Inventory 3738
Japan · 625 pages · 347 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Samarang the 18th of April 1736: Samarang the 8th of April 1736. page 141. lying where we could not trust ourselves, I at anchor before the river, had all vessels in lee of me firing upon that understanding I went with my mate with my armed boat manned with 25 men off to a vessel, to see to take it I arriving at the vessel, I fired heavily with my one-pounders upon them and also my crew with small arms, fired upon them whatever could hit, but they fired so heavily back at me in the boat with swivel guns and small arms, that in the time of half an hour had three wounded and my mate had received a bullet through the hat, yet not wounded, when my crew saw that people got wounded, several became cowardly and crept under the thwarts, then I was forced to give it up, and go aboard, since I had none of my companions with me, who would go into shallow water, thus I let the fleet go, and they all went around the South, 24 hours I was back on board, and took over my wounded being a European a Javanese a Chinese all severely wounded, four o'clock, my companions stopped firing and lay at anchor to the south of me immediately I went with my armed boat to the shore, to see how things were at Tabbenjouw, I arriving at the beach I first fired at the benting whether there might still be people discovered no one, immediately I went with my weapons ashore, and found no one, set a benting and some old houses on fire as a token that the Bugis had left Tabenjouw, and surrendered to the Dutch, found still four or five old cannon, the vessels on the shore they left behind, in the evening I went aboard again and Mr. Duijsterwald in the evening also came aboard with me on date the 24th of March, at sunrise discovered coming out of the North a prahu heading for Tabenjauw, immediately I went with my armed boat to that prahu, arriving at them, found that they were Dayaks, offered to grant them pardon and that they should surrender their weapons, which they would not do and gave as answer that they wanted to be with the Bugis and offered me resistance then I used force against them and took 6 men prisoner and the rest fled to the shore, the prahu ran aground and was laden with rice for the Bugis as they themselves related to me; 8 o'clock came a second prahu with Dayaks laden with rice, said also that they wanted to go to the Bugis I gave them as answer, they have fled and just go along you shall have pardon, that they would not do and offered resistance against me then, where I was forced to show our hostility again, whereby four to 5 men have been killed and the rest fled onto the beach and into the forest, captured the prahu with only a few sacks of dry rice, and the rest got wet, because the vessel became half full of water. Right Honorable Sir. I send Your Honor my wounded to the shore with the most, because they are severely wounded, also I send Your Honor the six prisoners, requesting to send the same at Your Honor's discretion, to the Susuhunan, and to make the matter known to him, as I report to Your Honor in this letter, I expect the speediest reply from Your Honor and from the Susuhunan, and I allow no one inside the river of Tabenjouw, without a pass from Your Honor or from the Susuhunan, and expect the Banjarese, that they come with their vessels, to inhabit the river, I shall keep post here until writing from Your Honor to break up, I request Your Honor to Captain Hofman
Dutch transcription
Samarang den 18„en April 1736: Samarang den 8„en April 1736. pag„o 141. leiden daar wij ons niet konde vertrouwe, ik ten Anker den vor t Rivier, hadde ik al vaarthuigen in lei van mijn daar op vuurde verstond gink ik met mijn stuurman met mijn gewoepende schuijt met 25. man bemand op een vaartuig aff, om te zien die te neemen ik bij het vaarthuig koomende, vuurde ik sterk met mijn Een ponders op haar en meede mijn volk met handge„ „weer, vuurde op haar wat raaken konde, dog zij vuurde zoo sterk wier op mijn in de schuijt met Rantakken en hand geweer, dat in de tijd van een halff uur had drie geblesseerden en mijn stuurman door de hoed had een koogel gekreegen, dog niet geblesseerd, doen mijn volk zag dat 'er geblesseert raakte, wierden verscheiden lafpartig en kroo„ „pen onder de dogten, doen waar ik genoodsaakt om 't op te geeven, en naar boord te gaan, vermits ik geen een van mijn makkers bij mijn had, die op vlak waeter zon„ „den gaan, dus liet ik de vloot los, en zij gingen alle om de Z:e, 24. uur was ik weer aan Boord, en nam mijn geBlesseerde over als een Europees een Javaan een Chinees alle swaan gekwest, vier uuren, scheide mijn makkers uit met vuuren en laegen ten anker om de zuijd van mijn op stond ging ik met mijn gewaepende schuijt nae de wal, om te zien, hoe het op Tabbenjouw was, ik aan strand koomende vuurde ik eerst op de Benting off er„ nog volk zoude weesen ontdekte niemand, terstond ging ik met mijn waapens aan de wal, en vonden niemandt, stakken een wenting en eenige oude huijven in de Baand tot ken teeken dat de Bougineese Tabenjouw hadden verlaeten, en aan de Hollanders overgegeeven, vonden nog vier off vijff oude stukken, de vaartuigen op de wal lieten zij zitten, 's Avonds ging ik weer naar Boord en de Heer Duijsterwald quam 's Avonds ook nog bij mijn aan boord op dato den 24:e maart, met 'Ions opgang ontdekte uit de Noord koomende een prauw gaande op Tabenjauw af, op stond ging ik met mijn gewaepende schuijt naar die prauw toe, bij haar komen„ „de, bevonden dat het Daijakkers waaren, presenteere„ „den haar pardon te geeven en dat zij haar woepens af zoude geeven, dat zy niet wilde doen en gaaven ten antwoord dat zij bij de Bougineeren worden weesen en booden mijn teegenstand toen gebruikten ik gewelt teegens haar en kreegen 6. man gevangen en de rest vlugten naar de wal, de prauw Raakte in de grond en was gelaaden met Rijst voor de Bougineesen gelijk zyj zelvs teegens mijn gehaalden; 8: uur quam een tweede prauw met Daijak„ „kers gelaaden met Rijst, zeiden ook dat zijn naar de Boe„ „gineesen wilden ingaf haar ten antwoord, die zij gevluijt en gaat maar meede gij zulx pardon hebben, dat wilde zij niet doen en gebruijkten teegenstand teegens mijn doen, waar ik genoodsaakt ons vij-andschap weer te toonen, waar door vier â 5. man hebben dood gemaakt en de rest het strand op en in het Bosch gevlugt, kreegen de prauw net en„ „kelde zalken drooge rijste, en de rest is nat geworden, door dien het vaarthung half vol waeten rackte. Wel Edele Heer. Ik zende uEd: mijn geBlesseerden aan den wal met de meesten, door dien dezelven zwaar gekwest zijn, ook meede zende uwEd de ses arrestanten, versoeke dezelve naar goedvinding van UuwEd, naar de soesoehoe„ „nang te zenden, en de zaake aan hem bekenk te maeken, gelijk ik WEd. in deesen Brieff melde, ik verwagt den spoe„ „digsten antwoord van wEd. en van de soesoenang, en ik laak in het Rivier van Tabenjouw niemands binnen, zonder pas van wEd: off van de soesoenang, en verwagt de Banja„ reese, dat die met haare vaarthuige koomen, om 't Revier te bewoonen, ik zal hier nog post houden tot schrijvens van 118E8. ons op te breeken, ik versoeke wEd: aan den Capitain opgang Hofman
English
Samarang the 8th of April Ao 1786. page 143 Samarang the 8th of April 1786. to write to Hoffman about the aforementioned, and that he will not hold it against me that I do not write to him, as I have been fully occupied; I request 1788: to be allowed to have the surgeons and the attendants of the wounded back at the earliest opportunity with the galley, and request an answer from Captain Hoffman whether he has any signal whatsoever for the people to be friends, if any people should come through the country to Tabenjouw, so that we may recognize them, since my people daily gather fish from the shore; from the sea-fish that are there and also people daily go ashore from the vessels, in order to know then who is friend or foe, because we never go ashore without weapons. Underneath was written: was signed: C:l Martens, in the margin was written: Aboard the armed cutter the Patriot, lying on expedition before the Tabenjouw River the 25th of March 1786. Underneath: Agrees / was signed: H: du pont. - Copy Translation of a Malay letter written by the Sultan Mahomet Saijt, at Banjermassing; To the Right Honourable, Strict, and Esteemed Lord Iohannes Siberg, Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, received at Samarang the 7th of April 1786. After the usual preamble. I bring to Your Right Honourable, Strict, and Esteemed's knowledge that the Company has sent me auxiliary troops by land and by sea, and that the Company's land forces have defeated the Buginese, and captured ten bentings from them and burned everything that was inside them, which bentings were located at Passo, close to Banjermassing and only a 2 hours' walk from there, for which reason I repeatedly express my gratitude for this. And that Captain Hoffman in war, in strength and power, is like a lion: as well as that the Company's naval forces attacked the Buginese at Tabenjouw, and captured three bentings from them, and burned them with everything that was inside, after which the Buginese took to flight. I therefore repeatedly express my sincere gratitude to the Company, and the Sea Captain is likewise an utter war hero: I express my gratitude to the Lord Governor-General and the Right Honourable Lords Councillors of the Indies, for the muskets, powder, lead, and various kinds of linens sent to me and duly received by me. Underneath was written: translated by was signed: W:m Wardenaer Sworn Translator. — Copy of a dispatch written by the Sea Captain, Christiaan Martens, commanding the armed cutter the Patriot lying anchored in the Tabenjouw roads, To the Right Honourable, Strict, and Esteemed Lord J: Siberg, Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, dated there the 3rd of April 1786. - I find myself obliged to report to Your Right Honourable, Strict, and Esteemed that I had the good fortune to be near Tabenjouw with the cutter when the Buginese took to flight and upon their departure I gave them some presents, so that they might at least gain some acquaintance with the cutter.
Dutch transcription
Samarang den 8„en April Ao 1736. pag:s 143 Samarang den 8„en April 1736. Hoffman te schrijven, van 't voorngem: en dat hij het mijn niet qualijk neemt, dat ik hem niet schrijft, dewijl ik het volhandig heb gehad; Ik versoeke 1788: de meesters en de opparsers van de geBlesseerden ten Eersten met de Gale„ wet weer= om te moogen hebben en versoeke antwoord van de Heer Capitain Hoftman off hij ook eenigsints zeine heeft voor 't volk van vriend te zijn, zoo ern volk door t Land mogte koomen naar Tabenjouw, dat wij se kenne kounen, vermits mijn volk dagelijks vis haald van de wal; uit do zee-vissen, die daar zijn en ook dagelijks van de vaarthuij„ „gen volk aan de wal gaan, om dan te weete, wat vriend off vijand is, want wij gaan nooijt zonder waepens: aan de wal. /:onderstond: /: was geteekent:/ C:l Martens, /in= „margine stond:/ In de geraepende Cotter de patriot, leggende in Expeditie voor 't Rivier Tabenjouw den 25„' Maart 1786. /:daar onder :/ Accordeert / was geteekent:/ H: du pont. - Copia Translaat Maleidsche brieff geschreeven, door den sutthan Maho„ „met saijt, te Banjermassing; Aan den Wel Edele Gestrengen Achtbaren Heere Iohannes Fiberg, Raad van Nee„ „derlands Indie, mitsgaders Gouvereur en directeur op en Langs Iavas N:o o' kust, ontv: te sam: den 7. e April 1786. Na gewoone voorreeden. Ik brenge WEd: gestr: Agtb: der kennisse, dat de Comp: mij ter Land en ter zee, hulp troupel heeft gezonden, en dat 's Comp:s magt te Land, de Bougineeren verslaegen, en van deselve thien Bentings genoomen en al wat daarin was, verbrand heeft, welke mentings te Passo, digte bij Banjermassing en maar 2. uuren daar IK vinde mij verpligt, om aan uwelEd gestr: Aetb: te melden dat ik het geluk gehad heb, met de Cotter„ na bij Tabenjouw te weezen, doen de Bougineeren de vlugt naamen en ik haar op haar vertrek eenige prosenten meede gaff, dat zij dog eenige kennis van de Cotter kree„ Copia missive geschreeven, door den Capitain ter zee, Christiaan Martens, voerende de gewaepende Coster de patriob leggende geankert ter rheede Tabenjouw, Aan den wel Edelen gestrengen Achtb. Heer J: Siberg, Raad van Neederl: Indie, en Gouverneur en directeur op en langs Javas N=d O:t kust, gedateert aldaar den 3:e April 1786. - van daar /:gaans :/ geleegen waaren, weshalven ik over„ sulks veelmaals mijne dankbaarheid betuige. en dat den Capitain Hoffman in den Oorlog, en kragt en magt, een Leeuw gelijk is: als ook meede dat sComp„s zee magt de Bougineesen te Tabenjouw overvallen, en van deselve drie kentings genoomen, en met al wat er in was verbaand hebben, waar na de hougineesen sig op de vlugt hebben begeeven. Ik betuige desweegens aan de Comp„e veelmaals mijne opregte dankbaarheid, en den Capitain ter zee is meede een gantsche Oorlogs held: Ik betuige mijne dankbaarheid aan den Heere Gouver„ „neur Generaal en de wel Edele Heeren Raaden van India, voor de toegezondene en bij mij wel ontvangene snaphaenen, kruijt, Lood en verscheide zoorten van Linnens. /:onderstond:/ getranslateert door was geteekent:/ W=m Wardenaer Gesw: Translateur. — van. „gen 6
English
page 145. Samarang the 8th of April 1786. — Samarang the 8th of April A:o 1786- know, I want to hope, that I will have handled the matter well, it would have grieved me, if I had let them pass without a taste of my twelve-pounders, since I was close in their vicinity, although I had it rather hot in my boat when I sought to capture one, so that the bullets flew around my ears, and not yet one for me besides that it was to my grief that my Macassars, who belonged with me, did not stay with me and went their own course as if they did not belong with me otherwise we would have captured another two to three vessels from them or chased them onto the beach, but according to our estimation two to three must have sunk to the bottom, from which the crew transferred to other vessels, because masts, sails and other woodwork of vessels have been discovered on the beach, which have sunk to the bottom. In order not to report great details to the Right Honorable in this letter, I have drawn an extract from my journal which I send to the Right Honorable in this letter, just as the events occurred, and I made the same event known at once to the Resident Mr. van der Worm and to the valiant Mr. Hoffman and to the sultan, I continue to keep cruising station at Tabenjouw until orders from the Resident to break camp. Right Honorable Sirs, I was at that time poorly provided with my ship's crew, I had only 69 heads on board ship, namely 27 Europeans, 20 Javanese and 22 Chinese, and among them were still several with broken legs whom I could not employ, for 15 men of my crew lay sick at the lodge, for that reason I showed strength, and advanced upon the fleet, when I saw that such a large fleet came out of the river, since I could not know whether they wanted to advance upon me, or whether they wanted to flee, for I had no more with me than the pantjallang d' Dankbaarheid. What would we have done if the 56 vessels had advanced upon us, therefore I took the initiative and made sure that I got under sail to leeward of them and let them taste my twelve-pounders, so that everyone had their hands full merely to get clear of my artillery onto the foul ground and along near the shore where we could not reach. I think that the Bugis will for the present have a fright to touch the Banjarmasin country again, Right Honorable Sir, since Tabenjouw has been freed from the enemy by us Company servants, I therefore took the liberty on the date of 25 March 1786 on the south side of the river on this point, where a small benting stands, to plant the Dutch flag and have given that point the name point Watjong and doubt not that the point will indeed keep the name, for the Banjarese are well pleased about that that it has that name, Right Honorable Sir. I would request the Right Honorable, if I must stay longer near Banjarmasin, for twenty-five Javanese seamen, since I am currently weakly provided with crew, for currently 17 men of mine lie at the lodge as incapacitated and I still have three sick on board so that I can calculate that I can have only 64 men in use, if it should happen to me again to fight against the enemy. I would request the Right Honorable to speak to those commanders about that, who were with me on the 23rd and 24th of March, that they did not follow their leader and went their own course. On the 2nd of April the Chinese bark with the sepoys arrived on the Bank of Banjarmasin, Right Honorable Sir, I request to send this enclosed letter to Batavia: I hope that I will soon be dismissed from Banjarmasin, until today outside Tabenjouw The
Dutch transcription
pag„a 145. Samarang den 8„en April 1786. — Samarang den 8„e April A:o 1786- „ken, ik wil hoopen, dat ik de zaak wel getracteert. zal hebben, het zoude mijn leed gedaan hebben, wanneer ik haar zouden pas van mijn twaalff ponders had: lae„ „ten gaan, vermits ik digt in de Buurt bij haar was, schoon ik het wat warm had in mijn schuijt doen ik zogt een te willen neemen, dat de koegels om mijn Ooren vloogen, en nog geen een voor mijn daar bij was het dit mijn leed dat mijn massaers, die bij mijn hoorden, niet bij mijn bleeven en gingen haar eigen Cours gelijk off zij niet bij mijn hoorden van hadden wij nog wel twee â drie vaarthuigen van haar gekreegen off op strand gejaagd, dog naar ons gissing moe „ten en twee â drie in de grond zijn geraakt, daar het wek van over gegaan is op andere vaarthuigen, door dien men aan strand heeft ontdekt masten zijlen en andere houtwerken van vaartuigen, welke in de grond zijn geraakt om geen Groote omstandigheeden aan welEd: Gestr. Agtb. in deese Brieff te melden, zoo hebbe ik een Extract out mijn sour„ „naal getrokken het geene ik welEdele gestr: agtb: in deese brieff toe zende, zoo de zaeken zijn voorgevallen en heb het zelve voorgevallen ter stond aan de Heer Resident B:r van der worm en aan den manhaften Heere Hoffman en aan den sulthan bekend gemaakt, ik blijft kruijsport houden op Tabenjouw tot orders van de Heer Resident op te breeken Wel Edele gestrenge agtb: Heern ik was die tijd sleyt voorsien met mijn scheeps volk, ik had maar 69. koppen aan scheeps boord, als 27. Europeesen, 20. Javaanen en 22. Chineesen, en daar onder waaren nog verscheide met stukkende Beenen die ik niet konde gebruiken, want daar laegen 15. man ziek van mijn volk aan de Logie, door die reeden toonde ik mijn sterk, en ging op de vloot aff, doen ik zag dat zoo een groote vloot het Rivier uit kwam, dewijl ik niet konde weeten, off zij op mijn wonden afkoomen, off dat zij vlugten wilden, want ik hadde niet meer bij mijn, als de pantjallang d' Dankbaarheid wat zouden wij doen zoo de 56. vaarthuigen op ons hadden afgekoomen, daarom was ik in de voorbaat en maatte dat ik onder zeil quam te Loewart van haar en liet haar mijn twaalff ponders proeven, dat elk werk had om maar vrij van mijn geschut te koomen op de vuijle grond en na bij de wal langs daar wij niet konden koomen ik denk dat de Bougineeren voor eerst een schrik zullen hebben om 't haryermassingse Land weer aan te doen, wel Edele Gestr: Heer, Nademaal dat Tabenjouw van de vijand is vrij geraakt door ons Comp.s dienaeren; zoo hebbe ik op dato den 25: maart 1786. de vrijheid gebruikt aan de 2:d kant van 't Rivier op de ditpunt, daar een mleine Benting staat de Hollandsche vlag geplant en heb die pund de naam gegeeven de punt Watjong en twijffel niet off de punt zal de naam wel houden, want de hanjereesen zijn daar over wel in haar schik dat die naam heeft, wel Edele gestr. Achtb. Heer. ik zoude WelEd. gestr. Achtbaren verzoeken, zoo ik nog langer Bij wanjermassing moet blijven om vijff en Twintig Jabaensen Zeevaerende, dewijl ik thans swak van volk voorzien ben, want daar leggen thans 17. man van mijn aan de Logie als Inpotent en heb nog drie zieke aan boord zoo dat ik kan reeken dat ik maar 64. man in 't gebruijk kan hebben, zoo mijn het weer mogte overkoomen om teegens de vijand te srlaan„ Jk zoude welEd: gestr: agtb: versoeken, die gezaghebbers daar Over te spreeken, die op den 23. en 24. maart, zijn bij mijn ge„ „weest, dat zij haar hoofd niet hebben gevolgd en hebben haar eigen Cours gegaan den 2„en April is de Chineese Bark met de sipaijp op de Bank van Banjermassing gearriveerd, wel Edele gestr: Heer verzoeke deesen inleggende Brieff naer Batavia te zenden: Ik hoope dat ik haast van Kanjermas„ „sing ontslaegen zal worden, tot heeden too is buijten Iaben, „Jouid De
