VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3738

Japan · 625 pages · 347 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3738_0331 view scan ↗

English

page 501. Samarang the 13th October 1786. Samarang the 13th October A:o 1736 to be able to direct everything thither. The difficulty raised as in §. 32., as if some changed notions might arise with the prince regarding the points presented to him, whether through a misunderstanding or altered sentiments, I find of no great importance, now that the prince has, as it were, granted Your Honour open letters of approval and approbation. Regarding the demand from the Daijakkers, according to the proposal, of an annual contribution of one sp. r mat per head, Your Honour will see the difficulties raised concerning this under §. 33., and that according to my view this ought not to be introduced for the present, partly to prevent uprising and commotion, and partly to persuade these people, not turning them away from us, but on the contrary, toward an amicable negotiation for our interests. As for the insertion of the 6th article of the old Contract into the new one, I have approved this, vide §. 34., and regarded it as a consequence of the draft Contract sent to you, since thereby all previous Treaties and obligations, insofar as they are not contrary to the new Contracts, are cited as subsisting. The request for translation of the new Contract after enlargement and improvement, I have presented to Their High Noble Excellencies, vide §: 35., but as this can very hardly be fulfilled at the main place, I shall provide for it here once everything is arranged and settled, and also send Your Honour at the same time a good Malay translator, to be able to present everything more intelligibly to His Highness. Although Your Honour does not declare yourself fully on the reasons of For a long time past one has had to see through experience that the trade in opium at Banjermassing yields little or no profit, because that realm has at all times been most amply provided with that juice by the smugglers, whom one has never been able to counter from our side with any good result. But since one will now have the power at hand to provide therein with greater success, one will have to keep a watchful eye on it in the future and seek to counter that smuggling trade, since this is an article that has a great influence on the Company's profitable trade and will thus be kept reserved by it for itself; wherefore I also hope that the Honourable Company will henceforth be able to obtain the desired profits from this trade; the more so since from the price of the opium at Banjer at 8 sp per catty, it can be fully gathered that the smuggling trade already meets with some opposition at Banjer. But in order to give Your Honour some further elucidation in this regard; it serves then, that the Company has left the trade his sentiments, regarding the draft Contract, not to mention the Bugis, judging the name of Pangerang Amir to be sufficient and adequate, I have nevertheless informed Their High Noble Excellencies thereof, vide § 36., but in my view that mention can do no harm, since the prince must be considered to have the greater obligation to the Company, as we, being bound to no assistance, thus offered him aid voluntarily. G Extract from another Letter from the Honourable Siberg, to the aforementioned Captain Hoffman; dated Samarang the 13 Sept: 1736 trade. Samarang the 13th October 1786- trade in Opium, against a certain recognitie on each chest, to a privileged society, which has the right to sell anually a certain number of chests, according to the measure of the consumption; however, the price is not always the same, but is adjusted according as one is provided therewith, for some consecutive years the chest or picul has been at 1000 to 1100 rds. and then it was still readily disposed of with profit to the merchants in the place where the Company has the right to prohibit the importation thereof on pain of death, just as this will also have to happen at Banjer once the Company is established there; which I would also wish could from now on gradually be set in motion there; whereof I now wish to make a trial, by sending Your Honour herewith two chests, of which the one No 2 cost 768. 42 rds. and the other No 1 cost 847. 12: rds.; the former brought from Bengal in the past year and the latter in this year, and bought on my account at Batavia from the Society; if these can now be disposed of with profit, I defer the profits to you, provided only that the interest thereon at half a percent per month is made good to me, the money after the sale being able to be counted into the Company's treasury at Bangermassing and remitted to me by bill of exchange on the Company; but if contrary to expectation no profit is to be made thereon, Your Honour will please send the same back to me at the first opportunity. Agrees. J Rothentuckler Register of the following Separate outgoing Letters, written to His High Excellency at Batavia beginning with the 4th and ending the 12th July 1786. 1786. 4. July Reasons why the received Letters are passed over... page Apology regarding that.... Communication of the news received, brought by the Spanish ships N:re dame de vime and Le Rigle Imperial.. Containing the wrecking of the national warship named Holland, commanded by Mr. Silvester 11 Communication of the further news received Upon which occasion Holland was lost and where also shared that the Squadron of Mr. Silvester consists of three ships, as mentioned herewith. 12 The loss of two masts of the ship Nepthunus shared, coming from Europe home at the Cape The Danish ship Emerentie is saved. End

Dutch transcription

pag„s 501. Samarang den 13„en October 1786. Samarang den 13„e October A:o 1736 — Weesen, van alles daar heenen te kunnen dirigeeren. de gemaakte swaarigheid als bij §. 32. als off 'er souwij „len eenige veranderde begrippen, bij den vorst soude kunnen opkoomen, in de poincten hem voorgehouden, het zij door een verkeerd begrip off veranderde sentimen„ „ten, vinde ik van geen groot belang, nu de vorst wEd. als het waare opene brieven heeft verleend, van goed „keuring en approbatie. Om van de Daijakkers na den voorstel een Jaarlijksche Con„ „tributie van een sp. r mat oper kop te vorderen, daar omtrent zal w Ed. sien de gemaakte swaarigheeden onder §. 33. , en dat zulks na mijn begrip nog voor eerst mit behoort geintroduceert te worden, eensdeels, tot voorkoo„ „ming van opstant en beweeging, en ten andere om deese menschen, niet van ons divers maar daar en teegens, tot geneegene onderhandeling, tot onse belan„ „gens, overtehaalen. wat aangaat de insertie van het 6: artikul, van het oude Contract, bij het nieuwe, dit hebbe ik vide §. 34. goed gekeurt, en als een gevolg aangemerkt, van het Con„ „cept Contract aan uwE toegesonden, alsoo daar bij alle voorige Tractaaten en verbintenisse, voor soo verre niet met de nieuwe Contracten strijdig, als subsis„ „teerende aangehaald worden. Het verzoek tot translatie van het nieuwe Contract na Vermeerdering en verbeetering, hebbe ik H. H. E. vide §: 35. voorgedragen, dan alzoo daar aan op de hoofdplaets seer beswaarlijk kan worden voldaan, zoo zal ik daarinne wanneer alles gereegelt en geschikt is, alhier voorsien, en UE: dan ook teffens een goed maleids translateur, toe„ „zenden, om alles aan zijn Hoogheid te verstaanbaarder te kunnen voordraegen. Offschoan ME. sig met volleedig verklaart op de reedenen van Reeds voor lange heeft men door de ondervinding moeten zien, dat den handel in amphioen op Banjer„ „massing, werng off geene voordeelen opleevert, wijl dat rijk ten allen tijden, door de smorkelhandelaers van dat sap, ten ruijmsten is voorsien geworden, die men van onse kant nimmer met eenige goeden uitslag heeft kunnen teegengaan. Dan dewijl men thans de magt aanhanden zal hebben, om daar inne met meerder succes te kunnen voorsien; zal men daar op in het vervolg een waaksaam oog moeten houden en dien smotkel handel tragten teegen te gaan, wijl dit een artikul is, dat eenen grooten invloed op 'sComp. s winst geevende handel is en dus door haar aen zig zal worden gereserveert gehouden; waarom ik dan ook hoope: dat de E Comp„e int deesen handel voortaan de gewenschte voordeelen zal kunnen behaalen; te meer daar uijt de prijs van de Amphioen te wanjer tee„ „gens 8. sp het katje, ten vollen is op te maaken, dat den smokkel handel thans alreeds eenige teesgenstand op van„ „jen ontmoet. Dog om wEd. eenige nadere Illucidatie des weegens te geeven; soo diend dan, dat de Comp„e den han„ zijn gevoelens, om bij het Concept Contract, net van de Bougineeren te gewaegen, als oordeelende de naam van pan„ „gerang Amir, voldoende en toereikend zijnde, soo hebbe ik egter vide 1 36. H. W. E. daar van geinformeert, maar na mijn begrip kan die aanhaaling geen kwaad, daar den vorst moet gehouden worden, aan de Comp„e te meer„ „dere verpligting te hebben, dewijl wij tot geene adsistentie gehouden, hem dus vrijwillig bijstant gebooden hebben. — G Extract uit een ander Brieff van de Edelheer Siberg, aan voormelde Capitai Hoffman; ged„e Samarang den13 Sept: 1736 — „del. Samarang den 13„en October 1786- „del in Amphioen, teegens seekere Recognitie op ieder kist, aan een gepriviligeerde sociteit heeft ovrgelaeten, die het regt heeft, om 's Jaarlijks een seeker getal van kisten, na maete van de Consumptio, te verkoopen; egter is de prijs, niet altoos het selvde, maan word geschikt na maete men daar van voorzien is, seedert eenige Iaaren agten den anderen is de kist of picul op rd„s 1000. - tot 1100 geweest en dan was dezelve nog wel niet winst van de hand te zetten, aan de handelaers ter plaetse waar de Comp„e het regt heeft, om den invoer daarvan op straffe des doods te verbieden, soo als dit, soo als dit op Banjer ook zal moeten geschieden, Wanneer de Comp„e daar eens gevestigd is; 't welk ik dan ook wel wenschte, dat van nu af aan al langsamerhand aldaar in trijn konde gebragt werden; waar van ik thans eene preuve wil neemen, door uwEd: hier neevens twee kisten toetezenden, waar van de gene N„o 2. rd„s 768. 42. - en de andere N„o 1. rd„s 847. 12: - kost; zijnde de in den gepas„ „seerden en de laetste in dit Jaar van Bengaelen aangebragt en voor mijn reekening op Batavia van de Pociteit ingekogt; indien nu deselve met voordeel: van de hand te zetten zijn, soo differeere ik aan uwE de winsten, mits mij eenelijk, d' Jntrect daarvan teegens een half proc=s smaands, word goedgedaan, kunnende na den verkoop het geld op Bangermassing ins Cassa geteld en mij per wissel op de Comp„e worden gere„ „mitteert; dog soo er onverhoopt daarop geen winst zalf zijn te behaalen; zoo gelieve UEE: mij dezelve bij eerste geleegend= „heid weeder te rug te zenden. — Accordeert. J Rothentuckler 4. Julij Redene waarom de ontvengene Brieven over de gaan . pag vertchooning die aangaande.... communicatie van 't ontvangene tijding aangebragt door de Spaianse scheepen N=re dame de vime en Le Rigle Jmperial.. Inhoudende 't verongelukken van 'slands schip van oorlog ge„ „naamt Holland, gecommandeert door de Heer Silvester Communicatie van de nadere gekregen tijding Bij welke gelegendheid Holland gebleeven is en waar zo meede bedeeld dat het Et quader van de Heer Silvester in drie schee pen bestaat, als hier nevens vermeld. 's verlies van twee matke van de schip Nepthunus bedeeld komen de uijt Eeuropa theins aan de Caab 't deens schip Emerentie is gered. Sijnde Register der hier ondervolgende Aparte afgaande Brieven, geschree„ „ve, aan zijn Hoog Edelheid te Batavia beginnende met den 4. en Eindigen den 12. Iulij 1786. — 1786. 11 „ 12. „ „ „ Slot - „ „ „ „

NL-HaNA_1.04.02_3738_0334 view scan ↗

English

Reasons why the [illegible] To His High Nobility The High Noble Great Honorable Wide-Ruling Lord! Mr Willem Arnold Alting Governor General of Netherlands India H. N. ts: High Noble Great Honorable Wide-Ruling Lord! The orderly whom I had the honor to dispatch to Your High Nobility yesterday afternoon, having returned this night, because going over sea through a heavy fall with his horse he had injured himself so severely that he was not capable of continuing his journey, I thus hasten duly to give Your High Nobility notice of this accident, and immediately to send the returned letters, since no orderly is at hand any longer, over water with an own well- armed vessel to the Capital, in the hope the same will reach Your High Nobility this time more fortunately without any accident. I beseech Your High Nobility favorably to forgive me this accident as beyond my fault, and occurred through too great a zeal for Your High Nobility's service, and to honor me with the continuation of Your Highest Self's protection, to me so precious, having the honor in humble hope to call myself with deep reverence and respect, at the bottom stood F: O: Your High Nobility's humble and faithful servant signed J: de B: van Breugel, in the margin Bantam the 4th of July Anno 1786. Representation concerning To Nobility to share the same dutifully, received news to ships Notre Dame de Vigne the Danish ship Emerentia is saved 5 loss of 2 masts of at the Cape, also shared that the as mentioned here adjacent, Holland was lost and Communication of the further received news To as Above Yesterday I had the honor to offer Your High Nobility two prize letters of the Spanish ships per communication of Notre Dame de Vigne and L'Aigle Impérial, in which was brought by the Spanish mentioned the accident which befell the country's warship and L'Aigle Impérial Holland upon entering the Cape. I have further inquired about the circumstances and learned the following, which I take the liberty dutifully to share with Your High Nobility. Captain Silvester was commander of Containing the wrecking 3 warships, of which 2 are to be expected daily, Holland, and the one named Holland was wrecked upon entering Holland commanded the Cape, yet all the crew except 7 or 8 sailors by Captain Silvester was saved, as also most of the cargo, it being however certain that most of the artillery will be lost. This is all that the captains of the Spanish ships say they know of the circumstances, and which I take the liberty dutifully to share with Your High Nobility, further claiming the honor to remain with deep reverence and respect; at the bottom stood: F: O: Your High Nobility's humble and obedient servant, signed: J. de Rovere van Breugel, in the margin: Bantam the 11th of July 1786. To As Above Having received further report of the stranded warship Holland, I take the liberty to [illegible] Your High Nobility. In a severe and hard wind the state warship Holland was struck by a heavy sea onto a reef at the On which occasion south point of the Cape, where it was lost with all its sails, without being able to get off. All the crew except 8 or 9 sailors was saved. The artillery will be lost, because the same cannot be worked off the reefs. The ship is shattered from below, and sat on a reef still with set sails. Of the cargo also much, especially light goods, has been salvaged. Captain Silvester was commander of the squadron consisting of the ship named Holland of 44 guns, The Bescherming, 54 ditto, Captain Freykenius, the frigate Ceres, 36 ditto, Captain van Halm, Squadron of Captain which 2 last almost likewise ran aground, but Silvester of 3 ships noticing in time the accident that befell their commander they had time to tack, and are soon to continue their journey to Batavia. The Company's ship The Neptunus, destined from Europe to the ship Neptunus reported Batavia, has lost 2 masts, having coming from Europe however had the fortune to arrive safely on the Cape roads. The Danish ship Emerentia has not perished, but on the Cape roads its cables having snapped, it drifted towards the shore, and all assistance having been brought in time, the same was still fortunately brought off the beach. Herewith hoping to have given Your High Nobility proper notice according to my duty, I take Nobility guard Checked the liberty to call myself with deep reverence and respect, at the bottom stood: F: O: Your High Nobility's humble and faithful servant, signed: J: de Rovere van Breugel in the margin: Bantam the 12th of July 1786. — De Beaufort Agrees elkamp. conclusion Third part Secret Incoming Letterbook Transmitted 1787 To Copy Secret Advices from Ternate of the Year 1786. Their High Nobilities F 7 in To Copy Secret Advices from Ternate of the Year 1786. Their High Nobilities Batavia in Separate Advices Ternate Anno 1786. To High Nobilities Batavia Copy 3 separate in Copy Secret Separate Advices from Ternate of the Year 1786. To Their High Nobilities in Batavia 3 Copy Separate Advices Secret from Ternate of the Year 1786. To Their High Nobilities Batavia in 3 Copy Separate Advices Secret from Ternate of the Year 1786. To Their High Nobilities Batavia in

Dutch transcription

Redenen waarom de ontaan Aan zijn HoogEdelheid Den Hoog Edel Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer! Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van Nederlands d Indie H. N. ts: Hoogdael Groot Agtbaare Wijd ogbiedende Heer! Den oppasseh welke d' Eer had gisteren middag na uw Hoog„ Edelheid af te depecheeren, heefen nagt te rug gekeert zijnde, dewijl „doede E=rien over zee gaan door een zwaare val met zijn paard gedaan zig zodanig bezeerd had dat niet in staat was zijn weg te vervolgen, zo haaste ik my uw Hoog Edelheed van dit ongeluk schuldpligtig kennis te geeven, en de te rug gebragte Brieven terstond, dewijl geen oppasser meer aan handen is, over water met eijge wel ge„ „armeert vaartuig na de Hoofdplaats te verzenden, in hoope dezelve uw Hoog Edelheid deeze rijs gelukkiger zonder eenig toeval zullen overkoomen, Ik smeeke uw Hoog Edelheid mij dit ongeluk als buijten mijn schuld, en door een te groten ijver tot uw Hoog Edelheids dientt overgekomen goedgunstig te willen vergeeven, en mij met de Continuatie van hoogst desselfs voor mij dier„ „baare Protectie te willen vereeren, in nedrige hoope de Eer hebbende mij met dief ontzag en Eerbies te noemen, /:onder stond/ F: O: uw Hoog Ed„s onderdanigen en getrouwen Dienaar /:was geteekend:/ J: de B: van Breugel, /:in margine/ Bantam den 4. Iulij A„o 1786. Verthooning die aangaan Aan Edelheid t deleve shult pligtig te bedeelen, ontvangene tyding aan„ scheepen N=te dame de vine het derens schip Emerin lie is gered 5 verlies av an 2. matten van aan de Caas, zo meede bedeeld dat het als hier nevens vermeld, Holland gebleeven is en Communicatie van de nadere gekregen tyding Aan als Vooren op gisteren had ik de Eere uw Hoog Edelheid aan te bieden twee verprij Brieven der spaanse scheepen p=re Communicatie van 't Dame de rieme, en Le Aigle Jmperiaa, waar in 't „gebaagt door de spaans ongeluk vermeld wierd t' welk slands schip van oorlog en Ze sigle imperiaal Holland overgekomen is, bij het Jnzeilen van de caab, je hebbe mij nader op de omstandigheeden geinfor„ „meert, en het volgende vernoomen, 't geen ik de vrijheid neeme uw Hoog Edelheid schuldpligtig te bedeelen, De Heer Capitain silvester was Commandant van Inhoudende t verongeluk 3. oorlog scheepen, waar van 2. dagelijks te verwagten „bervoo klon genaeuw, zijn, en het eene genaamt Holland bij 't Jnzeilen van Holland gecommandeerd de Caab verongelukt is, dog het volk alle op 7. of 8. mat„ door de Heer silverter „ trosen na behouden, gelijk ook het meeste van de La„ ding, zynde er nogthans waeer dat het geschut meess verlooren zal zijn, Dit is alles wat de Capitains der spaanse scheepen van de omstandigheeden zeggen te weeten, en het geen ik de vrijheid neeme uw Hoog Edelheid pligtschuldig te bedeelen, mij verders de Eer aanmatigende met diep ontzag en Eerbied te blijven; /:onder stond:/ F: O: uw Hoog Edelheid onderdanigen en gehoorzamen Dienaar, /:was geteekent:/ J. de Rovere van Breugel, /:in margine:/ Bantam den 11. e Julij 1786. Aan Als Vooren Nader berigt van het gestaemde oorlog schip Holland gekrelgen hebbende, neeme ik de vrijheid uw koo„ Bij een swaare en harde wind werd t staak oorlog schip Bol„ „land door een swaare zee op een klip geslagen, aan de Bij weeke gelegendheid zuijdhoek van de Caap, daar het gebleeven is met alle zijne E zeilen, zonder er te kunnen afkomen, al het volk is op 8. of 9. Mattrosen na gered, het geschut zal verlooren zijn, om dat de „zelve van de klippen niet afgewerkt kunnen worden, het schip is van onder verbreizeld, en zat op een klip nog met open zeilen, van de Lading is ook nog veel voor al Ligte goederen geborgen, De Heer silvester was Commandant van het Equader bestaande in het schip gen: Holland van 44 stuk D' Betcherming - - . . „ 54. d:o Cap: freijkenius, 't Fregat deseres. . . „ 36: d„o „ van Halm, Et quader van de Heer welke 2. Laaste bij na gelijkelijk gestrand zijn, dog bij silvetter i 3. scheepen de waas tijds 't ongeluk hun Commandant overgekomen ontwaarende hebben zy de tijd gehad om te wenden, en staan Eerstdaags hun Reijs na Batavia te vervolgen, Het Comp. s schip De Nepthunus van Eeuropan na de schip Nepthunus bedeeld Batavia Gedestineerd, heeft 2. matten verlooren, hebbende komende uijt deuraste khans nwgthens het geluk gehad behouden op de Caabse rheede binnen te komen; Het Deense schip Emerentie is niet vergaan maar ter Caabse rheede zijn touwen gesprongen zijnde, is het na de wal gedreeven, en bij tijds alle hulp toegebragt zijnde, is het zelve nog gelukkig van strand gebragt Hier meede verhoopende uw Hoog Edelheid volgens mijn pligt de behoorlijke kennis gegeeven te hebben, neem ik Edelheid waak Nagezien de vrijheid mij met diep ontzag en Eerbied te noemen, /:onder stond:/ F: O: uw Hoog Edelheid onderdanigen en ge„ „trouwe Dienaar /:was get:/ J: de Rovere van Breugel /: in margine /: Bantam den 12.:e Iulij 1786. — De Beaufort Accordiert elkamp. be slot Derde deel Secreet Inkomend Brniefbl Overgekomen 1787 Aan Copia Secreete Advisen van Ternaten de A:o 1786. Hunne Hoog Edelheden F 7 te Aan Copia Secreete Advissen van Ternaten de A:o 1786. Hunne Hoog Edelheden Batavia te Aparte Adtrisen Ternaten A=o 1786. Aan og Edelheden Batavia Copia 3 apart te Copia Decreet Aparte Advisen Ternaten van de A=o 1786. Aan Hunne Hoog Edelheden te Batavia 3 Copia Aparte Adtrisen Secreet Ternaten van de A:o 1786. Aan Hunne Hoog Edelheden Batavia te 3 Copia Aparte Adresen Dicreet Ternaten van de A=o 1786. Aan Hoog Edelheden Hunne Batavia te

