Inventory 3728
Surat · 284 pages · 165 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
263. 264. The 18th May A=o 1786. The 18th May A=o 1786. and ordered him to pay the 2 months as now, there have been sent the following papers annexed hereto, namely: No 1. A roll of the Moorish seafaring men dated Batavia the 18th May 1785, who in the books of the ship Trompenburg, for 2 months' remittance, on the 19th January 1785 were charged to be disbursed and paid to their families here with - - - - - - - - - ƒ 2970. –. –. 2. A roll of such Moorish seafaring men, dated Batavia mid-June 1785, as were charged in the books of the ship Azia A:o 1784/5 for one, four, and five months' remittance respectively, to be paid in like manner to the families here with . . . . . . . . . ƒ 2187. –. –. 3. A roll of such Moorish seafaring men dated the last of July 1785, who in the books of the ship Willem Fredrik were charged for 4 months' remittance to also be paid off to the families here with ƒ 1044. –. –. 4. A roll of such Moorish seafaring men dated the last of July 1785, as were charged in the books of the ship De Jonge Hugo for one month's remittance under the last of July of the same year, to be paid as aforesaid to the families here - - - - - ƒ 1854. –. –. Total ƒ 8055. –. –. 5. A roll dated the last of June 1785, of such Moorish seafaring men as were found absent since the 1st of July 1784 until the last of June 1785, and according to the received and closed ship's pay accounts had a credit of - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 873. 12. –. Which are brought forward and No 6. A roll of such Moorish seafaring men as, according to the received closed pay accounts, both on the way with the ship Trompenburg to Batavia, and in the hospitals at Gale and at Batavia, have passed away and stand in debit - . . . . . . . . . . ƒ 324. 19. 8. 7. A closed pay account in the Moorish Hospital at Batavia of the Moorish sailor Nanna Narsing, whereby he has a credit of - . ƒ 94. 2. –. 8. A list of such Moorish seafaring men as have returned from Batavia with the ship De Diamant, and according to their closed accounts in the book of the aforementioned ship have a credit of ƒ 1279. 8. –. 9. A list of such Moorish seafaring men as died on the voyage hither from Batavia with the ship De Diamant, and according to their closed accounts in the ship's book have a credit of - - - - - ƒ 127. 10. –. Total ƒ 2699. 11. 8. most humbly requesting that Your Honorable Worships may strengthen him with your highest orders as to how he shall deal with these entries; With which he has the honor to call himself with deep respect at the bottom was written: Honorable Worshipfuls, and was signed: Egidius Meijer, in the margin: Suratta the 15th May 1786. It is approved and agreed to qualify the same pay bookkeeper to immediately deliver and pay to the agents 264. 266. The 18th May Ao 1786. The 18th May Ao 1786. and to confiscate the wages of the deserters to prevent desertion, to propose to the English, by the letter inserted below, the conclusion of a cartel agents of the Moorish seafaring men, or those who are entitled thereto, the two months' remittance that were charged at Batavia according to the rolls and specifications marked Nos 1, 2, 3, and 4, amounting together to a sum of ƒ 8055. –. –.; likewise to deliver and pay to the heirs of the sailor Nanna Narsing, who died in the Moorish Hospital at Batavia, that which was due to him at his death according to his closed pay account No 7, being ƒ 94. 2. –.; as well as to those Moorish seafaring men who returned from the Capital with the ship De Diamant, the amount due to them to the sum of ƒ 1279. 8. –. according to the memorandum No 8; and finally to the heirs of those Moorish sailors who died aboard the aforesaid ship during the voyage hither, the amount due to them as appears from the list No 9, being ƒ 127. 10. –. But, on the other hand, to announce to the aforesaid agents that there is confiscated for the benefit of the Company such sum of ƒ 873. 12. –. as the Moors who were found absent at Batavia under the last of June 1785, according to the roll No 5, had to their credit according to earned wages. Considering the great inconveniences and difficulties which arise at this office and are caused by the constant desertion among the military and seafaring personnel, especially during the presence of the ships, as the experience of many years and recently again during the lying in the roads of De Diamant has taught, and that here one has no other means at hand to prevent this than by letting all the crew remain on board without allowing anyone to come ashore, from which again great sicknesses arise on board, and that it would be a most desirable thing if one could be able to propose to the English ministry here But to
Dutch transcription
263. 264. Den 18:e Meij A=o 1786. Den 18:e Meij A=o 1786. en hem gelast de 2. maanden als nu te betaalen, N=o 1. Een Naamlijst der moorse zeevaarende Gedateerd Batavia den 18:e maij 1785. die bij de boeken van het schip Trompen- „burg over 2. maanden vermaking op den 19:e Januarij 1785. be= „last zijn geworden om aan derselver familie alhier uijtgekeerd en voldaan te worden met - - - - - - - - - ƒ 2970. –. –. 2. Een Naamlijst van zodane moorse zeevae „rende, gedateerd Batavia medio Junij 1785. als er bij de Boeken van het schip Azia A:o 1784/5. voor Een, vier, en vijff maanden vermaking resp=s belast sijn, om in gelijker voegen alhier aan de familie voldaan te worden met. . . . . . . . . „ 2187. –. –. Een Naamlijst van sodane moorse zevaarende gedateerd ultimo Julij 1785. die bij de boeken van het schip Willem Fredrik voor 4. maanden vermaking zijn belast geworden om almeede aan de familien alhier afbetaald te worden met „1044. „ 4. Een Naamlijst van soodane moorse zeevaerende gedateerd ultimo Julij 1785. als er bij de boeken van 't schip De Ionge Hugo voor Een maand vermaking onder ultimo Julij desselven Jaars belast zijn geworden om als voormeld aan de familien alhier betaeld te roorden - - - - - „ 1854. —. ƒ 8055. –. –. 5. Een Naam lijst Gedateerd tiltimo Junij 1785. van soodaene moorse zeevaarende als 'er seedert p=mo Julij 1784. tot ultimo Junij 1785. absent sijar bevonden en volg:s de ontfangene & afgeslotene scheeps soldij rekening te Goed hadden - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 873. 12. J:s goedgevonden & verstaan denselven soldij te Betaria ingehoudene vermakig Gosekhouder te qualificeeren om ten eersten aan de P:r Trecansport ƒ 873. 12. — ƒ 8055. –. –. N:o 6. Een Naamlijst van soodane Moirse Zeevae= „rende als blijkens de ontfangene afgeslo= „tene soldij Rekenings, zo op deese met het schip Trompenburg, na Batavia, als in de Hospitaalen te Gale & te Batavia overleeden zijn &e te quaad staan. - . . . . . . . . . . „ 324. 19. 8. Een afgeslootene soldij reekening in 't moorse Hospitaal te Batavia van den moors mattroos Nanna Narsing waar bij hij te goed heeft. -. „ 94. 2. —. Een Lijst van soodaene moorse zeevaarende „van Batavija als met het schip de Diamant„ geretourneerd zijn, en volgens haar afgeslotene reekeningen bij het boek van Gew: schip te Goed hebber „ 1279. 8. -. Een Lijst van sodanige moorse zeevaarende 9. als op de herwaarts rijse met het schip De Diamant van Batavia overleden zijn, en volgens haar afgeslooten reekening bij het scheeps boek te goed hebben. . . - - - - -. - . - - „ 127. 10. — ƒ2699. 11. 8. versoekende uwel Edele Agtbaare zeer nedrigst met Hoogst Desselvs beveelen gesterkt te moogen werden, hoedanig hij met deese posten zal handelen; Waar meede hij de her heeft zig met diepe ontsag te noemen (:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Wees & weezen : /:lager:/ uwel Edele Agtbaare zeer Gehoorsaame & onderdaenigen Dienaak /: was getekend:/ Egid:s Meijer /:in margine:/ Suratta den 15:' meij 1786. „ 8. zijn toegesonden de volgende hier bij Geannexeerde papieren, teweeten: 3. Die Transporteere en „ saak besorgers 7. 264 266. Den 18:e Meij Ao 1786. —. Den 18:' Meij Ao 1706. en om de gagie dos gedesesteerde te Confisqueeren tot voorkominge van desertie„ de Engelsche bij hier onder Geinsereerde missive, het sluijten van een Kartel te proponeeren saakbesorgers der Moorde zeevaarende of die er toe geregtigd sijn afte geeven en te betaelen de twee maanden vermaking die te Batavia belast sijn volgens de Naamlijsten & specificatien gemerkt N=s 1. 2. 3. en 4. te saamen tot een bedraagen van ƒ8055. –. –. oms in gelijker voegen afte geeven en te betaalen aan de Erfgenaemen van den in het moorsch Hospitaal te Batavia overledenen mattroos Nanna Narsing, het geen denselven bij zijn overlijden volgens sijne afgeslotene soldij Reekening N=o 7. te vooren stond sijnde ƒ 94. 2. so mede aan die moorse zeevaarende welke met het schip de Diamant van de Hoofdplaats te rug gekomen sijn het bij haar te goed hebbende tot ƒ1279. 8. —. volgens de memorie N:o 8. en eindelik aan de Erfgenaamen van die mootse motroosen welke aan boord van voorsz: schip geduitende de reise nae herwaarts overleden sijn, het bij deese te vooren staande blijkens de Lijst N:o 9. sijnde ƒ 127. 10. -. Dog om daar en tegen de voorschreeven saak besorger.s aan te kondigen dat ten voordeele van de Kompagnie word geconfisqueerd sodaene Summa van ƒ 873. 12. -. als de mooten die volgens de Naam lijst N:o 5. te Batavia onder ultimo Junij 1785. absent bevonden sijn volgens verdiende gagie te goed had den, Aangesien de Groote in converientien & moeijelikheeden welke ten deesen komptoire voort spruijten en geberen worden uit de gestadige desertie onder de militairen & zee- „vaarende, voornamentlijk bij het aanweezen der scheepen, soo als de ondervindinge van veele Iaaren en nog laastmaal bij het ter rheede leggen van De Diamant geleerd heeft, en dat men hier geen ander middel tot dies voorkoming aan handen heeft als met het volk alle aan boord te laeten blijven sonder iem and het aan de wal komen toe te staan, waar uit dan weder Groote siekten aan boord voortkomen, en dat het eene aller wenschelijste saak soude sijn, wanneer men in staat konde geraken om het Engelsche ministerie alhier Dog tot
English
The 18th of May, Anno 1786. in order not to delay, because of the great shortage of money, to persuade to the entering into and concluding of a cartel, the Lord Director currently submitted to the meeting a letter prepared by His Honour on this subject to the English Chief and Council here, by which their Honours are given the friendly proposal to conclude the aforesaid cartel, and which His Honour flattered himself would be supported before the Lord Governor and Council of Bombay through the good disposition of Mr. Ramsay. Whereupon, after deliberation, it was approved to let the aforesaid letter be dispatched accordingly and to insert it here. To the Honourable Andrew Ramsay Esq. Chief for all affairs of the English Nation and Governor of the Mughal's Castle and Fleet, Together with the Council. Gentlemen! In view of the numerous inconveniences that arise from the desertion of both European soldiers and sailors from the military service and from the ships, and the detriment that the service must suffer thereby when a common soldier or sailor, indeed even a sepoy, after having deserved some punishment through bad conduct, etc., can free himself from the same by deserting, not to mention the embarrassment in which ships can be placed by the desertion of sailors, we take the liberty hereby most amicably to propose to Your Honours the entering into and concluding of a cartel between our mutual nations at this place, by which we, on behalf of the Honourable Dutch Company, shall willingly engage to give no service nor grant protection in the future to any deserters of whatever denomination, whether military men, seamen, or sepoys, much less to house or conceal the same, but to deliver them up again immediately on the contrary, provided Your Honours please to bind yourselves to a similar conduct. We take the liberty to enclose herein the copy of a cartel previously made between the Lord Governor General and the High Council of Fort William in Bengal and the Director and Council of Chinsurah, to serve, if so desired, as a model, and have the honour to be, below, Gentlemen, lower, Your Honours' humble and obedient servants, was signed, A. J. Sluijsken, Mr. Monte, E. N. Wiardi, J. J. van Polanen de Bevere, E. Meijer, G. Piper, C. A. van Eijk, and G. C. Roeff, in the margin, Surat, the 4th of May 1786. The 18th of May, Anno 1786. Out of consideration of the difficulty which presents itself now more than ever regarding the procuring of cash and the closing of the books, and as it cannot yet be foreseen when one will be able to obtain the necessary funds to satisfy the accounts of the administrators, etc., which hitherto have had to be left unpaid because the money that the brokers have already counted into the treasury, amounting to 132000 rupees, has had to be employed for a partial payment of the suppliers, for the satisfaction of the Portuguese merchant De Souza for the bill of exchange of 20000 rupees sent back from Ceylon without payment, and for the paying off of other small necessities, it was approved and understood, in order to enable the cashier to draw up and prepare his cash book and subsequently to prevent everything that could delay the preparation of the trade books, hereby to order all administrators and furthermore anyone who has any claim from the aforesaid petty cash, to deliver and hand over to the cashier Piper, against the receipt of a receipt signed by him, all their accounts and specifications of which the warrants have already been signed by the Lord Director, in order to be booked by the aforesaid cashier in due course, provisionally and as if they were paid, which nevertheless shall take place as soon as possible, or otherwise, in case this might be found impracticable before the end of August, the aforesaid administrators will be given an account for it in the Company's books to the debit of the treasury, until such time and while one shall become able to satisfy it. It was understood to discharge from the Council of Justice of this factory, at his request, the bookkeeper Moses Isaaks, and to grant a seat therein again to the provisional Master Attendant Masser.
Dutch transcription
268. Den 18:' Meij A=o 1786. Den 18: Meij A=o 1786. mits het Groote Geld gebrek niet te vertraagen, tot het aengaen en sluiten van een Cartel te persuadeeren, so gaf den Heer Directeur thans in de vergadering over eene door sijn Agtbaare over dit on„ „derwerp in gereedheijd gebragte missive aan den Heere Engelschen Cheff & Raad alhier bij dewelke haar Ed=e de vriendelijke propositie tot het sluijten van voorschreeve tartel gedaan word, en welke sijn Edele sig vleide dat door de goede dispositie van den Heer Ramsaij bij den Heere Gouverneur & Raad van Bombaij sal gesuporteerd worden. Waar op gedelibereerd sijnde wierd goedgevonden voorschreeve missive alsoo te laeten afgaan & deesen te inscreeren. Aan den Wel Edelen Heer Andries Ramsaij Esq:r Cheff voor alle saeken van de Engelsche Natie & Gouverneur van 's Mogols Casteel & vlost Benevens Den Raad. Mijne Heeren! Aangesien de veelvuldige ongerieflijkheijd die voortkoomen uit Consideratie van de moeijelikheid welke es sig en het Conmeeren der Boeken thans meer als ooit op doed ter bemagtiging van Contante penningen en dat men nog niet voorsien kan, wanneer uit de desertie van beide Europeesche soldaten en mattroosen uit den militairen dienst & van de scheepen en het nadeel dat den dienst er door lijden moet wanneer een gemeen soldaat of mattroos Ja selvs een sipaij, nae dat hij door een kwaad gedrag etc: eenige staaffe verdiend heeft sig van deselve door het deserteeken bevrijden kan, on„ „gerekend aan nog de verlegentheijd waar in scheepen door de desertie der mattroosen kunnen worden gebragt, so neemen wij de vrijheijd uwel Ed:e bij deesen Gansch vriendelik voor te slaan het aangaan & sluijten van een Cartel tusschen onse wedersijdse Natien ter deeser plaatse, bij hetwelke wij ons van wegens de Edele Nederlandse Compagnie Gaerto sullen engageeren om in het toekomende geen dienst te geeven nog beschekming te verleenen aan eenige Deserteurs hoe genaamd, het sij militairen, zeelieden of sipaijs veel minder nog deselve te huisvesten of te verbergen, maar om deselve ter Contrarie datelik weder uit te leveren, mits uwel Ed: sig tot een gelijk gedrag gelieven te verbinden. Wij neemen de vrijheijd deesen in te sluijten de kopij van een Cartel tusschen den Heere Gouverneur Generaal en den Hoogen Raad van het Fort Williams in Bengaelen & den Directeur & Raad van Chunsura bevoerens gemaakt om des gelievende te dienen als een model en hebben d' Eer te sijn /:onderstond:/ Mijne Heeren: /:lager:/ uwel Ed:e onderdaenige '& Gehoorsaeme Dienaaren /:was getekend:/ A. 1. Sluijsken, M:r Monte, E. N. Wiardi, I. I: van Polanen de Bevere, E. Meijer, G. Piper, C. A. van Eijk & G. C. Roeff /:in matgine:/ Suratta den 4:e meij 1786. uit nets 269 27/0. Den 18:e Meij Ao 1786. — Den 18:' Meij A:o 1786. de administrateur gelast hare specificatien tegens eene geteekende recepisse aan den Kassier aftegeven, Moses Irsaaks uit den Raad van Iustitie en haar des noods eene rekening bij de boeken te geeven. men in staat sal weesen om de nodige gelden te krijgen ter voldoening van de Rekeningen der ad= „ministrateurs enz:, welke tot nog toe hebben moeten onbetaald gelaten worden alsoo de gelden die de makelaars bereets in kassa hebben geteld tot rop: 132000. –. hebben moeten worden geemploijeerd tot een gedieltelijk betalinge der Leveranciers tot de voldoeninge van den portugees koopman de souza, van de van Ceijlon sonder betaling te rug gesondene Wissel Groot 20'000. rox: en ter afbetaling van andere kleine noodsakelikheeden, soo wierd goedgevonden en verstaan, ten einde den kassier tot het formeeren en in gereedheijd brengen van sijn kassa boek in staat te stellen en om vervolgens alles te voorkomen wat het in geredlhuijd brengen der Negotie Boekken soude kunnen vertragen, om alle de administrateurs en voorts een ieder welke iets te vorderen heeft uijt de voormelde klein Kassa, bij deesen te gelasten om aan den kassier Piper tegen den ontfangst en den Equipagie opsiender Cessie Wierd verstaan om uit den Raad van Justitie deeses komptoirs op sijn versoek te ontslaan den boekhouder Meses Isaaks en om daar in weder cessie te verleenen aan den p.l Equipagie opsiender) Masser. van een door hem getekende recipisse te weshandigen en ter hand te stellen alle haare Rekeningen specificatien van welke de ordonnantien bereets door den Heer Gebieder Getekend sijn, ten einde dor voorsz: kassies nae de onder te kunnen worden geboekt bij voorraad en even of betaald waaren, het geen egter soo spoedig, mogelik geschieden sal of anders en in gevalle sulx voor ultimo augustus ondoenlijk mogte worden gevonden, de voorschreeve administrateurs daar voor worden gegeven Eers rekening bij de kompagnies boeken ten nadeele van de Kassa, tot tijd en wijle men ten voldoening in staat geraken sal. — van voorts ontslaagen verleend
English
The 18th of May, Anno 1786. van Eijk appointed Orphan Master. Piper appointed Commissioner of Marital Affairs. Pursuant to a letter from the English ministry here regarding the proposition of concluding a Cartel to be referred to Bombay. Furthermore, in place of the Head Administrator, to appoint as orphan master alongside the Storekeeper Wiardo, the junior merchant van Eijk; and as commissioner of marital affairs alongside the Provisioner de Sille, the junior merchant and Cashier Piper. Thus done, resolved, and decreed in the Dutch Trading Post of Suratta, on the day, month, and year aforesaid. Signed: A. J. Sluijsken, M. Monté, E. N. Wiardi, G. G. van Polanen de Bevere, E. Meijer, C. A. van Eijk, and G. C. Wolff. To Abraham Josias Sluijsken, Esquire, Chief of the affairs of the Dutch Nation, Together with the Council, Suratta. Gentlemen! We are at this moment honored with Your Honor's letter of yesterday. As we cannot take any step in that regard without orders from our superiors at Bombay, we request to inform Your Honor that we shall embrace the very first opportunity to refer the same to them. We have the pleasure to remain, Gentlemen, Your Honor's Most Obedient and Humble Servants. Signed: A. Ramsay, W. Lewis, D. Seton, J. Spencer, P. W. Roberts, J. W. Cherry. In the margin: Suratta, the 19th of May, Anno 1786. Monday the 29th of May, Anno 1786, before noon. Absent: the Cashier Piper, due to indisposition. The last Resolution of the 18th of this month having been resumed and approved, it was recorded in this that on the 20th of this month a letter was received from the English Ministry here in answer to ours of the 18th of this month, communicating that, not being qualified regarding the proposition for concluding a Cartel, they will refer the same at the first opportunity to their superiors at Bombay, as appears from the letter inserted here. And that the English Chief here, Mr. Ramsay, in the name of the Portuguese merchant De Souza, had thought fit to demand from the Director the interest on the bill of exchange of 20,000 rupees, which had been granted to him upon the Ministers at Ceylon as per the Resolution of the 10th of January last, but brought back unpaid and since paid here; and this under the pretext and foundation that the payment thereof had allegedly been refused on Ceylon. However, the Director having rejected his request, as it nowhere appeared that the bill of exchange was presented and its payment protested, and he was thus not entitled to the interest when he had voluntarily not received the bill of exchange; the said English Chief and His Honor have agreed to leave this matter in statu quo until they have first informed themselves in that regard from the captain of the aforementioned ship, the Lady Hughes, which brought the bill of exchange back, and until elucidation thereon shall have been obtained from the Ceylon Government. Thereafter was submitted a specification from the Pay Accountant, whereby he informs this meeting how the agents of the Moorish seafarers absolutely refuse to receive or accept a single penny of these moneys, which were to be due to them by the Resolutions of the 4th of March last and the 18th of this month according to the lists and papers received from Batavia, and which were presented to them.