English
Samarang the 8th of April 1786 Samarang the 8th of April Ao 1786 - page 147. — jouw nothing special occurred. For the rest, I take the liberty with all high esteem to call myself, it was signed Tchul, lower, your Right Honorable and Most Respectable's humble and obedient servant, was signed C: Martino. In the margin, aboard the armed cutter the Patriot lying anchored in the roads of Tabenjouw the 3rd of April 1786. Copy of a letter written by the Military Captain C: Hoffman on Expedition, at Banjermassing, to the Right Honorable, Most Respectable and Worshipful Sir J:s Siberg, Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director along Java's North-East Coast; dated Boemiekantjana the 30th of March 1786. Whether my previous letters, that is to say, the first of the 16th of February, the second of later date, and the 3rd of the 23rd of this month, have arrived, or are still underway, or have been lost; I have the honor hereby to inform the Right Honorable, Most Respectable and Worshipful that the Buginese, according to the writing of Mr. Martens, on the 23rd of this month have departed or fled in great haste, so that from the 15th to the 22nd they marched over the poor country road with their wounded and other necessities, made their vessels ready at Tabeniouw, and subsequently took up the march, and thus an end has come to the expedition here, and no return or further undertakings are to be expected from them for the present. It will surprise the Right Honorable, Most Respectable and Worshipful to see the letters following so closely upon one another, in which the greatest difficulties, the swift execution, and the most hasty result or the end show themselves! I request that the difficulties raised not be regarded as wavering or cowardly sentiments, but as dutiful precautions which an officer ought to observe on every occasion, so as not to stake everything against something or nothing. The swift execution was precisely the moment in which I had to attack them, otherwise the enemies, through delay, movement, and inaction, might have noticed something, which could have been to our great disadvantage. The Banjarese would have partly run away, just as the prince with his court already had everything ready to flee to Banjermassing. The hasty result, or the end, arose because our unexpected and swift, as well as bold advance, this followed by our artillery, both great and small, struck them with amazement. This remark tends towards and resembles self-praise, yet your Right Honorable, Most Respectable and Worshipful will have the goodness to forgive this self-glory for this once. The illnesses, that is to say dysentery and fever, indeed still continue, but seem to diminish somewhat. The wounded are doing well. A common soldier from the Banjarmasin garrison has passed away from the above-mentioned illness. The prince yesterday again spoke to me in private about the surrender of his realm to the Honorable Company, and wished to keep it a secret until now, until he shall send his envoys, consisting, if no lawful impediments intervene, of his youngest son, the Regent, and some of the senior Councillors, to Batavia, when their High Nobilities may be pleased to make an arrangement in that regard. Would your Right Honorable, Most Respectable and Worshipful not consider it proper to leave me, either alone or with a small detachment of Europeans, or else Sepoys, here at Boemiekantjana, in order to look after this and that
Dutch transcription
Samarang den 8„en April 1786 Samarang den 8„en April Ao 1736 - pag„a 147. — „jouw niets bizonders voorgevallen. Voor 't Overige oneeme de vrijheid met alle hoog agting mijn te noemen. /:onderstond:/ Tchul /:lager:/: uwer wel Edele gestr: onderdanige dW: dienaer /:was geteekent:/ C: Martino /:in margine:/ in de gewapende Cotten de patriot leggende geankert ter rheede Tabenjouw den 3„e April 1786 —. Copia missive geschreeven door den Capitain Militair C: Hoffman in Expeditie, te Banjermasting, aan den wel Edelen gestr: Achtb: Heer J:s Siberg, Raad van Hiedub„s Indië, mitsgaders Gouverneur en directeur op arlangs Javas Noord oost Cust; gedateert Koemiekantjana den 30„e maart 1786. — Det zij dat mijne voorige brieve, te zeggen, den eersten van den 16„e februarij, den tweede van laeter datum, en den 3„e van den 23:' deeser, aangekoomen, dan wel nog onder„ „weegens, of verlooren gegaan zijn; zoo hebbe de eere bij deesen welEd. gestr. Agtb: te bedeelen, dat de Bougineeren, volgens schrijvens van de Heer Martens, den 23=e dreder in allerhaast vertrokken of gevlugt zijn, zoo dat ze van den 15„e tot den 22=e ox den slegten Landweg met hunne geblesseerdens, en andere noodsaekelijkheeden getrokken, op Tabeniouw hunne vaartuige gereed. gemaakt, en ver„ „volgens den marsch aangenoomen, en dus hier meede de Expeditie een einde, geen te rug komst, off verdere onder„ „neemingen zijn, voor eerst van hun te verwagten. Het zal WelEd: gestr: agtb: verwonderen, de kort op elkanderen volgende brieven, in welke de grootste swaarigheeden, de schielijke uitvoering, en de alderhaastigste uitwerking of het Einde zig vertoonen! De gemaakte swaarigheeden, versoeke niet aan te merken als waggelende off Lafhartige gevoelens, maar als pligtige voorzigtigheeden, die een officier bij alle gelee„ „gendheid diend in agt te neemen, om met alles teegens iets of niets te zetten. De schielijke outvoering, waar suist het tytstip in welken ik hun moest aangrijpen, anders hadden de vijanden door 't draelen, beweeging, en stilzitten ite kunnen ont„ „waaren, 't welk ons tot groot nadeel had kunnen strek„ „ken. De Banjareesen zouden zig gedeeltelijk verloopen hebben, gelijk de vorst met zijn woff reeds alles gereed, om na hanjermassing te vlugten. De Overhaastige antwerking, off het binde, is ontstaan, daar Onse onverwagte en schielijke, teffens Houte aanruk„ „king, deese gevolgd door ons geschut, zoo wel groot als klein, heft hun verbaastheid in gejaagd. Deese aanmerking held oover en lykent na Eijgen lof. dog uw Ed: gestr: agtbaere zullen wel de goedheid hebben van deese zelvs glorie voor ditmaal te vergeeven. De ziektens te zeggen afgang en koorts houden wel nog aan, dog leiken iets te verminderen. De geblesseerdens vaaren wel Een gem: soldaat uit het Banjersche guarnisoen, aan de boven genoemde ziekte overleeden. De vorst heeft mij gisteren weer alleenig, van 't overgeeven van zijn Rijk aan de E. Comp„e gesprooken, en wilde daarvan tot nog den geheim maaken, tot desselvs zendelinge, be„ „staande, indien in geene wettelijke perhindernisse tusschen beide koomen, uit zijne Iongsten zoon, den Rijksbestierden, en eenige oudste Raaden, na Batavia zal zenden, wanneer Hunne Hoog Edelheedens daar omtrent eene schikking gelieven te maeken. zoude uw Ed: gestr: Agtb: niet goed vinden mij, het zij alleenig off met een klein gedeelte EEuropeeren, dan wel Sipayer, al„ hier op Boemiekantjana te laaten, om het een; en het als: ander 6
English
page 149. Samarang the 8th of April Anno 1746— Samarang the 8th of April 1786. to observe, until the embassy might depart for Batavia, and from there to Samarang. I presume that this would cause no displeasure to the prince, and I would also gladly take part in that journey. It does not behoove me to make remarks without orders, yet I cannot refrain from calling this land a Java and Peral, and there are still many matters that are unknown to us; the Banjarese works half-heartedly for about 6 months, and then he has his necessities for the other 6 months. The prince added further that he indeed foresaw that as long as he was alive there would be no difficulty regarding the realm; however, upon his demise, he feared that his children might be rejected or driven away, and great confusion might arise, so he wished during his lifetime to arrange things in such a way that they would have no difficulty, if the Honourable Company were so equitable as to support both him and his children and descendants, maintain them, and provide them with proper sustenance. How I shall recoup my expenses is unknown to me, unless Your Right Honourable Sirs come to my assistance in one way or another. These consist in brief of the purchasing of various trifles that were necessary, the deficits, lost and spoiled rations, provisions given to those for whom I received nothing, the repair or preparation of various items, and the small improvements or gifts, both to Europeans and natives on such occasions, as well as spy money and the like. All of this I was half forced to do, both for utility and to uphold the honor of the nation and of Your Right Honourable Sirs. Herewith I hope that everything will have been executed and accomplished to Your Right Honourable Sirs' satisfaction, with which I flatter myself, and have the honor to call myself with all due respect, Your Right Honourable Sir's dutiful servant, was signed, C. Hofman. Boemie Kantjana the 30th of March 1786. Copy of a separate missive written by the Right Honourable Rigorous and Esteemed Lord Johannes Siberg, Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director on and along Java's Northeast Coast; to the Junior Merchant Barend van der Worm, First, and the Bookkeeper Hendrik Duson, Second Resident at Banjermassing, dated Samarang the 7th of April Anno 1786:— With reference to my last letter of the 17th of March last, this serves in reply to yours of the 5th of the same month, received by the galley de Kraaij, to inform you that I have given Their High Mightinesses direct notice of the state of affairs over there, which appears in detail in the copy of the letter written by the military Captain Hofman, both of which, as well as your advices, I include herewith for your information, in the hope that everything, through the means applied for assistance from here, will arrange itself in the best manner and with a desired outcome. The repairs made to the aforementioned galley de Kraaij according to the forwarded expense account, you must, just as well as all other expenditures arising from Banjermassing's expenses, write off on a separate expedition account in the Banjarese trade books, so as to manage it just as at Samarang.
Dutch transcription
pag„a 149. Samarang den 8„en April Ao 1746— Samarang den 8„e April 1786. ander gaade te slaan, tot het gezandschap na Weta„ „ria mogt vertrekken, en van daar na Samarang. Ik veronderstelle, dat het den vorst geen ongenoege geeven zoude, en ik dien zocht ook gaarne zoude meede doen. Het voegd mij niet om aanmerking te maeken zonder or„ „dres, dog kan ik niet om heen dit land een Iava, en Peral te noemen, en het zijn nog veele zaeken, die ons onbe„ „kent zijn; den Banjarees werkt omtrent en 6. maan den flauwhartig, en dan heeft hij zijne behoeftigheeden voor de ander 6. maanden Den vorst voegde 'er nog bij, dat hij wel vooruijtzag dat„ zoo lang hij in 't leeven en geene zwaarigheid omtrent het Rijck :t dog bij overleiden vreemde dat zijne kinderen ver„ „stooten off verjaagd mogten worden, en groote verwardheeden ontstaan, dus wenschte bij zijn Leeven zoo te schilken, dat de geene zwaarigheid hadden, wanneer de Edele Comp„e waar zoo billijk nam, zoo wel hem als zijne kinde„ „ren, en nakomelingen te ondersteunen, staande te houden, en met behoorlijke onderhoud voorzaegen. Hloe ik mijne onkosten zal goed maaken, is mij onbekent, Wanneer welEd: gestr. agtb: mij niet op de een of ander wijse, te hulp koomen, deese bestaan in t kort, voor 't in koopen van de een off ander kleinigheeden, die noot„ „zaekelijk, de het te kort koomen, verlooren gegaan, en be„ „dorven de Randjoenen, verstrekking aan die geene voor welke ik niets ontvangen. Het aanmaeken van 't een en ander, en de kleine verberings, zoo wel aan Europeeren als Inlanders, bij zulke geleegendheid, zoo ook spions geld, en diergelijke. dit alles wat ik halff genootsaakt te doen, zoo wel voor 't gebruik, als de eere van de natie en welEd: gestr: agtb: op te houden. Hier meede verhoope dat alles na wEd: gestr: agtb: ge„ „noegen zal uitgevoerd en volbragt zijn, met welk ik mij Copia Aparte missive geschreeven door den wel Edelen gestrengen Achtbaren Heer Johannes Siberg, Raad van Neederland Indie, mitsgaders Gouverneur en directeur op en langs Iavas N:t O:t Cust; aan den onderkoopman Barend van der worm Eerste, en den Boekhouder Hendrik du son, tweede Resident te Banjermas„ „sing, gedateert samarang den 7. April A„o 1786:— Met Refert, aan mijn Laeste schrijvens van den 17„e maart, J. L. soo diend in antwoord van de uwe de dato 5. bevoorens, per de Taleij de kraaij ontvangen, als dat ik H. H. E. direct Kennisse gegeeven hebbe van den toestant van zaeken â Costij in 't breede voor„ „koomende bij de Copia Brieff door den Capitain militair Hofman geschreeven en welk een en ander ik bij deesen soo wel als uE: adviesen, alhier voor Communicatie over„ „neemen, in hoope dat zig alles door de aangewend wor„ „vende middelen tot adsistentie van hier op de beste wijse en met een gewenschte oitslag schakken zal. De gedaane Reparatie aan Evengem: galeij de Kraaij vol„ „gens overgezondene onkost reekening moeten UE even zoo wel als alle andere spandaties die uit Banjermas„ „sings onkusten voortspruijten op een aparte Reekening van Expeditie bij de Banjersche negotie boekjes afff„ „schrijven, om dus even als op Samarang zoodaenig te vleije, en geeve mij de eere van mij met alle ont„ „ C: Hotman / Zag te noeme /:onderstond:/ schul /:lager:/ uwel Edele /inmergine Gestr: Agtb: Pligtschuldige dienaer /:was geteekent:/„ Boemie Kantjana den 30„e maart 1786. - vleijd blijven stonts:/
English
Samarang the 8th April 1736. Samarang the 8th April Ao 1736. page 151. shall continue to run until Their High Nobilities' disposition. Upon the instance presented by Your Honour from the just mentioned military Captain Hoffman, for obtaining a noteworthy reinforcement of natives up to 4 to 500 Madurese or Sumanappers, I have, considering the entirely acceptable reasons which the said Captain Hoffman presents for that increase of force, as well as the great interest which is contained in the successful outcome of this expedition for the honour and lustre of the Company, immediately resolved to demand 400 heads of both these nations from the panumbahan of Madura and the pangerang of Sumanap, with orders to the same as well as to the Sourabaya commander to make all possible speed with the recruiting and dispatching, and to give Your Honour direct notice thereof, so that I expect these orders of mine will be promptly complied with, as they are already indeed busy in the Eastern Corner gathering together those warriors, who shall consist of sturdy and able-bodied men, regarding which, and with respect to whatever further concerns the Eastern Corner, I refer myself to the reports which Your Honour is to receive from there. The armaments etc. for the just mentioned natives have been ordered, in accordance with our accompanying general letter, from a certain Chinese juragan named Gauw poko, commanding a two-masted bark belonging to the Batavian Chinese merchant Tan Soenko, who today undertakes the voyage from here via Sourabaya in order to convey further from there some of the just mentioned natives, and several other goods of which the said commander of the Eastern Corner shall give Your Honour a statement, as well as of the quantity of rice which I have ordered him to send at the first opportunity, to an amount of 20 koyangs, in order to replace therewith the 3 koyangs of rice that have spoiled on the cutter the Patriot, and also to have something of this highly necessary provision on hand in time of need. The dispatching of rations during the east monsoon from Samarang to Your Honour's residency being accompanied with many difficulties, and this being able to occur more easily from Sourabaya, I therefore authorize Your Honour to demand directly from there everything required in service of the expedition, to which end the aforementioned commander of the Eastern Corner has already been written the necessary instructions for compliance, while this will take effect as soon as Your Honour comes to demand from there the necessary rations for the frequently mentioned Captain Hoffman, together with the military personnel departed with him, whose term expires at the end of May, there also accompanying this, pursuant to our general letter, the required medicines, both for the military and the seafaring men, while the equipment stores for the vessels are also coming over, and that which is required for the cutter the Patriot has been requisitioned from Batavia according to a separate statement thereof received from the Sea Captain Martens. In order to proceed with some certainty in the payment for what has been sent to the sultan, I have requested Their High Nobilities' disposition with respect to the calculation of profit on the same, and as soon as this arrives I shall give Your Honour notice thereof in order to watch over the Company's interest. And since the expenses of this expedition cannot or ought not, in my opinion, be placed entirely upon the account of the Company, as the same serves solely and only to protect the sultan against his enemies and to keep him upon the throne, without the Company opportunity there.