NL-HaNA_1.04.02_3738_0344 view scan ↗

English

Batavia The order not to undertake too much at once is most obediently followed. To His Right Honourable, Stern, Highly Respected, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Honourable, Stern Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc. Right Honourable, Stern, Highly Respected, Far-Ruling Lord and Honourable, Stern Lords! Respectfully intending to observe Your Right Honours' recommendation, received under the venerable secret missive of 31 December 1785 concerning the fortifications, not to undertake too many repairs at once, etc., etc., we furthermore bring to the knowledge of the same that we have adhered to this from the moment the dangerous condition of the badly situated powder tower demolished last year became apparent to us. Copy secret. Section 1: The little fort Voorburg has been put back in order. Given reasons why no other arrangement has yet been made regarding the number and calibre of the cannons at the little fort Terlucco. This required the immediate erection of a new powder magazine, and other essential repairs were given preference, concerning which the Treasury was consulted and the greatest deliberation was used. Owing to the work to be done everywhere on the superstructures of this castle and the little fort Barneveld at Batchian, the otherwise necessary remedy of the defects in our fortifications, pointed out in the report of the special commissioners dated 23 August 1783, has been set aside. These defects, however, are of such a nature that they do not have to pass for major defects and can therefore endure delay until the arrival of the engineer Rhul, who has been sent here for a closer survey but has not yet arrived. Section 2: Having brought the little fort Voorburg back into a completely firm and strong condition in accordance with the intention of Your Right Honours and pursuant to the report submitted thereof by special commissioners and inserted into the secret resolution of 7 April of this year, we hope to give satisfaction herewith, and that it may be favorably passed that the aforementioned little fort cost more than the calculated estimate of 3101: 20:— rixdollars, up to a slight amount of 3: 11: 8 rixdollars, under serious assurance that in the extension of the fort and the renewal of the military guard, together with the powder cellar and prisoners' room, the greatest economy was observed. Section 3: It being undeniable, the remark made regarding the excessive quantity of cannons of different calibres with which the little fort Terlucco is mounted, as well as regarding the garrison stationed inside it, which in time of need can only be increased to 21 heads, which hardly accords with 9 to 10 cannons, we have the honour to state in response that the aforementioned fort was erected in earlier days just as much to curb the Ternatan villages situated on the landward side as to keep off an enemy approaching by water; that the embrasures on the landward side are narrower and smaller than those on the seaward side, which accounts for the different calibre of the cannon, which cannot well be reduced without giving dissatisfaction to the king, who, in case of turmoil among his people, relies greatly on the assistance of that stronghold; thus, before proceeding to the desired regularity, we shall await the further orders of Your Right Honours. Section 4: At the redoubt at Cajoemera some necessary repairs were also made. The redoubt thrown up at Cajoemera in the year 1783, which was of such great utility to us in repelling and driving back the insolent Tidorese and has ever since been of such importance that we have preserved it from total decay, had in a full year, apart from the renewal of sixty gabions rotted away by rain and wind, undergone no notable repairs, although much remained to be done on it. This was because after the arrival of King Kamaloedien on this island, the subsequent submission of Prince Noekoe and his adherents had been hoped for, after which the withdrawal of that post could have taken place and the Company would have remained free from further expenditures to be made on it. However, since we found ourselves mistaken in this expectation of ours, an ocular inspection by experts of that redoubt, dilapidated in many respects, which had long before been deemed necessary by the Governor, could just as little be deferred as the repairs which we ordered to be carried out following the report inserted into the secret resolution of 3 December 1785 by the Captain-Commandant Heinrich, Secretary of Police Durr, and Overseer of the Works Lohof. This report substantially contained: that the palisades standing all around, cut from saguwer trees to the number of 544 pieces, were so decayed and rotted that they could be pushed over by hand; that furthermore the partitions of the post-holder's bamboo dwelling and the military guard had buckled, and the roofs, likewise of bamboo and thatch, had sagged. For the aforementioned repairs and the construction of a masonry powder cellar within the redoubt, no more was expended than 640:—:— rixdollars, owing to the obliging assistance shown by the King of Ternate with the delivery of heavy lalari wood posts for the palisades and the surrender for free of fifty Alfurs, who were employed on the aforementioned work for thirty days. This we hope may meet with the approval of Your Right Honours, upon the assurance that everything was made in the most economical manner, in the best order, firm and strong, according to the report likewise received on that account on 7 April of this year from the aforementioned Captain-Commandant and the Equipment-Overseer van Waningen, of which

Dutch transcription

Batavia De ordre om niet te veel handen te nemen, word Den Hoog Edele, gestrenge Groot Agtbaren, wijdgebiedende Heer Aan zijn Hoog Edelheid M:r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India &a. &a &a. Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren wijdgebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren! De ontvangen recommandatie van uwe Hoog Edelhedens reparatien te gelijk onder bij gevenereerde secreete missive van den 31: December gehoorzaamst op gevolgd. 1785: met adspect tot de Fortificatien, om niet te veel te gelijk onder handen te nemen &. a &. a g'eerbiedig sullende worden; brengen wij voorts ter kennis van Hoogst de„ „zelven; dat ons daaraan gehouden hebben van het ogenblik af dat ons gebleeken is de gevaarlijke toestand van de a:o p:o afgebroken kwalijk gelegen Copia secreet. kruittoren 1: 't Fortje voorburg, is weder in order gebragt. Bij gebragte reedenen waarom men in het getal het Fortje Terlucco nog geen andere schikking heeft gemaakt. §3: kruittoren die de Jmmediate errectie van een nieuw kruit Maguazijn kwam te vorderen en andere hoofd„ „sakelijke reparatien de praeferentie gekregen hebben, waaromtrent met de Beurs geraadpleegd en het meeste overleg hebben gebruikt, sijnde, door het alom„ „me te doene werk aan de opstallen van dit kasteel en het fortje Barneveld, te Batchian, aan een sijnde gesteld de anders wel nodige verhelping den bij berigt van expresse gecommitteerdens d: d: 23: Aug:s 1783: aangeweesen gebreeken onser vesting werken, die egter van een aart sijn dat niet voor capitale gebreeken behoeven door te gaan en hierom uitstel voelen konnen, tot de overkomst van den dit heen ter nadere opneem gesonden maar nog niet aangelanden Ingenieur Rhul. § 2: Het Fortje voorburg weder in staat volkomen hegt en sterk, hebbende doen brengen naar de Intentie van uwe Hoog Edelheden, en navolgens het daarvan door expresse gecommitteerdens ingeleeverd en ter sec: resol. van den 7: April h: a: g'insereerd berigt, hoopen wij hier meede genoegen te geeven en dat gunstig gepasseerd mag worden het aangem: Fortje meerder bekostigde dan de Calculative opgave van rd:s 3101: 20:—: tot een gering bedragen van rd:s 3: 11: 8: onder serieuse verseekering dat de uitzetting. van het fortje en vernieuwing der Militaire wagt nevens kuut kelder en Arrestanten kamer, de meeste menage behartigd is Niet te wederleggen sijnde de gemaakte remarque nopens de alte groote hoeveelheid van Canons van en Caliber der Canons op verschillende Caliber, waarmeede fortje Terlucco beplant is, als ook nopens de daarbinnen leggende en in tijd van nood, slegts tot 21: koppen te vermeerderen bezetting, die weinig plooijd met 9: à 10: Canons; geven wij ons de eere hierop te dienen; dat gem: Fortje in vroegere dagen soo seer ter betulgeling der Ternaatse aan de Landsijde gelegen Negorijen is opgeworpen, als om een te water aannadeerende vijand af te houden, dat de schietgaten aan de Land sijde nauwe en kleener dan die van den zeekant sijn en hier door het verschillend Caliber komen uit te maken van het Canon, 't welk niet wel te verminderen is, sonder den koning, die in Cas tumult onder de sijnen, groote staat op de hulpe dier sterkte maakt, genoegen en te 5. 34: Aan de veldschans te Cajoemera sijn meede eenige nodige reparatien geschied. te geven; dus, vóór en al eer tot de begeerde regulariteit overgaan de nadere beveelen van uwe Hoog Edelheden sullen te gemoet sien. De A:o 1783: te Cajoemera opgeworpen veldschans, die ons, in het afweeren en terug drijven van den vermeetele Tidorees, van soo groot niet geweest en na dato altoos van dat aanbelang geweest is, dat dezelve voor totaal verval bewaard hebben; hadde in een rondjaar, buiten de vernieuwing, van sestig stuks, door reegen en wind vergane schans korven, geen merkelijke repa„ ratien ondergaan schoon daaraan nog veel te doen viel, door dien men na de komst van Koning Kamaloedien aan dit Eijland, de te volgen onderwerping van Prins Noekoe en Adherenten verhoopt hadde, als waarna de weder intrekking dier Post hadde komen geschieden en de Comp: bevrijd blijven van verdere daaraan te doene bekostigingen; dan daarwij ons in deese onse verwagting bedragen hebben bevonden, soo kon eene door den Gouverneur lange bevorens nodig beoordeelde oculaire inspectie door deskundige van die in veele opzigten vervallen schans even min blijven opgeschort, als de reparatie die wij gevolg hebben laten nemen op het ter secreete Resolutie van den 3: Dec: 1785: g'insereerd raport van den Capitein Commandant Heinrich, secretaris van Politie Durr en of ziener der werken Lohof, Hoofdzakelijk behelsende: dat de rondom staanden uit saguweers- boomen gekapte Pallisaden ten getalle van 544: stuks, zodanig vergaan en vermolmd waren, dat se met de hand om verre geslooten konden worden; dat wijders, de beschotte van 't post-houders Bamboese woning en Militaire wagt uitgeweeken en de daken, meede van Bamboese en stap„ gezakt waren. sijnde tot gem: reparatie en aanleg van een gemetzelde kruit kelder binnen de veldschans „ niet meer bekostigd geworden dan rd:s 640:—:—: door de beweesen gerievelijkheid van Ternaats Koning met „ de Leverancie van sware Lalarij houte Palen, tot de Pallisaden en afstand voor niet van vijftig Alfoeren, die aan voorsz: werk dertig dagen g'emploijeerd geworden sijn, 't gunt verhopen de goedkeuring van uwe Hoog Edelheden mag weg dragen, op de verzeekering dat alles op de menageuste wijse in de beste ordre, hegt en sterk gemaakt is, navolgens het dienweg:s almeede den 7: April h: a: ingekomen raport van voorn: Capitein Commandant en den Equipagie opzigter van waningen van welk

NL-HaNA_1.04.02_3738_0347 view scan ↗

English

5. 34. At the field entrenchment at Cajoemera, some necessary repairs have also taken place, to which the King of Ternate, with the delivery of heavy palisades and the assignment of Alfoors who worked on it for free, contributed his share; thus, before proceeding to the requested, we await the further orders of Your Excellencies. The entrenchment thrown up at Cajoemera in the year 1783, having been of such great importance to us in fending off and repelling the Tidorese, that we preserved it from decay; it had, besides the renewal of sixty wicker gabions perished by the wind, undergone no further repairs, although even then, because after the arrival of the King at this island the subsequent submission of Nuku and his adherents was hoped for, the withdrawal of that post had been expected and the Company would remain spared from further expenses there; but as we found ourselves deceived in this, an ocular inspection by experts, judged necessary long before for that in many respects, could just as little remain suspended, as we had to give effect to the report inserted on the 3rd of December 1785 by Captain-Commandant Heinrich, Secretary of Police Durr, and Overseer of the Works Lohof, mainly containing: that the surrounding 544 palisades cut from sugar palm trees had perished and rotted to such an extent that they could be pushed over by hand; that furthermore, the partition walls of the postholder's bamboo dwelling and military guardhouse had given way and the roofs, likewise of bamboo and atap, had collapsed. For the aforementioned repair and the construction of a brick powder magazine inside the field entrenchment, no more was spent than 640 rixdollars, through the proven convenience of the King of Ternate with the delivery of heavy Lalari wood poles for the palisades and the cession for free of fifty Alfoors, who were employed on the aforementioned work for thirty days, which we hope may receive the approval of Your Excellencies, upon the assurance that everything was made in the most economical manner, in the best order, solid and strong, according to the report concerning this which also came in on the 7th of April of this current year from the aforementioned Captain-Commandant and the Master of Equipment van Waningen, which document we caused to be inserted into our secret resolution of that date. Apart. Elucidation regarding some wordings used by Political Council members sent to the court last year. That prince having refused the mission to Ceram under all kinds of frivolous pretexts, as we had the honor to report under the date of 15 September 1785 under native affairs, and as he insisted not on money for an assistance that he did not intend to provide, but on the advance payment of recognition monies; the delegates of the Political Council sent to the court by the Governor in order to point out to him the unfairness of his demands, could, under favorable phrasing, also speak of no other monies. The King of Ternate remains dissatisfied about the remission of the Tidorese state debts and expenses of the year 1783. 56. paragraph 5. If the Kings in the Moluccas had any concept of what is right and fair, which is never instilled in them during their completely unprincely upbringing, the King of Ternate would readily agree, which he now does not, that the remission of the Tidorese state debts of the year 1783 was done to assist this now unfortunate realm, to which he contributed much through an excessive bitterness. 57. A poor upbringing makes the Moluccan princes ungrateful for benefits received. To that same base upbringing must also be attributed that His Highness acknowledges the excuses and the signs of homage with reproaches. And from this it follows that for him the tableau, so strikingly depicted by Your Excellencies, of the unhappy circumstances under which the realm of Tidore had to bow after the devastation committed therein, is incomprehensible, as well as the impoverished state in which King Kamaludin returned from Ceylon, and why Your Excellencies, moved with pity and compassion over their sad situation, wished to render them generous help and assistance, whereas he, the King of Ternate, ought to consider himself fortunate over a revolution of affairs in which he had just as much interest as the Company, without participating in the expenses incurred and losses suffered, all of this being argued entirely differently by His Highness when he says that the Tidorese never for the assistance requested from him with a kora-kora fleet to the Company.

Dutch transcription

5. 34: Aan de veldschans te Cajoemera sijn meede eenige nodige reparatien geschied. „waartoe de koning van Ternaten met de Leverancie van sware eenige daaraan gewerkt te geven; dus, vóór en al eer tot de begee„ overgaan de nadere beveelen van uwe Ho te gemoet sien. De A:o 1783: te Cajoemera opgewoopen ons, in het afweeren en terug drijven Tidorees, van soo groot niet geweest en na dat aanbelang geweest is, dat dezelv verval bewaard hebben; hadde in een de vernieuwing, van sestig stuks, do„ wind vergane schans korven, geen m ratien ondergaan schoon daaraan nog 1 door dien men na de komst van Konin aan dit Eijland, de te volgen onderwerpe Noekoe en Adherenten verhoopt he de weder intrekking dier Post hadd en de Comp: bevrijd blijven van verdere da bekostigingen; dan daarwij ons in dees bedragen hebben bevonden, soo kon eene lange bevorens nodig beoordeelde ocula door des kundige van die in veele opzigt even min blijven opgeschort, als de r gevolg hebben laten nemen op het van den 3: Dec: 1785: g'insereerd raport van den Capitein Commandant Heinrich, secretaris van Politie Durr en off ziener der werken Lohof, Hoofdzakelijk behelsende: dat de rondom staanden uit Saguweers- boomen gekapte Pallisaden ten getalle van 544: stuks, zodanig vergaan en vermolmd waren, dat se met de hand om verre geslooten konden worden; dat wijders, de beschotte van 't post-houders Bamboese woning en Militaire wagt uitgeweeken en de daken, meede van Bamboese en Atap„ gezakt waren. sijnde tot gem: reparatie en aanleg van een gemetzelde kruit kelder binnen de veldschans het sijne gecontibueerd heeft niet meer bekostigd geworden dan rd.:s 640:—:—: door Palisaden en afstand van de beweesen gerievelijkheid van Ternaats Koning met hebbende Alfoore, voor niet. de Leverancie van sware Lalarij houte Palen, tot de Pallisaden en afstand voor niet van vijftig Alfoeren, die aan voorsz: werk dertig dagen g'emploijeerd geworden sijn, 't gunt verhopen de goedkeuring van uwe Hoog Edelheden mag wegdragen, op de verzeekering dat alles op de menageuste wijse in de beste ordre, hegt en sterk gemaakt is, navolgens het dienweg:s almeede den 7: April h: a: ingekomen raport van voorn: Capitein Commandant en den Equipagie opzigter van waningen welk apart Elucidatie omtrent eenige bewoordingen waar van sig a: p: ten hove gesonden Poli„ „ticque raadsleden bediend hebben. onvergenoeg oer de kwijt„ rijks schulden en ongelden van 't Jaar 1783. 8 8: wat regt en billijk is. 57: slegte opvoeding maakt de voor genoten weldaden. welk schriftuur ter onse secreete resolutie van dien datum hebben doen insereeren. Dien Vorst op allerhande frivole pretexten de aan besending na Ceram geweijgerd hebbende, gelijk sub dato 15: September 1785: de eere hebben gehad te bedeelen onder Inlandsche zaken en door hem niet om geld voor eene assistentie die hij niet van meening was te ver en omvallaar voor alles „leenen, maar op de vooruitverstrekking van recognitie penningen, sijnde aangedrongen; soo hebben de van wege den gouverneur te hove gesonden gecommitteerde politicque raadsleden om hem de onbillijkheid sij ner Eijsschen voor te houden, onder gunstige weldij„ „ding ook van geen andere gelden konnen spreeken. Hadden de Koningen in de Moluccos eenig denk„ Ternaats koning blijfte ven beeld van regt en billijkheid, dat hun bij derzelver „schelding der Tidoreese gansch met Princelijke opvoeding nooit word ingeprent, soude Ternaats koning gereedelijk toestemmen, 't welk hij nu niet doet, dat de quijtschel„ „ding der Tidorsche Rijksschulden van den Jare 1783: geschied is om dit ongelukkig geworden rijk, waartoe hij door eene te verre gaande verbittering 56: § 5: veel gecontribueerd heeft te gemoet te komen. Aan die selvde gemeene opvoeding moet ook „seering den homage teekenen met verwijtingen erkend. En hier van daan koomt, dat voor hem onverstaanbaar is het door uwe Hoog Edelh: soo treffend afgemaalde Tafereel der ongelukkige omstandigheden waaronder het rijk van Tidor na de daarbinnen gepleegde ver„ „woestingen heeft moeten bukken en van de armoedige staat waarin koning Kamaloedien van Ceijlon terug gekomen is en waaromme uwe Hoog Ed: over derzelven droevige situatie met medelijden en ontferming aangedaan aan de selven Edelmoedige hulpe en bijstand hebben willen bewijsen, terwijl hij koning van Ternaten sig gelukkig behoorde te agten overeene onwenteling van saaken, waar bij hij ruim soo veel belang heeft gehad als de Compagnie, sonder in de gedane bekosti„ „gingen en geleeden verliesen te participeeren, wordende dit allesn door Hoogheid geheel anders beredeneerd wanneer hij segd dat de Tidoreesen nooijt voor de hem versogte bijstand, met een Corra Corra vloot ter koluksche oorsten ongeroelen toegeschreven worden, dat zijn Hoogheid de excu„ veel Compagnie apart

NL-HaNA_1.04.02_3738_0349 view scan ↗

English

Of such people it cannot be thought that they will fulfill the contracts. For assistance with corocoro fleets, there can be given to the kings a gratuity not exceeding that which they must defray for the dispatching thereof. have been faithful to the Company and never shall be; that for this reason no favors ought to be granted to them either, but rather to the Ternatans, who daily give proof of their unchanging attachment and without whom, in his opinion, the Company would not be able to exist in the Moluccas, he being not to be dissuaded from these his false notions, and unfortunately having fallen into the unshakeable idea that the Company possesses inexhaustible riches, derives considerable advantages from its seat in the Moluccas, and that nothing can be refused him except with the intention of doing him an affront and favoring other princes above him. A prince who has absorbed such notions adheres to solemnly sworn contracts no more than insofar as it suits him, and we cannot say that, apart from the spice destruction, regarding which he is still fairly zealous, anything of all that is stipulated in the contracts is properly fulfilled by him; thus it will have seemed distasteful to him, the declaration of Your High Nobilities that you wish to abide by the contract closed with his ancestors in the year 1683, with the summons to demonstrate that they have ever deviated therefrom, and an offer of redress in case such might have occurred, but this again is a language the king does not understand. How then will he be able to answer it! Paragraph 10: Having understood that Your High Nobilities wish to be served with an accurate account regarding what the Company has to defray altogether at the equipping of an expedition of a corocoro fleet to be sent out if needed, in order to let a discreet reward follow thereon in due time, and hereby also to demonstrate that Your High Nobilities wish to abide by the contract of 1683, according to which the inhabitants of the three Sula Islands are to put to sea some manned corocoros whenever they are required, we therefore send herewith, under enclosure sub number 2 for the esteemed consideration of Your Nobilities, the calculation of a fleet of twelve corocoros manned with fifty hands each, besides 24 chiefs distributed among them, paid and provisioned for the period of three months, to the amount of 8802:19:8 rixdollars, and which equipment costs the king: 30 ordinary bleached guinees, and 120 rixdollars in cash, without loss of corocoros, which are calculated at 3 to 4 guinees, besides the loss through maritime disasters of one or more of those vessels, which they must compensate to the owners. No recognition money to be advanced anymore, nor deliveries to be made on credit from the warehouses, except where it is unavoidable. Cunning conduct of Ternate's king to obtain money and goods from the Company, described. While regarding the gratuity to be determined by Your High Nobilities to the king, we are of the opinion that it does not need to exceed the expenses incurred by the kings; and Your High Nobilities further consider it our duty to represent in all respect that the assistance from the Sulas has been dispensed with for years past, because the inhabitants of these three islands are uncommonly timid and cowardly. The king has now been cut off from making debts with the Company with the intention of never letting payment follow thereupon; we shall also most obediently comply with the order received regarding this, and make no advances of recognition money or delivery of goods from the warehouses on credit, except only when such is unavoidable and appropriate in cases of death in the royal family, of which mention is made in the general letter under the arrears paragraph; in which conditional delivery His Highness has responded so poorly, who dares to come forward to Your High Nobilities with untruths in his missives of 26 July 1785, by saying that from the recognition money of the year 1784 he paid 967:18:— rixdollars for the cost of the silverware and royal seal received in the years 1782 and 1783, which he not only did not do, but also could not have done otherwise than from the recognition money of 1785, because year after year, except in this one, he requested and obtained advances; he having likely fabricated this to encourage Your High Nobilities to send the goods requested by him on account in the past year, but which, by the wise arrangement of Your High Nobilities, were not obtained; and of which arrangement the kings in their letters then information

