Inventory 3714
Bengal · 538 pages · 252 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
when one is even convinced that this has as its object the prosperity of the state and the welfare of its subjects, with a further request that, if all this could find no acceptance and the Gentlemen of the Supreme Council chose to abide by the assumed method, and that thus the Dutch Company could obtain its required quantity of opium and saltpetre through no other channel than through the orders of the Government, that then at least regard may be had to the Company's true and essential requirements, and that the allocation of saltpetre for this year 1785 might be fixed at 36000 Maunds, and that of opium at 800 to 1000 chests, according to the letter from the Noble High Indian Government at Batavia, demonstrating the necessity that the requisite orders for this purpose be dispatched with the utmost speed to Patna in order to be able to send both those articles in due time; that, whatever arrangements regarding payment might also be made with the Noble High Indian Government for the future, the trade for this year could not, on that account, be delayed except to the great detriment of the Company; and accordingly, if our two-part petition could not be taken into consideration, it ought to be established on the footing as it was before the war, without prejudice to the right that has been circumstantially presented and demonstrated in this matter. Paragraph 56. We have furthermore submitted to those Gentlemen the express order of the Noble High Indian Government to be informed whether, apart from the payment of bills of exchange etc. in Canton in China, which does not lie within the power of this assembly, any other conditions could also be proposed for the service, convenience, or accommodation of such a nature that the same could provisionally be agreed upon between the two assemblies here in this country, under the assurance that this Ministry would withhold nothing in that regard, save that which might be utterly harmful to the Company, and tend to the infringement or diminishing of its privileges. Paragraph 57. And as we now had the freedom of trade as our subject, we judged it appropriate to allow the fifth point of our instructions to be introduced into this second memorial, namely the complaints received from the aurungs shortly before our departure that the gomastahs of our merchants were hindered in the collection of the piece-goods needed for the Company, according to what was recorded in the General Resolution of the 1st of July of this year; when that news was communicated to the assembly, Mr. Herklots, the then president, upon the request made to that end, requested redress regarding this in particular from His Excellency the Governor-General Macpherson, but up to our departure no reply had yet been received to that. Necessity therefore required that these complaints be made a public matter and that the violent procedures be placed in their true day-light. Thus we used almost the same words as those the gomastahs used in a letter to their principals. At Mahanandpur, we said, upon the distribution of goods on account of the Dutch Company to the weavers, the second at English Bazar, on the 30th of June last, prohibited by public beat of drum that any of the weavers might manufacture any piece-goods for the Dutch, under penalty of being severely punished by fine as well as otherwise, and that the servants whose duty it was to prevent this breach, failing therein, would be heavily punished and then driven away; that accordingly the Company's trade was formally obstructed and the gomastahs were even forbidden all dealing with the asamis or weavers, while, in order effectively to prevent the manufacture of the piece-goods, the initiated pieces and warps had been chopped. That at Badalgachhi almost the same unreasonableness took place, for the English gomastah residing in the factory at Shyamganj, when he learned that monies had been advanced on deliveries of piece-goods for the account of the Dutch Company, had it made known by beat of drum on the 4th of the Bengali month Jyeshtha in all the surrounding places as well as where the gomastahs of the Company's suppliers resided, that the weavers should deliver no piece of linen to foreign merchants, likewise under threat of heavy punishment or fine, forbidding the paikars, pykars, and weavers any intercourse or dealing with our Company's gomastahs. Paragraph 58. However one had to regard these complaints, nothing else could be deduced from them than that, in that manner, the former obstacles concerning which so many grievances had been made—against which some redress had been obtained in 1775 through the proclamation of an advertisement by the then Supreme Government at Calcutta—the assembly, in order to take the gentlest course, noted with me that one ought to take them in the mildest sense and to interpret those proceedings, for the present, in such a way that they could give little or no offense. Therefore, according to the circumstances of the times, we presented it by supposing that possibly in all the piece-goods quarters—for in some where one came to market through others than the Company's own dependents, or where favor was shown to one or another by English agents, it went well and there no complaint was heard—the peace concluded between both nations had not been proclaimed, and that accordingly abuse was made thereof out of the audacity of one or another; with the request that this proclamation might yet ensue, and following the example of 1775, there might simultaneously be published the desire of the Gentlemen of the Supreme Council that none of their dependents shall be permitted to hinder the respective collections of the Company, or deliver.
Dutch transcription
207 neer men zelfs overtuigd os, dat zeden bloei van den staat ende wel vaart van dies onderhoorigen ien dael heeft, met verder verzoek, om zoo dit alles geen ingang kon vinden en dat de Heeren van den Hoogen Raad verkoozen bij de ge„ „assumeerde met hode te blijven, en dat dus de Nederland„ „sche Comp:, door geen ander Cannaal, als door de bevelen „van het Gouverment, aan Haare benoorigtheid van Afioen en sabpecten kon geraaken, dat dan ten minsten regard mag worden geslagen op 's Comp„s waare en wezenlijke be„ nodigtheid en dat de toedeeling der salpeeter, voor dit Jaar 1785, mocht worden bepaald op 36000: Maen, en die der Afioen op 800. â 1000: kisten, volgens aan schrijven van de Edele Hooge Indische Regeering te Batavia, onder„ vertooning der noodzaakelijkheid dat daar toe, de nodige ordrest, ten spoedigsten naar Pattena wierden afgevaar„ dogt om beide die Articulen, op zijn tijd, te konnen verzen„ den; dat, welke schikkingen 'er nopens de betaaling, voor het vervolg, ook met de Edele Hooge Indische Regeering mochten te maaken zijn, den Handel, voor dit Jaar, niet dan tot groot nadeel voor deez voor de Compagnie daarom kon worden opgehouden; en over zulx indien onze twee leedige instancie al in geen aanmerking mocht komen, „gesteld diende te worden op dien voet als het geweest is voor den oorlog: ongeprejudiceert het recht dat, in dezen, omstandig voorgedraagen en betoogt is. §56. - Wij hebben overigens die Heeren voorgesteld het Expres bevel van de Edele Hooge Indische Regeering, om te mogen worden geinformeert of er, buiten de niet in het vermogen van deze vergadering staande betaaling van Affi„ „zen en z: te kanton in Sina, ook eenige andere conditien tot dienst, gerief, of gemak voor te stellen zijn, van die natuur„ dat dezelve „ bij provisie, zouden konnen worden geconve„ „nieert tusschen. de beide vergaderingen hier te Lande; on„ der verzeekering dat dit Ministerium, daar omtrent, niets zoude wederhouden, als het geen volrstrekt schaadelijk „voor de Compagnies, en tot krenking, of declen van Haare pri„ „vilegien mocht wezen. A 3. 7. En daar we nu de vrijheid van Handel ten onderwerp hadden 5oordeelden, we gevoegelijk bij deeze tweede Memorie „te konnen laaten influeeren, het vijfde point onzer Instruc„ „tien, of de reven voor on 's vertrek uit de Arrengs ontvangene klachten„ dat de Gomastaks onzer kooplieden verhindert wierden, in den inzaam der voor de Compagnie benodigde zijn„ aaten, volgens het aangeteekende ter Gemeene Resolutie an den 1„e Iulij dezes Jaars, dat die tijding gecommuni„ ceert wierd, aan de vergadering, heeft de Heer Herklots, toenmaalig voor zitter, op het daar toe, gedaan verzoek, hier over, in het bij zonder„ redres, verzocht van zijne Excell: den Heere Gouverneur, Generaal Slaepherson, doch daar op„ was tot op ons vertrek, „ noch geen Antwoord ontvangen. Der„ noodzaakelijkheid vorderde derhalven om van deze klachten een publieke zaak te maaken en de viotente procedures in Expres haar 208 haar waar naglicht te stellen. Dus bedienden we ons genoeg„ zaam van dezelve woorden als die de Gomastaks gebruikte. bij een Brief aan Haare Principaalen. Te Mahanend poer„ zeeden we, is bij de verstrekking van goed voor reekening van „de Hollandsche Comp:s aan de weevers; door den secunde te Inglosh Bazaar, op den 30. Junij J=oleeden, bij publieke Trom„ „slag verboden dat niemand van de weevers eenige Lijn„ „waaten, voor de Hollanders mocht aanmaaken, subpx„ „ne van door Boete, als anderzints, streng gekastijd te zullen worden, en dat de bedienden, wierplicht het was dit onsiit te beletten, hier in man queerende, zwaar ge„ straft en dan weggejaagt zouden worden dit over zulx 's Comp Handel formeel gestremt en den Gomastans zelfs betel was alle onderhandeling met de Assamies of weevers, terwijl, om de aanmaaking der Lijnwaaten, effectif te verhinderen, de beginne stukken en scheeringen gesjapt waren geworden. Dat te Baddel Ghassi, genoegzaam dezelve on reedelijk„ „heid plaats had, want dat de Engelsche Gomastak, in de factorij te saam Gendsj: verbliff houdende, toen hij te wee„ „ten kreeg dat der voor reekening van de Hollandsche Comp:, gelden op Leverandien van Lijnwaaten, waren verstrekt, den 4„e van de Bengaalsche maand Teeth„n in alle de daar om streek s: leggende plaetzen zoo wel, als daar de Gomastats van 's Comp„s Leveranciers zich ophielden, bij Tromslag had laaten bekind maaken, dat de weevers geen stuk Lijnwaat aan vreemde kooplieden zouden hebben af tee geven al meede onder dreigement van Zwaare straf of Boete in het verbieden aan de Pallaals, Pijkaars en weevers van eenige omgang of onderhandeling met on„ Ze Comp„s Gomastaks. — § 58. Hoe men nu deze klachten ook had te beschouwen, daar uit kon niet anders worden opgemaakt dan dat, op die wijs, de voorige beletzelen waar over zoo meenig maal gedoleert „het afkondigen van een advertissement daar teegen door en in 1775. Eenig redres erlangh was, door de toenmaalige Hooge Regeering te kalkatti, der vergadering om den Zacht„ „sten weg inte slaan, merkte met mij aan, dat men ze dien„ „de te neemen in den zachbisten, zin en die procedures, voor eerst zoo uit te leggen, dat ze weinig of geen aanstoot kon„ geven: derhalven droegen wijze, na de omstanden des zoo voor met te supponeeren, dat mogelijk in alle de tijds. waat quartieren /:want in sommige daar men te markt quam door anderen, als eige onderhoorigen van de Comp:, of daar, door Engelsche Agenten, aan den een of ander faveur werd bewezen, ging het wil en daar hoords men geen klach„ te:/ niet was afgekondigt de getroffene vreede tusschen ide de Vallen en daat over zulx„ daar van, uit stout„ gheid van den een of anders misbruik wierd gemaakt, verzoek dat die afkondiging, als noch mocht gevolg nen na het voorbeeld van 1775. tevens gepubliceert worden, de begeerte van Mijns Heeren van den Hoogen Raad, dat niemand van derzelver onderhoorigen, de zes„ „pective inzaamen van de Compagnie zal mogen beletten ƒ aftegeeven
English
209 or prevent, under such penalties as Their Excellencies should judge serviceable for the promotion of the intended purpose. § 59. Whether the Gentlemen of the High Council had indeed already ordered their Commercial Council to conduct an inquiry into the aforementioned complaints of Mr. Herklots etc., or whether Their Honors suspected that this cord stood to be publicly touched against their will and matters thus brought again into such dispute and dissension-causing circumstances as existed before the year 1775; before our second departure for Calcutta /: see paragraph 44 :-:/ Mr. Herklots handed us a letter written to him on 2 August by Secretary Hay, in the name of the assembly, in reply to his separate letter written to His Excellency the Governor General Macpherson on the 9th of the preceding month of July, whereby see appendix No. 18 it appeared that the aforesaid complaints had been sent for investigation to the President and Members of the Commercial Council, with information at the same time of the intention of the Government that the trade of the Dutch should in all respects be continued in the very same manner as took place before the beginning of the latest war. We therefore gave notice at the conclusion of this second Memorial of the receipt of this letter, with the representation that since the investigation of complaints had repeatedly been found to serve no other purpose than to delay matters and, as it were, to give another appearance, we should be obliged to the Gentlemen of the High Council for the public proclamation of this their intention and desire, since that would be of immediate effect, whereas the investigation would be in vain. § 60. Next to the freedom and security of commerce, having taken into consideration for the establishment of substantial and lasting happiness among us the introduction of a suitable form of government on the one hand and acknowledgment of the supreme power on the other, we proceeded to the drafting of the third Memorial for the attainment of a regular jurisdiction over our inhabitants in civil or burgerly legal matters. § 61. To add weight to this point, I could in the description thereof appeal in no more fundamental manner than to the contents of the Farmans successively granted to the Dutch Company by the Emperors of Hindostan, with the relative princely Nishans, Hasb-ul-hukms, and Sanads pertinent thereto, at Surat as well as in Bengal, in order to maintain that these, according to their form and meaning, imply nothing less than the right of citizenship and allegiance to the Hindostan Empire, without being bound to other than national laws or the Company's orders, and for which right, beyond the toll, we owe nothing else to the Lord of the land than the payment. 211 that natives of the country, such as manjhis and rowers, also peons as supervisors of vessels, for stealing the cargoes thereof, have after prior investigation been punished before the gate of our lodge in the presence of delegates from the Moorish Adalat or the court of justice of the neighboring Hughli Faujdar, by having the nose and ears or the hand cut off, or else some other mutilation of their limbs, and thus we can prove therewith that, in a certain sense, there has always been, more or less, our own administration of justice even over the natives of the country; but as it was unnecessary to show all this to the English gentlemen, and it is only remarked by me in passing in order to weave briefly into this report that to which the Company is entitled here, the commission entrusted to us regarding this article simply dictates making a representation concerning the so-called Moorish grounds in Chinsurah and how much it were to be wished, for the prevention of dissensions, that these also were placed under the Company's jurisdiction, so far as civil law is concerned. § 64. To that end, in the drafting of the third Memorial, I have endeavored to demonstrate with all possible clarity and accuracy how the matter stands in this regard, and how the Company actually acquired a certain sort of legal compulsion over the ryots or inhabitants of Chinsurah, particularly to prevent such disagreeable consequences as arose from the persecution of the same, especially the Company's merchants, before the court of the subahdar or his deputy, the neighboring Hughli Faujdar, under which sort of administration of justice regarding our dependents many vexations, false accusations, and other irregularities were committed, which exposed the parties themselves either to extreme duress, or the Company through these actions to very many inconveniences, all in contravention of what has been enacted by the sovereign or the Emperor regarding jurisdiction in the Farmans, containing among other things that whereas difficulties and complaints had repeatedly arisen concerning and with such as were the Company's debtors or dependents, who, either in person or through their wakils, were drawn before the court of the subahdar upon one pretext or another, whereby the Company found itself disappointed in its recourse against them, as the actions were then kept pending or left unsettled, not without much hindrance to the progress of the Company's business; all these practices are most expressly forbidden, even with the order to surrender all refugees or concealers without distinction upon the slightest complaints thereof and in general to do good justice, which orders have been continually repeated in the Sanads of the respective Nawabs.
Dutch transcription
209 of verhinderen, onder zoodanige panaliteiten, als Hunne Exceltentien, tot bevordering van het bedoelde einde diens, „tig zouden oordeelen.. § 59. Het zij nu dat de Heeren van den Hoogen Raad, in„ „derdaad kunne Commercie, Raad bereets hadden gelast om na de voorm: klachten van den Heer Herklots onder„ „zoek te doen etc„a, hoet zij dat Haar wel Edelens vermoede, dat deze snaer, tegen Haars zin; publieks geroerd en de zaa„ ken dus weder in zulks tuist, en oneenigheid verwekkende omstandigheeden, als voor het Jaar 1775, gebracht ston„ „den te worden ; voor ons twee de verstrek naar kalkatte /: vi„ de pan: 44:-:/ Htetde de Heer Herklots ons ter hand een, onder den 2. Augustus door den Secretaris Haij, aan zijn E: geschreevene Brief, uit naame van de vergadering, in antwoord op zijne aparte aan zijn Excell: Den Heer Gou„ neur Generaal Macpherson op den 9. der voorgaande maand Julij geschreeven, waar bij vide bijl: N„o 18. bleek, dat de voorsz: klachten, ter onderzoek, waren gezonden aan den President en Leeden van de Commercie Raad, met for matien tevens van de intensie van het Gouvernement, dat de Handel der Hollanders, in allen opzichten, de voortgezet, op die zelve wijs, als dat plaats had voor het begin van den Iongsten oorlog. wijl gaven derhalven aan het stot dezer tweede Memorie kennis „wegens de ontvangst van deze brief, ondervertooning, dat nadien het onderzoek van klachten meermaals bevonden was; nergens anders toe te dienen, als om de zaaken te vertraagen en, als het waare, een andere schijn te geeven, wij de Heeren van den Hoogen Raad verplicht zouden zijn voor de publieke afkondiging van deze Haare intensie in begeerte, wijl die van daadelijk Effect in het onderzoek te vergeefsch zoude zijn. § 60. Naast de vrijheid en vriligheid der koophandels, tot de vestiging van wezenlijk en bestending geluk, by ons in aanmerking zijnde gekomen de invoering van een ge„ schikte Regeerings form aan de eene en erkentenis der oppermacht aan de andere zijde, traden wij tot de instel„ „ling der derde Memorie ter erlanging van een reegelmaa„ „tige Surris dictio ovarronze Ingezeetenen in Burgurlijke f curle Rechts zaaken... §61: „ om dit point, kracht bij te zetten, hebbe ik mij bij de be„ schrijving van dien op geen fundamentaaler wijzen konnen beroepen dan op den inhoud der aan de Nederlandsche Comp: successive, verleende Firmaans van den keizers van Hin„ „costan, met de daar toe relative princelijke Nisaans, Has„ „bul Hokkoms, en senneds, te souratte zoo wel als te Bengale, om te beweeren dat dezelve na haare form en mee„ ning, niet minder insluiten dan het Recht van Burger schap en onderhoorigheid tot het Hindostansche Rijk, zon„ der, aan andere als Nationale wetten of Comp„s bevelen, gebon„ „den te zijn en voor welk Recht, we buiten den Tol, aan den Heer van het Land niet anders verschuldigt zijn dan de was betaaling . . 211 dat in boorlingen van het Land, gelijk Manzies en Roeijers item Pions als opzienders van vaartuigen, wegens het bes„ „steeten der Ladingen van dezelve, met neus en ooren, of de hand afte snijdens, dan wel eenige andere verminking haa„ zer Leedemaaten, na voorgaande onderzoek, ten bij wezen van Gecommitteerden uit den Moorschen Adalet, ofte het Ge„ „rechtshof van den nabuurigen, Hoeglischen Fausdaar, voor de poort van onze Loge zijn gestraft geworden en dus „daar meede konnen bewijzen, dat er, in zeekere zin, altoos een eige gerichts oeffening, min of meer, zelfs van 's „Lands in boorlingen: plaets gehad heeft: maar gelijk dit „een en ander onnodig was te vertoonen aan de Heeren En„ „gelschen, en door mij maar, en passent, geremarqueert, word, om het geen waar toe des Compagnie hier gerechtigd is in het kort bij dit bericht in te vlochten, de Commissie ons „wegens dit articul op gedragen, dicteerd eenroudiglijk, een vertoog te doen over de zoo genaemde Moorsche gronden in sin Iura en hoe zeer het, ter voorkooning van oneenighee„ „den te wenschen ware, dat die ook onder 'sComp s Iurisdic„ „tie gesteld wierden; zoo verre het civil of Burgerlijk Recht: aangaat. — §. 64. Tot dat einde hebbe ik, bij de instelling van de der„ „de Memorie, met alle mogelijke klaarheid en naukeu„ „zigheid trachten aan te loonen, hoe het daar meede gelegen is, en hoedanig de Compagnie eigenlijk verworven heeft een Zeeker soort van Rechtsdwang over de Raijiets of ingezee„ „tenen van sinsura, in zonderheid, ter voorkooming van zulke onaangenaame gevolgen, als ontstonden uit het persecuteeren van dezelven, inzonderheid 's Comp„s kooplie„ „den voor de Rechtbank van den soubak ofte zijn gemach„ „tigde, de mabuurige Hoeglische Fausdaar onder welke soort van Rechts oeffening, omtrent onze onderhoorigen, veele vexatien, valsche accusatien en andere ongeregel„ „heeden gepleegt wierden, welke Partijen zelve, of aan de uiterste dwang, of de Comp: door deeze actien, aan zeer veel ongelegenheeden blootstelde, alles in contraventie van het geen, door den souverien, ofte den keizer; nopens de Iurisdictie, bij de Firmaans gestatueerd is, onder anderen behelzende, dat vermits er meenigmaal moeije„ „lijkheeden en klachten waren ontstaan over- en met zoo, „daanigen als comp„s Debiteuren of onderhoorigen waren, die, of in persoon, of door hunne wakkiels, op het een of ander pretext betrokken wierden voor den Rechtbank van den soubak, waar door de Comp: zich te leur gesteld vond in haar Regres op dezelve, wijl de actien dan sleepende gehouden, of onafgedaan gelaaten wierden, niet zonder veel verhindering aan den voortgang van 's Comp„s zaa„ „ken; alle deze Practijcquen wel Expresselijk verboden zijn„ met bevel zelfs om alle vluchtelingen of versteekelingen„ zonder onderscheid, bij de minste klachten daar over, uit te leveren en in het generaal goed Recht te doen, welke bevelen, bij de senneds der Respective Nawass geduurig nd. tenen herhaald
English
repeated and very clearly stipulated, among others, in the sanad of 1766, which, together with the tribute paid to Najm-ud-Daulah, as mentioned, cost the Company over half a lakh of rupees, are expressed in these words: that whenever any servant of the Dutch Company, or paikars, secretly bring or transport on the Company's ships any other goods than those of the Company, and the kotwal of the Company, whom they call fiscal, catches or overtakes such people in the act, none of the officials or agents of the country shall be allowed to protect such people, or permit any goods to be bought or sold without the prior knowledge of the Company. Also that, after the extension of 1766, the faujdar of Hooghly or his dewan, or any other of the country's officials, shall not be permitted to levy any fines from the inhabitants of Chinsurah, Mirzapur, and Baranagar, as belonging under the Dutch Company, or inflict any violence upon them, nor send their servants to apprehend any of the ryots and bring them to the durbar; but they must leave all matters that arise to the decision of the Dutch director, who also, as often as the faujdar causes a complaint to be lodged against one or another, shall properly investigate the matter. Paragraph 65. Although this notoriously includes a jurisdiction or legal authority over the inhabitants of Chinsurah, who are known by the name of ryots, this nevertheless extends, as said, no further than in the case of civil or municipal lawsuits, under which therefore no criminal offenses of whatever name are to be understood; indeed, examples are to be found in the Company's papers that residents who, in their opinion, were punished too severely by being sentenced to fines, have complained by way of appeal to the faujdar or even to the nawab himself, and that the extension of jurisdiction or the assertion of criminal punishment or protection of criminals belonging to the judicature of the lord of the country has produced unpleasant difficulties. The most recent cases that occurred can be found in the secret resolutions of 1769, 1770, and 1778, which I mention here only because in the first-mentioned year, on the occasion of a certain commission of the undersigned to the Nawab Muhammad Reza Khan, then at Calcutta, that prince, when what the sanad of 1766 dictated was presented to him, namely the adjudication of native legal cases by the director, made it known that the right of that native had not thereby been given away to be able, if he considered himself wronged thereby, to take refuge with his natural prince and lord, for the nawab always was and remained supreme judge over such persons; so that when one weighs and considers it properly, it is not actually a ceded right, but a fief and not an absolute right, which therefore also frequently gives rise to disputes when matters are to be decided concerning people living not on Company ground but on Moorish ground within Chinsurah, of which the nature and circumstances are turned and twisted according to whether the plaintiff or defendant deems that to agree with their interest. Paragraph 66. In the memorandum dealing with this, I gave a broad definition thereof and showed that among those who inhabit Moorish grounds within our village are included Mughals and Armenians as well as Muslims and Hindus, also subjects of the Company, Europeans and Fringis, or so-called Black Christians, and what distinctions there thus are in the recognition of the Company or the lord of the country, both in the payment of tolls and dues and in the conduct of their commerce under the name of pattadars, or those who are not such and generally carry on a far more extensive trade and business than our so-called dependents; storing all their merchandise within our colony, importing and exporting everything without paying any dues to the Company as possessor of the village named Chinsurah; alienating or selling their real estate and property at their pleasure without agreeing or settling with anyone other than the haldars, or ground leaseholders, for what is called the lord's dues; besides also in case of judicial or other legal interpellations, which all yield us no right or authority over the unlawful, but on the contrary difficulties and disputes. Paragraph 67. On that account now, or in order to bring this point of jurisdiction onto such a suitable and uniform footing as could in the future make all quibbles or quarrels cease, the repeatedly mentioned third memorandum was concluded by proposing for consideration to the gentlemen of the High Council at Calcutta the cession of those grounds in Chinsurah which are called Moorish, or generally the cession of the entire village with as much land in and around the same as, according to the plan made thereof in 1778, could conveniently be placed under the Company's jurisdiction, and that under the stipulation regarding the exercise of justice, that that of non-Christians in general, as far as criminal matters are concerned, naturally remains with the nawab or his representative, and to the Company shall be left the civil and criminal adjudication of all Armenians and other Christians, as well as of subjects of our Republic and servants of the Company, who are therefore also accountable to it for their ground rents and other dues, whereas against this, this assembly would guarantee the payment and accounting of that portion of the tolls and ground rents, etc., which, after a fair arrangement to be made thereon, should be found to be due to the government or the country.