Dutch transcription
Samarang den 8=e April 1736. Samarang den 8„en April Ao 176. pag:a 151. blijven voortloopen tot Hun Hoog Edelheeden dispositie. Op de door UE. voorgedraegene Instantie van eeven genoemde Capitain militair Hoffman, ter erlanging van een naam„ „waardig secours Inlanders tot 4. â 500. Madureesche off sumanappers, soo hebbe ik uit overweeging van de allensints aanneemelijke reedenen welke gemelde Cap„n Hoffman voor die vermeerdering van magt in brengt„ mitsgaders het groot belang welk in den goede uit„ „slag deeser Sxpeditie voor de Een en Luijster van de maatschappij op geslooten legd, ten eerste geresolveert 400. koppen van beide deese natien van den panumbaham van Madura en den pangerang van Sumanap te Eijs„ „schen, met Last aan denselven mitsgaders den soura„ „baijase gezaghebber om alle moogelijke spoed met de recruteering en versending te maaken, en daar van aan uE direct kennisse te geeven, invoegen ik verwagte dat aan deese mijne ordres prompt zal worden voldaen daar men in de Oosthoek reets werkelijk beesig is, met die krijgers welke bestaan zullen in kloeke en weer„ „baare mannen, bij den anderen te versamelen, waar om„ „mrent, en ten aansien van het geene verders den oosthoek Concerneert ik mij gedraege aan de berigten, die uE van daar staan te ontvangen. De wapen goederen enz: voor Even gen: insanders zijn Conform onse hier neevens gaande gemeene gemeene brieff in bestelling gegeeven van seekere Chineese Juragan in naame Gauw poko, voerende een twee mast Bark van den Batavias Chineese koopman Tan Soenko die op heeden de reijse van hier over sourabaija aanneemt om van daar verders te vervoeren eenige van de Even gen: Inlanders, en andere goederen meerder waarvan den gem: Oosthoeks gezaghebber UE soo wel opgaeve doen zal, als van de quantiteit Rijst, die ik hem gelast hebben, bij eerste geleegentheid te zenden, tot een montant van 20. Coij=s ten einde daar uit te remplaceeren de 3. Coijangs Rijst, die op de Cotter de Patriot bedorven zijn geraakt, en om teffens van dit hoognoodig voedoel in tijd van nood nog iets aan handen te hebben. De versending van Randjoenen geduurende de Oostmousson van Samarang na UE residentie met veel moeijelijk= „heeden verseld gaande en zulks van sourabaija facieb= „der kunnende geschieden, soo qualificeere ik uE alle het benoodigde ten dienste der Expeditie van daar direct te Eijschen, waar toe den Oosthoeks gezaghebber voormeld bereeds het noodige ter voldoening Aangeschreeven is, terwijl zulks Perlang zal gevolg neemen, soo dra uE van daar koomen te Eijschen de benoodigde Randjoenen voor meergem: Capitain Hoffman, neevens de met heus vertrokkene militaire waarvan de tijd onder ult.„o meij komt te Cisseeren, gaande han nog hier neevens Conform onse gemeene brieff de geEijchte medicamenten, soo voor de militaire als zeevaerende, terwijl de Equipagie goederen voor de vaarthuigen meede overkoomen, en het benoodigde voor de Costen de patriot van Batavia is geEijscht na volgens eene daar van apart ontvangene opgave van den Capitain ter Zee Martens. Oms in de betaeling van het gezondene aan den sulthans met eenige zeekerheid te werk te gaan, soo hebbe ik hun Hoog Edelheedens, ten aansien den bereekening van winst op dezelve dispositie t verzogt, en zoo dra zulks inkomt zal ik uE daarvan kennisse geeven ten Einde voor 's Comp.:s Jnterest te waeken. En dewijl de Onkosten deesen Expeditie niet geheel en al na mijn gedagten kan off behoort gesteld te worden op Reeke„ „ning van de maatschappij, daar deselve Eeniglijk en alleen dienende is, om den sulthan teegens zijne vijanden te bescher„ „men en op den stroon te houden, sonder dat de Comp„e Geleegenth: daar.
English
Samarang the 8th of April in the year 1786. Samarang the 8th of April in the year 1786. found himself, as it were, obliged thereto, or still has any prospect whereby his interests in this matter may be advanced, I have also requested the disposition of His Right Honourable thereon, to the end that Your Honour might govern yourself accordingly in good time, particularly in the event of a shortage of cash, which cannot be furnished from here so easily, and could if necessary be demanded from the Sultan under the firm supposition that he will not be disinclined, but will be found willing, to satisfy Your Honour's fair and rightful demand for cash. It having been made known to me by Captain at Sea Martens, mentioned above, that the Samarang galleys would be of better use and employment in the Banjermassing expedition than the pantjallangs currently in those parts, with the request to be assisted therewith, upon which the said cruising pantjallangs could immediately be sent back, I therefore, to that end and in fulfillment of that request, have today dispatched eastwards the galley de Valk, to be followed by the galley de Kraaij as soon as it shall be repaired of its defects; meanwhile, the aforementioned galley de Valk shall make its voyage via Sourabaija to convoy the aforementioned Chinese bark, and I order Your Honour to send the 2 Company pantjallangs present at Banjermassing back to Sourabaija as soon as the aforementioned galleys shall have arrived at the destination, as these pantjallangs are henceforth to be employed for the transport of the required goods and provisions for the consumption of the Banjermassing expedition. Lastly, I present to Your Honour the request of the juragan of the Chinese bark aforementioned, that he may be permitted, as soon as he is provided with a sufficient cargo and is thus no longer needed at Banjermassing, The ruler, as well as his eldest son and successor, whom one titles Panembahan or Sultan, have often asked me about the customs Copy of a letter written by the Military Captain C. Hoffman, on expedition at Banjermassing, to the Right Honourable, Respected Lord J. Siberg, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies and Governor and Director of and along Java's North-East Coast, dated Wornoekantjana the 16th of February 1786. to be allowed to return from there directly to Batavia without being detained under this or that pretext; and having promised him this in reward for the service he renders to the Company, Your Honour will please ensure that this made promise is carried out. Wherewith, after greetings, I remain, below stood, Your Honour's good friend, was signed, J. Siberg, in the margin stood: Samarang the 7th of April 1786, below that: After this had already been prepared, the Chinese juragan Toir Poko, mentioned above, appearing here and lodging an objection against the arrangements made concerning his bark, with an urgent request to be excused from the transport of the goods from here and the troops from Sourabaija, I had to consent thereto, as he was at the same time not inclined to receive the goods, and have in their stead laid on two pantjallangs built by my own order, which shall now serve for the transport of the goods via Sourabaija, and at the same time to transport as many natives as can be done with any decency, which is noted here for Your Honour's information. 2 dug:s 153.
Dutch transcription
Samarang den 88„en April Ao 1786. Samarang den 8:en April Ao 1786. daar toe als het waare sig verpligt vond, ofte eenige vooruitzigt, als nog heeft waar door zijne belangens in deese bevorderd worden, soo hebbe ik daar omtrent al meede H. H. E. dispositie verzogt, ten einde sig UE: daar na in tijds soude kunnen reguleeren voornaementlijk bij gebrek aan Contanten, die van hier met soo gemaske„ „lijk te fourneeren zijn, en van den stlthan des noods soude kunnen worden gevorderd in de vaste suppositie, dat hij niet Ongeneegen maar sig bereidwillig vinden zal om aan VE.: billikke en regtmatige vordering van Contanten te voldoen. Door den voorwaerde vermelde Capitain ter dee Martens mij te kennen gegeeven zijnde, als dat de samarangse Galeijen, van beeter nut en Emplooij in de Banjermassings Peo„ „peditie waaren, dan de en Costij zijnde pantjallings, niet Verzoek van daar meede te moogen worden geadsisteert wan„ „neer den gem: kruijspantjallings weederom ten eersten soude kunnen worden te rrug gezonden, soo laete ik ten dien Einde en in voldoening van dat versoek op heeden Costiwaerds Vertrokken de Galeij de Valk, om gevolgd te worden, door de Galeij de kraaij, soo dra deselve van zijne gebreeken zal weerden hersteld, Intuessen dat levengenoemde lijaleij de valk zijne reijse over sourabaija aanneemen tot Convooij van de voorwaerts ge„ „noemde Chineese Bark en ik uE gelaste, om de sig op Banjermassing bevindende 2. ' Compagnies Pantjallangs na sourabaija te rug te zenden, soo dra de voorschreeven Galeijen ten divert zullen gearriveert weesen, alsoo deese pantjallinge voor 't vervolg staan geEmploijeert, te worden, tot transport van de benoodigde goederen en provi„ sien tot Consumptoe den kanjermassngoo Expestitie. Laestelijk draeg, in UE. voor het verzoek van den Jaragen op den Chineese Bark voornoemd, als dat aan hem mag worden gepermitteert ons Even en soo dien hij van den genoegsaeme Lading voorsien, en dus op Bangen niet Langen noordig in kan Den vorst, zoo wel als desselvs oudste zoon, en opvolgen, dewelken omen parcumbahan off sulthen titu„ „leert, hebben mij seen olkwils gevraagd na de gewoontens Copia Missivo geschreeven, door den Capitein Militair C: Hoffman, in Expeditie te Banjermassing, aan den wel Edelen gebrengen, Agtb Heer J: Siberg, Raad Extra ordinair van Neederlands Indië„ en Gouverneur en directeur op en Langs Javas Noord. Oostkust, gedateert Wormee„ „kantjana den 16:' febr: 1746. daar diract naar Batavia te moogen te rug keeren sonden onder deese off geene pretext te worden opgehou„ „den, en zulx aan hem in vergestding van de dienst, die hij aan de Compagnie bewijst beloofd hebbende, soo gelieve uE deese gedaan toezegging te laaten gevolg naemen— Waarmeede ona Graete blijve /:onderstond:/ UE goedenn vriend. /:was geteekent :/ J„s Siberg /:in margine. stond:/ Samarang den 7. April 1786: /:/daar onder :/ Na dat dese bereeds in gereedherd gebragt was, den Chineese Juragan„ Toir poko, hier voorgemeld verscheinende, en zig beswae„ „reerde op de beschikkingen Omtrent zijn Bark: gemaekt, met instandig verzoek, om te moogen worden geExcuseert van het transport der goederen van hier, en manschappen van Sourabaija, zoo hebben ik daar inne wel moeten bewil= „ligen, daar hij teffens niet geneegen was, de Goederen te ontvangen, en in dies plaets aangelegd, twee van omijns „ligen opgebreijde pantjallangs, dewelke als nu, tot Transport den goederen over sourabaijan dienen, en om teffens zoo veel Inlanders over te voeren, als met eenige welvoegelijkheid ge„ „schieden kan, 't gelnt alhier tot mE: marigte onoteeren. 2 dug:s 153.
English
Samarang the 8th of April 1746. Samarang the 18th of April 1786. page 155 and treatment of the princes on Java, as well as elsewhere, who are vassals of the Honourable Company. I have been able to tell His Highness nothing other than the truth in this regard: that the intention of the Noble Company was very good, the princes enjoyed all peace, security, and honour, and whatever more of minor private matters of the courts on Java, which His Highness asked me, and I answered as they are known to everyone. Today the prince summoned me; His Highness was alone with his eldest son and successor to the throne in a room, seated on a daybed; where I had to take the middle place, the prince addressed me thus: since I have heard and do hear of the good treatment by the Honourable Company of all princes, both those whose lands have been ceded and those that have been conquered, and even more so the present evident favours and friendship which the Noble Company shows to us, I, as well as my son, am content and minded to surrender and hand over myself and my land, that is to say the entire realm, to the Company; the High Government may arrange it according to its pleasure and its wise governance, just as on Java or elsewhere; all leases, all revenues of every kind, all rivers, nothing excluded, I shall surrender and leave to the good policy and administration of the Honourable Company; provided that I hope and request that myself and my family be maintained, and at the same time that we be given an annual allowance, to maintain the honour of the Honourable Company as well as our own. If the Noble Company is inclined, it may determine and settle all this further through prominent and worthy envoys. The prince continued further, that he had reason not to make this proposal of his at the lodge to the Resident, and therefore instructed me to impart it to His High Nobility the Lord General privately and very secretly, so that no one should learn anything of it beforehand, on account of the present unrest; and also in case Their High Nobilities might perchance have reason not to accept it, His Highness did not wish to expose himself before the world, yet hoped that the Honourable Company would not be able to refuse this, since His Highness would do his utmost to give satisfaction. After having said all this, His Highness first of all recommended secrecy to me, and at the same time that I could be assured of his genuine intention and meaning, as well as that of his son. The prince further asked me whether the proposal would indeed be accepted. I answered: that I could not say, as I was not informed of the country's revenues; he further asked whether a more advantageous proposal was known to me for the Honourable Company that did not run completely contrary to his good intention: I answered that for now I knew of none: that His High Nobility the Lord General and the other Lords Councillors of the Indies could judge wisely about all this. After having once again commended caution to me, to impart it as secretly as possible to His High Nobility the Lord General, I departed. I have thus found myself obliged to inform Your Right Honourable Sirs of this, in order to impart it to His High Nobility according to your wise judgement and pleasure, or else to instruct me further on this matter. For the rest, I have the honour to call myself with all respect: below stood: Title: lower: Your Right Honourable Sirs' dutiful servant: was signed: C. Hoffman: in the margin: Boemsekantjana the 16th of February Anno 1786.
Dutch transcription
Samarang den 8„en April 1746. Samarang den 18„en April 1786. png:s 155 en behandeling den vorsten op Iava, als elders, de„ welke vassaelen van de E. Comp„e zijn. —. Jk heb zijn Hoogheid hier omtrent anders niets als de waarheid kunnen zeggen: dat, de Intentie van de Edele Comp„e zeer wel, de vorsten alle rust, veiligheid, en Eere genooten, en wat dies meer van kleine particuliere zaeken„ van de Hoven op Iava, die zijn Hoogheid mij noeg, en ik be„ „antwoorde gelijk ze bij ieder bekent zijn Heeden liet mij de vorst roepen, zijn Hoogheid was met zijn oudsten zoon en troons opvolgen alleen in een vertrek, ge„ „zeeten op een Rustbed; alwaar ik de middel plaets moest neemen, sprak mij de vorst dus aan: vermits ik ver„ noomen, en verneem de goede behandeling van de ECom„ „pagnie aan alle vorsten, zoo wel die hunne Landen opge„ „draeger als opwonnen zijn, te meer de teegenwoordige blijkkende gunsten en vriendschap die de Ed: Comp„e aen ons betoont, ben ik zoo wel, als mijn zoon genoegen en van zins mij en mijn Land, te zeggen het geensche rijk aan de Comp„e over te geeven, en op te draegen; de Hooge Regeering kan het na genoegen en na desselve wijs beleid inrigten gelijk op Iava off elders; alle pachten, alle inkoomen van al„ „derhande zoort, alle rivieren, niets uitgeslooten, zal ik Overgeeven en Overlaeten aan het goed beleid en bestier van d' E: Comp:; mits ik verhoop en versoek mij en de mijne familie staande te houden, tevens ons een Jaarlijks verzorg te geeven, om de eere van de E: Comp„e als de onse op t=t Dit kan de Edele Comp„e geneegen zijnde alles nader door ovstandige en braeve zendelinge bepaalen en schikken.. Don vorst vervolgde verder, tet den ken reeden te hebben van dit zijn voordrag niet aan de logie bij de Residenten te doen, derhalven het mij opdroeg, om aan zij hoog Edelheerd den Heere generaal in 't particulier en heer geheim houden. te bedeelen, dat daar niemand vooraff wat van kwans te verneemen, weegens de teegenwoordige onlusten; en Ook indien Hunne Hoog Edelheedens, altemets mogten denken reeden te hebben van het te accepteeren, zijn Hoogheid zig niet gaarne voor de wareld wilde bloot stellen, dog hoopte dat de E Compagnie dit niet zoude kunnen af„ „slaan, terwijl zijn Hoogheid zijn alderbest zoude doen om genoegen te geeven. Na dit alles gezegt te hebben Recommandeerde mij zijn Hoogheid voor eerst het geheim, teffens dat ik verseekert konde weesen van de weezentlijke Intentie en meening, zoo wel ook van zijn zoon. De vorst vroeg mij verders off de voordrag wel 3oude ge„ Accepteerd worden. Ik antwoorde: dit niet te kunnen zeggen, terwijl ik van 's Lands inkoomen niet onderregt; verders vraegende, off mij een voordeeliger voordrag be„ „kent, voor de E: Comp„e, die niet volstrekt teegens: zijn goede intentie aanliep: ik antwoorde voor eerst geen te weeten: dat zijn Hoog Edelheid de Heer generaal en verdere Heeren Raaden van India, over dit alles wijs„ „lijk konde oordeelen. Na mij nogmaals de voorzigtigheid aanbevoolen te hebben, het zoo geheim als moogelijk aan „ hoog Ed:s den Heer generaal te bedeelen; vertrok ik. —. Hebbe mij dus verpligt gevonden wEd. gestr: Agtb. hier van kennis te geeven om 't na derselven wijs oordeel„ en genoegen te bedeelen aan zijn Hoog Edelheed, dan wel mij hier over nader onderregten. voor't overige hebbe de eere, van mij met alle Ontzag te noemen /:onderstond / Titul /: Lager:/ uwel Edele gestrenge Achtbaeren pligtschuldigen dienaer /:was geteekent:/ C„n Hoffman /:in margine:/ Boemsekantjana den 16„e februarij Ao 1786. — t £
English
Samarang the 8th of April Anno 1746. Samarang the 8th of April 1786. Page 157. Extract from the letter written by the aforementioned Captain of the Military C. Hoffman to the same as stated above, dated in the Basson Encampment, the 28th of February 1786. I hope and wish that the Honourable Company will accept this offer from the prince. It is the richest country known, both in food supplies and notable matters, etc., etc. I may not express myself further on this without Your Right Honourable's orders, but I must still say that the Europeans are already held in awe, or respect. Extract from the letter written by the Right Honourable and Righteous Lord Johannes Siberg, Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director on and along Java's Northeast Coast; To His High Honour, the High Noble Grand Venerable Lord Willem Arnold Alting, Governor-General of the Dutch Indies, etc., in Batavia, dated Samarang the 14th of March 1786. I could let the matter rest for this time, were it not that Captain Hoffman, in a completely unexpected manner, made known to me that the Sultan of Banjarmasin, together with his son the Crown Prince, had revealed to him their inclination to surrender the realm of Banjarmasin to the Company, and to receive the same back from their hands as a fief, with the request to confer with Your High Honour about this, without, however, giving the slightest disclosure of it to anyone else. In this manner, Your High Honour will find this detailed in the accompanying letter from Captain Hoffman himself, whose conduct in this matter meets with my approval, as do his further operations in the service. And since the report he gives me of this may well be worthy of Your High Honour's attention for the moment, all the more because from it the situation in Banjarmasin is in many respects more clearly revealed than in the letters from the Residents, I also take the liberty of offering a copy of that report to Your High Honour. In the expectation that it would not be displeasing to Your High Honour if I simultaneously made known my considerations regarding this offer made by the Sultan of Banjarmasin on this occasion, I have conferred in secret on this matter with the Surakarta Chief Palm, and requested his written opinions regarding it, which are likewise offered to Your High Honour by me herewith. Yet before analyzing them, I must tell Your High Honour that it seems not improbable to me that this offer made by the Sultan takes its origin from a certain fear of his enemies, well foreseeing that even if they should succeed in defeating them by the arms of the Company, he and his son, as soon as our force withdraws again, will nevertheless always remain exposed to new attacks, without the slightest certainty of ever possessing the usurped crown with any tranquility, and that if these weighty reasons did not exist, he would never have resolved to take this far-reaching step. Letter K.