Dutch transcription

van de zodanigen kan niet gedagt worden dat sij de Contracten sullen nakomen voor de bijstand met Corra Corra vloten kan aan de geven worden niet surpaseerende het geene sij tot de afsending derzelven moeten bekostigen. Compagnie getrouw sijn geweest en het nimmer worden sullen, dat hierom aan dezelven ook geen gratien behoren te geschieden, maar wel aan de Ternatanen, die dagelijks blijken hunner onveranderlijke aankleving geven en sonder dewelken de Maatschappij na sijn meening in de Molucco niet zoude konnen bestaan, sijnde hij van deese sijne valsche begrippen met af te lijden, en ten ongelukke in het onversettelijk denkbeeld geraakt, dat de Compagnie onuutputtelijke rijkdommen possedeert, bij haren zeet in de Moluccos aansienelyke voordeelen behaald en hem niets geweijgerd kan worden, dan met insigt om hem affront aan te doen en andere vorsten boven hem te favoriseeren. Een Prins die sulke begrippen heeft ingezogen houd zig aan de solemneel besworen Contracten ook niet meer dan voor soo verre Hem sulks con„ „ venieerd en wij konnen niet zeggen dat buiten de specerij Destructie, waaromtrent nog al vrij ieverig is, door hem iets van alles wat in de Contracten bedongen staat, behoorlijk nagekomen word; dus hem ontsmakelijk sal voorgekomen weesen, de declaratie van uwe Hoog Edelheden dat zig, willen houden aan het met sijne voorvaderen A:o 1683: gestolen Contract, met sommatie om aan te tonen, dat daarvan ovit afgeweeken hebben en aanbod van redres, bij aldien zulks mogte zijn geschied, naar dits wederom een taal die de koning niet verstaat. Hoe sal hij er dan op konnen antwoorden! § 10: Begreepen hebbende dat uwe Hoog Edelh:s gediend willen weesen van een accurate Reekening wegens de wat door koningen een douceur afgedan de Comp: alles met te bekostigen valt, bij de toerusting eener des benodigd uit te zenden Corra Corras vloot om daarop in der tijd eene descreete beloning te laten volgen en hier meede te betonen, dat uwe Hoog Edelheden sig houden willen aan het Contract van 1683; volgens het welke de Inwooners van de drie Jullase Eijlanden, eenige bemande korra korras in zee te brengen, wanneer dezelven gerequireerd worden soo laten wij hierop onder de bijlagen sub N:o 2 ter g'eerde speculatie van Hoogst de zelven afgaan de bereekening eener vloot van twaalf Corra Corras bemand met vijftign koppen ieder buijten 24: daarop verdeelde hoofden, besoldigd en van geproviandeerd apart 11 F 11 geen recognitie penn: meer voor uit verstrekt of te ook afgaven gedaan worden in't den waar het onvermijdelijk is. Listige handelwijs van Ternaats koning om aan geld en geld van de Comp: te geraken, beschreeven. geproviandeert voor de tijd van drie maanden, ten bedragen van Rijxdaalders 8802:19:8 en welk eene toerusting den koningen te staan komt op„ 30: guineesen gemeen gebleekt en 120: rd:s Contant, sonder verlies van Corra Coras die op 3: â 4: guineese gereekend worden. buiten het verlies door zeerampen van een of meer dier scheepvaartuigen die sij den Eijgenaren vergoeden moeten terwijl omtrent de door uwe Hoog Edelh:s te bepalen Coning, van gedagten sijn dat dezelve de bekostiging door de koningen niet behoevt te surpaseeren, en uwe Hoog Edelheden voorts denken in eerbied te moeten representeeren, dat van de hulpe uit de Jullas Jaren herwaards is afgezien, uit hoofde de bewoners deezer drie Eijlanden ongemeen bloot en laf hartij sijn. Den koning is de Pas nu afgesneeden om schulden bij de Comp: te maken met Intentie om 'er de betaling de Pakhuisen op schuld, nimmer op te laten volgen; ook zullen wij gehoorzamste nakomen het dien aangaande ontvangen bevel en geen vooruit verstrekkingen van recognitie penningen of afgave doen van goederen uit de Pakhuisen op schuld, dan alleen, wanneer sulx onvermijdelijk is en te passe koomt bij sterf gevallen onder de Koninglijke familie, waarvan bij den gemeene brieff, onder agterstallen § word mentie gemaakt: in welke conditioneel gedane apgave soo slegt beantwoord is door sijn Hoogheid; die bij uwe Hoog Edelheden met onwaarheeden durft te berde komen in sijne missives van den 26: Julij 1785; met te seggen, dat uit de recognitie penningen van den jare 1784. betaald heeft rd.:s 967: 18:— voor het kostende der Annis 1782: en 1783: ontvangen silvere werken en Tjap 't gunt alleen niet gedaan heeft, maar ook niet anders dan uit de recognitie penningen van 1785. soude hebben konnen doen, doordien Jaar op jaar behalven in dit, voor uit verstrekkingen versogt en verkregen heeft; hebbende hij zulx denke„ „lijk verzonnen om uwe Hoog Edelheden te animeeren, tot de afsending der door Hem a:o p:o in aanreekening versogte dog door de wijse schikking van uwe Hoog Edelheden niet bekomen goederen. en van welke schikking de Koningen in hoogst der selver brieven 2 dan infortie

NL-HaNA_1.04.02_3738_0351 view scan ↗

English

13. of firmness knows his right and equity. In the delivery of some rice and sago by the subjects, no change can be made. 5 14: if he wants to reproach him for services rendered! one can have obtained information, according to which Their High Nobilities do not, but we, all know how to conduct ourselves, the Governor having politely rejected the request made to him on behalf of the King of Ternate on 30 May of last year for the enjoyment of the recognition moneys, which are only to be paid by the last of December next, for himself, the grandees of the realm, and the village chiefs of Macquian and Mortier, not referring the King to the prohibitive order received in this matter, and paying them in the same coin. § 12: Having noted above concerning this monarch, that his Highness is as insensitive to received benefits as he is incapable of equitable reason; we can therefore not promise ourselves much good from the firmness with which he would have to be addressed, in case his Highness continued to extort from the Company in a manner as unreasonable as was attempted in the past year, to which he does not have the slightest right, and upon the refusal of his desire, might emancipate himself to resort to unlawful means, yet living in the confidence that such will no longer be attempted by them. Thus we shall as much as possible avoid entering into obligations with the King, although we certainly had to do so regarding the Corra Corra fleet in the year 1784 and now again in the rendered assistance with the delivery, mentioned in § 4, of Lalari wood palisades for free, for the service of the field redoubt at Cajoemera, in order not to answer civility with impoliteness, although, if the King should again see fit to throw this and that service rendered by him in our face, one could pay him in the same coin, because he owes far more, indeed the royal dignity itself, to the Company. It being meanwhile certain that the Moluccan head kings receive nothing from the subjects except some rice and sago, and it being so impossible to effect a change in this regard that it cannot even be thought of, because the subjects, who are and are kept always equally poor, would rather let the remainder be taken from them than willingly contribute to the maintenance of kings whom they do not choose or appoint, and for whom they show fear rather than love; about which, however, the Sultan of Ternate cares less than any other monarch, being well pleased whenever he can seize the opportunity to load his priests and all those of the clergy with money and goods, wherein he proceeds so excessively that all his revenues are squandered thereon. Those clergy being greedy and vindictive, it is dangerous to oppose the King in this. § 15: The King, doing so, never gets out of the debts he has incurred with the Company and with private individuals, becomes sullen when held to account about it, and makes use of the practices common among bad payers; now he objects to the prices of the received goods, his Highness having, as of the writing of this, not yet verified and confirmed with the seal of the realm to be placed thereon the account submitted to him under the last of December 1785 according to the recently introduced practice approved by Your High Nobilities, regarding which he makes promises every time without, however, getting around to it. „ 18: The Ternate princes no longer being treated so tyrannically by the King, we attribute this to the recommendation received by his Highness from Your High Nobilities, in addition to which the monarch was further reminded by the Governor that the Company, upon continuation, cannot permit injustice, especially not towards princes who, like his Highness, are sons of kings who have been friends and allies of the Company, as the Prince § 16: Although it appears further from what has already been treated that we do not make ourselves popular with the Ternatans by reviving the Tidorese from his weakened state to the best of our ability, we shall not let ourselves be deterred by this, but persevere in these our efforts, as long as we are not opposed therein by the Tidorese himself, who flouts the recommendation to give way in matters of no great importance as long as he cannot do otherwise anyway, and seeks the opportunity to come into open estrangement with the Ternatan. § 17: of this our statement we shall produce irrefutable evidence in its proper place. 516 Schoonderwoert,

Dutch transcription

13. van cordaatheid weet sijn regt en billijkheid. In het opbrengen van wat rijst en sagoe door de onderdanen kan geen worden. 5 14: wil hij over hem beweesen diensten verwijten! men kan infort bekomen hebben, waarna Hunne Hoog Edelheden sig niet maar wij, ons alle weten te rigten, hebbende den Gouverneur de hem van wege Ternaats koning den hen met gelijke munt betallen 30: Meij J:o L: voorgebragte Instantie om het genot der recognitie penningen, die eerst met ult:o December aanstaande betaald moeten worden, voor sig selve, de Rijksgrooten en de Dorpshoofden van Macquian en Mortier beleevdelijk geweesen van de hand, niet overwijsing van den koning na de in deezen ontvangen prohibitive ordre. § 12: Van deezen vorst hier boven genoteerd hebbende hoogheid so min als van dat voor ontvangen weldaden ongevoelig en niet vatbaar voor billijke reden is; soo konnen wij ons selve niet veel goeds beloven van de cordaatheijd, waarmeede hem soude moeten toespraken, in gevalle sijn Hoogheid voortging, met de Comp: op eene soo onreedelijke als de A:o p:s beproefde wijse afte dwingen, waartoe hij geen het minste regt heeft, en bij het niet toestaan van sijne begeerte, sig wilde emancipeeren om tot onwettige middelen over te slaan, dog in vertrouwen levende, dat zulks door hen niet meer getenteerd worden sal. soo sullen wij soo veel moogelijk vermijden verpligtingen bij den Koning te maken, schoon wij het omtrent de Corra Corra vloot in a. o 1784. en nu wederom inde beweesen assistentie met de bij §4: bedeelde Leverancie van Lalarij houte Pallisaden voor niet, ten dienste der veldschans te Cajoemera, wel hebben moeten doen, om geen civiliteit met onbeleefdheid te beantwoorden, schoon men den Koning, wanneer wederom goed vinden mogt, deese en geene door hem beweesen diensten voor de scheenen te werpen, met gelijke munt soude konnen betalen door dien hij vrij meer, Ja: de Koninglijke waardigheid selve aan de Compagnie verschuldigd Sijnde intusschen seker dat de Moluksche Hoofd Koningen buiten wat ryst en sagoe, niets van verandering gemaakt de onderdanen ontvangen en soo ondoenelijk om verandering in deezen te weeg te brengen, dat daaraan niet gedagt kan worden, dewijl de onderdanen die altoos even arm sijn en gehouden worden sig liever het overschot laaten ontreemen dan goed Chefig te contribueeren tot onderhoud van koningen, die sij niet verkiesen op aanstelen en voor de welken sij eerder ƒ 13: 513. 0 Vreese Matie is. apart 15. Ternaats koning maakt casitien tegen de hem overgeleverde Reekenings „ De koning van Ternaten verandert van gedrag De Tidoreesen selve sijn oorsaak dat men hen niet soo kragt dodig helpen vreese dan liefde betonen te hebben, dog waar aan sig de sulthan van Ternaten minder dan eenig ander vorst bekreund, sijnde hij wel te vreede, wanneer de gelegenten kan als men wel wilde. Capteeren kan om sijne Priesters en alle die van den geettelijken stand sijn met gelden goed te overladen, waarinne soo overmagtigd te werk gaat dat alle deszelfs inkomsten daaraan verspeld worden. — Die geestelijken heb en wraaksugtig sijnde, soo is het gevaarlijk den koning hier in tegen te gaan. §15: De koning geraakt dus doende nooijt uit sijn bij de Compagnie en bij Particulieren gemaakte schulden wordd Geemelijk, wanneer daarover onderhouden word, en bediend sig van de onder kwade Betaalders gebruikelijke prac„ „tijcken; Nu heeft hij het eens tegen de prijsen der ont„ „vangen goederen, hebbende sijn Hoogh:de aan hem, navolgens omtrent de Princen. het jongst ingevoerd en door uwe Hoog Edelheden goed h overgegeevene Rekening gekeurd gebruik, sub ult:o December 1785: / onder het schrijven deeses, nog niet geverificeerd en bekragtigd met deszelfs daarop te stellen Rijkszegul, waarvan telkens toesegging doet, sonder 'er egter toe te komen. „ 18: De Ternaatse Princen door de koning niet meer, soo tijramicq behandeld wordende, schrijven wij zulks toe ƒ aan de door sijn Hoogheid ontvangen recommandatie van uwe Hoog Edelheden, boven de welke de vorst door den Gouverneur nog hierinnerd geworden is, dat de Comp: bij aanhoudenheijd geen onregtvaardigheid kan toeloten, in sonderheid niet omtrent, Princen, die als sijn Hoogheid, soons van Koningen sijn, die Vrienden en bondgenoten van de Comp: geweest sijn, gelijk de Prins § 16: schoon uit het reeds verhandelde nader blijkt, dat 1/12 wij ons hof kwalijk bij de Ternatanen maken, door den Tidorees uit sijn verswakten staat, na best vermogen, weeder op te beuren, soo sullen wij ons hierom niet laten afschrikken, maar in deese onse poogingen volharder, soo lange daarinne niet worden tegen gegaan, door den Tidorees selve, die de recommandatie om in zaken van geen groot belang toe te geven, soo lange hij tog niet anders kan, in den wind slaat en de gelegenheid soekt om met den Ternataar in openbare verwijdering te geraaken. § 17: van dit ons gesegde sullen wijter sijnde plaatse onwraak„ „bare bewijsen produceeren. 516 Schoonderwoert,

NL-HaNA_1.04.02_3738_0353 view scan ↗

English

have been withdrawn. False rumors are spread on the coast. Schoonderwoert must be regarded as a son of King Swaardekroon, whereupon Prince Abdul Succoor, who had been held in close confinement for so long and was suspected of having plotted in the so-called conspiracy of the Goegoegoe Miftaha, of which we made mention in our previous secret letter of 15 September 1785, paragraph 28, has been released again, although this has not removed the suspicion of the King, who always keeps the princes strictly in check and does not look favorably upon Prince Schoonderwoert, who indeed needs double protection now that, during the drafting of this letter, through the demise of the Princess, his wife and sister of the King, he loses all his support at court. For this reason the Governor deemed it not unserviceable to the Prince to have inserted into the compliments of condolence paid to the King that the loss of this Princess was the more regretted because she had been a beloved sister of His Highness and the worthy consort of a Prince held in high esteem by the Company. Paragraph 19. Lack of power. If the firmness with which Your High Excellencies would have liked to see satisfaction demanded from the King for the injury to the Company's dignity, on the occasion of the promised and unfulfilled granting of pardon to the Goegoegoe Miftaha, is not supported here by several hundred well-drilled and resolute European soldiers, it carries sadly little weight. And since we are of the opinion that one must secure satisfaction for oneself after it has been demanded and refused, we most respectfully request to be furnished with definite orders regarding our conduct in situations where the dignity of the Company might again be injured, while we remain for the most part provided with troops who are of one color, one religion, and the same mindset as the offender, and our detachments sent out into the forests for spice destruction remain exposed to the vindictiveness of a bloodthirsty native population. Paragraph 20. False rumors on the northwest coast of Celebes. Although sometimes one out of two or three false rumors may turn out to be true, we have not yet seen this happen with the rumors spread on the northwest coast of Celebes. And it is certain that the enemy who caused so great an alarm in May 1785 within the jurisdiction of the Manado Residency could nowhere be overtaken, just as it is equally certain that the expenditures made on this account by Resident Hersz were of no benefit to the Company. However, since they were incurred in a supposed time of need, we decided on 3 December for this one time to validate the disbursed subsistence allowances of: Rds 11: 12:— to 7 chiefs 174: 20:— to 232 proa crewmen or Rixdollars 185: 32:— in total, with the rejection of the Resident's proposal to have the above-mentioned allowance paid monthly to prevent theft by the Alfurs, who we think do not need to resort to this out of want, since linens are supplied to them according to need, besides rice and salt. Paragraph 21. Matters from which the Company derives no benefit. Three galowets dispatched against the Maguindanao and other rabble to the Straits of Bangka and Lembeh, and to Quandang, return without having spotted the enemy. When false rumors, mentioned in the preceding paragraph, are given a sort of probability and lent weight by the Residents, one feels obliged to offer assistance at the place from which those rumors are reported as true, whereas after the trouble taken and costs incurred one perceives that these could have been spared; as has once again been shown by the outcome of our efforts to deal a sharp blow to the Maguindanao and to relieve Quandang from attacks from the side of the Bugis at Palu, for which Resident Schoe frequently expressed his apprehension. The three galowets the Arend, Raaf, and the Exter, very suitable for such an undertaking, sent out by us for the above-mentioned reasons, in accordance with the entry in the Secret Resolution of 3 December 1785, after an outfitting for four months, have returned without having seen any enemy, or even having been detained at all at Quandang, in conformity with the succinct report submitted to us by the commanders and inserted into the Secret Resolution of 15 July of this year, from which it does not appear that any extraordinary expenses were incurred on this expedition. Paragraph 22. The King of Batjan exceeds the boundaries of the district. Report being made in the separate letter of today concerning spice destruction as to how much the King of Batjan has encroached upon the Ceram people, to whom he lays claim, we shall continually admonish that overly enterprising prince to send back those who have been by him

Dutch transcription

17 ingetagen sijn. Cust worden valsche tijdige verspreyd schoonderwoert, als een soon van koning swaardekroon, dusdanig moet aangemerkt worden, waarop de duslange in nauwe gevangenis en van getrameerd te hebben, in de soo genaamde Consperatie van den Goegoegoe Miftaha„ verdagten Prins Abdul Succoor, waar van in onse vorige secreete van den 15: september 1785. §28: gewaagd hebben, weder gelargeerd geworden is, schoon hier meede niet weg genomen is de argwaan van den Koning, die de Princen Seor altoos sterk in bedwang houd en geen goed oog heeft op Prins schoonderwoert, die wel dubbele protectie nodig heeft, nu hij, onder 't concipieeren deeses, door overlijden van de Prinsces sijn vrouw en suster des konings al sijn steum ten hove koomt te verliesen, waarom de gou„ „verneur niet ondienstig voor den Prins geoordeeld heeft, bij de aan den koning gedane Complimenten van Condoldnce te laten invloeijen, dat men het verlies deezer Princes te meer beklaagde om dat sij eene geliefd suster van zijn Hoogheid en de verdienstelijke gemalin was geweest, van eenen bij de Compagnie in hoge agting staande Prins. § 19: Als de cordaatheid waarmeede uwe Hoog Edelheden gebrek aan magjt dat gaarne gezien hadden, dat van den Koning satisfactie hadde gevordert over lasie in 's Comp:s waardigheid, ter verleening occasie der beloofde en niet gehouden pardon, van kin aan den goegoegoe Miftaha, hier niet van eenige hondert wel in de Wapenen gedresseerde en geresolveerde Europeessen gesouteneerd word, dan geld se 'er bedroefd weinig en daar wij in de meening sijn, dat men sig selve satisfactie besorgen moet, na dat dezelve gevordert en geweijgerd is, soo verzoeken wij eerbiedigst te mogen worden gemunieerd, met bepaalde ordres omtrent ons te houden gedrag in gelegenheden waar bij de waardigheid van de Comp:e wederom mogte worden geledeerd en wij voor het grootste gedeelte nog voorzien blijven van troupes, die van eene Couleur, eene religie en de selvde denkwijse sijn, met den beleediger en onse na de Bosschen ter specerij destructie uit gesonden de tachementen blijven bloot gesteld van de gevoeligheid van een moordgierigen Inlanders § 20: schoon somtijds van twee of drie valsche gerugten op Celebes 's Noord west en waar kan worden, soo hebben wij dit egter van de ter N: W:t Cust van Celebes verspreijd geworden geugten nog niet sien gebeuren en het is zeker dat de in hadde heij O — 19 „zaken waarvan de Comp: geen nut heeft. 921: Drie op den Maginadaur straten Banka en Lembe Galowets. Batchians Koning gaat de palen van Districtie te buiten bespeurd te hebben. Meij 1785: onder het resort den Residentie Manado soo groote alarm veroorsaakt hebbende vijand nergens heeft konnen opgelopen worden, gelijk meede seeker is dat hierom gedane bekostiging door den Resident hersz van geen nut voor de Comp: geweest is; dan, daarse in een vermeende tijd van nood is geschied, soo hebben die bekostigingen veroor„ wij den 3: December voor dees ééne reijs besloten te valideeren de uitgekeerde kostgelden van Rd:s 11: 12:—: aan 7: hoofden „ 174: 20: — „ 232: Prauwscheppers of Rijxds 185: 32:—: te samen met afwijsing van 's Residents voorslag om bovengem afgave 's maandelijks te laten geschieden, ter voorko„ „ming van dieverij door de Alfoeren, die wij denken dat hier toe uit gebrek niet behoeven over te slaan, dewijl aan dezelven, buijten rijst en zout, naa benodigdheid, Lijwaten worden verstrekt. Aan valsche gerugten, waarvan de voorgaande en ander gespuis naar de paragraaf gewag maakt, door de Residenten een en na quandang afgezonden soort van waarschijnlijkheid gegeven en gewigt wordende bijgezet; soo denkt men assistentie te moeten bieden ter plaatse van waar die gerugten als waar worden ofgegeven, terwijl men na genomen moeijte en gedane kosten ontwaard. dat dezelven bespaard hadden konnen worden; gelijk op nieuw geleerd heeft, de uitkomst onser pogingen om den Magindanauer een gevoelige Neep toe te brengen en quandang te bevrijden voor aanslager van de seijde den Boegineesen te Palo, waarvoor de Resident schoe dikwerff sijne bedugting heeft te kennen gegeven; sijnde de door ons, om boven gemelde reedenen, na„ „volgens het genoteerde ter secr: Resol: van den 3: Dec: 1785, drie tot dusdanige onderneeming seer geschik keren terug sonder vijand na eene toerusting voor vier maanden afgesonden galowets de Arend, Raaf, en de Exter, terug gekeerd sonder vijand gezien te hebben, of ook te quandang in 't geheel niet te sijn aangehouden, conform, der gezaghebberen aan ons gediend en ter secr: Resol: van den 15: Julij deeses jaars g'insereerd compendieus berigt, Waarbij niet blijkt dat op dees tocht Extra bekosti„ „gingen sijn gemaakt. § 22: Hoe seer zig de koning van Batchian g'emancipeerd/ hebbe omtrent de Cerammers, waarop praetentie maakt, bij de van specerij destructie hadelende aparte missive van heden, verslag geschiedende, sullen wij dien al te onderneemende vorst geduurig vermanen tot de terug sending der door hem te op Batchians apart

