VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3784

Coromandel · 1,354 pages · 191 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3784_0459 view scan ↗

English

209. The 26th of September 1786. Condition of the armory. However, notwithstanding that it is certain that the room in which the ordnance stores are kept is not large enough and is in a very wretched state, and cannot be repaired without excessive expenses, which nevertheless would not make it any more spacious, of which the undertaking is moreover dangerous, because a part of the Commander's dilapidated house, under which that room is located, might run the danger of collapsing, yet in the entire fort not a single room could be pointed out to which the ordnance stores could be relocated; and since they certainly cannot be kept in the present storage place without notorious spoilage, for which the Commander Winkelmans formally declared Resolution to build a new armory. Concerning the handover of some judicial bundles to Hasz. declared that he cannot be held responsible, it was by necessity resolved to have a new, suitable armory constructed and to provide it with racks and whatever else is needed in it, for which purpose one shall employ a part of the space of the formerly very spacious barrack that collapsed entirely during the possession of the English, until which time the said Winkelmans will have to manage as best he can and pay proper attention to the conservation of the Company's weapons and everything that is under his responsibility. By the former Sworn Clerk of Policy and Secretary of Justice at Nagapatnam, Johannes The 26th of September 1786. The 26th of September 1786. To demand from the missing of the Surgeon Schlumph. Johannes Abraham Brensveld, written report having been made of the handover of some judicial bundles and papers, together with a register, to the present First Sworn Clerk of Policy and Secretary of Justice, Jan Joachim Hasz; it is resolved to take note of this hereby, but to enjoin him, Brensveld, to render an account of the missing judicial and other papers that were under his responsibility, before the Government can give the necessary orders therein as he proposes. Resolution to record that, and to hold Brensveld accountable for missing papers. His threefold request. After that, the Honorable Commander produced a petition sent to His Honor by the Surgeon at Jaggernaikpooram, Johan Peter Schlumph, containing a threefold request: 1st. That he might be reimbursed for the advances of medicines for the Company's servants during the 4 years that they were prisoners of war, calculated to amount to 200 Madras three-swami pagodas, 2nd. For satisfaction of a warrant for the half month of July 1781, which was left unsigned and therefore also remained unpaid, and 3rd. To obtain authorization to be allowed to charge by warrant for the supplied medicines from the day the flag was hoisted there again; The 26th of September 1786. 213. The 26th of September 1786. Resolution to offer the petition to Their Right Excellencies and to request a favorable disposition on the first part of his request. To grant the 2nd and 3rd parts under their authority. which having been deliberated upon, it was resolved to offer that petition respectfully to Their Right Excellencies, with a humble request for a favorable disposition on the first part of the same, with the addition that the Honorable Commander has declared that the assertions appearing in that petition regarding the man's care taken for the sick during their captivity in war completely agree with the truth; while the second and third parts are granted, as they are based on equity. Outstanding vendue monies at Nagapatnam made known. Petition to write to Madras. Insertion of that petition. The Merchant and Warehouse-keeper Martinus Stoffenberg having amply made known by petition the most emphatic efforts he has made to collect his outstanding vendue monies among the natives at Nagapatnam, requesting maintenance of justice and a letter to the Government of Madras; this petition literally reads as follows: To the Honorable, Respected Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander in the Government of Coromandel; together with the Council. Honorable, Respected Gentlemen. That at Nagapatnam it has always proceeded very The 26th of September 1786. slowly 215. The 26th of September 1786. slowly and tardily with the collection of vendue monies is an all-too-well-known truth, of which the petitioner in this matter, as former vendue master, and his predecessors have experienced the most disadvantageous consequences. Never, however, has it dragged on so much as since the invasion of the Nabob Hyder Ali Khan, or since the year 1780; for then from virtually no one, especially not from the native, could any monies be recovered any longer. And this was above all impossible after one had received notice of the war that had arisen between the Crown of England and the Republic, principally after the blockade of Nagapatnam, seeing that then no one wanted to pay any longer, the majority excusing themselves on account of the general stagnation of trade which took place there at that time. Thus the Petitioner in this matter, to the former

