VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3733

Japan · 467 pages · 240 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3733_0266 view scan ↗

English

December Japan at the Factory Nangazackij, the Year 1785. Repairs surveyed. Continuation of the 11th. Stormy. Japan. subject favorably to the Court, where he is very well regarded. Stormed from the southeast the entire forenoon and rained heavily in the afternoon. Also today a Japanese carpenter came to the island to inspect the strictly necessary repairs to the pigpen, to attend which inspection I appointed commissioners who submitted to me the following written report of the defects found: Honorable Sir, Johan Fredrik Baron van Reede tot de Parkeler, Chief of Trade in Japan. The undersigned, in the presence of the junior merchant and storekeeper H: W: Dronsberg, has surveyed the necessary repairs and renewals to the pigpen and found the specified defects as follows: At the pen No. 1: The door to be completely renewed, a new hinge and a wooden latch, as well as a new trough. No. 2: A new lower section of a pen consisting of a new trough, 3 planks above it, and a portion of latticework; a new hinge on the door, and repair the same. No. 3: A new trough, three planks above it, repair the door, make 2 iron hinges and a wooden bolt on the same. No. 4: A new trough, two iron hinges on the door, repair. No. 5: A new trough, a wooden bolt on the door, repair the back partition, and level the stones of the floor to prevent further digging and undermining. 6: A new trough, furthermore here and there some light repair. 7: Three new planks in the partition and some new laths. 8: A new trough and a plank above it. No. 9: Five new planks in the front partition, a new wooden bolt on the door, and repair the partition. December Japan at the Factory Nangazackij, the Year 1785. Demand of the carpenters. No. 10: A new trough and plank above it. No. 11: To lay a stone in the floor for the same reason as in No. 5; and a new door, the hinges of this one can be used again. No. 12: Lay a stone in the floor for the exact said reason, repair the door, and two new hinges on the same. Furthermore, the fence needs to be provided with 17 new posts and 20 new planks. The stone floor inside the pen should indeed be entirely taken up and relaid, but because this would make the expenses too high, we suggest to Your Honor whether it would not be better that the missing stones were supplemented and the others laid as level as possible, there being required for this, according to the statement of the Japanese carpenter, 3½ square skje of stone, or rather the length of 7 mats. Also at the entrance of the pen a new door must be made, but the pintles and eyes of the old one can still be used, and for more secure locking a barrel bolt should be affixed to the same. Trusting to have complied with the esteemed intention of Your Honor, we remain with all high respect, below stood, Honorable Sir, lower, Your Honor's humble servants, was signed, L:s Lankhorst and H:s Klad. In the margin stood, Decima the 11th of December 1785, lower, in the presence of me, was signed, H: W: Dronsberg Junior. Monday the 12th: The Japanese carpenter comes with the under-interpreter Enosin to bring me the demand for the repairs surveyed yesterday, which I found to amount to 116:2:— taels, which I judged to be far too high, and after having been engaged in this for a long time, finally agreed upon 80:—:— taels. Tuesday the 13th: Blew hard this morning from the northwest, which has continued the entire day. Wednesday the 14th: Blew hard again this night and the entire day from the north-northwest. Thursday the 15th: Receiving a visit from the chief interpreter Kosak and under-interpreter Suibij, I was again in conversation with them for a considerable time about the best means to move the Governor to make a favorable proposal to the Court in order to have the order regarding the searching of the Chiefs revoked. These two interpreters requested me to confer with the old Dwarskijker Kijemon about this as well, to which I replied to interpreter Suibij that I would convene the entire College of Interpreters shortly on this subject, which I had to postpone for a few days due to the indisposition of the above-mentioned Dwarskijker Kijemon. Friday the 16th. Saturday the 17th. Nothing occurred. Sunday the 18th. Monday the 19th. Tuesday the 20th: Today the Japanese servants came back to the island. Wednesday the 21st: Rained heavily and blew hard this night from the north-northwest. Thursday the 22nd: Nothing occurred. Friday the 23rd: Nothing occurred. Saturday the 24th: This morning the under-interpreter Suibij relates to me that there are three applicants for the governorship of Nangazackij who have prospects for it, namely one of the governors of Osakka, one of Miaco, and a blood relative of the deceased governor, but that it is still very uncertain which of these three will be favored with that post. Sunday the 25th: This forenoon been in negotiation and conversation with the entire College of Interpreters and the Dwarskijker Kijemon about the first article.

Dutch transcription

December Iapan ten Comptoire Reparaties opgenomen vervolg van den 11 Suzet favorabel aan 't Hoff, daar hij zeer gezien is, voor te draagen. Den geheelen voor de Middag gestormt uijt den Z: O: en smiddags sterk gereegent ook is heeden een Ja„ =pansche Timmerman ten Eijlande geweest om de volstrekt noodige reparaties aan de Varkens Kraal op te neemen, tot het bijwoonen van welken op neem ik Gecommitteerdens benoemde die mij van de bevondene Defecten het volgende Schriftelijke berigt indienden Wel Edel Achtbaar Heer Brig da ontrent Johan Fredrik Baron van Reede tot de Parkeler Opperhoofd van den Handel op sleede is door de onderteekenaar ten overstaan van den onderkoop„ =man en Dispencier H: W Drons =berg p r de benodigde Repara¬ tie en verniewingen aan de var¬ kens Kraal opgenoomen en bevonden de ondergespecificeerde defecten als. „ 5 Een Nieuwe Eetensbak, Een Houte Grendel aan de deur het agterschot repareeren en de Steene van de Vloer gelijk leggen, om het verder doorgraave en ondermijne voor te koomen 6. Een Nieuwe Eetensbak, verders hier en daar eenige ligte reparatie 7. Drie nieuwe planken int tusschen Schot en eenige nieuwe Latten. 8 Een Nieuwe Eetensbak en een plank daar boven „ 9. vijff nieuwe Planken in't voorschot, Een Nieuwe houte grendel aan de Deur, ent tusschen schot Aan t' Hok N„o 1 de Deur geheel te vernieuwe, Een Nieuwhengzel en een houte Wervel als meede een nieuwe Eetens Bak „ 2. Een Nieuw onderste gedeelte, van een Hok be„ staande in een nieuwe Eetensbak, 3 plan¬ =ken daar booven en een gedeelte Latwerk, aan de deur, een nieuwe Hengsel, en de zelve reeren „ 3 Een nieuwe Eetensbak, drie planken er boven de deur repareeren, 2 p=s ijzere Hengsels en een Houte grendel aan dezelve maaken „ 4 Een Nieuwe Eetensbak, twee Eijzere Hengsels aan Nangazackij d' Anno 1785. gestormt; Japan. de deur repareeren naal 2 December Japan ten Comptoire Nangazackij, d' Anno 1785. Eijsch der Timmerlieden No 10 Een nieuwe Etensbak en plank daar booven „ 11 Een steen in de Vloer te leggen, om dezelve reeden als in No. 5: en Een Nieuwe deur de Heng¬ sels van deeze kunnen weeder gebruijkt word „ 12 Een steen in de vloer leggen, om even gezegde reede de Deur te repareeren, en twee nieuwe Hengsels aan dezelven Voorts dient de Schutting voorzien te worden van 17 p„s Nieuwe Paalen, en 20:e p„s Nieuwe planken de steene vloer binnen de Kraal dien¬ de wel geheel opgenoomen en verlegt te worden, dan om dat zulks de onkosten te hoog zoude maaken stellen Uwel Ed Achtb: voor of het niet beeter was, dat de weg geraakte steenen gesupleerd, en de andere zoo veel moogelijk gelijk gelegd wierden, zullende hier toe, volgens opgaaf van den Japansche Timmerman benodigd zijn 3½ skje int vierkant steenen off wel Nog moet aan den Ingang van de Kraal een nieuwe deur gemaakt worden, dog de duij¬ ne en ogen van de oude kunnen nog gebruykt worden, en tot zeekerder sluijting dient aan dezelve wel een Grendel Slot geslagen te de lengte van 7 p=s matten accord getroffen. Dingsdag. sterk gewaaijdt. 13 Heeden morgen sterk gewaaijt uijt den N: W:t dat de geheele dag aangehouden heeft den 12=e Komt mij den Japanschen Timmerman met den ondertolk Enosin den Eijsch voor de op gisteren opgenoomene Reparaties brengen, die ik bevond § 116:2: — te bedraagen, het geen ik veel te en orm hoog oordeelde, en na langen tijd hier over beesig geweest te zijn, eijndelijk voor 7 80:—:- accordeerde Maandag werden Vermeene aan de GeEerde Intentie van UwelEd: Achtbaaren te hebben voldaan, verblijven met alle Hoog Achting /:onderstond:/ Wel Edel Achtbaar Heer /:lager UWelEd: Achtbaa¬ rens onderdanige Dienaaren (:was ge¬ =teekend:/ L:s Lankhorst en H:s Klad /in margine stond:/ Decima den 11 Decem¬ =ber 1785 /:lager:/ ten overstaan van mijn /:was geteekend:/ H: W: Dronsberg Junior. : 2 naal (11 December Japan ten Comptoire van de Tolken, gesprek met hun. het gantsche Tolken Dingsdag Woensdag weder sterk gewaijt den 14:' Deezen nagt en den geheelen dag weeder ster P: Dienaars te den 20:e Heerden zijnde Japansche Dienaars weeder ten Eijlande gekoomen gewaaijd uijt het N: N:W: Woensdag. Donderdag. sterk gewaaijd: 21 Deezen Nagt sterk gereigend en gewaaid uijt ontfing een bezoek „ 15: Een besoek ontfangende van den oppertolk het NN: W:t Kosak en ondertolk suibij was ik weeder een geruijmen tyd met haar ingesprek over de 22=e Donderdag beste middelen om den Heer Gouverneur Niets voorgevallen. te beweegen tot het doen van een favorable „ 22 Vrijdag. voordragt aan het Hoff ten eijnde de order het visiteeren der Opperhoofden te doen intrekken, deese beij¬ =de Tolken versogten mij om den ouden Dwarskijker Kijemon, hier ook over te onderhouden waarop ik Tolk suibij antwoorde het gantsche Tolken-Collegie eerst daags over dit sujcet bij malkanderen te zullen roe¬ =pen, het geen ik om de onpasselijkheyd van booven gem Dwarskijker Kijemon eenige daagen moest uit stellen 16 Vrijdag. „ 17 Zaturdag. Niets voorgevallen. „ 18 Zondag - -- 19 Maandag ingesprek met = 25 Deezen voor de middag met het gantsche Tolken Collegie, en den Dwarskijker Kijemon in onderhandeling en gesprek geweest; over het Zaturdag verhaal van dasen 24. Heeden morgen verhaalt mij den ondertolk sui bij dat er drie Pollicitanten tot het Gouvernement van Nangazackij zijn, die er apparentie toe hebben, te weeten een der Gouverneurs van Osakka, een dito van Miaco: en een Bloedverwant van den overleedenen Gouverneur, dog dat het nog zeer onzeeker is, wie van deeze drie met die Post zal begunstigd worden Nangazackij d' Anno 1785. articul 1 Eijlande gekoomen. Zondag Collegie naal

NL-HaNA_1.04.02_3733_0269 view scan ↗

English

13 December Japan at the Factory Nangazackij in the Year 1785. Concerning the search of the Chiefs. Continuation of the 25th Article concerning the search of the Chiefs, their Norimono, etc. Urging them further by pointing out that as soon as the Chiefs were exempt from this shameful search, they would also have the right to request to be excused from taking off their cloaks and taking off and showing their pantoks, which until now they have had to do, to their shame and deep regret, when entering and exiting the gate, in order, if possible, to stir their ambition and encourage them through their own interest to cooperate in this matter with true earnestness and zeal. After consulting with one another on this matter for a long time, they promised me that some of them would go to the Government on the 29th of this month to arrange this to my satisfaction, if possible. Failure of a counter-present from the Emperor. Furthermore, I discussed with them the reminder concerning the delay of a counter-present for the Persian horses last sent to the Emperor, to which they gave little answer, saying that one must wait for time regarding this. Strongly blown. Today in the afternoon it rained heavily and blew hard from the southwest, which continued through the whole night. Monday the 26th. Commissioned the scribe Jonas to carry out, together with the assistants Van Rossum and Klad, the inspection of the necessary repairs to the Norimonos and further Court Journey baggage, who submitted to me the following written report of their findings regarding the defects: To the Right Honourable, Johan Fredrik Baron van Reede tot de Parkeler Pursuant to Your Honour's esteemed order, the undersigned have carefully inspected the Court Journey baggage and the Norimonos, and found them specifically as indicated below, namely: The Norimono for Your Honour needs to be repaired everywhere on the inside, the armrests lined with new velvet, three new sunshades, and the sliding panels fitted with new silk gauze, as well as the carrying pole scraped down. One new rain cloth, but the rest only to be repaired and oiled. Two rain cloths to be provided with the Company's coat of arms. Two Kappago baskets to be repaired along with their rain cloths and oiled. Two lanterns to be fitted with new paper. Two rain cloths of the liquor chests to be renewed and smeared with oil. A new rain cloth for the bedding and one ditto for the nagamochi. The Norimono for the Scribe needs to be repaired everywhere on the inside, the armrests lined with new velvet, three new sunshades, the carrying pole scraped down, and the lid on top repaired. One rain cloth for the same, and the rest to be repaired and oiled. Three new sliding panels to be repaired. A new cloth for the wash basin. A new paper for the lantern. A new outer cloth for the same and the Doctor for storing bedding. The Norimono for the Doctor needs to be repaired everywhere on the inside, the armrests lined with new velvet as well as the edge of the shade, three new sunshades, and new gauze sliding panels, the lid on top to be repaired, and the carrying pole scraped down. The rain cloths of the same to be repaired and oiled. A new rain cloth for the wash basin and new paper for a lantern. A new rain cloth for the medicine chest, and two cloths of the Scribe and Doctor for the bedding to be repaired and oiled. With which we have the honour to subscribe ourselves with the highest esteem, Right Honourable Sir, Your Honour's humble servants, was signed: C: Jonas, G: P: F: van Rossum, and H: Velad. In the margin was written: Decima, the 26th of December 1785. Deceased. In the evening at eight o'clock, the assistant Laurens Lankhorst passed away here. Tuesday the 27th. Today in the afternoon at three o'clock the corpse of the deceased was buried.

Dutch transcription

13 December Japan ten Comptoire Nangazackij d' Anno 1785. omtrend het visitee =ren der opperhoofden t' agterblyven van een Contra present van den Keijzer. tot t' doen der Raparaties vervolg van den 25=e Articul van het visiteeren der opperhoofden, hun opperhoofden van dit schandelijk visiteeren ontsla Norimonds etc =gen waaren, zij dan ook regt hadden om te versoeken ontslaagen te mogeen worden van het afdoen haare Mantels en het uijthaalen en vertoonen van haar Pantoks, gelijk zij tot hier toe niet dan tot hunne schaamte en grievende spijt in het uijt en ingaan van de poort doen moeten, om dus waare het mogelijk hun Ambitie gaande te maaken, en door eijgen belang aan te spooren, om met regte ernst en ijver hier toe meede te werken. - Na over de Ze zaak lange met elkanderen geraadpleegt te hebben beloofden zij mij dat eenige van hun op den 29:e deezer na het Gouvernement zouden gaan, om dit zoo het moogelijk was ten mijnen genoegen te bewerken. Wijders redeneerde ik met haar lie¬ herinnering omtrent den over het agterblijven van een Contra present voor de laast aan den Keijzer gezondene Persiaan¬ =sche Paarden, Waarop zij weijnig antwoorden, zeggen de dat men zulks van de tyd moet afwagten Heeden na de middag sterk gereegend en ge„ =waaijd uijt den ZW: dat den gantschen Nagt aan =gehouden heeft. — D' Norimond voor UwelEd: Agtb: dient van binnen overal gerepareert te werden de arm Leunings met nieuw fluweel te bekleeden drie nieuwe zonne Schermen, en de Schrijven met nieuw zijde gaas te voorzien, zoo meede de draagstok afte schraapen. Een nieuw reegenkleed, dog de overige maar te repareeren en beolien Twee Reegen kleeden met s Comps Wapen te voorzien WelEdele Achtbaare Heer; Johan Fredrik Baron van Reede tot de Parkeler Volgens Uwel Ed: Agtb:s g'eerde ordre hebben de ondergeteekendens de Hoffreijs Bagagie en di Norimonds. nauwkeurig nagezien en bevonden zoo als hier specificq werd aangetoond, als. Maandag =tenten van Rossum, en Klad den opneem der noodige reparaties aan de Norimonds en ver¬ =dere Hofreijsbagagie te doen, die mij van de bevinding der defecten het volgende schriftelijk tot meerder aandrang voorhoudende, dat zoo draade Committeerde den 26:e Committeerde den scriba Jonas om met de Assis„ hun berigt dies wee berigt indienden Maandag hun beloften hun antwoord. sterk gewaaijd. =gens. : naal en December Japan ten Comptoire overleeden en beoliën Twee Kappago Manden met dies regenkleeden te repareeren Twee Lanthaarns met nieuw papier te voorzien Twee reegenkleeden van de Drankkasten te vernieuwen, en met olie te bestrijken Een Nieuw regenkleed voor 't Kooij goed en Een d:o voor de Nagemoets. D' Norimond voor den Scriba. Dient van binne overal gerepareerd te werden d'arm leunings met nieuw fluweel te bekleeden drie nieuwe Zonne schermen De draagstok afgeschrapt en't deksel van boven te repareeren Een reegenkleed voor 't zelve, en de overige te repareeren en beolien Drie nieuwe schuijven te repareeren - Een nieuw kleed voor de Vassenbak Een nieuw papier voor de Lanthaarn. Een nieuw overkleed voor dezelve en den Doctor tot berging van Kooij goederen De Norimond voor den Doctor Dingsdag dient van binnen, overal gerepareerd te weden mitrede den 27:' Heeden nademisdag ten drie Uuren is het Lijk Waar meede de Eer hebben ons met de Meeste Hoog¬ agting te onderteekenen /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer ! /lager:/ Uwel Edele Agtb: onder„ =danige Dienaaren /:was getekend:/ C=s Jonas, G: P: F: van Rossum en H: Velad Linmar =gine stond:/ Decima den 26:e December 1785. Des avonds ten agt Uuren is alhier koomen te overlijden den Adsustent Laurens Lankhorst de armleunings met nieuw fluwveel te bekleeden als meede de rand van het Scherm Drie nieuwe Zonne Schermen, en nieuwe gaase schuijven T' dekzel van Boven te repareeren en de draagstok aff te schraapen de reegenkleeden van dezelve te repareeren en te beolien Een nieuw reegenkleed voor de vassenbak en nieuw papier voor een Lanthaarn Een nieuw reegenkleed voor de Medicijn kist, en twee kleeden van den Scriba en Doctor voor t Kooij goed te Nangazackij, d' Anno 1785. van de van Campen repareeren. naal

NL-HaNA_1.04.02_3733_0271 view scan ↗

English

December, Japan at the Factory Nagasaki, in the Year 1785 continuation of the 27th: of the assistant Lankhorst, followed by all the servants, properly interred. Wednesday, 28th. Nothing occurred. Thursday, 29th: At eleven o'clock the cross-examiner Kijemon and the head interpreter Kosak came to inform me that they were going to the Government Office right away to confer with the Governor regarding the article of the visitation, the outcome of which I am therefore awaiting. Also, a Chinese junk arrived today. Friday, 30th. The junk that arrived yesterday was unloaded and emptied. At half past two the head reporter Simbij came to make known to me in the name of the Governor that a post arrived this morning from Jedo with the permission to undertake the Court Journey, for which communication I ordered him to convey my most friendly thanks to the Lord Governor. Saturday, 31st. Towards evening the cross-examiner Kijemon and the head interpreter Kosak came to report that yesterday they had been at the Government Office to speak about the matter of the visitation of the opperhoofden, and that they were in good spirits that the Governor would take this matter to heart and favorably present it to the Court, but that His Honorable Worship had requested of me to present this request to him in writing, which written request His Honorable Worship would then send to the Court with an accompanying favorable recommendation. Thanked these linguists for the trouble they had taken and promised to prepare such a writing shortly and hand it over to them for translation and delivery. Sunday, January the 1st, 1786. Towards noon the reporters came to inform me on behalf of the Governor that His Honorable Worship had appointed the upper banjost Goto Mattasabro as guide for the upcoming Court Journey, for which communication I sent my kind thanks. Towards evening it began to blow hard from the north, which continued throughout the night and was accompanied by heavy squalls of rain. Monday, 2nd: As it had now already blown hard and rained several times, I ordered the reporters to request of the Governor that banjosts might come to the island as soon as possible to inspect the Doorn warehouse, where the present goods are stored, to see if any leakage had occurred. This evening and the entire night it again rained heavily and stormed from the south. Tuesday, 3rd. It stormed continuously from the southwest; likewise hailed and rained heavily. Wednesday, 4th. Today the under-reporter Sesnoskie came to inform me that a head banjost will come to the island tomorrow to inspect the Doorn warehouse. Requested him to provide me as soon as possible with the invoice of the junk that arrived on the 29th of the past month, which he promised to do. Towards evening another junk arrived in the roads, and news was received that one was in [illegible]. Thursday, 5th: The junk that arrived yesterday was unloaded and emptied. And a head banjost was on the island to inspect the Doorn warehouse, where everything was found to be in order and no leakage was found. At twelve o'clock the entire college of interpreters, accompanied by their cross-examiners, came to storm me; the purpose of their visit was to convince me that I had calculated some articles of the upcoming Court presents too high, of which I maintained the opposite and clearly demonstrated from the specification booklets of several years past; after having disputed over this for more than an hour, they had to depart again without having accomplished their business. On this occasion I also asked why the invoices of the junks had not been delivered to me. Friday, 6th. Today received from the head reporter Simby the invoices of the junks that arrived on the 29th of December and the 4th of this month, and handed over to the head interpreter Kosak the promised petition to the Governor for translation, being of the following content: To Matsoera Jsoemi Nocami Samma, Governor of Nagasaki. Right Honorable and Most Worshipful Sir, The undersigned Dutch Captain takes [illegible]

