VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3753

Malabar · 415 pages · 186 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3753_0378 view scan ↗

English

998. That I have consented to the shipment of pepper is the pure truth, because I well know that the king's people will not listen to a seizure, as the Besaipoekaar declared one day before the shipment. That I gave no notice of this matter occurred, as previously stated, because of my severe indisposition. With which explanation the undersigned hopes to have satisfied, and requests once more that his indisposition may be taken into consideration for this occasion. Koetsiem, the 29th of January 1788. was signed: Abraham Toussain Agreed. Arnold Lunel First Sworn Clerk to demand a written explanation from Resident Abraham Toussain: first, how the matter stands with the allegation of the Ragiadoor and the Canarese that he, Toussain, had consented to the shipment of the pepper in the aforementioned Bombara; secondly, why he did not protest against the shipment of the pepper; and thirdly, why he gave no notice of this matter to the Governor, in order to dispose further upon receipt of that explanation. - beneath stood: Agreed, was signed: Adriaan Poolvliet, Secretary. Agreed. Arnold Lunel First Sworn Clerk after mature deliberation, approved and resolved to conform fully therewith, and to enact the same hereby and to insert it below. Instruction for Messrs. Jan Lambertus van Spall and Johan Andries Scheids, Members of the Council of Policy, to conduct themselves accordingly in the commission to the King of Trevankoor. Honorable Sirs: Your Honors have been appointed by secret resolution of the 9th of this month to depart as Commissioners to the Court of Trevankoor, and to confer with the King regarding the illicit practices currently prevalent with pepper and wild cinnamon, and by gentle admonitions and earnest representations to dissuade him from that unlawful trade and bring him to a better observance of the treaty. No. 5. Today, the 31st of January 1788, appeared before me, Arnoldus Lunel, First Sworn Clerk of Policy here, in the presence of the witnesses to be named hereafter, the Bookkeeper and former Resident of Pouka, Abraham Toussain, who, in support of the truth and at the requisition of the Honorable and highly respected Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of this coast, acknowledged and declared it to be true and certain: that in the past month of December, the deponent, having received word that pepper was being packaged in the warehouse of the King of Trevankoor to be shipped out, immediately sent a message to the Besaipoekaar and made known that the deponent could not permit the shipment of any pepper; but that the Besaipoekaar had sent reply that he would not listen to that prohibition and that the king could sell his pepper to whomsoever he pleased; that the following day a certain Canarese named Rangapoi came to the deponent and said that the king had bought the kapok of a Bombara with the agreement to give pepper in return, and that the deponent had replied thereto that it was fine, that he could do nothing against it if they would not listen to the prohibition that had been issued; the deponent declaring further that on that same day, two hundred thirty-four packs of pepper were indeed taken out of the king's warehouse and shipped into the Bombara by the king's people. The deponent concludes this his given and granted declaration, affirming the same to contain the pure and upright truth, giving as reason for knowledge as stated in the text, and thus remaining prepared, if necessary, to confirm the deposed under oath. Thus done and declared within the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid, in the presence of Cornelis Dirk Swabe and François Martensz, clerks, as witnesses. The minute of this is duly signed. Beneath stood: Which I witness, was signed: Arnoldus Lunel, First Sworn Clerk. Agreed. Arnold Lunel First Sworn Clerk No. 4. after mature deliberation, approved and resolved to conform fully therewith, and to enact the same hereby and to insert it below. Instruction for Messrs. Jan Lambertus van Spall and Johan Andries Scheids, Members of the Council of Policy, to conduct themselves accordingly in the commission to the King of Trevankoor. Honorable Sirs: Your Honors have been appointed by secret resolution of the 9th of this month to depart as Commissioners to the Court of Trevankoor, and to confer with the King regarding the illicit practices currently prevalent with pepper and wild cinnamon, and by gentle admonitions and earnest representations to dissuade him from that unlawful trade and bring him to a better observance of the treaty. 1.

Dutch transcription

998. „ligt hebbe, is de suijvere waarheid, om dat ik wel weet dat 's konings volk Akspordeerd. Arnold Lunel G. G keurk. insereeren. resident Abraham Toussain Schrif¬ telijke verantwoording te eischen „ven van den Ragiadoor en den kana„ „rijn, dat hij Toussain in den afscheep niet naar arrest zullen luijsteren, van den Peper in meerm: Bomba„ gelijk de Besaipoekaare een dag voor den afscheep betuigt heeft. „ras bewilligd had, gelegen is, ten tweeden waarom hij tegen den van dit geval geen kennis gegeeven heb„ afscheep van de Peper niet gepro„ „bende is als voorwaards gezegt door de swaare indisposietsie van mij gekomen. „ testeerd heeft en ten derden, waarom hij van dit geval geen kennis aan Met welke verantwoording verhoopt den heer Goeverneur gegeeven de ondergeteekende voldaan te hebben en nochmaals is verzoekende, dat heeft, ten einde, naar bekoming dezelfs indisposietsie voor deeze van die verantwoording nader keer gekonsidreert mag werden te disponeeren. - /onderstond/ ak¬ Koetsiem den 29:e Januarij 1788. kordeerd /was geteekend/ Adriaan /was geteekend:/ A=mn Toussain Poolvliet sekretaris. Akkerdeerd. Arnold Lunel EGKerk Dat ik in den afscheep van Peper bewil: eerstelijk hoe het met het voorgee„ genoomen. na reyse deliberaatsie goed gevonden en verstaan, zich daarmeede ten vollen te konformeeren en dezelve bij deezen te arresteeren en hieronder te Instruksie voor de Heeren Jan Lambertus van Spall en Johan Andries Scheids Leden van Polietsie om zich daarna in de kommissie aan den koning van Trevankoor te draagen. E: Heeren: UwEd:s zijn bij sekreete Resoluutsie van den 9e deezer benoemd, om als Gekommitteerden naar het Hlof van Trevankoor te vertrekken- en den koning over de thans in zwang gaande morserijen met peper en wilde kaneel te onderhouden, en door minzaame vermaaningen en ernstige vertoogen van dien onwettigen handel af, en tot het beter onderhouden van het Heeden den 31:e: Januari 1788. kompareerde voor mij Arnoldus Lunel Eerste gezwoore klerk van polietsie alhier, prezent de natenoemene getuigen De Boek„ „houder en geweezene Resident van Pouka Abraham Toussain, dewelke tot voorstand der waarheid en ter re„ „quisietsie van den weledelen grootachtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Neder„ „lands Jndiën, Goeverneur en Direkteur deezer kuste be„ „kende en verklaarde, waar en waartig te weezen, dat in de voorleeden maand December, de Attestant bericht ontvangen hebbende, dat in het Pakhuis van den koning van Trevankoor peper geembaleerd wierd om afgescheept te worden, dadelijk een boodschap aan den Besaipoekaar gezonden had en laaten weeten, dat de Attestant den afscheep van eenige peper niet kost ge„ „doogen, doch dat de Besaipoekaar had laaten antwoor„ „den, dat hij na dat arrest niet luisteren zoude en dat de koning zijn peper verkoopen kost aan wien hij wilde dat des daags daar aan zeker kanarijn Rangapoi bij den Attestant gekomen was en gezegt had, dat de koning de kapok van een Bombara gekocht had, met het ak„ „koord, om peper in de plaats te geeven en dat de Attestant daarop geantwoord had, dat het wel was, dat hij daar niets tegen doen konde, als hij na het gedaan verbod niet wilde luisteren; verklaarende de Attestant wijders, dat dien zelfden dag ook werkelijk tweehonderd vier endertig pakken peper uit het pakhuis van den koning No. 5. N„o 4. traktaat en en door 's konings volk in de Bombara is afgescheept. Eindigende de Attestant deeze zijne gegeevene en ver= „leende verklaaring, met betuiging dezelve te behelsen de zuivere en oprechte waarheid, geevende voor reeden van weetenschap als in den text, overzulx bereid blijvende het geattesteerde des noods nader met Eede te sterken. Aldus Gedaan ende verklaard binnen de Stad Koetsiem, ten dage maand en Jaare voorschr: in prezentsie van Cornelis Dirk Swabe en François Martensz: klerken als getuigen. De minute deezes is behoorlijk geteekend /onderstond/ 'Twelk Getuigd /was geteekend:/ A„s Lunel Egklerk. Akkordeerd Arnold Lunel Akkcordeerd. Arnold Lunel G. G kerrk. genoomen. eie deliberaatsie goed gevonden en verstaan, zich daarmeede ten vollen te konformeeren en dezelve bij deezen te arresteeren en hieronder te insereeren. Instruksie voor de Heeren Jan Lambertus van Spall en Johan Andries Scheids Leden van Polietsie om zich daarna in de kommissie aan den koning van Trevankoor te draagen. E: Heeren: UwEd:s zijn bij sekreede Resoluutsie van den 9e deezer benoemd, om als Gekommitteerden naar het Hof van Trevankoor te vertrekken en den koning over de thans in zwang gaande morserijen met peper en wilde kaneel te onderhouden, en door minzaame vermaaningen en ernstige vertoogen van dien onwettigen handel af, en tot het beter onderhouden van het N„o 4. traktaat EG Klerk 1.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0380 view scan ↗

English

No 6. 1003 G. G. Kerrk. In fulfillment of the resolution taken in the Council of Malabar on the 9th of this month, we, the undersigned specially appointed commissioners, having received the highly esteemed order, did on the 14th thereafter board the smalschip. 939. Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the city of Cochin. Saturday, 12 January 1788, forenoon. Present: The Right Honourable and Highly Esteemed Lord, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Esteemed Senior Merchant, Second in Command, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Esteemed Captain and Head of the Militia Godlieb George Gebhard, The Esteemed Provisional Fiscal and Cashier Jan Lambertus van Spall, The Esteemed Junior Merchant and Warehouse Master Johan Adam Cellarius, The Esteemed Secretary of Police Adriaan Poolvliet, The Esteemed Paymaster Bookkeeper Johan Andries Scheidz, and The Esteemed Junior Merchant Pieter van Spall. Absent: The Esteemed Junior Merchant, Shopkeeper, and Dispenser Willem van Haaften due to indisposition. After concluding the general business, there were brought to the table and read and considered with attention the instructions for the commissioners Jan Lambertus van Spall and Johan Andries Scheids, according to which they shall have to conduct themselves during the commission entrusted to them by secret resolution of the 9th of this month to the King of Travancore, as well as the Dutch draft of the letter to the King, which will be taken along by them. And after mature deliberation, it was approved and agreed to conform fully therewith, and to confirm the same hereby and to insert them below. Instructions for the gentlemen Jan Lambertus van Spall and Johan Andries Scheids, Members of Police, to conduct themselves accordingly during the commission to the King of Travancore. Esteemed Gentlemen: You have been appointed by secret resolution of the 9th of this month to depart as commissioners to the Court of Travancore and to address the King concerning the corrupt practices currently taking place regarding pepper and wild cinnamon, and by amicable admonitions and serious representations to deter him from that unlawful trade, and toward the better maintenance of the treaty. Arnold, Lunel Agreed. To the Right Honourable, Highly Esteemed, and High-Commanding Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Coast of Malabar, etc., etc., etc. No 4.

Dutch transcription

No 6. 1003 G. G Kerrk. In voldoening van 't besluit genoome in Raade van Malabaar op den 9:e deezer, hebben wij ondergeteekende expresse Gekommitteer„ de grootachtb: geeerd bevel, den 14:e daaraan ons o smalschip 939. Sekreete Rosoluutsie genoomen in Raade van Malabaar ter steede Koetsiem. Saturdag den 12. Januari 1788. voormiddag Prezent. De weledele Groot achtbaare Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Indiën, Goevernuur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek, De E: Heer opperkoopm: sekunde en Hoofd administrateur Reinier van Harn, De E. kapitain en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhard, De E. provisioneel fiskaal en kassier Ian Lambertus van spall, De E. Onderkoopman en Pakhuismeester Johan Adam Cellarius, De E. Sekretaris van Polietsie Adriaan Poolvliet, De Ep soldij boekhouder Iohan Andries Scheidz, en De E: onderkoopman Pieter van spall. abzent De E: onderkoopman Winkelier en Dispencier Willem van Haaften door indisposietsie. Na het afloopen van de algemeene zaaken werden ter Tafel gebragt en met aandacht geleezen en overwoogen de Jnstruksie voor DE Gekommitteerden Jan Lambertus van Spall en Johan Andries Scheids, waarna zij zich in de henlieden bij sekreete Resoluutsie van den 9:e deezer opgedraagene kommissie bij den koning van Trevankoor zullen hebben te gedraagen, en het Nederduitsch opstel van den brief aan den koning, die door henlieden word meede genoomen. En werd na reipe deliberaatsie goed gevonden en verstaan, zich daarmeede ten vollen te konformeeren en dezelve bij deezen te arresteeren en hieronder te Instruksie voor de Heeren Jan Lambertus van Spall en Johan Andries Scheids Leden van Polietsie om zich daarna in de kommissie aan den koning van Trevankoor te draagen. E: Heeren: insereeren. UwEd:s zijn bij sekreete Resoluutsie van den 9e deezer benoemd, om als Gekommitteerden naar het Hlof van Trevankoor te vertrekken en den koning over de thans in zwang gaande morserijen met peper en wilde kaneel te onderhouden, en door minzaame vermaaningen en ernstige vertoogen van dien onwettigen handel af, en tot het beter onderhouden van het Arnold, Lunel Akkcordeerd. Weledele Grootachtbaare Hoog gebiedende Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur der Aan den weledelen Groot achtbaaren Heer op No 4. traktaat„ kuste Malabaar W:t W: W:

NL-HaNA_1.04.02_3753_0381 view scan ↗

English

No: 6. 1003. to bring back to the treaty with our company; and in order to succeed the better herein, your Honors are also given these instructions, in which I shall first briefly cite the cases themselves that give occasion hereto, so far as they are known to me, and thereafter prescribe a few rules to act by accordingly. That the king of Trevankoor in earlier times smuggled pepper is beyond doubt true, yet this has occurred until now with the utmost circumspection, on which account I did not dare to address him about it; even last year I received a report that pepper had been shipped off into a Portuguese ship between Porka and koilang, yet I was never able to obtain proofs of it, and thus had to remain silent about it. Yet now, since it has been put into His Highness's head that he must conduct the domestic trade for his own account and draw the merchants of the North to his country, in order to purchase from him firsthand the products that were brought to koetsiem until now, and to sell their kapok and other wares to him, for which purpose the staple port at Alepe was established, this prince also begins to conduct the trade in pepper and wild cinnamon with less timidity. To that end he sends his vessels aboard the passing foreign ships and has offered to them every convenience in his country, along with all kinds of merchandise, and among those also principally pepper and cinnamon. This occurred with the Portuguese ship St. Antonio de Padúa, commanded by Pedro Francisco Ramos, and with the Tuscan ship Le Duc de Toscan commanded by Matthias de Constantine, as appears from the declaration No 1. The factor of the French company at Mahe Mr DeCourt sent a certain Bajeule to the south about six weeks ago to conclude a Treaty with the king concerning the Delivery of pepper, and the king has indeed engaged in negotiations with him, but when I received report of this, I wrote a very serious letter to His Highness about it, which was not answered by him, yet it must have made some impression on him, because that Frenchman still lingers in the Travancore territory without being able to come to terms; a copy of that letter I annex hereto sub No 2. Also, the supercargo of the aforesaid Tuscan Ship has since departed for the south to conclude a contract with the king concerning pepper, yet whether he will succeed, I do not know. That the king sells pepper at Porka and Alepe to the bombaras and other native vessels appears from the secretarial declaration of the Bombara Salam Sawai, and as a further undeniable proof thereof serves that this pepper was unloaded here on shore; this declaration is annexed in copy hereto sub No 3. Besides that, the Resident Toussain writes by his letter of the 3rd of this month that on the 1st of January a vessel was laden with 101 packs of pepper and on the 2nd another with 100 packs, and that he protested against it without fruit, see copy No. 4. We thus have abundant proofs in hand that this unlawful trade is being carried on, and your Honors must bring them forward if the king should wish to deny it. 11. Now that the king may not enter into negotiations with any foreign Europeans is stipulated in the 3rd Article of the Treaty of the 15th of August 1753, which is the latest one and of which a complete transcript lies annexed hereto sub No. 5. That he also may not sell cinnamon appears from the 19th Article of this Treaty. 13. Your Honors can best begin the negotiations with the king by making known to His Highness that a good month ago, or on the 13th of December last, I had already written a letter to His Highness about the doings of the Frenchman Bajeule, who had gone to the Court of His Highness to buy pepper, but that I had received no answer thereto; that at Porka and Alepe pepper to foreign vessels In fulfillment of the resolution taken in the Council of Malabaar on the 9th of this month, we the undersigned, express Commissioners, in accordance with your highly respected honored order, on the 14th thereafter our ship Noble Honorable High and Mighty Lord! To the Noble Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, etc., etc., etc.

Dutch transcription

No: 6. 1003. traktaat met onze komp: terug te leiden; en om hierin, te beter te slaagen word uwEd. s deeze instruksie meede gegeeven, waar bij ik eerst, de gevallen zelve, die hier toe aanleiding geeven, voor zoo verre ze mij bekend zijn, kort aanhaalen, en daarna eenige weinige regels, om daarna te handelen, voorschrijven zal. Dat de koning van Trevankoor in vroeger tijden met peper gesmokkeld heeft, is buiten twijfel waar, doch dit is tot nu toe geschied, met de uiterste omzichtigheid, weshalven ik hem daar over niet heb durven aan„ „spreeken, zelfs voorl: Jaar noch kreeg ik bericht, dat in een Portugeesch schip tusschen Porka en koilang peper afgescheept was, doch ik heb er noit bewijzen van kunnen bekoomen, en dus daar van moeten stilzwijgen. Doch thans, nu men zijn Hoogheid in 't hoofd gehangen heeft, dat hij den inland„ schen handel voor eige reekening moet drijven en de kooplieden van de Noord naar zijn land trekken, om de produkten, die tot dus verre naar koetsiem gebragt wierden, bij hem uit de eerste hand te koopen, en hunne kapok en andere waaren aan hem te verkoopen, waar toe de stapelplaats te Alepe is aangelegd, begint deeze vorst ook den handel in peper en wilde kaneel met minder beschroomdheid te drijven. Tot dat einde zendt hij zijne vaartuigen aan boord van de voorbij zeilende vreemde scheepen en laat hen alle gerief in zijn land, mitsgaders allerly koop. manschap aanbieden, en daar onder ook voornaamlijk peper en kaneel. Dit is gebeurd, met 't Portugeesch schip St. Antonio de Padúa, gekomman¬ „deerd bij Eedro Francisco Ramos, en met het Toskaansche schip Le Duc de Toscan gekommandeerd bij Matthias de Constantine, zoo als blijkt bij 't deklaratoir N o 1. De faktoor van de fransche komp:e te Mahe M:r DeCourt heeft om¬ „trend ses weeken zeekeren Bajeule naar de zuid gezonden, om met den koning een Traktaat te sluiten, over de Leverantsie van peper, en de koning heeft zich werklijk met hem in onderhandeling ingelaaten, doch toen ik hier van bericht kreeg, heb ik aan zijn Hoogheid, daar over Behalven dat, zoo schrijft de Resident Toussain bij zijn brief van den 3. ' dezer dat op 1. e Januari een vaartuig met 101. pakken peper en op den 2. en een ander met 100. pakken belaaden is, en dat hij daar tegen geprotesteerd heeft zonder vrucht, vide kopij No. 4. Wij hebben dus overvloedige bewijzen in handen, dat deeze onwettige handel gedreeven word, en uwEd:s moeten dezelven te berde brengen, indien de koning het wilde ontkennen. 11 Dat nu de koning met geen vreemde Europeeschen in onderhandeling treeden mag is gestipuleerd bij het 3e Artikel van het Traktaat van den 15. Aug. 1753. het welk 't jongste is en waar van een volledig afschrift hiernevens ligd sub No. 5. Dat hij ook geen kaneel verkoopen mag blijkt bij het 19e Artikel van dit Traktaat 13. uwE: kunnen de onderhandelingen met den koning best beginnen met aan zijn Hoogheid bekend te maaken, dat ik voor een groot maand of op den 13. e december Jongstl: reets aan zijn Hoogheid een brief geschreeven had, over 't gedoente van de fransman Bajeule, die naar 't Hof van zijn Hoogheid gegaan was, om peper tekoopen, doch dat ik daar op geen antwoord ontvangen had, dat te Porka en Alepe peper aan vreemde eer ernstigen brief geschreeven, die door hem niet beantwoord is, doch eenigen indruk op hem moet gemaakt hebben, om dat die fransman zich noch al in 't Trevankoorsche ophoud, zonder slaags te kunnen raaken, een afschrift van dien brief voege hiernevens sub No 2. Ook is zeder de karga van het voormelde Toskaansche Schip naar de zuid vertrokken om met den koning een kontrakt over peper te sluiten, doch„ of hij slaagen zal, weet ik niet Dat de koning te Porka en Alepe peper aan de Bombarasen andere inlandsche vaartuigen verkoopt, blijkt uit de sekretarieele verklaaring van den Bombara Salam Sawai, en tot een nader onwederspreeklijk bewijs daarvan diend, dat die peper hier aan de wal ontscheept is, deeze verklaaring gaat in kopij hier neevens sub N. o 3. In voldoening van 't besluit genoome in Raade van Malabaar op den 9:e deezer, hebben wij ondergeteekende expresse Gekommitteer„ 1 vootachtb: geeerd bevel, den 14:e daaraan ons malschip Weledele Grootachtbaare Hoog gebiedende Heer! Raad extra ordinair van Nederlands Jndiën, goeverneur en Direkteur der Johan Gerard van Angelbeek Aan den weledelen Groot achtbaaren Heer kuste Malabaar W:a W:d W: een vaartuigen 2. 4. 5. 6. 10. 8. 1000.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0382 view scan ↗

English

No. 6. 1003. vessels was sold, and had therefore appointed your Honors to make the necessary representations concerning this to His Highness. In the negotiations with the King, your Honors must use all caution to make the King see, in an amicable manner, that this practice cannot subsist with the Treaties, and that he is obliged to cease it, alleging to that end that this contract concerning the pepper is the basis of the close friendship between the Company and him, and that this friendship, in the present circumstances of the times, is above all necessary for mutual prosperity; that it is indeed true that the Company also has to bear heavy expenses along this coast, and enjoys no other advantages for it than what it profits on the pepper, besides the fact that His Highness, as appears from the 9th Article of the aforementioned Treaty, has it to thank solely to the Company that he at that time conquered the neighboring lands and enlarged his Realm to such an extent, and that His Highness at that time, out of gratitude for these important services, promised to deliver all pepper in his land to Her Honors at those prices. This your Honors must impress upon the King's heart in all cordiality, and subsequently (yet as your own private opinion) add thereto that the Noble Company, should the King continue to break the contract regarding the pepper, might possibly resolve to exchange its possessions on this coast, for which Her Honors had more than one avenue open. It is probable that the King in his turn will complain that our sloop has detained the vessels before Alepe; your Honors must reply thereto: That the Company, as long as it has been established here, has had the shores patrolled by cruisers to prevent smuggling; that all native vessels, sailing from the north to the south, or from the south to the north, are obliged to call at Cochin, show their passes, submit to inspection, and pay duty on their cargo; and that we, having received report that such vessels had gone from the north to the south without above all I must recommend to your Honors to do their best to dispose the King to treat with your Honors in Person, and not through his Ministers, which latter he will without doubt propose; to that end your Honors must submit to His Highness that the matter is of the utmost importance, and one in which His Highness has just as much interest as the Company, and that your Honors are therefore expressly commanded to speak with His Highness himself about it. For greater convenience and saving of traveling expenses, your Honors depart with the small vessel, De Verwachting, to Waliatorke, one hour from the King's residence, taking along such goods for gifts. In compliance with the resolution taken in the Council of Malabar on the 9th of this month, we the undersigned, express Commissioners, [illegible] honored command, the 14th thereafter our small vessel 1001. complying therewith, had sent our cruisers to compel those vessels to their duty. That this, therefore, was no novelty, but a matter to which we were entitled, and that thus the King had no reason to complain thereof, or to take this amiss. If he complains that our cruiser fired upon the vessels and placed men under our flag aboard them, your Honors must answer that this is the custom among all European Nations, and that nothing is meant thereby which the King should take to heart. If he complains that we disrupt his trade, your Honors must answer that the cruiser was sent by me solely to preserve the ancient right of the Company, and not to obstruct trade in the King's land, which His Highness himself will have observed since, inasmuch as the very vessels that our cruiser brought in have since returned to Alepe with our passes to continue their trade. Yet at the same time your Honors must also warn His Highness that we shall continue the cruising from time to time, and that His Highness is thus requested to admit no vessels to trade unless they are provided with a pass from Cochin, whereby much unpleasantness will be prevented, and above all also to forbid his Kariakkars from secretly shipping any pepper or wild cinnamon in such vessels, as our cruisers would seize those prohibited goods without hesitation. The enclosed copy of my letter of the 9th of this month in reply to the King's complaints about the cruising off Alepe under No. 6 provides further light in this regard. Right Honorable, Highly Esteemed, High-Governing Lord! Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, etc. etc. etc. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord there as 14. 15. 16.

