Inventory 3738
Japan · 625 pages · 347 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
19. Samarang the 24th of December Anno 1785. Samarang the 24th of December 1785. Copy of a separate missive written by the Right Honourable Johannes Siberg, Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director on and along Java's North-East Coast; to the Junior Merchant Barend van den Worm, First, and the Bookkeeper Hendrik du Pon, Second Resident at Banjermassing, dated Samarang the 20th of December 1785. Since the dispatch of my last letter of the 7th of this month, per the cutter de Patriot, having furthermore received Their High Honours' secret letter of the 2nd of this month, containing authorization for the reinforcement of the force that had already been dispatched from Java to the assistance of Banjermassing, as well as to inform you verbally on behalf of Their Honours through a trusted emissary of that which I have written both in my aforementioned separate letter and in a private letter to the First Resident, as well as entrusted to Captain Hofman for delivery, and since I currently do not have such a trusted emissary at hand, and a detailed description or actual repetition thereof is subject to some serious risk in case this letter should unluckily fall into the wrong hands, I therefore consider the matters discussed hereinbefore as inserted in this letter, with authorization to proceed thereafter with good deliberation and steadfastness. Furthermore, I send to you herewith a letter from Their High Honours for the Sultan, as well as a copy thereof, from which it appears that it is a response to the Sultan's further letter, of which you also receive a transcript, as well as that the aforementioned Their High Honours have decided so far to persist with the measures already taken regarding the Banjermassing affairs. Wherewith, wishing you wellbeing and prosperity, after cordial greetings, I remain beneath was written your good friend was signed J:s Siberg, in the margin stood: Samarang the 20th of December 1785. page 21. Samarang the 28th of January Anno 1786. Samarang the 28th of January 1786. Batavia To His High Honour, The Right Honourable, Highly Esteemed Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honourable Lords Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. etc. Right Honourable, Highly Esteemed Lord, and Right Honourable Lords! Pursuant to Your High Honours' respected orders by missive of the 3rd of this month, I have looked all around Java and made every possible effort to collect again a considerable quantity of sugar for the service of the Japanese trade; yet, notwithstanding all my efforts, I have, to my regret, not been able to succeed in this according to wish, as the sugar mills are presently not in a position to deliver anything of this product before the upcoming month of August, when the new crop will first have come in; at which time I flatter myself that I will again be able to procure for Your High Honours a considerable quantity of that sweet commodity; while I meanwhile trust that Your High Honours will be pleased to be satisfied with this, the more so because Java yielded well over 1,700,000 lb in the past year and is consequently now entirely destitute of sugar. I have the honour herewith to be with all high esteem, veneration, and submission, beneath was written Title lower: Your High Honours' humble and faithful servant was signed J:s Siberg in the margin stood: Samarang the 28th of January Anno 1786. page 23. Samarang the 3rd of March 1786. Samarang the 3rd of March 1786. Batavia To His High Honour! The Right Honourable, Highly Esteemed Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Honourable Lords Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. etc. Right Honourable, Highly Esteemed Lord, and Right Honourable Lords! I take the liberty now to reply to Your High Honours' most respected missives, both separate and secret, dated the 14th, 16th, and 20th of December, as well as the 3rd and 28th of the past month of January, in so far as this might not yet have taken place in my previous writing; wherein the first matter that presents itself to me, under the article of Ships and vessels, is the satisfaction that Your High Honours have been pleased to take in the measures and arrangements made by me regarding the shipment of the goods for the small ship the Cornelia Adriana to Banjermassing, as well as concerning the relief provided from here of two more galleys and one Company pantjallang for the security of the Company's servants and possessions at the aforementioned Residency. I cannot refrain from expressing my gratitude to Your High Honours for this, in the hope that the said relief will be sufficient to achieve the objectives that served as its basis. While I at the same time flatter myself that I will long have the pleasure of reporting favourable news from there to Your High Honours; just as it also serves as a particular pleasure to me that Your High Honours have been pleased to approve the further arrangements made by me in that regard, and that I have instructed the Commander in the Eastern Corner to look out for a capable and trusted person through whom one could have Your High Honours' dispositions delivered to the Banjermassing Residents. Concerning the important article of Products, it serves to my particular regret that the consequences arising from the unfavourable outcome of the rice crop on Java in the past year have been so very detrimental to the Capital. I had, however, in the beginning flattered myself that through strenuous efforts I would still be in a state
Dutch transcription
19. Samarang den 24„en December A:o 1785. Samarang den 24„e December 1785. Copia Aparte missive geschreeven door den Wel Edele gestrengen Heer Johannes Siberg, Raad van Nederlands Indië, mitsgaders Gouverneur en directeur op en langs Javas Noord, Oost-kust; aan den onderkoopman Barend van den Worm, Eerste en Den Boekhouder Hendrik du pon Tweede Resident te Banjermassing, gedateert samarang den 20„e december 1785. — Seedert de afzending van mijn laeste schrijvens van den 7„e deezer, per de kotter de patriot, nog ontvangen heb„ „bende Hun Hoog Edelheeden secreete schrijvens van den 2:e deezer, inhoudende qualificatie ter vermeerdering van de reets plaets gehad hebbende van Java afgesondene magt tot adsistentie van Banjermassing mitsgaders om uE: mondeling van weegens hoogst deselve door eene vertrouwde sendeling te Informeeren van het geene ik soo bij even genoemde mijne aparte; als bij een par„ „ticuliere Brieff aan den Eerste Resident geschreeven, mitsgaders aan den Capitain Hofman ter bedeeling toe„ vertrouwd hebbe, en dewijl ik thans geene soo vertrouw„ de sendeling aanhanden hebbe, en Een omstandige beschrij„ „ving off eigentlijke repetitie van dien aan eenige be„ „denkelijke swaarigheid onderheevig is, ingevalle deese Brieff ongelukkig in verkeerde handen raekte, soo houde ik de hier voorwaerds vermelde verhandelde zaeken als in deese geinsereerd met qualificatie, om daarna met goed overleg: en Cordaatheid, te werk te gaan. Voorts zeude ik UE: hier neevens een Brieff Hunner DHoog Edelheeden voor den sulthan, mitsgaders Copia van dien, waar uit komt te blijken, dat het een antwoord is op des sulthans nadere Brieff, waar van uE: meede het aff„ „schrift bekomt, mitsgaders dat welgemelde Hun Hoog Edelheeden, voor zoo verre hebben beslooten, om bij de reets genoomene mesures, noopens de Banjer„ „massingse zaeken, te blijven persisteeren. Waar meede ondertoewensching van weil en voorspoed, na minsame groete blijve /:onderstond:/ uwE goeden vriend /:was geteekent:/ J:s Siberg, /:in marginestand:/ Samarang den 20=e december 1745— „schrift s pag„o 21. Samarang den 28=' Januarij A:o 1726. Samarang den 20=e Januarij 1736. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel gestrenge, Groot Agtb: Heer, A Willem Arnold Alting. Gouverneur Generaal, en De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nieder„ „landsch Indie, en z. en 3. en 3. Hoog Edel Gestrenge, broot Agtbaren Meera; en Wel Edele gestrenge Heeren! Ingevolge uwer Hoog Edelheeden gerespecteerde ordre„ bij missive van den 3„e deezer, hebbe ik alomme op Jara uitgezien en alles wat mnoogelijk was in het werk gesteld, oms ten dienste van den Japanschen Handel, weeder Eene naamwaardige quantiteit zuijker bij een te brengen; Dan Ongeagt alle mijne poogingen, hebbe ik egter tot mijn Leetweezen, hier inne niet na wensch kunnen slaegen, daar de zuiker moodens als nu niet in staat zijn iets van dit product optileeveren, voor de aanstaande maand van Augustus, wanneer het nieuwo gewasch Eerst zal zijn ingekoomen; als wanneer ik mij vlije uw Hoog Edelheeden, weeder een naamwaar„ „dige quantiteit van die zoetigheid te zullen kunnen bezorgen; terwijl ik intusschen vertrouwe dat uw Hoog Edelheeden hier inne zullen gelieven genoegen te neemen, te meer daar Java in den gepasseerden Jaare ruijm 1700'000. lb: heeft opgeleevert en oversulx thans ten eenemaele van zuijker Ontbloot is. Jk verEere omij hier meede met alle Hoog agting, vene„ „ratie en submissie te zijn. /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwer Hoog Edelheeden onderdanige en trouwschuldigen dienaer /:was geteekent:/ J„s Siberg /inmargine stend:) Samarang den 28=e Januarij A:o 1786. - vleijs F El pag=a 23. Samarang den 37 Maart 1736- Samarang den 3. Maart 1736. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edele: gestrenge, groot Agtbaren Heere, M:r Willem Arnola Atting, Gouverneur Generaal, en de wel Edele gestrenge Heeren Raaden: van Nee= „derlandsch Indië, inz: en 3. en3. Hoog Edel, Gestrenge groot Agtbaren Heere, en Wel Edele gestrenge Heeren! Ik neeme de vrijheid, thans te antwoorden uw Hoog Edelheeden seer gerespecteerde missives, soo Aparte als secreete, de dato 14: 16 en 20=e december, mits„ „gaders 3. en 28:en der gepasseerde maand Januarij, in soo verre sulx bij mijn voorig schrijvens, nog geen plaats mogte hebben gehad; waar bij mij in de eerste plaetse onder het artikul van Scheepen en vaarthuigen, voorkomt, het genoegen dat uw Hoog Edelheeden wel hebben gelieven te neemen, in de door mij genoomene Maatregusen en beschilkingen, noopens de verzending der Goederen voor het scheepje de Cornelia Adriana, na Banjermassing, soo meede omtrent het van hier verbiende secours van nog twee Galeijen en een Comp„s pantjallang, tot beveiliging van 's EComp„s Dienaeren en bezittingen op de voorm: Residentie. Ik kan niet afzijn uw Hoog Edelheeden voor dit een en onder mijne dankbaarheid te betuigen, in hoope, dat het gem: secours voldoende genoeg zal zijn, om daarmeede te kunnen bereijken de lindens, de„ „welke het zelve tot grondslag hebben gehad. Terwijl ik mij teffens vleije dat ik berlang het genoegen zal moogen hebben uw Hoog Edelheeden gunstige berigten van daar te melden; gelijk het mij meede tot een bijzonder genoegen strekt, dat uw Hoog Edelheeden: wel hebben gelieven te approbeeren mijne daar omtrent verdere gemaakte schikkingen en dat ik den gesag= „hebber in den Oosthoek hebbe opgedraegen, om omte„ „zien na Een bekwaam en vertrouwd perzoon, door wien mmen de Banjermassingsche Residenten uw Hoog. „Edelheeden dispositien soude kunnen laeten geworden. — Concerneerende het gewigtig Artikul van Producten, strekt het mij tot den Bijzonder Leesweezen: dat de gevolgen ontstaande uit den disfavorabelen rutslag van het rijstgewasch op Java in den Iongst gepasseerden Jaare, voor de Hoofdplaets zoo zeer ae„ „deelig zijn geweest. Ik hadde mij egter in den beginne gevleit dat ik omij door ievoige poogingen nog in Van staat „ B
English
Samarang the 3rd of March Anno 1786. Samarang the 3rd of March 1786. page 25. would have found myself in a position, both with the Princes of Orange and with private chartered vessels, to send Batavia a considerable relief of this grain. But as the aforementioned ship and several of the private vessels, due to the unusually early break of heavy westerly winds, could not complete the voyage thither, but were mostly compelled to return to Java; I have to my regret seen myself disappointed in this; which was all the more unpleasant to me, because I then saw myself prevented from supplying Batavia again with rice before the turn of the monsoon, so as to rescue the capital from the embarrassment in which it has unquestionably been placed by the failed transport of such a considerable quantity as was laden in the above-mentioned vessel and private crafts. Meanwhile, the export of rice and paddy to the outer islands remains continuously forbidden, except to Batavia and the Eastern Governments, besides a moderate quantity to Malacca and Palembang; though the transport of rice to the Eastern provinces is also not large, as few private individuals present themselves who wish to undertake the voyage thither, both on account of the waterways being little known to them and the small profit to be made thereon. Notwithstanding all this, no more rice can be obtained by purchase, so that even the factory of Joana, which is otherwise one of those factories that yield the most rice, presently suffers a shortage of this grain; which, moreover, has noticeably increased, since the rice crop in the upper lands last year did not succeed well at all, but turned out very poorly indeed, wherefore the native saw himself compelled to fetch his food from the Damakoche district, to which district the transport of rice was particularly large, without my being in a position to place any hindrance thereto, partly because the Damakoche district is for a large part surrounded by and intermingled with the lands of the princes, and partly in order not to give any cause for displeasure to the princes by specially forbidding the transport of rice thither, as the Company on its part has now and then also enjoyed assistance from them, and one could therefore not decently refuse a similar assistance in return. I hope therefore that Your High Excellencies will meanwhile be able to manage with the 1420 1/2 coyans already collected by me against the requisition of 2000 coyans on purchase above the contingents, page 27. Samarang the 3rd of March Anno 1786. Samarang the 3rd of March 1786. which will likely suffice until the harvest of this year has come in, as the one and the other, to date, besides the cargo of the ship the Princes of Orange and the Joana bark lying at Grissee, amounts to 1275 1/2 coyans from the contingents, and 145 ditto by purchase; thus 1420 1/2 coyans together, which quantity I shall endeavor to dispatch to the capital as soon as possible and by the first presenting opportunities. Regarding the rice crop, I had flattered myself to be able to make the most pleasant reports to Your High Excellencies, the more so as it stood so flourishing and luxuriant in the field until the beginning of the month of February last, that one could expect nothing else than all good, and an opulent rice harvest; but to my regret I must, on the contrary, inform Your High Excellencies that this hope and pleasant expectation has meanwhile, since the beginning of the aforementioned month of February, noticeably decreased and diminished through an unusually rough weather that was experienced along all of Java during the said month of February. The fierce, persistent storms from the northwest were constantly accompanied by the heaviest cloudbursts, whereby the surrounding lowlands were flooded several feet deep up to four times in succession, followed by frightful drainages, and the young seedling crops and sprouted seed were for a large part washed away; the highlands have suffered little or no damage, as they were not subject to inundation. Meanwhile, to repair the damage suffered, I have ordered the native regents everywhere to resume planting with all zeal, in order, under God's gracious influence and blessing, unless the heavy and long-lasting rains should unexpectedly be alternated with strong and persistent droughts, to hope for a fortunate harvest, the gathering of which, however, upon the fulfillment of these fervent wishes, as far as the lowlands are concerned, will take place somewhat later than usual and not before the month of July. With regard to native affairs, I give Your High Excellencies my thanks for the information concerning the arrival of an embassy from the Prince of Banjer, as well as for the forwarding of a copy of his letter and a ditto of Your High Excellencies' answer served thereto; but as at that time the coaster the Patriot besides the other vessels
Dutch transcription
Samarang den 3„e Maart A:o 1786. Samarang den 3:' Maart 1786. pag„a 25. staat zoude hebben bevonden, soo met de painces van Oranje, als omet particuliere vaarthuigen op vragt, Batavia den aanzienelijke ontzet van dit graan te laaten toekoomen. Dan daar het gem: schip en ver„ „scheide der particuliere vaarthuigen door de buijten ge„ „woon vroeg doorgebrookene swaare weste winden, de Rheijse derwaerds niet hebben kunnen gewinnen, omaar meest al in de noodsaekelijkheid zijn geweest, weeder na Java te rug te keeren; soo hebbe ik mij tot mijn Leedweesen hier inne te Leur gesteld gezien; het geene mij te onaangenaemen is geweest; om dat ik mij als toen verstroken zag, om Batavia, voor het kenteren der mousson, weeder met rijst te kunnen voorzien, om dus doende de Hoofdplaets te redden uit de ver„ „beegentheid, waarinne dezelve buijten teegenspraak is gesteld geweest door den mislukten vervoer, van soo den aanzienelijke quantiteit als in boven gedagte bodem en particuliere vaarthuigen gelaaden was: Intuschen is en blijft den uitvoer van Rijst en padij naar den overwas bij aanhoudendheid verbooden, excepto naar Batavia en de Oostersche Gouvernementen, behalven nog in eene maatigen quantiteit noar Malacca en palembang zijnde egter den vervoer van rijst naar de Oostersche provincies ook niet groot alzoo zig weinig particulieren opdoen, die de Rheijse derwaerds willen onderneemen, soo uijt hoofde van het bij hun weinig bekende vaarwaeter, als de oweinige winst, die daarop te behaalen is. dan Ongeagt dit alles, is 'er egter geen rijst meer op inkoop te bekoomen, invoegen selvs het Comptoir Joana, dat anders meede een van die Comptoiren is, welke de meeste rijst opleeveren, thans gebrek aan dit graan heeft, 't geene nog boven dien merkelijk is totgenoomen, daar het Rijst gewasch in de bovenbanden in den voorleeden Jaare, gantsch niet voordeelig gevlaagt, maar selvs seer slegt is uitgevallen, oversulx den Inlander sig genood- „saakt zag, zijn wedsel uit het Damakoche te haelen, in't welk district den vervoer van rijst derwaerds dan ook bijzonder groot is geweest, zonden dat ik mij in staat hebbe gevonden daar aan Eenig beletsel toete brengen, eens„ „deels uit hoofde dat het Damakoche district voor den groot gedeelte als omringt en vermengd is met de Landen der vorsten, en ten anderen, om door het speciaal ver„ „bieden van den vervoer van rijst naar derwaerds, mit eenige reedenen van misnoegen aan de vorsten te geeven, alsoo de Comp„e van hunne kant nu en dan almeede Advistentie heeft genoo„ „ten, en men overzulx met geen gevoeglijkheid eene gelijke adsistentie weeder weigeren konde. Ik hoope dierhalven dat uw Hoog Edelheeden het intusschen wel zal kunnen stellen met de bij mij reeds ingesamelde 1420. /½. Coijangs op den Eysch van 2000. Coijangs op inkoop boven de Con„ hoofd tingenten pag:o 27. Samarang den 3„e Maart A:o 1726. Samarang den 3„e Maart 1786. „tingen, welke denkelijk wel zullen kunnen toereijken, tot dat het gewaarh van deesen Jaare zal zijn ingekoomen, alzoo het een en ander, op heeden, buijten de Laeding van het schip de princes van Orange en de Joanasche Barck„ welke te grissee legd; bevraagd als 1275½ Cojangs tut de Contingenten, m 145 d=o over inkoop; dan wel 1420.½. Coijangs te zaamen, welke quantiteit en tragten zal soo spoedig moogelijk en bij Eerst voorkoomende geleegenheeden naar de Hoofdplaets te versenden. Omtrent het Rijst gewasch had ik mij gevleijde thans uw Hoog Edelheeden de aller aangenaamste raporten te kin „nen doen, te meer daar en het zelve tot in den beginne van de maand februarij J: L. soo vleurig en werlderig op 't veld stond, dat men sig niets anders daar van dan alles goede, en Een opulente rijst-togst hadde kun„ „nen voortstellen; maar tot mijn bedweesen, moet ik uw Hoog Edelheeden, in teegendeel berigten, dat die hoop„ en aangenaame verwagting, intusschen off seedert het be„ „gin der Evengemelde maand februarij merkelijk ver„ „minderd en afgenoomen is, door een meer dan buijten gewoone ruuw weer dat men geduurende de gemelde maand february langs geheel Java gehad heeft, de felle aan„ „houdende stormen uit den N:r W:t gingen steeds gepaart met de aller sterkste slag Reegens, waar door de ombog„ „gende beneeden Landen tot vier keeren na den anderen eenige voeten onder waater gestaan hebbende, daar op van eene vreeselijke afwaateringen gevolgd, en de Jonge plant saisoenen en uitgespruijt zaat, voor een groot gedeelte weg gespoeld is; de hooge landen hebbens weinig off geene schaede geleeden, alsoo dezelve zoo niet aan de opstroo„ „ming zijn Onderworpen geweest. Ik hebben intusschen ter herstelling van den geleedene schaade de Inlands he tegen„ „ten alomme gelast, om met alle wver, op nieuws de aanplanting bij de hand te neemen; om onder Soos genaedige invloed en zeegen, soo niet anders, de soo swaere als langduurige teegens onverhoopt met sterke en aanhou„ „dende arvogtens afgewisseld worden, op een geluskige vogt te moogen hoopen, waar van den insaam egter bij vervulling der vuurige winschingen voor soo verre de beneeden Lan„ „den betreft, wat laaten donk: gewoon en niet voor de maand van Julij zal kunnen geschieden: Met betrekking tot Inlandsche zacken, zegge ik uw Hoog Edelheeden omit: deesen dank voor de Informatie noopens de komst van een gezandschap van Banjers vorst:, als meede voor de toezending Eener Copia van desselvs Brieff en een dito van uw Hoog Edelheeden daarop gediende antwoord; dan dewijl als toen de Coster de patriot neevens de andere met geaameente
English