Dutch transcription

December Japan ten Comptoire Nangazackij, d' A:o 1785 bedeeling van# Kijemon en den opertolk Kosak Een Jonk geariveerd. d' Jonk gelost „ en draaktleedig doen der Hofrijze permissie tot het zijn Ed: versoek om in geschrift voor te vervolg van den 31 Kijemon en oppertolk Kosak berigten dat zij vervolg van den 27:e van den adsistent Lankhorst gevolgd van gisteren in het Gouvernement geweest waaren Kreeg beloften van om over het stuk van het visiteeren, der opperhoof„ alle de Bediendens behoorlijk ter aarde besteld den Gouverneur mtrent 't visi¬ den te spreeken, en dat zij goede moed hadden, dat de Woensdag, Gouverneur deeze zaak ter harte neemen en gun„ =stig aan het Hoff voordraagen zoude, dog dat zijn Ed: Agtb: „ 28 Niets gepasseert mij liet versoeken, om hem dit versoek ingeschrift voor te draagen, welk versoek schrift zijn Wel Ed: Agtb: als dan na booven zou zenden met een bij„ =gevoegde gunstige Voorschrijving, Bedankte deeze Taalslieden voor hunne genoomene moeyte en beloofde zoodanig een geschrif eerstdaags in gereedheijd te zullen brengen en aan hun ter vertaaling en bezorging te overhandigen den 1e Teegen de middag kwaamen mij de Rapporteurs uijt naam van de Gouverneur bedeelen, dat zijn Ed: Agtb: tot geleijder der aanstaande Hofreijze benoemd had, den opperbanjoorst Goto Mattasabro voor welke communicatie ik vriendelijk liet bedanken Teegen den avond begon het sterk tewaaijen uyt het No, dat den geheelen Nagt aangehouden heeft en met zwaare Neegen buijen verselt is geweest Maandag 2: wijl het nu reeds verscheijde maalen sterk gewaaijd en gereegend had, gelaste ik de Rapporteurs om aan de Januarij 1706 30 De op gisteren gearriveerde Jonk lost en raakt leedig, om halff drie komt mij den opperrapporteur to freijs oper banpoort Sim bij uijt Naam van de Gouverneur bekend maaken, dat er deezen morgen een post van Jedo gearriveerd is, met de permissie tot het doen der Hofreijze, voor welke Communicatie ik hem sterk gewaaijden gelaste den Heer Gouverneur op het vriendelijkst mijnen dank te betuijgen. Zaturdag „ 31 Teegen den Avond koomen my den Dwarskijker Donderdag 29:e Om Elff Uuren koomen mij de Dwarskijker Kije„ =mons en den oppertolk Kosak bedeelen dat zij zoo aanstonds na het Gouvernement zouden gaan, om de Gouverneur over het Articul van het visiteeren te onderhouden, waar van ik dus den Uijtslag ben te gemoed ziende. - Ook is heeden een Chineese Jonk gearriveerd Kijemon Gouverneur Vrijdag erlangd. draagen teeren Zondag naal Januarij Japan ten Comptoire Nangazackij d' Anno 1786. versoek aan den gouverneur om 't Pakhuijs d Hoorn bedeeling dat de ten- Eijlande koome d Pakhuijsen ge =visiteerd en wel bevonden dies inhoud. Versoek schrift Gouver Tar te arriveerde Jonken ontfangen bestormen 4 Heeden komt mij den onder Rapporteur Sesnoskie be„ Banjoosten opmorgen- deelen dat er morgen een opperbanjoost op het Eijland zal koomen om het Pakhuijs de Doorn te visi¬ =teeren versogt hem om mij de factuur van de op den 29:e der gepasseerde maand gearriveerde Jonk ten spoedigsten op te geeven het welk hij beloofde Teegen den avond is er weeder een Jonk ter Rhee =de gearriveert en tijding erlangd dater een in tmara ven alle Donderdag die gelost is „ 5: De opgisteren gearriveerde Jonk gelost en lee¬ =dig geraakt En een opperbanjoost tien Eijlande ge„ weest om het Pakhuys de Doorn te visiteeren, daar alles wel en geen Lekkagie bevonden is. 6 Heeden de Factuuren van de op den 29:e Dec: en 4=e deezer gearriveerde Jonken van den opper Rapporteur simby ontfangen, en aan den oppertolk Ko sak het beloofde versoek schrift aan de Gouverneur ter vertaaling overgegeeven, zijnde van den volgen„ de inhoud Matsoera Jsoemi Nocami Samma. Gouverneur van Nangazackij De ondergeteekende Hollandscha Capiteijn neemt Wel Edele Groot Achtbaare Heere Collegie verselt van húnne Dwarskijkers mij be stormen; het oogmerk van hunne komst was om mij te overtuijgen dat ik eenige articulen van de aanstaande Hoofdsche Schenkagie te hoog bereekend had, waar van ik het teegendeel beweerde en uyt de spe¬ =cificatie Boekjes van eenige Jaaren herwaards klaar demonstreerde, na meer dan een Uur hier over gedisputeerd te hebben, moesten zij onverrigt ter zaake weeder vertrekken. Bij deeze geleegentheijd vroeg ik meede waarom mij de Factuuren der v„n vervolg van den 2:e Gouverneur te versoeken, dat er zoo draa moogen vervolg van den 5: Ten twaalff uuren kwam het gantsche Tolken Jonken niet besorgd wierden woensdag Dingsdag sterk gestormt 3 Bij aanhoudendheyd gestormt uyt den ZW: item gehaageld en sterk gereegend. =lijk Banjoosten ten Eijlande mogten koomen, om kwam t' gantsche het Pakhuijs de Doorn, daar de schenkagie goe„ Collegie Tolken mij te laaten visitere = deren inleggen te visiteeren, off er ook Lekka d reeden hunner =gie ontstaan was Deezen avond en gant komst sterk gestormt = Scha nagt weeder sterk gereegend en gestormt uijt den Zu: Ten de weeder een Jonk gearriveerd neur Vrijdag. naal L 8

NL-HaNA_1.04.02_3733_0273 view scan ↗

English

21 January Japan at the Factory Nangazackij in the year 1786. The freedom to bring to your Honorable Excellencies' notice that both the Noble High Indian Government at Batavia and the Honorable Great and Venerable Lords Directors of the Company in Holland have for a considerable time been affected and animated with the utmost displeasure and greatest indignation concerning the disrespect which their opperhoofden in Japan must endure, while at all other factories and places to which they send their ships, those who exercise authority by their order and in their name are treated with the highest esteem and respect. This appears all the more strange and unnatural to their Honorable Great Excellencies because the widely renowned Japanese nation is celebrated and praised, both in the Indies and in Europe, as the most civilized and friendliest of all Eastern peoples. For which reason and on which basis it is also that the aforementioned High Indian Government and the Honorable Great and Venerable Lords Directors in the Netherlands have written to and ordered the opperhoofden here countless times to urge the Japanese strongly to have the order for the shameful searching of their persons revoked. To this end, the opperhoofden for some years past, but particularly the opperhoofd Titsingh in the years 1781, 1782, and 1783, have done their utmost and left nothing untried to succeed in this to the satisfaction of their High Masters. In this, the opperhoofd Titsingh also succeeded to the extent that the Lord Koese Tango no Cami Samma, who was at that time Governor of Nangazackij, recognized the reasonableness and fairness of this request and promised the aforementioned opperhoofd in writing in the year 1783 that upon his arrival in Jedo he would endeavor to ensure that henceforth the opperhoofden would be exempted and freed from the shame inflicted upon them in the searching of their persons. According to the statement of the aforementioned Governor Tango prior to his departure from Nangazackij, it was impossible at that time, due to the shortness of time, to obtain the consent of the Emperor for this. The opperhoofd Titsingh sent a copy of this written promise to the Lords Directors in the Netherlands and also one to the Noble High Government at Batavia. Now, since this exemption was not granted in the year 1784, because a general price increase on the Company's merchandise was obtained at that time and it is not customary among the Japanese, as was alleged, to grant two such weighty matters in one single year; 23 January Japan at the Factory Nangazackij in the year 1786. and since in the following year it likewise did not succeed due to various pretexts; the displeasure of the Noble High Indian Government at Batavia—which relied upon and placed full trust in that promise of the Lord Tango, and still relies upon it to this day—has noticeably increased from time to time, and this year has even gone so far that they seem absolutely to presume that the opperhoofden do not insist firmly and strongly enough upon the fulfillment of this promise and assurance. For this reason, the undersigned Captain, apprehensive of the consequences of this displeasure of the Company, which could be very disadvantageous both for him and especially for the Japanese, turns to your Honorable Great Excellencies with the most friendly request that through your Honorable Excellencies' influential intercession and advocacy at Court, you will endeavor to bring about the abolition of that order for the searching of the opperhoofden this year, so that his High Masters may thereby be satisfied. The fairness of this request will become most clear to your Honorable Excellencies if your Honorable Great Excellencies would only be pleased to take into consideration that the shame of searching the opperhoofden is not so much disgraceful to their persons, but that the disrespect, insult, and dishonor of it reflect back upon the Noble High Indian Government and the entire body of the Company. Consequently, it must not be regarded as occurring merely to their persons, but also to the General and the High Government itself, which has sent them, in whose name they exercise authority here, and whom they thus represent here. And that such a considerable and illustrious Government cannot be insensitive to such an affront, your Honorable Great Excellencies will easily be able to realize yourselves. Furthermore, he takes the liberty to bring to your Honorable Great Excellencies' attention that an opperhoofd is a person who, as the representative and envoy of the entire Company, has the honor of being admitted into the Emperor's presence, and in the name of his Master of paying the customary homage and presenting the annual gifts.

Dutch transcription

21 Jannuarij Japan ten Comptoire Nangazackij. d' Anno 1786 de vrijheijd Uw: wel Ed: Achtb ter kennisse te brengen dat zoo wel de Edele Hooge Jndiasche Regeering te Batavia als de Wel Edele Groot Achtbaare Heer ren Bewindhebberen der Compe in Holland Zee¬ =derd een geruijmen tijd met het uijterste mis„ =noegen en grootste ergernis aangedaan, en be„ zielt geweest zijn, over de kleijnagting, die hun =ne opperhoofden in Japan moeten ondergaan, ter =wijl op alle andere Comptoiren en plaatsen, daar zij haare scheepen zenden, de geene die uyt haar order en Naam het gebied voeren, met de hoogste achting en Respect bejeegend worden; het geen hun WelEdele groot Achtbaarheedens des te vreemder en onnatuurlijker voorkomt, wijl de wijd =beroemde Japansche Natie als de beschaafste en vrien„ =delijkste van alle oostersche volkeren, zoo in Indie als in Europa geroemd en gepreesen word. om welke reeden en op welk fundament het dan ook is, dat de bovengemelde Hooge Jndiasche Re„ =geering en dewel Edele Groot Achtbaare Heeren Bewindhebberen in Nederland de opperhoofden alhier ontelbaare maalen hebben aangeschreeven en geordonneerd om bij de Japanders sterk aan te dringen om de order tot het schandelijk visiteeren. hunner persoonen te doen intrekken — waar toe de opperhoofden dan ook seedert eenige Jaaren her =waards, dog insonderheijd het opperhoofd Titsingh in de Jaaren 1781, 1782 en 1783, hun uyterste best gedaan en niets onbeproefd gelaaten hebben, om hier in ten genoegen van desselfs Hooge Gebieders te slaagen waar in het opperhoofd Titsingh ook in zoo verre gereusseerd is, dat de te dier tijd Gouverneur van Nangazackij geweest zijnde Heer Koese Tango no Cami Samma de reedelijk-en billijkheijd van dit versoek inziende gemelde opperhoofd in het Jaar 1783: bij geschrift beloofd heeft, bij zijne komst in Jedo te zullen bewerken, dat voortaan¬ de opperhoofden van de Schande hen in het visi¬ =teeren hunner persoonen aangedaan ontslaagen en bevrijd zouden worden, waar toe het, volgens het zeggen van gem: Gouverneur Tangg voor zijn vertrek uit Nangazackij, om de kortheijd destids, onmoogelijk was, de toestemming van den Heij„ zer ten erlangen. van welke Schriftelijke belofte het opperhoofd Titsingh een Copia aan de Heeren Be¬ =windhebberen in Neederland en ook een aan de Edele Hooge Regeering te Batavia gesonden heeft. Daar nu dit ontslag int Jaar 1784. niet verleend hunner naal 23 Januarij Japan ten Comptoire is, omreeden er toen een Generaale prijs ver„ =hooging op s' Comp„s koopmanschappen geobtineerd is en het bij de Japanders (:zoo als men voorgaf/ niet ingebruijk is twee zulke gewigtige dingen in een Jaar te accordeeren, en het in het daar op volgende Jaar ook om diverse praetexten niet heeft moogen gelukken, is intusschen het misnoegen van de Ed: Hooge Jndiasche Regeering te Batavia die zig op die belofte van de Heer Tango Verlaaten en volkoomen betrouw heeft, en ook tot nog toe staat maakt, van tijd tot tijd merkelijk toegenoomen, en zelfs dit Jaar zoo verre gegaan, dat zij volstrekt schijnt te veronder„ stellen, dat de opperhoofden niet Cordaat en sterk genoeg op de nakooming van deese toezeg„ =ging en verseekering aandringen, om deeze reeden is het dat de ondergeteekende Capitain, bedugt voor de gevolgen van dit misnoegen der Comp: die zoo voor hem als insonderheijd voor de Japann =ders zeer nadeelig zouden kunnen zijn, zig werd tot Uw wel Ed: groot Achtb: met aller vriendelijkst versoek om door Uw Wel Ed: achtb: veel vermoogende inter„ cessie en voorspraak ten Hoove te willen bewerken, dat de afschaffing dier order tot het visiteeren der opper„ hoofden, deezen Jaare tot stand mag koomen en dus daar door zijne Hooge Gebieders te vreeden gestelt mor =ge: Worden. De billijkheijd van dit versoek zal uw Wel Ed: Achtb: ten duijdelijksten blijken, indien uw Wel Ed: groot Achtb: maar eens gelieft in overweeging te neemen. dat de schande van het visiteeren der opperhoofden niet zoo zeer smadelijk voor haare persoonen is, maar dat de Kleijnagting, hoon en smaat daar van op de Edele Hooge Jndiasche Regeering en het gantsche Lighaam der Comp:e te rug stuijt en oversulks niet moet aangemerkt worden, alleen aan haare Persoonen te geschieden, maar ook aan de Generaal en de Hooge Regeering zelfs, die hen gesonden heeft, uit wiens Naam zij hier het gezag voeren, en die zij dus alhier represen¬ „teeren; En dat zoo een aansienlijke en illustre Re„ =geering over zoo een affront niet ongevoelig zijn kon„ zal Uwel Ed: groot Achtb: ligtelijk van zelfs kunnen beseffen„ Alverder neemt hij de vrijheijd Uwel Ed groot Achtb: onder het oog te brengen, dat een opperhoofd, een Persoon is, die als Representant en gezant van de gantsche Comp: de Eere heeft in s' Keijzers teegenwoordigheijd toege„ =laaten te worden, en uijt Naam zijns Meesters de ge= =woone reverentie te doen, en de Jaarlijksche geschenke„ Nangazackij d' Anno 1786. E No 80 naal

NL-HaNA_1.04.02_3733_0275 view scan ↗

English

January, Japan at the Factory Nangazackij, in the Year 1786. to offer, to whom therefore all respect and high esteem ought to be shown, just as was also considered in earlier times by the then-reigning Emperors, so that the undersigned believes he can rightfully infer as a consequence from this, that it even tends more or less to the decline of the widely celebrated and far-renowned Most Powerful Emperor of the invincible Japanese Empire to admit to an audience a person who must undergo the physical touch which is no less shameful than disgraceful. The aim of the Opperhoofden in making this request is by no means to seek an opportunity for smuggling by being exempted from that inspection. It is far from them that they should attempt to make any infraction into the in every way wise, prudent, and deliberately made Japanese laws and regulations, for the maintenance and upholding of which, on the contrary, as Chiefs of this Factory, they must and also always readily will watch and care with all zeal and diligence; but the only objective of the undersigned is to relieve the Company in general and the High Indian Government in particular of the affronts inflicted upon it in the inspection of its Opperhoofden; and, to the reassurance of the High Authorities in Japan, if any fear or apprehension should remain about that, he is quite willing to bind himself and under that condition obtain this requested exemption, that as soon as there is evidence that one of the Opperhoofden has made himself guilty of any smuggling or forbidden trade, the inspection shall be resumed. After having requested Your Right Honorable Worships to take this matter into ripe consideration, he once again implores in this Your Right Honorable Worships' powerful assistance and favorable representation, and has the honor, while awaiting a favorable reply, to remain with the highest esteem, underneath was written: Right Honorable Worshipful Gentlemen, lower: Your Right Honorable Worships' very humble servant, was signed: Johan Fredrik van Reede tot de Parkeler in the margin was written: Decima the 6th of January in the Year 1786. Saturday the 7th of this month. Stormed during the night and the whole day from the southwest, as well as hailed and rained heavily; at noon the Reporters brought me news that tomorrow Banjoosts would come to the island to bring down the gift goods. Continuation of the 7th. Sunday the 8th. Who then also appeared today, and brought the gifts from upstairs down and laid aside the samples for the Governor. Monday the 9th. Delivered one bottle of Spanish and one bottle of tent wine to the Governor for a sample according to custom, along with two cut wine chalices with gold rims; instructed the Reporters to request the said Lord Governor in my name to kindly grant permission for the demolition of an entirely old, dilapidated warehouse that has been unusable and irreparable for many years. Tuesday the 10th. At eleven o'clock the Chinese junk that had strayed to Amaxa arrived in the roadstead, having been towed hither by vessels of the Lord of Simabara, under whose jurisdiction the above-mentioned place falls. Towards evening the head Reporter Simbij came to inform me that the tent wine was found to be spoiled, sour, and unusable. Wednesday the 11th. About which the entire College of Interpreters came to consult me this morning; I had several bottles opened in their presence and tasted by them, but not a single bottle among them was found to be good, so I instructed them to propose to the Lord Governor to present white wine in its stead, which they undertook to do this very day. The whole day hailed, snowed, and blew heavily from the northwest, because of which the junk that arrived the day before yesterday could not be unloaded. Thursday the 12th. The above-mentioned junk was unloaded and became empty. At one o'clock the Reporters communicated to me that tomorrow the samples of the manufactured goods will be taken to the Governor and shown to him, and that His Right Honorable Worship approved my proposal to present white wine instead of tent wine; thus I handed over a bottle of it to these linguists to deliver to the Governor as a sample. Furthermore, they told me that the Governor was not disinclined to grant the request that I had recently had made to him verbally through them to demolish the old dilapidated warehouse, but that I had to make a written request for it, which I promised to do in the next few days. Friday the 13th. The samples of the gifts at nine o'clock

