ider stel uit 1. Moekadon genietende 10. rop:s 'smaands v: 3. maanden„ 30. 12. dragers _=o 8. „ d–o „ 3. maanden „ 288. — 318. Veld Kop: Dus voor 5. stellen - - - - „ 1590. Huur voor 44. Draag-ossen van kalikut tot se= „ ringapatnam â 12. rop: ider . - - - - rop: 528. voor 15. dagen dat wij niet gereisd hebben â ider Draag-os 4½. st: 'sdaags - - - - - - - -„ 99. Huur voor 25. draagossen op de terug reize tot ka: „likut â 12. rop: ider - - - - - - - - - „ 300. voor 5. dagen dat wij niet gereisd hebben â ider Draag os 4½. st:s 'sdaags - - - - - - - - „ 18¼. Aan de veer bij vijf rivieren van settua naar kalikut â 5. rop:s - - - - - - - - - rop: voor Bamboesen en kaier tot het maken van verscheidene vlotten om de rivieren van kalikut naar seringapatnam te passee= „ren, en voor werkloon - – - - - - - - „ 140. Aan de veer bij vijf rivieren van kalikut terug tot settua en voor de settuasche rivier als toen 's Nababs zijnde, â 5. rop:s ider - - - „ 30. — Tot het maken van een groote tent voor de Ge= „kommitteerdens. . . . . . . . rop 168. — v=o voor den vaandrig van Albedul en den Joods koopman Surion - - - - – - – „ 124. d=o voor een kleene tent voor den kapitain van de sipahis en den Drilmeester - - - „ 36. — Transporteere Rop:s 328. 2 s„ 5467. 15. 14 3 25. —

NL-HaNA_1.04.02_3695_0152 view scan ↗

English

For the making of a large tent for the command of sepoys and the lascars - - 81. — ditto of a large tent for the coolies and palanquin bearers - - - - - - - - - - 50. ditto of a small tent for the gifts and baggage - - - - - - - - - 20. ditto of a small tent for the domestic servants, slaves and galley - - - - - - - - - 16. — Gratuity To a Dooly-master, per month - - - - - Rop:s 5. — to 2 sepoy sergeants at ditto 2½ rop: - - - 5. — to 2 ditto corporals at ditto 2 rop: - - - 4. — to 32 ditto privates at ditto 1½ ditto - - 48. — Counts rop: 62. — Thus for 4 months rop:s 248. To 1 sergeant, 1 corporal and 12 lascars to- gether per month rop:s 40, for 4 months . . . 160. to 1 Interpreter for 3 months at 15 rop: per month - - 45. — for the table, per month 300 ropias, comes for four months - - - - - - - - - - - - - - 1200. — for wax candles, dammar, lamp oil, etc. . . . . . . . 150. — for the making of hammocks for the sick - - - - 20. — to a Native Physician for medi- caments and practice - - - - - - - - - - - - - 40. — Brought forward Rop:s 328: 1:se 5467. 1/15 453. 495. 880. — Presents at Calicut To the two staff-bearers of the Gover- nor - - - - - - - - - - - - rop:s 50. to the second of Calicut - - - - - - - - 100. — to the Domestic servants of the Governor - - - 80. — Carried forward Ropias 230. ropias 7825. 1/15. Brought forward - - Rop:s 230. ropias 17825 1/15. To a sepoy officer who brought the Rahdari or Passport for the journey to Seringapatam - - - - - - - 80. — 280. — on the journey to Seringapatam To the Qiladar of Tameltjeri - - - - - rop: 100. to the ditto of Lakrekotte - - - - - - 100 to the ditto of Kalvati - - - - - - - - 100. to the Sarvadhikari of the king of Kotatte - - - - - - - - 100. — to the governor of Gondol - - - - - - 100:— to the Qiladar of Edatoel - - - - - - - - 100:— to the Chaudhari of Tjatterom - - - - - 80. — to the Governor of Mysore - - - - - 200. — At Seringapatam To four staff-bearers who during our stay there were attached to us rop:s 100. to the Nawab's servants who upon our arrival brought sheep, Rice, butter, fruits, vegetables, etc. as a gift - - - - - - - - - 500. to the collective domestic servants of the Nawab - - - - - - - - - - - - - - - 300. to the Servants of the Nawab's Brother Karim Sahib - - - - - - - - - - - 200: to the collective staff-bearers of the Nawab - - - - - - - - - - - - - 200. to a staff-bearer of the Nawab who brought the Rahdari or passport to us - - - - - - - - 50. – to the Cutcherry or secretary - - - - - - - - - 250:— to the first Interpreter - - - - - - - - - - - - - 200:— 1830. Carried forward Rop:s 10815. 1/15. Brought forward - - Rop:s 10815 1/15 Extra presents to the following To the First Minister of the Nawab - - . Rop:s 800. to the Governor of Seringapatam - - - - - 300. to the Second Minister - - - - - - - - - - - - 400. to the chief treasurer - - - - - - - - - - 300. to the Nawab's Personal physician - - - - - - - - - - 200. — 2000. To the commanders of the places on the road from Seringapatam to Calicut here- before mentioned, given upon return - - - 500. To the Servants of the Governor of Calicut on the road . . . . . . . . . . . . . . 100. — To a sepoy officer who brought a Rahdari or pass- port to us for our journey all the way to Cranganore - - - - - - - - . . . . 28. – 628. Sum Total Ropias 13443. 1/15 Cochin the 30th of November A:o 1784. /was signed:/ C: G: Seijffer. On this occasion the Governor presented the translation of the letter from the Aforementioned Nawab written to him in reply, and of the list of the gifts sent therewith, and after deliberation it was approved and agreed to insert those translations here, and to send the gifts by the first opportunity of a ship to the Capital, as His Highness might take it ill if they were sold here. Translation of the Tamil letter by the Nawab Tipu Sultan Ali Hali Bahadur, Ababi Martabadu, Sawukada Maabi Mantjawadu, written to the honorable Highly Esteemed Mister Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies; Gov- ernor and Director on the coast of Malabar. Rabagaduwa Ababi martabadu sawukada maa- bi Mantjawadu, writes this letter to the Governor of the city of Cochin Angelbeek. We are in good health, and we wish that your honor's health and happiness may be perfect, and that you may be pleased to have the goodness to impart the same to us. Now, by the receipt of your honor's letter, and the arrival of the Ambassadors, we are informed of everything; the presents sent by your honor to us have been delivered to us by them, and they have spoken with us concerning all matters, and we have transacted everything with them, and granted them their departure, and they depart now thitherward, who will give complete in- formation of everything to your honor. We now send to your honor two par- cels of Magadawi, and one parcel of Purana puri, which we hope will be accepted with affection. Your honor's health and good pleasure we expect that your honor will continuously impart to us. This letter is.

Dutch transcription

Tot het maken van een groote tent voor het kommando sipalis en de Laskorijns - - „ 81. — vo van een groote tent voor de koelies en v=o van een klijve tent voor de geschenken v=o van een klijne tent voor de Domestiken Douceur Aan een Duilmeester 'smaands - - - - - Rop:s 5. — „ 2. Sipahische serjants â d=o 2½. rop: - - - „ 5. — „ 2. d=o korporaals „ „ 2 — „ - - - „ 4. — „ 32. . . „. gemeenen. „ „ 1½. „ . . „ 48. — Teld rop: 62. — Dus voor 4. maanden rop:s 248. Aan 1. serjant 1. korporaal en 12. Laskorijns te zamen 's maands rop:s 40. voor 4. maanden. . . „ 160. „ 1 Tolk voor 3. maanden â 15. rop: 'smaands - - „ 45. — voor de tafel 's maands 300. ropias komt voor „ waxkaarsen Dammers, lampolie etc:a. . . . . . . . „ 150. — tot het maken van hangmatten voor de zieken - - -- aan een Jnlandsche Geneesmeester voor medika= palenkijns-dragers - - - - - - - - - - „ 50. slaaven en kombuis - - - - - - - - - „ 16. — en bagasie - - - - - - - - - . . . . . „ 20. vier maanden - - - - - - - - - - - - - - „ menten en praktijk - - - - - - - - - - - - - Prezenten te kalikut Aan de twee stokkedragers van den Goever= „neur - - - - - - - - - - - - rop:s 50. „ den tweede van Kalikut - - - - - - - - „ 100. — „ de Huisbediendens van den Goeverneur - - - „ 80. — Transporteere Ropias 230. rcCas 7825. 1/15. 40. — - „ 1200. — 453. P„r Transport Rop:s 328: 1:se 5467. 1/15 495. 20. — 62 880. — P„r Transport - - Rop:s 230. r/as 17825 1/15. Aan een sipalische officier, die de Raderi of Paspoort voor de reize naar seringapatnam 280. — op de reize naar seringapatnam Aan de Kiledaar van Tameltjeri - - - - - rop: 100. „ de _o „ Lakrekotte - - - - - - „ „ „ „ „ kalvati - - - - - - - - „ 100. „ „ sarbadikariakare van den koning van kotatte - - . . . . . . - - – „ 100. — „ goeverneur van Gondol - - - - - - „ 100:— Te Seringapatnam Aan vier stokkedraagers die geduurende ons verblijf aldaar aan ons toegevoegd waaren rop:s 100. „ 's Nababs bedienden die met onze komste schaapen, Rijst, boter, vruchten groentens etc: tot geschenk gebragt hebben - - - - -„ „ „ gezamentlijke huisbediendens van den Nabab. - - - - - - - - - - - - - - - „ „ „ Bediendens van 's Nababs Broeder Karim saib - - - - - - - - - - - _ _ _ _„ „ „ gezamentlijke stokkedragers van den „ een stokkedrager van den Nabab die de Raderi of paspoort aan ons ge= 100 „ „ Kiledaar van Edatoel - - - - - - - - „ 100:— „ „ 'T Joudari „ Tjatterom - - - - - „ 80. — „ „ Goeverneur „ Maisoer - - - - - „ 200. — gebragt heeft. . . . . - - - - - - - - . - „ 50. –„ „ de Kitjeri of sekretaris - - - - - - - - - „ 250:— Nabab - - - - - - - - - - - - - „ 200. „ den eersten Tolk - - - - - - - - - - - - - „ 200:— „bragt heeft - - - - - - - - - - - „ 80. — 1830. „ 14 Transporteere Rop:s 10815. 15. 500. 200: „ „ 300. P„r Transport - - Rop:s 10815 1/15 Extra prezenten aan de volgende Aan den Eersten Minister van den Nabab - - . Rop:s 800. „ „ Goeverneur van Seringapatnam - - - - - „ 300. „ „ Tweeden Minister - - - - - - - - - - - - „ 400. „ groot schatmeester - - - - - - - - - - „ 300. sNNababs Lijf medikus - - - - - - - - - - „ 200. — 2000. Aan de kommandanten van de plaatzen op den weg van seringapatnam tot kalikut hier voo„ „rengemeld bij terug komste geschonken - - - „ 500. Aan de Bediendens van den Goeverneur van Kalikut 100. — Aan een sipalische officier die een Raderi of pas= „poort aan ons gebragt heeft tot onze reize tot naar kranganoor - - - - - - - - . . . . „ 28. – „ 628. 13443. 1/15 Somma Ropias Cochim den 30=ste November A:o 1784. /was geteekend:/ C: G: Seijffer. op den weg. . . . . . . . . . . . . . . Bij deeze geleegenheid produceerde de Heer Goever= „neur de vertaaling van den brief van Hooggemelden Nabab aan hem in antwoord geschreeven, en van de lijst van de daar nevens gezondene geschenken, en werd na deliberaatsie goedgevonden en verstaan, die vertaa= „lingen hier te insereeren, en de geschenken met eerste scheeps geleegenheid naar de Hoofdplaats te zenden, alzoo zijn Hoogheid het qualijk zoude kunnen neemen, als dezelven hier verkocht wierden. Translaat Tamoelschen brief door den Nabab Tipoe sultan Aali „ „ 63 Hali bhader, Ababi Martabadoe, sawoekada maabi Mantjawadoe, geschreeven aan den weledelen Groot= „achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad extraordi= „nair van Nederlands Jndiën; Goe= „verneur en Direkteur ter kuste Malabaar. Rabagadoea Ababi martabadoe sawoekada maa: „ bi Mantjawadoe, schrijft deezen brief aan den Goeverneur van de stad Koetsiem Angelbeek. wij zijn in goede gezondheid, en wij wenschen dat uweledelens gezondheid en genoegen mogen zijn volmaakt, en de goedheid gelieft te hebben, dezelven ons te bedeelen. Thans door den ontvangst van uwel„ „edelens brief, en komste van de Ambassadeurs, zijn wij van alles onderricht; de presenten door uweledelen aan ons gezonden zijn door hen aan ons besteld, en zij hebben met ons over alle zaaken gesprooken en wij hebben met hen alles verhan= „deld, en hun afscheid gegeeven, en zij vertrekken thans naar derwaards, dewelken volkoomen in= „formaatsie van alles aan uweledele geeven zul= „len. wij zenden thans aan uweledele twee pak„ „jes Magadawi, en een pakje Poerana poeri, die wij koopen met genegentheid zullen worden geakcepteerd. De gezondheid en 't goed genoegen van uweledele verwachten wij dat uweledele ons bij kontinuaatsie zal bedeelen. Deeze brief is.

NL-HaNA_1.04.02_3695_0156 view scan ↗

English

is written in the Year krodi, the 4th of the month Awana, being the 14th of August 1784. — Presents sent to the Governor of Koetsiem Two small packets of Magadawi, of which 1. therein 1. Sira 2. Samebarapadoe 1. Toepatta 1. Kimkap 5. 1. therein 1. Sira 2. samebarapadoe 1. Goeserati Toepatta 1. Kimkap 5. One small packet of Pranapoeri, therein 1. pago 2. Samebarapadoe 1. Toepatta 1. kimkap 5. in the aforementioned three packets, fifteen pieces. Thus Done, Resolved, and Decreed in the Council of Malabaar in the town of Koetsiem, on the day, month, and Year aforementioned /was signed:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, J: L: van spall, C: G: Seijffer, W: van Haeften, and An Poolvliet Agreed, Adriaan Bootvliek, Secretary No 6. To the Right Honorable, Rigorous Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director, etc. Koetsiem. Right Honorable, Rigorous Sir! After having attentively read and reread your secret letter to the High Government, I find no difficulty in agreeing with Your Right Honorable regarding the conduct to be observed by us if Tipoe Sultan carries out his formidable intention against Trevankoor. We are all the more obliged to a cautious deliberation, since he cannot begin this war against Trevankoor without breaking with the English, who have expressly included the king of Trevankoor under their peace treaty with Tipoe. Agreeing with Your Right Honorable that the goodwill of Tipoe is indispensable to us, I consequently think that the sending of commissioners to Kalikoet cannot be declined if the prince insists upon it. I even think this opportunity should be taken, Separate and secret, taken to congratulate His Highness on his accession to the government. The Regents of Trankebar, when they were unable to hand over some damaged presents from the Governor-General to the prince's vakeel, promised in our name that this deficiency would be made good from Ceilon by way of Koetsiem. If Tipoe were merely treating concerning Settua and Paponetti, the matter would be quickly settled, and I should think that accepting an annual payment as high as can take place without harm to ourselves is preferable to the payment of a fixed sum once and for all. Princes of Tipoe's way of thinking, having once received the money, can make new demands, which we would then have as little opportunity to refuse as now; and besides this, I do not consider Tipoe established enough in the government to be able to foresee anything permanent from his goodwill for the present. Those who wrested the Zamorin territory from him might perhaps assert the same reasons for rejecting our claim regarding Settua as were brought forward in 1773 regarding Naver, etc. It is in any case, it seems to me, better to pay annually for a time, until the consequences of this revolution are perceived or can be better foreseen than at present. Now 65 Now comes the most delicate question to answer: namely, what are we to say if either Tipoe or Trevankoor requests auxiliary troops? Rightly Your Right Honorable notes that the king of Trevankoor, by his conduct regarding the English, seems to have determined our answer beforehand; did he not only keep himself out of range, but even gave great reason to consider him partial; then he must not take our refusal, to which necessity compels us, in bad part. If he does so, however, we shall have to bear it and yet, by reason of our political interest, be unable to spare any means to preserve the Raja, if possible, through our intercession, at the expense of his purse. Not only do we lose through his downfall the remains of the pepper treaty, but I even believe that one would greatly enrage Tipoe by taking possession of some Trevancore lands. In 1783 I was of this opinion, because we could appease him through aid against our and his public enemy. Circumstances have since changed, and we must not now even think of such a thing. Tipoe is, through his constant intercourse with the European nations who needed his father or him, too well-instructed regarding what we call the law of nations to take our neutrality very ill in this supposed case. He has before him the recent example of the powerful French, who after the armistice did not further meddle with his military operations against the English. We need not be ashamed to come to the confession of something which he already knows: namely, that the power of the Netherlands bears no comparison with that of France, and that we, in acceding to his measures, would become open enemies of the English, without being able to rely on the alliance with France, now at peace with England. This refusal of his demand would undoubtedly have to take place regarding the troops as well as regarding cannon and further war munitions. Our refusal can be sufficiently cloaked with our present condition if Tipoe is receptive to reason; but Your Right Honorable will justly ask: what is to be done if he obstinately maintains his position, and we risk our existence in Mallabaar by a continued refusal? I do not think that he, seeing our firmness sensibly pressed, will proceed to extremes against us, and we would then certainly, sincerely or feignedly,

