Inventory 3784
Coromandel · 1,354 pages · 191 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
361. The 20 October 1786. Witnesses: The Patnammers and Chialengenies here, in the names of Moetse Commara aged over 40; and Paleatan aged 30 years, who acknowledged and declared to be true and truthful: That they, the deponents, on 19 July past took over five barrels of Pitch from the ship De Castor into a Chialeng, and rowed therewith toward the shore, but that due to the high sea and heavy surf, the Chialeng having capsized, the five barrels fell out of it and drifted into the sea, so that with much difficulty they fished up four barrels, but that one of them, through the heavy surf and drifting away, was lost. Ending herewith, the Deponents declared this given deposition of theirs to contain the pure and upright truth, remaining furthermore prepared, if required, to confirm the same further by solemn oaths. Thus Done and declared in Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid: in the presence of Hendrik Richard, and Hendrik Prins, Clerks at the secretariat here as witnesses; the minute hereof is duly signed /:underneath:/ quod Attestor /:signed:/ I: I: Hasz: Honorable First Clerk The 20 October 1786 Note of its proper delivery Resolution to present the provisional requisition of gold etc. to Their High Honorable Excellencies; and to request the fulfillment thereof Reading and signing of the letter to Their High Honorable Excellencies to be sent per the Castor While it was furthermore agreed to note herewith that all the other goods noted in the aforementioned General findings, were delivered according to order. Further having been produced and reviewed the provisional requisition of gold, merchandise, and what else, it was agreed to respectfully present the same to Their High Excellencies per the ship De Castor, with a request to fulfill the same as closely as possible. The letter prepared for Batavia by order of the Lord Director having been produced by His Honor for review in the meeting, it was agreed, after the reading thereof, to conform entirely with its contents, and the aforesaid letter, duly signed, to present to Their High Excellencies with the ship the Castor. 363. The 20 October 1786. Request made by the aforementioned Native to go on board the Castor, Statement that he first had to appoint two attorneys, and why, Absenting of the same, Hereafter the Lord Director informed the meeting that some days ago Nagamaloe Wenketa Soeberaijloe Naijker had come to his Honor to request that he might proceed on board the ship De Castor, His Honor informing him that pursuant to the resolution of the 15th instant, he first had to appoint two Attorneys, vested with ample power, in order to bring the unsettled estate account of his father to liquidation in his absence, so as subsequently, after payment of the debts, to be divided among the respective Heirs, and that after having done this, he, Soeberaijloe, could go on board under a proper permit whenever he saw fit; That the man having departed with this answer, His Honor had received a report a few mornings ago that Soeberaijloe's dwelling house was completely empty, and he was nowhere to be found, which report at first led His Honor to believe that the Native, possibly not having understood him well, or feigning 365. The 20 October 1786 so, had taken advantage of the saying that he could go on board whenever he saw fit, and had proceeded thither, however unlikely it was that they would have admitted him there without a permit, which also upon inquiry was found not to be the case. That finally, though very confusedly, it was learned from Passengers who came from the south that they had met a covered dooly, in which it was alleged that a Native from the North was present, and who was said to be accompanied by two persons, who, as far as could be gathered from the description, were in Soeberaijloe's service; And that this was all that His Honor had been able to learn of the clandestine absenting of that man. The Members, this flight, of which no one could fathom the reason, being known through public rumors, thought it fit to make a record of this case, principally because he has a suit pending here before the Judge against the detained Mandalam Vengadasselam Naijker, which now cannot well be pursued. Thus Done and Resolved in Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid /:was signed:/ by all, /:except:/ Nicolaas Tadama, J: D: Simons The 20 October 1786. 367. Saturday At nine o'clock in the morning Saturday The 16 December 1786. Council of Policy All present Except The provisional Merchant and Warehouse Keeper Martinus Stoffenberg Due to indisposition, After the offering of the ordinary prayer, a report from the Pay Bookkeeper the provisional Merchant Joan Daniel Simons was brought to the table by the Lord Director, containing Firstly, that among the pay accounts and note of 27 July past sent hither from Ceylon, were also found those of the Honorable Head Administrator Nicolaas Tadama and of the Chief Surgeon Pancratius Haringa Meppen; that those here according to those accounts cannot be entered into the books, because before the receipt of those accounts they had already been entered into the closed books from 1 September to the last of November 1781, when Nagapatnam was lost to the English, and into the most recently closed ones beginning 6 July 1785 to the last of August thereafter, and their closed pay accounts were issued; the said informant requesting The 16 December 1786 Continued
Dutch transcription
361. Den 20: october 1786. getuijgen: De Patnammers en Chialengenies alhier, in naamen Moetse Commara oud ruijm 40; en Paleatan oud 30. Iaaren, dewelke bekenden en verklaarden waar en waaragtig te weezen: Dat zij deposianten op den 19. Iulij passato vijf vaaten Pick van het schip De Castor in een Chialeng overgenoomen, en daar meede na de wal gevoeijd hadden, dog dat mits de hooge zee en zwaare brandings de Chialeng omgeslaagen zijnde, de rijf vaaten en uit gevold en in zee gedreeven waaren, invoegen zij met veel moeijte vier vaaten hebben opgevist, dog „daar eene „ van door de zwaare brandings en weg„ drijving verlooren gegaan was. -. Eijndigende hiermeede verklaarden de De„ posanten deese haare gegeevene depositie de zuijvere en oprigte waarheid te behelzen, over„ zulks bereijd blijvende, deselve des gerequi„ veerd werdende, nader met solemneele Eeden gestand te doen. Aldus Gedaan en verklaard in 't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: ter presentie van Hendrik Richard, en Hendrik Prins, Clercquen ter secretarije alhier accordee„ uit„ Den 20. October 1786 notitie van dies behoorlijke uiit levering besluit om den provisioneelen Eijsch van goud etc: H: A: E Ed. aan te bieden; en om de voldoening der zelve leesing en teekening van de brief aan H: H: Ed: onp per de Castsor versonder te worden, alhier als getuigen; de minute deeses is be„ hoorlijk geteekend /:onderstond:/ quod Attestor ƒ /:geteekend:/ I: I: Hasz: E: G Clercq Terwijl voorts nog verstaan is, bij deesen te noteeren, dat al de overige goederen bij opgemelde Generaale bevinding genooteerd, na de ordre uitgeleverd zijn. Wijders geproduceerd, en geresumeerd zijnde den provisioneelen Eijsch van goud, koop„ „manschappen en wesmeer, is verstaan den„ zelven Hun Hoog Edelheedens per het schip De Castor eerbiedig aan te bieden, met versoek om deselve zo na mogelijk te vol„ doen De op ordre van den Heer Gezaghebber in gereedheid gebragte brief voor Batavia door te versoeken, 1 363. Den 20. october 1786. gedaan versoek door nevent gem: Jnlander om na boord van de Castor te gaar, gemagtigdens moeste aan„ door zijn Edele ter resumptie in vergadering. geproduceerd weezende, zoo is na dies lectura verstaan zig met dies inhoud vol„ komen te Conformeeren, en de voorschreeve mis„ sive behoorlijk geteekend, met het schip de Castor Hun Hoog Edelheeden aan te„ bieden Hier na gaf de heer Gesaghebber de ver„ gadering kennis, dat eenige daagen geleeden Nagamaloe wenketa Soeberaijloe Naij„ ker zijn Agtb: zijnde koomen verzoeken, om zig na boord van het schip De Castor te moogen begeeven, zijn Ed: hem bedluijd haar„ de, dat hij ingevolge besluit van den 15 Cou„ betuijging; dat bij eerst twee want alvoorens twee Gemagtigdens meest HisEde„ stellen is be¬ sbe„ 3 en waarom, Den 20. october 1786. abtentering van denselver, stellen, voorzien met ampele magt, om de on afgedaane boedel Reekening van zijnen 81 vader bij zijn absentie tot liquiditeijt te kunnen brengen om vervolgens na afbetaa„ ling der schulden onder de respective Erf„ genaamen verdeeld te werden, en dat hij sou„ berailoe na dit gedaan te hebben, onder een behoorlijke ordonnantie na boord konde gaan, wanneer goedvond; Dat die man met dit antwoord heen gegaan zijnde, zijn Ed: voor eenige morgens berigt ontfen„ gen hadde, dat soeberaijloes woonhuijs dol„ ledig, en hij nergens te vinden was, welk berigt zijn Ed: eerst in den waan bragt, dat die Inlander hem mogelijk niet wel begreepen hebbende, of zulks vein„ zonde va 365, Den 20. october 1786 zende, het zeggen, dat hij na boord konde 8 gaan, wanneer goedvond, te baat genoomen, en zig derwaarts hadde begeeven, hoe zeer het onwaarschijnelijk was, dat men hem aldaar zonder ordonnantie zoude gead„ mitteerd hebben, het geen ook bij na vor„ sching bevonden was, zoo niet te zijn. Dat eijndelijk dog zeer verward uit wat van hen vernomen is, Passagiers die van de zuijd kwaamen ver„ noomen hadde, dat hen een bedekte doe„ lij was tegen gekoomen, waar in men voor gaf, dat een Inlander van de Noord zig bevond, en die van twee persoonen zou„ de verzeld zijn, die, zoo veel men uit„ de beschrijving konde opmaaken, bij soe„ bevailoe dienden; En dat dit alles was, wat de 3ij besluit hier van aanteekening te houden. wat zijn Ed: van het Clandestin absentee„ ven van die man hadde kunnen ver„ nemen. De Leeden deeze aufugie, waar van nie„ mand de reeden konde doorgronden door de publicque gerugten bekend zijnde, zoo vond men goed van dit geval aantekening te houden, voornamentlijk om dat hij hier Een zaak, die nu niet wel vervolgd kan worden; voor den Regter heeft hangen tee„ gens den gegijzelden Mandalam venga„ dasselam Naijker--. Aldus Gedaan en Gearresteerd Int„ Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ door alla, /:xcepto:/ N„s Tadama „ J: D: Simon Den 20. October 1786. Saturdag 367. der Soldij boeksouder Vergadering van Politie Alle present Dempto Den p:l koopman en Pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg Mits indispositie, Nae het doen van het ordinaire gebad wierd door dienig van en berigt, van den Heer Gesaghebber ter tafel gebragt een berigt Simas van den soldijhouder den koopman provisioneel Joan Daniel Simons, behelzende P=na Dat onder de soldij reekeningen en notitie nat het zelve behelsd, van den 27. p:s hewaarts van Ceilon over„ Llij 17 gesonden, meede gevonden wierden die van Smorgens te Negen uuren Saturdag Den 16: December 1786. s en „ vervolg den E: Hoofd administrateur Nicolaas Tadama en van den opperCchirurgijn Pan„ ratius Haringa Meppen, dat die al„ hier volgens die reekeningen bij de boeken niet kunnen worden inge„ nomen, alzoo zij voor den ontfangst dier reekeningen bereds bij de afge„ gaane boeken van s=mo Iber tot ult=o November 1781. , wanneer Nagapatnam aan de Engilschen is wegegaan, en bij de Jongst afgeslootene beginnende den 6: Iulij 1785. tot ult:o Augustus daar aan behoorlijk zijn ingenoomen, en hun„ ne afgeslootene soldij reekeningen afgegeeven; versoekende gemelde berigt„ gever Den 16. December 1786
English
369. The 16th of December 1786. giver, submitting the two aforementioned pay accounts, that the same may be sent back to Ceylon in order to be annulled there. 2nd: That a note may be requested from Ceylon of the provisions made there to the Company servants who were stationed here on the Coast, from their arrival until their departure from there; as well as that their pay accounts from the time they were booked there may be transmitted hither, considering that the transferred ditto are only from the book-year 1785/6. 3rd: That whereas in the pay memos of Portonovo a certain Paul Gillis is listed as flag-keeper 9th continuation as a sailor at f 9, without there appearing anywhere any evidence that authorization has been granted for this, he requests orders as to how to act in this matter. Regarding the pay memos of Sadraspatnam, which were received after the delivery of this report, this item therefore lapses. 5th: He requests the necessary orders on how to act with the Company servants still located at Nagapatnam. The verbatim text of that report reads as follows: The 16th of December 1786. To 371. To the Honorable and Worshipful Lord Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Governor of the Coromandel Government, etc. etc. Honorable and Worshipful Lord. The undersigned finds himself obliged to inform Your Honorable Worship: That of the pay accounts transmitted from Ceylon under date of the 27th of July last, along with the note, those of the Senior Administrator, Mr. Nicolaas Tadama, and the Chief Surgeon, Pancratius Meppen, cannot be entered into the books here, as prior to the receipt of those accounts they have already been duly entered in the closed books from primo December to the 12th of November 1781 (when Nagapatnam was surrendered to the English) and in the most recently closed ditto, beginning with the 6th of July 1785 (when our flag was planted here) to the end of August following, and their pay accounts were issued from them. The 16th of December 1786. Therefore both accounts, which are hereby presented to Your Honorable Worship, might, at your utmost pleasure, be sent back to Colombo to annul them in the pay ledgers there; the more so because in the aforementioned account of the first-mentioned, his salary commences since primo September 1780, when the Nagapatnam Government was still in existence and he was continued in the pay ledgers there; and in that of the last-mentioned, only two months' salary was deducted for the subsistence received at Madras, instead of 4 months and 18 days. That to be certain that the Company servants who were stationed on this Coast, and since the loss of Nagapatnam proceeded to Ceylon and there drew the salary accrued to them, have not been disbursed more than what was lawfully due them, the subscriber would humbly be of the opinion that there should be requested from there not only a more accurate note of all disbursements made to them since their arrival until their departure from there, but also their pay accounts from the time they were booked there; considering that the recently received ditto are only from the most recent book-year 1785/6; in order to clear their previous accounts, which continue on balance; for, for example: The former bookkeeper Johan Leonard Beggle, who at the close of the books of the year 1785 is f 302 ahead, states that he received that amount at Colombo; but because no entry was made of this, that item remains unsettled here in the books. Continuing this report, the petitioner further finds himself compelled to report: That in the pay memos of Portonovo dated the end of February and May of this year, a certain Paul Gillis (who was a soldier at Nagapatnam and whose account was formally closed on the last of August 1785 with f 3. 12.- to his credit) is listed as sailor and flag-keeper at f 9 per month; but since it does not appear that authorization was granted for this, the undersigned requests orders to enter him as such. That because no other pay memo has been received from Sadraspatnam than that of what was disbursed to the current bookkeeper here, François Rosseau, up to the end of November 1785, the undersigned wishes to be enlightened by Your Honorable Worship as to how he shall act regarding the disbursements made at that office since then to the said Rousseau, as well as to the Sergeant Pieter Liebner and the Jailer Harmen Hendriksz, considering that one cannot wait for the papers from there to close the pay ledgers of the year 1785/6, which must be dispatched via Ceylon. That in order to make all possible haste therewith and to have the work ready in due time, the subscriber awaits the necessary orders from Your Honorable Worship regarding the Company servants who are still in Nagapatnam, of whom a list of names was transmitted under date of the 19th of May of this year by the Junior Merchant Bloeme and the Bookkeepers Schuneman and Swart upon Your Honorable Worship's order. For the rest, he has the honor to be with veneration, (was signed below) Honorable and Worshipful Lord! Your Honorable Worship's humble and obedient servant, (was signed) J. D. Simons. (In the margin:) Palliacatta, the 24th of November 1786. Thus, after reconsideration of the same, it was approved and resolved: Firstly: To send the pay accounts of the Honorable Senior Administrator Nicolaas Tadama and the Chief Surgeon Pancratius Haringa Meppen back to Ceylon in order to be annulled there, for the reasons
Dutch transcription
369. Den 16. December 1786. gever, onder overlegging van de twee voornoemde soldij reekeningen, dat deselve na Ceilon moogen te rug gesonden, om daar geannu„ leerd te werden 2:e Dat van Ceilon mogte werden gerequi„ vierd eene Notitie van de aldaar gedaane verstrekkingen aan de alhier ter kuste be„ scheijden geweest zijnde Dienaaren zeedert hunne komst tot hun vertrek van daar„ mitsgaders dat herwaarts mogten werden overg sonden hunne soldij rekeningen van den tijd dat zij daar zijn ingeboekt, gemerkt de overgekoomene d=o maar van het boekjaar 178 5/6. zijn. — 3:o Dat dewijl bij de soldij memorien van Portonovo eenen Paul Gillis als vlaggewagter word opgebragt 9de vervolg o als 3 intastie van dat berigt, „als mattroos met ƒ 9. sonder dat 'er er„ gens blijken zijn, dat 'er qualificatie toe verleend is, insteerd hij om ordres hoedanig in deesen te handelen. Is specteerende de Soldij memorien 4=to 4t van Sadraspatnam welke na de overgave van dit berigt ontfangen zijn„ de, dus vervalt. - 5to Iusteerd hij om de noodige be„ „veelen hoedanig met de sig nog op Nagapatnam bevindende 's Comps Dienaaren te handelen: Luijdende dat berigt woordlijk aldus: Den 16. December 1786. Aan 371. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer, Opperkoopman en Gesaghebber van het Cormandels Gouvernements Etc Etc: Del Edele Agtbaare Heer. Den ondergetekende vind zig verpligt uwel„ Ed: Agtb: te berigten; Dat van de onder dato 27. Julij p=o nevens notitie van Ceilon overgeson„ dene soldij reekeningen; die van den heer Hoofd„ administrateur Nicolaas Tadama, en den opperchirurgijn Pancratius Meppen, bij de boe„ alhier niet kunnen worden ingenomen, en dat zij voor den ontfangst dier reek bereeds bij de afgegaare boeken, — ken van primo xber: tot den 12 November 1781. /: waoneer Nagapatnam aan de Engelschen is overgegaan: /en bij de Jongst afgeslootene ditos, begianende met den 6. Iulij 1785. /:toen onse vlag hier geplant is :/ tot Ult:o Aug„ts daar aan, behoorlijk ingenomen en hun„ „ne soldij reekeningen daar uit afgegeeven Jn Den 16. December 1786. zijn; des die beide reekeningen, welke uwel Ed: Agtb: bij deesen werden aangebooden, met Hoogst deszelfs believen weder na Co„ lombo zoude kunnen te rug gezonden worden, om deselve daar bij de soldij„ boeken te annulteeren; te meer om dat bij voormelde Rekening van den eerst gemelde zijne gagie Cours neemt, zedert primo Zep„ tember 1780, toen het Nagapatnamsch Gou„ vernement nog inweesen was, en hij bij de soldij boeken aldaar voortliep; en bij die van den laastgem: maar twee maanden gagie werde gedetracheerd voor het te Madras genooten onderhoud, in steede van 4. maan„ den en 18. dagen- Dat om zeeker te weesen, dat aan Comps Dienaaren die ter deeser kuste zijn bescheij„ den geweest, en zedert het verlies van Nagap=m zig naar Ceilon begeeven en daar hun te goedgemaakte gagien genooten heb„ ben niet meer als het geen hun wettig Competeerde verstrekt is; zou den teeke„ naar Den 16. December 1786. 373. Den 16. December 1786. waar nedrig van gevoelen weesen, dat van daar diende te werden gerequireerd niet alleen, een naaukeuriger notitie van alle de verstrek„ kingen, welke aan hen gedaan zijn, zedert hunne komst tot hun vertrek van daar, maar ook hunne soldij reekeningen van die tijd af, dat zij daar zijn ingeboekt; gemerkt de onlangs ontfangene ditos maar van het Jongste boekjaar 178 5/6. zijn; ten einde hun„ ne voorrige reekeningen, die bij voordragt voortloopen te ontheffen; want P=r Exempal: Den Geweesen boekhouder Johan Leonard Beggle, die bij slot der boeken van A:o 1785. ƒ302. te vooren staat, zegd dat bedraagen te kolombo ontfangen te hebben; dan dewijl daar van geen aanreekening geschied is, blijft die post hier bij de boeken onvereffend: Dit berigt vervolgende, vind den vertooner zig alverder genoodzaakt te melden: Dat bij de soldij memorien van Portonoro de datis ult:o febr: Meij deeses Iaars, ee„ nen Paul Gillis (:die te Nagap=m zoldaat geweest, en miens reekening inder ults. ult:o aug„s 1785: formeel afgeslooten is met ƒ 3. 12:— te goed :/ als kattroos en vlagge„ wagter met ƒ 9. 'smaands word opgebragt; niet Dan vermits 't„ blijkt dat hier toe qualifi„ catie verleend is, versoekt den ondergeteekende ordre om hem zoodanig in te neemen, 3 Dat uit hoofde van Sadraspatnam geen ander soldij Memorie ontfangen is, dan die ƒ „alhier van het verstrekte aan den thans sijnde boekhouder François Rosseau, tot ult=o November 1785. den ondergetekende verlangd door Uwel Edele Agtb: geilucideerd te worden, hoedanig hij handelen zal met de zedert aan gemelde Rousseau, zoo wel, als aan den Zergi„ ant Pieter Liebner en Cipier Harmen Hendriksz: ten dien Comptoire gedaane ver„ strekkingen, gemerkt na de papieren van daar niet kan gewagt worden om de soldij„ boeken van A=o 178 5/6 te sluijten, die over Ceilon afgaan moeten. Dat om alle mogelijke spoed daarmeede te ƒ maaken, en het werk op zijnen tijd klaar te krijgen, den teekenaar van Uwel Ed: Agtb Den 16. December 1786. 375. Den 16. December 1786. besluit om nevens gen: 2. sol„ dij reek: na Ceilon te Agtb, de nodige beveelen verwagt, omtrent de Comp.:s dienaaren, welke nog zig te Na„ gapatnam bevinden, en waar van door den ondercoopman Bloeme en de Boek„ houders Schuneman en swart, op uwel„ Ed: Agtb: aanschrijvens, Een naam lijst, or„ der dato 19. ' Meij deses Jaars, overgesonden is; voor het overige heeft hij de eere met veneratie te zijn /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer! Uwel Edele Agtb„s onderdanige en Gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ I: D: Simons /: In margine:/ Palli„ acatta den 24. November 1786. — zoo is na resumptie van het selve goedgevonden en verstaan; Eerstelijk: De soldijreekeningen van de E. Hoofd„ administrateur Nicolaas Tadama en den opperchirurgijn Pancatius Ha„ ringa Meppen na Ceilon te rug te zen„ den om aldaar te werden geannulleerd om reeder zender,
English
and to requisition from there a note of what was furnished to the servants of the said, as well as to admit into service a flag-bearer at Portonovo for ƒ 9, for reasons detailed at greater length in that report. Secondly, to agree to the request of the paymaster to requisition from Ceilon an exact note concerning what was furnished to the servants of the Company who had been stationed here on the coast, citing the precedent. Thirdly, since it goes without saying that there must be a flag-keeper where there is a flag, it has been resolved to admit into the Company's service Paul Gillis, who was entered in the pay memorandums of Portonovo as Sailor, at ƒ 9 per month, in order to perform his service there as flag-keeper, under a contract of five years commencing December 16, 1786. with the surrender of Portonovo, being July 23 of the past year, for which a certificate will be granted to him. Regarding the fifth article of the aforementioned report, it has been resolved to deliberate at the next opportunity. The Director having exhibited to the meeting an answered pay memorandum for Colombo submitted to His Honor by the paymaster, it has been resolved to send that paper thither, and to keep a record thereof herewith. The Director in Council having submitted a petition from the merchant provisional and warehouse master Martinus Stoffenberg, with an extract from the weighing-out book annexed, containing a request for the write-off December 16, 1786. December 26, 1786 of 22 5/8 lb of nutmegs, or 3 7/16 percent above the permitted allowance of 1 percent, on the grounds that the nutmegs had to be garbled twice and that the general scarcity of that spice along this entire coast moved the merchants here to purchase mite-eaten nutmegs for the stipulated price after the good nutmegs had been sold out; it has been resolved to agree to the petitioner's request and to write off the aforementioned underweight of 22 7/8 lb of mite-eaten nutmegs, which were recorded as a shortage at the general inventory as of the end of August, to the account of merchandise expenses (though not involving cash), for reasons detailed at greater length in that petition, being of the following content: To the Right Honorable Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Director in the Government of Chormandel, together with the Council. Right Honorable Sir and Gentlemen! Martinus Stoffenberg, merchant titular and warehouse master here, very reverently shows that during the time of his administration, or from September 1, 1785 to July 19 last, 36 chests of nutmegs were opened here for consumption, from which, as appears from the annexed extract from the weighing-out book, 639 3/8 lb of mite-eaten nutmegs were separated and collected during garbling; That the general scarcity of that spice along this entire coast finally moved the merchants here, after the sale of the good nutmegs, also to purchase the aforementioned mite-eaten nutmegs for the stipulated price; That they therefore had to be garbled a second time, or cleaned of all dust, whereupon, during reweighing and even after deducting 1 percent allowance, a deficit was found of 22 7/8 lb, calculated at fully 3 7/16 percent; Yet, since this underweight must be attributed partly to this extraordinary garbling, whereby most December 16, 1786. 381. December 16, 1786. of the dust flew away, and partly to the further mite-eating of the nutmegs themselves since their first garbling, the humble petitioner trusts that your Honors will be pleased to acquit him of all responsibility in this matter; and thus petitions to be allowed to write off the aforementioned underweight of 22 7/8 lb of mite-eaten nutmegs, which were recorded as a shortage at the general inventory as of the end of August 1786. (Below stood:) Which doing (In the margin:) Palliacatta in Castle Geldria, November 26, 1786. The merchant provisional, fiscal and paymaster Joan Daniel Simons having made a verbal request to be allowed to make a brief trip to Nagapatnam to settle his affairs there, it has been resolved to permit the said Simons to travel thither, provided he returns upon the opening of navigation; meanwhile, the interim performance of the fiscal's duties is assigned to the junior merchant Philippus Henricus Heshusius. By the sergeant Albertus Lubmans of Utrecht, the following petition was presented: To the Right Honorable Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Director of the Cormandel Government with its dependencies, together with the Council; Right Honorable Sir and Gentlemen. Albertus Lubmans of Utrecht, December 16, 1786. sergeant
Dutch transcription
