Inventory 3727
Surat / Malabar · 343 pages · 141 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
67. Section 68. The memorandum of the continuing debtors and creditors extracted from the aforementioned books, disposed of in the margin, was presented at our meeting of the 2nd of this month, and is inserted in our resolution of that date; and since no entries of special note appear in it, we respectfully request permission to refer in this matter to the same memorandum, with the dispositions made in the margin thereof, as also transmitted among the annexes to this letter. The pay books, which, as shown by the report registered in our resolution of November 11 last, were inspected by two express commissioners and found to be in proper order, are transmitted among the annexes to this letter to Your Right Excellencies. Examination of the pay books having qualified the pay bookkeeper for the payment according to the list of the two months allotment. Moorish seafarers; thus we, in our meeting of May 18 of last year, upon his submitted report, which is registered in the resolution of that day, properly authorized the pay bookkeeper to disburse to the entitled parties the amounts from the lists specified therein of the two months allotments withheld at Batavia, etc., which were sent here per the ship De Diamant for settlement and adjustment, as well as what was owed to the Moorish seafarers who returned with the aforementioned vessel and what they had earned during the voyage, with instructions to pay the wages thereof; with instructions to pay the wages of such men as were found absent at Batavia on the last day of June 1785, and to confiscate them for the benefit of the Honorable Company. Section 69. However, the said pay bookkeeper, having informed us on the 29th of the same month by a very detailed report registered in the resolution of that day, to which we take the liberty very respectfully to refer here, that it was impossible for him to induce the proxies of the Moorish seafarers to accept the receipt of the aforementioned moneys, because said people, for reasons circumstantially described in the aforementioned document, continued to demand the final accounts or the customary two months allotment of such 1 parang, 8 tandels, and 315 sailors who according to their books were still supposed to be at the Main Place, even though they are not recorded as either deceased or absent in any of the memoranda or lists received from there, We were obliged on that day to decide to instruct the pay bookkeeper to probe in what manner the aforementioned representatives could provisionally, and until the arrival of the ships in the autumn, be satisfied. A decision to which, as shown by our aforementioned resolutions, we were forced to proceed, primarily because a few days prior a gathered crowd of disorderly rabble, as were found absent at Batavia on the last day of June 1785, to be confiscated for the benefit of the Honorable Company. Section 70. Batavia decision. Section 71. Section 72. Section 73.
Dutch transcription
67. §. 68. Op de Memorie van De„ „biteuren en Crediteuren „neerd. examinatie over de soedij Boekhouder ge„ „qualificeerd zynde tot 't afbetaalinge volgens de Lyst der 2. maanden vermaakinge. reedenen voor dat be„ beslooten om te onder„ „tasten op wat wijse te vreeden te stellen Dog geeft bij berigt te ken„ bekend staan Batavia onder Ult„o Junij Confisqueeren. De uijt meergenoemde Boeken getrokkene memorie der daar bij voortloopende Debiteuren en Krediteuren, als in margine gedispo„ heeft gediend in onse vergaadering van den 2=den deeses, en is geinsereerd by onse resolutie van dien datum, en vermits daar by geene posten van bijsondere opmerking voorkoomen versoeken wij eer„ biedig verloff om ons in deesen aan deselve memorie met de daar op in margine gestelde Dispositien, soo als onder de bijlaegen deses mede overgaat te moo„ „gen gedraagen. De Soldij-Boeken, welke, blijkens het rapport De soldij boeken gaan na dat ter onser resolutie van den 11. november laastleeden ingeschreeven is door twee Expresse Gecommitteerden gevisiteerd en in behoorlijke order bevonden zijn gaet onder de bijlaegen deeses tot U Hoog Edelheeden moorsche zeevaarende; soo hebben wij den soldij boekhouder in onse bij Eenkomst van den 18„e meij des voorigen Iaars, op sijn ingediend berigt, het geen bij het besluijt van dien dag ingeschreeven is wel gequalificeerd gehad, om het bedraagen van de daar bij gespecificeerde lijsten der te batavia inge„ houdene 2. maanden vermaakinge enz: welke ter vol„ „doening en vereving alhier per het schip de Diamant herwaerts gesonden sijn, mitsgaders van het geen de met voorschreeven kiel te rug gekoomene moorse zeevaarende te vooren stonden en op de reise te goed gemaakt hebben, aan de geregtigdens af te geeven met last om de gagie darte en te voldoen; met last om de Gagie van de sodaanige §. 69. Dog geseide soldij boekhouder ons op den 29: desselven „nen dat zij voor 324. maands bij een seer gedetailleert Berigt ter resolutie Coppen meer Eisschen als van dien dag ingeschreeven, en waer aan de vrijheid bij de bataviasche lijsten neemen ons hier seer eerbiedig te gedraagen heb„ „bende kennisse gegeven, dat het hem onmogelijk was om de gemagtigdens der moorse zeevaarende te be„ weegen tot den ontfangst van de voorschreeven gelden terwijl gemelde menschen om reedenen bij voorschreeven schriftuur omstandig beschreeven bleeven vorderen de afreekeningen dan wel de gewoone twee maanden vermaaking van sodaane 1: Parang 8. tandels en 315. matroosen als sig volgens haare boeken nog op de Hoofdplaets bevinden souden schoon bij geene van daar ontfangene memorien of listen het sij overleeden off absent bekend staan, Soo moesten wij ten dien daage wel besluijten den sol„ „dij boekhouder te gelasten om te onderlasten op welk eene wijse de voorschreeven saekbesorgers sig bij pro„ „visie en tot de komst der scheepen in het najaar sou„ „den laaten te vreeden stellen. Een besluijt waar toe wij blijkens onse voormelde resolu„ tien, gedwongen wierden over te gaan, voornament„ „lijk om dat weinig daagen bevoorens een menig„ te te saamen geschoolen ongebonden Graauw so als onder Ultimo Iunij 1785. te Batavia absent bevon„ 1785. absent bevonden te den sijn ten voordeele van de Edele Kompanij te con„ fisqueeren. als mannen over, 5. 70. Batavia sluijt. §. 73. 1. 72. S. 71.
English
men and women pretending to be the families of these left-behind and unknown Moors had assembled before the House of the Director, demanding, while uttering many threats and abusive words, that an accounting and payment of the wages owed to them be made, to such an extent that one was forced to drive this rabble from the wharf with armed soldiers and to man the gates with double guards, and because we naturally feared that if this mob should see fit to return in a larger multitude we would be forced to call upon the English Government for help, which could frequently give rise to the demanding of such proofs of the demise, desertion, or missing status as well as the payment of these unknown Moors as we would likely never be able to produce. And since the aforesaid pay bookkeeper informed us in an extensive document, which is inserted into our resolution of the 10th of June following, that it remained impossible for him to persuade the said agents, or rather the regents who direct them, to desist from their demand that an accounting and payment be made to them for the 324 individuals in question mentioned above, but that the only means which the aforesaid agents had suggested to him that might possibly be capable of appeasing the families of the said 324 absent Moors for the present and until ships arrived again from Batavia, and causing them to have patience without resorting to complaints or actual acts of violence, consisted in distributing 2000 rupees among the same, making one month of remittance for each person. The Director having proposed this in our Meeting of the 12th of the aforementioned month of June, it became evident therefrom that the matter of the absent and missing Moors would never in this manner. Thus, as no other way was open, for reasons detailed and set down extensively in the aforementioned resolution, we decided to authorize the pay bookkeeper for the disbursement of these two thousand rupees over and above that which had to be paid according to the Batavian lists, and we thought that we would thereby for the time being be freed from all harassment, when the same pay bookkeeper two days later gave notice to the Director that the agents had declared to him that it was beyond their power to abide by that arrangement, in view of the impossibility of quieting the families of these 324 absent or missing Moors and satisfying them until the month of October with such a small sum for the 2 months of remittance, and that they had to have 2000 rupees more to keep the people pacified.
Dutch transcription
68. en den selven berigt dat met 2000: rop:s afbetaa„ „ling van Een maand vermaaking soude te vreeden te stellen zijn En dat sij nog 2000: rop:s Eisschen dog de soldij boekhouder nader kennisse hebbende gegeven dat de saekbe„ sorgers de familien daar mede niet konde stillen. tot welkers afgaave hij boven het geen volgens „ten gequalificeert is mannen als wyven voorgeevende de Familien deser agtergeblevene en niet bekende mooren te sijn, sig vervoegd had voor het Huijs van den Directeur vorde „rende onder het uijten van veele dreigementen en sche woorden dat haar afreekening en betaeling der te goed hebbende gagien gedaan wierd soodaanig dat men genoodsaakt is geweest dit Graauw met ge „waapende soldaaten van de werff te jaegen en de poorten met dubbelde wagten te besetten, en om dat wy natuurlijk vreesden dat so dit gepeupel eens goedvond in een grooter meenigte te rug te kee„ „ren wij genoodsaekt souden sijn het Engelsche Gou„ „vernement te hulpe te roepen. het geen dikwerff aanleiding geeven konde, tot het vorderen van sulks bewijsen van het overlijden deserteeren of vermits raaken mitsgaaders de afbetaelinge deser niet be„ „kende mooren als wij waerschijnelijk nimmer ver „moogens souden weesen te produceeren, En vermits voorschreeven soldij boekhouder ons bij een uijtgebreid schriftuur, welke g'insereerd is, by onse resolutie van den 10„e Junij daar dan, berigte dat het hem onmogelijk bleeff om de geseide saekbe„ sorgers of wel de regenten die haar bestieren te be„ „weegen dat sij afsien, daar van dat haar reekening en betaaling worde gedaan van de 324. koppen in kwesti hier vooren vermeld dog dat het eenige middel het geen voormelde saekbesorgers hem hadden opgegeven dat mogelik in staet soude weesen om voor het tegenswoordige en tot de tijd er wederom scheepen van Batavia kwaamen, de familien Den Directeur dit in onse Vergaedering van den 12„e van meergedagte maand Junij hebbende voorgedraagen soo gebleek het daar uijt dat het werk der absente en vermist wordende mooren nimmer op dese wijse Soo beslooten wij terwijl er geen andere weg open was om reedenen bij voormelde besluijt omstandig gedetail„ „leert en ter neder gesteld, den soldij-boekhouder tot de afgaave van deese twee duijsend ropijen, boven en de lijsten betaalen moes„ behalven het geen volgens de bataviasche Lijsten betaelen moeste te qualificeeren en dagten daar meede voor eerst van alle persecutien bevrijd te sullen sijn, wanneer denselven soldij boekhouder twee dae„ gen daer nae aan den Directeur kennisse gaff„ dat de saekbesorgers aan hem hadden verklaerd, dat het buijten haar vermoogen. was sig aan die schikkinge te houden uijt aansien van de onmoo„ „gelijkheijd om de familien van deese 324. koppen absente of vermiste mooren te doen stille sijn en tot de maand october te vreeden te stellen met sulk een geringe somme voor de 2. maanden vermaakinge en dat sij nog 2000: rop„s meerder moesten hebben om het volk in rust te houden. der geseide 324. koppen absente mooren ter neder te set„ „ten en te doen geduld hebben, sonder tot klagten of dadelijke geweldpleeging over te gaan, bestond in het verdeelen van 2000: ropijen onder deselve, ma„ „kende eene maand vermaaking voor jeder kop. der tot §. 74. §. 76. §. 75.
English
69 The pay bookkeeper was ordered to cease his negotiation for the present until the Director had sounded out whether to settle the matter. The Director then submitted a full acquittance and receipt from the agents. Contents of that receipt. The pay bookkeeper makes known by report whereby the matter is settled and confirmed by the Nabob’s great seal and certified by his secretary. could come to a good end, and that it appeared very necessary to deal with the government itself before this matter caused greater éclat and gave occasion to the disturbance of the public peace, while it was to be feared that all these moneys, which were given from time to time to quiet the matter, would in the end be lost when one finally had to come to a settlement with the government; wherefore we ordered the pay bookkeeper for the present to cease his negotiation with the soul-sellers, until the Director had sounded out whether there would be a means to settle the same finally and forever with or through the intervention of the government. And this has had such fortunate consequence that the first-signed, in our meeting of the 7th of July following, submitted a full acquittance and receipt from the oft-mentioned agents, which was recorded by resolution of that day and filed among the secret papers, whereby they declare that they are satisfied and paid for all the wages and monthly moneys which the Moorish seafarers—who, before the war or before the wharf was taken by the English, were procured by them for the Company and dispatched on the vessels of the Honorable Company, and who died, were missing, or deserted, whether at Batavia, Malacca, or at any other place, or who are otherwise gone and are no longer found in the papers—and that they have received everything and are satisfied in everything for this, with the promise nevermore to make any action or claim against the Honorable Company on that account. Which receipt having been confirmed by the great seal of the Nabob, in whose presence it was passed, and certified by the signature and seal of his secretary, this matter, so delicate and threatening to bring us into great difficulty and danger here, is thereby terminated and settled, as the first-signed will have the honor to bring more circumstantially to Your High Nobilities’ high knowledge in his separate letter. The pay bookkeeper subsequently, in compliance with our decision of the 4th of March of the preceding year, which we had the honor to bring to the knowledge of Your High Nobilities in our humble letter of the 20th of April thereafter, § 70, properly handed over in our meeting of the 21st of September last a report, which was recorded in the resolution, demonstrating that the orders given to him—namely, to bring the accounts of the Moors who were alive at Batavia as of the last of June 1782 into that state as they were at the time that the formalization took place under the last of August of the same year in the books of the ship Westfriesland, according to Your High Nobilities’ decision of the 15th of September of the same year—had been carried out. § 77. § 78.
Dutch transcription
69 „houder gelast om sijn te staaken saek of te doen. en quitantie van de saekbesorgers overgelegd. inhoud van die quitan„ tie Den soldij boekhouder geeft bij berigt te ken„ „nen Waar door de saak is afgedaan en door sijnen secretaris gecertioreerd is tot een goed einde koomen kon en dat het seer nodig scheen om met de regeering selfs te handelen eer de„ se saak meerder eclat maakte en tot stooving van de publicque rust aenleiding gaff terwijl het te vree„ „sen was dat tog alle deese gelden; welke men so van tijd tot tijd afgaff om de saek te sussen, in het eynde wanneer men eens tot afdoeninge met de regeering koomen moest, souden verlooren sijn Waarom den soldij boek„ soo gelasten wij den soldij boekhouder om voor onderhandeling voor eerst Eerst sijne onderhandeling met de siel verkoopers te staeken, tot soo lang den Directeur soude heb„ tot den Directeur soud=r Een ondertast of er een middel soude sijn om de„ hebben onderteest om de selve met of door tusschen komste van de regee„ „ring finael en voor altoos afte doen, En dit is van dat gelukkige gevolg geweest dat den Eerstgeteekenden in onse bij Eenkomst van den 7. Julij Den Directeur heeft daer daer aan volgende heeft overgelegd een volleedig acquit op een volleedig acquit en quitantie van meergenoemde saekbesorgers die bij resolutie van die dag ingeschreeven en bij de se„ „creete papieren geseponeert is, waar bij deselve ver„ klaeren dat te vreeden gesteld en voldaan, sijn voor alle de gagien en maandgelden, welke de moorse Zeevaerende die voor den oorlog of dat de werff door de Engelschen genoomen is, door haer aen de Kom„ panij besorgd en met haar Edele scheepen versonden sijn en die het sij op Batavia, malacca of op eenige andere plaets overleeden, vermist of gedeser„ teerd immers die weg sijn en niet meer bij de pa„ Den soldij boekhouder heeft vervolgens ter voldoening aen ons besluijt van den 4. maert des voorgaanden jaars, dat wij d' eer hadden ter kennisse van UHoog„ Edelheeden te brengen bij onse nedrige van den 20: April daer aen §. 70. in onse bij Eenkomst van den 21: September laestleeden wel overgegeven een Be„ „rigt dat bij de resolutie ingeschreeven is, ten betoge dat aan de aen hem gegevene orders, om namentlik de reekeningen der mooren welke onder ultimo. Junij 1782. te Batavia in leeven waeren, te brengen in dien staet als geweest syn ten tyde dat de formeel maaking onder ultimo augustus desselven Jaars bij de boeken van het schip Westfriesland geschiet is, volgens u Hoog Edelheeden besluijt van den 15. Septem„ ber desselven Iaers. papieren worden gevonden, en dat sij daar voor alles hebben ontfangen en van alles voldaan sijn, met be„ „lofte om desweegens geene Actie ofte vorderinge im„ „mermeer op de Edele Kompanije te sullen maeken welke door het groot zegul en welke quitancie door het groot zegul van den van den Nababbekragtigd nabab, in welkers presentie se gepasseert is bekrag„ „tigd en door de tekening en het Zegul van synen secretaris gecertioreerd sijnde so is daer meede deese soo netelige saak welke ons hier in veel moeije„ „lijkheijd en gevaer stond te brengen getermineert en afgedaan, sodaanig als den eerstgetekenden deer sal hebben U Hoog Edelheeden bij sijne aparte letteren, omstandiger ter hooge kennisse te brengen: „pieren 6. 77. 5. 78.
English
70. Section 79. Adjusted lists. Received nominal roll made formal. Given of the tindal Sheikh Kallu Abderiem. Both concerning the report of the pay bookkeeper on the petition of Badur Beram Sarang. That after confrontation of the against that of Batavia. And that to him, upon confrontation of this adjusted list against the nominal roll received from Batavia dated 10 August 1784 of the same Moors who, as stated, were made formal under the last of August 1782, it had appeared that after deducting the 181 heads who, as appears from our respectful letter of 20 April last, Section 69, stood recorded here in the books under the last of August 1781 with a credit sum of ƒ55,087.9.8 and were not found on the lists of the First Searcher Radder of 9 July 1781, there are still made formal at Batavia under the aforesaid 31 August 1782 a number of 102 heads, being 2 Sarangs, four Tindals, and 96 sailors, who at that time stood credited with ƒ21,004.9.8 less at Batavia than they stand recorded here in the books. 102 heads with ƒ21,004.9.8 less than they stand recorded here in the books are made formal. Order to the pay bookkeeper regarding this. But since this matter has now been finally settled as reported hereinbefore, we have ordered him to let the matter rest simply with the formalized lists of those Moors who were present at Batavia under the last of August 1782 and were immediately made formal, and henceforth to formalize no more books of these seafarers, but now to treat them according to the manner customary in Bengal. Section 80. The petition of Badur Beram Sarang of a gang of Moors, which it pleased Your High Nobilities to send to us by Your most revered letter of 4 August aforementioned, with orders to state whether any moneys had been paid out here to the family of the said Moor in reduction of his pay, we placed on 30 October last into the hands of the pay bookkeeper Meyer, who thereupon, at our meeting of 11 November, served with a report, which we take the liberty to annex hereto in original, along with the authenticated copy annexed thereto of the petitioner's account under the last of August 1782 when it was made formal at Batavia, according to which he, instead of the claimed ƒ242.19.5, actually stands credited with ƒ736.-.-, which difference of ƒ493.10.11 was probably furnished to him at some other office and debited hither under another name. With the annexed authentic account. Section 81. In the same manner we also take the liberty to accompany this together with that of the said employee on the petition with a report of the same pay bookkeeper on a report sent to us by Your High Nobilities from the Head of the General Pay Office regarding the pay that the Moorish Tindal Sheikh Kallu Abderam was supposed to have had credited to him when the West Coast of Sumatra surrendered to the English in 1781. Whereby the said employee demonstrates that the account of the said Tindal, 71. on the declaration of the Moors returned from Batavia who had served there with him, that he had died in the beginning of 1778, was closed here under the last of August of that year, and his pay credited at that time, amounting to ƒ292.4.-, was paid to his family, as appears from the receipt written below the memorandum of the deceased and absentees sent to Batavia, dated 29 November 1778. Section 82. Merchandises. With respectful thanks for the trade goods sent to us via De Geregtigheid, we take the liberty to present herewith to Your High Nobilities our requisition of merchandises and necessities for the book year 1787/8, such as was fixed after mature deliberation in our meeting of the 2nd of this month, and is inserted according to order as follows: Requisition of merchandises fixed. 8 suckers of mace 3 bales of cinnamon 150,000 pounds of tin, Bangka, Siamese, or Malaccan 150,000 pounds of copper, Japanese, in bars; but if we may follow the market to some extent, we request 300,000 pounds. Section 83. 45,000 pounds, that is forty-five thousand pounds, of Pariossel cloves 10,000 pounds of nutmegs, if the price remains at 120 stivers; but if it is set at the former price of 60 stivers in Indian currency, we request 15,000 pounds. 72. 50,000 pounds of lead, Dutch or English lead in pigs 10,000 pounds, that is ten thousand pounds, of camphor, Japanese or Satsuma 10,000 pounds of red minium 10 piculs of tortoiseshell 15,000 pounds of elephant tusks Vermilion, unground, we excuse 5,000 canassers of powdered sugar 200 canassers of candy sugar Iron, flat in bars, we excuse Alum, white Chinese, we excuse 1 picul, that is, quicksilver, we excuse Benzoin, extraordinary white, we excuse Gift Goods 6 ounces of clove oil 6 ounces of nutmeg oil 6 ounces of mace oil 6 ounces of cinnamon oil 12 ounces of peppermint oil 1 piece of mock velvet, crimson red 1 piece of mock velvet, sea green 1 piece of velvet, crimson red 1 piece of velvet, green 2 pounds of gold wire 2 pounds of silver wire Haberdashery Crape, that is, 1 piece.
