VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3753

Malabar · 415 pages · 186 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3753_0358 view scan ↗

English

980. Instruction for the Commander and is discharged. letter to the king instruction for the Commissioners their Report to send to the Court reply to the king. is most closely allied, to maintain against these public infringements, and at the same time to prevent the illicit trade in pepper and wild cinnamon, we decided on December 31 last to have the shores between here and Porka patrolled according to previous examples, to which end the Commander of the small vessel the Verwachting, Arnoldus Messemaker, was sent with a clear instruction, which is inserted in the secret resolution of that day, containing order 1. The shibars and other small vessels for Alen reply to the king's complaint § 45. In reply to the king's repeated complaints about the patrolling events took place. § 26. My letter in reply to his complaint about the patrolling is also inserted in the Resolution of January 9 and contains a concise argument that nothing was done in this regard other than that to which the Company has an indisputable right. decision for Commissioners § 27. But regarding the illicit trade in pepper, which was carried on so unashamedly and openly, as if no treaties existed any longer, we did not dare leave it to a letter alone, out of fear that it, like the previous one of December 13, would remain unanswered and the smuggling trade would be continued; wherefore we decided to have it delivered by commissioners from our assembly, and to support it with oral arguments, for which the Members Jan Lambertus van Spall, provisional Fiscal, and Johan Andries Scheids, Pay Bookkeeper, were appointed. § 28. In the letter to His Highness carried by the said Commissioners, I briefly complained about the negotiations with the French Company, about enticing foreign European ships to illicit trade, and about the smuggling of pepper at Porka and Alepe; the same is recorded in the secret resolution of January 12 last, to which I also refer. § 29. And how the commissioners were to demonstrate each point orally in further detail and what arguments they were to use for that purpose was clearly prescribed to them in a secret instruction, which is also incorporated into the said resolution. § 30. The said commissioners were received kindly and That the bombards there had received pepper from the king's warehouse. That, in order to ship the same, the Canarese, Rengapoi, had come to him, the Resident, and had said that the king had bought kapok, to give pepper in its place. That he, the Resident, the day before the pepper was shipped, had received notice that the same was being prepared in the king's warehouse, and thereupon had informed the Bisaipoekaare / Pepper warehouse master / that he would not tolerate the shipment and would place an arrest on the pepper, but that the Besaipoekaare had sent back word that he would not listen to that arrest, since the king could sell his pepper to whomsoever he wished. That he, the Resident, for that reason placed no arrest on the pepper, and finally That he had given me no report thereof because he was severely ill, as was his clerk, who had since died of smallpox. § 24. Since the excuse of illness was founded in truth, and Toussain at the same time requested by petition to be discharged from the Residency on account of it, we acquiesced in the same, and discharged him as Resident to serve here henceforth as Bookkeeper, and regarding the case itself we had a secretarial deposition drawn up under offer of oath, in order to serve, alongside the Malabar translation, as proof against Travancore. § 25. After this digression I return to the negotiations with the king, which about the aforesaid were attached to the letter § 44. To the king's denial: that pepper or cinnamon was never offered to the foreign ships, we only replied that the captains and supercargoes of the ships had related this, but that we did not wish to trouble His Highness any further with this hateful matter, but would much rather rely on his royal word and promise that henceforth no pepper would be sold to foreign Europeans or native vessels. it is demonstrated in detail in our letter that events have Commissioners. 978.

Dutch transcription

980. Instruktie voor den Gezaghebber en word ontslagen. brief aan den koning instruksie voor Gekom„ hun Rapport naar het Hof te zenden antwoord aan den koning. nauwst verbonden is, tegen deeze openbaare inbreuke te handhaven, en om teffens den morshandel in peper en wilde kaneel te beletten, beslooten wij den 31e. December Jongstleeden, de stranden tusschen hier en Porka naar voorige excempels telaaten bekruissen waar toe de Gezaghebber van het smalschip de verwachting, Arnoldus Messemaker, gezonden werd met een duidelijke instruksie, die bij de sekreete resoluutsie van dien dag geinsereerd is, behelzende order 1. / De sibaars en andere kleene vaartuigen voor Alen antwoord op skonings kelagte § 45. Jn antwoord op 'skonings herhaalde klagte over de be„ gevallen hebben plaats gehad. §26. Mijn brief in antwoord op zyne klachte over de be„ „kruissing is ook bij de Rosoluutsie van den 9. ' Januari geinsereerd en behelsd en beknopt vertoog, dat hierom„ „trend niets gedaan is, dan waar toe de kompenie een onbetwistbaar recht heeft. besluit om Gekommitteerden §27. Doch over den morshandel met peper, die zoo onbe„ schroomd en openbaar gedreeven werd, als of 'er geene traktaaten meer subsissteeren, durfden wij het bij geenen brief alleen laaten berusten, uit bedugting dat dezelve, gelijk de voorige van den 13. December, zoude onbeant„ woordt blijven en de smokkelhandel voortgezet worden, weshalven wij beslooten, denzelven door gekommitteerden uit onze vergadering te laaten overgeeven, en door mondeling vertoogen ondersteunen, waar toe de Leden Jan Lambertus van Spall p:l Fiskaal en Johan Andries Scheids-, Soldijboekhouder benoemd wierden. §. 28. Bij den brief aan zijne Hoogheid met gemelde Gekommit„ „teerden beklaagde ik mij met korte woorden over de onderhandelingen met de fransche kompenie, over het aanlokken van vreemde Europeesche scheepen tot verboden handel, en over het smokkelen met peper te Porka en Alepe, dezelve is bij de sekreete resoluutsie van den 12:' Januari Jongstl: ingeschreeven, waar aan ik mij almeede gedraagen. § 29. En hoedanig gekommitteerden een ider stuk mondeling nader betoogen en van wat argumenten zij zich daar toe bedienen moesten, is henl: duidelijk voorgeschreeven, bij een sekreete instruksie, die almeede bij gem: reso„ „luutsie is ingelijfd. §: 30. Gemelde gekommitteerden zijn vriendelijk ontvangen en „ Dat, de Bombaras aldaar peper uit 'skonings pak„ „huis ontvangen had. „ Dat, om dezelve af te scheepen, de kanarijn, Renga„ „poi bij hem Resident gekomen was, en gezegd had, dat „d' koning kapok gekocht had, om peper in de plaats „ tegeeven. „ Dat hij Resident, 'sdaags voor dat de peper afgescheept „ was, naricht gekreegen had, dat dezelve in 'skonings pakhuis klaar gemaakt wierd, en daar op den „ Bisaipoekaare / Peper pakhuismeester/ had laaten „ weeten, dat hij den afscheep niet gedoogen en arrest „ op de peper leggen zoude, doch dat de Besaipoe„ „ kaare had laaten antwoorden, dat hij na dat „ arrest niet zoude luisteren, alzo de koning zijne „ peper verkoopen kost, aan men hij wilde „ Dat hij Resident om die reeden geen arrest op de „ peper gelegt en eindelijk „ Dat hij daar van aan mij geen bericht gegeeven „ had, wijl hij zwaar ziek „ was, en zijn schrijver „ ook, die zeder aan de pokken overleeden was. § 24. wijl de verontschuldiging van ziekte in waarheid be„ „stond, en Toussain ter zelver tijd bij een request ver„ „zocht, om de wille van dezelve uit de Residentsie ontslagen teworden: zoo hebben wij in dezelve berust, en hem als Resident ontslaagen om hier voortaan als Boekhouder dienst tedoen, en van het geval zelve hebben. wij een sekretarieele verklaaring laaten beleggen, onder prezentaatsie van eede, om nevens de Malla¬ baarsche vertaaling tot een bewijs tegen Trevankoor te dienen. §. 25. Na deeze uitwijding keere ik terug tot de onderhande „lingen met den koning, die over de voorschreevene bij den brief gevoegd wierden § 44. op des konings ontkentenis: dat aan de vreemde scheepen noit peper of kaneel aangebooden was. hebben wij alleen geantwoordt dat de kapitains en kargas van de schepen dit verhaald hadden, doch dat wij zijn Hoogheid met deeze haatlijke zaak niet verder vermoeilyken maar veelmeer berusten wilden in zijn koninglijk woord en belofte. dat voortaan geen peper aan vreemde Europeeschen of Inlandsche vaartuigen verkocht zoude worden. hareline is te onzen brief omstandig aangeweezen, dat gevallen hebben „mitteerden. 978.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0359 view scan ↗

English

980. Instruction for the Commander contents thereof and of the King's letter. another request. further requests. is most closely bound, to maintain against this public breach, and at the same time to prevent the illicit trade in pepper and wild cinnamon, we resolved on the 31st of December last to have the shores between here and Porka patrolled according to previous examples, to which end the Commander of the narrow vessel the Verwachting, Arnoldus Messemaker, was sent with a clear instruction, which is inserted in the secret resolution of that day, containing orders: 1. The shibars and other small vessels for [illegible] answer to the King's complaint § 45. In answer to the King's repeated complaints about the [illegible] come, shall demand no tolls, except for the customary dues for passes. That we shall cause the toll dues already received from the bombaras before Alepe to be returned to Anande Male, and That henceforth we shall let the vessels pass to his ports unhindered. § 36. Besides this, he has further expanded these demands through his Minister and increased them by two main articles, namely: That the Company, from the imported trade goods from Batavia, should annually cede to him, at cost price, just as was given to the Company's merchants, all and whatever he should need for the continuation of his own trade, which would be settled with the delivery of pepper; and That the fort might be built which the King had proposed to me to make at Aikotta, for the cover of his and the Company's land, which had already been consented to, but was now withheld. § 37. And in the last conference he has moreover also requested: That, as the contracting for cloth at Tutukorijn was at hand, he might make the delivery of the Cape cloth on the same samples, prices, and conditions as the merchants had delivered up to now. Report of our answer. § 38. However hesitant I am to make myself troublesome through prolixity, I nevertheless believe that Your Excellencies in this case desire from me a detailed report of our decisions taken hereupon, and of my answer to all the aforementioned propositions and demands, and that it will not be unpleasing to Your Excellencies to find cited here at the same time the considerations and the reasons that guided me in drafting this answer. § 34. Furthermore, the letter contains complaints about the cruising, whereby His Highness had suffered damage, and about the demanding of toll dues from the bombaras on goods that they had sold and purchased in his country. Request of the King. § 35. And he ends with the request: That we, from the merchants who trade in his country, have acquitted themselves properly in the conferences with His Highness and his Ministers, as appears more fully from their report, which is transmitted among the appendices hereto. § 31. From the same, and from the King's letter in answer to me, of which the translation is also to be found among the appendices, Your Excellencies will perceive that the King has brought forward little, or rather nothing, for his excuse, and that all evasions and requests are solely derived from self-interest and greed, without being founded on sincerity and equity, which I shall point out here as concisely as the complicated case permits. § 32. That the Frenchman Baijeuli has been at his court to buy pepper for the French Company, and that this was also undertaken by the supercargo of the Tuscan ship, the King has avowed, yet he maintains that he sold no pepper to the same, nor to other European strangers. § 33. The shipment of pepper at Porka was so public that the King could not deny it, but the blame for it was now shifted onto the merchants who had pepper passes and, instead of transporting their pepper to the south, had sold it to the bombaras were annexed to the letter § 44. To the King's denial: that pepper or cinnamon had never been offered to the foreign ships, we have only answered that the captains and cargoes of the ships had related this, but that we did not wish to trouble His Highness any further with this hateful matter, but rather wished to rest upon his royal word and promise that henceforth no pepper should be sold to foreign Europeans or native vessels. [illegible] in the letter circumstantially shown that come Nothing continuation continuation continuation had. 979.

Dutch transcription

980. Instruktie voor den Gezaghebber inhoud van 't zelve en van 'skonings brief. noch een verzoek. nadere verzoeken. nauwst verbonden is, tegen deeze openbaare inbreuke te handhaven, en om teffens den morshandel in peper en wilde kaneel te beletten, beslooten wij den 31e. December Jongstleeden, de stranden tusschen hier en Porka naar voorige excempels telaaten bekruissen, waar toe de Gezaghebber van het Smalschip de verwachting, Arnoldus Messemaker, gezonden werd met een duidelijke instruksie, die bij de sekreete resoluutsie van dien dag geinsereerd is, behelzende order 1. / De sibaars en andere kleene vaartuigen voor verlagen antwoord op skonings klagte § 45. Jn antwoord op 'skonings herhaalde klagte over de be„ „koomen geen tollen zullen eischen, uitgenoomen de gewoone „gerechtigheid van passen. Dat wij de reets ontvangene tols gerechtigheid van de Bom„ „baras voor Alepe aan Anande Male zullen laaten terug „geeven en Dat wij voortaan de vaartuigen naar zijne havens onver„ „hinderd zullen laaten passeeren. §36. Buitin dis heeft hij door zijnen Minister, deeze eischen noch nader uitgebreidt, en met twee voornaame artikels vermeerderd, teweeten: Dat de kompanie, uit de aangebragte negootsie van Batavia, jaarlijx aan hem, voor uitkoops prijs, zoude afstaan, gelijk aan 'skomps kooplieden wierd gegeeven, al en wat hij noodig zoude hebben, tot voortzetting van zijnen eige handel, het welk met de peper leverantsie zoude vereffend werden. en Dat het fort mogt gebouwd worden, het welk de koning aan mij had geproponeerd op Aikotta te maaken, tot dekking van zijn en Rompanies land, het geen reets bewilligd had, doch nu tegen hield. §. 37. En in de laaste konferensie heeft hij daar en boven ook noch verzocht. Dat, wijl de aanbesteeding van lijnwaat te Tutukorijn op handen was; hij de leveransie van 't kaapsche lijnmaat mogt doen, op dezelfde monsters, prijzen, en voorwaarden, als de kooplieden tot nu toe geleeverd hadden. Verslag van ons antwoord. §38. Hoe beschroomd ik ook ben, mij door langwijligheid lastig temaaken: zoo gelove ik echter dat Hoogst dezelven in dit geval een omstandig verslag van onze hier op genoomene besluiten, en van mijn antwoord op -alle de voormelde stel„ „lingen en Eischen van mij begeeren, en dat het Hoogst de„ „zelven niet onaangenaam zal zijn hier teffens de bedenkingen en de reedenen aangehaald te vinden, die mij bij het ontwerpen van dit antwoord bestierd hebben. § 34. Voorts behelsd de brief klachten over de bekruissing, waar door zyn Hoogheid schaade geleeden had en over het eischen van tols-gerechtigheid van de Bombaras van goederen, die zij in zijn land verkocht en ingekocht hadden. verzoek van den koning §35. en hij eindigd met het verzoek, Dat wij van de kooplieden die in zijn land ten handel hebben zich in de konfrentsien met zijn Hoogheid en deszelfs Ministers behoorlijk gequesten, zoo als nader blijkt bij hun rapport, het welk onder de bijlagen deezes overgaat. §. 31. uit het zelve en uit skonings brief in antwoord aan mij waar van de vertaaling ook onder de bijlagen tevinden is, zullen uw Hoogedelheeden ontwaaren, dat de koning weinig, of liever niets, tot zijne verschooning bij gebragt heeft, en dat alle uitvluchten en verzoeken eenlijk van eigen belang en baatzucht ontleend zijn, zonder oprecht en billijkheid te steunen, het geen ik zoo beknopt, als het gekomplikeerde geval toelaat, hier zal aanwijsen. § 32. Dat de franschman Baijeuli aan zijn hof geweest is, om peper voor de fransche kompenie te koopen, en dat dit ook door den superkarga van het Toskaansche schip ondernoomen is, heeft de koning geavoueerd, doch hij houd staande, aan denzelven, of andere Europeesche vreemden geen peper verkocht te hebben. §: 33. De afscheep van peper te Porka was zoo wereld kundig„ dat de koning dien niet heeft kunnen loochenen, doch de schuld daar van werd nu geschooven op de kooplieden, die peperpassen gehad, en hunne peper, in steede van ze naar de zuid tevervoeren, aan de Bombanas verkocht bij den brief gevoegd wierden § 44. op des konings ontkentenis: dat aan de vreemde scheepen noit peper of kaneel aangebooden was. hebben wij alleen geantwoordt dat de kapitains en kargas van de schepen dit verhaald hadden, doch dat wij zijn Hoogheid met deeze haatlijke zaak niet verder vermoeilyken maar veelmeer berusten wilden in zijn koninglijk woord en belofte. dat voortaan geen peper aan vreemde Europeeschen of Inlandsche vaartuigen verkocht zoude worden. hat al mt de aen brief omstandia aangeweezen, dat koomen Niets vervolg vervolg vervolg hadden. 979.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0360 view scan ↗

English

980 Instruction for the Commander concerning the illicit trade in pepper. Evidence of the smuggling itself. Further answer. Concerning the cruising is most strictly bound to maintain against these public infractions, and in order at the same time to prevent the illicit trade in pepper and wild cinnamon, we decided on December 31st last to have the beaches between here and Porka patrolled according to previous examples, for which purpose the Commander of the narrow-ship De Verwachting, Arnoldus Messemaker, was sent with a clear instruction, which is inserted in the secret resolution of that day, containing orders: 1. The sibaars and other small vessels for slave § 39. Nothing would have been easier than to convince the King in the most complete manner of the untruth of his pretext that the smuggled pepper belonged not to him but to the merchants, and to make him ashamed; yet this would have embittered him and possibly moved him to cast off all shame in this matter entirely and to continue smuggling without fear. § 40. We therefore thought it best to let him keep this fig leaf and, upon his assurance that he had sold no pepper to strangers and would also not sell any henceforth, and that we were free to confiscate the pepper found in foreign vessels, to testify that we were very pleased about this, as many difficulties would henceforth be prevented thereby. § 41. Yet, to make His Highness see at the same time that we merely spared him out of discretion in this matter, and that we held enough evidence in hand to convince him of the violation of the treaties, we shifted the blame onto his servants, who had misled him in this matter, who sold his pepper to strangers, and when it was discovered, shifted the blame onto the merchants who held passes. § 42. Which was clearly evident from the case of Tjadeuje, since the pepper intercepted in his vessel was sold by His Highness's servants, prepared in his warehouse, and, notwithstanding the protestation of our Resident, shipped out of the same by his people. Declaration of the Bombara. § 43. As His Highness was pleased to see from the declarations of Tjadeuji and the Resident Toussain, both granted at the secretariat under offer of oath, which, in Dutch with a Malabar translation, were annexed to the letter. linens produced in his country shall be delivered to the Company; yet to my knowledge, this was never fulfilled otherwise or further than that three or four merchants annually delivered a lot of coarse Guinees and salempores to the Company, on which in recent years more or less a capital was gained in the Netherlands; yet the supply consisted only of small lots, and then it still required constant and strict supervision to obtain good linen, for nowhere in the chief directorship of Tuticorin have I encountered so much opposition regarding the improvement of the linen as at the Cape, which went so far that I had to dismiss all the old merchants and appoint new ones to § 44. To the King's denial that pepper or cinnamon had ever been offered to the foreign ships, we only replied that the captains and supercargoes of the ships had related this, but that we did not wish to trouble His Highness any further with this hateful matter, but would much rather rely on his royal word and promise that henceforth no pepper should be sold to foreign European or native vessels. Answer to the King's complaint. § 45. In answer to the King's repeated complaint about the cruising, it was pointed out in detail in our letter that the same, with respect to the apprehended bombaras and sibaars, was fully justified by the pepper found therein, and because they had possessed no passes, which they nevertheless, according to His Highness's own statement, had been obliged to take; which latter point is further proven by quoting his own words. § 46. Yet we deemed it useful to further prove our right thereto in general through the undisturbed exercise of the same since immemorial times, of which we have thus cited several examples from the last fifty years. § 47. To the complaint that we had hindered the trade in his country by this cruising, it was answered: That his Regidors were to blame for this, who had admitted the vessels without passes, and that for the rest it clearly appeared that we did not desire to hinder his trade, because, as soon as the vessels had taken passes, we granted them the freedom to return to Alepe to continue their trade. and of the resident with virtuous Continuation trade. on

