Inventory 3714
Bengal · 538 pages · 252 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
would be found necessary, in order not to molest or distress the unloaded goods, but, on account of the preliminary articles of peace already concluded and ratified, to consider and have them treated as the effects and property of the Netherlands Company, which are free and beyond any dispute. Furthermore, pursuant to the 3rd Article of the Instructions, in case of the anticipated objection concerning the content of the 9th Article of the said Preliminaries, or upon objection thereto, to direct matters thither, so that, for the sake of the then unsettled dispute over the restitution of Trinconomale, the surrender and repossession of one or more plots of land and a country over which another is sovereign, and the Company, contrary to the law of war, was taken by surprise, should not be delayed and held up. § 5. According to the report of the commissioners inserted in the separate Resolution of 9 October 1784 and the answer brought along from the Calcutta High Council, the Company was reinstated in the possession of Sinsura and the factories subordinate thereto; nevertheless, on account of the stipulation in the 9th Article of the aforesaid peace preliminaries and the dispute over the restitution of Trinconomale, not on that dutiful and regular footing as it ought to be. The Company was only permitted the use of the warehouses, the landing of the goods and sick from the ship Straalen, likewise the restoration of our own laws and the making of such further arrangements as we should think proper, except for the hoisting of flags and the introduction of any troops or munitions of war. To this the Gentlemen added an assurance of their protection both regarding ourselves and the Company's trade, and declared that they would appoint a commissioner for Sinsura to correspond with us until the time that the disputes between them and the Marquis De Bussy should be settled; demonstrating at the same time their appreciation for the favorable assistance of the Honorable High Indies Government at Batavia to Fort St. George by sending rice to relieve the scarcity of that food suffered there, with the promise (Nota bene:) to pay the utmost attention to their Ministers at Sinsura upon the high recommendation of the same. Indeed, the appreciation of the present Lord Governor General Macpherson regarding this was at that time so great that His Excellency assured the commissioners that he could hardly have expected such a thing, on account of the uncertainty in which the affairs between the two nations then still stood, reiterating with emphasis the obligation that was thereby placed upon the Calcutta Government, in return for this, to show all marks of gratitude to the Netherlands Company in general and its Ministers in this country in particular; principally in promoting our trade as soon as affairs should be restored to their former condition: protestations from which one might have expected everything, but which were never sincerely meant. § 6. This will appear more clearly in the proper place, when I shall also show that promising and performing do not mean one and the same thing with the English, and that all one has to expect from them are words without substance. This was already experienced during the first Commission; for no sooner had the aforementioned Mr. Macpherson been spoken to concerning the difficulties we were likely to encounter from the toll officials, than His Excellency showed that one would not find them and the Government so accommodating therein. It is true, with the utmost readiness and politeness, orders were handed to us addressed to the Council directing the Tolls at Calcutta to allow the vessels with goods or sick from the ship Straalen, after presentation of the manifests of the cargoes, to pass unhindered, without detaining or stopping them on account of toll, because the payment thereof would be settled at a later date. But, just as the required presentation of the manifests of the cargoes of the vessels was already an unusual novelty and contrary to the always customary privileges of the Company, though against which, on account of the content of the 9th Article of the preliminaries, one could not then bring in much; the declaration of the oft-mentioned Mr. Macpherson upon our representations made on the subject immediately indicated a kind of duplicity and consequently uncertainty regarding everything that was stated so favorably by His Honor in the same breath. At least, after having very kindly informed us that, for the present, nothing more was to be obtained, and expressing his wish that one would provisionally be content with the arrangement made by him and Mr. Wheeler, we, or the then commissioners, with their considerations, were politely referred back to Sinsura to the assembly, which could judge the difficulties en corps better than the two commissioners. His Excellency was pleased, upon the commissioners' representation of apprehension regarding inconveniences, especially concerning the desired mooring of the vessels to show what they had laden,
Dutch transcription
169 „vonden zou worden nodig te wezen, ten einde, de ontlos„ „te goederen niet te molesteeren ofte bekomteren, maar uithoofde van de reets getroffene en geratificeerde pre„ „liminairen vreedens articulen, aantemerken en te laaten behandelen als Effecten en Eigendommen van de Nederlandsche Compagnie, die vrijen buiten eenig verschil zijn. voorts om, volgens het 3. Articul der Instructie, in cas van de vooruit gesustineerde beden„ „king wegens den inhoud van het 9. ' articulder gezegde . Priliminairen, ofte bij tegenwerping van dien, het heen/ daar har te dirigeeren, dat, om de wille van het toen onafgedaane verschil over de te luggave van Trinco„ „nomale, niet wierd getraineert en opgehouden de we„ „der overgave en bezitneeming van een of meer pletken grond en een Land, waar over een ander souverein is ende Comp„e, tegen het Recht des oorlogs, overrompett is geworden. §. 5. volgens het, ter aparte Resolutie van 9. October 1784. geinsereerd Rapport der Gecommitteerdens het meede gebracht Antwoord: van den kalkatschen Hog¬ „gen Raad, wierd de Comp„e wederom in het bezit gesteld van sinsura ende daar ondergehoorende Factorijen; nochtans, uit hoofde van het gestipuleerde bij het 9. Articul der voorsz: vreedens preliminairen en het dif„ „ferent over de terug gave van Trinconomale, niet op die plichtige en reguliere voet als het behoorde, Men stond de Compagnie alleen toe het gebruijk der Pakhuijsen: het landen der goederen en zieken van het schip Straa„ len, item het weder oren van onze eigen wetten en het maaken van zodaanige verdere schikkingen als wij zouden goedvinden, uitgezondert het husschen der vlagen het invoeren van eenige Troupen of krijgstuijg. Hier bij voegden de Heeren eene verzeekering van hunne bescherming zoo omtrent ons zelven als 's Comp„s Han„ „del en verklaarden dat zij, voor sinsura, een Commis„ „saris zouden benoemen om met ons te Corespondeeren tot 'ertijd dat de verschillen tusschen Hun en den Mar„ „quis De Bussij gereguleert zouden zijn; onder betoo„ „ning tevens van hunne gevoeligheid over de gunstige assistentie van de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia aan het Fort s' George, door het zenden van Rijst ter gemoet koming van het gebrek dat men daarleed aan dat voedzel met belofte /Notabene:/ van op Hoog derzelver aanbeveling van hunne Ministers te sinsura, de meeste attentie te zullen vestigen: ja de gevoeligheid van den teegen„ „woordigen Heer Gouverneur, Generaal Macxher„ „son, was, toen ter tijd, hier over, zoo groot, dat zijn Excellentie, den gecommitteerden betuigden zulx nauwelijks te hebben kunnen verwachten, uithoof„ „de der onzeekerheid waar in toen de zaaken tusschen de beide Natien noch stonden, herhablende met na„ stond „druk 170 „druk, de verplichting die, daar door, op het kalkatsch Governement was gebracht, om, in vergelding van dien, de Nederlandsche compagnie in het algemeen „en haar Ministers, hier te Lande in het bijzonder, Al„ le blijken van erkentelijkheid te betoonen; voornaa „melijk in het bevorderen van onzen koophandel zoo dra de zaaken weeder in haar voorige wezen gebracht zouden zijn: betuigingen waar van men alles zou hebben mogen verwachten, doch die nim„ „mer oprechtelijk gemeent zijn. § 6. Dit zal, ter plaatze daar het behoord:; duidelijker blijken, wanneer ik ook teevens zal doen zien, dat beloo„ „ven en naakoomen, bij de Engelschen, niet een en het „zelve beteekend en dat, alwat men van Hun te ver„ „wachten heeft, woorden zijn zonder zaaken. Dit is reeds bij de eerste Commissie ondervonden; want zoo dra onderhield men voormelde Heer Macpherson niet over de zwaarigheeden dien we waarschijnlijk van de Pol officianten hadden te ontmoeten, of zijn Excellentie toonde dat men Hun met het Gouverne„ „ment, daar in zoo gemakkelijk niet zouvinden. wel is waar, met de uijterste bereidvaardigheid en politesse, wierden ons ter hand gestelt ordres op den Raad dirigeerende de Tollen te kalkatte om de vartuigen met goederen of zieken van het schip straalen, na vertooning der Lijsten van de Ladingen, onverhindert, te laaten passeeren, zon„ „der ze om de wille van Pol op of aen te houden, wijl de betaaling van dien, na dato, zou worden gereguleert: maar, gelijk de gevorderde vertooning der Lijsten van de Ladingen der vaartuigen bereets een ongewoone nieuwigheid was en overeenkomstig met de altoos geu¬ „siteerde voorrechten van de Compagnie, doch waar te„ „gen men om den inhoud van het g: Articul derpreli „minairen, toen, niet veel kon in brengen; de betui„ „ging van meerm: Heer Macpherson op onze ter „materie gedaane instancie, gaf aanstonds te ken„ „nen een soort van dubbelhartigheid en gevolgelijk on„ „zeekerheid, omtrent alles wat als m eenen adem, zoo faborabel door zijn Edele gesteld wierd: althans, na ons heel vriendelijk te kennen te hebben gegeven t dat er, voor eerst, niets meer was te obtineeren, en zijn wensch, dat men, bij provisie, met de schikking van Hem en den Heer Wheeler wilde te vreeden zijn: wij, of de toenmaalige gecommitteerden wierden met hunne consideratien beleefdelijk gerenvoijeert naer sin sura aan de vergadering die over de Zwaarighee„ „den en corps, beter als de Gecomm: beiden, konden oordeelen. - Zijn Excellentie geliefde op der gecomm: vertooning van beduchting voor ongeleegen heeden inzonderheid wegens de begeerde aanleg der vaar„ „tuijgen ter vertooning van het geen zij gelaaden Ladingen hadden
English
had, contrary to ancient custom, to assure our privileges, and that previous practices would also be followed in this regard, except with respect to the arrack received from Batavia, which upon future importation, or after the duty imposed upon it should become known to the Noble High Government of the Indies, would have to pay this duty. Regarding this matter, His Excellency maintained that no greater inconvenience or discomfort resided therein than that which the English experienced during the importation of opium at Batavia; allowing it to be understood, however, that trade for our Company and private individuals here in this country is defined and regulated by farmans and other privileges, which could suffer no infringement so long as the Mughal was recognized as sovereign and Bengal was not declared to be a conquest of Great Britain. §7. The previous practice regarding the unloading of ships and the storing of goods in the Company's warehouses, which, according to the assurance of Mr. Macpherson, was also now to be observed, used to consist in the fact that one was never inconvenienced by the detaining of vessels or the declaration of their cargoes; but that everything brought by the ships was, at our discretion, transported hither and stored without inquiry, even without payment of customs duty, and only when the merchandise was transported upcountry or elsewhere had it to be declared and cleared for duty before the faujdar, as chief officer of the country's custom-house, named Bakhshbandar at Hoogly. Now, according to the promise of Mr. Macpherson, it was to be expected that this would also happen with the cargo unloaded from Straalen, at least after the vessels had passed Calcutta and the manifests of their cargoes had been presented there; but what happened when a start was about to be made with this work? The separate Resolution of 29 October 1784 deals with this in detail and demonstrates that, contrary to the aforementioned promise, everything seemed to have been devised to show how dependent the Company was to become, not merely on the Calcutta government, but what is more, on a subordinate servant of the Board of Customs, such as a certain Mr. Kinloch stationed at Hoogly, calling himself Collector, addressed himself to Mr. Herklots, as then president of the assembly, communicating to His Honour the receipt of orders from his masters regarding the Company and the unloading of the aforementioned ship, amounting to this: that he could give permission for the landing or carrying ashore of the cargo of the ship Straalen at Chinsurah, as soon as he had received from the President, Mr. Herklots, a satisfactory statement of the quantities and types of goods that would be brought by each sloop or vessel; and that, in order to prevent any hindrance immediately, he, Kinloch, would be pleased to provide each sloop or vessel with a peon and a pass signed by him, showing that the goods belonged to the Dutch Company; and by virtue of which orders he, Kinloch, requested Mr. Herklots to be so good as to inform him at what times the sloops would be dispatched to bring up the cargo of the ship Straalen, in order to be able to dispatch the necessary passes and peons therewith. The Resolution further indicates that Mr. Macpherson did not even reply to the separate representation made concerning this by Mr. Herklots, so that the vessels coming up with the goods unloaded from Straalen were in the first instance unloaded without hindrance, at least until 27 October, when the aforementioned Kinloch, in response to the message from Mr. Herklots that his people on the beach were preventing the carrying ashore of the goods, requesting to know why, let it be known that he had ordered the unloading of the vessels to be countermanded until the receipt of a document certifying the quantity and value of both the Company's and private goods, for which the customs duty had first to be paid, in accordance with the instructions he had received, which he was obligated to follow as long as they were not revoked. §8. This matter thus became serious, and the order of this Collector was of such consequence that two heavily laden vessels had to remain lying on the beach unloaded, and were exposed to the danger of weather and wind, which were by no means favorable and very uncertain at that time of the season. This matter was therefore deliberated upon and resolved to make representations to the Supreme Council at Calcutta regarding this, and at the same time to show that the aforementioned order was in complete contradiction with the contents of our privileges and with that which, by virtue of the same, had always been the custom, requesting that the Company's affairs might proceed accordingly, and that the goods might be stored without prior payment of customs duty. This address, and the accompanying covering letter to the Commissioner Mr. Purling, is inserted in the separate Resolutions of 5 November 1784, together with the reply of that gentleman, according to which, and an extract of a resolution transmitted therewith, the Supreme Council of Fort William had seen fit to order only to take note of the upcoming
Dutch transcription
171 hadden, Contrarie de al oude usantie en onze voorrechten te verzeekeren, dat ook daar in, de voorige gebruike„ zouden worden opgevolgd excepto ten aanzien der van Batavia ontvangen Arak, die bij naderen aanvoer, of na dat den daar op gestelden impost, de Edele Hooge In„ „dische Regeering bekend zoude zijn, deze gerechtigheid zou moeten betaalen, waar omtrent zijn Excellentie sustineerden geen meerder ongelegenheid of ongerief te resideeren dan de Engelschen ondervonden bij den aanvoor van Afioen te Batavia; zich echter bedui„ „den laatende dat den Handel voor onze Compagnie en particulieren hier te Land is getermineert en geregu¬ „beert door Firmans en andere Privilegien, die geen infractie konden ondergaan zoo lang de Mogol al souverein erkend, en Bengale niet verklaard wierd eén conquest te zijn van groot Brittannie. & §7. Het voorige gebruik omtrent de ontlossing der schee„ „pen en het op slaan der goederen in 's Comp„s Pakhuij„ „sen, dat, volgens verzeekering van Mijn Heer Mac„ „pherson ook nu in acht stond genomen te worden, placht daar in te bestaan, dat men nooit is vermoeij „lijkt geworden met het aanhouden van vaartuijgen, of het opgeven van derzelver Ladingen; maar dat al wat de schepen aanbrachten, na ons goedvinden, her„ „waards gevoert en zonder navraag, geborgen wierd, zonder betaaling van Tol zelfs, een als wanneer de„ koopmanschappen Landwaard in of elders getranspor„ „teerd wierden, wanneer ze aan den Tausdaar als eer„ „ste officient van 's lands Toilhuis, genaamd Bachs bender te Hoeglij aangegeeven en vertold moesten worden. Dit nu moest men volgens belofte van den Heer Macpherson verwachten, dat ook geschieden zou met de uit straalen ontlasten Lading, immers nadat de vartuijgen kalkatte gepasseert en de Lijsten haerer Ladingen aldaar vertoond zouden zijn: maar wat gebeurd 'er toen men een aanvang met dit werk stond te maaken. De aparte Resolutie van 29. 8ber: 1784. handelt daar van omstandig en toond aen dat, strijdig met de voorsz: belofte, alles scheen uitgedacht te zijn om te doen zien hoe afhangelijk de Comp„e stond te worden, niet bloot van het kalkatsch gouvernement,e maar wat meer is, van een subalterne bediende van den Raad den Tollen, hoedanig zeekere te Hoeglige„ „plaetste Heer Kinloch zich noemen de Collecteur, „aan den Heer Herklots als toenmaalig voorzitter van de vergadering, zich addresseerde, zijn E: Commu„ „niceerende de ontfangst der ordres van zijne Mees„ „ters ten opzichte van de Comp„e of de ontlossing van het voorsz: schip, hier op uitkomende: dat hij permis¬ „sie kon geven tot het Landen of opdragen der lading van het schip Straalen te Pinsura, zoo ara hij van den President den Heer koopmanschappen Herklots 172 Herklots had, ontvangen een vol doende opgave van de quantiteiten en soorten van goederen, wel¬ ke, door ieder sloep of vaartuijg zouden worden aangebracht; en dat, om alle hindernis daadelijk voor te koomen; hij kinloch ieder sloep of vaar„ „tuig geliefde te voorzien met een Pion en een Pas door hem geteekend aantoonende dat de goederen, de Hollandsche Compagnie toebehoorden:— En uit hoofde van welke bevelen hij kinloch den Heer Herklots verzocht hem te willen informeeren op welke tijden de sloepen zouden worden afgezon¬ „den om de Lading van het schip Straalen op te „brengen, ten einde de nodige Passen en Pions¬ daar meede te konnen afvaardigen. De Resolutie wijst verder aan dat de Heer Macxherse op de hier over, door den Heer Herklots, afzonderlijk gedaane vertooning, zelfs niets geantwoord, heeft, do dat de vaartuijgen, welke met de uitstraalen ontloste goederen opquamen, in de eerste instancie zonder be„ „let ontladen zijn geworden, immers tot den 27. october toe, wanneer voorm: Kinloch, op de boodschap van de volk Heer Herklots; dat zijn dde aanstand het opdra „gen der goederen tegen hield met verzoek om te moge weeten waarom ? liet weeten: zulx belast in de on „lossing der vaartuijgen gecontramandeert te hebben tot de ontvangst van een bewijsschrift van de Quantiteit en waarde zoo van Comp„s als par„ „ticuliere goederen, en waar voor de Tol eerst betaald moest worden, overeenkomstig met zijne ontvan„ „gene Instructie die hij verplicht was op te volgen E zoo lange ze niet herroepen wierd. 18. Deze affaire werd dus Serieus ende order van dezen collecteur was van dat gevolg dat twee zwaar belaadene vaartuijgen aanstrand ontlost moesten blijven leggen en geexponeerd wierden aan het gevaar van weer en wind, gansch niet gunstig en zeer onzeeker in die tijd van het saisoen. Hier over werd derhalven gedelibe„ „reerd en geresolveerd om aan den Hoogen Raad te kalkalte dit en tevens te vertoonen dat de voorsz: ordre een Compleete tegen strijdigheid was met den inhoud van onse Privelegien en hetgeen; uit krachte van dezelve. altoos de usantie geweest was, met verzoek dat de affaires van de Compagnie, daarmeede overeenkoms„ „stig, mochten voortgang hebben en dat de goederen, zon„ „der voor afgaande betaaling van Tol, mochten worden opgeslagen. Dit Addres en het daar neven gevoeg„ „de geleide briefje aan de Heer Commissaris Purling, staat, ter aparte Resoluitien van den 5. November 1784. geinsereerd met antwoord van dien Heer, volgens het welke en een daar bij overgezonden, Extract Resolutie de Hooge Raad van het Fort William had goed gevon„ „den te gelasten om enkel notitie te neemen van de op„ van komende
English
173 arriving vessels with the goods unloaded from the ship Straalen and that the customs duties would be regulated after that date; by virtue of which order, the said Mr. Purling believed that it would suffice to submit a manifest of each vessel; which the assembly, clearly seeing that there was no alternative, resolved upon, and ordered that copies of the permits of the vessels that had already arrived and were still expected should be collected together and delivered to the collector or his servants, however, under further representation and protest against this abuse of our privileges in such manner as the resolution of 5. November aforesaid amply shows. Section 9. But when one has to deal with parties who are either too powerful to be convinced by anything other than reasons, or have some other motives like the English gentlemen to tire everyone out and cause confusion; then all representations are in vain, and one need not wonder when one is either left unanswered or stalled with obscure and ambiguous declarations: At least at the meeting of 16. November 1784, the assembly received the answer to our representation of the 5th prior, consisting of an extract from a letter of one of the secretaries of the Supreme Council to our commissioner Mr. Purling and according to which it was deemed fit to order that the Council could not consent to the requested freedom from customs on the import of goods, but persisted in the resolution of the first of this month of November, namely, that, with regard to any Dutch ships that might arrive in the future, the manner of collecting customs that was observed before the beginning of the recent war would be strictly followed without change or innovation. I say that this appeared obscure and ambiguous to us, partly because they declare they cannot consent to an exemption from customs that was never requested by us, and partly because they simultaneously promise to observe the former manner of collecting customs upon the arrival of future ships, which is precisely what was requested regarding the cargo of the Straalen by showing that nothing was paid on the import of goods, but rather when the merchandise was requested and exported from Sinsura. But since the correspondence itself becomes tedious and indifferent with people who desire to be right and understand little or no contradiction; and moreover it became known that His Excellency the Governor-General Hastings had returned from the Upper Provinces, to whom our president Mr. Herklots was about to pay a visit, his Honour was requested on the aforesaid day 174 to confer with His Excellency about all the unpleasant circumstances that had occurred and the consequences to be feared therefrom, and to request clarification regarding the obscurity of the aforesaid extract, and also to point out the severity of the heavy duty on foreign spirits, especially Batavian arrack at 9. anna per gallon; which at 140. gallons per leaguer amounts to 78. Sicca Rupees per cask; whereas the arrack itself, at the last public auction, fetched no more than 75 Rupees, solely out of fear of this heavy tax; further, to persuade His Excellency to grant permission to hoist the flag in order to revive confidence among the natives and prevent the credit of the Company from suffering damage on that account. Section 10. Mr. Herklots reported on this commission to the assembly on 23. November 1784, and it was then learned that the Governor-General Hastings, as was his old custom, had expressed his inclination to render the Dutch Company every possible service and requested that all the proposed difficulties be treated publicly and presented to His Excellency and the Supreme Council in a letter from the assembly; not doubting that everything would be arranged to our satisfaction. The Governor-General added that dispatches were to be sent within a few days to Madras, Pondicherry and Ceylon, regarding the handover of Trincomalee and the taking possession of all places on the Coromandel coast both by us and the French, whereby all difficulties must then be cleared away, while to show that this was in earnest, Mr. Herklots was notified of this latter point on behalf of the Supreme Council by one of the secretaries and was offered the conveyance of letters to Ceylon, whether Company or private, should they wish to make use of this opportunity, which was indeed used, with the decision now to proceed with drafting an emphatic representation concerning the injustice done to us and to request redress once more in that regard. Section 11. Meanwhile, the time slipped away for reloading the aforesaid ship Straalen for Europe. The difficulties overcome during the unloading were replaced by other troubles that hindered the dispatch of the goods to that ship. The first was experienced on the occasion of the shipment of saltpetre. The vessels laden therewith were detained at Calcutta and the separate representations to the customs collectors in that regard [illegible]
Dutch transcription
173 „komende vaartuijgen met de uit het schip straalen ge„ „loste goederen en dat de Tollen, na dato, zouden wor„ „den gereguleert; uit krachte van welke ordre, gem: Heer Purling vermeende dat men volstaan konde met het overgeeven eener Lijst der Lading van ieder vaartuijg; zulx de vergadering, wel ziende dat er niet anders op was, daar toe resolveerde en ordre stelde dat de geleide „briefjes van de vaartuijgen die bereets gekomen waren en noch verwacht wierden; in Copij bij een verzaamelt en aan den collecteur, of zijn bedienden zouden worden afgegeeven, echter onder nadere vertooning en protesta„ tie tegen dit misbruijk onzer voorrechten indien voegen als de Resolutie van 5. November voormeld omstandigen „vijan komt aen te toonen. — §9. Doch wanneer men te doen heeft met Partijen, die of te machtig zijn om ze anders als met reedenen te over „tuigen, of eenige ander in zichten hebben gelijk de Heeren Engelschen om het ieder een moede in warste maaken; dan zijn alle vertooningen vergeefsch, en dan behoeft men zich niet te verwonderen, wanneer men, of onbeant „woord gelaaten of met duistere en dubbel zinnige ver„ klaaringen word opgehouden: Althans ter by een koms van 16. November 1784, quam de vergadering zoo voor het antwoord op ons vertoog van den 5. bevoorens, bex„t „staande in Extract uijt een Brief van een der Secretaris „sen van den Hoogen Raad aan onzen Commissaris den Heer Purling en volgens, welke was goed gevonden te bevelen, dat de Raad niet kon bewilligen in de verzochte „vrijheid van Tol op den invoer van goederen, maar persis„ „teerde bij het besluit van primo dezer maand November, „naamelijk, dat, met betrekking tot eenige Hollandsche „schepen welke in het vervolg mochten arriveeren, de „wijze van invordering der Tol, welke voor het begin van „den Iongsten oorlog wierd in acht genomen, strictelijk ƒ zoude agtervolgt worden zonder verandering of vernieu„ „wing. Ik zegge dat dit ons duister en dubbelzinnig voorquam, eensdeels om dat men verklaerd niet te kon„ „nen bewilligen in eene (:door ons nooit verzogte:) vrijheid van Pol en ten anderen om dat men tevens belooft bij arrivement van volgende scheepen de voorige wijze van invordering van Tol te zullen in acht neemen, het welke eigenlijk ook verzocht is nopens de Lading van Straalen met te vertoonen dat bij ofte op den invoer van goederen, niets betaald werd, maar wel wanneer de koopmanschap„ „pen verzocht, en uit sinsura gevoerd wierden. Dan vermits de correspondentie zelfs verdrietig en overschil„ „lig word bij Lieden die begeeren gelijk te hebben en weeen „nig of geen tegenspraak verstaan; en daar bij bekend raakte de te rug komst uit de Bovenlanden van zijn Excellencie den Heer Gouverneur Generaal Hastings aan wien onzen voorzitter de Heer Herklots een visi„ „ te stond afte leggen, zoo wierd ten voorsz: dage zijn E: ƒ Heer verzocht 174 verzocht om gemelde zijne Excellentie over alle de voorkomen, „de onaangenaame omstandigheeden ende daar uit te vreezene gevolgen te onderhouden en nopens de duister„ „heid van het voorsz: Extract, op heldening te verzoeken en tevens te vertoonen, de hardigheid van den Zwaaren impost op buitenlandsche Dranken en daar onder spe„ „ciaal de Batavia sche Arak tot 9. anade Gallon; dat à 140. G'allon de legger, 78. Sicca Ropijen de fust komt te beloopen; daar de Arak zelfs, laest op vendutie, niet hooger als 75 Ropijen is geloopen enkel en alleen uit vrees voor deze Zwaare belasting; voorts zijn Excellen, „tie te persuadeeren tot het geven van verlof tot het heis„ „schen van de vlag ten einde het vertrouwen onder den inlander op te beuren en het Credit van de Comp„e om de wille van dien geen nadeel te doen lijden. § 10. van deze commissie deed de Heer Herklots den 23. November 1784. verslag aande vergadering en het was toen dat men vernam, dat de Heer Gouverneur Generaal Hasting, na ouder gewoonte, had te kennen gegeven zijne genegenheid om de Nederlandsche Comp„e alle mogelijke dienst te bewijsen en verzocht, dat al¬ „le de voorgestelde zwarigheeden, publiek behandelt en bij een brief van de vergadering, aan Z: E: en den Hoo„ „ge Raad mochten worden voorgedragen; niet twijf„ „felende of alles zouten onzen genoegen, geschikt worden. Hij Heere Gouverneur Generaal voegde daar bij, dat 'er eerst daags naar Madras, Pondecherij en Ceilon, depeches stonden te geschieden, betrekkelijk tot de overgave van Trinkonomale en het bezit neemen van alle plaatzen op de kust kormandel zoo door ons als de Franschen, waar door dan alle zwarigheeden moes„ „ten worden uit den weg geruimd, terwijl om te toonen dat dit ernst was, de Heer Herklots, uit naam van den Hoogen Raad, door een der Heeren Secretarissen dit laaste nader bekend gemaakt en geoffereerd wierd de verzending van Brieven naar Ceilon Comp=s of parti„ „culieren, indien men zich van deze gelegenheid wilde bedienen en waar van ook gebruik is gemaakt, met besluit om als nu over te gaan tot het instellen van een nadrukkelijk vertoog over het ongelijk dat ons wierd aangedan en daar omtrent nochmaals Redres te ver„ „zoeken. § 11. onderwijl schootgaande weg in, de tijd ter weder be„ „lading van het voorsz: schip Straalen voor Europa. De mogelijkheeden bij de ontlossing doorgeworsteld, wierden verwisselt door andere zwaarigheeden die de afzending der goederen naar boord van dat schip in den weg qua„ „men. De eerste ondervond men ter gelegenheid van den afscheep van satpeeter. De daar mede belaadene vaar„ „tuijgen wierden te kalkatte aangehouden en de afzon„ „derlijke vertooningen aan de Polheffers derwegen, waar worden. „ven
