Inventory 3738
Japan · 625 pages · 347 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Samarang, the 16th of September Ao 1786. Samarang, the 16th of September 1786— pny:r 451 documents written in Malay, I having also already conferred with the pangerang about one thing and another, and having made them so palatable to him that he raised no difficulty in promising me to accept and comply with them under oath, only requesting me thereby to implore Their High Excellencies and the Right Honourable Sirs' goodness to confer upon him the government of Mampauwe under the title and name of honour of Panumbahan Sarieff Cassim. The letter of the Right Honourable Sirs addressed to Sultan Sarieff having been duly delivered to His Highness, I take the liberty humbly to append hereto the prince's reply; offering at the same time to His Honour my most sincere thanks for the translation favourably sent to me; and as I do not doubt that one can fully rely on the Sultan's brother, by name Sarieff Mohameth, he being known to everyone as a resolute and undaunted man, who moreover knows every nook and cranny of Succadana, and thus being of very great utility to the undertaking just as Batoe Apio is, I only hope that Heaven may grant its blessing upon this expedition, and that Radja Alia as well as Gustij Kander, whether alive or dead, may fall into the power of the Company. In order that the attack against Mampawa and Sucadana may take place at the same time, I shall, in dutiful compliance with Your Right Honourable and Highly Respected Sirs' commands, dispatch two vessels to head toward Karimata, there to cruise for the fleet; and to proceed with certainty in everything, I have, in the hope of Your Honour's favourable approval, projected for this purpose the lighter de Batavier, it being a vessel that sails very well, and a raised prau mayang; the first-mentioned to await the fleet at depths of 14 to 20 fathoms of water, or out to sea to and fro, and the other to keep a good lookout along the coast, while I have provided both of them with a white flag in order to make the designated signal therewith; having, moreover, handed the commander of the Batavier a written instruction, which I take the liberty to accompany herewith in copy, and which I hope will answer to the high intention as well as my considerations, also humbly appended hereto by way of instruction to the commander of the fleet, which I shall duly dispatch to His Honour by the lighter and prau mayang, from which the Right Honourable Sirs may, if it pleases them, gather what, subject to the correction of Your Honour's much wiser judgment, appears to me to be best: to destroy Succadana after it is overcome, partly because there are no native inhabitants there, and also largely because one would with difficulty find anyone who would be inclined to settle in a place that produces nothing whatsoever, not even the slightest refreshment, and which besides has from time immemorial been nothing other than a haunt of pirates, and has not even been inhabited except since the year 1779, when Gusti Gander first established himself there. The humble undersigned would also have taken the liberty respectfully to propose to the Right Honourable Sirs to betake himself, with His Honour's approval, with the fleet to Succadana, but since it appears to him, under correction, that his presence here will be of greater service, so that upon a successful outcome he may not only immediately arrange affairs at Mampauw, but also in the meantime ensure that everything here is in order and readiness upon the first reports received of the fleet's approach, he will on that account take the liberty, in the hope of Your Honour's favourable and kind interpretation, to abide by this for the time being, unless it might please the Right Honourable Sirs to furnish me with further commands regarding this matter from Your Honour's highly venerated orders; and as I do not doubt that the vessel will, within... [illegible]
Dutch transcription
Samarang den 16„e September Ao 1786. Samarang den 16„e September 1886— pny:r 451 maleidsch geschreevene actens, hebbende ik ook reeds den pangerang over een en onder onderhouden, en hem die zoo smarkelijk gemaakt, dat geen swaarigheid heeft gemaakt, mij te belooven, die onder eede te zullen aanneemen en agter„ „volgen, eenlijk mij daar bij versoekende van Hunne Hoog Edelheedens en welEd: gestr: agtb: goedheid te imploreeren, hem 't bestier op mampauwe op te draegen onder den titul en eernaam van panumbahan Sarieff Cassim: De brieff van welEd: gestr: agtb: aan sulthan Sariett gerigt, zijn Hoogheid behoorlijk overhandigd zijnde, gebruijk ik de vrijheid 's vorstens antwoord deese needrig bij te voegen; hoogst deselve teffens mijne opregste dank afleggende voor 't gunstig toegeson„ „dene trunslaat; en daar ik niet twijffele off men kan op sul= „thans Broeder in naame Sarieff Mohameth alle staat mae„ „ken, als bij den ieden voor een recolut, en onversaagd mensch be„ „kend weesende, die daar en boven alle hoeken en gaeten op suc„ „cadana weet, en dus zoo wel als Batoe Apio van zeer groot nut in de onderneeming zijnde, hoop ik maar den Heemel zijnen zeegen ofr deese Expeditie gebiede en Radja alia zoo wel als hus„ „tij kander 't zij leevendig of dood in de magt der Compag„ nie vallen. - Ten ginde de attacque teegen mampawa en Sucadana op een geleike tijd geschiede, zal ik in schuldige opvolging uwer wes Edele groot Ahtb: hoog gerespecteerde beveelens, twee vaartui„ „gen maar Crimata's doen steevenen, om aldaar op de vloot te kruijsten, en om in alles zeeker te kunnen gaan, heb ik in hoope van Hoogst derzelven gunstige approbatie, daar toe ge„ „projecteerd de Ligter de Bataviar /:zijnde een zeer goed be„ „zeild vaartuig:/ en een opgeboeijde prauwmaijang; eerstge„ „melde om op de dieptens van 14. ' tot 20. vadems waeter off in zee ofer en wier, de vloot aff te wagten, en 't andere om on„ der do was goed toesigt te houden terwijl hun beide hebbe voorsien van een wisten vlag, om daar meede de opgegeevene leure te doen; hebbende den gezaghebber van de Bataviern nog boven dien eene schriftelijke Instructie ter hand gesteld„ welke de hardiesse neeme deese in Copia te doen versellen, en die ik hoopa zoo wel aan de hooge Intentie zal koomen te beantwoorden, als mijne deese al meede needrig bijgevoeg„ „de Consideratien bij wijze van Instructie aan den Commandant den vloot, welke ik per de Ligten en prauwnaijang behorijt Aan zyn Ed: zal Expedieeren, zullende welEd: gestr: agtb: daar uijt des behaagende gelieven te bevogen, 't mij onder Correctie van Hoogstderzelver veel wijsen Oordees voorkomt, 't beste te weesen Sunadana naar overmeestering te verwoesten, eensdaels om dat geene Land volkeren aldaar zijn, en wel grootelijks ook men beswaarlijk iemand zoude vinden, die geneegen zoude weesen, zig op een plaets ter needer te zetten, die niets hoe ge„ „naamd zelvs niet de geringste verversing opleeverd, en buijten dien zeedert onheugelijke tijden herwaerds niet anders is ge„ wiest dan een schuijlplaets van heeroovers, en zelvs niet be„ „woond als zeedert den Iaare 1779 wanneer guste vanden zig aldaar 't eerst heeft gestabileerd. Den Noedrigen teekenaar zoude ook wel de hardierse hebbe genoomen, wEd gestr: agtb: eerbiedig de proponeeren, om met Hoogst derzelven goedvinden, op de vloot naar Succadana zig te begeeven, den daar 't hem /:onder Correctie :/ voorkomt, zijn tee„ „genwoordigheid alhier van meerder dienst zal weesen, om bij den gelukkig reussiek; do zaeken op mampauw niet alleen direct te kunnen schikken, maar ook intusschen dorge draagen, alles alhier op de eerst te ontvangene berigten van de aannae„ dering der vloot in ordre en gereedheid is en ant dien hoofde zal hij de vrijheid neemen in hoope van Hoogst derselver gunstige welduiding, daar inne voor eerst te berusten, ten zij wel Ed„e gestr: agtb: 't mogte behaegen mij diend weegen, naeder oet Hoogst derselver hoog gevenereerde beveelens geliefde te mu= „nieeren; en daar ik niet twijffele off 't vaarthuig zal bin„ „nen. F beure
English
page 459 Samarang the 16th of September Anno 1786. Samarang the 16th of September Ao 1786. were to have returned within the further appointed time, there would then also still be enough time for me to proceed thither, should this be judged necessary by the same High Authorities. May it be permitted to me in conclusion to implore Heaven's most precious blessings upon Your Right Honourable's and all Their High's efforts for the prosperity of the Company, and at the same time to take the high honour of remaining submissively, with the deepest respect and due but true high esteem. At the bottom stood: title. Lower stood: Your Right Honourable's humble, obedient and dutiful servant. Was signed: W. M. Stuart. In the margin stood: Pontiana the 26th of July 1786. Copy of Instructions for Second Lieutenant Gerrit Jurriaan Smith, commanding the lighter De Batavier, on his cruising voyage to be made to and fro the high land of Candawangang. Leaving the roadstead of Pontiana, you shall set course directly towards the island of Crimita and apply all possible diligence to round the same, after which you shall further steer towards the high land of Candawangang, and there cruise back and forth about five to six miles off the coast in water depths of fourteen to twenty fathoms, to and fro the point of Soember. Where, keeping good watch and constantly being on guard, you nevertheless need not concern yourself with any native vessels, much less detain the same, but let them proceed quietly on their voyage, and especially upon encountering a Company's pantjallang, if possible, urge him to continue his voyage hither with the utmost haste. Copy to the Commanding Officer of the Company's Squadron, destined by Their High Excellencies the Supreme Indian Government at Batavia on an expedition to Succadana. Valiant, Prudent, Discrete. Pursuant to the highly venerated orders of Their High Excellencies. And you shall thus continue to cruise back and forth until you catch sight of a fleet of vessels, amongst which one or two ships will be present; whereupon you must steer towards the officer commanding the same, and having approached him to within a short half-mile, hoist from the masthead the white flag given to you herewith, and have the same raised and lowered lengthwise three times, in the meantime keeping good watch whether this same signal is also made on board that ship. The signal being answered in the manner prescribed above, you shall immediately proceed with the jolly boat on board the aforementioned vessel, and deliver into the hands of the commanding officer the sealed papers addressed to him and resting in your custody. Subsequently, without losing time, turn the prow hither, in order to be back here again as soon as ever possible. Also, you must, in case of any defect or other inconveniences, assist and offer aid as much as practicable to the heightened prau-mayang that goes along under your convoy and shall cruise at the same latitude in water depths of 4 to ten fathoms; but on the return voyage do not delay your journey for its sake. At the bottom stood: Pontiana the 8th of August 1786. Was signed: J. Wm. M. Stuart. Lower stood: Agreed. Signed: W. A. Stuart. And H
Dutch transcription
parg:s 459 Samarang den 16„e September Anno 1786. Samarang den 16„e September Ao 1726. — nen de door diek verder bepaalde tijd, weeren geretourneerd, zoude 'er dan ook nog tijt genoeg weesen, om mij derwaerds te begeeven, indien zulks door Hoogst deselve noodsaekelijkers mogt werden geoordeeld. 't zij mij ten besluijte deese geoortoopd, 's neemels dierbaarste zeegeningen, op welEd: gestr: agtb: en al Hoogst derselven swoe„ „gen tot maatschappijs welvaard, afte smeeken, en mij teffens de hooge eere aan te matigen van met 't diepst ontsag en ver„ „schuldigde dog waare hoog agting submis te blijven. /:onder„ „stond:/ titul /:lager / uwelEd gestr: Agtb: onderdanige, — gehoorz: en trouw verschuldigden dienaer /:was geteekent:/ WV: M: stuart /:in margine/stond:/: pontiana den 26:e Iulij 1786. — Copia Instructie voor den op de Ligter de Batavier, Commandeerende sout Luitenant Gerrit Iurriaan Smith, op zijne aff en aan 't hooge Land van Candawangang te doene kruijstogt. De pontianasche rheede verlaetende, zult uE direct de Cours stellen naar 't eiland Crimita en alle moogelijke vlijt aanwenden, om 't zelve te booven te koomen, wanneer uE voorders zult steevenen naar het hooge Land van Canda„ „wangang, en aldaar Circa vijff âp 6. meijlen uit de wal op de dieptens van veertien tot twintig vadems waeter heen en weeder kruijssen, tot af en aan den hoek van Soember- alwaar uE goede wagt houdende en steeds op hoede zijnde, zig egter aan geen Inlandsche vaarthangen behoeft te stooren, veel min deselve ophouden, maar gerust hunne reijse laeten vervorderen, en wel principaelijk bij ontmoeting van een Comp„s pantjallang des moogelijk hem recommandeeren om zijne reijse naar harwaerds met de meeste spoed door te zetten. Copia Aan den Commandeerende officier van sComp:s Esquader, door Hunne Hoog Edelheedens de hooge Indiaso Regeering te batavia, gedestineert in Expeditie naar succadana. Manhafte voorsienige discreete. - Ingevolge de zeer gevenereerde Ordres Nunne Hoog Edeleeden Een zal dit alsoo op en weeder blijven kruijsen, tot uE envloot Vaarthuigen, waarbij zig een of twee scheepen zullen bevinden, in 't gezigt krijgd; wanneer dE de steevenen moet stollen, na den daar van 't Commando voerende officier, en denselven tot op een kleine halve wijl genoederd zijnde, de aan dis meede ge„ „geeven wordende witte vlag van de top heijschen, en deselve over lang drie maat op en needer laaten haalen, intusschen goed toe„ „zigt houdende off dit sclode zein aan boord van 't schip meede werd gedaan. 't zeijn in voege voorschreeven beantwoord wordende, zull UE zig terstond met de Jol aan boord van opgemelde boodem be„ „geeven, en aan den Commandeerende officier ter hand stellen de aan hem geaddresseerde en onder uE berusting zijnde ver„ zeegelde papieren. Vervolgens zonder tijd te verliesen de steevenen herwaerds wenden, om zoo spoedig immers moogelijk weeder hier te zijn. Ook moet uE de opgeboeijde prauwmaijang, die onder uE Convooij meede gaat, en op de dieptens van 4. tot thien nade„ men water op deselvde hoogte zal kruijsten, bij eenig gebrek off andere inconvenienten, zoo veel doenlijk adsisteeren en bijstand bieden; dog in de te rug komst de reijse om denselven niet vertraegen. /:onderstond:/ pontiana den 8„e Augustus 1786: /owas „geteekent: J: W„m M: Stuart /:lager:/ Acvordeerd / geteekent / W A: Stuart. En H
English
Samarang the 16th September Anno 1786 Samarang the 16th September Anno 1786 page 455. and those of the Right Honourable, Rigorous, Respected Sir, Java's Governor Johannes Siberg, contained in His Excellency's revered letter of the 14th July recently past, my considerations having been requested regarding the necessity of my presence at the expedition against Succadana, as well as how one should act with this place after its capture; and as this last point is that which must necessarily be known to Your Honour, His Excellency has been pleased to instruct me to convey my considerations to Your Honour by way of instruction, with which highly respected order I dutifully comply herewith; and although I would gladly have wished to be present with Your Honour, I have had to refrain from it, for the reason that my person is not so urgently needed there as here, and Sultan Sarief does not wish to part with me in his undertakings; and as regards the other point, how one should act with Succadana after its capture, it seems to me that nothing else can be done with it than to destroy it and bring it to its former state of wilderness, as one will find no person who would be inclined to remain there as regent, because that place yields nothing whatsoever and is devoid of inland peoples, having also been nothing other than a hideout of sea robbers since times immemorial. The lighter de Batavier or the Javanese raised-side prahu mayang which is charged with the delivery of this, I humbly request to dispatch hither as soon as possible, while, praying for God's blessing upon Your Honour's undertakings, I have the honour to remain with the highest esteem. It was undersigned: Titul. Lower down: Your Honour's humble, obedient servant. Was signed: W: H: Stuart. In the margin: Pontiana the 8th August 1786. Underneath it was written: Agrees. Was signed: W: H: Stuart. With the pantjallang de Jan, I wrote to Your Honour on the first of this month, of which the duplicate, along with the annexes, is transmitted herewith, although I trust and may flatter myself that this vessel will have sailed safely and will appear shortly and soon. Meanwhile, having received again the day before yesterday Your Honour's secret letter of the 26th July last, brought to Batavia by the raised-side pantjallang, and after having been opened and read there by the High Government, sent to me overland, as appears from the adjoining extract from His Excellency's separate letter written to me by postscript. However, since my duties are manifold, and time is too short to apply an ample reply to this letter of Your Honour, I must refer to the contents of my aforementioned recent letter, noting that as a consequence thereof, the squadron departs today for Sucadana, and that one, under Heaven's blessing, expects a desirable and fortunate outcome from it, and from Your Honour's measures with respect to Mampauwe, which are approved in all respects. The reasons put forward by Your Honour demonstrating the necessity to formally destroy Succadana after its capture being in agreement with my opinions, I have already ordered the commander of the squadron to do so in the drafted instruction, a copy of which is annexed hereto. Copy of the secret missive written by the Right Honourable, Rigorous, Respected Sir Johannes Siberg, Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director on and along Java's North-East Coast, to the Junior Merchant and First Resident at Pontiana Walter Marcus Stuart, dated Samarang the 11th October 1786. wie 5ƒ 45 O. d
Dutch transcription
Samarang dent 16„e September A„o 176: — Samarang den 16„e September Anno 1746— pag„a 455. en die van den wel Edelen gestrengen Ametb: Heeren Iavas gou„ „verneur Iohannes Siberg, vervat bij Hoogst desselvs geve„ „reerd schrijvens van den 14:' Iulij Jongstbieden, mijne bedenkingen gerequireerd zijnde, over de noodsaekelijkheid van mijne presentie bij de Expeditie op Succadana, mitsgaders hoedaenig men na de overmeestering met deese plaets diend te handelen; en wijs dit laeste den poinct is, dat noodsaekelijk bij WE diend be„ „kend te weeken, hebben hoogst dezelve mij gelieven te gelasten, UE: bij weege van Instructie mijne Consideratien diendwed„ „gen te doen geworden, aan welk hoog gerespecteerd bevel den bij deese schuldpligtig voldoen, en afschoon ik gaarne bij wEs had willen present weesen, zoo hebbe daarvan moeten afsien, om reeden mijn perzoon aldaar zoo noodsaekelijk niet benoodigd is, als hier, en subthan Sariets, mij in zijne onderneemingen niet van hem wilt verwijderen; en wat het andere poinct, hoe„ „daenig men na de overmeestering met succadana diend te handelen, betreft, soo dunkt mij daar meede niets anders tekun„ „nen werien gedaan, dan 't zelve te verwoesten en in zijn voorige staat van wildernis te brengen, alsoo men geen persoon zal vin„ „den die geneegen zoude weesen, aldaar als regent te blijven, voor dien die plaats niets hoe genaamd optzeverd en van bovenlandse volkeren ontbloot is, zijnde ook reeds seedert onheugelijke tijden herwaerds niets anders dan een schuilplaets van Ileroovens geweest. De Ligter de Batavier off de Iavase opgeboeijde prauwmaijang welke met de bezorging van deese is gelast, verzoeke ik oot„ „moedig ten spoedigsten herwaerds te depecheeren, terwijl onder afbioding van Godes zeegen over uwelEd„s onderneemingen de hebbe eerne, met de meeste hoog agting te blijven. /:onderstond / Titul /:lager uwelEdelens d: W: W: dienaer /:was geteekent:/ W: H: Stuart /:in margine:/ pontiana den 8:e Aug„o 1786. /:daar onderstond:/ Accordeert /:was geteekent:/ W: H: Stuart. — Met de pantjallang de Ian, hebbe ik UE op den eerste deeser geschreeven, waar van het dupp:t, neevens de Bijlaegen, hier neevens overgaat, ongeagt ik vertrouwe en mij vleije mag, dat dit vaarthuig behouden vaaren en spoedig en Corty zal: verscheenen weezen. Intusschen weeder op eergisteren ontfangen hebbende, VE: secreete Bbrieff, van den 26:e Julij J: L. , per de opgebreijde pantjalling, te Batavia aangebragt, en na aldaar door de hooge Regee„ „ting geopend en geleezen te zijn, mij oper den Landweg toegezonden, uijtwijsens het hier neevens leggenge Extract ouit hoogst despelvs„ bij P S: aan mij geschreevene Aparte brieff. Dan aangesien mijne beesigheeden, meenigvuldig zijn, en de tijd te kort is, om een ampele rescriptie op deese UE: brieff toete„ passen, soo moet ik mij refereeren, aan den inhoud van eeven„ „gemelde mijne Jongste Brieff, onder notitie, dat als een gevolg van dien, het Esquader, op heeden naar Sucadana vertrekt, en dat men daar van, en van uE in allen opsigte geapprobeerde maatregulen, met betrekking tot Mampauwe, onder 's Heemels zeegen, een wenschelijke en gelukkige uitslag, verwagtende is De door uE aangevoerde reedenen ter betooging der noodsaekelijk„ „heid om Sulcadana, na de Overmeestering, formeel te ver„ „woesten, met mijne gevoelens meede op een stemmende, soo hebbe ik bereeds, en de ontworpene, en aan dit in Copia gevondene In„ structie, zulks aan den Commandant van 't Esquader gelast„ Copia Secreete missive geschreeven, door den wel„ Edelen gestrengen agtbaren Heer Iohannes Siberg, Raad van Neederlandsch India, en gouverneur en directeur op en langs Ia. „vas Noord-Oost-Cust, aan den onderkoopman en Eerste resident te pontiana walter Marcus Stuart, gedateert Samarang den 11„en 8ber 1786. wie 5ƒ 45 O. d
English
Samarang the 16th of September 1736. Samarang the 16th of September Anno 1736. Page 457: whom I further informed that the lighter De Battavier, with another raised prahu mayang, was about to be dispatched by you to Crimata to cruise there with the fleet, in accordance with an instruction provided to those vessels; and of which paper, as well as of the letter drafted by you for the Commander of the fleet, I have delivered a copy into his hands for information and observation, with approval of your exercised precaution in this matter. Just as it also has my approval that you remain at Pontiana and do not depart for the fleet at Sucradana, since the former is all the more necessary in order to remain at hand, both for Sucradana and Mampauwo, and to be able to give the necessary orders from their midst, as well as, in the event of a successful outcome at Mampauwo, immediately to arrange matters there in such a manner as your proposal indicates and the interests of the Company require. Regarding the eleven distinct points of contracting, detailed at length by you, for the son of Sultan Sarieff, named Sarieff Cassim, after he shall have been placed in authority at Mampauwo by you; on that matter I find nothing to remark, but fully approve all of them as being suitable for the promotion of the Company's interests in that region, provided the fulfillment in performance takes place in the long term, so I hereby authorize you further to conclude a provisional contract with the said Prince Sarieff Cassim entirely according to the proposal, and thereafter under the title and surname of Panumbahan Sarief Cassim the governance of Mampauw, under that condition, also, that he must bind himself to comply with whatever Their High Excellencies, both now and in the future for the promotion of mutual interests, shall still see fit to amplify or alter in the said provisional contract, and that he shall likewise be obliged, at the first opportunity, either this or in the upcoming spring, to send two of his foremost distinguished Councilors of State on an embassy to Batavia, both to perform there in his name the customary dutiful ceremony of acknowledgment and gratitude to the High Government, and to further seal and swear to the formal contract on the basis dictated by the provisional one concluded under oath between him and you. I do not know whether Their High Excellencies will decide upon sending Commissioners to further install Pangeran Cassim as Panumbahan at Mampauwo, and on that occasion to conclude the formal contract with him in person, which is why I deem it best to take this course, the more so because in matters of this importance one above all needs the approving confirmation of Their High Excellencies, which I shall request at the first opportunity—notwithstanding that one might deduce as much from what is noted by paragraph of their highest above-cited extract letter accompanying this in copy—in order to give you notice thereof at the first opportunity; meanwhile, the sending of the three deeds requested by you, written in Dutch and Arabic, and for the drafting and preparation of which there would also be no time, remains suspended for the time being, not doubting that you will still have on hand or find in casti a single person who can translate the provisional contract into Malay, and know how to extricate oneself along that path from the difficulty raised in that regard. The letter from Sultan Sarieff in reply to what was written to him, I have duly received and found the contents to my satisfaction; I shall serve with a rescript thereto on a further occasion, passing in the meantime for speculation.