Dutch transcription
212 herhaald en zeer duidelijk geclausuleert, onder anderen, in de senned van 1766, die met de huldegift aan Nedjemud Doula; als gezegt, de Compagnie, over het half Lak Ropijen gekost heeft, uijtgedrukt zyn met deze bewoording dat wanneer eenige Bediende van de Hollandsche Com„ „pagnie, ofte Pijkaar, op Comp„s scheepen eenige an„ „dere goederen, als die van de Comp:, Sluiksgewijze bren„ „gen of vervoeren, en de kootwaal van de Comp:e /: die zij Fiscaal noemen:/ zulke lieden op de daad betrapt, of agterhald, geene der Amptenaaren, of Agenten van het Land, dergelijke volk, zal mogen protegeeren, of toelaaten, dat er, buiten voorkennis van de Comp„e, eenige goederen gekocht of verkocht konnen worden. — Dat ook /: na de ampliatie van 1766:/ de Hoeglische Fausdaar of zijn Dewaan; of eenige andere van 's Lands officianten, van de Inwoonders van sinsura¬ Merziapour en Beranegger, als onder de Holland„ „sche Comp„e gehoorende, geen Boete zal mogen neemen ofte dezelve eenig geweld aandoen; dan wel hunne Be„ „dienden zenden, om deze of geene der Raijitste ap„ „prehendeeren en naar den Derbaar te brengen; maar alle zaaken die er voorkomen, moeten overlaaten aan de decisie van den Hollandschen Directeur, die ook, zoo dikwils als de Fausdaar, over den een of ander laat klagen, de zaak behoorlijk zal moeten onderzoeken. §65. Hoe wel dit nue notoir includeert een Jurisdictie of Rechts dwang over de Inwoonders van sinsura, die bekend zijn onder den naam van Raijits, gaat dit echter als ge„ „zegt niet verder dan in cas van Civile of Burgerlijke Rechts k zaaken, waar onder derhalven geene Crimineele delicten hoe genaamt te begrijpen zijn, zelfs zijn erbij 's Comp„s pa„ „pieren voorbeelden te vinden te virden dat ingezeetenen, „die na haar opinie, door het bekeuren in Boeten, te zwaar gestraft zijn, bij weege van Appel zich aan den Fausdaar of wel aan den Nawab zelfs geklagt hebben en dat de uit„ breiding van Iurisdictie of het sustineeren van Criminee„ „le straf oeffening of protexie van Misdaadigers, gehooren„t „de tot de Iudicature van den Heer van het Land onaange„ „naams moeijelykheeden hebben op geleverd. De Jongst ge„k „exteerde gevallen, kan men vinden bij de secreete Resolutien van 1769. 1770. en 1778. die ik hier alleen aan stip om dat, in het eerstgem: Jaar, ter gelegenheid van zeekere Commis, it„ „sie van den ondergeteekende aan den Nawab Mlahommed 't Rezachan, toen te kalkatta, die vorst, wanneer Hem ee wierd voorgesteld het geen de senned van 1766. dicteerde„ naamelijk het beoordeelen van Inlandsche Rechtszaaken door den Directeur, te kennen gaf, dat daar door niet was in„ weggeschonken het recht van hen Inboorling, om zoo hij ziche daar by verongelijkt oordeelde, tot zijn natuurlijke vorst en en Heer zijn toevlucht te kunnen neemen, want dat de Nawab altoos, over de zoodanige was en bleef opperrechter; s hik„ zoo dat wanneer men het wel wikt en wegt het eigenlijk ind Rechts afgestaan 213 afgestaan Recht, maar een Leen en geen onbepaald Reekt is, dat dus ook meermaals verschil opleverd wanneer 'er zaaken te beslissen zijn over Luiden niet woonende op comp„s maar op Moorsche grond binnen Sinsura, waar van den aart en omstandigheeden gewend en gekeerd wor„ „den na maate klaager of Beklaagden dat met haar be„ „lang oordeelen over een te koomen. 166. Bij de Memorie, hier over handelende, hebbe ik daar van een breede diffinitie gegeven en vertoond, dat onder de zoodanigen; als binnen ons Dorp Moorsche Gronden be„ „woonen begreepen zijn Mogollers en Armeniers zoo wel als Muzulmans Hindoes; ook onderdaanen van de Comp„e Europeeschen en Fringies, of zoo genaamde Zwarte Christe, „nen, en welke distinctien erdus zijn, in het erkenen van de compagnie, of den Heer van het Land, zoo in het betaalen der Tollen en gerechtigheeden, als het drijven haarer koop„ „handel, onder den naam van Pattak daris, of de zoodani, gen als dat niet zijn en over het algemeen genomen een vrij uitgestrekter Negocie en omslag hebben als onze, zoo ge„ „naamde Onderhoorigen; binnen onze Colonie alle hunne koopmanschappen opslaande; alles in en uitvoerende, zon„ „der eenige gerechtigheid aan de Compagnie, als Bezitter van het vlek, genaamd sin sura, te betaalen; haare vaste goederen en Eigendom na haer welgevallen veralieneerende of verkoopende, zonder met iemand als de Haldaars, of Grondpachters, te convenieeren ofte transigeeren voor het geen men s' Heeren Gerechtigheid komt te noemen; behalven noch in cas van R: a: of andere gerechtelijke interpillatien, die alle, ons geen Recht of gezack over onwettigen, maar ter contrarie moeijelijkheid en deelen opleveren. — §67. uitdien hoofde nu, of om dit point van Iurisdictie te brengen op een zoodanige geschikten en eenpaarige voet als in den aanstaande alle cavillatien of brouilleren konden doen cesseeren, is de meerm: derde Memorie beslooten, met de Heeren van den Hoogen Raad te kalkatte, in consideratie te geven de afstand van die gronden in sin sura, welke Moorsche genoemd worden; of Generalijk de afstand van het geheele vlek met zoo veel grond in=en omstreeks het zelve, als na het in 1778. daar van gemaakte Plan, gevoegelyk onder 's Comp„s Iurisdictie gesteld kon worden, en dat onder „bepaaling van het stuk der Rechts, oeffening, dat die der„ onckristen in het algemeen, zoo veel het Crimineele aangaat, naturerlijk verblijven aan den Nawab of zijn Representant en aan de Comp„e overgelaaten zal worden de Civile en Criminee„ „le berechting van alle Armeniers en andere Christenen, even als van onderdaanen onzer Republiek en Dienaaren aan de Compagnie, dus ook aan dezelve verantwoordelijk zijn„ „de voor haare grondpachten en andere gerechtigheeden, waar en teegen deze vergadering, zou Caveren voor de betaaling en verantwoording van dat gedeelte der Tollen en Grondpach„ „ten ensz:, welke, na eene daar op te maakene billijke schik„ king bevonden zou worden het gouvernement of te het Land geen daar
English
to appear therein, consequently with power to keep everyone who then belongs under the Company to their duty, to import into or export from Chinsurah no merchandise except upon the Director's dastaks, and not to be allowed to sell, mortgage, or alienate any of their movable goods, except in satisfaction of what shall have been established thereupon at the toll, as a reasonable recognition for the country; and finally, to be able to proceed and cause proceedings to be taken against the offenders, in accordance with the laws and customs; in such manner and form as has always taken place with respect to our subordinates, whether through domestic corrections, pecuniary fines, or otherwise, and thus has no other exception than that which is called capital crimes, or is understood under corporal punishment. All this, as the conclusion of the Memorial dictates, with the Nawab's concurrence and license. No. 8. Now I take in hand the contents of the fourth Memorial, framed for claiming compensation for damages for the Company and for private individuals on account of the taking of the bark Constancia and the panciallang Het Geduld in the Strait of Dryon in 1783, by Robert Geddes as captain commanding the private English ship the Nonsuch twelve days after the appointed cessation of arms in India. § 69. Alongside the same, we have submitted the account drawn up here and delivered to us, according to which the vessels, with their cargoes and dependencies, cost the Company f 73477:6:—, that which was received back amounts to f 36433:19:8, and the deficit is 27701:5:—, besides the cost of various provisions that became mixed together and cannot be accurately verified, with which the actual damage comes to amount to f 31782:13:8; or with the cost of a vessel purchased at Trengganu for the transport of the prisoners of war to Malacca, wrecked on the voyage thither, to the amount of one hundred Spanish reals, or 5670:—:—; to which is added the known amount of damages suffered by private individuals, likewise claimed, of Rixdollars 3615:8: or 6157:10:8; thus the one with the other sums to f 43010:4:—, making Sa. Rds. 34408:2:1/25 in specie, of which we have requested payment for everyone in particular, and have also reported that, besides the aforementioned statements, there were still delivered at Malacca by the Shahbandar to Captain Geddes the accounts of what was lost by Captain Tonger Abo, the Mates Plaat and Van Velp, item by Aron Willemsz, Boatswain's Mate, Jacobus Godfried, Sailor, and one Jan Rommel as Bookbinder, sent from Batavia to Malacca with the bark Constancia, and that according to a letter from Captain Geddes, written both to the Lord Governor and to the Shahbandar, each in particular, the same seemed to be subject to exceptions, the legality or illegality of which costs would be decided here in Bengal. The submitted proofs are noted on the Memorial, and it forms No. 20 of the annexes hereto. § 70. Before the delivery of this Memorial, properly on 30 August 1785, as shown by annex No. 26, the ship the Constancia arrived meanwhile from Batavia in the Ganges. We immediately gave notice thereof to the High Council, as shown by the copy of the letter under No. 21, dated 23 August, and requested that, upon that part of our first Memorial regarding the countermanding of the orders concerning the stopping of vessels which must proceed to Chinsurah with the unloaded goods, favorable reflection might immediately be cast and such disposition made as the weight of the matter required, so that the laden vessels might freely and unhindered continue their up and down voyage in the Company's service, free from all unlawful hindrance. § 71. Also received at Chinsurah was an answer from the Gomastahs of Badaul, Jagannathpur, and Malda to the orders of their masters, the suppliers Babu Joggo Mohun Ghose and company, to dispatch a knowledgeable and capable man to the English Chief at Malda, in order to speak with that gentleman about the complaints noted previously under paragraph 57 hereof and to settle matters; which kind of man the Gomastahs report that they had not been able to find, and that it would take another 2 to 3 days before that order could be carried into execution. Meanwhile, the Gomastah of the lodge at Shyamganj, by order of his master, Mr. Charles Grant, Chief at Malda, had caused very much mischief: on the 18th of the month of Aswin, a Havildar and six common sepoys had appeared before the head of the provincial kachari of the aforesaid district, and had reproached him concerning the granted license for setting up a lodge for the Gomastahs, with orders to forbid him from purchasing linens and to make them break up again. Against this, the head of the kachari had resisted, in such manner as may be seen more fully in the copy of the translation of the aforesaid letter from those Gomastahs, No. 22; and the Gomastahs themselves were thereupon, in the name of their master, forbidden to provide themselves with a washing or bleaching ground, to employ bleachers, and to buy linens, without explicit permission from the English Company, against which they had opposed themselves with blunt words, denoting in substance that they ignored such a power as that with which Mr. Grant caused action to be taken against them. Seven bleachers to whom they had given money, and who were with them in their lodgings, were carried away, and they themselves were forbidden to erect any furnaces for boiling the linens, under threat that if they did so the same would be destroyed, keeping the bleachers in prison. On all sides they were encircled.
Dutch transcription
214 daar in; te compateeren, overzulx met macht, om een ieder die dan onder de compagnie behoord, te houden tot zijn plicht, va geen koopmanschappen in of= uit sinsura te voeren, dan op des Directeurs De steks en geene hunner roerende goe„ deren te mogen verkoopen, verbanden of veralieneeren, dan in voldoening van het geen daar op een op de Tol, als een bil„ „lijke Recognitie voor het Land, vastgesteld zal zijn; en ein„ „delijk om tegen de contraventeurs, overeenkomstig met de worten en gebruiken; te konnen doen en laaten procedeeren; „zoo=en in dier voegen als nopens onze onderhoorigen, het zij door Huisselijke Correctien, pecunieele amenden als ander„ zints steeds plaets gehad en dus geen andere uitzondering heeft, als het geen men Capitale delicten noemt, of onder het Lijfstraffelijke worden begreepen. Het een en ander, gelijk het slot van de Memorie dicteet; met 's Nawabs concurren„ „tie en Licentie. — N6. 8. Nu neem ik ter hand den inhoud van de vierde Memo„ „rie, ingericht tot het Eisschen van schaade vergoeding voor de Compagnie en voor particulieren mits het neemen van de Bark Constancia en Pantsjalling het geduld, in straat Drioens: en 1783, , door Robert Geddes als kapitein voerende het particulier Engelsch schip the Nonsuch twaalf dagen na de bepaalde stil stand van waapenen in Indien. — § 69: Nevens dezelve hebben wij ingediend de ons ter hand gesteld, alhier opgemaakte Reekening, volgens welke de vaartuigen, met haare Ladingen apen dependentie, de Comp e kosten ƒ 73477:6:— het terug, ontvangene monteerd ƒ 36433:19:8: en het te kort gekomene 27701: 5:-: buiten het kostende van dieverse, door malkander vermengt geraak„ „te en niet naukeurig na te gaan zijnde Provisien, met de wel „ke, de eigenlijke schade komt te beloopen - - ƒ 31782: 13: 8. ofte met het kostende van een te Pringano in„ „gekocht vaartuijg ter overvoer van de krijgsge„ „vangenen naar Malacca, op de derwaerts rei„ „ze verongelukt, ten emparte van Hondert spaansche Reaalen dan wel . . . . . . . „ 5670: —: — waar bij gevoegt, het tevens gereclameerde bekende bedragen van door particulieren geleedene schaaden met Rijxd„s 3615:8: of - - 6157: 10: 8.— zoo sommeert het een met het ander - - - ƒ43010: 4: uijtmaakende s„ R„ds 34408: 2: 1/25. in specie waar van wij, voor een ieder in het bij zonder betaaling: verzocht en tevens ge„ „meld hebben, dat buiten de ged: opgaven, te Malacca door den Sabandhaar, aan Captein Geddes noch waren ter hand „gesteld, de Reekeningen van het verloorene door Capit„n To„ „ger Abo„ de Stuurlieden Plaat en van velp, item van Aron „willemsz: Schieman, Iacobus Godfried Mattroos en eenen Ian Rommel als Boekbirder, van Batavia naer Mallacca gezonden met de Bark Constancia en dat volgens een Brief van Captein Geddes, zoo aan den Heer Gouverneur als Sabandhaar ieder in het bij zonder geschree„ „ven, dezelve subject scheenen te zijn aan exceptien, welkers kosten wettig 215 wetig of onwittigheid hier in Bengale, zouden worden bes„r „slust. De overgegeeven Bewijzen staan op de Memorie be„ „kend en ze komt de 20„e N„o van de bijlagen dezes uit te maa„ §70. —. Voor de overgave van deze Memorie, eigenlijk op den 1 30: Aug„s 1785. uijtwijzens bijlage N:o 26. –, arriveerde mid„ „delerwijl van Batavia het schip de Constancia in de Gan„ „ges. wij gaven daar van direct aan den Hoogen Raad Ken„ „nis, uijtwijzens Copij van de Brief onder N„o 21, gedateerd 23. Aug„s en verzochten, dat 'er, op dat gedeelte van onze eerste Memorie, ter contramandatie van de ordres, nopens het doen „aanleggen van vaartuijgen;, welke met de ontloste goederen, „waar sin sura moeten daadelijk een gunstige reflexie mocht worden geslagen en zoodanig gedisponeert, als het gewicht „derzaaken vereischte, op dat de beladene vaartuigen, vrij en onverhinderd haare op=en eefreis konden voorzetten in 's Comp„s dienst vrij moekt zaaken van alle onwettige verkin„ 1. 7b. ook was te sinsura ontvangen een Antwoord van de Gomastaks van Baddaal, Iagernaatpoer en Malda op de ordres van hunne Meesters, de Leveranciers Baboe Jog„ goe Mohun goos C: Sij tot het afvaardigen van een kundig en bequaam man aan het Engelsch opperhoofd te Malda„ om, over de te vooren sub par:t 57. dezes genoteerde klachten met dien Heer te spreeken en de zaaken te schikken hoedanig een Man de Gomastats melden, dat zij niet hadden konnen dering. ken. vinden, en waarom het nog wel 2 â 3. dagen zoude aanloopen, eer die order kon ter uitvoer gebracht worden. Ondertusschen had de Gomastak van de Logo te saamgendsj, op order van zijn Meester de Heer Charles Grant, opperhoofd te Malda &en seer veel onheil berokkerd: op den 18. van de maand Sah„ „win, waren een Haweldaar en zes gemeene sipahis verschee„ „nen bij het hoofd van de Provinciale ketsjerie van het voorsz: district, en hadden hem gereprocheert over de verleende li„ „certie tot het opslaan van een Loge voor de Gomastahs, met last hem te verbieden het inkoopen van Lijwaaten en om hun weder te doen opbreeken. Hier tegen had het hoofd van de kets„ „jerie zich verzit, in dier voegen als bij Copij van het Trans„ „laat der voorsz: brief van dien Gomastaks N„o 22. breeder te zien is en de Gomastaks zelve waren, daar op, uit naam plaats van hunne Meester verboden, zich van een wasch /: of bleek veld:/ te voorzien, Bleekers te emploijeeren en Lijnwaaten te koopen, zonder uijtdrukkelijk verlof van de Engelsche Compag„ nie waar tegen zij zich hadden geopposeert met ronde woor„ den, in substancie denoteerende dat zij ignoreerden een Loo„ „danige macht, als waarmeede, de Heer Grant, tegen hen, „liet ageeren. zeven bleekers, aan welke zij geld hadden ge„ =geeven, en zich bij ken, in hun Logies bevonden, wierden weg „gevoert en zij zelven verboden, eenige fournuisen tot het op „kooken der Lijnwaaten op te rechten, onder bedreiging dat zoo zij het deeden dezelve zouden worden verbroken, de Bleekers in gevangenis houdende Aan alle kanten wierden zij om„ vinden cingelt
English
surrounded by guards and not a single weaver or Pykar could reach them. Nevertheless, services would be rendered if their masters could provide for this matter; otherwise, all the advance money would be lost. And on the 19th of Sawin, the English servants had seized seven Dallaals and Pykaars, arrested them in their factory, and released them again after having them sign a bond; regarding which the English Gomastah excused himself to these people by showing express orders to that effect from his master through various letters, among which was one of very severe content. This letter of complaint, dated the 24th of Sawin or the 6th of August 1785, handed to us by Mr. Herklots for the purpose of further representation, we enclosed in copy with our letter, and together with the last Memorial sent the translation thereof in English to the Secretary, Mr. Hay. We demonstrated to the Supreme Council, in our aforementioned letter of the 23rd of August, the imminent danger of suffering damages and repeated the request made at the conclusion of the second Memorial for an immediate proclamation of the parwana in the Aurungs, or all the weaving places, and also such an order as was most necessary for the promotion of the Company's affairs, and which, following the example of 1775, had also been requested in the aforementioned Memorial, the more so as the complaints appeared to be well-founded, solely on the lack of permission for an unhindered continuation of the Company's trade; and that this, as well as the requested order to the Collectors, might be sent to us in copy during the negotiations, so that it could serve provisionally for the reassurance of this assembly. Section 72. The receipt of this letter was confirmed the following day, or the 24th of August, by a reply written to us by Secretary Hay by order of the Supreme Council, containing at the same time the communication that the Customs department had received orders to allow all vessels, without distinction, to pass freely up and down the river, without being searched or detained, with goods from or to the board of our ships, until the Council should have decided upon the questions previously submitted regarding the customs duties, and in the expectation that the Direction at Chinsurah will be pleased to deliver an authentic statement of the Patna ladings whenever requested, in order to determine from it the amount of customs duty that ought to be paid as soon as the percentages should be regulated. Of this provisional resolution, which gave some good prospect in case of careful consideration of our right and instances founded thereon, we gave notice to the assembly on the 24th of August, in such manner as the copy of Letter No. 24 shows. We also acknowledged the receipt of the aforementioned letter to Mr. Hay the following day, with expressions of thanks for the provisional license, requesting him to assure the gentlemen of the Supreme Council that the Director at Chinsurah would always be found ready to comply with whatever corresponds with justice and equity.
Dutch transcription
216 aingelt door wachters en Geen enkelde weever of Sykaar kon bij hen komen Nochtans zouden dienst verricht worden, in= „dien hunne Meesters, hier in, konden voorzien, anders, was al het voor uit verstrekte geld verlooren. e. op den 19. van Sawin„ hadden de Engelsche bedienden zeeven Dallaals en Pijkaars opgevat, in hunner Loge gearresteerd, en weder getargeert na het doen teekenen van een verbandschrift; waar omtrent de Engelsche Gomastak, zich, bij deze Lieden verontschuldigde met de vertooning van expresse ordres daartoe van zijn Mees„ „ter, bij differente brieven waar onder 'er een was van een zeer scherpe inhoud. Dit klacht schrift gedateerd den 24. van Sawin ofte den 6. Aug„s 1785. ons door den Heer Herklots ten fine van nadere representatie ter hand gesteld, hebben we bij onze brief in Copijt ingeslooten, en meet de laaste Memorie de vertaaling daar van in het Engelsch aan den Heer secretaris Haij gezonden. Wij vertoonde den Hoogen Raad, bij voorsz: on ze brief van 23. Aug„s het dreigend gevaar van schaaden te lij„ den en henhaalden ons aan het slot der tweede Memorie, ge„ daan verzoek, tot een onmaddelijke afkondiging van de breede in de Arrengs, of alle de weefplaetzen en tevens zoodanige een order, als ter bevordering van 's Comp„s zaaken hoogst nodig m en na het voorbeeld van 1775. ook bij voorsz: Memorie verzocht was te meerde klachten scheenen gegrond te zijn, en kel op mancque„ ment van verlof tot een onverhenderde voortgang van 's Comp„s Handel, en dat deze, zoo wel als de verzochte ordre op de Collec teurs, ons, staande de onderhandeling; mocht worden gezon den in copij, om bij provisie, tote gerust stelling van deze verga„ dering te konnen dienen § 72„ De ontvangst van deze brief wierd daags daar aan of te den 24„e Aug„s geaffinmeerd, bij een Antwoord, ter ordre van den Hoogen Raad; door den secretaris. Haij aan ons geschree„ ven vervattende tevens communicatie, dat het departement Tollen ordre s had, bekomen: om toete staan dat alle vaar„ tuijgen, zonder onderscheid, vrijelijk en zonder door zocht of aangehouden te worden, de rivier konden op=-en appasseeren met goederen van of naar boorde van onze scheepen tot dat de Raaden, de door een s voorgestelde vragjen, nopens den Tol zou bestist hebben en in voorwachting, dat de Directie te sin„ sura wel zal gelieven omr te leveren eene autenticque op gave van de Padong af Ladingen, wanneer daarom word gevragt om daar uit te farmeeren het bedragen der Tol welke betaald behoord te worden; zoo dra de proocentos gereguleert zouden zijn van dit provisioneel besluit, het welk eenig goed voor uit zicht gaf„ in Cas van aandachtige overweiging van ons Recht en daar op gefundeerde in stancien, gaven wij den 24. Aug„s ken„ „niss aan de vergadering, in dien voege als Copij van de Brief : N„o 24. komt aan te toonen:: . wij bedeelden ook daags daar aan de ontvangst van gem: Brief aan de Heer Haij, met b tuiging van dank voor de provisioneel Licentie; verzoekende de Heeren van den Hoogen Raad te willen verzeekeren, dat de Directeurte sin Sura altoos gereed zou worden gevonden tot voi„ doening aan het geen met de gerechtigheid en billijkheid over„ den een komstig .