Dutch transcription

is geschreeven in het Jaar krodi, den 4:e van de maand Awana, zijnde den 14:e Augustus 1784. — Geschenken die gezonden worden aan den Goeverneur van Koetsiem Twee pakjes Magadawi, waar van 1. daar in 1. Sira 2. Samebarapadoe 1. Toepatta 1. Kimkap 5. 1. daar in 1. Sira 2. samebarapadoe 1. Goeserati Toepatta 1. Kimkap 5. Een pakje Pranapoeri daarin 1. pago 2. Samebarapadoe 1: Toepatta 1. kimkap 5. in gem: drie pakjes vijftien stux Aldus Gedaan Geresolveerd en G'arres= „teerd in Raade van Malabaar ter steede koet= „siem, ten dage maand en Jaare voormeld /was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn F: von den Busch, N: W: Beijts, J: L: van spall C: G: Seijffer, W: van Haeften, en A„n Poolvliet Akkordeerd Adriaan Bootvliek Sekrets N„o 6. Aan den weledelen Gestrengen Heer Johan Gerard van Angelbeek Extra ordinaris Raad van Nederlandsch Indie, goeverneur en Direkteur enz: Koetsiem Weledele Gestrenge Heer! Na uwen sekreeten aan de Hooge Regeering aan= „dachtig geleezen en herleezen te hebben, vind ik geen zwaarigheid om eenstemmig, met uwEdele gestr: te weezen omtrend het gedrag door ons te houden, in dien Tipoe sultan het geducht voorneemen tegen Trevan„ „koor ten uitvoer brengt. wij zijn te meer tot een naauwzichtig overleg verplicht, wijl hij deezen oor„ „log tegen Trevankoor niet beginnen kan zonder te breeken met de Engelschen, die den koning van Tre „vankoor onder hun vreedens verdrag met Tipoe uit= „drukkelijk begreepen hebben. Met uw Eg: het eens zijnde, dat de goede gezindheid van Tipoe voor ons onontbeerlijk zij, denk ik ge= „volgelijk, dat het zenden van gekommitteerden naar kalikoet niet ontlegd kan worden, indien de vorst er op staat. zelfs meen ik deeze gelegenheid Apart en sekreet waar te waar teneemen om zijne Hoogheid met zijne komste aan de regeering te vergelukken. De Regenten van Tran„ „kebar, wanneer zij eenige bedorvene geschenken van den Heer Goeverneur generaal aan 's vorsten wak „kiel niet konden overgeeven, hebben in onzen naam beloofd, dat van Ceilon dit gebrek zoude vervuld worden over den weg van Koetsiem. wanneer Tipoe enkel omtrend settua en Paponetti handelde, was de zaak schielijk gevonden, en ik zou denken, dat eene Jaarlijksche uitkeering te neemen zoo hoog als buijten eigene schade plaats kan vinden, verkieslijk zij boven de uitbetaaling van eene vaste somme voor eens. vorsten van Tipoe 'swijze van denken kunnen, het geld eens ontvangen hebbende, nieuwe eisschen maaken, tot welker ontlegging wij, dan zoo min als nu gelegenheid zouden hebben: en buiten dien acht ik Tipoe niet gevestigd genoeg in de regee „ring om van zijne welwillendheid iets bestendigs, voor als nog, te kunnen vooruitzien. Die het sam= morijnsch gebied hem ontweldigden, mogten misschien dezelfde redenen ter afzegging van onzen eisch om „trend settua beweeren, als in 1773. omtrend Naver, enz: te berde gebragt wierden. 't is in allen gevalle, dunkt mij, beter Jaarlijks voor een tijd uit te keeren, tot dat men de gevolgen van deeze omwenteling be= „speure, of beter dan thans vooruitzien kan. Nu 65 Nu komt de neteligste vraag te beantwoorden, wat naamelijk voor ons te zeggen valt, wanneer of Tipoe of Trevankoor hulptroepen vraagt? Te recht merkt uw Eg: aan, dat de koning van Trevankoor, door zijn gedrag omtrend de Engelschen ons antwoord voor af schijnt bepaald te hebben, heeft hij toen zich niet alleen buitenschoot gehouden, maar zelfs groote re= „denen gegeeven om hem voor een zijdig te houden; dan mag hij onze weigering, waartoe de nood ons dringt, niet ten kwaade duiden. Doet hij dit echter, wij zullen ons dit moeten getroosten en evenwel, uit hoofde van ons staatkundig belang, geene middelen kunnen spaaren om den Rasja, is het mogelijk, door onze voorspraak te behouden, ten koste van zijne beurs. Niet alleen verliezen wij door zijn ondergang de overblijfselen van 't peper verdrag, maar ik geloof zelfs, dat men Tipoe grootelijks ver= „toornen zoude door het in bezitting neemen van eenige Trevankoorsche landen. Jn 1783. was ik van dit gevoelen, om dat wij hem door hulp tegen onzen en zijnen openbaaren vijand konden tot bedaaren brengen. De omstandigheeden zijn zedert veran= „derd, en aan iets diergelijks mogen wij nu zelfs niet denken. Tipoe is door zijn geduurigen omgang met de Euro= „pische volkeren die zijn' vader of hem noodig hadden, te te zeer onderricht omtrend het geene wij het recht der volkeren noemen, om onze onzijdigheid in dit onderstelde geval zeer euvel opteneemen. Hij heeft het jongst voorbeeld van de machtige Franschen voor zich, die zich na den wapenstilstand met zijne oorlogs verrichtingen tegen de Engelschen niet ver= „der bemoeid hebben. wij behoeven ons niet te schaa= „men om tot bekendtenis te komen van iets 't welk hij reeds weet; dat naamelijk de macht van Neder„ „land met die van Frankrijk in geen vergelijking komt, en dat wij, in zijne maatregelen treedende, openbaare vijanden van de Engelschen zouden wor= „den, zonder ons op het bondgenootschap met Frank„ „ rijk, tans met Engeland bevreedigd, te kunnen verlaaten. Deeze ontlegging van zijnen eisch zoude zoo wel omtrend de troepen als omtrend kanon en verderen oorlogs voorraad ontwijffelbaar moeten plaats hebben. onze weigering kan met onzen tegenwoor„ „digen toestand genoeg doende bekleed worden, indien Tipoe vatbaar is voorredenen; maar billijk zal uwEg: vraagen, wat gedaan als hij zijn stuk on= verzettelijk staande houdt, en wij bij voortduuren „de weigering onze bestaanlijkheid op Mallabaar waagen? Jk denk niet dat hij, onzen ernst verstan= „dig aangedrongen ziende, tot uitersten tegen ons komen zal, en wij hadden dan zeker, oprecht of geveinsd

NL-HaNA_1.04.02_3695_0161 view scan ↗

English

66 feigned to hope for the help of the English. When the squadron of the Lord Commander van Braam, as we hope, comes to visit Ceilon in November, we shall be the first to let the country's naval force cross over to the Mallabaar coast. I submit to your Rigorous Honour's consideration whether, in the event of a pressing demand for auxiliary troops or ammunition, one could give Tipoe a secret instruction to apply in that regard to Monsieur de Bussij. The French do not need to conduct themselves as circumspectly as we; if Monsieur de Bussij requests us for ordnance, etc., for the king's service, we would not investigate closely whether it would serve for Mahé or for kalikoet. If the same wishes to instruct the colonel of Luxenburg (a French regiment, lent to us for a time), in the name of his king, to depart with his regiment for Mahe; we, being informed thereof, could consent to the matter, for our salvation, and after having allowed the necessary protests to precede. I think, however, that this extreme measure must be regarded as a sheet anchor, and that our interest requires us to preserve the king of Trevankoor, if it is feasible. I have the honour with all high esteem to be. Below stood: Below stood: Honourable and Rigorous Sir! Your Honour's obedient servant. Was signed: Im: will: Falck. In the margin: kolombo the 11th of October 1784. Adriaan Poolvliet Secretary Agreed No. 7. 67 Secret Resolution taken in the Council of Malabaar at the city of Koetsiem Tuesday the 22nd of February 1785. Forenoon Present The Right Honourable Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Honourable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honourable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beijts, The Honourable Junior Merchant and Warehouse Keeper Ian Lambertus van Spall, The Honourable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer, The Honourable Junior Merchant and Purveyor Willem van Haeften, and The Honourable Acting Secretary of Police Adriaan Poolvliet Absent The Honourable Major and Head of the Militia Fredrik von den Busch, as being out of town with prior permission. After the conclusion of ordinary business mentioned in the general resolution of today, consideration was given with regard to the extradition of Deserters noted therein. That, in all probability, the Nabob's officials would not have dared to proceed thereto on their own authority and without being assured of his consent, and one therefore seems to be able to draw a safe conclusion from this concerning his goodwill towards the Company, and that this favourable moment should thus be seized to settle the pending disputes over settua and Paponettij with him and to enter into a treaty of friendship and commerce. That the Nabob indeed promised the Company's Envoys that upon his arrival in the month of October at kalikat he would enter into this; but that his Highness has not come thus far and for the present is not expected to come, and one must therefore endeavour to achieve this objective in another manner. That the Jewish merchant Izaak Surjon, who is an inhabitant and subject of the Company, but keeps a factory at kalikut and is in high standing with the Moorish Government, and who also attended the recent Embassy and on that occasion gave proofs of benevolence, now strongly urges in his letters to the Lord Governor, as well as to the junior merchant seijffer, who held the first place in that Embassy, that a capable Person be sent from here to kalikut 68 to initiate negotiations on the aforementioned subjects with the Nabob's Governor, who arrived back from seringapatnam these days with great ceremony and, according to the opinion of him, surjon, is authorized to settle everything with the Company. And after mature deliberation, it was approved and understood to converse with the aforementioned Governor of kalikut about this by letter and in particular to ask whether he is qualified by his Master the Lord Nabob to enter into negotiations on these matters with the Company's commissioners, and it was further approved and understood to insert the Dutch draft of that letter here. Draft letter written by the Right Honourable Governor Johan Gerard van Angelbeek to the Governor at kalikut Assadchan Bek on the 22nd of February 1785. I have learned with great pleasure that Your Honour has returned from Patnam, on which account I hereby congratulate Your Honour. When When our Ambassadors recently had the honour to confer with His Highness the Lord Nabob Tipoe Sultan concerning the restitution of settua and Paponetti, His Highness answered that having heard our reasons, he first needed to learn what Your Honour had to say against it; that he would come to kalikut shortly, and if the Company would send commissioners there, he would then declare himself concerning those places and concerning a contract of commerce, and give the Company satisfaction in that regard; His Highness has not come to Kalikut since, but I assume that he will have conferred with Your Honour about it and therefore take the liberty to inquire of Your Honour hereby whether Your Honour is authorized by the Lord Nabob to enter into further negotiations with us about this, and whether we can send commissioners to Your Honour to that end, to bring these matters to a happy conclusion. Your Honour is a Man of great ability and discernment, and therefore understands very well that a treaty of friendship and commerce can be very advantageous both for the Nabob and for the Company, and thus 2.

Dutch transcription

66 geveinsd, de hulp van de Engelschen te hoopen. wanneer het eskader van den Heer Kommandeur van Braam, gelijk wij hoopen, Ceilon in November komt bezoeken, zullen wij de eersten zijn om 's lands zeemacht naar de Mallabaarsche kust telaaten oversteeken. Jk geef uweredele Gestr: in overweeging, of men, bij eene knellende opeissching van hulptroepen of ammunietsie, aan Tipoe eene geheime onderrich= „ting zoude kunnen geeven, van zich dientwegen bij den Heer de Bussij te vervoegen. De Franschen be„ „hoeven zich niet zoo omzichtig te gedraagen gelijk wij, als de Heer de Bussij ons tot 'skonings dienst, verzoekt om geschut, enz:, wij zouden niet naauw„ „keurig uitvorschen, of het voor Mahé, of voor kalikoet zoude dienen ? Jndien dezelve den kolo„ „nel van Luxenburg (een Fransch regiment, voor een tijd aan ons geleend/, uit naam van zijnen koning belasten wil, om met zijn regiment naar Mahe te vertrekken; wij zouden daarvan onder= „richt, in de zaak kunnen bewilligen, tot onze redding, en na de noodige protesten te hebben laaten voor afgaan. Jk denk echter, dat dit iiter„ „ste middel als een plechtanker moet worden aangemerkt, en dat ons belang vordert, den ko= „ning van Trevankoor te behouden, zoo het doenlijk is. Jk heb de eere met alle hoog achting te zijn. /on= „derstond/ „derstond:/ weledele Gestrenge Heer ! uwer Eg: dienstwil= „lige dienaar /:was geteekend:/ Im: will: Falck, /: in= „ margine:/ kolombo den 11:e oktober 1784. — Adriaan Poolvwik Sekrets Akkordeerd N„o 7. 67 sekreete Resoluutsie genoo= „men in Raade van Malabaar ter steede Koetsiem Dingsdag den 22. Februari 1785. Present voormiddags De weledele Grootachtbaare Heer Raad extra ordinair van Nederlands Jndiën, Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek, De E: Heer opperkoopman sekunde en Hoofd administ:r Reinier van Harn, De E: koopman Fiskaal en Kassier M:r Nikolaas wendelin Beijts, De E: onderkoopman en Pakhuism: Ian Lambertus van Spall, De E: onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer, De E: onderkoopman en Dispensier Willem van Haeften en De E: p:l sekretaris van Polietsie Adriaan Poolvliet Absent De E: Majoor en Hoofd der milietsie Fredrik von den Busch als zijnde met voorkennis buiten de stad Na het afloopen van de ordinaire zaaken bij de gemeene resoluutsie van heeden vermeldt, werd met opzicht tot de daarbij genoteerde uitleevering van Deserteurs in aanmerking genoomen. Dat, naar de meeste waarschijnlijkheid 's Nababs Amptenaaren daartoe, op eigen gezag en zonder op van van zijne toestemming verzeekerd te zijn, niet zou„ „den hebben durven treeden, en men derhalven hier uit, op zijne goede geneegenheid voor de komp: een veilig besluit schijnt te mogen trekken, en dus dit gunstig tijdstip diend waarteneemen, om met hem de zweevende geschillen over settua en Papo= „nettij aftedoen en een traktaat van vriendschap en koophandel aantegaan. Dat de Nabab aan de Gezanten van de komp: wel beloofd heeft, bij zijne komste in de maand oktober te kalikat daartoe te willen treeden; doch dat zijne Hoogheid tot nu toe niet gekomen is en voor eerst ook niet staat te koomen, en men derhalven trachten moet, dit oogmerk op een andere wijze te bereiken. Dat de Joodsch koopman Izaak Surjon, die een jnwooner en onderdaan van de komp: is, doch te kalikut een faktorij houdt en bij de Moorsche Regeering in aanzien staat, mitsgaders de Jongste Ambassade mede bijgewoond en bij die geleegen „heid blijven van welmenendheid gegeeven heeft, thans bij zijne brieven aan den Heer Goever= „neur, als ook aan den onderkoopman seijffer, als de eerste plaats in die Ambassade bekleedt hebbende, sterk aandringt, dat van hier een bequaam Persoon naar kalikut gezonden worde 68 worde, om de onderhandelingen over de voormelde onderwerpen te enthameeren, met 's Nababs Goe= „verneur, die deezer dagen van seringapatnam met groote eerstaatsie terug gekoomen en volgens het gevoelen van hem surjon gemachtigd is, om alles met de komp: aftedoen. En werd na rijpe deliberaatsie goedgevonden en „verstaan, den voorm: Goeverneur van kalikut hierover bij een brief te onderhouden en inzon= „derheid te vraagen, of hij van zijnen Meester den Heer Nabab gequalificeerd is, om over deeze zaa= „ken met 'skomp:s gekommitteerden in onderhan= „deling te treeden, en is wijders goedgevonden en ver= „staan, het nederduitsch opstel van dien brief hier te insereeren. konsept brief door den welEdelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek, geschreeven aan den Goeverneur te kalikut Assadchan Bek den 22:e februari 1785. Jk hebbe met veel genoegen vernoomen, dat uwEd: van Patnam terug gekoomen is, wes= „halven ik uwEd: derweegen bij dezen feliciteere. Toen Toen onze Ambassadeurs Jongst de eer hadden, zijn Hoogheid den Heer Nabab Tipoe Sultan, over de terug gave van settua en Paponetti te onderhou= „den, gaf zijn Hoogheid tot antwoord, dat hij onze reedenen aangehoord hebbende, eerst diende te ver= „neemen, wat uwEd: daar tegen tezeggen had, dat hij binnen korten te kalikut komen, en als de komp: daar gekommitteerden zenden wilde, zich dan over die plaatsen en over een kontrakt van koophandel verklaaren en de komp: daar omtrend genoegen geeven zoude; zijn Hoogheid is zeder niet te Kalikut gekoo= „men, doch ik stelle vast dat hij uwEd: daar over zal onderhouden hebben en neeme derhal„ „ven de vrijheid, mij door deeze bij uwEd: te er „kondigen, of uwEd: van den Heer Nabab ge- „machtigd is, om daar over met ons in nadere onderhandeling te treeden en of wij tot dat einde gekommitteerden bij uwEd: zenden kunnen, om die zaaken tot een gelukkig einde te brengen. uwEd: is een Man van groote bequaamheid en doorzicht, en begrijpt derhalven zeer wel, dat een traktaat van vriendschap en kommercie, zoo wel voor den Nabab als voor de komp: zeer voordeelig kan zijn, en dus 2.

NL-HaNA_1.04.02_3695_0169 view scan ↗

English

So I do not doubt in the least that Your Honour will gladly do your best with me to bring such a treaty about as soon as possible. May God preserve Your Honour. And since some time ago a letter with gifts was sent here from Ceylon by the Governor Falck, of blessed memory, in order to be presented to His Highness on the occasion when commissioners from here went to Calicut, it was now taken into consideration whether it would indeed be proper to deliver that letter still in his name, now that the highly esteemed Lord Governor had died in the meantime. And it was approved and agreed to submit this consideration to the Ceylon Ministers and to give them the further choice whether that letter shall still be delivered, or whether they wish to send another one here for that purpose, signed by the currently Ruling Governor. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J: G: van Angelbeek, R: van Harn, N: W: Beijts, J: L: van Spall, C: G: Seijffer, W: van Haeften, and Adriaan Poolvliet. Agreed, Adriaan Loot, Secretary pro 8 No. 8. Report made by the Jewish merchant Izaak Surjon to the undersigned Secretary on the 25th of April 1785. That the Nabob had been at war with the Marathas and Nizam Ali was true. The dispute with Nizam Ali had been settled, though how, was not known, but not yet with the Marathas. The entire army of the Nabob was south of the river Krishna, but the Nabob was inside Seringapatam with Mr. Lally, who was now living in good friendship with the said Nabob, as the Nabob had paid him what he owed. The reason why the Nabob remained inside Seringapatam was because his Sayyid or High Priest had declared that if he left that city within the span of a year, he would never enter it again, and three months of that year had already passed; otherwise, his firm intention had been to attack Travancore. Karim Sahib was united with his brother Tipu Sultan and placed in authority over the entire coast of Malabar, for which purpose 8000 infantry and 500 horsemen had already arrived in Calicut, and the rumour was that Karim Sahib would also come, though this was not certain. With the said eight thousand men, orders had come from the Nabob to distribute them along this coast and to watch closely that the English and the Portuguese did not make an invasion, as, according to rumours, those two were said to be allied in Europe to act against him, the Nabob. With the said troops a French gentleman, Mr. Roi, had also come to take command at Chavakkad over four thousand men; Chevalier de Lormier was in Seringapatam under the command of Mr. Lally. The war with the Marathas was the principal reason why the Nabob had not come down. The Governor of Calicut had declared that the Nabob had a great desire to conclude a treaty with the Dutch and to return Chetwai and Pappinivattom. The Governor, Hashim Beg Khan, had assured that with the arrival of Karim Sahib in Calicut, an advantageous treaty would be made with the Dutch, and if the said Karim Sahib should not come, then he, the Governor, would certainly be authorised for it. Thus this remained postponed for the sake of Karim Sahib. He, Izaak Surjon, did not know the conditions, but he thought that they would tend to the great benefit of the Dutch. The Governor had him request three thousand German muskets with a double tumbler in the lock and four pieces as samples. With the English, the Nabob was not on good terms and did not trust them, but with the French he was now on good terms again, and the French Governor at Pondicherry, Mr. Coutenceau, who held the authority there instead of Mr. De Bussy, had sent two hundred and twenty Frenchmen to Seringapatam under the command of the Chevalier De Lormier to continue serving as a separate corps with the Nabob, in place of Mr. Bouthenot, but the Nabob had placed that detachment under the corps of Mr. Lally. Furthermore, the Governor of Calicut had said that the Nabob had nothing against the Governor of Cochin, but indeed against the Governor of Negapatam, consisting in this: that when the English had wanted to besiege Negapatam, the Governor of Vlissingen had sent to ask the Lord Nabob Hyder Ali for auxiliary troops for the preservation of Negapatam, offering two lakh pagodas; that thereupon the Nabob had sent four thousand men there under various commanders, who had arrived in Negapatam two days before the arrival of the English, and had requested the Governor to march into the city, but that this was refused by the Governor, and they thus had to camp outside. A few days thereafter the English had come before the city, with whom the Governor had colluded, so the troops were