Dutch transcription
Samarang den 16„e September 1736. Samarang den 16. September A:o 1736. — pag:o 457: wien ik om nader hebben geinformeert, dat de Ligten de Battavier, met nog een opgeboeide prauwmaijang, door ub stond afgezonden te worden, na Crimata, om aldaar op de vloot te kruijssen, navolgens een Instructie, aan die vaarthuigen meede gegeeven, en van welk pampier, mits„ „gaders van de Brieff door UE voor den Commandant van de Vloot ingerigt, ik Copia aan denzelven, tot narigt en observen„ „tio, in handen gesteld hebbe, met approbatie van uw gebruikte voorzorge in deese. soo als het ook mijne goedkeuring weg draagd, dat uE op pon„ „tiana blijft, en niet naar de vloot te sucradana vertrekt, alzoo het eerste te noodsoekelijker is, om bij de hand te blijven, soo voor Sunadana als Mampauwo, en om in 't midden van dien, de noodige ordres te kunnen stellen, mits„ „gaders bij een gelukkig reusiet, te Mainpauwo, de zaeken aldaar ten eerste soodaenig te schikken, als uE voorstel denot„ „teert, en de belangens van de Comp:se meede brengt. Ten belangen den Elff onderscheidene, en door uE in 't breede gede„ „tailgeerde poincten van Contractatie, voor den zoon van sulkhan Sarieff, in naame sarieff Cassim, na dat hij tot Mans„ pauwo, door UE: in 't gesag zal zijn gesteld, desweegens, vinde ik niets aantemerken, maar alle deselve volkomentlijk approbeeren„ „de, als geschikt zijnde, ten bevordering van 's Comp:s belank „gens, aan dien oort, ingevalle de nakoming in prestatie op den duur plaets heeft, soo qualificeere ik uE bij deesen, nadere om met gemelde prins Sarieff Cassim, een provisioneels Con„ „tract, in alles na den voorstel te sluijten, en hem daar na onder den titul en vernaam van panumbahan Carief Cassiim, het bestier opr Mampauw a „ onder die Conditie, teffens, dat hy zig verbinden moet, naar te koomen, het gunt H. H. E:, soo ou als in 't vervolg tot bevordering van weederzeidshe bebaengens, nog zullen goedvinden, bij het gem: provisioneel Con„ „tract te Amplieren off altereeren, en dat zij teffens zal gehouden weezen, om bij eerste geleegentheid, en dit of in 't aanstaan„ „de voorjaar, twee zijner voornaamste Rijksraaden van aansien, in gesandschap naar Batavia te zenden, soo om aldaar in zijn naam, de gewoonelijke verschuldigde pligt plee„ „gang, van erkentenisse en dankbaarheid, aan de Hooge He„ „geering afteleggen, als om het formeele Contract, op den 'voet, als het provisioneele bij hem met UE onder Eede geslooten dicteert, nader te versegulen, en bebedigen; Ik weete niet off Huuswag Edelheeden besluijten dullen, tot de afsending van Commissarissen, om pangerang Cassimn, nader als panumbahan te Rampauwe te installeeren, en bij die geleegendheid het formeele Contract met den„ selven; in persoon te sluijten, waaromme ik het best oordeele, deese weg in te slaan, te meer, daar men in zaeken van dit gewigt, voor al de goedkeurende bevestiging H. H. E: noodig heeft, die ik bij Eerste geleegendheid, ongeagt men zulks soude moogen afleiden, uit het genotteerde bij P:r: van hoogst derselver hier vooren aangehaalde, en deese in Copia versellende Extract brieff, versoeken zal „ om uwE daar „van bij eerste geleegendheid, kennisse te „ geeven, intussen dat de afsending der drie, door uE versogt wordende actens op 't nerderduijts en Habeids geschreeven, en tot welkers ontwerp en in 't gereedheid brenging, ook geen tijd soude weezen, tot zoo bange blijft gesurgeert, niet twijffelende of uE zal en Castij nog wel een enkeld per„ „soon aanhanden hebben, of aantreffen; die het provisio„ „neel Contract in het Maleidsho kan Overzetten, en sig langs dien weg weeten te redden, uit de diendweegen geopperde swaerigheid: De Brieff door ilthan Sarieff, en Antwoord, van het aan hens geschreevene, hebbe ik wel ontfangen, en den inhoud tot genoegen bevonden, Ik dat bij nadere geleegendheid daar op van Rescrijotie dienen, gaande intusschen ter speculatie waren hier e ƒ
English
Samarang the 16th September Anno 1786. Samarang the 16th September Anno 1786. page 459. Herewith, copy translation of his aforementioned letter. Concerning Sarief Mohamet, I refer myself to the copy instruction already sent to Your Honour for the commander of the expedition, from which it will appear to Your Honour that useful and necessary use has been made of him, on the assurance given by Your Honour concerning his personal character and experiential knowledge of Succadana, whilst the aforementioned commander is very expressly recommended to make use of him and of his considerations in many cases. For the rest, I commend Your Honour and the Company's interests to God's protection, and wishing that all undertakings may, according to wish, be crowned with heaven's blessing, I remain after greetings. Below stood: Your Honour's good friend. Was signed: J. Siberg. In the margin stood: Samarang the 15th September 1786. Copy Translation of a Malay letter written by Sultan Sarieff at Pontiana, to the Right Honourable, Valiant, and Worshipful Lord Johannes Siberg, Councillor of the Netherlands Indies, and Governor and Director on and along Java's North East Coast, received at Samarang the 12th September 1786. After preceding compliments: I come hereby to inform my beloved friend, the noble Governor, that the letter sent to me by Your Honour, along with the accompanying gifts, has been duly received by me, consisting of: 2 Congiel cloths, 2 Caanjangs powder sugar, and 2 ditto candy ditto; all of which I have received with great pleasure and with proper respect; wherefore I hereby thank Your Honour many times for these things. Regarding the promise that Resident Stuart held out to me concerning the affair of Mampauwa; I have accepted it with particularly great pleasure, and have further confirmed myself to all that has been made known to me on that account by the said Resident in Your Honour's name. With respect to the expenses that might be incurred by the Company, such as for powder and balls concerning this, I will certainly not fail to reimburse them; meanwhile, I greatly thank Your Honour as well as the Company for keeping my son so well in remembrance. Concerning the ships that will go to Succadana, the Resident has already informed me of that, as my brother Said Moehamat has also written to me regarding this and that Your Honour had sole knowledge thereof; I shall therefore, when the ships appear at Succadana, also depart from Pontiana to carry into execution the affair of Mampauwa; I will also, one or two days after the vessel sent by Your Honour, dispatch another vessel to cruise at sea alongside the Company's pantjallang for the Company's ships. Concerning the Sultan of Sambas: he is also already prepared and is only waiting for my orders from Pontiana. Likewise, the affair of Mampauwa has already reached maturity, and I only await the Company's pantjallang which is to be dispatched by Your Honour; page 461. Samarang the 16th September Anno 1786. Samarang the 9th October Anno 1786. having already brought everything belonging to this matter into readiness. Furthermore, I thank Your Honour many times for the sent specie to the amount of 190 Spanish rixdollars, which Your Honour gave along to my son aforesaid for the ordnance in question, and I am also much obliged to Your Honour for the kind assistance which the same has been pleased to show me on that account. For the rest, I have nothing else at hand to offer Your Honour as a token of my health, than only 2 pieces of cloth interwoven with gold, which I request Your Honour will not be pleased to despise on account of their slightness, but to regard them as a token of the sincere affection which I bear toward Your Honour, my friend. Below stood: Written at Pontiana on Tuesday the 28th of the light Ramadan, in the year of the flight of Mahomet 1200. There below stood: Translated by me. Was signed: F. J. Rothenbuhler, Secretary. The military ensign and commander at Bancallang, Fredrik Petrie, having passed away according to the letter from the Governor at Sourabaija on the 29th September last, I hereby respectfully give notice thereof to Your High Mightinesses, and that, in hope of Your High Mightinesses' honoured approval, I have appointed in his place as commander there Lieutenant Johannes Coert, serving in Djokjo Carta, being the man who with the native very Right Honourable, Valiant, and Great Worshipful Lord, and Honourable Valiant Lords! To His High Honour, The High Honourable, Valiant, and Great Worshipful Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Honourable Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc.
Dutch transcription
Samarang den 16„e September A:o 1786. —. Samarang den 16=e September Ao 1706. pug„ij 459. hier neevens, Copia translaat van gem: zijn brieff. Omtrent Sarietf Flohamet, refereere ik mij, aan de uE be„ „reeds toegezondene Copia Instructie, voor den Comman„ „dant der Expeditie, zullende uE daar uijt koomen te blijkens, dat van kam, op de door uE gedaane versee„ „kering, weegens zijn personeel Caracter en onder„ „vindelijke kennisse van succadana, een nuttig en nood „saekelijk gebruijk is gemaakt, terwijl den voorsz: Commandant wel Expresselijk word gerecommandeert om sig daar van en van zijne Consideratien, in veele ge„ „vallen te bedienen Overigens beveele ik uit en sComp:s belangens, in Gods bescherming, en naar toewensching, dat alle ondernee„ „mingen, naar wensch, met 's heemels zeegen, moogen wor„ „den bekroond, blijve ik naar groete. /:onderstond/ UE goeden vriend. /. was geteekent:/ I. Siberg /:inmar„ „gine stond:/ Samarang den 15:e 7ber 1786- ƒ Copia Translaat Maleidocho brieff geschreeven door sulmhan Sarieff te pontiana, aan ƒ den wel Edele gestrengen Agtbaren Heere Johannes Liberg, Raad van Neederlands Indie, en gouverneur en directeur op en langs Iavas N:s O:t Cust, ontvangen te Samarang den 12:e September 1716. Noor vorgaande Complimenten: Ik koome mijnen geliefden vriend de Edelheer gouver„ „neur, bij deesen kennisse te geeven, dat de door uwEd=e gestr: aan mij gesondene brieff, neevens de daar bij verge„ „selt gaande geschenken, mij wel geworden zijn, bestaande in 2 Congiel kleedjes, - 2. Caanjangs poeder zuijker, en 2. d„o Candij _„o; welke ik alle met groot genoegen en met een behoorlijke eerbied, ontfangen hebbe; zeggende ik uwEd: gestr: dier„ „halven, voor dit een: en ander bij deesen veelmaels dank Aangaende de belofte die den Resident Stuart, mij heeft voorgehouden, betreffende de zaak van Mampauwa; 7k hebbe die met een bijzonder groot genoegen aange„ „noomen, en mij voorts geconfirmeert, met al het geen mij door gen: heer Resident des weegens uit uwel Ed. gestr. naam is te kennen gegeeven. Ten opsigte der ongelden die door de Comp„e mogten ge„ „maakt werden, gelijk van kruijt ten koegels daar on„ „trent zal ik zeekerlijk niet manqueeren die weeder te vergoeden; intusschen ik zoo wel uwelEd: gestr: als de Comp„e grootelijks dankzegge: dat dezelve mijnen zoon, zoo zeer in geheugenis houden. De scheepen betreffende die na Succadana zullen gaan, den heer Resident heeft mij reeds daar van verwittigd, ge„ „lijk mijnen broeder Paijd Moehamat mij meede des „weegens heeft geschreeven en dat uw Ed: Gestr: daarvan eenelijk kennisse droeg; Ik zal dierhalven, wanneer de scheepen te succadana verscheinen, meede van pontiana opbreeken„ Om de zaak van Mampauwe, ter rtvoer te brengen; ook zal ik Een of twee daegen na, het gezondene waar„ „thung van uwelEd. gestr:, een ander vaarthuig afsendent, Om neevens de Comp„e pantjallang, op 'sComp„s scheepen in zee te gaan kruijsen. De sulthan van Sambas betreffende: deese is ook reeds ge„ „reed en wagt maar na mijn beveelen van pontiana. Desgelijks is het met de zaak van Mampauwe reeds tot rijpheid gekoomen, en ik blijve maar eenelijk de Comp: pantjallang, die door uw Ed: gesta: staat afgesonden te werden, 2. kramp. s pag:s 461. Samarang den 16„e September A„o 1786. Samarang den 9„' October A„o 1736 — te gemoed zien; hebbende ik bereeds alles, tot deese zaak behoorende, in gereetheid gebragt. Voorts zegge ik uwelEd: gestr: veelmaals dank voor de toegezondene Contanten ten bedraegen van 190: — rd„s spaans, die uw Ed: gestr: aan mijnen zoon voormeld, voor het bewuste geschut heeft meede gegeeven, en in ben welEd: gestr: ook veelmaals verpligt voor de geneegene bijstemd, die hoogst dezelve mij desweegens heeft gelieven te be„ T„s wijsen. —. Ik hebbe voor 't Overige niets anders aanhanden, om welEd: gestr: ten teeken mijner gesondheid te kunnen aanbieden, dan eenelijk 2. pees met goud doorwerkte kleedjes, die ik versoeke, dat duwelEd: Gestr: om derzelver gering„ „heid niet gelieven te versmoeden, maar aantemerken als een teeken der opregte toegeneegendheid, die ik uwelEd: gestr: mijnen vriend, toedraege. — /:onderstond:/ geschreeven te pontiana op dingsdag den 28„e van het Ligt Ramalan, in het Jaar der vlugt &van Mahomet 1200. /:daar onderstond:/ getranslateerd door mij /:was geteekent:/ F:k J:s Rothenbuhler; Secretaris. — Den vaandrig militair en Commandant te Bancal„ „lang Fredrik petrie, volgens schrijvens van den gezaghebber te sourabaija op den 29:e September Jongst. leeden overlieden zijnde, geeve ik uw Hoog Edelheedens daar van bij deesen met Eerbied kennisse, en dat ik in hoope van uwer Hoog Edelheeden geEerde approbatie, in derselvs plaats als Commandant aldaar aangesteld hebbe den op djokjo Carta militeerende Luijtenant Iohannes Coert, zijnde den man, die met den Inlander seer Hoog Edel, gestrenge, Groot Agtbaren Heere„ en Wel Edele gestrenge Heeren! Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen, gestrenge groot Achtbaren Hiere, M: Willem Arnola Atting, Gouverneur Generaal, en de welEdele Gestaenge Heeren Raaden van Needer„ „lands Indië, en 3: enz: en3: verte= wel ƒ O
English
Samarang the 9th of October Anno 1786. Samarang the 13th of October Anno 1736 page 463. knows well how to manage and will serve to the satisfaction of the panumbahan of Madura; but since this post has formerly been filled by an Ensign, and the Company would bear some higher expenses through the appointment of a Lieutenant, I have arranged it in such a way that the salary and emoluments of Lieutenant Coert, aforementioned, will be written back to those of the Ensign, if this should simultaneously meet with Your High Noble Honors' approval. I have the honor, with the highest esteem and respect, most humbly to remain. Below stood: Title. Below lay: Your High Noble Honors' humble and very obedient servant. Was signed: J. Siberg. In the margin stood: Samarang the 9th of October Anno 1706. The bark De Voorzigtigheid, which had been at Banjarmasin, having arrived here the day before yesterday, on which the Prince's ambassadors to Your High Noble Honors find themselves, I sent that small vessel immediately onward to the main seat, in order not to detain the Banjarese envoys here needlessly. While I now have the honor to present herewith to Your High Noble Honors two extracts from the letters that I received with the said vessel from Captain Hoffman, both dated the 5th of September 1786, from which Your High Noble Honors will be able to perceive that matters on Banjarmasin are still in a High Noble, Severe, Great Honorable Gentlemen and Well-Noble Severe Gentlemen. Batavia. To His High Noble Honor. The High Noble, Severe, Great Honorable Gentleman. Willem Arnold Alting. Governor-General and the Well-Noble Severe Gentlemen Members of the Council of the Dutch Indies, etc. etc. etc. turn over. desirable Samarang the 13th of October Anno 1736. page 465. Samarang the 13th of October 1786. desirable state, and that everything appears to be turning out favorably for the Honorable Company, despite the difficulties that were initially raised in that regard. Since, however, some points appear therein that require either further clarification or some remarks or considerations, I shall, in the hope that Your High Noble Honors will please be satisfied with this, cite them further here and, where it might be necessary, add my opinions, in order that by doing so the matters may be illuminated with all possible clarity. The first point, then, that I must consider as such, is the request of Captain Hofman to grant the common European military personnel who are in Banjarmasin an increase in board allowance to 75 or indeed 1 rixdollar a month, instead of 3/5 rixdollars as they currently enjoy. For this he gives as the reason: that a common soldier could not otherwise subsist well, but must necessarily fall into debts, which exposed him to want, of which dejection, sickness, and finally death were often the consequences. And as I must also agree that the provision of 1/5 rixdollars board allowance for the common military personnel on Banjarmasin in this present circumstance is certainly somewhat meager, considering that currently everything on Banjarmasin is still in disorder and provisions, on account of the past unrest, will apparently also still be somewhat scarce, as the military personnel do not yet have their own mess and are forced to provide for their own food; thus I take the liberty humbly to present this request of Captain Hofman to Your High Noble Honors; which will not bring any great expense upon the Company, considering that one will be able to terminate this allowance as soon as the garrisons are regulated and everything concerning the military housekeeping has been brought into a good state. On that occasion, Captain Hoffman also does his best to point out the accurate monthly pay to the military personnel as being of the highest necessity; bringing forward as proof of this that he had learned sufficiently from experience and the thorough knowledge he flattered himself to have of military housekeeping: that the irregular pay to the military personnel, as currently takes place with the Company, had the most harmful consequences; since the soldier was thereby at one time exposed to a too great and prolonged deprivation, and at another time suddenly received too much money in hand again; whereby he was not seldom led into debauchery.