Dutch transcription

209. Den 26. September 1786. stand van de wapenkamer, Dog, niet tegenstaande het zeker is, dat oemarqie over den slagten toe„ het vertrek, waar in de wapen goederen ge burgen worden, niet groot genoeg en in een zier stigte staat is, en niet zonder Excessive onkos„ ten, waar door het egter niet ruijmer zoude worden, kan gerepareerd worden, waar van de onderneeming buijten dien gevaarlijk is, wijl een gedeelte van des gesaghebbers bouwvallig huijs, onder welke dat vertrek is, gevaar zoude kunnen loopen van in te storten, zo was er egter in het geheele fort geen en zil ver„ trek, om de wapen goederen inte verplaatsen, aan te wijsen; en dan dewijl deselve in de presente bergplaats zeker niet gehouden kunnen werden, zonder notoir bederf, waar voor de Commandant Winkelmans formeel betuigd besluit om een niuw wapenka„ mes te opboneeren van de overgave van eenige Jus„ tituele Hondelsete aan Hasz: betuigd, niet te kunnen gepondeeren, zo wierd uiet nood zakelijkheid verstaan, Een nieuw bekraame wapenkamer te laaten Extrueren, en die te voorsien met rakken, en wat verder in deselve nodig is, waar toe men een gedeelte de plaats van der voor heen Arij ruijm, en geduurende de possessie der Engelschen gantsch ingestorte Caserne zal emploijeeren tot welke tijd gedagte winkelmans zig zoo goed mogelijk zal moeten be„ helper, en behoorlijke agt geeven op de Consir„ vatie van 'sComps wapenen, en alles wat tot zijner verantwoording staat.— r den orpol den eraekerd Door den gewesen Gebrooe Clercq aan Politie en secretaris van Justitie te Nagapatna m Johannes Den 26. September 1786. Den 26. September 1786. te vorderen van de vermiste „van den Chirurgijn Schlumph, Johannes Abraham Brenveld Schriftelijk rapport gedaan zijnde van de overgave van eenige Justitieele bondels, en papieren annex een Register aan den presenten Eerste Ge„ Swooren Clercq van Politie en secretaris van Justitie Jan Joachim Hasz: zoo is besluit daar van nrotetie verstaan zulks bij deesen te noteeren, dog hem Brensveld te ingingeeren om vee, en van Boonsveld mekerschip kenschap te doen geven van de vermiste raperen, Justitieele en andere Papieren, die ter zijner verantwoording hebben gelopen, alvorens de Regeering daar in Eegelijk hij voorsteld:/ de noodige beveelen kan Die na wierd door den Wer he zag he Chitste en et de ber te houden geven zijn drie ledig versoek„ ber geproduceerd een door den Chirurgijn te Jaggernark poer am Johan Peter Schlump aan zijn Ed: gesonden request, ten deerende een drie leedig verzoek p=mo Dat aan hem mogt werden goed ge„ daan het verschootene aan Medicamen„ ten voor 'sComps dienaaren geduurende de 4 Jaaren, dat zij krijgsgevangenen geweest zijn, Calculative bedragende 200 Ma„ drasse Drie beeldige pagooden, 2=de om voldoening van een ordonnantie voor de halve maand maand Juli 1711, die ongeteekend gelaten, en dus ook onbetaald gebleeven was, en 3de Qualificatie te erlangen om van den dag af, dat de vlag daar weeder ge„ Den 26 September 1716 heefen 243 Den 26. September 1786 besluit dat Regust N: N: Edelh: adan te bieden, en een gunstige dispositie te versoeken, op het eerste op lid van zijn versoek, heesen was bij ordonnantie te moogen opbree„ de verstrekte Medicijnen; waar over gebesoigneerd zijnde, is beslooten, dat Re„ geust Huen Hoog Edelheedens reverenti„ lijk aan te bieden, met eerbiedig versoek een gunstige dispositie op het eerste Eid van het zelve, met bijvoeging dat den Heer Gesaghebber verklaard heeft, dat de po„ sitiven bij dat supplicq voorkomende noopens smans zorge voor de zieken geduurende hun krijgsgevangenschap gedraa„ gen; volkoomen met de waarheid zijn over„ een stemmende; terwijl het tweede en derde digdetoe onder hus ter„ lid als op de billijkheid rustende toe„ gestaan is Door gen om te staan, nag „ uitstaande ver dupern: de Naga: te kennen geegt„ dierw„t na Madras, insertie van dat supplicq nat den akhuijse slssen den Door den koopman p=l en Pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg bij oequest ampel te kennen gegeeven zijnde, de na„ drukkelijkste pogingen welke hij aangewend heeft, om zijne op Naga„ patnam onder den inlander nog uitstaan„ zijn versoedk on aanschijven de vendir penningen, in te palmen, versoe„ kende maintenue van vegt, en aanschrij„ vens aan het Gouvernement van Ma„ dras; luijdende dit suplicq woordelijk aldus: Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer Oppercoopman en Gesaghebber in het Gor„ vernement van Cormandel; Ne„ vens den Raad. Wel Ed: Agtb: Heeren Heeren. Dat het op Nagapatnam altoos zeer Den 26. September 1786. traag 215. Den 26: September 1786. traag en langzaam heeft toegegaan, met het in„ vorderen van vendupenningen is een alombekende naarheid; waar van den sup=t in deesen, als ge„ weeze vendumeester; en zijne predesseuren, de nadieligste gevolgen ondervonden hebben,- Nimmer egter heeft het daarmeede zoo zeer ge„ traineerd, als sedert den inval van den Nabab Heider Alichan; of sedert den Jaare 1780; want toen genoegzaam van niemand, voor enti al niet van den inlander, eenige penningen meer te recouwreeren waren. En vooral was dit onmogelijk, na men kennis gekregen had van den oorlog tusschen de kroon van Engeland en de Republicq onstaan; principaal na de blokkade van Nagapatnam: gemerkt toen nimand meer betaalen wilde ;exouseerende zig de meeste, om de algemeene neeringloosheid welke des tijds aldaar plaats had. Dus den Suppliant in deesen aan de voor

NL-HaNA_1.04.02_3784_0466 view scan ↗

English

aforementioned fatal circumstances, which no one could have foreseen, he mainly can and must ascribe the heavy loss suffered by him at the surrender of Nagapatnam as vendue master, because he then still had outstanding among the collective inhabitants of that place an important sum of old pag: 909:83 in vendue moneys. Apprehensive of the loss of such a considerable sum, which had to result in the petitioner's total ruin, he took, at the very last moment, all the care that depended on him, by bringing about that in the Capitulation of Nagapatnam, Article 16, it was stipulated that the vendue master of that city, the sequester, and the curator ad lites would be maintained regarding the collection of all outstanding moneys, and therein be protected by the ordinary judge; and the petitioner trusts that to him can by no means The 26th of September 1786. The 26th of September 1786. with any justice be imputed the damage which he is likely to suffer in this matter: all the more so, since after the surrender of Nagapatnam, or rather after his return from Madras, he did everything possible to effect the collection of the aforementioned moneys. He did this principally with regard to the native inhabitants, since the late part of 1783 and beginning of 1786, or during the time that Mr. Ernest William Fallofield was Resident or Chief on behalf of the English Company at Nagapatnam: as appears further from the letter written by the presenter in this matter on the 11th of February of this year to Mr. Fallofield aforementioned, and the other members of the Council at Nagapatnam, which is annexed hereto in authentic copy under Letter A. Yet, however fundamentally the right of the petitioner was shown and proven thereby, as resting on nothing less than an article 217. article of the Capitulation, which ought to have been held sacred; and however reasonably he might therefore have expected that Mr. Fallofield would have vigorously assisted him or his authorized agents in collecting the aforementioned vendue moneys, he had to experience to his bitter sorrow that he was only put off with vain promises. For out of a considerable amount of old pag: 583: 48 147: 3, being the sum which the native inhabitants were to pay him, his agents in the space of ten months could collect nothing more than a worthless amount of 180 fanams; because Mr. Fallofield, apart from a faint recommendation to pay, could not once resolve to have recourse to stricter measures. And this, Right Honorable Sirs, has principally moved the humble presenter The 26th of September 1786. 219. The 26th of September 1786. to write the aforementioned missive of the 11th of February of this year. Yet with an equally unfortunate outcome for him, for they did not even deign to reply to it; Which finally also caused the aforementioned presenter to resolve, before his departure from Nagapatnam, to protest formally against such informal conduct. From the protest annexed here in authentic copy under Letter B, it will be evident to your Right Honorable Sirs how unjustly and unlawfully the petitioner was treated at Nagapatnam, and how legitimate his complaints therefore are. And it is in this confidence that he respectfully turns to your Right Honorable Sirs, as his lawful authority in this place; reverently yet emphatically requesting the maintenance of Justice, on the foundation of the Capitulation of Nagapatnam signed on the 12th of November 1781; and that by by earnestly presenting and representing the lawful complaints and the right of the petitioner to the Honorable Government of Madras, with the request to issue a closer and more effective order to another minister at Nagapatnam than Mr. Fallofield, who seems unwilling to concern himself with any matters regarding justice, to cause the outstanding vendue moneys of the petitioner among the native inhabitants of that place to be collected in earnest: for all or most of them are wealthy enough, yet unwilling to pay; or else to take such other measures as your Right Honorable Sirs will judge proper for the indemnification of the petitioner (who, through a hasty prosecution by his creditors, faces his total ruin) and for the preservation of the right of that Capitulation, in which the Board The 26th of September 1786. 221. The 26th of September 1786. of Orphan Masters and the Deaconry are also very much concerned. Which doing, etc. Was read: It is understood to grant this request, as resting entirely upon equity, as it lies, and to dispatch a letter in cordial yet decent terms to the English Ministry at Madras, and also, in equity, to place him, Stoffenberg, in security against his expressed fear of being hastily prosecuted by his creditors, until such time as one sees what the effect of the writing to the Council of Madras will be; it being understood, however, that this limited relief relates only to creditors who would wish to pursue a hasty prosecution against him