Dutch transcription
70. §. 79. effen gestelde lijsten ontfangen Naamlijst formeel gemaakt sijn gegeven van den tandel sjeeg calloe abderiem gaan beide over 't Berigt van den soldij boekh: op 't request van Badur Beram Sarang dat na Confrontatie der En dat hem bij confrontatie van deese essen gestelde Lijst teegen de van Batavia ontfangene naamlijst ge„ tegen de van Batavia „ dateerd den 10:' augustus 1784. van dieselve mooren welke onder ultimo augustus 1782. als geseid for„ „meel gemaakt syn, waare gebleeken dat er na af„ „trek van de 181. koppen, die blijkens onse eerbredi„ „ge missive van den 20„e april laastleeden §. 69. al„ „hier bij de boeken onder ultimo Augustus 1781. met een te goed hebbende summa van ƒ55087. 9:8: be¬ „kend stonden en by de Lysten van den Eersten Visi¬ „tateur Radder van den 9. Iulij 1781: niet gevonden te Batavia 402 koppan Worden nog te Batavia onder voorschreeven 31„e met ƒ21004:9:8: minder augustus 1782. een getal van 102. koppen, sijnde dan er hier by de boe„ 2. Parangs vier Tandels en 96. matroosen die toen„ „ken bekend staan „ maals te vooren stonden ƒ21004. 9: 8: minder formeel gemaakt zijn dan er hier bij de boeken bekend staan, Dog vermits deese saak thans soo als hier vooren ver last aan den soldij boek „ meld finael afgedaan is, hebben wij denselven gelast, „houder daer omtrend om het nu bij de geformeerde lijsten enkeld van die mooren, welke onder ultimo Augustus 1782. te Ba„ „tavia in weesen waaren en dadelik formeel ge„ „maakt syn, te laeten berusten en om voortaan gee¬ „ne boeken van dese zeevaarende meerder te for„ „meeren, maar deselve nu te behandelen volgens de Wijse in Bengaalen gebruijkelijk Het Request van Badur Beram Sarang van 8. 81. 1. 80. In selver voegen neemen wij nog de vryheid deesen nevens dat van gemelde te doen versellen van een Berigt van densel„ bediende op 't request „ ven soldij boekhouder op een door U Hoog Edelhee„ „den aan ons gesonden berigt van het opper„ hoofd van het generaele soldij Komptoir wegens de gagie die de moorse Tandel sjeeg Calloe Abde„ ram te vooren soude hebben gestaan toen Suma¬ „traas west kust in 1781. aan de Engelschen is overgegaan Waar by gedagte Bediende aan„ „toond, dat de reekening van den geseiden Tandel een ploegmooren welke het uHoog Edelheeden bij hoogst derselver gevenereerde missive van den 4. Augustus meergedagt behaagt heeft ons te laaten toekoomen met order om op te geeven of er aan de familie van gemelde moor hier geene gelden in mindering sijner gagie afbetaald sijn hebben wij op den 30„e october laastleeden gesteld in handen van den soldij boekhouder meyer welke daar op in onse bij eenkomst van den 11. november heeft gediend van een Be„ met de g'annexeerde rigt het welke wij de vrijheijd neemen en origi„ authentique reekening nali deesen bij te voegen, met de daar aan g'annexeer„ de authentique Kopie van des Requestrands reke„ „ning onder ultimo Augustus 1782. wanneer te Ba„ tavia formeel is gemaakt, volgens dewelke hij in „steede van de gevorderde ƒ242:19:5, wel te voo„ „ren staat ƒ736:—:—. welk verschil van ƒ493: 10:11: hem waarschijnelijk op eenig ander Komptoir sal verstrekt en onder een andere naam herwaerts aangeschreeven sijn: een do 8. 82. 71. Koopmanschappen Koopmanschappen Eisch van Coopmansh: g'arresteerd. op de verklaaring der van Batavia geretourneer„ „de mooren die met hem aldaar gediend hadden dat in den beginne van 1778. overleeden was, onder Ult=mo augustus van dat jaar alhier afgeslooten en sijne toenmaals te goed hebbende Gagie met ƒ292:-4-: aan sijne familie betaeld is, blijkens de Quitan„ „cie geschreeven onder de nae batavia versondene memorie der overleedenen en absenten gedateerd den 29:' november 1778. Onder Eerbiedige danksegging voor de ons per de Geregtigheijd toegesondene handelwhaeren, neemen wij de vrijheijd UHoog Edelheeden hier nevens aan te bieden onsen Eisch van Koopmanschap„ pen en Benoodigtheeden voor het Boekjaer 178 7/8. Sodaanig als die in onse Bij Eenkomst van den 2„e deses nae een rijp overleg gar„ resteerd is en deesen volgens de ordre g'inse„ reerd, word, 8:„ s: „ Agt Zoukels Foulij off Macis 3: -: „ : Drie Baalen Canneel 150'000: /:„ / Een Hondert en Vijftig Duijsend Ponden Thin Bankas siams off Mallaks. 150'000: :/: :/: Een Hondert en Vijftig Duijsend Ponden Koper Iapans aan Staaven dog wanneer wij de markt in 5. 83. 45000. lb:/: zege Vijf en Veertig Duijsend ponden, Pariossel Nagulen 10000:„: /: „ : / Tien Duijsend Ponden Nooten Muschaaten zoo de Prijs op 120:–: stuijvs bleijft, dog soo op de voorige Prijs van 60:-: Stuyvers In¬ „diaasch geld gesteld werd versoeken wij 15000: -. ponden Eeniger 72. Piets Looth in Zeugen 10000 lb: zeger „ Tien Duijsend Ponden Camphur Japance off Patsumaase. 10000 p: /: „ : Tien Duijsend sonden Meenij Roode Tien Piccols Carret off Schilopadshoon 15000. : : / Vijftien Duijsend Ponden Eliphants Tan„ den 10. : „: Vermillioen ongemaalen Exculier 5000: /: „: / Viff Duijsend Cannassers Suijker Poeder 200: /: —:/ Twbe Hondert Cannassers Suijker Kandij : :/ ijser Plat in staaven Excuseeren ./: —: „ Alluijn witte Chineese Excudeeren. Vijftig Duijsend onden Looth Hollands off 50000: : : 1. –. :„ ./:zegge:/ Zuikzilver Excuseeren Bensuin Extra ordinairie witte Excueren Geschenk Goederen 6: /: : Ses Oncen Nagul olij. 6: :/: —:/ Ses Oncen Nooten olij. 6: /: —. Ses onden Foulij olij. 6: : /: n:/ ses Onden Canneel olij. 12: —: p: v:/ Twalff onen Menthe-olij. Een stuk waagen Trijp Carmo zijn rood. 1:/: —:/: Een stuk voogen Trijp Zee groen. 12: /: „:/. Een stuk Fluweel Carmozijn Rood: 1: p: „ :/ Een stuk Fluweel Groen. 2: : :. . Twee ponden Goud Draat. 2: : p: „: /: Twee ponden Zilver Draat. Kramerijen Eeniger maaten volgen moogen versoeken wij 300'000: pon„ Liets G Floers zegge den. „ 1 1.
English
73. folio 84. Reason for the small requisition of Japanese copper. Request for fulfillment of the same, as well as that for the vessels. Brought merchandise also. Floor crepe lamphur, broad, to be excused. Floor crepe lamphur, narrow. 4 fine penknives with silver-inlaid handles and their cases. 2 fine spectacles with springs and their cases. Beverages and Provisions: 30 leagers of Arrack Api. 12 cellarets of Geneva. 6 cellarets of brandy. 4 cellarets of Dutch distilled waters. 2 cellarets of domestic distilled waters. 1 cellaret of double Dutch anise. 1/2 last of Cape rye. 1 leager of Dutch vinegar. 1/2 aam of tarragon vinegar. 600 pounds of white wax candles. The bearer of this takes back ƒ269,697:9:8 of his brought merchandise, and thus nothing remains to pay off the debts. And while we may not conceal from Your High Excellencies that, considering the bearer of this, from the amount of the brought merchandise, takes back ƒ269,697:9:8 in linens, etc., we will have virtually nothing left for the payment of old and new debts, and thereby fall into very great distress, indeed become unable to prepare any goods for the autumn; if it should not have been possible for Your High Excellencies to send another ship hither, we must most urgently plead with the same that, in that unexpected event, the ships which will bring us the aforesaid requisition may depart so early from Batavia that they can be here in the latter part of September or beginning of October. And as we humbly request Your High Excellencies that the same may be fulfilled to us, both in quantity and quality, we take the liberty to add here: in the first place, that in the said requisition we have restricted ourselves solely to 150,000 lb of Japanese copper because we fear that the English, with the considerable parcel of Swedish copper in bars received in late December per the Bersbourougs, will seek a similar outlet as in May last, and thereby cause the prices to fall even further; but that we nevertheless, if it pleases Your High Excellencies that we may somewhat accommodate ourselves to the market in case of necessity, can easily dispose of 300,000 pounds when the Company knows no better outlet for it; and in the second place, that in the uncertainty of whether it will have pleased Your High Excellencies to send a second ship hither, we have again attached a separate requisition of artillery and equipment goods for our vessels, with the request that these may be sent to us, as well as heavy cables of 18 to 20 inches with two heavy anchors, so that, as we cannot obtain them here, we may serve the Company's ships in case of need. folio 85. 74. Wherewith having arrived at the domestic affairs since the day of our last humble letter of 20 April of the preceding year, we have on the 26th of that month in our assembly given a seat to the junior merchant without employment, Van Eyck, to whom we have also granted a seat in the College of Justice. Van Eyck given a seat in the Council of Policy and Justice. folio 86. In order to curb the greed of the private native inhabitants during the customs clearance, the adjoining arrangement was made, and the unpleasantnesses that might arise therefrom. Whereas for some years, through the greed of the private native inhabitants, very detrimental abuses have been committed in the manner of clearing the dispatched linens through customs, whereby the arrangement made thereabout in the year 1772 with the Nabob and the English Government, and circumstantially described in the resolution of 15 April of that year, was rendered entirely illusory; since these private individuals, who according to the aforesaid agreement, just as the Company's suppliers, are obliged to take back again from the toll collectors the goods delivered in kind for customs and to realize them for the purchase cost, had fallen into the custom of declaring the goods at very low prices, even up to 35 percent below the value, from which arose great disputes and unpleasantnesses with the Government; folio 87. so we ordered on 9 May last, in order to provide against this, that no one shall be allowed to pack any goods for dispatch except in the presence of an officer of the Fiscal; that upon declaring the aforesaid goods to the court representative who presents the petition to the Nabob for permission for the customs clearance, a sample thereof must be submitted in order that one may ascertain through appraisal whether their declaration is reasonable; and that those who are discovered to have made fraudulent declarations shall by the Fiscal, according to the laws, folio 88. be punished.
Dutch transcription
73. 8. 84. reden van de geringe Eisch van Japans Koper Versoeke om voldoening derselve soo mede die voor de vaartuijgen „gebragte Coopmansz: mede, . /:Legge:/ Floers Crips Lamphur Breede Excuseeren —:/: „: Floers Crips Lamphur Smalle. 4. : /: „: /: Vier penne messen Fijne met zilver Jngelegde hegten en dies Ko„ „kertjes 2: -: /: „ :/: Twee Fijne Brillen met veeren en dies huijsjes. Dranken en Provisien 30: :/:„:/ Dertig Leggers Aracq Apij. 12.: :/:„:/ Twaalff Kelders Genever, 6: : /: :/ Ses Kelders Brandewijn. 4: -: /:„ : /. Vier kelders Gedisteleerde Waateren Hollands. 2: : :/: Twee Kelders Gedisteleerde Weiateren Inlands. 1: =: /:n: /: Een Kelder Dubbelde Hollandse Annijs. Een Halff Last Rogge Caabse, —½:„ Een Legger Azijn Hollands, 1: —: C:„: 1:-: /: :/ Een halff aam Dragon Azijn. 600:—. /: : / Ses Hondert ponden Witte Wasch Kaarsen, En Terwijl wij voor U Hoog Edelheeden niet moogen den brenger deses neemtwe „ verbergen dat wij aangesien den brenger deeses den ƒ269697:9: 8: van sijn aan van het bedraagen der met denselven aange„ En daar wij UHoog Edelheeden nedrig versoeken, dat ons deselve, soo wel in quantiteit als qualiteijt voldaen worden mag, neemen Wy de vrijheijd hier nog bij te voegen in de Eerste plaats, dat wij ons in denselven Eisch alleen hebben bepaald tot 150'000: lb Japans koper om dat wij vreesen dat de Engelschen met de in het laast van December per de Bersbourougs ont„ „fangene aansienelike partij Zweeds kooper in stae„ ven een somtijds gelijke uijtweg als in meij laast¬ „leeden soeken sullen en daar door de prijsen nog meerder daalen doen, dog dat wij niet te min wan„ „neer het Uw Hoog Edelheeden behaagt dat wij ons ee„ „nigermaaten, in cas van noodsakelijkheijd nae de markt moogen schikken wel 300'000: ponden slijten kunnen wanneer de Kompanije er geen beter uitweg meede weet en in de tweede plaats, dat wij in de on„ „seekerheijd of het U Hoog Edelheeden sal behaagd hebben een tweede schip na herwaarts te senden, daar bij weder hebben gevoegd, Eenen aparten Eisch van artillerie en Equipagie goederen voor onse vaartuij„ gen, met beede dat ons die, moge worden gesonden soo wel als ees swaere Kabeltouwen van 18 â 20: duijmen met twee stux swaere ankers om daar meede also wij se hier niet bemagtigen kunnen in cas van nood 's Kompanijs scheepen te kun„ „nen gerieven. N „bragte - - 5. 85. 74 en dus niets tot afbetae„ „ling der Schulden over„ „houden. „titie & Justitie cessie ge„ „geven „liere Jnlanders bij de de nevenstaande schik„ „king gemaakt. voortspruijten bragte koopmanschappen hue medertrugneent ƒ269697:9:8. aen Lijwaeten enz:, genoegsaam niets sullen overhouden tot de afbetaeling der oude en nieu„ we Schulden en daar door in seer groote verlee¬ „gendheijd ja buijten staat geraeken om eenige goederen voor het najaar in gereedheijd te bren„ „gen soo het U Hoog Edelheeden niet doenlik mogte geweest zijn nog een schip herwaerts te senden soo moeten wij hoogst deselve aller in„ „stantig Smeeken, dat in dien onverhoopten ge„ „valle de scheepen welke ons de voorenstaande Eisch brengen sullen so vroegtijdig van Bata„ „via moogen vertrekken dat in het laast van welke daar uijt kunnen September of begin van october hier syn kunnen Waer mede genadert Sijnde tot de Huijsseli¬ „ke Bestellingen sederd den dag van onse laaste gehoorsaame van den 20„e april des voor„ „gaanden Jaars hebben wij op den 26 van die Van Eyk in Rade van Poli„ maand in onse vergaadering Cessie gegeven aan den onderkoopman buijten Emploij van Eijck aen dewelke wij mede Cessie hebben verleend in het Collegie van Justitie 8. 86. om de hebsugt der Particue, Vermits sederd eenige Jaaren door den hebsugt der particuliere Inlanders seer nadeelige abuisen sijn vertholling te beteuge „ gepleegd in de manier van vertolling der versonden wordende Lijwaaten waar door de Schikking Welke daar omtrend in den jaare 1772: met Soo hebben wij op den 9. meij laastleeden, om daer inne te voorsien gelast dat niemand eenige goederen ter versendinge sal vermoogen af„ te pakken als ten overstaan van een Be„ „diende van de Fiscael, Dat bij opgaave der voorschreeve goederen aan den Hofganger, die de corsie den den nabab tot Permissie voor de vertollinge presenteerd, een monster derselve sal moeten worden overgegeven ten eijnde men door Prisatie kan ontwaeren of haare opgaeve redelijk is en Dat de geene die ontdekt worden sig aan frauduleuse opgaeven te hebben schuldig gemaakt, door den Fiscael nae de Wetten 1. 88 de nabab en de Engelsche Regeering gemaakt en bij resolutie van den 15„e april van dat Iaar omstandig beschreeven is, geheel illusoir wierde gemaakt alsoo deese particulieren, die volgens voorsz: overEenkomst soo wel als 's Kompanijs Leveranciers, verpligt sijn om de voor tot in natura afgegevene goederen, wederom van de tollenaars te rug te neemen en te realiseeren voor het Inkoops kostende de gewoonte gekoomen waeren, om de goederen voor seer laege prijsen, selfs tot wel 35. procento beneeden de waarde en de onaangenaamheeden op te geeven waar uijt groote verschillen en onaangenaamheeden met het Gouvernement voortsproeten. de sullen len f. 87.
English
Paragraph 89. The widow of the deceased junior merchant Christiaen Heijdeman has withdrawn herself from the protection of the Honorable Company and accepted English protection, after which she caused a claim to be instituted through the Chief of that nation against our cashier, which affair we have settled through the arbitration of the Warehouse Master Wiardi and the Bookkeeper Roeff, according to our Resolutions of 9 May and 7 July last. On the 29th of the first-mentioned month, we granted Ensign Best permission to let his salary account stand as security instead of providing sureties for the administration of the armory. On 30 June last the general muster took place, and no one was found absent. And on 7 July we resolved to place two sentries in front of the Spice Storehouse at all times during the weighing out of spices, in order to prevent thefts by the natives. Paragraph 90. In our meeting of 21 September, we approved the Price Current for the current fiscal year 1786/7, prepared by the Senior Administrator and junior Administrators, as the prices stated therein for many articles are lower than in the previous fiscal year. Paragraph 91. Finally, we take the liberty to note under this section that in the outgoing invoice to Batavia we have credited a sum of f 25:-:- which was bequeathed by the deceased Equipage Overseer to the Reformed Diaconate there in his last will, with a humble request that the same may be handed over to the aforementioned Diaconate. Paragraph 92. Also on that day, in settlement, we passed the specifications entered in the aforementioned resolution by Warehouse Master Wiardi for the making of a large cabinet with drawers for the storage of gift goods and other goods in stock, in place of the one taken by the English, amounting to 112:9: rupees; and of the Dispenser for the sealing fees paid during the past fiscal year, amounting to 126:—: rupees. Paragraph 93. Paragraph 94. The correspondence with the Western Offices having been properly maintained, we have as little of note to report in that regard as concerning domestic native affairs. Since the continuous war between the Sultan Tippoo Sahib and the Marathas of the Peshwa of Poona, which stirs up the country everywhere, especially after the first-mentioned prince crossed the Kishna and, as is said, is currently marching on the capital of the Marathas, has stopped or at least severely impeded our correspondence with the aforementioned Marathas and with the Prince and Sovereign of Brootchia. Paragraph 95. We only take the liberty to inform Your High Nobilities that the gifts which, as shown by our humble letters to Your High Nobilities of 9 January and 20 April 1786, No. 130 and 83 respectively, we had promised to the Governor of Brootchia before he permitted the Company to enjoy its privileges in the duty-free export of goods, and which we had promised to the Governor of Amedabath because he likewise maintained us in the same privileges, amounted, for the first-mentioned, to f 564:2:8: cost price or 778:19:—: selling price, and for the last-named, to f 14:1:-: cost price or f 55:12: selling price. Paragraph 96. And while we shall hereafter have the honor, under the section of foreign nations, to report to Your High Nobilities on our conduct with the British regarding the Brootchia office, we take the liberty to assure Your High Nobilities that we will do everything possible to maintain the Company in the privileges it has held there, although we greatly fear that this will no longer be in our power. Paragraph 97. Paragraph 98. Regarding the gifts, apart from the above-mentioned unavoidable ones, we have given no further extraordinary presents; the ordinary annual gift to the Nawab and other city Regents, as shown by the draft prepared by the Senior Administrator and approved in our meeting of 10 June last, amounted this year to f 6355:2:8:— cost price and f 7066:3:8: selling price, and thus f 374:—:—: more in cost price and f 140:8:8: more in selling price than in the previous year.