NL-HaNA_1.04.02_3738_0355 view scan ↗

English

21. 100 men are expected from Parigie. The king of Tidor is extremely keen on honors, both from the Ternatans and from his subjects. transferred Ceramers to Batchian, whom he now in his letters claims, and then again denies, to have returned to their place of birth. Paragraph 23: We have found the king of Parigie inclined to the surrender of one hundred men for the pay being provided to dispatchable and non-dispatchable Native Soldiers leaving for Batavia, in order to let half a Company of them depart for that place, if they should still turn up in time, pursuant to the high orders received regarding this matter. Paragraph 24: Since the discharge of Native Troops, humbly speaking, does not yet appear advisable to us, we must further, to substantiate what we stated concerning the hatred of the Tidorese and Ternatans toward each other in the secret letter of last year, paragraph 58, report an event that could have dragged distressing consequences in its wake, had good precautions not been taken against it in time; for King Kamaloedien of Tidor, residing on this Island and in the Garden of Cottabaroe, demanded the same and made all the Ternatans sailing past with prahus lower their sails, which sign of submission—having also been demanded by the Grandees of the Realm while the king had gone to make a Tour to Tidor—was demanded with so much impudence that they pursued and overtook at sea the passing Ternatans who did not pay the honor, beat a Ternatan who rushed to their aid, and subsequently brought him before the Governor, who kept insisting to the King of Tidor for satisfaction until the Tidorese Captain Laut was placed under arrest by His Highness over this matter, and a Tidorese soldier was handed over to the Company and locked in the Stocks, to the satisfaction of the Ternatans, who furthermore conducted themselves peacefully. The above-mentioned event is described in somewhat greater detail in the secret Resolution of the 27th of June of last year, and what trouble the king of Tidor has caused the Governor on account of his insistence on marks of honor and intolerance is evident from the enclosures accompanying this under numbers 3, 4, 5, 6, and 7. Meanwhile, the Tidorese Captain Laut and soldier Abdul were set at liberty again after an arrest of thirty days, because after all no satisfaction was seen to follow from the side of Ternate's king for the insolences which the Imperial Slave Papoedje was said to have committed against the King of Tidor and his Grandees of the Realm. 23 Paragraph 25: His Highness stirs up old matters that happened during the Tidorese revolt in the year 1783. He abandoned a claim he had made, but after that date persists in demanding the return of three Tidorese females who converted to the Christian faith. This king is fond of stirring up something old, just to be troublesome. He demonstrated this in a history detailed in the secret resolution of the 27th of April of this year, concerning three Tidorese women who, in the revolt of 1783, had been saved from the hands of the murderous Alfoors by a burgher sergeant, a soldier, and a Drummer, with whom they subsequently had maintained close intimacy, and had become so attached through the bonds of Love and gratitude that they acquired a desire and inclination to embrace the religion of their Protectors, who on their part wished to respond to this by binding themselves forever through a lawful marriage to the said Women, with whom they had fathered children. The governor had not had the least knowledge of all this when King Kamaloedien of Tidor, in one of the first conferences held with His Highness after his return from Batavia, made known that three Tidorese women were consorting with Europeans and had embraced the Christian faith, wherefore he requested that they might be extradited again; however, the Governor, who immediately understood what must follow from the surrender, had him desist from this, with the request not to dredge up old stories, especially not from a time such as that of the Tidorese revolt. Desirous to know whether the said Women had actually been admitted to Holy baptism, with or without the prior knowledge of the Reverend Huther, currently called to Banda, the Governor learned from that Minister that to his knowledge he had received none other than Manado women into it; whereupon, after this matter had been consigned to oblivion, no further investigation took place, until to the governor's surprise, on the 22nd of March of last year, the claim for the frequently mentioned Women was made once more, by way of a solemn deputation sent of Tidorese Grandees of the Realm, headed by the Gogohe Tahane. Now a strict investigation became necessary, and it was found that

Dutch transcription

21. van Parigie worden 100: koppen te gemoet gezien. de koning van Tidor is uitermoeste eerbewijsingen gesteld. Ternatanen even als van sijn onderhorige. besotreven geval Batchian overgevoerde Cerammers die hij nu eens in sijn brieven segd en daar wederom ontkend, na de plaats hunner geboorte te hebben laten terug keeren. § 23: Wij hebben den koning van Parigie genegen bevonden tot den afstand van een hondert koppen voor de aan Inlandsche Militairen te Batavia vertrekt wordende besoldingen aan versendbare en niet versend„ „bare om van deselven, bij aldien nog tijdig genoeg mogen komen opdagen een halve Comp: na Costij te laten afsteeken navolgens de hieromtrent bekomen hoge ordre §24: De afdanking van Inlandse Troupes ons niet Vogmoedig eerbiedigheid gesprooken, nog niet raadsaam voorko„ mende, moeten wij voorts, tot staving van ons gesegde over den haat der Tidoreesen en Ternatanen tot elkander bij den secreeten brieff van voorleden Jaar §58: verslag doen eener gebeurtenis, de welke kommerlijke gevolgen na sig hadde konnen sleepen, bij aldien hier tegen niet in tijds goede voorzorgen waren gebruikt, als hebbende koning Kamaloedien van Tidor aan dit Eijland en in de Thunn Cottabaroe verblijf houdende, alle de en vordert dezelven van de met prautjes voorbij varende Ternatanen zeijl doen strijken, welk teken van submissie door de Rijggroten/ wier ut ontsant et verere den koning een Tour na Tidor sijnde gaan doen/ ook algevord sijnde geworden met soo veel drufts, dat de voorbij varende Ternatanen, die het honeur niet gaven op zee vervolgd agterhaald, eenen hun te hulpe toe„ „geschoten Tornataan geslagen vervolgens gebragt hebben voor den Gouverneur, die soo lange bij den Koning van Tidor op satisfactie heeft laten aanhouden, dat de Tidorees Capitein Laut door sijn Hoogheid over dit geval in arrest en een Tidorees soldaat aan de Comp: is overgegeven en in de Pronk gesloten, ten genoegen der Ternatanen, die sig wijders vreedsaam ge„ hebben „houden sijnde bovengem: gebeurtenis wat uitvoeriger beschreven in de secreete Resolutie van den 27: Junij L: L: en wat moeijte sidors koning door deszelfs gesteldheid op eer bewijsingen en onverdraagsaamheid den Gouverneur veroorzaakt: heeft, blijkt bij de deezen sub numeris 3:4: 5:6: 7. versellende bijlagen. Terwijl de Tidoreese Capt: Laut en soldaat Abdul na een arrest van dertig dagen weder op vrij voeten sijn gesteld, dewijl men tog van de sijde van Ternaats koning geen satiffactie heeft sien volgen op de insolentien, die de Rijksslaaf Papoedje den tegen 23 § 25: sijn Hoogheid schommeld oude saken op. die gedurende de Tidoreese revolte in a. o 1783 gepas„ „seerd sijn. Wij Liet van eene door hem gedane reclame af. dog laat na dato wigeeren op de terug gave van drie tot het geloovder Christene overgane Tidoreese vrouws per„ „sone. tegen Tidors Koning en Sijne Rijksgroten soude hebben gepleegd. Deese koning is een Liefhebber van wat ouds op te schommelen, om maar lastig te konnen weezen, Dit heeft hij getoond in eene ter secr: resol. van den 27: ste April h: a: gedetailleerde historie, van drie Tidoreese vrouwen die in den opstand van 1783. uit de handen der moordsugtige Alfoeren gered waren geworden, door een burger sergeant, een soldaat en een Tamboer met de welken sij vervolgens naeuwe gemeenschap hadden gehouden, en sodanig verknogt waren geraakt door de banden van Liefde en dankbaarheid, dat sij Lusten en genegentheid kreegen om te omhelsen de religie van hare Beschermers, die sulks van hunne seijde beantaoorden welden met sig aan gesegde Vrouwen bij de welken kinderen verwekt hadden, voor altoos te verbinden door een wettig huwelijk. Y0 Van dit alles had de gouverneur geen de minste kennis gedragen, toen koning Kamaloedien van Tidor, in eene der eerste met sijn Hoogheid, nadeszelfs terug koms van Batavia, gehouden conferentien, te kennen gaf dat drie Tidoreese vrouwlieden, het met Europeesen hielden en het geloov der Christenen omhelst hadden, waarom hij versogt, dat dezelve weeder uitgeleeverd mogten worden, dog waarvan de Gouverneur die aanstonds begreep, wat de overgaa„ „ve volgen moest hem hadde doen afzien, met verzoek van tog geen oude historien te willen ophalen, vooral niet van een tijd als die den Tidoreese revol te begeerig om te weeten of gemelde Vrouwen weesentlijk tot den H: doop g'admitteerd waren, met, of sonder voorkennis van den tans in Banda beroepen D:s Huther; vernamde Gouverneur van dien Levaar dat met sijn weten geen andere dan Manadose Vrouwen aange„ in het „nomen hadde, waarop na deese zaak, als oot vergeet boek gesteld sijnde geworden, geen verder onderzoek geschiede, wanneer tot 's gouverneurs surprise op den 22: maart J: L: de reclame van dik gerepte Vrouwen andermaal gedaan wierd, bij weege eener afgezonden plegtige deputatie van Tidoreese Rijkesgroten met den goegoegoe Tahane aan 't hoofd, Nu - wierd een strict ondersoek nodig en men bevond wat

NL-HaNA_1.04.02_3738_0357 view scan ↗

English

25. Only one of them has received Holy Baptism. Not to be extradited again. Recommendation to the Minister regarding the matter of the admission of natives. Nuku and his adherents reject the offered letters. Four Tidorese kora-koras depart for Gebe, Maba, Weda, and Patani. what was said earlier concerning those women, that they were named Katidja, Saptoe, and Ahadie, and all three born in Marieko, and that none of their husbands were Europeans, but native children; that Ahadie alone was baptized and received the name Wilhelmina from the aforementioned Reverend Huther, while the others were referred by His Reverence for some time to their prayer book, of which, however, they made no further use after finding out that they were being searched for; it appearing that the aforementioned women mostly wished to convert to our faith out of fear of the death penalty, according to the declarations inserted into the previously cited secret resolution of 27 April; and it was in order to save them from a certain death that we did not proceed with the requested extradition, but resolved to prescribe to the Minister Rousselet some points for observance in case natives should present themselves again to embrace the Christian faith. Section 26. The pardon letters sent last year to Ceram and the Papuans not having yielded the outcome that had been hoped for, we request to be allowed to refer simply to the account inserted into the secret resolution of 3 December 1785 and two other writings from the Tidorese Captain Sidaha Gula Manis and Lieutenant Alie, from which it is all too clearly evident that Nuku intends to persist in his rebellion; although from some sayings cited therein one must almost infer that this Prince and his adherents are quite disconcerted by the appointment of a King of Tidore, of whom they have heard that he is beloved by the people; care having been taken on the aforementioned day that the moneys received by the King in Amboina, namely 100 rixdollars from the Honorable Secunde and 26 rixdollars on Batchian for the purchase of a prahu, were reimbursed, and it was further permitted that four Tidorese kora-koras departed for Gebe in order to observe the Papuans and those of Gebe, Maba, Weda, and Patani, and to probe whether they were inclined toward submission; while at the same time it was deemed unadvisable to have the aforementioned vessels escorted by two galleys, as no reliance whatever could be placed upon the inclination of the Tidorese people, in whom the King at that time placed so little trust that His Highness remained this long on Ternate out of fear that the European soldiers assigned to him as a bodyguard might at any time, under his reign just as under Patra Alam's reign, be brought to the slaughterhouse. Section 27. Others that were to set out against Nuku are cancelled again. Section 28. Many people of Gebe, Maba, Weda, and Patani submit, provided they are supported with ammunition of war and galleys. The Tidorese pretend that they could easily capture Nuku. Which is refused. We therefore contented ourselves with the loan of the necessary ammunition of war mentioned in the secret resolution dated 30 December 1785, which was returned completely not long thereafter, since the dispatch of kora-koras against Nuku was not carried out. Gula Manis having returned in the month of May from his mission with people of Gebe, Papuans, and people of Maba, Weda, and Patani, who rendered their submission to the King and to the Company, the idea was suddenly put into the King's mind by him that Prince Nuku could easily be captured and brought over here, if only the Company would lend a hand with the provision of: 12 swivel guns and accessories, 12 muskets, and 12 cartridge pouches with live cartridges, along with some Company servants; which, however, we were unwilling to agree to after the Governor observed that the bitterness of the Tidorese against the Ternatans went too far not to arouse suspicion regarding the requested war supplies; it being furthermore deemed inadvisable to embrace proposals of that nature as long as Prince Nuku cannot be attacked with any prospect of good success, and as long as those who have soiled their hands with the innocent blood of the unfortunate Junior Merchant van Dijck are continued as chiefs over the people of Gebe, Patani, and Papua. Section 29. For all of which reasons, and for other reasons described in the resolution of 27 June, the requests for ammunition of war have been refused to the Tidorese each time they renewed them. Section 30. The King having finally been persuaded to depart from this island, we have thereby been relieved of great trouble and inconvenience, both...

Dutch transcription

25. slegt eene der zelve heeft den H: doop ontvangen. te worden niet weder uitgeleverd Recommandatie aan den Predikant in het stuk der aanneeming van Inlanderen. Noekoe en sijne adherenten brieven. vier Tidoreese Corra Corras steeken na Gebe, Maba, weda, en Pattanij, wat vooraan van die vrouwen gesegd is, dat se katidja, saptoe en Ahadie geheeten en alle drie van Marie ko geboortig en dat geen van derzelver mans Europeesen, maar Inlandse kinderen waren dat Ahadie alleen gedoopt ge„ „worden is en de naam van wilhelmina ontvangen heeft van voorm: D:s Huther, terwijl de andere door sijn Eerw: nog voor een tijd na derzelver gebeeden boek overgeweesen sijn, dog waarvan geen gebruik meer gemaakt hebben, na dat sij bevonden hadden, dat gesogt wierden, schijnend meerm: vrouwen al veel uit vrees, voor doodstraffe tot ons geloov te hebben willen overgaan volgens de ter voren aangehaalde secreete resolutie van den 27: April g'insereerde verklarings en het is geweest om dezelven van een gewisse dood te bevrijden, dat wij niet sijn overgegaan tot de versogte weeder uitleevering, maar besloten hebben den Predikant Rousselet, eenige poincten voor te schrijven ter observantie in Cos sig weeder Inlanders komen op te doen ter omhelsing van het Christelijk geloof. §26: De in voorleden jaar gedane versending der pardon verwerpen de aangeboden brieven na Ceram en de Papoe van dien uitslag niet sijnde geweest, als verhoopt hadden versoeken wij hieromtrent te mogen volstaan met het ter secr: Resolutie van den 3: December 1785. g'insereerd relaas en twee andere schriftuuren van den Tidorees Capitein Sidaha goela manis en Luitenant Alie, waaruit maar al te klaar consteerd dat Noekoe in sijne rebellie volharden wil; schoon men uit sommige daar bij aan„ „gehaalde gesegdens bij kans opmaken moet, dat die Prins en Adherenten Vrij wat gedecontinanceerd sijn door de aanstelling van een koning van Tidor van wien gehoord hebben van het volk word bemind, hebbende men ten voorsz: dage gesorgd, dat de door 's konings in Amboina ter houw gekomen en aldaar van den E: secunde 100: rd:s en op Batchian 26: Rd:s tot inkoop van een prauw gerestitueerd geworden sijn en voorts toegestaan, dat vier Tidoreese Corra Corras naar Gebe afgestoken sijn, om daarmeede de Papoen die van Gebe, Maba, weda en Pattanij daarmeede te observeeren en te ondertasen of genegen waren tot onderwerping, terwijl men te gelijk ondienstig oordeelde gem: vaartuigen te laten Convoijeeren door twee galeijen, komende geen staat altoos gemaakt worden, op de genegenheu van het Tidoreese volk dat door den koning te dier tijd soo hieromtrent s weinig §27: andere die tegen Noekoe soude uit lopen, worden weder afgelegd. §28: veele gebereesen, Maba weda en Pattanijreesen submitteeren sig mits ondersteund wordende met ammunitie van oorlog en galeijen De Tidoreesen geven voor dat Noekoe gemakkelijk ligten konnen. weinig betrouwd geworden is, dat sijn Hoogheid dus lange verblijf op Ternaten gehouden heeft, uit vreese dat de hem tot een Lijfwagt toegevoegde Europische Militairen, onder syne, even als onder Patra Alams regeering, te eenige tijd, op de slagt bank mogten gebragt worden. Wij vergenoegden ons dus met de bij secr: resol: d: d: 30: Dec: 1785. vernielde afgave ter leen van de nodige ammunitie van oorlog, dewelke niet lang daarna weder compleet terug bezorgd sijn, door dien de afsending van korra korras tegen Noekoe geen gevolg genomen heeft. Gulamanis in de maand meij van sijne besending terug sijnde gekeerd met Gebereesen, Papoen, Maba„ „reesen, wedareesen, en Pattanijreesen; die hunne submissien voor den Koning en voor de Comp: hebben afgeleed, soo is 'T welk afgeslagen woord den Koning door hem schielijk in het denkbeeld ge„ „bragt, dat Prins Noekoe met gemak op te ligten en dit heen over voeren was, als 'er de Comp: de hand maar in leenen wilde met de afgave van § 29: Om alle welke en in de Resol: van den 27: Junij, meer andere beschreven reedenen te verzoeken om ammunitie van oorlog, door de Tidoreesen sijn afgeslagen, telkens dat deselven vernieuwd hebben. § 30: Den koning eindelijk nog tot vertrek van dit Eijland hebbende konnen worden overgehaald, soo is men hier door van groote moeijte en ongemak so wel 12: Draijbassen en toebehoren, 12: snaphanen en 12: Pattroontassen met scherp Pattroonen nevens eenige Comp. s Dienaeren, dog waartoe men niet heeft willen treeden na dat de Gouverneur opgemerkt hadde dat de verbittering der Tidoreesen, tegen de Ternatanen te verre ging om geen argwaan wegens de versogte oorlogs goederen op te vatten, sijnde buiten des onraadsaam ge„ „oordeeld het amplecteeren van propositien van dien aard, soo lange Prins Noekoe met geen vooruitsigt van goed succes kan worden aangetast en soo lange als hoofden over die van gebe, Pattanij en Papoe gecontinueerd worden, die hunne handen besoedeld hebben aan het on„ „schuldig bloed van den ongelukkige onderkoopman van Dijck. 12: Draijbassen als 27. apart

NL-HaNA_1.04.02_3738_0359 view scan ↗

English

29. The family of the sangaji cannot return to Tidore. None of the Tidorese currently draw recognition money. The sons of King Djamaloedien still draw monthly allowances. Their chief Poamilie writes to the Ternate ministry. The Bugis of Palo keep quiet. § 36: Strict watch is kept on the gunpowder. And nothing recovered of Patra Alam's remaining debit. None of the lost pusakas has been returned. as well as of costs, although His Highness, as is recorded in the ordinary resolution of 31 July last, would gladly have seen that the allowance granted here upon his landing to 11 Tidorese chiefs who returned with him from Ceylon, and of which upon the return of Goelamanis of Gebe etcetera by order of the Governor no further issue took place, had continually been provided, and for which provisions the King's account has been debited. § 31: We have made known to His Highness that we cannot comply with the order to allow the family and dependents of Sangaji Padje, who was banished to Ceylon, to return to Tidore. § 32: And we take care that the grandees of the realm of Tidore and the village chiefs of Maba, Weda, and Patani draw no recognition money. § 33: There being now only issued the monthly allowance of 15 rixdollars to each of the three sons of King Djamaloedien residing at this castle. § 37: Meanwhile, none of the Bugis mistreated in the expedition under Mittendorff and Spruit has yet appeared to claim compensation for the 12 barrels of gunpowder found among them. § 38: It having been constantly predicted by Quandang's Resident Schoe that those mistreated Bugis would seek compensation or attack his residency, and it even having been reported repeatedly that § 35: Then, since we saw no opportunity to recover the remaining debit of the dethroned King Patra Alam amounting to 985:14:8 rixdollars, we made use of the authorization obtained and wrote off that detrimental entry, strict adherence being maintained to the Banda edict also published here. § 34: While the Company has not had to contribute anything of its own toward the redemption of the missing pusakas, of which to date not a single piece has been recovered. 31. His letter is answered. Four prahus manned with all kinds of rabble disturb Quandang, but are quickly chased away. § 40: The relocation of the Limbotto people remains constantly in suspense. The ministers leave the relocation to the inclination of the Limbotto people. The one of Gorontalo is in favor of it. Quandang's Resident opposes it. great preparations were being made at Palo by the Bugis chief residing there, named Poanilie; which cannot well be deduced from a letter written to this Ministry, wherein the said chief complains in very polite terms about the conduct of our people and the disastrous consequences thereof. We have answered that letter in the most amicable manner, pursuant to our secret resolution of 9 June, and refuted it as well as possible, sending a safe-conduct for him to come negotiate about compensation at this main castle. § 39: Quandang has thus far suffered so little nuisance from the Bugis that they have not even been sighted before that residency, but rather four pirate prahus with all kinds of rabble, which were quickly driven off; during which 35 pounds of gunpowder were expended and spoiled, which, along with a 3-pound cannonball, we have passed for write-off. Furthermore, many letters have been exchanged concerning the relocation of the Limbotto people, now resolved upon and then again postponed, under which their former King Nacki, as it appears to us, schemes not a little together with Resident Schoe, who enjoys more prestige and profit at Quandang than he can expect at Limbotto. But because Gorontalo's Resident De Swart would very gladly see the relocation of the Limbotto people to the old settlement, he has on that account fallen into disagreement with Schoe, accusing the latter that the relocation would have taken effect long before were it not for him, that he is afraid of the inventory of goods at Quandang, and that he admits Chinese from Manado there for trade. We have ordered the Honorable De Swart not to bring forward groundless accusations, and further to adhere to the order received regarding the relocation of the Limbotto people, neither advising them for nor against it, although it would certainly be better if the relocation took effect in spite of Nacki, who took his own dismissal and reportedly brought about that the petty king of Bone named Kitchie Lahaij was appointed in his stead, whom we have however rejected for reasons mentioned in the secret resolution of 27 April. § 41: Just as it is also very desirable for the Company's interests that we may see realized the prospects that have presented themselves for our upcoming reconciliation with the Magindanaos, after in the past month of June the arrival of some Maloeran strangers at Ternate.

