VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3783

Coromandel · 196 pages · 60 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3783_0078 view scan ↗

English

passed, for one cannot claim any rights over another man's territory, but only over one's own. Since the English do not dispute this with us at Iaggernaykpoeram within our limits there, their remark that the provision in the parwannas cannot be construed to contain an authority to levy tolls requires no further reflection. Having thereby subjected our Iaggernaykpoeram letters of grant to examination, I find that they are of no help to us at all in proving the ownership of the river Oepoe Caliva, and therefore I think that in the reply to the English one should mention them as sparingly as possible, so as not to be attacked with our own weapons; for 1st, in the donation by the owner or, as he calls himself, the founder, which distinction deserves attention, of the hamlet, a gift of a river and the mouth of a river does indeed appear, but without specification. The 5th of January 1788. That very document says expressly that the extent of that hamlet northward was up to the river. This is the Oepoe kalwa, and it was thus not granted along with it. The 5th of January 1788. 3rd, The cowls or parwannas of the Nabab expressly name the river of Toringie or Souvingie, and 4th, The document of the despandiaar determines our limits there in the same manner as the deed of gift of the founder of Iaggernaykpoeram, that is from and up to the Oepoe Caliva. One might express oneself more clearly, but one could not purposely draw up papers that could be more detrimental to our ownership of the river in question, and they will directly contradict that ownership as long as one cannot prove, contrary to the nature of language and in spite of common sense, that the expressions from and up to a boundary mean the inclusion of that boundary. This exposition seems not to differ much, or rather actually differs not at all from a document written deliberately in favor of our opposing party. I confess it from the heart, but I cannot help it. It is not in my power to alter the clear contents of public charters. And thus to force a meaning in our favor by a far-fetched distortion devoid of all semblance of truth is as little the way of thinking of any member of this assembly as it is mine, and which would also produce nothing but a useless exposure of ourselves. Where one must stand one's ground, one must, in order to do so with success, examine one's means well, and when they have no strength, not dissemble their weakness to oneself. The 5th of January 1788. It is useless now to rack one's brains with guesses as to how our people of that time could have been satisfied with such papers, which in the matter of the river now being disputed are not only invalid but even contradictory, and at the same time proceed to take possession of that river contrary to their manifested contents. This has happened nevertheless, and the action must have been lawful, however contradictory it may now appear. Were it not so, it would have been, I will not say astonishing, no, it would have been completely and naturally impossible for such an inconsistency to have passed, when the matter, which was not negotiated in secret, was still fresh, without heavy opposition from people, or rather rulers, who were not only prejudiced by it, but through their deference to it brought burdens upon themselves and withheld advantages from themselves, which from the very beginning, from those charters, could just as little be proved as now that they had been deprived of them by any legislative power or privileges derived therefrom. The 5th of January 1788. This matter deserves further consideration and must, in my opinion, provide one of the primary proofs of our ownership of the river, which, even if we were to lose it, I remain convinced myself and will always maintain was in actual intention given to the Company and therefore rightfully belongs to it, and it will thus be of use later. From this declared view of mine, I trust the assembly will certainly establish that I have not with effort and vexation researched so much, and with even more effort, for my thumb still will not work as needed, written so diffusely, merely to say: that since the deed of gift, the survey deed, if I may call them that, and cowls or parwannas, and thus all written evidence, are clearer than light against us, we now have nothing else to do than to surrender our right to that river, and thus declare ourselves, for it would look somewhat like it, as usurpers during a series of more than fifty years. I am so far removed from this, that I

Dutch transcription

C.7 gpasseerd, want men kan geene regten vor ren op een ander mans territoir, maar al op zijn eijge. De Engelschen ons dit te sagger naijkpoeram binnen onse limieten aldaar niet betwistende, zo vorderd hunne aanmerking Dat de beppaling bij de parwannas niet kan ge construeerd werden te behelsen een gezag om tollen te heffen: Geene verdere reflectie Hier meede onse Iaggernaykpoeramsche gunst brieven onder Censure gebragt hebbende, zo bevinde ik; dat ze ons maar geheel niet te staa„ de komen tot bewijs van den Eijgendom der re„ vier Oepoe Caliva, en daarom denke ik, dat men bij het replicq aan de Engelschen 300 spaar zaam als mogelijk is van dezelve diend te ge„ wagen, om niet met onze eijge wapene te kere gegaan te worden; want 1:o komt bij de donatie door den Eygenaar /(of zo als hy zig noemd, aanlagger, dat on„ der scheijding verdiend / van het gehugt wel een geschenk van een revier en mond van een revier voor, maar zonder bepaling Den 5e Januarij 1788. zagd dat eijge document uijtdrukkelijk de uijtgestrektheijd van dat gehugt was Noordwaards is tot aan de revier. Deese is de Oepoe kalwa, en is dus niet meede geschonken Den 5 Januarij 1788. 3=teo De Cauls /. parwannas:/ van den Nabab noemen uijtdrukkelik de revier van Toringie of Souvingie, en 4:te Zo bepaald het geschrift van den despan„ diaar onse Limieten aldaar in gelyker voege als de gift brief van den aanlegger van Iaggernayk pm dat is van en tot aan de oepoe Caliva Men mogt zig duijdelyker uytdrukken, maar men zoude met opzet al geen papieren kunnen opstellen, die nadeliger voor onzen Eygendom van de Revier in questie kunnen zijn. en zij zullen die eijgendom regtstreeks blijven tegen spreeken, zoo lang men tegen den aart der taal, en in weerwil van het gezond verstand niet kan probeeren, dat de uijtdruk„ kingen van, en tot aan een bepaling, een in sluijting van die bepaling betekenen Deeze Expositie schijnt niet veel te ver„ schillen, of liever verschild in der daad niets van een stuk, met opzet in voordeel van onze Contra parthij geschreeven. Ik bekenne het van harten, maar ik kan het niet helpen. Het is in mijne magt niet om een duijdelijken in„ houd van publicque Chartres te veranderen. En za door een vergezogte, en van alle schin van waarheijd ontblote verwringing een zin in ons voordeel optedringen, is zo min de denk„ wijze van ieder Lid deezer vergadering, als het welke. 68 Den 5e Januarij 1788. het de mijne is, en het welk ook niet als een nutteloose ten toonstelling van o zelve zoude uijtwerken. Daar men voet by het stuk moet zetten, moet men om zulks met succes te doen, zijne middelen wel Exami neeren, en wanneer ze geen sterkte hebben derzelver zwakheijd voor zig zelve niet ont„ vrijnsen. Het is nutteloos zig nu het hoofd te brae„ ken met gissingen, hoe onze lieden van die tijd zig met, zulke /: in het stuk van de nu betwest werdende revier /niet alleen kragteloose maar zelfs strijdige papieren hebben laaten vergenoegen, en te gelijk tegen derzelver gemanifesteerden in houd possessie van die revier gaan neemen. Dit is egter geschied, en de actie moet wettig geweest zijn, hoe tegenstrijdig zij nu voor kome waara het zo niet, zo was het, ik wil niet zeggen te verwonderen, neen! het was vol„ strekt, en uijt de natuur onmogelyk geweest dat zulk een contrarieteijt, toen de zaak die niet in petto getracteerd is, nog ver was zoude hebben kunnen doorgaan der hevige tegenkanting van menschen wel regenten, die daar door niet alleen vo benadeeld wierden, maar door hunne d rentie daar aan zig zelve lasten of den Den 5 Januarij 1788. gehaald en voordeelen, onthouden hebben, die men van den beginne af aan / uijt die Char„ tres :/ even min als nu bewijzen konde, dat hen door eenige wet geevende magt of daar van afgevloeijde previlegien ontrokken waaren. Dit stuk verdiend nadere overweging en moet na mijn gedagte geen van de minste bewijzen onzer eijgendom op de revier (die ik, al moesten wij ze missen mij zelve over„ tuijgd houde, en althoos zal houden dat de Comp=ie in dadelijke mening geschonken is, en dus te regt toekomt :/ uijtleveren, en zal dus nader te passe komen. Uijt dit mijn gedeclareerd denkbeeld zal de vergadering, vertrouwe ik, wel vast stellen, dat ik met moeijte en verdried zoo veel niet nageslagen, en met nog meer moeij te /.want mine duijm wil nog niet zo als nodig is :/ zo wijdlugtig geschreeven hebbe om alleen te zeggen: dat wij, daar de gift brief, de meet brief /:dat ik ze zo eens noeme: / en Cauls /. of parwannas:/ en dus alle schriftelijke bewijzen luce Clarior tegen ons zijn, nu niets anders hebben te doen, dan ons regt op die revier aftestaan, en dus ons zelve /:want het zoude 'er wel wat na gelijken als usurpateurs geduurende een reeks van meer dan vijftig Iaaren te verklaaren. Ik ben hier van zo verwijderd, dat ik 'er gehaald met een m

NL-HaNA_1.04.02_3783_0080 view scan ↗

English

69 The 5th of January 1788. The 5th of January 1788 constitutes a point of the greatest importance to maintain our right to that river. The undisturbed and free use thereof is in all respects so indispensable that without it our establishment loses most of its value. To be convinced of this, one need only compare the last lease with that of the previous year. This is now less by N: N. Page: 480, now that the river is merely in dispute; and one can calculate from this to what small amount that income would be reduced if one had to give it up entirely. I say nothing of the disadvantages to trade itself, and the obstacles in unloading and loading, because while we now arbitrarily dispose of the chialengen and their crews, who all live in our village and are under our authority, one would continually have to ask for them from the party who will hold ownership of the river. Apart from all of which one cannot doubt that a number of private English traders would very soon settle there, in order to deal the death blow to the Company's trade both in purchases and sales. One sees therefore how important that river or stream Oepoe Calwa is, and that we must employ everything we can to maintain our right to it. To do so, one usually and very naturally makes use of, and appeals to, the charter letters, which have even been regarded for so long as a palladium, and in which a force is repeatedly placed that they often lack. This has become apparent to me more than once during the course of my service both on this coast and elsewhere. I for my part knew that this was the case with those concerning Iaggernaijkpoeram or actually the river, and I was aware of the desire which some Englishmen had shown to me to call our right into question and to play the river out of our hands, which circumstance also gave rise to the writing to the secunde De Ravallet of the secret letter of the 14th of July 1785; for at that time I imagined that this matter would have been brought up by the English during the restitution of the place, as I am still of the opinion that if they believed they had a right to the river, or at least could overthrow ours, that was the time to do so. Since then, in my opinion, the written privileges cannot be cited with any success, 70 The 5th of January 1788 one must look for other proofs, and I judge that probability and legitimate conclusions, which ought to find acceptance among reasonable people who do not stop to split hairs, will be able to furnish such proofs as border very closely upon the truth itself, and which I for my part cannot fail to recognize as such. Let us now see what advantage one can derive from probabilities and reasonable consequences. The first probability is that the river Oepoe Calwa was genuinely gifted to us, but that an error occurred in the cowls of that time, which was not noticed by the junior merchant Vrijmoet, who in this case cannot be completely acquitted of inattentiveness, or which he deemed unnecessary to have redressed, surely because he was aware of the reality of the gift, which I in my private opinion also believe as firmly as a mathematically proven truth: Firstly, because a river and its mouth were genuinely gifted, and secondly, because both the nature and the definition of the hamlet gifted there cannot possibly admit any other, as within the definition of those limits, apart from that river, there is nothing, nor has there ever been anything, that resembles a river or even the smallest stream. The nearest river on the south side is that of Solingie, which, as has been said above, flows half a mile away and beyond our boundary markers. From this well-tested truth flows the strong conclusion that the donation of a river and its mouth for the convenience of trade, as the papers express it, if one refuses to recognize the Oepoe Kalwa as such, would have been a superfluous and ridiculous transaction, which would indicate such an extreme foolishness in both the grantor and the grantee that one must not attribute it to people who do not yet deserve to be locked up; for the giver would be making a gift of a river that was outside his territory and which he had no right to give, and the recipient would, notably for the convenience of his trade, have accepted one where, even had the Solingie River then been navigable, he could have derived no benefit, because he was not permitted any authority whatsoever

Dutch transcription

69 Den 5 Januarij 1788. Den 5e Januarij 1788 een poinct van het grootste belang uijtmake regt op die revier te moeten staande houden Het ongestoorde, en vrije gebruijk van dezelv is in allen op zigte zo onontbeeklijk, dat ons Etablissement zonder dezelve zijne meeste waa de verliest. Om hier van overtuijgt te zijn vergelyke men maar eens de laatste verpag ting tegen de voorIaarige. Deeze is nu min„ der N: N. Pag: 480. , nu de revier nog maak in geschil staat, en men Calculere hier uijt tot hoe weijnig die inkomste zoude gereduceerd wer„ den, als men ze geheel moest ofgeeven. Ik gezwijge van de nadeelen aan den handel zel ve, en de hindernissen en het lossen en laa„ den, want daar wij nu arbitrair beschik„ ken over de chialengen; en dier manschappen die alle in ons dorp woonen, en onder ons gezag staan, zo zoude men dezelve van die welke den eijgendom der revier zal hebben telkens moeten vraagen. Buijten al het welke men niet twijffelen mag, dat zig geen aantal van Engelschen particulie re handelaars zeer spoedig aldaar zoude ne der zetten, om den doodsteek aan s Com handel zo in in - als verkoop te geeve Men hiet dus van welke aangelegen heijd die Revier of spruijt Oepoe Cal is, en dat wij alles wat wij kunnen aanwenden om ons regt op dezelve staande Om zulks te doen, bediend men zig gewoonlik, en zeer natuurlijk van, en be„ roept zig op de voorregt brieven, die men zelfs zo lang als een palladum beschoud heeft, en in welke te meermaalen een kragt gesteld word, die zij dikwils ontbeeren, Dit is mij meer dan eens geduurende den loop van mijne dienst zo op deese kust, als elders gebleken. Ik voor my wist dat dit het geval was met die, welke Iag„ gernaijkpoeram of eijgentlijk de revier raa„ ken, en ik was bewust van de lust, die sommige Engelschen mij wel hadden laaten blijken om ons regt in twyfel te trekken, en ons de revier uijt de hand te speelen het geen dan ook aanleijding heeft gegeeven tot het schrijven aan den secunde De Ra„ vallet van den secreeten brief van den 14. e Iuly 1785., want toen verbeelde ik mij dat dit stuk bij de restitutie van de plaats door de Engelschen zoude op den baan zijn ge bragt, gelyk ik nog van oordeel ben dat wanneer zij vermeenden regt op de revier te hebben, of ten minsten het onze te kunnen om verre werpen, het toen„ maals de tijd daar toe waare geweest. Daar dan na mijne opinie de schrif„ telijke voorregten met geen succes kunnen te houden. te aangevoerd d 70 Den 5e January 1788 aangevoerd werden, moet men na ander bewyzen omzien, en ik oordeele, dat de waar schijnlykheijd, en wettige gevolg trek kingen, die bij redelyke lieden, welke zig niet ophouden om maar knoopen in biezen te zoeken, ingang moeten vinden zodanige bewijzen zullen kunnen four naeren, die zeer na bij aan de waarheijd zelve grensen, en ik /:voor mij :/ niet kan nalaten 'er voor te erkennen Laat ons nu zien, wat voordeel men uijt de waarschijnelykheijden, en reden matige gevolgen kan haalen De eerste waarschijnlykheijd is, dat de revier oepoe Calwa ons reëël geschonken is, dog dat 'er bij de Cauwls van die tijdt vergissing plaats heeft, welke door den on„ der koopman vrijmoet /:die men in dit geval niet volkomen van oplettenheijd kan vrij plijten :/ niet is opgemerkt, of welke hij onnodig geagt heeft te laaten redresseeren, zeker, dewijl hij bewust was van de reali„ teit der gifte, welke ik in mijn by zonder denkbeeld meede zoo vast gelove, als een wiskunstig beweezen waarheijd. r:=mo Om dat reëel een revier, en dies mond geschonken zyn, en 2:e Om dat zoo wal de natuur als de bepaling van het daar Den 5 Januarij 1788. geschonken gehugt met geen mogelykheijd een andere kan admitteeren, alzoo er binnen de bepaling van die limieten buijten die re„ vier niets is, of ooijt geweest is, dat na een Revier, of zelfs het minste spruijtje— zweemd. De naatste revier aan de Zuijd kant is die van Solingie, welke als boven raats gezegd is, een halve mijl, en buijten onze grenspalen stroomd Uijt deeze proefhoudende waarheijd vloeijd het dugtig gevolg, dat de schenking van een revier, en dies mond tot gemak van den han„ del, gelijk de papieren het uijtdrukken wanneer men de Oepoe Kalwa daar voor niet wil erkennen, een overtollige en belag gelijke transactie zoude geweest zijn, wel„ ke een zo verregaande divaasheijd beijde in den schenker, en den beschonkene zoude aanduijden dat men die niet mag opdringen aan lieden, die nog niet ver dienen opgeslooten te werden; want de geever zoude een geschenk doen van een re vier, die buijten zijn territoir was, en daar hij geen geeven aan hadde, en den begiftig„ de Goude NB: tot gemak voor zijne han„ del er een hebben aangenoomen, daar hij al waare de Solingische Revier toen bevaar„ baar geweest, geen nut korde hebben, om dat hij er geen gezag, hoe genaamd, vermogt geschonken

NL-HaNA_1.04.02_3783_0082 view scan ↗

English

71 The 5th January 1788. to exercise. May one moreover pose the question whether it could have entered a sane mind to solicit or accept a river for the unloading or loading of goods, which one would have to have carried half a mile far by men in order to store them in one's warehouse, while one has a more suitable one lying right beside one! Let no one say that they did not want to cede the latter, or I reply that one would then have renounced the entire gift of a hamlet, at that time still mostly uncultivated, as useless for the purpose for which it had been requested. This above alone is a powerful proof of our ownership. And as if it were not enough, I shall bring forward another argument that is derived from another principle, namely from that of self-interest and authority, which is generally observed and fondly cherished. Let someone convince me, then, whether any probability is to be found, or even to be supposed, that anyone, accustomed to drawing the revenues from and exercising authority over a river, as the Radja of Pettapoer /: or whoever it may have been, under whom those districts then belonged :/ did, would cede such advantages and preeminences without the slightest opposition to another person of his own nation, or even to his relatives, not to speak of a stranger, who can produce no other claim to it than letters of favor which diametrically contradict that claim. No one, I believe, will undertake to reconcile this with the conduct of any human being, even of the most accommodating nature, or with the ordinary actions of men in general. Yet this is what the Radja of Pettapoer did from the beginning, for with regard to the revenues of the river, he permitted the Company to enjoy them from everyone, even his own subjects, and the Company did not collect them in secret, no indeed, it leased them out successively in public for as much time as it saw fit. And regarding the exercise of authority over the river, and the chaloupes, with their boatmen, who are also all the Company's inhabitants, no one, not even the Radja of Pettapoer, under whom Kakinara may yet 722 The 5th January 1788. The 5th January 1788. belong, ever used any boat or man without permission having been asked in advance and granted by the Chief of Iaggernaijkpoeram. From this it appears as clear as bright day that everyone, from the beginning when the Company came into possession of that establishment, recognized the legitimacy of Her Honors' right to the Oepoe Calwa, and that thus no river of Toringie, Souvingie, Solingie, or whatever one wishes to call it, came into consideration, of which we also never made use, nor were permitted to make use by virtue of any right; from which it consequently again stands confirmed that the intention of the giver, and the gift itself, was the Oepoe Calwa, although the papers, by what accident one cannot now know, mistakenly make mention of another. It is not beyond probable conjecture that this general recognition, joined with his own awareness, will have made the junior merchant Vrymoet judge an alteration in those papers to be unnecessary. If these matters, which happened before the eyes of the whole world, cannot hold the place of proof, I do not know what constitutes a proof drawn from irrefutable, historical actions: Thirdly: A peaceful possession, and an exercise of the rights of the river never interrupted except by the latest war, and even then only temporarily, during more than 50 years, which has always been recognized and never troubled by those who could be deemed to have been disadvantaged by the transfer of that possession to the Company, and who would not have left Her Honors in the enjoyment of it if they could have found even a semblance of a pretext, completely closes the door to all contradiction of our ownership; for a possession of a third of a century, or 33 1/3 years, is according to our laws a complete prescription with regard to immovable property. Fourthly, one may freely accept as proof that the Oepoe Calwa belongs to Iaggernaijkpoeram and not to Kakinara, that after taking our garrisons on this coast in 1781, the English left Iaggernaikpoeram to Mahaij Patrauw, Radja of Pettapoer, who died now in this year and under whom Kakinara belonged, who [leased] our territory again /: after his first lease during one year to a Brahmin :/ to Batjoe Tieroewengelam

Dutch transcription

71 Den 5e January 1788. te oeffenen. Mag men boven dien wel stellen, dat in gezonde harssenen zoude hebben kunnen vallen een revier te besolle citeeren of aanteneemen tot ontlos of inla„ ding van goederen, die men een half mijl verre door menschen zoude moeten laaten draagen, om ze in zijn pakhuijs op teslaan daar men bekwamer heeft naast zig leg„ gen! Men zegge niet, dat men de laatste niet willen afstaan, of ik antwoorde, dat men dan van het gantsche geschenk van een gehugt, toen nog meest onbebouwd, als on„ nut tot het oogmerk, waar toe het verzogt was zoude hebben afgezien Dit bovenstaande alleen is een kragtig bewijs voor onzen Eijgendom Dan of het niet genoeg waare, zal ik een onder argument voor den dag brengen, dat uijt een ander begin zel ontleend is, na„ mentlijk uijt dat van het in het algemeen in het oog gehouden werdende en geliefd koost eijgen belang en gezag. Men overtuijge mij dan of er eenige waarschijnelijkheijd te vinden, of zelfst supponeeren is, dat iemand, gewoon om de inkomsten trekken van, en zag te oeffenen over een revier gelijk Radja van Pettapoer /: of wie het Den 5:e Januarij 1788. moge geweest zijn, onder wien die distric„ ten toenmaals behoorden /. deede zulke voordeelen en preminentien, zonder de minste tegenkanting zoude afstaan aan een ander persoon van zijn eijge natie, of zelfs aan zijne verwanten, men gezwijge aan een vreemdeling, die daar op geen andere Eysch kan produceeren, dan gunst brie„ ven, welke dien Eysch diametraal tegen spreeken, Niemand meene ik zal on„ derneemen dit met de handelwijze van eenig mensch, zelfs van den aller toegevelijk„ sten aart, of met de gewone handelingen der menschen in het algemeen te willen doen strooken. Dit heeft egter de Radja van Petta„ poer van den beginnen af gedaan, want ten aanzien der revenuun van de revier heeft hij toegelaaten dat de Comp„e die van een ieder zelfs zijne eijge onderdanen genoot, en de Comp:e trok die niet in het geheim, neen zeeker, zij verpagte dezelve successive voor zoo veel tijd zij het goedvond in het open„ baat. En omtrend de gezag oeffening over de revier, en de Chalengen, met hunne voek ders, die ook alle 'sComp. s Ingezetenen zijn heeft niemand, zelfs niet de Radja van Pettapoer, onder wien kakinara nog moge behoord 722 Den 5e Januarij 1788. Den 5' Januarij 1788 „behoord ooij't eenige boot of man gebruyjkt der voor af gevraagd, en door het opperhoo van Iaggernaijkpoeram gegeeven verlof. Hier uijt blykt zo klaar als den hellen dag, dat een ieder van het begin af, dat de Comp:te in possessie van dat Etablissement ge komen is de wettigheijd van haar Ed. regt op de oepoe Calwa erkend heeft, en dat dus geen revier van Toringie Souvingie, solin„ gie of hoe min ze noemen wil in aanmer„ king is gekomen, van welke wij ook nimmer „gebruijk gemaakt hebben, of uijt hoofde van regt vermogten te maaken; waar uijt dan gevolgelijk weder Consteerd, dat de mening van de geever, en de gifte zelfs de Oepoe Calwa geweest zijn, schoon de papieren bij welk toeval kan men nu niet weeten abusive van een andere gewag maaken. Het vald niet buiten waarschijnelijke gissing, dat die algemeene Erkentenisse, ge„ voegd bij zijn eijge bewustheijd den onderkoop„ man Vrymoet een verandering in die papiere onnodig zal hebben doen oordeelen. Zoo deeze voor het oog van de geheele wereld gebeurde zaaken de plaats vann bewijs niet kunnen houden, weet ik niet wat een uijt onwederleggelijk gebeurde ha delingen genomen bewijs uijtmaakt: Ten derden: Een vreedzaame possessie, en een nimmer dan door den Iongsten Oor„ log, en toen maar alleen temporeel afgebro„ ke uyjtoeffening der regten van de revier ge„ duurende meer dan 50. Iaaren, die althoos erkend, en nimmer getroubleerd is, door die geene, welke door den overdragt dier possessie op de Comp:ie konden gecenseerd wer„ den benadeeld te zijn, en die haar Ed: niet in het genot zouden laaten hebben, als zij maar een schijn pretext hadden kunnen vinden, doed de deur voor alle tegenspraak van onzen Eygendom volkomen toe, want een possessie van een derde van een Eeuw of 33 3. Iaaren is na onze wetten een volko„ men prescriptie ten aanzien van onroe„ rende goederen Ten vierden mag men als bewijs, dat de oepoe Calwa tot Iaggernaijkpoeram en niet tot kakinara behoord vrij aanneemen dat de Engelschen na het neemen onzer be„ zettingen op deeze kust in 1781. Iagger„ naikpoeram aan Mahaij patrauw Radja van Pettapoer nu in dit Iaar over„ leden, en onder wien kakinara hoorde hebben overgelaaten, die ons territoir weder /:na zijn Eerste verpagting geduurende Een Iaar aan Een bramine / aan Batjoe Tieroe„ Ten „ wengelam