Dutch transcription
Samarang den 8„e April Ao 1746. — Samarang den 8„e April 1786. pag:a 157. Extract uit de brieff, door voorm: Capitain Militair C: Hlopman geschreeven aan Hoogstdenzelve als vooren gezegt, ged„te in 'd Campement Basson, den 28„e februarij 1786. —. DiE hoop en wensch dat de E: Comp„e dit aange„ „prosenteerde van den vorst zal accepteeren, het is het alderrijkste Land, wat men bekent is, zoo wel aan voedsch als voornaame zaeken etc: etc: Jk mag mij hier over niet verder uitlaeten zonder uwelEd: gestr: Agtb: order, dog dit moet ik nog zeggen dat de Europeese reeds in ontzag zijn, of agting. —. Extract dit de brieff geschreeven door den wel Edelen gestrengen Achtbueren Heer Johannes Siberg, Raad van Needern„ „landsch Indië, mitsgaders Gouverneur en directeur op en Langs Javas N:o O: Cust; Aan zijn Hoog Edelheid, den Hoog Edel groot Achtbaaren weer A: Willem Arnold Alling, Gouverneur Generaal van Neederlands Indio, en 3. te Batavia, gedateert sama„ Grang den 14. en maart 1786. Dier bij soude ik het voor dit maal kunnen laeten be„ „rusten, was het met dat Capitain Hofman, mij op een geheele onverwagte wijze, hadde te kennen gegeeven, dat den sulthan van hanjermassing, neevens zijn zoon den kroon„ „prins, hem hunne geneegentheid hadde geopenbaart, on het Rijk van hanjermassing, aan de Compagnie overtegeeven, en het selve, weederom, als een sien, out haere handen te ontfangen, met versoek, om daar op uw hoogEdelend te onderhouden, sonder daar van Egter, aan niemand anders, eenige de minste opening te geeven, invoegen uw hoog Edelheid dit een en ander, omstandig beschreeven vinden zult, bij de hier neevens gaande brieff van Capitain Hoffman selvs, wiens gehoudene gedrag in deese, soo wel mijne goedkeuring wegdraagd, als zijne verdere ver„ „tigtinge in den dienst; en dewijl het verslag, dat hij daar van aan mij geeft, moogelijk uw hoog Edelheids attentie, weel voor den oogenblik waardig is, te meer daar uijt het zelve de hanjermassingse toestant, in veele opsigte, duijdelijken word ontrouwd, dan bij de Brieven der Residenten, soo neeme ik meede de vrijheid, van dat Rapport, Copia aan uw hoog Edelheid Aantebieden. In verwagting dat het uw hoog Edelheid niet onaangenaam soude weezen, wanneer ik bij deese geleegendheid, teffens mij„ „ne Consideratie te kennen gaff, Omtrent deese, door den sutthan van Banjermassing gedaane aanbieding, soo hebbe ik het soura Cartas opperhoofd palm, hier op in secreterse on„ derhouden, en des weegens zijne schriftelijke gevoelens afge„ „vraagt, soo als uw hoog Edelheid, die al meede, hier nee„ „vens, door mij aangebooden worden. Dan alvoorens die te ontleedige moet ik uw hoog Edelheid segge, dat het mij niet onwaarschijnelijk toescheint, als off deese gedaane aanbieding van den sulthan, zijn oortpoonte neemt, uit een seekere vreese, voor zijne vijanden, wel voor „zoende dat ofschoon het hun al eens mogte gelukke, die door de wapenen van de Comp: te overwinnen, hij en zijn zoon, dog Egter, soo dra onse magt weeden aftrekt, altoos voor nieuwe aanvallen zal blood staan, zonder de minste seekerheid, van de g'isarpateerde kroon, wannen met eenige gerustheid te po„ „sedeeren, en dat zoo in wanneer deese gewigtige reedenen, geen plaete heed, hij als dan nooijt, tot deese verre gaande stap„ soude beslooten hebben. foo L„r K.. -
English
Samarang the 1st of April 1786. Samarang the 8th of April 1736. page 159 If the Banjarese were of a different disposition and less treacherous, or if their system of government had any resemblance to that of the Javanese, it would perhaps not cause much difficulty or require much consideration as to what interest lies for the Company in accepting the offer made, and one would not need to hesitate in the least to make use of it, provided it were also simultaneously judged that the Sultan and his son have the right on their side, or are authorized to make this resignation, at the very time that Pangerang Amir attacks them as usurpers and claims the throne as a lawful possessor. Your Right Honourable was previously pleased to converse with me about the tenuous rights of the Company to the territory of Sucadana, and it appears to me, respectfully said, that such has little more foundation with regard to Banjermassing, and that if and whenever Pangerang Amir should at any time engage with the English, we will then also not be able to demonstrate any sufficient proof that the ownership of Banjermassing belongs to us through a transfer made by a usurping Sultan. But leaving this, with all deference, to Your Right Honourable's highly wise insight and further judgment, I notice in the first place that we will find some difficulty in providing for the Sultan that livelihood which he would surely wish to stipulate in proportion to his present revenues. One would certainly have to seek this from the tolls and dues, as well as from the products that the country yields. The Banjarese or other private traders sailing there are not accustomed to any noteworthy toll levying, so that in the first instance this would not amount to much, but would have to be arranged very moderately to prevent the inhabitants and others from seeking their domicile elsewhere. The principal matter, then, is the products that the territory yields, of which the Company would have to make itself sole and exclusive master, to the exclusion of the Sultan and all others, namely: the pepper, the gold, and the diamonds: As far as the first article, or the pepper, is concerned, from the accurate memorandum of Mr. Palm, which I hereby present to Your Right Honourable, it appears that during his presence, or over 13 years, averaging one year with another, there were delivered annually to the Company piculs 7445. Added to this 1/3, which by the Banjarese has always easily been embezzled, 2481, and another 1/3 part, which Mr. Palm maintains the annual deliveries would increase by if encouraged under the management of the Company, and if the planters were properly paid what is due to them, of which they currently do not receive half, 2481. Whereafter one might in time count on an annual collection of piculs 12407. But for which I propose, in order not to make too large a calculation, an even quantity of piculs 12000, which upon sale, after deducting the purchase price, yields well over Rixdollars 100000 or circa ƒ200000. Such a calculation cannot be made for the gold and diamond mines, but if one decided to lease them out to this or that wealthy Chinese, provided he binds himself to deliver the gold and diamonds, in so far as the Company requires them, to the same at a certain fixed price, then within the space of three years, or after the expiration of the first lease term, one would probably [illegible]
Dutch transcription
Samarang den 1„en April 1786. Samarang den 8=en April 1736. pag„o 159 soo de Banjareere van eenen andere geaartheid en min„ „den trouwloos waaren, off dat hunne Lands regeeringen, maar eenige op binkomst, had met die den Iavaanen, het soude moogelijk niet veel moeijte in hebben, ofte eenige Overweeging vorderen, wat belang 'er voor de maatschappij in de Acceptatie den gedaane aanbieding, op geslooten lege„ en men soude in 't minst niet behoeven te hisiteeren, om daar van gebruijk te maeken, soo ook teffens geoordeeld wierd, dat hij sulthan en zijn zoon, het regt aan hunne zeide hebben, off tot deese Resignatie bevoegd zijn, in denselven tijd, dat pangerang Amir hun als usurpateurs aanvald„ en den troon als een wettige besitten protendeert, uw hoog„ Edelheid heeft mij bevoorens gelieve te onderhouden, over de stauwe rigten van de Comp:e op 't Landschap Sucadamon„ en het komt mij in Eerbied gezegd voor, dat zulks op Ban„ „jermassing weinig meerder grond heeft, en dat zoo en wanneer Pangerang Amir, sig te eenigen tijd, met de Engelschen inlaat, wij als dan ook niet geene sufficieerende bewijsen, ons de eigendom van Banjermassing, door ge„ „daane Overdragt van een udurpateurend sulthan, zul„ „len kunnen aanthoonen, dan dit aan uw Hoog Edelheids hoog. wijsen doorzigt en vordere Eerbiediglijk gediffereert Rae„ „tende, merke ik in de Eerste plaets kan, dat het wij wat moeijte zal vinden, om voor den sulthan dat bestaan te besorgen, het geen hij siekerlijk, na Evenreedigheid van zijne teegenswoordige Revenuen gaarne soude willen voorbedingen. Men soude dit seekerlijk uit de thollen en geragtigheeden, mits„ „gaders uit de producten, die het Land voorbrengen, soeken moeten.. Aan Eenige naamwaardige Tholhetting zijn de Banja„ reesen off andere particuliere handelaers daarop Vaeren„ „de, niet gewoon, soo dat dit ter Eerste Instantie, niet al soude bedruigen, maar seer matig moest worden ingerigt om te voorsien, dat de Inwoonders en andere niet Elders hunne domicilium gaan soeken. Het voornaamste dan zijn de producten, die het Landschap op leevert, en waar van sig de Comp„e eenig en alleen soude moeten meester maeken, met seclusie van den sulthan, en alle andere als de peeper, het goud, en de Diamanten: wat het Eerste Artikul off de peeper betreft uijt secuure Memorie van de heer palm, die ik uw hoog Edelheid hier neevens aanbiede, blijkt, dat geduurende zijn Aanweesen, off in 13. Jaaren, de Iaaren door den anderen geslaagen, aan de Comp„e geleevert zijn Iaarlijks pic: 7445. -, hier bij gevoegd 1/3. die door de Bantareeren - „ 2481 altoos ruijm verduistert zijn. en nog 1/3 gedeelte, welke de heer patin sustineert, dat de Iaarlijkse Leeverantien soude Augmenteeren, wannee die onder behiering van de Comp„e aangemoedigd; en de planters rigtig betaald wierd, het geene hu„ toekomt, waar van zij thann de helft niet genieten „ 2421. Waar na men in der tijd, op een Jaarlijkse Jnzaam, van p„lo 12407. - zoude kunnen reekenen, dog waar voor stelle, om geen al te groote reekening te maeken, een Effen quantiteit van p:lo 12000. —, dewelke, bij verkoop, na aftrek den Inkoops prijs, ruijm afwerpt Rd„s 10'0'000. - off Circa ƒ200'000. —. Op de Goud en diamant mijnen, is deese reekening niet te maeken, maar wanneer men besloot, die aan deese oft geene gegoede Chinees te verpagten, mits hij zig verbind, Om het goud en de diamanten, tot soo verre de Comp„e die benoodigd heeft, aan dezelve, teegens eene seekere bepaelde prijs, te Leeveren, als dan zoude men binnen den tijd van drie Iaaren, off na Expiratie van de eerste pagt tijd, schie„ nagerigt. 1 lijk
English
Mag: 1615. Samarang the 8th of April 1736 Samarang the 8th of April 1736— clearly perceive what advantages may be expected from it in the future, and whether the one and the other would not surpass the burdens that would necessarily be increased by the garrisoning of Banjer and, according to the opinion of the aforementioned Mr. Palm, should be noted in order to have that certainty regarding both. To this end he firstly proposes the establishment of four trading posts: namely, one, and that the principal one, at Tabeijouw, where the most smuggling trade, mainly in pepper, is carried on; One at Boemi kentjono, the residence of the sultan; One at Oeloe soengie, either at Cahoera amantij or Nagara, and A post on Poeloe Cagit; and furthermore, for security at sea, a force of 2 good pantjallings, 2 galleys, and some smaller vessels. According to my understanding, both for garrisoning the posts and for equipping the vessels, together with and alongside the civil and other officials, a number of at least 150 heads is required, who on average per year for monthly wages, provisions, etc., will easily cost ƒ 280 per man, or together . . . ƒ 42,000: —. For the ordinary and extraordinary expenses, both for everything concerning the household and what serves for the maintenance of the buildings as well as fortifications, one may well estimate . . . ƒ 30,000: —. And for the equipment of ships, comprehending within itself what serves for the maintenance of the naval force at . . . ƒ 18,000: —. Together ƒ 90,000: —. Whereby, even on the article of pepper, an amount of ƒ 110,000: — in profit would remain, if a sufficient fund were to be provided for an annual tribute for the sultan from the collection of the leases of import and export duties, as well as the yield of the leased diamond and gold mines, and what is calculated under the purchase price herebefore for the pepper at one Spanish dollar per picul, according to the present custom. This calculation drawn up here, which is in all parts imperfect, will surely be shed more light upon by those experts who are better informed about Banjarmassing than I, in order to judge with some basis what interest lies enclosed for the Company in the mastery over Banjer. Mr. Palm makes yet a second proposal, as he says, to avoid all the trouble and because it will be difficult to bring the treacherous Banjarese nation to such subordination as would be necessary if the Company were to govern their land as lawful lord: namely, to stipulate and arrange it with the sultan on such a footing as takes place on Pontiana with Sultan Sarieph, whereby one remained master of the lease, provided however the prince also agreed to the construction of a stone fortress on Tabenjouw, and a small post on Poeloe Caget; at the first place the incoming and outgoing vessels would have to pay customs, and the other would serve to observe the incoming vessels, on top of which two cruisers far out in the fairway would have to work to watch against undeclared vessels. The gold and diamond mines could be taken in lease from the sultan, provided one furnished a sufficient number of armed men to observe those mines, so that no embezzlement of the one or the other might occur. To my understanding, this last proposition demands no less trouble and expense, without prospect of gain, the more so because it has already been stated herebefore that neither the mines nor the import and export duties are considered of greater importance.