Dutch transcription

N„o. 6. 1003. vaartuigen verkocht wierd, en daarom uwEd:s gekommitteerd had, om daar„ over aan zijn Hoogheid de noodige voorstelling te doen. Bij de onderhandelingen met den koning moeten uwE: alle omzichtigheid ge„ bruiken, om den koning op een minoelijke wijze tedoen zien, dat dit gedoente met de Traklaaten niet bestaan kan, en hij verplicht is, het zelve na te laaten, allegueerende tot dat ende, dat dit kontrakt nopens de peper de basis is van de nauwe vriendschap tusschen de komp. e en hem, en dat deeze vriendschap in de tegenwoordige tijds omstandigheeden voor al nood„ zaaklijk is, tot wederzijds welvaart, Dat het wel waar is, dat de komp:e ook zwaare onkosten om deeze kust moet draagen, en daar voor geen andere voordeelen geniet, als het geen ze op de peper profiteerd, be„ „halven dat zijn Hoogheid, blijkens het 9:de Artikel van het voor aan„ gehaalde Traktaat het aan de komp: alleen te danken heeft, dat hij diertijdts de nabuurige landen veroverd en zijn Rijk zoodannig ver„ groot heeft, en dat zijn Hoogheid diertijds uit erkentenis van deeze wigtige diensten, beloofd heeft, alle peper in zijn land voor die prij„ „zen aan haar Edele te zullen leeveren. — Dit dienen uwEd: den koning met alle gemoedelijkheid op 't hart te drukken, en in 't vervolg (:doch als uw eigen partikulier sentiment:) daar bij tevoegen, dat de Edele komp:e, zoo wanneer de koning voortvaaren wilde, 't kontrakt met opzicht tot de peper te verbreeken, mogelijk wel zoude kunnen re„ solveeren, haare bezittingen op deeze kust te verruilen, waar toe haar Edele meer als eenen weg open had. Het is waarschijnlijk, dat de koning op zijne beurt doleeren zal; over dat onze sloep de vaartuigen voor Alepe gearresteerd heeft, uwE: dienen daar op te antwoorden. Dat de komp:e, zoo lange zij hier gezeeten is, de stranden heeft laaten bekruissen, tot voorkooming van den smokkelhandel; Dat alle inlandsche vaartuigen, van de noord naar de zuid, of van de zuid naar de noord zeilende, verplicht zijn te koetsien aantegieren, hunne passen te vertoonen, zich visiteeren te laaten en hunne laading te vertollen; en dat wij bericht gekreegen hebbende, dat zulke vaartuigen van de noord naar de zuid gegaan waaren zonder voor al moet ik uwEd: rekommandeeren, hun best te doen, den koning te disponeeren, dat hij in Perzoon met uw Ed: handeld, en niet door zijne Ministers, 'twelk laaste hij buiten twijfel zal voorstellen, tot dat einde moeten uwE zijn Hoogheid te gemoet voeren, dat de zaak van 't uiter„ „ste gewigt is en daar zijn Hoogheid net zoo veel belang bij heeft, als de komp:e en dat uwE: derhalven expres gelast zijn, met zijn Hoogheid zelve daar over te spreeken Tot meerder gemak en bezuiniging van reize - kosten vertrekken uwEd:s met het smalschip, De verwachting naar waliatorke, een uur van 'skonings verblijfplaats, mede neemende zoodanige goederen tot geschenk In voldoening van 't besluit genoome in Raade van Malabaar op den 9:e deezer, hebben wij ondergeteekende expresse Gekommitteer„ 1 vrootachtb: geeerd bevel, den 14:e daaraan ons elmalschip 1001. daar aan tevoldoen, onze kruissers gezonden hadden, om die vaartuigen tot hunne plicht te dwingen. — Dat dit derhalven geen nieuwigheid was, maar een zaak, waar toe wij recht hadden, en dat dus de koning geen reeden had, daar over te klaagen, of dit quaalijk teneemen. Als hij doleerd dat onze kruisser op de vaartuigen geschooten en op dezelve volk in onze vlag geplaatst heeft, moeten uwE: antwoorden dat dit het gebruik bij alle Europeesche Naatsien is, en dat daar mits in steekt, 't welk de koning zich kan aantrekken. Als hij doleerd, dat wij zynen handel stooren moeten uwE antwoorden, dat de kruisser door mij alleen gezonden is, om 't oud recht van de komp:e te bewaaren, en niet om den handel in skomp land te stremmen, het welk zijn Hoogheid zeder zelfs zal ontwaard hebben, door dien de eigenste vaartuig, die onze kruisser opgebracht heeft zeder wederom met onze passen naar Alepe terug gekeerd zijn, om hunnen han„ „del voort te zetten. Doch ter zelver tijd moeten uwE. zijn Hoogheid ook waarschuwen, dat wij de bekruissing van tijd tot tijd zullen voortzetten, en dat dus zijn Hoogheid verzocht word, geen vaartuigen ten handel te admitteeren, als zij met geen pas van koetsiem voorzien zijn, waar door veel onaangenaamheid zal voorgekoomen worden, en voor al ook aan zijne Raziadoors te verbieden, eenige peper of wilde kaneel in zulke vaartuigen in het geheim afte scheepen, alzo onze kruissers die ongepermitteerde whaaren zonder bedenking zouden aanhaalen. nevens liggende kopij van mijnen brief van den 9. ' deezer in antwoord op 'skonings doleances over den bekruissing van Alepe sub N. 6. , geeft hier omtrend nader licht. Weledele Grootachtbaare Hoog gebiedende Heer! Jndiën, Goeverneur en Direkteur der Johan Gerard van Angelbeek kuste Malabaar W:a W:d W:r Raad extra ordinair van Nederlands Aan den weledelen Groot achtbaaren Heer daar als 14. 15. 16.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0383 view scan ↗

English

No 6. 1003. as are mentioned in the accompanying notice under No. 7; also enclosed herewith, for your further information, is a copy of the letter which you are now taking with you under No. 8. The servants at Koilang have orders, when the small vessel comes into sight there, to send a suitable vallam for your disembarkation, and with it the interpreter Salvador Rodrigo Netto on board, who is the most capable, or rather the only one, whom I can assign to you. Furthermore, you must provide yourselves with some silk fabrics and spices to serve as presents for the court dignitaries or servants, for the furtherance of the commission entrusted to you. Leaving the rest to your discretion, I wish you a good journey and remain with respect. In compliance with the resolution taken in the Council of Malabar on the 9th of this month, we, the undersigned express commissioners, received an order on the 14th thereafter. Draft letter written by the Right Honourable, Most Respected Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek to the King of Travancore on 12 January 1788. According to what was written in my last letter to Your Highness of the 9th of this month, the Council members, Messrs. Jan Lambertus van Spall, Fiscal and Cashier, and Johan Andries Scheids, Pay Bookkeeper, are now departing. They will have the honour of delivering this letter and conferring with Your Highness, in the name and on behalf of the Illustrious Dutch Company, about various occurrences that have taken place for some time in Your Highness's country. And I request Your Highness to grant them, as our express commissioners, a favourable hearing, and to give credence to all that they shall present on behalf of the Illustrious Company, which will mainly consist of the following. In my letter of 13 December last, I conferred with Your Highness about the Frenchman Bajeule, who was sent from Mahe to purchase pepper from Your Highness, but I received no answer to that, although, since that letter was dispatched to Your Highness, I have received three letters from Your Highness. Since then, I have learned from the officers of the Portuguese ship St. Anthonio de Padua that when that ship was sailing from the south to the north, Your Highness's people were on board that ship twice, and invited them to trade with them, and specifically also to buy pepper and cinnamon. The same thing also happened with the Tuscan ship Le Grand Duc de Toscan, and this latter has resulted in that ship's botelha departing from here for the south to buy pepper from Your Highness. That these dealings are completely contrary to the latest treaty, which was concluded in the year 1753 between the Illustrious Company and the Kingdom of Travancore, cannot be denied, for the third article of the same reads verbatim: His Travancorean Highness promises and assures to renounce all engagements with all other European nations. And by the fourth and fifth articles it was promised that all pepper produced in Your Highness's country (except for one thousand candies to the English) shall be delivered solely to the Company; and the seventh article reads verbatim: The King of Travancore promises to take care that no pepper is exported from the lands of His Highness. Besides these cases, I have also been informed that Your Highness's Kariakars at Alepe are selling pepper to the native vessels, and that at Porka pepper was also shipped into a botelha. This cannot be denied, for the Arab named Tjadenje, who loaded pepper at Porka into his botelha named Salam Sawai, declared at our secretariat that at Porka he sold two hundred twenty-six bales of kapok to Your Highness's people, and in turn bought from the same and loaded two hundred thirty-four packages of pepper; and this pepper was also found here in the botelha, so that this case is as clear as day and cannot be denied. Besides this, twelve days ago at Porka one hundred and one packages were loaded into a vessel, against which the Resident protested, but in vain, as Your Highness's people paid no heed to it, but on the contrary shipped off another hundred packages the following day. At Alepe, Your Highness's Kariakar likewise sold pepper to the botelha, which was found in it by our cruiser, and the merchant of that botelha declared that he was in negotiation with the Kariakar over cinnamon, but that the purchase had not yet been concluded, because the Kariakar demanded eighty rupees per candy, and he did not want to give more than fifty. 1002. Right Honourable, Most Respected, High and Mighty Lord! To the Right Honourable, Most Respected Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, etc., etc. people 19. About

Dutch transcription

No 6. 1003. als bij nevens gaande notietsie sub N. o 7. vermeld zijn, ook ligt hiernevens tot De Bedienden te koilang hebben order, als het smalschip daar in 't gezicht komt, een bequaame Ballang tot uwe ontscheping en daarmeede den Tolk salvador Rodrigo Netto aan boord te zenden, die de bequaamste of liever de eenig„ ste is, dien ik uwE: kan toevoegen. Voorts moeten uwE: zich voorzien van eenige zijde stoffen en specerijen om te dienen tot presentjes aan de Hofsgrooten of bedienden, ter bevor„ dering der kommissie die uwE: opgedraagen is. Het overige aan uwEd: beleid overlaatende, wensche ik uwEd een goede Koncept brief door den weledelen Groot achtb:, Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek geschreeven aan den koning van Trevankoor den 12' Januari 1788. —. Volgens het aangeschreevene bij mijnlaasten brief aan uwe Hoogheid van den 9. ' deezer vertrekken thans de Raadsleden, de Heeren Jan Lambertus van Spall, Fiskaal en kassier, en Johan Andries Scheids, Soldij Boek¬ „houder, die de eere zullen hebben dezen brief over te geeven, en uwe Hoogheid, uit naame en van wegen de Doorluchtige Nederlandsche komp:e over ver„ „scheidene gevallen te onderhouden, die zeeder eenigen tijd in uw Hoogheids land zijn gebeurd, en ik verzoeke uwe Hoogheid aan denzelven, als onze expresse gekommitteerden, gunstig verhoor te verleenen, en geloof te slaan, aan al het geen zij van wegen de Doorluchtige komp:e zúllen voordraagen¬ het welk voornaamlijk in het volgende zal bestaan. Bij mijn brief van den 13e. December Jongstleden heb ik uwe Hoogheid onderhouden over den Franschman Bajeule, die van Mahe gezonden was, om van uwe Hoogheid peper te koopen, doch ik heb daar op geen ant¬ „woord bekoomen, hoe wel ik, zeder dat die brief aan uwe Hoogheid bostal was, drie brieven van uwe Hoogheid ontvangen hebbe. zeder heb ik van de hoofden van het Portugiesche schip, St. Anthonio de Padua verstaan, dat toen dat schip van de zuid naar de Noord zeilde, uw Hoogheid reize en blijve met achting. uwE nadere informaatsie een kopij van den brief dien uwE thans meede neemen sub No. 8. In voldoening van 't besluit genoome in Raade van Malabaar op den 9:e deezer, hebben wij ondergeteekende expresse Gekommitteer„ tachth. ceeerd bevel, den 14:e daaraan ons volk tweemaal aan boord van dat schip geweest is, en hen uitgenoodigd heeft, om met hen handel te drijven en speciaal ook om peper en kaneel te koopen. Dit zelfde is ook gebeurd met het Toskaansche schip Le Grand Duc de Toscan, en dit laaste heeft tot gevolg gehad, dat de kanga van dat schip van hier naar de zuid vertrokken is, om peper van uwe Hoogheid te koopen. Dat dit gedoente ten eenemaal strijdig is met het Jongste Traksaat, het welk in 't Jaar 1753 tusschen de Doorluchtige komp:te en het rijk van Frevankoor geslooten is, kan niet ontkend worden, want het derde Artikel van hetzelve luidt woordelijk zijn Trevankoorsche Hoogheid beloofd en verzeekerd van alle engagementen met alle andere. Europeesche Naatsien af te zien. en bij het vierde en vijfde Artikel is beloofd, dat alle peper in uw„ Hoogheids land vallende (:buiten duizend kandijlen aan de Engelschen:) alleen aan de komp:e zal geleeverd worden, en het zeevende Artikel luidt woordelijk. De koning van Trevankoor beloofd zorge bedraagen, dat geen peper uit de landen van zijn Hoogheid vervoerd word. Buiten deeze gevallen ben ik ook onderricht, dat uwe Hoogheids Raziadoors te Alepe, aan de inlandsche vaartuigen, peper verkoopen, en dat te Porka ook peper in een Bombara afgescheept is. Dit kan niet ontkend worden, want de Arabier gen=t Tjadenje, die te Porka peper gelaaden heeft, in zijn Bombara gen=t salam Sawai, heeft ter onzer sekretarije verklaard, dat hij te Porka tweehonderd ses en twintig baalen kapok aan uw oogheids volk verkocht en weder van hetzelve twee„ honderd vier en dertig pakken peper gekocht en ingelaaden heeft, en deeze peper is hier ook in de Bombara gevonden, zoo dat dit geval zoo klaar als de dag is, en niet ontkend kan worden. Buiten dit zijn voor twaalf dagen te Porka hondert en een pak in een vaartuig gelaaden, waar tegen de Resident geprotesteerd heeft, doch vergeefs, wijl uw Hoogheids volk zich daar aan niet stoorden; maar in tegendeel den dag daar aan noch honderd pakken afscheepte. Te Alepe heeft uw Hoogheids Rasiadoor insgelijx peper aan de Bombara verkocht, die door onze kruisser daar in gevonden is, en de koopman van die Bombara heeft verklaard, dat hij met den Rasiadoor in koop stond over kaneel, doch dat die koop noch niet geslooten was, om dat de geeven wilde. 1002. Rasiadoor Tachentig ropijen voor het kandijl eischte, en hij niet meer als vijftig Weledele Grootachtbaare Hoog gebiedende Heer! Raad extra ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur der Johan Gerard van Angelbeek kuste Malabaar W:a W:d &: Aan den weledelen Groot achtbaaren Heer volk 19. Over

NL-HaNA_1.04.02_3753_0384 view scan ↗

English

No. 6. 1003 The Commissioners will converse with Your Highness about these matters, which are entirely contrary to the treaty and also contrary to the close friendship that has thus far existed between the Illustrious Company and Your Highness, and which I wish with heart and soul may always endure and increase daily to mutual benefit. I request that Your Highness hear them in person, as it is a matter of the greatest importance, so that Your Highness may be accurately informed of everything. And I dare then flatter myself, on account of the justice and good sentiments of Your Highness, that all these grievances will be removed and our Commissioners will be sent back with a desired answer. Lastly, I request Your Highness favorably to accept a few trifles, which are listed on the annexed list, as a well-meaning present and a token of the Company's affection. May God preserve Your Highness. Also, after examination of the proposed gift for the aforementioned prince requested at the session of the 9th of this month, it was approved and resolved to sanction the same hereby and to insert it here. 100 lb powdered sugar 24 lb spices, namely: 8 lb mace 8 lb nutmeg 8 lb cloves 2 gourds rose water 2 pieces of velvet, namely: 1 green, 33 ells long 1 crimson red, 39 ells long. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. (It was signed:) J. G. van Angelbeek, R. V. Harn, G. G. Gebhardt, J. L. Vspall, J. A. Cellarius, A. Poolvliet, J. A. Scheez, and P. Vspall. Agreed. List of presents that the Gentlemen Commissioners Jan Lambertus van Spall and Johan Andries Scheids are taking with them for the King of Travancore, namely: [illegible] negotiated, which his descendant now does as well, but I must make a proposal to Your Honors in this regard, of which I make no mention in my letter, but I request Your Honors to propose such on my behalf to the Governor and to request His Honor's reply thereto. The time of the negotiation of these linens by the Tuticorin ministers is now at hand, and my request is therefore that I may make this delivery, and that on the very same footing and according to the same samples and prices, assuring on my word to treat the Honorable Company well and that such would serve to their advantage. Subsequently, His Highness made a detailed repetition of the In compliance with the resolution taken in the Council of Malabar on the 9th of this month, we, the undersigned express Commissioners, upon Your Honorable's esteemed order, went on board the narrow ship De Verwachting, lying here in the roads, on the 14th thereafter, in order to undertake with it the journey to Valiathura to meet the King of Travancore. On the 16th we arrived before Quilon, from where, having taken on board the interpreter Salvador Rodrigo Netto there, we continued our journey to Valiathura and arrived there on the 18th. We immediately sent the said interpreter Netto ashore with a small present consisting of 2 lb cloves and 1 lb cinnamon for the First Minister Sampradi Keshava Pillai, to make our arrival known and to convey the message that we had come to proceed to the Court of His Highness and requested an audience, adding that we had a letter from Your Honorable for His Highness, which we were to deliver in person. Upon our arrival ashore, 9 shots were fired from the cannon stationed on the beach and we were received by the King's captain, the French gentleman Doneau, with whom we took up our lodgings, and where our interpreter shortly thereafter returned from the Court with the following answer: That His Highness was to observe the annual ceremony for the death of his grandfather the next day, and would then engage in his customary Honorable, highly esteemed, sovereign Lord! Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Malabar, etc. etc. etc. To the Honorable, highly esteemed Lord First Clerk Arnold Lunel aforesaid No. 7.