NL-HaNA_1.04.02_3783_0084 view scan ↗

English

73 leased wengalam, who in that capacity also collected the revenues of the river and credited them to the Radja. Since this occurred when the Company had no authority, and that lease was granted by the lord of Kakinara himself, which latter place he at the same time leased to another, and as that Regent certainly knew best under which of the two districts the Oepoe Calwa belonged, this likewise constitutes a very strong piece of evidence in our case. Fifthly, I do not know how the following can be solidly contradicted. In the deed of restitution of our factory Iaggernaykpoeram of 18 October 1785, and signed by the then Resident of Ingeram William Hamilton, authorized for that return, it is clearly stated that our possessions are returned just as they were surrendered to the arms of the English Company, as appears from an inventory signed mutually. Now, in this inventory, Iaggernaijkpoeram and river are expressly stated. I know that the English can, and probably also will, say on 5 January 1788 that they grant this, but thereby understand the river expressed in the cowle / parwanna / of the Nabab Hagie Hoesseen. But if one can or may render illusory with such cavils and far-fetched, indeed dragged-in-by-the-hair evasions, a case whose clarity one cannot refuse to see without wilful blindness, then there is an end of the matter. I believe I have shown in this proposal, just as clearly as this matter can be proved, that our river can by no means be any other than the oepoe Calwa. At the time of this restitution, then, was the moment the English ought to have seized to demonstrate our lack of right to that river, and I confess that, being aware of the arguments conducted on this subject among them even in my presence during my captivity of war, I would not have been surprised by such an attempt. Since this did not happen, I think no clearer nor more solemn acknowledgement of our right could be made by the English themselves than this restitution. Sixthly, all that the English allege 74 5 January 1788 allege concerning the ignorance with which people are said to have consented to pay the tolls, but that others would have refused this, and even more what they say of their supposed connivance, under the indulgence of which those tolls are said to have been collected so many years as it were, is sheer nonsense. For to pretend ignorance in a matter that has been practiced publicly before the eyes of the entire world for more than 50 years, and which was not opposed by jealous native regents, is too far-fetched to be understood as a serious opinion of the English government. And of little better quality is their assertion that many have refused that payment. One does not wish to doubt this, because in all places many seek to evade the Lord's dues, and one may also grant that accommodations may have been made with some. But the latter is mostly the act of the lessee who, being able to manage provided he pays his publicly contracted lease moneys to his master, may and will have practiced such things without the latter's knowledge at Iaggernaykpoeram just as no one can deny that it happens elsewhere. Of such a refusal and accommodation at the same time, a recent example is found in the case of Mr. Roxburg, who refused to pay the toll, but recovering from his error, made an agreement with the chiefs themselves, which this Government, although those servants had entered into it without qualification, was willing to pass as a settled matter. In which regard it signifies nothing that the chief and the Council at Mazulipatnam disapproved of Mr. Roxburg's conduct, since, the river belonging to the Company as I believe I have demonstrated clearly enough, Their Honors, for the levying of tolls upon the same or the making of agreements in that regard, have as little need of the approval or disapproval of any foreigner as in the village of Iaggernaykpoeram itself, where the English acknowledge Their Honors' right thereto, not to mention that everyone is free to do in that regard within his domains whatever he sees fit. Now, as regards the alleged connivance, I regard that simply as a matter that—supposing the English to be in our place and we in theirs in this dispute—I would not readily take upon my account.

Dutch transcription

73 wengalam verpagt heeft, welke in de liteijt ook de revenuen van de revier getrok ken, en aan den Radja goed gedaan heeft Daar dit nu voorgevallen is, toen de Comp niets te zeggen hadde, en die verpagting door den heer van Kakinara zelve gedaan is welke laaste plaats hij teffens aan een ander verpagte, en daar die Regent zeker best wist onder welke van de beijde destricten de Oepoe Calwa behoorde, zo maakt dit almeede een zeer sterke preuve in onze zaak uijt Ten vijfden: weet ik niet waar meede op een solide wijze het volgende zal kunnen te„ gen gesprooken werden. Bij de acte van restitutie van ons Comptoir Iaggernaykpoeram van den 18 October 1785:, en getekend door den tot die te rug gava geautoriseerden toenmaligen Resi„ dtent van Ingeram William Hamilton staat duijdelyk dat onse possessien worden te rug gegeeven, zo als ze aan de wapenen van de Engelsche Comp:e waaren overgegee ven, blykens een over en weder getekend Bij dit Inventaris nu staa Inventaris. uijtdrukkelik Iaggernaij kpoeram en Ik waet dat de Engelschen hier kunnen, en waarschijnelyk ook zullen Den 5e Januari 1788 Revick Den 5e Januarij 1788. zeggen dat zij dit toestaan, maar daar mee„ de begrijpen de revier in de Cauwl /: par„ wanna / van den Nabab Hagie Hoesseen uijtgedrukt. Maar als men met diergelij„ ke Cavillatien en vergezogte, Ia bij de hairen er na toe gesleepte uijtvlugten, een zaak kan of mag illusoir maaken, wiens klaar„ blijkelijkheijd men, zonder moetwillige blindheijd, niet kan weijgeren te zien, dan is het uijtgespraat. Ik meene bij dit voorstel daar even zo duijdelijk als deeze zaak te bewijzen is, te hebben aangetoond dat onze Revier in geen Tin een andere dan de oepoe Caliva kan zijn Bij deeze te rug gave dan was het de tijd, die de Engelschen moesten hebben waar„ genomen om ons onregt op die revier aante„ toonen, en ik bekenne, dat ik kundig van de raisonnementen die hier over onder hen zelfs in mijne tegenwoordigheyd geduurende mijn krijgsgevangenschap, gevoerd zijn van zulk een tentamen niet zoude zijn gefrap„ peerd geweest. Daar dit nu niet ge„ schied is, zoo kan 'er denk ik geen duijdelij ker nog solemnelen Erkentenisse van ons regt door de Engelschen zelfs gedaan worden, dan deeze te rug gave Alles ten zesden, wat de Engelschen zeggen voorgeeven ine 74 Den 5 Januarij 1788 voorgeeven van de onkunde, met welke menschen toegestemd zouden hebben om de tollen te betaalen, maar dat anderen dit zouden geweijgerd hebben, en nog veel meer het geen zij zeggen van hunne gewaande oog luijking, onder begunstiging van welke dan die tollen zoo veele Iaaren lang quanswijs zouden geheeven zijn, is loutere beuzel peraat want onkunde, voortewenden in een zaak die langer dan 50. Iaaren publicq voor het oog der geheele wereld is gepractiseerd, en die door Ialoetsche Inlandsche regenten niet is te gen gegaan, is te verre gezogt, om het als een Ernstige mening van het Engelsch gouverne„ ment te kunnen opvatten. En van weijnig beter alloij is hunne assertie, dat veelen die betaling geweijgerd hebben. Men wil hier aan niet twyffelen, om dat veelen op alle plaatsen des Heeren Regten zoeken te ontduijken, en ook wel toestaan, dat 'er met zommigen in schikking kan gebruijkt zijn. Dan dit laatste is mees een bedrijf van den pagter, die volstaan kunnende, als hij zijne publicq gecontracteer de pagtpenningen aan sijnen meester op zulks buijten desselfs weeten, zoo wel te Iag gernayk poeram kan en zal gepractiseerd hebben, als niemand ontkennen kan, dat het Den 5. Januarij 1788. elders geschied. van zulk een weijgering en inschikking te gelyk, vind men Iongst nog een voorbeeld in het geval met M:r Rox„ burg, die refuseerde den tol te betaalen dog van zijne misvatting te rug komende, een overeenkomst met de opperhoofden zelve gemaakt heeft, welke deeze Regeering, schoon „die bediendens dezelve zonder qualificatie hadden aangegaan, wel als een gedaane zaak heeft willen passeeren: waar omtrend niets betekend, dat het opperhoofd, en de Raad te Mazulipatnam het gedrag van M:r Rox„ burg afgekeurd hebben, dewijl de revier de Comp:e toekomende, gelijk ik meene duijde„ lyk genoeg aangetoond te hebben, Haar Ed tot het heffen van tollen op dezelve, of het maaken van overeenkomsten daar omtrend even weijnig de goed of afkeuring van iemand vreemde nodig heeft, als in het dorp Iagger„ naykpoeram zelve, daar de Engelschen haar Edeles regt daar toe erkennen, om niet te zeg gen dat het een ieder vry staat daar omtrent in zijne domeinen te doen, wat hij goed vind. wat nu betrefd de voorgewende oogluijking zoo zie ik die enkeld aan als een stuk, dat ik de Engelschen in dit disput in onze, en wij in hunne plaats ondersteld zijnde :/ niet gaakne voor mijne reekening zoude neemen. elders Ik 5 5 . 23 -

NL-HaNA_1.04.02_3783_0086 view scan ↗

English

75 The 5th of January 1788. I would fear that mine would make me reimburse what I, through my impermissible connivance, had caused them to lose, and would dread even more their further arbitrary correction in recompense for my civility in having allowed another nation to exercise those regalia and that supreme authority which belonged to my master alone; for, leaving aside the singularity of such connivance (which I have indeed noted that sovereign princes sometimes pretend when it suits their purpose, yet seldom exercise unless they lack the power to do so), I am assured that I would have brought upon myself my master's uttermost indignation by not only allowing other nations to exercise such rights, but even subjecting their own subjects thereto, and—which goes even further—restoring and thus most solemnly confirming and recognizing by a public act those prerogatives, whether imaginary or not, when I had made myself master of them by the right of war. Whether an English subordinate now has more qualification for such momentous actions than we possess, he must know for himself. In the beginning of this essay I stated that I had written to the chief of Halm. I felt obliged to do this in order to obtain elucidation on two remarkable circumstances which I found recorded in the repeatedly mentioned memorandum of Baars and Dumon. It literally states as follows: "The principal of the Company's possessions here is the full possession of the river Oekoe Calwa with its mouth situated to the north of this factory. The river of Toringie, situated to the south beyond our limits, seems however to have been granted in the cowle of the Nabob, since it is expressly stated there that this hamlet is granted to the Edo Company with the river of Torengie; but when in earlier days a claim was made to it, this was explained to be a clerical error, because the above-mentioned River of Oeppoe Calwa must be understood as the river of Toringie." The 5th of January 1788. 76 "It would nevertheless be a good thing if the limits in the south extended thither, whereby it would then be almost enclosed by rivers, besides the consideration that no one could then use it to our disadvantage. The proximity of the village of Kakinara also requires some consideration, especially if one asks whether some other nation could establish itself there to the Company's disadvantage. The English in former days already cast their eye upon it, but seeing that our Company was in full possession of the river, it came to nothing." The 5th of January 1788. This passage contains two cases of great importance, of which I confess never to have heard, but which, if they can be advanced with truth, must have a favorable operation for us. If in the first place a dispute truly arose formerly concerning the property or the rights of the Company regarding Ooppoe Calwa, this must have been when the natives were still in the full exercise of the government, and what happened must have taken place through them or under the shadow of their authority! If an interpretation was made of the contents of the Nabob's cowle, the instigators of the dispute undeniably acquiesced therein, since the Company has continued in the right of possession in collecting tolls without further opposition. Ergo (and a great Ergo), the clerical error was acknowledged, and that dispute has granted a new and indisputable assurance of property rights (if such were otherwise necessary) to the Company. The second thing which appears to me to lend no small support to our just cause is the desire shown in earlier days by the English to establish themselves at Kakinara, which was abandoned when they saw the Company in full possession of the river (now in question). Indeed, this is one of the oldest acknowledgments of the English themselves. I understand very well that they will want to deny this by pretending that they allowed themselves to be carried along with the general error prevailing at that time concerning the contents of our privileges, but that they now, as masters, then in 3 8 3651

Dutch transcription

75 Den 5 Januarij 1788. Ik zoude vreezen, dat mijne mij zoude doen rembourseeren, hetge ik door mijne ongepermitteerde oog luijking haar te kort hadde gedaan en nog meer op zien tegen hunne verder arbitaale Correctie in recompence mij ner beleefdheijd van door een andere natie te hebben doen oeffenen die lega lias, en dat oppergezag, die aan mijne meester alleen toekwamen; want de zonderlingheijd van zulk een oogluijking /.die ik wel opgemerkt hebbe, dat sou„ veraine vorsten wel eens als het in hunne kraam diend, voorwenden, dog zelden, ten waare het hen aan magt ont„ brak, exerceren : /tusschen beijde laten, de, zo houde ik mij versekerd, dat ik wij mijns meesters uijterste indignatie zoude op den hals gehaald hebben met diergelijke regten niet alleen door andere natien te laaten uijtoeffenen, ne maar hunne eijgene subjecten daar aan te onder werpen, en het welk nog hoger draaf die prerogativen, het Bij den gewaande of niet, bij een publicque acte, wan ik 'er mij door het regt des oorlogs meester van hadde gemaakt, te herste en dus aller solemneelst te bevastigen In het begin van dit opstiel hebbe ik ge„ zegd aan het opperhoofd van Halm geschree„ ven te hebben, Hier toe vond ik mij ver„ pligt om Elucidatie te verkrijgen van twee merkwaardige omstandigheeden, die ik vond aangetekend bij de meergemelde me„ morie van Baars en Dumon Daar staat letterlyk aldus „ Het voornaamste van 's Comp:s bezit„ „tingen alhier is de volle possessie van de „ revier Oekoe Calwa met dies mond ten „noorden deezer factorij gelegen. De „revier van Toringie in het zuijden ge„ „legen buijten onse limieten schijnd „egter in de cauwl van den Nabab ge„ „schonken, wijl daar nadrukkelyk word „gezegd dat dit gehugt aan de Edo Com„ „pagnie werd geschonken met de revier „van Torengie, dog wanneer in vroe„ „gere dagen aanspraak daar op is ge„ „maakt, is zulks uijtgelegd een schrijf „fout te zijn door dien de bovengemelde „Reviet van Oeppoe Calwa moet ver„ „staan werden voor de revier van Torin„ „gie. Den 5e Januarij 1788. en te erkennen. of nu Een Engelsch subal„ tern tot diergelijke gewigtige handelingen meer qualificatie heeft, dan wij bezitten, moet hij zelfs weeten. en 76 „ 'T zoude egter een goede Iaa „zijn zoo de limieten in het zuijde „tot derwaarts strekte, waar door „ dan bij na door revieren soude inge„ „sloten zijn, behalven de consideratie „dat dan niemand tot ons nadeel „ daar van gebruijk zoude kunnen „ maaken. De nabuurschap van „ het dorp kakinara verEijscht „ ook eenige Consideratie, by zonder „als men vraagd, of met eenige an „dere natie sig aldaar tot 'sComp=s „nadeel souw kunnen stabileeren. De „ Engelschen hebben in voorige dagen „het oog daar op al laaten vallen, dog „ ziende dat onse Compte in de volle „possessie van de revier was, is het b „ ven steeken. Den 5e Januarij 1788 Deese periode behelst twee gevallen van veel belang, van welk ik bekenne nimmer gehoord te hebben, dog die met waarheijd geavanceerd kunnende worden, een voord lige operatie voor ons moeten hebben „H 'er in de eerste plaats voorm wezendlyk een disput gerezen wegens eijgendom of de regten der Compte van Oo poe Calwa, zoo moet dit geweest i Den 5 Januarij 1788 toen de Inlanders nog in het volle bedryf der Regeering waaren, en door hen of onder de schaduwe van hun gezag moet het voor„ gevallene zijn! Is er een uijtlegging ge„ schied van den inhoud van des Nababs Cauwl„ zo hebben de aanleggers des geschild ontegen„ sprekelijk daar in geacquiseerd, dewijl de Comp:e in het bezit regt in de tolheffing is gecontinueerd zonder verdere oppositie. Ergo /. en een groot Ergo :/ is de schrijf fout erkend, en heeft dat disput een nieuwe, en indis„ putabele verzekering van eijgendoms regt /: zoo die anders nodig ware :/ aan de Com„ pagnie verleend. Het tweede wat mij voor komt geen klein affui te verleenen aan onze regtvaardige zaak is de begeerte in vroegere dagen door de Engel„ schen getoond om zig te kakinara te Etablis„ seeren, dat agtervolge gebleeven is toen zij de Comp:e in volle possessie van de revier /nu in questi :/ zagen. Immers is dit een van de oudste Erkente„ nissen der Engelschen zelfs. Ik begrijpe zeer wel dat zij dit zullen willen ontleggen met voortegeeven, dat zij zig met de toen plaats hebbende algemeene dwaling wegens den inhoud onzer voorregten hebben laaten meede sleppen, maar dat zij nu als meesters toen in 3 8 „ 3651

NL-HaNA_1.04.02_3783_0088 view scan ↗

English

77 The 5th of January 1788. The 5th of January 1788. in the Circars are able to acquire better knowledge of our rights and privileges. But this is reasoning a posteriori, which does not remove the evidence against them. Since much depended upon the verification of those facts, I required of the Chief van Halm to make the most exact investigation among the Company's papers, and to take reports from the Company's interpreter, without giving place to conjectures or suppositions: First: when, and by whom, a claim was made to the river; on what occasion the statement in the parwana of the Nabob Rustum Khan Bahadur regarding the river Toringie was explained to be a clerical error, and by what authority that explanation was made! Second: At what time the English cast their eye on Kakinada, which however stalled when they saw that our Company was in full possession of the river/Oepo Calwa! I have been waiting for the answer to these questions, which I hoped would add great weight to our proofs; but a few days ago I received a letter from van Halm, in which he acknowledges the receipt of mine, and further makes known that he will comply with my orders with all accuracy, to provide the necessary information from the Company's old papers, which he at the same time feared would be impossible, because they were all ruined in the storm of the 20th of May, whereby he would be forced to send over the interpreter's information in the Gentoo language, as I had requested, for which I must now wait once again; and I think that the answer to the English ought to be postponed until after that, for if that information might add strength to what is stated in the memorial, which the author certainly did not fabricate, it cannot be other than of great weight, and must not be omitted from that reply. Behold, Gentlemen, the state of affairs shown in detail and minutely; the weakness of our written proofs, upon which one certainly with reason thought until now to be able to rely, and against that a series of other proofs presented, which I judge may very well serve in their stead with any unprejudiced person, 78 The 5th of January 1788. The 5th of January 1788. serve, when the principal arguments to be found therein are advanced with circumspect calm against the opinion of the English, which they say they have also given without passion. If they find no acceptance, or if the English adhere to the letter of our cowls and parwanas, with the same unreasonableness with which they have occasionally taken the liberty to insist upon the meaning they arbitrarily gave to the letter when the latter did not suit their purpose, then the discussion is at an end, and nothing remains for us in our miserable present condition on this coast but to cede to superior power; to refer the matter to Their Right Excellencies, and to have recourse to the inefficient weapon of a solemn protest against the English on account of an unheard-of infraction of the Company's lawful rights and possessions, supported by their preponderant power. This proposition has gradually expanded into an entire document, but I preferred to fall into prolixity rather than to omit anything that might in any way serve for the light and guidance of this assembly, when an interest of great weight must now be decided, to whom I now leave it for consideration, and ask the members' opinion in order to come to a resolution. Thus done and resolved in Castle Geldria at Pulicat, on the date aforementioned. Was signed: N:s Tadama, J:n D:l Simons, M:s Stoffenberg, F:r W:m Bloeme, P:r W:m Geeke, and Brouwer. 80 The 14th of January 1788. was minted, and that coin was offered to the Nabob at the same time as the letter of communication, His Highness might sometimes leave that letter unanswered, and in the meantime give orders throughout the entire country not to accept any Pulicat pagodas: that the Honourable Company would thereby not only be most severely affronted, but in addition would still have to bear the loss of the minted gold. That the Nabob would raise some objections against the minting was evident in every way from the private letter written by Governor Campbell to His Honour, and sent into the session of the 5th of this month, and that His Honour was therefore of the opinion that this matter ought to be brought into further deliberation. That His Honour for his own part was of the opinion that before and prior to beginning to mint, one ought to give notice of this intention to the Nabob, so that one might see whether His Highness would raise any objections, and of what value they would be: after which, according to the circumstances of the time, one could decide what is necessary. The Honourable Senior Merchant Administrator further declared that the Secretary Brouwer had subsequently also notified him in the name of the Governor to give orders that in the meantime nothing should be executed in the mint, until such time as this matter was brought into further deliberation, to which he had also added in the name and by the order as just mentioned, that if the Council continued to persist in the