Dutch transcription
Mag: 1615. Samarang den 8„en April 1736 Samarang den 8„en April 1736— „lijk ontwaare, welke voordeelen, daar van in 't vervolg„ te wagten zijn, en off het een en ander, niet soude surpas„ „seeren, de Lasten, die door de besetting van B anjer, nood„ „wendig vermeerderd, en volgens surtenue van gem:e heer palm, soude moeten gemerkt worden, om van het een en ander, die verseekering te hebben. Hier toe proponeert hij eerstelijk den aanleg van vier Comptoiren; als, een wel als het voornaamste op Iabe„ „jouw, alwaar de meeste tmokel handel, voornamentlijk in peeper, gedreeven word; Een op Boemre kontjono, de verblijff plaets van den sulthan; Een op oeloe soengie, het zij op Catoua amantij of Nagara, en Een post, op poeloe Cagit; en voorts tot beveiliging op zee, een magt van 2. goede pantjel„ „lings, 2. galeij en eenige mindere vaarthuigen. Na mijn begrip zijnen, zoo tot besetting der posten, als tot Equipeering der vaarthuigen, met en beneevens de bediendens van politie en andere, op zijn minst noodig, een getal van 150: koppen, die door den anderen Jaarlijks voor maandgelden, provisien &=a wel koomen te staan op ƒ 280. de mans, offte te saamen. . . . ƒ 42'000: —. voor de ordinaire en Extra ordinaire Lasten, soo van alle het huijshoudelijke als het geene tot onderhoud van de gebouwen, als fortificatien diend, mag mel stellen. „ 30000 - - 7 en voor Equipagie van scheepen in zig vervattende het geene tot onderhoud van de 3ee magt diend @. „ 18000. te saemen ƒ90000.„ Wanneer, en nog op het Artikul van de peeper, een montant van ƒ110'000:—. aan winst, soude resteeren, wanneer een ge„ „noegsaame fonds, tot een Jaarlijksche tribuct voor den sulthan, op te leggen was, uit den Jnzaam van de pagten der inkoomende en uitgaande regten, mitsgaders het Rendements der verpagten diamant en goud meinen, en het geen onder den inkoops oprijs, hier vooren bij de piepen en een spaans per picol, na de presentie usantie bereekend is. Deese hier opgemaakte Reekening, dewelke in allen deelen Onvolmaakt is, zal zeekerlijk door des kundige, welke beeter dan ik, van Banjermassing Onderregt zijn, een meerder ligt kunnen worden bij geset, om met eenige grond te bevordeelen, wat belang er voor de maatschappij, in het meesterschap over Banjer, opgeslooten tegd. De Heer palin doed nog een tweede voorstel, soo hij zegt, ter vernijding van al den omslag, en om dat het moeijelijk weesen zal, om de trouwloose Banjereese natie, tot die su„ „bordonnatie te brengen, als noodig zoude weesen, wanneer de Comp„e hun Land als wettig heer bestierde, om nament„ „lijk met den sulthan het op dien voet te bedingen en beschik„ „ken, als op pontrama, met sulkhan sarieph, plaets heeft, wanneer omen meester blieff van de pagt, mits egter den vorst teffens accordeere, den aanleg van een steen fortres op Tabenjouw, en een kleine post op poeloe Caget, op de Eerste plaets soude de in en uitgaande vaartuigen moeten ver„ „tollen, en de andere soude dienen, om de inkoomende vaar„ „thuigen te observeeren, waar en boven nog twee kruissen ver in het vaarwaeter soude mooten weeken, om teegens de Onvertolde vaarthuigen, te wacken. de goud en diamant mijnen soude men van den sulthan in pagt kunnen overneemen, mits men een genoegzaeme getal gewaepende manschappen fourneerde, om die mijnen te observeeren, op dat 'er geene verduistering van het eens off ander geschieden moete. Na mijn begrip Eijscht deese laest propositie, geen min„ der omslag, en kosten, sonder vooruitsigt van gewin, te meer daar en hier vooren bereeds is gesteld, dat nog de mijnen oft den inkomende en uitgaande Regten, van meerder belang gehouden worden. E E
English
Samarang the 8th of April 1786: Samarang the 8th of April in the year 1786— page 163. would be needed as a certain equivalent for the sultan, and thus I judge the first project preferable, should the Company choose, according to the proposal of the sultan, to possess the Kingdom of Banjermassing on the same footing as Java, in which case one must then have a sufficient force at hand there, both to be able to act against foreign enemies and against the sultan himself, for if that is lacking, then all contracts made would collapse as soon as the sultan merely understood that, having nothing to fear from his enemies, he was weary of the domination, or otherwise to act just as arbitrarily as Sultan Sarieff at Pontiana, and make the Company experience on that footing that the retention of Banjer was a burdensome post. I hope that Your Right Honorable will favorably excuse these defective considerations, on account of the haste I made with forwarding the letters; I also hope not to do wrong in not handling this matter on behalf of the Company, since I am held back by the sultan's request, made to Captain Hoffman, to submit this beforehand separately to Your Right Honorable, although I otherwise well know that this belongs to the weighing and disposition of the High Government, and should this be pursued, I then further request to receive some information regarding this, in order to guide myself thereby in the answer to the letter of Hofman, whom I in the meantime, by a letter to depart the day after tomorrow via the bark of Than Hoelo, shall notify of having conferred with Your Right Honorable on this matter. — 6 Extract from another letter, written by and to the Very Same Letter K. Regarding the proposal made by you, in the name and on behalf of the sultan and his son the crown prince, as unexpected as it was astonishing, to surrender the Kingdom of Banjermassing to the Company, and to receive the same back as a fief from its hands, I have conferred with His Right Honorable in secret, transmitting your original letter, with the request to obtain a speedy disposition thereon, in order to be able to write you what is necessary regarding this; I shall not investigate here what the reasons and motives are that [illegible] the sultan Extract of a letter, written by the Right Honorable Stern Sir J: Siberg, Councillor of the Dutch Indies and Governor and Director on and along Java's North-East Coast, to the Military Captain Christoffel Hofman, on expedition at Banjermassing, dated Samarang the 17th of March 1786. - With my aforementioned separate letter now departing, I request further to obtain the disposition of His Right Honorable concerning the payment for the goods sent to the sultan, and since I believe that the sultan ought to bear the costs incurred by this expedition, I at the same time request to be provided with the orders of His Right Honorable regarding this, so that I here separately request of Your Right Honorable's goodness to be enlightened concerning both matters as soon as possible, in order to be able to confer with the sultan about it at the first opportunity. as just mentioned, dated Samarang the 23rd of March in the year 1786. - as
Dutch transcription
Samarang den 8„e April 1786: Samarang den 8=en April Ao 1736— pag=l. 163. worden, als tot seeker Equirabent voor den sulthan, soude noodig weezen, en dus Oordeele ik het eerste project, proferabelden, wanneer de Comp„e verkiest, om na den voorstel van den sulthan, het Rijk van Ban„ „jermassing, op denselvden voet als Iara te posedeeren, in welk geval men als dan, een genoegsaeme magt aldaer, aanhanden moet hebben, soo wel om teegens buijten landsche vijanden, als teegens den sutthan selvs, te kunnen Ageeren, want ontbreekt het daar aan, dan soude alle gemaakte Contracten, soo dra om verre vallen, als den sulthan maar begreep, dat hij voor zijne vijanden niets te weesen hebbende de opheersing moede was, off anders eeven soo willekeu„ „tig, als sulthan Sarieff te pontiana, te handelen, en de Comp„e op dien voet doen ondervinden, dat het aanhouden van Banjer, een drukende last post- was. Ik hoope dat uw Hoog Edelheid deese gebrekkige Consideratie, Weegens de haast, die ik met de voortsending der brie„ „ven maaka, gunstig zal verschoonen, ook hoope ik niet te zullen middoen, dat ik deese zaak niet 'sComp„s weegen verhandele, dewijl ik te rug gehoude worde, door des sulthans verzoek, aan Cap„n Hoffman gedaan, om zulks alvoorens aan uw hoog Edelheid afzonderlijk, voorte= „draegen, ofshoon ik anders wel weet, dat zulks, ter opweeging en dispositie, der Hooge Regeering behoort, en wanneer dit gevolg neemt, soo verzoeke ik al ver„ „ders hier ontrent, eenige Informatie te ontfangen, ten Eijnde mij daar na te ligten, in 't antwoord der wrieff van Hofman, woen ik Intusschen bij eene op ovmorgen afte„ „gaane brieff, per de Bark van Than Hoelo, zal kennisse geeven, van uw hoog Edelheid hier oper onderhouden te hebben. — 6 Extract uit een ander Brieff, ge„ „schreven, door en aan Hoogst denselve L„ra K. Den belangen van het door UE. in naam en van weegens den sulthan en zijn zoon den kroonprins, zoo Onverwagt als verwonderend gedaan voorstel, om het Rijk van Bunjermas„ „sing aan de Comp„e opr tegeeven, en het zelve weederom als een Leen uit haare handen te ontvangen, hebbe ik zijn hoog„ Edelheid, onder toesinding van uwE origineele brieff, in secre„ „terse onderhouden, met verzoek om daar op een spoedige dispositie te erlangen, ten einde uwE desweegens, het noodige te kunnen aanschrijven; ik zal alhier niet on„ „der soeken, dwat de reedenen en motivo zijn, bie den sulthan Extract Brieff, geschreeven door den wel Edele gestrenge Heer J: Siberg, Raad van Neederlands Indie en gouver„ „neur en directeur op en Langs Iavas N:d O:o kust, aan den Capitain Militair Christoffel Hofman, in Expeditie te Blujermasting gedateert samarang den 17:' maart 1786. - Bij gemelde omijne thans afgaande sparte brieff, verzoeke ik nader H. H. E. dispositie te moogen erlangen, Omtrent de betaaling der goederen aan den sulthan gezonden, en dewijl ik vermeene dat den sulthan de kosten behoort te draegen, die door deese Expeditie gemaakt worden, soo ser„ „steere ik teffens desweegens met H. A. E. ordres te moo„ „gen worden gemunneert, Invoege ik hier afzonderlijk van uw Hoog Edelheids goedheid versoeke, omtrent het een en ander ten spoedigste te moogen worden geillucideert, ten einde daar over den sulthan bij eerste geleegentheid te kunnen onderhouden. als eeven genoemd, gedateert Sama„ „rang den 23. e Maart A:o 1786. - als
English
page 165. Samarang the 18th April Anno 106. Samarang the 8th April Anno 1786. to this important offer, which conclusion is not improbably rooted in a certain fear of his enemies, well foreseeing that even if he should succeed in overcoming them through the arms of the Company, he and his son, however, if our force withdraws again, will be exposed to new attacks, without the slightest certainty of ever possessing the usurped crown with any tranquility. If the Banjarese were of another nature, and less treacherous, or if their government bore only some resemblance to that of the Javanese, one could quickly discover the Company's interest in the conquest of the Banjarmassing Empire, but this being out of the question, and it being at the same time in all respects still uncertain how much ought to be given to the Sultan as an annual equivalent, as well as which and what amount of revenues the country might yield to compensate the expenses that the Company in that case would have to incur for the construction of some fortifications, the maintenance thereof, and of several vessels for security on the seaward side, and all that with a considerable increase of servants, for which I estimate the number at at least 150 in all departments, one ought therefore first to compare these things against one another before any certainty can be obtained regarding the Company's interests. It would not be displeasing to me if Your Honour were to turn your thoughts to this matter and provide me with some light thereon, as I would otherwise, through lack of sufficient information, have to proceed in the dark regarding Banjarmassing affairs. The grounds upon which Your Honour ought to direct your consideration are: 1st: the interest of the king, whereby he could enjoy a subsistence proportionate to his dignity. 2nd: Which and what kind of revenues and income the Company might on the other hand obtain from the products of the country, besides the import and export legal tolls, which the Company solely should enjoy to the exclusion of all others. Among the country's products I include pepper, gold, and diamonds; and among the tolls, those upon the vessels that ply the rivers up and down from outside for trade. 3rd: How and in what manner the Company ought to fortify itself at Banjarmassing, both to secure these revenues for itself and to sufficiently maintain itself and the Sultan against all domestic and foreign enemies. Four forts or strongholds seem to me not unserviceable, one of a greater and the other of a lesser scale, and of these: One at Tabanio, One at Bumi Kencana, the residence of the Sultan, One at Hulu Sungai, whether at Kalua, Amuntai, or Negara, and A post to be placed on Pulau Kaget. 4th: And lastly, what vessels are permanently required for the security of the sea and for covering the rivers against smuggling. In my opinion, there should be at least two good penjajaps and two galleys, to which, if required, some lesser vessels could be added. The. 90 Samarang the 8th April Anno 1786 Samarang the 88th April 1786. page 167. The number of seafarers I can calculate here, and likewise that of the political servants, but Your Honour will please state to me how large the land force, both of the militia and artillery, ought to be according to the project designed by Your Honour yourself. Furthermore, I cannot yet engage in one thing or another before I receive an answer from His High Honour, until which time Your Honour must consider all these provisional points for reflection as not being of such substance upon which it can be firmly assumed that the Company would accept the offer made of sovereignty over Banjarmassing; meanwhile, I highly approve Your Honour's prudent and wise conduct in all respects, not doubting that His High Honour will also praise it most highly, and Your Honour will meanwhile be able to keep the Sultan in that good disposition until His High Honour declares himself thereon; and because the Sultan has at the same time treated this matter with all possible secrecy for the acceptable and broad reasons given for it, it appears to me unnecessary that Your Honour should let him know that you have dealt with me and not directly with His High Honour, unless the Sultan's intention might have been otherwise. The poor condition of the pepper cultivation and the meager prospect of a satisfactory delivery to the Company can and must be endured as being the consequences of the war. I hope that after the end thereof the Sultan will fulfill his promise, and I also note in this regard that one could hope for an ever-increasing pepper delivery if the Company were in management of the pepper gardens, whereas these now decline from year to year because the prince oppresses the planters too severely by paying them only half of what they ought otherwise to enjoy. happens 6
Dutch transcription
paij 165. Samarang den 18„en April Ao 106. Samarang den 8en April Ao 1786. — tot deese gewigtige aanbieding, died besluijten, daar die niet onwaarscheinelijk opgeslooten ligt, in seekere vreese, voor zijne vijanden, wel voorsiende dat afschoon het hem al eens mogte gelukken, die door de wapens van de Comp„e te Overwinnen, hij en zijn zoon, dog egter, soo daar onse magt weeder aftrekt, voor nieuwe aanvallen zal blood staa, sonder de minste seekerheid, van den geusuur„ „pateerde kroon, immer met eenige gerustheid, te possedeeren. soo de Banjareesen van eene andere geaartheid, en minder trouw„ „loos waaren, off dat hunne Lands= Reegeering, maar eenige opr een komst had, met die der Javaenen, men soude spoedig kunnen ontdekken, het belang voor de Comp„, in de over„ heeroching van 't kanjermastingco Rijk, maar dit geen plaets vindende, en het teffens ook in allen opsigte, nog on„ „seeken zijnde, hoe veel den sulthan, tot een Jaarlijkso Equi„ „valent, soude behooren gegeeven te worden, mitsgaders welke en de hoe grootheid der Revenuen, die het land soude kunnen afwerpen, tot goedmaeking der kosten, die de Comp„e in dien gevallen, soude moeten aanwenden, tot goedmaeking van den aanleg, van eenige sterktens, het onderhoud van dien, en van verscheidene vaarthuigen, tot beveiliging, aan de zeekant, en dat alles met een Aansienelijke vermeerdering van dienaeren, waar voor ik ten minsten den getal van 150 in alle departementen koomen te stellen, soo behoort mans overzulx alvoorens dit een en ander teegens malhander te vergelijken, sal men van sComp: belangens eenige versiekering Erlangen. Het soude mij niet onaangenaam weesen, wanneer uw Ed. over dit een en ander, zijne gedagte liet gaan, en mij deswee„ „gens, eenige ligt kwam bij te zetten, daar ik omtrent de Banjermassingse zaaken, anders, door gebrek Aan genoegsaeme onderrigting, in het duistere soude moeten te werk gaan. De gronde waarop Uwelh. zijne Overweeging behoort te westigen, zijn p„r het belang van den koning, waar door hij een bestaan levenreedig zijne waardigheid, soude kunnen genieten. 2:e Welka en wat voor Revenuen en Jnkomsten, daar en teegens„ de maatschappij soude kunnen behaelen, tut de produc„ „ten des Lands, neevens de in en uitgaande geregtiglijke Thollo, waar van de Comp„e met seclusie van alle anderen eeniglijk soude moeten goudeeren. Onder de Landsproducten, bepaale ik de peeper, het goud en de diamanten: en onder de thollen, die op de voarthuigen, welke de Rivia „ren op- en aff, van buijten, ten handel vaaren. 3„e hoedaenig en op wat wijse, de Comp„e sig op B angerwas. „sing soude behooren te versterken, soo om sig van deese Re„ „vinien te verseekeren, als om zig zelvs en den Sulthan, teegens alle in-en -uitlandsche vijanden, voldoende te mainotineeren. Vier Forten off sterktens schiine mij toe, de eene meerd en de andere van een mindere omslag, niet ondienstig te weesen, en daar van Een op Tabenjauw Een „ Boemie kintjono, de verblijfplaets van den Sulthan En op Oeloe songio, het zij op Caloua amantij off Nagara, en Een post op poeloe kagit, te plaetsen. 4„en off Laestelijk, wat vaarthuisen 'er tot beveilaging der zeo„ en tot dekking der Rivieren teegens den smolkel handel, permanent benoodigd zijn, Na mijne gedagten dienen 'er ten minsten twee goede pank„ „jallings en twee galeijen te weeren, waar bij des gerequireert wordende nog eenige mindere vaarthuigen, soude kun„ „nen worden bijgevoegd. Het. 90 Samarang den 8„en April A:o 1786 Samarang den 88„e April 1786. pag„a 167. Het getal der Beevaarende kan ik alhier bereekenen en soo ook die der politicque bediendens, maar UE: gelieve mij optegeeven, hoe groot de Landmagt, soo van de militie als arthillerij soude behooren te zijn, na het project; dat door UE. selvs ontworpen word. verders kan ik omij nog met het een off ander, in laaten, voor dat ik antwoord van zijn Hoog Edelheid bekoome, tot Welke tijd mE. alle deese bij voorraad opgedraegene poincten, van opweeging, moet aanmerken, als niet van die substan„ „tie te zijn, waar op met grond eenige staat te maeken is, dat de Comp: de gedaane aanbieding, van opper heera„ „schappij over hanjerwassing, zoude Accepteeren intusschen Approbeere ik seer wE: gehoudene voorsigtig en wijs ge„ „drag in allen deelen, niet twijffelende off zijn Hoog Edelheid zul zulks meede ten hoogste loueeren en uwE: zal den sulthan, middelerwijle in die goede dispositie, kunnen hou„ „den, tot dit zijn Hoog Edelhtid, daar op komt te verklaeren; en om dat den sulthen, die zaak, teffens, om de daar voor gegeevene aanneemelijke wijde reedenen, met alle mooge„ „lijke secretesse behandeld, soo komt het mij, als niet noodzaekelijk te zijn, te vooren, dat uEd: hem te ken„ „nen geeft van met mij en niet direct met zijn Hoog Edel„ „heid, te hebben gehandeld, soo dit niet andersints de Intentie van den sulthan„ mogte geweest zijn. De slegte gesteldheid der peeper Culture, en het soobere voor uijtsigt, tot een genoeglijke Leeverantie aan de Comp„s, kan en moet men zig getroosten, als de gevolgen zijnde van den Oorlog. Ik hoope dat na het Eindigen van„ dien, den sulthan aan zijne belofte zal voldoen, en merke in deese ook teffens dan, dat men op een meer en meer toeneemende peeper Leeverantie, soude kunnen hoopen, wanneer de maatschappij, sig in de beheering van de peeper thuijnen, bevond, daar dezelve nu van Jaar tot Jaars„ vervallen; door dien den vorst, de planters, te seere onderdrukt, met aan hun eeven te betaalen, de helf„ „te van het geene zij anders, soude moeten genieten. — gervalle 6