Dutch transcription

29. De familie van senghadje keeren. Niemand van de Tidoreesen penningen. De zonen van koning Djamaloedie trekken nog maandgelden. Der zelver Hoofd Poamilie schrijft aan het Ternaatse ministerie de Boegineesen van Palo houden sig stille § 36: 'er word sterk gepast op den kruit en niets gerecouvreerd van Patra Alams restant Debet. er is van de verloren Poesakkas niets terug geraakt. als van kosten, bevrijd geraakt, schoon sijn Hoogh gelijk ter gemeen resol: van den 37 Julij J: l: staat aange„ „teekend, gaarne gezien hadde, dat het alhier na toe„ „gelegde sijne aanlanding aan 11: Tidoreese met hem van Ceijlon terug, gekeerde hoofden en waarvan retour van Goelamanis van Gebe &„a op ordre van den Gouverneur geen afgave meer geschiedde, altoos maar voort wierde verstrekt. en voor welke verstrekkingen 's konings Ree„ „kening is gedebiteerd. §31: Wij hebben sijn Hoogheid bekend gemaakt, dat niet kan niet na Tidor terug konnen nakomen de ordre om de familie en onderhorige aanbrengen verkoop van van den na Ceijlon gebanne Senghadje Padje, na Tidor te laten keeren. §32: En dragen sorg dat de Rijksgroten van Tidor en Dorps„ trekt tans recognitie „ hoofden van Maba, weda, en Pattanij geen recognitie penningen trekken. §33: wordende nu nog alleen afgegeven de maandelijkse toelaag van rd:s 15: aan ieder der drie aan dit kasteel verblijf houdende zonen van Koning Djamaloedien: §37: Is intusschen nog niemand der in de Expeditie onder Mittendorff en spruit mishandelde Boe„ „gineesen komen op dagen, om vergoeding der bij de zelven gevonden 12: vaten met Buskruit. § 38: Door Quandangs Resident schoe geduurig voor„ speld sijnde, dat die mishandelde Boegineesen schaavergoeding of Sijne Residentie soeken wilden en selvs iterative malen bedeeld sijnde, § 35: Dan, daar wij geen kans gesien hebben, om het restant debet van den getroneerden koning Patra Alam; tot rd:s 985: 14:8: te recouvreeren, soo hebben wij van de erlangde qualificatie gebruik gemaakt en die nadeelige Post. afgeschreven. Aan het alhier meede gepubliceerde Bandase placcaat strict de hand gehouden wordende. § 34: Terwijl de Comp:e niets van 't hare heeft behoeven te Contribueeren tot de inlossing van de absent geraakte Poesakkas waarvan, onder heeden, geen stuk te regt gekomen is. Terwijl dat 31. sijn brief word bantwoord vier met allerhande gespuis beminde prauwen ontrusten quandan dog worden schielijk verjaagd. § 40: de verhuising der Limbotters „rangers of Ternaten. De ministers laten de ver„ huising aan de sinnelijkheijd der Limbotters over. Die van gorontalo is er voor. Quandangs Resident gaat Deselve tegen. dat te Palo groote toebereijdselen gemaakt wierden door het Boegineese adaar geseeten en Poanilie geheeten hoofd, het gunt niet wel kan worden opgemaakt, uit een aan dit Ministerie geschreven brief waarin sig gem: hoofd in seer honnete termen beklaagd, over het gedrag der onsen en de funeste gevolgen van dien Wij hebben dien brieff, navolgens ons secreet beslud van den 9: Junij op het minsaamste beantwoord, en soo goed mogelijk wederlegd met toesending van vrij geleijde, om aan dit hoofd Kasteel weg:s schaa ver„ „goeding te komen handelen. § 39: Quandang heeft zoo weinig overlast van de Boegineesen tot nog toe geladen, dat de voor die Residentie niet eens bespeurd sijn, maar wel vier roofprauwen met allerhande gespuijs die schielijk verjaagd geworden sijn, waarbij verschoten en bedurven sijn geraakt 35: lb: buskruit die wij nevens een kanon kogel van 3: lb: ter afschrijving hebben gepasseerd. Voorts sijn veele brieven gewisseld over de nu blijf altoos nog in suspers eens voorgenomen dan weder agter uitgestelde verhuising der Limbotters, welker geweesen koning Nacki, zoo 't ons toescheijnd, daaronder met weinig rooijd met en benevens den Resident Schoe, die meerder aansien en voordeel op quandang geniet dan hij op Limbotto verwagten kan, dan dewijl Gorontalos Resident De Swart verhuising der Limbotters na de oude Negorij seer gaarne sien soude soo is hij des weg:s met schoe in oneenigheid geraakt, den selve ten laste leggende, dat de verhuising sonder hem lang bevorens effect hadde gesorteerd, dat hij bang is ten handel voor den opneem der effecten te quandang en aldaar ad„ „mitteerd Chineesen van Manado. wij hebben den E: De swart geordonneerd met geen onseweesen beschuldigingen te berde gekomen en ons voorts gehouden aan de nopens de verhuising der Limbotters ontvangen ordre, met dezelve nog af nog aan te raaden schoon seker beeter ware dat de verhuising effect sorteerende in weerwil van Nacki die zijn de missie selve genomen en vermeld bewerkt heeft dat het koningje van Bone kitchie Lahaij genaamd in sijn steede is aangesteld, dog dewelken wij verworpen hebben om reeden ter secreete resol: van 27: April vormelde §41: Gelijk voor 's Comp:s belangens mede seer wenschelijk komst van eenige Maloe„ is dat mogen sien realiseeren de apparentien die sig hebben opgedaan tot onse aanstaande bevreediging met de Magindanaurs, na dat in de jongst verweeken maand verhuising Junij 1

NL-HaNA_1.04.02_3738_0361 view scan ↗

English

33. saying they were sent by the sultan of Magindanauw and the king of Caringane. and committed hostilities which a Maloerang Prince had brought about. yet are of no Cax„ June there appeared at this castle via Taboekan a certain Captain Bitjara Manukir together with five lesser Maloerangers, who had landed at Taboekan aforesaid on 30 April prior by native vessel, with one named Major Bohan and five other Maloerangers, wherefore, as they claimed there, in the name and on behalf of the king of Saringanie and the sultan of Magindanauw to request Peace, provided he returned within the space of two months, as otherwise they would be sought out with a multitude of vessels, for which reason Taboekan's king had deemed it advisable to let the Major aforesaid return with five heads from the retinue under an escort letter to the King at Kaloerang and to let the others, furnished with provisions by his jugugu and Taboekan's Postholder, come up hither via Manado. These having been introduced to the governor, and having expressed themselves before him in the same terms as at Taboekan, with the addition that those of Magindanao, Saringane, and Maloerang would never have committed hostilities against the Company, without a murder perpetrated on the Island of Majauw by the since deceased Captain of Chiauw, Prince Elias Jacobs, upon the Maloerang Prince Sarabo and five heads of his retinue who were there, over which the Maloerangers wanted to take revenge upon the Chiaurese, whereafter they found that the Company came to the aid of the latter and the aforesaid abominable. The Governor thought he should not engage much at first with people who indeed gave themselves out to be emissaries, but could not accredit their embassy with a single sufficient proof and were not even provided with a properly signed pass, but contented himself with assigning them Lodgings and dispensing 52½ rds. in cash, because aside from their clothes they had brought nothing to subsist on. Having further caused them to appear in our meeting of 8 June, the lack of Credentials was overlooked because only few Natives in times of peace and war observe the usages adopted among European Nations, and one acted before Captain Bitjara as though one did not doubt his mission and would feel no reluctance toward peacemaking, without the reasons adduced by him that gave occasion had apart 120 35. which one says they must provide, before being able to enter into negotiation. 942: some expenses incurred on their occasion are passed to be written off. reasons regarding the conduct of sergeant Huisner at Mato §44. precaution of the Governor to observe them, as they might be spies. reasons for and against the probability of their mission had to the hostilities committed, of which one was informed too late, or only in the year 1780, by Manganito's king, while also holding forth that, to make peace it was necessary that the sultan of Magindanauw and the king of Saringane again send hither an embassy of Persons who had full power to enter into negotiations for peace and to conclude with the Company a treaty of Friendship and commerce advantageous to the mutual Nations. Herewith we have let the true or supposed emissaries depart back via Taboekan, with our letters to the Emperor of Magindanau and the King of Caringane, along with two sunshades as a sign of life for both, upon the urgent request of Captain Bitjara. Subsequently, awaiting approval, the aforementioned 52½ rds. were passed to be written off, along with 4 rds. for half a month's house rent and 97 rds. which have been credited to the Corporal and Taboekan's postholder Hendel Wolff, on account of his expenses incurred for board and provisions etc. of the often mentioned Maloerangers. § 45: Sergeant Huisner having been sent alone last year to Mato to make an ocular inspection of the § 43: That these may have been able to drive off, or come to Taboekan to strike and scatter there out of fear of mistreatment, that they were emissaries is possible, while on the other hand it could be thought of them that they were truly sent to seek peace, because the Xullockers, as far as is known, have fallen out with the kings of Magindano and Saringane and for this reason have not yet appeared at Ternaten, though concerning this the Maloerangers kept themselves ignorant before us. Hoping for the best, we have meanwhile done what was in our power to promote a work in which the Company, if it succeeds, has great interest in the present times, and which can serve to its great advantage, while the Governor has furthermore taken care to thwart the designs of the Maloerangers, in case they might have been spies, by having them accompanied night and day by a guard, quasi to protect them from molestations by the common people. That the

Dutch transcription

33. zeggende afgesonden te sijn van den sulthan van Magindanauw en den koning van Caringane. ende bedreven hostiliteiten die een maloerang Prins hadden gebragt. dog sijn van geen Cax„ Junij aan dit kasteel over Taboekan verscheenen sijn seekere Capitein Bitjara Manukir benevens vijf mindere Maloerangers, die den 30: April bevorens per inlands steund worden vaartuig te Taboekan voormeld waren aangeland, met eenen Majoor Bohan gen:t en vijf andere Maloerangers, wa#om soo als sij daar voorgaven uit naam en de van wege den koning van Saringanie en den sulthan van Magindanauw de Vreede te verzoeken, mits binnen de tijd van twee maanden terug kwam, alzoo sonder des met een meenigte vaartuigen souden worden opgesogd, waarom Taboekans koning raadsaam hadde g'oordeeld, den Majoor voorn: met vijf koppen uit het gevolgtering te laten keeren onder een geleijde briefje aan den Koning te kaloerang en de andere van deszelfs goegoegoe en Taboekans Posthouder dit heen te laten opkomen, over Manado, Deezen bij den gouverneur g'introduceerd sijnde vertialen voorzien schuurende ove de Chiaureesen geworden en sig voor hem in gelijke Termen als te Taboekan woordadig om het leven gedaan hadden uitgelaten hebbende, met bijvoeging dat die van Magindanao, Saringane en Maloerang nimmer hostiliteijten tegen de Comp: gepleegd souden hebben, sonder eene, ten Eijlande Majauw geperpetreerde moord door den sedert overleden Capitein van Chiauw, Prins Elias Jacobs, aan den sig aldaar bevonden hebben de Maloerangs engterdoor de Componder, Prins Sarabo en vijf koppen van deszelfs gevolg, waar over de Maloerangers sig op de Chiaureesen wilden ver„ „halen, wanneer sij bevonden dat de Comp: laatst gemelde te hulpe kwam en voorsch: verfoeijlijken. De Gouverneur dagt sig voor eerst niet veel te moeten inlaten, met lieden die sig wel voorzendelingen te weesen uitgaven, maar hun gesantschap met niet één voldoend bewijs konden accrediteeren en selve van geen behoorlijk geteekende passe voorzien waren, maar vergenoegde sig met een Logies voor de selve aan te wijsen en afgave van rd:s 52½: Contant, dewijl buiten hunne klederen niets hadde meede gebragt, om te konnen bestaan. Dezelven wijders in onse ver„ „gadering van den 8: Junij hebbende doen verschijnen, wierd daar over het manquement aan Credentialen hun gesien om dat maar weinige Inlanders in vreedige en oorlogs tijden de, onder Europise Natien aangenomen usantien opvolgen en men geliet sig voor den kapitein Bitjara of men aan dezelfs afsending geen twijfel trok en geen lust tot bevreediging gevoelen soude, sonder de door hem bijgebragte reedenen die aanleiding gegeven aan hadde apart 120 35. die men hen segd te moeten verzorgen, voor een aleer in ondeling te kunnen komen. 942: eenige ter hunne gele„ „gingen worden ter afschrij„ „ving gepasseerd. reeden wegens het gehouden Huisner te mato §44. voorzorge Gouverneur om dezelven, somtijds spionen sijnde te observeeren. reedenen voor en tegen de waarschijnlijk heid hunner afsending hadde tot de bedreeven hostiliteijten, waarvan men te laat, of eerst in den jare 1780: door Manganitoes koning g'informeerd geworden was, onder voorhouding tevens dat, om vreede te maken nodig waar dat de sulthan van Magindanauw en de koning van Saringane op nieuw na hern. s lieten afgaan eene bezending van Personen, die plain pouvoir hadden om over vreede in onderhandeling te komen en met de Comp: te sluiten een voor de onderlinge Natien voordeelig tractaat van Vriendschap en commercie, Hier meede hebben wij de ware of gewaarde sendelingen laten terug vertrekken over Taboeken, met onse brieven aan den Keijzer van Magindanau en den Koning van Caringane, nevens twee sonne schermen tot een teeken van leven voor beijde, op instantig verzoek van den Capiten Bitjara. sijnde vervolgens onder inwagting van approbatie„ „genheid gedane bekosten„ ter afschrijving gepasseerd de voren gemelde rd: 52½ met en benevens rd:s 4: voor een halve maand huishuur en rd=s 97: die den Corporaal en Taboekans posthouder hendel wolff gevalideerd sijn geworden; wegens, sij n gedane bekostigingen voor mondkost &„a van meerm: Maloerangers. § 45: De sergeant Huisner in voorleden jaar gedrag van den sergeant alleen naar mato gesonden sijnde geworden om occulaire inspectie te nemen van het door § 43: Dat deezen hebben konnen verdrijven, of Taboekan ter houw komen en daar uit vreeze voor kwade bejee„ „gening verspreijden, dat sendelingen waren is mogelijk terwijl van de zelven wederom gedagt kon worden, dat weesenlijk om vreede te zoeken afgezonden sijn, doordien de Xullockers, voo soo veel men weet, met de koningen van Magindano en Saringane in ommin is geraakt en sig om deese reeden nog niet op Ternaten vertoond hebben, dog waaromtrent sig de Maloerangers voor ons onkundig gehouden hebben. Er het beste van hopende, hebben wij intusschen gedaan wat in ons vermogen is geweest, om een werk te bevorderen waarbij de Comp:, als het wel gelukt, in de praesente tijden groot belang heeft, en haar tot groot voordeel strekken kan, terwijl de Gouverneur overigens gesorgd heeft, om de desseinen die Maloerangers, bij aldien spionen mogten sijn geweest, te vereijdelen met dezelven nagt en dagt te laten versellen van een bij wagt, quasi om dezelven voor molesten van 't gemeen te bevrijden Dat den

NL-HaNA_1.04.02_3738_0363 view scan ↗

English

37. This spice district will be completely finished along with all the others on Halmaheira. The destruction of spices in the Ternatan lands must for the present still take place only in the vicinity. §48: Offering of nutmegs and mace from Poeloe Rau, Strait Patientie, also of nutmegs from Poeloe Pisang. Elucidation regarding a clerical error committed on 4 pages. reported growth of clove trees which his people had discovered there near the island of Momtai, and not to extirpate them, the King of Ternaten was content with cutting down the three clove trees pointed out to him casually, and returning to report on them, since inspecting the entire district would have required spending a considerable amount of time. But as the extirpation has now been set in motion everywhere, and the commissioners for the destruction of spices in the lands of Ternaten are already performing this so necessary work on Halmaheira, care will be taken that the district of Mato is also finished. We come to assure Your High Excellencies that the King presents no hindrance whatsoever in this matter, but strictly observes the contracts. §46: The extirpation in the Tidorese lands is taking place only in the vicinity of this castle, until, placing somewhat more reliance upon the loyalty of those of Pattanij, we can likewise have it carried out there. For the esteemed speculation of Your High Excellencies, we send alongside this letter some nutmegs and mace from Poeloe Rau and Strait Patientie, along with some others that the King of Tidor claims to have had retrieved from Poeloe Pisang, with the mace around them, which, however, through the neglect of his subordinates, has become virtually spoiled. §47: Morontaij being definitely an island that is separated from Halmaheira, a clerical error by the copyist is corrected in this matter, who instead of in the vicinity of, wrote on Halmaheira; also, the 12 nutmegs offered to Your High Excellencies last year were from Morontaij and not from Halmaheira. The somewhat unfavorable report that reached Your High Excellencies in that regard, mentioning particularly the unripeness of some nutmegs and mace, seems rather incomprehensible to us, since we received the nutmegs here in their husks, which were found open, as a sure sign of ripeness. Regarding Morontaij. An engineer ought to be sent to Ouby. Last year not sufficiently clearly stated regarding the aforementioned sengaji. §49: Regarding a post to be erected on Ouby, we request permission to dispatch the awaited engineer thither, to make an accurate inspection of the situation and to regulate himself accordingly in forming a good plan. §50: Not having explained ourselves clearly enough in our last previous letter regarding sengaji Sulan, to bring to the knowledge of Your High Excellencies that he was not as honest and loyal as he claimed, since after the revolt on Tidor he followed the Tidorese emigrants, we do so hereby, under humble plea for forgiveness. Conclusion §51: Herewith we request permission to subscribe ourselves with deep respect and submission. Beneath was written: High Noble, Rigorous, Right Honorable, Wide-commanding Lord, and Well Noble Rigorous Sirs. Lower: of Your High Excellencies, the very humble and very obedient servants. Was signed: Alex. Cornabé, and B. S. Wentholt. In the margin: Ternaten in Castle Orange, 15 September 1786. Agrees, [illegible] Batavia High Excellency To His The High Noble, Rigorous, Right Honorable, Wide-commanding Lord Willem Arnold Alting Governor-General along with the Well Noble Rigorous Sirs, Councilors of the Netherlands Indies. High Noble, Rigorous, Right Honorable, Wide-commanding Lord and Well Noble Rigorous Sirs. §1. My proposal to take in hand and pursue the destruction of spice trees with all vigor, by Secret Apart. 38 Your apart

Dutch transcription

37. Dit specerij district sal nevens alle de andere op Halmaheira worden afgewerkt: De Distructien van specerijen in de Ternaatse Landen moet voor eerst nog maar in de na bijheid geschieden §48: Aanbieding van Notenen Patientie item van Nooten van Poeloe Pisang Elucidatie wegens een 4: p: begane schrijffout den koning van Ternaten opgegeven gewasch van Nagulen dat de sijnen aldaar ontdekt hadden en niet om te extirpeeren, soo heeft hij sig vergenoeg: omtrent het Eiland komtaij met de Hem ter loops aangeweesen drie stuks Nagul boomen om te kappen en 'er rapport van te komen doen, alzoo om't geheele districte op te nemen een geruime tijd soude hebben moeten besteeden, dan dewijl de Extirpatie nu alomme in train sijn gebragt en de Commissianten ter Distructie van specerij in de landen van Ternaten bereeds op Halmaheira dit soo nodig werk verrigten, soo sal men sorg dragen, dat het district Mato mede afgewerkt worde komende wij uwe Hoog Edelheden verseekering doen, dat de koning in deesen geen hindernis ter wereld toebrengt maar de Contracten wel aller„ „meest nakomen. §46: Geschieden de Extirpatie op de Tidorese Landen nog maar in de nabijheid van dit Casteel, tot wij, op de trouwe van die van Pattanij wat meerder staat komende maken, dezelve aldaar inge„ „lijks komen laten gevolg nemen. Wij laten deezen ter g'eerde speculatie van uwe foelij van Poeloe Rau staat Hoog Edelheden verspeld gaan, van eenige Nooten en foelij van Poeloe Rau en straat Patientie, nevens eenige andere die de Koning van Tidor segd te hebben laten afhalen van Poeloe Pisang, met de foelij er om, dog die door verwaarloosing sijner onderho„ „rigen, genoegsaam bedurven is. Morontaij seekerlijk een Eijland sijnde, dat van Halmaheira afgeschieden is, soo reficeert in deezen een schrijffout van den Copiest, die insteede van in de nabijheid van, op Halmaheira geschreeven heeft; ook sijn de uwer Hoog Edelheden in voorleden Jaar aangeboden 12: stuks Noten, van Morontaij en niet van Halmaheira geweest. Het dienwegens bij uwe Hoog Edelheden ingekomen, voor al omtrent en al ongunstig berigt van onrijpheid van eenige Noten en foelij gewagende koomt ons wat ontbegrijpelijk voor, door dien de Noten hier ontvangen hebben in hare bolsters die als een gewisteeken van rijpheid, open bevonden §47: horontaij Nogens sijn. erdiende een Ingeneur naar oubij gesonden te worden. Jaar niet duidelijk genoeg gem: senghadje. § 49: Nopens een op ouby op te rigten past verzoeken wij dat de tegemoet gesien wordende Ingenieur na derw. s mogen afsenden, om nauwkeurige inspectie te nemen van de gelegen „heid en sig daarna te reguleeren bij het formeeren van een goed Plan. § 50: Ons selven niet klaar genoeg in onsen laatste vorige men heeft zig in voorleden g'expliceerd hebbende, over senghadje sulan om ter verklaard omtrend meen kennis van uwe Hoog Edelheeden te brengen, dat hij soo eerlijk en trouw niet is geweest als wel voorgegeven heeft, alzoo hij na de revolte op Tidor de Tidoreese Emigranten gevolgd is, soo doen wij het bij deesen, onder oodmoedige beede om verschoning. slot §51: Hiermeede verzoeken wij ons te mogen onderschrijven met die pe Eerbied en submissie. /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbaren, wijd gebiedend Heer en wel Edele gestrenge Heeren /lager / van uwe Hoog Edelheden de seer onderdanige en seer gehoorsame dienaeren /was geteekend:/ Alex: Cornabé, en B: S: Wentholt, /in margine:/ Ternaten in 't Kasteel Orange den 15 September 1786. Accordeert Merfornalie Batavia Hoog Edelheed Aan Zijn Den Hoog dels Sestring Joot Achbaren Vejdetieuer e Willem Ainord Alling Gouverneur Generaal nevens de WelEdele Gestrengen Heeren, Raden van Nederland Indië Hoog Edele, Gestrenge, Groot, Achtbare, Wijde bidende eer a WelEdele Gestrenge Heeren. 3 1. Mijn voostel om de destructie van Specerij boomen met alle Vegiteur bij de hand te neemen en voort te setten, door Secreet Apart. 38 Uwe appart e

NL-HaNA_1.04.02_3738_0366 view scan ↗

English

40. Your High Excellencies having also designated it as a suitable means to counteract the intrusion of our competitors into the spice trade, and it having been particularly commended for this reason, I shall fix all my attention on the accurate and untiring performance of the extirpation work. Imploring your highest forgiveness regarding my other, certainly all too hazardous proposal to undersell at lower prices the wares that the English might in time import, not even excepting powder and lead, I request that this be attributed to my zeal to cause injury to the aforementioned nation. Section 3. I shall not permit them, upon their appearance in these quarters, to carry on trade with the natives, but shall oppose them in this to the best of my ability with the help of the rulers, who will subject their subjects to heavy punishment if it is found that they have engaged in trade with the English. Section 4. While they, in conformity with the authority obtained for this purpose, shall be allowed to enjoy the privilege obtained by them of unhindered navigation to come to our trading posts and to anchor in our roadsteads, orders having already been dispatched to the subordinate trading posts and posts that nothing be supplied to them there except water and firewood, which must be brought on board, if possible with the Company's vessels and, though native vessels, above all with the Company's personnel, and charged at the highest rates, without permitting them ashore; and if they should desire more or anything else, to refer them to this main trading post, whereupon I shall, regarding the accommodations to be shown to them, conduct myself completely and without deviation according to the instructions received in that regard from Your High Excellencies, and ensure that none of the Moluccan kings carry on trade with that nation, even though they receive no increased allowance of recognition money to bind them to this, as the circumstances of the Company do not permit it. Section 5. While regarding the fortifications, I must refer myself 42. to that which, together with the second in command Wenthold, I had the honor to note in today's secret letter. Section 6. But since the necessity of garrisoning them with an adequate number of European troops is recognized, yet it is at the same time stated that for the present there is no prospect of their being provided, I shall, making use of the authorization obtained upon my proposal, endeavor to remove the pending unrest with the Magindanao and other native nations in these quarters, and seize all favorable opportunities that present themselves for this purpose, without burdening the Company with costly and onerous conditions. Section 7. For the above-mentioned reason, the execution of my project, communicated to the Governors of Amboina and Banda under date of 30 December 1785, to have the chief rebel Noeckoe, who will listen to no proposals for pacification, visited and attacked in his robber's nest with combined forces from the provinces of Amboina, Banda, and Ternate by select troops in suitable and well-equipped vessels under sensible, alert leaders, must remain suspended. Section 8. While, as I hope and trust, it will appear to Your High Excellencies' satisfaction in the separate letter now being dispatched, which deals in detail with the destruction of spices, that the extirpation work in the lands of the three Moluccan principal kings has been reintroduced and is being pursued with zeal in so far as the constitutional situation of each country permits; I must nevertheless express my apprehension that in this work, in the Batchian districts, there will fervently be a lack of dispatch, because the king cannot be persuaded to change his conduct toward his subjects and refuses to listen to reason, while he moreover continually leaves the commissioners in embarrassment for want of people and proas, and moves his residence from one island to another. The copies of the dispatched letters will show Your High Excellencies that he was indeed told the truth.