English
were fruitless. Mr. Herklots had complained about this new inconvenience to Mr. Molony, collector of outward customs at Calcutta, but received for answer from him that he had no orders for a free passage of our vessels, and that he consequently could do nothing else than demand the same toll for them as was stipulated for foreign ships being loaded south of Calcutta; thus holding the Company responsible for all goods that were to be loaded into the ship Straalen at Casserijen. Mr. Herklots gave notice of this to the assembly on 17 December 1784 and, as shown by the separate resolution of that date, nothing else could be done but to dispatch a letter to the General Government at Calcutta, demonstrating that according to ancient custom, our privileges, and the content of the Rowannah produced for it, the toll for the saltpeter had been paid in Behaar or Pattena, and that, notwithstanding this, it was demanded from us again; detaining for that reason the saltpeter that was to go on board, to the considerable detriment of the Company's service, and not without danger of not being able to dispatch the aforementioned ship in time; with a request for reflection upon this and our previous representations, and to be favored with an answer within two or three times twenty-four hours. Section 12. While this address was dispatched, we received from Calcutta an answer to our letter of 26 November, which stands inserted in the separate resolution of 21 December 1784. According to it, the answer to what we requested regarding the Company's privileges was being prepared, and concerning the request to be allowed to hoist the flag, it was agreed to under the condition that this permission would be revoked again if one or another event should make it necessary, for example, if the Marquis De Bussy might refuse to accept the proposal made regarding the cession of Trinconomale and further execution of the preliminary peace treaty, as far as it concerns India. But this latter seemed to us too derogatory and too contemptible to expose the respect and credit of the Honorable Company to such a ridiculous proposal. The decision was therefore made, since we had not yet made such special representations with regard to the privileges that required a special or other answer than what was sufficient to encounter no obstruction in daily affairs for the time being, and among them the loading of Straalen, to demonstrate to the Calcutta Government that we never intended regarding the payment of toll to request any other privilege in that respect than what belongs to us according to the will of the sovereign or the Emperor of Hindostan; that we desired nothing else than an effective exercise thereof, with a request not to be hindered therein by virtue of the influence of the authority that the British Nation has in this country over the management of affairs, thus without being further dependent on their Government than is consistent with natural freedom, the Company's privileges, and the express will of His Britannic Majesty; about which, if correspondence could not effect what is necessary, one would be obliged to enter into a commissarial negotiation; that the proposal regarding the hoisting of the flag was neither with our freedom nor consistent with the sense and meaning of the broad preliminaries, because the foreign disputes or notions about the execution of the treaty ought not to tend to any prejudice of the Company's trade in Bengal; with a request that the freedom of trade granted at the surrender of the places may be accompanied by the right to effect the same under the safety and protection of our flag in a country where we, with the English Company, are equally authorized to trade and, contrary to the right of a free neutral place, have been oppressed under the burden of war. Section 13. But before this answer was prepared, or the day after, 22 December 1784, the rescript of the Calcutta Government to our letters of 17 and 18 previously was delivered here, by which was found a notification that, in order to cause the detention of the vessels having to go down the river to cease, the detained vessel with saltpeter was released and likewise order was given for the passage of all vessels that we intended to dispatch to the ship Straalen, expecting however a faithful statement of the quantity of each cargo, so that the amount of the tolls, if any might fall to be claimed, could be determined afterwards; furthermore, that the general questions that had been asked in previous letters regarding the levying of tolls on our trade would be answered. Section 14. Heretofore at section 7, I have already remarked that the demanding of the lists of the cargoes of vessels has never been practicable and is entirely contrary to what was granted to the Company as a principal freedom in the continuation of its trade by the country's privileges; but as was already said at section 9, when reasons and proofs do not prevail, one must bow to coercion and superior force, so that, in order to promote the loading of a ship of which the dispatch to Europe was most urgently recommended, and the maintenance of the Company's credit
Dutch transcription
175 „ren vruchteloos. De Heer Herklots had zich over deze „nieuwe ongeleegenheid beklaegt aan den Heer Molonij collecteur der uitgaande Rechten te kalkatte, maar van Hem tot andwoord ontvangen dat hij geen ordres. had tot een vrije passage van onze vaartuijgen, en dat Hij derhalven niet anders kon doen, dan, daar voor, dezelve Tol te vorderen als bepaald was voor vreemde „scheepen, belaaden wordende bezuiden kalkatte; de „Compagnie dus daar voor verandwoordelijk houdende van alle goederen welke te kasserijen in het Schip Straa „len stonden geladen te worden. Hier van gaf de Heer Herklots op den 17. xber: 1784. kennis dan de vergade„ „ring en, uitwijzens aparte Resolutie van dien datum„ viel daar al weder niet anders op, dan een brief afte vaardigen aan het kalkatse Generale Gouvernement onder vertooning dat voor de salpeeter, naaloude usantie en volgens onze Prurlegien, en na luit der daar van vertoonde Rowanck, in Behaar ofte Pattena, de Tol betaald was, en dat men, des onaangezien, die ander„ „maal van ons quam te vorderen; de salpeeter die naar„ „boord moest, daarvoor, aanhoudende tot aanmerkelij„ „ke veragtering van 's Comp„s dienst, en niet zonder ge„ „vaar van het voorm: schip niet op zijn tijd te zullen konnen verzenden; met verzoek om reflexie op dit en onze voorige vertoogen en om binnen 2 â driemaal vier en twintig uuren, met Antwoord te mogen worden begunstigd. § 12. Terwijl dit Addres was afgevaardigt, ontvingen we van Kalhatte antwoord op onze brief van 26. Novem„ „ber, dat geinsereert staat ter aparte Resolutie van 21. xber: 1784. volgens het zelve wierd het antwoord op het geen we nopens 's Comp„s Privilegien verlangde, in gereed„ „heid gebracht en aangaande het verzoek om de vlagte mo„ „gen heisschen daar in werd bewilligt, onder die voor„ „waarde, dat dit verlof weder zou worden ingetrokken indien het een of ander voorval zulx noodzaakelijk quam te maken, bij voorbeeld, zoo de Marquis De Bussij mocht weigeren om aan te neemen de gedaa„ „ne propositie nopens den afstand van Trinkonomale ende verdere uitvoering van het priliminair vreedens Tractaat, voor zoo verre Indie betreft: Dan dit laeste quam ons te declinant en te verachtelijk voor om het Respect en krediet van de E: Malschappij bloot te stel„ „len aan zoo een bespottelijke propositie. Het bestuit viel derhalven, om gelijk we ten aanzien der priveligi„ „ en noch zulke speciaale instantien niet gedaan had„ „den, welke een speciaal of ander antwoord vereischte, dan dat toereikende was om in de dagelijkse zaaken, voor eerst, geen verhindering te ontmoeten en daaron¬ „der de belaading van straalen, om het kalkatsch Governement te vertoonen, dat we wegens het betaalen der Tol nooit van meening zijn geweest eenig ander begunstigd voorrecht 176 voorrecht dien aangaande te verzoeken, dan dat ons toe„ „komt volgens den wil van den souverein ofte den keizer van Hindostan; dat we niet anders begeerde dan een effective oeffening derzelve, met verzoek om daar in niet te worden verhindert uit hoofde van de influentie van het gezach dat de Britsche Natie hier te Lande heeft op het bestier van zaaken dus, zouder van haar Gouver„ „nement verder afhangelijk te zijn, als bestaanbaar is met de natuurlijke vrijheid, 's Comp„s Privilegien ende expresse, wil van zijn Groot Brittannische Majesteit„ waarover men; zoo de Correspondentie het nodige niet uitken werken, verplicht zou zijn in een Commissoria„ „le onderhandeling te treeden; dat het voorstel aangaan„ „de het heisschen der vlag, noch met onze vrijheid: noch overeenkomstig was met den zijn en meening der breeden priliminairen, wijl de buitenlandsche verschillen of begrippen over de uitvoering van het Tractaat, den Han„ „del van de Compagnie in Bengale tot geen prejudicie behoorde te strekken, met verzoek dat de bij de overgave derplaatzen toegestaane vrijheid van koophandel, ver„ „zeld mag gaan van het recht om Lutx te effectueeren onder de veiligheid en bescherming van onze vlag in een Land, alwaar we, met de Engelsche Compagnie; Gelijk„ standigtijn tot den koophandel geautoriseert en, tegen het recht van een vrije neutraale plaats; onder het tot des oorlogs gedrukt zijn geworden. — § 13: Dan, eer dit antwoord ingereetheid raakte, ofte daags daaraan, den 22. xber: 1784. word hier besteld de rescrip„ „tie van het kalkatsch Gouvernement op onze Brieven van 17 en 18. bevoorens, waar bij gevonden werd eene bekend„ „maaking dat, om het aanhouden der naar beneden de Rieier moetende vaartuijgen te doen cesseeren, het aange¬ 9 „houden vaartuijg: met salpeter ontslagen en tevens ordre gesteld waat tot het passeeren van alle vaartuijgen die we „dachten afte vaardigen naarboord van het schip Straalen, inverwachting egter van een getrouwe op gave van de gu¬ quantijteed „anteeg van ieder Lading, op dat het bedraagen der Tollen„ indien er eenige mochten te pretendeeren vallen, nada„ „to bepaald konde worden; voorst dat, op de generale vra„ „gen, welke nopens het heffen der Tollen van onzen Han„ „del, bij voorige Brieven gedaan waren, geantwoord zou worden. § 14. Hier voor bij § 7. hebbe ik bereets aangemerkt dat de vordering der Lijsten van de Ladingen van vaartuijgen nimmer practitabel geweest en ten eenemaal strijdig is met het geen de Compagnie als een voornaame vrijheit inde voortzetting haares Handels vergunt is bij 's Lands, Privilegien: dan zoo als riets bij 19. gezegt is wanneer reedenen en bewijzen niet vermogen, moet men voor dwang en overmacht buigen, zoo dat, om te bevorderen de beladting van een schip waar van de depeche naar Europa ten ut„ „terste gerecommandeert en hot maintien van 's Comp„s Cre„ §13. „diet
English
that it was highly necessary, with regard to the article of the Toll, to cancel the draft of the previous day, and to resolve to write to the High Council that, besides the usual list of the cargoes of the vessels for the authorities of the ship, the counterpart thereof, in English, would be handed to the commander placed over the vessel, to be delivered at Calcutta where it should be necessary; entirely in the fair confidence that thereby, for the present, the purpose would be answered and, in the future, or when we should be restored again into the complete possession of our places, this submission of ours would not be drawn into any consequence, in view of the rights and liberties belonging to the Company in the carrying on of commerce; while in the drafted answer to the point concerning the hoisting of the flag the draft was left in its entirety, regarding which British pride, as appears from the rescript of 4 Janu: 1785, had expected a more humble conduct from the Dutch, or as the gentlemen of Calcutta express it, a candid acceptance, instead of receiving a letter which reproached them in an indirect manner for having done no more than that of which they come to make a great fuss in the introduction to this letter. Paragraph 45. Yet regarding this, it was thought best rather to reply nothing than further to stir up their bitter wrath with a demonstration of grievances and a show of disrespect, which is their character regarding everything that is not English and especially that is Dutch. The most speculative aspect of the matter meanwhile is that after so much opposition and back-and-forth correspondence as has already been shown, the matters having finally been brought to the point that the passage up and down of the vessels, as far as described above, had an unhindered progress, one saw oneself at the beginning of this year, by a letter from the High Council at Calcutta dated 29 xber: 1784, inserted in a separate resolution of 5 Januarij 1785, assaulted with an accusation that was very far-fetched and yet of a dangerous design, as the gentlemen expressed their surprise that, whereas they had already given so many proofs of their earnest inclination to cultivate the recently renewed good understanding and that the same had awakened similar inclinations in us, while on their part no stronger proof was needed than that which they had already recently given for the convenience and advancement of our trade, by waiving the usual customs of their stations and suspending the rights of their government, namely by granting a free passage to the vessels having to go downriver, we had been able to expose ourselves to complaints of the Hoogly collector about Mr. Herklots, which indeed related to a resolution of the end of the preceding month of November, yet required their present attention, and no less our prompt explanation, namely the refusal of a sufficient statement of the cargo of the ship Straalen, or a specification of the quantities and types of goods which had been brought by each sloop or vessel; so that the goods, notwithstanding the remonstrances of the Hoogly collector, had been brought ashore by force at Chinsura: an act, the gentlemen say, so inexcusable, that it immediately requires redress, by handing over, without loss of time, to the Buxey, take note, a signed proof of all such goods as had already been landed or were still to be landed. Paragraph 46. From the 8 paragraphs of this respectful report it is evident that already by the beginning of the month of November all difficulties with the Hoogly collector had been cleared out of the way, and that consequently the disputes which had taken place at the end of that month could no longer yield any point of complaint, as the letters of Kinloch to his employers, the Board of Customs at Calcutta, likewise inserted in the resolution of 4 Januarij 1785, nevertheless seemed to do; although they were possibly only seized upon by that board to invent, as it were by way of reprisal, complaints against this assembly and to show a quasi-sensitivity over our public addresses because these, contrary to their expectation, had obtained too favorable an effect: at any rate, however it may be, during the deliberation upon this, nothing was found easier than the refutation of these unreasoned complaints: we therefore showed, in an answer drafted in a regular meeting, how much we felt affected by the aforesaid accusation, and proved by Kinloch's own correspondence with Mr. Herklots that the points in question between him and us had already been decided and terminated at the end of October, and that, since that time, nothing had occurred that could give him cause, a month later in the same terms, to complain publicly about cases which had previously been considered between him and us as settled; that notwithstanding one might thus consider as lapsed that which, on account of this accusation, had been required so peremptorily and authoritatively of this assembly, one was nevertheless ready to provide the desired statement if the gentlemen of the High Council should continue to persist therein; because, in the situation in which we found ourselves, owing to the incomplete execution of the peace treaty
Dutch transcription
177 „die t hoog noodzaakelijk was, ten aanzeen van het articul der Tol, geresilieert wierd van het concept van daegs te vooren, en geresolveert om den Hoogen Raad te schrijven dat, buiten de gewoone Lijst van de ladingen der vaartuij„ „gen voor de overheeden van het schip, de wedergade van dien, en het Engelsch, ter hand zou gesteld worden aan den, over het vaartuijg gestelde gezackhebber, om te kalkatte te worden afgegeven daat het nodig zoude we„ „zen; alzints in dat billijk vertouwen, dat daarmeede; voor tegenwoordig, aan het oogmerk beantwoord en, in het toe komende, ofte wanneer we weder in het volkomen bezit onzer plaatzen hersteld zouden zijn, deze onze onderwer„ „ping in geen consequentie getrokken zouworden, uit aan„ „merking van de stechten en vrijheeden de Comp„e in het drij „ven van den koophandel Competeerende; terwijl bij het ontworpen antwoord op het point zaakende het heisschen „der vlag het concept in zijn geheel werd gelaaten dan waar omtrent de Britsche trotsheid, uitwijsens Rescriptie van den 4:' Janu: 1785 een nederiger gedrag van de Hol„ „landers, of gelijk de kalkatsche Heeren zich uitdrukken een gulhartige acceptatie verwacht hadden, in steede van te ontvangen een Brief welke ken op een indirecte wijze reprocheerde over dat zij niet meer gedaan hadden, als dat geen; waar van zij bij de inleiding van deze Brief een groote op hef komen te maaken. § 45. Doch hier op is best gedacht liever niets te Repliceeren dan hen verder ze bittere toren met een de„ „monstratie van verongelijkingen en betooning van kleen achting dat haar Caracters is omtrent alles wat geen Engelsch en inzonderheid dat Hollands is. Het specu„ „latifste van de zaak ondertusschen is dat na soo veel teegenstreevens en over-en weder schrijven als reets vertoond is, de zaaken eindelijk daar toe zijnde gebracht„ dat de op: en aftocht der vaarthuijgen, in zoo verre als voorwaards beschreeven staat, een onverhinderde voort„ „gang hadde, men zich met den aanvang van dit Jaar bij een brief van den Hoogen Raad te Kalkatte de dato 29. xber: 1784. geinsereert ter aparte Resolutie van den 5. Januarij 1785, aangerand zach met eene beschul „diging die zeer vergezocht en echter van een gevaar„ „lijke aan slag was, als betuijgende de Heeren hunne verwondering dat daar zij reets zoo veel blijken hadden gegeeven van Hunne ernstige geneigtheid om de onlangs vernieuwde verstandhouding aan te queeken en dat de zelve gelijke neigingen bij ons hadden verweekt, ter„ „wijl 'ervan hunne kant geen krachtiger bewijs nodig was als het geen ze Jongst reets hadden gegeven tot gemak en bevordering van onzen Handel, door van de gewoone gebruiken hunner slaven afte zien ende Rechten van hun gouvernement op te schorten met naamelijk een vrije passage te vergunnen aan de naar beneeden moetende vaartuijgen, wij ons hadden Repliceeren konnen 178 konnen exponeeren aan klachten van den Hoeglischen collecteur over den Heer Herklots, die wel betrekking hadden tot een besluit van het laast der voorgaande maand November, doch Hunne presente aandacht, en niet minder onze spoedige explicatie vereischte, naamelijk het weigeren van een voldoende opgave der Lading van het schip Straalen, ofte een specificatie van de quantiteijten en soorten van goederen, welke door ieder sloep of vaartuijg waren aangebracht; zoo, dat de goederen, onaangezien de vertooningen van den Hoegleschen collector, te sinsura, met geweld aan Land waren gebracht geworden: een daad, zeggen de Heeren, zoo onverschoonlijk, dat ze onmiddelijk her„ „stelling vereischt, met zonder tyd verzuijmt, aan de Backsben der notabene, over te leveren een Geteekend Bewijs van al zulke goederen als bereets geland waren of noch geland stonden te worden. §16. Bij de 8. par:s van dit eerbiedig Raport consteert dat reets met het begin van de maand November alle zwaarigheeden met den Hoeglischen collector uit den weg waren geruimt, en dat over zulx de differenten die plaats gehad hadden met het einde van die maand geen point van klachten meer konden op leveren, ge„ „lijk de Brieven van Kinloch aan zijne Committenten de Raad der Tollen te kalkatte, meede ter Resolutie van 4. Januarij 1785. geinsereert, echter scheenen te doen; schoon ze mogelijk, door dien Raad maar te baat genomen zijn, om, als ware het bij represaille, klachten tegen deze vergadering te inventeeren en qua¬ „si gevoeligheid te toonen over onze publieke addressen om dat die, tegen haare verwachting, een te gunstig ef„ „fect hadden erlangt: althans hoe het zij, bij de delibe„ „ratie hier over, vond men niets gemakkelijker, dan de wederlegging van deze onberaisonneerde klachten: we vertoonden derhalven bij een staande vergadering ont„ „worpen antwoord hoe zeer we ons over de voorsz: beschul„ „diging getroffen voeldoen, en bewezen door kinlochs eige Correspondentie met den Heer Herklots, dat de pointen inquesti tusschen Hensen ons reets waren gedecideert en getermineert in het laast van october en dat, zeedert die tyd, er niets was voorgekomen dat hem aanleiding kon geven om een maand laater in dezelve bewoording, publiek te doleeren over gevallen die te vooren tusschen Hem en ons waren gehouden voor afgedaan; dat onaangezien men dus als vervallen zou mogen reekenen, het geen uithoofde van deeze beschuldiging, zoo peremptoor en gebiedend, van deze vergadering was gerequireerd, men echter gereed was de begeerde op gave te doen indien de Heeren van den Hoogen Raad, daarbij, mochten blijven persisteeren; omdat, in de situatie waar in we ons bevonden, mits het niet volkomen ter executie stellen van het vreedens„ te doen tractaat
English
treaty, the pleasure of those Gentlemen had to serve us as a law and seal of our conduct; but that our representations had no other intention than to see the present not drawn into consequence for the future, and so that the Company, upon the completion of that which is now still wanting for a full effect of the peace treaty, would be permitted a true and substantial enjoyment of its precious freedom and dearly acquired privileges, without being any more or further dependent on the Calcutta Government than, in accordance with that freedom as well as the authority and influence of the English Nation over the administration of the country's affairs, after mutual correspondence or personal conference, in due time should be found to be lawful and sufficient to cause all complaints to cease and forever to remove the motives and causes for the same; and all this with the request to be favored as soon as possible with an answer, clearly indicating how we were to regard the Buxbander, now and in the future, and which officials would be found stationed there to be able to deal with us, or the Company, as citizens and subjects of the Emperor of Hindostan. § 17. This address had such an effect that, although they did not seem to have deemed it worthy of answering anything in reply, no further difficulties occurred since that time, but that business, and in particular the bringing in and shipping off of goods, after presenting the required manifests of the cargoes of the vessels, proceeded unmolested: so that it now remained to be seen what would finally be the decision of the Calcutta Gentlemen regarding our repeated reserve and reclamation of a full and free enjoyment of the rights and privileges of the Company, especially with regard to trade itself and its appurtenances. At least, on the occasion of the consent of the High Council to hoist the Dutch flag over our factories, communicated by the Governor General Macpherson upon the private request of Mr. Herklots, in such manner as that, with the appropriate answer thereto, stands inserted in the Resolution of 8 March 1785, it was taken into consideration that it was now time to execute the respected order of the Honorable High Indian Government by its General Letter of the date 27 July 1784 and the meeting held on that subject on the first of December thereafter, namely to insist upon a greater quantity of opium and saltpeter, fixing the first article at 800 to 1000 chests, and the other at a more proportionate quantity according to the harvest, but not less than 36000 Mds per year; likewise, if the Calcutta Government should not wish to bind itself to these annual deliveries except under one or another condition that they might desire, that they were permitted by the aforementioned High Indian Government to agree to this, provided it did not tend to the disadvantage of the Company or the diminution of its privileges. And since on the first of December aforesaid, as shown by the General Resolution, it had already been understood to be necessary to await the proper time for this and to carry out the order either by mutual correspondence or, following the example of 1775, by a commission, for which, as the separate Resolution of 8 March 1785 shows, no one could be spared at that time due to the busy dispatch of the ship the Bengall Merchant to Batavia, a letter was dispatched to the Government on the last-mentioned day, according to the decision taken to that end, in which the receipt of the first part of the order was announced and it was requested, since it was now the time when the opium was or was about to be harvested, as before, to be pleased to issue orders to the Contractor to deliver to our servants at Patna a sufficient quantity of opium to prepare a quantity of 900 to 1000 chests; which request Mr. Herklots had supported with his private solicitation for favorable consideration to His Excellency the Governor General Macpherson, whose answer, both regarding the ceremonial for hoisting the flag of the State and with respect to the further application, stands inserted in the separate Resolution of 11 March 1785, and which again, among very fine promises, contains an assurance that whatever letter might be written by Mr. Herklots individually or with the Council concerning the opium would always be very well received, even if the Government could not grant those requests—words again of more than one meaning, as was experienced only too well in the sequel; notwithstanding that the Governor General, in order to cloak his secret sentiments at that time and make us swallow the bait so as to remain hooked on the line, concludes his letter with these otherwise not unfavorable expressions: All privileges of the Company will be granted on the established footing. Arrangements are presently being made of which I shall, in due time, make a disclosure. I am inclined to favor the interests of you and the Council.