English
Samarang the 16th of April 1786 Samarang the 16th of April Anno 1786, page 169 Batavia To his High Excellency, The High Noble, Severe, and Grand Honourable Lord, Willem Arnold Alting, Governor General, and the Right Honourable, Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. High Noble, Severe, Grand Honourable Lord, and Right Honourable Severe Lords. Before I reply to Your High Excellencies' respected letter of the 3rd of this month, recently received by me, may I be permitted to present to Your High Excellencies herewith all such letters and papers as I received the day before yesterday via Sourabaija from Banjermassing, accompanied by the Resident's original letter of the 25th of March last, mentioned in my previous separate letter of the 8th of this month, the same consisting of the following; to wit: Copy Translation of two letters, the one written to me by the Sultan, and the other by the collective pangerangs and grandees of the realm of Banjermassing; containing an elaboration of praise and glory for the Military Captain Hoffman; while the Sultan at the same time makes a request therein to Your High Excellencies and to me, to advance the said Captain Hoffman in rank and quality, in recognition of his displayed courage and bravery in battle, just as I also take the liberty herewith to recommend him to Your High Excellencies' favor and protection. Copy Translation of two other letters written to the Resident of Banjermassing; the one by Daing Tarawe, and the other by Pangerang Amir, presumably in answer to the demand made in the first instance to cease all hostilities and to depart from Tabenjouw, although not relevant to it, as they virtually still presume as if the Company would not abandon their side. An Extract from the Logbook of the Bark de Eensgezindheid; reporting how they had managed to foil the wicked designs of the enemy, and on that occasion obtained some prisoners, of whom the principal ones were to be sent per Samarang to the Capital. Copy of a Letter from the First Resident of the [illegible] Where page 171. Samarang the 16th of April 1786. Samarang the 16th of April 1786. wherein he gives me to understand that the Sultan, just as he had previously done to Captain Hoffman, had presented to him his intention to offer the realm of Banjermassing to the Honourable Company; whereupon he, the Resident, had pointed out to the Sultan that necessity required him to enter into negotiations thereon with Your High Excellencies and me, while he, the Resident, has in the meantime requested me that I might inform Your High Excellencies thereof, in such manner that I take the liberty to do so herewith in all deference, at the same time remarking how it appears to me from the whole course of this affair, in the repeated offer of the Sultan, that his intention actually tends thereto and he is sincere and inclined to transfer his realm to the Company; And Copy of a Letter from the Military Captain Hoffman to me, containing within it a full account of the progress and the ending of the Banjermassing Expedition; from which it will also become apparent to Your High Excellencies what manifold difficulties and hardships our men have had to struggle against, and how happily they have overcome everything through an exemplary conduct of good leadership and vigilance, and have thereby achieved the victory, without there being any further need to send them any reinforcement, just as I already had the honor to report to Your High Excellencies in my previous submission of the 8th; And proceeding herewith to the answering of Your High Excellency's aforementioned letter of the 8th of this month, I take the liberty in the first place to say humble thanks to Your High Excellencies for the gracious approval with which Your High Excellencies were pleased to honor my arrangements made to assist Banjermassing with some Madurese and Sumanap auxiliary troops, and that Your High Excellencies were moreover pleased to resolve to send hither the Sloop de Constantia and the pantjallang Banca with a reinforcement of 50 military men, in order to also serve for the strengthening of our force at Banjermassing; but since the fortunate turn which the Banjermassing affairs have taken in our favor now makes the sending of any further reinforcement unnecessary, I shall then also, in hope of Your High Excellencies' approval, now dispense with the dispatch of the aforementioned soldiers who are to come from Batavia with the two said vessels, and retain them here, in order to serve as a replacement for the 50 military men demanded by Your High Excellencies for the Government of Malacca, whom one otherwise, by reason of the altogether weak state
Dutch transcription
Samarang den 16„e April 172 Samarang den 16:' April Ao 106. pag=o 169 atavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel gestrenge Groot Achtbaren Heere, A Willem Arnold Atting, Gouverneur generaal in de welEdele gestrenge Heeren Raaden aan Neederlandsch Indies, en z:e enz: en3: Hoog Edel, Gestrense, Groot Agtbaren Hecro; en Wel Edele Gestrenge Heeren. Al voorens ik antwoorde op W Hoog Edelheedens, Jongt bij mij ontvangene, gerespecteerde missive van den 3„e deesen, zij het mij geoorlooft, uw Hoog Edelheedens, bereij„ „den deese aantebiedens, alle soodaenige brieven en pa„ „pieren, als ik op voor eergisteren over sourabaija, van Banjermassing ontvangen hebbe, vergeoeld van den Resi= „denten Origineele brieff van den 25=e Maart Js. , vermeld bij mijne voorige sparte missive van den 8:e deesen, be„ „staande deselve in de volgende; te weeten: Copia Translaat, van twee brieven, de eene door den Sulthan, en de anderen, door de gesaimentlijke pangerangs en Rijks grooters van Bangermassing, aan mij geschree„ „ven; behelende eene uitbreiding van den Loff en roem„ van den Capitain Militair Hoffman; terwijl den Sulthan teffens, daar bij aan uw Hoog Edelheedens en mij versoek doet, om gedagten Capitain Hoffman, in rang en quali„ „deet te verhoogen, tot vergetting van zijne betoonde moed en dapperheid, in den streid, zoo als ik bij deese ook de vrijheid neeme, hem in uw Hoog Edelheedens gunst en protexie aan te bereeken. Copia Translaat van twee andere brieven aan de Residenten van Banjermassing geschreeven; de eene door Daing Tarawe, en de andere door Pangerang Amir, denkelijk in antwoord van het gedaane requisiet, ter eerste instan„ „tie, om alle vijandelijkheeden te staaken en van Tabenjouw te vertrekken, ofschoon daarop niet toepasselijk zijnde, daan sij sig als het waare, nog laaten voorstaan, als off de Comp„s hunne parthij niet verlaeten zoude: Een Extract uit het Journaal van de Barcq de Eens= gezindheid; berigtende, hoe men de Booze aanslaegen van den vijand, had weeten te verredelen, en bij die geleegendheid, eenige gevangene bekoomen, waar van de voornaamste de p. r Samarang naar de Hoofdplaats stonde versonden te werden. Copia Brieff van den Eersten Resident van den worm„ 6. en. Waar ppag:o 171. Samarang den 16„en April 1706. Samarang den 16„e April 1726. waar bij hij mij te kennen geeft, dat den sulthan hem leven als deselve bevoorens aan Capitain Hoffman, heeft gedaan, had voorgehouden, zijn voorneemens, om het rijk van Banjermassing aan de E: Comp:e te presenteeren; waar op hij Resident, aan den sulthan vertoond had, dat het dan de Noodzaekelijkheid verbijokte, hij daar op met uw Hoog. Edelheedens en mij, in onderhandeling trad, Terwijl hij Resident, mij intusschen heeft versoek gedaan, dat ik uww Hoog Edelheedens, daarvan mogte kennisse geeven, invoegens ik de vrijheid neeme, zulks bij deesen in alle Eerbied te doen, onder aanmerking teffens, hoo mij uit het geheele beloop deesen sacke, in de herhaalde aanbieding van den Sulthan„ toescheint, dat desselve intentio, zig weezentlijk daar too strekt en hij opregt en geneegen is, om zijn rijk aan de Comp„e op te draegen; En Copia Briff van den Capitain Militair Hoffman, aan mij, ver„ „vattende in zig, een volleedig verhaal, van den voortgang en het eindigen, der Banjermassingse Expeditie; waar uit uw Hoog Edelheedens, teffens zal koomen te blijken, de meenigvuldige moeijelijkheeden, en ongemaken, waar teegens de onse hebben moeten worstelen, en hoe gelukkig sij alles door een voorbeildig gedrag van goed: beleid en wak„ „kerheid, te booven zijn gekoomen, en daar door de Overwin„ „ning hebben behaald, zonder dat men verder noodig heeft, hun eenig secours toetezenden invoegen ik bij mijne voorige submissie van den 8„e reeds de eere hadde, uw Hoog Edelheedens te melden; En hier meede overgaande, tot de beantwoording van uw Hoog Edelheids hier vooren gemeld schrijvens van den 8„e deeser, neeme ik de vrij= „heid uw Hoog Edelheedens in de eerste plaets, needrig dan ik te zeggen, voor de geneegene Approbatie, waar meede uwhoog„ Edelheedens mijne gemaakte schikkinge, hebben gelieven te verEeren om hangermassing, met eenige Hadureeren en sumanapshe hulptroupes, te adsisteeren, en dat duw Hoog Edelheedens boven dien, nog hebben gelieven te be„ „sluijten, om de Chialoup de Constantia en de pantjal„ „lang Banca, met een onderstand van 50. koppen Mili„ „tairen, herwaerds te zenden, ten einde meede te kunnen dienen, bot versterking van onse magt te Banjer„ „massing; dan dewijl den gelukkigen keer, die de Ban„ „Jermassings zaeken, ten onsen voordeele hebben genoo„ „men, thans het afzenden van eenig verder secours, Onnoodig maaken, zoo zal ik dan ook, in hoope van uw Hoog Edelheedens goedkeuring, de verzending den opge„ „dagten militairen, die met de gem: twee vaarthuigen van Batavia staan te koomen, als nu Excuseeren, en deselve alhier aanhouden, ten einde te dienen, tot remplacement, van de door uw Hoog Edelheedens, voor het gouvernemuirt Malakka, gevorderde 50. koppen militairen, die men ander„ „sints uit hoofde van den allezints swakke terstant, voorige. van 1
English
page 173. Samarang the 16th of April 1746. Samarang the 16th of April 1786. from the Samarang garrison, from here, could not have been spared. I shall however, of the equipage goods, likewise medicaments, and whatever else is due to be brought here by the above-mentioned two vessels, send as much to the Banjermassing factory as will be necessary to properly provide the coaster De Patriot with everything; since that keel has been planned by me to continue cruising along the Banjer coast for the time being, in case Your High Nobilities should not have seen fit to dispose otherwise in the meantime; whereas on the other hand I expect the other vessels, which I have already recalled from there conformable to my repeated letter of the 8th of this month, back here shortly, and have therefore likewise decided to continue keeping the remainder of the goods to be brought here likewise, in order to always have something on hand of one and another for occurring occasions, which can be made use of, just as I shall also act in like manner with the artillery and weaponry sent from Batavia for the aforementioned purpose, likewise what Your High Nobilities have seen fit to send hither with the aforementioned vessels above the General Demand recently made from here for the service of this government, for the satisfaction of which I meanwhile express my thanks to Your High Nobilities hereby. Very rightly have Your High Nobilities seen fit to remark that the Banjermassing Sultan ought to reimburse the costs that were incurred by the Honorable Company for executing the Banjer Expedition, and indeed at the ordinary retail price, as this in my opinion is completely in accordance with fairness. For that reason, I have already made these thoughts of mine known to the Residents at Banjermassing and Captain Hoffman, with orders at the same time to prepare and make ready the Sultan, as it were provisionally, indirectly, for that restitution; commanding them at the same time to form a separate account in their books of all expenditures and outlays that were made in their parts for the prosecution of this Expedition, as I have meanwhile also caused to be put into effect here; while I shall now inform the Residents of the said disposition of Your High Nobilities at a further opportunity, and as soon as the statement of the expenses incurred at Batavia has been counted hither, then draw up a formal account to be restored and paid back to the Company by the Sultan, alongside what was enjoyed by him separately, in order to thus indemnify the Company page 175. — Samarang the 16th of April Ao 1736. Samarang the 16th of April 1736. — for an Expedition which primarily served to establish the Sultan upon his tottering Throne. It has served me meanwhile as a particular satisfaction that Your High Nobilities have seen fit to approve my arrangement to cut off those of Passir and Poelo Lauwt from all support of rice and other sorts of provisions from Java, and in the hope of Your High Nobility's further approval, I shall let the prohibition placed against that stand until such time and while one can hold oneself sufficiently assured that they are no longer pregnant with any further hostile plans or intentions. Likewise, it could not be anything but most pleasant to me that Your High Nobilities have seen fit to cast a favorable reflection upon the shown bravery of Sergeant Daal in the Banjer Expedition, and while I most humbly thank Your High Nobilities for this hereby, I cannot at the same time refrain from respectfully informing Your High Nobilities that I have previously already, in the hope of Your High Nobility's favorable interpretation, both to reward true bravery and to strengthen the ambition of Captain Hoffman, qualified and authorized the said Captain Hoffman to make a provisional appointment of Ensign Jannet to Lieutenant, and Sergeant Daal to Ensign, as this appeared to me to be most necessary in view of the very small number of officers at Banjermassing; but since he will possibly not have decided upon this on account of the now already ended Expedition, I nevertheless take the liberty to request of Your High Nobilities' special goodness that this promotion may take effect, as I can testify to Your High Nobilities in all truth that the praise which Captain Hoffman accords Ensign Jannet in his aforementioned letter is not at all exaggerated, since he has always been known here as a man of judgment, conduct, and courage, and for that reason, and on account of his excellent performance of duty, was also deployed by me for this Expedition; as regards the remaining persons who according to the letter of Captain Hoffman have distinguished themselves in the Banjer Expedition, namely Sergeant Smith, Bombardier Wolff, and the assistant surgeon, I shall also keep them in favorable regard on a suitable occasion and reward them for their shown zeal and vigilance, while for the rest I cannot refrain from expressing here yet my particular pleasure regarding the satisfaction that Your High Nobilities have been pleased to take in all my proceedings concerning the
Dutch transcription