Dutch transcription
Engelsche Protextie genoomen en een vordering tegen „eerd Den vaandrig best g'ac„ „cordeert sin soldij reeke„ „ning te laaten staan „vonden „cerijen zijn in 't vervolg 2. schildwagten geplaest. is bij afgaande factuur Batavia ƒ 25. aangere„ „kend. soo mede van betaelde Cachets Loonen. specificatie van een kast tot de schenkagie goede„ „ren g'approbeerd. g'approbeerd. de Wede. Heijdeman heeft de Weduwe van den overleeden onderkoopman Christiaen Heijdeman, heeft sig de bescherming der Edele Kompanij ontrokken en Engelsche Protec„ tie genoomen, waar na sij door den Cheff dier onse wisselaar g'institut natie eene vordering heeft institueeren doen, tee„ „gen onsen wisselaar, welke affaire wij door welke door arbitert be„ de Arbitrage van den Pakhuijsmeester Wardi en Negotie overdraager Roeff hebben, laeten be„ slissen, volgens onse Resolutien van den 9: meij en 7. Julij laestleeden. Den 29„e van eerstgenoemde maand hebben wij den vaandrig Best g'accordeert, om in stede van in steede van een borg het stellen van Borgen voor de administratie van de waapenkaamer sijne soldij reekening te lae„ den 30„' junij gemonsterd ten staan den 30„n Junij daer den is de generae„ en niemand absentbe„te monstering geschiet en daar bij niemand ab„ sent bevonden en den 7: Julij hebben wy be„ by de uijtweeging van spe„ slooten om bij de uijtweeging der specerijen altoos twee Schildwagten voor het Specerije Kok te plaetsen, ten eijnde de diverijen der In„ „landers te verhinderen 8. 90. In onse bij Eenkomst van den 21„e September 5. 91. Eindelik neemen wij de vrijheijd onder dit hoofd- =deel nog te noteeren dat wij de thans afgaan„ Voor de Diaconij armen de factuur batavia hebben ten goede ge„ bragt, eene Summa van ƒ 25:-:-: welke door den overledene Equipagie opsiender aan de Gere„ „formeerde Diaconie aldaar bij uijterste wille sijn vermaakt met ootmoedig versoek dat hetsel„ ve aan de voorschreeve Diaconie mag worden afgegeven. §. 93. Ook hebben wij ten dien daege ter voldoeninge gepasseert de bij voorsz: besluijt ingeschreevene specificatien van den pakhuijsmeester Wiar„ di voor het aanmaaken van een groote Kast met Laaden tot berging der Schenkagie en andere goederen in voorraad, in steede van die welke door de Engelschen mede genoomen is groot ropias 112:9: en van den Dispencier voor betaelde Cachets loonen geduurende het vervlootene boekjaar groot ropias 126:—: een prijs courand voor 178 5/. hebben wij geapprobeert de door den Hoofd- ad„ „ministrateur en mindere Administrateurs ver„ „vaardigde Prijs Courant voor het loopende boek„ „Jaar 178 6/7. , vermits de daer bij opgegevene prij„ „sen omtrend veele articulen minder sijn dan het afgelopene boekjaar. sullen moeten worden g'actioneert hebben „slist is. togt 5. 89. §. 92. e 76. „tie met de laeste gestopt bedraagen van de Ge„ schenken aan de Gou„ „Chia en Amed Abaath De Korrespondentie met de Westersche Komp „toiren behoorlijk onderhouden sijnde, hebben wy dien aangaande soo min iets bijsonders te melden als omtrend de den oorlog tusschen Inlandse saaken. alsoo de aanhoudende oorhog tipo schip & de maret„ tusschen den Sietan Pippoo Sahib en de marettas „tas heeft de Corjesponden „ van de Paiskna of Poena die het Land alomme beroerd voornamentlik nae dat eerstgemelde vorst de Kistna overgetrokken is, en soo ge„ segd word Thans op de hoofdplaets der marettas aan marcheerd, ons de Correspondentie met de voorschreeve marettas, en met den vorst en Souve„ „rain van BrootChia gestopt immers seer belem„ merd hebben, Eeniglijk neemen wij de vrijheijd UHoog Edelheeden ter kennisse te brengen, dat de Geschenken, welke wij, blijkens onse nedrige letteren aan U Hoog Edel„ jaarlyxe„ verneurs van Broot„ heeden van den 9:e Januarij en 20„e April 1786. N. 130. en 83. respective aan den Gouverneur van Brootchia toegesegt hadden voor dat hij de maatschap„ pije nog van haare voorregten in den tol vrijen uijtvoer der goederen had Laeten jouisseeren, en die wij den Gouverneur van Amedabath hadden belooft om dat hij ons mede bij deselve voorregt„ §. 96. §. 95. En terwije wij hier nae onder het Hoofddeel der vreemde natien de Eer sullen hebben U Hoog„ „Edelheeden verslag te doen van onse gedrag met de britten omtrend het Komptoir Brootchia, soo neemen wy de vrijheijd hoogst deselve te ver¬ seekeren dat wy alles sullen in het werk stellen wat mogelik is om de Kompanije bij de voorreg„ ten welke aldaar heeft gehad te bewaeren schoord wij seer vreesen dat sulx niet Langer in ons ver„ moogen Sijn sal, §. 98. Wat de Geschenken betreft, soo hebben wij buijten de bovengemelde onvermijdelijke geene verdere buijten gewoone presenten gedaan, heb„ soo mede van het ordinair bende het ordinaire jaarlixe Geschenk aen den nabab en verdere stads Regenten, soo als het door den Hoofd-administrateur daar van op gemaakte en in onse bijeenkomst van den 10: Junij laest leeden goedgekeurde project vertoond, deesen jaere bedraegen Inkoops ƒ 6355:2: 8:— en Verkoops ƒ 7066: 3:8: en dus meerder dan in den voorleedenen Jaere ƒ374:—:—: In- en ƒ140:8:8: 8. 97. bewaarde, bedraagen hebben die, aan de eerstgemelde ƒ564:2:8: In- of 778: 19:—: Uijtkoops en die aan de laestgenoemde ƒ 14: 1:-: In - of ƒ55:12: Uijt„ koops. bewaerde Verkoops 8. 94.
English
77. this year. presents of pommerijs of the Company dealings of the Director in that regard. reasons for the greater sales, which detrimental appearance arises from the lack of nutmegs, while the pommerijs, which were presented during the last financial year at the making of tenders, at the selling of the Padin, also that of the presentation at the Heathen Dwali festival to the brokers and suppliers as well as other servants of the Company, as also those which were presented to the Quart Collector upon his first visit, all according to an ancient custom of the land, have amounted to 1330: rupees. 1. 99. The Quart Collector claims a present. The Quart Collector of the Marattas of the Peshwa or Poona, having seen fit to prevent the import of all piece goods, no matter whose they were, in the month of November by stopping them on the road and seizing them, on the pretext that the Dutch Company had not paid him these presents, which were said to have been customary to give before the war, the Nabab thereupon sent a message to the Director through the brokers to ensure that the annual present was satisfied to him. But the first-signed having answered thereto that it had never been a custom to give any annual presents to the Marattas, that it was only the practice 5. 100. 8. 101. Among the Foreign Nations it will very favorably appear to Your High Excellencies from our Resolutions of the 18th and 29th of May, as also the 12th of June, and the letters registered therein, how we, encouraged by the goodwill of the English Chief, made the proposal here for the conclusion of a cartel, The Governor & Council of Bombay have declined the conclusion of a cartel. to present the chauthia or Quart Collector, whenever he at the commencement of his office and residence in this city paid a visit to the Director, along with his retinue, with pommerijs and to regale him with betel and rosewater, and that such would happen again as soon as he saw fit to make that visit, adding that while the Company in this city had nothing to do with anyone except the city and castle governors, the first-signed expected that these would ensure that the aforementioned Maratta brought no harm to the inhabitants in general and particularly to the trade of the Company; while at the same time we decided in our meeting of the 25th of November that if all this bore no fruit and the goods, among which were those of the Company, were not released, to address the English administration directly. Thus the goods were released and this affair has remained as it was for the time being, to done 78. notwithstanding the representations made in 1779 & 1780 against preventing the duty-free export of the Company's merchandise, and the answer of the English administration that it would notify the Gentlemen Directors in Europe thereof. but have answered us that they had not yet received orders for their direction. And now a further letter has been dispatched to the Bombay Council concerning it. done, but that the same was declined by the Honorable Governor and Council of Bombay, and has remained so on account of the war. When the English administration in the year 1770 saw fit to prevent us from the duty-free export of the Company's merchandise and to demand that duty be paid again upon the export of the same, we made proper representations against it both to the Honorable Governor and Council of Bombay and to the Surat Chief and Council, as appears from our resolutions of the 3rd of October of the aforementioned year, as well as the 18th of February and 23rd of March, 18th of August, and 30th of December 1779; likewise the 25th of February and 23rd of September 1780; §. 103. without such having had any other result than that the first-mentioned answered by their letter of the 18th of December 1779, registered in our resolution of the 30th of the same month, that they would notify the Gentlemen Directors of the English Company in Europe of this matter and request their orders in this regard for their direction, so that we took the liberty to bring this and that to the notice of Your High Excellencies by our respectful missive of the 31st of December 1780. However, this also could not avail, as the aforementioned Governor and Council by their letter of the 17th of August 1786, inserted in the Resolution of the 26th ditto, answered us that all papers relating to this matter had already been sent over to their superiors in Europe in April 1780, but Yet because we thought we had reasons that made us fear that the English still persisted in the impediment they had caused, as experience has also confirmed, we therefore resolved on the 7th of July last to send the letter to the Bombay Council which is registered in the resolution of the 18th ditto, wherein we once again insisted upon the lifting of the aforementioned impediments, as well as the undisturbed enjoyment of the privilege of re-exporting the Company's merchandise free of all duties after the duty thereon has once been paid upon import, with the offer at the same time, as had already been done previously by letter of the 25th of February 1780, to consign the demanded duties on the goods which we now wished to export until the final settlement of the matters; and here it has remained on account of the intervening war. so it has remained at that on account of the war. §. 102. and that is. 5. 104. 1. 105.
Dutch transcription
77. deesen jaare. „kene Pommerijs van de Compagnie gehandelte van den Di„ „recteur daar omtrend. „neert. reedenen van 't meerdere verkoops welke nadeelige vertooning uijt het gemis van noten muscaten voortspruit, terwijl de Pom„ ook dat van de verschon„ merijs welke geduurende het Laeste boekjaar bij het doen der aanbesteedingen bij het verkoopen der Padin ge op het Heijdense Dualij feest aen de makelaars en Leveranciers mitsgaders verdere bedienden van de Kompanij worden verschonken soo mede die welke aan de Quart- Jnvorderder bij desselvs Eerste visite sijn present gedaan, alles volgens een oude en 's Lands gewoonte bedraagen hebben 1330: ropijen. 1. 99. Den Quart Jnvonderaer Den Quart Invorderaar der marettas van de pretendeert een geschenk Paiskwa of Poena, hebbende goedgevonden om den Invoer van alle Lijwaeten, evenveel van wie se waa„ „ren in de maand november te beletten door se in den weg te stoppen en in beslag te neemen, op een voorgeeven dat de Hollandse Kompanije hem niet betaald hadde deese Geschenken, welke te doen voor den oorlog de gewoonte soude geweest sijn soo liet den Nabab aan den Directeur door de maakelaars boodschappen om te sorgen dat het jaarlyk Geschenk aan deselve voldaan wierd. Dog den Eerstgeteekenden daer op hebbende g'and„ „woord dat het nimmer een gewoonte waere ge„ „weest om eenige Iaarlixe presenten aen de ma„ „rettas te doen dat het eeniglijk het gebruik was 5. 100. 8. 101. Onder de Vreemde Natien Sal het U Hoog Edel„ De Gouverneur & raad van heeden grootgunstig te vooren koomen, uijt onse bombaij hebben 't sluijten Resolutien, van den 18„e en 29„' meij mitsga„ van een cartel gedecli„ders 12=' junij ende aldaar ingeschreevene Brie„ „ven hoe dat wij aangemoedigd door de goede ge„ neigdheid van den Engelschen Cheff den voorslag tot het sluijten van een cartel alhier hebben om den tjottia of Quart jnworderdier, wanneer hij bij den aenvang van sijne bediening en residentie in deese stad eene visite aan den Directeur gaff ne„ „vens syn gevolg met pomerijs te beschenken en op Betel en Roose water te regaleeren en dat sulx ook weder geschieden soude, soo vas hij goed„ vond die visite te doen, met bijvoeging dat terwijl de Kompanij in deese stad met niemand iets te doen had als met de stads- en Kasteels. Gouver„ „neurs den Eerstgeteekenden verwagte dat deese souden sorgen dat den voormelde maretta geen nadeel aan de ingesetenen in het Generael en bijsonder aan den handel van de maatschappije toebragte, terwijl wij tevens in onse bij Eenkomst van den 25„' november beslooten om sig soo dit alles van geen vrugt was en dat de goederen waer onder die van de Companij mede waeren, niet ont„ „slaagen wierden, datelik aan het Engelsche mi„ „nisterie te addresseeren. Soo sijn de Goederen ge„ largeert en deese affaire daar by voor als nog ver„ „bleeven, om gedaan O 78. niet tegenstaande de voor„ teegen 't beletten van den „pagnies Koopmanschappen sche ministerie dat daar van aan de Heeren Direc„ „teurs in Europa soude kennis geeven. dog hebben ons geandwoord dat nog geen orders ter haare bestiering ontfan„ gen hadde. baijse Raad afgevaardigt. gedaan dog dat het selve door den Heer Gouver„ „neur en Raad van Bombaij gedeclineert geworden oorlog verbleeven. Doen het Engelsche ministerie in den jaare 1770. goedvond om ons den Thol vrijen uijtvoer van S: „dragte in 1779. &n 1780. gedaan Comp„s koopmanschappen te beletten en te vorderen Tholorijen uijtvoer van 's Com„ dat van deselve bij den uijtvoer weder de tol En is nu daer over een voordragten gedaan soo wel bij den Heere Gou„ „verneur en Raad van Bombaij als bij den souratsen Cheff en Raed, blijkens onse resolutien van den 3„e october des voorschreeven Jaers mitsgaders 18. febr en 23„e maert 18:e augustus en 30 December 1779. item 25: februarij en 23„' September 1780:. betaald wierd, hebben wij daar tegens de behoorlijke nader brieff aan de Bom„ den Bombaijsen Raad te laaten afgaan de brieff„ §. 103. Sonder dat sulx van eenig ander gevolg geweest is en 't andwoord van 't Engel, als dat de Eerstgemelde bij haaren brieff van den 18„' December 1779. bij ons besluijt van den 30„' desselven maands ingeschreeven g'andwoord hebben, dat van deese saak den de Heeren Directeuren van de Engelsche Kompanij en Europa souden kennis geeven en derselver orders in dee „sen tot haare bestiering versoeken, invoegen wij de vrijheijd naamen dit een en ander ter ken„ „nisse van U Hoog Edelheeden te brengen bij onse Eerbiedige missive van den 31„e December 1780. Egter heeft dit ook niet kunnen baaten alsoo voorschreeven Gouverneur en Raed bij haeren brieff van den 17. augustus 1786. g'insereert ter Resolutie van den 26. dito, ons hebben g'and„ „woord dat alle papieren tot deese saak betrekke„ „lijk bereets in April 1780. aan haare superieu„ „ren in Europa hebben overgesonden dog Dan vermits wij vermeenden redenen te hebben. die ons deeden dugten dat de Engelschen bij haare toegebragte verhindering als nog persisteer„ den Gelijk de ondervinding ook bewaarheijd heeft, soo resolveerden wij den 7. Julij laest leeden om den welke bij resolutie van den 18„e dito ingeschree„ „ven is, waar bij nogmaals op de opheffing der voorschreeven beletselen mitsgaders het ongestoorde genot van het voorregt om 's Hompanijs Koop„ „manschappen vrij van alle tollen weder uijt te voeren nae dat daer van de tol bij den In„ „voer eens sal syn betaald, hebben g'insteerd met aanbieding tevens om, soo als bevoorens bij brieff van den 25„e februarij 1780. al geschied is het be„ vraagen der tollen van de goederen die wij thans uijtvoeren wilden, te consigneeren tot de finaele afdoening der saeken. soo is het daar bij door den en hier bij is het vermits den tusschen gekoomenen oorlog verbleeven. §. 402. en dat is. 5. 104. 1. 105.
English
79 and our offer for an accommodation declined. Must leave it at that. exchanged letters the Right Honorable Gentlemen Upon our further demand for BrootChia Governor General and Council at Calcutta would refer the same to them. And as boatswain's mate and commander of the Batavier with ƒ 20. the sailor Hendrik Vrijtag. mate of Utregt to boatswain of the shipyard with ƒ 20:-:-. the soldier promoted to clerk. and have formally protested against this. that up to now they have received no answer for their guidance, which they now wanted to request again and give us notice thereof, declining for the rest our made offer. Wherefore, being obliged to bow to superior force, we have had to leave it at this, only we have taken the liberty to send via the bearer of this the authentic copies of the exchanged letters to the Right Honorable Gentlemen Directors, in case it might please Your Right Honorable Sirs to take some steps in this regard. Section 107. Finally, we also take the liberty to note under this section, pursuant to what we had the honor to report in our missive of the 20th of April last Section 85 concerning our repeated demand for the factory at Brootchia, that the Bombay Government, by letter of the 18th of September following, inserted in our resolution of the 5th of October, has replied to us that, having notified the Right Honorable Governor General and Council of Calcutta of this our demand, they had received as an answer that they would refer the same with their first ships to the meeting of the Directors. And that we, in view of the obligation under which the aforementioned British lie for the restitution of the said factory according to the concluded peace, have once again formally protested against this delay or refusal and the prejudice that the Company comes to suffer thereby, by a missive which has been recorded in the resolution of the 5th of October aforementioned. Section 108. the gunner's mate remaining here. Furthermore, we have promoted the gunner's mate Jacobus van Utregt, who remained here from the Diamant, to boatswain of the shipyard with the wage of ƒ 20:-:- per month and a contract of 3 years. And as small-vessel skipper or commander of the Batavier we have appointed the sailor Hendrik Frijtag, who, having sailed around here for many years, fully knows all the waterways to the north, with promotion to boatswain's mate at the wage of ƒ 20:-:- per month and a new contract of 5 years. Section 109. Wherewith then, since at this factory there is no private shipping nor trade, having arrived at the servants, so we have, in hopes of Your High Nobilities' approval, on the 10th of June last promoted to junior assistant Coenraed Hendrik Roosemeijer, who served as soldier at the pen at the trade office. Section 110. 80. Favorable recommendation to ier Peper requesting merchant's commission. master Peperhooven Batavia to sail home. pared against the memorandum of retrenchment. To the sergeant Johan George Michlentsz, soldiering here, we have granted permission to depart with the bearer of this to the headquarters, and we take the liberty to offer herewith to Your High Nobilities two petitions addressed to the same, and to solicit Your High Nobilities' favorable disposition thereon. One petition from the junior merchant and cashier Gerrit Peper, containing a request that Your High Nobilities, now that his 5-year contract, which he was to serve out according to the order of the Gentlemen Majors on his assistant's wage of ƒ 24:-, ended on the 5th of May last, may be pleased to grant him a commission as junior merchant with the wage of ƒ 40:- since the aforementioned time. And a second from the chief surgeon Peperhooven requesting, for the stated reasons, principally the indisposition of his wife, to repatriate from here in the coming month of December via Ceylon instead of via Batavia, provided that he furnish sureties according to Your High Nobilities' pleasure. Section 112. Finally, we have the honor to append below the number of servants appointed in this Directorate, compared against the memorandum of retrenchment in the arrangements made since. According to which there should be: Less More There are at present: One Director: 1: One Chief Administrator being Titular Merchant: 1: One Fiscal, titular junior merchant: 1:- Four junior merchants, of whom one warehouse keeper, one Secretary of Policy, one cashier, and one unemployed: 2:- -: 2 Three bookkeepers employed, of whom one trade transferor, one steward, and one provisional First Sworn Clerk: 3: Two subordinates at the warehouses, one bookkeeper, and one junior assistant: 2: Six clerks, 4 for the Secretariat and two for the Trade Office: 6: One clerk at the Pay Office: 1: Section 111. Number of servants and military. Section 113.