Dutch transcription

N:o. 6. 1003 Over deeze gevallen, die ten eenemaal strijdig tegen het traktaat en teffens tegen de nauwe vriendschap, die dus lange tusschen de Doorluchtige kompenie en uwe Hoogheid gesubsisteerd heeft, en die ik met hart en ziel wensche dat altijd duuren en dagelijx toeneemen moge, tot wederzijds voordeel, zullen de Gekommitteerden uw Hoogheid onderhouden, en ik verzoeke dat uw Hoogheid henl: in perzoon aanhoore, wijl het een zaak van 't grootst gewigt is, op dat uwHoogheid van alles nauwkeurig onderricht worde. En ik durve mij als dan vlijen, wegens de rechtvaardigheid en goede sentimenten van uwe Hoogheid, dat alle deeze bezwaarnissen zullen weggenoomen en onze Gekommitteerden met een gewenscht antwoord zullen terug gezonden worden. Laastelijk verzoek ik uw Hoogheid eenige kleenigheeden, die op de ge„ annexeerde Lijst bekend staan, als een welmeenend geschenk en blijk van skomp:s geneegenheid, gunstig aan te vaarden. God Bewaare uw Hoogheid. Ook is na examinaatsie van het ter sessie van den 9'. deezer gerequireerde projekt geschenk aan voormelde vorst goed gevonden en verstaan hetzelve bij deezen te approbeeren en hier te insereeren. 100. -. lb: suiker poeder 24. –. „ specerijen, als 8 –. lb. Foeli„ 8 – „ Nooten 8. –. „ Nagelen 2. kalbassen Rose water 2. stux fluweel als 1. Groene lang 33. – ellen 1. karmozijn rood lang 39. ellen. Aldus Gedaan, geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malabaar ter Steede koetsiem, ten dage maand en Jaare voorm: (:was geteekend:) J: G: van Angelbeek R. V. Harn, G: G: Gebhardt, J: L: Vspall, J. A. Cellarius, A: Poolvliet, J. A: Scheez en P: Vspall. Akkordeerd. Lijst der Geschenken die de Heeren Gekom¬ „mitteerden Jan Lambertus van spall en Johan Andries Scheids voor den koning van Trevankoor meede neemen te weeten. poryn, genegoorceerd, dat zijn nazaat thans ook doet, maar ik moet uw Ed:s dierweegen een voorstel doen, waarvan ik bij mijnen brief geen gewag maake, maar ik verzoeke uwEd:s zulx uit mijn naam d' Heer Goeverneur voortestellen en om zijn E: antwoord daarop te verzoeken. De tijd dan der Negootsiaatsie van deeze Lijnwaaten door de Tutuko= „rijnsche Ministers is thans ophanden, en mijn verzoek is Dierhal„ „ve dat ik deeze leverantsie mag doen, en dat op dien zelfde voet en volgens dezelfde Monsters en prijsen, verzeekerende op mijn woord d' E: komp: wel te zullen behandelen en dat zulx tot Hun voordeel zoude strekken. vervolgens deed zijn Hoogheid een omstandige herhaaling van 't In voldoening van 't besluit genoome in Raade van Malabaar op den 9:e deezer, hebben wij ondergeteekende expresse Gekommitteer„ „dens, op uweled: Grootachtb: geeerd bevel, den 14:e daaraan ons begeeven aan boord van 't alhier ter rheede leggende smalschip de verwachting, ten einde met 't zelve de reize naar waliatorre, ter ontmoeting van den koning van Trevankoor aanteneemen, den 16:e quaamen wij voor koilang, van waar wij, na den Tolk salvadoor Rodrigo Netto aldaar ingenoomen te hebbe, onze Reize naar waliatorre voortzettede en den 18:e daar arriveerde, dade„ „lijk zouden wij gezegde tolk Netto met een geschenkje, bestaande in 2. lb: Nagulen en 1. lb: kaneel, voor d' Eerste Minister sam„ „bradi Keje Poela, aan land, om onze komste bekent te maaken en de boodschap dat wij gekoomen waaren om tot 't Hof van zijn Hoogheid op te gaan; en audientsie verzochten, onder bijvoe„ „ging, een brief van uweled: groot achtb: voor zijn Hoogheid te hebben, die wij persoonlijk diende te overhandigen Met onze komste aan de wal, wierden 9. schooten uit 't kanon, dat aan strand geplant stond, gelost en gerecipeerd door 's konings kapitain den Franschen Heer Doneau. bij wien wij ons in„ trek naamen, en alwaar onze Tolk kort daarop van 't Hof, met 't volgende antwoord terug quam. Dat zijn Hoogheid 's anderendaags 't Jaar feest wegens 't overlijden van zijn Grootvader stond te vieren, en zich als dan met zijne gewoone Weledele Grootachtbaare Hoog gebiedende Heer! Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur der Aan den weledelen Groot achtbaaren Heer kuste Malabaar W:t W:d W:r EG klerk Arnold Lunel vooren N„o 7.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0385 view scan ↗

English

1004. and P: Vspall. had to suspend ordinary ceremonies, but hoped to meet us the following day, at which hour he would further determine for us. The next day in the evening one of his Court servants came to announce to us on behalf of His Highness to come to the King's Palace at around 6 o'clock in the morning, at which time some of his bodyguard would come to fetch us. We departed early in the morning for the Palace and were ushered in by the aforesaid King's Minister, who conveyed us further to the Court. After preceding ordinary compliments, we delivered into the hands of His Highness the letter on behalf of Your Right Honourable, which he accepted with these words: I receive that letter from Your Honours with very great pleasure. Whereupon we had the gifts presented and offered to His Highness, which were received with all friendliness, and he thereupon inquired after the welfare of the Noble Lord Governor. Subsequently he opened the letter and read it in great haste and with much eagerness, then His Highness gave the letter to his Prime Minister mentioned hereinbefore (who stood behind him during the conference) and said to us that he would read this letter more closely, as time was required for that. Whereupon replied: we had to admit this, since there were matters of great weight in it, as well for the well-being of His Highness as the Noble Company, and to which end we were sent, requesting permission from His Highness to be pleased to hear us favourably regarding this, which His Highness granted with the friendliest expressions. We then began by making known to His Highness how the Noble Lord Governor had dispatched a letter to His Highness on the 13th of the previous month, containing: how His Right Honourable had received report that the French Agent at Mahé had dispatched a certain Frenchman named Baijeule to His Highness to enter into a pepper contract with His Highness, which His Right Honourable cannot believe His Highness will enter into, as being all too well known, the Treaty between His Highness and the Illustrious Dutch Company and especially the 3rd Article thereof, whereby His Highness most strictly binds himself to desist from all engagements with all other European Nations, and thus outside of our Lords and Masters, could tolerate no one in his country, to the English, and although His Right Honourable was convinced of His Highness's good intentions, and did not doubt that he would decline this application of the French, as contrary to the treaties and the long-standing close friendship with the Dutch Company, he nevertheless found himself obliged to confer with His Highness about it, in order to remove all doubts into which His Highness might sometimes be brought by others by showing greater profits. That since the dispatch of this letter our Governor has perceived that at Porka and Alepe pepper was sold by the King's people to foreign Nations and therefore had found it all the more highly necessary to dispatch us to His Highness to give notice thereof, and to ask the reason for this course of action; as being so contrary to the contract between His Highness and the Noble Company, all the more as the Governor since that time had received two letters from His Highness, in which nothing was served in answer to that of the 13th instant. Hereupon His Highness answered us: that he had indeed received this letter, and had also immediately given orders to investigate it, and therefore had delayed the answer to this for so long, but that in the meantime, to his great surprise, an armed sloop had arrived in his harbours, both at Porka and Alepe, and by force seized the vessels lying there for trade and carried them to Koetsiem, that this course of action was not friendly, obstructed his trade, and was not expected from the Noble Company. That [illegible] 1. Green, long 33 ells 1. Crimson red, long 39 ells. Thus Done, resolved and Decreed in the Council of Malabar at the city of Koetsiem, on the day, month and Year aforementioned (signed:) J: G: van Angelbeek, R. V. Harn, G: G: Gebhardt, J: L: Vspall, J. A. Cellarius, A: Poolvliet, J. A: Scheedz 8 cloves 2 gourds of Rose water 2 pieces of velvet as Agreed. [illegible] to his descendant also does at present, but I must make a proposal to Your Honours in that regard, of which I make no mention in my letter, but I request Your Honours to propose such on my behalf to the Lord Governor and to request His Honour's answer thereto. The time then of the Trade of these Linens by the Tutucorin Ministers is now at hand, and my request is Therefore that I may make this delivery, and that on that same footing and according to the same Samples and prices, assuring, on my word to treat the Noble Company well and that such would tend to Their advantage. Subsequently His Highness gave a detailed repetition of the foregoing. First Clerk Arnold Lunel 0- No. 7.

Dutch transcription

1004. en P: Vspall. gewoone seremonies moest ophouden, doch den dag daar op ons hoopte t' ontmoeten, welk uur ons nader zoude bepaalen. 's anderen daags des avonds quam een zijner Hof bediendens ons uit naam van zijn Hoogheid aanzeggen, om 's morgens tegens 6. uuren in 's konings Palais te koomen, als wanneer eenige van zijne lijfguarde ons zouden koomen afhaalen. wij vertrokken des 's morgens vroeg naar 't Paleis en wierden bij meerm: 'skonings Minister ingeleid, die ons verder aan 't H of Na voor afgaande gewoone komplimenten, gaaven wij uit naam van uweled: Groot achtb: den brief in handen van zijn Hoogheid over, welke dezelve akcepteerde met deeze bewoording: Jk ontvange die brief van uw Ed:s met zeer veel vermaak waarop wij de geschenken lieten voorkoomen en aan zijn Hoogheid aanbooden, welke met alle vriendelijkheid aangenoomen wierden, en vroeg daarop, naar de welstand van de Edele Heer Goeverneur vervolgens maakte de brief open en las dezelve in groote haast en met veel iever, toen gaf zijn Hoogheid de brief aan zijn Eerste Minister hier vooren genoemd, (die agter hem geduurende de konferentsie stond/ en zeide aan ons, dat deeze brief nader zoude leezen, alzo daar toe tijd noodig was. waarop repliseerde: wij dit moesten bekennen, alzoo daarin zaaken van groot gewigt waaren, zoo tot wel zijn van zijn Hoogheid als de Edele komp:, en tot welk einde wij waaren afgezonden, verzoekende verlof van zijn Hoogheid om ons hier omtrend gunstig te willen aanhooren, het welk zijn Hoogheid met de vriendelijkste uitlaatin„ „gen toestond. wij begonnen als toen met zijn Hoogheid te kennen te geeven, hoe dat d' Edele Heer Goeverneur een brief aan zijn Hoogheid had afge„ „zonden, op den 13:e van de andere maand, behelzende: hoe dat zijn weledele Grootachtbaare had bericht gekreegen, dat de fran„ „sche Agentte Mahé zeeker Franschman Baijeule gen:t tot zijn konvoieerde. Hoogheid 1. Groene lang 33. – ellen 1. karmozijn rood lang 39. ellen. Aldus Gedaan, geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malabaar ter steede koetsiem, ten dage maand en Jaare voorm: (:was geteekend:) J: G: van Angelbeek R. V. Harn, G: G: Gebhardt, J: L: Vspall, J. A. Cellarius, A: Poolvliet, J. A: Scheedz 8. –. „ Nagelen 2. kalbassen Rose water 2. stux fluweel als Akkordeerd. geregoomeeert, aan - zijn nazaat thans ook doet, maar ik moet uw Ed:s dierweegen een voorstel doen, waarvan ik bij mijnen brief geen gewag maake, maar ik verzoeke uwEd:s zulx uit mijn naam d' Heer Goeverneur voortestellen en om zijn E: antwoord daarop te verzoeken. De tijd dan der Negootsiaatsie van deeze Lijnwaaten door de Tutuko= „rijnsche Ministers is thans ophanden, en mijn verzoek is Dierhal„ „ve dat ik deeze leverantsie mag doen, en dat op dien zelfde voet en volgens dezelfde Monsters en prijsen, verzeekerende, op mijn woord d' E: komp: wel te zullen behandelen en dat zulx tot Hun voordeel zoude strekken. vervolgens deed zijn Hoogheid een omstandige herhaaling van 't Hoogheid had afgezonden, om met zijn Hoogheid een peper kontrakt aantegaan, dat zijn weled: grootachtb: niet kan gelooven zijn Hoog„ „heid daartoe treeden zal, als al tewel bekent zijnde, 't Traktaat tus„ „schen zijn Hoogheid en de Doorluchtige Nederlandsche komp: en welbezonderlijk 't 3:e Artikel van dien, waarbij zijn Hoogheid zich ten nauwste verbind om van alle engagementen met alle andere Europeesche Naatsie te zullen afzien, en dus buiten onze Heeren en Meesters, niemand in zijn land konde gedoogen, aan de Engelschen, en alschoon zijn weled: grootachtb: van zijn Hoogheid welmeenendheid overtuigd was, en niet twijffelde, of zou dit aan„ „zoek der Franschen van de hand wijzen, als strijdende tegens de traklaaten en de langduurige nauwe vriendschap met de Neder„ „landsche komp:, echter zich verplicht vond om zijn Hoogheid daar over te moeten onderhouden, om alle twijffelingen, waarin zijn Hoogheid zomwijl door andere mogte gebragt werde, door ver„ „tooning van grooter winsten weg te neemen. Dat zeeder 't afgaan van deezen brief onze Goeverneur ont„ „waard heeft, te Porka en Alepe door 's konings volk peper aan vreemde Naatsie verkocht was en daarom des te hoog nood„ „zaaklijker had gevonden, ons naar zijn Hoogheid te depechee„ „ren om daarvan kennis te geeven, en de reeden van deeze han„ delwijze te vraagen; als zoo strijdig tegens 't kontrakt tusschen zijn Hoogheid en de E: komp:, te meer de Goeverneur zeeder die tijd twee brieven van zijn Hoogheid had ontvangen, waar bij niets gediend word in antwoord op die van den 13:e deezer Hier op antwoorde zijn Hoogheid aan ons: dat deeze brief wel had ontvangen, en ook aanstonds had order gegeeven om daarna onder„ „zoek te doen, en daarom 't antwoord hier op zoo lange had uitgesteld, doch dat Jntussche tot zijne groote verwondering, een gewaapende sloep in zijne Haavens, zoo te Porka als Alexe was aangekomen en de vaartuigen die daar ten handel laagen met geweld heeft opgebragt en naar koetsiem gevoerd, dat deeze handelwijze niet vriendelijk was, zijn Negootsie staemde, en niet van d' E. komp: verwagtede. Dat EG Klerk Arnold Lunel vooren 0- N„o 7.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0386 view scan ↗

English

1018 as 8 cloves Which we refuted by pointing out to His Highness the reasons that had compelled the Governor to do so, namely the evidence from the Portuguese captain Pedro Francisko Ramos, commanding the Portuguese ship S:t Antonio da Padua, the Imperial ship Le Duc de Toscan, and from the Bombara Tjadenjie, supercargo and commander of a bombara from Maskatte named Salam sawai, belonging to the merchant from Maskatte Bimjie, and further cited the 15th Article of our Instructions. That as long as the Honourable Company had been established here, it had caused the shores to be patrolled by cruisers in order to prevent smuggling. That all native vessels going from the North to the South, or from there Northward, were obliged to call at Cochin to show their passes, submit to inspection, and pay duties on their cargo; and that upon receiving report that the vessels, in violation of this ancient custom, were ignoring this, a cruiser had been sent to compel them to their duty, and that this was therefore no novelty. That it was true our cruiser had brought these vessels by force to Cochin, but that His Highness should not view this in such a bad light, since this was a custom among all European nations; that this cruiser had been sent with no other purpose than to maintain the ancient rights of the Company, and not at all to disrupt trade in the King's land, as His Highness would have noticed, since the seized vessels had afterwards returned to Alepe with our passes to continue their trade; but that His Highness may be assured that this patrolling will be continued from time to time, and therefore the Governor requested His Highness, in order to prevent unpleasantries, not to admit any vessels for trade in his land other than those provided with Company passes, and especially to forbid his ministers from secretly loading any wild cinnamon or pepper into such vessels, as upon discovery the cruisers would seize such 8 nutmegs 2 pieces of velvet, namely: 1 green, 33 ells long 1 crimson red, 39 ells long. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid (was signed:) J: G: van Angelbeek, R. V. Harn, G: G: Gebhardt, J: L: Vspall, J. A. Cellarius, A: Poolvliet, J. A: Scheed-z, 2 gourds of rose water Agreed. and P: Vspall. his descendant now also does, but I must make a proposal to Your Honours in this regard, of which I make no mention in my letter, but I request Your Honours to propose this on my behalf to the Governor and to request His Honour's reply to it. The time for the negotiation of these linens by the Tuticorin ministers is now at hand, and my request is therefore that I may make this delivery, and that on the very same footing and according to the same samples and prices, assuring on my word to treat the Honourable Company well and that this would serve to their advantage. Subsequently His Highness gave a detailed recapitulation of the His Highness thereupon added to us that this justification of ours regarding the dispatch of the sloop and its execution was somewhat acceptable, but that it would have been better and more pleasant for His Highness if the Governor had awaited the King's reply and had conferred further with His Highness regarding those vessels that lay trading in his port. That regarding the trade of pepper to the French, Portuguese, or other powers, it had never happened during his reign, and as long as he lives he will not surrender a single grain of pepper to anyone other than the Dutch and English Companies alone. That requests for this had indeed been made to his ministers, but they never dared venture to propose this to me, knowing how sensitive I am regarding this Article. However, I am convinced that the merchants in my country have abused the passes that the Honourable Company grants to me annually according to the contract, as is now said to have occurred at Porka, but my ministers are not to blame for that, but rather the merchants, who will also be punished for it, because as for the passes that the Honourable Company gives me, I know very well that the pepper may only be transported to the coast and not to the North. His Highness added further that while it was true that the Frenchman Baueule, the Tuscan, and others had come to his country, no pepper contract had been entered into with them, and that besides the Dutch Company, the English themselves had too great a stake in it not to lodge complaints about it, and that it could and never would happen that such treaties would be concluded between His Highness and foreigners; furthermore, whenever the Honourable Company could overtake a vessel that had traded pepper in His Highness's country and was transporting it contraband to the North, the Honourable Company was free to seize and confiscate the same, and His Highness reinforced these words of his with this well-meaning expression: 1005. First Clerk Arnold Lunel aforesaid goods without hesitation. No. 7. his 2

Dutch transcription

—1018 zoo 8. –. „ Nagelen Dat wij wederleiden met zijn Hoogheid aantetoonen, de reedenen welke d' Heer Goeverneur daar toe hadden verplicht, namentlijk de beweizen van de Portugeesche kapitain Pedro Francisko Ramos, voerende 't Portu= „geesche schip S:t Antonio da Padua, 't kaizerlijke schip Le Duc de Toscan, en van de Bombara Tjadenjie, karga en gezagvoerder van een Bombara van Maskatte Salam sawai gen:t toebehoorende den koopman van Maskatte Bimjie en allegueerde verder het 15. Art. onzer Jnstruksie. Dat d' E: komp: zoo lange zij hier gezeeten was de stranden tot voorkooming van de smokkel handel had laaten bekruizen. Dat alle Jnlandsche vaartuigen van de Noord naar de Zuid, of van daar Noordwaarts gaande, verpligt waaren koetsiem aantegieren, om hunne passen te toonen, zich visiteeren te laaten en hunne laading te vertollen, en dat op 't bekoome bericht dat de vaartuigen dit al oud gebruik overtreedende, een kruizer was gezonden, om hun plicht te dwingen, en dat dit dus geen nieuwigheid was. Dat 't waar was onze kriizer deeze vaartuigen met geweld naar koetsiem had mede gevoerd, doch dat zijn Hoogheid zulx in zoo een quaat licht niet moest beschouwen, alzoo dat dit een gebruik was bij alle Europeesche Naatsie, dat die kruizer met geen ander oog= „merk was gezonden, dan om 't oude recht van de komp: te handhaaven, en gantsch niet om den handel in 's koningsland te stooren, zoo als zijn Hoogheid zal ontwaard hebbe, doordien de opgebragte vaartuigen, zeeder dien met onze passen naar Alepe waaren terug gegaan, om hunnen handel voorte zetten, doch dat zijn Hoogheid kan verzeekerd zijn, dat deeze bekruizing van tijd tot tijd zal worden voortgezet, en dus den Heer Goeverneur zijn Hoogheid verzocht, ter voorkooming van onaangenaamheeden, geene vaartuigen ten handel in zijn land te admitteeren, dan die met komp:s passen voorzien waaren, en vooral zijne Ministers te willen verbieden geen wilde kaneel of peper in zulke vaartuigen in 't geheim afte laaden, alzoo bij ontwaaring de kruizers zulke 8 - „ Nooten 2. stux fluweel als 1. Groene lang 33. – ellen 1. karmozijn rood lang 39. ellen. Aldus Gedaan, geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malabaar ter steede koetsiem, ten dage maand en Jaare voorm: (:was geteekend:) J: G: van Angelbeek R. V. Harn, G: G: Gebhardt, J: L: Vspall, J. A. Cellarius, A: Poolvliet, J. A: Scheed=z 2. kalbassen Rose water Akkordeerd. en P: Vspall. zijn nazaat thans ook doet, maar ik moet uw Ed:s dierweegen een voorstel doen, waarvan ik bij mijnen brief geen gewag maake, maar ik verzoeke uwEd:s zulx uit mijn naam d' Heer Goeverneur voortestellen en om zijn E: antwoord daarop te verzoeken. De tijd dan der Negootsiaatsie van deeze Lijnwaaten door de Tutuko= „rijnsche Ministers is thans ophanden, en mijn verzoek is Dierhal„ „ve dat ik deeze leverantsie mag doen, en dat op dien zelfde voet en volgens dezelfde Monsters en prijsen, verzeekerende, op mijn woord d' E: komp: wel te zullen behandelen en dat zulx tot Hun voordeel zoude strekken. vervolgens deed zijn Hoogheid een omstandige herhaaling van 't zijn Hoogheid voegde ons daarop toe, dat deeze onze verantwoording omtrend 't afzende van de sloep en dies exekuntsie wel eenigsints aanneemlijk was, doch dat 't beeter en aangenaamer voor zijn Hoogheid zoude zijn geweest, dat de goeverneur 'skonings ant= „woord had ingewacht, en nader zijn Hoogheid had onderhouden omtrend die vaartuigen, welke in zijn haaven ten handel laagen. Dat omtrend de Negootsiaatsie van Peper aan de Franschen Portu= „geeschen of andere Mogendheeden, noit gebeurd was geduurende zijn Regeering, en zoo lang Hij leeft, geen korl peper aan niemand zal afstaan, dan alleen aan de Hollandsche en Engelsche kompanie. Dat daartoe wel aanzoek bij zijn Ministers was gedaan, maar noit hebben durven onderstaan, dit aan mij voorteslaan, als weetende hoe teer ik omtrend dit Artikel ben. Doch ik ben overtuigd de kooplieden in mijn Land misbruik hebben, gemaakt van de passen, die d'E: komp: aan mij volgens kontrakt jaarlijx verleent, gelijk nu op Porka zoude zijn geexteerd, maar mijn Ministers hebben daar aan geen schuld, doch wel de kooplie„ „den, die daarvoor ook zullen gestraft werden, want de passen die de E: komp: mij geeft, weet ik zeer wel, die peeper alleen maar naar de kust en niet naar de Noord mag vervoerd worden. zijn Hoogheid voegde hier noch bij dat de Fransman Baueule de Toskaander en andere meer, in zijn land gekoomen waaren, was waar, maar dat er met hun geen peper kontrakt was aangegaan, en dat buiten de Hollandsche komp: de Engelsche daar zelve te veel deel in hadden, om zich daarover niet te be„ „zwaaren, en dat 't ook nimmer konde, noch zoude gebeuren, dat er tusschen zijn Hoogheid en vreemden zulke traktaaten wierden geslooten; vervolgens zoo wanneer de E: komp: een vaartuig konde agterhaalen, die in zijn Hoogheids land peper gehandeld had, en zulx sluikwijs naar de Noord vervoerde, de E: komp: 't zelve vrij konde aanslaan en konfiskeeren, en dit zijn gezegde, zettede zijn Hoogheid kracht bij door deeze welmeenende uitdrukking: 1005. EG Klerk Arnold Lunel vooren waare sonder bedenking zouden aanhaalen. — N„o 7. zijn 2

NL-HaNA_1.04.02_3753_0387 view scan ↗

English

1006. 8. –. Cloves If I did not have good intentions toward the Honourable Company, would I then leave my pepper to Your Honour for that low price, when I can obtain up to 150. rupees for a candy of 500. lb: from other nations? No, my Lords, my contract is my obligation, and my honour, and from that I shall not deviate. That I am now pursuing the domestic trade in my country with greater zeal than before is for the reason that my country cannot raise the revenues, since I must currently pay 56000. rupees monthly to Mammedaille, and what then becomes of my other expenses? I therefore think it is equitable, indeed that as a prince I am even obliged, for the preservation and maintenance of my realm, to take in hand such permitted means as may be useful to me for that purpose. This trade consists primarily of linens, coconuts, copra, saffron, ginger, and other such products, pepper and cinnamon excepted, which have also never been offered by my ministers, much less sold. I will gladly give my word that from now on I shall trade in my country with no vessels other than those that are provided with proper passes from the Honourable Company, but I at the same time request the Lord Governor that such vessels as fetch, bring, and trade products from my country should also not have to pay any tolls or duties thereon at Cochin; this is unfriendly and entirely improper, and such must then be abolished. Regarding the first article, concerning the dispatch of the sloop, we replied further that our Governor had had urgent reasons for this and had not been too hasty in doing so, since the transport of pepper from His Highness's country to the North had proceeded very flagrantly and publicly since the writing to His Highness, and the preceding protest by our Resident at Porca could not help, presenting thereupon to His Highness all the proofs thereof. And as for what concerned the last item, we could not express ourselves regarding it, not knowing whether our Governor would be able to abolish customs of ancient standing, but that we promised His Highness 8- mirrors 2. pieces of velvet, namely 1. green, 33. – ells long 1. crimson red, 39. ells long. Thus done, resolved, and determined in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid (:was signed:) J: G: van Angelbeek, R. V. Harn, G: G: Gebhardt, J: L: vSpall, J. A. Cellarius, A: Poolvliet, J. A: Scheidz, and P: vSpall. 2. gourds of rose water his descendant now also does, but I must make a proposal to Your Honours in this regard, of which I make no mention in my letter, but I request Your Honours to propose such in my name to the Lord Governor and to request His Honour's answer thereto. The time of the trading of these linens by the Tuticorin ministers is now at hand, and my request is therefore that I may make this delivery, and that on the very same footing and according to the same samples and prices, assuring on my word that I shall treat the Honourable Company well and that this would serve to their advantage. Subsequently His Highness gave a detailed repetition of the promise to present all this favorably to our Governor, under the assurance that, whenever it was possible, the Governor, on account of the friendship and esteem for His Highness, would endeavor to give him satisfaction and to provide an answer as soon as possible. Whereupon His Highness answered, I am content with this, and shall prepare an answer to Your Honours' Governor and hand it over to Your Honours myself, when I shall further confer with Your Honours on some matters; in the meantime I am pleased that Your Honours have been dispatched to me by the Governor, for through Your Honours' arrival I have now been brought to an entirely different view, and I desire nothing other than an everlasting friendship with the Honourable Company and a constant friendship with its Governors, just as His Highness and the Honourable Company were always the same, whereas the Governors are only for a time, and thus the disputes that sometimes occur through misunderstanding, or arise through malicious instigations, had no bearing on the Honourable Company. Subsequently His Highness said to us, I shall now take leave of Your Honours for this time, but there are some articles on which my Prime Minister will confer with Your Honours, and I would gladly see Your Honours negotiate with him; whereupon we departed, after having taken a very friendly leave of His Highness, we were led to the residence of his Prime Minister, who shortly thereafter came to us from the King and received us very cordially. We presented this Minister with a gift in the name of Your Right Honourable, as well as to some of the lesser court grandees who were present on that occasion and who showed us courtesies, all according to the attached list, which we annex hereto in all respect: All this was accepted with all friendliness, and after a preceding friendly repetition of what was noted hereinbefore and great assurances of the King's goodwill toward the Dutch Company made to us, this Arnold Lunel Sworn clerk Agreed. before No 7.