pag„o 173. Samarang den 16„e April 1746. Samarang den 16„e April 1786. van het samarangsa guarnisoen, vaen hier, niet soude hebben kunnen missen. Ik zal egter van de Equipagie goederen, item medica„ „menten, en wat meer, door de leven gedagte twee vaar„ „thungen alhier staat aangebragt te worden, soo veel naer het Comptoir Banjermassing verzenden, als noodig zal zijn, om den Coster de patriot, van alles behoorlijk te voorsien; alzoo dien kiel door mij geprojecteert is, om nog voor Eerst, langs de Banjerashe kust te blij„ „ven kruijssen, ingevalle uw Hoog Edelheedens intusschen daar omtrent niet anders mogten hebben gelieven te disponeeren; terwijl ik daar en teegen de andere vaar„ „thuigen, die ik bereeds weeder van daar gerappelleerd hebbe, Conform mijn meerm: schrijvens van den 8=e deerer, eerlang alhier te rug verwagte, en overzulks almeede beslooten hebben, het overige van de aantebrengene goe„ „deren, alhier insgelijks te blijven aanhouden, ten einde bij voorvallende geleegendheeden, van een ander, altoos uits Aan handen te hebben, waar van men zig bedienen kan, zoo als ik ook ingelijken voegen zal handelen, met de meede ten voorsz: einde van Batavia afgezondene Arthillerij en wapengoederen, item het geene uw Hoog Edelheedens boven den Jongst van hier gedaane Generaale Eijsch, ter dienste van dit gouvernement, met de meergedagte vaarthuigen, herwaerds hebben gelieven te zenden, voor welkers voldoening, ik uw Hoog Edelheedens intusshen bij deese dank zegge. se Regt hebben uw Hoog Edelheedens gelieven Aantemer„ „ken, dat den hanjermassings sulthan, de kosten, die door de E: Comp:e tot het outvoeren der Bangersche Eapo„ „ditie gemaakt zijn, behoorde te vergoeden, en wel teegens den gewoone uutkoops prijs, alzoo zulks na mijne gedag„ „ten, volkoomen met de billijkheid overeenkomstig is, Ik hebben dut dien hoofde de Residenten te hanjermas„ „sing, en den Capitain Hoffman deese mijne gedagten, dan Ook bereeds te kennen gegeeven, met ordre teffens, om den sulthan, als het waare bij voorraad, van ter zeide, tot die restitutie voor te bereiden, en te prapareeren; hun teffens gelastende, om van alle spandaties en uitgiften, die ten huunent tot 't voortzetten deeser Expeditie ge„ „daan zijn, eene Aparte Reekening bij hunne boeken te formeeren, soo als ik intusschen alhier ook hebbe doen te werk stellen; Terwijl ik de Residenten, als nu bij eene. nadere geleegendheid, van de gedagte dispositie uwer HoogEdelheedens zal informeeren, en soo dra de opgave der gevallene Lasten te batavia, na herwaerds aangeree„ „kend zijn, als dan, eene formeele Reekening opmaeken, door den sulthan, neevens het geene door hem nog afzonderlijk genooten is, aan de Comp„e weeder geresti„ „tueerd en voldaan te werden, om dus doende de maat„ welkers. „schappije pag:o 175. — Samarang den 16„e April Ao 1736. Samarang den 16„e April 1736. — „schappije schaedeloos te stellen, weegens eene Expeditie, die voornaementlijk heeft gediend om den sulthan; op zijne waggelende Throon te bevestigen. Het heeft mij intusschen tot een bivondene satisfactie verstrekt, dat uw Hoog Edelheedens, mijne beschisking, Om die van passir en poelo Lauwt, alle onderstand van Rijst, en andere zoorten van Leevensmiddelen, van Java, aftesnijden, hebben geleeven goed te keuren, en ik zal in hoope van uw Hoog Edelheids verdere Approba„ „tie, het daar teegen gestelde verbod, soo lange laaten stand grijpen, tot tijd en wijle, dat men sig genoegsaam kan verseekert houden, dat zij met geene verdere vij„ „andelijke voorneemens off inzigten, meerder zwanger gaan. Insgelijks heeft het mij niet dan ten hoogsten 'I aangenaam kunnen zijn, dat Uw Hoog Edelheedens eene Gunstige teflectie, hebben gelieven te slaan, op de betoon„ „de bravoures van den sergeant Daal, in de Banjersche Expeditie, en daar ik uw Hoog Edelheedens bij deesde, hier voor needrigst dankzegge, kan ik teffens niet afzijn uw Hoog Edelheedens in alle Eerbied kennisse te geeven, dat ik reeds bevoorens, in hoope van uw hoog Edelheids, gunstige welduiding, zoo om de waare dapperheid te beloonen, als om de Ambitio van Capitain Hloffman, te sterken, ge„ „melde Capitain Hoffman, gequalificeert en geauthoriseerd hubbe, tot eene provisioneele Aanstelling van den vaandrig Iannet tot Luitenant, en den sergeant Daal, tot Vaenr„ „drig, alsoo mij zulks uit hoofde van het zeer geringe ge„ „tas officieren te hanjermassing, ten hoogsten noodsaeke„ „lijk toescheen; dog dewijl hij moogelijk dut hoofde den nu reeds g'eindigde Expeditie, hier toe niet zal beslooten hebbe, soo neeme ik egter de vrijheid, van uwer Hoog Edelheedens bijzondere goedheid te versoeken, dat deese promotie mag gevolg neemen, alsoo ik uw Hoog Edelheedens, in alle waarheid betuigen kan, dat de Loff, die Capitain Hoffman, bij zijnen hier vooren gedagten brieff, den vaendrig Iannet toekent, gansch niet vero„ „groot is, daar dezelve hier altoos voor een man, van Oordeel, beleid en manmoedigheid heeft bekend gestaan, en uit dien Hoofde, en weegens zijne uitmuntende dienst betragting door mij tot deese Expeditie ook is geli„ „ploijeerd geworden; wat de overige perzoonen aanbelangd die volgens schrijvens van den Capitain Hoffman in de Ban„ „Jersche Expecitie hebben uitgemunt, namentlijk den sergeant Smith, den Bombardier Wolff, en den ondermeester, Ik zal dezelve bij gepaste geleegendheid, meede in gunstige gelee„ „gendheid blijven houden, en voor hunne betoonde iever en Vigelantie beloonen, Terwijl ik overigens met af kan zijn, alhier nog mijn bisonden genoegen, te betuigen, wee„ „gens het welgevalle, dat uw Hoog Edelheedens, wel hebbe gelieven te neemen, in alle mijne verrigtinge raakende Jannet de 9
English
page 177. — Samarang the 16th of April 1786. Samarang the 16th of April Anno 1786. the Banjarmasin Expedition, and I also flatter myself with the hope that my further conduct observed in that regard will likewise have been honored with Your Right Excellencies' favorable approbation. Furthermore, I also take this opportunity to give notice, with special pleasure regarding the rice crop in this government, that according to the latest reports from the subordinate outer offices, the paddy everywhere presents itself very flourishing and favorable, just as one may also promise oneself a successful rice harvest in the districts of Samarang and Demak due to the refreshing rains that have fallen since some time ago; wherefore one currently needs not be fearful of any further shortage of this grain, provided heaven otherwise continues to preserve the fields from unforeseen accidents and misfortunes, which I sincerely hope, wishing for that reason to be able thereby not only to allow the Company to receive the necessary quantity of this foodstuff, but also to be able to provide Batavia and other places with it. I remain herewith with the greatest high respect and submission. It was signed below: Title; lower: Your Right Excellencies' humble and faithful servant; was signed: J. Siberg. In the margin stood: Samarang the 16th of April 1786. —. Copy Translation Malay letter written by Ratu Ismail, Pangeran Copy Translation Malay letter written by the Panembahan Soleman and Sultan Adam at Banjarmasin, to the Right Honorable, Rigorous, Esteemed Lord Johannes Siberg, Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, received at Samarang the 11th of April 1786. After customary compliments. I express most humbly my gratitude to Your Right Honorable, Rigorous, and Esteemed Lord regarding Captain Hoffman, who is with me at Kantjana, and which Captain, accompanied by my subjects in the year 1200 on the 13th of May, from six o'clock until 12 o'clock at night, fought against the Buginese enemy, and defeated and entirely put the enemy to flight, the aforementioned Captain Hoffman, accompanied by my subjects, having taken 10 bentings from the same enemy, and the same were all burned and demolished by Captain Hoffman, he, the Captain, being a panglima and a great hero in the war, and in strength and might like a lion. I request the Lord Governor-General, together with the Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies, as well as the Lord Governor, that when Captain Hoffman returns back to Samarang, the same may then be promoted in rank, while I wish that all of the Honorable Company's servants may fare well forever. Below stood: translated by me; was signed: W. Wardenaar, sworn translator. turn over Mangere 6
Dutch transcription
pag„o 177. — Samarang den 16„en April 176. Samarang den 16„e April Ao 1786. de Wanjermassingsche Expeditie, en ik vleije mij ook met de hoope, dat mijn verder daar omtrent gehouden gedrag, almeede met uwer Hoog Edelheedens gunstige Approbatie, zal zijn verlerd geworden. Voorts bediene ik mij nog van deese geleegendheid, ten Opsigte van het rijst gewasch, ten deesen gouvernemente, met len bijzonder genoegen kennisse te geeven, dat volgens de Jongste berigten van de onderhoorige buijten Comptoiren, zig de padij, overal, zeer vleurig en favorabel opdoed, zoo als men in de districten van Samarang en damak door de seedert eenige tijd herwaerds gevallene verkwik„ „kende Reegens, zig meede eene gelukkige Rijst oogst mag belooven; oversulx men thans voor geen verder gebrek aan dit graan, behoeft bedugt te zijn, indien andersints den Heemel, de Ackers voor onvoorsiene toevalle en ongelukken blijft behoeden, het geene ik hartelijk hoope, en wenschen„ ten dien einde daar door in staat te zijn, niet alleen de Comp„e de benoodigde quantiteit, van dit voedoel te laeten toekonen, maar ook Batavia in andere plaetsen daar meede te kunnen voor zien Jk overbere mij hier meede met de meeste hoogagting en submisjen te zijn. /:onderstond:/ Tetul /:lager:/ uwerhoog Edel„ „heedens onderdanige en trouwschuldige dienaer /:was getekent:/ J„bs Siberg. /inmargenessond:/ Samarang den 16„e April 1786. —. Copia Translaat Maleise Baiff geshren„ „ven door Ratoe Jsmael, pangerang Copra Translaat Maleidsche Brieff geschreeven door den panumbahan Saleman en sulthan Adam te Banjer„ „massing, Aan den wel Edele gestrengen Agtb: heere Johannes Siberg, Raad van Neederlands India, mitsgaders Gouver„ „neur en directeur op en Langs Javas N. o:t kust, ontv: te Samarang den 11. April 1706. Na voorgaande Complimenten. Ik zegge UwelEd. gestr. agtb: op het ootmoedigste dank„ weegens den Capitain Hoffman, welke met mij te kantjana sig bevind, en welke Capitain, verseld van mijne onderdae„ „nen in 't Jaar 1200. op den 13„e Meij, van ses uuren tot 's nagts ten 12. uuren teegen den Bougineese vijand geslaegen, en over„ „wonnen en de vijand ten Eene maele op de vlugt gedree„ „ven heeft, hebbende den gem: Capitain Hoffman verseld van mijne onderdoenen van deselve vijand 10. Bentings genoomen, en dezelve sijn te zaamen door den Capitain Hoffman ver„ „brand en vermeld, zijnde hij Capitain een panglima en een groote geld en den oorlog, en in kragt in magt gelijk als een Leeuw. Jk versoeke den Heere Gouverneur Generaal Beneevens de welEdele Heeren Raaden van Neederlands Indië, mitsgads den Heer gouverneur, dat wanneer den Capitain Hofman weederom te samarang te rug keert, dat deselve als dan in qualiteit mag verhoogt worden, terwijl ik wenschen dat het al sEComp:s dienaeren altoos duurende mag wil gaan. /:onderstond:/ getranslateert door mij /:was getee„ „kent:/ W„m Wardenaer gesw: translateur. verte Mangere 6
English
page 179. Samarang the 16th of April 1786. Samarang the 16th of April 1786 number who at Mangioe di Laga, Pangerang Ijsa, Pangerang Mohamad and Pangerang Saijras, and all the grandees of Banjermassing, To the Right Honorable, Rigorous, Venerable Lord Johannes Siberg, Councillor of the Netherlands Indies, and Governor and Director of this Coast, received at Samarang the 11th of April 1786. After preceding compliments. We let this solely serve to inform Your Honorable Rigorous Venerable Lordship regarding Captain Hoffman, who is with the Sultan at Kantjana, and who with us on land, on the 13th of May in the year 1200 from six o'clock until 12 o'clock at night, fought against the Buginese enemy and defeated and utterly dispersed them; as also that he, together with us, took 10 bentings of the enemy and utterly destroyed and burned them, he, Captain Hofman, being a panglima and the great hero in war, and in strength and might like a lion, for which reason we also gladly remain with him; the more so because his commands in war are very calm, good, and wise. Underneath stood: Translated by me, was signed: Wm Wardenaer, Sworn Translator. Copy Translation of a Malay Letter, written by Aroeng Terawe, To the Merchant and Junior Merchant, or First and Second Resident, and to all the Captains at Banjermassing; presented at Samarang the 11th of April 1786. The letter I have received in good health, which contained that I had to pack up and depart from Tabanio; so I inform my friends that the reasons why I am at Tabanio and what I do there, the Company knows. On the grounds that I heed the orders coming from the Company, I maintain my stay at Tabanio. And for the reason that the Soesoehoenang has put my emissaries to death, I have already had a vessel made ready to give notice thereof to the Company on Java; as those emissaries of mine carried with them a letter to the Resident and one to the Soesoehoenang, and for that reason the Soesoehoenang had them put to death, their names having been Poenataka, Toe Pata, Wat Sabie, and Hat Ap Tawa, who were chiefs, together with the other 26 in number, and furthermore together were put to death by the Soesoehoenang. The letter sent by me with Jntje Arnad to the Resident at Banjermassing contained: that I, conspiring together with Pangerang Amir, requested my friend the Resident that he would be pleased to keep himself entirely impartial and quiet, for if it were that Pangerang Amir obtained his heart's desire, he would not oppress the Company at Banjermassing, but enlarge its residency, and deliver the pepper at four reals the picol, and if it might be that the Resident owed arrears on the pepper to the Soesoehoenang, he would not have to pay the same, if only he, Pangerang Amir, obtained his heart's desire regarding the realm of Banjermassing; this being the contents of the letter brought by Intje Amad, and upon which I had agreed with Pangerang Amir. I request all my friends, the commanders in the Company's lodge at Banjermassing, that they should not at all, or in the least, depart from the orders of the Company which rest with me. with
Dutch transcription
pag:o 179.— Samarang den 16„e April 1786. Samarang den 16„e April 1786— getalle dewelke te Mangioe di Laga, pangerang ijsa, Pangerang Mohamad en pangerang Saijras, en alle de groote van Banjer„ „massing, Aan den wel Edele gestrenge Agtb: Heer Johannes Siberg Raad van Neederlands Indie, en gouverneur en directeur deeser kust, ontfangen te Samarang den 11:e April 1786- Na voorgaande Complimenten. Wij laaten deesen Eeniglijk dienen om uw Ed: gestr: agtb: weegens den Capitain Hoffman te berigten, welke sig met den sulthan te kantjana bevind, en welke met ons te Land, op den 13:e meij in 't Jaar 1200 van ses uuren tot 's Nagts ten 12. uuren, teegen den Bougineeren vijand geslaegen en deselve overwonnen en ten eenemaale verstrooijt heeft; als ook meede dat denselven met ons 10. bentings van den vijand genoomen en deselve ten eenemaale verwield en verbrand heeft, sijnde hij Capitain Hofman een panglima en den groote held in den oorlog en in kragt en magt een Leeuw ge„ „lijk, waaromme wij, ook gaarne met denzelven zijn; te meer om dat desselvs beveelen in den oorlog zeer bedaart, goed, en „wijselijk zijn. /:onderstond:/ Getranslateert door mij /:was ge„ „teekent:/ W„m Wardenaer gesw: Translateur. Copia Translaat Maleidsche Brieff, geschreeven door Aroeng terawe, Aan den koopman en onderkoopman /:of zer„ „ste en tweede Resident:/ en aan alle de Capitains te Banjermassing; vertoond te samarang den 11„e April 1786 — e Brieff hebbe ik in een goede welstant ontfangen, dewelke behelsde, dat ik mij van Tabanio moeste wegpakken en vertrekken; soo melde ik mijne wrienden, dat de reede„ „nen waaromme ik te tabanco ben, en wat ik daar doe„ de Comp„e sulx weet. oit hoofde dat ik, de van de Comp„e komende beveelen in agt neemen; soo houde ik mijn ver„ „blijff te Sabanio. En om reedenen den soesoehoenang mij„ „ne sendelingen heeft om het Leeven gebragt, soo hebbe ik reeds een vaarthuig in gereedheid laaten brengen, om aan de Comp„e op Iava derweegen kennisse te geeven; als heb: „bende die sendelingen van mij Een Brieff aan den resident en Een aan den soesoehoenang bij sig gehad, en om die reedenen heeft den soesoehoenang deselve om het Leeven laeten bren„ „gen, zijnde deselve genaamt geweest, poenataka, 188„ = met de andere 26: in „toe pata, wat sabie, en hat ap tawa, welke hoofde waaren, tzaamen en voorts te saemen Cloon den soesoehoenang sijn om het Leeven gebragt. De Brieff door mij met Jntje Arnad, aan den Resident te Ban„ „jermassing gesonden, behelsde: dat ik met den pangerang Amir te samen spannende, mijnen vriend den Resident ver„ „sogt, dat deselve sig Eeniglijk onpartijdig en sel geliefde te houden, want als het was dat pangerang Amir zijns harten begeerten verkreeg, denselven de Comp„e te Banjermas„ „sing niet soude verdruken, maar desselve residentie ver„ „breiden, en de peeper teegens vier reaal depicol Lieveren, en als het mogte weesen dat den resident aan den soesoehoenang agterstal op de peeper schuldig was, soo soude deselve sulx niet behoeven te betaalen, als hij pangerang Amir maar eeniglijk zijnes harten begeerte, aangaande het hanjer„ „massingse rijk verkreeg; zijnde, dit den inhoud van den door Intje Amad gebragte brieff, en op welk ik met den pangerang Amir was overeengekoomen. Ik verzoeke alle mijne vrienden de gezagvoerders in 's Comp=s Logie te Ban„ Jermassing, dat dezelve dog in 't geheel, off in 't minst de beveelen van de Comp„e welke onder bij berustende sijn, vertrekken . met
English