Dutch transcription

77 Den 5. Januarij 1788. Den 5 January 1788 in de Cerkaars in staat zijn beeter k heeden van onse regten en voorregten te quireeren. Dog dit is raisonneeren â po teriori, het welk de evidencie tegen hen niet wegneemd. Daar nu veel gelegen was aan de verifi„ catie dier facten, zoo hebbe ik van het opperhoofd van Halm gerequireerd een aller Exactste navorsching bij 's Comp:s papieren te doen, en berigten van 'sComp.:s tolk /:zonder plaats aan gissingen of onderstellingen te gee„ ven / inteneemen Primo: wanneer, en door wie aanspraak op de revier is gemaakt geweest, bij welke ge„ legendheyd de bekendstelling in de parmanna van den nabab Rustum chan Bhadur van de revier Toringie zoude uijtgelegd weezen, een schrijff fout te zijn, en door welke Autori„ teijt die uijtlegging gedaan is! Secundo: In welke tijd de Engelschen het oog op kakinara hebben laaten vallen dog het welk is blyven steeken toen zij Iagen dat on Comp:e in volle possessie van de revier /oepo Calwa. / was! Ik hebbe na het antwoord op deeze gen, het welk ik hoopte een groot gewigt onse bewijzen te zullen kunnen by zetten ten wagten, dog voor een paar dagen ont ik een brief van van Halm, bij welke hij den ontfangst der mine accuseerd, en wijders te kennen geefd, dat hij met alle accuratesse aan mijn aanschrijvens zal voldoen, om uijt 'sComp:s oude papieren de nodige informatie te geeven, dog 't geen hij teffens vreesde dat ondoenlyk zal zijn, om dat die alle in den storm van den 20. meij bedurven waaren, waar door hy genoodzaakt zoude worden om de Tolk zijne informatien in de Ientiefsche taal /:gelyk ik begeerd hadde:/ over te zenden daar ik nu alweder na wagten moet; en ik meene dat men het antwoord aan de Engel„ schen daar na nog diend uijttestellen, want zoo die informatien sterkte mogten bijzetten aan het gestelde bij de memorie, dat de In steller zeker niet uijt den duijm heeft ge„ Ioogen, kunnen zij niet anders dan van veel gewigt zijn, en mogen bij dat antwoord niet overgeslagen werden Zie daar Mijne Heeren omstandig en par le meuu aangetoond de toestand der zaaken; De zwakheyd van onze schriftelyke bewyzen op welke men zekerlyk met reeden tot hier toe gedagt heeft zig te kunnen berusten, en daar en tegen een reeks van andere preuves voorge„ steld, die ik oordeele dat bij ieder onbevoor„ oordeeld mensch hunne plaats zeer wel kunnen ik vervullen 78 Den 5 Januarij 1788. Den 5e Januarij 1788. vervullen, wanneer de voornaamste menten, die daar in te vinden zijn, met omzigtige bedaardheijd tegen het gevoelen der Engelschen /:dat zij zeggen ook zonder drift te hebben opgegeeven:/ werden aange„ vinden ze geenen ingang of houden de Engel schen zig aan den letter onzer Cauwes, en parwannas, met dezelfde onbellijkheijd, met welke zij zig wel eens hebben veroorloofd om op den zin, die zij wille kaurig aan den letter gaven te urgeeren, wanneer de laatste in hunne kraam niet diende, dan is het uijt„ gepraat, en dan schiet ons in onzen Elen„ digen tegenwoordigen toestand op deese kust niets over, dan aan de overmagt te Cedee„ ren; de zaak aan Hun Hoog Edelens te defereeren, en recours te neemen tot het in efficacieuse waper van een solemneel protest tegens de Engelschen wegens aen op hunne prepondereerende magt steunende ongehoorde infraxtie op sComp:s wettige regt en possessien Deeze propositie is onder de hand een geheel schriftuur uijtgedijd. maar ik be liever in de langwyligheyd willen verval dan, daar nu een belang van groot geweg moet gedesideerd worden, iets over teslaan Saandag 1 Aldus Gedaan en Gearresteerd In het Casteel Geldria te Palleacatta dato voorschreeven /:was getekend/ N. s Tadama, I:n D=l Simons, M:s Stoffenberg, f„r W:m Bloe„ me, P:r Wm Geeke, en Brouwer dat eenigsints tot ligt en leijding van deese vergadering zoude mogen dienen, aan wien ik het nu ter overweging overlaate, en der Leeden gevoelen vraage om tot een besluyt te komen. dat voerd. 80 Den 14. January 1788 „gemunt wierd, en die munt te gelyk „ „ met de brief van Communicatie den Na„ „bab wierd aangebooden zyn Hoogheijd „zomtijds die brief onbeantwoord zou „kunnen laaten leggen, en intusschen „door het gantsche Land ordre geeven, om „geen Palleacattasche pagood te ont„ „vangen: dat de E: Comp=e daar door „niet alleen op het zwaarst zoude ge„ „affronteerd worden, maar daar en bo„ „ven nog zou moeten draagen het ver„ „lies van het vermunte goud. Dat „den Nabab eenige objectien tegen het „munten inbrengen zou, alle zints blijk„ „baar was uijt den particulieren brief „ door den heer Gouverneur Campbell „aan zijn Agtb: geschreeven, en ter se „sie van den 5:e deezer maand binnen „gezonden, en dat daar om zijn Agtb: „ van gevoelen was dat die zaak in na„ Den 14. January 1788. „dere deliberatie diende te worden ge„ „bragt. Dat zijn Agtb: voor zig zelve „van gevoelen was, dat men voor en al eer „men begon te munten, den Nabab ken„ „nis geeven moest van dit voorneemen, „ op dat men zoude kunnen zien of zijn „ Hoogheijd eenige objecten zoude movee„ „ren, en van wat valeur die zoude zijn: „waar na men na tyds omstandig heeden „ het nodige zou kunnen besluijten. Verklaarende den E Hoofd-admi¬ nistrateur wijders, dat den secretaris Brouwer hem uijt naam van den heer gezaghebber vervolgens nog had aange„ zegd, om ordre te stellen, dat intus„ schen niets in de munt uijtgevoerd wierd, tot tijd en wijle deeze zaak in nadere deliberatie gebragt was, waar bij hij nog uijt naam en last als even gevoegd had„ dat 3oo den Raad bleef persisteeren bi „dere het

NL-HaNA_1.04.02_3783_0091 view scan ↗

English

14 January 1788. the resolution of the 5th of this month, his Honor would have his opinion recorded and protest against all damage and affronts that the Honorable Company might thereby in time come to suffer, leaving the same to the account of the adopters of that resolution. Subsequently, the respective members having been asked one by one by the Honorable Chief Administrator whether they persisted in their advice and the resolution of the 5th of this month passed upon it, or withdrew from it; they all unanimously declared that they had taken the proposed resolution in the firm confidence that it was in accordance with the advice of the Governor and the privileges of the Company; but as they now saw with what seriousness prior communication was desired by his Honor, they would gladly defer to this further advice of his Honor; yet that they had to declare they could not take upon their responsibility the consequences, should these unexpectedly not meet the expectations of his Honor. And under this reservation, and with the withdrawal so far of the resolution of this council of the 5th of this month, it was then also approved and agreed to give prior notice to the Lord Nabob of Carnatica of the intention of the Government to set the Mint in motion again here as of old; but not to make a beginning with the coining itself before the answer of the Lord Nabob shall have been received. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palleacatta on the date aforesaid. was signed: As above. The Right Honorable Councillors of Dutch India etc. etc. etc. Right Honorable Most Respectable Far-ruling Lord and Honorable Sirs. To his Right Honor, the Right Honorable Most Respectable Far-ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Batavia. By our respectful letter of the 15th of this month, as an introduction, we dutifully gave your Right Honors communication of the decease of Mr. Willem Blaaukamer, Governor of this coast, and of the provisional succession of the Honorable Chief Administrator Nicolaas Tadama in the administration. We respectfully refer to those advices, of which the duplicate is enclosed herewith, accompanied by the duplicate of our respectful reply of the month of October last. However much we would have wished to give a full report of affairs concerning the proceedings in the service since the month of March 1786, we nevertheless cannot fully treat various items, because we have not yet received from Jaggernaijkpoeram nor from Bimilipatnam the customary papers belonging to the general description of affairs: such as the answered Home and Indian Requisitions, and the settlements of accounts of the merchants. We also must leave unanswered various items appearing in your Right Honors' much-honored letter of 17 April of the previous year, although we solemnly promised it in our October letter. The increasing indisposition of Mr. Blaaukamer was the true cause thereof. Proceeding here with the report itself, we have the honor hereby to insert the Extract of the General Letter from the Homeland of 12 December 1786, written by the Lords Directors to your Right Honors, and answered by us in the margin, reading as follows: 1: Our last writing to you was of 29 April of this year; since then the Lords Commissioners for the Hague Affairs have further read and considered the letters and papers received from India in the past year. And now sending you our reply to the same, we must note beforehand that this reply is not as complete as we would have wished, because owing to the delay of so many ships in the past year, a multitude of letters which would have been necessary in dealing with the various matters contained in those letters have not come to our hands. This we have certainly experienced above all in examining the various points which belong to the main part of Ambon etc. Section 372. With regard to the affairs of Chormandel, we have likewise missed very important papers, namely the separate letters from the Ordinary and Extraordinary Councillors Falck and van de Graaf of 19 March 1784 regarding the measures that in their opinion ought to be taken upon the restoration of the Chormandel possessions, as well as the reply which you sent thereto. of Palliacatta considered as a head office, as temporary. Section 373. In so far as we have now been able to judge of the one and the other from your Resolutive Papers of 12 July 1784, it has appeared to us in general that the arrangements made rest upon good grounds and are adjusted according to the circumstances of times and affairs. Section 374. And as you, in accordance with the concept

Dutch transcription

Den 14. Januarij 1788. het besluijt van den 5:e deezer, zijn agtb desselfs gevoelen zoude doen aantekenen en protesteeren tegens alle schaade en af„ fronten, die de E: Comp:e hier door in der tijd mogte komen te lijden, laatende de zelve voor reekening van de neemers van dat besluijt. Vervolgens door den E: Hoofd-ad¬ ministrateur, de respective Leeden hoofd voor hoofd afgevraagd zijnde, of zij by hun advies, en het daar op gevallen besluijt van den 5. deezer persisteer„ den, of daar van resilieerden; hebben zij alle eenpaarig verklaard, het voorgewaagd besluijt genomen te hebben, in het vast vertrouwen, dat het overeenkomstig was, met het r advies van den heer Gezaghebber de privilegien van de Compagnie; daar zy tans Iagen met welk een ern Den 14. January 1788 door zyn Agtb: begeerd wierd, eene voor afgaande Communicatie, zij gaarne dif„ fereeren willen, aan dit nader advis van zin Edele; dog dat zy verklaaren moe„ sten niet voor hunne verantwoording te kunnen neemen, de gevolgen, zoo die onverwagt niet aan de verwagting van zijn agtbare mogten voldoen; En is onder deeze reserve, en met resilia„ tie voor zoo ver van het besluijt deezer tafel van den 5. deezer maand, dan ook goedgevonden en verstaan, den heer Nabab van Carnatica voor af ken„ nis te geeven van het voorneemen der Regeering om de Munt, gelijk van ouds hier weder aan de gang te brengen; dog met het munten zelve niet eerder een begin te maaken; voor men het antwoord van den Heer Nabab zal hebben ontvangen. Aldus Gedaan en Gearres¬ door M „teerd 81 82 Den 14. Januarij 1788 „teerd In het Casteel Geldria te Palleacatta dato voorsz: /:was getekend:/ Als boven De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India &=a &=a &=a Hoog Edele Vroot Agtbaare wijd gebiedende Heere en WelEdele Heeren. Bij onzen eerbiedige van den 15.' ƒ deezer maand, gaven wij schulapligtig aan V1 inleijding, Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren weijdgebieden den Heer M:r Willem Arnold Alling, Gouverneur Generaal Batavia Accordeerd. A:V: Hlas DEG Clercq 5 en uwe 83 ven verslag kan doen; den tor miseve moet men onseantwnd elen, uwe Hoog Edelheden communicatie van het over„ lijden van den Heer Willem Blaaukamer ge„ Zaghebber deezer kuste en van de provisio„ neele successie van den E: Hoofdadministrateur Nicolaas Tadama in het bestier wij refe„ reeren ons met eerbied aan die advisen; waar van het duplicaat hier nevens gaat, vralling van twer dipliatien verzeld van het duplicaat van onze eerbiedige rescriptie van de maand october laastleden. aenoamagene van ƒ 2:' Hoe gaarne wij ook gewenscht hebben, een volledig verslag van zaaken te doen, van het verrigten, in den dienst sedert verscheide posten niet volkomen kun„ nen verhandelen, om dat wij nog van gaande, hebben wij de eer bij deezen te insereeren het Extract Patriasche generaale Missive de maand Maart 1786. , zullen wij egter n t n et e e a tk n hier meede tot het verslag zelve ner„ Iaggernaijkpoeram, nog van Bimili„ patnam ontvangen hebben, de gewoonelijke papieren, tot de generaale beschrijving van zaaken behoorende: als daar zijnde beantwoorde Patriasche en Indiasche Eisschen, en de afreekeningen der kooplieden.— verteijde ete e :e seke: ok moetenuwi vershede psten bijuwe Hoog Edelhe„ dens veel geeerde missive van den 17. April a:o p.:o voor komende, onbeantwoord laateni; schoon wij het bij onzen october brief plegtig„ lijk beloofd hebben. De toeneemende indis„ positie van den Heer Blaaukamer, is daar van de waare oorzaak geweest. — Iagger. van 84 van den 12. December 1786. , door de Heeren Massores aan uwe Hoog Edelheden geschree„ ven, en door ons in margine beantwoord; luidende als volgd. 1: Ons laatste schrijven aan uE is geweest van den 29 April deezes Jaars, zeedert hebben Heeren commissarissen tot de Haagsche Besoignes nader ge„ leezen en overwogen de brieven en Papieren in den voorleeden Iaare uit India ontfangen. En thans ons antwoord op dezelve uE: zullende doen toe„ komen, moeten wij voor af Hit gewis hebben wij voor al ondervonden bij het na„ gaan der onderscheiden punten. welke, tot het Hoofddeel aanmerken, dat dit antwoord niet zoo volleedig is, als wij zulks gewenscht hadden, door dien weegens het agterblijven van zoo veel scheepen in den voor„ leeden Jaare een menigte van brieven, welke bij de verhan¬ deling van de verscheide zaaken, in die brieven vervat nodig waaren geweest, ons niet ter handen gekomen zijn, aanmerken ken van 8 2. 85 van Palliacatta tot een Hoofd„ van Ambon behooren &m. § 372. Met opzigt tot de zaaken van Chormandel hebben wij meede zeer aangele„ gene papieren gemist, als naamlijk de aparte letteren van de Heeren Raaden ordi„ nair en Extra ordinair Falck en van de Graaf van den 19. Maart 1784. nopens de maatregulen die bij herstelling van de Chormandelsche Bezit„ tingen naar hunne gedagten comptoir, als temporeel beschouwd, dienden te worden genomen, Wanneer memn de verkieking en 374 En naar dien uE: over eenskomstig met het begrip § 373 In zoo ver wij nuover het een en ander hebben kun„ van oordeelen uit uwe Resolu„ toire Besoignes van den 12. Juli 1784, is het ons over het algemeen voorgekoomen, dat de gemaakte schik„ kingen op goede gronden steunen, en naar de omstan„ digheid van tijden en zaaken ingericht zijn. — mitsgaders hett antwoord tgeen uE daar op hebben laaten gaan mitsgaders. konde van 8

NL-HaNA_1.04.02_3783_0096 view scan ↗

English

86 of the Gentlemen Falck and van de Graaff, the Gentlemen Councillors of the Indies Falck and van de Graaff, in the year 1784, could not well propose any other place to Their High Excellencies than Palliacatta for a head office, or as the best place for the head office, should the same be chosen. For the fort at Sadras had been blown up and the entire place ruined. Our small forts at Jaggernaijkpoeram and Bimilipatnam had also been blown up by the English. Consequently, we had not a single place left on the entire coast other than Palliacatta to establish ourselves for the time being upon the return of our offices; for here we still found a fort and warehouses, however poor. We have at least managed to make do with them up to the present day, and all of that would have been lacking to us at all the other offices, along with the necessary dwellings for the servants, even for those of the highest ranks. However, when one considers Palliacatta as a head office to remain so permanently, we would respectfully be of the opinion that Sadraspatnam was much more suitable for that purpose, could the Right Honourable. Castle Geldria is small and completely dilapidated. The river has shifted and silted up, so the goods that were formerly, or when Palliacatta was the head office, unloaded close to the Castle, must now be unloaded on the beach, which is more than half an hour's walk from the castle, which causes considerable delay in the unloading and loading of ships and vessels. Three years of experience have shown us this. Thus, if collection and trade should once again revive in such a manner at all our offices that we could count on being able to dispatch two fully laden ships with linens annually, we fear that it will very much come down to whether they can be unloaded and loaded here early enough that they could be dispatched at the appointed time to Europe and Batavia. Besides these inconveniences, there are several others that make Palliacatta not very recommendable for a permanent head office, such as lack of territory, for our territory extends no further than the moat of the fort, as a result of which all our servants live on the Nabab's land, resulting in a dual government, which is a concoction of thousands of unpleasantries. When the head office was first established at Palliacatta, and as long as it subsequently remained a chief residency, all European servants of the Company were exempt from toll on all provisions they had brought in. This privilege is currently disputed on every occasion, and it is with great difficulty that we are still able to maintain it. However, since we have spoken extensively about the inconveniences with which we must struggle here in our respectful letter of 17 October 1785 written to Their High Excellencies, we take the liberty to refer ourselves with all respect to our said dispatch, in which the substantial defects of Palliacatta at the present time are described in detail. 87 current date, to which we respectfully refer. The mint has already been completed within the fort of Palliacatta, and the minters from Nagapatnam have also arrived here. But as His Highness the Lord Nabob of Carnatica, Mahomet Alichan, has raised difficulties about declaring our mint current in his country, we have deemed it best to suspend the minting for the present. We are, however, writing extensively about this to Their High Excellencies by secret letters of today's date, to which we respectfully refer. § 375. We do the same regarding what has been approved by Your Honours, in order to make annual use of the privilege of the mint at Palliacatta to have either gold or silver species struck there, Your Honours having not consented to the proposal of the said ministers to move the Coromandel mint to Colombo. We must nevertheless adhere for the present to what we reported on this matter in our General Letter of the past year 1366 and following. § 375 That Sadras is far more suitable for a head office than Palliacatta, we consider to be indisputable: for we hold that place in perpetual leasehold from the Nabob of Carnatica, and are thus absolute masters there. The ships and vessels also lie much closer to the beach there than at Palliacatta, and the old fort stood barely a stone's throw away from it, whereby one could unload or load more goods there in one day than here in three days. That place also lies much better for trade, and before the war was, next to Jaggernaijkpoeram, the most profitable office the Company possessed on the coast. But however much Sadras is preferable in this regard, we would not advise the Gentlemen Majors nor Their High Excellencies to change the head office for the time being. But when collection and trade once again revive to such an extent that we can annually dispatch 14 to 15 tons of linens from this coast to Europe or Batavia, we would respectfully be of the opinion that the head office ought to be moved to Sadras. But until that time one must, both here and elsewhere, make do somewhat. The significant losses that the Company suffered in the recent war still weigh far too heavily to make proposals for constructing a new fortification at Sadras, with the necessary warehouses therein for storing the Company's merchandise and linens, as would then need to happen; we would also first need to bring about with the Nabob of Carnatica that he grant the right of the mint that we have here to Sadras.

Dutch transcription

86 van de Heeren Falck en van Heeren Raaden van Jndie Falck de Graaff het kantoor te Pal„ en van de Graaff, in den Jaare liacatta hebben aangemerkt, 1784. niet wel een andere plaats als Palliacatta aan hunne Hoog„ als voor het Hoofd Kantoor Edelheeden voorslaan voor een de beste plaats, willen wij Hoofdcomptoir, of doen Hoog„ „ dezelve verkoozen worden. hoopen dat die Keus van want het fort te sadras was welke in 't vervolg zoo veel gesprongen en de gansche plaats. zal kunnen en moeten af„ verwoeste onze fortjes op Jag„ gernaijk poeram en Bimi„ hangen aan het oogmerk ma„ „lipatnam hadden de Engelschen ge beantwoorden. mede laten op sprongen, gevol„ gelijk hadden wij op de gansche kust geen enkelde plaats meer, als Palliacatta, om er ons voor eerst neer te kunnen zetten, bij de te rug gave van onze Comptoiren; want hier vonden wij nog een fort en pakhuizen; hoe slegt ook, wij hebben er ons ten minsten tot hee„ den toe in beholpen en dat alles zou ons hebben gemist op alle de ove„ rige Comptoiren, nevens de noodige woonhuizen voor de dienaaren, zelfs voor die van de eerste qualiteiten. — Dog wanneer men Palliacatta beschouwd, als een hoofdcomploir om het altoos te blijven, zouden wij eerbiedig van gevoelen zijn, dat Sadraspatnam daar toe veel geschikkten was, Het Casteel Geldria is konde de wel Edele groot Agtb: klijn, en ten eenemaal vervallen De revier is veranderd en verland, dus de goederen die eerst, of t oen Palliacatta het Hoofdcomptoir was, digt bij het Casteel gelost wierden, moeten nu op het strant gelost worden, dat ruim een half uur gaans van het casteel is, het geen vrij wat vertraaging toebrengd en het lossen en laaden van scheepen en vaartuigen Een drie Jaarige ondervin„ ding heeft ons dat doen zien. Dus zoo inzaam en vertier eens weder zoodanig opluikt op alle onze comptoiren, dat wij rekenen konden van Jaarlijks twee vollade schepen met lijwaaten te zullen kunnen, verzenden, wreezen wij dat het er zeer op zal aankomen, of die hier wel zoo vroegtijdig zullen kunnen gelost en geladen worden, dat zij op den bepaalden tijd zouden kunnenw gedepecheerd na Europa en Batavia Buijten deeze inconvenienten, zijn er nog verscheijde anderen die Palliacatta niet zeer recommandabel maaken voor een hoofd Comptoir op den duur als gebrek van terri„ toir, want ons grond gebied strekt zig niet verder uit als de gragt va het fort, waar door alle onze bedienden op 's Nababs grond woonen, ex„ een dubbelde Rogeering dat een brouwel is van duijzende onaangenaam heden Toen het Hoofd comptoir eerst op Palliacatta opgerigt wierd, en zoo lang het naderhand een opperhoofdij gebleven is, waren alle Europeche Dienaaren van de Comp: tol vrij van alle mondbehoeftens, die zij lieten in brengen. Dit voorregt werd onttans, bij alle gelegenheden bedisputeerd en het is met veel moeite dat wij het nog kunnen handhaven. — Dan wijl wij bij onse eerbiedige letteren van den 17. october 1785. aan Hunne Hoog Edelheden geschreeven, breed voerig gesprooken hebben over de inconvenienten waar tegen wij hier moeten worstelen, nemen Klijn wij. ƒ 87 hedigen datum, waar aan wij ons Eerbiedig refereeren. — wij de voijheijd ons met alle eerbied te refereeren aan onzen gemelden messive„ De Munt is bereeds vol„ ƒ 375. Het zelvde doen wij omtrent waar in omstandig beschreven zijn, de weezentlijke gebreeken van Palliacatta tooid binnen het fort van Palliacat„ het geen door uE is goedgevonden, in den presenten tijd — ta, en de Munters van Nagap=m Dat sadras voij geschikten voor een hoofdcomptoir is als Palliacatten sus„ ten einde te Palliacatta intge„ zijn hier ook aangekomen. Maar tinderen wij te zijn indisputabel: want wij die plaats in een eeuwige erfpagt heb„ wijl zijn Hoogheid den Heer Nabob lijks gebruik te maaken van ben van den Nabab van Carnatica, en er dus volkomen meester zijn. De scheepen en van Carnatica Machomet Alichan het privilegie van de munt, vaartuigen leggen daar ook veel digter aan het strant als te palliacatta en het oude Zwaarigheeden gemoveerd heeft om fort stond er naauwlijks een steenwerp, van daan waar door men daar in eenendag onss Munt gangbaar te verklaa„ om aldaar 't zij goude of zil„ meer goederen bossen of laacten kon als hier in drie dagen ook legt die plaats vrij beter ren in zijn land; hebben wij best vere specien te doen slaan, voor den handel, en is voor den oorlog naast Iaggernaijkpoeram geweest het winst geoordeeld het munten voor eerst te stcken gevendste Comptoir, dat de Comp: bezat op de kust. Edog hoe zeer ook Sadras zijnde door uE niet bewil„ Wij schrijven hier overtans in deeze preferent is, zouden wij de Heeren Majores, nog Hunne Hoog Edel„ breedvoerig aan Hunne Hoog Edel„ ligd in het voorstel van heden aan-raaden om voor als nog het Hoofdcomptoir te veranderen. Dan heeden; bij secreete letteren van wanneer inzaam en vertier eens weder opluikt, zoodanig, dat wij Jaarlijks, gemelde Ministers, om de voor 14. â 15. ton aan lijwaaten van deeze kust verzenden kunne, na Euro„ Chormandelsche munt par Batavia, zoude wij eerbiedig van gevoelen zijn, dat het Hoofdcomptoir maar Kolombo te verplaatsen na Sadras diende verplaatst te worden. Dog tot zoolange dient men zig, zoo hier als elders, wat te behelpen. De emportante verliezen die de Maatschappij Wij moeten niet te min ons geleden heeft in den Jongsten oorlog, drukken nog veel te zwaar, om propositi„ als nog gedraagen aan het geen te doen tot het aanleggen van een nieuwe sterkte op Sadras, met de noodige pakhuizen daar in tot berging van Comp:s koopmanschappen en lijwae„ wij op dit stuk bij onzen ten, gelijk als dan zoudienen te geschieden, ook zouden wij voor af Generaalen brief van den verlee„ bij den Nabab van carnatica dienen te bewerken, om het regt van de munt dat wij hier hebben, aan Sadras te schenken. — den Jaare 1366. en volgende §375 hebben