Dutch transcription

1006. 8. –. „ Nagelen zoo ik 't met de E: komp: niet wel meende, zoude ik dan mijn peper voor die laage prijs aan Haar E: laaten, daar ik tot 150. rop:s voor een kandijl van 500. lb: van andere Naatsie kan krijgen, Neen mijne Heeren, mijn kontrakt is mijn verbintnis, en mijn Eer, en daar zal ik niet van afwijken. Dat ik nu met meerder ijver de jnlandsche handel in mijn land voortzette dan voor heen, is om reeden: mijn land de lasten niet kan ophaalen, daar ik thans maandelijx aan Mammedaille 56000. Rop: moet opbrengen, en waar blijven dan mijn andere on= „gelden, jk denke 't dus billik is, ja zelfs vorst er toe verplicht ben, om tot redding en standhouding van mijn Rijk zulke geper= „mitteerde middelen aan de hand te neemen, als mij daartoe dien„ „lijk zij. Deeze Negootsie bestaat voornaamlijk uit Lijnwaaten, kokus, kop= „praas, saffraan, gember en andere diergelijken Produkten meer uitgenoome de peper en kaneel, die ook noit door mijne Minis„ „ters zijn aangebooden, veel minder verkocht. jk wil gaarne mijn woord geeven, dat ik voortaan met geene vaar„ „tuigen in mijn land zal handelen, dan die met behoorlijke bassen van de E: komp: voorzien zijn, maar ik verzoek teffens d' Heer goeverneur dat diergelijke vaartuigen, welke uit mijn land produkten haalen, brengen en vernegootsieeren, ook geene Tollen of Gerechtigheeden op koetsiem daar van moeten betaalen, dit is niet vriendelijk en gantsch oneigen, en zulx moet dan afgeschaft worden. omtrend 't eerste artikul, of 't zende van de sloep repliseerde wij al verder, dat onze goeverneur daar toe dringende reeden gehad had en niet te haastig meede was geweest, alzoo de vervoering van peper uit zijn Hoogheids land naar de Noord, zeeder 't schrijven aan zijn Hoog= „heid, zeer grof en publiek in 't werk ging, en de voorafgaande pro„ „testaatsie door onze Resident op Porka niet konde helpe, presentee= „rende toen daarop aan zijn Hoogheid alle dies bewijzen. En wat de laaste post betrof, wij ons daar niet omtrend konden, uit= „laaten, als niet weetende, of onze goeverneur de gebruiken van oudsher zoude kunne afschaffe, maar dat wij zijn Hoogheid beloofde 8- „ Nooren 2. stux fluweel als 1. Groene lang 33. – ellen 1. karmozijn rood lang 39. ellen. Aldus Gedaan, geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malabaar ter steede koetsiem, ten dage maand en Jaare voorm: (:was geteekend:) J: G: van Angelbeek R. V. Harn, G: G: Gebhardt, J: L: vspall, J. A. Cellarius, A: Poolvliet, J. A: Scheid=z en P: Vspall. 2. kalbassen Rose water zijn nazaat thans ook doet, maar ik moet uw Ed:s dierweegen een voorstel doen, waarvan ik bij mijnen brief geen gewag maake, maar ik verzoeke uwEd:s zulx uit mijn naam d' Heer Goeverneur voortestellen en om zijn E: antwoord daarop te verzoeken. De tijd dan der Negootsiaatsie van deeze Lijnwaaten door de Tutuko= „rijnsche Ministers is thans ophanden, en mijn verzoek is Dierhal„ „ve dat ik deeze leverantsie mag doen, en dat op dien zelfde voet en volgens dezelfde Monsters en prijsen, verzeekerende op mijn woord d' E: komp: wel te zullen behandelen en dat zulx tot Hun voordeel zoude strekken. vervolgens deed zijn Hoogheid een omstandige herhaaling van 't beloofde, dit alles bij onzen Goeverneur gunstig te zullen voordraagen, onder verzeekering, zoo wanneer 't mooglijk was, de Goeverneur uit hoofde van de vriendschap en achting voor zijn Hoogheid, Hem genoege zoude trachte te geeven, en ten spoedigste antwoord op te bezorgen. waarop zijn Hoogheid antwoorde, ik ben voldaan hier mede, en zal een antwoord aan uw Ed:s goeverneur klaar maaken en uwEd:s zelfs overhandigen, wanneer nader met uw Ed:s over eenige zaaken noch zal handelen, jntussche is 't mij lief uw Ed s. door de Goeverneur aan mij zijt afgezonden, want door uwEd:s komste ben ik nu in een geheel ander denkbeeld gebragt, en ik wensch niet anders als een euwigduurende vriendschap met d'E: komp: en een bestendige vriendschap met dies Goeverneurs, gelijk zijn Hoogheid en de E: Komp: altoos dezelfde waaren, daar de Goeverneurs maar voor een tijd en dus de Geschillen die somwijl door misverstand voorvallen, of door quaade stookerijen ontstaan, de E: Komp: geen betrekking aan had. vervolgens zeide zijn Hoogheid aan ons, ik zal uw Ed:s nu voor dit„ „maal uw Ed:e afscheid geeven, doch daar zijn eenige artikels daar mijn Eerste Ministers uw Ed:s over zal onderhouden, en ik gaarne zoude zien uwEd:s met Hem wilde verhandelen, waar op wij ver„ „trokken, na een zeer vriendelijk afscheid van zijn Hoogheid genoo„ „men te hebben, wierden wij aan de wooning van dies Eerste Mi„ „nister geleid, die kort daarop van de koning bij ons quam en ons zeer vriendelijk resipieerde. wij booden deeze Minister een geschenk uit naam van uweledele Grootachtb: aan, insgelijx aan eenige van de mindere Hofsgrooten, welke bij die geleegenheid present waaren en die ons beleefdheeden hebben beweezen, alles volgens nevensleggende Notietsie, welke wij in alle eerbied hier annexseeren: Dit alles wierd met alle vriendelijkheid aangenoomen en naa een voorafgaande vriendelijke herhaaling van 't hier vooren genoteerde en groote verzeekeringen van 's konings welmeenend„ heid omtrend de Hollandsche Komp: aan ons gedaan, ontvouwde deeze Arnold Lunel EG klerk Akkordeerd. vooren N„o 7.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0388 view scan ↗

English

1010. 8. –. pounds of Cloves this Minister presented the king's desire to us, consisting of four points which we have the honor to present here in all respect. 1. That the Company shall concede annually to the king, from the merchandise brought from Batavia, at wholesale purchase price, just as it is given to the Company's merchants, everything he shall need for the continuation of his trade, and that this can be settled with the delivery of pepper. 2. That regarding the Fort which the king proposed to the Governor to build at Aikotte for the protection of his and the Company's territory, and indeed primarily against the Nabab, to which the Governor had already sufficiently agreed, and now because his Master wished to begin on it, it was opposed by your Right Honorable, the king requested that this may proceed. 3. That the two vessels from among those that recently traded in the king's country and are under arrest at Koetsiem, the king requests that upon our return they may immediately be released. 4. That the duties which were recently paid to the Farmer of taxes at Koetsiem for the goods that the merchants bought and sold in his Master's country may be refunded, and if the governor wished to remain outside of this and give the king the liberty to proceed against the Farmer, since it is very unjust that the farmer enjoys duty for this while no mention of it is made in the contract, that the farmer solely had the right to levy tolls according to ancient custom, which His Highness very willingly grants to the Honorable Company and wishes to allow them to retain this Right, provided that His Highness and all the vessels with which His Highness trades may be exempt from it; that Aleppe had now become the staple market and that the Company would then also claim no duties from the trade carried on there, which would be very improper since he is the ruler of the country, though with respect to the passes, such will remain in effect as of old, and he will keep his royal word therein, as has been said before. Furthermore, he assured us that if these four points 8- pounds before 2 calabashes of Rose water 2 pieces of velvet, namely 1 Green, long 33. – ells 1 crimson red, long 39. ells. Thus Done, resolved, and Decreed in the Council of Malabaar at the City of Koetsiem, on the day, month, and Year aforesaid: (was signed:) J: G: van Angelbeek, R. V. Harn, G: G: Gebhardt, J: L: v spall, J. A. Cellarius, A: Poolvliet, J. A: Scheez, and P: Vspall. Agreed. The letter written by your Right Honorable to us and sent with the Members of the Council we received on the 10th of the month of Magörom, or the 20th of this month, and understood its contents, and the said Members have further verbally given us to understand all that your Right Honorable has made known to us. Your Right Honorable writes that we, upon the letter of the 13th of December, — have 1007. were fulfilled to the satisfaction of his Master, our interests would likewise be attended to. That his Master had not wished to raise these articles to us in person, and therefore charged Him to present them to us, in order to report them verbally to the Governor. Thereupon we took our leave, whereupon we were summoned again at 8 o'clock in the evening to come to His Highness in the morning around 6 o'clock, at which time we were escorted, as on the previous day, by an escort from His Highness's Bodyguard, and arriving there, were brought before His Highness by the Ministers as before, who immediately asked us whether his Ministers had told us everything. We replied briefly on the various matters, whereupon His Highness met us by saying, yes, this is my desire and I request that it be fulfilled, especially concerning the building of the Fort at Aikotte, which is of such great importance, and to which the Governor has already given his promise; I have known the Governor since the time he was Chief at Tutukorijn and met his Honor twice when he departed for Koetsiem, and I hope that our friendship from that time on is still the same, and on that basis I trust that what I have had proposed to your Honors and through my Minister will be done. The Governor is a connoisseur of linen and traded at that time with my subjects, the merchants of Cape Komorijn, which his successor also does now, but I must make a proposal to your Honors on that account, of which I make no mention in my letter, but I request your Honors to present it in my name to the Governor and to request his Honor's reply to it. The time for the trade in these linens by the Tutukorijn Ministers is now at hand, and my request is therefore that I may make this delivery, and that on that same basis and according to the same Samples and prices, assuring on my word that I will treat the Honorable Company well and that this would serve to their advantage. Subsequently His Highness gave a detailed repetition of the Translation of the Letter by the King of Prevankoor to the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 27th of January 1788. First clerk Arnold Lunel before 3. points No 7.

Dutch transcription

1010. 8. –. „ Nagelen deeze Minister aan ons 's konings begeerte, bestaande in vier poin„ „ten welke wij de eer hebben hier in alle eerbied te laaten volgen. 1. / dat de komp: uit de aangebragte negootsie van Batavia jaarlijx aan den koning voor uitkoops prijs zal afstaan, gelijk 't aan komp:s kooplieden word gegeeven, al wat noodig zal hebben, tot voort= „zetting van zijn handel, en dat dit met de peper leverantsie zal kun= „nen vereffent worden. 2. / Dat 't Fort dat de koning aan de Goeverneur heeft geproponeert om op Aikotte te maaken, tot dekking van zijn en komp:s land en wel voornaamlijk teegens den Nabab waarin de Goeverneur al genoegzaam bewilligt heeft, en nu wijl zijn Meester daar aan wilde beginnen, door zijn weled: groot achtb: werd tegen gestaan, den koning verzocht dat dit zijn voortgang mag hebben. 3/ Dat de twee vaartuigen van die welke nu jongst in 'skoningsland gene„ „gootsieerd hebben, en op koetsiem in arrest zijn, verzoekt den koning met onze terug komste aanstonds mogen werden gelargeert. 4. / Dat de Gerechtigheid die op koetsiem nu Jongst aan de Pachter is betaald geworden, voor de goederen die de kooplieden in zijn 'sMee„ „sters land gekocht en verkocht hebben, weder mag uitgekeert worden, en zoo wanneer de goeverneur zich daar wilde buiten houde en de koning vrijheid geeven om tegens de Pachter te prose„ „deeren, alzo 't zeer onbillik is de pachter hier voor gerechtigheid geniet en daar van geen aanhaaling bij 't kontrakt gedaan word, dat de pachter eenlijk recht had, om volgens 't oude gebruik tol te heffen, 't welk zijn Hoogheid d' Ed: komp: zeer gaarne toestaat en dit Recht wil laaten behouden, mits dat zijn Hoogheid en alle de vaartuigen waarmeede zijn Hoogheid handeld daar vrij van moogen zijn, dat Aleppe nu de stapelplaats was geworden en dat de komp: dan ook van de negootsie die daar gedreeven word geen gerechtigheid wilde neemen, dat zeer oneigen zoude zijn, alzo hij vorst van 't land zijnde, doch opzichtlijk tot de passen„ zulx zal blijven standgrijpen als van ouds, en daarinne zijn koning„ „lijke woord zal houden, gelijk hier vooren is gezegt. verder verzeekerde ons dat wanneer aan deeze vier pointen 8- „ vooren 2. kalbassen Rose water 2. stux fluweel als 1. Groene lang 33. – ellen 1. karmozijn rood lang 39. ellen. Aldus Gedaan, geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malabaar ter Steede koetsiem, ten dage maand en Jaare voorm: (:was geteekend:) J: G: van Angelbeek R. V. Harn, G: G: Gebhardt, J: L: v spall, J. A. Cellarius, A: Poolvliet, J. A: Scheez Akkordeerd. en P: Vspall. De brief door uweledele Groot Achtbaare aan ons geschreeven en met de Leden van den Raad gezonden hebben wij den 10e. van de maand Magörom ofte den 20. dezer ontvangen en dies inhoud verstaan, en de gem: Leden hebben ons mondeling verders te verstaan gegeeven al het geen uweledele Groot achtb: aan ons heeft laaten weeten. uweledele Groot achtb: Schrijft, dat wij op de brief van den 13 ' De„ — habbe 1007. ten genoege van zijn Meester wierd voldaan, insgelijx mede onze belangen zouden behartigd worden. Dat zijn Meester niet gaarne zelve aan ons deeze artikels had wil„ „len opperen en daarom Hem daarmeede belast om ons voortehouden, ten einde de Goeverneur daarvan mondeling te berichten. Naamen daarop ons afscheid, wanneer wij des avonds om 8. uur an= „dermaal gesiteerd worden, om 'smorgens tegens 6. uur bij zijn Hoog= „heid te koomen, wanneer wij gelijk den dag bevoorens door een eskorte uit zijn Hoogheids Lijfguarde wierden gekonvoieerd en aldaar koo= „mende, door de Ministers als bevorens voor zijn Hoogheid gebragt, welke ons, opstond vroeg, of zijn Ministers ons alles had gezegd, wij repliseerde in 't kort het een en ander, waar op zijn Hoogheid ons te gemoet quam, ja dit is mijn begeerte en ik verzoeke dat daar aan voldaan werd, vooral omtrend 't maaken van 't Fort op Aikotte, dat van zoo een groote aangeleegenheid is, en waartoe de Goeverneur reets zijn toezegging gegeeven heeft; jk kan de Goever„ „neur van de tijd af dat op Tutukorijn opperhoofd is geweest en heb zijn E: toen naar koetsiem vertrok, tweemaalen ontmoet, en ik hoop dat onze vriendschap van die tijd afaan, noch 't zelfde is, en op dien voet vertrouw ik, dat 't geen ik uw Ed:s en door mijn Minis„ „ter heb laaten voorstellen, zal geschieden. De Goeverneur is een Lijnwaat-kenner, en heeft die tijd met mijne onderdaanen, de kooplieden van kaap komorijn, genegootsieerd, dat zijn nazaat thans ook doet, maar ik moet uw Ed:s dierweegen een voorstel doen, waarvan ik bij mijnen brief geen gewag maake, maar ik verzoeke uwEd:s zulx uit mijn naam d' Heer Goeverneur voortestellen en om zijn E: antwoord daarop te verzoeken. De tijd dan der Negootsiaatsie van deeze Lijnwaaten door de Tutuko= „rijnsche Ministers is thans ophanden, en mijn verzoek is Dierhal„ „ve dat ik deeze leverantsie mag doen, en dat op dien zelfde voet en volgens dezelfde Monsters en prijsen, verzeekerende op mijn woord d' E: komp: wel te zullen behandelen en dat zulx tot Hun voordeel zoude strekken. vervolgens deed zijn Hoogheid een omstandige herhaaling van 't Translaat Brief door den koning van Prevankoor aan den weledelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek „ ontvangen den 27. ' Januari 1788. EG klerk Arnold Lunel vooren 3. ten N„o 7.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0389 view scan ↗

English

1010. this Minister the King's desire to us, consisting of four points which we have the honor to present here in all deference. 1. That the Company shall annually surrender to the King, from the merchandise brought from Batavia, at cost price, just as it is given to the Company's merchants, all that he will need for the continuation of his trade, and that this may be settled with the delivery of pepper. 2. That the Fort which the King proposed to the Governor to build at Aikotte, for the protection of his and the Company's land, and especially against the Nabob, to which the Governor had already sufficiently agreed, and now because his Master wished to begin it, was opposed by his Right Honorable, the King requested that this may proceed aforementioned, with the greatest expression of his cordial goodwill, both toward the Honorable Company and toward the Honorable Governor. We responded in like manner, pointing out the meager revenues and the heavy burdens we, on the contrary, had at Koetsiem, especially with the maintenance of troops, which in these perilous times one still had to increase and have come from Ceilon, that the delivery of pepper by His Highness had to make up for all this; and because His Highness listened very attentively to all this, it was thought to be the time to press the point further, and thus added on our own initiative: That since His Highness knew all this and was convinced of the Company's great and sincere goodwill, it would indeed be very unreasonable if His Highness did not accommodate this, or at least fulfill his contract, which the Company had obtained only after Their Honors had rendered such weighty services to His Highness, that His Highness might take this into consideration, and could well understand that if one wished to begin acting so unreasonably, the Company would then be obliged to abandon the place, and sell or trade it to other Powers, what detriment His Highness and the Honorable Company would not suffer from this, and how hard this must indeed fall upon our Governors and old Servants, who bear His Highness so much affection. I myself feel, said the first signatory, the great affection I have for His Highness, through the repeated meetings and friendly reception from His Highness, and thus I must reveal a secret to Your Highness, which is of great importance to His Highness, and which my Governor would surely take amiss if he knew this came from me; I thus expose myself, and request secrecy. Your Highness is aware how much the Portuguese have always sought to come into possession of Koetsiem again, and that the Roman Emperor is also making every effort to obtain an establishment on the coast of India, and the English as well The letter written to us by Your Right Honorable and sent with the Members of the Council, we received on the 10th of the month of Magorom, or the 20th of this month, and understood its contents, and the said Members have further conveyed to us verbally all that Your Right Honorable made known to us. Your Right Honorable writes that we, upon the letter of the 13th of De 1008. would be no less inclined to surrender in exchange for Koetsiem, Nagapatnam and other further advantages. The Company thus has ample opportunity from all sides to dispose of its garrisons on this coast in a very advantageous manner, and if its advantages here are diminished at a time when burdens increase noticeably, it is feared that it will make use of this; until now it has refrained from doing so on account of the close friendship, and in the hope that times will improve; His Highness was very pleased with all these candid and sincere remarks, and even seemed moved by them, expressing himself thus: God forbid that, and God will not allow it to happen, this I trust; furthermore His Highness assured us that everything would depend on the actions of the Honorable Governor toward His Highness, the outcome of which he awaited regarding his proposals; Then His Highness requested that the Governor would prevent the smuggling of pepper around and near Koetsiem, as much pepper was secretly purchased there and traded in small quantities to the bombaras, that a few years ago His Highness caught a certain wealthy Christian named Kotjande, and had him severely punished as a deterrent, that if the Honorable Governor were to do this as well, none would undertake it, that His Highness had guards in his land through the Pandische to the Coromandel coast to prevent this, and that this cost His Highness a great deal. Thereupon His Highness handed us a letter for the Honorable Governor and said: assure your Honorable Governor now of my friendship, and if men should be needed to protect his Kranganoor, Aikotte or elsewhere against Tipoa Sultan, I am always ready to give them, as I have also shown recently, for I am not like other Malabar princes, who promise easily but do not keep their word. His Highness also made known to us that he intended to go to the North within two months, and that he would then speak further about matters; His Highness then stood up, presented each of us with a gold arm Translation of the Letter received from the King of Trevankoor by the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek on 27 January 1788. would ring