Dutch transcription

2. 69 dus twijfele ik geenzints, of uw Ed: zal met mij gaarne willen zijn best doen, om zulk een trak„ „taat hoe eer hoe liever tot stand te brengen; god bewaare uwEd: en vermits van Ceilon voor eenigen tijd een brief met geschenken van den Heer Goeverneur Falck /g: g/ herwaards gezonden is, om bij geleegenheid dat van hier gekommitteerden naar kalikut gingen, aan zijn Hoogheid aangebooden te worden, zoo werd als nu in bedenking genoomen, of het wel gevoeglijk zijn zoude, dien brief, nu dat de Hoog gedachte Heer Goeverneur, middelerwijle overleeden was, als noch uit zijnen naame over te geeven, en goed„ „gevonden en verstaan, aan de Ceilonsche Ministers deeze bedenking voor te leggen en in nadere ver= „kiesing te geeven, of die brief als noch zal besteld worden, dan wel, of men een anderen tot dat einde wil herwaards zenden, die door den thans Regeerenden Gouverneur onderteekend is. Aldus gedaan geresolveerd en Gearres- „teerd in Raade van Malabaar ter steede koet= „siem ten daage maand en Jaare voormeld /:was geteekend/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, N: W: Beijts, J: L: van Spall, C: G: Seijffer w: van Haeften en Adriaan Poolvliet Akkordeerd le Adriaan Loot Sekrets pro 8 N„o 8. 70 Dat de Nabab met de Maratten en Nisam Ali oorlog gehad had, was waar, met Nisam Ali was het ver- „schil bijgelegt, dog hoedanig wist men niet, maar met de Maratten noch niet. Het gantsche leger van den Nabab was bezuiden de rivier Kristua, doch de Nabab bevond zich binnen seringapatnam met M:r Lalij, die met gem: Nabab nu in een goede vriendschap leefde, wijl de Nabab het geen hij schuldig was, aan hem betaald had. De reeden waarom de Nabab bin= „nen Seringapatnam bleef, was, om dat zijn seide of Hooge Priester verklaard had, dat zoo hij binnen den tijd van een Jaar uit die stad ging, Hij er noit weer in zoude komen, en van dat jaar waaren nu reets drie maanden om: anders was zijn voorneemen vast geweest om den Trevankoor op het lijf te vallen; karim saib was met zijnen Broeder Tipoe sultan vereenigd, en in het gezag over de gantsche kust van Mallabaar gesteld, ten welken einde reets 8000. Man voetvolk en 500. Ruiters te kalikut gearriveerd waaren, en het gerugt liep, dat karim sahibo ook komen zoude, doch dit was niet vast; met gem: agt duizend man was order van den Nabab Relaas gedaan door den Joods koopman Izaak surjon aan den ondergeteekenden sekreta= „ris op den 25:e April 1785. gekoomen gekoomen, om ze langs deeze kust te verdeelen, en wel toetezien, dat de Engelschen met de Portugeezen geen inval quamen te doen, alzoo, volgens geruchten die twee in Europa zouden geallieerd zijn, om tegen hem Na= „bab te ageeren. Met gem: troepen was een Fransch Heer M:r Roi meede gekoomen om het kommando te voeren te sawekatti over vier duizend man; M:r Chevalier de Lormier was te seringapatnam on „der kommando van M:r Lalij. De oorlog met de Maratten was de voornaamste reeden waarom de Nabab niet was afgekoomen, de goeverneur van kalikut had verklaard, dat de Na= „bab groote begeerte had om met de Hollanders een Traktaat te sluiten, en settua en Paponetti terug te geeven. De Goeverneur, Hasiet Beekchan, had verzee= „kerd, dat met de komste van karim sahibo te kali= „kut een voordeelig traktaat, met de Hollanders zoude gemaakt worden, en indien gemelde karim saib niet mogt koomen dan zoude hij goeverneur voor zeeker daar toe gequalificeerd worden, dus bleef dit, om de wille van Karim saib, uitgesteld; de kon= „dietsien wist hij /:Izaak surgon:/ niet, maar hij dacht, datze tot groot voordeel, van de Hollanders strekken zoude, De goeverneur liet door hem om drie duizend Duitsche geweiren met een dubbelde noot in het slot en vier stuks tot monsters verzoeken. Met 71 Met de Engelschen was de Nabab niet wel, en ver= „trouwde hen niet, maar met de Franschen was hij nu weder wel, en de Franschen Goeverneur te Pondi¬ „cherij M:r Coutencau die in plaats van M:r De Bussij het gezag aldaar voerde, had twee honderd en twintig franschen naar seringapatnam gezonden, onder kom= „mando van den Chevalier De Lormier om als een afzonderlijk koor bij den Nabab te blijven dienen, in plaats van M:r Boutenot, maar de Nabab had dat detachement onder het koor van M:r Lalij geplaatst. voorts had de goeverneur van Kalikut gezegt, dat de Nabab niets tegen den goeverneur van Koetsiem had, maar wel tegen den goeverneur van Nagapat= „nam: hier in bestaande, dat wanneer de Engelschen Nagapatnam hadden willen beleegeren de goeverneur van vlissingen den Heer Nabab Haider Ali om hulp troepen had laaten verzoeken, tot behoud van Nagapatnam, onder aanbieding van twee lak pagoo= „den, dat daar op de Nabab vierduizend man onder- verscheiden Hoofden derwaards had gezonden, dewelke twee daagen voor de komste der Engelschen te Naga „patnam waaren gekoomen, en den goeverneur ver= zocht hadden in de stad te trekken, doch dat dit door den goeverneur geweigerd was, en zij dus buiten hadden moeten kampeeren, korte dagen daar na waaren de Engelschen voor de stad gekoomen, met wien de goeverneur gekonkeld had, dus waaren de troepen

NL-HaNA_1.04.02_3695_0176 view scan ↗

English

troops of the Nabob were defeated and for the most part killed; that subsequently some envoys from Nagapatnam, who were with the Nabob, had again made a request for some men, but were turned down by the Nabob, with the statement that the Governor of Nagapatnam had caused his people to be killed by conspiring with the English, and that he, the Nabob, demanded in return the promise of two lakh pagodas, with the announcement that as long as that money was not paid, those envoys had to remain there in the camp with the Nabob imprisoned or under arrest; that of those envoys, who had consisted of three gentlemen and an interpreter, one of the gentlemen and the interpreter had died, and the two others had fled, so that the claim of the Nabob at present concerned those two lakh pagodas; some ministers of the Nabob were of the opinion that this claim pertained only to the Coromandel Coast and not to the Malabar Coast, and that therefore the Governor of Cochin was not answerable for it, but others wished to make the Nabob understand that Coromandel and Malabar both belonged to one Company, and thus were not to be distinguished. Cochin, date as above. Signed, Adriaan Poolvliet, provisional secretary. Agreed. Adriaan Poolvliet, Secretary. No 9. 72 Sir, I have the honor to inform you that the death of the Marquis de Bussy has caused me to take command, for the order of the service; animated by the same spirit, you will find me equally disposed to cooperate with you in everything that can maintain the union and harmony between our two nations. I am, with the most distinguished sentiments, Sir, your very humble and very obedient servant, signed, Coutenceau. Agreed. Adriaan Poolvliet, Secretary. Mr. van Angelbeek, Governor at Cochin. Pondicherry, 8 January 1785. 73 To No 10. Monsieur De Coutenceau, Governor General at Pondicherry. Sir, I was delighted to learn from your letter of 8 January, with which you honored me, that you hold the reins of government. I congratulate you on this with all my heart, having at the same time the honor to assure you that I shall never cease to contribute ardently to everything that can strengthen the union and friendship that today so happily subsist between our two nations. I have the honor to be with the most perfect esteem, Sir, your very humble and obedient servant, signed, J. G. van Angelbeek. Agreed. Adriaan Poolvliet, Secretary. Cochin, 30 April 1785. No 11. 74 The Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Esquire, Governor and Council for the affairs of the noble Netherlands Company at Cochin. Honorable Sir and Gentlemen, We have the honor to acquaint you that our Honorable Masters, the Court of Directors, under a late act of the British Parliament have thought proper to appoint the Honorable Rawson Hart Boddam, Esquire; the Commander in Chief for the time being; Robert Sparks, Esquire, and Richard Church, Esquire, to be their President and Council at Bombay, and that we have charged ourselves with the Government thereof from the 6th instant. We have the honor to remain, Honorable Sir and Gentlemen, your humble and most obedient servants, signed, R. H. Boddam, L. Nilson, and Robert Sparks. In the margin: Bombay Castle, Public and Secret Department, 11th January 1785. Agreed. Adriaan Poolvliet, Secretary. No 12. 75 To the Right Honorable and Worshipful Mr. Rawson Hart Boddam, Governor, and the Council for the affairs of the Honorable English Company at Bombay. Right Honorable and Worshipful Sir and Gentlemen, We have had the honor duly to receive your very esteemed letter of 11 January last, and thereby to learn of the notable promotion of your Honor and Worships. We congratulate your Honor and Worships therewith, wishing you much prosperity and blessing, and thank you for the friendly communication, declaring that it will always be agreeable to us to maintain the friendly correspondence with your Honor and Worships. We have the honor to remain, Right Honorable and Worshipful Sir and Gentlemen, your Honor and Worships' humble and very obedient servants. Signed: J. G. van Angelbeek, R. van Harn, N. W. Beijts, J. L. van Spall, C. G. Seijffer, and A. Poolvliet. In the margin: Cochin, 7 February 1785. Agreed. Adriaan Poolvliet, Secretary. No 13. 76 Translation of a Portuguese letter written by the English Chief of Tellicherry, John Beaumont, to the Right Honorable and Worshipful Mr. Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast. Mr. J. G. van Angelbeek, Governor at Cochin. Sir, Yesterday there arrived here in this roadstead one of our ships, whose captain has written to me, complaining that having met a certain Dutch warship at sea, the same had insulted our ship by firing cannon shot and musket fire, and that the said ship is at present at Cochin; and from the accompanying written complaint, which the captain has delivered to me, your Right Honorable Worship will see how the matter stands in that regard. And

Dutch transcription

troepen van den Nabab verslagen en voor een groot gedeel= „te gesneuveld, dat vervolgens eenige afgezanten van Na= „gapatnam, die zich bij den Nabab bevonden, weder om eenig volk verzoek gedaan hadden, maar door den Na= „bab van de hand geweezen waaren, onder het zeggen dat de Goeverneur van Nagapatnam zijn volk had doen om= brengen, door met de Engelschen te hebben zamen gespan= „nen, en dat hij Nabab daar van begeerde de belofte twee lak pagooden, onder aankundiging, dat zoo lang dat geld niet werd voldaan, die gezanten aldaar in het leger bij den Nabab gevangen of in arrest moesten blijven, dat van die Afgezanten die in drie Heeren en een Tolk hadden bestaan, een der heeren en de Tolk waaren overleeden, en de twee anderen gevlugt, zoo dat de pretentsie van den Nabab thans was omtrend die twee Lak pagooden; Eenige Ministers van den Nabab waaren van gevoelen, dat die pretentsie maar betrekking had tot de kust kormandel en niet tot de kust van Mallabaar, en dat dus de goeverneur van koetsiem daar voor niet aanspreekelijk was, doch anderen wil= „den den Nabab doen begrijpen, dat kormandel en Mallabaar beide aan een kompanie gehoorden, en dus niet te onderscheiden waaren. koetsiem dato als boven /was geteekend/ Adriaan Poolvliet p:l sekretaris Akkordeerd Adriaan Poolvlerk Dekret: N„o 9. 72 Monsieur. Jai l'honneur de vous informer que la mort die Marg=s de Bussij, m' a fait prendre le Com„ „mendement, pour l'ordre du service: anime du même esprit, vous me trouverés egalement disposé à Concourir avec vous à tout ce qui peut maintenir l'union et l'harmonie entre nos deux nations Je suis avec les sentiments les plus dissinques Monsieur, Votre tres humble et tres obeissant serviteur /signé Coutenceau Akkordeerd Adriaan Poolvlirt Sehret:s Mr Van Angelbeek, Gouvrneur a Cochin Pondicherij 8 Janvier 1785 73 A Monsiur N„o 10. Monsieur De Coetenceau Gouverneur General a Pondicherij Monsieur J'ai été charmé d'apprendre par votre lettre du 8 sanvier dont vous m'avez honore que vous aijez les rênes du Gouvernement. Je vous en felicite de tout mon caur, aijant en même temps l'hon„ „neur de vous assurer que je ne laisserai jamais de Contribuer aucc ardeur à tout ce qui peut affermir l'union et l'amitie qui subsistent aujourahui si heureusement entre nos deux Nations. s'eu l'Bonneur d'être avec le plus parfaile estime. – Monsieur. Votue tres humble et obeissamnt Serviteur. /signér / JG van Angel„ „beek Akkordeerd Adri aan Pootvliht Sehrit: Cochin Le 30 d'avril 1785. N„o 11. 4 The Honbr. Frane Angelbeck Esqr Governor &c Council for the affairs of the noble Netherlands Company at Cochin Honbr: Sir, and Gentlemen We have the honor to Aquaint you that our Honorable Masters, the Court of Directors, under a late act of the British Parliament have thought proper to appoint the Honorable Rawson Hart Boddam, Esqr. ; The Commanderen Chief for the time being; Robert Sparks Esqr. and Richard Church Esqr to be their President & Council at Bombay, and that we have charged ourselves with the Government there of from the 6th. Instant. We have the honor tovemain. /onderstond:/ Honb:s Sir & Gentlemen; your humble & most obed:t Servants (:Was geteekend) 5o R. H. Boddam, L. Nision en Rob„t Sparks /:in margine:/ Bombay Castle Pob: and Secret Department 11e. January 1785. Akkordeerd. Adriaan Bootelors Sekret:s N„o 12. 75 Aan den weledelen Gestrengen Heer Rawson Aart Boddam Goeverneur en den Raad wegens de belangen van de Edele Engelsche Kompanie te Bombai Weledele Gestrenge Heer en Heeren! wij hebben de eere gehad uwe zeer geachte letteren van den 11. e Januari Jongstleeden wel te ontvan= „gen en daarbij de aanzienlijke bevordering van uw weledele Gestr: en Ed:s te verneemen. — wij feliciteeren uw weledele gestr: en Ed:e daar meede, onder toewensching van veel heil en zegen, en bedanken voor de vriendlijke kommunikaatsie, onder betuiging dat het ons steets aangenaam zijn zal, de vriendlijke korrespondentsie met uw weledele Gestr: en Ed:s te onderhouden. wij hebben de Eere te blijven. /onderstond:/ welede¬ „le Gestrenge Heer en Heeren, uwer weledele Gestrenge en Ed:s needrige en zeer gehoorzaa= „me Dienaren. /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, N:s W: Beijts J: L: van Spall, C: G: Seijffer en A=n Poolvliet /:in margine:/ 75 /:inmargine / Koetsiem den 7:e februarij 1785. Akkordeerd Adriaan Lootlihh Sekret: N„o 13. 76 Translaat van een Portugeesche brief geschreeven door het Engelsch opper„ „hoofd van Talletseeri I:n Beaumont aan den weledele Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Nederland„ „sche Jndien Goeverneur en Direkteur van de kuste Mallabaar Mijn Heer I: G: van Angelbeek Goeverneur te Koetsiem Mijn Heer. Gisteren is hier in deze staven aangekoomen een van onze scheepen, welkers kapitain mij geschreeven heeft, klagende, dat op zee zeeker Hollands Oorlogsschip be„ „jeegend hebbende, hetzelve ons schip zoude g'affron„ „teerd hebben, door het losschieten van kanons stukken als snaphaanen, en dat gem: schip tans zig op koetsiem bevind, en uit de nevensgaande klachtschrift, die de kapitain mij overgeleeverd heeft, zult uweled: Groot achtb: zien hoedanig het daaromtrend gelegen is. En

NL-HaNA_1.04.02_3695_0194 view scan ↗

English

And that such has now occurred during the present good understanding of friendship and union between us causes me sorrow, for which reason I make this representation to your Right Honourable, to have a proper examination made and to give satisfaction for that affront; which I would have done in a similar case, if one of our ships had dared to commit such things; I assure your Right Honourable that I desire always to maintain a good friendship and correspondence with your Right Honourable, so that I may thereby always be found ready for everything your Right Honourable might please to require of me, wishing to show that I am. Below was written: your Right Honourable's very obedient and humble servant. Was signed: J:n Beaumont. In the margin: Talicheri 3. March 1785. Lower: for the translation Koetsiem the 7. March 1785. Was signed: S: v: Tongeren. Below was written: Agreed. Was signed: Adriaan Poolvliet first secretary. Agreed. Adriaan Poolvliet Secretary No 13. 77 Copy of a letter from the commander of the ship the Racehorse to the Chief at Tallicheri, Mr. John Beaumont. Sir On the 28. February towards 11. o'clock at night I encountered a heavy Dutch ship 10. miles south of Koetsiem. After they had fired two shots, they hailed me to know what ship, making known to me that they were sailing a Dutch warship. I answered, An English ship, destined for Bombai. They demanded that I should bear away further or they would sink me, fired several shots, and subsequently gave a whole broadside from their upper deck at the masts and rigging. The morning following, having approached him to know who they were, and why they had fired, they gave me no answer, but fired three volleys of small arms by about 100. men. I saw this ship come to anchor before Koetsiem. I am, below was written, Sir, your very obedient servant, was signed Robert Burns. Lower was written, A true copy, was signed G: Paterson, Secretary. In the margin: In the ship the Racehorse, sailing in the fairway of Tallicherij the 3. March 1785. Lower: Translated from the English by, was signed: J: A: Cellarius. Below was written: Agreed, was signed: Adriaan Poolvliet first Secretary. Agreed. Adriaan Poolvliet Secretary No 14. 78 To Mr. Joan Beaumont Chief at Tellitseeri. I have investigated the complaints of Captain Robert Burns and found that the whole affair on the part of our captain was pure misunderstanding, because he mistook your ship for a Maratha pirate, to which Captain Burns himself gave cause by his strange maneuvers. For after your ship on the 28: February had maintained practically the same course as ours the whole day, at a distance of upwards of two German miles ahead, it turned back and, after our ship had come to anchor, came directly towards it. As this was completely outside its course that it had held during the day, and our captain had been informed at Kolombo that pirates had been reported in the waters around Koetsiem, he thereby conceived a bad suspicion, therefore weighed his anchor and set sail to avoid him. Upon this your ship changed course and pursued ours, setting all its sails; and because it sailed faster, it had approached to within range of our guns at half past one o'clock at night. Our ship, which which was under the shore and could retreat no further, thus fired a cannon shot with live ammunition at a suitable distance astern, but your ship did not heed it. Our ship repeated this well-known signal, but in vain; meanwhile your ship had approached so close to ours that one could hail the other. Our captain therefore called out to him that he should bear away, but his answer was that the sea was as good for him as for another, adding that our ship had come towards him. They answered him that this latter was openly untrue, for having been upwards of two German miles ahead, he had come back straight at our ship when it had been lying at anchor. Captain Burns then asked what ship, and upon the answer a Dutch warship, he called out to us, God damn you and your warship! Our ship could now retreat no further, or it would have run aground, and our captain, no longer doubting because of this strange and unbecoming conduct among European nations that he was dealing with a pirate, thereupon ordered fire to be given. Upon this he was hailed from the ship that we should not fire any more, because he would bear away. From this account it appears clearly that Captain Burns himself is to blame for everything, and this through conduct which 79 which ought to have no place among strangers. His claim that our ship had fired with small arms is wide of the truth; only the following morning, when the ship was already more than a mile away from ours, did our captain have the muskets discharged that had been loaded during the night. As your Honour will without doubt have to report on this matter to your superiors, the Honourable Governor and Council at Bombai, I request to enclose a copy of this letter therewith, or if your report has already been made, to send the copy after it to prevent further needless discussions. I have the honour to be. Below was written: your Honour's obedient servant. Was signed: J: G: van Angelbeek. In the margin: Koetsiem the 18th of March 1785. Agreed. Adriaan Poolvliet Secretary

