VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3784

Coromandel · 1,354 pages · 191 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3784_0746 view scan ↗

English

fruitless efforts made to negotiate those linens at the old prices; deliberation thereon, war prices paid here, an augmentation of three percent was allowed. The Commander further declared that he, as far as his extreme weakness had permitted, and alongside him the Honorable Chief Administrator Padama, had done everything possible to negotiate said linens at the old prices; but that all their efforts had been fruitless; Whereupon, after deliberation, both on account of the assurance given by the Commander and Chief Administrator that they could not have concluded on any better or other terms with the aforementioned private supplier, 10 March 1787. 499. of 3 percent on the linens, to provide to the aforementioned supplier the said quality of merchandise to deliver sound linens according to the contract, and that even the old Palliacatta Company merchants could not be moved to it, as well as out of conviction that an increase of 3 percent under present circumstances is very moderate, it is approved and agreed, resolution to provide to the aforementioned private supplier Annam Boddelij Chittij upon the delivery of linens, with an increase; namely: out of the Company’s Main Treasury 5000 Pagodas in cash, and out of the Warehouses 1283:8 lb. Japanese Camphor, 4560 lb. Black Pepper, and 94886 lb. Powdered Sugar, for the prices cited above; provided that for this, by him, against the end of September next, are delivered to the Company 18 March 1787. Insertion of that contract such sound linens as are further described in the contract prepared for that purpose by the Honorable Chief Administrator, the said contract being of the following content: Contract of Trade or Tender for India, entered into and concluded by the Honorable Willem Blaaukamer, Commander of this Coast of Coromandel, with the jurisdiction thereof, together with the Council of Palliacatta, with the private supplier Ekoeloe Annam Boddelij Chittij; namely: The aforementioned supplier undertakes to collect and deliver in good time to the Honorable Company the thirty packs of diverse linens mentioned at the head of this document; consisting of and as follows: 10 March 1787. Head 501. 10 March 1787. 30 packs; for India; thereof 10 packs fine red checkered Chelassen, length 16 and width 2 Cobidos of 200 pieces in a pack of 12 Caalen or 2880 threads; diverse samples, the pack costs Pagodas 316. 8. florins 3163. 8. — florins 4235. — — Pagodas 3258. 5. 30 florins 14662. — —. 10 ditto fine Cambays of 3 Cobidos long, of good color and thus feasible Company assortment, the pack of 200 pieces, and costs Pagodas 288 — 2280. —. — florins 10260 — — Pagodas 2348 9:50 florins 10567:16— 10 ditto fine Cambays of 6 Cobidos long, of assortment like those of 8 Cobidos, the pack of 600 pieces costing Pagodas 420. — florins 4200 — — florins 18900 — — Pagodas 4326 — — florins 19467. — — 30 packs of diverse linens for India amount to a sum of — florins 9932. 15— florins 44696:16:—. Binding himself further hereby to provide the aforesaid cloths of the required quality, and toward the end of the coming month of September. Of this contract four identical copies have been made, namely two in the Dutch and two in the Gentoo language, of which one set shall remain with the Honorable Company and the other with the supplier. Thus done and contracted in Castle Geldria at Palliacatta, 10 March 1787. was signed: W: Blaaukamer, N. Padama, M: Stoffenberg, and P: W: Teeke. In the margin: In Gentoo characters, the signature of the aforementioned supplier. Contracted and paid in the year 1779. Contracted in the year 1787 with 3 percent augmentation. 10 March 1787. Review of the received reports of the administrators here, regarding the fixed money for the unloading and loading of ships etc., to be able to determine for those positions the money for it. Having been received and read the reports of the Warehouse Master Martinus Stoffenberg, the Purser Pieter Willem Teeke, the Captain Commandant Ian Joachem Winkelman as Overseer of the Armory, the Head of Artillery Willem Hendrik Nuwer, and the Master of Equipment Adrianus van Odijk, regarding the requisition of Their High Nobilities to determine a fixed sum of money for the unloading and loading of ships and for the handling of goods in the warehouses; thus, after reading all of the same, it was remarked by the Commander on their declaration that the aforesaid reports all agreed in this: that the authors declared themselves 503. 10 March 1787. unable to determine a fixed sum, each as far as concerned him; that this was also very difficult here, both because of the situation of the place itself and other reasons mentioned in those reports, if that determination is to take place without the Company or the administrator suffering loss thereby, unless one understood it thus: that for the unloading of 1 chest of cloves, 1 bahar of copper, 1 leaguer of arrack, etc., such an amount might be charged, and for carrying those articles up into the warehouses such an amount; that this, however, for the present cannot well be determined regarding the unloading craft, for which more or less must be paid according to how far or near a ship is lying, and likewise according to the season; thus therewith not

Dutch transcription

vrugteloose aangewerde pogtingen om die lijwaaten tegen d oude prijden te beolingen; deliberatie dieregen, oorlog alhier betaalde prijsen, een augmen„ tatie wierd toegestaan van drie percent. Betuigende den Heer Gezaghebber wijders, dat hij, voor zoo veel zijne ex„ 6 treme zwakheid had toegelaten, en ne„ vens hem den E: Hoofdadministrateur Padama, alles hadden aangevend wat hun mogelijk geweest is, om gedagte lijvaaten tegens de oude prijsen te be„ dingen; dog dat alle Hunne pogingen vrugteloos geweest waaren; Waar op na de liberatie, zoo wel uit hoofde van de daarbij gedaane verze„ kering door den Heer Gesaghebber en Hoofd„ administrateur, dat op geen becteren of anderen voet met den voormelden par„ ticulieren Leverancier, hadden kunnen sluiten Den 10 Maart 1787. 499. van 3. prC=to op de lijwaaten, aan voorm: levertacies te gemelde qualiteit Coopmanzz: ter leveren deugdzaane lij„ waaten, volgens het Con„ sluijten, en dat daar toe zelfs de oude Pal„ liacattasche Compagnies kooplieden niet te bewegen geweest waren, als uit overtuiging dat een verhoging van 3. prC=to Tp: in deze tijds omstandigheeden zeer maa„ tig is, goedgevonden en verstaan, aan den besluit en met verhooging, voormelden particulieren Leverancier Anarstrekken. nam Boddelij Chittij op Leverantie van Lijwaaten te laaten verstrekken; als: uit Comps Groot Geld Cassa 50 pap ins Contaat, en gevens 5000. Pagoden, en uit de Pakhuijsen „1283:8 —. lb: Camser Iapans, Peeper Zwarte, en „ 4560 –. „ 94886 – „ Poeder zuijker, voor de prij„ zen hier boven geciteerd; mits daar voor mits daar voor onder u ld=o 7ber: door Hem, tegen ultimo September trae aanstaande aan de Compagnie geleverd worden Den 18. Maart 1787. Intestie var dat Contract worden, zoodanige deugdzaame lijwaaten als bij het ten dien einde door den E: Hoofd administrateur, in gereedheid ge„ bragt Contract nader beschreeven staan, Zijnde het gemelde Contract van inhoud als volgd. — Contract van Negotie off Aan„ besteeding voor India, aangegaan en Geslooten door den welEdele Agtbaare Heer Willem Blaaukamer, Gesaghebber deezer Custe Cormandel, met den Resorte van dien, nevens den Raad van Palliacatta, met den Parti„ culiere Leverancier Ekoeloe Annam Boddelij Chittij; Namentlijk voornoemde Leverancier neemt aan, Inte Zaame„ len, en aan d'E Comp: vroegtijdig te Leeveren de in de Den 10. Maart 1787. Hoofd 501. Den 10. Maart 1787. Hoofde deeses vermelde Dertig Packen Diverse Lijwaaten; Bestaande En als volgt: 30. Pakken; voor India; daar van 10. Packen Chelassen fijne Roode geruijte lang 16. en br=t 2. Cob„s van 200. ps in Een pak van 12. Caalen of 2880. draaden; diverse mon„ sters, het Pak kost P ƒ 316. 8. ƒ 3163. 8. — ƒ4235. — — - P ƒ 3258. 5. 30 ƒ14662. - -. 10. D=o Cambaijen fijne d' 3 Cob„s lang, goed van Couleur en dus doen„ lijk Comp„e Zorteering, het Pak van 200 p„, en kost p„ 288 -2280. –. – „ 10260 –– – „ 2348 9:50„ 10567:16— 10. D=o Cambaijen fijne d' 6: Cob„s lang, van zorteering als die van 8 Cob„s kostende het pak van 600 p:s pƒ 420. —„ 4200 – –„ 18900 – – – „ 4326 – –„ 19467. - – 30. Pakken Diverse Lijwaaten voor India komen te Emporteeren Een bedraager van - ƒƒ9932. 15—ƒ44696:16:–. 6d Verbindende zig verders bij deezen; voorsE: Doeken van de vereijschte qualiteit te besorgen, en teegens het uiteijnde van de maand Sep„ tember, aanstaande van dit Contract zijn geraakt. vier Eensluijdende Geschriften als twee in het Nederduijtsche, en Twee in de Pentiefsche taale waar van het Eene stel onder de E: Comp: en het andere onder den Leverancier zal berusten Aldus Gedaan en Gecontracteerd In't Casteel Gel„ dria tot Palliacatta den 10. Maart 1787. /:was geteekend:/ W: Blaaukamer, N, Padama, M: Stof„ fen berg en P: W: Geeke /:in margine:/ In Jentiefsche Carac„ ter, de handteekening van voerm: Leverancier. A:o 1779 Gecontracteerd Ao 1787. Gecontracteerd en betaald met 3. pr Cento augent: Ingekomen en . Den 10 Maart 1787. Eenzing van de gekomn be rigten van de administrateurs alhier, ontlossen en belaaden der schee„ per etc=a vr dien pasten san dlaar poer te kunnen bepaalen Ingekomen en geleezen zijnde de Be„ rigten van den Pakhuijsmeester Mar„ tinus Stoffenberg, den dispencier Pieter Willem Teeke, den Capi„ tain Commandant Ian Joachem Winkelman, als opzigter van de Wapen„ kamer, het Hoofd der Arthillerij Willem Hendrik Nuwer, en den Equipagie op zigter Adrianus van Odijk, oropens het vas't geld voor hit met relatie tot het requisit van Hunne Hoog Edelheeden, om voor het ontlossen en belaaden der scheepen en voor het behandelen der goe„ deren in de pakhuijsen een vast somme gelds genarqu over hunne verklaring te bepaalen; zoo is na genomen lecture van alle dezelve, door den Heer Gesaghebber gerimarqueerd, dat de voorschreeve berigten alle hier in overeenkwamen, dat de opstellen zig 503., Den 10. Maart 1787. zig onvermogend verklaaren om een vaste som, ieder voor zoo veel ken aanging te bepaalen; dat dit hier ook zeer difficiel was, zoo en waarom„, om de situatie der plaats zelve, en andere reedenen, bij die berigten vermeld, zal die be„ paaling geschieden zonder dat 'er de Comp: of den administrateur schaad- bij leid, ten waare men dezelve dus begreep; dat voor het lossen van 1. kist nagelen, 1 baar kooper, 1. legger arrak ensz: zou moogen worden opgebragt zoo veel, en voor het opdraagen in de pakhuijsen van die articulen zoo veel; dat dit egter voor eerst niet wel te bepaalen is, omtrent de losvaarthuijgen, voor welke min of meer na maate van het per of na bij leggen van een schip, en zoo ook na maate van het sai„ soen moet betaald worden; dus daarmede niet

NL-HaNA_1.04.02_3784_0752 view scan ↗

English

Their Excellencies in original to nothing more would be gained than that one would know a posteriori what the unloading of a ship had cost; that one now knew just as well, that besides this, one could not well introduce a fixed rate for the carrying up of piece goods, on account of the danger that one would now and then have to deviate from it because of the insolence of the coolies, as experience with the Posife and the lighter in the past year had taught; proposing further, under submission in original of all the aforesaid reports, to represent very respectfully to Their High Excellencies that one does not have sufficient assurance to draft and offer a plan of fixed money for the unloading of a ship and the handling of goods in the warehouses, and that one 10 March 1787. thus thus to offer, 505. 10 March 1787. to give; Concurrence to the warehouse master, eight bale binders, nature thus with the required experience must submit to the consideration of Their High Excellencies themselves whether it would not be best and what is to be taken into consideration therein, to leave the management of these matters, under the accurate supervision of the Chief Administrator against excesses, on the present footing; whereupon it was unanimously approved and understood to conform fully with the aforesaid considerations and the proposal of His Honor following thereupon, and thus to convert them hereby into a Resolution. While it was furthermore understood, upon the request of the Warehouse Master Stoffenberg appearing in his aforesaid report, to grant him for the keeping clean of the Warehouses 600 fanums per year, or 50 fanums per month; and above that still to permit him the hiring into service of 8 Bale bale 506. 10 March 1787. A memorandum of required timbers has been improperly forgotten opportunity of consequence to by his, received surety for the Mint Master Teeke, Bale binders who at the same time serve as Peons at the Warehouses; and who can absolutely not be spared here in the unloading and loading of ships. At the departure of the small ship the Castor to Batavia in the month of October last, it having been improperly forgotten to send over a Memorandum of required timbers for this Castle drawn up by the Engineer Pierre Brossette: it is therefore understood to offer the aforesaid Memorandum to Their High Excellencies as well at the very first dispatch of papers thither, while making a suitable excuse for that omission. The Trade Bookkeeper and Ware- house 507. 10 March 1787. given by the former Ministry granted to Hartman house Master Martinus Stoffenberg, and the secretary of this assembly Broerius Brouwer, having by a Notarial Deed, drawn up according to the order, placed themselves as sureties for the Mint Master Pieter Willem Tecke, and that to the sum of 2000 rixdollars stipulated therefor by the regulation: it was approved and understood to accept the aforesaid sureties, and to have the Deed submitted thereof filed as usual in the Company's main money treasury. There having been handed over by the Captain Lieutenant at Sea Jacob Hartman to the Honorable Authority, and produced by His Honor in the assembly, an Original certificate, dated 16 November 1781, granted by the late the 508. 10 March 1787. paid in the Netherlands. decision to have that proof with its annexes filed in the Secret Treasury; submitted report by the Capt: Commandant concerning 150 Danish muskets; the Honorable Governor of Vlissingen and the Council; whereby it appears that the said Hartman, on nine unpaid warrants, still had to claim from the Company a sum of 612 pagodas 7722 fanums; so it is, upon the further declaration of the said Hartman made to His Honor that that debt was paid in the Netherlands by the Honorable Company, approved and understood to keep a record thereof hereby, and to have the aforesaid certificate with the annexed nine original warrants filed in the Secret Treasury for future information. By the Captain Commandant Joan Joachim Winkelmans, in 509. 10 March 1787. it being shown in a currently submitted report that of the 150 Danish muskets brought here in the year 1785, six were sent to Sadras, and two had become unfit here; and that the remaining 142 pieces were of such poor quality that he had not dared to have them used in the past year at the firing practice of the Garrison, out of fear of accidents: requesting at the same time that the aforesaid muskets may be tested here, because he feared 510. 10 March 1787. written report; receipt of 2 notes received from Tuticorin; fears to keep them longer on his responsibility in such a state: whereupon it was approved and understood to have the aforesaid 142 Danish Muskets which are still on hand here tested at the earliest opportunity with a double ball cartridge, in the presence of the Sergeant Major Emanuel Pregter and Ensign Fredrik Keunemont, who are hereby ordered to furnish a written report of their findings. The notes sent over from Jaffanapatnam and Tuticorin concerning the

Dutch transcription

H. Edelheeden in origineel aan „miet zou worden gevorderd, dan dat men aposte„ rieri zou weeten wat de ontlossing van een schip gekost had; dat men tans even zoo goed wist, dat men buijten des, voor het opdraagen van stuk goederen niet wel een vaste bepaaling kon introduceeren, om het gevaar dat men 'er nu en dan om de brutaliteit der koelies zou moe„ ten afwijken, gelijk de ondervinding in het po sife en de brigter d: gepasseerde Iaar geleerd had; proponeerende verder, om onder aanbieding in origineel, van alle de voorschreve berigten, Hun„ ne Hoog Edelheeden zeer eerbiedig te vertoonen, dat men geen genoegzaame; ge„ vustheid heeft om een plan van vast geld op het lossen van een schip en het behandelen der goederen in de pakhuijsen te ontwerpen, en aan te bieden, en dat men Den 10 Maart 1787. dus dus te beden, 505. Den 10 Maart 1787. tie te geeven; Conformeeren aan den pakhuijssmeester, agt baalbinder, danigheid dus met de vereijschte ondervnding Hoogde„ zelve in Consideratie geeven moet, of het niet best en wat daar bij in Considera„ „waare, de behandeling van deeze zaaken, onder het accurate toezigt van den Hoofd„ administrateur tegen excessen, te laaten op den tegenwoordigen voet, waar op unanim goedge„ vonden en verstaan is, zig met de voorsz: Consideratien, en daar op gevolgde propositie besluit zig daarmede te van zijn Agtb: volkoomen te Conformeeren, en ze dus bij deezen te Converteeren in een Resolutie. . Terwijl voorts nog verstaan is, op het ver„ tostaaning van 600. p:s Jaars „zoek van den Pakhuijsmeester stoffenberg, bij zijn voorschreve berigt voorkomende, aan hem voor het schoonhouder der Pakhuijsen te accordeeren 600- fanuws in het Jaar, of 'smaand, het indigst neemen van 50 farums; en hen boven dien nog toe te staan het in dienst neemen van 8. .. Baal cpa ste„ Den 10 Maart 1787. Een memorie van benodigde houtwerken is abusive vergea„ gelegent heid van gevolg te door zijn, ingekomene borgtogt voor den Muntmeester Teeke, Baalbanders die teffens als Pions bij de Pakhuijsen dienst doen; en hier absolut niet kunnen worden gemist bij het lossen en laaden van scheepen. Bij vertrek van het scheepje de Castor ten na Batavia te zaen na Batavia in de maand october laastle„ den, abusive vergeten zijnde over te zenden„ een Memorie van benoodigde houtwerken voor dit Casteel door den Ingenieur Pierre beslut dezelve bij eerste Brossette geformeerd: zoo is verstaan, bij de aller eerste afzending van papieren na derwaarts de voorschreeve Memorie Hunne Hoog Edelheeden almeede aan te bieden, onder het maaken van een gepaste verschooning voor dat omis-„ Den Negotie boekhouder en Pak„ huijs G 507. Den 10 Maart 1787. rijs door het voorig Ministerie gaan Hartr an verleend huijsmeester Martinus Stoffenberg, en den secretaris deezer vergadering Broerius Brouwer, zig bij een Notarieele Acte, na de ordre inge„ rigt, gesteld hebbende tot borgen voor den Muntmeester Pieter Willem Tecke, en zulks tot de daar voor bij het preglement bipaalde Somma van rd„s 2000. —. zoo is goedge„ bistet de zelen te weentern„ vonden en verstaan, de voorschreeve borgen te accepteeren, en de daar van ingediende en indigld Cesa te seponan„ Acte na gewoonte te laaten seponeeren in Compagnies groote geld Kassa. -. Door den Capitain Lieutenant ter Zee Ia, probuctie van en origineel be„ cob Hartman aan den Heer Gesagheb„ ber overgegeeven, en door zijn Agtb: in ver„ gadering geproduceerd zijnde een Origineel bewijs, gedateerd 16. November 1781, door wijlen den Den 10 Maart 1787. dies gedraagen in Nederland betaald is. besluit om dat benijs Cun„ annxis in de Lecreete Cas te laaten seponeeren; in gedient berigt door den Capt: Commandant weg. 150. deensche gereeren; den Heer Gouverneu van Vlissingen en den Raad verleend; waar bij Consteerd, dat gemel„ den Hartman op negen en betaalde ordonnan„ cien nog van de Comp: te pretendeeren had eene somma van Pal 612. „ 7722. Janum Ss: anklang doo den zekver dat zoo is, op de verdere verklaaring van gemelden Hartman aan zijn Agtb: gedaan; dat die schuld in Nederland door de E. Comp=e betaald is, goedgevonden en verstaan, daar van bij diezen aanteekening te hou„ den, mitsgaders het voorschreeve be„ wijs met de geannexeerde negen origineele ordonnancien, in de Secreete kas te laa„ ten seponeeren, tot narigt in der tijd Door den Capitain Commandant Joan Joachim Winkelmans, 4 bij 509„ Den 10 Maart 1787. bij een thans in gediend berigt vertoond zijn„ de, dat van de in anno 1785. al„ hier aangebragte 150. Stuks Deer„ sche geweesen, zes na Sadras ge„ zonden, en twee alhier onbekwaam geraakt waaren; mitsgaders dat de resteerende 142. stuks van zulke een sligte, qualiteit waren, dat hij die in anno passato niet had duisen laaten gebruijken bij het afnuurer van het Guarnisoen, uit wees voor onge„ lukken: verzoekende teffens dat verzoek en dezelve te laaten de voorschreve geweeren alhier mogen worden geprobeerd, uit hoofden hij probieren. — bekrogt Den 10 Maart 1787. schriftelijk rappont; gedaan asigeing van 2. en ofe en Tutuclwrijn ntfangene billitten; bedugt is, die zoodanig langer ter zijner verantwoording aan te houden: beslut zulks te laaten don, waar op goed gevonden en verstaan is, de voorschreve 142. p s Deensche Geveeren welke hier nog aanhanden zijn, ter eersten te laaten probeeren, met een dubbelde scherpe laading, ten overstaan oar den ondermajon Embiruel Pregver„ en vaandrig Fredrik Keunemont, en van dis brindig te dien der welke bij deezen werden gelast, van hun ne bevinding te dienen van schriffte„ lijk rapport - -. De van Iaffanapatnam en Tultu„ corijn overgesondene billetten weegens den aan

NL-HaNA_1.04.02_3784_0759 view scan ↗

English

511. 10 March 1787. to dry the gunpowder, which was also carried out, on one of the bastions, upcoming sale of Elephants at the first mentioned, and the holding of a pearl fishery at the last mentioned place, having been properly posted here, and sent to the respective factories for posting, it was resolved to also keep a record thereof. The ordinary Lieutenant and Head of the Artillery here, Willem Hendrik Nuwer, having demonstrated to the Honorable Commander the demonstrated necessity of drying the gunpowder on hand, as it would otherwise spoil due to the excessive dampness of the cellar: It has been approved and resolved hereby not only to keep a record that this was done by order of the Honorable Commander and under the 10 March 1787. written report; posting performed of 2 notices received from Jafanapatnam and Tutucorijn; fearing to keep them longer on his account in such a manner: decision to have this done, whereupon it was approved and resolved to have the aforementioned 142 pieces of Danish Muskets, which are still on hand here, tested at once with a double live charge, in the presence of the junior merchant Emanuel Piegoor and Ensign Fredrik Keunemont, who are hereby ordered to furnish a written report of their findings. The notices sent from Jaffanapatnam and Tutucorijn regarding the upcoming 511 10 March 1787. to dry the gunpowder, of the bastions, upcoming sale of Elephants at the first mentioned, and the holding of a pearl fishery at the last mentioned place, having been properly posted here, and sent to the respective factories for posting, it was resolved to also keep a record thereof. The ordinary Lieutenant and Head of the Artillery here, Willem Hendrik Nuwer, having demonstrated to the Honorable Commander the demonstrated necessity of drying the gunpowder on hand, as it would otherwise spoil due to the excessive dampness of the cellar: It has been approved and resolved hereby not only to keep a record that this was properly carried out on one of the bastions of the Castle by order of the Honorable Commander and under 637 the 10 March 1787. formerly mentioned, charges on the linens that were purchased at other places of the Honorable Company use of all possible precautions here, but also to continue with this method as long as the supply of gunpowder here remains so small, because the powder ground outside the Castle designated for that purpose was so ruined during the occupation of the English here in the latest war that almost no traces of it are to be found anymore; and the renewal of which was stated to cost approximately f. 300, which in these times would run a bit too high. The Havildar requested that which was The Honorable Commander subsequently made known that he had learned indirectly that the Havildar of this place, when he was recently at Madras, had expressed himself at the 573. 10 March 1787; packs sent to Batavia in 1785, resolution on outside the resolution adopted on 16 December of the same year persons to re-enter the Company's service. court of the Nabob Mahomet Alichan to also take from the packs that were purchased for the account of the same Company in October last in Madras and at other places where the Company has no offices, and loaded onto the Castor; just as he had already demanded, as well as from those sent to Batavia on that same ship on watch in the year 1785. Whereupon, after deliberation, it was resolved to take this as information, and whatever the Dewan might pretend regarding this in the future, to persist with the resolution taken in that regard on 16 December of the previous year. The quartermaster Jan Adolphe Mattens grant to quartermaster and Sailor. and Sailor Dirk Hartsprong, both taken prisoner of war on the bark De Eendragt at the capture of Bimilipatnam; having recently arrived here after the cessation of the English pay and having submitted a request to be readmitted into the Company's service in their former capacities, which request they could not present sooner because their prolonged illnesses continually prevented them from coming to this place: it was approved and resolved to grant their request, and consequently to grant the former a new certificate as Quartermaster with the wages of f 18 per month, which he previously earned, but for the second, who came to this country in the year 1772 with the ship Groenendaal as ordinary sailor at 7, and thus 10 March 1787. had already served out his time before the war, to increase his wages to f 10, and to have both paid their due wages and board money since the cessation of the English pay. 515. 10 March 1787. their due wages, of the surplus and deficit merchandise found. resolution to dispose thereof in the margin. insertion of the short extract. Having received and reviewed the statement of the surplus and deficit merchandise found at the Trade Warehouses here, discovered and occurred during the first six months of the Book Year 1785/86; it was, after deliberation, approved and resolved to dispose thereof as will be noted in the margin of the aforementioned statement (a short extract of which will be inserted herewith) for each article.