Dutch transcription

1010. deeze Minister aan ons 's konings begeerte, bestaande in vier poin„ „ten welke wij de eer hebben hier in alle eerbied te laaten volgen. 1. / dat de komp: uit de aangebragte negootsie van Batavia jaarlijx aan den koning voor uitkoops prijs zal afstaan, gelijk 't aan komp:s kooplieden word gegeeven, al wat noodig zal hebben, tot voort= „zetting van zijn handel, en dat dit met de peper leverantsie zal kun= „nen vereffent worden. 2. / Dat 't Fort dat de koning aan de Goeverneur heeft geproponeert om op Aikotte te maaken, tot dekking van zijn en komp:s land en wel voornaamlijk teegens den Nabab. waarin de Goeverneur al genoegzaam bewilligt heeft, en nu wijl zijn Meester daar aan wilde beginnen, door zijn weled: groot achtb: werd tegen gestaan, den koning verzocht dat dit zijn voortgane mac hebben vooren genoteerde, met de grootste betuiging zijner hartlijke welmee„ „nendheid, zoo ten opzichte van d' E: komp:, als van d' Edele H:r Goeverneur. wij beantwoorde zulx in gelijker voege, onder vertooning van de geringe inkomsten, en de zwaare lasten die wij daar en tegen op koetsiem hadden, voornaamlijk met 't aanhouden van troepes, die men in deeze hachlijke tijden noch moest vermeerderen en van Ceilon laaten komen, dat de Leverantsie van peper door zijn Hoogheid zulx„ alles moest goedmaken; en wijl zijn Hoogheid aan dit alles zeer attentlijk 't oor leende, zoo dagte 't de tijd te zijn, om verder te moe¬ „ten doorslaan en voegde dus uit eigen beweeging daarbij; Dat wijl zijn Hoogheid dit alles weetende en van 's komp: groote en oprechte welmeenenheid overtuigd zijnde, 't immers zeer onreede¬ „lijk zoude zijn, zoo zijn Hoogheid daarin niet te gemoet quam, ten minste aan zijn kontrakt diende te voldoen, dat de komp: niet verkreegen had, dan na dat Hun E:s zulke wigtige diensten aan zijn Hoogheid had gedaan, dat zijn Hoogheid zulx eens in over„ „weeging wilde neemen, en wel begrijpen kon, wanneer zoo on„ „ reedelijk wilde beginnen te handelen, de komp: als dan verpligt zoude zijn de plaats te verlaaten, en aan andere Mogendheeden te verkoopen of verruilen, wat nadeel zijn Hoogheid en d'E: komp: hier door niet zouden hebben en hoe hard zulx immers moest vallen aan onze Goeverneurs en oude Dienaaren, die zijn Hoogheid zoo veel liefde toe doen. Jk gevoele zelve zeide de eerste teekenaar de groote liefde die ik voor zijn Hoogheid hebbe, door de meermaale ontmoetingen en vriendelijke resepsie van zijn Hoogheid en dus moet ik uw Hoog: „heid een geheim openbaaren, dat voor zijn Hoogheid van groot ge„ „wigt is, en dat mijn goeverneur mij gewislijk qualijk zoude, neemen, wanneer wist dit van mij quam, ik stelle mij dus bloot, en verzoeke de geheimhouding. uw Hoogheid is bekend, hoe zeer de Portugeezen steeds getracht heb= „ben weederom in het bezit van koetsiem te geraaken en dat ook de Roomsche kaizer alle pogingen aanwendt om op de kust van Jndien een etablissement te verkrijgen en ook de Engelschen De brief door uweledele Groot Achtbaare aan ons geschreeven en met de Leden van den Raad gezonden hebben wij den 10 e. van de maand Magorom ofte den 20. dezer ontvangen en dies inhoud verstaan, en de gem: Leden hebben ons mondeling verders te verstaan gegeeven al het geen uweledele Groot achtb: aan ons heeft laaten weeten. uweledele Groot achtb: Schrijft, dat wij op de brief van den 13 ' De„ 1008. zouden niet minder geneegen zijn, voor koetsiem, Nagapatnam en meer andere voordeelen in ruiling afte staan. De komp: heeft dus van alle kanten geleegenheid genoeg om zich van Haare bezettingen op deeze kust op een heel voordeelige wijze te ont„ „doen, en indien men Haare voordeelen hier verminderd, in een tijd de lasten merklijk toeneemen, zoo vreeze zij daarvan gebruik maaken zal tot nu toe heeft zij dit nagelaaten, uit hoofde van de nauwe vriendschap, en in hoope de tijden beter zullen worden; over alle deeze gulhartige en oprechte uitlaatinge was zijn Hoogh:d zeer voldaan, en scheen hier zelfs over aangedaan te zijn, alzoo hij zich uittede: dat wil God verhoeden en zal God noet toelaaten te gebeuren, dit vertrouw ik; alverder verzeekerde zijn Hoogheid ons, dat alles zoude afhangen van de handelingen van d' Heer Goeverneur omtrend zijn Hoogheid, waarvan Hij den uitslag op zijne voorstellen te gemoed zag; Toen verzocht zijn Hoogheid dat de goeverneur 't smokkelen van peper doch om ende bij koetsiem wilde beletten, dat veel peper aldaar on„ „der de hand wierd ingekocht en bij kleene partijen aan de bomba„ „ras omgezet, dat zijn Hoogheid over eenige jaaren zeeker vermogend kristen kotjande gen:t heeft betrapt, en daarover tot afschrik strenglijk had laaten straffen, dat wanneer d' Heer Goeverneur dit ook quam te doen, geene dit zullen onderneemen, dat zijn Hoogheid in zijn land tot door het Pandische naar de kust kormandel, wagte had, om zulx te beletten, en dat dit zijn Hoogh:d veel quam te kosten. vervolgens gaf zijn Hoogheid daarop aan ons een brief voor d' Heer Goeverneur over, en zeide verzeekert uwEd:s Goeverneur nu van mijne vriendschap en als volk tot dekking van zijn kranganoor, Ai= „kotte of elders mogte benoodigt zijn, tegens Tipoa sultan, ik altoos gereed ben die te geeven, gelijk ik ook laast hebbe getoond, want ik ben niet gelijk als andere Malabaarsche vorsten, die ligt belooven maar haar woord niet houden. ook gaf zijn Hoogheid ons noch te kennen, dat binnen twee maanden dagt naar de Noord te gaan, dat dan over zaaken nader zoude spree„ „ken, zijn Hoogheid stond doen op, vereerde ons ider een goude arm Translaat Brief door den koning van Trevankoor aan den weledelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek ontvangen den 27 Januari 1788. zouden ring

NL-HaNA_1.04.02_3753_0390 view scan ↗

English

1010. this Minister communicated to us the King's desire, consisting of four points which we have the honor to present here in all deference. 1. That the Company shall annually grant to the King, from the merchandise brought from Batavia, at prime cost, just as it is given to the Company's merchants, whatever he shall need for the continuation of his trade, and that this can be settled with the delivery of pepper. 2. That regarding the Fort which the King proposed to the Governor to build at Aikotte, for the protection of his and the Company's land and especially against the Nabab, to which the Governor had already sufficiently consented, and now, as his Master wished to begin it, he was opposed by his Right Honorable Worship, [illegible] and let us depart; having left the palace, the King's Master came to notify us that we had to call upon the Prime Minister, who still had something to tell us on the King's behalf; being there, this Minister arrived shortly afterwards, who once again repeated what was noted herebefore, with this addition: my Master requests that the vessels coming from the North to the King's land to trade may pass Koessiem without taking passes, because this delayed them on their voyage; that His Highness on his part undertook and solemnly promised always to inform Koetsiem which vessels arrived in his country without passes, and for whatever was due thereon, his Master not only bound himself to be responsible, but the amounts thereof could be charged directly to His Highness's account. We replied thereto that we did not know whether the Governor could agree to this new arrangement, but that we would present it to our Governor, and thereupon we took our leave. We also received a further message from the Prince, wherein he offered us whether we might choose to make the journey overland, in which case he would arrange for the coolies and necessary provisions, for which we politely conveyed our thanks to His Highness. Undertaking the return journey again in the afternoon with the small vessel, as soon as we pushed off from the shore we were again saluted with 9 shots, as before, and as the contrary winds kept us virtually in the same place for four days, we went ashore at Koilang and departed from there by the overland route to Borka; where we further arrived here by river vessels on the 28th of this month. Hoping to have accomplished this our commission and further proceedings to the satisfaction of your Right Honorable Worship, we give ourselves the high honor to be with all due respect, underneath stood, Right Honorable, Highly Commending Sir! Your Right Honorable Worship's very humble servants, was signed, J. L. van Spall and J. A. Scheids, in the margin, Koetsiem, the 30th of January 1788. Agreed. The letter written to us by your Right Honorable Worship and sent with the Members of the Council, we received on the 10th of the month of Magjorom, or the 20th of this month, and understood its contents, and the said Members have further conveyed to us verbally all that your Right Honorable Worship has made known to us. Your Right Honorable Worship writes that we, to the letter of the 13th of De 1009. List of the Gifts presented by the undersigned to the following persons; namely: To the Prime Minister Sambradi Keja Poela On the 18th of January, sent with the Interpreter 2 lb. of Cloves On the 20th of January, presented upon our arrival at the Court To the Prime Minister above-mentioned 3 pieces of armozines 3 lb. of Nutmeg 4 lb. of Cloves 2 lb. of Mace 2 lb. of Cinnamon To the King's Master Pedro de Veque 3 pieces of armozines 4 lb. of Cloves 2 lb. of Cinnamon To the King's writer, Patpe Navole 1 piece of armozine 1 lb. of Cloves To the same, Mallin Boela 1 piece of armozine 1 lb. of Cloves Upon our departure, to the King's French Captain, Monsieur Doneau 2 pieces of armozines 2 lb. of Cloves 1 lb. of Cinnamon Koetsiem, the 30th of January 1788. Was signed, J. L. van Spall and J. A. Scheidz. Agreed. 1 lb. of Cinnamon Translation of the Letter from the King of Prevankoor to the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 27th of January 1788. Arnold Lusel, First Clerk. Arnold Lunel, Head Clerk. this Minister communicated to us the King's desire, consisting of four points which we have the honor to present here in all deference. 1. That the Company shall annually grant to the King, from the merchandise brought from Batavia, at prime cost, just as it is given to the Company's merchants, whatever he shall need for the continuation of his trade, and that this can be settled with the delivery of pepper. 2. That regarding the Fort which the King proposed to the Governor to build at Aikotte, for the protection of his and the Company's land and especially against the Nabab, to which the Governor had already sufficiently consented, and now, as his Master wished to begin it, he was opposed by his Right Honorable Worship, continuation of his trade, and that this can be settled with the delivery of pepper. The letter written to us by your Right Honorable Worship and sent with the Members of the Council, we received on the 10th of the month of Magjirom, or the 20th of this month, and understood its contents, and the said Members have further conveyed to us verbally all that your Right Honorable Worship has made known to us. Your Right Honorable Worship writes that we, to the letter of the 13th of De Translation of the Letter from the King of Prevankoor to the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 27th of January 1788. 1010.

Dutch transcription

1010. deeze Minister aan ons 's konings begeerte, bestaande in vier poin„ „ten welke wij de eer hebben hier in alle eerbied te laaten volgen. 1. / dat de komp: uit de aangebragte negootsie van Batavia jaarlijx aan den koning voor uitkoops prijs zal afstaan, gelijk 't aan komp:s kooplieden word gegeeven, al wat noodig zal hebben, tot voort= „zetting van zijn handel, en dat dit met de peper leverantsie zal kun„ „nen vereffent worden. 2. / Dat 't Fort dat de koning aan de Goeverneur heeft geproponeert om op Aikotte te maaken, tot dekking van zijn en komp:s land en wel voornaamlijk teegens den Nabab. ' waarin de Goeverneur al genoegzaam bewilligt heeft, en nu wijl zijn Meester daar aan wilde beginnen, door zijn weled: groot achtb: werd tegen gestaan, Bene ven Jacht dat 2:4 Z: voorteane maa hebben ring, en liet ons vertrekken; uit 't baleis zijnde; quam de Meester van de koning ons aanzeggen, wij bij de Eerste Minister moesten aangaan, die ons noch wat uit 'skonings naam te zeggen had, daar zijnde quam kort daarop deeze Minister, welke anderiaal herhaaling deedt van 't hier voorige genoteerde, met deeze bijvoeging, mijn Meester verzoekt dat de vaartuigen die van de Noord naar 's konings land quamen om te handelen, koessiem mogen passeeren zonder passen te neemen, om dat zulx haar in haare reize ophield, dat zijn Hoogheid van zijn zijde aannam en plechtig beloofde, van naar koetsiem altoos te zullen be„ deelen, welke vaartuigen zonder passen in zijn land quamen en voor 't daar toe staande, zijn Meester zich niet alleen verbond te respondee„ „ren, maar dies bedraagen direkt op zijn Hoogheids reekening konde gesteld worde. wij beantwoorde zulx dat niet wisten of de Goeverneur in deeze nieu= „we instelling konde toestemme, maar dat wij zulx aan onze Goe= „verneur zouden voordraagen, en naamen hierop ons afscheid. wij kreegen ook noch een nadere boodschap van den vorst, waarbij Wij ons liet aanbieden, of wij ook verkoosen, om de reize over Land te doen, dat als dan de koelies en 't benoodigde zoude laaten beschik, „ken, waar voor wij zijn Hoogheid beleefdlijk lieten bedanken. De terug reize wederom des smiddags met 't smalschip ondernoemende, wierden wij zoo dra van d' wal afstaaken, weder met 9. schooten, als vorens gesalueert, en also de tegenwinden ons vier dagen genoegzaam op de zelf„ „de plaats hielden, zoo zijn wij op koilang aan land gegaan en van daar over den landweg naar borka vertrokken; alwaar wij verders met vaartuigen over de rivier op den 28:e deezer alhier zijn aangekoomen Hoopende deeze onze kommissie en verdere handelingen ten genoege van uweled: Grootachtb: te hebbe volbragt, geeven wij ons de hooge eer met alle schuldigheid te zijn /onderstond/ weledele Groot achtbaare Hoog gebiedende Heer! uwer weled, Groot achtb:s zeer nedrige Dienaaren /was geteekend/ J: L: van Spall en J: A: scheids /in margine/ koet: „siem den 30. Januari 1788. — Akcordeerd. De brief door uweledele Groot Achtbaare aan ons geschreeven en met de Leden van den Raad gezonden hebben wij den 10e. van de maand Magjorom ofte den 20. dezer ontvangen en dies inhoud verstaan, en de gem: Leden hebben ons mondeling verders te verstaan gegeeven al het geen uweledele Groot achtb: aan ons heeft laaten weeten. uweledele Groot achtb: Schrijft, dat wij op de brief van den 13' De„ 0 1009. Notietsie van de Geschenken door de ondergeteekendens aan de volgende per„ soonen gedaan; als: Aan d' Eerste Minister sambradi Keja Poela Den 18. Januari, met de Tolk gezonden 2. lb: Nagulen den 20. Januari, met onze aankomst aan 't Hof verschonken Aan d' Eerste Minister bovengem: 3. p:s armozijnen 3. lb: Nooten 4. „ Nagulen 2. „ foeli 2. „ kaneel Aan s konings Meester Pedro de veque 3. p:s armozijnen 4. lb: nagulen 2. „ kaneel Aan de schrijver bij de koning, Patpe Navole 1. p:s armozijn 1. lb: Nagulen Aan dito Mallin boela 1. p:s armozijn 1: lb: Nagulen Met ons vertrek aan de Fransche kapitain van de Koning Monsieur Doneau 2. p:s armozijnen 2. lb: Nagulen 1. „ kaneel Koetsiem den 30:e Januari 1788. /was geteekend/ J. L. van Akkordeerd spall en J: A: scheidz: — 1. „ kaneel Translaat Brief door den koning van Prevankoor aan den weledelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek „ ontvangen den 27. Januari 1788. Arnold Lusel E Gklerk. Arnold Lunel Hj Klerk. deeze Minister aan ons 's konings begeerte, bestaande in vier poin„ „ten welke wij de eer hebben hier in alle eerbied te laaten volgen. 1. / dat de komp: uit de aangebragte negootsie van Batavia jaarlijx aan den koning voor uitkoops prijs zal afstaan, gelijk 't aan komp:s kooplieden word gegeeven, al wat noodig zal hebben, tot voort= „nen vereffent worden. 2. / Dat 't Fort dat de koning aan de Goeverneur heeft geproponeert om op Aikotte te maaken, tot dekking van zijn en komp:s land en wel voornaamlijk teegens den Nabab. waarin de Goeverneur al genoegzaam bewilligt heeft, en nu wijl zijn Meester daar aan wilde beginnen, door zijn weled: groot achtb: werd tegen gestaan, „zetting van zijn handel, en dat dit met de peper leverantsie zal kun„ De brief door uweledele Groot Achtbaare aan ons geschreeven en met de Leden van den Raad gezonden hebben wij den 10 e. van de maand Magjirom ofte den 20. dezer ontvangen en dies inhoud verstaan, en de gem: Leden hebben ons mondeling verders te verstaan gegeeven al het geen uweledele Groot achtb: aan ons heeft laaten weeten. uweledele Groot achtb: Schrijft, dat wij op de brief van den 13 ' De„ Translaat Brief door den koning van Prevankoor aan den weledelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek „ ontvangen den 27. Januari 1788. 1010.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0392 view scan ↗

English

1010. this Minister the king's desire to us, consisting of four points which we have the honor to let follow here with all respect. 1. That the Company shall annually grant to the king from the brought-in merchandise of Batavia at the wholesale price, just as it is given to the Company's merchants, everything he shall need for the continuation of his trade, and that this will be able to be settled with the pepper delivery. 2. That the Fort that the king has proposed to the Governor to make at Aikotte, for the protection of his and the Company's land and indeed primarily against the Nabab, in which the Governor has already sufficiently consented, and now because his Master wanted to begin on it, was opposed by your Honorable Grand Worship, [illegible] The letter written by your Honorable Grand Worship to us and sent with the Members of the Council we received on the 10th of the month Magjorom or the 20th of this month and understood its contents, and the aforementioned Members have furthermore conveyed to us orally everything that your Honorable Grand Worship has made known to us. Your Honorable Grand Worship writes that we had received no answer to the letter of the 13th of December that was sent to us; we postponed this in order first to gather accurate information on it and subsequently to send the answer, since we were ignorant of that matter. Meanwhile, your Honorable Grand Worship, without any reason, sent a sloop to our harbor which fired shots there, and completely impeded the Trade at our place; this is the reason why we did not dispatch an answer to the aforementioned letter. Your Honorable Grand Worship writes to us that our people have been aboard a Portuguese ship and requested to come ashore, and had offered to sell pepper to them. We ordered our kariakaars to hail the ships passing to the North, and if there should be any goods therein that we would gladly wish to have, to buy from them, and for no other reasons; your Honorable Grand Worship will discover the truth thereof upon investigation, that these are all untruths that someone has recounted to your Honorable Grand Worship with the aim of causing hindrance to the Friendship between the Honorable Company and us. were found. For the same has declared at our secretariat, under offering of Oath: That he sold his kapok to your Highness's people and purchased this pepper back from them, That he had asked your Highness's Rasiadoor and the Canarese Kangapoi whether he also needed to do anything more for the loading of the pepper, but that both had said to him that they had warned the Resident of Porka and obtained permission to load the pepper into his vessel, etc. In order to convince your Highness further of this, I enclose here a copy of this declaration with its translation. Translation of Letter by the king of Trevankoor to the Honorable Grand Worshipful Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 27th of January 1788. No 8. This We

Dutch transcription

1010. deeze Minister aan ons 's konings begeerte, bestaande in vier poin„ „ten welke wij de eer hebben hier in alle eerbied te laaten volgen. 1. / dat de komp: uit de aangebragte negootsie van Batavia jaarlijx aan den koning voor uitkoops prijs zal afstaan, gelijk 't aan komp:s kooplieden word gegeeven, al wat noodig zal hebben, tot voort= „zetting van zijn handel, en dat dit met de peper leverantsie zal kun„ „nen vereffent worden. 2. / Dat 't Fort dat de koning aan de Goeverneur heeft geproponeert om op Aikotte te maaken, tot dekking van zijn en komp:s land en wel voornaamlijk teegens den Nabab. waarin de Goeverneur al genoegzaam bewilligt heeft, en nu wijl zijn Meester daar aan wilde beginnen, door zijn weled: groot achtb: werd tegen gestaan, I. B t O. I O. 1. I. Ivnntaaris maar hebben De brief door uweledele Groot Achtbaare aan ons geschreeven en met de Leden van den Raad gezonden hebben wij den 10e. van de maand Magjörom ofte den 20. dezer ontvangen en dies inhoud verstaan, en de gem: Leden hebben ons mondeling verders te verstaan gegeeven al het geen uweledele Groot achtb: aan ons heeft laaten weeten. uweledele Groot achtb: schrijft, dat wij op de brief van den 13' De„ „cember die aan ons gezonden is geen antwoord ontvangen had, wij hebben zulx uitgesteld om eerst een nauw keurig informaatsie daar op teneemen en vervolgens het antwoord te doen toekoomen, dewijl wij van die zaak onkundig waaren. Intusschen heeft uweledele Groot achtbaare zonder eenige reeden een sloep naar onze haven gezonden die aldaar schooten gedaan heeft, en den Handel op onze plaats ten eenemaal doen beletten, dit is de reeden waarom wij geen antwoord op voormelde Uwel edele Groot achtbaare schrijft ons, dat ons volk aan boort van een Portugeesch schip zijn geweest en verzocht hebben aan de wal te koomen, en aangebooden hadden peper aan hen te verkoopen. wij hebben aan onse kariakaars aanbevoolen om de scheepen die naar de Noord passeeren te verpraaijen, en zoo er eenige goederen daar in mochte zijn die wij gaarne milde hebben van hen te koopen, en om geen andere reedenen, de waarheid daar van zal uweledele Groot achtb: bij onderzoeking ontdekken, dat alle onwaarheeden zijn die den een of ander aan uweledele Groot achtbaare heeft verhaald met betrachting om aan de Vriendschap tusschen dE. kompanie en ons herdernisse toete brengen. brief afgezonden. gevonden zijn. want dezelve heeft ter onzer sekretarije, onder aanbieding van Eede verklaard: Dat hij zijne kappok aan uw Hoogheids volk verkocht en deeze peper weder van henl: ingekocht heeft, Dat hij uw Hoogheids Rasiadoor en den kanarijn Kangapoi, gevraagd had, of hij ook iets meer doen moest, tot het laden van de peper, doch dat beide aan hem gezegt hadden, dat zij aan den Resident van Porka gewaarschuwd en permissie be„ komen hadden, de peper in zijn vaartuig te laaden enz: om uwe Hoogheid hiervan noch nader te overtuigen, sluite ik hier in een kopij van deeze verklaaring met deszelfs translaat. Translaat Brief door den koning van Trevankoor aan den weledelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek „ ontvangen den 27 Januari 1788. No 8. Deeze Wij