page 29. Samarang the 3rd of March 1786. - Samarang the 3rd of March 1786. - armed vessels had already departed thither, a doubt arose in my mind whether I would or would not comply with the disposition of Your High Noblenesses regarding the dispatch of the complete answer of Your High Noblenesses to the aforementioned Sultan. However, considering on the one hand the necessity to provide the Residents there with the required knowledge of the dispositions taken by Your High Noblenesses regarding the unrest prevailing there, and on the other hand finding myself qualified, according to the copy of the secret resolution of Your High Noblenesses, to dispatch the aforementioned letter of Your High Noblenesses thither by another secure opportunity in case the armed vessels had already departed from here, I resolved upon further consideration to designate the galley De Kraaij, which had just returned from its cruise, for Banjermassing, as I could find no other opportunity to be able to send the aforementioned letters with peace of mind: I decided upon this particularly on the grounds that the said vessel could at the same time serve to enlarge and reinforce the force that we possess there: Pursuant to this, I then also allowed the said vessel to depart thither on the 10th of the past month of January, after having first shipped therein for the service of the Sultan of Banjer in accordance with the qualification granted by Your High Noblenesses: 200 pieces grenadier muskets with their bandolier straps and bayonet scabbards, 200 cartridge pouches, 400 flints, 4000 lb gunpowder, 50 picols lead, and 50 picols tin; together with 1 chest containing diverse gift goods, and 10 sheets of gilded Surat paper, but however gladly I would also have wished to ship some rice thither on that occasion, this was nevertheless entirely impossible for me at that time, as that vessel was not provided with sufficient space for it, but I hope nevertheless to find an opportunity shortly in the Eastern Salient to be able to send some rice thither, in such manner that I have also given the necessary notice thereof to the Residents of Banjermassing by a secret letter, with information at the same time as to how they should conduct themselves regarding the delivery of the aforementioned goods consigned to them and charged to their office; item the letters, both from Your High Noblenesses and from me, for the Sultan, touching at the same time upon several matters relative to the state page 31. Samarang the 3rd of March Anno 1786 Samarang the 3rd of March Anno 1786. state and condition of Banjermassing, so that Your High Noblenesses, should this please you, will be able to learn further from my just mentioned secret letter to the Residents; to which I request to be allowed to refer by this, to which end I take the liberty to present alongside this to Your High Noblenesses copies of my writing to the Sultan at Banjermassing. Then, notwithstanding that one needed to have little or no concern regarding the safety of the said vessel, as it is unusually fast under sail and moreover well armed; and one therefore needs to fear nothing hostile regarding it; I nevertheless, besides the sailing orders, also provided the helmsman Jacob Grijpen, who holds command over it, with a complete instruction as to how he has to conduct himself in case of a hostile attack; while I have placed all the secret papers and letters enclosed in lead in an envelope, in order to be able to be thrown directly into the sea in case of an unexpected accident, keeping with him only a common letter to the Residents, serving solely as an escort for the aforementioned goods, without anything of other matters being mentioned therein in the least. The envoy of the Sultan at Banjermassing, to whom Your High Noblenesses were pleased to grant transport hither with the bark De Voorzigtigheid, would already have departed on the 3rd of this month for Banjermassing with the vessel with which he had advanced from there up to the latitude of Crawang, and being very severely damaged, had undergone a major repair, had this not in the meantime been prevented by the severe storm winds, by which his vessel, driven onto the beach, suffered some light damage and once again needs some repair. He also seemed, therefore, in the first instance very inclined to depart thither with the aforementioned galley De Kraaij, but as this personal transport of the envoy of the King of Banjer would have given no unfounded suspicion to Pangerang Amier, if and in case he were to receive report thereof; I judged it on that account not advisable, but diverted the envoy therefrom, demonstrating at the same time the impossibility that prevailed to grant him and his retinue transport with this vessel, as it, both on account of its cramped space and the preparations for war, was completely unsuitable or unadapted for it, but that he should therefore await another private opportunity; but this not being at hand, he nevertheless succeeded through the assistance shown to him by me,
Dutch transcription
pag„a 29. Samarang der 3:e Maart 1706. — Samarang den 3„e Maart 1786. - gearmeerde vaarthuigen bereeds naar derwaerds wae„ „ren vertrokken, soo ontstond bij mij Eene bedenking off ik al off niet soude beantwoorden aan de dispositie uwer Hoog Edelheeden, nopens het verzenden van het volleedig Antewoord uwer Hoog Edelheeden aan den sulthan Voormeld. Edog. overweegende de noodsaekelijkheid aan de eene kant; om de Residenten aldaar de benoodigde kennissa te sac„ „ten toekoomen van uw Hoog Edelheeden genoomen dispositien, omtrent de aldaar heerschende onzusten en aan de andere zeide mij volgens Copia secreet besluijt uwer VoogEdelheeden gequalificeert vindende, oms ingevalle de gearmeerde vaer„ „thengen bereeds van hier vertrokken waaren, als dan opgem: brieff van uw Hoog Edelheeden met eene andere secuura ge„ „leegentheid, derwaerds te verzenden, soo hebbe ik bij eene nadere overweeging geresolveert de Galewet de kraaij, die fuist van zijn kruijstogt te rug gekoomen was, na Banjermassing te projecteeren, alsoo ik geen andere Ocher„ „gie konde opdoen, om de gem: brieven met gerustheid te kunnen versenden: Ik hebbe te ten hier toe beslooten uithoofde dat het gemelde vaarthuig als van teffens konde dienen tot vergrooting en versterking van onse magt die wij aldaar bezitten: Ingevolge van dien hebbe ik dan ook het gem: vaarthuig op den 10=e der gepasseerde maand Januarij derwaerds laeten vertrekken, na alvoo„ „kens daar inne ten dienste van Blanjers Suilthan ingevolgen van uw Hoog Edelheeden gelieden qualificatie te heb„ „ben afgestroken. 200: p„s franadiers snaphaanen met derselver Cardon„ riemen en Bajonet scheeden, 200. „ patroon tatschen, 400. „ duursteenen, 4000. lb Buskruijt, 50. picols Lood, en 50. „ Thin; mitsgaders perkast met diverse schen„ „kagie goederen, en 10: Vellitjes overguld sourats papier, dan hoe gaarne ik ook bij die geleegendheid eenige rijst derwaerds hadde willen afscheepen, was mij sulx egter als doen ten kenen „maek ondoenelijk, alzoo dat vaarthing van geene genoeg„ „zaeme ruijmte daartoe voorsien was, maar ik hoope der niet te min binnen korten in den Oosthoek ge„ „leegentheid te zullen opdoen, om eenige rijst derwaerds te kunnen zenden, invoegen, ik dan ook de Residenten de Ban„ „jermassing bij en secreete brieff de noodige kennisse daar van hebbe gegeeven, met informatie teffens hoedae„ „nig zij hun, omtrent de afgaeve der Evengedagte aan hun geconsigneerde en hun Comptoir aangereekende goederen; item de Brieven, soo van UE Hoog Edelheeden, als van omij, voor den sutthan, souden te gedraegen hebben, onder Aan„ „haeling teffens van het den en ander betrekkelijk tot den van. staat. pag„a 31. Samarang den 3„e Maart A:o 1786 Samarang den 3„e Maart Ao 1786_. staat en toestant van Banjermassing, invoegen uw Hoog Edelheeden, dit gelievende nader zullen kunnen be„ „vogen out eeven gem: omijnen secreeten brieff aan de residenten; waar aan ik versoeke mij bij deesen te moo„ „gen refereeren, ten welken einde ik de vrijheid neeme uw Hoog Edelheedens bezijden deesen Copien van mijn schrij„ „vens aan den sulthan te Banjermassing aantebieden. Dan ongeagt men weinig off geene swaarigheid behoefden te stellen in de veiligheid van het gem: naartheig, alzoo het zelve ongemeene snel bezeijld en mog boven din waarg gewaapend is; en omen oversulx daar omtrent voor niets vijandelijk behoefd bedugt te zin; zoo hebben in Egter den daarop het gezag voerende stuurman Jacob grijpen buijten de Beijlaas order nog voorzien van dene volleedige In„ „structie hoedaenig hij dig ingevalle van vijandelijke aanvell te gedraegen heeft; terwijl ik de gezaamentlijke secreete pa„ spieren en brieven in eense Couvert in Lood beslooten gedaan hebbe, ten zijnde bij een onverhoopt toevas direct in 3l0 te kunnen werden geworpen, Eeniglijk bij hem houdende Een gemeene brieff aan de Residenten. dienende Eenelijk tot geleide van de voormelde goederen, zonder dat daar bij in 't minste iets van andere zacken wird gewaegt. De zendeling van den sulthan te hanjermassing aan wien uw Hoog Edelh:s met de Barcq de voorzigtigheid transport na herwaerds hebben gelieven te verleenen, soude bereets op den 3„e deezer naar Banjermas. „sing vertrokken zijn met het vaarthuig, waarmeede hij van daar tot op de hoogte van Crawang was ge„ „vordert, en zeer ontramponneert zijnde, eene Capitaele reparatie heeft gedaan, soo niet inmiddens zulks was verhinderd geworden, door de swaare storm winden, waar door zijn vaarthunig op het strand geslaegen eenige ligte schaade bekoomen en andermaal eenige reparatie noodig heeft. hij scheen ook dierhalven ter ersten In„ „stantie seer geneegen te zijn, om met de voornoemde zalewet de Kraaij derwaerds te vertrekken, dan alzoo dit perzooneen transport van den gezant de konings van hanjer geen ongegronde Argwaan bij pangerang Amier soude hebben gegeeven, soo en ingevalle dezelve daar van berigt kugm te ontvangen; soo hebbe ik sulx dut dien hoofd met raadsaam gevordeelt maar den gezant daar van gediverteert, onder aanthooning teffens van de onmoogelijkheid die 'er heerokte, om hem en zijn gevolg met dit vaarthuug transport te verlienen, alsoo het selve soo weegens desselvs bekrom„ „pene ruijmto, als de toerusting ten oorlog gants niet daar toe geschikt off ingerigt was, maar dat hij oversulx eene andere particuliere geleegentheid soude blijven inwagten; dog deese met aanhanden zijnde is het derselven door de hem door mij beweesene Adsistentie nog gelickt, soude 7
English
page 33. Samarang the 3rd March Ao 1786. Samarang the 3rd March 1786:— to put his vessel again in a condition to be able to undertake the return journey to Banjen, but since the chaloup the Kraaij had not been able to transport any rice from here, the said envoy requested me to provide him with 15. Coyangs of rice for the service of his prince the sultan, as he was anxious to appear before his aforementioned prince without it, considering that the rice at Banjermassing must certainly be very scarce. I have therefore for that reason also assisted the aforementioned envoy with the 15: Coyangs of rice requested by him, and charged the amount thereof per Company's invoice against the office of Banjermassing, with instructions to the Residents to demand payment for it from the sultan, either at cost price or against such a price as they in all conscience judge ought to be paid for it. Meanwhile I have also informed the sultan himself by a short letter of this dispatch made at the request of his aforementioned envoy. I flatter myself therefore with the hope that your High Nobilities will be pleased with all these my actions and further proceedings concerning the matter of Banjermassing and will grant them their highest favorable approbation. Meanwhile I thank your High Nobilities for the satisfaction that your High Nobilities have been pleased to take in the letters sent by me to the Residents of Banjermassing, the Instruction to Captain Hoffman and the Orders given to the little fleet. The 200 pieces of grenadier guns recently sent to me by your High Nobilities on the barque of the Chinese Lieutenant at Batavia Tan Hoelo and Tan Piesing for the office of Banjermassing, I shall, in accordance with the qualification granted by your High Nobilities, not retain here, but send on thither with that very same vessel, since both the Nakhoda thereof and the envoy of Banjer's king mentioned just hereinbefore have both assured me that one has absolutely nothing to fear of their being intercepted or overtaken. And since this assurance appears to me to be well-founded enough to be able to rely upon it with peace of mind, I shall also try to send with that vessel, besides the said muskets, another quantity of 20. Coyangs of Rice to Banjermassing, as they must undoubtedly have a great lack of this foodstuff there: But in order nevertheless to act in this matter according to the intention of your High Nobilities and to proceed with the required circumspection, I shall place a competent and vigilant European aboard the aforementioned vessel, which will at the latest in ten days be repaired of some defects incurred here in the page 35: Samarang the 3rd March 1786. Samarang the 3rd March Ao 1786 roads through the rough weather and heavy storm winds and is then to depart directly from here; whom I shall to that end also provide with a complete Instruction, containing the necessary orders as to how he will have to behave in case of an unexpected accident or hostilities, along with my secret Letter to the Residents of Banjermassing, to whom I shall at the same time give such instructions regarding the delivery of the aforementioned quantity of muskets and rice, as has already taken place in my previous letters, on the occasion of what was previously sent thither to and on behalf of the sultan there, in the hope that your High Nobilities will be satisfied with this, and honor all this with their highest approval. The account given by the Sailor Coenraad Sakelenburg, concerning the notorious Pirate Radjie Teman and the Maguindanao king, has been viewed by me from the same perspective as that from which it was observed by your High Nobilities, all of it appearing to me likewise very unfounded, so that I have already informed the Lord Governor of Ternate thereof in detail: But since nevertheless the proven obligingness of Xulla's prince is of such a nature that one could make use thereof upon an occurring occasion with profit and advantage for the Honorable Company's interests, I have, pursuant to your High Nobilities' qualification, judged it advisable to try to attach that prince more and more to the Honorable Company by a further friendly Correspondence. Consequently I have politely thanked the same in a friendly letter, adding a small gift for this his obligingness, as your High Nobilities will be able to gather from the accompanying Copy which I have the honor to present herewith to your High Nobilities, from which it will further appear to your High Nobilities that I have sought to stir up that prince in an intricate manner against the people of Maguindanao. I have also sent the Governor of Ternate, Mr. Cornabé, a copy of this my letter to Xulla's prince, and have furthermore conferred with him about it in such manner as will appear to your High Nobilities from my separate letter to the aforementioned governor, of which a Copy likewise accompanies this. Since one is now, according to credible reports on Bali, under a different impression than was previously the case, when one managed to spread rumors on these Islands that the Company intended to attack the Balinese Islands hostily, I am, pursuant to your High Nobilities' learned instructions, at present 6
Dutch transcription
pag„s 33. Samarang den 3„e Maart Ao 1786. Samarang den 3„e Maart 1786:— van zijn vaarthung weeder in staat te stellen de te rug rheijse naar Banjen te kunnen aanneemen, dan dewijl = de halewet de kraaij van hier geen rijst hadde kunnen vervveren, soo Justeerede mij de gedagte gezant, om hem met 15. Coijangs rijst ten dienste van zijnen vorst den sulthan te voorzien, alzoo hij beduigt was oms buijten dien voor gew: zijnen vorst te verscheinen, gemerkt de rijst te Banjermassing zeekerlijk seer schrael soude moeten zijn. Ik hebbe gem: zendeling dan ook uit dien hoofde met de bij hem versogte 15: Coij„ts rijst geadsisteert, en het bedraegen: van dier per factuur 'sComp:s teegen den Comp„ „toire manjermassing aangereekent, met aanschrijvens Aan de Residenten, om daar voor betaeling van den sulthan te Eijsschen het zij inkoops dan wel teegens al soodaenigen prijs, als zij na gemoede Oordeelen, dat daar voor behoorde betaalt te werden. terwijl ik voorts aan den sulthan selvs bij een klein briefje meede hebbe ken„ „nisse gegeeven van deese gedaane afzending op verzoek van zijnen meergem: zendeling. Ik vlije mij dierhal„ „ven met de hoope dat w Hoog Edelheeden in alle deese mijne handelwijse en verdere verrigtingen omtrent de zaak van Banjermassing genoegen zullen neemen en met hoogst derselver gunstige approbatie verlenen. Intusschen ik uw Hoog Edelheeden denkzegge voor het genoegen, dat uuw Hoog Edelheeden wel hebben gelieven te neemen in de door mij gesondene brieven aan de Residenten van Banjermassing, de Instructie Aan Capitein Hoffman en de Ordres Aan: het vlootje meede gegeeven. 2/k door uw Hoog Edelheeden onlangs oper de Barcq van den Luitenant Chinees te Batavia Ian Hoelo en Tan Piesing, omij toegesombend. 200 p„s branadiers ge„ wearen, voor het Comptoir h angermassing, zal ik inge„ „volge uwer Hoog Edelheeden verleende qualificatie al„ „hier net blijven aanhoudenk, maar met dat eigenste vaarthuig naar derwaerds voortzenden, dewijl soo wel den Anachoda daar van als de even hier vooren gedagte zendeling van hanjers koning, mij beide verseekert heb„ „ben, dat men g'antsch niet te dugten heeft, deselve sou„ den onderschept off agterhaald werden. En aangezien mij deese verzeekering toeschijnt genoeg gegrond te zijn, om mij daarop met gerustheid te kunnen verlaaten, zoo zal ik vake tragten met dat kieltje buijten de gedagte snap„ „haanen nog eene quantiteit van 20. Coijangs Rijst naar Ban„ „Jermassing te versenden, alzoo men aldaar ongetwijffld groot gebrek aan dit voedsel hebben moet: Dan om egter in deese 'T zaak na de Intentie uwer Hoog Edelheeden te handelen en met de verEijschte omsigtigheid te werk te gaan, zal ik op het voorschreeven vaarthuig, het welk ten langsten over thien daegen weeden zal hersteld wesen van eenige alhier ter rheede pag„o 35: Samarang den 3:' Maart 1786. Samarang den 3„e Maart A„o 1786 rheede, door het ruw weer, en swaare storm winden bekoomene gebreeken en als dan direct van hier te vertrekken staat, Een bekwaam en vigilant Europeesch plaetsen; wie ik ten dien einde teffens voorzien, zal met eene volleedige Instructie, inhoudende de noodige beveelen hoedaenig hij in Cas van eene onverhoopt toe„ „val off vijandelijkheeden, zig zal hebben te gedraegen, met mijn secreete Brieff, aan de Residenten van:r Banjermassing, welke ik daar bij teffens soodaenig aanschrijvens noopens de afgaeve van gemelde quantiteit snaphaanen en rijst zal doen, als bij mijne voorige brieven reets heeft plaats gehad, ter geleegendheid van het bevoorens reeds derwaerds verzondene aan en ten behoeve van den sulthan aldaer in hoope dat uw Hoog Edelheeden hierinne zullen genoegen neemen, en dit een en ander met hoogst derzelver goed„ „keuring. verEeren.. Het gedaane verhaal van denr Mattroos Coenraad Sa„ „kelenburg, weegens den beruiten Roover Madjie vemar en den Mangindanaursche koning is door mij uijt het zelvde Oogpunt beschout, als waarinne het bij uw Hoog Edelheeden is opgemerkt, zijnde het een en ander mij meede seer ongegrond voorgekoomen, invoegen ik dan ook den Heer Ternaets Gouverneur reeds omstandig kennisse daarvan hebbe gegeeven: Dan dewijl egter de beweesene ge„ dienstigheid van Xulloss vorst van dien aard zijn, dat omen sig daarvan bij voorkoomende Occagie met veromt en voordeel voor sEComp:s belangens soude kunnen bedienen, soo hebbe ik ingevolge uwer Hoog Edelheedens qualificatie, raad„ „saam geoordeeld, om dien vorst door Een verdere vriendelijke Correspondentie meer en mier te tragten aan de EComp„e te attacheeren Indien gevolge hebbe ik denzelven bij eens vriendelijke brieff, onder het bijvoegen vam een smas geschenk„ „je voor deese zijne gedienstigheid belefdelijk bedankt, is„ „voegen uw Hoog Eelk: zullen kunnen bevogen uit neevens„ „gaande Copia die ik de Eere hebben uw Hoog Edelheeden hier„ „meed Aantibeeden, waar bij uw Hoog Edelheeden voorts blijken zal dat ik dien vorst op eene ingewilkelde wijze teegen de volkere van Mangendanau in het harnas hebbe soeken te Jaagen. Ik hebbe de Ternaets Gouverneur de heer Cornabé, almeede een afschrift van deesen mijnen brieff aan xullors vorst gevonden, en denselven voorts daar ove soodaenig onderhouden, als uw Hoog Edelheedsen zal komen te blijken uiit mijne aparte brieff Aan gem: souverneur, waar van Copia deese meede versellende is. Daar omen thans volgens geloofwaardige berigten op B A„ „lij in een ander denkbeeld verzeerd, dan wel bevoorens heeft plaets gehad, als wanneer omen op deese Eilanden heeft weeten ruttestrooijen, dat de Comp„e voorneemens was de walipe Eijlanden vijandelijk te attacqueeren, soo ben ik ingevolge uw Hoog Edelheeden gelerd aanschrijvens bij sig 6
English
page Samarang the 3rd of March Anno 1786. Samarang the 3rd of March Anno 1786. continually engaged in keeping the Balinese princes constantly well-disposed toward the Honorable Company, as far as possible through friendly correspondence; so that I have also once again most strongly recommended this to the Banjoewangi Commander Kaijzel, which was also answered by him with all zeal and diligence, having recently received the accompanying letter from Gusti Ngoerah Kaleran, in which the said Gusti offers to assist Banjoewangie in the event that it might be hostiley attacked; with an added request to be accommodated meanwhile with some gunpowder and lead, which, however, according to the own testimony of the emissaries, whom Commander Kaijzel had questioned regarding the reasons for their coming, was meant to serve against Gusti Dewa Mangies, who had hostiley attacked and heavily waged war against Gusti Kaleran, without being sufficiently provided with gunpowder and lead. But the Banjoewangi Commander expressed only his inability to supply any gunpowder or lead without the prior knowledge and special authorization of his superiors, with which answer he sent the emissaries back, along with a small present for their prince. But because it is not unlikely that they will make a further request for the said articles to the Administrator in the Oosthoek, I have authorized him in advance to continue declining all requests of that nature and to inform Gusti Ngoerah Kalerang in a friendly manner that on Java one is provided with no more gunpowder than is absolutely needed for own defense, in order thus not to interfere in the disputes that continually take place among the petty Balinese princes and thus, as it were, to choose sides, which would be immediately implied in the assistance with gunpowder and lead, which course of action I judge to be the best suited to win the trust of all the petty Balinese princes collectively, and to eradicate from their minds the notion as if the efforts of the Company were aimed at making themselves master of their territories, so that I also flatter myself that Your High Nobilities will be pleased to be satisfied with this. While I meanwhile thank Your High Nobilities for sending the letter written to Your High Nobilities by Gusti Ngoerah Kalerang at Balij Badong, upon receipt of which I immediately ordered the Sourabaija Administrator Barkey to make careful inquiries, both with the Banjoewangi Commander Kaijzel as well as with page 39. Samarang the 3rd of March 1786. Samarang the 3rd of March Anno 1786. with the Sourabaija private traders, into the condition of the trade conducted both by Chinese and by others on the Balinese islands, as well as to what extent the request made by the said Gusti to Your High Nobilities to oppose the commerce of the Javanese traders with the inhabitants of Dewa Mangies could take place or not. To this the said Administrator has reported: that the Chinese, although they also proceed to Badong, nevertheless had to seek out most slaves in the districts belonging under Dewa Mangies, and for that reason preferred to head directly for the Dewa Mangies coastal place Catewang rather than elsewhere, since there, according to their claims, they succeeded much better in purchasing slaves than at Balij Badong, for which reason he was also of the opinion that, if one were to grant the request of Gusti Kalerang, this would serve greatly to the prejudice of the traders and would substantially impede trade, since the inhabitants of Batavia and other places could not be provided with a sufficient number of slaves, wherefore he, along with the Banjoewangi Commander Kaijzel, was of the opinion that it would be best to grant passes to the traders for Balij without naming any specific place therein, merely making it known thereby that they were granted the freedom to sail to Balij for trade, in order thereby to show all the petty Balinese princes collectively that the Company maintained complete neutrality toward them, as Your High Nobilities will be able to learn further from the accompanying extract of the letter written to me on that matter by the said Sourabaija Administrator dated 6 February last. And since I must likewise consider this matter to have an altogether disadvantageous influence on the Javanese traders, because, if Your High Nobilities were to see fit to grant the proposal of Gusti Ngoerah Kalerang, they would thereby be exposed to extortion and improper conduct by the said Gusti, who would certainly not fail to make use of this opportunity to the considerable detriment of the trader, in order to force him to purchase his necessities from him at an arbitrary price, which he could otherwise obtain with greater advantage in other places; besides and in addition to the fact that, in my view, the real objective of this prince regarding this request is to be able to seize in this manner all the gunpowder and lead that is now and then smuggled to Balij by the Chinese.