Dutch transcription

511. Den 10 Maart 1787. om het buskruijt te droogen, het geen ook verrigt is, op een der bastiors, aanstaande verkoop van Elifanten op de eerst gemelde, en het houden van een paarl„ risscherij op de laastgemelde plaats, al„ hier behoorlijk geaffigeerd, en na de respective factorijen ter affigie verzonden weezende, is verstaan daar van almeede aanteekening te houden. Door den ordinair Luijtenant en Hoofd van de vertoonde nood zaakelijkheid Arthillinij alhier Willem Hendrik Nuwer, aan den Heer Gesaghebber vertoond weesende, de nrood zaakelijkheid, om het aan handen zijnde buskruijt te droogen, wijl het anders om de ex„ cessive vogtigheid des kelders zou bederven: Zoo is goedgevonden en verstaan bij deezen niet alleen aanteekening te houden, dat dit op last van den Heer Gesaghebber en onder het Den 10 Maart 1787. schriftelijk pappol; gedaen assigering van 2. pen assea en Tutuclorijn ontfangene billietten; bedugt is, die zoodanig langer ter zijner verantwoording aan te houden: be slut ziiks te laatendoen, waar op goed gevonden en verstaan is, de voorschreve 142. p:s Deensche Geveeren welke hier nog aanhanden zijn, ter eersten te laaten probeeren, met een dubbelde scherpe laading, ten overstaan van den ondermaron Emainuel Piegoor„ en vaandrig Fredrik Keunemont, en var dus bindig te dien vanr welke bij deezen werden gelast, van hun ne bevinding te dienen van schriff te„ lijk rapport - -. De van Iaffanapatnam en Tultu„ corijn ongesonden billitten weegens den aan 511 Den 10 Maart 1787. om het buskruijt te droogen, der bastiors, aanstaande verkoop van Elifanten op de eerstgemelde, en het houden van een paarl„ risscherij op de laastgemelde plaats, al„ hier behoorlijk geaffigeerd, en na de respective factorijen ter affigie verzonden weezende, is verstaan daar van almeede aanteekening te houden. Door den ordinair Luijtenant en Hoofd van de vertopde god zaakelijkhid Arthillenij alhier Willem Hendrik Nuwer, aan den Heer Gesaghebber vertoond weesende, de grood zaakelijkheid, om hit aan handen zijnde buskruijt te droogen, wijl het anders om de ex„ cessie vogtigheid des kelders zou bederven: zoo is goedgevonden en verstaan bij deezen het geen ook verrigt is, op eer niet alleen aanteekening te houden, dat dit op last van den Heer Gesaghebber en onder 637 het Den 10 Maart 1787. eeren, eermaal vermield is, pagj: kosten van de lijwaaten, die op andere plaat„ ser J van dE: Comp: in gekogt zijn „het gebruijken van alle mogelijke voor zorge alhier behoorlijk verrigt is, op een der bastiens van besluit daarmede te Catin het Casteel, maar ook bij deese, methode te Continueeren, zoo lang den voorraad van buskuijt alhier zoo gering is, uit hoofde de daar toe ge„ om dat de ruijtplaat ten approprieerde kruijtplaat buijten het Cas„ teel, geduurende de huijshouding der En„ gelschen alhier in den Iongsten oorlog, zoo„ danig vernield is, dat 'er bij na geen traces meer te vonden zijn; en welkers vernieuwing en welkens vermuing unl 00: is opgegeeven te zullen kosten pr /. 300. – G dat in deeze tijd, wat te hoog zou op stok loopen,- den Hanldan beged tet gemn en Heer Gesaghebber, gaf vervolgens te kennen, dat hij van ter zijde vernomen had, dat den Hameldaar deezer plaatse toen bij onlangs op Madras was, zig aan het 573. Den 10 Maart 17877; 1785 na Batavia vercon„ dene pakken, besluit on buiten de bij het genomen besluit van den 16. Dec: d:o pr persoonen om weder in 's Comps dient te geraaken. het hof van den Nabab Mahomet Ali„ chan zou hebben uitgelaaten, om ook van de pakken die in october laastleeden te Madras en op andere plaatschen waar de Compagnie geen Comptoiren heeft, voor reekening van dezelve Compagnie inge„ kogt, en in de Castor afgelaaden zijn, tot te neemen; zoo als hij reeds begeerd had, van zomeede vonde g vogt in die welke in den Iaar 1785., met dat eige scheep op wagt na Batavia verzonder zijn. Waar op na deliberatie verstaan is, dit voor Communicatie aan te neemen, en wat den Duan hier omtrend ook in het vervolg pretendee„ ve mooge, te persisteeren, bij het dierweegens genomen besluit van den 16. December des voorleeden Iaars Den quartiermeester Jan Adolphe gdan / zak der geen en: : Matt„s verleenen voor quartier mees ter en Mattroos. Mattroos Dirk Hartsprong, beide krijgsgevangen gemaakt op de bercq de Eendragt bij het neemen van Bimi„ lipatnam; na het ophouden der Engelsche betaaling, onlangs alhier aangekomen en verzoek gedaan hebbende, om weeder in dienst van de Compagie te moogen wor„ den aangenoemen voor hunne voorige quali„ teiten, welke versoek zij niet eerder heb ben kunnen voorstellen, wijl hunne langduurige ziektens hen gedurg belet hebben dit heen besluit aan haar actens te te kunnen komen: zoo is goedgevonden en verstaan daar in te Candes oerdeeen, en diervol„ gende aan den eersten weeder Acte verleenen, van Quartiermoester mit de Gagie van ƒ 18. ter maar, welke hij bevoorens gewonnen heeft, maar den tweede, die in A:o 1772. met het schip Groenendaal voor Iag mattroos met 7. in het Den 10 Maart 17417. land - 515. Den 10 Maart 1787. haar te goed hebbende gage, der te over en te kort bevon„ dene Coopmanz.—. besluit daar op in margine te disponoeren. in sertie van het korte uit„ land gekomen is, en dus voor den oorlog zijn tijd al hadde uitgediend, tot ƒ 10. in gaga te verhoogen, en aan beide te laaten vol„ naan hun te laaten, voldoen doen, hunne te goed hebbende gage en kost„ geld, zedert het ophouden der Engelsche betaling. . Ingekomen en geresumeerd zijnde het op stel pesumptie van het op stel der over en te kort bevonden koopmanschappen bij de Negotie-pakhuijsen alhier, ontdekt en gevallen geduurende de eerste zes maanden des Boekjaar vyer 17 7/86. zoo is, na de libera„ tie goedgevonden en verstaan daar op zoo„ „danig te disponeeren, als in margine, van het voorschreeve opstel (:waar van een kort uit„ trakzel bij deesen zal worden geinsereerd:/ trekzel. — bij elk articul zal worden genoteerd. -. verte 8

NL-HaNA_1.04.02_3784_0766 view scan ↗

English

write off to profit and loss - - - - - - - 16¼ lb of this shortage 26¾ lb Mace; of which 15. on 154. lb: or 1. Saccole opened for consumption, calculated at 9. ¾ percent ample 1¼ on 126: lb: for the Consumption chest in the first 6 months: gives 1. percent Same, and transfer to dust and refuse of Spices - - 10. ½ lb: white leaves, refuse and dust etc from the aforesaid saccole, yielded calculated at 6. 7/8 percent 308 lb: —. Cloves; namely - - 282:½: lb short; of which 28 on 2793. ¾ lb: upon shipment from Tranquebare to here via the Grab de Hoop, calculated at 1. percent scant 214. ¾ lb: upon arrival; of this 200. 7/8. lb via the ship the Castor from Batavia; namely: 14: 1/8 on 1410 lb: on 97. chests sprinkled with Nutmegs, calculated at 1. percent, and 186¼ on 18674. lb. or: 177 chests separate, is also 1. percent 13 7/8. on 2765. ¾ lb brought via the Grab from Tranquebare, calculates at — ½. percent 29½ lb: upon shipment to Sadras; namely: 27. ½ on 2742 lb in 44. separate bales calculated at 1. percent 2 on 207. ½ lb in 7. chests sprinkled with nutmegs also gives 1. percent 308 on 282½ lb: Which are Carried over write off to profit and loss- - The 10 March 1787. 317 77. Spices; 308. on 282: ½ lb Carried over 5. ¼ lb: upon opening for consumption of 8 chests; namely: 4 on 419 lb or 4 chests separate, calculated at 1. percent, and 1. ¼ on 122¾. lb or 4 chests sprinkled with nutmegs is also 1. percent 5. on 501. ½ lb: for the Consumption chest, also calculated at 1 percent — — 25. ½ lb: dust and small bits from the aforesaid 8 chests opened for consumption; namely: 18. on 419 lb: or 4 chests without nutmegs calculated at 4. 3/16. percent ample 7½ on 122.¾ or 4 chests with nutmegs is 6. 7/16 percent - - 130 3/4 lb: Nutmegs; of these write off to profit and loss--- — 51: ½ lb: In shortweights; of which 40: ½ lb: on 2058 lb: upon arrival from Batavia via the ship the Castor calculated at 1. percent 5. ½. on 556. ¾ lb: upon shipment to Sadras, also calculated at 1 percent 3:¼ on 321. ¾. lb: upon opening and garbling for consumption of 7. chests, calculated at 1 percent ample 2. ¼ on 230: lb: for the Consumption chest in these months: also calculated at 1: percent —- 78 7/8 lb. vermin-damaged and worm-eaten nutmegs on 321. ¾. lb: or the aforementioned 4. chests opened for consumption, gives 24½. percent ample Same, and transfer to refuse and dust of write off to profit and loss, and transfer to dust and refuse of spices - — The 20 March 1787. surplus shortage 265. .. : on 265 ¼. on 212500 lb: Japan bar copper; namely: 250 on 200000. lb upon arrival via the ship the Castor calculated at 1/8. percent, and 15. 7/8 on 12500. lb upon shipment to Sadras also gives 1/8 percent these and the following 9 items write off. 150½ on 5019 lb Camphor, Baros upon arrival from to profit and loss.. Batavia, calculated at 3. percent 39 7/8 on 1962 lb Candy sugar short upon consumption in the first 6 months: of this financial year, calculated at 2 percent 101: 1/5 on 5060 Powder sugar also the same 87. ¼ lb: Dutch iron; of which 75. on 5000 lb upon arrival as before at 1. ½. percent, and 12.½ on 1231. gives 1 percent; namely: 4.¼ on 414. lb upon shipment to Sadras, and 8 1/8 on 817. lb: upon consumption and disbursement; 59 1/8 lb: Dutch Nails; of these 50. on 5000 lb upon arrival as above calculated at 1. percent, and 9. 7/8 on 973. is also 1. percent; namely: 2.¼ on 230. lb shipped to Sadras, and 7. 1/8 on 743. lb upon consumption and disbursement 12. lb: hoop iron; of which 7: ½. on 500. lb: upon arrival as said above, is 1. ½ percent, and 5. on 503. upon consumption and disbursement, calculated at 1 percent 14.¾ on 11830. lb spelter upon shipment to Paggar: calculated at 1/8 percent — ¼. on 210: lb: Sheet lead upon arrival gives — 1/8 percent write off to profit and loss - - - - - - - The 10 March 1787. surplus shortage 519.; these and the following 8. items write off to profit and loss - - - - The 10 March 1787. surplus shortage — 5/8. on 106 lb Sheet copper yellow upon arrival via the ship The Castor from Batavia, calculated at 1/8. percent — 1/8. on 100. lb sheet copper red ad idem 19. ¼. lb: wax candles; of which 15. on 600. lb: upon arrival; namely: 7. on 301: lb: via the ship The Both from Gale calculated at 2. percent scant 8. on 300. lb via the Castor from Batavia is 2. percent 4.¼ on 144. lb disbursed for various services in these 6 months: calculated at 3. percent 3860. lb Rice, of which 2000 on 64000. lb or 20. Coyangs upon arrival from Batavia; and 1860 on 62000. or the received and weighed out parcel calculated at 3 percent 2 on 100 lb: Cotton yarn upon arrival from Batavia, is 2. percent loss 3 on 93: bundles Javanese Rattan via the Both from Gale, 29½. jugs French wine short; of these 12:½ on 250. jugs: upon arrival via the ship The Castor calculated at 5 percent 17: on 237:½ or the received and disbursed quantity 7 percent ample 18:½ jugs: Dutch Vinegar; of which 5. on 97. jugs: upon arrival calculated at 5. percent, and 13. ½. on 186. or the received and disbursed calculated at 7. percent scant 7. ¾. jugs: olive oil; namely 5 on 96. jugs: upon arrival calculated at 5. percent 2¾ on 95. on the received and disbursed ample. 1365:6 40

Dutch transcription

afschrijven op winst en verlies - - - - - - - 16¼ lb van deese teg te kort 26¾ lb Foelij of Macis; hier van 15. op 154. lb: of 1. Zokkel tot den ver thier geopend., reekend 9. ¾ prCto pr„r 1¼„ 126: lb: ter Consumptie kist in de eerste 6/m: geeft 1. ten honderd Idem, en ofschrijven op stof en gruijs van Specerijen - - 10. ½ lb: witte blaadjes, gruijs in stof ect uit voorsz: zookel, voortgekomen reek= 6. 7/8 pr C=to S„ 308 lb: —. Garioffel nagulen; te weeten - - 282:½: lb te kort; daar van 28 op 2793. ¾ lb: bij verzending van Tranquebare na her„ waarts per de Goerab de Hoop, reek:d 1. pr C=to v=m 214. /¾ lb: bij den aanbreng; van deeze 200. 7/8. lb per het schip de Cas„ tor van Batavia; als: 14: 1/8 op 1410 lb: op 97. kisten met Nooten bestort, reek=d 1. p=r C=to, en 186¼ „ 18674. lb. o: f: 177 kis„ ten afsonderlijke, is meede 1. ten hondert 13 7/8. op 2765. ¾ lb per de Goerab m van Tranquebare aangebragt, reekt, — ½. pC=to 29½ lb: bij verzending na Sadras; als: 27. ½ op 2742 lb in 44. baalen afzonderlijke reek= 1. pr C=to 2 „ 207. ½ lb in 7. kisten met nooten bestort geeft meede 1. pr C=to 8 308 „ 282½ lb: Die Transporteere afschrijven op winst en velies- - Den 10 Maart 1787. 317 77. Speceryen; 308. „ 202: ½ lb P:r Transport 5. ¼ lb: bij het openen tot der verthier van 8 kisten; te weeten. 4 op 419 lb of 4 kisten afzon„ „derlijke reekend 1. pr Cento, en 1. ¼ „ 122¾. lb of 4 kisten met nooten bestord is meede 1. ten hondert 5. op 501. ½ lb: bij de Consumptie kist, reekend meede 1 pr C=to — — 25. ½ lb: stof en kruijntjes uit voor s2: tot den verthier geopende 8 kisten; als. 18. op 419 lb: of 4e kisten zonder nooten reek=d 4. 3/16. prC=to r=m 7½ „ 122.¾„ of 4e kisten met nooten is 6. 7/16 ten honderd - - 130 3/1 lb: Nooten muschaaten; van de Na afschrijven op winst en verlies--- — 51: ½ lb: Aan onderwigten; daar van 40: ½ lb: op 2058 lb: bij den aan breng van Batavia per het schip de Castor reck=d 1. pr C=to 5. ½. „ „ 556. ¾ lb: bij verzending na sadras, reekend meede s ten honderd 3:¼ „ „ 321. ¾. lb: bij opening en guar„ buleering tot den verthier van 7. kisten, verkend, 1 pr C=to r=m 2. ¼„ „ 230: lb: ter Consumptie kist in deese /m: reekend meede S: ten honderd —- 78 7/8 lb. vermijderde en aangestookene nooten op 321. ¾. lb: of de voorm: tot den verthier geopende 4. kisten, geeft 24½. p:r C=to ruijm Idem, en oferschrijven op gruijs en stoff van afschrijven op winst en verlies, en overschrijven op st of en gruijs van specerijen - — Den 20 Maart 1787. te over te kort 265. .. : on 265 /¼. op 212500 lb: staaf koper Iapans; als: 1 ƒ250 op 200000. lb bij den aanbreng per het schip de Castor reek=d 1/8. pr C=to, en 15. 7/8 „ 12500. lb bij versending na Sa„ dras geeft almeede 1/8 pr C=to deeze en de volgende 9 posten afschrijven. 150½ op 5019 lb Campher, Patsumase by den aanbreng van Ba„ op winst en verlies.. tavia, reck=d 3. ten hond=t 39 7/8 „ 1962 lb Canrdij zuijker in de eerste 6/m: deeses boekjaars bij den verthier te kort, reek„ 101: /en „ 5060 „ Poeder zuijker meede zoo 87. ¼ lb: ijzer Holld„; van dewelke 75. op 5000 lb bij aanbreng als vooren â 1. ½. prC=to, en 12.½ „ 1231. „ geeft & p C=to; te wee„ Een 4.¼ op 414. lb bij verzending na sadras, en 8 1/8 „ 817. lb: bij den verthier en verstrekking; 59 1/8 lb: Spijker Hollands; van deese 50. op 5000 lb bij den aanbreng als boven reek=d 1. pr C=to, en 9. 7/8 „ 973. „ is meede 1. ten hondert; als: 2.¼ op 230. lb na Sadras ver„ zonden, en 7. 1/8 „ 743. lb bij verthier en ver„ 7 Strikking 12. lb: hoep ijzer; van die 7: ½. op 500. lb: bij den aanbreng ge„ lijk boven gezegd, is 1. ½ ten hondt. en 5. „ 503. bij den verthier en verstrok, king, reek„ 2 pC=to 14.¾ op 11830. lb spiauter bij versending na Pagg: reekend 1/8 pr C=o — ¼. „ 210: „: Slat lood bij den aanbreng geeft — 1/8 prC=to afschrijven op mnsst en verlies - – - - - - -ƒ Den 10 Maart 1787. te of te kort. 6 2 pr C=to -. 519.; deeze en de volgende 8. posten af„ schrijven op winst en verlies - - - - Den 10 Maart 1787. te of te kort — 5/8. op 106 lb Slat koper geel bij den aanbreng per het schip De Cas„ tor van Batavia, reek= 1/8. pr C=to — 1/8. „ 100. „ plat koper rood ad idem 19. ¼. lb: waxkaarsen; hier van 15. op 600. lb: bij den aanbreng; te waeten: 7. op 301: lb: per het schip De Both van Gale reekend 2. pr C=to v=m 8. „ 300. lb per de Castor van Batavia is 2. ten hond=t 4.¼ op 144. lb tot diverse diensten in deeze 6/m: verstrekt reekend 3. pr C:t 3860. lb Rijst, van develke 2000 op 64000. lb of 20. Coijangs bij aan„ breng van Batavia; en 1860, 62000. of het ontvangen en uijtge„ wogene part hij reek=d 3 prC=to Cattoene gaven bij den aan„ 2 op 100 lb: breng van Batavia, is 2. prC=to verlies 3 „ 93: bossen Rottings Iavase per de Both van Gale, 29½. kannen fransche wijn te min; van deese 12:½ op 250. kann: bij den aanbreng per het schip De Castor reek=d T pr C o 17: „ 237:½ of 't ontvangene en verstrek„ te quantiteit 18 prC=to s„ 18:½ kann: Azijn Holld„s; hier van 5. op 97. kann: bij den aanbreng reek=d 5. ten hondert, en 13. ½. „ 186. of 't ontvangene en ver„ strekte reek=d 7. ten hond:t v=m 7. ¾. kann: olijven olij; te weeten 5 op 96. kann: bij den aanbreng reek=s 5. pC=o3 3 2¾ „ 9s. op e en verstrek¬ ruijm. vu 1365:6 40

NL-HaNA_1.04.02_3784_0770 view scan ↗

English

received yield of the sold and suitable goods of the good [illegible] 13656 1/4 cans Arrack Api; of this 7022 1/4 cans upon delivery; namely 3142 1/2 on 62856 cans per the Both from Gale, reckoned at 5 percent; 3830 on 38800 cans per the Castor from Batavia, reckoned at 18 percent; 6634 on 9720 cans or 240 leggers, upon receipt, consumption, and distribution is 7 1/4 percent. 30 3/4 lb Frisian Butter; among this 21 3/4 on 320 lb upon delivery per the Castor is 7 percent; upon receipt and distribution is 3 percent. From a received yield it has been approved and agreed to note hereby, that pursuant to the resolution of 26 September of the past year, on 12 January of this year, being sold by public auction, the unfit goods left behind here from the Gurab De Hoop, after deduction of auction expenses, yielded Pagodas 35: 20. 63. 10 March 1787. 528. 10 March 1787. Subsequently it was made known by the Lord Commander, regarding the requisition made by the Madraspatnam Government of one Hendrik Christiaan, that the Madraspatnam Government by letter of 2 January of this year, had made a request to His Honorable that one Hendrik Christiaan, former Gunner at Bimilipatnam, might be sent to Madras as a principal witness and [illegible] in the case of the murder committed some months ago at Bimilipatnam at the house of the Surgeon Martijn; and the order given His Honorable by letter of the 10th thereafter to the chiefs there to send that man, who had been discharged from the service of the Company as supernumerary, to Visagapatnam in order to be sent from there to Madras. Whereupon it was resolved not only to make note of this, but also not to interfere any further on the Company's behalf with the said Hendrik Christiaans as he is no longer in service. After taking this resolution, it was demonstrated by the Lord Commander that in the latest letter to Batavia it had been promised to write further to Their High Mightinesses regarding a plan of subsistence, though having since let his thoughts dwell upon this more than once, he had been able to devise nothing, except only that, leaving the distribution at the Main Office as it has already been introduced according to the plan approved for there by Their High Mightinesses in the honored separate rescript of 26 July 1784 regarding the distribution of the douceur in Ceylon, one might nevertheless respectfully propose to Their High Mightinesses a small alteration with regard to the Chief Administrator in the distribution from the trade both in merchandise and piece-goods of the subordinate offices in favor of the Chief Administrator, whose income in proportion to the rank and labor attached to his office certainly turns out to be too meager, whereas that of the chiefs and seconds of those factories has been taken somewhat too generously; and that one could thus respectfully present for Their High Mightinesses' consideration the following reasonable change made in that distribution, to be introduced after receipt of Their High Mightinesses' resolution, as follows: 10 March 1787. The Governor percent: 22 1/3 The Chief Administrator: 8 The Chief: 44 2/3 The Second: 25 Total: 100 Whereby a chief would lose no more than 5 1/3 and a second only 2 2/3 percent of their present shares, while 8 percent in a douceur of which nothing is currently allotted to him would greatly accommodate the Chief Administrator. By the Trade Bookkeeper and Warehouse Master Martinus Stoffenberg, the Junior Merchant Philippus Hendrik Heshusius, and the Secretary of the Orphan Chamber Simon Duynevelt, to whom by resolution of 26 September last the examination of various accounts was assigned, with respect to the account of Mr. Willem Blaaukamer, presently Commander of this coast, concerning the expenses and disbursements incurred by him during the commission previously held by him on behalf of the Government of Ceylon at the court of the Nawab of the Carnatic, Muhammad Ali Khan, the following written report has been served: To the Right Honorable Mr. Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander in the Government of Coromandel etc. etc., together with the Council. Right Honorable Sir and Gentlemen. In compliance with the honored resolution taken on 26 September of the past year in the Council of Policy here, the undersigned, with regard to the specification of Mr. Blaaukamer, presently Commander of this coast, concerning the expenses and disbursements incurred by His Honor during His Honor's commission to the Nawab Muhammad Ali Khan, presently have the honor to report: That 10 March 1787.

Dutch transcription

ingekomene rendement van de verkogte en bequaame geede„ ren van de goede b. tig te kot 13656¼. kann: Arrak Apij; van deese 7022¼ kan: bij den aanbreng; als 3142:½. op 62856. kann: per de Both van Gale reekd 5 pr C=to 3830. „ 38800: kann: per de Castor van Batavia reekend. 18. percento 6634: op 9720. kann: of 240. leggers, bij den ontfangst verthier en verstrek„ „king is 7. ¼. pr C=to S„ 30. ¾ lb Boter friese; onder deese 21. ¾. op 320 lb: bij aanbreng per de Castor is 7. pr C=to S„r bij ontvangst en verstrek„ 283 „ „ king is 3 pr C=to v=m Uijt een ingekomene Rendement is goedge„ vonden en verstaan bij deeze te noteeren, dat ingevolge besluit van den 26: Septem„ ber A. o p. o op den 12. ' Ianuarij deeses Jaaers, zijnde, per publicqua vendutie gevenduceerd S de alhier agtergebleve onbekwaame goederen van de Goerab De Hoop, dezelve na aftrok der vendu ongelden, hebben afgewoopen Pag: 35: 20. 63. Den 10 Maart 17887. G JS F 528. Den 10 Maart 1787. Madrasp: Gouverneurent milip: opperhoofden, om hem uit te leveren, Is vervolgens nog door den Heer Gesaghebber gedaane voclamin door het te kennen gegeeven, dat het Madraspatnamsche van eenen Hendrik Christiaan, Gouvernement bij missive van den 2. ' Januarij dee„ zes Jaars, aan zijn Agtb: verzoek hebbende gedaan, dat eenen Hendrik Christiaan, ge„ weesen Canonier te Bimilipatnam na Madras mogt worden gezonden, als een voornaam getuijg, en waarom„ gen in het geval van den moord, eenige maca„ den geleeden te Bimilipatnam ten huijze van den Chirurgijn Martijn geperpetreerd, zijn Agtb: bij missive van den 10. ' daar aan, gegeevene last aan de Bi„ de opperhoofden aldaar had aangeschreeven om dien man (:welke als overtollig in den dienst van de Compagnie was gedemit„ teerd :/ na Visagapatnam te zerden, om van daar na Madras verzonden te kunnen worden: ƒ waar besluit ontoed dier per soon zig nanet one te brangen als niet meer in dienst zijnde, gedaane belofte aan N: A: Edelh: ter Zending van een plan van bestaan, hunne utden tin, der het geen bereets geintroducerd is, Waar van niet alleen verstaan is bij deesen aanteekening te houden, maar ook zog niet verder Compagnies weegen met gemelden Hendrik Christiaans te bemoeijen als niet meer in dienst zijnde; Na het neemen van dit besluit wierd door den Heer Gezaghebber vertoond, dat men bij het Iongst schrijven na Bata„ via beloofd had Hunne Hoog Edelheeden nader te zullen schrijven over heft dirwijk nits over een plan van bestaan, wel denzelven daar over seedert meer dan eens zijne gedagten hebbende laaten gaan, niets had kunnen uitdenken, dan alleen dat men /: de verdeeling op het Hoofd Comptoir latende blijven zoo als die volgens het Den 10 Maart 1787. op 523. Den 10 Maart 1787. egter zoude men ten aan„ zien van den Hoofd admini„ strateur en alteratie verdeeling van het douceur op Ceilen begreepen en door Haar Hoog„ Edelheeden bij geierde aparte rescriptie van den 26. Iulij 1784. na dewaarts ge„ approbeerd plan geintroduceerd is: / Hoog 69„ dezelve eerbiedig voorstelde een klijne kunnen voorstellen, alteratie in de verdeeling van het uit den handel zo in koopmanschappen als Lijwaa„ „ten der subaltene Comptoiren ten faveure van „den Hoofdadministrateur, wiens inkomen na en waarom, mate van den rang en moeijte aan zijnen dienst geaccrocheerd, zeker te bekrompen valt, daar dat der opperhoofden en secundens van die factorijen wat al te ruijm is genomen: En dat men dus Haar Hoog Edelheden eerbiediglijk in Consideratie konde geevent, de volgende redelijke verandering in die verdee, gemaakte quandijig in de „ling, om na den ontvangst van Hoogst= der een securde zoude miessen ingekorm brigt den schaepanin gfatie der peek: van den Her Gij sag he bber. —. De Gouverneur in het honderd De Hoofd administrateur „ „ _ „ — — — „ 8. — — de secunde Het opperhoofd - - „ „ _o - - - - - 44 2/3. 25: – — Teld - - - 100. –. –. wat als dan en gperheofd en Waar door een opperhoofd niet meer dan 5 1/3. en een secunde maar 2 2/3. in het honderd van Hunne Presente aandeelen zouden missen; Terwijl 8. p=r C=to in een douceur, waar van hem nu niets is aanbedeeld, den Hoofd admi„ nistrateur zeer zoude te gemoed komen. . . „ „ _o - - - - 22. 1/3. Is door den Negotie boekhouder en Pakhuijsmeester Martinus Stoffen„ berg, den ondercoopman Philippus der zelver besluijt geintroduceerd te werden; als volgd; Den 10. ' Maart 1737. Hendrik 525„„ Den 10 Maart 1787. Hendrik Heshusius, en den Secretaris van de weeskamer Simon Duijnevelt, aan welke bij besluit van den 26. September laastleeden het examineeren van diverse C reekening opgedraagen is, met opsigt tot — de rekening van den Heer Willem Blaaukamer, tans gezaghebber deezer kuste, wegens de door hem gedaane ongel„ den en spendatien geduurende de Commis„ sie, door hem bevoorens, van weegen de Cei„ lonsche Regiering aan het hof van den Nabab van Carnatica Machomet Alichan bekleed, gediend van het Schriftelijk berigt: insertin van het zilve ondervolgende 8. Aan 1 Aan den wel Edele Agtbare Heer. Willem Blaaukamer, Opperkoopman en Gesaghebber in het Gouvernement van Cormandel E te Ele„ Nevens den Raad. —. Wel Edel Agtbaar Heer, en Heeren. In voldoening aan het geëerd besluit op den 26=e September des verleeden Iaars in Raa„ de van Politie alhier genoomen, hebben de ondergeteekende, met betrekking tot de specificatie van den Heer Blaaukamer /:thans Gesaghebber deeser kieste:/ wee„ gens de ongelden, en spendatien door zijn Edele gedaan, geduurende zijn Ed: Commis„ sie bij den Nabab Mahomet Ali„ „chan thans de eer te berigten. Dat G Den 10 Maart 1787.