Dutch transcription
281 278. Den 18: Meij A:o 1786. van Eijk tot Wesmeester Piper tot Commissaris van huwelijksaken aangesteld, volgens een missive van het de propostitie van hiet sluijten van Een Cartel aan Bombaij de fereeren, voorts om in steede van den Hoofd administrateur te benoemen tot weesmeester nevens den Pakhuijsm:r Wiardo den onderkoopman van Eijk en tot kommissaris van huwelijkse saken nevens den Dispencies de sille den onderkoopman & Kassier Piper. Aldus Gedaan Geresolveert & Gearresteerd in het Nederlands Komptoir Curatta ten daage maand &e Jaare voormeldt. /:was/ getekend:/ A. I. sluijsken, M. Monté, E. N. Wiands, 9. 9. van Polanen de Bevere, E. Meijer, - = = - - - - - - - - - - „ C. A. van Eijk & G. C. Roeff. Aan Abraham Johias Cluijsker, Schildknaap Cheff voon de salken van de Hollandse Natie Benevens Den Raad Suratta. Mijne Heeken! Wij zyjn dit Jogenblik vereerd met uwel Edele missive De laatste Resolutie van den 18:' deses geresu „meert en geapprobeerd sijnde Wierd in deese aangeteekend dat op den 20: deses van Eeg:s minsterie alhier zullen zij het Engelsch Ministerie alhiek is ontfangen Eene missive in antwoord op de onse van den 18:e deses met kom— „municatie dat sij omtrend de propositie tot 't sluijten van Een Cartel niet gequalificeerd sijende het selve bij eerste gelegentheijd aan Waare supericuren te Bombaij sullen defereeren so als blijkt uit de hier geinsereerde missive, Maandag den 29:' Meij A=o 1786. voor de middag Absent den Kassier Piper niets indispositie, Maandag van - 273. 274. Den 29:' Meij A=o 1786.— Den 29:' Meij Ao 1786. van de Ceijlonse Wissel om dat de betaling daar van zoude geweigerd zijn, den nevens geende reden afgeslugen volgens Berigt van den soldij ofisthinde deigeden desulen tot tijd de wijlen in statuquo gelaten van gisteren, also wij sonder orders van onse sroperieuren te Bombaij daaromtrend geenige stap kunnen doen, versoeken wij uwel Ed:e te mogen informeeren, dat wij de allereerste geleegentheijd sullen omhelsen, hetselve aan haar overte laten; Wij hebben liet vergenoegen te verblijven. /:onderstond:/ Mijne weeken. /:lager:/ uwel Edele Gehoorsaamste & onderdanige Dienaaren /:was getekend:/ A: Ramsaij W. Lewis, D. Seton, I. Spencer, P. N. Roberts I. W. Cheraij /:in margine:/ Suratta den 19:' meij Anno 1786. En dat den Engelschen Cheff alhier M: Ram„ M:r Ramsaij qq: Eischt geteest, Saij namens den portugees koopman De Souza had goedgevonden van den Heer Directeur te eischen den Intrest van d' Wissel van 20'000: hop: welke aan deselve op de Heeren Minstes t. Ceijlon blijkens Resolutie van den 10:' Januarij laatstleeden verleend geweest, dog onbetaald te rug gebragt en sedert alhier voldaan is, ende sulx onder voorgeeven '& fundament dat de betaling daar van op Ceijlon soude geweigerd sijn, dog dat hij Heer Directeur sijn Edele instantae afgeslagen hebbende, also nergens bleek dat de Wissel Wier na wierd overgelegd Een specificatie „kopers een penning te accepteren Christuur van den soldij Boekhouder, waar bij deselve aen deese vergadering berigt hoedanig de saak besorgers der moorse zeevaarende absoluut weigeren om een penning te ontfangen ofte accepteeren van deese Gelden welke haar bij Resolutie van den 4:e maart l: b:en 18: deses volgens de van Batavia ontfangene Lijsten & papieren, souden toekomen, en welke gedagte gepresenteerd en dies voldoeninge geprotesteerd was, en dus niet tot den Jntrest gewettigd was wanneer uit vrijen wille de Wissel niet had ontfangen, genoemde Engelschen Cheff en sijn Agtbaater over eengekomen sijen om deese saak in statuquo te laten tot sig eerst daar omtrend bij den kapitain van 't voormeld schip de Ladij Hughes welke de Wisset terug gebragt heeft sullen hebben geinformeerd, en men daar omtrend elucidatie van het Ceijlonse Gouvernement bekomen. hebben sal. gepresenteerd Soldij
English
275: 286. The 29th May Anno 1786. — The 29th May Anno 1786. — to be strengthened by the council, the pay bookkeeper was ordered to issue to her, with the request to be strengthened with the orders of this council, and requests to be strengthened with the orders of this council, as to how to act in this so delicate matter, of the following content: To the Right Honourable Sir Abraham Josias Sluijsken Director and Commander-in-Chief of this Directorate, along with the Council. Right Honourable Sir and Gentlemen! The undersigned pay bookkeeper has the honour very humbly to inform Your Right Honourables how, pursuant to the resolution of the Council of Policy on the 18th of this month, he offered to pay the administrators of the Moorish seafarers, over and above the sum of 1302 23/60 Rupees, which, according to the decision of the 14th March, he had previously repeatedly offered to them for that which was owed to the deceased Moors; by the lists received for the year 1780, now further according to the said decision: Firstly, the one, two, four, and five months' annual allotments, according to the lists received from Batavia; Secondly, for the family of the deceased sailor Bannia Narsing, such moneys as were due to him at the time of his death; Thirdly, also to the families, the earned wages of four sailors who died on the return voyage; and Fourthly, the wages due and earned on the return voyage, to the Moorish seafarers who returned with the ship de Diamant, but on the other hand withholding the earned wages of such Moorish seafarers who were found to be absent. — The undersigned finds himself obliged to bring to Your Right Honourables' high notice how the said administrators have absolutely refused to receive any moneys whatsoever against the exchange and granting of proper receipts, and otherwise than on account and in reduction of the entire sum which, according to their assertion, they claim from the Company, because according to their assertion and allegation there would still be a number of 1 Sarang, 8 Tandels, and 315 sailors, or together 324 heads, either at Batavia or elsewhere; for whom no account is given to them, or settlement has been made, an allegation which they base on the comparison of the confrontation made by them of their books against those of the Company with the pay bookkeeper van Bijland in the month of December 1780, of which they say that a document was executed against the accounts of the dead and the list of the two months' allotment which the undersigned has furnished to them according to the lists received from Batavia, for by the latter no more than 278 heads would be known to exist after deduction of the deceased, whereas according to their books there must still be as many as 602 heads in existence, and for whom they consequently demand that the two months' allotment be credited to them annually for those who are still alive, since death the
Dutch transcription
275: 286. Den 29:' Meij Ao 1786. — Den 29:e Maij A=o 1786. — raads te worden gesterkt, soldij Boekhouder gelast was haar afte geeven, met versoek om met de beveelen deses Raads en versoekt met de beveelen deses te worden gesterkt, hoedanig nu in deese so neetelige saak te ageeren van de volgende inhoud Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer Abraham Josias Sluijsken Directeur & Hoofd Gebieder deeser Directie Benevens Den Reuad. WelEdele Agtbaare Heer &n Heeden! Den ondergetekende soldij Boekhouder heeft de eer uwel Edele Agtbaare zeer nedrigst te Berigten, hoe dat hij ingevolge het Geresolveerde in Raade van politie op den 18:e deeser aan de saak besorgers der moonse zeevaarende heeft aangebooden om haar te betaalen, buijten en behalven de somma van Rop:s 1302 23/60. die hij volgens het besluijt van den 44:e maart bevoorens te meermalen, aan haar Geoffereerd heeft gehad voor het geene de overledene mooren te vooren stonden; bij de ontfangene lijsten van het Jaar 1780. nu nog volgens gemelde besluijt: Eerstelijk de Een, twee, vier en vijff maanden Jaarlijkse vermakinge, volgens de van Batavia ontfangene lijsten, Ten Tweeden voor de famillie van den overleedene mattroos Bannia Narsing zodanige Gelden als denselven bij zijn overlijden te vooren stond. Ten Derden meede aan de familien der te goed gemaekte gagie van vier op de herwaarts rijse overleedene mattroosen; en Ten vierden de te goed hebbende en op de herwaarts rijse verdiende gagie, aen de met het schip de Diamant geretourneerde moorse zeevaarende, Dog daar en tegen in te houden de te goed gemaakte Gagie van soodanige moorse zeevaarende welke absent bevonden waaren. — Den ondergeteekende vind sig in de noodsaakelikheijd uwel Ed:e Agtbaare ter Hooge kennisse te brengen, hoe dat gemelde saakbesorgers volstrekt geweigerd hebben eenige Gelden hoegenaamd teegen het uitwisselen & verleenen van behoorlijke quitantien en anders als op Reekening en in mindering van de geheele somma die sij volgens haar sustenue van de Kompagnie te vorderen hebben te ontfangen, also er volgens haare sustenue & voorgeeven sig nog een aantal van 1. Sarang, 8. Tandels & 315: mattroosen ofte te samen 324. koppen het sij te Batavia of elders bevinden souden; waar van haar geen bescheijd gegeven word, of afrekening ge„ „daan is, een voorgeeven het geene sij vestigen op de vergelijking van de door haar gedaane konfaontatie van haar boeken teegen. die van de Compagnie met den soldij Boekhouder van Bijland in de maand December 1780. waarvan sij seggen dat een Geschrift gepasseerd is teegen de reekeningen der dooden en de lijst der twee maanden vermaaking die den ondergetekende haar na de van Batavia ontfan„ „gene Lijsten opgegeven heeft, want bij de laatsten soude niet meer bekend zijn als 278. koppen in weesen na aftrek van de overleedene, daar en volgens haare boeken nog wel 602. koppen in weesen sijn moesten, en van welke zij vervolgens vorderen dat haar de twee maanden ver„ „making Jaarlijks roorde te goed gedaan van die nog in leeven sijen, zeidert overlijden den
English
277. 278. The 29 May Anno 1706. The 29th May Anno 1786. the year 1781, being thus for 5 years, and that of those who have died, an accounting be made of the wages they have accrued according to the books, and that this be paid to them up to the day of their death, in order to settle accounts with the families of the deceased and to be able to account for themselves to the Native Government. Concerning the wages owed upon departure from the Main Place and earned on the return voyage here, of the Moorish seafarers who returned with the ship De Diamant, they also made their complaint that no clean settlement had been made to those people, and that they had by no means received their full payment at Batavia, for man by man, one having more and the other fewer months of wages still to claim, they had been shortchanged under the pretext that the accounting they had requested upon their departure from the Main Place would be made to them here at Puratta, and that they would receive their money as before. And as regards the confiscation of the accrued wages of absentees, they declared that as long as Moorish seafarers had been sent from here, there was no precedent for the Company withholding the accrued wages of those people from their families. The undersigned Pay Bookkeeper replied to them that although the Honourable Company had never before withheld the wages accrued by absentees, it nevertheless seemed equitable to him that such should occur when they absented themselves. But they replied that it must first be proven to them that the reported absentees have truly deserted, and that under that denomination should not be included those who truly perished and lost their lives in the service of the Honourable Company in one way or another without proper record being kept thereof, nor likewise those who remain serving here and there in the upper lands at Batavia or who also ended up in the free trade without records being kept thereof, and that they further requested that for every man who truly deserts, upon return, his name and date of desertion must be reported to the sarang or tandel to whose gang he belongs, for that sarang or tandel who must know them can better account for himself to this Government and will be more readily believed than the said agents. It is not unknown to us, my said agents replied, that several seafarers, both sarangs and common sailors, had previously been reported to us as absent or deceased and standing in debit to the Honourable Company, who were actually still present at Batavia in the free trade and at other offices on Java according to the report of several returned Moors, by whose families the said agents were still constantly harassed under the claim of the two months annual allotment; nor did we recruit people for the Honourable Company under these conditions to allow them, through connivance, to enter the free trade or into private service, since we remain accountable here both to this Government and to their families; they said further that they had never made this known to the Native Government, but that they would now be obliged to do so, in order to ensure through its assistance that the said people were sent back and that they were freed from the violence of their families as well as from the accountability to the said Government. And although the undersigned Pay Bookkeeper gave them to understand in response to this, and sought to argue, that all these pretences were merely pure slanders and fabrications, since a Moorish sailor was never lent to the free trade or employed elsewhere, and that it seemed to him rather that these tales and stories were invented and spread by returning sarangs and tandels, to whose deceitful greed alone it must be attributed if the common man does not receive all that is due to him, since they alone are in a position to disadvantage these poor people, yet all of this was of no avail.
Dutch transcription
277. 278. Den 29 Meij Ao 1706. Den 29:' Maij Ao 1786. den Iaare 1781. sijnde dus voor 5. Jaaren, en dat haar van die overleden sijn, worde afrekening gedaan van de Gagie die volgens de boeken te goed hebben gemaakt, en dat haar die worde betaald tot den dag van haar overleijden, ten einde met de families der overleedene afterekenen, en sig bij de Jnlandsche Regeeringe te kunnen verandewoorden, Aangaande de brij vertrek van de Hoofdplaats te goed gehad hebbende, en op de herwaarts rijse verdiende gagie, der met het schip De Diamant geretourneerde moorsche zeevaarende, deeden ze meede haar beklag, dat aan die menschen geen zuijver afrekening gedaan was, en dat sij haar volle betaling op verra na op Batavia niet ontfangen hebben, want dat man voor man de eene min de andere meer maanden Gagie nog te pretendeeren hadden, welke haar te kort gedaan was, onder voorgeeven dat de afrekeninge die se bij haar vertrek van de Hoofdplaats gevraagd hadden, haar hier te Puratta zoude worden gedaan en zij haar geld ontfangen als bevoorens; En wat aangaat de konfiscatie der te goed gemaakte Gagien van absentent: zo verklaarden zij dat so lange er moorse zeevaalende van hier versonden waaren, er geen voorbeeld waare, dat de Comp: de te goed gemaakte Gagie dier lieden aan de familien onthouden heeft; Den ondergeteekende soldij Boekhouder voerde haar te gemoed, dat alschoon d' Edele Comp: nooijt bevoorens de te goed gehad hebbende Gagie der absenten ingehouden heeft, dat het hem evenwel bil„ „lijks voorquam dat sulx geschiede, wanneer se sig absenteerden, Dog sij gaven ten andwoord, dat 't aan haar eerst beweesen moette werden, dat de opgegeven wordende absenten, wesendlijk Gedeserteerd sijn, en dat onder die benaaming niet worde begreepen, die geene so weesend „lijk in den dienst der Edele Comp: op d' een ofte andere wijse haar leeven ingeschooten hebben, & verongelukt sijn, sonder dat daarvan behoorlijke aantekening gehouden is, zo mede niet de sulke welke op Batavia hier en daar in de boovenlanden blijven dienst doen of ook wel aan de vrije vaart raasten, sonder dat er aanteekeningen van gehouden word, en dat ze verders versogten, dat van ieder man die wesendlijk deserteerd bij retour aan den Sarang of handel onder wiens ploeg hij behoord, dies naam en dag van sijn desertie mae„ opgegeven werden, want dat die Sarang ofte handel die kennen moet, sig bij deese Regeering beter kan verantwoorden en eerder sal geloof gegeeven worden van aan gemelde saakbesorgers. Het is ons niet onbeweest voerden mijn Gem: zaakbesorgers te gemoet, dat men aan ons verscheijdere zeevaartende, zo wel Sarangs als gemeene voor deesen als absent of overleeden, en bij de Ed:e Comp over te kwaad staande had opgegeven, welke sig tans nog te Batavia aan de vrije vaart en op andere Comptoiren op Iava in weesen bevonden, volgens opgaave van verscheijde terug gekoomene mooren, van welkers familien gemelde saakbesorgers nog geduurig, lastig gevallen wierden, onder pretentie van de twee maanden Jaarlijkse vermakinge, wij hebben mede onder dese konditien geen volk voor de Edele Comp: aangeworven om deselve bij oogluijkinge aan de vrije vaart ofte in particuliere diensten te laaten gaan, vermits wij alhier so wel bij deeze Regeeringe als haare familien aansprekelik blijven, zij zeijden verders dat ze zulks nooijt aan de Inlandse Regeering bekend gemaakt hadden, maar 's dat se nu genoodsaakt souden weesen sulks te doen, ten einde door haaren bijstand te zorgen dat gemelde menschen terug wierden gesonden en sij lieden van het geweld haader familien, so wel als voor de verantwoor= „ding bij gem: Regeering bevreijd wierden. En of schoon den ondergete= „kende soldij Boekhiuder haar hier op te kennen Gaf en sogt te betoogen, dat alle deese voorgeevens maak touter lasteringen & verdigtselen waeren, 4. terwijl er nimmer een moorse mattroos aan de vrije vaart ge= „leend of elders gebruikt wierden, en dat 't hem eerder toescheen, dat deese praatjes en vertellingen wierden uitgedagt en uitgestrooijt docr te rug koomende sarangs & tandels aan welkers bedriegelijke gierigheijd het alleen moet worden toegeschreeven, so de gemeene man niet alles ontfangt wat hem Competeerd, also sij het alleen zije die gelegendheijd hebben om deeze arme menschen te benadeelen, zo mogt zulks tog alles niet gehouden helpen
English