NL-HaNA_1.04.02_3753_0393 view scan ↗

English

1011 We have not made a new contract with the French Company; the members of the Council will report the circumstances of this to Your Right Honourable Sir. Concerning the pepper that is produced in our realm and which we are obliged to deliver to the Company, we certainly have no reason to sell it to the Bombaras. The pepper on the passes that we gave to our merchants, they sold to the Bombaras of the North, of which having received knowledge, we immediately prohibited it. To the Bombaras we sold no cinnamon. The matter standing in this manner, Your Right Honourable Sir writes to us that we are acting contrary to the contract entered into, which causes us great astonishment. Your Right Honourable Sir is a person of great understanding and ability; being such, Your Right Honourable Sir sent a sloop to our port, caused firing, obstructed trade, had the vessels carried away, and placed the people there under arrest; thus we cannot comprehend how Your Right Honourable Sir has demanded toll dues on goods that they sold and bought in our country, for the customary pass dues the Company has always asked from them and also obtained, and if any toll dues from the trade conducted in my country ought to be paid to the Company, Your Right Honourable Sir ought to have informed us; without doing this, Your Right Honourable Sir has obstructed our trade, whereby great damage was inflicted upon us; which is contrary to the close and good friendship that we maintain with the Honourable Company. For the maintenance of our troops and our state, the revenues of our realm are not sufficient, therefore we have drawn the trade to ourselves; wherefore, if Your Right Honourable Sir wishes to forbid it, then the Honourable Company should point out a way whereby we can find those expenses; thus, in order to cause no hindrance to friendship, but to preserve it, and if Your Right Honourable Sir is inclined thereto, I request that no other toll dues, except the customary pass dues, be demanded by the farmers of customs from the traders who come to my country to trade, and that the toll dues already received from them be returned to Ananda Mallen, and subsequently that the vessels sailing to our port be allowed to pass unhindered. The presents sent with the members of the Council we accepted with much cordiality. For the rest, the said members will inform Your Right Honourable Sir of everything. Hereupon we await with all speed a satisfactory reply. Written by Balia Melesoestoekanakoe Erasoedom Peroemaal Madewen and signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochin, date as before. Was signed: J: M: Truijens, Sworn Translator. Arnold Lunel, First Clerk. Agreed. No: 9: Translation of a letter written by the King of Travancore to the Right Honourable Governor Johan Gerard van Angelbeek, received on 1 December 1787. been found. For the same has declared at our secretariat, under offer of an oath: That he sold his kapok to Your Highness's people and purchased this pepper again from them; That he had asked Your Highness's Rasiadoor and the Canarese Kangapoi whether he also had to do anything further for the loading of the pepper, but that both had told him that they had warned the Resident of Porca and obtained permission to load the pepper into his vessel, etc. In order further to convince Your Highness of this, I enclose herein a copy of this declaration with its translation. No: 10: I have received an ola from my Balia Sarvadhikariakar Kristnen Tchembagaramen Poella, containing that Your Right Honourable Sir went together with him to Ayacotta and inspected the places, and subsequently that Your Right Honourable Sir is said to have told him that a battery should be erected there at that place at my expense; the construction of a battery at Ayacotta is very serviceable to me and the Honourable Company, and since Your Right Honourable Sir gave to understand that this battery would have to be erected at my expense, so I have, in consideration of the good friendship existing between me and the Company, seen fit to send an order to my aforesaid Sarvadhikariakar to provide the necessary lime and stones for the erection of that battery. I hope that Your Right Honourable Sir will send the engineer thither to select the site and, according to the resolution, to have that battery erected, which I expect to understand in reply to this from Your Right Honourable Sir. Written by Balia Melesoetto Prasoedom Peroemaal Madewen and signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Was signed: J: M. Truijens, Sworn Translator. Arnold Lunel, First Clerk. Agreed. 1012

Dutch transcription

1011 Wij hebben met de Fransche komp:e geen nieuwe kontrakt gemaakt, de omstandigheeden hier van zullen de Leden van den Raad uwel edele Groot Achtbaare verslag doen. om de Peper die in ons Rijk valt en wij gehouden zijn aan de kompanie te leeveren, hebben wij zeeker geen reeden aan de Bomba„ raas teverkoopen: De peper op de passen die wij aan onze kooplieden hebben gegeeven, hebben dezelve aan de Bombaraas van de Noord verkocht, waar van wij kennis gekreegen hebbende hebben wij zulx ten eersten verbooden. Aan de hombaras hebben wij geen kaneel, verkocht. De zaak in dezer voegen staande, schrijft uweledele Groot achtb. aan ons, dat wij tegens het aangegaane kontrakt handelen, het geen ons grootlijx doet verwonderen. Uweledele Groot achtb: is een Perzoon van groot verstand en ver mogen, zoodanig zijnde heeft uweledele groot achtb: een sloep naar onse haven gezonden, doen schieten den handel stremmen, de vaar„ tuigen laten wegbrengen, en 't volk aldaar in arrest zetten, dus wij niet begrijpen kunnen hoe dat uweledele Groot achtb: tots gerech„ „tigheid heeft ofge-eischt van goederen die zij in ons land hebben ver„ kocht en ingekocht, want de gebruiklijke gerechtigheid van Passen heeft de komp:e althoos van haar gevraagd en ook erlangd, en zoo er eenige tols gerechtigheid van de Negootsie die mijn land gedreeven word aan de kompanie moeten werden betaald, behoorde uweledele Groot achtb: aan ons te hebben moete bedeelen, zonder dit te doen, heeft uweledele Groot achtb: onzen handel doen stremme waar door ons groote schaade is toegebragt; het geen strijdende is tegens de nauwe en goede vriendschap die wij met dE: komp: onder„ houden. Tot het onderhouden van onze troepen en onzen staat, zijn de in„ „komsten van ons Rijk niet toerijkende, derhalven hebben wij den handel aan ons getrokken, over zulx zoo uweledele Groot achtb: denzelven gevonden zijn. want dezelve heeft ter onzer sekretarije, onder aanbieding van Eede verklaard: Dat hij zijne kappok aan uw Hoogheids volk verkocht en deeze peper weder van henl: ingekocht heeft, Dat hij uw Hoogheids Rasiadoor en den kanarijn Kangapoi, gevraagd had, of hij ook iets meer doen moest, tot het laden van de peper, doch dat beide aan hem gezegt hadden, dat zij aan den Resident van Porka gewaarschuwd en permissie be„ komen hadden, de peper in zijn vaartuig te laaden enz: om uwe Hoogheid hiervan noch nader te overtuigen, sluite ik hier in een kopij van deeze verklaaring met deszelfs translaat. wil verbieden, dan diend dE. komp:e een weg aantewijzen, waardoor wij die onkosten kunnen vinden, dus om geen hindernisse in de vriend„ schap toetebrengen, maar dezelve te doen konzerveeren en uweledele Groot achtb: daar te genegen is, verzoek ik van de handelaars die in mijn land komen om te handelen, geen andere tols gerechtigheeden, uitgenoomen de gewoone gerechtigheid van passen, door de Pachters te„ laaten afvraagen, en de raeds van hen ontvangene tols-gerechtigheid aan Ananda Mallen telaaten teruch geeven, en vervolgens de vaar„ „tuigen die naar onze haven zijlen onverhinderd telaaten passeeren. De gezondene geschenken met de Leden van den Raad hebben wij met veel hartlijkheid geakcepteerd. voor het overige zullen de gemelde Leden uweledele Groot achtb. van alles kennis geeven. Hier op verwachten wij met alle spoed een voldoenend antwoord. Geschreeven bij Balia Melesoestoekanakoe Erasoedom Peroemaal Madewen en geteekend door zijn Hoogheid (:onderstond:/ voor de Trans¬ „laatsie koetsiem dato als vooren (:was geteekend:) J: M: Truijens gezwoore translateur Arnold Lunil GG Klerk. Akgeordeerd. wil Deeze No: 9: N„o 10: Ik heb een ola van mijn Balia sarwadikariakaar kristnen 'tjembaga„ „ramen Poella ontvangen, inhoudende dat uweledele Groot achtb: met hem te zamen naar Aikotta zijn geweest en hebben de plaatzen bezichtigd, en vervolgens dat uweledele Groot achtbaare tegens hem zoude gezegt hebben, dat daar ter plaatze een batterije diend opgeworpen teworden op mijn on„ „kost; het stigten van een batterij op Aikotta is zeer gedienstig voor mij en de Ed: kompanie, en dewijl uweledele Groot achtb: teverstaan gaf, dat die batterij op mijn kosten zoude moeten opgehaald worden, zoo heb ik uit aanmerking van de goede vriendschap die tusschen mij en de kompanie subsisteerende, goed gevonden aan mijn sarbadikariakaar voorm: ordre tezenden de nodige kalk en steenen te bezorgen tot het oprechten „a die Jk hoopt dat uweledele groot achtbaare den ingenieur daar na toe zal zenden om de plaats uitte kiezen en volgens besluit die batterij telaaten ophaalen, het geen ik in antwoord deezes van uweledele groot achtbaare verwachte teverstaan. geschreeven bij Balia Melesoetto Pra soedom Peroemaal Madewen en geteekend door zijn Hoogheid /:onderstond:/ voor de Translaatsie koetsiem dato als booven (:was geteekend:/ J: M. Truijens Gezw: Translateur Arnold Lunel Akkfordeerd. gevonden zijn. want dezelve heeft ter onzer sekretarije, onder aanbieding van Eede verklaard: Dat hij zijne kappok aan uw Hoogheids volk verkocht en deeze peper weder van henl: ingekocht heeft, Dat hij uw Hoogheids Rasiadoor en den kanarijn Kangapoi, gevraagd had, of hij ook iets meer doen moest, tot het laden van de peper, doch dat beide aan hem gezegt hadden, dat zij aan den Resident van Ponka gewaarschuwd en permissie be„ komen hadden, de peper in zijn vaartuig te laaden enz: om uwe Hoogheid hiervan noch nader te overtuigen, sluite ik hier in een kopij van deeze verklaaring met deszelfs translaat. Translaat breef door den koning van Trevankoor geschreeven aan de weledele Groot achtbaare Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek, ontvan¬ „gen den 1. December 1787. Deeze batterij. E Gkerk. 1012

NL-HaNA_1.04.02_3753_0395 view scan ↗

English

1013. I have received Your Highness's letter of the 1st of this month, to which serves as reply that in the beginning of the negotiations with Your Highness's Baliasarbadikariakaar I did indeed speak of the company having incurred much expense in the years 1776 and following on the camp at Aikotta and on the fortification of the Moetoekoems, and that it was therefore fair that the kings of Trevankoor and Koetsiem should also contribute to this now. And since Your Highness's Minister deemed it necessary that the batteries at Aikotta be made of masonry, I made the proposition that Your Highness and the king of Koetsiem might provide the lime and stones, and that I would then have it constructed by our engineer, but this was rejected by them. I have therefore had the batteries at Aikotta thrown up again of earth, as they were previously, and this work is now completed, so that the proposal regarding the construction of masonry batteries is now dropped. Furthermore, it seems to me that for the present we have no difficulty to expect on the Malabaar, and therefore I have written to the Governor of Ceilon not to let the troops depart for the present, who had already been called up from Trinkonomale and other places to be sent hither with the ships in this and following months, but to let them remain on Ceilon until further request. May God preserve Your Highness. Below stood: Thus translated by me into Malabar, Koetsiem, date as above. Was signed: J. M. Fruijens, Sworn Translator. Draft letter written by the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek to the king of Trevankoor, the 4th of December 1787. No. 10 and 11. Record of all the vessels that have arrived at Koetsiem from the North and departed for Coilang, and from there made the return voyage to the north again via Koetsiem, from September 1779 to April 1787. In the time of the Right Honorable Adriaan Moens. 1779. The 30th of September. A manchua departed from Kaliteut for Koilan under the supervision of the marakkayar Koenje Medien, laden with 6½ kandijlen of kapok, the kandijl at 80 rupees, makes 520 rupees. Another almadia arrived from Kalikoet and departed for Kailan under the supervision of the marakkayar Lotten, laden [illegible] 46 to 745 rupees. 1014. Draft letter written by the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek to the king of Trevankoor, the 6th of February 1788. With the return of the Commissioners I have had the honor to receive Your Highness's letter, alongside which they have also reported to me everything else that was negotiated with Your Highness. Your Highness assures me of having sold no pepper to foreigners, and has further stated this orally to the Commissioners, adding that this would also not happen henceforth, and that we were free to confiscate the pepper found in foreign vessels. I am very pleased with this assurance from Your Highness, through which many difficulties will be prevented in the future, but now I must also candidly make known that Your Highness is greatly misled concerning this matter by your servants, who, without Your Highness's prior knowledge, sell pepper to the Bombaras and other foreigners, and when it is then discovered, shift the blame onto the merchants who possessed passes. This is clearly evident in the case of Tjadeuje, in whose vessel two hundred and thirty-four packs of Trevankoor pepper were found here. For the same has declared at our secretariat, offering an oath: That he sold his kapok to Your Highness's people and purchased this pepper back from them; That he had asked Your Highness's Rasiadoor and the Canarese Kangapoi whether he needed to do anything further for the loading of the pepper, but that both had said to him that they had notified the Resident of Porka and obtained permission to load the pepper into his vessel, etc. In order to convince Your Highness of this even further, I enclose herein a copy of this declaration with its translation. Agreed. Arnold Lunel, First Clerk.

Dutch transcription

1013. Ik heb uwHoogheids brief van den 1:' dezer ontvangen, waar op in antwoord diend, dat ik in den beginne van de onderhandelingen met uw Hoogheids Balia„ sarbadikariakaar wel gesprooken hebbe, dat de komp:e in de Jaaren 1776. en volgenden veel onkosten gedaan had aan 't kamp te Aikotta en aan de beves„ „tiging van de Moetoekoems, en het dus billijk was dat de koningen van Trevankoor en koetsiem daar thans ook toe kontribueerden. En wijl uw Hoogheids Menister noodig oordeelde dat de batterijen te Aikotta gemetzeld wierden: zoo died ik de propozietsie dat uw Hoogheid en de koning van Koetsiem de kalk en steenen mogten bezorgen, en dat ik het dan door onze ingemeur zoude laaten maaken, doch dit werd door henl. Ik heb dus de Batterijen te Aikotta wederom van aarde laaten opwerpen, zoo als ze van tevooren geweest zijn, en dit werk is thans voltoid, zoo dat de voorstel nopens het aanleggen van gemetzelde bat„ tirijen thans vervalt. voorts schijnt het mij toe, dat wij voor eerst geen moeilijkheid op de Malabaar te wachten hebben, en daarom heb ik aan den Heer Goeverneur van Ceilon geschreeven, om de troepen, die reets van Trinkonomale en andere plaatzen opgeroepen waaren, om met de scheepen in deeze en volgende maanden herwaarts gezonden te worden, voor eerst niet te laaten vertrekken maar tot nader verzoek op ceilon telaaten blijven God Bewaare uw Hoogheid /:onderstond:/ zoodanig door mij in 't Mala„ „baarsch overgezet koetsiem dato als vooren /:was geteekend:/J: M: Fruijens Gezw: Translateur gevonden zijn. want dezelve heeft ter onzer sekretarije, onder aanbieding van Eede verklaard: Dat hij zijne kappok aan uw Hoogheids volk verkocht en deeze peper weder van henl: ingekocht heeft, Dat hij uw Hoogheids Rasiadoor en den kanarijn Kangapoi, gevraagd had, of hij ook iets meer doen moest, tot het laden van de peper, doch dat beide aan hem gezegt hadden, dat zij aan den Resident van Porka gewaarschuwd en permissie be„ komen hadden, de peper in zijn vaartuig te laaden enz: om uwe Hoogheid hiervan noch nader te overtuigen, sluite ik hier in een kopij van deeze verklaaring met deszelfs translaat. Acordeerd. Arnold Lunel EGkerk. Koncept Brief geschreeven door den weledelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek aan den koning van Trevankoor, den Deeze verworpen. 4. December 1787. —. 00 N„o 10 en 11:-. Aanteekening van alle de Vaartuigen die van de Noord te Koetsiem aangekoomen en na Coilang zijn vertrokken en van daar de rug reise nade noord weder over koetsuem hebben genoomen zedert september 1779: tot April 1787:— Ten tijde van den weledelen grootachtbaaren Heer Adriaan Moens. Een mansjouw van kaliteut na koilan vertrokken, onder opzigt, van den 30 7ber: de marka koenje medien belaaden met 6½ kandijlen, kapok, de kandijl 80: rop: maakt 520. rop=s Nog een Almedie van kalikoet gekomen, en kailan vertrokken onder op zigt van den marka Lotten, geladen „. 46 tot 745 reh=s 1014. koncept brief door den weledelen Grootacht„ „baaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek geschr: aan den koning van Trevankoor den 6. febr: 1788. — Met de terugkomst van de Heeren Gekommitteerden heb ik de eer gehad uw Hoogheids brief te ontvangen, waarnevens zij mij ook rapport gedaan hebben van al 't geen verder met uw Hoogheid ver= „handeld is. uwe Hoogheid verzeekerd mij geene peper aan vreemden verkocht te hebben, en heeft dit bij monde aan Gekommitteerden nader ver„ klaard, met bijvoeging, dat zulx voortaan ook niet geschieden zoude en dat wij de peper, die in vreemde vaartuigen gevonden werd vrij konden konfiskeeren. Jk ben zeer verblijd over deeze verzeekering van uw Hoogheid, waar door voortaan veel moeilijkheeden zullen voorgekomen worden, maar nu moet ik ook onbeschroomd te kennen geeven, dat uwe hoogheid door zijne Bedienden omtrend dit stuk zeer misleidt word, die, zonder uwe Hoogheids voorkennis, peper aan de Bombaras en andere vreemdelingen verkoopen, en als het dan ontdekt word, de schuld schuiven op de kooplieden die passen hadden, Dit blijkt klaar aan het geval van 'Tjadeuje, in wiens vaartuig hier twee honderd en vier en dertig pakken Trevankoorsche peper gevonden zijn. want dezelve heeft ter onzer sekretarije, onder aanbieding van Eede verklaard: Dat hij zijne kappok aan uw Hoogheids volk verkocht en deeze peper weder van henl: ingekocht heeft, Dat hij uw Hoogheids Rasiadoor en den kanarijn Kangapoi, gevraagd had, of hij ook iets meer doen moest, tot het laden van de peper, doch dat beide aan hem gezegt hadden, dat zij aan den Resident van Ponka gewaarschuwd en permissie be„ komen hadden, de peper in zijn vaartuig te laaden enz: om uwe Hoogheid hiervan noch nader te overtuigen, sluite ik hier in een kopij van deeze verklaaring met deszelfs translaat. Deeze 1779:

NL-HaNA_1.04.02_3753_0397 view scan ↗

English

This declaration from 'T Jadeuje himself cannot be rejected or denied, and is alone sufficient to prove that this was not pepper from the merchants who held pepper passes, but belonged to your Highness yourself; yet I have still further proof of this. For the Resident of Porka, Abraham Toussain, having been called to account concerning this matter, has declared under offer of oath: 1. That this pepper was prepared in the warehouse of your Highness. 2. That Rangapoi, who attends to the affairs of your Highness, came to him and said that the king had bought the kapok from the Bombara, with the agreement to provide pepper in exchange. 3. That he, the Resident, on the day before the shipment, informed the Besaipoekare that he could not tolerate this shipment, but would place it under arrest. 4. But that the Besaipoekare had answered: that he would not heed that arrest, and that his king could sell his pepper to whomsoever he pleased, and finally 5. That this pepper was indeed actually shipped from your Highness's warehouse and by your Highness's people. This declaration is enclosed herewith in Dutch and also in Malabar. That your Highness's servants, who were on board the ships St Antonio de Padua and Le Grand Duc de Poscane, offered pepper and cinnamon for sale, was recounted by the captains and supercargoes themselves, who deserve credence in this regard; however, because I desire nothing so cordially as to maintain at all times the friendship between your Highness and the Company, and to avoid everything that might be an obstacle to it, I will not trouble your Highness any longer with this vexing and unpleasant matter, but rather rest content in your royal word and promise that henceforth no pepper will be sold to foreign European or native vessels. Regarding the cruising patrols, I have already given your Highness sufficient reasons in my two previous letters, and the Commissioners have explained everything further; and even if I could offer no other reason why I had the vessels arrested before Alepe, the pepper found inside them would alone be enough to justify these actions. But even had there been no pepper in those vessels, I was nevertheless authorized to arrest them, for the reason that they had passed by Koetsiem without having taken passes. That they are obliged to do this, your Highness yourself acknowledges in his letter with these words: for the Company has always demanded and also obtained from them the customary right of passes thus I need not furnish any further proof of that. But I should add to this that the Company, in order to hold the native vessels to this obligation, and to preserve and enforce respect for this right of hers, has repeatedly ordered the beaches to be patrolled, as appears from a multitude of instructions resting in our secretariat, of which, in order not to lengthen this letter excessively, I shall cite only a few from the last fifty years. In the year 1735, the boat Vlissinge, Quartermaster Ian Theunisz, cruised from here southward to Koilangs Paroe, and in the instruction of 17 January of that year it is among other things clearly stated: that he, the Quartermaster, shall cruise the beaches and bring hither all vessels smuggling pepper, as well as those not provided with the Company's passes, and that he must compel by his artillery the vessels that refuse to obey him. In the year 1743, the boats Zwijndrecht and Settua were sent to cruise the beaches off Alepe and Kakaalang with orders to stop all native vessels sailing from the north to the south. Record of all the vessels that arrived from the north at Koetsiem and departed for Coilang, and from there made the return voyage to the north again via Koetsiem since September 1779 until April 1787. In the time of the Honorable, Most Venerable Lord Adriaan Moens. 1779: the 30th September: A manchua departed from Kaliteut for Koilan under the supervision of the Marka Koenje Medien, laden with 6½ candeels of kapok, the candeel at 80 rupees makes 520 rupees. Another almadia arrived from Kalikoet and departed under the supervision of the Marka Potten, laden 1015. No 10 and 11. shall and