Dutch transcription
179 „traactaat, het wel behaagen van die Heeren ons moest dienen als een wet en zegel van ons gedrag; doch dat on„ „se Representatien zelfs niet anders bedoelden, dan om het tegenwoordige: bij het toekomende, niet in consiquen„ „tie getrokken: te zien en om dat de compagnie, bij het vol„ „tooijen van het geen nu noch aan een volkomen Effect van het vreedens tractaat mancqueert, zou worden toegelaa„ „ten een waar en wezenlijk genot van Haare Dierbaare vrijheyd en duur verkregene Privilegien, zonder meer of verder van het kalkatsche Gouvernement afhange„ „lijk te zijn, dan, overeenkomstig met die vrijheid zoo wel, als het gezach, ende inftuentie van de Engelsche Natie op het, bestier van 's Lands zaaken na een onder „linge Correspondtentie of personeele conferentie, in der tijd, bevonden zou worden wettig en toereiken„ „de te zijn om alle klachten te doen ophouden en voor „altoos uit den weg te ruimen de motiven en oorzaaken tot dezelve, en dit alles met verzoek, om ten spoedig= „sten met een Antwoord te mogen worden begunstigt, duidelijk aanwijzende hoedaanig wij de Bachsender, „nu en in het vervolg hadden aan te merken, en welke officianten daar zouden geplaatst worden gevonden, om met ons, of de Compagnie, te konnen handelen als Burgers en onderhoorigen van den keizer van Hendostan. §17. Dit vertoog was van die uitwerking, dat, schoon men het niet waardig schijnd geoordeelt te hebben van daar op iets te antwoorden, er echter zeedert, geen moeijelijkheeden meer voorquamen, maar dat de zaa„ „ken en inzonderheid den aanbreng en afscheep van goe „deren, na vertooning der gevorderde Lijsten der Ladin„ „gen van de vaartuijgens, ongemolesteert voortging: zulx het nu te bezien stond, wat eindelijk het besluit zou zijn van de kalkatsche Heeren omtrent onze ite, rative Reserve en Reelamen van een vol en vrijgenot der Rechten en voorrechten van de Compagnie, in zon„ „derheid ten aanzien van den Handel zelve en den aankleven van dien. Althans, ter gelegenheid van de door den Heer Gouverneur Generaal Mlacxher„ „son, op het particulier verzoek van den Heer Her„ „klots, gecommuniceerde bewilliging van den Hoogen Raad tot het heusschen van de Nederlandsche vlag van onze Factorijen, in diervoegen. als dat, met het daar op gepaste antwoord geinsereert staat ter Re„ „solutie van den 8. Maart a 1785. , is in aanmerking gekomen dat het nu tijd wierd om te bewerkstelli„ „gen de gerespecteerde ordre van de Edele Hooge In„ „dische Regeering bij Hoog Derzelver Gemeene Let„ „teren de dato 27. Julij 1784. en de daar over gehouden besoigne op primo December daar aan, naamelijk om aan te dringen op een meerder quantiteijt Afioen en salpeter, wat het eerste articul aangaat, zulx men bepaalende 180 bepaalende op 800: a 1000: kisten; en het andere tot een geproportioneerder quantiteijt na maate van den in„ „zaam doch niet minder dan 36000 M„s 's jaars, item om wanneer het kalkatsch Gouvernement Lich tot deze jaarlyksche afgaven niet mocht willen verbin„ „den, dan onder de eene of andere conditie die zij mochten begeeren, dat Hun, door welm: Hooge Indiasche Regee„ „ring wierde toegestaan, daar in toe te stemmen, mits niet strekkende tot nadeel van de Compagnie of tot verkleening van Haare voorrechten. En nade„ „maal op primb xber: voormeld, uitwijzens gemeene Re„ „solutie, reets was begreepen nodig te zijn hier toe tijd te verbeiden en het bevel ter uitvoer te brengen het zij bij onderlinge Correspondentie, dan wel, naar het voorbeeld van 1775, door eene commissie, waartoe, gelijk de apar¬ „te Resolutie van 8. Maart 1785. aantoond, toen door de beezigheid der depeche van het schip the Bengall Marchant naar Batavia; niemant vaceeken kon„ „de, zoo werd ten laastgem: dage, volgens het daar toe gevallen besluit, een Brief aan het Governement afge „vaardigd waarbij de ontfangst van het eerste Lid der ordre bekend gemaakt en verzocht wierd om, wijt het nu de tijd was dat de Afioen wierd of stond ingezaa„ „meld te worden, als voor heen, aan den Contractor or„ „dre te willen afvaardigen, om aan onze bedienden te Pattena afte leveren eene toereikende quantiteit Afioen welk ter opbereiding van een quantiteit van 900. a 1000. kl kisten; welk verzoek de Heer Verklots had onderschraegt met zyne particuliere sollecitatie om een gunstige re„ flexie aan zijn Excellentie den Heer Gouverneur Gene„ „raal Macpherson, wiens antwoord, zoo in opzicht van het Ceremonieel bij het heisschen der vlag van den staat, als ten aanzien van de verdere instancie geinse„en „reert staat ter aparte Resolutie van den 11. Maart 1785. v„ en alweder, zeer fraije belofte, onder anderen komt in te houden eene verzeekering dat welke Brief door de Heer Herklots, in het bij zonder, of met den Raad over de Afioen mocht geschreeven worden, altoos zeer wel zou worden ontvangen, al ware het ook, „dat het Gouvernement die verzoeken niet konde „toestaan woorden alweder van meer als eene beteeken is, gelijk dat, in het vervolg, maar alte wel is ondervon„ „den; niet teegenstaande de Heer Gouverneur Generaal om„ zijn heimelijke gevoelens toen te verbloemen en ons het aas te doen zevelgen om aan den Angel hangen te blij„ „ven, zijn Brief besluit met deze, anders, niet onguns„ „tige uitdrukkingen: Alle voorrechten van de Com„ „pagnie zullen worden, verleend op den vastges„ telden voet- Men is thans bezig schikkin„ „gen te maaken waar van ik, ter behoorlijker tijd, oopening zal doen. Ik ben geneigt om de belangen van U en de Raad te begunstigen: melk want
English
181 for (mark well) I consider your trade and your security in Bengal to be a benefit to the country. Section 18. But that the design was either not to grant the request concerning the increase in the annual quantities of opium and saltpetre, or only partly under impossible conditions, or that something even more detrimental lurked behind the preceding private letter of the well-mentioned Lord Governor-General; the first reply of the High Council, dated the 25th and inserted by a separate Resolution of 29 March 1785, likewise contains a collection of select words with little or no substance. With regard to the requested increase in opium and saltpetre, it contains a cheerful declaration that they will pay heed to all requests that we might see fit to propose to the Gentlemen which are by nature equitable and which they are permitted to grant us: being as inclined as we could wish to let us retain those very privileges and indulgences which were granted before the late war (ergo nothing more favourable than then); they would take the aforesaid request into consideration as soon as possible; but at the same time they declared themselves to be of the opinion that it could be of no material importance to see the same decided immediately, because the opium for this year had already been sold, and besides, they were daily expecting the receipt of positive orders both regarding all the branches of trade in these provinces and by virtue of the Treaty of Peace between the respective nations in Europe. Section 19. One could already make an observation here about the contradiction between the promise of the Governor-General in particular and that of His Excellency with the Council: but apart from the fact that this is immediately apparent upon comparing this section with the preceding one, I believe I may say that when the Company is granted its privileges on the established footing, by which I mean in accordance with the spirit and intention of its Privileges, one does no more than justice, and that, on the contrary, if it must depend on indulgences as before the war, matters return to the very same state about which complaints have always been made; besides the fact that rights and indulgences are two extremes that are worlds apart from each other, and of which the latter is utterly inapplicable to the Company if one attributes to it the force and meaning of the former expression. Section 20. But, as said, so as not for the present to dwell on any 182 any observations; the assembly deliberating on the aforesaid 25 March upon the contents of the aforesaid letter from the High Council at Calcutta, understood that for the time being it would suffice to point out to those Gentlemen the freedom of collecting opium which the Company had enjoyed and always exercised until 1776, when the English Company saw fit to declare that branch of trade exclusive to itself and place it in the hands of a Contractor, with an offer to have the required quantity delivered to our Company at Patna from the opium prepared by that Contractor, but that on account of the considerable difference between the English and our preparation of the juice, in that same year 1776, upon sorting through the English prepared opium, no more than 29 chests could be found that somewhat equalled our quality; and that for this reason, and to compensate for the loss our Company suffered thereby, the following year, upon representations made on this matter, we were promised the delivery of as much poppy milk as was required to meet the demand for Batavia to be prepared in our lodge, which method was continued until the outbreak of the war: therefore requesting them to consider that since the time for harvesting the juice was at hand, necessity also required the dispatch of an order to the Contractor for the delivery of what was necessary to our servants at Patna for the preparation of 900 to 1000 chests, with the prior notification that regarding the share in the saltpetre, they would address Their Honours further; being unable to foresee that the arrangements expected from Europe would entirely exclude the Company from these articles. Section 21. But we made no progress with this either. The month of April was drawing to an end, and no answer was received. We brought to the attention of the Calcutta Gentlemen on the 22nd of that month the embarrassment we found ourselves in regarding the lack of an answer to our letter of 29 March; representing to Their Honours that we judged we could not justify it if we did not address them once more and request a more positive and satisfactory declaration regarding the opium needed for this year; positive it had to be, because at the meeting of 22 April deliberations were held on the necessity, should the English Gentlemen keep us in uncertainty any longer, of looking for other means and asking the servants at Patna for their views as to what extent they saw an opportunity to supply the Company with the opium needed for this year. Satisfactory
Dutch transcription
181 want (:Let wel:) ik merk uwen Handel en uwe „zeekerheid in Bengale aan, als een voordeel voor het Land. § 18. Maar dat den toeleg daar was om het verzoek nopens de vermeerdering der Jaarlijksche quantiteij„ „ten van Afioen en sal peeter, of niet toe te staan, dan gedeeltelijk onder onnakomelijke conditien, of dat er iets noch nadeeliger schuild-agter de voorloopende particuliere Brief van welm: Heere Governeur Gene„ „raal, het eerste antwoord van den Hoogen Raad geda„ „teerd 25. en geinsereert bij aparte Resolutie van 29. Maart 1785, behelst al meede een verzaameling van eenige uitgezoek te woorden zonder of van weinig zaa„ „kelijkheid. . . Ten aanzien der verlangde vermeerdering van Afvoen: en salpeeter behelst het eene blijde betui„ „ging van acht te zullen slaan op alle verzoeken die wij konden goedvinden de Heeren voor te dragen welke uit den aart billijk en zij geoorlooft zijn ons toe te staan: zijnde zoo zeer als wij konden wenschen genegen, om on's „te laaten behouden die zelve voorrechten en in schikke„ „lijkheeden /:indulgencies:/ welke, voor den jongsten oorlog kergo niets favorabelers als toen:/ zijn geaccordeert ge „worden, zouden zij het voorsz: verzoek, zoo spoedig mo„ „gelijk, in overweeging neemen; doch verklaarden tevens van gevoelen te zijn dat het van geen aanmerkelijk be„ „lang kon wezen, dezelve onmiddelijk te zien beslist, om dat de Afioen „ voor dit Iaar, bereets was verkocht geworden en zij, buiten des, dagelijks verwachtende „waren de ontvangst van positive bevelen zoo nopens alle de Pakken van den Handel in deze Provincien, als uit krachte van het vreedens Tractaat tusschen de respective Natien in Europa §19. Men zouhier reets aanmerking konnen maaken over de tegenstrijdigheid der belofte van den Heer Gouver„ „neur Generaal in het bijzonder en die van zijne Excell: met den Raad: doch behalven dat ze bij vergelijking van deze met de voorgaande par: aanstonds in het oog valt, verbeelde ik mij te mogen zeggen dat wan„ „neer aan de Compagnie worden toegelaaten de voorrech„ „ten op den vastgestelden voet, waar door ik versta overeenkomstig met den zin en meening van Haare Privilegien, men niet meer dan Recht doet, en dat, inteegendeel, of wanneer zij moet dependeeren van in„ „schikkelijkheeden als voor den oorlog, de zaaken weder komen ineven dezelve gedaante als waar over altoos gedoleert is geworden; behalven dat voor rechten en inschikkelijkheeden, twee uiterstens zijn, die hee„ „melsbreed te van elkander verschillen, en waar van het laaste ten eenemaal omtrent de Comp„e on toe pas„ „selijk is, als men haar toe eigent de kracht en mee„ ning van de eerste uitdrukking. § 20. Doch, om als gezegt, voor als noch mij met geen 182 geen aanmerkingen op te houden; de vergadering op den 25. Maart. voormeld delibereerende over den inhoud van voorsz: Brief van den Hoogen Raad te kalkatte, begreep dat het voor eerst genoeg zou zijn die Heeren te vertoonen, de vrijheijd van inzaam van Afsoen die de Compagnie gehad en altoos geoeffend heeft tot in 1776, wanneer de Engelsche Comp„s goed vond dien tak des Han„ „dels voor zich exclusif te verklaaren en te stellen in handen van een Contractor, met aanbod om aan onze Compagnie, uit de door diens Contractor op bereide Afioen„ te Pattena, de benodigde quantiteijt te laaten afleeve„ „ren, edoch dat uithoofde van het aanmerkelijk onder„ „scheid tusschen de Engelsche en onze bewerking van het sap, er in dat zelve Iaar 1776, bij uitzoeking, der Engel„ „sche opbereeden Afioen niet meer gevonden had kon„ „nen worden dan 29. kisten, die onze soort eenig zients evenaarden; en dat daarom en ter gemoet koming van het nadeel dat onze Comp„e hier doorleed, 's Jaars daar aan, op de hier over gedaane Representatien, aan ons toegezigt was geworden de afleevering van zoo veel melk als ter voldoening van den Eisch voor Batavia gere„ „quireert wierd om in onze Loge te worden op bereid, bij wel„ „ke met hode gecontinueert was tot op het uitbreeken van den oorlog: over zulx hen verzoekende te willen considereeren dat wijl de tijd der inzaameling van het sap op handen was, de noodzaakelijkheid ook vorderde de depeche van een ordre op den Contractor ter afleeve„ „ring van het nodige aan onze bedienden te Pattena ter op bereiding van 900: a 1000. kisten onder preadver„ „tentie, dat men, over het aandeel in de salpeeter, zich nader aan Hun Ed„s zouden addresseeren; niet kunnen„ „de voorzien dat de uit Europa verwacht wordende schikkingen de Compagnie van deze articulen ten eene„ „maal zouden uitsluiten. — §. 21. Maar hier meede vorderden we niet. De maand April begon ten einde te loopen, en men kreeg geen ant„ „woord. We brachten de kalkatsche Heeren den 22. van die maand nader onder het oog de verleegenheid daar we ons in bevonden over het uit blijven aan antwoord op onze letteren van 29. Maart; Haar Ed: vertoonende dat we oordeelden het niet te zullen konnen verantwoorden indien we ons niet andermaal aan hen addresseerden en met opzicht tot de voor dit Jaar benoodigde Afioen een positiver en voldoender verklaaring verzochten; Positif diende het te zijn om dat ter bij eenkomst van 22. April gedelibereerde wierd over de noodzaakelijk„ „heid om indien het noch langer aan mocht loopen met door de Heeren Engelschen in onzeekerheid te worden gelaaten, na andere wegen, om te zien en de bedienden te Pattena af te vragen hunne Considera„ „tien in hoe verre zij kans zagen, de Compagnie te hel„ „pen aan de, voor dit Jaar, benodigde Afioen. voldoen, de
English
183 the gentlemen of Calcutta ought to explain themselves, because, however admissible their declaration may appear of anticipating arrangements regarding the trade of these provinces in general and concerning opium in particular, these had always to be expected to be in our favor, possibly with the final derogation of all previous customs, abuses, or regulations not in accordance with the Company's privileges, according to which we could and might maintain the right to a free and independent exercise of our trade, while the definitive peace treaty, presupposing that some further agreements or stipulations might follow therefrom, could at least leave no difficulty in accommodating the Company from now on in everything on the same footing as before the war. To this end, we further alleged that, in a strict sense, nothing else was necessary than the full effect of the preliminaries, especially the first article, of which we explained the meaning according to our view; noting that, if there should be any political reservations against this to the effect that the aforesaid arrangements must first be awaited, their honors would at least please show us that it was nevertheless serious not to cause any detriment to the Company, but rather to do their best to allow its trade with its appurtenances and dependencies to proceed just as before the war, and therefore, without further loss of time, to dispatch a sufficient order and qualification to Patna, in order to be able to fulfill the obligation resting upon us to be able to have the required opium milk received, prepared, and the opium itself shipped in due time, as has always been customary. § 22. This letter, inserted in the separate resolution of 24 May 1785, had at least the effect that, as shown by the reply received thereto and likewise entered in the just-mentioned resolution, some further determination and an explanation ensued regarding what had been written to Calcutta on 29 March and 22 April, containing an excuse for the delay or silence stemming from the hope the gentlemen harbored of receiving such orders from Europe regarding opium and saltpeter as would enable them to give a full reply to our requests in that regard, for which orders their duty required them to wait. With this, in all probability, another 2 to 3 weeks would pass; but if they should receive no positive and only general orders regarding these subjects in particular, the silence of the gentlemen Directors of the English Company would afford them the opportunity to take measures to the advantage of our Company. 184 § 23. Whatever the expected positive or general orders may entail, the gentlemen of the government at Calcutta have shown us that the excuses they employ are pretexts to conceal their real views from the public for the time being, and that, as shown by a separate letter received at the same time by the presiding officer Herklots from His Excellency the Governor-General Macpherson, entirely different motives, and indeed such as are afoot to wrest the opium trade completely from the Company or to make them averse to it, are in play: namely, on the one hand, to place it under restrictions and stipulations of which one cannot undertake the least or slightest part, and on the other hand, to draw advantage from it for their own private individuals and to favor them with the free navigation to the east and to China stipulated in the peace treaty, and thus more and more to undermine our Company's exclusive trade and, if possible, knock the bottom completely out of it; concerning which the artfully chosen words of the aforementioned Mr. Macpherson are of so engaging a nature that one, at first approach, would say nothing else than that a good heart and a certain affection for the interest of the Netherlands are enclosed therein: but how sweetly does the bird-catcher sing until he has the little bird in the net. Mr. Macpherson may forgive me; but when he speaks as Governor-General and flatters us with his quasi-good and well-meaning sentiments, I believe him the least of all: experience has taught me for too long not to rely on fine words and an ornate manner of writing; and one indeed does not need to be very shrewd or deep of insight to suspect something other from Mr. Macpherson's conduct than a design to make us succumb beneath meaningful compliments. Without being disrespectful to his high character, one may freely suspect His Excellency of all political artifices; indeed, for my part, I greatly doubt a true benevolence of that gentleman toward the interest of our nation. It is not characteristic of an Englishman, and even he asserts that the character of sincerity is not a quality of a Scotsman. But let us hear Mr. Macpherson himself and let us compare his declarations with his deeds. We shall very quickly perceive with what kind of man we have to deal. § 24. The obstacle, according to the aforesaid separate letter, the Governor-General regretted, lay in not being able to agree to our desire regarding the opium and saltpeter before the receipt of news from England. Nevertheless, an expedient occurs to His Excellency, which he suggested to the presiding officer of our
Dutch transcription
183 der behoorde de kalkatsche Heeren zich te verklaaren om dat hoe admissibel ook voor komt hunne betuiging van te gemoet te zien schikkingen nopens den Handel van deze Provincien in het generaal en aangaande de Afioen in het bijzonder, deze altoos verwacht moes„ „ten worden in ons faveur te zijn, mogelijk met finale dirogatie van alle voorige usantien misbruiken, of beschikkingen, niet overeenkomstig met 's Comp„s Pri„ „vilegien, volgens welke we het Recht van een vrije, en onafhangelyk oeffening onzer Handels konden en mog„ „ten sustineeren, terwijl het Diffenitif vreedens Tractaat, voor ondersteld dat daar bij eenige nadere overeenkomsten of bepaalingen mochten volgen, geen zwarigheid altans kon overlaaten om de Comp„e, van nu af aan, niet met alles te gerieven op dien voet, als voor den oorlog. Hier toe, allegeerden we verder, in een stricten zin, niet an„ „ders nodig te zijn, dan het volle Effect van de priliminai„ „ren inzonderheid het eerste articul, waar van wij, na ons gevoelen de meening verklaarden; onder aanmerking dat, zoo daar tegen mochten zijn eenige politike beden„ „kingen ten einde de voorsz: schikkingen eerst te moeten afwachten, Hun wel Ed„e ons, voor het minst geliefden te doen zien, dat het, des onaangezien, ernst was om de comp„e geen afbraik, maar veel eer Hun best te doen; om, even als voor den oorlog, Haare Handel met dies op en dependentie te doen voortgang neemen en over zulx, zonder verder verzuim van tijd, naer Pattena „afte vaardigen een toereiken de order en qualificatie, ten einde te konnen voldoen aan de verplichting die op ons ligt om tintijds de gevorderde Afioen melk te konnen laaten ontvangen, opbereiden ende opium zelve te ver„ „zenden gelijk altoos gebruijkelijk geweest is § 22. Deeze brief, geinsereerd ter aparte Resolutie van 24. Maij 1785. had ten minsten dat effect, dat er, uijt„ „wijzens, het daar op ontvangen en ter even Gem: Resolu„ „tie meede ingeschreeven antwoord eenig nader uitsluit„ „zel en een verklaaring quam op het geen den 29. Maart 22. April naar kalkatte was geschreeven, behelzen„ „de een lacus over het uitstel of stil zwijgen herkom„ „stig uit de hoop die de Heeren voedden, om uit Europa„ nopens de Afioen en salpeeter, zoodaanige bevelen te ontvangen als Hen in staat, zouden stellen om een volleedig antwoord op onze verzoeken derwegen te geven, na welke bevelen hunne plicht van hen vor„ „derde tewachten Hier meede zouden, na alle waar„ „schijnlijkheid nog 2 a 3. weeken verloopen; doch zoo zij omtrent deze onderwerpen in het bij zonder geen po„ „sitive en maar algemeene ordres bekomen mochten, zou het stilwijgen der Heeren Bewindhebberen van de Engelschen Comp„s hun gelegenheid verschaffen om maatregelen te neemen tot voordeel van onze Com„ pagnie. zulx wat 184 § 23. Wat nie de verwacht wordende positive of alge„ „meene beveelen ook staan te behelsen, de Heeren van het Gouvernement te kalkatte hebben ons doen zien dat de Excuzen waarvan zij zich bedienen, voorwend„ „zels zijn om haare wezenlijke vues, voor eerst noch pu„ „bliek te verbergen, en dat er, uitwijzens een ter zelver tijd, bij den Heer voorzitter Herklots ontvangen af„ „zonderlijke Brief, van zijne Exell: den Heer Gouver„ neur Generaal Maepherson, gansch andere moti„ „vers en wel zoodanige in til zijn om de Compagnie den Afioen handel ten eene maal te ontwringen of er af„ keerig van te maaken: naamelijk, door aan de eene kant dezelve te willen leggen onder restrictien en bepaalingen waar van men het minste of geringste niet op zich kan neemen, en aan de andere kant om daar meede, voor eige particulieren niet te trekken en, „dezelve te favoriseeren met de bij het vreedenstrac„ „taat bedongene vrije vaart om de oost en naar Sina en dus onzen Comp„s Exlu siven Handel, meer en meer te onderkruipen en, des mogelijks geheel den Bodema in te slaan; waaromtrent de konstig uitgezochte woorden van wetm: Heer Macpherson van een Loo inneemenden aart zijn, dat men, op het eerste abord, niet anders zou zeggen, of daar in legt een goed hart en zeekere Lucht voor het belang der Nederlande's opgeslooten: maar hoe zoet Lengt de vogelvanger niet„ tot dat hij het vogeltje in het next heeft. Mijn Heer Mackherson vergeeve, het mij; doch wanneer hij spreeke als Gouverneur Generaal en ons vleet met zijn quasi goede en welmeenende sentimenten, dan geloof ik Hem het minst van alleen: De ondervinding heeft mij te lang geleerd om op fraeije woorden en eene Cierlijke, wij„ „ze van schrijven, geen staat te moeten maaken; en men behoeft inderdaad niet zeer doorsleepen of diep van doorzicht te zijn, om uit Mijn Heer Macxher„ „sons gedrag iets anders te vormoeden, als een toeleg om complimenten, te doen bezwijken. zonder ons, onder zin ^ oneerbiedig te zijn aan zijn hoog Carac„ „ter; men mag, zijn Excell: vrijelijk verdenken van alle politike konstgreepen; immers ik voor mij, twijfel zeer aan eene waare welmeenendheid van dien Heer voor het belang van onze Natie Het is niet eigen aan een Engelsman en deeze zelfs beweert dat het caracter van oprechtheid geen eigenschap is van een Schotsman. Maar laat ons den Heer Macpherson zelfhooren en laaten we zijne betuijgingen voegen bij zijne daaden. We zullen zeer schielijk gewaar worden met wat man uwe te doen hebben. § 24. Het doel, volgens voorsz: aparte brief, den Heer Gouverneur Generaal leed, in ons verlangen omtrent de Afioen en salpeeter niet te kunnen tgestemmen voor de ontvangst van tijding uit Engeland, Evenwel komt Z: E: een middel voor, dat Hij den voorzitter van tot onze