Dutch transcription
79 en onse aanbieding tot een accomodement gede„ „blineerd. moeten 't daer bij laeten berusten „selde brieven de welEdele Hoog agtbaare Heeren op onse nadere reclame van BrootChia gouverneur generael en Raad te Calcutta het selve „ren soude refereeren. En tot schieman & gesag„ Batavier met ƒ. 20. den matt:s Hendrik vrijtag maat van Utregt tot bootsman van de Werff met ƒ 20:-:—. den soldaet aan de pen bevordert. en hebben daar tegen Formeel geprotesteerd. dat daar op tot nog toe geen andwoord ontfan„ „gen hebben ter haarer bestiering welke nu weder Wilden versoeken en ons daar van kennisse gee¬ ven, declineerende voor het overige onse gedan¬ „ne aanbieding Waar omme wij als voor de overmagt moetende bukken het hier bij hebben moeten Laeten, alleen hebben wij de vrijheijd genoomen, om per den brenger dee„ zijn de daar over gewis„ „ses de Kopien Authenticq der gewisselde brieven aan de welEdele Hoog Agtbaare Heeren Be„ Bewindhebbers aangeboo„ windhebbers toe te senden, of het Haar WelEdele Hoog Agtbaarheeden behaegen mogte hier om„ „trend eenige stappen te doen. §. 107. Eindelik neemen wij nog onder dit hoofd-deel de vrijheid te noteeren ten gevolge van het geen wij de Eer hadden te melden bij onse missive van den 20: april laastleeden §. 85. aangaande onse gedaane herhaelde reclame van het Comp„ toir te Brootchia, dat het Bombaijsche Gou„ „vernement bij brieff van den 18„e September daer aan volgende g'insereerd bij onse resolutie van is ons geandwoord dat den den 5„' october ons heeft gerescribeert dat sij den Heer Gouverneur Generael en Raed van Calcutta aan de Heeren Directeu„ van deese onse rechame hebbende kennisse gegeven ten andwoord ontfangen hadden dat sij deselve met haar Eerste scheepen aan de vergaadering den hier verbleeven Constabels, voorts hebben wij den van de Diamant hier ver„ bleevenen Constapels maath Jacobus van Utregt bevordert tot Bootsman van de werff met de gagie van ƒ 20:—:—: ter maand en een verband van 3„' Jaaren En tot Smalschipper of Gesaghebber hebber van 't smalschip de van de Batavier hebben wij benoemd den mat„ „troos Hendrik Frijtag welke lange Jaeren hier omstreeks gevaaren hebbende alle de vaer„ Waer mede dan vermits ten deesen Komptoire geen Particulieren vaert nog handel is, genaadert sijnde tot de Dienaaren soo hebben wij in Rosemeijer tot assistent hoope van U Hoog Edelheeden goedkeuring op den 10:' Junij laestleeden tot Jong assistent bevor„ dert den als soldaet aan de sen op het Ne„ „gotie Comptoir dienst gedaan hebbende Coenraed hendrik Roosemeijer. 4. 108. der Directeurs refereeren souden en dat, wij uijt aan„ sien van de verpligting waar onder de voorsei„ de Britten tot de restitutie van genoemde fac„ „torije leggen volgens de gemaakte vreede tegens deese verwijlinge ofte weijgering en het nadeel dat de maatschappije daer door komt te Ly„ den andermaal formeel geprotesteerd hebben bij eene missive welke bij resolutie van den 5„e oc¬ „tober voormeld, ingeschreeven is. f. 106. der „waeters den 5. 109. 80. favorabel voordragt aan „sier Peper versoeken„ „mans. acte. „meester Peperhooven Batavia thuis te vaa„ „ren. „leeken tegen de memo„ „rie van menage vaerwaters om de noord volkoomen kend, met bevor„ „dering tot schieman op de gagie van ƒ 20:—:—: ter maand en een nieuw verband van 5: Jaaren, 6. 110. den sergeant Michlents Aan den hier militeerende sergeant Iohan George Getal der Dienaaren g'accordeert na de Hoofd, Michlentsz: hebben wij toegestaan om met brenger „plaets te vertrekken deeses nae de hoofdplaets te vertrekken en wij sijn so vrij om U Hoog Edelheeden hier nevens aan Haar Hoog Edelheeden te bieden twee aan Hoogst deselve g'addresseerde Requesten en daar op U HoogEdelheeden gun„ „stige Dispositie te solliciteeren. Een request van den Het Eene van den onderkoopman en Kassier Ger„ onderkoopman en cas„d it Peper houdende versoek dat U Hoog Edelhee„ „de om een onderkoop den, nu sijn verband van 5„' jaaren welke hij volgens het aanschrijven van de Heeren Ma„ Jores op sijn assistenten Gagie van ƒ 24:—: uijtdienen moest den 5„e meij laestleeden is g'eindigt geweest aan hem gelieven te verleenen eéen acte als onderkoop„ man met de gagie van ƒ40:: sedert voorschreeven En Een vanden opper„ En het tweede van den Oppermeester Peperhooven versoekende om over versoekende om de aangehaalde reedenen voornaa„ Ceijlon in stede van „mentlijk de onpasselijkheijd van sijn huijsvrouw om in de maand December eerstkoomende van hier over Ceijlon in steede van over Batavia 5. 112. Eindelik hebben wij de Eer hier onder te Laeten vol„ in deese Directie verge„gen het getal der in deese Directie bescheidene Dienaaren, vergeleeken tegen de memorie van menagie in de sedert gemaakte schikkingen. volgens dewelke er sijn moeten Minder meer Er syn thans. Een Directeur Een Hoofd-administrateur zijnde Fi„ „tulair Koopman - - - - - Een Fiscael titulair onderkoopman 1:— Vier onderkooplieden van welke Een pakhuijsmeester Een secretaris van Politie. Een Kassier en Een buij¬ ten Emploij - - - - - - -- Drie Boekhouders in Emploij waer van een negotie overdrager Een Dispencier en Een P„l Eerste Geswooren Klerk Twee Suppoosten bij de pakhuysen Een Boekhouder en Een jong Assistent - - - - - Ses pennisten 4. voor het secretarij en twee voor het Negotie comptoir - - - - - - - Een pennist bij het Zoldij comp¬ - - – – – - - - - - - „toir - - - - - - - - - - te repatrieeren, mits borge stellende nae UHoog„ „ Edelheeden welbehaagen te en militairen van 1. 111: tijd, 5. 113. 1: 1: 2:- -: 2 3: 2: 6: 1:
English
87. Section 114. One Corporal and 3 sailors deserted. The Corporal Pieter Visscher deserted, was apprehended, and punished. The sentence of the Court of Justice is transmitted. According to which there should be: Fewer / More. Military personnel - - - - - Corporals - - - - - - - - - - 1 Two orderlies with the Director -- -- 2 One ditto in the Linen Tent -- -- 1 One ditto at Sorgvrij - - - - - - - - - 1 Forty native soldiers - - -- 40 Two jemadars - - - - - - - 2 Two drummers and fifers - - - - - 2 Seafaring personnel One provisional equipment supervisor - - - - - - - - 1 One boatswain of the shipyard - - - - 1 Two boatswain's mates as small-craft skippers - - 2 Craftsmen - - - - Sergeant - - - - - - - - - - 1 One ensign - - - - - - - - - - - - - 1 One cooper - - - - - - - - - - - 1 One smith - - - - - - - - - - - - - 1 Ecclesiastical Servants Sick-visitor - - - - - - - 1 Sexton - - - - - - - - - - 1 From the Medical branch One chief surgeon - - - - - - -- 1 One under-surgeon - - - - - - - - 1 From the Judicial branch One provost - - - 1 Deserters: 4: 1. Besides these, the Corporal Pieter Visscher had also deserted and had gone on board a native vessel under the English flag to travel with it to Bombay; but the Director, having had him apprehended there before he entered the service of the aforesaid nation, he was, according to the sentence of our Court of Justice which is transmitted in a separate envelope among the annexes, severely flogged on board the Geregtigheid and placed on it as a soldier. This year, notwithstanding all our applied care to prevent that evil, we have had four deserters, as appears from our resolution of the 10th of June and the 25th of November last, consisting of the Corporal Pieter Fransen and the sailor Paulus van Onselen, as well as two Portuguese sailors, who managed to find the means to escape from the ship in the roadstead. Section 115. Pro Patria 263 packages of diverse cotton linens - - - - ƒ 138097:16:— 137 bales of cotton yarns in ports - - - - 15326:9:— ƒ 153424:5:— 153 packages of diverse cotton fabrics for Cape of Good Hope - - 52201:12:8 Brought forward - - - ƒ 205625:17:8 Section 116. The cargo of this bottom consists of the following, to an amount of ƒ 269697:9:8, namely: 82. Brought forward - - - - - - - - ƒ 205625:17:8 For Ceylon 1 case of diverse medical supplies - - - - - - - ƒ 1030:6:— 4 ditto of rosewater - - - - - - - - - - 285:12:— 3 tubes of gilded and silvered paper - - - - - - - 318:12:— A bill of exchange charged to the Right Honorable Governor - - 10246:2:— A bill of exchange charged to the Ceylon Chief Administrator - - 20541:8:— 41687:3:— 1 case of gum arabic - - - - - - - - - - - - 168:6:— 1 small bale of licorice root - - - - - - - - - - - - - 43:4:— 1 small box of animal musk - - - - - - - - - - 28:5:— 1 small box of Capperband soap - - - - - - - - - - - - - - 22:8:— For Batavia 91 lasts of new white wheat - - - - - ƒ 15710:2:— 60 small cases of diverse items for the Sugar Warehouse - - 1833:—:— 25 bales, 2 cases of diverse items for the Small Shop - - 2792:5:— 4 cases, 2 bales, 1 pot of diverse items for the Medical Shop - - 1743:16:— 1 piece of gilded test weight - - - - 20:12:— 300 balance scales for garnish - - - - 284:14:— ƒ 2384:9:— 58378:1:— 8763:—:— In account - - - - - - - - - -- 25:—:— Sum - - - - - - - - - - - - - ƒ 328076:—:8 Credited - - - - - - - - - ƒ 1611:9:8 Wherewith we have the honor to remain with deep respect, underwritten: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Right Honorable, Stern Lords, lower: Your High Honors' humble and bounden servants, was signed: A. P. Sluijsken, M.s Monte, E.t N.s Mardi, I.n J.s van Polaanen de Bevere, E.s Meijer, G.t Piper, C. A.r van Eijk, and G.l C.l Roeff. in the margin: Surat, the 5th of January, Year 1787. Agreed. J. van Polanen de Bevere 83. Register of Secret Papers. No. 1. Separate letter from the undersigned Director to Their High Honors, dated the 20th of April last. No. 2. Copy of the secret letter from the same to the Most Aforementioned, dated as of today. No. 3. Annex belonging to the last-mentioned letter. No. 4. Memorandum and reflections on the present state of the Surat Directorate. Surat, the 5th of January 1787. A. P. Sluijsken 84. Batavia No. 4 Secret Copy To His High Honor, The Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the state of the United Netherlands and its General East India Company, and the Right Honorable, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, And Right Honorable, Stern Lords. I had the honor to receive on the 7th of February last Your High Honors' always respected separate letter of the 23rd of August of last year. In humble reply to the same, may it be permitted to me, while tendering the duplicate of my previous letter of the 9th of the past month of January, to address myself with respect to Likewise, the
Dutch transcription
87. SS. 114. Een Corporaal en 3. mat„ „troosen gedeserteerd. den Corporael Pieter visscher is gedrost ge„ „deert en gestraft. de sententie van den over. Volgens dewelke er Sijn moeten Minder meer. militairen - - - - - Korporaals - - - - - - - - - - Twee oppassers bij de Directeur -- -- Een dito in de Lijwaet Tent -- -- Een dito op Sorgvrij - - - - - - - - - veertig Inlandse militairen - - -- Twee Sammadaars - - - - - - - Twee „ tamboer en pijper - - - - - Zeevaarende Een provisioneel Equipaigie opsien„ der - - - - - - - - Een Bootsman van de werff - - - - Twee schiemans als smalschippers. Ambagtslieden - - - - Sergeant - - - - - - - - - - Een vaandrig - - - - - - - - - - - - - 1 Een Kuiper - - - - - - - - - - - . . . Smith - - - - - - - - - - - - - Kerkelijke Bedienden Krankbesoeker - - - - - - - - -Koster - - - - - - - - - - van de Chirurgie Een Oppermeester - - - - - - -- Een ondermeester - - - - - - - - van de Justitie Een geweldige-- - - Pro Patria 263: - Pack: Diverse Cattoene Lijwaeten. . . - ƒ138097:16:—: 137: Baalen Cattoene Gaarens in Poorten - - - - „ 15326: 9:— ƒ153'424:5:—. 153:-: pack, Diverse Cattoene sheeden voor Cabo de goede „ 52201:12:8: Transporteere - - - . . ƒ 205625: 17: 8. Hoop - - - - - - - - - - - - 3. 116. De Ladinge van deesen Kiel bestaat in het vol„ „gende tot een bedraagen van ƒ269697:9:8: als 2: 2: 40: Buijten deese was den Korporaal Pieter Visscher ook gedrost en had zig aan boord begeven van een In„ „weest dog g'apprehen: lands vaartuijg onder Engelsche vlag om daar mede na Bombaij te gaan, dog den Directeur hem allaer alvoorens hij in dienst van voorschreeven natie was, hebbende doen opvatten is hij volgens sententie van onsen Raed van Justitie die onder de bijlae„ Raad van Justitie gaet gen in een aparte Envelope overgaat, aan boord van de Geregtigheijd strengelik gelaarst en als sol„ daet op denselven geplaast Deserteurs hebben wij deesen Iaare niet tegenstaande alle onse aangewende sorgen tot sluijting van dat kwaed, vier stux gehad, blijkens onse resolutie van den 10„e Junij en 25„e november laastleeden bestaande in den Korporaal Pieter Tran„ sen en den matroos Paulus van onselen, benevens twee portugeese matroosen welke middel hebben weeten te vinden om ter rheede van het schip weg te raeken Deserteurs 1: 3: 2: 1 1 2 :- 1 1 1 1: 1. 1: 1 1 1 1 1: 3 1 S. 115. ƒ205625:17: 82. Voor Ceijlon P:r Transport - - - - - - - - 1: –. kass: Diverse Medicinaalias - - - - - - - 4:- D:o Roosen waater - - - - - - - - - - „ 285:12:—. 3: –. kokers verguld en versilverd Papier - - - - - - - „ 318: 12:—. Een Assignatie ten Lasten van den WelEdelen gestren„ „gen Heer Gouverneur - - „ 10246:2:— — Een Assignatie ten Lasten van den Ceijlons Hoofd Ad„ ministrateur - - „20541:8: —„ 41687:3:-: 1: –. kass: Gum: Arabicum - - - - - - - - - - - - „ 168: 6:—. 1: - Baaltje Rad Liquiritie - - - - - - - - - - - - - „ 43: 4:—. 1:- doosje Muskus Animaalia - - - - - - - - - - „ 28: 5:—. 1:– kisje Zeep Capperbandse - - - - - - - - - - - - - - „ 22: 8:—. Voor Batavia 91:„ Lasten Tarwe Nieuwe Witte - - - - - ƒ15710:2:—. 60: -. kisjes Diverse voor Het zuijker Pakhuis. . „ 1833:—:—. 25:– baalen 2: - kossen Diverse voor de kleijne Winkel - „ 2792: 5:—: 4:- kassen 2: baalen Diverse voor de Medisiale Winkel. „ 1743:16:—: 1:- Pot 1:– p:s verzeguld Proeff gewigt - - - - „ 20: 12:—. 300: -. „ Balk schaalen tot Gaurniering „ 284:14:—:ƒ 2384:9:—: „ 58378:1:—: 8'763:—:- In Aanrekening - - - - - - - - - -- Ten goede - - - - - - - - - - - - - ƒ328076: —: 8. Ten goede gebragt - - - - - - - - - ƒ 1611:9:8: Waer mede d' Eer hebben met een diepen Eerbied te zijn /:onderstond:/ Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wijd„ gebiedenden Heer En WelEdele Gestrenge Heeren /: Lager:/ Uwer Hoog Edelheedens onderdaanige en trouwschuldige Dienaeren /:was getekend:/ A: P: Sluijsken, M:s Monte, E:t N:s Mardi, I:n J:s van Polaanen de Bevere, E:s Meijer, G:t Piper, C: A„r van Eijk, en G:l C:l Roeff /:in margine:/ Souratta den 5. Januarij A:o 1787. —. Accordeert. —. J: Van Polanen de severe Somma - Waar --ƒ 1030:6:—. ƒ 25:—:—: 83. N:o 1. Aparte missive van den ondergesteekende Directeur, aan Haar Hoog Edelheedens gedateerd den 20:e April Laastleeden kopie secreete missive van deselve aan Hoogst ge„ „ 2: „melde gedateerd op heeden „ 3: Bijlaage gehoorende tot de laast gemelde missive „ 4. Memorie en Bedenkinge over de tegenwoordige staat der souratse Directie Souratta den 5:e Januarij 1787. Register der Secreete Papie„ AJ: Kuippken „ren. No 4 84. Batavia secreet Kopio Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren wijd Gebiedenden Heer. M:r Willem Arnold Alling Gouverneur generaal van weegens den staat der vereenig„ „de Nederlanden en Haare algemeene Oost- Indische Compagnie De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indiën. Hoog Edele Groot Agtbaare wijd Gebiedende Heer. En. wel Edele Gestrenge Heeren. Ik heb d' Eer gehad om op den 7: februarij laastleeden te ontfangen uwer Hoog Edelheeden altoos g'eerbiedigde aparte missive van den 23:' augustus des voorleeden Jaars. In nedrig andwoord op deselve sij het mij toegestaan, onder aanbieding van het Duplicaat mijner voorgaande van den 9:' der gepasseerde maand Januarij om mij ten opsigte van Berevens. het
English
the factory Brootchia and the now repeated reclaim of the same to refer to today's outgoing general letter 84 and 85. While I am so fortunate as to be able to inform Your High Nobilities that the company has been restored to all privileges and customs, none excepted, which it had here at the time the Directorate was taken, I take the liberty to assure them that I will spare no effort to obtain written permission to receive, unpack, pay duty on, and seal the return goods at the wharf. However much I wished to avoid troubling Your High Nobilities anew with representations and considerations regarding the Surat Moors, the interest of the company compels me to do so now more than ever before. From today's general missive paragraph 64 et seq. and the resolution of March 4th last, Your High Nobilities will be most pleased to observe that Your highest order, given by letter of September 21st, 1781 and since repeated by missive of August 23rd last, has been dutifully complied with. However, since it appeared from the report of the outgoing pay bookkeeper Monte and the commissioners that a number of 181 head of Moorish sailors are recorded in the pay books with a credit balance of f 55087. 9. 11, who are not found on any of the specific lists received from the First Examiner of Pay Radder dated July 9th, 1781, nor are noted therein as being alive, dead, absent, or deserted, we indeed resolved on the aforesaid March 4th last to report the last-mentioned as absent and deserted to the business agents when they inquire after them, in order, if possible, to exempt the company through this means from the payment of these outstanding wages. Yet, considering my fear that it will be impossible to satisfy them or their families, and even less the government, with this, and that we shall get into disadvantageous disputes with the latter over this matter, above all other reasons mentioned in our general and my separate humble letters of January 15th, 1785 to Your High Nobilities: 1st. That these sailors are as well known here in the books of the Cadi or spiritual judge and in those of the Bakshi or second Regent of the city, as in the pay books of this Directorate itself and those of the business agents or so-called soul-sellers. 2nd. That the aforesaid books were most recently, on December 15th, 1780, compared against each other by the former pay bookkeeper Van Bijland and the aforementioned business agents, and distinctly determined and expressed in a certain document executed by the aforesaid business agents on that day, inserted into the resolution of the 24th of the said month of December and kept here in the secret chest; according to which and the pay books they were then found to consist in
Dutch transcription
85 het komptoir Brootchia en de nu herhaalde reclame van hetselve te mogen gedraegen aan de heden afgaande gemeene brief 584. en 85. Terwijl ik soo gelukkig ben om uw Hoog Edelheeden te kunnen bedelen dat de maatschappije hersteld is in alle voor-regten en gebruiken geene uitgesonderd, die se alhier ge„ „had heeft, ten tijde de Directie genomen wierd, neem ik de vrijheid voogst deselve te versekeren, dat ik geene moeiten sal onbesogt laaten tot het verkrijgen van eene schriftelijke per missie om de Retouren op de werff te mogen ontfangen, af„ pakken, vertollen en sjappen. Hoe seer ik ook wenschten te kunnen vermijden om uw Hoog Edelheeden op nieuw te vermoejelijken met voordragten en Consideratien omtrend de souratse mooren, soo dwingd het belang van de maatschappije mij daar toe thans meerder dan ooit bevorens, Bij de gemeene missive van heeden 3. 64. et segg en de resolutie van den 4:' Maart Laastleeden sullen uw Hoog Edelheeden groot gunstig gelieven te ontwaaren dat aan hoogst derselver bij brief van den 21:' september 1781. gegeven en sedert bij missieve van den 23:' Aug=so Laastleeden herhaald bevel, schuld pligtig voldaan is. Dan bij het Berigt van den afgaanden soldij Boekhouder Monte en gecommitteerdens gebleeken sijnde, dat bij de soldije Boeken bekend staan een getal van 181. koppen moorse zeevarende met een te goed hebbende van ƒ55087. 9. 11. welke bij geene der ontfangene specificque Lijsten van den Eersten visitateur der soldijen Radder van den 9:' Julij 1781. gevonden worden, nog daar bij het sij levend, dood, absent of ge„ deserteerd bekend gesteld sijn, hebben wij op den voorsz: 4: Maart is l: l: wel besloten om de laatstgemelde wanneer de saak besor„ „gers na deselve sullen vaagen, als absent en gedeserteerd aan hun opte geeven, ten einde de maatschappije langs dien weg is het mogelijk te bevrijden van de betaeling van deese „ te vooren staande gagie. Dog mijne vreese dat het ondoenlijk sal sijn om haarlieden of de familien en veel minder nog de degeering daar meede e te vreeden te stellen en dat wij hier over in nadeelige onlusten se met de laatstgemelde sullen geraaken, geconsidereerd, bovent alle andere redenen vermeld bij onse gemeene en mijne aparte nedrige brieven van den 15:' Januarij 1785. aan uw Hoog Edelheeden. 1=m Dat deese zeevarende alhier soo wel bekend staan bij de boe„ ken van de Cagie of geestelijke rechter en bij die van den baksie of tweede Regent der Stad, als bij de soldije boeken deeser Di¬ „rectie selve en die van de saak besorgers of sogenaamde Siel„ verkopers 2:e Dat de voorsz: boeken nog laatstlijk den 15: December 1780. 1. door den voormaligen soldij Boekhouder van Bijland en de voormelde saakbesorgers tegen elkanderen sijn geconfron¬ „teerd en distinctelijk bepaald en uitgedrukt, bij seker ge„ schrift, dat door voorm: saak besorgers ten dien dage gepasseerd en ter resolutie van den 24:' van geseide maand December geinsereerd en hier in de secreete kas bewaard is; volgens het welke en de soldije boeken sij toenmaals bestonden gevonden in
English