Dutch transcription

Januarij Iapan ten Comptoire Nangazackij d' Anno 1786. aan te bieden, aan wien oversulks alle Respect en hoogachting behoorde beweesen te worden, gelijk zulks ook in vroegere tijden door te doen regeerende Keijzers is geconsidereerd geworden, zoo dat den ondergeteekenden vermeent met regt als een ge„ volg hier uijt te kunnen afleijden, dat het zelfs min off meer tot declien van den alom beroemden en wij dvermaarden Magtigsten Keijzer van het onover„ =winlijk Japansche Keijzerrijk strekt, een Persoon ter audientie te admitteeren, die het niet min schan„ delijk dan smadelijk betasten aan den Lijve ondergaan moet. Het oogmerk van de opperhoofden in het doen van dit versoek is geensints om door het bevrijd blijven van die visitatie geleegendheijd tot sluijkhandel te zoeken, Het is verre van hen, dat zij eenige infractie in de allezints wijze, voorzigtige en met veel overleg gemaakte Japansche Wetten en instellingen zouden tragten te maaken, voor welkers onderhouding en handhaving zij inteegendeel als Hoofden van dit Comptoir met alle ijver en vlyt moeten en ook altoos volvaardig zullen waaken en zorgen, maar het eenigste doelwit van den ondergetekenden is, om de Comp: e in het alge„ meenende hooge Indiasche Regeering int bijzonder van de affronten haar in het visiteeren hunner opperhoofden aangedaan te onthefsen; en wil Zaturdag gestoomt den 7:e Deezen Nagt en geheelen dag gestormt uijt den ZW: als meede sterk gehaageld en gereegend; op de middag brengen mij de Rapporteurs tijding dat er morgen Banjoosten op het Eijland zouden koomen zig dus tot gerust stelling van de Hooge overigheijd in Japan, in dien daar eenige vrees off bedug= „ling voor mogt overig zijn, volgaarne verbinden en onder die conditie dit versogte ontslag ver„ =werven, dat zoo draa men blijken heeft; dat een der opperhoofden zig aan eenige sluijk of verbooden han„ del schuldig gemaakt heeft, het visiteeren weeder zal stand grijpen Na UW Wel Ed: groot Achtb: versogt te hebben dit een en ander in rijpe overweeging te neemen, impla¬ reert hij in deezen nogmaals Uw WelEd: groot Achtb. vermoogende bijstand en favorabele voordragt en heeft de Eer in afwagting van een gunstig ont„ =woord met de meeste hoogagting te verblijven /:onderstond:/ WelEdele Groot Achtbaare Heere /:lager:/ Uw: wel Ed: Achtb zeer onderdanige Dienaar /:was geteekend:/ Johan Fredrik van Reede tot de - Parkeler /:in margine stond:/ Decima den 6:e Jann A:o 1786. No 60 naal 1 Nangazackij d' Anno 1786 dgeschenken en spaanse aegeeven en twee wijkkelkjes Gouverneur tot ' afbreeken van versoek aan den bede r Thiet wijn bedor„ versoek wil den Gouverneur gedaan Een schriftelijk „daane propositie g'accordeerd. d'opgisteren vervolg van den 7:e om de Schenkagie goederen om laag te brengen Zondag. 8 Die dan ook heeden verscheenen zijn, en de geschee„ om laag gebragt = ken van booven na beneeden gebragt ende monsters voor de Gouverneur apart gelegd hebben Maandag 9 Een fles spaanse en een fles Thintwijn aan de Gouver- =neur volgens usantie tot een proef afgegeeven, beneffens twee gesleepen wijnkelkjes met goude vanden; - gelasten de Rapporteurs gemelde Heer Gouverneur uijt mijn Naam te versoeken tot het af„ =breeken van een gantsch oud, vervallen en zeedert veele Jaaren onbruijk- en onherstelbaar pakhuijs per„ missie te willen verleenen ver vatran getk 10: Ten Elff uuren is de Chineese Jonk die in Amaxa ver„ alhier g'arriveerd - vallen was ter Rheede gearriveerd, zijnde herwaards geboegseerd door vaartuijgen van de landsheer van Sima bara onderwiens gebied bovengemelde plaats sorteerd. Teegen den Avond komt mij den opper Rap„ =porteur Simbij kennis geeven, dat de Thintwijn bedorveln zuur, en onbruijkbaar bevonden is. Woensdag 1en elaen : waar over mij deezen morgen het gantsche Tolken hebben nopens t'oud 13. De monsters van de schenkagie ten neegen Uuren d'Jonk gelost 12 Boven gemelde Jonk gelost en leedig geraakt. — Ed: Ten Een uuren Communiceeren mij de Rappor„ 46: =teurs dat op morgen de monsters der manufactuuren na de Gouverneur gebragt, en aan denzelven vertoont zullen worden, en dat zijn WelEd: Agtb: mijn propositie om witte wijn, in steede van wijn Thint te verschenken approbeerde, dus ik aan deeze Taalslieden een Fles daar van ter handstelde om tot een proef aan de Gouverneur te be„ =sorgen. Wijders zijde zij mij dat de Gouverneur niet on„ =geneegen was, om in het versoek, dat ik onlangs— mondelings door hen had laaten doen, om het oude verval„ =lene Pakhuijs afte breeken, te bewilligen, dog dat ik er schriftelijk versoek toe doen moest, het geen ik Donderdag vervolg van den 11:' Collegie kwam consuleeren, ik liet verscheijde Bottels in haar presentie open maaken, en door hen proeven dog er werd geen Eene Bottel goed onder bevonden, dus ik hen gelaste den Heer Gouverneur te propo =neeren om witte wijn in dies plaats te verschenken, doen De gantschen dag gehaageld, gesneeuwd en sterk gewaaijd uyt het N: W: waar door de opgisteren ge arriveerde Jonk niet heeft kunnen, gelost worden het geene zij aannamen nog deezen Dag te zullen sterk gewaaijd. mijn propositie Januarij Japan ten Comptoire Collegie na Een oud Pakhuijs Dingsdag Pakhuijs. beloofde eerst daags te zullen doen. Vrijdag. naal

NL-HaNA_1.04.02_3733_0277 view scan ↗

English

January: Japan at the Factory Nagasaki, the year 1786. Continuation of the 13th: having been brought to the Governor, the same returned at twelve o'clock. Saturday the 14th: some items serving as gifts were torn into various pieces, and the ends thereof were sealed by commissioners with the Honourable Company's seal. A Chinese junk also arrived in the roads today. In the evening, a lunar eclipse, by which the Moon was eclipsed for one third. Sunday the 15th: The junk that arrived yesterday was unloaded and emptied, and one of the previous ones brought to the lower berth. And handed over to the reporters the petition concerning the tearing down of the dilapidated warehouse for translation, the same being of the following content: Right Honourable Sir, Matsoera Jsoemi No Cami Sama, Governor of Nagasaki. The undersigned Dutch Captain takes the liberty very kindly to request Your Right Honourable Sir to be pleased to order and permit that a completely old and dilapidated warehouse, standing next to the undersigned's vegetable garden and unusable already for very many years, be torn down, in order to be able to add its ground to the vegetable garden, since at present no one has any service or use of it, and the warehouse is so ruinous that it is impossible to repair. The timbers still fit for any use being able to be carried to the city by those who have a right to them. Herewith Your Right Honourable Sir will greatly oblige him who has the honour to call himself with all high esteem, Below stood: Right Honourable Sir, Lower: Your Right Honourable Sir's obedient servant, Was signed: Johan Fredrik van Reede tot de Parkeler. In margin stood: Deshima, the 15th of January 1786. Monday the 16th: Today 2 Chinese junks were brought to the lower berth, and the banjosts were on the Island to lay the gift goods in heaps, in order to be packed tomorrow into the nagamots and canassers. Tuesday the 17th: What was carried out today. January, Japan at the Factory Nagasaki, the year 1786. Wednesday the 18th: Agreed with the reporters regarding the repair of the norimons and further Court journey baggage for ƒ857:—:—, which then were also brought to the city for that purpose; and furthermore asked the said reporters for the invoices of the junks, and reproached them over their lingering and continual postponement of the procurement thereof. Hailed, snowed, and blew hard from the North-West the entire day. Thursday the 19th: This night ice froze about a quarter of an inch thick. Friday the 20th: Nothing occurred. Saturday the 21st: A Chinese junk brought to the lower berth. Sunday the 22nd: At one o'clock the chief interpreter Katsemon and the under-interpreter Sin came to inform me that the first had been appointed chief reporter and the second under-reporter for the upcoming trading season, with which I congratulated these linguists, adding an emphatic and serious, yet at the same time friendly admonition to take the interests of the Company, from which they after all principally if not solely had to make their living, somewhat more to heart than has been done up to now by the interpreters. And at two o'clock the chief interpreter Rosak came to give me notice that he had presented the writing concerning the inspection of the Chiefs to the Governor, and that His Right Honourable Sir had accepted, read, and kept it, and he did not doubt a good outcome. Monday the 23rd: Froze hard, hailed, snowed, and blew hard. Tuesday the 24th: At two o'clock the whole College of Interpreters appeared again at my residence, with the same purpose as on the 5th of this month, namely to make me believe that I had calculated the price of some of the gift goods too high, where I spent more than an hour and a half in an exchange of words with them, and they departed dissatisfied and without having accomplished their business, just like the previous time. Wednesday the 25th: Today loaded the Court journey bark lying before the Island, and according to ancient custom treated the accompanying chief and under-banjosts, interpreters, and various other Japanese in the Japanese manner. At three o'clock the whole College of Interpreters showed up again, with the same purpose and for the same reason as yesterday, but could not succeed any better than yesterday.

Dutch transcription

Januarij: Iapan ten Comptoire Nangazackij d' Anno 1786. En weeder te rug d' geschenk zaaken gescheurdapen die heeden gelost Eer en een in de gaf het ver¬ t soek Schrift laag gebragt vervolg van den 13:e na den Gouverneur gebragt zijnde kwaamen de zelve ten twaalff uuren terug. Zaturdag 14 zijn eenige tot geschenk dienende zaakenen aan diverse Lappen gescheurt, en de eijnden derselve door gecommitteerdens met 's EComp:s Cachet verzeeguld ook is heeden een Chineese Jonk ter Rheede ge¬ =arriveerd. s' avonds maan Eclips waar door de Maan een derde verduijsterd is geweest. 15 De gisteren gearriveerde Jonk gelost en leedig geraakt, en een der voorige in de laag gebragt En aan de Rapporteurs het versoek Schrift Noo„ pens het afbreeken van het vervallene Pakhuijs ter vertaaling inhandigd, zynde het zelve van den volgende inhoud. Wel Edele Groot Achtbaare Heere Maandag Een jonk ind den 16: Heeden zijn 2 Chineese Jonken in de zaag gebragt, Matsoera Jsoemi No Cami Sama En Banjoosten ten Eijlande geweest om de Schenkagie„ op hoopjes te leggen, om morgen in de Nagemoet: Gouverneur van NangaZackij d' schenkagie =sen en Canassers gepakt te worden. — De ondergetekende Hollandsche Capitain neemt Dingsdag. de vrijheijd Uw: WelEdele Groot Achtb: zeer vriende„ =lijk te versoeken te willen or dorneevenen en permitteeren, Versobanskast 7: Het geen heeden verrigt is. op hoopjes gelegt dat een reeds zeederd zeer veele Jaaren onbruijkbaar gantschoud en vervallen Pakhuijs, staande naast aan des ondergeteekendens Moesthuyn afgebrooken worde, om desselfs grond aan de Moesthuijn te kunnen trekken, wijl thans niemand er eenige dienst off nút van heeft, en het Pakhuys zoo Bouwvallig is, dat het onmogelijk gerepareerd kan worden. . - kunnende de nog tot eenig gebruijk bekwaam zijnde Houtwerken door de geene dieer regt op hebben na de stad gevoert worden. Hier meede zal Uw: Wel Ed=: groot Achtb: grootelijks verpligten den geenen die de Eere heeft zig met alle hoog achting te noemen. /onderstond:/ wel Ed: Groot Achtbaare Heere /:laager:/ uw Wel Ed: groot Achtb= D' W:r Dienaar /:was geteekend:/ Johan Fredrik van Reede tot de Parkeler (:in Margine Stond/: Decima den 15e Jannuarij 1786. Woensdag Vetm ontfing Een Jonk g'arriveerd Ha laag gebragt dies inhoud Zondag @ # naal 31. Januarij Japan ten Comptoire Nangazackij d' Anno 1786. d'Reparatie der Htofreijs Bagagie de Tolken met het zesde oogmerk kwaamen al de als op den 0 5 d:o Woensdag. den 18 Met de Rapporteurs weegens de reparatie aan de Norimonds en verdere Hoffreijze bagagie geaccor„ „deerd voor ƒ857:—: - die dan ook ten dien eynde nade stad gebragt zijn; en verder gemelde Rapporteurs na de Factuuren der Jonken gevraagd, en over hunne talm„ agtigheed en gestadig uijtstellen van het besorgen der =zelve gereprocheerd. Den geheelen dag gehaageld, gesneeuwd en sterk gewaaijt uyjt den Donderdag. 19 Deezen Nagt Ijs gevrooren arca Een quart duijm dik Vrijdag Zaturdag Een jonk na de „ 21 Een Chineese Jonk in de laag gebragt „ 20 Niets voorgevallen Zondag de nevenstaande 22 Ten Een Uuren kwaamer den oppertolk Katse¬ =mon en den ondertolk sin bij mij bekend maaken, dat aanstaande Negotie tyd aangesteld was, waar meede ik die Taalslieden feliciteerden met bijvoeging van eene nadrukkelijke en ernstige, dog teffens vriende„ =lyke vermaaning om de belangens vande Comp:e waar kwam, werder alle van zij tog voornaamentlijk om niet te zeggen alleen. aangts tot dur 8 =lijk leeven moesten, wat meer dan tot hier toe door de laag gebragt. Swoensdag. gelaaden, en volgens aloud gebruijk de meede gaan„ =de opper en onderbanjoosten, Tolken, en verscheijde andere Japanders op de Japansche wijze, getracteerd. — Ten drie Uuren kwam het geheel Tolken Collegie weeder opdaagen, met het zelfde oogmerk, en om dezelve reeden als gisteren, dog konden niet beeter de Eerste tot opper, en de tweede tot onder Rapporteur voor de d Hoffrijs Barck 25:e Heede de voor het Eijland leggende Hofreijs, Barck 24:e Om twee Uuren verscheen het gantsche Tolken Colle„ =gie weeder op mijn wooning, met het zelfde oogmerk als op den 5=e deezer namentlijk om mij wijs te maken dat ik de prijs van eenige der Schenkagie goederen te hoog bereekend had, daar ik ruijm anderhalf uur met hen over in woorde wisseling doorbragt, en zij eeven als de voorige Heer onvergenoegd en onverrigt ter Zaake Maandag „ 23 Sterk gewrooren, gehaageld, gesneeuwd en gewaaijd, vervolg van den 22 Tolken geschied is, ter harte te neemen En ten twee Uuren kwam den oppertolk Rosak mij kennis geeven dat hij het geschrift over het visiteeren der opperhoofden aan den Gouverneur gepresenteerd, en dat zijn Wel Ed: agtb: het geaccep„ teerd geleesen en gehouden had, en hij aan de goede uijtslag niet twijfelde aanbesteed. sterk gewaaijd N: W: gelaaden als gisteren vertrokken. Dingsdag naal ƒ1-8

NL-HaNA_1.04.02_3733_0279 view scan ↗

English

33 January Japan at the Factory Nangazackij Anno 1786. Continuation of the 25th: than previous times succeed in their sinister intentions, thus they departed again after the lapse of an hour. Because it has constantly frozen and snowed since the 19th of this month, there lies everywhere more than a foot of snow, and the ice in the pond is fully two inches thick; the Japanese testify that in human memory they have not had such severe cold here. Thursday 26th. In the afternoon from 3 to four o'clock again busy with the Interpreters over the same subject as yesterday and the day before yesterday, and finally growing tired of this dispute of words over a matter of which the truth and fairness was visibly on my side, I declared to them frankly that if they wished to dispute over this any longer, I would address myself to the Governor about this, with a request to decide this dispute of ours, giving them until tomorrow afternoon twelve o'clock time to consider whether they wished to let it come to that extreme, or rather settle the matter according to fairness and old custom. Asked the Reporters again for the invoices of the Chinese junks. Friday 27th. At one o'clock all the Interpreters came again to my residence, who after having debated for a long time over what was mentioned yesterday and some previous days, finally admitted that they had made a mistake and that it was good according to my calculation; probably my threat to address myself to the Governor to make an end of this matter deterred them from standing on their point any longer. Also today the Japanese servants, after requested and obtained permission, remained in the town for six days. Saturday 28th. Today at half past two o'clock in the afternoon unexpectedly received a visit from the Burgomaster and Commissioner of foreigners Fannemon, accompanied by the interpreters Kosak, Katsemon, and Moijsero; this gentleman remained sitting and talking with me for fully an hour and a half, in which conversation I did not fail to recommend the interests of the Company to His Honour's favourable protection, and especially requested his influential help toward obtaining a desired outcome to the paper presented by me to the Lord Governor regarding the searching of the Chief Residents, which His Honour promised me, and past four o'clock after a friendly farewell departed towards the town. Sunday 29th. Nothing occurred. Monday 30th. Solar eclipse whereby the sun was obscured to within a sixteenth. Today being Japanese New Year, I ordered the Reporters to congratulate the Lord Governor in my name in their ceremonial robes. 35. January Japan at the Factory Nangazackij Anno 1786. Tuesday 31st. The Court Journey Bark departed, and the Reporter again requested for the invoices of the Chinese junks. February Wednesday 1st. Nothing occurred. Thursday 2nd. The Japanese servants returned to the Island. Friday 3rd. This morning had a visit from the Spy, and the Chief Interpreter Josak Kijemon, and the Chief Interpreter Kosak, who advised me strongly to solicit at the upcoming farewell audience, which in all likelihood would be set for the day after tomorrow, for the Governor's favourable recommendation to the Court, to the end that the abolition of the order for searching the Chief Residents might take place this year, as a verbal request made by myself would give even more force to the previously presented writing and would probably urge the Governor even more to propose this request favourably and earnestly; adding thereto that because they did not trust the Chief Interpreter Simbij, who on that occasion must translate my words and compliments, because of his little knowledge of the Dutch language, they both would appear in the government house on that day and keep themselves close to me, so that after having the usual ceremonial compliments translated by Simbij, I would only have to call them with a nod in order properly to translate my sayings and requests regarding this subject. The desire to be themselves exempt from taking off the cloaks and taking out the pantok, regarding which the principal of them have often testified to me that their blood begins to boil as often as they must undergo this, but of which they dare not speak as long as the Chief Residents are searched, strongly spurs on, as it seems, these linguists, with whom self-interest is the principal if not the only basis of all their deeds and actions, to attend to this matter with all zeal and true earnestness. I also reminded them once again of the item of the counter-gift for the last sent Persian horses. At noon I ordered the new Reporters to provide me as soon as possible with the invoices of the Chinese junks, which I had so many times requested from the previous Reporters in vain; as well as to cause the ordinary number of Japanese carpenters to come to the Island as soon as possible to survey the annual Company's and Ottona's repairs, both of which they promised to provide tomorrow. Saturday 4th. The farewell audience announced for tomorrow morning at nine o'clock, as well as a beginning made with the surveying of the Company's and Ottona's repairs, and [illegible]

Dutch transcription

33 Januarij Iapan ten Comptoire Nangazackij D' Anno 1786. bevzig gewetd:f de gezamentlyk onderhield hun het saris der vreem vervolg van den 25: dan de voorige keeren in hunne finistre oogmerken slaagen, dus zij na verloop van een Uur weeder vertrokken Door dien het zeederd den 19e: deezer gestadig gevroren en gesneeuwt heeft, legt er over al meer dan een voet sneeuw, en het ijs in de vijver is ruijm twee duijmen dik, de Japanders getuijgen, dat zij bij menschen ge¬ heugen zulk een strenge konde alhier niet gehad hebben weeder met de 26 Des nademiddags van 3 tot vier Uuren weeder met de Tolken beesig geweest over het zelve onderwerp als ter en commiss gisteren en eergisteren, en eijndelijk deeze woor¬ =den strijd over een zaak waar van de waar- en billijk„ =heid zigtbaar op mijne zijde was, moede wordende ver„ =klaarde ik hen rond uijt dat bij aldien zijlanger hier over wil„ =den twisten, ik mij bij de Gouverneur hier over addresseeren. nevenstaande zoú, met versoek van dit ons geschil te decideeren, gee¬ =vende hun tot morgen middag twaalff uuren tijd, om zig te bedenken, off zij het tot dat uijterste wilden laaten koomen, dan wel de zaak na billijkheijd en oud gebruijk schikken vroeg de Rapporteurs alweeder om de Factuuren van de Chineese Jonken Donderdag. Maandag 30. Zon Eelips waar door de zon tot op een zestiende na verduijs„ kwamen weeder 27:e Om een Uuren kwaamen de gezaamentlijke Toli =terd is. =ken weeder op mijn wooning, die na nog langen tijd Japans Nieuwe Jaars. Heeden Japans Nieuwe Jaar zijnde, gelaste ik de Rappor„ over het opgisteren en eenige voorige Daagen ver„ teurs den Heer Gouverneur uijt mijn naam in hun Compli¬ melde gereede kaveld te hebben, eijndelijk avoueerden dat verklaarde van Vrijdag 29e Niets Voorgevallen 28 Heeden, middag om halff drie Uuren op het onverwagts een ontfing een bezoek besoek ontfangen van den Burgemeester en Commissaris der vreemdelingen Fannemon, verseld van de tolken Kosak Katsemon en Moijsero, deezen Heer bleeff ruijm, anderhalff uur bij mij zitten praaten, in welk mondgesprek ik niet man= =gueerde de belangens van de Comp:e in zijn Ed: gunstige protexie aan te beveelen en inzonderheijd zijn vermogende ƒ hulp versogt ter erlanging van een gewenschte Uytslag op het door mij aan den Heer Gouverneur gepresenteerde Papier nopens het visiteeren der opperhoofden het welk zijn Wel Ed: mij beloofde, en over vier Uuren na een vrien= delijk afscheijd steedewaards vertrok. Zondag vervolg van den 27 en mij na bereekening goed was, waarschijnlijk heeft hun meijne bedreijging om mij bij de Gouverneur te addresseeren om een eijnde van deeze zaak te maaken afgeschrikt om langer op hun stuk te blijven staan. ook zijn heeden de Japansche Dienaaren na ver zogte en verkteegene permissie voor ses daagen in de stad gebleeven „ment J:V len ƒ =delingen Zaturdag naal No 80 Tolken vergist te hebben 35. Januarij Japan ten Comptoire Nangazackij D' Anno 1786. =gen aangesegt. Een begin met de d' afscheijds „ vervolg van den 30- ment gewaad te gaan congratuleeren Dingsdag d' Hofrijs Barck - „ 31 De Hoffreijs Barck Vertrokken, en de Rapporteur weeder om de factuuren van de Chineese Jonken versogt Woensdag. den 1e Niets voorgevallen Donderdag 2:e De Japansche Dienaaren weeder op het Eijland gekoomen Vrijdag. en den oppertolk Josak Kijemon en den oppertolk Kosak, die mij aanraaden 3:e Heeden morgen een besoek gehad van den Dwarskijker op de aanstaande afscheyds audientie, die na alle waar =schijnlijkheijd op overmorgen bepaalt zoude worden, sterk te solliciteeren om des Gouverneurs gunstige voorschrijving aan het Hoff, ten eijnde de afschafting der order van het visi„ =teeren der opperhoofden deezen Jaare geschiede wijl een mondelings versoek door mij zelfs gedaan het voorige ge„ =presenteerde schriftuur nog meerder kragt zou bij zette en den Gouverneur waarschijnlijk nog meer zou aanspooren om dit versoek gunstig en ernstig voor te draagen, daarbij voegende dat dewijl zij den opertolk Sim bij die bij die geleegendheijd mijne woorden en complimente vertaalen moet, om zijne weijnige kundigheijd in de Hollandsche taal niet vertrouwden, zij beijde op dien Dagoor audientie op mor„ int gouvernement zouden verschijnen en zig digt bij mij hoede Februarij vertrokken. vervolg van den 3' op dat ik na de gewoone Ceremonieele Complimenten door simbij te hebben laaten vertolken, hun maar met een wenk zou kunnen roepen om mijne gezegdens en versoeken noopens dit sujet behoorlijk te vertaalen De zugt omzelfs ontheeven te weesen van het afdoen der Mantels en het uythaalen der Pantok waar over de voornaamste hunner mij dikwerf betuijgd hebben dat hun bloed aan 't kooken raakt, zoo dikwijls zij dit ondergaan moeten dog waar van zij niet durven rep¬ =pen zoo lang de opperhoofden gevisiteerd worden, spoord zoo het schijnd deeze Taalslieden, bij wien eijgen belang de voornaamste zoo niet de eenigste basis van alle haare daaden en verrigtingen is, sterk aan, om deeze zaak met alle ijver en waare ernst te behartigen. ook hervinnerde ik hen nog eens het articul van het Contra present voor de laaste gesondene persiaan sche Paarden Op de middag gelaste ik de nieúwe Raporteurs mij ten spoedigsten de factuuren der Chineese Jonken te besor„ gen, waarom ik de voorige Rapporteurs zoo meenig maa¬ =len vergeefs versogt had. — als meede om zoo spoedig moogelijk het ordinaire getal Japansche Timmerlieden ten Eijlande te doen koomen om de Jaarlijksche Comps en ottonas Reparaties, op te nemen, welk een en ander zij beloofden op morgen te zullen besorgen 4 De afscheijds audientie teegen morgen ochtend Mee„ gen Uuren aangesegd, als meede een begin gemaakt met den opneem der Compe en ottonas Reparaties, en ver¬ ƒ No 80 naal Zaturdag paratien der Re¬