279. 280. The 29th of May Anno 1786. The 29th of May Anno 1786. to help, as they maintained that they, agents, have never entered into any agreement or bond with the Noble Company to supply their Honors with the people according to the newly introduced method and that the Moorish seafarers who are recruited and sent here should be paid their full wages at the main office with the deduction only of two months every year, and that furthermore the earned wages of the absentees would be confiscated. Furthermore, they testified that the Noble Company not only rendered them incapable of ever delivering another man on that footing, but also plunged them into the utmost ruin, as they are not only publicly attacked daily and their lives sometimes are not safe against the friends and relatives of those dispatched Moors who belong here at Souratta, because of which they cannot walk down the street without being attacked and assaulted by them, as is known to everyone in this city, but that they are also moreover approached by the government, primarily by the Baxcie, to render an account and make payment of either the two months' remittance, or that which was due upon the death of all those Moors who were placed into their hands by the government for dispatch and whose good months and earned wages must go to the benefit of the government, whether for the benefit of the creditors or as fines for the crimes committed by these people; while they are then daily in the greatest danger that ill-disposed people will once again, as happened in the past year, take their refuge with the English gentlemen and, under the threat of setting their houses on fire, force them to take their side to ensure that they are satisfied. They declared further that, besides their being incapable of thus satisfying these returned crews, they themselves suffered great damage thereby as well as with all those who are still to return on that footing, because in order to deliver good crews they were usually obliged to provide board and lodging and clothes in their houses for four, six, yea eight months, before there was an opportunity for their dispatch, and to provide them with some equipment upon departure, whereby they are out of pocket for these seafarers by far more than their five months' advance amounted to; while they are moreover from time to time obliged to feed the families of those people who reside here in the city and to make small advances, all of which they would now have to lose all at once if the wages of the absentees were to be confiscated, and that the Moors who are sent back upon their arrival here have earned virtually no pay, an arrangement which they maintain is entirely contrary to the contracts which they entered into from the beginning when they had to deliver to the Company, being in the time of the administration of Mr. Schreuder, now fully 40 years ago, and which they say cannot be changed without their prior consent, for if they indeed could have foreseen that Your Honorable Worships would come to such a decision, they would have taken care that they were not ruined forever. They complain further that all those who now happen to die at Batavia are reported to them as being in debt, whereas they formerly were always in credit on the day of their death. In particular, they are very much harassed by the families of some Sarangs named Moesdien Ioudien, Abramtje adje monsoek, and Sale Moesa, who died at Batavia in the year 1783/1784, leaving no more according to their death accounts than, the first, rop: 39. 24., the second, rex: 29. –., the third, rop: 39. 16., notwithstanding that at the confrontation with the pay bookkeeper Van Bijland in December 1780 they already had in credit, the first, rop: 353. –., the second, rop: 315. 24., the third, rop: 342. –., and that they still served two to three years thereafter; and as it is utterly impossible for them to satisfy these families who reside here at Suratta with such trifles, unless they prove to them the authenticity of the accounts, they also request
Dutch transcription
279. 280. Den 29:' Meij A:o 1786. Den 29:' Meij Ao 1786. helpen, alzo sij staande hielden dat sij saakbesorgers hummer met de Edele Comp: eenig accoord of verband hebben aangegaan om haar Edele het volk te leeveren volgens de nieuw ingevoerde met hode en om aan de moorse zeevaarende welke hier aangeworven en versonden worden, ten hoofd Comptoire haare volkomene Gagie te worden betaald met afhoudinge alleen van twee maanden alle Iaeren, en dat nog boven dien de te goed gemaakte Gagie der absenten zoude geconfisqueerd worden; Alverders betuijgden ze dat de Ed: Comp: haar niet alleen buijten staat stelde om ooijt een man meer op dien voet te kunnen leveren, maar ook haarlieden in het uiterste verderff stortede, also zij niet alleen dagelijx publik worden aangevallen en haar leeven santijds niet seker sijn teegen de vrienden en nabestaande van die versondene moohen welke hier te souratta te huijs hooren waar door ze niet langs de straat kunnen gaan zonder door haar g'attacqueerd en aangevallen te worden, zo als aan een ieder in dese stad bekend is, maar dat ook daar en boven werden aangesprooken door de Regeering voornamentlijk door den Baxcie tot het doen van Reekening en de betaling of de twee maanden vermaking, of te goed gehad hebbende bij overlijding van alle die mooren welke haar door de Regeeringe in handen gesteld zijn ter versending en welkers goede maanden en verdiende gagien ten voor „deele van de Regeering koomen moeten, het zij ten voordeele van de Crediteuren of als boeten voor de begaane misdaden van deeze menschen; terwijl zij dan nog dagelix in het grootste gevaar zijn dat kwaadwillige menschen wederom als in den voorleeden Jaare geschied is, haar toevlugt zullen neemen tot de Engelsche Heezen en die onder bedrijging van haate huisen in brand te sullen steeken, te dwingen haare partij optevalten net te sorgen dat sij voldaan worden. Zij verklaarden verders, dat ongerekent zij niet vermogens waaren om deeze geretourneerde manschap „pen also te vreeden te stellen, zij daar bij zelvs groote schaade leeden zo wel als bij alle die geene die op ken voet nog staande te rug te koomen, want datze om goede manschappen te leeveren gewoonlijk genoodsaakt zijn geweest om vier, ses Ja agt maanden in haare huisen de kost e kleederen te geeven, voor en al eer tot haare versendinge gele= „gentheijd is, en om ze bij vertrek nog eenige uitrustinge te besorgen, waar door ze vrij meet bij deeze zeevaarende in het verschot zijn, als haare vijff maanden op hand bedraagen hebben; terwijl zij daar & boven van tijd tot tijd genoodsaakt sijn om de familien van die menschen welke sig hier in de stad bevinden, de mond open te houden en kleine voorschotten te doen, al het welk sij nu op een maal zouden moeten verliesen, wanneer de Gagien der absenten zouden worden Geconfisqueerd, en dat de mooren die al te rug gesonden worden bij haar arrivement alhier genoegsaam geen pijs te goed gemaakt hebben, Eene schikkinge welke sij staande houden dat in het geheel strijdig is teegen de Contracten welke sij van den beginne af aan, dat sij moeten aan de Comp: hebben geleeverd zijnde geweest ten tijde van het bestiet van den Heer Schreuder nu wel 40. Jaaren geleeden hebben aangegaan en die zij zeggen niet te kunnen worden verandert, sonder haare verrafgaande toestemming, want dat zo zij immers hadden kunnen voorsien dat uwel Edele Agtbaare tot zulk een besluijt koomen soude, zij zouden hebben gesorgt dat zij niet voor altoos waaren gezuineerd geraakt. zij klaegen verde rs dat al de geene die op Batavia nu komen te sterven, haar als te quaad staande worden opgegeven, daar zij bevoodens op de dag van haar overlijden altoos te vooren stonden; Jn het bijsonder worden zij zeer lastig gevallen door de familien van eenige Sarangs genaamt Moesdien Ioudien, Abramtje adje monsoek sale Moesa welke in anno 1783/10. te Batavia overleeden zijn, niet meer nalatende volgens haar Doodrekeninge als de Eerste rop: 39. 24. de tweede rex: 29. –. de derde rop: 39. 16. niet tegenstaande deselven bij de konfrontatie met de soldij Boekhouder van Bijland in Decemb:r 1780. reets te goed hadden, de Eerste rop: 353. –. de tweede rop: 315. 24. , de derde rop: 342. –. en dat sij nog twee â drie Jaaren daar na hebben gedreat, en terwijl het haar volstrekt onmogelik is deese familiers die hier op suratta woonagtig sijn te vreeden te stellen met sulke geringheeden, buijten dat zij haar de Eijtheijd der Reekeninge bewijsen, ook versoeken zijn sij
English
284. 282. The 29th of May in the year 1780. 29th May in the year 1780. 215 Considerations concerning that are in particular that at least a proper receipt be delivered to them from these people, being their receipts that they have received at Batavia the aforementioned sum which was due before 1780 and all that they have earned thereafter, as the only means to prevent them, at the instance of these people, from being arrested by the English Government and forced to pay. I find myself under the necessity most humbly to inform your Right Honorable Sirs: How I have made every effort to persuade the said agents to accept the funds I am authorized to disperse; but all persuasions have been of no avail, and they urged me all the more strongly to be informed as soon as possible whether they should reckon the said 1 Sarang, 8 Tandels and 315 common sailors, who were present in their books, among the living or among the dead, and that then for the former the good months be paid, and for the latter a full settlement and payment be made; After all the foregoing, the undersigned made every effort to induce them to accept the aforementioned monies, but everything was in vain, and they also insisted most strongly that they be provided with an accurate statement of how many Moorish sailors are currently still present in Batavia according to the last received lists, and also the date on which the Moors on the ship De Vrijheid were taken prisoners of war. Therefore, the undersigned takes his refuge in your Right Honorable Sirs, with the humble request to be strengthened by your commands as to how he should conduct himself in this dangerous matter, which is abundantly known to your Right Honorable Sirs themselves, without it being necessary to elaborate upon it here, nor to mention the riot that we had here on the wharf a few days ago, and meanwhile the subscriber believes he should not conceal from your Right Honorable Sirs that in his view this matter could have very detrimental consequences for the Honorable Company, if your Right Honorable Sirs do not satisfy these people by your intervention; Wherewith he has the honor to be with all respect and high esteem; underneath stood: Right Honorable Sirs! lower: your Right Honorable Sirs' very obedient and humble servant was signed: E. Meijer in the margin: Calcatta the 29th of May 1780. And this having been deliberated upon with all attention, it was mainly taken into consideration, in the first place, that the repeated orders from Their High Mightinesses to treat the Surat Moors henceforth on the same footing as the Moors in Bengal and in no other manner absolutely obliged the council to continue to insist on such treatment, whatever consequences it might have, without deviating from it in the slightest. And in the second place, that, setting aside all the arguments which the aforementioned agents of the Moorish seafarers presented to the Pay Bookkeeper and which appear in the report of this official, since, however well-founded some of them might be, no regard can be paid to them in a matter such as this, where one must follow and comply with the absolute will and desire of the High Authorities, one cannot deviate in the slightest from the express orders of Their High Mightinesses, which nevertheless could have all too detrimental and very harmful consequences if these agents are not satisfied and appeased, and that they, whether pressed by the families of these Moors who were engaged and sent into service here, and who still continue to run in their and our books of the year 178½, although no mention whatsoever of them is found in any Batavian papers, whether as living, dead, absent or deserted, or pursued and attacked by the native government, would be forced to take refuge with the Castle Government, as they would not fail to support them and to demand from us such lawful proofs regarding the death, desertion or disappearance, as well as the settlements of these Moors, as we in all likelihood will never be able to produce, since one cannot doubt that these Regents or the town Governor would at least demand an accounting and justification for those sailors who in the last books before the war, according to the confrontations made with the pay bookkeeper van Bijland, inserted by resolution of the 24th of December 1780, were known and present to the number of 26 Sarangs, 27 Tandels and 552 sailors, without being satisfied with the simple statement that of these, to the number of one Sarang, eight Tandels and 315 sailors, have gone missing or deserted, and that therefore their credit balances
Dutch transcription
284. 282. Den 29:e Meij Ao 1786. 29:' Meij A=o 1786. 215 Consideratien daar omtrend zij in het bijsonder dat haar ten minsten van deese menschen worde overgeleverd een behoorliks bewijs, zijnde haare quitantien dat de voorsz: somma welke in 1780. te vooren stonden en al het geen dat zij na dies verdient hebben te Batavia hebben ontfangen, als het eenigste middel om te voorkomen dat zij niet op de instantie van deese menschers door de Engelsche Regeeringe worde opgevat en tot de betaling gedwingen. Ik bevinde mij in de noodsakelikheijd uwel Ed:e Agtbaare nedringst te berigten: Hoe dat ik al mijn vermogen heb in 't werk gesteld om Gem: zaakbesorgers te persuadeeren ten eijnde die gelden waartoe ik gequalificeert ben aanteneemen; dog alle perticatien hebben niet kunnen helpen, en ze drongen mij dies te sterker aan, om ten eersten te moogen weeten of ze de Gemelde 1. Sarang 8: tandels & 315. gemeene die bij haare boeken als in weesen waaren onder de Leevende, dan wel onder de dooden moesten reekenen, en dat haar dan van de Eerste de goede maanden worde betaald, en van de laatste volkomen afreekening & be= „taling worde gedaan; Na al het voorgaande heeft den ondergetekende al zijn vermogen in het werkt gesteld om haar tot de acceptatie van voorschreeve gelden mogte doen overgaan, maar alles was vrugteloos, en zij insteerden teffens op het kragtigste dat aan haar worde opgegeven een nette opgave hoe veel mooren- zeel tans op Batavia nog in weezen waaren volgens de laatste ontfangene Lijsten en ook den dag wanneer de mooren op het schip De vrijheijd zijn krijs gevangen gemaakt. Derhalven neemt den ondergetekende zijn toevlugt tot uwel= „Edele Agtbaare, met needrig versoek om met Hoogst Desselver beveelen te worden gesterkt hoedanig hij in deese dangereuse zaak die uwel Edele Agtbaare zelvs overvloedig bekend is, sonder dat het nodig is hier uit te meeten, nog meldig te maaken van het rumult, dat wij voor eenige daagen hier op de werff gehad hebben sig sal moeten gedragen, en intusschen vermeent den teektenaar voor uwel Edele Agtbaare niet te moeten vest= „bergen dat na zijn insien deese saak voor de Edele Kompagnie van zeer nadeelige gevolgen sal kunnen sijn, zo uwel Edele Agtbaare met Hoogst Desselvs tussenkomst deese menschen niet te vreeden steld; Waar meede hij de Eet heeft met alle Eerbied & Hoog ag- „ting te zijn; /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Weer & Weeren! /:lager:/ uwel Ed:e Agtb: zeer Gehoorsaame & onderdanigen Dienaar /was getekkend:/ E:s Meijes /:in margine:/ Siscatta de 29:' meij 1786. Ende waar op daer met alle aandagt sijnde ge„ „delibereerd, so kwam hoofdsakelijk in aanschouw in de eerste plaats, Dat de herhaalde beveelen van Haar Hoog Edelheeden om de souratse mooren voortaan op den voet als de mooren in Bengalen en niets anders te behandelen de vergadering absolut verpligte om op eene sodanige behandeling welke gevolgen het ook hebben mogten te blijven insteeren sonder daar van in het geringste aftewijken, En in de tweede plaats dat het met ter sijde stelling van alle arangredenen die de meergedagte saak besorgers der moorse zeevaarende van aan 2803. 284. Den 29:' Meij A=o 1786. Den 29:' Meij Ao 1786. men kan van de expresse beveelen geling te afwijken het geen egter van alte nadeelige gevolge zijen so de saak besoorged. weraden hebben aan den soldij Boekhunder voorgedragen en bij het Berigt van deese bediende voortkomen als kunnende daar op hoe Gefundeert eenige van deselve ook sijn mogter geenig requard worden van Haar Hoog Edelheeden miet het geslagen in eene saak als deese, daar men de absolute wille en begeerte van de Hooge overighuijd opvolgen & nakomen moet, van al te nadeelige so seert schadelijke gevolgen sijn kan, so deese saak— „besorgers niet bevredigt en ter neder geset worden, en dat sij, het sij geperst door de familien van deese mooren welke alhier in den dienst ge= et bebeedigten ten neder geset „ en gageerd en versonden sijn, en welke bij haarte en onse boeken van den Iaare 178½. nog voortlopen, schoon daak van geenige de minste melding bij eenige Bataviasche papieren het sij als leevend, dood, absent of gedeserteerd gevonden word so wel agtervolgd en aangetast door de Jnlandse Regee „ring wierden genoodsaakt haken toevlugt te neemen tot het Castels Gouvernement, also die net souden nalaten haar te maintineeren en van ons te vorde= „ren soodanige wettige bewijsen omtrendt het overlijden, deserteeren of vermist raken, mitsgaders de afbeta„ „lingen deser mooten als wij denkelijk nimmer vormogens sijn sullen te produceeren, kunnende men niet twijffelen of dese Regenten ofte den stads Gouverneur seude ten minsten reekening en ver- „antwoording vorderen van die mattroosen welke bij de laatste Boeken voor den oorlog volgens de gedane Confrontatien met den soldij boekhouder van Bijland geinsereerd bij resolutie van den 24:' decemb:r 1780. tot een getal van 26. Sarangs, 27. Tandels § 552. mattroosen, hebben bekend gestaan en in weesen geweest sijn, sonder sig te vreeden te laten stellen met het invoudige seggen dat van deselve ten getalle van„ een sarang, agt Pandels & 315. mattroosen zijn absent geraakt of gedeserteerd & dat daarom haare te goed tot hebbende
English
285. 286. The 29th of May Anno 1786. The 29th of May 1786. wages have been confiscated, and from which such disputes and claims might possibly arise as could not afterwards easily, or not without the payment of a considerable sum of money, be cleared away and settled; besides which it is in the highest degree necessary that these agents and through them the common people be satisfied, or at least for now quieted, and thereby a public assault and plundering of the general rabble be prevented, of which one had already the experience and the threatening omens some days ago, when, as is known to each of the members, a large crowd of gathered, unruly rabble, both men and women, pretending to be the families of these left-behind and unknown persons, presented themselves before the house of the Director, uttering all kinds of threats and heaping many abusive words, demanding that they be paid the advance wages of those still living and the settlement and payment of the wages due to the deceased; from which unpleasant visit one could not at that time be relieved otherwise than by driving the rabble out of the yard with armed soldiers and keeping double guards at the gates, whereas if this rabble should see fit to make a second attack with a more considerable crowd, nothing would remain but to call upon the English Government for help. Wherefore it was approved and resolved to order the Pay Bookkeeper to speak once again with the aforementioned agents, and by all exhortations to leave nothing untried to persuade them to conform to the pleasure of Their High Nobilities, and to receive under proper receipts the monies due to them according to the lists received from Batavia, 287. 288. The 29th of May Anno 1786. The 29th of May Anno 1786. and therewith to satisfy the families of these seafarers as well as the other interested parties, and to ensure that no further trouble occurs over this; furthermore, if this should be impossible and the said agents cannot be persuaded to accept the aforementioned monies, to sound out in what manner they would keep themselves satisfied provisionally and until the arrival of the ships expected in October, in order to report thereof to this assembly before entering into any agreement with them. The merchant and Chief of Patna, van Citters, former warehouse master here, having requested by letter to the Honorable Director that his pay account be sent to him, it was approved and resolved to send the closed pay account of the aforementioned merchant van Citters up to the 14th of June 1780, being the day that he was also made a prisoner of war here, to Bengal at the first opportunity. Ensign West having requested that, like the other administrators who were permitted by resolution of the 17th of February 1785, he might suffice with leaving his pay account standing instead of the sureties for their respective administrations; It was approved and resolved to accede to his request and accordingly, instead of a surety for the administration of the armory, to grant him permission to leave his pay account standing with the Honorable Company. Thus done, resolved, and decided in the Dutch factory at Suratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. I. Sluijsken, M:r Monté, E. N. Wiardi, J. I. van Polanen de Bevere, E. Meijes, C. A. van Eijk, and G. C. Roeff.