86. in 26 Sarangs, 27 Tandels, and 552 sailors, who since have been increased by those sent on 6 January 1781 on the Huis ter Spijck and De Vrijheid with 8 Sarangs, 8 Tandels, and 171 sailors. And thirdly, that it is very much to be feared that the government will be unwilling to give credit to our simple statement, without any paper or proof, namely that out of a number of 34 Sarangs, 35 Tandels, and 723 common sailors, who on 6 January 1781 were listed on the pay and ledger books, 181 individuals are said to have gone missing or deserted by 30 June of the same year, apart from those who are recorded as deceased or deserted. These matters cause me to take the liberty to request Your High Nobilities, as urgently as respectfully, to be fortified with Your Highest orders as to how I shall conduct myself in case the Nabob and the Baxie, as well as the heirs and families of these men who will be reported as absent or deserted—on the grounds that they are not mentioned on the Batavia lists of the first pay examiner Radder dated 9 July 1781—the former by their own authority and the latter sometimes through the English Government, or to put it better, through the power of the castle, should immediately, that is by violent means, lay claim to those monies which, after the wages of those who are listed as deserted and absent on the aforementioned lists of the First pay examiner Radder dated 9 July 1781 have been confiscated, they will maintain are due to them from those seafarers who continue to run on their books and of whom no mention whatsoever is found on any lists regarding their death, life, desertion, or disappearance. In my respectful separate missive of 5 January 1785, I have already taken the liberty to present to Your High Nobility this apprehension of mine and the detrimental consequences that may arise therefrom. I also, in order to rescue the Company from this chaos of confusion in the least harmful manner, made bold to propose to Your High Nobilities to be permitted, if necessary, to enter into an agreement with the government to make a settlement concerning all the Moorish seafarers who were dispatched from here before the war and have died since August 1780 until August 1784, whether before or after the accounts were formally made up, or who are not known at all on the lists and are regarded as absent or deserted; and this in the rough, on the basis that many were lost and deserted through the war, because I believed I could satisfy the aforementioned government with less through a rough contract than through a regular specification. And although my proposal was also rejected by the Gentlemen into whose hands Your High Nobilities were pleased to place our joint and my separate missives of 15 January 1785 for the purpose of a report, on the grounds that no new calculation may take place in a matter of so much importance because thereby one of the two, either the Company or the native government, is prejudiced, I nevertheless find myself in conscience obliged to repeat the same proposal most respectfully as the only way to deliver the Company from harmful and more detrimental consequences here, praying Your High Nobilities to take into consideration how there can be any prospect of bringing 87. the native Government to be content that we confiscate for the benefit of the Company a sum of ƒ55087. 9. 11., which is owed to one Sarang, two Tandels, and 178 commoners who are not known or found on the aforementioned lists of the First examiner Radder dated 9 July 1781, and that they will renounce this earned pay on our simple saying that they have deserted; indeed, whether there can be any possibility that the English government will maintain and protect us against the unexpected violent proceedings of the natives, without our immediately demonstrating that justice and equity are on our side. Having had the honour to receive the assignment returned by Your High Nobilities concerning the debt of the deceased brokers, I shall let no opportunity pass to recover as much from it as shall be possible. Praying Your High Nobilities to accept my as humble as well-meaning thanks for the title and rank of Director conferred upon me by the same, and for the 5 per cent bonus on the sale granted to myself and the Chief Administrator, I still take the liberty to solicit Your High Nobilities that the one per cent enjoyed by the Chief Administrator may be granted to me for the past financial year, or rather the cargo brought by the Trompenburg, since I, having performed the service of Chief Administrator alongside my own, was also solely accountable for the funds, etc. Wherewith I have the honour to be with due respect, at the bottom stood: High Noble, Right Worshipful, Widely Ruling Lord and Right Noble, Valiant Lords, Your High Nobilities' very humble and faithful servant, was signed: A: J: Sluijsken, in the margin: Souratta, 20 April 1786. Agrees DJ. Huijshen
Dutch transcription
86. in 26. Sarangs, 27. Tandels en 552. matroosen, die sedert door de op den 6: Januarij 1781. versondene met het Huis ter spijck en De vrijheid vermeerderd sijn met 8. Sarangs, 8. Iandels en 171. matroosen En 3=te Dat het seer te vreesen is, Dat de regeering geen geloof sal willen defereeren aan onse eenroudige opgaave, sonder eenig papier of bewijs, dat er namentlijk van een getal van 34. sa„ „rangs, 35. Tandels en 723. gemeene matroosen, welke den 6:e Januarij 1781. bij de soldije - en haare- boeken bekend stonden op den 30e: Junij desselven Jaars 181. stuks souden sijn absent geraakt of gedeserteerd, buiten die geene die als overleeden of gedeserteerd bekend staan. Doen mij de vrijheid neemen uw Hoog Edelheeden so instantig als eerbiedig te versoeken, om met Hoogst derselver bevelen te worden gesterkt, hoedanig ik mij sal gedragen ingevalle De Nabab en De Baxie, mitsgaders de erfgenamen en familien deeser menschen, welke sullen worden opgegeeven als absent of gedeserteerd, uit hoofde dat bij de Bataviase Lijsten van den eersten visitateur der soldijen Radder van den 9:' Julij 1781. niet vermeld worden, de eerste door haar eigen vermoogen en de laestgemelde somtijds door het Engelsche Gouverne„ ment of om beter teseggen, door het vermogen van het kasteel, dadelijk dat is door geweldige middelen aanspraek sullen maken voor die gelden welke /: nae dat de gagien van de geene die bij meergedagte Lijsten van den Eersten visitateur der soldijen Radder van den 9:' Julij 1781. als gedeserteerd en absent bekend staan sullen sijn geconfisqueerd:/ sij sullen staande houden, haar toe te komen van die zeevaarende welke bij haar boeken voortlopen en van dewelke geenig gewag bij eenige Lijsten het sij omtrend haar dood leven desertie of vermis gevonden word. Bij mijne Eerbiedige Aparte van den 5:' Januarij 1785. heb ik reets de vrijheid genomen uw Hoog Edelheid voort te daagen deese mijne apprehensie en de nadelige gevolgen, welke daar uit kunnen geboren worden. Ik hebbe tevens ten einde de maat„ schappije uit deesen Chaos van verwarring op de minst schade„ „lijkste wijse te redden mij verstout uw Hoog Edelheeden te proponeeren om met de regeering des noods te mogen tree„ den tot het aangaan van een Compositie over alle de moorse zeevarende die voor den oorlog van hier versonden en sedert Augustus 1780. tot aug:o 1784. , het sij bevorens of nae dat formeel sijn gemaakt, overleeden sijn, of bij de Lijsten in het geheel niet bekend staan en als absent of gedeserteerd wor„ „den aangesien, en sulx in het ruuwe op fundament dat en door den oorlog veel vermist en gedeserteerd sijn, om dat ik ver„ meende de voorsz: regeering met minder te vreeden te sullen kunnen stellen bij een ruuw kontract dan bij eene geregelde opgaave, en of schoon mijnen voorslag ook door de Heeren in welkers handen uw Hoog Edelheeden onse gemeene en mijne aparte missives van den 15:' Januarij 1785. hebben gelieven te stellen ten fine van Berigt, afgekeurd is, op fundament„ Dat geene „niuwe kalculatie in een saak van soo veel belang plaats mag vinden „also daar door een van bijde of de kompanie of de Inlandse regee„ „ring benadeeld word„ soo vinde ik mij egter in gemoede verpligt om hetselve voorstel seer Eerbiedig te herhaalen als de eenige weg om de maatschappije hier voor nadelige en meer schade„ „lijke gevolgen te bevrijden, uw Hoog Edelheeden biddende om in overweeging te neemen hoe er eenig voor uitsigt sijn kan, om bij de 87. de Inlandse Regeering daar toe te brengen, dat sij sig te vree„ „den houden, dat wij eene summa van ƒ55087. 9. 11. soo de bij vooren gemelde Lijsten van den Eersten visitateur Radder van den 9:' Julij 1781 niet bekend of te vinden sijnde Een saaang twee Tandels en 178. gemeenen, te goed hebben, ten voordeele van de maatschappije confisqueeren en dat sij van deese verdiende gagie sullen afsien op ons een roudig seggen dat gedeserteerd sijn, Ja of er mogelijkheid kan weesen, dat de Engelsche regee„ „ring ons teegen de onverhoopte geweldige proceduires der In„ landers maintineeren en beschaamen sullen, sonder dat wij dadelijk betoogen dat het regt en de billijkheid aan onse sijde De Eer gehad hebbende om te ontfangen de door uw Hoog Edelheeden te rug gesondene Assignatie van de schuld der over„ leden Makelaars, sal ik geen gelegentheid laten voor bij gaan om van deselve soo veel te recourreeren als mogelijk sal sijn uw Hoog Edelheeden biddende om te willen ontfangen mijne so nedrige als welmenende danksegging voor de door hoogst deselve mij toegevoegde Titul en rang van Directeur en voor de aan mij selven en den Hoofd-administrateur g'accor„ deerde 5. per Cento Douceur op den verkoop, neem ik nog de vrijheid uw Hoog Edelheeden te solliciteeren dat mij het Een procento het geen den Hoofd-administrateur geniet, mag worden toegestaan van het afgeloopen boekjaar of eigen „lijk den aanbreng met Trompenburg also ik den dienst van Hoofd- administrateur bij de mijne tevens waargenomen hebbende, ook alleen voor de penningen enz: aanspaekelijk geweest ben. Waar meede d' Eer hebbe met schuldige Eerbied te sijn /:onder„ „stond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare, wijd, Gebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren, uwer Hoog Edel¬ heeden seer nedrige en Trouwschuldigen Dienaar /:was„ „geteekend:/ A: J: Sluijsken /:in margine:/ souratta den 20:' April 1786. Akkordeert DJ. Huijshen Waarmeede is.
English
Copy Batavia To his High Excellency. The High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord. Mr Willem Arnold Alting Governor-General on behalf of the state of the United Netherlands and its general East India Company. Together with. The Right Noble, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord, Right Noble, Stern Lords. In my respectful last letter of 20 April of this year, I took the liberty of showing your High Excellencies the embarrassment in which I found myself due to the demands of the business agents of the Moorish seafarers, or rather by secret. those No. 1 And. those of the Native Regents behind their screen, for a settlement and payment of the wages or monthly moneys of such 324 heads of Moorish seafarers, being 1 Sarang, 8 Tandels, and 315 Sailors, as according to their books are still in Batavia or are said to have died in the service of the Company since December 1780; while I at the same time very respectfully represented to your High Excellencies that, although one could not in all respects defer belief to the words and pretences of these business agents, it had nevertheless been found upon a comparison of our pay books that on the ultimo of August 1781 there were already 181 heads on the Batavia lists, being 1 Sarang, 2 Tandels, and 178 common sailors, fewer than stood known in the aforementioned books, who at that time were owed a sum of ƒ55087. 9. 11., and which number, according to the report of the pay bookkeeper Meijer that was registered by resolution of 21 September, upon a comparison of the nominal rolls of the Moors who, according to your High Excellencies' order of 21 September 1782, were formalized on the ultimo of August of that year at Batavia on the books of the ship Westfriesland, against our balanced pay books of that date, was further increased by 2 Sarangs, 4 Tandels, and 96 Sailors who stand credited with ƒ21004. 9. 8., so that in truth between the same lists of the formalized Moors and the Surat pay books there is a difference of 3 Sarangs, 6 Tandels, and 274 common sailors, or together 283 heads who stand credited with ƒ76091. 19. -. And just as I was not able at that time to conceal my apprehension that the Government would not be satisfied with our sole declaration that since August 1780 until August 1782, and thus in 2 years, such a considerable number of Moors as the said lists show were supposed to have deserted, not counting those who were taken in 1783 with the ship De Vrijheid, and that on that account their wages had to be confiscated according to the regulations, but that they would demand that a settlement and payment of the same be made to them, or otherwise easily proceed to the use of violent means to compel us to make payment, so the outcome has also shown that my fear was not unfounded. For the business agents of these Moors thought fit, according to the extensively detailed report of our pay bookkeeper that was inserted into the resolution of 29 May last, to refuse completely the receipt of such sums as he had been authorized to pay to them by resolution of the 18th preceding, according to the lists received from Batavia, and to demand at the same time the payment of the wages and monthly moneys of 1 Sarang, 8 Tandels, and 315 Sailors who, according to their books, at the last comparison with the pay bookkeeper Van Bijland in December 1780 were in service and supposedly still are, etc. And having to come to a decision on which report, we judged the matter, for reasons described in detail in the aforementioned resolution, to be of such a dangerous prospect that we ordered the pay bookkeeper to enter into further negotiations with the crimps and to probe in what manner they would be provisionally satisfied until the arrival of the vessels in the may Autumn
Dutch transcription
88. Kopie Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren wijd Gebiedenden Heer. M:r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal van weegens den staat den verEenigde Nederlanden en haare algemeene Oost- Indische Compagnie. Benevens. De wel Edele Gestaenge Heeren Raaden van Nederlands Indiën Hoog Edele Groot Agtbaare wijd Gebiedende Heer Wel Edele Gestrenge Heeren. Bij mijne Eerbiedige laatste van den 20:e April deses Jaars nam ik de vrijheid uw Hoog Edelheeden te vertoonen de verlegent„ heid in dewelke ik mij bevond door de vorderinge van de saak„ „besorgers der moorse zeevaerende, of om beter te seggen door secreet. die No. 1 En. 89 die der Inlandse Regenten agter haar scherm om afrekening en betaeling van de Gagien of maandgelden van sodane 324. koppen moorse zeevaerende, sijnde 1. Sarang, 8. Tandels en 315. Matroosen, als sig volgens haare boeken nog te Batavia bevinden ofte sederd December 1780: in den dienst der maas schappije overleeden sijn souden, terwijl ik uw Hoog Edel„ heeden teevens seer Eerbiedig voordroeg hoe dat schoon me ook aan het seggen en voorgeeven deeser saak besorgers in allen delen geen geloof defereren konde, het egter bij Confron tatie van onse soldij boeken bevonden was dat er onder ult=o Augustus 1781. bij de Bataviase Lijsten reets 181. koppen sijnde 1. Tarang, 2. Tandels en 178. gemeenen minder dan bij de voor„ schreeven boeken bekend stonden, welke toenmaals te goed had„ „den een somma van ƒ55087. 9. 11. en welk getal volgens het berigt van den soldij boekhouder Meijer dat ingeschreeven is bij resolutie van den 21:e September bij Confrontatie van de naamlijsten der mooren die volgens uw Hoog Edelheeden bevel van den 21:e September 1782. onder ult:o Augustus van dat Jaar te Batavia bij de boeken van het schip Westfriesland formeel gemaakt sijn, tegen onse effen gestelde soldij boeken van dien datum, nog vermeerderd sijnde met 2. sarangs, 4. Tandels en 96. Matroosen die te vooren staan ƒ 21004. 9. 8. soo is er in waarheid tusschen deselve Lijsten der formeel gemaakte mooren, en de souratse soldij boeken een verschil van 3. Tarangs, 6. Tandels en 274. gemeenen of te saemen 283. koppen welke te vooren staan ƒ76091. 19. -. En gelijk ik toenmaals mijne bedugting niet hebbe ver„ „moogen te verbergen dat de Regeering niet soude te vreeden te stellen sijn, met onse Enkelde verklaaring dat er sederd Augus„ „tus 1780. tot Augustus 1782. en dus in 2. Jaaren sulk een aan„ „sienlijk getal mooren als de gedagte Lijsten aantoonen souden sijn gedeserteerd, ongereekend de geene welke in 1783. met het schip De vrijheid genoomen sijn, en dat uit dien hoofde haare gagien volgens de ordre geconfisqueerd moesten worden maar dat sij souden vorderen dat haar van deselve afrekeningen betaeling gedaan wierd, of anders ligtelijk tot het gebruiken van veolente middelen, om ons tot de betaeling te dwingen overgaan, soo heeft de uitkomst ook geleerd dat mijne vreese niet ongegrond geweest is. want de saakbesorgers deser mooren vonden goed, volgens het uitvoerig gedetailleerd berigt van onsen soldij boekhouder dat ter resolutie van den 29:e Meij laastleeden g'insereerd is, om den ontfangst volstrekt te weigeren van so„ „daene sommen als hij bij Resolutie van den 18:e bevorens, vol„ „gens de ontfangene Lijsten van Batavia; was gequalificeerd aan haar te voldoen en om tevens te vorderen de betaaling der gagien en maandgelden van 1. Sarang, 8. sandels en 315. matroosen welke volgens haare boeken, bij de laatste Confrontatie met den soldij boekhouder van Bijland in December 1780. in dienst ge„ weest sijn en als nog sijn souden enz: En op welk Berigt dan moetende besluiten, oordeelden wij de saak om redenen bij voorengedagte resolutie omstandig beschree„ ven van sulk een gewaarlijken uitsigt, dat wij den soldij Boekhouder gelasten om met de sielverkopers in nadere onder„ handelinge te treeden en te ondertasten op welk eene wijse sij sig bij provisie souden te vreeden houden tot de komst van de in het „moogen Na jaar
English
90. ships expected in the autumn, in the hope that I would by then be honored with your Right Excellencies' reply to my humble letter mentioned above of April 20th last and strengthened with your highest orders. The aforementioned Pay Bookkeeper also reported to us a few days later, namely on June 10th by a written document inserted into the resolution of that day, how far he had succeeded in his commission, and we decided, in order to prevent all factious consequences, to order him to pay them a further 2000 ropijen, over and above the sums for the disbursement of which he had already been qualified on the aforementioned May 18th according to your Right Excellencies' orders, this being slightly less than one month's wages of the missing or absent, at least not found, 324 heads according to their account. The soul-sellers seemed satisfied with this, and we thought we had averted the storm for that time, when two days later, or on June 12th, the pay bookkeeper came to report to me that the said people had just come to tell him that they could not abide by that arrangement, 2000 ropijen being far too small a sum with which to appease the families of 324 heads for their two months' allotments until October, demanding therefore another 2000 similar ropijen. This, combined with the insults which, as appears from our resolution of May 19th, a crowd of the gathered, unrestrained common people, calling themselves the families of the Moorish crew left behind, came to commit right before my house, uttering all kinds of threats and heaping many curses and abusive words, demanding from me the payment of the advance months and the settlement of the wages due to the aforementioned absent, missing, or deserted, or at least left-behind Moors, so that I was compelled to drive the same rabble from the wharf with armed soldiers and to occupy the gates with double guards, all of which is described more circumstantially in our humble collective missive of today, I: 7. O. et cetera, made me clearly see, as I had long before been warned by a trusted man who is familiar with the Baksie, that the native government, all of whom are interested in the allotments and wages of these Moorish seafarers, had taken the decision to compel us to satisfy them, if not by an openly violent act—for that could not easily happen without the prior knowledge of the English, whom it was in their interest to keep out of it so as not to be compelled to share the loot—then at least through the wild and unrestrained rabble. I considered besides, on the one hand, that if this rabble were to return in a larger crowd and take to plundering, no other means would remain than to call upon the English government for protection according to their obligation, which, however, would immediately have to give rise to an investigation into how far the remaining in
Dutch transcription
90. Najaar verwagt wordende scheepen, in hoope dat ik als dan met uw Hoog Edelheeden rescriptie op mijne hier boven gemelde nedrige van den 20:e April laastleeden verierd en met hoogst derselver beveelen gesterkt sijn soude. voorschreeven soldij Boekhouder berigten ons ook eenige daagen daar na, of wel den 10:e Junij bij een schriftuur dat ter resolutie van dien dag g'insereerd is, in hoe verre in sijne Commissie was geslaagd en wij beslooten om ten einde alle factieuse gevolgen te voorkoomen hem te moeten gelasten, om boven de summen tot welkers afgave hij bereets op den 18:e meij voormeld na de ordres van uw Hoog Edelheeden gequalificeerd gewor„ „den was, aan haar nog 2000: ropijen te voldoen, sijnde iets minder als een maand gagie van de vermiste of absent ge„ „raakte immers niet gevonden wordende 324. koppen volgens haere reekening. De siel verkopers scheenen hier meede vergenoegd en wij dagten het onweder voor datmaal weder te hebben afge„ keerd, wanneer den soldij boekhouder mij twee dagen daar aan of op den 12:e Junij kwam rapporteeren dat gedagte lieden hem dat ogenblik waaen koomen seggen, dat sij sig aan die schikkinge niet houden konden als sijnde 2000: - ropijen een al te geringe somma om daar meede, de familien van 324. koppen, voor haere twee maanden vermakinge, tot october te kunnen paaijen, vorderende daarom nog 2000: gelijke ropijen. Dit gevoegd bij de insultes welke blijkens onse resolutie van den 19:e Meij eene meenigte van het samen geschoolen onge„ bonden gemeene volk, sig selven de familien der agter gebleevene mooren noemende, kwam bedrijven, tot voor mijn Huis„ onder het doen van alle dreigementen en toevoegen van veele ver„ vloekingen en scheldwoorden, van mij de betaaling der goede maanden en de afreekening der te goed hebbende Gagien van de voorsz: absente vermitte of gedeserteerde immers agter geblevene mooren, vorderende sodanig dat ik genoodsaakt was hetselve graeuw met gewapende militairen van de werf te drijven en de poorten met dubbelde wagten te besetten, invoegen dit een en ander omstandiger beschreeven is bij onse nedrige gemeene missive van heden I: 7. O. . et segg deed mij klaar sien, soo als mij al lang bevorens door een vertrouwd man die fami„ „liar met de Baksie is, gewaarschuwd was, dat de Inlandse regeering, welke alle in de vermakingen en gagien van deese moorse zeevaerende g'interesseerd sijn, het besluit genomen had„ „den om ons tot de voldoening derselve te noodsaeken, soo al niet door een selfs violant gedaag /:want dat konde niet wel geschieden, sonder voorkennisse der Engelschen, welke het haar Interest was, daar buiten te houden om niet genood„ saakt te sijn den buit te moeten deelen :/ ten minsten door het woeste en ongebonden graeuw. Ik considereerde daar benevens aan de eene sijde, dat soo dit gemeen eens in een grooteren hoop te rug keerde en sig aan het plunderen begaff, er geen ander middel soude overschie„ „ten als het Engelsche Gouvernement ter beschaaming te roepen volgens haar verpligting dog het geen dadelijk aanleiding sullende moeten geeven tot een ondersoek in hoe verre het gebleevene in