Dutch transcription

En dat thans in de prezente goede verstand houding van vriendschap en vereeniging tusschen ons, zulks voorgevallen is, doed mij leed, om die reeden doe ik deze representaatsie aan uweled: Groot agtb:, om een goe„ „de examen te laaten doen en satisfaksie over dat affront te geeven; het geen ik in gelijkstandig geval zoude gedaan hebben, indien een van onze scheepen diergelijke dingen durfde pleegen; Ik verzeeker uweled: G:e agtb:, dat ik begeere altoos een goede vriendschap en korrespondentsie met uweled. Groot agtb: te onderhouden, op dat ik daar door mij steeds bereid kan laaten vinden, tot alles wat uwe led: Groot agtb van mij mocht gelieven te bedienen, wen„ „schende te betoonen dat ik ben. /:onderstond:/ uwerweled: Groot achtb: zeer gehoort en Ootm: Dienaar /:was gete„ „kend:/ J:n Beaumont /:in margine:/ Talicheri 3. Maart 1785. /:lager:/ voor de Translaatsie Koetsiem den 7. Maart 1785. /:was geteekend:/ S: v: Tongeren /:onderstond:/ Akkordeerd /:was getekend:/ Adriaan Poolvliet pr sekrets Akkordeerd Adriaan Poolelj Schrets N„o 13. 77 Kopij brief van den kom„ „mandant van 't schip de Ra„ „cehorse aan 't opperhoofd te Tallicheri den Heer John Be„ „aumont. - Mijn Heer Op den 28. Februari tegens 11. uur snachts ontmoete ik een zwaare Hollandsche schip 10:' mijlen bezuiden Koetsiem. Na dat zij twee schooten gedaan hadden, prijden zij mij, om te weeten, wat schip r makende mij be„ „kende dat zij een Hollandsche oorlog schip voerden Jk aantwoorde Een Engelsch schip, gedestineerd na Bombai zij begeerden, dat ik meerder afhouden wilde of zij zouden mij in de grondbooren, deeden verschei„ „den schooten en gaaven vervolgens een heele laag van hun Bovendek op de masten en want, smorgens daaraan zijnde hem genadert om te weeten wie zij waaren, en waar om zij geschooten hadden, gaven zij mij geen antwoord maar deeden drie de Charges uit het kleine ge„ „weer door omtrend 100: man. Jk zag dit schip voor koetsiem voor anker koomen Jk ben /onderstond/ Mijn Heer uw zeer gehoorzaame Dienaar was geteekend Ro„ „bert Burns /Laager stond Een echte kopij wan geteekend G: Paterson/ Sekret=s / in marsi„ „ne Jn het schip de Racehorse, zeilende in het vaarwater van Tallicherij den 3. Maart 1785. /:lager / Getranslateerd uit het Engelsch door /was getl:/ J: A: Cellarius /onderstond/ Akkordeerd /was Geteekend/ Adriaan Poolvliet p: Sekretaris. vertkkondeerd Adriaan Boowlich Sekret:s N„o 14. 78 Aan den Heer Joan Beaumont Opperhoofd te Tellitseeri. Jk hebbe onderzoek gedaan naar de klagten van Ka= „pitain Robert Buans en bevonden, dat het heele geval van de kant van onzen kapitain louter mis„ „ verstand geweest is, door dien hij uw schip voor een Ma„ „rattischen zeerover heeft aangezien, waartoe ka„ „pitain Burns door zijne vreemde beweegingen zelve heeft aanleiding gegeeven. want na dat uw schip den 28: febr: met het onze ge„ „noegzaam den heelen dag eenerlij koers gehouden had, op den afstand van ruim twee duitsche Mijlen vooruit, keerde hetzelve terug en quam na dat ons schip ten anker gegaan was rechtstreeks op het zelve af, wijl dit geheel buiten zijn koers was, die het over dag gehouden had, en onze kapitain te kolombo onder richt was, dat in het vaarwater omstreex koetsiem zeerovers vernoomen waaren, zoo vatte hij daar door een quaad vermoeden op, ligte derhalven zijn anker en ging onder zeil, om hem te ontwijken. Hierop veranderde uw schip van koers en vervolg„ „de het onze, alle zijne zeilen bijzettende; en wijl het scherper zeilde zoo was hij snachts om half twee uur tot onder ons geschut genaderd. ons schip het welk welk, onder de wal was en niet verder wijken kon, deed dus een kanonschoot met scherp op een bequaamen afstand achter om, doch uw schip stoorde, zich daar niet aan, ons schip herhaalde dit bekende sein, doch vruchtloos; middelerwijle was uw schip zoo dicht op het onze genaderd dat men malkander kost beroepen. onze kapitain riep hem dus toe, dat hij zoude afhou „den, doch zijn antwoord was, dat de zee voor hem zoo goed was als voor een ander, met bijvoeging dat ons schip naar hem was toegekoomen, men antwoorde hem, dat dit laaste openbaar onwaar was, want dat hij ruim twee duitsche Mijlen vooruit geweest zijnde terug gekoomen was recht op ons schip aan, toen het zelve had ten anker geleegen, kapitain Burns vroeg toen wat schip, en op het antwoord een Hollandsch oorlogs schip riep hij ons toe, god verdoem jouw en Jouw oorlogs schip! ons schip kost nu niet verder wijken, of het zoude op strand geraakt zijn, en onze kapitain wegens dit vreemd en onder Europeesche Naatsien onbetaam= „lijk gedrag nu niet meer twijfelende, of hij had met een zeer over tedoen, liet daarop vuur geeven. Hien op werd hem uit het schip toe geroepen dat wij niet meer uuren mogten, want dat hij afhouden zoude. uit dit verhaal blijkt klaar, dat kapitain Burns zelfs aan alles is Schuld, en dit door een gedrag het welk 79 welk onder vreemden geen plaats behoord te hebben. zijn voorgeeven dat men van ons schip met kleen geweer geschooten had, is bezijden de waarheid eerst den volgenden morgen toen het schip reets meer als een mijl van het onze af was, heeft onze kapitain de geweeren laaten losschieten die 's nachts gelaaten waaren. wijl uw Ed: van deeze zaak buiten twijfel verslag zal moeten doen aan zijne superieuren den Honou= „rablen governeur en Raad te Bombai, zoo verzoeke ik een kopij van deezen brief daarnevens tevoegen, of indien uw berigt reets gedaan is, de kopij achter aan te zenden tot voorkoming van verdere noode= „looze diskussien. — Jk hebbe de eere te zijn. /onderstond:/ uweledele gehoor= „zaame Dienaar /was geteekend:/ J: G: van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 18=de Maart 1785. — Akkordeerd Adriaan Boolvliet sschont„s

NL-HaNA_1.04.02_3695_0205 view scan ↗

English

No 14. 80 Justification, upon the handed-over translated English letter of Captain Robert Burns to the Honorable, Highly Esteemed Lord J. G. van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Malabar. On 28 February 1785, sailing 3½ to 4 miles north of Coulang, it was reported in the morning watch by the officer on watch that 4 cannon shots were fired close inshore. An hour or an hour and a half thereafter, we perceived a sail at that same latitude, recognized it as a three-masted vessel, which made many different maneuvers. However, I took note that this was done casually. At midday I tacked to the northeast, as did the aforementioned vessel, thus continuing our voyage until the evening, about a quarter before sunset, when, because we had approached the shore to within 6½ fathoms, I came to anchor. In the interval before our coming to anchor, I had seen several different maneuvers from the aforementioned vessel without taking particular note of them, until I, the undersigned, even after we were lying at anchor, saw very clearly the aforementioned vessel, with fixed topgallant sails, brailed-up courses, and reefed topsails, bearing straight down upon us. This was seen very clearly by everyone, it being at that time fully two miles from us, and I made everything ready for defense. At 8 o'clock the lookouts were doubled, first watch. At half past 10 o'clock it was reported by the officer on watch that the aforementioned vessel had already approached into view, on first sight straight toward us, and subsequently held seaward of us. We immediately weighed our anchor and set sail. In the meantime we saw the aforementioned vessel shorten sail, just as if it were coming to anchor, but the moment after we were under sail, it again set all sail and lay with us toward the north. 81 Taking this and all the preceding maneuvers since the aforementioned vessel had been discovered into consideration, I could deduce nothing from this other than a villainous intent, the more so because I was not unaware that the sea was entirely unsafe on account of the Marathas. And if the aforementioned ship had been in need, through some defect, of seeking us out, we had already sailed near each other for 6 hours with a fresh breeze by daylight to be able to do so. Therefore, I thought it proper not to allow ourselves to be surprised by this, but to be on our guard, and not to permit the aforementioned vessel to approach except at a proper distance. At night, around 1 o'clock, the aforementioned vessel had run a little ahead of us, but coming ever closer until around half past 1 o'clock, having then approached within range of our guns, I thereupon ordered a cannon shot to be fired across its stern at a proper distance. This is a well-known signal to every seaman when one does not see fit to have an unknown vessel under one's guns by night. But it made no move to answer it. Thus I ordered another cannon shot to be fired at it in the same manner, to warn it once again. Whereupon there was a shout from the aforementioned vessel, and I was asked in English what ship I was, which I did not answer, but asked where it came from. It answered from Madras, destined for Bombay. Whereupon I asked it what business it had so close to me, and that I did not want it any closer, or else I would make it sheer off. To which I was answered that the fairway was just as good for it as for me, and that it had not come toward me, but that I had come toward it. Whereupon I answered that this was untrue, for already before sunset, when it was fully 2 miles to windward of me, it had come straight down upon me while I was lying at anchor, and that I ordered it once more to sheer off or that I would directly open fire on it. Whereupon it asked me again what ship I was. I answered it, a Dutch warship. To which was shouted to me: God damn 4 and 16 Dutch warship. 82 Which insult, both to my flag and to my person, was indefensible to endure on the open sea, aboard a vessel where one is placed in a position to maintain the honor of one's flag and to command respect for one's Lords and Masters. Therefore, I immediately ordered fire to be opened on it and every possible effort to be made to hit it, which was done instantly. Whereupon shouts were heard from the aforementioned vessel, having by then already fired seven pieces of cannon shots with round shot into it. However, not understanding it well, I answered that it should sheer off or that I would fire upon it again. Whereupon it was shouted to me: no, no, do not fire any more. Whereupon it immediately sheered off to a reasonable distance. In the morning, at daybreak, we hoisted the flag while firing a cannon shot, whereupon an English flag was shown by the aforementioned vessel, but not affirmed. Shortly thereafter we hauled down our flag, had everything cleared away, and the small arms, which consisted of eleven muskets and two pairs of pistols that were loaded, I ordered to be discharged, which to my mind must be the meaning of the 3 volleys from small arms of about 100 men brought forward in my accusation. And I protest then against the equally false accusation of having approached so that he was able to hail me and received no answer, whereas he was never again within range of my guns, much less within hail. Hoping herewith to have fulfilled the duty owed according to the intention of Your Honorable and Highly Esteemed Lord, I have the honor to subscribe myself with all true high respect. Below was written: Honorable, Highly Esteemed Lord, Your Honor's most humble servant. Was signed: W. I. Andriesse. In the margin: Koetsiem, 9 March 1785. 83 Adriaan Boolvlick Secretary Agrees. No 5.

Dutch transcription

N„o 14. 80 Verantwoording, op den ter hand gestelden Engelsche vertaalden Brief van Capn. Robert Burns Aan den WelEdele groot Acht„ baare Heer J: G: van Angelbeek Raad Extra ordinair van Neder„ lands Jndien Goeverneur en Directeur van de Kuste Mallabaar Den 28. Februarij 1785, zeijlende 3½ a 4: Mijle bewoorden Coulang, werdende in de voor„ middag wagt, van den wagthebbende Officier Gerapporteerd, onder de wal 4: Canon schooten werden gedaan, Een uur of anderhalf daar na ontwaarden men een zeijl op die zelfde hoogte„ verkende het voor een driemast vaartuijg dewelke veele differente beweging maakte. Egter merkte zulks aan 't zelve onverschillig werd gedaan. Op de midlag wende ik om de N: O:t als mede voornoemde voornoemde vaartuig vervordende indiervoegen ons reijs tot savons omtrent Een quart voorzonne ondergang, kwam als doen, door dien men onder de wal was genadert tot op 6½: vad: ten anker hadde in die tusschen tijd van ons ten anker komen verscheide differente Manau „vers van voornoemde vaartuig gezien, zonder aanmerkinge daar op te maken, voor al eer ik ondergetekende zelfs na dat men ten anker lag, zeer duijdelijk zag voorn: vaartuig met vaste Bramzeijls, op gegeijde onderzeijls, en kleijn Marszeijls regt op ons aan kwam„ 't welk van een ieder zeer duijdelijk werd ge„ „zien, zijnde als doen ruijm twee mijl van ons, maakte alles gereed tot defensie Om 8. uure verdubbelde de uitkijken, Eerste„ wagt, om half 11: uure werd van den wagtheb„ bende officier gerapporteerd, voornoemde vaar„ „tuijg reeds in 't gezigt was genadert, in het Eerste gezigt regt op ons, en vervolgens zeewarts van ons hield, ligten opstond ons anker en leijden 't onderzeijl, zagen indien tusschen tijd voornoem„ „de vaartuig zeijl minderen, Even als of hij ten 81 hij ten anker kwam, dog op 't ogenblik na dat wij onderzeijl waaren, weder alles bijzetten en met ons mede lag om de Noord. Dit en alle de voorgaande Manauvers, sedert men voornoemde vaartuig hadde ondekt, in overdenking brengende konde hier niets, dan een schelmagtig voornemen uit opmaaken, te meer, terwijl mijn niet onbewust was de zee gants niet veijlig was wegens de Maratters, en zoo voorm schip in de noodzakelijkheid had geweest door eenig gebrek om ons te moeten opzoeken, had men rees 6: uure lang met eene frisse Coelten bij dagligt bij elkander gezeijld, om zulx te kunnen doen, derhalve vonde goed, om ons bij deeze niet te laaten verrassen, maar op onze hoede te zijn, en voornoemde vaartuijg niet dan op een behoorlijke distantie te laaten naderen; S Nags om s: uur was voorn: vaartuijg een weijnig op ons vooruilgeloopen, dog al nader komende tot omme half 2: uur, zijnde als toe tot onder ons geschut genadert, ordonneerde daar op een Canonschot op een behoorlijke behoorlijke distantie agter hem om te doen Een bekende seijn bij ieder Zeeman, wanneer men niet goed vind. een onbekend vaartuijg bij nagt onder 't geschut te hebben/ dog maak„ „te geene beweging daar aan te beantwoorden dus ordonneerde weder een Canon schoot in dezelve voegen op hem te doen, om hem ander¬ „maal te waarschuuwen, waar op uit voor„ „noemde vaartuijg werd geroepen en in 't Engelsch aan mij gevraagt werd, wat schip ik was het welke ik niet beantwoorden, maar vraag „de, waar hij van daan kwam, Antwoorde van Madras, gedistineerd na Bombaij, waar op ik hem vraagde, wat reden hij zoo na bij mij deed, en ik hem niet nader hebben wilde of zoude hem doen afhouden, waar op ik werd geantwoord t vaarwater even zoo goed voor hem als mijn was, en hij niet na mijn, maar ik na hem was toegekomen, waar op ik antwoor„ „den zulx onwaar was, want hij reets voor zons ondergang toe hij ruim 2: Mijle in de wind van mijn was, regt op mij was afgekomen, en ik ten anker had gelegen en dat ik hem andermaal ordonneerde 82 ordonneerde van af te houden of dat ik direct vuur op hem zoude geven, waar op hij mij weder vroeg, wat schip ik was, Ant„ woorde hem Een Hollands Oorlogschip, waar op mij werd toegeroepen. (God verdoemt 4 en 16 Hollands Oorlogschip /. welke hoon zoo op mijne vlag als persoon onveranwoordelijk was, in vrije zee te verdragen op een Bodem daar men in staad is gesteld de Eer van zijne vlag te Maintineeren en zijn Heere en Meesters te doen respectee„ „ren, derhalve ordonneerde terstond vuur op hem te geeven en alle mogentlijke vlijt aan te wenden om hem te raken, 't welke terstond geschieden, waar op van voorn: vaartuig werde geroepen, hadde toen rees zeven p:s Canon schooten met scherp op hem gedaan, Egter hem niet wel verstaande. Antwoorde ik hem dat hij zoude afhouden of dat ik weder op hem zoude vuuren, waar op mij werd toegeroepen, neen, neen, vuure niet meer, waar op hij terstond afhielde tot op een redelijke distantie S Morgens 'S Morgens met den dag heezen de vlag onder 't doen van een Canonschoot, waar op van voorn: vaartuijg een Engelsche vlag werd getoond, dog niet verzekerd, kort daar na haalde onze vlagneer, liet alles opred„ „deren en't handgeweer, welke bestond in Elf geweeren en twee paar pistoolen die geladen waare liet ik afschieten, 't welke na gedagten de beduijdenis zal zijn, in mijne beschuldinge ingebragt, de 3. Charges uit 6 handgeweer van omtrent 100: man; En protesteerd dan, tegens de teffens valse beschuldinge van te zijn genadert, dat hij mij heeft kunnen beroepen en geen antwoord heeft gekregen, daar hij niet weder onder 't bereijk van mijn geschut geweest heeft, veel minder onder beroep. Hoopende hier mede aan de Intentie van uwelEdele Groot agtbaare pligt verschuldig voldaan te hebben, zoo hebbe ik d'Eer mij met alle waare Voogagting te ondertekenen /onderstond/ wel Edele groot Agtbaare Heer Uw Edele onderdanigste 83 onderdanigste dienaar /was getekend/ W: I: Andriesse /in margine/ Koetsiem den 9: Maart 1785: Adriaan Boolvlick Sekret„s Akkordeerd. No 5.

NL-HaNA_1.04.02_3695_0215 view scan ↗

English

Batavia To his High Excellency The High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting on behalf of the State of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, Governor-General, and The Right Honorable, Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, and Right Honorable, Severe Lords. Paragraph 1: We make use of this opportunity to send to your High Excellencies the duplicate of our last preceding letter of 10 September 1784, and to report that since then nothing of extraordinary importance has occurred here, and that on the 10th of this month, by an English ship from Colombo, we received the duplicate of your High Excellencies' highly esteemed rescript of 1 October past with the relevant annexes belonging thereto, though we still await the original. Paragraph 2: Deferring our respectful reply thereto until we can add it to the annual description, we now inform your High Excellencies that the junior merchant Abraham Jean Scipion, succumbing to the illness with which he returned from Seringapatam on 18 September, passed away a few days thereafter, and that on the 30th thereof we provisionally assigned the posts of shopkeeper and dispenser, which had become vacant thereby, to the junior merchant without employment, Willem van Haesten, to whom a clean transfer was subsequently made, and who very respectfully requests to be confirmed therein by the favor of your High Excellencies, which request we support with our humble recommendation. Paragraph 3: The first-signed Governor requests of your High Excellencies, as respectfully as urgently, to be relieved from this Commandment and to be permitted to come up to the main seat of government by the first suitable opportunity to assume his office there. Paragraph 4: He is compelled to make this request with the greatest urgency, because he continually finds that he can no longer endure the sharp and bleak land winds that blow here during the good monsoon, and that his health, if he remained further exposed thereto, would undoubtedly be completely ruined thereby. Paragraph 5: And it is for this reason, which is of the utmost importance to him, that he further and most emphatically implores your High Excellencies not to postpone the decision on this request of his until the ordinary business, but to take it in his favor as soon as can conveniently be done, and to convey it via Ceylon by the first opportunity, so that he may betake himself from here to Ceylon before the onset of those fatal winds, and from there continue the voyage to the main seat of government. Paragraph 6: The senior merchant and second-in-command, Reinier van Bari, takes the liberty respectfully to request your High Excellencies that it may graciously please your Highest Selves, in consideration of his many years of faithful service, to promote him to Commander, promising to exert all his abilities to serve that office properly and to give the required satisfaction therein. Paragraph 7: The first-signed Governor feels obliged in conscience to declare on behalf of the second-in-command that the same has always brought him much satisfaction, discharged his office as head administrator with distinguished accuracy and diligence, and in further service has given many proofs of ability and experience in the affairs of this Commandment, on which account he, the first-signed, makes no objection to proposing him favorably for this herewith. Paragraph 8: The merchant and fiscal, Mr. Nikolaas Wendelen Beets, requests, in the event that the senior merchant van Bari should be favored with the Commandment, to be permitted through the high favor of your High Excellencies to step into his place as second-in-command and head administrator, for which we respectfully propose him herewith as being the nearest in line among the servants here. Paragraph 9: Should the fiscal's office fall vacant, we take the liberty humbly to propose for it the junior merchant Johan Adam Cellarius, currently chief of Cranganore. He would undoubtedly have requested it himself on this occasion, but it arose so unexpectedly and passes so quickly because we do not wish to delay the ship, that he has not been informed of all these intended changes, on which account we deemed ourselves obligated to make this request respectfully on his behalf. Paragraph 10: To the corporal Daniel Ertman Kool of Danzig, we have granted, upon his request, permission to depart by this opportunity for the main seat of government, in order to serve there henceforth with the pleasure of your High Excellencies, to which end his closed pay ledger is transmitted herewith. Paragraph 11: We commend your High Excellencies in the important affairs... to convey via Ceylon, so that he may betake himself from here to Ceylon before the onset of those fatal winds, and from there continue the voyage to the main seat of government. Paragraph 6: The senior merchant and second-in-command, Reinier van Bari, takes the liberty respectfully to request your High Excellencies that it may graciously please your Highest Selves, in consideration of his many years of faithful service, to promote him to Commander, promising to exert all his abilities to serve that office properly and to give the required satisfaction therein. Paragraph 7: The first-signed Governor feels obliged in conscience to declare on behalf of the second-in-command that the same has always brought him much satisfaction, discharged his office as head administrator with distinguished accuracy and diligence, and in further service has given many proofs of ability and experience in the affairs of this Commandment, on which account he