Dutch transcription
285. 286. Den 29: Meij A=o 1786. — Den 29:' Meij 1786: in de heuf lest saleven gehot voor het Huis van den Directeur sielver kopers andermaal te spreeken, met last haar te persuadeeren Waar Hoog Edelheede te schikken„ w te rug gedaen„ hebbende gagie geconfisqueerd geworden is, en waar uijt dan mogelik soude kunnen voortspruijten sodanige verschillen en pretentien als daar na niet ligt inamens niet sonder het betalen van een aanskienlijke somma gelds souden uit den weg teruimen en aftedoen sijn, buijten dat het ten hoogsten noodig is dat dese saakbesorgers en door het gemeen te vreeden gesteld immers voor eerst gestild en daar door een publicquen aanval &e plinderinge van het Ian Magel voor tgekomen word, waar van men voor eenige daagen al de ondervinding, en de dreijgende voorboden gehad heeft, wan„ „neer so als een ieder der Leeden bekend is een groote als diet graue bi alud en meerigte samen geschoolen ongebonden grauw zo mannen als wijven, voorgeevende de familien deser agtergebleevene en niet bekende mookten te zijn zig vervoegd heeft voor het Huis van den Heer Directeur onder het uijten van alle dreigementen en het toevoegens van veele scheldwoorders, vorderende dat haar de goede maanden der in leeven sijnde en de afrekening en betaling der te goed hebbende gagien der overleedene gedaan wierd, en van welke onaange= „naame visite, men toenmaals niet anders heeft kunnen worden ontslagen als door het grauw met gewapende dog dor gewapende soldaten soldaten uijt de werff te drijven en dubbelde wagten aan de poorten te houden, terwijl er so dit grauw eens mogt goedvinden om met een aansien lijker hoop een tweede attacque te doen, er niet soude wersclueten als het Engelse Gouvernement te hulpe te koepen, om alle het welke dan goedgevinden & verstaan gelasten wierd, Den soldij Boekhouder te bedrgen om met den sodij bokhinder gelast met de de voorschreeve saakbesorgers andermaal te spreeken van sig na het wel behegen van en door alle adhortatien niets onbesogt te laten, om deselve te persuadeelen van sig na het welbehagen van Haar Hoog Edelheedens te schikken, de gelden welke haar volgens de ontfangene Lijsten van Batavia toevoegen Competeeren 287. 288. Den 29:' Meij A:o 1786. Den 29:' Meij Ao 1786. — op wat wijse haar te vreede te steek van Citters zijn zoldij rekening na Bengalen te senden, op het versoek van den vaandrig hem gepermitteerd zijn zoldij rekening te vloten staan, en steede van een bergtogt, Competeeren onder t behoorlijke quitantien te ortsaer= „gen en daar mede de famille deser zeevaarende so wel als de andere geinteresseerdens te vreeden te stellen en te sorgen dat hier over geene verdere moeijelijkheid voorvallen, voorts om zo liet toe geen en bij damogelijkheijd te ondertast, mogelijkheijd weesen mogte en dat deselve saak„ „besorgers tot den ontfangt der voorschreeve Gelden niet overtehalen sijn, als aan te ondertasten op welke wijse zij zig souden te vreeden houden bij provisie en tot de komst der in October verwagt wordende scheepen om daar van aan deese ver„ „gadering alvorens iets met haar te Contracteeren verslag te doen. — Den koopman & opperhoofd van Patra van Citters op het versoek van den koopman gewesen pakhuijsmeester alhier, bij missive aan den Agtbaaren Heer Directeur versogt hebbende, dat hem zijne soldij Reekening mogte worden toegesonden, so wierd goed gevonden & verstaan de afgesloten soldij reekening van voornoemde koopman van Citters tot den 14: Junij 1780. sijnde den dag dat alhier mede krijgsgevangen gemaakt is, bij eerste geleegendheid na Bengale over te senden. Den vaandrig West versogt hebbende om even gelijk de andere administrateurs welke bij resolutie van den 17:' februarij 1785. toegestaan is te mogen . . . volstaan met het laaten staan zijner zoldij reekening in steede van de Borgtogten voor haare administratie resp=e staande; Wierd goedgevonden & verstaan in zijn versoek te Condescendeeren en oversulx in steede van Een Borgtogt voor de administratie der wapenkamer hem te accordeeren zijn zoldij Reekening bij D: E: Comp: te laten staan; Aldus Gedaan Geresolveerd & Gearresteerd In 't Nederlands komptoir Suratta ten daage, maand & Iaere voormeldt. /:was getekend:/ A. I. Sluijsken, M:r Monté, E. N. Wiardi, J. I. van Polanende Bevere, E. Meijes, - - - - - - - - - - - - - „ C. A. van Eijk & G. C. Roeff. Reekening Saturdag
English
289 290. The 10th of June Anno 1786. The private tolls of 1785/6 counted into cash. Report of the pay bookkeeper concerning his dealings with the agents. Saturday the 10th of June Anno 1786. All present. Before noon. First, the latest resolution was resumed and approved. Whereafter it was noted down that on the 4th, Corporal Pieter Franssen deserted from the Directorate. And that by the Fiscal Meijer, the amount of the Honorable Company's tolls on the imported and exported merchandise of private individuals during the book year 1785/6 was counted into cash, amounting to Rop: 1655. –. The pay bookkeeper Egidius Meijer, having been ordered by resolution of this assembly of the 29th of May last to enter into further negotiations with the agents of these Moorish seafarers and to persuade them to conform to the pleasure of Their High Excellencies, and to receive and distribute the moneys that would be due to the said seafarers according to the lists and papers received from Batavia, under proper receipt, has provided the following report of his proceedings: To the Right Honorable Gentleman Abraham Josias Sluijsken, Director and Commander-in-Chief of this Directorate, Together with the Council. Right Honorable Gentlemen! The undersigned pay bookkeeper, in accordance with and in compliance with the orders contained in Your Right Honorable resolution of the 29th of the past month of May, has the honor hereby to report: That he has indeed endeavored to move the agents of the Moorish seafarers by all possible persuasive arguments to conform to the pleasure of Their High Excellencies, and to receive the due moneys under proper receipt; but that it has been as impossible for him to succeed therein as it is to touch the sky with one's hand, because the same agents, although they also testify that they would gladly make every effort in the future to recruit and procure Moorish seafarers for the Company, [illegible]
Dutch transcription
289 290. Den 10:' Iunij A=o 1786. — de particuliere tellen van 1785/6. in Cas geteld. betigt van den soldij boekhouder wegens zij . verkegting met de saak besorgers, Satuadag den 10=e Iunij A=o 1786. alle present. voor de middag Aanvankelijk wierd de laaste resolutie ge= „resumeerd & g'approbeerd. Waar na aangetekend wierd dat den 4=e den Coeporaal Transen gedertene de set uit de Directie gedeserteerd is den Koiporaal Pieter Franssen. En dat door den Fiscaal Meijer is in met d:oƒa165:—- door de siscaal Cassa geteld, het bedragen der Tollen van d' E. Comp:e op de aan gebragte en versondene koopmanschappen der particulieren geduurende het Boekjaars 1785/6. met Rop: 1655. –. Den soldij boekhouder Egidius Meijer bij be= „sluijt deeser vergadering van den 29:e meij laatst= „leeden sijnde gelast, om met de saakbesorgers dese moorsche zeevaarende in nadere onderhandeling te treeden en deselve te persuadeeren om sig na het welbehagen van waar Hoog Edelheedens te schik= „ken en de gelden die aan gemelde zeevaarende Den ondergetekenden zoldij boekhouder heeft ingevolge en ter nakominge aan de ordres vervat bij uwel Ed: Agtbaare besluijt van den 29:e der gepasseerde maand meij d' Eek bij deesen te beligten: Dat hij wel getragt heeft om de saakbesorgers der moorse zeevaarende door alle moge= „lijke daanqredenen te beweegen van sig na het welbehagen van Haar Hoog Edelheeden te schikken, en de behoorende Gelden onder behoorlijke Quitantie te ontfangen; dog dat het hem zo onmogelik geweest is, als het is om met de hand aan den Hemel te raaken, om daar in te slagen, also deselve saakbesorgers schoon sij ook betuijgen dat zij gaart voor het vervolg alle moeijten in het werk willen stellen om voor de maatschappije Moorse zeevaarende te werven & te Wel Edele Agtbaare Heer & Heeren! Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Abraham Josias Sluijskers Directeur & Hoofd Gebieder deser Directie Benevens Den Raad. souden kompeteiken volgens de van Batavia ontfangene Lijsten & papieren onder behoorlijke quitantie te ont= „fangen en te verdeelen, heeft van zijne verrigtinge gediend van het ondervolgende Rapport. souden besorgen ƒ
English
291. 292. The 10th of June Anno 1786. The 10th of June Anno 1786. to arrange in the manner customary in Bengal and as is Their High Excellencies' pleasure, whenever there is any possibility of obtaining the permission and consent of the Government of this city or indeed the Nabab and the Baxie, they declare that, whatever the consequences may be, it is absolutely impossible for them to persuade the families, and still less the regents, to waive having an account rendered to them and payment made for a number of 324 Moorish seafaring persons, being 1 Sarang, 8 tandels, and 315 Commons, who were sent from here immediately and, shortly before the war, still indeed in December 1780, according to the confrontation at Batavia or elsewhere, were alive and at that time, according to their account, had already earned a sum of approximately 70,000 Rupees and were credited in the books; and to persuade them to keep quiet and acquiesce in the pretense that all of these are absent and deserted, and that on this ground all hard-earned wages are confiscated solely because they are not recorded on the Batavian lists, while they maintain that those lists do not deserve the least credit, in proof of which they all pointed out that some Moors who were already reported as absent or missing several years ago have now returned from Batavia with the Diamant. However, they declare that, since they have earned their living with the Company for so many years, they are very willing to exercise as much accommodation as possible, and consequently are quite willing to do their best to persuade the families or the rightful claimants of those Moors who are directly listed as deceased on the lists to receive what was owed to them according to the aforementioned lists, and that they also wish to receive those funds against a proper receipt, amounting according to the received lists to f1953. 11. 8. and with those received per the Diamant to f1501. -. -. Indeed, that in like manner they wish to receive the estate left by the sailor Nanna Narsing, being f94. 21. -; but that they are unable to satisfy the families of the Sarangs Moesdien Ioudien, Abrahamje Adjee Moensoek, and Sale Moesa, deceased at Batavia in Anno 1782 and 1783, who all reside here in the city, with what has been written from Batavia regarding what they had to their credit at their death, as they expressly demand that the receipts of the deceased be shown to them, proving that they received and drew there such considerable sums as they had to their credit in 1780, which they maintain cannot be true, and that they can prove otherwise with their letters, threatening to complain about this to the Government. And although they might provisionally be willing to receive the two months' allotment according to the received lists to an amount of f 8055. -. -, they declare that they cannot or dare not do so, because as soon as they intended to pay out these funds to the families and rightful claimants of the Moors still living, they would be assaulted on all sides by the families and rightful claimants of the other Moors who are not to be found on any lists, likewise for the payment of an equal 2 months' allotment or otherwise for the final accounting and settlement of what was owed to them upon their death or disappearance, according to the conditions upon which they were engaged and which has always been the custom; and that without employing some means or other, it is impossible for them to be relieved of this, while it is presently impossible for them, as they have otherwise done before, [illegible] all these people, even if it were each with a small amount.
Dutch transcription
291. 292. Den 10:' Iunij Ao 1786. Den 10:' Junij Ao 1786. — besorgen op den voet als in Bengalen het gebruijk en waar Hoog Edelheedens welbehagen is, wanneer er maat mogelijkheijd is om daartoe te erlangen de permissie en toestemming van de Regeeringe deeser stad of wel de Nabab & de Baxie verklaa ondoenelijk „ken dat het haar, wat de gevolgen ook moogen zijn, volstrekt is om de familien en nog veel minder de regenten te beweegen dat sij sullen afsien daar van dat haar Rekening gedaan word en betaling geschied van een getal van 324. koppen moorse zeevaarende, sijnde 1. Sarang 8. tandels & 315. Gemeenen, die datelijk van hier versonden sijn en kort voor den oorlog in- „mers nog in Decemb:r 1780. volgens de konfrontatie op Batavia of elders in weesen waaren & toenmaals al volgens haar reekening een somma van Circa 70'000. –. Rop:s verdiend hadden, en te vooren stonden bij de boeken en om haal te beweegen, dat sij sig vredig sullen houden met - en berusten in- het voorgeeven dat deese alle absent en gedeserteerd sijn, en dat uijt dien hoofde alle hadte verdiende Gagie geconfisqueerd word; Eeniglijk om datse bij de Mataviase Lijsten niet worden bekend gesteld gevonden; terwijl sij staande houden dat die Lijsten geen het minste geloof verdienen, tot een blijk van het welke sij alle queezen dat er nu met de Dieamant van Batavia sijn terug gekoomen sommige mooren die voor eenige Jaaken geleeden alreets als absent of vermist opgegeven sijn Egter verklaaren sij dat zeer genegen zijn om daar haar brood so veele Iaaren bij de Comp: gewonnen hebben, so veel inschikkelijkheijd te gebruijken als mogelik is, en dienvolgens haar best wel willen doen, om de families of de geregtigtigdens van die mooten welke dadelijk als over= „leeden bij de Lijsten bekend staan, te persuadieren, om het geene volgens voormelde Listen te goed hadden te ontfangen, en dat sij ook die gelden onder behoorlijke quitancie ontfangen willen, zijnde volgens de ontfangene Lijsten ƒ1953. 11. 8. en met die per de Diamant ontfangen ƒ1501. -. –. bedragen. Ia dat sij in gelijker voegen willen ontfangen het nagelatene door den mattroos Nanna Narsing sijnde ƒ94. 21. —. dog dat sij onvermogens sijn om de familien der te Batavia in A=o 1782. en 1783. overleeden Parangs moesdien Iou„ „dien, Abrahamje adjee moensoek & Sale Moesa, welke alle hier in de stad woonen te vreede te stellen, met het geen van Batavia is geschreeven dat sij bij haar overleiden hebben te goed gehad, also die expres vorderen dat haar de quitancien van de over„ „ledene worde getoond, waarbij het geblijkt dat sulke aansienlij= „ke summen als in 1780. te goed gehad hebben aldaar ontfangen en opgenomen hebben, het geen sij staande houden niet waar te kunnen sijn, en met haare brieven anders te kunnen bewijsen, drijgende om hier over aan de Regeering te sullen klaagen. En schoon sij verders bij provisie wel genegen souden sijn tot den ontvangst van de twee maanden vermakinge volgens de ontfangene Lijsten tot een bedragen van ƒ 8055. –. –. soo verklaaren sij sulks niet te kunnen ofte durven doen, also sij so ras deese gelden aan de familien & Gerragtigdens van de nog in leeven sijnde mooven weeder uijtkeeren wilden, sij van alle sijden sullen worden aange= „vallen door de familien & geregtigdens van de andere mooren welke bij geen lijsten te vinden sijn, opgegeven sijn, mede om de voldoeninge van gelijke 2. maanden vermaking of anders voor de finale afrekening, en afbetaling van het geen bij haar overlijden of vermissing te goed hadden, volgens de konditien waarop aan„ „genomen sijnde en het geen altoos het gebruijk geweest is, en dat sij daarvan sonder het een of ander middel in het werk te stellen, onmogelik ontslagen kunnen worden; terwijl het haar thans so als anders wel bevoorens hebben gedaan ondoenlik is om alle deese menschen, al is het ook ieder met een kleinigheijd zijnde bij geweest.
English
293. 294. The 10th of June Anno 1786. The 10th of June Anno 1786. adjacent considerations provisionally to satisfy, or make them wait patiently until the arrival of the ships, since, in case Their High Excellencies might persist in the resolution to pay nothing of the outstanding wages of all the aforesaid persons because they are not found on any Batavian lists, they would never get a single penny back, and thereby now they might fall into the circumstance of having to flee before the persecution of the government, or be stripped of the little that is left to them; The only thing that would therefore have to be done, according to the statement of the aforesaid administrators, in order provisionally and until October next or rather until the arrival of the Batavian ships to satisfy and make practice patience the families and interested parties of those Moors who shall be absent or deserted, or at least are not found on the lists, without resorting to complaints or committing actual acts of violence, would consist therein, that now something were provisionally paid to the families of the aforesaid seamen or those entitled to it, to be withheld again upon the final settlement, and which would have to consist of at least one month's wages for each man; However, they also very expressly demand, if it should happen as they expect that they will be attacked and persecuted by the government, which will certainly suspect them of defrauding and withholding the additional funds that according to this their contention must be paid, that they shall be efficaciously protected and preserved from all punishments and persecutions that might be inflicted upon them on that account; Wherewith he has the honour with all respect and high esteem to be, below stood, Right Honorable Sir and Sirs, lower, your Right Honorable's very obedient and humble servant, was signed, Egidius Meijer, in the margin, Suratta the 2nd of June Anno 1786. Whereupon having deliberated, it came into consideration that on the one hand it cannot be denied that if one proceeds to grant the demand of the aforesaid administrators once more for this time and allows them to be given the amount of one month's wages for each of those Moorish seamen whom the said administrators have reported as absent and deserted, on the grounds that they are in no way known on the lists received from Batavia, although they have been dispatched and also still run in the books, under the condition that the same shall be deducted again as soon as the final accounting of these people is made, the Honorable Company is in fact in no way benefited thereby nor is the major matter advanced, much less settled, and even runs the risk of losing this month's wage thus paid, whereas one might otherwise get released without making a settlement and payment; but that on the other hand it is certain and fully known to every member of the assembly, whereupon firstly 295. 296. The 10th of June Anno 1786. The 10th of June Anno 1786. The pay bookkeeper authorized to satisfy the silver buyers with another 2000 Rupees for missing, dead etc., at least those who are not known on the Batavian lists. Firstly, that from the wild rabble, whether they truly are the families and friends of the missing Moors or that they are incited and stirred up to this, one will not be freed without giving them something, or without addressing oneself to the Nabob or to the English Chief, for the purpose of assistance; Secondly: That in case one takes refuge in the second alternative, one runs very great danger that those authorities, under the pretext of investigating the circumstances of the matter, will interfere in the same and will take up the complaints of these people, from which must follow a complete discussion of a matter that one, as long as another way is open, must prudently avoid, since such could give rise to demands and pretensions which could cost the Company considerable sums; And Thirdly: That it is of the greatest necessity that this matter, at least for the present, Wherefore it was approved and agreed to authorize the repeatedly mentioned pay bookkeeper Meijer, as he is authorized hereby, to give out to the much-mentioned administrators of the Moorish seamen, over and above what must be paid to the same according to the lists and papers received from Batavia and to which he has been authorized by the resolution of the 4th of March and 18th of May last, still a sum of two thousand Rupees, remains smothered, at least in such a way that the foreigners get no knowledge thereof, in order to prevent that no opportunity be taken from it to help the Company into troubles here and to pluck a feather from its tail, while one hopes in October next or upon the arrival of the ships to be strengthened with positive and explicit orders from Their High Excellencies on how to act in such a dangerous matter. Being smothered
Dutch transcription
293. 294. Den 10:' Iunij Ao 1786. — Den 10:e Iunij Ao 1786. nevenstaande Consideratien bij provisie te vreeden te stellen, of te doen patienteeren tot het akki= „vement der scheepen, also sij daarvan bij aldien Haar Hoog Edelheeden bij het besluit om van de te vooren staande gagie van alle de voorseide persoonen niets te betaalen om datse bij geene Bataviase Lijsten worden gevonden persisteeren mogten, nimmer een penning souden te rug krijgen, en daar door nu zij mogelijk in de omstandigheid geraaken sullen om voor de vervolging der Regeering te moeten vlugten nog ontbloot raaken van het weijnige dat haar overge= „schoten is; Het eenige het geen er dus volgens het seggen der voorseij= „de zaakbesorgers soude te doen zijn, om de familien en de ge„ „intresseerdens van die mooten welke absent of Gedeserteerd zullen zijn, immers bij de Lijsten niet worden gevonden bij provisie en tot october aanstaande ofte wel tot de komste der Batavische scheepen te vreeden te stellen & te doen geduld oeffenen sonder tot klag= „ten of het doen van dadelijke geweldpleging over te gaan soude bestaan daar in, dat thans aan de familien van voorschreeven zeelieden of de Geregtigdens bij provisie iets wierd betaald om bij de volkomen afrekening weeder te worden ingehouden, en het geen ten minsten in Eene maand gagie voor ieder man soude bestaan moeten; Egter vordere zij meede wel expresselijk om wanneer het mogte gebeleren so als sij verwagten dat door de Begeering die haar sekerlijk sal verdagt houden dat zij de meerdere gelden welke er volgens deese haare sustenue moeten worden betaald fraudeeren en agter houden worden aangetast & vervolgd sij effecacieuslijk sullen worden beschermd & sij bewaard voor alle straffen & ver= „volgingen die haar desweegens mogten aangedaan worden; Waarmeede hij d' Eer heeft met alle Eerbied & Hoog agting te sijn /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer & Heeren. /:lager:/ uwel Ed:e Agtbaare zeck gehoorsame & onderdaenigen Dienaar /:was getekend:/ Egid:t Meijer /:in margine:/ Suratta den 2=' Junij anno 1786. Waar op sijnde gedelibereerd, so kwam in aanschouw dat het aan de Eene sijde wel niet is tegen te spreeken dat de Edele kompagnie bij aldien men daar toe over „gaat am de vordering der voorschreeven saakbesorgers nog voor deese keek in te willigen en men haar laat afgeven het bedraegen van Een maand Gagie voor ieder van die moorsche zeevaarende welke gedagte saakbesorgers als absent & gedeserteerd opgegeven sijn, uit hoofde deselve bij de van Batavia ontfangene lijsten in geenerleij wijse bekend staan, schoon se versonden sijn en ook nog bij de boeken voortlopen, onder konditie om hetselve weder te laaten korten, soo ras haar afrekering van deese menschen word gedaan, in der daad daar door niets verbeterd nog de groote saake gevorderd veel min afgedaan word, en selfs gevaar loopt om deese alzo betaalde maand gagie te verliesen, so men anders sonder afreekening & betaling te doen ontslagen konde geraaken, dog dat het daar en tegen seker en aan een ieder Lid der vergadering ten vollen bekend is, Waarop Eerstelijk 295. 296. Den 10:' Iunij Ao 1786. Den 10:e Iunij A=o 1786. den soldij bookhieuder gequalefi„ „ceerd de sulver kopers met nog 2000. Rep:s voor Gemiste, dood &=m immers welke bij de Bataviase Eerstelijk dat men van het woeste gemeen, het sij deselve waarlik de famelien en vrienden der vermiste mooren sijn of dat sij hier toe worden aangekist en opgeset niet sal worden ontslagen sonder haar iets te geeven of sonder sig bij den Nabab of bij den Engelsche„ Chepf te adtresseeren, ten fine van assistentie, Ten Tweeden: Dat men ingevalle men tot de tweede alternative sijn toevlugt neemd seer groot ge „vade loopt dat die kwake onder het voorwendsel van nae de omstandigheden der saaken ondersoek te doen, sig in deselve melleeren en sij de klagten deeser lieden aantrekken sullen waar uijt soude moeten volgen een geheele discissie van een sack die men soo lang er een andere weg open is, voorsigtig verwijden moet, alsoo sulx aanleidinge soude kunnen geven tot vorderingen en pretensien welke de Maatschappije aansienlijke Dummen souden kosten kunnen, En Ten Derden: Dat het van de Grootste noodsakelik- „heijd is dat deese saak ten minsten voor eerst nog Weshalven dan goedgevonden en verstaan wierd, om den meergenoemden soldij boekhouder Meijer te Lijsten niet bekend, te Cententeeren qualificeeren soo als gequalificeerd word bij deesen om aan de veel gedagte saakbesorgers der moorsche zeevaarende boven het geene aan deselve betalen moet volgens de van Batavia ontfangene Lijsten & Papieren en waar toe bij resolutie van den 4:e maart &n 18:' meij laatstleeden gequalificeerd geworden is, nog aan deselve af te geeven een summa van Twee Duijsend Ropijen gesmoert blijft, immers sodanig dat de vreemder daar van geen kennis krijgen ten einde te verhoeden dat daar uit geen gelegentheid worde genomen om de kompagnie hier in brouilleries te helpen en een veder uit de staaat te plukken, terwijl men ver.- „hoopt om in October aanstaande of bij het akks „vement der scheepen te sullen worden gesterkt met positive en uitdrukkelijke beveelen van waar Hoog Edelheeden hoedanig te handelen in sulk een gevaarlijke saak, Gesmoort sijnde
English
297. 298. The 10th of June Anno 1786. The 10th of June Anno 1786. on condition that the same shall serve they might have to their credit, from the head master Peperhoven a bill of exchange large 10000 Rupees at 27 stuivers of 1789 with the interest of 3 per cent for one year, and And from the warehouse master Wicadi the autumn sale of 1787. calculated at bottom, autumn sale of 1787. being slightly less than one month's wages for the missing or absent or deserted men who at least are not found in the lists received from Batavia, which would amount to one sarang, eight tandels, and three hundred fifteen sailors, under this provision that all the other sums of recipients shall according to the received papers be under proper receipt, that furthermore care be taken against all difficulties from the side of the families in addition of wages, and that a deed be executed stating that the aforesaid 2000 rupees shall serve in reduction of the wages which these people might be found still to have to their credit with the Honourable Company. The head master Daniel Peperhoven having to pay after the spring sale offered to count here into the Honourable Company's treasury a sum of 13000.-. Rupees for remittance to the Netherlands, provided that the rupee be paid to him at 27 stuivers and that there be granted to him two different bills of exchange upon the Right Honourable and Highly Respected Gentlemen Directors, the one large 10000 Rupees payable after the spring sale of 1789 with an interest of 3 per cent one of 3000 to be paid after the for the term of one year, and the second of 3000 rupees accepted on the Meen Magdes, to pay after the autumn sale of 1787. It was found good to accept the aforesaid proposal, since their High Honours have given authorization for this by venerated missive of the 23rd of August 1785 and the valuation of the rupee at present is not too high, since the English Company takes in as much as it can possibly get at 29 stuivers, while the interest of 3 per cent is very reasonable, because the payment takes place so much later, through which transaction one shall moreover save the payment of interest on the moneys that one would otherwise have to take up here, considering the great shortage in which one still finds oneself at present. And for which reasons it is likewise agreed to receive into treasury from the warehouse master Wierde, as attorney of the former head master of this Directorate Pieter van der Sprenkel, the 299. 300. The 10th of June Anno 1786. The 10th of June 1786. ordinary yearly gift approved, a sum of 427 7/8 rupees and to grant for it bills of exchange on the Netherlands payable after the autumn sale of 1787, the Ducaton calculated at 70 stuivers according to the order. There is submitted the following proposed ordinary yearly gift to the Regents of this city, amounting at purchase cost to f 6355. 2. 8 and at sale value to f 7066. 3. 8, and thus higher by f 374.-.- at purchase and f 140. 8. 8 at sale than in the past year 1785. Proposal for the ordinary yearly gift to be delivered to the Honourable Company's brokers Lala Raamnaram, Sieuw Natam, Taratjent Nagedas and Praam Sinker Gewenkam, in order to be delivered by them according to an ancient custom to the Lord City Governor Mier Havis Eldhien Emmetchan Badus and further Regents of the Durbar who upon occurring occasions may be of service to the Honourable Company, distributed in portions, namely: Whereupon, having deliberated, it was found good and agreed to let the aforesaid gift be delivered thus, since the higher amount of the same in comparison with the previous year principally has its origin in not having at hand 80 lb of nutmegs which Purchase cost. Sale value. 5000 pieces of current silver rupees - - - - - - f 6000.-.- f 6800.-.- 80 lb of clove spice - - - - - - - - - - - - - - 27.-.- 336.-.- 2 lb cinnamon oil - - - - - - - - - - - - - 21. 5.- 21. 17. 8 2 lb clove oil - - - - - - - - - - - - - - -. 13. 8 1.-. 8 2 lb mace oil - - - - - - - - - - - - - - 2. 6.- 3. 9.- 4 lb mint oil - - - - - - - - - - - - - - 9. 9.- 14. 3. 8 15 bottles double Dutch anise - - - - - - - - - 55. 6.- 96. 15. 8 30 bottles distilled Dutch waters - - - - - 138. 1. 8 241. 12.- 30 bottles ditto native - - - - - - 88. 17.- 133. 5. 8 40 lb cinnamon - - - - - - - - - - - - - - 11. 15. 8 208.-.- Total - - - f 6355. 2. 8 f 7066. 3. 8 In the last preceding book year projected and given as gifts for - - - - - - 5988. 2. 8 6925. 15.- Thus now projected more f 374.-.- f 140. 8. 8 Surat, the 10th of June 1786. was signed: Mr. Moute in the margin: Recalculated was signed: G. C. Roeff.