English
accordance. § 73. A few days after this, namely on 31 August, we received in the evening a letter from the Gentlemen of the High Council themselves, dated the day before and containing, as Appendix No. 27 shows, an acknowledgment that the Memorials delivered to their Honours were of particular importance and required the most careful consideration, and an excuse that on that account the full deliberation concerning the same had not yet been concluded, but that it was nevertheless to be brought to a conclusion shortly; that their Honours, in order to show every attention and mark of favor to the Dutch Company consistent with their duty, had agreed to grant them seven hundred chests of opium for this year; having dispatched to Patna the necessary orders to supply the Dutch agents at Patna with such a quantity of unprepared opium as shall be required for the above-mentioned number of chests, at the price which was customarily paid before the recent war. Furthermore, that consideration had been given to the evidence sent to them by this assembly in support of the complaints concerning Ensign Morris and his associates in assaulting the merchant Verspijck and his wife and mistreating them on the public road, and that Morris, together with two other officers, had been placed under arrest and that an action had been instituted against them to be brought to trial before the court-martial; for which purpose the necessary order would be given, with the opportunity for the merchant Verspijck to present his representations in substance before that court, and further to submit such evidence as he should see fit in support of his complaints, which would subsequently be recorded in the registers of that court-martial; while he, Verspijck, if the outcome of the trial should not give him sufficient satisfaction, could at his own instance have an action initiated for the recovery of damages before the Supreme Court of Judicature at Calcutta against those who had offended him, on whose conduct the High Council, according to the nature of the inquiry, would pass judgment. § 74. The following day, namely 1 September, as per Appendix No. 28, we wrote in reply to this an acknowledgment of thanks for the order sent to Patna to have delivered to our servants there such an amount of unprepared opium as could make up the number of seven hundred chests for this year; we undertook to give notice of this directly to this assembly in order to be able to dispatch the necessary orders to Patna for the receipt of the juice. We promised to act in like manner with what had been communicated to us regarding what had occurred at Kalkapoer or Kasimbazar, not doubting that we would be enabled to provide the Council's answer to this point in the coming week, finding it beyond our power to report what was necessary on that matter from there, as it constituted no point in our instructions. § 75. Since the Chairman, Mr. Herklots, had now communicated to us by the private letter dated 29 August attached hereto under No. 29 the receipt of a letter from a Mr. Coates, styling himself Deputy Collector at Hooghly, along with which he had sent to his Honour the provisional order regarding the toll, verbatim as communicated to us as mentioned in paragraph 72, and by virtue of which he demanded from his Honour an immediate statement of the cargo brought in by the ship Constancia; a demand with which Mr. Herklots judged that, without our further answer, he could not comply; requesting that we should inquire whether the intention was that such a statement should be made now, or rather upon a further demand by the High Council, with whom alone, and not with those of the tolls, his Honour maintained that we have to do in the present case; so we answered Mr. Herklots beforehand that the meaning of the order was too clear not to perceive that this Deputy Collector, so to speak with a British readiness, was running ahead of himself, since one only needed to review the words attentively and examine the literal meaning of the same. At the same time, we received a packet that Mr. Herklots sent to us with another letter under No. 30, and in our aforementioned letter to the High Council we wrote of our desire to be favored as soon as possible with a final answer to our representations, as they were all in their nature, and each in itself, of such a character that without knowing how the Gentlemen might be disposed regarding the points presented, the Company's trade could not be carried on with any security, partly because of the rashness already occurring on the part of the aforementioned Deputy Collector, in contradiction to the granted orders, and without knowing what will be decided regarding the payment of the toll itself, namely whether we would have to pay it, as previously, to officers of the country's sovereign authority or to those of Fort William, regarding which above all any discrepancies or difficulties ought to cease, especially of such a nature as appeared to be the case from Patna, namely of wishing to assess the amount of the toll according to the greater or lesser value of the respective merchandise, notwithstanding that by the farmans the Company has been established once and for all to be able to suffice with paying no more than 2½ percent for import and export duties. § 76. We represented, therefore, how necessary it was to deign to give the promptest equitable consideration to our submitted representations; containing among others, just as strongly as regarding the opium, a decision on the request made concerning the saltpetre and the clearing away of such difficulties to which our piece-goods collection
Dutch transcription
217 eenkomstig is. § 73. Eenige dagen hier na, ofte den 31. Augustus ontvangen wij 's avonds een Broef van de Heeren van den Hoogen Raad zelve op daags te vooren, gedateerd en behelzende, gelijk st de Bijlage N„o 27. , witwijst een erkentenis dat de aan Haar wel Ed„s overgeleverde Memorien van bij zondere aangeleegenheid „waren en de naukeurigste overweeging vereischten en een ex„ =cus dat uit hoofde van dien, de volle deliberatie over dezelve noch niet was afgeloopen, dat echter, binnen kort, zijn beslag stond te erlangen; dat Haar wel Edelens om alle attencie en blijk van gun st aan de Hollandsche compagnie te bewijzen, bestaan baar met Haere plicht, overeen waren gekomen, om van Haar, voor dit Iaar, zeven hondert kisten Aftioen, toe te staan; naar Pattena hebbende afgevardigt de nodige ordres om de Hollandsche Agenten te Pattena te voorzien van zoodanige quantiteit on op bereide opi„ um als tot het boven gem: getal kisten zal worden vereischt, tagen de prijs: welke gewoonlijk, voor den Jongsten oorlog, is be„ „taald geworden. — voorts dat in overweging waren genomen de hen door deze vergadering gezondene bewijzen tot staaving der klachten over den vandrig Morris. C: S: in het aanran„ den van den koopman verspijck en zijn vrouw en het mishan„ „delen van dezelve op de publieke weg, en dat Morres nevens noch twee andere officieren in arrest was gezet en tegen welk actie was geinstitueerd, om voor den krijgsraad te recht geav„ „steld te woorden; waar toe het nodige bevel Zouworden gegeeven, met gelegenheid aan den koopman verspijck om zijne ver„ =toogen, in substancie aan dien vierschaar voor te dragen, en verder zoodanige bewijzen over te leggen, als hij, tot sta„ =ving zijner klachten goed zou vinden, welke vervolgens bij de Registers van dien krijgsraad aangeteekend zouden worden; terwijl hij verspijck, indien den uitslag van het proces hem geen voldoende satisfactie mocht geven, ter zijner instancie tot schaade verhaaling voor het Hooge ge„ „rechtshof te katkatte actie kon laaten intameeren tegen den geenen die hem hadden beleedigd, over welker gedrag de Hooge Raad, na den aart van de enqueste, zouden bon„ nissen. § 74. te schreeven 'sanderen daags, ofte primo September, erde bijlage N„o 28, hier op tot antwoord een dank erkentenis voor de ordre naar Pattena, om aldaar aan onze bedienden te doen afleveren zoodanig een tantum on op bereide opium, als een getal van zeven Hondert kisten, voor dit Iaar, konden uitmaaken wij namen aan hier van, direct aan deze vergadering kennis te geven ten einde tot ontvangst van het sap, de nodige ordres naar Pattena te konnen laaten afgaan. wij beloofden in zelver voegen te zullen handelen met het aan ons gecommuniceerde ten aanzien van het voorgavallene op kalkapoer ofte kassembazaar, niet twijf „felende of we zouden in staat worden gesteld, het Antwoord van den Raad op deze periode, inde naestkoomende week te bezorgen, het buiten ons vermogen, vindende van daar op met d het 218 het nodige te melden, als geen point uitmaakend van onze Iustructie § 75. Daar nu de Heer voor Zitter Herklots ons bij de onder N„o 29. hier nevens leggende particuliere missive de dato 29. Aug„s had gecommuniceert de ontvangst eenes brief van eenen M:r Coates, zich noemende deputij collector te Hoegli„ „neven dewelke hij aan zijn E: had gezonden de provisioneele or„ dre aangaende de Tol, woordelijk, zoo als zevide par: 72—; aan ons was gecommuniceert, en uithoofde van dewelke hij van zijn E: vorderde een onmiddelijke, op gave der aangebrach „te Lading van het schip Constancia; een instancie waar aan de Heer Herklots oordeelde, zonder ons nader antwoord, niet te konnen voldoen; met verzoek, dat wij ons wilden in formeeren, of de intentie was, dat zoodanig een opgaave, nu geschiedde, dan wel bij nadere vordering door den Hoogen Raad, met wien alleen en niet met die der Tollen, zijn E: sustineerde, dat wij, in het teegenwoordige geval, te doen heb„ ben, zoo antwoorden we, voor af aan den Heer Herktots dat den zin der ordre te duidelijk was om niet te ontwaaren, dat deze Deputij Collector, om zoo te spreeken met een Britsche vaardigheid, zich zelfs voor bij quam te loopen, dewijl men de woorden maer aandachtig, behoefden over te zien en na te gaan de letterlijke beteeken is derzelve we deeden ter zelver tyd addres erlangen een Paket dat de Heer Her„ klots, ons met een andere brief sub N„o 30 toezond en schree„ „ven bij voormelde onze brief aan den Hoogen Raad ons verlan„ gen, om hoe eer, zoo beter, begunstigd te mogen worden met finaal Antwoord op onze Representatien, als allen in haa„ „ren aart, en ieder op zich zelven van die natuur, dat zon„ der te weeten, hoedanig de Heeren nopens de voorgedragene pointen gezind mochten zijn, 's comp„s Handel met geen gerustheid kon worden voortgezet, eensdeels zoo om de reets voor komende voorbaarigheid van voorm: Deputij collector, in tegenstrijdigheid van de verleende ordres en zonder te weeten wat 'er zal worden, beslist nopens de betaa„ „ling der Tol zelve, te weeten of wij die zouden moeten doen, als voor heen aan officianten van 's lands oppermacht of aan die van het Fort william, waaromtrent voor aldiende te cesseeren alle discrepantien of zwaarigheeden, in zonder„ heid van zoodanige een natuur als uit Pattena voorquam het geval te zijn, van naamelijk het bedragen der Tol te wil„ =len schatten naer de meerder of minder waarde der respec„ „tive koopmanschappen, niet tegenstaande bij de Firmaans de Comp: eens voor al, gesteld is, te zullen konnen volstaan met, voor inkomend en uitgaand Recht, niet meer dan 2½ p„r C„o te betaalen. — § 76. wij vertoonden derhalven, hoe nodig het was van ten spoedigsten eene billijke refflexie te willen slaan op onze ingediende vertoogen; onder anderen, ook even sterk als om„ „trent de Afioen, vervattende eene beslissing van het gedaan verzoek nopens de salpeeter en het uit den wag ruimen ^waar aan van zodanige zwaarigheeden als a daan onzen Lijwaat gen inzaam
English
[illegible] and the danger to which the Company is subject, of not only suffering damage in the funds already laid out, but, what is most lamentable of all, possibly seeing itself deprived of the opportunity to send a ship or ships to Europe in coming November, as usual; all of which can be seen in greater detail in the already cited copy letter, under Annex No. 28, to which I otherwise take the liberty to refer. Section 77. After this was transacted at Calcutta, we set out again for this place on 2 September, with the intention of giving the assembly a verbal report of our experiences in the commission up to that time, in order to avoid more than the most necessary paperwork. We arrived here in the afternoon, and the next day, when we read to the assembly the successive Memorials and Letters submitted, together with what had already resulted therefrom, and expressed our apprehension that much time might yet elapse with the principal decision without achieving the true and actual objective, for one had to infer this both from the already cited Answer regarding the collection and accounting of the Toll, and concerning the allocation of the Opium, namely that with regard to the former they would place us under the obligation of having to receive the law of the English Government on that matter, and with regard to the latter that there seemed to be no possibility of obtaining an increase in the delivery of the annual quantity, much less the asserted own free collection, since they pretended that they could not deviate from their duty and even seemed to consider it a favor to the Company that an allocation of seven hundred chests of Opium was made this year, while it was uncertain what was yet to be expected regarding the saltpeter; we had the inexpressible pleasure of seeing our actions approved and commended unanimously by the assembly, with the testimony that the Memorials were found to have been drawn up with such emphasis and in such order as could ever have been expected; with acknowledgment and expressions of thanks for the zeal displayed thus far, requesting us to persevere therein to the end and to show all further possible zeal and care for the true freedom in the interest of our Lords and Masters. We promised to do our best to comply with this to the best of our ability, and set out again for Calcutta on 4 September. Section 78. Two days after our arrival we received a letter from Mr. Herklots, see Annex No. 32, to propose the resolution of the assembly to request one of the English Company yachts to wait upon the Honorable Mr. Designated Director Titsingh, who was then expected daily, to His Excellency the Governor-General Macpherson. This was effected
Dutch transcription
219 inzaam onderheevig en het gevaar waar aan de Comp„e sub„ schijnd te zijn om voormeerdering inde afleevering der Iaar„ „ject is, van, daar door, niet alleen schaade te zullen lijden „lijksche quantiteit veel mins den gesustineerden eige vrije in„ in de bereets uitgezette penningen, maar, dat aller be„ „zaam te obtigueeren, want dat men quasi voorwende niet klaagelijkst is, mogelijk zich verstooken te zien van de van zijn plicht te mogen afwijken en de Compagnie zelfs als gelegenheid om in November aanstaande, als na gewoon„ een gunst scheen too te reekenen dat er dit Iaar een toedee„ „te, schip of scheepen naar Europa te konnen verzenden; „bing van zeven hondert kisten Afioen gedaan was, onzeeker alles omstandiger te zien bij de reets geciteerde copij brief, „wat men noch had te verwachten aangaande de salpeeter; had„ bij lage N„o. 28 waar aan ik de vrijheid neeme mij overigens „den wij het vonuit spreekelijk genoogen van onze verrichtingen, te refereeren. — met eenparigheid van stemmen, door des vergadering geappro„ § 77. Nadat dit te kalkatta verhandelt was, begaven „beert en gelaudeert te zien, onder betuiging, dat de Memorien we ons den 2„e September weder herwaards, met intentie om, wierden bevonden ingesteld te zijn met die nadruk en in die „ter vermeiding van meer dan aller noodzaakelijkst schrijf„ order, als men ze immer had mogen verwachten; onder er„ „werk, de vergadering mondeling Rapport te doen, van ons we„ „kentenis en dankbetuiging van de tot dus verre betoonde iever„ „dervaaren tot die tijd in de commissie. wij arriveerden hier ons verzoekende van daar in, tot den einden toe te willen vol„ 's agtermiddags en 's anderen daags, wanneer wij de verga„ „hardens en alle verdere mogelijke zucht en zorg te toonen voor „dering, de successive ingediende Memorien en Brieven, met de waare vrijheid in het belang van onze Heeren en Meesters. het geen daar van bereets het gevolg geweest was, voorlazen wij beloofden ons best te zullen doen van hier aan na ver„ en te kennen gaven onzen beduchting, dat er met de princi„ mogen te beantwoorden en begaven ons den 4„e September weder „paale decisie mogelijk noch veel tijd zou verloopen, zonder naar kalkatta. het waare en eigenlijke oogmerk te bereiken, want dat men §. 78. Twee dagen na onze aankomst ontvingen wij van den zulx moest afneemen, zoo uit het reets geciteerde Antwoord Heer: Herklots aanschrijven, vide bij lage N„o 32. om het be„ aangaande de invordering en verantwoording der Tol, als we„ „sluit der vergadering tot verzoek om een van de Engelsche „gens de toedeeling der Afioen, naamelijk dat men nopens het compe Tachten, ter opwachting van den E E: Achtbaare Heer eerste ons onder de verplichting zal brengen van dien aan„ „Geologeert Directeur Titsingh , die toen dagelijks werd te „gaande de wet van het Engelsch Gouvernement te moeten ont„ gemoet gezien, zijne Excellentie den Heer Gouverneur Gene„ „vangent en ten anzien van het laatste dat er geen mogelijkheid „zaar Macphersoms vor te stetten. Dit bewerk stlligde schijnd 1
English
the day thereafter, or 7 September, when the High Council was assembled; sending to His Excellency the letter, as accompanied in copy under No. 33, we immediately received such a reply as we at once sent to Mr. Herklots, in order to know quickly that no such vessel was to be had, because the largest yacht down the river was awaiting passengers who were expected to arrive from Europe, and the smallest was in service at Soeksager, besides not being suitable to be of service in rough water such as downriver. The letter itself, constituting annex No. 34, and that to Mr. Herklots No. 36; from the latter appears the necessity in which we were then placed to make known to His Honour the burden of our daily expenses and the pressure of the charges; so that we were obliged, on behalf of the Company, to request some assistance, provisionally up to one thousand rupees. § 79. But for this, as shown by the reply of the Council under 9 September in annex No. 37, there was no opportunity. The shroff, who we thought would not refuse the advance of such a small amount for the Company, pretended to be incapable of doing so, and here the embarrassment for money was in general so great that the necessary expenditures of wages and board money to the servants could not be paid. We received permission to see to saving ourselves and to seek credit for the required money in Calcutta, but there the embarrassment is no less than here, so that anyone who buys something there and pays in cash can immediately enjoy a 5 per cent rebate for prompt payment. 180. We lay meanwhile in Calcutta waiting for a decisive answer to the submitted memorials, etc. A whole week had passed again without hearing anything concerning this. It seemed, therefore, as if they were detaining us there, and while the answer to the letters to the gentlemen Nabobs also did not appear, leaving one as usual to guess what one had to think of the sovereignty over this country and which supreme power one had to hold or recognize as the lawful one. Repeatedly insisting on an answer also had no effect, for what grace is there when one must, as it were, squeeze the words or someone's declaration out of their throat. We therefore devised some other permitted political remedy in order, if necessary, to set the gentlemen of the Calcutta Government in motion thereby and compel them to fix their attention on the matters. To this end, on 12 September, we submitted for the consideration of the assembly whether it was not to be chosen as a ready way thereto, to make things uncomfortable in all respects for our subordinates, whoever they might be and whoever could be understood under that name, and to prevent them from conducting their trade in contempt of the authority of the Company and under the favour of English rowanahs. We maintained as sufficient for this purpose to provisionally instruct the Fiscal to perform his function in this matter as well
Dutch transcription
220 we daags daar aan ofte den 7. September, wanneerde Hooge Raad vergadert was ; de brief, Zoo als ze sub N„o 33 deze in copij verzeld, aan zijn Excellentie zendende, ontvingen we, on„ „middelijk, daar op zoodanig Antwoord, als we, ten eersten aan den Heer Herklots zonder, ten einde spoedig te weeten, dtat en geen zoodanig vaartuig was te krijgen, wijl het groot, „ste: Iacht beneeden en de Rivierwachtte op Passagiers die „uit Europa stondan te komen, en het kloinste indienst was te soeksager, daar bij niet geschikt, om in hol water gelijk beneeden van dienst te konnen wezen De Brief zilve, bij „lage N„o 34: tukmaakende en die aan den Heer Herklots N„o 36. blijkt bij de laatste de noodzaakelijkheid, waar in we toen waren „om zijn Ete kennen te geeven den last onzer dagelijkse uit„ „gaven, ende drukking der ongelden; zoo dat we verplicht wa„ „ren, om Comp„s wegen, eenige assistentie, bij provisie tot duijzend Ropijen te verzoeken. —. .. §:o 79: Dan hier toe, was, uitwijzens het antwoord van den Raa onder den 9. September bij lagen N„o 37: geen gelegenheid. De serafif die wij dachten dat de verschieting van zoo een ge„ „zignge bedragen voor de Compagnie niet zouweigeren, hield zich„ als ware bij daar toe onvermogend, en hier was, in het algemeen de verleegenheid om geld zoo groot dat de nood. „zaakelijke uitgiften van gasie en kostgeld aan de dienaaren niet konden betaald worden. wij kreegen verlof om te zien ons zelven te redden en voor het benoodigde geld Crediet te zoeken op kalkattae, maar daar is de verleegenheid niet minder als hier, zoo dat die daar iets, koopt en Contant betaalt terstond 5. p„r C„to rabat, voor prompte betaaling kan genieten. 180. Wij Lacen ondertusschen te kalkatta te wachten na een beslussend Antwoord, op den ingediende Memorien ensz: Een geheele week was 'er weder verloopen, zonder iets dien aan„ „gaande te verneemen. Hot scheene, dus, zoo met ons daar om 't op te houden, en terwijl het Antwoord op de Brieven aan de „zocht man ons het gediekd te doen, verbeezen en als Heeren Nawaas ook niet opdaagden als, na gewoonte te laaten raaden wat men van de Heer schappij over dit Land had te denken en welke oppermacht men voor de wettige had te houden ofte erkenen. Het iteratif aanhouden om Antwoord, had ook geen val. want wat gracie heeft het wanneer men iemand de woorden of zijne verklaaring als uit de keel moet perssen. wij bedachten derhalven eenig ander gepermitteerd politiek hulpmiddel, om, als het waare des noods daar door„ de Heeren van het kalkatsch Gouvernement in beweeging te brengen en te noodzaaken hunne aandacht op de zaaken te vestigen. Hier toe gaven wij op den 12. September de vergade„ „ring in consideratie, of niet als een gereede weg daar toe was te verkiezen; om onze onderhoorigen wie ze ook mochten zijn en welken ook onder die naam konden worden begreepen, in alleen op zichten ongemakkelijk te maaken en te beletten hun „nen Handel te drijven met verachting van het gezach van de compagnie en onder faveur van Engelsche Rowanahs wij sus„ „teneerden daar toe als toereikende om bij provisie den Tis„ „caal in mandatis te geven om, in deze zijne functie zoo aar minder wel
English
221 wants, as in that of Village Master, to generally prevent that any goods, of whatever name, were launched from the shore, or dispatched, or imported or exported from our Village, except with an ordinary Dastak, and to challenge or prosecute, according to the exigency of matters, anyone who wished to make use of an English Rowannah. We also presupposed therein the advantage that the community would thus gradually become accustomed to the obligation to show the owed gratitude for the Right of residence and protection, as well as the conducting of trade in and under our Jurisdiction, and to pay a bearable assessment whenever matters might reach the point where the intended purpose was achieved, without anything else being feared from this than that someone might take his refuge in the Calcutta Government, if they considered the same, in this case or in any other case, as their competent Judge, which would then become apparent if that Government were to hold us to account over it; while in case of obedience by our people, and complaints of opposition by the Hooghly Collector, provisional protest should be made against Him, and all costs, damages, interest, loss of profit, etc., ought to be charged to his account. The Letter written to the meeting regarding this is, in copy, the enclosure of this under No 34, and the reply turns out to be No 39. § 81: By this Answer dated 4. September, it appears that the meeting could not approve the aforementioned proposal, because that step, as previously, would be considered untimely if not premature, and moreover, it would be of too great a disadvantage to our Inhabitants, because thereby the little Trade that was still conducted in our colony would entirely collapse, seeing that the Protest would be of little use to the merchant to obtain the release of his merchandise if it were detained, nor would the Claim for compensation encourage Him to proceed with his undertakings; for that reason, it was resolved on the said day by the meeting to await the outcome of the Commission and to see whether our Dastaks would be respected, in order then to proceed to the levying of a due assessment, regarding which, in such a case, no unwillingness would take place. § 82. The sentiment of the meeting, in the sense expressed by the aforementioned letter, making no distinction between Inhabitants and subordinates, of which there are nevertheless a great many in our village, we took the liberty in our Rescript of the 18. September under No 39 to point out how we, looking mainly at the latter, counting among them the Company's servants, Burghers, European and Native freemen, so-called Portuguese, and also various Moorish or Heathen Households, whom we believed cannot or may not proceed according to their own pleasure for the conducting of their private Trade, but
Dutch transcription
221 wil als indie van Dorpmeester, generalijk te doen beletten, dat enr geene goederen, hoe genaamd, van de wal afstaken, of verzonden, dan wel ons Dorp uit- of ingevoerd wierden, dan met een gewoon Da stik en den geen die van een Engelsche Roowanak gebruck wilde maaken, der wegen te calangeeren off actioneeren, na exregintie van zaaken, wij voor onderstel„ den daar in ook dat voordeel, dat de gemeente dus lang zaa„ merhand gewend zou zaaken aan de verplichting om voor het Recht van inwooning, en protexie, zoo wel als het drij„ „ven van koophandel op- en onder onze Jurisdictie, de verschul„ „digde erkentelijkheid te betoonen en een dragelijke schattig te betaalen, wanneer de zaaken eens daer toe komen mochten, dat het bedoelde oogmerk bereikt wierde, zonder dat hier uit iets anders was te duchten dan dat de een of ander, aan het kalkatsch Gouvernement, zoo ze het zelve, in cas subject, of einig anders geval, als Haare competente Rechter aan„ merkte, zijn toevlucht name, dat dan zoublijken, indien dat Goudvernement, ons, daar over, quam te onderhouden; terwijl in Cas van obedientie, door de onzen, en klachten van tegen„ „stand door de Hoeglesche Collector, bij provisie tegen Hem geprotesteerd en alle kosten, schade, interessen, wijnstder, „ving ensz:, voor zijn reek=s dienden gelaaten te worden. De hier over aan de vergadering geschreeven Brief, is in kopij, „de bijlage dezes sueb N„o 34. en het antwoord komt de 39. N o uit te maaken. § 81: Bijdit Antword gedateerd 4. 7br: blijkt dat de verga „dering het voorsz: voorstel, geen, bij val kon geeven, om dat die stap, als bevoorens, ontijdig zoo niet voorbaarig, zou worden aangemerkt, en het boven dien, van te veel nadeel zou zijn voor onze Inwoonder, wijl, daar door de wanige Handel, die er in onze colonie, noch gedreeven wierd, geheel en al zou vervallen, nademaal het Protest den koopman weinig zou baaten om largatie van zijn koopmanschap, zoo die aan„ „gehouden wierd te verwerven en den Eisch van schaade ver„ „goeding Hem ook niet aanmoedigen om met zijne onder „neemingen voort tegaan, uit dien hoofde was ten gem: dage, bij de vergadering gearresteerd den uitslag der Com„ „missie afte wachten en te zien of onze Da steks geres„ „pecteerd zouden worden, om dan tot het opleggen eener verschuldigde schatting over te gaan, waar omtrent, in zoo een geval, geen onwilligheid plaatz zou vinden. § 82. Het gevoelen van de vergadering, in dien zin, als de voorm: brief het uitdrukt, geen distinctie maakende over Ingezeetenen en onderhoorigen, er nochtans bij meenigte in ons dorp zijn, namen wij de vrijheid bij onze Rescriptie van den 18. September sub N„o 39. aen te merken, hoe wij voornaamelijk ziende op de laatsten, daar onder ree„ „kenende Comp„s dienaars, Burgurs, Europische en Inland„ „sche vrijlieden, zoo genaamde portugeeschen en ook verschei„ „de Moorsche of Heidensche Huishoudingen, welke wy ge„ „loofden, dat vnr het drijven hunner particulieren Handel niet, „na Eigen goed slunken, konnen of moogjen te werk gaan, maar dering v zich