NL-HaNA_1.04.02_3784_0777 view scan ↗

English

327. The 10 March 1787. That to them, upon examining the aforementioned account together with its annexes, it has appeared from the latter that, final disposition having been made thereof by Their High Mightinesses, by Resolution of the 6 June 1783, to the Lord Commander aforementioned, on his aforementioned account amounting to 23333 pagodas 7. 3/8, was validated the sum of 18063 pagodas; Namely: for expenses, house rent, table money, travel costs, palanquin bearers, coolies, an interpreter, a clerk, servants and Sepoys 371. 7/24 Pagodas per month, or for 24 months together - - 8905 pagodas –. " Gifts presented under the authorization of Their High Mightinesses, amounting to - - - " 8000. —. " the conveyance of the gifts – – – - " 47. — — or in total - - 18063 pagodas. Yet after deduction of that already received from the Treasury - - - - - - - - " 8000. – The remainder still outstanding - - - - - 10063 pagodas -. And, however, since the aforementioned validation with respect to the remaining 10063 pagodas was conditional: namely, after it should first have been investigated and found that at the surrender of Jaggernaikpoeram to the English, there had not been so much cash and goods on hand in the Company's treasury and ware- – – – – " 1111: – – " sight drafts - - - 7 warehouses that the said Mr. Blaaukamer (then chief there) could have satisfied himself therewith in whole or in part, we have taken the liberty to request His Right Honorable to be pleased to provide us with the necessary information concerning this in writing. To this His Honorable Worship was pleased to comply, by a writing signed the 28 January last, reading as follows. The Gentlemen Commissioners Martinus Stoffenberg, Philip Hendrik Aeshusius, and Simon Duynevelt, Gentlemen, Your Honors having been commissioned by Coromandel Resolution of the 26 December 1786 to examine various accounts named therein, and having requested me to state whether I, upon the surrender of Jaggernaikpoeram The 10 March 1787. to 529. The 10 March 1787. to the English, could not have paid myself on account of the bill for my two-year mission to His Highness the Nabob of the Carnatic, Mahomed Ali Chan Bahadur at Madras, since Their High Mightinesses are pleased to make the payment of the 10063 pagodas validated by Them on that account depend on that matter, I believe that the following extracts will perfectly serve that purpose. The Right Honorable Lord Governor of Ceylon Falck (of blessed memory), to whom I had submitted my account as having been commissioned by His said Honorable Worship, and by whom the same had been sent to Batavia, had already been pleased to inform me by missive of 27 March 1784 that this account had not been judged favorably by Their High Mightinesses, because They had expected that I would have paid myself, in order to surrender the less to the English; just as (says His Honorable Worship) it had been understood in Surat when the storm was seen approaching, and as were the orders of the Ceylon Government at Galle and at Jaffna, had those places The 10 March 1787. had to surrender to the enemy. Upon this I demonstrated, in my answer of 18 June to His said late Right Honorable, the complete impossibility in the following words. Extract from my letter of 18 June 1784 to the Right Honorable Lord Governor of Ceylon Falck: " I am nevertheless very downcast to have to gather from Your Right Honorable's letter that that equity (Note: this expression has, by way of connection, reference to another matter which has nothing in common with my account) would work more strongly for me in Batavia (in that other case), because my account concerning my mission to the Lord Nabob had been judged very unfavorably there; and I would be in despair, did I not at the same time observe that the unfavorable disposition of Their High Mightinesses seemed based solely on the expectation that I would have paid myself in the well-known fatal event. " A reason certainly overly fair and sufficient for the decision of Their High Mightinesses, (L.S. 531. The 10 March 1787. to pay; which only had to be proven. — " They being at that time not informed of the absolute impossibility thereof. " I am very unfortunate that my very humble letter of 23 March, first through the lost voyage of the vessel of the merchant Cabelno Bodoe on which the original was, and thereafter through the likely remaining of Mr. van Keulen, could not arrive with Your Right Honorable earlier than together with my further letter of 22 December of last year or 27 January of this year. — " Had that been able to be delivered in time, then I am completely assured that Your Right Honorable, upon transmitting my account—or, since it had already gone ahead on the ship De Ceres, at the first opportunity thereafter—would have informed Their High Mightinesses of the absolute impossibility of paying myself, even had the orders which Your Right Honorable was pleased to mention in His esteemed letter of 17 January, and which I never saw, (stood) also in (A) I see myself obliged, now that these extracts from private letters must come to light, to state here by way of Note: That I must at that time have misunderstood the letter of the Right Honorable Lord Falck (of blessed memory), where I say in my answer never to have seen those orders to pay myself, which was also impossible, since they only pertained to Galle and Jaffna. Yet this misconception takes nothing away from the impossibility of paying myself. 3

Dutch transcription

327. Den 10 Maart 1787. Dat aan hun, bij het nagaan der voorschreeve reekening neevens dies bijlaagen, uit de laatste is komen te blijken, dat daar op, door Hun„ ne Hoog Edelheeden finaal gedisponeerd zijnde, bij Resolutie van den 6.:' Iunij 1703. aan den Heer Gesag„ hebber voornoemd, op zijne voorschreeve reekening groot pag: 23333: 7. 3/8, gevalicdeerd geworden zijn prs 18063; Namentlijk: voor verteering, huijshuur, tafel geld, niskosten, palin„ kien draagers, koelies, een tholk, een schrijver, be„ dienden en Sipacus 371. 7/24. Pagood ter maand, of voor 24. maarden te zaamen - - Pas 3905. –. „ Geschenken op qualificatie van Hunne Hoog Edelheeden gedaan, tot - - - „ 8000. —. „ het overbrengen der geschenken – – – - „ 47. — — of in het geheel - - p ƒ 18063. Dan wel na aftrek van de bereets uit Cassa genooten - - - - - - - - „ 8000. – De nog resteerende - - - - - P ƒ 10063. -. E: dog wijl de voorschreeve validatie, ten aanzien der resteerende p / 10063: Conditioneel was: naa„ mentlijk, na dat alvoorens onderzogt en bevonden zou zijn, dat bij de overgave van Iaggernaikpoe„ ram aan de Engelschen, in Compagnies Cassa en pak – – – –„1111:–– „zigt offers - - - 7 pakhuijsen niet zoo veel Contanten en goederen aan handen geweest waaren, dat gemelde Heer Blaau„ kamer /: toen opperhoofd aldaar:/ zig daarmeede geheel of ten deelen had kunnen voldoen, hebben wij de vrijheid genoomen, zijn wel Edele Agtb: te verzoeken, om ons daaromtrent de noodige onderrigting, in schriptis te willen geeven. Hier aan heeft zijn Edele Agtb: wel wil„ len voldoen, bij een geschrift den 28. Januarij laatsleeden geteekend, luijdende als volgd. De Heeren Gecommitteerdens Martinus Stoffenberg, Philip Hendrik Aeshusius, en Simon Duijnevett, Mijne Heeren Uw Ed„s bij Cormandelsche Resolutie van den 26. xber: 1786. gecommitteerd zijnde tot het nagaan van diverse aldaar genoemde Reeke„ ningen, en mij verzogt hebbende om op te geeven, of ik mij bij 't overgaan van Iaggernaik p=m Den 10 Maart 1787. aan ƒ 529. Den 10:' Maart 1787. aan de Engelschen mij zelve niet hadde kun„ nen voldoen wegens de Rekening van mijn twee Iaarige Commissie bij zijn Hoogheidd den Nabab van Camatica Mahomed Ali„ chan Bhadur te Madras, als van het welk Haar Hoog Edelheedens gelieven te doen afhangen de voldoening van prp. 10063. door Hoog dezelve op die Reekening gevalideerd, zoo meene ik dat de onder„ volgende Extracten aan dat oogmerk vol„ maakt zullen beantwoorden. De wel Edele Groot Agtbare Heer Ceilons Gou„ verneur Falck /:L:M:/ aan wien ik mijne Ree„ kening als door welmelde zijn groot Agtb: ge„ committeerd zijnde, hadde aangebooden, en door mien dezelve na Batavia gezonden was, hadde mij reets bij missive van den 27. Maart 1784. gelieven te verwittigen, dat die Reekening bij Haar Hoog Edelhee„ dens niet voordeelig was beoordeeld, wijl Hoog dezelve verwagt hadden, dat ik mij zelfs zoude voldaan hebben, om de Engelschen te minder over te geeven; gelijk /zegd zijn Groot Agtb:/ men het in sou„ ratta hadde begreepen, toen men den storm zag aankoomen, en zoo als de ordres der Cei„ lonsche Regeering te Gale en te Jaffena lagen, zoo zig die plaatsen aan den vijand hadden Den 10. Maart 1787. hadden moeten overgeven. Hier op hebbe ik bij mijn antwoord van den 10 Iunij aan welmelde wijlen zijn Ed: Groot Agtb: de volslage onmogelijkheid in de volgende bewoordingen vertoond. . Extract uit mijn brieff van den 18. Iunij 1784. aan den wel Ed: Groot Agtb: Heer Ceijlons Gouverneur Falck „ Ik ben egter zier neerslagtig uit uwel Ed. „Groot Agtb: schrijven te moeten opmaaken, „dat die billijkheid /:Nota deeze uitdruk„ „king heeft bij wijze van Connexue Rapport tot „ een andere zaak die met mijn Reekening „niets gemeens heeft:/ te Batavia sterken „voor mij /:in dat andere geval:/ zoude werken, „om dat mijne Reekening wegens mijne Commissie „bij den Heer Nabab aldaar zeer onvoordeelig „beoordeeld was; En ik zoude wanhoopig zijn, „ zo ik niet teffens opmerkte, dat de on„ „gunstige dispositie van Haar Hoog Edel„ „heedens alleen gegrond scheen op de verwag„ „ting, dat ik mij in de overbekende fataale „gebeurtenis zalve zoude voldaan hebben. „ Een vreder Zekerlijk overbillijk en voldoende „ voor het besluijt van Haar Hoog Edelhee„ den „ /:L: S: 531. Den 10 Maart 1787. betaalen; dat alleen te bewijsen was. — „dens, toenmaals voor de volstrekte onmogelijkheid „daar toe niet geinformeerd. Ik ben zeer ongelukkig, dat mijne zeer onderda„ „nige van den 23 Maart eerst door de verloren „reijze van het vaarthuijg van den koopman Ca„ „belno bodoe op het welk het origineel was, „en daar na door het waarschijnlijk blijven „van den heer van keulen niet eerder bij Uwel„ „ Ed: Groot Agtb: heeft kunnen in loopen, dan „te gelijk met mijne nadere van den 22. December „des verleeden of 27. Ianuarij die ses Iaars. —. „stad die in tijds besteld kunnen werden, dan „ben ik volkomen verzekerd, dat Uwe E Ed: „Groot Agtb: bij het overzenden van mijne „Reekening - of, dewijl die met het schip De Ce„ „res reets was voor afgegaan, bij de eerste „gelegentheid daar na Haar Hoog Edel„ „heedens zoude geinformeerd hebben, van de „volslage onmogelijkheid van mij zelfs te „betaalen, al waaren de ordres, die uwel„ „ Ed: Groot Agtb: geliefd te vermelden „bij Hoog Desselfs g'agte van den 17. „Januarij, en die ik nimmer zag (:st:/ mij ook in /:A:/ Ik zie mij, nu deese uittrekzels uit bij zondere brieven, in het ligt moeten komen, verpligt hier bij wijze van Nota, te zegger: Dat ik het schrijven van der welEd: Groot Agtb: Heer Dalck /:g:g:/ toenmaals kwalijk moet begreepen heb„ ben, daar ik bij mijn antwoord zegge die ordres, om mij zelfs te betalen, nimmer gezien te hebben, het welk ook onmogelijk was, wijl die alleen maar betrekking tot Gale, en Zaffena hadden. Dog deeze mitvatting ontneemt niets van de onmogelijkheid van mij zelfe te 3

NL-HaNA_1.04.02_3784_0782 view scan ↗

English

The 10th of March 1787: handed over at the very moment in which I received the news of the Rupture, together with the Demand for surrender. Yea, even had I had knowledge of the war and the design of the English three or four days before the event; for since there was no Cash at all, how would it have been possible, in the Consternation which this news would have made general, and notwithstanding my authority, to prevent each from looking after himself, or possibly being otherwise incapacitated, to have so many spices or copper weighed out to me, to enter this properly into the books, and to do everything with that Exactitude which was necessary to convince the English of the legality of such a transaction, which in all other cases is a Capital crime! It is far more certain that military men, eager for booty, to whom by an act of parliament belongs half of whatever they take, and who, upon finding an empty money-chest—though in truth, according to the books, they secretly and strictly searched among Europeans and Natives for fully a month to see whether the money had not been smuggled away—would have cared little about my arrangements, but would straightway have taken everything for themselves. I could adduce more arguments of no less weight here, but as there is not a shadow of fear that the Company would wish to withhold what belongs to an old Servant, who could not have acted otherwise than he did, as soon as the utter impossibility thereof shall have been made evident to Her Nobleness—for which I hope that what has been advanced is sufficient—I shall not unnecessarily trouble your Right Honourable Worship with them. I am most strongly convinced that, had your Right Honourable Worship been able to know the above in detail, you would have rendered me the most important assistance in informing Their High Excellencies of it, since without that it was easily foreseen that the Noble High Government, in the belief that I ought to have paid myself according to the established orders /:B:/, and by neglecting to do so had caused the Company a double loss, would reject my Account. Now, as the late delivery of my letter of the 23rd of March prevented your Right Honourable Worship from showing me that favour earlier, I take the liberty most humbly to beseech your Right Honourable Worship still to bring this great interest of mine before Their High Excellencies in the most favourable light, and generously to strengthen it with your Right Honourable Worship's influential recommendation, whereupon I do not doubt the recovering of that which I have advanced in the service of the Honourable Company to my own detriment. The letter of the 23rd of March, about whose late delivery I complain above, contained, regarding this matter, the following: Extract from my letter of the 23rd of March 1783 to the Right Honourable Lord Governor of Ceylon, Falck /:L:G: I am very dismayed that my Account has not answered your Right Honourable Worship's expectation, but I pray your Right Honourable Worship to be convinced that I have observed the utmost moderation in drawing it up, and that I could not have made it lower without ruining myself and remaining laden with debts incurred solely and necessarily for the sake of my Commission, whereby my person and Credit would be placed in the direst danger. These personal debts, which are still unpaid, currently oppress me greatly, and it would therefore have averted much harm from me if my Account could have been paid immediately out of the treasury of Ceylon, which, after the beginning of the war, I soon understood would be impossible. Of the order to pay the Creditors of the Company out of the funds or goods at hand, I had never heard any mention before the receipt of your Right Honourable Worship's highly esteemed letter /:C:C:/. Just as little had I ever learned anything of a war with England before I was warned by the blow itself. The first news thereof was given to me in the letter of Captain Lysaght, in which he demands the surrender of the lodge, so it is clearly evident that even had I wished to satisfy myself out of the goods /:for Cash there was none at all:/, I would have had neither the time nor the opportunity to do so. It is certain that my expenses at Madras ran high, yet I pray your Right Honourable Worship to be fully assured that they were not so costly or brilliant as to give the court the idea that I could spend much. I have only lived as a respectable man, without keeping a large retinue, or taking as an example the high officials or even persons of lesser Rank, with whom I nevertheless had to associate, as a man who was known to hold an honourable post in his master's service near Madras. No one living in the most respectable manner in our principal Establishments will easily form an idea of the expenses one must incur at Madras. I trust, by the contents of the above extracts, to have proven in a satisfactory manner, not only that to me The 10th of March 1787. by

Dutch transcription

Den 10 Maart 1787: „in het zelve ogenblik in het welk ik de tij„ „ding van de Rupture, te gelijk met den Eijsch S „van de overgave ontfing, ter hand gesteld. Ja. „al hadde ik zelfs drie of vier daagen voor „de gebeurtenis kennis van den oorlog, en het „dessein der Engelschen gehad. want daar 'er „geen Contanten in het geheel waaren; hoe was „het mogelijk geweest, dat in de Consternatie, „die dit nieuws algemeen zoude gemaakt heb„ „ber, en niet tegenstaande mijn gesag, elk voor „zig zelfs zoude hebben doen zorgen, „of mogelijk op een andere wijse buijten staat „gesteld, mij zoo veele specerijen of kooper „te doen toeweegen, dit bij boeken behoor„ „lijk te behandelen, en alles met die Exac„ „titude te doen, die noodzakelijk was, om de „Engelschen van de wettigheid van zulk een „behandeling, welke in alle andere gevallen „een Capitaale misdaad is, te overtuijgen! Het „ is veel eer zeeker, dat militairen, heet na „buijt, aan wien bij een parlaments acte de „helft toekomt van het geen zij niemen, „en die bij het vinden van een ledige geld „kist, tschoon na waarheid volgens de boeken„ „wel een maand lang bij Europeesen en In„ „landers heimelijke scherpe Recherches ge„ „daan hebben, of het geld niet wat waeg gemoffeld, 2ig e 533. Den 10 Maart 1787. „zig weijnig aan mijne schikkingen zouden ge„ „stoord, maar wel de gelijk alles zouden na „hen genomen hebben „ Ik zoude hier meerder argumenten van niet „minder gewigt kunnen bij brengen, maar al zoo „ er geen schaduwe van bedugting is, dat de Comp: „ een oud Dienaar het zijne zoude willen „ onthouden, die niet anders: heeft kunnen han„ „.delen als hij gedaan heeft, zoo dra Haar Edele „de volslage onmogelijkheid daar toe zal ge„ „bleeken zijn, want toe ik hoope, dat het geavan„ „ceerde genoegzaam is, zoo zal ik uwwel Ed: „Groot Agtb: buijten, noodzaakelijkheid niet „met dezelve vermoeijen.. Ik ben ten sterksten overtuigd, dat uwel Ed: „Groot Agtb: zoo het bovenstaande omstan„ „dig hadde kunnen weeten, mij de allerge„ „wigtigste hulpe zoude beweesen hebben om „Haar Hoog Edelheedens daarmeede van „te verwittigen, dewijl zonder dien wel te „voorsien was, dat de Edele Hooge Regee„ „ring, in het denkbeed, dat ik mij volgens „ de gestelde ordres /:B:/ zelve moest be„ „taad hebben, en bij verzuijm daar van de „ Haatschappij een dubbele schaade hadde „veroorzaakt, mijne Reekening zoude „van de hand wijzen. „ Dan nu de laatste bestelling van „mijn brieff van den 23: Maart, uwel Edele (:B:/ Zie de nota s: Groot Groot Agtb: bebet heeft, mij die gunst „vroeger te bewijsen, zoo neeme ik de „vrijheid uw wel Edele Groot Agtb: op het „demoedigst te smeeken, om Haar Hoog„ „Edelens dit mijn groot belang nog op „het gunstigste onder het ooge te willen „brengen, en Edelmoedig met Uwel Edele „Groot Agtb: veel vermogende voorschij„ „ven te versterken, wanneer ik niet twijffels „aan het recaureeren van het geen ik „tot mijn eijge bezwaar in dienst der Ed: „ Comp: hebbe voorgeschooten De brief van den 23 Maart, over welkers te laate bestelling ik bove klaage, beehelsde, deze materie aangaande, het volgende Extract uit mijn brief van den 23. Maart 1783. aan den Wel Ed: Groot Agtb: Heer Ceilons Gouverneur Falck /:L: G: Ik ben zeer verslaagen, dat mijne Ses„ „kening niet aan uwel Ed: Groot Agtb: ver„ Den 10. Maart 1787. wagting 535. Den 10. Maart 1787. „wagting heeft beandwoord, dog ik bidde Uwel„ „Ed: Groot Agtb: overtuigd te zijn, dat ik „de uijtterste matigheid in het op stellen der„ „zelve gebruijkt hebbe, en dat ik ze „niet minder hebbe kunnen maaken, Pon„ „der mij zelve te ruineeren, en beladen te „blijven met schulden, alleen om de wille „van mijne Commissie noodwendig gemaakt, „waar door, mijn persoon en Credit in het uijtterste gevaar „zouden geraaken. Dee ze eige schulden, die nog „onbetaald zijn, onderdrukken mij thans grootelijks, „en het zoude daar om veel nadeel van mij „ afgeweerd hebben, zoo mijn Reekening onmid„ „delijk uit de kas van Ceilon hadde kunnen „behaald worden, het geen ik na het begin „van den oorlog wel dra begreep, dat onmogs„ „lijk zoude zijn van de ordre om de Crediteuren van de Comp=e 52 „uut de aan handen zijnde gelden of goederen „te betaalen, hebbe ik nimmer hooren gewaa„ „gen voor den ontfangst van Uwel Ed: Groot „ Agtb: Zeer gererden C: C:/ Even wijnog „hadde ik ooit iets vernoomen van een oor„ „log met Engeland voor dat ik met den „slag ben gewaarschund. De eerste tijding „daar van wierd mij gegeven in den brief „van Capitain Lijzugt, bij welke bij de Lozie C:C:/Zie hier omtrend dezelve aanteekening „logie opeijscht, dus klaar blijkt, dat al hadde „ik ook mij zelve uit de goederen /: want Cen„ „tanten waaren 'er in 't geheel niet :/ willen „voldoen, ik geen tijd of gelegentheid daar toe „zoude gehad hebben. „Het is zeeker, dat mijne verteering te Ma„ „dras hoog geloopen is, dog ik bidde uw wel„ „Ed: Groot Agtb: ten vollen verzekerd te zijn„ „dat ze mit zoo kostbaar of brillant was, „om het hof in het denkbeeld te brengen, „dat ik veel spendeeren konde. Ik hebbe „maar als een fatzoenlijk man geleefd, zonder „den grooten trein te volgen, of de hooge „beamptens of zelfs lieden van minderen Rang tot eene voorbeeld te neemen, met wel„ „ke ik egter moest verkeeren, als een man, „die bekend was, zelfs een post van „eere in zijn's meesters dienst, na bij Ma„ „dras te bekleeden. Niemand, in onze „voornaamste Etablissementen op de deftig„ „ste wijze levende, zal zig tigt een „denkbeeld maaken van de onkosten, die „men te Madras moet doen. Ik vertrouwe met den Inhoud van bovenstaan„ de uijttrekzels op de voldoenende wijze beweesen te hebben, niet alleen, dat mij Den 10 Maart 1787. door

NL-HaNA_1.04.02_3784_0787 view scan ↗

English

537. 10 March 1787. through my ignorance of any rupture this was absolutely impossible, even though there were certainly goods enough on hand, but indeed, that it would have been equally impracticable for me even if I had received news of it 3 to 4 days beforehand. It stood below: I am with respect, Gentlemen, your Honors' humble servant and friend. It was signed: W. Blaaukamer. In the margin: Palliacatta, 28 January 1787. P.S. After copying this, it occurred to me that, for the further substantiation of my complete ignorance of any rupture between Great Britain and our Republic, it might not be useless to add here the copy of the letter by which Captain Lysaght on 14 July 1781 gives notice of the war and at the same time demands the immediate surrender of the fort and the town of Jaggernaikpoeram, which letter is accompanied by its translation, together with an extract from the reply of myself and the second in command, De Ravallet, of that very date, since these two documents provide the clearest proof against any possible private satisfaction from the goods on hand. It was signed: W. Blaaukamer. 30 9 To Blaaukamer Esqr., Chief and Council of Jaggernaikpoeram; Gentlemen, The King of Great Britain and the United States of Holland having declared war against each other, I am on the part of the Honorable English East India Company to demand the immediate surrender of the fort and town of Jaggernaikpoeram. Pollicat and Sadras have already surrendered; and you Gentlemen must be sensible that with the force you have, resistance can answer no purpose. I therefore expect your immediate compliance. And am, Gentlemen, your 10 March 1787. humble 539. humble servant. Signed: Arth.s Lysaght, Capt. Comm. the troops in the Circars. In the margin: Camp near Jaggernaikpoeram, July the 14th 1781. It stood below: Agrees. It was signed: J. J. Hasz, First Sworn Clerk. Translation. To Blaaukamer Esq., Chief and the Council at Jaggernaikpoeram. Gentlemen, The King of Great Britain and the United States of Holland having declared war against one another, I am, on behalf of the Honorable English East India Company, to demand the immediate surrender of the fort and the town of Jaggernaikpoeram. Palliacatta and Sadras have already surrendered; and you, Gentlemen, must bear in mind that with the force 10 March 1787. which you have, resistance can serve no purpose, therefore I expect your immediate surrender. I am, it stood below: Gentlemen, lower: your Honors' humble servant. It was signed: Arthur Lysaght, Captain Commanding the troops in the Circars. In the margin: In the Camp near Jaggernaikpoeram, 14 July 1781. In the morning at 7 o'clock, from the hands of Capt. Mayne. Lower: For the translation, signed: Wm Blaaukamer. Extract from a letter from the Senior Merchant and Administrator of Coromandel, Willem Blaaukamer, and the Junior Merchant J. F. J. de Ravallet, at that time Chief and Second at Jaggernaikpoeram, to the English Captain Arthur Lysaght, dated 14 July in the year 1781. Captain Mayne has delivered to us the letter which your Honor took the trouble to write to us today. We see from it 10 March 1787. that 541. 10 March 1787. that war is said to have been declared between His Majesty the King of Great Britain and Their High Mightinesses the Lords States General, of which we know nothing beyond that notification, and that your Honor, by order of his superiors, demands the immediate surrender of the fort and village of Jaggernaikpoeram, noting that Sadras and Palliacatta had already surrendered. We are in no state of defense, and therefore cannot hesitate to surrender the fort and the village. It stood below: Agrees. It was signed: J. J. Hasz, First Sworn Clerk. From the aforementioned document, principally from the letter of summons by which the fort and the town of Jaggernaikpoeram were demanded, and the reply of the aforesaid Mr. Blaaukamer and the Second, De Ravallet, serving for the surrender of the fort and village, both dated 14 July 1781, it has appeared to us in the most complete 1 f 9 and most convincing manner that Mr. Blaaukamer was entirely ignorant of the war that had broken out between England and the Republic, and thus, at the moment of the summons and surrender, could not possibly have satisfied himself, either in money or merchandise. For there was no cash at all. His Honor solemnly assured the Right Honorable Lord Governor of Ceylon, Falck, of this by dispatch of 10 June 1784; and at the same time, as we trust, sufficiently proved thereby the impossibility in which he found himself, at the surrender of the fort, to satisfy himself by taking merchandise from the warehouses. And thus the undersigned informants trust that, on the basis of the produced evidence, it might be decided by your Worships with complete peace of mind to pay out from the Company's treasury, or otherwise, the aforementioned 10063 pagodas by Their High Mightinesses, above the 8000 pagodas already received, to the Lord Administrator. 10 March 1787.