Dutch transcription

980 Instruktie voor den Gezaghebber nopens den morshandel in peper. bewijzen van den Smokkel zelve. verder antwoord. over de bekruissing nauwst verbonden is, tegen deeze openbaare inbreuke te handhaven, en om teffens den morshandel in peper en wilde kaneel te beletten, beslooten wij den 31e. December Jongstleeden, de stranden tusschen hier en Porka naar voorige excempels telaaten bekruissen waar toe de Gezaghebber van het smalschip de verwachting, Arnoldus Messemaker, gezonden werd met een duidelijke instruksie, die bij de sekreete resoluutsie van dien dag geinsereerd is, behelzende order 1. De sibaars en andere kleene vaartuigen voor slave § 39. Niets waare ligter geweest dat den koning van de onwaarheid van zyn voorgeeven. Dat de gesmokkelde peper niet van hem maar van de kooplieden geweest was. Op de volkomenste wijze te overtuigen en beschaamd te„ maaken, doch dit zoude hem verbitterd en mogelijk wel bewogen hebben de schaamte in dit stuk geheel af teleggen en onbeschroomd voort te smokkelen. §o 40. Wij hebben dus best gedacht hem dit vijgenblaadje te„ „laaten behouden en op zijne verzeekering. dat hij geene peper aan vreemden verkocht had, en voorlaan ook niet verkoopen zoude en dat wij de peper, die in vreemde vaartuigen gevonden werd, vrij konden konfiskeeren. te betuigen, dat wij daar over zeer verblijdt waaren, wijl daar door veele moeelijkheeden voortaan zouden voorgekomen worden. § 41. Doch om zijne Hoogheid ter zelver tijd te doen zien, dat wij hem in deezen enkelde diskreetsie spaarden, en be„ „wijzen genoeg in handen hadden, om hem van de schending der Traktaaten te overtuigen, zoo schooven wij de schuld op zijne Bedienden, die hem in dit stuk misleidt hadden, die zijne peper aan vreemden ver„ „kochten en als het ontdekt werd, de schuld op de kooplieden schoven die passen hadden. §. 42. Het welk klaar bleek aan 't geval van 'tjadeuje, alzoo de in zijn vaartuig achterhaalde peper door zijn Hoogheids bedienden verkocht in zijn pakhuis gemaakt en ongeacht de protestaatsie van onzen Rezident door zijn volk uit hetzelve afgescheept was. Verklaaring van den Bombara 3. 43. zoo als zijn Hoogheid dit geliefde tezien bij de verklaa„ ringen van Tjadeuji en den Resident Toussain, beide ter sekretarije onder presentaatsie van eede verleend, die in 't Nederduitsch met een Mallabaarsche overzetting ## ## zynwaaten in zijn land val„ „lende aan de komp: zullen geleeverd worden, doch daar aan is mijns weetens, noit anders of verder voldaan, dan dat drie of vier kooplieden Jaarlijx een parthij grof Ginees en salmpoeris aan de kompanie geleeverd hebben, waar op in de laaste jaaren min of meer een kapitaal in Nederland gewonnen is, doch de leverantsie bestond maar uit kleene partijen, en dan vereischte het noch een ge„ duurig en scherp toezicht, goed Lijnwaat te bekomen want nergens heb ik in de opperhoofdij van Tutukorijn zoveel tegenstreeving omtrend de verbeetering van 't Lijnwaat ontmoet, als aan de kaap, die zoo ver ging, dat ik alle Oude kooplieden afdanken en nieuwen aastellen moest, om bij den brief gevoegd wierden § 44. op des konings ontkentenis: dat aan de vreemde scheepen noit peper of kaneel aangebooden was. hebben wij alleen geantwoordt dat de kapitains en kargas van de schepen dit verhaald hadden, doch dat wij zijn Hoogheid met deeze haatlijke zaak niet verder vermoeilyken maar veelmeer berusten wilden in zijn koninglijk woord en belofte. dat voortaan geen peper aan vreemde Europeeschen of Inlandsche vaartuigen verkocht zoude worden. antwood op skonings kelagte § 45. Jn antwoord op 'skonings herhaalde klagte over de be„ kruissing is bij onzen brief omstandig aangeweezen, dat dezelve, met opzicht tot de opgebragte Bombaras en sibaars, ten vollen gejustificeerd was, door de peper, die daar in gevonden was, en door dien ze geen passen gehad hadden, die zij doch, volgens zijn Hoogheids eigen van zeggen te neemen verplicht geweest waaren, welk laaste door het aanhaalen van zijne eigene woorden nader be„ weezen word. §. 46. Doch wij oordeelden dienstig ons recht daar toe in 't alge„ „meen nader tebewijzen, door de ongestoorde beoefening van het zelve zeder onheuglijke tijden, waar van wij dus verscheidene voorbeelden van de laaste vijftig Jaaren aangehaald hebben. § 47. op de klachte, dat wij door deeze bekruissing den handel in zyn land verhinderd hadden, is geantwoord: Dat zijne Rasiadoors daar aan schuld waaren, die de vaartuigen zonder passen geadmitteerd hadden, en dat voor 't overige klaar bleek dat wij zijnen handel niet begeerden te ver„ „hinderen, door dien wij de vaartuigen zoo dra ze passen genoomen hadden, vrijheid gegeeven hadden, tot voortzetting van hunnen handel naar Alepe terug te keeren. en van den resident bij deugdzaam Vervolg handel. op

NL-HaNA_1.04.02_3753_0361 view scan ↗

English

981. to pay toll. is also proven. and justified by his own example. Also, that which has been enjoyed cannot be refunded. Unreasonableness of answer regarding the free passage to the king's land. proofs of the smuggling itself. continuation Account of what gave occasion to the request for a fort at Aikotte, merchandise. Our toll right. § 48. Upon the king's complaint that we demanded toll on goods that were bought and sold in his country, we again appealed to an ancient and undisturbed right of possession, and proved the same with a list of more than thirty cases drawn from the old records of our tax farmer, to which list we have attached a Malabar translation with the letter. § 49. And to his declaration that he could not understand this, we confronted him with his own example at Tengapatnam, where he levies toll on the Company's native vessels sailing from Tutukorijn to Koetsiem and from Koetsiem to Tutukorijn, which would be even less comprehensible, that he took toll on goods coming from a Company's place and going to a Company's place, than that we levied on goods coming from a foreign country and being transported to a foreign country. cannot be abolished: § 50. On these grounds we excused ourselves, stating that it was not in our power to abolish these tolls. § 51. And that we could just as little require the Tax Farmer to return the tolls received, since he had purchased the farm on this condition, and was thus fully entitled to it. § 52. We further demonstrated how unreasonable this demand of the merchants was, since we could have confiscated the entire cargo and additionally taken the full value thereof as a fine, and yet we let them off with only the toll and took no toll at all on the pepper. § 53. To the king's request to let the vessels pass unhindered to his country, it was answered: that it has never been our intention to hinder them, and still less to obstruct trade in His Highness's country, and that this will also not happen in the future, provided the vessels take passes here and pay the usual tolls. had misled, who sold his pepper to foreigners and, when it was discovered, shifted the blame onto the merchants who held passes. § 42. Which was clearly evident from the case of the tjadeuje, since the pepper intercepted in his vessel had been sold by His Highness's servants, brought into his warehouse, and, notwithstanding the protest of our Resident, shipped out of the same by his people. Declaration of the Bombara § 43. As His Highness was pleased to see by the declarations of Tjadeuji and the Resident Toussain, both given at the secretariat under offer of oath, which in Dutch with a Malabar translation shall be delivered to the Company, but to that, to my knowledge, nothing other or further has ever been fulfilled than that three or four merchants annually delivered a parcel of coarse Guinees and Salempores to the Company, on which in recent years more or less a capital profit has been gained in the Netherlands; however, the delivery consisted only of small parcels, and even then it required continuous and strict supervision to obtain good linen, for nowhere in the chief directorship of Tutukorijn have I encountered so much opposition regarding the improvement of the linen as at the Cape, which went so far that I had to dismiss all the old merchants and appoint new ones, in order to obtain serviceable cloth. Answer regarding the sibaars. § 54. To the request that the arrested sibaars might be released, it was answered truthfully that they were kept under arrest for no longer than one night. Answer regarding Batavia merchandise. § 55. The request for a portion of the Batavia merchandise at the Company's sale price for the continuation of trade made us somewhat embarrassed at first, for we ought to thwart his attempt to draw our trade to himself as far as possible, instead of encouraging it, and yet we did not wish to give offense by an absolute refusal to him, who otherwise could not be very pleased with our letter. § 56. We therefore decided to agree to this request, provided His Highness take a proportionate share of all merchandise, for example with a fourth part of the sugar also a fourth of the copper and the cloves, which has also been offered accordingly in the letter. § 57. The prince cannot find this condition unreasonable, and yet cannot accept it either, because it is impossible for him to turn over such a considerable quantity of copper and cloves in his country, for which we here take all the trouble in the world and yet cannot succeed as well as we would wish. § 58. Regarding the stone fort at Aikotte, I must first give a brief account of what transpired between me and the First Ministers of the kings of Koetsiem and Trevankoor. § 59. On the 10th of October last, these Ministers came to me to make some proposals on behalf of their Masters for common defense, in case Kranganoor or Aikotte should be attacked by the Nabob Tipoe Sultan. § 60. As a principal means against this, they proposed to reinforce and garrison Kranganoor, Aikotte, and the Moetoekoenies. and of the Resident with serviceable this demand. trade. to continuation I

Dutch transcription

981. tol betaalen. word mede beweezen. en gejustificeerd met zijn eigen exempel. Ook kan het genootene niet gerestitueerd worden. Onreedelijkheid van antwoord nopens de vrije vaart naar 'skonings land. bewijzen van den Smokkel zelve. vervolg Verhaal wat tot het verzoek om een fort te Aikotte aanleiding gegeeven heeft, koopmanschappen. Onze tols gerechtigheid. § 48. op des konings klachte, dat wij tol begeerden van goederen, die in zijn land gekoelt en verkocht wierden, hebben wij ons weeder op een aloud en ongestoord bezitrecht beroepen, en hetzelve beweezen met eene lijst van meer als dertig gevallen, die uit de oude aanteekeningen van onzen pachter getrokken zijn, van welke lijst wij een Mallabaarsche overzetting bij den brief gevoegd hebben. §49. en op zijne betuiging, dat niet begrijpen kost, hebben wij hem zijn eigen exempel te Tengapatnam te gemoed gevoerd, daar hij van 's komp:s inlandsche vaartuigen van Tutukorijn naar koetsiem en van koetsiem naar Tutukorijn vaarende tol laat heffen, het welk dan noch minder zoude te begrijpen zijn, dat hij tol nam van goederen, die van een kompanses plaats quamen en naar een komp:s plaats gingen, dan dat wij heften van goederen, die van een vreemd land quaamen en naar een vreemd land vervoerd wierden. kan niet afgeschaft worden: § 50. Op deeze gronden hebben wij ons verschoond, dat het niet in onze macht was, deeze tollen afteschaffen. §. 51. en dat wij eeven zoo min den Pachter vergen kosten, de ontvangene tollen weder uit tekeeren, alzo hij de pacht op deeze voorwaarde gekocht had, en dus daar toe ten vollen gerechtigd was. § 52. Wij toonden verder aan, hoe onreedelijk deeze eisch van de kooplieden was, door dien wij de volle lading hadden kunnen konfiskeeren en noch de volle waarde van dezelven tot een boete neemen, en henl: echter met de enkelde tot vrij gelaaten en van de peper in 't geheel geen tol genoomen § 53. op skonings verzoek omde vaartuigen naar zijn land onverhinderd te laaten passeeren, is geantwoordt: dat noit ons oogmerk geweest is, dezelven teverhinderen, en noch veel minder, den handel in zijn Hoogheids land te stremmen, en dat dit ook voortaan niet gebeuren zal, mits de vaartuigen hier passen neemen en de gewoone hadden. misleidt hadden, die zijne peper aan vreemden ver„ „kochten en als het ontdekt werd, de schuld op de kooplieden schoven die passen hadden. §. 42. Het welk klaar bleek aan 't geval van 'tjadeuje, alzoo de in zijn vaartuig achterhaalde peper door zijn Hoogheids bedienden verkocht in zijn pakhuis gemaakt en ongeacht de protestaatsie van onzen Rezident door zijn volk uit hetzelve afgescheept was. Verklaaring van den Bombara 3. 43. zoo als zijn Hoogheid dit geliefde tezien bij de verklaa„ ringen van Tjadeuji en den Resident Toussain, beide ter sekretarije onder presentaatsie van eede verleend, die in 't Nederduitsch met een Mallabaarsche overzetting a a „lende aan de komp: zullen geleeverd worden, doch daar aan is mijns weetens, noit anders of verder voldaan, dan dat drie of vier kooplieden Jaarlijx een parthij grof Ginees en Salmpoeris aan de kompanie geleeverd hebben, waar op in de laaste jaaren min of meer een kapitaal in Nederland gewonnen is, doch de leverantsie bestond maar uit kleene partijen, en dan vereischte het noch een ge„ duurig en scherp toezicht, goed Lijnwaat te bekomen want nergens heb ik in de opperhoofdij van Tutukorijn zoveel tegenstreeving omtrend de verbeetering van 't Lijnwaat ontmoet, als aan de kaap, die zoo ver ging, dat ik alle Oude kooplieden afdanken en nieuwen aastellen moest, om„ antwoord nopens de sibaars. §54. op het verzoek, dat de gearresteerde sibaars mogten ontslagen worden, is naar waarheid geantwoordt, dat die niet langer dan eene nacht in arrest gehouden zijn. Antwod nopens Valaigse S. 55. Het verzoek om een gedeelte van de Bataviasche koop„ „manschap voor 'skomp:s verkoops prijs tot voortzetting van den handel, maakte ons in den beginne wat verleegen, want wij dienden zijn toeleg, om onzen handel aan zich te trekken, naar vermogen te ver eidelen, in steede van te begunstigen, en wilden hem, die buiten des over onzen brief niet zeer gesticht konde zijn, door eene volstrekte weigering echter niet gaarnie aan stoot geeven. § 56. wij beslooten derhalven, in dit verzoek te bewilligen, mits zijne Hoogheid van alle koopmanschappen een eeven reedig deel neeme, bij voorbeeld bij een vierde gedeelte van de suiker ook een vierde van het koper en de Nagelen, het ven geen dan ook indiervoegen bij den brief is aangebooden. §. 57. Deeze voorwaarde kan de vorst niet onbillijk vinden, en echter ook niet akcepteeren, door dien hij zulk een aan„ „zienlijke partij koper en Nagelen in zijn land onmogelijk kan omzetten, waar toe wij hier alle moeite dis werelds doen en doch nit zodanig, als wij wenschten, slaagen kunnen § 58. Nopens het steene fort te Aikotte diene ik voor af een kort verhaal tedoen van 't geen tusschen mij en de Eerste Ministers van de koningen van koetsiem en Trevankoor is voorgevallen. § 59. Den 10. e october Jongstleeden quamen deeze Ministers bij mij, om van wegen hunne Meesters eenige voorstel¬ „lingen te doen tot de gemeene defensie, indien kran. ganoor of Aikotte door den Nabab Tipoe sultan mogten aangetast worden. § 60. Als een voornaam middel daar tegen bragten zij in voorslag kranganoor, Aikotte en de Moetoekoenies te versterken en te bezetten. en van den resident bij deugdzaam deezen Eisch. handel. tot vervolg Ik

NL-HaNA_1.04.02_3753_0362 view scan ↗

English

continuation 982 the King's letter about this My answer to it. the answer to this evidence of the smuggling trade. itself. the copy is forwarded § 61. I answered to this, that work was being carried out at Kranganoor with all might and that the Company in the previous unrest had also spent heavy expenses on the batteries at Aikotta and the palisades at Moettoekoene, which had since fallen into decay, having been made only of earth and coconut trees, and therefore it would not be fair to burden the Company with that again, as those works served for the general defense. § 62. To this they replied that it would then be better if the batteries were erected of stone, and we finally agreed that the two kings would provide the materials and workmen at their expense and we the engineers. § 63. But afterwards they withdrew their word again, and so I had the old batteries at Aikotte repaired as needed, until the king wrote to me that he had given orders to deliver lime and stone for the batteries at Aikotta, and that I might therefore send the engineer to choose the site. § 64. Whereupon I at once served in answer that his Minister had since withdrawn his word and I had therefore repaired the batteries, whereby this proposal thus lapsed, as can be seen in more detail in the letters themselves, of which I include a copy herewith. The request of the King § 65. Of this the king now makes a fort (unless this be a fault of the interpreter, which I cannot investigate because he is at Korlang), and the manner in which he now presses for the construction of the same makes me suspect that a secret purpose lies hidden beneath this, in order to gain a footing or claim on the post. § 66. At least one can hardly carry suspicion too far in such cases with the Malabar princes, wherefore I answered thereto: That a fort had never been spoken of between us, but indeed a stone battery, but that the proposal thereto had stalled through the fault of his Minister, and I had therefore had them repaired, and that, if in time it should become necessary to erect those batteries of stone, and His Highness wished to supply the materials and laborers thereto at his expense, such could be done, under his explicit promise that the right of ownership of Aikotta and of the batteries would remain preserved unimpeded to the Company, and that His Highness, or the King of Cochin, might not on that account assume the slightest authority, right, or claim over Aikotta. The answer will follow. And here it remained until the 1st of December last, when answer regarding the linen § 67. To his request to handle the delivery of Cape Comorin linen himself henceforth, I only answered that this did not depend on me, but on the Lord Governor of Ceylon. Even so had misled them, who sold his pepper to strangers and, when it was discovered, shifted the blame onto the merchants who had passes. 3. 42. Which was clearly shown in the case of Tjadeuje, as the pepper intercepted in his vessel was sold by His Highness's servants, put into his warehouse, and, notwithstanding the protestation of our Resident, shipped out of the same by his people. Declaration of the Bombara 3. 43. As His Highness pleased to see by the declarations of Tjadeuji and the Resident Toussain, both given at the secretariat under offering of oath, which in Dutch with a Malabar translation, will be delivered to the Company, but to my knowledge, that has never been fulfilled otherwise or further than that three or four merchants have annually delivered a parcel of coarse Guinea cloth and Salempores to the Company, on which in recent years more or less a capital profit has been made in the Netherlands, but the supply consisted only of small parcels, and then it still required constant and strict supervision to obtain good linen, for nowhere in the directorship of Tuticorin have I met with so much opposition regarding the improvement of the linen as at the Cape, which went so far that I had to discharge all the old merchants and appoint new ones, to obtain sound cloth. The king wishes to come here. § 68. In the last conference the King declared that he wishes to come here in a couple of months and then speak further with me about these matters. This I answered only with a polite compliment. § 69. This is the material content of my letter, which departed on the 6th of this month, of which the copy is forwarded among the annexes. Probably the answer thereto will be somewhat long delayed because the King's eldest brother, who was to have succeeded him in the kingdom, passed away these days, and all appointments and affairs of government, according to Malabar custom, must stand still for a set number of days on account of this death. § 70. I hope, however, to receive the same before the departure of the ship De Negootsie, and to inform Your Excellencies therewith. and of the resident with sound continuation continuation 6 causes reflection. with

Dutch transcription

vervolg 982 's konings brief hier over Mijn antwoord daar op. het antwoord hier op bewijzen van den smokkel handel. zelve. de kopij gaat over §61. Jk antwoorde hier op, dat aan kranganoor met alle macht gewerkt werd en dat de kompe in de voorige on„ „lusten ook zwaare onkosten aan de batterijen te Aikotta en de Paggers op Moettoekoene besteedt had, die zeder vervallen waaren, als maar van aarde en klapper„ boomen gemaakt weezende, en dus niet billijk zijn zoude, de komp:e daarmeede om wederom te belasten, wijl die werken tot de algemeene defensie dienden § 62. Hier op repliceerden zij, dat het dan beter zijn zoude, dat de Babterijen van steen opgehaald wierden, en wij quamen eindelyk over een dat de twee koningen de Ma„ „trialen en werkslieden op hunne kosten en wij de Jnge„ „nieurs bezorgen zouden. § 63. Doch zeder trokken zij hun woord weder in, en dus liet ik de oude batterijen te Aikotte naar nooddruft repareeren, de koning mij schreef, dat hij order gegeeven had, kalk leverantsie. en steen voor de batterijen te Aikotta aantebrengen, dat ik dus den Jngenieur mogt zenden, om de plaats uit te kiezen. §. 64. waar op ik ten eersten in antwoord diende, dat zijn Minister zeder zijn woord ingetrokken en ik derhalven de batterijen gerepareerd had, waar door dit voorstel dus verviel, zoo als nader te zien is bij de brieven zelve, die ik kopij hiernevens gaan. 't verzoek van den koning §65. Hier van maakt de koning thans een fort ( zoo dit anders geen faut van den Tolk is het geen ik niet onderzoeken kan, om dat dezelve te korlang is/ en de wijze op welke hij de exstruksie van het zelve thans aandringt doet mij argwaanen, dat hier onder een heimlijk oog„ „merk verborgen ligge, om daar door voet of pretensie op de post te krijgen. §66. Al thans men kan het wantrouwen in zulke gevallen. 't antwoord zal volgen. en hier bij bleef het tot den 1.e December Jongstl: wanneer antword nopens de Lijnwaat §67. Op zijn verzoek om leverantsie van kaapkomorijnsch Even misleidt hadden, die zijne peper aan vreemden ver„ „kochten en als het ontdekt werd, de schuld op de kooplieden schoven die passen hadden. 3. 42. Het welk klaar bleek aan 't geval van 'Tjadeuje, alzoo de in zijn vaartuig achterhaalde peper door zijn Hoogheids bedienden verkocht in zijn pakhuis gemaakt en ongeacht de protestaatsie van onzen Rezident door zijn volk uit hetzelve afgescheept was. Verklaaring van den Bombara 3. 43. zoo als zijn Hoogheid dit geliefde tezien by de verklaa„ ringen van Tjadeuji en den Resident Toussain, beide ter sekretarije onder presentaatsie van eede verleend, die in 't Nederduitsch met een Mallabaarsche overzetting „lende aan de komp: zullen geleeverd worden, doch daar aan is mijns weetens, noit anders of verder voldaan, dan dat drie of vier kooplieden Jaarlijx een parthij grof Ginees en Salmpoeris aan de kompanie geleeverd hebben, waar op in de laaste jaaren min of meer een kapitaal in Nederland gewonnen is, doch de leverantsie bestond, maar uit kleene partijen, en dan vereischte het noch een ge„ duurig en scherp toezicht, goed Lijnwaat te bekomen want nergens heb ik in de opperhoofdij van Tutukorijn zoveel tegenstreeving omtrend de verbeetering van 't Lijnwaat ontmoet, als aan de kaap, die zoo ver ging, dat ik alle Oude kooplieden afdanken en nieuwen aastellen moest, om= met de Mallabaarsche vorsten nauwlijx te verre trekken, weshalven ik daar op geantwoordt hebbe: Dat er noit- tus¬ „schen ons van een fort gesprooken was, maar wel van een steene batterij, doch dat de voorstel daartoe door de schuld van zijnen Menister was blijven steeken, en ik dezelven dus had laaten repareeren, en dat, indien het in der tijd mogt noodig worden, die batterijen van steen optehaalen, en zijne Hoogheid de matrialen en arbijds-lieden daar toe op zijne kosten leeveren wilde, zulx konde geschieden, onder zijne uitdruklyke belofte, dat het recht van Eigendom van Aikotte en van de Batterijen onverhinderd aan de komp. e gekonserveerd zoude blijven. en dat zijne Hoogheid, of de koning van koetsiem, zich uit dien hoofde geen het minste gezag, recht of pretensie, op Aikotte mogte aanmaatigen Lijnwaat voortaan zelve tedoen, heb ik alleen geant„ „woordt, dat dit niet van mij, maar van den Heer Goeverneur van Ceilon afhing. de koning wil hier komen. §68. Jn de laaste konferentsie heeft de koning verklaard, dat hij over een paar maanden dit heen komen en dan overe deeze zaaken met mij nader spreeken wil. Dit heb ik alleen met een beleefd kompliment beantwoordt. § 69. Dit is de zaaklijke inhoud van mijnen brief, die den 6. =e dezer afgegaan is, waar van de kopij onder de bijlagen overgaat. — Waarschijnlijk zal het antwoord daar op wat lange uitgesteld blijven door dien 'skonings oudste Broeder, die hem in 't Rijk had moeten. opvolgen, deezer dagen overleeden is, en alle bestellingen en Regeerings= zaaken, volgens Mallabaarsche gebruik, voor een bepaald getal van dagen, om den wille van dit sterfgeval, moeten stil staan. § 70. jk hoope echter hetzelve voor 't vertrek van 't schip De Negootsie te ontvangen, en uw Hoogedelheeden daarmeede en van den resident bij deugdzaam vervolg vervolg 6 baard na denken. met