English
222 must resign themselves to the same fate as those who rule over them, and whose privileges they eagerly call to their aid whenever they maintain that it suits their purpose; although now, because one seeks to prevent the Company therein, they make use of illicit dealings with foreigners, namely by declining the Company's dustucks and preferring the use of English rowanahs, not to mention that by these proceedings the Company in general is curtailed of what it otherwise must or ought to receive for import and export duties, according to what has been decreed regarding the toll on private trade, which is, however, of so little importance that one is almost ashamed to see so little received for it. § 83: Dispatching this letter, we were informed by Mr. Secretary Hay, upon our request made to that effect, that the deliberation upon our submitted representations had already concluded on 8 September, and that the answer to the same, which was rather lengthy, had been sent for signature to Gorhetty, where the Lord Governor-General was residing with the gentlemen Members of the Supreme Council for a change of air, which was judged very unhealthy in Calcutta. § 84: We set out again hitherward on the evening of the 18th in order to await from Gorhetty, as being nearer by, the answer which we received on the evening of the 19th and communicated to the assembly on 23 September. One finds therein everything except a disposition on the part of the gentlemen of the Calcutta Government to become involved in any dispute concerning the legality or illegality of their assumed authority. Compliments and professions of goodwill are interwoven in abundance with the deliberate design not only to grant the Dutch Company no right, but even no favor: for regarding several of our demands as being of an old date and presented at different times before the war, without, as they pretend, such orders having come from Europe as were to serve as a guide for the gentlemen's conduct, Their Honours were not expecting a revival of the demands, the more so because those had been settled in the year 1780 between His Excellency the then Governor-General Warren Hastings and our Director, Mr. Johannes Matthias Ross, and were also so regarded by this ministry in its letter of 21 April of the said year, which stipulated according to the 6th Article: that the Dutch Government should renew none of its former demands, but that the agreement which had then been made should be final and decisive. An engagement which the Calcutta gentlemen are pleased to regard as final and decisive, and although it had also become void by the intervening war, it nevertheless, as soon as that temporary cause, innocent as to the contracting parties, came to cease again, had to be regarded just as strictly binding as per date, besides that no provision appeared in the 223 definitive peace treaty that could with any possibility be interpreted in such a manner that it gave a right to new or extraordinary demands; and although we, so it seemed, had paid no regard to that agreement, and those gentlemen were nevertheless inclined to accommodate the Company and everything they desired, they were resolved to regard the demands as new and to answer them as such. § 85: Nothing, the gentlemen continue, was as easy as to interpret the difficulties which one meets in a commerce established upon firmans, sanads, and treaties, upon the occurrence of obstacles, as infringements of those privileges. Where is the country, Their Honours venture to ask, where local or provincial customs do not cause obstructions to trade? And at what period of the Moorish government, before their authority had any influence, did both the English and Dutch Companies not meet with obstructions in their commerce! Regarding the trade of our Company as advantageous to these provinces, they assure us most emphatically that they will provide us with all equitable assistance which their influence can afford, provided, however, that we are not so unreasonable as to demand privileges which, although easily put on paper, are not so easy to carry into execution in the conduct of business. § 86: In describing our privileges according to the tenor of the firmans and sanads, we ought, in the opinion of the Calcutta gentlemen, at the same time to have considered the difficulties to which the English and Dutch Companies were exposed when those charters were granted; and complaining of the present custom-houses, we ought at the same time to have been mindful of the ease with which our trade is now conducted and the necessity of the expenses required to maintain that peace and security. In Holland as well as England it was known how little the most formal sanad of the Mughal Empire had served for the protection of commerce unless the government favoured it, it having been repeatedly experienced that both nations were exposed to the most violent extortions. The nature of the country, the answer continues, also entails that to a certain degree, without a monopoly, one cannot obtain manufactured goods, commerce, or revenues. Those who think otherwise, like many an English author, are entirely ignorant of the difficulties which are attached to the advantages of trade, the constitution of the country, and its peculiar administration. The English Company had, with all its local influence, not obtained these advantages without inseparable trouble: How can it procure for others what it cannot even acquire for itself?
Dutch transcription
222 zich moeten laaten welgevallen het zelve Lot van den geen die over haar gebeid en wiens Priviligien zij wanneer zij sustineeren dat ze in haer kraam te has komen, grietig „lijk te hulp roepen; schoon zij nu, om dat men de Comp„e daar en tracht te verhinderen, gebruik maaken van ongeoorloofde Handelingen met vreemden, met naamelijk 's Comp„s De steks te declineeren en het gebruik van Engelsche Rowanahs te prefecren, om niet te zeggen, dat door dit gedoente de Comp„e in het algemeen verkort word voor het geen zij anders moest of behoord te genieten voor inkoomende en in uitgaande Rechten, na luid van het geen wegens den Tol van den particu„ „lieren Handel gestatueerd, doch van zoo gering belang is, dat het zich bij na schaamd zoo weinig daar voor ingekoomen te zien § 83: Deze Brief afvaardigende, waren we, op ons daar om gedaan verzoek, door den Heer secretaris Haij geinformeert, dat de besoigne over onze ingediende vertoogen den 8 Septem„ „ber bereets was afloopen en het Antwoord op de zelve dat vrij wijdloopig was, ter onderteekening was gezonden naar Gorhet„ „tij, alwaar de Heer Gouverneur Generaal zich met de Heeren Leeden van den Hoogen Raad bevond, om verandering van sucht die te kalkatta zeer ongezond wierd geoordeelt. — §84: wij begaven ons den 18. 's avonds weder herwaards om„ als nader bij, van Gorhettij het Antwoord afte wachten, dat weden 19. 's avonds ontfingen en den 23. September aan de ver„ „gadering Communiceerden. Men vind daar bij alles be„ „halven een geneigtheid van de Heeren van het kalkatsch Gouvernement om zich te wikkelen in eenig verschil over de wettig- of onwettigheid van Haar aangenoomen gezach Com„ „plimenten en betuigingen van welmeenenheid, zijn er bij meenigte gevlochten onder den op zettelijken toeleg omde Ne„ =derlandsche Compagnie niet alleen geen Recht, maar zelfs geen faveur toetestaan: want verscheide onzer Vorderingen aanmerkende, als van ouden datum en voorgedragen, op differente tijden, voor den oorlog, zonder dat daar op, zoo als zij voor wenden, zulke bevelen, uit Europa zijn Gekomen; als ten richtsnoer van der Heeren gedrag moesten strekken, waren Haar welEd„s niet verwachtende eene verleevendiging der Eisschen, te meer die in A„o 1780. tusschen zijn Excell: den Heere toenmaaligen Gouverneur Generaal warren Hastings en onze Directeur den Heer Iohannes Matthias Ross af„ „gedaan, en door dit ministerie ook zoo beschouwd waren bij Haart Litteren van den 21„e April des gem: Iaars, volgens het 6„e Articul bepaalende: dat de Hollandsche Regeering geene van Haare voorige Eisschen vernieuwen, maar dat de overeenkomst welke toen getroffen was, uitein„ „dig en beslissend zijn zoude. Eene verbintenis welke de kalkatsche Heeren gelieven te beschouwen als finaal, en beslissend, en Schoon ze ook door de tusschen, beide ontstaanen oorlog, kraeh „teloos was geworden, men ze echter, zoo dra die temporeele weder en omtrent partijen Contractr en onschuldige oorzaak, e gu„ „am te cesseeren, moest aanmerken Even zo strekt ver „bindend, als pro dato, te zijn behalven noch dar er bij het Gouvernement Dispiritie 223 Difinitive vreedens Practaal eenige bepaaling voorquam, die met eenige mogelijkheid, zoodanig kon uit gelegt wor„ „den, dat ze recht gave tot nieuwe, of Extraordinaire Eis„ „schen; en hoewel wij, zoo het scheen, op die over eenkomst geen acht hadden geslagen en zij Heeren echter genegen wa„ „ren, de Comp: te gemoet te komen en alles wat zij verlangden, nieuw, zoo waaren zy geresolveerd de Eisschen als aan te merken en zoodanig te beantwoorden. § 85 Mets, vervolgen de Heeren, was zoo gemakkelijk als de zwaangheeden, welke men ontmoet in een koophan„ „del, gevestigt op Firmans, Senneds en Tractaalen, by voor „komende verhindering uit te leggen als inbreuken op die Gt Privilegien. waar is het Land, wagen Haar wel Edelens, alwaar plaatzelijke of Provinciaale gebruiken geene verhinderingen aan den Handel toebrengen ? en in welk Tijdstip van de Moorsche Regeering hebben, /:voor dat Hun gezach eenige influentie had:) beide, de En„ „gelsche en Hollandsche Compagnie, geen verhindering in hunnen koop handel ontmoet! Den Handel van onze Compagnie aanmerkende als voordeelig voor deeze Provincien, verzeekeren zij aller nadrukkelijkst, ons alle billijke hulp te zullen verschaffen, welke hunne in vloed verleenen kan; mits nochtans zoo onreedelijk niet zijnde van voorrechten te Eisschen, die, schoon ze gemakkelijk ten papiere te brengen zijn, niet zoo ge„ „makkelijk ter uit voor zijn te brengen in het verrichten der Beezigheeden. § 86. Bij het beschrijven van onzer voorrechten na luid der Firmans en Senneds, hadden wij volgens het gevoelen van de kalkatsche Heeren, teven's behooren te overweegen de moeijelijkheijden waar aan de Engelsche ende Nederland„ „sche Comp„e is g'esponeert geweest, toen die voorrechts brie„ „ven verleend wierden: en klagende over de tegenwoordige Tolhuizen, hadden wij tevens aandachtig moeten zijn op het gemak waar meede thans onzen Handel word gedreven ende onzaekelijkheid der ongelden, nodig tot in standhouding van die Rust en veiligheid. In Holland zoo wel als Engeland was bekend hoe weinig de pligtigste senned van het Mogolsche Rijk, had gediend tot bescherming van den koophandel, ten waare de Reegering die begunstigde, te meermaalen ondervonden zijnde dat beide de Natien geex„ „poneerd zijn geweest aan de gewelddaadigste geld apper„ „singen. Den aart van het Land, vervolgt het Antwoord, brengt meede, dat men in zeekere graad, zonder Mono„ „poli„ geen Manufactuuren koophandel of Revenuen bekomen kan. zij die anders denken, /:gelijk meenige En„ „gelsche Auteur:/ zijn ten eenemaals onkundig van de moeije„ „lijkheeden die aan de voordeelen van den Handel, de cons„ „titutie van het Land en dies bij zonder bestier gehegt zijn. De Engelsche Comp: had, met alhaar Locale influentie; deze voordeelen, niet onafscheidelijk van moeite verkregen: Hoe kan zy anderen bezorgen het geen zij zelfs niet kan verwerven vrm
English
acquire! Nevertheless, it is demanded of Her, and they insist upon it as matters to which they are privileged. 187. With regard to the toll and the power of the Director to grant dustucks or passports, and the further request for a free, undisturbed trade, the Gentlemen of the Calcutta Government make a rather insufferable remark, as if our proposals were unclear or incomprehensible. We might, as those Gentlemen believe, have given a more precise explanation thereof, rather than referring generally to sunnuds or firmans which they did not have in their possession, or bringing up questions that have been repeatedly recorded in their resolutions and submitted to Europe before the war, besides the fact that, in the recent peace treaty, no arrangements were made in that regard, nor were orders received by the Government to abolish the toll once established. The Government toll is, as of old, 2½ per cent and payable at one of the toll houses within these Provinces. (But to ask a question in passing, was it not an obscure riddle what is to be understood by Government toll, and whether those who pay Government tolls, that is to say, render the country's dues as before, are not, moreover, subject to duties or tolls which it is deemed fit to entitle with other names than Government duties! And would the Company, along with every private merchant, not also have been drawn into that whirlpool if we had shown no objection against it! If one takes note of the case cited herein at paragraph 11, then this question is sufficiently answered:) The conveniences of trade (monopolies excepted) are now greater than ever; various obstacles and extortions no longer take place, and the zamindars, who formerly (the Gentlemen ought to have said unlawfully) demanded toll from the merchandise passing their guard posts, are now remitted nine lakh rupees from the general revenues. 188. Alongside this answer, the Gentlemen sent us a copy of a regulation of the tolls to the buxbander; they hoped that these would produce no difference of importance, and that the cause of all difficulties would thereby be cleared out of the way, the more so as the same was not only to serve as binding for the French and Danes, but the English Company also had to comply with it. The toll of our private individuals was likewise included therein, and the request made (at least not by us) to appoint a native for the receipt of the tolls was granted, but it appeared to be of little importance whether the affairs of the buxbander were managed by a European or a native, especially as the rowanahs of Patna and elsewhere have, for several years, been given by English collectors, and previously, Messrs. Lushington and Hosea had acted as collectors at Hooghly. But may I ask, where have we ever debated about placing a collector at Hooghly? All that can be inferred from our representations, impartially judged, cannot be interpreted otherwise than as the illegality concerning the erection of that official instead of a faujdar, without making this known to us or reassuring us that action in this regard had been taken in accordance with the Nawab's consent, or showing us, as has still always taken place, this change to be necessary by a parwana from the Nawab. Paragraph 89. But that these opinions of the Gentlemen were set down just as they flowed from the pen in the first impulse of passion will naturally be obvious when coming to Their Honours' further answer, and the further regulation concerning the toll received alongside it; when it will also appear that they have conceded what they initially seemed unable to bring themselves to grant, namely the point of the dustucks; which, although it appears in the first regulation received that the other foreign nations and we could continue with granting dustucks on the same footing as was done by the English commercial servants, was not followed by the author of the first answer, because one finds described therein that consenting to our request in that regard could produce nothing other than confusion in trade, without procuring us any greater security than the present arrangement. That practice (unlawfully introduced) had long been maintained, not only with regard to our colony, but also concerning the French and Danes. Thus, according to the answer of 8 September, rowanahs would be granted by the buxbander and a return of the toll would be made by authentic lists or talikas; in the compliance with which we would find no unreasonableness, as this took place even with regard to the cargo of the English Company's ships, and the Governor-General himself no longer granted dustucks, for the Gentlemen ask, what confusion would it not cause if so many kinds of dustucks, such as English, Dutch, French, and Danish, were circulating through the Provinces and presented at the native toll house, while simultaneously serving everyone's purpose! Paragraph 90. With regard to the importation of Batavia arrack, in that respect the Gentlemen of the High Council agree so far in our representation that, instead of maintaining the present duty upon it, the same shall only be subject to a tax of twelve rupees per leaguer. They hope that this will be considered according to its merits and that it will be thought that, by granting this, the Company enjoys a considerable parity with the native distilleries of these Provinces. 191. For the rest, still with respect to the first memorial, further thanking
Dutch transcription
224 verwerven.! Nochtans Eischt men het van Haar en blijft er opstaen als op zaaken waar toe men bevoorrecht is 187. Ten aanzien der Tol en het vermogen van den Directeur om De steks of Pappoorten te konnen verleenen en het verder verzoek tot een vrije ongestoorde Handel; maaken de Heeren van het kalkatsch Gouvernement, een genoegzaam onlijde, „lijke aanmerking: trant, als waaren onze voorstellen onduidelijk of onverstaanbaar. wij hadden, zoo als die Hee „ren vermeenen, daar van, wel een naukeuriger uitlegging mogen doen, als ons generalik te refereeren aan sen neds of Firmaans welke zij in haar bezit niet hadden, of vra„ „gen op het Tapijt te brengen, die in haere Resolutien, bij herhaaling opgeteekend, en voor den oorlog, voorgedragen zyn naar Europa, behalven dat'er, bij het Jongste vreedens Tractaat, daar omtrent geen schikkingen gemaakt, of bij het Governement ordres ontvangen zijn, om de eens vast gestelde Tol te vernietigen. De Gouvernements Tol is, gelijk als van ouds 2½ p„r C„o en betaalbaar aan eene der Tot huizen binnen deze Provinsien /:Maar om en passant ook eens wat te vragen, was het niet een blind Raad zel wat men door Gouvernements Tol moet verstaan, en of den geenen die Gouvernements Tollen betaalen, dat is te zeggen, gelijk voor heen 's Lands Gereghtigheeden opbrengen, niet, boven dien, subject zijn aan Dutijs of Tollen, die men goed vind met andere naamen als Governments Dulijs te tituleeren ! en zoude Comp: met ieder particulier Handelaar ook niet in die draeijkolk geraakt zin zoo we geen bezwaarnis daar teegen Getoond hadden! Men lette op het in deeze geciteert geval bij par: 11—, dan is deze vraag genoegzaam beantwoord:/ —. De geriefelijkheeden van den koophandel /: Monopolien uijtgezondert :/ zijn thans groo„ „ter dan ooit; verscheide beletzelen en afperssingen hebben nou geen plaats en de Liemindaars, die voor heen, /:onwet„ „tig hadden de Heeren behooren te zeggen:/ Tol vorder den van de koopmanschappen welke Haere wachtplaat zen passeerden, worden thans, uit de generale Revenuen, ne„ „gen Lak Ropijen q'uijtgescholden. — 188. Neven dit Antwoord zonden de Heeren ons Copy van een Reglement der Tollen aan den Bachsbender, zij koop„ „ten, dat die geen verschil van aanbelang zouden opleveren en dat, daar door de oorzaak van alle moeijelijkheeden uit „den weg zouden zijn geruimt, te meer dezelve niet alleene moeten dienen als onderwerpend voor de Franschen en Deenen, maar de Engelsche Comp: moest zich ook daar na schikken. De Tol van onze Particulieren was mede daar onder begreepen, en in het (:door ons althans niet:) gedaan verzoek om een Inlander, tot den ontvangst der Tollen te benoemen was bewilligt, maar het scheen van weinig belang te zijn, of de zaaken van de Bachsbender door een Europeer of een Inlander bestierd wierd, te meer, de Rowanahs van Pattena en elders, seedert verscheide Iaa„ „ren, door Engelsche Collecteurs gegeven zijn, en te vooren, Handelaar 225 de Heeren Lushington en Hosea te Hoegly, als collecteurs geageert hadden. — Doch mag ik vragen, waar hebben we ooit gedoteert over het plaatsen van een collector te Hloege „oli. Alwat er uit onze vertooningen is afte neemen kan, onpartijdig beoordeelt, niet anders worden uit gelegt dan de illegaliteit over de etectie van dien bediende in steede van een Pausdaar, zonder ons zulx bekend te maaken of ge„ „rust te stellen, dat daar omtrent gehandelt was over een„ „komstig met 's Nawabs consent, of ons gelijk noch altoos plaets gehad heeft, deeze verandering als noodzaakelijk bij een Parwanah van den Nawab te doen blijken. § 89. Dan dat deze opinien der Heeren ter neder gesteld zyn, zoo als ze in de eerste beweeging van de drift uit de pen zijn gevloet, zal van zelfs in het oog vallen, koomen¬ „de aan Haer Edelens nader Antwoord, en daar neven ont„ „vangen nader Reglement wegens de Pol; wanneer ook blij„ „ken zal dat zij hebben toegegeven het geen zij eerst niet over zich scheenen te konnen verkrijgen, het point der Des„ „leks namelijk; het welk, schoon in het eerst ontvangene Reglement blijkt dat de andere vreemde Natien en wij konden continueeren met het verleenen van De steks, op dien voet als het geschiedde bij de Engelsche commercie bedienden, door de insteller van het eerst Andwoord niet gevolgd is, wijl men daar bij beschreeven vind, dat de bewil„ „liging in ons verzoek derwegen, niet anders kon opleve„ „ren dan derwarring indien koophandel, zonder ons eenige meerdere veiligheid als de presentee schikking te bezorgen Dat gebruijk /:onwettig ingevoerd:/ was zeedert lang in stand, niet alleen met betrekking tot onze Colonie, maar ook nopens de Franschen en Deenen. Dus zouden er, na het Antwoord van 8. September, Rowanahs worden verleend door de Backsbender en van de Tol, zou bij du„ „tentique Lijsten of Talikas op gave worden gedaan; inde„ „nakooming van het welke wij geen onreedelijkheiden zouden vinden, dewijl dit plaatz had, zelfs met betrekking tot de Lading van de Engelsche Compagnies scheepen, en de Gouverneur Generaal zelfs geen De stekken meer verleen„ de want vragen de Heeren, welke verwarring moest het niet geeven van zooveelerlij De steks, als Engelsche, Hollandsche, Fransche en Deensche door de Provincien rouleeren en aan het Inlandsche Tolhuis, te gelijk aan een ieders oogmerk beantwoord de! §90. Met betrekking tot den invoer van Batavia„ =sche Arak, daar omtrent bewilligen de Heeren van den Hoogen Raad, voor zoo ver, in ons vertoog, dat; in steede van den presenten impost daar op te houden, dezelve een„ „lijk onderworpen zal zijn aan een belasting van twaalf Ropijen per Legger. zij hoopen dat dit na verdiensten be„ „schouwd en gedacht zal worden, dat, met dit toe te staan de Comp: een aanmerkelijke gelijk standigheid geniet met de Inlandsche Branderijen van deze Provincien. 191. overigens, noch, met opzichte tot de eerste Memorie meerdere bedankende
English
Thanking for the communication of our Address to the Nawab, they testify to having thought that their Right and power as Dewaan was sufficiently known and generally enough understood to be the possession of a part of that Right of Government which is enclosed in the Character of the Dewaan. Their High Mightinesses the Lords States General have recognized the English Company in the exercise of those Rights by those articles of the Peace Treaty whereby the return of our places was stipulated. Paragraph 92. In the request, in the second Memorial, for a free and unhindered commerce, especially of Opium and Saltpeter, the Gentlemen of the High Council declare, in the aforesaid Answer of 8 September, that they cannot consent, because they have found it impossible to obtain those Articles otherwise than by Monopoly. The Dutch Company shall enjoy its lawful share thereof. It were to be wished that this Trade could be conducted according to the free basic principles of the English Government; yet that Trade has never been free and it will never become so either. The inclinations and customs of the Natives are such, and the same is the case with the nature of the advances, to regulate the Trade in these and other Products. A free Trade in Opium in these regions and (mark well) a free sale thereof in the Eastern Provinces would greatly benefit the Country which produces that product. It would cause the price to rise, increase the sale, and, proportionately, increase the revenues of the Country. As proof that the Opium trade has always been treated by way of a Monopoly, and that foreign companies have provided themselves therewith as best they could, the Gentlemen of the Calcutta Government appeal to the testimony of someone who for more than sixty Years held a considerable office under the Bachsbender and is still Alive. But supposing, their Honors say, that this testimony differs from the matter, we ourselves have admitted that for several Years it has been customary to buy the necessary Opium and saltpeter from the English, and therefore the Company has, for this year, in proportion to seven hundred chests, been granted a quantity of opium (or juice) and by virtue of this same compelling reason they also agree, in this Answer, for the current Year, to 23000 Mds of saltpeter. The conclusion of the Answer to the second Memorial indeed indicates that the Gentlemen of the Calcutta Government would gladly accept the proposals for a Convention to make mutual affairs equally easy, were it not that we judged it best to wait for the receipt of orders for concluding a Cartel for the return of mutual Deserters. 227. Deserters. But it remained at this expressed pleasure; our proposals found no acceptance and, without suspending them until the assembly could declare itself on the proposal for concluding the cartel, they were not taken into consideration, as the outcome of affairs will further show in its proper place. Paragraph 93. Concerning the complaints from the Aurungs, presented by Mr. Herklots to his Excellency the Governor General Macpherson, thereupon, according to the aforementioned Answer of the High Council dated 8 September, the Resident at Malda had reported that he had done nothing other than to have published anew the still standing orders of the Government of the Years 1775 and 1782 against illicit dealings with the English Company's weavers. The orders of 1775 are said to contain: that weavers who have entered into engagements with the English Company and by virtue thereof have enjoyed advances of money, must accordingly deliver their Linens; that, in case a weaver fails to fulfill his contract at the appointed time, the Agents of the Company have the right to place Peons upon them; and that, if any weaver shall be convicted of having sold Linen to private merchants while he is under engagement with the English Company for a specified time and thereby defaults on his contract, he shall be punished as a transgressor. The orders of 1782 contain: That, since in some parts of the Country Linens are sold in a clandestine manner to Private individuals, which are manufactured from the Company's advances, as the buyers know very well, since it is generally known enough that the weavers offering such goods for sale are employed by the English Company, they shall, after investigation and conviction by the Adawlat, be punished according to the exigency of the case with confiscation of the goods thus sold. These orders, however, had this exception: that buyers of Linens which are manufactured for them by virtue of prior agreements and for which advances have previously been made; likewise such as are sold off-hand in public Places and Bazaars, openly, are not included under the aforesaid orders. The same were posted on the gates of the subordinate factories and therefore our Gomastas cannot plead ignorance thereof, and in case of complaints they ought to have sent a copy of this Regulation to Chinsurah or addressed themselves to Mr. Grant himself, which according to his report was not done.