English
our meeting, as if in secret, proposed. He presupposes that Mr. Herklots knows that eight hundred chests of Opium were granted solely as a permit in 1780, and this here the Governor General is greatly mistaken in recognition of a secret negotiation with the Council at Chinsura His Honour meant with the former Director Ross regarding a Treaty concerning Tinnevelly; before that time, says his Excellency, the concession was only 400 to 450 chests. We thus the letter continues greatly desire a sum of money for the treasury of our Supercargoes at Canton in China, to be paid note well before next December, without being compelled to send any money thither from this Country. Could Your Honour asks the Governor General of Mr. Herklots undertake that the Government at Batavia indeed a strange question for a Governor General would be willing to pay the amount of 800 to 1000 chests of opium into our treasury at Canton next November! If Your Honour, his Excellency continues, could give us bills of exchange on the Government at Batavia for the value of the aforesaid Opium, I would propose to the Council not only to give you that quantity of opium for this Year, but a complete assurance that even in the event of War which cannot arise between the two Nations we would send the Opium under a neutral flag to Batavia and leave the full and free distribution thereof entirely to You. — Furthermore, the Governor General wishes to make arrangements with the Honourable High Indian Government at Batavia concerning the Opium trade. — Certainly Their High Mightinesses, as appears from paragraph 17 of this report, wish it too; but whether those wishes, according to the Plan of the English Governor General, could ever be brought to agreement does not look favourable. One need only follow His Excellency in his wishes to become immediately averse to them and to believe that there is no probability of seeing Him succeed therein. They run thus: Your Nation has recently taken Riau, which was our greatest Trading place for opium, and the freedom we have obtained to visit the eastern seas will set all our private Traders to work. Your Honour knows how candid my ideas are regarding the Indian Trade and that of your Company. I wish to encourage your Trade in Bengal certainly out of no candour or affection, but with other intentions, and why indeed?: so that silver might be brought into it; and as regards the Trade in the eastern Islands, hear how sincere: I wish your Nation to retain its spices and the principal thus not the entire shipping thereof. All that I consider, for the Interest of this Country and the company, is to sell the Opium well and to make a remittance to our Factory in China without sending specie from here. It is all the same to the English Company, said the Governor General finally, whether this Trade is conducted by foreign Companies or by Persons living in Calcutta. If it is done by Inhabitants of Calcutta, or private English merchants, they often run risks in their enterprise and frequently export the money to pay their bills of exchange in Canton. So that if we draw up a general total of all the Governor General's wishes, they briefly come down to this: free navigation to Riau and in the Eastern seas to be able to sell the Opium well and to let our spices be smuggled; to employ our money for the Trade to China; to see silver brought into Bengal to remedy the lack of ready money, and ostensibly to facilitate our Trade. —, is that not cordial, and are we not indebted to his Excellency for being so sincere in the revelation of his sentiments! § 25. This part of the Governor General's wishes is confined to the Opium Trade. Concerning the saltpetre, his Excellency expresses himself thus: without our saltpetre your ships at Batavia cannot be ballasted, and without a share in our Opium, the Dutch cannot control the spice trade in the eastern Islands. — We have not to speak of letters of permit as much Right to make a Monopoly of our saltpetre and opium as your Nation has to that of which it makes a Monopoly at Batavia. Yet all Monopolies are, on the whole, of no real benefit to any state in Commerce, and it is the prosperity of your Eastern Trade that brings money into your Possessions in the Carnatic and Bengal. The large sums to what does the confession not finally amount! which we exported from here during the late war up to more than 7 Lakh Rupees per month have greatly injured our Provinces. I therefore wish to encourage your Trade to bring us money and to prevent our private Traders from exporting it. § 26. To effectuate this, or rather so that by the Dutch, for the English in China as well as
Dutch transcription
185 „onze vergadering; als in het geheim, vorsteld. Hij voor„ „ondersteld dat de Heer Herklors weet, dat agthondert kisten Afsoen, eenlijk als een vergunning in 1780. zijn toegestaan, en zulx /: hier abuseert de Heer Gou„ „verneur Generaal zich grootelijks:/ uit erkentenis van een geheime onderhandeling met den Raad te sinsura /: L: E: meend met den Heer geweesen Directeur Ross„ over een Tractaat omtrent Trinivelli, voor die tyd, zegt zijne Excellentie, was de afstand maar 400. a 450. kisten. wij (:dus vervolgt de brief:/ verlangen zeer na een somme gelds voor de casse van onze Paper „carges te kanton in sina, te betaalen /: notabene:/ voor December aanstaande, zonder genoodzaakt te zijn tot het verzenden van eenig geld uit dit Land derwaards. zou uw Edele. /: vraagt de Heer Gouverneur Gene„ „raal aan den Heer Herklots:) zich konnen ver„ „binden, dat het Gouvernement te Batavia /in „der daad een wonderlijke vraag voor een Gouverneur Ge„ „neraal:/ in November aanstaande het bedra„ „gen van 800. a 1000. kisten opium in onze caste kanton zou willen betaalen! Bij aldien uw Edele„ vervolgt zijne Excellentie, ons wissels op het Gouver„ „nement te Batavia kont geeven voor de waarde van voorsz: Afcoen, zoude ik aan den Raad voordragen u niet alleen die quantiteit van de opium voor dit Iaar, te geeven, maar eene volkomene zeekerheid dat zelfs, ingeval van Oorlog /: welke tusschen de twee Na„ „tien niet kan ontstaan :/ wij de Aficen, onder een vree„ „den vlag, naar Batavia zouden zouden en aan UE de volle en vrije opbereiding daar van overlaaten. — verder wenscht de Heer Gouverneur Generaal met de Edele Hoo„ „ge Indische Regeering te Batavia, schikkingen no„ „pens den Afioen handel te maaken. — Zeeker Hun Hoog Edelheeden, gelijk bij per: 17. - van dit bericht blijkt, wenschen, het ook: maar of die wenschen, na het Plan van den Heer Engelschen Gouverneur Generaal wel tot eenpaarigheid zouden te brengen zijn, laat zich niet favorabel aanzien. Men behoeft Z: E:, in zijn wen„ „schen maar te volgen, om er direct afkeerig van te worden en te gelooven, dat er geen waarschijnlijkheid is om Hem daar in te zien reusseeren. Dus lui„ „den ze uwe Natie heeft onlangs Riauw ge„ „nomen, welke onze grootste Handelplaats was voor de opium en de vrijheid die wij verkreegen hebben om de oostersche zeëën te bezoeken, zal alle onze particuliere Handelaars te werkstellen, uwE weet hoe oopenhartig mijn denkbeelden zijn omtrent den Indischen Handel en die van uwe Compagnie. Ik wensch in Bengale uwe Handel aan te moedigen: /: zeeker uit geen oopenhartigheid of geneegenheid, maar met andere in zichten en waarom toch:t op dat zilver daar in zelfs moge 186 moge gebracht worden En wat aangaat den Han„ „del op de oostersche Eilanden, hoor hoe oprecht: Ik wensch uwe Natie haare specerijen en den voornaam„ „sten /:dus niet den geheelen:/ scheepvaart derzelve te laaten behouden. Alles waar op ik, voor het Inte„ „rest van dit Land en de compagnie denke, is om den Afioen wel te verkoopen en eene overmaaking te doen naar onze Factorij te sina zonder specie van hier te verzenden. Het is de Engelsche Compagnie om het even, zijt de Heer Gouverneur Generaal eendelijk, of dezen Hands gedreeven word door vreemde Compag„ nien of door Lieden woonende te kalkatte Indien het geschied door Inwoonders van kalkatten, of particu„ „liere Engelsche kooplieden, loopen zij veel tijds gevaar in hunne onderneeming en voeren dikwils het geld uit ter betaaling van hunne wissels in Canton zoo dat als we een generaal facit maaken op alle des Hee„ „ren Gouverneur Generaals wenschen, ze kortelijk hier op uitkomen, vrije vaart op Riauw en op de Oos„ „tersche zeëen om de Afioen wel te konnen verkoopen en in onze specerien te konnen laaten smotketen: ons geld te emploijeeren tot den Handel op Sina, zil„ „ver in Bengale gebracht te zien om het gebrek aan ge„ „roed geld te remedieeren en quasi onzen Hlandel te faciliteeren. —, is dat niet hartelijk en hebben wi geen verplichting aan zijn Excellentie van zoo oprecht te zijn in de openbaaring van zijn sentimenten.! §: 25. Dit gedeelte nu van des Heeren Gouverneur Generaals wenschen bepaald zich tot den Afioen Han„ „del. omtrent de salpeeter drukt zijn Excellentie zich dus uit„ zonder onze sal peeter konnen uwe scheepen „te Batavia niet geballast worden, en zonder een aan, „deel in onze Afioen, konnen de Hollanders den spe„ cerij handel op de oostersche Eilanden, niet in bedwang houden. — wij hebben /:om van geen vergunning brieven te spreeken :/ zoo veel Recht om van onze salpeeter en opiam een Monopolie te maaken als uwe Natie heeft tot het geene, waer van zij een Monopolium te Batavia maakt, Doch alle Monopolien zijn, over het geheel; van geen wezenlijk niet aan eenigen staat in den Handel= en het is den voorspoed: van uw en Oosterschen Handel welke geld inbrengt in uwe Boezittingen, in de Carnotic, en Bengale: De groote sommen /:waar komt eindelijk de bekentenis niet toe:/ welke wij geduurende den Iong„ 7. Lak Ropijen per maand:/ „sten oorlog /: tot boven de van hier hebben uitgevoed, hebben onze Provincien zeer benaadeelt. Ik wensch derhalven uwen Handel aan te moedigen om ons geld te brengen en te verhinderen dat onze particuliere Handelaars het koomen uit te voeren. § 26: om dit te effectureeren, of eigenlijk dat er door de Nederlanders, voor de Engelschen in Sina zoo wel als
English
187 as ready money comes into hand in Bengal, the Governor General continues his wishes and flattering entreaties in this manner: I do not know whether it would not be of very good consequence for your Company to begin paying money in China for opium to be delivered to you in Bengal. Will you consult with the Council in private on this subject; and if you all are as cordial in the matter as I am sincere and earnest concerning the general interest of trade, we could dispatch a small packet boat to Batavia regarding this and some other points. And lastly: I do not desire to retain Nagapatnam, and I think that we could propose some arrangements to serve for mutual advantage in Asia. His Excellency proposed these arrangements to Mr. van Citters and me, and when I arrive at the proper place, I shall have the honor of communicating them to the meeting. Section 27. Although nothing is found in this entire letter that, however one may view it, can be reconciled with the interest of the Company, but must rather be regarded on the one hand as casting out a smelt to catch a cod, and on the other hand, or primarily, as a revelation of secret designs and plots against which one might well be on guard; yet, as was taken into consideration at the session of 24 May 1784, it certainly would have been desirable that His Excellency Governor General Macpherson had come forward with these political proposals of his earlier or in the spring, prior to the dispatch of the Batavian ship, so that the Honorable High Government of the Indies could have been informed of it in good time and could have devised such measures and written to this ministry on the subject as Their Honors, upon wiser and more expert insight, should find proper; for, as was further considered, the qualification given by Their High Mightinesses in the respected general letter of 27 July 1784, stating that if no increase in the quantities of opium and saltpeter could be obtained without conceding one condition or another demanded by the English, provided it did not tend to the damage or detriment of the Company, and not even to the reduction of our prerogatives and privileges, was maintained at least not to imply an authority to dispose of the Company's purse or its treasury at the Indian capital and to place Their High Mightinesses under obligations that might not only be very inconvenient, but extremely harmful in the matter of remittances to a country such as China, 188 where, without cash or equivalent merchandise, one cannot get by, and where opium is imported in such an astonishing quantity that, so to speak, a decline is beginning to set in, and generally those prices cannot be obtained which private merchants in Calcutta must sometimes pay for it at public auction; which therefore makes them, and the Governor General on their behalf, intensely long for a free, secure harbor to the east, not without the intention, if they can gain a footing there, of undermining the Company in its most exclusive spice trade, from which nothing seemingly deters them except the fear of a vengeful people like the Malays, who do not so easily allow themselves to be bullied by an insolent Englishman as a submissive, if not cowardly, Bengali; since the freedom of navigation through the eastern seas granted in the latest peace will increase the boldness of the undertakings and risk whatever can possibly be devised, especially if it happens that such English squadron commanders appear in the Indies as have been seen for over twenty years, who, in countering the smuggling of English private traders in that region, did not hesitate to threaten the Honorable High Government of the Indies that, in case of the hindrance of any English ship and obstruction to its navigation and trade, he would then pay a visit to Batavia with his squadron of warships that would have very painful consequences for the Company, as can be read in a report submitted on 2 December 1761 by our Lords and Masters to Their High Mightinesses the States General, our sovereign; so that the warning of Governor General Macpherson, that the freedom now obtained will set all English private merchants to work, ought not to be addressed to the deaf. Section 28. In addition to these considerations, it also appeared to the meeting that, even if the proposed payment for opium and saltpeter in Canton in China were in effect possible or practicable in the long run, it could at least not be considered for this year on account of the desired term of November 1785 at the latest, for which, even if the packet boat could be dispatched early enough, the required obligation would render any agreement impossible, even for the Honorable High Government of the Indies, since ships bound for China generally leave Batavia in June and July and the dispositions concerning the China trade have consequently already been settled. It was therefore decided to inform the aforementioned Governor General that
Dutch transcription
187 als Bengalen, gereed geld aan handen komt, vervolgt, de Heer Gouverneur Generaal zijne wenschen en streelen „de instancien, in dezene voegen, Ik weet niet of het niet van zeer goede gevolgen voor uwe Compagnie zou weezen met te beginnen geld in Sina te betaalen voor opium aan u in Bengale te Leveren. - wilt Gij met den Raad, over dit onderwerp, in het particulier, Raadplee„ „gen; en indien bij allen zoo hartelijk zijt in de zaak als ik oprecht en ernstig ben omtrent het algemeen belang van den Handel, zouden we een kleen pa„ „het over dit, en eenige andere pointen naar Batavia konnen depecheeren. En voor het laest: Ik verlang Nagapatnam niet te behouden en denke dat wij eenige schikkingen zouden konnen voorslaan om tot weder„ „zijdsch voordeel in Asia, testrekken" Die schitkin„ „gen heeft zijne Excellentie, den Heer van Citters en mij voorgehouden en ik zal als ik ter plaetse kome daar het behoord, de eere hebben dezelve de vergadering meede te deelen. § 27. Alhoewel nu in deeze gansche Brief niets word gevonden, dat, hoe men heb ook beschouwd, met het be„ „lang van de Compagnie kan overeengebracht, maar aan„ „gemerkt moet worden, aan de eene kant als een spiering uit te werpen om een kabbeljau te vangen en aan de an„ „dere kant, of het voornaamste, als een ontdekking van heimelijke uit zichten en aanslagen waar tegen men wel mag op hoede zijn: zoo ware het, gelijk ter sessie van 24. Mei 1784. in aanmerking is gekomen, zeeker te wenschen geweest, dat zijne Excellentie de Heer Gou„ „verneur Generaal Macpherson, met deze zijne staat kundige voorslagen, vroeger of in het voor jaar, voor de depeche van het Bataviasche schip, ware uitgeko„ „men, om dat de Edele Hooge Indische Regeering er als dan vroegtijdig van verwittigd had konnen wor„ „den en zoodanige Mesures beraamen en ten sujette, dit Ministerium aan schrijven; als Hoog Dezelve, na een wijzer en kundiger doorzicht, bevinden zouden te be„ „hooren; immers, gelijk al verder is geconsidereert, de qualificatie van welm: Hun Hoog Edelheeden bij gerespecteerde gemeene Litteren de dato 27. Iulij 1784. om indien 'er geen vermeerdering in de quantiteijten Afioen en salpeeter mochten te obtineeren zijn zon„ „der de Engelschen de een of ander te begeevene conditie toe te staen, mits niet strekkende tot schaade of na„ „deel van de Compagnie, en zelfs niet tot verkleining onzer voorrechten en Privilegien, wierd gesusti¬ „neert althans niet te kennen in sluiten een macht om over 's Comp„s beurs of haare cassa op Indiasche Hoofd„ „plaats te disponeeren en Hun Hoog Edelheeden te bren„ „gen onder verbintenissen die niet alleen zeer ongele„ gen, maar ten uitersten schaadelijk zouden konnen Zijn ter Zaaken van Remises naar een Land als Sina wel alwaar 188. alwaar men, zonder kontanten of daar meede gelijk„ „standige koopmanschappen, miet te zegt kan raaken en alwaar de Afioen in een zoo verbaalende meenigte na toe word gevoert, dat er, om zoo te spreeken de klad in begind te komen en over het valgeroen die prijzen niet te maaken zijn, welke de particuliere Handelaars, te „kalkatte, bij publieke venditie, somwijl, daar voor, moe„ „ten betaalen; het welk dus deze, en den Heer Gouverneur Generaal voor Hun, machtig doet hunkeren na een vrije veilige slaven om de oost niet zonder bedenken om als zij daar voet konnen krijgen de Comp„e in Haaren aller privatiefston specerij ven handel te onderkruigstene waar van hen, zoo het schijnd niets wederhoud als de vrees voor een wraakzichtig volk gelijk de Ma„ „leijers, zich zoo ligt, door een brutaal Engelschman niet ringelooven laatende als een Lijdzaam, zoo niet lafhartige Bengaaler, nademaal de bij de Jongste vree„ „de toegelaaten vrijheid van vaaren door de oostersche zeë en, de Houtheid der onderneemingen zal doen toeneemens en albeswaagen, wat 'er met mogelijkheid op is uit te denken, voor al wanneer het gebeurt dat er zulke Engelsche chief de Equaders in Indie verschijnen, als men er „ ruim twintig Iaaren gezien heeft, die bij het tegengaan der smokkelingen van Engelschen par„ „ticuliere Praffiquanten om dien oord, niet geschromd hebben de Edelen Hooge Indische Regeering te bedreegen „stal, in cas van verhindering van eenig Engelsch schip en belet aan zijn vaarten Handel, hij als dan met onder hebbend, Esquader orlogscheepen te Batavia. zijn „een visite zou geven die voor de Compagnie van zeer smer„ „telijke gevolgen zou zijn gelijk men dit kan leesen bij een bericht door onze Heeren en Meesters op den 2. De„ „cember 1761. overgeleeverd aan Haar Hoog mogende de Heeren Staaten Generaal onze souverein. zoo dat de waarschouwing van den Heer Gouverneur Generaal Mac„ pherson, dat de nu verkregen vrijheid alle Engelsche particuliere Handeelaars te werk zal stellen, geen Dooven gezegt behoord te wezen. § 28. Buijten deeze consideratien, quam de vergadering ook voor, dat, indien de voorgestelde betaaling van Afcden en salpeeter te kanton in Sina; al in effecte mogelijk of„ op den duur, uitvoorlijk mocht zijn, altans voor dit Jaar in geen aanmerking kan komen, uithoofde van „het begeerde termijn uiterlijk in November 1785, waar toe, alware het ook dat de paketboot vroeg genoeg kon worden gedepecheert, de gevorderde verbintenis, alle overeenkomst, zelfs voor de Edele Hooge Indiasche Re„ „geering, zoude onmogelijk maaken, nademaal de sche„ pen naar Sina doorgaans in Iunij en Iulij Batavia verlaaten en de dispositien over den Sinaschen Han„ „del, gevolgelijk haar beslag erlangt hebben. Men be„ „sloot derhalven, om wel melde Heere Gouverneur Gene„ „ dat „raal
English