NL-HaNA_1.04.02_3753_0363 view scan ↗

English

983. Reflections on this. The trade in the King's country will not be established. The right of the Company must be maintained. Proofs of the smuggling itself. Toussain is dismissed. The duty of a Resident at Porka, and the smuggling must be prevented. to inform him of this, yet suspect that the King, if he persists in his intention to come hither, will postpone the final settlement until the personal meeting. § 71. Now I shall further lay before Your High Nobilities my humble reflections and opinions concerning these occurrences. § 72. It is contrary to all probability that the trade of the Bombaras and Dhows in the country of Trevankoor will endure in the long run. The poor situation of the places, the lack of good rivers and lesser conveniences for unloading and loading, the limited supply and lesser variety of merchandise, and the greed and extortions of the King's servants are all circumstances that will quickly divert the merchants from that navigation and bring them back to Koetsiem, where they find an unequalled river and every convenience regarding unloading and loading, an ample supply of all country produce that Trevankoor provides, and moreover precious timber, both for building and repairing their vessels and for trade, and rice for their consumption at moderate prices, and can furthermore be served with all kinds of Bengal and Chinese goods, and where they are assured of a fair, gentle, and friendly treatment. To which encouraging items one might, with Your High Nobilities' pleasure, also add the pepper that might remain after the loading of the Ceylon return ships. § 73. If the Company can moreover maintain itself in the right that all native vessels proceeding from the south to the north call at Koilang, and those proceeding from the north to the south call at Koetsiem, submit to inspection, pay duty on their cargo, and had misled, who bought his pepper underhand and, when it was discovered, shifted the blame onto the merchants who held passes. § 42. Which was clearly evident from the case of the jadeuje, since the pepper intercepted in his vessel had been sold by His Highness's servants, placed in his warehouse, and, notwithstanding the protest of our Resident, shipped from the same by his people. Declaration of the Bombara. § 43. As His Highness was pleased to see from the declarations of Tjadeuji and the Resident Toussain, both given at the secretariat under offer of oath, which in Dutch with a Malabar translation are. must take passes, as has taken place since time immemorial, there remains no other motive for them to go to the country of Trevankoor than smuggling in pepper and wild cinnamon. by cruising. § 74. For that reason, I think that the cruising should begin in the coming autumn with the navigable season and continue uninterruptedly, both to detain the vessels for inspection, paying duty, and taking passes, as also to prevent smuggling in pepper and cinnamon. Wherefore orders are requested. § 75. Since we shall, however, thereby give displeasure to Trevankoor again, I very respectfully request that Your High Nobilities be pleased to prescribe to me your honored pleasure on this article by the first opportunity via Ceylon. § 76. A vigilant Resident of Porka can nevertheless greatly prevent smuggling in pepper if he constantly keeps close watch over the arrivals from the country and over what goes on in the King's warehouses, and firmly opposes the smuggling, and if he absolutely cannot prevent it, emphatically protests against it and against the violence accompanying it, and gives this protest of his all possible publicity by calling witnesses and taking down depositions under offer of oath, if possible from foreigners who might happen to be there at that time, or otherwise from the interpreter, writer, and corporal who are stationed there with him permanently. § 77. The Bookkeeper Toussain was no longer the man for this, on account of his defective bodily constitution, which now, for some time past, has been further aggravated by a chest complaint. I hope, therefore, that Your High Nobilities will approve that he, under the present circumstances, shall be delivered to the Company, but to my knowledge this has never been fulfilled otherwise or further than that three or four merchants have annually delivered a parcel of coarse Guinees and Salempuris to the Company, on which in recent years more or less a capital has been gained in the Netherlands, but the delivery consisted only of small parcels, and even then it required a constant and sharp oversight to obtain good linen; for nowhere in the directorship of Tutukorijn have I met with so much opposition regarding the improvement of the linen as at the Cape, which went so far that I had to discharge all the old merchants and appoint new ones, in order F and of the suspect at sound is. on trade.

Dutch transcription

983. Bedenkingen hier over de handel in skonings land zal niet tot stand koomen. het recht van de komp:e moet gehand haaft bewijzen van den smokkel zelve. Toussain word ontslagen. de plicht van een Resident te Porka. en 't smokkelen moet belet daarmeede tebedeelen, doch vermoede, dat de koning, indien hij bij zijn voorneemen blijft, om herwaards te„ „komen, den finale afdoening tot de persoonlijke ontmoeting zal uitstellen. § 71. Nu zal ik noch mijne geringe bedenkingen en gevoelens over deeze voorvallen uw Hoogedelheeden open leggen. § 72. Het is tegen alle waarschijnlijkheid, dat den handel van de Bombaras en Dauws in 't land van Trevankoor op den deur zal stand grijpen; De stegte gelegenheid van de plaatzen, het gebrek van goede rivieren en mindere gerieflijkheeden tot het lossen en laaden, de bepaalde voorraad en mindere verscheidenheid van handelwaaren, en de schraapzucht en kneevelarijen van skonings be„ dienden, zijn alle Omstandigheeden, die de kooplieden schielijk van die vaart afleiden en naar koetsiem terug brengen zullen daar ze een weergaloze rivier en alle gemak omtrent lossen en laden een ruimen voorraad van alle landprodukten, die Trevankoor geeft, en daar en boven kostlijk timmerhout zoo voor het bouwen en repareeren van hunne vaartuigen, als tot den handel en rijst voor hun gebruik voor maatige prijzen, en en booven dien met allerlij Bengaalsche en sineesche waaren kunnen geriefd worden, en waar ze van een billijke zachte en vriendelijke behandeling verzeekerd zijn. Bij welke aanmoedigende artikelen men met believen van uw Hoog Edelheeden noch de pijper, die na de belading der Ceilonsche retoerscheepen overschieten mogt zoude voegen kunnen. § 73. Wanneer de komp:e daar en boven zich kan handhaven in het recht, dat alle inlandsche vaartuigen, die van de zuid naar de Noord gaan, te koilang, en die van de Noord naar de zuid gaan te koetsiem aanleggen de visitaatsie gedoogen, hunne lading vertollen en passen misleidt hadden, die zyne peper aan oncernoen om „kochten en als het ontdekt werd, de schuld op de kooplieden schoven die passen hadden. 3. 42. Het welk klaar bleek aan 't geval van 'tjadeuje, alzoo de in zijn vaartuig achterhaalde peper door zijn Hoogheids bedienden verkocht in zijn pakhuis gemaakt en ongeacht de protestaatsie van onzen Rezident door zijn volk uit hetzelve afgescheept was. Verklaaring van den Bombara 3. 43. zoo als zijn Hoogheid dit geliefde tezien by de verklaa„ ringen van Tjadeuji en den Resident Toussain, beide ter sekretarije onder presentaatsie van eede verleend, die in 't Nederduitsch met een Mallabaarsche overzetting worden. passen neemen moeten, zoo als dat zeder onheuchlijke tijden heeft plaats gehad, zoo blijft er voor dezelven geen andere beweegreeden overig, om naar 't land van Trevankoor te gaan, dan het smokkelen in peper en wilde kaneel. door de bekrussing. §74. Uit dien hoofde denke ik, dat de bekruissing in 't aan¬ staande najaar met den vaarbaaren tijd behoord te beginnen en onafgebrooken, door testaan, zoo wel, om de vaartuigen tot de visitaatsie, het vertollen en 't neemen van Passen aan te houden, als ook om 't smokkelen in peper en kaneel te beletten. waar toe order verzocht §. 75. Wijl wij hier door echter aan Trevankoor wederom misnoegen geeven zullen: zoo verzoek ik zeer eerbiedig, mij uwer Hoog 1. edelheeden geeerd goedvinden op dit artikel met de eerste geleegenheid over Ceilon te willen voorschrijven. §. 76. Een vigelant Resident van Porka kan echter het smokkelen in peper veel beletten, wanneer hij steets nauwe toezicht houdt op den aanbreng uit het land, en op 't geen in 's konings pakhuizen - omgaat, en zich tegen het smokkelen met stand„ en vastigheid aank t, en als hij het volstrekt niet beletten kan, ten daar tegen en tegen het daarmeede verzeld gaande geweld nadruklijk protesteerd, en aan dit zijn protest alle moge¬ lijke publiciteit geeft, door het roepen van getuigen en het beleggen van verklaaringen onder presentaatsie van eede, is het mogelijk van Vreemdelingen die zich op dien tijd daar bevinden mogten, of anders van den Tolk, schrijver en korporaal, die daar bij hem vast bescheiden zijn. §77. De Boekhouder Toussain, was hier toe de Man niet meer, wegens zijne gebrekkige ligchaams gesteldheid, die nu, zeder eenigen tyd, noch met eene borstquaal verer„ gerd. is; ik hoope derhalven, dat uw Hoogedelheeden goedkeuren zullen, dat hij, in deeze tijds omstandigheid, „lende aan de komp: zullen geleeverd worden, doch daar aan is mijns weetens, noit anders of verder voldaan, dan dat drie of vier kooplieden Jaarlijx een parthij grof Ginees en Salmpoeris aan de kompanie geleeverd hebben, waar op in de laaste jaaren min of meer een kapitaal in Nederland gewonnen is, doch de leverantsie bestond maar uit kleene partijen, en dan vereischte het noch een ge„ „duurig en scherp toezicht, goed Lijnwaat te bekomen; want nergens heb ik in de opperhoofdij van Tutukorijn zoveel tegenstreeving omtrend de verbeetering van 't Lijnwaat ontmoet, als aan de kaap, die zoo ver ging, dat ik alle Oude kooplieden afdanken en nieuwen aastellen moest, om F en van den rerdenk bij deugdzaam word. op handel.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0364 view scan ↗

English

388. The Bookkeeper Bos replaces him. About the trade with foreign Europeans. The English will not tolerate this. Batteries there. Proofs of the smuggling trade itself. Request concerning this. Paragraph 8. was dismissed from that office at once upon his request. Paragraph 78. In his place, subject to the honored approval of your High Noblenesses, the Bookkeeper and Beach-Master, Johannes Bos, has been appointed Resident, who possesses the aforementioned qualities and can make them truly useful in that post through his knowledge of the Malabar language, on which account I also earnestly request that he be favorably approved by your High Noblenesses. And is replaced by Wolff. Paragraph 79. As Beach-Master the Bookkeeper Johannes Wolff has been appointed, whom I also request to be favorably confirmed. Paragraph 80. The trade that the king of Travancore seeks to establish at Valiatorre, four hours south of Anjengo, with foreign European nations could also have a very detrimental influence on our interests should it come to pass, especially since we would hardly be able to prevent the smuggling of wild cinnamon and pepper on that side. Paragraph 81. But the English company will never tolerate this, and I have already received a report, upon which I believe I can rely, that the Lord Governor of Madras has written very sternly to the king concerning trade with foreign Europeans and especially with the French, and that this letter, which was received at Court at the very time our Commissioners arrived there, caused great embarrassment. About the fort at Aikotte. Paragraph 82. The building of a Fort at Aikotte, according to the little knowledge I have of it, would only half fulfill the purpose, and in the course of time might cause displeasure with Travancore. About making stone batteries along the river. Paragraph 83. On the other hand, the batteries lying there along the river could be uncommonly improved if they and the parapets between them were constructed of stone, about which your High Noblenesses will be better elucidated by skilled officers who are currently at the headquarters and who stationed at Aikotte or close by in Cranganore some years ago and know the entire situation thereof. misled to imitate; who bribed his pepper to foreigners and, when it was discovered, shifted the blame onto the merchants who possessed passes. Paragraph 42. Which was clearly demonstrated in the case of the tjadeuje, since the pepper intercepted in his vessel was sold by his Highness's servants, put in his warehouse, and, notwithstanding the protestation of our Resident, shipped out of the same by his people. Declaration of the Bombara and of the resident. Paragraph 43. As his Highness was pleased to see by the declarations of Tjadeuji and the Resident Toussain, both rendered at the secretariat under offer of oath, which in Dutch with a Malabar translation. Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the city of Cochin. Wednesday the 9th of January 1788. Present in the forenoon: The honorable, highly esteemed Lord Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, Governor and Director, Johan Gerard van Angelbeek; The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator, Reinier van Harn; The Honorable Captain and Head of the Militia, Godlieb George Gebhard; The Honorable Provisional Fiscal and Cashier, Jan Lambertus van Spall; The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master, Johan Adam Cellarius; The Honorable Cellarer and Dispenser, Willem van Haaften. Paragraph 84. And if the king will bear the costs thereof, or rather supply the building materials and workmen for it, which cost him little or nothing, and at the same time give such assurance to the Company as I have proposed, then it appears to me to be a very useful improvement, and then I would request that a skilled man be sent to me from Colombo to lay out everything properly and for the greatest defense. About the Linen Supply. Paragraph 85. Regarding the request of the king that he himself might henceforth be the supplier of the linens at Cape Comorin, which are currently supplied by the merchants there, there is much to remark for and against. Paragraph 86. By the most recent treaty of 15 August 1753, the king promised that all linens produced in his country would be supplied to the Company, but to my knowledge this has never been fulfilled in any other or further way than that three or four merchants annually supplied a parcel of coarse Guinees and salempuris to the Company, on which in recent years more or less a capital profit was gained in the Netherlands; however, the supply consisted only of small parcels, and even then it required continuous and sharp supervision to obtain good linen; for nowhere in the commandery of Tuticorin have I met with so much opposition regarding the improvement of the linen as at the Cape, which went so far that I had to dismiss all the old merchants and appoint new ones in order to obtain good quality. Continuation.

Dutch transcription

388. de Boekhouder Bos vervangt hem. Over den handel met vreemde Europeeschen D'Engelschen zullen dit niet gedogen. Batterijen aldaar. bewijzen van den smokkel handel. zelve. verzoek dientweegen @ 8 op zijn verzoek ten eersten uit dat ampt ontslagen is. § 78. Jn zijne plaats is, op de geeerde approbaatsie van uwe Hoogedelheeden, de Boekhouder en Strandwachter, Johan¬ „nes Bos tot Resident benoemd, die de voorschr: hoeda¬ „nigheeden bezit, en dezelven recht bruikbaar in die post maaken kan, door zijne kundigheid in de Mala„ „baarsche taal, weshalven ik ook instandig verzoeke, dat hij door Uwe Hoogedelheeden gúnstig geapprobeerd en word vervangen door Volp:d 79. Pot Strandwachter is de Boekhouder Johannes Wolff aangesteld, die ik meede verzoeke dat gunstig bevestigd worde. § 80. De Handel, die de koning van Trevankoor te Walia„ torre, vier uuren bezuiden Anjenga, met vreemde Europeesche Naatsien zoekt op te richten, zoude mede eenen zeer nadeeligen invloed op onze belangen kunnen hebben, indien dezelve tot stand mogt komen, inzonderheid wijl wij het smokkelen van wilde kaneel en peper aan dien kant bezwaarlijk zouden kunnen beletten. § 81. Doch de Engelsche kompanie zal dit noit gedogen, en ik hebbe reets bericht, waar op ik meene staat te kunnen maaken, dat de Heer Goeverneur van Madras, over het handelen met vreemde Europeeschen en voor al met de Franschen, zeer ernstig aan den koning geschreeven heeft, en dat die brief, die aan 't Hof ontvangen werd, ter zelver tijd dat onze Gekommitteerden, daar gekoomen waaren, groote verleegenheid veroorzaakt heeft. over het fort te Aikotte 382. Het bouwen van een Fort te Aikotte zoude naar de weinige kennis die ik daar van hebbe, aan het oogmerk maar ten halven voldoen, en in vervolg van tijd mis„ „noegen met Trevankoor kunnen veroorzaaken. over het maaken van steene §83. Daar en tegen zouden de batterijen, die daar langs de rivier. misleidt nadoen; die zyne peper aan vreemoen om „kochten en als het ontdekt werd, de schuld op de kooplieden schoven die passen hadden. §. 42. Het welk klaar bleek aan 't geval van 'tjadeuje, alzoo de in zijn vaartuig achterhaalde peper door zijn Hoogheids bedienden verkocht in zijn pakhuis gemaakt en ongeacht de protestaatsie van onzen Rezident door zijn volk uit hetzelve afgescheept was. Verklaaring van den Bombara 3. 43. zoo als zijn Hoogheid dit geliefde tezien by de verklaa„ ringen van Tjadeuji en den Resident Toussain, beide ter sekretarije onder presentaatsie van eede verleend, die in 't Nederduitsch met een Mallabaarsche overzetting Sekreete Resolúútsie genomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem. Woensdag den 9. en Januari 1788. Prezent voormiddag. De wel edele Groot achtbaare Heer Raad extra ordinair van Nederlands Indiën Goeverneur en Direkteur, Johan Gerard van Angelbeek: De E: Heer opperkoopman sekunde en Hoofdministrateur Reinier van Harn, De E. kapitain en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhard De E: provisioneel fiskaal en kassier Jan Lambertus van spall, De E. onderkoopman d Pakhuismeester Johan Adam Cellarius beeren ti belier en Dissensier Willem van Haaften, 984. rivier liggen, ongemeen veel verbeeterd worden, als dezelven en de borstweeringen daar tusschen van steen opgehaald wierden, waar omtrend uw Hoogedelheeden beter zullen kunnen geelucideerd worden door kundige offeciers, die zich thans ter Hoofdplaatse bevinden en voor eenige jaaren te Aikotte of digt daar bij in kranganoor geleegen hebben in de heele situaatsie daar van weeten. § 84. En als de koning de kosten daar van draagen, of liever de bouwstoffen en werkslieden daar toe leeveren wil, die hem weinig of niets kosten, en teffens zodanige verzeekering aan de komp:e geeft, als ik voorgeslagen hebbe: zoo komt het mij als een zeer nuttige verbeetering voor en dan zoude ik verzoeken, dat mij een kundig Man van kolombo toegezonden wierd, om alles behoor¬ lijk en tot de meeste defensie aanteleggen. Over de Lijnwaat Leverontsie 385. Nopens het verzoek van den koning, dat hij zelve voor„ taan de Leverantsier van de Lijnwaaten aan de kaap „komorijn zijn mogt, die thans door de kooplieden aldaar geleeverd worden, valt veel en tegen aan te merken. 386. Bij het Jongste traktaat van den 15. aug:s 1753. heeft de koning beloofd, dat alle Lijnwaaten in zijn land val„ „lende aan de komp: zullen geleeverd worden, doch daar aan is mijns weetens, noit anders of verder voldaan, dan dat drie of vier kooplieden Jaarlijx een parthij grof Ginees en salmpoeris aan de kompanie geleeverd hebben, waar op in de laaste jaaren min of meer een kapitaal in Nederland gewonnen is, doch de leverantsie bestond maar uit kleene partijen, en dan vereischte het noch een ge„ duurig en scherp toezicht, goed Lijnwaat te bekomen; want nergens heb ik in de opperhoofdij van Tutukorijn zoveel tegenstreeving omtrend de verbeetering van 't Lijnwaat ontmoet, als aan de kaap, die zoo ver ging, dat ik alle Oude kooplieden afdanken en nieuwen aastellen moest, om en van den resident bij deugdzaam worde. 6. vervolg 8

NL-HaNA_1.04.02_3753_0365 view scan ↗

English

388. the Bookkeeper Bos replaces him. continuation continuation Continuation Notice of this is given to Colombo and Tuticorin. at his request, was immediately discharged from that office. § 78. In his place, subject to the honored approval of your High Nobilities, the Bookkeeper and Beach Master, Johannes Bos, has been appointed Resident, who possesses the aforementioned qualities, and can make them truly serviceable in that post through his proficiency in the Malabar language; on which account I also earnestly request that he be favorably approved by your High Nobilities. and is replaced by the following: § 79. As Beach Master, the Bookkeeper Johannes Wolff has been appointed, who I likewise request may be favorably confirmed. to receive delivery of good quality goods. § 87. Now if the King himself were to become the supplier, he would certainly take everything produced in his country, good or bad, from the weavers at the lowest prices, and wish to deliver it to the Company for the contract tender prices. A strict sorting would displease him, and indulgence would harm and ruin our trade. § 88. If we do not grant the supply contract to him, he will not only become even more displeased and make us feel his discontent in all manner of ways, and particularly through hindrances in the collection at the Cape, but will also conclude linen contracts with private European merchants, who are increasing in number from year to year, and who, no matter how bad the goods are that they collect in this manner, thereby cause detriment to our Company in Europe. § 89. That this latter case is no far-fetched concern is already evident from the fact that, according to very reliable reports, the captain of the private ship, Le Prince De Piemont, which arrived here from Europe at the end of December last and departed for Colombo on the 4th of January following, cast anchor en route before Valiatorre and contracted with the King's Minister for a lot of linen to the amount of 25000 rupees, and delivered in payment thereof coarse woolens, gold bullion, gold snuffboxes, watches, and some jewels, which linens are currently being manufactured and will be collected by the said ship in a month's time. § 90. I am now giving notice of this request from the King to supply the Cape linens himself to the Governor of Ceylon and imparting to him my above reflections, and I am likewise doing so with the 985. Chief at Tuticorin, with the request that he simultaneously submit his thoughts on this to his Governor, so that the latter may be better enabled to present his sentiments regarding this matter to your High Nobilities. I commend your High Nobilities and the important interests of the Company to God's protection, and remain with all respect and fidelity. Below stood: Highly Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Well-Noble, Severe Lords, Your High Nobilities' humble and faithful servant. Was signed: J. G. van Angelbeek. In margin: Cochin, 15 February 1788. Agreed. Arnold Lunel The Well-Noble, Right Honorable Lord Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, Governor and Director, Johan Gerard van Angelbeek; The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator, Reinier van Harn; The Honorable Captain and Head of the Militia, Godlieb George Gebhard; The Honorable Provisional Fiscal and Cashier, Jan Lambertus van Spall; The Honorable Junior Merchant, the Warehouse Master, Johan Adam Cellarius; [illegible] Willem van Haasten Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin. Wednesday, 9 January 1788, Present forenoon. First Clerk. chief be. cause.