Dutch transcription
226 bedankende voor de communicatie van ons Adres aan den Nawab, betuijgen ze daar bij gedacht te hebben, dat haar Recht en vermogen als Dewaan, voldoende bekend was en algemeen genoeg verstaan wierd te zyn de bezitting van een gedeelte van dat Recht tot de Regeering, het welk in het Caracter van den Dewaan is opgeslooten. Haar Hoog Moogende de Heeren Staaten Generaal, hebben de Engelsche Compagnie in de oeffening van die Rechten er„ „kend bij die articuls van het vreedens Tractaat waar bij de tezug gave onzer plaatzen is bedongen. — § 92. In het verzoek, bij de tweede Memorie om een vrije en onverhinderde koophandel, bij zonder van Afioen, en Sal =peeter, verklaaren de Heeren van den Hoogen Raad, bij het voorsz: Antwoord van 8. September: niet te konnen bewilligen, om dat zij het onmogelijk hebben gevonden die Articuls, anders, dan door Monopolie te konnen machtig worden. van dezelve zal de Nederlandsche compagnie, Haer rechtmaatig aandeel genieten. Het ware te wenschen dat dien Handel kon worden gedreven na de vrije grondregels der Engelsche Regeering; doch dien Handel is nimmer vry geweest en ze zal het ook nooit worden. De geneigtheeden en gewoonten der Inlan„ „ders, zijn dusdaanig en het is het even zoo gelegen met den aart der voor uitverstrekkingen om den Handel in deze en andere Producten te reguleeren. Een vrije Handel van Afioen in deze gewesten en (:Let wel:/ een vrije vertie van dezelve in de Oostersche Provincien, zou zier tot voordeel strekken van het Land het welk dat product opleverd. Het zoude de prijs doen reizen, den debiel vermeerderen, en, na tato, de inkomsten van het Land doen accresseeren„ Tot een bewijs dat de Afioen handel altoos bij wijze van een Monopolie is behandelt, en dat buiten landsche comp„e zich daar van hebben voorzien zoo als zij best kon„ den, beroepen de Heeren van het kalkatsch Gouvernement zich op het getuijgenis van iemand, die voor meer dan zes„ tig Iaaren een aanzienlijk ampt aan den Bachsbender bekleed heeft en noch Leeft. Doch gesteld, zeggen Haar wel Edelens, dat dit getuigen is met de zaak verschilt, wij zelfs hebben toegestaan dat het, zeedert verscheide Jaaren gebruikelijk geweest is om de nodige Afioen en salpecter van de Engelschen te koopen, en daarom is de Compagnie, voor dit jaar, evenreedig aan zeven hondert kisten, een quantiteit opium /:of sap: / toegestaan en uit„ „hoofde van deze zelve drangreeden, accordeeren zij, in dit Antwoord, voor het loopende Jaar, ook 23000 - M„n salpeeter. Het slot van het Antwoord op de tweede Me„ „morie, geeft wel te kennen dat de Heeren van het kal„ „katsch Gouvernement met vermaak zouden aanneemen de voorstelten tot een Conventie om wederzijdsche affaires even gemakkelijk te maaken, ten ware wij oordeeden best te zijn te wachten na de ontvangst van ordres tot het slui„ „ten van een Cartel tot te rug gave van wederZijdsche van Deserteurs 227. Deserteurs. Doch bij dit te kennen geevend genoegen is het gebleven, onze voorstellen hebben geen ingang gevon„ „den en zonder ze op te schorten tot dat de vergadering zich op de voorslag ter sluiting van het cartel konde ver„ „klaaren, zijn ze in geen aanmerking gekomen, gelijk den uitslag van zaaken, ter zijner plaatzen, nader zal uitwijzen. § 93. Belangende de klachten uit de Arrengs, door den Heer Herktots aan zijn Excell: den Heere Gouver„ =neur Generaal Macpherson voorgesteld, daar op had; uitwijzens het meerm: Antwoord van den Hoogen Raad de dato 8. September, de Resident te Malda bericht, dat hij niet anders had gedaan, dan, op nieuw, te laaten afkondigen, de noch in stand zijnde bevelen van het Gou„ „vernement van de Iaaren 1775. en 1782, tegens ongeoor„ „loofde handelingen met de Engelsche compagnies weevers. De ordres van 1775. worden gezegt te behelzen: dat „weevers die verbintenissen met de Engelsche Com„ „„pagnie hebben aangegaan en uit krachte van dien „ voor uit verstrekkingen van geld' genoten, ingevolge van „dien, hunne Lijnwaaten moeten leveren; dat, inge„ „„val een weever in gebreeken blijft aan zijn contract, op „de bepaalde tijd, te voldoen, de Agenten van de Comparg„ „gnie recht hebben om Pions op hun te stellen; en dat, „indien eenig weever overtuigt zal worden Lijnwaat „verkocht te hebben aan particuliere kooplieden, terwijl hij met de Engelsche Comp:, tegen een bepaalde tijd, in verbintenis staat en daar door, omtrent zijn contract ingebreken blijft, als een overtreeder gestraft zal worden. — De ordres van 1782. behelsen Dat, na„ „dien 'er in eenige gedeeltens van het Land, op een klan„ „de stine wijze, Lijnwaaten worden verkocht aan Par„ ticulieren, welke uit 's compagnies verstrekkingen worden aangemaakt, gelijk de koopers dat zeer wel weeten, door dien het algemeen genoeg bekend is, dat de weevers, zulk goed te koop aan biedende, door de Engelsche Compagnie worden geëmploijeert, na onder„ „zoek en overtuiging door den Adatel zullen worden gestraft na exigentie van zaaken met confiscatie van het, dus daanig, verkocht goed. Deze ordres had„ „den, nochtans deze uitzondering, dat de koopers van Lijn„ waaten welke voor hen, uit hoofde van voor afgegaane over„ „eenkomsten worden aangemaakt en waar voor, bevoorens verstrekkingen gedaan zijn; item de zoodanige, als voor de vuist, op de publike Hlaats en Bazaars, in het oopen„ baar, verkocht worden, onder de voorsz: ordres niet zijn begreepen. Dezelve zijn geaffigeert aan de poorten van de onderhoorige factorijen en derhalven konnen onze Gomastans daar van geen ignorantie pretendeeren en zij hadden, in cas van klachten, copij van deze Reglement naar sinsura moeten zenden of zich aan den Heer Grant zelfs addresseeren, dat volgens zijn bericht, niet ge„ hij schied
English
difference is: that gentleman assuring the Calcutta Government that he had done nothing other than what he was empowered to do by virtue of these orders and that, even if he wished to exceed them, his authority would mean little over weavers outside the Company's employment, from whom he could expect nothing but opposition and complaints; in case of contradiction in this regard by our Gomastas, Mr. Grant would be pleased to see that someone from among the gentlemen who come to keep post in the place where he resides be ordered to conduct an investigation of affairs. § 94. Meanwhile, the aforementioned answer of 8 September continues, preventing clandestine trade is the purpose of the aforesaid Regulations, and it is in accordance with equity that the person who engages a weaver who is under no prior obligation and gives him money to work, should be the first to receive his requirement for this money. For that reason, it is further said, it happens that a piece of linen that is still in hand is stamped. And although one might wish to explain this as a violent monopoly, it is, in the opinion of the present gentlemen of the Calcutta Government, nothing other than to make this piece known as one's property, by virtue of advances made beforehand. The Regulations to which they appeal thus having their application to the Company as well as to private individuals, it is added as something singular that they owe their birth to complaints made by us in 1775 about hindrances in the trade at Dacca. But that this is an erroneous application can be verified from the Memorial that was submitted in May of this year by a commission at that time to the Calcutta Government, and without making any other application, I believe it is easily understood what the intention is of wishing to promote our trade, provided it is not carried on in a clandestine manner by our Gomastas who are rather heavily reproached, who, or such as currently make the Dutch collection at Malda, are said not to be servants of the Dutch Company, but temporary agents to whom the collection has been contracted out on commission; whose complaints are refuted by showing the impossibility—since they only arrived at the aurangs in June to collect linens for which they had to fulfill that contract in the following January—of completing it otherwise, given the expiration of the season, than by the purchase of goods upon which money was advanced to the weavers at the proper time for the English Company, which Mr. Grant had justly and emphatically sought to prevent. § 95. But it is easy for them to talk, holding the floor alone. It is meanwhile with regard to this chapter that I, upon my return, took the liberty to represent to the Honorable Lord Director, and to repeat in the meeting of the 9th of this month, the necessity of obtaining sworn statements from those suppliers whose Gomastas have complained, as to how matters stand, what knowledge they have of these Regulations, how things in general have transpired in the aurangs after their publication, and what the custom was at the time of the Moorish Government when trade was under no restraint; and from the Gomastas, that the letters read to them, copies of which must be attached to the minutes and engrossments of the declarations and the translations inserted into the acts themselves, are consistent with the truth, adding such further particulars as may have further occurred regarding the hindrance of affairs, and specifically whether they have been to Mr. Grant: if not, why not: your Honor being able, from the result of the commission, to ascertain for yourselves just as well as the undersigned, how one may accept and what one is to believe of the intention declared by the Calcutta Government to encourage the industry of the natives in manufacturing goods; and how, independent of their wish that the good faith of agreements be fulfilled, they are desirous of encouraging us to employ workmen, far from being a hindrance to us, under the promise of preventing all oppression of natives who do not work for them; as I may point out to your Honor that such people, at least such as can be of use, are not to be found; as I believe will be convincingly shown by the statements to be obtained, if the deponents are questioned about it. § 96. What furthermore appears in the aforesaid Answer of the Calcutta Government dated 8 September with regard to the further remarks concerning the freedom of trade, the proclamation of peace in the weaving places, and the harmfulness of a monopoly, requiring no special quotation here, I have arrived at the refutation of our third Memorial, concerning the contents of which the gentlemen act as if they were not sufficiently informed regarding the ownership of the grounds that in our village are called Moorish, and in what manner the natives settled there; rejecting for that reason our proposal for the cession of the same to the Company, they further declare that, in whatever degree of power their influence may be regarded, they have never sought to alter the laws or the property rights that the native has to the grounds, and that criminal jurisdiction outside the limits of Calcutta is exercised by the Nawab and his subordinates: and the decision of civil lawsuits among the natives, according to native custom.
Dutch transcription
228 scheid is: verzeekerende, dien Heer het kalkatsch Gouverne, ment, niet anders gedaan te hebben, dan het geen Hlij, uit hoofde van deze ordres, vermocht te doen en dat, al wilde hij daar buiten gaan, zijn gezach weinig zoute bedueden hebben over weevers buiten emplooij van de Comp: waarvan Hij niet dan tegenstand in klachten had te verwachten: „en cas van teegen spraak hier omtrent door onze Gomastaks„ zou de Heer Grant met vermaak zien, dat iemand van de Heeren welke, en de plaats daar hij Resideert, post komen te houden, gelast worden om onderzoek van zaaken te doen. § 94. ondertusschen, vervolgt het meerm: antwoord van 8. Sept:, is het beletten van clandestine Handel het oogmerk der voorsz: Reglementen, en het stemd met de billijkheid over een, dat de persoon, welke een weever en„ „gageert die onder geen voor afgaande verbintenislegt en hem geld geeft om te werken, het eerst, voor dit geld, zijne benodigtheid ontvangt. uit die hoofde na, zegt men verder„ gescheid het, dat een stuk Lijnwaat, dat noch onder han„ den is, gesjapt word. En schoon men dit zou willen uitleg„ „gen als een geweld daadige Monopolie, is het, na de openie der tegenwoordige Heeren van het kalkatsch Gouverne„ „ment, niet anders dan om dit stuk te doen kennen als eers Eijgendom, uithoofde van te vooren gedaane verstrekkingen. De Reglementen, waar op men zich beroept, hebben dus haar /. op de compagnie zo wel als op particulieren applicatie te zijn, word er als iets singuliers, bij ge„ voegd, haare geboorte verschuldigt aan klachten die in 1775 door ons gedaan zijn over verhinderingen in den Handel te Dakka, Maar dat dit een verkeerd apropos is, kan nagegaan worden uit de Memorie, die in Mei van dit Jaar„ bij een toenmaalige commissie, aan het kalkatsch Gouver„ „nement is overgeleverd, en zonder eenige andere toepassing te maaken, ik geloof dat men tigt begrijpt wat de meenig is onzen Handel te willen bevorderen, indien die op geen clandistine wijze word gedreven door onze vrijsterk gerepro„ cheert wordende Gomastans, welke, of de zoodanigen, als thans, den Hollandschen inzaam te Malda doen, gezegt worden geen Dienaaren van de Hollandsche Compagnie te zin, maar temporeele Agenten, aan welke, op sin sura den Inzaam is aanbested: welker klachten men weder legt met een vertooning van de onmogelijkheid om terwijl zij in Iunij eerst ter Arrings zijn gekomen, tot het inzaa„ melen van Lijnwaaten die zij in Ianuarij daar aan moesten voldoen, dat contract; mits den verloop van het saisoan anders te konnen volbrengen, dan door den inkoop van goed„ op het welke, voor de Engelsche Comp:, ter regter tijd geld gea„ „vanceert is aan de weevers, het welk de Heer Grant, bil„ „lijkerwijze met nadruk, had zoeken te beletten. §95. Maar men heeft goed praaten, alleen het woord voeren, „de Het is ondertusschen ten aanzien van dit chapiter, dat 'is, ik, bij mijn terug komst, de vrijheid nam den E: E: Achtbaaren Heer Directeur te vertoonen en inde vergadering van den 9. dezer voegd 229 dezer ter herhaalen e de noodzaakelijkheid tot het inwinnen van beEedigde verklaaringen van die Leveranciers welker Gomastans gektaagt hebben, hoedanig het met de zaa„ ken gelegen is, wat hen van deze Reglementen bewust zij; hoe het zich na het publiceeren van dezelve in de Arrings in het algemeen hebbe toegedraagen en hoe het gebruyk was ten tijde van de Moorsche Regeering toen de Handel onder geen bedwang ware; en van de Gomastaks, dat de hun voorgeleezen Brieven, waar van de Copijen aan„ de minuten en grossen van de verklaaringen vast gehegt en de vertaalingen bij de Acten zelve geinsereerd moeten wor„ „den, met de waarheid overeenkomstig zijn, onderbij voeging van zoodannige verdere bij zonderheeden als nopens de ver„ hindering van zaaken verder mochten voorgevallen en spe„ ciaal of zij bij den Heer Grant geweest zijn: zoo neen; waarom niet: kunnende uw EE: Achtbaare, uit het gevolg dat de commissie gehad heeft, zelve even zoo goed als de onder„ „geteekende, nagaan, hoe men mag aanneemen en wat men hebbe te gelooven, van de, door het katkatsch Gou„ „vernement, gedeclareerde intensie om de nijverheid der In„ „landers in het aanmaaken van Manufactuuren aan te moedigen; en hoe zij, onafhangelijk van Haaren wensch, dat aan de goede trouw der overeenkomsten voldaan worde, verlangende zijn, ons te animeeren tot het emploijeeren van werklieden, verre van ons hinderlijk te wezen, onder belofte van te zullen beletten alle onderdrukking aan inlanders die niet voor Haar werken; als ik uE E: Achtbaa„ „ze mag doen, opmerken, dat 'er zulke Luiden, ten minsten zoodaanige als van niet konnen wozen, niet te vinden zijn; gelijk ik geloof dat door de in te winnene verklaaringen, in„ „dien de Attestanten daar na gevraagd worden, overtuigende, zal blijken. § 96. Het geen overigens ten aanzien der verdere aanmer„ =kingen nopens de vryheid, des Handels, de afkondiging der vreede in de weefplaatzen en de schaadelijkheid van een Mo„ „nopolie, bij het voorsz Antwoord van het kalkatsch Gou„ =vernement, de dato 8. September voorkomt, hier geen spe„ „ciaale aanhaaling veruisschende, ben ik genaderd tot de wederlegging van onze derde Memorie, omtrent welkers inhoud de Heeren zich houden als waren zij niet genoeg on„ derrecht nopens den eigendom der gronden die, in ons Dorp, Moorsche genoemd worden en op, wat wijs de Inlan„ „ders zich daar hebben neer gezet; om die reeden van de hand wijzende onse voorstel tot afstand van dezelve aan de Comp:, betuigen zij verder dat, in welke graad van vermogen men Haare invloed ook mag aanmerken, zij nimmer getracht hebben de Leenen EE: veranderen ofte de Rechten van Eigendom welke den Inlander heeft aan de grondens, in dat het cimi„ neel Rechts gebeid buiten de Limiten van kalkatte, door den Nawab en zijn, onderhoorigen word geoeffenid: en de beslis„ „sing der Civile Rechts gedingen onder de Inlanders, na inlaanders Haare „
English
230 her own lawful institutions and written laws, at the respective Adalats or Courts of Justice. § 97. In reply to the fourth and last Memorial, there were transmitted to us, along with the same, a list of papers that had been submitted to the Government by Captain Geddes before his departure, from No. 1 to No. 16; and of these, Nos. 1 and 2 consisting of receipts for the return of the Bark Constancie and the Pantjalling Het Gedult dated 10 March 1784 and granted by Pl. Goussaint and I. D. Plaat, commanders of those vessels; item Nos. 15 and 16, or two copy letters written by the said Captain Geddes under 8 November 1784 and 12 January 1785 to the Government: thus, without the addition of the further documents specified in the list under Nos. 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, and 14, and consequently also no accounts or settlement with one or the other of the interested parties; although the reply of the Supreme Council dated 8 September aforementioned, vide Appendix hereto No. 41, dictated the transmission of all papers left behind by Geddes, from which we were to perceive that he acknowledged being indebted in a sum of CRs. 136,731 1 8, as the balance of goods, ship's stores, and provisions which were sold by him on account of the owners of the captured vessels, which amount his attorneys were ready to pay, and which sum, by order of the Supreme Council, would be delivered to such a person as should be properly authorized to receive it, and to the attorneys of Captain Geddes, on the other hand, would be handed over the papers submitted by us to the Government, in order to answer thereto on behalf of their principal: But with regard to the further claims, such as the notification of the names of claimants whose actual loss has nowhere appeared to us, the Supreme Council considers that these ought to be decided by the Gentlemen Directors of the English Company in Europe, to whom Their Honors would submit them. § 98. Finally, this reply is concluded with an ardent desire of the Gentlemen of the Supreme Council that it may please Their Honors the High Indian Government at Batavia to show an equal readiness and candor in settling differences in Asia that might arise in the course of business and trade between the servants of both companies; promising to contribute everything in their power toward maintaining the ancient, happily restored good understanding, equally tending to the interest of both nations, and advantageous for the flourishing of trade here in this country. § 99. Of the receipt of this reply we gave notice by our letter to the Supreme Council dated 21 September 1785, 231 1785, Appendix No. 43, and that, although the translation and consideration thereof would for the present provide us with enough work, we would nevertheless not lose a moment in declaring ourselves upon the several proposals and bringing an end to our commission as soon as possible. § 100. Two days thereafter, or 23 September, when there was a meeting, we brought the aforesaid reply, in original and as far as it was already translated, in Dutch as well. We read the latter out to the meeting, and conveyed the remainder by translation, as it read. With us, it was generally noted therefrom that no progress had been made in the matter and, regarding the linen procurement, that one was now in a more disadvantageous situation than before the war; that the honor of the Nation and the Dignity of the Company, a respectable merchant body, a power in itself, seemed not to have been taken into the slightest consideration, for deference ought then to have been shown to the proposal to make an equitable arrangement and agreement with one another regarding the payment of the tolls; that the received regulations, Appendix hereto No. 41, were found to be drawn up in such a general, obscure sense that nothing but endless disputes could result therefrom: for the prevention of which and, if possible, not to see the Company on an equal footing with every individual, every common Bengali or private merchant, an agreement and regulation had been provisionally drafted by us regarding the toll collection on the goods of the Dutch Company and her subordinates at the Buxbander etc. at Patna, to be signed and faithfully observed by the Nawab on the one part, the Governor-General and the Members of the Supreme Council of Fort William, as representing the Dewani for the English Company, on the second part, and the Director and Council on behalf of the Dutch Company in Bengal, on the third part. Subjoining the draft itself in our and the English language hereto under No. 44, I respectfully take the liberty to refer thereto as well as to the separate Resolution of 23 September aforesaid, as proof that our opinions were approved and the said draft was approved on that day, and we were requested to draw up such a further Memorial in Reply to the answer of the Supreme Council dated 6 September as should appear serviceable according to the nature and state of affairs, especially for the refutation of various prejudicial allegations and arguments. § 101. Thus matters stood, when the next day, in the evening of 24 September, the pleasant news was received here of the safe arrival of the Honorable Director Titsingh from Batavia
Dutch transcription