Dutch transcription
297. 298. Den 10:' Iunij Ao 1786. Den 10: Iunij anno 1786. onder Conditie dat deselve sullen strek zij mogt te goed hebben, van den oppermeester Peperhoven Een Wissel Groot 10000. Cop:s de roppij â 27. stuijv:s van 1789. met den Intrest van 3. p=rC=to voor Een Jaar, en En van den Pakhuijsm:r Wicadi de najaaksche verkoping van 1787. na be ondre gereekend, Majaakschi venkoping van 1787. sijnde iets minder als een maand gagie voor de vestmiste of absent geraakte aan wel gedeserteerde immers bij de van Batavia ontfangene Lijsten niet gevonden wor= „dende Een sarang agt Tandels en drie hondert vijftien mattroosen bedragen soude, onder deese mits dat alle de overige summen ontfangers sullen volgens de ontfan- „gene papieren onder behoorlijke quitancie, dat voorts voor alle moeijelijkheeden van de sijde der familien „ken in merdering der Gagien welke sorge draegen en dat een geschrift passeeren dat de voorschreevens 2000. ropijen sullen laaten strekken in mindering van de gagie welke deese menschen mogten worden bevonden nog bij de Edele Kompagnie te goed te hebben. Den oppermeester Daniel Peperhoven sig hebbende te betalen wos de voor arsche verkoping aangebooden om alhier in 's E: Comp: kassa te tellen Een somma van 13000. -. Ropias ter remitteeringe na Neederland mits hem de ropij werde betaald met 27. stuijvers en dat hem woorde verleend twee differente wissels op de Wel Edele Groot Agtbaare Heeren Bewindhebberen de Eene Groot 10000. Ropias te betalen na de voor: jaar= „sche verkoping van 1789: met een Jntrest van 3. p:r Cent Een van 300. o: tebetalen na de voor den tijd van Een Jaar, En de tweede van 3000. ropijen op de Meen Magdes G'acopterd, te betalen na de najaarse verkoping van 1787. Is goedgevonden dien voorschreeve voorslag te accep „teeren vermits waar Hoog Edelheedens daar toe bij gevenedeerd missive van den 23: augustus 1785. qua„ „lificatie gegeven hebben en de evaluatie van de ropij thans niet te hoog is, daar de Engelse Compagnie so veel als maar magtig worden kan aanneemt tegen 29. stuivers, terwijl de intrest van 3. prCento seer redelijk is, also de betaling soo veel later geschied sullende men daar en boven door deese negotie uitwinnen de betalinge van Jntrest op de gelden die men andersints hier opneemen moet, aange- „sien het Groote gebrek waar in men sig thans nog bevind. En om welke redenen mede verstaan word van 99 r0:s 9 14: e alba „ den pakhuijsmeester Wierde als Gemagtigden van den gewesen oppermeester deser Directie Pieter van der Sprenkel de 299. 300. Den 10:e Junij A:o 1786. Den 10:' Iunij 1786. —. ordinair Iaarlijks Geschenk g'approbeerd, in Cassa te ontfangen Een somma van 427 7/8. ropijen en daar voor te verleenen wissels op Nederland betaalbaar na de najaaksch verkoping van 1787. de Ducaton gereekend tegen 70. stuijvers na de order; Js overgelegd het ondervolgende project ordinact Jaarlijks Geschenk aan de Regenten deser stad, be= „dragende Jnkoops. ƒ 6355. 2. 8. en verkoops ƒ7066. 3. 8. en dus meerder in ƒ 374. -. -. en verkoopes ƒ 140. 8. 8. als den Gepasseerden Iaare 1785. Project ordinair Iaaklijks Geschenk omme aan 's E: Compagnies makelaars Lala Raamnaram sieuw Natam, Taratjent Nagedas v Praam Sinker Gewenkam, te werden afgegeven ten einde door haar volgens een al oud gebruik aan den Heer stads Gouverneur Mier Havis Eldhien Emmetchan Badus & verdere Regenten van den Derbhaar dewelke bij voor „komende geliegentheeden D' E: Compagnie van dienst kunnen zijn verdeeltelijk afgegeeven te werden, Namentlijk: Waar op gedelibereerd sijnde is goedgevonden en verstaan het voorschreeve geschenk aldus te laaten afgeeven, also het meerdere bedragen van hetselve in vergelijking van den voorleden Iaare, voor „namentlijk sijn oorsprong heeft uit het niet aan handen hebben van 80. lb. Nooten die Inkoops. Verkoops. - - - - - - ƒ 6000. –. — ƒ 6800. –. - 5000. – stux silvere gangbaase kopijen. . . 80. lb Garioffes Nagulen - - - - - - - - - - - - - - „ 27. –. –. „ 336. –. –. 2. 3. Canneel olij - - - - - . - . . - - - - - - „ 21. 5. –. „ 21. 17. 8. 2. „ Nagul olij - - - - - - - - - - - - - - - - „ —. 13. 8. „ 1. —. 8. 2. „ foelij olij - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2. 6. –. „ 3. 9. —. 4. „ menthe olij - . - - - - - - - - - - - - - . „ 9. 9. –. „ 14. 3. 8. 15. flssen annijs dubbelde hollands - - - - - - - - - - - „ 55. 6. –. „ 96. 15: 8. 30. „ gedisteleerde wateren hollands - - - - - „ 138. 1. 8. „ 241. 12. d=o Jnlands - - - - - - „ 88. 17. –. „ 133. 5. 8. Addteelt- - - ƒ 6355. 2. 8. ƒ 7066. 3. 8. Jn het Jongst voorgaande Boekjaar ge= „projecteerd & verschenken voor - - - - - - „ 5988. 2. 8 „ 6925. 15. -. Dus nu meed Geprojecteerd ƒ 374. -. –. ƒ 140. 8. 8. Suratta den 10:e Junij 1786. /:was getekend:/ M:r Moute /:in margine:/ Nagerekend /:was getekend: / G. C. Roeff. — 40. „ Canneel - - - - - - - - - - - - - - - - „ 11. 15. 8. „ 208. —. —. 5000. gewoonlik 30. „ do
English
301. 302. The 10th of June Anno 1786. The 10th of June Anno 1786. Instead of the bookkeeper Roeff, who as commercial transfer agent has many duties, it has been approved to appoint as Warehouse Committee Member the junior merchant out of employment Cornelis Adriaan van Eijk. While Coenraad Hendrik Roosemeijer, serving as soldier of the pen at the trade office, on the good testimony of his zeal and docility given by the Chief Administrator Monté, was promoted to Young Assistant with the wage of ƒ 16. –. –. per month and a contract of five years. Furthermore, the gunner's mate Jacobus van Utrecht, who remained here from the ship De Diamant, was, after giving proofs of competence, appointed Boatswain of the shipyard at ƒ 20. –. –. per month and a contract of three years. And since the narrow ship De Batavier and the hoeker De Charlotta have already progressed so far that they need the supervision of a commander, it was resolved to appoint as Commander on the narrow ship the sailor Hendrik Vrijtag, with promotion to boatswain's mate at the wage of ƒ 20. –. –. per month and a new contract of 5 years. And as Commander on the hoeker De Charlotta the Moorish Sarang Said Noet with the wage of 15 rupees per month and the usual board that a native sailor enjoys here on the vessels. Thus done, resolved and decreed at the Dutch office of Souratta on the day, month and year aforesaid. Was signed: A. I. Sluijsken, M. Monté, E. N. Wearde, J. J. van Polanen de Berche, E. Meijer, G. Pipel, C. A. van Eijk, and G. C. Roeff. Monday the 12th of June Anno 1786. All Present. Before noon. By the Lord Director were presented two letters received by His Honour the day before yesterday from the hands of a committee from the English Council: The one from the Honourable Governor and Council of Bombay, dated the 31st of May last, wherein, in answer to our letter of the 9th preceding, they entirely reject the claim of the Noble Dutch Company on their Company regarding the bill of exchange granted to the house of Bhaijsa to the amount of one hundred thousand rupees with interest, which was deprived of its effect by the conduct of the English, of the following content: 303. 304. The 12th of June Anno 1786. The 12th of June Anno 1786. Translation of the English letter written by the Governor and Council of Bombay to the Lord Director and Council at Souratta, received on the 10th of June 1786 from the hands of the Committee Members Spencer and Cherrij: Gentlemen! On the 20th last we were honoured with Your Honours' letter of the 9th preceding, demanding from the Honourable English East India Company payment of a bill of exchange of one hundred thousand rupees granted by you on the 9th of June 1784 to the heirs of the deceased Banyan merchant Bhaijsa drawn on the linen suppliers of the Noble Dutch Company, Beraamtje Soeraabje and Warmootje Bittintie. In answer to which we have the honour to inform Your Honours that, before the goods in question were taken for the use of our Honourable masters, the claim of the heirs of Bhaijsa upon the same was fully investigated and examined, whereupon it appeared from their voluntary declaration that they could produce neither acceptance nor payment of the bill of exchange which Your Honours had granted them on your linen suppliers, which was fully reinforced by the non-acceptance of the bill of exchange, and which consequently, through this defect, could be of no force or validity whatsoever. And further, that when the heirs of Bhaijsa were summoned before our Council of Suratta, they in like manner freely declared that they were never put into the actual possession of the goods which are said to have been transferred to them in payment, nor did it appear that on the bonds in their possession which they displayed, any endorsement or receipt had been placed for any part of the same by the Noble Dutch Company. In consequence of which the goods, upon the taking of your factory, undoubtedly became the property of our Honourable masters and were taken into possession as such. We have the honour to be, Gentlemen, Your Honours' humble and obedient servants. Was signed: R. H. Boddam, L. Niesen, Rob:t Sparks, and Ruc. Church. In the margin: Bombay, the 31st of May Anno 1786. And the other from the Chief and Council of Suratta, dated the 8th of this month, by which they decline and reject the proposal made by this assembly by letter of the 18th of May last for concluding a cartel between the two nations at Suratta.
Dutch transcription
301. 302. Den 10:' Iunij Anno 1786. — Den 10:' Junij anno 1786. war lijk de stede van Roesf tot pakhuijse secommitteerde aangesteld, den soldaat aan de penne Rosemijer Utrecht tot bootsman van de Werff met ƒ 20. –. –. ontfangen bij welke de practentie van de latd wijser. en als Gesaghebber op de Hoarij Said Noet en den mattroos Vrijtac, tot selieman g Smalschipp sr op de gewoonlijk onder de Regenten verdeeld en nu met geld moeten gesuppleerd worden. In steede van den boekhouder Roeff die als Negotie overdrages Naeker aat w=e veele besigheden heeft, is goed gevonden tot Pakhuis Gekommitteerden te benoemen den onderkoopman buijten Emploij Cornelis Adriaan van Eijk. Terwijl den als soldaat aan de penne op het tot geastent met Cob:beoeders negotie Comptoir dienst doen de Coenraad Hendrik Roosemeijer op het door den Hoofd administrateur Monte gegevene goede getuijgenisse van zijnen ijver v Leersaamheid wierd bevorderd tot Jong Adsistent met de gagie van ƒ16. –. –. ter maand en een verband van vijff Jaaren. voorts wierd den alhier van het schip de Diamant den Constapstmaat Jacobus van verbleevene Constapelsmaat Jacobus van Utrecht na ge- „gevene preuves van bequaamheijd aangesteld tot Bootsman van de werff met ƒ 20. –. –. ter maand & Een verband van drie Jaaken. En vermits het smalschip de Batavies en de Herrij de Charlotta reeds so verre gevorderd sijn dat het opligt van Een Gesaghebber nodig hebben, wierd verstaan Maandag den 12 Iunij anno 1786. — Alle Present. voor de middag Door den Heer Directeur zijn overgelegdt twee bij Een missive van Bombaij zijn Agtbaare op voorgisteren uit handen van eene van de Comp: de Wissel van Beijsae Commissie uit den Engelschen Raad ontfangene missives, te benoemen tot Gesaghebber op het smalschip den mattroos Bataviek met ƒ 20. aangested Hendrik Varijtag onder bevordering tot schieman met de Gagie van ƒ 20. –. –. ter maand en een nieuw verband van 5. Jaaken. En tot Gesaghebber op de Horrij den Moorelchen Sarang de Charlota den moorsche Sakang said Noch met de Gagie van ropias 15. –. smaands en de gewone kost die een Jnlandse tandel hier op de vaar= „tuijgen geniet. Aldus Gedaan Geresolveerd & Gearresteerd in het Nederlands Comptoir soulatta ten daage maand en Jaare voormeldt. — /:was getekend:/ A. I. Sluijsken, M: Monté, E. N. Wearde, J. J. van Polanen de Berche, E. Meijes, G. Pipel, C. A: van Eijk. & G. C. Roeff. — - - — de 303 304. Den 12:e Iunij Anno 1786. — Den 12:e Iunij A:o 1786. En een van den Eng:s raad alhier mede van de hand wijsen, de Eene van den Weer Gouverneur & Raad van Bombaij gedateerd den 31:e meij laatstleeden, waar bij deselve in andwoord op onsen brief van den 9:' bevoorens, de pretentie van de Edele Nederlandsche Compagnie op haare Compagnie wegens de verleende en door het gedrag der Engelschen van haar effect behoofde wissel aan het huis van Bhaijsa ten bedraage van Een maal hondert Duijsend ropijen met den Jntrest, ten eenemaale van de hand wijsen van den volgenden inhoud. — Translaat Engelsche missive Geschreeven door den Gouverneur & Raad van Bombaij Aan den Heer Directeur & Raad te souratta ontfangen den 10:e Junij 1786: „ handen van Gecom„ „mitteerdens Spencer & Cherrij. Mijne Weezen! op den 20:e laatstleeden zijn wij vereerd geworden met uw Edelens brief van den 9:e beverens vorderende van de Monorabele oost Indische Engelsche Compagnie betaaling van een wissel brief van Een maal hondert duijsend Ropijen bij uw op den 9:' Junij 1784. verleend aan de Erfgenaamen van den overleeden Benjaans koopman Bhaijsa op de En de andere van den Weer Cheff e Raad van Sucatta die het blijk van den aletes gedateerd den 8:' deeses bij dewelke, den door deese verga= „dering bij brieve van den 18:' Meij laatstleeden gedaanen voorslag, tot het sluiten van een Cartet tusschen de twee Natiers te suratta dekliheeren & van de hand wijsen volgens de daar linne leveranciers van de Edele Nederlandsche Compagnie Beraamtje soeraabje & Warmootje Bittintie in andwoord op dewelke wij de Eet hebben uwel Edelens te verwittigen, dat alvorens de goederen in questi genomen wierden voor het gebruik van onse Honorable betaalt weeken, de vordering van de Erfgenamen van Baijsa op deselve volkomentlijk nagespeurd en onder„ „sogt is, wanneer het door haare vrijwillige verklaring gebleeken is, dat zij niet produceeren worden nog acseptatie nog betalinge van de wissel brieff welke uwel Edelens haar verleend hadden op uwe Linne Leveranciers, het welke ten vollen versterkt wierd door het niet geaccepteerd zijn der wissel en die bijgevolg door dit gebrek van geene kragt of validiteijt, welke ook sijn konde & verders dat wanneer de Erfgenamen van Baijsa voor onsen Raad van Suratta geroepen waaren, sij op gelijke wijse vrijelijk verklaard hebben, dat sij nimmermeest gesteld waaren in de dadelijke besitting van de goederen welke gesegd worden aan haar te sijn overgedragen in betaaling, nog Gebleek het dat er op de obliga„ „tier in haare besitting welke sij vertoonden eenige indossement of quitantie gesteld was voor eenig gedeelte van deselve van de Edele Nederlandsche Compagnie, ingevolge van het welke de Goederen bij het neemen van uw factorij ontwijffelbaar den Eigendom van onse Honorabte betaals weeken wierden en als sodanig in besitting genomen sijn; Wij hebben de Eet te sijn. /:onderstond:/ Mijne weeren. /: lager:/ uw Edelens onderdanige & Gehoorsaame Dienaaren /:was getekend:/ R. H. Boddam, L. Niesen, Rob:t Sparks & Ruc: Clurch /:in margine:/ Bombaij den 31:' Meij anno 1786. linne toet
English
306. The 12th of June Anno 1786. The 12th of June Anno 1786. dispatch in fitting terms of a protest, received orders of their superiors of the following content. Translation of a dispatch written by the English Chief & Council at Suratta, to the Lord Director & Council, received the 10th of June 1786 by the deputies Spencer & Cherkoij. Gentlemen! We have the honor to enclose herewith a packet from our superiors, and we have their orders to inform Your Honors at the same time that they see no necessity to enter into the cartel proposed by Your Honors in your letter of the 18th ultimo, as they have decided that matters at Souratta shall remain on the same footing as they were before the outbreak of the late war between Great Britain & Holland, and in which they have been restored since the peace; We have the honor to be. — subscript: Gentlemen. lower: Your Honors' obedient & humble servants was signed: A. Ramsaij, G. Green, W. Leuis, D. Seten, I. Wardin, I. Spencer, L. Corkran, I. A. Chererij in the margin: Suratta the 8th of June 1786. — Whereupon having deliberated and considered, with respect to the first mentioned letter of the Governor & Council of Bombay concerning the affair of these bills of exchange, on the one hand, that one has to expect not the least satisfaction & indemnification from the said ministry, nor from the Chief & Council here, for the aforementioned one hundred thousand ropijen with interest, but on the contrary that the aforesaid English ministries have resolved to evade this just claim under all kinds of frivolous, null, and even mutually contradictory pretexts, and to make the Company bear this loss in addition to so many considerable damages and disadvantages suffered by it during the war; and that on the other hand it is impossible for this council to employ any other or further means of compulsion against the aforementioned Britons to obtain satisfaction; it was approved & agreed to dispatch an answer to the aforesaid letter at the first opportunity 307. 308. The 12th of June Anno 1786. — The 12th of June Anno 1786. and to send all the papers relating to that matter in duplicate to the Lords Principals, And in regard to the second, to let the matter rest demand of 2000. rop: above the granted 2000. rop:s the Pay Bookkeeper has informed the Director that the agents would not let themselves be satisfied to dispatch an answer to the aforesaid letter and not only refute the assertions made therein, in so far as this has not already been done in the letters dispatched previously, but also at the same time to protest in fitting terms against all damages and losses which the Noble Dutch Company shall suffer through this unlawful refusal; and furthermore to order the secretary of this assembly to prepare two sets of authentic copies of all papers relating to this matter, as well as of all letters exchanged thereon, in order to be forwarded via Ceylon to the Noble High Respectable Lords, Directors, in December next: And in regard to the second mentioned dispatch from the Surat ministry, it was agreed that, since the proposal to enter into a cartel was made primarily on account of the good disposition that Lord Ramsaij displayed toward concluding the same, to let the matter rest there & to take all possible precautions upon the arrival of the ships to prevent desertion; After which the Lord Director made known to the assembly that the Pay Bookkeeper Meijer had this morning informed him, the Lord Governor, that the agents of the Moorish seafarers, notwithstanding that he had come to an agreement with them according to his report of the resolution of the day before yesterday and believed to have removed all differences & difficulties with them for the present, had again presented themselves to him yesterday with a declaration that they were unable to adhere to that arrangement, alleging that with such a small sum of 2000. rop:s they were not capable of satisfying the families of the 324. Moorish seafarers who are missing, dead, or absent, at least of whom not the least mention is made in the Batavia lists, and of pacifying them for the two months' remittance until the arrival of the ships in October next; the aforesaid agents demanding that in addition to