Dutch transcription

537. Den 10 Maart 1787. door mijn onkunde van eenige rupture zulks vol„ strekt onmogelijk is geweest, schoon en zeeker goederen genoeg toe aan handen waaren, maar zelfs, dat zulks mij even ondoenlijk zoude geweest zijn, al hadde ik zelfs 3. â 4. dagen bevoorens tijding daar van gehad /:onderstond:/ Ik ben met agting. Mijne Heeren. Uwel Ed„ ootmoedige Dienaar en vriend /:was getee„ W:t Blaaukamer /: In mar„ kend:/ J gim:/ Palliacatta den 28 Januarij 1787. P: S: Na het Copieeren deses, is het mij voorgekoo„ men, dat tot meerder, adstructie van mijn vol„ slage onkunde van eenige Rupture tusschen Groot Brittanien en onze Republicq niet ondienstig konde zijn, hier bij te voegen de Copij van de brief bij welke Capitain Sij zucht op den 14. ' Iulij 1781. kennisse geeft van den oorlog„ en te gelijk het fort en de stad van Iagger„ naukpoeram immediaat opeijscht /: welke brief van dies translaat is verzeld:/ nevens Een Extract uit het antwoord van mij, en der secunde De Havallet van dien eijgen datum, alzoo deeze twee stukken het helderste bewijs uitleveren tegen alle moge mogelijke van eijge voldoening ut de aanhanden zijn de goederen /:was geteekend:/ W: Blaau„ kamer. —. 30 9 —.Broekamen / Blaaukamer./ Esqr. Chief and Council of Iaggernaikpoeram; Den Cemen. The King of Freat Britan and the united States of Holland having declared war against Each other sam on the part of the Houble Englisch East India Companij to Demand the Immidiate Survrendor of the Fort and Torn of Jaggernaikpoeram Pol„ lijcat and sadras have alreadij surrende„ ved; and ijou Gentlemen must besensible that with the force you have, resitance can answer no purpose. I thave fore expect Yjour Immediate Compliance. andam /:understand:/ Tentheman, ijour Den 10 Maart 1787. Humble 539. Numble servant /:signed:/ Arth„s Lij„ Lught, Capt: Comm:s the troups in the Ciscars /. In margine:/ Camp near Iag„ garnaikpoeram, Iulij the 14=te 1781. /:onderstond:/ Accordeert /:was getee„ kend :/ I:n I:n Hasz: E: G: Clercq Translaat Aan —. Blaaukamer schildznaap, opperhoofd en den Raad, te Iaggernaikpoeram, Mijne Heeren. De koning van Groot Brittannien en de vereenigde staaten van Holland den eenen tegens den anderen oorlog verklaard hebbende, ben ik van wegens de Honorable Engelsche oost Jndische Comp: om de immediate over„ gave te vorderen van het fort en de stad van Jaggernaikpoeram, Palliacatta en Padras zijn reets overgegeeven; En gij Mijn Heeren, zijt gedagtig, dat met de magt Den 10 Maart 1787. dit die gijlieden hebt, tegenstand aan geen eijnde kan beandwoorden, daarom verwagte uwe imme„ diate overleevering. Ik ben /:onderstond:/ Mijne Heeren, /:lager:/ uw Ed„s nedrigen dienaar /:was geteekend:/ Arth„n Lijzught, Capitain Commandeerende de troepen in de Circars /:in margine :/ in het Comp: naast bij Iaggernaikpoeram, den 4: Iulij 1781. Smorgens om 7. uuren uit handen van Capt: Maijne /:lager/ voor de vertaling /: get:d/ W:m Blaaukamer.. Extract uit een brief van den opperkoopman en Gezaghebber over Cormandel Willem Blaaukamer, en den onder„ koopman I: f: J: de Ra„ vallet, toenmaals opper„ hoofd en secunde te zag„ gernaikpoeram, aan den Engelschen Capitain Arthur Lijsught in dato 14. ' Iulij a:o 1781: -. Capitain Maijne heeft ons overgeleverd de brief die uwel Edele ons de eene gedaan heeft Den 10 Maart 1787. te 541. Den 10 Maart 1787. te schrijven opheeden. mi zient uit de zelve dat den oorlog tusschen zijn Majesteit de koning van Groot Brittanien, en Haar Hoog Moogende de Heeren Staaten Generaal zoude gedeclareerd zijn /: waar van wij buijten die te kennen geving niets weten:/ en dat Uwel Edele op ordre van zijn superioren de immediate overgave van het fort en dorp van Jaggernaik„ poeram vorderd, met notitie dat Sa„ dras en Palliacatta zich riets hadden overgeleverd wij zijn in geen staat van defensie, en kunnen dierhalven niet he„ soteeren om het fort en het dorp over te le„ veren /:onderstond:/ Accordeert /: was geteekend:/ J: I: Hasz: E: G: Clercq Bij het opgemelde geschrift, principaal bij de brief van Sommatie, waar bij het fort; en de stad Iaggemaikpoeram is opgeëischt, en het antwoord van de heer Blaaukamer voornoemd, en den secunde de Ravallet, dienende tot overgave van fort en Dorp, beide geda„ teerd 14. Julij 1781. is ons op de volkomenste 1 ƒ 9 en aller overtuijgendse wijze gebleeken, dat den Heer Blaaukamer, ten eenemaal onkundig geweest is, van den oorlog tusschen Engeland en de Re„ publicq ontslaan, en zig dus, op het ogen blik der sommatie en overgave, onmogelijk heeft kunnen voldoen het zij in geld of koopmanschappen Want Contanten vaaren er in het geheel niet. Dit heeft zijn Ed: aan den wel Edele Groot Agtb: Heer Ceilons Gouverneur Falck plegtiglijk verzoekerd, bij missive van den 10. Iunij 1784; en teffens zoo wij vertrouwen daar bij voldoende beweesen; de onmodelijkheid waar in hij was, bij de overgave van het fort, om zig zelve te voldoen, door het neemen van koopmanzz: uit de Pakhuijsen: En dus vertrouwen de ondergetekende berigt geevers, dat op fundament der geproduceerde bewijsen, door uwe lEd: Agtb: met volkome gerust„ heid zou kunnen worden beslooten, tot de afgave uit Comp:s Geld kassa, dan wel ander„ zints van de voorschreeve pa/ 10063: door Hunne Hoog Edelheeden, booven de reeds genotene 8000 ps aan den Leer Gezag„ hebben Den 10 Maart 1787.

NL-HaNA_1.04.02_3784_0793 view scan ↗

English

543. 10 March 1787. have not yet validated. But regarding the unvalidated sum of Pag: 5270:7. 5/8. the undersigned are of the opinion, subject however to a better judgment, that no decision can be taken by Your Honorable Worships concerning this, in consideration of the final Resolution of Their High Noble Lordships cited above. But because they are fully convinced that one can achieve as little at the court of the Nabob as at that of any other prince on this coast without making substantial gifts, the undersigned are respectfully of the opinion that this could be further shown and presented to Their High Noble Lordships, with the request to be pleased to take a more favorable resolution concerning it. We have the honor to be with all high esteem, was subscribed, Right Honorable Sir and Sirs, Your Honorable Worships' humble and obedient servants, was signed, M: Stoffenberg, P: H: Neshusius, and S: Duijnevelt. In margin: Palliacatta 3 February 1787. And what has appeared therefrom, resolves to have the now validated pagodas 10068 paid out of the Company's treasury. And since in their aforementioned report they have fully shown and in the most convincing manner proven that the aforementioned Mr. Blaaukamer could not satisfy himself out of the funds or effects of the Company for what he still had to claim on that account upon the surrender of Jaggeraikpoeram to the English in the year 1781, so, because Their High Noble Lordships, the Noble High Indian Government at Batavia, according to the resolution taken in the Council of India on 6 June 1782, made the payment or non-payment of a sum of pagodas 10068 still validated to the aforementioned Mr. Blaaukamer on his aforementioned account, in addition to the 8000 pagodas already received by him from the treasury, dependent upon this investigation, it was approved and understood, 10 March 1787. 545. 10 March 1787. to maintain His High Noble Lordships further on the pagodas 5270. 7. 3/8. not only to have the aforementioned sum of pagodas 10068 paid out to His Honour as soon as the Company's treasury shall be sufficiently provided with cash for that purpose, but also, with respect to the unvalidated sum of pagodas 5270. 7. 3/8, on the proposal of the reporting officers, respectfully to request Their High Noble Lordships to be pleased to take a more favorable disposition thereon, on the grounds that it is abundantly known to this Council, and on which grounds, that as little can be achieved at the Court of Carnatica as at that of any other native prince on this coast without making substantial gifts. Presentation of a second report concerning the account of Simons and Jeeke. Subsequently there was submitted for deliberation a second report of the aforementioned committee members Stoffenberg and associates, concerning the examination of the accounts of the titular Merchant Joan Daniel Simons and Junior Merchant Pieter Willem Jeeke, on account of incurred expenses and expenditures made during the time of their commission in the Army of the Nabob Haidar Ali Khan Bahadur. What was previously brought forward regarding it. And after reading the aforementioned report, it was stated by the Governor that upon reviewing it, the disposition taken by Their aforementioned High Noble Lordships on the aforementioned 6 June 1783 regarding those accounts had generally appeared to him to be somewhat too strict, because on the item of sustenance, etc., for the 15 months that they were obliged to follow the army, no more than pagodas 10065 had been validated, but that the report did not give sufficient guidance to examine which items might reasonably be reimbursed to them: 10 March 1787. 547. 10 March 1787. to have the necessary clarified by those commissioners, proposal to postpone the final disposition until the arrival of the Merchant Simons. That it appeared to His Worship, moreover, that before the Council can dispose of those accounts with complete confidence, clarification will be needed on more than one item from the titular Merchant Simons and Junior Merchant Jeeke, but that the former being currently absent, one cannot well obtain that information on everything for the present, proposing therefore to postpone the final disposition on the aforementioned accounts until after the return of the said Simons. Whereupon, after deliberation, it was approved and understood to conform to the decision, to postpone the disposition on the aforementioned accounts until the aforementioned Merchant Simons, who has departed for Nagapatnam with the prior knowledge of the Governor to conduct his private affairs, shall have arrived back here. Reading of a third report concerning the account of Nasz regarding claims. After reading a third report of the aforementioned committee members regarding the General Account of the Bookkeeper and present First Sworn Clerk Jan Joachim Nasz, for incurred expenses and expenditures made during his stay in the army of the Nabob Haidar Ali Khan and Tipu Sahib in the capacity of Resident on behalf of the Dutch East India Company, it was observed by the Governor, that however much this report could have been rendered in many respects more distinct, with regard to what according to the opinion of the reporting officers should still be granted to Nasz on the item of sustenance, it nevertheless, 10 March 1787.

Dutch transcription

543. Den 10. Maart 17877. hebber nog gevalideerd. Dan aangaande de niet geva„ lideerde somma van Pag: 5270:7. 5/8. vermeen de ondergeteekende /: met onderwerping egter aan een bester gevoelen :/ dat daar omtrend bij Uwel Ed: Agtb: geen besluit kan worden genoomen, uit Consideratie van de finaale Resolutie van Hunne Hoog Edelheden, hier boven geciteerd. Dan wijl zij volkoomen verzekerd zijn, dat men zoo min aan het hoff van den Nabab, als aan dat van eenig ander vorst ter deeser kuste, iets bewerken kan, zonder het doen van aanzienlijke ge„ schenken, zijn de ondergeteekende eerbiedig van gevoelen, dat dit nader aan Hunne Hoog„ Edelheeden zou kunnen worden vertoond en voor„ gedraagen; met verzoek om daar omtrend te wil„ len neemen een favorabeler resolutie. —. Wij hebben de eer met alle hoogachting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer en Heeren. Uwel Edele Agtbaares onderda„ nige en Schoorzame Dienaaren /:was geteekend:/ M: Stoffenberg, P: H: Neshusius E en S: Duijnevelt, /:In margine:/ Pal„ liacatta den 3. ' Februarij 1787. —. En wat daar uit gebleken is, besluit de gits gevalideerde oƒ 10068: uit 's Chips Casse te laaten uit keever, En nadien zij bij hun voorschreeve berigt volko„ men aangetoond, en op de al ter overtuijgendste wijke beweesen hebben dat den Heer Blaaukamer voornoemd, zig dut de gelden of esfficten van de Compagnie niet heeft kunnen voldoen, wegens het geen hij nog op die reekening te vorderen had, bij de overgave van Iaggeraikpoeram aan de Engelschen in den Iaare 1781: zoo is wijl Hunne Hoog Edelheeden de Edele Hooge In„ diasche Regeering te Batavia, blijkens be„ sluit op den 6. Iunij 1702. in Raade van In die genoomen van dit onderzoek hebbe doen afhangen de al of nonbetaaling van eene Somma van pr ƒ 10063. nog aangemelden Heer Blaankamer op zijn voormelde Reekening, gevalideerd, boven de door hem bereeds uit Cassa genotene 8000 pag: goedgevonden en ver„ Den 10 Maart 1787. Haar 545. Den 10 Maart 1787. of 5270. 7. 3/8. H: V. Edelh: vader te onderhouden. „staan de voorschreeve somma van p ƒ 10063. niet alleen aan zijn Edele te laaten out„ keeren, zoo dra Comp:s geld kassa daar toe genoegzaam zal weesen voorzien van Contanten; maar ook ten aanzien van de en gopens de niet gevalideerde, niet gevallideerde somma van prƒ 5270. 7. 3/18 op der voorslag van de berigtgeevers, Hunne Hoog Edelheeden reverentlijk te verzoeken, „dispositie om daar op een favorabeler te willen neemen, uit hoofden het deezer Raade ten en uit welken hoofde, overvloede bekend is, dat 'er zoo min aan het Hof van Carnatica, als aan dat van eenig ander inlandsch vorst ter deezer kuste iets kan worden bewerkt, zonder het doen van aanzienlijke geschen„ ken. vervolges over legging van een tweede berijt, nopens de sreck: van Simons in Jecke men is Devolgens wierd ter deliberatie overgelegt een tweede berigt van evengemelde gecommitteer„ dens Stoffenberg. C:S: betroffende de examinatie der reekeningen van de koopman titulan Ioan Daniel Simons, en onder coopman Pieter willem Seeke, wegens tegen ongelden en ge„ daane spendatien geduurende den tijd van hun„ ne Commissie in het Leger van den Nabab Hai„ der Alichan Bhadur. wat daar bij te voren gezo, En is na tecture van het opgemeld berigt, door den Heer Gesaghebber te kennen gegeeven, dat bij het nazien van het zelve, hen in het algemeen wat te naauw genoomen, voorgekoomen was, de dispositie door Hunne Hoog Edelheeden voornoemd op de voorschren 6. Junij 1783. opzigtelijk tot die reekeningen genoemen, want hun op de post van verteering ens zr voo 15: maanden, dat zij verpligt den 10 Maart 1787. 547, den 10 Maart 1787. dering dierw„s door die Commis„ sianten, sitie uit te stellen tot de komste van den Coopman Si„ mm ons, geweest zijn het leger te volgen, niet meer gevali„ deerd geworden was pag: 10065, dog dat het berigt geene genoegzaame handlijding gaf om na te gaan welke posten hen niet billijk„ heid zouden mogen worden goedgedaan: Dat het noodzakelijke te doen ophel„ zijn Agtb: booven dien voorkwam, dat zal den Raad met volkoomen gerustheid op die Reekeningen disponeeren, men op meer als een articul de opheldering van den koopman tit: Simons, en onderkoopman eeke zal nodig hebben, dan dat den eersten tans absent zijn de men die onderrigting voor het teegenwoordigen niet wel op alles krijgen kan, proponeerende propositie om de fuale dispo„ derhalven om de finaale dispositie op de voorsz: Reekeningen uit te stellen tot na het retour van gemelden Simons. —. Waar op na deliberatie goedgevonden en verstaan beslutdaarmede te Confor„ neever, is de dispositie op de voorschreeve Reekeningen uit nopens de reek: van Na1z: wergens sustineeren, dut te stellen tot den koopeman Simons voornoemd /:die met voorkennis van den Heer Gesaghabber, ter verrigting van zijne particuliere affaires na Nagapatnam vertrokken is:/ weder alhier Jal: weesen gearriveerd. —. lezing van den deneter burijde ka lecture van een derde berijt van de opgemelde ge„ commiteeden, op tigtelijk tot de Generaale Reekening van den Boekhouder en presenten Eersten Gesw: klerk en Jan Joachim Naszz, voor gedaane ongelden en spendatien, geduurende zijn verblijf in het leger van de Nabab Houder Alichan en Siposaib in qualiteit van Resident van weigen de Nederlandsche oost„ Indische Comp=e wierd door den Heer Gesag heb„ „geararbeerd wat de berigt, geevens dier, ber, dat hoe zeer dit berigt in veelen dis„ tinster had kunnen worden uitgebragt, ten aanzien van het geen na de Sustinu der berigt„ gevens, aan Hasz: nog zou dienen toegestaan te worden, op het articul van verteering, het nogthans Den 10 Maart 1787. aan

NL-HaNA_1.04.02_3784_0799 view scan ↗

English

549. The 10th of March 1787. Report that the status account of the cash cannot be verified. To suspend disposition on this as well. Proposal to suspend the disposition. Agreement therein by the Council. A comprehensive examination and scrutiny from the accounts themselves, concerning the entries which would still need to be validated, having been submitted to the Council; with the further addition that, if this were to be executed with accuracy, more time and attention would be required than could presently be spared for it; further proposing to postpone the final disposition on that account as well; because that account, even if settled, could nevertheless not be paid out due to lack of money; whereupon it was agreed to postpone the disposition on this account as well until a further opportunity. Evidence from a fourth report concerning the deaconry and leper fund, and why. Resolution to suspend the examination thereof as well, until the church council shall have arrived here. A fourth report from the aforementioned committee members having shown to this Council that they were unable to properly examine and investigate for the time being the status account of the Nagapatnam Deaconry Cash for the year 1782/3 and that of the Leper Capital since the first of September until the ultimate of December 1781, due to the absence of the necessary papers which were absolutely required for the verification of the aforesaid accounts. Thus, in accordance with the request made by them to that end, it has been approved and agreed to suspend the examination of the aforesaid accounts until the entire church council shall have arrived, in order thereafter, according to previous custom, to set a day for the rendering of accounts by the Deaconry Cashier regarding the Deaconry and Leper Cash, publicly in the church, in the presence of commissioned members of policy and justice. The necessary workmen in the armory were mistakenly omitted by the Commandant. Captain Commandant Ian Ioachim Winkelmans, as supervisor of the Company's Armory here, having made known to the Honorable Governor that his clerk, through negligence, had forgotten to include a carpenter in the report submitted by him regarding the The 10th of March 1787. 551. The 10th of March 1787. Resolution to grant a carpenter in the armory here, and from what time. Report received concerning some destroyed unfit ammunition goods. Resolution regarding the old copper and ironwork. Resolution to purchase 40 reams of small-format paper. necessary workmen in the armory, upon which a resolution was passed on the 26th of September of the past year; thus, considering that such a craftsman is indispensable in the aforesaid administration, it has been approved and agreed to grant Captain Commandant Winkelmans the enrollment of a carpenter for the service of the armory, from the day that the other workmen were granted to him, and this in consideration of the fact that he has had that man in service and paid him out of his own purse for so long. A written report having been received from the Assayer Fredrik Tronau and Bookkeeper Johannes Abraham Bronsveld, who were commissioned to oversee the destruction of some unfit ammunition goods, showing that this was properly carried out, and the old iron found therein amounted upon reweighing to 515 1/2 lbs, as well as the old copper to 4 3/4 lbs; it has therefore been approved and agreed to have the aforesaid old iron and copper work delivered to the head of the artillery here, so that, having been entered into the books of that administration, it may subsequently be used for the benefit of the Company. The writing paper brought here from Batavia in the past year by the ship De Castor having since been consumed at the respective writing offices; and because none of it remains in the warehouses, both for the needs of this Main Office and the subordinate factories, it has been approved and agreed to have forty reams of small format purchased provisionally by the warehouse master Martinus Stoffenberg The 10th of March 1787. 553. The 10th of March 1787. at 3 pagodas per ream. Notice of the profit made on the sale of two parcels of gold. Insertion of these returns. From two separate returns received regarding the gold sold here, from the parcel brought from Batavia by the ship De Castor in the year 1786, it has not only been approved and agreed hereby to note that on the first sold parcel weighing Reals 4105 510777/635520, f 2931. 15. 8, and on the other weighing Reals 1840 4741/19192, f 583. 13. 8, or rather on both sold parcels, f 3515. 9. - was net profit for the Company, but also to insert both of these returns according to the order hereby.