Dutch transcription

388. de Boekhouder Bos vervangt hem. vervolg vervolg Vervolg hier van word bericht naar kolombo en Tutu„ „korijn gegeeven. op zijn verzoek, ten eersten uit dat ampt ontslagen is. § 78. Jn zijne plaats is, op de geeerde approbaatsie van uwe Hoogedelheeden, de Boekhouder en Strandwachter, Johan¬ „nes Bos tot Resident benoemd, die de voorschr: hoeda¬ „nigheeden bezit, en dezelven recht bruikbaar in die post maaken kan, door zijne kundigheid in de Mala„ „baarsche taal, weshalven ik ook instandig verzoeke, dat hij door Uwe Hoogedelheeden gúnstig geapprobeerd en word vervangen door volp:d 79. Tot Strandwachter is de Boekhouder Johannes Wolff aangesteld, die ik meede verzoeke dat gunstig bevestigd worde. deugdzaam goed geleeverd te krijgen. §87. Als nu de koning zelve Leverantsier wierd: zoo zoude hij zeekerlijk al wat in zijn land viel, goed of slecht van de wevers tegens de laagste prijzen neemen, en voor de aanbesteedings prijzen aan de kompe willen leeveren. Een scherpe sorteering zoude hem mishagen, en toegeevendheid zoude onzen handel krenken en bederven. § 88. Jndien wy de leverantsie aan hem niet opdraagen, zoo zal hij niet alleen noch meer verstoord worden, en zijn misnoegens ons op allerlij wijze en inzonderheid door hindernissen in den inzaam aan de kaap doen gevoelen, maar ook lijnwaat kontrakten met partikuliere Europeesche Handelaars sluiten die van Jaar tot Jaar aan getal toeneemen en die hoe slecht het goed ook is, dat ze langs deezen weg verzaamelen daarmeede aan onze kompanie in Europa afbreuke §. 89. Dat dit laaste geval geen verre gezogte bedenking zijn, blijkt reets daaruit, dat, volgens zeer getrouwe berichten, de kapitain van het partikulier schip, Le Prince De Piemont, het welk hier ultimo december Jongstleeden uit Europa aangelandt en den 4e. Januari daaraan naar kolombo vertrokken is, onder weg voor waliatorre het anker geworpen en met 'skonings Minister een partij Lijnwaat, ten bedraagen van 25000 ropijen gekontrak, teerd en daarop in betaaling grove laakens, baargoud, goude stuifdoosen, horlosies, en eenige Juweelen overge¬ laaten heeft, welke lijnwaaten thans aangemaakt en over een maand door gem: schip afgehaald zullen worden. § 90. jk geeve van dit verzoek van den koning, om de kaap„ „sche Lijnwaaten zelve te leeveren thans kennis aan den Heer Goeverneur van Ceilon en bedeele hem mijne boovenstaande bedenkingen, en zoo doe ik ook met het 985. Opperhoofd te Jutukorijn met verzoek, dat hij zijne ge¬ „dachten hier over teffens aan zijnen Goeverneur opgeeve, op dat deeze te beter in staat gesteld worde, zijn gevoelen hieromtrend aan uwe HoogEdelheeden voor bedraagen. Jk beveele uw Hoogedelheeden en de wigtige belangen der Maatschappije in Gods bescherming in blijve met alle eerbied en trouwe. /:onderstond:) Hoogedele Groot achtb: wijd Gebiedende Heer en weledele Gestrenge Heeren: uwer Hoogedelheeden onderdanige en getrouwe dienaar /:was geteek:/ J: G: van Angelbeek /:in margine:/ koetsiem den 15. febr: 1788. Accordeerd. Arnold Lunel De wel edele Groot achtbaare Heer Raad exetra ordinair van Nederlands In diën Goeverneur en Direkteur, Johan Gerard van Angelbeek: De E: Heer Opperkoopman Sekunde en Hoofdministrateur Reinier van Harn, De E. kapitain en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhard De E: provisioneel fiskaal en kassier Jan Lambertus van spall, De E. onderkoopman de Pakhuismeester Johan Adam Cellarius —. h.l: dieven in Willem van tlaasten Sekreete Resoluútsie genomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem. Woensdag den 9. en Januari 1788. Prezent voormiddag. EG Klerk. opperhoofd worde. doen. d 8

NL-HaNA_1.04.02_3753_0366 view scan ↗

English

388. Bookkeeper Bos replaces him. was at his request promptly discharged from that office. Paragraph 78. In his place, subject to the esteemed approval of Your High Nobilities, the Bookkeeper and Beach Guard Johannes Bos has been appointed Resident. He possesses the aforementioned qualities and can make himself very useful in that post through his knowledge of the Malabar language, wherefore I also earnestly request that he be favorably approved by Your High Nobilities. And is replaced by: Paragraph 79. As Beach Guard, the Bookkeeper Johannes Wolff has been appointed, whom I likewise request to be favorably confirmed. Present: The Right Honorable, Highly Esteemed Gentleman, Extraordinary Councilor of the Dutch East Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant, Second-in-Command, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honorable Captain and Head of the Militia Godlieb George Gebhard, The Honorable Provisional Fiscal and Cashier Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master Johan Adam Cellarius, The Honorable Junior Merchant, Shopkeeper, and Purser Willem van Haaften, The Honorable Secretary of Police Adriaan Poolvliet, The Honorable Pay Bookkeeper Johan Andries Scheik, and The Honorable Junior Merchant Pieter van Spall. Upon received reports that several bombaras and other native vessels arriving from the north are sailing past this place and trading at Alepe, a place situated between here and Porka, with the people of the King of Travancore, without having taken passes here and without having cleared customs on their cargo after a prior inspection, as all native vessels not belonging to Europeans and wishing to trade between this place and Coilong have from ancient times been obligated to do: it has been unanimously resolved and decided, for the maintenance of the Company's rights and for the prevention of illicit trade in pepper and wild cinnamon, to have the beaches between here and Porka patrolled, and for that purpose to arm the narrow-ship De Verwachting with the necessary artillery and a detachment of Malays, and to attach a cutter and a manchua to it, in order to be able to overtake vessels that might creep too close under the shore or take flight; and it is further understood that the Commander Arnoldus Messemaker, who commands the narrow-ship, shall be provided with a clear instruction for this purpose, which is hereby approved and inserted here. Instruction for the Commander Arnoldus Messemaker, commanding the narrow-ship De Verwachting. Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin on Monday, 31 December 1787, in the forenoon. 986. Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin on Wednesday, 9 January 1788, in the forenoon. Present: The Right Honorable, Highly Esteemed Gentleman, Extraordinary Councilor of the Dutch East Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek; The Honorable Senior Merchant, Second-in-Command, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honorable Captain and Head of the Militia Godlieb George Gebhard, The Honorable Provisional Fiscal and Cashier Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master Johan Adam Cellarius, Purser Willem van Haaften, in order to be. Number 2. 82b

Dutch transcription

388. de Boekhouder Bos vervangt hem. op zijn verzoek ten eersten uit dat ampt ontslagen is. § 78. Jn zijne plaats is, op de geeerde approbaatsie van uwe Hoogedelheeden, de Boekhouder en Strandwachter, Johan¬ „nes Bos tot Resident benoemd, die de voorschr: hoeda¬ „nigheeden bezit, en dezelven recht bruikbaar in die post maaken kan, door zijne kundigheid in de Mala„ „baarsche taal, weshalven ik ook instandig verzoeke, dat hij door Uwe Hoogedelheeden gúnstig geapprobeerd en word vervangen door volpd 79. Pot Strandwachter is de Boekhouder Johannes Wolff aangesteld, die ik meede verzoeke dat gunstig bevestigd worde. Prezent. De wel edele Groot achtbaare Heer Raad extra ordinair van Nederlands Jndien Goeveneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek De E. Heer opperkoopman sekunde en Hoofd administrateur Reinier van Harn, De E. kapitain en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhard, De E: provisioneel fiskaal en kassier Jan Lambertus van spall, De E: Onderkoopman en Pakhuijsmeester Johan Adam Cellarius, De E. Onderkoopman Winkelier en Dispencier Willem van Haaften, De E. Sekretaris van Polietsie Adriaan Poolvliet De E psoldij boekhouder Johan Andries Scheik, en De E: Onderkoopman Pieter van Spall. Op erlangde berichten, dat verscheidene Bombaras en andere inlandsche vaartuigen, van de Noord komende, deeze plaats voorbij zeilen, en te Alepe, eene plaats tusschen hier en Porka geleegen, met het volk van den koning van Trevankoor handel drijven, zonder hier passen genoomen en de laading na voor„ afgaande visitaatsie vertold te hebben, zoo als alle inlandsche vaartuigen, die aan geene Europeeschen toebehooren, en tusschen deeze plaats en koilang handelen „willen, van ouds verplicht zijn, is tot handhaving van 'skomp:s recht, en tot weering van morshandel in peper en wilde kaneel met eenpaarigheid van stemmen goed gevonden en verstaan, de stranden tusschen hier en Porka te„ laaten bekruissen, en daartoe het smalschip De verwachting te armeeren met de noodige artillerij en een detachement Malaiers en daarbij een kotter en eene Mansjoet tevoegen, ten einde de vaartuigen die te digt onder de wal kruipen, of zich of zich op de vlucht begeeven mogten te kunnen achterhaalen, en is wijders verstaan, den Gezaghebber Arnoldus Messemaker, die het smalschip voert, daartoe van een duidelijke instruksie tevoorzien, en dezelve bij deezen te approbeeren en hier te insereeren. Instruksie voor den Gezaghebber Arnoldus Messe¬ „maker voerende het smalschip De verwachting, Sekreete Resolúútsie genoomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem. op Maandag den 31: ' December 1787: 986. voor de middag. Sekreete Resoluútsie genomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem. op Woensdag den 9. en Januari 1788. Prezent Voormiddag. De wel edele Groot achtbaare Heer Raad extra ordinair van Nederlands Indiën Goeverneur en Direkteur, Johan Gerard van Angelbeek: De E: Heer Opperkoopman Sekunde en Hoofdministrateur Reinier van Harn, De E. kapitain en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhard De E: provisioneel fiskaal en kassier Jan Lambertus van spall, De E. onderkoopman de Pakhuismeester Johan Adam Cellarius dispensier Willem van Haasten„ om worde. N„o 2: @82b

NL-HaNA_1.04.02_3753_0367 view scan ↗

English

388. the Bookkeeper Bos, upon his request, was immediately discharged from that office. Paragraph 78. In his place, subject to the honored approval of Your High Mightinesses, the Bookkeeper and Beach Warden, Johannes Bos, was appointed as Resident, who possesses the aforementioned qualities and can make himself very useful in that post through his knowledge of the Malabar language, for which reason I also earnestly request that he be favorably approved by Your High Mightinesses, and is replaced by Volp: Paragraph 79. As Beach Warden, the Bookkeeper Johannes Wolff has been appointed, who I also request be favorably confirmed. to cruise therewith between Manikoorde and Alepe. Because we have received word that several native vessels coming from the north sail past this roadstead and land south of this place in the territory of the King of Trevankoor, and conduct all manner of trade with his subjects without having shown their passes here: we have therefore thought proper, for the prevention of that trade, and especially of all smuggling in pepper and wild cinnamon, to have the beaches between here and Porka patrolled, and to equip for that purpose the smalschip De Verwachting, which to that end has not only been provided with the necessary cannons and swivel guns, but also, beyond the ordinary crew, is manned with a detachment of Malays consisting of one sergeant, two corporals, and 24 privates, under the command of a European sergeant named Michiel Dirksz: and furthermore with four European artillerymen, namely one bombardier, one gunner, and two assistants, to which we have also added a well-sailing cutter and manchua with the necessary crew thereon, in order to make use of them when the occasion arises. You must therefore sail with the smalschip and the two aforementioned vessels from here to Alepe, and having arrived there, immediately demand the passes of the shibars and other vessels from Goa, Rasiapoer, and other places north of Koetsiem that are already lying there or shall arrive in the future, and seize those that are not provided with the Company's passes and send them hither under arrest, but above all ensure that on that occasion the people of those vessels are treated well and no harm comes to them, and also that no one lays hands on the cargo or embezzles anything from it, to which end you must inform those who are to bring such vessels in under arrest of this, and recommend this to them in the strongest terms, with the warning that those who act against this order shall be punished most severely. If you find any dhows or bombaras there, you must likewise inspect them, and if they have not called here, and thus have no pass from us, you must notify them that all vessels wishing to touch between Kranganoor and Koilang and conduct trade are obliged to call at Koetsiem first, in order to be inspected there; as well as to pay the tolls to the Company on everything they buy and sell there, just as if it had been bought or sold at Koetsiem; and further, that they may not purchase any pepper or wild cinnamon, as this is contrary to the contracts that the King of Trevankoor has concluded with the Company. At the same time he must also warn the people of the King of Trevankoor that they may not sell or deliver any pepper or wild cinnamon to foreign vessels, and that if this should nevertheless be attempted, you are ordered by us to prevent it, just as we hereby also order you, whenever the shipment of pepper to such dhows or bombaras should be attempted against your protest, to prevent it in the most suitable manner, and especially if this is attempted by vessels and people of Trevankoor, to overpower them and send them hither under arrest, without minding the requests, entreaties, or threats of the Rajadores. But if the dhows or bombaras have the pepper fetched by their own vessels and will not heed your protests: you must immediately give notice thereof to us, and in the meantime ascertain, as accurately as possible, how much is shipped in that manner. If the aforementioned vessels should refuse to show their passes or to allow themselves to be inspected, you must, according to the circumstances, compel them to do so, first by blank shots, and then by live shots across and over them, and finally, if necessary, by shots into the hull itself. Furthermore, we recommend you to maintain good order and supervision, to treat the military well, and to consider the European non-commissioned officers as your equals, and in all matters to employ soldierly and seamanship skills, to keep an extensive record of all occurrences in your journal, and to us 987. Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the town of Koetsiem. Wednesday, 9 January 1788. Forenoon. Present: The Honorable and Highly Respected Lord, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, Governor and Director, Johan Gerard van Angelbeek; The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator, Reinier van Harn; The Honorable Captain and Head of the Military, Godlieb George Gebhard; The Honorable Provisional Fiscal and Cashier, Jan Lambertus van Spall; The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper, Johan Adam Cellarius; likewise from replaces him. be. W. 22

Dutch transcription

388. de Boekhouder Bos op zijn verzoek, ten eersten uit dat ampt ontslagen is. § 78. Jn zijne plaats is, op de geeerde approbaatsie van uwe Hoogedelheeden, de Boekhouder en Strandwachter, Johan¬ „nes Bos tot Resident benoemd, die de voorschr: hoeda¬ „nigheeden bezit, en dezelven recht bruikbaar in die post maaken kan, door zijne kundigheid in de Mala„ baarsche taal, weshalven ik ook instandig verzoeke, dat hij door Uwe Hoogedelheeden gúnstig geapprobeerd en word vervangen door Volp:d 79. Pot Strandwachter is de Boekhouder Johannes Wolff aangesteld, die ik meede verzoeke dat gunstig bevestigd worde. om daarmeede tusschen Manikoorde en Alepe te krúissen. Wijl wij bericht erlangd hebben, dat verscheidene Inlandsche vaartuigen van de Noord komende deeze rheede voorbij zeilen, en bezuiden deeze plaats in 't gebied van den koning van Trevankoor aanlanden en met deszelfs onderdaanen allerlij handel drijven zonder hunne passen alhier vertoond te hebben: zoo hebben wij goed gevonden tot weering van dien handel, en in„ zonderheid ook van alle morserijen in peper en wilde kaneel de stranden tusschen hier en Porka te laaten bekruissen en daar toe het smalschip de verwachting aan te leggen, het welk tot dat einde niet alleen van de noodige kanons en draibassen voorzien, maar ook buiten de gewoone Equipasie bemant is met een detachement Malaiers bestaande uit een serjant, twee korporaals en 24. gemeenen, onder komando van een Europeesche serjant met naame Michiel Dirksz: en voorts met vier Europeesche Artilleristen teweeten een Bombar dier een kanonier en twee Handlangers, waar bij wij noch gevoegd hebben een wel bezeilde kotter en Mansjouw met het nodig volk daar op, om zich daarvan bij voorkoomende geleegenheid te bedienen. gij moet derhalven met het smalschip en evengemelde twee vaartuigen van hier naar Alepe zeilen, en daar koomende de sibaars en andere vaartuigen van Goa, Rasiapoer en andere plaatsen benoorden koet„ „siem, die daar reets liggen, of in 't vervolg noch aankomen zullen, ten eersten hunne passen afvraagen en de geenen die van 's komp. s passen niet voorzien zijn, in beslag neemen en in arrest dit heen zendent, doch voor al zorgen, dat bij die geleegenheid de Menschen van die vaartuigen welbehandeld worden en hen geen leed geschied en dat ook niemand aan de laading de handen slaa, of daar„ van ontvreemde, tot welk einde gij de geenen, die zulke vaartuigen in arrest opbrengen moeten, hiervan verwittigen en hunlieden dit op 't nadruklijkst aanbeveelen moet, onder waarschuwing, dat de geenen deeze order handelen, ten strengsten zullen gestraft worden. Als gij eenige Dauws of Bombaras daar vindt, moet Gij dezelven ingelijx visiteeren, en wanneer ze hier niet aangeweest zijn, en dus geen pas van ons hebben. zoo moet gij hunlieden aanzeggen, dat alle vaartuigen, die tusschen kranganoor en koilang aanleggen en handel drijven willen ver„ „plicht zijn, eerst te koetsiem aan te gaan, ten einde daar gevisiteerd te„ „worden; alsmeede om van al, wat zij daar koopen en verkoopen, de tollen aan de kompanie te betaalen, even als of het te koetsum gekocht of verkocht waare en wijders, dat zij geen peper en wilde kaneel mogen koopen, alzo dit tegen de kontrakten strijdt, die de koning van Trevankoor met de komp: geslooten heeft, Ter zelver tijd moet hij het volk van den koning van Trevankoor ook waarschuwen, dat zij geen peper of wilde kaneel aan vreemde vaartuigen mogen verkoopen en afleeveren, en dat gij indien dit nochtans mogt ondernoomen worden, van ons gelast zijt, zulx te belasten gelijk wij u dan ook bij deezen gelasten, om„zoe wanneer de afscheep van peper naar zulke Dauws of Bombaras, tegen uwe protestaatsie, mogt onder¬ „noomen worden, zulx op de beste voeglijke wijze te beletten, en inzonder„ heid indien dit vaartuigen en volk van Trevankoor ondernoomen word, dezelven te vermeesteren, en in arrest herwaarts tezenden, zonder zul aan de verzoeken bezweeringen of dreigementen van de Rasiadoors te stooren. Doch indien de Dauws of Bombaras de peper met hunne eigene vaartuigen laaten afhaalen en zich aan uwe protesten niet stooren willen: zoo moet gij ten eersten daarvan aan ons kennis geeven, en inmiddels, zoo nauwkeurig als mogelijk is, na gaan, hoeveel op die wijze word afgescheept. Jndien de voorm: vaartuigen weigeren mogten, hunne passen te vertoonen, of zich visiteeren te laaten, zoo moet gij dezelven, naar mate van de Omstandigheeden, eerst door losse schooten en daarna door scherpe schooten voor over en over heen, en eindelijk, des noods door schooten op de huit zelve, daar toe te konstringeeren. voorts rekommandeeren wij u goede order en toezicht tehouden, de Militairen wel te behandelen, en de Europeesche onder offe„ „cieren als unsgelijken aan temerken, mitsgaders in alle voor„ soldaat en zeemanschap te gebruiken, van alle voorvallen een geextendeerde aanteekening bij uw Journaal tehouden en ons 987. Sekreete Resoluutsie genomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem. Woensdag den 9. en Januari 1788. Prezent Voormiddag. De wel edele Groot achtbaare Heer Raad exetra ordinair van Nederlands Indien Goeverneur en Direkteur, Johan Gerard van Angelbeek: De E: Heer Opperkoopman Sekunde en Hoofdministrateur Reinier van Harn, De E. kapitain en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhard De E: provisioneel fiskaal en kassier Jan Lambertus van spall, De E. onderkoopman de Pakhuismeester Johan Adam Cellarius insgelijx van vervangt hem. worde. W. 22

NL-HaNA_1.04.02_3753_0368 view scan ↗

English

388. the Bookkeeper Bos replaces him. at his request was immediately discharged from that office. Section 78. In his place, subject to the honored approval of Your High Noblenesses, the Bookkeeper and Beach Warden, Johannes Bos, has been appointed Resident, who possesses the aforementioned qualities and can make them truly useful in that post through his proficiency in the Malabar language, wherefore I also earnestly request that he be favorably approved by Your High Noblenesses. and is replaced by Volpd. 79. As Beach Warden, the Bookkeeper Johannes Wolff has been appointed, whom I likewise request be favorably confirmed, to provide detailed reports of everything that occurs. koetsiem, the 31st of December 1787. Thus done, resolved and decreed in the Council of Malabar at the city of koetsiem, on the day, month and year aforesaid. Was signed: J: G: van Angelbeek, R: van Harn, G: G: Gebhardt, J: L: van Spall, I. A: Cellarius, W: van Haaften, A: Poolvliert, J: A: Scheidz and P: van Spall. Agreed. Arnold Lunel First Sworn Clerk. It was communicated to the meeting by the Lord Governor: That the dispatched cruising vessel, De verwachting, pursuant to the secret resolution of the 31st of December last, had encountered four bombaras and three shibars off Alepe, which were trading there without having undergone the customary inspection here, or having taken out passes, and still less having paid customs duties. That the merchants, masters, or supercargoes of the bombaras had at first refused to allow themselves to be inspected, but had later come aboard the cruising vessel to him and made known that the Rasiadoor there had offered to place four hundred soldiers on their bombaras, with the assurance that they could remain lying with their vessels at his expense, but that they, having always traded with the Company, had refused this, and now requested permission to unload their sold goods and reload the purchased ones. However, the Commander having refused this because they were not provided with any passes, they had thereupon voluntarily agreed to depart with him to koetsiem, which was also immediately done. belonging to the aforementioned office to carry on trade, under the promise that besides the products of his country, they would also find sugar, Japanese copper, and fine spices there. That to that end, the King had caused warehouses to be built at Alepe aforesaid, in which the aforementioned products of his country were stored, and furthermore also banksalls for the convenience of the merchants, and at the same time, in order to also accommodate them with the aforementioned Eastern merchandise, had first through Ananda Mallen, and thereafter by a letter, requested of His Honour two hundred canassers of powdered sugar, two hundred chests of Japanese copper, two hundred and fifty pounds of mace, and one hundred pounds of cloves, at the Company's price, under the pretense that he required them for his own use; but that he, the Governor, in order to thwart this intention and yet not directly offend the King. That another bombara from Maskatte the Banyan merchant Bimje The Right Honorable Lord Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek; The Honorable Senior Merchant, Second in Command, and Chief Administrator Reinier van Harn; The Honorable Captain and Head of the Militia Godlieb George Gebhard; The Honorable Provisional Fiscal and Cashier Jan Lambertus van Spall; The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius; The Honorable Junior Merchant, Shopkeeper, and Purveyor Willem van Haaften; The Honorable Secretary of Police Adriaan Poolvliet; The Honorable Provisional Pay Bookkeeper Johan Andries Scheitz; and The Honorable Junior Merchant Pieter van Spall. Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the city of koetsiem. Wednesday, the 9th of January 1788. Present Forenoon. No. 3.