English
91. in our power to demonstrate that all the 324 heads who were still in existence in December 1780 would have deserted within the following two years, is better carefully avoided, the more so since we have learned through experience, principally also in the year 1773 when Walcheren and [illegible] was lost, that the Castle Government steadfastly adheres to and maintains the party of the Town Governor as long as any semblance of color can be given to a matter, which would not be lacking in this case; and on the other hand, that nothing was gained by yielding to the unreasonable demand of the crimps, which had now climbed to 4000 rupees solely for 2 months remittance of these missing 324 heads, and if granted, could again be stretched to 6000, since the main issue, namely the earned wages of these deserted or missing people, which according to their account up to August 1785 would amount to nearly two hundred thousand guilders, was not settled, but remained just the same, without our becoming able, pursuant to the order of Your High Excellencies, to bring the Moors onto the Bengal footing, and even less to send any Moors from here. And resolved accordingly, although I could not be honored and provided with any rescript or orders from Your High Excellencies before the month of October, to enter immediately into negotiations with the government itself, before this matter and the demand of the common people became further known to the English, and to see in what manner I could remove that entire claim once and for all and clear away the affair of these Moors, a step to which I would never have proceeded had the most pressing necessity not been present, and had I not flattered myself that Your High Excellencies, to whom the native government and its rapacity are well known and who know how often the Company has been the victim thereof when it is not prevented in time and everything that can give cause thereto is cleared out of the way, will attach the seal of their approval to my conduct. And having thereupon caused discussions to be held with the Bakshi, on whom the affair of the Moors is after all primarily dependent, he claimed to be entitled to the wages of 324 heads of Moorish seafarers, of whom no news had ever been received, up to the present day, which amounted to as much as 150000 guilders; and when I had him answered that such a claim was far too ridiculous and excessive to negotiate upon, that in the first place the number of the missing was by far not so large as he, the Bakshi, pretended, and that these had already deserted from the service of the Company in 1781, the Company possessed the right to confiscate their wages, as indeed was actually done immediately by Your High
Dutch transcription
91. in onse vermogen is, om te betogen dat alle de 324. koppen„ welke in December 1780: nog in weesen waaren, binnen de volgende twee Iaaren souden gedeserteerd sijn, beter is sorg„ vuldig te vermijden, te meer daar wij door de ondervinding voornamentlijk meede in A:o 1773. toen walcheren en door verlooren is, geleerd hebben dat het kasteels Gouvernement stand vastig de partij van de stads Gouverneur aan kleefd en maintineerd soo lang er maar eenigen kouleur aan een saak kan worden gegeven, het geen in dit geval niet ontbreeken soude, en aan den anderen kant, dat met het involgen van de onredelijke vordering der sielverkopers die nu geklommen was tot 4000: - ropijen alleen voor 2. maanden vermaking van deese vermitte 324. koppen en toegestaan sijn„ „de, weder tot 6000. konde worden uitgestrekt, niet gewonnen wierd, also de groote saak, namentlijk de verdiende gagien deser gedeserteerde of vermiste menschen die volgens haere Rekening tot Augustus 1785. bij na twee maal honderd dui„ „send guldens bedraegen soude, niet werd afgedaan, maar even het selfde bleef, sonder dat wij in staat geraakten om agtervolgens het bevel van uw Hoog Edelheeden de moo„ ren te brengen op den Bengaalschen voet en nog minder om van hier eenige mooren te versenden. En besloot dien volgens om / ofschoon ik ook met geene re„ „scriptie ofte bevelen van uw Hoog Edelheeden konde ge„ „honnoreerd en voorsien worden voor de maand october:/ dadelijk en eerder deese saakende vordering van het gemeen verder aan de Engelschen bekend wierd, met de regeering selfs in onderhandelinge te treeden en te sien op welk eene wijse ik die geheele pretentie op eenmaal uit de waereld krijgen en de saak deeser mooren uit de weg maeken konde, een stap waar toe ik nimmer soude hebben overgegaan was de dringenste nood niet daar geweest en mogt ik mij niet vlijen dat uw Hoog Edelheeden die de Inlandsche Regeering en schraaplugt wel bekend is en weeten hoe mee„ „nigmaal de maatschappije, daar van het slagt offer is geweest, wanneer die niet in tijds voorkomen en alles wat daar toe aanleiding geeven kan, uit de weg geruimd word, het zegul haarer goedkeuring aan mijn gedaag hegten sullen En waar omtrend dan met de Baksie van wien de affaire der mooren tog voornamentlijk afhankelijk is hebbende laaten spreeken, beweerden die tot de gagie van 324. koppen moorse zeevaerende, van welke nimmer eenige tijding ontfan„ „gen is geregtigd te sijn tot den dag van heden het geen wel 150000: guldens bedroeg, en toen ik hem hier op andwoorden liet dat sulx een vordering al te redicil en te buiten sporig was, om daar op te Negotieeren, dat voor eerst het getal der vermiste op reare na soo groot niet was als hij Baksie voor„ gaff en dat deese al uit den dienst der Maatschappije gedeser„ „teerd waaren geweest in 1781. , de kompagnie 't regt besat haere gagien te Confisqueeren, soo als ook werkelijk door uw dadelijk Hoog
English
92 Your High Nobilities had occurred, he retorted to me that, although he was willing to admit that some might have run away, it was nevertheless completely improbable that out of a number of 600 heads who, according to the confrontation held in December 1780 with the pay bookkeeper of Byland, were partly already in service and partly dispatched at that time, more than half would have deserted within the span of a year without any record ever having been kept of the time and place where this desertion occurred, nay without a single one ever having returned to Souratta, and that even if some might have deserted, the Company was obliged to pay their wages, as well as those of the missing, up to the day they deserted or went missing, and that an account had to be rendered of this, as had previously always been customary and was in accordance with the contract under which the Noble Lord Schreuder had been permitted to engage Moorish seafarers for the service of the Company; and when I again sent him word that such desertion and disappearance was not to be wondered at, but was to be attributed to the war in which the Company was then involved, which had also certainly prevented correct records of the day and date of their disappearance from being kept as was otherwise done, his answer was that, even if all my representations might be true and that such a number had indeed deserted, gone missing, and were absent, and that this had also been caused by the war, neither the families of these people nor the agents should or could be the suffering parties thereby, but that they had an indisputable right to what was credited to them prior to their disappearance and of which the government demanded an accounting and settlement, etc. But in order not to fatigue Your High Nobilities any longer with all the discourses and messages that were held and exchanged back and forth, I have finally agreed with the aforementioned regent that His Honour would hand over to me a complete receipt from the aforesaid agents, confirmed by the Nabab, whereby they declare to have been satisfied for all wages of the missing and deserted Moors and to have no further claim on that account, and that I would pay twenty-five thousand rupees for all outstanding wages of these missing persons, to be distributed among the families and entitled parties; and pursuant to this agreement, I have indeed received a receipt from the agents, confirmed by the Nabab with his great seal and certified by the signature and seal of his secretary, whereby they have declared that they are satisfied and contented for all wages and monthly monies which the Moorish seafarers—who were procured by them for the Company and dispatched from here before the war or before the wharf was taken by the English, and who died, went missing, and deserted, whether at Batavia, Malacca, or any other place, indeed who are gone and are no longer found in the papers—and that they have received everything for them and are thereby fully satisfied, with the promise never to make any action or claim against the said Company on that account, as the same receipt, which I take the liberty to present herewith in copy to Your High Nobilities, will show. 93. Wherewith, then, this so delicate and disagreeable matter of the Moors being settled forever, whilst the Company, even though having paid f 30000: –., now still writes off to its benefit and confiscates a sum of f 46091. 19. –. upon what these missing and absent seafarers were credited in the pay books as of the last of August 1781 and 1782, when the others were formalized, up to f 76091. 19. —., apart from the accounts of the Moorish seafarers who were captured in 1783 with the ship De Vrijheid and have not returned, I therefore hope that my conduct will meet with Your High Nobilities' approval and that the very same will consequently be pleased to grant Their high consent that each of the aforesaid 3 sarangs, 6 tandels, and 274 common sailors who are missing and absent be debited in the books for their share of the aforementioned 30000: - guilders, and that the excess credited wages of the same up to f 46091. 19. — be confiscated and written off according to Your High Nobilities' previous order, after which I flatter myself that now that this matter has been brought to an end, there will possibly be an opportunity to obtain Moorish seafarers, if not through the present agents, whom one can now safely let go, then through others, who are treated according to the custom in Bengal, solely with this accommodation, that each year two months of allotment is paid to their families here. Wherewith I have the honour to remain very humbly, Your High Noble, Right Honourable, Widely Ruling Lord, and Right Noble Severe Lords, Your High Nobilities' very humble and bounden servant. Signed: A: J: Sluijsken. In the margin: Souratta the 5th of January, Year 1787. The hope that it will be agreeable to Your High Nobilities, now that this Directorate has been restored to all its prerogatives and privileges which it possessed here before the war, to be circumstantially informed of its state, makes me take the humble liberty of presenting to the very same herewith a Memoir and Reflections prepared by me for that purpose. Agrees, PDJ. Kuipken
Dutch transcription
92 Hoog Edelheeden was geschied, voerden hij mij te gemoet, dat schoon hij wel wilde toegeeven dat er eenige konden weg geloo„ „pen sijn, het egter gansch niet waarschijnelijk was, dat er van een aantal van 600. koppen, die in December 1780. volgens de gehoudene Confrontatie met de soldij boekhouder van Bij„ „land gedeeltelijk reets in dienst waaren en gedeeltelijk toenmaals versonden sijn in de tijd van een Iaar meer als de helfte souden sijn gedeserteerd, sonder dat er ooit eenige aantekening soude sijn ge„ houden, van de tijd en plaats waar dese desertie voorgevallen was sa sonder dat er ooit een Enkelde te souratta was te rug gekomen en dat soo er al eenige mogten gedeserteerd sijn, de maatschappije verpligt was daar van soo wel als van de vermiste de gagien te voldoen tot den dag dat gedeserteerd of vermist waaren en dat hier van rekening geschieden moeste, soo als bevoorens altoos gebruike„ „lijk was geweest en over een komstig was met het Contract waar op het de Edele Heer schreuder was toegestaan geweest om moorse zee„ „vaerende voor den dienst van de kompagnie te Engageren en toen ik hem weder liet boodschappen dat sulk eene desertie en ver„ missing niet te verwonderen, maar toete schrijven was aan den oorlog waar in de Compagnie sig toenmaals gewikkeld rond die ook sekerlijk verhinderd had dat er Correcte aantekeningen van den dag en datum haarer vermissing waaren gehouden, so als anders geschiede was sijn andwoord, dtat schoon ook alle mijne voordragten waarheid weesen mogte en dat er sulk een getal dadelijk gedeserteerd, vermist en absent waaren, en dat sulx ook door den oorlog was g'occasioneert, de familien desen menschen nog de saakbesorgers daar van de Lijdende partijen niet moesten nog konden sijn, maar dat een ontegenspacke„ „lijk regt hadden tot het geen te vooren stonden bij haare vermis„ „sing en waar van de regeering rekening en voldoening vorderde enz: Dan om uw Hoog Edelheeden niet langer te vermoe„ „jelijken met alle discoursen en boodschappen welke over en weder gehouden en gedaan sijn, soo ben ik eindelijk met den voormelden regent over een gekomen dat sijn Edele mij soude ter hand stellen een volledige quitancie van de meergedagte saakbesorgers door den Nabab bekragtigd, waar bij verklaaren van alle gagien der vermiste en gedeserteerde mooren voldaan te sijn en deswegens geene vordering meer te hebben en dat ik voor alle te goed staande Gagien van deese vermiste soude be„ „taelen vijf en twintig duisend ropijen, om onder de familien en geregtigdens verdeeld te worden en ingevolge van deese over een komst, hebbe ik dan ook ontfangen Een quitancie van de saakbesorgers door de Nabab met sijn groot segul be„ kragtigd en door de tekening en segul van sijnen Geheim„ schrijven gecertioueerd, waar bij deselve hebben verklaard„ Dat „ voldaan en te vreeden gesteld sijn, voor alle de Gagien en maand „gelden welke de moorse zeevaerende die voor den oorlog ofte dat „de werff door de Engelschen genoomen is, door haar aan de Com„ „„pagnie besorgd en van hier versonden sijn en het sij op Batavia, „ Malacca of eenige andere plaats overleeden, vermist en gede„ „serteerd sijn, immers die weg sijn en niet meer bij de papieren „ worden gevonden, en dat sij daar voor alles hebben ontfangen „ en daar meede van alles voldaan sijn, met belofte om des wegens „nimmermeer eenige actie ofte vorderinge op de selve Compagnie te menschen „sullen 1 93. „sullen maaken„ soo als deselve quitancie, welke ik de vaij„ heid neem uw Hoog Edelheeden bij deesen in kopie aan te bieden, sal vertoonen. Waarmeede dan deese so netelige en onaangenaame saak der mooren voor altoos afgedaan sijnde, terwijl de maatschap „pije, schoon ook ƒ 30000: –. betaald, nu nog op het geen deese vermiste en absent geraakte, zeelieden onder ultimo Augus„ „tus 1781. en 1782. , toen de anderen sijn formeel gemaakt, bij de soldij boeken te vooren stonden tot ƒ76091. 19. —. ten haaren voordeele afschrijfd en Confisqueerd eene somma van ƒ46091. 19. –. buiten de rekeningen van de moorse zeevaerende die in 1783. met het schip De vrijheid genomen en niet weder te regt gekomen sijn, soo hoop ik dat mijn gehan„ delde uw Hoog Edelheeden goedkeuring weg draagen sal en dat hoogst deselve dienvolgens Haare hooge toestemming sullen gelieven te geeven dat een ider der meergedagte 3. sa„ „rangs, 6. Tandels en 274. gemeenen Matroosen, die vermist en absent sijn, bij de boeken voor haar aandeel in voorschree „ven 30000: - guldens worden gedebiteerd en de meerder te voo„ „ren staande Gagien van deselve tot ƒ46091. 19. — volgens Uw Hoog Edelheeden vorig bevel geconfisqueert en afgeschre „ven worde, waar na ik mij vleije dat er nu deese saak ten eind gebragt is, mogelijk wel gelegentheid sal weesen, om soo niet door de presente saakbesorgers, die men nu veilig kan laaten looper door anderen, moorse zeevaerende te bemagtigen, die volgens het gebruik in Bengalen behandeld worden, eeniglijk met Waarmeede de Eer heb seer nedrig te verblijven - /:onder„ „stond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijd Ge „biedende Heer, en wel Edele gestrenge Heeren, uwer Hoog Edelheeden seer ootmoedigen en Trouw„ schuldigen Dienaar. /:was geteekend :/ A: J: Sluijs„ ken /:in margine:/ Souratta den 5:' Januarij A:o 1787. deese inschikking dat er ider Jaar twee maanden vermaking aan haare familien hier word betaald. De hoop dat het uw Hoog Edelheeden nu deese Directie in alle haare voorregten en Privilegien hersteld is, welke se hier voor den oorlog heeft gehad welgevallig sijn sal, wan„ „neer van derselver staat omstandig worden g'informeert, doed mij nedrig de vrijheid neemen, hoogst deselve hier neevens aan te bieden Eene door mij ten dien einde vervaardigde Memorie en Beden¬ „kinge. Accordeert 7 PDJ. Kuipken ƒ deese &
English
No 2 94. We the undersigned agents of the Moorish seafarers of the Noble Dutch Company hereby declare that we have been satisfied and paid by the court agent of the said Company Mhamet Areff on behalf of the Honorable Respected Lord Director Abraham Josias Sluijsken for all those wages and monthly allowances which the Moorish seafarers, who before the War or before the wharf was taken by the English were procured by us for the Company and sent from here with the Dutch ships, and who whether at Batavia, Malacca or any other place have died, gone missing and deserted, indeed who are gone and are no longer found among the papers, and that we have received everything for that and therewith are satisfied in full, Translation of a General Receipt of the agents of the Moorish Seafarers, granted before the Nabob of this City Mier Havis Eldhien Emmetchan Bhadur and confirmed by His Excellency's Great Seal, concerning all the Moorish seafarers who were sent to Batavia before the War and have since died or gone missing. At the top stood the Great Seal of the Nabob affixed by His Excellency himself. L:S: promising never to make any action or claim against the same Company on that account. Souratta the 14th of June 1786. was signed: Nettoe Rettingie the broker of the Sailors Kellian Gowinjee the broker of the Sailors Bietjoe Baaijdas the broker of the Sailors. The Moorish sailors who were sent to Batavia before the War, the claims of these people, their wages and money, have in my presence been paid in full to the Brokers or agents. I acknowledge that regarding that matter they have nothing more to claim from the Dutch Company. below stood: The seal of the Darogha or secretary of the Nabob and writer of the Moorish Sailors Resietchan. below stood and signed: Mhamet Areff Vakil as witness Agrees. J: Van Colanen Examined. Lower stood: No. 3 Souratta. E Claessen Examined. Memoir and Reflections on the state of the Directorship of Souratta drafted by the undersigned titular Director and respectfully presented to Their High Nobilities The High Noble Most Honorable, Far-Ruling Lord Mr Willem Arnold Alting, Governor General, together with The Honorable Stern Lords Councilors of the Indies Memoir and Reflections on the state of the Directorship of Souratta. Reasons for the drafting of this paper. The hope that it will perhaps be agreeable to Their High Nobilities as well as to the Gentlemen Majors, now that this Directorship after the concluded peace has been returned and has been restored in all its old Prerogatives and Privileges, to be informed in detail of its true present state and condition. In which having been reinforced even more by the consideration on the one hand that twenty years have already elapsed during which no Memoirs, as otherwise according to the order one Commander is obliged to leave behind for his successor for instruction, my predecessor the Honorable Stern Lord Councilor of the Indies and present Governor of Ceylon having been prevented therein by the war and His Honor's prisoner of war status. F 41. ƒ2. 96. war and His Honor's prisoner of war status. And on the other hand, that the affairs of Surat have nevertheless changed very much since the Year 1750, when the late Noble Lord Councilor of the Indies and Surat Director Schreuder wrote his Memoir, such that those times differ very much from the present with regard to the state of the city, its government, trade, and navigation. Has made me resolve to compile this Memoir or Reflections on the state of the Directorship and to offer it to Their High Nobilities, in the flattering hope that my conduct will find Their highest approval. In the compilation of which, besides an experience of 20 Years that I have the Honor of serving the Company here and which I flatter myself has caused me to acquire a reasonable local knowledge, I have made use of the Memoirs of the Noble Lord Schreuder for his replacement Lord Pecoek dated the 30th of September 1750, a paper that is still of the Highest value for anyone to whom the administration is entrusted, although a course of 36 years, change of times, and especially of the Surat Government, have made very many alterations therein; while I have also taken to my assistance the Memoir of the Noble Lord Taillefert for his replacement Lord Drabbe dated the 15th of March 1760 and of the Noble Lord Senff for his Replacement Lord Bosman dated the 31st of December 1768: Wherewith then proceeding to the Memoir itself, I make a beginning with the description of the directorship in General. For the rest, I have recorded the condition of this Directorship with everything pertaining thereto, as well as of the city and its Government, and especially also of the Trade of the Company there, sincerely and in the best of faith, and taken the liberty to speak my mind candidly on matters and events which my predecessors viewed differently, and regarding which experience has taught me that Their Honors were misled, in the hope that this will be favorably forgiven me, as it is done solely to place in a clearer daylight the matters in which Their Honors were mistaken, and to serve my Highly esteemed Masters according to duty. ƒ 8. 53. ƒ 4. 75. - . ƒ 6.