Dutch transcription

549. Den 10 Maart 1787. daar op almeede te surchee„ rigt dat de staat reek: Cas niet nagegaan kunnen worden; aan den Raad gerlhit een wijdloopig onder zoek en uitpluizen uit de Reekeningen zelfs, van de posten welke nog zouden dienen te worden gevali„ dierd; onder bijvoeging verder, dat zo dat met accuratesse zou worden verrigt, er meerder tijd en attentie toe wierd vereijscht, dan men 'er thans aan kon inruijmen: proponeerende verder propsitie om de dispositie ren, om de finaal dispositie op die reekening almeede uit te stellen; om dat die reekening schoon al offen gemaakt tog niet zou kunnen worden afbehaald accordeering daarinne door de haar uit gebrek aan geld, waar op verstaan is, de dispositie op deese reekening almeede tot eene nadere gelegent, heid uittestellen Bij een vierde berigt van de meergemelde blijking bijeen viorde be„ gecommitteerdens deesen Raade gebleeken zijnde, van de diacorij en seproser dat zij buiten staat waren, om de staatreke„ ning van de Nagapatnamsche Diaconij kas de Anno 178 2/3. en die van het Lepoosen Capitaal Zed.t primo September tot Ult=o December 1781, voor en waar om, besluit de examinatie, der zelver almende uit te stellen, tot dat de kerke raad alhier overgekomen zal zijn de nodige werklieden in de des Commardant vergenter op te geeden. voor als nog behoorlijk te Examineeren, en te onderzoeken door ontstentenis van de nodige papieren welke absolut vereischt wierden tot verificatie van de voorschreeve Rekeningen. zoo is volgens hun daar toe gedaan versoek, goedgevonden en verstaan, de examinatie der voorschreeve Reekeningen zoo lang te surcheeren tot den gantschen kerkenraad zal zijn overgekoomen, om daar na voorige usantie een dag te bepaalen tot het doen, door den Diaconij Cassier, van reekening weegens de Diaconij en Leproosen Cassa, publicq in de kerk, ten overstaan van gecommitteerde Leden van politie en Iustitie. —. wapen famer is abusive door Door den Capitain Commandant Ian Ioachim Winkelmans als opzigter van Compagnies Wa„ penkamer alhier, aan den Heer Gesagheb„ ber te kennen gegeeven zijnde, dat zijn schrijver door oagtzaamheid vergeeten had, bij het door hem overgegeeven berigt, wegens de Den 10 Maart 1787. benochze 551.„ Den 10 Maart 1787. besluit hier een timmerman in de wapenkamer toe te „staan, vernietigde onbequaame ammonitie goederen, benodigde werklieden in de napenkamer, waar op Reso„ „lie gevallen is, den 26: September anno passato, een timmerman bekend te stellen: zoo is uit Consideratie dat zoodanig een ambagtsman on ont„ 1 beerlijk is, in de voorschreeve administratie, goed„ gevonden en verstaan den Capitain Commandant winkelmans te accordeeren het opbrengen van een timmerman, ten dienste van de wapenkamer, en van welken tijd af„ van den dag af, dat de andere werklieden aan hem zijn toegestaan, en zulks uit Conside„ ratie om dat hij zoo lang dien man in dienst. gehad en uit zijn eige beurs betaald heeft. — Uijt een ingekomen schriftelijke Rapport van ingekomene rapport van eenige den Essaijeur fredrik Tronau, en boekhouder Johannes Abraham Bronsveld, welke ge„ committeerd geweest zijn, bij het vernietigen van eenige onbekwaame ammonutie goederen, gebleeken zijnde, dat dit behoorlijk, en het daar aan bevonden oud ijzer bij na wee„ ging bestaan had in 515. ½ lb: mitsgaders het per en ijzer werk men klijn formnaat papier, bestuit nopers het oudko„ het oud kooper in 4¾ lb:: zoo is goed gevonden en verstaan, het voorschreeve oud ijzer en koo„ per werk, aan het hoofd der Arthillerij al„ hier, te laaten afgeeven, om bij de boeken, van die administratie ingenoomen zijnde; ver„ volgens ten behoeve van de Comp=e verbruijkt te kunnen worden. iten te inkoop van 10: n„ Det in anno passato met het schip De Castor van Batavia alhier aangebragt schrijf papier zee„ dert op de respective schrijfcComptoiren verbruijkt geworden zijnde zoo is wijl 'er niets meer van in de pakhuijzen per restant is, zoo voor de benoodigdheid van dit Hoofd Comptoir, als de onderhoorige factorijen, goedgevonden en verstaan daar van bij provisia door den pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg te laaten inkoopen veertig riemen klijn formaat tegens Den 10 Maart 1787. 553. Den 10. ' Maart 1787. bij den verkoop van twee partijen goud. -. tegens 3. pagooden de riem Uijt twee ingekomen Aparte Hen „ Notitie van het gewonnene dementen van het alhier verkogte goud, uit de parthij in A:o 1786. per het schip De Castor van Batavia aangebragt is, is niet alleen 3 goedgevonden en verstaan bij deesen te no„ teeren, dat op de eerst verkogte partij we„ 510777 gende Realen 4105: 63552: ƒ 2931. 15. 8., en op 4741 de andere wegende Realen 1840:19/192: ƒ 583: 13:8: dan wel op beijde verkogte parthijen. ƒ 3515. 9. -. voor de Comp. e zuijver gewonnen is, maar ook Rendementen na de ordre Insertie van dies verde„ menten. die beijde bij deezen te insereeren. Appart 1 -

NL-HaNA_1.04.02_3784_0804 view scan ↗

English

The 10th of March 1787. Separate Return of 4105. 6 3/52 reals of gold by weight, which were brought here from Batavia, and pursuant to a resolution taken in the Council of Coromandel mg: tr:t mg: h: 2045 148. 2. 11. 1/24. 127. 2. . 14/160. at 27 bars of Company gold by weight brought to Batavia: of which mg: tr:t m: h: 43. —. 3. 3/4. 34. 1. 10. 1/28. at 10 bars per the ship 't Huijs te Krooswijk the 22nd from Ternate 9. 4. 6. 2/3. 7. 14. 9. 7/36. 2 bars per the pantjalling De Valk the 22nd 1785. from Pontianak. —. 5. — 5/8. — 13. 10 2/256 1 bar per the small vessel De Kleine Allas the 24th 1785. from Timor received as a gift. 87. 3. 17. 1/2. 78. 15. 6. 2/56. 11 bars per the ship Sparen the 7th of January brought from Padang 3. 3. 8. 3/4. 3. 2. 4. 25/12. 2 bars with the ship Sparen the 7th of January from Padang received as a gift, 4. 1. 8. 3/4 3. 9. 9. 27/28. 1 bar per a native vessel navigated by Nakhoda Lama the 26th of April from Pontianak 45 2045 148. 2. 11. 1/4. 127. 20. 3. 9/4608. making 27 bars. 175. 2. 2. 3/12. 158. 5. 3. 23/96. 21 ditto purchased from the senior merchant and shahbandar Hendrik Nicolaas Lade making, 215. 3. 12. 1/2. 170. 3. 4. 9/608. 20 ditto purchased from diverse persons, namely: 7. 13. 11. 1/16. at 1 bar purchased from the burgher Leendert Miro 9. 5. 12 2/27. 20. 15 —: 2 bars from the bailiff Jan Hendrik Niewegerman 30. — — — 35. 5. 14. 1/9 25. 13. 7. 2/208. 3 from the junior merchant and secretary of the Orphan Chamber Master Wijbrand de Jong, purchased Halm 82 — —. 6. 5. 2. 1/4 1 bar from the assayer J. P. van Halm, purchased 43. 6 — —. 36. 21. 2. 27/28. 4 bars and a small piece purchased from the former Captain Carel Fredrik van Bose 9. 6. 18. 1/4. 9. 2. 8. 3/64. 1 bar from the assayer J: W: van Halm further purchased 177 78. 1. 6. 1/4. 64. 3. 5. 5/12. 8 bars and some small pieces from the Commissioner Pieter Booterkoper Isaaksz: and Pieter van der Weerth secretary of both banks, purchased 2837 215. 3. 12. 1/27. 170. 3. 1. 94/4608 at 20 bars, making - - - - - Deduct Pulicat In Castle Geldria end of 539. —5. 19/216. 456. 4. 8. 2304. at 68 bars of gold by weight, making - - - - - - chased 555. The 10th of March 1787. weight which, among others according to the Memorandum of the 5th of May 1786 per the ship De Castor among others dated the 2nd of September last, were sold upon warrants; as follows according to reckoning sold here. the cost price for which advance loss reals reckoned per the real sold parcel sold: per cent The whole to wit Krooswijk the 22nd of October 1785. Valk the 22nd of December Allas the 24th of December. received. the 7th of January 1786. Sparen the 7th of January 1786. gift, vessel navigated by the Nakhoda from Pontianak 8063 1/3 – – —. 1150. 12 7/104. 41. 13. 5 1/9 ƒ 43. 8 — ƒ47941. 19. 8. ƒ49936. 7. 8 4. 1/8 r= . ƒ 1994. 8 —. —. –. — Lade purchased, making 3031 — — — 1423. 3/3072 42. 1. 6. 1/5 ƒ 43. 8. — 60618. 15 — 61801. — 8. 1. 15/16. r= 1182. 5. 8 —. — — ert Miro purchased Niewegerman purchased retary of the Orphan Chamber purchased van Halm, purchased the former Captain purchased van Halm further from the Commissioner Isaaksz: and Pieter of both banks, purchased 25877 15. 141/7456 43. 1. . . 3 — 6697. 8. 8. 6458. — 8. — 1/16. per —. —. — 244. 18. —. 5 16777 ƒ175258. 13. –. ƒ 178190. 8. 8 - - - ƒ3176. 13. 8 ƒ244. 18. - R: 4105 1/63552 - - - - 244. 18 —. Remains in net profit - - - - ƒ2931. 15. 8. Geldria end of September for the end of August 1786. Separate The 10th of March 1787. Separate Return of 184. 4/1942 reals 4741 per the ship De Castor from Batavia brought here, and pursuant to 9 were sold upon warrant; as follows mg tr:s mg: h: 256. 5. 5. — . 204. 12 2. 12/56. = 19 bars of gold by weight purchased from diverse persons in Batavia to wit 238. 2. 5 —. 189. 7. 1. 23/36. at 17 bars from the Bailiff Nie- wegerman. 38 9. 3. 17. 1/2. 7. 12 7. 1/18. 1 bar from the senior merchant and shah- 6 bandar Hendrik Nicolaas Lade. 49 8. 7. 2 1/2 7. 16. 5 3/64 1 bar from the burgher Engel- bert 256. 5. 5. — 204 2 4/56 at 19 bars of gold by weight making Pulicat In Castle 4 557. gold by weight, which among others according to the Memorandum of the 5th of May 1786. resolution taken in the Council of Coromandel dated the 2nd of September advances according to reckoning sold here; the cost price, for which reals reckoned per the real of the sold parcel sold per cent In the whole purchased in Batavia; the Bailiff Nie- wegerman. senior merchant and shah- bandar Hendrik Nicolaas Lade. burgher Engel- bert by weight making - - - Real 1016. 4741/3. 3. 1. 3/5 ƒ 43. 17. 8 ƒ 8071. 4. 8. ƒ8075. 8 –. ƒ. — 3/4. s. ƒ 583. 13. 8. Castle Geldria mid-February 1787. By The 10th of March 1787. request made by the said merchant for a letter of credit to Tuticorin, whereas he has linens lying on the bleaching ground at Gollapalam By the merchant at Jagannathapuram, Battu Trewengalam, in a missive written to the Commander, it having been made known his inclination towards the purchase of pearls at the fishery which is to be held in the coming month of April at Tuticorin; with the request to grant for that purpose to his attorney in the name of Panderadoo Suberaijdo letters of credit up to pagodas 3000 to Tuticorin: So it is, because from a private letter written by the Jagannathapuram chiefs to His Honorable it was evident that he has lying on the bleaching grounds at Gollapalam for pagodas 3500 in linens, collected by them out of his own money or credit for the Company, and on the payment of which he insisted, agreed and resolved The 10th of March 1787. to

Dutch transcription

Den 10 Maart 1787. Apart Rendement van 4105. 6 352: raalen zoud bij gewigt, welke van Batavia alhier aangebragt, en ingevolge genoomene besluit in Raade van Cormandi Mg: tr:t Mg: 4 2045 148. 2. 11. ½4. 127. 2. . 14160. â 27. steven Compagnies weegen te Batavia Aangebragt Goud bij Gerrigt: te welker mg: tr„t m: 9: 43. —. 3. ¾. 34. 1. 10. 1/28. â 10. stav: p=r het schip 't Huijs te krooswijk der2 van Ternaten 9. 4. 6. 2/3. 7. 14. 9. 7/36. „ 2. staven p=sr de Pantjalling de valke aar 1785. van Pontiana. —. 5. — 5/8. — 13. 10 2/256 „ 1. staf. p„r 't scheepje de kleene allasden 24. 1785. van Timor ingeschenk ontfangen. 87. 3. 17. ½. 78. 15. 6. 2/56. „ 11. stav: p:r het schip Spaaren den 7. Ianuar van Padang aangebragt 3 3. 3. 8. ¾. 3. 2. 4. 2512. 2. staven met het schip Spaaren den 7. Janu van Padang in geschenk ontfangen, 4. 1. B. ¾ 3. 9. 9. 27/28. „s- stax. p=r een Inlandse vaartuig gevord door nachoda Lama den 26. April van Intiana 45 2045 148. 2. 11. ¼. 127. 20. 3. 9/4608. 527. staaven uitmakende. 175. 2. 2. 3/12. 158. 5. 3. 23/96. „ 21. d=o. van den opperkoopman en sabandaar Hendrik Nicolaas Lade in gekog maaken, 215. 3. 12. ½. 170. 3. 4. 9/608. „ 20. d=o van diverse Persoonen ingekogt, te weeten: 7. 13. 11. V. â I. Staaf van den burge Leendert, Miro ingekogt 1/16 9. 5. 12 2/27. 20. 15 —: „ 2. staien van den Ballieur Jan Hend=k mingerman 30. — — — 35. 5. 14. /9 25. 13. 7. 2/208. „ 3. „ van den onderkoopman en Secretaris van Bol 9 ter M:r wijbrand de Jong, ingekogt Halm 82 — —. 6. 5. 2. ¼ „ I. staaf van den Essaijeur fo P: van kogt 43. 6 — —. 36. 21. 2. 27/28. „ 4. staaven en een stukje van den gewesen teir Carel fredrik van Bose ingekogt 9. 6. 18. ¼. 9. 2. 8. 3/64. „ 1. staaf van den Essaijeur J: W: van Nalr ingekogt 177 78. 1. 6. ¼. 64. 3. 5. 512. „ 8: staaven en eenige stukjes van den Con ris Pieter Booterkoper Isaaksz: en R van der weerth secretaris der beide bank - 2837 215. 3. 12. /½7. 170. 3. 1. 94/4608 â 20. staven, uitmaakende - - - - - Trekke af Palliacatta In't Casteel Geldria ult:o 539. —5. 19/216. 456. 4. 8. 2304. â 68 staaven Goud bij gewigt, uitmaakende - - - - - - kogt - - - - 555. Den 10 Maart 1787. wigtwelken onder meerder volgens Memorie van den 5 Meij 1786 Per 't schip De Castor m ander de dato 2 September Jongstlen op ordonnanties zijn verkogt; als vvolgens aan„ alhier verkogt. het kostende waar voor Advans verlies Reaalen reck„dpaal de peaal verkogte parthij verkopt: p:r Centos Dat geheel g te wieder Krooswijk den 22. 8ber: 1785. valke aan den 22. xber: allas den 24. decem ber. ontfangen. den 7. Januarij 1786. aren den 7. Ianuarij 1786. gen, tuig gevord door den An„ van Intiana 8063j3 – – —. 1150. 12 7104. „ 41. 13. 5 1/9 ƒ 43. 8 — ƒ47941. 19. 8. ƒ49936. 7. 8 „ Lade ingekogt, uit„ 3031 — — — „ 1423. 3072„ 42. 1. 6. 1/5 s„ 13. 8. —„ 60618. 15 — „ 61801. — 8. t Mio ingekogt kwie-german ingekogt taris van Boedelmee„ gekogt van Halm, in ge„ der geweesen Capi„ e ingekogt van Halr nader van der Commissa„ Isaaksz: en Pieter der bede banken, inge„ 25877 15. 1417456„43. 1. . . 3 —„ 6. 697. 8. 8. „ 6458. — 8. „ — 1/16. p=r —. —. — „ 244. 18. —. 5 16777 ƒ175258. 13. –. ƒ 178190. 8. 8 - - - ƒ3176. 13. 8 ƒ244. 18. - R: 4105 1/63552 - - - - „ 244. 18 —. — - - - ƒ2931. 15. 8. Hest aan zuijver winst - dria ult:o September voor Ultimo Augustus 1786. Appart 4. /8 r= . ƒ 1994. 8 —. —. –. — 15 1. 1/16. r= „182. 5. 8 „ —. — —„ —— - - 1 - Den 10 Maart 1787. Appart Rendement van 184. 4/1942. Reaale 4741 per tet schip De Castor van Batavia alhier aangebragt, en ingevolge 9 op ordonnantie zijn vverkogt; als Mgtr„s Mg: H: 256. 5. 5. — . 204. 12 2. 12/56. = 19. staven Goud bij gerigt van diverse persoonen te Batavia te weeten 238. 2. 5 —. 189. 7. 1. 23/36. a 17. staaven van den Heer Bar german. 38 9. 3. 17. ½. 7. 127. 1/18. „ 1. staaf van den oppnkoop 6 bandaar Hendrik Nic ic Lacle. 49 8. 7. 2½ 7. 16. 5 3/64 „ 1. staaf van den burger bert 256. 5. 5. — 204 2 4/56 â 19. . Staaven Goud bij verigt kende Palliacatta In't Casteel 4 557. Goud bij gerigt, welke onder meerder volgens Memorie van den 5 Meij 1786. genoomene besluit in Raade van Cormandel de dato 2 September Advanser volgens aanweer alhier verkdgts het kostende, waar voor Realen keningd peaal de Reaal gan deverkogte partij verkogt pr Contos Jn't gehael 6nde Batavia ingekogt; Heer Baillieur Nie¬ openkoopman en Sa„ drik Nicolaas buije Engel„ bij gerigt uitmaa„ - - - Real 1016. /3. 3. 1. 3 /5 ƒ 43. 17. 8 ƒ 8071. 4. 8. ƒ8075. 8 –. ƒ. —¾. s. ƒ 583. 13. 8. 4741 Februarij 178 Deldria Medio Door Den 10 Maart 1787. gedaan versoek door geevens gem: Coopman om een Credit brief na Tu tucoijn, aan lijwaaten op den blek te Pollepalium leggen„ Door den koopman te Iaggernaikpoeram, Bat„ Joe Trewengalam, bij missive aan den Heer Gesaghebber geschreeven, te kennen gegeeven zijn„ de, zijne genegentheid tot den inkoop van paar„ len op de witscherij, welke in de aanstaande maand April te Tutikcorijn staat gehouden te worden; met verzoek om daar toe aan zijn vol„ magt in naam Panderadoe Suberaijdo brieven van Credit tot pag: 3000. na Tutucorijn hij heft gets goor 350 rg:s te verleenen: Zoo is wijl bij een particuliere brief, door de Paggerwaikpoeramsche opper„ B hoofden aan zijn Agtb: geschreeven Consteerde, dat hij op de bleek te Gollapalum leg„ gen heeft voor Pag: 3500. aan Lijwaaten, door hen, uit zijn eige geld of Credit voor de Compagnie ingezameld, en op welckers be„ taaling hij insteede, goedgevonden en verstaan Den 10 Maart 1787. aen

NL-HaNA_1.04.02_3784_0809 view scan ↗

English

559. The 10th of March 1787. A letter of credit to Tuticorin from the gunner's mate van Halteren, writer of his gage, to his aforementioned attorney named Phandara Doe Suberaijdo, resolved to grant his attorney the prescribed letter of credit to an amount of 3000 to 3500 Pagodas on the Tuticorin servants, chargeable to this Government. Upon a submitted petition from the gunner's mate Barend Salomon van Halteren, it has been approved and agreed to discharge him hereby from the service of the Honorable Company and to grant him burgher status, with the writing off of his wages from the day that his pay account on Colombo shall have been closed; in consideration that he has since performed no further service for the Company, but on the contrary, upon the first summons, requested his discharge from the aforesaid service. Furthermore The 10th of March 1737. Furthermore, it has been agreed to engage as soldiers at 12 guilders in service Nicolaas Hendrik, native of Lussen in [illegible], and Leendert Jansz, native of Amsterdam; the first from the army of Sipo Saik, and the latter recently arrived here from Madras, and this on the ordinary contract of 3 years, commencing with the first of this month. While lastly it has also been agreed hereby to record that the soldier Andries Munt deserted from here on the 2nd of this month. Thus done and decreed in Castle Geldria at Palliacatta, date as aforesaid. Signed by all, except J: D: Simons and B: Brouwer. Monday 161. Monday the 30th of April 1737. In the forenoon at 10 o'clock Meeting of Policy All present Except The merchant and fiscal Ioan Daniel Simons, and The junior merchant and secretary Broerius Brouwer. The Captain Lieutenant Daniel Strale, having arrived here from Madras, has delivered to the Governor diverse papers, which were produced by His Honor at the meeting, all relating to his unfortunate voyage with the sloop De Crab and the subsequent capture of him and his crew at Mergi; to which was attached a current account of the unavoidable expenses which he, since his regained freedom, had been obliged to incur, as well for maintenance and clothing, as for the transport of him and his crew to Madras; Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to have paid to Captain Lieutenant Strale, upon his earnest request, from the Company's cash treasury, the balance of his aforesaid account amounting to 3324:14 Rupees, in order to settle therewith at Madras the debts that were incurred by him for maintenance, transport, etc., of him and his crew from Rangoon to Madras; Furthermore, it was also agreed to furnish him with as much additional funds as will still be necessary to fetch his crew, who still consist of seven men, from on board the ship with which they arrived at Madras, and to bring them over here. The 30th of April 1787. 563. The 30th of April 1737. And this all shall on occasion be charged to Ceylon, in consideration that the sloop De Crab was projected for that Government; Subsequently, having spoken of the maintenance that one ought to grant to the aforementioned Captain Lieutenant Strale and his crew during their stay here, it has been approved and agreed, out of consideration for the dearness of foodstuffs, to have furnished to them monthly for maintenance: To Captain Lieutenant Strale - - - - - 10 Pagodas To third mate Pieters - - - - - 4½ Pagodas, and To the sailors, each 2 Pagodas, or - - - - - 12 Pagodas Making together - - - - - 26½ Pagodas. Which shall likewise be charged to Ceylon, at disposal. And lastly it was also agreed to send Captain Lieutenant Strale with all his crew to Ceylon by the first sea opportunity, in order to be able to justify himself there concerning his unfortunate voyage with the aforementioned sloop De Crab, which was detained with the entire cargo by the King of Mergi. Thus done and decreed in Castle Geldria at Palliacatta, date as aforesaid. Signed as before, except I: D: Simons and B: Brouwer. Monday the 30th of April 1787. 565. Monday the 7th of May 1787. In the forenoon at 9 o'clock Meeting of Policy All present Except The merchant and fiscal Ioan Daniel Simons, and The junior merchant and secretary Broerius Brouwer. The junior merchant Willem Sebastiaan Boers, former passenger on the sloop De Crab, of whose unfortunate voyage was spoken more broadly at the resolution of this board of the 30th of April, having arrived here this morning from Bengal via Madras, has made known to the Governor his embarrassment for money, to settle the expenses that he

Dutch transcription

559. Den 10 Maart 1787. een Credit brief op Tutucorijn van den Constabelsmaat van Halteren, schijver van zijn gagt„ aan zijn opgemelden volmagt in naam: Phandara, beslut om aan zijn gotemagt doe suberaijdo, de voorschreeve brief van Cre te oriena„ dit tot eene somma van 3000 â 3500. Pa„ 1 goden, op de Tutucorijnsche Bediendens te verleenen ten lasten van dit Gouvernement. -. Op een ingekomen gequest van de Constapel„s ntslag ut 1 Cap dtins't maat Barend Salomon van Halteren, is goedgevonden en verstaan hem bij deeser uit den dienst van d'E: Compagnie te ontslaan en in burger vrijdom te stellen, met afschrij,„ dispositie nopens het af„ „ving zijner gagie van den dag af, dat zijne Zoldij-rekening op Colombo zal weezen afgeslooten; uit hoofde hij zedert geen dienst meer bij de Comp=e gedaan, maar daar en teegen op het eerste op ontbot zijn ontslag uit voorsz: dienst, verzogt heeft Voorts ƒ Den 10 Maart 1737. in dienst, No: Sturt ddnshe pan D: Selibeera Voorts is gestaan voor soldaat met ƒ 12 in dien st te neemen Nicolaas Hendrik Geboortig van Lussen uit Sit terlaad, en Leendert Jan sz: geboortig van Amsterdam; den eersten uit het leger van Sipo Saik, en den laaste onlangs van Madras alhier aangekoomen, en zulks op het ordinair verband van 3. Jaaren, ingaand met prind dezer. desecrtie van den soldaat Terwijl laastelijk nog verstaan is, bij deesen aan te tekenen, dat den soldaat Andries Munt op den 2. ' deezer maand van hier geda„ serteerd is. —. Aldus Gedaan en Garristeerd In't Cas„ teel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /: was geteekend:/ door alle /: Excepto:/ J: D: Simons en B: Brouwer. Maandag 161. pieren door den Cap: luijt: Stra„ „le overgegeeven, Maandag Den 30. April 1737. I's voormiddags te 10 uuren Vergadering van Politie Alle present dempto Den koopman tik en fiscaal Ioan Daniel Simons, en Den onderkoopmar en Secretaris Procrius Brouwer, Den Capitain Lieuterant Daniel Stra productie van diven sa a le, van Madras alhier gearriveerd zijnde, heeft aan den Heer Gesaghebber overgegeeven diverse papieren, die door zijn Agtb: ter vergadering zijn geproduceerd, alle betrekking hebbende tot zij „ popens de Chialoup De 0 Cob. ne ongelukkige peise met de sloep de Crab„ en daar op gevolgde gevange neeming van hem en zijn volk te Mergi; waar bij gevoegd was en ee Requing Courent een rekening Courant, van de onvermijbaare on„ gelden het saldo dier reck: te laaten u't keeren, en waarom sten om hen nog het beno„ digde geld te (laaten, ver„ ter tanfeken, „gelden, die hij zedert zijne werder er langde Pij„ heid, verpligt geweest was te doen, zoo voor onderhoud, klederasie, als transport van hem en zijn volk na Madras; diliteratie en besluithen, Waar op na deliberatie goedgevonden en verstaan is, aan den Capitain Luitenant Strale op des„ zelfs ernstig verzoek uit Comps geld kassa te laaten afgeven het saldo van zijne voorschreeve reekening groot Ropias 3324:14: om daar uit op Madras te kunnen voldoen de schulden, die door hem gemaakt zijn voor onderhoud, transport insz:, van hem en zijn volk van Rangom na Madras; Voorts is nog verstaan aan hem zoo veel meerder penningen te verstrekken, als nog no„ dig zullen zijn, om zijn volk, die nog in Den 30. April 1787. zevj 563. Den 30e. April 1737. voorn: Strale, en zijn volk zeven man bestaan, van boord van het schip, waar„ mede zij op Madras gearriveerd zijn, aff te haalen en na herwaarts over te brengen. —. En zal dit een en ander bij gelegenheid Ceilon „ zulks Ceilon aan te reekenen, worden aangerekend, uit hoofden de sloep de Crab voor dat Gouvernement geprojecteerd was; Vervolgens gesprooken zijnde van het onderhoud, toegelegde, nder haud aan dat men aangemelde Capt: Luitenant strate Cop en zijn volk wel zou dienen toe te leggen, geduurende hur verblijf alhier, zoo is uit Con„ sideratie van de duurte der levensmiddelen, goed„ gevonden en verstaan, aan hun maandelijks, voor onderhoud te laaten verstrekken; als. Aan den Capt: Luit: Straalen. „ „ derderaak Pieters - - - - - „ 4½, en. „ de Mattroosen ieder 2 pC of - - - - „ 12. —. —. uitmaakende te zamen - - - — Pa ƒ 26: ½. —. het p ƒ 10. -. -. het gan Ceilon zal almede nefden aangereekend, zijn volk bij eerste gelegent„ heid na derw„s te doen ver„ trkken; het geen Ceilon almeede zal worden aange„ reekend, ter dispositie. —. besluit gem: straten, En is laastelijk nog verstaan, den Capitain Luitenant Straale met al zijn volk, bij de eerste Zees gelegenheid na Ceilon te zenden, om zig aldaar te kunnen verant„ woorden, wegens zijn ongelukkige reise met de opgemelde sloep de Crab, die door den vorst van Mergi met de gantsche laading is aangehouden. Aldus Gedaan en Ge arresteerd Jn't Cas„ teel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ Als vooren /:Exaeptr :/ I: D: Simons, en B: Brouwer. Maandag den 30. April 1787. en waaran, 565. aan geld, Maandag den 7. Mai 1787. voormiddags ten 9 uuren Politie Vergadering van Alle present Dimpto. Den koopman en fiscaal Ioan Daniel Simons, en Den onderkoopman, en Secretaris Broerius Brouwer, Den onderkoopman Willem se bastiaan anie alhir van den onderk: Boers, Boens, gewesen passagier op de sloep De Crab„ van welkers ongelukkige veise breder gesprooken is bij de Resolutie deezer taffel van den 30. April, „van Bengale op Madras, en van daar heeden morgen alhier aangekomen zijnde, heeft aan den tekemer gegevene gebrik Heer Gesaghebber te kennen gegeeven zijne verle„ genheid om gel, tot voldoening der ongelden, die E hi ge 3