Dutch transcription
Samarang den 9:e October A„o 1786, Samarang den 13„e October A:o 1736 — pag.:a 463. wel weet om te gaan en bezonden tot genoegen van den panumbahan van Madura strekken zal, dan Aangesien deese post meert al bevoorens, door een Vaandrig waargenoomen is, en de Compagnie door de plaatsing van een Luijtenant eenige meerdere Lasten soude draegen, soo hebbe ik het daar heenen gerigt, dat de gagia en Emolumenten van den Luijtenant Coert voor„ „mild, tot die van den vaandrig zullen te rug ge„ „schreeven worden, wanneer zulks, teffens uw Hoog Edelhee„ „den goedkeuring mag komen weg te draegen. Jk geeve my de eere met de meeste Hoog agting en eer„ „bied, onderdanigst te blijven. /:onderstond:/ Tetul /: la„ „gen:/ Uwer Hoog Edelheedens onderdanige en zeer ge„ „hoorzamen dienaer /:was geteekent:/ J: Siberg /:in„ „marginestnd:/ Samarang den 9=e October A:o 1706. — Voor eergisteren van hanjermasjing alhier aangekoo„ „men zijnde, de zig aldaar bevonden hebbende Barcq de voorzigtigheid, waar op sig 's vorsten afgezanden, aan uw Hoog Edelheedens bevinden; hebbe ik dat kieltje direct naar de Hoofdplaets voortgezonden; ten einde de Banjersche gezanten met noodeloos langs alhier op te houden. Terwijl ik mij thans de eere geeve uw Hoog Edelheeden hier bij aan te bieden, twee Exctrac„ „ten olit de brieven, die ik met het gedagte vaarthuig, van Capitain Hoffman ontvangen hebbe, beide gedateert den 5„e Sep„ „tember 1786, waar vuijt uw Hoog Edelheeden zullen kunnen bevogen, dat de zaaken op Banjermassing zig nog in eenen Hoog Edel gestrenge Groot Agtbaren Heero„ en Wel Edele gestrenge Hleeren. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheed. Den Hoog Edel gestrenge groot Achtbaren Heere. A: Willem Arnold Alting. Gouverneur Generaal en de wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Needer„ „landsch Indië; enz. en 3. enz: verte. wenschelijks G Samarang den 13„en October Ao 1736. pag„a 465: Samarang den 13„e October 1786. Wenschelijken toestant bevinden, en het zig aller sien voordeelig voor de EComp„e op doed, ongragt de swae„ „digheeden, die men in den beginne daar omtrent gemaakt heeft. Dewijl egter daar inne eenige poincten voorkoomen, die off een meerdere opheldering dan wel eenige aanmern„ „kingen off Considiratien vorderen, zal ik, in hoope, dat uw Hoog Edelheeden, hier inne gelieven genoegen te neemen, dezelve alhier nog nader aanhaelen en waar„ het noodig mogte zijn, mijne gevoelens er bij voege„ ten einde dus doende de zaaken al het moogelijke ligt bij te zetten. Het Eerste poinct dan, dat ik als soodaenig beshou„ „wen moet, is het verzoek van Capitain Hofman om de gemeene Europeeshe militairen welke sig op Banjermassing bevinden, eene verhooging van kost geld toetestaan tot 75. opf wel 1. rd:s smaands, in sterde van 3/5: rd„s soo als sij tans genieten; waar van hij tot ree„ „den geeft: dat een gemeen soldaat anders met wel bestaan konde, maar Noodsaekelijk in schulden moeste vervallen, die hem aangebrek blood stelden, waar van veeltijds Neerslagtigheid zichte en Eindelijk den dood de gevolgen waaren; En dewijl ik meede toestemmen moet, dat de verstrekking van 1/5 rd„os kost. geld voor de gemeene militairen op Banjermassing in deese tijds om„ standigheid, zeekerlijk wat gering is, als men in aanmerking neemt: dat teegenswoordig op Banjer„ „massing nog alles in disorder is en de Loevensmid= „delen, weegens de voorleedene onlusten, ook apparen„ „telijk nog wat schaars sullen zijn, daar de Militairen nog geen eigen bak hebbende, genoodsaakt zijn, voor Hunne eigene kost te zorgen; zoo neeme ik de vrij „heid uw Hoog Edelheeden dit verzoek van Capitain Hofman, needrig voor te draegen; 't welk de Comp„e gen groote Last. post zal aanbrengen, gemerkt men deese verstrekking zal kunnen doen ophouden; soo dra de guarisoenin gereguld en alles de militaire suis„ „houding betreffende, in eenen goeden staat zal zijn gebragt. - Bij die geleegendheid doet Capitain Hoffman ook zijn best, om de rigtige afbetaeling aan de militairen 's maandelijks„ als ten hoogsten noodsaekelijk te doen aanmerken; baen„ „gende daar van tot bewijs bi, dat hij door de ondervinding en de grondige kennisse, die hij zig vleide van de militaire huijshouding te hebben, genoegzaam geleerd te zijn: dat de Frriguliere afbetaeling den militairen, soo als die thans bij de Comp„e plaets heeft, van de aller nadeeligste gevolgen was; daar, den soldaat hier door ten eener tijd aan een te groot en te langduurng gebrek wierd blood gesteld: en op een an„ dere tijd op eenmaal weeder te veel geld in handen kreeg; waar door hij niet zelden tot liederlijkheid werd Aandijk vervoerd.
English
page 467 Samarang the 13th of October Anno 1746. Samarang the 13th of October Anno 1706. - carried away; which unstable way of life dragged him sooner or later into the grave; and indeed I find myself, by the strong arguments with which Hofman supports this opinion of his, also persuaded to the extent that I hold myself assured, alongside him, that if the regular payment of the soldiers were introduced throughout the whole of the Indies, this would bring about a general advantage for the Company, regardless of everything that might have been brought against it or could still be brought against it; for it is well enough known what trouble and expense it has caused our Society over several years to provide the Indies with the required manpower, difficulties that, in my opinion, could still be partly overcome if the aforementioned monthly payment were introduced; I trust at least that through the regulated way of life to which the soldier would then be bound, many of them would still be preserved who are now sometimes dragged into the grave through deprivation or through excess; but this is an article that I leave to Your High Nobilities' far wiser judgment to decide upon, merely making bold to propose hereby to Your High Nobilities to have this monthly allowance, if it can otherwise be done, take effect at Banjermassing and to let the military there be provided regularly with their monthly pay, namely if they are not in debt on their account; but this taking place only in so far as it can be done with respect to their debt without any disadvantage or harm. With respect to the rejection by Captain Hofman of the prince's offer to let his vessels guard the Banjarese shores jointly with those of the Honorable Company, Hoff man alleges in that regard that this is not so much to be regarded as an absolute refusal, but rather as a friendly indication that the Company might perhaps make use of his offer in time, but for the present had enough vessels on hand to protect the shores itself, which he deemed to be necessary to avoid the unpleasant consequences that might arise from it, as the Banjarese vessels, being very poorly equipped and lacking everything, would not fail to trouble the Company from time to time now for one thing and then for another, and secondly, because at this time one had nothing else to expect from the Banjarese than that they would obstruct navigation rather than protect it; all of which I must also consider very well-founded and therefore hold it to have been prudently done Samarang the 13th of October 1706. Samarang the 13th of October Anno 1706, that he turned down the prince's offer in such an appropriate manner. Concerning the situation of the fort at Banjermassing, Captain Hoffman is of the opinion in that regard that the lodge should be enlarged both to the rear and from the side toward the garden of the Second Resident, as well as the powder magazines improved, and further some other necessary arrangements made; among which principally the raising of the ground of the lodge for the health of the garrison, but despite all this he nevertheless excuses himself from drawing up a plan, as he did not find himself well capable of doing so due to his slight knowledge of both civil and military architecture. Regarding the article of pepper, Hofman flatters himself with the repeated assurance of the prince that one would in time be able to obtain that product for a considerably lower price than at present; this also seems not entirely without foundation, for it being assumed that the Company once has full occupation of the Banjarese realm in hand and thus also possesses the power to prevent all smuggling trade, it follows from this that one will then gradually be able to compel the native to deliver his pepper to the Company for such a price as it shall please itself in fairness to determine. - The occupation of Tabanio, according to what Hoffman says, will not be able to take effect before the upcoming bad monsoon, and thus will also cause that the takeover of the lease by the Honorable Company will for the present need to be delayed; although the prince has already troubled him about it several times. I certainly could have wished that this might still have taken place this year; but this now being otherwise, one will have to resign oneself to it, in the hope that in the meantime matters will be brought to a good state from both sides, and at the same time it can be accurately examined how this can best be arranged, in order subsequently to be able to regulate oneself with so much more certainty in taking further measures accordingly. As to what concerns the native soldiers of whom Hofman makes mention in this letter of his; I have already sent 30 head of them to Banjermassing with the sloop De Eensgezindheid, who are still to be followed by a number of 70 others, whom I hold in readiness here to be transported thither at the first occurring opportunity; meanwhile, as long as they still remain here, they enjoy no more than half pay, and in return for that daily in the arms itself. 1 6 Joag
Dutch transcription
pag:a 467 Samarang den 13„e October Ao 1746. Samarang den 13„e October A:o 1706. - vervoerd; welke Ongestaedige Leevenswijn, hem varig off laat in het graff sleepte; en inderdaad ik vinde mij door de sterke Arang reedenen waar meede Hofman dit zijn gevoelen ondersteunt, ook in zoo verre overge„ „haalt, dat ik mij neevens hem verseekert houde, dat Wanneer de rigtige afbetaeling der militairen door geheel Indien ingevoerd wierd, zulks een algemeen voordeel voor de Comp: soude te treege brengen, ongeagt al het geene men daar teegens mogte hebben ingebragt ofte nog soude kunnen inbrengen; want het is genoeg be„ „kent, wat moeijte en kosten het ons: maatshappije niet seever t eenige Iaaren herwaerds heeft veroorzaakt, om de In„ dies van de benoodigde manschappen te voorzien, zwaerig„ „heeden, die men na mijne gedagten, nog wel voor een gedeelte soude kunnen te boven komen, indien de opgedagte maandelijkse afbetaaling wierd ingevoerd; Ik vertrouwd ten minsten dat door de bepaalde Leevenswijze waar aan den soldaat dan soude gebonden zijn, nog veele derzelve souden behouden worden, die thans somwijlen door gebrek off door overdaad in het gaaf gesleept werden; Dog dit is een Artikul dat ik aan uw Hoog Edelheiden veel wijzer Oordeel oplaete, oms daar op te beslissen, mij eenelijk verstoutende uw Hoog Edelheeden hier meede voor te drae„ „gen, om deese maandelijksche verstrekking, indien het an„ „dersints geschieden kan, op Banjermassing te laste gevolg „neemen en aan de militairen aldaar 's maandelijks„ haar gagie rigtig te laaten verstrekken, naementlijk in „dien sij op haare reekening niet belast zijn; dog dis placts hebbende; maar voor soo verre als ten aansien hunne belasting, zonden eenig nadeel of schaede, gechieden kan. Deer opsigte der van de handwijszing door Capitain Hof„ „man van 'Tvorsten aanbod, om zijne vaarthuigen ge„ zaemenderhand met die van de EComp„e, de hanjerschen stranden te doen bewaeken, daar omtrent geeft Hoff„ „man voor, dat dit niet soo zeer is aantemerken als eene volstrekte weigering, maar wel als eene vriende„ „lyke te kennen gaeve, dat de Comp„e in den tijd misschien wel van zijne aanbieding souden gebruijk maeken, dog voor eerst vaarthuigen genoeg aanhanden had, om de stranden selvs te dekken, 't geene hij oordeelde nood„ zaekelijk te zijn, ter vermijding van de onaangenaame gevolgen die daar uijt souden kunnen voortvloeijen, alsoo de Banjareere vaartuigen seer slegt voorsien, en aan alle gebrek hebbende, niet souden nalaeten, oms van tijd tot tijd de Comp:e dan om het een en dan om het ander lastig te val„ „len en ten anderen, oms dat men in deese tijd tot niets anders van de Bangareeren te verwagten had, dan dat zij de vaart meer belemmeren dan wel beveiligen zou„ „den; welk den en ander ik meede als seen gegrond moet aanmerken en het dierhalven als voorsigtig gedaan houde: neemen dat Samarang den 13„e October 1706. Samarang den 13:e October Ao 1706, dat hij de aanbieding van den vorst op soo eene gepasti wijze van de hand heeft geweezen. De situatie van het fort te kanjermassing betreffende, des„ „weegens is Capitain Hoffman van gevoelen, dat de Logie soo wel na agteren als van ter zijde nae de thuijn van den tweeden Resident, diende vergroot, mitsgaders de kruijt„ helden verbeeterd en verders eenige andere noodige schik„ „kingen gemaakt te werden; waar onder voornaement„ „lijk het ophoogen van de grond der Logie voor de gezond„ „heid van het guarnisoen, dog ongeagt dit aller blijft hij sig egter verschoone, van het formeeren van een plan, alsoo hij zig weegens zijne geringe kennisse in de soo civile als krijgs bouwkunde, niet wel daartoe in staad vond. Omtrent het artikul van de peeper vleijd sig Hofman op de herhaalde verseekering van den vorst, dat omen dat product in der tijd voor vrij wat mindere prijs dan teegens woordig soude kunnen bemagtigen; Dit schuint ook niet gants sonder grond te weezen, want veron„ „dersteld zijnde, dat de Comp:e eens de volle bezetting van het hanjersche rijk in handen heeft en dus ook de mogt bezit, om allen smotkelhandel te beletten, zoo volgt daar uijt, dat men den Inlander dan allens„ kens zal kunnen noodsaeken, om zijne peeper aan de Compagnie te levveren, voor soodaenigen prijs als deselve „zelvs na billijkheid zal gelieven te bepaalen. - De bezetting van Tabenjauw, zal volgens het zeggen van Hoffman nog voor de aanstaande kwaade moussen geen gevolg kunnen neemen en dus ook veroorzaeken dat met den overneem der pagt, door de EComp„e, voor eerst: zal dienen getemgooriseert te werden; Ongeagt de vorst hem daar omme reeds verscheidene maelen is lastig ge„ „vallen. Ik hadde zeekerlijk wel gewensht dat dit nog in deesen Iaare hadde kunnen geschieden; dog dit nu niet anders zijnde, zal men zig daar inne moe„ „ten getroosten, in die hoope dat intusschen de zaaken van weeder zeiden tot een goeden stant zullen gebragt en teffens nauwkeurig kunnen nagegaan worden, hoe „daenig men dit best diend te schikken, om zig ver„ „volgens niet te meer seekerheid in het neemen van verdere maatreguilen daar na te kunnen reguleeren. wat de Inlandsche militairen beteeft, waar van Hofmen in deesen zijnen brieff gewag maakt; In hebb: bereeds met den Chialoup de Eens gezindheid 30: kopper van dezelve na Banjermassing versonden, die nog van een getal van 70. andere staan gevolgd te werden, welke ik alhier in gereedheid koude om bij eerste voorkoomende ge„ „teegendheid derwaerds getransporteert te werden; Inmid„ „dens dezelve soo lange zij nog hier verblijven, niet meer dan de halve gagie genieten en daar voor dagelijks in den selvs wraepen: 1 6 Joag
English
Samarang the 13th of October Anno 1786. Samarang the 13th of October Anno 1786. page 471 be instructed and drilled in the manual of arms. The aforesaid bark De Voorzigtigheid, which is conveying the Banjarmasin envoys to Batavia, is shortly or at the end of the monsoon also to be followed by the bark De Constantia; thus the sloop De Eensgezindheid, which however had not yet arrived at Banjarmasin upon the departure of De Voorzigtigheid, will be the only vessel remaining there, though it seems to me somewhat necessary that a second vessel be on hand there, which could then also serve to relieve the sloop De Eensgezindheid at her post, as a long stay, on account of the destructive worm in the river of Banjarmasin, is highly detrimental to the vessels; wherefore I also take the liberty to propose to Your Right Noblenesses whether it might not be best that at the earliest opportunity a bark or another vessel be sent thither; which could then also serve for the transport of the 70 head of native soldiers already mentioned herebefore, alongside the 15,000 Spanish mats recently received from the main settlement for Banjarmasin, of which there is now again a shortage there, to such an extent even that I deem it necessary to request Your Right Noblenesses that it may please Your High Mightinesses, in the event of the dispatch of the requested vessel, to also send a further relief of cash for Banjarmasin. The points following here contain for the greater part some considerations and further instructions on some difficulties which I submitted paragraph by paragraph to Hoffman in my letter of the 28th of July last; wherefore I also, for the clarification thereof, take the liberty to present hereby to Your Right Noblenesses the extract from my aforesaid letter from paragraph 14 through paragraph 36 or so far as has any bearing on this; respectfully noting that, according to the letter from Captain Hoffman, regarding the aforementioned plan for the cession of the Banjarese Realm to the Company, everything has already been so arranged and settled that one will be able to proceed further at one's own discretion without the slightest fear in that regard. Just as he also anticipates much in time regarding the revenues and does not doubt that the same will be able to be gradually increased through good management, he believes in particular that the diamonds will also be able to contribute their share thereto. However, on that occasion Hoffman persists, as a point of necessity, in his opinion that the person who is to be the first representative of the Company on Banjarmasin should for the present take up his domicile or residence at the court of the sovereign himself; in order to be able to arrange and regulate everything from there and to inspect matters closely; nevertheless, he deems it unnecessary to erect a fort or benting there, as this would only be a burdensome post for the Company; rather, one could suffice with placing only some necessary servants or soldiers there; while the remaining points appearing in my aforementioned letter of the 28th of July, from paragraph 7 through paragraph 28, could, according to Hoffman's opinion, all be arranged and regulated to satisfaction and at one's own discretion. Regarding the navigation of the Chinese junks to Banjarmasin, I have already given Hoffman some further clarification and informed him that the trade of that nation with Banjarmasin may also continue in the future; thus his considerations on that account are rendered moot; while, on the basis of what he further says regarding the trade of this nation, one may flatter oneself with some certainty that this will serve to the use and benefit of the Company. As for the further points appearing from paragraph 30 through paragraph 36, I will not dwell upon them further, as it appears from Hoffman's letter that all this can be arranged in such manner as Your Right Noblenesses yourselves may deem fit; wherefore I only request to be provided with Your Right Noblenesses' honored disposition regarding the one and the other, in order to conduct myself accordingly. From this letter of Hoffman it also appears that the sovereign has been persuaded by him to abandon for the present his intention of ordering his subjects to plant coffee and cotton everywhere; yet the sovereign would send me a sample of the coffee at the first opportunity; which upon receipt I shall have the honor to present to Your Right Noblenesses. Furthermore, Hoffman gives notice that the sovereign has recently again had petjes struck or made of tin or lead; surely for the reason that there is presently a great shortage of small coin, wherefore I also request that it may please Your Right Noblenesses, when sending a further relief of cash for Banjarmasin, to also include a consignment of Batavia rupees and other coin species, as well as and most especially copper doits, as a trial, to see whether one could make the same current there.