Dutch transcription

40. Hoog Edelheeden meede als een gepast middel sijn aangemerkt om het indringende onser Competiteuren in de specerij handel tegen te gaan en hier om in het bijsonder aangepreesen sijnde geworden sal ik op de anurate en on vermoeijde verrigting van het Extirpatie werk alle mijne attentie vestigen. Hoogst derselver vergeffenis afsmeekende weg mijn ander seeker al te seer gehasardeerde voor „stel om de wharen die de Engelschen in der tijd mag „ten aanbrengen, kruijt en Lood selve niet uitgesonderd, voor mindere prijsen af te slaan; versoek ik hetselve te willen attribueeren aan mijn iever omgemelde Natie afbreuk te doen. §3. Ik sal aan de selve, na verschijn in deese quartieren, niet toestaan dat handel drijven met den Inlands maar se hier in, nabest vermogen, tegen gaan met behulp der vorsten, die hunne onderdanen sware straff sullen doen ondergaan bij aldien bevinden dat deselven sig in eene handel met de Engelschen hebben in„ „gelaten. 5. Terwijl de fortificatien aanbelangende, mij selve 84. Terwijl men hen, Conform de hiertoe erlangde qua„ „lificatie, sal laten gaudeeren van uithoofden van het bij hun geobtineerde privilegie eener ongeneerde vaert„ om onse Comptoiren te mogen komen en op onse Rheën er te ankeren, sijnde bereeds ordre na de onderhorige Comp„ „toiren en Posten afgegaan, dat hun aldaar niets verstrekt worde, buiten water en brandhoud, het geen hun, desmogelijks met Comp„s vaartuigen en, schoon Jnlandsche vaartuigen, voor al met 'sComp„s volk, daarmede op, aanboord gebragt en ten duursten aange„ „reekend moeten worden, sonder hun andewal te admitteer„ „ren in wanneer meer, of iets anders mogten begeeren, hun over te wijsen na dit hoofd Comptoir, als wanneer mij selven, nopens de aan hun te bewijsen geriefelijk„ „heid, volkomen en sonder afwijking, gedragen sal na het dienweg„ van Uw Hoog Edelh: ontvangen voor„ „schrift en toesien dat geen der Molukse koningen. met die Natie handel drijven, of schoon sij, om dit aan te binden geen meerdere toelaag van recognitie penningen bekomen, de wijl het de omstandigheeden van de Comp„e niet permitteeren. Terwijl refereeren F 42. refereerende moet, aan 't geene daar omtrent, met den secunde Wenthold de eere heb gehad te noteeren in den secreeten brief van heeden § 6. Dan dewijl de noodsakelijkheid om de selven te besetten met een toerijkende aantal van Europeesen troepen erkend, dog te gelijk betuigd word dat sig tot derselver toeschikking voor eerst geen vooruitzigt op doet: so sal ik mij selven van de op mijn voorstel eerlangse qualificatie, gebruik makende; de sweevende onlusten met de Magindanause en andere Inlandse Natien in deese Guar„ „tieren sien uijt den weg te ruimen en hier toe alle voorko„ „mende gunstige gelegenheden Capteeren, sonder de Comp„e te beswaaren met kostbare en ouereuse Conditien. §7. sullende om boven gemelde reeden moeten blijven opgestrot de uijtvoering van mijn aan de Landvoogden van Amboira en Banda sub dato 30: Decem: 1785: meede gedeeld project om den na geen voorslagen tot bevreediging Willende lui„ „steren hoofd rebel Noeckoe, met vereende magt uit de provintie Amboina, Banda en Ternaten in sijn roof„ „nest te laten besoeken en aantaften door uitgeleesen §8. Uwer Hoog Edelheeden in den aparten nu afgaan„ „den brief, die uitvoering over de destructie van specen „rijen handeld, soo ik hoop en vertrouwen, ten genoegen sullende voorkomen dat het Extirpatie werk in de Landen der drie Molukse Hoofd koningen weder is ingevoerden met iever word voortgeset in soo verre de Constitueele gelegenheid van ieder Land toelaat; moet ik niet te min te kennen geven mijne bedugting dat het in dit werk in de Batchianse districten gevuurig aan expeditie haperen sal, door„ „dien de koning tot verandering van gedrag omtrent sijne onderdanen niet is over te hetalen en na geen„ reedenen luister wil terwijl hij de commissianten boven dien bij continuatie in verleegenheid om volk en prauen laat en sijn verblijf van het eene naar het ander Eijland verplaatst. De Copia afgaande brieven sullen uwe Hoog Edel„ „heden doen sien dat men hem de waarheid wel volk in bequame en wel toegeruste vaartuigen, onder verstandige, wakkere hoofden. Volk seggen apar

NL-HaNA_1.04.02_3738_0368 view scan ↗

English

44. 6. dared say and the letter received from His Highness sufficiently demonstrated that he cannot be brought to the right path by any grounded reasons. Section 9. Since contrary to my expectations no Sullukkers have yet appeared at this Head Office and neither have they been heard of at the residencies, I have likewise had no opportunity to thank the Emperor of Xulloe in the name of Your Right Nobilities for his kindness and token of affection in the sending over of the Europeans of the Bark the Ida who had been held captive by the Maguindanaos, accompanied by the presentation of a modest gift and the message that Your Right Nobilities appreciated his offer of friendship with pleasure and have qualified me to reciprocate and promote the same, but which commission I intend to discharge myself of at the first convenient opportunity that presents itself, at which time I shall also convey to the prince the affectionate letter received for him from the Right Noble and Worshipful Lord Extraordinary Councillor in Java, Governor, along with an accompanying gift, which I shall have accompanied by a present to be offered on my part. Section 13. having not resented his insolent behavior toward the king of Batchian as I otherwise would have done, had I not been restrained by the fear of bringing myself under suspicion of vindictiveness toward a man who has been my accuser. Although the king of Batchian, whom I allowed to retain the slave in question, cannot always be so strictly maintained in his honor and decency, because he performs many acts that are base and beneath the royal dignity. Section 12. I trust that the Macassarese Lieutenant Ibrahim will no longer address petitions of complaint to Your Right Nobilities unless they are well-founded and he obtains no justice after his affairs have first been presented to me. Section 10. Having long since recognized the necessity and usefulness of the adopted means of exercising patience in my dealings with fickle princes, I have myself always made use of that means and continue to make use of it, Section 11. without, in accordance with the recommendation received on this matter, making too much of the unconstrained shipping of the English. 46. Section 14. Expressing high thanks for the forwarding of the extract from the secret letter of 17 July 1775 from Governor Valckenier relative to the qualities of the Princes from the Ternatan house present at that time, I shall furthermore, in dutiful obedience to the requirement of Your Right Nobilities, have the honor, for the succession to the throne of Tidor in the event of a vacancy, to nominate Prince Massel who returned from Batavia last year, whom I consider preferable to other princes of that realm because he appears to me to be sensible, gentle-minded, not unexperienced in matters of governance, and to be a friend to Europeans; while for the succession to the throne of Batchian I can with confidence recommend one of the Princes named by me under 15 September 1785, Hamat and Maroean, of royal blood and both commendable on account of their good qualities, of which not enough can be said, especially with respect to Prince Maroean who is even better known to me and continuously resides on this island; the aforementioned Tidorese and Batchianese Princes being held in high esteem by the realm's grandees and subjects. Section 15. Having made use of the qualification obtained to accept the necessary funds on bill of exchange without agio, with the offering of the required acknowledgement. Section 16. I have also complied with the order to elucidate for Your Right Nobilities, in the manner indicated, concerning the contents, submitted for Your consideration, of the letter received last year.

Dutch transcription

44. 6. seggen durst en de van sijn Hoogh: ontvangen briev Hoogst de selven genoegsaam doen blijken dat hij soor geen Gegrande reedenen op den regte weg te brengen is. §9. Doordien tegen mijne verwagting nog geen sulloe„ „kers aan dit Hoofd Comptoir sijn opgedaagd en de selven op de residentien meede niet vernomen sijn; soo„ heb ik ook geen gelegenheid gehad om den Keijser van Xulloe uijt naam van Uwe Hoog Edelheden te bedanken voor sijne vriendelijkheid en blijk van geneegenheid in de oversending der bij de Magnidanauers gevangen geweest sijnde Europees van de Bark de Ida, onder presentatie van een smal geschenkje en bedeeling dat uwe Hoog Edelheeden met vermaak sijne aanbieding van vrindschap ontwaard en mij gequalificerd hebben de selve aan te kweeten en te bevorderen, dog van welken Last mij selve meen te kwijten bij eerst voorkomende bequame gelegenheijd, als wanneer den vorst tevens sal doen geworden den voor hem van den Weledelen Gestrenge Heeren raad extraordinair in Java sGouverneur §13 hebbende ik sijn stout gedrag tegen den koning van §12 Ik vertrouw dat de Manassaars Luijten ant Ibachim sig niet meer met klagtschriften bij Uwe Hoog„ Edelheden addresseeren sal bij aldien se niet ge„ „grond sijn en hij geen recht erlangd na dat sijne soken alvorens bij mij hebbe voorgedragen §10 De noodsakelijkheid en nuttigheid van het aangepaek „sen middel om gedeeld te oeffenen in mijnen omme„ „gang met wispelturige vorsten, voor dange hebben„ „de ingesien, heb ik mij selve ook altoos van dat middel besiend gehad en bediene 'er mij nog van §11 sonder van de ongeneerde vaart der Engelschen navolgens de in deesen ontfangen recommandatie te veel op het te maaken. ontvangen minsamen brief met een bij gevoegd geschenkt, 't gunt van een mijnent weege aan te bieden presentje sal laten verseld gaan. ontvangen Batchian 8er 46. Batchian niet geressenteerd, als wel gedaan soude hebben, bij aldien niet weerhouden waargeworden door de vreese van mij selve in verdenking te brengen van wraak Luft tegen een Man, dien mijn aanklager geweest is. Schoon de koning van Batchian, aan wien ik den questieust slaaf het laten behouden, niet altoos soo seer in sijn een en fatsoen gemaintineerd kan worden, want hij veele stukjes uitvoerd die laag en beneeden de koninglijke waardigheijd sijn §14. voor de toesending van den Extract uit den senrecte brief van den 17 ' Julij 175 van den Gouverneur Valckenaar rela„ „tief tot de hoedanigheden van de dier tijd aanweesig sijnde Princen uijt het Ternaetse huijs hoge dank seggende, sal ik voorts, in schuldige obedientie, aan het requi„ „sit van uwe Hoog Edelheden, de eere hebben tot de suc„ „cessie op den Throon van Tidor bij voorvallende vacature voor te dragen den in voorleeden Jaar van Batavia terug Gekeerde Prins Massel, dien ik boven ande Bin„ „cen van dat rijk preferabel houden om reeden hij mij als verstaandig sagtsinnig in regeerings saken niet onbe„ §15 van de erlangder qualificatie om des benoodige, gelden op wissel te accepteeren sonder agio, gebruik hebbende gemaakt Onder 't gewoel van de vereijschte erkentenis §16 Hebben ik nog voldaan aan de ordre om uw Hoog Edelheeden navolgens de aangeweesen wijs te eluci„ „deeren nopens de hoogst den selven speculatie voor„ „gekomen inhoud van den in voorleeden Jaar ontvangen „dreeven en een Europeesen „ te weesen toeschijnd, terwijl ik tot de opvolging op den Troon van Batihian met gerustheijd kan aanprijsen eenen der door mij onder den 15: Septem: 1785: opgegeven Princen Hamaten Maroean uijt koninglijken bloede en beijden recom„ „mandabel uijt hoofde hunner Goede hoedanig„ heeden, waar van niet genoeg gesegd kan worden voor al ten opsigte van Prins Maroean die bij mij nog wel soo bekend is, en sig bij continuatie aan dit Eij„ „land ophoud. sijnde bovengenoemde Tidorse en Bat„ „Chiause Printen in groot aansien bij de rijksgroten en onderdanen „vriend „dierven briev

NL-HaNA_1.04.02_3738_0370 view scan ↗

English

letter from the king and grandees of the realm, as shown by this marginal reply accompanying the annexes. § 17 And with respect to the lands of Halijoen, Tamjoer and Domi, which the King and grandees of the realm of Tidor cite again in their first letter written to Your Right Honourables, with the intention of obtaining a separate reward for the extirpation in those lands, I request to be allowed to note: that in Ao 1763, for the clearing of Poeloe Tisang, f 360 or rds 101:39. 8 was paid to King Djamaloedien as a gratuity, and in Ao 1763 the same enjoyment was promised to him after the work was done for the clearing of the entire land of Salmaheira, without being able to find that anything came of it, or that the lands of Halijoen, Tamjoer and Domi are specifically mentioned; yet I find that Your Right Honourables, in the same letter to Governor Valckenaer dated 30 November 1783, ordered that the young king of Tidor be presented with 1000 rds in cash for the demonstrated assistance in the extirpation of the Tidorese districts, and that this took effect pursuant to a separate resolution of 3 April 1776. § 18 Regarding the writing of the king and grandees of the realm in their second letter, that two Ternatans from Macquian had received the goods of the Imam Abdul Kariem and the Goegoegoe Hassan, I must think that those two Ternatans, whom they are not even able to identify, have pulled the wool over the eyes of the king and grandees of the realm. § 19. Yet with regard to the complaints raised in the letter from the king of Ternate to His Right Honourable concerning the lack of food for the Alfurs on Manado, this serves for the esteemed information of Your Right Honourables that the blame for this must be attributed to the resident Mersz, who did not heed the authorization given to the residents in the secret letter of 11 May Ao 1784 for the provisioning of 55 pounds, for which he was authorized once again on 30 June of this year; whereas the king would have been given satisfaction in this long before, had His Highness only spoken up, which he did not do. § 20 The Chinese child, of whom mention is made in the second letter of the King and grandees of the realm of Ternate, is the Major of Batchian named Abdul Alim, who, alongside his king, co-signed the convention of the Moluccan Princes of Ao 1784 regarding the visiting of each other's lands by their respective subjects, the pounding of sago, etc. He is a Peranakan Chinese and was elevated to that dignity by the king of Batchian, following the example of the other Moluccan principal kings, who often bestow their favour very mistakenly and find pleasure in raising petty people from the dust to the highest dignities of the realm, only to let them return to their former state of humiliation not long thereafter. The king of Ternate is not free from this either; he himself would do anything for, and places all his trust in, the state slave Pappoetje, whom he has elevated to his Calaodi or steward. In this matter, it might well be desirable to be otherwise, yet no change can be brought about without intruding heavily into the domestic arrangements of the princes and thus causing great displeasure among them. The kings, I see, trouble Your Right Honourables just as they do me with trifles that pass with them as matters of great importance, and with the investigation of which my time, which I could spend more usefully, is often absorbed; yet I show no vexation on this account, since the post in which I am placed entails that one must listen to and consider everything with resignation in order to maintain everyone in what is theirs; and so long as I acquit myself of my duty in this, Your Right Honourables can be kept out of all difficulties by the kings, whose letters to the very same ought only to contain assurances of high esteem and fidelity to the Company, a statement of the gifts offered, and expressions of gratitude for what has been received; all the more so since everything concerning their persons and interests is faithfully reported from here, and I hope that Their Highnesses may have understood this from the rescript received this year from Your Right Honourables. § 21. I have reduced the claim favoured by King Kamaloedien from the crown prince banished to Ceylon to rds 80, and the same is being credited to Batavia via the bookkeeper. This is communicated by the general letter. § 22. Furthermore, I enclose herewith for Your Right Honourables a letter written by Prince Noeckoe. § 23. As also that his mother, with whom his little sons are being raised, is disinclined to follow him to Ceylon. § 24. I insert this for the consideration of Your Right Honourables, the report of the Tidorese Captain Goelamanis regarding his operations on Ceram and in Papua, according to which it is due to his zeal that many Papuans and Gebese have come over here, and on account of which he believes that a small present from the Company is due to him, over and above the praise accorded him by me.

Dutch transcription

briev van den koning en Rijksgroten blijkens deese onder de bijlagen versellende marginale beantwoording. §17 En versoek ten appeete der Lranden Halijoen, Tamjoer en Domi die de Koning en Rijksgroten van Tidor in hun„ „nen aan Uwe Hoog Edelh: geschreven Eersten briev weeder aanhalen met intentie om een aparte beloning te er„ „langen voor het extirpeeren in die Landen; te mogen noteeren: dat in A„o 1763. voor de afwerking van Poeloe Tisang aan koning Djamaloedien ƒ 360: of rd„s 101:39. 8: sijn afgelaagd als een bouceur en hem A„o 173. het selvde genot voor de suivering van 't geheele Land van Salma„ „heira beloovd geworden is na gedaan werk, sonder te ko:men vinden dat daer van iets gekomen sij, of dat de landen Halijoeru, Tanjar en Domi, speciaal genoemd worden: dog ik vinde dat uwe Hoog Edelh: in den selv brief aan den Gouverneur Valckenaer d: d: 30 Novem 1783 gelast hebben den jonge koning van Tidor te beschenken met 1000:rd„s Contagt voor de beweesen hulpe in de extirpatie der Tidoreesen districten en dat sulx volg„s een apart besluit van den 3 April 1776. gevolg genomen heeft. § 18 Van 's konings en Rijks groten schrijvens in hunnen tweeden briev dat twee Ternatanen van Macquian aan„ „genomen hadden de goederen van den Jman Abdul ik noort Kariem en den Goegoegoe Hassan moet ik denken dat die Twee Ternatanen, dewelken sij niet eens § 19. Dog ten opsigte der voorgekomen klagten in den brief van Ternaats koning aan sijn Hoog Edelheijd over het Gebrek aan voedsel voor de Alfoeren op Manado, diene ter Geeerde kennis van Uwe Hoog Edelheeden dat de schuld hier van moet geweeten worden aan den resident Mersz: die niet ingesien heeft de A„o 1784: hij secreete briev van den 11 Meij aan den residenten gegeven qualificatie tot de verstrekking van 55: ponden en waartoe hij andermaal op den 30: Junij deeses Jaars gequalificeerd gewor„ „den is, terwijl den koning in deeen, lang voor heen, genoegen soude weesen gegeven, bij aldien sijn Hoogheijd slegts gesproken hadde, 't gunt Hij niet gedaan heeft. §20 Pet Chineese kind sing, waar van mentie weeten aan te wijsen den koning en rijksgroten wat op den mouw Gespeld hebben. Weeten is 48 „sie 50. mentie is gemaakt in den Tweeden brief van Ternaats Koning en Rijksgroten is de Majoor van Batchian Abdul Alim gen„d die nevens sijnen koning meede geteekend heeft de con„ „ventie der Mollukse Vorsten d„o A„o 1784: no„ „pens de besoeking hunner Landen door de on„ „derlinge onderdanen, het kloppen van Sagoe &„a Hij is een parnakan Chinees en Door Batchians koning tot die waardigheid verhevren geworden na het Voorbeeld der overige Mollukse Hoof„ „de koningen, die hunne Genegenheid al dikwils seer verkeerdelijk plaatsen en vermaak vinden in nietige Luijden uit het stof te verheffen tot de eerste waardigheeden van het Rijk, om deselven niet lang daarna tot hun vorige staat van verneedering te laten weederkeeren. De koning van Ternaten is daar net vrij van Hij selven heeft alles over voor en steld als sijn vertrouwen in den rijksslaar Pappoetje dien hij tot sijn Calaodi of rentmeester verheefen heeft. Hiermude mogt het wel anders gelegen sijn dog waarinne sonder sig sterk in der voisten huijsselijke bestellingen in te dringen en dus groot ongenoegen bij de selven te verwekten, kan geen verandering worden te weeg gebragt. De Koningen, sie ik, vermoeijlijken uwe Hoog Edelheden soo wel als sij mij doen met bruselingen die bij hen voorsaaken van Groot aanbelang doorgaan en met welker ondersoek mijn tijd, die ik nuttiger besteeden kan, al dikwils g'abjorbeerd word, dog wel„ „wegens geen verdriet blijken laat dewijl de port waar in gesteld den meede breng dat alles met gelatenheijd moet aanhoten en overweegen Hij om 821. 52. om een ieder in het sijne te handhaven, en soo lange ik mij in deesen kwijte van mijn pligt, konnen Uw Hoog Edelheden buijten alle moeijlijkkeeden gehouden worden, door de koningen, welker brieven aan hoogtsde„ „selven alleen behoorden te behelsen; ver„ „seekeringen van Hoogagting en vrouwe voor de Comp„e, opgane: der aangeboden geschen„ „ken en dankbetuiging voor den ontvangene te meer nog, daar alles wat hun persoon en belan„ „gens betreft van hier getrouwelijk word overgeschreeven en ik hoop dat Hunne Hoog„ „heden dit mogen begroepen hebben uit de in deesen Jaaren van Uw Hoog Edelheeden ontvangen rescriptie. §22. Ik heb de door koning Kamaloedien gafauert Nog beijde ik Uwer Hoog Edelheden bij deesen 325 aan een door Prins Noeckoe geschreeven brief §23 Gelijk meede dat desselvs Moeder bij de welke sijne soontje worden Groot Gebragt, ongeneegen is om hem na Ceilon te volgen. §24. Jk lijve deesen in ter speculatie van uwe Hoog „Edelheeden, het rapart van den Tidareese Capiteijn Goelamanis weg„s desselvs verrigtingen op Ceram en in de Papoe, volgens het welke aan sijn iever te wijten is dat veele Papoen en Gebereesen dit heen opgekomen, sijn en weswegens hij ver„ „meend dat hem een geprenkje van de Comp„se boven borden hem door mij toegevoegden Lof toekoomt. pretentie van den op Ceijlon verbannen kroon prins tot rd„s 80 ingekreegen, en deselve word Batavia per facteur ten Goede gebragt. Dit 's bij den gemeene brief bedeeld pretentie Aan