230 Haare eige wettige Instellingen en beschrevene Rechten, bij de respective Actalets of Gerechtshoven. — §97. Tot Andwoord op de vierden en laaste Memorie, zijn ons, neven het zelve, toegezonden een Lijst van Papieren die door Captein Geddes; voor zijn vertrek bij het Gouvernement waren in gediend, van N„o 1 tot N„o 16; en van deze de N„s 1 en 2 bestaande in quitantien van de te rug gave der Bark Cons„ tancie en de Pantjalling het gedult gedateerd 10. Maart 1784. en verleend door P„l Goussaint en I: D: Plaat, gezach hebbers van die vaartuigen, item de N„o 15 en 16. ofte twee Co„ „pij brieven door gem: Cap„t Geddes onder den 8 November 1784. en 12. Ianuarij 1735. aan het Gouvernement geschree„ „ven: dus, zonder bijvoeging der verdere stukken bij de Lijst sub N„o 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 14, gespecificeert en gevolgelijk ook geene Reekeningen of Afreekening met den een of den ander der belang hebbende Partijen; schoon het Andwoord van den Hoogen Raad de dato 8. Septbr meer„ „meld, vide bij lage dezes N„o 41- dicteerdeen toe zending van alle Papieren door Geddes nagelaaten, waar uit wij zouden ontwaaren, dat hij erkend schuldigte zijn een som van „ L: k op„s 136:73„ 1„ 8, als het saldo van goederen, scheeps behoeften en Provisien, welke door Hem, voor reekening derligenaaren van de genomene vaartuigen verkocht zijn, welk bedragen zijn gemachtigden gereed waren te be„ „taalen en welke som, op ordre van den Hoogen Raad, zou„ „worden afgegeeven aan zoodanig een persoon, als tot dies ontvangst, behoorlijks geautoriseert zou weezen, en aan de gemachtigdens van Cap:t Geddes, zouden, daar en tegen„ worden ter hand gesteld, de papieren door ons bij het Gouver, v „nement ingediend, om daar op, voor hunne principaal, te antwoorden: Doch ten aanzien der verdere Eisschen, ge„ „lijk de aanmelding der naamen van pretendenten, welker eigenlijk verlies, ons nergens is gebleeken, vermeend de Hooge Raad, dat die behooren te worden beslist door Heeren Bewindhebberen van de Engelsche Comp: in Europa, aan uren Haar wel Edelens die zouden voordragen. — § 98. Eindelijk word dit Andwoord beslooten met een vuu„ „rig verlangen der Heeren van den Hoogen Raad, dat het Hun Edelens de Hooge Indiasche Regeering te Batavia mag: behaagen, een gelijke bereedvaardigheid in oopen„ „hartigheid in het vereevenen van verschillen in Asia te bezoonen welke ontstaen mochten in den loop der bezig„ „heeden en koophandel tusschen de Dienaaren der beide „compagnien; onder belofte van alles wat in hun vermo„ „gen is te zullen contribueeren tot het onderhouden der oude, gelukkiglijk herstelde goede verstandhouding, even„ „reedig strekkende tot het belang der beide Natien, en voor„ „deelig voor den bloeij des koophandels hier te Lande. §99. van de ontvangst van dit Antwoord gaven wij ken„ „nis bij onze Brief aan den Hoogen Raad de dato 21. September worden 1785 231 1785, bij lage N„o 43. en dat wij, schoon de vertaaling en overweeging daar van, ons vooreerst, bezigheid genoeg zou„ „verschaffen, echter geen oogenblik zouden verzuimen om ons op de onderscheidene voorstellen te verklaaren en van onze commissie, zoodra mogelijk, een einde maaken— § 100. Twee dagen daar na, ofte den 23„e September, wanneer het vergadering was, brachten wij het voorsz: Antwoord, in originaale en zoo verde het reets vertaald was, in het Hollands meede. wij laazen het laeste der vergadering voor: en gaven het overige door vertolking op, zoo als het luide. Met ons wierd daar uit over het algemeen op ge„ =merkt, dat men , ter zaake niet gevordert en wat den Lijn„ „waat inzaam aangaat, thans in nadeeliger omstandig„ „heid ware als voor den oorlog; dat de eere van de Natie en de Achtbaarheid van de Compagnie, een Respectabel Handel drijvend Lichaam, een Mogendheid op zich zelve, in geen de minste aanmerking scheen gekomen te zijn, want dat dan gedefereert had behooren te worden aan den voorstel om nopens de betaaling der Pol„ met elkander een billijke schikking en overeenkomst te maaken; dat de ontvangene Regulatien, bij lage dezes N„o 41. wierd in„ „gezocht bevonden in zoo een algemeene duistere zin, dat daar uit niet dan oneindige disputen konden resutteeren: tot preventie van dewelke en om des mogelijk de Comp: niet gelijkstandig te zien met iader in dividu,ieder ge„ „meen Bengaaler of particulier koopman, door ons, bij provisie in concept was gebracht een overeenkomst en Reglement nopens de vertolling der goederen van de Ne„ „derlandsche Comp„s en Haare onderhoorigen aan de Backs„ =bender & te Pattena, om, door den Nawab ter eenre, den Gouverneur Generaal en de Leeden van den Hoogen Raad van het Fort william, als, voor de Engelsche Compagnie representeerende de Dewant ter andere, mitsgaders den Directeur en Raad van wegens de Hollandsche Compagnie in Bengale, ter derde zijde, geteekend en getrouwelijk en acht genomen te worden. Het ontwerp zelfs in onze en de Engelsche Taal deze sub N„o 44. bijvoegende, gebruik ik eer„ „biedig de vrijheid mij daar aan zoo wel als de aparte Reso„ „lutie van 23. September voormeld te refereeren, ten bewijze, dat onze opinien goed gekeurd zijn en het gem: ontwerp„ ten dien dage, is geapprobeerd en wij verzocht zijn geworden om op het Antwoord van den Hoogen Raad de dato 6 Sep„ „tember, zoodaanig een nadere Memorie tot Repliek in te richten, als na den aart en toedracht van zaaken voor„ „quam dienstig te wezen inzonderheid tot wederlegging van verscheide prejudiciabele allegatien en argumenten. § 101. Aldus stonden de zaaken, toen daags daar aan„ den 24. September 'savonds hier ontvangen wierd de aange„ „naame tijding van het behouden arrigement van Den EE: Achtbaaren Heer Directeur Titsingh van Batavia „meen e
English
in the River the Ganges on the ship Hinloopen, we were, according to the Resolution of that date, requested to remain here until after the arrival of his Right Honourable in Loco and to attend the ceremony of the Reception. Of this we gave notice to the Calcutta Government, as shown in Appendix No 45, and also took that opportunity to request authentic copies of the accounts that Capn Geddes had submitted to Their Honours, in order to be able to judge the cause of the difference between our claim § 69 and that which, see par: 109, is offered to be paid. § 102: On the 29th of September, the aforementioned Mr. Director Titsingh arrived here at this place, and it was the following day that Mr. van Citters and I had the honour of handing over to his Right Honourable all the papers that by then already related to the commission. It was on that occasion that we engaged in a serious discourse with the said Mr. Director concerning the unfortunate circumstances of the Honourable Company through the war in general, and the fatal moment at which his Right Honourable arrived here to assume the governance of its affairs in Bengal, regarding which, after we had spoken at large about it, the Mr. Director requested us, in relation to the same and to the Commission in particular, to draw up a short draft in order to be able to make use of it during a visit that his Right Honourable intended to pay at Gorhetty to his Excellency the English Governor General Macpherson, which short draft I myself handed over to his Right Honourable the next day in the morning. § 103: Meanwhile, the necessary extracts and notes for the refutation of the same having previously been prepared by me from the Calcutta Answer of the 8th of Sept:, I proceeded with the drafting of the concept of a fifth Memorial, which was brought into the meeting and read on the 7th of October. I then learned with pleasure of the attention that the meeting was pleased to grant me during the reading of the same, and was genuinely honoured with the unanimous testimony that, after the reading thereof, it was judged that the Company's interest therein was defended with that seriousness and emphasis that the nature of the matter came to require. The conclusion of the Memorial was regarded as an extreme to which one was not qualified, and this because it seemed as if the intention were to bring the Company's service to a final standstill and to await what our Lords and Masters or the Noble High Indian Government might be pleased to order in this regard in the present state of affairs; and although the sense of the words does not imply this, I nevertheless find myself obliged to explain somewhat more closely why I thought I could and might make use of such strong expressions, and thus, in order to prevent all misunderstanding, to let the words themselves precede, just as they are contained in 33 and 34 of the aforementioned draft Memorial Appendix No 46, which read as follows: "We have hereby arrived at the end of our Rescript. We very politely request a favourable consideration of its contents, and that, if we may have been too emphatic in one thing or another, your Excellency may be pleased to regard it not as an inclination to be improper or indiscreet, but to be serious, in order to conceal nothing from your Excellencies, but to make clearly visible that, if no actions are added to your Excellency's promises, and one must thus see things lost one after another to the injury of the Honour of our Nation and the Dignity of its Indian Company; that, what appear to be mere Privileges seem to leave us virtually no more Right to appeal to them, and the Company must, moreover, remain exposed to dangers like the war which previously had no place; from this it can undoubtedly follow nothing other than that our Lords and Masters in Europe will be made weary and it will finally be resolved to abandon Bengal and to be content with the lack of its Manufactures, which, on account of all the fatal circumstances with which the Company must struggle, cannot yield those benefits that can outweigh the damage and the inconvenience that are annexed to the Bengal trade; not to mention that if our Privileges, or complaints about infractions upon the same, are considered in no other Light than difficulties that are easier to commit to paper than to redress, and the value of which otherwise seems to deserve little reflection, no refuge or any certainty remains for us anymore; while mere promises to provide help and to make the course of our Trade easy, to redress our complaints, and to restore true freedom, without our seeing the actual Effect thereof, both by nullifying all harmful and disadvantageous orders with respect to the Dutch Company and granting and allowing Her, according to the express will and desire of His Britannic Majesty and the Court of Directors of the Noble English East India Comp:, contained in venerated Letters dated 2nd of April 1762 and 3rd of Nov: 1763, Appendix No 51, Equal freedom and safety with that of the aforementioned English Company, insofar as trade and residence in Bengal are concerned, the Director and Council are resolved to make no further representations whatsoever, to let matters take their course, and, regarding the Fate of their residence or departure, to await the decision of their respectable superiors
Dutch transcription
232 in de Rivier de Ganges met het schip Hinloopen wij wier„ den, uijtwijzens Resolutie van dien datum verzocht hier te blijven tot na de aankomst van zijn EE: Achtbaare in Loco en het teremonieel van de Receptie bij te woonen. Hier van gaven we, uitwijzens. Bij lage N„o 45, kennis aan het kalkatsch Gouvernement en namen die geleegenheid „tevens waar om autenticque Afschriften te verzoeken van de reekeningen die Cap„n Geddes, bij Haar wel Edelens, had „ingediend, ten einde te konnen oordeelen over de oorzaak van het verschil van onzen Eisch s 69. en het geen vide par: 109. Geoffereert word te betaalen. — § 102: Op den 29. September arriveerde welm: Heer Di„ „recteur Zitsingh hier ter plaetze en het was daags daar aan dat de Heer van Citters en ik de eere hadden aan zijn EE: Achtbaare te overhandigen alle de papieren welke toen bereets tot de commissie relatie hadden. Het was bij die gelegenheid dat we met gem: Heer Directeur geraakten in een serieus discours over de ongelukkige omstandighee„ „den van de E: Maatschappij door den oorlog in het algemeen„ en het nood-lottig tijd stip waar in zijn E: Achtbaare hier quam tot aanvaarding van het bestier Haare, zaa„ „ken in Bengale, waaromtrent, na dat we daar over wijd„ „loopig hadden gesprooken, de Heer Directeur ons verzocht, met relatie tot dezelve en de Commissie in het bij zonder een kort ontwerp te willen formeeren ten einde zich daar van te konnen bedienen bij een bezoek dat zijn Achtbaare van intensie was te doen te Gorhettij aan zijn Exceltentie „den Heer Engelsch Gouverneur Generaal Macpherson, en welk kort saamen stet zelve 's anderen daags 's mor„ „gens aan zijn E Achtbaare overhandigde. § 183: onderwijl, of bevoorens door mij uit het kalkatsch Ant„ „woord van den 8. Sept: denodige uittrekzels en annotacien „tot weder legging van het zelve, geformeerd zynde, ging ik voort met de enstelling van het concept van een vijfde Me„ „morie die den 7„e october in vergadering gebracht en geleezen is geworden. Ik vernam toen met genoegen de attentie die de vergadering mij geliefden te vergunnen bij het voorliezen van dezelve in Rk was wezendlijk vereerd met het eenparig getuigen is dat na Lecture van dien geoordeelt wierd dat 's Comp„s belang daar in was verdeedigt met die ernst en na„ „druk als den aart der zaake quam te vereisschen. Het einde der Memorie wierd beschouwd als een uiterste, waar toe men niet gequalificeert was, en zulx door dien het scheen, als waare, de intensie om 's comp„s dienst finaal te zullen laaten stil staan en afte wachten wat onze Hee„ „rin en Meesters ofte de Edele Hooge Indiasche Regeering. behagen zoude, daaromtrent, in den presenten toedracht van zaaken, te ordonneeren: en alhoewel de zin der woorden, dit niet insluit, vin de ik mij echter verplicht, wat na„ „der te verklaaren waarom ik gedacht heb mij van zulke van sterke 233 strekte uitdrukkingen te konnen en mogen bedienen, en dus, ter voorkooming van alle mis verstand, voor af, te laaten volgen de woorden zelve, zoo als ze bij de 33 en 341 van de voorsz: concept Memorie Bijlage N„o 46 vervat staan „ze luiden aldus. —"we zijn hier mede ten einde gekomen van onze Reschriptie. wij verzoeken zeer beleefdelijk een gunstige overweeging van dies inhoud en dat, zoo wij, in het een of anders te nadrukkelijk mochten geweest zijn, uw Excell: het gelieven aan te merken niet als een trek om on wel voegelijk of onbescheiden, maar om serieus te zijn, ten einde voor uwe Excellencien niets te ontveinsen, maar „klaar te doen zien, dat, zoo bij de beloften van uwe Excell: geen daaden gevoegt worden, en dat men dus, het eene voor„ en het anderen na, tot krenking der Eere van onze Natie en der Achtbaarheid van Haare Indische Maatschappij„ moet zien verlooren gaan; dat, wat meer schijen Pri„ „vilegien ons genoegzaam geen Recht meer schijnen over te laaten om ons daar op te beroepen, ende Compagnie, daar bij, noch bloot moet staan aangevaaren gelijk de oorlog„ welke, voor dezen, geen plaats hadden, hier uit ontwijf„ „fel baar niet anders kan volgen, als dat het onze Heeren en Meesters in Europa moede gemaakt en eindelijk daar toe zal overgegaan worden van Bengale te verlaaten en zich te vergenoegen met het gemis van dies Mantifactuu„ „ren, welke, uit hoofde van alle de noodlottige omstandighee„ „den, waar meede de Maatschappij moet worstelen; die „voordeelen niet konnen aanbrengen, dat zij konnen op wee„ „gen de schaade en het ongemak dat aan den Bengaalschen koophandel annex is, om niet te zeggen, dat, zoo onze Tri„ viligen, of klachten over en fractie op dezelve, in geen ander Licht worden beschouwd als zwaarigheeden, die gemak„ kelijken ten papiere te brengen als te redresseeren zijn en „welker valeur, buiten des weinig reflexie schynd te verdie„ „nen; er geen toevlucht of eenige zeekerheid meer voor ons overblijft; de wijl enkele belofte van hulp te willen verschaf„ „fen en den loop onzes Handels gemakkelijk te zullen maa„ „keni onze klachten, te redresseeren, en de waare vrijheid te willen herstellen. „ zonder dat we daar van het daadelijk Effect: zien, zoo door ten opzichten van de Nederlandsche Compagnie alle schaadelijke en nadeelige ordres te vernieti„ gen en Haer, navolgens de expresse wil en begeerte van zijne Groot Brittannische Majesteit en de Heeren Bewind, „hebberen van de Edele Engelsche oost-Jndische Comp„e /: ver„ „vat bij gevenereerde Letteren, de datis 2„e April 1762. en 3 Nov. r 1763:1 bij lage N„o 51. , te bezorgen en toe te laaten Gelijke brig„ „heid en veiligheid met die der welm: Engelsche Compag„ „nie. in zoo verre den koophandel en het verblijf in Bengale aangaat, de Directeur en Raad geresolveert zijn geen ver„ „toogen, hoe genaamd, meer te doen, de zaaken op haar be„ „loop te laaten en nopens het Lot haares verblijfs of op brake de decisie van haare respectabete superieuren „den afte
English
to await: This is the last effort and the utmost of our endeavors. We therefore request, in the most urgent manner, a serious consideration of the aforementioned articles under paragraph 24 of the draft memorial. The decision that Your Excellencies shall be pleased to take thereon must decide whether the Company in this country shall stand or fall, and what calamity will it not produce if it is brought to the last extremity. It cannot even be reconciled with humanity to believe that Your Excellencies would be insensible to the irreparable blow and ruin not only of several of the Company's servants, whose fortune or misfortune, so to speak, depends upon the disposition of Your Excellencies, the welfare, and the preservation of the Dutch Company; but what a heartbreaking and touching spectacle it would be for a multitude of families to experience the fall of the Company in Bengal and thereby to become the victims of the most pitiful disasters and misery. § 104. That this is indeed the pure and true language of the heart, suited and proportioned to the circumstances of the time, no one who knows in what esteem the Company has been in this country, and how it has been brought, chiefly through the domination of the English, to its present decline, nay, to the mockery and contempt of this proud nation, can with reason deny or contradict; and that an ultimatum or declaration of wishing finally to remain inactive cannot be derived therefrom, the expressions, taken in their context, indicate all too clearly. That through a decision of the Lords and Masters or the Noble High Indian Government it might come to abandoning Bengal, or at least relinquishing the linen trade that yields so little profit, is no absurd conclusion or unripe thought. I may assure Your Honorable Worships from the bottom of my heart that I have accurately weighed and considered everything, and have said or put to paper nothing other than what I believed to correspond with the duty of an upright and zealous Company's servant and the importance of the matter entrusted to me and the Honorable Mr. van Citters as commissioners; nor as an invention or notion that is very new, for our Lords and Masters have said virtually the same in Their High Memorial to the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, dated March 2, 1761, on page 47, with these words: "For if the English Company, supported by the King's ships and troops, continues to maintain in the Indies the power which it has held there for some time, and while on the one hand that power is used in Bengal, and who knows where else, by force and in open violation of the most solemn treaties, to prevent the Dutch Company from being able to protect its establishments there and to secure its commerce; and on the other hand the servants of the said Company, under favor of that superior power, shall be permitted, exclusively and with the exclusion of the Dutch Company, to draw entirely to themselves these and those principal branches of trade, and that those servants, with respect to the further branches of commerce, shall be permitted to traverse and obstruct the trade by all kinds of unlawful coercive means, then it must and then it shall, to our bitter grief, in Bengal and in more other places, soon be entirely over with the establishments of the Dutch Company and with its trade." If these were already the sentiments of our Lords and Masters in the year 1761, what then may one not assume after the lapse of a quarter of a century, in which affairs have by no means taken a more favorable turn, but, if one may say so, have now reached the extreme. Freedom is a precious treasure, against which tyranny, especially with regard to commerce, is intolerable and ruinous for everyone who must groan under it. First, the freedom to trade according to our pleasure in opium and saltpeter was wrested from us; after that, the door of the King's mint was closed to us; all private trade was made altogether impossible through arbitrary duties, such as up to 90 per cent on salt; and now the linen trade must suffer the same fate. Now there is no chance, other than through special channels, to obtain the Company's necessity or for private individuals to acquire it: all those oppressions cannot but result in the total ruin of the Company and all who shall see it happen. This, I confess, makes me, perhaps more than others, sensitive, and I was thus very zealous in what was then my task, considering the absurdity that, contrary to all right and reason, the Company must, along with others, be the suffering party, and that they nevertheless endeavor to give it the appearance as if they did not wish to oppose it in its privileges and prerogatives. . . . . . § 105. I would therefore have wished that the aforementioned draft memorial could have been brought to the notice of the Calcutta government. The circumstances of affairs could not thereby, as I shall further prove, have been made worse. But, to show respect for sentiments that lean toward the softer side, so long as there is any hope thereby, I will not say of attaining our object, for that is impossible, but of keeping it somewhat bearable, I conformed, at the session of October 7 last, when the said draft memorial was read, with all the other members, to what the Director communicated on that day to the Council, chiefly regarding a private negotiation, having found with His Excellency the Governor General Macpherson so many testimonies and assurances of readiness to his Honorable Worship
Dutch transcription
234 afte wachten: Dit is het laetste Effort en het uiter„ „ste onzerpoogingen. we verzoeken derhalven, op het instan„ „tigst, eene serieuse over weeging van de sub par: 24. /: van de concepte Memorie ovf gementioneerde Articulen. Het besluijt dat uwe Excellencien daar op zullen gelieven te neemen moet decedeeren of de Comp: hier te Lande zal staan of val „len, en welke catamiteil zal het niet opleeveren, in dien het tot laetste uiterste overstaat. Het kan zelfs met de men„ „schelijkheid niet over een gebracht worden van te gelooven dat uwe Excebl: ongevoelig zouden zijn over de onherstelbaa„ „re slag en ruine niet alleen van verscheide van Comp„s Die„ naaren, wier geluk of ongeluk, om zoo te spreeken van de dispositie van uwe Excell:, de wetvaart en het behoud van de Nederlandsche comp:s afhangt; maer welk een hart beekend, en toeffend schouwspel zat het zijn voor een meenig„ „te van Huisgezinnen, de val van de compagnie in Bengale te beleeven en daar door het slacht offer te zullen worden van de deerlijkste Rammpen en Elende. §: 104. Dat dit nu de Zuivere en waarachtige tael deshaarts is, gepast en geproportioneert made omstandigheeden de stijds„ zab niemand die weeste, in wat aanzien de comp: hier te Lande geweest, en hoe zij, voornaamelijk door de overheersching der Engelschen, in het tegenwoordig verval, ja tot spot en verach„ ting van dit trotsch volk, gebjacht is, met reeden begeeren, of konnen tegenspreeken, dat ook daar uit, niet afte leiden een ultimatum of verklaaring: vane finaal stil te willen zitten, wijzen, de uitdrukkingen, in haar verband genomen, al te duidelijk aan. Dat het door een besluit van de Heeren en Meesters ofte de Edele Hooge Indische Regeering, daar toe zou konnen komen, om Bengale te verlaaten, ten minsten van den zoo weinig voordeel geevende Lijnwaat han„ del afte zien, is geen absurde conclusie, of onreipe gedach„ „ten. Ik mag uE: E: Achtbaare uit grond van mijn hart verzeekeren dat ik alles naukeurig gewikt en gewogen en niets gezegt of ten papiere gesteld heb, dan het geen ik vermeende, over een te komen met de plicht van een oprecht ver en ieverig Comp„s Dienaar en de aangelegenheid der zaake, mij en den Heer van Citters, als gecommitteerden aan„ „vertrouwd; ook als geen inventie of inwal die zeer nieuw sonze Heeren en Meesters hebben genoegzaam het zel„ „ve reets gezegt bij Hoogst Derzelver, Memorie aan de Hoog Mogende Heeren Staaten generaal, der vereenigde Ne„ „verlanden de dato 2. Maart 1761. „ oppag: 47. met deze woorden: want zoo de Engelsche compagnie, ondersteund met 's konings schepen en troupen, bij continuatie, in Indie blijft houden de macht, die zij zeedert eenige tyd aldaar heeft gehad, en dat terwijl aan de eene zijde die Macht in Bengale, en wie, weet water elders, word gebruikt, om; in „weer wil en met openbaare verbreeking van de plechtigste verbonden, de Nederlandsche Comp=s met geweld te beletten „Haart Etablissementen aldaar te konnen beschermen en „haar en koophandel te beveiligen; aan een andere zijde de Litten Bedienden „ 235 Bedienden van Gemelde Compagnie, onder faveur van die of voor particulieren, te bemachtigen: Al die onderdrukkin, overmacht, zullen mogen provativelijk en met Seclusie van „gen konnen niet anders uitwerken dan het tot al verderf de Nederlandsche Compagnie; geheel na zich trekken van de Comp: en able die het zullen zien gebeuren. Dit beken „deze en geene hoofdtakken van den Handel en dat die Be„ ik maakt mij, mogelijk meer als anderen, gevoelig en ik „dienden, met opzicht tot de verdere takken van commer„ was dus zeer ieverig in het geen toen mijn laak was, overwee„ „cie, den Handel zullen mogen traverseeren en beletten „gende de noodsottigheid, dat tegen alle recht en reeden, de door allerlij ongeoorloofde dwang middelen, dan moet Compagnie met anderen, de Lijdende Partij moet wezen, en en dan zal het, tot onze bittere smerte, in Ben„ dat men, het echter den schijn, tracht te geeven, als wilde „gale en op andere plaatzen meer, wel haast geheel men Haar niet tegen zijn in Haare voorrechten en Prero, gedaan zijn met de Etablissementen van de Neder„ gatevren. . . . . .. „landsche compagnie en met Haaren Handel. §: 105: Ik had daarom welgewenscht, dat de voorsz: Con„ zoo dit nu in A„o 1764. rets de gevoelens waren van onze Heeren „cept Memorie, onder het oog van het kalkatsch Gouverne„ en Meesters wat mag men 'er dan niet van voor onderstellen ment gebracht had konnen worden. De omstandigheeden na verloop van een quart Eeuw; in dewelke de zaaken gansch van zaaken hadden daar door, gelijk ik nader bewijzen zal, =geen gunstiger gedaan te hebben gekregen, saals men het niet konnen verergeren: Dan, om eerbiedigheid te bewijzen zeggen mag, thans tot het uiterste gekomen zijn. vrijheid voorgevoelens die tot de Lachtste kant overhellen, zoo lang is een dierbaar pand waar en tegen de Dwinge landij in zon, er Eenige hoop is, van daar door, ik zal niet zeggen ons „derheid nopens de koophandel, ondragelijk en verdervelijk is oogmerk te bereiken, want dat is onmogelijk, maar het voor een ieder die daar onder moet zuch ten Eerst is ons lette quelle dragende te houden; hebbe ik, ter sessie van afhandig gemaakt de Ergjheid om na ons genoegen in Afioen den 7. October Jongstleeden, wanneer gem: Concept Memo„ en salpeeter te konnen handelen, daar na is de deur van 's rie geleezen is, met alle de overige Lieden, mij geconfor„ konings Munt voor ons geslooten: alle particulieren Han meert met het geen de Heer Directeur, ten dien dage, aan „del, door willekeurige belastingen, gelijk als op het zout Raade Communiceerde, voornaamelijk bij een particuliere tot 90 pr C„to, ten eenemaal onmogelijk gemaakt, en nu moet onderhandeling, met zijne Exceltentie den Heere Gouver„ de Lijnwaatenzaam er aan gelooven. Nu is er geen kans, „neur Genoraal Macpherson zoo veel betuiginge en verzeeke„ anders, dan door bijzondere cammaalen 's comp„s enotigtheid ringen van bereedwilligheid te hebben bevonden, om zijn E: Achtbaare d