en van daar en notitie te requi„ veeren van het verstrekte aan de dienaaren de ser„ mitsg„s een vlaggemante Porto„ novo in dienst te admittieren voor ƒ 9. reeden breeder bij dat berigt gedetailleerd Ten treeden In't versoek van den zoldijhou„ der te Condiscen deeren om van Ceilon te requireeren een exacte notitie weegens het verstrekte aan de hier ter kuste be„ scheijden geweest zijnde 'sComps Dienaa„ ven, onder Citatie van het exempel; Ten derden: Dewijl het van zelfs spraekt, dat 'er een vlaggewagter moet zijn daar een vlag is, zoo is verstaan den bij de soldij memorien van Portonovo opge„ bragte Paul Gillis als Mattroos in 's Comps dienst met ƒ 9 ter maand te admitteeren om aldaar sijn dienst als vlaggeragter te presteeren, onder een verband van vijf Iaaren ingaande Den 16. December 1786. met op het 5. art: van dat be„ besluit om de beantwoorde soldij menori na Colonbo te zenden, van dver Pakhuijsm: Hof„ met den overgaaf van Portonovo zijnde „ den 23.' Julij A=o p.: waar van hem acte zal worden verleend. —. Omtrend het vijfde articul van voornoemd be„ uitgestelde dispositie wigt is verstaan per naasten te besoignee„ rigt, ven. Door den Heer Gesaghebber ter verga„ dering geexhibeerd zijnde eene door den soldij houder aan zijn Ed: overgegeeven beart„ woorde zoldij memorie voor Colombo, zoo is verstaan dat papier derwaards over te„ zenden, en daar van bij deesen aan tee„ kening te houden. Den Heer Te zaghebber in Raade over, onlegging van en oegunst gelegd hebbende Een Request van den tenberg koop Den 16. December 1786. and en waarom, den 26. December 1786 hij versoekt om afschrijving van nevens gem: minwigh op de nootsen, Conduscendance daar in koopman p=l en Pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg annex Een Extract uit het utwaag„ boek, behelzende versoek om afschrijving van 22. 5/8. lb Nooten of 3 7/16. pr C=to boven de gepermitteerde validatie van 1. pr Cento uit hoofde de nooten tweemaal hebben moeten werden gegarbuleerd en de algemeene schaars„ heid in die specerij langs deese gantsche kust de kooplieden alhier bewoogen heeft, tot den inkoop van vermijterde Nooten voor den gestipuleerden prijs na dat de goede Nooten waaren uitverkogt, zoo is verstaan in het versoek van den supp=t te Condescendeeren en het voorsz: minwigt van 22. 7/8 lb vermijterde Nooten Musschaaten die bij den Generaale op„ neem 379. Den 26 December 1786. Instentie van dat Requrst, neem onder ult=o aug„s als te kort zijn opge„ „bragt op onkosten op koopmanschappen /: schoon met geen geld voortloopen :/ af te schrijven om veeden breeder bij dat Request vermild zijnde van de volgende inhoud. —. Aan den wel Ed: Agtbaaren Heer. Blaaukamer Willem Opperkoopman en Tesaghebber in het Gou„ vernement van Chormandel, Nevens den Raad. Wel Edele Agtbaar Heer en Heeren! heeft zeer reverentelijk te kennen, den koopman tit:s en Pakhuijsmeester alhier Martinus Stoffen berg, dat geduurende den tijg van zijn administratie of van P=mo September 1785, tot den6 den 19. Julij laastleeden, er alhier tot den verthier geopend zijn 36 kisten met Nooten Musscha„ ten; waar uit blijkens het geannexeerde Extract uit het uitwaagboek, bij quarbutatie geval„ len en verzameld zijn 639. 3/8. lb vermeijterde Nooten; Dat de algemeene schaarsheid in die specerij, langs deeze gantsche kust, eindelijk na ver„ koop der goede Nooten, de kooplieden alhier ook bewoogen heeft, tot den inkoop van de voorsz: vermeijterde Nooten, voor den gestepuleerden prijs; Dat die daar om voor de tweedemaal hebben moeten worden gegarbuleerd of van alle stof gezuijverd, wanneer 'er bijnawaging, en aftrekking zelfs van 1 prCento validatie, een minderheid opviel van 22 7/8. lb bevee„ kind 3 7/16 percento ruijm Dan wijl dit minnigt, gedeeltelijk aan deze extra ordinair garbulatie, waar door meest Den 16. December 1786. al 381: Den 16. December 1786. permissie aan den fiscaal Simons om na Nagap: te ver„ trekken, at het stoff vervloogen is, en gedeeltelijk aan de verder vermeijtering der Nooten zelve, sedert haar eerste garbulatie, moet worden geattribueerd, zoo vertrouw den nedrigen vertoonen in deesen, dat uwe wel Edele Agtb:r hem van alle verantwoor„ ding dien aangaande zullen gelieven wij te„ spreeken; en suppliceerd dus, om het voorschree„ ve minwigt van 22. 7/18. lb: vermeiderde Nooten musschaaten, die bij den Generaalen opneem onder ult:o Aug„s 1786 als te kort zijn opge„ bragt, te moogen afschrijven /:onderstond: T welk Doende /:Jn margine:/ Pallia„ catta in 't Casteel Geldria den 26. No„ ember 1786.— Den koopman p=l fiscaal en Zoldijhouder Joan Daniel Simons mondeling verzoek gedaan hebbende om een springtogt na Nagapatnam te moogen doen, ter red„ dering zijner affaires aldaar: zoo is ver„ staan gemelde Simons te permitteeren om hier ver„ ze van ondercoopman Heshusius, denr / Sergeant Lubmans, Insertie van het zelve, om na derwaarts over te gaan, mits met het „draging van zijn dienst aan den opengaan van den vaart retourneerende; wer„ dende intusschen de waarneeming van den fiscaals dienst adinterim opgedraagen aan den onderkoopman Philippus Henricus Heshusius. dienrig gemn en Roeqaust van Is door den sergeant Albertus Lubmans van Uitrecht gepresenteerd het ondervolgend Request; —. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer, Oppercoopman en Gesaghebber van het Corman„ delsch Gouvernement met den rsorte van dien; Nevens den Raad; Wel Edele Agtbaare Heer en Heeren. Albertus Lubmans van Uijtregt Den 16. December 1786. sergeant
English
383. sergeant in service of the Honorable Company here, respectfully shows to Your Honorable and Worshipful Honors: That he, on the twenty-third of March in the year 1781, on account of the expiration of his term, was appointed sergeant by the Government of Coromandel, having enjoyed ƒ 20: – per month, but having since been conveyed to Madras as a prisoner of war, and having departed from there to Batavia, he was, due to the loss of his aforesaid sergeant's warrant, unable to produce it there in order to obtain his pay according to the same; consequently, no more was credited to him at the said Indian capital than the highest corporal's pay of ƒ 18, which he drew at Nagapatnam before his appointment to sergeant, until Their High Nobilities, the Honorable High Indian Government, were graciously pleased to promote him once again to sergeant at ƒ. 24; which was on the 9th of October 1784, as further appears by the warrant likewise accompanying this; wherefore the humble petitioner respectfully implores Your Honorable and Worshipful Honors to favorably grant him credit for the aforementioned surplus of two The 16th of December 1786. To refer it to Their High Nobilities. Bail bonds, guilders per month from the 13th of December 1782 onwards, when he arrived at Batavia and his pay resumed its course, up to the 8th of October 1784, all the more because he always performed his duty there as sergeant; for which benefaction he, the petitioner, will ever remain grateful to Your Honorable and Worshipful Honors /:underneath was written:/ Which doing, etcetera. Decision on the petition. After resumption of which, it was resolved to submit this petition with its appendices to Their High Nobilities via Ceylon with a respectful request for a favorable disposition. Notice of received Furthermore, it was resolved to take note that the Captain-Commandant Jan Joachim The 16th of December 1786. Winkel 805. The 16th of December 1786. Winkelmans, administering the Company's armory, of Winkelmans, duly furnished bail to a sum of one thousand rixdollars, for which the provisional merchant and warehouse keeper Martinus Stoffenberg, together with the Chief Surgeon of this Castle, Pancratius Haringa Meppen, have bound themselves, having executed an instrument thereof in due form; as has likewise been done 1: for the Curator ad lites Simons, by the said Chief Surgeon Pancratius Haringa Meppen and the First Sworn Clerk of Policy together with Secretary of Justice of this Government, Johan Joachim Hasz, on behalf of the provisional merchant Joan Daniel Simons and 1. for the provisional equipage overseer van Odijk. To deposit in cash box. as Curator ad lites. While for the boatswain in provisional equipage overseer here, Adrianus van Odijk, bail was likewise executed to a sum of two thousand rixdollars, having for that the Junior Merchant Philippus Henricus Heshusius and the Bookkeeper Sebastiaan Matthias Schliephaken; Decision to deposit the same in the Company's cash box. which aforesaid three instruments shall, according to custom, be deposited in the large money chest. Request made by Halm for the surplus of his current pay of The Chief of Jaggernaikpoeram, Paul Engelbert van Halm, having privately made instance to the Honorable Governor that he might be credited, in the paybooks of this Government, The 16th of December 1786. might 387. The 16th of December 1786. to credit him the surplus of ƒ 16. per month, might be credited the surplus of ƒ 10. per month legally due to him as former fiscal of Nagapatnam, whereas he still stands recorded as junior merchant in the said books; while the said whose warrant was lost, van Halm says that his warrant, which was sent from Batavia to Ceylon and from there, as appears from letters of that Government dated the 2nd of October 1783, was sent to Tranquebar, was lost along the way; thus it was resolved to instruct the paymaster here by extract of this to credit the said van Halm the surplus of ƒ 10. per month lawfully due to him in the books, calculated from the first and since when. Recovery of a lost barrel of pitch. Decision to enter the same in the equipage book. Report of Heshusius and Duynevelt regarding the examination made of the report of Bronsveld. of September 1780, when he entered into the actual execution of the aforementioned office of fiscal, until his arrival at Jaggernaikpoeram, being the 22nd of September 1785. The barrel of pitch lost at sea during the unloading of the ship de Castor, as appears from the finding of the delivered cargo inserted in the resolution of the 20th of October, and washed ashore at Carmanel, having been returned by the administrator of that place upon the reclamation of the Honorable Governor, it was therefore resolved to have the same entered into the equipage books, to be accounted for by its administrator. The Junior Merchant Philippus Hen- The 16th of December 1786. ricus 389. The 16th of December 1786. ricus Heshusius and the Bookkeeper Simon Duynevelt, having been charged by extract resolution of this table dated the 26th of September last with the examination of a certain voluminous report submitted by the former Sworn Clerk at Nagapatnam, Johannes Abraham Bronsveld, in support of the reasons why he could not make transfer of the Secretariat of Justice and the sequestration funds, and having served the following report: Justice of the same. To the Right Honorable and Worshipful Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Governor of the Coast of Coromandel and its dependencies; together with the Council: Right Honorable and Worshipful Sir and Gentlemen. In respectful compliance with that which was
Dutch transcription
383. sergeant in dienst der E: Comp: alhier, geeft uwel„ Edele Agtbaare met verschuldigden eerbied te kennen: Dat hij in den Iaar 1781. den drie„ en twintigsten maart, mits tijds expiratie door de Cormandelsche Regering aangesteld is ƒ tot sergeant met ƒ 20: – 'smaands genooten, dog zevert, als krijgsgevangen na Madras vervoerd, en van daar na Batavia vertrokken zijnde, is hij mits het verlies van zijn voorsz: sergeants Ac„ te onvermogen geweest die aldaar te kunnen produ„ ceeren, ten einde volgens deselve zijn besolding te erlangen, over zulks is hem ter gem: Indiasche Hoofd„ plaatse niet meer goed gedaan als de hoogste ga„ gie van Corporaal ƒ 18. die hij voor zijne aanstelling tot sergeant te Nagapatnam heeft getrok„ ken, tot dat Haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiasche Regeering gratieuse„ lijk behaagd heeft hem andermaal te bevorde„ ven tot zergeant met ƒ. 24; dat geweest is den 9.:' october 1784. gelijk zulks nader blijkt bij de deesen almeede overgaande acte; alwaar omme den nadrigen suppliant uwel Ed: Agtb: ootmoedig smiekt, hem het voormelde surplus van twee Den 16 December 1786. H: H: Edelh:t te renvoijeeren, borg tog ten, guldens smaands van den 13. December 1782. af, wanneer hij te Batavia aangeland, en zijne gagie weder Cours genoomen heeft, tot den 8. october 1784. toe, goedgunstig„ lijk te willen laaten goed doen, te meer„ wijl hij aldaar altoos zijn dienst als zerge„ ant gepresteerd heeft; voor welke wildaad hij suppliant uwel Edele Agtb: hee„ ver lang dankbaar blijven zal /:onder„ stond:/ 'T welk Doende Etc:a besluit digt suplicq aan Na welkers pesumptie verstaan is; dat suplicq met dies bijlaagen Hun Hoog„ Edelheedens over Ceilen aan te bieden met eerbiedige instantie om een gunstige dis„ positie. . Notiti an ingekomen Voorts is beslooten aanteekening te houden, dat den Capitain Commandant Jan Joachim Den 16. December 1786. winkel 805. den 16. December 1786 Winkelmans Administreerende 's Comps Wa„, ver winkelmar, penkamer behoorlijk borgtogt heeft ver„ leend tot een somma van Een duijzend Rijxdaalders, voor welke zig hebben ver„ bonden den koopman p=l en Pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg, mitsga„ ders den Opperchirurgijn deeses Casteels Tan Kratius Haringa Meppen, die daar van hebben gepasseerd acte in debita forma; Gelijk zulks meede is 1: voor den Curater Aolites Simons, „door geschied„ den gem: opperChirurgijn Pancratius Harringa Mepopen en den Eerste Gesw: Clercq van Politie mitsgaders secretaris van Justitie ter deesen Gouvernement Jo„ han Joachim Hasz: ten behoeve van den koopman p=l Joan Daniel Simons en 1. voor den p=l equipagie p„ Ligter van odijk Cn cassa te deponeeren, Halm om het suplus als Curator ad lites.-. Terwijl voor den bootsman in p:l Equipagie op sig„ ter alhier Adrianus van Odijk almeede borgtogt gepasseerd hebben tot een Somma van twee duijsend Rijxdaalders, hebbende Philippus daar voor de onderkoopman Henricus Heshusius en de Boekhouder Sebastiaan Matthias schliephaken; bestuit de selver in's Cop:s welke voormelde drie instrumenten mens volgens gebruijk in de groote geld kassa zal deponeeren. g'edaar versoek, door van Het opperhoofd van Jaggernaikpoe„ van zijs Coprant gagie van Paul Engelbert van Halm, particulier bij den Heer Gesaghebber in„ stantie gedaan hebbende, dat hem bij de soldijboeken deeses Gouvernements Den 16. December 1786 mogte b nogte 387. Den 16. December 1786. om hem het surplus van ƒ 16. 'smaandes goed te doen, mogte werden te goed gedaan het surplus van ƒ 10. per maard hem als geweesen fis„ caal van Nagapatnam Competeerende alzoo hij nog als onderkoopman bij gemelde boeken bekend staat; terwijl wiers acte absent geraakt is, gemelde van Halm zegd, dat zijne acte die van Batavia na Ceilon ge„ zonden en van daar blijkens brieven van dat Sou„ vernement de dato 2. october 1783 na Tranque„ bar verzonden was, op den weg zoude zijn te zoek geraakt; zoo is verstaan den soldij „ last aan den Podij boeklouder houder alhier per Extract deezes te gelasten den gemelden van Halm, het hem wettig Competeerende surplus van ƒ 10. per maand bij de boeken goed te doen gereekend van pri„ mo. en zedert wanner, weder krijging van een ver„ looven vat pik besluit het zelve bij het innueren rapport van Hishusius en Duij„ nevelt wegt gedaane examina„ tie van thet berigt van Bron„ vild mo september 1780. dat hij in de weesendlijke exercitie van voornoemden dienst van fiscaal getreeden is, tot zijne arrive op Iagger„ naikpseram zijnde den 22.' September 1785. Det vat met Pick bij ontlossen van 't schip de Castor blijkens, de bevinding der uitgeleeverde laading bij resolutie van den 20. october geinsereerd, in zee verlooren, en te Car„ manel aangespoeld zijnde, is op reclama van den Heer Gesaghebber door den bestier„ equipagie book te laaten der van die plaats te rug gegeeven waar„ „om verstaan is het zelve bij de Equipage„ boekjes te laaten inneemen, om door dies administrateur verantwoord te worden. Den onderkoopman Philipus Hen„ Den 16=e December 1786. . riou 389. Den 16. December 1786. ricus Heshusius, en den Boekhouder Simon Duijnevelt bij Extract Reso„ lutie deeser tafel van den 26. 7ber Jongst„ opgedraagen zijnde de examinatie van een zeeker ingedient volumnieus berigt, door den geweesen E: Geswooren Clercq te Naga„ patnam Johannes Abraham Bronsveld„ ter beviering van de reedenen waarom hij geen trans„ port van 't Secretariaat van Iustitie en de sequestratie penningen konde doen, en gediend hebbende van 't ondervolgende rapport Iusitie van het zelve, Aan den wel Edele Agtbaare Heer Willem Blaaukamer, opperkoopman en Gesaghebber der kuste Cor„ mandel met den Resorte van dien; Nevens den Raad: —. Wel Edele Agtb: Heer en Heeren. In eerbiedige naarkoming van het door
English
Pursuant to the extract resolution of 26 September of this year handed to us by Your Honourable Worships, we, the undersigned, have the honour to bring to Your Honourable Worships' most venerated notice that we have examined with the requisite accuracy the paper which was presented to Your Honourable Worships by the Bookkeeper Johannes Abraham Bronsveld, concerning the bundles and other prominent judicial papers which the suppliant says were almost all torn, soiled, and partly scattered on the curtains by the European servants of Admiral Hughes and General Munro upon the surrender of the city of Nagapatnam to the English. Yet, however little basis we have to assert the contrary, we cannot refrain, under favourable construction, from making our slight observation: That whereas the suppliant was excused from doing night watch during the siege, did not his oath and duty require him to bring the most weighty and important papers to safety in his house in the Inner City, or to some other place? However, we leave this to the wiser opinion of Your Honourable Worships, and further state with all respect that however willing we are to continue the commission assigned to us by Your Honourable Worships in inspecting the account and to fulfill it as required, we find ourselves, however ardently we might otherwise wish it, unable to do so as long as the necessary proofs belonging thereto cited by the suppliant, which he says are on the island of Ceylon, have not reached us; wherefore we most humbly request Your Honourable Worships to enable us thereby to carry out the highly respected order of Your Honourable Worships to the best of our ability, and on that account we take the humble liberty of herewith presenting to Your Honourable Worships the paper delivered into our hands. Wherewith hoping that Your Honourable Worships will be pleased to be satisfied for the present, we call ourselves with the deepest esteem, below was written, Right Honourable Worshipful Sir and Gentlemen, Your Honourable Worships' most humble and obedient servant, was signed, P. A. Heshusius and I. Duynevelt, in the margin, Palliacatta, 5 October 1786. Thus, after it had been seen upon reconsideration of the same that the proofs required in the report have remained in Ceylon, it was resolved to request them from there and to hand them to the said committee members upon receipt, and thus to enable them to produce a complete report on the validity of the assertions stated in Bronsveld's paper, until which time the final disposition must be suspended. The Paymaster Joan Daniel Simons having submitted the following report. To the Right Honourable Worshipful Mr. Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Director of the Coromandel Government, together with the Council, Right Honourable Worshipful Sir and Gentlemen. Having been instructed by the Ceylon Government by letter of 4 December 1785, pursuant to the venerated order of Their High Mightinesses, to ensure that the estates of Willem Davidsz. and Pieter Lodewijk Bax are dealt with in accordance with the report of the First Pay Examiner at Batavia, namely, that those two persons should be properly re-entered in the next books and credited for the net proceeds of their estates; the undersigned takes the liberty to request Your Honourable Worships to record in the resolution that this could not be effected in the pay books which are about to be dispatched via Ceylon, because the pay books of 1779/80, wherein their accounts were closed, having been sent in original from Ceylon to Batavia, have not yet been received back from there. I have the honour to be with veneration, below was written, Right Honourable Worshipful Sir and Gentlemen, Your Honourable Worships' most humble and obedient servant, was signed, I. D. Simons, in the margin, Palliacatta in Castle Geldria, 7 December 1786. Thus, after reconsideration, it was resolved to consent to his request and to note it hereby. Furthermore, an apology was delivered by the aforesaid Fiscal Simons to the Director and presented by His Honour, serving to clear him of what the Chief of Sadras, the merchant Willem Hendrik van Bijland, charged against him by letters of 27 October and 8 November of this year regarding the seizure of the visitador's garden there; thus it was resolved to consider that paper sufficient and this entire affair hereby settled, and to write the necessary instructions regarding this to the Chief in the Sadras committee, as well as to insert the report of the Fiscal hereby: To
Dutch transcription
door Uwel Ed: Agtb: aan ons ter hand gestelde Extract besluit van den 26. September Anno hiljes, hebben wij ondergeteekendens de Eer uwelEd: Agtb: ter zeer gevenereer„ de kennis te brengen, als dat wij met de verijschte accuratesse hebben nagegaan, het papier dat door de Boekhouder Johannes Abraham Bronsveld aan Uwel Ed: Agtb: was ter hand gesteld, belangende de bondels, en verdere voornaame Justi„ tieele Papieren die den Suppliant, segt, dat meest alle bij het overgaan der stad Nagapatnam aan de Engelschen door de Europeese bediendens, van de Heeren Admiraal Huges en Generaal Mun„ ro, verscheurd, bemorst en voor een gedeelte op de gordijnen verstrooijt waaren; Dan hoe weijnig voet wij ook hebben, 't tegen„ deel te beweeren, kunnen wij onder gunstige welduijding niet afzijn, onse geringe aanmer„ king te maaken: Dat daar den suppliant geduurende de belegering van het doen der nagter geexcudeerd was; miet zijn Eed, Den 16. December 1786. en 391. den 16. December 1786. en pligt vorderde, de gewigtigste, en meest van aanbelang zijnde papieren in zijn huijs in de Binnestad, dan wel op eene andere plaats in veijligheid te brengen, dan wij laaten dit aan het wijser gevoelen van uwel Ed: Agtb: over, en zeggen verder met alle ontsag, dat hoe bereijdwillig wij ook zijn, de door UwelEd: Agtb: aan ons opgedraage Commissie /:in 't nasien der Reekening/ te vervolgen en na vereijsch te voldoen, wij ons /:hoe C vuurig wij zulks anders wenschten :/ buijten staat gesteld zien, zoo lang de door den Suppliant gealugeerde noodige beweijsen hier toe behoorende pen die hij zegd op 't Eiland Ceilon te zijn :/ ons niet zijn geworden, waarom wij uwelEd: Agtb: op 't aller needrigst verzoeken, ten eijnde, wij daar door in staat zullen gesteld worden, de Hoog„ 1009 gerespecteerde ordre van Uwel Ed: Agtb: na ons best vermoogen ter uitvoer te brengen, en uit dien hoofde gebruijke wij de neederige vrijheid 't aan ons ter hand gestelde papier, uwel Edele Agtb: hier nevens aan te bieden. Waar meede verhoope, dat Uwel Ed: Agtb: voor - Den 16 December 1786. Bronsveld van Ceilon te versoeken en deselven aan de Gecommitteer dens ter hand te stellen, dus lange daar op, voor het tegenwoordige genoegen zullen gelie„ ven te neeme, noeme wij ons met de diep„ ste hoogagting /:onderstond:/ Wel Edele Agtb: Heer en Heeren, uwelEd: Agtb: onderdanigste en Gchoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ P: A: Heshusius en I: Duijnevelt /:In margine:/ Palliacatta den 5. ' october 1786. — besluit om de bewijsers van Zoo is, na dat men by resumptie van het zelve gesien hadde, dat de bewijsen, die in 't rap„ port gerequireerd worden te Ceilon zijn ver„ bleeven, verstaan deselve van daar te waa„ gen en aan gemelde gecommitteerdens bij ontvangst ter hand, en hen dus in staat te stellen om een volleedig berigt van de validiteijt der posetieven bij Bronsveld zijn papier gestateerd te kunnen voortbren„ uitgesteld dispositie tot gen tot hoe lange men de finaale dispo„ sitie moet surcheeren. Den 393. Den soldijhouder Ioan Daniel diening van een berigt van de soldij boekhouder Simons, Simons ingediend hebbende het ondervol„ gende berigt. —. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer, Opperkoopman en Gesaghebber van het Cor„ mandelsch Gouvernement; Nevens den Raad; Wel Edele Agtbaare Heer en Heeren Door de Ceilonsche Regeering bij brieve van den 4: xber 1785. ingevolge het gevenereerd bevel van Hun Hoog Edelheedens, aangeschreeven wee„ zende om te zorgen, dat omtrent de nalatenschap„ pen van Willem Davidsz: en Pieter Lode„ wijk Bax, Conform het berigt van den Eersten visitateur der soldijen te Batavia, gehandelt wierde insertie van het zelve, Den 16. December 1786. wierde: namelijk, dat die twee persoonen bij de volgende boeken weder behoorlijk zouden moeten werden ingenomen, en hen Crediteeren voor het Zuiver rendement van Hunne nala„ „tenschappen; Neemt den ondergetekende de Vrij„ heid Uwel Edele Agtb: te versoeken om bij de resolutie aanteekening te houden, dat zulks bij de zoldij boeken welke over Ceilon staan afgevaardigd te worden, niet hebben konnen werden geëffectueerd, wijl de Soldijboeken van 1779/80. alwaar hunne reekeningen zijn afgeslooten, van Ceilon in originalia naar Batavia gesonden, van daar nog niet weeder ontfan„ gen zijn. Ik heb de eere met veneratie te zijn /:onderstond/ Wel Edele Agtb: Heer en Heeren! Uwel„ Edele Agtb: onderdaanige en Schoorsaame dienaar /:was Geteekend:/ I: D: Simons /. In margine:/ Pallia„ catta in 't Casteel Peldria den 7. December 1786. — Den 16. December 1786. Loo 395. hem ten laste geleijde door Bijland daar over te onder„ honder; zoo is na resumptie verstaan in het verzoek van Condesandindie in zijn versoek denzelven te Condiscendeeren, en bij deezen te notee„ ven. Nog is door voorm: fiscaal Simons aan de appoloyer van Simens tegens het Heer Gesagheber overgegeeven en door zijn Edelaan bijland geprolundeerd een appologie dienen de tot suijvering van het geene het opperhoofd van Sadras, den koop„ man Willem Hendrik van Bijland, hem bij brieven van den 27: Iber en 8. November J„o Er ten laste gelegd, weegens het arresteren van des visiadoors tuijn aldaar: zoo is verstaan besluit het operhoofd van dat papier voor voldoende en dese gehele affai„ ve hiermeede voor afgedaan te houden, en het opperhoofd bij de besoigne over sadras hier omtrent het nodige aan te schrijven mitsg„s het berigt van den fiscaal bij deezen te in „ bestaten om dat papir„ Sereeren: Aan Den 16. December 1786. -. 26 gelij
English
To the Honorable and Respected Sir Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander of the Coromandel Government, together with the Council, Honorable and Respected Sir and Gentlemen. Your Honors having been pleased, at my request, to issue extracts from the letters of Sadraspatnam dated 27 October and 8 November last, in order to enable me to clear myself of what the Chief van Bijland has thought fit to charge against me therein, I cannot do this better than by truly describing the case in question. After the planting of our flag at Sadras, I summoned one Moetoe Naiker, an inhabitant of that place and a servant of the then vissadoor Bangar Naiker, who, according to the report, passed away on 16 December 1786. I ordered him to write to his master to provide the necessary taljars to guard the place as before; which he undertook to do, but at the same time requested that I also add a letter, which was done. In reply thereto, the visiadoor made known to me his inability, and the misery he had endured under Huijder Alichan and Tipoe Sultan, referring for the rest to what Moetoe Naijker would propose to me on his behalf, whom he recommended to me. The latter declared that the visiadoor was utterly unable to place the necessary taljaars at Sadra, as well through his poverty as through a lack of those people, who had died out, been carried off, and dispersed by the war; and that one therefore had to seek and hire the Taljars there oneself, urgently requesting to advance what was necessary, to be deducted thereafter from his revenues, in the collection of which he asked me to lend a helping hand. Meanwhile, the aforementioned visiadoor sent a second letter to me by a Brahmin, containing a complaint against an English servant, Chinaija Moddelij, stating that the latter, when he, the visiadoor, had escaped from the power of Tipoe Sultan and arrived in the South, had purchased his so-called garden at Sadras—I say so-called because it is merely a piece of arable land with an enclosure—or had taken it in pawn for a certain sum—this I do not know for certain—without his having received the stipulated money, although he had acknowledged such in the granted ola or document; with the request to reassign that garden and its revenues to him. Chinaija Moddelij or his people not being present then to investigate the matter, I ordered one Chiglewaraijl, who had oversight over that garden, to place its revenue, consisting at that time of only 3 to 4 mankaals of native grain called tene, into the hands of the koetewal until this dispute should be decided, with the intention that, if the visiadoor should be in the right, to use the same to pay the taljaars who had been taken into service on his account. On the day of my departure from Sadras, on 16 December 1786, while I was occupied, my chief servant reported that the father-in-law of Chinaija Moddelij, named koetoekalmette Chenglewaraijl Moddelij, had come to assert the claim to the repeatedly mentioned garden. But I had him told that he could address himself to the new Chief, as was also announced to him in the presence of the koetewal, who was acquainted with all its circumstances. Behold, Honorable and Respected Gentlemen, all that I know of this affair, and I dare assure Your Honors that it contains the truth. Never did I forbid the plowing of that piece of land or the sowing of it, as the gentleman van Bijland has seen fit to say that I had done. The small power and character of a visiadoor for the Sadraspatnam district are too well known to Your Honors for me to deem it necessary to describe it here, and with which his Honor seems to want to intimidate me. I will only say that the Chief van Bijland could very easily have decided this matter—which he himself depicts as trifling and hardly worth so much writing, and which, according to his manner of exaggeration, although it is a contradiction, daily causes him so many difficulties—without troubling this government and making so much fuss about it. I have the honor to be with veneration, Honorable and Respected Gentlemen, Your Honors' humble and obedient servant, was signed, I. D. Simons. In the margin: Palliacatta, In the Castle Geldria, 7 December 1786. Furthermore, the Commander informed the meeting that the Haweldhaar of this place still steadily refused to satisfy the Company's share in the tolls, notwithstanding the repeated admonitions made to him, and although the Nabob, to whom the Commander has repeatedly written about it, asserted to have given orders thereto, which order, however, is accompanied by reminders regarding the toll of the 19 bales which in the past year were sent on freight to Batavia per the ship de Both, and which it was judged should be regarded, treated, and accordingly weighed as the Company's, but of which the Nabob still claims toll, solely because they had merely been back and forth on the beach and sent unweighed immediately on board, as the Haweldaar prevented their being carried up; that although that Regent for some time the reasons why he [illegible] the Company's share in the tolls, which amounted at the end of November [illegible]
Dutch transcription
Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer, Opperkoopman en Gesaghebber van het Cormandelsch Gouvernement; Ne„ vens den Raad, Wel Edele Agtbaare Heer en Heeren. Uwel Ede: Agtb: behadigd hebbende op mijn verzoek Er„ tracten uit de brieven van Sadraspatnam, de datos 27: 2ber en 8- November Jo l=n te laaten afgeeven, om mij te kunnen zuijveren van het geen het opper„ hoofd van Bijland mij daar bij geliefd ten laste te leggen; kan ik dit niet beter doen, dan vonde„ lijk het geval in quasti te beschrijven. Na het planten van onze vlag te sadras, liet ik eenen Moetoe Naiker, een Inwooner van die plaats en een bediende van den toenmaligen vissadoor Bangar Naiker /: die volgens het berigt in an of rolssas Den 16. December 1787. Jaar ƒ 397 397„ Den 16. December 1786. Jaars overleeden is:/ roepen, en belaste hem aan zijn Meer„ ter te schrijven, de nodige taljars te besorgen, om de plaats als voor heen te beraaken; het geen hij aannam te doen, dog versogt teffens dat ik ook een brief daar bij voegen zoude, gelijk geschiede. In antwoord van dien gaf den visiadoor mij zijn onvermoogen te kennen, en de elende dier hij bij Huijder Alichan en Tipoe Sultan had uijtgestaan, refereerende zig vóor het overige aan het geen Moe„ toe Naijker mij uit zijn naam zoude voorstellen, dien hij aan mij recommandeerde. Deeze verklaarde dat den visiadoor volstrekt buijten staat was de noodige taljaars op Sadra te plaatsen, zoo wel door zijn armoede, als door gebrek aan dat volk, het welk door den oorlog uitgestorven, vervoerd en verloopen was; en dat men derhalven de Taljars daar zelfs moeste zoeken en aanneemen, met in„ stantie het nodige voor te schieten, om daar na van zijne Inkomsten afte korten, tot welkers inpalming hij mij versogte de behulpzaame hand te bieden; Intusschen zend den voornoemden visiadoor met een bramineesch een tweede brief aan mij, behel„ zende klagte teegen een Engelsche dienaar Chi„ naija Moddelij dat deese, toen hij /:vrsiadoor:/ uit t uit de magt van Tipoe Sultan geechapeerd en om de Zuijd aangekoomen was, zijn zoogenaamde tuijn te sadras /:ik zeg zoogenaamde om dat het maar een stuk teelland met eene omheining is:/ afgekogt, of voor een zekere som in pand genoo„ men had /:dit weet ik niet zeeker: / zonder dat hij de bedongene perningen had ontfangen, of schoon hij bij de verleende ola of geschrift zulks bekend hadde; met versoek om hem die tuijn en dies Inkomsten weder toetewijsen. Chi„ naija Moddelij of zijn volk toen niet te„ genwoordig wesende, om de zaak te kunnen onderzoeken, belaste ik eenen Chiglewaraijl, die het opzigt had over die tuijn, om de revenue er van /:bestaande te dier tijd in maar 3â4. mankaals Jnlands graan, tene genaamt :/ in han„ den van den koetewal te stellen, tot dat dit geschil zoude beslist weesen, met oogmerk om wanneer den visiadoor gelijk mogte heb„ ben, dezelve te doen dienen tot betaaling der taljaars, die voor zijn rekening waaren in dienst genoomen. Op den dag van mijn vertrek van Sadras, terwijl Den 16. December 1786. ik 399: Den 16 December 1786. ik geoccupeerd was, rapporteerde mijn hoofd dir„ naar, dat den schoonvader van Chinaija Moddelij, in naame koetoekalmette Chenglewaraijl Moddelij gekoomen was, om het verschil tot de meermelde tuijn te beweeren, Dog ik liet hem zeggen dat hij zich bij het nieuw opperhoofd konde addresseeren, gelijk hem ook zulks ten bijwee„ sen van de koetewal /die alle omstandighee„ den 'er van bekend was:/ aangekundigd is.— Zie daar wel Edele Agtb: Heeren Heeren. alls wat ik van deese affaire weete, en Hoogst deselve verzekeren durse de waarheid te behel„ zen. Nimmer heb ik verboden om dat stuk land te beploegen of het te bezaaijen, zoo als den her van Bijland goedgevonden heeft te zeggen, dat ik zoude gedaan hebben. Het kleijn pouvoir en Carrecter van een visiadoor voor het Sadra sp=m district zijn Uwel Edele Agtb: te wel bekend, dan dat ik nodig agten zou 't hier te beschrijven, en waarmeede zijn E: mijn schijnt te willen vervaard maaken. Ik zal eene„ lijk zeggen, dat het operhoofd van Bijland dense weijgering door den Haneldaa„ ter voldoening van het aan„ Comp: deese zaak, die hij zelfs als Beuselachtige en naauwelijks zoo veel schrijven waardig af„ maald, mitsg„s hem /:volgens zijn manier van ver„ grooting, schoon het een Contradictie is:/ dagelijks zoo veele moeijelijkheeden veroorzaakt; zeer fa„ cil zoude hebben konnen beslissen, zonder dee„ ze begeering lastig te vallen, en zoo veel Bo„ ha 'er over te maaken. Ik heb de Eere met veneratie te zijn /:onder„ stond:/ wel Edele Agtbaare Heeren Heeren, Uwel Edele Agtb: onderdanige en Gchoor„ zame dienaar /:was geteekend:/ I: D: Simons /. In margine:/ Palliacatta In't Casteel Pelaria den 7. December 1786. Voorts gaf den Heer Gezaghebber de vergadering deel te tollen aan de te kennen, dat den Haweldhaar deeser plaatse nog al gestadig bleef wijgeren om 's Comp:s aandeel in de tollen te voldoen, niet teegenstaande de veelvuldige aanmaningen hem gedaan, en Den 16. December 1786. Schoor Cn 401. Den 16 December 1786. beweerd heeft, voldaan worden, Comp: onder ult:o Nov: bedraagd, schoon de Nabab, aan wien den Heer Gezagheb, mat den Nabab daar ontrand ber iterative daar over geschreeven heeft, be„ wierd ordre daar toe gegeeven te hebben, wel„ de ordre egter verseld is van herinneringen weegen den tol van de 19 pakken welke waarom egter deselve niet in het gepasseerde Iaar per het schip de Both op vragt na Batavia gezonden zijn, en die men oordeelde, dat als 's Comps moesten aan„ gemerkt, behandelt en dier volgens gewoogen wor„ den, dog waar van de Nabab tot pretendeerd, alleen om dat ze maar heen en weeder op het strand geweest en ongemoogen immediaat na boord gezonden zijn, wijl de Haweldaar dies opdraagen belettede; dat of schoon die Re„ hoevel het aandeel vande gent eenige tijd de vieden waarom hij 's Comps aandeel in de tollen /:dat uld. o der gepas„ send
English
amounted to 325 Pagodas, 2734 Cash and 39 Cash in New Nagapatnam currency for the fourth month, from which however the usual charges must be deducted, he did not openly disclose the reason for the withholding, repeatedly merely pretending to have no order from the Nabob. However, one should indeed have guessed that the shipment of the aforementioned bales and the refusal to pay customs on the same must have been the sole cause of that withholding, just as this also became evident no longer ago than the day before yesterday, when the Governor, having sent a reminder to the Havildar, or rather his brother, he himself being in Madras, as he does not fail to do from time to time, received the reply that the Company could immediately enjoy its share after deduction of the amount of the toll for those 19 bales, which he had orders to withhold. To which proposal His Honour has sent no answer. That the Governor, regarding this complaint in this matter, before the said order was dispatched, had complained to the Nabob for the last time in a letter of 28 August, but that it had not pleased His Highness hitherto to answer it, as little as the letter of 14 October which had served to accompany the two elephants sent from Ceylon hither as a present to the Nabob; likewise the court representative residing at the court at great expense can obtain no permission to depart, but is kept waiting with words and promises. That the Governor had several times been indirectly informed that if His Honour wished to request the Nabob to pass the toll for those 19 bales for this time out of friendship and goodwill, His Highness would perhaps do this as a token of favour, but that His Honour had always shown himself averse to this on the grounds that such a request implied an admission that one had sought to defraud the Prince of his customs; All the less, or rather not at all, could such a request be reconciled because upon the arrival of those bales, now in question, it had been unanimously judged that such lots, from which the Company enjoys 20 percent, had to be regarded and maintained as the Company's own goods, both for that advantage and because they were and still are treated as such and stored in Their Honours' warehouses in Nagapatnam and Batavia. His Honour further remarked that at that time nothing was objected from the side of the Havildar except that the bales had come from Madras, where the Company was never accustomed to receive linens, and that they would have had nothing against bringing them ashore had they come from any of the Company's places, which indicates clearly enough that they would wish to consider the Company here as free of toll only for goods brought from its own establishments. To which harmful and arbitrary notion or interpretation of its privileges one cannot and may not give the slightest ground, since the Company is free to buy and sell to and from whom and wherever it sees fit. And since it is quite probable that the Moorish Government will not let go of the matter of the 19 bales, just as it now appears in hindsight that it only wanted to wait with the payment of the Company's share in the tolls until this should amount to more than the toll it claims for those bales, His Honour therefore asked the members for their opinion as to what would be the most suitable way to extricate themselves from this situation, further putting to their consideration: Firstly, how one could now pay toll, since those bales have been considered and treated as the Company's; Secondly, that one could not suitably leave this matter resting thus and let the Company's share in the tolls accumulate, as this would not only create confusion, but could also entail the danger of being able to obtain those arrears later either not at all, or at least only with great difficulty. Upon which, what was alleged by the Governor having been extensively discussed and considered, it was unanimously agreed to leave the Company's share of the tolls in abeyance until Their High Mightinesses, to whom this affair will be detailed at length, shall be pleased to issue orders in this regard. By the Fiscal Joan Daniel Simons, 16 December 1786.
Dutch transcription
„vat, win daar ontred gegist heeft, zelver wat antwoord daar op erlangd, sierde maand aan Nieuwe Nagap: pag: 325. 2734: 39. Casjes bedraagd, waar van egter de gewoone ongelden afmoeten:/ inhoud niet opentlijk te kennen gaf, telkens maar voorgeevende geen „ordre van den Nabab te hebben; men egter wel hadde moeten gissen, dat de afscheep van die bovengemilde pakken, en de weijge„ ring om tot van deselve te betaalen al„ leen de oorzaak van dat inhouden moes„ ten wesen, gelijk zulks dan ook niet gedaan aannaaning en helanger dan eergisteren is gebleeken, van„ neer de Heer Gesaghebber den Hameldaar / of val zijn booeder zijnde hij zelefs te sta„ dras :/ weder, gelijk niet nalaat van tijd tot tijd te doen, hebbende laaten aanmanen ter antwoord kreeg, dat de den 16. December 1786. Compe. Compe 403; Na bab op zoo wel, als op een vroe„ gere brief, aanhouding egter van den Comp: haar aandeel aanstonds konde genieten na aftrek van het bedragen der tol voor die 19 - pakken, die hij ordre hadde om in„ te houden: op welk voorstel zijn Edele niets heeft laaten antwoorden;. Dat den Heer Gezaghebber over deeze doleantie dierwig„t bij den affaire, eer dat gemelde ordre was geexpetieerd, aan den Nabab voor de laatste kier bij een brief van den 28. Aug:s hadde gedoleerd, dog dat het zijn Hoogheid tot nog toe non bekomen antwood daar niet hadde behaagd daar op te antwoor„ den, eever weijnig als op den brief van den „14. october die gediend hadde ten geleijde der van Ceilon herwaarts tot geschenk aan den Nabab overgesondene twee stuks Eli„ phanten; gelijk meede den aldaar met veel on Cunantie„ Den 16. December 1786. kosten F wat oven den Hee Gesagh te kenen gegeeven heeft, om van zijn doogh: te verzoeken„ ten gesigte van de versondene 99 particulier pakken na Batavia kosten aan het Hof zijnde Courantier geen verlof om te vertrekken kan krijgen, maar met woorden en beloften word opgehouden. Dat men den Heer Gesaghebber diverse maalen van ter zijden had te kennen ge„ geeven, dat wanneer zijn Ed den Nabab wilde versoeken om den tol voor die 19. pak„ ken voor deese reijse uit vriendschap en gene„ gendhuid te passeeren, zijne Hoogheid dit mogelijk wel zoude doen als een gunst bewijs, dan dat zijn Ed, zig daar van altoos alleen hadde getoond uit hoofde een diergelijke verzoek een beken„ tenisse insluijd, dat men den vorst zijne tollen hadde zoeken te benadeelen; Den 16 December 1786. Te 405. Te minder, of liever in 't geheel niet kon„ paarque diswegens den zulk een verzoek strooken, om dat men bij den aanbreng van die pakken /: nu in quistie :/ eenpaarig geoordeeld hadde, dat dier„ 2 „gelijke Cardeelen daar de Comp:e 20 p:r C„to vaa geniet, als 's Comps eijgen goed moest worden aangemerkt en gemainteneerd, zoo om dat voordeel als om dat dezelve te Naga„ patnam en Batavia als zoodanig behandeld en in haar Ed: pakhuijsen op„ „geslaagen zijn, en nog worden. Remar„ queerende zijn Edele verders, dat 'er toen„ maals van den kant des Haweldaars niets wierd geobjecteerd, dan dat de pakker van Madras gekoomen waaren, Den 16. December 1786. van2 vervolg waar de Comp: nimmer gewoon was Lijwaaten te krijgen, en dat men teegen het aan de wal brengen van dezelve niets zoude gehad heb„ ben, waaren ze van eenige van 's Comp:s plaat„ zer gekoomen, het welke niet onduijster te kennen geeft, dat men de Comp: hier al„ lien als tot vrij zoude willen aanmer„ ken voor goederen die zij van haar rijge sta„ blissementen aanbrengt, aan welk schaa„ delijk en willekeunig begrip of uit legging van haare voorregten men geen de minste voet kan of mag geeven, dewijl het de Comp. e vrij staat te koopen en te verkoo„ pen aan en van wien en waar ze goeduind. En nadien het vrij waarschijnlijk is, dat de Moorse Regeering het stuk van de Den 16 December 1786. 93 407. 407. Den 16. December 1786. den Raad, 19. pakken niet zal loslaaten, gelijk, het nu van agteren blijkt, dat zij met de be„ taaling van 's Comp=s aandeel in de tollen alleen heeft willen wagten, tot dat dit meerder zoude bedragen als de tot die zij van die pakken pretendierd, waarom zijn Ed: de Leeden hun gevoelen vroeg, wil„ ke de gevoegelijkste manier zoude zijn, om zig met een uit dit geval te redden, geevende hun verder in Consideratie, Eerstelijk: Considicatie dierwijs aan hoe men nu tot zoude kunnen betaalen, daar men die pakken als Comp:s geconsidereerd en behandeld heeft; Ten tweeden: dat min deese zaak met gevoeglijkheid dusdanig niet kon laaten berusten en 's Comp=s aandeel in besluit om het aandeel der thollen van de Comp: op zijn beloop te laaten, N: B: te verzoeken, vergeving door Simonsen Zeeke van een bondeltje met papieren, in de tollen oploopen, wijl dit niet alleen verwarring zoude maaken maar ook het gevaar konde na zig sleepen van die agterstallen, naderhand off in het ge„ heel niet, of ten minste niet dan met veel moeijte te kunnen krijgen: waar over in het breede geraisoneerd en overwoogen zijnde het door den Heer Gesaghebber geallegueerde, zoo is een paa„ rig verstaan het aandeel van 'sComps tollen zoo lange op zijn beloop te en diens de order van H. laaten, tot dat Hun Hoog Edelheedens, welke deese affaire in het breede zal worden gedetailleerd, hier omtrent ordres zullen gelieven te stellen. Door den fiscaal Joan Daniel Den 16. December 1786 Simens
English
409. the 16th of December 1786: having been handed over by Simons and the Dispenser Pieter Willem Seeke, consisting of a bundle of papers containing a petition to Their High Noble Excellencies accompanied by various appendices relative to their mission in the army of the Nabob Haider Alichan, which petition and appendices they had forwarded to Ceylon for further transmission. But since there is no evidence that those papers were ever received in Batavia, and the said fiscal and dispenser consider them to be the most necessary proofs and verifications of their submitted account, they requested that a note of this be kept, and that the bundle be handed over to the Commissioners, the merchant Martinus Stoffenberg, the junior merchant Philippus Henricus Heshusius, and the bookkeeper Simon Duijnevelt, who pursuant to the resolution of the 26th of 7ber last were appointed to examine that account; in which request it was agreed to condescend. Since there are no more than 212 flintlock stones remaining in stock in the garrison, which small remainder cannot suffice until relief is received from Batavia, it was agreed to have 500 pieces purchased in Madras or elsewhere, if they can be obtained. Furthermore The 16th of December 1726 411. The 16th of December 1786. Furthermore, the long-awaited copy report of the defects of the gurab de Hoop, which occurred during the storm between Bimilipatnam and Jaggernaikpoeram, was tabled by the Governor, together with the copy of the calculation of how much repairing the same would amount to; which papers, according to the letter of the chiefs of the latter-mentioned office dated the 11th of the past month, were delayed by the illness of the master ship's carpenter Bleeker. Regarding these documents, and first of all the report of the defects, His Honour made known that, although he was willing to assume as probable that the gurab could have contracted many of the reported defects in that severe storm, it nevertheless appeared somewhat improbable to His Honour that so many beams, futtocks, etc., should be needed to repair that small keel, given that it was inspected in the spring by that same master carpenter Bleeker and was found firm and strong according to his own written report; That His Honour likewise could find no acceptable or sufficient reason why the name of the commander of the gurab, Jan Mulder, was not found at all in the said papers, whereas the report, if it were to deserve full credence, should at least have been signed by him as Known to Me, since he could certainly judge the defects best, at least better than two people who possibly have never seen that vessel. That with regard to the calculation, it appeared to His Honour that it was drawn up by Bleeker and not by the chiefs, as they ought to have done pursuant to the order of this Government dated the 18th of September from a report of the defects to be submitted to them by that master carpenter; and that as to the content of that paper itself, it appeared to His Honour that it swarmed with absurdities, which he could not take the trouble to verify any more than could be done in full Council, because they were too numerous and situated in almost every item; wherefore he proposed to place the same in the hands of one of the members to make a written report of his findings, which could serve to deliberate and decide on solid grounds concerning this matter (which must be left to rest for so long). The 16th of December 1786. 413. The 16th of December 1786. The sentiment of the assembly agreeing completely with this, it was resolved accordingly, and the calculation was placed in the hands of the merchant Simons. Bernard van Roo, tailor of Bruges, having been transported to Madras as a prisoner of war after the loss of Nagapatnam and, like many others, having been compelled to enter the service of the English, having arrived here on the 3rd of this month and requesting to be readmitted as a soldier at his formerly earned wage of f 14. per month: it was agreed to grant his request and to issue him proper certification thereof, effective the first of this month. It was further resolved to engage as Drummer Pieter Alexander of Palliacatta, and as Piper Joseph Mirnas of Jaggernaikpoeram, at a pay of f 11. per month, being as much as they earned with the Company before the war, under an engagement of five years, effective primo November since which time they have performed their services. Thus Done and Resolved In the Castle
Dutch transcription
409. den 16. December 1786: dienende tot benijser van haare Commissie bij Heider Aeij gegeven hebben aan de gecomm, ter hand te stellen. Simons, en den Dispanier Pieter Willem Seeke overgegeven zijnde een bondetje papieren behelzen der een Request aan Hun Hoog Edel„ heedens geaccompagneerd van diverse bijlaagen rebatief tot hunne Commissie in het leeger van den Nabab Haider Alichan welke request en bijlaagen zij na Ceilon ter „verdere voortschikking hadden overgezon„ den. Dan dewijl er geen blijken zijn, dat git zij daan bij te kunnen die papiren ooit te Batavia ontfan„ gen zijn, en gemelde fiscaal en dispencier de„ selve houden voor een aller noodzaakelijkste berijsen en verificatien van Hunne inge„ leeverde Reekening, zoo versogten zij met versoek om het zelve dat hier van aanteekening mogt gehouden worden, en het Bondeltje ter hand gesteld worden die benoemd zijn, om de reek: te examineren, ten in voorraad zijn. dras te laaten in koopen wvorder aan de Gecommitteerdens den koopman p=l Martinus Stoffenberg, den onderkoop„ man Philippus Henricus Heshu„ sius, en den Boekhouder Simon Duijne„ velt, die ingevolge besluit van den 26. Ier: Jongst, benoemd zijn, om die reekening besluit daarin te accoderen te examineeren, in welk verzoek verstaan is te Conde soendeeren. hoe veel snaphaan steenen Dewijl er geen meer snaphaan steenen in het Guarnisoen per restant zijn, dan 212, welk gering restant niet kan toe„ rijken tot men ontzet van Batavia be stuit 500 stux te Mo, zal krijgen zoo is verstaan 500 ps te Madras of elders te laaten inkoo„ pen zoo te bekomen zijn Voorts Den 16. December 1726 411„ Den 16. December 1786. nevens de Calculatie van de ge„ ven dus lange getardeerd hadt, raisonnement dierwegens, de naam van den Gesaghebber Voorts wierd door den Heer Gesaghebber ter tafel geneduning van het Copia oerpoel bragt het lang verwagte Copia apport van de binken aan de Goerab, gebreeken aan de goerab de Hoop in de storm tusschen Bimilipatnaor en Iaggernaik p=m aangekomen, reens de Copia van de Calculatie hoe veel het repareeren derselver zoude bedragen, welke papieren volg„s schrijvens van de opperhoofden van 't laastgem: Comptoir van der 11. naarm de Zuding dis paper„ der gepasseerde maand hebben getardeerd door de ziekte van den operscheeps timmerman Bleeker: omtrent welke documenten en weleerst het Raport der gebreken zijn Ed: te kennen gaf, dat, schoon hij wel waarschijn„ lijk wilde stellen, dat de Goerab. in die Zwaare storm veele van de opgegevene gebreeken hadde kunnen Contracteeren, het zijn Agtb: egter wat improbabel voor„ kwam, dat om dat kieltje te repareeren zo veele balken, oplangers etc: zouden dienen gebesigd te werden, daar het door dien zelven timmermans Baas Bleeker in het voorjaar gevisiteerd, en volgens zijn eijge schriftelijk Rap„ port hegt en sterk bevonden was; Dat zijn Ed: zig meede geen aanneamelijke veel mie vol, nonte vindere oeden waarom„ doen de verderen konde voorstellen, waarom in gezegde Mulder nit daar o bij genoemd wierden, papieren blijking dat de Calculatie opgemaakt, was; den van een der Leiden ter a„ aminatie te stellen, papieren de naam van den gezaghebber van de goerab Jan Mulder in het geheel niet gevonden wierd, daar het Rapport als het volkomer geloof zoude verdienen, ten minsten door hem hadde moeten getekend werden als Mij Bekend, alzoo hij zeker best van de gebreeken kon„ de oordeelen, ten minsten beeter als twee menschen, die mogelijk dat vaartuig nooit gezien hebben: Dat zijn door den baas Eimmerman was Agtb: ten aanzien der Calculatie was gebleeken, dat deselve door Bleeker, en niet door de opperhoofden was op„ gemaakt, gelijk zij volgens het aanschrijven deezer Re„ „gering van den 18. September uit een Rapport der ge„ breeken, hen door dien Baastimmerman over te geeven, hoedanig dat papis ingerigt hadden behooren te doen; en dat wat den inhoud van dat papier zelve betoof, het zijn Agtb: voorkwam, dat het zelve krielde van ongerijndheeden, om wil„ ke na te gaan hij zig niet hadde kunnen ver„ ledigen even weijnig als zulks in vollen Raade zoude kunnen geschieden, wijl ze te veel, en bijna in prspositie on het zelve in hew „elke post gelegen waaren, weshalven voorstelde om het zelve aan een der Leeden in handen te stellen om van zijne bevinding te doen schriftelijk verslag, het welk zoude kunnen dienen, om met vaste grond over deeze zaak (:die men zoo lang diend te laaten be„ rusten:/ te besoigneeren, en besluijten. Den 16. December 1786. A A 413. Den 16 December 1786. Coopman Simons op te dragen een Pijper, Het gevoelen van de vergadering hier meede volko„ besluit om zulks aan den men overeenstemmende, wierd dit zoodanig besloten, en de Calculatie in handen gesteld van den koopman Simons. —. Dit als keijgsgevangen Carmenie, Bernard van Roo, „adars se varen olaat in sebeek van Brugge na 't verlies van Nagap=m na Ma„ dras vervoerd en gelijk veel andere genoodzaakt zijnde geweest om bij de Engelschen dienst te neemen, alhier op den 3. ' deeser aangekomen weesende, en ver„ soek doende om als soldaat op zijne voormaals gewonnen hebbende gagie van ƒ 14. ter maand te moo„ „gen werden gereadmitteerd: zoo is verstaan zijn versoek te accordeeren, en hem daar van behoorlijk acte te verleenen, ingaande primo deezer. . Nog is gearresteerd om als Tamboer in dienst Item van een tanboerens te neemen Pieter Alexander van Pallia„ catta, en tot Pijper Joseph Mirnas van Iag„ gernaikpoeram, op eene besolding van ƒ 11. ter maand, zijnde zoo veel zij voor den oorlog bij de Comp=e heb„ ben gewonnen, onder een verband van vijf Jaaren, in„ gaande prims November zedert wanneer zij Hun„ ne diensten hebben gepresteerd. Aldus Gedaan en Gearresteerd Int„ Casteel dienst,
English
Oath taken by the President and new Members of the Orphan Chamber. Castle Geldria at Palliacatta, date as above. Signed by all, except M. Stoffenberg. Monday the 18th of December 1786. In the morning at nine o'clock. Meeting of Policy. All present. The Lord Commander made known that he had convoked this meeting for the settlement of various matters, and made a beginning with swearing into their capacities the president of the Orphan Chamber appointed by Their High Nobilities, the merchant and Warehouse Master Martinus Stoffenberg, together with the further persons appointed to the aforementioned College by resolution of this Council of the 26th of September, as was then first done by the mentioned President taking the Oath into the hands of the Lord Commander, which was thereupon likewise done by the members of that College named in the aforementioned resolution and summoned to the meeting for that purpose, all according to the formulas established for it. While the vice president, the junior merchant Philipus Henricus Heshusius, was now excused from taking this Oath, on the grounds that he had already taken it as a Member; of all of which it is understood to keep a record, and to give notice thereof to the College of Orphan Masters by Extract of this. The 18th of December 1786. Oath taken by the beneficiaries of the gratuity. Order to Palicol for Schliephaken to execute a declaration. Individual declarations to be sent by the chiefs and seconds of the offices. The beneficiaries of the gratuity on the purchase and sale, pursuant to the honored requisition of Their High Nobilities, having tendered the oath of purgation; it is therefore resolved to make note thereof here, as well as that the Bookkeeper Sebastiaan Matthias Schliephaken, having functioned as unpacker, has not taken the aforementioned Oath due to his departure for Palicol, wherefore it is directed to order the chiefs of Palicol to have him execute a declaration in proper form; and further resolved to order the collective chiefs and seconds of the respective outer offices of this coast by circular to send over, separately and each for himself as participants in the gratuity, a similar signed declaration, as was practicable upon the taking place of previous gratuities; The 18th of December 1786. Demonstrated bad condition of the warehouse. Storage of the camphor in the great cash vault. Named Commission for that purpose to have an inspection made. Production of their Report. What appeared thereby. The Honorable Head Administrator Tadama, accompanied by the Warehouse Master Stoffenberg, having demonstrated to the Lord Commander the bad and damp condition of the trade warehouses in this fort, whereby the warehouse master was aggrieved with reason concerning the preservation of goods subject to decay, and especially of the camphor, which, in order to prevent volatilization as much as possible, he had placed in the great money vault for lack of better opportunity, with the request to have an inspection of its condition made; and a Commission of two Members from the Council of Justice having been appointed thereto by the Lord Commander in the presence of the fiscal; the same, after execution, had served a written Report, which was produced by His Honor, and under demonstration of the precautions taken, was found substantially to contain concerning the condition: That a great quantity of pepper, with which the camphor was mostly covered, had broken out all damp and wet, and was caked to the walls; that of the tubs which had stood against the walls, the gunny sack covering them was mildewed and entirely rotted; as also the mats on the walls; which one must attribute to the dampness that penetrated through the walls that form the rampart of the fort, and no less to the dilapidated and bad condition of the warehouses, whereby it was by no means to be attributed to the negligence of the warehouse master; further reporting that they had caused thirty camphor tubs to be weighed, and on each of them found 4 lb underweight, mostly as the tubs had sagged at the top near the solder some three or four inches in thickness, and that the camphor must certainly have volatilized, as further appears from the following Report itself: Weighing of 30 tubs of camphor. Rotten gunny sack with the weight. Insertion of that Report. To the Right Honorable Worshipful Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander of the Coast of Coromandel, etc., etc. Right Honorable Worshipful Sir, Pursuant to Your Right Honorable Worship's honored order, we, the undersigned judicial Members as express commissioners, in the presence of the Honorable Fiscal Joan Daniel Simons, have betaken ourselves to the Trade Warehouse, standing The 18th of December 1786.