Dutch transcription
No 2 94. Wij ondergeteekende saekbesorgers der Moorse zee„ vaerende van de Edele Nederlandsche Compagnie verkla¬ „ren hier meede, dat wij door den Hofganger van geseide Compagnie Mhamet Areff van wegens den Wel Edelen Agtbaeren Heer Directeur Abraham Josias Sluijsken sijn te vreeden gesteld en voldaan, voor alle die gagien en maendgelden, welke de Moorse zeevaerende die voor den Oorlog, ofte dat de werff door de Engelschen genomen is, door ons aen de Compagnie besorgd en van hier met de Hollandsche scheepen versonden sijn en die het sij op Batavia, Malacca of eenige andere plaets overleeden vermist en gedeserteerd sijn, immers die weg sijn, en niet meer bij de papieren worden gevonden en dat wij daar voor alles hebben ontfangen en daar meede van alles Translaat van eene Generale Quitancie van de sackbesorgers der Moorse Zeevaeren„ „de, verleend voor den Nabab deser Stad Mier Havis Eldhien Emmet„ „chan Bhadur en door sijn Excel¬ „lenties Groot Zegul bekragtigd van alle de Moorse zeevaerende welke voor den Oorlog na Batavia verson¬ „den en seederd overleeden of vermist sijn. /: Boven aen stond het Groot Ze„ „gul van de Nabab door sijn Excellentie selfs geset. (L:S: voldaen voldaen sijn, beloovende om des weegens geenige Actie ofte vorderinge op deselve Compagnie immermeer te sullen maken. Souratta den 14:e Junij 1786. /:was geteekend:/ Nettoe Rettingie de makelaar van de Mattroosen Kellian Gowinjee de makelaar van de Mattroosen Bietjoe Baaijdas de makelaar van de Mattroosen. De moorse mattroosen die voor den Oorlog na Bata„ „ria sijn gesonden, de voorderingen van deese menschen haer gagie en geld sijn in presentie van mij aen de Ma¬ kelaars of saekbesorgers alles en alles voldaen. Ik beken¬ „ne dat over die saek van de Hollandsche Compagnie niet meer te vorderen hebben. /:onderstond:/ Het zegul van den Drogha of secretaris van den Nabab en schrijver der moorse Mattroosen Resietchan. /:onderstond en geteekend:/ Mhamet Aresf Wachiel als getuige Accordeert. J: Van Colanen de berwre seer /.Lager stond:/ No. 3 Souratta. E„ Claessen Nagesien. Memorie en Bedenkingen over den staat der Directie van gen van dit schriftaur redenen tot het vervaarden De Hoope dat het mogelijk Haar Hoog Edelheedens so wel als de Heeren Majores welgevallig zal zyn, wanneer hoogst deselve nu dese Directie na de gesloo„ „tene vreede terug gegeeven; en in alle haere oude Voor-regten en Privilegien hersteld geworden is, om „standig worden g'informeert van derselver waere tegenswoordige staat en toestand. In welke nog te meerder synde versterkt geworden, ont overweging aen de eene syde, dat er nu al twintig jaren syn verlopen, en welke er geene Memorien, so als anders volgens de order den Eenen Gebieder Ver„ „pligt is, aan den anderen zynen opvolger ter instruc„ tie natelaeten, synde den WelEdelen Gestrenge Heer Raad van Jndien, en presenten Gouverneur van Ceilon, mynen anteresseur daar in door den Memorie en Bedenkingen over den staat der Directie van Souratta door den ondergeteekenden Directeur tetu„ „lair opgesteld, en in Eerbied gepresen„ teerd Aan Haar Hoog Edelheeden Den Hoog Edele Groot Agtbaeren, Wydge„ biedenden Heer. Mr Willem Arnold Alting. Gouverneur Generaal, benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Indien oorlog F 41. ƒ2. 96. oorlog en syn Edeles krygsgevangenisse verhindert geworden. En aan den anderen kant, dat egter de souratse saeken sedert den Jare 1750, dat den Edelen Heer overleden Raad van Jndien, en sourats Directeur Schreuder zyne Meno„ „tie schreeff. seer veel verandert syn sodanig dat die tyden met de tegenswoordige met betrekking tot den staat der stad haer regeering handel en scheep„ vaart seer veel verschillen. Heeft my doen beslanten om dese Memorie of Beden„ „kingen over den staet van de Directie te samen te stellen, en Haar Hoog Edelheeden aantebieden, in deese streelende hope, dat mijn gedrag Hoogst derselver goed keuringe vinden sal. In welkers te samenstellinge, ik mij buiten een on„ „dervinding van 20 Jaren, dat ik d' Eer heb, de Maat„ „schappy alhier te dienen, en ik my vleye dat my een redelik locale kenniss heeft verkrygen doen, be¬ „diend hebbe, van de Memorien van den Edelen Heer Schreuder voor synen vervanger den Heer Pecoek ge„ „dagteekend den 30. September 1750, een schriftuus, dat als nog van de Hoogste waerde is, voor iemand loop van 36 jaren, verandering van tyden, en voor gemeen. maak ik een aanvang met de beschryving van de directie in het Generaal. welke het bestier woord vertrouwd, ofschoon ook een ver van de disertie in hital, Waer mede dan overgaande tot de Memorie selven, so Voor het overige heb ik den toestand deser Directie met alles wat daar toe gehoord, mitsgaders van de stad en haere Regeering, en voornamentlyk mede van den Handel van de Maatschappy aldaar, op= regtelyk en met de beste trouwe te boek gesteld, en de vryheid genomen, om myn gevoelen rondborstig te seggen, over saeken en gebeurtenissen, welke myne predecesseuren anders hebben beschouwd, en waar omtrend my de ondervinding heeft geleerd dat haer Edele misleyd geweest zyn, in hope dat my sulx gunstig vergeeven worden sal, als het selve alleen geschied, om door, de saken waar in Haar Edelen g'abuseert geweest syn, in een klaerder dagligt te stellen, myn Hooge waerde Betaelsheeren na ge¬ houdenisse te dienen al van de souratse Regeering, daar in seer veel alteratien hebben gemaakt, terwyl ik de Memorie van de Edele Heer Taillefert voor synen vervanger den Heer Drabbe, ge= dateerd den 15 Maert 1760 en van den Edelen Heer senff voor synen Vervanger den Heer Bosman geda„ teerd den 31 December 1768 mede te hulpe genomen heb: al ƒ 8. 53. ƒ 4. 75. - . ƒ 6.
English
97 The designation of Director is necessary. Which designation appears to me to have arisen solely from its very nature and quality, as the first founders and establishers of the greatness of the Noble Dutch East India Company provided its offices in Persia, Bengal, and here with the designation of Directorates, because they were situated and established in the land of a foreign sovereign, and solely by his permission for trade, which is directed and governed. Wherefore those who have had the honour to be charged with this here have also, from the beginning, always been given the title of Director, with rank next to the Governors. A title and designation which here (be it said with respect) is necessary, because in these regions all customs acquire the force of a law, and everything is regulated and governed according to these customs or costumados. Consequently, the native rulers, as well as the common people, are accustomed to this designation; they can form no idea of any other title, and especially not of that of Commander, and would assume either that the Company has altered the Directorate itself, or that the person who bears that title is deprived of the trust of his High Superiors, and stripped of the authority that his predecessors had, from which both a discredit and distrust of the Company, as well as a contempt for the person who finds himself at the head of affairs, would proceed. And this would cause the power and the influence which the Noble Company, notwithstanding all opposition from the English, has preserved for itself up to now, to disappear entirely, where it is necessary that it continue to preserve the same, in order to be able to make use of it again, should the English ever leave the Castle, and might hand it over to another sovereign as they have done with Broach; for then, without contradiction, this very power will bring it more, indeed infinitely more advantage, than the small salary paid to a Director can amount to. Moreover, it would cause this latter to lose the parity with the town Governor and the English Chief, which has been granted to him up to now, and which is highly necessary for the maintenance of the Company's privileges. The military and other public honours which he enjoys equally with the town and Castle Governors would be contested with him, as has already occurred by the English Government after the restoration of the Directorate with respect to the full military honours, as appears from our resolutions of 5 and 27 August, as well as 5 September 1785; and he would in the end be considered not as the minister of a sovereign power in India, but equally with the French and Portuguese chiefs as the agent of a society of merchants; indeed, possibly these too would before long dispute precedence with him. 98 Usefulness of this Directorate. Profits in 18 years before the war. Profits since the war. The same will thankfully not diminish. Since the usefulness of this Directorate for the Noble Company cannot be denied, when one takes into consideration: A. That the profits have amounted in the last 18 years before the war, during the Directorates of the Messrs. Senff, Bosman, and van de Graaff: In the 5 years of the first, each year ƒ 530707:16:8. In the 8 ditto of the second, each year ƒ 388446:1:—. In the 5 ditto of the last, each year ƒ 436495:9:—. ƒ 1355649:6:8. And that the expenses on the other hand having been large during the administration: Of Mr. Senff each year ƒ 89456:8:—. Of Mr. Bosman each year ƒ 96089:5:8. Of Mr. Van de Graaff each year ƒ 65323:3:—. ƒ 250868:16:8. And remains as net profits ƒ 1104780:10:—, making for each year... ƒ 548260:3:— This Directorate has brought the Company annually an advantage of ƒ 548260:3:—. And that the profits since the war would have far exceeded these, had we been able to be supplied with merchandise, in view of the higher prices; for in the financial year 1784/5 the profits on ƒ 118302:12:8 were scarcely 200 ¾ percent or ƒ 237586:19:8, while after deduction of the expenses to ƒ 46345:13:8 there still remained in net advantage ƒ 191241:6:— on a single shipload; and in the financial year 1785/6, there was gained on the amount of circa two-thirds of a shipload to an amount of ƒ 105490:4:—, 258 ½ percent or ƒ 272669:17:8, and after payment of the expenses to ƒ 54635:16:8, there remained net in profits ƒ 218034:1:—; so that this and that appears more clearly from the transmissions under the annexes Letters A and B. While in my view there appears to be no apprehension that the Surat trade will diminish. B. That when to this are added the profits on the returns which are annually sent from Surat to the Netherlands, Batavia, and the Cape to an amount of ƒ 300000:—, taking one year with another calculated at 60 percent on average, the Homeland goods yielding more, to an amount of... ƒ 180000:—:— ƒ 360260:3:—
Dutch transcription
97 de benaming van De recteur is nodig Welke benaeming het my toeschynd, alleen te syn Voort„ gekomen uit haeren eigenen aard, en eigenschap als heb„ „bende de Eerste stigters en grondleggers van de groot= heid van de Edele Nederlandse Oost Indische Compagnie haere Comptoiren en Persien, Bengalen en hier, met de benaeming van Directien Voorsien, om dat gesee„ ten en opgezigt waren in het Land van een vreemd souverain, en met syne toelating alleen tot den stan„ „del, welke gedirigeert en bestierd word Weshalven dan ook die geenen die d' Eer hebben gehad hier mede gechargeerd te syn steeds van den aanvang den titul van Directeur gegeeven is, met tang naest de Gouverneurs Een Titul en benaaming die alhier (:het sy in Eerbied ge„ zegd/ noodsakelyk is, om dat in deeze gewesten alle ge Woonten, de kragt van een wet verkrygen, en dat alles na dese gewoonten of Costumados geneegeld en bestierd word, bygevolge syn de Inlandse Regenten, so wel als het gemeen aen dese benaming gewend, sy kun„ „nen sig van geen anderen titul, en voor al niet van die van Gesaghebber eenig ider formeeren, en on„ derstellen of dat de Compagnie de Directie op sig zelven verandert heeft, of dat den geenen, welken dien titul draagd versteeken is van het vertrou„ „wen syner Hooge Superieuren, en ontblood van het En dit soude het vermogen en den invloed die de Edele Compagnie, niet tegenstaende alle tegenkantingen der Engelschen, sig tot nog toe geconserveert heeft, ten eenemaelen verdwynen doen, daar het nodig is, 512. boven dien so zouden het deesen laatsten doen verliesen, de gelykstandigheid met den stads Gouverneur, en den En„ „gelschen Cheff, welke hem tot nog toe is toegestaan, en die hoog nodig is tot mantien van sComp. s voorregten de Militaire en andere publique Eerbewysen die hy ge¬ „lyk met de stads, en Casteels Gouverneur geniet, soude hem betwist worden, so als door de Engelsche Regee„ „ring bereeds, na de herstellinge der Directie geschied is, ten aensien van het volle militaire honneur bly„ „kens onse resolutien van den 5 en 27 Augustus, mits. „gaders 5 september 1785. en hy soude op het laast worden geconsidereerd niet als de minister van een souveraine Mogendheid en Indien, maar gelyk met de fransche en Portugeesche opperhoofden als den Agent van een Genoodschap van Cooplieden, ja mogelyk soude ook deese hem den voorvang eerlang betwisten gesag dat syne voorsaten hadden, waar int so wel een dis„ „credit en wantrouwen van de Compagnie; als een min„ agting voor den geenen welke sig aan het hoofd van sa „ken gesteld vind, voortvloeyd. bepen dat 18. 59 10. ƒ 11. 98. nuttegheid depr Directie Kinsten in 38 Jaeren voor en Oorlog winse sedert de orlog. selve sullen dankelyk met verminderen. dat sy het selve bewaeren blyf, omme daar van weder ge„ bruik te kunnen maken, se de Bratten het Casteel eens verlaten, en so als zy Broethra gedaan hebben aan een ander souverain overgeeven mogten, want dan sal haar buiten tegenspraek dit zelve ver„ mogen meerder ja onenndig meerder voordeels toebrengen, als de weinige gagie, aan een Direc teur bedragen kan Aangesien de nuttagheid van dese Directie voor de Edele Compagnie niet kan worden tegen sprooken, wanneer men in aanschouw neemt, A Dat de wansten hebben bedragen in de 18 laaste Jaren voor den oorlog geduurende de Directien van de Heeren Sentf, Bosman en van de Graaff Jn de 5 Jaren van de Eerste, jder Jaar ƒ530707:16:8. „ „ 8 _o „ „ Tweede „ _. „ 388446:1:—. „ 5 — „ laatste _o „ 436495: 9: ƒ1355649:6:8: En dat de Lasten daar en teegen groot synde geweest geduurende het bestior Van de Heer Senff ader Jaar. - ƒ89456:8. „„ — Bosman „ — „ 96089:5:8. „ „ — Van de Graaff. — „ 65323: 3:—: „ 250868: 16:8. En voor suivere winsten overschiet. ƒ 1104780: 10:— ƒ 14. Terwyl er na myn insien geen apprehensie schynd te zyn, dat den souratschen handel verminderen sal, Deese Directie de Compagnie Jaarlyx heeft aangebragt een voordeel van. . . . . . . . ƒ 548'260: 3: —„ En dat de Winsten sedert den oorlog dese verre soude heb„ ben te boven gegaan, hadden wy met Coopmanschappen kunnen worden voorsien, aangesien de hoogere prysen want in het Backjaar 178 9/5 zyn de winsten op ƒ18302:12:8: geweest 200 ¾ pC:t schaars of ƒ237586:19:8. terwijl er na aftrek van de Lasten tot ƒ 46345: 13:8. nog aan sny„ vere voordeel overschoot ƒ791241: 6:— op een enkelde scheepslading, en in het Boekjaar 178 /6, is er op het bedragen van C: C: twee derde deelen, van een scheeps lading tot een montantjen van ƒ105490:4:, gewonnen 258½ prC:t of ƒ 272669:17: 8 en er is na afbetaelinge der Lasten tot ƒ54635: 16. 8, aan winsten suiver overgeschoo„ „ten ƒ218034—1 —: invoegen dit een en ander by de zen„ „dementen onder de bylagen Letts As B klaerder ge. makende voor ider Jaar. . . . B3/ Dat wanneer hier by worden g'addeert de win„ „sten op de retouren, welke jaarlyx van Souratta na Nederland Batavia en de Caab, versonden worden tot een bedragen van ƒ300'000:-, het eene Jaar door het andere geslagen gecalculeert tee„ „gen 60 prc=o door een, gevende de Vaderlandse meerder tot een montant van. . . . . . . . „ 180000: —:— ƒ360260:3:—: makende 10. 4 13. blykt. .
English
99. Question whether upon closure the advantage would be granted as is obtained here. Opinion regarding this, provided only that the import of sugar etc. by private individuals from China and from Bengal is not too large, for that alone is what causes us very great detriment here; I shall hereafter, when I speak of the trade itself, show how it might be conducted. Thus there remains only the question, so momentous for the Noble Company, whether, in case Her Honours should resolve to close the Surat Directorate, one could dispose of so much more merchandise on the Malabar Coast as Surat consumes, with profits proportioned to the distance of Cochin from the capital, and at the same time provide the Company from there with Surat linens, in such a manner that it would lose nothing by the closure of this Directorate. And regarding this question, having to declare my thoughts with humble submission to better judgment, with that sincerity which the interest of my masters and the confidence that Her High Noble Honours have been pleased to place in me require of me, the local knowledge which a twenty-year stay in Surat has caused me to acquire induces me to fear. And this fear, besides what the Noble Lord Paillefert has advanced in his memoir cited above, under the title of the Directorate in general, pages 58 to 31, pages 1, 2 and following, is, in my humble judgment, founded on the following evident truths: A. That, there being no, or indeed no noteworthy direct navigation between Surat and the Malabar Coast, or properly speaking Cochin (since the few products that the one place may yet receive from the other are brought and transported by vessels that call there by chance), it would be necessary to send express vessels thither for the collection of the Company's trade goods, which vessels would thus have to recover all their charges and expenses, not to speak of their profits, solely from the aforesaid trade goods. That the Company, with the closure of Surat, would lose, without recovering anywhere, those profits which Her Honours currently obtain there, at least on the coarse trade goods; for the spices would have to be purchased from the Company at one place or another, though likely not in such a quantity. That B. 715. 416. f 17. 100. B. That when one considers that the freight of a vessel capable of loading fully 2000 canasters or 7000 picols costs 3700 rupees a month with wages, provisions, premiums, etc., which for 4 months amounts to 14800 rupees; and that if to this is added 4 percent interest, 3 percent insurance, 5 for customs at Surat, and 4 for brokerage, warehouse rent, carriage charges could be 16 percent, the difference in prices between Cochin and Surat would have to be at least 3 rupees on a picol, making nearly 33 percent on the purchase price, in order to be able to gain anything on it. C. And that in order to obtain this profit, the merchandise at Cochin would have to be sold so much lower in price, or would have to rise so much higher in value at Surat: two unavoidable alternatives, both of which are equally detrimental to the Company in their consequence and outcome. Section 18. Because if the merchandise is sold so much cheaper at Cochin, this will indeed cause a larger quantity of trade goods to be vended there than at present, but will never yield a proportionate profit. A truth that is corroborated by experience, which teaches me and everyone who knows this place that Surat consumes 10000 canasters of powdered sugar sooner when it is at 15 rupees and below the picol, than it consumes 5000 such canasters when For besides that so much copper, lead, and tin is brought to Bombay that the price of ours must already suffer noticeably thereby, it would at least certainly find no merchant for such increased prices, and the Company would have to seek another outlet therewith, while here the use of all Batavia sugar would be completely abandoned; the rich would use Chinese and Bengali sugar, and the common man would make do with sugar that grows and is made here in the country, and chiefly around Bassein, which is very white and has only this defect, that it causes milk, when boiled therewith, to curdle or separate. And that if, on the contrary, the same trade goods must rise so much higher in price at Surat, the entire consumption of the Company's ordinary merchandise will cease completely. without 720. 521.