Dutch transcription

84 Batavia Aan zijn Hoog edelheid Den Hoogedelen Groot achtbaaren wijd gebiedenden Heer M=r Willem Arnold: Alting wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene g'oktroieerde Oostindische komp: Goeverneur Generaal ende De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien Hoog edele Groot achtbaare wijdgebiedende Heer. en Weledele Gestrenge Heeren §1: Wij bedienen ons van deeze geleegenheid, om aan uwe Hoog edelheeden het duplikaat van onzen Iongst voorgaanden van den 10 sept=r 1784: over te zenden en bericht te geeven dat hier zeder niets van builen gewoon gewoon belang is voorgevallen, en dat wij op den 10: deezer met een Engelsch schip van Kolombo het duplikaat van uwer Hoog edelheeden zeer geeerde rescriptsie van den 1ste Oktober J=oleeden met de daar toe ge„ „hoorende bijlagen ontvangen hebben doch het Origineel noch te gemoet zien. §2: Ons eerbiedig antwoord daarop uitstellende tot dat wij het zelve bij de Iaarlijxe beschrij„ „ving kunnen voegen, geeven wij Uaren Hoogedelheeden thans bericht dat de onder„ „koopman Abraham Iean Scipion vernede aan de ziekte, waarmede hij van Seringapat„ „nam op den 18. Sept=r te rug gekoomen is weinige dagen daarna is overleeden, en dat wij op den 30:' daar aan de daar door open gevallene diensten van winkelier en Dispen„ „sier bij provisie aan den onderkoopman bui„ „ten emploi, Willem van Haesten, op gedraa„ „gen hebben, aan wien vervolgens een Zuiver transport gedaan is, en die zeer eerbiedig ver„ „zoekt daarin, door de geinst van uwe Hoog edelheeden bevestigd te worden, welk ver„ „zoek 85 „zoek wij met onze geringe voorspraak onder„ „steunen. §: 3: De eerst geteekende Goeverneur verzoekt uer Hoog Edelheeden zoo eerbiedig als instandig uit dit Kommandement ontslaagen te worden en met de eerste bequaame geleegenheid naar de Hoofd-plaats te mogen op koomen ter waarneeming van zijn Ampt aldaar. §. 4. Hij is genoodzaakt dit verzoek met het meeste empressement te doen, door dien hij bij aanhoudendheid bevindt dat hij de fille en guure landwinden die hier in de goede mousson waien, niet langer verdraagen kan, en zijne gezondheid, indien hij daaraan verder bloot gesteld bleeft, daar door buiten twijfel geheel zoude te gronde gericht wor„ „den. §. 5: En het is om deeze voor hem allerwigtigste reeden, dat hij Uwe Hoogedelheeden nader en op het nadreeklijkste smeekt de disposiet, „sie op dit zijn verzoek niet tot de ordinaire besoigne uit te stellen, maar zoo spoedig, als voeglijk geschieden kan ter zijner gunste te neemen, en met de eerste geleegenheid over Ceilon Ceilon te bedeelen: op dat hij zich noch voor het doorbreeken van die fataale winden van hier naar Ceilon begewen en van daar de reeke naar de Hoofd plaats voortzetten moge. P E: De Opperkoopman in sekunde Reinier van Baria bevrijmoedigd zich Uwe Hoogedel„ „heeden in eerbied te verzoeken, dat het Hoogst deselven goedgunstig behaagen moge hem, uit aanmerking van zijne veeljaarige getrou„ „we diensten tot kommandeur te bevorderen belovende alle zijne vermogens te zullen in„ „sparmen, om dat ampt naar behooren te be„ „dienen en daarin het vereischte genoegen te geeven. § 7. De eerstgeteekende goeverneur vindt zich en gemoede verplicht ten behoeven van den sekeinde te verklaaren, dat dezelve hem steels veel genoegen toegebragt, zijn ampt als Hoofd administrateur met eene gedisten„ „gueerde akkuratesse en naarstigheid waar„ „genoomen en in den verderen dienst veele blijken van kundigheid en ondervinding in de zaaken van dit kommandement gegeeven heeft, weshalven hij eerstgetee „kende 86 „kende geene zwaarigheid maakt hem daar toe bij deezen favorabel voor te draagen 9. De Koopman en fiskaal M=r Nikolaas wendelen Beets verzoekt ingevalle de opperkoopman van Haru met het kommandements mogt begunstigd worden in deszelfs plaats als sekende en Hoofd administra„ „teur door de hooge gunst van uwe Hoogedelhee„ allen te mogen optreeden waar toe wij hem als onder de Dienaaren alhier de naaste daar toe zijnde bij deezen eerbiedig voordraagen 9: Indien het fiskaals ampt mogt openvallen: zoo ge„ „bruiken wij de vrijheid daar toe den onderkoopman Johan Adam Cellaruus thans opperhoofd van kran„ „ganoor oolmoedig voor te draagen: hij zoude bij deeze geleegenheid buiten twijfel zelfs daarom verzocht hebben doch, ze is zoo onverwacht op gekoomen en gaat zoo snel voorbij wijl wij het schip niet willen ophouden dat hij van alle deeze bedoelde veranderingen niet onderricht is, weshalven wij ons verplicht geacht hebben, dit verzoek voor hem in eerbied te doen 10: Aan den korporaal Daniel Ertman Kool van Dantzig hebben wij op zijn verzoek toegeslaan met deeze geleegenheid naar de Hoofdplaats te mogen vertrek„ „ken, ten einde daar voortaan met believen van uwe Hoog eEdelheeden dienst te doen, waar toe zijne afgeslootene soldij reekening hier nevens overgaat, 11: Wij beveelen uwe Hoog edelheeden in de wigtige belangen Nat Ceilon te bedeelen: op dat het doorbreeken van die hier naar Ceilon begeeven zeize naar de Hoofd plaats v P E: De Opperkoopman en seker van Bari bevrijmoedigd „heeden in eerbied te verzoek deselven goedgunstig behaag aanmerking van zijne „we diensten tot kommand belovende alle zijne vermoge „sparnen, om dat ampt naa „dienen en daarin het vere te geeven. § 7. De eerstgeteekende goeverneu en gemoede verplicht ten sekende te verklaaren, dat steels veel genoegen toegebra als Hoofd administrateur „gueerde akkuratesse en na „genoomen en in den verde blijken van kundigheid in de zaaken van dit kon gegeeven heeft, weshalven

NL-HaNA_1.04.02_3695_0221 view scan ↗

English

making no objection to favorably nominate him for this purpose herewith. F. O. The merchant and fiscal Mr. Nikolaas Wendelen Beets requests, in case the senior merchant Van Harn might be favored with the commandership, to be allowed to succeed in his place as second and chief administrator through the high favor of Your Right Noblenesses, for which we respectfully nominate him herewith as being the next in line among the servants here. § 9. Should the fiscal's office fall vacant, we take the liberty to humbly nominate the junior merchant Johan Adam Cellarius, currently chief of Kranganur, for this purpose; he would without doubt have requested it himself on this occasion, but it arose so unexpectedly and passes so quickly because we do not wish to delay the ship, that he has not been informed of all these intended changes, for which reason we have deemed it our duty to make this request respectfully on his behalf. § 10. To the corporal Daniel Ertman Kool of Dantzig, we have granted upon his request permission to depart on this occasion for the capital, in order to serve there henceforth at the pleasure of Your Right Noblenesses, for which his closed pay account is transmitted herewith. § 11. We commend Your Right Noblenesses to the important interests of the Company and God's protection, and have the honor to be with all respect and fidelity, underwritten: Right Noble, Highly Respected, Widely Commanding Lord and Honorable, Highly Respected Lords, Your Right Noblenesses' humble and faithful servants, signed: P. G. van Angelbeek, H. van Harn, N. W. Beets, J. L. van Spall, C. G. Seeffer, W. van Haesten, and A. Poolvliet. In the margin: Koetsjiem, 18 January 1785. With the private Dutch snow De Eenhoorn. Rescript. The orders will be observed. Batavia. To the same as before. Letters and Papers. § 1. In fulfillment of the promise in our humble letter of 18 January of this year, of which the duplicate is enclosed herewith, we proceed to answer the received duplicate of Your Right Noblenesses' honored rescript of 1 October 1784. § 2. All orders and instructions given therein will be obediently observed. § 3. The extract sent to us from the minutes of Your Right Noblenesses' resolution of 25 August 1780, with the report of the chief equipment master of the 20th preceding inserted therein concerning the provisions to two-masted barks and one-masted sloops, was indeed received by us at that time; but the further elucidating report mentioned in Your Right Noblenesses' missive of 28 September 1781 from the said chief equipment master of the month of July preceding was not found among the appendices, for which reason we made a further request for it in our respectful letter of 31 March 1783. § 4. In reply thereto, Your Right Noblenesses wrote to us in the missive of 15 September of that year that Your High Mightinesses had ordered the aforementioned further elucidating report of the month of July 1781 to be sent to us at once; but as it has not been received since, we requested it again in our humble letter of 8 February of last year, and now, instead of it, the aforementioned extract resolution of 25 August 1780 has been sent to us. We therefore persist in requesting that the more often mentioned elucidating report of the month of July 1781 may be sent to us. § 5. Our considerations on the memorial of the Papal Nuncio to the Court of Brussels have already been sent to the Highly Respected Lords Directors, as is further evident from the answering Patria extract missive inserted here. § 6. The two heavy cables provided last year at Batavia to the private ship St. Pedro de Alcantara, which were to be accounted for here, were left on that ship at the request of Captain Monneron to be accounted for at Galle, where he departed for, of which the servants there were notified by letter of 3 May 1784, and where those cables have also been properly charged. § 7. It is a very well-known matter that the wheat here in the west of the Indies is inferior in quality and more expensive in price than that of the Cape, as Your Right Noblenesses can be further convinced of the latter by the invoices from Surat to Colombo, in which that grain was charged in earlier years. § 8. Regarding the remark of Your Right Noblenesses concerning the expensive price of the cardamom purchased and shipped last year for Europe, the necessary details are dealt with in the separate secret missive of the governor now departing. § 9. Of the items purchased for Ceylon in the past year: 1000 lasts of rice 500 ditto paddy 509½ corges of cowhides 20220 pieces of long gunnies and 4000 gunny bags, due to a lack of opportunity, no more was sent there in the past monsoon than: 769 lasts of rice 344 corges of cowhides 10020 pieces of gunnies and 4000 gunny bags. § 10. The paddy was not sold here, but is issued as rations to the Mohammedan and Malabar sepoys and to the Lascars. The remaining goods are

Dutch transcription

86 „kende geene zwaarigheid maakt hem daar toe bij deezen favorabel voor te draagen F. O. De Koopman en fiskaal M=r Nikolaas wendelen Beets verzoekt ingevalle de opperkoopman van Haru met het kommandements mogt begunstegd worden in deszelfs plaats als sekende en Hoofd administra „teur door de hooge gunst van uwe Hoogedelhee„ „llen te mogen optreeden waar toe wij hem als onder de Dienaaren alhier de naaste daar toe zijnde bij deezen eerbiedig voordraagen §. 9: Indien het fiskaals ampt mogt opeervallen: zoo ge„ „bruiken wij de vrijheid daar toe den onderkoopman Johan Adam Cellaruus thans opperhoofd van kran„ „ganoor ootmoedig voor te draagen: hij zoude bij deeze geleegenheid buiten twijfel zelfs daarom verzocht hebben doch, ze is zoo onverwacht op gekoomen en gaat zoo snel voorbij wijl wij het schip niet willen ophouden dat hij van alle deeze bedoelde veranderingen niet onderricht is, weshalven wij ons verplicht geacht hebben, dit verzoek voor hem in eerbied te doen §: 10: Aan den korporaal Daniel Ertman Kool van Dant zig hebben wij op zijn verzoek toegeslaan met deeze geleegenheid naar de Hoofdplaats te mogen vertrek„ „ken, ten einde daar voortaan met believen van uwe Hoog eldelheeden dienst te doen, waar toe zijne afgeslootene soldij reekening hier nevens overgaat, §: 11: wij beveelen uwe Hoog edelheeden in de wigtige belangen ten Met de partihuliere Hollandsche snauw De Benfaan rescripsie de beveelen zullen in acht genoomen worden belangen der Maatschappij en Gods bescherming, en heb „ben de eere met alle eerbied en trouwe te zijn /onderstond Hoog edele Groot achtbaare wijdgebiedende Heer en Weledel gestrevige Heeren Uwer Hoogedelheeden onderdaanige en getrouw= Dienaaren /was geteekend/ P: G: van Angelbeek, H: van Harn, N: W: Beits, I: L: van Spall, C: G: Seeffer, W: van Haesten, en A: Poolvliet /in margine Roetsiemi den 18 Januari 1785. Batavia Aan als vooren Brieven en Papieren § 1: Jn voldoening aan de belofte bij onzen onderdaanigen van den 18. Ianuari deezes Iaars, waar van het dufsi„ „kaat hier nevens, treeden wij tot de beantwoording antwoord op hunner hoogedelheedens van het ontvangen duplikaat uwer Hoog edelhee„ „den g'eerde rescripsie van den 1:e oktober 1784. 3. 2: Alle de daar bij gegeevene beveelen en voorschriften zullen gehoorzaamlijk in acht genoomen worden. § 3: Het aan ons toegezonden verstrakt uit de noteilen van uwer Hoogedelheeden resoluutsie van den 25: August 1780: met het daar onder geinsireerd bericht van den opperequipasiemeester van den 20: bevoorens nopens de verstrekkingen aan twee maste barken in een maste sloepen, hebben wij te dier tijd ook wel ontvangen, maar het bij„ uwer 87 het verkochte elucideerend bericht ontvangen nader verzoek daarom de konsideraatsien op de Memorie naar Nederland gezonden uwer Hoogedelheeden missive van den 28. Septem„ van den opper equipagiemeester is ndt „ ber 1781: vermelde nader elucideerend vertoog van gemelden oppereque pasiemeester, van de maand Iuli bevoorens is onder de bijlagen niet gevonden weshalven wij bij onzen eer„ „biedigen van den 31: Maart 1783: daar om nader verzoek gedaan hebben. §. 4. In antwoord daar op hebben uwe Hoog edelheeden ons bij missive van den 15: september van dat Jaar aangeschreeven dat Hoog dezelven gelast hadden, het voor„ „melde nader elucideerend vertoog van de maand Iuli 1781: ten eersten aan ons te zenden doch wijl het zelve zeder niet ont„ „vangen is hebben wij bij onzen onderdaani„ „gen van den 8. e februari voorleeden Iaar daarom weder verzocht, en ons is thans in steede van het zelve toegezonden het vooren gemelde extrakt resoluutsie van den 25. Aug=s 1780. wij insteeren derhalven dat het meer gem: elucideerend vertoog van de maand Iuli 1781: aan ons moge toegezonden worden. §. 5: Onze konsideraatsien Op de Memorie van den van den Lautlijken Nuncius zijn Zauslijken Nuncius aan het Hof van Brus„ „sel zijn reets aan de Hoog Achtb Heeren Ma„ „joris toegezonden, zoo als dat nader blijkt bij het beant„ „woord Patriasche extrakt Messive hier ingeinsereerd De verstrekt zijn naar gale aangereekend taria § E: De te Batavia in het voorleeden Iaar aan het Partikulier schip S=t Pedro de de twee touwen aan Monneron Alkantara verstrekte twee Zwaare touwen, die hier moesten verantwoord worden, zijn op verzoek van Kapitain Monnerois op dat schip gelaaten, om op gale, daar hij naar toe vertrok, verantwoordt te worden waar van den Bedienden aldaar kennis gegee„ „ven is, bij brief van den 3. Mai 1784. en werwaards die touwen ook be„ „hoorlijk Aangereekend zijn: 5. 7. Het is een zeer bekende zaak, dat de Bericht wegens de verzondene tareve hier om de west van Indiën slechter van soort en duurder en prijs is, dan de kaapsche, gelijk uwe Hoog edelheeden van dit laaste nader Kun„ „nen overluigd worden, door de fak„ „tuuren van Soeratta naar Kolombo waar bij dat graan in vroegere Iaaren is aangereekend. § 8. Nopens de aanmerking van Uee Hoog edelheeden weegens de duure prijs 88 aangaande de kardamom word se kreet verhondelt welke goederen voor Ceilon ingekocht en derwaards verzondere zijn de neli word hier verstrekt prijs van de in het voorleeden Jaar inge„ „kochte en verzondene kardamom voor Europa, word het noodige verhandeld bij de thans afgaande aparte sehreete missive van den goeverneur. §: 9: van de voor Ceilon in het voorleeden Jaar ingekochte. 1000: lasten Rijst 500: _=o Nelie 509½ Korsies Koehuiden 20220: p=s lange Goenies en 4000: „ Goenie zakken, zijn, mits gebrek aangeleegenheid, in de voorleeden mousson niet meer naar der„ „waards gezonden dan 769: lassen Rijst 344: korsies koehuiden 10020: p=s Goenies en 4000: „ Goenie zakken. §: 10: De Nelie is hier niet verkocht, maar word verstrekt tot randsoen aan de Mahometaansche en Malabaarsche Sipais en aan de JJegos. De overige goederen zijn

NL-HaNA_1.04.02_3695_0226 view scan ↗

English

Clarification concerning the gunnies. The Danish firearms will be dealt with below. And concerning the Japanese copper, via a separate letter. Regarding the 4000:—. pounds of cloves delivered at Lisbon, no clarification can be given. Have been dispatched in this monsoon. Paragraph 11: Only two kinds of gunnies are obtainable here that are good, namely one from Kalikoilang, 18. kobedos long, for 30: rupees per 100: pieces, and the other from Rolletje, 15: kobedos long, for 27½ rupees per 100: pieces, of which 10000: pieces of each kind, or 20000: pieces in total, can be provided annually. The samples are being sent over now. Paragraph 12: Concerning the Danish firearms sent hither from Ceilon for sale, detailed report is given under the main section on the sale of goods. Paragraph 13: Concerning the Japanese copper, the governor has undertaken to entertain Your Right Noblenesses by his separate letter. Paragraph 14: Yet concerning the 4000: -. lb: of cloves brought to Lisbon, we are not able to give Your Right Noblenesses or the Lords Masters further and more satisfactory clarification, for our merchants have purposely re-examined their books and accounts and declared upon this that they sold nothing to the ship Jesus Maria Joseph besides the 1977: lb: delivered by Anta Pittij; and from the notes of the shahbandar or beach warden it also appears that no more was shipped from here. Likely the Portuguese had the opportunity to purchase the remaining parcel in Bombaij. Paragraph 15: The requested cardamom plants are not to be obtained except in the months of July or August. Last year every effort was made to that end, but fruitlessly, for because of the troubles in the country they were not to be reached; but as the country now enjoys some quiet, we hope to obtain them in the upcoming rainy monsoon. Paragraph 16: Thanksgiving for the satisfaction taken regarding the domains and financial affairs. Clarification concerning the fortification expenses. Paragraph 18: Further arrangements made in that regard. We thank Your Right Noblenesses for the favorable judgment of our actions last year with respect to the domains and financial affairs. Paragraph 17: Yet concerning the vehement complaints about the heavy fortification expenses, with which the letter of Your Right Noblenesses from paragraph 44: to paragraph 50: is filled, we hope we may assume that these have arisen solely from an awareness of the Company's distressed condition, which certainly must cause all well-meaning ministers to wish from their hearts that not only all needless, but also all merely somewhat avoidable expenses be economized in this time more than heretofore. We hope even more especially that these are above all not directed against us, or meant to signify as if it had been in our power to economize those costs wholly or in part, and we therefore had burdened the Company with them without necessity. Paragraph 19: For in that case we should, for our necessary discharge and to clear ourselves of irresponsibility, have to remind Your Right Noblenesses: 1. That by secret resolution of the 11th of April and secret letter of the 1st of May 1782, we pointed out in detail the unavoidable necessity of the new fortifications and of the augmentation of our garrison for the preservation of what was entrusted to us; 2. That we, above all, did not conceal but rather clearly stated that terrible expenses were attached thereto, but that we judged it in any case better to sacrifice a part of what was entrusted to us for the preservation of the whole, than by untimely timidity to lose everything; 3. That Your Right Noblenesses approved this improvement and increase by honored secret letter of the 30th of July following, under the certain assumption that with those changes the work would be done once and for all; 4. That this assumption was strictly fulfilled, since no further changes whatsoever were undertaken by us; and 5. That, therefore, the heavy costs which these new and important fortress works and the so considerable increase of the garrison from 2439: to 3500: heads, along with the appointment of a suitable number of officers, naturally and necessarily had to entail, must now not be attributed to us but to the calamities of war, and should moreover still be regarded as the only means that was left to us in an apparent danger to preserve, as honor-loving and faithful servants, the establishment entrusted to us from the rapacity of our enemies, who stood ready on our borders with a considerable army to devour us. Paragraph 20: Furthermore, it serves for further clarification of this debit entry, that the same has been seemingly increased by the sum of one hundred thousand and seventy-nine guilders through the writing off of artillery, ammunition, and armory goods that were provided for the arming of the bastions, the covered way, and the batteries and outworks belonging thereto, and to the additional soldiers; which, now that it is peace, have been taken off from the same again and entered into the books under previous years' charges to the good, consisting of the following:

Dutch transcription

elucidaatsie nopens de goenies van de deensche geweeren zal hier agter verhandelt worden en nopens het Japans koper bij aparte massive van de te Lissabon aangebragte 4000:—. ponden nagelen kan men geen eliecidaatsie „geven zijn in deeze mousson verzonden. §. 11: Hier zijn maar twee soorten van goenies te krijgen, die goed zijn naamelijk de eene van Kalikoilang lang 18. kobedos voor 30: ropijen de 100: stux en de andere van Rolletje lang 15: Robedos voor 27½ ropij de 100: stux waar van Jaarlijx 10000: stux van ieder soort ofte in het geheel 20000: stux zullen kunnen be„ „zorgd worden. De monsters gaan thans over. § 12: Nopens de van Ceilon ter verkoop her„ „waards gezondene deensche geweeren word omstandig bericht gegeeven onder het Hoofddeel van den verkoop der goed „deren. § 13: Over het Iapansch koper heeft de goe„ „verneur op zich genoomen Uw Hoog edelheeden bij zijne aparte missive te onderhouden. § 14: Doch nopens de Lissabon aangebragte 4000: -. lb: Nagelen zijn wij niet en staat aan Uw Hoogedelheeden of aan de 89 Kardam om plantjes hooft min aanstaande Jaar te besorgen de Heeren Meesters nadere en meer voldoen„ „de clicidaatsee te geeven, want onze koop„ „lieden hebben hunne boeken en reekenin„ „gen expres op 't nieuw nagezien, en daar op verklaard, dat zij aan het schip Jesus Maria Joseph buiten de door Anta Pittij geleeverde 1977: lb: niets verkocht hebben en bij de aanteekeningen van den sjabandaar of strandwachter blijkt ook, dat hier niet meer is afgescheept, waar„ „schijnlijk heeft de Portugees geleegenheid gehad, de overige partij te Bombaij intekoo„ „pen. §: 15: De geeischte Rardamoms plantjes zijn niet, dan in de maanden Iuli of Augus„ „tus te krijgen, in het voorleeden Iaar is daar toe alle moeite in het werk ge„ „steld, doch vruchtloos, want wegens de troebelen in het land, was daar aan niet te koomen, maar wijl het land nu eenige sush geniet, zoo hoopen wij dezelven in de aanstaande regen mous, „son te zullen bemachtigen. wij S. 16: dankzegging voor het genoomen genoegen omtrend de Domaicen en geld zaaken elucidaatsie nopens de fortifikaatsie ongelden §S 18. nader gemaakte schikkingen daar omtrend wij bedanken uw Hoog edelheeden voor de gunstige beoordeeling onzer verrich„ „tingen in voorleeden Iaar, met opzicht tot de Domainen en geldzaaken §. 17. Doch nopens de heevige klagten over de zwaare Fortifikaatsie ongelden, waar„ „mede de brief van uw Hoog edelheeden van 544: lot 5. 50: is aangevuld, hoopen wij temogen veronderstellen, dat dezelven alleen zijn voortgekoomen uit een bezet van 'skomp:s kommerlijken staat; die zee„ „kerlijk alle welmeenende Ministers moet„ doen van harten wenschen, dat alle niet slechts, noodelooze maar ook alle woner ook alle maar eenigzints vermijdelijke ongelden in deezen tijd meer dan dit be„ „voorens bezuinigd worden, wij hoopen noch inzonderheid, dat de„ „zelven voor al niet tegen ons gericht zijn, of te kennen geeven willen, als of het het aan ons gestaan had, die kosten geheel of ten deele te bezuinigen, en wij derhalven de komp: met dezelven zonder 90 zonder noodzaaklijkheid hadden bezwaard. §: 19: want als dan zouden wij, tot onze noodige decharge, en om ons van onverantwoorde „lijkheid vrij te pleiten uwen Hoogedel„ „heeden moeten indachtig maaken, 1:/. Dat wij bij sehreete resoluutsie van den 11=de April en sekreete missive van den 1=ste Mai 1782:, de onvermijdelijke noodzaaklijk „heid van de nieuwe fortifikaatsienen van de augmentaatsie van ons garnizoen, tot behouwd van het ons toevertrouwde omstan„ „dig aangeweezen hebben, 2:/ Dat wij daar bij voor al, niet verzwee„ „gen maar voelmeer duidelijk opgegeeven hebben, dat daar schroomlijke ongelden aan vast waaren: doch dat wij oordeelden in allen gevalle beeter, te zijn, een gedeelte van het ons toevertrouwde tot het behoud van het geheel op te offeren, dan door ontij„ „dige beschroomdheid alles te verliezen. 3:/ Dat uwe Hoogedelheeden deeze ver„ „beetering en vermeedering bij geeerde se„ „kreete Missive van den 30: Iuli daar aanvolgende aanvolgende gepasseerd hebben in de zeekere supposietsie met die veranderin„ „gen eens gedaan werk te zullen hebben. 4:/ Dat aan deeze supposietsie stipt vol„ daan is, door dien verder geene de minste ^verbegteringen of verpeerderingen veranderingen, door ons ondernoomen zijn, en 5: Dat derhalven de zwaare kosten, die deeze nieuwe en importante vesting wer„ „ken en de zoo aanzienlijke vermeerde„ „ring van het Garniesoen van 2439: tot 3500: koppen, nevens de aanstelling van een konvenabel getal officiers, natuur„ „lijker en noodwendiger wijze na zich sleepen mosten, thans niet aan ons maar aan de Kalamiteiten des oorlogs toegeschreeven, en voor 't overige als noch beschouwd moeten worden, als het eenigste middel, het welk ons in een baarblijklijk gevaar overgelaaten was, om het ons toevertrouwde etablis„ „sement voor de roofzucht onzer vijac „den, die met een aanzienlijke leger, om 91 om ons te verslinden op onze grenzen gereed stonden, als eerlievende en getrouwe dienaaren te bewaaren. §: 20: voorts diend noch, tot nadere op„ „heldering van deeze lastpost, dat dezelve door het afschrijven van Artillerij- Ammonissie - en wapenkamers-goederen die tot het armeeren van de bolwerken, den bedekten weg en de daar toe gehoorende batterijen en buui„ „tenwerken, en aan de meerdere Militairen verstrekt zijn, en schijn vergroot is, met de somme van honderd duizend en negen en zeeventig Guldens, die nu het vreede is, wederom van de„ „zelven af en bijde boeken op voor Jaarige lasten ten voordeele inge„ „noomen zijn bestaande in 't volgende

NL-HaNA_1.04.02_3695_0232 view scan ↗

English

how it comes that in the statement of accounts more is shown than actually exists: 89 pieces of cannons, ƒ44379. 2. 8 27 mortars and howitzers, ƒ2924. 6. - Gun carriages, wheels, and garrison carriages, 22533. 5. 8 Ammunition, 3866. 14. 8, ƒ73703. 8. 8 Gunpowder and cartridges, ƒ2699. 6. - Palisades, gates, and door of the river gate removed from the fortification, ƒ20921. 1. - For muskets and weapons of the native soldiers and artillerymen, ƒ353. 4. - Cartridge boxes, 113. 4. 8 Field cart and chests, 319. 10. 8 Muskets and weapons of the Company sipahis who departed for Batavia, 275. 14. -, ƒ23263. 3. 8 100 pieces of hospital bunks, 54. -. - Diverse timberwork of unassigned goods sold at public auction, 39. 14. 8 For iron and copper from the unassigned goods, 13. 14. 8 Total: ƒ100079. 3. - Section 21. To which manner of proceeding, which was introduced here by the late Mr. Senff, it must solely be attributed that the expenses in our subsequent statement of accounts show over one hundred thousand guilders more than they have in fact amounted to. Section 22. Reference to the statement of accounts. For the rest, with respect to the further remarks and recommendations regarding the expenses and charges, we refer to our statement of accounts currently being transmitted, and to what we shall have to treat regarding this in our description following hereafter. Section 23. Indicating the write-off of many things. From which Your High Nobilities, among other things, will also perceive that Your High intentions to cease all further fortification and now again to abolish the operational expenditure that had to be incurred on account of the war, have been properly complied with. Section 24. The spoiled katjang and fish purchased for the French have been charged to Ceylon. The spoiled katjang and salted fish purchased among a larger quantity for the French fleet have since been charged to Ceylon, in order to be settled there with that nation. Section 25. No likelihood of getting back the lost items from the Aquia Volante from Travancore. In order to recover the lost Company goods from the Portuguese small vessel Aquia Volante, which was stranded before small Calicut and confiscated by the King of Travancore, the King has been written to many times, but His Highness was unwilling to proceed with the restitution; and upon the latest letter from the undersigned Governor to the King's new First Minister, in which as well as in all previous letters it was clearly cited that we claimed nothing else than solely the goods of the Company and its servants found therein, he replied in his ola of the 13th of January of this year the following: Concerning the vessel named Aquia Volante, which was stranded with a Portuguese flag and the goods of which were seized by His Highness, it serves as reply that it is an ancient custom that when vessels happen to strand, their cargo is seized by the princes, so it is no novelty that has been carried into effect in this matter. Section 26. So that there is no hope that the King will consent to the restitution of those goods. Section 27. Having hereby answered the principal items of Your High Nobilities' aforementioned esteemed rescript, we let follow here the extract answered by us in the margin. Reply to the extract: This recommendation has been fully complied with during this war. Extract of the extract from the missive written by the assembly of the Gentlemen Seventeen in Amsterdam to the Governor-General and the Council of the Dutch East Indies in Batavia, dated 27 November 1783: Section 183. The lack that has occurred regarding the direct papers from Ceylon also having existed regarding those of Malabar, we also encounter no small difficulties in answering your letters concerning this Commandment. Section 184. It is meanwhile to our complete approval that you have instructed the Commander by separate letters of 10 July to act in everything communicatively with the Governor of Ceylon, Mr. Falck, while we note as a token of your prudence your order to correspond with the French as the enemies of our enemies and thus having a common interest, the alliance with and assistance to that nation further ordered therein having been conform to the system of the Republic during this war. Section 185. Since from your orders given to this Commandment it has most clearly appeared to us, on the one hand, the trust which you place in Mr. Falck, and which His Honour particularly deserves, and on the other hand, the importance that is attached by you to the preservation of the government of Ceylon as the most significant garrison to the west of the Indies; and your orders concerning the state of affairs in this region being built upon these grounds, and these grounds perfectly agreeing with our way of thinking, we can therefore discharge ourselves from

Dutch transcription

hoe het komt dat bij de staat reekening meer word vertoond als wezendlijk is 89: p=s Kanons - 27. „ Mortiers en Houwetzen Affuiten, wielen rampaarden in 22533. 5. 8. Ammonietsie 3866. 14. 8 „ 73703 8. 8. Buskruit en Kardoesen - - „ 2699. 6.— palikaaden, Hekken en Deur van de rivierpoort- van de Jnlandse Militairen en Artilleres ten Aan geweeren en wapentuigen Lattroonen veldkar en kisten geweeren en wapen van de na Bata„ „via vertrokkene komp: Sipaes. . . 275:14:—. „ 23263. 3. 8 319. 10. 8 „ 100: p:s slaapkooijen van 't Hospitaal Diverse Houtwerken van onbe: goederen bij vendutie verkogt. 54. Aan ijzer, koper, van de onbeij, goederen 39: 14: 8 13. 14. 8 ƒ100079. 3. — Somma §: 21: Aan welke handelwijze, die hier door den Heer Serrff Zalig=r is ingevoerd, alleen moet toegeschreven worden, dat de Lasten bij onze ƒ20921. 1. — „ 353. 4. — 113. 4. 8. van de fortifikaatsie Afgenoomen ƒ 44379: 2: 8: „ 2924. 6. — volgende Slaatreekening - „ de v 0 92 P 22: overwijzing tot de staat reekening § 23: aanwijzende de afschriffing van veele dingen P. 24. de bedurvene kadjang en visch voor de franschen ingekokht zijn Ceilon aan gereeken staatreekening ruim honderd duizend gul„ „dens meer vertoond dan in der daad beloo„ „pen hebben. voor het overige gedraagen wij ons, met op„ „zicht tot de verdere remarques en rekom„ „mandaatsien nopens de lasten en ongel„ „den aan onze thans overgaande slaat„ „reekening, en aan het geen wij deezen aangaande, bij onze hier achter volgende, beschrijving zullen moeten verhandelen. waaruit uwe Hoog edelheeden onder anderen ook zullen ontwaaren dat aan Hoog derzel„ „ver intrentsie om alle verdere fortifikaatsie te staaken en den omslag, die om den wille van den oorlog heeft moeten gemaakt worden, thans wederom afteschaffen be„ „hoorlijk voldaan is. De bedorvene katjang en gezoute visch onder eene grootere partij voor de fransche vloot ingekocht zijn, zeder naar Ceilon aangereekend, om daar met die Naatsie teworden vereffend. § 25. Om de verloorene komp:s, goederen, met het geen apparentsie om het verborene, met de Aquia volante van drevankoor te rug te krijgen het portugeesch scheepje Aquia volante, het welk voor kleen Ciuwike gestrandt, en door den Koning van Treeankoor genaast is; te„ „rug te krijgen, is veelmaal aan den kog „ning geschreeven, doch zijn Hoogheid heeft tot de teruggave niet willen treeden en op het laaste schrijven van den onder„ „geteekenden Goeverneur, aan 'skonings nieuwen Eersten Minester, waarbij zoo wel als bij alle voorige brieven duidelijk aangehaald was, dat wij niets anders dan alleen de daar in bevonden goederen van de komp: en haare Dienaaren re„ „klameerden heeft dezelve bij zijn ola van den 13:e Januari dezes Jaars, het vold „gende geantwoordt Belangende het vaartuig genaamd Afcid volante, dat met een portugeesche vlag gestrandt is, en de goederen door zijn Hoog „heid zijn aangeslaagen, diend daarop, dat het een oud gebruik is dat wan„ neer vaartuigen komen te stranden, de laading daar van bij de vorsten aan geslaagen 93 beantwoording van het Exertrakt â Extrakt „geslaagen worden, dus is het geene nieu„ „wigheid, dat daar omtrend is tewerk ge„ „legd. §. 26: zoo dat er geen hoope is, dat de koning in de terug gave van die goederen dit zal bewil„ „ligen. §: 27. Hiermeede de voornaamste posten van uwer Hoog Edelheeden voorsz: geëerde re„ „scriptie beantwoordt hebbende, laaten wij hier volgen het door ons in margine be„ „antwoorde. Extrakt a Extrakt uit de Missive geschreeven door de vergadering der Heeren Zeeventienen binnen Am„ „sterdam aan den goeverneur Generaal en de Raaden van Nederlands Indien te Batavia in dato 27: November 1783: §: 183: Het gemesch 't geen omtrend de directe papieren van Ceilon heeft de deezen oorlog alsints voldaan Mallabaar- ontmoeten wij ook in de beant„ „woording uwer brieven om„ „trend dit Commandement niet wijnige moeijelijkheeden. §. 184: Hel is inmiddels van onze, Aan deeze rekommandaatsie is geduuren volkomene Approbatie, dat UE: de Commandeur bij aparte letteren van 10 Iuli hebben gelast om in alles met den Heer Ceilons goe, „verneur Falck communi„ „catif tewerk tegaan terwijl wij als een blijk van Uwe voorzigtigheid aanmerken uw order om met de Franschen als de vijanden onzer vijanden en dus een gemeen belang heb„ „bende te Correspondeeren zijnde de daarbij verder geordonneer„ heeft plaats gehadt ook ge„ „exteerd hebbende omtrend die van de „de 94 „de alliantie met en assistentie aan die natie Conform 't Sijste„ „ma van de Republijcq geduu„ „ende deezen Oorlog. §. 185. Uit uwe gegeevene ordres naar dit Commandement ons ten duijdelijkste gebleeken zijnde aan de eene zijde het ver„ „trouwen 't geen dezelve op den Heer Falck stellen, en 't welk zijn Ed: beij zonder verdient, en aan 't andere zijde 't belang dat door UE: in 't behoud van 't gouvernement van Ceijlon, als de aangeleegendste bezet„ „ting om de west van Indiën word gesteld, en op dles grondeno „gebouwd zijnde Uwe ordres omtrend de stand der zaake om deezen oort, en derze gronden volmaakt over een stemmende met onze wijs van denken, kunnen wij ons dus ontslaan van

NL-HaNA_1.04.02_3695_0238 view scan ↗

English

of a further discussion of those matters. §. 186. We can express our satisfaction to Your Honour both regarding the increase in the domains and the reduction of burdens, while we wished to do the same concerning the increase in profits; however, the reduction thereof by fully f 197338. 13:– prevents us from doing so, and although we cannot judge the cause of this, the troubles in that region appear nevertheless to have harmed trade very much, and under that assumption this is completely beyond the Ministers' control. The low turnover of 645000: lb: of powdered sugar and of very few spices in the book year 1779/80 is, according to the letter of 6 January 1781, the principal cause of that reduction, whereas in the book year prior, a quantity of 1700442¼: lb: of powdered sugar, 362330¼ lb: of candy sugar, and a considerable parcel of spices was traded. The said letter attributes that, however, to the unrest in the north, and also to the fact that two private ships, the Hercules and Concordia, alongside a grab, the Snelheid from Batavia, had arrived at Muscat and Bombay with valuable sugar cargoes and had sold them there. § 187. The low demand for Japanese bar copper and cloves, as advantageous articles of trade, will have contributed quite a lot to that, and we very much appreciate your reflection that a sale of 2641: lb: of the last-mentioned article, of which the Company has a very ample stock, is not proportional to the sale of 7220: lb of nutmegs, with which the Company is very poorly provided; attention to such kinds of matters can only carry our highest approval, and under the matter of the Headquarters we shall find occasion to confer with Your Honour further in a word regarding the extensive sale of cloves. § 188. We cannot pass without remark either that, notwithstanding the assurance that the Company receives and sends off only sugar of the first and second sort, both white and sound, that brought by the ship Concordia was found to be rather brown, and this at a time when private ships have brought good, clean white sugar to Bombay and Muscat. We trust that Your Honour is completely convinced that the sugar received by the Company is also loaded into its ships and delivered to the offices without there being any opportunity to pass off an inferior sort for Company's sugar. That the sugar with the Concordia brought here in the late part of 1779 was indeed brown, was communicated from here by the above-mentioned letter to Their High Nobilities, who thereupon, by general rescript of 28 September 1781, ordered that in the future, upon receipt of brown sugar, the sample or some canassers thereof be sent back thither; since then we have received good sugar. § 189. The collection of the Country Products gives little reason for satisfaction; the decrease of 133266: lb: of pepper remarked upon by Your Honour probably having no other cause than the unwillingness of the King of Travancore, and this possibly having to be attributed to his political outlook, we wish to hope that more pleasant times will encourage that monarch to maintain his contracts entered into with the Company. § 190. The difficulty that existed due to the unfavourable condition of the country in obtaining cardamom, having caused Mr Moens to consider providing another sort from the lands of Cochin and sending it to the Netherlands for a test; we note this as a proof of his attentiveness. The cardamom not yet having been received here, we cannot yet pronounce upon its quality. We hope meanwhile that the cultivation of the Malabar cardamom on Java may prosper, whereto better supervision on the ships regarding the small plants to be sent from here thither will be able to contribute a great deal. § 191. Since Your Honour, by letter of 28 September, makes remarks about the high price of the saltpetre purchased for Ceylon, and nevertheless had to pass that purchase, we assume that the same is not to be obtained anywhere else at a lower price for that Government. The reasons regarding the purchase of 88: leaguers of arrack in the book year 1775/6 were communicated to Their High Nobilities by letter of 26 February 1778 and further laid open to Your Noble High Worships in the reply of 28 September 1778, page 268, with an extract from Your Noble High Worships' missive, to which we still respectfully adhere. § 192. We shall await the Ministers' reply to your question from where the required arrack for this Commandery was obtained, since it had not been demanded from Batavia; this question is very appropriate at a time when the export of the Ceylon arrack was prohibited. Regarding these cloves, we already answered in our humble letter to Their High Nobilities of 6 January 1781, that the Company's merchant Antha Chetty had sold 1977: lb: to a Portuguese here. We do not know from where the larger quantity brought to Lisbon could have come. § 193. Since according to your general advices only 1977: lb: of cloves were supposedly sold on this coast in the year 1778 to the commander of the Portuguese ship Jesus Maria Joseph, we do not comprehend how 4000: lb: of this article could have been brought to Lisbon. § 211. Under the matter of the Headquarters, Batavia will follow the usual order. § 252. Concerning the change made by Your Honour in the arrangements on the free shipping and trade