English
Honorable in particular to render every service and give satisfaction, even in the points concerning this Commission, that he desired to make an attempt in this matter, namely by bringing the substance and content of the drafted agreement privately to the attention of His Excellency beforehand, and to learn what his opinions and intentions might be regarding it, with the assurance that he, the Director, would immediately endeavor to direct matters toward achieving the objective, if possible, without any further significant representations, and declaring that if his intervening negotiation should be of no success, it would then always still be time enough to have the Memorial prepared for submission, intending nothing else than to facilitate the matter as much as possible and, after this private opening, to bring an end to it publicly, as it ought to be done. Paragraph 106. The result of this visit the Director communicated to the meeting at the gathering of the 18th of the aforementioned month of October, namely how His Excellency, the oft-mentioned Governor-General Macpherson, had made known to him, the Director, that regarding the point of the Tolls he had taken the trouble to examine most accurately himself and to have reported to him with respect to the foreign Nations what customs had taken place regarding this and concerning the granting of Desteks, and all this with the utmost impartiality, under assurance of not wishing to curtail anyone in his privileges, but to arrange it in such a way that one would be able to be satisfied with it; that, having been fully informed of the customs that had taken place and the various pieces of information obtained in that regard having been committed to paper, from these there had been drafted in the High Council diverse articles to serve as a Regulation concerning the payment of the Toll and the granting of Desteks by the European Nations established here in the Country; that His Excellency, upon the presentation of what had been resolved at this Table with respect to a convention concerning the Tolls, as well as the drafted design of an agreement for the freedom, safety, and security in the Trade of the Company and its dependents, had been pleased to make known the freedom he granted the Director to have these drafts presented to the High Council, yet that as far as the first is concerned, the Council, after investigation and finding of matters, would not readily proceed to make changes; and with regard to the latter, that His Excellency had fully acknowledged our right to insist upon safety and security for our commerce and that, if that article were also proposed to the High Council, although the guarantee of the Possessions of the sovereign had to proceed therefrom, His Excellency, if one provided a description of our defenseless state and circumstances and how one here in the Country never maintained a larger number of Military personnel than was permitted according to the agreement of 1759, would not fail to advocate his sentiments in our favor most forcefully in the meeting and to direct matters so that that affair would be presented to Europe in the most emphatic and favorable terms, as it went without saying that this had to be done from our side in order to effect that which could not well be brought to pass here in India. Paragraph 107. From the High Council itself, Mr. van Citters and I, alongside a Letter dated 8 October, written to us by order of Their Excellencies by Secretary Hay, had received on the 12th of that month the aforementioned further Regulation on the accounting of the Toll to the Bakhshbandar, which, after translation, having been handed over with the letter to the Director, was produced by His Honorable at the aforementioned meeting of 18 October, on which day, during the deliberation held thereon, the necessary remarks were made upon it and thereafter handed over to us, with orders to adapt our drafts accordingly and to present them to the said High Council with the necessary Representation; and as, after inquiry made by the undersigned, it was resolved to insist upon a mutual convention in that regard between both Nations, and with respect to the derogation of the Peeshkash at Patna, which I had also considered when drawing up our draft, not to hesitate to reclaim for that purpose the convention that was extorted from this assembly on 23 August 1760 and guaranteed by the Calcutta Government as well as the King's Diwan, which capacity it has itself since assumed, and whereby the payment of that tribute was annulled by the Nawab Mir Jafar Ali Khan, as this latter was treated in more detail at the meeting of 21 October and noted in the Resolution of that date. Paragraph 108. On the same aforementioned day, the newly arranged fifth Memorial was read at the meeting, and thereby, according to Appendix Number 49, the Gentlemen of the High Council at Calcutta were informed in the 4th paragraph of the reasons concerning the invalidity of the Convention of the Year 1780, to which They refer in their Answer of 8 September 1785, with further Communication of the pleasure of our Noble High Indian Government at Batavia to work out a more just and equitable agreement, and that, both by virtue thereof and from the resuming course of the Company's affairs, it was judged by this meeting that the proper time had arrived to employ the most forceful and efficacious means in order to attain complete freedom, especially by a concise demonstration of the Company's Right thereto and the necessity of making
Dutch transcription
236 Achtbaare in het bij zonder alle dienst te bewijzen en genoe„ „gen te geeven, zelfs in de pointen betreffende deze Commis„ sie, dat daar van begeerde een proef te neemen, met naame„ „lijk zijne Exceltentie den substancieel en inhoud van de in concept gebrachte overeenkomst „ voor af in het particulier omder het oog te brengen en te vernoemen wat daar omtrent zijne opinien en intensie zyn mocht, onder verzeekering stonds hij Heere Dherocteur het daar heen zou trachten te devi„ „geeren, om, des mogelijk; zonder eenige verdere aanmer„ „kelijke vertoogen, het doetwit te bereiken, en verklaring, dat bij ze verre deszelfs tusschen, koomende onderhande„ „ling van geen succes. mocht zijn, het dan, altoos, noch „tidi genolg waarre de Memorie ter overgave in gereedheit te laa„ „tone brengen, als niet anderse bedoekende dan de zaak zoo veel doenlijk te faciliteeren en, na deze particuliere enta„ „men, van dezelve, gelijk het behoord; publiek een einde te maaken.. § 106. Het gevolg van deze visite, bedeelde de Heer Direc„ „teur aan de vergadering, ter bij een komst van den 18. der voormelde maand- October, hoe naamelijk zijne Excellentie, den meerm: Heer Gouverneur Generaal Macpherson, hem Heere Directeur hadde te kinnen gegeeven van naamelijk nopens het point der Tollen de moute te hebben genomen van zelfs, op het naukeurigste na te gaan en zich te laaten op geven met opzicht tot de vreemde Natien, hoedanige gebruiken daar omtrent en nopens het verleenen van De stek s hadden plaets. gehad, en dit alles, met de uiterste„ onzidigheid, onder verzeekering van niemand in zyne voor„ rechten te willen verkorten;, maar het zoodanig te schikken dat men daar meede genoegen zou kunnen neemen; dit, van de plaets gehad hebbende gebruiken, volkoomen on„ der recht en de onderscheidene, derweegen bekomene infor„ matien , ten papieren gebracht zijnde, uit dezelve, in den Hoogen Raad waren ontworpen ziverse articulen, om te dienen tot een Reglement aangaande de betaaling der Tol en het verleenen van De steks, door de hier te Lande geeta„ blisseerde Europische Natien; dit zijne Excellentie, op vertooning van het geen aan deze Taeffel, met opzicht tot eene conventie nopens de Pol„ gearresteerd was, als meede het in concept gebrachte ontwoerp eener over eenkomst tot vrijheid „ veieligheid en zeekerheid in den Handel van de compagnie en Haare onderhoorigen, had gelieven te kennen te geeven de vrijheid die hoog dezelve den Heer Directeur liet om deze ontwerpen den Hoogen Raad te laaten voordragen, nochtans dat wat het eerste aangaat, de Raad, na onderzoek en bevinding van zaaken, niet ligt zou overgaan, tot veran„ dering; en met betrekking tot het laeste, dit zijne Excellen„ tie volmondig hadde geavoueert ons recht om op veiligheid en zeekerheid voor, on zen koophandel aan te dringen en dat, indien ook aan de Hooge Raad dat articul wierd voorgesteld, schoon de guarantie der Bezittingen van den souver ein moest afvloeijen, zijn Excellentie, wanneer men een beschrij„ De steks ving 237 „ving seed: onzer weerloozen staat en omstandigheeden en hoe men hier te Lande, nimmer een grooter getal Mili„ „tairen aanhield, dan geschieden mocht volgens de overeen„ komst en 1759: niet zou manqueeren: van in vergadering „zijne gevoelens in ons faveur ten krachtigsten voor te dra„ „gen en het daar heen te wenden dat, die affaire, in de na„ „drukkelijkster en favorabelste termen voorgedragen wierd naar Europa gelijk dan ook van zelfs sprak; dat gescheiden, moest van onze zijde, ter bewerking van dat geen, het welk hier in Indie „ niet wel, tot stand kon gebracht worden. §. 107. van den Hoogen Raad zelve, hadden de Heer van „citters en ik nevens een Brief de dato 8. october, ter or„ „dre van Hunne Excell:, door den Secretaris Haij aan ons geschreeven, op din 12: van die maand ontvangen het voor„ „melde nader Regtement op de verantwoording der Tolaan den Bachsbender, dat, na de vertaaling, met de brief aan „den Heer Directeur overgegeeven, door zijn EE: Achtbaare, ter voorm: vergadering van den 18: october geproduceert is en ten welken dage bij de daar over gehoudene deliberatie; daar op de nodige aanmerkingen gesteld en daar na, aan ons zijn overhandigt geworden, met bevel, om onze ontwer„ „pen, daar na te schikken en met de nodige Representatie wetm: Hooge Raad voor te dragen; en gelijk, na gedaane afvrage door den ondergeteekenden, geresolveerd wierd om te insisteeren, op een mutueele conventie derwegen tusschen beide de Natien, en ten aanzien der derogatie van het Peekes te Pattena, waar op ik bij de instelling van ons ontwerp ook ben bedacht geweest, niet te schroomen van „daar toe te reclameeren. de conventie die den 23 Aug„s 1760. deze vergadering, afgedwongen en door het kalkatsch Gou„ vernement, mitsgaders s konings Dewaan, welke hoe„ „daanigheid zij zeedert zelve aanvaart heeft, geguarandeert en waar bij door den Nawab Mier Jaffer Alichan de betaaling van dat tribut vernietigt is, gelijk dit laeste ter vergadering van 21: 8ber: omstandiger verhandelt en ter Resolutie van dien datum, genoteerd is geworden § 108: Tin, even gemelde dage is ter vergadering geleezen de nader ingerichte vijfde Memorie, en daar bij zijn, uit„ „wijzens bij lage N„no 49. de Heeren van den Hoogen Raad te „kalkatta, bij den 4. paragraaf bekend gemaakt de reedenen wegens de krachteloosheid der Conventie van den Jaare 1780, waar op Hoog Dezelve zich bij haar Antwoord van 8 sept: 1785. beroepen met nadere Communicatie van het welbehaagen „onzer Edele, Hooge Indische Regeering te Batavia, om een „rechtmaatiger en billijker overeenkomst uit te werken, en dat, zoo uit krachte van dien, als weder aanvang neemende loop van 'sComp„s zaaken, bij deze vergadering, geoordeelt was, de regte tyd daar te zijn, om ter erlanging van een volkomen brijheid- de krachtigste en effecacieoste middelen ter hand „te moeten neemen; speciaal door een bondig vertoog van 's „Comp„s Recht daar toe en de noodszaakelijkheid tot het maa„ Peeskes „ken
English
towards a satisfactory, permanent settlement in this regard; to which end now, alongside this fifth Memorial, without admitting what appears in the Calcutta Answer of 3 September in refutation of our complaints in such manner as the 5th, 6th and 7th paragraphs of the Memorial serve to demonstrate, after the dictates of paragraph 8, there was delivered to the High Council a copy of the Advertisement that was published in 1775 for the unimpeded progress of our affairs, of which the renovation has been requested, item according to paragraph 9 the draft of an agreement so that on the one hand, in conducting the Company's trade, we should not be exposed to every private merchant individually, and on the other hand to prevent all complaints and disputes, which otherwise end irreparably, but, by a strict observance of this convention, are to be entirely removed from the way. Paragraph 109. I have the honour to enclose herewith under numbers 52 and 53 that Advertisement and the Articles, as they were drafted in Dutch and translated into English, and regarding the meaning and true intention thereof, however clear they may otherwise be, I take the liberty respectfully to refer to what I have described thereof in the Memorial, from section 10 to section 14, in particular that by this agreement the suspicion of clandestine trade, which this year seemed to have been obstructive to the progress of our affairs, must absolutely cease. Paragraph 110. In section 15 of the Memorial, your Right Honourables will find set down the compelling reasons which I have employed in order to bring into consideration the Regulation regarding the payment of the Toll and the right to grant Destaks, as the same constitutes number 44 of the annexes hereto, and from paragraph 16 to paragraph 20, to what extent it agrees or wherein it differs with the Calcutta Regulation number 41; in particular, as is recorded in paragraphs 21 and 22 of the Memorial, that the placing of guards at the approaches to our Village not only had no connection with the pretension under the English Regulation against smuggling, stated as necessary and to which one submitted, but that such procedures ought only then to be applied when an open violation of the promised loyalty could be alleged and proven; and finally, see paragraph 23 of the Memorial, the solemnity of the convention itself seemed to require that the authority of the Nawab, as long as it was not openly disapproved, revoked, or declared null and void, could not be passed over in a settlement regarding the Tolls, from which the laws of the Sovereign are devolved and the Dewan could demand nothing more than what is sufficient for him to secure the Country's revenues, as also the entering into and concluding of a convention with the Nawab's concurrence, to give satisfaction to both and to keep ourselves, forever, out of embroilment and accountability. We requested that, while it might be possible that the one convention would raise some objections, the other, as followed according to the Calcutta directive, be immediately carried into effect and brought to conclusion, and that if any clarification were necessary regarding one thing or another, we might for that purpose be summoned before the Gentlemen in Council, in order to provide the necessary solution and to conclude the same immediately and, on this point at least, not to see time wasted any further, as the 24th paragraph of the Memorial serves more fully to demonstrate. Paragraph 111. For the rest, with regard to the requested surrender of lands or the jurisdiction over such persons as inhabit Moorish land in our township, it was shown that there was just as little intention in this assembly, as in the Calcutta Government, to wrest the lands from the owners, and nothing else was intended than that, just as our jurisdiction extends over all those who inhabit Company lands, to see the same also extended over those who, within our limits, are housed on Moorish land, in such and similar cases as have historically fallen to the adjudication of the Director as upper and the Fiscal as under Village Master, as paragraph 25 of the Memorial indicates. Paragraph 112. And whereas we, with relation to the requested compensation for damages by the capture of the Bark de Constancia and Pancalang Het Gedult, upon our request previously made to the Secretary Mr. Hay regarding the missing papers, see annex number 45, have obtained no answer, so at the end of the Memorial, paragraph 26, it was made known which papers we found enclosed with the Answer of the High Council and which are thus missing in order for us to declare ourselves or to be able to judge why the offered amount differs so remarkably from the demanded amount of the known claims, with the repetition of our request for a copy of the account current of Captain Geddes with those of the related sales accounts and further proofs, absolutely necessary for the clarification of the matter. Paragraph 113. With the copying, translating, and putting into clean draft of the Memorial with the Annexes, the remaining days of the month of October passed, and we, not having departed with the same for Calcutta before the 30th, went, having requested an audience that morning, to His Excellency the Governor-General Macpherson, who just previously had also arrived in Calcutta from Ghyretty, in order to make His Excellency an apology for an erroneous message from one of our servants, who, having been instructed to inquire whether the Governor-General was at home, was then to report back, and otherwise the closed packet
Dutch transcription
238. ken van een voldoende, bestendige schikking derwegen; waar toe nu, neevens deze vyjfde Memorie, zonder te avouveren het geen in het kalkatsch Antwoord van 3: september tot refu„ „tatie van onze klachten voorkomt in diervoege als de 5, ben 7. par agrapef: van den Memorie komt aantewijzen, na dicta„ men van par: 8, aan de Hooge Raad is overgeleverd een Copij van het Nevertissement dat in 1775. tot een onverhinderde voortgang van onze zaaken is gepubliceert, waar van de ze„ „riovatie is verzocht geworden, item volgens par: 9. het ont„ „werp van een overeenkom st om aan de eene kant in het drijven van 's Comp„s Handet niet bloot te staan met ieder particu„ lier koopman op zich zelve, en om aan de andere kant te prevenieeren alle klachten en verschillen, welke anders oeindigen onherstelbaar, doch, door een stip te nakoming van deze condentie, ten eenemaal, uit den weg te ruimen zijn. — § 109. Ik heb de eere dat Advertissement en de Articulen „zoo als zo in het Nederduitsch ontworpen en in het Engelsch vertaald zijn, sub N„o 52, 53 hier neven te voegen en nopens den zin en waare meening derzelve, hoe duidelijk ze anders ook zijn, neem ik de vrijheid mij eerbiedig te gedragen aan het geen ik daar van bij de Memorie, van 110. tot 5 14. , heb beschreeven, inzonderheid dat door deze overeenkomst vol„ „strekt zou moeten op houden de verdenking van clandesti„ „nen Hlandel, die dit Iaar; kinderlijk scheen geweest te zijn aan den voortgang: van oooze zaaken. — § 110. Bij de 15 s van de Memorier zullen u EE: Acthbaarheeden ter nedergesteld vinden de drang reedenen die ik heb gebruikt ten einde het Reglement nopens de betaaling der Tol en het recht tot het verleenen van De steks, zoo als het zelve sub n„o 44. de bijlagen dezes uitmaakt, in aanmerking te „doen komen en van par: 16. tot par: 20, in hoe verre het over een komt of waar meese het verschild, met het kalkatsche Reglement N„o 41. –. , inzonderheid, gelijk bij par: 21. en 22. van de Memorie consteerd, dat het plaatzen van wachten aan de toegangen van ons Dorp, niet alleen geen Connexie had met de pretentie bij het Engelsche Reglement tegen de smokkelarij, als noodzaakelijk op gegeeven en waar aan men zich onderwierp, maar dat zulke procedures dan eerst behoorden te pas te komen, wanneer i een opinbaare schen„ „ding van de beloofden Trouw voorgewend en bewezen kon wor„ „den; en eindelijk dit vide par: 23. van de Memorie, de plech„ „tigheid der conventie zelfs scheen te vereisschen, dat het gezuck van den Nawab, zoo lang, het niet openbaar afge„ keurd, herroepen, of voor nietig verklaard wierd, niet kon worden voorbij gegaan in een schikking ten aanzien der Tollen, waar van de wetten van den Souverein gedevolveert zijn en de Dewaan niets meer kon worderen dan het geen voor Hem toe reikende is tot verzeekering van 'sLands Re„ „venuen, gelijk als het aangaan en treffen van een conventie aan met 239 met 's Nawabs concurentie, om beeden genoegen te geven en oor s zelve, voor altoos, buiten brouillerie en verantwoording te houden. Wij verzochten dat, terwijl het mogelijk kon zijn; dat de eene conventie eenige bedenkingen quame op te le„ „veren, de andere, als gevolgt na het kalkatsche voorschrift onmiddelijk ter uitvoer en tot stand gebracht en dat zoo er eenige opheldering omtrent het een of ander nodig ware, wij ten dien fine, bij de Heeren in vergadering mocht ontboden worden, ten einde de nodige oplossing te geven en het zelve onmiddelijk te sluiten en de tijd, wegens dit point ten mins „ten, niet derder te zien verhooren gaan, gelijk dat de 24 van de Memorie breeder komt aan te toonen. §. 111: Overigens is ten aanzien der verlangde afstand van gronden ofte de Iurisdictie over zulken, als „ in ons vlek„ Moorsche grond: bewoonen, vertoond, dat er, even zoo min als bij het kalkatsch Gouvernement, eenige in ten sie was bij deze vergadering, om de Eigenaaren de gronden afhandig te maaken, en niet anders was bedoelt, dan gelijk zich onze Iurisdictie uitstrekt over alle die Comp„s gronden bewoonen, dezelve meede geextendeert te zien, over den geenen die, bin„ nen onze Limiten, op Moorsche grond, gehuisvest zijn in zulke en zoodaanige gevallen als, auso, hebben gestaan ter berechting van den Directeur als opper- en den Fiscaal als onder Dorpmeester, gelijk par: 25. van de Memorie uit„ wijst — § 112. En na demaal, wes, met relatie tot de verzochte schaake vergoeding door het neemen van de Bark de constancia en Pantsjalling Het gedult, op ons, vide bij lage N„o 45 pre„ alabel aan den Heer secretaris Haij gedaan verzoek wegens de ontbreekende papieren geen antwoord hebben erlangs, zoo zijn; aan het slot van de Memorie par: 26, bekend gesteld welke papieren we bij het Antwoord van den Hoogen Raad heb„ =ben geincloseerd gevonden en welke er dus ontbreeken om ons te declareeren of te konnen vor deelen, waarom het aangebo¬ „den met het gevorderde bedragen van de bekende pretensien zoo aanmerkelijk komt te verschellen, met herhaaling van „ons verzoek om Copi: van de zeekening Courant van Cap:n Geddes met die der daar toe retative verkoopreekeningen en verdere Bewijzen „ tot ophaldering van de zaak volstrekt nodig. A 173„ Met het afschrijfven, vertaalen en in het net stellen der Memorie met de Bijlagen, de noch overige dagen van de maand october verstrecken en wij dus niet voor den 30, met dezelven naar kalkatte vertrokken zijnde, begaven we ons, saderen zaag 's morgens nagevraagt belet, bij zijne Excell: den Heer Gouverneur Generaal Macpherson, die even te vooren, van Gorhettij ook te katkatte was aangekomen, ten einde zyn Excell: een exccs te maaken over een verkeer„ boodschap van een van onze bedienden, die getast zijnde verneemen of de Heer Gouverneur Generaal thuis was, dan Rapport, zoubrengen, en anders het geslooten pa„ § 112. het