NL-HaNA_1.04.02_3783_0098 view scan ↗

English

have written mandel will grant a governor governor over Chormandel made necessary - And with your Honors, although thinking that you could not yet make a final declaration regarding that necessity, it was nevertheless decided provisionally to agree with the plan drafted by the said Gentlemen for the arrangement of the Civil Department there, and according to which a Governor would again be placed at the head of affairs, we cannot conceal from your Honors that this your decision has somewhat surprised us, as it appears to us that for this your provisional arrangement it would have been much more fitting to give a lower rank to the Commander, and not to proceed to the elevation of the same until after it should have become sufficiently apparent to your Honors that such an elevation and consequently the greater costs which would have to result therefrom for the Company, were absolutely necessary, which we therefore still recommend to your further consideration. the native, accustomed to the title of a governor, can form no proper idea of the power and authority with which a commander is invested; it also appears to us that we are not treated either at Madras, or at Pondicherry or Tranquebar with that distinction as used to happen formerly when we had a governor at the head of the administration, and therefore we hope that Your Right Honorables, agreeing with the sentiment of the High Government of Dutch India, will soon grant a governor again to Chormandel. with and alongside Dutch India have placed in him. But vigor the affairs of the Company on this coast would have been able to direct, if the honorary office of governor had been conferred upon him. as now the Gentlemen themselves. we also hope that this will be done by Your Right Honorables. After filling the respective secretarial offices with the necessary number of clerks, a few bookkeepers or assistants were left over who could not be placed, and at present we are short of all civil servants for this main office. But we shall leave their number, both here and elsewhere, as strictly limited as can ever be done without detriment to the service. We assure Your Right Honorables that in the restoration of this government, we have limited the number of Servants of the civil and Military department as strictly as has been in any way possible, for this Main Office and the Respective Factories. By our letter of 17 October 1785 we have reported thereof to Their Excellencies, who have approved most of our actions, which on this Coast to the English, and that more servants are still found here than would be necessary according to the plan of the said Councilors. That one, as was said in your aforementioned Proceedings, after so many endured disasters and losses, could not cast them out or send them elsewhere without harshness: - Section 377. Furthermore, it having been noted by us that your Honors, taking into consideration that in so far as could be gathered from the papers received by your Honors, the remaining civil Servants, without incurring any further neglect of duty with respect to the surrender of the Company's possessions, to bring, the aforementioned gentlemen Falck and van de Graaff to recommend to provisionally appoint the servants who were on Cormandel to the posts for which they should be deemed capable, and to have the superfluous Bookkeepers assist in the secretarial offices for the time being - So must we also remark in this regard that your Honors have gone too far in the application of the aforesaid grounds, since we can by no means agree that all those Servants who, on the footing of the often-mentioned plan, can now be spared here, could not be placed elsewhere in posts suited to their respective capabilities. And whereas the state of the Company's Finances peremptorily commands that the aforesaid plan, which must serve to reduce the Company's establishment, and consequently to a saving of Costs, be fully accomplished as soon as possible, we order your Honors to deliberate further on means in order to satisfy this our desire in the best possible manner. Section 378: The dispatch to Cormandel of the ship Hoolwerf with a cargo to the value of f 127349.13.- we consider to have been done with the aim to restore the Company as soon as possible to the enjoyment of the benefits of the Trade on this coast. And however much the outcome has not answered to this your aim, since that vessel, because all the Company's possessions on the coast of Chormandel were still in the hands of the English upon its arrival, must have had to be sent to Galle or Colombo in accordance with the instructions of the Ceylon Ministers, we nevertheless willingly acquiesce in your arrangements in that regard, since the disappointment thereof depended on causes entirely beyond the reach of your power, while we hope that on Ceylon

Dutch transcription

88 hebben geschreeven mandel een gouverneur zullen an Hleig vanen verneur over Chormandel noodszaaklijk maakte - Een bij uE, of schoon ge„ meend hebbende zig over die noodzaakelijkheijd nog niet finaal te kunnen verklaaren, echter beslooten is zig provisioneel te ver„ eenigen met het plan door gemelde Heeren voor de inrig„ el Oepinaer zig geen regt ide formeeren van de magt en het gezag waarmeede een gezaghebber bekleed is ook komt het ons voor, dat wij nog op Madras, nog op Pondecherij of Tranquebaar met die distinctie behandeld worden, als wel voor deesen plagt te geschieden toen wij een gouverneur aan het hoofd van het bewind hadden en daar om hoopen wij, dat uwe Hoog Edele Hoog Agtb: instem„ mende in het gevoelen van de Hooge Regeering van Nederlandsch Jndie, eerlang weder aan Chor„ Schenken.— met en nevens landsche Jndie in hem hebben seige tig ven se steld. Maar erl vigeur de zaaken van de Comp: ter deeser kuste zou hebben kunnen bestieren, wanneer hem het eere ampt van gouverneur was opgedraagen geweest, Den inlander, aan den titul van een gouverneur gewoon, kan ting van het Civiele departement aldaar ontworpen, en volgens 't welke aan 't hoofd van zaaken weeder een Gouverneur zoude ge„ steld worden kunnen wij voor uE: niet verbergen dat dit uw besluijt ons eenig zints verwon„ dert heeft alzoo het ons toeschijnt dat voor deese uuwe provisioneelde bestelling het veel gepaster zoude zijn geweest aan den Hoofdgebie„ der eene mindere qualiteit te geeven, en tot de verhooging van dezelve niet eer over te gaan, dan na dat uE: voldoende gebleeken zou zijn dat zulk eene verhooging en mids dien de meerdere kosten ting welke s nu de Heeren an Marg zig. 89 wij ook hoopen dat door uwe ter deezer Custe aan de Engel„ welke daar uit voor de Maat„ Hoog Edele Hoog Agtb: geschieden schen, en dat er alhier nog meer„ schappij zouden moeten voort„ zal. Na het vervullen van de dere bediendens gevonden worden vloeijen, volstrekt noodzaa„ respective schrijfcomptoiren met het noodige getal pen„ dan 'er volgens het plan van kelijk waaren, 't geen wij dus nisten schoten en wijnig boek„ gemelde Raaden zouden noe„ uwe nadere overweeging als houders of assistenten over, die niet geplaatst konden worden dig zijn. nog aanbeveelen. en tans komen wij alcivile be„ Dat men dezelve, zoo als diendens te kort voor dit hoofd„ bij voormelde uwe Besoignes We assureeren uw Hoog § 377 Voorts bij ons gelet zijnde comptoir. Dog wij zullen hun getal zoo hier als elders; zoo Edele Hoog Agtb: dat wij bij de gezegd, na zo veele uijtge„ dat uE: in overweeging nee„ naauw bepaalt, laaten als im„ herstelling van dit gouvernement staane rampen en verliezen mende, dat voor zoo ver uit mer zonder benadeeling van het getal der Bedienden van het civiel en Militaire de partement niet zonder hardheid zoude de bij uE: ontfangene papie„ zoo naauw bepaald hebben, als kunnen verstooten, of na ren kon worden opgemaakt maar eenig zins mogelijk geweest elders verzenden: — is, voor dit hoofd Comptoir ende de nog overig zijnde politie„ Respective Factorijen Bij onzen Op die gronden hadden ke Dienaaren buijten verder brief van den 17. october 1785. heb„ verstaan, om zonder 't voor ben wij daar van verslag gedaan king vallen van pligt ver„ aan Hunne Hoog Edeheden, die zeide plan voor als nog vol„ suim, ten opsigte der overgave de meeste van onze verrigtingen leedig ter uitvoer te doen van compagnies bezittingen hebben goedgekeurd het geen den dienst kangeschieden. — wij ter brengen 90 brengen, voornoemde heeren Falck en van de Graaff aan te be„ veelen om de dienaaren die op Cormandel waaren, bij pro„ visie aan te stellen in de posten, waar toe dezelve zouden worden geoordeeld bekwaam, en de over„ tollige Boekhouders, voor eerst op de schrijf kantooren te doen invallen — Zoo moeten wij ook hier om„ trend aanmerken, dat uE: in de toepassing van de voor„ zeide gronden te vergegaan zijn, alzo wij geenzints kun„ nen toestemmen dat alle die Bediendens, welke min op den voet van het meergemelde plan hier thans kan missen, niet op andere plaatsen zou„ den kunnen gesteld worden in posten naar hunne onder„ scheidene bekwaamheeden geschikt. En vermits de staat van Compagnies Fe„ nancien allent halve gebied„ dat het voorzeide plan, 't geen tot vermindering van Com„ pagniet omslag, en mits dien eene uitspaaring van Kosten dienen moet, hoe eer zoo beeter volkoome tot stand gebragt wor„ de, zoo gelasten wij uE: om na„ der op middelen bedagt te zijn, voet tem 91 ten einde aan dit ons verbangen op de best mogelijke wijze te vo doen. § 378: De afzending naar Cor„ mandel van het schip Hool„ werf met een kargasoen ter waarde van ƒ 127349. 13.- merken wij aan als geschied te weezen met een oogmerk om de Maatschap pij hoe eer zoo beeter te herstellen in 't genot der voordeelen van den Handel ter deezer kust. En hoe zeer de uitkomst aan dit uw oogmerk niet heeft beantwoord, alzo die bodem, uit hoofde dat alle compagnies be„ zittingen ter kuste van chor„ mandel, bij deszelfs aankomst nog in handen der Engelschen waaren, naar Gale of Kolombo ingevolge van het aanschrij„ ven der Ceilonsche Ministers zal hebben moeten gezonden werden, willen wij nogthans gaarne in uwe schikkin„ gen ten dien op zigte berus„ ten, vermids de te leurstel„ ling derzelve van oorzaa„ ken afgehangen heeft, ten eenemaal boven het bereik van uw vermogen, terwijl wij hoopen, dat er op Ceijlon hoofde van

NL-HaNA_1.04.02_3783_0102 view scan ↗

English

92 Section 379. The answers that were given by the remaining servants to the extracts sent to them by you from our general letters of the years 1780 and 1781, we have in general found quite meager; but being able to attribute this to the long passage of time, we shall for the present content ourselves with recommending those servants the requisite zeal to attend to the posts entrusted to them as is proper, and above all to strive to obtain the necessary knowledge in that service. Due to the lack of all papers that could have served for any elucidation, the remaining members of the Nagapatnam Council were not able to answer the extracts from the general letters of the years 1780 and 1781 as fully as they would have wished, which they regret from the bottom of their hearts. Yet they hope that the unfavorable situation in which they then found themselves may gain them an excuse from your High Noble High Mightinesses, while they and we all assure your High Noble High Mightinesses that we are making our utmost efforts to acquire from time to time more knowledge and insight into the service. The respectful respondents of Section 388 of the extract of the Patrias letter of the year 1780 very humbly venture to beg your High Noble High Mightinesses for forgiveness if the 288th section of the aforesaid extract might not have been well understood by them. By resolution of 10 April 1752, Their High Nobilities fixed, forever, or at least until further disposition, the selling price of clove-spices at one hundred heavy stuivers per pound, which made them think that by saying that the selling price of the pound This latter point we must urge the more, as we take into consideration their answer to what was written in the first-mentioned letter of ours, Section 288, concerning the ministers' statement that the cloves were sold on this coast at 100 stuivers Dutch money, since they thereby also meant Dutch money. The more so as since that time the cloves on this coast were set in the year 1752 by the Supreme Government at 100 stuivers per pound, and that no reduction had been made therein since, this answer thereby showing most clearly that they did not at all understand that, consequently, the aforesaid price of 100 stuivers was to be understood as Indian, and not of Dutch money, as they nevertheless had sought in their letter of 25 September 1778, cited in our aforesaid letter. to make good use of the aforesaid ship and its cargo would have been 93 of cloves here on this coast was always sold and is still sold for an old Nagapatnam pagoda, two fanams and twenty cash, which in Dutch money amounts to 98 stuivers and 7 penningen, and thus does not differ more from their statement than f 0. 1. 9, for which price of 98 stuivers and 7 penningen Dutch money the pound of cloves is also entered and accounted for in our trade books. Section 381. Their answer to the 237th section of the general letter of the year 1781, namely that it is a general custom among the natives on this coast to call the chiefs of the outer offices Captain by excellence, also sufficiently demonstrates that they did not grasp the ground of the scruple raised by us in that section, which was not in general whether the Captain of Palliacatta was permitted to send goods toll-free, but in particular whether It cannot well be proven with complete certainty whether the chief of Palliacatta is toll-free or not when he ships linens or other goods for his private account, as was done by the chief Tadama in the year 1778. Yet all the chiefs who have ever been at Palliacatta have arrogated that right to themselves and based it on a certain cowle granted by Mr. David Chan on 13 October 1701, whereby he orders to let the people sent anywhere with any goods by the Palliacat chief pass duty-free and unhindered. Of this privilege, which all previous chiefs had enjoyed, the chief Tadama and the secunde Schoffier also made use in the said year 1778 with the shipment of 14 packages and

Dutch transcription

92 § 379. De antwoorden welke Door gemis van alle papieren welke tot eenige op heldering zouden heb„ door de overgebleevene Dienaa¬ ben kunnen dienen, hebben de overgebleeven ren zijn gegeeven, op de aan ne Leden van den Nagapatnamschen Raad, niet zoo volleedig als zij wel ge„ hun door uE gezondene Ex„ wenscht hadden kunnen beantwoorden tracten uit onrze generaale de Extracten uijt de generaale brieven van de Jaaren 1780. en 1781. dat hun van han„ brieven van de Jaaren 1780. en ten leet doet. Dog zij hoope, dat de on„ 1701: hebben wij over 't alge„ gunstige cituatie waar in zij zig toen meen vrij schraal gevonden, bevonden; verschooning voor hun ver„ werven mag bij uwe Hoog Edele Hoog dan zulks aan het lang verloop Agtb: terwijl zij en wij alle uwe Hoog van tijd mogende toeschrij„ Edele Hoog Agtb: verzekere dat wij on„ ze uijtterste pogingen aanwenden, om ven, zullen wij ons voor het van tijd tot tijd meerder kennis en tegenwoordige vergenoegen met door zigt te verkrijgen in den dienst die Bediendens aan te beveelen De eer bidige bantwoorder van § 388 Dit laatste moeten wij te het Extract Palriasche Missive van den meer aandringen als door ons Jaare 1700, waage uwe Hoog Edele Hoog in aanmerking genoomen Agtb: zeernedrig om verschoning zoo door hun niet wel mogt begriepen weezen word hun antwoord op het de 288. paragraaf van het voorschreeve geschreevene bij eerstgemelde Extract Bij besluijt van den 10. April 1752. onze brief § 288. over der hebben Hunne Hoog Edelheden, voor al„ Ministeren op gave dat de toos, of ten minsten tot nadere dis„ positie toe, den verkoops prijs der Nagulen ter deezer kuste verkogt garioffel nagulen bepaald, op een hon„ wierden tegen 100. stuivers Ne derd zwaare steuvers het pond het derlandsch geld, naardien zij daar geen haar heeft, doen denken dat door meede Nederlands geld gemeent bij zeggen, dat de uitkoops prijs wierd. Te meer daar sedert die tijd het den vereischten iever om de hun toebetrouwde posten zoo waarte„ neemen als het behoord, en voor al te tragten om in dien dienst de noodige kunde te verkrijgen: van 't voormelde schip, en deszelfs laading een goed ge„ bruijk te maaken zal zijn geweest pond P der 93 Het kan niet wel met volko„ § 381 Hun antwoord op den 237 pond garioffel nagelen hier ter kusten der Nagelen op deeze kust altoos verkogt is en nog verkogt word me zekerheid beweezen worden of het in den Jaare 1752. door de paragraaff van de Generaalen voor een oude Nagapatnamsche pa„ opperhoofd van Palliacatta tol vrij Hooge Regeering gesteld was brief van den Jaare 1781, dat is niet, wanneer hij voor zijne par„ good, twee fanums en twintig kas„ jes, het geen in Nederlands geld uijt„ ticuliere rekening lijwaaten of andere op 100. stuijver 't pond, en dat het naamlijk bij den Jnlan„ goederen afscheept; zoo als door het maakt 98. stuijvers en 7. pennin„ men daar in zeedert geene ver„ der ter deezer kuste een gen, en dus niet meer met haare opperhoofd Tadama in den Jaare 1778. opgaaff differeerd als ƒ—. 1. 9. voor gedaan is — laaging had gemaakt, doende algemeen gebruik is, de op„ welke prijs van 98. stuijvers en Dog alle de opperhoofden die immer over zulks dit antwoord ten per hoofden van de buijten op Palliacatta geweest zijn hebben zig 7. penn: Nederlands geld het lb: ga„ klaarsten zien, dat zij in't rioffel nagelen ook bij onze Negotie dat regt aangematigd en het zelve kantooren bij uitnemen„ gefundeerd op zekere caul door den boeken ingenomen en verantwoord geheel niet begreepen hebben heid Kapitain te noemen, heer David chan op den 13. october word. dat mits diende voorschreeve toond meede genoegzaam aan, 1701. verleende, waar bij hij ordonneerd om het volk dat door 't Palliacats prijs van 100. stuivers van dat zij niet gevat hebbenden opperhoofd ergens met eenig goed Jndisch, en niet van Nederlandsch grond van de bedenkelijkheid gezonden word, tot wag en onver„ hinderd te laaten passeeren. geld te verstaan was, zoo als zij bij die paragraaff door ons van dit priviligie, waar van alle nogthans bij hunnen brief van geoppend, welke niet was in het voorige opperhoofden hadden ge„ gaudeerd, maakten het opperhoofd den 25. September 1778. bij voormel algemeen of de Kapitain van Tactama en den secunde schoffier de onze missive aangehaald had„ Palliacatta goederen zonder tot mogt ook gebruijk ingemelden Jaare 1778. met het afscheepen van 14. pak„ den gesogd. verzenden, maar in 't bij zonder of §301 ken en

NL-HaNA_1.04.02_3783_0104 view scan ↗

English

he might do so concerning goods that he had caused to be shipped not in his official capacity but for his private account, about which the havildar complained to the Nawab, as if they had thereby defrauded the toll. The Chief Tadama defended himself against that complaint, and the matter rested there due to the war that has since arisen. However, had Chief Tadama presented the matter in a clearer light in his aforesaid defense, we trust that your Right Honorable, Highly Esteemed, and the High Government at Batavia would have viewed it from a different perspective. The questionable 14 packs of linens sent to Madras by Chief Tadama and the Second Schaffier to be sold there were actually rejects of Company linens, which they had retained for the security of the Company and themselves until the expiration of the demands. Had the Palliacatta merchants possessed money to pay in cash upon entering into the new contract of the year 1779 for that which they had delivered short on the most recently expired demands, the Chiefs would have immediately returned all their rejects to them. But since this was lacking, they were obliged to send them to Madras for their account to be sold, in order to settle the merchants' accounts with the Company from those proceeds, as has since happened. This is declared by the provisional governor Nicolaas Iasam to have been the true state of the matter by the Chief at that time, and he thus trusts that your Right Honorable, Highly Esteemed, and their High Excellencies will now judge less unfavorably concerning it; for it would have fallen hard upon him and the Second Koffier to have to pay toll for linens collected for the Honorable Company but rejected by them because it was unacceptable merchandise. All the more so since all his predecessors, as far as he had been able to ascertain, had never paid any toll to the Duan, whether for provisions or for private trade in these cloths, which moreover, in a certain sense, could be considered as Company linens sent by him and the Second Schaffier to Madras, not in the hope of profit, but to satisfy the arrears of the merchants for that year from the proceeds thereof, and thus viewed from that aspect should be exempt from paying any toll. Apart from Nagappatnam, which was ceded to England at the latest peace, the Company has not owned a single office on the coast where, over and above the leases that are collected there, any new tax could have been introduced with hope of success, because they are all small places in which only a few wealthy people live, and these are ordinarily the merchants of the Company. At least here in Palliacatta, no poll tax or tax on houses can ever be introduced, since the city belongs to the lord Nawab of the Carnatic, and not to us. It is true that in Sadras and Palicol the Company collected a small poll tax before the war, which was gathered by way of a collection. In the year 1779/80 it amounted to pagodas 106. 21. in Sadras, and ƒ 160: 8. -. in Palicol. After the war, that collection could no longer take place in Sadraspatnam, for the few inhabitants who still escaped the sword and famine are utterly poor people who rather require relief. In Palicol the collection was indeed reintroduced, but for the year 1785/6 yielded no more than pagodas 35. 25. ½. And as Jaggernaikpoeram and Palicol were both so ruined in the terrible storm of 20 May last that the inhabitants will have years of work to recover, we would not yet dare to make any proposals to their High Excellencies to introduce the least new tax anywhere. But we expect from time a favorable change in this. Meanwhile, we shall have ourselves accurately informed as to what sorts of taxes the French have introduced in Pondicherry and the English in Madras, in order to be able to provide notice thereof in due course. Section 382. We have found that which the ministers reported in answer to the contents of the 309th paragraph of the general letter of the year 1780 regarding the tax on houses, dwellings, or gardens there to be of too much importance for us to pass over in silence, namely stating that if such a tax were made general, it could still be introduced, or else, in place thereof, a certain poll tax as is paid in Madras and Palicol. Indeed, especially this latter gives us cause, pursuant to that which we have already done on previous occasions, to make known our desire to you once more: that the sooner the better, measures be devised by you for the introduction of such financial resources as may be brought into being without notable hardship to servants and inhabitants. And we do not doubt that such ministers and officials who, by the proximity of the places of their residence, are in a position to investigate closely