Dutch transcription

Deeze verklaaring van 'T Jadeuje zelve kan niet verworpen of ont= „kent worden, en is alleen genoeg om te bewijzen, dat het geen peper van de kooplieden die peper passen gehad hebben, maar van uw Hoogheid zelve geweest is; Doch ik heb daar van noch nadere bewijzen. — want de Resident van Porka Abraham Toussain, hier omtrend verantwoording afgevraagd, zijnde, heeft onder presentaatsie van Eede verklaard. 1. / Dat deeze peper in het pakhuis van uw Hoogheid klaar ge„ „maakt is. 2. / Dat Rangapoi die de zaaken van uwe Hoogheid waarneemd, bij hem gekomen is en gezegd heeft, dat de koning de kapok van de Bombara gekocht had, met het akkoord, om peper in de plaats te geeven. 3/ Dat hij Resident, 's daags voor den afscheep, aan den Besaipoekare heeft laaten weeten, dat hij dien afscheep niet kost gedogen, maar daarop arrest leggen zoude 4. / Doch dat de Besaipoekaren had geantwoordt: dat hij naar dat arrest niet luisteren zoude, en dat zijn koning zijne peper verkoopen kost, aan wien hij wilde, en eindelijk 5. / Dat die peper ook werklijk uit uw Hoogheids pakhuis en door uw Hoogheids volk afgescheept is. Deeze verklaaring gaat mede in 't hollandsch en teffens in t Mala„ Dat uw Hoogheids Bedienden, die aan boord van de schepen St „baarsch hier nevens. Antonio de Padua en Le Grand Duc de Poscane geweest zijn, Peper en kaneel te koop gepresenteerd hebben, zulx is door de kapitains en kargas zelve verhaald, die hieromtrend geloof verdienen, doch, wijl ik niets zoo hartlijk wensche, als om de vriendschap tusschen uw Hoogheid en de komp: steets te onderhou„ „den; en al wat aan dezelve hinderlijk zijn kan, te vermijden: zoo wil ik uw Hoogheid met deeze verdrietige en onaangenaa „me zaak niet langer vermoeilijken, maar veel meer berusten in uw koninglijk woord en belofte, dat voortaan geen peper aan vreemde Europeesche of Jnlandsche vaartuigen verkocht zal worden. Nopens de Bekruissing heb ik uw Hoogheid reets bij mijn twee voorige brieven voldoende reeden gegeeven, en de Gekommitteerden hebben alles nader geexpliceerd en al kon ik geen ander reeden bijbrengen, waarom ik de vaartuigen voor Alepe heb laaten arresteeren, zoo zoude de peper, die daar in gevonden is, alleen genoeg weezen, dit gedoente te rechtvaardigen. Doch al was geen peper in die vaartuigen geweest: zoo was ik doch bevoegd, dezelven te arresteeren, om reeden, dat zij koetsiem waaren voorbij gegaan, zonder passen genoomen te hebben. Dat zij hiertoe verplicht zijn, erkent uw Hoogheid zelfs, bij zijn brief met deeze woorden: want de gebruiklijke gerechtigheid van passen heeft de kompa„ „nie van haar altoos gevraagd en ook erlangd dus behoeve ik daar geen nader bewijs van bij te brengen. Doch dit diene ik er bij te voegen, dat de komp: om de inlandsche vaartuigen tot deeze verplichting te houden. En om dit haar recht te bewaaren en te doen respekteeren, te meermaalen de stran„ „den heeft laaten bekruissen, zoo als blijkt bij eene meenigte instruksien die ter onzer sekretarije berusten, waarvan ik, om deezen brief niet al te veel uit te breiden maar eenigen, zeeder de laaste vijftig Jaaren, zal aanhaalen. Jn 't Jaar 1735. heeft de Boot vlissinge, quartiermeester Ian Theunisz gekruist van hier zuidwaards tot koilangs Paroe, en bij de instruksie van den 17:e Januari van dat Jaar staat onder an„ „deren duidelijk vermeldt: dat hij quartiermeester de stranden bekruissen en alle vaartui„ „gen die in peper smokkelen, als mede die van 's komp:s passen niet voorzien zijn, herwaards voeren en dat hij de vaartuigen, die hem niet willen gehoorzaamen, door zijn geschut dwingen moet. Jn't Jaar 1743. zijn de Boots, Zwijndrecht en Settua gezonden, de stranden te bekruissen voor Alepe en kakaalang met last, om alle inlandsche vaartuigen, die van de noord naar de zuid zeilden Aanteekening van alle de Vaartuigen die van de Noord te Koetsiem aangekoomen en na Coilang zijn vertrokken en van daar de rug reise na de noord weder over koetsuem hebben genoomen zedert september 1779: tot April 1787:— Ten tijde van den weledelen grootachtbaaren Heer Adriaan Moens. 1779: Een mansjouw van kaliteut na koilan vertrokken, onder opzigt, van den 30 7ber: de marka koenje medien belaaden met 6½ kandijlen, kapok, de kandijl 80: rop: maakt 520. rop=s Nog een Almedie van kalikoet gekomen, en vertrokken onder op zigt van den marka Potten, geladen 1015. N„o 10 en 11:-. zal en

NL-HaNA_1.04.02_3753_0398 view scan ↗

English

and had not called here at Koetsiem, as well as all vessels that were laden with pepper. In the year 1750, the quartermaster, Ian Klaase, cruised with the boat Settua, and was ordered by his instructions to bring in all native vessels that had passed by Koetsiem, and if they would not obey, to compel them thereto with artillery. In the year 1765, the boatswain, Jan Smith, cruised with the smalschip, de Jonge Susanna, from Settua down to Pouka, and the quartermaster Hans Matthijs Berends cruised the beaches between Koetsiem and Porka with the boat Elisabeth, and both were ordered by their instructions to immediately arrest and bring in all vessels that had no passes. I have therefore done nothing in this case other than that which has been customary from of old and since all times, wherefore Your Highness has no reason at all to complain about this cruising and what occurred during it. Your Highness further complains that I have thereby hindered trade in your country; to this it serves to reply that the Regidors are themselves to blame for this, because they admitted the vessels without passes, which they ought not to have done, and that consequently the damage that may have arisen from this is not to be imputed to me, but to them. For the rest, it is most clearly evident that I had no intention to obstruct trade in Your Highness's country, aside from smuggling in pepper and wild cinnamon, which I shall always prevent; for after those same vessels were inspected and had taken passes, I immediately gave them freedom again to depart for Alepe, as Your Highness will certainly have learned. Furthermore, Your Highness says you cannot understand how I have demanded customs duties on goods that the aforesaid merchants had sold and purchased in Your Highness's country. If Your Highness would be pleased to have an investigation made, it will be found that, from ancient times down to the present, all native vessels that have traded between Settua or currently Kranganoor and Koilang have paid customs duties here at Koetsiem on their merchandise sold and repurchased, just as if those goods had been sold and purchased here. And to convince Your Highness further thereof, I append hereto an extract from the customs accounts of former years, containing a multitude of examples that serve as proof of this, whereby Your Highness will thus be convinced that on passing goods that were sold in Your Highness's country, and likewise on products that were purchased in Your Highness's country, customs duty has always been paid here. Numbers 10 and 11. Record of all the vessels that arrived at Koetsiem from the North and departed for Coilang, and from there made the return voyage to the North again via Koetsum, from September 1779 to April 1787. 1779. In the time of the Right Honorable Lord Adriaan Moens. The 30th of September: A manchua departed from Kaliteut for Koilan under the supervision of the Marka Koenje Medien, laden with 6 and a half kandijlen of kapok, the kandijl at 80 rupees, makes 520 rupees. Another almadia arrived from Kalikoet, and departed outward under the supervision of the Marka Lotten, laden 1016. And how can Your Highness find it strange or unreasonable that we demand toll on goods that are not purchased or sold here, but in Your Highness's country, whereas Your Highness takes toll in that very same manner at Tengapatnam on goods that are purchased at Koetsiem and transported with vessels to Tutukorijn and sold there, and likewise from Tutukorijn to Koetsiem? This would surely be much more difficult to understand, that Your Highness takes toll on goods that come from a Company place and go to a Company place, than that we take toll on goods that come from a foreign country or are again transported to a foreign country. However, I only cite this case to convince Your Highness further by your own example that this is not as strange as Your Highness seems to think, and for the rest I do not at all intend to base our right in this matter on the example of Tengapatnam, since it has existed and been exercised at all times, as I have substantiated this with abundant proof. Your Highness will hereby be convinced that it is not within my power to excuse the merchants who come to trade in Your Highness's country from paying the tolls; doing so, I would curtail the right of the Company, which to maintain unblemished is my first and foremost duty. Just as little can I require the Farmer of the revenues to refund the farming moneys that he has enjoyed from the aforementioned goods; far more am I obliged to maintain and assist him in this case, for he bought the revenue farm from the Company on this condition, and is for that reason fully entitled thereto.

Dutch transcription

en hier te koetsiem niet aangeweest waaren, op te brengen, gelijk ook alle vaartuigen, die peper gelaaden hadden. Jn 't jaar 1750. heeft de quartiermeester, Ian Klaase met de Boot settua gekruist, en is bij zijn Jnstruksie gelast geweest„ alle inlandsche vaartuigen, die koetsiem voorbij gegaan waaren op te brengen en als zij niet gehoorzaamen willen, met het ge„ „schut daar toe te dwingen. Jn 't Jaar 1765. heeft de Bootsman, Jan Smith, met het smal„ schip, de Jonge Susanna gekruist, van settua af tot Pouka toe, en de quartiermeester Hans Matthijs Berends heeft met de boot Elisabeth de stranden tusschen Koetsiem en Porka bekruist en beide zijn bij hunne instruksien gelast geweest, alle vaar„ „tuigen, die geen passen hadden, ten eersten te arresteeren en op te Jk heb derhalven in dit geval niets gedaan, dan 't geen van ouds en zeder alle tijden gebruiklijk geweest is, weshalven uwe Hoogheid in het geheel geen reeden heeft, zich over deeze bekruissing en 't geen daarbij voorgevallen is te beklaagen. uw Hoogheid klaagd verder, dat ik hierdoor den handel in zijn land verhinderd heb, hierop diend, dat de Rasiadoors daar zelve schuld aan zijn, wijl zij de vaartuigen zonder passen gead„ „mitteerd hebben, het geen zij niet hadden moeten doen, en dat dus het nadeel, dat hier uit mogt ontstaan zijn, niet aan mij, maar aan henlieden te wijten is. - voor 't ovrige blijkt ten klaarsten, dat ik de intentsie niet gehad hebbe, den handel in uw Hoog„ „heids land te beletten buiten het smokkelen in peper en wilde kaneel het welk ik altijd beletten zal/ want ik heb dezelfde vaartuigen, na datze gevisiteerd waaren en passen genoomen hadden, ten eersten weer vrijheid gegeeven, naar Alepe te vertrek„ „ken, gelijk uwe Hoogheid zeekerlijk vernoomen zal hebben. — wijders zegt uwe Hoogheid, niet begrijpen te kunnen, hoe ik tols ge„ „ rechtigheid heb afgeeischt van goederen, die de meerm: Handelaars in uw Hoogheids land hadden verkocht en ingekogt? wanneer uwe Hoog„ „heid geliefd onderzoek telaaten doen: zoo zal bevonden worden, dat, van al oude tijden af, tot nu toe alle inlandsche vaartuigen die tusschen settua brengen. N„o 10 en 11: -. Aanteekening van alle de Vaartuigen die van de Noord te Koetsiem aangekoomen en na Coilang zijn vertrokken en van daar de rug reise na de noord weder over koetsum hebben genoomen zedert september 1779: tot April 1787:— 1779: Ten tijde van den weledelen groot achtbaaren Heer Adriaan Moens. den 30 7ber: Een mansjouw van kaliteut na koilan vertrokken, onder opzigt, van de marka koenje medien belaaden met 6½ kandijlen, kapok, de kandijl 80: rop: maakt 520. rop=s Nog een Almedie van kalikoet gekomen, en buten vertrokken onder op zigt van den marka Lotten, geladen 1016. /of thans kranganoor/ en koilang handel gedreeven hebben, van hunne verkochte en weder ingekochte koopmanschap eeven zoo wel tot te koet, siem betaald hebben, als of die goederen hier verkocht en ingekocht waaren, en om uwe Hoogheid daarvan nader te overtuigen: zoo voege ik hier bij een uittrekzel uit de totreekeningen van voorige jaaren, behelzende een meenigte exempelen, die hier van tot een bewijs strekken, waar door uwe Hoogheid dus overtuigd zal worden, dat van de voorbij passeerende goederen, die in uw Hoogheidsland verkocht zijn, en zoo ook van de produkten, die in uw Hoogheids land ingekocht zijn, hier altijd de tols gerechtigheid betaald is. En hoe kan uwe Hoogheid het vreemd of onreedelijk vinden, dat wij tol eischen van goederen, die niet hier, maar in uw Hoogheids land ge„ „kogt of verkocht worden, daar uwe Hoogheid op die eigenste wijze tol neemt te Tengapatnam, van goederen, die te koetsiem gekocht zijn, en niet vaartuigen naar Tutukorijn gebragt en daar verkocht worden, en zoo ook van Tutukorijn, naar koetsiem ? Dit zoude immers noch veel moeilijker te begrijpen zijn, dat uwe Hoogheid tol neemt van goederen, die van een kompanies plaats koomen en naar een komp: plaats gaan, als dat wij tol neemen van goederen, die van een vreemd land koomen of wederom naar een vreemd land vervoerd worden. - Jk haale dit geval echter maar alleen aan, om uw Hoogheid door zijn eigen exem„ „pel nader te overtuigen, dat dit zoo vreemd niet is, als uw Hoogheid schijnt te denken, en wil voor het ovrige hierdoor ons recht in deezen geenzints op het voorbeeld van Tengapatnam grondvesten, alzo het zelve ten alle tijde bestaan heeft en geoefend is, zoo als ik dit met overvloedige bewijzen gestaafd hebbe. uw Hoogheid zal hierdoor overtuigd worden, dat het niet in mijn magt is, de Handelaars, die in uw Hoogheids land komen te handelen, van het betaalen van de tollen te exkuseeren, ik zoude dit doende het recht van de komp: verkorten, het welk ongeschonden te bewaaren mijne eerste en voornaamste plicht is. even zoo min kan ik den Pachter vergen, de pacht penningen, die hij van de voormelde goederen genooten heeft, wederom uittekeeren, veel meer ben ik verplicht, hem in dit geval te maintineeren, en behulpzaam te zijn, want hij heeft de pacht op deeze voorwaarde van de komp: gekocht, en is uit dien hoofde daar toe ten vollen gerech= En of „tigd. —

NL-HaNA_1.04.02_3753_0399 view scan ↗

English

And here I must complain about the ingratitude of these merchants, who, after being treated so mercifully here and freed from all punishment, have now furthermore complained to your Highness about the payment of the lease. According to the lease conditions, they had forfeited the entire cargo and in addition the full value thereof as a fine, and this punishment was remitted to them, for which they thanked me most emphatically. Your Highness especially must find this very unreasonable of the Karga Tjadeuje, who indeed had forfeited his entire pepper cargo of two hundred thirty-four packages, and yet was released with only the lease on the sold kapok, and has not even paid lease on the pepper. Furthermore, in response to the request to allow the vessels sailing to your Highness's ports to pass unhindered, it serves to state that it has never been my intention to hinder them, and even less to harm and obstruct trade in your Highness's land, and that everything that occurred before Alepe must be attributed solely to the chiefs of the Bombaras and shibars themselves, who passed this place without taking passes, and I promise your Highness that henceforth the vessels wishing to sail to your ports will not be prevented by us, provided they take passes here and pay the customary tolls, to which they have been obligated from of old, and from which I cannot exempt them, because this is a right that belongs to the company from of old, in which I can make no change. Your Highness has furthermore had me requested verbally through the Commissioners to release the shibars who were detained here under arrest, but I assure your Highness that no shibar or crew of the shibar is kept under arrest here, and that the shibars who were arrested before Alepe and brought here were released the day after their arrival here and received passes to depart again to the south. In response to the request for a portion of the company's merchandise brought from Batavia, it serves in reply that the sugar and the little mace and nutmeg brought this year had already been sold to the company's merchants when your Highness's letter was received. However, in the coming autumn I am willing to cede a portion of the goods we will then receive from Batavia for the same prices the merchants pay for them, provided your Highness takes a proportionate share of all items, for example, if your Highness takes a one-fourth part of the sugar, that your Highness then also takes a one-fourth part of the copper and of the cloves, nutmeg, and mace; this condition is very fair and goes without saying among merchants, because otherwise the company would be left with the goods that are least in demand. I wished to advise your Highness of this beforehand, in order to be able to deliberate upon this all the better. Concerning the stone fort at Aikotte, I am obliged to assure your Highness that between me and your Highness's Minister there was never talk of a stone fort, but rather of a stone battery, as I had the honor to report to your Highness in my letter of the 4th of December last, and the true course of events is this. When the Valiya Sarvadhikariakars of your Highness and of the king of Cochin were in conference with me on the 10th of October last regarding the means of defense in case the Nabob might attack us, they proposed to me to reinforce the fort of Cranganore and the post of Aikotte and the Moetoekoenis; I countered to them that work had been carried out on Cranganore with all might and was still being reinforced daily, that the company in the previous unrest had also incurred heavy expenses on the batteries at Aikotte and the three palisades on the Islands, but that these, being made only of earth and coconut trees, had fallen completely into decay, and that it would not be fair for the company to bear the expenses thereof each time, because those works served for the common defense. To this both Ministers answered that it would then be better if the batteries were erected of stone, and after much discussion back and forth it was decided that your Highness and the king of Cochin would bear the costs thereof, or provide the stones, lime, and further building materials, together with the necessary labor force, and that the company would send its Engineers to lay out and complete the batteries. When my letter concerning this matter was about to be sent to your Highness, they requested to read it, in which I had presented the matter as is written here, but then your Highness's Minister declared that his intention had never been to [illegible] the costs thereof for account... Record of all the vessels that arrived at Cochin from the North and departed for Quilon and from there took their return voyage to the North again via Cochin from September 1779 to April 1787. In the time of the Right Honorable Lord Adriaan Moens. On the 30th of September: A manchua departed from Calicut to Quilon, under the supervision of the marka Koenje Medien, laden with 6½ candies of kapok, the candy at 80 rupees makes 520 rupees. Another Almadia arrived from Calicut and departed for Quilon under the supervision of the marka Lotten, laden for Numbers 10 and 11.

Dutch transcription

En hier moet ik mij beklaagen, over de ondankbaarheid van deeze koop„ „lieden, die, na dat zij hier zoo genadig behandeld en van alle straffe be„ „vrijdt zijn, nu noch over het betaalen van de pacht. bij uwe Hoogheid gedoleerd hebben. — volgens de pacht kondietsie hadden zij de heele lading en daar en boven noch de volle waarde van dezelve tot een boete verbeurd, en deeze straffe is hen geschonken, waar voor zij mij zeer nadruklijk bedankt hebben. Jnzonderheid moet uw Hoogheid dit zeer onreedelijk vinden van den Karga Tjadeuje, die immers zijne heele lading peper van tweehonderd vier en dertig pakken verbeurd had, en echter met de enkelde pacht van de verkochte kapok vrijgelaaten is, en van de peper zelfs niet eens pacht betaald heeft. voorts diend, op het verzoek, om de vaartuigen, die naar uw Hoogheids havens zeilen, onverhinderd te laaten passeeren, dat noit mijn oogmerk geweest is, dezelven te verhinderen, en noch veel minder om den handel in uw Hoogheids land te benadeelen en te stremmen, en dat alles, wat voor Alepe voorgevallen is, alleen aan der Hoofden van de Bombaras en sibaars zelve moet toegeschreeven worden, die deeze plaats voorbij gegaan zijn, zonder passen te neemen, en ik belove uwe Hoogheid, dat ook voor „taan de vaartuigen, die naar uwe Havens zeilen willen, door ons niet zullen belet worden, mits zij alhier passen neemen en de gewoone tollen betaalen, waartoe zij van ouds verplicht zijn, en waar van ik haar niet kan vrij laaten, wijl dit een recht is, het welk de komp: van ouds kompeteerd, waar in ik geene verandering kan maaken uwe Hoogheid heeft mij wijders noch door de Gekommitteerden mon„ „deling laaten verzoeken, de sibaars, die hier in arrest gehouden wier„ „den, te ontslaan, doch ik betuige uw Hoogheid, dat hier geen sibaar of volk van de sibaar in arrest gehouden word, en dat de sibaars, die voor Alepe gearresteerd en hier opgebragt zijn, den dag na hunne aan„ „komst alhier vrij gelaaten zijn, en passen gekreegen hebben, om weer naar de zuid te vertrekken. op het verzoek, om een gedeelte van de koopmanschappen van de komp:, die van Batavia aangebragt worden, diend in antwoord, dat de suiker en de weinige foeli en Nooten, die dit jaar aangebragt is, reets aan de kooplieden van de komp. verkocht was, toen de brief van uwe Hoogheid ontvangen werd. Doch ik wil in 't aanstaande najaar gaarne een gedeelte van de goederen, die wij dan van Bata„ „via krijgen voor dezelfde prijzen afstaan, die de kooplieden daar 1779: 1017. voor betaalen, mits uwe Hoogheid van alle artikels naar proport„ „sie neeme, bij voorbeeld als uw Hoogheid een vierde gedeelte neemt van de suiker, dat uw Hoogheid dan ook neemt een vierde gedeelte van het koper en van de Nagelen, Nooten en foeli- dit beding is zeer billijk en spreekt onder kooplieden van zelve, wijl de kompanie an„ „ders met de goederen, die het minst getrokken zijn, zoude blijven zitten ik heb uw Hoogheid hiervan vooraf willen waarschuwen, om zich hierop te beter te kunnen beraden. Nopens het steene fort te Aikotte ben ik verplicht uwe Hoogheid te verzeekeren, en dat tusschen mij en uw Hoogheids Minister noit van een steene fort gesprooken is, maar wel van een steene batterij, ge„ „lijk ik de eer gehad heb, uw Hoogheid te melden, bij mijn brief van den 4:e xber: Jongstl:, en de waare toedragt is deeze. Toen de Balliasarawadikariakaren van uwe Hoogheid en van den koning van koetsiem op den 10. oktober Jongstl: met mij in konfe„ „rentsie waaren, over de middelen van defensie ingevalle de Nabab„ ons mogt aantasten: zoo sloegen zij mij voor, het fort kranganoor en de post Aikotte en de Moetoekoenis te versterken, ik voerde hen te gemoet, dat aan kranganoor met alle macht gewerkt was, en noch dagelijx meer versterkt wierd, dat de komp: in de voorige onlusten ook zwaare onkosten besteedt had aan de batterijen te Aikotte en de drie paggers op de Eilanden, doch dat dezelven als eenlijk van aarde en klapperboomen gemaakt zijnde, geheel ver„ „vallen waaren, en dat het niet billijk zijn zoude, dat de komp: de onkosten daarvan telkens most draagen, wijl die werken tot de al„ „gemeene defensie dienden. Hierop antwoordeden beide Ministers, dat het dan beter zijn zoude, dat de batterijen van steen opgehaald wierden, en na veel over en wederpraaten werd beslooten, dat uwe Hoogheid en de koning van koetsiem de kosten daarvan draagen, of de steenen kalk en verdere bouwmaterialen, mitsgaders het noodige ar„ „beids volk bezorgen zouden, en dat de komp: haare Jngenieurs zoude zenden, om de batterijen aan te leggen en te voltoien. — Toen mijn brief over deeze zaak aan uwe Hoogheid zoude afgaan, verzochten zij denzelven te leezen, waarbij ik de zaak voorgesteld had, zoo, als hier geschreeven is, doch toen verklaarde de Minister van uwe Hoogheid dat zijne meening noit geweest was, de kosten daarvan voor reek: Aanteekening van alle de Vaartuigen die van de Noord te Koetsiem aangekoomen en na Coilang zijn vertrokken en van daar de rug reise na de noord weder over koetsum hebben genoomen zedert september 1779: tot April 1787:— Ten tijde van den weledelen grootachtbaaren Heer Adriaan Moens. Een mansjouw van kalitut na koilan vertrokken, onder opzigt, van den 30 7ber: de marka koenje medien belaaden met 6½ kandijlen, kapok, de kandijl 80: rop: maakt 520. rop=s Nog een Almedie van kalikoet gekomen, en kailan vertrokken onder op zigt van den marka Lotten, geladen N„o 10 en 11:-. voor van