NL-HaNA_1.04.02_3733_0281 view scan ↗

English

37 February Japan at the Factory Nangazackij the Year 1786. audience with the my request to as well as to the of the 2 arrived received the invoices crosseyed Kizemon continuation of the 4th. I again asked the Reporters for the invoices of the junks continuation of the 5th: had understood and grasped properly All of these having now given me a favorable answer and thus grounded which they had indeed promised me yesterday to deliver today, hope for a good success, I must but which had nevertheless been forgotten again. await what will further come of it. Sunday Monday blew hard 6th: Hailed, snowed, and blew hard all day 5 This morning, accompanied by the Purser Dronsberg, I paid the farewell audience to the Governor of Nangazache, from the NW: which continued the entire night. where we were received very kindly. After the usual compliments, I earnestly requested His Honorable Worship to cast a favorable reflection upon the petition that I recently presented regarding the inspection of the Chiefs, to which His Honorable Worship answered that this matter did not depend on him but solely upon the Court, but that His Honorable Worship would present this my request there and, as far as was in his power, support it with his intercession. For which token of favor I heartily thanked His Honorable Worship, declaring that I did not doubt that this matter, if His Honorable Worship presented it favorably at Court, would surely have a desired outcome. Upon taking leave of the Secretaries in the adjoining room, I very kindly requested these gentlemen also to help remind the Lord Governor of these his promises; having, according to the agreement of the morning before yesterday, all my sayings and requests on this subject translated by the Crosseyed Kejemon and Chief Interpreter Kosak, whom I called to me for that purpose, to be certain that the Governor and Secretaries Tuesday. 7 This morning at nine o'clock, the Crosseyed Kuijemon and Chief Interpreter Kosak came to inform me that after I had left the Government building the day before yesterday, they were called there again, and the Governor had ordered them through one of his Secretaries to inform me further in His Honorable Worship's name that I could fully rely that His Honorable Worship would do his utmost to obtain, if possible, the requested exemption from the inspection of the Chiefs this year. At eleven o'clock, the under-Reporter Simbij finally brought me the so frequently requested invoices of the two latest arrived Chinese junks. The carpenters have also been to the Island again to further carry out the survey of the Company's and ottonas repairs, which had been postponed the day before yesterday because of the farewell audience and yesterday could not proceed either because of the rough weather; after which performance J: Vermeul been Governor His Honorable Worship Secretaries Junks. further surveyed Chief Interpreter Kosak No. 30 nal 39 Nangazackij The Year 1786. This Report continuation of the 7th: performance, the Commissioners submitted to me the following report on that of the Company: To the Right Honorable Lord Johan Fredrik Baron van Reede tot de Parkeler Senior Merchant and Chief of the Trade in Japan Right Honorable Lord! The humble undersigned herein have the honor to inform Your Right Honorable Worship that they have been commissioned by the Junior Merchant and Purser here, Mr. Hendrik Willem Dromsberg Junior, to survey in the presence of His Honor all such Company's and ottonas repairs as they have found to be necessary, and thus come to show Your Right Honorable Worship. Namely: February Japan at the Factory The Warehouse 't Doorn needs to be provided with two new outer doors, though the ironwork can be used again. The sliding doors need to be repaired, except one entirely new one. The Warehouse de Lelij needs to be plastered with lime here and there, and the roof provided with 40 to 50 tiles, as well as two earthen sliding screens. In the garden next to the second skipper's dwelling, a new door is required, as well as 4 new props for the fence. The floor of the house in the garden needs to be secured with nails here and there, and some sliding screens repaired with slats. The hatch, or the wooden flap of the privy, needs to be renewed, and the wall of the maids' kitchen plastered. The hearth of the same to be provided with two new pans and plastered with lime. The sliding cupboard needs to be repaired, and several sliding doors provided with nails. In the Billiard room, the runners of the large sliding screens need to be planed out a bit to make them slide all the more easily. The roof needs to be provided here and there (according to the statement of the carpenters) with 65 new tiles and coated with lime. The siding around the dwelling needs to be fitted with slats here and there and blackened. The privy at the back also needs to be provided with a new gutter. The gate on the north side needs to be provided with a new post, and a part of the upper piece repaired. The small gate in front of the house also requires some repair. The hearths in the kitchen and the water cistern nearby need to be repaired. 1 slave quarters provided with 2 new sliding screens and one ditto repaired. 1 No. 60 nal

Dutch transcription

37 Februarij Japan ten Comptoire Nangazackij d' Anno 1786. audienthe bij den mijn versoek aan als meede aan de der, 2 gearriveerde ontfing de factuuren dwarsskijker Kize =mon vervolg van den 4. sogt de Rapporteurs alweeder om de factuuren der Jonke vervolg van den 5: het na behooren verstaan, en begreepen hadden Deeze alle mij nu een favorabel antwoord en dus gegron„ die zij mij gisteren wel belooft hadden van Daag te zullen =de hoop tot een goed succes gegeeven hebbende moet ik besorgen, dog dat echter alweeder in't vergeet Boek was ge¬ afwagten wat er verder van worden zal Zondag Maandag sterk gewaaijd „ 6:e Den geheelen dag gehagelt, gesneeuwd en sterk gewaaijd 5 Heeden morgen verseld van den Dispencier Dronsberg de afscheijds audientie bij den Heer Gouverneur van Nangazache uyt den NW: dat den gantschen Nagt aangehouden heeft afgelegd, alwaar zeer vriendelijk gerecipieerd wierden Na de gewoone Complimenten versogt ik zijn wel Ed: agtb instantig om een gunstige restexie te willen slaan op het versoek schrift dat ik onlangs nopens de visitatie der opperhoofden gepresenteerd had, waar op zijn welEd: achtb: bedeeling van den antwoorde dat deeze zaak niet van hem maar alleen van het Hoff dependeerde, dog dat zijn Ed Agtb: dit mijn versoek aldaar voordraagen en zooveel in hem was met zijn voorspraak appúijeeren Zoú voor welke blijk van ge¬ =neegendheijd ik zijn Wel Ed: Agtb: hartelijk bedankte onder„ =betuijging dat ik niet twijfelde of deeze zaak zou, wanneer zijn Wel Ed: Achtb: dezelve gunstig ten Hoove voordroeg, gewisselijk een gewenschte Uijtslag hebben. Bij het afscheijd neemen van de Secretarissen in het naaste vertrek versogt ik deeze steeren ook zeer vriendelijk den Heer Gouverneur deeze zyne beloften te willen helpen herinneren; laaten =de ik volgens afspraak van Eergisteren morgen alle mijn de Reparaties =ne gesegdens en versoeken op dit sijet, door den Dwarskyker Kejemon en oppertolk Kosak, die ik ten dien eijnde bij mij riep, vertaalen om zeeker te weesen dat de Gouverneur en Secretarissen Dingsdag. 7 Heeden morgen ten neegen Uuren koomen mij de Dwars kijker Kuijemon en oppertolk Kosak bedeelen, dat zij na dat ik eergisteren het Gouvernement verlaaten had, aldaar weeder geroepen waaren, en de Gouverneur hen door een zijner Secretarissen had laaten gelasten om mij uijt zijn Ed: Achtb: Naam nader aan te zeggen dat ik volkoomen staat kon maaken zyn Wel Ed: Agtb: zyn uijterste best zou doen, om waare het moogelijk het versogte ontslag van het visiteeren der opperhoofden dit Jaar te verwerven. Ten Elff Uuren bragt mij den onder Rapporteúr Simbij eijndelijk de zoo meenigmaalen versogte factuuren der twee laast gearriveerde Chineese Jonken. Ook zijn de Timmerlieden weeder ten Eijland geweest om den opneem der Comp„ en ottonas reparaties verder te volbrengen het geen eergisteren om de afscheijds audientie uijtgestelt was en gisteren om het ruuwe weer ook geen voortgang had kunnen hebben; na welkers het verrigting J: Vermeul =raakt. Gouverneur geweest zijn WelEd: agtb: secretarissen Jonken. verder opgenomen oppertolk Kosak No. 30 naal 39 Nangazackij D' Anno 1786. Dies Rapport vervolg van den 7:e verrigting de Gecommitteerdens mij van die der Comp:s het volgende berigt indienden Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heere Johan Fredrik Baron van Reede tot de Parkeler opperkoopman en opperhoofd van den Handel in Japan Wel Edele Agtbaare Heer! De Nederige Teekenaars in deezen hebben de Eer Uwel Eder Agtb: te berigten, dat zij door den onderkoopman en Dispencier alhier de Heer Hendrik Willem Droms berg Junior Gecommitteerd zijn, om ten overstaan van zijn wel Edele op te neemen, alle zoodanige Com„ =pagnies en ottonaars Reparatien, als zij bevonden hebben te behooren, en oversulks UWel Edelen Agtb: Het Pakhuijs ' Doorn, dient met Twee Nieuwen buiten deuren voorsien, dog het Ijzerwerk kan weerder g'Emploijeert werden. De schuijven dienen gere„ pareert te werden, except, Een geheel nieuwe T Pakhuijs de Lelij dient hier en daar met halk bepleijsterd, en het Pak met 40 â 50 pannen voorsien koomen aan te toonen. Namentlijk Februarij Japan ten Comptoire te worden, als meede twee aarde schuijven In de Thuyn naast de tweede schippers wooning word een nieuwe deur verEijscht, zoo meede 4 Ps nieuwe Stutten voor de Pagger De vloer van het Huijs in de Thuijn, dient hier en daar met spijkers voorsien, en eenige schrijven met latten gerepareert te werden Het Luyk, off de houte klap van het secreet dient vernieuwt, en der muur van de Meijde Combuijs bepleijsterd te werden Het fournuis van het zelve met twee nieuwe pannen te voorsien en met kalk te bepleijsteren. De schuijve Kas dient gerepareert te en verscheijde schuijven met spijkers voorsien te worden. Op de Billart kamer dienen de Loopers van de groote schuijven, wat uijtgestooken te worden om dezelve des te gemakkelijke te doen schrijven. Het dak dient hier en daar (:volgens opgaave des Timmer¬ lieden met 65 nieuwe pannen voorsien en met kalk bestreeken te worden. 'T bekleedsel rondom de wooning dient hier en daar met latten voorsien en Swart gemaakt worden, Het Secreet van agteren dient meede, van een nieuwe Goot voorsien te worden. De Poort aan de Noordkant; dient met een nieuwe Steijl voorsien, en een gedeelte, van het booven stuk gerepareert te werden. Het Hekje voor het Huijs verEijscht ook eenige reparatie. De Fournuisen in de Combuijs, en de Waterbak daaromtrent dienen gerepareert te worden. I slaave vertrek met 2 nieuwe schuijven voorsien en Een dito gerepareert. 1 No. 60 e ƒ naal

NL-HaNA_1.04.02_3733_0283 view scan ↗

English

41 Nagasaki Anno 1786. February Japan at the Office The roof and lean-to of the steward's dwelling must be completely renewed, the interior wall plastered here and there, and furthermore a bamboo gutter alongside a wooden ditto of 4 ikken long renewed. The floor of the officers' dining hall must be repaired and the walls of the sailors' dining hall plastered. In the dispensary, a sliding door that cannot slide must therefore be remedied, and a door with a pintle and hinge must be made. The walls of the assistants' dining hall must be plastered here and there, and 4 pieces of sliding doors, along with the panelling at the entrance to the staircase, repaired. The latticework in the poultry yard must be repaired here and there, as well as a door provided with a hinge, the walls plastered here and there, and the chicken roost provided with 2 slats; furthermore the floor made level. The walls of the smithy must be plastered here and there, as well as the furnace. The entire roof of the summer cow pen must be renewed with cajang mats, the floor repaired here and there, and the partition on the north side provided with planks. The walls and sliding screens of the winter cow pen must be repaired, the lower wainscoting provided with some planks, and the floor made level; furthermore a sliding door, the lower wainscoting, and the groove renewed, and furthermore Wednesday the 8th I ordered the reporting officers to provide me as soon as possible with a specific estimate from each of the carpenters, which they promised me to do tomorrow. Thursday Nothing occurred. Friday the 10th Today received the estimate of the carpenters from the reporting officers, the roof laid with 35 to 40 roof tiles and the water conduit completely renewed. The outer fence behind the garden house to be repaired and painted black. The gate beside the south gate of the garden to be repaired, and the sill partly renewed. The fence of the old garden to be renewed with 4 pieces of new posts, and the missing planks added to it, between the two warehouses a fence of bamboo, furthermore the bamboo fence around the above-mentioned garden to be repaired here and there. The sheepfold door, wall, and feeding rack must be repaired, and the small bridge before the fire engine house repaired. With which we have the honor to be with all respect, underwritten: Honorable Worshipful Sir, lower: Your Honorable Worship's humble servants, was signed: G: P: J: van Bossum and H:k Klad, in the margin stood: Decima the 7th of February 1786, lower: In my presence, was signed: H: W: Dronsberg Junior. 43 February Japan at the Office Nagasaki Anno 1786. Continuation of the 10th received, which I found to amount, taken together, to 429 taels, which I judged to exceed the bounds of reasonableness by far, wherefore I gave this unreasonable demand back to the interpreters with orders to tell the master workmen that they had to reduce the same considerably, because otherwise there was no possibility of reaching an agreement with them. 11 This forenoon the Court journey goods were inspected in the presence of two upper banjosts and an Imperial repair master, and the nagamochis and canassers, in which the gifts are packed, were set on feet. At twelve o'clock both reporting officers came with the carpenter Campesie to bring me the estimate again, which was now reduced to 300 pieces, which I nevertheless still judged too much and offered 225 taels, giving him this estimate back again to recalculate once more and reduce somewhat. 12 This morning reached the agreement with the carpenter Campesie for the Company's repairs for 230 taels. Furthermore, because tomorrow is the appointed day to set out on the journey to the Edo Court, I have transferred the authority during my absence to the under-merchant and dispenser Hendrik Willem Dronsberg Junior, and handed over to the same a written Continuation of the 12th memorandum according to which he must conduct himself during my absence, together with the keys of the warehouses, the secretariat, and the trade cash boxes, as well as those of the camphor wooden chest sealed. And I recommended all the remaining Company servants to conduct themselves well in everything and to respect and obey the above-mentioned under-merchant and dispenser during my absence as their commander. 13 The Court journey baggage having been inspected and everything found in proper order, I left the island of Decima around half past nine in the company of the clerk Coenraad Jonas and the chief surgeon Johan George Falcké, being accompanied by the remaining servants as far as the Mussel Staircase, where we took a friendly farewell of them and continued our journey to Kokura, where we arrived on the 18th without any remarkable encounters, and I wrote a letter to Decima to notify of our arrival here. 19 At ten o'clock we left Kokura, going with the norimonos to the village of Dairi, and from there, after having stayed for some time, crossing over with rowing vessels to Shimonoseki, where we arrived at three o'clock in the afternoon and learned that the large barque had arrived four days before. Here we were obliged to remain waiting for a good wind until Saturday Sunday Saturday Sunday Sunday Monday No 60

Dutch transcription

41 Nangazackij D' Anno 1786. Februarij Japan ten Comptoire Het Dak en afdak van de Hofmeesters wooning dient geheel vernieuwt te worden de binne muur hier en daar te bepleijsteren, en voorts een Bamboese goot nevens een houte dito van 4 Jkjes lang, te vernieuwen De Vloer van de Officiers Eetzaal dient gerepareerd en de muuren van de Mattroose Eet zaal bepleijsterd In de Dispens Een Schuijff welke niet kan schuij„ ven dient dus verholpen, en Een deur met een duym en Heug sel gemaakt te worden. De muuren van de Adsistenten Eetzaal hier en daar bepleijsteren, en 4 P:s schuijven, nevens het be kleedsel aan de Jngang van de Trap te repareeren Het Latwerk in Spiltentijd hier en daar te repe= reeren, zoo meede een deur te voorsien van een hengsel de muuren hier en daar te bepleijsteren, en het Hoen der Rak met 2 latten te voorsien; voorts de vloer effen maaken De Muuren van de Smitswinkel hier en daar te bepleijsteren als meede het Fournuijs. Het geheele dak van de Somer Koekraal dient met Kaaijang matten vernieuwd, de Vloer hier en daar gerepareert, en het schot aan de Noordzeijde met planken voorsien te worden De Muuren en schrijven van de Winter Kockraal te repareeren, het onderbekleedsel met eenige Planken te voorsien, en de vloergelyk te maaken, voorts een schuyff; 't onderbekleedsel, en sponning te vernieuwen en wijders Woensdag den 8:e Gelaste de Rapporteurs mij zoo spoedig moogelijk een speci„ =fique Eijsch van ieder der Timmerlieden te besorgen, het geen zij mij beloofden morgen te zullen doen. Donderdag. Vrijdag den Eijscer van 10:e Heeden den Eijsch der Timmerlieden van de Raporteurs ont= Niets voorgevallen het dak met 35 â 40. Pakpannen te beleggen en de waater leijding geheel te vernieuwen. De buijten Schutting agter het Huys van de Thuyn te repareeren en Swart te maaken Het Hek bezeijden de Zuijder Poort van de Thuijn te Re =pareeren, en de legger voor een gedeelte te vernieuwen De schutting van de oude Thuyn met 4 P:s nieuwe stijlen te vernieuwen, en de manqueerende planken er bij te voegen tusschen de twee Pakhuijsen een schutting van Bamboesen voorts de Bamboese schutting om boven gem: Thuijn, hier en daar te repareeren De schapestals deur, muur, en Eetens Ruyff dient gerepa= reert te worden, en 't Bruggetje voor 't Brandspuythuys Waarmeede wij d' Eer hebben met alle Respect te zijn /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ Uwel Ed: Agtb: onderdanige Dienaaren /:was geteekend:/ G: P: J: van Bossum en H:k Klad /:in margine stond:/ Decima den 7:e Februarij 1786. /:lager:/ Ten mijnen overstaan. /:was geteekend:/ te Repareeren. Comp=s reparatie =fangen 7 te worden H: W: Dronsberg Junior. 2 ontfangen naal 43 Februarij Japan ten Comptoire Nangazackij D' Anno 1786. en te rug gegeeven de Hoffreijs-goederen zijn gevisiteerd. mijn Bod en gaff zijn getroff accoord den Dispencier Dront berg geduurende myn afweesen 't gezag op gedraagen daar naart Dorp Daivi en koomen te 3 Uuren, in Simono¬ weeder van en koomen in De Hofreijze neemt een aan„ vervolg van den 10=e fangen, die ik bevond door elkanderen gereekend te be vervolg van den 12:e Memorie waar na zig geduurende mijn afweesen diend te gedraagen beneevens de sleutels der Pakhuijsen =draagen p 429, het geen ik oordeelde de paalen der Secretarij, en Negotie Kassen : als meede die der Camphur reedelijkheijd verre te buijten te gaan, weshalven ik houte kist verseegult ( overgegeeven. — En Recomman¬ deezen onreedelijken Eijsch aan de Tolken te rug gaff met deerde alle de overblijvende Comps: Dienaaren zig order om de werkbaazen aan te zeggen dat zij dezelve merkelijk verminderen moesten, wijl er anders geen in alles wel te gedraagen en bovengem: onderkoopman moogelijkheyd was; om met hen een accoord te treffen. en Dispencier geduurende mijn afweesigheijd als hun Gebieder te respecteeren en te gehoorzaamen 11 Deezen voor demiddag zijnde Hofreijs goederen in praesentie van twee opperbangJoosten en een Keijzerlijke Reparatie meester gevisiteerd, als meede de Nagemoetsen en Canassers, waar in de geschen¬ =ken afgepakt zijn; op voeten gezet. Ten twaalff Uuren kwaamen mij de beijde Rappor teurs met den Timmerman Campesie den Eijsch wee¬ =derom brengen, die nu tot op 300 p:s verminderd was; het geen ik egter nog te veel oordeelde en r 225 bood¬ hem deezen Eijsch andermaal terug geevende om Eijsch weeder terug nogeens nate reekenen en wat te verminderen 12 Heeden morgen met den Timmerman Campesie het ac„ =coord voor de Comp:s Reparaties getroffen voor # 230:— voorts wijl het opmorgen de bepaalde dag is, om mij op de Reijze na het Jedoosche Hoff te begeeven heb ik aan den onderkoopman en Dispencier Hendrik Willem Dronsberg Junior het gezag geduurende mijn ab„ =sentie opgedraagen en aan denzelven een schriftelijke 19 Ten tien Uuren verlieten Kokura, gaande met de orimonds tot het Dorp Bairi en van daar na eenigee tyd vertoefd te hebben met Roeij vaartuijgen oversteekende na Simonosekie alwaar wij des nademiddags te drie Uuren aankwaamen en vernaamen dat de Groote Barck vier daagen te vooren gearriveerd was. Alhier waaren wij genoodsaakt op een goede wind te blijven leggen wagten tot 13 De Hofreijs Bagagie gevisiteerd, en alles in behoor¬ =lijke order bevonden zijnde, verliet teegen halff thien het Eijland Decima in geselschap van den Scriba Coenraad Jonas en den oppermeester Johan George Falcké, wordende van de overblijvende Dienaaren tot aan de Mosseltrap begelijd, alwaar wij vriendelijk afscheijd van hen naamen en onze Reijze na Kokura voortzelleden, daar wij op 18 zonder eenige aanmerkens waardige ontmoetingen arriveerden en ik een Brieff ter bedeeling van onze aankomst alhier na Deama Schreeff. Zaturdag Zondag : Zaturdag Zondag . Reparatie nadere Eijsch voor s Comp „vang. Kokura. =sekie Zondag Maandag naal N=o 60