Dutch transcription

voorgewaagde nootlottige omstandigheeden, die niemand heeft kunnen voorzien, voorna„ mentlijk kan en moet toeschrijven, het zwaar verlies, door hem bij het overgaan van Na„ gapatnam als vendumeester geleden, want hij toen onder de gezamentlijke inwooners van die plaats nog uitstaan had, eene importante somma van oude pag: 909:83 aan vendurpenningen. Bedugt voor het arrlies van zulk een Consdua„ ble somme, die des supp=ts tot aal ruien ten gevolge hebben moest, droeg hij op het laaste oogenblik nog, al de zorg, die van hem de„ pendeerden, door te beverken, dat er bij de Capi„ tulatie van Nagapatnam Art„l 16. bedon„ gen wierd. Dat den vendumeester van die „stad, den sequester en Curator adlites, zouden „worden gemaintineerd omtrent het inpaloen „van alle uitstaande gelden, en AB daarin „worden beschermd door den Gewoonen regter; en den d' vertrdund den sup=t, dat aan hem geenkins Den 26. September 1786. met Den 26 September 1786 met eenig rigt kan worden geimpetteerd de schaade die hij waarschijnlijk in deesen staat te lijden: Te meer, daar hij na het overgaan van Nagapatnam, of eigentlijk na zijne te rrug komst, van Madras, alles wat mogelijk was, heeft in het werk gesteld, om de inpalming der voorschreeve pen„ ningen te beverken.-. Principaal heeft hij dit met opsigt tot de inland„ sch ingezetenen gedaan, sedert het laaste van 1783: en begin van 1786, of geduurendan den tijd dat den Heer Ernest William Tallofield ge„ weest is Cresident of Chif van wegen de Engel„ sche Comp=e op Nagapatnam: gelijk nader Con„ steerd bij den brief door den vertooner in deesen op den 11. ' febr: deeses Jaars aan de heer Tallo„ field voornoemd, en de verdere Leeden van den Cirreten Raad op Nagapatnam geschreeven, en deese in Copia autenticq onder L=a Ar verzellende. Dan hoe fundamenteel het regt van den supp=t daar bij aangetoond en beweesen was, als op niets minder steurende dan op een Ar„ ticul 217. ticul van de Capitulatie, die hij lig had dieren gehouden te worden; en hoe billijk hij dus ook had mogen verwagten, dat den Heer Fallo„ field hem, of zijne gemagtigden, met kragt zou hebben geassisteerd, omtrent het invor„ deren der voorschreeve vendu-penningen, heeft hij tot zijne bittere smisten moeten onderinden, dat men hem slegts gepaard heeft, met ijdele beloften. want van een aanzienlijk bedraagen van oude pag: 583: 48147: 3: of de som, die de inlandsche ingezeetenen aan hem betaalen moeste, hebben zijne gemagtigden in tien maan„ den tijds, niets meerder kunnen inpalmen, als een nietswaardig bedraagen van 180 fanens; duit hoofde de Heer Fallofield, buiten een flaauwe recommandatie, om te moe„ ten betaalen, met een enkelde keer besluiten ken recours te neemen tot strengere midde„ len. En dit wel Edele Agtb: Heeren. heeft den nedriga vertoonen ter principaalen bewoo„ Den 26. September 1786. gen 219. Den 26. Zeptember 1786. gens tot het schijven van den voormelde missive van den 11 februari deeses Jaars, Dog met een eeven ongelukkigen uitslag voor hem. want men zig niet eens vervaardigt heeft, daar op te antwoorden; Dat den vertooner voornoemd, dan ook einde„ lijk heeft doen besluiten, om voor zijn ver„ trek van Nagapatnam, tegen zulk een informeel gedrag in forma te protesteeren. uit het protest hier, in Copia authenticq onder L=ra B: bijgevoegd zal aan uwe wel„ Edele Agtb: evident Consteeren, hoe onbillijk en onwettig den suppt gehandelt is op Na„ gapatnam En hoe regtmaatig derhalven zijn, zijne klagten. En in dit vertrouwen is 't, dat hij zig met eerbied komt te werden tot uwe wel Edele Agtb:, als zijne wettig overheid aan deeze plaatsche; veverentelijk, dog met nadruk verzoekende om maintenu van Regt, op fun„ dament van de Capitulatie van Nagap=m op den 12. November 1781. getekend; en zulks door door de wettige klagten en het regt van den Suppliant, met allen ernst voor te draa„ gen en te vertoonen aan het Honorable Gouvernement van Madras, met versoek om aan een ander Minister op Nagapat„ nam, dan de Heer Tallofielo, welke zig met geene zaaken de Justitie be„ treffende, schijnt te willen bemoeijen, na„ dien en offecatieuser ordre te willen af„ vaardigen, om de uitstaande vendupen„ ningen van den suppliant onder de inlandsche ingezeetenen van die plaats met ernst te doen invorderen: Want zij alle of de meeste van hun vermogend genoeg dog on„ willig zijn, tot betaaling: of anders zodanige andere maatrigul te willen neemen, als uwe wel Edele Agtb: tot schaadeloosstelling vant den supp=t (:die door een haastige vervolging aan zijne Credtiteuren, zijn volkomen ondergang ge„ booven ziet:/ en tot handhaving van het regt dier Capitulatie, waar aan het Collegie den 26. September 1786. van 221. Den 26. September 1786. Eng: Ministerie te Ma„ dras een brief te laaten heid te stellen tegens de vervolging zijner Coediteuren, van weesmeesteren, en de Diaconij ook veel gelegen legt, zullen verneemen te behooren. T welk Doende Ensz:—. /:onderstond:/ Is verstaan dit versoek als gantsch op de besluit on diens„ aan het billijkheid steunende, te accordeeren, zoo als afgaan. het ligt, en een brief, in hartelijke, dog decente termen aan het Engelsch Ministerie te Madras te laaten afgaan, en ook hem stoffenberg in hemn stoffenbrg in zeker„ 18 na billijkheid in zekerheid te stellen teegen zijne gegrerde vreese om door zijne Crediteu„ ven haastig vervolgd te worden, tot zoo lange men ziet welke de uijtwerking zal zijn van het schrijven aan den Raad van Na„ dras; wel verstaande egter, dat dit gelimiteerd dog in ha vervo„ onthef alleen ziet op Criditeuren, die een over„ haastige vervolging teegen hem zouden wil„ len