Dutch transcription
gepresteerden eed door den Pre„ sident en nieuwe Leeden van de weeskamer, Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz /:was getekekend:/ Door alle /: Except. / M: Htof„ fenberg. Maandag Den 18. December 1786. Smorgens te Negen uuren, Vergadering van Politie Alle Pretent, De Heer Gesaghebber gaf te kennen deeze verga„ dering geconvoceerd te hebben ter afdoening van di„ ening verse zaaken, en maakte een aanvang met den door Hun Hoog Edelheedens aangestel„ den president van de weeskamer den koopman p:l en Pakhuijsmeester Martinus Stoffer„ berg neevens de verdere bij besluit deezer tafel van den 26. September in voor„ noemd Collegie aangestelde Lieden in die quali„ Den 16. December 1786. teiter 415„ daar van, besluit hier van bij Extract bij aan dat Collegie kennisse te Collegi „teiten te biedigen, gelijk dan eerst door ge„ melde President den Eed aan handen van den Heer Tesaghebber wierd afgelegd, het geen daar op door de bijgedagt besluit genoemde, en ten dien eijnde in vergadering ontbooden leeden van dat Collegie meede geschiede alles na volgens de formilieren daar toe gestatueerd. — Terwijl de vice president de onderkoop, vegunkering van Heshusins man Philipus Henricus Heshu„ sius nu van het doen deeser Eed geexcuseerd wierd, uit hoofde denzelven bereeds als en waarom, 6 Lid gedaan hadde van welk een en ander verslaan is notitie te houden, en daar van aan het Collegie van weesmeesteren bij geeven, Den 18. December 1786. Extract gedaanen eed door de Genieters van het Douceur„ last na Palicol om door schliephaken een declaratoir seeren e „ zomende af zonderlijke dit os door de opperhoofden en Se„ vundens der Comptoiren, Extract deeses kennisse te geeven. De genieters van hhet Douceur op den in en verkoop ingevolge geëerd Requisit van Hun Hoog Edelheedens gepresenteerd heb„ bende den Eed van purge; zoo is verstaan ter dier eijnde te doen pers ook daar van bij deesen aantekening ng te houden, als meede dat den als afpak„ ker gefungeerd hebbende Boekhouder Se„ 78 bastiaan Matthias Schliephaken door zijn vertrek na Palicol niet heeft gedaan den Eed voornoemd, waaron gediresteerd is de opperhoofden van Pa„ licol te gelasten hem een declaratoir te doen passeeren in behoorlijke forma; en wijders verstaan de Tezamentlijke opperhoofden en secunders der Respective buijten Comptoiren Den 18. December 1786 deser 417. Den 18. December 1786. van het pakhuijs, groote gelde Cas sa„ deeser kuste Circulair te gevasten om afzon„ derlijk en ieder voor zig zelven als par„ ticipanten in het Douceur, een diergelijke getekend Declaratoir over te zenden zoo als bij het stand grijpen van voorige douceuren is practicabel geweest; De E: Hoofdadministrateur Tada, gentoonden stegte g'steldheid ma verseld van den pakhuijsmeester stof„ fenberg, aan den Heer gezaghebber ver„ toond hebbende, de slegte en vogtige ge„ steldheid van de negotie pakhuijsen. in dit fort, waar door de pakhuijsmeester zig met rreden bezwaarde wegens de Con„ servatie van bedeef onderworpen zijnde goed„ ven, en voornamentlijk van de Camphur, die brging van de Carphur in de om het vervliegen zoo veel mogelijk te mog gelij pr te laaten doen, beroende Commissie daar toe productie van haar Rapport, wat dar bij is gebleeken, precaveeren uit gebrek aan betere gelegendheid in de groote geld kassa geplaatst had„ versoek meer opneen daar van te moeten werden, met verzoek om een opneem van dies gesteldheid te laaten doen; en door den heer Gesaghebber daar toe benoemd zijnde Een Commissie van twee Leeden uit den Raad van Justitie ten overstaan van den fiscaal; zoo hadde die na verrigting gediend van schriftelijk Rapport, dat door zijn Ed: geproduceerd, en onder aantoning van de aangewende precautien, bevonden wierd wegens de gesteldheid substancieel te behelzen: Dat een groote quantiteit peper, met meest welke de Camphur was bestord, Den 18. December 1786. al 419. Den 18. December 1786. weegen van 30. balies Comphur al vogtig en nat was uitgeslagen, en aan de muuren vast gebakken; Dat van de balies, die teegen de muuren hadden ge„ staan de goenij; die om dezelve zat ver„ spogt, en ten eenemaal verrot was; zomee„ de de matten aan de muuren, dat men aan de vogtigheid die door de muuren, die de wal van het fort uitmaaken, is door„ gedrongen moet toeschrijven, en niet minder aan de bouwvallige en slegte gesteldheid der pakhuijsen, waar door het geenzints aan de negligencie des pakhuijsmeesters was toe te schrijven; berigtende wijders, dat bandere gunijl bij het zij dertig Camphur balies hadden laa„ ten weegen, en op ieder derzelve 4. lb min„ wigt G „wigt bevonden, meest al door de balies van boven bij het soldeerzel wel drie of vier duijm dikte waaren ingezakt, en dat de Camphur zekerlijk verloogen moet weeken, gelijk nader blijkt uit sotetie van dat Raport, het ondervolgend Rapport zelve: Aan den wel Edele Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer, Opperkoopman en Gezaghebber der kuste Cormandel Etc: Etc: Wel Edele Agtbaare Heer Ingevolge uwel Edele Agtb: geëerd bevel, hebben mij ondergeteekende Justitieele Leeden als Expresse gecommitteerdens, ten overstaan van den E: fiskaal Joan Daniel Simons, ons vervoegd in 't Negotie Pakhuijs, staar„ Den 18. December 1786. de
English
421. The 18th of December 1786. the in the fort, under the responsibility of the Warehouse Master Martinus Stoffenberg, and there closely inspected the camphor tubs, and found them all to be standing in the large treasury vault, upon a wooden floor constructed for that purpose and covered with mats, with which the walls were likewise screened off, on which and against one another the camphor tubs were placed, covered with a large quantity of pepper, which for the most part had turned damp and wet, and had thereby baked solid to the walls; the camphor tubs for the most part had stood, the gunny sacks in which it was contained were mildewed and completely rotten, as were the mats against the walls; which must be attributed to the dampness that penetrated through the walls constituting the rampart of the fort, and no less to the dilapidated and bad condition of the warehouses, so that this can in no way be ascribed to the negligence of the Warehouse Master. We had some of those camphor tubs, to the number of thirty, weighed, and found a shortage of four pounds on each of them, mostly because the tubs at the top, near the solder, were sunken in by fully three or 4 inches in thickness, which must certainly have wasted away or evaporated. Wherewith hoping to have complied with Your Right Honourable's much respected order, we call ourselves with the highest esteem, was signed: Right Honourable Sir! Your Right Honourable's humble and obedient servants, was signed: P: A: Heshuijsius and I: Vrijmoet. In the margin: Palliacatta, the 3rd of November 1786. Lower: In the presence of me, signed: J: D: Simons. Decision to write off that short weight at the sale, and to hold the warehouse master unaccountable. This report having been attentively summarized and considered, it was approved to have this short weight—as being caused solely by the bad and damp condition of the warehouses, which cannot be remedied because their walls, which form the inner wall of the rampart, The 18th of December 1786. 423. The 18th of December 1786. due to age, can no longer withstand the soaking through of dampness from the rampart walkway, which absorbs all the rainwater because the drains, which is strange, are higher than the walkway itself, whereby the beams of the ceiling of the warehouses resting in that wall are also rotten, and remaining both inside and above them is dangerous—written off at the sale above the ordinary validation, and to hold the Warehouse Master Martinus Stoffenberg unaccountable and indemnified for that loss. While it is furthermore approved, as the only expedient, to move the camphor into a small room in which recently, during the drying out of the gunpowder cellar after its repair and plastering, the gunpowder was kept, and whereto the same was immediately transferred after the receipt of the aforementioned report. Removal of the camphor to another room. Reading of a petition with an annexed copy of a letter from the Church Council at Nagapatnam, requesting orders how to act with the churches, the orphanage, and the church funds, without waiting any longer for the necessary orders. By the Elders, the Provisional Merchant and Fiscal of this Head Settlement Joan Daniel Simons, and the Provisional Junior Merchant as well as Secretary of Police Broerius Brouwer, and the Deacon, the First Sworn Clerk Ian Ioachim Hasz, as members of the Reverend Nagapatnam Church Council, there was presented to the Lord Commander and by His Honour exhibited in Council, a petition, annexed to which is a copy of a letter from the aforementioned The 18th of December 1786. Church Council addressed to them, in essence urging for the necessary orders as to how that body shall have to conduct itself regarding the Reformed Dutch and Malabar churches, the leper orphanage, as well as the ecclesiastical servants, both native and European, the orphans, and the other people supported there by the Diaconate; since that body was persuaded of the vanity of the hope for the restoration of Nagapatnam and therefore it was no longer to be awaited, the more so as their Reverences found themselves unable to maintain the native servants of the church and the almsmen any longer for lack The 18th of December 1786. 425. of the necessary resources. Request for 400 pagodas taken by the Company from the Diaconate treasury, as well as 225 pagodas borrowed. That their Reverences, out of the most pressing necessity for the monthly provisions, had been compelled to borrow from the missionary Gericke, at one percent per month, a sum of 225 pagodas; requesting therefore that there may be remitted to the Church Council a certain sum of 400 pagodas, borrowed by the Company from the Diaconate in the year 1731 at 1 percent per month, together with its accrued interest; that petition being of the following literal tenor. Text of that petition. The 18th of December 1786. 427. To the Right Honourable Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander of the Coromandel Government with the Dependencies thereof, etc., etc., together with the Council. Right Honourable Sir and Gentlemen. The undersigned Elders and Deacon take the liberty, with due respect, most humbly to inform Your Right Honourable How they recently received a letter from the Reverend Minister van der Werth and the other members of the Church Council at Nagapatnam, the copy of which respectfully accompanies this, wherein their Reverences request to petition Your Right Honourable most humbly in their name to provide them with the necessary The 18th of December 1786. orders
Dutch transcription
421. Den 18. December 1786. de in het fort ter verandwoording van den Pak„ huijsmeester Martinus Stoffenberg, en aldaar exact besigtigt de Campher Balies, en dezelve alle bevonden te staan in de groote geld Cassa, op eene„ daar toegemaakte Houte vloer met matten belegd, waarmeede insgelijks de Muuren waaren afgeschut, waar op en tegens aan op den anderen gesteld waaren de Camphu Balies, met een groote quantiteit peper, bestort, welke meest al vogtig en nat was uit„ geslaagen, en daar door aan de Muuren vast ge„ bakken was; de Camphur balies meest al „hadde gestaan, de goenij die im de zelve sat verspogt, en ten eenemaal verrof, soomeede de natten tegen de muuren die teegens de muuren „ dat men aan de vogtig„ heijd, die door de Muurer die de wal van 't fort uitmaaken is doorgedrongen moeten schrijven, en niet minder aan de bouwvallig en slegte gesteld„ heid der Pakhuijsen, zoo dat zulks in geene deele aan den negligencie van den Pakhuijsmeester kan toegeschreven worden; wij hebben eenige dier Can„ phur Balies ter getalle van dertig, laaten weegen en op ieder derzelve vier ponden min ge„ nigt bevonden, meest al door dien de balies van verkoop te laaten afschrijven, van booven bij het zoldeersel, wel drie of 4. duijm dikte waaren ingezakt dat zeker„ „lijk verteerd of vervloogen moet weezen. Waarmeede verhooper aan Uwel Ed: Agtb: zeer geagte ordre voldaan te hebben, noemen wij ons met de meste hoog achting /:onderstond:/ Wel Edele Agtb: Heer! uwel Edele Agtb: onderdanige en Gchoorsaame Die„ maaren /:was geteekend:/ P: A: Hes„ hursius en I: Vrijmoet /:In margiar:/ Palliacatta den 3. ' November 1736. /:lager:/ ten overstaan van mij /:getee„ kend:/ J: D: Simons. —. besluit dat minnigt bij den Dit Rapport attentief geresumeerd en overwo„ gen zijnde, zoo is goedgevonden dit minwigt„ als alleen veroorzaakt door de kwaade en vogtige gesteldheid der pakhuijsen, die niet te verhelpen is, door dien de muuren derzelve, die de binnen muur van het rempart Den 18. December 1786 423. Den 18. December 1786. delijk te houden, een ander vertrek, rempart zijn, door ouderdom het doorslaan der vogtigheid van de walgaag, die al het Regenwater inzuijgt, door dien de nater„ 9 loosingen, dat wonderlijk is, hooger zijn dan de gang zelve, niet meer kunnen tegenstaan, waar door ook de balcken van de zolde„ ving der pakhuijsen, die in die muu leggen, verrot zijn, en het verblijf zoo wel in als booven deselve gevaarlijk is, bij den verkoop „boven de ordinaire validatie „te laaten afschrijven, en den pakhuijsmees, en der pak huijsm:rs onverantwoor„ ter Martinus Stoffenberg voor die schaa„ de omverantwoordelijk te houden, en te indem„ neeren. Terwijl men alverder als het eenigste Expedi„ verlaatzing van de Camp hur ins ent goedkeurd de verplaatsing van de Camphur in een vertrekje, waar in nog onlangs geduuren„ de G ckining van een rque At novensien Copij brief van den kerkenraad te Nagap=t de het opdroogen der kruijtkelder van de ge„ paratie en bepleijstering, het buskruijt be„ waard was, en werwaards dezelve aanstonds na het inkoomen van bovengemeld Rap„ port was overgebragt. —. Door de ouderlingen den koopman p„l en fis„ caal deezer Hoofdplaatse Joan Da„ niel Simons, en den onderkoopman p:l mitsg„s Secrtaris van Politie Broe„ rius Brouwer, en den Diacon den Eerste gesw: Clercq: Ian Ioachim Hasz: als Leeden van den Eern: Nagapatnam„ ser kerken Raad aan den Heer Gezag„ hebben gepresenteerd en door zijn Ed: in Raade geexhibeerd, zijnde Een Request 6 annex een Copia brief van voornoemden Den 18. December 1786. kerken - 425, te handelen met de kerken, het wershuijs, en de kerken„ gelden doen konden, kerken Raad aan hun gerigt, ten deerende In„ versakende om order hoedanig stantie om de noodige beveelen hoedanig dat waar„ Collegie zig zal hebben te gedraagen omtrent de gereformeerde Hollandsche en Mallabaar„ sche kerken het Leproosen weshuijs, mitsg„s de kerkelijke bediendens zoo Inlandsche als Europieschen, de weeskinderen, en de verdere door de Diaconij aldaar gealimenteerd werdende lie„ den, aangezien dat Collegie gepersuadeerd was van de ijderheid der hoop op de herstel„ ling van Nagapatnam en 'er dus niet langer na te wagten was, te meer hun Eerw„s zig als nit langen de godige or„ buijten staat bevonden om de Inlandsche bediendens der kerke en de gealimenteerdens langer te kunnen onderhouden uit gebrek —von Den 18. December 1706. opgenomen hadt, versoek om 400. pag:s door de Comp: ait de diaongs Cassa Genegotieerd, van de noodige sourdes. -- waaron ok 225 pagjiopenent Dat Hun Eerw„t uit de prangenste nood„ zaakelijkheid tot de maandelijkse ver„ strekkingen waaren gedrongen geweest om van de missionaris Iericke teegens een prC=to 'smaands een somma van 225. -. Pagoden te negotieeren, verzoekende mits dien dat aan den kerken Raad mag wer„ mag den overgemaakt een zeekere door de Comp:e in den Iaare 1731: van de diaconij opgenoomene somma tegens 1. pr C=t smaanrds pag: 400. nevens dis verloopene intressen: zijnde dat supplicq woordelijk van den Stutir ven dat gequst, volgende in houd. —. Den 18. December 1786. Man 427. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer, Oppercoopman en Gesaghebber van Het Corman„ delsche Gouvernement met den Resorte van dien Etc: Etc: Nevens den Raad. Wel Edele Agtbaare Heer en Heeren. De ondergeteekende ouderlingen en Diacon, nee„ men met gepasten eerbied de vrijheid uwe wel Edele Agtb: ootmoedigst te kennen te geeven. Hoe zij onderdaags een brief van den Eerw: heer Predikant van de werth en de overige Zee„ den van den kerkenraad te Nagap=m hebben ontfangen /:welkers Copij deesen in eerbied ver„ „zeld:/ waar bij Hunne Eerw„s verzoeken, om uit haaren naame bij uwe wel Ed: Agtb: oot„ moedig te insteeren haar met de noodige Den 18 December 1786. beveely
English
to provide instructions regarding how they will have to conduct themselves concerning the Reformed Dutch and Malabar churches, also the leper house, the orphans, and the church servants, among whom is the comforter of the sick Lenselink, who is practically in his second childhood, since Their Reverences imagined that the hope for the restoration of Nagapatnam was vain, and thus no longer to be awaited, all the more because the lack of maintenance for the native servants, the orphans, and other people supported there by the diaconate was so great that Their Reverences had been in the utmost necessity to borrow 225 pagodas at one percent interest in order to keep the monthly provisions going to some degree, and thus no longer found themselves able to make good those expenses, because nothing 18 December 1786. 429. note of the 209 pagodas paid in reduction of that debt. the remainder of which will also be handed over to merchant Simons, came in from the outstanding funds of the diaconate treasury or the interest thereof; therefore, the humble petitioners most humbly request Your Right Honorable Worships to be pleased to make the necessary arrangements in this regard and also graciously have disbursed a certain sum of 400 pagodas, which the Company negotiated from the diaconate treasury on a bond shortly before the surrender of Nagapatnam, at one percent interest. Which doing, etc. Was signed: J: D: Simons, R: Brouwer, and J: J: Aasz. So, after review, it was resolved to note regarding the latter request that a sum of Pagodas 200 has already been delivered to Their Reverences under the date of 29 June, also in the month of October Pagodas 170: 6, so 18 December 1786. 1 deferred decision regarding the remaining requests of the church council, resolution, however, to have them submit their considerations on this matter. that the remainder, or Pagodas 203: 10: 64, will be handed over to the merchant and fiscal Joan Daniel Simons upon his departure for Nagapatnam. Yet with regard to the other points contained in the above-mentioned petition and extract letter, the handling of which has been deferred until now because of the glimmer of hope that still remained for the return of Nagapatnam, which, by reason of certain circumstances, is now receding more and more, wherefore it was deemed that one should no longer flatter oneself with such a fine-seeming prospect; it was resolved, before proceeding to a final decision, 18 December 1786. decision 431 Council, to summon the remaining servants at Nagapatnam, and why. to write to the church council of Nagapatnam to assist this Council with their considerations in this extraordinarily delicate and so tender affair. The Lord Acting Commander further submitted to the meeting for consideration whether one should not finally proceed to a resolution to summon hither the servants who still remained at Nagapatnam, since the hope for the restitution of that place, as was just said, gradually grew fainter, because it appeared to His Honor that the English seemed to be making some arrangements concerning an administration and 18 December 1786. arrangements made by the English there the police; for they had established a sort of Council there and made some regulations, all of which they had neglected until now, just as they have attempted, among other things, to introduce a monthly tax of 1 fanam for every house that has one window, and of 2 fanams for houses that have two or more windows, in order to pay from this for the necessary carts and draft animals to remove the filth from the streets; which tax, however moderate and, it must be admitted, serving to purify the air and thus for the public welfare, nevertheless 18 December 1786. the inhabitants 433 abandoning hope for the re-restitution of Nagapatnam. Declaration of the Lord Acting Commander why he did not wish to take a hasty resolution regarding the recall of the servants from Nagapatnam. Reasons further for the recall of those servants. had induced the inhabitants to a general departure, which they had also put into effect by moving to Primele-raijpatnam, falling under Karikal. To which was added that the English already sought to purchase some private lands, just as they had, among other things, offered money for the land of a destroyed garden. The Lord Acting Commander testified that he had hesitated in making a proposal regarding everything that could concern the former Nagapatnam administration as long as there remained any grounded hope for the restitution of that old principal place 18 December 1786. place of our coastal possessions; remarking on this matter that through a hasty resolution in these straitened times one could easily have fallen into unnecessary expenses by precipitating the arrival here of those servants, whose presence here must always cause much hindrance due to lack of space for accommodation and other local inconveniences. That, notwithstanding those worries, to which, being unable to do otherwise, one must adapt as best one can, one nevertheless ought finally to resolve upon the recall of those servants, since the Company, after relinquishing 18 December 1786.