NL-HaNA_1.04.02_3733_0285 view scan ↗

English

February Japan at the Factory Nangazackij In the Year 1786. Sunday the 26th: when at twelve o'clock noon we set sail with a fresh westerly wind, which continued throughout the night, but Monday 27: at noon, on account of a calm and a strong contrary current, we were obliged to drop anchor in the harbor of Mitareij, from where we Tuesday 28th: departed again at daybreak with a slack breeze and continued the journey, as also from Thursday March 2: in the afternoon at four o'clock came to an anchor before Fiogo. Having stepped ashore, I immediately had everything prepared so as to be able to continue the journey this evening to Tsienomia, where we arrived at one o'clock at night, and heard that on the 19th and 23 Sjouguats, being our 17th and 21 February, heavy fires had broken out in Jedo, the latter of which had lasted two days, but that no certain reports had yet been received regarding the damage caused thereby. I sent the chief interpreter ahead to Osakka to notify both Gentlemen Governors of our arrival and at the same time to inquire when it would be convenient for their Honors to receive the gifts of the Company. Friday 3rd: Having departed from Tsienomia at seven o'clock in the morning, we arrived at one o'clock in the afternoon in Osakka, where the chief interpreter informed me that the Gentlemen Governors requested me to postpone the presentation of the gifts until the departure, as their Honors were presently prevented by pressing business from being able to accept the same. Continuation of the 3rd: We also obtained here further and reliable news regarding the fire that raged in Jedo on the 17th and 21st of the past month, that in a circumference of two miles in width and three miles in length all houses and buildings were reduced to ashes, and that our inn, where we are accustomed to take up our lodging annually, was likewise burned to the ground. And in the evening news was received here again by a post from Jedo that on the 25th of February there had been another fire in that capital, which, just like the fire of the 21st, had lasted two days. It was added as a rumor that on this occasion a part of the Emperor's Palace was also destroyed by the flames, which, however, required further confirmation. Here in Osakka there had likewise been a fire a few days ago, but no more than two streets were destroyed by it. Saturday 4th: Contracted for the Honorable Company two pieces of copper wire screens, each 100 feet long and 12 feet wide, according to samples received thereof in the past year. Sunday 5: The departure from here having been fixed for tomorrow, I sent the chief interpreter ahead to Miaco to give notice of our arrival to the Great Judge and the Governors, and to request that they set a day both to accept the Company's gifts and to receive the necessary

Dutch transcription

45 Februarij Japan ten Comptoire in de Haave „ Mitareij ten anker en vervolgde de als ook van nader een swaare Zondag den 26e: wanneer wij des middags te twaalff uuren onderseijl gingen met een frisse weste wind, die den geheelen nagt ontfingen vaste Maandag 27 moesten wij op de middag weegens stilte en sterke con trarie Stroom in de Staaven van Mitareij het anker laaten vallen, van waar wij Dingsdag vertrokke vant 28:e met den Dag weeder vertrokken met een slappe koel„ Donderdag Maart „ 2 des nademiddags te vier Uuren voor Fiogo ten Anker kwaamen aan Land gestapt zynde liet ik direct alles in gereedheijd brengen, om nog deesen avond de Reijs naar Isienomia Reijze tot Tsienomia te kunnen voortzetten, alwaar wij des nagts te Een Uur arriveerden, en hoorden dat er den 19:e en 23 Sjouguats zijnde onze 17: en 21 februarij in Jedo zwaare brand ontstaan was, waarvan de laaste twee Etmaalen geduurd had, dog dat men nopens de schaade daar door veroorsaakt nog geene zeekere berigten bekoo„ men had zond den oppertolk sim bij vooruijt na osakka om de beyde Heeren Gouverneurs van onse aankomst te verwittigen en teffens te verneemen, wanneer het haar Ed: achtb: Convenieeren zoude om de geschenken van de Compe te saboa 3e Des morgens te zeeven Uuren uyt Jsienomia vertrok„ ken zijnde arriveerden wij des middags te Een Uur in osakka alwaar de oppertolk mij bedeelde, dat de Heeren Gouverneurs mij lieten versoeken het presenteeren der arriveeren te kiogo Nangazackij D' Anno 1786. geschenken tot 1 vervolg van den 3„en de afreijze te willen uijtstellen, vermits haar Ed: achtb: thans door pressante beesigheeden verhinderd wierden dezelve te Tijding van de Brand ook erlangden wij hier noopens de op den 17:e en 21:e der gepasseerde maand in Jedo gewoed hebbende Brand de volgende naadere en vaste tijding, dat in een omtrek van twee Mijlen in de breedte en drie mijlen in de lengte alle Huijsen en geboúwen in de assche gelegt waaren, en dat onze Herberg, daar wij gewoon zijn Jaarlijks ons intrek te neemen, almeede tot de grond toe afgebrand was. En des avonds ontfing men hier weeder door een post uijt Jedo tijding, dat er den 25:e: Februarij in die hoofd stad alweeder een brand geweest was, die eeven als die brand ontstaan. . van den 21:e twee Elmaalen had aangehouden, men voeg„ =de er als een gerugt bij, dat bij deeze geleegentheijd ook een gedeelte van s' Keijzers Paleijs door de Hlammen vernielt was, het geen echter nadere Confirmatie verEijschte Alhier in Osakka was insgelijks voor weijnige daagen brand geweest, dog niet meer dan twee straaten daar door verwoest kunnen accepteeren. Zaturdag s' Comp:s kooper 4:e sleeden voor de E: Comp:e aanbesteed twee p:s koopere draad aanbesteed. raamen ieder van 100 voeten lang en 12 voeten breed, vol„ =gens daar van ontfangene monster in Anno passato. Zondag. 5 Het vertrek van hier op morgen vastgesteld zijnde, zond den oppertolk vooruyt na Miaco om den Groot Rechter en de Gouverneurs van onze aankomst kennisse te geeven en te versoeken een dag te willen bepaalen zoo om de Compts geschenken te accepteeren als om de benoodigde gaan onderseijl. bleeff- aanhouden, dog te en ontfangen Vrijdag in Jedo. na al

NL-HaNA_1.04.02_3733_0286 view scan ↗

English

41 Nangazackij the year 1786. to present the gifts. Again news of shocks, an earthquake Odewara March Japan at the factory Continuation of the 5th, to be able to receive the pass for crossing the Faconie mountains. Wrote to Decima. In the evening, wrote a letter to Decima. Monday. Arrived at Miaco. 6. Departed at half past four in the morning from Osakken and arrived at half past eight in the evening in Miaco, where I received a report from the Chief Interpreter that the Great Judge and Governors had set the presentation of the gifts and the fetching of the pass for the morning of the day after tomorrow at ten o'clock. 7. Nothing occurred. Wednesday. Where the gifts 8. We proceeded at the appointed hour to the palaces of the Great Judge and both Governors, to offer the Company's gifts with the usual formalities and to obtain from the former the pass for the further journey upward, and had the pleasure of being received there very kindly. 9th. Nothing occurred. 10. The departure from here was announced to us by the Chief Banjost for tomorrow, for which purpose I had everything prepared. Today, news was also received from Jedo that for the fourth time a severe fire had occurred there, which had lasted nearly two days and caused great devastation. Continued the journey and arrived in 24. Arrived at midday in Faconie, where we were informed that for two or three days severe earthquakes had repeatedly been felt on these Faconie mountains, by which already several large stones had fallen from the mountains. Indeed, toward evening between six and seven o'clock, descending the same on the road from here to Odawara, we felt two strong shocks, and shortly after our arrival at the night inn in the mentioned city, a third, though not as strong as the two previous ones. 17th. Departed at eight o'clock from Niesakka, and having crossed the mountains, we arrived at eleven o'clock in Canaja, where we had to wait for the falling of the water in the river, and therefore stayed until Tuesday. Continued the journey 21. When we continued the journey, and Saturday. Left Miaco and arrived 11th. Left the city of Miaco at nine o'clock and arrived Thursday. in Niesacca 16. at nine o'clock in the evening in Niesakka, where we received news that the high water in the river Ojingawa made passage across it impossible. Since we could thus get no further than the village of Canaja as long as the water in the river remained so high, I decided to stay here this night instead of traveling through to the usual night inn in the mentioned village of Canaja, which lies another mije and 29 streets from here, both on account of the rainy weather and the bad road, having to pass the steep Niesakka mountains. Saturday. 46 9 Thursday Friday Faconie Friday. Friday Tuesday

Dutch transcription

41 Nangazackij D' A:o 1786. schenken pre =senteeren. weeder tijding van Schu dem terk een dokin odewara Maart Japan ten Comptoire Vervolg van den 5 Pas tot de overtogt van het Faconiesch gebergte te kun =nen ontfangen. ga Schreef na Decima Schreef des avonds een Brief Na Decima Maandag. arriveere te Miaco „ 6 vertrokken des morgens te half vyff uyt 0 sakken en arriveerden, des avonds te halff neegen in Miaco¬ alwaar van den opperTolk bim bij rapport ontfing, dat de Groot Regter en Gouverneurs het presentee¬ =ren der Geschenken en het afhaalen der pas op over =morgen ochtend ten tien Uuren, bepaald hadden „ 7. Niets gepasseerd. woensdag alwaar de Ge„ 8 Begaaven wij ons op het bestemde Uur na de Paleijzen die verolaaten van de Groot Rechter en de beijde Gouverneurs, om he in Canaja tot met de gewoone formaliteijten s Comp:s geschenken aan te bieden en van den eerstgenoemde De Pas voor de verdere opreijs te erlangen, en hadden, het genoegen aldaar zeer vriendelijk onthaald te worden 9:e niets gepasseerd. 10 wierd ons door den opperban joost het vertrek van hier teegen morgen aangekondigt, ten welken eijnde ik alles liet vervaardigen. - ook ontfing men heeden tijding wij Tedo, dat er ten vierden Maalen aldaar zwaare bran swaare brand in Jedo geweest was, die bij na twee daagen aangehouden en groote verwoestingen aangerecht had. „zette den en koomen in„ 24 Des middags in Faconie arriveerden, alwaar ons berigt wierd dat men zeederd twee a drie daagen op dit faconiesch Gebergte telkens zwaare aardbeevingen gevoelde, waar door reeds verscheijde groote steenen van de Bergen Waa¬ =ren koomen afvollen, wij voelden ook in der daad„ teegen den avond tusschen Zes en zeeven Uuren in het afklim¬ =men derzelve op de weg van hier na odawara twee sterke Schud¬ =dingen en kort na onze aankomst in de Nagtherberg in gemelde stad, een derde dog niet zoo sterk dan de twee voorige 17:' se agt Uuren uijt Niesakka vertrokken en het geberg„ te overgetoogen zijnde arriveerden wij te Elff Uuren, in Canaja alwaar wij na het Zakken van het Waater in de Rivier moesten wagten, en oversulks vertoefden tot Dingsdag. De Reijze voorts 21 Wanneer wij de Reijze voortzetteden, en Zaturdag verlaten den 11:e: verlaaten te neegen Uuren de stad Miaco en arriveeren Miaco en koomen Donderdag. in Niesacca „ 16 te neegen Uuren des avonds in Niesakka, alwaar wij tij„ =ding kreegen, dat het hooge waater in de Rivier Ojingawa, de passagie over dezelve onmoogelijk maakte; daar wij dus niet verder dan tot het Dorp Canaja koomen konden, zoo lang het waater in de Rivier zoo hoog bleeff, besloot ik deese Nagt alhier te verblijven, in steede van tot de gewoon Nagt herberg in het gemelde Dorp Canaja, nog een Mije en 29 straaten van hier leggende, door te reijzen, zoo om het reegenagtige weer als om de slegte weg moetende het steijle Zaturdag 46 9 Donderdag Vrijdag Faconie Niesakkasche gebergte passeeren Vrijdag. vrijdag naal Dingsdag

NL-HaNA_1.04.02_3733_0287 view scan ↗

English

Nangazackij Anno 1786. Continuation of the 24th: Furthermore, we received news here that on account of the burning down of our usual inn in Jedo, three temples had been vacated and prepared there as a residence for us and our train. Leaving Odewara: 25th. Departing from Odewara at six o'clock in the morning, we saw that the greatest part of the suburbs here had recently burnt down; and arriving in Foesisawa in the evening, I was informed by the chief interpreter that he had received news from Jedo that on the 10th of January last, the temple lord Maeroga Jama had passed away, and in his place had been appointed Lord Soege Nagato No Cami Samma. Around ten o'clock in the evening a fire broke out here, but at the other end of the village, and it was also quickly extinguished, so that only few houses were destroyed by it. In Canagawa recently about 1000 houses burnt down: 26th. Saturday. In the village of Canagawa, where we dined this noon, about a thousand houses had recently burnt down, of which fire we could still see the sad remains everywhere when passing through this place. Having arrived in Cawazakkij at four o'clock in the afternoon, we received news there that on the 20th of Niguats or the 19th of March, the Chief Cross-Looker from the palace of the Crown Prince, Misoeno Canamie Samma, had been appointed Governor of Nangazackij in Jedo. This evening I was welcomed by the host from Jedo, who, regarding the dreadful fire that had swept through there up to four times, reported to us that these four places consumed by the flames, calculated together, covered over seven miles in length, and little less in breadth, and thus almost half of the entire city was laid in ashes; but that the rumor regarding the damage caused thereby to the Emperor's palace was fabricated and untrue, as well as that the instigators of this fire had been caught, three of them burned, and the remainder beheaded. 27th. Sunday. We arrived in the imperial capital of Jedo at about ten o'clock in the morning and saw, in passing through the city, part of the devastation wrought by the fire, extending in some places as far as our sight could reach. Shortly after our arrival, the envoys of the Nangazackij Governor came to congratulate me on the completion of my journey and safe arrival here, for which friendly attention I expressed my sincere thanks and treated their honors to sweet drinks; furthermore having their master congratulated on his promotion to Governor of Nangazackij and recommending the Company to his favor and protection. 28th. Tuesday. I was congratulated on my safe arrival here by the envoys of the Commissioners of Foreigners on behalf of their masters, for which I thanked them very kindly, and entertained their honors with various sweet drinks and preserves. 29th. Wednesday. The presentation gifts were unpacked in the presence of [illegible]

Dutch transcription

49 Nangazackij D' Anno 1786. koomende in een Tem =pel ons verblijff zijn e overleeden en s' avonds Brand alhier en worde van d' Hospes brand in retane redo en worden vervolg van den 24 wijders ontfingen wij hier tijding dat mits het afbra vervolg van den 26=e vlammen verteerde plaatsen bij een gereekend zijnde, over de zeeven mijlen in de lengte, en in de breedte weijnig min kreegen tijding in Jedo-den van onze gewoone Herberg in Jedo, aldaar drie Ten¬ en bedeelde nadere Egte tijding-der, en dus bij na de helft van de geheele stad in de assche =pels voor ons en onzen train ingeruymt en tot verblijf gelegd, dog dat het gerugt aangaande de daar door aan s' Keij= plaats vervaardigd waaren =sers Paleijs veroorsaakte schaade verdigt en onwaar was, als meede dat de Stigters van deeze brand gevat, drie van hen verbrand en de overige onthoofd waaren verlaaten odewara „ 25 Des morgens te zes Uuren uyt Odewara vertrekkende zoud den oppertolk vooruyjt om bij den nieuw aangestel„ zaagen wij dat het grootste gedeelte der voorsteeden alhier =den Gouverneur van Nangazackij en de Commissarissen onlangs afgebrand was; en des avonds in Foesisawa Koo„ der vreemdelingen mijn Compliment afte leggen en hem mende, wierd mij door den oppertolk bedeeld, dat hij van Jedo tijding bekoomen hadde, dat aldaar den 10e: Janu arij Jongstl:e overleeden was de Tempelheer Maeroga Jama Sim een ander in diesplaats ^ en in desselfs plaats weeder aangesteld den Heer soege Nagato No Cami Samma Circa tien Uuren des avonds ontstond alhier brand, dog aan het andere eijnde van het dorp en was ook schielijk geblust, zoo dat er maar weijnige Huijsen door vernield van onze aankomst Kennisse te geeven Maart Japan ten Comptoire Zaturdag in Canagawa on„ 26:' Jn het Dorp Canagawa, daar wij deezen middag dineerden „langs ciroa 1000 huijs waaren onlangs circa duijsend afgebrand, van welke brand wij in het passeeren deezer plaats nog alomme de droe„ =vige overblijfselen zien konden. Des nademiddags te vier Uuren in Cawazakkij gekoo„ =men zijnde, ontfingen wij aldaar tijding dat den 20 Ni„ guats off 19e: maart in Jedo tot Gouverneur van Nanga =neur van Hanger zackij aangestelt was de opper Dwarskijker uijt het Paleij van de Kroonprins Misoeno Canamie Samma. wierd deezen avond door de Hospes van Jedo verwelkom die ons noopens de daar tot viermaalen toegewaed heb„ uijt Jado verwelkomt = bende schrikkelijke Brand berigte, dat deeze vier door de Dingsdag „ 28 wierd door de gezanten van de Commissarissen der vreem„ delingen uijt naam hunner Meesters met mijn be =houden aankomst alhier gecongratuleerd, waar voor ik zeer vriendelijk bedankte, en haar Eds op verscheijde zoe te dranken en Consituuren onthaalden Woensdag d'Schenkogiet 29:e wierden de Schenkagie goederen, in teegenwoordigheijd van 27 Arriveeren des morgens circa tien Uuren in de Keijzerlij¬ =kehoofdstad Jedo en Zaagen in het doortrekken der stad een gedeelte van de door de brand aangeregte verwoestin„ =gen, zijnde op sommige plaatsen zoo ver ons gezigt zig uijt„ =strekken kon; kort na onze aankomst kwaamen, de gezanten van den Nangazackijs Gouverneur mij met het volbrengen mijner reijse behouden arrivement alhier ver„ =gelukken, voor welke vriendelijke attentie ik zeer bedankte en haar Ed:s op Soete dranken regaleerde; laatende voorts hun Meester met zijn bevordering tot Gouverneur van Nangazac„ =ky filiciteeren en de Comp:e in zyn gunst een bescherming 273 48 zal. vkoomen in Toeck. benoemd. wierden. sen meede verbrand „zackij benoemd. Zondag verwel komt aanbeveelen ontpakt. Maandag. naal No 60

NL-HaNA_1.04.02_3733_0288 view scan ↗

English

March, Japan at the Factory. Continuation of the 29th: The scribe Jonas unpacked, and everything was found to agree with the packing slips. At midday the upper banjoost communicated to me that on the first Sanguats, being the usual day of audience, we would not be admitted to a hearing before the Emperor, because the envoys of the Daivi, who arrived here yesterday, were to obtain an audience on that day. I ordered the upper interpreter Simby to insist on my behalf, most earnestly and persistently, with the new Governor, that he might favorably support at Court with his influential advocacy my request concerning the exemption from searching the Opperhoofden, as well as the favorable recommendation regarding this from his colleague in Nangazackij. Monday 30: Urged the above again today. Thursday 31: This night there was a fire in two places, but it was quickly extinguished again. Today, the gifts were also arranged in the presence of the scribe Jonas, and the cords of the packages were sealed with the Company's seal. April. Saturday 1: The under-interpreter Pesnoskie informed me that news had arrived from Nangazackij reporting that on the 5th of the past month a fire had broken out on the Chinese Island, but was quickly extinguished again. Saturday 2: There was a fire this night, but of little importance. At midday the upper interpreter communicated to me that nine Imperial Astrologers and some doctors had obtained permission upon their request to come visit us in order to pose some questions, upon which they desired to receive instruction. Monday 3: Nothing to note. Tuesday 4: Daily slight fire. Wednesday 5: [illegible] Thursday 6: The Imperial Doctors and Astrologers mentioned above came to visit me, and after having answered the questions posed by them and treated them to sweet liquors, they took their leave in a friendly manner, having stayed for more than two hours. In the evening the Lord of Tamba and the Imperial personal physician Vossio, who come to visit me daily in secret, related to me that the audience had been fixed for the 15th Sanguats, or the 13th of April. Friday 7: [illegible] Sunday [illegible]: Spoke again with emphasis to the upper interpreter about the article concerning the searching of the Opperhoofden, who assured me that he had already spoken with the Lord Governor on this subject, and had received as an answer that His Honorable Worship was not disinclined to cooperate toward this according to his ability. Thus I must await the good outcome of this in time. In the evening received a letter from Decima reporting that all was well and that the fire on the Chinese Island, of which we already had news here on the 1st of this month, had laid only a single dwelling in ashes. 8: Felt a strong earthquake in the evening. Entertained the Lord of Tamba and Imperial personal physician Vossio at the evening meal, who departed very well pleased at one o'clock at night. Nangazackij, the Year 1786.