Dutch transcription
306. Den 12:e Iunij A:o 1786. Den 12:' Iunij Anno 1786. missive in gepaste ter men van Een Photest, toe ontfangene ordre haaren suppericuren van de vol„ „gende Contenue. Translaat missive Geschreven door den Engelschen Cheff & Raad te Sucatta, Aan den Heer Directeur & Raad, ontfangen den 10:e Junij 1786. door Gecommitteerdens Spencek & Cherkoij. Mijne Weesen! Waj hebben tans de het deesen intesluijten een pakket van onse superieuren en hebben haare beveelen om uwel Edelens kennis te geeven ter selver tijd dat sij geene noodsakelijkheijd sien om te theeden in het Cartel door uwel Ed:s bij derselved' brief van den 18:e laatstleeden voorgeslagen, also sij beslooten hebben dat de saaken op souratta verblijven sullen op deselfde voet, als die waaren voor het uitbreeken van den laasten oorlog tusschen Groot Brittanien &e Holland en in welke sij hersteld zijn, seedert de vreede; Wij hebben d' Eek te sijn. — /:onderstond:/ Mijne Weeder. /:lager: / uwel Ed:s Gehoorsaame & nedrige die naaren /:was getekend:/ A. Ramsaij, G. Green, W. Leuis, D. Seten, I. Wardin, I. Spencer, L. Corkran, 1. 4. Chererij /:in margine:/ Suratta den 8:e Junij 1786. — Waar op geschibereert en in aansebouw genomen sijnde met opsigt van de Eerst gemelde brief van den Gouverneur Waar op gedelibereerd en in aanschouw genomen sijnde, met opsigt van de Eerstgemelde brief van den Gouverneur & Raad van Bombaij omtrend de affaite dese wissels, aan de Eene sijde, dat men van hetselve ministerie soo men als van den Cheff & Raad alhier eenige de mitste voldoeninge & schaadeloos stelling van de voorschreeve Een maal hondert duisend ropijen met den Interest te wagten heeft, maar inteegendeel dat voornoemde Engelsche Ministerien beslooten hebben om neren gene eden bij erte om deese regtvaardige vordering onder allerlij frivole, 't worder legen onder toesending nietige & selfs den een den anderen Contradiserende voorwendselen van den hals te schuiven en de maat= „schappij ook nog booven so veele aansienelijke schaaden en nadeelen als bij door den oorlog ge- „leeden heeft, dit verlies te doent dragen en dat het aan den andsien kant voor deese vergaderinge on„ „doenlijk is eenige andere ofte verdere middelen tot Constringentie van voormelde Britten ter vol= „doening in het werk te stellen, so wierd goed= „gevonden & verstaan om bij eerste geleegentheijd waar een - 307. 308. Den 12:' Iunij A:o 1786. — Den 12: Iunij A=o 1786. en alle de Papieren tot die saak betrekkelijk in duplo aan de Weeren Majores overtesenden, En ten requarde van de anderse het als te laten berusten vordering van 2000. lop: boven de toegestaand 2000. bop:s den soldij Bookhouder heeft den Directeur bezigt dat de saakbesor= 't suellen, een andwoord op voorschreeve missive te laeten afgaan en de stellingen daar bij voortkomende te wedterleggen, so verre sulx niet bereets bij de bevoorens afgevaardigde missives geschied is niet alleen, maar om daar bij teffens in gepaste ter men te protesteeren teegen alle scheeden en nadeelen, welke de Edele Nederlandsche Compagnie door deese mdegtma= „tige weigering lijden sal, en om voorts den secretaris deser vergaderinge te gelasten om van alle de papieren tot deese saake betrekkelijk, soo meede van alle de daar wer gewisselde brieven, twee stellen authentique Copijen te vervaardigen, ten einde in Decemb:r aan„ „staande over Ceilon aan de Edele Hoog Agtbaare weeden, Bewindhebberen te worden overversonden: En ten re guarde van de tweede gemelde missive van het souaats ministerie, soo wierd verstaan om also de voor „slag tot het aangaan van een Cartel voornamentlik geschied is op de goede genegentheid die den Weer Ramsaij tot het sluijten van hetselve blijken liet, het daar bij te laaten„ berusten & om bij de aankomst der scheepen alle mogelijke precautie te gebruiken tot voorkoming van descrtie; Wier na maakte den Heer Directeur aan de „gers sig mit werde laten te vrereden vergadering bekend, dat den soldij boekhouder Meijes deesen morgen aan hem Heer Gebieder had Kennis gegeven, dat de saakbesorgers des moodse zeevaarende niet tegenstaande hij met deselve volgens sijn berigt ter Resolutie van voorgisteren over een gekomen was en vermeenden alle differenten & swaarigheeden voor het tegenswoordige met haar te hebben uit den weg ge„ „ruijmt, sig wederom op gisteren bij hem vervoegd hadden met een verklaaringe dat sij onvermogens wacen sig aan die schikkinge te houden, ender voorgeeven, dat sij met sulke eene geringe somma van 2000. kop:s niet in staat waaren om de familier van de 324. koppen moorse zeevaarende die vermist, dood, of absent tijen, immers van dewelke bij de Bataviase Lijsten geen de menste melding gemaakt word, te vreeden te stellen en stille te doen sijn voor de twee maanden vermakinge tot de komst der scheepen in October aanstaande, verderende voorschreeve zaakbesorgers dat haar precautie boven
English
309: 310. The 12th of June anno 1786. The 12th of June Ao 1786. since nothing seems to be accomplished with the same, nor the desired purpose achieved, so the pay bookkeeper is ordered to suspend his negotiations until further orders. above the amount granted by the resolution of the day before yesterday, another two thousand rupees are provided or advanced. That His Honour replied to this that the business of the absent or unmentioned Moorish sailors will never come to an end in this manner, much less that one has any hope of ever achieving the desired end through these concessions and executing the orders of Their High Mightinesses, but that the longer this matter drags on, the more necessary it becomes to enter into negotiations with the Government before it causes a greater stir and gives rise to a disturbance of the public peace, while it is to be feared that these monies, which are thus successively paid out to quiet the aforementioned Moorish families, or rather their authorised agents, will in the end, when one must inevitably come to a general settlement, have to be lost. Consequently, he had come to the opinion of having the Government quietly sounded out as to how and in what manner all claims of these attorneys, the Bakssie and the Nabab, concerning and on account of all those Moorish sailors who were sent from here to Batavia before the war and are now nowhere to be found, or at least are not mentioned in any papers, whether they have died, gone missing, or deserted, could be settled and disposed of, such that the attorneys declare in writing that they will never make any claim or demand against the Honourable Company on this account. Wherefore His Honour proposed to the meeting to order the pay bookkeeper Meijer to leave his negotiations with the frequently mentioned attorneys for the present in the state they are currently in, until such time as the Right Honourable Director shall have learned whether there might be any means to settle the same finally and in the manner aforementioned. Which having been deliberated, it was approved and agreed to transform the aforementioned proposition of His Honour into a resolution of this meeting, and consequently to order the pay bookkeeper attorneys M. 311. 312. The 12th of June Ao 1786: The 7th of July Ao 1786. having prevented the shipping of the goods, thus claiming a gift, and have been brought back to the wharf, he, the Nabab, has now again by force, of the purchased merchandise of the merchants, remained, the Director having promised to investigate the matter after its departure, to cease all negotiations with the oft-mentioned attorneys until further orders. Thus Done, Resolved & Arrested in the Dutch Office of Suratta, on the day, month & year aforementioned. /was signed:/ A. I. Sluijsken, Mr Monté, E. N. Wiardi, I. J. van Polanen de Bevere, S. Meijer, G. Piper, C. A. van Eijk & G. C. Roeff. Friday The 7th of July Anno 1786. All Present Except the junior merchant & warehouse keeper Wiardi. forenoon The two last preceding Resolutions having been resumed and approved, it was deemed fit to note down: that the Governor of this city, in the month of April last, just when the ship De Diamant was on the point of departure, having thought fit to prevent the shipping of the goods and linens, under the pretext that the gifts which used to be given to him before the war had not been properly presented according to the previous custom. The Right Honourable Director had been obliged, in order not to cause any delay to the speedy departure of the aforementioned ship, to give his public word to the English Chief Mr Ramsay, that if it should appear that the Nabab's complaints were well-founded, he would ensure that everything was paid as before the war. That this matter having remained at that for the time being, the Nabab has now, on the 13th of this month, thought fit to prevent with violence the entry into the city of the merchandise which had been sold by the brokers to various merchants and was being transported by them to their warehouses, such that, in order not to expose the merchants to great loss, one was compelled to have the carts on which the goods were loaded brought back into the wharf and stored again in the warehouses, that
Dutch transcription
309: 310. Den 12: Iunij anno 1786. — Den 12:' Iunij Ao 1786. also er niemmek met deselve gedaan werk schijnt te sullen zijn nog het gewenschte Voogmerk besterken, so word de soldoj boekhouder gelast zijne onderhandeling voor boven de toegestaane bij resolutie van voorgisteren worde verstrekt of voorgeschooten nog andere twee duijsend kop s:o Dat sijn Agtbaare hier uit antwaarde dat het werk des absente of niet gemeld wordende mooten„ nimanek op deese wijs een einde hebben sal, veel min dat men eenige hoopde heeft om door deese toogeventheeden eens het gewenschte einde te beteiken en waar Hoog Edelheedens beveelen ter executie te brengen maar dat het hoe langer de saak dus heen loopt, hoe meer„ „der noodsakelik word, om eens met de Begeering in on„ „derhandeling te treeden eer nog deselve meerder eclat veroorsaakt en tot stooringe van de publicque rust aan „leidinge geeft, terwijl het te vreesen is, dat deese gelden welke men also successive tot stillinge van voorschreeve moonse familiers, of wel de gezegtigdens uitgeeft op het einde wanneer men tog eens tot een generaale afdoeninge so als onvermijdelijk is, sal koomen moeten verlooten sullen sijn. dienvolgens van gedagten geworden was, om de Regeeringe onder de hand te laaten polsen hoedanig en op welke eene wijse alle vorderingen van deese saak besorgers den Bakssie en de Nabab weegens ende ter saak van alle die moorse zeevaarende welke bevoorens den oorlog van hier naar Batavia versonden & thans niet te vinden sijn, immeds bij geene papieren vermeld worden, het sij dat sij overleeden, vermist geraakt of gedeserteerd sijn, souden kunnen worden afgemaakt en uit den weg geruimt, sodanig dat de saakbesorgers schriftelijk verklaarden deswegens nimmeemeer eenige actie of pretentie teegens de Edele Compagnie te sullen maaken, Weshalven zijn Agtbaare aan de vergaderinge voor eerst te staaken tot rader ordre„ sloeg om den soldij boekhouder Meijer te gelasten, zijne onderhandeling met de meergemelde saakbesorgers voor eerst te laaten in den staat waar in sij tans is, tot tijd en wijle Wij Weed Directeur sal hebben vernomen, of et eenig middel sou sijn, om deselve finaal en in voegen voorsz: aftedoen, waar op gedelibereerd sijnde, wierd goedgevonden en verstaan de voorschreeve propositie van sijn E. Agtbaare also in een besluit deeser vergadering te transformeeren en om diervolgens den soldij Boekhouder te gelasten, besorgers M. 311. 312. Den 12:' Iunij Ao 1786: Den 7: Julij A=o 1786. — was, den afscheep der Goederen ver= „hindert hebbende also een Geschenk pretendeer de en zijn in de werf te dug gebragt heeft hij Nabab nu weder met geweld van de gekogte koop manschappen der kooplieden, gebleeven, hebbende den H:r Directeur beloofd de saak na dies vertrek te ondersoeken om alle onderhandelingen met meer gedagte saak besorgers te staaken tot nadere erdre. Aldus Gedaan Geresolveert & Gearresteerd in het Nederlands Comptoir Suratta ten daage, maand & Iaaze voormeldt. — /was getekend:/ A. I. Sluijsken, M:r Monté, E. N. Wiardi, I. J. van Polanen de Beveze, 8. Meijer, G. Piper, C. A. van Eijk & G. C. Roeff. Vrijdag Den 7:' Iulij Anno 1786. Alle Present Dempto den onderkoopman & Pakhuijsen: Wiardi. voor de middag De twee laast voorgaande Resolutien geresumeerd en geapprobeerd sijnde, wierd goedgevonden om aanteleke de Nabab tertijd het schip lie men dat de Gouverneur deeser stad in de maand april laatstleeden, quist wanneer het schip De Di= „ament op sijn vertrek stond, hebbende kunnen goedvinden om den afscheep der goederen & Lijwaeten te verhinderen, op voorgeeven dat hem de geschenken welke be„ „voorens den oorlog pleegden gedaan te worden niet behoorlijk na de voorige gewoente soude gegeven sijn. Den weel Directeur genoodsaakt was geworden om ten eijnde geene vertraaging aan het spoedig ver„ „trek van voorschreeve schip te hebben toegebragt, sijn publicq woord aan den Engelschen Chiff m:r Ransaa, te presteeren, dat hij so het mogte blijken, dat des is de saak toenmaals daar bij Nababs klagten gefundeert waaren, soude sorgen dat alles betaald wierd als voor den oorlog. Dat deese saak toen „maals daar bij zijnde gebleeven. de Nabab nu op den 13: deeser heeft kunnen goedvinden om het invoeren van de koopmanschappen welke door de makelaars aan differente belet den veroek na hate Pakhijs kooplieden waaren vertogt en door deese na haare pak„ „huisen vervoerd wierden in de stad met geweld te beletten, sodanig dat men om de kooplieden aan geen groote schaede bloot te stellen, genoodsaakt is geweest de kanren op welke de goederen gelaaden waaren in de werff te rug te doen been„ „gen en weeder in de pakhuisen te bergen, op Dat
English
313. 314. The 7th of July anno 1786. The 7th of July anno 1786. The Right Honorable Director sends his court courtier to the Durbar to hear the reasons for the violent action, The Nabab claims a private gift from the Director, which is refused him with sufficient reasons mentioned alongside, that the Lord Director had sent his first courtier to the Durbar to hear what the reasons might be for such a violent action, and that he returned with an answer that the Nabab did not intend to lift and remove the hindrances imposed, but absolutely would tolerate no Dutch merchandise in the city as long as the Lord Director had not satisfied him with those presents which His Excellency allegedly used to receive from the Directors previously upon their arrival or promotion, and subsequently annually; The Lord Director had caused the aforesaid Nabab to be answered in turn that it was fully known to him, who had been assigned to this Directorate for twenty years, that no Director had ever given such presents, nor had there ever been a fixed custom to do the same, much less that the Company would have borne any expenses for it; that insofar as it might be true that some Directors, who had never before been to Suratta nor were known there, might have thought fit upon their arrival to give some extraordinary present to him, the Nabab, such had depended on their own goodwill, and that everyone had the right to dispose of his own; His Honor the Ruler requested the Nabab to forgive him that neither his purse nor his inclination allowed the making of any gifts, but that he, it being a voluntary act, would do so if and whenever his goodwill should extend to it, requesting repeatedly that the Nabab would withdraw his issued prohibition and desist from his claim, without forcing him to take recourse to the Castle Government; That all this having had not the slightest influence on the aforesaid city governor, since he, although unable to prove that such gifts had ever been given by the Lord Directors Cerff and Bosman, 315. 316. The 7th of July anno 1786. The 7th of July anno 1786. The letter mentioned alongside prepared for the English ministry, The Lord Director having been in person to the English Chief to settle the matter, insisted that there be satisfied to him by the Lord Director the same gift that the Lord Extraordinary Councillor and former Director van de Graaff had sent His Excellency annually. His Honor the Ruler had prepared the following letter to the English ministry. To the Right Honorable Sir, Andries Raasaij, Esquire, Chief for all affairs of the British Nation and Governor of the Mogul Castle and fleet, Together with the Council. At Suratta. Honorable Sirs! The Nabab has thought fit yesterday to hinder and prevent the entry into the city of these goods and merchandise which were bought from the Honorable Dutch East India Company and were being transported by the merchants into the city to their warehouses; as soon as the Director was informed of such an unpleasant proceeding, he sent to the Nabab to be informed of the reasons which had moved His Excellency to this violence, whereupon he received as an answer that the aforesaid goods would not be permitted into the city so long as he, the Nabab, had not received a certain present, the value of which is unknown to us, which allegedly belongs to him for the Director's promotion to head of this Directorate; and while this answer sounded so strange and extraordinary, as there has never been any custom of that nature, the Director again had the Nabab requested to desist from this demand, informing His Excellency at the same time that since the giving of presents has at all times been considered a voluntary act, His Honor could not decide to give the same unless and when such was convenient and agreeable to himself, without being able to be forced thereto in any respect, all the less so since he must give this gift out of his own pocket, the customary annual present of the Honorable Company having been paid in June 1785 even for a full year, whereas the Nabab was entitled to no more than for six months, calculated since the restoration of the Factory; but as all the aforesaid has been of no effect, and the said Nabab continues to keep watch to prevent the bringing of the aforesaid goods into the city, and thereby to hinder and stop our business, we find ourselves in the necessity of applying to you, Honorable Sirs, in the capacity of Governor of the Mogul Castle, and of requesting from the same that your Honors please be so good as to oblige the Nabab to remove all hindrances and obstacles which he has brought against our trade and consequently against these privileges and prerogatives to which the Honorable Company is entitled. While His Honor in the meantime went in person to the English Chief, and he undertook to settle the matter. We have the honor to be, was written below, Honorable Sirs, lower, Your Honors' obedient and humble servants, was signed, A. I. Sluijsken, M:r Monte, E. N. Wiardi, I. J. van Polanen de Bevere, E. Meijes, G. Piper, C. A. van Eijk, and G. C. Roeff. In the margin: Suratta, the 14th of June 1786.