Dutch transcription
beveelen te munieeren, hoedanig zi zig zullen hebben te gedraagen omtrend de gereformeerde Hollandsche en Mallabaar„ sche kerken, item het Leproosen, huijs, de weeskinderen, en de kerke bediendent, waar onder den krankbesoeker Lense„ link die genoegzaam kints is, vermits hunne Eerw„t zig voorstelden dat de Hoop der herstelling van Nagapatnam ijdel, en dus niet langer daar na te wag„ ter is, te meer, het gebrek aan onderhoud der Inlandse bediendens, de weeskin„ deren en verdere door de Diaconij aldaar gealimenteerd werdende lieden zoo groot was, dat Hunne Eern: in de uijtterste noodzakelijkheid geweest waaren om 225. pag: tegens een prC=o intrest op te neemen, om de maandelijkse verstrekkingen eenig„ en zints gaande te houden, en dus zig niet langer in staat bevonden om die on„ gelden goed te maaken, door dien 'er niets den 18. December 1786. 429. notitie van de vrets in min„ dering dier schuld afgelegde 209 pag: . welkers restant almeede aan den Coopman Simons zal afge„ van de uijtstaande gelden van de diacorij Cassa ofte dies intressen inkoomen. versoekende mitsdien de needrige ver„ toeners uwe wel Ed: Agtb: zeer ootmoe„ dig, hier omtrend goedgunstiglijk het noo„ dige te willen beraamen en teffens gra„ tieuselijk te doen uitkeeren, Zeekere Som„ ma van 400 Pagooden die de Comp: op een obligatie kort voor het overgaan van Nagapatnam uit de Diacorijs Cas„ sa heeft genegotieerd, tegens een per cento Intrest /:onderstond:/ 'T welk Doende Etc: /:was geteekend:/ I: D: Simons, R: Brouwer en J: I: Aasz: —. zoo is na resumptie verstaan omtrent het laatste verzoek te noteeren, dat aan hun Eerw„t bereeds onder dato 29. Iunij is afgegeever een somma van Pag: 200. –. item in de maand october pag: 170: 6—: zul„ leijd worden, Eende f Den 18. December 1786. 1 uitgestelde dispositie ntrend de overige versoeken van den kerkunraad, besluit egter om haar Consideratien „lende het restant of pag: 203: 10: 64. aan den koopman en fiscaal Ioan Daniel Simons bij zijne afreijse na Nagapatnam werden afgegeeven. Dog ten aanzien der overige poincten, in het bovengemelde Request en Ef„ tract brief vervat, welker besoigne tot hier toe is uitgesteld, om de wille der flikkering van hoop die 'er nog was op de te rug gave van Naga„ patram welke uit hoofde van zom„ mige omstandigheeden zig tans meer en meer verwijderd, waarom men oordeelde zig niet langer met zulk een schoon schijnend voor uit zigt te moeten flat„ daar ontrend te taate opgeew, teeren; is verstaan alvoorens tot een finaale den 18. December 1786. dispositie 431 Raad, om de overige dienaaren te Naga, opteroepen, dispositie te treeden, den kerkenraad van Nagapatnam aan te schrijven om deesen Raade met derzelver Consideratien in deese zonderlinge naetelige en zoo tee„ dese affaire te administreeren. Den Heer Tesaghebber gaf wijders geguven in vernging van de de vergadering in overweging, of mer niet overwegen eijndelijk zoude dienen te treeden tot een besluit om de nog op Nagapatnam gebleevene dienaarens herwaarts te ontbie„ den, al zoo tog de hoop op de restitutie en waaron, dier plaats als straks al gezegd is, allengekens flaauwer wierd door dien het zijn Ed: voorkram, dat de Engelsc eenige arrangementen omtrend een bestier en den 18. December 1786. gemaakte arrangementen door de Engelschen aldaar en de politie scheenen te maaken; want „dat zij daar een zoort van Raad geplaatst hadden, en eenige schikkingen maakten; al het welk zij tot nog toe verzuijmd hadden, gelijk zij onder anderen heb„ ben tragten intevoeren een maandelijksche tax van 1. fanum voor ieder huijs, dat een vengster heeft, en van 2. Janums van huijsen aan welke twee en meer verg„ sters zijn, om daar uit goed te maa„ ken de nodige karren en trekbeesten om de onreijnigheeden van de straaten weg te brengen, dog welke tax hoe modica /en moet men bekennen tot zuijve„ ving der lugt dus tot het publicq wel zijn strekkende:/egter de inwoon„ Den 18. December 1786. dens 433 hebben van de hoog, ter weeder vestituering van Naga, ders hadde aangezet tot een algemeene uit„ wijking die zij ook door zig na Prime„ leraijpatnam, onder Carical sorteerende te begeven, hadden werkstellig gemaakt. Bij 't welk nog kwam, dat de Engelschen al eenige eijgen gronden zogten te kopen, gelijk zij onder anderen geld voor de grond van een gedestrueerde tuijn had„ den gebooden. De Heer Gesaghebber betuigde betuigeng van den Hen Gese„ dat met het doen van een propositie wegens alles wat de gewese Naga„ patnamsche huijshouding betreffende konde, geaarzeld hadde, zoo lang er een maar enigzints gegronde hoop overbleef op de restitutie van die oude hoofd„ Den 18. December 1786. plaats. sluit hast willer remen„ ping der dienarin van Naga, plaats enzer kust posessien; Hier omtrend remarqueerende, dat men door een overhaalt wren du igen den haste esluit in dease bekrompene tijd lig„ telijk hadde kunnen vervallen tot onnoodige ongelden door den Herwaards n komst van die Dienaaren te precipa„ teeren welkers aanweesen hier altoos veel belemmering moet veroorzaaken door gebrek van ruijmte tot lijfber„ ging en andere locale inconvenienten. raisomment verde opor„ Dat men, niet tegenstaande die zoraa„ vigheeden in welke men, niet anders kunnende zig schikken moet zoo goed als men kan egter eijndelijk tot het op ontbodt van die Dienaaren dien de te besluijten, alzoo de Comp: na het loslaten Den 18 December 1786.
English
to write to him to have the aforementioned persons come over, that having relinquished hope for the establishment, no wages etcetera could or would be distributed to servants from whom it derives no benefit and who find themselves in a foreign place. All this detailed by the Lord Commander being approved by the assembled councilors, it was agreed upon his Honor's proposal to write to the junior merchant and warehouse keeper Fredrik Willem Bloeme to have the following persons come over hither upon the opening of navigation to perform their services; namely: The 18th of December 1786. The Bookkeepers J:s W:t Swart, pay transferrer, J: van Tessel, lately receiver of the Company's Domains at Nagapatnam, H:k J:s van Someren van Vrijenes, J:r Dormieux, commissioner in the warehouses, J:W: Luijken, and Pietersz:, both commissioners in the Mint, A: Swart, The Assistant G:t W: Cantervisscher, However, with regard to the Reverend Johannes Theodorus van de Werth, to whom by letter of the 29th of October 1785 the choice had been left The 18th of December 1786. to come over or not, because his Reverence had obtained permission from Their High Nobilities to repatriate, it was deemed proper to leave this choice to him for the present, with the stipulation nevertheless that his Reverence will now have to declare whether he is still inclined to enjoy that permission, or not! because, choosing to remain on the Coromandel Coast, his Reverence's coming hither would be unavoidable, as the Company will maintain no Minister at a place where it is not master and where there is also no Dutch congregation. That furthermore will have to come up: The sexton Jan Adels, Portuguese precentor Jan Samuel Paulus, Schoolmaster Fredrik Mijkamp, Organist Jan Hendrik Fandt, Chief surgeon Jan Jansz:, Third surgeon Jan Smasen, Gunner's mate Barend Salomon van Halteren, Sailmaker Frans Taling, and Soldier Adriaan Cornelisz:. It was further agreed to let the assistant Harmanus Thomas Kerseboom and the Boatswain Jan Beerenstraat go over to Sadras to be stationed there. The 18th of December 1786. However, the cadets who have earned soldier's pay, consisting of the following: Theodorus Reijnier Cantervisscher, Daniel Cantervisscher, Pieter Willem van Someren van Vrijenes, are to be regarded as temporary in order to be able to fill vacancies. Owing to the decease of the sworn clerk at Bimilipatnam, Bastiaan Sleijt, that post having become vacant, it was deemed proper to let the Bookkeeper Fredrik Luther go thither as such. Furthermore, with regard to the Junior Merchant F: W: Bloeme and the Bookkeeper and Adigaar of the villages Johannes Schuneman, it was deemed proper to let them remain there until the commission entrusted to them by the Resolution of the 11th of October 1785 shall have been completed; with orders to both of them to elucidate to this Council at the earliest how matters stand with the same, and how far they have advanced with the post demanded of them, in order to direct the report to Batavia in this respect accordingly. The messenger Arnoldus Revoles The 18th of December 1786. being still needed there for some time to collect the auction proceeds of the auctioneer, sequestrator, and curator ad lites, it was decided to let him remain there until further notice, and to permit the salaried bookkeeper Ewout van Dalson to keep his domicile there, whenever he chooses. Upon request of the church council, it was agreed to admit into the Company's service the orphan child Andries Thomasz: as Sailor at f9 per month, with a contract of 5 years, commencing mid-December. After the matters described in the Resolution of today were dispatched, The 18th of December 1786. the Lord Commander made known that the Havildar of this place (about whom His Honor had very strongly complained to the Nabob, without ever receiving an answer), a few days ago, as it appeared of his own accord, but presumably upon received orders, had returned the sample cloths of Bimilipatnam and Palicol sent hither, but which by him, as appears from what was noted in the Resolution of the 9th of September, had been detained as arbitrarily as contrary to all justice; His Honor further proposing to inspect the aforesaid sample cloths during this meeting, together with those brought hither from Jaggernaikporam, but detained for so long for that reason, in order to choose therefrom such cloths for sample pieces, according to which the collection in the future shall be The 18th of December 1786. made.
Dutch transcription
435„ me aan te schrijven, tot het doer overkomen van nevens gem: loslaaten van de hoop op het pita blisse„ ment geene gagien Etc: konde of zoude uitdeelen, aan bediendens van welke zij geen nut heeft, en die zig in een vreemde plaats bevinden. Al dit door wouwing door de Raad, den Heer Gesaghebber gedetailleerde door de Tezamentlijke Lieden geavorieerd zijnde, zoo is op propositie van zijn besluit on der facture Ploe„ Ed: verstaan den onderkoopman en Jac„ inderen tuurhouder Fredrik Willem Bloe„ me aan te schrijven om bij het open„ gaan der vaart herwaards te doen over„ koomen om hunne diensten te prestee„ ven, de ondervolgende persoonen; Nament„ lijk: Den 18. December 1786. De dog met welke bepaaling wag dr onkomst van den gemned„ kant van de verth, De Boekhouders J:s W„t Swart, Zoldij overdrager, J: van Tessel, laast ontvanger van 's Comps Domainen te Nagapatnam, H„k J„s van Someren van Vrijenes J„r Dormieux Gecommitteerde in de Pakhuijsen, JW: Luijken, en Pietersz: beide Gecommitteer„ ders in de Munt A: Swart, Den Adsistent G=t W: Cantervisscher, Dog ten aansien van den Predikant Johannes Theodorus van de werth, aan wien men bij brief van den 29. ' October 1785. ter keuse hadde Den 18. December 1786. 437. Den 18. December 1786. hadde gelaaten om al of niet over te koo„ „men, uijt hoofde zijn Eern: van Hun Hoog Edelheedens had verkreegen permissie om te moogen repatrieeren, vond men goed, deese keuse voor als nog aan hem te laaten, met die bepaa„ ling nogthans dat zijn Eerw: zig nu zal dienen te verklaaren of nog genee„ vervolg gen is van die permissie te Jouis„ seeren, dan niet! wijl verkiezende op Cormandel te blijven, zijn Eerw: her„ waarts komst onvermijdelijk zoude zijn, alzoo de Comp: geen Predikant zal houden aan een plaats waar zij „geen meester en ook geen Nederlandsche gemeente is. . Dat en een bortman te Sadra, temporente die aader aan E maken, mi algmen maten an kinnen, Dat verders zullen moeten opkoomen Den koste Jan Adels, „ Portugeesche voorliezen Jan Samuel Paulus, Schoolmester Fredrik Mijkamp, „organist Jan Hendrik Fandt, opperchirurgijn Jan Iansz: „ Derdemiester Jan Smasen, Constabelsmaat Barend Salomon van Halteren, „ Zeilemaaker frans Taling, en „ soldaat Adriaan Cornelisz: „plaatsing van en Assistet Nog is verstaan na Sadras, om daar bescheijden te zijn, te laaten overgaan, den assistent Harmanus Tho„ mas kerseboom, en den Bootsman ane oen: d: apimsterlinge do Jan Beerenstraat. Dog de aan„ Den 18. December 1786. Kweelings 439„ Den 18. December 1786. zuther tot scriba van man aldaar te laaten ver„ Dog de aankreekelingen bij de per welke soldaaten besolding gewonnen heeft, be„ staande in de volgende: Theodorus Reijnier Cantervisscher Daniel Cantervisscher, Pieter Willem van Someren van vrijenes„ als temporeel aan temerken om bij vaca„ in waarom„ tuure te kunnen invallen. Door het overlijden van den Geswooren aanstelling van den boekh:r soiba te Bimilipatnam Bastiaan Bimkiph, Sleijt die plaats vacant gevorden zijn„ de wierd goedgevonden als zodanig derwaarts te laaten overgaan de Boek„ houder Fredrik Luther, Voorts is ten aansien van den onder bsluit on Hloome an schu„ blijven, Koopman zijn ten einde gebragt, en haar dierop, te onderhouden, dog verblijve moet koopman F: W: Bloeme en den Boek„ houder en Adigaar der dorpen Iohannes Schuneman goedgevonden hun aldaar te laaten verblijven tot dat de hun bij tot dat haar Commissie pas Resolutie van den 11. ' october 1785. opgedraagene Commissie zal zijn ten eijnde gebragt; met last aan hun beijde deesen Raade ten eersten te lucideeren hoedanig het met desel„ we gesteld is, en hoe verre zij met de hun gedemandeerde post gevorderd zijn om daar na het berigt na Ba„ tavia ten deesen opsigte te kunnen rigten. war den bede Ruijlis ada: Den boode Arnoldus Revoles Den 18. December 1786. aldaar 441. teeren tot zijn verblijf al„ admissie in dienst voor Mattroos, van een wees„ Jonge. —. den door den haweldaar, aldaar nog eenige tijd benoodigd zijnde tot t' inpalmen der vendupenningen van den vendu„ meester, sequester en Curator adlites: zoo is beslooten denzelven aldaar tot nader aan„ schrijvens nog te laaten verblijven, en aan den waar van son te parmit„ gegagieerden boekhouder Ewout van daar son te permitteeren, om aldaar domicilium te moogen houden, wanneer hij het verkiest. Op verzoek van den kerkenraad is verstaan in 'sComps dienst te admitteeren het weeskind Andries Thomasz: voor Mattroos met ƒ9 ter maand, met een verband van 5. Jaaren, ingaande medio decker. Na dat de zaaken bij de Resolutie van te gug gave der monster klee„ heeden beschreeven afgehandels waren, gaf der Den 18. December 1786. R perpositie in de zeler in pe„ „gadering te bezigtigen, den Heer Gezaghebber te kennen, dat den Ha„ wel daar diezer plaatsche (:over wien zijn Agtb: zeer sterk gedoteerd had bij den Nabab, zonder ooit antwoord te bekomen voor eenige dagen, zoo het scheen uit eige beweeging, dog den„ kelijk op bekomen bevel, weder te rug gezonden had, de monster kleeden van Bimilipatnam en Pa„ licol hervaarts gezonden, dog die door hem, blijkens het aangeteekende ter Resolutie van den 9. Septembr, zoo willekeurig als tegen alle rigt, aangehouden waren, poopeneerende zijn Agtb: wijders, om de voor„ schreue monsterkleeden, nevens die welke van Jaggemaikporam alhier aangebragt, dog daarom zoo lang aangehouden gevorden waren, staande deeze bijeenkomst te bezigtigen om daar uit zoodanige kleeden voor monster stukken, waar na den inzaam in het vervolg zal Den 18. December 1706. worden
English
443. The 18th of December 1786. to select pieces, pieces at the old prices. to select and accept, and thereafter the sample as upon accurate inspection shall be found to be of good quality, even and close of weave, as well as of the required length and width. And this having been unanimously resolved, the acceptance of various it has been approved and agreed, after a careful inspection of all the delivered cloths, to accept and receive, at the Company's old prices or those paid before the war, as sample pieces according to which purchases for the Company shall henceforth be made, all such pieces of linen as have been declared good and serviceable, upon the General findings thereof drawn up in Meeting. And insertion of the General findings thereof to deal with the samples, and what to the chiefs of the aforementioned 3 factories to be commanded. insertion of the General findings of the sample cloths. And the aforementioned General findings shall not only be inserted herewith for information, how to deal with the accepted, but also, while sending half of the accepted sample pieces, of which the other half must be kept here at the main Office, to be used during re-sorting, the chiefs of the aforementioned three factories shall be written to and commanded to send immediately other pieces for the rejected cloths, for examination. Being the aforementioned: The 18th of December 1786. General 445. General findings of the following content. Findings regarding 94 pieces of sample cloths from the undermentioned offices, which on the 18th of December 1786 were inspected and found as appears here below by the Right Honorable Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Governor of the Coromandel Government, with the dependencies thereof, and the Honorable Nicolaas Sadama, Senior Merchant and Chief Administrator, together with the Gentlemen Joan Daniel Simons, Senior Merchant, Fiscal and Paymaster, Martinus Stoffenberg, Merchant, Warehouse Master, Trade and Toll Bookkeeper, Pieter Willem Teeke, Junior Merchant, Mintmaster, and Purveyor, and Broerius Brouwer, Junior Merchant, Secretary and Cashier; Namely: 36 pieces from Jaggernaikpoeram; namely: 2 pieces of fine bleached Guinees, length 50 and width 1½ Covids per piece, thereof 1 piece 1st Sort No. 1, and 1 piece 2nd Sort No. 2, good 36. 2 pieces to be carried forward. The 18th of December 1786 36. 2 pieces carried forward 2 pieces of bleached Guinees of 9 call, length 50 and width 1½ Covids, of these 1 piece 1st Sort No. 3, and measures only 8 1/8 call, thus unacceptable 1 piece 2nd Sort No. 4, 2 pieces of bleached Guinees, the Company's old sort, length 50 and width 1½ Covids, of these 1 piece 1st Sort No. 5, and good, 1 piece 2nd Sort No. 6, 2 pieces of ordinary bleached Guinees, length 50 and width 1½ Covids, of these 1 piece 2nd Sort No. 7, and 1 piece 3rd Sort No. 8, are of no value, 2 pieces of fine bleached Salempoeris, length 32 and width 2¼ Covids, of these: 1 piece 1st Sort No. 9, and 1 piece 2nd Sort No. 10, good 2 pieces of bleached Salempoeris, medium sort, length 32 and width 2½ Covids, namely 1 piece 1st Sort No. 11, passable, 1 piece 2nd Sort No. 12, good, 2 pieces of ordinary bleached Salempoeris, length 32 and width 2¼ Covids, to wit: 1 piece 2nd Sort No. 13, and good 1 piece 3rd Sort No. 14, 2 pieces of ordinary bleached Parcallen, length 16 and width 2 Covids, whereof 1 piece 2nd Sort No. 15, are of no value 1 piece 3rd Sort No. 16, 2 pieces of bleached Dongoijs with red headings, length 16 and width 2 Covids; of these 1 piece No. 17, and unacceptable 1 piece No. 18, 36. 18 pieces to be carried forward 36. 18 pieces carried forward The 18th of December 1786. 5 36 and 33. 447. 2 pieces of Bethilles Allegia, length 32 and width 2 Covids per piece; namely 1 piece with large checks No. 1, good, and 1 piece with small checks No. 2, defective, 2 pieces of Bethilles Callanaphoe, length 32 and width 2 Covids, of these 1 piece with blue thread No. 3, and 1 piece No. 4, each of 16 Covids, acceptable 2 pieces of Bethilles Sestergantij, length 32 and width 2 Covids; namely 1 piece according to the ordinary sample with blue selvage No. 5, both good 1 piece new ditto No. 6, 4 pieces of Chelassen checked, various samples: length 16 and width 2 Covids per piece No. 7: namely: 2 samples accepted; and of the other 2 pieces, 1 too light and 1 too deep of color, not good, 3 pieces of Roemaals Sestergantij; whereof 1 whole or 2 half pieces each of 8 cloths of 1¼ Covids, namely ½ piece of 8 cloths according to the old sample, small checks No. 8, both good. 1 whole piece or 2 half pieces of 1 1/8 Covids, namely ½ piece of 8 cloths according to the old sample, small checks No. 9, good ½ piece of 8 cloths according to the new ditto, small checks 1 whole piece or 2 half pieces of 1 Covid, of which ½ piece of 8 cloths according to the old samples with large checks No. 10, good ½ piece of 8 cloths according to the ditto large ditto 1½ pieces of Roemaals, de Esta with old checks; namely: ½ piece of 8 cloths of 1¼ Covids No. 11, ½ piece of 8 cloths of 1 1/8 Covids No. 12, and good. ½ piece of 8 cloths of 1 Covid No. 13, 36. 33 pieces to be carried forward. 36. 33 pieces carried forward The 18th of December 1786. 36. 33 pieces 3 pieces of checked Roemaals, in sort, namely 1 whole piece or 2 half pieces of 8 cloths of 1¼ Covids No. 14, good 1 whole piece or 2 half pieces of 8 cloths of 1 1/8 Covids No. 15, 1 whole piece or 2 half pieces of 8 cloths of 1 Covid No. 16, with blue thread good, and the other too light of color, thus unacceptable, ½ piece of ordinary Roemaals of 8 cloths of 1 Covid No. 17, good, 36 pieces from Jaggernaikpoeram, as stated. 50 pieces from Palicol; namely: 2 pieces of fine bleached Guinees; whereof 1 piece 1st Sort, and 1 piece 2nd Sort, good; 2 pieces of medium fine bleached Guinees; of these 1 piece 1st Sort, and 1 piece 2nd Sort, good 2 pieces of Guinees, Company's old sort; of these 1 piece 1st Sort, and 1 piece 2nd Sort, good 3 pieces of ordinary bleached Guinees, of these 1 piece 1st Sort 1 piece 2nd Sort, good 1 piece 3rd Sort 4 pieces of fine bleached Salempoeris; namely 2 pieces 1st Sort good 2 pieces 2nd Sort 4 pieces of medium fine bleached Salempoeris; to wit: 2 pieces 1st Sort, and good, 2 pieces 2nd Sort 86. 17 pieces to be carried forward carried forward The 18th of December 1786.