Dutch transcription

388. de Boekhouder Bos vervangt hem. op zijn verzoek ten eersten uit dat ampt ontslagen is. § 78. Jn zijne plaats is, op de geeerde approbaatsie van uwe Hoogedelheeden, de Boekhouder en Strandwachter, Johan¬ „nes Bos tot Resident benoemd, die de voorschr: hoeda¬ „nigheeden bezit, en dezelven recht bruikbaar in die post maaken kan, door zijne kundigheid in de Mala„ „baarsche taal, weshalven ik ook instandig verzoeke, dat hij door Uwe Hoogedelheeden gúnstig geapprobeerd en word vervangen door Volpd. 79. Pot Strandwachter is de Boekhouder Johannes Wolff aangesteld, die ik meede verzoeke dat gunstig bevestigd van al wat er voor valt omstandig bericht tedoen. — koetsiem den 31.:' December 1787. — Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malabaar ter sleede koetsiem, ten dage maand en jaare voormeld. /was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, G: G: Gebhardt J: L: van Spall, I. A: Cellarius, W: van Haaften, A: Poolvliert J: A: Scheidz en P: van Spall. Akpordeerd. Arnold Lunel E: G. Klerk. werd door den Heer Goeverneur ter vergaadering gekommuniceerd: Dat het uitgezondene kruisvaartuig, De verwachting, volgens sekreete resoluitsie van den 31' December Jongstleeden, voor Alepe vier Bom¬ „baras en drie sibaars aangetroffen had, die aldaar handel dreeven, zonder alhier de gewoone visitaatsie ondergaan, of passen genoomen en noch minder tol betaald te hebben. Dat de kooplieden, Hoofden, of kargas van de Bombaras eerst gewijgerd hadden, zich visiteeren te laaten, doch zeder bij hem aan boord van het kruisvaartuig gekomen waaren, en te kennen gegeeven hadden, dat de Rasiadoor aldaar henlieden aangebooden had, vierhonderd soldaaten op hunne Bombaras tezullen plaatzen, onder verzeekering, dat zij met hunne vaartuigen, op zijne kosten konden blijven liggen, doch dat zij, als steets met de komp:e gehandeld hebbende, dit geweigerd hadden, en nu verzochten, hunne verkochte goederen temogen lossen en de gekochten weder laaden, Doch dat de Gezaghebber dit afgeslaagen hebbende, wijl zij van geene passen voorzien waaren, zy daar op vrijwillig aangenoomen hadden, met hem naar koetsiem te vertrekken, gelijk ook ten eersten geschied was. toebehoorende ompt voormeld minne handel te drijven, onder belofte, dat zij daar buiten de produkten van zijn land, ook zuiker Japansch koper en fijne specerijen zoude vinden. Dat de koning, tot dat einde te Alepe voormeld, pakhuizen, had laaten bouwen waarin de voormelde prodúkten van zijn land opgelegt waaren, en voorts ook bankzaals, tot gerief van de kooplieden, en teffens, om dezelven ook met de voornoemde Oostersche koopmanschappen te kunnen gerieven, eerst door Ananda Mallen, en daar na bij een brief, aan zijn Edele had verzocht, om tweehonderd kanassers. poedersuiker, tweehonderd kisten Jappans koper, tweehonderd vijftig pond foelie en honderd pond Nagelen, tegen komp:s prijs, onder voorgeeven, dat hij die tot eigen gebruik benodigd was, doch dat hij Goeverneur, om dit oogmerk te vereidelen en echter den koning niet recht toe voor het hoofd te Dat een andere Bombara van Maskatte den Benjaans koopman Bimje De wel edele Groot achtbaare Heer Raad extra ordinair van Nederlands Indiën Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek: De E: Heer Opperkoopman Sekunde en Hoofdministrateur Reinier van Harn, De E. kapitain en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhard De E: provisioneel fiskaal en kassier Jan Lambertus van spall, De E. onderkoopman & Pakhuismeester Johan Adam Cellarius De E: onderkoopman winkelier en Dispensier Willem van Hlaaften, De E Sekretaris van Polietsie Adriaan Poolvliet, De 6 p:l soldij boekhouder Iohan Andries Scheitz, en De E: onderkoopman Pieter van Spall. Sekreete Resoluútsie genomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem. Woensdag den 9. en Januari 1788. Prezent voormiddag. N„o 3. stooten. worde. worde.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0369 view scan ↗

English

belonging to, named Salam Sawai, of which the Gentile Gjadeuje, as supercargo, had command, had arrived here from Porka on the 29th of December last and was found to have not only traded there without a pass from here, but even to have loaded pepper, and that the said supercargo, having been questioned about this by the Governor, had declared first verbally and afterwards at the secretariat that he had sold two hundred bales of kapok at Porka and bought in return two hundred and thirty-four packs of pepper, which had been carried openly past the Company's Residency and loaded, after he had first asked the Rasiadoor and the Canarese Rangapoi whether he needed to do anything more for the loading of pepper, and had received as an answer to this that they had warned the Resident and had obtained permission from the same to ship the pepper into his vessel; that the King of Travancore was very alarmed about this cruising and the taking away of the vessels from there, and had vehemently complained about this in a letter to His Honour, demanding that he be given an explanation for this without a minute's delay, wherefore His Honour, in order to be able to judge this matter with mature deliberation and to draft the necessary answer to the King by common consent, produced in Council the journal of the cruise, the statement of the aforementioned supercargo Tjadesje, and the letter from the King, which documents having been read with attention and maturely considered, it was resolved beforehand to insert the same here. Journal of the narrow ship De Verwachting on the cruise. Monday the 31st of December 1787. In the evening received a detachment of soldiers on board, also an armed cutter boat, and a manchua that rows very fast in calms, both for my service. At night with the land breeze, made ready for the cutter boat to get under sail, the wind southeast by east, south-southeast, got under sail as well, course along the shore, to the south. Tuesday the first of January 1788. In the morning at sunrise saw no vessels; at ten o'clock saw a dhow to the south-southwest of us, which was lying to the east, tacked out to sea to hail the same, let some soldiers go into the cutter, and let the cutter give chase to him; at noon were a short distance away from the said dhow, fired a shot across his bow, hailed the aforementioned, to carry on their trade, under promise that they would find there, besides the products of his country, also sugar, Japanese copper, and fine spices. That the King, to that end at Alepe aforesaid, had caused warehouses to be built in which the aforesaid products of his country were stored, and also bankshalls for the convenience of the merchants, and at the same time, to be able to serve the same also with the aforementioned Eastern merchandise, had requested His Honour, first through Ananda Mallen and afterwards by a letter, for two hundred canassers of powder sugar, two hundred chests of Japanese copper, two hundred and fifty pounds of mace, and one hundred pounds of cloves, at Company's prices, pretending that he needed them for his own use, but that he, the Governor, in order to frustrate this design and yet not directly offend the King, after I had already warned him with a blank shot to wait, whereupon he immediately lay to towards me, sent the manchua with the quartermaster to him, to inspect his pass, and also to see what cargo the vessel had; he had loaded no more than 40 bags of wheat and 2 bags of coffee beans; the nakhuda, coming on board with my manchua, said that he came from Muscat and intended to go to Cochin, but that during the night he had passed Cochin; he showed me a Company's pass, which dated from the month of March 1787; furthermore I let the said vessel continue its voyage to Cochin, and I steered my course again to the south along the shore; at sunset saw four vessels lying at anchor far ahead; in the evening at 9 o'clock came to anchor close to the said vessels; at night fair weather, the wind off the shore. Wednesday the second. In the morning upon taking bearings found ourselves off Alepe, and the four vessels near which we had come to anchor in the evening were bombaras; and under the shore also saw three shibars lying at anchor; I immediately sent the cutter boat and manchua with my quartermaster and a small detachment to the said bombaras to demand their passes, but they all four refused to show passes and also would not let any of my people come aboard, whereupon I immediately sent the cutter to Cochin with a letter to the Governor and gave notice thereof; shortly after the departure of the cutter, a bombara merchant came on board to me to ask why I wanted to see his pass; I answered him and said what my orders were in that regard; I asked that merchant what cargo he had, and he reported to me that he had already loaded 100, say one hundred, candies of copra and five candies of pepper, and also said that he had not yet come to an agreement regarding the cinnamon, since the Rasiadoor asked eighty rupees for the candy of cinnamon, and he did not want to give more than 50, say fifty, rupees for the candy of cinnamon, and furthermore had taken no cargo there, and intended to depart for Cochin the next morning; I received a manchua on board with a message from the Rascadoor asking what I needed, and told him [illegible]

Dutch transcription

389. toebehoorende, Salam sawai genaamd, waar op de Jentief Gjadeuje, als karga 't gezag had, alhier den 29. e December Jongstl: van Porka aangekoomen en bevonden was, zonder pas van hier daar niet alleen handel gedreeven, maar zelfs peper gelaaden te hebben, en dat gemelde karga daar over door den Heer Goeverheur te reede gesteld zijnde; eerst bij monde, en daarna ter sekre„ „tarije verklaard had, dat hij te Porka tweehonderd balen kapok ver„ kocht en weder twee honderd vier en dertig pakken peper ingekooht had, die 's komp:s Residentsie opentlijk voorbij gedraagen en ingelaaden was, na dat hij den Rasiadoor en den kanarijn Rangapoi eerst gevraagd had, of hij iets meer doen moest, tot het laaden van peper, en daar op ten antwoord bekomen had, dat zijlieden den Resident gewaarschuwd en van denzelven permissie bekoomen hadden, de peper in zijn vaartuig af te scheepen Dat de koning van Trevankoor, over deeze bekruissing, en het wegvoeren van de vaartuigen van daar, zeer gealarmeerd was, en daar over bij een brief aan zijn Edele heevig gedoleerd en begeerd had, hem daarvan zonder een minut uitstel, reeden tegeeven, weshalven zijn Edele, om over dit onderwerp met rijpheid van raade te kunnen oordeelen en het noodige antwoord aan den koning met gemeen goedvinden te ontwerpen, het Jourwaal van de bekruissing, de verklaring van den voornoemde karga Tjadesje en den brief van den koning in Raade produceerde, welke stukken met aandacht geleezen en rijplijk overwogen zijnde: zoo werd voor af beslooten dezelven hier te insereeren. Journaal van 't smalschip De verwachting op de kruistocht. Maandag den 31. ' December 1787. savonds kreegen een kommando van Militaire aanboord, ook een gearmeerde kotter boodje, en een mantjoe die zeer spel roeid in stilte, beide tot mijn dienst snagts met de Landwind, deden zijn voor de kotter boodt om onder zeil tegaan, de wind z: o=t z0:t leijden het mede onderzeil, koers langs de wal, om de Z: Dingsdag den Eersten Januari 1788. smorgens met sons opgang zien geen vaartuigen, om tien uuren zien een Dauw in 't Zzw:t van ons, die om de E. lag, leijde het over na zee om dezelve te prijen, lieten eenige Militairen in de kotter lope, en lieten de kotten Jagt op hem maaken, op de middag waaren op een klijne dis„ „tantsie van gem: Dauw af, gaven hem een koegel voor over, riepe voormeld hnne handel te drijven, onder belofte, dat zij daar buiten de produkten van zijn land, ook zuiker Japansch koper en fijne specerijen zoude vinden. Dat de koning, tot dat einde te Alepe voormeld, pakhuizen, had laaten bouwen waarin de voormelde prodúkten van zijn land opgelegt waaren, en voorts ook bankzaals, tot gerief van de kooplieden, en teffens, om dezelven ook met de voornoemde Oostersche koopmanschappen te kunnen gerieven, eerst door Ananda Mallen, en daar na bij een brief, aan zijn Edele had verzocht, om tweehonderd kanassers. poedersuiker, tweehonderd kisten Jappans koper, tweehonderd vijftig pond foelie en honderd pond Nagelen, tegen komp:s prijs, onder voorgeeven, dat hij die tot eigen gebruik benodigd was, doch dat hij Goeverneur, om dit oogmerk te vereidelen en echter den koning niet recht toe voor het hoofd te na dat ik hem al met een losse schot gewaarschouwdt hadde, om te wagten, waar op hij ten eersten na mijn toeging leggen, zonder de mansjoe met de quartiermeester na hem toe, om zijn pas te vissenteeren, en ook het vaartuig tezien, wat hij gelaaden hadde, hij hadde niet meer gelaaden e als 40. zakken tarwe en 2. zakken koffi boonen, de Nachoda met mijn mansjoe aan boord koomende zijde dat hij van Maskette en na koessium de wil hadde, maar dat hij van de nacht koetsiem was voorbij geraakt, hij toonde mij een komp:s pas, dat luiden van de maand Maart 1787. voorts liet ik gem: vaartuig zijn rijs na koetsiem voortzetten, en ik stevende mijn koers weder om de zuit langs de wal, met sons ondergang zien vier te vaartuigen ver vooruit ten anker leggen, savonds om 9 uuren quam digt bij gem: vaartuigen ten anker snachts mooi weer, de wind uit de wal. Woensdag den tweeden smorgens met het peilen bevonden ons voor Alepe en de vier vaartuigen daar wij savonds digt bij ten anker waaren ge¬ koomen waare Bombarassen; en onder de wal zagen ook drie sibaars ten anker leggen, ik zond direkt de kotterboodt en mansjoe met mijn quartiermeester en een klijne kommando na gemelde bom¬ „barassen toe om haar passen te vertoonen maar zij weigerde alle vier waar passen te toonen en wilde ook niemand van mijn volk over laaten koomen, waar op ik ten eersten de kotter na koetsum zonde met een brief aan de Goeverneur en daar kennis van gaf, kort na het vertrek van de kotter quam bij mijn een bombaras koopman aan boord, om tevraagen waarom ik zijn pas wilde zien, ik antwoorde hem en zijde hoe mijn orders daar omtrend waaren, Jk vraagde die koopman wat hij gelaaden hadde, en gaf mijn op dat hij reeds gelaaden hadde 100. /zegge / honderd kandijl kopparas en vijf kandijl peper, en zeide ook dat hij met de kaneel nog niet over een was gekomen, dewijl de Rasiadoor vraagde tagentig ropijen voor 't kandijl kaneel, en hij niet meer als 50. /zegge / vijftig ropijen wilde geeven voor 't kandijl kaneel en verders daar geen lading ge„ „noomen heeft, en 'sanderdags smorgens naa koetsiem willens was om te vertrekken, ik kreeg een mansjoe aanboord met een bood„ „schap van de Rascadoor wat ik benoodigt was en zeide hem het stooten. na geen

NL-HaNA_1.04.02_3753_0370 view scan ↗

English

990. what I had to say according to my instructions, subsequently I cruised with the sloop between the Bombaras and the sibaars, in order to check whether smuggling was being done with boats or manchuas, I intended to go directly to the sibaars that were anchored close inshore to have them show their passes, but not one of all three sibaars had a Company pass, whereupon I had the tandil of each sibaar brought aboard to me, seeing four boats of the bombaras coming off the shore which wanted to go towards the bombaras, and was under the necessity of forcing them with live rounds, and then all four also came aboard to me without having loaded anything, it was probably only to try whether they could sail back and forth freely, further during the night fine weather. Thursday the third in the morning at sunrise I sent a detachment to the sibaars to fetch the same away from the shore and had them come to anchor close by me, then on each sibaar three soldiers with muskets and weapons, and had their merchants brought on board again, I received another message from the Regedor who was there on the shore, to ask me for what reason I had those sibaars brought to me, answered for the reason that they had no Company pass, after that two Bombara merchants came on board from the shore whom I received very friendly and well, they reported to me that the Regedor wanted to send four hundred of his soldiers aboard the Bombaras and that the Regedor had said in addition, that they could leave their vessels there at his expense, but the said merchants told me that they did not want to do that, as they had from old times always traded with the Company, and they requested me to bring their sold and bought goods to and from the shore, and said I could not permit such, as they could show me no pass, thereupon they said that they wanted to depart with me to Koetsiem and place themselves under my orders and would follow the orders upon my signals; in the evening at 8 o'clock the cutter boat from Koetsiem came on board again, gave orders to the same to join the sibaars. Friday the 4th of January at one o'clock in the night made signal to set sail, whereupon all the Bombaras and sibaars along with the cutter set sail, whereupon I also immediately set sail to the North, seeing that the sibaars remained behind gave the same a shot, and made signal for the cutter to drive the same forward and to stay by them, in the afternoon arrived with the said vessels at the roads of Koessiem to anchor, around four o'clock the four bombaras sailed into the river, received orders from the shore that the cutter should bring the said sibaars inside the river, as I immediately had carried out. during the night the wind east fresh breeze fine weather. Declaration of the supercargo Tjadenje. Today the 2nd of January 1788. appeared before me Arnoldus Lunel First sworn clerk of police here, present the witnesses to be named hereafter Tjadenje supercargo and commander of a Bombara from Maskatte named Salam Sawaai, belonging to the merchant of Maskatte Bimgie, who in support of the truth and at the requisition of the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of this coast, as well as through the translation of the Company's merchant Anta Setti admitted and declared it to be true and truthful, That the deponent arrived with the abovementioned Bombara from Maskatta at the roads of Koetsiem and came to anchor there, as well as having sent a Nakhuda and a junior clerk to the shore, with five Persians, who had also come along, and six packs of Surat linens belonging to the same. That he thereafter set sail with the Bombara and sailed to Porka, that he sold his cargo, consisting of two hundred and twenty-six bales of kapok, there to the subjects of the king of Trevankoor and in return bought from them and loaded into the Bombara two hundred and thirty-four packs of pepper, that also two more Bombaras at Porka loaded one hundred packs of pepper. That the deponent had asked the Regedor of the king and the Canarese Rengapoi, whether he also had to do anything more for the loading of the pepper, but that they both had said to the deponent, that they had warned the Resident of Porka and had obtained permission to load the pepper into the deponent's vessel. Seepe aforementioned and trade there, under the promise that they would find there, besides the products of his country, also sugar, Japanese copper, and fine spices. That the king, to that end at Alepe aforesaid, had caused warehouses to be built in which the aforesaid products of his country were stored, and also banksalls, for the convenience of the merchants, and likewise, to be able to supply the same with the aforementioned Eastern merchandise, first through Ananda Mallen, and thereafter by a letter, had requested of His Honour two hundred canassers of powder sugar, two hundred chests of Japanese copper, two hundred and fifty pounds of mace, and one hundred pounds of cloves, at Company price, under the pretense that he needed them for his own use, but that he, the Governor, to foil this objective and yet not offend the king openly, declaring sail strike.