Dutch transcription

31 Maart Japan ten Comptoire den opperbanjoost bedeeld dat wij op den 1e: Jan guats geen audien„ „tie kunne erlangen bedeeling dat er opt Chineese Eijland Bezoek van „ vervolg van den 29:e den scriba Jonas ontpakt en alles met de afpak briefjes accoord bevonden — op de middag Communi¬ =ceerde mij de opperbanjoost, dat wij op den Eersten Sanquats zijnde de gewoone audientie dag, bij den Keijzer niet ter gehoorsouden toegelaaten worden, vermits de gezanten van den Daivi die gisteren alhier aangekoomen zijn op dien dag audientie zouden erlangen gelaste den oppertolk sim bij om mijnent weegen bij den nieuwen Gjou„ doctooren etc verneur aller ernstigst en aller instandigst aan te hou„ =den om mijn versoek nopens het ontslag van het visiteeren der opperhoofden en de gunstige voorschrijving dien aangaan„ de van zyn Amptgenoot in Nangazackij, ook met zyn ver„ mogende voorspraak ten Hoove te willen favoriseeren Donderdag s' nagts op twee „ 31 Deezen nagt op twee plaatsen brand geweest, dog „staan brandont„ schielijk weeder geblust - ook zyn heeden de geschenken in teegenwoordigheijd van den Scriba Jonas in order ge„ d'geschenken in order -legd en de lijndens der zaakenen met 's Comp:s Cachet verser guld Zaturdag 1:e Bedeelde mij den ondertolk Pesnoskie dat er tijding van Nangazackij gekoomen was meldende dat er den 5:e der gepasseerde maand op het Chineese Eijland brand ont„ staan, dog spoedig weeder gebluscht was. Zondag 7 Den oppertolk weeder met nadruk aangesprooken over het Articul van het visiteeren der opperhoofden, die mij verseekerde over dit sujct den Heer Gouverneur reeds onderhouden, en tot andwoord bekoomen te hebben, dat zijn Ed: Agtb niet ongeneegen was om hier toe na vermoo„ =gen meede te werken. — Dus ik de goede uijtslag in deezen van de tyd afwagten moet. — s' avonds een brief van Decima ont„ fangen meldende dat alles wel was en dat de Brand op t' Chineese Eijland, waar van wij hier reeds den 1e: deezer tijding ge¬ had hebben, maar een enkelde wooning in de assche gelegd had Zaturdag. 2 Deezen nagt brand geweest, dog van weijnig belang sterke aard 8. Voelde des avonds een sterke aardbeeving op de middag communiceerde mij de oppertolk dat neegen Zondag. Keijzerlijke Astrologisten en eenige Doctooren op hun De Landsheer van Tamba en Keijzerlijke Lijfmedicur Vossio den Landsheer ter avond maaltijd onthaald, die des nagts te Een Uuren gedaan versoek permissie verkreegen hadden, om ons te van Tamba ton taalt kome bezoeken ter voorstelling van eenige vraagen waar op zeer vergenoegd vertrokken. =beeving brieff van Donderdag 6 kwaamen de Keijzerlijke Doctooren en Astrologisten hierboven vermeld mij besoeken en na de door hen voorge„ =stelde vraagen beantwoord en hen op zoete dranken onthaald te hebben naamen zij op een vriendelijke wijze afscheijd heb„ =bende ruym twee Uuren vertoeft. savonds verhaalden mij de Landvoogd van Tamba en den Lijfmedicus van den Keijzer Vossio, die mij dagelijks in stilte koomen bezoeken, dat de audientie op den 15:e fanguats of 13e: april vast gesteld was. Nangazackij D' Anno 1786 vervolg van den 2:e zij onderrigt begeerden te erlangen 3 Maandag - Niets te Noteeren dan dagelijk 4:e Dingsdag geringe-brand 5 woensdag Maandag 30 Het bovenstaande heeden nader aangedrongen Vrijdag. geleijd Pe April brand is geweest ontfing een Decime Vrijdag gehad. No 80 na: al

NL-HaNA_1.04.02_3733_0289 view scan ↗

English

April Japan at the Factory Nangazackij In the Year 1786. Monday 10 Tonight there was a fire in two places, one of which lasted until the morning. Tuesday 11 This morning inspected the gift goods that had been arranged in order, and in the evening received a secret visit from the Lord of Tirando. Wednesday 12 During the past night fires broke out in various places, but all of little importance; The Spanish and white wine was bottled into jugs in the presence of the scribe Jonas, and in the evening the audience with the Emperor, Crown Prince, and State Councillors was announced by the chief banjoist for tomorrow morning. Thursday 13 Went to the Castle around four o'clock, where in the guard of 100 men we were most amiably congratulated on our arrival and upcoming audience by the two Commissioners of Foreigners and the new Governor of Nangazackij, and we waited until eight o'clock, when we were conducted to the ordinary waiting room and were again congratulated by the above-mentioned Gentlemen. At eleven o'clock I was admitted to the audience and had the good fortune to see His Imperial Majesty standing upright in the distance, with the young Crown Prince beside him. Having been congratulated on the granted audience in the waiting room by the Commissioners and Nangazacky's Governor, we proceeded from here to the Palace of the Crown Prince, where we were led to a hearing before the Delegated State Councillors, and were treated in the same manner by the often-mentioned Gentlemen Commissioners and Governor as had been done in the Emperor's Palace. Continuation of the 13th. After leaving the Palace, I went in the name of Their High Nobilities the Company to present gifts both to the First Regent of the Realm and to the ordinary and extraordinary State Councillors, being received everywhere very kindly and entertained in the Japanese manner. Arrived back at our Lodging in the evening at half past eight, and shortly thereafter was congratulated on the concluded audience by two envoys from the Commissioners of Foreigners, who brought with them four sea breams and two small boxes of eggs, which among the Japanese is one of the greatest complimentary gifts. Friday 14 Went around nine o'clock in the morning to present the gifts to the Temple Lords and Governors of Jedo, by whom I was likewise very kindly received and entertained according to the custom of the Country, and returned to our Inn in the afternoon at five o'clock. Yesterday and today we passed many places devastated by the terrible fire that had raged here, of which only the smallest part has yet been rebuilt, so that from time to time we were carried for a full hour past houses and buildings that had been reduced to heaps of rubble. We also saw, in passing the Palaces or residences of the Feudal Lords, that a fire had broken out in one of the same, which however, as we heard in the evening, was quickly extinguished and had no consequence. Saturday 15 According to custom, the gifts were delivered to the Commissioners of Foreigners and minor court servants by the Interpreters, who expressed their thanks for this through these linguists. Wrote a Letter to Decima, for which, according to the statement...

Dutch transcription

April Japan ten Comptoire Nangazackij D' Anno 1786. heeren en Gou„ =verneurs de geschen brand in een der„ geschenken. Maandag op 2 plaatsen brand„ 10 Deezen nagt op twee plaatzen brand geweest, waar van de eene tot in de morgenstond aangehouden heeft Dingsdag d' schenkagie goede „ 11 Deezen morgen de in ordergelegde schenkagie goe„ =ren bezigtigd. =deren besigtigd, en s' avonds in't geheijm een besoek bezoek van den Lands„ ontfangen van den Landsheer van Tirando Woensdag op differente plaat„ 12:e Jn den gepasseerde nagt op differente plaatsen brand =sen brand geweest ontstaan, dog alle van weijnig belang; De spaanse en witte wijn ten overstaan van den d'wijn in Kruijken scriba Jonas in Kruijken gedaan, en des avonds de audi„ d'audientie teegens entie bij den Keijzer, Kroonprins en Rijksraaden morgen aangezagt door den opperbanjoost teegen morgen ochtend aangesegd en heeden erlangt 13 Gaan teegens vier uuren na 't Casteel, alwaar in de wagt van 100 mannen door de twee Commissarissen der vreem =delingen en de nieuwe Gouverneur van Nanga zackij met onze komst en aanstaande audientie op het aller min =saamst gecongratuleerd wierden, en tot agt uuren ver =toefden wanneer wij na de ordinaire vertoefzaal gecon„ =duiseerd en weeder door boovengemelde Heeren gfeliciteerd wierden Ten Elff Uuren werd ik ter audientie geadmitteerd en had het geluk zijn Keijzerlijke Majesteijt over end staande met den Jongen Kroonprins naast hem, in 't verschiet te zien Door de Commissarissen en Nangazacky s Gouver„ =neur in de vertoefzaal met de verkreegene audientie verge= =lukt zijnde, begaaven wij ons van hier na 't Paleijs van den Kroonprins, alwaar voor Gecommitteerde Rijks =raaden ter gehoorgeleijd, en door meergemelde Heeren aan d Commis saris Commissarisse en Gouverneur op de zelve wijze gedaan heer van Firando Donderdag vervolg van den 13 Na het verlaaten van het Paleijs ging uijt Naam van Haar Hoog Edelheedens Comp:s geschenken, zoo bij den Eerste Rijksbestierder als bij de ordinaire en extra ordinai¬ =re Rijksraaden aanbieden, wordende overal zeer vriende, =lijk ontfangen en op de Japansche wijze onthaald. - kwamen des avonds te half neegen in ons Logement te rug, en wierd kort daar na door twee gezanten van de Commissarissen der vreemdelingen met de afgeloopene audientie gese„ „liciteerd, meede brengende vier Steenbraamssems en twee kasjes Eijeren, het welk bij de Japanders een der grootste Compliment geschenken is. aan d' Tempel „ 14 Ging des morgens Circa Neegen Uuren de geschenken pre„ =senteeren aan de Tempelheeren, en Gouverneurs van Jedo„ =ken gepresenteerd. bij welke meede zeer vriendelijk gerecipieerd en na s' Lands wijze onthaald wierd, en des nademiddags te vijff Uuren in onze Herberg te rug kwam. Passeerden gisteren en heeden veele, door de alhier gewoed hebbende ontzaggelijke brand, verwoeste plaatsen, waar van het kleijnste gedeelte nog maar herbouwd is, zoo dat wij nu en, dan wel een geheel Uur langs de tot puijn hoopen gemaakte Huijsen en gebouwen gedraagen wierden. - ook zaagen wij in't passeeren van der Lands heeren Paleijsen off wooningen, dat in een derselve Lands heeren Huijserbrand was, die echter, zoo als wij des avonds hoorden, schielijk ge blust en van geen gevolg geweest is. Zaturdag wierden de t 15 wierden volgens gebruijk de geschenken aan de Commissarissen der vreemdelingen en mindere hofbediendens door de Tolker besorgt, die door deeze Taalslieden hier voor haare danklie„ ten betuijgen. schreeft een Brieff na Decima waar toe volgens het voorgee„ geweest als in 's Keijsers Paleijs gecomplimenteerd wierd. besorgt en mindere ontstaan Vrijdag. hte na:42 - N=o 80 ven

NL-HaNA_1.04.02_3733_0290 view scan ↗

English

155 April Japan at the Factory and the farewell audience announced. 10 l: Corank for and now the congratulations May the come. had been. And in the evening the head banjost came to announce the farewell audience on tomorrow audience in the name of the Commissioners of Foreigners and Nangazackij's Governor for tomorrow morning; to which end I then and required 16 in the morning at the break of day proceeded to the Castle, where after having waited for more than four hours in the guardhouse of 100 Men and one hour in the ordinary waiting hall in the Palace, finally at twelve o'clock was brought before the State Councilors for an audience. — received the counter- After the old orders were read to me, I was presented in the name of the Emperor with 30 and in the name of the Crown Prince with 20 pieces of silk robes as a counter-gift for the Honorable Company, for which according to instructions received beforehand in the Japanese manner I expressed my humble thanks; and subsequently proceeded to the Palace of the Crown Prince in order to pay the compliments of thanksgiving and farewell there as well. Having returned to our Lodgings at three o'clock, shortly thereafter the Envoys of the First Ruler of the Realm, and the ordinary and extraordinary State Councilors, came to congratulate me on the audience at Court, and to wish a prosperous return journey, which Gentlemen I entertained in the best possible manner with sweet drinks, banquet treats and confections, and had their masters thanked for their kind attention. leave Jedo, and Monday. as also today 17 the envoys of the Temple Lords and Jedo Governors came with the same purpose as those of the State Councilors yesterday afternoon and evening. Thursday 4 we arrived, without having had any noteworthy encounter along the way, in the afternoon at one o'clock back in Miaco, where. Saturday 6: By the Envoys of the Grand Judge and both Governors Friday 21 After the Envoys of the Governor of Nangazackij residing here had come to wish me a safe return journey, we left this capital city at six o'clock; having had during my stay here, both by day, and especially in the evening, many visits from Feudal Lords and other Grandees (of which some have already been mentioned here above) as also from several women of distinction, whom I entertained to the best of my ability with confections, sweet wines, banquet treats and Liqueurs. 20 Nothing to note and dined the Feudal Lord. there was a fire. Tuesday the robes unwrapped 18: Honorable Company's silk robes unwrapped Wednesday 19 this night there was a fire, in which, although quickly extinguished and no more than a single house burned down, a woman nevertheless lost her life. In the evening entertained the Feudal Lord of Tamba to dinner. Thursday. Commissioners of Foreigners and Governor of Nangazackij had fixed our departure from here on the 21st; for which I then also had everything prepared. continuation of the 15th from the Interpreters until today not yet an opportunity. Continuation of the 17th at noon the head banjost informed me that the Commissioner of Foreigners and Governor of Nangazackij Nangazackij Anno 1786. J:J: 54 Sunday grandees in Miaco Governors after No 80

Dutch transcription

155 April Japan ten Comptoire en d'afscheyds au¬ aangekondigt. 10 l: Corank voor en nu de felicita Maij den koomen. geweest was. En des avonds kwam de opperbanjoos de afscheijds au„ dientie op morgen dientie uyt naam van de Commissarissen der vreem =delingen en Nangazackijs Gouverneur teegen morgen ochtend aanzeggen; ten welken eijnde ik mij dan en ruerlangt „ 16 des morgens met het aanbreeken van den dag na 't Castael begaf, alwaar na ruym vier Uuren in de wagt van 100 Man¬ nen en een Uur in de ordinaire vertoefzaal int Paleijs ge¬ =wagt te hebben, eijndelijk te twaalff Uuren voor de Rijksi =raaden ter gehoorgebragt wierd. — ontfing het contra Na dat mij de oude orders voorgeleesen waaren, werd ik uijt naam des Keijzers met 30 en uyt Naam van den Kroonprins met 20 p:s zijde Japonnen tot een Contra geschenk voor de E Comp:e beschonken, waar voor volgens vooraff gekreegene onderrigting op de Japansche wijze mijn Needrigen dank betuijgde; en vervolgens mij na het Paleijs van de Kroon =prins vervoegde om aldaar ook de Complimenten van dank verlaaten Jedo, en =zegging en afscheijd afte leggen. Ten drie uuren in ons Logement terug gekoomen zijnde, kwaamen kort daar na de Gezanten van den Eersten Rijksbesteerder, en de or„ =dinaire en Extra ordinaire Rijksraaden mij met de ver¬ tie van diverse vrgtinge ten Hoove feliciteeren, en een voorspoedige te rug Reijze toewenschen, welke Heeren ik op de best mooge =lijke wijze op zoete dranken, Banket en consituuren onthaal„ =den en hunne meesters voor derse lver vriendelijke attentie bedanken liet. Maandag. als ook heeden 57 kwaaren de gezanten van de Tempel Heeren en Jedoo sche Gouverneurs met het zelfde oogmerk als die van de Rijksraaden gisteren nademiddag en avond Donderdag 4' arriveerden wij zonder eenige aanmerkens waardige ontmoeting onderweg gehad te hebben, des middags om een Uur in Miaco te rug, alwaar. Zaturdag „ 6: Door de Gezanten van de Groot Rechter en de beijde Gou„ Vridag 21 Na dat de Gezanten van de alhier zijn verbliff houdende Gouverneur van Nangazackij mij een behouden te rug reijse waare koomen toewenschen, verlieten wij te ses uuren deese Hoofd stad; hebbende geduurende mijn verblijff alhier, zoo wel bij dag, als insonderheijd des avonds veele besoeken gehad van Landsheeren en andere Grooten (waar van hier booven reeds eenige opgenoemt zijn : (als ook van verscheijde vrouwen van distinctie, die op Consituuren, zoe te wijnen, banket en Ligueren na vermoogen onthaalde 20 Niets te noteeren en den Landsheer gedineert. brand geweest. Dinsdag d' Japonnen ontwat 18:e Comp:s zijde Japonnen ontwat woensdag 19 deesen nagt brand geweest, waar bij ofschoon schielijk ge= blust en niet meer dan een enkeld huys afgebrand is, echter een vrouw het leeven verlooren heeft. S'avonds de Zandheer van Tamba ter Maaltijd onthaald Donderdag. sarissee der vreemdelingen en Gouverneur van Nanga¬ Zackij ons vertrek van hier op den 21e: vastgestelt hadden waartoe ik dan ook alles ingereedheijd liet brengen vervolg van den 15: ven van de Tolken tot heeden nog geen geleegendheijd vervolg van den 17:' op de middag bedeelde mij de opperbanjoost dat den Commis„ Nangazackij D' Anno 1786. J:J: 54 Zondag grooten in Miaco verneurs na:aL No 80

NL-HaNA_1.04.02_3733_0291 view scan ↗

English

May Japan at the Factory Nangasaki In the Year 1786. Decima. Continuation of the Sunday 7. Nothing to note. Monday 8. Left this city at nine o'clock and arrived at four o'clock in the afternoon in Foesimie after having visited the most remarkable temples, from where we departed with vessels at seven o'clock in the evening and arrived, Tuesday 9, at six o'clock in the morning in Osakka; immediately had the chief interpreter inquire with the gentlemen Governors when it would be convenient for their Honors to accept the presents from the Factory, who upon his return communicated to me that those gentlemen had fixed this for the 12th of this month at ten o'clock in the morning. Received in the evening a letter from Decima, reporting that all was well on the island. Wednesday 10. Visited the temples at Tenosi and the playhouse, and Thursday 11. The copper refinery, the drawing of copper wire, as well as the temples at Paccaij. Friday 12. Went to the houses of both gentlemen Governors to offer the presents in the name of Their High Nobilities, which their Honors received with many expressions of gratitude, and they entertained us most kindly, and the Governors most kindly congratulated me on my accomplishments at Court and the journey completed thus far. Saturday the 13th. Made the necessary preparations for the departure from here determined for tomorrow. Sunday 14th. Left this city this morning at half past seven, going by vessels to Amagazackij and from here by norimono to Fiogo, where we arrived in the evening at about half past seven, and because of the remaining baggage and contrary winds we had to linger until Wednesday 17, when we boarded the large bark in the evening and now set sail. Thursday 18. Set sail at daybreak in the morning, and after a pleasant voyage, Monday 22, arrived at seven o'clock in the evening in Simonoseki, where I received a letter from Decima, reporting that the officiating junior merchant and purser was sickly, but otherwise all was well. Tuesday 23. In the afternoon at three o'clock we proceeded with vessels to Daivi, and from here with the norimonos to Kokura, where we arrived at six o'clock in the evening; prepared everything for the journey via the short overland route, and wrote a letter to Decima to announce my arrival. Wednesday 24. Set out on the journey at six o'clock, and arrived, without having encountered anything worthy of note, Monday 29, at the island of Decima, where I found everything in good order, and all the keys were returned to me by the junior merchant and purser Hendrik Willem Bronsberg Junior, just as I had handed them over to him, together with the following Daily Register, certifying that beyond its contents nothing had occurred that merited any mention. Daily Notes during the time that the Honorable Chief, the Senior Merchant Johan Fredrik Baron van Reede tot de Parkeler, made the journey to Iedo, and entrusted the authority to the undersigned, by whom the same was kept from the 13th of February to the 29th of May 1786. February the 13th. Today being the day of departure for the capital Tedo, the Honorable Chief Johan Fredrik Baron van Reede tot de Parkeler departed thither, accompanied by the Bookkeeper and Sworn Clerk Coenraad Jonas, and the Chief Surgeon Johan George Falck; escorted His Most Honorable Worship as far as the Mussel Stair, where I took leave while wishing him a prosperous and pleasant journey; authority over the Company's servants, effects, etc., having been entrusted to me yesterday in the presence of all those remaining here during His Honorable Worship's absence, a written memorandum being handed to me by which I had to guide myself, as well as the reports of the inspection of the Honorable Company's and ottonas' repairs done in my presence, likewise the keys of the camphorwood chest, and those of the secretariat and trade papers. Having returned to the island, I went to the Honorable Chief's residence alongside all the remaining persons, where the banjoosts came, who counted us all. 14 Tuesday. Nothing occurred. 15 Wednesday. 16 Thursday. The reporter Duibij coming to me, I asked when a start would be made with the Company's repairs; they said that there was no permission for it yet. 17 Friday. Nothing occurred. 18 Saturday. Received a visit from the kaseroes, and on that occasion asked when a beginning would be made with their and the ottonas' repairs, but received for an answer that there was not yet any permission for the carpenters to be allowed to work on the island. 19th Sunday. 20 Monday. 21 Tuesday. Nothing occurred. The chief interpreter Kozak related to me that of the Chinese junks lying below the Papenberg, six men had gone inland, and after having committed some outrages there of thefts as well as otherwise, had been arrested. 22 Wednesday. 23 Thursday. Nothing notable occurred. 24th Friday. Nothing occurred. 25 Saturday. A letter from the Honorable Chief was brought to me by the under-reporter Suibij, containing that he had arrived in good health at Kokura on the 18th of this month. The 26th.