NL-HaNA_1.04.02_3784_0816 view scan ↗

English

to advance from the Company treasury what he had already been obliged to incur for his transport from Bengal to Madras, and to make good what he would still be compelled to spend in order to continue his journey from here by overland route to Ceylon, where he has declared he must be as speedily as possible: it has thus, however meagerly the Company cash treasury is provided with specie, been approved and resolved upon the proposal of the Honorable Authority to relieve the junior merchant Boers from his present embarrassment by having advanced to him from the Company cash treasury, for the aforementioned purpose, the requested 1500 Rupees, amounting to pagodas 413: 5: 40, which will likewise be charged to Colombo at Ceylon and put at their disposal. While it has furthermore been resolved to give the said Boers, upon his departure thither, the papers delivered here by Captain-Lieutenant Strale, among which is a sealed packet with pay records from Batavia, alongside an ola containing, according to the statement of the said Strale, a royal order, together with all the papers concerning the sloop de Crab upon his departure. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid. Was signed as before, except I: D: Simons and B: Brouwer. Monday the 7th of May 1787. Item a sealed packet. Monday the 4th of June 1787. In the forenoon at 9 o'clock. Meeting of Policy. All present except the merchant and fiscal Joan Daniel Simons, and the junior merchant and secretary Broerius Brouwer. After the invocation of the Lord's Most Holy Name, there was laid upon the table of this Council by the Honorable Authority a letter written by the resident chiefs of Jaggernaikpoeram on the 21st of May last, containing a short, but at the same time most dreadful account of the heavy tempest that raged there and in that vicinity the previous day, and whereby they were plunged into the utmost misery, suffering a lack of provisions and drinking water, as all this can be seen more fully from the letter itself, being of the following content: To the Right Honorable Worshipful Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Authority of the Government of Coromandel and its dependencies, etc., etc., together with the Council. Right Honorable Worshipful Sir and Gentlemen, We cannot refrain from making known to Your Right Honorable Worships with the greatest grief the unfortunate condition into which we have been plunged by a heavy hurricane accompanied by an inundation of the sea that submerged us yesterday; it is impossible to describe with the pen the devastation that the hurricane and raging sea have caused here. In a word, Right Honorable Worshipful Gentlemen, we and all inhabitants, as well as the Honorable Company, have lost everything; the damage of the last mentioned we are at present not in a position to state, only we can report, and that to our grievous sorrow, that the warehouses in which the Company remaining merchandise and linens were stored have been swallowed up by the sea; the water and the strong wind still continue. As soon as the water has receded, we shall have everything accurately surveyed and give Your Right Honorable Worships notice thereof. According to reports heard, a multitude of our inhabitants have perished because the water stood higher than a man's height; because all foodstuffs that were in this vicinity have been washed away by the sea, we now find ourselves without any provisions, even so much as we should consume today, so that if Providence does not come to our aid, we shall have to die of hunger. We therefore cannot fail to humbly request Your Right Honorable Worships to take our true condition into consideration, and to provide our unfortunate inhabitants with provisions and fresh water, because there is no fresh water to be found here or hereabouts; everything that was of any value to us we have lost, we and Company servants now walk naked and barefoot. We humbly beg Your Right Honorable Worships' pardon for the sloppiness of the writing and of the paper, as the hardships of sitting in the water exhaust us considerably, and our minds are entirely unsettled to put anything proper on paper. We have the honor to call ourselves with deep respect, (below stood:) Right Honorable Worshipful Gentlemen, Your Right Honorable Worships' humble, submissive and obedient servants, (was signed:) P: E: van Halm and G. J. J: de Lavallet. (In margin:) Jaggernaikpoeram, the 21st of May 1787, in the morning at around 8 o'clock. Whereupon, having deliberated with all emotion, it was approved and resolved to provide the poor inhabitants of Jaggernaikpoeram who have saved their lives from the general destruction caused by the aforementioned storm with rice and drinking water with the utmost speed, as well as with such other provisions such as dried fish, butter, oil, and whatever else can be obtained here, to be distributed there to the needy at cost price. And for the transport of the aforementioned provisions and drinking water, a vessel shall expressly be chartered, whether here or at Madras. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta.

Dutch transcription

's Comp:s Cassa te laaten ver„ Tikken, reekenen, sij bereeds verpligt nas geweest te maaken, voor zijn transport uit Bengale na Madras, en tot goedmaaking van die, welke hij nog genoodzaakt zou weesen, te doen, tot voort„ zetting van zijne reise van hier, over den land„ weg na Ceilon, waar hij verklaard heeft, zoo beslut hen perƒ 418:s o ut spedig mogelijk te moeten zijn: zoo is, hoe schraal ook Compagnies geld kassa van Contanten voorzien is, op de propositie van den Heer Gezaghebber goedgevonden en verstaan, den onderkoopman Boers uit zijne presente verligendheid te redden, door aan hem, ten einde voorschreeve, u't Comp:s geld kassa te laaten verstrekken de verzogte 1500. Ropijen, uitmaaken pag: 413: 5: 40: die al„ en de zele Ceion aan te meede Colombo zullen worden aangera„ Den 7. Mai 1787. kend 567. mitsg„s bij zijn vertrek alle de papieren wegens de sloep de Crab meede et: 7. kend ter dispositie. Terwijl voorts nog verstaan is, gemelde Boers bij zijn vertrek na derwaarts mede te geeven, te geven de door den Capt: Luijtenant Strale hier ingeleverde papieren, waar onder een be„ slote Paquit met soldij papderen van Ba„ tavia, nevens een ola, behelsende volgens zegger van gemelde strale een koninglijke ordre Aldus Te daan en Gearresteerd In 't Casteel Teldria te Palliacat„ ta dato voorsz: /:was geteekend:/ Als vooren /:Excepto:/ I: D: Simons, en B: Brouwer. — Maandag Item een gesloote packet Den 7. Mai 1787: S E omveer te Jagg: Maandag den 4:' Iuni 1737. 'S voormidags ten 9. uuren Vergadering van Politie Alle present dempto Den koopman en fiscaal Ioan Daniel Simons, en Den onderkoopman en Secretaris Broerius Brouwer, one haal ven het zaar Na het aanvoiger van des Heeren Allerhij lig„ sten Naam, wierd door den Heer Gesaghebber ter tafel van deesen Raade overgelegt een brief van de Iaggernaikpoeramsche opper„ hoofden op den 21 Mai laastlieden geschreven, behelsende een kort, dog teffens allerakeligst verhaal van het zwaare onweer, dat daar en daar omstreks den voorigen dag geroed had; en c 569. Den 4. Juni 1787. gebrek aan levensmiddelen. en drinkwater aldaar, en waar door zij in de uitterste elende gestort waren, hebbende gebrek aan levensmiddelen en drinkwater: zoo als dit een en ander bij de brief zelve, breder te zien is, zijnde insertie van de ontvangene brief. — van den volgende inhoud. Aan den wel Edele Agtbaar Heer Willem Blaaukamer, opperkoopman en Gesaghebber van het Gouverne„ „ment van Cormandel, en dies onderhoorigheeden Etc Etc„ Benevens den Raad, Wel Edele Agtbaare Heer, en Heeren. Wij kunnen niet affzijn, uwel Ed: Agtb: met de aller„ grootste smerten bekent te maaken, de ongeluk„ kige toesland, waarinne wij ons door een swaare T orcaan vergezeld met, een overstrooming der zee die op gisteren ons ingedompeld heeft; het is onroog„ lijk met de penne te beschrijven, de verwoestingen, die de orcaan en wordende zee alhier heeft te weege gebragt, met een woord wel Edele Agtb: Heeren, hebben wij en aller Jngesee„ tenen, gelijk meede de Ed Comp: alles verloo„ vo E Den 4. Junij 1787. ven, de schaade van de laasten genoemde zijn wij voor het teegenswoordigen niet in staat om op te geeven, alleenig kunnen wij melden, en dat tot onse grieven de leetweesen, dat de pakhuijzen waar inne'sComp=s resteerende koopmanschappen en lijwaaten geplaatst waaren, de zee heeft ingezwolgen; het water en de sterke wind Continueerd nog. Zoo dra het water afgeloopen is, zullen wij alles naarkeurig doen opneemen, en uwel Ed: Agtb: daar van kennisse geeven, volgens rapport dat men hoort, er zijn een mee„ nigte van onzen Ingezeetenen verongelukt door dien het water hooger dan een mans hoogte gestaan heeft, door dien alle levensmiddelen die alhier omstreeks geweest zijn, door de zee zijn weggespoeld, zoo bevinden wij, thans buiten eenige provisien zelf met zoo veels, dat wij heeden zullen gebruijken, dus in dien ons de voor„ zienigheid niet te hulpe komt van Longer zullen moeten sterven, zoo kunnen wij niet na laaten om aan uwelEd: Agtb: ootmoedig te verzoeken onse waaren toestand, in Consideratie te neemen, en onse ongelukkige ingezetenen met levenmiddelen en zoet water te voorzien, door dien 'er alhier en hier onstreeks geen zoetwater te vinden is; alles wat ons van eenige waarden geweest is, hebben wij ver„ looven, wij en Comp:s dienaaren looper thans naakend ten op bloo„ te voeten. Wij verzoeken Uwel Ed: Agtb: ootmoedig excuus over de slordigheid van het schrijven, en van het papier, door de ongemakken van in het waater te zitten, mat ons Consi„ derabelaf, en ons verstand is geheel gealtereerd, om iets goeds op het papier te zetten. — Wij hebben de eere ons met diep ontsag te noemen. /:onderstond:/ Wel Edele Agtb: Heeren Heeren! Uwel Edele Agtb: ootnoedige onderdanige en Gchoorsaame dienaaren /:was geteekend:/ P: E: van Halm, en G„ J. J: de avallet /:In margine:/ Iaggernaik=m den 21. Maij 1787. 'smorgens omtrend 8. uuren. waar — 571. Den 4. Juni 1787 met een en ander te voor„ sien vaartinig in te huuren. Waar over met alle aandoening gedelibereerd zijn,„ besluit haar ten eersten de, goed gevonden en verstaan is, de arme ingezeten van Iaggernaikpoeram, welke hun leven nog geved hebben uit de algemeene vervoesting„ die het voorschreeve onweer aldaar heeft aange„ regt, ten allerspoedigste te voorzien van rijst en drinkwater, mitsgaders van Zoo„ daanige andere provisien, als Carvaat, boten, oli, en wesmeer, als hier maar te bekomen zul„ len zijn, om aldaar aan de noodlijdende inkoops„ prijs te warder uitgereikt. —. En zal tot transport van de voorschreeve en tot denselve overvoer een provisien en drinkrater expres een vaartuig wor„ der ingehuurd het zij hier of op Madras. -. Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Casteel Geldria te Pallia„ catta e

NL-HaNA_1.04.02_3784_0822 view scan ↗

English

at the place and date aforesaid. Was signed as before, except I: D: Simons and B: Brouwer. Tuesday, the 19th of June 1787, in the forenoon at 9 o'clock. Council of Policy. Absent: The Lord Governor, on account of indisposition, and the members of this meeting, the merchant titular and fiscal Ioan Daniel Simons and the Secretary Broerius Brouwer, both having departed for Nagapatnam for the transaction of affairs. By the Honorable Chief Administrator Nicolaas Tadama, the minutes extracted by order of the Lord Governor from the letters successively received here from the respective factories were presented to the meeting on the 4th of June 1787, with a proposal to deliberate upon them this morning, even though the Lord Governor, who had suffered a relapse and whose sickly and weakened condition would prevent him from attending the meeting, had declared to his Honor that he had explicitly caused this assembly to be convened for that purpose. And this having been unanimously resolved, and the Portonovo letters with their enclosures received here from the 24th of August 1786 to the 26th of March last having been taken in hand: It was, after examination of 16 expense accounts beginning with the month of September 1785 and ending with the month of December 1786, initially agreed to pass for write-off the 10 pagodas per month entered therein for house rent to the Resident, even though only 7 pagodas were allotted to him for this by resolution of this board of the 4th of November 1785, considering that when drawing up the plan for the house rent an error in formulation was committed here due to the lack of the necessary papers, since it was then mistakenly assumed that under the previous Coromandel Government the warehouse had cost pagodas 10 and the Resident's dwelling pagodas 7 in rent, although the contrary had been the case. Likewise, it was agreed to pass for write-off the 3 pagodas per month entered in the aforesaid expense accounts for house rent issued to each of the two pennists stationed there, on the grounds that this has already been granted to them for several years. On the other hand, it was agreed to instruct the Resident not to enter any warehouse rent until the availability of bales or considerable quantities of merchandise makes the renting of a warehouse necessary. Likewise, it was agreed to pass for write-off the pagodas 3. 13 entered in the expense account of the month of September 1785 for the giving of some small presents to the Havildar and the merchants upon the arrival of the Resident there, as this could not be avoided. However, the pagodas 21 paid for the hire of a boat with which the Resident's goods were sent from Tranquebar to Portonovo appearing somewhat excessive to this Council, since for a double boat from Nagapatnam to Palliacatta, which is more than five times farther, no more than pagodas 40 was entered by the chief surgeon Mepper: It was agreed to pass only pagodas 16 for write-off, with an instruction to the Resident to pay directly into the treasury the remaining 5 pagodas, together with pagodas 3. 6 for wages and batta of 4 peons that were improperly charged to the Company. Since it is the intention to reduce expenses and overhead, particularly those for presents, as much as possible, and this having also been most strictly ordered from here by circular letter to the respective factories dated the 15th of December 1785, it was agreed to note in the outgoing letter regarding this matter that it was observed with great displeasure and dismay from the expense account of the month of August 1786 how little attention has been paid to this by him, since instead of reducing those expenses he has, on the contrary, entered on that account a considerable sum, unheard of for that factory where nothing has been accomplished so far, of pagodas 182. 8 or ƒ 728: 12: 8. Whereas the presents in the last five years before the war, on average, did not amount to more than ƒ 291: 6: 5 annually at Portonovo, so that in the year 1786 ƒ 437: 6: 3 more was given away, for which one can think of as few plausible reasons as the Resident himself appears to have been able to give.

Dutch transcription

„catta dato voorschreeven /:was geteekend. / als vooren /: Excepto:/ I: D: Simons, en B: Brouwer. — Dingsdag den 19:' Iuni 1787. 's voormiddags ten 9. uuren. Vergadering van Politie Absent G Den Heer Gezaghebber, mits indispositie, en de Leden deezer ver„ gadering den koopman tit:r en fiscaal Ioan Daniel Simons, en den Secretaris Broerius Brouwer, beide ter verrigting van affains na Nagapatnam vertrokken. deoen man ste gt alen Door den E: Hoofd administrateur Ni„ deler buijten Comptairen. colaas Tadama, zijn ter vergaderinge den 4. Juni 1787. over 573. den 19. Iuni 1787. overgelegd, de Notulen, op last van den Heer Gesaghebber, geëxerpeerd, uit de brieven van de respective factorijen successive alhier ontvan„ gen; met propositie om daar over deezen morgen te besoigneeren, schoon den Heer Gezagheb„ ber, welke weder op nieuw ingestort was, door zijnen ziekelijken en zwakker toe„ stand de vergadering niet zou kunnen bijwoonen: als hebbende zijne Agtb:, aan zijn Ed: gedeclareerd, dat wel den zel„ ven daar toe deeze bij eenkomste expresse„ lijk had doen Convoceeren. En hier toe unanimiter besloten, mits,„ begmene nt met daten gaders onder handen genomen zijnde de Portonovosche brieven met haare bijlaagen, sedert den 24. Augustus 1786 tot den 26. Maart laastleeden (alhier emente oan ste ontekenteng, alhier ontvangen: Zoo is na examinatie van 16. stuks onkostreekeningen, beginnende met de maand September 17825, en in digende met de maand December 1786, aanvangkelijk n e ea en enegte is lel verstaan, de daar bij opgebragte 10. –. pago„ den 'smaands, voor huis huur aan den Resi„ dent, ter afschrijving te passeeren, schoon hem daar voor maar 7. pagoden toegelegd zijn bij besluit deezer taffel van den 4. November 1785, gemerkt wien hier bij het opmaaken van het plan op de huijshuure, door gemis van de noodige papieren, een abuis begaan heeft in de stelling alzoo men toen, zig verkeerdelijk voorstelde, dat het pakhuis pag: 10: en des Residents wooning p a ƒ 7. –. aan huur gedaan had, onder de voorige Den 19. Juni 1787. dag onder welke remariu, Chor 575. Den 19. Junij 1787. huijshur mneen oftebrengen ese hen wijdalteran Chormandelsche Regeering; schoon het tegen„ deel heeft plaats gehad. -. Desgelijks is verstaan ter afschijving te e e passeeren, de 3. –. pagoden 'smaands bij de voorschreeve onkostrekeningen opgebragt voor huishuur, aan ieder van de daar bescheide twee pernisten afgegeeven, uit hoofde dat aan afge9 hun al sedert eenige in Iaaren toegestaan is. Dan daar en teegen is weder verstaan den interijering men setenen gen se Resident te recommandeeren, om geen pak„ huis huur op te brengen, voor dat het aan handen zijn van pakken of naarwaardige zyg mnenwelke mits„ quantiteiten koopmanschappen, de in huuring van een pakhuis noodzaakelijk maakt. Desgelijks is verstaan ter afschrij„ ponsing ogminen gengeden ving te passeeren, de bij de onkostreekening van Den 179. Juny 1737. emarque over de excestin van de gaand: September 1785 opgebragte Pag: 3. 13: voor het doen van eenige klijne geschenkjes aan den Haweldaar en de koop„ lieden bij aankomst van den Resident aldaar, want dit niet kan worden ver„ mid Naar het betaalde tot pa/ 21: voor huur van een sleng waarmeede des Re„ „sidents goederen van Tranquebar na Portonovo gezonden zijn, deezen Raade wat excessif voorkomende, dewijl 'er voor een dubbelde sleng van Nagapatnam na Palliacatta, dat meer dan vijf maalen verder is, niet meer dan P/ 40: zijn opgebragt door den oppermeester de hijten oanmes gilueen Mepper: Zoo is verstaan daar voor eenelijk heden vao den lerng„ 577 Den 19. Junij 1707. eten an e prins nader en estes e e aete dane gekenden deezer Regeering te kennen te greven de instentie dien ordre bij de onkestreect: van angs 1706 verkomene eenelijk ter afschrijving te passeeren Pas 16, onder„ aanschrijving aan den Resident om de overige 5 p„as , nevens paƒ 3: 6:—. voor gagie en battam, en de enige appnerens de egen van 4. Piens, dat de Compagnie meige in reekening gebragt is, direct in Cassa te vol„ doen Daar men er op uit is, om de ongelden en onder genoomenderde zeijn hijd ne e dezelve, met naame die der geschenken, zoo veel als mogelijk is te verminderen, en zulks ook op het emstigste van hier gere„ commandeerd zijnde, bij Circulaire missive na de respective Factorijen van den 15: December 1785, zoo is verstaan hier omtrent destlgt van Ralhans arantstigting bij den afgaanden brief te gemarqureren, 10 8 dat men niet dan met veel misnoegen en ontsligting bij de onkostreekening van Tillean de Den 19 Juni 1787 waar bij den ongehoorde somma van dn 14 e e sege „de mraand Augustus 1786: ontwvaard heeft, hoo wijnig attentie daar op door hem verleend is, alzoo hij in steede van die ongelden te verminderen, daar en tegen op die rekening gebragt heeft, eene aanzienlijke en voor die factorij, aan welke tot nog toe mits vervigt is, ongehoorde Somme van p ao 16. 22. of ƒ 728: 12: 8.— e sene en eneges hijte dat de geschenken in de laaste vijf Jaa„ 78 ren, voor den oorlog, door den anderen, op Portonovo; Iaarlijks niet meer bedraa„ dee te enen ons e: een gen hebben dan ƒ 291: 6: 5:; zoo dat er in A:o 1786. meerder verschonken zijn ƒ 437:6:3, waar voor men zoo min eenige plausibele ntuijthen redenen weet uit te denken, als hij Cresident schijnt te hebben kunnen doen, de laasten 5 Jaaren voor sroten zijn hot

NL-HaNA_1.04.02_3784_0829 view scan ↗

English

579. The 19th of June 1787. and to cause it to be counted into the Cash, under which serious recommendation for the future, whether in the account itself or in his letter of the 11th of January last; and it has therefore also been decided to order him to count back into the Cash the aforementioned f 437:6:3, as having been given out unnecessarily and without authorization. But to write off the remaining f 291:6:5 for this time; on the grounds that this Council is willing to concede for the present that the gifts previously given could not have been reduced. And therefore, it will be seriously recommended to the Resident not to be so liberal in giving presents at the expense of the Company henceforth, but in this, as well as in all other The 19th of June 1787. respects, to strive for the reduction of expenses: while it has subsequently been decided to approve all the other items appearing in the aforementioned expense accounts. And the transmitted statement of accounts of the Company's Cash, from September 1785 to December 1786, having upon examination been found to be well arranged; except for that of the month of April 1786; in which, for the loss on the exchange of 57 Pagodas, the Cash stands credited with Pagodas f 6:15.—. instead of with - - - - 7. 3. — which was entered too low by: . Pagodas —. 12—. it has thus been decided to order the Resident to rectify this error in the aforementioned statement of accounts, as will be done here in the transmitted original. 581. The 19th of June 1787. And proceeding herewith to answer the Resident's letters, it has been decided to consider as communicated the reported death of the Danish Resident Westerholt. The 5 pieces of Pagodas transmitted, which are currently being minted there by order of the Nawab of Carnatica, having been duly received here, it has been decided to notify the Resident thereof, with the instruction that one cannot yet judge their intrinsic value, because they have not yet been assayed here for lack of The 19th of June 1787. the necessary tools; but that, as soon as these are at hand here, one will communicate with him further regarding the aforementioned pagodas. Furthermore, it has been decided to notify him of the receipt of a Ceylon letter packet, together with his accompanying letters of the 6th of February. And further to note for information, that from his subsequent letter of the 19th of that month it was seen that he had duly received the 1200 Star Pagodas sent from here, with the further instruction that it is trusted that the funds borrowed by him will be paid immediately from this, because this 583. The 19th of June 1787. money negotiation has only been approved because he, the Resident, was absolutely obliged to have recourse thereto due to a lack of cash; and adding further that such money loans must otherwise be carefully avoided, at least as long as possible, for it would by no means suit the Company to pay the daily expenses of the offices with borrowed funds. The Resident having sufficiently proven the necessity in which he found himself to take into service a few more native servants than he had received authorization for from this Government upon his first arrival at Portonovo: it has therefore been decided to permit him, henceforth in the monthly expense accounts under the heading of the monthly wages of Native Servants, to include such servants as were entered by him in the expense account of the month of August 1786, consisting of: A Translator, A Mahratta or Persian writer, A Trade Kanakapulle, A Head Peon, and A Beach Warden, because their necessity is known to this Council. Since throughout the entire navigable season not a single opportunity 585. The 19th of June 1787. could be found here for a vessel to Portonovo, as a result of which nothing could be fulfilled of the transmitted requisitions for stationery and gift goods: it has been decided, in consideration that they are unprovided with everything there, to send overland thither: 7 lb Nails, 20 quires of small format paper, 2 quires of Cartridge paper, 5 bundles of quills, 1/8 lb pencil and red ochre, 1/2 lb sail yarn, and 1/4 lb binding cord; in the trust that the Resident will manage with this for the present; while