Dutch transcription
443. Den 18: December 1786. . stukken uit te kiesen, stukken tegen de oude prijsen. werden gedaan, uit te kiesen en te accepteeren, in daar na de monster be„ als men na de accurate bezigtiging vinden zal, goed van deugd, paar en digt van geweef, mitsgaders, van de verischte lengte en breete te zijn. En hier toe unamimiter besloten weezende, aanneeming van diverse is na een naaukeurige bezigtiging van alle de aangebragte doeken, goedgevonden en verstaan, tegen Compagnies oude of voor den oorlog betaalde prijsen, als monster stukken, waar na voortaan in„ zaam voor de Compagnie geschiden zal, te ac„ cepteeren en aan te neemen, alle zoodaa„ nige stukken Lijwaaten, als voor goed en deugdzaam bekend gesteld zijn, bij ƒ de Generaale bevinding daar van in Vergadering geformeerd. En inseoering van de Generaale bevinding daar van„ de monsters te handelen, en wat aan de opperh: der gevens gem: 3. factoijen te getakten. insertie van de Generaale bevinding der monste klee„ den. En Zal de voorschreeve Gene„ raale bevinding niet alleen tot na„ rigt bij deezen worden geinsereerd, hodinig met de gedcepten maar ook onder overzending van de helft der geaccepteerde monster stuk„ ken, waar van de andere helft hier ten hoofd Comptoire moet worden aangehouden, om bij de hersorlatie te kunnen worden gebruijkt, de opper„ hoofden van de voorschreeve drie fac„ torijen aan te schrijven en te gelasten, om voor de afgekeurde doeken di„ rect andere stukken over te zenden ter examinatie Zijnde de voorsz: Den 18. December 1786. Generaale 445. Generaale bevinding van den volgenden inhoud. Bevinding van 94. ps Monster kleeden van de natemeldene komptoiren, dewelke op den 18. december 1786. door den wel Edele Agtb: Heer Willem Blaaukamer, opperkoopman en gezaghebber van het Cormandels Gouvernement, met den resorte van dien, en den E: E: Heer Nicolaas „opper Sadama p:r Koopman en Hoofd administrateur, nevens de Heeren Ioan Daniel Simons p:rkoopman fiscaal„ en zoldij boekhouder Martinus Stoffenberg, verkoop„ man, pakhuijsmeester Negotie en tholl boekhouder, Pieter willem Teeke, onderkoopman muntmeester, en dispencier, en Broerius Brouwer p=sonderkoopman secretaris en kassier besigtigt en bevonden zoo als hier onder komt te blijken; Als 36 –. p:s van Iaggernaikpoeraan; te weeten: 2. –. ps Guinees fijn Gebleekt, lang 50. en br=t 1½ C=n p=r p„r, daar van 1. p:s 1. Zoort N. s, en 1 „ 2. ' _=o „ 2. G goed 36. 2. — p:s Dir Transporteere. Den 18. December 1786 36. 2. —. p:s P=r Transport 2. – „ Guinees Gebleekt de 9. kaal lang 50. en breet 1. ½ C=s, hier van 1. ps s. Zoort N. 3. , en Ghoud maar 8. 1/8. Kaal, dus onacceptabel 1 „ 2. _. o „ 4. 2. – p:s Guinees Gebl: 's Comp:s oude zoort lang 50. en b:t 1½ C:s hier van 1. p s I. Zoort N. 5. en goed, 2. p. s Guinees gemeen gebleekt lang 50. en breet 1. ½ C=o van desse 1. p:s 2. Z:t N. 7, en 1 „ 3. „ „ 8. G deugd niet, 2. – p:s Salempoeris fijn gebleekt lang 32 en breet 2. ¼ Cob„s 1 van die: 1. ps 1. Z„t N. 9, en 1 „ 2 „ „ 10. G goed 2. —. „ Salempoeris Gebleekt middel zoort lang 32 en br:t 2. ½. Cob. s, als„ 1. p= s 1:=e Zoort N. 11. pasabell, 1 „ 2. _o „ 12. goed, 2. —. p:s salempoeris gemeen Gebleekt Lang 32 en briet 2. ¼. Cob„s, te weeten: S. pk 2. Zoort N. 13, en goed 2. p=s Parcallen gemeen gebleekt lang 16 en breet 2. Cob„ waar van 1. ps 2. Zoort N. 15. deugen niet„ 3. _o „ 16. 2. – p„s Dongoijsen gebl: met Roode hoofden, lang 16, en br=t 2 Co„ bidos; hier van 1. p=s N=o 17. en ¶ in acceptabel 1 „ „ 18. Transporteere 1 „ 3. _o „ 14. 36. „ 18. —. p s Die 1 „ 2. ' _o „ 6. } Den 18 December 1786. 5 36en 33. 447. 2. –. „ Bethilles Allegia lang 32. en br„t 2 Cob„s per pees; als 1. p:s met groote Ruijten N. 1. goed, en 1 „ met klijne _ o „ 2. ondeugend, 2. —. p=r Bethilles Callanaphoe lang 32 en bret 2 Cobidos, hier van 1. —: p=s met blaauw draatje N. 3, en „ 4. ieder van Cacceptabel 16. Cobidos 2. —. p„s Bethilles sestergantij lang 32. en breet 2. Cob„s; als 2. p=t na de ordinaire monster met blaauw selfs kant N: 5. „ beijde 1 „ Nieuwe Idem - - - 4. p=s Chelassen geruijte diverse monsters: lang: 16. en br„t 2 Cob„s p=r pr N. J: als: 2. Monsters geaccepteerd; en van de andere 2 p=s 1. te ligt, en 1. te hard van Couleur, niet goed, 3. —. p„s Roemaals Sestergantij; waarvan 1 „ heele of 2. halve ieder v= 8. doeken d' 1. ¼. C:s als — ½. p=s van 8. d=m na de oudemonster kl: ruijten) N=o 8 beijde goed. —. 1. ps heele of 2. halve d' s. /8. C=s te weeten —. ½ p:s van 8. doeken na de oude monster kl:rugten 1. p: Heele, off 2. halve d' 1. C=o van dewelke ½ p van 8. d=k na de oude monst:n met Gr ruijten N=o 10 goed„ ½. „ „ 8. „ „ „ nieuwe _o „ kl: „ . -. 1. ½. p„s Roemaals, de Esta met oude ruijten; als: — ½ p=k van 8. doeken d' 1. ¼. C: N: 11. — No 9 goed —½ „ „ 8 „ „ 1. 1/8 „ „ 12. , en goed. —. — ½. „ „ 8 _o „ „ nieuwe _o 1. —. „ of 2. halve „ — ½ „ „ 8. „ „ „ do —. _. Groote d=o. - – – – „ 6 goed 36„ 33. — p:s Die Transporteere. 36„ 18. — p=s P Transport Den 18 December 1786. van van se - - . .. —½ „ „ 8 „ „ 1 —. „ „ 13. 3 36„ 33 — p:s 3 —. „ Roemaals geruijte in zoort, als 1 p. s heele of 2. halve van 8 boeken d' 1. ¼ C=s N. 14. Goed draatje goed, en de andere te ligt van Couleur, dus onacceptabel, —½. p:s Roemaals ordinair van 8. doeken de 1. C: N. 17. goed, 36. p=s van Iaggernaikpoeram als gesigd. 50 —. p=s van Palicol; te weeten: 2. –. p s Guinees fijn gebleekt; waar van 1. „ s. Zoort, en 1 „ 2. _o }goed; 2. –. p=s Guinees middel fijn gebleekte; van deese 1. pr 1. Zoort, en 1 „ 2. _o - goed 2. p:s Guinees Comp=s oude zoort; hier van 1. p=s s. Zoort, en 3. p. s Guinees Gemeen Gebl:, van deese 1. p=s 1. Zoort _o„ G Goed „ 8 „ „ 1. —. „ „ 16. met blaauw 1 „ „ „ 2 „ „ 8 „ „ 1: 1/8 „ „ 15. } 2. „ 2. _o - 'J goed 4: p=s Salempoeris fijn gebleekt; als 2. p=k 1. Zoort goed 2 „ 2. _. o 4. —. p=s Salempoeris middel fijn gebleekt; te weeten: 2 p=k 1. Zoort, en goed, 1 „ 3. _o 86„ 17. — p:s Die Transporteere P=r Transport Den 18. December 1786. - 1 „ „ „ 2 „ 1„ 2. 2 „ 2. _ o -
English
449. 86 17: — pieces Carried forward 6 — pieces Salempuris Ordinary Bleached; whereof 2 pieces 1st sort 2 pieces 2nd sort good 2 pieces 3rd sort 6. — pieces Dungarees with red heads, whereof 2. pieces 1st sort 2 pieces 2nd sort good 2 pieces 3rd sort 6 pieces Percale ordinary Bleached; whereof 2 pieces 1st Sort 2 pieces 2nd sort good 2 pieces 3rd sort 4 pieces Sailcloth fine Bleached; as 2. pieces 1st Sort good 2 pieces 2nd sort 3. pieces Guinea ordinary Raw; whereof 1. pieces 1st sort good 1:– pieces 2nd sort bad 1 pieces 3rd sort Good 6. –. pieces Salempuris Ordinary Raw; of these 2. pieces 1st Sort 2 pieces 2nd sort all good, 2 pieces 3rd sort 2 —. pieces Sailcloth ordinary Raw, 3rd Sort good 50. pieces from Palicol, as aforesaid 8. pieces from Bimilipatnam, 1. piece Betilles Raw with flowers 28 long and 2 Cobs wide, uneven in flowers, being full on the first fold, and with fewer flowers on the inside, rejected. 94. 1 — pieces To be Carried forward The 18th of December 1786. 1. — piece Betilles raw without flowers 28 long and 2 Cobs wide, nothing to remark, 1. — piece Guinea fine bleached 1st Sort 49 long and 1: 1/2 Cobs wide, and is of no value: 1 — piece ditto bleached the Company's old sort 1st Sort 50 long and 5 1/2 Cobs wide, as has just been said, 1. — piece Guinea Ordinary raw, 1st Sort 49: long and 1: 1/2 Cobs wide bad; and from here — 1/4 piece of Palicol must be sent to Bimilipatnam, in order to have a sample made there accordingly. 1. — piece Salempuris Ordinary Raw 1st Sort long 32. to 33. and 2. 1/4. Cobs wide Good. — piece Guinea ordinary bleached 1st Sort 48 long and 1. 1/2. Cobs wide disapproved. 1. — piece Salempuris Ordinary Bleached 1st Sort, 32. to 33. long and 2 1/4 Cobs wide good. 8. pieces from Bimilipatnam, as above 94. —. pieces Sample cloths together as stated in the heading of this. Thus Done and Inspected at Palliacatta In Castle Geldria, date as aforesaid: Thus Done and Resolved 9491. — pieces Carried forward. The 18th of December 1786. 1 9 451. Examination of the Estimate of the grab De Hoop Resolved In Castle Geldria at Palliacatta date as aforesaid: was signed: by all.— Sunday The 14th of January 1787. — Upon Inquiry; The Lord Commander having to keep to his room again for some time, had sent around to the Members the Report concerning the Examination of the Estimate drawn up by the chief ship carpenter Bleeker for the repairs to the Grab De Hoop, from which it appeared, that they had not only chopped into it with a broad axe, but even seemed to have lost all shame The 18th of December 1786. to let the made reduction appear in its compilation, for the Examiner, the junior merchant Heshusius, to whom, because of the speedy departure of the merchant Simons, this Commission was transferred by his Honor, upon Confronting the same against an Estimate that was drawn up only a few months ago also at Jaggernaikpoeram, for the construction of Two new Thonys, both together 96: feet long, found this statement by Bleeker, at a sum of 702: 12: 1/18 pagodas, to be overcharged by almost 400. pagodas, wherefore the Lord Commander proposed by a written inquiry, to adhere to The 14th of January 1787. 453. yet with what order to Bleeker and Mulder, this received report, and to write to the officials at Jaggernaikpoeram, quoting the Remarks on the report of the defects of the Grab, and this Estimate which hardly touches upon the matter, made at the session of the 16th of the past month, to proceed with the work in accordance with the made reductions, and to see to it; that it is done soundly and strongly and speedily, as the Grab is needed, adding, since one experiences the little reliance that can be placed on such statements, to intimate in the name of this assembly to the Master carpenter Bleeker, and the commander Jan Mulder, that they upon their return The 14th of January 1787. return will have to confirm under solemn Oath, the first; that everything that will be charged for the repair of the Grab, was actually spent on it, both in Materials and Coolie Wages; and the second: that the Grab was actually as damaged as the sent statement dictates. While the chiefs at Jaggernaikpoeram who, though they did not draw up this Estimate, certainly inspected it before sending it over, for which reason they are responsible for the incongruities to be found in that paper: ought to be admonished in the strongest terms, carefully to avoid The 14th of January 1787. 455. stated in the Estimate, sending such untenable and arbitrary: to spare harsher terms: estimates, of which one already has more than one proof, to this Government, with the warning that they will entail a much more serious Correction than a mere expression of indignation, as that seems to have little effect upon them. Since, beyond the Estimate, in the aforementioned necessities beyond Report of the defects of the Grab by the inspectors Michiel Kint and Blom, the following were proposed as necessary for that vessel, and requested from here 3. Rolls of Sailcloth, 4. lb: Sail yarn, 1. piece New mizzen rigging of horse line of 3. 1/2. inches, and Main rigging of 7. inches thus The 14th of January 1787. 6
Dutch transcription
449. 86„ 17: — p:s PTransport 6 — „ Salempoeris Gemeen Gebleekt; waar van 2 p:s 1. zoort 2 „ 2 _„o goed 2 „ 3. _„o _ 6. — p:s Dengrijsen met roode hoofden, hier van 2. p:s 1. zoort 2 „ 2. d. o C goed 2 „ 3. _. o 1 6 p„s parkallen gemeen Gebl:; daar van 2 p:s 1. Zoort 2 „ 2„' _. o goed 2 „ 3. _. o 4 p. s Zeijldoek zijn Gebl: als 2. p:s 1. Zoot ½ goed 2 „ 2. „ 3. ps Guinees Gemeen Ruw; daar van 1. p„s 1. zoort goed 1:– „ 2. _„ o slegt 1 „ 3 _:o Goed 6. –. p=s Salempoeris Gemeen Rur; van deese 2. p:s 1. Zoort 2 „ 2. _ o G alle goed, 2 „ 3. _. o 2 —. p=s Zeijldoek gemeen Ruw, 3. Z=t goed 50. p=s van Palicol, als voorsz: 8. p:s van Bimilipatnam, 1. p. s Bethilje Ruw met bloemen lang 28. en briet 2. Cob„s negaal van bloemen, zijnde het zelve op de eerste vouw vol, en van binnen met minder bloemen, afgekeurd. . 94. „ 1 — p:s Die Transporteere Den 18. December 1786. 1. — „ Bethilje puw zonder bloemen lang 28 en breet 2 Cobs„s niets te remarqueeren, 1. — „ Guinees fijn gebleekt 1. Zoort lang 49 en br=t 1: ½ C=s en deugd niets: 1„ — „ _o gebl: 's Comp:s oude zoort 1. Z:t lang 50 en b:t 5½ C: als even is gezegt, 1. — „ Guinees Gemeen puw, 1: Zoort lang 49: en br:t 1:½ C=o slegt; en moetende van hier — ¼. stuk Palicols na Bimilipatnam gesonden worden, om daar na een monster aldaar te laaten maaken. 1. — „ Salempoeris Gemeen Ruw 1. Zoort l=o 32. â 33. en breet 2. ¼. Cob„s Goed. — „ Guinees gemeen gebleekt 1. Zoort lang 48 en breet 1. ½. C„o gedis approbeerd. . 1. — „ Salemp:s Gemeen Gebl: 1. Zoort, lang 32. â 33. en brut 2¼. Cob„s goed. 8. p:s van Bioilipatnam, als vooren 94. —. p:s Monster kleeden te saamen als in den hoofde deeses is ge„ Aldus Gedaan en Bezigtigd te Palliacatta In't Cas„ teel Geldria, dato voorsz: Aldus Gedaan en Gearres„ 9491. — p. s P:r Transport. Den 18. December 1786. teerd 1 segd. 9 451. natie der Calculatie van de beral De Hoop teerd In't Casteel Geldria ten Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ door alle.— Sondag Den 14: Januarij 1787. — Bij Rondvraage; De Heer Tezaghebber thans geduurende eenige igtonen geport van de gem: tijd weeder zijn kamer moetende houden, hadde bij de Leeden vond gesonden het Rapport wegens het Examineeren van de Calculatie door den opper„ scheepstimmerman Bleeker opgemaakt van de peparatie aan de Goerab De Hoop, waar mat daar ij liek„ bij bleek, dat men er niet alleen met de grove bijl hadde ingehakt, maar zelfs alle schaam„ Den 18. December 1786. te de genaakte dimintie te laa„ ten orparenen „te scheen verlooren te hebben in dies opstelling, want dat de Examinateur de onderkoopman Heshusius, aan wien, door het spoedig vertrek van den koopman Simons deze Commissie door zijn Agtb: overgedragen was, bij Confrontatie van dezelve tegen een Calculatie die maar weijnige maanden ge„ leden ook te Iaggemaikpoeran gefor„ meerd was, van den aanbouw van Twee nieuwe Thonijs, met hun beijde lang 96: voe„ ter bevonden hadde, deze opgave van Blee„ ker op een somma van pag: 702: 12: 1/18. ge„ surchargeerd te zijn met bij na 400. pagooden, pote ende oros pliens weshalven de heer Gesaghebber bij een schriff„ telijke omvrage voorstelde, om zig aan Den 14. Januarij 1787. dit 453. dog met welke last aan Blecker en Muller, dit ingekoomen raport te houden, en de be„ diendens te Jaggernaikpoeram onder aanhaaling der Remarques op het berigt der gebreeken van den Goerab, en deeze kant nog wal rakende Calculatie riets ter sessie van den 16 der gepasseerde maand gemaakt, aan„ te schrijven, om met het werk ingevolge de ge„ maakte deminutien voortegaan, en toe te zien; dat het higt en sterk en spoedig geschiede, wijl men de Ioerab nodig heeft, met bijvoe„ ging, om, dewijl men ondervind de weijnige staat, die men op diergelijken opgaven kan maaken, den Timmermans baas Bleeker, en den ge„ Zaghebber Jan Mulder uit naam deser vergadering te insinueeren, dat zij bij hun Petoir Den 14e. Januarij 1787. „ritour met solemneelen Eede zullen moeten staaven, de eerste; dat alles, het geen voor de reparatie van de Goerab zal worden opgebragt, wezentlijk daar aan besteed is, zoo wel in Materiaalen, als Coelij Loonen; en de treede: dat de Goerab wezentlijk zodanig is ontramponeerd ge„ weest als de overgezondene opgave dicteerd. sten aan de oped: en Jagn Tewijl men de opperhoofden te Iaggermauk„ poeram /. die, hoe zeer zij deeze Calcu„ latie wel niet gefformeerd, ze tog zeker hebben nagezien, alvoorens ze overte„ zenden, waarom zij voor de incongruiteij„ ten in dat papier te vinden, respensabel zijn:/ op het ernstigste diende aan te, „manen, om zorguuldig te vermijden„ Den 14 Januarij 1787. dat 455. de Calculatie vermeld, dat diergelijk onbestaanbaar en willekeu„ „rige. /:om erger terme te spaaren:/ begrotingen, „waar van men al meer dan een blijk heeft, deeze Regiering werden toegezonden, onder waarschuring, dat zi een vrij serieuser Cor„ rectie zullen na zig sleepen, dan een bloo„ te betuijging van indignatie, wijl die bij hen weijnig ingang schijnt te vinden. Daar buijten de Calculatie nog bij het gewaagde benodigt hieden buijten Rapport der gebreuken aan de Goerab door de visitateurs Michiel Kint en Blom als benodigd voor dat vaartuig werden voor„ gesteld, en van hier gevraagd 3. Rollen Zeijldoek, 4. lb: Zeijlgaaren, 1. p:s Nieuwe kruijswand van paarde lijn van 3. ½. d=m, en Groot wand van 7. duijm „G zoo Den 14. Januarij 1787. 6
English
the goral than 7 inches, whether the old rigging could perform the voyage, to approve the quantity and the prices of the timbers, the here Gezaghebber also proposed to grant the decision to satisfy the first three mentioned, but since there is no cordage of 7 inches on hand, and to order the chiefs to instruct the assembly illico, whether the goral could not make the voyage hither with the old rigging without danger. While one is obliged to approve the quantity and prices of the timber works, which one claims to need for the repair, because the junior merchant Heshusius, cited again in his report concerning the same, has not been able to make any comparison, though one, from the sinister increases 14 January 1787. and wherefore, the merchant Heshusius only has the right, based solely on coolie wages and trifles, to assume with confidence that regarding those timber works and their prices a fraudulent estimate will also take place, of which the tondos, which are charged with 50 percent, furnish proof. The members fully agreeing with the foregoing propositions, the same are converted into a resolution, with the further approval to insert the report of the junior merchant Heshusius here. 14 January 1757 To the Honorable Worshipful Willem Blaaukamer, Gezaghebber of the Coromandel Government etc. etc., together with the Council, Honorable Worshipful Lord, Gentlemen. In compliance with Your Honorable Worships' honored order contained in the Extract Resolution of 16 December last, whereby the examination of the calculation by the master ship carpenter Willem Ijsbrand Bleeker regarding the necessities for and the costs of the repair of the goral De Hoop was assigned to the merchant Simons, and sent hither by the chiefs of Jaggernaikpoeram, but which appeared all too excessive to Your Honorable Worships, and which Extract has been handed over to the undersigned due to the sudden departure of the said Mr. Simons; thus he thought he could take no better course than to compare the calculation as closely as possible with that for the construction of 2 thonys with native rigging, each 48 feet long, or the two of them 96 feet, which was sent over by the chiefs of Jaggernaikpoeram in the past year; and now reporting on this commission, he has the honor to inform Your Honorable Worships that: In the calculation of the ship carpenter Bleeker, there were entered: 360 smiths at 2 3/4 fanum each, 720 hammerers at 1 fanum each, 360 bellows-blowers at 1 fanum each, which is a total of 1440 persons, who would have to work no more than 4 1/2 bhaars or 2160 lb of iron, which according to the returns of the trade office amounts to over Pag: 29 1/2 in purchase price, for which Pag: 101. 6 would be spent on coolie wages, which would amount approximately to a manufacturing wage of 343 percent. For the ironwork of the 2 thonys, he found 24 bhaars entered, and in smiths' wages for working it a single sum of Pag: 120, so that there is no proportion at all between those two returns, since according to the latter, 4 1/2 bhaars can cost only Pag: 22 1/2 in labor wages. Just as little proportion has the reporter noticed in the entry of: 950 carpenters at 2 3/4 fanums, 300 drillers at 2 1/4 fanums, 600 coolies with the carpenters at 1 fanum, 525 caulkers at 1 1/2 fanums, and sawyers for the tondos at 10 pagodas. These wages together amount to Pag: 211. He finds in the calculation of the thonys that there had to be worked on: 14 January 1737. Pag: 992 1/2 in various sorts of timber, and for that, in one item comprising those 5 sorts of workmen just mentioned, there was entered in general Pag: 216. Now since the timber to be worked on the goral costs no more in total than Pag: 160 1/4, one could, according to a fair estimate, enter no more than Pag: 37 1/2 for it. He finds the tondos entered in the first calculation at Pag: 2 apiece, and now at Pag: 3, which also makes a difference of 50 percent. For those two thonys, which together differ only 4 feet in length from the goral, he finds entered 480 seers of gingelly oil and 160 coenjangs of lime to an amount of Pag: 27. 16, and for the goral as much as 1350 lb of that oil and 8 candies of lime, for which Pag: 76. 7 1/2 are set down, which also appeared to him quite disproportionate, since pro rata no more could be calculated than Pag: 28. 19 7/8. For the burning off of old pitch and boiling of rosin, he finds set down Pag: 6, and for firewood Pag: 8. As to the former, he respectfully considers that the sailors of the goral ought to be employed, and that Pag: 4 may suffice for the latter. Regarding an item in Bleeker's calculation of Pag: 55 for battams to caulkers, peons, and chialengeniers, he can make no comparison, because no such item is found at all in that of the thonys. Concerning the quantity and the cost of the timber works that are stated to be necessary for the repair of the goral, he can say nothing about that, because, only excepting the tondos, none are mentioned with the same names in the calculation for the thonys. The reporter, hoping hereby to have complied with the orders of Your Honorable Worships 14 January 1787.