to present to the General the lack of qualification for such engagements, and nevertheless our readiness, should His Honour persist in the draft for sending a packet to Batavia, to add our side to it, with a request for the approval of Their High Mightinesses; upon this proposal, which, if accepted, should take effect with the upcoming year 1786, in such a manner that for the amount of the bills of exchange on Canton, that of the opium, or the necessary provisions for it at Pattena, could be settled and balanced annually with the mutual agents, and then still under this special assurance that the Company shall annually be delivered the quantities of opium and saltpetre which it will require according to the demands, or, of the first article, the milk, for its own preparation within our factory, and finally under disabuse of the Governor-General's notion that the quantity of 800 chests a year were a concession that had only taken place since 1780, whereas that had already occurred since the year 1777. Paragraph 29: In the separate resolution of 14 June 1785, the answer dispatched by the Governor, upon the insistence of the meeting, to the Governor-General is inserted verbatim, Herklots, and therein are also recorded the preparatory motives for decreeing this commission, which for the sake of brevity I shall pass over here, so as not to bore by repeating more or less the same thing when I must cite the actual points for it; the more so since on that day, or the aforementioned 14 June, no positive decision was yet taken, but it was preferred to await a satisfactory answer to the iterative requests and requisites, as had been promised, according to what is set forth in the 22nd paragraph of this report. Whereof, however, no other result was seen than that, according to a note in a separate decision of the 28th of the above-mentioned month of June, there was communicated the news received of the signing and ratifying of the definitive peace with the Crown of England, our Republic, and the United States of America on 24 May 1784, without any other particular than some compliments, which, according to that decision and the letter recorded therein, were answered in a fitting manner. Paragraph 30: Meanwhile, it remains unknown until now what orders have been received from Europe in Calcutta regarding the Indian trade in general, and specifically concerning opium and saltpetre, for our Company, since no disclosure thereof has been made; but as appears from a separate resolution of the first of July 1785, it was merely made known by the Supreme Council in a letter of the 27th of the preceding month of June, that the certain news of the definitive peace, previously communicated, had given them the opportunity to take into consideration the contents of our letters of 8 and 29 March, as well as 25 April, and that, according to the decision made thereon, orders would be sent to Pattena to provide our Company with a quantity of opium; without being able to assure whether, for this year, the season would indeed allow it to be delivered in its raw state for our own preparation; further professing to have no intention to dispute with us over the request made in the end, but that, before determining the quantities of opium and saltpetre, they wished to know whether, in our opinion, the High Government at Batavia would be willing to have the amount for the opium paid into its Company's treasury in Canton before the month of February 1786. Furthermore, that a packet boat would be held ready to be dispatched with their and our proposals on this subject, as well as with regard to any other arrangements that might be made between our Company and the Calcutta Government. Paragraph 31: How little agreement this again has with the promises of the Calcutta gentlemen set down under paragraph 22, namely to take measures to the advantage of our Company in the event of not receiving positive orders regarding these subjects, as well as, as said in paragraph 18, regarding all branches of trade in these provinces; and how one shall finally reconcile the contents of this letter with the promise of Governor-General Macpherson mentioned under paragraph 17 regarding the disclosure or communication of his plan for the advancement of our commerce, strikes the eye all too clearly when comparing the various paragraphs against one another, so that any further expansion thereon seems unnecessary. Your Right Honourables may perhaps already come to the same opinion with me regarding the Governor-General as well as his Council, that, whether by higher authority or of their own authority, they intend nothing other than to deal the Company the final blow to the ruin of its trade in this country; and this shall appear as clear as day when I come to report on the commission itself, having concluded the leading causes leading up to it. Paragraph 32: But regarding these leading motives, may Your Right Honourables grant me a little more attention and dwell upon the beauty of the obliging services that the Calcutta gentlemen display, merely consisting of expressions that are powerless and of no value, with the very intention, as our session of the first of July of this year considered it, to
Dutch transcription
189 „raal te laaten vertoonen de nonqualificatie tot zulke Engagementen en niet te min bereid vaardigheid om, indien Z: E: mocht blijven persisteeren bij het concept ter afzending van een paket naar Batavia, 'er van on„ „ze zijde eens by te voegen met verzoek om het goedvinden van Hun Hoog Edelheeden; op dieze propositie, die, in„ „gressie vindende, in zou moeten gaan met het aanstaan„ „de Jaar 1786, in diervoegen dat voor het bedragen van de wissels op kanton, dat der Afroen ofte de daar toe no„ „dige verstrekkingan, te Pattena; met de wederzijdsche Agenten verreekend en jaarlijks: vereevend zouden kon„ „nen worden, en dan noch onder deeze speciale verzie„ „kering dat de Compagnie jaarlijks zal worden afgeleeverd de quantiteiten Afioen en salpeeter, die zij volgens de Eisschen, zal benodigen, of van het eerste articul de Melk, ter eige opberading binnen onze Logie, en einde„ „lijk onder de sabuseering van des Gouverneur Generaals begrip als ware de qelantiteit van 800. kisten 's jaars, eene vergunning, die maar eerst zeedert 1780. hadde plaats: gehaeld: wijl dat bereeds geschied is zeeder het jaar 1777. §29: Ter aparte Resolutie van den 14. Junij 1765. staat Herklots het door den Heer Gouverneur na de instentie van de „vergadering, aan den Heer Gouverneur Generaal afge„ „vaardigd Antwoord, woordelijk geinsereerd en daar bij zijn ook geverbasiseerd de preparatoire motiven tot het decerneeren dezer Commissie, welke ik kortsheids„ „halven, hier zal voorbijgaan, om wanneer ik de eigen„ „lijke pointen daar toe moet aanhaalen, niet te verveelen, met een en het zelve, genoegzaam te repeteeren; te meer men, tendien dage, ofte den 14. Junij voormeld, noch tot geen positif besluit trad, maar verkoos om aftewachten een voldoenend antwoord op de iterative instantien en requisiten, gelijk dat beloofd was, uitwijzens het ver„ neder gestelde bi de 22. par: van dit Rapport. Dan waar van men geen ander gevolg zach, als dat, blijkens aan„ „teekening bij apart besluit van den 28. der boven Gem: maand Iunij, gecommuniceert wierd de ontvangene tij„ „ding van het teekenen en ratificeeren der diffinitive vreede met de kroon van Engeland, onze Republiek ende vereenigde staaten van America op den 24„e Mei 1784. zonder eenige andere bijzonderheid als eenige compli„ „menten, die volgens dat besluit en de daar bij inge„ „schreeven Brief op een gepaste wijs, beantwoord zijn geworden. §30. Het is ondertusschen tot nu toe onbekend, welke bevelen, ter uit Europa, te kalkatta, met opzicht tot den Indischen Handel in het generaal en speciaal ten aanzien van de Afioen en satpeeter, voor onze Com„ „pagnie, ontvangen zijn, wijl daar van geen ooperning gedaan maar blijkens aparte Resolutie van primo Julij 1785. door den :' Hoogen Raad bij missive van den het haed shaevan 27. der 190 27. der voorgaande maand: Junij , en kel te kennen gegeven is, dat de, te vooren, gecommuniceerde gewisse tijding der „diffinitive vreede, Hen gelegenheid had gegeeven om in overweeging te neemen den inhoud onzer brieven van den 8: en 29. Maart item 25. April en dat er, volgens het daar op gevallen besluit, ordres naar Pattena zouden wor„ „den gezonden om onze compagnie met eene quantiteit Afhoen te voorzien; zonder te konnen verzeekeren, of, voor dit jaar, het saisoen wel toe zou laaten om ze, ter onzen eigen op bereiding, in zijn ruwe staat, afte leveren: overi„ „gens betuigende, geen intentie te hebben om met ons te twisten over het, ten sujtte, gedaan verzoek, maar dat ze, alvoorens de quanteiten van de Afroen en salpeeter te bepaalen, wenschten te weeten, of, naons gevoelen de Hooge Reijeering te Batavia, het bedragen van de opi„ „am zou willen laaten betaalen in haare Comp s Cassa te kanton, voor de maand februarij 1786. — voorts dat 'er een paket boot gereed zou worden gehouden om met Hun„ „ne en onze propositien over dit onderwerp, te worden ver„ „zonden, als meede met betrekkinge tot eenige andere schi „kingen, welke mochten te maaken zijn tusschen onze Com „pagnie en het kalkatsche Gouvernement. — §: 31. Hoe weinig over eenkomst dit nu al wederom heeft met de sub ws 22 ter neder gestelde beloften der kalkat „sche Heeren, van naamelijk bij het niet ontvangen van positive 'ordrees nopens deze onderwerpen, maatrogulen Compagnie te zullen neemen tot voordeel van onze onderwerpen als meede gelijk bij s 18 gezegt is omtrent alle de Takken van den Handel in deze Provincien; en hoe men einde„ „lijk den inhoud van deze Brief, ook over een zal brengen melde, onder '§ 17 gementioneerde toezegging van den Heer Gouverneur Generaal Macpherson ter openlegging of meede deeling van zijne plan tot bevordering van on„ „zen koophandel, valt, bij vergelijking van de onderscheide„ „tegen ne paragrappak en elkander te sterk in het oog, dan dat eene verders uitbreiding daar van nodig voorkomt uw EE: Achtbaarheeden zullen mogelijk nual, nopens den Heer Gouverneur Generaal zoo wel als zijnen Raad met mij komen in het gevoelen, dat zij, het zij op hooger gezach, het zij uit eige autoriteit, op niet anders bedacht zijn dan de Compagnie den laasten slag tot het verderf van Haa„ „ren Handel hier te lande toe te brengen, en dit zat, zoo klaar als den dag blijken, wanneer ik van de commis„ „sie zelfs verslag kome te doen, ende aanleidende oor„ „zaaken tot dezelve hebbe afgehandelt. § 32. Dan nopens deze aanleidende motiven gelieven uEE: Achtbaarheeden mij noch een weinigje aandacht te vergunnen en staan te blijven bij het fraije der gediens„ „tigheeden die de kalkatsch Heeren betoonen, en kel bes„ „staande in uitdrukkingen welke krachteloos en van gee„ ner waarde zijn, met dien toeleg zelfs, gelijk weter ses„ „sie van primo Julij deses Jaars het beschouwden, om de Vi„ Edele
English
Noble High Indies Government at Batavia, or to dazzle with outwardly fair-seeming propositions; or to be able to take advantage sometimes of a lack of local knowledge of the particulars of the country's constitution, its government, and the adopted power and exercise of authority by the British, especially with that brilliant, yet merely glazed and utterly ridiculous title of King's Dewan, under which mask the country has been plundered by them, impoverished, and trade brought to the utmost misery: Wherefore, on the above-mentioned day, it was resolved to continue to maintain and defend the rights and privileges of the Company with a resolute steadfastness, and to inform the High Government at Calcutta that, just as we on the one hand have never recognized the arbitrary arrangements that have successively been made regarding trade, especially with respect to the allotment of opium and saltpetre, from 1776 until the outbreak of the latest war, but on the other hand we have always complained about curtailment, and continually reclaimed the right of our privileges and an undisturbed exercise thereof, we on the other hand, now that through the ended war and the peace that followed upon it, all infractions and abuses about which we had so often complained are given up and annulled, on the foundation thereof, maintain to be entitled to demand a general freedom of trade, and especially that that of opium and saltpetre, as in former days, be opened up and the Dutch Company be left the right to procure its necessities thereof where it can purchase or gather them from the first hand, both to the revival of the privileges in force and in accordance with a free, unhindered commerce, according to the will of the country's sovereign as well as the known desire of His Britannic Majesty that the Dutch Company, along with that of the English, here in this country, shall enjoy equal freedom, safety, and protection: with the request, because these gentlemen appear to hold a different view and attempt to keep the Dutch Company in the former degree of dependency, with the intention even to present their sentiments regarding this to the High Government of the Dutch Indies, wherewith we, for the present, must let the matter rest, that they please favor us either with the plan promised by His Excellency the Governor-General Macpherson (see paragraph 17 of this report) or with the plan well-devised by their Honours jointly, so that, in order to prevent delay, as might sometimes be the result through preceding requisitions and inquiries of our High Masters, we may add the necessary elucidations and considerations thereto, under the further declaration of believing that above all will be needed a prior explanation in what capacity the Calcutta High Government intended to act, as representatives of the English East India Company or of the Emperor of Hindostan; and finally that for the receipt of the offered opium and saltpetre for this current year, the necessary orders were to be dispatched to our agents at Patna, but regarding the payment thereof at Canton in China, that one could not engage oneself thereto in whole or in part, much less that such would take place in February next, as entirely depending on what the Noble High Indies Government at Batavia shall be pleased to take upon itself regarding this. Section 33. This serious representation was dispatched from here to Calcutta on 2 July last; but the month came to an end again without the Calcutta gentlemen deigning to take the same with equal seriousness and consideration, or even to reply to it. We met again on 26 July and then discovered from the contents of two letters inserted in the separate resolution of that date that the receipt of even this emphatic letter was not mentioned, but that we were written to concerning other affairs. This we could now view as nothing other than an intention to let these serious matters take their course and leave us to guess what finally the outcome would be of the repeated representations: Meanwhile, as with respect to the passage of our vessels travelling up and down other novelties also came into play, such as the refusal of respect for the dustuck, which according to the privileges and usage are granted by the Director or chiefs of the subordinate factories as proof that the Company or its subordinates had paid duty on and accounted for the cargo of those vessels where it belonged, and regarding which the Hugli English Collector desired to introduce another method, namely that no vessel should enjoy free passage except under his rowanah, as had become customary during the war, one had, in order to perceive the reality thereof, upon the representation of the undersigned, made a trial thereof first with the dispatch of a vessel with two of his leaguers of arrack destined for Kasimbazar, which with a dustuck from Mr. Herklots, as then chairman of the assembly, obtained free passage, without them even asking for payment of the tax which, as shown by paragraph 9 of this report, even
Dutch transcription
191 Edele Hooge Indische Reegering te Batavia ofte ver„ „blenden met uiterlijk schoonschijnende propositien; of misbruik te kunnen maaken somwijl van gebrek aan Locale kennis der bij zonderheeden van s'Lands constitutie, dies Regeering en de geadopteerde macht en gezach oeffening door den Britten, in zonderheid met dien brillianten, doch niet meer dan verglaasde en ten eenemaal belachelijke titul van 's konings De„ „waan, onder welk masker het Land door hun geplun„ „dert, verarmd en den koophandel tot de uiterste mi„ „serie gebracht is geworden: Alwaar om, ten boven gem: dage; gearresteerd wierd om met een cordarte stand„ „vastigheid de Rechten en voorrechten van de Comp: te blijven voorstaan en verdeedigen ende kalkatsche Hooge Regeering te kennen te geven, dat, gelijk we aan de eene kant nimmer hebben erkend de eigendunke„ „kelijke schikkingen die successive nopens den Handel, bij zonder met opzicht tot de toedeeling van Afioen en salpeeter, zeedert 1776. tot op het doorbreeken van den Iongsten oorlog, gemaakt zijn, maar we integen „deel ons altoos hebben beklaegd gehad over verkorting, en geduurig gereclameert het Recht van onze Privile„ „gien en eene ongestoorde oeffening van dezelve, we aan de andere kant, nu, dat door den geindigden oor „log en de daar op gevolgde vreede, op gegeven en ver„ „nietigd zijn alle infractien en misbruiken waar ove we zoo meening maal hadden gedoteert, op fundament van dien, sustineeren gerechtigt te zijn een generaa„ „le vrijheid van Handel te vorderen en in zonderheid dat die der Afioen en salpeeter, als in vroeger dagen, oo„ „pen gesteld en de Nederlandsche comp„e het Rechtge„ „laaten worde om zich Haare benodigtheid daarvan te bezorgen, waar zij ze, uit de eerste hand kan in koo„ „pen of te inzaamelen, zoo ter verleevendiging van de inkracht zijnde Privilegien als overeenkomstig met een vraije onverhinderde Commercie, na den wil van 's Lands souverein zoo wel, als de bekende begeerte van zijne Groot Brittannische Majesteit dat de Neder„ „landsche compagnie, met die der Engelsche, hier te Lande, gelijke vrijheijt, veiligheid en bescherming zal genieten: met verzoek, om dewijl zij Heeren van een ander begrip schijnen te zijn en de Nederlandsche compagnie trachten te houden in de voorige graad van afhangelijkheid, met voorneemen zelfs om hunne gevoelens derwegen, de Hooge Regeering van Neder„ „landsch India voor te stellen, waar bij wij het; voor eerst, moeten laaten berusten, ons te willen begunst, „stigen, het zij met het door zijn Excellentie den Heer Gouverneur Generaal Macpherson /:vide per: 17— van dit Raport :/ beloofde, dan wel het door Hunwell„ beraamde, „delens gezaamenlijk zooaamde Plan, om, ter voor„ „koming van de lay, gelijk door voor afgaande requisi„ ten we 192 ten en informatien onzer Hooge Gebiederen Somwijl he gevolg zouden konnen zijn, 'er bij te voegen de nodigen ophelderingen en consideratien, onder verdere betuigin van te gelooven dat voor al nodig zal wezen een vooraf¬ „gaande verklaaring in welke hoedanigheid de kalkat „sche Hooge Regeering dacht te handelen, als Repre „sentanten van de Engelsche oost Indische Compagnie of van den keiser van Hindostan; en eindelijk dat ter ontvangst van de aangeboden Afioen en salpee„ „ter voor dit loopende Jaar, de nodige ordre na Patte„ „na aan onze Aginten stond te worden afgevaardigd, maar wegens de betaaling van diens te kanton in sina, dat men zich daar toe geheel noch ten deele, veel min, dat zulx plaats zou vinden in februarij naast, „komende, niet en gageeren konde, als ten eenemaal dependeerende van het geen de Edele Hooge Indische Regeering te Batavia; der wegen, op zich zal gelieven te neemen. §33. Dit sericus vertoog is den 2„e Julij J„t Leedten van hier naer kalkatta afgevaardigt; doch de maand liep weder ten einde, sonder dat de kalkatsche Heeren Zych verwaardigde van het zelve, met gelijke serieusheid en overweeging te neemen, ofte daar op eens te antwoorden. wij quamen den 26. Iulij weder bij een en ondervonden toen uit den inhoud van twee ter aparte Resolutie van dien datum geinsereerde Brieven dat de ontvangst zelfs van deze nadrutkelijke brief niet gemeld, maar over andere affaires aan ons geschreeven wierd. Dit nu konden we niet anders aanmerken als een op zit om deze ernstige zaaken op zijn beloop te laaten en ons te laaten gissen wat eindelijk den uitslag zijn zou„ „de van de herhaalden vertooningen: Ondertusschen, wijl ten aanzien, der passage van onze op=en afvaaren„ „de vaartuijgen ook al andere nieuwigheeden in tit qua„ „men, gelijk het weigeren, van respect voor De stek &die, na volgens de Privilegien, en usantie, verleend worden door den Directeur of te opperhoofden van de subalter „ne Factorijen, tot een blijk dat de Comp: of Haare ondert „hoorigen, de Lading dier vaartuigen vertold en verant„ „woord, hadden daar het behoord, en waar omtrent de Hoep„ =glische Engelsche collecteur na een andere met hode begeer„ „de in te voeren, naamelijk dat geen vaartuijg vrije passa„ „ge zou genieten dan onder zijn Rowanch, gelijk dat met den oorlog in trein was geraakt, had men, om het n wezenlijke daar van te ontwaaren, op vertooning van den ondergeteekenden, daar van een proef genomen eerst met de verzending van een vaartuijg met twee van Zij„ „ne Leggers met Atrak, die naar kassembazaar gedesti„ „neerd, met een De stek van den Heer Herklots als toenmalig voor zitter van de vergadering, vrije passage erlangde, zonder dat men zelfs vroeg om betaaling van de belasting die uitwijsen1 per: 9: van dit bericht zelfs p
English
193 had been levied on that beverage; but eight days after this was further investigated by the dispatch of a vessel with eight leggers of arrack, the same, provided with a destak, was detained at Hoegli by order of the collector, for such reasons as were asked of him by order of Mr. Herklots through the first clerk Van den Broeck and stated to the latter, as well as reported to the Council, in a report that was entered into the separate resolution of 26 July last and contains nothing other than that he, the collector, had proceeded according to the order given to him, which he showed to the first clerk. Departing meanwhile that very day for Calcutta, apparently to give notice of the message that had been delivered to him, and not having returned until eight days thereafter, the vessel with the aforesaid eight leggers of arrack was detained at Hoegli all that time and then released. Paragraph 34. This innovation, of deeper design than it superficially appeared to be, was on the one hand devised to diminish and show contempt for the Company's privileges regarding the granting and respecting of destaks, and on the other hand with no less an intention than silently, or sub- and obreptitiously, to exercise legislative power even over the European nations established and privileged in this country, namely by causing tolls and dues to be accounted for to themselves instead of to recognized officials of the country. Whereas the capacity of Diwan, as a representative of the sovereign before the revolution and usurpation, and for a long time thereafter, was regarded as nothing other than extending solely over the collection, administration, and accounting of revenues, such as those of the domains and other ground rents, under the higher authority of the Subah or Nawab as viceroy and vassal of the respective provinces, with whom the Diwan functioned to preserve the Emperor's rights with respect to what the Nawab was obligated to account for to the Court of Delhi from the general revenues. Yet the Calcutta Government, after assuming the Diwani in 1765, never deemed it necessary, or deigned, to make notification thereof, much less to make that communication to the European nations which one might reasonably expect in order to be recognized and legally respected therein. Paragraph 35. The aforesaid innovation, I say, gave occasion on the aforesaid 26 July, among other things, for discourse on the conduct of the Calcutta Government and the necessity of being entirely disabused of illusions in that regard and of learning how those gentlemen 194 presently understand the management of affairs, and what power they intended to exercise henceforth, among other things concerning the collection and accounting of tolls, in order that in this regard we might not, as happened last year, fall again into such disagreeable difficulties regarding the dispatch to and fro of goods, from and to the Company's ships, as were no less to be feared with the dispatches from the aurungs, especially regarding the destaks with which the same were previously always conveyed and brought to our respective factories freely and without hindrance. Now, in view of what had already been learned regarding the destaks, it remained to be seen whether it would indeed happen as before. For which reason it was judged necessary to plan the commission already taken into consideration at the session of the 14th of the preceding month of June, postponed until now, partly by the delay of the assembly with all the previously cited pretexts and promises, and partly by reason of the intention declared by the Supreme Council in Calcutta to treat directly with the Honorable High Government of the Indies at Batavia; what is more, with an invitation to this Ministry to add and present their considerations on the matter at hand, without however answering the questions previously posed for that purpose. Which commission was assigned for execution to the members Jacob Eilbracht and Cornelis van Citters Arnoldsz, with the addition of the First Sworn Clerk Teunis van den Broeck to assist them in translating the papers into English, and this chiefly to negotiate the following points: The regulation of tolls and the respecting of the Company's destaks, in accordance with the privileges and thus also with the abolition of the tax levied on the importation of Batavian arrack. The right to free trade, especially the collections of opium and saltpetre, or if that cannot be obtained, a more generous allocation of those articles according to the order and desire of the Honorable High Government of the Indies, contained in the respected general missive of 27 July 1784. The demanding of compensation for damages for the Company and for private individuals through the capture of the bark Constancia and the pantchiallang Het Geduld in the Straits of Durian by Robert Geddes, captain of the private English ship the Nonsuch, thirteen days after the determined cessation of arms in the Indies. The settlement of the account of subsistence monies to the Company's servants and others during their captivity, should this be demanded.