Dutch transcription

990. geen ik volgens myn instruksie te zeggen hadde, vervolgens korte ik met de sloep tusschen de Bombaras en de sibaars in, om na te gaan of ex met schuiten of Mansjoes gesmokkeld wierde, Ik zoude direkt na de sibaars die digt onder de wal ten anker lagen om haar passen te doen vertoonen, maar geen een van alle drie de sibaars die een 's komp:s pas hadde, waar op ik van ider sibaar de Tandel bij mijn aanboord liet haalen, zien vier schuiten van de bombarassen van de wal afkomen die na de bombarasse toe wilde, en was in de nood„ zaaklijkheid om ze met scherpe schooten te dwingen, en quame toen ook alle vier bij mijn aan boord zonder iets geladen te hebben, 't was denklijk maar om te probeeren of ze vrij over en weer konde varen voorts snagts mooi weer. Donderdag den derden 'smorgens met sons opgang zende ik een komman„ „do na de sibaars om dezelve onder de wal van daan te halen en lieten ze digt bij mijn ten anker komen zetten toen op ider sibaar drie soldaaten met geweer en wapens, en lieten haar handels weeder na „boort brengen, ik kreeg weeder een boodschap van de Rasiadoor die daar aan de wal was, om mijn aftevraagen wat reeden ik die sibaars liet bij mijn haalen antwoorde om reden zij geen kompanies pas hadde, daar na quam aan boord van de wal twee Bombarasse kooplieden die ik zeer vriendelijk en wel ontvangen heb, zij berichten mijn dat de Rasiadoor vierhondert van zijn soldaaten bij de Bombarassen aanboord wilde zenden en dat de Rasiadoor daar bij gezegt hadde, dat zij Haar vaar¬ „tuigen op zijn onkosten daar konde laaten blijven, maar gemelde kooplieden zeide mijn dat ze dat niet wilde doen, dewijl zij van ouds altoos met de komp: genegootsieerd hadde, en zij verzogte mij om haar verkochte en gekogte goederen af en aan de wal tebrengen, en zijde ik zulx niet konde toestaan, dewijl ze mij geen pas konde toonen, daar op hebben ze gezegt datze met mijn na koetsiem wilde vertrekken en onder mijn order zig begaren en zoude op mijn sijnen de orders na komen; 'savonds om 8 uuren quam de kotter boot van koetsiem weder aan boord, gaf order aan dezelve om zig bij de sibaars te vervoegen. Vrijdag den 4. ' Januari snagts om een uur deden zijn om onder zeil tegaan, waar op alle de Bombarassen en sibaars nevens de kotter onderzeil gingen, waar op ik het ook direkt onderzeil leide om de Noordt, zien dat de sibaars agter uijtbleeven gave dezelve een schoot, en deede zijn voor de kotter om dezelve voort te Jaagen en om bij Haarluij te blijven, nademiddag quam met gem: vaartuigen ter rheede koessiem ten anker, om de streek van vier uuren zeilden de vier bombarassen de Revier binnen, kregen order van de wal dat de kotter de gemelde sibaars binnen in de revier zoude brengen, gelijk ik direkt ter uitvoer liet brengen. snachts de wind o:t frisse koelte mooi weer. Verklaaring van den karga Tjadenje. Heeden den 2. Januari 1788. kompareerde voor mij Arnoldus Lunel Eerste gezwoore klerk van poltetsie alhier, present de natenoemene getuigen Tjadeuje karga en gezagvoerder van een Bombara van Maskatte salam sawaai, toebehoorende den koopman van Maskatte Bimgie, dewelke tot voorstand der waarheid en ter requisietsie van den wel edelen Groot achtbaaren Heer Iohan Gerard van Angelbeek, Raad extra ordinair van Nederlands Indien, Goeverneur en Direkteur deezer kuste, mitsgaders door vertaaling van 'skomp:s koopman Anta setti bekende en verklaarde waar en waarachtig te zijn, Dat de attestant met boven gemelde Bombara van Maskatta tot op de reede van Koetsiem gearriveerd en daar ten anker gekoomen is, mitsgaders een Nachoda en een kleen karanie naar de wal gezonden had, met vijf Persies, die meede gekomen waaren en ses pakken soerassche lijnwaaten van dezelven. Dat hij daar na met de Bombara onder zeil gegaan en naar Porka gezeild was, dat hij zijn laading, be„ staande in tweehonderd-sesen-twintig balen kapok, aldaar aan de, onderdaanen van den koning van Trevankoor verkocht en weder van hen gekocht en in de Bombara gelaaden had tweehonderd vierendertig pakken peper, dat ook noch twee Bombaras te Porka eenhonderd pakken peper gelaaden hebben. Dat de attestant aan den Rascadoor van den koning en aan den kanarijn Rengapoi gevraagd had, of hij ook iets meer doen moest tot het laaden van de peper, doch dat zij beide aan den attestant gezegt hadden, dat zij aan den Residdent van Porka gewaarschuwd en permissie bekoomen hadden om de peper in het vaartuig van den Attestant te laaden. Seepe voormeld en daar hunne handel te drijven, onder belofte, dat zij daar buiten de produkten van zijn land, ook zuiker Japansch koper en fijne specerijen zoude vinden. Dat de koning, tot dat einde te Alepe voormeld, pakhuizen, had laaten bouwen waarin de voormelde prodúkten van zijn land opgelegt waaren, en voorts ook bankzaals, tot gerief van de kooplieden, en teffens, om dezelven ook met de voornoemde Oostersche koopmanschappen te kunnen gerieven, eerst door Ananda Mallen, en daar na bij een brief, aan zijn Edele had verzocht, om tweehonderd kanassers. poedersuiker, tweehonderd kisten Jappans koper, tweehonderd vijftig pond foelie en honderd pond Nagelen, tegen komp:s prijs, onder voorgeeven, dat hij die tot eigen gebruik benodigd was, doch dat hij Goeverneur, om dit oogmerk te vereidelen en echter den koning niet recht toe voor het hoofd te verklaarende zeil stooten.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0371 view scan ↗

English

991. The deponent further declares that this pepper was also carried past close to the Residency and loaded into the vessel directly in front of it; that the deponent thereafter sailed from Porka to Alepé, and had taken in one hundred and sixty packages of copra there, as well as coming from there to this place. The deponent ends this given and granted declaration of his with the affirmation that it contains the pure and sincere truth, giving as reason for his knowledge as stated in the text, and remaining accordingly prepared, if necessary, to confirm what has been attested further under oath. Thus done and declared within the city of Koetsiem, at the police secretariat, on the day, month, and year aforementioned, in the presence of Frans Hendrik Schuurman and Cornelis Dirk Swabe, clerks, as witnesses; the minute of this is duly signed. Below was written: Which is certified. Was signed: A:s Lunel, sworn clerk. Translated letter written by the King of Trevankoor to the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek, received on January 8, 1788: I have received written notice from my Rasiadoors of Alepe that on the 30th ultimo, by order of your Right Honorable, a sloop entered the harbor of Alepe, fired some shots, seized the vessels that had come there to trade, placed the Company's flags upon them, and detained them. At a time when I live in close alliance with the Dutch Company, what reason your Right Honorable has to send a vessel to my harbor and have it fired upon there, I cannot understand, about which I am very astonished. To this date, no one has caused any hindrance to the merchants who come with their vessels to my lands to trade. I expect to learn as soon as possible from your Right Honorable what reason your Right Honorable has to send vessels to my harbors, to fire upon them, and to obstruct trade, which I desire to know as soon as possible. I strongly long for this, and expect the reply by the bearer of this without losing a single minute. Written by Balia Melesetto Kanakoe Prasoendomperoemaal Madewen, and signed by His Highness. And now proceeding to the deliberation concerning this complicated case and the various matters arising from it: it was, in the first place, approved and agreed to hereby sanction the conduct of the Commander Arnoldus Messemaaker in cruising, arresting, and bringing in the vessels, as described in the journal. In the second place, with respect to the detained bombars, it was further communicated by the Governor: That all present Arabian and Gentile merchants and heads of the bombars and dhows, to the number of more than twenty persons, had appeared before him and requested that the vessels detained off Alepe, and particularly also the bombar that had sold kapok and loaded pepper at Porka, might be released and freed without punishment, alleging that they had not known that they had to take passes here, undergo inspection, and pay toll, and that particularly the cargo-master Tjadeuje could not have thought he was doing wrong by buying pepper, since he had bought it from the King's people and had loaded it with the knowledge and consent of the Resident; they also promised that none of them would henceforth act against the Company's orders, and particularly would never go to the Sind without a pass, and especially would buy no pepper there, whereby they nevertheless also gave to understand not indistinctly that, if one wished to treat them with severity regarding this case, they would not only complain about it to their princes, but would also no longer visit Koetsiem. That he, the Governor, had taken into consideration regarding this that if the pepper found in the bombar Salam Sawai were confiscated, the government of Maskatte, where the owner Binjé resided and, as a great merchant, had much influence with it, would take great offense at it, and would probably avenge it on the private ships from Batavia; and that now, since the King of Trevankoor sought to alienate the dhows and bombars from here and lure them to Alepe, one had more reason than ever before to attract them by gentle treatment, and to entice them away from the navigation and trade to Alepe, and had therefore judged it best to grant them the request aforementioned. And to carry on trade there, under the promise that they would find there, besides the products of his country, also sugar, Japanese copper, and fine spices. That the King, to that end at Alepe aforementioned, had caused warehouses to be built in which the aforementioned products of his country were stored, and furthermore also bankshalls for the convenience of the merchants, and at the same time, in order to be able to accommodate them also with the aforementioned Eastern merchandise, had requested His Honor, first through Ananda Mallen and thereafter by a letter, for two hundred canassers of powdered sugar, two hundred chests of Japanese copper, two hundred and fifty pounds of mace, and one hundred pounds of cloves at Company's price, under the pretense that he needed them for his own use; but that he, the Governor, in order to thwart this aim and yet not offend the King directly to his face, to grant. Minute

Dutch transcription

991. Verklaarende de Attestant wijders dat ook deeze peper digt bij de Residentsie voorbij gedraagen en vlak voor dezelve in het vaartuig gelaaden is; dat de Attestant daar na van Porka naar Alepé gezeild is, en daar eenhonderd en sestig pakken koppera ingenoomen had, mitsgaders van daar naar herwaarts gekomen was. eindigende de Attestant deeze zijne gegeevene en verleende verklaaring met betuiging dezelve te behelzen de zuivere en oprechte waarheid, geevende voor reeden van weetenschap als in den text, over zulx bereid blijvende het geattesteerde des noods nader met eede te sterken. Aldus gedaan en verklaard binnen de stad koetsiem, ter se„ kretarije van polietsie, ten dage, maand en Jaare voormeld in pre¬ zentsie van Frans Hendrik Schuurman en Cornelis Dirk swabe klerken als getuigen; De minute dezes is behoorlijk ge„ „teekend. /:onderstond:/ 'T welk getuigd /:was geteek:/ A:s Lunel Eg. klerk Translaat Brief door den koning van Trevan„ koor geschreeven aan den wel edele Groot achtb: Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek ontvangen den 8. Januari 1788— Ik heb aanschrijvens gekreegen van mijne Rasiadoors van Alepe dat op den 30 '. passo een sloep ter ordre van uweledele Groot achtbaare in de haven van Alepe is gekomen, en heeft eenige schooten gedaan, en de vaartuigen die aldaar ten handel gekoomen waaren, genoomen en daar skomp:s vlaggen opgezet en aangehouden, In een tijd dat ik met de Hollandsche kompe in een nauwe verbintenisse leeft, wat reeden uweledele Groot achtb: heeft een vaartuig naar mijn haven tezenden en daar op telaaten schieten kan ik niet begrijpen, waar over ik zeer verwonderd ben. de koopluiden die met haare vaartuigen in mijn landen komen om te negootsieeren heeft niemand tot dato deezes eenige verhindering toegebragt, ik verwachte ten spoedigsten van uweledele groot achtb: temogen weeten, wat reeden uweledele groot achtb: heeft vaar„ tuigen naar mijn havens tezenden daar op te schieten en de negootsie te strrmmen, het geen ik begeere ten spoedigsten temogen weeten, ik verlange sterk daarna, en verwachte het antwoord per brenger dezes zonder een N„o inut te verzuimen: geschreeven bij Balia Melesetto kanakoe Prasoendom„ peroemaal Madewen, en geteekend bij zijn Hoogheid. En als nu getreeden zijnde tot de besoigne over dit gekompliqueerd geval en de ver¬ scheidene zaaken daar bij voorkoomende: zoo werd in de eerste plaats goed gevonden en verstaan, het gedrag van den Gezaghebber Arnoldus Messemaaker, in het bekruissen, arresteeren en opbrengen van de vaartouigen, zoo als het zelve bij het Journaal beschreeven is, bij deezen te approbeeren. Jn de tweede plaats werd, met opzicht tot de aangehaalde Bombaras, door den Heer Goeverneur nader gekommuniceerd. Dat alle aanweezende Arabische en Jentiefsche kooplieden en Hoofden van de Bombaras en Dauws, ten gevalle van meer dan twintig persoonen, bij hem verscheenen waaren en verzocht hadden, dat de voor Alepe aangehaalde vaar„ „tuigen, en inzonderheid ook de Bombara, die te Porka kapok verkocht en peper gelaaden had, mogten ontslagen en zonder straffe vrijgegeeven worden, allegeerende, dat zij niet geweeten hadden, dat zij hier passen neemen, de visi„ „taalsie ondergaan en tol betaalen moesten, en dat inzonderheid de karga Tjadeuje, niet had kunnen denken, door het koopen van peper te zullen mis „doen, wijl hij dezelve van skonings volk gekocht, en met voorkennis en toe„ stemiing van den resident, geladen had, belovende zylieden teffens, dat niemand hunner voortaan tegen d'ordre van de kompe handelen, en inzonderheid noit zonder pas naar de zind gaan, en voor al daar ook geene peper koopen zouden, waar bij zijlieden echter ook niet onduidelijk hadden te verstaan ge„ „geeven, dat indien men hen, over dit geval, met gestrengheid wilde handelen, zij niet alleen bij hunne vorsten daar over klaagen, maar koetsiem ook niet meer bezoeken zouden. Dat hij Goeverneur hieromtrend in overweeging genoomen had, dat wan„ neer men in de Bombara salam sawai gevondene peper konfiskeerde, de Regeering van Maskatte, waar de Eigenaar Binjé te huishoorde en als een groot koopman veel ingang bij haar had, daar over groot mis„ „noegen opvatten, en hetzelve, waarschijnlijk op de partikuliere scheepen van Batavia wreeken zoude, en dat men thans nu de koning van snevan„ „koor de Dauws en Bombaras van hier zocht tevervreemden en naar Alepe te lokken, meer reeden dan oit voor deezen had, dezelven door zachte behandeling aantelokken, en van de vaart en handel naar Alepe af tetroonen, en deswegen best geoordeeldt had, henlieden het verzoek toe riepe voormeld en naar muinne handel te drijven, onder belofte, dat zij daar buiten de produkten van zijn land, ook zuiker Japansch koper en fijne specerijen zoude vinden. Dat de koning, tot dat einde te Alepe voormeld, pakhuizen, had laaten bouwen waarin de voormelde prodúkten van zijn land opgelegt waaren, en voorts ook bankzaals, tot gerief van de kooplieden, en teffens, om dezelven ook met de voornoemde Oostersche koopmanschappen te kunnen gerieven, eerst door Ananda Mallen, en daar na bij een brief, aan zijn Edele had verzocht, om tweehonderd kanassers. poedersuiker, tweehonderd kisten Jappans koper, tweehonderd vijftig pond foelie en honderd pond Nagelen, tegen komp:s prijs, onder voorgeeven, dat hij die tot eigen gebruik benodigd was, doch dat hij Goeverneur, om dit oogmerk te vereidelen- en echter den koning niet recht toe voor het hoofd te te staan stooten. minut

NL-HaNA_1.04.02_3753_0372 view scan ↗

English

996. to stand, and to release the arrested bombaras again, and allow them to return from here to Alepe with passes to fetch their purchased goods, provided they pay the toll here, and upon their return undergo inspection, with an added warning not to load any pepper or wild cinnamon, as the same would be confiscated, to which they had collectively submitted. Which, having been maturely considered by the meeting, was approved and resolved by unanimous vote to fully conform therewith. In the third place, the claim of the cargo Tjaduije, that the pepper had been shipped into his vessel at Porka with the foreknowledge and consent of the Resident, was taken into further consideration and remarked thereupon: That the same rested solely upon the assurance of the rasiadoor and canareen who had sold the pepper to the deponent, and who could very easily have feigned this merely to set him at ease, and thus in itself deserved little credit, but that the Resident, Abraham Toussain, had made himself very suspect, because he had not protested against this occurrence, which took place under his eyes, and had not given the slightest notice thereof to the Governor, which he, by virtue of his office, was indispensably obliged to do, and moreover had been further admonished by the Governor by a secret letter of 12 December last, and thus very shortly before the shipment of that pepper, with these words: To give notice as soon as possible of what was going on at Alepe, especially also whether pepper had been stored in that vicinity to sell to bombaras, European, or other merchants! Which suspicion seemed to be further increased because he, the Resident, by a letter of the 3rd of this month, when he had undoubtedly received word that the bombaras had been arrested here, had given notice to the Governor that two days previously, thus on 1 January, one hundred and one, and the day following, one hundred packs of pepper had been loaded into a vessel, and that he had placed an arrest on the first parcel, but found no hearing, and therefore had placed no arrest on the second parcel, because the people of Trevancore would not listen to it, and thus it would only bring more shame than honor. And upon this, it was approved and resolved unanimously to demand a written accounting from the Resident Abraham Toussain. Firstly, how the matter stands with the assertion of the rasiadoor and the King that he, Toussain, had consented to the shipment of the pepper in the aforementioned bombaras? Secondly, why he did not protest against the shipment of the pepper? And thirdly, why he gave no notice of this case to the Governor? In order, after receiving that accounting, to make further dispositions. In the fourth place, proceeding to the deliberation on the letter of the King of Trevancore aforesaid: for greater elucidation, and to be able to judge the entire case in its first rise, progress, and full extent, it was first pointed out by the Governor: That the King had for a considerable time made the design and preparations to sell the products of his country from now on himself at first hand, such as areca, ginger, copra, turmeric, etc., which until now had mostly been brought to market at Cochin, and at the same time to purchase at first hand the necessities that were brought by the bombaras and other vessels from the north, of which raw cotton was the principal, which he had until now drawn from here, as well as to establish a trading place at Alepe for that purpose and to lure the bombaras, dhows, and smaller vessels to his country, to which end his emissaries at Calicut and Tellicherry encouraged the native vessels that passed there not to go to Cochin, but to the aforesaid Alepe, and to conduct their trade there, under the promise that besides the products of his country, they would also find sugar, Japanese copper, and fine spices there. That the King, for that purpose, had warehouses built at the aforesaid Alepe, in which the aforesaid products of his country were stored, and also banksalls for the convenience of the merchants, and at the same time, to be able to accommodate them with the aforementioned Eastern merchandise, had requested His Honour, first through Ananda Mallen, and thereafter by a letter, for two hundred canassers of powdered sugar, two hundred chests of Japanese copper, two hundred and fifty pounds of mace, and one hundred pounds of cloves, at Company's price, under the pretense that he required them for his own use, but that he, the Governor, in order to frustrate this aim and yet not bluntly offend the King, That another bombara from Muscat, belonging to the Banyan merchant Bimje, named Salam Sawai, over which the Gentoo Tjadeuze had authority as cargo, here from Porka Wednesday, 9 January 1788. Extract from the secret resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin on No. 3. 992. more

Dutch transcription

996. te staan, en de gearresteerde Bombaras weder vrij te geeven, en met passen van hier naar Alepe terug te laaten gaan, om hunne ingekochte goederen aftehaalen, mits de tol alhier betaalende, en bij terugge komst de visitaatsie ondergaande, met bijgevoegde waarschuwing, van geene peper of wilde kaneel telaaden, wijl dezelve gekonfisqueerd zoude worden, waaraan zij zich geza„ „mentlijk hadden onderworpen. Het welk bij de vergadering rijplijk overwogen zijnde: zoo werd met een paarigheid van stemmen goed gevonden en verstaan zich daarmeede ten vollen te konformeeren. In de derde plaats werd het voorgeeven van den karga Tjaduije, dat de peper te Porka, met voorkennis en toestemming van den Resident, in zijn vaartuig afgescheept was, in nadere overweeging genoomen en daaromtrend aangemerkt: Dat hetzelve alleen steunde, op de verzeekering van den Rasiadoor en kanarijn, die de peper aan den Deklarant verkocht hadden, en dit heel maklijk konden gefingeerd hebben, om hem maar gerust testellen, en dus op zich zelve weinig geloof verdiende, doch dat de Resident, Abraham Toussain, zich zelve zeer suspekt had gemaakt, door dien hij tegen dit geval, het welk onder zijn oog gebeurd was, niet geprotesteerd en zelfs geen de minste kennis daar van aan den Heer Goeverneur gegeeven had, waar toe hij, uit hoofde van zijn ampt, indispensabel verplicht geweest, en ten overvloede noch nader door den Heer Goeverneur bij een sekreeten brief van den 12e. December Jongst „leeden, en dus heel kort voor den afscheep van die peper, vermaand was: met Om van 't geen te Alepe omging, zoo spoedig mogelijk bericht te geeven, inzonderheid ook, of daar omsteex peper opgelegd was, om aan Bombaras, Europeesche of andere Negootsianten, te verkoopen! Welke suspietsie noch scheen te verorceerderen, door dien hij Resident, bij een brief van den 3. ' deezer, wanneer hij buiten twijfel bericht gekreegen had, dat de Bombaras hier gearresteerd waaren, aan den Heer Goeverneur had kennis gegeeven, dat twee dagen bevoorens, dus den 1e Januari, honderd en een, en den dag daar aan, honderd pakken peper in vaartuig gelaaden waaren, en dat hy op de eerste partij arrest gelegd, doch geen gehoor gevonden en daarom op de tweede partij geen arrest gelegd had, wijl het volk van Trevankoor daarna niet luisteren wilde, en het dus maar deeze woorden: Dat de koning, tot dat einde te Alepe voormeld, pakhuizen, had laaten bouwen waarin de voormelde produkten van zijn land opgelegt waaren, en voorts ook bankzaals, tot gerief van de kooplieden, en teffens, om dezelven ook met de voornoemde Oostersche koopmanschappen te kunnen gerieven, eerst door Ananda Mallen, en daar na bij een brief, aan zijn Edele had verzocht, om tweehonderd kanassers. poedersuiker, tweehonderd kisten Jappans koper, tweehonderd vijftig pond foelie en honderd pond Nagelen, tegen komp:s prijs, onder voorgeeven, dat hij die tot eigen gebruik benodigd was, doch dat hij Goeverneur, om dit oogmerk te vereidelen en echter den koning niet recht toe voor het hoofd te meer schande dan eere was. En werd daar op, met eenpaarigheid goed gevonden en verstaan, van den Resident Abraham Toussain schriftlijke verantwoording te eischen. Eerstlijk hoe het met het voorgeeven van den Rasiadoor en den koning, dat hij Toussain in den afscheep van de peper in meermelde Bombaras bewilligd had, geleegen is ? ten tweeden waarom hij tegen den afscheep van de peper niet geprotesteerd heeft 2 en ten derden, waarom hij van dit geval geen kennis aan den Heer Goeverneur gegeeven heeft. ? ten einde, naar bekooming van die verantwoording nader te disponeeren Jn de vierde plaats zullende treeden tot de deliberaatsie op den brief van den koning van Trevankoor voormeldt: zoo werd, tot meerder rlucidaatsie, en om het heele geval, in zijne eerste opkomste, voortgang en geheele uitstrektheid, te kunnen beoordeelen, voor af door den Heer Goeverneur aangeweezen. Dat de koning, zeder een geruimen tijd het ontwerp en de aanstalten gemaakt had, de produkten van zijn land, als Areek, gember, kopparas, borri borri enz: die tot nu toe meest naar koetsiem te markt gebragt waaren, voortaan zelve uit de eerste hand te verkoopen, en teffens de benoodigdheeden, die met de Bombaras en andere vaartuigen van de Noord aangebragt wierden, waar onder de kapok het voornaamste was, die hij tot nu toe van hier getrokken had, almeede uit de eerste hand in te koopen, mitsgaders tot dat einde te Alepe eene handel plaats op te richten en de Bombaras, Dauws en minder vaartuigen naar zijn land te lokken, tot welk einde zijne Emissarissen te kalikut en Talletseeri de inlandsche vaartuigen, die daar passeerden, aanmoedigden, niet naar koetsiem, maar naar Alepe voormeld te gaan, en daar hunne handel te drijven, onder belofte, dat zij daar buiten de produkten van zijn land, ook zuiker, Japansch koper en fijne specerijen zoude Dat een andere Bombara van Mas= katte, den Benjaans koopman Bimje toebehoorende salam sawai genaamd, waar op de Jentief TJa¬ „deuze, als karga 't gezag had, alhier donastl: van Porka Woensdag den 9:e Januari 1788. Extrakt uit de sekreete resoluut¬ „sie genoomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem op N„o 3. stooten. 1 992. vinden. meer