NL-HaNA_1.04.02_3738_0373 view scan ↗

English

54. to King Kamaloedien of Tidor, dated Ceram, the 17th of December 1765 I have advised the king to cease all correspondence with that prince who persists in his rebellion. Paragraph 26. Since the King of Ternaten has twice nominated Ensign Eberhardt, who is stationed with him, for promotion without any prior request from that officer, who is otherwise not very well-liked by His Highness, I believe, because he makes a point of it, that I must conclude from this that these requests have only served to get rid of him in a respectable manner, which he has sufficiently shown the man through surliness and otherwise, without, however, ever having lodged a complaint about him; for which reason I take the liberty to nominate the aforementioned Ensign Johan Pieter Eberhardt, who has served the Company in his present rank for more than eight years, for promotion to Lieutenant, in order to have him, after obtaining the commission, continue his military service inside this castle. With which I have the high honor to remain, with deep respect and submission, underneath was written: Right Honorable, Severe, Great, Esteemed, Wide-Commanding Lord and Honorable Severe Lords, lower: Your High Honors' very humble and very obedient servant, was signed: A: Cornabe, in the margin: Ternaten in Castle Orange, the 15th of September 1786. Separate Batavia To His High Honor The Right Honorable, Severe, Great, Esteemed, Wide-Commanding Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General together with The Honorable, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies Right Honorable, Severe, Great, Esteemed, Wide-Commanding Lord Honorable, Severe Lords! Paragraph 1. Having, with our humble spring advices, already beforehand brought to Your High Honors' honored attention the commencement made with the extirpation work in the Ternate lands on the island of Morontaij under 1 Lieutenant and 1 Assistant as Commissioners 1 Sergeant 2 Corporals 12 Common Soldiers further 1 Sergeant of the Burghers 10 Commoners 1 Under-Surgeon, together 29 heads which troop already began the labor on the 1st of August of the past year, and as a token of the first discovered nutmeg trees had sent to us the fruits of 3 felled nutmeg trees and the leaves of 21 saplings. Paragraph 2. We shall hereby have the honor to impart to Your High Honors in continuation both the further accomplishments of the aforementioned extirpators and of those whom we, in dutiful fulfillment of the venerated intention, have dispatched this year to the lands of Batchian and Tidor. Paragraph 3. And making a beginning with the island of Morontaij, it serves for your honored information that the aforementioned island was completed and cleared of the spice crops found thereon in seven months, namely from the 1st of August 1785 to the 1st of March of the current year, there being, according to the successive reports received from the Commissioners, reported thereon 3,233 fruit-bearing nutmeg trees 41,263 saplings or young trees together 44,496 nutmeg trees, large and small; however, on the said island, according to the report supplied by the Commissioners after a diligent investigation ordered by us, no clove trees were found. Paragraph 4. From the 1st of March to the 24th of July, or 4 months and 24 days having been spent finishing the island called Poelo Rauw, close to the island of Morontaij, there were destroyed there 1,066 fruit-bearing trees 28,447 saplings or young shoots together 29,513 nutmeg trees, large and small; yet on the aforementioned island Poeloe Rauw, according to the report of the Commissioners, no clove crops were found either. Paragraph 5. Having on the 25th of July last departed from Poeloe Rauw, crossed over to the coast of Halmaheira, and divided their troops between Tobillo and Galilla, there were already reported at the first-mentioned place under date of the 15th of August last 26 fruit-bearing trees 285 saplings or shoots together 321 nutmeg trees; and at Galilla under date of the 22nd of August 10 fruit-bearing trees 21 saplings or young ones together 31 nutmeg trees. Paragraph 6. Thus, the total number of nutmeg trees since the first of August of the past year until the 22nd of August of the current year, or in the time of one year and 22 days, consists of 4,345 fruit-bearing trees 70,016 young saplings or shoots, or together 74,361 nutmeg trees, large and small, say seventy-four thousand three hundred and sixty-one nutmeg trees extirpated on Morontaij, Poeloe Rauw, Tobillo, and Galilla, on which last-mentioned two places, however, only a beginning has yet been made. Paragraph 7. The first Commissioner, Lieutenant Johan George Vegele, having returned from the aforementioned extirpation on the 22nd of December on account of illness and having passed away on the very day of his arrival here, we have commissioned Ensign Johannes Hertsman back to Morontaij as first Commissioner to fill the place of the deceased; furthermore, we instructed the second Commissioner, Assistant Daniel Baijer, to close the daily register kept by him and his deceased fellow Commissioner Vegele on the day that the latter departed from there, and while he kept the journal alone, and also to close that kept by him alone upon the arrival of the new first Commissioner, and to send the closed journals to us, in order then to begin a new daily register with the latter; to which orders the aforementioned Baijer has complied, the closed journals accompanying this under No. 88 for Your High Honors' honored examination.

Dutch transcription

54. aan Koning Kamaloedien van Tidor gedateerd Ceram den 17 dectbr: 1765 Ik heb den koning geraden alle Correspondentie met dien in sijne rebellie volhardende Prins te laten waaren. §26 Door den koning van Ternaten tot twee keeren toe ter„ bevordering sijnde voorgedragen den bij hem beschei„ „den vaandrig Eberhardt, buiten voorafgegane versoek van dien bij sijn Hoogheijd anders niet seer gepene offecier, om reeden geloov ik dat werk van hem maak moet ik hier uit opmaken dat deese versoeken alleen gediend hebben om van hem op een fatsoenelijke wijs ontslagen te geraken, 't gunt hij den Man door stuursheeden als andersins genoeg betoond, sonder egter nooijt over hem klagtig te sijn gevallen, waarom de vrijheid gebruijk voormelden vaandrig Johan Pieter Eberhardt, die de Compagnie in sijne presente qualiteit ruijm agt Jaaren gediend heeft, selve Accordeert voor te dragen ter bevardering tot Luitenant, om han naar obtenue der acte, binnen dit Casteel te laten voortmiliteeren. Waarmeede hoge eere heb te verblijven met diepe eerbied en submissie. /onderstond:) Hoog Edele, Gestrenge Groot, Achtb: Weijdgebiedende Heer en WelEdele Gestrengen Heeren (:lager:) van uwe Hoog Edelheeden de seer oodmoedige en seer gehoorsame Dienaar (was getee„ „ken :/ A: Cornabe /inmargine:/ Ternaten in't Casteel Orange den 15: septem: 1786: voor Mer somalé e vlingeland 13. Apart Batavia Aan Zijn Hoog Edelheid Den Hoogedelen Getrngen Frot Achtbaren Weijderbieden de Heer Mr Willem Arnold Allling Gouverneur Generaal benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare Wijdgebiedende Heer WelEdele Gestrenge Deeren! §1 Bij onse needrige voorjarige avvisen UW Hoog Edelh: reeds proelabel ter geeerde kennisse hebbende gebragt den ge„ „maakten aanvang met het Extirpatie werk op de Ternaatsche 55. Lander apart §73. 57. Landen ten Eijlande Morontaij onder 1. Luijtenant als Commissianten 1. Assistent 3 1. sergeant 2. Corporaals 12: Gemeene Militairen voorts 1. sergeant van de Burgers 10. Gemeene 1. onder Chirurgijn, tesamen 29 koppen welke troup onder den 1: Augustus a: p: reets met den arbeijd begonnen, en ten teeken der eerst ontbekte notebomen ons hadden toegesonden de vrugten van 3. p„s omgevelden nooten boomen en de bladen van 21. telgen §2 sullen wij ons bij desen de eere geven uw HoogEdelh ten vervolge te bedeelen, zoo wel de verdere verrigtingen der hier bovengem: exturpateurs, als der geenen die wij in schuldpligtige voldoening aan de gevenereerde in„ „tentie, in desen jare hebben afgesonden naar de landen van Batchian en Tidor: §4. Van den 1: maart tot den 24: Julij of 4: maanden en 24: dagen doorgebragt sijnde met de afwerking van het Eijland Poelo Rauw gen„t digt bij het Eijland Morontaij, sijn aldaar vernield 1066. vrugtdragende Bomen 28447. Tellen of jonge spruiten tesamen 29513 Note bomen Groot en klein dog opgem: Eijland Poeloe Rauw volgens Berigt der: 3233 vrugtdragende Notebomen 41263. telgen of Jonge bomen tesamen 44496 Note bamen Groote en kleijn egter sijn op ged„e Eijland, volgens het door de Commissi„ „anten gesuppediteerd Berigt na een, door ons aan bevo„ „len naauwkeurig ondersoek geen nagulboomen gevon„ 83. En een aanvang makende met het Eijland Morontaij, die ter g'eerde kennijse, dat gem: Eijland in zeeven maanden nam: van den 1: Aug„s 1785: tot den 1. Maart a: h: is afgewerkt en gesuijverd van het daar op te vindene specerij gewas, sijnde, volgens de successive ontvangen rapporten der Commissianten daar op vermeeld 83 Commissianten „den: ƒ73. apart 59. commissianten ook geen nagul gewas gevonden §5 Op den 25: Julij J„o L„n van Poeloe Rauw verkuisten naar de Kust van Kalmaheijra overgevaren sijnde mitsgaders hunne troupen verdeeld hebbende op Tobillo en Gallilla, sijn ter eerst„ „gem: plaatse onder den 15: Aug„s J: L: reeds vermeld ge„ „worden 26 vrugtdragende Bomen 285. tellen of spruiten tesamen 321: notebomen en te Galilla sub dato 22: Augustus 10 vrugtdragende Bomen 21. tellen of jonge tesamen 31: Notebomen; §6. Bestaande dus het geheele getal noote Bomen zeedert p„mo Augustus a: p: tot den 22: augustus h: a: of in den tijd van een Jaar en 22: dagen in 4345: Vrugtdragende domen 70016. jonge tellen of spruiten, of te samen 74361 Nooten booten groot en klein zegge vieren seeventig Duijzend drie Hondert en een en sestig Nootebomen g'extirpeerd op Marontaij, Poeloe Rauw, Tobillo en Gallilla, op welke laatstgen: twee plaet„ „sen egter nog maar een begin is gemaakt: §7. De eerste Commissiant desuitenant Johan George Vegele Op den 22: December uit hoofde van ziekte uit opgem: extrpatie opgekomen en den eigensten dag van sijn arrive alhier sijnde overleeden, hebben wij ter plaats vul„ „ling van den van den overleeden als eersten Commissiant weder naar Morontaij gecommitteerd den Vaandrig nan Johannes Hertsman, voorss den tweeden Commissiant den Assistent Daniel Baijer gelast, om het door hem sijnen overl: meede Commissiant veegele gehouden Dag register te sluijten van den dag dat laatstgem: van daar is vertrokken, en hij alleen Journaal heeft gehouden, en het door hem alleen gehoudene bij arrive van den nieuwen eersten Commissiant almeede te sluijten en bij de afgeslo„„a„ „ten aan ons overtesenden om met laatstgem: als dan e„ een nieuw Dagregister te beginnen, aan welke ordres gem: Baijer voldaan heeft, gaande de afgesloten Jour„ „naals bij desen sub N„o 88 ter g'eerde speculatie uwer 4: zeggend Hoog Edelh: _„o 173. apart

NL-HaNA_1.04.02_3738_0378 view scan ↗

English

61. Right Honourables: §8: Furthermore, due to a lack of arrack for the provisioning of rations, which could not be obtained anywhere for money, and nevertheless considering that the extirpators could not do without a dram, we have, through the good care of the Governor, obtained on loan from Tidore's King another 1½ Legger of that liquid, to be returned in kind at the first relief. §9. Just as, upon resumption of both daily registers kept by the late First Commissioner Veegele and the second Baijer together, and that kept by the latter alone, we have, following previous examples, passed the expenditures made by them from 24 July to 20 December of last year, and by the second from the latter date to 10 January of this year, which consisted of rd„s 95: in Cash 5 pieces Guineas Mixed Bleached 3½ pieces ditto Brown bleached 117 jugs of Arrack 9 pounds Gunpowder 188 loose musket cartridges 2 pieces axes 2 pieces [illegible] but having the second Commissioner Baijer reimburse 1/6 piece of Guineas Mixed Bleached charged by him in excess for the shroud of a sergeant and an under-surgeon who died there: §10 furthermore, having paid out to both the customary bonus on account of eight hirelings or baggage carriers to the amount of rd„s 146: and to the second Commissioner alone rd„s 35: on account of having spent more funds than remained to be accounted for, as appears from the decisions noted in that regard in our separate Resolution of 7 April of this year: §11 Just as we, upon an account approved in our Resolution of 22 August of last year, after the completion of the Island Poelo Rauw, have validated for the commissioners Hertsman and Baijer the following linens distributed by them to the native population for the progress of the work, namely: 4 pieces Guineas Mixed Bleached 3 pieces ditto Brown Bleached 2 pieces salempores ditto §12 we had already ordered the Commissioners, in the Instructions given to them for compliance, 63. to state in the Daily Register to be kept by them how many spices could be gathered annually in the places to be cleared by them, but since no reliance whatsoever could be placed on the manner in which they, by letter dated 15 June of this year, calculated and stated the quantity of nutmegs and mace that could be gathered annually at Morotai, their statement regarding the reproduction, rapid growth, and bearing of the trees being entirely rejectable, concerning which we learn that they grow slowly, easily perish, and in Banda must stand for fully 8 to 9, but in the Moluccas 6 years before bearing fruit, even more than 10 to 12 pieces for the first time, we had ordered them to provide a further and clearer statement, with a Report regarding the other products occurring there, and especially not to forget the timber among them: But fearing that their further report sent to us with their letter dated 15 August No. 2, being rather unintelligible to us, will also fail to satisfy the honoured intention, we have decided to let them be with that calculation until such time as we shall have obtained further information from your Right Honourables in that regard and concerning the structure of that calculation; which we humbly request herewith; §13. In a committee meeting held within this Castle on 7 December of last year with Batchian's king and grandees of the realm, the necessary measures having been devised with the said prince for the resumption of the spice extirpation in the Batchian districts, which had remained neglected for so long due to the frequent ruptures within this Province, we have, pursuant to the resolution taken at the aforementioned session, appointed as Commissioners over that work, with the addition of an ample Instruction accompanying this in copy, Batchian's Commandant, the ensign G: F: H: Heinavids, and the Bookkeeper and Assayer G: G: H: van Greven, with the addition of 2 sergeants 2 Corporals 18 Private soldiers, furthermore 1 sergeant and 11 Privates from the burghery at the customary pay of 1: rd„s 3: —.

Dutch transcription

61. Hoog Edelh:s over: §8: Voorst hebben wij, mits gebrek aan arak tot verstrek„ „king van randcoen die negens voor geld te bekomen is geweest, en egter overwegende dat de extirpateurs niet sonder een soopje konden weesen, door de goede voorsorge van den Gouverneur, van Tidors Koning- nog ter leen bekomen 1½ Legger van dat vogt, om bij eerst ontseten in natura ter restitueeren. 99. Gelijk wij bij resumtie van de beijde Dagregisters door wijlen den Eersten Commissiant veegele en den tweeden Baijer te samen en het door laatstgem: alleen gehouden na vorige voorbeelden hebben gepasseerd de door hun van den 24: Julij tot den 20: Decem: a: p: en door den tweeden van laatstgem: datum tot den 10: Januarij h: a: gedaane spendatien, die bestaan hebben in rd„s 95: Contant 5 p„s Guinees Gem: Gebl: 3½„ _„o Bruijn bl: 117 kannen Arak 9. ldb:s Buskruijt 188: lasse snaphaan pattroon 2: p„s bijlen 2: „ pedakken. dog door den tweeden Commissiant Baijer laten vergoeden 1/6: p„s Guinees Gem: Gebl: door hem te veel opgebragt voor dood gewaat van een aldaar over„ „leden sergeant en onder Chirurgijn: §10 voorts aan boyde laten uitkeeren het gewane bouw „ceur wegens agt huurlingen of Bagagie dragers ten emporte van rd„s 146: en aan den tweede Commissiant „alleen rd„s 35: wegens meerder uitgegeven dan ter verantwoording overgehouden penningen, blijkens dien„ „wegens aangeteekende besluiten ter onse aparte Resolu„tan „tie van den 7: April h: a: §11 Gelijk wij aan de commissianten Hertsman en Baijer, op eene ter onse Resolutie van den 22: Augustus e„ J„ L. g'approbeerde rekening, na afwerking van het Eijland Poelo Rauw, gevalideert hebbende ondervolgen„ „de door hun tot voortgang van het werk aan der Jn„ij „lander verspenveerde Lijwaten, als: 4: p„s Guin„s Gem: Gebl: 3: „ _„o Br: Bl: 2: „ salemp„s „ §12 wij hadden de Commissianten bij de hun ter opvolging 1: Nog meede apart 173. „ 63. meede gegevene Instructie reeds gelast, om zij hunne te houdene Dagregister op tegeven, hoe veel specerijen op de door hun aftewerkene plaatsen 's jaarlijks zoude kon„ „nen werden ingesameld, dog op de wijse, naarvolgens dewelke sij bij briev d: d: 15: Junij h: a: gecalculeerd en opgegeven hebben de quantiteit noten en foelij, die te Morontaij sjaarlijks soude konnen werden ingesa„ „meld, geen staat altoos konnende werden gemaakt, als ten eenemaal verwerpelijk sijnde hunne opgave omtrent de vermeeringvuldiging, schielijke opwasch en dragt der bomen, waarvan wij vernemen, dat lang„ saam op groeijen, ligt uitgaan en in Banda wel 8: â 9. dog in de Molukkos 6: Jaren staan moeten voor en alleer vrugt dragen, selven meer dan 10 â: 12: stuks voor de eerste reijs, hadden wij hun bevolen eene nadere en duidelijkere opgave te doen, met een Berigt wegens de verdere aldaar vallende produc„ „ten en daar onder vooral het timmerhout niet te vergeeten: Dog vreesende, dat ook hun nader ons bij derselver letteren d: d: 15: Aug„s 7„o 2: toegesonden berigt als voor ons vrij onderstaanbaar, aan de g'eerde intentie niet zal komen te voldoen, hebben wij besloten hun met die berekening te laten begaan tot tijd en wijlen van uw Hoog Edelh:s dien aangaande en nopens de inrigting dier berekening nadere informatie sullen hebben erlangd; die bij desen needrig besolliciteeren; bineerde §13. In eene gecommitteerde vergadering met Batchi„ „ans koning en Rijksgroten binnen dit Kasteel gehouden op den 7: Decem: a: p: met gem: vorst het nodige beraamd sijnde geworden tot der hervatting der door de velvuldige ruptures binnen deese Provintie zoo lang agterwegen gebleven specery extirpatie in de Batchi„ E: „ansche districten, hebben wij ingevolge ter voorm: sessie e„ genomen besluijt tot Commissianten over dat werk onder toevoeging eener deesen in Copia versellende am„ „pele Instructie aangestelde Batitians Commandant den vaandrig G: F: H: Heinavids en den Boekhouder J: a en Essaijeur G: G: H: van Greven met toevoeging van re„ 2. sergeanten 2: Corporaals 18. Gemeene militairen, voorts 1. sergeant en 11. Gemeene uit de burgerij tegen de gewone besolding van 1: rd„s 3: —. t aan¬ berigt apart 193.

NL-HaNA_1.04.02_3738_0380 view scan ↗

English

65. 1 assistant surgeon, altogether 35 heads, with authority granted to the commissioners to employ as many of the Laborese residing in Batchian, who are knowledgeable of the land and extirpation, as could possibly be spared and persuaded. Paragraph 14. Due to the lack of Company vessels—of the two sloops, one having been dispatched to Banda and one to Parigie, the pantjallangs to Manado to collect rice, and the gallewets on patrol against the Magindanaos—we found ourselves compelled, in order not to delay the work for long, to hire two burgher padewakans for the transport of the extirpators along with their necessary provisions for six months. To their owners, the late Burgher Captain Feit Landau and Burgher Wijnand Sevening, we paid from the treasury for the hire of the said vessels 50 rixdollars each, and 174 rixdollars for wages to their crews, besides the ordinary sea provisions, the former for two and a half and the latter for two months, as appears from our resolution taken regarding this in the session of 7 April of this year. Paragraph 15. By letters from the commissioners dated 9 February of this year, we learned with pleasure that the destruction of spices in the said Batchian districts had begun with good success, but we were at the same time very surprised when we perceived from the said letters the intention of the King of Batchian, communicated to the commissioners, to undertake an expedition to Ouby. This intention appeared to us both speculative and detrimental to the work of extirpation; wherefore we wrote to the commissioners that they ought to have dissuaded the Sultan from this, since His Highness was likely to be followed by all his male subjects, except for the 24 heads surrendered for the extirpation. Furthermore, we immediately dispatched a letter to the King, whereby we earnestly dissuaded His Highness from the intended journey, pointing out that if he did not comply, we here would be forced to believe that His Highness and the Grandees of the realm were intent upon completely different matters than attending to 67. the so strictly recommended work in the spice districts. Having been commenced by the garrison troops and burghers sent from here, alongside a small number of only 20 Batchianese and a few Laborese found over there, it was to be feared that it would soon have to be stopped, both due to sickness and other easily arising impediments, if the sick and other departing extirpators could not be replaced with others on account of the said journey. Not only that, but also that His Highness's presence in Batchian was currently all the more necessary because the annual relief ship from Batavia was expected daily. Upon entering Batchian, it might well be in want of various necessities; with it, the letters and gifts for the King and Grandees from Your High Excellencies would be brought, and sometimes also dispatches concerning the repopulation of his lands so greatly desired by His Highness. And furthermore, that by accomplishing his intended journey, the King had to expect the utmost indignation from Your High Excellencies as well as our displeasure, seeing ourselves disappointed in the hope with which His Highness and the Grandees had flattered us, of having the extirpation work in the Batchianese lands proceed with vigor. Upon these promises, contrary to the orders of Your High Excellencies, we had accommodated His Highness with the advance payment of one year of recognition money, which token of favor His Highness now acknowledged with the sudden announcement of his intended journey to an island that was ceded to the Company by His Highness's predecessor, King Alawadien, and without stating what His Highness had to perform there. Paragraph 16. But these remonstrances came too late, since by the commissioners' letter dated 23 March of this year, with the return of the aforementioned letter dispatched to the King, we came to learn that the King, with his available vessels and all male subjects, except for the 24,