Dutch transcription
193 op dien Drank is gelegt geworden: doch agt dagen daar na, dat men dat nader bezocht door de verzending van een vaartuig met agt Leggers Arak, wierd het zelve, „voorzien van een Deslek, te Hoegli, op ordre van den collecteur aangehouden, om zoodanige reedenen als hem, ter ordre van den Heer Herklots, door den Eers„ „ten klerk van den Broeck afgevraagt en aan dezen opgegeven, mitsgaders aan Raade gerapporteerd zijn, bij een bericht dat ter aparte Resolutie van den 26. Iu¬ hij J„t lieden is ingeschreeven en niet anders behelst als dat hij collecteur was te werk gegaan na de Hem ge„ „geven ordre die hij den Eerste klerk vertoonde: onderwijl dien zelve dag naar kalkatte vertrekkende apparent om kennis te geeven van de boodschap die Hem gedaan was, en niet dan agt dagen daar na, eerst terug ge„ „komen zijnde, is het vaartuijg met de voorsz: agt leg„ „gers Arak, al die tijd te Hoegli aangehouden en toen gelargeert geworden. § 34. Deeze nieuwigheid, van een dieper doorzicht, dan ze zich oppervlakkig scheen voor te doen, als aan de eene zijde ook al uitgedacht tot verkleening en ver„ „achting van 'sComp„s voorrechten wegens het verleenen van De steks en het respecteeren van dien, en ten an„ „deren met geen minder inzicht, dan, om stil zwijgen„ „de, of sub en obereptive, de wetgeevende macht, zelfs over de hier te Lande getablissceerde en gepreviligeerde Eudropesche Natien te oeffenen met naamelijk Tollen en gereghtigheeden aan zich, in steede van erkende of„ „ficianten van het Land te doen verantwoorden, daar de hoedaanigheid van Dewaan als een Representant van den souverein voor de omwenteling en usurpartie, en lange tijd na dezelve, niet anders aangemerkt is, als maar alleen zich uit te strekken over het invorderen, bestuuren en verantwoorden der Revenuen gelijk die der Domeinen en andere grondpachten, onder het hoo„ „ger gezach van den soubah of Nawab als viseroij en vassal der respective Provincien, en bij wien den Dewaan fungeerde tot conservatie van 's keizers Recht met opzicht, tot het geen de Nawab verschuldigd was uit de generale inkomsten aan het Dillische Hof te verantwoorden, zonder dat het kalkatsch, Gouver nement „ na het aanvaarden der Dewani in 1765. , het ooit nodig geacht, of zich verwaardigt heeft daar van denunciatie, veel min aan de Europesche Natien die communicatie te doen welke men billijk moest verwachten om daar in erkend en op een Legale wijze ge„ respecteerd te worden.— § 35 De voorm: nieuwigheid zegge ik, gaf den 26. Ju„ „lij voormeld, onder anderen stoffe tot discours, over het gedrag van het kalkatsch Gouvernement en de noodzaa „kelijkheid van eenemaal daaromtrent uit den droom„ te geraaken en te ervaaren hoedanig die Heeren Europesche de 194 de manrance van zaaken thans belgrijpen, en welke macht zij van voorneemen waaren, voortaan, te oeffenen, onder anderen nopens de invordering en verantwoording der Tollen, ten einde dien aangaande, niet gelijk voorleeden jaar, wederom te vervallen en zalke onaangenaame moeij „lijkheeden nopens de op=en afzending der goederen, van en naarboord van Comp„s scheepen ;n hoedanige niet minder warente duchten met de depeches uit de Arrengs, in„ „zonderheid wegens de Desteks waarmeede dezelve, te vooren altoos vrij en overhindert, naar onze respective Tactorijen gevoerd en aangebracht zijn, dat nu, uithoof„ „de van het geen aangaande de De steks bereets was vernomen, te bezien zou staen, of wel, gelijk voor heen, ge„ „schieden zoude. Alwaarom min nodig oordeelde het beraamen van de ter sessie van den 14 der voorgaande maand Iunij reets in aanmerking gekomen commissie, tot nu toe uitgesteld, eensdeels door het ophouden der vergadering met alle de voorwaarts geciteerde uitvluch„ „ten en beloften en ten anderen uithoofde van het door den Hoogen Raad te katkatte gedeclareerd voorneemen om zelfs met de Edele Hooge Indische Regeering te Batavia te willen handelen; wat meer is, onder uit„ „nodiging van dit Ministerium ter bij voeging en voordracht van Haare consideratien in cas subject, zonder evenwel te antwoorden op de ten dien fine, voor af, gedaane ora„ „gen, welke Commissie ter uitvoering is gedemandeert aan de Leeden Iacob Eilbracht en Cornelis van Citters Arnoldsz, met toevoeging van den Eersten Gezwooren klerk Teunis van den Broeck, ten einde hun te assisteeren, inde overzetting der Papieren in het Engelsch en zulx hoofd zaakelijk tot het verhandelen der na volgende pointen. Het reguleeren der Tollen en het Respecteeren van 's Comp„s De sleks, overeenkomstig met de Privilegien en dus ook met vernietiging van de gelegde Belasting op den in„ =voer van Bataviasche Arak. Recht tot een vrijen handel, in zonderheid der inzaame„ R „lingen van Afioen en salpeeter, of zoo dat niet mocht te verkrijgen zijn, een ruimer toedeeling van die arti„ „culen navolgens ordre en begeerte van de Edele Hooge Indische Regeering, vervat bij de gerespecteerde gemee„ missive van den 27. Julij 1784. Het Eisschen van schaade vergoeding voor de Compagnie en voor Particulieren door het neemen van de Bark Constan„ „cia en Pantsjalling Het geduld, , in straat Drioens, door Robert Geddes. Capitein van het particulier Engelsch schip the Non such „ dertien dagen na de bepaalde stilstand van wapenen in Indie Het vereevenen der reekening van subsistendie gelden aan 's Com„ „pagnies Dienaarens en anderens geduurende het krijgs„ „gevangenschap, in dien daarom gevraagt mocht worden. aan E Over
English
195 the recurring hindrances in the Aurungs, according to the complaints recently made regarding this, particularly from Baddaal, Paggernaatpoer, Mahanendpoir, and Malda, by the Gomastas; and finally concerning the so-called Moorish Grounds in Chinsurah, which, to prevent disputes, it were to be wished that they also were placed under the Company's jurisdiction as far as civil or civic legal jurisdiction is concerned. § 36. The manner in which these points were to be presented, the assembly left entirely to the deputies, whose instructions together with the credentials stand inserted in the resolution of the 30th of the aforementioned month of July, with the draft of a letter to the Lords Nawabs, to be translated into the Persian language, sent to Kassimbazaar, and delivered in person to Their Excellencies by the provisional second of Midlum. § 37. The motive for writing that letter appears, in the resolution of the 26th of the said month, to be, on the one hand, to show the English gentlemen the intention of the assembly not to deviate from the original foundations and maxims of the country's actual and natural government, but regarding the restoration of the Company's rights and privileges, to continue to recognize him who, on behalf of the sovereign, in all other cases, especially when they are against us, acts even for them; and on the other hand, not to offend the Nawabs, whom the English recognize, albeit in appearance, at least from our side, and not to bring the Company now, or in the future, into such inconveniences as might unexpectedly be the case, and stand recorded in detail in the resolution; but to give those gentlemen notice, particularly of the difficulty in which one finds oneself concerning the acknowledgment of the country's supreme power and the authority which the English gentlemen now openly begin to exercise, without even showing that the capacity of the King's Diwan or the Khalisa Sharif gives them the right or authority thereto; with the request that the Lords Nawabs be pleased to declare how far that power extends, whether by the same the law can be laid down and disposition made over such matters as have once been determined by privileges of the sovereign, particularly with regard to the customs duty (always accounted for to the country's officers called the Bakhshbandar and in the first place to the Faujdar or Agent of the Nawabs), for the collection of which, as well as the revenues, an English collector now resides at Hooghly, without our being able to judge the legality or illegality of his office, or without the Nawab's foreknowledge and consent being able or allowed to decide upon such a considerable and no less dubious change; that, without however disputing the English gentlemen's apparent capacity as Diwan 196 or wishing to enter into a dispute with the princes about it, the intention of this assembly is to enter into negotiations with the Calcutta government concerning this difficulty and the regulation of the payment of the established toll; requesting in that regard Their Excellencies' approval by a Parwana, and that they be pleased to intervene with their authority for the protection and preservation of the Dutch Company in its ancient prerogatives and privileges. § 38. After the necessary papers had then been prepared and on the last day of July were delivered to the undersigned and fellow deputy Van Citters, we set out the following day, or on the first of August, early in the morning, for Calcutta. We arrived in the forenoon at Baranagar and stayed there, as was customary, until we received an answer to our communication made to His Excellency the Governor General concerning the commission and the request for the fixing of a time and place, in order first to pay our separate respects and hand over to His Excellency the letter given to us as a credential. We received this answer on the 2nd of August in the afternoon, and so we sailed that evening to Calcutta. Both of those letters I have the honor to annex hereto as appendices. § 39. It having been appointed by the Lord Governor General for about nine o'clock in the morning at the Government House, we arranged to be there at that hour. His Excellency not being well at the time, and being at his country estate for the refreshing of the air, it was nearly twelve o'clock before we had the good fortune of seeing him. He apologized for having kept us waiting so long, mainly on account of business as well as indisposition, and we stepped with him into his cabinet. Here we had the honor of handing our credential to the General, which he opened and read. After the reading, he expressed to us his pleasure at our arrival and showed regret over the disordered state of his house, which was being repaired and cleaned, and was thus unsuitable to accommodate us, besides that His Excellency himself resided in the country. Regarding the commission, the Lord Governor General assured us that he wished for nothing more than to see everything arranged on a firm footing, for which, so it seemed, the strings were already tuned, and now nothing was in the way but the dispatch of the packet boat the Swallow, which was to take place next Saturday, until which time the Lord Governor General hoped that we would have patience and find sufficient comfort in Calcutta, although he simultaneously offered to arrange it for us, for which we thanked His Excellency, indicating that we were authorized, in view of the inclement season, the daily falling rain, and since it was not advisable in vessels
Dutch transcription
195 de weder voorkomindes verhinderingen, in de Arrengsna¬ „volgens de daar van, inzonderheid uit Baddaal, Paggernaatpoer, Mahanendpoir, en Malda, door de Gomastaks, onlangs, gedaane klachten; en eindelijk Over de zoo genaamde Moorsche Gronden in sinsura, die, ter voorkooming van oneenigheeden, het te wenschen waren, dat ook onder 's Comp„s Iurisdictie gesteld wierden zoo verre het Cwil of Burgerlijk Rechtsgebied aangaat. §36. De wijze, hoedaanig deze pointen voor te dragen, liet de vergadering ten eenemaal over aan de gecommitteerden, wier Instructie met het Credentiaal geinsereerd staat ter Resolutie van den 30: der voorm:t maand Julij, met het concept van een Brief aan de Heeren Ndwabs om in„ „de Persiaansche Taal overgezet, naar kassimbazaar ge„ „zonden en door den p„l secunde van Midlum, in spersoon aan Hunne Excellentien besteld te worden. §: 37. Het motif tot het schrijven van die Brief blijkt ter Resolutie van 26. der gemelde maand te zijn, om aan de oenerkant de Heeren Engelschen te doen zien, de intentie van de vergadering om van de oorsprongelijke gronden en maximes van 'slands eigenlijke en natuurlijke Regeering niet af te wijken, maar omtrent de herstelling van 'sComp„s Rechten en voorrechten, te blijven erkennen den geen die, van wegen den souverein, in alle andere gevallen, voor al zoo ze tegen ons zijn, zelfs voor Haar ageert; en ten anderen om de Nawabs, die de Engelschen, schoon in schijn, erkenen, ten minsten van onze kant, niet voor het hoofd te stooten en de Comp„e mu, of in het toekomende, te brengen in zulke ongeleegenheeden als, onverhoeds, het geval zoude konnen zijn, en ter Resolutie omstandig geno„ „teerd staan, maar die Heeren kennis te geeven in zon„ derheid van de ongelegenheid waar in men zich bevind nopens de erkentenis van 's Lands oppermacht en het gezach dat de Heeren Engelschen thans oopenlijk beginnen te oeffenen, zonder zelfs te doen blijken, dat de hoedanig„ „heid van konings Dewaan ofte der chalilijn serifch, Hun daar toe, recht of autoriteit geeft met verzoek dat de Heeren Nawabs zich gelieven te verklaaren, hoe ver die macht zich uitstrekt, of door dezelve de wetgesteld en beschikking gemaakt kan worden over zulke zaaken, als eenmaal vastgesteld zijn bij Privilegien van den souverein, inzonderheid ten aanzien der Tol /: altoos ver„ „antwoord aan 's Lands officianten genaamd de Bachs„ binder en inde eerste plaats aan den Tausdaar of Agent van de Nawabs:/ tot het invorderen van dewelke zoo wel als de Revenuen, zich thans, een Engelsche collec„ teur te Hoegli bevind, zonder dat wij, over de wettige of onwettigheid van zijn ampt konnen oordeelen, of zonder 's Nawabs voorkennis en toestemming, tot zoodanig een aanmerkelijke en niet min, bedenkelijke verandering te konnen ofte mogen besluiten: Dat, zonder mochtans de Heeren Engelschen haare hoedaanigheid van Dewaan Schijn 196 „te betuisten, of daar over met de vorsten in verschil tewillen geraaken, de intensie dezer vergadering is om over deze zwaarigheid en het reguleeren der betaaling van den vastgestelden Pol, met het kalkatsch Gouverne, „ment in onderhandeling te treeden: verzoekende daar om„ „trent Hunner Excell: goedkeuring bij een Parwanah, en om met Haare autoriteit tusschen beiden te willen komen, „ter bekherming en bewaaring van de Nederlandsche Compagnie, bij Haares aloude voorrechten en Privilegien. § 38. Nadat dan de nodige papieren in gereedheid ge„ bracht en ultimo Iulij den ondergeteekenden en meede gecommitteerden van Citters geintrageert waren, begaven we ons, 's anderen daags ofte op primo Aug„s 's morgens vroeg, naar kalkatte op rus. wequamin 's voormiddags, te Bernagoor en vertoefden, als na „gewoonte aldaar, tot we antwoord ontvingen op onze aan zijne Excell: den Heer Gouverneur Generaal gedaane Com„ municatie van de commissie en verzoek om bepaaling van tijd en plaats, ten einde voor af onze afzonderlijke, op„ wachting te maaken en Z: E: te overhandigen, de brief„ ons, als een Credentiaal, mede gegeven. Dit antwoord ontvingen we den 2. Aug„s 'snamiddags en we voeren dus 's avonds noch maar kalkatte: Beide die brieven, heb ik de eere als bylagen, hier neven te voegen. §39. Door den Heer Gouverneur Generaal, tegen negen „teuren 's morgens zijnde bestemd: aan het Gouvernements huis maakten wij op dat uur daar te wezen. zijn Ex„ cellencie zich toen: met wel, en tot verfrissching van Lucht, op zijn Buitenplaats bevindende, was het genoegzaam „twaalf uuren eerwe het geluk hadden van Den zelven te zien Het excus van ons zoo lang te hebben laaten wach„ „ten, hart, en zaakelijk uithoofdes vane beezigheid zoo wel als onpasselijkheid we traden, daar meede in zijn Cabi„ „net. Hier hadden we de eere van den Generaal ons Cre„ dentiaal te overhandigen, Het welk Hij oopende en Pas. Nade leezing, betuigde hij ons zijn genoegen over onze aan„ komst en betoonde Leedwezen over de ongereddertheid van zijn Huis, dat gerepareerd en schoon gemaakt wierd, en dus ongeschikt was om er ons te konnen huisvesten, behalven dat zijne Excell: zelfs buiten woonde. Ten aan„ zien der Commissie, verzeekerde bij Heere Gouverneur Ge„ neraal ons, niets lieven te wenschen, dan alles op een vaste voet gereegeld te zien, waar toe, zoo het scheen de snaaren reets gespannen waren en nu niets hinderlijk was dan de depeche van de paketboot de Zwaluw, die aanstaande saturdag stond te geschieden, tot welke tijd 't Heer Gouverneur Generaal hoopte dat we gedutt zouden hebben en in kalkatte gemak genoeg vinden, schoon Hij het ons tevens aanbood te bezorgen., waar voor we Z: E: bedankten, te kennen gevende dat we gequalificeert wa„ ren. om mits het guure saison, de dagelijks vallende regen, en wijl het niet geraden was in vaartuigen huis huis
English
to keep, to rent a small house, as we had indeed already done before our arrival for 350 rupees per month, and which we therefore intended to use. Thereupon His Excellency invited us to dinner for that afternoon, and we took our leave for that time, stating that in the meantime, during the dispatch of the aforementioned packet, we would employ our time in preparing the necessary written addresses. § 40. When we arrived in Calcutta, or the very morning of our first audience with the Lord Governor-General, a Company packet had been received overland from Europe, bringing among other things the news of the election of Lord Macartney as Governor-General. This gentleman, who as Governor of Fort St. George had resigned from the service and left Madras with the intention of repatriating from Bengal in order to justify himself to his masters concerning the said resignation, namely, for not being able to agree with their mistaken concept regarding the cession of Carnatica to the Nabob Mahommed Alij, was then in Calcutta. We therefore had reason to conclude from this that, if the dispatch of the Swallow should constitute an obstacle, the transactions concerning the change of government and the acceptance or relinquishment thereof by the said Lord would also present no small impediment to our public audience. We therefore informed the President of the council, Mr. Herklots, of this, in such manner as the copy of the letter written to His Honour on 3 August last shows. I. 4. Lord Macartney's decision having finally been taken not to accept the General Government, but to leave it, as it had remained upon the departure of the Lord Governor-General Hastings, to the care and administration of Mr. Macpherson, and to continue his journey to Europe, as was also done with the Swallow, which was dispatched on 8 August; we received two days later a letter, dated the 8th, from Mr. Hay, Secretary of the Department of Foreign Affairs or of Foreign Nations, with a request to deliver our representations, and also to consider ourselves informed that the following Friday had been appointed for deliberation upon the same. We immediately replied to this that we would see to it that we were ready by that time, and that we were to present ourselves at the place where the gentlemen met to deliver our addresses in person, if we might be informed by His Honour at what hour the meeting was to be. But upon this, Mr. Hay wrote to us again on the same day that the Lord Governor-General, being presently indisposed in the country, was not in a position to receive his orders on the subject of our letter; but that he was informed of the sentiments of His Excellency and the Gentlemen of the Council to the extent that he could take it upon himself to notify us of their desire that we would please simply deliver the papers before next Friday, in order to then be able to have collected from the registers of the government the points serving the matter which were necessary to lay open to them the whole course of affairs and enable them to decide thereon. § 42. In order to shorten the representations as much as possible and not to delay matters by being too detailed at one time, but to facilitate the deliberations as much as possible, Mr. van Citters and I had agreed with each other to divide the points as far as practicable and to submit separate addresses thereof, one after the other, or to deliver the second after receipt of the answer to the first; thus, the first subject that required the greatest dispatch was that concerning the toll and the freedom of our dustucks; whereof the first memorial was accordingly already translated when Mr. Hay wrote us the second letter, while the second concerning the freedom of our commerce, among other things in opium and saltpetre, was being translated, and the undersigned was busy drafting the third memorial. Whereby we also observed that the purpose of our commission consisted not so much in making other or further representations than had been charged upon us, or in treating with the Calcutta government on the matters by way of correspondence, since that could have been done with the council as well as with us, but, after the representations should have been heard and judged, to subsequently bring the matters with the Gentlemen of the Supreme Council, or those whom Their Honours should be pleased to appoint, at conferences to be determined, into a proper order and arrangement. We therefore wrote to Mr. Hay again that we could not well deliver our address otherwise than in the assembly, because, whether the Gentlemen of the Supreme Council were pleased to decide upon it immediately or at a later date, we could assure the Council at Chinsurah that it had been submitted and read in our presence; meanwhile informing His Honour that the same related to those disputes with the government concerning the tolls, as, beyond any other points, being for many reasons the most urgent and principal matter that required a speedy disposition. § 43. That no delay whatsoever was caused to the matter from our side by this appeared from a third letter from the aforementioned Secretary Mr. Hay on Thursday
Dutch transcription