NL-HaNA_1.04.02_3753_0373 view scan ↗

English

to allow, and to release the detained Bombaras again, and to permit them to return from here to Alepe with passes in order to collect their purchased goods, provided they pay the toll here, and upon their return submit to the inspection, with the added warning not to load any pepper or wild cinnamon, as the same would be confiscated, to which they had collectively submitted. Which, having been maturely considered by the assembly, it was unanimously deemed proper and understood to fully conform therewith. In the third place, the claim of the supercargo Tjadeuije that the pepper at Porka had been shipped onto his vessel with the prior knowledge and consent of the Resident was taken into further consideration and noted thereupon: That the same rested solely upon [illegible] the Japanese copper and the cloves, which he was certain would find no market among the Bombaras, had been offered to His Highness, and regarding the sugar, mace, and nutmegs, had excused himself with the answer that these articles had already upon arrival been sold to the merchants of the Company, whereupon also no further answer had followed, other than solely by word of mouth through Ananda Mallen, that he had been ordered by his master to receive all five articles, and therefore did not dare accept the two offered without the other three. That the King, once captivated by the ideas of a profitable trade in his country, had also forged the design to entice foreign European traders, and to that end, from Valiatorre or other seaside villages, sent ballangs or native rowing and sailing craft aboard passing ships, with hailing notes in the French language, and invited them to trade in his country through Topasses or other persons who could speak the Portuguese language and came on board with the hailing boat, where they would find not only the convenience of water, firewood, and provisions, but also a good market for their cargo, and the opportunity to purchase pepper, wild cinnamon, and sandalwood. That he, the Governor, having already received some light on this in the month of November, had continuously occupied himself with discovering something further and more certain about it, and if possible obtaining proofs in hand, and finally in mid-December last had received report that a certain Frenchman named Baijeule had been sent to the Court of Travancore by the Agent of the French Company at Mahe, Mr. De Court, in order to purchase pepper for the lading of the ship Le Duc d'Orleans, wherefore he, the Governor, had addressed and admonished the King about this in a very serious letter to reject that proposal as contrary to the treaty subsisting between the Company and him, and thus to remain faithful to the aforementioned treaty and friendship, as appeared further from the Dutch draft, which was found to read as follows: Draft letter written by the Right Honourable and Right Worshipful Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek to the King of Travancore on the 13th of December 1787. I am informed that the French Resident at Mahe has sent a certain Frenchman named Bajeule to Your Highness to purchase pepper for the French Company. I do not wish to believe that Your Highness will listen to such proposals, which would entirely conflict with the treaty entered into between the illustrious Dutch Company and Your Highness, by whose third article Your Highness expressly promised and engaged to renounce all engagements with all other European nations, and thus to tolerate no one in your country, under whatever pretext it might be, outside of the Dutch Company or those in its services, excepting the English. Yet, although I hold myself assured that Your Highness will immediately reject that application of the French as conflicting with the treaties and with the friendship with the Company, I nevertheless find myself obliged to write to Your Highness about this, and to remind Your Highness of this third article of the treaty, and to represent and request in the most emphatic manner not to listen in this case to evil counsellors, who would at times wish to mislead Your Highness through the higher prices that the French will offer, without considering that Your Highness would thereby violate the treaty with our Company and breach the friendship that has subsisted between both up to this point. God preserve Your Highness. That he, the Governor, had to date received no answer to this letter, and meanwhile upon the arrival of the Portuguese and Tuscan ships St. Anthonio de Padua and Le Grand Duc de Toscane, had discovered that they, around Anjenga, had received such a hailing boat from Travancore on board, and had been invited to trade in pepper and cinnamon, of which he had sought to obtain further proofs in hand, which, however, had succeeded only with respect to the Portuguese, the officers of the Tuscan ship having been unwilling to express themselves further on the matter, without doubt because their supercargo had certainly also betaken himself to the Court of Travancore to buy pepper, from whence the same has not yet returned to this day, all of which appeared further from the declaration of the Shahbandar Johannes Bos and the city innkeeper Joachim Marquis de Gueiros, reading as follows: Wednesday the 9th of January 1788. Extract from the secret resolution taken in Council of Malabar at the city of Cochin. That another Bombara from Muscat, belonging to the Banyan merchant Bimje, named Salam Sawai, on which the Gentoo Tjadeuze held command as supercargo, here [illegible] from Porka

Dutch transcription

996. te staan, en de gearresteerde Bombaras weder vrij te geeven, en met passen van hier naar Alepe terug te laaten gaan, om hunne ingekochte goederen aftehaalen, mits de tol alhier betaalende, en bij terugge komst de visitaatsie ondergaande, met bijgevoegde waarschuwing, van geene peper of wilde kaneel telaaden, wijl dezelve gekonfisqueerd zoude worden, waaraan zij zich geza„ „mentlijk hadden onderworpen. Het welk bij de vergadering rijplijk overwogen zijnde: zoo werd met een paarigheid van stemmen goed gevonden en verstaan zich daarmeede ten vollen te konformeeren. In de derde plaats werd het voorgeeven van den karga Tjadeuije, dat de peper te Porka, met voorkennis en toestemming van den Resident, in zijn vaartuig afgescheept was, in nadere overweeging genoomen en daaromtrend d aangemerkt: Dat hetzelve alleen steunde, ond stooten, het Japansch koper en de Nagelen, die hij verzeekerd was, geen aftrek bij de Bombaras te zullen vinden, aan zijn Hoogheid aangebooden, en nopens de suiker, foeli en Nooten, zich verschoond had, met het antwoord, dat deeze artikelen reets bij aanbreng aan de kooplieden van de komp:e verkocht waaren, waar op dan ook verder geen antwoord gevolgd was, dan alleen bij monde door Ananda Mallen, dat hij door zynen Meester gelast was, alle vijf artikelen te ontvangen, en derhalven de twee aangeboodenen, zonder de drie anderen, niet duafde overneemen. Dat de koning, eenmaal met de denkbeelden van een voordeeligen Handel in zijn land ingenoomen, ook het ontwerp gesmeest had, dat de vreemde Euro¬ peesche handelaars aan te lokken, en tot dat einde, van waliatorre, of andere zeedorpen, ballangs of inlandsche roei-en zeile vaartuigen, naar boort van de passeerende scheepen zond, met verprij-briefjes in de Fransche taal, en dezelven, door Toepasschen of andere persoonen, die de Portugeesche taal spreeken konden, en met de verprai-tonie aan boord quaamen, tot den handel in zyn lant liet nodigen, waar zij niet alleen het gerief van water, brandhout en leevensmiddelen maar ook een goede markt voor hunne laading, en geleegenheid tot het inkoopen van peper, wilde kaneel en sandelhout vinden zouden Dat hij Goeverneur, hiervan in de maand November reets eenig licht ge¬ kreegen hebbende steets onledig gebleeven was, daarvan iets anders en zeeker„ „ders te ontdekken, en des mogelijk bewijzen in handen te krijgen, en eindelijk in het midden van December Jongstleeden had bericht erlangd, dat zeekere fransch¬ „man, Baijeule genaamd, door den Agent van de Fransche komp:e te Mah M:r De Court, aan het Hof van Trevankoor gezonden was, om, voor de belading van het schip Le Duc d' Orleans, peper intekoopen, weshalven hij goeverneur den koning hier over bij een zeer ernstig brief onderhouden en ver„ maand had, dien voorstel, als strijdig met het traktaat, tusschen de komp. e en hem subsisteerende, van de hand tewijzen en dus aan het voorschreeven traktaat en de vriendschap getrouw te blijven, zoo als dit nader blek, bij het Nederduitsch opstel, het welk bevonden werd aldus teluiden Koncept brieff door den weledelen Groot achtb: Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek aan den koning van Trevankoor geschreeven den 13' December 1787. 293 Ik ben onderricht, dat de Fransche Resident te Mahe zeekeren franschman Bajeule genaamd bij uw Hoogheid gezonden heeft, om„m de fransche kompanie peper in te koopen. Ik wil niet gelooven, dat uwe Hoogheid naar zulke voorstellen zal luisteren die ten eenemaal stryden zouden met het traktaat tusschen de doorluchtige Nederlandsche kompe en uwe Hoogheid aangegaan, bij wiens derden Artikel uwe Hoogheid uitdruklijk beloofd en zich verbonden heeft van alle engagementen met alle andere Europeesche Naatsien aftezien en dus buiten de Nederlandsche komp of die in haar Edele diensten zijn, niemand in zijn land, onder wat pretext het ook mogte weezen te zullen gedoogen uitgezonderd de Engelschen. Doch of schoon ik mij verzeekerd houde, dat uw Hoogheid dat aanzoek van de Franschen ten eersten zal afwijzen als strijdende tegen de traktaaten, en tegen de vriendschap met de kompe zoo vinde ik mij niet temin ver plicht, hier over aan Uwe Hoogheid te schrijven en uwe Hoogheid dit derde Artikel van het Traktaat indachtig te maaken en op 't nadruk„ „lijkste voor te stellen en te verzoeken, om in dit geval niet te luisteren naar quaade raad geevers, die somtijds uwe Hoogheid zoude willen wisleiden door de hoogere prijzen die de franschen bieden zullen, zonder te bedenken, dat uwe Hoogheid daar door het traktaat met onze komp:e overtreeden en de vriendschap verbreeken zoude, die tot dus verre tusschen beide subsisteerd. God Bewaare uwe Hoogheid. Dat Hij Goeverneur op deezen brief tot nu toe geen antwoord ontvangen, en middelerwijle de aankomst der Portugeesche en Toskaansche scheepen S t An„ thonio de Padua en Le grand Duc de Toscane, ontdekt had, dat dezelven, omtrent Anjenga, zulk eene prai-tonie van Trevankoor aan boord ge„ „kreegen hadden, en tot den handel in peper en kaneel uitgenoodigd waaren, waar van hij getracht had, nadere bewijzen in handen te krijgen, doch het geen eenlijk met opzicht tot de Portugeezen gelukt was, hebbende de Hoofden van het Toskaansche schip zich daar over niet verder willen uitlaaten, buiten twijfel, wijl hun superkarga zich zeker meede naar het Hof van Trevan„ „koor had begeeven, om peper te koopen, van waar dezelve tot heeden toe, noch niet was terug gekoomen, al het welk nader bleek, bij het deklaratoir van den sjabandaar Johannes Bos en den stadsherbergier Joachim Marquis de Gúeiros, lindende als volgt. Woensdag den 9:e Januari 1788. Dat een andere Bombara van Mas= katte, den Benjaans koopman Bimje toebehoorende salam sawai genaamd, waar op de Jentief TJa¬ „deuze, als karga 't gezag had, alhier Extrakt uit de sekreete resoluut¬ „sie genoomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem Ik N ell van horka

NL-HaNA_1.04.02_3753_0374 view scan ↗

English

996. to allow, and to release the arrested bombaras again, and to let them return with passes from here to Alepe to collect their purchased goods, provided that they pay the toll here and undergo inspection upon their return, with the added warning not to load any pepper or wild cinnamon, as the same would be confiscated, to which they had collectively submitted themselves. Which having been maturely considered by the meeting, it was approved and agreed by a unanimity of votes to conform fully therewith. In the third place, the claim of the cargo Tjadeje, that the pepper at Porka had been shipped in his vessel with the prior knowledge and consent of the Resident, was taken into further consideration and noted thereupon: That the same rested solely 6 We, the undersigned Johannes Bos, shahbandar, and Joachim Margues de Queiros, city innkeeper here, acknowledge and declare hereby that, by order of the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Governor and Director of this coast, we have learned among other conversations from the Portuguese captain Pedro Francisko Ramos, commanding the vessel of that nation currently lying in the roads named St. Antonio de Padua: That on his voyage from Kolombo to this place, at the latitude north of Ansjenga, a supply boat with some refreshments had come aboard him, carrying a supply letter written in the French language on behalf of the King of Trevankoor, containing that the Minister of His Highness governing in that place requested the ship's officers to state what kind of ship it was, where it came from, where the voyage was bound, and if there was any news to share it: That furthermore the master of the aforementioned vessel had asked the aforesaid captain whether he was not inclined to touch there to trade, that he would be provided with everything he required, among other things with pepper, cinnamon, and sandalwood: That the repeatedly mentioned captain had placed no faith nor trust in the words of the said master, and after having bought a pig and some chickens from him, sent him back with the answer to the supply note: That off Porka such a supply vessel with some refreshments had also come aboard the said captain, though carrying no supply letter, whose master likewise made such an inquiry and offer to the said captain as mentioned above, adding that an imperial ship had passed far by there in recent days, but departed without receiving any answer. Furthermore, the last-signed declares that on the same evening that the imperial ship Duc de Foscan had arrived here, being in the house of the interpreter Leendert Kardozo, there was also present Mr. Charles Louis Lemoine Cadet, from whom he, the last-signed, heard relate that the above-mentioned imperial ship, upon passing the country of Trevankoor, had received aboard a vessel with some refreshments, and that the overseer of that vessel had offered to the captain of the said ship, in case he was inclined to anchor there and carry on trade, that he could purchase everything and trade his goods, and that they would even provide him with water and firewood, but that the captain had paid no regard to this, because the country was unknown to him. That the undersigned, by order of the Right Honorable Governor, had likewise attempted to hear the above firsthand from the officers of the said Tuscan ship, and for that purpose had betaken themselves to the city inn into the quarters of the captain and cargo of the said ship, where the aforesaid Lamoine was also present, but however the undersigned sought to inquire into the matter during the conversation, both the captain and the cargo refused to declare themselves, only replying that a vessel with refreshments had been aboard, from which they had also bought something, nothing more, the cargo asking at the same time who had brought that news here, upon which the second undersigned answered him that he had understood this from the Portuguese captain: the second undersigned having not wished to use the name of Lamoine in order not to bring him under suspicion with those gentlemen; and as the undersigned clearly perceived from the circumstances that the said officers were minded to keep the matter secret, they departed from there without being able to obtain further light upon it. Koetsiem, the 31st of December 1787. /was signed:/ J. s Bos and J: M: de Queiros. All which having been attentively considered, it was, upon the proposition made thereto by the Governor with respect to the complaints of the King regarding the patrolling and arresting of vessels in the roads of Alepe, approved and agreed by unanimous votes to answer the same, point by point, briefly and firmly, and thereby to demonstrate that the Company has in this matter made use of the right which it has possessed and exercised unhindered since its arrival in this country until now, and that thereby no reason for complaint has been given to His Highness. While regarding the illicit trade in pepper, which is now carried on by the King so openly and with so little hesitation, as if there were no longer any treaties in the world that he needed to respect, it was judged necessary and expedient to remonstrate with His Highness on the matter in the most emphatic manner, and that not only by a letter that 994. Wednesday the 9th of January 1788. That another bombara of Maskatte, belonging to the Banyan merchant Bimje named Salam Sawai, over which the Gentile Tjadeuze had authority as cargo, here 11 recently from Porka 2 Extract from the secret resolution taken in the Council of Malabaar at the city of Koe

Dutch transcription

996. te staan, en de gearresteerde Bombaras weder vry te geeven, en met passen van hier naar Alepe terug te laaten gaan, om hunne ingekochte goederen aftehaalen, mits de tol alhier betaalende, en bij terugge komst de visitaatsie ondergaande, met bijgevoegde waarschuwing, van geene peper of wilde kaneel telaaden, wijl dezelve gekonfisqueerd zoude worden, waaraan zij zich geza„ „mentlijk hadden onderworpen. Het welk bij de vergadering rijplijk overwogen zijnde: zoo werd met een paarigheid van stemmen goed gevonden en verstaan zich daarmeede ten vollen te konformeeren. In de derde plaats werd het voorgeeven van den karga Tjadeje, dat de peper te Porka, met voorkennis en toestemming van den Resident, in zijn vaartuig afgescheept was, in nadere overweeging genoomen en daaromtrend aangemerkt: Dat hetzelve alleen steunde 6 „ Wij ondergeteekenden Iohannes Bos sabandaar en Joachim Margues de queiros stads herbergier alhier, bekennen en verklaaren bij deezen, dat wij op order van den weledelen groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek goeverneur en Direkteur dezer kuste onder andere dis„ koursen van den Portugeesche kapitain Pedro Francisko Ramos kom¬ mandeerende het thans ter rheede leggende dier Naatsie gent. St. Antonio de Padua vernoomen hebben: Dat op deszelfs reize van kolombo dit heen, op de hoogte van benoorden Ansjenga bij hem aan boord was gekoomen een verprij vaartuig met eenige verversing, bijhebbende een verprij brief van wegen den koning van Trevankoor in de fransche taal geschreeven, in„ „houdende dat de daar ter plaatze regeerenden Minister van zijn Hooghied, de scheeps overheeden verzochten optegeeven, wat het voor een schip was ! waar het van daan quam. waar de reize na toe was? en zoo er eenig nieuws was dezelve te bedeelen: Dat voorts d' aanvoerder van voorm: vaartuig voorschr: kapitain gevraagd had, of denzelven niet geneegen was aldaar aantegeeren om te negootsieeren ? dat hij zoude geriefd zijn met alles dat hij benoodigd had, onder anderen met Peper, kaneel en zandelhout: Dat meermelden kapitain geen geloof noch vertrouwen op het zeggen van ged:e aanvoerder geslagen had, en na van denzelven een verken en eenige hoenders gekocht te hebben met het antwoord op 't verprij briefje terug heeft doen gaan: Dat voor Porka ook zoodanig een verprij vaartuige met wat verversing bij gem: kapitain aan boord was gekoomen, doch geen verprij brief bij hebbende, welkers aanvoerder teffens aan ged:e kapitain zoo¬ „danig een vraag en aanbieding als booven gezegd is, gedaan heeft, met bijvoeging dat een keizerlijk schip dezer dagen daar ver bij was gepasseerd, „doch zonder eenig antwoord te bekoomen vertrokken is. wijders verklaard de laastgeteekende, dat op dienzelfden avond, dat t keizerlijk-schip Duc de Foscan hier was gearriveerd, hij in 't „huis van den Tolk Leendert kardozo, zijnde, aldaar ook zich bevond „de Heer Charles Louis Lemoine Cadet, van mien hij laastgeteekende „heeft hooren verhaalen, dat het booven gem: keizerlijkschip bij het „passeeren van 't land van Trevankoor aan boord had gekreegen, een vaartuig met eenige verversingen en dat d' opzichter van dat „vaartuig aan den kapitain van ged:e schip aangebooden had, ingevalle „hij geneegen was aldaar aanteleggen en handel te willen drijven, hij alles konde te koop krijgen en zijne goederen verhandelen, ja zelfs water en brandhout aan hem te zullen bezorgen, maar dat de kapitain daar op geen refleksie had geslaagen, om dat het land hem onbekend was. Dat d'ondergeteekenden op ordre van den weldelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur teffens getracht hadden, het voorenstaande eigenmondig van d' Overheeden van gem: Toskaansche schip te verneemen, en hebben ten dien einde zich vervoegd in de stads Herberg in 't vertrek van den kapitain en karga van ged:e schip alwaar ook juist prezent was voorschreeven Lamoine, doch hoedanig d' onder„ geteekenden onder het diskoureeren gezogt hadden, de zaak uittehooren, zoo heeft zoo wel de kapitain als de karga zich niet willen deklareeren, eenlyk antwoordende, dat er een vaartuig met verversing aanboord is geweest, daar ze ook iets van gekocht hadden zonder meer, vraagende de karga teffens, wie of die tijding alhier aangebragt had, waar op door den tweede geteekende aan hem is toegediend, zulx van den Por„ tugeesche kapitain verstaan te hebben: hebbende de tweede geteekende de naam van Lamoine niet willen gebruiken om hem bij die Heeren niet in verdenking te brengen; en dewijl d' ondergeteekende uit de omstandigheeden deudelijk bespeurden, dat gem: Overheeden willens waaren de zaak geheim te houden, zoo zijn ze daar van dan gegaan, zonder verder ligt daar over te kunnen erlangen. koetsiem den 31. ' December 1787. /was geteekend:/ J. s Bos en J: M: de queiros. Al het welk aandachtig overwogen zijnde: zoo werd, op de daartoe gedaane proposietsie van den Heer Goeverneur, met opzicht tot de klachten van den koning over de bekruissing en het arresteeren van vaartuigen op de reede van Alepe, met eenpaarige stemmen goed gevonden en verstaan, dezelven, post voor post, kort en kordaat te beantwoorden, en daar bij aan te toonen, dat de komp:e zich in deezen bediend heeft van het recht, het welk zij zeder haare komste hier te lande, tot nu toe bezeeten en ongehinderd geoefend heeft, en dat daar door geen reede van klaagen aan zijne Hoogheid gegeeven is. Terwijl nopens den morshandel in peper, die thans door den koning, zoo opentlijk en met zoo weinige beschroomdheid, gedreeven werd, als of er geen traklaaten meer in de wereld waaren, die hij behoefte te ontzien, nodig en dienstig geoordeeld werd, zijne Hoogheid daarover op 't nadruklijkste te onderhouden, en zulx niet alleen bij een brief die waar„ 994. Woensdag den 9:e Januari 1788. Dat een andere Bombara van Mas= katte, den Benjaans koopman Bimje toebehoorende salam sawai genaamd, waar op de Jentief TJa¬ „deuze, als karga 't gezag had, alhier 11 Jongstl: van Porka 2 Extrakt uit de sekreete resoluut¬ „sie genoomen in Raade van Malabaar ter steede koe