NL-HaNA_1.04.02_3784_0472 view scan ↗

English

Thereof notice shall be given by extract to the Court of Justice. Concerning the order by the said Jailer at Nagapatnam to have paid, 3 orders of the said Jailer to satisfy, with what order, shall begin, on account of unpaid subsistence moneys without extension to any others, of whatever name they might be, and notice thereof shall be given by extract to the Court of Justice. Sending of 3 unpaid orders. The former Jailer at Nagapatnam, Harmen Hendriks, having sent hither three copies of orders, which remained signed and unpaid at the surrender of that place to the English, it is resolved to have all orders of that nature satisfied, and to authorize the chief of Sadraspatnam, the merchant Van Bijland, to pay the same, with orders to charge the amount to this head settlement, while transmitting the originals thereof. Resolution to satisfy all orders of that nature, and authorization to Sadras to pay them. The 26th of September 1786. Delivery of the artillery to Nuwer. Proper transfer of the stamped paper of the financial year 1785/6. Resolution, after proper satisfaction thereof into the Company's treasury, to make note of it and insert the said accounts herewith. Proper transfer of the ammunition goods held under him having been made by the Boatswain Adrianus van Odijk to the extraordinary Lieutenant of Artillery Willem Hendrik Nuwer, it is resolved to note this herewith. Two accounts of the stamped paper sold, dispatched, and remaining in balance at this head settlement Palliacatta during this financial year 1785/6 having been presented to the meeting by the Honorable Head Administrator Nicolaas Tadama: after review, it is not only approved and understood to note herewith that the proceeds thereof amounting to pagodas 39. 7: 1/2 have been properly paid into the Company's petty cash fund, but also to insert the aforementioned accounts according to order herewith: The 26th of September 1786. Account of Stamped Paper in the First six months of the Financial Year 1785/6. Namely: Debet Received in stamped books: Of 5 Rds: — 1/24 4 do: — 7/24 3 do: 1/24 2 do: 1/4 1 do: 1/24 — 24 stuivers: 17/24 — 12 do: 127/24 — 6 do: 26. 7/24 Together Books: 26. 7/24, 11. 1/24, 87. 1/24, 127, 4. Credit Both remaining in balance, received, sold and dispatched: 1786 ultimo February per that sold by the Collector, as: Of 5 Rds: — 4 do: — 3 do: — 2 do: — 1 do: — — 24 stuivers: — — 12 do: 12 — 6 do: — Being the proceeds paid into the treasury with Pagodas 26. 15. Sold by the Collector, dispatched to Sadras, remaining under present date, together in books: Of 5 Rds: — 7/24 4 do: — 3/24 3 do: — 7/24 2 do: — 1/24, — 1/24, — 1/24 1 do: — 1/24, 2. 1/24, 4 — — — 24 stuivers: 4. 7/24, — 5/24, 3. 7/24, 8. 3/4 — 12 do: 4. 5/24, 1 —, 5. 3/24, 117. 7/24 — 6 do: 9. 3/24, 2. 1/24, 14. 7/24, 26. 1/24 1786 28 August remaining in balance under present date, as: Together: 2. 1/24, 4 —, 6. 3/24; — 1/24, 3 —, 3. 1/24; 3. 3/4, 6 —, 9. 3/4. Total Books: 14. 1/24, 20 —, 34. 1/4. In Castle Geldria ultimo February 1786. Signed: N: Tadama. In the margin: Present as Commissioners, signed: S: Duijneveld, and I: Vrijmoet. In the middle stood: Before me present, was signed: I: D: Simons. The 26th of September 1786. Account of Stamped Paper received in the last six months of the Financial Year 1785/6: namely: Debet Books of stamped paper remaining under your honor: Of 5 Rds: — 1/24 4 do: — 1/24 3 do: — 1/24 2 do: — 1/24 1 do: — 1/24 — 24 stuivers: 5. 7/24, 6 —, 11. 3/4 — 12 do: — — 6 do: — Credit Paper both remaining in balance, received, sold and dispatched: 1786 ultimo August per that sold by the Collector, namely: Of 5 Rds: — 1/24 4 do: — 1/24 3 do: — 3/24, — 3. 1/24, — 1. 17/24 2 do: 2. 1/4, 3. 7/24 1 do: — 1/24 — 24 stuivers: 1. 1/4, 5. and 6. 1/24 — 12 do: 2. 7/24, 1. 1/24, 5. 3/24, 9. 1/24 — 6 do: 2. 1/24, 3 —, 6. 1/24, 11. 3/4 Sold by Collector, dispatched, remaining under present date, together: Together Books: 5. 7/24, 7. 1/24, 21. 7/24, 34. 1/4. Being the proceeds paid into the treasury with Pagodas 12. 16 1/2. Castle Geldria ultimo August 1786. Signed: N: Tadama. In the margin: Present as Commissioners, signed: S: Duijneveld, and I: Vrijmoet. In the middle stood: Before me present, was signed: J: D: Simons. The 26th of September 1786. Submission of an ample petition by the fiscal Simons, accompanied by diverse judicial papers, setting forth the investigation assigned to him concerning the affair of Captain Scott against some of his crew. By the merchant and fiscal of this head settlement, Joan Daniel Simons, having been presented an ample petition, accompanied by a voluminous register of diverse judicial papers belonging to a certain lawsuit between him and the crew of the private schooner De Batavier, which arrived here on the 14th of July from Batavia; the said petition containing a detailed account of how he was charged ex officio by the Governor with the investigation of the complaint which the Captain of the said schooner, John Scott, had brought against some of his sailors; that he, the Fiscal, had in all respects acquitted himself of his duty by gathering the The 26th of September 1786.