Dutch transcription
Samarang den 13„en October A:o 1706. Samarang den 13 October A„o 1786. png: 471 waepen handel onderweesen en geoeffent werden. — De voorm: Barcq de voorzigtigheid, die de Banjersche gezanten naar Batavia Overbrengd, staat eerlange off met het finde der mousson ook van de Barca de Constantia gevolgd te werden; dus zal de Chialoup de Eensgezind„ „heid, die egter bij het vertrek van de voorzigtigheid nog niet te kanjermassing was aangekoomen, het eenigste vaarthuig zijn, dat men aldaar overhoud, daar het mij Egter toescheinkt eenigoints noodsaekelijk te veeren„ dat 'er nog een tweede vaarthuig aldaar aanhanden is, dat dan teffens dienen kan om de Chialoup de Eensgezind„ „heid in zijne post werden aftelossen, alzoo een lang ver„ „blijft, weegens de schaedelijke worm in de Rivier van Kan„ „Jermassing, ten hougsten nadeelig voor de vaarthuigen is; waaromme ik ook de vrijheid neeme uw Hoog Edel„ „heeden voortestellen, off het niet best soude zijn, dat 'en weeder ten eersten een burcq, dan wel een ander vaar„ „thung derwaerts werd: gezonden; dat den ook teffens soude kunnen dienen, tot transport van de hier voorwaerds reeds gem: 70. Coppen inlandsche militairen, neevens de Jongst van de Hoofdplaets voor h angermassing ontvangen 15000. sp„s matten, waar van men aldaar thans weeder begint gebrek te hebben in soo verre selvs, dat ik het noodig oordeele uw H: Eet:s te verzoeken, dat het hoogst dezelve behaegen mag, om ingevalle van de afzending De poincten die hier opvolgen, behelven voor het meerder gedeelte Eenige Consideratien en nadere onderrigtingen op eenige swaarigheeden, welke ik Hoffman bij mijn schrij„ „vens van den 28. en Julij J:o S: paragraafs wijde voorge„ „steld hebbe; waar omme ik dan ook ten opheldering van dien de vrijheid neeme uw Hoog Ed„s hier bij aantebieden den Extract uit mijne gedagten Brieff van 5. 14. aff obt s. 36. ofte tot soo verre als eenige betrekking hier toe heeft; onder Eerbiedige Notitie dat het volgens schrijvens van Capitail Hoffman, omtrent het bewuste plan der overdraegt van 't Banjersche Rijk aan de Comp„e reeds alles zoodaenig ge„ „schikt en gereguleert is, dat men sonder de minste vreese, daar omtrent, verder na Eigen goedvinden zal kunnen te werk gaan. — Soo als hij ten aanzien der Inkomsten sig ook veel in den tijd voorsteld en niet twijffele off dezelve zullen door „den goede huijshouding allens kens kunnen vermeerdert werden, inzonderheid vermeent hij dat de diamanten daar toe meede het hunne sullen kunnen bij draegen. Egter blijft Hoffman bij die geleegendheid als een poinct van noodsaekelijkheid persisteeren bij zijn gevoelen dat de perzoon, welken zig als erste repraventant van de Comp: van het verzogte vaarthuig als dan meede eenig naa „den scCours van Contanten voor Banjermassing te willen van zonden. 7: Samarang den 13:e October 1706. Samarang den 13=e October A:o 1736: pag„o 473: op B anjermassing bevind, voor eerst zijn domicili„ „um off verblijff selvs aan het Hoff van den vorsthoud; ten Einde van daar alles te kunnen beschikken en begu„ „leeren en de zaeken van na bij in oogenschein te neemen; dog des niet te min oordeelt hij het onnoodig te zijn, om aldaar een fort off Benting op te werpen, alzoo dit maar Een Last post voor de Comp„e soude weezen; maar men soude kunnen volstaan met aldaar eenelijk eenige noodsaekelijke Dienaeren off militairen te plaetsen; ser„ „wijl de overige poincten bij mijn even gedagt schrijvens van den 28:e Julij voorkoomende van F. 7. af tot §. 28. toe volgens het gevoelen van Hoffman, alle na genoegen en eigen goedvinden souden kunnen geschikt en geregu„ „leert werden. -. Omtrent de vaart der Chineese Ionken op Banjermasling hebbe ik Hoffman bereeds eenige nadere Illucidatie ge„ „geeven en hem geinformeert: dat den handel van die natie op Banjermassing in het vervolg meede kan blijven stand grijpen; dus zijne Consideratien deswee„ „gens koomen te vervallen; terwijl men zig, op fundament van het geene hij verder nopens den handel deeser natie zegt, met eenige zeekerheid vleijen mag, dat zulx tot nnut en voordeel van de Comp„e zal koomen te strekken. wat onu betreft de verdere poincten, die voorkoo„ „men van 530. bot P. 36. Ik zal mij daar omtrent met verder ophouden; wijl het uit het schrijven van Hoffman blijkt, dat dit alles zoodaenig zal kunnen geschikt worden, als uw H: E: selvs zullen kunnen goed te vinden, waar„ omme ik dan ook maar eenelijk verzoeke, om omtrent het een en ander met uw H: E. geEerde dispositie ge„ „munieert te werden, ten einde mij verder daar na te gedraegen. uijt dit schrijvens van Hofman blijkt ook: dat den vorst door hem is overgehaald, om voor eerst nog afte zien van zijn voorneemen om zijne onderdaenen te be„ „veelen, alomme Copfij en Cappas aanteplanten; dog egter soude de vorst mij bij eerste geleegendheid van de Coffij een proeff toezenden; die ik bij ontvangst de eere zal hebben uw H: Ed: aantebieden voorts geeft Hoffman kennisse, dat de vorst onlangs weeder petjes heeft laaten slaan off maeken, van Thin off lood; zeekerlijk om reedenen dat 'er thans groot gebrek aan klein geld is, waarom ik dan ook verzoeke, dat het uw hoog Edelheeden behaegen mag, om bij het overzenden van een nadere ontset van Contanten voor Banjermassing, als dan meede een parthij Bataviase ropijen en andere munt„ „speties, mitsgaders en wel voornamentlijk koopere duijten, en bij te voegens, tot een proefnieming, om te zien, off men dezelve niet aldaar soude kunnen gangbaar „men B3 maeken
English
page 475. Samarang the 13th of October Anno 1786. — Samarang the 19th of October Anno 1786. to make, although Hofman does raise some objection regarding the import of ducats, but since these latter can very easily be kept separate from the other coin species; just as this takes place elsewhere, or at least on Sumatra's west coast and possibly at several other gold-producing places; so I shall confer further with Hoffman about this and be able to give him what is necessary regarding it. The import of copper pitjes, on the other hand, could certainly take place without much difficulty, and possibly the Company might still be able to gain some profit thereon; but once the same having been introduced, one would then want to abolish them again, this would necessarily cause many difficulties, wherefore it was also much to be wished that one directly circulated copper duiten and subsequently the sultan, pursuant to the contents of the contracts, to interdict the minting or making of tin or lead pitjes, although at present and indeed for as long as the shortage of small money still prevails on Banjer, one is indeed obliged to overlook this with connivance. In the meantime the Prince, who hitherto was not ashamed to trade himself, whereby the subject was oppressed not a little, has allowed himself to be persuaded by Captain Hoffman to refrain from this always in the future, as such must necessarily tend to the diminution of his Dignity. Regarding the trade in Opium: on that matter I have already given Hoffman the necessary elucidation, as can be seen from the extract of my previous letter sent to him on the 13th of September last via the sloop De Goedgunstigheid, which I have the honor humbly to offer your High Nobilities alongside this; whereby I have also forwarded him two chests of this juice, to make the trial whether the same cannot be disposed of there with profit; for which he, as it seems, believes he has sufficient prospect to be able to rely upon it with some certainty; wherefore I then also deem it not unserviceable, if your High Nobilities might be pleased to approve, to send a chest or ten of the Society's for sale to Banjarmassing; in order to be able to serve instead of cash and also to prevent the smuggling trade from outside, which now must indeed be tolerated due to the lack of this juice; while as soon as everything is regulated, the trade in the Company's Opium will be able to be left to private individuals; when I do not doubt whether Banjer, according to what Hofman has written to me regarding this, will be able to vend more than 100 chests annually, continuation I Samarang the 13th of October 1786. Samarang the 13th of October 1786: page 477. I have found myself the sooner obliged to proceed to making this proposal to your High Nobilities, in consideration of what was further advanced by Hoffman, so if and when the supply of cash at the main station might at times not be sufficient to supply Banjarmassing in such a manner that one can directly accept the pepper from the suppliers without interruption, without having to take recourse to the sultan, who also seems to make some difficulty regarding this, to then send partly merchandise instead of cash, such as Opium and diverse sorts of fine and coarse Bengal, Coast, and Surat linens, which one could then dispose of again with profit and thus prevent the shortage of cash, and although Hofman on this occasion makes no mention of iron; I am nevertheless of the opinion that this article will also indeed be wanted at Banjer and one could vend the same with profit among the native population. - With the bark De Voorzigtigheid, one of the richest of the Banjarmassing pangerangs, named Mochamet, has now departed for the Main Station, with the intention to undertake a pilgrimage to Mecca, to which end I then also, upon the recommendation of Hofman pursuant to his request made for that purpose, most humbly request: that your High Nobilities may be pleased to grant him a free passage on one of the Company's ships to the Malabar or Surat. The tools which Hoffman deems to be required for the construction of the works demanded at Tabanio and Old Banjarmassing, I shall send to him from here as far as the axes, shovels, and parangs are concerned, if your High Nobilities otherwise please to approve such; when I shall also endeavor to provide him with two good native masons; but as regards the carpenter's, mason's, and smith's tools; one has even here a great shortage of these articles; and thus the same will not be able to be supplied from here, but I request that those, along with whatever further might be required for it, may be sent from the Main Station, along with several other articles for the service of the armory, which have already been requested by Hoffman in a previous letter; in order to be able to have all repairs of minor importance to weaponry take place at Banjer itself, without being obliged to send the same elsewhere for repair; but since he nevertheless makes no specification regarding all this, and it is also not known to me what and how much of each sort might actually be required, I shall instruct him.