157 te houden, een Huisje te huuren, gelijk we ook reets, voor onze komst, tot soar 350. termaand, gedaan hadden en waar van we ons derhalven dachten te bedienen. Hier op verzocht zijne Excellentie ons voor 's middags ten ee„ ten en we namen voor dit keer ons afscheid, onder te kennen geving dat we inde tusschen tijd der depeche van het voorsz: pacquet, de onze emploijeeren zouden tot het ingereedheid brengen der nodige schriftelijke Ad„ dressen. — § 40. Toen we te kalkatte aanquamen, ofte den zelven morgen van onze eerste audientie bij den Heere Gouver„ „neur Generaal, waser, overland, een comps paket ont„ =vangen uit Europa, onder anderen meede brengende de tijding der electie van Lord Macartneij tot Gouver„ neur Generaal. Dezen Heer, die als Gouverneur van het Fort S„t George, den dienst nedergelegt en Ma„ dras verlaaten had met intentie om uit Bengalen te repatrieeren, ten einde zich te verantwoorden bij zijne Meesters over de gedagte resignatie, naamelijk van niet te kennen komen in Haar verkeerd begrip nopens de afstand van Carnatica aan den Nabab Mahom„ med Alij, bevond zich toen te kalkatte en wij hadden dus reeden hier uit op te maaken, dat zoo de depeche van de zwaluw een verhindering quam uit te maaken de besoegne over de verandering van het Gouvernement en de aanvaarding of afstand van dien door gem: Me lerd, meede geen kleen beletzel tot onze publieke audentie zou komen op te leveren. wij gaven dus hier van kennis aan den President der vergadering den Heer Herktots indiervoege als kopij van de aan zijn E: geschreeven Brief op den 3„e Aug:s J=leeden, komt I. 4: Het besluit van Mijlord Macartneij eindelijk ge„ „vallen, zijnde om het Generaale Gouvernement niet te aan„ vaarden, maar het te laaten zoo als het was verbleven door het vertrek van den Heere Gouverneur Generaal Hastings aan de zorg en het bestier van den Heer Macpherson, en zijne reize naar Europa voort te zetten, gelijk ook geschied is met de zwaluw, die den 8. Augus, tus gedepecheerd, is geworden, ontvingen we, twee dagen daar na een brief„ op den 8. gedateerd, van den Heer Haij„ secretaris van het departement der Buiten landsche Zaa„ ken ofte der vreemde Natien, met verzoek, om onze ver„ togen afte leveren, en tevens. voor gecommuniceert te houden, dat de volgende vrijdag, ter deliberatie over de zelve, was bepaald geworden. wij gaven hier op directt. ten antwoord, dat wij zouden maaken tegen die tyd gereed te zijn en dat we ons stonden te vervoegen ter plaatze daar de Heeren by een quamen om onze Addressen in per„ =soon over te leeveren, indien wij, door zijn E: mochten ver„ wittigd worden, om wat aar het vergadering zoude wezen, Dan hier op schreef de Heer Haij ons, ten zelve dage „uit te wijzen. . . . . . lord wederom 198 wederom, dat de Heer Gouverneur Generaal, thans op het Land, onpasselijk zijnde, hij niet instaat was zijn be„ velen over het onderwerp van onze Brief te ontvangen; dog dat hij van de gevoelens van zijn Excell: en de Heeren van den Raad, in zoo verre; was onderricht dat Hij op zich kon neemen ons kennis te geeven van Hun ver„ „langen dat wij de papieren maar Geliefden afte geven voor aanstaande vrijdag, ten einde als dan, de pointen, ter materie dienende bij de Registers van het Gouverne„ =ment te konnen laaten bij een verzaamelen welke nodig „waren om hen den geheelen loop van zaaken oopen te leggen en in staat, te stellen om daar op te besluiten. § 42. om de voordrachten met alle mogelijkheijd te bekor„ „ten ende zaaken, met op eene keer te omstandig te zijn, niet op te houden maar de deliberatien zoo veel mogelijk „te faciliteeren, waren den Heer van Citters en ik met elkander over een gekomen om de pointen zoo veel doenlijk te verdeelen en daar van afzonderlijke Addressen in te dienen de eene naden ander, of na ontvangst van Ant„ „woord op het eerste, het tweede, als dan, over te leveren; overzulx was het eerste, onderwerp, dat het meeste spoed vereischten dat wegens de Tol en de vrijheid van onze Dasteks; waar van derhalven de eerste Memorie „gereeden vertaald was, toen de Heer Haij ons de tweede Brief schreef terwijl de tweede aangaande de vrijheid van onzen koophandel, onder anderen in Afioen en salpeeter, over gezet wierd ende ondergeteekende beszig was met de derde Memorie te ontwerpen; waar bij we ook aanmerkten, dat „de oorzaak van onze Commissie niet zoo zeer bestond om andere of meerder vertoogen te doen, dan dezelve ons oplag, of om met het kalkatsche Gouvernement, bij we„ „ge van Corre sponitentie „ over de zaaken te handelen, wijl dat met de vergadering zoo wel als met ons had kunnen (en geschieden, maar om, nadat de voordachten gehoord en beoordeeld zouden zijn, de materien vervolgens met de Heeren van den Hoogen Raad, ofte die Haar wel Ed„e zouden gelieven te committeeren, bij te bepaalene confe„ „rentien, te brengen, in een behoorlijke ordre en verband- wij schreeven derhalven aan den Heer Haij wederom dat we ons Aldres niet wel anders: dan in vergadering, konden overgeeven, om dat het zij de Heeren van den Hoogen Raad, 'er onmiddelijk, of na dato, op geliefden te besluiten, wij de Raad te sinsura konden, verzeekeren dat het ge„ „diend had en geleezen was in onze, presentie: zijn E: in„ „middels onderzichtende dat het zelve betrekking had tot die verschillen met het Gouvernement over de Tol„ „len, als, buiten eenige andere pointen, om veele reedenen het dringendste en voor naamsten: zijnde dat een spoedige dispositie vereischte. — § 43. Dat nu hier door aan de zaak geen het minste verlet van onze kant werd, toegebracht, bleek uit eens der„ „de brief van voorm: Heer Secretaris Haij op Donderdag, as „gezet den
English
159 on the evening of 14 August, delivered to us and addressed for communication, that he had been instructed by the Governor General to inform us that His Excellency's indisposition prevented him from convening the Council at the appointed time, or Friday the 12th, but that a day would soon be appointed specifically to deliberate on the proposals to be made by us; furthermore, that His Excellency's indisposition had also prevented him from paying us a visit: a pleasure which the Governor General intended for himself as soon as he should be sufficiently recovered to go out and make visits. We replied to this the following day in fitting terms, and since the week had ended and we had thus spent more than fourteen days to no purpose, we informed Mr. Hay of our intention to go home for a while, and arranged matters so that we were back in Calcutta on Monday morning, 15 August. Section 44: On Monday we were indeed back at our appointed post and then learned some private news of the arrival of two ships at Coromandel destined for Bengal, and one from Europe at Ceylon. Although the certainty thereof required further confirmation, this caused us on Thursday, 18 August, to resolve—since one or other of the ships might arrive any day and produce new disputes as long as the differences concerning the payment of the toll were not settled—to give notice of this private rumor to the aforementioned Mr. Secretary Hay, and to request his Honor to promote, as far as lay in his power, our request for an audience to submit our representations; because, however painful it was to have to regard the indisposition of His Excellency the Governor General as the cause of the delay, we could nevertheless hardly believe that matters would not proceed if unfortunately His Excellency's illness, instead of improving, should happen to worsen. With the result that Mr. Hay, on the same day, did us the honor of reporting that he had reason to think that the Governor General would shortly be at the capital, hoping that the state of his health would permit him to appoint a very early time for the deliberation on our memorials, regarding which His Excellency was very desirous to decide the matters as soon as possible, so that he, Mr. Secretary, hoped to have it in his power between now and tomorrow to inform us which day had been deemed suitable to deliberate on the subject of our commission. Section 44 ½: The next day, or Friday, 19 August, we were honored with a personal visit from the aforementioned Mr. Edward Hay, as Secretary, in the name of His Excellency the Governor General and the High Council, coming to make known to us that the gentlemen were assembled and that he had been instructed
Dutch transcription
159 den 14 Augustus 's avonds bij ons besteld en gericht tot Com„ „municatie, dat hij door den Heer Gouverneur Generaal was gelast ons te berichten, dat zijne Excell„t onpasselijkheid hem belette, de Raad, op den bestemden tijd ofte vrijdag den 12. ten vergaderen, doch dat 'er binnen korten, een dag zou „worden bepaald, speciaal, om over onze te doene voorslaa „gens, te delibereeren; voorts: noch, dat zijne Excell: onpas„ „selijkheid ook verhinderd had ons, een visite te doen: een vormaak het welk de Heer Gouverneur Generaal Zich voor„ stelde, zoo dra hij zoo verre hersteld zou zijn om uit te ken„ „nen gaan, en bezoek afte leggen. wij beantwoorden dit 's anderen daags in gepaste termin en vermits de week ten einde was en wij dus veertien dagen ruim, voor niet doorgebracht hadden gaven wij den Heer Haij kennis van ons voorneemen om een 's naar Huis te zullen gaan en zongedragen dat wij 's Maandag 's morgens den 15. Aug„s te rug waren te kalkatte: §o 44: wij waren ook werkelijk 's Maandags weder op onze bescheiden post en vernamen toen eenige particu„ „e narechten van de komst van twee scheepen te kor„ mandel: gedestineerd naar Bengale en een uit Europa te Ceilon, welke, schoon de zeekerheid daar van nadere confirmatie vereischte, ons Donderdag den 18. Aug„s deed resolveeren om, dewijl de een of andere scheepen dagelyks konden invallen en nieuwe verschillen op „leveren, zoo lange de differenten nopens de betaaling der Tol niet gereguleert waren, van dit particulier gerucht, aan meerm: Heer Secretaris Haijkennis te geeven en zijn Edele te verzoeken, om, voor zoo verre hij vermocht, te willen bevorde„ „deren ons verzoek om audientie tot het indienen van onze Re„ „presentatien, wijl, hoe smertelijk het viel de onpasselijkheid van zijne Excell: den Heer Gouverneur Generaal, te moeten aan„ „merken, als de oorzaak van het delay, we echter quaalijk konden gelooven, dat de zaaken geen voortgang zouden hebben, in dien„ ongelukkiglijk de ziekte van Z: E:s, in stee van te beteeren, eens mochten verergeren; met di v: gevolg; dat de Heer Haij der zelven dag, ons de Eere deed van te melden, dat hij reeden had te denken, dat de Heer Gouverneur Generaal, binnen korte; op de Hoofdplaats zou zijn; hoopende dat den staat van zijne gezondheid hem toe zou laaten, tot het bepaalen van een zeer spoedige tyd tot de deliberatie over onze vertoogen; waar omtrent L: Excell: zeer verlangen„ „de was, de onderwerpen, zoo spoedig mogelijk, te beslis„ „sen, zoo dat hij Heer Secretaris hoop te het in zijn ver„ „moogen te hebben, van ons, tusschen nu en morgen, te kennen berichten welke dag men geschikt had om te delibereeren over het onderwerp van onze commissie. — § 44. ½ s anderen daags, ofte vrijdag den 19. aug„s wierden wij vereerd met een persooneel bezoek van voorm: Heer Ed„ „ward Haij, als secretaris, uit naam van zijn Excell: den Heer Gouvern: Generaal en den Hooge Raad, ons komende bekend maaken dat de Heeren vergadert waren en dat hij gelast was der
English
to learn when it would suit us to appear in the meeting, that the Gentlemen would await us and receive with pleasure the representations that we intended to deliver to the meeting; adding thereto, on behalf of all, an excuse that we were being detained in Calcutta, perhaps longer than was agreeable to us or intended, and that, because we were making do with a rented house at the expense of our Company, the meeting requested that we would submit to them the expenses that the commission necessarily had to incur, in order to be properly reimbursed. We answered this offer with a fitting counter-compliment, pointing out that the Council at Chinsurah had authorized us to pay for the necessary expenses and, in due course, to charge them to the Company, that we therefore, without their express order, could not deviate from this and consequently requested that the Gentlemen of the High Council would be pleased to excuse us from providing that account, that we were otherwise ready to proceed directly with his Honour to the meeting to submit to the meeting the First and second Memorials, which were ready and translated; but that, of the other points, the further Addresses were not yet fully copied out and had to be translated, which we could always deliver later. Mr. Hay was satisfied with this as well, but informed us that the Lord Governor-General's continued indisposition made it uncertain when the Council would be able to convene again for a further audience, and that because his Excellency intended to spend a few days at Goretty for a change of air, we would certainly have no objection to the representations being recorded in the Resolution as read, as if they had all been presented today on the 19th of August, provided that the remaining ones, which were not yet fully ready, could simply be sent to him, the Mr. Secretary. Section 45. Although this interval disappointed us in the intention to submit each representation separately, or at least not to submit the following until the first two had been answered, we considered the impropriety of rejecting the requested notation and separate transmission of the documents, and that we would thereby delay rather than advance the essence of the matter, the objective of an expeditious and speedy determination. We therefore agreed to the proposition of Mr. Hay; but judged it to be the right time and our duty, since upon our arrival no salute had been fired, as is otherwise customary on such public occasions, and since we would find no opportunity to speak with the Lord Governor-General about this privately, to point this out to Mr. Hay and to inform him that, because that honor could not be considered personal, but was intended to show respect for the Nation
Dutch transcription
200 te verneemen wanneer het ons zou Convenieeren in vergade„ „ring te verschijnen, dat de Heeren ons zouden opwachten en met genoegen ontvangen de vertoogen die wij van voor nee„ „men waren, aan de vergadering over te geeven; voegende daar bij, uit naam van alleen een excus dat we, mogelijk langer als ons aangenaam of de intensie was, in katkatte wier„ „den opgehouden, en dat, wijl we ons ten kosten van onze Com„ „pagnie met een geheurd Huis behielpen, de vergadering ver„ „zocht, dat we aan Haer wilde op geeven de ongelden welke de commissie noodwendig moest veroorzaaken, om be„ „hoorlijk te worden gerestitueert we beantwoorde deze aanbieding, met een gepast contra compliment, onder vertooning, dat de Raad te sinsura ons had geautoriseert, de noodzaakelijke ongelden te bekostigen en, in der tijd, de Comp„s in Reekening te brengen, dat we derhalven, bui„ „ten haere uitdrukkelijk Last, daar niet van mochten afwijken en dienvolgende verzochten dat de Heeren van de Hooge Raad ons van die op gave geliefden te Excuseeren, dat we overigens gereed waren met zyn E: direct ons naar de vergadering te begeeven om de Eerste en tweede Memorie die klaer en vertaald waren, bij de vergadering in te dienen; maar dat, van de andere pointen, de nadere Addressen noch niet ten vollen afgeschreeven waren en vertaald moesten worden, welke wij altoos nader konden overleeveren. De Heer Haij nam hier meede ge„ „noegen, maar gaf ons te kennen, dat des Heeren Gouver„ „neur Generaals aanhoudende onpasselijkheid het onzeeker maakte, wanneer de Raad weder zou kennen by een komen tot een nadere audientie, en dat wijl zijn Excell: voorneemen was om, tot verandering van Lucht, eenige daagen door te brengen op Gorhettij, wij er zeeker niet zouden tegen zyn, dat de vertoogen als hadden ter heeden den 19: Au„ „gustus alle gediend, bij de Resolutie, als geleezen wier„ „den bekend gesteld, wanneer de overige die noch niet ten vollen gereed waren, maar aan Hem Heer Secretaris kon„ „den worden toegezonden. — § 45. Schoon nu deze interval ons te beur stelde in het voorneemen om ieder vertoog afzonderlijk, immers de volgende niet eer in te dienen, dan nu dat de twee eerste be„ „antwoord zouden zijn, overwoogen we de onwelvoegelykheid van de verzochte aanteekening en aparte toezending der stuk„ „ken van de hand te wijzen, en dat we daar meede de wezenlijk„ „heid der zaake, het oogmerk van een expedite en spoedige de„ „terminatie, eer zouden vertraagen, dan bevorderen. We be propositie „willigde dan in de postatie van den Heer Haij; doch oordeelden het nie tijd en onze prticht te zijn, om, vermits bij onze aankomst niet, gelijk dat anders plecht te geschieden bij zulke plublieke plichtigheeden, gesatueert was geworden en dat we geen geleegen„ „heid zouden vinden om den Heer Gouverneur Generaal, daar over, afzonderlijk te onderhouden, den Heer Hlaij dit te vertoonen en te ken„ „nen te geeven, dat, wijl dat honeur niet kon gereekend worden perso„ „neel, maar geschikt te zijn, tot betooning van Respect voor de „neur Natie
English
the nation we represented, certainly for those who had commissioned us, and whose persons we came to represent, our duty demanded of us at least to learn what the reason for this might be, whereas in case of an omission, or, as we preferred to regard it, an oversight, which on account of the indisposition of the Lord Governor General was not to be taken amiss, the same might be remedied, as we requested, so as to deprive the public, on this first visit after the peace, of the opportunity to make this a subject of discourse, namely by having the salute fired upon our appearance in the meeting and the handover of our papers; which was also done with 17 cannon shots, after the Lord Secretary had brought us in and had beforehand informed the aforementioned Lord Governor General of this negotiation: Section 46. The places at the table in the meeting having been indicated, Secretary Hay took the floor by saying that they, according to the pleasure of the Gentlemen and conformable to their orders, had fetched us from our house and brought us there, in order to receive from us the papers that we had chosen to deliver ourselves and had now brought along; and this was followed by a brief compliment from the Lord Governor General about the pleasure of seeing us in the meeting and the opportunity that he hoped would be given him to arrange matters in the commission to wish and satisfaction; which was also answered by us with a request for the most favorable consideration of the representations we were instructed to submit, and which we, having them with us, requested to be permitted to present in the meeting to be read aloud. This took effect, and the First and Second Memorial, marked with No. 14 and 15, or the separate translations made of them, were, with the permission of the meeting, read aloud by Mr. Hay. Section 47. When this had been accomplished, the Lord Governor General resumed his already repeatedly made protestations of desiring nothing more ardently than to see everything arranged on an amicable and firm footing, that measures to that end had already been taken on the part of the Government, which, after the contents of the Memorials, too lengthy to answer everything immediately, had been taken into consideration and checked against what had been dealt with concerning them in the registers of the Government, and with the arrangements already drafted regarding the payment of the toll, would be communicated to us; greatly praising the clarity and strength of the translation of the Memorials, and declaring that he found the same so clear and plain that the intention could well be understood and that in disposing over the same much convenience was contributed by the neat division of the subjects and the forceful rendering thereof, whereupon we took our leave and were courteously dismissed. Section 48. As far as the Memorials themselves are concerned. The First deals with provided, and according to old custom laden with merchandise everywhere in the districts or jurisdiction of His Imperial Majesty, going or coming, may not be pressed or detained, so that the Faujdars, Jagirdars, Zamindars, or Chaukidars, by water or by land, may take nothing from them, nor cause them any trouble: finally, that on what is traded in the Province of Bihar, and Bengal, no toll may be demanded for the second time (as has been presented in paragraph H of this report), but vice versa at Patna or Hughli the fixed toll of 2.5 percent need only be paid once, and nothing more. The Nishans or letters of favor from the House of Shah Timur repeat those orders to the respective rulers and their agents, both by water and by land; and the Sanads that have been granted to the Company by the Subahs, Nawabs, or viceroys of these Provinces (it is all the same whatever one pleases to call them) or as often as a new Nawab came to power, in return for costly Nazarana (so-called joyful welcome gifts), amplify or explain the same. The Sanad of the year 1766, granted by the English Nawab Najm-ud-Daulah, brother of the prince currently ruling de facto, cost the Company, with the aforementioned Nazarana, according to the separate resolution of 11 September 1766, to that Nawab, possibly to his promoters, etc., sicca rupees 51,590. I call him the English Nawab, because when that Sanad was granted, the English government at Calcutta, for its Company, through the formidable name of that renowned Lord Clive, a year earlier, or in 1765, had managed to procure and arrogate to itself that title, now shining so brightly, of Diwan of the Khalisa Sharifah, which literally means directors and keepers of the King's sanctuary, upon which they are now proceeding so excessively that, instead of keepers, they are the squanderers of those treasures, and so to speak, are themselves Emperor: although they have not yet chosen to take it upon themselves to abolish the viceroyalty or Nawabship, but seem to leave it as their predecessors understood it; regulating the succession at their pleasure, whether legitimate or illegitimate, and keeping the true royal family, apparently for reasons of state, removed from the administration or Subahship. In this sense Najm-ud-Daulah (grandson of Mir Jafar Ali Khan) was an English Nawab, to whom we, as well as his ancestors, paid homage at a juncture when the English, or rather the Calcutta government, held the title by virtue of which it now seems to wish that none other than itself shall be recognized as Nawab, or rather as Emperor, or his representative. But
Dutch transcription