Dutch transcription

579. Den 19. Juni 1787. wen en Cassa te doen tellen te slaten of perrijan dog onder welke ernstige recormande„ tte voor het vervorgen het zij bij de reekening zelve, dan wel bij zijner brief van den 11. Januari Jongst„ leeden; en is derhalven dan ook verstaan besluijt de meenen vanrschonken ƒ 1743: hem te gelasten de voorsz: ƒ437:6:3, als onnoodig en ongequalificeerd afgegee„ ven, weder in Cassa te tellen. Dog de oeanig ƒ 9463: von eska overige ƒ 291: 6:5 voor deeze keer afti„ schrijven; uit hoofde deezen Raade voor het tegenwoordige wel eens wil toegeeven, dat op de bevoorens gedaane geschenken, niet heeft kunnen verminderd worden En zal daarom den Resident omstiglijk worden gerecommandeerd, om voortaan in het doen van presenten met 2oo liberaal ten kosten van de Compagnie te zijn, maar in dit zoo wel, als in alle an„ der Den 19. Juni 1737. hesteoekenang veo meee ven sl beving dien staat werk va deren opzigten de vermindering van ongelden e se eonig sten geen te betragten: terwijl vervolgens verstaan is alle de overige posten bij de voorschreeve onkostreekeningen voorkomende, te appro„ beeren e at: es en artee de overgezende staat reekeningen van Com„ pagnies Geld kassa, sedert September 1785: tot December 1716. bij examinatie wel ingerigt bevonden weezende; be„ halven, die van de maand April 1786; waar bij voor verlies op verwisseling van 57. Pag: de Cas gecrediteerd staat met p„aƒ 6:15. —. - - - - „ 7. 3. — in steede van met tegt om getel is : 125 Duser te min gesteld is. . Pag: —. 12—. zoo is verstaan den Resident te gelas„ ten, om dit erveur bij de voornoemde staat verkoring beholvendie van April 1706. „ 541. Den 19: Juni 1787. voor geconmuniceerd houden het br„ deeld overlijden van den Deensche tans aldaar geslagen worden, zijn wel ontfangen, schrijven, dat men hem daar over na den onderhouden zal, reekening te redresseeren, zoo als hier bij de overgezonde origineele zal geschieden. En hier meede tot het beantwoorden van des Residents brieven treedende, is Residat alder„ verstaan voor gecommuniceerd te houden, het bedeeld overlijden van den Deenschen Re„ sident Westerhold. De overgezonde 5. stuks Pagoden, de angestenden 5 pij die die tans aldaar geslaagen worden, op orcre van den Nabab van Carnatica, hier wel ontvangen zijnde, is verstaan den Be„beslut den Resident aan te sident daar van kennis te geven, onder aanschrijving, dat men voor als nog niet oordeelen kan over derzelver intrinsique waarde, uit hoofde die, hier nog niet hebben kunnen worden geëssaijeerd uit gebrek aan P Den 19. Jeni: 1787. van het gezondere brefparreert protitien van de bedield al feruijst de van hier na Portonoio ge„ genomene gelden zullen voldaan Zijn aan de noodige gereedschappen; dog dat, zoo dra die hier aan handen zijn, men hem na der onderhouden zal over de voorschreeve pagoden- en te belen dit lekengt Voorts is verstaan hem kennis te geven, Ceillons van den ontvangst van een Ceilons brief„ pakket, nevens zijne gelijde letteren van den 6. Februarij En wijders tot narigt te noteeren, zondene 1200 ster pag:s dat men uit zijnen naderen van den 19. dier maand gezien heeft, dat bij hem wel ontfangen waren de van hier overge„ hnge dat dan het den hij de gn zonden 1200. ster pocq:, onder aanschrij„ ving verder dat men vertrouwt dat daar nuit door hem dinct zullen voldaan zijn, de penningen door hem opgenomen, wart deeze 583. den 19 Jani 17137. leeningen zorgvuldig te verrij„ der meerder in dienst genomene derze geld negotiatie alleen geapprobeerd is, nuit hoofden hij Residient absolut verpligt geweest is, daar toe recours te neemen, uit hoofde van gebrek aan Contanten; en bijvoe, gesanantie en dingelijke ge den ging. wijders, dat diergelijke geld leeningen anders Zorgvuldig, inmers zoo lang mogelijk, moeten worden vermeid, want het der maat„ schappij geen zins Convenieeren zou„ de dage„ lijkschongelden van de Comptoiren te vol„ doen met opgenome penningen. Door den Resident voldoende bewee, den Resident heeft de gorede zen zijnde, de noodzaakelijkheid waarin hij geweest is, om eenige meerdere inland„ sche bedienden in dienst te neemen, dan waar toe hij qualificatie erlangd had van deeze Regeering, bij zijn eerste Jul: bediendens voldoende beweeken aan gebrengen den nevens gem: pl: die„ gaaden. Bijklen waards, im de overgezondene we„ Jb te gehoen dsset en te gumten t het aankomst op Portonovo: zoo is overstaan hem te permitteeren, om voortaan bij de maandelijksche onkostreekeningen, op de post der maandgelden van Inlandsche Dienaaren, op te mogen brengen, zoodanige Bediendens als door hem opgebragt zijn bij de onkostreekening van de maand Augustus 1786: bestaande in: Een Tholk „ Marrattijs of Perkiaansch schrijver, Negotie Cannecappel, Hoofdpion, en strandwagter want derzelver noodzaake„ lijkheid deezer Raade bekend is; grgenden gelegntheon den Dewijl men hier geduurende den gantschen vaarbaaren tijd geen enkelde gelegenheid Den 19e. Juni 177. heeft den 1 aran1. 585. den 19. Juni 17877. schrijfting etc over den landweg meede voor eerst zoude zien heeft kunnen vrinden, tot een vaartuig na Portonovo, waar door dan ook niets heeft kunnen worden voldaan, op de overgezonde Eisschen van schrijftuig en schenkasie goederen: Zoo is uit Consideratie dat men daar, van allles onvoorzien is, ver„ staan, over den landweg na derwaarts te besluit hen het Jwars gem: Zenden. 7. lb Naguler 20: boeken klijn formaat papier, 2: _:o Cardoes papier, 5 bossen penne schagten — 1/8. lb potloot, en roodaarde, — ½ „ Zeilgaren, en —¼ „ bindkoord; toe te zeenden. in vertrouwen, dat den Resident het daar on tede dat hij het daar„ meede voor eerst zal zien te stellen; te stelling terwijl

NL-HaNA_1.04.02_3784_0836 view scan ↗

English

The 19th of June 1787. Regarding the remaining requested goods, the shipment has been postponed until a later opportunity, while it is understood that the fulfillment of bulkier necessities and merchandise is to be deferred until a further occasion. The conduct of the inhabitants of Arrete (who, having taken advantage of the recent war, not only appropriated several pieces of land belonging to the Company's village of Wannaarpalium in an unlawful manner, but also had the audacity to block the old water canal and dig another directly across the Company's village), being entirely reprehensible: it is therefore resolved to approve the conduct maintained by the Resident in this matter, by having that canal dammed up and another dug outside the village; and thus also to permit him to write off the expenses incurred for this, amounting to Pag. 9. 4: under extraordinary expenses. Likewise, it is resolved to approve that, upon receiving a letter from the Cuddalore Government stating that complaints had been lodged against him concerning the digging of the aforementioned canal, he went directly to Cuddalore, and there not only clearly presented to the Governor and Council the insolent conduct of the aforementioned inhabitants, but also demonstrated that with the digging of the canal the Company's land was by no means encroached upon, as it extends at least 1500 paces on the other side of the dikes; And this having been further demonstrated by him afterwards to two English gentlemen, who were sent back to Portonovo expressly with him for that purpose, which resulted in the Cuddalore Government granting him, by a subsequent letter, permission to retain the lands of the village of Arreti in the same manner as the Company possessed them before the recent war; so it is resolved, in order to prevent new disputes, to qualify and authorize the Resident to erect boundary posts at the places where they were originally erected by the English themselves, in the time of the Residents Jacobs or Campie, with the further instruction that it is hoped some trace thereof may still be found, or otherwise, that he must have those places pointed out by credible inhabitants, since no firman or other proof of ownership is to be found here. And as this has already been communicated to him by letter of the 30th of September 1786; it is consequently resolved to urge him above all to take care not to appropriate a single foot of land more than the Company actually and in deed possessed; considering that all of Wannaarpalium is not of such importance to the Company as to get into difficulties over it with the English, much less a small piece of land. Meanwhile, it is also resolved to permit the writing off of his travel expenses to Cuddalore, amounting to Po f 5: 19. —. That the people of the Dewan, both at Portonovo and elsewhere, are shameless intriguers being a matter of common knowledge, it is resolved, regarding the complaint made by the Resident on that subject, to reply that one is by no means surprised that they sent him an account of gifts since the invasion of Haider Ali, or for the year 1780, until his return there, although during all that time no one from the Company was present; for this is their usual way of acting; but that on the other hand his question was regarded as very imprudent, namely: to whom these ought to be delivered, whether to Mahomed Ali Khan or to Haider, although those troublesome petitioners were thereby dismissed; with the further recommendation to refrain in the future from such subtle answers that are irrelevant to the matter. On the other hand, it is resolved to fully approve the delivery of the customary gifts for the financial year 1785/86, as the Company has since been in possession of that Residency again. The Resident's letter of the 11th of January having been read with surprise by this Council, regarding the thanks he tenders therein to the Government, both in his own name and in that of the clerks Wuilick and Herft, for the crediting of his and their wages, board money, and emoluments from the day that they were carried off together by the troops

Dutch transcription

den 19. Iuni 1787. ontrend de overige gevragde goederen is de zending tot Lader gele„ gentheid ihit gested opens het gesang de mend van Arreti van een Canaal door den Resident te approbeeren terwijl het voldoen van volumineuser be„ noodigdheden en koopmanschappen, ver„ staan is, tot een nader gelegenheid uit te stellen. Het gedrag der inwooners van Ar„ rete (:die den Iongsten oorlog zig ten nutte gemaakt hebbende :/ niet alleen verscheide stukjes gronds van Compagnies dorp wannaarpalium op een onwettige wijze na zig genomen hebben, maar daar en boven nog de hardiesse hebben gehad, van het oude water Canaal te stopen, en een ander direct over Comp=s dorp te grave, is gestoen de gedoen ter sijten eer Condemnabel zijnde: zoo is ver„ staan te approbeeren het gedrag van den Resident in deezen gehouden, door het laaten 587. den 19. Juni 1777. en de opgebragte engeloten daar na Coedel oer goet te krnnn vernemr en Raad aldaar te laaten toedijken van dat Canaal, en het graven van een ander buiten het dorp; en hem dus ook te permitteeren het daarva, op enkosten extra oit te laa„ voor opgebragte tot Pag. 9. 4: op onkosten extra ordinair te mogen afschrijven. Desgelijks is verstaan goed te het petik oam den C: bekonst keuren, dat hij op het aanschrijven van het Coedeloers Gouvernement, dat er klagten tegens hem waren ingekomen over het graven van het voorschreeve Canaal, zig direct na Coedeloer begevenr heeft, en daar niet alleen aan den Gouverneur en zijn gedrag tegens den sou„ en Raad ten klaarsten voor oogen ge„ steld heeft, het brutaal gedrag der voorschreeve inwooners, maar ook aangetoond, dat met het graven van ter afschrijven. approberen. het Den 19. Juni 1787. nader gedaane aantooning door her aan 2: engelsche heepe propers het graver van een Cancaal Gouvernement om de gronden van het voorsz: Canaal, Compagnies grond geenzins verlaaten is, wijl die zig nog wel 1500. schreiden aan de andere zijde der Dij„ ken uitstrekt; En dit naderhand nog nader door hem zijnde aangetoond, aan twee Engelsche Heeren, die ten dien einde expres met hem te rug na Portonovo gezonden waren, het geen van dat gevolg geweest is, dat aan hem door een naderen brief van testening den tot Cadilon het Coedeloers Gouvernement toege„ strit, als vor hers te behaden, staan is, de gronden van het dorp Arreti te behouden, op dezelfde wijze als ze de Comp=e voor den Iongsten oorlog bezieten heeft, zoo is tot voor„ koning van nieuwe disputen, goed gevor„ den 589. Den 19. Iuni 1787. tot het opregter van bemiet voet groods zig meer toe te„ den en verstaan den Resident te qualiffice, alispeati an de vesent ven, tot het opregten van timuet paalen ter plaatse waar die door de Engelschen zelfs opgeregt zijn, ten teide van de Residenten Jacobs of Campie, ender onder aanschrijving verder, dat men hoopt, dat daar van nog wel eenig teken zal ter vinden zijn, of anders, dat hij zig die of anders die plaats te laaten plaats moet doen aanwijsen door geloof„ 8 waardige ingezetenen, wsant daar van wijl hin geweijgerdens buijs, te ainden is, geen firman of ander eigendoms bewijs alhier te vinden is.. En wijl hem, dit reeds aangeschree,„ last aen der ntet enge ven is, bij brief van den 30. September ijgeen, als de Comp: takat„ 1786; zoo is ten vervolge verstaan hem voor al te recommandeeren, om tog zorge picalen. te aarwijzen den 19. Juni 1787. her na Coedeloer geapprobeerd gedaan Zeding don tit gelk: van den duan van een reek: te draagen, van zig geen voet gronds meer toe te eigenen dan de Compagnie daar werkelijk, en in de daad bezeeten heeft; uit hoofde gansch wanaarpa„ lium niet van dat belang voor de Comp=e is, om er in moeijelijk heden over te komen met de Engelschen; veel min een stukje gronds- -. de gedaan dije ingelalen den Inmiddens is verstaan almeede te permitteeren de afschrijving van zijne vijs ongelden na Coedeloer, bedraagende Po ƒ 5: 19. —. Dat het volk van den Duan„ van geschieken 2e dant 17870. Zoo op Portonovo als elders, onbe„ schaande bedilaars zijn, een alombe„ kende zaak weezende, is op de klagte van 38 591. den 19. Juni: 1737. van de Comp: geweest is, gedaane wage door den Resi„ betaald worden, volg zulke scherpzinninge van den Resident daar over gedaan, verstaan te antwoorden, dat men zig geen zins verwonderen heeft, dat zij hem hebben toegezonden een reekening van geschenken, sedert den inval van Haider Ali, of voor den Iaare 17880, tot zijne te rug komst aldaar, schoon schen e n alden Eid guinand er in al dien tijd niemand van de Comp: ge„ wrest is; want dit hunne gewoone manier van handelen is; dog dat men daar en geranque over de woonzigtige tegen voor zeer onvoorzigtig heeft aange„dent aan in dezelve gaest zien zijne vraage- naamelijk: aan wien die moesten worden afgegeeven, of aan aan Machomet Ali of aan Machomet Alichan of aan Haider, Naijder schoon die lastige verzoekers daarmeede van de hand gezet zijn; met recommande, promandatie ena ait ge„ kwager te menageeren, tie verder om zig, voortaan van diergelijk Schak 38 ƒ Den 19. uni 1787. approbatie van de afgave der geschenken voor 178 7/6. verwordering over de dankbeturl„ ging van den Resident en 2 pennisten voor het goed doen haaren gagie Eloten „scherpzinnige antwoorden, die niets ter zaa„ ke doen te menageeren. Dan daar en teegen is weder verstaan volkomen goed te keuren, de afgave van de gewoone geschenken voor het BoekJaar 178 5/8. want de Comp: sedert weder in possessie van die Residentie geweest is.. Bij des Residents brief van den 11. Januarij, door deezen Raade met verwondering geleezen zijnde, de dankzegging die hij, daar bij aan de Regeering doet, zoo uit naam van hem zelven, als van de Permeister Wuilick en Herft, voor het te goed doen van zijne en haare gage, kostgeld, en emolumenten van den dag af, dat zij te zamen vervoerd zijn door de troupes

NL-HaNA_1.04.02_3784_0843 view scan ↗

English

The 19th of June 1787. It has been understood regarding this to make clear in the outgoing letter that one must deduce from that answer that he has very badly understood this Government's letter of the 30th of September 1786. For although it was indeed promised therein to submit his request in this matter, alongside that of the clerks Wulick and Herft, favorably to Their High Excellencies, the enjoyment thereof has by no means yet been granted either to him or to the aforementioned Clerks; writing further to him that all disbursements which he might have made on the basis of that letter are entirely left to his own account and responsibility, but that his request will be submitted to Their High Excellencies most favorably in the first letter to be sent to Batavia. Furthermore, it has been resolved to send thither at the first good opportunity the necessary rigging and tar for the erection of the newly purchased flagpole, which, with topmast and truck, comes to the amount of 60 pagodas; the purchase of which it has been thought fit to approve, in the confidence that these timbers are sound and undamaged. Further, it has not only been resolved to acknowledge receipt of the communicated arrival of an English Resident there, but at the same time to recommend to him to converse with the same on friendly terms, without it being necessary, however, to maintain any additional pomp for the account of the Company or to take sepoys into service; to which the Resident, following the example of the said Englishman, seems quite inclined. On the other hand, however, it has been resolved to approve the taking into service of a new Interpreter, in place of the deceased, provided the person proposed for that purpose by the Resident possesses the required qualifications. And furthermore to note in the outgoing letter for information that the declaration transmitted here of the oath of purification taken by him for the year 1786 has indeed been received. And after this, having taken in hand the Sadraspatnam letters from the month of August 1786 to the end of last March, it has been resolved after examination to pass for write-off the expense accounts from the month of September 1785 to the end of January 1786; except 1 pagoda entered for the sewing of a pennant in the expense account for the month of December; writing to the chief not to write off more than 3 fanams for this, unless it was a clerical error and it was meant to be for the sewing of the flag and pennant, in which case it is resolved to pass the entered pagoda for write-off. Further, having examined the expense account of the month of February 1786, wherein 25 pieces of dungaree were entered under ordinary expenses for the keeping clean of balances and ditches, as well as for torches for the service of the chief: it has been resolved, in consideration of the fact that never more than 19 pieces have been accepted for this, to let the chief refund the 6 pieces excessively written off to the Company. In that same account, under the entry of extraordinary expenses, there also being entered 110 pagodas for traveling expenses incurred by the chief from Nagapatnam to Sadras, and from there hither and back again: it has been resolved to pass no more of this for write-off than 70 pagodas for the hire of 2 vessels that served to transport the chief with his goods from Nagapatnam to Sadras; for the Company with reason cannot be charged with the remaining 40 pagodas for the overland journey made by the Chief to Palliacatta and back again, since this can be regarded as nothing other than a private pleasure trip. And the chief shall therefore also be ordered these

Dutch transcription

den 19. Juni 1737. woord dee zer Regeering qualijk wart haar wel belolf is, hem verzoek haar Hoog Edelh: fa„ vror bel vortet tragen verantwoording alde verstrek„ „kingen die hij mogte hebben troopes van Haider Ali: zoo is ver„ omegen dat den e het ant staan daar omtrent bij den afgaanden brief te renacqueeren, dat men uit dat antwoord opmaaken moet, dat door hem zeer qualijk begreepen is, de brief deezer Regeering van den 30. September 1786. want daar bij wel beloofd is, zijn verzoek dierwegens, nevens dat van de pennisten Wulick en Herft, Hunne Hoog Edelheeden favorabel voor te draagen, maar geenzins nog aan hem, nog de voor„ schreeve Pennisten de genieting daar van is laating om de Residents toegestaan, onder aanschijving verder, dat gedaan. men wel, voor zijne rekening en verant„ woording laat alle afbetaaling, die hij op fundament van dien brief mogt hebben gedaan begropen is 593. Den 19. Iuni 1787. Zal gorgedroogen besluit om het (benodigt van en teer, bij eerste gelegentheid nadant te zenden. der inkoop van een vlaggenast etik geapprobeerd. de aankomst van een Enge Resi„ dent aldaar, van Oommini aan te pienen din dt zij ondre H: d:Ed: gedaan; dog dat men zijn verzoek bij het eerst af te gaan schrijven na Batavia, Hunne Hoog Edelheden aller favorabelj zal voordraagen; Voorts is verstaan, bij de eerste goede gelegendheid derwaarts te zende het benoodigde wand, en teen, tot opregting van den nieuw ingekogte vlaggemast, die met steng en trommelstok te staan komt, op p=ao 60; welkers inkoop goed ge„ vonden is te approbeeren, in vertrouwen, dat die houten goed in gaaf zijn. Wijders is niet alleen verstaan voor bedeeld te houden, de gecommuniceerde aankomst aldaar van een Engelsch Resident, maar hem teffens te recomman„ den 595. den 19. Juni 1717. neeming van een nieuwe tolk, toi dan den gedaanen eld Jwar punge door den Resident deeren, om met den zelven vrindschappelijk te eende welk gevanded e hu Converseeren, zonder dat het egter noodig is, eenige meerdere statie voor rekening van de Comp: te houden of Sipaaijs in dienst te neemen; waar toe den Resident Iopander in navolging van gemel den Engelsman wel 908. schijnt te inclineeren. Dan daaren teegen is verstaan te approbatie van den dienst approbeeren de in dienstneeming van een nieuwe Tolk, in plaatsche van den overleedenen, zoo den perzoon daar toe door den Resident voorgedraagen, de vereijschte bekwaamheiden bezit. En voorts nog bij den afgaanden brief tot narigt affaijst von het dicolaa„ te noteeren, dat hier wel ontvangen is, het overgezonde Declaratoir van den door hem Gedaanen den 19. Juni 1787. Sadraspatnam van 1785 tot Jan: 1786. behalven 1. pag: vor het puarijen van een plangel, en Der opge„ indien het een schrijfffort ordy te weezen, gedaanen eed van Iurge voor den Iaare 1786. pesurinden akstoncke an En hier na onder handen genomen zijnde de Sadraspatnamsche brieven van de maand Augustus 1786. tot ultimo Maart laastleeden, is na examinatie ver„ staan ter afschrijving te passeeren de on„ kostreekeningen van de maand September 1785, tot ultimo Januarij 1786. behalven 1. pagen, voor het naaijen van een vleugel opgebragt, bij de onkostreekening van de maand December; onder aanschrijving aan „den welke verschijving gteij het opperhoofd, om daar voor niet meer af te schrijven als 3. Jan„s, ten zij het een schrijf fout was; en voor het naaijen van vlag en vlaugel weezen moest, in welk geval bragt, 3 597. den 19. Junij 1747. 25 ps dengigzen in febr: 1786. Is geaccordeerd zyn 6. p=o te laaten overgoden, p=r oƒ 110. voor reijse ongelden geval verstaan is de opgebragte pagood ter afschrijving te passeeren. Wijders nagezien weezende de onkost, gemargen opens de opgebragte reekening van de maand Februarij 1786., waar bij op onkosten ordinair opgebragt zijn 25. –. p:s dongrijzen voor het schoon„ houden van Balansen en slooten; mitsga„ ders voor toortzen ten dienste van het opperhoofd: zoo is uit aanmerking, dat, waar van nit omen dan 19. daar voor nooit meer, als 19 p=s geaccep„ deerd zijn, verstaan, de te veel afge„besluit de meerden opgebragte schreevene 6. p:s wederom door het opper„ hoofd aan de Comp=e te laaten vergoeden. Bij die eige reekening onder de stende van de gopebragte post van onkosten Extra ordinair almel „ dan het opperkoofp. de opgebragt zijnde Pas 110. – voor reijs den 19: ani 1787. „goed te doen, wa huere van2. vaertuijgn zijne gedaane landrijze na en van Palliacatta ka de daar voor opgebragte, weder in bassa te stullen „graijs ongelden door het opperhoofd gedaan van Nagapatnam na Sadras, en van daar is bisate den oaer p ps pa herwaarts, en weder te rug: zoo is verstaan, daar van niets meer ter afschrij„ ving te passeeren als Pa/ 70: voor huur van 2: vaartuigen, die gedient hebben om het opperhoofd met zijne goederen van Nagapatnam na Sadras over te bren„ gen; want de Compagnie met reden niet Comp: nit belast wrden, kan worden belast met de overige p=a ƒ. 40: voor de landrijze door het Opperhoofd na Palliacatta, en weder te rug gedaan, dewijl dit voor niets anders dan een particulier springtogtje test overdenze den endehopef kan gehouden werden. En zal der hal„ vven het opperhoofd ook worden gelast deeze

NL-HaNA_1.04.02_3784_0849 view scan ↗

English

19 June 1787. Memorandum of shortweights of the first 6 months of the financial year ultimo February to be declared null and void, to have it counted back into the treasury. Whereas no disposition could be made regarding the forwarded Memorandum of shortweights of the first six months of the financial year 1785/6, as it conflicts with the known Circular Order of the Government of Coromandel dated 15 December 1776, for that order directs that the survey is to be made only once a year, or under ultimo August; it has thus been resolved to hold this survey as null and as not having occurred, with a written instruction to the Chief henceforth strictly to conform to that order, and meanwhile to pay all these 40 pagodas back into the treasury, together with all expenditures that might have been incurred on that occasion. Memorandum of gifts made there in the first months, from March to August 1786. Discovered errors in that of April. Nothing objectionable having been found in the forwarded Memorandum of gifts made in the first months of the aforementioned financial year, it has therefore been resolved to approve the same. Subsequently, upon taking up the review of the Sadraspatnam expense accounts from the month of March to August 1786, it was discovered upon recalculation that in the account for the month of April, under merchandise expenses, there was entered f 3:18:6, which reduces to f 61.-. whereas the said account was nonetheless drawn up with f 61.4.- instead of f 61.5.- Thus too little: f -.1.- Consequently also too little: - 19 June 1787. Engraving of a Company seal appeared too high. It is therefore resolved to write to the Chief instructing him to have both erroneous ledger entries rectified in the duplicates, just as shall be done here in the original accounts. Whereas in the expense account for the month of June, under ordinary expenses, there was entered pagodas 10.-.- paid to a silversmith for engraving a new Company silver seal weighing 4 rupees, which appeared to this Council to be far too high, it is therefore resolved to allow no more than 5 Pagodas in the account for it; and the Chief shall therefore be written to, to pay the remaining 5 pagodas into the Company's treasury. And, passing herewith all the remaining entries entered in the aforementioned 6 expense accounts for write-off, it is further resolved to note for the information of the Chief in the outgoing letter that, should it happen again that more than one account must be forwarded at the same time, all of them are to be written out separately and not one after another, as is done with copies. Transmission of the petty cash balance under ultimo August, to forward the same at the earliest opportunity without the books of Sadras; to demand an explanation of this. Whereas not a single statement of accounts for the entire financial year 1785/6 has been received from Sadras, and it is thus known only from the balance of ultimo August 1786 that the balance of the Company's petty cash treasury there under the said date amounted to pagodas 3641.11. 5/8, it is resolved to order the Chief to forward this as yet at the earliest opportunity. Furthermore, it is resolved to express the surprise of the Government at the receipt of a Balance Sheet without Books, alongside which they were always accustomed to be forwarded, but never before them; with a written instruction to the Chief to state the reason for such peculiar conduct. Shortweights of the last 6 months of 1785/6, with instructions to forward the same for the entire financial year 1785/6. Expense account of the last 6 months. Order to the Chief to make the names of the deserters known in the letters. And it is further resolved to return to Sadras the forwarded Memorandum of shortweights of the last six months of the financial year 1785/6, with a written instruction that this Council expects at the earliest opportunity another one for the entire financial year 1785/6, in order to be able to take the necessary resolutions upon it, since that of the first 6 months, for the reason aforesaid, has been declared null and void. On the other hand, however, it is resolved to approve the gift account of the last 6 months, on the grounds that it has been arranged according to former custom. The Chief's letter of 1 August requiring no special response at present, as having already been answered by letter of 4 September last, it is merely resolved, with regard to the deserters Jan Baptist Fretzer and Andries Munt (who have arrived here), to note for information that when transmitting such persons their names must be expressed in the letters, which was neglected in this instance. Allowances to the horseman as before, and in the future to continue with the ordinary of the Nawab, without regard to their person. Subsequently, it is resolved to write to the Chief that when the Nawab again sends a horseman to receive the lease monies, he must continue with the allowances that were previously made, without regard to whether they are ordinary horsemen or qualify themselves as men of trust, as