page 181: Samarang, the 16th of April 1786. Samarang, the 16th of April Ao 1736. will not please to reject or curtail; because I wish to maintain a sincere friendship with the resident and other commanders at Banjermassing. At present, I have nothing else at hand that I can send, except solely my fervent wishes for an everlasting well-being. Below stood: written the 14th of the moon Rabi-ul-akhir on the day Arbahsa at 2 o'clock in the year 1200. Lower: translated by me, was signed: W. Wardenaar, sworn translator. Copy Translation of a Malay Letter written by Pangerang Amit, to the Banjarmassing Resident; presented at Samarang, the 11th of April 1736. As reasons that I find myself here with busyness and want, I therefore let my emissary the Anachoda Daijing Menoempo cross over, who represents me, and all that he says is as good as if I did so myself, just as all that he proposes is as good as if it were done by myself, for I have told him all my desires, to be presented to my friend, and he being fully my authorized agent, who knows my circumstances and want, to request some rice and teen money from my friend; so Your Honour can inform yourself further from him, Daijing Manoempoo, for he knows what I request. My friend may mention this in a letter, so that I may be informed thereof. Below stood: translated by me, was signed: Wm Wardenaar, sworn translator. Copy Extract from the Journal of what occurred on the Bark de Eensgezindheid from the 26th of February, when we sailed out of the River of Banjermassing, alongside the pantjallang de Uijtkeijk and the galiot de Havik. Cruising back and forth in the fairway until the 6th of March, we came to anchor before Tabenjauw, where a white flag showed from their Benting, and we all a white flag. Nothing occurred before evening and at night. The 7th of March in the forenoon, seeing two vessels coming out of the River of Banjer, thinking that we would obtain news or refreshments, the aforementioned proas approached, kept under the shore as close as was possible for them. Fired 10 shots with live ammunition at 6 lb at them, but they passed under the gunfire, running into the river of Tabenjouw, so that with our vessels we could accomplish nothing there, without having small vessels in the fleet as well, which we can send under the shore in 3 to 4 feet of water. The 8th ditto in the afternoon at 3 o'clock, an emissary, the Buginese of Tabenjouw, came on board to inquire from where we came and what we had to do, to which we gave him the answer: that we were cruisers from Java, and had to cruise toward Tabenjouw, Passier and Sucradana, to bring in all pirates or evil vessels for the Honourable Company, he promising us in return that he would provide us the next day with a letter for the Honourable Company. Thereupon the emissary went to land again. The 9th of March the aforementioned emissary named Daing Marroi came, alongside Daing Mennoempo and Anachoda Toewanka
Dutch transcription
pag„s 181: Samarang den 16. April 1786- Samarang den 16„e April Ao 1736. niet gelieve te verwerpen ofte kort te doen; uit hoofde ik met den resident en verdere gezagvoerders te kanjere„ „massing, eene opregte vriendschap wel houden, Ik hebbe thans niets anders aan handen om te kunnen zenden, als eeniglijk mijne vuurige wenschen, tot een altoos wel zijn /:onderstond:/ gechreeven den 14=e van het Ligt Rabi„ „oelakeer op de dag Arbahsa ten 2. uuren Jn 't Iaar 1200. /:Lager getranslateert door mij /:was geteekent:/ W. Warde„ „waer, desw: Translateur. Copia Translaat Maleidschen Brieff geschreeven door Pangerang Amit, aan den Banjermassings Resident; vertoont te samarang den 11=en April 1736= In Reedenen ik omij met beesigheeden en gebrek alhier bevinde, soo laete ik mijnen sendeling den Anachoda daijing Menoempo Overgaan, dewelke mij voorsteld, en al wat de„ „selve segt, is soo goed off ik zulx selfs deede, gelijk ook meede al wat deselve voorsteld, soo goed is, off sulx door mij selvs geschiede want ik hem alle mijne begeertens gezegt heb, om aan mijnen vriend te moeten voordraegen, en deselve ten vollen mijnen gemagtigde zijnde, die mijne Omstandigheeden en gebrek weet, om aan mijnen vriend eenige rijst en teen geld te versoeken, soo kan UE: sig nader aan hem daijing manoempoo informeeren, want dezelve is bekent, wat ik versoeke. mijnen vriend kan sulx in een Brieff melden, op dat ik daaromtrent mag onderregt weesen.. /:onderstond:/ getranslateert door mij /: was geteekent:/ W„m Wardenaer, deswirre translateur. Copia Extract uit het Journael van 't voorgevallene in de Bark de Eens gezindheid van den 26: febr„ dat wij uit de Rivier van Ban„ „sermassing uitzeilde, neevens de pantjallang de uijtkeijk en de galwet de Harik. als Kruijssende in 't vaarwaater over en weeder tot den 6„e Maart, kwaame voor Tabenjauw ten anker al„ „waar zig van haar Benting een witte vlag vertoonde, en wij alle een witte vlag, voor 's Avonds en 's Nagte niets voorgevallen; den 7„e Maart in de voormiddag ziende twee vaartuigen, koomende uit de Rivier van Banjer, denkende dat wij tijding off verversing zoude bekoomen, voorm: prauwe Naderde, hielde onder de wal alsoo na het haar moo„ „gelijk waer, deede op deselve 10 p:s schoote met scherp â 0. lb maar dezelve ginge onder 't geschut door, loopende in 't rivier van Tabenjouw, dus wij met onse vaar„ „thuige mets daar konde uitvoeren, zonder meede kleine vaarthuige in de vloot te hebbe, dewelke wij onder de wal op 3. âp 4. v=t waeter zende kan„ den 8=e d„o 's nademiddags om 3. uur, kwam een zendeling den Bougineess van Tabenjouw aan boord om te ver„ „neeme van waar wij kwaamen en wat wij doen moes„ „ten, waar op wij hem ten antwoord gegeeven hebben; dat wij kruijtsers van Java waeren; en moeste kruissen na Tabenjouw, passier en sucradana, om alle 3oeroovers off kwaade vaarthuige opte brenge voor de E: Comp.:e , bij ons weeder verspreekende, dat hij ons 's anderen daags een Brieff voor de EComp„e wilde besorge, vervolgens gong de zendeling weeder na Land; den 9:e Maart kwam den voorn: zendeling genaamt Daing Marroi, neevens Daing Monnompo en Anachoda Toewanka
English
page 183. Samarang the 16th of April 1786. Samarang the 16th of April Anno 1786. Soewanha with three of them as envoys of their prince Daing Toerawee made known to us that they urgently required some gunpowder, bullets, rice, salt, and lead, which we promised to supply them with entirely, provided that they gave us slaves in exchange for it. On the 12th of the same month, in the afternoon at 2 o'clock, the wind being west-southwest, weighed anchor, set sail, and tacked back and forth until around 4 o'clock, when we anchored again at a depth of 5½ fathoms, the East River of Banjarmassing then bearing north half west and Tabenjouw south-southeast. We saw a Buginese vessel approaching again with a white flag, hoisted a white flag as well, whereupon they came strongly toward us with the aforementioned vessel; at 6 o'clock they came on board, also bringing 19 head of slaves, whom they wished to sell to us in exchange for rice, salt, cash, etc., whereupon we concluded the purchase together for 250 Spanish reals, took over the said slaves, and resolved among ourselves to bring the four Buginese chiefs together with the aforementioned slaves to Banjarmassing. We made them cheerful, gave them wine and gin to drink, as well as a pipe, letting their vessel drop astern on the towline. We saw fit to cut adrift the said vessel with seven common Buginese, to shoot it to the bottom, and to lock their aforementioned four chiefs in irons, which was also done. Subsequently, on the 10th in the morning, weighed anchor and sailed off the coast of Banjarmassing, resolved then to enter and to bring the aforementioned four Buginese chiefs together with the aforementioned slaves over to Banjarmassing, leaving the rest to the discretion of the Honorable Company; we also captured a small writing drawer with papers, which we thought to be of great importance. After the galley De Kraaij had departed for Samarang on the 5th of this month, the humble subscriber made a journey to court, subsequently visited the camp with the gentleman Captain Hoffman, and returning from the camp to Boemiekantjana, the Susuhunan had me summoned into his Dalam, brought me into his bedroom, and secretly made known to me that once the Buginese were driven away, he intended to present his kingdom to the Honorable Company, because he wished to end his days in peace and quiet, provided that the Honorable Company would grant him an annual maintenance. I answered the prince on this matter that His Highness ought to write to your Right Honorable Sir yourself about it. And since one can place little reliance on the words of the native once they are delivered from distress, nevertheless, in accordance with my duty, I could not fail to inform your Right Honorable Sir of this. My humble request is that your Right Honorable Sir please communicate one thing and another to Batavia, as in haste my vessel... Copy of a letter written by the Junior Merchant and First Resident Barend van den Worm at Banjarmassing, to the Right Honorable, Severe, and Esteemed Sir Johannes Siberg, Councillor of the Dutch Indies and Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, dated Banjarmassing the 24th of March 1786. Underneath stood: Thus transacted on the bark De Eensgezindheid, date as above Anno 1786. Was signed: Samuel van den Broek. Lower: Agrees, was signed: A. du Pont.
Dutch transcription
pag:o 183. Samarang den 16=' April 1726. Samarang den 16:e April A„o 1736— Soewanha met haar drien als zendelings van haar vorst Daing Toerawee, maehte ons bekend dat zij hoog noodig eenig kruijt, koogels, Rijst, zout en Lood benoodigd waaren, het welk wij haar versprooken hebben, om haar van alles te voorsien, soo bij aldien zij ons daar voor slaeven in ruijling gaeven. Den 12:e dito Nademiddag om 2. uuren, de wind W:r Z=r W=t zijnde Ligte anker, gaan zeis Leiden 't op en weeder tot om 4: uuren, kwaamen wij weeder ten anker op de diepte van 5½. v„m speitoe als doen de Oost Bievier van panjermassing N:o half w:t in Tabenjouw Z 0. ten 3. , zien Een Bouginees vaarthuig weederom, met een witte vlag aankoome, heische meede een witte vlag, wanneer zij sterk na ons toe kwaeme met voorm: vaarthuig, om 6. uuren aan Boorde bragte meede 19. p.:s slaeven, welke zij ons in ruijling voor Rijst, zout den held &: verkoopen wilde, waar op wij gezamentlijk de koop geslooten hadde voor 250. sp„s Redelen, naeme gem: slaeven over en Resolveer„ „de bij ons eigen om de vier hoofde der Bougineese nee„ „vens voorm: slaeve gesamentlijk na Banjermassing te brenge maekte haar noolijk, gaeven haer wijn en genee„ „ver te drinken, meede een pijp, haar vaarthuig agteruijt laetende zakken op den sleeper, vonde goed gem: vaarthuig met seeven gemeene Bougineese aftesnijden, en in de grond te schieten en haar voorm: vier hoofde in de Eijsers. te sluijten, het welk ook zoo gedaan is; vervolgens den 10„e smorgens Ligte Anker en zeilde voor de kante van hanjerwassing, Resolveerde als doen om binne te gaan, en voorm: Aien Bougineese hoofden neevens voorm: slaeven na Banjermassing over te brengen, en 't verdere aan de goedvinding van de EComp„e over te laeten, verover„ „de meede een 't schrijflaedje met papieren, het welk wij dagte van groote aangeleegendheid te zijn. Na dat de Galeij de Kraaij, op den 5„e deeser na samarang was vertrokken, heeft den needrigen teeke„ „naar een Hoff reijs gedaan, vervolgens in 't Campement bij dheer Cap„n Hoffman geweest, out 't Campement na hoemiekantjana rethourneerende, liet de soejoenan mij in zijn Dalm roepen, bragt mij in zijn slaapkamer, en gaff mij secreet te kennen, als de Bougineeren verdree„ „ven waaren, van voorneemens was zijn Rijk aan d'EComp:e te presenteeren, want in rust en vreede zijn daegen wilde eijndigen mits dEComp„e hem 's Jaarlijks onderhoude wilde toeleggen, ik hebbe hierop den vorst geantwoord zijn Hoogheid uwelEd: gestr: gr:t agtb: zelvs daar over diende te schrijven, En vermits men op den Inlander wanneer zij uijt den nood gered zijn haar woorden weinig staat kan maaken, Egter heb ik volgens mijn pligt niet kunnen „nalaaten welEd. gestr: gr=t agtb: hier van kennis te geeven. Mijn needrig versoek is uw Ed. gestr: agtb: het een en ander na Batavia gelieft te bedeelen, alzoo in der haast mijn vaar„ Copia brieff geschreeven door den onderkoopman en Eerste Resident Barend van den worm te Ban„ „jermassing, aan den wel Edelen gestrengen Achtbaaren Heer Iohannes Siberg, Raad van Neederlands Indien en Gouverneur en directeur op en Langs Javas N=t O=t kust, gedateert hanjer„ „massing den 24=en Maart 1786. /onderstond:/ Aldus gepasseerd in de Bart de Eens „gezendheid, Datum voorm: A:o 1786. /was geteekent./ Sam„l van den Broek /:Lager:/ Accordeert /:was geteekent:/ Onderstond E e „ring A„n du Pont.
English
Samarang, the 16th of April 1786 Samarang, the 16th of April 1786 [illegible] page 185. and dispatched the letters to the Honorable, Valiant, and Esteemed Gentlemen at Grissee. Furthermore, I have the honor to remain with all submission, underneath: Title, lower: Your Honorable, Valiant, and Esteemed humble and very obedient servant, was signed: B:rk van der Worm, in the margin: Banjermassing, the 24th of March 1786. Copy of the letter written by the Military Captain Christoffel Hoffman on expedition at Banjermassing, to the aforementioned Right Honorable personage, dated there the 23rd of March 1786. I hope that my two previous letters have arrived safely, from which Your Honorable, Valiant, and Esteemed Gentlemen may discern my last patrol conducted on the 25th of the past month, when I perceived the intention of the Buginese as well as their strength, and at the same time the cowardice of the Banjarese, whereby I was thwarted in my intention to march further. I promptly built myself a benting and stationed myself inside it, to watch further the enemy's undertaking and intention, as I found myself too weak to act offensively. I resolved to accustom the Banjarese by sending them out on patrols and small parties, both by day and by night, in order to gain a small advantage over the enemy here or there, whereby they might lose their great fearfulness. I had good outposts stationed, and continually alarmed theirs as much as possible. I had all the nearby woods cleared away, and at the same time fetched 250 benting fascines. These are made of binding rattans, woven and tied together so tightly that no musket ball can pass through; about 2 feet wide and 4 2/3 high, and from experience I judge them to be very good. A soldier laden with his weapons can still carry one before him to gain ground; they are also very good for covering the artillerymen from musket shots. At that time I was fearful that the enemy would cut off my passage and block the road with felled trees, or leave me be and march by a small detour to Boemie Kantjana, which he could easily have done with a few hundred men, for it was impossible for me to prevent this unless I abandoned my post. I received no intelligence upon which I could rely, for not a single Banjarese dared to approach the Buginese within a musket shot; for which purpose I lastly used the sepoys, who disguised themselves, spied on them, and caused them disturbance from time to time. I therefore requested some assistance from Mr. van der Worm, even if it were only for Boemie Kantjana to reassure the ruler, who shortly thereafter sent me 3 soldiers from the garrison, 1 mate, 1 quartermaster, and 3 sailors, item 13 Javanese from the Cornelia Adriana, and 2 gunners from the Coster, at Boemie Kantjana, and who subsequently arrived at my post on the 7th of March. These last ones I employed at the guns; thus I had three of 2 lb. and 2 small mortars. The Soesoehoenang was in the greatest distress, had prepared everything to flee to Banjer, and insisted with all his might that I should take a risk, even though I wrote that I could undertake nothing; with all his power, he nevertheless sent me five pangerangs with their people, and also a large number of mantries and other people, which number amounted to about 2000.
Dutch transcription
Samarang den 16„en April 1786 — Samarang den 16„e April 1706- Pu pag: 185. „thung omet de brieven aan welEd: gestr: agtb: na grissee hebbe laaten vertrekken. Overigens heb ik de Eer met alle onderdanigheid te zijn. /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwel Ed: gestr: Achtbaere onderdanige en seer gehoorzamen dienaer /:was geteekent:/ B:rk van der Borm, /in margine:/ Bangermassing. den 24. Maart 1786. — Copia Missive geschreeven door den Capitain Militair Christoffel Hoffman i Expeditie te Banjermassing, aan Hoogst denselven voormeld, gedateert aldaar den 23„e Maart 1786. — Hoop dat mijne twee voorgaande behouden zullen aangekoo„ „men zijn, waar uit uwEd Gestr: Agtb: ontwaaren mijne laeste patroille den 25.:e gepasseerde maand gedaan, wanneer ik de Bougineeren hun voorneemen zoo wel als hunne sterkte, tevens den manjareeren lafhartigheid ontwaarde, waar door ik in mijn voorneemen om verder te marcheeren ge„ „stuijt wierd; maakte ik mij ten spoedigsten eene benting en plaetste mij daarin, ons verder den vijande onder„ „neeming, en Intentie aftezien, terwijl ik mij te zwak be„ „vond om offensieff te ageeren. Ik nam mij voor de Banjareesen door patroullier en klijne parthijen, zoo wel bij dag als bij nagt, uit te zenden en aan te leenen, om hier off daar een klein voordeel op den vijand te behaalen, waar doorsa de groote vreesagtigheid zouden verliesen. Ik liet goede voorposten Aitzetten, en de hunne „geduurig zoo veel moogelijk allarmeeren: Alle de na bij zijnde posschen liet ik wag kappen, teffens 250. wentings= Iassaan haalen: deese zijn van bindrottings gemaakt, en bij elkanderen gevlogten en gebonden, dat 'er geen geweer koigel door kan; omtrent 2. voeten breed: en 4 2/3. hoog, en keur dezelve zeer goed bij ondervinding, Een soldaat belaaden met zijne waepens kan dezelve nog ter groot, een goed enige voor zig heen draegen omt terramn te gewinnen, ook zijn ze zeer goed om de Arthil„ „leristen voor de gewees schooten te dekken Jk was ter dien tijd bedugt dat mij de vijand de passagie zoude afsnijden en den weg verkappen, off mij laeten leg„ „gen, en met eenen kleinen Oinweg na Boemie kantjana, gaen 't welk hij gemakkelijk had kunnen doen, met eenige hou„ „derd man, want het was mij onmoogelijk dit te beletten off ik had mijn post verlaeten moeten. tijding waarop ik staat konde maeken, kreeg ik niet, want geen een kanstrees durste op een geweerschoot de hou„ „geneesen naderen; waartoe ik de laast sipaijer gebruikte„ die zig dutkleeden en hun bespieden, en hun nu en dan ontrust veroorzaekten. verzogt derhalven aan de Heer van der Worm, om eenig bystand; al was het maar voor hoemiekantjana, om den vorst in gerustheid te brengen, dewelke mij dan kort daarop 3. Militairen tut het Guarnisoen, 1. stuurman„ 1. kwartiermeester, en 3: mattroosen, item 13. Javaenen van de Cornelia Adriana, 2. kannoniers van de Coster, op . Boemiekantjana zond, en vervolgens den 7. Maart bij mij aangekoomen, deese laesten, gebruijkte ik bij de stukken, dus had ik 'er drie van 2. lb: en 2. mortierjes. Den soesoehoenang was in de grootste benauwdheid, had alles gereed gemaakt, om na Banjer te vlugten en wilde met aldergeweld hebben dat ik een kans waegen zoude, hoewel ik schreeff, dat ik niets onderneemen konde, miet alle zijne magt, zond hij mij dog vijff pangerangs met derselver volkeren, en nog een groot gedeelte mantries en ander volkeren, welken aantal omtrent 2000. reekende; geen.