Dutch transcription

56 Maij Japan ten Comptoire vervolg van den tigligua Tempels verlaaten en koomen in ontfing een brieff van en heeden d' kooper. Raffinaderij etc plaats E„e verneurs met mijne verrigting ten Hoove en tot hier toe volbragte Reijze op het vriendelijkst geseliciteerd wi Zondag. 7 Niets te noteeren Maandag. 8 verlieten te neegen Uuren deese stad en kwaame 1/m fiogo koomen na het besigtigen der merkwaardigste Tempels des middags te vier Uuren in Foesimie van waar wij des avonds te zeeven Uuren met vaartuijgen vertrokken en arriveerden. Woensdag Dingsdag. 9: des morgens te zes Uuren in Osakka, liet direct door segaven on in de Barck„ 17 wanneer wij ons des avonds in de groote Barck begaa„ den oppertolk bij de Heeren Gouverneurs verneemen wanneer het haar Eds Convenieeren zoude de Geschen ken van de Compt te accepteeren, die mij bij zijn te ve komst communiceerde, dat die Heeren dit op den 12:e deezer des morgens te tien Uuren bepaald hadde en gingen nu onderseijl. ontfing des Avonds een Brief van Decima, Melden arriveere in Simonoseki 22 des avonds te zeeven Uuren in Simonose kij arriveerden, dat alles ten Eijlande wel was. alwaar ik een brieff van Decima ontfing, meldende dat de gezag voerende onderkoopman en Dispencier ziekelijk Woensdag dog overigens alles wel was Dingsdag. Donderdag 23 Des nademiddags te drie Uuren begaaven wij ons met 11 De Kooper Raffinaderij, het trekken van Kooper draad vaartuijgen na Daivi en van hier met de Norimonds als meede de Tempels bij Paccaij en nu in Kakura na Kokura, alwaar te zes Uuren s' avonds aan kwaamen Vrijdag. het alles tot de Reijse over de Korte landweg vervaardigden in osacca De geschen, de beijde Heeren Gouverneer zin ten huijsen van schreeft een brieff en schreeff een Brieff Na Decima-ter bedeeling mijner komste= na Decima woensdag. uyt naam van Haar Hoog Edelheedens aan te bieden, welke haar Ed=ns onder veel dank betuijgingen ontsen verlaten gem: Plaats „ 24 Begaaven ons te zes uuren opreijsen arriveerden zonder iets aanteekenings waardig ontmoet te hebben =gen en ons aller vriendelijkst onthaalden. Maandag en koomen ten „ 29 Ten Eijlande Decima daar ik alles in een goede order vond, Eijlande Decime Wondelsen Commidie „ 10. De Tempels bij Tenosi en de Comedie besigtigd, en Maandag. =ven, waar meede 18 des morgens met den Dag onderseijl gingen en na eene Donderdag aangenaame Reijze Zaturdag. den 13:e De nodige praparaties gemaakt tot het op morgen vastgestelde vertrek van hier. Zondag 14:e: Heeden morgen te half agt verlaaten deese stad. verlaaten de zeu gaande tot Amagazackij met vaartuijgen en van hier met de Norimonds tot Fogo, daar wij s' avonds circa half agt aankwaamen en om het agterblijven der bagagie en Contrarie winden vertoeven moesten tot Nangazackij D' Anno 1786. Decima. sacca - ƒ1- 50 na:a2 goede order von „ken. 9 Maij Japan ten Comptoire Nangazackij D Anno 1786. vervolg van den 29:e en mij alle de sleutels door den onderkoopman en Dis vervolg van den 13:e opperhoofds wooning neevens alle de overblijvende, alwaar =pencier Hendrik Willem Bronsberg Junior, zodanig als BangJoosten Kwaamen welke ons alle telden ik dezelve aan hem overhandigd hadde, weeder te rug gegeeve 14 Dingsdag wierden beneevens het ondervolgende Dagregister, betuijgen Niets voorgevallen dat buijten desselfs inhoud niets dat eenige Mentie Merr 15: Woensdag teerde voorgevallen was. 16 Donderdag, den Rapporteur Duibij bij mij koomende vroeg ik wanneer er een begin met de Compagnies Reparatien zouden gemaakt worden! zeijden dat er nog geen permissie toe was 17 Vrijdag, Niets voorgevallen 18 ontfing een fecite van den Casserus, en vroeg bij die geleegent„ heijd, wanneer er een aanvang met hunne ende ottonaas Reparatien gemaakt zouden worden, dog kreeg ten antwoord dat er nog geene Permissie voor de Timmerlieden was, om op het Eijland te moogen werken. 19=e Zondag „ 20: Maandag Zaturdag Maandag Februarij den 13:e opheeden de vertrek dag naar de Hoofdstad Tedo zijnde vertrok he E: opperhoofd Johan Fredrik Baron van Reede tot de Parkeler¬ vergezeld van den Boekhouder en Geswoore Scriba Coenraad Jonas, en den oppermeester Johan George Falck naar derwaards, deed zyn Wel Ede Achtb: uijtgeleij tot aan den Mossel =trap, alwaar onder toewensching van een voorspoedige en aan =genaame Reise afscheijd nam zijnde mij opgister in teegenwoordigheid van alle de hier blijvende 't gezag opgedraagen over de Compagnies Dienaren„ Effecten & geduurende zijn Ed: Achtb: afweezendheid, wordende mij een schriftelijke memorie overhandigd waar naar ik mij moest rigten, als meede de Rapporten der ten mijnen overstaan gedaanen opneem van de E Compagnies en attonaas Reparatien, zoo meede de sleutels, der Camphúr¬ houte Kist, en die der Secretarij en Negotie Papieren. Weeder ten Eijlande gekoomen zijnde begaf mij naar't E: Dagelijkse Aanteekeningen geduurende den Tijd dat tE. opperhoofd den opperkoopman Johan Fredrik Baron van Reede tot de Parkeler de Reijze naar Iedo gedaan, en 't gezag aan den ondergetee„ kende opgedraagen heeft door welke het zelve van den 13e: Februarij tot den 29e: Maij 1786 ge¬ 21 Dingsdag niets voorgevallen, den oppertolk Kozak verhaalden mij, dat er van de onder de Papenberg leggende Chineese Jonken, zes man zig Landwaards inbegeeven hadden, en na aldaar eenige moetwilligheeden van Dieverijen als ander„ =zints gepleegd te hebben, in Arrest geraakt waaren 22 Woensdag. 23 Donderdag Niets Notabels voorgevallen 25 Zaturdag, wierd mij door den onder Raporteur Suibij, een brieff van 't E: opperhoofd gebragt behelzende dat dezelve den 18:e deezer int Kokura in goede welstand gearriveerd was. 24:e Vrijdag Niets voorgevallen den 26:' 58 =houden is. No 60 naal

NL-HaNA_1.04.02_3733_0293 view scan ↗

English

61 Nangazackij Anno 1786. March the 26th Sunday Nothing remarkable occurred 27 Monday 28 Tuesday, answered the letter received on the 25th and sent it off immediately 1st Wednesday, the assistant reporter Tulibij came to say that on this day the Treasury servants would come to examine the surveyed repairs, but after having waited the entire day, another interpreter came toward evening to tell me that the said servants would come tomorrow. The reporter Surbij also related to me that the Chinese (of whom mention was made on the 21st ultimo) had been brought to their vessels below the Papenberg, and were banished from the country today. This morning a junk was hauled into the stream. 2nd Thursday another junk was hauled into the stream. 3rd Friday Nothing remarkable occurred 4th Saturday 5th Sunday, at noon, at a quarter to 2 o'clock, discovered a fire on the Chinese island, which lasted until nearly 4 o'clock; saw many Japanese go thither, among others the governor, the first burgomaster, and many other grandees, who all distinguished themselves by their banners and fire attire; the wind fortunately being away from us, we suffered no damage here, but as a precaution in case the wind changed, I had the fire engine brought to the cow pen, as being the place that in such events ran the first danger; the fire being ended, I had everything put back in its proper place. Friday 10 this morning the chief and assistant reporters came to request of me to allow the most remarkable sights of the island to be viewed by one of the principal servants of the first Councillor of State of the court of Jedo, Matsdaijra Soeno no Cami Samma; at 12 o'clock he arrived with a train of 50 to 60 persons with him; entertained his Honour with sweet drinks, etc. at the chief Wednesday 8th: Nothing occurred. Rainy weather accompanied by heavy thunder and lightning. Today being the commemoration day of His Serene Highness Willem the Fifth, I had the flag flown as was customary. Thursday 9th: Hazy weather, felt 2 or 3 slight shocks of earthquake, which however caused no damage. Tuesday 7 saw that the two junks lying in the stream are heavily Monday the 6th: Examined the hoses of the fire engine and had the leaks in them repaired, and put away again. The reporter Quibij came to tell me that the fire reported yesterday on the Chinese island had started because a Chinese had left his fire burning and gone on board, but that no more than one dwelling had burned down. Today the Treasury servants finally came to the island to examine the surveyed repairs. This day I was also told that on the 19th and 23rd Sjoumguats, or the 17th and 21st February, a heavy fire had broken out, by which that imperial capital city was said to be half burned down; it was not yet known for certain whether the Dutch lodging was also among the burned dwellings, but it was feared so. February Japan at the factory the 6th factor's J: J: Vermen 60 loading nal No 60

Dutch transcription

61 Nangazackij D' Anno 1786. Maart„ den 26:' Zondag Niets remarcabels voorgevallen 27 Maandag 28 Dingsdag, beantwoorden de Brieff op den 25:e ontfangen en zond dezelve dierect weg 1: Woensdag, kwam den onder Rapporteur Tulibij, dat deesen dag de Geldkamer bediendens zoude koomen om de opgenoome Reparatien te Examineeren, dog naar den geheelen dag ge„ =wagt te hebben; kwam teegen den Avond mij een ander Tolk zeggen dat genoemde bediendens op morgen zoude koomen den Raporteur Surbij verhaalden mij nog dat dezes Chinee„ =sche /:waar van in deese op den 21:e passato Melding gemaakt hebben naar hunnen vaartuijgen onder de Papenberg waa„ =ren gebragt, en heeden het Land verbooden waaren. deeze morgen is een Jonk op stroom gehaald. 2:e Donderdag weeder een Jonk op stroom gehaald. 3 e Vrijdag- Niets aanmerkwaardigs voorgevallen 4:e Zaturdag - 5e Zondag, op de middag ¼ voor2 Uuren ontdekte brand op het Chineese Eijland, t' welk bij na tot t Uuren geduurt heeft: zaagen veele Japanders daar na toegaan onder andere de Gouverneur, de Eerste Burgemeester, en veele andere grooten welke zig alle distingueerde door hunne Vaandels, en Brant gewaaten, de windgelukkig van ons af zijnde, bekwaamen alhier geene schaade dog uyt voorsorgen, off de wind veranderde, liet de Spuijt aan de Koekraal brengen, als zinde de plaats welke bij soort gelijke geleegentheeden het Eerste gevaarliep, de Brand geEijndigt zynde liet alles weeder ter behoorlijke Plaats bergen Vrijdag. 10 deese morgen kwaamen de opper en onder Rapporteurs mij versoeken om het merkwaardigste van't Eijland te laaten bezigtigen, aan een der Eerste bediendens van den Eerste Rijksraad van 't Jedoor Sloff, Matsdaijra Soeno no Cami Samma om 12 Uuren kwam dezelve met een Train van 50 a 60 persoonen bij zig, onthaalde zijn Ed: op zoe te dranken &: op 'topper„ Woensdag. 8e: Niets voorgevallen Reegenagtig weer met swaare donder en Weerligt Verselt op heede de Herdenk dag van zijn Doorlugtige Hoogheid Willem de Viffde zijnde, liet naar onder gewoonte de vlagwaaijen Donderdag. 9:e deizig weeder, voelde 2 e 3 ligte schuddinge van aardbeevinge dog welke geene schaade veroorsaakt hebben Dingsdag 7 de tweee op stroom leggende Jonken zien dat sterk aan 't Maandag. den E: Examineerde de slange van de spuyt en liet de Lekken in de zelve Repareeren, en weeder bergen. de Rapporteur Quibij kwam mij zeggen dat de opgisteren: ge„ =melde Brand op t' Chineese Eijland aangekoomen was, door Een Chineesch die zijn vuur had laaten leggen, en naar boord ge„ =gaan was, dog dat er niet meerder dan een wooning verbrand was. Op heede Zyn de Geldkaamer bediendens Eerst ten Eijlande ter Examinatie der opgenoomene Reparatien. deezen dag wierd mij nog verhaald dat op den 19:e en 23 sjoum =guats off den 17 en 21 Februarij swaare brand ontstaan was, waar door die Keijzerlijke Hofstad half afgebrand zouden zijn men wist nog niet zeeker off het Hollands Logement meeden onder de verbrande wooningen was, dog men vreesde zulks Februarij Japan ten Comptoire den 6e „hoofds J: J: Vermen 60 Laaden zijn naal No 60

NL-HaNA_1.04.02_3733_0294 view scan ↗

English

63 March Japan at the Factory continuation of the 10th: Chief's dwelling, after having stayed there for some time, he walked around the island, and then to the garden, from where his Honour went back to the city well satisfied at 2 o'clock. Saturday 11 Tested the fire engine and found a leak in the cistern of the first engine, namely that through which the water is taken up and conveyed through the hose to the second cistern; the leak was very severe, so that half of the taken-up water immediately ran away again, because of which no sufficient water could be supplied to the large or copper engine. But all in vain, because there were no craftsmen on the island, had everything stored away again until a further opportunity, after the hoses were properly dried. 12 Nothing occurred, rained heavily and was windy. Monday 13 Nothing occurred. Tuesday 14: As before, discovered today a small smuggling matter between the slave boy of Assistant Vermeulen and a coolie from the galley; the same consisted of an exchange of sugar for sewing silk; had the first given his proper punishment for the theft and the smuggling, and reported the other to the College of Interpreters, where he received a severe scolding from the chief interpreter Kosak, with the threat that upon being caught again in similar cases, he would be placed in detention on rice and water and banished from the island, this case having had no further consequences. 15th Wednesday 16 Thursday 17th Friday Nothing noteworthy occurred. Saturday the 18th the sub-reporter Sarbij came to tell me that the Company's repairs were approved; asked on that occasion for the list of the cargoes of the 2 junks lying in the stream, but because their cargo was not yet complete, could not obtain the same. 19 Sunday Nothing occurred, blew hard, hailed, snowed, and rained. 20 Monday Tuesday. 21 Received a letter from the Chief dated Osacca 5 March, in which his Right Honourable, besides his good health, made known that he had arrived there on the 3rd of the same, and would depart again on the 6th, as well as that the news there, which on the 6th of this month we made known as a rumour, concerning the fire in Jedo, and that the Dutch lodgings were burned down, was also known. The sub-reporter Suibij came to tell me that the next day merchants would come to the island to inspect the sugar, chipped sapanwood, and sheet lead still lying in the warehouses on account of the Money Chamber. Requested banjosts for the examination of the warehouses, to see whether leakage had also occurred because of the continuous bad weather; this night it froze hard. 22nd Today came the banjosts whom I had requested yesterday for the examination of the warehouses; from our side we appointed to this Bookkeeper van Rossum and Assistant Klad, who brought me report that all was well in the warehouses. This day also came the merchants mentioned yesterday, and requested of me to be allowed to move the chipped sapanwood lying in warehouse No. 5 into the fireproof warehouse Nangazackij Anno 1786. No 60 65 Nangazackij Anno 1786. March Japan at the Factory continuation of the 22nd: Horn near the sheet lead, which was granted to them, on condition that if anything to the warehouse was damaged, such had to be repaired at their expense. 23rd Thursday 24 Friday 25 Saturday 26 Sunday It was announced to me by the reporter that there was permission for the carpenters to be allowed to come to work on the island. Monday 27 Said carpenters came and made their arrival known to me. Tuesday 28 Nothing occurred. Wednesday 29 Made a beginning with dismantling the fire engine (since the carpenters were now there); had the wooden casing removed as far as I understood to be necessary for inspection; found that the lime that had been used to seal the pipes fitted into one another was completely decayed, and thereby caused the leak, and the lashings that lay around the pipes to support them were completely decayed; were prevented by heavy approaching rain from doing anything further towards repair. 30 Thursday Nothing occurred, rainy and windy weather. 31 Friday Nothing occurred. April 1st Saturday, as before; today I was told that there was news that the Chief had arrived in Jedo on the 17th passato, and would obtain an audience on the 1st Nieguats or the 3rd of April. Sunday 2nd Nothing occurred, rained heavily. Monday. the 3rd, the weather being continuously good, I proceeded further with the repair of the fire engine, namely in the following manner: sealed the inserted pipes tight again with a mixture consisting of lime, eggs, and sugar, which, when dried, is harder than stone and resists all moisture; subsequently having put new lashings and the old leather back around the pipes, had the wooden casing put in order again; tested the same that very day, and found that the leak was sealed, and that now the water was again taken up and supplied as before; dried the hoses and brought everything back to its place. the 3rd 4th Tuesday 5th Wednesday 6th Thursday. 7th Friday 8th Saturday 9th Sunday 10th Monday 11 Tuesday Nothing noteworthy occurred, other than the speedy progress of the Hon. Company's repairs. Wednesday. 12 The sub-reporter Suibij came to communicate to me that on the 20th Niguats or the 19th of March, in Jedo, Lord Mitsoe no Kaname Sama was appointed Governor of Nangazackij. Answered the letter from the Chief which I had received on the 21st passato. the 13th Nothing remarkable occurred. 64 No 80