Dutch transcription
pag:a Samarang den 3„en Maart A:o 1786:— Samarang den 3:e Maart Ann: 1736. bij aanhoudendheid beezig, om soo veel moogelijk door ew vriendelijke Correspondentie, de Balijsche vorsten steed in die voordeelige gedagten omtrent de E Compagnie te houden; invoegen ik den Banjoewangies Commandant Kaijpel sulx dan ook andermaal ten stecksten gerecomman„ „deert hebbe, waar aan door hen ook met alle ieven en vlijt werd beantwoord, als hebbende nog onlangs de hier neevens gaande Brieff van Justo Ngoera Kaleran Ontvangen, waar bij gedagten Guster aanbied om Ban„ „soewangie te adsisteeren, soo en ingevalle het zelve vijan„ delijk mogte werden aangevallen; met bij gevoegd versoek om Intusschen met wat kruijt en lood te moogen wer„ „den gerieft, dog het geene volgens 't eigen getuigenisse der zendelingen, aan welke de Commandant Karpel de reedenen hunner komst had afgevraagt, soude moeten, dienen teegens den Gusti dewa Mangier, dewelke Iustie kaler an vijandelijk had aangevallen en sterk beoorloog„ „de, zonder van kruijt en Lood genoegzaams voorzien te zijn, Dan den Banjoewangier Commandant, betuigde daar Eenelijk zijn onvermoogen, om Eenig kruijt of Lood te verstrekken buijten voorkennisse en speciaale qualificatie van zijne gebieders, met welk antwoord hij de zende„ „lingen Beevens een smal geschenkje voor hunne vorst weeder liet rethourneeren. Dog dewijl net onwaar„ „scheinelijk is, dat men om de gem: Articulen nader bij den gezaghebber in den Oosthoek zal koomen ver„ „soek doen, soo hebbe ik denselven bij voorraad gequa„ „lificeerd, om alle verzoeken van die natuur te blij„ „ven declineeren en Guste Ngoera Kalerang op een vriendelijke wijze te kennen te geeven, dat men op Java van geen meerder, Buskruijt is Voorsien, dan men absolut tot eigene defenoir van nrooden heeft, ten linde dus doende sig niet te melleeren met de differenten die bij aanhoudendheid tusschen de Balipshe vorstjes plaets hebben en dús als waare parthij te kieren, 't geene in de Adsistentie van kruijt en Lood onmiddelijk soude opgeslooten leggen, welke handelwijse ik oordeele, dat de best geschikste was, om het vertrouwen der gesaement„ „„lijke Balije vorstjes te winnen, en bij hun het denkbeeld rutteroeijen als off zig de poogingen der Comp„e daar heenen strekten, om zig van hunne Landschappen mees„ „ter te maeken, overzulks ik mij ook vleije, dat uw Hoog Edelheeden daar inne zullen gelieven genoegen te neemen. Terwijl ik uw Hoog Edelheeden intusschen dank zegge, voor de toezending van de door Gusti Ngoera Kale„ „rang te halij padong aan uw Hoog Edelheeden ge„ „schreevene Brieff, op welkers ontvangst ik den sou„ „rabaijasch gezaghebber Barkeij direct gelast hebben, om zig zoo bij den Banjoewangies Commandant Kaijsel, bij als pag„a 39. „ Samarang den 3„e Maart 1786: Samarang den 3„e Maart A:o 1786. als bij de sourabaijasthe particuliere handelaers Nauwkeurig te informeeren na den gesteldheid van den Handel, welke soo door Chineesen als door andere op de Balijsche Eijlanden werd gedreeven, mitsgaders in hoe verre het door gemelde Guste gedaane versoek Aan uw Hoog Edelheeden tot teegengang van den koophan„ „del der Javasche handelaers met de Ingezeetene van Dewa Mangies, al off niet soude kunnen plaets vinden. Hier op heeft gemelden gezaghebber van berigt gedient: dat de Chineesen alhoewel hun meede na Badong begee„ „vende, Egter de meeste slaaven in de onder Dewa Mangieb„ gehoorende districten moesten gaan opsoeken, en int dien hoofde lieven verkooren direct naar de Dewa Mangishe zeeplaets Catewang, dan na elders te steevenen, alzoo zij aldaar volgens hun voorgeeven veel beeter in het opkoopen van slaeven Reuisseerden dan te zalij Badong, als waar„ „omme hij dan ook van gevoelen was, dat ingevalle mes het verzoek van Guste Kalerang kwam intewilligen sulx seer tot projuditie van de handelaers strekken, en den handel met wening soude stremmen, alzoo de Ingesee„ „tenen van batavia en andere plaetsen van geen genoeg„ „saam aantal slaeven soude kunnen worden voorsien, over„ „stilp hij neevens den Banjoewangier Commandant Kaij„ „zel van gevoelen was, dat het best zoude zijn, om aan de handelaars na Walij passin te verleenen, zonder eenige plaats daarinno te benoemen, eenelijk daarbij be„ „kend stellende dat hun vrijheid wierd pliend om naar Ba„ „lij ten handel te vaaren, ten einde de gezaamentlijke Ka„ „lijse vorstjes daar door te doen zien: dat de Comp„e sig omtrent hun niet aan neutrael gedroeg, invoegen uw Hoog Edelheeden nader zullen kunnen bevogen ouit het neevens gaande Extract uit den derweegens door gedag„ „ten sourabaijasch gezaghebber aan mij geschreevene Brieff de dato 6. februarij Jongstleeden. En aangesien ik deese zaak almeede moet beschouwen als van een allezints nadeeligen invloed voor de Iavasche han„ „delaers, daar dezelve ingevalle uw Hoog Edelheeden mogten goedvinden het voorstel van Iusti Ngoera kalerang intewilligen, daar door souden geExponneert werden aan kneevelarijen en onbetaamelijke handelwijse van gemelde Gustij, die seekerlijk niet nalaeten soude sig van deese geleegendheid tot merkelijk nadeel van den handelaar te bedienen, om denselven te dwingen, sijne benoodigd„ „heeden van hem voor Een willekeurige paijs te koopen waar van hij zig anderzints, met meer voordeel op andere plaetsen soude kunnen voorsien; Buijten en behalven onog: dat mijn bedrukens het weezentlyke oogmerk van deesen vorst omtrent dit verzoek is, om zig op dusdaenige wijze te kunnen meester maaken: van al het kruijt en Lood dat om en dan door de Chineesen sluijkender wijse naar Balij eenige. werd
English
page 41. Samarang, 8 March Ao 1746. Samarang, 3 March 1746. was carried on, of which Dewa mangies would be deprived if the traders, before visiting any other place on Balio, were forced to direct their course to Balie Badong; on which account I, subject to better judgment, would also be of the opinion that it was best to reject this request of Gusti Ngoera kalerang, and on the contrary to allow the Chinese and other traders the freedom to proceed to such places on Balij as they themselves choose, for which purpose they should be provided with passes that read solely to Balij, without a specific designation of the places to which they wish to proceed. This seemed to me all the more necessary, on the one hand in order not to obstruct the slave trade, which is so very necessary for the convenience both of the Company itself and of its subjects; and on the other hand to prevent the other Balinese petty kings from conceiving any suspicion that the Company, having listened to the party of Gusti Ngoera kalerang, regarded them as its enemies; whereby one would thus inevitably lose the trust of these petty kings, whereas it is meanwhile necessary for the Company's interests to give them evidence of its impartiality regarding their disputes. It seems that on Balij Badong itself people are no less convinced of the groundlessness and unfairness on which the request of Gusti Ngoera Kalerang is founded; as proof of this I shall merely cite the conversation that took place between the Banjoewangie Commandant Kaijpel and the aforementioned emissaries of Gusti Ngoera Kalerang who were at Banjoewangie. The Commandant, upon presenting the return gift for that Gusti, had informed the emissary in friendly terms, among other things, that the Company was indeed inclined to show his prince all friendship, but nevertheless without wishing to interfere in their native affairs and disputes, and that the Batavian and other traders must also be free to sail for trade to such places on Balij as they themselves should choose; requesting therefore that the emissary make known to his prince that otherwise his request to obstruct the trade to Kaeloewang under Dewa mangies would have to arouse displeasure among Your Right Honourables. Whereupon the said emissary also had to testify that the one and the other agreed with the truth, which in my opinion will therefore also provide no improper means to prepare Gusti Ngoera kalerang in advance for receiving a refusing reply to the request made by him to Your Right Honourables. Now as regards the other Balinese petty kings, the same seem page 43. Samarang, 3 March Ao 1736. Samarang, 3 March 1786. seem, as it were, to vie with one another to ingratiate themselves into the friendship of the Honourable Company, to which end they constantly send letters or so-called olas to the Banjoewangie Commandant; even that of Patamang, formerly a principal hiding place of the pirates, will by no means be the least in this; whereby the said Commandant has also had the opportunity to acquire a quantity of 300 picols of sappanwood, which he obtained by purchase from the last-mentioned prince. And as in the requisition recently received from Batavia an unspecified quantity of this dyewood was demanded, I have qualified the administrator at Sourabuija to take over the said 300 picols from the said Commandant for the account of the Honourable Company at the price set for it, and at the same time to permit him to deliver in addition as much as he will be able to acquire at Banjoewangie, with further orders to send the same to the principal place with the ships arriving from time to time in the Eastern Salient and to let it serve for the dunnage of those hulls, and to stow it away between decks, so that thereby no hindrance or prejudice to the usual and determined cargo is caused. While I have further ordered the last-mentioned Commandant to continue persistently with a friendly correspondence between him and all the Balinese petty kings together, provided however that this happens only at the proper time and always bears a mark of the neutrality assumed by the Honourable Company with respect to them, in order thereby to make them place more and more trust in the Honourable Company and not to make them fall into the notion as if one intended to choose one side or the other; all of which I do not doubt will have the desired effect and may carry the approval of Your Right Honourables. I cannot on this occasion refrain from giving Your Right Honourables the requisite information of a case which I judge well deserves Your Right Honourables' attention. On the occasion that by the dispatched vessels of the lessee of the eastern and western Balambangan bird's nest cliffs, at Banjoewangie under the supervision of a Macassar resident there, Daeng Mangereang, some robbers were brought in who, around the south of Java, had robbed the bird's nest cliffs, it was at the same time discovered that a party of Mandarese to the number of 150 heads have settled at Paggen Kalong and Manong, where bird's nest cliffs are likewise to be found around the south coast of Java and are no less advantageously situated, since it is not well possible to reach these places from the landward side because of the dreadfully high mountains and steep cliffs, as richly provided
Dutch transcription
pag:a 41. Samarang, den 8:e Maart Ao 1746.— Samarang den 3:en Maart 1746. werd: gevoerd, waar van Dewa mangies soude ver„ stooken zijn, ingevalle de handelaers alvoorens eenige andere plaets op Balio aantedoen genoodsaakt waaren den steeven naar Balie Badong te werden, weshalven ik ook met onderwerping aan bietere gevoelens van gedagten soude zijn: dat het best was, om dit overzoek van Justi Ne goera kalerang van de hand te wijzen en daar„ en teegen de Chineese en andere handelaers vrijheid te lae„ „ten om hun nae soodaenige plaetsen op Balij te begeeven, als sij zelvs verkiesen, waar toe men hun van passen diende te voorsien, die Eenelijk na Balij luijden, sonder eene speciaale bepaaling van de plaetsen waar sij hun na toe willen begeeven: dit scheut mij te meer noodsaekelijk te zijn, Eensdeels, om de handel van slaeven niet te stremmen, die zoo zeer noodzackelijk is, tot gerief soo voor de Comp„e selvs, als derselver onderdaenen, en ten anderen, om daar door voor te koomen, dat de overige Balijsche vorstjes geen vermoeden opvatten, als off de Comp„e de parthij van Gouti Sogoera kalerang gehooren hebbende, hun als haare vijanden aanmerkte; waar door men dus het vertrouwen deeser vorstjes niet anders dan verlieden soude, daar het intusschen voor sComp„s belangens Noodsaekelijk is, om hun blijken van derselver onzeidigheid, omtrent hunne verschillen te geeven. het scheint dat men op halij Badong selvs niet minder optinigd is van de ongegrond„ „heid en onbillijkheid, waar op het verzoek van Gustij Ngoera Kalerang gevestigd is; tot een bewijs hier van zal ik eenelijk bij brengen het voorgevallene gesprek tus„ „schen den Banjoewangies Commandant Kaijpel en de hier vooren gemelde zendelingen van Iustij Nsgoera Kale„ „rang die zig te wanjoewangie bevonden. De Comman„ „dant had bij het overrijken van het Contra. geschenk voor dien Gusti aan den zendeling in vriendelijke termen onder anderen te kennen gegeeven, dat de Comp„e wel geneegen was zijnen vorst alle vriendschap te betoonen, dog egter zonder zog met hunne Inlandsche zaeken en geschillen te willen inlaeten, en dat het ook aan de Bataviasche en andere han„ „delaers vrij moeste staan, om na soodaenige plactoen op balij ten handel te vaaren als sij zelvs verkieren zoude: versoekende dierhalven aan den zendeling zijnen korst te kennen te geeven: dat anderzints desselvs versoek tot teegengank van den handel naar katewang onder Dewa mangies ongenoe„ „gen bij uw Hoog Edelheeden soude moeten verwelken. waar„ op gem: zendeling meede betuigen moest: dat het een en andere met de waarheid op een stemde, twelk dus mijns bedun„ „kens ook geen onvoegelijk middel zal verschaffen om gustie Ngoera kalerang bij ovoorraadt bereiden, tot het ontvangen van den weigerend antwoord op het door hem aan uw Hoog Edel„ „heeden gedaane verzoek. Wat nu aanbelangt de Overige Balijahe vorstjet, deselve „heid schijnen E E pag„a 43. Samarang den 3„ Maart A„o 1736. Samarang den 3„e Maart 1786 — schijnen sig als waare het om strijd in de ovziendschap der E: Comp„e te willen Insinueeren, ten welken einde sij den Wanjoewangies Commandant geduurig brieven off soo ge„ „naamde olas toezenden, zelvs die van Patamang, Eertijds Eene voornaeme schuijl plaits der zeeroovers, wil hierinne geenzents de minste zijn; waar door gem: Commandant van ook geleegentheid heeft gehad, eene quantiteit, wan 300. picols sappanhout op te doen, 't welk hij van den laest„ „gem: vorst door inkoop is emagtig geworden. En alzoo bij den Jongst van Batavia ontvangene Eijdch, eene onbepaalde quantiteit van dit verfhout gevorderd werd, soo hebbe ik den gezaghebber te sourabuija gequalificeert, om de gem: 300. picols, teegens den daar toe gestelden prijs van gedagten Commandant voor reekening van de EComp„e overteneemen, en denselven teffens te permitteeren om daar en boven nog soo deel te Leeveren, als hij te Banjoewangie zat kunnen op„ „doen, met Last verders om het selve met de van tijd tot tijd in den Oosthoek aankoomende scheepen naar de Hoofdplaets te versenden en tot harneering dier kielen te laeten dienen, en tusschen deks weg te stuwen, ten einde daar door geene belimmering off projuditie van de gewoone en bepaalde belaeding te weege werd gebragt. Terwijl ik laert„ „gem: Commandant verders gelast hebbe, om bij aanhou„ „dendheid te Continueeren met eene vriendelijke briefwisse„ „ling tusschen hem en de gesamentlijke Balijoo vorstjes, mmits Egter dat zulks niet dan ter gepaster tijd geschie„ „de en althoos een kenmerk draege van de door de E: Comp„e ten kunnen opzigte aangenoomene Neutraliteit, ten einde hun daar door meer en meer vertrouwen in de E Comp„e te dven stellen en niet te doen vervallen in het denkbeeld, als of men voorneemens was de eene of an„ „dere parthij te kieren; welk een en ander ik niet twijffels off zal van de gewenschte uitwerking zijn en de goede„ „keuring uwwer Hoog Edelheeden moogen wegdraegen. —. Jk kan ter deeser geleegentheid ook niet afzijn uw Hoog Edelheeden de verEijschte kennisse te geeen, van een geval, 't geene ik oordeele uw Hoog Edelheeden attentie wel te miniteeren. wij geleegentheid dat door de uit„ „gezondene vaarthuigen van den pagter der Ooster in wer„ „ter Balembrangoshe voogeluestjes klippen, te wanjoewan„ „gie onder het opsigt van een Maccassaars inwoonder aldaar Dain Mangereang, eenige Roovers wierden opgebragt, welke om de huijt van Java, de vogelnestjes klippen hadden beroofd, wierd er teffens ontdekt, dat zig een parthij Mandhareesen ten getalle van 150. koppen, ter woon hebben gezet te paggen kalong a Manong, alwaar teffens vorgel„ „nestjes klippen, om de zuijdkant van Java te vinden, enk niet minder voordeelig geleegen zijn, alsoo het niet wet moogelijk is, deese plaatsen van den Landkant, weegens de iijsselijke hooge bergen en stijle klippen, bij te koomen, als rijkelijk mits voorsen E
English
page 45. Samarang the 3rd of March Anno 1786. Samarang the 3rd of March 1786. Provided with fish, coconuts, etc., while from there they go on to purchase the further necessities they require with vessels in exchange for birds' nests on the Balinese Islands, this rabble being already strongly entrenched there, and always provided with vessels up to 16 in number, with which they cause the surrounding cliffs to be robbed, while they even place guards upon some of those cliffs, who are also provided with some artillery for their defense, as was further confirmed here by the aforementioned apprehended robbers, with the addition that they, moreover, maintained a good understanding with those of Bali. I judge it not to be necessary here to bring to the attention of Your High Noble Lands the detrimental consequences which the long stay of these robbers on Java must bring about, both for the Company's interests and Java's own safety and tranquility; since those robbers not only maintain themselves in possession of the birds' nest cliffs situated along the south coast of Java, but it is also to be feared that they, having grown stronger in time, will not hesitate to make themselves masters of more other places that are more convenient and situated better than this present abode of theirs, which also makes me judge that it is of the utmost necessity to drive them away from there as soon as possible. And since this is an enterprise in which one ought not to proceed except with the utmost caution and good and well-armed vessels, which one does not have on hand at present, since those robbers, according to reports, intend to put up resistance in case one should wish to drive them from there, would undoubtedly defend themselves with nothing less than the utmost bravery and fury, for which I believe our Javanese on the cruising vessels are not a match; so I have judged it necessary to wait therewith until our naval force has returned again from Banjuwangi, the more so as the time is now also already too far advanced to be able to undertake such conveniently, as from Java it could not take effect until the coming month of October or November, from where I judge that such ought to take place; because both on account of the difficult and greater distance of the voyage from the Main Place, and the lack of sufficient knowledge regarding the condition of Java's south coast, one will not be able to promise oneself that good outcome from it as one may with good reason hope for from a direct expedition from here or properly from Sourabaija, for which the previously mentioned Banjoewangie resident Dain Mangereang, who has shown no less courage than discretion in the bringing up of the above-mentioned robbers, appears to me to be a capable instrument; who has offered himself to the Banjoewangie Commander Kaijser, if he were assisted with a few Samarang the 3rd of March Anno 1786: Samarang the 3rd of March 1786— page 47 few Company pantjallangs and just as many smaller craft from the lessee of the birds' nest cliffs, to then not only dislodge the aforesaid Mandharese, but also to clear the entire south coast of Java, from the robbers, of the birds' nest cliffs, in such manner as the one and the other will further appear to Your High Noble Lands in the accompanying extract of the letter sent to me in that regard by the repeatedly mentioned gezaghebber, dated the 6th of February last. I have therefore on that account also authorized the mentioned gezaghebber to provisionally accept this proposal as the least costly and cumbersome; the more so because the mentioned Macassar Daing Rangereang is acquainted with all corners, creeks, bays, and assembly places of the robbers, which, joined with the proofs already given of bravery and good discretion, thus gives one every indication that this expedition will turn out according to wish, to which end I have at the same time recommended the gezaghebber to first enter into negotiation with him in secrecy concerning the one and the other, and to maturely consider to what extent the specified force will be sufficient, or whether the same ought not, in addition, to be reinforced with greater force, in order that one may be the sooner assured of the good outcome of this enterprise, for which one could then in time request the necessary assistance from Your High Noble Lands; and because it has also appeared necessary to me, before one proceeds to any enterprise, first to make an accurate and precise survey, both of the situation of the places and the condition in which the robbers find themselves, as well as the manner in which they have fortified themselves there, with how much artillery they are provided, of what caliber the same is, together with what one might or could expect from their defensive force in case of an attack, in order to be in a position to govern oneself accordingly in the conducting of the expedition; so I have further ordered the Sourabaija gezaghebber, if possible, to look out for a capable, vigilant, and faithful native whom one can send as a spy to the places where these robbers stay, in order to inform himself in the most accurate manner and with all possible precision about all of that, and whatever further might be judged necessary; as this one and the other is further and more circumstantially evident from my separate letter to the gezaghebber in the Oosthoek dated the 27th of February last accompanying herewith, and on which one and the other I for the present remain looking forward to the answer from the gezaghebber at Sourabaija, of which I will also have the honor to give Your High Noble Lands the required notice, meanwhile I trust that Your High Noble Lands
Dutch transcription