Dutch transcription

94 hij zulks mogt doen omtrent ne reekening, waar over den hawel„ goederen, die hij niet in dhaar geklaagd heeft aan den zijne qualiteijt maar voor zijne Nabab, als hadden zij daar door den tol gefrauceerd. - particuliere reekening had doen af„ Het opperhoofd Tadama heeft scheepen. - zig op die klagt verantwoord, en hier bij is de zaak door den sedert opgekomen oorlog gebleeven. - Maar hadt het opperhoofd Tadama bij zijne voorsz: verantwoording de zaak in een beterdagtigt geplaatst; wij vertrouwen, dat uwe Hoog Edele Hoog Agtb: ende Hooge Regeering op Batavia die uit een ander oogpunt zouden beschoud hebben. — De questieuse 14. pakken lijwaaten door het opperhoofd Tactama en den se„ cunde schaffier na Madras gezonden om aldaar verkogt te worden waaren werkelijk uijtschotten van Comp: lijwaaten die zij tot securiteijt vande Comp en haar zelve aangehouden hadden tot na het afloopen van de Eisschen hadden de Palliacattasche Marchandeurs geld gehad om bij het aangaander nieuwe Contractatie van den Jaare 1779. — in Contant te voldoen, het geen zij op de Jongst afgeloopen Eisschen te min geleverd hadden, De opper„ hoofden zouden haar immediaat te rug gegeven hebben alle hunne uitschot„ ten. Maar daar dit nu haperden, waren zij verpligt die voor hunne re„ kening, na Madras te zanden om verkogt te worden ten einde uit dat pro„ venu der kooplieden Rekeningen met de Comp: te verevenen, gelijk sedert geschied is Dit verklaard den provisioneel gezaghebber Nicolaas Iasam, ken lijwaaten na Madras voor hun„ Buiten Nagappatnamdat aan § 382. Van te veel opmerking heb„ Engeland is afgestaan bij de Jongste ben wij gevonden dan dat het vreede, heeft de compagnie geen een comptoir op de kust bezeeten, waar zelve door ons met stilswijgen boven de pagten die er geheven wor„ zoude kunnen worden voorbij den, eenige nieuwe belasting zou gegaan, het geen de Ministers hebben kunnen worden geintrodu„ ceerd, met hoop van succes want het hebben gemeld in antwoord toen ter tijd opperhoofd, de waare toedragt geweest te zijn van de zaak en vertrouwd dus dat uwe Hoog Edele Hoog Agtb: en Hunne Hoog Edel„ heden daar over tans minongunstig zullen oordeelen; want het hem en den secunde kcoffier hard zou hebben gevallen tol te moeten betaalen voorlij„ waaten voor de E: Comp: ingezameld dog door hun afgekeurd, wijf het onacceptabel goed was. Te meer daar alle zijne predecesseeren, voor zoo ver hij had kunnen verneemen, nimmer eenigen tol aan den Duan betaald hadden, het zij voor provisien, dan wel particuliere negotie in deeze doeken, daar en boven in een zekeren zin, konden geconsidereerd worden als lijwaaten van de Comp:, die door hem en den secunde schoffier na Madras geszonden zijn, niet op hoop van winst maar om uit der zelver provenute voldoen de agterstallen van de kooplieden voor dat Jaar, en dus van die zijde beschouwd van het betaalen van alle tol vrijwaren. — toen alle 5 alle klijne plaatejes zijn, waar in slegts eenige wijnige vermo„ gende lieden woonen En deeze zijn ordinair de Kooplieden van de Compagnie Ten minsten hier op Palliacatta kan nimmer eenig hoofdgeld of belasting op de hui„ zen worden ingevoerd, alzo de stad den heer Nabab van Carmatica, en niet ons toekomt. Het is waar op Sadras en Palicol heeft de Compagnie een gering hoofdgeld geheven voor den oorlog, het geen bij wijze van Col„ lecte wierd ingezameld Jnan„ no 17 3/80. bedroeg het op sadras pa/o 106. 21. en op Palicol ƒ 160: 8. -. Naden oorlog heeft die collecte geen plaats meer kunnen heb„ ben op sadraspatnam, want de wijnige ingezetenen die het zwaerd en den hongers nood nog ontko„ men zijn, zijn dood armelieden die eerder ondersteuning behoeven op Palicol is de Collecte wel weden geen wij reeds bij voorige gelee„ op het ter nedergestelde bij de geintroduceerd, dog heeft voor genheeden hebben gedaan, uE 309=te paragraaff van de ge„ anno 178 5/6. niet meer geven„ nog maals ons verlangen te deerd als pra/o 35. 25. ½. —. neraalen brief van den En wijl Jaggernaik poeram kennen gegeeven, dat hoe eer Jaare 17080. wegens de belasting en Palicol beide in den onthac„ zoo beeter door uE: maat regelen kelijken storm van den 20 mai op de huijzen wooningen of laastleeden zoodanig geruineerd beraamd worden tot invoe„ thuinen aldaar, breeder ver„ zijn, dat de ingezetenen Jaaren ringe van zodanige mid„ meld, dat naamlijk eene lang zullen werk hebben om tot delen van Financie, als verhaal te komen, zouden wij diergelijke belasting mids voor als nog geen propositien welke zonder merkelijk algemeen gemaakt worden, durven doen aan Hunne Hoog beszwaar voor Dienaaren en Edelheden om de minste nieuwe de, nog wel intevoeren zoude belasting ergens in te voeren. Jngezeetenen tot stond te zijn of anders in plaats van Maar wij verwagten van de tijd brengen zullen zijn. het zelve zeeker Hoofdgeld, daar in een gunstige verande„ ring. Jntusschen zullen wij ons En wij twijffelen niet of zul„ zo als op Madras en Palicol naaukeurig informeeren laaten ke Ministers en Bediendens, wat zoorten van belasting de word betaald. die door de na bijheid der fransche op pondscherij en de Immers geeft in zonder Engelsche op Madras ingevoerd plaatsen van hun verblijf hebben, om daar van in der heid dit laatste ons aanlei„ in't geval zijn van naauwkeurig tijd kennis te kunnen geven ding, om ingevolge van het op. geen aan te

NL-HaNA_1.04.02_3783_0106 view scan ↗

English

96 the Noble Company. of the state of finances hope that these replies may better satisfy the High Government, for we truly desire greatly to contribute something on our part toward improvement. To be able to know what takes place in this regard among other nations, and especially among the English, will provide good arrangements toward this so important end, which is therefore most emphatically recommended to your and their serious consideration. Lastly, we agree with what Your Nobilities have had presented here by the Ceylonese ministers to the servants of this office regarding the creditors and debtors of the former government, as well as what some servants still believe they have to claim. We shall find an opportunity under the following section to express ourselves further on the matter of the accountability of Company servants who were stationed on the Coromandel coast at the time of the surrender of its possessions. The accounts of the former government are being paid off here successively, and those of the debtors, who are almost all merchants, are currently being investigated closely. As soon as that investigation is finished, we shall see to recovering as much of it as will be possible. However, the utmost caution must be observed in this regard, as they all reside in Nagapatnam and are thus subject to the jurisdiction of the Madraspatnam government, which, as it seems, is not very favorably inclined toward ours. We hope that this our respectful response may satisfy the expectations of our high superiors in the Netherlands and at Batavia better than the former one, for we place our honor primarily in being able to give high satisfaction in the service. 97 Section 5. The section on Ships and Vessels currently provides not the least material to report, except only that the irreparable hull of the ghurab De Hoop was sold by the Jaggernaikpoeram chiefs for 400 rupees, and that they kept the mast of it for a flagpole. Section 6. Regarding the purchase: from the day of the reestablishment of our offices on the coast, we have been diligently active in carrying forward the procurement of cloth, for on this the flourishing and prosperity of this formerly so important government has always depended. If the outcome, however, has not met the expectations of Your High Nobilities, we trust that we shall be held blameless. We have, insofar as our meager funds permitted, made purchases or collections based on the demands sent to us for the years 1786 and 1787. More we could not accomplish, for all our efforts to obtain money on bills of exchange turned out to be fruitless, as did those that we made use of in the past year to send a circular to the chiefs of our respective factories to urge Company merchants to deliver cloth on credit; from which no one could be moved, although they offered to pay one percent interest per month on the capital they would advance for the Company. 98 except for the Jaggernaikpoeram merchants who, in the past year, purchased on their own credit for the Company a considerable quantity of assorted goods. As far as we have been able to gather from the letters and other papers received here, there have been collected on this coast against the respective demands for the Netherlands and the Indies for the year 1786, or purchased from private parties outside the demand, 27 packs for the Netherlands and 366 packs for the Indies; and for the year 1787, 23 bales for the Fatherland and 166 for the Indies, which together have amounted in money to 327,057 guilders, 1 stuiver, and 8 penningen, as is further demonstrated by the report which, for greater clarification, we take the liberty of inserting herewith. The more so, because it also makes known the number of shipped and remaining cloths, both here and at our subordinate offices. The report reads as follows:

Dutch transcription

96 de Edele Maatschappij. — van het financen weezen van hoope dat deeze responden beter mogen voldoen, aan de voorige, schijnt niet zeer toegeneegen is- aan de Hooge Regering want wij waarlijkk, zeer verlangen, om mede van onze zijde iets toete brengen tot verbetering te kunnen weeten, wat hier omtrent bij andere Natien en inzonderheid bij de En„ gelschen plaats heeft, zullen tot dit zoo gewigtig einde goede schikkingen kun„ nen aan de hand geeven 't welk derhalven uwe en hunne ernstige overweeging op het aller nadrukkelijkst blijft aanbevolen. — Laatstelijk vereenigen De rekening van de rodeltung 383: van het voorig gouvernement, worden wij ons met het geen uE: hier successive afbetaald, en die der debitei„ door de ceilonsche Minis„ ven het geen meest alle kooplieden zijn, worden tans naaukeurig onderzogt, zoo ters de Bediendent ter dee„ dra dat onderzoek zal weezen afgeloopen zen Kantoore hebben doen zullen wij zien daar van zoo veel, in te Wij hoope dat deeze onze eer biedige response, beter dan de voorige voldoen moge aan de verwagting van onze hooge Su„ perieuren in Nederland en op Batavia voorhouden, raakende de crediteuren en debiteur van het voorig Gouver„ nement; mitsgaders het geen zommige Die naarens nog meenen te volderen te hebben, zullende wij onder 't vol„ gend Hoofddeel gelegenheijd vin„ den, om ons op het stuk der verant„ woording van Compagnies Die„ naaren welke ten tijde van de over„ gave haarer bezittingen op Chor„ mandel bescheiden zijn geweet na„ der uittelaaten. palmen als maar mogelijk zal zijn; Maar hier omtrent zal de uijtterste voorzigtigheijd dienen in agtgenomen te worden wijl ze alle op Nagapatnam woonen en dus staan onder de Judicatiu„ re van het Madraspatnams Gou„ vernement dat het onse zoo het palmen voor 3 F want - 97 scheeferen var tijgen voor. . bijkoaten op eredi te lepenen, want wij daar in voornamentlijk onze een stellen van Hoog desselve genoegen te kunnen geven in den dienst §5. Het hoofddeel van Scheepen en Vaartuigen leveret tans geen de minste stof van beschry de womp van de Goerabodehoogis vertogt ving op dan alleen, dat de irreperable romp van de Goerab de Hoop door de Jaggernaik„ poeramsche opperhoofdten verkogt geworden aangehouden hebben voor een vlaggestok andendag af, van het retablissement onzer Comptoiren op de Kult, zij wij met op zigt tot den 16. Inkoop, ieverig werkzaam geweest om de lijwaat procuure voortte zetten, want hier van heeft altoos gede„ pendeerd den bloei en welvaart van dit wel eer zoo gewigtig Gouvernement: Heeft de uitkomst egter niet aan de verwagting van uwe Hoog Edel„ heden voldaan, wij vertrouwen dat wij onschuldig zullen gehouden worden. Wij hebben voor zoo ver het onze geringe fond zen toe„ lieten inkoop of ien zaam gedaan op de ons toegezonde Eisschen voor de Jaaren 1706 en 1787. Meerder konden wij niet verrigten want alle onze ogingen omgeld op assignatien te be„ anno passato gebruik maakten, om de opperhoofden van onze respectiv Tactorijen irculair ante schrijven Compagnies kooplieten te arineeren om lijwaten op ridit te leveren van daar tie niemand t bewegen geweet is sunm ij ang seden heben e ent 'S maand intret te betaalen van het Capital het genhij vorde Cop:s ouden is voor-40. 0. –. Ropijen, en dat zij de mast daar dne vrugteloo te gedaane pagingen om komen vrugteloos afgeloopen zijn, gelijk mede die waar van wij in werklar op schieten 98 gedaanen to in serte van des vertog de Japemas oos leden eamnesale oe sheten behalven de Jaggermaijki oeramsche kooplieden die imanno vorl: op huneige redit voor de Comp: hebbenin gekkogt, een aanzienlijke quantiteit gezaaide goederen. — te tete an geen Vvoor zoovel wij uit de hier ontvange brieven en andere papieren hebben kunnen opmaaken, zijn op de respective Eisschen voor Nederlanden Jndie voor het Jaar 1786. ter deezer kuste ingekameld of buiten den eisch bij particuliere ingekogt, als voor Nederland - 27: —. en voor Jndie. 36. 6. –. pakkenen voor anno 1787. 23— fardeelen pro Patria, en ƒ66—. voor Jndie, die te zamen in gelde bedraagen hebben ƒ 32705 7. 1. 8. zo als nader consteert bij het vertoog het geen wij tot meerder op heldering, de vryheid neemen bij deezen te insereeren Te meer, wijl daar bij ook bekend gesteld, zijn het getal der verzondene en overgeblevene doeken, zoo hier als op onze onderhoorige Comptoiren. Het vertoogluid als volgd. — . P

NL-HaNA_1.04.02_3783_0109 view scan ↗

English

99 Statement of the fulfilled requisitions for the years 1786 and 1787 both for the Homeland and India According to the requisitions dated Amsterdam 10 November 1780 and 23 November 1785, Batavia 21 June 1785 and 29 April 1786 demanded: 133, 133, 266, 215, 13, 348 packages Whereupon fulfilled and sent from here to Batavia by the ships De Castor and De Valk, as follows: for the Homeland, India, years, Homeland, India, Together Homeland, India, Homeland, India: Rumals Festerganti of 1 ell: 2, 2 packages Rumals checkered India sort of 1¼ ell: 3 Mooris fine bleached: 2, 2, 3 Chelas fine red checkered: 6, 10 Cambays fine diverse: 20 Gingham taffachela extra fine: 1 Guinea cloth dark blue from Porto Novo: 5, 4, 6, 10, 7, 39, 46 Gilded chintz: 1 Guinea cloth fine bleached: 9 packages Guinea cloth common bleached: 7 Rumals checkered of 1¼ ell: 10 Blankets cotton padded: 50 Guinea cloth fine bleached: 25, 18, 16, 21 packages Guinea cloth bleached the Company's old sort: 27, 11 Guinea cloth common bleached: 70 Guinea cloth common unbleached: 1 Thus remaining unfulfilled: 129, 127, 256, 208, 94, 302 packages, 45 Against which, outside the aforementioned requisitions, the following were purchased here and sent by the aforementioned vessels, namely: Pulicat Linens Mooris fine bleached, length 18 and width 2½ covids: 4 packages Handkerchiefs fine red of 1¼ ell: 5 Chelas checkered diverse, length 16 and width 2 covids: 2 Cambays fine red of 8 and 6 covids: 3 Rumals checkered large of 1¼ ell: 2 packages, 16 pieces Negapatnam Linens Guinea cloth fine bleached: 2 packages Mooris dark blue: 4 Handkerchiefs diverse of 1¼ ell: 1 package, 7 pieces Porto Novo Linens: Guinea cloth dark blue: 7 Northern Linens Guinea cloth bleached of 20, 18, 16, and 14 punjams: 154 packages Rumals or handkerchiefs red checkered: 8 packages, 162 In total sent outside the requisitions: 192 packages Remaining behind here, namely: From Bimilipatnam at the bleachfield Bettilles unbleached without flowers for the Homeland year 1786: 2 packages, 10, 12 Due to bad weather and turbulence of the sea, having been unable to ship the following packages onto the ship De Valk, the same have remained behind here, namely: Cambays fine diverse from Pulicat for Ternate on the requisition of 1787: 1 package Guinea cloth dark blue from Porto Novo: 5 packages Blankets cotton padded large from Jagannathpur, as for Batavia on the requisition of 1786: 2 packages and [illegible] wet damaged and spoiled 421 guilders Blankets cotton padded on the requisition of 1786, namely: Large: 3 packages Small:

Dutch transcription

99 Vertoog der voor d' Iaaren 1786. en 1787. zoo voor 't Patria, als India geeiste voldaan 787. Volgens Eijsschen ged„t Amsterdam den 10. Nov: 1780. en 23=te Nov: 1785 Batavia den 21=te Iuni 1785. en 29=en april 1786. geeischt. - - - - - - p=ken 133. — 133 — 266. 215. 13. — 348. – p Waar op voldaan en per de scheepen d' Caster en d' valck van hier na Batavia verzonden; als v:t t patria, Jndia, Janen Patr: Ind, Zam: patr: Indi, patr: Ind:, Roemaals Festerganti d't Ell: _ _ _ _ _ _ - - _ _ _ pak: 2. – –. – 2. — Roemaals geruijte Ind: zoort d 1¼ Ell – – – – – – – – – „ — –. —. — 3. —. —. —. Moeris fijn gebleekt _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ – – – – „ 2. –. —. —. 2. –. 3. – chelassen fijne roode geruijte - - - - - - – – – – – – „ –. - 6. –. – –. 10 Cambaijen fijne diverse _ _ - - - - - - - - - - - - - - „ —. - -. - . - . — . - . 20. — Gingam taffa chela Extra fijne _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ —. —. —. —. 1. — Guinees bruijn blaauw van portonovo - - - - - - - - - „ —. —. —. - 5. - 4. —. 6. —. 10. —. 7. —. 39. —. 46. vergulde chitsen - - - - - - - - - - - - - - - - - — 1. —. —. —. — Guinees fijn gebleekt. . . . . . . . _ _ _ _ _ . . . pak: 9. – –. – –. –. –. – Guinees gemeen gebleekt – – – – – – – – – – – – – – - „ – –. 7. –. –. –. –– Roemaals geruite d' 1¼ Ell: – – – – – – – – – – – - - „ 10. –. —. –. —. — —: –. Deekens gekattoeneerde _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - - „ — -. 50. —. —. —. —. —.„ Guinees fijn gebleekt - - - - - - – – – – – – – – pak: 25. – 18. –. 16. — 21. – Guinees gebleekt 'sComp:s oude zoort _ _ _ _ - - - - - - „ 27. —. 11. — —. — — — Guinees gemeen gebleekt _ _ _ – – – – – – – – – – – „ –. –. 70. –. –. . —. –. Guinees gemeen Ruw _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - „ — - 1. — —. —. —. Des onvoldaan Gebleeven. . . . - - - - - - - Pakk: 129. —. 127. - 256. - 208. – 94- 302: 45 Waaren tegen buiten d' voorsz: Eijsschen alhier zijn Jngekogt en p:r voorm=de bodems verzond: als: Palliacatse Lijwaaten Moeris fijn gebleekt lang 18. en b„t 2½. Cob„s - - - - - - - - - Pak: 4 = Neusdoeken fijne Roode d' 1¼ Ell: _ - - - - - - - - - - - - - „ 5. — Chelassen geruite diverse lang 16. en br:t 2. Cob=s – _ _ _ - - - - - - - „ 2. —. Cambaijen fijne Roode d'8. en 6. Cob=s _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - „ 3. —. Roemaals geruite groote d' 1¼. Ell. – . . . – – – . - – - - - . . „ 2. p.:s 16. -. - Nagapatnamse Lijwaaten Guinees fijn gebleekt. _ . - - - - - - - - - - - - - _ - _ _ Pak: 2. –. Moeris bruijn blaauw _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - „ 4. —. Neusdoeken diverse d' 1¼. ell: – - - - - - - - - - - - - - - - „ 1:— „ 7. — Portonovose Lijwaaten: Guinees bruin blaauw - - - _ _ _ _ - - _ _ _ _ _ _ - - - „ 7. — Noordse Lijwaaten Guinees Gebleekt van 20. 18. 16. en 14. poenjangs - - - - - - - - pak: 154 — Roemaals of Neusdoeken Roode geruite - - - - - - - - - - - - „ d=o 162– In 't Geheel buiten de Eijsschen verzonden - - - - - pakken 192= Alhier blijven overleggen; Teweeten: van Bimilipatnam ter bleek Bathilles Ruw zonder bloemen pv:r 't Patria A=o 1786. _ _ - - - - - - „ 10. — „ 12. — . . . Pak: 2. -. Door quaad weder en onstuimigheid der Zeede volgende pakken in 't schip d' valck niet hebbende konnen afscheepen zoo zijnde zelve alhier blijven oveleggen; als Cambaijen fijne diverse van Palliak: v:r Tern: op den Eijsch van 1787. pak: 1. —. Guins=r bruijn blaauw van Portonovo - - - - „ „ „ „ - - - - - - „ 5. —. Deekens gecattoeneerde groote van Jagg:, als voor Batavia op den Eijsch van 1786. _ _ _ _ _ - - - - Pak: 2. en zee de hen gerdatie verkoorde nat gevordene en vervoltene ƒ 421. — deekens gekattoeneerde op den Eijsch van 1786:; Teweeten: Groote - - - - - - - - - - - - - - _ _ _ _ _ - Pak: 3. — Dewijl op de Geerste 6 _„o 7: 1786. „ 1787. op de E„ schen van van Palliacatta . — --- Kleene - - - - - - - -

NL-HaNA_1.04.02_3783_0110 view scan ↗

English

Statement of the requisitioned goods satisfied for the years 1786 and 1787, both for the Fatherland and India 52 – 100 – 152 – 16 – 21 - 37 – 75 – 164 – 239 – 23 – 60 – 83 - According to requisitions dated Amsterdam the 10th of November 1780 and the 23rd of November Whereof satisfied and forwarded from here to Batavia per the ships de Castor and de Valck; as follows: Fatherland, India; Fatherland, India; Rumals sosterganti of the ell - - - - – – – – – – - packages 2 – – – 2 — – Rumals checked India assortment of 1¼ ell – – – – – – – – – packages — - — — 3 — — – Mooris fine bleached _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ – – – – packages 2 — — — 2 – 3 — Chelas fine red checked _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ packages — - 6 — — – 10 Cambays fine assorted _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - packages — - _ _ — – 20 – Gingham taffachelas extra fine _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ packages — — — — 1 — Guineas dark blue from Portonovo - - - - - - - - - packages — — — - 5 - 4 — 6 - 10 - 7 - 39 - 46 Gilt chintzes - - - - - - - - - - - - - - - - 1 — – — — Guineas fine bleached . . . . . . . - - - _ - . . packages 9 – – – – – – Guineas common bleached – – – – – – – – – – – – – – packages – – 7 – – – – – Rumals checked of 1¼ ell – _ _ _ - - - - - - - - packages 10 – — – — – — – Blankets cotton _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - packages — - 50 — — — — – packages Guineas fine bleached _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ packages 25 — 18 – 16 - 21 – Guineas bleached Company's old assortment _ _ _ - - - - - - - packages 27 — 11 — — - — — Guineas common bleached _ _ _ _ – – – – – – – – – – packages — – 70 – – – – Guineas common unbleached _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - packages — - 1 — — — — Thus remaining unsatisfied . . . . - - - - - - Packages 129 – 127 - 256 — 208 — 94 - 302 50 120 — 770 — packages 274 464 - 738 — 120 — 202 — 32 — 190 — 136 326 — 387 295 682 — 224 — 326 — 550 — 279 — 179 — 458 — 183 — 167 — 350 — 460 — 248 - 708 — 270 — 227 - 497 — 166 — 90 — 256 — 159 — 102 — 261 2191 — 1261 - 3452 - 1508 — 1506 - 3024 - Goods which, outside of the aforesaid requisitions, have been purchased here and forwarded per the aforementioned vessels; namely: Pulicat Linens: Mooris fine bleached, long 18 and broad 2½ covids - - - - - - - - - Packages 4 Handkerchiefs fine red of 1¼ ell _ - - - - - - - - - - - - - packages 5 — Chelas checked assorted, long 16 and broad 2 covids _ _ _ _ _ _ _ - - - - packages 2 — Cambays fine red of 8 and 6 covids _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - packages 3 — Rumals checked large of 1¼ ell – . . . . . . . . . . . . . . packages 2 pieces 16 - - Nagapatnam Linens: Guineas fine bleached . _ . . . - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ Packages 2 – Mooris dark blue _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ packages 4 – Handkerchiefs assorted of 1¼ ell - - - - - - - - - - - - - - - - packages 1 — packages 7 — Portonovo Linens: Guineas dark blue - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ — packages 7 — Northern Linens: Guineas bleached of 20, 18, 16, and 14 punjams - - - - - - - - packages 154 — Rumals or handkerchiefs red checked _ _ _ - _ _ - - - - - - - packages 8 — 162 — In total forwarded outside the requisitions - - - - - packages 192 Remaining behind here; namely: From Bimilipatnam at the bleachfield - - _ _ Packages 2 – Betilles unbleached without flowers for the Fatherland anno 1786 - - - - - - - - 10 packages 12 — Due to bad weather and rough seas, not having been able to ship the following packages in the ship de Valck, they have consequently remained behind here, namely: Cambays fine assorted from Pulicat for Ternate on the requisition of 1787, package 1 — Guineas dark blue from Portonovo - - - - packages packages packages packages - - - - - - packages 5 — Blankets cotton large from Jagannathapuram; namely: For Batavia on the requisition of 1786 _ _ _ _ _ - - - - Packages 2 [illegible] Blankets cotton on the requisition of 1786; namely: Large - - - - - Small - - - - - - - - - - 1786, 1787 1785, Batavia the 21st of June 1785 and 9th of April 1786 requisitioned - - - - - - packages 133 – 133 – 266 215 133 348 58 20 78 274 464 738 — 120 — 202 - 322 190 — 136 — 326 — 387 - 295 — 682 — 224 — 326 550 — 279 — 180 — 459 — 183 — 167 — 350 — 479 — 305 — 784 - 270 — 227 — 497 218 — 190 — 408 75 123 — 198 — 2266 — 1425 — 3691 — 1531 — 1576 — 3107 - for Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together; Fatherland, India, together 19 - 57 - 76 - - - Because on the requisition of 6798, a very small number of 322 packages has come in and been forwarded, the aforesaid requisitions are thus kept unanswered, in order in the future, according to desire for its complete fulfillment, to be able to answer them properly Pulicat, in Castle Geldria, the 15th of January anno 1788 1787 packages 4 — packages 7 — – – – – – – – – – – – – – - - Packages 3 – From Pulicat On the requisitions of 1787 On the requisitions of Nagapatnam Linen packages forwarded to Batavia; with addition of how many portions outside of the requisitions have been collected here, and forwarded, etc. 1787 On the requisitions of 1786 Sadraspatnam - 1787 On the requisitions of 1786 Portonovo - . - .. .. . . -. . — — 1787 On the requisitions of 1786 Palicol — Jagannathapuram On the requisitions of 1786 Bimilipatnam On the requisitions of 1787 Namely 1786 On the requisitions of In total