Dutch transcription

van eene verdere verhandeling van die zaaken. §. 186. wij kunnen met UE: ons genoe„ „gen betuigen zoo over de ver„ de geringe vertier van 645000: lb: „meerdering der domeijnen als poeder zuiker en van zeer wei„ „ning specerijen in 't boek vermindering der lasten, ter„ Jaar 1777/80: is volgens brief „wijl wij wenschten zulks van den 6. Januari 1781. de ook omtrend de vermeerdering voornaamste oorzaak van der winsten te doen, dan de die vermindering geweest vermindering derzelve tot daar in het boekjaar bevoo„ „rens een quantiteid van wel ƒ197338. 13:–. belet ons 1700442¼: lb: poeder zuiker zulks, en hoe wel wij over 362330¼. lb: Randij zuiker de oorsaak daar van niet en een aanzienlijke parthij kunnen oordeelen, schijnen specerijen verhandeld is, gemelde brief schrijft dat echter de troubles om dien oord den handel zeer veel toe aan de onlusten om de noord, en ook daar aan te hebben benadeelt, en in die onderstelling is zulks volstrekt dat twee partikuliere sche„ buijten der Ministeren toedoen „pen, de Arkules en kon„ kordia, neevens een 5187. De geringe debiet van Iapans staafkoper en Nagulen als goerab de snelheid van Batavia te Masquette voordeelige articulen van en Bombai met koste„ negotie, zal daar toe vrij „lijke veel 95 lijke zuiker ladingen waaren aangen veel gecontribueerd hebben „koomen en dezelven daar verkocht en wij Gouteeren zeer uwer hadden. reflectie dat een verkoop van 2641: lb: van laatst gemelde articul, waar van de komp: eene zeer ruijme voorraad heeft niet is geeevenredigt met den verkoop van 7220: lb noten, van welke de Comp: zeer schraal voorzien is at„ tentie op dergelijke soort van zaaken kunnen niet dan onze hoogste Goedkeuring weg„ „dragen en wij zullen onder de materie van de Hoofdplaats geleegenheid vinden, om UE: over de veelvuldige verkoop der Nagulen nog met een woord te onderhouden. § 188. wij kunnen ook niet zonder re„ dat de zuiker met de konkordia „marque passeeren, dat niet je„ in het laast van 1779: hier aangebragt, en derdaad bruin genstaande de verseekering is geweest heeft men van hier dat de Comp: niet anders dan bij suiker bij eevengemelden brief aan suiker eerste en tweede soort beij„ Hunne Hoogedelheeden bedeeld, „de wet en deugdsaam ontfangt en die daar op bij generaale reskriptsie afzend de met het schip Concor„ van den 28. 7ber 1781: hebben „dia aangebragte vrijbruijn be„ bevoolen om in het vervolg bij ontvangst van bruine zuiker „vonden was en zulks op een het monster of eenige kanassers tijdt dat particuliere scheepen daar van derwaards te rugge te naar Bombaij en Musquette, zenden, zeder hebben wij goede schoone witte suiker hebben zuiker ontvangen aangebragt. wij vertrouwen, dat UE: volkoor „men overtuigd zijn, dat de door de Comp: ontvangene suiker, ook in haare scheepen word afge„ „laaden en op de Comptoire word uitgeleeverd, zonder dat er geleegendheid is, eene min„ „dere soort voor Compagnies luij„ „ker te doen doorgaan. § 189: De inzaam der Landporduc„ „genoegen de door uw E „ten geeft weijnig slot tot ge„ „remarqueerde minderheid van 133266: lb: peper waarschijn„ „lijk geen andere oorzaak heb„ „bende 96 „bende dan de onwilligheid van den Koning van Tresancoor, en deeze mogelijk aan desselfs por „litique voor uit zigten moetende worden toegeschreeven, willen wij hoopen dat aangenaamer tijden dien vorst tot de onder„ „houding zijner met de Comp: aangegaane Contracten zullen aenemeeren. § 190: De Moeijelijkheid, die er mits de ongunstige Landsge„ N „steldheid was, om Cardamom te bekomen, den Heer Moens hebbende doen bedagt zijn om een ander soort uit de Landen van Cochim te bezorgen en ter preive naar Nederland te zon„ „den; merken wij zulx aan, een blijk van desselfs oplet„ „tendheid De Kardamom alhier nog niet zijnde ontvangen, kunnen wij 5 de reedenen wegens den Inkoop van 88: leggers arrak in het Boekjaar 177 7/6 zijn aan Hunne Hoog edelheeden bedeeld bij brief van den wij ons over derzelver qualiteit nog niet verklaaren wij hoopen intusschen, dat de culture van de Malabaarsche Cardamom op Sava zal mogen opneemen, waar toe een beeter toezigt op de scheepen omtrend de van hier derwaards over te zouden plantjes vrij veel zal kunnen toebrengen. § 191: Daar UE bij brief van 28. Sep„ „tember remarquees maaken over de hooge prijs van de voor Ceilon ingekochte salpeeter, en dien inkoop des niet tee„ gestaande passeeren moeten, wij onderstellen, dat dezel„ „ve voor dat Gouvernement nergens anders tot mindere prijs is te bekoomen. § 192: wij zullen afwagten der Mi„ „nisters antwoord op Uwwe vraag„ van waar men die benodigde arack 26 97 uwel Edele Hoog achtb: opengelegt bij 't antwoord „sive van den 28. 7ber 1778. P. 268. waar aan gebragt is. waar de meerdere Quantitiet te Lissabon aan nopens deeze kruitnagelen hebben wij bij onzen bij be: of: ader den 26: feb: 170. en nader aan araek voor dit Commandement van Exrtrakt uit uwer weledele Hoog achtb: mis, heeft bekomen daar dezelve niet van Batavia was geeischt, dee„ wij ons als noch in eerbied gedraagen „ze vraag is zeer gepast op een tijd dat den uitvoer der Cijlonse solwaagen was verbooden. § 193: Daar volgens uwe generaale advijsen aan ons slegts 1977: lb: van den 6: Janu: 1781: geantwoord, dat de komp:s Kruidnagule in den Iaare 1778. koopman Antha Pettie aan een Portugeesch hier 1977: l0: verkocht had, wij weeten niet van ter deezer kuste zoude zijn, ver„ „kogt aan den voerder van het Portugeesche schip Pesus Maria Joseph, vasten wij niet, hoe van dit articul 4000: lb: te Lissabon kunnen weezen aangevoerd: § 211: Onder de Materia van de Hoofd plaats Batavia de gewoone order zullen vol„ gen N=a § 252: Over de door UE gemaakte verandering in de schikkingen Op de vrije vaart en handel onderdanigen brief aan Hunne Hoog Edelheeden reeds

NL-HaNA_1.04.02_3695_0244 view scan ↗

English

sold, and at these prices the said spices will easily be kept here, as long as their scarcity continues, mace in the last two years having been sold for five rupees and nutmegs for three rupees per lb. Paragraph 253: Having already shown our satisfaction hereinbefore in paragraph 225, we cannot pass over in silence certain conveniences granted by Your Honour to private individuals; we must then in the first place etcetera. We must make a second reflection on the sale of such spices with which we are not very abundantly supplied here in this country, and whose prices have thereby risen so much that they are no longer in proportion to those in the Indies: we refer to nutmegs, which in the latest sale, having been sold for over 100 stivers, thus very far exceed the price of roughly 46 stivers for which they are disposed of at Batavia, and it would therefore well deserve investigation whether foreign Europeans would not seek to bring this article into Europe with a sufficient profit, and whether on that account the price in the Indies ought also to be raised, without giving cause to fear difficulties of another nature arising therefrom. Your reflection concerning the sale of 7220 lb of nutmegs on the Malabar Coast cited hereinbefore in paragraph 187 would also give occasion for this. Paragraph 254: In the third place etcetera. Paragraph 264: Lastly, pursuant to Your High Honours' order by letter of the High and Mighty Lords Majors, two copies are transmitted herewith of two Resolutions of Their High Mightinesses dated 20 September 1782 and 6 January 1783, with a memorial from the Papal Nuncio to the Court of Brussels presented to the Lord Court Ministers of the State there and by the latter transmitted to Their High Mightinesses, in which report complaints appear regarding the curtailment of privileges done to the Roman Catholics on the Malabar Coast, and because in those complaints the Lord Ordinary Councillor and former Malabar Commander Moens is principally involved, we await His Honour's consideration regarding this, just as we shall also look forward to that of the other Ministers there on the coast, to which end a copy of the aforesaid memorial will also be sent to the aforesaid Ministers. Paragraph 28: We begin our annual description with the main section of Ships and vessels. Paragraph 29: Arrival of the ship Doggersbank from Colombo. Sent to Porca and Calicoilang to take in pepper and fleet. The ship Doggersbank arrived here on 26 November 1784 from Colombo and brought along some goods for this government and some presents for the Nabob Tipu. The same was sent on 2 December thereafter to Porca and Calicoilang to load pepper for the return ships, as well as the gunnies and cowhides for Ceylon. Paragraph 30: News of the Maratha fleet. Precautions taken regarding that ship. Meanwhile we received news from an English Company ship named Alfred that the Maratha pirates were at sea with three large ships, five two-masted gurabs, and fifteen galwats. We therefore immediately notified the officers of that ship, with orders to be on their guard and to employ the necessary means for a vigorous defense, further instructing that as soon as the ship came into sight here, we would send a detachment of Malays on board for greater reinforcement. Paragraph 31: Its return to Cochin and being put in a state of defense. But when the ship had taken in all the pepper off Calicoilang, and was only waiting for the cowhides and gunnies, the officers were warned by an English vessel which passed them that the Maratha fleet was located at sea abreast of the ship, and as they had only twenty-four guns on board, they deemed it best, leaving behind the cowhides and remaining gunnies, to return to our roadstead in order to complete their artillery and take the detachment of Malays on board. Paragraph 32: And as we subsequently also learned that an English two-masted vessel which sailed from here to Surat was taken by them north of Tellicherry, and that three galwats had shown themselves off Quilon, we immediately sent the detachment of Malays on board, with four eight-pounder and eight four-pounder cannons, with gun carriages and further accessories, as well as the ammunition necessary for that purpose. Paragraph 33: Its departure back to Galle. What the same carried. The ship subsequently took in some more pepper, gunnies, cowhides, rice, etc. here, and departed thereafter on 25 December for Galle, the entire cargo having consisted of: 750,350 lb pepper 2,530 bags or 68 1/4 lasts of rice 16,141 1/2 pieces of gunnies 37 corges of cowhides 297 cumblys 4,000 lb of carassaat and 200 wax candles Paragraph 34: Return of the ammunition goods sent along from Galle. The cannons and ammunition remained in the ship, and the Ministers at Galle were requested to return the same to us at the first opportunity, which has since also taken place; but the soldiers were put ashore at Quilon upon our order, and returned here from there. Paragraph 35: Arrival of the ship Blijenburg from Colombo. The ship Blijenburg arrived here from Colombo on 28 February in

Dutch transcription

verkocht en op deeze prijzen zullen gemelde ropijen en de Noolen voor drie ropijen het lb: §253: De foelie is in de laaste twee Jaaren voor vijf specerijen hier wel te houden zijn zoo lange derzelver schaarsheid blijft voort duuren reeds hier vooren § 225: ons ge„ „noegen hebbende betoond, kun„ „nen wij sommige door UE aan particulieren toegestaane gerievelijkheeden niet stilswijl „gend passeeren, wij moeten dan in de eerste plaats &=a Een tweede reflectie moeten wij maaken op den verkoop van sodanige specerijen, waar van wij hier te lande niet zeer ruim zijn voorzien en wel„ „ker prijsen daar door sodanig zijn gereesen, dat dezelve niet meer in eevenredigheid met de Indische staan: wij doelen op de Nooten, welke in de laatste ver„ „koping tot over de 100: st:s ver„ „kogt zijnde, dus zeer verre excen „deeren de prijs van r=m 46: st=s waar voor die op Batavia worden van de hand gezet, en het zoude dierhalven wel onderzoek verdienen of vreemde 98 onze konsideraat sieer hier op hebben wij inge„ van den 1: 8ber Jol: reels dirckt aan de Edele o een afschrift hier nevens vreemde Europeesen dit articul niet met eene genoegsaame winst in Europa zouden zoeken aan te brengen en of uit dien hoofde de Indische prijs ook zoude be„ „hooren teworden verhoogt, zonder dat daar uit zwarigheeden van een anderen aart tevreezen waare Uwe reflectie omtrend den verkoop van 7220: lb: Nooten op de Mallabaar hier voor 5187 aangehaald, zoude daar toe meede aanleiding geeven. § 254: In de derde plaats h=a § 264: Laatstelijk Gaan hier nevens Copijen „volge uwer Hoog edelheeden bevel bij brief van twee Resolutien van Hun Hoog achtb: en Heeren Majores verzenden waarvan doog Mogende in datis 20: Sep„ „tember 1782: en 6. Januari 1783 met een memorie van den Laus„ „selijken Nuentius aan het Hof„ van Brussel aan den Heer Hof Ministers van den staat aldaar overgegeeven en door laast ge„ melde „melde aan Hun Hoog Mogende toegezonden, bij welk berigt voor„ „koomen klagten weegens ver„ „korting der voorregten aan de Roomsch Catholijcquen ter kuste Mallabaar aangedaan, en vermids in die klagten voor„ „namentlijk betrokken is de Heer Raad ordinair en gewee„ „zene Mallabaars. Commandeur Moens, verwagten wij dieswegens zijn Ed=s consideratie, soo als wij ook die van de verdere Mines„ „ters daar ter kuste zullen te gemoet zien, ten welken einde Copije van voorsz: memorie ook aan voorschreene Minis¬ „ters zal worden toegezonden. § 28: Wij beginnen onze Iaarlijxe beschrijving met het hoofddeel van Schepen en vaartuigen § 29: Het schip Doggersbank is den 26: Novem„ „ber 99 van Kolembo is naar Zorka in Kalikoilang ge„ zonden ter inneemen van peper ent vloot Schip komste van het schip Doppersbank „ber 1784. -. van Kolombo hier gekoomen en heeft meede gebragt eenige goederen voor dit goevernement en eenige geschen„ „ken voor den Nabab Sipoe. Het zelve is den 2=e December daar aan naar Porka en Kalikoilang gezonden om peper voor de Retoer scheepen, mitsgaders de Goenies en Koehuiden voor Ceilon te laden. P: 30: Middelerwijle kreegen wij tijding van tijding van de Maratasse root een Engelsch Kernpanies schip Al„ „fred genaamd, dat de Marattische zeeroovers met Drie groote scheepen, vijf tweemastige Goerabs en vijftien. „ in galweten „ zee waaren. wij gaven derhal„ „ven ten eersten daarvan kennis aan gebreukle voor zorge omtrend dat de overheeden van dat schip, met last, om op hoede te zijn en de noodige mid„ „delen tot een wakkere defensie in 't werk te stellen, met verder aanschrij„ „ven dat wij zoo dra het schip hier in het gezicht quam tot meerdere versterking een Detachement Malaiers aan boord zouden zanden § 31 „ ing zijne terug komst le koetsiem en is tot defentsie in staat gesteld § 31. Doch toen het schip voor Kalikoilang alle de peper ingenoomen had, en noch maar op de Roehuiden en Goenies Wagtede, wierden de overheeden door een Engelsch vaartuig, het welk hen passeerde gewaar„ „schuwd, dat de Marattasche vloot dwars van het schip in zee zich bevond, en wijl zij maar vier en twintig stuk„ „ken te boord hadden. oordeelde zij best, met achterlaating van de koehuiden en overige Goenies naar onze reede te keeren om hunne artillerij voltallig temaaken en het detachement Ma„ „laiers aan boord teneemen. §. 32: En wijl wij zeeder ook vernaamen dat een Engelsch tweemastig vaartuig, het welk van hier naar Toeratte zeelde benoorden Telleseeri door hen genoomen was en dat zich drie Galwets voor Koilang vertoond hadden, zoo zouden wij ten eersten het detachement Malaiers naar boord, met vier agt pon„ „ders en Agt vierponders Kanons, met ramspaarden 100 desselfs te rug vertrek naar gale wat het zelve meede genoomen heeft te rug zending van gale van de „deren komste van het schip Blijenburg van Kolombo rampaarden en verder toebehooren, mits„ „gaders de daar toe noodige amunietsie. § 33: Det schip heeft hier vervolgens noch eenige peper, Goenies, koehuiden, Rijstenz: ingenoomen en is den 25:e december daar aan naar Gale vertrokken hebbende de heele laading bestaan in 750350: lb: Leper 2530: bollen of 68¼ lasten Rijst 16141½ p=s Goenies 37- korsies koehuiden 297:- Rombaarsen 4000: - lb: Karasaat en 200: „ waxkaarsen § 34: De Kanons en Amonietsie zijn in het schip meede gegeeven ammoniessie- goe gebleeven, en de Ministers te gale verzocht dezelven met de eerste geleegenheid aan ons terug tezenden, het welk zeder ook geschied is, doch de Militairen zijn op onze ordre te Koilang aan de wal gezeh en van daar herwaards terug gekoomen. § 35: Het schip Blijenburg is den 28 fe„ „bruari van Kolombo hier aangekoomen in