pang„s 45. Samarang den 3„e Maart A„o 1786. —. Samarang den 3=e Maart 1786.. Voorzien van vishen Clappers etc: terwijl zij van daar het verder bij hun benoodigde met vaarthuigen teegens voo„ „gelnestjes op de Balijsche Eijlanden gaan opkoopen, zijnde dit gespuijs aldaar reeds sterk genesteld, en altoos voorsien van vaarthuigen tot 16. stux in getal, waar meede zij ronds omme de klippen doen berooven, terwijl zij zelvs op eenige dier klippen wagten ontzetten, die ook van eenig geschut ter hunner defensie voorzien zijn, invoegen door de opgem: geapprohendeerde Roovers alhier nader bekragtigd wierd, met bijvoeging dat zij boven dien eene goede verstandhou„ „ding niet die van Balie onderhielden. Ik oordeele het alhier niet noodig te zijn, uw Hoog Edelheeden onder het oog te brengen, de nadeelige gevolgen welke uijt het langen verblijff deesen roovers op Iava, soo voor sComp:s belangens als Javas Eigene veiligheid en rust moet aanbrengens; daar die Roovers sig niet alleen in het bezit houden der voogeluestjes schippen om de zuijdkank van Iava geleegen, maar ook te vreesen staat dat sij omet 'er tijd sterker geworden zijnde, hun niet ont„ „zien zullen, sig van meer andere plaatsen die bekwaamer en „wel geneegener zijs, dan dit hun teegenswoordige verblyff meester te maaken, 't welk mij dan ook doet oordeelen, dat het van de uijterste Noodzackelijkheid is hun, soo dra moogelijk van daar te verdrijven, aan alzoo dit eene onderneeming is, waarinne men niet dan met de ver„ „bijscte voorzigjtighid en goede en wel gewaepende vaartuigen, die omen thans miet aanhanden heeft, te werk biende te gaan, alzoo die Roovers volgens berigten voorneemens zijnde hun te weer te stellen ingevalle men hun van daar verdrijven wilde, sig ongetwijffeld met dan met de uijsente dapperheid en troeden verweeren souden, waar toe ik vermee„ „ne onse Javaanensz op de kruijssens Vaartheigen miet be„ „stand te zijn; soo hebbe ik noodig geoordeeld daar meede nog soo lange te moeten wagten, tot dat onse zeemagt weeder van Banjen is te rug gekoomens, te meen daar de tijd nu ook bereeds te verre verloopen is, om sulx ge„ „voeglijk te kunnen onderneemen, als van Jara niet dan in de aanstaande maand van October off November gevolg kunnende neemen, van waar ik oordeele dat zulx dien„ „de te geschieden; alzoo omen zig soo oms de moeijelijke ten meerdere verheid der rheize van de Hoofdplaet, als het gebrek aan genoegzaam kunden weegens de gesteld„ „heid van Javas Zuijdkant, daar van dien goeden uitslug niet zal kunnen belooven, als men wel van eene directe Expesitie van hier off eigentlijk van sourabaija, met grond verhoopen mag, waar toe mij de hier vooren gedagte. T Banjoerrangees inwoonder Dain Mangereang, die in het opbrengen van de boven gedagte Roovens, niet minden moed als beleid heeft getoond, mij een bekwaam middel toesheint; welke sig selve bij den Banjoewangier Commandant Kaijsel heeft aangebooden, ont indien hij geadsisteert wierd, met ten die paar. Samarang den 3„en Maart A„o 1786: Samarang den 3„e Maart 1736— K pa=o 47 paar Compagnies pantjallangs en eegen soo veel mindur Kietjes van den pagter der voogeluestjes Clippers, als dan de voorsz: Mandhareeren niet alleen te delogeeren maar ook de geheele zuidkant van Iava, van de Roovers den voogeluestjes Clippen te zuijveren, invoegen het een en ander uw Hoog Edelheedens nader zal komen te blijken, in't nee„ „vens gaande Extract van den brieff door meerm: gezagheb„ „ber, mij des weegens toegesonden, de dato 6„e febr: J. L. Ik hebbe dan ook uit dien hoofde gem: gezaghebber gequali„ „ficeert om deesen voorslag als den minst kortbaaren en ombagtige bij voorraad te accepteeren; te meer nog om dat gem: Maccassaer Daing Rangereang, alle hoeken, krieken, Baijen en verzaamel plaetsen der Roovers bekend zijnde, gevoegd bij de reeds gegeevene blijken van dapperheid en goed beleid, omen dus alle apparentie voor zig heeft, dat die Expeditie naar wensch zal komen uittevallen, ten welken linde ik den gezaghebber teffens gerecommandeert hebbe, om met denzelven voor eerst in secreterse over het een en anders verder in onderhandeling te treedens, en rijpelijk te over„ „weegen, in hoe verre de opgegeevene magt zal kun„ „nen toerijsende zijn, dan wel off dezelve niet nog boven diens met meerder magt behoorde versterkt te werden, ten linde men zig te eerder van de goeden uitslag dies onderneeming kans verseekert houden, waar toe men dan bij tijds de noodige Assistentie, van uw Hoog Edehende soude kunnen verzoeken; en dewijl het mij meede nood„ zaekelijk is voorgekoomen, om alvoorens omen tot eenige onderneeming overgaat, Eerst, een nauwkeurige en accurate opneem te doen, soo van de situatio der plaet„ „sen en toestant, waar inne sig de roorens bevinden, als van de wijlde hoedaenig sij hun aldaar versterkt hebben, aan hoe veel geschut zy voorzien zijn, van wat Caliber het selve is, mitsgaders wat men van hunne defensive magt ingevalle van aantasting soude kunnen of moogen verwagten, ten einde men in staat geraeke zig in het doen der Expeditie daar na toe kunnen reguseeren; soo hebbe ik de sourabaijas gezaghebber, al verder gelast, om des moogelijk zijnde, na Een bekwaam, vrigilant en getrouw Inlander om te zien, wien men als speon, naar de plaetsen alwaar zig deese roovers ophouden kan vens„ „den, ten einde sig na dat alles, en wat men verder noodig mogte oordeelen op het nauwkeurigste, en met alle mooge„ „lijke Accuraterse te Informeeren; invoegen dit een en ander nader en omstandigen. Consteert bij mijne aparte breff Aan den gezaghebber in: den Oosthoek in dato 27:e februarij J:E: hier neevens gaande, en op welk ien en ander ik voor als nog het antwoord van den gezaghebber te sourabaija blijve te gemoed zien, waar van ik meede de eere zal hebben uw Hoog Edelheeden de verEijscht kennisse geeven, intusschen ik vertrouwe dat uw: 1 Zeude HoogEd: 5:
English
page 49. Samarang the 3rd of March 1786. Samarang the 9th of March in the year 1786. Your Right Noblenesses will please approve of this manner of acting of mine, and take satisfaction therein. It serves me meanwhile to particular satisfaction that my manner of acting with regard to the marriage of the Emperor for the Crown Prince has been able to carry away Your Right Noblenesses' approbation, as well as my arrangements concerning the marriage of the Emperor's daughter, the Crown Princess, or Radeen Aijoo Cadaton; the more so since His Highness the Emperor, upon the received letters of Your Right Noblenesses, has expressed to me his particular pleasure regarding the authorization which Your Right Noblenesses have kindly granted thereto. In consequence thereof, the marriage of the Crown Prince to the daughter of the Pangerang Pourboijo will now be concluded in about 2 months, while that of the Crown Princess, or Radeen Aijoo Cadaton, is as yet not fixed, since they are meanwhile still busily engaged in getting the necessary preparations ready for it; and for which much time will still be required. In DjokjoCarta at the Court of the Sultan, however, matters do not always proceed so peacefully, as the Sultan, being so precise about his privileges, immediately regards the slightest matter as a complete infringement thereof. The account of the daily occurrences of that nature could not be other than tedious to the attention of Your Right Noblenesses. I shall therefore pass over the greatest part of them in silence; but since the last-mentioned occurrence is of such a nature that it well deserves to be laid open somewhat further before the eyes of Your Right Noblenesses, I judge myself obliged to bring such to the honored notice of Your Right Noblenesses, as it may at the same time serve to give Your Right Noblenesses a complete idea of the moral character of this prince, which is thereby not indistinctly indicated, the said case briefly consisting in this: The Sultan, having, according to an ancient custom of the Javanese princes, forbidden the wearing of a certain kind of linen called Larangan, ordered his mantris to keep a watchful eye against the transgression of this command; who then also, on a certain day, as they alleged, finding some of it on a bazaar in front of the house of the First Resident van Rhijn, took it away, with the result that a great commotion thereby having arisen on the bazaar, the European coachman of the said van Rhijn first got into a verbal dispute with them about this, claiming that the stolen goods did not fall under the prince's Larangan, but that everyone was free to make use thereof, which dispute went so far that the said coachman, being thereafter immediately supported by two slave boys Samarang the 3rd of March in the year 1786. Samarang the 3rd of March in the year 1786. page 51. of the said van Rhijn, entered into a fight with these mantris; this occurrence, however, was reported to the Sultan falsely and maliciously, and he, together with his ministers, who are not particularly well-disposed toward Mr. van Rhijn, concluded therefrom that the Sultan's orders were thereby placed in a ridiculous light before the eyes of a multitude of Javanese, whereupon he immediately complained to me about this case in a comprehensive letter, accompanying this in copy, and gave to understand not indistinctly that he expected satisfaction on this account; the contents of this letter, added to the serious handling of the matter in Djokjo Carta itself, caused me in the beginning a little embarrassment; but as it appeared to me at the same time that the Sultan was thus provoked by false reports and that an impartial investigation ought therefore to take place here, I gave orders to have the European coachman, together with the other accused, come to Samarang; who then, in the presence of the Sultan's emissaries, made a declaration under oath before the Court of Justice here as to how the one and the other had indeed taken place; and since this served for their exculpation and it appeared therefrom that they were less guilty than the Sultan's mantris themselves, who by their presumption and insolent manner of acting had given the first occasion for all these disturbances; I therefore judged it necessary to inform the Sultan in a friendly manner in which manner I find myself more and more in the necessity of having to do now and then, that from our side no less value is placed on our Europeans than he places on his Javanese; and that the Company is and in all cases ought to remain superior; sending at the same time this declaration together with my reply, a copy of which accompanies this, while I at the same time gave him to understand that I, having found this matter differently from the way it had been presented to him, could not confirm his sentiments, but on the contrary requested and expected that our people might for the future enjoy a peaceful and quiet stay in Djokjo Carta, so that Your Right Noblenesses will see this one and the other appear as well from the just-mentioned letters, as from another enclosed copy letter from the First Resident van Rhijn, that I have succeeded hereby in completely removing the differences that had arisen in Djokjo Carta, since my said letter was even of so much influence on the Sultan that he, being as it were somewhat embarrassed about his past conduct, was willing to admit that my manner of acting had occurred with greater impartiality, and moreover was accompanied by greater justice than had been the case regarding his own. — given; 13 further
Dutch transcription
paij 49. Samarang den 3=en Maart 1786. Samarang den 9:e Maart A:o 1786. Hoog Edelheeden deese mijne handslwijse zullen geliemen goed te keuren; en daarinne genoegen neemen. Het strekt mij intusschen tot eene bijzondere satisfactien dat mijne handelwijlde ten opsigten van het uithuwelijken van der keijzers voor den kroonprins uw Hoog Edelheeden Approbatie soo wel heeft moogen wegdraegens als mijno beschikkingene, omtrent het huwelijk van des keijzers dogter de kroonprinsie off Radeen Aijvo Cadaton; te meer daar zijn Hoogheid de keijser op de ontvangene brieven uwer Hoog Edelheeden mij zijn bijzonder genoegen heeft betuigd weegens de qualificatie welke uw Hoog Edelhense daartoe wel hebben gelieven verleende, Indien gevolge zal als nu het huwelijk van den kroonprins met de dogter van de pangerang pourboijo over Circa 2. maanden vol„ „trokken werden, terwijl dat van de kroonprinses off radeen Aijoo Cadaton voor als nog niet bepaald is, dewijl omen intusschen nog sterk beerig is met de benoodigde toebe„ „reidselen daar toe in gereedheid te brengen: en waar toe er nog viel tijd zal benoodigd weezen. De DjokjoCarta aan het Hoff van den Suilthan, gaat het egter altoos soo vreedsaam niet toe daar den sulthan soo nouw geset op zijne voorregten, de minste zaak direct Aanziet als eene volslaegene inbreuk in dezelve. Het verhaal der dagelijkse voorvallen van dien Aart, soude Aan de astentis uwer Hoog Edelheeden niet dan verveelende kunnen zijn. Ik zal dierhalven het grootte gedeelte derzelve met stilswijgen voor bij gaan; dog daar het laest gelacteerd voorval van dien daat is, dat het zelve wel verdiend Een werng nader voor het oog uwer Hoog Edelheeden opengelegd te werden, soo Oordeele ik mij overpligt sulx der geEerde kennisse uwer Hoog Edel„ „heeden te moeten brengen, daar 't teffens dienen kant om uw Hoog Edelheeden Een volkomenen dentrbeeld te doen verkrijgen van 't heedelijk Caracter deeser vorst, welk daar door niet ondrudelijk werd aangeweesen, be„ „staande het gemelde geval kortelijk hier inno: De sulthan na een al oud gebruik der Iavasche vorsten verbooden gehad hebbende, de dragt van zeekere zoort van Lijwaeten /: Larangan genaamd:/ gelasten zijne mantries daar op een waakzaam dog te houden, teegens het overtreeden van dit gebod; dewelke dan ook op zeekeren dag zoo zij Voorgaeven eenige daarvan op een passer voor 't tluijs van den Eerste Resident van Rhijn vindende weg naemen, met dat gevolg dat daar door een groot rumoer op den passer Ontstaan zijnde, de Europeesen koeksier van gemelde van Rchijn met hun eerst hier over in woorden strijd geraakte als beweeren„ „de dat de geroofde goederen niet onder 't vorsten Larangan sor„ „teerden; Imaar een ieder vrij stond zig daar van te bedienen, welk geschil zoo verre ging dat gemelde koetsier daar na daedelijk ondersteurt weesende, door twee slaeve Iangens Kunier Samarang den 3:en Maart Ao 1786. Samarang den 3„en Maart A:o 1736. pag„:o 51. van gedagten van Rhijn met deese mantries in gevegt trad; dit geval wierd den sulthan egter verkeert en quaad aardig overgebragt en hij neevens zijne ministers die de heer van Rhijn Juijst niet bijzonder geneegen zijn, beslooten daar uijt dat 's seitthans beveelen hier door voor 't oog van een meenigte Javaanen in den bespottelijke dag„ „ligt waaren gesteld, waarop hij zig direct bij een am„ „pele brieff deesen in Copia verzellende, bij mij over dit geval beklaagde en niet onduidelijk te kennen gaf, desweegens satisfactie te verwagten; den inhoud van deesen brieff, ge„ „voegt bij de ernstige behandeling der zaak te djokjo Carta Selvs, bragt mij in den beginne een weinigje in verleegend= „heid; dan daar 't mij teffens bleek dat den sulthan door verkeerde rapporten dus in 't harnas was gejaagd en er dus een onpartijdig onderzoek alhier behoorde te geschie„ „den, soo hebbe ik order gesteld om den Europeesche koet„ „zien, neevens de verdere beschuldigde on Samarang te laaten koomen; dan dewelke ten overstaan van 's sulthans zendelingen een declaratoir onder eede voor den Raad van Justitie alhier passeerden, hoedaenig sig het een en ander inderdaad had toegedraegen; en dewijl dit tot hunne verontschuldiging diende en het daar uijt bleek dat zij minder schuldig waaren, dan s sulthans mantries zelvs, die door hunne assurantie en brutaele handel„ „wijze de eerste aanleiding tot alle deese onlusten hadden gegeeven; soo hebbe ik het noodsaekelijk geoordeelt. Om den sulthan op den vriendelijk wijze /:invoegen ik omij nu en dan al meer in de noodsaekelijkheid vinds te moeten doen:/ te informeeren, dat men van onsen kant geen minden te quart slaat op onse Europer „sche, dan hij op zijne Javaenen; en dat de Comp„e is en in al„ „len gevallen behoord supperioor te blijven; onder toezending teffens van deese verklaaringe neevens mijn antwoord, Waar van Copia in deesen neevens gaat, terwijl ik hem teffens te kennen gaff, dat ik deese zaak anders bevor„ „den hebbende dan hem die wel was voorgedraagen mij niet met zijne gevoelens konde Confirmeeren, maar daar en teegen verzogt en verwagtende was, dat de onse lan wee„ „dig en geruut verblijfte te djokjo Carta voor het vervolg genio„ „ten mogten, invoegen uw Hoog Edelheeden, dit een en ander uit eeven gemelde brieven soo wel zal koomen te blijken, als uijt een andere bij gevoegde Copia brieff van den Eersten Resident van Rhijn, dat het mij gelukt is hier door de gereesene differenten te djokjo Carta geheel en al uit den weg te ruijmen, daar mijne gedagte brieff selvs van zoo veel invloed op den sulthan is geweest, dat hij als het waaro over zijn gehouden gedrag eenigsints verleegen zijnde, wel heeft willen bekennen, dat mijne handelwijse met meerder onpartijdigheid was geschied, en Oversulx met de regtvaardig„ „heid meerder gepaart ging, dan wel omtrent het zijne plaats had. — gegeeven; 13 voorts E
English
Samarang the 3rd of March 1786. Samarang the 3rd of March Anno 1786. page 53. Furthermore, I find myself obliged to thank Your High Excellencies for the honor of the affectionate trust that Your High Excellencies have been pleased to place in me regarding the matter of the fugitive Radja Alie, who currently resides at Succadana, for whose expulsion from there Your High Excellencies have seen fit to authorize me to make the necessary preparations. These tokens of Your High Excellencies' affection and trust serving to my particular satisfaction, I shall continually endeavor more and more to respond thereto appropriately, and try as much as possible to carry out the commission entrusted to me as desired, whereto I hope the Almighty may be pleased to grant His blessing, whilst in the meantime, to avoid all prolixity and a duplicate narrative concerning this matter, I take the liberty to refer to that which has already been submitted by me to His High Excellency the Lord Governor-General in this respect by private letters of the 30th of November and 10th of December of the past year, which gave rise to the disposition that Your High Excellencies have now been pleased to make in that regard. Thus passing over this in silence for the present, I shall merely bring to the attention of Your High Excellencies what further remains to be communicated in this regard. I have further consulted with the brave and expert native Batoe Apie, a man upon whom one can rely with complete ease of mind on account of his demonstrated proofs of loyalty and attachment to the Company, concerning the aforementioned plan for the expulsion of Radja Alie from the district of Succadana, who thereupon has not only given me every proof and assurance of his willingness to attend this expedition in his own person, but also made known his opinion that the force previously proposed for this purpose, consisting of one cutter, one chaloup, two pantjallangs, and three galleys, manned with 100 European common soldiers, an equal number of sepoys, the same of Madurese and Sumeneppers, which latter the Pangerang there will not be disinclined to furnish, added to the artillerymen and seafarers, together making up the number of well over 600 heads, can be fully adequate and sufficient to achieve the intended objectives, the more so because he is of the firm conviction that the Sulthan Sarieff would also not fail to raise in addition a good number of brave Bugis, if only a favorable prospect were given to him by the Honorable Company for his son Pangerang Casim to obtain the governance of Mampauw. page 55. Samarang the 3rd of March Anno 1786. Samarang the 3rd of March Anno 1786. given, to obtain the governance of Mampauw. But since this and the further points appearing in Your High Excellencies' honored letter require more mature consideration than that one could, as it were, proceed with hasty steps without having previously obtained some further clarification regarding the true disposition of the said Sulthan Sarieff and other matters besides, of which I as yet have not the slightest knowledge, and in my opinion one ought not to remain uninformed in that respect; therefore, pursuant to Your High Excellencies' authorization, I shall enter into further negotiations regarding all the aforesaid with the Pontianak Resident Stuart, from whom one will best be able to obtain the necessary reports in this regard, and also ask him his opinions on the matter, with authorization at the same time to bring these matters, if possible, with all circumspection and good conduct to that final conclusion which is necessary to carry out the intended expedition with the desired success, without, however, committing himself for the present too far regarding the five principal points which Your High Excellencies authorized me to refer to his further investigation. In the meantime, I regret that I can find no opportunity to confer with him on this before the middle of the coming month of April, so that his answer thereto will also not be able to arrive before the end of May or June, whereby the expedition thither will likely have to be postponed until the coming month of August. But notwithstanding this, I can, just as little as the said native Batoe Apie, find any difficulty in this longer delay, if one only has the necessary force at hand by that time, which is certainly dependent on the timely return of our vessels and men from Banjermassing, without which the entire plan would again have to fall through and the expedition would be utterly impossible at least for this year, to which must be added the necessity of undertaking an expedition against the Mandharese pirates already described in detail hereinbefore, and furthermore the lack of the necessary vessels that must serve for the transport of the natives to Succadana, for which the vessel of 120 to 100 feet that Your High Excellencies were pleased to offer me could certainly serve, were it not that the charter of that ship, according to the statement of the repeatedly mentioned Batoe Apie, was too large to be employed for anything else besides, for which, in my opinion, one could keep the Javanese cruising pantjallangs.