201 dienen en diet wij, bij ons hebbende, verzochten te mogen Natie die we representeerden, immers voor den geen die ons hadden presenteeren in de vergadering to laaten voorleezen. Dit gecommitteerd, en wier Persoonen wij quamen te verbeelden, onze „nam gevolg, en de Eerste en Tweede Memorie, onderschei„ plicht van ons vorderden om ten minsten te verneemen wat daar den met N„o„ 14 en 15„ ofte de apart daar van gemaakte van de reeden mocht wezen, terwijl in cas van verzuim, of, gelijk =vertaalingen„ werden, met verlof van de vergadering, wij het liefst beschoude een vergeetenheid, die om de onpasselijk„ door den Heer Haij op geleezen. „heid van den Heer Gouverneur Generaal, niet quaalijk was te neemen §47. Toen dit verricht was, hervatte, de Heer Gouverneur het zelve, gelijk wij verzochten, te remedieeren ware, om dus bij Generaal, zijne alzeets te meermaal gedaane betuigin„ deze eerste visite na de vreede het pubbiek de geleegenheid te „gen van niets vuuriger te verlangen, dan alles, in het beneemen van hier over stoffe tot discours te formeeren, met vriendelijke, op een vaste voet, geschikt te zien, dat daar naamelijk het salut te laaten doen bij onze verschijning in ver„ nntoe van de zijde van het Gouvernement bereets maatre„ „gadering ende overhandiging van onze Papieren; gelijk ook ge„ „geben genomen waren, die, na dat den inhoud der Me„ „schiedde met 17. kanon schooten, na dat de Heer Secretaris ons „morien, te breedvoerig om daar op direct alles te ant„ binnen gebracht, en voor af, van deze onderhandeling, kennis ge woorden, en overweeginge genomen en nagegaan zouden „geeven had aan welm: Heer Gouverneur Generaal: zijn tegen het geen daar van bij de Regesters van het Gou„ § 46. In vergaderinge Dit plaatzen bij de Tafel zijnde aangewee„ „vernement verhandelt, was en met de bereets ontworpene „zen, deed de secretaris Haij het woord met te zeggen dat slij, vol„ schikkingen op de betaaling der Tol, ons zouden meede „gens welbehaagen van de Heeren en conform Haare ordres ons „gedeeld worden; de duidelijkheid en kracht der vertaaling van Huis afgehaalt en daar gebracht hadden, ten einde van ons van de Memorien zeer prijzende, en verklaarende de„ te ontvangen, de papieren die we zelfs over te geeven verkooren en zelver zoo duidelijk en klaar te vinden dat de meening nu meede gebracht hadden, en dit wierd gevoligt met een kort com„ „zien wel was te begrijpen en in des dispositie over dezelve „pliment van den Heer Gouverneur Generaal over het genoegen veel gemak wierd boegebracht door de nette verdeeling der van ons in vergadering te zien en de gelegenheid die hij hoop„ „onderwerpen en het krachtig over zetten van dezelve, waar „te, dat Hem gegeeven wierd van het in de commissie te kon„ „opwe ons afscheid namen en beleefdelijk gedemitteerd wier „nen schikken naar tensch en genoegen; dat door ons den. meede wierd beantwoord met een verzoek van de gunstig„ § 48. —„ wat de Memorien zelve betreft. De Eerste handelt „ste reflesie op de vertoogen welke we gelast waren in te dienen over 203 voorzien, en makaloude gewoonte beladen met koopman„ „schappen allerwegen in de Districten of het Ressort van zijne keizerlijke Majesteit„ gaande of koomende niet zullen mogen geprest: of opgehouden worden, zoo dat de Kausdaars, Taigierdaars, Ziemien daars, of sjorukidaars, te water ofte Land, hun niets mogen af„ „neemen, ofte dezelve eenige moeijelijkheid aandoen: Ein„ „delijk dat van het geen in de Provincie Behaar word ge„ negocieert, en Bengale voor det tweedemaal geen Pol /:gelijk vrde per:s H van dit bericht gesenteert is:/ mag ge„ „vraagt, maar vices vor sa te Pattena of Hoegli: den vast„ „gestelden Iaa van 2½ p„rC„to m maar eens, en niets meer betaald behoeft te worden. De Nisaans of Gunstbrieven van het Hies van Spet Tijmoer: herhaalen die bevelen op . . . . . . de respective Regenten en haare Agenten zoo te water . . . . . . . . . als te land en de sereneds welke door de soubahs, Na„ - - - - - - - - - -„wabs of onder koningen dezer Provincien /: het is even weens hoe men ze geleeft te noemen :/ of zoo meenigmaal als er een nieuwe Nawat aan de Regeering quam, aan de Comp: verleend zijn, in vergelding van kostbaare Nes„ „seranas /: zoo genaamde blijde welkomst giften:/ ampli„ „eeren of expliceeren dezelve De Senned van A„o 1766, ver„ =leend door de Engelsche Nawab Nedjeemud Doula, Broe„ „der van den thans quasi regeërenden vorst, heeft met de gem: Nisserane, uitwijzens aparte Resolutie van den 11. 7ber: 1766: aan diens Nawvab, mogelijk aan zijne Bevorde„ raars C: S: de Comp„e s:o rop: 51ƒ590:—:—: gekorft. Ik noem hem Engelsche Nawab, om dat toen die senned verleend wierd de Engelsche Regeering te kalkatte, voor Haare Comp„e „ door de verschikkelijke naam van dien roemruck„ tigen Lord Elive, een jaar te vooren, ofte in 1765: zich had weeten te bezorgen, en aan te maatigen dien thans zoo strek schitterende, titul van Dewaan der chalifijk serife, dat woordelijk beteekend, bestierders en Bewaarders van 's konings Heiligdom, waar op zij thans zoo sterk door draaven dat zij, in steede van Bewaarders, ver„ „„shinders van die schatten, en„ om zoo te spreeken, zelfs keizer zijn: schoon zij het tot noch toe niet op haar willen nemen, om het onderkooning of Nawabschap te vernietigen, maar het zoo schijnen te laaten als Hunne . voor zaaten het hebben begreepen; het zij wettig of onwettig„ de opvolging schikkende, na haar welgevallen ende waare „koninglijke familie, apparant om roeden van staat, van het bewind, of soubaschap verwijdert houdende. In dezen zin was Nedjumucl Doula /: klein zoon van „Mier Jaffer Alechan:/ ean Engelsche Nawab, aan „uren wij zoo wel als zijne voorvaderen hulde gedaan hebben in een tijd stip, dat de Engelschen, of eigenlijk het kalkatsche Gouvernement den titul bekleedde, uit hoofde van dewelke zij nu schijnd te willen, dat niemand als zy voor Nawab, dan wel voor keizer, of zijn Repre¬ sentant erkend zal worden. den e Jea 17 „ „ raars Maar
English
204 Paragraph 51: But leaving this observation and the perilous nature of such a system of government aside for the moment; the memorial of which I speak demonstrates the verbalisation of the aforesaid concessions, as well as a clear, distinct, and emphatic representation of what has been undertaken against them and introduced at their own discretion by the Calcutta Government, substantially corresponding for the most part with what has already been cited here before among the inducing causes for the Commission; wherefore I take the liberty of referring to the memorial itself, to avoid a verbatim repetition of what was pleaded regarding the justice of the matter and brought before the eye of the Government; demonstrating that if the matter regarding the toll were viewed in its proper light, the arrangement would then be very easy to find, and that of the step about to be taken, or the negotiations with the gentlemen of Calcutta in their capacity as Dewan, notice had been given to the Nawab, requesting him to concur therein with his consent and to authorise us, through a Parwana, to treat with the Government or the Dewan on affairs that are territorial and thus not national, and to conclude such transactions or arrangements as we were formerly obliged to settle with them or their plenipotentiaries. We added thereto a copy of the Arzi as it was, following the draft mentioned under paragraph 37, first translated into Persian and dispatched, and thereafter translated back from that language into ours, with a translation into English. These documents constitute here Appendices No. 2 and 16. Paragraph 52: We concluded that memorial by requesting a favourable consideration of what had been argued, and that, both through the connection of the Nawab with the Government and the actual inclination of our principals to put matters on a desired footing, the High Council, for the actual settlement of everything, would be pleased to give the prince a complete idea of what was desired and sought between both nations; and that in the meantime those orders might be countermanded by virtue of which we were troubled by the collectors of this Government on account of the toll as well as otherwise, or had more demanded of us than we owed, under the assurance that our superiors, as well as this assembly, would be delighted if matters could be regulated and determined in such a manner that, in that regard, neither now nor in the future, the least detrimental consequences were to be feared or expected from the party constituting the supreme power. Wherefore we further requested that the collectors might immediately be ordered to let our merchandise, 205 goods, and other necessities pass unhindered, without stopping or detaining them on account of one declaration or another; since, as has been shown at large in the memorial, such has never been customary with regard to the cargoes of our ships, and for everything we transport from or to Chinsurah, the presentation of the Dastak that serves as an escort has been sufficient; under the promise that, as of old, the toll will be accounted for and paid where it belongs, as soon as a footing has been reached regarding what is now uncertain that would cease all our concern and anxiety for disadvantageous consequences, for now and forever. Paragraph 53: The contents of the second memorial, intended to promote the free, undisturbed conduct of the Company's trade, particularly regarding the collection of opium and saltpetre, also refers beforehand to what was demonstrated on 2 July of this year by the assembly itself to the General Government at Calcutta, regarding the illegality of excluding the Company from these articles and the submission that has taken place, willingly or unwillingly, in the allocation of the annual quantities; after which it was demonstrated that the position maintained by the Government in the year 1776, judging that the Dutch Company possessed no right or freedom to its own free collection of opium, is invalid and of no value, both by virtue of an exercise of that right for more than one hundred and fifty years, and by what was argued in our first memorial regarding an unrestricted freedom of trade in all products that the Hindostan Empire produces, citing the Farman of the year 1712, and can even be inferred from the fact that it is explicitly confirmed therein that one need pay no more than the fixed toll of 2 1/2 per cent on the collected opium, which would have no connection or sense if the Emperor's intention had ever been to exclude the Company from the trade in opium; of which also, if the contention is to be of any value, another proof would have to be shown than the notion of the Government in the year 1776. Before that time, and notwithstanding the revolution of ten years earlier (meaning that of 1765, when the English Company arrogated to itself the right of the Diwani and, by virtue thereof, a certain degree of authority), the Company exercised that right in the most extensive sense, even advancing money to the Assamees, or primary collectors of that juice, to procure what had been agreed upon with them for the preparation of its requirements. Paragraph 54: That, regarding the saltpetre, the right to an own free collection needed to be sought no further back than from that point in time when the English Company
Dutch transcription
204 §51: Maar om deze aanmerking en het gevaarlijke van zoo een Regeerings gestel„ voor eerst onaangevoerd te laaten; de Memorie waar van ik spreek, wijst aan de verbalifatie van de voorsz: verguningen zoo wel als een klaare, dui delijk en nadrukkelijke vertooning van het geen daar tegen ondernomen en, op eige goeddunken, door het kalkatsch Gouverment ingevoerd is in substancie meest overeen„ „komende met het geen hier voor, onder de aanleidende oorzaaken tot de Commissie, reets is aangehaald; waar„ om ik de vrijheid neeme mij aan de Memorie zelve te ge„ „dragen ter vermeiding eener woordelijke herhaaling van het geen nopens het recht der zaake bepleet en onder het noog van het Gouvernement is gebracht geworden; onder vertooning dat zoo de zaak nopens de Tol, in haar eigen„ =lijk Licht wierd, beschoud, de schikking als dan zeer ge„ „makkelijk was te vinden en dat van de stap die men „stond te doen, ofte de onderhandelingen met de kalkat„ „sche Heeren in hoedaanigheid van Dewaan, kennis was gegeeven aan den Nawabs, met verzoek van daar toe te willen consurzeerens met Haere toestemming en ons, door een Perwanah te autoriseeren, om over affai„ „resdie Territoriaal, das niet Nationaal zijn, met het Gouvernement of den Dewaan te komen handelen en zoodanige Transactten of schitkingen te maaken, als „we te vooren, verplacht waren met Hun, of Haare ge„ volmachtigden, af te doen. . wij voegden daar bij Copij van het Arzdaast zoo als het na het sub pav: 37. - ge„ =mentioneerde Concept eerst in het Persiaansche overge„ leten verzonden en daar na weder uit die Taal in de onze is overgebracht geworden met een Translaat in het En„ gelsch: Deeze stukken komen alhier de bijlagen N:o 2. en 16 uijt te maaken. §52. wij beslooten die Memorie met op het betoogde een gunstige reflexie te verzoeken en dat, zoo door de Conne„„ „rie van den Nawab, met het Gouvernement, als de Effec„ „tive geneigtheid van onzes Lastgeveren om de zaaken te „brengen op een gewenschte vogt, de Hooge Raad, ter daade„ „lijke schikking van alles, den vorst een volkomen idee„ geliefden te geeven van het geen tusschen beide de Na„ „tien verlangt en begeerd werd: en dat inmiddels mochten worden gecontramzandeert die ordres, uithoofde van de„ „welke wij door de Collecteurs van dit Gouvernement, om de wille van de Tal, als anderzints; vermoeijelijkt, of meer afgevergt wierden als wij verschuldigt waren, on„ „der verzeekering dat onze superieuren zoo wel, als deze vergadering, verheugd zouden zijn; wanneer de zaaken indier voegen konden worden gereguleert en gedetermi„ „neert dat, daar omtrent, nu of in het toekomende met den geen die de oppermacht uitmaakt, geen de minste nadelige gevolgen te dtachten ofte verwachten waren. waarom wij alverder verzochten, dat de collec„ teurs, onmiddelijk, mochten worden gelast, onze koop„ van manschappen 205. „man schappene, goederen, en andere noodwvendigheeden, onver„ „hindert te laaten passeeren, zonder ze, om de wille van de een of andere opgiften, op of aan te houden; dewijl, ge„ „lijk in het breede bij de Memorie is vertoond, zulx, nopens de Ladingen van onze scheepen; nooit gebruikelijk, en wegens alles wat wij uit of naar sinsura vervoeren, vol„ „doende geweest, is de vertooning van het Destek dat ten geleide diend; onder belofte dat, als van ouds de sol ver„ „antwoord en betaald zal worden daar het behoord, zoo dra men nopens het geen nu on zeeker is, op een zoodaanigen voet zou gekomen. zijn, die bij ons alle bekommering en ongerustheid voor nadeelige gevolgen, voor nu, en altoos, deed ophouden.. § 53: De inhoud van de tweede Memorie geschikt tot de bevordering van een vrije ongestoorde oeffening van sComp„ „Handel, inzonderheid nopens de en zaameling van Afioen en salpeeter, refireert zich, voor af ook, tot het geen, op den 2. Iulij dezes Jaars, door de vergadering zelfs, aan het kalkatsche Generaal Gouvernement, ten aanzien der on„ „wettigheid van de uitsluiting van de Comp„e in deze articu„ „len, en de onderwerping, die, willens of onwillens, inde „toedeeling der Jaarlijkse quantiteiten plaats gehad heeft, is vertoond, geworden; waar na gedemonstreerd is dat het gesustineerde door het Gouvernement in A„o 1776, als oordeeld, men de Nederlandsche compagnie geen Recht of vrijheid tot een eige vrije in zaam van Afioen te bezit, „ten, krachteloos en van geener waerde is, zoo door eene meer dan Hondert en vijftig jaarige ooffening van dat Recht, als het geen weegens een onbepaalde vrijheid van koop„ „handel, in alle Producten, die het Hindostansche Rijk op „leeverd, bij de onze eerste Memorie, geciteerde Firmaan van den Jaare 1712. betoogt en zelfs hier uit afte neemen is, dat daar bij wel expres is gestauveert dat men van de ingezaamelde Afioen niet meer, dan de vastgestel„ „de Jol van 2. ½ procento, behoeft te betaalen, dat geen connexie over zin zou hebben indien des keizers intensie ooit geweest waare om de Comp„e van den Handel in Afi„ „oen uit te sluiten; waar van ook, zal het gesustineer„ „de van eenige waarde zijn, een ander Bewijs, als het begrip van het Gouvernement in A„o 1776, getoond zou moe„ ten worden. voor dien tijd en onaangezien de omwenteling vantien Jaaren vroeger. /: wel verstaande van 1765. of „dat de Engelsche Comp„e zich het recht der Dewanie, in„ uit krachte van dien, een zeekere graad van aritoriteit aanmaatigde :/ oeffende de Comp„e dat Recht in den uit„ „gestrekt, sten zin: met zelfs geld te verstrekken aan de Assamies, of eerste verzaamelaars van dat sap, ter „bezorging van het geen men tot opbereiding van Haare benodigtheid, met hun veraccorderde. — § 54. Dat„ belangende de salpeeter, het recht tot een eigen vrijen inzaam niet verder behoefden gezocht te worden dan zeedert dat tyd stip, dat de Engelsche Com„ ten pagnie . 10 .
English
206 Company in Europe, has even renounced the exclusive privilege that it claimed for itself in 1758 through the then existing authority of Lord Clive. This renunciation occurred in 1761, by a Memorial of the Gentlemen Directors of the English Company, dedicated to the King. His Great Britannic Majesty was pleased the following year, according to the annexes of this under No 51, to expressly order that the trade of the Dutch Company in this country should enjoy equal freedom, security, and protection as that of the English Company, and these very peremptory orders were repeated in 1775. Since the same, the Company is kept in a degree of dependency which is inconsistent and entirely incompatible with a free, privileged trade. We demonstrated therefore that, because through the peace concluded between both Nations and especially what was stipulated in the first Article of the preliminary Articles, everything had to be applied by the respective subjects of both sovereigns that could serve to promote Fame, interest, and advantage, all abuses before the war ought to be held as abolished, and that, since there lay a mutual obligation upon the Nations to proceed with each other in such a way that everyone's interest, namely commerce, is not lost sight of, the Calcutta Government, contributing thereto for our Company, can give no better proof than by taking care that the interests of the Honorable Company were placed on that footing, as by virtue of the frequently cited Privileges, and what further had to be alleged in its favor, could with equity be expected and required. Paragraph 55. We concluded with the request to be pleased to take a real and favorable reflection on this, and that, if His Excellency and the Gentlemen of the High Council could not enter into this opinion of Your Honors and us of being entitled to a free trade, they would then be pleased to give that declaration thereof which put us in a position, if required, to see that dispute finally decided in Europe, since the reason for exclusion given in the year 1776, namely that the Dewan could make arrangements and Regulations which they deemed useful for the benefit of the Country, was at that time contradicted by the Director and Council by asserting that whatever right the Dewan might claim for this, the same can have no force when it comes to the maintenance of the sovereign's Privileges, which no one, whether the Nawab or the King's Dewan, can or may alter or diminish; on the contrary, that they were much rather obliged to maintain and favor the same. We added as a further convincing reason that no stronger proof of true freedom in trade can be claimed than when
Dutch transcription
206 kalkatsche Gouvernement, daar, toe, voor onze Compagnie, pagnie in Europa, zelfs gerenuncieert heeft van het uit„ -„ sluitend. Proerlegie, dat zij Zich, in 1758. door het toen maa„ het Haare contribueerende, geen beter blijk ken geven, dan „big, gezach van Lord Clive heeft toegeegend. Deze re„ met zorgesr te dragen dat: S: Comp:s belangen wierden gesteld op dien boot, als uitkrachten van de dikmaals geciteerde . . „nunciatie geschiedde in 1761, bij een Memorie der Hee„ .. . . „zen Bewindhebberen van de Engelsche Compagnie, ge„ Previlegien, en het geen verder in Haar faveur geallegeert moest . . . . „ dediceert aan den koning. . Het behaegde zijn Groot is, met bellijkheid verwacht en vost worden. . . . „ Brittannissche Massesteit 'sjaars daar aan, /: uijt„ § 55. wij beslooten met verzoek om hier op een weezenlijke . . . . . „ wijzens bijlagen deses sub No 51 /atdrukkelijk te be„ in gunstige reflexie te willen slaan en dat, zoo zijn Ex„ „volen, dat de koophandel van de Nederlandsche Com„ „cell: en Mijne Heeren van den Hoogen Raad niet konnen„ „pagnie hier te Landen gelijke vrijheid, veiligheid en bescher„ „de treeden in dit uwer E: E: Achtbaarheeden en ons gevoele, is „ming als die der Engelsche Compagnie zoude genieten van tot een vrije koophandel gerechtigd te zijn als dan en deze zoo peremptoire bevelen zijn herhaald in 1775. om„ daar van, geliefden te geven die verklaaring welke ons in „stelde om des vereischt wordende dat stecht „aangezien dezelve is de Compagnie gehouden in een graad staat, in Europa, eenmaal te zien beslissen, nademaal . . .. . van afhangelijkheid, welke met een vrije, bevoorrechte de in A„o 1776. gegeven reeden van uit sluiting als konde de E„ . . . . koophandel onoveneen komstig en ten eenemaal onbestaan„ Dewaar schikkingen en Reglementen maaken, welke „baar is. wij vertoonden derhalven dat, wijl door de getrof„ zij, ten oorbaar: van het Land, dienstig achte, toenmaals, „fene vreeden tusschen de beide Natien en inzonderheid het door den Directeur en Raad os tegengesprooken met te be„ gestipuleerde bij het eerste Articul der preliminaire weeren, dat welk recht de Dewaan hier toe ook mocht pre„ Articulen, door de respective onderdaanen van weder „tendeeren, het zelve van geen kracht kan zijn, wanneer „sijdsche souverunen alles moest aangewend worden het aan komt op de standhouding van des souvereins Pri„ dat strekken kon tot bevordering van Roem, belang „vilegien, die noemand, het zij de Nawab, het zij konings en voordeel, alle misbruiken voor den oorlugg behoorden Dewaan kan of mag veranderen of verminderen; in tegen„ te worden gehouden voor geaboleert en dat, daar er op de „deel, dat zij, veel eer verplicht waren dezelve te maintinee„ Natien een weder zijdsche verplichting lag om met elkan„ „ren en te favoriseeren. wij voogden als een nadere zege ree¬ der zoo te werk te gaan dat een ieders belang den koop„ „den daar bij, dat er geen sterker, bewijs tot een waare vrij„ „handel naamelijk, niet uit het oog word verlooren, het „heid in den koophandel kan wordens gepretendeert, dan wan„ kalkatsch . neer