NL-HaNA_1.04.02_3753_0374 view scan ↗

English

Cochin on apparent J: 996. to stand, and to release the arrested Bombaras again, and to allow them to return from here to Alepe with passes to collect their purchased goods, provided they pay the toll here, and upon their return undergo inspection, with the added warning not to load any pepper or wild cinnamon, as the same would be confiscated, to which they had jointly submitted. Which being maturely considered by the assembly: it was unanimously approved and understood to conform entirely therewith. In the third place, the pretext of the cargo Tjadeuje, that the pepper had been shipped in his vessel at Porka with the foreknowledge and consent of the Resident, was taken into further consideration and remarked thereupon: That the same rested solely apparently like the first would remain unanswered, but also through commissioners from this assembly, who would be further instructed thereby with a clear instruction of everything, and following the further proposition made thereto by the Governor, it was approved and understood to appoint thereto the members Jan Lambertus van Spall, provisional Fiscal, and Johan Andries Scheids, provisional Pay Bookkeeper, and to enable them further thereto with a written instruction, as well as to have the Second formulate a project for a small gift, as is customary on such occasions, and furthermore to submit this commission to His Highness in the letter that is to depart for the King today. The said letter having been made ready and reviewed in Council: it was unanimously approved and understood to conform entirely therewith, and to insert the same here. Draft letter written by the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek to the King of Travancore, the 9. January 1788. Yesterday forenoon I received a letter from Your Highness, wherein is asked: 1. What reason I had to send a sloop to Alepe. 2. Why those vessels were fired upon. 3. Why those vessels were taken and the Company's men and flags placed upon them. 4. Why I in this manner obstruct the trade in Your Highness's harbor. To this I will answer clearly point by point. 1. All native vessels sailing past here from the north to the south are of old obliged to call here and submit to inspection, as well as to pay toll on the cargo and take a pass from the Company. This is a right which belongs to the Company of old and which it has exercised undisturbed of old, and to that end it has had the shores between here and Koilang cruised from time to time, which is well enough known to Your Highness and the whole world. Because a few days ago I received news that some native vessels had arrived at Alepe without having called for passes, I sent the sloop with two small vessels to inspect them and to announce that they had to come to Cochin and pay the toll and take our passes. This is the answer to the first question or reason why our sloop appeared before Alepe. 2. Because the vessels lying there would not allow the men sent by him on board and would not allow themselves to be inspected, he first fired blank cannon shots at them, and when they paid no attention to this, fired a ball past the vessels, whereupon they came aboard him and submitted to the old orders and laws that they had violated. This is a general custom at sea, and is acted upon accordingly by all nations, that vessels which refuse to obey cruisers are compelled thereto with blank and then with live shots, and this is the answer to the second question, why the sloop fired. 3. When the vessels submitted, Company men were placed on them and in that manner they sailed along to Cochin to take passes there, as they are obliged to do of old, and this is the answer to the third question. 4. From this frank and clear answer to the first three questions, it appears most clearly that the cruiser was sent by me solely to preserve the Company's old rights, and not to obstruct the trade in Your Highness's land, and that this was not the intention appears from the fact that the very vessels that were brought in by the cruiser have received permission from me to depart again for Alepe and continue their trade there, for which the Company's passes have already been granted to them, just as one of them has already departed from here again, while the others are preparing for departure to Alepe. That another Bombara from Muscat, belonging to the Banyan merchant Bimje, named Salam Sawai, on which the Gentoo Tjadeuze, as cargo, held authority, here from Porka 395. Wednesday the 9th of January 1788. Extract from the secret resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin in But — 1 1

Dutch transcription

tsiem op „schijnlijk J: 996. te staan, en de gearresteerde Bombaras weder vrij te geeven, en met passen van hier naar Alepe terug te laaten gaan, om hunne ingekochte goederen aftehaalen, mits de tol alhier betaalende, en bij terugge komst de visitaatsie ondergaande, met bijgevoegde waarschuwing, van geene peper of wilde kaneel telaaden, wijl dezelve gekonfisqueerd zoude worden, waaraan zij zich geza„ „mentlijk hadden onderworpen. Het welk bij de vergadering rijplijk overwogen zijnde: zoo werd met een paarigheid van stemmen goed gevonden en verstaan zich daarmeede ten vollen te konformeeren. In de derde plaats werd het voorgeeven van den karga Tjadeuje, dat de peper te Porka, met voorkennis en toestemming van den Resident, in zijn vaartuig afgescheept was, in nadere overweeging genoomen en daaromtrend 8 aangemerkt: Dat hetzelve alleen steunde „schijnlijk gelijk de eerste onbeantwoordt zoude blijven, maar teffens door Gekommitteerden uit deeze vergaadering, die daar bij een duidelijke instruksie van alles nader zouden worden geinstrueerd, en werd dien volgende, op de daartoe gedaane nadere proposietsie van den Heer Goe„ verneur goed gevonden en verstaan, daar toe de Leden Jan Lambertus van spall, p:l Fiskaal en Johan Andries Scheids, p:l soldij Boekhou„ „der, te kommitteeren, en dezelven daar toe, bij een schriftlijke instruksie„ nader in staat te stellen, mitsgaders door den E: sekunde een projekt tot een smal geschenk telaaten formeeren, zoo als bij zulke geleegenheeden gebruiklijk is en voorts deeze kommissie, bij den brief, die heeden aan den koning staat aftegaan, bij zijn Hoogheid aan tedienen. gemelde brief in gereedheid gebragt en in Raade geresumeerd zijnde: is met eenpaarigheid van stemmen goed gevonden en verstaan, zich daar„ meede ten vollen te konformeeren, en denzelven hier te insereeren. Koncept brief door den weledelen Groot achtb: Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek, geschr: aan den koning van Trevankoor, den 9. ' Janu: 1788. Gisteren voormiddag ontving ik een brief van uw Hoogheid, waar bij gevraagd word. 1. . f. wat reeden ik gehad heb een sloep na Alepe tezenden. 2. Waarom op die vaartuigen geschooten is. 3. / Waarom die vaartuigen genoomen en daar op 's kompanies volk; en vlaggen geplaatst zijn. 4. / waar om ik op die wijze de negootsie in uw Hoogheids haven Stremme. Hier op zal ik stuk voor stuk duidelijk antwoorden. 1. / Alle inlandsche vaartuigen van de noord naar de ziid hier voorbij zeilende zyn van ouds verplicht hier aanteleggen en zich visiteeren telaaten, mitsgaders van de lading tol te betaalen en een pas van de komp:e te neemen, dit is een recht het welk de komp:e van ouds kompeteerd en het welk ze van ouds- ongestoord geoefend heeft, en tot dat einde heeft zij de stranden tusschen hier, en koilang van tijd tot tijd laaten bekruissen, het geen uwe Hoogheid en de heele wereld bekend genoeg is, wijl ik voor eenige dagen tijding kreeg, dat eenige inlandsche vaartuigen te Alepe gekoomen waaren, zonder passen aan geweest te zijn: zoo zond ik de sloep met twee kleene vaartuigen om dezelve te visiteeren, en aan te kondigen dat ze te koetsiem koomen en de tol betaalen en onze passen neemen moesten, dit is het antwoord op de eerste vraag of reeden, waarom onze sloep voor Alepe gekoomen is. 2. C. Wijl de vaartuigen, die daar lagen, het volk het welk door den Ge„ „zonden werd, niet aan boord laaten en zich niet wilden visiteeren laaten, zoo heeft hij op dezelven eerst losse konon schooten gedaan, en toen ze zich daar aan niet stoorden een kogel voor de vaartuigen voor bij geschooten, waar op ze bij hem aan boord gekoomen zijn, en zich onderwerpen hebben aan de oude ordres en wetten die ze over„ treeden hadden. Dit is een algemeen gebruik bij de zee, en daar na word bij alle Naatsien gehandeld, dat vaartuigen, die aan de kruissers niet obidieeren willen, daar toe met losse en daar na met scherpe schooten gedwongen worden, en dit is het antwoord op de tweede vraage, waarom de sloep geschooten heeft. 3 Toen de vaartuigen zich onderworpen, is er volk van de komp: opgeplaatst en zoodanig zijn ze meede gezeild naar koetsum, om daar passen te neemen, zoo als ze van ouds verplicht zijn te doen, en dit het antwoord op de derde vraag. 4. / uit dit openhartig en duidelijk antwoord op de drie eerste vraagen, blijkt ten klaarsten, dat de kruisser door mij gezonden is alleen om skomp:s oude rechten te bewaaren, en niet om den handel in uw Hoogheids land te stremmen, en dat dit de intentsie niet ge„ „weest zij, blijkt daaruit dat de eigenste vaartuigen, die door de kruisser opgebragt zijn van mij verlof gekreegen hebben om wede„ rom naar Alepe te vertrekken en haaren handel aldaar voorttezetten, waar toe hun reets 'skomp=s passen verleend zijn, gelijk dan ook een van dezelve reets wederom van hier vertrokken is, terwijl de anderen zich tot het vertrek naar Alepe klaar maaken. Dat een andere Bombara van Mas= katte, den Benjaans koopman Bimje toebehoorende salam sawai genaamd, waar op de Jentief TJa¬ „deuze, als karga 't gezag had, alhier . Al. van Porka 395. Woensdag den 9:e Januari 1788. — Extrakt uit de sekreete resoluut¬ „sie genoomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem in Maar — 1 1

NL-HaNA_1.04.02_3753_0376 view scan ↗

English

996. to insert. to stand, and to release the arrested Bombaras again, and to let them return from here to Alepe with passes in order to fetch their purchased goods, provided they pay the toll here and undergo the inspection upon return, with the added warning not to load any pepper or wild cinnamon, as the same would be confiscated, to which they had collectively submitted. Which being maturely considered by the council: it was approved and understood with unanimity of votes to conform to this fully. In the third place, the claim of the cargo Tjadeuje, that the pepper had been shipped into his vessel at Porka with the foreknowledge and consent of the Resident, was taken into further consideration and remarked thereupon: That the same rested solely on That another Bombara from Maskatte, named Salam Sawai, belonging to the Banyan merchant Bimje, on which the Gentoo Tjadeuze had authority as cargo, had arrived here on 29 December last from Porka and was found without a pass from here, having there not only traded, but even loaded pepper, which is entirely contrary to the contract. And to obtain satisfaction for this, the Bombara had arrived at Porka and there received pepper from the king's warehouse, and in order to ship it off, the Canarese Rengapoi came to me and said that the king had bought the 200 kapok bales on condition of giving pepper in exchange; one day before the pepper was shipped, I received notice that pepper was being prepared in the king's warehouse, whereupon I let the Besaipoekaare know that I would not tolerate the shipment and would place an arrest on it, whereupon the Besaipoekaare sent the curt answer that he would not listen to that arrest and that the king can sell his pepper to whomever he pleases, for which reason I did not have an arrest placed on the pepper; it is true that I did not communicate this, which is on account of my heavy illness. The two hundred kapok bales, this is entirely beside the truth that they were unloaded at Porka, but indeed at Alepe, and that the said cargo, having been questioned about this by the Lord Governor, first orally and thereafter at the secretariat, declared that he had sold two hundred bales of kapok at Porka and in return had purchased two hundred and thirty-four packs of pepper, which had been openly carried past the Company's Residency and loaded, after he had asked the Regiadoor and the Canarese Rengapoi whether he had to do anything further for the loading of pepper and had received as an answer thereupon that they had warned the Resident. But now I must also tell Your Highness frankly that I have perceived that Your Highness's people at Porka and Alipe are selling pepper to the vessels, which is entirely contrary to the contract. And whereas Your Highness has not answered until now my letter which I wrote about a month ago concerning the Frenchman Bajeule, who had departed to the south to buy pepper, and I on my part wish to leave nothing untried that can serve to maintain the friendship between the Company and Your Highness, I shall send two members of the Council to Your Highness to present what is necessary concerning this. And these two members will depart from here next Saturday morning, of which I thus notify Your Highness in advance. Thus done, resolved and arrested in the Council of Malabar at the city of Koetsiem on the day, month and year aforesaid. Was signed: J: G: van Angelbeek, R. V Harn, G: G: Gebhardt, J: L: van Spall, J: A. Cellarius, W: vWaaften, A: Poolvliet, J. A: Scheidz, and P: van Spall. Agreed. G. G. church. Arnold Lunel Your Honors are appointed by secret resolution of the 9th of this month to depart as Commissioners to the Court of Trevankoor and to maintain with the king regarding the illicit trade in pepper and wild cinnamon currently in vogue, and by gentle admonitions and serious representations to dissuade from that unlawful trade, and taken to the better maintenance of the treaty. After ripe deliberation, approved and understood to conform fully therewith and by these presents to arrest the same and insert below. Instructions for the gentlemen Jan Lambertus van Spall and Johan Andries Scheids, Members of Policy, to conduct themselves accordingly in the commission to the King of Trevankoor. Honorable Gentlemen: Respectful Answers. Wednesday the 9th January 1788. Extract from the secret resolution taken in the Council of Malabar at the city of Koetsiem. No 4.

Dutch transcription

996. insereeren. te staan, en de gearresteerde Bombaras weder vry te geeven, en met passen van hier naar Alepe terug te laaten gaan, om hunne ingekochte goederen aftehaalen, mits de tol alhier betaalende, en bij terugge komst de visitaatsie ondergaande, met bijgevoegde waarschuwing, van geene peper of wilde kaneel telaaden, wijl dezelve gekonfisqueerd zoude worden, waaraan zij zich geza„ „mentlijk hadden onderworpen. Het welk bij de vergadering rijplijk overwogen zijnde: zoo werd met een paarigheid van stemmen goed gevonden en verstaan zich daarmeede ten vollen te konformeeren. In de derde plaats werd het voorgeeven van den karga Tjadeuje, dat de peper te Porka, met voorkennis en toestemming van den Resident, in zijn vaartuig afgescheept was, in nadere overweeging genoomen en daaromtrend aangemerkt: Dat hetzelve alleen steunde 00 Dat een andere Bombara van Mas= katte, den Benjaans koopman Bimje toebehoorende salam sawai genaamd, waar op de Jentief TJa¬ „deuze, als karga 't gezag had, alhier den 29. December Jongstl: van Porka aangekomen en bevonden was, zon: bezeide de waarheid dat dezelve te borka, der Pas van hier, daar niet alleen Maar nu moet ik uwHoogheid ook onbewimpeld zeggen, dat De tweehonderd kapok balen, dit is gans handel gedreeven, maar zelfs peper gelost zijn, maar wel te Alepe, om nu ik ontwaard heb, dat uw Hoogheids volk te Porka en tegen het kontrakt strijdt. En dewijl uw Hoogheid mijnen brief op borka gekomen en aldaar peper ontvan„ geladen en te hebben, en dat gem: Alipe peper aan de vaartuigen verkoopt, het welk volstrekt (dies voldoening te krijgen is de Bombara dien ik voor omtrend een maand geschreeven heb over den fransch gen uijt 'skonings Pakhuijs en om die af„karga daar over door den Heer te scheepen is den kanarijn Rengapoi bij goeverneur te reede gesteld zijnde, eerst bij monde, en daarna ter man Bajeule, die om peper te kopen naar de zuid vertrokken mij gekomen en gezegt dat de koning de was, tot nu toe niet beantwoord heeft, en ik van mijne zijde mits 200. kapokbalen had gekogt, met dit akkoord peper in plaats te geeven, een sekretarije verklaard had, dat hij dag bevoorens eer de peper afgescheept is te Porka tweehonderd balen kapok wil onbezocht laaten, wat dienen kan, de vriendschap tusschen de verkogt en weder tweehonderd komp:e en uwe Hoogheid te onderhouden zoo zal ik twee Leeden van den kreeg ik naricht, als dat er Peper in Raad bij uw Hoogheid zenden om daar over het noodige voor testellen 'tkonings Pakhuijs klaar gemaakt wierd, daarop heb ik aan de Bescipoe„ vier en dertig pakken peper inge„ „kaare laten weeten dat ik den afscheep„ kogt had, die 'skomp:s Residentsie En deeze twee Leden zullen aanstaande Saturdag morgen van opentlijk voorbij gedraagen en in hier vertrekken, waar van ik dus uwHoogheid voor af niet zoude gedoogen en arrest op zou gelaaden was, na dat hij den Ra= laten leggen, daar op heeft de Besaipoe„ hij na dat arrest niet zal luijsteren „ giadoor en den kanarijn Rengapoi kaare net antwoord laten dienen, dat dat de koning zijn peper kan verkopen, gevraagd had, of hij iets meer Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd in Raade aan wie dat hij wil, om dies reeden heb doen moest tot het laden van peper van Malabaar ter steede Koetsiem ten dage maand en het is waar, dat ik zulx niet gekommu„en daarop ten antwoord bekomen ik geen arrest op de peper laten leggen, Jaare voormeld /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, R. V Harn „niseert heb, dat is wegens mijn swaare had, dat zijlieden den Resident ge= G: G: Gebhardt, J: L: van Spall, J: A. Cellarius, W: vWaaften „waarschuwd A: Poolvliet, J. A: Scheidz, en P: van Spall. verwittige. Akkcordeerd. G. G. kerk. Arnold Lunel UwEd:s zijn bij sekreete Resoluutsie van den 9e deezer benoemd, om als Gekommitteerden naar het Hlof van Trevankoor te vertrekken en den koning over de thans in zwang gaande morserijen met peper en wilde kaneel te onderhouden, en door minzaame vermaaningen en ernstige vertoogen van dien onwettigen handel af, en tot het beter onderhouden van het genoomen. reyse deliberaatsie goed gevonden en verstaan, zich daarmeede ten vollen te konformeeren en dezelve bij deezen te arresteeren en hieronder te Instruksie voor de Heeren Jan Lambertus van Spall en Johan Andries Scheids Leden van Polietsie om zich daarna in de kommissie aan den koning van Trevankoor te draagen. E: Heeren: Eerbiedige Antwoorden. Woensdag den 9:e Januari 1788. Extrakt uit de sekreete resoluut¬ „sie genoomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem No 4. traktaat op in

NL-HaNA_1.04.02_3753_0377 view scan ↗

English

237. Further Extract from the same Resolution In the third place, the claim of the supercargo Tjadeuze that the pepper at Porka had been shipped into his vessel with the foreknowledge and permission of the resident was taken into further consideration, and it was noted regarding this matter: That this rested solely on the assurance of the Regidor and the Canarese, who had sold the pepper to the deponent, and who could very easily have fabricated this merely to reassure him, and therefore deserved little credit in itself; yet that the Resident Abraham Toussain had made himself very suspicious, because he had not protested against this occurrence, which took place before his eyes, and had not even given the least notice thereof to the Governor, to which he was indispensably obliged by virtue of his office, and had moreover been further admonished by the Governor in a secret letter of December 12 last, and thus very shortly before the shipment of that pepper, with these words: to report as soon as possible on what was going on at Alepe, especially also whether pepper had been stored in that vicinity to sell to Bombaras, European, or other merchants. Which suspicion seemed to increase further, because the Resident, in a letter of the 3rd of this month, when he had undoubtedly received report that the Bombaras had been arrested here, had informed the Governor that two days prior, thus on January 1, 101, and the day following, 100 bags of pepper had been loaded into vessels by the king's people, and that he had seized the first parcel, but found no compliance, and therefore had not seized the second parcel, because the people of Travancore would not listen to it, and it was therefore rather more of a disgrace than an honor. And thereupon it was unanimously approved and understood of the resident [illegible] Instruction for Messieurs Jan Lambertus van Spall and Johan Andries Scheids, Members of the Council of Policy, to conduct themselves accordingly during the commission to the King of Travancore. Honorable Sirs, You have been appointed by secret resolution of the 9th of this month to depart as Commissioners to the court of Travancore and to confer with the king regarding the illicit trafficking in pepper and wild cinnamon currently in vogue, and through amicable admonitions and earnest representations to dissuade him from that unlawful trade, and to induce him to better observe the treaty. Agreed. Arnold Lunel First Sworn Clerk.

Dutch transcription

237. Deeze nevenstaande tweehonderd en een in zijn vaartuig afte scheepen indisposietsie gekomen in welke tijd mijn waarschuwd, en van denzelven per schrijver ook kiek lag en kort daaraan, „ missie bekomen hadden de peper Nader Extrakt uit dezelve Resoluitsie Jn de derde plaats werd het voor: „geeven van den karga Tjadeuze dat de peper te Porka, met voor= „kennis en toestemming van den resident in zijn vaartuig afgescheept was, in nader overweeging genomen en daar omtrend aangemerkt: Dat hetzelve alleen steunde op de ver= zeekering van den Ragiadoor en kanarijn, die de Peper aan de Deklarant verkocht hadden, en dit heel maklijk konden gefingeerd hebben om hem maar gerust te stel, „len en dus op zich zelve weinig geloof verdiende, doch dat de Resi¬ dent Abraham Toussain zich zel„ gekomen was en de Bombarassen naar koetsiem hadden mede genomen om dies „ve zeer suspekt had gemaakt, reeden zijn die vaartuigen na Porka door dien hij tegen dit geval, hetwelk terug gekomen en de peper aldaar onder zijn oog gebeurt was, niet geprotesteert en zelfs geen de min„ „ste kennisse daar van aan den Heer goeverneur gegeeven had, waartoe hij uit hoofde van zijn ampt indis„ „pensabel verplicht geweest en ten pakken peper zijn afgescheept, maar halven weegen tusschen Porka en Alepe„ weder gelost insereeren. UwEd:s zijn bij sekreete Resoluutsie van den 9e deezer benoemd, om als Gekommitteerden naar het slof van Trevankoor te vertrekken en den koning over de thans in zwang gaande morserijen met peper en wilde kaneel te onderhouden, en door minzaame vermaaningen en ernstige vertoogen van dien onwettigen handel af, en tot het beter onderhouden van het E: Heeren: man genoomen. reyse deliberaatsie goed gevonden en verstaan, zich daarmeede ten vollen te konformeeren en dezelve bij deezen te arresteeren en hieronder te Instruksie voor de Heeren Jan Lambertus van Spall en Johan Andries Scheids Leden van Polietsie om zich daarna in de kommissie aan den koning van Trevankoor te draagen. Akscordeerd. Arnold Lunel E. G. Keurk. overvloede noch nader door den Heer Goeverneur, bij een sekreeten brief van den 12. december Jongstl: en dus heel kort voor den afscheep van die peper vermaand was, met deeze woorden: om van 't geen te Alepe omging, zoo spoedig als mogelijk be„ „richt te geven, inzonderheid ook of daar omstreeks peper opgelegd was om aan Bombaras Europeesche of andere Negotianten te verkoopen. welke suspietsie noch scheen te vermeerderen, door dien hij Resident bij een brief van den 3:e dezer, wan= „neer hij buijten twijfel bericht ge„ „kreegen had, dat de Bombaras hier gearresteerd waaren aan den Heer Goeverneur had kennis gegeeven dat twee dagen bevoorens, dus den 1:e Januari 101. en den dag daaraan gekomen zzijnde kregen konings volk 100. pakken peper in vaartuigen naricht dat een 'skomp: sloep voor Alepe gelaaden waren, en dat hij op de eerste partij arrest gelegd, doch geen gehoor gevonden, en daarom op de tweede partij geen arrest gelegt had, wijl het volk van Trevankoor daar na niet luijsteren wilde, en het dus maar meerschan„ de dan eere was. En werd daarop, met een parigheid goed gevonden en verstaan van den resident N„o 4. traktaat aan de pokken is komen te overlijden over -

← previousnext →