English
240 packet with the Memorial and Enclosures to Mr. Secretary Hay, had the imprudence to deliver the same, at the house of the Governor-General, to one of the servants for delivery to His Excellency, instead of returning with it in the former case, as the order was. We were received, as before, in the Cabinet of the Governor-General, and after the ceremonial proceedings, we informed His Excellency that in the sent packet was enclosed a fifth Memorial and Enclosures, containing the utmost we had to present, with the request that if any such obscurities should arise therein which required further explanation, and His Excellency with the Gentlemen of the High Council were too much occupied to hear us on this in person at the meeting, in such a case to be pleased to qualify one of the Gentlemen Secretaries to enter into conference with us about this and make an end to our equitable representations; that, with regard to the safety and security of our possessions in Bengal, Behar, and Orissa, a separate Article of the drafted convention had been made, in order, if it could find no acceptance here, to be presented in the most favorable manner and with emphasis to the Directors of the English Company; and finally that the Director had separately charged us to bring particularly to the knowledge of His Excellency that fresh complaints had arrived from the Aurungs about hindrances in our affairs, especially the bleaching and further preparation of the linens, which at Mirzapore, according to the report of the Gomastahs, was prevented by Mr. Coles. To all this it pleased the aforementioned Governor-General to answer us: that the answer given by the High Council under date of the 8th of September last was decisive and contained everything there was to say regarding the representations made by us; that regarding the Tolls no other or further change was to be made, since those arrangements were established in general for all nations and wherein one could not be favored above the other; that at the conclusion of the latest peace the King of England had guaranteed to that of France the same privileges and immunities which that nation had possessed before the war, and that the French Agent at Chandernagore had maintained on that account that the Provincial arrangements made by the Calcutta Government in its capacity as Dewan tended to curtail those privileges, and had brought in his objection against it; but that the High Council was not authorized to make any change therein and they had therefore already sent all the objections and representations made by the French and by us, with their considerations and answers to the same, 241 to England to the Directors, to be judged and decided there; nevertheless, that our Memorial would be taken into consideration and would also finally be answered; that as far as making conventions for security and safety was concerned, the same was to be accounted of little importance upon the outbreak of war, since then the treaties subsisting between the sovereigns themselves lost their force, and those of the subordinates consequently could be of much less effect, and that, besides this, it was not within the power of the Government to take the requested guarantee upon itself; that the High Council was nevertheless willing to propose that point to their superiors in Europe, and that he, the Governor-General, in particular, had already represented that the trade of the Dutch Company was of the greatest importance for these provinces, and that the interest of the Lord of the Country required to encourage the same as much as possible; to which end he, the Governor-General, had shown it to be necessary to provide our Company with such safety and security as, upon the renewed outbreak of a war (which His Excellency, vide paragraph 26, in his speculative letter discussed there, deemed impossible), could protect it from such enormous damage as they had recently suffered, demonstrating how, in His Honor's opinion, a convention could be entered into, so that in such an unfortunate event the possessions and effects of the Dutch Company here in this country would be left in the state in which they should find themselves at that moment, in order, when peace was concluded, to be decided by the sovereigns of both sides whether the amount thereof shall be paid to the English Company or not, since in taking possession of the places and effects it drew little or no profit therefrom, but rather the private individuals who in such a case were employed as commissioners; and on the other hand that there was also a benefit enclosed therein for the Dutch Company, because, in the taking of the goods and the returning of the places, it would cost infinitely more to send them thither again, or otherwise to pay the value thereof in cash by repurchase; that, in such a case, it would further be stipulated that the goods and effects of private individuals on both sides would be declared free. That His Excellency had no other goal than to promote the welfare of both nations, and thus would seek to bring all advantage to the Dutch Company in Bengal; but that, in order to make this effective, it were to be wished, just as in paragraph 24, that whereas the Dutch Company was currently in possession of all the places to the East, where the English Company formerly [illegible] its Bengal products, such as opium
Dutch transcription
240 „ket met de Memorie en Bijlagen, aan den Heer Secretaris Haij overhandigen, de onvoorzichtigheid had van het zelve, ten huise van den Heer Gouverneur Generaal aan een der be„ dienden, ter overgave, aan zijne Excell: aefte langen, in steede van in het eerste geval,„ gelijk de ordre was, daer meede te rug te komen wij wierden, als vooren, in het Cabinet van den Heer Gouverneur Generaal ontvangen, en nade Ceremonieele afhandelingen, gaven. we zijne Excell: te kennen, dat in het gezonden pa„ „ket, geslooten wane een vijfde„ Memorie en Bijlagen, ver„ valtende het uiterlijke; dat wo hadden voor te dragen, met verzoek om indien zich daar in zulke duisterheeden moch„ „ten op doen welke nadre uitlegging vereischten, en dat zij„ „ne Excellentie met Mijne Heeren van den Hoogen Raad te zeer geoccupeert mochten zijn om ons daar op din persoonen ter vergadering te hooren, in zoo een geval, eene der Heeren Secretarissens te willen qualificeeren om, daar over, met ons te treeden in conferentie en een einde te maaken van onze billijke Representatien; dat, met betrekking tot de veilig„ „heid en zeekerheid: van onze Bezittingen in Bengale, Be„ „siaar en orissa, een separaat Articul van de ingestelden son„ „ventien was gemaakt, om, zoo het alhoir geen ingang kon vinden, ten favorabetsten en met nadruk aan Heeren Be„ „windhebberen van de Engelsche Comp„e te worden voorge„ „dragen en eindelijk dat de Heer Directeur ons afsonder„ „lijk last had gegeeven, om zijne Excellentie, apart ter „kennisse te brengen en dat'r op nieuw kelachten uit de Arrengs gekomen waren over verhinderingen, in onze zaaken, speciaal het bleeken en verder gereed maaken der Lijnwaten, dat te Mir„ zeapoer „ volgens bericht der Gomastaks, door M„r Coles belet wierd. . „ 4. 114. Op dit een en ander behaagde het welm: Heer Gouver„ neur Generaal ons te antwoorden: dat het door den Hooge Raad, onder den 8„e Septs laestleeden gegeven Antwoord bes„ „lissend was en alles inhierd wat er te zeggen viel op de door ons gedaane Representatien; dat nopens de Tollen geen an„ „dere of meerdere verandering was te maaken, dewijl die schik„ kingeen in het generaal, voor alle Natien waren ingericht en waar in, de een boven den ander, niet kon worden gefa„ ooriseert; dat bij het sluiten van de laetste vreede de ko„ ning van Engeland aan die van vrankrijk hadde geguaran„ deert, dezelve voorzichten en Privilegien, welke die Natie, voor den oorlog, hadden bezeeten en dat de Franschen Agent, „te sjander neggen, uit dien hoofden„ hadde gesustineert, dat de door het kaskatsch Gouvernement in haare hoedanig„ „heid van Dewaan, gemaakt Provinciale schikkingen, tot verkorting van die voorrechten strekte, en daar legen zijn bezwaar had ingebracht; doch dat de Hooge Raad niet ver„ mocht daar in verandering te maaken en zij dus; alle de de, door de Franschen en ons, gemaakte teegenwerpingen en representatien, met hunne consideratien en beantwoor„ kennissen ding 241 an dezelve, beret s naar En geland aan de Heeren Be„ „ wind hebberen, hadden gezonden om aldaar beoordeelt en . . . . - beslist te worden nochtans dat onze Memorie in overwee„ „gong. genomen en meede uitaindig „beantwoord: zou worden; dat wal betrof het maaken van conventien tot zeekerheid en veiligheid, dezelve, bij het op komen van oorlog van wei„ 1. „ nog belang was te reekenen„ „ nademaal dan de tusschen e souvercinen zelve subsisteerende Tractaaten haar kracht verbooren en die der onderhoorigen over zulx noch van veel minder liffect konden zijn en dat het, buiten dien„ nniet in het vermogen van het Gouvernement ware de ver„ „zoohte quarantie op zich te neemen; dat de Hooge Raad nochtans gaanne dat point, aan Haere superieuren in Europa wel de voordragen en dat hij Heare Gouverneur Generaal, in het bij zonder, sereets: hadde gerepresenteert, „dat den Handel van de Nederlandsche Compagnie, voor de„ „ 2e Provinciens van het grootste belang was, en dat het belang van den Heer van het Land vorderde, zoo veel mo„ „gelijk, dezelver te enzourageerent; ten welke einde hij Haar Gouverneur Generaal vertoond had nodig te zijn, onze Comp: zoodaanige veiligheid en zeekerheid te bezorgen, als, bij het weder opkomen van een oorlog /: die zijn Excell: vide, par: 26 bij zijnwe aldaar verhandelde speculative Brief onmogelijk tstelde :/ Haer kon denken, voor zulke en orme schaade, als zijn, onlangs: hadden: geleden, onder vertooning hoe men„ na L: E: opinie, een convantie konde aangaan, om bij zulk een ongeluikkige gebeurtenis, den Bezittingen en Effecten van de Hollandsche Compagnie hier te Landen te laaten in die staat, „als, waar in ze zich, opdat oogenblik zouden bevinden, om, wanneer de vreede getroffen wierd, door weder zijd sche souve, „reinen te worden gedecideert, of het montant daar voor zal „worden betaald, aan de Engelsche Compagnie of niet, dewijl zij bij het bezit neemen der plaatzen en Effecten, daar van „weinig, of geen voordeel trok maar wel de particulieren, die, in zoo een geval, als commissarissen geemploijeert wierden, en aan de andere kant dat daar in ook voor de Hollandsche Comp„:s voordeel lag op geslooten: wijl, bij het neemen. der Goe„ „deren, en de weder te rug gave der plaetzen, dezelve oneindig meer kosten met ze weder derwaards te zenden, of anders, door opkoop, de waarde van dien, met gereed geld te betaalen; „dat, in zoo een geval, verder zou worden bepaald, dat de Goede„ „ren en Effecten van weder zijdsche particulieren, zouden wor„ „den vrij verklaard. . . . Dat zijn Excell: niets meer ten doel had als het wel zijn van beide Natien te bevorderen en dus de Nederlandsche Compagnie, in Bengale, alle voor deel zou „zoeken toe te brengens, doch dat, Lit wel, om zulx van Effect „te doen zijn, het even als bij pan: 24 te wenschen ware, dat derwijl de Hollandsche Compagnie thans in het bezit was „van alle de plaetzen om de oost, alwaar de Engelsche com„ „peegnie, voor de zen „ Hlaare Bengaalsche Producten als opiam „ „ 110 .. „ na ƒ „
English
242 opium: and had brought it there for sale, would assign them a place to bring the products for sale and to trade mutually with the native under such further securing conditions as would be agreed upon between the representatives of both sides; to which His Excellency, for his part, would make the proposal to the Right Honourable Supreme Government of the Indies at Batavia" a proposal that seems to be of too precarious a nature to believe that it will be entered into, however much the safety and security of our commerce in Bengal seems to be placed in opposition to it. Finally, with regard to the complaints from the aurangs, His Excellency would gladly see that the Director communicated the arising inconveniences privately with a brief note or two; when they themselves would write to the agents about it, a way much shorter of redress than if the public complaints first had to be submitted to the Commercial Council for investigation and settled with the same. We found nothing further to discuss on this; took our leave of the Governor-General, to the extent that we said we would remain in Calcutta until the commission was finished and there should be handed to us the answer that we were to expect on our aforementioned fifth memorial, according to your Honour's promise. Section 46: Before I take that answer into hand or mention how long it took before I obtained it, it is necessary to add here a copy of a report from the junior merchant and provisional second at Cossimbazar, Willem Jan van Midlum, concerning the verbal answer of the Nawabs upon the delivery and presentation of letter No. 16 to Their Excellencies, likewise a copy of the parwanas, written in answer thereto by those princes to Mr. Herklots as former president of the assembly and constituting appendices hereto under Nos. 55 and 56. Section 117: That which deserves some reflection from these papers is that, according to the cited report of Van Midlum, the Great Nawab, after the reading of the arzi of the Council, had answered him: that it was certainly true that the Dutch Company had suffered great losses for about four years, that His Excellency was surprised that they had not come forward on that account before; but since they now made a claim, there might possibly be an opportunity to remedy it; that the Company had always enjoyed great privileges in conducting trade, but that our request was a matter that required careful deliberation before giving an answer, assuring nevertheless that he would do everything to be of service to the Company; further, that the Little Nawab, after reading the arzi, had made known that the request of 243 the Dutch and French Companies was of no small importance, but of such weight that it could not be answered in two or three days; that he, besides that, had to consult about it with the Great Nawab and would send his answer thereafter; without expressing himself so specifically as the Great Nawab had done, yet the second had perceived from the reception of both that they were favourably disposed toward the Company and both inclined to maintain her in her privileges. Section 118: That this answer, as it is set down here, did not yet draw that observation to itself as it now presents itself to me while writing this, the assembly will well remember itself; but what else can one infer from the words of the Great Nawab than that it is incomprehensible how one could have swallowed the damage sustained through the war for four years, without ever having come forward for it, or showing the violent damage that was done to us with the hostile attack, which one would now seek to remedy to the extent of helping to restore, if possible, the Company's rights and privileges, and regarding which the parwana also contains content that may result in the English exercise of authority being recognized as lawful; inasmuch as on the one hand the Nawabs declare to have reinstated the former faujdar at Hooghly to collect the revenues and to proceed in the course of the service of the Dutch and French Companies as was customary of old, which was confirmed by the Nizamat (this is the government, so probably the English Company, yet without naming it), and what is more, since he or the Nawabs trust that on the part of the said Companies, no oppressions, acts of violence, or partialities would take place in trade, and that the accounts would be completed and the dastaks granted as according to old custom, so someone named Mr. Kinloch was placed at the bakhshbandar on the part of the English, so that according to the tenor of the parwana, we must deal with the faujdar and regard Mr. Kinloch as nothing other than a look into the pot to see that everything goes well, without having to recognize, accept, or respect any orders or commands from him or anyone on his behalf. Section 119: Be it then now that the Nawabs, as they are called, are zeroes in the cipher or puppets of the English, or that from these declarations of theirs at least this much may still be inferred, that they do not openly wish to wrong the Company by their writings or ordinances, this is certain: that the English, if the princes had been disposed thereto, could have brought about a completely different declaration in answer to our arzi.
Dutch transcription
242 „opium: en sz:n ter verkoop hadde heeen gevoerd, aan dezelve eenige plaets aanwees, om de Producten ter verkoop heen te brengen en om met den inlander, weder zijds Handel te „drijven onder zoodanige verdere verzeekerende voorwaarden als tusschen weder Zijdsche Representanten zouworden over een gekomen; waar toe zijne Exceltentie van zijne kant, de propositie aan de Edele Hooge Indische Regeering te Batavia zouden doen " een voorslag die van eenen te aange„ „reusen aart schijnd te zijn, om te gelooven dat daer in zal wor„ „den getreeden, hoe zeer ook de veiligheid en zeekerheid onzes „ koophandels in Bengale, daar tegen over schijnd gesteld te worden Eindelijk met betrekking tot de klachten uit de Arrengs, zijne Exdelh: gaarne zal zien, dat de Heer Direc„ ot 58051: 41: 1130: — „taur„ de voorkomende ongeleegenheeden, particulier, met een segeltje of twee meese deelde; aan neer daer over zelf aan de Agen ten zouden schrijven, een weg: veel korter van dedres dan wanneer de publicke klachten eerst de Commercie Raad ter i onderzoek voorgelegt, en met dezelve afgehandelt moest ƒ145. de wij vonden hier op niets: verder te verhandelen; na„ men ons afscheid van den Heer Gouverneur Generaal, in zoo „ „ : „ „ vor d dat we zeeden in kalkatte te zullen vertoeven tot dat de commissie gecandigd en ons ter haijd zoude gesteld zijn het Antwoord dat woe volgens: L: E: toezegging, op voorsz: onze ijf de Memorie. hadeden teverwachten. — §: 46: Zeer ik dat Antwoord ter hand meem of melding door, hoe lang: het is aengeloopens, voor ik het zelve heb bekomen, snodig hier bij te voegen, Copij van een bericht van den onder„ koopman, en p„l secunde te kassembazaar Willem Ian van Midlum wegens het mondeling, Antwoord van de Hee„ en Nawabs bij de bestelling en overgave der Brief N„o 16. aan Hunne Excellentien, item Copia van de Parwanahs, in antwoord van dien „ door die vorsten, aan den Heer Herklots als gewezen, voor Zotter van de vergaldering geschreeven en bij „lagen dezes sub N„o 55: en 56. uitmaakende. — - §: 117: Het geen uit dieze papieren eenige reflesie verdiend is; „dat volgens het geaiteerd Rapport van van Midlum, de groote Nawas na het hee zens: van het Arzdaest van den Raad, hem had geantwoord: dat hetr zeeker waar was dat de Hollandsche Compagnie een Iaam of vier groote verliezen had geleeden, dat zijn Excill: zich verwonderde dat zij diendwegen „niet af te vooren waren opgekomen; maar dewijl zij nu aan„ spraak deeden 'er mogelijk gelegenheid, zoude zijn, het te ze„ „medieeren; dat de Compagnie aftoos groote voor rechten in het drijven van den Handel had genoten maar dat /:ons verzoek:/ een zaak was, die naukurig overleg voor het geven van Antwoord vereischte, echter verzeekerende, dat Hij alles zoude aanwenden, om de compagnie van dienst te we„ „zen: wijders dat de kleene Nawab, na het leezen van het Arzdaest te kennens haad gegeeven, dat het verzoek van 1 16 geen — 243 der Hollandsche en Fransche Compagnien, als van „geen gering belang was maar van dat gewicht, dat het zel„ ouds gebruikelijk was te werk te gaan: het welk door „ve in geen: 2. a 3. dagen was te beantwoorden; dat Hlij, buiten de Nezamet, / dit is de Regeering, dus waar schijnlijk de „des, er met den grooten Nawab over moest Raad plegen en Engelsche Comp: echter zonder die te noemen :/ was bevestigt daar na zijn Antwoord zouzenden; zonder zich dus zoo speci„ wat meer is, nadzen hij of zij Heeren Nawabs vertrouwen, aat wit te laaten als de groote Nawab gedaan had, echter dat'er van wegens gem: Compagnien, in den Handel geen had sig secunde, uit het ontkaal van beiden bespeurd; dat ze oppressien„ violen sien, of partijdigheeden zouden plaets de Comp„s gunstig en beiden genegen waren om Haar te main„ vinden en dat de Reekeningen Compliet gemaakt„ tineeren in Haare voorrechten. 1. mitsg„s de De steks, als naer ouder usantie, verleend §. 118. Dat nu dit antwoord: zoo als het hier boven ter ne„ zouden worden" zoo was van wegens den Engelschen, aan „dergesteld ik, noch die opmerking niet tot zich heeft getrok„ de Backbender iemand geplaest genaamd M:r Kinloch. „ken als ze mij mi onder het schrijven dezes aanbied, zal zoo dat na luid van de Parwanah, wi met den Fausdaar „zich der vergadering zelfs wel herinneren: maar wat kan moeten handelen en den Heer kinloch niet anders hebben men uit de woondens van den grooten Nawab anders afnee„ „te beschouwen, als ein kijk in de Pot dat alles wel toegaat, „ man dan dato het onbegrijpelijke valt, hoe men de door de oor„ zonder van Hlem,„ of iemand Zijnent wegen eenige ordres of „ 1— „log. ovetstaane schaade, vier Jaaren lang heeft konnen ver„ bevelen te behoeven te erkenen, aan te neemen ofte respectee„ -. . . . . „ kroppen, zonder oorts daar voor te zijn opgekomen, of te ver„ -„toonen het geweldoende schaade dir ons met den vijandelijken A 119. Het zij dan nu dat de N awabs, gelijk men het noemt„ aanval is aangedaan, dat men nu, in zoo verre zoutrach„ nullen in het bijfer of speol poppen van de Engelschen zijn, „ten te zamidieeren van 's Comp„s Rechten en Privilegien, des of dat er„ uit deze hunne verklaaringen, ten minsten noch mogelijk, te helpen herstellen en waar omtrent de Parwa„ zoo veel is af te neemen; dat zij de Comp: door Haare geschrif„ „nak ook met s: inhoud het welk tot een gevolg kan hebben, als „ten, of ordonnancien niet oopenelijk willen verongelijken, dit „of der Engelschen gezach oeffening, voor=wettig erkend word; gaat zeeker dat het de Engelschen, indien de vorsten daar nademaal aan de eene kant de Naaabs verklaaren den voo„ toe te disponeeren geweest waren, in Antwoord op ons Arz¬ „nigen Faasdaar wederom te Hoegli gesteld te hebben om dzest, een gansch andere verklaaring hadden konnen te de inkomsten te vorderen en in den loop van ben dienst ren der d weege . „ .