Dutch transcription
het Got ward dan 7. d=b, het oude paat de orijse hem„ zoude kunnen doe, titeit en de prijden, de kanstrcken te approbeeren, bestul desele te geben gen zoo stelde de hier Gesaghebber teffens voor om de drie Eerstgemelde te voldoen, dog wijl 'er geen touwerk van 7. d=m aan handen is; en te gragen of de genal mit mit de opperhoofden te gelasten, om de vergadering illico te onderrigten, of de Goeral zonder gevaar de reijse herwaarts met het oude want niet zoude kunnen doen. men is in de verpligting om de qua erwijl men in de verpligting is, om de quantiteit en prijsen der houtwerken, die men voorgeeft tot de reparatie te beno„ digen te approbeeren, wijl de ondercoop„ man Aeshusius omtrend deselve, om weeder bij zijn raport aangehaald, geen vergelijking heeft kunnen maaken, schoon men, wit de sinistre verhogingen Den 14e: Januarij 1787. en waar om, alleern 457. doorenstaande propositien, in den koopman Heshusius, alleen op Coelijloonen en bagattelen regt heeft, om met gerustheid te onderstellen, dat omtrend die houtwerken en haare prijsen almeede een frauduleuse begrooting zal plaats hebben, waar van de Tondos, die met 50. p:rC:o gecargeerd zijn, een bewijs uitleveren. De Leeden in de voorenstaande propo, Ceponring de leeden met de sitien ten vollen stemmende, zijn desel„ ve in een besluit geconverteerd, met ver„ der goedvinden om het Rapport van den ondercoopman Heshusius hier te in weatie van het pappot van der sereeren Den 14e: Januarij 1757 Aan Aan den wel Edele Agtbaare Heer Willem Blaaukamer Teaghebber van 't Cormandels Gouver„ nement Etc: Etc: Nevens Den Raad, Wel Edele Agtb: Heer Heeren. In naarkoming van Uwel Ed: Agtb: geëerde or„ dre vervat bij Extract Resolutie van den 16. December pass:o waar bij aan den Coopman Simons was opgedraagen het Examineeren der Calculatie door den opperscheepstimmerman Willem ijsbrand Bleeker wegens benodigde tot, in het kostende van de re„ paratie aan de goral De Hoop, en door de Den 14. Januarij 1787. 459. Den 14. Januarij 1757. opperhoofden van Zaggemaik poeram herwaarts gezonden, dog die Uwel Ed: Agtb: al te Excessief was voorgekomen, en welk Extract door het schielijk vertrek van gedagten Heer Simons aan den ondergeteekende is ter hand gesteld, zoo heeft hij gemeend geen beeter weg te kunnen inslaan, dan de Calculatie zo na mogelijk te vergelij„ verg ken met die voor het aanbouwen van 2. thonijs met Inlands tuijg ieder lang 48. of met hun beijde 96. voeten, die door de opperhoofden van Jaggernaikpoeram in het voorleeden Iaar is over„ gezonden; En van deese Commissie thans Rap„ port doende heeft hij de eene uw wel Edele Agtb: te berigten; Dat: Bij de Calculatie van den scheepstimmerman Bleeker werden opgebragt 360: smits - — â 2¾. fanum ieder 720: Hamerslager „ 1. _. o „ 360. Blaasers - - - „ 1: _ dat een aantal is van 1440. persoonen, die niet meer zouden hebben te verwerken dan 4: ½ bhaa„ ven of 2160. lb ijzer, dat volgens opgaven van het Den 14 Januarij 1787. het negotie Comptoir inkoops bedraagd ruijm Pag: 29. ½. , waar voor aan Coelijloon zoude besteed werden Pag: 101. 6 — dat ongevaar op een maakloon van 343 percento zoude uit„ koomen. voor het ijzer werk van de 2. Thonijs vond hij opgebragt 24. bhaaren, en aan smitsloonen tot dies verwerking in eene somma Pag: 120. —. zo dat er gantsch geen evenredigheid tusschen die twee opgaven plaats heeft, wijl volgens deselve 4.½. bhaar: maar Pƒ 22. ½. aan verkloonen kunnen kosten; Even wijnig proportie heeft de berigter bespeurd in den opbreng van 950. Timmerlieden à 2. ¾. Januns 300. Boorders „ 2¼ „ 600. Coelijs bij de Timmerlieden - - - „ 1. —. „ —„ 1½ „ en 525. Calvaters zagers voor de Iondos â pagooden - 10. —. Deeze Loonen maaken met den anderen uit Po 211. -. Hij vind bij de Calculatie van de Thonijs dat er moeste werden bearbeijt voor Frj: 132½ 461. Den 14. Januarij 1737. Pag: 992: ½. aan houtwerken, in soort, en daar voor in 199 een post, begrijpende die 5 soorten van even genoem„ de werklieden, in 't generaal opgebragt pag:. 216. -. Daar nu het te verwerken hout aan de Goerab in 't geheel niet meer kost dan Pag: 160. /¼. zo zoude men volgens een Luijste schatting daar voor niet meer kunnen opbrengen dan Pag: 37. ½. –. De Iondos vind hij bij de Eerste Caloulatie opgebragt, met Pal. 2. het p„s en nu met Co/ 3. dat meede een verschil maakt van 50. p=rC=to Voor die twee thonijs die met hun beijde in lengte met de Goerab maar 4. voeten verschillens vind hij opgebragt 480. Cheeren gin„ gelij olij, en 160. –. koenjangs kalk tot een bedraagen van pag: 27. 16. –. en voor de Goerab wel 1350. lb van die olij, en 8. Candijlen kalk, waar voor gesteld zijn R/ 76: 7. ½. het welk hem meede vrij dies proportioneel is voorge„ koomen, alzoo 'er pro rato niet meer konde „worder gereekend dan Pag: 228:19. 7/8. -. voor ƒ Voor het verningen vdijf Pick, en koken van harpuijs vind hij gesteld Pag: 6, en voor brandhout pag: 8 -. Tot het eerste maend hij onder reverentie, dat de matroosen van de Goerab dienden gebruijkt te worden, en dat voor het laatste pag: 4. zullen moogen sufficieeren. Wegens een Post bij Bleekers Calculatie We van Pag: 55: voor Battams aan Calfaters, Piens en Chialengeniers kan hij geen vergelijking maacken, wijl 'er zodanige post bij die van de thonijs in het geheel niet gevonden word. ƒ Wat betrefd de quantiteit, en het kostende de qeuan van de houtwerken die gesteld werden noodig te zijn tot de Reparatie van de Goerab, daar van kan hij niets zeggen, wijl : /: alleen buijten de Iondos /geene met deselve naamen bij de Calculatie voor de Thonijs benoemd worden De berigter hoopende hiermeede aan de br„ „veelen van Uwel Edele Agtb: voldaan Den 14e: Januarij 1787. te
English
to have, has the honour to remain with respect. Underneath stood: Right Honorable Sir and Gentlemen, your Right Honorable's most humble and obedient servant. Was signed: P: A: Heshusius. In the margin: Palliacatta, the 10. January 1787. Thus done and decreed in the Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid. Was signed by all, except J: L: Simons. Saturday, the 14. January 1787. Saturday, the 10. March 1787. In the morning at 9 o'clock. Meeting of the Council of Policy. Absent: Joan Daniel Simons, merchant and fiscal, and Broërius Brouwer, junior merchant and secretary. After the opening of the meeting by the customary prayer, it was, at the desire of the Governor who has been sick and bedridden practically from the beginning of this year, resolved to note hereby that the present meeting, although with much discomfort to him, is being held in his bedchamber. The 10. March 1787. The Secretary of this meeting, Broërius Brouwer, having obtained permission according to the resolution of the 26. September of the previous year to depart for Nagapatnam in order to settle the affairs of the Orphan Chamber, having been prevented by illness from taking advantage of that concession earlier than the 4. February last: so it is not only resolved to make record of his aforesaid departure hereby, but also that the Warehouse Master Stoffenberg has taken upon himself the duties of the secretariat, and the junior merchant Heshusius the administration of the petty cash for him. By the Governor was produced an extract of a letter written to His Honor by the titular merchant and fiscal here, Joan Daniel Simons, on the 11. January of this year from Tranquebar: reporting that a certain person, whose name the broker was unwilling to mention, had proposed to him to deliver to the Honorable Company a quantity of cloths amounting to fully 100,000 Pagodas: to wit, for 30,000 Pagodas in Wentepalium or sown goods 4,000 in Palliacatta goods 5,000 in Arni and Madripak betilles 15,000 in Otecoerse goods: consisting of The 10. March 1787. chelases of 16 and 17 Covids, cambays in sorts of 4, 5, 6, and 8 Covids, bleached moris of 26 long and 2 5/16 Covids broad, bleached moris of 18 long and 3 Covids broad; 30,000 Pagodas in bleached guinees of 14, 16, 18, and 20 punjams, both Northern and Southern sorts, including salempores, baftas and parcallas; 10,000 Pagodas in guinees, salempores, baftas and parcallas, dark blue; 5,000 Pagodas in gingham taffachelas in 3 sorts; and for 5,000 Pagodas in chintzes in sorts; or 104,000 Pagodas in total, somewhat more or less, and that under the following conditions: 1. That the greatest part of the goods shall be Company's assortments, for which one would have to pay the prices paid most recently before the war, with an increase of 10 percent. 2. That the goods shall be delivered at Palliacatta by the end of next September, to be sorted, accepted, and the rejected pieces returned or appraised there, as shall be mutually agreed upon regarding this latter point. 3. That the Honorable Company shall pay the supplier 8½ months interest at ¾ percent per month for the advance payment that the latter will have to make upon the collection; The 10. March 1787. 4. That the cloths which shall be brought in successively must be sorted, accepted, or rejected without loss of time. 5. That if all the goods should not be delivered by the end of the upcoming month of September, the supplier requests the liberty to deliver the same by January or at the latest February 1788, on this condition however, that whether the cloths are delivered before or after the month of September, no more or less than 8½ months interest shall be calculated on the accepted quantity. 6. That the payment after delivery shall be made in cash, or else in merchandise, in case this should be desired by the supplier, but otherwise in bills of exchange payable in Europe, either at Amsterdam or London at three months sight, the star Pagoda reckoned at 8 shillings and 6 pence. N.B. One could stipulate that one shall not be obliged to grant any bills of exchange before 10, 15, 20, or 25 thousand pagodas in goods have actually been delivered and accepted. After the reading of the aforesaid propositions, the Governor made known to the meeting that the sickly condition in which His Honor finds himself from the beginning of the year, has
Dutch transcription
463.„ te hebben, heeft de eere met respect te zijn. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer en Heeren uwel Ed: Agtb: zeer onderda„ nigen en Gehoorsame Dienaar /:was getee„ kend:/ P: A: Heshusius /:In margine:/ Palliacatta Den 10. Januarij 1787. Aldus Bedaan en De ar„ resteerd In't Casteel Teldria te Palliacatta dato voorsz: /:was ge„ J: L: teekend:/ door alle /: Excepto:/ d Simons. Saturdag Den 14. Januarij 1787. heben doost de vegoeterij in zijn d. slaapkanen gehaden, Saturdag Den 10. ' Maart 1787. Smorgens ten 9:e uuren. -. Vergadering van Politie Absent Joan Daniel Simons, en Den kopen telks in staat Froerius Brouwer, Den onderkoopman en secretaris mets ziskt vorden ten ge„ da het openen der vergadering door het ordi„ nair gebed, is op begierte van den Heer Ge„ zaghebber /:die genoegzaam van het be„ gin van dit Jaar af Ziek en bedlegering geweest is:/ verstaan bij deezen te noteeren, dat de pesente vergadering schoon voor hem met veel ongemakkelijkheid, gehou„ den word in zijne slaapkamer. ƒ en 465 Den 10. Maart 1787. wer eerst na Naga hadt konnen vertrekken. heeft het waarneemen van het Secretarieel in tusschen op zig de administratie van de door den fiscaal Simon, aan der Heer Gesaghebber geschreven, Don Secretaris deezer vergadering Broevias wanen den Sicitaris Brou„ Brouwer, die volgens besluit van den 26. September A:o p„o permissie geobtineerd had, om na Nagapatnam te moogen vertrekken, ter verevening der zaaken van den weeska„ mer, door ziekte belet geworden zijnde, van die Concessie eerder te profiteeren als den 4: februarij laastleeden: Zoo is miet al, den Pakhuijsm: stoffenberg leen verstaan, van zijn voorschreeve ver„genomen. trek: bij deezen aanteekening te houden, maar ook, dat de Pakhuijsmeester stoffen„ Sakij ƒ 3 berg; de waarneeming van het secretariaat op zig genomen heeft, en den onderkoopman on der onderkoopman Hishusius Heshuscus de administratie van de klijne kas, voor hem. Is door den Heer Gesaghebber productie gpemen Extract brief kleen kas., gepro det vie gedaane propositie door zeken persoon om voor 100'000 ps lij„ len bestaan, geprooiuceerd een Extract Missive, door den koop„ man tit: en fiscaal alhier Ioan Da„ niel Simons, op den 11. ' Ianuari des„ zes Iaars, uit Tranquebar aan zijn Agtb: geschreeven: tot berigt, dat zee„ waater aan de Comp:s te flevker perzoon wiens naam den make„ laar niet hadde willen melden aan hem geproponeerd had, om aan VE: Comp: te leveren een quantiteit van ruijm waarin, die sortementen zul 100'000 Pagooden aan Lijwaaten: te weeten voor 30'000 P„s aan wentepaliumsche of gezaaijde goederen 4000 „ aan Palliacattasche Goederen 5000 „ Arnesche en Madripaksche bethilles, 15000 „ octekoerse goederen: bestaande in Den 10 Maart 1787. Chalas ver, 467. Den 10. Maart 1787. Chelassen van 16 en 17. Cob„s, Cambaijen in soort van 4, 5, 6, en 8. Cob„s, Moerissen gebl: de 26. lang, en breed 2 5/1. Cob„s, Moerissen gebl: de 18. lang en P:d 3. Cob„s 30000 P=s aan guineesen gebl: van 14, 16, 18, en 20. poenjangs; zoo wel Noordsche als Zuijdsche sortementen, daar onder gerne vervolg G G kend Salempoeris-, baftas en parcal„ len. 10'000 pp aan guineesen Salempoeris, baftas en Parcallen, bruijn blaauw. - 5000. ps aan gingan taffa Chelas in 3. Soorten; en voor 5000. ps aan Chitzen in soort; of 304000. ps te zaamen wat min of meer, en dat onder de volgende Conditien. en onder welke Conditien, 1. / Dat het grootste gedeelte der goederen zul„ len weesen Comp=s sorteeringen, en waar voor men zou moeten betaalen de Iongst„ voor den oorlog betaalde prijsen met een augmentatien van 10 pr C=to 2. /.: Dat de goederen zullen geleeverd wor„ den te Palliacatta, tegen ultimo September aanstaande, om aldaar ge„ sorteerd, geaccepteerd, en de uitschotten te rug gegeven of gepriseerd te worden, zoo als men zig, omtrend dit laatste lid over en weeder zal verdragen. 3/ Dat de E: Comp. e aan den Leveran„ cier zal dienen te betaalen 8½ maan„ den intrest â ¾. prC:to smaands, voor de voor uit verstrekking die den laast ge„ melden op den inzaam zal moeten doen; Den 10. Maart 1787. ƒ 6 469 Den 10. Maart 1787. 4/. Dat de Lijwaaten die successive zul„ len worden aangebragt, zonder tijd ver„ zuijm zullen moeten gesorteerd, geac„ cepteerd of uitgeschooten: werden. 5/. Dat wanneer alle de goederen: tegen het uiteinde van de aanstaande: maand September, niet mogten geleeverd worden vervolg 2 verzoekt den Leverancier vrijheid om de„ zelve tegens Ianuarij off uitterlijk fe„ bouarij 1788. te moogen leveren, onder deize mits nogtans, dat, 't zij de lijwaaten voor of na de maand September geleeverd werden, men niet min of meer dan 8:½. maanden verter op de geac„ cepteerde quantiteit zal bereekenen. 6./ Dat de betaaling na de liveran„ die zal geschieden in Contant, dan wel „ wat diewrgens door den Heer Gesaghebber te kenren gegeeven nordt„ in koopmanschappen, bij aldien deeze doorden leverancier mogt worden begeerd, dog ar„ ders in wissels betaalbaar in Europa, 't zij te Amsterdam of London op drie maanden zigt. De ster Pagood tegen 8: schellingen en 6-pens gereekend; NB Men zou kunnen bedingen, dat men geen wissels zal behoeven te verleenen voor en aleer 10, 15, 20 of 25. duijzend pa„ gooden aan goediren werkelijk geleeverd en geaccepteerd zijn. Sevende den Heer Gesaghebber, na het liezen der voorschreve propositien, aan de vergadering te kennen, dat den Zieke„ „lijken toestand waar in zijn Agtb: zig van het begin van het Jaar af, bevind, Den 10 Maart 1787. hem
English
471. The 10th of March 1787. thereabouts, had not allowed him until today to submit the aforementioned proposals for deliberation. His Honor's considerations. That he, however, having let his thoughts dwell upon it more than once, was of the opinion that the only advantage that lay in the proposed draft consisted herein, that one, although paying interest, would not need to make an advance disbursement. That apart from this single advantage, such an agreement was too uncertain, of too much encumbrance, and contrary to the customary way of dealing maintained by the Company during its time on this coast with respect to procurement. That 1 That such a private contracting, occurring more than once, could insensibly turn into a sort of custom, which would obstruct the trade at the respective factories, or at least render it of less importance. That moreover our own merchants, losing heart, would have to leave us, against which care should especially be taken; principally at Iaggernaikpoeram, where the merchants in the past year had made a procurement on their own credit for the Company of between 14 to 15000 pieces of sewn goods. The 10th of March 1787. continuation That 3 473. 473. His Honor to negotiate money on bill of exchange to Europe, of the departure of the aforementioned. proposals had made, That the conduct of the linen trade by strangers must transform all our factories on the coast, which are established principally if not solely for the linen trade, into useless burdens. Means used by His Honor. That in order to prevent this, His Honor had attempted again, though with an equally unfortunate outcome as in the previous year, through the agency of one of the most prominent and accredited merchants at Madras, Mr. Iames Amos, to negotiate money on bill of exchange to Europe for the Company; Notice given by Simons. to whom the aforementioned was, Whereby that negotiation was broken off, tion would have been able or permitted to go, But that a few days after the outcome of this money negotiation was communicated to His Honor, the fiscal Simons, by letter of the 22nd of February, had indeed informed him that the person who had proposed the project of delivery had departed from there, because he could achieve nothing with him; and that therefore the aforementioned negotiation was broken off, the acceptance of which, however unsuitable with the customary maxims of our Company, His Honor would otherwise indeed have been inclined to propose to the Council, because we were virtually destitute of money and funds to continue the procurement of linen through our own means. But which proposal, however, in His Honor's opinion, could or should not have gone further than over the guinees, the salempoeris, the baftas and parcallen, both bleached and dark blue, on which The 10th of March 1787. to 475. The 10th of March 1787. and still with an increase of 10 percent had appeared large, for the same reason of general price increases in the linens, one might have had to concede an increase of some, even if need be 10 percent, to the unknown supplier at Tranquebar, just as one will not be able to avoid this at other factories, Bimilipatnam possibly excepted, from where no increase has yet been requested; Which increase was much too large, But that such an augmentation on the other linens appearing in the proposal of the fiscal Simons under the name of Wentepalium, Palliacatta, Arne, Madripak and Oetekoer, had appeared much too large to His Honor to procure those goods at a formal contracting so dearly, since a granting of such a considerable increase on this sort of cloth would be a harmful example for the merchants of this head factory and the Masulipatnam ones at Iaggernaikpoeram, who would not afterwards be willing to deliver them for lower prices, whereas one could presently, if there were only ready money, obtain them from them for considerably less; which would be a harmful example for the next-mentioned merchants could also not be conceded, due to the departure of the unknown person, and would require higher authority. and besides that, His Honor thought that this government would take too strong a step to allow so important an increase on such costly linens, as most of the above-mentioned are, without higher authorization. Lapse of that negotiation, The 10th of March 1787. could 477. 477. 477. The 10th of March 1787. to authorize him to enter into a contract on credit, Proposal to authorize Simons, Yet because, apart from all this, no negotiation on this matter could any longer take place due to the departure of the unknown person from Tranquebar: Thus His Honor proposed, but only out of high necessity, and because it seemed to him that we shall not be provided with cash and merchandise from Batavia before the ordinary time, that is in June or July next, to write to and authorize the merchant Simons, while sending an extract from the Indian demand for the year 1787, to enter into a contract on credit for and on behalf of the Company, if he should see a chance for it at Tranquebar or elsewhere, so far as the demand for India from Nagapatnam is concerned, and to conclude it subject to approval.
Dutch transcription
471. Den 10 Maart 1787. daar ontrend, hem niet verder dan heeden had toegelaa„ ten om de voorschreeve propositien ter de„ liberatie over te leggen. Dat hij egter daar over meer dan eenmaal, zijn Agtb: Consideratien zijne gedagten hebbende laaten gaan, van V gevoelen was, dat de eenigste avantag= die er in het voorgestelde ontwerp was geleegen, hier in bestond, dat men, schoon interest betaalende, geen voor uijt ver„ strekking zou behoeven te doen. Dat buiten dit enkeld: voordeel, eene diergelijke Conventie, te onzeker, van te diergelijk veel omslag, en tegen den gewoonen weg van handelen was, door de Maatschappij, geduurende haaren Liet te deeser kus„ „te, met opzigt tot den inzaam ge„ houden. Dat 1 Dat zulk een particuliere aanbesteeding meer dan eermaal geschiedende, ongevoelig in een soort van gewoonte zou kunnen geraaken, het welk den handel: op de respective factorijen stremmen, of ten minsten van minder belang maaken Zou.. Dat boven dien onze eige kooplieden den moed verliezende ons zouden moeten verlaaten, waar teegen voor al Zorg dlivend te worden gedraagen; priv„ cipaal op Iaggernaikpoeram, al„ W waar de kooplieden in anno passato op haar eijge Credit, voor de Comp. e een inzaam gedaan hadden, van tusschen de 14. à 15000 pC. aan gezaaijde goede„ ren Den 10 Maart 1787. vervolg Dat 3 473. 473. Agtb: om geld op we t sal na Europa te negotieeren, van het vertrek van voorm: voorslagen gedaan hadt, Dat het drijven van den Lijwaat handel. door vreenden, alle onze Comptoiren op de kust, die voornamentlijk zoo niet alleen, om den Lijwaathandel geetablisseerd zijn, „voormen moest, in onnutte lastposten. Dat om dit te voorkomen zijn Agtb: gebruikte middesdoon zijn weeder, schoon met een even ongelukkigen uitslag als in het voorige Iaar ge„ tragt had, door middel van een der voornaam„ ste en geaccrediteerdste Kooplieden te Ma„ dras, de heer Iames Amos voor de Compagnie, geld op wissel na Europa te negotieeren; Dog dat eenige dagen na dat den uitslag gegeevene kenisse door sinons. van deeze geld negotiatie, aan zijn Agtben vooren die de voorsz: was bedeeld, de fiscaal Simons, bij mis„ sive van den 22. ' februarij wel denzelven had gecommunibeerd, dat den perzoon, die Den 10. Maart 1787. hit waar door die onder handeling afgebrooken was, tie zoude hebben kunnen ofte mmoegen gaan, het sroject van leveraatie voorgeslaagen had, van daar vertrokken was, uit hoof„ den hij met hem niets kon aanvangen; en dat dus daarmeede de voorschreeve onderhandeling was afgebrooken, welkers acceptatie hoe ongeschikt, met de gewoone marimes van onze Comp=e, zijn Agtb: an„ ders wel zou hebben geinclineerd den Raad te proponeeren, uit hoofde wij genoegzaam van geld en fondsen, om de Lijwaat procuur met eige vermogen voort te zetten, ont„ he dem egte de voor: porpos: bloot waren. : Dog welke propositie egter na zijn Agtb: gedagten niet verder zou„ de hebben kunnen of mogen gaan, dan over de guineezen het Salempoeris, de baftas en parcallen, zo gebleek„ te als bruijn blaauwe, op welke men„ Den 10. Maart 1787. om 475„ Den 10 Maart 17187. ging van 10. pr C=to groot was voorgekomen, om gelijke reeden van algemeene verduuring in de Lijwaaten, zoo wel een verhoging van enden nog met een verhoo„ eenige alwaar het des noods 10 pC o zoude hebben mogen toestaan, aan den onbekenden leverancier te Tranquebar als men dit op andere Comptoiren /. Bimilipatnam mogelijk uitgezonderd, van waar geen verho„ ging tot nog is gevraagd:/ niet zal kun„ nen ontwijken; Dog dat zulk een augmen,„ welke angustatie veel te tatie op de andere, in het voorstel van den fiscaal Simons onder den naam van Wentepaliumsche, Palliacattasche, Arnesche, Madripaksche en oetekoer„ sche voorkomende Lijwaaten, zijn Agtb: veel te groot was voorgekomen om die goederen (: bij een formeele aanbesteeding:/ zoo duur in te zamen, alzoo een inwil„ liging van zo een Considerabele ver„ Loging voor neven gem: Cooplieden zou„ de weesen ter dezelve ook niet Roe„ staan konde, mits het vertrek van den onk„ kienden perzoon, hoging op dit zoort van doeken een scha„ het geen een schadelijk voorbieddelijk voorbeeld zoude zijn voor de kooplieden van dit hoofd: Comptoir en de Masulipatnamsche te Iaggernaik„ poeram, die dezelve naderhand niet voor mindere prijsen zouden willen leveren, daarmen ze thans, als ter maar gereed geld was, wel voor vrij minder van hen zouden kunnen bekomen: en pen zonden hoogn mutisice buijten dat zijn Agtb: dagt, dat deze regeering te sterk een stap zoude doen om zonder hoger qualificatie zoo een importante verhoging op zulke kost„ bare Lijwaten, als de meeste der bo„ ven gem: zijn, toe te staan. verwalling van die onderhandig, Dan alzoo, buijten dit alles, geene onderhandeling over dit stuk meer plaats Den 10 Maart 1787. kende 477. 477. 477. Den 10 Maart 1787. lificeeren tot het aangaan van deen Contact op Credit, konde hebben door het vertrek van den on„ bekenden perzoon van Tranque bar: Zoo porpositie om Limons, te qua„ proponeerde zijn Agtb:, dog alleen maar uit hooge nood; en om dat het hem toe„ „ scheen, dat wij niet voor den ordinairen tijd, dat is in Iunij of Iulij aanstaande, van Batavia met Contanten en koop„ manschappen zullen worden voorzien, om den koopman Simons, onder toezen„ ding van een Extract uit den India„ schen Eisch voor den Iaare 1787. aan te schrijven en te qualifficeeren, om, zoo hij daar toe op Tranquubar of elders kans mogt zien, voor zoo veel den Eijsch voor Indien van Nagapatnam betrift, eene Contract op Credit voor en van wegen de J C Comp=e aan te gaan, en te sluijten op appro„ batie
English