Dutch transcription
313. 314. Den. 7:e Iulij anno 1786. Den 7: Iulij anno 1786. den W:r Directeur send sijn Hof de redenen van de gewoldige han„ „deling te verneemen, de Nabab pretendeerd een particulier Geschenk van de M:r Directeur, het welk wem met nevens gem. sufficante reeden is geddeli= „heerd, Dat den Heere Directeur sijnen eersten Hofganger Ganger na de Derbaar om hier op in den Derbaar gesonden had om te verneemen welke de reedenen sijn mogten van sulke eene geweldige handeling en dat deese te dug gekomen zijnde met een andwoord, dat de Nabab niet voornemens was om de gedane verhinderingen op te heffen en weg te neemen, maar absolut geene Hollandse koopmanschappen in de stad gedoogen wilde, soo lang den Heir Directeur hem niet liad voldaan, die presenten, welke sijn Excellentie vao de Directeurs bevoorens bij haare aankomst of protuctie &n vervolgens haarlijks soude hebben ontfangen; Den Heere Directeurs aan voorsijde Nabab weeder had laaten andwoorden, dat het hem die seedert twintig Jacken op deese Directie bescheiden geweest ten vollen bekend was, dat geenig Directeur ooit diergelijke pre„ „senten had gedaan, nog dat 'er im met eene vaste ge„ „woonte soude sijn geweest om het selve te doen, veel min dat de kompagnie daarvan eenige lasten soude gedra„ „gen hebben dat voor so verre als het mogte waar weesen, dat sommige Directeurs die nim met bevoorens op souratta geweest nog aldaar bekend wassen, mogten hebben goed gevonden om bij haar arrivement eenig buiten gewoon present aan hem Nabab te doen, sulx van haare eijgene goede geregentheijd gedependeerd had, en dat daar een ieder regt had om over het sijne te dispo= „neeren, Wij Heer Gebiedert de Nabab liet versoeken om hetm te vergeeven, dat nog sijn beurs nog sijne inclinatie het doen van eenige Geschenken toeliet, maar dat hij sulx als een vrijwillige daad sijnde, soude doen, ingevalle en aan wanneer zijne genegentheijd daae toe strekken sal, versoekende bij hethaling dat de Nabab zijne gedane verbod wilde intrekken en van sijne pretentie assien, sonder hem te noodsaken sijn toevlugt tot het kasteels Gouvernement te neemen; Dat dit alles geen de minsten invloed bij meer gesijde stads Gouverneur gehaad hebbende, also hij schoon onvermo- „gens om te kunnen bewijsen dat door de Heeren Directeurs Cerff en Bosman doit diergelijke Geschenken waaren weesen gedaan 315. 316. Den 7:' Julij A:o 1786. Den 7:e Julij anno 1786. de nevens gem: missive aan het Eng:s ministerie in gereedheijd gebragt, de Hr. Directeur in persoon bij de Eng:s Cheff geweest sijnde de saak te sullen afdoen, gedaan, daar op aandrong dat hem door den Heer Directeur voldaan wierde hetselfde Geschenk dat den Weer Raad Extra- ordinair & gewesenen Directeur van de Graaff, sijn Excellentie Jaarlijks gesonden had. Hij Here Gebieder had in gereedheijd gebragt de endervolgende brief aan het Engels ministerie. Aan den WelEdelen Weeh. Andries Raasaij Schildk naap Cheff voor alle saeken van de Brietse Natie & Gouverneur van 's Mogoes Casteel &' vloot Benevens Den Raad. te Suradta. Mijne Weesen! De Nabab heeft kunnen goedvinden om op gisteren het inkomen in de stad te verhinderen en te beletten aan deese goederen & koopmanschappen welke van de Edele Nederlandse oost Jndische Compagnie gekogt zijn, en door de kooplieden in de stad na haare Pakhuijsen vervoerd wierde; soo ras den Directeur onderrigt was van sulk een onaangenaam bedrijf, sond hij bij den Nabab om onderrigt te worden van de redenen welke sijn Excellentie tot deese violentie bewogen had, wan= „neer hij tot andwoord ontfing dat de voorschreeve goederen niet in de stad souden worden toegelaten, so lange hij Nabab niet ontfangen had een seker present (: de waarde van het welke ons onbelkend is:/ Terwijl sijn Agtbaare intusschen sig in persoon heeft den elve aangenomen hadde vervoegd bij den Engelschen Cheff & aan deese het welke hem soude toekomen voor des Directeurs bevordering tot hoofd van deese Directie & terwijl dit antwoord soo vreemd & buijten gewoon luijden, also ds nimmer eenige gewoonte van die natuur geweest is, so liet den Directeur den Nabab andermaal versoeken om van deese vordering aftesien. sijn Excellentie ter selver tijd doende informeeren dat daar het doen van Geschenken ten allen tijden is geconsidereerd geweest als eene vrijwillige daad, zijn Edele tot het doch van deselve niet soude kunnen besluijten anders en dan wanneer sulx aan hem selfs Convenient & aangenaam was, sonder daar toe in eenigen opsigten te kunnen worden gedwongen, so veel te minder nog, daar dit Geschenk uit sijn eijgen sak doen moet. sijnde het gewone Jaarlijkse present van de Edele Compagnie in Iunij 1785. selfs voor een heel Jaar betaald, daar de Nabab niets meer Competeerd als voor ses maanden, Gereekent seederd de restoratie van de Factorij, dog also al het voorgeschreeve van geen vermoogen geweest is, & dat gesijde Nabab blijft voortwaken om het inbrengen der voorschreeve goederen in de stad te beletten & daar bij onse besigheeden te verhinderen en te stoppen, soo vinden wij ons selven in de noodsakelikheijd on ons te vervoegen bij uw Mijne weezen in de Qualiteijt van Gouverneur van het Mogdes Kasteel & van deselve te versoeken dat uw wel Edelens so goed gelieven te sijn om de Nabab tet verpligten alle verhinderingen, & belet= „selen weg teneemen die aan onsen Handel & bijgevolge aan deese previsegien & voorregten waar toe de Edele Compagnie gelegtigd is, toegebragt heeft. Wij hebben d' Eer te sijn. /:onderstond:/ Mijne Weesen. /:lager:/ uwel Edeles Gehoorsaame & Dienstwillige Dienaaren /:was getekend:/ A. I. Sluijsken, M:r Monte, E. N. Wiardi, I. J. van Polanen de Bevere, E. Meijes, G. Piper, C. A. van Eijk & G. C. Roeff /:in margine:/ Suratta den 14:e Junij 1786. het had
English
317. 318. The 7th of July, anno 1786. The 7th of July, anno 1786. The Nabob produces a list of the Company's customary gifts and of those which, according to his allegation, had been given during the directorship of Van de Graaff, but the latter were rejected, while the former were recognized by the Director. had presented the groundlessness of the Nabob's demand, as well as the impropriety of his violent conduct, which had had the consequence that the said English Chief had undertaken to oblige the Nabob to yield to fairness and to cease all violent measures. Accordingly making known to the Nabob that he was to submit in writing which gifts were made annually to the Durbar, that is to say to himself and subordinate regents, on behalf of the Company and by the Director himself. And when this had been complied with by the Nabob, the English Chief had sent to the Director on the 15th following his first clerk together with the first clerk of the Nabob, Kirparam, bringing a complete list of those gifts which are made on the Company's behalf, and of those gifts which separately, according to his allegation, had been sent by the Honourable Director Van de Graaff. That the Director recognized the first-mentioned and undertook to ensure that they would be paid punctually and without any reduction for as long as he had the honour to command this Directorship; but that His Honour completely rejected the last-mentioned gifts given privately, which according to the said list were said to consist annually of 2 canassers of powdered sugar, 2 canassers of candy sugar, 10 ells of velvet, 15 lb of cinnamon, 15 lb of cloves, 15 lb of nutmeg, 10 lb of mace, 750 rupees to the overseer of the customs for the unlading of goods, with various rarities and other trifles for the Nabob, and in addition two lists of gifts for the Bakhshi and for the country regent Sidi Jafar, the quantities of which have escaped the Director's memory, His Honour having not dared to ask for a copy of the aforesaid lists in order not to give the natives the idea that he attached any credit to them. Declaring to the aforesaid servants of the Governor of the town and castle that, even though the Director could not defer any belief to the aforesaid list, since throughout the entire directorship of Mr. Van de Graaff, during which he was second, he was 319. 328. The 7th of July, anno 1786. The 7th of July, anno 1786. The Nabob has all impediments removed, and with that the matter remains settled. Protest of Bombay sent to the English Chief here. not aware of the very least of it, even if it were true, it had depended on the free will of the said Mr. Van de Graaff to make such presents as His Honour pleased, without such an act being able to bind the Director, who is likewise the sole master of his own purse; therefore he absolutely refused to make any gifts of whatever kind on the grounds of obligation, and otherwise only when it pleased him. And that after the aforesaid servants had departed with this answer, the Nabob had made known a few hours later that he had removed all impediments, and that the matter had remained settled there. Furthermore, it was noted: That pursuant to what was resolved on the 12th of June last, the following letter was sent in original and duplicate on the 12th of this month to the English Chief and Council here, addressed to the Governor and Council of Bombay. We have had the honour to receive Your Honours' letter of the 31st of May last; it is of particular regret to us that we have perceived from it that Your Honours see fit to reject the request made in our previous letter of the 9th of May preceding, namely to indemnify the Honourable Netherlands Company for the amount of the bill of exchange granted by us on the 9th of June 1781 to the heirs of the Bania merchant Bhai Shah upon the suppliers of the Company, which was deprived of its effect by Your Honours' Chief and Council at Surat upon the seizure of the Directorship, to the sum of one hundred thousand rupees with interest. The reasons, Right Honourable Sirs, which the Surat Chief and Council have been pleased to give to justify their conduct, have already been fully refuted in our aforementioned letter to Your Right Honourable Sirs of the 9th of May, as well as in our numerous letters to their Honours; and their weakness receives no additional strength whatsoever from what Your Honours are pleased to state in your aforementioned last letter of the 8th of this month, namely that the heirs of Bhai Shah, also at the time when we were prisoners of war, Right Honourable Sir, Gentlemen! And To the Right Honourable Sir Rawson Hart Boddam, Esquire, President for all affairs of the British Nation and Governor of His Majesty's Castle, Together with the Council at Bombay. To made
Dutch transcription
317. 318. Den 7:' Julij Ao 1786. — Den 7:' Iulij A:o 1786. den Nabab produceerd een lijst der Comp: gebruijtelijk geschenk. en van die welke volgens zijn voor= „geeven door de Derestend van de graaff gedaan waare„ dog de laaste van de hand geweesen de Eerste heeft den 4:e Directeur eekend. had voor gesteld de ongegrondheijd van des Nababs vardering, so wel als de onbetamelijkheijd van sijn geweldogdig gedrag het welke van die gevolgen waare geweest dat gemelden Engelschen Cheff had aangenoomen om de Nabab te sullen verpligten om aan de bildikheijd plaats te geeven & alle geweldige middelen te staaken. Doende dien volgens aan den Nabab weeten dat hij in geschrefte soude hebben op te geeven welke Geschenken dat Jaarlijks aan den Derbaar dat is aan hem selven & ondergeschikte Regentens van wegens de Compagnie en door den Directeur selven wierden gedaan, en waaraen dan door den Nabab voldaan sijnde, so had den Heer Engelschen Cheff op den 15:e daaraen bij hem Weer Gebieder gesonden sijnen Eersten schrijver met den Eersten schrijver van de Nabab Kirpazam meede brengende eene geheele Lijst van die Geschenken welke 'sComp:s weegen gedaan worden en van die geschenken welke apart, volgens sijn voorgeeven door den Weeld Directeur van de Graaff gesonden waaren. — Dat Uij Weer Gebieder de eerst gemelde erkend en aan „genomen had tesullen sorgen dat die soo lange hij de eer had deese Directie te gebieden stipt & sonder eenig vermin= „dering, betaald wierden, dog dat sijn Agtbaare de laastge„ „noemde particulier gedaane geschenken en die volgens de gemelde Lijst souden hebben bestaan Jaarlijks in 2. Cannassels poeder suijker, 2. Cann: kandoj suijker, 10. ellen fluweel, 15. 8 Canneel, 15. lb Nagulen, 15. lb Nooten, 10. lb Coelij, 750. ropijen aan de opsiender van de tol voor het ontscheepen der goederen met differente oliteijten en andere kleerigheeden voor de Nabab en aan nog twee Lijsten van geschenken, aan den Bakkie en aan den Landregent sidie Iaffer, waar van de quantiteiten hem weed Directeur sijn entscheten, hebbende sijn Agtbaare geen kopij van de voorsz: Lijsten durven vragen om de Jnlanders niet in de gedagten te brengen dat hij aan deselve eenig Credit egaf, ten eenemaale van de hand geweesen hadr met aan voorschreeve Bedienden van den stads &e kasteels Gouverneur te declareeren, dat engeagt hij wees Ggebiedert aan de voorschreeve Lijst geen geloof defereeren konde, also hem die geduurende het geheele Bresteed van den Weer van de Graaff secunde geweest is, Dat daar 319. 328. Den 7:' Iulij Ao 1786.— Den 7:' Julij Ao 1706. de Nabab laat alle beletselen, op heffen en daar meede de saak blijven bekusten, protest van Banbaij aan de Eng:s Chiff„n alhier gesonden, daar van niets het alles minste bewust was, het buijten des al was sulx ook de waarheijd van de vrije wille van welgemelde Heede van de Graaff, hadde afgehangen om sulke presenten te doen als sijn wel Edele Gestrenge behaaglijk was, sonder dat sulx hem weel Directeur als sijnde insgelijks den eenigen meester van sijn eijgen beurs verbinden kon, dierhalven volstrekt wijgerde om eenige Geschenken hoe genaamd te doen, uit hoofde van verpligting en anders en dan wanneer hem hetselve gevallig was. En dat voorschreeve be= „dienden met dit andwoord vertrokken sijnde, de Nabab weinig uuren daar na had laaten weeten, dat hij alle beletselen opgeheeven had, en dat daar bij deese saak was blijven berusten. voorts wierd verder aangetekend: Dat ingevolge het op den 12:' deser gearesteerd van het geresolveerde op den 12:' Junij jongst Leeden aan den Heer Engelschen Cheff & Raad alhier in origineel & duplicaat is toegesonden de ondervolgende missive aan den Heere Gouverneur & Raad van Bombaij. Wij hebben de Eer gehad om te ontfangen uwel Edelens missive van den 31:' meij laatstleeden, het is ons bijsonder leed dat wij daar uit hebben ontwaard dat uwel Edelen goedvinden van de hand te wijsen het versoek bij onse voorgaande brief van den 9:e meij bevorens, om namentlijk de Edele Nederlandse Compagnie schadeloos te stellen voor het bedragen van de door ons op den 9:e Junij 1781. aan de Erfgenaemen van den benjaans koopman Bhaijsa op de Leveranciers van de Compagnie verleende Wissel die door uwel Ed:e Cheff &e Raad te Suratta bij het nee„ „men der Directie van haar effect beroofd geworden is, tot een somma van Een maal hondert Duisend Ropijen met den Jnterest. De redenen wel Edele Groot Agtbaare Heer &en Weeten welke den Heere souratten Cheff & Raad hebben gelieven te geeven tot wettigen van derselver gedaag sijn bij onse voorengemelde missive aan uwel Ed: Groot Agtb: v Edelens van den 9: meij mitsgaders bij onse menigvuldige brieven aan Haar Edelen bereets ten vollen wederlegd, & derselver swakheijd ontfang ert geensints eenige meerdere kragt, uit geen uwel Edelen bij derselver voor„ „gemelde laatste missive van den 8:' deeses gelieven te avanceeren, waart wat de Erfgenamen van Bhaijsa ook ten tijde toen wij krijgs gevangenen WelEdele Groot Agtbaare Weer Heeren! En Aan den wel Edelen Groot Agtbaaren Weerd Rawsen Hara Boddam schildknaap, President voor alle saken van de Buitsche Natie & Gouverneur van Sijer Majesteijts Casteel Benevens Den Raad de Boemboi. Aan gemaakt
English
321. 322. The 7th of July, anno 1786. The 7th of July, Anno 1786. From the Chief Surgeon Pepelhoven, a further 4814. 39. rupees negotiated on bills of exchange for the Netherlands, payable after the autumn sale of 1788, at 3 percent for one year. The nephew of the broker Mancherji, Edalji, has been placed under arrest by the English Chief, and preparations were made to attach the properties of the deceased broker himself. made, and the Dutch possessions in Surat were taken by British arms, may have declared—perhaps out of that natural fear which is often inherent to the native when he must testify among Europeans—it is certain and beyond all contradiction that the bill of exchange in question was accepted by them, as this is proven not only by the sworn testimony of the then secretary of our council, Egbert Nicolaas Wiardi, attached to our letter to the Honorable Chief and Council at Surat of the 16th of March 1786, under number 3, who delivered the bill of exchange itself into the very hands of the heirs of Bhikhaji, but also and primarily by the receipt of those goods which were delivered by the suppliers in reduction or settlement of the aforementioned bill of exchange, and of which complete proof is provided by the acceptance and keeping of the key of the warehouse in which the same goods were kept and stored, a proof of such a nature that even by the native it was judged to be of such importance that the aforementioned heirs of Bhikhaji could by no means be induced to surrender these keys when they were demanded by your Honor, the Chief and Council, which placed the aforementioned ministry under the necessity, in order to get to the goods, of having the warehouse broken open by force and violence; so that it is an almost insoluble riddle how these heirs of Bhikhaji could have declared before your Honor, the Chief and Council, that they were never put into the actual possession of the goods that were given to them in settlement. Yet, since it nevertheless pleases your Honors to dismiss our claim and to refuse the payment of the aforementioned sum of one hundred thousand rupees with the interest, we find ourselves compelled to bring this affair to the knowledge of our superiors in Europe in order to take such measures regarding it as they shall deem necessary, and meanwhile to protest in the strongest terms against all damages and losses which the Noble Dutch Company shall suffer through this refusal of your Honors. That, on account of the continuous great lack of money, a sum of 4814. 39. rupees was further negotiated from the Chief Surgeon Daniel Peperhoven on the 28th of June last, and bills of exchange were granted to him for it on the Noble, Grand, and Honorable Gentlemen Directors, payable after the autumn sale of 1788, with the interest of 3 percent noted thereon for one year, being the time that the said bill of exchange will be paid later than the usual. That the nephew of the deceased broker Mancherji Khurshedji, Edalji Kavatji, brother of the Nauvmanji Kavatji who had absented himself from here, was placed under arrest on the 29th of the aforementioned month of June by the English Chief, Mr. Ramsay, and a guard having been placed at his house, the said Chief had also made preparations regarding the houses and lands We have the honor to be with respect, Below stood: Noble, Grand, and Honorable Gentlemen! Lower: Your Honors' very humble and obedient servants. Was signed: A. I. Sluijsken, M. Monte, E. N. Wiardi, I. I. van Polanen de Bevere, E. Meijer, G. Piper, C. A. van Eijk, and G. C. Boeff. In the margin: Surat, the 24th of June 1786. which of
Dutch transcription
321. 322. Den 7:' Julij anno 1706. Den 7:e Julij A=o 1786. — van den oppermeester Pepelhoven nog rop:s 4814. 39. op Wissels voor Nederland genegotieerd betaalbaar na de na jJaarsche verkoping van 1788. met 3. p:r C:o voor Een Iaar de Neef van de makelaar Mand= „Cherigie, Edeltje is door de Eng:s Cheff in artest geset, en maakte toestel om de Eijgendom „men van de overleden makelaar selve aante slaan. gemaakt en de Hollandse besittingen te souratta door de Brishse wapenen genomen wierden, mogen hebben verklaard, mogelijk door die natuurlijke vrees welke den Jnlandsh veeltijds eijgen is, wanneer sij tusschen Europeesen getuijgen moet, seker is het en buijten alle tegen= „spraak dat de Wissel in questi door haar is geaccepteerd geweest, also sulx beweesen word niet alleen door het beëdigde Getuijgenisse van den toenmaeliger secretaris onser vergadering Egbert Nicolaas Wiardi, gevoeg bij onsen brief aan den Heere Chiff & Raad te Surctta van den 16:' maart 1786. onder Nuum: 3. die de wissel selven in eijgen handen van de Erfgenamen van Bhaijsce gegeven heeft, maar ook meede voornamentlik door den ontfangst van die goederen welke door de Leveranciers in mindering ofte voldoening der voorschreeve Wissel afgegeven sijn, & waar van tot een volkomen bewijs verstrekt het aanneemen & bewaaren van de sleutel van het Pakhuis waar in deselve goederen gebergen & opgeslagen waeren, een bewijs mijne weezen dat selvs bij den Jnlander van die aange- „leegendheijd geoordeeld wierd, dat de meer gedagte Erfgenaamen van Bhaijka door niets te bewegen sijn geweest om deese steutels toen se door uwel Edele Chiff & Raad geëischt wierden afte geeven, en het geen voorseijde mi= „nisterie in de noodsakelijkheijd heeft gebragt, om ten einde bij de goederen te komen het Pakhuis met force & geweld te laten openbreeken, sulx het een bij na moplosselijke raadsel is hoe dese Erfgenamen van Bhaijsa voor uwel Ed:e Cheff & Raad hebben kunnen verklaaren dat sij nimmermeer gesteld waaren in de dadelijke besittinge der goederen, die aan haar in voldoening Gegeven sijn; Dan vermits het des niet tegenstaande uwel Edelen gelievte is om onse vordering van de hand te wijsen de voldoeninge der voorschreeve somma van Een maal hondert Duijsend ropijen met den Jnterest te wei= „geren, so vinden wij ons genoodsaakt deese affaire te brengen ter kennisse van onso supperieuren in Eukopa om daato ontrend sulke maatregulen te neemen als noodig oordeelen sullen, en om immiddels ten kragtigsten te protesteeren teegens alle schaade & nadeelen Dat men vermits het aanhoudende grote geld gebrek nog van den oppermeester Daniel Peperhoven op den 28:' Junij jongstleeden heeft genegotieerd Eene somme van ropias 4814. 39. en hem daar voor verleend Wissels op de wel Edele Groot Agtbaare Weeeen Majores betaalbaat na de na jaarsche verkoping van 1788. met den Jnterest van 3. p:r Cento daar op getekend voor den Jaar, zijnde de tijd dat geseide Wissel later als de gewoonlijke betaald worden, sal. Dat de Neeff van den overledenen Makelaar Mand= Chergie Gorsiedje, Edeltgent Cautjent, broeder van den sig van lick g'absenteerd hebbende Wouwmandje Caudjer. op den 29:' van meergedagte maand Iunij door den Engelschen Cheff M:r Ramsaij in arrest geset, en een wagt op zijn huis geplaest sijnde, gedagten Chiff mede toestet gemaakt had om de huisen & Landezijen welke de Edele Nederlandsche Compagnie door deese uwel Edelen weijgering, lijden sal, Wij hebben d' Eer met respect te sijn. /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtbaale Week &. Weeden! /:lager:/ uwe EEdelen seer ootmoedige & onderdanige Dienaaren /:was getekend:/ A. I. Sluijsken, M. Monte, E. N. Wiardi, I. I. van Polanen de Bevere, E. Meijer, G. Piper, C. A. van Eijk &n G. C. Boeff /: in margine:/ Suratta den 24:e Junij 1786. welke van