Dutch transcription
pag„a 475. Samarang den 13„e October A:o 1706. — Samarang den 19„e October A:o 1786. maakens, ofschoon Hofman wegens den invoer van ducaeten wel eenige zewaarigheid maakt, dog alzoo men deese laetste seer gemakkelijk van de Overige munt „speties kan uitgezondert houden; soo als dit elders off ten minsten op Sumatras westrust en moogelijk op meer andere goud geevende plaetsen, meede plaets vind; zoo zal ik Hoffman daar over naeder onderhouden en hem dient weegens het noodige te kunnen geeven. Den invoer van koopere pitjes, soude daar en teegen seeker„ „lijk wel zonder veel moeijte kunnen geschieden, en moogelijk soude de Comp„e daar op nog wel eenigen winst kunnen behaelen; dog wanneer dezelve eerst eens ingevoerd zijnde, men die dan weeder wilde af„ „schaffen, soude dit noodsaekelijk veele moeijelijkheeden verwesken, weshalven het dan ook wel te wenschen was„ dat men direct koopere duijten deed Circuleeren en „vervolgens den sulthan „navolgens den Inhoud der Contracten het slaan of mae„ „ken van Tuimo of loode pitjes te interdiceeren, ofschoon men thans en wel tot zoo lange het gebrek aan klein gelds nog op Banjer heerst, wel verplagt is, dit oog luijkende te passeeren. Intusschen heeft zig den Vorst, die tot nog toe het zig „met schaamde, selvs ook handel te drijven, waarmeede, den onderdaan niet weinig gedrukt wierd, door Capitain Hoffman laeten overreeden, oms daar van in 't vervolg altoos aftezien, wijl zulx noodsaekelijk tot verkleining zijner Agtbaerheid moet koomen te vertrekken. Den handel in Amphioen betreffende: daar omtrent hebbe ik Hoffman bereeds de noodige Illucidatie gegeeven, soo als te zeen is, uit het bxtaact van mijn voorig schrij„ „vens op den 13:' September J: b: per den Chialoup de bens ge„ „zindheid aan hem afgezonden, dat ik de Eere hebbe uw Hoog Edelheeden bezeiden deesen needrigst aantebieden; waar„ bij ik hem teffens twee kisten van dit zap hebbe laeten toekoomen, om den preuve te neemen, of deselve aldaar wel niet voor „deel van de hans is te zetten; waar toe hij zoo als het schink Vermeent genoegsaame voor uijtzigt te hebben, omme zig met Eenige zeekerheid daar op te kunnen verlaeten; waar omme ik het dan ook niet ondienstig oordeele, wanneer uw H: E: mogten gelieven goed te vinden, oms den kist of Thien van der socreteit ten verkoop naar hangermassing te zenden; ten linde te kunnen dienen in steede van Contanten en ook om den smotkelhandel van buijten die nu weegens gebrek aan dit zap wel moet getolloreerd worden te wee„ „ren; Terwijl men zoo dra alles gereguleert is, den handel in Comp:s Amphioen, aan partikuliere zal kunnen over„ „laeten; wanneer ik niet twijffele off hanjer zal vol„ „gens het geene mij Hofman desweegens geschreeven heeft, Jaarlijks ruijm 100 kisten kunnen verdebikeren, vervolg Ik Samarang den 13„e October 1736. Samarang den 13. October 1786: pagj:a 477. ik hebbe mij te eer verpligt gevonden, tot het doen deesen propositie, aan uw H. E: overtegaan, o't aanmerking van het geene door Hoffman naeder werd geadvanceert, ons soo een wanneer den voorraad van Contanten op de hoofd= „plaets zomwijlen niet toereijkende mogte zijn, om Banjerm: soodaenig te voorzien, dat men sonder inter„ „ruptie de peeper direct van de Leeveranciers kan ac„ „cepteeren, zonder tot de sulthan toevlugt te moeten neemen, die ook daar omtrent eenige swaarigheid scheint te maaken, om als dan in steede van Contanten gedeelte„ „lijk koopmanschappen te zenden, als Amphioen en diverse zoorten van fijno en groove Bengaalse, Cust en souratsche Lijwaeten, die men als dan weeder met winst zoude kunnen van de hand zetten en dus het gebrek aan Contanten voorkoomen, en of schoon Hofman bij deese geleegendheid geen gewag van ijzer maakt; ben ik egter van gevoelen dat dit artikul almeede wel op Banjer zal gewild zijn en men hetzelve met voordeel onder den Inlander kunnen verdebiteeren. - Met de Blrcq de voorzigtigheid is thans naar de Hoofd= „plaets vertrokken een van de rijkste der Banjermassingst pangerangs, naemens Mochamet, met het voorneemen om in Beede vaart, sig naar Mecca te begeeven, ten welken einde ik dan ook, op het voorschrijvens van Hofman op zijn daar toe gedaan verzoek, needrigst In„ „steeren: dat uw Hoog Edelheeden aan denselven eer vrije transport met een der Comp:s scheepen nae de Malabaar off souratte, gelieven te verleenen. De gereedschappen welke Hoffman oordeeld benoodigd te zijn, tot den aanleg der verEijscht wordende werken te Tabenjauw en oud kanjermassing, zal ik hem voor soo verre het de Bijlen, schoppen „ en paringe betreft, van hier laeten toekoomen, indien uw Hoog Edelheeden zulx an„ „derzints gelieven goed te vinden; wanneer ik ook tragt „ten zal; hem van twee goede Inlandsche metselaers te voor„ „zien; dog wat de Timmermans, metselaers en smitsge„ „reetschappen betreft; men heeft alhier selvs aan deese Artikulen een groot gebrek; en dus sullen dezelve van hier ook niet kunnen voldoen werden, maar ik verzoeke dat die neevens het geene 'er verder toe mogte benoo„ digt zijn, van de Hoofdplaets moogen gezonden werden„ neevens nog eenige andere Aerticulen ten dienste der waepenhamer, welke door Hoffman bereeds bij een voorige brieff verzogt zijn; ten einde alle de reparatien van weinig belang aan waepen goederen selvs op Ban„ „ser te kunnen laaten geschieden, zonder genoodzaakt te zijn, dezelve ter verbeetering na elders te zenden; Dan dewijl hij egter omtrent dit alles geene bepaeling maakt„ en het mij ook niet bekent is, wat en hoe veel van ieder zoort 'er eigentlijk mogte benoodigt zijn, zal ik hem ge„ „steere. „lasten
English
Samarang the 13th of October 1786. Samarang the 13th of October Anno 1708. page 479. charges of all this and whatever he might further deem necessary, to draw up a further and specific requisition and subsequently to offer it to Your High Nobilities, just as I hereby also take the liberty to present to Your High Nobilities a requisition sent over by him for necessary medicines, which I likewise request may be supplied from the main settlement, since this cannot well be done from here due to the small supply. For the rest, Hoffman reports that the letter given by the prince to the envoys for Your High Nobilities contains nothing extraordinary in itself, except solely that the prince therein refers to everything that has already been proposed by Hoffman; shows his good intentions and will, and considers the Banjarmasin Realm and that of the Honorable Company as one and the same; from which and other omens one may thus safely conclude that the prince is indeed sincerely intending to cede his Realm to the Honorable Company, without there remaining, in my opinion, any apprehension why one should reject this offer of his; considering the advantages which the Company not improbably has to expect from it in due time. I have the honor herewith to be with the greatest high esteem and submission, underwritten: Title, lower: Your High Nobilities' obedient and duty-bound servant, was signed: J:s Siberg. in the margin was written: Samarang the 13th of October 1786: Your Right Honorable, Highly Esteemed both writings of the 28th of July, I had the fortune to receive on the 10th of this month, and express my humble and modest thanks for all favors, inclinations, and tokens of friendship, and would consider myself completely happy if I might be able to convince Your Right Honorable of my sincere intention and grateful heart; mouth and pen fall short in expression. While Your Right Honorable has been pleased to take into consideration my humble proposal regarding the European wages and board money, I therefore hereby once again take the liberty to propose to Your Right Honorable, under favorable interpretation, and to request, if Their High Nobilities might in the future see fit, to increase the board money here for the common Europeans by 1/5 and instead of 3/5 to favorably grant 7/5 or a whole one; for the reason that this would not cause such great expenses, while the garrisons will not become strong in Europeans; also, a common soldier, especially one who has debts, cannot well subsist on 2 2/5, thus he suffers from a lack of decent food, must manage as best he can, for everyone cooks his own pot at Banjer until now; which, however, I shall provide for as soon as I have a somewhat freer hand and can give orders; from all this it then follows that the soldier becomes dejected and sickly without anyone knowing the cause. Extract from the letter written by the Military Captain Christoffel Hoffman at Banjarmassing to the Right Honorable Johannes Siberg, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, dated Banjer the 5th of September 1786. turn over E cause
Dutch transcription
Samarang den 13„e October 1786. Samarang den 13:en October A„o 1708. pag„o 479. „lasten van dit alles en wat hij verder noodig mogte Oordeelen, dene nadere en specificque Eijsch optemaeken en die vervolgens uw Hoog Edelheeden aan te bieden, soo als ik bij deesen ook de vrijheid neeme uw Hoog Edelheedens Aan te presenteeren een door hem overgezondene Eijch van benoodigde Medicamenten, welke ik insgelijks verzoeke, dat van de Hoofdplaets moogen voldaan werden, wijl sulx van hier weegens den geringen voorraad, niet wel geschie„ „den kan. Voor het overige meld Hoffman, dat de brieff door den vorst aan de gezanten voor uw Hoog Edelheeden meede ge„ „geeven, niets bijzonders in zig vervat, als eenelijk dat den vorst sig daar inne beroept op als het geene door hoff„ „man bereeds is voorgesteld; zijne goede meening en wille betoond, en 't Banjersche Rijk met dat van de E: Comp„e als een en het zelvde Considereert; in't welk den en ander omen dus wel veilig mag besluijten, dat de vorst inderdaad oprecht van voorneemens is, om zijn Rijk aan de EComp„e aftestaan, zonder dat 'er na mijne gedagten langer eenige bedugting Overblijft, waarom men deese zijne aanbieding soude van de hand wijsen; gemerkt de voordeelen die de Comp„e in der tijd daar van niet onwaarscheinelijk te wagten heeft. Jk verEere mij hier meede met de meeste hoog agting en submissie te zijn, /onderstond:/ Titul /lager/ uw Hoog Edelh:s gehoorz: en trouwschuldige dienaer /was geteekent:/ J:s Siberg. /in margine stond:/ Samarang den 13.:e October 1786: Uw Ed: gestr: agtb: hoog geEerde beide schrijvens van den 28:e Iulij, hebbe 't geluk gehad, van den 10„e deeser te ont„ „vangen, en betuige mijnen Ootmoedigen en needrigen dank voor alle gunsten, geneegendheeden en vriendschaps bewijsing, en zoude mij volkomen gelukkig agten, wanneer ik instaat mogt weezen uwEd: gestr: agtb: te overtuigen van mijne op„ „regte meening, en dankbaar hart; mond en pen, schieten te kort met uitdrukking. Terwijl WEd: groot Actb. hebben gelieven in aanmerking te neemen, mijn needrig voordrag omtrent der Europeese gagie en kost„ geld, zoo gebruijke hier meede nogmaals de vrijheid uwEd.:e gestr: Achtb: onder gunstig welduijden, voortedraegen, en te ver„ „zoeken, indien H. H. E. , 't in vervolg mogten goed vinden, het kostgeld alhier aan de gemeene suropeese te verhoogen, met /5. en in plaats 3/5. 7:. of een geheel, gunstig toetestaan; om reeden, dat dit zulke groote onkosten niet veroorzaeken, zoude, terwijl de guarnisoenen, niet sterk van Europeesen zullen worden, ook kan een gemeen, en wel die schulden heeft met 2 2/5. niet wel bestaan, dus leid hij gebrek aan orden„ „telijk voedsel, moet zig behelpen, zoo goed hij kan, want ieder kookt op hanjer zijn potje, tot nog toe; egter waarin ik voor„ „zien zal, wanneer maar iets de handen ruijmer heb, en ordineeren kan; Door dit een en ander volgd dan, dat den soldaat neerslagtig en zieklijk zonder dat iemand de oor„ Extract uit de brieff, geschreeven door den Capitain militair Christoffel Hoffman, te Banjermassing, aan den wel Edele gestren„ „gen Achtbaren Heere Iohannes Siberg, saad Extra ordinair van Neederlands Indie, mitsgaders gouverneur en directeur op en langs Iava's Noord-oost-kust, gedateert Banjer den 5:'n September 1786. verte E zaak
English
Samarang the 13th of October 1706. Samarang the 13th of October 1736 — page: 481. knows about the matter, and whereby the Company loses a man who, at times, with better food and care, could have served for many more years. And if the soldier who still has debts adds his subsidy to that 1 rixdollar, and the others add 30 stuivers to it every month, their board can be provided for that amount, with the addition of other necessary small items: such as for the kitchen, salt, pepper, and the like, which altogether cannot cause the Company any expense, but will indeed bring substantial benefit, provided we overseers attend to the essentials. As far as the monthly payment of wages is concerned, I shall not request further regarding that, however beneficial and convenient it would be if it could be introduced throughout the whole of the Indies and in all places. I do not suppose that the benefits outweigh the disadvantages; the former may indeed show up large in the books, which certainly is what Mr. Hom has his eye on. Yet I flatter myself that I know the household of a soldier through and through; the Honorable Company loses him either through lack of either food or clothing at one time, or by going to excess at another time when he receives money. I shall make it short, because I fear being too long-winded on this point, and only add that in the very best organized states of Europe, where soldiers are well off in both spirit and body, they are given their money every 5 days, solely for the reason that they cannot have too much at one time, and on the other hand cannot suffer lack for too long. I would rather have 50 old soldiers who have served their 5 years with the Honorable Company than 100 recruits; much attention is needed in this regard: if the recruits arrive too old, they perish and cannot get used to the climate and food; if they arrive young, they are delicate, and at times people demand more of them than they can endure, and they become sick and perish. The declining of the prince's offer of his vessels to cruise together with those of the Honorable Company was not so strict or positive, or for always, that one could not make use of them if necessary; but I informed His Highness that this was not necessary for the time being, as the Honorable Company had enough vessels to keep the beach clear for now, but that use could certainly be made of them sooner or later, and especially in the Dayak River. My fundamental reasons are indeed these: first, the Banjarese are poorly provided with vessels and their necessities, for which reason they would constantly trouble us, now for one thing, then for another. No orders or obedience are to be expected from them in these early times when they are out at sea; they would merely go robbing and stealing here or there, even if it were from their own nation, and hinder navigation more than make it safe. It also seems to me that it is better to keep the Banjarese away from seafaring, as far as can be done appropriately, rather than encourage it; they can be better used for the Company in the river and on land. On the plan of the Banjarese lodge there are indeed many houses and gardens, and it appears to be a large establishment, but they are all huts of atap, bamboo, and wild trees, which cost little and must be renewed every 2 years; those belonging to the Honorable Company are also very poor, such as the guardhouse, the assistant's, surgeon's, and gunner's dwelling, the smithy, and other small houses; likewise the powder magazine or cellar must undergo improvement. want. the.
Dutch transcription
Samarang den 13„e October 1706. Samarang den 13„e October 1736 — pag: 481. zaak daar van weet, en waar door de Comp: een man verliest, die zomtijds door beeter voedsel en bezorging, nog veel Iaaren had kunnen dienen. En bij welk rd„s 1. den soldaat die nog schulden heeft zijn subsidie voegd, en de ander leggen alle maand daar bij 30. stuijvers, kan hun daar voor de kost bezorgd worden, met bijvoeging van ander benoodigde kleinigheeden: als voor de Combuijs„ zout, peeper, en wat dies meer, 't welk alle de Compagnie geen lastpost kan veroorzaeken; maar wel nagaande voordeel aanbrengen; mits wij opsigters het weezentlijke behartigen. Dat de maandelijksche gagio verstrekking aangaat, daar„ „aan, zal ik verder dan niet om versoeken, hoe wel het heilzaam en gerieflijk, wanneer 't door geheel Indien en op alle plaetsen ingevoerd konde worden, Ik veronder„ „stel niet dat de voordeelen de nadeelen Overweegen, deese eerste moogen zig wel in de Boeken groot vertoonen, waar„ „op zeekerlijk de Heer Hom het oog heeft: dog de huijs„ „houding van een soldaat, vleijs ik mij door en door te kennen; de Ed. Comp„e verliest hem. off door gebrek aan de een tijd„ het zij voedsel off kleederen, off door zig te buijten te gaan op de andere tijd, dat hij geld bekomt. Ik zal 't maar kort afbreeken, om dat ik vrees van hier op te breedvoe„ „tig te zijn, en nog maar bij voegen, dat men in de alder„ beste ingerigte staaten van Europa, waar ander zoldaat zoo wel van geest, als Lichaam, maar men geeft hun alle 5. daagen hun geld: alleenig om reeden dat ze op een tijd niet te veel, en op de andere weer niet te lang kunnen gebrek hebben. 50. oude soldaeten, die hunne 5. Iaaren bij de EComp„e gedient hebbe zijn mij liever als 100. Re= „cruten; hier omtrent is veel oplettendheid, komen de recau„ „ten te oud, gaan ze heen, en kunnen het Climaat en voed„ „sel niet gewennen; komen ze Jong, zijn ze teer, en men wil dan zonstijds meer van hun vergen als ze ver„ draegen kunnen, en ze worden ziek en gaan heen. De van de Handwijsing des vorsten aanbieding zijner vaar„ „thuige met die der E Comp„e te samen te kruijssen, was met zoo strikt op poritieff, off voor altoos, dat men niet des benoodigt daar van zoude kunnen ge„ „bruijk maaken, maar ik gaff zijn hoogheid te ken„ „nen, dat dit voor eerst niet noodzaekelijk, terwijl de EComp„s vaartuige genoeg had, het strant voor eerst schoon te houden; dog bij nader off later wel zoude kunnen gebruijkt van gemaakt worden, en voornamentlijk in de Dajakkers Rivier. Mijne grond reeden zijn wel deese, voor eerst: zijn de Ban„ „Jareesen slegt voorzien van Vaartuige, en dies benoo= „digtheeden, waarom zij ons geduurig zouden lastig vollen, dan om het een dan om 't ander, geen orders of ge„ „hoorzaamheid moet men in deese eerste tijden van hun verwagten, wanneer ze buijten op zee zijn, ze zouden maar hier of daar gaan rooven en steelen, al was 't van hun eigen natie, en de vaart meer belemmeren al veilig maeken, ook dunkt mij, dat het beeter, de Banje„ „reesen van de zeevaart aftehouden, zoo veel het met schik geschieden kan, als aan kweeken; beeter kunnen zij in de rivier en op 't land voor de Compagnie ge„ „bruijkt worden. Op het plaan den wanjersche Logie staan wel veele Huijsen, en Thuijnen en lijkent grooten Omslag, dog het zijn alle husten van Adappen, Bamboeren en wilde boomen, die weinig kosten, en alle 2. Iaaren moeten vernieuwd worden, ook die geene, die de EComp„e toebehooren, zijn zeer slegt, als de wagt, adsistent, meester en Constabels wooning, de smeederij, en ander kleine huijsen, zoo ook moet het kruijthuijs off kelder verbeetering ondergaan; wil. de.