Dutch transcription

599. den 19 Juni 1787. menoie van onerwigter van de eerste 6/m: des boek Jaars uld=o febr: voor nul te verklaaren in bassa te doen tellen, Dewijl er op de overgezonde Me„ o de psitin ip den omngsladen morie van onderwigten van de eerste Zes 1/11 maanden van het Boekjaar 178 7/6 niet heeft kunnen worden gedispoeert, als tegen de bekende Circulaire ordre der Chormandelsche Regeering van den als tigende ade stijdendi, 15. December 1776. aanloopende, want daar bij gelast is, om maar eenmaal 's Jaars of onder Ultimo Augustus op„ neem te doen: zoo is verstaan, deezen besluit en der opeen onder opneem voor mul, en als niet gedaan te houden, onder aanschrijving aan het opperhoofd, om zig voort aan stiptelijk na die ordre te gedraagen; en ondertuist, ende gedaane ngelden arder schen weeder in Cassa te tellen, alle deeze 40. pag. weder in Cassa te voldoenn. de merie der gedaane geschenken al„ daar in de eerste van de maan Maagt tot Aug. 1786. ont dakte erreuren in die van April 1 de ongelden, welke bij die geleegentheid mogten weezen gedaan. petie en ven meijt Dan daar in teigen niets te remarquer„ ven gevonden zijnde op de overgezonde Memorie van gedaane Schenkasien in de eerste maanden van het voorschree„ ve boekjaar; zoo is verstaan dezelve te approbeeren. gestunjtingende nekesteindte vervolgens resumptie genomen zijnde, van de Sadraspatnamsche onkostreekeningen van de maand Maart, tot Augustus 1786, is bij narakening ontdekt, dat bij die van de maand April op onkosten van koopmanschappen zijn opgebragt ƒ 3:18: /6 ƒ6. 9. . het welk reduceerd. . . . . . - - - „ 61 —. 11 daar Dus te min den 19 Juni 1787. 601. den 19. Juni 1787. veeren van een Comp:s Cacheti te veel voorgekomen zijn de„ daar nogtans de gemaelde rekening uit ge„ trokken is met -ƒ 61. 4 —. „ 61: 5:— in steede van ƒ —. 1. gevolgelijk ook te min - zoo is verstaan het opperhoofd aan te latten de zele te geders soen„ schrijven, om die beijde ervoneuse uittrek„ kingen bij de slaapers te laaten redres„ seeren, zoo als hier bij de origineele rekeningen geschieden zal. —: Dewijl bij de onkosteekening van de de giegslngt s eij mots ge maand sum op onkosten ordinair opgebragt zijn p a/o 10. –. aan een zilversmit be„ taald, voor het graaveren van een nieuw Comp:s zilver Zegel ter zwaarte van 4-. ropijen, dat deezen Raade veel te hoog voorgekomen is, zoo is verstaan is daar om gam 5 pagj: te„ gestaan daar - - - - Den 19. Iuni 1787. Cassa ondaer noda„ prasering van alle de vorge„ gonsten bij gavens gem: 6. onkost„ zenden van diverse onkostrik: van d'tlb gart sch boek Jaar 178 7/8. daar voor niet meer in reekening te valider„ en de ondig pes poeten verder ven als 5. Pagooden: en zal dus het opper„ hoofd worden aangeschreeven, om de overige 5. pagooden in Compagnies Cassa te volden, En hier mede alle de overige posten bij de voorsz: 6: onkostrekeningen opgebragt ter afschrijving passeerende, is nog verstaan dag onst at lat opes hit ove, tot narigt van het opperhoofd bij den afgaanden brief te noteeren, dat zoo het weder gebeuren mogt, dat 'er meer dan eene reekening te gelijk moest worden overgezonden, om dan alle dezelve apart „en niet agter den anderen, zoo als men Copijen doet te laaten afschrijven: aantragt van de ters ok Dewijl men geen eene staat reekening van het gansche BoekJaar 178 7/6. van Sadras gerte, 603. Den 19. Juni 1787. geld kassa onder ult Aug„s zelve ten eersten ver te zonden, zouder boeken van Sadras, raeder hier van te vragen onderwigten van de laaste Jon sadras ontvangen heeft, en men dus maar alleen uit de balans van u ld: Aug„s vaan uit het gestert den kel„ 1786 weet, dat het restant: van Comp=s gebleken klijn geld kassa aldaar onder gemelde datum, groot geweest is paƒ 3641„ 11. 5/8 —. last aan hit open hupd a da„ zoo is verstaan het opperhoofd te gelasten, om die als nog ten eersten over te zenden; Voorts is verstaan de verwonde „ atfangst van een balans ring der Regeering te betuigen over het ontvangen van een Balans zonder Boe„ ken; nevens welke die altoos plagten overgezonden te worden, maar nimmer voor dezelve, onder aanschrijving aan het besluit het gpenhoofd de Opperhoofd, om de rede te melde, van zulk een particuliere handelwijze En is wijders almeede verstaan na ende vorg zondere Menor van„ Sadras van 1785/6. onder aanschrijvens om dezelve van het gartsche berk Jaar 178 5/6. oen te zenden petite gen de seken e van de laaste 6/on tast aan het openh: on de goamer„ dan de Jantuss, bij de brieven be„ kend te stellen sadras te gug te zenden, de overgezonde Memorie van onderwigten van de laaste Zes maanden van het Boekjaar 178 5/6. onder aanschrijving, dat deezen Raade ten eersten een andere verwagt van het gansche Boekjaar 178 5/6. om er de nodige besluiten op te kunnen neemen, want men die van de eerste 6. maanden, om reden voormeld, voor nul en nietig verklaard heeft. Maar daar en teegen is verstaan te appro„ breven de schenkasie rekening van de laaste maanden, uit hoofden die na voorige gebruiken is ingerigt Des opperhoofds brief van den 1. Au„ gustus tans geene bij zondere rescribtie den 19e' Juni 1787. ver 600. den 19. Iuni 1787. ver strekkingers aan den ruijter te gevoren versilschende, als reeds beantwoord zijnde, bij brief van den 4. September Jongstlieden, is eenelijk verstaan ten aansien van de De„ serteurs Ian Baptist Fretzer, en Andries Munt /:die hier aangekomen zijn:/ tot narigt te noteeren, dat bij het overzenden van diergelijke perzoonen hunne naamen in de brieven moeten wor„ den uitgedrukt, dat in deeze verzuindis.„ Vervolgens is verstaan het opperhoofd en in het gevolg bij de gewone aan te schrijven, dat wanneer de Nabab dan de nabab te Cntinueren; weder een ruijter Zend, tot het ontvangen der pagtpenningen, hij Continueeren moet bij de verstrekkingen die bevoorens ge„ daan wierden, zonder regard te neemen, zoder gequard op haar perzoone of zij gemeene ruiters zijn, of zig zel„ ven mannen van vertrouwen qualificeeren, gelijk

NL-HaNA_1.04.02_3784_0856 view scan ↗

English

19 June 1787. as he has done, which is mentioned in the chief's letter of 27 September, unless His Highness were to address them in such a manner. In which case it is understood that some further provision of battam may be granted, but not otherwise, to which end it will also be remarked in the outgoing letter that the more household economy is observed in this and other cases, the better one fulfills one's duty, which, according to the Council's view, essentially consists in dispatching the Nabob's emissary as quickly as possible with the payment; 607. 19 June 1737. for under that cannot at all be included such items which, being slight in themselves, can give rise to disputes with the indigenous government, as the refusal of the Costumados would probably do. However, since this was refused by the Nabob's emissary himself, and the chief thereby remains free of all responsibility, it is understood to recommend to him only in this regard to make no further offer in future of any pagodas to such emissaries in order to deduct them from the lease monies and thus charge them to the Nabob, since the full amount of the lease must be paid to His Highness. 19 June 1737. Regarding the item appearing in the chief's letter of 27 September concerning the rights of the visiadoor, for which Pagodas 140 was charged to the Company by the merchant Simons at the transfer, it has been judged necessary to write the following to the chief: That the right of the visiadoor is a servitude upon the district, just like the lease monies that the Nabob enjoys annually, and which must be paid as long as the Company holds Sadras in lease, whether there are many or few inhabitants, or whether there is an opulent trade or none at all; 609. 19 June 1787. That these charges must as far as possible be recovered for the Company by the merchants, washers, painters, and other inhabitants, or from the tolls, or from whatever revenues one pleases, being nothing other than a domestic arrangement of the Company, which is indifferent to the Nabob as well as to the visiadoor; That the visiadoor, for those 140 pagodas, is obliged to maintain and pay his taliaars, who must keep watch against all thefts in the Company's district, and for which the visiadoor must answer; That if anything is advanced to him in the meantime, this must again be deducted from his dues; and that it was also on this basis and condition that the fiscal Simons transferred the advance made to 4 taliaars at the handover of 15 September 1785. Adding further that this Council trusts that he, the chief, will have noticed from this the unfounded nature of his proposition, namely: that this item ought to lapse because the Company currently derived no benefit from it, and that he is therefore ordered 19 June 1787. to deal annually with the visiadoor regarding the provision of 140 Pagodas according to ancient custom, provided that he also delivers, maintains, and keeps watch with the necessary taliaars, as before. Likewise it is understood to remark that he, the chief, has been very mistaken in assuming that the garden of the visiadoor had been seized by the fiscal Simons as security for the maintenance of four taliaars, as the contrary is fully evident from the transfer itself. Moreover, since, while sending the necessary extracts from the chief's letters of 27 September 611. 19 January 1737. and 8 November last, an accounting was demanded from the fiscal Simons regarding everything appearing therein with respect to this garden, it is understood to mention this as well in the outgoing letter, adding that the fiscal Simons has fully accounted for himself to the satisfaction of this Council, which therefore also decided by Resolution of 16 December to consider that entire affair, with everything that might further have been written about it by the chief van Bijland, as settled; While it is furthermore understood to write to the said chief,

Dutch transcription

den 19. Juni 1787. Schuif Rade ander verstukk„ wegens, „gelijk die gedaan heeft, waar van gesprooken word bij 's opperhoofds brief van den 27. „ ten sij zijn songed din den van September, ten zij zijn Hoogheid hun zoo„ daanig aanschreef. In welk geval war en wel eenge meerden bettan verstaan is, wel eenige meerdere verstrek„ king van battam te accordeeren, dog anders niet, ten welken einde almeede bij den afgaanden brief zal worden geremarqueerd, dat hoe meer in dit zijne anlke eronditeie den en andere gevallen de menage be„ hartigt word, hoe beter men voldoet aan zijnen pligt, die na de gedagten der Regiering eigentlijk hier in bestaal; dat men 's nababs zendeling ten aller„ spoedigsten met de betaaling depechar„ want daar onder geenzins kunnen be„ Greepen 1 607. Den 19. Juni 1737. Cus tunados, aanbod meer te doen van eenige pag: aan de Zerde lrngen„ greepen worden, zoodanige posten, die in zig zelve gering zijnde, aanlijding kun, maens het afzijden van de nen geven tot broullerien met de inland„ sche Regaering, gelijk het afsrijden van de Costumados, waarschijnlijk zoude doen. Dan wijl die door 's nababs zer, omargin en in het vervolg geen deling, zelve gewijgerd is, en het opper„ hoofd, daar door buiten alle verant„ „ hem woording blijft: zoo is verstaan „ hier om„ trent eenelijk te recommandeeren, om in den aanstaande geen aan bod meer te doen, van eenige pagooden aan Zodaa„ nige zendelingen, om die van de pagt, in de zelve van de pagt„ penningen afte trekken, en dus den Na„ bab in rekening te brengen, al zoo het pen: afte trekken volle oken n den 19. Juni 1737. zijn Hoogheid te voldoen, gopens Ividiadoors geregtig hee„ den, waar van Simons bij zijn transport 86: Comp: belast heeft met p rao 148. dat de zelve Jaarlijks moet betaald worden maar het volle bedragen aan volle bedraagen van de pagt aan zijn Hoog„ heid moet voldaan worden. Aangaande de post bij s opperhoofds brief van den 27. September voorkomende opzig„ telijk tot Tvisiadoors geregtigheeden; waar voor door den koopman Simons, bij het Transport, ten lasten van de Compagnie opgebragt was Pag: 140:—: is noodig geoordeeld het opperhoofd, het volgende aan te schrijve: Dat de geregtigheijd van den vesiadoor, een servitut is op het district, even gelijk de pagt penningen die den Nabab 's jaar„ lijks geniet, en die zoo lang de Comp: sadras in pagt houd betaald moet worden, het zij 'er veel of weijnig inwoo„ vert ince 609. den 19. Juni 1787. door wie dezelve weder aan de Comp: moet opgebragt wor„ de taljaars onder houder „mers zijn, of dat er een opulenten dan wel„ geenen handel is, Dat deeze lasten zoo na mogelijk weeder aan de Compagnie moeten opge„ bragt worden, door de kooplieden, was„ schers, schilders en anders inwooners, of uit de tollen, dan wel uit welke inkom„ sten men wille, niet anders dan een beschikking van de Comp=e domsticque is, die den Nabab zoo wel als den visiadoor onverschiklig is; Dat den visiadoor voor die 140 p=s waar van den visiadom verpligt is, zijn taljars te onderhouden en te voldoen, die teegens alle dief„ stallen in Comp: district moeten waa„ ken, en waar voor de visiadoor moet moet respondeeren der en binnen stijds genitende, van de geregtigheid moet worden afgetrokken mons de on stekking aan 4. taljaars gedaan is, wat men dus wegens de enge„ fun dierde stelling van het oppenh: ven tr owd respondeeren. Dat zoo aan hem binnens tijds iets word voor uit verstrikt, dit van zijne geregtig„ heid weder moet worden ingetrokken; en dat het ook op deezen voet en voorwaarde orwelken get ot den sij geweest is, dat den fiscaal Simons, het verstrekte aan 4. tailliars heeft ge„ transporteerd bij overgave van den 15 Sep„ tember 1785. Onder bijvoeging verder, dat deezen Raade vertrouwt, dat hij opperhoofd, hier uit wel zal bemerkt hebben, de ongefandeerdheid van zijne stelling, naamelijk: dat die pot zou dienen te vervallen, om dat 'er de Compagnie tans geen nut van trok, en dat men hem daarom gelast, om Den 19. Juni 1787. Sjaar Den 19. Juni 1787. gossing dat Porsiadoo dens blijkt simens nopens die tuis 's jaarlijks met de verstrekking van 140 Pag: aan den visia door te handelen volgens oude gewoonte, mits hij dan ook de noodige talliaars levere, en onderhoud, en waake, gelijk bevoorens.. Desgelijks is verstaan te remarqueeren, omer qu ongens zijn vor„ E dat hij opperhoofd zig zeer vergist heeft, in daar in beslagen genomen, in te veronderstellen, dat den tuijn van den visiadoor door den fiscaal Simons in beslag genomen was, tot securiteit hetgen bij het trasport an„ van het onderhoud van vier talliars, wijl het tegendeel volkomen blijkt, bij het transport zelve. Dan wijl men daar en boven, onder goonderde martwrooling van afgave van de nodige extracten uit s opperhoofds brieven van den 27. September, m 611. den 19e. Jan: 1737. besluit het openh: aan te„ schrijven dat Simons zig ten genoegen verantwood helft en men hiermerde die affaire vor afgedaan te houden, met recommandatie in in het ver„ volg over zulke beuzelingen maaken, en 8' November, Jongstl=n van den fiscaal Simons verantwoording gevorderd heeft, wegens. al het geen daar bij met opzigt tot deezen tuijn voorkomt zoo is verstaan daar van almede gewag te maaken bij den afgaande brief, onder bijvoeging dat den fiscaal Simons, zig volkomen verantwoord heeft, tot genoegen van deezen Raade, die daarom ook bij Resolutie van den 16. December beslooten heeft om daarmeede die gantsche affaire met al het geen, daar over door het opperhoofd van Bijland verder mogt geschreeven zijn, voor afgedaan te houden, Terwijl vervolgens nog verstaan gen gp haf bij de onen ste is, het gemelde opperhoofd aan te schrijven, en 1 -

NL-HaNA_1.04.02_3784_0863 view scan ↗

English

the 19th of June 1787. were always settled by the chiefs themselves, and to write and enjoin him no longer to make so much ado in Company letters about such trifles, as they are called by himself, or at least in such as in all other cases to use more moderate expressions, partaking less of the prophetic, than appear in his letters, because this entire matter, and the so-called occupation of the Sadras borders by the visiador, together with the detention of 150 oxen with paddy, is of so little consequence that previously these were never regarded as anything other than domestic, insignificant squabbles, which the 19th of June 1787. resolution and the proposal made regarding the stonecutters to relieve the Company of an annual expense item of pagodas 75. were settled by the chiefs without troubling the Government therewith. Upon the chief's letter of the 1st of December, speaking of the affair with the stonecutters and their subsequent departure, it has been resolved to reply that by letter of the 20th of September the proposal made by him concerning the stonecutters was held to be very plausible; but as the Company was desirous to be relieved of an annual expense item of pagodas 75.—, which, owing to the poor condition of those people, it will be very difficult to recover, the 19th of June 1787. fair alterations in that proposal, expected from the stonecutters, this Council thought fit to make a slight alteration in that proposal, yet in such an equitable manner, suited to the present circumstances of the stonecutters, and in such exact proportion to the footing on which the advances in question were previously made, that there was no doubt but that the stonecutters would gladly have accepted it, and that one was therefore very surprised to see by his letter of the 1st of December that, although he had been in negotiations with them for more than two months, they, being dissatisfied with the proposal of this Council in order to better obtain their desire, the 19th of June 1787. although by their departure they demanded their claim, in order to return, what they demand upon further examination of their petition had resorted to the usual course of the Malabars on this coast whenever they wish to enforce their intention, whether just or unjust, namely to abscond: that they had fled to Tirukalikkundram, from where, according to his writing, they would not return until their full claim, mentioned in their petition, was granted to them. That thereupon their aforesaid petition was examined de novo, but that no other claim was found therein than that their affair with Anacappetoer should be settled in the most advantageous manner, the 19th of June 1787. must abandon or otherwise that the Company might pay the lease money; which corresponds roughly with the expedient proposed by him, the chief, although the lease money properly amounts to only 50 pagodas, but together with the visiador's fee of 25 pagodas, which are virtually of the same nature, make up the 75 pagodas, the payment whereof this Council has endeavored to avoid, for sufficient reasons. Yet, since it has not been able to succeed in this according to its expectation, it finally finds itself brought or grant the claim of the stonecutters, resolution and the taking of the payment of the lease money on account of the Company, into the distressing necessity of choosing between two alternatives: either to abandon Arialcherij entirely and restore it to the landlord, whereby the whole stone quarrying would have to be given up forever, or to grant the claim of the stonecutters. That, since this Council cannot resolve upon the former without higher orders, and the stone quarrying without workmen, however few in number they may be, signifies nothing, one must indeed proceed to the latter, namely to take the payment of the aforesaid lease money for the account of the the 19th of June 1787. Company, although it is to be foreseen that this will become an accumulating debt. And that he is therefore authorized to come to an agreement regarding this with those people, who certainly, through their misfortunes into which they were for the most part plunged by the war, like all inhabitants of Sadras deserve a more than usually indulgent treatment, as best as possible: Firstly, upon their own demand in their petition, which entails only the payment of the lease money, being 50 pagodas, or, if this will not succeed, to also grant in addition the visiador's fee up to 25 pagodas, the 19th of June 1787. here toward the settlement of their arrears what one nevertheless hopes from them in the future in this regard, to be placed to their account, provided they bind themselves to deliver annually for the 112½ pagodas as many stones of 1, 1½, and 2 feet as is possible for them; regarding which it was further resolved to note that, whereas it will be somewhat burdensome for those workmen to fulfill this exactly each year, both because of the dearness of foodstuffs and their small number (for they consist of only fifteen workmen), this Government hopes that the arrears, which must always be shown in their accounts, will at

Dutch transcription

613„ den 19. Iuni 1787. steeds door de opperhoofden zelve wierden afgemaakt, en te schrijven, en te percommandeeren, om over zulke beuzelingen, gelijk ze zelve door hem genoemd worden, voortaan zoo veel op hef niet meer te maaken bij Compagnies brieven, of ten minsten in zulke als in alle andere gevallen, ge„ modereerder uitdrukkingen, min na het profetische zweemende, te gebruij„ ken, als bij zijne brieven voorkomen, uit hoofde die gansche zaak, en het zoo genaamd bezetten der Sadrasche limie„ ten, door den visiadoor, nevens het aanhou„ den van 150. Ossen met neli, van zoo weijnig Consequentie is, dat die bevorens die als huijzelijke guwallen nooit anders wierden aangemerkt, dan huijzelijke miets betekende quevellen, die den 19. Juni 1787. besluit en de gedaane prope„ sitie nopens de steerhouwers voor pijzerlijk te henda„ de bevrijden van een Jaarlijksche last past: van pap 75. die door de opperhoofden wierden afge„ daan, zonder de Regeering daarmeede lastig te vallen. Op des opperhoofds brief van der Se December, spreekende over de affaire met de steenhouwers, en hunne daar op gevolgde uitwijking, is verstaan te antwoorden, dat men bij brief van den 20: September voor zeer plau„ sibel hebben gehouden, de propositie door hem gedaan, wegens de steerhou„ allagen de Cop gaan gn sters; dan wijl men de Compagnie gaarne wilde bewrijden van een Iaarlijksche last post van pag: 75:—. die men, door de zwakken staat dier lieden zeer difficiel zal kunnen inpalmen„ deezen 615. den 19 Juni: 1757. billijke alteratien in dat ern stil, houwers verwagt, dezen Raade goedvond in dat voorstel eene; dm het gaaken van eenig ge alteratie te maaken, dog op zoo een billijke en na der steenhouwers presente omstandigheeden geschikte wijze, en in zulk een Juiste proportie, met den voet op welke de verstrekkingen in questi van te vooren gedaan wierden; dat men geen twijffel had, of de steenhouwers dat goen die van die stea„ zouden die graetig geaccepteerd hebben, en dat men dus zeer verwondert was, bij zijnen brief van den 1. Decem„ ber te zien, dat, schoon hij meer dan twee maanden met hun in onderhande„ ling was geweest, zij met den voorslag van deezen is Raade nit te vreeden geweest zijnde, om beter hun zin te S krijgen Tlde den 19. Juni 1787. schoon zij door hure ontwij„ king haaren eijsch begeerden, on weeder te gug te komen, wat zij bij nadere pogaa„ ning van hun request eijs„ schen krijgen, recours genomen hadden tot den gewoo„ 1 nen weg der Mallabaaren op deeze kust, wanneer zij, het zij, billijk of on„ billijk hunnen toelig willen door„ dringen, namelijk outuijken: dat zij na Tringiscondam geweeken waren, van waar zij, volgens zijn schrijven niet weeder te rug wilde komen voor dat hen, hunnen vollen Eisch die in hun request vermeld was, was toe„ gstaan. Dat men daar op, de novo nagegaan ƒ heeft, hun voorschreeve Request, dog dat men daar in geen anderen eisch gevonden heeft, dan dat men hunne zaak met Anacappetoer op de voor 687. den 19. Junij 17877. moeten afzien voordeeligste wijze wilde afmaaken„ of anders dat de Comp„ de pagtpennin„ gen mogte voldoen; dat ten naasten bij met het door het voorgestelde expedient van hem opperhoofd over een komt, schoon de pagt penningen eigent„ lijk maar 50. pag: bedraagen, dog met de visiadoors geregtigheid van 25. pag. , die zoo goed als van een natuur zijn, de 75. pagooden uitmaaken, wel„ kers betaaling deezer Raade. ge„ tragt heeft, te ontwijken, om suffican„ te redenen. Dan wijl dezelve daar in niet na gen zau gm Ariaalchenij haare verwagting heeft kunnen veus„ seeren, zij zig eindelijk gebragt ziet, Cle - of den eijsch den stenhouwers toestaan, overganing en de betaaling de polgt pen: ver gesek: gan de Cap: te neemen, in de verdrictelijke noodzakelijkheid om van twee een te kiser, of om van Arial„ cherij in het geheel af te zien, en het den landheer weeder op te draagen, waar door men de geheele steenhouwerij voor altoos zou moeten opgeeven, off om den Eisch der steenhouwers toe te staan. Dat, daar deezen Raade tot het eerste niet kan besluiten, zonder hooger ordre, en de steenkapperij zonder werklieden, hoe wijnig in getal zij zijn, niets betekend, men wel tot het laaste moet overgaan, om naamentlijk de betaaling van de voorschreeve pagt penningen voor reekening van de den 19 Juni: 177. Comp e E e den 19e: Juni: 1737. qualificatie aan het opperh: om daar omtrend met haar zoo „ goed, mogelijk wer een te ko„ Comp: te neemen, schoon het te voorsien is, dat dit een oploopende schuld staat te worden. En dat men hem derhalven qualifi„ ceert, om met die menschen, die zeker„ lijk door hunne ongelukken in welke Ze meerendeels door den oorlog geraakt zijn, gelijk alle inwooners van Sa„ dras een meer als gewoond toegeverde behandeling verdienen, daar omtrend zoo goed mogelijk over een te komen: Eerstelijk op hun eige vordering, bij spwelke vooraaden, orequest, dat alleen betaaling van de pagt penningen zijnde 50 pag.s behelst, of 2oo dit niet lukken wil, daar bij ook de visiadoors geregtigheid tot man. 25 pag. 679. den 19. Iuni 1787. heir ter voldoening hunner agter„ stallen wat men egter dierwegens van haar in het vervolg verhoopt, 25 pag: te accordeeren, om op hunne reke„ ning gesteld te worden, mits zij zig verbinden om Iaarlijks voor de 112½. pagooden zoo veel steeven van s, 1½ en 2. voeten te leveren, als hun moge„ ormangue nopensr den bezaarlijklijk is; waaromtrent vervolgens nog ver„ staan is te noteeren, dat daar het die werklieden, tans zoo om de duurte der levensmiddelen, als hun gering getal (:want zij nog maar in vijftien werklieden bestaan:/ „wat bezwaarlijk zal zijn; daar aan Jaarlijks exact te voldoen, dee„ ze Regeering verhoopt, dat zij het agterstallige, dat altoos bij hunne afreckeningen moet worden alngetoond, bij

← previousnext →