English
324. 325. The 7th of July in the Year 1786. The 7th of July in the year 1786. The Honorable Director inquired into the reasons, several merchants having large claims of money against the deceased broker Mandchergie, to attach and seize his property; and that the Honorable Director, being informed of this and having sent to ask Mr. Ramsay for the reasons behind this conduct, received the reply that the moneychanger Nagerdas Wietboekendas and the Banyan merchant Laal Roepa had come forward to make legal claims—the first-named demanding upwards of 73,000 rupees from the broker Mandchergie Gorseedje and approximately 900 rupees from his also deceased brother Caudij Gourseedje, and the second demanding 15,000 from Mandchergie and 20,000 from Caudje; and that the English Chief had therefore found himself obliged to place the person of Edeltjen Caudje under arrest, and, while Bouwmandje was a fugitive, to proceed against the property of Mandchergie. The Honorable Director then made representations in return to Mr. Ramsay, stating that however much His Honour had nothing to do with the person of Edeltjen, who fell under the protection of the English, he nevertheless found himself obliged by virtue of his office to intercede for the person and interests of Bouwmandje, who fell under Dutch protection. Consequently, he had to request the aforementioned Mr. Ramsay to leave this and all other matters concerning the estate and inheritance of the deceased broker Mandchergie Gorseedje, or of this Bouwmandje as his heir, provisionally in status quo until the said Bouwmandje should return from his journey to Ceylon, in order to afford him the opportunity to settle the affairs of his uncle in the best possible manner. This request had the effect that the aforementioned Chief instituted no further proceedings against the estate of Mandchergie, although His Honour still kept the said Edeltjen, who belonged under English protection, under arrest. That on the 30th of the aforementioned month of June, the muster was carried out according to order, and no one was found absent. That the dispute between the widow of the former junior merchant Heijdeman and the Company's Moneychanger, having finally been decided by the arbitrators authorized for that purpose by the Resolution of the 9th of May, 326. 327. The 7th of July in the year 1786. The 7th of July in the year 1786. the Chief of the English, under whose protection the widow Heijdeman has now placed herself, sent to the Honorable Director and requested that the sentence be executed; and that His Honour thereupon took the aforementioned Moneychanger into custody at the Wharf and had his house occupied by sepoys. That at the beginning of the same month, there arrived at Bombay from Batavia a ship under the Portuguese flag, laden with 1300 canassers of sugar, 26,000 lbs of cloves, and 50,000 lbs of Japan copper; and that the price of cloves consequently fell to such an extent that a few days ago 50 sacks of cloves were sold here for 592 rupees per sack, amounting to 326 13/24 rupees per 100 lbs. Finally, it was agreed to record that, pursuant to the resolution of this council of the 9th of February of this year, the head surgeon Daniel Peperhoven, as testamentary executor of the Captain-Lieutenant at Sea and Master Attendant Ian Lotsz, deceased here, paid into the treasury a sum of 1600 rupees, making 1000 rixdollars, to serve as surety for such charges as may be brought against his estate within four years. After this, the Honorable Director made known to the council the great underweight on the spices, how His Honour, having taken into consideration by what means it could possibly be that they continually suffered such large underweights on spices here—since on the cloves already weighed out from the consignment of the Diamant it amounted to as much as 3½ percent, despite all humanly possible care and oversight being exercised by the Fiscal and the Judicial Commissioners—it had occurred to His Honour that some thefts might possibly be committed by the native servants in the warehouses at the very time when the Fiscal and Commissioners were engaged in the weighing-out and had their attention fixed upon the scale; and that His Honour, in order to put this to the test, had
Dutch transcription
324. 325. Den 7:' Julij Anno 1786. — Den 7:e Iulij anno 1786. de W:r de recteur insor meeded sig na de reedenen, verscheijde kooplieden hebben groote geld als zin broeded. den Directeur infol meek & de Eng= Cheff dat hij voor de goedere van mand „ten sedeeren, 't verschul tuefende wed: Heijdeman en de Comp: Wipelaar is beslist en Pe sententie ter executie gelegd. den 30. ' Junij gemonsterd en niemand abtent bevende, tegen deselve Geentameerd, van den overleeden makelaar Mandchergie te besetten & aanteslaan, dat den Heer Directeur hier van onderrigt sijnde, en bij de Heer Ramsaaj na de reedenen van dit gedrag hebbende laten vragen, tot antwoord bekomen had, dat den wesselaar Nagerdas Wiet boekendas voordering gedanen d el aen manskergij ij den Benjaans koopman Laal Roepa, geregtelijk kwa„ „men te vorderen, de Eerstgemelde van de makelaar MandChergie Gorseedje ruim 73000. - rop. en van sijnen mede overleden Broeder Caudij Goudeedje Circum Circa 900. Cop: en de tweede, van Mandchekgie 15'000. -. en van Caudje 20'000. –. , en dat hij Heer Engelschen Cheff zig daarom genoodsaakt had gevonden den persoon van Edeltjen Caudje in arrest te setten, en om terwijl Bouwmandje voorvlugtig was tegen de goederen van Mandchergie te procederen, dat den Heer Directeur hier op aan m:r Ramsaij weder hebbende doen voorstellen, dat zijn Agtbaaten hoe seel ok niets te doen had met de „Chrgie en Bouwomandje moet in - persoon van Edeltjen als onder de protextie der Engelschen behoorende, hij sig egter amptshalven genoodsaakt vond om voor de persoon en belangen van BBouwmandje, als gehoorende onder de Nederlandse bescherming te moeten intercedeeren, derhalven gem: Heer Ramsaij moest versoeken om deese & alle andere saken welke betrekking hebben tot den booedel en nalatenschap van den overleedene makelaar Mandschergie Gorseedje of wel van dese Burmandje als Erfgenaam van deselven, voor eerst te laaten in statuo, tot so lange de geseide Beurmandje van zijne reise na Ceilon zal zijn terug gekomen, ten einde hem geleegendheijd te geeven, de zaken van sijn oom op de beste wijse te reedden, en dat sulx dan ook van dat effect geweest was, dat meergedagte Chipp geen verdere procedures tegen den en heeft ie geen verdere procedutes Boedel van Mandcherje g'entameerd had, schoon zijn Ed=e den onder de Engelschen protextie behoorende Edeltjen als nog in arrest hield. Dat op den 30:e van meergemelde maand Iunij de minstering na de order volbragt & daar bij niemand absent bevonden is; Dat het verschil tusschen de weduwe van den geweesen onderkoopman Heijdeman en den Compagnies Wisselaar) eijndelijk door de daar toe bij Resolutie van den 9:' meij als g'authoriseerde 326. 327. Den 7:' Julij anno 1786. — Den 7:' Iulij anno 1786. Een schip onder pertugeese vlag koopmans z: op Bombai G' ardriveerd, verkogt, door Peperhoven als Gemag= „tigde van Lotsz 1600. rops:s tot borg in kas geteld, doel middelen tot aoorkoming bedenke„ geauthoriseerde exbiters beslist sijnde den Chepp des Engelschen onder welkers protextie zig de weduwe Heijdeman tans begeeven heeft, bij den W:r Directeur heeft gesonden & versogt om de sententie ter executie te leggen, en dat sijn Agtbaare gem: Wisselaar daarop op de Werff in detentie genomen heeft, en sijn Huis met sipaijs doen besetten. Dat in het begin van deselve maand op Bombaij van Batavia met de nevenstaande van Batavia is g'arriveerd een schip onder Portugeese vlag geladen met 1300. Cannassers suijker, 26000. lb Nagulen &n 50'000. lb Japars koper. en dat daar op de prijs des Nagulen sodanig gedaalt is, dat er voor de Nagule vor598. re: le sak weinige dagen hier 50. sakken verkogt zijn voor 592. rop: de sak makende de 100. lb ropias 326 13/24. Eijndelijk wierd nog verstaan aante tekenen dat ingevolge het besluijt deser vergadering van den 9: februarij deses Iaars, door den oppermeester Daniel Peperhoven, als Testamentaire Gemagtigden van den alhier overleden Capitain Luitenant ter Zee de Equipagie opsiender Ian Lotoz in Cassa geteld is Een somma van 1600. ropias makende 1000. Rijxdaalders om te strekken tot een borgtogt voor sodanige belastingen, als in vier Jaaken ten lasten van sijnen Boedel mogen gebragt worden; Wier na gaf den Heet Directeur aan de vergadering het groot mentdig op de speeij te kennen, hoe dat sijn Edele in overwoeging genomen hebbende op welk een wijse het tog mogelijk sijn konde, dat men hier steeds sulke groote minwigten had op de specerijen also hetselve op de Nagulen die van den aanbreng van de Diamant bereets uitgewogen sijn, wel 3½. pro Cento bedroeg niet tegenstaande er alle mensch mogelijke sorge en toesigt door den fiscaal &e Justitieele Gekommitteerdens gedragen wierd, het zijn Edele in gedagte gevallen was dat et mogelijk eenige dieverijen konden gepleegd worden door de Inlandse bedienden in de Pakhuijsen op deselve tijd dat den fiscaal & Gekommitteerden met het uitwege„ besig waaden, en haaren aandagt op de schael gevestigd was, en dat sijn Agtbaake om hier van een proef te neemen, in en
English
328. 329. The 7th of July Anno 1786. The 7th of July Anno 1786. henceforth to place two sentries at the weighing out of spices before the warehouse, with an express order, on account of the heavy drainage, 6 sailors for the narrow-ship being almost in readiness, and in order to prevent this dishonesty as much as possible, he had, at the last weighing out of 114 bales of cloves, caused two sentries to be placed before the doors of the spice warehouse with orders to allow no one inside except the fiscal and the said commissioners, which had also had the consequence that the shortage on the aforesaid 114 bales had amounted to no more than 1 3/8 per cent; wherefore the said Honorable Director proposed to the assembly to continue with this practice, upon which, after deliberation, it was approved and understood to instruct the ensign of this garrison by extract hereof to ensure that always at all weighings of spices, whenever he shall be notified thereof by the Honorable Head Administrator, in the manner aforesaid two sentries shall be placed before the doors of the spice warehouse, with orders to allow no one inside except the fiscal and the judicial commission. The Lord Director, having had to decide the ship and the chialoup taken into service in order to prevent the narrow-ship the Bataviea and the chialoup the Charlotta from suffering any damage during the last drainage in the middle of the past month of June, to engage for the former 4 and for the latter 2 sailors at the usual wages and board; thus it was approved and understood, in view of the necessity that in this season, when one often sees the water swell almost in an instant to a frightful height, a good watch of competent sailors is always kept by the aforesaid vessels, especially at night, even though they are not yet fully ready, to keep the aforesaid 6 sailors in service and place them on the said vessels. Thereupon was presented a report drawn up by the Trade Bookkeeper. The Bookkeeper 330. 331. The 7th of July Anno 1786. 7th of July Anno 1786. disposed upon a report drawn up by the Trade Bookkeeper closed at Batavia. Surat Trade To let the opposing entry run on thus. It is understood to debit this account first for a sum of rop:s 601 1/4 or of Ceylon as former Director and of the Secunde, the former for 4/5 and the latter for 1/5 part, and thereafter to transfer the remaining f 3184. 2. -. to the credit of previous years' profits, gains and losses. — upon the rop:s 12025. -. still paid by the brokers in reduction of their Lord present Governor Bookkeeper Monte drawn up, a Memorial or of arrears, etc., as found in the dated Report of such arrears, item Debtors books of 1787, the and Creditors as found in the Surat Trade Books of the year 1783/4, as closed at Batavia and sent hither per the ship De Diamant, whereupon, after deliberation, it was approved and understood: firstly, to adopt all the accounts appearing in the aforesaid memorial or report of the Trade Bookkeeper into the books of the current year 1785/6 after the arrears of the expired book year 1784/5, in order that they may also be confronted beneath by the Honorable Director and Head Administrator. And secondly, to proceed on this day to treat the aforementioned accounts and entries in the said books as is resolved and noted down in the margin of that document which follows hereafter opposite each of the same entries. such sum of 12025 rupees as the brokers had to claim from the Company in reduction of their debt according to the books up to rop:s 65093. 39/48, on account of f 721. 10. —, being the 5 per cent gratuity on gifts and interest which they suffered in account with the English, and this to the benefit of the Right Honorable folio 40. Willem Jacob van de Graaff, Governor and Director of this Directorate - - - - - - - - - . f 1034. 5. 8. In the Surat Trade books of the year 1783/84, closed at Batavia, received here, and delivered to me, the undersigned, I have found that 1. Page 135. The General Office has been credited to the four accounts entered on page 136, which at the closing were found to have a credit balance of f 5453. 9. 8., namely: folio 31. The Burial Ground of the Europeans. . . . . . . . . . f 127. 4. -. This credit balance has previously [among others] been counted successively into the Honorable Company's small cash treasury on account of encashed and collected moneys. folio 39. Account of Gratuities - - - - - - - - - - f 3905. 12. -. This amount on page 108 has, on account of gratuity enjoyed on rupees 65093. 39/48 which remained unpaid by the brokers, been written back to the debit of the late and present Lord Director, preserving their Honors' guarantee in the event of a fortunate turn of affairs, etc. To the Right Honorable, the Worshipful Lord Abraham Josias Sluijsken, Director and Chief Ruler of this Directorate, together with the Council. Right Honorable, Worshipful, Ruling Lords! To arrears Carried forward f 5067. 1. 8. and And affairs, etc.
Dutch transcription
328. 329. Den 7:' Iulij Avno 1786. Den 7:e Iulij anno 1786. voortaan twee schildtwagten bij uitweeging van specerijen voor het tok te plaatsen met een oxples bevel, mitts de swaare afwatering 6: matp=s voor het bijna ingereedheijd zijnde smal= en dat en deese ontrouwe so veel mogelijk te voorko= „men bij de laatste uitweging van 114. baken met nagulen twee schuldwagten had doen plaatsen voor de Deuken van het specerij tokl ordre om daar inne niemand te laten gaan bee en den fissaald en gedagte gecommitteerdens en het welke dan ook van dat gevolg was geweest dat de minderheijd op de voorschreeve 114. balen niet meer bedragen had, als 1 3/8. pro cento, alwaar omme geseede Weed Directeur aan de vergaaeringe voorsloeg, om bij deese gelooen„ „ti te blijven kontinueeren, waarop gedelibereerd sijnde, wierd goedgevonden & verstaan om den vaandrig deses guarnisoens bij Extract deses te gelasten om sorge te dragen; dat ert steeds bij alle uitwegingen van spece= „rajens, wanneer hem daat. van kennisse sal worden gegeven door den E. Hoofd- Administrateur in voegen voorschreeve twee schildwagten voor de deuren van het specerij wokk wirden geplaatst, met ordre om daar inne niemand te laten gaan buijten den fiscaal en de justitieele Commissie. Den Heer Directeur hebbende moeten besluijten „schip en de soerij in din t genomen om ten eijnde te voorkomen dat het smalschip de Bataviea en de korroj de Chartotta bij de laatste afwvatering in het midden van de gepasseerde maan a Iunij geene schade quamen te lijden in dienst te neemen voor het eerste 4. en voor het laatste 2. mattroosen tegen genieting van de gewoone Gagie & kost, so wierd goedgevonden & verstaan uit aansien van de noodsakelijkheid dat er in dit Jaak getij wanneer men dikwerff het water genoegsaam in Een ogenblik tot een verschikkelijke hoogte swellen ziet altoos voornamentlijk des nagts een goede wagt van bequaame mattroosen bij de voorschreeve vaartuijgen schoon ook nog niet volkomen klaar sijn ge „houden word, om voor sz: 6. mattroosen in dienst aantehouden en op gedagte vaartuijgen te plaatsen. Vervolgens is overgelegd Een door den Negotie. Den Boekhouder 330. 331. Den 7:e Iulij Anno 1786. 7:' Iulij anno 1786. gedispeneerd op een door den Negotie boekhouder vervaardigde Berigt Batavias gesloten. souratse Negotie De tegenstaande post also te laten voortlopen. Word verstaan dese Reeq: eerst te Debi= „teeren voor een somma van dro/o 601¼. of van Ceilon als Gew: Directeur gn van den secunde de eerste voor 4/5. & de laaste voor 5. ge= „deelte & om daar na de resteerende ƒ3184. 2. –. ten voordeele van voorjaarige Winsten voor= „deelen & verliesen over te schrijven. — bij zal eijt getied bedo gene en out daa op de door de makelaars nog betaalde, ro/a 12025. –. in mindering van haar Heere tegenswoordigen Gouverneur Boekhouder Monte vervaardigde Memorie of van narestanten & va: als bij dato Berigt van sodane na restanten, item Debiteuren boeken van 178 7. gevondn wrden, d' Crediteuren als bij de souratse Negotie Boeken d' A:o 178/1. so te Batavia gesloten en per het schip De Diamant na herwaarts gesonden sijn, gevonden worden, Waar op gedelibereerd sijnde, wierd goedgevonden en verstaane: Eerstelijk om alle de bij de voorschreeve memorie of Berigt van den Negotie Boekhouder voortkomende reeckeningen, also bij de boeken van het lopende Jaar 1785/6. inteneemen voort na de Narestanten van het afgelopene Boekjaar 178 4/5. ten einde volgens de onder door den Weede Directeur & Hoofd administrateur „mede te kunnen worden geconfrontreerd. En ten tweeden om vervolgens op den dag van heeden de voormelde reekeningen & posten bij de geseide boeken te behandelen, so als in margine van dat schriftuur het welke hier onder volgd tegen ieder van deselve post geresolveerd & aangetekend staat. sodane summa van 12025. rop:s als de makelaars in mindering van haaren Debet volgens de boeken tot /ro/a 65093. 3/48. van de Comp: te vorderen hadden wegens ƒ721. 10. —. sijnde de 5. p:r C:t Douceur op Geschenken & Jnteressen die haar bij de Engelsche in Rekening geleeden zijn, ende sulx ten voordeele van den Wel Ed: Gestr: „ 40. Willem Iacob van de Graaff gou= „verneur & Directeur deeser Directie - - - - - - - - - . „ 1034. 5. 8. Bij de te Batavia afgeslotene; alhier ontvangene en aan mij ondergetekende ter hand gestelde Souratse Negotie boeken d' A=o 178/84. heb ik bevonden, dat 1. Pag: 135. Het Comptoir Generaal gecrediteerd is aan de op pag: 136. ingeschreevene vier rekeningen die bij het sluijten bevonden waarden te vooren te staan ƒ 5453. 9. 8. , Namentlijk: f:o 31. De Begacapplaats aer Europeesen. . . . . . . . . . ƒ 127. 4. -. Dit te vooren staande saldo is bevoorens /:onder mech:/ weegens ingecasseerde & gecollecteerde Gelden succes= „sive in 's E: Comp:s kleine Geld Cassa geteld. „ 39. Rekening van Douceust - - - - - - - - - - - „ 3905. 12. -. Dit bedragen is op pag: 108. weegens genootene Deu= „ceur op ropias 65093. 39/48. die door de makelaars onbetaald gebleeven zijn ten nadeele van den Iongst geweesenen & presenten Heer Directeur te rug geschreeven onder behoud van hun Ed=s guarand bij een gelukkige keer van saa= Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Abraham Josias Sluijsken Directeur &e Hoofd Gebieder deeser Directie Benevens Den Raad. Wel Edelen Agtbaaren Gebiedende Weer Heeren! Aan agterweezen Transporteere ƒ 5067. 1. 8. en En „ken &=raa