NL-HaNA_1.04.02_3753_0400 view scan ↗

English

No 10 and 11:- to take from your Highness, and there the matter stalled, and I have had the old batteries at Aikotte somewhat improved again. If in time it should become necessary for those batteries to be built up of stone, and your Highness is willing to supply the stones, lime, and building materials, as well as the necessary workforce for that purpose at your own expense, then this can be done, and I will have the work directed by our engineers. However, under this explicit promise from your Highness that the right of ownership of Aikotte and of the batteries remains fully preserved for the Company, and that your Highness, or the King of Koetsiem, shall not, on that account, arrogate the slightest authority, right, or pretension over Aikotte. In the same manner it was also agreed that the paggers at Moetoekoene, which are completely dilapidated, would be restored by your Highness, and I had already sent our engineer there for that purpose, along with the commanders of Kranganoor and Aikotte, to select the best locations, but this work has also stalled because your Highness's minister later declared he did not dare to consent to it. The request to take the linens, which until now have been delivered by the merchants at Cape Komorijn, henceforth from your Highness yourself does not depend on me, but on the Governor of Ceilon, to whom your Highness please write concerning this. Furthermore, I am very pleased that your Highness intends to come here in two months and speak with me about all these matters, for then I hope to confer with your Highness further on everything and give full clarification, and thereby convince your Highness that I wish with heart and soul to give your Highness every pleasure and render all possible services to you, insofar as this is compatible with my oath and duty by which I am bound to the illustrious Dutch Company. May God preserve your Highness. Below was written: thus translated by me into Malabar, Koetsiem, dated as before. Was signed: J: M: Truijens, sworn translator. Record of all the vessels that arrived from the north at Koetsiem and departed for Coilang, and from there took the return journey north again via Koetsum, from September 1779 to April 1787: In the time of the Right Honorable Adriaan Moens. 1779: On 30 September: A manchua departed from Kaliteut to Koilan under the supervision of the marakkar Koenje Medien, loaded with 6½ candys of kapok, the candy at 80 rupees, makes 520 rupees. Another almadia arrived from Kalikoet and departed for Koilan under the supervision of the marakkar Lotten, loaded with 9 candys of kapok at 80 rupees the candy, makes 720 rupees. 20 October: An almadia arrived from Porka and departed for Kalikoet under the supervision of the marakkar Koestialli, loaded with 8 candys of sugar at 10 rupees. 26 ditto: An almadia belonging to the Moor Moesa of Tallieherie arrived and departed for Koilang under the supervision of the marakkar Markar, loaded with 7 candys of kapok at 91½ rupees the candy, makes 640 rupees. 27 ditto: An almadia belonging to the Moor Koenje Poker arrived from Kalikoet and departed for Koilan under the supervision of the marakkar Koenje Medien, loaded with 8 candys of kapok at 62½ rupees the candy, makes 500 rupees. 4 November: An almadia arrived from Porka and departed for Jellieheri under the supervision of the marakkar Koenje Alli, loaded with 88 chotanas of oil at ¾ rupee the chotana, makes 66 rupees, and one candy of iron in bars for 60 rupees. 1780: On 19 February: An almadia belonging to the Moor Koenje Midien arrived from Kalikoot and departed for Koilan under the supervision of the marakkar Koette Moesa, loaded with 9¾ candys of kapok at 70 rupees the candy, makes 682½ rupees. 20 ditto: An almadia belonging to the Moor Main arrived from Kalikoet and departed for Koilan under the supervision of the marakkar Koetisa, loaded with 9 candys of kapok at 70 rupees the candy, makes 630 rupees, and unloaded at Kalikoilang 6 candys at 60 rupees the candy, makes 420 rupees. Arnold Lunel E. G. Kirk Agreed 0 1 the d No 12.

Dutch transcription

N„o 10 en 11:- van uw Hoogheid te neemen, en daarop is de zaak blijven steeken en ik heb de oude batterijen te Aikotte weer wat laaten verbeeteren. — Jndien het in der tijd mogt noodig worden, dat die batterijen van steen opgemetzeld wierden, en uwe Hoogheid de steenen, kalk en bouw materialien, mits„ gaders het noodige arbeids volk daartoe op zijne kosten leeveren wil: zoo kan zulx geschieden en ik zal het werk door onze Jngenieurs laaten dirigeeren, Doch onder deeze uitdruklijke belofte van uw Hoogheid, dat het recht van eigendom van Aikotte en van de batterijen onverminderd aan de komp: gekonserveerd blijve, en dat uw Hoogheid, of de koning van koetsiem, zich uit dien hoofde geen het minste gezag, recht of pretensie, op Aikotte aanmaatigen. jnzelver voegen was ook afgesprooken, dat de paggers op Moetoekoene, die geheel vervallen zijn, door uw Hoogheid zouden hersteld worden, en ik had reets tot dat einde onzen Jngenieur daarna toegezonden, met de kommandanten van kranganoor en Aikotte, om de beste plaat„ „sen uit te zoeken, doch ook dit werk is blijven steeken, om dat uw Hoogheids Minister zeder betuigde daarin niet te durven bewilli„ Het verzoek om de Lijnwaaten, die tot dus ver door de kooplieden aan de kaap komorijn geleeverd zijn, voortaan van uwe Hoogheid zelve te neemen, dependeerd niet van mij, maar van den Heer Goeverneur van Ceilon, aan wien uw Hoogheid daar over gelieve te schrijven. voorts ben ik zeer verblijdt, dat uwe Hoogheid van voorneemen is, over twee maanden dit heen te komen, en met mij over alle deeze zaaken te spreeken, want dan hoope ik uwe Hoogheid van alles nader te onderhouden en volkome elucidaatsie te geeven en daar door uw Hoogheid te overtuigen, dat ik met hart en ziel wensche uw Hoogheid alle genoegen te geeven en alle mij mogelijke diensten toetebrengen, voor zoo ver dit bestaan kan met mijn eed en plicht, waarmede ik aan de doorluchtige Nederlandsche komp: verbon= „den ben. – God bewaare uw Hoogheid /onderstond/ zoodanig door mij in het mallabaars overgezet koetsiem dato als vooren /was geteekend/ J: M: Truijens gezw: Translateur „gen. Aanteekening van alle de Vaartuigen die van de Noord te Koetsiem aangekoomen en na Coilang zijn vertrokken en van daar de rug reise na de noord weder over koetsum hebben genoomen zedert september 1779: tot April 1787: — Ten tijde van den weledelen groot achtbaaren Heer Adriaan Moens. 1779: Een mansjouw van kaliteut na koilan vertrokken, onder opzigt, van den 30 7ber: de marka koenje medien belaaden met 6½ kandijlen kapok, de kandijl 80: rop: maakt 520. rop=s Nog een Almedie van kalikoet gekomen, en na koilan vertrokken onder opzigt van den marka Lotten, geladen met 9. kand: kapok â 80. rop. 'tkand: maakt 720. rop=s 20. 8ber. Een almedie van porka gekomen en na kalikoet, vertrokken, onder op„ tigt van de marka koestialli geladen met 8. kand: suiker â 10 rop: 26. d=o een almedie toebehoorende den moor Moesa van Tallieherie gekoo„ „men en na koilang vertrokken onder opzigt van de marka„ Markar geladen met 7. kand: kapok 91½ rop thand: maakt 640rop 27: d.o een almedie toebehoorende de moor koenje poker van kalikoet ge„ komen en na koilan vertrokken, onder opzigt van den marka koen„ „je medien, gehaaden met 8. kand: kapok â 62½. rop: tkandijl maakt 500. rop=s „ 4: boemb: Een almedie van porka gekoomen en na Jellieheri vertrokken onder op zigt van den markakoenje alli, gelaaden met 88. Tjodenas oli â ¾. rop: d' sjoten maakt 66. rop:s en een kand: ijser aan staven voor 60. rop: 1780. den 19. feb: Een Almedie toebehoorende den moor koenje Midien, van Kalikoot gekomen en na koilan vertrokken onder opzigt van den marka koette moesa geladen met 94. kand: kapok â 70 rop: t kand: maakt rop=s 682½ rop „ 20. d=o een almedie toebehoorende den moor Main van kalikoet gekomen en na koilan vertrokken onder op zigt van den marka koetisa, gelaaden met 9: kand: kapok â 70. rop: 't kand: maakt 630 rop=s en op Kalikoi„ lang gelost 6. kand: a 60 rop=s tkand: maakt 420. rop=s. Arnold Lunel E. G. Kirk Akfordeerd 0 1 den d N:o 12.

NL-HaNA_1.04.02_3753_0401 view scan ↗

English

1019. at 15 rop: per 1000 is 18 rop:s, 2 sjodenas coconut oil at 1 1/4 rop per sjodena is 2 1/2 rop:s, 8 pots with jaggery sugar, 2000 fresh areca nuts for 4 rop:s, 1 kandil tamarind for 5 rop:s and 10 dozen playing cards for 10 rops 1st January: An almadia belonging to the Moorish Koenje Amadoe arrived from Kalikoet and departed for Porka under the supervision of the marakkar Koenhoesa, laden with 12 1/4 kand: kapok at 70 rop: the kand:s makes 892 1/2 rop the 7th of March: A balang arrived from Koilang and departed for Jellicheri under the supervision of the marakkar Andre, laden with 1 1/2 kand:l jaggery at 14 rop:s the kand: is rop:s 21, 1500 coconuts at 14 rop: the 1000 pieces makes 21 rop:s and 200 baskets of Manapaar onions for 8 rop:s 17th ditto: An almadia belonging to the Moorish Koijma Mocajie arrived from Kalikoet and departed for Koilan under the supervision of the marakkar Potten, laden with 9 1/2 kand: kapok at 70 rop:s the kand: makes 665 rop:s ditto: A balang arrived from Koilang and departed for Jelliehori under the supervision of the marakkar Joze, laden with 1 1/2 kand: jaggery at 14 1/2 rop:s the kand:s rops 22 and 500 pieces coconuts for 7 rop. the 19th ditto: A balang arrived from Koilang and departed for Tellicheri under the supervision of the marakkar Pedro, laden with 6 kand: tamarind at 5 rop:s the kand:s makes 30 rop, 2 kand:s jaggery sugar at 11 1/4 rop:s the kand:s makes 22 1/2 rop:s, and 50 bunches of bananas for 7 1/2 rop:s A balang arrived from Ansjengo and departed for Tellicheri under the supervision of the marakkar Manuel, laden at Kalikoilang with 1 kand: jaggery sugar for 16 rop and 4300 fresh areca nuts for 6 rop:s the 25th ditto: A balang arrived from Koilang and departed for Tellecheri under the supervision of the marakkar Andre, laden with 10 bunches of bananas for 2 rop:s and 1/2 kand:s jaggery sugar for 7 rop:s A balang arrived from Tellecheri and departed for Koilang under the supervision of the marakkar Antoni, laden with 20 sjodenas coconut oil for 20, 1000 pieces coconuts at 12 1/2 rop: the 1000 pieces, and 1 1/2 kand: jaggery sugar at 12 rop:s the 1 kand:l makes 18 rop:s the 6th of February: A balang arrived from Porka and departed for Tellicheri under the supervision of the marakkar Franciskoe, laden with 2 1/2 kand: jaggery sugar at 12 rop:s the kand: makes 30 rop:s A balang arrived from Jellecheri and departed for Koilan under the supervision of the marakkar Saviel, laden with 1000 pieces coconuts for 15 rop:s, 10 sjodenas oil for 10 rops, 1 1/4 kands jaggery sugar for 17 1/2 rop:s, 5 baskets of Manapaar onions for 2 rop:s and 2 pots of sugar for 2 rop:s 9th ditto: A balang arrived from Koilang and departed for Tellicherie under the supervision of the marakkar Antonie, laden with 4 kand: tamarind at 5 rop: the kand: makes 20 rop:s, 1 1/4 kand:l jaggery sugar at 12 rop: the kand:l makes 15 rop:, 5000 fresh areca nuts 5 rop: and 800 coconuts for 10 rop: 5th April: A thoni arrived from Koilang and departed for Jellicheri under the supervision of the marakkar Sooij, laden with 25 sjodenas coconut oil for 25 rops, 500 coconuts for 6 1/4 rops: and 3 pots of sugar for 2 rops 17th ditto: A balang arrived from Koilang and departed for Tellicheri under the supervision of the marakkar Antoni, laden with 1 1/2 kand: jaggery sugar at 13 rop: the 1 kand:l makes 19 1/2 rop, 100 baskets of Manapaar onions for 4 rop, 500 coconuts for 7 rop, 2 sjodenas oil for 2 rop. In the time of the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, 1785; the 24th December: A manchua arrived from Janoor under the supervision of the marakkar Toemba, laden with 856 paras of paddy for 150 rop:s A balang arrived from Koilang and departed for Tellecheri under the supervision of the marakkar Batti, laden with 1 kand:l jaggery for 14 rop: and 1 kand: tamarind for 6 rop:s. 1786. the 4th January: An almadia arrived from Kalikoet and departed for Koilan, belonging to the Moorish Koesti, under the supervision of the marakkar Koenjerain, laden with 27 3/4 kandils of kapok, the kand:l at 90 rop:s makes rop:s 2497 1/2. A balang arrived from Koilang and departed for Jellicheri under the supervision of the marakkar Antoni, laden with 1/2 kandil tamarind for 3 rop:s and 3/4 kand: jaggery sugar for 10 1/2 rop:s. the 22nd February: An almadia arrived from Tallicheri and departed for Kalikoilang, belonging to Denerja, under the supervision of the marakkar Abaul Kader, laden with 22 1/2 kand:l kapok at 90 rop:s the 1 kand:l is rop:s 2025. A balang arrived from Koilang and departed for Tellicheri under the supervision of the marakkar Brito, laden with 4000 pieces fresh areca nuts for 4 rop:s, 1 1/2 kand: jaggery sugar for 17 rop:s, 300 pieces coconuts for 4 rop: and 16 sjodenas coconut oil at 1 1/2 rop:s the sjodenas makes 24 rop:s the 4th March: Three balangs arrived from Koilang and departed for Tellicheri under the supervision of the marakkars Batti, Antoni, and Thome, laden with 5 1/4 kand: jaggery sugar at 14 rop: the kand:s makes 73 1/2 rop, 1200 pieces coconuts at 15 rop. 20th April: From Porka across the river arrived 2 balangs belonging to a Moor, laden with 160 pieces of Manapaar chintz linen costing 640 rop:s 24th March: A manchua arrived from Parpanagaddi and departed for Porka, belonging to to speak of matters, for then I hope to confer further with Your Highness and to give complete elucidation and thereby to convince Your Highness that I wish with heart and soul to give Your Highness every satisfaction and to render all possible services to me, in so far as this may be consistent with my oath and duty, by which I am bound to the illustrious Dutch Company. – May God preserve Your Highness. Below was written: thus translated by me into the Malabar language, Cochin, dated as above. Signed: J: M: Truijens, Sworn Translator. Agreed, Arnold Lunel E. G. Kirk No 12.

Dutch transcription

1019. â 15. rop: d' 1000. is 18. rop:s 2. sjodenas kokus olij â 114: rop d' sjodena is 2½. rop:s 8 potten met Jager suiker 2000. versche arreek voor 4 rop„s 1 kand„l 1/den Jann: Een almedie toebehooren de den moor koenje amadoe van Kalikoet tammerinde voor 5. rop:s en 10 dozijn speelkaarten voor 10 rops gekomen en na porka vertrokken onder opzigt van den marka koen„ den 7 Maart Een Ballang van koilang gekomen, en na Jellicheri vertrokken onder opzigt van „hoesa, geladen met 12: 4: kand: kapok â 70. Cop: 1t kand=s maakt 892½ rop den marka Andre, geladen met 1½ kand:l gager â 14: rop:s tand: is rop:s 21 17: d:o Een Almedie toebehoorende den moor koijma mocajie van kalikoet gekomen 1500 klappus â 14: rop: d'1000 p:s maakt 21. rop:s en 200 korven manana„ en na koilan vertrokken onderzigt van den marka potten gelaaden met 9½ kand. kapok â 70 rop:s 'tkand: maakt 665. rop=sƒ paars uijen voor 8 rop=s d. een ballang van koilang gekomen en na Jelliehori vertrokken onder opzigt den 19 d=o een balang van koilang gekomen en na Tellicheri vertrokken onder van de marka Joze gelaaden met 1½ kand: Jager kana â 14½ rop:s t kand:s rops 22. op zigt van den manka pedro geladen met 6: kand: Tammerende a 5 rop=s en 500: p:s klappus voor 7 rop. '1 kond:s maakt 30 rop, 2. kant: s Jager suiker â 11¼. rop.:s Mkand:s maakt een ballong van Ansjengo gekomen en na Tellicheri vertrokken onder op 22½. rop=s in 50 bossen pisang voor 7½ rop=s zigt van den marka Manuel, op Kalikoilang geladen 1. kand: Jager suiker voor „ 25. d=o. Een Ballang van Koilang gekoomen en na Tellecheri vertrokken onder ƒ 16. rop en 4. 300. versche arreek voor 6. rop:s e op zigt van den Marka Andre geladen met 10. bossen pisang voor „ een ballong van Tellecheri gekomen en na koilang vertrokken onder opzigt 2 rop=s en 4. kand:s Jager suiker voor 7. rop=s . van den marka Antoni geladen met 20 spo den kokus olij voor 20, 1000 ps den 6fed=n Een Ballang van Dorka gekomen en na Tellicheri vertrokken onder klappus â 12. ½ rop: d' 1000 p:s en1½ kand: Jager sinker â 12 rop„s 1: kand=l op zigt van den manka fran ciskoe geladen met 2½. kand: Jager suiker â 12. rop=s 'tkand= maakt 30 rop=s maakt 18: rop:s „ een balong van Jellecheri gekomen en na koilan verkrokken onder op zigt 9: d=o Een baslong van koilang gekomen en na Tellicherie vertrokken onder van den marka saviel geladen met 1000 p:s klappus voor 15. rop:s 10: Tjobenas 18 opzigt van den marka Antonie geladen met 4. kand: Jammerinde olij voor 10 rops 114. kands Jager suiker voor 17½ rop:s, 5 korven mana„ â 5. kop: tkand: maakt 20. rop. s 1 1/¼: kand=l Jager suiker â 12. rop: fkand=l paars uijen voor 2: rop:s e. 2: potten suiker voor 2. rop:s maakt 15. rop: 5000. versche areek 5. rop: en 800: - kokns nooten voor 10: rop: 5. april Een Thonie van koilang gekomen en na Jellicheri vertrokken onder opzigt „ 17. d=o lon balong van koilang gekomen en na Tellicheri vertrokken onder op„ van den marka Sooij, gelaaden met 25. Tjodenas kokins olij voor zigt van den marka Antoni geladen met 1.½ kand: Jager sinker a 13. Cop: 25 rops 500: kopis nooten voor 6¼. rops: en 3 protten suiker voor 2 rops — 1 kand:l maakt 19½. rop, 100 korven manapaarse uijen voor 4. rop. 500 kokins nooten voor 7. kop- , 2. Jodenas olij voor 2. rop. Ten tijde van den weled: Groot achtb Heer Johan Gerard van Angelbeek een Balong van Roilang gekomen en na Sellechevi Vertrokken onder op zijn, 785; den 24: decemb: Eon Mansjoe van Janoor gekomen onder opzigt van den marka Toemba van den marka Batti geladen met 1. kand:l Jager voor 14. rop: 3 1: kand sam„ gelaaden met 856 parras nelij voor 150 rop=s 1 mevinde voor 6: rop=s. 1786. den 4. Jann: Een Almedie van kalikoet gekomen en na koilan vertrokken toebehoorende een balong van koilang gekomen en na Jellicheri vertrokken onder op„ den moorsen koesti, onder op zigt van den marka koen Jerain Gelaaden met 27. 14 kan„ zigt, van den marka Antoni geladen met ½2. kandije sammerinde voor 3 rop„s 3 „dijlen kapok 't kand:l tegens 90. rop:s maakt rop:s 2497½. ¼. kant Jager suiker voor 10½. rop=s. „ den 22. feb:r Een almedie van Tallicheri gekomen en na Kalikoilang vertrokken, toebehooren, Een balong van koilang gekomen en na Tellicheri vertrokken onder op zigt, „de aan Denerja, onder opzigt van den marka Abaul kader gelaaden met van den marka Brito gelaaden met 4000 p:s versche arreek voor 4. rop:s — ½. 22½ kand:l kapok â 90 rop. s 1 kand:l is nop:s 2025. - kand: Jager sinker voor 17. rop. s , 300. p:s klappus voor 4 rop: en 16. sjodenas kokus den 4. Maart Drie ballongs van koilang gekomen en na Tellicheri vertrokken onder „ 20 April van Porka over rivier gekomen 2 balangs toebehoorende eene moor, gelaa„ oli â 1½. rop=s d' Tjodenas maakt 24. rop:s e 9 ƒ den met 160. stux manapaors kaatjes linnen kosten 640 rop=s 24 Maart een Mansjoe van parpanagaddi gekomen en na Porka vertrokken toebe¬ opzigt van den markas Batti, Antoni en Thome gelaaden met 5¼: kand:t Jager sinker â 14: rop: t kand:s maakt 73.½. dop 1200 p=s klappus a 15 rop. zaaken te spreeken, want dan hoope ik uwe Hoogheid van nader te onderhouden en volkome elucidaatsie te geeven en daar door uw Hoogheid te overtuigen, dat ik met hart en ziel wenschen uw Hoogheid alle genoegen te geeven en alle mij mogelijke diensten toetebrengen, voor zoo ver dit bestaan kan met mijn eed en plicht, waarmede ik aan de doorluchtige Nederlandsche komp: verbon= „den ben. – God bewaare uw Hoogheid /onderstond/ zoodanig door mij in het mallabaars overgezet koetsiem dato als vooren /was geteekend/ J: M: Truijens gezw: Translateur Arnold Lunel E. G. Kirk Akkordeerd, hoorende, 7 over vo No 12. 3

← previousnext →