English
Samarang the 13th of October Anno 1726 Samarang the 19th of October 1746 page 483 the lodge, in my opinion, enlarged, as well to the rear as on the side of the 2nd Resident his garden; because this enlargement will not incur any expenses, the fence a foot or foot and a half larger or smaller does not mean much, for the reason that the lodge still appears too cramped to me; all buildings of importance can remain standing, such as the warehouse, the Resident dwelling, and the barracks; and the others be enlarged or improved. The lodge with the entire terrain must be raised, for this is necessary for health. Regarding forming a plan to present to His High Excellency, I am not capable, I could indeed indicate it and consult with an Engineer: My military engineering goes no further than what an officer at most requires in the field, and to indicate and work this out well, or put it into execution; but not on paper, also much time and patience are required for that. Regarding the change of the residents I look forward with unease, and leave it completely to Your Honorable Right Respected's wise discretion, while the Heer van den Worm keeps himself willing, content, and quiet, yet very much longs to be replaced. Although I now first realize that his objections have caused me anxiety and difficulties, and even to this day he brings some up, yet I can never assume that he would be so ill-natured as to do this intentionally, and therefore I have pity on him, so that I still take the liberty to request Your Honorable Right Respected's favor for him, should he make himself worthy of it. He is not capable of proving his objection with grounds, first of all he notes the great expenses at sea and on land without specification, furthermore he excuses himself from drawing up a political paper; He mentions that the Bugis will take revenge sooner or later for the murder; yet when the Honorable Company is established here, he admits again, then not, and thus his objections fall away of themselves. Dain Soerawie is like a robber, and seeks to make himself great, yet he lacks everything. That meanwhile the matter of the plan, having become questionable, requires delay, further information, and consideration, rather than proceeding to compensation for damages, and only giving the pepper trade a better direction; causes me sorrow and creates concern, as regards my further consideration, I take the liberty to refer to my previous letter of the 17th and 21st of July likewise the 10th of August, in which I think I have expressed it partly completely, extensively, and acceptably, and which I will increase here by the fact that after receiving Your Honorable Right Respected's highly honored letter of the 28th of July I went directly to the prince, after conversing with him about various matters; I turned the discourse to the pepper, made again a general difficulty, and whether one could not obtain the pepper cheaper, without oppressing the common man; His Highness answered, as already made known to me several times, that this would work very easily, and that it would be very agreeable to him if the Honorable Company could obtain it for the lowest price, and he would do his best and offer a helping hand thereto: that he would suffer neither damage nor loss thereby, it has always been in custom here beforehand, to buy the pepper from the planters by the prince himself, or else by other wealthy persons, for one mas, at the least 10, 11, 12, 13, 14, and at the most up to [illegible] gantangs, that is to say, when one some stipulation months
Dutch transcription
Samarang den 13„e October Ao 1726 Samarang den 19„e October 1746— pag:a 483: de Logie na mijn gevoelen vergroot, zoo wel na Agteren, als aan de kant van den 2=e Resident zijne thuijn; want deese vergrooting geene onkosten beloo„ „pen zal, den pagger een voet of anderhalf grooter of kleinder, wil niet veel zeggen, om reeden, dat mij de sogio nog „e te beknopt voorkomt; alle gebouwen van be„ „lang kunnen staan blijven, als 't pakhuijs, de Resi= „dent wooning, en de Cazerne; en de andere vergroot off verbietert worden. De bogie met het geheel terrein moet opgehoogd worden, want dit noodsaekelijk voor de gesondheid. omtrent een plan te formeeren, om aan zijn Hoog Edelheid te presenteeren, ben ik niet in staat, ik zoude het wel aangeeven kunnen en raadpleegen met een Ingenieur: Mijne krijgsbouwkunde gaat niet verder, als wat een officier op 't hoogst in 't veld benoodigd, en dit wel aangeeven en uitwerken, of ter dutvoer brengen; maar niet op het papier, ook hoord daar veel tijd en geduld toe. Omtrent de verandering der residenten zien ik niet ge„ „rustheid te gemoed, en laat 't volkomen aan welEd: groot Artb: wijs beleid op, terwijl den Heer van den worm zig gewillig, te vreeden, en stil houd, egter zeer verlangd maar vervangen te worden. Hoewel ik om eerst ontwaar, dat mij zijne swaarigheeden, ongerust„ „heid en moeijlijkheeden verwekt hebben, en nog wel tot heeden eenige te berde brengd. zoo kan ik dog nooijt veronderstellen, dat hij zoo kwaad aardig zoude zijn, van dit met voorbedagt te doen, en heb derhalven meede„ „lijden met hem, dat ik nog de vrijheid gebruijk uw Ed: gestr: agtb: gunst voor hem, indien hij die zig mogt waardig maeken, te verzoeken. Hij is niet in staat zijn swaarigheid met grond te bewijsen, voor eerst merkt hij de geoote onkosten ter zll en te Land zonder bepaaling aan, verder ver Excuseert hij dig, van een staat kundig papier op te maaken; Hij haald aan dat de Bougineesen heeden of morgen zullen waak neemen over den moord; dog wanneer de EComp„e hier gezeeten, be„ „kent hij alweeder, dan niet, en dus vervallen zijne zwae„ „righeeden van zelvs. Dain Soerawie is gelijk een Rvo„ ver, en zoekt zig groot te maaken, dog hem onstreckt alles. Dat intusschen de zaak van 't plaan bedenkelijk gewordene, duitstel, nadere Informatien, en overweeging verEijscht, dan wel tot vergoeding der schaadeloosstelling te treeden, en maar alleenig den peeper handel eene beeter directie te geeven; doet mij liet en veroorzaakt bekommering, wat aangaat mijn nadere Consideratie, gebruijke de vrijheid mij te beroepen op mijn voorgaande brieff van den 17:' en 21:' Julij item 10:e Aug:s dinkt mij gedeeltelijk volleedig, breedvoe„ „rig en aenneemlijk uitgedrukt te hebben, en 't welk ik hier bij nog vermeerderen zal door dat ik na ontvangst van uw Ed: gestr: Agtb: hoog geberde schrijvens van den 28: Julij direct bij den vorst gegaan, na hem van 't een en ander on„ „derhouden; beide ik den discours op den peeper, maekte. alweeder eene algemeene zwaarigheid, en of men den peeper niet zoude kunnen beeter koop bekoomen, zonder den gemeene man te drukken; zijn Hoogheid antwoorden, gelijk reeds meermaalen mij te kennen gegeeven, dat dit zeer gemaktelijk in zijn werk zoude gaan, en dat 't hem zeer lieff zoude weezen, wanneer de EComp:e hem voor den laagsten prijs zoude kunnen bekoomen, en hij zou daar toe zijn best en behulpsaame hand bieden: dat hij daar bij geen schaeden nog verlies, het hier altoos van te vooren in gebruijk geweest, den peeper van de planters door den vorst wel zelvs, dan wel door andere wel„ hebbende in te koopen, voor een mak, het minst 10, 11, 12, 13. 14. en het meeste tot K. gantings, te zeggen, wanneer men eenige bepaeling maanden N
English
page 485. Samarang the 13th of October 1786 Samarang the 13th of October Anno 1786 — months advances money, but never less than 10, and indeed 11 to 12 in ready cash to be received immediately. The 32 to 36 gantangs make one pikel, thus the Honorable Company would at the highest estimate, if one takes the pepper by gantangs and not by weight as is the case now, have it for 3 1/8 Spanish mats, let alone 4 as your Right Honorable Sirs are pleased to cite, since 15 gantangs, when made into a pikel, amount to only 2 1/3 mats, calculated without the prince's subsidy. The prince has already told me long ago that the pepper must after all be delivered to the Honorable Company, for what else shall they do with it! Regarding this I have also already had a slight disagreement with van der Worm, as appears from my previous note to your Right Honorable Sirs, as well as from the one to van der Worm himself: the prince wanted to withhold the per cent from the deliverer, for the reason that the deliverer was never to enjoy the full 5 mats, just as he has never enjoyed them; but van der Worm was against this and requested better, saying that this would discourage the deliverer; although I countered that this could do no harm for the future. — The pepper delivered is indeed unsifted, but cleaned in such a manner that it does not even lose 10 per cent according to what Mr. van der Worm says, and is as good as sifted: I must also mention that the delay is the reason that Taboeniauw cannot be occupied before the bad monsoon, which will not make a good impression, and taking over the lease has also been postponed, about which the prince has already pestered me frequently. Regarding a farmer or primary supervisor to assist in collecting the funds, with the addition of a couple of Chinese or other people, I have my eye on van der Straaten, who is however not capable of great matters. The native soldiers to be recruited would come in very handy, even if it were for now only half a company. I cannot refrain, with your kind indulgence, from briefly considering His High Nobility's difficulty and his highly honored letter to your Right Honorable Sirs of 14 June, and although I already cited something of it in my previous writing, I will merely add that the prince is no more hated by his subjects than all other princes who rule according to their own inclination and not according to the propriety of the people or the commoners, who themselves do not know their own best interests, and I compare them, when they act thus, to an unruly wild animal that runs amok, in which neither reason nor fairness is to be found: but one could object that the commoners or the grandees have hitherto always had a share in the government and are now all at once deprived of it; no difficulty, the good expectations that everyone predicts or hopes for themselves from this change, their pettiness and timidity of spirit, and all these concurrent matters make me hope to have not the slightest trouble, and if any grandees should wish to raise any objections, I will try to satisfy them without resorting to acts of violence or harsh measures unnecessarily. The entire Banjarese world at least already knows at present that the prince is in negotiations with the Honorable Company, and people are very friendly toward me and also toward my men; many grandees visit me, and it seems to me that when our plan is arranged after that of Java, the prince may well also enjoy that privilege of commanding just like the princes on Java, and indeed through our help and assistance, which places an obligation upon the princely house, upon which the prince seems to have set his sights. The prince's postponements of the negotiation
Dutch transcription
pag:a 485. Samarang den 13„e October 1786- Samarang den 13„e October Ao 1786 — maanden geld voor uit geeft, dog nooijt minder als 10. en wel 11. âp 12. voorbaare betaaling op 't oogen„ „blik te ontvangen. De 32. â 36. gantangs maeken een pikel, dus de Edele Comp„e hem zoude op 't Hoogst geree„ „kent, wanneer men den peeper bij gantangs, en niet bij ge„ „wigt, zoo als nu plaats vind, voor 3. /8. sp:s matten hebben, laat staan 4. gelijk uw Ed: gestr: Agtb: gelieven aan te haalen, daar 15. Gantangs, wanneer men die tot een pikel maakt, maar 2: 1/3 matt: uitmaeken, te reeken zonder des vorstens subsi„ „dio. De vorst heeft mij reeds voorlang gezegt de peeper moet dog aan de EComp„e geleeverd worden; want wat zullen zij 'er anders meede doen! Hier over hebbe ook reeds een klein verschil met van der worm gehad, gelijk blijkt uijt mijne voorige briefje aan uwEd: gestr: agtb:, als ook uijt die aan van der worm zelvs: de vorst wilde van de aan„ „brenger de p=r C:o afhonden, om reeden, dat den brenger nooit de wolle 5. matten moest genieten, gelijk hij nooijt genooten; dog van der worm was daar teegen en verzogt van beeter, dat dit den aanbrenger vertraegen zoude; Hoewel ik in„ „bragt, dat dit geen kwaad konde doen voor 't aanstaande. — Den aanbrenger der peeper is wel ongeharpt, dog zoo schoon gemaakt, dat hij nog geen 10. p=r C:o verliest vol„ „gens zeggen van den Heer van der worm, en zoo goed als geharpt: nog moet ik aanhaalen, dat de vertroe„ „ging oorzaak is, dat Taboeniauw voor de kwaade mousson niet kan bezet worden, 't welk geen goed aan„ zien geeven zal, ook de pacht ove te neemen uitgesteld, waarom de vorst mij reeds dikwils geplaagd heeft. om„ „trent als pagter off eerste opzienden om de penningen meede in te vorderen, met bijvoeging van een paar Chineesen, of andere menschen, hebbe het oog op van der straaten, die dog tot geene groote zaaken bekwaam is. De aan te wervende Jnlandsche militairen zouden zeer wel te pas koomen, al was het voor eerst maar een halve Compagnie. Ik kan niet om heen onder gunstig welduiden, zijn Hoog. Edelheids zwaarigheid en desselvs Hoog geberde schrijvens Aan uwelEd gestr: agtb: van den 14:' Junij in 't kort te beschouwen, en hoe wel ik reeds in mijn voorige schrijven iets daar van aangehaald, zal ik nog maar bijvoegen„ dat de vorst niet meer gehaat van zijn onderdoenen als alle andere vorsten, die na hunne zin regeeren, en niet na de Einlijkheid des volks of 't gemeen, 't welk zelvs hun best niet weet, en vergelijk het, wanneer het zoo han„ „delt bij een onbandig wild dien, dat aan het hollen raakt, bij welk nog reeden, nog billijkheid plaets vind: dog men zoude kunnen teegen werpen dat het gemeen of de grooten tot hier toe altoos deel in de regeering gehad, en nu met eenen daarvan verstooken worden, geen swaarig„ „heid de goede verwagting, die zig een ieder uit deese ver„ „andering voorspeld of hoopt, hunne kleinheid en be„ „vreestheid van ziel en alle deese te zaamen loopende zae„ „ken, doen mij hoopen van geen de minste moeijte te zul„ „len hebben, en wanneer 'er eenige grooten al mogten iets willen inbrengen, zal deese tragten te vreede te stellen, zouden tot daadlijkheeden of scherpe middelen over te gaan, buijten noodsaakelijkheid: De geheele Banjerse wareld wiet ten minsten, reeds teegenwoordig, dat de vorst met de EComp„e in onderhandeling is, en men is teegens mij en ook teegens mijn volk zeer vriendelijk; veele grooten bezoeken mij, en mij duntit wanneer onse plan na dat van Iava gerigt, den worst ook wel dat voorregt mag genieten van te Commandeeren gelijk de vorsten op Iava, en wel door onse hulp en bijstand, 't welk gen verpligting op 't vorstelijke huijs legt, waarop de vorst het oog scheint te hebben. Des vorstens oitstellen van 't te onderh:
English
page 487. Samarang the 13th October A:o 1786. Samarang the 13th October Ao 1786— to make known the plan at hand to his subjects, is not so much to be blamed on his timidity regarding them, but rather that the Honorable Company delays the answer for so long, and he fears the accession, whereby he would still be lost, and that right after the announcement and non-effective alliance. Regarding my grand representation and martial way of thinking, that is indeed true, that I did so at Basson, when the Buginese were still before me, and I was in the greatest danger of succumbing or mastering the game, and V: V: wrote as a warrior and made a greater representation than I could make good on, while everything depended on a single hour whether we would lose all; but since then, I have been careful not to fall into the inconveniences of Pontianak, as his High Nobility was pleased to cite correctly in a former letter, and which I have remembered well. I can determine nothing for certain, yet many good probabilities present themselves, which I have partly already communicated, and shall further dissect whenever an opportunity simply presents itself. All these points such as the management of the pepper trade, indemnification of expenses, and the ruler's lack of money, I have already taken the liberty to cite at length; I am also assured and convinced that the Honorable Company is presently not in a position to incur unnecessary expenses; but this entire plan also requires very little in comparison with Riau, and others, of which I have been an eyewitness and attended. In order not to fall into writing two separate letters, since it is but one matter after all, I shall take the liberty to proceed to answering your Right Honorable Highly Esteemed Separate Letter, and first cite that it is my opinion to keep no more than one large vessel here, which is needed both for defense and to transport incoming pepper, for the river is very infested with shipworms; although the ruler proposed to me to have a dock or cove made, to let the large as well as the small vessels, which one wished to preserve or repair, run into it at high water; which I provisionally approved. Thus caution dictates departing with the envoy without Daal or anyone of ours, with the month [illegible], and the Constantia, if no lawful hindrance comes between them, at the end of this monsoon. Concerning the difficulties that present themselves at paragraph 14, these fall away and have changed over time, as I have already communicated, and everything can be carried out according to your Right Honorable Highly Esteemed intention. As regards the products of the country, these are or could be in abundance, and many levies could be collected provided good order took place, and thereby the revenues could be increased, which your Right Honorable has in view at paragraph 15; my presence is too short to have a thorough knowledge of everything, yet daily something turns up; just recently I perceived that the diamonds are well worth the trouble to consider in order to gain something from them, for very many people are digging and must also find many diamonds, since I have seen many raw stones, and they are still active in many places that I do not even know about, nor have knowledge of. At paragraph 16, it appears that your Right Honorable is pleased to mention the first person among the Honorable Company's servants; it seems to me necessary that this person at first # well
Dutch transcription
pag„a 487. Samarang den 13„e October A:o 1786. Samarang den 13„e October Ao 1786— onderhanden zijnde plan bekent te maaken aan zijne onderdaanen, is zoo veel niet te wijten aan zijne vreesagtigheid, voor dezelve, als wel dat de E Comp„e zoo lang het antwoord uitsteld, en vreest de toetreeding, waar door hij nog verlooren zoude gaan, en wel vooraff na de bekendmaeking en niet werkstel„ „lige verbintenis. Omtrent mijne groote opgave en krijgs„ „mans denkingswijze, dat is wel waar, dat ik op Bas„ „son gedaan heb, wanneer de Bougineesen nog voor mi stonden, en ik in 't grootste gevaar van te reussee„ „ken, of 't spel meester te worden, en V: V: worm schreeff„ als een krijgsman en meer opgaaff, als ik konde goed= maaken, terwijl 't afhong van een enkeld uurtje, ons alles te verliesen; dog nadien, heb ik mij wel in agt genoomen, van niet te vallen, in de Inconvenientien van pontiana „ gelijk zijn Hoog Edelheid in eenen vroe„ „geren te regt gelieven aan te haalen, en ik wel ont: „houden heb. Ik kan niets voor zeeker bepaalen, dog veele goede waarschijnlijk heeden, doen zig op, welke gedeeltelijk reeds bedeelt, en nog ontleedigen zal, wanneer zig maar geleegendheid presenteert. Alle deese poincten als directie van peeper handel schaedeloos stelling van onkosten; en d' geldloosheid van den vorst, hebbe reeds de vriheid gebruijkt in 't breede aan te haalen; ook ben ik verseekert, en overtuigd, dat de EComp: niet in staat zig teegenwoordig in onnoodige onkosten te steeken; maar dit geheel plan, verEijscht ook maar zeer weinig teegens vergelijk van Riouw, en andere, waar van ik ooggetuige geweest, en bij gewoont heb. Om in geen twee leedig schrijvens te vervallen, terwijl: 't dog maar een zaak is, zal ik de vrijheid, gebruij= „ken, tot het beantwoorden te treeden van uw E: gestr: agtb: hoog geEerde Aparte Brieff, en voor eerst aanhae„ „ben, dat mijn gevoelen niet meer als een groot vaar„ „thing alhier aan te houden, en benoodigt, zoo wel tot dekking als aankoomende peeper te vervoeren, want 't rivier zeer met wormen besmet is; hoe wel de vorst mij geproponeert een dogg of inham te laeten maaken, om de groote zoo wel als de kleine, die men bewaaren wilde, off vertimmeren, daarin te laaten loopen, met hoog waaten; 't welk ik bij provisie goed keurde, Dus gaat de voorsigtigheid met den sendeling zonder Daal off iemand van ons vertrekken, met de maand trijt, en de Constan„ „tia, wanneer 'er geen wettelijke verhindernes tusschen beiden Boomen, met het laast van deese mousson. Belangende de swaarigheeden, die zig bij § 14. op doen val„ „len weg en zijn door den tijd veranderd, gelijk ik reeds bedeelt heb, en kan aller ter uitvoer gebragt worden, vol„ „gens uwel Ed: gestr: Agtb: Hoog geEerde Intentie. wat aangaat de producten van 't land, deeze zijn off zouden kunnen zijn in overvloed, en veele afgaeven veelen„ mits eene goede order plaets vond, en daar door zouden de inkoomen kunnen vermeerdert worden, waarop uw Ed„e gestr: Agtb: het oog hebben, bij S. 15, mijn aanweeren is te kort een grondige kennis van 't een en ander te hebben, dog dae„ „gelijks doed zig wat op, nog laast ontwaar ik dat de Diamanten wel de moeijte waardig daar aan te denker„ om 'er iets op te winnen, want 'er zeer veele menschen aan 't graeven zijn, en ook veele diamanten moeten vinden, door dien ik veele vrage steenen gezien heb, en zijn nog op veele plaetsen beezig, waar ik niet eens van weet, nog kennis heb. Bij § 16. komt voor, dat w Ed„le gestr. agtb: gelieven aan te haalen van de eerste perzoon der E Comp„ dienae„ „ren, dunkt mij noodsaekelijk dat deese voor eerst # wel:
English
page 189. Samarang the 13th October Anno 1786. Samarang the 13th October 1786 either at Boemiekantjana or at the court with the prince he must remain, in order to advise everything, and to help bring things in order, for otherwise the prince will do everything wrongly, and only be embarrassed, also for the service of the Company to better arrange one thing or another where help is required, because the Banjarese are very slow in executing the orders, even if they come from the prince. He can and must also go back and forth from time to time, to keep an eye on both the Company's servants and the Banjarese. Also, I would not be of the opinion to place a fort or benting for the Company's servants at this main place, for the reason that this would only be a burdensome post, but indeed some necessary servants or military personnel. All the points that occur from § 17 to § 28 can be fulfilled to Your Right Honorable's satisfaction and intention. However, § 29 occurs regarding the Chinese junks: as for their trade, it is unknown to me, but I know from Mr. van der Worm that they take pepper against their will, and indeed give presents to be freed from that. The Banjarese are very fond of silk fabrics for their use, as well as raw silk, which they process; the Honorable Company could raise and increase the lease, and at the same time keep a good eye on their conduct; all these are the reasons that the prince strongly insists on that matter, and the common people would probably also request it. The Chinese will also be of great use to the Honorable Company in the future, for they wish for nothing else than that the Honorable Company might only have the authority, in order to be freed from all injustices and treatment by every scabby Banjarese. The junks, I learn, yield heavy leases, and the imported goods are not contraband, as I learn from van der Worm. They take bird's nests, binding rattans, deer, boenuwen, tripang, and whatever more might be brought from other places. However, if in time it should tend to a real disadvantage, then it was better, it seems to me, that it were stopped now rather than after they had already sailed for some years during the Company's presence, or one would finally have to set the lease so high for them that they stayed away of their own accord. § 30. The prince's request to be excused from the payment of the weapon goods and further that of the expedition expenses, is not to be taken in the strictest sense, but leave this to Your High Nobilities' favorable consideration; whether it might not be possible to give the weapon goods for a lower price, and some arrangement could be made with the expedition expenses. I have already discussed this further with the prince, and Your Right Honorable can always choose a middle course in this, and that which remains to be paid to the prince be placed on his account, against which the prince will also bring no objection. § 31, 32, 33, 34, and 35. I will only say that I find no further difficulty in them, and everything can be put into effect according to Your Right Honorable's highly respected intention, and should any differences be found, one will seek to remedy these as best as possible. § 36. I was of the understanding that the Honorable Company was indeed obliged to help the prince against a foreign enemy, but not against a prince according to the old treaty; although this assistance exceeded the stipulated course, it was indeed my intention to enlarge this, but on the other hand make no mention of a foreign enemy, but indeed of Pangeran Amir, in order thereby to the princely
Dutch transcription
pag:o 189. Samarang den 13„e October A„o 1786. — Samarang den 13„e October 1786— wel op Boemiekantjana off aan 't stoff bij den vorst diend te blijven, om alles te raaden, en te hel„ „pen in order brengen, want den vorst anders alles verkeert zal doen, en maar verleegen weezen, ook tot dienst van de Comp„e het een off ander te beeter te bezorgen waar hulp benoodigd. want de hangereesen zeer traag in 't volvoeren den ordres, al komen, die ook van den vorst. ook kan en moet hij van tijd tot tijd op en weer gaan, om 't oog te houden, zoo wel op 't Comp„s dienaeren als de Banjareeren. Ook zoude ik niet van gevoelen weezen, op deese Hoofd=plaets een fort of ben„ „ting voor 'sComp„s dienaeren te zetten, om reeden, dat dit maar een Last post zoude weezen, maar wel eenige noodsaekelijke dienaeren, off militairen. Alle voorkoomende poincten van § 17. tot § 28. kunnen na UEd: gestr agtb: genoegen en intentie voldaan worden. Dog 5: 929. komt voor weegens de Chineesen Ionken: wat aangaat hun handel is mij onbekent, dog weet ik van den Heer van der Worm, dat ze teegens hunne zin pee„ „per neemen, en wel presente neemen, en wel presente geeven van daar van bevrijd te weezen. — De Banjereesen houden veel van zeijden stoffen voor hun gebruijk„ zoo ook ruwer zeijde, dieze verwerken, de E. Comp„n zoude de pagt kunnen verhoogen en vermeerderen, en teffens een goed oog houden, op hun gedrag, dit alles zijn de reeden dat der vorst daar omtrent sterk aanhoud, en het gemeen zoude ook wel daarom verzoeken. ook zullen de Chineeren in 't vervolg van groot nut weezen voor de EComp„e want deese niets anders wenschen, als dat de EComp: maar 't gezag mogt hebben, om bevreid van alle onbillijkheeden, en behandeling voor ieder schurvige Banjarees. De Janken verneem ik brengen zwaare pagten op, en de aan„ „brengende waaren zijn geene Contrabande, gelijk ik van van der worm verneem. zij neemen vogelnesten, bindrottings, hartebeesten - Boenuwen, Tripangs, en wat voert dies meer van andere plaetsen mogt aangebragt worden. Dog wanneer 't tot wreezentlijk nadeel met er tijd mogt strecken, zoo was 't beeter, dunkt mij, dat het nu gestuijt wierd als nadien wanneer ze bij sComp„s aanweesen reeds eenige Iaar gevaaren hadden, of men moest hun het laest de pagt zoo hoog stellen, dat de van zelvs weg blieven. § 30. Des vorsten verzoek om geExcuseert te moogen wor„ „den van de betaaling der waepen goederen en verders die der Expeditie ongelden, is niet in den striksten zin te nee„ „men„ maar laat dit aan hunne Hoog Edelheeden gunsti„ „ge Consideratie ove; off 't niet morgelijk de waepen goe„ „deren voor een mindere prijs, en met de Expeditie ongel„ „der eenige schikking konde gemaakt worden. Ik heb reeds den vorst daar over nader onderhouden, en kunnen UEd: gestr: agtb: daarin altoos een middelweg kiesen, en 't geene aan de vorst blijft te betaalen, op zijn reekening gesteld worden, waar teegens den vorst ook niets inbren„ „gen zal. § 31. 32. 88. 34. en 35. zal ik alleen zeggen, daar in geen ver„ „dere zwaarigheid vinden, en kan alles na uEd: gestr: agtb: hoog geberde Intentie werkstellig gemaakt worden, en vinden zig al eenige verschillen, deese zal men zoeken best te verhelpen. § 36. sk was van begrip dat de E Comp:e wel verpligt was den vorst te helpen, teegens een uitlandse vijand, dog niet teegens een prins volgens oude tractaat, hoe wel deesen bijstant booven den bepaalden loop, zoo was mijn meening wel deesen te vergrooten, maar daar en teegen geen gewag maaken van een buijten landsche vijand maar wel van pangerang Amir, om daar door het vorstel„
English
Samarang the 13th of October 1736. Samarang the 13th of October 1786 — page 491. to oblige the princely house more and more; for this was a settled matter that it would be lost, had we not come. Regarding not giving the title of soesoehoenang to the prince, I am fully convinced by Your Right Honorable's wiser judgment. Concerning the Dayaks, it has also taken enough time and necessitated sending Ensign Smith further up the Doersoen River, because the matters with Gustij Koessien are not settled. One makes no difficulty about this here, because about 15 days ago many people of the prince, many kiaijs and Pangerang Issa went there to settle the matter. I expect further news from Ensign Smith shortly and shall communicate it. But I hope that this will not give any cause for further delay; for if I could conveniently leave my post here, I would have already departed thither, and inspected the matter in person, for nothing is more troublesome and vexing than dragging unrest. Regarding the various matters appearing in Your Right Honorable's highly respected letters, and recommended and instructed to me, I shall comply with everything with the greatest attention, and find much relief in matters of importance. The prince had intended to order the planting of coffee, cotton or capas, but I have persuaded His Highness and brought him to another idea; he will send a sample of the coffee to Your Right Honorable. The prince has had pitis cast or made of tin or lead, 10 to a duit, or five for one Chinese pitje, because there is a lack of small change. If it could be done conveniently, on a closer occasion, when money might be sent for Banjer, I would take the liberty to request to send some Batavian rupees, and especially duits and Chinese pitjes, if these latter might agree with the Company's advantage; or else other money that Your Right Honorable might see fit to send over, to try if one could make it current; but ducats I do not believe one will be able to dispose of. New schellings fetch 8 to a mat or 64 stuivers, and dubbeltjes, 24 to a mat, at the same time are very agreeable, and indeed imperial dollars fetch 64 stuivers here as well. However Your Right Honorable may please to arrange this regarding the money, I request further orders then; the prince has in earlier days requested to be placed on an equal footing with Java regarding this article of money. I have also advised the prince during the last conversation against trading or dealing himself, for the reason that many improprieties are committed thereby, and in the name of the prince barely half the value is paid by his servants, whereby trade is checked rather than encouraged. All this I have told him so clearly, and he approved of it. I added to this that when the Honorable Company is settled, and everything is concluded, he would not have need of this, and it also was not fitting for a prince, and this must also be provided for. Concerning the opium, it has further occurred to me that a kiaij, who will depart with the embassy to Batavia, asked me whether he might buy opium in Batavia. I first answered him no; but on second thought, I made known to him with hesitation that the Honorable Company does sell opium, but could not say for sure whether that to foreign nations.