Dutch transcription
Samarang den 3„en Maart 1786. . Samarang den 3„e Maart A:o 1746. pa„o 53. Voorts vinde ik mij verpligt uw Hoog Edelheeden te moeten dankzeggen voor de eere van het toegeneegene vertrouwen dat uw Hoog Edelheeden wel in mij heb„ „ben gelieven te stellen nopens de zaak van den ge„ „vlugten Radja Alie, die, zij thans te succadana ophind, tot wiens verdrijving van daar uw Hoog Edelheeden hebben goedgevonden mij te qualificeeren, de noodige propara„ „tien te maeken: Deese blijken van uw Hoog Edelheeden toegeneegendheid en vertrouwen mij tot eene bijzondere sa„ „tisfactie strekkende, zal ik mij steids meen en meer bereveren, om daar aan na behooren te beantwoorden, en soo veel moogelijk tragten, de mij opgedraegene Commis„ „sie na wensch ter dutooer te brengen, waar toe ik hoope dat den Alemes zijnen zeegen gelieven te schenken, terwijl ik intusschen tot voorkooming van alle wijsloopigheeden en vermijding van Een dubbetd verhaal; deese zaak be„ „treffende, de vrijheid neeme mij te gedraegen aan het geene reeds door mij aan zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal, ten deesen opsigte bij par„ „ticulier schrijvens, van den 30„e November en 10: decemb:r A:o p:o voorgesteld is, en aanteiding heeft gegeeven, tot de dispositie, welke uw Hoog Edelheedens, als nu daar Omtrent hebben gelieven te neemen; dus dit thans met stelswijgen voor bij gaande, zal ik Eenelijk alhier on„ „der het oog van uw Hoog Edelheeden brengen, het geene hier omtrent verder te bedeelen: valt Ik hebben met den Braevens en kundigen Inlander Bato= Apio, een man op wien men zig weegens zijne gegevene preuven van Trouwe en verknogtheid aan de Comp„e /: met alle gerusthend kan verlaeten, naeder geraed„ „pleegt, op het bewuste plan, ter verdrijving van Radja Alie uut het Landschap van Succadana, dewelke mij daar op niet alleen, alle blijken en verseekering heeft gegeeven, van zijne bereidwilligheid om deese Exxpeditie in Eijge„ „nen perzoon meede bij te woonen, waar ook te kennen gaf, van gevoelen te zijn, dat de deeds daartoe voor„ Gestelde Magt van een Cotter Een Chialoup, twee pantjal„ „langs en drie Galeijen, bemand met 100. gemeene Europeesen militairen, Een gelijk getal sipaijere, idem Madureesen en Sumanappers, welke laetste den pangerang aldaar, niet zal ongeneegen zijn, te fourneeren, gevoegt bij de Arthilleristen en Beevaarende, te zaamen den getal van ruijm 600. koppen uitmaekende, volkomentlijk kan toerijken en voldoende is, om daar meede de bedoelde oogmerken te kunnen bereijken, te meer daar hij in het vaste denkbeeld verzierende: dat den sulthan Sarieff meede niet in gebreeken soude blijven, nog boven dien een goed getal klocke Bougineeren, op de been te brengen, ingevalle hem maar door de E: Comp„e een gunstige voor„ „uutzigt voor zijnen zoon pangerang Castimn, wierd ge„ geene „geeven E pag„oa 55: Samarang den 3„e Maart A:o 1736. Samarang den 3„e Maart A:o 1786. „geeven, tot erlanging van het bestier op Mampauw. Dan dewijl dit en de verdere bij uw Hoog Edelheeden ge„ „Eerd schrijvens voorkoomende opoincten, eene rijpere over„ „weeging komt te vorderen, dan dat men als het waare met Losse schreeden, daar op soude kunnen heenen stappen, zonder dilvoorens eenige meerdere opheldering te hebben, erlangt van de waare geneegendheid van gemelde sul= „than Sarieff en andere zaeken meer, waar van ik als nog geen de minste kennisse hebbende, mijns beduu„ „kens men daar omtrent niet diende onkundig te blij„ „ven; soo zal ik ingevolge uwer Hoog Edelheeden Quali„ „ficatie met den pontianas Resident stuart, van wien men best de noodige berigten desweegens zal kunnen erlangen, omtrent al het voorschreevene, nader in onder„ „handeling treeden, en denselven over het een, en ander meede zijne gevoelens afvraegenr, met qualificatie teffens, om der moogelijke deese zaaken, met alle om„ „zigtigheid, en goed bileid; tot dat uijterste te brengen, als noodsaekelijk is, om de voorgenoomene Expeditie met het gewenochte succes ter ouitvoer te brengen, zonder sig Egter voor Eerst nog te verre intelaaten, omtrent de vijff voornaamste poincten, die uw Hoog Edelheeden wij gequalificeerd hebben, aan desselvs naeder onderzoek te demandeeren; Intusschen doet het mij leed dat ik geene geleegentheid kan opdoen om hem hier opr de onder„ „houden voor medio van de aanstaande maand April„ oversulx zijn antwoord daarop ook niet eerder als in het laast van Meij off Iunij zal kunnen inkoomen, waar door dan ook de Expeditie na derwaerds wel tot in de aanstaande maand Augustus zal moeten uitge„ „steld werden; Dan des niet teegenstaande kan ik Egter Even soo min, als gemelde Inlander watoe apie„ eenige swaarigheid in dit langer uitstel vinden, soo men teegen die tid maar de noodige magt aan handen herft„ het welk van het tijdig Rethour onzer vaarthuigen en manschappen, van Banjermassing, zeeker afhankelijk is; daar buijten dien het geheele ontwerp weeder soude moe„ „ten in duijgen vallen en de Expeditie ten minsten voor dit Jaar volstrekt ondoenelijk zijn, waar bij nog komt de noodsaekelijkheid ter onderneeming eenen Expeditie teegen de Mandhareeren zeeroovers hier vooren reeds om„ „standig beschreeven, en dan nog het gebrek aan de noodd„ „ge vaarthuigen tot transport der Inlanders naar suc„ „Cadana moetende dienen waartoe het scheepje van 120: â 100. voeten, dat uw Hoog Edelheeden mij hebben gelieven aantebieden, zeekerlijk soude kunnen dienen, waere het niet dat die schvde Charter volgens het zeggen van meerm: 1atoe Apie, niet te groot was, ons buijten dien ergens anders toe te kunnen geEmploijeert werden, Waar toe men mijns bedunkens de Iarasche kruijs „houden. pantjallangs
English
1609: 57 Samarang the 3rd of March 1786. Samarang the 3rd of March 1726. could employ pantjallangs better, were it not that on the other hand it was again objected that due to the lack of those vessels at a time when the pirates appear in greatest numbers, the Javanese beaches would thereby remain completely exposed to this rabble, and the petty trader would have to fall prey to these pirates. I shall therefore consult further on this matter with the authority in the Oosthoek, with whom I shall also deliberate on how one might best demand the Madurese and Sumanap warriors from the panumbahan and the pangerang, without exposing oneself to having this matter become public, as this is a point that requires the utmost secrecy and confidentiality, after which I shall have the honor to give your High Noblenesses due notice of these matters, while I thank the same most highly for sending an extract from the deed of cession of the territory of Succadana, in proof of the right that the Honorable Company has thereto, regarding which I cannot, however, refrain from noting here that this deed does not appear to me to be as complete and sufficient as would be necessary to base the right of ownership to this territory fully upon it, in case the English might have already settled there; but since one will nevertheless not need to deviate or desist from this claim, and Radja Alie meanwhile is in all respects to be regarded as an enemy of the Honorable Company who ought to be punished properly for his formal deceit, this, combined with our claim on Succadana, gives a sound right to attack and drive away this deceiver with arms. The aforementioned native Batoe Apie, who as yet has no knowledge either of the claimed right to Succadana or of my sentiments in that regard, has nevertheless further made known to me that according to his thoughts it would be best to attack Mampauwa first, in order to cut off the opportunity of assistance to Radja Alie and make it impossible; which he said he judged all the more necessary because he foresaw that Radja Alie, in case of an attack, would try to flee directly through the mountains to Mampauwa without offering the least resistance, all the more because he could be sufficiently assisted by the Gustie Bandhara or by those of Hankop to resist the Company's efforts with force; certainly a means of which one could make use with great benefit and advantage for the expulsion of Radja Alie, in case one were at enmity with Mampauwa or page 59: Samarang the 3rd of March 1736. Samarang the 3rd of March 1786 that there were any sufficient reasons upon which the attack against the panumbahan could be grounded; in which case I would also be of the opinion that the same should be put into effect; but as this, so far as I am aware, is not the case at present, I deem it necessary to carry out the enterprise against Radja Alie first, and should he thereupon flee to Mampauwa and find a hiding place and support there with the panumbahan, this will at the same time provide a suitable opportunity to attack the same in a hostile manner as well; all the more if he continues to refuse to deliver up the fleeing Radja Alie to the Company. But since this is likewise a point upon which I am first obliged to obtain the considerations of the aforementioned Pontianak Resident Stuart, in order to be able to present my proposals to your High Noblenesses thereafter with more ground, I take the liberty of requesting your High Noblenesses to let the matter rest for the present, until I shall be in a position, through the received reply from the said Resident, to present my further thoughts thereon to your High Noblenesses. I have the honor, for the rest, to sign myself with true and due high respect, as was written below, Tetus, lower, your High Noblenesses' humble and very obedient servant, was signed, J: Siberg, in the margin: Samarang the 3rd of March 1786. Herewith your Honor receives a copy of my secret letter of the 20th of December 1785 sent with a private chaloup commanded by the Chinese Oeij Owratho, and since I did not consider that opportunity secure enough to make known to your Honor the disposition of their High Noblenesses in a secret letter written to me of the 2nd preceding, as well as one received after that date of the 14th of the same month, concerning your Honor's conduct to be observed in the present state of affairs at Banjarmassing, I now comply with it today upon the departure of the armed galley De Kraij, which I have equipped expressly for that purpose and for the transport of the goods mentioned below, and have dispatched to your Honor's residency. As a consequence of their High Noblenesses' qualification by secret letter of the 2nd of December 1785, I have assisted your Honor from here to the best of my ability with such vessels and men as the papers sent with the cutter De Patriot dictate, as well as, there Copy of a separate letter written by the Right Honorable Johannes Siberg, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director on and along Java's North-East Coast, to the Junior Merchant Barend van den Worm, First, and the Bookkeeper Hendrik du Pon, Second Resident at Banjarmassing; dated Samarang the 10th of January, in the year 1786. turn over 6 f
Dutch transcription
1609: 57 Samarang den 3„e Maart 1786.- Samarang den 3:e Maart 1726. pantjallangs beeter souden kunnen emploijeeren, soo niet aan de andere kant weeder in opositie kewam„ dat door het gemis van die vaarthuigen in een tijd „Zee= wanneer sig de„ roovers aller sterkst opdoen, de za„ „vasche stranden daardoor geheel en al voor dit gespuijs souden bloot gesteld blijven, en den smallen handelaer tot een prooije deezer Roovers moeten verstoelken. Ik zal dierhalven op deese zaak naeder Raadpltegen met de gezaghebber in den Oosthoek, met wien ik teffens Overleggen zal de wijse hoedaenig men de Madureer en sumanapsche krijgers best van den panumbahan en den pangerang zal kunnen Eijschen, zonder zig bloot te stellen, dat deese zaak rugtbaar werde, alzoo dit een poinct is, dat de uiterste secreterse en geheimhouding vorderd, waar na ik de Eere zal hebben uw Hoog Edelh: van het zen en ander meede de verschuldigde kennisse te geeven, intusschen ik hoogst dezelve dankzegge voor de toezending van Een Extract uit de Acte van Apstand van het Landschap succadana, ten blijke van het regt dat de EComp„e daarop heeft, waar omtrent ik egter miet kan afzijn alhier aantemerken, dat deese Acte mij soo volliedig en voldoende niet voorkomt, als wel noodig soude zijn, om het regt van Eigendom op dit Landschap„ daarop volkomentlijk te gronden, ingevalle sig de En„ „gelochen aldaar bereeds mogten hebben ter needer gezet„ dan daar omen Egter van deese protentie niet zal behoeven aftewijken off aftezien, en Radja Alie entus „schen in allen deelen is aantemerken, als een avijand van de EComp„ e die om zijn formeele bedriegerijens na behooren diende gestraft te werden, soo geeft dit ge„ „voegt bij onse protentie op succadana, Een gegaond regt„ om deesen bedriegen met de waepens aantetasten =van daer en verjaegen. De meermelde Inlander Batoe Apie„ die voor als nog geene kennisse draagd, soo min van het gepratendeerde regt op Succadana, als mijne ge„ „voelens daar omtrent, heeft mij Egter verders te kennen gegeeven, dat het volgens zijne gedagte bist zoude zijn, om Manipauwa Eerst te attacqueeren; ten einde de ge„ „leegentheid tot Adsistentie aan Radja Alie aftesnijden en Oudoenelijk te maeken; het geene hij zeide dus te nood„ „zaekelijker te oordeelen, om dat hij voorzag, dat Radja Alie ingevalle van Aantasting, zonder de minste teegenwier„ te bieden, direct door het gebergte de wijk soude tragten te neemen, naar Mampauwa, te meer nog om dat hij door den Gustie Bandhara, ofte door die van Hankop vol„ „doende zoude kunnen werden geadsisteert, om sig met magt teegens s Comp:s pogingen te verzetten; zeekerlijk Een omiddel, waar van omen zig ter verdrijving van Radja Alie met groot nut en voordeel soude kunnen be„ „dienen, in gevalle men met Mampauwe in vijandschap dan pag„o 59: Samarang den 3„e Maart 1736. Samarang den 3„e Maart 1786 leefde ofte dat 'er eenige voldoende reedenen waeren, Waarop de attacque teegens den panumbahan konde werden gegrond; als wanneer ik meede van gedagteng soude zijn, dat het selve diende te werk gesteld te wer„ „den; dan dit voor zoo verre mij bewust is, als nu geen plaets hebbende, oordeele ik het noodzaekelijk te zijn, om eerst de onderneeming teegens Radja Alie ter uitever„ te brengen en deese daarop de wijk na Mampauwa neemende, en aldaar eene schuilplaets en ondersteuning bij den panumbahan vindende, zat dit teffens een bekwar„ „we geleegentheid verschaffen, om denselven meede vijan„ „delijk aantetasten; te meer indien hij blijft weigeren den vlugtenden Radja Alie aan de Comp„e overteleeveren. Dog dewijl dit almeede een poinct is, waar ove ik alvoo= „tens verpligt ben de Consideratien van den hier vooren genoemde pontianas Resident stuart, meede intenee„ „men, ten einde uw Hoog Edelheeden daarna nit meedan grond mijne voorstellingen te kunnen doen, soo neeme ik de vrijheid uw Hoog Ed: te versoeken, om het voor eerst, daar te moogen laeten berusten, tot dat ik door het ingekoomene antwoord van gedagten Resident in staat zal zijn, uw Hoog Edelheeden mij no gedagten; daar omtrent naeder voortestellen. Jk verEere: mij overigens, met waare en verschuldigde hoog: agting te onderschrijven, als /:onderstond:/ Tetus /:lager/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en seer gek: dienaer /:was get:/ J: Siberg, /in margine:/ Samarang den 3: Maart 1786. -. Dier neevens bekoome uE. Copia mijner secreete brieff van den 20„e december 1785. met Een particuliere Chia„ „loup gevoerd bij den Chinees Oeij owratho= toege„ „sonden, aan dewijl ik die geleegendheid niet ser„ „ken genoeg oordeelde, om aan UE bekend te maeken, de dispositie Hunner Hoog Edelheeden, bij eene aan mij geschreevene secreet Brieff van den 2: bevoo„ „rens, mitsgaders eene nog na dato ontvangene van den 14=e dierselvde maand Concerneerende WE: te houdene gedrag in den teegenswoordige toestant van zaeken te hanjermassing, soo voldoen ik thans daar aan op heeden bij vertrek van de gewaapende galeij de Kraij, die ik wel Expresselijk ten dien einde, en tot het opbrengen der natemeldene goederen ge„ Equipeert en na uE residentie aangelegt hebbe. Als een gevolg van hun Hoog Edelheeden qualificatie bij secreete van den 2:e december 1785. hebbe ik uE: van hier naar vermoogen geadsisteert met soodaenige vaar„ „thungen en manschappen als de toegezondene papieren met de kotter de patriot, dicteeren, mitsgaders, daar Copia Aparte Brieff, geschreeven, door den wel Edelen Gestrengen Heer Iohannes Siberg, Raad Eatra Ordinair van Neederlands Indie, mitsgaders sou„ „verneur en directeur op en Langs Javas Noord-bost kust, aan den onder„ „koopman Barend van den worm, Eerste - en den Boekhouder Hendrik du pon Tweede Resident te Ban„ „Jarmassing; gedateert samarang den 10„e Januarij A:o 1786.. verte 6 ƒ
English
page 61. Samarang the 3rd of March Ao 1736. — Samarang the 3rd of March Ao 1786. and besides having informed Captain of the Military Hofman orally, and the First Resident in writing by a private letter, that in case the neutrality adopted by Their High Mightinesses in the disturbances that have arisen in Banjermassing could not be maintained, and such could be done with good success, then to embrace the party of the Sultan and assist the same, in order to drive the Bugis from there, provided in any case being sufficiently assured that the affairs of the Sultan have not deteriorated to such an extent that by choosing his side, the good objective would be missed, so that thus far the orders of Their High Mightinesses upon the departure of the coaster De Patriot have been fully complied with, all the more since in my further secret letter of the 20th of December last I held the written and oral information as being inserted therein on behalf of Their High Mightinesses. Shortly thereafter, an embassy from the King of Banjermassing appeared at Batavia, having first had a severe journey due to an arisen storm, because of which he was forced to disembark at the corner of Crawang and thus march overland to the main settlement for the delivery of the Sultan's missive, of which a copy translation is attached hereto. Upon the contents of the said letter, Their High Mightinesses, in accordance with their secret letter of the 14th of December 1785, could not see fit to reply directly and fully, both because of the gravity of the matters, the insecurity of the waterways, and the danger if the letter might be intercepted and fall into the wrong hands, but decided to give the emissary in reply such a letter as Your Honour shall see from the accompanying copy thereof, while on the other hand sending to me the full reply, of which Your Honour also receives a copy, to be delivered for secure conveyance to the person whom I should orally qualify for the delivery of the same to the King, if the affairs of the Banjarese are in or should arrive at such an advantageous situation that use can be made thereof pursuant to previous orders and qualification, and not otherwise, of which arrangement the Banjarese King can be given notice in that case; but since the opportunity for oral information is no longer at hand due to the departure of the Captain of the Military Hoffman, I now hereby give Your Honour the required notice of this disposition of Their High Mightinesses, with orders to strictly comply with the contents, and thus not to deliver the said letter for the Sultan, but to keep it in Your Honour's possession, if and in case there is no well-founded prospect that he would be able to defeat the party of Pangerang Anir. At the request of the Sultan, see copy of his letter, Their High Mightinesses, as evident from the reply applied thereto, have made a promise to assist him from Java, if and when the vessels destined for Banjermassing were still at hand, with as much rice as could be transported, item 2 to 300 flintlocks with the necessary cartridge boxes, as well as 4000 lb of gunpowder and as much tin and lead as is on hand here and can be spared, with further authorization to me to let that dispatch take place, and to address one and all to Your Honour
Dutch transcription
pag„a 61. Samarang den 3:en Maart Ao 1736. — Samarang den 3„en Maart Ao 1786. en boven den Capitain Militair Hofman mondeling, en bij een particuliere brieff den Eerste Resident in geschrifte geinformeert, dat ingevalle de bij hun hoog Edelheeden geadopteerde neuteraliteit in de tot Banjer„ massing ontstaane ontusten niet te bewaaren mogte zijn, en zulks met goed succes soude kunnen geschie„ „den, als dan de parthij van den sulthan te verhee„ „sen en deselve te adsisteeren, om de Bougineeren van daar te verdrijven, mits in allen gevallen genoegsaam verseekerd zijnde dat de zaaken van den sulthan met soo verre zijn verloopen, dat door zijne zeide te kieren, het goede oogmerk soude koomen te missen soo dat tot zoo verre volkomen aan de ordres Hunner Hoog Edelheeden bij het vertrek van de Coster de patriot is voldaan, te meer daar ik bij mijne nadere secreete Brieff van den 20„e december J:o L. de schriftelijke en mon„ „delinge Informatie gehouden hebbe als daar bij te weeren van weegens H. H. E. te zijn geinsereert. kort daarna verscheen op batavia een gezantschap van den Koning van Bangermassing, na alvoorens door opgekoomene storm een swaare reijse gehad te hebben, waar door hij was genoodsaakt om zig op de hoek van Crawang te ontscheepen en zoo voorts over den Landweg na de Hoofdplaets te marcheeren ter opbren„ „ging van des sulthans missive, waar van Copiitrains„ „laat hier neevens gaat op den inhoud der gem: brieff hebben Hun Hoog Edelheeden Conform Hoogst derselver secreete Brieff van den 14. xber: 1785. niet kunnen goedvinden direct en volliedig te antwoorden, soo uijt hoofde van het gewigt der zae„ „ken, der onveiligheid van 't vaarwaater, en het gevaar bij aldien de Brieff onderschept mogte worden en in „verkeerde handen kwam te vervallen, maar beslooten aan den sendeling een soodaenige Brieff in antwoord mee„ „de te geeven, als uE: uit derselvs overgaande Copia ont„ „waare zullen, mitsgaders daar en teegens, aan mij het volleedige antwoord toetesenden, waarvan UE meede het afschrift bekomt, om ter secuure bevorging afgegeeven te worden, aan den geenen die ik monde„ „ling kwam te qualificeeren ter opgave van aen„ „selven aan den koning, indien de zaeken der Ban„ „jareesen, in die voordeelige situatie staan ofte gerae„ „ken, dat daar van Ingevolge voorige ordres en qua„ „lificatie gebruik kan worden gemaakt, en anders niet, van welke schikking, den Banjareeren koning in dien gevallen kennisse kan worden gegeeven, dan dewijl de geleegentheid tot mondelinge infor„ „matie door het vertrek van den Cap. Militair Hoff„ „man niet meerder aan handen is, soo geeve ik uE als nu bij deese van deese H: H. E: dispositie de verEijschte kennisse, met Last aan den inhoud punctieel te voldoen, en dus de gedagte sulthans brieff niet aftegeeven, maar onder uE te houden, soo en in „gevalle 'er geene gegronde vooruitzigt is, dat hij de parthij van pangerang Anir soude kunnen afrwinnen. Op 't versoek van den sulthan, vide Copia van zijn Brieft hebben A. H. E. uitwijsens het daarop toegepast an„ „twoord toesegging gedaan, denselven van Iava te zul„ „len adsisteeren, soo en wanneer de vaarthuigen naar panjermassing gedestineert nog aan handen wae„ „ren, met soo veel Rijst als soude kunnen vervoeren, item 2. â 300. snaphaanen met de noodige patroon„ „tassen, als meede 4000. lb Buskruijt en soo veel Thin en Lood als alhier aanhanden en te missen is, met ver„ „dere qualiticatie aan mij om die afsending te laeten gevolg neemen, en het een en ander aan uE te addres„ den „seeren E