augmentation conditions, subject to the approval of this Government, offering a few percent, even if he could by no means come to terms for less, of 10 percent increase on the prices at which the last cloth contracts were concluded with the Nagapatnam merchants for the year 1781, and this on conditions, provided the aforementioned contract can be entered into and concluded on the following conditions. 1. That the suppliers must immediately send hither at their expense sound samples of those goods which they undertake to supply. 2. That all cloths must be delivered successively at Palliacatta for the account of the supplier in good qualities. 10 March 1787. 479. 10 March 1787. before the end of September next, or at least 2/3 of the whole, and the remainder in January or February 1788. 3. That the customary abatements in price must take place. 4. That if any obstacles or hindrances should arise from the English or from elsewhere, whenever that might be, the Company shall have nothing to do with it, nor be required to take any cognizance thereof. 5. That whenever cloths to the value of 6000 Pagodas have been sorted and accepted, the Company will make payment here for what has been delivered, at the choice of the supplier, in cash or in merchandise on hand, or else bills of exchange on Batavia, payable deliberation thereon, at three months' sight. 6. That an interest of 3/4 or, if necessary, 1 percent per month will be paid for the advance: which interest shall commence from the day of the formal conclusion of the contract, and cease with every payment made on that day for that amount which is paid; but if bills of exchange on the Company payable at Batavia should be granted for it, interest thereon shall be paid until the day of settlement; And after mature deliberation, as well as out of consideration that without granting a considerable price increase, both to the South and to the North, (where at two factories as much as 10 percent increase is demanded) any cloths will be able to be collected, it was approved and agreed by the members present of this meeting to conform to the cited proposal of the Lord Commander as it stands, being the only expedient by which one may still hope to be able to obtain some cloths for the Company. 10 March 1787. 481. 10 March 1787. From a letter of the Fiscal. Aforesaid two persons to deliver 15000 ps bleached Guineas. Subsequently, a second extract was also exhibited at the meeting by the Lord Commander from a further letter written by the aforementioned Fiscal Simons to His Honour on 25 January of this year; containing a proposal made by Messrs Harrop and Stevenson at Tranquebar to also supply our Proposal made alongside it. Company in the month of September next with 15000 Pagodas or more worth of bleached Guineas, in two sorts, following the example of the Danes, on such a contract as was entered into by them with the factors of the Danish Asiatic Company there, Insertion of that contract being of the following content: Extract from a further letter written to the Right Honourable Lord Commander Willem Blaaukamer by Mr Joan Daniel Simons, dated Tranquebar, 25 January 1787. Messrs Harrop and Stevenson, two prominent and accredited merchants trading in partnership, have contracted with the factors of the Danish Asiatic Company here to deliver to them successively, as they indeed are doing, a quantity of thirty thousand Pagodas of bleached Guineas in two sorts, which can be obtained nowhere else here 10 March 1787. 483. 10 March 1787. except from them, and on which the Danish Company, as I am informed, makes a profit on the capital. They have offered to me to also provide our Company with those assortments in September next, provided that Japanese copper and cloves are sent to them from there to such an amount as one wishes to contract for. I have seen those cloths; they are good, substantial, and heavy, the piece weighing fully 11 1/2 to 13 1/2 pounds: namely the first assortment 11 1/2 to 12, and the second ditto 13 to 13 1/2 pounds, being fully 50 ells long and 1 1/2 cubits wide; though a little too coarse of thread for the price demanded for them, but if the Honourable Company can make a capital profit on them, I respectfully request permission to ask whether that is not a point for deliberation. Messrs Harrop and Stevenson are prepared to send the samples overland at their expense, to be entirely opened, weighed, and inspected by Your Right Honourable. I pray that I may receive a speedy answer to this. The conditions on which they are willing to deliver those cloths, I present to Your Right Honourable herewith. The
Dutch transcription
augmentatie conditien, onder ut bidig ven epompatie de zer Regiering, onder uit bieding„s van eenige procentos, alwaare het, zo hij volstrekt voor geen mindere konde slaags„ raaken, van 10: ten hondert verhoging op de prijsen, waar op de laatste Lijwaat= Contracten, voor den Iaare 1781, met de Nagapatnamsche kooplieden geslo„ en zulks op revesgen: zes ten zijn, mits het voorschreeve, Con„ tract kan worden aangegaan en gesloo„ ten op de volgende Conditien. ./Dat de Leveranciers ten eersten S. voor hunne reekening herwaards moe¬ ten zenden; deugdzame monsters, van die goederen, die zij aanneemen te leveren. 2 Dat alle Lijwaaten voor reeke„ ning van den Leverancier in goede soor„ ten successive te Palliacatta moe„ Den 10 Maart 1787. ter 479. Den 10 Maart 1787. ten geleverd worden voor uld: September aanstaan„ de, of ten minsten 2/3. van het geheel, en de west in Ianuarij of februarij 1738. 3. / Dat gewoone afdalinge in prijs, zullen moeten plaats hebben 4. / Dat zoo 'er eenige obstaculen off hin„ deringen van de Engelschen of van elders, wan„ vervolg neer ook mogten opkomen de Compagnie daar„ meede mits zal te doen hebben, of daar van eenige kennisse behoeven te neemen. 5:/ Dat de Compagnie telkens wanneer 'er Cm voor 6000. Pagoden aan Lijwaaten gesor„ teerd en aangenomen zijn, alhier betaaling van het geleverde, zal doen, ter keuse van den Leverancier, in Contant of aan handen zijnde koopmanschappen, dan wel wissels op Batavia, betaalbaar deliberatie dierwegens, na drie maanden zigt. 6Dat men een intrest van 3/4. of wel des noods 1. pC=to des maands zal voldoen voor het voor uit verschot: welke intrest zal aan„ vang neemen van den dag der formeele sluijting des Contracts, en met ieder behaa„ ling die men, doed, op den dag Cesseeren, voor dat bedraagen, dat men betaald; dog zoo daar van wissels op de Compagnie mogten worden verleend betaalbaar op Bata„ via, zal daar van interest betaald wor„ den tot den dag der voldoening toe; En is na rijpe deliberatie, mitsgaders uit Consideratie, dat zonder een aan„ merkelijke prijs verhooging toe te staan, er zoo men om de Zuid, als om de noord, (:waar op twee Comptoiren wel 10. p=r C=to ver„ Den 10 Maart 1787. hooging 481. Den 10 Maart 1787. uijt aen brief van den fiscaal in ons gem: 2 persoonen om voor 15000 ps „quin„ gebl: te leveren. hooging gewraagd word:/ eenige lijwaaten zul„ len kunnen worden ingezameld, bij de pre„ „goedgevonden en verstaan, sente Leeden deezer vergadering, „ zig met den geciteerden voorslag van den Heer Gesaghebber, zoo als die legt, te Conformee„ F ven, als het eenigste expedient zijnde, waar op men nog hoopen kan eenige Lijwaaten voor de Compagnie te zullen kunnen bemag„ tigen. Is vervolgens door de Heer Gesaghebber, pndtunctie genen twede extraat„ nog ter vergadering geexhibeerd een tweede Extract uit een naderen brief door den fiscaal Simons voornoemd, op den 25. Ianuarij deezes Iaars aan zijn Agtbaare geschreeven; behelzende propositie van de Heeren Harop en Ste„ gedaan propositie dor nevens „venson te Tranquebar, om ook aan onz Maat Comp: Maatschappij, in de maand September aanstaan„ de te bezorgen voor 15000 Pagooden of mier, aan guineesen gebleekt, in twee soorten, na het voorbeud den Densche op zoodanig een Contract als door hun aangegaan was met de factoors van de Deensche Aziatische Compagnie aldaar 1 Insentie van dat Contract zijnde van den volgenden inhoud — Extract uit een nadere brief ge„ schreven aan den wel Edele Agtb: Heer Gesaghebber Willem Blaaukamer, door den Heer Ioan Daniel Simons, gedateerd Tranque„ bar den 25. Januarij 1787. — De Heeren Harrop en Stevenson twee voorname en geaccrediteerde kooplieden die in Comp= negotieeren, hebben met de factoors van de Deensche Assiatische Comp: alhier gecontracteerd, om aan hun successive te leveren, gelijk zij werkelijk doen, een quantiteit van Dertig duijzend Pagooden aan guineesen gebleekt in twee soorten, die men hier Den 10 Maart 1787. nergens 483. „ Den 10. Maart 1787. nergen anders, als bij hen bekoomen kan, en waar op de deensche Comp, zo als ik onderregt ben, over het Capitaal wint. zij hebben mij aangeboden om aan onze Maatschappij ook die sortemen ten in September aanstaande te bezorgen mits aan hen van daar toegezonden worden Iapans koper, en Nagulen tot zodanig een bedragen als men Contracteeren wil. Ik heb die lijwaaten gezien; zij zijn goed, lijvig en swaar, wegende het stuk wel 11. ½ tot 13. ½. ponden: te weeten het eerste sortement 11. ½ â 12:, en het 2 dito 13. â 13½ Ponden, zijnde Compleet 50. ellen lang en 1½ C=s boed; Dog een weijnig te grof van draaden voor de prijs die men daar voor eijscht, maar als dE: Comp: daar op een kapitaal kan winnen, versoek ik verlof eerbiedig te moogen vraagen of het dan geen poinct van deli„ beratie is. De Heeren Harrop en Stevenson zijn bereijd de monsters over den landweg op hunne kosten over te zenden, om door Uwel Ed: Agtb: ge„ heel geopend, geweeten en bezigtigd te worden. Ik bidde hier op mij een spoedig antwoord te doen er„ langen. De Conditien op dewelke zij die Lijwaaten willen leeveren, biede ik Uwel Edele Agtb: hier nevens aan. De
English
remarks in that regard, The price of Japanese bar copper is currently here 95 to 100 New Porto Novo pagodas per Bahar and that of the cloves 27 ditto pagodas per Maund, the difference between the old and new Porto Novo pagodas being no more than ¼ to 1 per cent. It is assumed that the price of the copper and the cloves will fall upon the arrival of the Ceylon vessels, if they should bring any of those articles; thus one ought to strike the iron while it is hot. The small loss that they will yield could be charged to the linens; this I offer as an expedient, nevertheless submitting myself in that regard to the wiser and more prudent judgment of Your Honourable worships. Whereupon, having entered into deliberation, it was remarked 1. That the sorting and accepting of the linens at Tranquebar, and collecting the same from there with hired vessels, appeared to the Council to involve too much trouble and to be far too costly; for to that end, a special commission, which would have to consist of Council members, would have to be sent expressly thither. 2. That on this delivery an advance would have to be made, and indeed of the entire amount, so that the small stock of merchandise which was still on hand here would thereby be thinned out to such an extent that nothing would be left over for dispatch to our factories: which was not at all in accordance with the true interest of the Company, and squared even less with proper management. Decision to decline the proposed contract through the merchant Simons. 3. That above all this, the merchandise stipulated in the aforementioned contract, consisting of Japanese bar copper and cloves, if they were delivered for the offered price, in comparison against the Company's fixed price for which both those articles of trade have been sold up to the present day, both here and at the subordinate factories, would yield a loss on the copper of 8 3/16 and on the cloves of well over 11 5/16 percent. And consequently, it was also approved and agreed to write to the merchant Simons, to thank Messrs. Harrop and Stevenson very politely in the name of the Government for the offered contract, although one cannot proceed with it for the reasons cited. Discussion having subsequently taken place concerning the means which one might still apply and put into effect to make some collections both here and at the respective factories, it was remarked by the Honourable Commander: That it may almost be regarded as superfluous to send to the subordinate factories their shares of the demands without money, as the demands cannot yet be sent thither as long as there is no Company cash; for the servants could not contract for them as long as they had no money to be able to make an advance. That the Chiefs of Jaggernaikpoeram, besides the aforementioned merchandise (which one could also by no means supply), still demand 20,000 pagodas in cash; although those of Palicol and Bimilipatnam have not yet made any definite money demand, they nevertheless will also need a considerable sum; to supply which one had nothing on hand, and just as little to meet the needs of Sadras and Porto Novo. The Masulipatnam merchants have already delivered 14 to 15,000 pagodas of tailored goods, for the payment of which they were longing. That above all this, as appears from a letter from the Jaggernaikpoeram Chiefs of the 6th of January last, the Masulipatnam merchants had delivered on credit to the Honourable Company tailored goods to an amount of between 14 and 15,000 pagodas, for the payment of which they were longing; and which also ought to be satisfied immediately, if one does not wish to put the credit of the Company at risk. Proposal to send the spelter, copper, and cloves on hand here to Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam; That on account of all this, His Honour was of the opinion to divide, besides half of the stock of spelter for Jaggernaikpoeram, all the Japanese bar copper on hand here and such quantity of cloves as shall be deemed appropriate, between the two northern factories, Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam, in the proportion of 2/3 for the first and 1/3 for the last-mentioned office, to the end and for the purpose of being able to satisfy therefrom whatever might already have been delivered to them on credit for the account of the Company, and from what shall then still remain to make collections for the Indies, of which only the demand will be sent to them, with the recommendation to exert all their efforts to procure, if not all, at least as much as possible, and especially the assortments for Japan, the Great East, and Padang, before the end of the month of September; while the demand for Europe, both here and at the offices, ought to be excused until they shall be provided with cash and merchandise, on account of the present deplorable state of the finances in this Government, and the still
Dutch transcription
vemarque dierwegens, De prijs van het Iapansch staaf koper is tegenwoordig hier 95. â 100. N. Port enorasche pagooden de Bhaar en die der Nagulen 27. dito pagooden d' Mahou, zijnde het verschil tusschen de oude en nieuwe Portonovosche pagooden niet meer dan ¼. tot 1. pr C=to. Men verondersteld dat de prijs van het kooper en de Nagulen daalen zal bij aankomst der Ceilonsche vaartuijgen, zoo zij van die artikelen mogte aanbrengen; de men het ijzer zou moeten smeeden terwijl het hoet is. Het weijnig verlies dat zij zullen geeven, zou op de Lijwaaten konnen beswaard worden; Dit geof ik als een Expedient op, mij nogthans daar omtrend aan het wijzer en pradenter oordeel van uwel Ed: Agtb: onderwerpende. —. Waar op ter deliberatie getreeden zijnde, is geremarqueerd 1. / Dat het sorteeren en accepteeren der Lijvaaten te Tranquebar, en het af„ haalen derzelven van daar, met gehuurde Den 10. Maart 1787. vaar 485. Den 10. Maart 1787. vaarthuijgen, den Raad van te veel omslag en al te kostbaar voorkwam: want daar toe, eer expresse Commissie, die uit Raads„ leeden zou dienen te bestaan, expres na derwaarts zou dienen gezonden te wor„ den. 2. Dat op deese leverancie voor uijt ver„ „strekking zou dienen te geschieden, en vervolg dat wel van het geheel bedraagen, dat daar door den gevingen voorraad van koop„ manschappen, die men hier nog aan handen had, zoo zeer zou worden gedunt, dat er niets ter verzending na onze factorijen zou overschieten: Het geen geen zirts met het waare belang van de Comp: over een kwam, en nog minder quadreerde met een geschikte huijshouding besluit om voor die aan geboodene Contractatie door den koopman simons te laaten bedanken, Dat boven dit alles, de bij het op„ 3 gemelde Contract bepaalden koopman„ schappen, bestaande in Iapansch staaf„ kooper en nagulen, zoo die voor den aangebooden prijs, wierder afgegeeven, bij vergelijking tegen Compagnies gefixeerden prijs, waar voor die beijde articulen van Negotie, tot hieden toe, nog verkogt zijn, zoo hier als op de onderhoorige factorijen, het kooper een verlies van 8 3/16. en de Nagulen van 11. 5/16 percent ruijm geeven zoude. — En is dienvolgende dan ook, goedgevonden en verstaan den koopman Simons aan te„ schrijven, om de Heeren Harrop en Ste„ penson uit naam der Regeering zeer beleefdelijk te bedanken, voor de aange„ Den 10. Maart 1787. bovde 487. „ Den 10. Maart 1787. gevallen discours over de midde„ len om eenigen inzaam op de niet na derwaarts gezonden worden, zoo lange er geen boode Contractasie, schoon men daar toe, om de aangehaalde redenen niet kan over„ gaan Vervolgens discours gevallen zijnde, over de middelen welke men nog zou factorijen te doen, kunnen aanwenden, en in het werk stellen om eenigen inzaam te doen zoo hier als op de respective factorijen, wierd door den Heer Gesaghebber gerenarqueerd. Dat het bij na voor overtollig mag gehou„ de eijscher kunnen nog den werden, om zonder geld, de buijten Comp„l Contanten zijt, „toiren toe te schikken, hunne aandeelen in de Eijsschen; want dat de bediendens zoo die niet konden aanbesteeden, lang zij geen geld hadden om een voor„ dut verstrekking te kunnen doen. Dat Den 10: Maart 1787. 20000 pagis buijten de gewaagde Coopmansz: wog gens bepaaldens ged: aijsch gedaan, ber bereets van 14 â 15000 pag: gezaaijde goederen geleverd, gedaan Eijch vem Cagj van Dat de Opperhoofden van Iag gemaik„ poeram, buijten de gewaagde koopmanschappen /:die men ook in verre na, niet kon voldoen./ nog eisschen in Contanten pag: 20'000, schoon Paliool en Pimilip= hebben, die van Palicol en Bimilipatnam nog geen bepaalden geld eijsch gedaan, maar des niet te min almeede een aan zienlijke somma zullen noodig hebben; om wil„ ke te suppleeren men niets aan han„ den had, en ever min, om de behoeftens van Sadras en Portonovo te gemoed te koomen. de Mazatij Coplieden hib, Dat buijten dit alles, blijkens schrij„ ven van de Iaggernaikpoeramsche opperhoofden van den 6. ' Ianuarij Jongst de Mazulipatnamsche kooplie„ den op Credit aan dE: Comp: gelieverd hadden 489„ Den 10 Maart 1787 na welkers voldoening zij rijk hals der handen zijnde spianter, ko„ per en naguler na Pagg. en Bimilip=m te zenden; hadden, voor een bedraagen van tusschen de 14. â 15000 pag: aangezaaijde goederen, na welkers betaaling zij rijk halsden; en dat ook aanstonds diend voldaan te werden, wil men het Credit van de Comp: niet op schroeven zetten- Dat om dit een en ander, zijn Agtbaare propositie on de alhier aan„ van gevoelen was, om buijten de helfte van de vooraad van spiauter voor Zaggernaikpoeram, al het hier aan handen zijnde Iapansch staafkoper en zodanige quantiteit nagu„ len als men Converabel zal agten, over de beide Noordsche factorijen Iaggernaikpoe„ ram en Bimilipatnam te verdeelen in de proportie van 2/3. voor het eerste, en 1/3. voor het laatste gemelde Comptoir, ten einde en ten welke ende daar uit te kunnen voldoen het geen aan „ hun vervely hun voor reekening van de Comp: bereids op Credict, mogt geleeverd zijn, en van het geen er dan nog zal overschieten inzaam te doen, voor Indien, waar van men Een den eijsch alleen zal toezenden, met recommandatie tot het inspannen van alle hunne vermogens om, zoo niet alles, ten minsten zo veel mogelijk, en voor al de sortementen voor Iapan, de groote oost en Padang te besorgen, F voor het eijnde van de maand september; terwijl men den eijsch voor Europa zoo hier als op de Comptoiren diend te excusee„ ren tot dat van Contanten en koopman„ schappen zullen voorzien worden, uit hoofde de presente deplorable toestand der financien in dit Gouvernement, en het Den 10. Maart 1787. nog
English
491. 10 March 1787. left no longer the slightest shadow of hope of dispatching a ship with cloths from this coast to the Netherlands this year; Whereupon, after mature deliberation, it was approved and understood to send, besides the spelter for Iaggernaikpoeram alone, all the Japanese bar copper that is still on hand here, divided in the aforementioned proportion, and as many cloves as shall be deemed convenient, to Iaggernaikpoeram and Bimilipatnam, as soon as a suitable vessel shall be found for that purpose, in order to pay from this for the cloths already delivered on credit; and to contract for cloths for India. Furthermore, the Commander submitted to deliberation the increase of 10 percent on the white cloths, including those delivered unbleached, requested by the Iaggernaikpoeram merchants in the past year, and upon which a decision had been postponed until a new demand should be dealt with. His Honour advanced in this regard that it had always been well realized that an increase in the prices of cloths would be inevitable, both because of the general dearness of the same and because of the agitation of the English, French, and Danes, and many private traders, especially in the North, but that 10 percent 10 March 1787. 493. 10 March 1787. nevertheless seemed somewhat too high to him to be granted just like that, the more so because one was not certain whether the same reasons that could have pleaded for it last year still held good to that degree at present: That His Honour was therefore of the opinion that one should simply dispatch the demands to Iaggernaikpoeram and Palicol, as was customary (from which latter factory the merchants also desired 10 percent, should the same be granted to those of the first place), as well as to the other factories, at the previous prices, without mentioning any increase, the sooner because the merchants, notwithstanding the requested increase, had nevertheless delivered a fair number of bales of bleached cloths on the demand of the year 1785/6, according to a special report from the Chief of Halm to His Honour, without him mentioning therein whether they had been unable to deliver more due to a lack of money, or because no increase had been granted, of which one can assume the first as well as the second, although both reasons may well have coincided. The Council, conforming to this proposal, understood to simply send the demands, and all the more so since it appears that one will unfortunately have time enough for further deliberation if the merchants should raise any difficulty 10 March 1787. 495. 10 March 1787. against the old prices, as one has little reason, through lack of money, to expect that any contracting or collecting can be done, unless one might succeed in that which was still unanimously resolved upon the proposal of the Commander (who nevertheless presented it as no more than a very uncertain expedient), namely to write to the Chiefs of all outer offices and the Resident of Portonovo (as was resolved herebefore concerning the commission assigned to the Fiscal Simons) that they should each encourage the merchants in their district to deliver the cloths to the Company on credit in satisfaction of the latest demand, for which an interest would be credited to them, the merchants, of 3/4 or 1 percent per month on the capital to be disbursed, and which interest shall commence from the day that the contract shall be concluded and signed and run until that on which the payment shall take place. Furthermore, it was made known by the Commander that a certain private merchant here, named Annam Boddelij Chittij, was inclined to take over all the camphor, pepper, and powdered sugar on hand here from the Company, against the delivery of cloths, for the following prices, namely: The bahar of camphor of 480 lb for 65 pagodas, giving a profit of 74 7/16 percent, 10 March 1787. 397. 10 March 1787. The bahar of pepper for 42 pagodas, or with an advance of 202 7/16 percent. The bahar of powdered sugar for 15 1/2 pagodas, or with a profit of 86 percent, provided that, in addition, there was also advanced to him in cash, on delivery of cloths, a sum of 5000 pagodas. For all of which the said supplier had undertaken to deliver the following 30 bales of Palliacatta cloths towards the end of the month of September next, on the demand of the Company allotted to this Main Office for this year, viz: 10 bales of cambays of 8 cobidos 13 ditto of 6 cobidos 10 ditto of chelloes of 16 to 17 cobidos; provided that, above the latest, or before the
Dutch transcription
491. Den 10 Maart 1787. ter voor Jagtg: al de overige Coopmansz: na derwaarts nog gering voor uit zigt op verbetering, geen de minste schaduwe van hoop meer over„ lieten om in dit Iaar een schip met Lij„ waaten van deeze kust na Nederland te verzenden; Waar op na rijpe deliberatie goedgevon„ beslut on buijten de spiau„ den en verstaan is, om buijten het spiauter en dimilipz te zenden„ voor Iaggernaikpoeram alleen, al het Iapans staafkoper dat hier nog aan handen is, verdeeld in voormelde propositie, en zo veel nagulen als min Convinabel: zal oordeelen na Iaggernaikpoeram en Bimilipatnam te zenden, zodra men een bekwaam vaartuig daar toe zal vinden, om daar uit te voldoen de reeds op Credit en waarom geleeverde Lijwaaten; en van de gestaan„ besteeding van doeken te doen voor Indien Wijders verhooging door de Lagg. Coopl. op de wwitte doeken, gedaan voorstel dieurgers, door den Heer gesaghebber, de litarte en on vetegte gise Wijders leijden de Heer Gesaghebber in deli„ beratie de door de Paggernaikpoeramsche 1 kooplieden in anno pass=o verzogte verhoo„ ging van 10. pr C=to op de witte doeken, daar onder begreepen, die welke vuw geleverd werden, en waarop men de dispositie uitgesteld hadde tot dat men over eenen nieuwen Eijsch zoude handelen: zijn Agtb: avanceerde ten deezen re„ garde, dat men althoos wel ingezien hadde dat een verhooging van de prijsen op de Lijwaaten onvermijdelijk zoude zijn, zoo om derzelver meest algemeene verduuring, als om het woelen der En„ gelschen, panschen en Deenen, en veele particuliere handelaars, voor al om de Noord, dog dat 10. ten honderd Den 10. ' Maart 1787. Een 493„ Den 10. ' Maart 1787. van gevoelen was, hem egter wat al te hoog voorkwam, om maar zo ligt toegestaan te werden, te meer daar men niet versekerd was of deselve reede„ „nen, die voorleeden Iaar daar voor konden gepleit hebben; thans nog wel in die graad stand houden: Dat zijn Agtb: wat zijn Agtb: daar ontrast daar om van gevoelen was, dat men de Eijsschen maar eenvoudig gelijk gebruijkelijk was na Iaggernaikperam en Palicol /:van welke laaste factorij de kooplie„ den meede 10. p„r C=to begeerden, wanneer dezelve aan die van de eerste plaats wierden toegestaan:/ mitsgaders ver„ den factorijen moest laaten afgaan teegen de voorige prijsen, zonder van eenige verhooging te melden, te eerder om dat de kooplieden niet teegenstaande de Ver in deli„ der Raad: verzegte augmentatie egter nog wrij wat pak„ ken gebleekte Lijwaaten op den Eijsch van a:o 178 5/6. geleeverd hadden, blijkens een bij„ zonder berigt van het opperhoofd van Halm aan zijn Agtb: zonder dat hij daar bij ver„ meld, of zij niet meer hebben kunnen leve„ ven uit gebrek aan geld, dan om dat 'er geen verhooging was toegestaan, waar van men het eerste zoo wel, als het tweede kan onderstellen, schoon die beijde reedenen wel kunnen te zamen gevloeijd zijn. saCcompaig daared don Den Raad zig met dit voorstel Confor„ meerende, wierd verstaan, de Eijsschen maar eenvoudig te versenden, en wel te meer, wijl het schijnt, dat men ongeluckig tijds genoeg zal hebben tot nadere deliberatie, zoo„ de kooplieden eenige zwaarigheid mogter Den 10 Maart 1787. mn overs 495„ Den 10 Maart 1787. aan te schrijven ter animeering der Coopl: om op Credit de eijs„ moveeren tegen de oude prijsen, alzoo men door gebrek aan geld wijnig grond heeft om te verwagten dat 'er eenige aanbesteeding of in„ zaam zal kunnen gedaan werden, ten waare men mogt peusseeren in het geen nog op voorstel van de heer Gesaghebber (:die het egter voor niet meer dan een zeer onzeker expedient op„ gaf:/ eenpaarig beslooten wierd, namentlijk beslut om de opehoofden om de opperhoofden van alle buijten Comptoiren, som te voldoen, en de Resident van Portonovo aan te„ schrijven (:gelijk hier voor omtrend: de Commissie aan den fiscaal Simons opgedraagen be„ slooten was:/ dat zij de kooplieden ieder in den haaren, dienen te animeeren om de Lijwaaten in voldoening van den Iongsten Eijsch aan de Comp. te leveren op Credit, waar voor aan hen Cooplieden een Intrest zoude en dat tegens 3¾ oft. pr C=to in„ genoegen in al de Camp her, peper en poeder zuijker over te noemen. zoude goed gedaan werden van ¾. of 2. G 1. p=r C=to des maands op het uit te schie„ ten Capitaal, en welke verte zal in„ gaan van den dag af, dat het Contract zal geslooten en getekend werden en voortloopen tot op die welke de betaling zal geschieden. onresgmelde Corelede ean Vijders wierd door den Heer Gezaghebber te kennen gegeeven, dat zeeker particulier koopman alhier, in naam Annam Boddelij Chittij, geneegen was, alle de hier aan handen zijnde Camser, peeper en poeder zuijker, van de Compagnie over te op leveartie van lijwaaten, neemen, op Leverancie van Lijwaaten, voor de volgende prijsen; namentlijk en dat oende aens gen eijser De Bhaar Campher of 480 lb voor 65 perCo, gee„ vende een winst van 74. /16. percent, Den 10 Maart 1787. tnst. 397. Den 10 Maart 1787. om op den Eijsch voor dit Jaar te leveren 30 pak„ De Bhaar Peeper voor 42. Pag: of met een avan van 202 7/16. percent. - De Baar Poeder Zuijker voor 15½. Pag: of met een winst van 86. prCent, mits daar en boven aan hem, op leverantie van Lijwaaten„ nog in Contant wierd verstrekt, eene Som„ me van 5000 Pag. —. Voor welk een en ander, gemelden Leve, aaneing don den selver van vier aangenomen had op den Eisch van an lijwaate, de Compagnie voor dit Iaar dit Hoofd Comp„ „toir toegedeeld, tegen het uiteinde van de maand September aanstaande te zullen leveren de volgende 30. Pakken Pal„ liacattasche Lijwaaten; als: 10. Pakken Cambaijer de 8 Cob„s 13. _. o _o „ 6. „ 10. _. o Chelassen de 16. â 17. Cob„s; mits en onder welke mits aan hem boven de Iongst, of voor den oorly zelfs ing 8