Dutch transcription
99. quastie of by opbrake de voordeel sou geeven als hier behaald nord. gevoelen daar omtrend so maar den aanbreng, van Suyker etc: door particu„ „lieren van China en uit Bengalen, niet al te groot is, want dat alleen is het geen ons hier seer veel nadeel doed, sullende ik hier na wanneer ik van den handel op sig selven spreeken sal, doen sien, hoedanig die souden kunnen worden gedreeven so blyft er nog maar over de voor d'Edele Compagnie so aangeleegene kwestie, of in val haar Edele tot de opbra Mallabaar / veel meerder e van de Souratse Directie besloot, men op de Mallabaar redenen voortselve so veel meerder Coopmanschappen als souratta vertien met na den afstand van Cochim van de Hoofdplaats geproportioneerde winsten, soude kunnen van de hand setten, en de Compagnie van daar tevens met sourat„ se Lywaten voorsien, sodanig dat deselve by de op„ „brake deser Directie niets verleesen soude En omtrend welke queestie, dan mijne gedagten, met needrige onderwerping aan beeter oordeel moeten. „de verklaeren, met die opregtheid, welke het belang myner Betaalsheeren, en het vertrouwen dat Haar Hoog Edelheeden in my hebben gelieven te stellen, van my vordert, so induceerd my de locale ken „nisse welke een twintig Jarig verblyf, my van souratta heeft doen verkrygen, om te vreesen, En welke Vreese, buiten het geene den Edelen Heer Paille„ fert, en zyne memorie hier voren aangehaeld, Tit van ^ heeft g'avanceert de Directie in het Generaal 58 tot 31 pagt 1 2 et segg ^ na myn gering oordeel gegrondet is, op de volgende eer„ „dente waarheeden. A/ Dat er geene immers geene naamwaerdige Direc„ te vaert tussen Souratta en de Mallabaar of ergent„ „lyk Cochim synde, /:daar de weinige producten, welke de een van de andere plaats nog ontfangen mag„ door Vaartuigen die by geval aldaar aangieren, wor¬ „den aangebragt en vervoerd:/ het nodig soude zyn om expresse vaartuigen tot den afhaal van Hom„ pagnies handelwhaeren, derwaerts te zenden, en welke vaartuigen alle haere Lasten en on¬ „gelden om niet te spreeken van haere voordeel „len, dus alleen uit de voorsz: handelwharen sou„ „den vinden moeten. dat de Compagnie met de opbraeke van Souratta ver„ „liezen zouden, sonder ergens te recouvreeren, die voordeelen, welke haar Edele er thans behaald, ten minsten op de grove Handelwhaeren, want de spe„ „cerijen souden op de een of andere plaats schoon denkelyk niet en sulk een quantiteit, van de Compagnie moeten worden gekogt dat B/ 715. 416. ƒ 17. 100 B/ Dat wanneer men considereerd dat de huur van een vaar tuyg dat ruym 2000 Cannassers of 7000 picols laden kan„ 's maends met gagien, provisien, premien etz: kost 3700 ropyen, het geen voor 4 maenden bedraegd 14800: roppen en dat so hier by komt 4 procente intresse 3 pC: As„ surantie, 5 voor Thol te souratta, en 4 voor spellage Horrygelden, opdraegen pakhuishuur soude kunn 16 procento, het verschil en de prysen, tusschen Cochim en Souratta, ten minsten 3 ropijen op een pecol„ makende byna 33 procento op den inkoop syn moe om er iets op te kunnen gowonnen. c/ En dat om dese winst te behaelen, de koopmanschap „pen te Cochim so veel minder in prys soude moeten werden verkogt, of so veel hoger in waerde te sou „ratta rijsen moeten twee onvermydelyke alterna „tiven die beide in haar gevolg en uitkomst even na „deelig voor de Maatschappy syn. § 18. Om dat so de Coopmanschappen te Cochim so veel minder verkogt worden sulks aldaar wel een groter quanti tert Handelwharen als thans zal doen slyten, doo nimner een geproportioneerd voordeel aan bren gen. En dat so deselve Handelwharen daar en tegen te Eene Waarheid die gestaafd is door de onder„ „vending, welke mij en een jeder die deese plaets kend leerd dat souratta eerder 10000 Cannossen Poedersuiker vertierd dan, wanneer zo op 15 ro pijen, en daar beneeden de Siol is, als ze 5000 gelyke Capnassers consumeert, wanneer Want buiten dat er so veel koper Lood en Thin na Bombay gebragt word, dat de prys van het onse„ daar door nu al merkelyk lyden moet, so soude hetselve althans, seker geen koopman voor sulke ver hoogde prysen vinden, en sou de maatschappy daar me„ „de een andere intweg soeken moeten, tewyl men hier het gebruik van alle Bataviase siiker, ten eene„ „malen afschaffen soude, den Ryken soude Chinase en Bengaelse suyker gebruiken, en den gemeenen man sig behelpen, met suiker die hier in 't Land en voornamentlyk omtrend Bassyn groeit en gemaakt, die heel wit is, en eeniglyk dit ge brek heeft dat hy de welk, wanneer daar mede gekookt word kaassen of schiften doet. Souratta so veel te hoger in prys stergeren moeten den geheelen verthier van 'sCompagnies gewone Coopmanschappen geheel ophouden sal. son 720. 521.
English
101. no Surat linens are supplied the price has risen to 17 ropijen per picol. 522. Caused by the fact that the same sugar and many other merchandise, when they are at the first-mentioned or a moderate price, are transported from here to Bouwnager, brought from there to Chind, carried up the Indus, exchanged there for poetjoek, cow tails, and very fine wool, brought to Tibet, and consumed in the territory of the Grand Lama, and that this far-off market no longer takes place when the prices are unusually high. One cannot from Cochin with Just as well-founded as my fear is now, that by abandoning Surat, the company would lose all advantages obtained here on all merchandise, outside the spices, and which in 1784/5 and 1787/6 amounted to no less than f 127564:16:— with a single ship, just as undoubtedly, indeed it seems almost impossible, to provide Your Honors of Cochin with Surat linens; on the contrary, if the Company wished to continue trading in them upon the breaking up of the directorship, it would be forced to have the same collected here by commissioners. Here never linens in In order to be also convinced of which, it should be known 723. A defect that is irreparable, because it flows from the political and religious institutions of this country. The Hindus or Hindustanis, the first and original inhabitants of India, are divided into 84 castes or occupations, all with the same religious sentiments. A shoemaker may boast that his ancestors have made the best shoes for thousands of years, and that his descendants will make them until the end of the world, it not being possible for them to begin or take anything else in hand, because he who leaves his caste is accepted nowhere, and in this manner are the cotton beaters, spinners, weavers, printers, etc. But this same system having introduced no wholesale buyers or traders in linens, by which I mean those who have linens made in stock in order to sell them afterwards in lots to their advantage, one cannot obtain them other than by contracting. It would therefore, as said, after the breaking up of the Directorship, be necessary that the company kept commissioners here for making the contracts and collection, if it wished to obtain good stock to be obtained that no one, whoever he may be, whether he lives in nearby Bombay, indeed even if he lives in the city itself, is able to procure any linens, not even for daily use in an extensive household, other than by contracting. One will often not be able to get a corge of chintz in Surat, and these are the reasons that from a contract of three lakhs of ropijen, sometimes single bales, indeed single corges, must remain unfulfilled. that linens for reasons 5. 25: 5. 26:
Dutch transcription
101. geen sourats Lywaten worden voorsien de prijs gereesen is tot 17 ropijen ider picol. 522. Veroorsaekt door dat deselve suyker en veel ande¬ „re Handelwharen, wanneer de op de eerstgemelde of eene gemaligde pris zyn van hier worden ver„ voerd na Bouwnager van daar gebragt na Chind, den Jndus opgevoerd, aldaar tegen poetjoek, koe„ staerten en seer fyne wolle vervild, na den thibet gebragt, en in het gebied van den groten La„ ma geconsumeert, en dat dit Verre afgelegen debit¬ geen plaats meer vind, als de prysen buiten gewoon hoog zyn. Men kan van Corhim mit Also gegrond nu als myne vreese is, dat met Souratte te abandonneeren, de maatschappy verliesen soude al„ le voordeelen, welke hier op alle Handelwhaeren, buiten de speceryen behaald worden, en die in 1784/5 en 178 7/6 wel ƒ127564:16:—, met een enkeld schip bedra. „gen hebben, also ongetwyffeld, ja genoegsaem ondoenlyk scheind het om Haar Edele van Co„ chim met Souratse Lywaten te voorsien, in teegendeel sou de Compagnie so by opbrake van de directie daar in wilde blyven negotieeren, gedwongen syn deselve alhier door Commisseanten Hier nooijt lijwaaten in te doen insamelen Om waar van ook al overtrugd te wezen, geweeten dien 723. Een gebrek dat onherstelbaar is, om dat het voortvloeid uit de politicque en Godsdienstige insettingen van dit Land, De Hindoos of Hindostanners de Eerste en oirspronkelijke Inwooners van Indien sijn in 84: Casten of besigheeden verdeeld, alle met deselve Godsdienstige gevoelens; Een schoenmaker mag bootsten dat sijne voor ouders duisenden van Jaaren de beste schoenen hebben gemaakt, en dat sijne nakomelingen die tot het einde der wae„ „reld maken sullen, als sijnde het haar niet mogelijk iets an„ „ders te beginnen of bij der hand te neemen, om dat den geenen die sijn Caste verlaat nergens aengenoomen word, en op deese wijse sijn de Capok kloppers, spinders, wevers, drukkers enz:, dog dit selve sistema geene voorkoopers of handelaars in Lijwaeten, waar door ik de sulke versta, welke Lijwaeten en voorraed laeten maken om na dies ten haaren voordeele bij partijen te verkoopen, hebbende ingevoerd, kan men se ook niet anders als door aanbesteeding magtig worden. Het soude dus soo als gesegd na de opbraak van de Directie no„ voorraed te krijgen sijn „ dig sijn, dat de maatschappije hier tot het doen der aenbestee„ „dingen en Insaam Commissianten hield, wilde sij van goede dat niemand hij sij dan wie hij sij, het sij dat hij ook op het na bij geleegene Bombaij, Ja dat hij selfs in de stad woone, in staat is eenige Lijwaeten, selfs niet voor dagelijx gebruik in een uitgestrekte huishouding te bemagtigen, anders als door den „besteeding, men sal dikwerf in souratta geen korsjen Chitsen krijgen kunnen en dit sijn de reeden dat van een Aanbesteeding van drie Lakken ropijen somtijds enkelde pakken, Ja enkelde korsjes moeten onvoldaan blijven. dat Lijwaaten om reedenen 5. 25: 5. 26:
English
must be dispatched. And that the linens would indeed come at a higher cost, for it having been proven hereinbefore that none are to be obtained otherwise, experience would show that the assumption that the Surat or other merchants would send or bring linens to Cochin for sale to the Company is utterly devoid of foundation; no Surat supplier is willing to do such a thing to nearby Bombay on an uncertain footing and without them having been contracted for beforehand, inspected here and accepted; indeed, not without him already having enjoyed three-fourths of their amount in advance; it is a fixed custom in Surat that no one, from the smallest to the largest merchant or workman, delivers or works on anything before the amount for it has been sufficiently paid to him. These would have to be sent on freight. And these aforesaid commissioners, having collected the linens, would have to send them on freight to Cochin or Ceylon, which latter place might then perhaps still be preferred; which manner of negotiating, assuming that they were equal in assortments and quality to the present ones—with which one should, however, not flatter oneself—would increase the price of the linens by the following 30 3/4 per cent, specified here aside, to wit: For commission to the said commissioners, as the collection is a very difficult work, 5 per cent. Brought over: 5 per cent. During the collection one must daily be out of pocket as the goods come in; these monies would have to be sent beforehand from Batavia or Ceylon, for which there is no opportunity by bills of exchange, and it is not too much when one sets for the freight hither one, the risk three, and the interest for seven months 5 1/4, or together at 9 1/4 per cent. When the Company no longer has a trading post here, its privileges would cease, as will be shown hereafter, and it would thus, alongside other merchants, have to pay at least on par with the most privileged for: Tolls on the export from Brodera, Iamboeser, Brootchia, etc., 3 per cent. Import into Surat, 3 per cent. Which 6 per cent, calculated on half of the contracted orders that are manufactured in these places, amounts across the whole to 3 per cent. Export from Surat, 5 per cent, from which is deducted that which is presently paid upon export, being 2 1/2 per cent, thus leaving 2 1/2 per cent. Freight to Ceylon at least 8 per cent. And insurance thither 3 per cent. Carried forward: thus together 30 3/4 per cent. If one now calculates this 30 3/4 per cent on a delivery of returns amounting to f 300,000, the same amounts to a full f 92,250; and if one adds this sum to the profits on the imported coarse merchandise, excluding the spices, which were in 1784/5 from the cargo of only one ship f 130,426:2:— and in 1785/6 on only a 2/3 portion of the cargo, likewise of only one ship, f 124,703:10:8, the Company at Surat would, even when it is navigated with only one ship as in the last two years, miss out on well over two lakhs of rupees in profits, besides the profits on the spices; for those, although in smaller quantities, would still have to be bought at other places of the Company; so that there is no reason whatsoever for a dismantling of this trading post; on the contrary, it will appear hereafter, where I shall speak of the Trade, of what importance it has always been and still is. And concluding this question herewith, I shall pass on to: The right of residence and trade that the Company has in Surat, as well as its prerogatives and privileges there. As far as the first is concerned, or the right to have a trading post here and to conduct trade, as well as to be entitled to the protection of the sovereign of the country or those who represent him, without being subject to any laws and customs of the country, or to express it in a word, to enjoy the privileges of a subject without any obligations of that nature, this has been described in great detail in the posthumous memorandum of Mr. Schreuder of 30 September 1750, only observing in that regard: That in my humble opinion, the right of residence and trade is not to be regarded as a mere favor that is shown by the lord of the country to the Company and can be revoked or withdrawn at pleasure, as has indeed been asserted before, but on the contrary as a contract or agreement between the sovereign and the Honorable Company, by which the former has granted to the latter a free residence and the conducting of trade in his states and lands while enjoying some special privileges and prerogatives, and the latter has bound itself to the conducting of an extensive trade and the payment of certain fixed tolls and yearly presents. An agreement which cannot be broken by the sovereign of the territory or those who represent him as long as the Company fulfills its obligations, without a new proof or firman being necessary for it after the death of each sovereign and upon the accession of another, having been made without limitation of time, as Mr. Commissioner and Director Pieter Ketting thought in his report of 23 April 1698, and after him Mr. Taillefert in his memorandum, chapter of the Company's privileges, paragraphs 1 and 2.
Dutch transcription
102 „ten versonden worden. En wel de hier neevens ge„ hooger koomen. Lijwaeten voorsien worden, want hier vooren beweesen sijnde dat er anders geene te krijgen sijn, soo sou de ondervinding leeren, dat de onderstelling als of de souratse of andere kooplieden Lijwaaten souden senden of brengen na Cochim ter verkoop aen de Compagnie, van alle fundament ontblootet is, geen sou¬ „rats Leverancier wil sulx na het Bijgeleegen Bombaij doen op een losse voet en sonder dat se hem voor af aenbesteed alhier nagesien en geaccepteerd sijn, Ia niet sonder dat hij bereets drie vierde gedeelten van dies bedraagen voor uit ge„ „nooten heeft, het is een vaste gewoonte in Souratta, dat niemand, van den kleinsten tot den grootsten koopman of werkman iets leeverd of werkt, voor dat hem dies bedrae¬ gen genoegsaem betaeld is. Deselve souden op vragt moe, En deese voorseide Commissianten de Lijwaaten ingesameld heb„ „bende, souden se op vragt na Cochim of Ceilon moeten senden, welke laatste plaats dan mogelijk nog te prefereeren was, welke wijse van Negotieeren, de prijs der Lijwaaten, ondersteld dat se in sortementen en deugd aen de tegens„ „specificeerde 30. 3/4. p=r C=to „ woordige gelijk waaren, waarmeede men sig egter niet vleij„ en moet; soude verhoogen met de volgende 30 9/4: pro cento Te weeten. Voor provisie aan de geseide Commissianten, alsoo den insaam een seer moeilijk werk is - - . . . . . . . 5: — p:rC Geduurende den insaam moet men dagelijx in het verschot sijn, na maete dat de goederen te binnen koomen, deese gelden souden bevoorens Bereekend men nu deese 30: /: procento op een Leverancie van Retouren van ƒ300000:—. bedraegd, deselve wel ƒ 92250: —. en voegd men deese summa bij de voordeelen op de aengebragte groove handelwaaren, buiten de specerijen, welke geweest sijn in 178 24/5. van de Lading van maar een schip ƒ130426:2:—. en in 178 5/6. slegts op - 2/3. gedeelte der lading meede van maar een schip ƒ 124703: 10. 8. soo soude de maatschappije bij souratta selfs dan wanneer maar soo als in de twee laeste 2:½. „ dus te saemen. - . . . . . 30. 4. – – – – - - – - - 3:–. „ - - - - – – - - 8:–. „ — — – 3:–. „ S:r overdragt - . . . . . . . . . . 5: P: l: van Batavia of Ceilon moeten gesonden worden, waar toe op wissels geene geleegentheid is en het is niet te veel wanneer men voor de vragt na herwaards Een, de resiko drie en de interesse voor seeven maenden Wanneer de Compagnie hier geen Comptoir meer heeft en aen haar verpligting voldoed, souden haere voor„ „regten ophouden, soo als hier na sal worden aengetoond en soude sij dus, neevens andere Cooplieden, ten minsten gelijk met de het meest gepriviligeerde betaalen moeten voor Tollen bij den uitvoer van Brodera, Iamboeser Brootchia enz: - - - - - - - - 3: - P=r C=to - - - - 3. –„ Invoer te souratta - welke 6. p=r C=to gerekend op de helfte der aenbesteedingen die in deese plaatsen aengemaakt word, komt over het geheel - - - Uitvoer van souratta - - - - - - - 5. p„r C„to waar van afgetrokken word het geen tans bij den uitvoer word betaald sijnde - - - - - 2.½. „ vragt na Ceilon ten minsten — en Assurantie na derwaards- 5. ¼. of te saemen steld op - - - - - - - - - 9 /¼. „ — Die voortdrage. Iaaren 5. 27: van 3. 28: - 103. Het regt om hier een Comptoir schreuder beschreeven. en dat niet verbrooken kan Contract etz: tusschen den sou„ venain en de Comp. e is. Iaaren met een schip bevaaren is, nog ruim twee Lakken Ropijen aan voordeelen missen, buiten de winsten op de specerijen want die souden, schoon in mindere quantiteiten tog op an„ „dere plaatsen van de Maatschappije moeten worden gekogt, sulx er geene reedenen altoos is voor een opbraeke van dit Comptoir, in teegendeel sal hier agter, alwaar ik van den Handel spreeken sal geblijken, van welk een aengeleegend¬ „heid hetselve steeds geweest en als nog is. 5. 29. Ende hiermeede deese quaestie besluitende sal ik overgaan Het Regt van Seete en Handel dat de Maet„ „schappije te souratta heeft, mitsgaders tot Haere vorregten en Privilegien aldaer Wat het eerste betreft, of het regt om alhier een Comptoir te hebben is door den Heer te hebben en handel te drijven, mitsgaders geregtigd te sijn tot de Protectie van den souverain des Lands of die deselve representeeren, sonder aan eenige 'slands wetten en Gewoon„ worden. „ten onderworpen te sijn, ofte om het met een woord uit te drukken, om de voorregten van een onderdaan te genieten sonder eenige verpligtingen van die Natuur, is bij de nage„ latene Memorie van den Heere Schreuder van den 30: Sep¬ tember 1750. seer omstandig beschreeven alleen daar omtrend aenmerkende. Dat men na mijn gering gevoelen het regt van Seete en Handel Een over Eenkomst, welke door den souverain van het grond gebied of die Hem representeeren niet verbrooken kan worden, soo lang de maatschappije aen haere verpligtinge voldoed, sonder dat daarvan, als sonder bepaaling van tijd gemaakt sijnde, na de dood van ider souverain en bij de optredinge van een ander, Een nieuw bewijs of Fir„ man nodig is, soo als den Heer Commissaris en Derec¬ „teur Pieter Ketting bij sijn Raport van den 23. April 1698. en na hem den Heer Taillefert bij Sijne Memorie Capittel van 'tCompagnies voorregten 5: 1. en 2: gedagt Maar in teegendeel als een Contract ofte overeenkomst tus¬ „schen den souverain en de Edele Compagnie, bij welke de Eerste aan de laatste eene vrije Inwooning en het drijven van Handel in Sijne Staaten en Landen onder de genieting van eenige bijsondere Privilegien en Prae„ rogativen toegestaan heeft, en de laatste sig tot het drijven van een uitgestrekten handel en de betaling van sekere vastgestelde tollen en Jaarlijve geschen„ ken verbonden heeft. 't welk geen gunst maar een niet aanmerken moet als een enkelde gunste die van den Heer des Lands aen de Compagnie beweesen word en na goedvinden herroepen of ingetrokken worden kan, so als men i¬ wel bevorens heef g'avanceert. niet hebben tot 5. 30. §: 31. §. 33. §. 32.