English
Samarang, the 3rd of March A.D. 1736. Samarang, the 3rd of March 1746. to deliver subsequently to the sultan, namely, as mentioned hereinbefore with the delivery of the letter, if matters in Banjer are in such a state upon which Their High Mightinesses' qualification is based. These vessels, with which the dispatch of the various items should have taken place, having already departed coastward long ago, it now seems somewhat doubtful whether complete or partial fulfillment should take place; yet, considering the necessity that exists to bring to Your Honor's knowledge the disposition of Their High Mightinesses, and as the galley projected for this purpose at the same time offers a secure opportunity for the dispatch of some of those goods, I have therefore decided to send to Your Honor herewith for the service of Banjer's sultan, however under the condition of delivery as Their High Mightinesses' orders entail and as has been stated hereinbefore, the following, being: 200 pieces of muskets, 200 cartridge pouches, 400 flints, 4000 lb of fine gunpowder, 50 picols of lead, and 50 ditto of tin; together with a chest with various gift goods and 10 sheets of gilded Surat paper sewn in wax cloth, exactly as these last two items were received from Batavia as a gift for the sultan. The vessel could not load more, so the shipment of rice must remain postponed; an opportunity for this will possibly present itself first from Sourabaija, of which Your Honor may inform the sultan, as has been done by me in the accompanying letter to him, of which Your Honor also receives a copy, with orders, however, to still make inquiries as to whether to deliver that letter, unless the circumstances of time and matters are suitable in the manner described several times hereinbefore. I rest assured that Your Honor will proceed with all possible caution to prevent all detrimental consequences, and will undertake nothing rash, on which Your Honor's own welfare so greatly depends; however, I must redundantly recommend that caution and circumspection to Your Honor most earnestly, to the end that nothing of this entire transaction of matters becomes public or known, whereby Your Honor might otherwise become the unfortunate victim from both sides, with orders at the same time strictly to make no use of the qualification to assist the sultan of Banjermassing, unless Your Honor may be completely assured of a good outcome. Your Honor will therefore have to weigh carefully the state and condition of the Banjer empire, both with regard to the sultan's power and the loyalty of his subjects, and in comparison against Pangerang Amir; and should you find that the latter is superior in power and, having the Banjarese on his side, has every prospect of triumphing, then in that case strictly to maintain the adopted neutrality, all the more so because Your Honor will then always be able to justify and cover yourself with the winning Pangerang Amir; since he, having made no request for assistance, will surely be well pleased and content with the neutrality observed by Your Honor in this case and promised to him according to the existing contracts between the Company and the Banjarese Empire. receives. That.
Dutch transcription
png„s 63. Samarang den 3„e Maart A„o 1736. Samarang den 3„e Maart 1746. - „seeren, om vervolgens aan den sulthan te worden afgegeeven, namentlijk gelijk hier vooren bij de afgave der Brieff is gemeld, Indien de zaaken te Banjer in die staat verseeren, als waarop A. H. E. qualificatie gegrond is. deese vaartheugen, waar meede de afsending van het een en ander soude hebben moeten geschieden reets voorlan„ „ge Corti waards vertrokken weesende, soo scheint het nu Eenigsints twijffelagtig, oft de al off net voldoening wes soude behooren plaets te hebben dan overweegende de noodsaekelijkheid die 'er resideert, om uE de dis„ „positie H. H. E. ter kennisse te brengen en de daar toe geprojecteerde galeij teffens eene sekure Otiagie Aan de hand geeft ter verzending van eenige dier goe„ deren, soo hebbe ik beslooten om uE bij deesen ten dienste van Banjers sulthan, Egter onder de bepaeling in de afgiften als H. A. E: ordre meede brengen en hier vooren gezegd is, te laaten toekoomen, het volgende, als 200. p„s snaphaanen, 200 „ pattroontassen, 400. „ Vuursteenen, 4000. lb waskruijt 50. pic„s Loot, en 50 d„o Thin; mitsgaders Een kats met diverse schenkagie goederen en 10. Velletjes verguld sourats papier in wax-doek genaaijt off soodaenig deeser twee Laeste artikulen van Batavia voor den sulthan in geschenk ontfangen sijn: meerder kon het vaar„ „thing niet laaden, dus de versending van Rijst moet blij„ „ven uitgesteld, deese zig moogelijk het eerst van soura„ „baija zal op doen, waar van uE den sulthan kunnen in„ „formeeren: soo als dit door mij geschied, bij neevens gaande Brieff. aan denselven, waarvan uE meede het afschrift bekomt, met ordre Egter om nog de Informatie te doen off die brieff afte geeven, soo niet de geleegentheid van tijd en zaaken geschikt zijn in diervoegen hier vooren te meer maalen beschreeven, is. Ik houde omij wes verseekert dat wE: met alle moogelijke voorsigtigheid zullen te werk gaan tot voorkooming van alle nadeelige gevolgen, en niets ligtvaardigs zullen onderneemen, waar van UE Eigene welvaart soo seer afhangt, Egter moet ik uE ten overvloeden die voorrig„ „ten Ernstigste te Recommandeeren „tigheid en de omsigtigheid „ ten einde van deese geheele behandeling van zaaken niets rugtbaar worden, of komen bekend te raaken, waar door uE anders van beide kanten het ongelukkig slagt offer soude kunnen weesen, met ordre teffens om volstrekt van de qualificatie tot adsistentie van den sutthan van Banjermassing geen gebruik te maaken, ten waare uE van den goede uit„ „slag volkomen verseekert moogen zijn. UE zullen dierhalven wel moeten operweegen den staat en toestant van 't panjerse rijk, soo ten aanzien van als sulthans magt als de getrouwigheid van zijne onderdae„ „nen, mitsgaders, daar en teegens pangerang Amir ver„ „gelijkende en bevindende dat deese in magt superieur en daar bij de Banjareese op zijn zeide hebbende alle voor uitzigte heeft van te zullen truumpheeren, om als dan in dien gevallen de geadopteerde neuteraliteit stipte„ „lijk te blijven onderhouden te meerder alzoo uE sig daar meede als dan altoos bij den opwinnende pangerang: Amir zullen kunnen verantwoorden en dekens„ daar deese geen versoek van adsistentie gedaan hebbende, sig seekerlijk wel zal vergenoegen en te vreede houden, met de door UE. in dit geval geobserveerde en aan hem volgens de subsisteerende Contracten tusschen de Comp:e en het Banjareese Rijk, toegesegde neute raliteit. bekomt. Dat.
English
page 65. Samarang the 3rd of March 1786. Samarang the 3rd of March 1786. The galley coming over to you being the only vessel available here for our own protection, you must not detain it any longer than is utterly necessary, but ensure that the vessel, which has been provisioned for three months, is back at Samarang within that time, as it is utterly impossible to spare it here any longer. I commend you to God's protection and remain, after greetings, beneath stood: Your good friend. Was signed: J: Siberg. In the margin stood: Samarang the 10th of January 1786. Copy. Missive written by the Right Honourable Sir Johannes Siberg, Councillor Extraordinary, as well as Governor and Director of and along Java's Northeast Coast; to the Sultan Saiddoelak at Banjermassing, dated Samarang the 10th of January 1786. Your Highness will probably have received my previous letter long ago: since then, His Right Excellency the Governor-General and the Council of the Dutch Indies have benevolently pleased, in compliance with Your Highness's request, to authorize me to send rice and various munitions, if and when the vessels that departed from here for Banjermassing long ago were still in Java: as this departure has already taken place, I could consider myself discharged from this commission, particularly since no other suitable opportunity for its dispatch is at hand with me. Copy of a missive written by the Right Honourable Sir Johannes Siberg, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of and along Java's Northeast Coast, to but considering the necessity thereof, I have resolved to use the only vessel that could possibly be spared by the Company for this purpose, in order to send to Your Highness: 200 pieces of muskets, 200 cartridge pouches, 400 flints, 4000 lb of gunpowder, 50 piculs of lead, and 50 piculs of tin; as well as various goods as a gift, as listed in the letter written to Your Highness by the aforementioned His Right Excellency the Governor-General and Council of the Dutch Indies, which letter, for greater certainty of safe delivery, goes over to Your Highness together with all the aforementioned by the bearer of this, being well armed. No more could be loaded into the vessel, so the rice must remain unsupplied; however, I will also do my best to provide Your Highness with it as soon as the opportunity presents itself, either from Samarang or Sourabaija. Beneath stood: written at Samarang the 10th of January 1786. Was signed: J: Siberg.
Dutch transcription
pag„s 65. — Samarang den 3„e Maart 1716. Samarang den 3=en Maart 1786.. De tot uE overkoomende Galeij, het eenigste vaar„ „thuig zijnde, dat men hier tot eigene beschernin aanhanden heeft, soo moeten UE het selve niet langer aan houden dan ten uittersten noodsaekelijk maar sorgen dat het vaarthuig 't geen voor drie maan„ „den is geproviandeert binnen die tijd sig weederom op samarang bevinden als met geen moogelijkheid alhier langer te misten zijnde. Jk beveele UE in Jodes bescherming en verblijve na Groete /:onderstond:/ UE goeden vriend. /:was geteekent:/ J: siberg /:in margine stond /. Samarang den 10. e Januarij Copia. Missive geschreeven, door den wel. „Edele gestrengen Heer Johannes Siberg„ Raad Extra Ordinair, mitsgaders, Gouverneur en directeur op en Langs Iavas Noord- vort kust; aan den sulthan Saiddoelak te Banjermassing, gedateert samarang den 10„e Januarij 1786. Mijne voorige Brieff zal uw Hoogheid denkelijk nu reets voorlange ontfangen hebbe: seedert heeft het zijn Hoog Edel„ „heid, den Heere gouverneur generaal en de Raaden van Neederlands Jndia, goedgunstig behaagt, om ter voldoe„ „ning aan uw Hoogheids gedaan verzoek mij te qualifi„ „ceeren tot de afsending van Rijst en diverse wapen Goederen, soo en wanneer de bereets voorlange van hier na hanjer„ „massing vertrokkene vaarthuigen, sig nog op Java bevon„ „den: daar dit vertrek nu plaats heeft, soo soude ik mij kunnen houden als van deese Commissie ontslaegen te zijn, bezonderlijk nog daar 'er geene andere bekwaame geleegentheid tot dies versending bij mij aanhanden is Copia Missive geschreeven door den wel Edelen gestrengen heer Johannes Siberg, Raad extra ordinair van Neederlandsch Indië, mitsgaders gouverneur en directeur op in Langs Iavas Noord oost Cust, aan maar Overweegende de nnoodsaekelijkheid van dien„ soo hebbe ik beslooten, het eenigste vaarthuig, dat met omoogelijkheid van de Comp„e te missen was, ten dien einde te gebruiken om aan uw Hoogheid daarmeede te laaten toekoomen 200. p„s snaphaanen, 200. „ pattroontasschen, 400 „ Vuursteenen, 4000 lb Buskruijt 50: pic: Loot, en 50. - „ Thin; mitsgaders diverse Goederen in geschenk, soo als die bij de Brieff van welmelde zijn Hoog Edelheid, den Heere Gouverneur Generaal en Raaden van Neederlandsch India, aan uw Hoogheid geschreeven bekend ptaan, en welke Brieff om de meerdere seekerheid eenen goede be„ „stelling, teffens met alle het voormelde per brengen deeses zijnde welgewapend tot uw Hoogheid overgaat, meerder„ konde in 't vaarthuig niet worden afgelaeden, soo dat de Rijst onvoldaan moet blijven, Egter zal ik ook mijn best doen, van daar meede uw Hoogheid te voorsien en wel soo spoedig als zig daartoe de geleegentheid maar op doed het zij van Samarang off sourabaija. — /:onderstond:/ geschreeven te samarang den 10. Januarij 1786. / was geteekent:/ J: Seberg. - maar B den. 1786. E
English
page 67 Samarang the 9th March 1786 Samarang the 3rd March 1746 To the Prince of Xulloc, in name Sultan Mohamat Alimoedin, dated Samarang 31 January 1736. I have the honor hereby to inform Your Highness that the Governor of Ternate, Alexander Cornabé, has sent to me both the translation of Your Highness's letter to the Resident of Quandang, Iacob Schoe, and the friendly and most pleasant letter from Your Highness to me, dated 24 May Anno 179. And because Your Highness, in compliance with my request, with as much affection as pleasure has had the goodness to release the unfortunate sailor Coenraad Tackelenburg, alias Tambeur, from his imprisonment and to send him to the aforementioned Resident, since for several reasons it was not quite feasible to send the said Dutchman directly here to me, I express to Your Highness the most friendly thanks for that goodness, which has given me particularly great pleasure, with the assurance that this was no less agreeable to the Governor General and the Council of the Indies in Batavia. I shall particularly remain grateful for this at all times, and wherever and in whatever way I can, I will endeavor to give Your Highness every pleasure in return. Meanwhile, I regret to learn that the ill-disposed, predatory Magindanaoans are also coming to disturb Your Highness and your subjects. It is therefore not without reason that Your Highness must be extremely sensitive about this, and under the obligation to bring that wicked and base nation to reason, and to obtain compensation for the damage inflicted upon your subjects, since Your Highness would not wish to see the dishonorable treatment, both to Your Highness yourself and to your subjects, proceed more and more from bad to worse. On this latter matter, I hope that the Governor of Ternate, Cornabé, will already have conferred with Your Highness, showing at the same time the sincere affection and friendship that is truly borne toward Your Highness by the Dutch nation. That what was sent to Your Highness with the peranakan Moor Toesoep Sandjie was well received, I have learned with pleasure, as well as the assurance of Your Highness's sincere attachment and friendship, of which I, on my part, reciprocally give Your Highness the strongest assurance, offering alongside this letter: One gold bodedaar, Two gold souket garments, and Two pieces of chintz. Furthermore, I greet Your Highness in the most friendly and affectionate manner, wishing you the best blessings for length of days. Written at Samarang the 10th January 1786. Was signed: J. Siberg. Copy of a separate letter written by the Right Honorable, Rigorous Johannes Siberg, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, to the Right Honorable Alexander Cornabé, Governor and Director of Ternate, dated Samarang the 1st February 1786. After the arrival here of the ship 't Huijs te Krooswijck, the subjects
Dutch transcription
poaj: 67: Samarang den 9„e Maart 1786- Samarang den 3„e Maart 1746.- den vorst van Xulloc, /in naeme/ sulthan Mohamat Alimoedin, gedateert Samarang 31: Jan: 1736:— Ik geeve omij bij deese de eere uw Hoogheid te mel„ „den, dat mij door den Heere Ternaets Gouverneur Alexander Cornabé, is toegezonden, zoo wel het translaat, van uw Hoogheids brieff, aan Quandangs resident Iacob Schoe, als de vriendelijke en zeer veraan genaamende brieff, van uw Hoogheid aan mij, gedagteekent 24:' Meij A„o 179; en wijl uw Hoogheid, involdoening van mijn verzoek, met zoo veel genee„ „gendheid als genoegen de goedheid heeft gehad, den Ongelukkigen mattroos Coenraad Tackelenburg /:alias Tam„ „beur:/ van zijn gevangenis te ontslaan, en aan gemelden resident oprtezenden, daar het om verscheidene oorzaeken, niet wel doenlijk was, gem: Hollander, direct. dit heen en aan mij te renvoiee„ „ken, zoo betuige ik uw Hoogheid, voor die goedheid, dewelke mij besonder veel genoegen gegeeven heeft, op het vriende„ „lijkste dank, onder verseekering dat zulks, den Heere Gou„ „verneur Generaal en de Raaden van India, te Batavia, niet minder aangenaam geweest is; Ik zal daarvoor in zon„ „derheid, ten allen tijden erkennelijk blijven, en waar en waarinne ik kan uw Hoogheid weeder alle plaicier, tragten te doen; intusschen spijt het mij, te verneemen, dat de kwerlijk gezin„ „de roofzugtige Maginaanauwers, uw Hoogheid en des„ „selvs, onderdoenen, meede komen te ontrusten; het is dus niet zonder reeden, dat uw Hoogheid, daar over ten hoogsten gevoelig moest zijn, en als onder de verpligting legd, om die kwaade en sligte natoe, tot reeden, te brengen, en ver„ „goeding te erlangen, van de schaede, desselvs onderdaenen toegebragt, wit w' Hoogheid niet vrder zaen, dat de eerloord behandeling, zoo aan uw Hoogheid zelvs, als aan desselvs Copia Aparte Brieff geschreeven, door den wel Edele gestrenge Heer Johannes Siberg, Raad Exwa ordinair van Neederlands Indie; mitsgaders Gouverneur en directeur op en langs Javas N:do o: kust; aan den wel„ Edele Achtbaren Heer Alexander Cornabé, Gouverneur en directeur pr Ternaten gedakert Samarang den 1„e febr 1786: -. Na aankomst alhier van 't schip 't Huijs te kroos„ onderdaenen meer en meer van kwaad tot rager overgaat; op dit laeste hoope ik dat den Heer Ter„ „naerts gouverneur Cornabé, uw Hoogheid bereeds zal hebben onderhouden, met betooning teffens, van de opregte geneegentheid en vriendschap, die uw hoog„ „heid daedelijk, door de hollandsche natie toegedragen word. Dat het toegesondene aan uw Hoogheid, met den parna„ „kan moor Toesoep sandjie, wel ontvangen was, hebbe ik zoo wel niet genoegen vernoomen, als de verseekering van uw Hoogheids opregte Attachement en vriendschap„ „daar ik van mijn kant, uw hoogheid reciproque, de sterkste verseekering van geeve, onder minsaeme aanbieding neevens deese, van Een goude Bodedaar, twee goude souket kleedjes, en twee stukken Chits; Voorts groete ik uw Hoogheid, op het vriendelijk=en minsaamste, onder toewensching van de beste zeegenin„ „gen, tot in lingte van daegen. /:onderstond:/ geschreeven te samarang den 10. ' Januarij 1786. /:was geteekent:/ J: Siberg. onderdaenen. =Wijck De
English
page 69 Samarang the 3rd of March 1786. Samarang the 3rd of May 1726. wijk, I have duly received Your Esteemed Honor's separate letter of the 22nd of July and the 15th of September of last year, accompanied both by the original letter to me and by a copy translation of the letter written by the prince of Xulloc to the resident of Quandang, transmitting, in fulfillment of the request I made to His Highness, the sailor Coenraad Taekelenburg, alias Tamboer, who was taken captive by the Magindanauwers in the year 1777, along with the account given by the last-mentioned at Quandang, both concerning the capture of the bark the Ida, with the consequences for him and his shipmates, and what he heard in Xulloc of the various missions of the Magindanauwers to the coast of Celebes, and this way in order to touch at Palembang; offering Your Esteemed Honor friendly thanks, both for sending the aforementioned papers and for what was cited from and upon their contents, also concerning the mentioned Taekelenburg, declaring that it has not only greatly rejoiced me to have been permitted, through my writing to the above-mentioned prince, to deliver a pitiable European, along with the further-named Gorontalers, from the most bitter captivity, for which I now express my gratitude to His Highness, but that this has also provided the opportunity to learn both that neither that prince nor his subjects are indifferent regarding the former though severed friendship with us, and on the contrary, with good reason, are very embittered against the Magindanauwers; and also that this could possibly serve towards a renewed correspondence with that king and his subjects; I have notified Their High Nobilities of these matters. Copy Translation of a Malay Letter, written by Gusti Moera Rade at Balie Wadong, son of Gusti Moera Kaleran there, To the Lieutenant and Commandant at Banjoewangie L: Kaijzel, presented at Sourabaija, the 14th of November 1785. The letter which the Lord Commandant, per Wayahan, Santrie gave, and I hope that since Your Esteemed Honor, as is proper, will try to make the best use of the good disposition of the Xullocers for the Company, without trusting them too much, this may have the most desirable consequences, the more so because in the enclosed letter, of which a copy translation lies alongside it, I have attempted to stir up the prince against the pirate scum of Magindanauw; it will rejoice me to learn this as well as that it may have turned out extremely badly for the pirate party of Hadje Oemar, if it was indeed carried out; but as to the report that a Magindanauw king had set out with 70 proas toward this coast to touch at Palembang, etc., I doubt it all the more, both because all reports regarding that seem very uncertain and inadequate to me, and because it is hardly possible for the Magindanauwers to go so far from home with their vessels, or to equip themselves to undertake a journey in which several months must pass. I greet Your Esteemed Honor very cordially, and remain with all respect. Underneath stood: Title. Lower: Your Esteemed Honor's very obedient servant and friend. Was signed: J: Siberg. In the margin stood: Samarang the 1st of February 1786. given to.