Dutch transcription

daar van bij extract aan den Raad van Justitie kennisse zal werden gegeeven „ne ordonnantien door den gen: Cipier te Nagap: natuim te laaten voldoen, 3. ordonn: van den gen: Cipier te voldoen, met wat last, len beginnen, uit hoofde van onvoldaane pr„ duspenningen zonder extensie tot eenige an„ „deren, van welke naam zij mogten zijn, en zal hier van bij Extract aan den Raad van Justitie worden kennis ge„ geeven omsendling van 3. onoldaa, Den Geweesen Cipier te Nagapatnam Har„ men Hendriks herwaarts overgesonden hebbende drie Copia ordonnantien, welke geteekend:, en onvoldaan zijn gebleeven bij de overgang van die plaats aan de Engel„ besluit alle odom: aan die sen, zoo is verstaan alle ordinnantien van die natuur te laaten voldoen, en het opper„ qualificatien na sadras on de hoofd van Sadraspatnam den koopman van Bijland te qualificeeren ter betaling derselver, met last dat bedragen deese hoofdplaatse aan te reekenen, onder oversen„ Den 26. September 1786. ding 18 223„ thillerij aan Nuwer, het gestempeld papier, van het boekjaar 178 5/6. besluit, na der behoorlijke voldoening derselven in ding van dies origineelen. Door den Bootsman Adrianus van Odijk be, gedaan transport van de Ar„ hoorlijk transport van de onder hem berust hebbende ammunitie goederen aan den extra ord„r Lieutenant der Arthilleria Willem Hendrik Nuwer ge„ daan zijnde, zoo is verstaan zulks bij deesen te noteeren. Door den E: Hoofdadministrateur Nicolaas diening, van 2. Beek: van Tadama ter vergadering geexhibeerd weesende, twee reekeningen van het ter deeser hoofdplaatse Palliacatta geduurende dit Boekjaar 178 5/6. verkogte, versondene, en per restant gebleevene zeegel papier: zoo is na resumptie niet alleen goed gevonden en verstaan daar uit bij dee „ 'sComp:s Cassa, nititie te hou„ „ sen te noteeren, dat het daar van ingekoomene tot pag: 39. 7: ½ behoorlijk in 's Comp:s kleene geld Cassa is voldaan, maar ook de voorschreeve en die gest: bij diesin te insereeren. reekeningen na de ordre bij deesen te insereeren: den Reekening Den 26. Zeptember 1786. Reekening van Gestenpeld Papira in de Eerste ses maanden van 't Boekjaar v=n 5. Rijxdaalders In't Casteel Palleakatta. /:was geteekend:/ N: Tadama /. In margine:/ ons velt, en I: Vrijmoet /: In het midden stond:/ Den 26. September 1786. 4 d=o. 3 2 „ 1. „— —. 24. stuijvers — 12 _. o — 6 _o „. Te saamen Boeken 26. 7/24„ „ 11. /24 /16 „ 87: /24 4 „ — 1/24. 1/4 1/24 17/24. 127 ontfangen Testempeld Debit Boeken — 1/24 225. zoo p=r Restant Gebleevene ontfangene, verkogte en verzondene 78 5/6. Te weeten: 1786. ulto febr: p=r 't verkogte door den Collecteur; als v=n 5. Rds — 24. Stuijv - - - - zijnde het Ingekoomene in Cassa voldaan met Deldria ult:o Februarij 1786. Present als Gecommitteerdens /:geteekend:/ S: Duijne„ Mij Present /:was geteekend:/ I: D: Simons- -- Reekening : —/24 — 7/24. —1/24. —. 3/24. — — 24 —. 7/84 —. 4 — ½4 —. ½4 —. ½4. — /24 —. /½4 2. /24 4 — — „ „ 4. 7/24 — 5/24. 3. 7/24. 8 3/4. - „ 4. 5/24 1 — 5. 3/24. 117. 7/24. 9 3/84„ 2. ½4. 14. 7/24. 26. /24. 2/24. Feld Boeken -„ . 7/24, — /24 Credit verkogt door den versondene Restant ond=r Te Collecteur na Tadras heedigen datum saamen Boeken Den 26. September 1786. 4 „ - - - - - - - 3 „ - - - - - - 2 „ - - - - - 1 „ — 12 „ — - - — 6 „ - - - „ - „ „ - -„— -„ „ 12 Pag:. 26. 15. 2 —— 1786 4 8: Au:f: o 't Restant gebleeven onder heedigen dar„ tum; als Te samen Palliacatta In't Caste /:was geteekend:/ N: Tadama /. In margine:/ ons nevelt, en I: Vrijmoet /:in het midden stond: — - „ — /24 —s — — 1 4 2¼ 22 „ 2. /24. 4 - 6. 3/24. - - „ — 1/24. 3 — 3. ½¼. „ 3. 3/4. 6 — 9. 3/er. ontfangen zamen Reekening van Testem dene in de lanste ses maanden van 't Borka Debet Den 26. September 1786. V=n 5: Rds 4 „ 3 2. -. „ 1 - - „ = — 24. stuijvers - — 12 do — 6 „ — — „ - — - . — - — — — „ — 1/34 — — — 74 - „ — ½4 — — — /½4 Boeken — /24. — febr. onder uEd„o peld p„r Te Restant Gester„ 121 —1/24 5. 7/½4: 6 -. 11. 3/4 Boeken 14. Je. 20 - 34. /4 Den 26. September 1786. vn F. Rd s Papier soo p=r Restant Gebleeven ontfangene, verkogte en verson„ 178 5/6: te weeten: 1786 ulo Aug:s p: 't verkogte door den Collecteur, te weeten: 3 12 22 2. /4. 3. 7/24. „ — 1/r. —— — — 24 1. 4 5. en 6. /24. „ 2. 7/74 1. ½4 5 3/24. 9. /24. 2 /24. 3 —: 6. /a. 11. 3/4. 12 5 4 Te samen Boeken 5 ra. 7. ½4 21. 7/24. 34. 7/4. zijnde het Ingekoomene In Cassa voldaan met - pa ƒ. 12. 16½. — „ — — — /½4 —. 1/24 — /24. —„ — — — 3/24 — 3. 1/24 — 1. 17/24. 12ƒ — 3/14— — /24 — Jek. /et — 7/4. Boeken — — 1/24. verkogte verzondene Restant en„ Coller ten olcoulen der heedi„ Te sa„ men. Credit asel Teldria ult=o Augustus 1786. Present als Gecommitteerdens /:geteekend:/ S: Duij„ Mij Present /:was geteekend:/ J: D: Simons: 4 3 „ 2 „ 1 — 24 stuijver - - — 12 „ — — — 6 „ - 6 — — — — „ „ - aƒ 227. Door van den fiscaal Simon, verdeld van diverse Justitieele papieren, vertoonende het aan hem op„ gedragene onder zaek der affaur van Cap: Scott, pagie, diening van ene amgel, proust. Door den koopman en fiscaal deeser Hoofdplaatse Ioan Daniel Simons, ge„ prtenteerd zijnde een ampel Requist, ver„ geseld van een volumineus Register van diverse Justitieele papieren gehoorende tot een zeker proces tusschen hem en de Egili„ page van de particuliere schoener De Batavier alhier den 14. Iulij van Ba„ tavia gearriveerd; behelsende dat supplick een omstandig dital hoe hem natione offi„ cie door den Heer Gesaghebber was opgedraa„ gen het ondersoek der klagte welke de Capitain van gemelde schoene John Scott tegens eenige van zijn Equi„ teegens eenige zijner Mattroosen had ge„ moveerd, dat hij R: O: zog in alles van zijn pligt had geacquiteerd door het invin„ Den 26. September 1786 nen 6