Dutch transcription

Vertoog der voor d' Iaaren 1786. en 1787. zoo voor 't Patria, als India geeiste voldaan 52. – 100. –. 152. – . 16. –. 21. -. 37. –. 75. –. 164. –. 239. –. 23. –. 60. –. 83. - Volgens Eijsschen ged„t Amsterdam den 10. Nov: 1780. en 23=ste Nov: Waar op voldaan en per de scheepen d' Caster en d' valck van hier na Batavia verzonden; als patr: Ind:, patr: Ind:, Roemaals sosterganti d't Ell: - - - - – – – – – – - pak: 2. – –. – 2. —. – Roemaals geruijte Ind: zoort d' 1¼ Ell – – – – – – – – – „ — -. — — 3. —. —. –. Moeris fijn gebleekt _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ – – – – „ 2. —. —. —. 2. – 3. — chelassen fijne roode geruijte _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ — . - 6. —. — –. 10 Cambaijen fijne diverse _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - „ —. -. _. _ . —. – . 20. – Gingam taffa chelas Extra fijne _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ —. —. . —. —. 1. — Guinees bruijn blaauw van portonovo - - - - - - - - - „ —. —. —. - 5. - 4. —. 6. -. 10. -. 7. -. 39. -. 46. vergulde chitsen - - - - - - - - - - - - - - - - 1. —. –. — — Guinees fijn gebleekt. . . . . . . . - - - _ - . . pak: 9. – –. – –. –. –. – Guinees gemeen gebleekt – – – – – – – – – – – – – – „ – –. 7. –. –. –. – – Roemaals geruite d 1¼ Ell: – _ _ _ - - - - - - - - „ 10. –. —. –. —. – —: –. Deekens gekattoeneerde _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - „ — -. 50. —. —. —. —. –.„ Guinees fijn gebleekt _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ pak: 25. — 18. –. 16. - 21. – Guinees gebleekt 'sComp:s oude zoort _ _ _ - - - - - - - „ 27. —. 11. — —. - — — Guinees gemeen gebleekt _ _ _ _ – – – – – – – – – – „ —. –. 70. –. –. . –. –. Guinees gemeen Ruw _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - „ — - 1. — —. —. —. Des onvoldaan Gebleeven. . . . . - - - - - - Pakk. 129. – 127. - 256. — 208. — 94- 302. 50. 120. —. 770. —. „ 274„ 464 -738. —. 120. —. 202. —. 32. — 190. —. 136. 326. —. 387. 295. 682. — 224. — 326. — 550. —. 279. —. 179. —. 458. — 183. — 167 — 350. —. 460. —. 248- 708. —. 270. —. 227. -497. —. 166. — 90. —. 256. — 159. —. 102. —. 261. 2191. —. 1261. -. 3452. -1508. —. 1506. -. 3024- Waaren tegen buiten d' voorsz: Eijsschen alhier zijn Jngekogt en p:r voorm=d bodems verzond: als: „ Palliacatse Lijwaaten Moeris fijn gebleekt lang 18. en b„t 2½. Cob„s - - - - - - - - - Pak: 4. = Neusdoeken fijne Roode d' 1¼ Ell: _ - - - - - - - - - - - - - „ 5. — Chelassen geruite diverse lang 16. en br:t 2. Cob=s _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ 2. —. Cambaijen fijne Roode d'8. en 6. Cob= _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ 3. —. Roemaals geruite groote d 1¼ Ell. – . . . . . . . . . . . . . . „ 2. p:s 16. -. -. Nagapatnamse Lijwaaten Guinees fijn gebleekt. _ . . . - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ Pak: 2. –. Moeris bruijn blaauw _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 4. –. Neusdoeken diverse d' 1¼. ell: - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1:— „ 7. — Portonovose Lijwaaten: Guinees bruin blaauw - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ — „ 7. — Noordse Lijwaaten Guinees Gebleekt van 20. 18. 16. en 14. poenjangs - - - - - - - - pak: 154 — Roemaals of Neusdoeken Roode geruite _ _ _ - _ _ - - - - - - - „ 8— 162—. In 't Geheel buiten de Eijsschen verzonden - - - - - pakken 192= Alhier blijven overleggen; Teweeten: van Bimilipatnam ter bleek - - _ _. Pak: 2. –. Baethilles Ruw zonderbloemen p:t Patria A:o 1706- - - - - - - - 10 „ 12. — Door quaad weder en onstuimigheid der Zeede volgende pakken in 't schip d' valck niet hebbende konnen afscheepen zoo zijnde zelve alhier blijven overleggen, als Cambaijen fijne diverse van Palliak: v:r Tern: op den Eijsch van 1787. pak: 1. —. Guins=r bruijn blaauw van Portonovo - - - - „ „ „ „ - - - - - - „ 5. —. Deekens gecattoeneerde groote van Jagg:; als voor Batavia op den Eijsch van 1786. _ _ _ _ _ - - - - Pak: 2. e veneeeondenen vervoen deekens gekattoeneerde op den Eijsch van 1786:; Teweeten: Groote - - - - - Kleene - - - - - - - - - - 1786. „ 1787. 1785. Batavia den 21=e Juni 175 en 9=en april 1786. geëischt. - - - - - - p=ken 133. – 13 – 266. 2 15. 13 348. 58. 20. 70. 274. 464. 738. — 120. — 202. - 322. 190. — 136 —. 326. — 387- 295 —. 682 — 224. — 326. 5. — 279 —. 10. — 459.— 13. —. 67 — 350. — 479 —. 305 — 784- 270 — 27.—197. 218. —. 190. — 108. 75. 123. — 298. —26. —. 1425. —. 3691. — 1531. — 1576. — 3107. - v: patria, Jnadia, Jamen Satr: Jond, t Lam: A„, Jrd: am:, patr: Jnd, t Zam: patr:, Ind:, 't Lam; pat:; Jode, han, pat:, Toadi, zam, patr:, Ind, t Zam, pati; Ird, thamn:; patr; Irnd, 't han; patr:; Ind, t han; patr, Ind, t zam, patr, Ind,' zan, patr:, Ind, t zam, patr:, India, tesamen patrica, India, tezamen, 19. -. 57. - 76. -. -. - De:wijl op de Geert 6790, een zeer gering getal van 322. pakken is ingekomen en verzonden, zoo zijn ook de voorsz: Eijsschen bpeant woord gehouden, om in 't vervolg na wensch van dies Compleet voldoening dezelve na behoren te konnenbeantieerde Palleacatta In't Casteel Geldria Den 15. Ianuarij A=o 1788. 1787. „ 4. —„ 7:— – – – – – – – – – – – – – - - Pak: 3. – van Palliacatta op de Eijsschen van 1787. op de Eijsschen van Nagapatnam. naar Batavia verzondene Lijwaat Pakken; met bij voeging hoe veel fandeelen buijten d' Eijsschen alhier zijn ingezameld, en verzonden Ensz: 1787 op de Eijsschen van 1786 Sadraspatnam - 1787. op de Eijsschen van 178 Portonovo - . - .. .. . . -. . —. — 1787. op de Eijsschen van 1786. Palicol — Jaggernaippoeram op de Eijsschen van 1786. Bimilipatnam op de Eijsschen van 1787. Namentlijk. 1786 op de Eijsschen van In 't Geheel.

NL-HaNA_1.04.02_3783_0111 view scan ↗

English

8. When this sale is compared against the Demands, it must certainly make a very lean showing. But we hope, indeed expect from the equity of your High Nobilities, that the Same will look favorably upon the state of the funds which we had on hand during those two Fiscal Years; both for making the collection and for settling the expenses of this Government; and then we flatter ourselves that we shall be honored with a favorable approval. 9. The price of linens has risen greatly on this coast since the war. Of this your High Nobilities will find the fullest proof cited in the letters of the chiefs and in our Resolutions. 10. The Jaggernaikpoeram chiefs already complained, in their letter of 3 April 1786, that for lack of cash they could not get the collection under way; because the merchants not only refused to accept merchandise, but moreover demanded a notable augmentation of 10 percent above the price which the Company had last paid there, saying, to give greater urgency to this request, that this price increase was mostly to be attributed to the large collection of the foreign Nations, adding that for the coarse Guinees, which had fallen entirely out of collection, and to manufacture which the weavers had to be put back to work anew, the merchants would have to pay even much more. And because we could neither contradict the general rise in the price of linens nor the reasons adduced for it, we resolved on 9 September 1786 to answer that point in such a manner that, although what had been adduced for it was founded upon reason, it had nevertheless been expected that they would have been able to induce the merchants to a partial satisfaction of the Demands, and that thereupon some trade goods would provisionally have been accepted, especially if they had appeased them with the promise to submit their request for a price increase to us. For at that time we already saw that we would ultimately have to resolve upon that, as it also seems to have been understood on the part of the merchants at the Contracting of the Year 1787. At least the chiefs, serving in answer to our Circular letter of 15 April last, say among other things that they had made every effort with the merchants to make a collection of cloths on credit, offering one percent monthly interest from the day the contract should be made until full payment; but that they had not been able to succeed therein, because those Merchants, owing to the lowered price of the Merchandise, had not yet been able to dispose of the goods they had received upon delivery of linens, and had therefore already been compelled to negotiate money from private individuals in order to keep their word regarding the delivery of the contracted 109 bales; since they, upon the further assertion by the chiefs that we were under the impression that the linens they had delivered and were still to deliver were all contracted for the Company's old prices, had declared they were of the opinion that their petition for an augmentation of 10 percent on the common Guinees and 5 percent on the Guinees Company's old sort the 9 Caal, made by the chiefs to us, had been granted. 14. But if, contrary to hope, this were not so, that they were then all ruined, since they were not in a position to deliver such cloths at those prices, on account of the dearness of the cotton, to which was added the reckless purchasing of private individuals who, looking to neither width nor length, accepted everything; whereas they had to deliver linens of proper length and width, which then upon sorting were accepted only for second and third sorts, whereas the distinguishing of second or third sorts had no place with private individuals, but everything was accepted as first sort; that furthermore the Honorable Company paid no more, on average, for the first, second, and third sorts of common bleached Guinees than N: N: pr/o 81:½, whereas the private individuals, whose linens were narrower, shorter, and worse, paid N 7 32 2, and that not in Merchandise as was done by us and on which 10 percent was presently lost, but in Cash money; wherefore they earnestly requested the chiefs to present their interests to us in the most favorable manner, to prevent their ruin. The deceased Lord Administrator had, independently of the chiefs and the merchants, accurately informed himself of the state of affairs, the trade

Dutch transcription

d is oorzaek van de gebe kigen aan oorlog zier verduuren gehet ane aeden osen 8. Wanneer dit verkoog vergeleken word te„ gen de Eisschen, moet het zekerlijk eene zeer maagere vertooning maaken. Maar wij hoopen Ja verwagten van de equiteid, van uwe Hoog Edelheeden, dat Hoogdeselve gunstig zullen nederzien op den staat der fondsen, welke wij geduurende die twee Boekjaaren aan handen hadden; zoo tot het doen van den insaam als tot goed imaaking der ongelden van dit Gouvernement; en dan flatteeren wij ont vereerd te zullen worden met een gunstig goedkeuwing. en de gentenij keekten 9 De prijseter lijwaaten is seceet denoolog ter deezer kuste zeer gereezen. Hier van zullen uwe Hoog Edelheden de volkomenste bewijzen geciteerd vinden bij de brieven der geweest 101 meijlijkheeden dar ontrent ƒ 10. i der matg: ontrae tieten door de Coplidden aldaar, mait ver„ wagt der opperhoofden en onze Resolutien De Jaggernaikpoeramsche opper„ hoofden klaagden reeds, bij hunne brief van den 3. April 1786. , dat zij mits ge„ brek van Contanten den inzaam niet konden aan den gang brengen; wijl de koop„ lieden niet alleen geen koopmanschappen accepteeren wilde, maar daar en boven nog een notable augmentatie vorderde van 10. percent, boven den prijs, die de Compagnie aldaar de laaste maal betaald had zeggende tot meerder aandrang van dit verzoek, dat die prijs verhooging veel al toeteschrijven was aan den grooten inkaam der vreemde Natien onder bij voeging dat voor het grove guinees dat ten eenemaal buijten den inzaam geraakt was, en om het welk aante maaken de wevens opnieuw weder aan het werk moesten gebragt worden, de kooplieden nog veel meer zouden moeten betaalen. — En wijl wij de algemeene stijgering van den prijs der lijwaaten nog de daar voor bij gebragte redenen, konde tegenspreeken besloten wij op den 9. September 1786, die post dusdaanig te beantwoorde, dat schoon het daar voor bijgebragte op rede Hteunde„ men egter verwagt had, dat zij de koop„ lieden zouden hebben kunnen bewegen tot eene gedeeltelijk voldoening der Ees„ schen, en dat daar op provisioneel eenige handel waaren zouden geaccepteerd gewor„ den zijn, voor naamentlijk zoo zij hun buijten E6 gepaaid 9 102 schon wen dartoe wel douwt virtu resolveren 13 gen,om en inkaem of erealte en„ schoon ie een p:r C: intrest gebooden hasden, de verzogte augmentatie haar de ge„ Htoan aat gepaaid hadden, met belofte van hun ver„ zoek om prijs verhooging ons te zullen voordtragen Want wij toen ter tijd, al zaagen dat wij daar toe eindelijk zouden moeten resolveeren, zoo als het ook van de zijde der kooplieden schijnt begreepen te zijn, bij de Contractatie van den Jaare 1787. — de opperti hebben miet konnen dar Ten minsten de opperhoofden in ant„ woord dienende op ons Circulaire schrij„ ven van den 15. April Jongstleden, zeggen„ 1 onder anderen, dat zij alle pogingen bij de kooplieden hadden aangewend, om een inzaam van doeken op credit te doen; onder aanbieding van een percent intrest somman van den dag af dat de aanbesteding zouge„ schieden tot de volle betaaling toe, dog dat zij daar in niet hadden kunnen reuisseeren, uijt hoofde die Marchiandeurs om den verlaagden prijs der Koopmanschap„ pen, nog niet hadden kunnen van de hand zetten, de goederen die zij op leveran„ sie van lijwaaten ontvangen hadden, en daarom reeds genoodzaakt geweest waaren bij particuliere geld te negotieeren om haar woord te kunnen houden omtrent de le„ verantie der aangenome 109. – pakken nadien zij, op het verder geavanceerde door de opperhoofden, dat wij in het denkbeeld waren dat de lijwaaten die zij geleverd hadden en nog stonden te leveren alle voor Comp:s oude prijzen aangenomen waren de ooplijeden waren van opinie, dat gedeclareerd hadde, van openie te zijn, dat hunne instantie om een augmen„ tatie van 10. percent op het guinees reuisseeren gemeen en waarom 103 cas contrarje vervolg 14. de coopmansz: die zij in d:o E:s ontvan„ gen haren lagen nog omer koo„ gemeen, en 5. – percent op het guinees Com„ pagnies oude soort de 9. Caal door de opper„ hoofden aan ons gedaan, toegestaan was; hoor ingebrogte bedwar itsien dog zoo dit onverhoopt zoodaanig niet en was, dat zij dan alle geruineerd waren alzoo zij niet in staat waren zulke doeken tegen die prijzen te leveren, om de duurte van het capok waar bij nog kwam de onbezonnen inzaam van particulie„ ren, die na geen breete of langte ziende, alles accepteerden; daar zij lijwaaten moesten leveren van behoorlijke lengte en breete, welke dan bij Cortatie nog mat voor tweede en derde soort geaccepteerd wierden, daar het maaken van tweede of derde soort bij particulieren geen plaat had, maar alles geaccepteerd wierd voor eerste soort; dat daar en boven de E: Comp: voor de eerste, tweede en derde soort Gui„ neet gemeen gebleekt, door den anderen ge„ slagen, niet meer betaalden als N: N: pr/o 81:½ daar de particulieren welkers lijwaaten Smalder Korter en Slegter waren N „ 7 32 2 betaalden, en dat niet in Coopmansz: zoo als door ons geschiede en waar op tans 10 p: Cent verlooren wierd; maar in Contant geld. waar om zij de opperhoof„ den ernstig verzogten, hunne belangens aan ons op het favorabelste voor te draa„ gen, tot preriventie van haaren ondergang, Den overledenen Heer gezaghebber heeft zig in dependent van de opperhoof„ den en de kooplieden naaukeurig gein„ formeerd na den staat der zaaken, den handel

NL-HaNA_1.04.02_3783_0115 view scan ↗

English

deliberations held regarding the request concerning Jaggernaikpoeram, and assured us that the merchandise received from the Company in anno passato for the supply of linens was still actually lying in part in the merchants' warehouses, and thus constituted a useless capital. Furthermore, the merchant thoroughly experienced in the trade on this Coast, Arreton Carrapat, when he came from the North last year, disclosed not only to Mr. Blaaukamer, but to all of us, the reckless manner in which the private individuals there collect linens, paying more for them than the Company and thereby ruining the market in an irresponsible way and making the working people insolent and unmanageable; but at the same time he declared that we should hope for no linens without granting a considerable price increase, because we would always find ourselves forestalled by others, who walk around with ready money and are more than easy, indeed reckless, in accepting cloths; whereas the Company mostly paid with unsaleable merchandise, made strictly defined contracts, and was more difficult in accepting them, not even taking a third sort for a second sort by way of favor, whereas private individuals accepted linens of 18 poenjangs which they paid for as 23. Concerning the aforementioned request of the merchants and the weighty reasons they adduce for it, we deliberated on the 17th of January, and in accordance with the preliminary advice of the Administrator Mr. Blaaukamer, decided to grant—subject to the favorable approval of Your High Excellencies, which we hereby respectfully implore—to the merchants of the white linens a price increase of 10 percent on the common bleached Guinees, and of 5 percent on the Guinees Company's old sort; on this condition, however, that they shall reduce those prices again as soon as circumstances improve, to which we have instructed the chiefs to pay close attention. The company of the suppliers of the red cloths, in order to demonstrate their zeal for the Honorable Company, have since the year 1706 made collections for the Company out of their private purses of sown goods, of which they have delivered into the Company's warehouses at Jaggernaikpoeram to an amount of pa/o 15782; whereupon, as appears from the chiefs' letter of the 21st of January A.o p:o, they have requested permission to charge interest of one percent per month from the time they had advanced that money until the day of payment, and that likewise the coolie wages to an amount of M: D: pa/o 212. 12., paid by them for transporting the aforementioned goods from the Bay of Wintepalum by the overland route to Jaggernaikpoeram, might be refunded to them, as those linens were always collected with Company vessels before the war. We have regarded both of these requests as very equitable, and thus likewise on the aforementioned 17th of January decided to qualify the chiefs for the payment of both. We hope that Your High Excellencies will also be pleased to approve this decision, which is entirely equitable and furthermore grounded upon our circular letter of the 15th of April 1707, especially since we have hopes that they will allow themselves to be persuaded to receive the amount due to them in merchandise, against which they had raised several difficulties, according to the chiefs' advices of the 19th of August last. The Bimilipatnam chiefs have also had to contend with very great difficulties before they could get the collection there under way again, on account of the large purchases made there on the account of private English, French, and Danish merchants, because they, particularly the French there, bought up for cash payment whatever they could find on the looms, without looking to quality, length, or width, which necessarily made the collection very difficult for our Company, since the chiefs, on the other hand, had nothing to offer but merchandise. Nevertheless, they succeeded on the 28th of March 1786 and the ultimate of June 1787 in contracting for the demands of those years at the prices paid in anno 1781, upon which the contractors have already delivered a considerable quantity of cloths. Exactly how much, we cannot accurately determine, as we are still lacking the final accounts for 1787, but we trust that the amount of the merchandise that has been furnished to them will be completely fulfilled in good quality cloths. Such well-meaning merchants as those of Bimilipatnam have proven to be thus far deserve every encouragement on our part, particularly now, because when the shipping opens, we shall again be able to send nothing thither except unsaleable merchandise in satisfaction of the Indian requisition for this year. We also considered this during our deliberation held concerning that factory on the 17th of January last; and therefore decided to agree to the request presented by the merchants to allow 7 packs of fine Guinees and 9 bales of Guinees Company's old sort, delivered in excess of the requisition for anno 1787, to serve toward completing the requisition for anno