Dutch transcription
pag„a 69 Samarang den 3„e Maart 1786. Samarang den 3„e Meij 1726. „wijk, is mij wel in handen gekomen, uwE: Agtb: Apar„ „te missive van den 22:en Iuli en 15„e September gepasseer„ „den Iaars, verseld, zoo van de Origineele missive aan„ mij, als van Copia Translaat der brieff, door Xulloes vorst, aan Quandange resident geschreeven, met Overzending, in voldoening van mijn aan zijn Hoogheid gedaan verzoek, van den door de Magindanauwers, in A„o1777: gevangen genoomen Mattroos Coenraad Taeke„ „lenburg, /: alias Tamboer :/ neevens het gegeeven Relaas, door laast gem: te Quandang, zoo noopens, het veroveren, van de Bark de Ida, met de gevolgen voor hem en zijne „keis gezellen, als het geene hij te Xulloc gehoord heeft, van de onderscheiden bezendingen der Magindanan„ „wers, naar de Cust van Celebes, en dit heen, om pa„ „lembang aantedoen; zeggende ik uE. Agtb: vriende„ „lijk dank, zoo voor de toezending van voormelde pa„ „pieren, als het aangehaalde uit en op dies inhouden, ook weegens gem: Packelenburg, onder betuiging, dat mij niet alleen hooglijk heeft verblijd door mijn schrijven aan Bovengen: vorst, een beklaegens waardige Europees, met de wijders genoemde Garontaelders„ uit den aller bitterste gevangenis, te hebben moogen verlossen, waar voor ik zijn Hoogheid nu mijn dank„ erkentenisse betuige, maar dat dit ook geleegendheid gegeeven heeft, zoo wel om te verneemen, dat nog dien vorst nog zijne onderdaanen, onverschillig, weegens de voorige dog afgebrooken vriendschap voor ons, en daar en teegen met reeden op de Magindanauwers, zeer verbitdert is; ook dat dit teffens, dee moogelijk zoude kunnen dienen, tot een vernieuwde Correspondentie, met dien koning, en zijne onderdaenen; Ik hebbe van een en ander Hunne Hoog Edelheeden kennisse Copia Translaat Maleidsche Brieff, geschreeven door Gusti Moera Rade te Balie Wadong, zoon van busti Moera kaleran aldaar, Aan den Luitenant en Commandant te Banjoewangie L: Kaijzel, verthoont te sourabaija, den 14„e Nov: 1785. De brieff, die den Heer Commandant, per waijahen, santrie gegeeven, en wil hoope, dat daar uwE: Agtb. nu als gepast, van de goede dispositie der xullocers, het beste gebruik voor de Comp„e wil tragten te maeken, sonder hen te veel te betrouwen, zulks van de aller„ „wenschelijkste gevolgen, mag weesen, te meer daar ik den vorst, teegen het roofgespuijs van Maginda= „nauw, bij inleggende brieff, waar van Copia translaat, daar neevens tegd, hebbe getragt in het harnas te Jaegen; zullende mij dit zoo wel verblijden te verneemen, als dat het met de roofparthij, van Hadje Oemar, indien weesentlijk is geEffectueerd, ten uiterste slegt mag weesen uitgevallen; dog aan het werigt, dat een Magin„ „danouws koning, met 70. prauwen naar deese kust, ons Palembang aantedoen, afgestooken was, enz. twijf„ „fele ik te meer, zoo om dat mij alle berigten daar„ omtrent, zeer oirzeeker en onvoldoende voorkoomen, als dat het de Magindanouwers, niet wel mooge„ „lijk is, ons met hunne vaarthuijgen, zoo verre van huijs te gaan, off dig in staat te stellen, ter onder„ „neeming van een rijs, waar meede verscheiden maan„ „den, verloopen moeten. Jk groet uE: Agtb: zeer vriendelijk, en verblijve met alle agting. /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uw Agtb: zeer gehoorzamen dienaer aevriend /:was getee„ „kent:/ J„s Siberg /:in margine stond:/ Samarang den 1„e februarij 1786. -. gegeeven aan.
English
page 71 Samarang the 3rd of March 1786. Samarang the 3rd of March 1786— Having been sent to Gusti Moera Madee, and being well received by the same, Gusti Moera Madee has with joy seen and understood from its contents that the Lord Commander thereby sends a small case with 20 bottles of arrack to Gusti Moera Madee, for which Gusti Moera Madee also gives thanks, Gusti Moera Madee sending over with Waijakan Santrie an emissary by the name of Bappa Sella, for the reason that Gusti Moera Madee is very inclined to live in brotherhood with the Lord Commander, in token of which Gusti Moera Madee requests the Lord Commander to accept the slave boy sent along with the said emissary for the Lord Commander, a pot of oil, 12 pieces of white crested lenden, and 2 pairs of white Bengal pigeons, while Gusti Moera Madee furthermore requests that, if the Lord Commander desires to have anything further from Gusti Moera Madee, he may please send freely for it, Gusti Moera Madee sparing no effort to seek to obtain it for the Lord Commander, everything further that Gusti Moera Madee has to say and to request having been entrusted to Waijakan Santrie. below stood: written at Balie Badong the 2nd of the light Moharam 1712 or the 1st of November 1785. lower: translated by me according to the statements of the Malay Intje Bakir. was signed: H. van Ligten, sworn translator. Extract of a separate letter, written by the senior merchant and authority over the Oosthoek Anthonij Barkey, to the Right Honorable Johannes Siberg, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, dated Sourabaija the 1st of February 1786. Having received, with your Right Honorable respected separate letter of the 5th of the past month of January, an extract from the honored missive of Their High Noble Lordships of the 16th of December prior, together with an enclosed translation of a Malay letter from Sierij Padoeka Gusti Ngoera Kaleran, at Balie Badong, I immediately gathered from the Banjoewangi Commander Kaijzel and also from others who customarily sail from here to the Balinese islands to trade, the necessary information regarding the condition of the trade conducted by the Chinese both to Balie Badong and to Catewang, belonging under Dewa Manggis, as well as to what extent the request made by the first-mentioned Gusti to Their High Noble Lordships to oppose the trade of the Chinese with the inhabitants of Dewa Manggis, can take place or not, so I take the liberty to present to your Right Honorable herewith the copy of the letter received in reply from the said Banjoewangi Commander dated the 21st of January, from which it mainly appears that the Chinese, although coming to trade at Badong, nevertheless must go and seek most of the slaves in the districts belonging under Dewa Manggis, and therefore prefer to steer directly to the coastal place Catewang, where, according to the report of the private Sourabaija traders, they also succeed better in the purchase of slaves than at Balie Badong, so that in my opinion the request of this person serves very much to the prejudice of the merchant, and consequently this Gusti cannot claim with the least right nor fairness that Their High Noble Lordships should choose sides without the slightest reason, besides that by the prohibition of navigation to Catewang, trade being noticeably obstructed, the inhabitants at Batavia and other places
Dutch transcription
pag„a 71 Samarang den 3„en Maart 1786. Samarang den 3„e Maart 1786— Aan Gusti Moera Radee gesonden heeft, bij denselven wel ontvangen zijnde, zoo heeft gusti Moera Nadee met blijdschap uit dies inhoud gesien en begreepen, als dat den Heer Commandant daar bij komt te zenden een kasje met 20. bostels Arak aan gusti Moera Madee, en waar voor Gusti Moera Hadee ook dank zegd, sendende Guste Moera Madee met waijakan santrie Een zendeling over met naeme Bappa sella, uit reede dat Gusti Aoera Madee zeer genee„ „gen is, om met den Heer Commandant in broederschap te Leeven, ten blijke van welke Gusti Moera Hadee den Heer Commandant versoekt te accepteeren, den per gem„ zinde; „ling voor den Heer Commandant meede gegeevene slaeve Jonge, Een pot met olie, 12. p:s witte kuijff lenden, en 2. paar wette Bengaaloche Duijven, terwijl guste Moera Radee wijders ver„ „soekt dat, zoo den Heer Commandant van Iusti Moera sladel iets verders begeert te hebben, maar vrij om gelieft te zenden, zullende gusti Moera Madee geen moeite bespaaren om die voor den heer Commandant soeken opte doen, zijnde voorts al het geen gustij Moera Radee te zeggen, en te versoeken heeft wraijahan santrie opgedraegen. /:onderstond:/ geschreeven op Balio Badong den 2=e van 't Ligt Moharam 1712. ofte den 1:en November 1785. /:lager :/ getransla„ „teert, door mij volgens opgaven van den Maleijer intje Bakir /:was geteekent:/ H: van Ligten, gesw: taanslatene Extract Aparte brieff, geschreeven door den opperkoopman en gezaghebber over den Oosthock Anthonij Barkeij, aan den wel Edelen Gestrengen Achtbaren Heere Johannes Siberg, Raad Patra ordinair van Neederlands Jndio, mitsg:s Gouverneur en directeur op en Langs Ja„ „vas N:o 0: Cust, ged:e sourabaija den 1„e febr: 1786. Met uwelEd gestr: Agtb: gerespecteerde Aparte Letteren van den 5„e der gepasseerde maand Januarij, ontfan„ „gen hebbende Extract uit de geEerde Missive hunner Hoog Edelheeden van den 16„' december bevoorens, wee„ „vens een daar bij gevoegd Translaat Maleidsch brieff van sierij Padoeka gusti Ngoera Kaleran, tot Balic Berdong, heb ik direct bij den Banjoewangies Com„ „mandant Kaijzel en ook bij anderen die gewoonlijk van hier naar de Balijse Eijlanden ten handel vaaren, de noodige informatien gedaan na de gesteldheid van de door de Chineesen gedreeven wordende Handel zoo naar walie Badong, als naar Catewang, onder Dewa mangies behoorende, mitsgaders in hoe verre het door den eerst ge„ melden gustie gedaan verzoek aan A. H. 8. tot teegengang van den koophandel der Chineesen met de Ingezeetenen van Dewa mangies, plaets vinden kan ofte niet, zoo neeme ik de vrijheid uwelEd„e gestr: Agtb. in deesen aantebieden het aff„ „schrift van de in antwoord van den gem. Banjoewangies Commandant ontfangen brieff de dato 21:en Januarij, waar„ uit ten principaale Consteert, dat de Chineesen, die ofschoon te Bading ten handel komen, egter de meeste der slaeven in de onder Dewa manggies behoorende districten moeten gaan opsoeken, en daarom liever verkiesen, direct na de zee plaet Catewang te steevenen, alwaar zij dan ook„ volgens het berigt der particuliere sourabaijaa Negoti„ „anten beeter in den opkoop der slaeven reusseuren dan te malie Badong, dus dat mijns bedunkens het versoek van deesen zeer komt te strekken tot prejuditie van den Handelaer, en over zulx dien Gustij met geen de minste regt nog billijkheid praetendeeren kan, dat H. H. E. sonder de minste reedenen partijschap kwaamen te kiesen, behalven nog dat door de interdictie van de vaart naar Catewang den Handel merkelijk gestremd wordende, de Ingezeetenen te Batavia en meer andere van. Oplaetsen
English
page 70. Samarang, the 3rd of March 1786. Samarang, the 3rd of March 1736. places could be sufficiently provided with the necessary slaves! I am therefore of the same opinion as Commandant Kaijzel that it would be best if passes were granted to the Chinese, as well as to other private merchants, without naming any specific place therein, and merely stating thereon for Bali, in order to grant them the freedom to steer with their vessels to those islands to places of their choosing, whereby all the Balinese rulers together will also be able to perceive the neutrality of the Company toward them, while it will also appear to the Right Honorable and Esteemed Gentlemen from the letter of the aforementioned Commandant Kaijzel that, upon presenting a counter-gift on land, he made known in friendly terms to the envoy of Gusti Ngurah Kaleran at Bali Badung that the Company was inclined to show friendship to his ruler, yet without meddling in their native affairs and disputes, and that the Batavian and other Chinese of Java must be free to sail to Bali for trade to places where they choose to do so, requesting the envoy to make known to his ruler that otherwise the request of that Gusti to obstruct the navigation to Catewang, falling under Dewa Manggis, would cause displeasure to Their High Mightinesses, which the Banyuwangi Commandant says the envoy himself had to acknowledge, and thus that I, subject to correction by better judgment, am of the opinion that Their High Mightinesses could decline the request of Gusti Ngurah Kaleran in polite terms on the grounds of not wishing to meddle in the disputes of the Balinese rulers, requesting at the same time that ruler not to hinder the trade of the inhabitants of Batavia and Java with Bali on account of enmity with this or that other ruler there, with whom the Company was in friendship just as with him, the Gusti, but on the contrary to allow all freedom, in such manner as also applied without distinction to the trade of the Balinese inhabitants with the whole of Java. Extract from the aforementioned letter, written by and to the same personage as above named, dated Surabaya, the 6th of February 1786: The repeatedly mentioned Banyuwangi Commandant Kaijzel in this matter, having made known both in an official Company letter and in a private letter addressed to me, dated the 8th and 9th of January 1786, that a certain Makassarese residing in Banyuwangi named Daeng Mangereang, having proceeded in the month of November last, at the request of the lessee of the bird's nest cliffs situated under Eastern and Western Blambangan, with four vessels to the south coast of Java for the catching of trepang and caret or turtles, and also on that occasion to inspect the condition of the bird's nest cliffs, had encountered at the latitude of Seloka a paduakan and two smaller small craft, among which was the Chiampang, all manned with eight persons, being 7 Bugis and one Javanese, from whom the said Daeng, learning that they came from the bird's nest cliffs named Paggen and that they were not provided with any pass, the repeatedly mentioned Daeng politely requested them to accompany him to Banyuwangi.