NL-HaNA_1.04.02_3784_0479 view scan ↗

English

229: the 26th of September 1786. wrote to Madras, had placed, to requisition Scott and his clerk from Madras, the necessary depositions, in which, what he thus in the work however, being prevented by wind and weather, he was not able to succeed as quickly as he might have wished; that in the meantime departure of Scott, and his Captain Scott, along with his clerk, having promised to return within three or and which promise made, four days, had gone to Madras, but that he, the Officer of Justice, to his surprise, having found no suitable agreement in the confiscated papers to be able to proceed upon with confidence, reinforced by them Officer of Justice and without delay applied to the Council of Justice on the 3rd of August with a request that Captain Scott and clerk granting of the same by the Council of Justice, received communication of the lifting of the arrest of the vessel of Scott, his further request made to the Council of Justice, be requisitioned from the Madraspatnam Court of Justice, as their presence was necessary, which the Council of Justice granted to him, the Officer of Justice, by order of the 8th ditto; that shortly thereafter it was communicated to him, the Officer of Justice, by the presiding member Pieter Willem Geeke, that the creditors of Captain Scott had lifted the arrest of the vessel and cargo, wherefore he, the Officer of Justice, made a twofold request to the Council of Justice, namely to in which the same consists, interdict the first mate Rudet, the clerk (who in the meantime had returned from Madras) and the gunner Oats from the 26th of September 1786. inter- The 26th of September 1786. of Justice 231. dicting themselves from being absent from here for as long as the Officer of Justice should need them; secondly, to indemnify him, the Officer, for the expenses already incurred and yet to be incurred; that the answer of the Council Council of Justice had granted the first part of his, the Officer of Justice's, request regarding the clerk Meijer and gunner Oats, but denied it regarding the first mate Rudet, and because further he, the Officer of Justice, had not declared himself to have any action against Captain Scott, which, however, was left reserved to him, the Officer of Justice, the first mate could not be spared from the vessel, without, note, on that account detaining the vessel or effecting any other precautions; that with respect to the in- curred effected release of the gunner from the schooner without his knowledge, what he addressed to him to the Captain Lieutenant of the Castor has written, curred expenses the creditors had undertaken to satisfy the same. That he, the Officer of Justice, having learned some time thereafter that the gunner, who had been placed on the ship De Castor, the following day was removed from the same and, without his, the Officer of Justice's, knowledge or prior notice, brought on board the schooner; while the same was placed on the Castor at the request of him, the Officer of Justice; that he, the Officer of Justice, in order to know this for certain, had addressed himself by letter to the Captain Lieutenant of the aforementioned ship, Gallo, with the request to inform him, the Officer of Justice, whether the gunner Oates was still on board, and if not, by whose order and The 26th of September 1786. when The 26th of September 1786. of Justice effected, brought, to which he, the Officer of Justice, however, had obtained no answer answer of Beckman thereto had obtained. Wherefore he, the Officer of Justice, found himself obliged to submit to what he thus to the Council the Council of Justice: 1st. The reasons why he has not declared whether he has any action against Scott or not, 2nd. His objection to proceeding further with the matter without security for the expenses, with the request that the Messrs. Creditors might also intervene for that, as they had presented themselves for the payment of the expenses already incurred, as otherwise he would have to abandon the entire affair. namely he had been transferred to De Batavier, 238 30 permission granted, however, to 2 deponents for their departure to Madras, 3rd. That if it might nevertheless please the Council of Justice that he, the Officer of Justice, should proceed with the matter, then the depositions of the Armenian merchant Casroph Petrus and the sailors Morijn and Robinson might be sworn after the conclusion of the meeting; that the Council of Justice had thereupon decided nothing else than to ask the creditors whether they wished to intervene for the expenses yet to be incurred, keeping the two remaining points under consideration, while the Armenian merchant and clerk Meijer were permitted by the presiding member to go to Madras. The 26th of September 1786. That 235. The 26th of September 1786. creditors of Captain Scott all further trouble to be taken in the case of Scott, has addressed, that the creditors had thereupon replied with the answer that received answer of the creditors, they had never been of the intention to interfere in the lawsuit between the aforementioned Captain Scott and his crew and the Officer of Justice fiscal; they only offered to satisfy the expenses of food and drink consumed by the crew on shore: that thereupon approving of their reasons of it was decided by the Council of Justice to excuse him, the Officer of Justice, from all further trouble to be taken in the proceedings against Captain Scott and his crew. That these are the reasons that have moved him, wherefore he to the Council the Officer of Justice, to address himself to this assembly, of Policy holding himself assured that the same will be pleased to consider and determine