Dutch transcription

63 Maart Japan ten Comptoire vervolg van den 10: Hoofds wooning, naa daar eenige tijd verloeft te hebben wandelde dezelve 't Eijland vond, en vervolgens na de Thuijn, waar van daan zijn- E: ten 2 Uuren weeder vergenoegd steede waards ging Zaturdag 11 Probeerde de Brandspuyt en bevond een Lek in de Bak van de Eerste spuijt, namentlijk die waar door het waate: op„ =genoomen en door de slange naar de tweede Bak gevoerd worden het Lek was zeer sterk, dat de helft van't opgenoo =men waater direct weeder wegliep, waar door er geen genoegsaam waater aan de groote of koopere spuyt kom gefourneerd werden. dog alles vrugteloos, om dat er geene handwerkslieden ten Eijlande waaren liet alles naar dat de slangen behoorlijk gedroogd waaren weederbergen tot nader geleegen theid 12 niets voorgevallen sterk gereegend en gewraijd Maandag Dingsdag 14: als vooren, ondekte heeden een kleijne smokkel Partij tussen de slaave Jongen van den Adssistent vermeulen en een Coelij uijt de Combuijs t zelve bestond in een Ruijling van zuijker teegens Naaij zeijde; heb den Eerste zijne behoor =lijke straff voor de dieverij en't Koukele doen geeven, en den ander op t Collegie der Tolken aangegeeven alwaar een hel =dere schrobbeering van den oppertolk Kosak ontfing, met be =drijging van op zoort gelijke gevallen weeder betrapt wordende, in arrest op Rijst en waater gezet en't Eijland verbooden te zullen worden, hebbende dit geval geene verdere gevolgen geh 15:e woensdag „ 16 Donderdag niets aanmerkens waardig voorgevallen 22:e Hleeden Kwaamen de Banjoosten welke op gisteren versogt had ter Examinatie der Pakhuijsen, daar van onse zijde bij stelden den Boekhouder van Rossum en den Adsistend Klad welke mij Raport bragten dat alles wel in de Pakhuijsen was deezen dag kwaamen meede de kooplieden waar van gister gemeld, en versogten mij de Splinters Sapanhoud welke in 't Pak¬ =huijs N: 5 laagen te moogen verplaatsen in't Brandvrij Pakhuijs Zaturdag den 18:e kwam den onder Rapporteur Sarbij mij zeggen dat de Compagnies reparatien geaccordeerd waaren, vroeg bij die geleegentheid naar de Lijst der Laadingen der 2 op stroom leggende Jonken, dog om dat derselver Lading nog niet Compleet was konden dezelve niet bekoomen 19 Sondag Niets voorgevallen, hard gewaaijt, gehaagels, 20 Maandag gesneeuwd, en geneegent. Dingsdag. 21 Ontfing een Brieff van t Eopperhoofd dato o sacca 5: Maart waar in zijn Ed: Agtb: neevens desselfs welstand bekend maakte dat aldaar den 3:e d„o gearriveerd was, en den 6=e weeder vertrekken zouden, als meede dat aldaar de Tijding welke op den 6e: deezer als een gerugt bekend gestelt hebben, weegens den Brand in Jedo, en dat het Hollands Logement afgebrand was, meede De onder Rapporteur Suibij kwam mij zeggen, dat den volgende dag kooplieden ten Eijlande zoude koomen om der nog van weegen de Geldkamer in de Pakhuijsen leggende zuijker, splinter sapan„ =hout en platloos te bezigtigen. versogt Banjoosten ter Examinatie der Pakhuijsen, of er door het aanhoudend slegt weeder ook Lekkagie gekoomen was: deese nagt heeft het sterk gevroonen. Nangazackij D' Anno 1786. bekend was. : 13 Niets voorgevallen Zondag 17:e Vrij-dag Zaturdag Woensdag naal No 60 65 Nangazachij D Anno 1786. Maart Japan ten Comptoire vervolg van den 22d Hoorn bij het Platlood, 't welk hun inwilgden, mits Conditie, zoo iets aant Pakhuijs beschadigd wierd zulks voor hunne Reekening moest gerepareerd werden 23:' Donderdag 24 Vrijdag 25 Zaturdag 26 zondag wierd mij door den Rapporteur aangezegd, dat erpermissie voor d' Timmerlieden was, om op 't Eijland te moogen K0o„ =men-werken. Maandag 27 Kwaamen gezegde, Timmerlieden en maakte mij hunne komst bekend. Dingsdag „ 28 Niets voorgevallen woensdag 29 Maakte een begin met het los maaken der Brandspruijt, (:dewijl de Tim„ =merlieden er nu waaren :/ liet de houte kast zoo verre afneemen als begreep noodig te weesen ter ondersoeking bevond dat de Kalk welk ter digtmaking der in Elkander gestooken pijpen gebruijkt geheel verteerd was, en daar door het lek veroorsaakt, en de Sjorrings die ter ondersteuning der buijsen erom leggen, geheel verteerd waaren, wierden door swaare opkoomende Reegen verhinderd iets verders tot redres er aan te doen. 30 Donderdag Niets voorgevallen Reegen agtig en windrig weeder. 5 April „ 1:e Zaturdag, als vooren, heeden wierd mij gezegd, dat er lijding was dat 't E: opperhoofd, den 17:e Passato in Jedo gearriveerd was, en den 1e: Nieguats of den 3e April Audientie verkrijger zouden 31 vrijdag Zondag „ 2:e Niets voorgevallen, swaar gereegent. Niets voorgevallen 4:e Dingsdag 5: Woensdag 6:e Donderdag. v: vrijdag 8: Zaturdag 9=e Sondag 10:e Maandag 11 Dingsdag Woensdag. 12 kwam- den onder Rapporteur Suibij mij Communiceeren dat den 20:e Niguats off den 19:e maart in Jedo tot Gouverneur van Nangazackij was aangesteld, den Heer Mitsoe no Kaname Fama. Beantwoorden den brieff van 't E: opperhoofd welke op den 21 Passato ontfangen had. Niets aanmerkens waardig voorgevallen, als de spoedige voortgang van 's E: Comp: Reparatie Niets Remercabels voorgevallen Maandag. den 3:e sleede goed weeder zijnde, ging ik verder voort met 't Repa„ =reeren der Brandspuyt, en wel op de volgende Wijs. smeerde de ingestookene pijpen weeder digt met een samen Mengsel, bestaande uijt Kalk, Eijëren, en zuijker, 't welk opgedroogd zijnde; harder dan steen is, en alle vogtteegen staat, vervol¬ =gens nieuwe sSjorrings, en't oude zeer weeder om de buijsen gelegd hebbende, liet de houte kast weeder in order brengen, Probeerden dezelve dien eijgen dag, en bevond dat het lek digt was, en dat nu weeder het waate opgenoomen en aan¬ =gevoerd wierd als bevoorens, droogde de slangen en bragt alles weeder op zijn plaats den 3e: den 13e 64 No 80 naal

NL-HaNA_1.04.02_3733_0296 view scan ↗

English

67 April Japan at the Factory Nangazackij In the Year 1786. the 13th Thursday Nothing remarkable occurred. 14 Friday 15 Saturday; a junk was brought into the current. 16 the reporter Duibij brought me news that there were letters from Jedo, in which it was reported that the honorable Opperhoofd had not yet arrived in Jedo on the 25th Niguats or the 24th of March, and that it was therefore feared that his Honor would not receive an audience on the 1st Sanquats or 30 March. 17 Monday, again a junk was brought into the current. 18 Tuesday nothing occurred. 19 the reporter came to tell me that the following day a servant of the First Imperial Councilor in Jedo would come to the island again; had everything prepared by that time for the reception, after which the same on the 20th came to the island, entertained the same in all respects as the preceding one, and departed after having stayed here for an hour and inspected everything that was noteworthy. 21st the sugar, lead, and chips of sappanwood lying here in the warehouses on behalf of the Money Chamber were collected; on this occasion I also had the warehouses examined to see whether any leakage had occurred due to the successive rains; found one almost of one Ikje in length in the roof of the warehouse the Doorn, continuation of the 21st had the same repaired directly to prevent further water ingress. Saturday 22 the reporter came to tell me that the two overseers of the Emperor's and Empress's guards had a great desire to come inspect the island, and that they would gladly do so tomorrow, but Sunday 23rd in the morning these gentlemen were canceled for me, and toward evening announced again for the following day. 24th the gentlemen mentioned yesterday appeared, the one being named Hastorisijmon, and the other Vara Kosieuro; entertained them with sweet wines, and liqueur, and preserves; after having inspected everything most remarkable, they departed for the city after a stay of two hours. 25 Tuesday. 26th Wednesday. 27 Thursday. 28th Friday. 29th Saturday. Sunday 30th I asked for the cargo list of the junks lying below the Papenberg, which had departed from the current here toward there yesterday, but they said they had not yet fully taken in their complete cargoes. May the 1st Monday. 2 Tuesday. 3 Wednesday. Nothing remarkable occurred. No. 60 69 May Japan at the Factory Nangazackij In the Year 1786. the 4 Thursday the chief interpreter Kosak came to recount to me that the Governor had caused six under-banjoosts to be taken into criminal arrest because of their intriguing conduct and roguish tricks. Friday 5th Nothing occurred. 6th received a letter from the honorable Opperhoofd dated Jedo 15th April, in which his Honor, besides his good health, reported that he had only arrived in Jedo on the 27th of March, and had received my letter of 28 February there on the 7th of April, and that his Honor had been to the Emperor for an audience on the 13th ditto and had presented the gifts to the dignitaries of the realm, as well as that the farewell audience was set for the 16th and the day of departure, barring intervening events, for the 20th ditto. 7 Sunday. 8 Monday. Nothing occurred. Tuesday 9th answered the letter from the honorable Opperhoofd which I had received on the 6th of this month, and sent the same away immediately. 10 Wednesday. 11 Thursday. 12 Friday. 13th Saturday. 14 Sunday. Monday 15th today I was informed by the chief interpreter Kozak, continuation of 15 and the under-reporter Suibij, that on the 24th Sanguats or 22nd of April a cross-examiner of Nangazackij had been appointed, being the Lord Soejepsie Zenzajemo Samma, to attend to the Emperor's affairs here. 16 Tuesday. 17 Wednesday. 18 Thursday. 19th Friday. Nothing remarkable occurred. Saturday 20 I was told by the reporter that there was news from the honorable Opperhoofd that his Honor had arrived in Miaco on the 7th Siguats or the 4th of May and in Osakka on the 11th of that Japanese month or the 8th of the Dutch calendar. 21 Sunday. 22 Monday. 23 Tuesday. 24th Wednesday. 25th Thursday. Nothing happened. Friday 26 the two junks No. 4 and 5 lying below the Papenberg sailed to sea, of which the cargo list is placed at the end of this daily register, pursuant to the order of Their High Mightinesses the High Indian Government. Today one of the junks lying in the current also departed for below the Papenberg. the 27th Saturday. Nothing occurred. No. 60

Dutch transcription

67 April Japan ten Comptoire den 13:' Donderdag Niets Notabels voorgevallen „ 14 Vrijdag 15 Zaturdag; wierd een Jonk op stroom gehaald. i6 bragt den Rapporteur Duibij mij Tijding dat er brieven van Jedo waaren, daar in gemeld wierd dat het E: opper„ hoofd den 25e: Niguats off den 24e Maart nog niet in Cedo ge¬ arriveerd was, en dat men dus bevreest was, dat zijn Ed: Achtb: op den 1:e sanquats off 30 maart geene Audientie zoude krij 17. Maandag, weeder een Ionk op stroom gehaalt 19 kwam den Rapporteur mij zeggen dat den volgende dager weeder een dienaar van den Eerste Rijks Raad in Jedo, ten Eij„ =lande zouden koomen, liet teegens die tijd alles tot den ontfangst gereed maaken, waar na dezelve op 20e. ten Eijlande Kwam onthaalde dezelve in allen deelen als de voorgaande, en vertrok na alhier een Uur ver„ toeft en alles bezigtigd te hebben wat aanmerkens waardig 21:e wierd de van weegens de Geldkaamer nog alhier nog in de Pakhuijsen leggende zuijker, Lood, en Spaanders van sappanhoud afgehaald, bij deese geleegentheid liet ik teffens de Pakhuijsen Examineeren off er door de suc„ cessive Reegens geen lekkagie gekoomen was; bevonden Een bijna van Een Jkje lang int dak vant Pakhuijs de Doorn Sondag 30:e vroeg ik om de Lijst der Ladingen van de onder de papen„ berg leggende Jonken, welke op gisteren hier van stroom, naar derwaards vertrokken waaren, dog zeijde dezelve hunne geheele Ladingen nog niet in hadden volkoomen 1:e Maandag. „ 2 Dingsdag „ 3 woensdag Niets Notabels voorgevallen „ 24:e verscheenen de opgistere gezegde Heeren zijnde den Eene genaamd Hastorisijmon, en den andere Vara Kosi¬ =uro, onthaalden dezelve op zoete wijnen, en Liquer en Confituuren: na alles merkwaardigst bezigtigd te hebben vertrokken dezelve naar twee Uuren vertoevens steede waards. „ 25 Dingsdag. 26:e Woensdag. „ 27. Donderdag „ 20:e Vrijdag. Sondag. 23:e Smorgens wieris mij deese secieten af, en teegens den avond voor de volgende Dag weeder aangezegd Nangazackij D' Anno 1786. vervolg van den 21 lact het zelve direct Repareeren ter voorkooming van verdere inwateringen Zaturdag 22 kwam den Raporteur mij zeggen, dat de twee opzigters der Keijzers en Keijzerinne wagten, groote begeerte hadden om t' Eijlans te koomen beligtigen, en dat zij gaarne zulks op morgen zouden doen. — dog Niets voorgevallen J:F Zondag 18 Dingsdag niets voorgevallen „ Woensdag Donderdag Vrijdag. - was Maij den 29:' Zaturdag. Maandag. „ No. 60 naal 69 den 4 Donderdag kwam den oppertolk Kosak mij verhaalen dat den Gouverneur Zes onder banjoosten Crimineel has in Arrest laaten neemen om hunne Jntriganten handelwijse en schelmstukken vrijdag Maij Japan ten Comptoire 5:e Niets voorgevallen.. „ 6:e ontfing een brieff van 't E: opperhoofd dato Tedo 15=e April waar in zyn Wel Ed: Achtb: Nevens desselfs welstand melden, dat den 27e. Maart eerst in Jedo gearriveerd was, en aldaar mijn Brieff van 28 febr: den 7:e April ontfangen had, en dat zyn Ed: achtb: op den 13:e dito bij den Klijzer ter audientie geweest ende presenten aan de Rijksgrooten gepresenteerd hadden, als meede dat de Afscheyds audientie op den 16e: en de vertrek dag zonder tusschen koomende gevallen op den 20:' dito bepaald was „ 7 Sondag. 8: Maandag Niets voorgevallen Dingsdag: 9=e beantwoordende brief van 't E: opperhoofd welke den 6:e deezer ontfangen had, en zond dezelve direct weg 10 woensdag. „ 11= Donderdag 12: vrydag 13=e' Zaturdag. „ 14: Sondag Maandag 15:e heeden wierd mij bekend gemaakt van den oppertolk Kozak Niets remarcabels voorgevallen Vrijdag 26 de twee onder de Paapenberg leggende Jonken N:o 4. en 5 zijn naar zee gezeijld, waar van agter dit dag register de Lyst der Laadinge geplaatst is, ingevolge de order van Hun Hoog Edel „Heedens de Hooge Jndiasche Regeering Heeden is ook een der opstroom leggende Jonken na onder de Papenberg vertrokken Niets voorgevallen Zaturdag 20 wierd mij door den Rapporteur gezegd, dat er tijding vant E: opperhooft was dat zin Ed: den 7:e siguats off den 4:e Maij in Miaco en den 11:e dier Japanse maand off den 8=e der Holl=s in osakka gearriveerd was „ 21 Sondag „ 22 Maandag „ 23 Dingsdag. „ 24=e Woensdag 25:e Donderdag Niets gepasseerd vervolg van 15 en den onder Rapporteur Suibij, dat op den 24:e Sanguats off 22=e April een Dwarskijker van Nangazackij was aangesteld zinde den Heer Soejepsie Zenzajemo Samma, om des Keijn =zers zaaken alhier waar te neemen 16 Dingsdag 17 woensdag. „ 18 Donderdag 19:e Vrijdag Nangazackij D' Anno 1786. den 27e J:J: Zaturdag „ No: 60 naal

NL-HaNA_1.04.02_3733_0298 view scan ↗

English

May Japan at the Factory Nangazackij in the Year 1786. Saturday the 27th received a letter from Kokura dated 23 May in which His Honourable informed me of his arrival there, as well as the receipt of my two letters dated 12 April and 9 May, and also that His Honour had arrived in Fogo on the 14th and had boarded the barque on the 17th, with which he had landed in Simonosekij on the 22nd, and expected to be at the Island on the 29th. I requested the Governor through the Under Reporter Juibij to be allowed to go out to meet His Honourable at a certain distance from the Island on the day of the arrival of the Honourable Opperhoofd. Sunday the 28th the Under Reporter came to tell me that my request had been granted by the Governor, and that we might go to meet the Honourable Opperhoofd as far as Teesing. Monday the 29th we went to meet the Honourable Opperhoofd as far as Teesing with the servants present here, where I found His Honourable in good health, from where we proceeded ahead back to Decima to receive His Honourable at the city gate, where he arrived at half past eleven, and went directly to his residence, where the keys of the Secretariat and Trade Papers, along with those of the sealed Camphor Wood Chest, were handed over to His Honourable by me, as well as the Reports of the inspections of the Honourable Company's and Ottona's repairs conducted in my presence, also this Daily Journal, with the declaration that, beyond what is reported herein, nothing remarkable concerning Factory affairs has occurred. Was signed: H: W: Dronsberg Junior. Tuesday the 30th I was congratulated by the Interpreters on my safe return. And the Under Reporter Suibij told me that the six Under Banjosts who had been in detention since the 4th of this month had already been brought through tortures to confess a part of their villainies, and that it was suspected this affair would not end easily, both for them and for many of their accomplices, who, numbering about 200, had been taken into custody together with them and had also already been interrogated several times; these latter consisting mostly of banished idlers, vagrants, and wanderers without fixed... Wednesday the 31st the Head Interpreter Kosak informed me that one Chief, two Under, and four Vice-Under Imperial Cross-Viewers were expected daily from Jedo to reside here in Nangazackij, just as had formerly been the case at the time when this Governor's father was Governor of Nangazackij; and he also told me that this Governor was praised, feared, loved, and respected throughout all of Nangazackij as a selfless, just, friendly, and philanthropic man, and that he, having an aversion to all whisperers, instigators, and informers, had barred free access to the Government House, which previously was permitted to everyone, and to that end had placed a strict guard at his gates, only the Head Interpreter Kosak of the Dutch Interpreters and likewise only one Head Interpreter of the Chinese being permitted access and allowed freely inside at present; furthermore, that His Honour had [illegible] to the Accounting and Repair Masters, who...

Dutch transcription

Maij Japan ten Comptoire Nangazackij d' Anno 1786. =citeerd. verhaal van den onder Rapporteur Suibij deu bedeeling Zaturdag. den 27:e ontfing een brieff van Kokura dato 23:' Maij waar in zyjn wel Ed: Achtbaare mij bekend maakte desselfs arrivement aldaar rug komst gesili als meede de ontfangst Mijner twee Brieven in dato 12 April en 9e Meij, zoo meede dat zyn Ed: den 14:e in Fogo gearriveerd en den 17e: in de Barck gegaan was, waar meede den 22e: in Simonosekij was aangeland, en den 29:e dagt ten Eijlande te zyn, liet door den onder Rapporteur Juibij aan den Gouver„ =neur versoeken om op de dag vant arrivement vant E: opper„ hoofd tot op een distantie van't Eijland zijn Ed. Achte te gemoedt mogen gaan 28:e kwam den onder Rapporteur mij zeggen dat mijn versoek door den Gouverneur geaccordeerd was, en dat wij tot Teesing t E: opperhooft mogten te gemoed gaan... Maandag 29 gingen 't Ed: opperhoofd te gemoed tot Teesing met de alhier zynde Dienaaren alwaar zyn WelEd: agtb: in goede Welstand aantrof, van waar wij ons voor uijt naar Decima weeder begaaven om zijn Ed: Achtb: aan de stadspoort te ontfangen, alwaar te halff twaalff uuren aankwam, en zig direct naar desselfs woonplaats ging, alwaar door mij de sleutels der Secretarij en Negotie Papieren, neevens die der Camphur Houte Kist verseeguld, zyn Ed: Achtb: wierd overhandigd, zoo meede, de Rapporten der ten mijnen overstaan gedaane opneem van s' E. Comp=s en otto naas Reparatien ook dit Dagverhaal, met betuijging dat buijten het hier inne gemelde niets Remarcabels Compt zaaken betreffende is voorgevallen /:was geteekend/ H: W: Dronsberg Junior. 31 Bedeelde mij de oppertolk Kosak, dat er daagelijks Een oppertolk kosak opper, twee onder en vier vice onder Keijserlijke Dwarskijkers, van Jedo verwagt wierden, om alhier in Nangazackij te residee¬ ren zoo als wel eer, ten tijde dat deezes Gouverneurs vader Gouverneur van Nangazackij geweest is, insgelijks heeft plaats gehad; - En verhaalde mij ook dat deeze Gouverneur door gantsch Nangazackij als een onbaatsugtig; regtvaardig, vriendelijk, en mensch lievens man, geroemt, gevreesd, bemind en geacht wierd, en dat hij een afkeer hebbende van alle oorblaazers, opstookers en aanbrengers; den vrijen toegang int Gouvernement, die te vooren aan een ieder gepermitteerd was, heeft belet, en ten dien Eijnde een Scherpe wagt aan zijne Poor¬ ten gezet heeft, moogende tans van de Hollandsche Tolken alleenlijk den oppertolk kosak, en van de Chineesen ook slegts eene opper„ =tolk den toegang verleend en vrij binnen gelaaten worden; wij„ ders dat zijn Ed: aan de Reeken en Reparatie Meesters, dia zig Dingsdag. den 30:e wierd door de Tolken met myn behouden te rug komst gefiliciteerd; En de onder Rapporteur Suibij verhaalde mij, dat de Zeedert den 4:e deezer in arrest zittende zes onderban Joosten door t' pijningen reeds tot bekentenis van een gedeelte hunner schelmstukken gebragt waaren, en dat na vermoeden deeze zaak niet gemakkelijk zou afloopen zoo voor hen als voor veele hunner meede pligtigen, die ten getalle van circa 200, te gelijk met hen in hegten is genoomen, en ook alverscheijde maalen verhoord waaren; bestaande deeze laatste meerendeels uyt verbannen leedig gangers, landloopers en Zwervers zonder par„ Sondag. Woensdag. naal 71 No. 80 nu

← previousnext →