Dutch transcription

65. 1 onderchirurgijn te samen 35. koppen met Qualificatie aan de commissianten, om van de te Batchian woonagtige mitsgaders land en trpatie kundige Laboreesen zoo veel te emploijeeren, als immers te missen en te persuadeeren mogten sijn: §14: Mits ontstentenis aan Comp„s vaartuigen, waar van naar de tweede Chialoepen de eene vader Banda en een naer Parigie, de Pantjallangs naar Manado ter afhaal van rijst en de Gallewets in bekruissing op de maginda„ „naars waren gedepecheerd, vonden wij, om met het werk niet lang te traineeren, ons gedrangen tot ransport der ex„ „tirpateurs met hunne nodige randevenen voor ses maan, „den, in huur te nemen twee Burger Padewakans, aan welker eigenaren wijlen den Burger Capitein Feit Landau en Burger Wijnand sevening wij voor de huur van gem: vaartuigen uit kassa hebben gevalideerd rd„ 50: aan ijder, rd„s 174: voor gagie aan hunne opvarende nevens het ordinaire zeer andwen de eerste voor twee en een halve en de laatste voor twee maanden, blijkens onse dienaangaande genomen besluit ter sessie van den 7: April: h: a: §15: Bij aanschrijvens van de Commissianten d: d: 9. februarij, h: a: vernamen wij miet genoegen, dat de specerij, destructie in op gem: Batctiansche districten met Goed succes was begonnen, maar waren d tevens seer gesurpreneerd, wanneer wij uit gem: letteren ontwaarden het aan de Commissianten gecom„ „municeerde voornemen van Batitians koning, tot het doen eener togt naar oubij, en welk voorne„ „men ons zoo speculatie als naadeelig voor het extiipatie werk voorkwam; weshalven wij in„ de Commissianten aanschreven dat zij den et sultan daarvan hadden behooren te diverteeren, alsoo zijne Hoogh: denkelijk van alle sijne E: mannelijke ondersaten stond gevolgd te worden: en behalven van de tot het extirpeeren afgestane 24:— 1r koppen: voorts lieten wij oerderwijd eene missive afgaan aan den koning, waarbij wij zijne Hoogh: het voorgenomen reijsje ernstig dispiadeerden, Z: a. onder voorhouding, dat wanneer daar van niets kwam te replieeren, wij hier in het denkbeld moesten geraken, dat zijn Hoogh: en Rijksgroten op geheel an„ „dere zaken uit waren dan op de behartiging van 4: ge„ §15 het rie 67. het zoo duur aanbevolen werk der specerij districten 't welk door de van hier afgesonden besettelingen en Burg „gers nevens een gering aantaat van slegts 20: Bat„ „chianders en eenige weinige ginter te vinden La„ „bresen aangevangen sijnde, te dugten was dat eerlang„ soo door ziekte, als andere ligt op te komen in„ „pedimenten gestaakt zou moeten worden, bij„ „aldien de zieken en andere afgaande extirpateurs, door toedoen van opgem: reijze, niet met andere gesuppleerd konden worden, niet alleen, maar ook dat zijner Hoogh: praesentie te Batihian tans te nodiger was doo het jaarlijks secours schip van Batavia dagelijks te gemoet wierd gesien, dat Batchian inlopende, veelligt gebrek aan verscheide noodwendigheeden hebben kon; dat daarmeede de brieven en geschenken voor koning en Rijksgroten van weege Uw Hoog Edelh: souden werden aangebragt en somtijd ook aanschrij „vens, rakende de door zyne Hoogh: zoo zeer ver„ „langde bevolking sijner landen; en dat de koning overigens met het volbrengen van sijn voorgenomen reijs te verwagten hadde de uiterste insignatie van UW Hoog Edelh: nevens ons ongenoegen, als ons Tiende te leur gesteld in de hoop, waarmee„ gestreeld „de zijne Hoogh: en Rijksgroten ons gesteld had, e= „den, van het extirpatie werk in de Batitianse landen met vigeur te doen voortgang nemen, en op welke beloften wij zijn Hoogh: tegen de or„ „dre van Uw Hoog Edelh: aan geriefd hadden met de vooruit verstrekking van een jaar recognitie penn„ welk Gunst bewijs zijn Hoogh: tans erkende met ran„ de plotselingen bekendmaking van sijn voorgeno„ „men reijs naar een Eijland 't gund door zijn Hoogh: voorsaat koning Alawadien aan de Comp„e is afge„ „staan, en sonder te seggen, wat zijn Hoogh: daar te verrigten hadde: §16. Dog deese vertogen kwamen te laat, vermits wij bij der Commissianten aanschrijvens d: de 23: Maarth: a onder terugsending van opged: aan den koning afge„ „vaardigden brief kwamen te vernemen, dat de koning met sijne aanhanden sijnde vaartuigen en alle mannelijke onderdanen, behalven de 24: zie reijs Gz apart 3.

NL-HaNA_1.04.02_3738_0382 view scan ↗

English

69. 13. being on an extirpation expedition, had departed from Batchian before the receipt of our missive, and although we, upon receiving the reports that the king had not been seen on or around Oubij, could well suspect whither he might have turned his course, we nevertheless remained in uncertainty regarding his experiences until the receipt of a missive from His Highness dated from Sawaij the 3rd of April of this year, in which he communicated to us that upon his departure from Batchian, having gone to inspect the troops of the Extirpators, he was overtaken by such a dreadful storm that he could not make for the island of Oubij, and having been driven toward Toeloe Pijang, out of fear that he might fall into the hands of the Papuans, had resolved to turn his course toward Ceram, where he had landed at the negorij of Natile and from there had sailed along the coast to the post of Sawaij, from where His Highness had given notice of his arrival there to the Governor and Council in Amboina; that furthermore from the Nine Negorijen much people had defected to Noekoe and were staying with him to the number of 760 souls at the negorij of Hute; that His Highness had sent his Djoegoegoe to recall the said peoples, and from the people of Hatilang had obtained 120 women, but few men, who had already been sent ahead to Batchian; that furthermore the peoples of Sawaij, Hatuwe, Bessie, Soliman, Lisbate, Nismoe, and Passinie were inclined to follow His Highness to Batchian; §17 We replied to this that we had not been so ignorant of the king's eagerness to increase the people of his lands with those of certain nine negorijen on Ceram, but that, after His Highness and the Grandees of the realm were not found on Oubij, we could well suspect that the journey to Sawaij had been carried through deliberately and not by chance, so that the Sultan and the Grandees of the realm should please bear in mind that we gave no credence to the contrary winds, just as His Highness would also concede that the previous communication stating he wished to make a trip to Obij could not be accepted as sufficient, since such could not take place without previously requested authorization, as the island of Oubij, having been ceded by Sultan Alawadien to the Company, had to be regarded as the Company's property and not as a part of the Batchian Realm; expressing at the same time our satisfaction with the good outcome of that expedition, inasmuch as there had been transported from Sawaij to Batchian and arrived there in men, women, and children 236 new subjects, which number we hoped would, upon the return of His Highness, under the full approval of the Amboina Ministry, be considerably increased to the use and benefit of the realm of Batchian, which would thereby become the better able to carry through with vigor the extirpation of spice trees commenced in the Strait of Patientie. Furthermore, we admonished His Highness and the Grandees of the realm to place more trust in and have more respect for this Government in the future, as we would not like to hear again that His Highness undertook expeditions abroad without previously obtained permission. §18. A certain Tidorese from the faction of the rebel Noekoe, named Modim Hadji, having furthermore been apprehended by the aforementioned King on his said voyage to Ceram and sent to Ensign Keinairdt for transportation hither, and having been securely sent hither by the said Commander via an express vessel, Your High Excellencies will be able to see from a re-examined and sworn declaration inserted in our separate Resolution of the 20th of April of this year that this arrestee, on the voyage from Batchian to this place, between Little Tawalij and Capa, jumped overboard with irons on his hands and feet and drowned. §19. Having meanwhile also learned from a further missive from the king dated 5 June of this year, in which he communicated to us his safe return to Batchian, that the Amboina ministry, by sending the Resident of Manipa with a pantjalling and six orembaais, had forbidden His Highness any further conveyance of people from Ceram, and that he, the king, with his Grandees of the realm, notwithstanding that many of the peoples of the nine negorijen wished to follow him, had nevertheless, in order to give no offense, heeded this prohibition and returned to Batchian, as well as upon the receipt of Your High Excellencies' revered instructions arrived in the meantime, being informed

Dutch transcription

69. „ 13. in extirpatie sijnde, van Batchian was vertrokken voor den ontvangst onser missive, en schoon wij, op er„ „lang de Berigten, dat de koning op of omstreeks oubij niet gesien was, wel konden vermoeden, werwaards hij den steven gewend mogt hebben, bleeven wij egter in het onseekere nopens sijn wedervaren tot op den ontvangst eener mis„ „hie van zijne Hoogh: ged„e van Sawaij den 3: April h: a: waar bij ons communiceerde, dat bij sijn vertrek van Batchi„ „an, quapi om de trouppen der Extirpateurs te besien van een zoo vreeslijken storm was belopen, dat het Eijland oubij niet kan bestevenen, en naar Toeloe Pijang verdreven uit bedugting, dat in de Papoe ter houw mogt komen, geresolveerd had, den steven te wenden Naar Ceram, al„ „waar ter Negorij Natile was aangelanden van daar langs de wal was gevaren naar de Post Sawaij, van waar zijne Hoogh: Gouverneur en Raad in Amboina van sijn arrive aldaar kennis hadde gegeven: Dat voorts van de Neegen Negorijen veel volk na Noekoe was overgelopen en sig ten getalle van 760: koppen bij hem onthielden op de Negorij Hute: Dat zijne Hoogh: sijnen Djoegoegoe hadden afgesonden, om gem: volkeren terug te roepen, en van de volkeren van Hatilang hadde gekreegen 120: vrouwen, dog weinig mannen, die reeds §17 Wij rescribeerden hier op, dat zoo onkundig niet geweest waren van 's konings drift, om de volkeren sijner Landen met die van zeekeren neegen Negarijen op Ceram te vermeer„ „deren, of wij hadden; na dat zijn Hoogh: en Rijksgroten op oubij niet zijn aangetroffen wel kunnen vermoeden, dat de Rijs naar sawaij voorbedagtelijk en niet bij toeval was doorgeset, invoegen sulten en Rijksgroten souden gelieven te gedagen, dat wij geen gelovo sloegen aan de Contrarie winden, gelijk sijn Hoogh: ook sou toestaan, dat niet voor voldoende kon worden aangenomen de vorige Communicatie, dat een toter naar Obij wilde doen, alzoo zulks buiten voorafer„ „langde qualificatie niet geschieden mogt, na dat het Eijland oubij door sultan Alawadien aan de Comp„e sijnde afgestaan, het selve als 'sComp„s eigendom, en niet als een gedeelte van het Batchian„ „sche Rijk kon werden aangemerkt: Betuigende wij tevens ons genoegen over den goeden uitslag dier togt, oversulks van Sawaij naar Batchian getransporteerd mn„ en aldaar aangekomen waren aan mannen, voor af naar Batchian waren afgesonden: Dat voorts de volkeren van Sawaij, Hatuwe, Bessie, Soliman, Lisbate, Nismoe en Passinie geneegen waren zijner Hoogh: naar Batchian te volgen: vooraf vrouwen apart 71. p. 3. vrouwen en kinderen 236: nieuwe onderdanen, welker getal wij verhoopten, dat met de terugkompt van zijn Hoogh:t, onder volkomen goedkeuring van het Amboinase Ministerie, nog merkelijk ver„ „meerdeerd zoude worden tot nut en voordeel van het rijk van Batchian, 't gunt hiermeede te beeter in staat zoude raken, om de in straat Satientie aangevangen extirpatie van specerij bomen met kragt te doen doorselten Voorts vermaanden wij zijne Hoogh: en Rijks„ „groten, om voortaan meerder vertrouwen te stellen in en agting te hebben voordeee Regeering, alsoo wij niet gaarne andermaal vernamen, dat zijne Hoogh: togten buiten 'slands, sonder vooraf ver„ „kreegen permissie onderneme: §18. Door meerm: Koning wijders op zijne gerepte togt naar Ceram opgepakt en aan den vaandrig keinairdt ter transporteering naar herw„s sijnde toegesonden zeeker Tidorees uit den aanhang Modim Hadji gen. t en door opgem Comm. van den Resel Noekoe per een expresse vaar„ „tuig wel verseekerd naar herw„s sijnde opgesonden, §19. Midelerwijlen uit eene nadere missive van tie den koning in dato 5 Junij h: a: waarbij ons sijne behouden retour te Batchian communiceerde, tevens vernomen hebbende, dat het Amboinas ministerie door de afsending van Manipas Resident met een Pantjalling en ses ovembaij's zijner Hoogh: den verderen vervoer van volk van Ceram hadden laten verbieden, en dat Hij koning met sijne Rijksgroten, niet teegenstaande hem veele der volkeren van de negen Negorij wilden volgen, egter, om geen misnoegen te geven, na dit verbod hadde geluisterd en naar Batihian was terug gekeerd, zoo meede bij den ontvangst van uwer Hoog Edelh: inmiddens aangekomen gevenereerde aanschrijvens, g'informeerd g'in„ zullen uw Hoog Edelh: bij eene ter onse aparte Resolu„ tie van den 20: April ha: g'insereerde gerecolleerde en beëedigde verklaring konnen ontwaren, dat die arrestant, op de reijse van Batchian naar herw„s tusschen klein Tawalij en Capa met boeijen aan handen en voeten over boord gesprongen en verdron„ „ken is: zullen „formeerd apart

NL-HaNA_1.04.02_3738_0384 view scan ↗

English

73. 5. 3. Having been informed that Your Noble Honours did not agree to the request of the King of Batjan regarding the people of the nine settlements, we, in our reply to the aforementioned letter, seriously recommended to His Highness that the men, women, and children transported from Ceram, none excluded, be sent back as speedily as possible and without delay to the land of their birth, promptly and safely in one or more vessels amply provided with provisions for the journey they are to make, under capable leaders and under the supervision of one of the garrison soldiers from the fortress Barneveld. This was accompanied by the remonstrance that His Highness could gather, from the prohibition of the Amboina ministers against the transport of those peoples, the displeasure with which the King's premature and unauthorized course of action had been regarded in Amboina; as well as how unpleasantly it must have sounded in the ears of those ministers, and the news undoubtedly obtained by them, that many women and children had indeed been transported by His Highness from Ceram to Batjan, who have now become wretched due to the loss of their husbands left behind, and who can attribute their misfortune to no one else but the ill-advised excursion of His Highness and the grandees of the realm, who also cannot detain these people without exposing themselves to the greatest displeasure of Your Right Honourable, who, taking no pleasure in the request of His Highness and the grandees of the realm regarding the people of the aforementioned nine settlements, had therefore rejected it: Section 20. To this we received a reply from His Highness by letters dated 30 June of this current year, stating that the King and grandees of the realm had complied with the order received for the return of those peoples to their land, but had not deemed it necessary that this should have taken place under the open supervision of anyone among the Batjanese or a Company servant, because they well knew how to find the way themselves. His Highness and the aforementioned grandees of the realm excused this undertaking by saying that they had understood from Your Right Honours' dispatch dated 30 December 1784 that Your Right Honours had granted the request of Paduka Siri Sultan and the grandees of the realm to levy people from those nine settlements, provided it was done without damage to the Company or without forcing anyone, and that Governor Cornabe had orders to assist Paduka Siri Sultan therein, which was now being disapproved by Your Right Honours. 75. 3. Section 21. Thereupon, while expressing our displeasure that our instructions regarding the transport of those peoples had thus not been properly carried out, we remonstrated to the King and grandees of the realm in our reply concerning the pitilessness and unreasonableness that shone through their actions, seeing that the aforementioned pitiable people were left to wander on their own, and that they had even displayed this to those who had deemed it necessary to give different orders in this regard: That we would furthermore now wait with longing for news that those returned peoples had arrived safely on Ceram, preserved to the number of 236, provided they had not increased by birth or decreased by death in Batjan: At the same time, we demonstrated to His Highness and the grandees of the realm the necessity, in order to prevent them from simply doing whatever comes to mind, of requesting clarification in the future regarding such periods appearing in Your Right Honours' letters as they do not understand or pretend not to understand; since Your Right Honours, in the letter dated 30 December 1784 cited by His Highness and the grandees of the realm, certainly had not indicated having granted the request of Paduka Siri Sultan and the grandees of the realm to levy people from the nine settlements in question, but rather that Your Right Honours in that letter say to have given orders to Governor Cornabe 77. 83. to contribute on his part everything that is reasonable and fair towards relieving the lack of people disclosed by Paduka Siri Sultan and the Bobatos of Batjan, which, however, could by no means be fulfilled with any semblance of reasonableness or fairness along the path taken by His Highness and the grandees of the realm. This, as we believed to have sufficiently demonstrated in our dispatch to the King and grandees of the realm dated 8 April 1785, to which we then made reference, when we refuted the claim made by His Highness and the grandees of the realm to the nine settlements situated on the coast of Ceram and indicated that Your Right Honours would provide clarification on the matter in due course: That, moreover, if the King and grandees of the realm had been authorized by a competent authority to proceed to another territory for the purpose of fetching people, they would not have needed to keep this secret from us, of whom they should long have thought that we represent Your Right Honours here, and before these representatives they would have had no need to come forward with excuses, this clearly demonstrating their consciousness of having acted without authorization: Section 22. Meanwhile, notwithstanding the communication made to us in their letter of 30 June last that those people had been sent back, the aforementioned King and grandees of the realm having not only failed to comply with the contents of that dispatch, but appearing to us to be seeking to shelve the matter, we have once again urged them to this repatriation by an instruction dated 10 August last, and shall now have to await what effect our very earnest remonstrances made to that end will have upon His Highness and the grandees of the realm.

Dutch transcription

73. 5. 3. g'informeerd sijnde geworden, dat Hoogst Deselven in het versoek van Batihians kooing om de volkeren der neegen Negorijen geen genoegen namen, hebben wij zijner Hoogh: bij rescriptie op vorengem: briev ernstig aanbevolen om de van Ceram vervoerde mannen vrouwen en kinderen, geen ingesondert zoo poedig als doenlijk en sonder dilaij terug tesenden naar het land van hare geboorte, kort en schadeloos op een of meer van levensmiddelen voor hunne te doene reijse ruijm voorsiene vaartuigen onder goede hoofden en onder toesigt van een der Betterlingen uit de fortres Barneveld, onder voorhouding; dat zijne Hoogh: uit het verbod der Amboinsche min „sters tegen der vervoer dier volkeren kon opmaken den teegensin, waarmeede 's konings voorbarige en ongequalificeerde handelwijs in Amboina beschouwd was geworden, als meede, hoe onbehagelijk in de ooren van die ministers moet geklonken hebben en door hun buijten twijfel erlangde tijding, dat werkelijk door zijne Hoogh: van Ceram na Batchian vervoerd waren geworden veele vrouwen en kinderen, die tans om het gemis hunner agter gebleven mannen ongeluk„ §20: Wij ontvingen hier op van zijne Hoogh: tot weder„ „antwoord bij brieven de dato 30: Junij h: a dat koning en Rijksgroten de ontvangene ordre ter terug„ „sending dier volkers naar hun land waren nage„ „komen, dog niet nodig hadden geoordeeld, dat zulks hadde mogten geschieden onder open toesigt van ijmand der Batthianders of een Comp. s Dienaar, om dat zij den weg zelven wel wisten te vinden, verschonende zijne Hoogh: en Rijksgroten voorsz deese onder neming met te seggen, „kig geworden, en haar ongeluk aan niemand an„ „ders toeschrijven, konnen, dan aan den onberaaden uitstap van zijne Hoogh: en Rijksgroten, die deese lieden ook niet konnen aanhouden sonder zulks bloot hun blaft stelle aan het grootste ongenoegen van uw Hoog Ed: Hoogt Dewelken in het versoek van zijne Hoogh: en Rijksgroten om de volkeren der opgem: neegen negorijen geen genoegen nemende daaromm van de hand hadden geweesen: „kig„ dat apart 75. 3. dat uit uwer Hoog Edelh: missive o: d: 30: Dec: 1784 hadelen begreepen, dat Hoogst deselven het versoek van Paduka Sirie sulthan en RijksProten, om volk van die neegen negorijen te ligten, hadden toegen „staan, mitsgeschiedende buiten schade van de Comp: of sonder ijmand te dwingen, en dat de Gouverneur Cornabe last hadde, om Paduka Sirie sulthan daarin te assisteeren,'t geen nu door uw Hoog Edelh: wierd gedit approbeerd. §21. Wij hebben hier op den koning en Rijksgroten, on„ „der betoning van ons ongenoegen, oversulks aan onse aanschrijvens omtrent het transport dier vol„ voldaan „keren niet na behoren is, daar, in rescriptie voor„ „gehouden de ommee dogenheijd en onredelijkheid, die in de handelwijse van koning en Rijkgroten daarstraald, daar bovengem: beklagers waardi„ „ge Lieden op eijgen wieken dwaler, en zulks nog te hebben laten blijkens voor de geenen, die nodig hadden geoordeeld, daarop andere ordre te stellen: Dat wij voorts nu met verlangen zouden wagten op tijding, dat die terug gesonden volkeren behouden en ten getalle van 236: bij al„ „dien te Batchian niet door geboorte vermeer„ derd of door overlijden vermindert waren, gehou„ „den op Ceram waren aangekomen: Betogende wij zijne Hoogh: en Rijksgroten tevens de noodsakelijkheid, ter voorkoming, dat maar doen wat hun in den zin schiet, om voortaan elucidatie te versoeken wegens sodanige in uwer Hoog Edelh: Brieven voorkomende Periouces, als zij niet verstaan of voorgeven niet te ver„ „staan; overmits Hoogst Deselven in den door zijne Hoogh: en Rijksgroten aangehaalden briev d: d: 30: Decem: 1784: gewis niet te kennen hadden gegeven, dat het versoek van Paduka sirie sulthan en Rijksgroten, om volk van de be„ „wuste neegen negorijen te ligten hebben toegestaan maar wel dat uw Hoog Edelh: in dien briev seggen, den Gouverneur Cornabe bevel te rie te hebben apart 77. 83. hebben gegeven, om van sijne kant alles wat redelijk en billijk is te contribueeren ter vervulling van het door Paduka Sirie Sulthan en Bobalos van Batchian open„ „gelegt. volks gebrek, 't gunt egter met geen schijn van redelijkheijd of billijkheid vervuld kon worden langs de door sijne Hoogh: en Rijks groten ingeslagen weg, zoo als wij bij onse missive aan koning en Rijksgroten in dato 8: April 1785: en waarop wij dns tant beriepen, genoegsaam meenden te hebben teweesen, toen wij de door zijne Hoogh: en Rijksgroten gemaakte praetentie op de Neegen ter kuste Ceram geleegen Ne„ „gorijen, wederleyd en te kennen hadde gegeven, dat uw Hoog Edelh: daar over inselvervoegen elucideeren soude: Dat daarenboven koning en Rijksgroten, wanneer van wager hand gequalificeerd waren geweest om na een ander gebied te trekken ten afhaal van volk zulk niet bedekt hadden behoeven te houden voor ons, van wien zij voorlange hadden moeten denken, §22. opgem: koning en Rijksgroten intusschen, in weer„ „wil der ons bij derselver briev van den 30: Junij J„o E: gedane Communicatie, dat die menschen terug„ „gesonden waren, aan den inhoud dier missive niet alleen nog niet hebbende voldaan, maar deselven zoo ons voorkomt op de Lange bank soekende te schuiven, hebben wij Deselven bij aanschrijvens in dato 10: aug„s jongst verwer „ken tot deese terugsending nog maals aange„ „spoord, en sullen als nu moeten afwagten, wat of onse ten dien einde gedane seer ernstig vertogen op zijne Hoogh: en Rijksgroten voor uitwerking sullen hebben. dat hier uwe Hoog Edelh: representeeren, en voor deese Repraesentanten met geen uitvlugten nodig hadelen gehad te berde te komen, sonne klaar aantonende hunne bewustheid, dat ongequalifi„ „ceerd te werk waren gegaan: dat Als apart

← previousnext →