Dutch transcription

229: den 26. September 1786. schrijve na Madras, gesteld hadt, scolt en zijn schrijver van Ma„ dras te rrquireeren, nen van de noodige verklaringen, waar in wat hij dus in het werk hij egter door weer, en wind belet zijn de, miet zoo spoedig heeft kunnen slaagen als wel gewenscht had; dat intusschen vertrek van schot, en zijn de Capitein Scott, neevens deszelfs schrijven onder belofte van binnen drie â ende velke gedaan bilofte, vier daagen te zullen retourneeren, na Madras was gegaan, dan dat hij R:O: tot zijne verbasing geene welgevoegelijke overeenkomst bij de geligte papieren, om daar op met gerustheid te kunnen te vork gaan bevonden hebbende, zonder vesterkt van hun R: O. on uitstel zig bij den Raad van Iustitie had vervoegd op den 3. Augustus met versoek om den Capitain Scott, en schrijver bij accordeering van het zelve door den Raad van Justitee„ gekregene Communicatie van het gelig te aonst, van de vaartuig van Scolt, zijn nader gedaan versoek aan den Raad van Justitie, bij het Madraspatramse Gerigts hof te requireeren, alzoo hunne presentie nood„ zaakelijk was, dat de Raad van Jus„ titie hem H: O: zulks bij appoincte ment van den 8. Dito had geaccordeerd; Dat kort daar na aan hem R: O: door het voorzittend Lid Pieter Willem Geeke was Communicatie gegeeven, dat Scott, de Crediteuren van Capitain het arrest van het vaartuijg en lading haaden geligt, waarom hij R:O: een twee leedig versoek bij den Raad van Justitie deed, om namelijk den waarin het zelve bestaat, stuurman Rudet, den schrijver /:die intusschen van Madras ter rug gekoo„ mer was. (en der Constabel oats te in„ den 26. September 1786. ter Den 26. September 1786. van Justie 231. tudiceeren zig van hier te absenteeren tot zo lange R: O: hun nodig hall; ten tweeden om hem officier te dekken voor de reeds geval„ len, en nog te vallene ongelden; Dat de antwond van den Raad Raad van Justitie het eerste Eid van zijn R„ O: versoek omtrend den schrijver Meijer, en Constabel oats had toegestaan, dog van den stuurman Hudet ontzegd, en om veeder hij R: O: zig niet gedeclareerd had, eenige actie teegen de Capitain Scott te hebben, die egter aan hem R: O: gereserveerd: ge„ laaten wierd, den stuurman van het waartelig niet konde worden gemist, zon„ der NB daarom het vaarthuig op te hou„ den, of eenig andere precautien te bewerk„ stelligen; Dat ten aanzien der geval„ Eere hij als lene gedaane ligting van den Constapel van de schoner zonder zijn weeten, wat hij onteerd hem aan den Capt:n Luijterant van de Castor geschreven heeft, lene ongelden de Crediteuren aangenoomen had„ den deselve te voldoen. Dat hij R: O: eenige tijd daar na vernomen hebbende, dat den Constabel, die op het schip De Castor geplaatst was, 'sdaags daar aan van het zelve geligt, en aan boord van de schoner zonder zijn R: O: weeten of voorkennisse was overgebragt; terwijl deselve op de Castor op het versoek van hem R: O: was geplaatst, dat hij R: O: om zulks zeeker te weeten zig bij brieff had geaddresseerd, aan der Capi„ tain Luijtenant van voornoemde schip Gallo met versoek hem R:O: op te gee„ ven, of de Constabel oates nog aan boord was. , en zoo niet. op wiens ordre, en Den 26. September 1786. Wanner Den 26. September 1786. van Justitie bewerkts tel„ ligt heeft, bragt, waar op hij R: O: egter geen antwoord nan bikmers antwoord daar op had erlangd. Alwaarom hij R: O, zig verpligt vond bij mt hij de s bij den Raad den Raad van Iustitie te avanceeren P=a De Reedenen waarom hij miet gedecla„ wierd heeft al of geen actie teegen scolt te hebben, 2:e zijn beswaar om sonder Cautie voor de on„ gelden met de zaak verder voort te gaan, met versoek dat de Heeren Cir„ diteuren hun daar voor mede mogten interponeeren, zoo als zij zig voor de betaaling der gevallene ongelden gesteld hadden, alzoo anders van de gantsche affaire zoude moeten afsien. naamdt hij op De Batavier was overge„ 238 30 verleende permissie egter aan 2. attestanten tot hun vertrek na Madras, 3:e Dat zo, het de Raad van Iustitie egter mogte behaagen dat hij R: O: mit de zaak zoude hebben voort te vaarn„ als aan de verklaaringen van den Armenischen koopman Casroph Pe„ trus, en de Mattroosen Morijn en Robinson na 't eijndigen der verga„ dering mogten beëedigt worden: Dat de Raad van Iustitie daar op niet anders had beslooten dan de Ci„ diteuren af te vraagen of zij zig wilden interponeeren voor de nog te vallene ongelden, houdende de twee overige poincten in advis, terwijl den Armenischen koopman, en schrij„ ver Meijer door het voorzettend Eid: gepu„ mitteerd wierden na Madras te gaan. Den 26. September 1786. Dat 235. Den 26 September 1786. C diteuren van Capscott dls verdere te neemlie moeste in de zaak van Scott, geaddrsseerdt heeft, Dat de Credtiteuren daar op van antwoord had, bekomen antwood van den Coa„ den gediend, dat zij nooit van intentie waaren gewest, om zig te melleeren in het proces tusschen gerepten Capitain Soott, en zijne Equipagie hum R: O: fiscus; alleenlijk booden zij aan, om de ongelden van spijs, en drank, door de Equipage aan de wal verteerd te zullen voldoen: Dat daar op bij geukering van humn Jesans van den Raad van Justitie was beslooten hem R: O: van alle verdere te nemene moeijte in de procedures teegens Capitain Scott, en zijne Equipagie te excuseeren. Dat dit naam hij zijg bij de Politie de reedenen zijn, die hem R: O: bewoogen hebben, om zig bij deese vergadering te ad„ dresseeren, zig verseekerd houdende, dat deselve zal gelieven te Considereeren, en vast