NL-HaNA_1.04.02_3695_0250 view scan ↗

English

what the same took in here arrival and departure of the sloop Sunda and has besides the abovementioned cannons, which were lent to the ship Doggersbank, also brought 15 hoeden of smithing coals for the service of the new sloop which will be built here for Ceilon, and some necessities which we have requested from Ceilon, together with 14 chests of nutmegs, 93 bags of cloves, and 400 chests of Japan copper. § 36. This ship has again loaded here 310 Lasten of rice, 230 bags of wheat, 6759 kannen of coconut oil, 500 lb of wax, 20 teak beams, 200 ditto planks, and 3 cases with various presentation goods, with which the same returned to Kolombo on the 4th of this month. § 37. The sloop Sunda arrived here on 31 March from Tutukorijn to collect a cargo of rice for Kolombo, with which the same was also sent back again on the 4th of this month. 101 what the smalschip the Verwachting has performed § 38. In our humble letter of 20 April 1783 P. E., we informed Your High Mightinesses that we had offered our smalschip the Verwachting to the Ministers of Ceilon in order to relieve them from their great shortage of sloops, and we now have the honour to report regarding this that the Ministers sent the same back in April 1784, because it was not suitable for the Ceilon waters; however, it could not make the voyage at that time and was forced to seek the roadstead of Tutukorijn, from where it has since made several trips back and forth to Kolombo, and finally arrived here in November last. § 39. In the month of January last, we sent this vessel again to Kolombo with a consignment of wheat, which we bought here for Ceilon, with the cow hides that were left over, and filled the remaining space with rice. § 42. The Vliegende Visch offered to Ceilon § 40. The same returned in February, and the defects found on it were immediately repaired, pursuant to our resolution of the 17th of that month, after which this vessel was sent again to Ceilon on 2 March with upwards of 21 lasten of rice and upwards of 18 lasten of wheat, together with some other goods requested from here. § 41. This vessel returned on 29 March with the request of the Ceilon Ministers to send the same with another cargo of rice to Kolombo, and to be allowed to retain that vessel there during the bad monsoon, which we have granted, and the same was consequently sent again to Kolombo with a cargo of rice on the 16th of this month. to retain or sell the same When reviewing the report regarding the inspection of the Company's vessels, we resolved in the session of 13 July 1784 to have the pattamar boat the Vliegende 102 but not accepted how much the repairs to the vessels cost Visch repaired here, and, as it is presently of little or no use here, to offer the same to Ceilon, and in case it might not be suitable there either, to sell it for the current price. § 43. In consequence thereof, the same was sent to Kolombo on 27 September, with a request to the Ministers, if they could not use it, to have it sold there. However, the same returned here in the month of November without having been able to be sold. § 44. The repairs to the sailing and unloading vessels on hand here amounted together to f 7838:17:— according to the specification transmitted among the annexes. Discharged Cargoes § 45. Under this main section we have the honour to report that the artillery goods sent from Batavia to Kolombo for this government were sent hither from there with our smalschip the Verwachting, with some iron requested from here and some Cape fruits brought there for this government. disposition on the goods brought by the Verwachting from Kolombo condition of the aforementioned artillery goods that were brought here § 46. The findings of this cargo are inserted in our resolution of 3 December 1784, according to which it was decided to credit the surplus accounted 120 lb of iron at purchase price and to write off the fruits found spoiled. § 47. From the report of the commissioners for the receipt of the aforementioned artillery goods, it appeared that several mortars and bombs were declared to be entirely unserviceable, and thus a further commission of members from the Council of Justice was appointed to inspect them once more, but from their report the unfitness of the one and the other became further apparent. And 103 request for the disposition of Your High Mightinesses disposition on the cargo of Blijenburg how much saltpetre has been sent to Kolombo and how much remains here as balance § 48. And as Your High Mightinesses in your esteemed letter of 24 September 1779 were pleased to order that no reports of that nature should be sworn without special authorization, we send, pursuant to our resolution of 3 December 1784, copies of those two reports respectfully herewith, with the request that Your High Mightinesses be pleased to grant us your disposition regarding this. § 49. On the findings of the discharged cargo of the ship Blijenburg we have disposed, by resolution of the 2nd of this month, and decided to allow one-half per cent on the short-accounted spices and one-sixteenth per cent on the Japan copper, and to charge whatever was delivered short in excess thereof to the account of the ship's officers. Purchase § 50. In our respectful letter of 20 April we communicated the purchase of f 9160 2/35 bags

Dutch transcription

wal het zelve hier heeft ingenoomen komste en vertrekt van de sloep sunda en heeft behalven de booven gem: ka„ „nons die aan het schip Doggersbank ge„ „leend waaren ook meede gebragt 15. hoeden smeekoolen ten dienste van de nieuwe sloep„ die voor Ceilon hier gebouwd zal worden en eenige benoodigdheeden, die wij van Ceilon geeischt hebben, mitsgaders 14: kisten nooten Musselaaten, 93: zak„ „ken garioffel nagelen en 400: kisten Iapans Koper §: 36: Dit schip heeft hier weder gelaaden 310: Lasten Rijst 230: zakken Tarie „ 6759: kannen Rokus oli 500: lb: 15ax 20: lekke balken d=o planken en 200: 3: kassen met diverse schenkasie goederen, waarmeede hetzelve den 4„e deezer naar kolombo terug gekeerd is § 37. De Sloep Suinela is den 31: Maart van Tutukorijn hier aangekoomen om een laading rijst voor kolombo aftehaalen waarmeede dezelve ook den 4:e deezer weeder terug gezonden is Bij op 101 wat het smalschip de verwachting heeft verricht § 38. Bij onzen onderdanigen van den 20 April 1783 P: E: hebben wij aan Uw Hoog edelheeden bedeeld, dat wij ons smalschip de ver„ „wachting, aan de Menisters van Ceilon aangebooden hadden, om hem uit hunne groote verleegenheid van sloepen te redden en hebben de eere thans daar omtrend te berichten dat de Ministers het zelve in April 1784: terug gezonden hebben, om dat het voor het Ceilonsche vaarwater niet diensteg was, doch toen kost 't de reize niet krijgen en wierd genoodzaakt de reede van Tutukorijn op te zoeken, van waar 't zelve zeder noch eenige togten over en weder naar kolombo gedaan heeft, en eindelijk in November Iongst„ leeden hier aangekoomen is. § 39: wij hebben dit vaartuig in de maand Januari J=oleeden weder naar kolembo gezonden met een partij tarwe, die we voor Ceilon hier hebben gekocht, met de Roehuiden die overgebleeven waaren ende overige ruimte met rijst gevuld. Heh § 42: de vliegende visch is ceilon aangeborden § 40: Het zelve is in februari terug gekoomen en de daar aan bevondene gebreeken zijn ten eersten verholpen, volgens onze re„ „soluutsee van den 17:e dier maand, waarna dit vaartuig den 2:e Maart weder naar Ceilon is gezonden met ruim 21: lasten Rijst en ruim 18. Lasten Larwve, mitsga„ „ders eenige andere van hier geeischte goe„ „deren.. §: 41: Dit vaartuijg is den 29: Maart terug ge„ „koomen met het verzoek van de Ceilon„ „sche Ministers om het zelve met noch een laading rijst naar kolombo tezen„ „den en om dat vaartuig, geduurende de quaade mousson aldaar temogen aan„ „houden het welk wij hebben geakkordeerd en hetzelve is dien volgende weder met een laading rijst op den 16: deezer naar kolombo gezonden. Bij t resemeeren van 't rapport nopens de om dezelve aantehouden ofte verkoopen visitaatsie van 'skomp:s vaartuigen heb„ „ben wij ter sessie van den 13 Iuli 1784. beslooten, de Pattamaarboot, de Vlie„ „gende 102 doch niet geakcepteerd hoeveel de reparaatsie aande vaartui „gen gekost hebben „gende visch alhier telaaten repareeren en dezelve, als hier tegenwoordig van wei„ „nig of geen gebruik zijnde, aan Ceilon aantebieden en in dienze daar ook niet te pas koomen mogte; voor het geldende te verkoopen. § 43. Ingevolge van dien is dezelve den 27:e september naar Kolombo gezonden, met verzoek, aan de Ministers, in dien zij dezelve niet gebruiken konden, ze als dan aldaar, te laaten verkoopen. doch dezel„ „ve is in de maand November hier terug gekoomen zonder datze heeft kunnen ver„ „kocht worden. § 44. De reparaatsie aan de alhier aan han „den zijnde, zeil en losvaartuigen hebben te zaamen bedraagen ƒ7838:17:—. volgens de speciffikaatsie onder de bijlaagen over„ „gaande. uitgeleeverde Laadingen § 45: Onder dit hoofddeel hebben wij de eer temel„ „den, dat de voor dit Goevernement van Batavia disposietsie op de goederen met de „braijt gesteldheid van de voorm: arthil „lerij goederen die hier aangebragt zijn Batavia naar Kolombo gezondene Artille„ „rij Goederen van daar met ons smalschip de verwachting herwaards gezonden zijn, met noch eenig van hier gevraagde ijzer en eenige voor dit goevernement daar aangebragte kaapsche vruchten. §. 46. De bevinding van deeze laading is ge„ verwachting van kolombo aange„insereerd bij onze resoluutsie, van den 3: December 1784: volgens dewelke beslooten is, de meerder verantwoorde 120: lb: ijzer uitkoops telaaten goed doen en de bedorven bevondene vruchten te laaten afschrijven §. 47. Bij het rapport van de gekommitteerden tot den ontvangst van voorm: Artillerie goederen bleek, dat verscheidene Mortiers en Bommen voor geheel onbruikbaar op gegeeven wierden en dus werd een nadere kommissie van Leeden uit= den Raad van Sustielsie belegd, om de „ „zelven andermaal te bezichtigen, doch bij hun rapport Bleek de onbequaam „heid van het een en ander nader. En 103 verzoek om hunner hoo gedelheed= disposietsie desposietsie op de lading van Blijenbuerg hoeveel salpeeter naar kolombo gezon„ den is in hoeveel hier noch per restant blijven §: 48. En wijl uw Hoog edelheeden bij g'eerde mis„ „sive van den 24: September 1779: hebben gelieven te gelasten om geene rapporten van dien aart, zonder speciaale Qualifi„ „kaatsie te laaten beeedigen, zoo zenden wij volgens ons besluit van den 3: december 1784: de kopijen van die twee rapporten in eerbied hier nevens, met verzoek de disposietsie van Uwe Hoogedelheeden daar omtrend aan ons tewillen bedeelen. §49 Op de bevinding van de uitgeleeverde laading van het schip Blijenburg heb„ „ben wij gedisponeerd, bij resoluutsie van den 2: deezer, en beslooten op de temin verantwoorde specerijen een half en op het Iapans koper een sestiende percento. te valideeren in het geen boven dien minder uitgeleeverd is den scheeps overhee„ „den op reekening te belasten Inkoop § 50. Bij onzen eerbiedigen van den 20: April ƒ hebben wij bedeeld den inkoop van ƒ9160 2/35 sakken

NL-HaNA_1.04.02_3695_0256 view scan ↗

English

Request of the Ceylon ministers for saltpetre. Shipment of the same to Galle. bags of Bengal saltpetre, and that of these 2500 bags had been transported to Ceylon and the ministers had been requested to have the remaining parcel of 6660 2/75 bags collected before the change of the monsoon, but this has had no result, and we have found another opportunity in the month of May to send 1197 bags freight-free to Galle with the private vessel the Alkantara, so that 5463 3/5 bags still remained here. Paragraph 51. Latterly, the said ministers, by letter of the 14th of March, reserved the entire parcel for ballast for the return ships and requested that at least two thousand bags thereof still be sent during this monsoon for the first return ship, for which we intended to employ the ship De Both. Paragraph 52. But now that the same does not appear, and we shall not have any opportunity at hand so early in the autumn, we are sending with the private vessel of 104 No cardamom purchased. of the Company's merchant Anta Sittij, which is the bearer hereof, two thousand and ninety-nine bags to Galle at a freight of one rupee per bag, whereby this saltpetre, which was purchased for thirteen and a half rupees, will come to stand at 14½ rupees per 150 lb. Paragraph 53. In the month of May, cardamom was offered to us from the north and two samples thereof were sent, which we inspected at the meeting of the 25th of that month and thereupon resolved to accept 10 to 12000 lb of the white sort, which the supplier undertook to deliver in the month of February 1785. But the price thereof has meanwhile risen so much that we had to abandon the purchase, and return to the supplier the first parcel of about 200 lb sent to us, as it could barely pass for second sort, and yet was charged at 2¼ rupees per pound. For Paragraph 54. For Ceylon, there was purchased here and successively dispatched thither: What was successively sent to Ceylon. 156 corsies of cowhides 16141½ pieces of gunnies 297 cotton blankets 781½ lasts of rice 43 3403/3000 ditto of wheat 4000 lb of caraway 2200 wax candles 2500 Russian wax 8338 jugs of coconut oil 10000 lb of copperas 1000 pieces of drumskins 20 teak beams 200 teak planks 100 lb of camphor 10 opium thebali 25 fructus myrobalan 10 long pepper 15 semen cumini 5 ditto nigellae 10 radix costus 5 cardamom 3 small boxes 105 Shipment of the same thither. Request from there for Surat return goods. 3 small boxes of Surat gift goods consisting of: 8 gold soossies 4 silver ditto 12 allejas with gold and silver stripes 46 boledars with gold and silver flowers 40 gold and silver turbans 40 silk satins 10 rankenias Paragraph 55. Ceylon had requested one hundred lasts of wheat in the month of June, but because such a large quantity could not be procured here, we requested the ministers of Surat in the month of October to send forty or fifty lasts thereof with their ship to Ceylon, while we purchased here from the arrived bombards and sent to Colombo 43 3403/3000 lasts. Paragraph 56. Ceylon had also requested of us in the month of October to reserve as many Surat return goods as could possibly That request was communicated from here to Surat, and the ministers there undertook to comply. be obtained of the sorts such as were last sent from Surat, with a further request to communicate our prospects in that regard in order that they might take their measures accordingly. Paragraph 57. And because there was no opportunity here to purchase Surat linens for the Netherlands, and the little that is brought here only arrives in January or February, we immediately gave notice thereof to the ministers of Surat, with a view to complying as far as possible with the desire of the Ceylon ministers, and that around the 15th of January a ship would arrive here to collect the same. But the ministers of Ceylon have subsequently requested us not to make any purchase thereof, as they had since been informed that Mr. Sluisken had promised Your High Nobilities to purchase Surat linens. The 106 List of the purchased supplies. What else was purchased here. Paragraph 58. The purchase of supplies in the recently concluded financial year is shown in detail in the list now being transmitted. Paragraph 59. The following equipment goods were purchased out of necessity for repairing the vessels and for other services: Paragraph 60. Pursuant to the resolution of the 21st of May 1784: 3 barrels of pitch at 50 stivers each, and 4 ditto of tar ditto 40 ditto Paragraph 61. Pursuant to the resolution of the 20th of June 1784: 12 barrels of tar at 35 rupees each 2 ditto of pitch at 48½ ditto 2 candies of dammar at 85 rupees per candy 24 rolls of European canvas at 42 rupees per roll 14 ditto ditto grey cloth at 20 ditto ditto 2 ditto ditto broad duck canvas at 60 ditto ditto 10 pieces of European lines at 2½ rupees per piece Paragraph 62. Pursuant to the resolution of the 8th of June, on account of a lack of writing materials, we purchased from private parties eight reams of small format paper at sixteen

Dutch transcription

verzoek der Cuilonsche ministers om zalpeeter zending der zelve naar gale sakken bengaalsche salpeeter, en dat daar van 2500: zakken naar Ceelon vervoerd en de Ministers verzocht waaren, de ovrige partij van 6660 2/75: sakken voor de kin„ „tering van de mousson telaaten afhaalen, doch dit heeft geen gevolgd gehad, en wij heb„ „ben in de maand Mai noch geleegenheid gevonden, om met het partikulier schip de Alkantara vragt vrij naar Gale te zenden 1197: zakken, dus hier noch overgebleeven zijn 5463 3/5. zakken § 51. Leder hebben gem: Ministers bij brief van den 14:' Maart de heele partij voor ballast van de retoerscheepen besprooken en verzocht daarvan ten minsten twee„ „duizend sakken noch in deeze mous„ son tezenden voor het eerste retoerschip, waartoe wij het schip De Both, meen„ „den te emploieeren. § 52: Doch nu het zelve niet opdaagd, en wij daar toe in 't naJaar zoo vroeg geene geleegend „heid zullen aanhanden krijgen, zoo zen„ „den wij met het partikuliere vaartuig van 104 geen Kardamon ingekocht van 'sComp:s koopman Anta Sittij, het welk Brenger deezer is twee duizend en negen en negentig zakken naar Gale op vracht voor een ropij de sak, wanneer dee„ „ze Salpeeter, die voor dertien en een halve „ropij is ingekocht, op 14½ ropij de 150. lb testaan zal koomen § 53: Jn de maand Mai werd van de noord aan ons kardamom aangebooden en daar van twee monsters toegezonden, die wij ter sessie van den 25: dier maand hebben bezichtigd en daar op beslooten van de blanke soort 10: a 12000: lb: te akcepteeren die de leverantsier aannam in de maand februari 1785: te bezorgen. doch de prijs daar van is middelerwijle zoo zeer gereezen, dat wij van den in„ „koop hebben moeten afzien, en de ons toegezondene eerste partij van omtrend 200: lb: aan den Leveransier terug geeven, als nauwlijx tweede soort kunnende haalen, en echter voor 2¼: ropij het pond aan gereekend wordende. voor §. 54: voor Ceilon is hier ingekocht en der„ wat sukcesseve naar Ceilon gesonden is „waards verzonden. 156 korsies koehuiden 16141½ p=s Goenies 297 - „ dekens gekattoeneerde 781½ Lasten Rijst ƒ3403 43 1/3000 d=o Tarive 4000: lb: Karevaat. 2200: „ waxkaarsen 2500 „ Ruis. wax 8338. kannen kohos olie 10000: lb kopparas 1000: p=s tromvellen 20: „ tckke balken 200: „ tekke planken 100: lb: kamphier 10: „ Opieim the bali 25: „ fruct merabot 10: „ peper longe 15: „ sem: Cumini 5: „ d=o nigili 10: „ Rad: Costus 5: „ kardamom 3: kasjes 105 zending van tazeve naar derwaarts verzoek van daar om soeratse retoeren 3: kasjes soeratsche geschenk goederen bestaande in 8: Goude soessies 4: zilvere d=o 12: Allesias met goude en zilvere streepen 46: bolidaars met goude en zilvere bloemen 40: Goude en zilvere tokas 40: zijde allassen in 10: Rankenias § 55: Cielon had in de maand Juni om een honderd lasten tarwe gevraagd, doch wijl zoo een groote quantiteit hier niet konde opgedaan worden. zoo hebben wij in de maand Oktober aan de Ministers van soeratte verzocht om veertig of vijftig lasten daar van met hun schip naar Ceilon tezenden, terwijl wij hier van de aangekoomene Bombaras ingekocht 3403 en naar kolombo gezonden hebben 43000 lasten § 56: Ook had Ceilon in de maand Oktober aan ons verzocht om zoo veel soeratsche retoeren te bespreeken, als bij mogelijkheid te dat verzoek is van hier naar soeratte bedeel en de Ministers van daar hebben aan genoomen te voldoen te bekoomen zouden weezen van de zoor„ „ten zoo als laast van soeratte gezonden waaren met verder verzoek om onze uitzichten daar omtrend te bedeelen ten einde hunne maatregelen daar na te kunnen neemen. §: 57. En wijl hier geene geleegenheid tot het inkoopen van soeratsch lijnwaat voor Nederland was in het weinige dat hier aangebragt word eerst in Janu: of feb: komt, zoo gaven wij daarvan ten eersten kennis aan de Ministers van Soeratse met om aan de begeerte der Ceilonsche Ministers naar mogelijkheid te voldoen en dat tegen den 15=de Iann: hier een schip zoude koomen om dezelven afte„ „haalen, Doch de Ministers van Ceilon hebben nader aan ons verzocht, geen inkoop daar van te doen, alzoo zij ze„ „der onderricht waaren dat de Heer sluisken aan Uw Hoog edelheeden beloofd had, soeratsche lijnwaaten in„ „tekoopen. De E 106 notielsie van d' ingekochte benoodigt „heeden wat alhier verder ingekocht is § 58. De inkoop van benoodigdheeden in het Iongst gepasseerde boekjaar, word in het breede aangetoond, bij de thans overgaande notietsee. § 59: De volgende equipasie goederen zijn wegens noodzaakelijkheid tot het repareeren der vaartuigen en andere dienste ingekocht, § 60: volgens resoluetsie van den 21: Mai 1784. 3: vaten pik tegen 50: stop: ider en 4: d=o teer d=o 40: d=o § 61 volgens resoluutsie van den 20. Iuni 1784 12: vaten theer â 35: rop: ider 2: d=o pik „ 48½ „ 2: kandijlen Dammers van 85: kap: de kandijl 24: rollen Europasch Zeildoek â 42 rop: de rol 14: d=o _=o = Grauw doek „. 20: „ _=o 2: d=o d=o breed Everdoek „ 60 „ „ e 10: stux Europasche lijnen a 2½ rop 't stuck § 62: volgens resoluutsie van den 8 Juni hebben wij mits gebrek aan schrijfgereed„ „schap van partikulieren ingekocht agt riemen kleen formaat papier tegen ses tien d als

← previousnext →