Dutch transcription
Samarang den 13„e October 1736. Samarang den 13„e October 1786 — pag 491. vorstelijke huijs meer en meer te verpligten; want dit was een oitgemaakte zaak dat 't verlooren, wan„ „neer wij niet gekoomen. om den titul als soesoehoenang niet aan den vorst te geeven, ben ik door UEd. gestr: agtb: wijzer oordeel ten vollen overtuigd. Omtrent de Dajakkers heeft het ook tijds genoeg en ge„ noodsaakt den vaendrig smith verder na boven te zen„ „den op 't Rivier Doersoen, om reeden dat de zaaken met gustij koessien „ niet afgedaan. Aen maakt hier over geen swaarigheid, om dat 'er voor en 15: dagen veel volk van den vorst, veele kiaijs en pangerang Issa na toe zijn om de zaak af te maaken, ik verwagt in korten nadere tijding van vaendrig smith en zal die bedeelen. dog ik hoop niet dat dit eenig aanstoot zal geeven tot verdere vertroeging; want konde ik met schik hier mijn post verlaaten, was ik reeds derwaerds vertrokken, en de zaak zelvs in oogenschei genoomen, want niets is tastigen en verdrietiger als sleepende onrustigheeden. aangaande het een en ander in uwEd gestr: agtb: hoog geEerde schrijvens voorkoomende, en mij aanbe„ „voolen, en onderrigt, zal ik alles met de grootste at„ „tentie nakoomen, en vinde veel verligting in zaaken van belang. De vorst hadde voorgenoomen te belasten, Coffij: Cattoen off: Capas te laaten planten, dog ik heb zijn Hoogheid overgehaald, en in een ander denkbeeld gebragt, hij zal eene proeven van den koffij aan uw Ed: gestr: agtb: zenden. —. De vorst heeft pietjes laaten gieten, off maaken van tin of lood, 10. op een duijt, of veijff voor een Chineesen pitje, om dat 'er gebrek aan klein geld is. Indien het met schik geschieden konde, bij naeder geleegendheid, wanneer er Ik heb den vorst bij de laeste te zaamen spraak ook af„ „geraaden, van zelve te negotieeren, of te handelen, om reeden: dat daar door veele onbehoorlijkheeden gepleegd worden, en op den naam van den vorst nauwelijks de helft der waarde betaalt word, door zijn dienaeren, waar door den Handel meer gestuijt; als aangekweekt word. Dit alles heb ik hem zoo duijdelijk gezegt, en hij keurde dit voor goed. Ik voegde daar bij, dat wanneer de EdelComp: ge„ „zeeten, en alles zijn beslag genoomen, Hij dit niet zoude van nooden hebben, en ook niet paste voor een vorst, en hier in diend men ook in te voorzien. Weegens de Amphioen, is mij nog te vooren gekoomen, dat mij een kieij, dewelke met het gezandschap na Batavia zal vertrekken, vraagde, of hij wel op Batavia Amphioen mogte koopen, ik antwoorde hem eerst van neen; dog naader mij bedenkende, gaff ik hem twijffelen„ „de te kennen, dat de EComp:e wel Amphioen verkoopt, dog niet voor vast zoude kunnen zeggen, of die aan vreemde geld mogt voor Banjer gezonden worden, zoude de vrijheid gebruijken, te verzoeken, wat Bataviase Ropiasden, en wel voornaementlijk duijten, en Chineesen pitjes, indien deese laeste met 'sComp„s voordeel mogten over een koomen, te zenden; dan wel ander geld, t welk uw Ed groot agtb: mogten goedvinden, over te zenden, om te probeeren, off men 't gangbaar konde maaken; dog ducaten gelooff ik niet, dat men zal kunnen van de hand zetten. Nieuwe schellingen doen 8. een mat off 64 stuijvers, en dubbeltjes, de 24. een mat, teffens zijn te zeer aangenaam, en wel keijserdaeldels doen alhier ook 64. st„s. Hoe wEd: groot Agtb: dit weegens het geld best gelieven in te rigten, versoek als dan nader order; de vorst heeft in vroeger dae„ „gen versogt, omtrent dit artikul met Java gelijk te geld. - natien. stellen.
English
Samarang the 13th of October 1786— Samarang the 13th of October 1786— page 493. nations was given, but indeed to the Company's subjects. He told me that the prince took a lease of 2 matten on every cattij; thus a catje came to cost 8 to 10 matten; if there might be anything to gain on the opium, for the Company or for the society; I would take the liberty to request a consignment; the Banjarese consume a lot, the kieijs assures me, over 100 chests a year; but to what extent this is the truth, I leave for further inquiry, as I cannot judge this from here. One of the rich pangerangs named Mahometh was gravely ill a short time ago, during which he made a promise that if he were to recover, he would make the pilgrimage to Mecca, which he is now doing with the missionary departing for Batavia, in order to travel from there with a Company ship to the Malabar or Surat, for which he requested of me a letter of recommendation from Your Right Honourable and Worshipful Sir and His High Honour. It also occurs to me, should Your High Honour accept the plan and be pleased to give permission to place a garrison on Taboemau and old Banjer, that some tools will certainly be needed, especially shovels, spades, paculs, parangs and some native carpentry tools, for all of which I take the liberty to request in advance. Although I later perceive that at Pates there are tools, for a blacksmith as well as a bricklayer, yet many are unusable; I would take the liberty to request for this and that which might be lacking, and necessarily come in handy for the repair of the firearms, as well as a couple of bricklayer boys, with their tools; The European carpenter recently drowned in the river at Banjer, and that on account of his drunkenness, so there are still 2 Company carpenter boys at hand, who for now, if no more work should arise, can well manage with that. I still forgot to mention that the prince, during one of the latest conversations about the pepper, indeed brought up that if the Honourable Company desired to purchase and trade the pepper in the abovementioned manner and with profit, there ought then to be no shortage of money, as was indeed the case in earlier years during Walbeek his time. And while I presume there might occasionally be a shortage of coin species, I take the liberty to propose, under favourable interpretation, whether some merchandise or bartering could not take place in their stead with profit, be it against pepper or other products that the Honourable Company might desire, and that being primarily the opium, Coast textiles, Surat cloths, white, blue, red and checkered, fine and coarse, of which sort the Company might be provided in the packhouses, or other merchandise that are unknown to me. When I was with the prince for half an hour on Sunday evening the 26th of August last, concerning a note that had been sent to me by Kieij Wiera Nagara stating that Pangerang Isa behaved very badly toward the common people, the conversation turned among other things also upon Taboeniauw, which I mentioned ought to be garrisoned by the Company at the earliest opportunity, upon which the prince said that it had been advised to him by a mantrie, whom he also named to me, not to cede Taboeniauw to the Company, for the reason that one might occasionally expect trouble from it. The prince had answered to this: that there was no objection to this, that he surrendered himself and all negorijen to the Company, and therefore wished to place no mistrust in this matter either; so necessary it appears to me to garrison Taboeniauw, be it yet this year or the coming year; for in the west monsoon, it is not well possible when through.
Dutch transcription
Samarang den 13„e October 1786— Samarang den 13„e October 1786— pag„t 493. natien wierd gegeeven, maar wel aan 'sComp:s onder„ „doenen. Hij zegte mij, dat de vorst op ieder kattij 2. matten pagt nam; dus een katje op 8. â 10. matte te staan kwam; 's wanneer op den amfioen mogt wat te winnen zijn, voor de Comp. off voor de sociteit; zoude ik de vrij= „heid gebruijken, een parthij te verzoeken; de Banja: „reeren gebruijken veel, de kieijs verseekert mij, booven de 100. kisten in 't Jaar; dog in hoe ver dit de waarheid is, laat ik tot nader, terwijl ik hier van niet kan oordeelen. - Eenen van de reijke pangerangs genaamt Mahometh was voor een korte tijd swaar ziek, en in welke hij belofte deed, dat wanneer hij weer mogt opkoomen, de Beede vaart na Meica zoude doen, 't welk hij nu met den zendeling doed na Batavia te vertrekken, om van daar met een 'sComp„s schip na de Mallabaar off souratter te gaan, om welk hij mij Verzogt een voorschrijven van WEd: gestr: agtb: en zij Hoog Edelheid. Nog komt mij te vooren, wanneer A. H. E. het plan mogten accepteeren, en toestemming gelieven te geeven van bezetting op Taboemau en oud Banjer te leggen; zal men wel eenig gereedschap benoodigd hebben, als voornamentlijk wijlen„ schoppen, opatjols, parangs en wat inlands Timmergereed: „schap, om welk alles ik de vrijheid gebruijk, bij voorraad te versoeken. Hoewel ik naader ontwaart, dat op Pates gereedschappen, zoo wel voor een smit als metselaer, zoo 'er dog veel onbekwaam; zoude de vrijheid gebruijken te versoeken om het een en 't ander wat mogt te misden zijn, en noot„ zaekelijk tot reparatie der geweeren te pas koomen, gelijk ook een paar metselaers Jongens, met dies gereedschappen; Den Europeese Timmerman is voor korte tijd op hanjer verzoopen in 't Rivier, en wel door zijn dronkenschap, dus nog 2. Timmermans sComp:s Iongens aan handen, die het voor eerst, wanneer 'er geen meer werk mogt koomen, wel daar meede te stellen. Nog hebbe vergeeten, aantehaalen, dat den vorst bij eene van de laaste te zaamen spraak over den peeper wel bij bragt, dat wanneer de El: Comp:e den peeper op de booven gemelde wijze, en met voordeel begeerte in te koopen, en te handelen, als dan geen gebrek aan geld diende te weesen, gelijk wel in vroeger Iaaren bij walbeek zijn tijd. En terwijl ik ver„ „onderstel, al te mets gebrek aan geld specien mogt weesen, zoo gebruijke de vrijheid onder gunstig welduijden voor te slaagen, of 'er niet in dier plaats zoude kunnen eenige koop„ „manschap, of duijling geschieden met voordeel, het bij teegen speeper of andere producten, die de EComp„e mogt begeeren, en dat welk voornaementlijk wel de Amfioen, kust sij= „waaten, souratothe, witte, blouwe, roode en boute, fein en groff, van welk zoort de Comp„e mogt voorzien zijn, in de paphuijsen, dan wel ander koopmanschappen, die mij on„ „bekent zijn. Wanneer ik zondag avond den 26„e Aug„o Js. voor een halff. uuurtje, bij den vorst was, weegens een briefje, dat mij van kieij wiera nagara toegezonden was, dat zig pangerang Isa zeer slegt gedroeg, omtrent het gemeen, zoo viel het gespaek onder anderen ook op Taboeniauw, 't welk ik aanhaalde, ten eersten diende van de Comp.:e beset te worden, waar op den vorst zegt, hem door een mantrie, welke hij mij ook noemde geraaden, Taboeniauw niet aan de Comp„e aftestaan, om reeden, dat men daar door altemets ongemak te verwagten had. Den vorst had daarop geantwoord: dit geen swaarigheid te hebben, dat hij zig zelvs en alle Negorijen aan de Comp: overgaf, en derhalven in dit stuk ook geen mis= „trouwen wilde stellen; zoo noodzaekelijk het mij toescheint het zij nog dit, off 't aanstaande Iaar, Taboeniauw de be„ zetten; want in de west-mousjo, is het niet wel moogelijk wanneer door./
English
page 495. Samarang the 13th October 1786 Samarang the 13th October 1786 due to the heavy reverses and other inconveniences, a man like Riemer seems so necessary to me! May Your Honor please forgive me, for the longer I fix my thoughts on him and the impending circumstances, the more convinced of it I become. The Company can use him for everything, and he possesses many talents, and so to speak a general knowledge of interrelated matters, added to which are his virtues, which are rare. Herewith I take the liberty to present a list of medications, with the request to have it favorably supplied, if it is reasonable. I cannot see that the Banjarese realm is in such a bad state as not to accept the offer of the ruler to the Company, because there is as yet no shortage of provisions nor products of one kind or another; diamonds are sought and found there, and likewise gold; rattans they have merely for the cutting, and as far as the pepper is concerned, it will certainly in the first two, three or 4 years not turn out according to desire; but thereafter it seems to me that compensation may also be hoped for. The lease and especially when the Chinese junks may come here with their permitted goods, and exchange these for rattans, birds' nests, gold, trepang, and suchlike, all of which cannot tend to the disadvantage of the Company, and all this will increase when the vessels from the east bring their wares here, and exchange these again for native and Chinese goods; but these are all merely probabilities, and I would not presume to determine anything with certainty. Extract from another letter, from and to the very same, as just mentioned, dated Tatas at Banjer the 5th September 1786. In the letter to the High Government, there is nothing And since it also appears very speculative to me that the ruler still acts with the utmost secrecy, and as it were fears unrest upon it becoming public, I have also not been able to omit communicating this observation of mine to Your High Excellencies under § 14, in order to take the necessary measures accordingly, for the prevention of all unexpected occurrences which could arise from the public and solemn transfer of Banjarmassing to the Company. Regarding the revenues, I have not been able to give Your High Excellencies under § 15 any other elucidation than Your Honor's letter dictates; but if the ruler, with all his extortions, has had no more than 30,000 spx in income, one would have to deduce from that that Banjer's revenues are of no great importance; though attributing that, with Your Honor's kind permission, to wrong management and neglected administration, I nevertheless judge that the Company would not be able to yield to the ruler 10,000 spx annually for maintenance, over and above that which he enjoys from the respective leases, and in particular from the pepper cultivation, as well as the gathered binding rattans, and that he therefore ought to be satisfied with the latter, without any equivalent in money, the more so as this will at the same time encourage him to cooperate towards the improved prosperity. Under § 16 of my letter to Your High Excellencies, I made known how the ruler arbitrarily deferred to the Company, 18 Extract of a letter, written by the just mentioned Lord Governor and Director, to Captain Hoffman, dated Samarang the 28th July 1786. particular, other than that the ruler refers to what went before through me, shows his good intentions and goodwill, and that the Banjarese realm and that of the Honorable Company are one and the same. particulars
Dutch transcription
pag„ao 495. Samarang den 13„e October Ao 1786— Samarang den 13„e October 1786 — door den swaaren teegens, en andere ongemakken, zoo noods „zoekelijk scheint mij zulk een man als Riemer! wEd. gestr: agtb: gelieven mij te vergeeven, want hoe langen ik myne gedagten op hem en de aanstaande omstandigheeden vestige, hoe meer ik 'er van overtuigd word. D' Comp: kan hem tot alles gebruijken, en hij bezit veele begaafdheeden, en zoo te zeggen eene algemeene kennis van te Baamenhangende zaaken, daar bij gevoegd zijne deugden die zeldzaam zijn. Hier neevens gebruijke de vrijheid een Lijst van Medica= „menten de proesenteeren, met verzoek dezelve gunstig te laaten voldoen, in dien zij billijk is. Ik kan niet zien, dat het Banjereese rijk in zoo eene slegten staat van de aan presentatie van den vorst aan de Comp„e niet te aanvaarden, want 'er nog geen gebrek aan Leevens middelen nog producten van 't een of ander zijn, Diaman„ „ten, worden er gesogt en gevonden, en insgelijke goud, Rottings hebben zo maar voor 't kappen, en wat den peeper aanbelangt, deeren zal zeekerlijk in de eerste twee, drie of 4. Jaaren, niet na begeerte beantwoorden; dog nadier dunkt mij, dat ook te hoopen op vergoeding. de pagt en vooraff, wanneer de Chineesen Jonken mogen hier koomen met haare gepermitteer„ „de goederen, en deese te verruijlen teegens Rottings, voo„ „gelnesten, goud, Tripangs, en wat dies meer, en welk alle niet tot nadeel van de Comp„e kan strekken, en dit alles zal verwinderen, wanneer de vaarthuige van de oost hunne waaren alhier aanbrengen, en deese weer teegens de Inlandsen en Chineesen goederen verruijlen; dog dit zijn alle maar waarschijnlijkheeden, en zoude mij niet verstou= „ten iets vast te stellen.. Extract uit een ander Brieff, van en aan Hoogst denselve, als eeven gemeld ged=t Patas op Banjer den 5:en 7ber 1786 — In den brieff aan de Hooge Regeering, staat niets En dewijl het mij ook seer speculatieff voorkomt, dat den vorst nog al met de ditterste geheimhouding te werk gaat, en als het waare, voor onlusten vreest, bij openbaar wording, soo hebbe ik al meede niet kunnen voor bij gaan, deese mijne aanmerking H. H. E. onder § 14 meede te deelen, ten einde daar na de noo„ „dige maatregulen te neemen, tot voorsiening van alle onverwagte voorvallen, dewelke dut de publicque en solemneele overdragt van Banjermassing, aan de Comp„e, soude kunnen voortoboeijen. Omtrent de Inkomsten, hebbe ik N. H E. onder. §15. geen andere H„ „lucidatie kunnen geeven, dan wEd: brieff dicteert; dog wanneer de vorst met alle zijne kneevelarijen niet meerder dan 30'000 sx: heeft in te koomen gehad, soo soude men daar uijt moeten afleiden, dat Banjers revenuen van geen groot belang zijn; dan dat met u Ed:e wel willende toeschrijnven, aan verkeerde directie en verwaarloorde huijshouding, soo oordeele ik Egter dat de Comp„e niet soude ver„ moogend weeren, om aan den vorst 10000: -. spx: Jaarlijks tot onderhoud afte geeven, booven het geene hij van de respective pagten, en in het bizonder van de peeper Culture, mitsgaders de ingezamelde bind= „kottings geniet, en dat hij oversulx sig met het laasten, sonder eenig Equivalent in gelden, behoort te vreeden te houden, te meer daar hem zulks teffens zal aanspoore, om tot de verbeeterde welvaart, meede te arbeiden. - Onder S. 16. van mijn schrijvens aan A. N. E. , hebbe ik te kennen gegeeven, hoe de vorst aan de Comp„e na willeheur gediffereert liet, 18 Extract brieff, geschreeven, door eeven gem: Hheere gouverneur e directeur, aan Capitain Hoffman, gedateert samarang den 28„e Julij 1786. — bizonders, als dat zig den vorst op 't voorgaande door mij beroept, zijne goede meening en wille be„ „toond, en 't panjersche Rijk met dat der ECompagnie een en 't zelvde is. —. bisonders