Dutch transcription

104 ren in kaam aldaar doen, geneld Coopmande, betalde gehoudene besoge ver het versoek op Jaggernaikpoeram betreffende en ons verzekerd, dat de Koopmanschap pen in anno passato van de Comp: ontvan„ gen op leverancie van lijwaaten nog wer„ kelijk voor een gedeelte in der kooplie„ den pakhuijzen lagen, en dus een mut„ teloos Capitaal was. — ho onde suste partieren an ok heeft den door en door kundigen koopman in den handel op deeze Rust, Ar„ reton Carrapat, wanneer hij voorlede Jaar van de Noord kwam, niet alleen voor den Heer Blaaukamer, maar voor ons alle opengelegd de onbesuisde manier, waar op de particuliere aldaar lijwaaten in„ zaamelen, die zij duurder als de Comp. betaalden en daar door op eene onverant„ woordelijke wijze de markt beduerven en asteen en het werk volk brutaal en onhandel„ baar maakten; maar teffens verklaard, dat wij op geen lijwaaten moesten hoopen, zonder eene aanzienlijke prijs verhoo„ ging toe te staan, uit hoofden wij ons al„ toos zouden voorgekomen zien, door an„ deren, die met contant geld rondloopen en meer als faciel, Ja onbezonnen in het danr d' E: Comp: integenslmton, accepteeren van doeken zijn, gemerkt de Compagnie meest al, niet tans ongewie„ de koopmanschappen betaalde, naauw bepaalder Contracten maakte en diffi„ cielder was in de acceptatie: nemende zelfs, bij gratie geen derde voor tweede soort, daar particuliere aannaamen lijwaa„ ten van 18. – poenjangs die zij voor 23 betaalde Over het voorschreeve verzoek van en den 105 gen lijveaten, deg oder welke mets, „wat die leveranciens dier wegens om hegt teben gedaane leverantie operen„ N. 17. dit voor pa/o 15782. aangehaarde goe„ deren, de kooplieden ende gewigtige redenen die zij daar voor bij brengen, hebben wij op den 17. Januarij gebesoigneerd, mitsgaders op het preadvies van den Heer gezaghebber Blaaukamer beslooten, om op gunstige approbatie van uwe hoog Edelheden waar om wij bij deezen met eerbied imploree„ ren aan de kooplieden van de witte lij„ toetastaan prijs verkogig opn nevens waaten toete staan een prijs verhooging van 10. percent op het guinees gemeen gebleekt, en van 5. percent op het qui„ nees Compagnies oude soort: onder deeze voorwaarde nogtans, dat zij die prijzen weder verminderen zullen, zoodra de omstandigheden verbeteren, waar op wij de opperhoofden gerecommandeerd hebben attent te zijn. — Het gezelschap der Leveranciers van de roode doeken, hebben om hunne zugt voor de E: Comp: te betoonen, sedert den Jaare 1706. uit hunne prive beurzen inzaam voor de Compagnie gedaan van gezaaide goederen waar van door hun in Compagnies pakhuisen op Iaggernaik poeram geleverd zijn, voor een W bedraagen van p a/o 15782. —. waar op zij blijkens der opperhoofden brief van den 21. Januarij A. o p:o verzogt hebben den in„ terest van een percent 'smaands te mogen berekenen, van den tijd dat zij dat geld ver„ schooten hadden tot den dagder betaaling toe, en dat dus mede aan hun mogt worden vergoed de Koeliloonen tot een bedraagen van M: D: pa/o 212. 12. , door haar betaald voor transport der voorsz: goederen uijt de - 106 daar inne Bijmilip al marije de bogt van wintepalum over den land„ weg na Jaggernaik poeram, alzoo die lijwaaten voor den oorlog altoos afgehaald wierden met Compagnies vaartuigen. — gedaan accordeerin in het zelve Wij hebben beide deese verzoeken voor zeer billijk aangezien, en dus almede op den voorschreeven 17. Ianuarij besloten, de op„ perhoofden tot de afbetaaling van het een hoope van H: H: Edelh approbatie en ander te qualificeeren. Wij hoopen dat uwe Hoog Edelheeden in dit besluijt za alleszins billijk en daar en bovengegrond is, op ons circulair aanschrijven van den 15. April 1707. meede zullen gelieven § 19 goedttekeuren. voor al daar wij hoope hebben dat zij zig zullen laaten beweegen, om het hun Competeerend bedragen in Koop„ manschappen te ontvangen. en waaronte meer § 20. waar tegen zij verscheide Zwaarigheeden gemaakt hebben, volgens der opperhoofden advisen van den 19. augustus laastleden. ntegeone mijs euin uni De Bimilipatnamsche opperhoofden hebben mede te worstelen gehad, met zeer veel zwaarigheden eer zij den inzaam aldaar, weder konde aan den gang brengen, om den grooten inkoop die daar geschiedis voor reekening van particuliere: Engelsse Fransche en Deensche Negotianten, wijl die voornaamentlijk de Fransche aldaar voor Contante betaaling inkogten, wat ze maar op de werff getouwen vonden, zonder na deugd, lengte of breete te zien want dit den inzaam voor onze Compagnie zeen moeijelijke maaken moest, wijl de opper„ hoofden daarentegen niets aante bieden hed de als koopmans Waar 8. . 107 wat men tot gemoer koning den Jagij gernaijkp: cooplieden heeft geaccopdeerd, de Caplade van det Cmptor de orenas nog haareijverig hetd degen de t afpentige d: : Even wel is het kun gelukt op den 28. maart 1786 en ult„o Junij 1787. aanbi steding te doen op de petitien van die Jaaren voor de prijzen in anno 1781. be„ taald, waar op de marchandeurs bereed een aanzienlijke quantiteijt doeken geleverd hebben. Hoe veel kunnen wij niet naaukeurig bepaalen, wijl ons nog manqueeren de afreekeningen voor 1787. , maar wij vertrouwen, dat het bedraagen van de koopmanschap pe die aan hun verstrekt geworden zijn, Compleet zullen voldaan zijn in deugd„ zaame doeken. — Overige en wel meenende koop„ lieden, zoo als die van Bimilipatnam bekoomen tot nog toe te zijn, verdienen alle aanmoediging van onze zijde; voor„ namentlijk nu; want wij bij het open„ gaan van de vaart alweder niet san„ ders na derwaarts zullen kunnen zenden als ongewilde koopmanschappen in voldoening van den Indischen Eisch voor dit Jaar, Ui: hebben wij, bij onze E gehoude besoigne over dat Comptoir op den 17. Januarij Jongstleden mede gecon„ sidereerd; en daar om besloten in het voorgedraagen verzoek der Kooplieden te accordeeren, om 7. - pakken guinees fijn en 9. – baalen guinees Comp. oude soort, op den eisch voor anno 1787. te veel geleverd, te mogen doen dienen tot completering van den Eisch voor an„ beloonen no. e

NL-HaNA_1.04.02_3783_0119 view scan ↗

English

108 Jaggernaikpoeram and Bimilepatnam 25 Why we have not been able to make any collection here and at the other factories for the year 1786, because of a lack of necessary funds. Contract made for 30 packs. 26 Doubtful whether we shall succeed in this during this year. anno 1786, so that that number does not exceed what was demanded thereof in the previously sent demands. Which arrangement, although contrary to the order, we hope Your Right Excellencies will also be pleased to approve, for the reasons we have brought forward for it. This much regarding the collection of linens at both the aforementioned offices. We, on the other hand, for lack of money and sufficient merchandise, have not been able to make any contract for linens here for the year 1786. For that same reason, this was also impracticable at the offices of Sadras, Palicol, and Porto Novo. Yet in the past year we made a small contract here for only 30 packs of linens, which have as yet been only partially delivered, although we granted the supplier an advance of 3 percent on the prices paid here before the war, and moreover paid half of the delivery in cash. Whether we shall succeed better this year is doubtful; our funds consist for the present of currently unwanted merchandise and are, moreover, far from sufficient to make the collection general across all our factories, as we would gladly wish to do. 109 We might alienate the weavers and washers from us. Report of the suffered loss at Jaggernaikpoeram. For we can well imagine how hard it must have fallen upon the chiefs of Sadras and Palicol, as well as the Resident of Porto Novo, not to have been able to make any collection thus far for lack of funds; and how detrimental this must also be to the interests of the Company is very easy to fathom. For if this deficiency lasts longer, it must entirely alienate the merchants, the weavers, and the washers from us, whereby it is to be feared that they will depart for other places to find their livelihood. In the dreadful storm of the 20th and 21st of May, the Company suffered a heavy loss at Jaggernaikpoeram, especially in its linens. However, of the demand pro Patria, we judged it best not to dispatch any extracts as long as we do not have the means at hand to carry through the collection, considering that the prestige of the Company is too greatly degraded among the natives by a futile contracting. The extract demands for returns for the Indies and this year we have dispatched to the respective factories to be contracted for, if possible at the old prices. 110 For 37 packs were washed away, and all the others were soaked through and through. Of that which was genuinely lost, both in linens and merchandise, we had a distinct statement drawn up, which is transmitted among the appendices hereof, from which we have seen with regret that this loss alone has amounted to f 30,710.14.8, or with the cost of the Gurab De Hoop to f 1,733.2.8, fully f 42,443.17.-, which one may truly count as [illegible] heavy. And we fear that this will not yet be all, for we have not yet received reports on how it turned out with the linens that have been sent. At least we have no favorable thoughts about the cotton-padded blankets that were brought here with the sloop De Fortuna in anno passato. On the 5th of January, the report submitted thereon served; of 31 packs opened and inspected here from that lot, because the gunny of the packs lying in the bottom layer was found rotted, caused by poor stowage, 280 blankets were found suffocated and rotted. And therefore we fear with good reason for those that were dispatched to Batavia with the ship De Valck, that they will have had to be rewashed again, for which we are apprehensive. 111 Upon which submitted report we decided to have the aforementioned 280 pieces of blankets sold by public auction for what they would fetch, and to have the loss that was to fall on 4 pieces of large and 14 pieces of small blankets, which had been spoiled by the careless stowage, reimbursed by the owner of that vessel with a 25 percent advance; as well as to charge Jaggernaikpoeram for one piece found missing in pack No. 160, to be reimbursed by the packers. But regarding the remaining 145 pieces of small and 160 pieces of large blankets, which we assume were dispatched in such state from Jaggernaikpoeram, there came into our consideration what was made known by the chiefs, especially with regard to the blankets, in their letter of the 19th of July, concerning the possibility that the salinity contracted in the storm and inundation of the 20th of May might well have penetrated into the kapok, and after repacking could cause rotting, for which they, no more than the packers, could be held responsible. And therefore we decided, both for that reason and because it is indisputably true that goods once soaked with salt water can never be so well [illegible]

Dutch transcription

108 Jagereni en Bimile patnan„ 25 waar om men hier en op de overige factorijen geen in saam haet konnen doen voor rdo d ding gedaan van 30. pakh: door gebrek aan nodige sondezen 26: twijffeling of men van dit Jaar, daarin„ in deten slagen zal, no 1786. , zoo dat getal niet surmon„ teerd wat daar van gevorderd is, bij de voor 1 en en e gezonde Eissecen: Welke schriking„ schoon strijdig met de ordre wij hoopen dat uwe Hoog Edelheden almede zul„ ten gelieven goed te keuren, om de rede„ nen die wij daar voor hebben bij gebragt oafshendelig vande lijart atan te Duis veel, met opzigt tot den inzaam van lijwaaten op beide de voormelde Comptoiren. — Wij hebben daar en tegen uit gebrek van geld en genoegzaame koop manschappen alhier geen aan besteding van lijwaaten kunnen doen, voor den Jaare 1786. ook was dit om die eige rede ook ondoenlijk op de Comptoiren sadras, palicol en Porto„ en d: : hest van ie egt en an e tl dog in het gepasseerde Jaar hebben Of wij van dit Jaar beeter slaagen zullen is twijfelagtig; onze fondsen bestaan voor als nog in thans ongewilde koopmanschappen en zijn boven dien in verre na niet toerijkende om den inzaam algemeen te maaken over alle onze Factorijen, zoo als wij gaarne wij hier een klijne aanbesteding gedaan van slegts 30. pakken lijwaaten die nog maar gedeeltelijk voldaan gewor„ den zijn, schoon wij aan den Leverancier een augmentatie van 3. percent, op de prijzen, alhier voor den oorlog betaald, geaccordeerd, en daar en boven nog de helft van de leverancie in Contant voldaan hadden. wij wenschte . . 109 van on verveveemdeen zullen dn e er e n § 29. verslag van de geleedene schudl in te kom op Jenger maits:e dog devort atiarmet § 28. wenschte te doen want wij kunnen zaa wel nagaan hoe hard het de opperhoofden van Sadras en Palicol mitsgaders den Resident van Portonovo moet gevallen hebben, tot nog toe geen inzaam te kun„ „nen doen uit gebrek van Jondsen, en hoe nadeelig dit meede weezen moet, voor het belang van de Compagnie, is zeer vresz da de hoft j wee en askel ligt na te gaan; want zoo dit gebrek lan„ ger duurt, moet het de kooplieden, de weevers en wasschers ten eenemaal van ons vervreemden, waar door het te vreezen is, dat zij naandere plaatzen vertrekken zullen om hun bestaan te vinden. — De Extract Eischen van retoure In den ontslaggelijken storm van den 20. en 21. Mai, heeft de Compagnie op Jaggernaik poeram een Zwaar verlies geleden voor al in haare lijwaaten: Dog van den Eisch pro Patria, hebben wij best geoordeeld geen Extracten af te zenden, zoo lang wij het vermogen niet aan handen hebben om den inzaam te kunnen door zet„ ten, gemerkt het aanzien van de Maatschap„ pij, door eene vergeefsche aanbesteeding te zeer gedecelineerd word, bij den inlander„ voor Jndie en dit Jaar, hebben wij na de respective Factorijen afgezonden om aan„ besteed te worden, is het mogelijk voor de oude krijzen. - voor want Coservon 110 te verdog verzonden zijn. §397. 8 om dat men geen favorable gedagten heft van de geartonerde de en„ want er 37. pakken van weggespoeden al de andere door en door nat geworden zijn. van het geen reeel verlooren geraakt is, zoo aan lijwaaten als koopmanschappen heb„ ben wij eene distincte op gave laaten for mae„ ven, die onder de bijlaagen deezes overgaat; hoegrot dat verlies wel importeerd, waar uit wij niet leetweezen hebben gezien, dat dit verlies alleen bedraa„ gen heeft - - - - - - - - - ƒ30710. 14. 8. of met het kostende van de Goerab de Hoop tot - - - - - - „ 1733. 2. 8. wel _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ42443. 17. -. het geen men waarlijk wel in pontant wese dat dit nog nit et be zlwarken, noe men mag. En wij vreezen dat dit, het nog niet al zal weezen. want wij hebben nog geen rapporten ontvangen hoe het algeloopen is met de lijwaaten, die n te eten e peen 32 Op den 5 Januarij dienden het daarvan Ten minsten wij hebben geen favorable gedagten, van de gekattoeneerde deekens, die met het sloopje de Fortuna in an„ no passato alhier aangebragt zijn. en van die welke met de Taleke na Satavia van 31. pakken, welke uit die partij al„ hier geopend en beszigtigd zijn, om rede de goenie van de pakken die in de onderste laag laagen vervot bevonden was, ver„ oorzaakt door een slegte stuwvasie, zijn verstikt en verrot bevonden 280. deekens; en daar om vreezen wij met rede voor, die welke met het schip de valck verzonden zijn weder hebben moeten herwasschen worden: waar voor wij bedugt zijn. — weder overgegeven „11 do des ote nije sonten dana a de ovrgediens gevallen overgegeven rapport; waar op wij beslooten de voorschreeve 280. stuks dekens per public„ que vendutie voor het geldende te laaten verkoopen, en het verlies dat stond te val„ en te verleschenig de elen e onde en op 4. p.s groote en 14 p:s klijne deekens welke door de zorgelooze stuwazie bedur„ ven geraakt waren, door den eigenaar van dat vaartuig te laaten vergoeden, met 25. percent advans;, mitsgaders een stuk in het pak No 160. te min bevonden Jaggernaijk poeram aan te rekenen, om door de afpakkers ver„ goed te worden. — Maar omtrent de overige 145. p:=s kleine en 160. p:s groote deekens, welke wij veronderstellen, dat zoodanig van Jaggernaikpoeram afgezonden zijn, is bij ons in consideratie gekomen, het geen door de opperhoofden, speciaal met opzigt tot de Combaarsen te kennen gegeven is bij hunnen brief van den 19. Julij, aangaande de mogelijkheid, dat de /: in den storm en overstrooming van den 20. Mai:/ gecontracteerde ziltigheid, wel mogelijk in de kapok kongetrokken zijn, en na de herpakking. verrotting veroorzaaken kan, waar voor zij even zoo min als de afpakkers verantwoor„ delijk konden gehouden worden; en derhalven besloten wij, zoo om die rede„ als om dat het onlockenbaar waar is, dat goederen een maal door weekt van zout water, nimmer zoo wel kun„ Jaggerwaikle nen vervolg.

NL-HaNA_1.04.02_3783_0123 view scan ↗

English

112 Sale of trade goods. anno 10 June 1787. must be dried, so that they, especially when packed on top of one another, would not turn moldy again, to absolve the heads of Jaggernaikpoeram provisionally or subject to the favorable approval of Your High Excellencies from all accountability in that regard, which resolution we hope that Your High Excellencies will be pleased to approve favorably; for it would fall too hard upon the servants, who have suffered such heavy losses in their private capacity, to still have to compensate for the damage or decay that was discovered; for this is to be regarded as nothing other than notorious consequences of that misfortune. Section 34. Lack of desirable merchandise on the one hand, and the impoverishment on the other hand of all inhabitants across the entire Coast, are in our humble opinion the two fundamental causes of the great decline in the sale of trade goods across the whole of Coromandel; therefore we hope that Your High Excellencies will excuse the meager profits that we achieved on the turnover of anno 1785/6 and 1786/7. Demonstration of the profits on the same: In the first-mentioned financial year, as far as we can ascertain from the trade papers at hand here, there was gained across the entire Coast on the merchandise sold f 180777: 15. -, and in anno 1786/7 f 115145: -. -, or in both those financial years together to the amount of f 295922: 15: -, as can be seen in more detail in the following short demonstration, which we take the liberty to insert here for Your High Excellencies for further elucidation: 113 Anno 1785/6. At Palliacatta: f 52186: 5. 8. At Sadraspatnam: f 15202. 9. 8. At Portonovo: f 352. 2. 8. At Jaggernaijkpoeram: f 77518. 15. 8. At Bimilipatnam: f 35518. 2. -: f 180777: 15. - Anno 1786/7. At Palliacatta: f 24808. 9. -. At Sadraspatnam: f 1706. 7. -. At Portonovo: f -. -. - At Jaggernaikpoeram: f 32184. 15. -. At Bimilipatnam: f 56445. 9. -: f 115145: - - In total: f 295922. 15. -. Concerning nutmegs and mace: We have complained in all our letters about the great shortage that existed on this Coast of nutmegs and mace; we shall nevertheless cite the most vivid proof of this: On 3 July 1786, we sold at the Company's price all the mite-eaten nutmegs that we had on hand here and that had been garbled out of the sold parcels, to a quantity of 588 lb, which sale, although contrary to orders, we hope Your High Excellencies will be pleased to approve; because the Company gained an unexpected profit on it of f 1653. 15. -. The arrack that was brought here with the ship De Valk in anno passato, we sold, pursuant to the resolution of 20 November, 114 Section 39. 20 November, to the Master Attendant at Madras, Mr. John Hall, for 26 star pagodas per leaguer, or at an advance of 28 1/4 per cent, which was the highest bid that had yet been offered. But the sugar and the Japanese bar copper still lie unsold in the warehouses. We have also until now been able to dispose of none or few cloves. But notwithstanding all this, we hope that the trade of this year will lift its head a little, especially if we might be so fortunate as to still be provided in good time with a sufficient, adequate quantity of nutmegs and mace. Everything would depend on this. Section 40. At least the Secunde of Bimilipatnam gives the greatest hope in that regard in his letter of 26 September anno passato, and thus we flatter ourselves with that agreeable expectation of being able to present a considerably handsomer showing of profits at the end of the currently running trade year. Meanwhile, according to annual custom, we take the liberty to show in the following general summary what the weighed-out and sold parcels in the two most recently elapsed trade years, both here and at the subordinate factories, consisted of, namely: General

Dutch transcription

112 verkop der handel wekeren ao 10 Joen 107 nen gedroogd worden dat zij, voor al„ als ze op den anderen gepakt zijn, niet onsligje hetgot orvelin weder zoude uitslaan, de Jagger„ en zul te apsrbete van d: b uetia naikpoeramsche opperhoofden provisioneel of op gunstige approba„ tie van uwe Hoog Edelheden, van alle verantwoording daar omtrent vrij te spreeken welk besluijt wij hoopen dat uwe Hoog Edelheeden gunstig zullen gelieven te approbeeren; want het de bedienden die in hun particulier zulke zwaare verlieszen geleden hebben, te hard zou vallen, nog te moeten ver„ goeden de schaade of het bederf dat werdt ontdekkt; want, dit voor niets an„ ders te houden is, als voor notoire gevel„ gen van dat ongeval. — §/34 Gebrek van gewilde koopmanschappen aande eene zijde, en verarzeming aan den anderen kant van al„ le in woonens over de gandsche kust, zijna onks gevinge ge„ dagt de twe Cunctamenteele voraken van het grootevorvorlenden Verkoop van handel waarenovergans Chor„ mandelen dus hoopen wijdat uwe Hoog Edelherten ig gervonkten zullen de geringe winsten die wij op den vertier van anno 178 5/6. en 178 6/7. behaaldt hebben. — antoning den winten op dezelve : In het eerst gemelde boekjaar, is voor zoo ver wij uijt de hier aan handen zijnde nexpotie papieren, kunnen op maaken over de gansche kust op de ver„ kogte koopmanschappen gewonnen ƒ 180777: 15 - en in anno 178. 5/4 ƒ 15145:. —. —. of in die beide boekjaaren de ondervolgende korte demonstratie, die wijde vrijheijd neemen, ter meerdere elucidatie van naderhand aan Compagnies goederen : iterenen ot den ontent e aen 9 5932: 15:. —. gelijk nader te zien is bij gen uwer 113 aen nooten en poelij geven vnrkop ven 80 buarij Ji mooten, getrge uwe Hoog Edelheden bij deeen te insereeren Anno 178 5/6. Te Palliacatta - - - - - - - - ƒ52186: 5. 8. „ Sadraspatnam - - - - - „ 15202. 9. 8. „ Portonovo - - - - - - - - - „ 352. 2. 8. „ Iaggernaijk poeram - - „ 77518. 15. 8. Bimilipatnam - - - - „ 35518. 2. — ƒ180777: 15. — Anno 1786/7. Te Palliacatta - - - - - ƒ 24808. 9. —. Sadraspatnam - - - „ 1706. 7. —. Portonovo - - - - - - - „ —. -. — Jaggernaikpoeram „ 32184. 15. —. Bimilipatnam - - - „ 56445. 9. — In't geheel - - - - - - ƒ295922. 15. —. a on gemnblie e singe ij hebe bi ale on ze brieven geklaagd, over het groot gebrek dat er op deese kust was, van nooten mutschaaten en foelij, wij zullen ertans van citeeren het aller levendigte bevij Op. den 3 Julij 1786, hebben wij voor Com„ pagniet prijs verkogt, alle de vermijterde nooten, die wij hier aan handen hadden en uit de verkogte partijen gegarbuleerd, waren, tot een quantiteit van 588 lb:, welke verkoop schoon strijdig met de ordre, wij hoopen dat uwe Hoog Edelhe„ den zullen gelieven goed te keuren; wijl er de Compagnie een onverwagt voordeeltijk op behaald heeft van ƒ1653. 15. -., „: 115145: — — :itn ondans: ene alk n a De arvak die met het schip de valck in anno passato alhier aangebragt is, hebben wij volgens besluit van den 20 Novemb. wij 114. § 39 e nan aijnijmngelen van de hangezset, ej entumen e 20. November verkogt aan den Equipagi„ meester te Madras M=r John Hall voor 26. ster pagoden de leggen of met een avans van 28¼ p:r Cent, het geen het hoogste bod was dat nog was geboden dogde uijserente hese lijgen een Dog de Zuiker, en het Japansch staaff kooper, legt nog onverkogt in de Pakkhuizen. ook hebben wij tot nog toe geen of wijnig nagelen kunnen van de tnghand zetten. Maar met dit alles hoofen wij dat den handel van dit Jaar, het hoofd een wijnig zal op beuren, voor al zoo wij zoo gelukkig mogten zijn, van nog tijdig te kunnen worden voorzien, van een genoegzaame toerij kende quantiteijt nooten en foelij.— Hier van zou alles dependeeren. § 40. Ten minsten den Secunde van Bimi„ lippatnam geeft daar omtrend de grootste hoop bij zijnen brief van den 26: 7ber a:o p.=r, en dut streeken wij ons, met die aange„ naame verwagting van een vrij aankien„ lijker vertooning van winsten te zullen kunnen geven, bij het eindige van het tans loopend handelsJaar ndertusschen neemen wij na Jaar„ lijksche gewoonte, de vrijheid bij de ondervolgende generaale, Somma„ riimt aan te toonen, waar in de uitge„ wogen en verkogte partijen in de twee Jongst afgeloope handel Jaaren, zoo hier als op de onderhoorige Factorijen bestaan hebben, naamentlijk. — Ten Generaal ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3783_0126 view scan ↗