Dutch transcription
pag„a 70. Samarang den 3„en Maart 1786. Samarang den 3„e Maart 1736. plaetsen met genoegsaam van de benoodigde slaeven zouden kunnen worden voorsien! Ik ben Oversulx met den Commandant Kaijpel van gevoelens, dat het 't best, was, aan den Chineesen zoo wel, als aan andere particuliere Negotianten passen: wierden verleend, son„ „der eenig plaets daarin te benoemen, en daar bij alleen te doen bekend stellen naar Balij, om hun „ door vrij„ „heid te laeten, om met hunne vaarthuigen naar die bilen„ „den te steeven na plaetsen, die zij verkiesen, waar door dan ook teffens de gesamentlijke Balijsche vorsten de neu„ „traliteit van de Comp„e met hun zullen kunnen bevo„ „gen, terwijl welEd: gestr. Agtb: ook uit de brieff van den meermelden Commandant Kaijzel zal koomen te blijken, dat denselven aan den zendeling van Iustij Ngoera Kaleran te Balie Bodong, bij het ter Land stellen van een Contra present, in vriendelijke termen heeft te kennen gegeeven, dat de Comp„e geneegen was, aan zijn vorst vriendschap te betoonen, egter zonder zig met hunne Inlandsche zaaken en verschillen te mel„ „leeren, en dat het aan de Bataviasche en andere Chi„ „neesen van Java vaij staan moest naar Balij ten han„ „del te vaaren op plaetsen alwaar zij zulks werkiesen, met verzoek aan den zendeling, om aan zijn vorst te kennen te geeven, dat anderzints het verzoek van dien Gustij tot teegengang van de vaart op Catewang, onder Dewa manggies sorteerende, ongenoegen bij H. H. E. baaren zoude, 't geen den Banjoewangies Commandant zegd; dat den zendeling zelfs heeft moeten avoueeren, en dus dat ik onder Correctie van beetere gevoelen van meening ben, dat hunne Hoog Ed:s het verzoek van Justij Agoera Kaleerang, in heusche termen zouden kunnen van de hand wijsen, uit hoofde van zig in de verschillen der walijsche vorsten niet willen milleeren, met verzoek Ten in deesen te meermaelen genoemde Banjoewan„ „gias Commandant Kaijzel, zoo wel bij een Compagnies brieff, als bij een aan mij gerigt particulier schrijven, ge„ „dateert den 8: en 9. Januarij 1786. te kennen gegeeven heb„ „binde, dat zeekere te Banjoewangie woonagtigen Mac„ „cassaar Daijn Mangereang genaamd, zig in de maand November Jongstleeden op versoek van den pagter der vogelnesjes klippen, onder Oosten en wester Balemboangang Geleegen, met vier vaarthangen na de zuidkant van Java begeeven hebbende tot de vangst van Tripangs en Carret off schildpatten, en ons teffens bij die geleegendheid eens om te zien na de gesteldheid der voogelnesjes klippen, op de hoogte van Seloka ontmoet had een paduaken en twee kleindere kieltjes, waar onder den Chiampang, alle bemand met Agt koppen, zijnde 7. Bougineesen en den Iavaan van wier gem: Daijn Mangereang verneemende dat zij van de voogelnesjes klippen, genaamt paggen, kwaamen, en dat deselve van geen pars voorsien waaren, had meermelden Daijn hun in 't vriendelijke versogte ons met hem naar Extract uit de voorwaards vermelde brieff, geschreeven door en aan hoogst den„ „selve als leven genoemd, ged:t sourabaija den 6„e„ februarij 1786: teffens aan dien vorst, om den handes der Ingezeetenen van Batavia en Java op walie door vijandschap met deese off geene der andere vorsten aldaar, met wien de maatschappij zoo wel in vriendschap stond, als met hem Gustij niet te verhinderen, maar daar en teegen alle vrsijsheid te laeten, invoege ook sonder onderscheid plaets vond met den Handel den Balijsche Ingeseetenen op geheel teffens Vanjoewangier Jara. — E
English
Samarang the 3rd of March 1786. Samarang the 3rd of March 1786. page 75. to sail to Banjoewangie, but not willing to resolve to that, he had been obliged to compel them, whereby also the juragan or owner of the aforementioned vessels was killed and the remaining female folk who did not manage to make their escape were brought to Banjoewangie and subsequently sent from here to Samarang to the Council of Justice; the Banjoewangie inhabitant Daijng Mangerlang further recounting that he had learned that a party of Mandharese, consisting of about 150 heads, had established themselves at Pagger, Kalong, and Manong, being the locations of the bird's nest cliffs on the south side of Java, of which they have taken possession, and are continuously provided for this purpose with several vessels up to 16 pieces in number, and moreover that these pirates had purposed and declared that they would offer resistance if they were disturbed by the Company, Commandant Kaijzel further stating that the aforementioned Banjoewangie inhabitant Daijng Mangerlang had offered and undertakes, if he were assisted with a pair of Company pantjallangs and just as many smaller craft from the farmer, then not only to dislodge the aforesaid Mandharese, but also to clear the entire south side of Java of the thieves of the bird's nests; so that all this will be evident to Your Right Honorable from the extract letters themselves, which I have the honor to enclose herewith. And since, in my opinion, it is not to be tolerated for the Company's interests that the aforesaid Mandharese, who are known as a predatory and enterprising nation, remain in possession of the Javanese coast, under the management and the benefit of the bird's nests; so I have consulted the Passourouang Commandant Van Rijck about it and asked for his considerations on the matter, because, having attended the expedition to the south side of Java some years ago to expel the pirates from the island Noersa Barong, he is acquainted and not unfamiliar with the condition or situation of the southern beaches, who then also gave me the following report: That he, Commandant Van Reijcke, had already in earlier times made known the presence of the pirates at the aforesaid place, in order to drive them away from there if possible, which however had to be postponed for weightier reasons, but that it was to be wished that it could take place now, as remaining unmolested they will surely become bolder, and might possibly even apply themselves to invasions; against which, however, the Commandant had watch kept as much as possible. That the reports received by that Commandant regarding the aforesaid pirates contained that they are generally provided with 7 to 8 vessels, with which they lie at anchor at Permiersang and Pedicatie, where they on the forelands on the beaches of that frightfully high asked That it was to be noted as nothing new that the pirates from time to time attempt to stay in the regions of Kalong, Manong, and Pagger, for which purpose they are continuously provided there with several vessels, and also often send one or two craft to Pulau Soempoe in order to rob the cliffs there as well. That the place Kalong is situated in the Eastern Balemboang district, and the middle of Manong, whose heavy mountains extend as far as the sea, constitutes the boundary separation between Eastern and Western Balemboang, and on whose west side no anchorage is to be found, but there is on its east side; that Pagger and Dedalie are rough stone cliffs, situated approximately 3 miles out to sea and completely uninhabitable.
Dutch transcription
Samarang den 3„en Maart 1786- Samarang den 3„en Maart 1786. pag„o 75. Kanjoewangie te steevenen, dog daartoe niet willende resolveeren, was hij genoodsaakt geweest hun te moeten dwingen, waar door dan ook den Juragan off digenaer van de opgemelde vaarthuigen gesneuveld en het Overige vrouws volk die zig niet met de vlugt hebben weeten te absen„ „teeren, naar Tanjoewangie opgebragt en vervolgens van hier naar samarang aan den Raad van Justitie geson„ „den zijn; verhaalende voorts den Panjoewangies In„ „woonder Daijng Mangerlang vernoomen te hebben, dat zig een partij Mandhareesen, bestaande in omtrent 150. koppen, ter proon hadden gezet te pagger, kalong en Manong, zijnde de plaetsen der vogelnesjes klippen aan de zuldkant van Iava, waar van zij pocessio hebben ge„ „noomen, en daartoe ook geduurig met verscheiden vaar„ „thingen tot 16 stuks in t getal voorsien zijn, en daar en boven die roovers voorgenoomen en gedeclareert zouden hebben van zig ter weer te zullen stellen, bij aldien door de Comp:s wierden gestoort, zeggende den Commandant Kaijzel wijders, dat den voormelden Banjoewangies inwoonder Daijn Mangereang zig aangebooden had en aanneemd, om indaen geadsisteerd wierd met een paar Compagnies pantjallangs en eeven zoo veel mindere kieltjes van den pagter, als dan de voorschreeven Mandhareeren niet alleen te delogeeren, maar ook de geheele zuidkant van Java van de roovers der vogelnestjes te Ruiveren; invoege het een en ander WEd. gestr: Agtb: Consteeren zal uit de Extract brieven zelvs, die ik de seer heb in deesen bij te voegen. En dewijl het mijns bedunkens voor sComp:s belangens niet te gedoogen is, dat de voormelde Mandhareesen, die voor een roofdugtige en onderneemende Natie bekend zijn, aan de Iavashe wal, on„ „der beheering en 't genot der vogelnesjes possessie blijven bes„ houden; zoo heb zak er den passourouangs Commandant van Rijck, oer onderhouden en 'er zijne Consideratien over„ Dat hij Commandant van Reijcke, al in vroegere tijden het op outhout der roovers ter voorschreeven plaetse had te ken„ „nen gegeeven, om waare het moogelijk deselve van daar te verdrijven, 't geen egter om swaarwigtiger reedenen heeft moeten uitgesteld worden, dog dat het te wenschen was, dat nu plaats vinden konde, alzoo zij zeeker onge„ „moeid blijvende stouter worden zullen, en zig mogelijk nog op invasien toeleggen; waar teegen egter den Comman„ „dant zoo veel doenlijk was liet waeken. Dat de bij dien Commandant ingekoomen rapporten om„ „trent de voorm: rovers beheloden, dat zij doorgaans met 7. â 8. vaarthangen voorsien zijnde, daar meede te permiersang en pedicatie ten Anker leggen, alwaar zy zig op de voorgronden aan de stranden van dat ijsselijk „gevraagd, om dat denselven voor eenige Jaaren de expetitie na de Zuidkant van Iara ter verdrijvinge der roovers van het Eiland Noersa Barong bijgewoond hebbende, al„ „daar bekend en niet vreemd is, in de gesteldheid off situatie der Zuider stranden, die mij 'er dan ook het volgende van opgeeft: Dat het als niets nieuws was aantemerken, dat zig de Roovers van tijd tot tijd in de Contrijen kalong, DKanong en Pagger tragten optehouden, waartoe deselve bij Continuatie aldaar van verscheiden vaarthuigen voorsien zijn, en 'er ook dikwils een a; twee stuks zenden naar p=lo Soempoe om ook de klippen aldaar te berooren. Dat de plaats kalong in het Ooster Balemboeange district. geleegen is, en het midden van Manong, welkers zwaar ge„ „bergte zig tot aan de zee uitstrekt, de Limiet scheiding van Ooster en wester Palemboangang uitmaakt en aan wel„ „kerf west zijde geen Anker plaets, maar wel aan dien Oost„ „komt te vinden is; dat pagger en Dedalie ruwe steen„ lippen zijn, Circa 3. mijlen in zee geleegen en geheel onbe„ „woonbaarn. „gevraagd hooge
English
Samarang, the 3rd of March 1786. Samarang, the 3rd of March 1786. pitch huts made of kajang mats on the high mountains, and from there send their sampans to Puger and Sadeng, leaving some men on guard on those cliffs, whom they relieve every two or three days, and on which cliffs, as is said, they have also placed a lantaka or cannon, because they fear that the traders of Bali or the people of Puger will come to fetch the birds' nests, and that upon those cliffs, at the slightest rising of the sea or winds, there was a most frightful surf, before which the guard must retreat, either to the west or the east side, according to how the surge of the sea arises. That those pirates are impossible to attack or dislodge from the landward side, by reason of the high, steep, and rocky mountains, which are inaccessible, and that it must be done from the seaward side with well-armed vessels, because the pirates, who are desperate fellows and further have nothing to lose but their lives, are not cats to be handled without gloves; for if one wishes to subdue them with artillery, which must certainly be done, they will board and make a desperate amok, against which our Javanese on the cruiser vessels are not equal; and if one comes too heavily manned, they will without doubt take to flight as soon as they see our vessels approaching. Wherefore it will be necessary to have the dislodgement of that people carried out prudently and with the greatest possible discretion; the Commandant van Rijck requesting to be informed if such an expedition should be undertaken, in order to then also be able to watch on the landward side for those who will attempt to save themselves by flight. Furthermore, the oft-mentioned Commandant says that the pirates have it very easy on the south side at the places where they stay, as no one can do anything to them from the landward side; thousands of coconut trees grow along the south coast of Java. Chillies and other native vegetables they plant themselves, and the bays or inlets teem with fish, so that they lacked nothing except pots, rice, tamarind, sugar, and opium; and to obtain that, they send a vessel to Bali to provide themselves with those articles in exchange for the stolen birds' nests. The Mandarese pirates, numbering 150 heads. Extract of a separate letter written by the Right Honorable Johannes Siberg, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, and Governor and Director on and along Java's North-East Coast, to the Senior Merchant and Commander in the Eastern Salient, Anthonij Barkey, dated Samarang, the 27th of February 1786: From all this, Your Right Honorable will be able to deduce that the pirates have as good as established themselves or settled on the Javanese shore, and that, if left undisturbed, they will multiply and increase in power from time to time; whereupon it is likely that in time they will attempt to undertake invasions of remote and suitable places on the South side of Java; wherefore I deem it my duty to inform Your Right Honorable thereof, in case Your Honor might perhaps see fit to inform the High Government also of this, with a proposal for an expedition to be made to the south side of Java for the destruction or expulsion of the pirates.
Dutch transcription
op p: g„ 7 Samarang den 3„e Maart 1786: — Samarang den 3„e Maart 1786.- hooge gebergte Husten opslaan van Caijmatten, en van waar zij dan haar Chiampangs naar pagger en dedalie zenden, laetende op die klippen eenig volk ter wagt, die zij om de twee â drie daegen verreijken, en op welke klip„ „pen zij ook, zoo men zegd een Rantak off Canon geplaetst hebben, om dat bevreest zijn, dat de Handelaers van Balie off het voer van poeger de Vogeluertjes zouden koomen haalen, en dat 'er op die klippen, door de minste verheffing der 3le off winden, een aller ijsselijkste branding stond, voor dewelke zig het wagtsvolk retireeren moet, 't zij na de west off oosttant, na dat de verheffing der zee onkstaat. — Dat die roovers van de Landzeide onmoogelijk te attacquee„ „ren of te delogeeren zijn, ons reeden van de hooge, stijle en klippige gebergtens, die ontoegangelijke zijn, en dat het van de zeekant met wel gearmeerde vaarthuigen dient te geschieden, om dat de roovers, die disperaat regter en verders niets te verliesen hebben als haar leeven, geen katten zijn, oms zonder handschoenen te worden aangetast, want 3oo men zo met het geschut dwingen wil, dat zee„ „ker geschieden moet, zoo Euteren en maeken een disperaat Amok, waar teegen onse Javaanen op de kruijssers vaar„ „thuigen niet bestand zijn, en komt men wat sterk bemand, zullen zij zonder twijffel de spat zetten, zoo dra zij onse vaar„ „thuigen zien aankoomen, waarom het noodig zijn zal, om de delogeering van dat volk voorzigtig en met het meest moogelijkst beleid te laeten geschieden; verzoekende den Commandant van Rijck te moogen worden geinformeert, indien len zoodaenige expeditie mogte worden onder„ „noomen, ten einde dan ook aan de Landkant te kunnen waaken op de zulken die zig met de vlugt zullen tragten te redden. Voorts zegd den meermelden Commandant, dat de Roovers het aan de Zuidkant ter plaetsen waar zij zig De mandhareese zeeroovers, ten getalle van 150. koppen F Extract Aparte brieff geschreeven door den wel Edelen Agtbaren Heer Iohannes Siberg, Raad Extra ordinair van Needer„ „lands Indie, en gouverneur en directeur op en Langs Javas Noord-voot kust, aan den opperkoopman en gesaghebber in den Oost= „hoek, Anthonij Barkeij, gedateert sa„ marang den 27=e Februarij 1786: — ophouden, zeer gemakkelijk hebben, alsoo niemand hun van de Landkant iets doen kan; duijsenden van Clappus boomen groeijen 'er langs de Zuidkust van Iava. Risjes en andere Inlandsche groentens planten zij zelvs, en in de baaijen off inhammen krielt het van visch, zoo dat hun niets ontbrak, als potten, Rijst, tam„ „marinde, zuijker en Amphioen, en om dat te bekoomen, zenden zij een vaarthuig naar Balie, om zig van die Ar„ „tikulen teegens de geroofde voogelnesjes te voorsien. -. Uit het een en ander zal W td. gesto: Agtb: kunnen op mae„ „ken, dat zig de roovers op de Iavasche wal zoo goed als g'etableerd off die woon gezet hebben, en dat deselve ongestoord blijvende van tijd tot tijd vermeerderen, en in magt toenemen zullen; wanneer het dan apparent is, dat zij in der tijd tragten zullen opgeleegen en bekwaame plaet„ „sen aan de Quidhant van Iava invasier te onderneemen; waarom ik het van mijn pligt oordeel te zijn, om er wEd: gestr: Achtb: kennisse van te geeven, off het Hoogst deselve somwijlen goed vinden mogte, ook A. A: E hier van te ver„ „wittigen, met voorstel tot een na de Zuidkant van Java te doene exepeditie ter vernieling off verdrijving der roovens. ophouden aan E 4
English
page 79. Samarang, the 3rd of March 1786. Samarang, the 3rd of March 1786. — On Java's South Coast, they do not please me at all, the more so because, according to the declarations received here from the scoundrels of that plot apprehended at Banjoewangie by the Macassarese and local Malay resident Daijng Mangerang and sent hither, they have established themselves quite strongly, provided themselves with artillery, and put themselves in a state of defense, as well as furthermore corresponding with those of Bali, which concurring circumstances make their expulsion most necessary. I would have wished that this could have been done with some effect from the land side, on account of the lack of the necessary vessels for an enterprise by sea; but finding this, from the account of the Passourouang Commandant Reijke, to be as burdensome as it is unfeasible, one will have to temporize with this until our naval force, presently elsewhere, is again on Java, the more so because time is now also too far advanced, and the expedition directly to the South Coast of Java cannot take effect until the coming month of October or November. I say that this ought to be undertaken directly from Java, because the difficult and greater distance of the voyage from the Main Place, added to the lack of sufficient knowledge concerning the condition of Java's South Coast, does not promise that good outcome as it would from here, or actually from the Oosthoek itself. Considering as a very fitting and capable means thereto the voluntary offer and assurance made by the aforementioned Macassarese Daijing Mangerang to not only dislodge that rabble with a pair of Company pantjallings and just as many smaller keels of the farmer, but also to clear the entire South Coast of Java of the robbers of the bird's nests, I authorize your Honour to accept this proposal as the least costly Copy Translation of a Javanese letter, written by the Sultan at Djokjo Carta, Amangkoe Boeana, etc. To the Right Honourable, Strict, and cumbersome, the more so since the said Malay Daing Mangerang is acquainted with all the corners, creeks, coves, and gathering places of the robbers, and also gave proofs of courage and conduct in the last encounter, and thus has every appearance of carrying out that expedition according to wish; with further authorization, moreover, to continue the further negotiations with him in secret, and to consult with him and maturely weigh whether the stated force is sufficient, or whether it ought not to be reinforced beyond his statement, for the greater assurance of a good outcome, and in order, if necessary, to be able to demand timely assistance from Batavia; but since it also seems to me at the same time very necessary to make a close and accurate survey, both of the situation of the place and the condition in which the robbers find themselves, the manner in which they are fortified, how much artillery they possess, of what caliber, and what one might otherwise expect of their defensive strength, in order not to proceed in uncertainty, but according to those reports in carrying out the expedition, your Honour is likewise authorized, if possible, to look out for a capable, vigilant, and trusted native, and to dispatch him as a spy, with the promise of a reward, to the place where the Mandharese are staying, to inform himself most closely and with all possible accuracy of everything and whatever else is necessary to know, and to report thereof to your Honour; while in the meantime I shall give the necessary notice of one thing and another to Their Excellencies. — Alertness. O
Dutch transcription
pag„o 79. Samarang den 3„en Maart 1786. Samarang den 3„e Maart 1786. — Aan Javas Zuidkand staan mij daar gants niet aan te meer daar zij volgens de alhier ontfangene verklae„ „ringe, der op Banjoewangie, door den Maccassaer en aldaar woonende Maleijer Daijng Mangerang geappro„ „hendeerde en na herwaerds opgesondene snaeken van dat Complot sig al reedelijk sterk genesteld, niet geschut voorsien, en in staat van teegenweer gesteld hebbe, mitsga„ „ders daar en boven met die van halie Correspondeeren en welke te samen lopende omstandigheeden hunne ver„ „drijving hoogst noodsaekelijk maakt. Ik hadde wel gewenscht dat zulks met eenig Effect van de Land zijde hadde kunnen geschieden, uit hoofde van 't gebrek aan de noodige vaarthuige tot een onderneeming ter zee, dan dit uit het verhaal van den passourouangs Commandant Reijke, soo beswaarend als ondoenelijk vindende, soo zal men daar meede moeten temporiseeren tot dat onse thans elders zijnde zee-magt, sig weeder op Iava bevind, te meer daar de tijd nu ook te verre verloopen, en de expeditie Aan de Zuijdkant van Jara direct niet dan voor de maand October off November aanstaande gevolg neemen kan. Ik zegge dat zulks direct van Iava behoort ondernoomen te worden, om de moeijelijke en meerdere verheid der rheijse van de Hoofdplaets gevoegd bij het gebrek aan genoegzaeme kunde weegens de gesteldheid van Iavas Quidkant, niet die goede uitslag beloofd, als wel van hier off eigentlijk uit den Oosthoek selvs als Een wel gepast en bekwaam middel daartoe beschouwende de vrijwillige aanbieding en gedaene verseekering door voormelde Maccassaer Daijing Rangerang om dat gespuijs met een paar Compagnies pantjallings en Even soo veel mindere kieltjes van den pagter, niet alleen te doen delogeeren, maar ook de geheele Zuidkant van Iava van de Rover der voogelnesjes te suiveren, soo qqualificeere in ww dit voorstel als het minst kostbaero„ Copia Translaat Iav: brieff, geschreeven door den sulthan te djokjo Carta, Amning Coe„ „boeana enz: Aan den wel Edelen gestrengen en omslagtig te accepteeren, te meer nog daar den gemelde Maleijer Daing Mangerang alle hoeken, krie„ „ken, waaijen en versamelplaetsen den roovers bekend zijnde, ook in de laeste Rencontre blijken van moed en beleijd gegeeven en dus alle apparentie voor zig heeft, die Expetitie naar wensch uittevoeren, met verdere qualificatie voorts om met denselven in secreterse de verdere onderhande„ „ling voortesetten, en met hem te overleggen en rijpelijk te opweegen, off de opgegeeve magt toereikt, dan off die niet wel boven zijne opgaeve) behoort versterkt te wor„ „den, ter meerdere verseekering van den goede uitslag, en om des noodig zijnde bij tijds adsistentie van Batavia te kunnen vorderen; dan nadien het mij ook teffens als seer noodsaekelijk toescheint, het doen van een nauwkeurige en accuraate opneem, soo van de situatie der plaets en toestant waar inne sig de roovers bevinde, de wijse hoedae„ „nig versterkt, hoo veel geschut sij bezitten van wat Caliber en wat omen overigens van hunne defensive magt soude kunnen off moogen verwagten ten einde niet in 't onpeekere, maar na die berigten, in het doen den expeditie te werk te gaan, soo word: WE. almeede gequalificeert, om des moogelijk zijnde na ten bekwaarn vigilant en vertrouwd Jnlander omte„ „sien, en deese met belofte van beloning als spion naar de plaats alwaar zig de mandhareesen ophouden afte„ „senden ou sig na alles en wat verders noodig is te wer„ „ten op 't nauwkeurigste en met alle morgelijke accu„ „ratesse te informeeren, en uw E daarvan rapport te doen. terwijl ik Intusschen van het een en ander aan H. H E. de noodige kennisse geeven zal. - Aletbaren. O