English
Samarang the 13th of October Anno 1786. Samarang the 13th of October Anno 1786— page 497. the placing of forts and bentings, together with the request of His Highness for one or two of the Company's servants at court, for the intended purpose, and under such restriction as Your Honor's letter further dictates. Regarding the right of the Sultan to the Banjermassing throne, I have already briefly informed Their Right Excellencies, see folio 17, that the same rested mostly upon the old Banjarese customs, whereby the strongest, provided he is sprung from princely blood, drove out the weakest. Concerning the gathering of pepper; under paragraph 18 Your Honor will find noted that notice is given how the Prince cedes the entire collection of that spice to the Company, retaining the recognition fee of one Spanish dollar per pikul. I have also informed Their Right Excellencies under paragraph 19 how, through the free delivery that has already taken place, the collection increased noticeably, and that one could hope for even better results from this, on account of the extortions which were formerly practiced now ceasing. However, as Your Honor expresses yourself somewhat obscurely regarding that matter, namely the manner in which the gathering was done by the suppliers, I therefore request further information in this regard, in order to closely examine whether, now that the pepper is delivered directly in the future and the supplier is treated honestly and faithfully, some reduction in the purchase price might not be made. The Company pays 6 Spanish dollars per pikul, of which one is for the Prince, leaving 5 Spanish dollars for the supplier, a very notable difference from previous earnings, so as not to be able to deduct something from it in time. For which reason I submit for Your Honor's consideration whether it might not be directed toward reducing the purchase price, exclusive of the recognition fee for the Prince, to 4.- Spanish dollars, in which case the supplier, according to a firm calculation based on Your Honor's statements, would still enjoy almost half as much more from the Prince than previously, and the pepper would again come to that price for which the same was obtainable for the Company at Banjermassing in earlier years. Although I nevertheless, in accordance with what appears in paragraph 26, have already informed Their Right Excellencies of Your Honor's insistence with the Prince, namely to accept the pepper of inferior sorting at lower prices, but that it was deemed proper to defer this point for the time being. At paragraph 21 Your Honor will find that I, in accordance with Your Honor's letter, have adopted and dealt with all that His Highness cedes to the Company, both regarding the levying of tolls and the gathering of all other land products, in order, upon the approval of Their Right Excellencies, to jointly draw up the points of the contract. Furthermore, see paragraph 22, I have also made the proposal of His Highness regarding such districts and villages as he desired to retain for himself, with the further remark of Your Honor concerning the inhabitants of Tatas and Old Banjermassing, and that otherwise, as in paragraph 23, all other places in the uplands, without distinction, should fall under the authority of the Company and the Prince together, provided His Highness might enjoy a portion of the revenues of Tabeniauw, as being likely to increase most in prosperity, to the prejudice of other lands. And regarding the point of justice, Your Honor will find noted by me under paragraph 24 that the execution thereof should not extend further to the Prince than concerning his own subjects, while those of the Company should be tried by their own regents according to the custom of the land, and in mixed cases between a Banjarese and any other nationality, by us and according to our own laws. While I, see paragraph 25, also cannot agree with the request of the Prince that all chiefs should be obliged to deliver pepper twice
Dutch transcription
Samarang den 13„en October A:o 1736. Samarang den 13„e October A:o 1786— pag„a 497. het plaetsen van forten en bentings, met het verzoek teffens van zijn Hoogheid, om een off twee van sComp:s dienaeren ten Hoven, tot het bedoelde einde, en onder die restrictie, als WEd: schrijvens verders dicteert. Over het regt van den sulthan, tot de Banjermassingoo Troon, hebbe ik H: H. E. vide F 17. al meede in 't kort bedeeld, dat het selve steunde, meest al op de oude Banjersche ge„ „woontens, wanneer den sterkste den swakste, mits uit verste„ „lijke bloede gesprooten, verjaagde. Wat den Inzaam van peeper betreft; onder § 18: zal uwEd genotteert vinden, dat kennisje word gegeeven, hoe den Vorst den geheele Inzaam van die kort, aan de Comp„e afstaat, met behoud, der recognitie van een spaans perpikul. Ook hebbe ik onder §. 19. H. H. E. berigt, hoe door de bereets plaets vindende vrije Leeverantie, den insaam merkelijk Accresseerde, en dat men daar van nog meerder goeds konde verhoopen, uit hoofde van de nu cesseerende knevelanijen, die 'er bevoorens, in practijk waaren, dan alsoo wEd: sig daar omtrent, namentlijk, de wijze hoedaenig den insaam door de leeveranciers geschiede, een weinig duister: uitdrukt, soo versoeke ik desweegens nadere Jnformatie, ten einde daar dut na te gaan, off in het vervolg nu de peeper direct word geleevert, en den Leverantier Eerlijk en trouw word behan„ deld, niet eenige vermindering in de inkoops prijs, soude te maaken weesen. de Comp„e betaalt 6. sp:s pr pic„o, waar van een voor den vorst, wanneer 'er nog 5. sp:s voor den leevenancier blijft, een afte merkelijk verschil bij het voorige genot„ om 'er niet iets van in der tijd te kunnen afkorten, weshalve ik wEd: in Consideratie geeve, off het niet daar heene te dirigeeren is, om de inkoojs prijs, buijten de recognitie voor den vorst, tot sp:s 4. -. te verminderen, wanneer de Leeverancier na eena stellige reekening volgens WEd: opgaven, bij na nog de helfte meerder dan bevoorens van den vorst geniet en de pleper weederom koomen zal, op die prijs, waar voor deselve in vroegere Jaaren voor de Comp„e op Banjermassing, te bekoomen was, off schoon ik egter invoegen bij § 26. – Consteert; H: H: E: dereeds hebbe geinformeert, van WEd. Instantie bij den vorst, om namentlijk de peeper van den mindere deugdsaeme sortoering, tot mindere prijcen te arep„ „teeren, dog dat dit poinct goedgevonden was, nog voor Eerst te surgeeren. Bij § 21. zal WEd vinden, dat ik alle het geene, wat zijn Hoogheid, soo weegens de thol heffing als den Inzaam van alle andere Lands producten aan de Comp„e Cedeert volgens uwEd. schrijvens overgenoomen en verhandeld hebbe, om bij goed„ „keuring H: H. E: gezaementlijk meede ontte maaken, de poincten van Contractatie. Voorts hebbe ik vido §. 22. ook de voorstelling van zijn Hoogheid gedaan, van soodaenige districten en dorpen als denzelven aan zig begeerde te houden, met de aanmerking verders van uwEd, omtrent de inwoonders van Tatas en oud wanjermas„ „sing, en dat overigens als bij §. 23. alle andere plaetsen, in de Bovenlanden, sonder onderscheid, soude sorteeren, onder het gezag van de Comp„e en den Vorst tezaamen, mits zijn hoogheid mogte gandeeren van een gedeelte der revenuen van Tabeniauw, als in welvaart het meest zullende toeneemen, tot projuditie van andere Landen. En omtrent het poinct van Justitie zal WE onder S. 24. door mij aangemerkt vinden, dat de Executie van dien sig niet verders soude behooren te Extendeeren, tot den vorst, dan belangende zijne eigene onderdaanen, terwijl die van de Comp: door haare digene Re„ „genten na 'slands wijze en in gemengde zaeken, tusschen een Banjarees en eenig ander Landaard door ons en na onse eigene wetten, soude dienen te regt gesteld te worden. Terwijl ik mij vido §. 25. ook niet kan voegen, bij het versoek van den verst, dat alle hoofde zoude verpligte weren, om twee„ peeper. maals
English
Samarang the 13th of October A:o 1786 — Samarang the 13th of October A:o 1786. pag:o 499 times a year to pay homage at court, indeed as far as it concerns his own subjects, but not by those who will fall under the jurisdiction of the Company, since this observance of duty denotes an inappropriate supremacy at that time. Furthermore, under § 26, I have given Their High Mightinesses assurance of His Highness's willing assistance in the construction of forts, entrenchments, etc. But since the proposal to let the First Resident reside permanently at court does not seem suitable to me, I have made those remarks regarding this in vide § 27, that it was better for us to employ another person for that purpose, whether from the military or the police, and on the other hand to have the first resident domicile on the Company's own territory for the maintenance of authority and luster. Speaking of the gold and diamond mines under § 28, I have presented to Their High Mightinesses the statement of the prince that this was likely to yield little profit for the time being, but that according to your opinion, these are nevertheless not to be considered entirely objectionable. As for His Highness's urgent request for the continuation of the navigation of the Chinese junks; I have not been able to approve this in vide § 29, because this point opens the door to smuggling; which previously has taken place more than too much in Banjarmassing. I have presented the prince's request to be exempted from the expedition expenses to Their High Mightinesses under § 30, as well as his further petition to likewise be excused from the payment for the weapons and ammunition provided to him, or else that these may be charged at a lower price than usual; the latter could still be accommodated in consideration of His Highness's inability to pay, but the former I find a piece of insolence characteristic of the Banjarese, and therefore if the prince is indeed as needy as he pretends, it seems best to me to demand back all the muskets and ammunition, insofar as they are still in existence and not unserviceable, and only to demand satisfaction from His Highness for that which is no longer in existence and has become unusable. The point concerning the ceremonial cession and the feudal possession on the side of the Sultan, I find so full of difficulties, without agreeing in opinion with you, that I make my thoughts known in detail to Their High Mightinesses in § 31, with those considerations as well, that no matter how much one would wish to accommodate His Highness regarding the ceremonial, one nevertheless should not deviate from that formal cession and feudal transfer if one is henceforth to be considered a lawful protector; I also find no favor in a mixed government, since it surely is exposed to irremediable confusion, and therefore I persist with the proposed border demarcation, regarding which it does not matter about any piece of land as long as the Company keeps the beaches for itself, and that each then arranges its form of government separately according to the manner and customs prevailing with the Company and the prince: at the same time, the consent of the realm's grandees, if not entirely then partially, in the cession and transfer of Banjer, is noted by me as a necessity if one is to be able to uphold the reality of the Company's right and property in the future against those who might later wish to dispute this with us, and thus I hope that when Their High Mightinesses' disposition turns out to be such, you will then be able 3 to be E
Dutch transcription
Samarang den 13„e october A:o 1786 — Samarang den 13„e October A:o 1786. pag:o 499 „maals 's Jaars homagie ten hooven te doen, wel voor soo verre sijne ligene onderdaenen betreft, maar niet door die, dewelke onder de Comp„e zullen sorteeren, terwijl deese pligt pleeging, eene als dan niet te pass komende opperheersing denotteert. Voorts hebbe ik H. H. 8. onder §. 26. verseekering gegeeven van zijn Hoogheids bereidwillige adsistentie, in den opbouw van forten, wentings enz: maar daar de propositie om den Eersten Resident perma„ „nent ten hooven te laaten resideeren, mij niet geschikt toe„ „scheint, soo hebb=e ik vide § 27. daar omtrent die remar„ „ques gemaakt, dat het beeter was, ons daar toe een ander persoon, het zij uit de militie off politie, te Em„ „ploijeeren, en daar en teegens den eerste resident, tot mainctenue van gezag en Luijster op 'sComp:s eigen terri= „toir, te doen domicilieeren. —. van de goud en diamant mijnen onder § 28. spreekende, hebbe ik H: H. E: voorgehouden, het gezegde van den vorst, dat zulks voor eerst weinig voordeel stond aantebrengen dog dat dezelve egter volgens wEd gevoelen, niet geheel als verwerpelijk aantemerken zijn. wat nu de Instantie van zijn Hoogheid betreft, tot Con„ „tinuatie der vaart van de Chinees Ionken; dit hebbe ik vide § 29. niet kunnen goedkeuren, om dat dit poinct, de deur opend, tot smokkel handel; dewelke op Banjer„ „massing, bevoorens, meer dan te veel, heeft plaets gehad. Het verzoek van den vorst om bevreid te weesen van de Expe„ „ditie onkosten, hebbe ik onder § 30. –. soo wel aan H. N. E. voorgedraegen, als zijne verdere Instantie, om insgelijks te worden:t geExcuseert, van de betaaling der waepens en ammunitie, aan denselven verstrekt, dan wel dat die teegens mindere prijs, als na gewoonte, moogen wor„ „den, aangereekent; het laeste soude uit aanmerking van zijn hoogheids onvermoogen, nog in te schikken zijn, maar het eerste vinde vinde ik een stukje de onbeschaamdheid den Banjarees eigen, en daarom soo den vorst in der daad, soo behoeftig is gelijk hij voorgeeft, dan dunkk: het mij best te weezen, om alle de geweeren en ammuni= „tie, voor zoo verre die nog in weeten en nut onbequaam zijn, te rug te Eijsschen, en van zijn hoogheid eeniglijk voldoening te vorderen, van dat geene, niet meer in weesen en onbruijkbaar geraakt is. Het poinct Concerneerende de Cermonieele afstant en de Leenroerige possessie aan de zeide van den sulthan, vinde ik zoo volswaarigheeden, sonder met wEd: in gevoelen over een te koomen, dat ik daar over in 't breede bij §: 31. mijne gedagten aan H. H. E. te kennen geeve, met die Conside„ „ratien teffens, dat hoe seer men zijn hoogheid ook soude willen te gemoed koomen, omtrent het Ceremonieel, men egter niet van die formeele afstant en leenroerige overdragt, behoort afte gaan, sal men voortaan als een wettig schuts= heen kunnen worden aangemerkt; in een gemengde Begee„ „ring, hebbe ik ook geen gevalle, dewijl die voorseeker voor onbindige verwarring blood staat, en daarom blijve ik persisteere bij de voorgestelde grenscheiding, waarom= „trent het op geen stuk land aankomt, als de Compagnie de stranden aan zig behoud, en dat dan ieder afsonderlijk na de wijso en gebruijke, bij de Comp en den vorst plaets hebbende, zijne regeerings forme schikke: als een nood„ „saekelijkheid word teffens door mij aangemerkt het Con„ „sent der Rijksgrooten, soo niet alleen dan gedeeltelijk in den afstant en cessie van Banjer, zal men in 't vervolg de weerent„ „lijkheid van sComps regt en Eigendom, kunnen staande houden, teegens die welke ons zulks daarna soude willen betwis„ „ten, en dus hoope ik, dat wanneer A. H. E. dispositie soodaenig komt uittevallen, wEd: als dan in staat zult 3 weesen E