English

115 2958 7/8 from the Main Cash Treasury Gold by weight 539 and 5 2/216 ounces of gold by weight at 66 bars from the lot per the ship De Castor of the previous year and in the year 1786 brought from Batavia 539 3/16 General Summary of the sold goods which during the financial year 1785 here on the Coast of Coromandel have been turned over, showing their purchase cost, selling prices, and profits gained, both per cent and in total, namely: Cash 3845 pieces of Mexicans from the lot brought per the ship De Both from Galle in the year 1785: 3845 8000 ditto Spanish in head pieces from the lot brought per the ship De Castor in 1786: 8000 From the Trade Warehouses European Merchandise f Fine Spices Dutch nails 371 hoop iron Yellow sheet brass 1 chest with medicines: chest 1582 lb Dutch iron 3/8 cinnamon Indian Trade Goods 151328 1/8 lb Japanese bar copper; of this: 69234 1/8 lb brought by the Honorable Company to Batavia 82194 1/2 purchased from the Japanese Chief 1922 7/8 candy sugar Tatsumase Camphor 23666 3/8 lb spelter: 12 from the Provisions Warehouse 303 leagers or 117564 cans of arrack apey, to wit: 223 leagers or 86524 cans brought in the year 1785 leager 223 80 ditto ditto 31040 ditto ditto brought in 1786 per the ship De Castor 80 54140 lb Batavian rice: lb 54140 2 bundles of binding rattans: bundles 22165.13.8, 26091.0.0, 17 17/16, 3925.6.8 7694.17.8, 11520.0.0, 49 1/2, 3825.2.8 1025.14.0, 2030.5.0, 97 13/16, 1004.11.0 0.14.8, 1.2.8, 54, 0.8.0 f 195702.17.0 Total f 312969.12.0, f 508672.9.0 At 5 per cent commission granted by Their High Excellencies the Supreme Indian Government in their esteemed secret letter of 26 June 1724 to the Governor and Council as well as to the Chiefs of the factories, favorably allocated on the sale of trade goods on f 290502.4.0: 14925.2.0 5674 1/2 26 14 1/4 Pulicat Remainder for the Honorable Company: f 493747.7.0 f 100777.15.0 In Castle Geldria, the last of August, the year 1786 1922 5/8 Powdered sugar: 4958 7/82 18024 lb, 647 1/8 lb 8 nutmegs: 2896 1/4, 841 1/2 20522 5/8 cloves: 5394 1/4, 2150 1/2 221 lb mace: lb 191 3/8 207 220 26 14 1/4 10 lb, 12, 112.15.0, 1347.9.0, 1095 1/16, 1234.14.0 lb 9278 3/8, 3699 1/4, 7205.2.8, 101008.12.0, 130 1/8, 93803.9.8 969, 967 3/4, 993.19.8, 15960.11.8, 15 1/16, 14966.12.0 0.2.0, 2.5.8, 1887 1/16, 2.3.8 lb 44640, 25232.3.8, 58505.13.8, 131 3/16, 33273.10.0 lb 82194 1/2, 34675.16.0, 71855.19.8, 107 3/16, 37180.3.8 20125 3/18, 3529, 5548.2.8, 7387.5.8, 33, 1839.3.0 377.5.8, 767.15.8, 183 1/2, 390.10.0 399.0.8, 836.16.0, 109 7/16, 437.15.8 263.5.8, 468.14.0, 108 3/16, 205.8.8 14925.2.0 lb 1375, 165.6.0, 285.15.8, 72 7/18, 120.9.8 151, 39.10.8, 63.13.8, 61 1/16, 24.3.0 2.11.8 3.5.8, 5.17.0, 87 3/16 10.5.0, 17.3.0, 67 3/8, 6.18.0 197.17.8, 346.5.8, 75, 848.8.0 Bimilipatnam Purchase cost of the whole, Selling price of the whole, Profits per cent in the year, Profits of the whole f 175250.13.0, f 178190.8.8, 5 3/4, f 2931.15.8 1000.2.8, 10161.12.0, 1 1/2, 161.9.8 21600.0.0, 21818.4.8, 1, 218.4.8 Jagannathapoeram At Pulicat, Sadraspatnam, Porto Novo, Cuddalore 1059 1 2 1059 f

Dutch transcription

115 2958. 7/8. „ uit de Groote Geld Cassa Goud bij gewigt 539. en 5 2/216. mgtros Aan goud bij gewigt â 66. staav uijt de Parthij P=r t schip d' Caston van vo en in A=o 1786: van But: aange „ 539. 3/16 Generaal Sommarium der verkogte Comanschappen welke geduurende het boekjaar 178/5 hier ter Custe Cormandel zijn omgeset met aanwijsing van derselve kostende verkoopt Prijsen in behaalde advancen, zoo ten hondert als In't geheel Namentlijk Contanten. 3845. –. stuks Mexicaanen uit de parthij per 't schip De Both van gale Aangebragt in A:o 1785. „ 3845. —. – 8000. —. _:o spaans Aan kopstukken uit de parthij per 't schip d' Castor in 1786. aangebragt - 8000. -. - Uijt de Negotie Pakhuijsen Europasche Coopmansz: ƒ Fijne Specerijen spijkers Hollands – – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 371. —. „ Hoep ijzer - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - —: Rat kooper geel – – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1. - kist met medicamenten - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - kis 1582. —: lb: ijzer Hollands - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — 3/8. „ canneel - - - Indiasche Handelwhaaren - 151328. 1/8. lb: staaf kooper Japans; hier van; 69234. 1/8. lb: door d' E: Comp: te batavia Aangebragt, — - 82194½. „ „ „ „ „ van't Japans oppperhoofd Jngekogt - - – - - - – – – - - - - — - – „ —. – . „— 1922. 7/8. „ Candij zuijker - Campher Tatsumase - - - - - - - - - - - - - - - - - _ - _ _ _ _ 23666. 3/8. lb: spiauter – - - - - - - - - - - - — - - - - - - „ 12. —. „ — uijt 't Provisie Maguazijn 303. –. Legg:s of 117564. kannen Aracq: Apij, teweeten: 223. –. Legg: of 86524. kann: en anno 1785. aangebragt — -- Leger 223. —. — 80. –. „ „ 31. 040. _:o „ „ 1786. p:r 't sschip De Castor Aangebragt - - - - - 80. —. — -. -. „ - 54140: -: lb: Rijst Bataviase - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - lb 54140. — –. — 2. –. boss: bind Rottings - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - boss„ . —. „ 22165. 13. 8. „ 26091. —. —. „ 17. 17/16 „ 3925 6. 8. . -. „ 7694. 17. 8. „ 11520. –. –. „ 49.½. „ 3825. 2. 8. — - - „ 1025. 14. –. „ 2030. 5. –. „ 97. 13/16. „ 1004. 11. -. —. - — —. —. —„ — 14. 8. „ 1. 2. 8. „ 54. — „ —. 8. —. ƒ195702 17. -. Somma ƒ312969 12. —. ƒ508672. 9. -. - a 5. „ percento provisie Door Haar Hoog Edelheedens de hoog Jndiase regeering ij hoogst derselver g'eerde secreete missive van den 26 Junij 1724 an den gouver nauw en secinde als ook aan den opperhoofden der Comptoiren gunstiglijk op den verthier van rp manschappen toegelegd op ƒ 290502. 4. –. – – – – – – – – – – – – – – – – „ 14925: 2. –. 5674 ½ „ 26. —. 14. ¼. „ Palliacatta Rest voor D: E: Compagnie - - - ƒ493747. 7. —. ƒ100777. 15. —. Int Casteel Geldria ultimo Augustus Anno 1786. — – – – – – – – – – – – – „ 1922. 5/8. „ Poeder Zuijker – – – – – – – - - - - - - - - — - - - — — — — – – - 4958. 7/82. — – – – – – – – – – – 8 18024. – lb: 647. 1/8. lb: —. –. 8. –„ nooten muschaaten - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2896. ¼. „ 841. ½„ 20522 5/8. „ Garioffel nagulen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 5394. ¼ „ 2150. ½. „ 221. -. lb: foelij of macis - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - l 191. —: lb: – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – — 3/8 „ 207. -. -. 220. —. -. 26. —. „ 14. ¼. -. 10. — lb: 12. –. – „ 112. 15. – „ 1347. 9. —. „ 1095 1/16 „ 1234. 14. -. —. lb: . - - „ 9278. 3/8. „ 3699. ¼. „ 7205. 2. 8„ 101008. 12. –. „ 130. /8. „ 93803. 9. 8. 969. —. „ 967. ¾. „ 993. 19. 8. „ 15960. 11. 8. „ 15 1/16 „ 14966. 12. -. -. -. „ —. 2. —„ 2. 5. 8. „ 1887. 1/16. „ 2. 3. 8. —. —. lb: 44640. — „ 25232 3. 8. „ 58505. 13. 8. 131 3/16 . 33273. 10. -. - l: 82194. ½. „ —. –. „ 34675. 16. —„ 71855. 19. 8. -. 107. 3/16. 37180. 3. 8. „ 20125. 3/18. „ 3529. -. -. 5548. 2. 8. „ 7387. 5. 8. 33. -„ 1839. 3. -. -. - . „ 377. 5. 8. „ 767. 15. 8. „ 183.½. „ 390. 10. — —„ — „ 399. —. 8. „ 836. 16. —. „ 109 7/16. „ 437. 15 8. . –. „ 263. 5. 8. „ 468. 14. —. „ 108. 3/16. „ 205. 8. 8. - - - „ 14925. 2. —. -. - lb: 1375. –. „ 165. 6. – „ 285. 15 8. – 72 7/18. - „ 120. 9. 8. -. . -. 151. — „ 39. 10. 8. „ 63. 13. 8. „ 61. 1/16 . „ 24. 3. —. 2. 11. 8. —. - - „ 3. 5. 8. —„ 5. 17. — „ 87. 3/16 „ -. –. „ 10. 5. —. „ 17. 3. –. „ 67. 3/8 „ 6. 18. —. -. - —. - . - „ 197. 17. 8. „ 346. 5. 8. „ 75. —„ 848. 8. -. Bemi lipat Inkoops uitkoop Advancen kostende prijs van tenhon „ winkten nam van 't geheel 't geheel, der int jaar van 't geheel ƒ175250. 13 — ƒ 178190. 8. 8. - 5. ¾. ƒ 2931. 15. 8. -. . „ 1000. 2. 8. -„ 10161. 12. –. „ 1.½. . „ 161. 9. 8. -. -. „ 21600. –. –. „ 21818. 4. 8. „ 1. -. - 218. 4. 8. sagger Te Palli„ Sadras„ Porto pat nam vo„ acals„ - - - - - -. –. „ . -. „ -. -. „ 1059. — . -„ .- - -.- .„ - - - - . .- 1. —. - ta no „naik. poeram 2. — - „ 1059. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3783_0127 view scan ↗

English

116 Summary of all the merchandise sold at this main office since prime September 1786 until the ultimate of this month, with indication of their cost prices, sale prices, and advances achieved; namely: From the general cash treasury Gold by weight Mark lb: 256. 5. 5. of 19 bars from the parcel brought by the ship De Castor from Batavia in 1786: marks 256. 5. 5. 1787: marks 287. 3. 16¼. Ready money 1260 pieces Spanish cross dollars from the 2nd parcel per the ship Castor: 1260 pieces. From the trade warehouses European merchandise 278½ lb: Dutch iron: lb: 278½. 394 lb: hoop iron: 394. 84½ lb: Dutch nails: 84½. 12 lb: sheet lead: 12. 1 chest with medicines: 1 chest. Fine spices 1039 3/16 lb: cloves: 1039 3/16. 245 3/16 lb: nutmegs: 245 3/16. 3 3/16 lb: mace: 3 3/16. Indian products 94886 lb: powdered sugar: 94886. 4560 lb: black pepper: 4560. 12838 lb: camphor, Tatsumasa or Japanese: 12838. 72 lb: spelter: 72. 27¾ lb: yellow copper plate: 27¼. 98804 lb: Japanese bar copper: 17508. have arrived and been traded, in and under the course of this now concluded financial year, at Palliacatta, Sadraspatnam, Porto Novo, Iaggernaikpoeram, Bimilipatnam, purchase cost of the whole, sale price of the whole, advances per cent, profit on the whole: ƒ 80171. 14. 8. ƒ 80755. 8. -. ¼ per cent: ƒ 583. 13. 8. ƒ 92909. 9. 8. ƒ 97718. 8. 8. 5 3/18 per cent: ƒ 4808. 19. -. ƒ 3402. -. -. ƒ 3462. 12. -. 1 ¾ per cent: ƒ 60. 12. -. ƒ 51139. 3. 8. ƒ 47585. 14. -. ƒ 27. 13. 8. ƒ 25. 12. 8. ƒ 57600. -. -. ƒ 25824. 12. -. ƒ 83970. 17. 8. 235½ per cent: ƒ 58946. 5. 8. ƒ 13. 12. 8. ƒ 20. 5. -. 49 3/8 per cent: ƒ 6. 12. 4. ƒ 4480. 15. -. ƒ 7823. 3. -. 74 3/16 per cent: ƒ 3342. 8. -. ƒ 593. 3. -. ƒ 1795. 10. -. 202 1/16 per cent: ƒ 1202. 7. -. ƒ 7412. 19. 8. ƒ 13788. 2. 8. 86 per cent: ƒ 6375. 3. -. ƒ 18. 12. 8. ƒ 32. 5. -. 73 3/16 per cent: ƒ 13. 12. 4. ƒ 30. 9. -. ƒ 45. 11. 8. 49 3/8 per cent: ƒ 15. 2. 8. ƒ 40. 2. -. ƒ 64. 9. 8. 60 per cent: ƒ 24. 7. 8. ƒ 10. 14. 8. ƒ 20. -. -. 84 ¼ per cent: ƒ 9. 5. 8. ƒ 1. 10. -. ƒ 2. 14. -. 79 3/16 per cent: ƒ 1. 4. -. ƒ 126. 3. 8. ƒ 220. 15. 8. 75 per cent: ƒ 94. 12. -. Total: ƒ 217794. 8. 8. ƒ 340806. 19. -. ƒ 123092. 10. 8. At 5 per cent commission favorably granted by Their High Excellencies, the Supreme Indian Government, by their honored secret missive of 26 July 1784 to the Governor and Second, as well as to the Chiefs of the subordinate offices, on the sale of merchandise amounting to ƒ 158950. 10. 8: ƒ 7947. 10. 8. Remainder for the Honorable Company: ƒ 332939. 8. 8. In the Castle Geldria, at Palliacatta, the ultimate of August, Year 1787. 117 With the farming out of the Company's domains on this Coast, things are likewise going backward; as shown by the following brief demonstration, Your High Excellencies will observe with regret, alongside us, that the general leases for this current financial year 1787/8 have yielded less than in the previous year, by pagodas 473. 8 or ƒ 2130, as appears further from that paper itself, being of the following content: Account of the farming out of the Company's domains on this Coast, Anno 1787/8. Brief demonstration of the same. At Palliacatta in 1785/6, leased for 3 years, per year: pagodas 703 - ƒ 3165; 1787/8: pagodas 703 - ƒ 3165. At Sadras per idem, per year: pagodas 127 - ƒ 571. 10; pagodas 127 - ƒ 571. 10. At Palicol for one year: pagodas 84 - ƒ 378; pagodas 98 - ƒ 441. More: pagodas 14 - ƒ 63. At Iaggernaikspoeram for one year: pagodas 479. 6. 183 6. 8; pagodas 74. 7. 6. 3. 6. 8. Less: pagodas 404. 8. 8 - ƒ 1821. At Bimilipatnam: pagodas 47. 8 - ƒ 213. The lesser being subtracted from the greater, it appears that the leases in Anno 1787/8 yielded less: pagodas 473. 8 - ƒ 2130. Agreed.

Dutch transcription

116 _:o „ „ „ 287. 3. 6 ¼„ 39. 94886- . „ beeterd Ve 2 ingekomen en verhandelt zijn, in en onder den loop van dit nu afgelegde boekJa„ en behaalde Advancen; Namentlijk. — uit de groote geld Cassa goud bij Gewigt mag: l:o 256. 5.5. a 19. staaven uit de parthij per 't schip d:' Castor van batavia in 1786. aangebrgt magtr=s 256. 5 5. -. - - „ „ 1787. _:o „ „ 287. 3. 16¼. —- Contanten 1260. -. stuks spaans Aan kopstukken uit 2' parthij p:r t schip Cater n g o k 0 uijt de negotie pakhuijse Europasche coopmanschappen 278.½. lb: ijzer hollands - - - - - - - - - - - - - - - - - lb: 278:½. —. . 394. „ Hoepijzer - 84.½ „ spijkers Hollands - - - - - - - - - - - - - - „ 1. –. kist met medicamenten - - - - - - - - fijne specerijen - Sommarium van alle de verkogte Coopmanschappen te deeser hoofd ar oft zeedert primo september 1786. tot ult=o deeser met aanwijsing van denselver kostende, verkoops prijsen – – – – – – – – – – – – – – – „ 394–. –. — 12. –. „ Mat Lood - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1039. 3/16. lb: Garrioffel Nagulen - - - - - „ „ „ „ valk „ - 3 3/16 „ foelij of macis - - - 12838. -. „ - Indiasche Producten zuijker poeder- - Campher Tatsumase of Japanse - - - - - - - - „ 12838. —. —. — 72. —. „ Spiauler - - - - - - - - - - - - - - „ 72. —. —. — 27. ¾. „ plaatkopergeel - - - - - - - - - - - - - - „ 27¼. —. —. —. — – – – – – – – - – – – - - „94886. –. – 4560: „ poeper swarte - - - - - - - - - - - - - - „ 4560. —. —.— —. - —. 245. 3/16. - . lb: —. –. —. „ 84.½. —. 12. —. —. 1. —. —. — . – – – -kist 5705½ „ 3553. 9. 8. „ 51139. 3. 8. 1338. ¾. „ 47585. 14. – 4439. 1/16.. 2. 1. – „ 27. 13. 8. 1260. 7/8. „ 25. 12. 8. —. —. —. 22624. —. „ 57600. —. „ 25824. 12. —.„ 83970. 17. 8. . 235. ½r: „ 58946 5. 8. 67. /8. „ 13. 12. 8. 16. 23. –. „ 20. 5. –. -. . -. „ 21. ½. „ 3. 12. —. --. -„ 4480. 15. -. „ 7823. 3. -. —. —. 74. 3/16„ 3342. 8. -. -. -. „ 593. 3. -. „ 1795. 10. -. -. —. -.- 202. 1/16 „ 1202. 7. —. — —. —. —. —. —. „ 7412. 19. 8. „ 13788. 2. 8. 86. —„ 6375. 3. —. Somma - - - - - - - ƒ217794. 8. 8 ƒ340806.19. -. - - - - - ƒ123092. 10. 8. hoogst derselver g'Eerde sereete missive van den 26:' Julij â 5. percento Provisie door haar hoog Edelheedens de hoog Jndiade begeering bij op den verthier van Coopmanschappentoegelogdop ƒ58950108. - - - - - - - - „ 7947. 10. 8. — 1784. aan den gouverneur en secunde alsook aan denopperhoofdender Comptoiren guinstilijk Rest voor d': E: Comp: . . . ƒ 332939. 8. 8: Geldria ultimo Augustus Ann 1787. — Palliakatta In't Kasteel 98804. - lb: staaf kooper Japans _ _ - - - - - - - - - - lb: 17508. -. -. 1072. —. —. –. — —. —. — „ 18. 12. 8. „ 32. 5. —. -. „ -. -. -. -. „ 30. 9. –. „ 45. 11. 8. „ 49. 3/8. „ 40. 2. –. „ 64. 9. 8. 60. –. „ 84. ¼ „ 10 14. 8„ 20. –. –. 1. 10. —. „ 2. 14. —. 79. 3/16. „ 126. 3. 8 „ 220. 15. 8. 75. —„ 15. 2. 8. 24. 7. 8. 95. 8. 1. 4. — 94. 12. -. – – – – – – – – – – – - - - - - „ 3402. –. –. „ 3462. 12. -. plaatse, mitsgaders op d' subalterne Comptoiren deeses Gouvernements tot zoo verre de papieren van daar portono„ Iaggernaik, Bimilipat„ inkoops kostende uijtkoopsprijs Advancen poeram nam v0 van t geheel van het geheel p:r C=to, winst van 't geheel – - – - - - - ƒ 80171. 14. 8. ƒ 80755. 8. - —.¼. ƒ 583. 13. 8. – – – – – – - - „ 92909. 9. 8. „ 97718. 8. 8. „ 5. /18:rt „ 48. 08. 19. -. 1. ¾. „ 60. 12. -. palliakat„ Sadam patn „ 7947. 10 8. ƒ 115145 — - „ - -- - - - – – – -„ —. –. –. —. —. — —. —-. -. —. —. -. –. „ -. -. „ -. —. —. –. „ -. .- . -.- - —. -. —. - - - - pas„ ta - - 117 Met de verpagting van Compt: Ao: 178 3/. verslag van de verpagting van 'sComp:s Donderen te deesen leiste Korte demonstratie denzelve„ Te Palliacatta in 178 5/6. voor 3 Jaaren Domijnen ter deezer kuste, gaat het alme„ verpagt â s jaars - pro 70 - ƒ3165 - s 78: —-ƒ3165:— : —- - —- - - -:-: - -: -: - - Pe sadras p=r adidem 's jaars „ 127. — „ 57„18: —„127. — —„ 57: 10. —„ —: —: —„ — — —„ —: —: —„ —. —. — de den kreeften gang; bij de vol„ gende korte Demonstratie Te Palicol voor een Jaar - 84. – „ 78—„ 98:— „410: — —„—: — — „ —: — — 10: — 8. -. —. zullen uwe Hoog Edelheden Te Iagger naikspoeram nevens ons met leetweezen voor een Jaar – – - - - „47 9. 6. 183 6.8„ 74. 7.6„3. 6: 8„ —. —. — „ — —. — „ 3. 8. —„ 500. —. —. Te Bimilipatnam - - - - „ - - - - - „ - - - - - „ -. bedogen, dat de generaale pagten voor dit loopende Boekjaar 178 7/8. minder gerendeerd hebben als in het voorige pra/o 473. 8. of ƒ 2130, gelijk nader blijkt bij dat papier zelve; zijnde van den volgenden inhoud. Teld ƒ 7214969 910 1 10 Het mindere van het meerdere afge„ trokken zijnde - - - - - - - - - - -p„/o249: 60„ 9649. 6. 8. zoo blijkt dat de pagten in A:o 170 /en winder rerdearende - 138 - 8:— Accordeerd„ 438 400- verte Ao 178/6 meerder minder -:-„ D J Van e

← previousnext →