NL-HaNA_1.04.02_3784_0486 view scan ↗

English

that affair to the judgment of the Council, to determine the impossibility for him as an officer to continue to undertake matters of such importance in such a manner with tranquility, zeal, and candor. That he, the Officer of Justice, will by no means express himself further concerning what has happened, in order to prevent unpleasantries, but that he will leave the entire course of this affair to the judgment of this Government, requesting however, in order to remove for the future all such obstacles and impediments as well as to maintain the free and open way to take in hand all permissible means convenient to him which ought to be employed to counter iniquities being committed, that it may please this Council to maintain the weight of his office by taking such resolution for the future as shall be deemed proper. Thus, after resumption, it was approved and resolved to place this petition, together with its annexes, into the hands of the Council of Justice of this Castle, to provide this Council with a report; and to enjoin the merchant and fiscal Simons to elucidate at the next upcoming meeting of this Council what the actual meaning of the last sentence of this submitted petition signifies, namely to maintain him in the right of his office. There was presented the following petition from the provisional merchant and warehouse master Martinus Stoffenberg: To the Honorable Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Acting Governor in the Government of Coromandel, together with the Council. Honorable Sir and Gentlemen. The undersigned has always flattered himself with the hope that the merchant Simons would have held the presidency of the Orphan Chamber until the undersigned—who by the favorable disposition of Their High Excellencies has been elected president of that College—would, after prior investigation, have become fully certain of the state of the Orphan Chamber treasury; but now seeing himself to have been mistaken therein, the undersigned declares, in compliance with the resolution of his high superiors, to be ready to take over the presidency of that College at the first order of Your Honors. Yet he requests beforehand that he may be, by a Resolution of Your Honors, in the most powerful manner and forever indemnified and held free from all accountability concerning all outstanding funds or funds continuing in the books of the Orphan Chamber until today, and this on the grounds that he fears that heavy losses will be suffered by that College, because Nagapatnam, where virtually the entire Orphan Chamber capital is outstanding, was ceded to the English upon the conclusion of peace. I have the honor to be with all veneration, Honorable Sir and Gentlemen, Your Honors' humble and obedient servant, was signed: M: Stoffenberg; in the margin: Palliacatta the 15th of September 1786. Thus it was resolved to have him take the oath as president of the Orphan Chamber at the first upcoming opportunity, and to grant his request as it lies, as well as to note this down in these records. Upon a submitted petition from the native Nagamaloe Wengketa Souberrijloe Naijker, it was approved to grant him and four servants free passage to Batavia on the ship De Castor, and this on the foundation of the resolution of Their High Excellencies of 13 April 1779, provided he takes care of the board for himself and his people during the voyage. The Acting Governor having tabled a voluminous paper handed over to His Honor by the bookkeeper Johannes Abraham Bronsveld, supplemented with accounts, tending mainly to show the reasons why he cannot execute a transfer, as former secretary of Justice and sequester, to the present First Sworn Clerk Aatz, serving in office, pursuant to an ordinance granted thereto by the Acting Governor under the ultimate of August: Thus it was resolved to place that paper into the hands of designated Commissioners to examine the same carefully, and to serve this Council with a written report of their findings, supported by their considerations, upon the receipt of which a final disposition will be made thereon; and to appoint thereto the junior merchant Philip Hendrik Heshusius, and the bookkeeper and secretary of the Orphan Chamber Simon Duijnevelt. The Master of Equipage Jacob Hartman having made a request by petition to have the Honorable Company take over at interest a sum of 12000 Porto Novo Pagodas, which were paid by him for the maternal proof of his two minor children at the Nagapatnam Orphan Chamber, annexed with a copy of a receipt of 1 April 1780, with further urging to have that money repaid in Amsterdam, Batavia, or

Dutch transcription

dien affaire aan het oordeel van de Raad, vast te stellen de onmogelijke voor hem of„ ficier om op zoodanige wijse voortaan zaaken van zulke aangelegendheid met gerustheid ijver en Candeur te kunnen aan„ „vangen. lanting den gantsche oedragt Dat hij R: O: zig geenzints, tot voor„ kooming van onaangenaamheeden, ver„ der over het gebeurde zal uitlaaten, maar dat hij de gantsche toedragt deeser offaire aan het oordeel deeser Regering en onsak om oudintemu in zijn zal overlaaten, met versoek egter om tot wegneeming voor het vervolg van al„ le dergelijke obstaculen, en empechementen zoo wel, als tot het behouden van den Prij, en open weg, om bij derhand te kun„ nen neemen, alle hem Convenible, en Den 26: September 1786. goper amgt 237; den 26: September 1786. fiscaal Simons in handen „te stellen en wat aan hem te ingun„ gepermitteerde middelen, welke tot teegen. „gang van gepleegd werdende Uniquiteiten gecoffend dienen te worden, dat het deesen Raade behage moge het wigt zijnes, ampts te willen mainteneeren, door het neemen van zoodanig besluit voor het vervolg als goedvinden zal te behooren: zoo is na resumptie goed gevonden en ver„ besluiton de papieren van den staan dit Request neevens dies bijla van de Raad van Iustitie gen te stellen in handen van den Raad van Justitie deeses Casteels, om diesen Raade te dienen van berigt; en den koop„ man en fiscaal Simons te injungeeren om bij eerst koomende vergadering deeses Raade te elioudeeren wat de eijgentlijke geeven, Zin den Pak huijsmeester insertie van het zelve, zin van de laatste periode van dit ingediend Request om hem namelijk in het Regt zij„ nes amgots te maintereeren, is beteekende. dang den in Rriqust en sepresenteerde zijn da het ondervolgende Roe„ quest van den koopman provisioneel en Pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg, Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer, Opperkoopman en Gesaghebber in het Gouver„ nement van Chormandel Nevens Den Raad, Wel Edel Agtbaar Heer, en Heeren. Den ondergeteekende heeft zig altoos gevleid gehad, met de hoope, dat den koopman Si„ mons, zoo lang zou hebben bekleed gehad het presidie van de weeskamer, tot aan den Den 26. September 1786. onder 239. Den 26. September 1786. ondergetekende /:die door de gunstige dispositie van Hunne Hoog Edelheeden / tot presi„ dent van dat Collegie geëligeerd is, na voor afgegaane ondersoek, volkomen zou gebleeken zijn den staat van de weeskamer kasse; dan thans ziende zog daarin te hebben mis„ gist, verklaarde den ondergeteekende, ter vol„ doening aan het besluit van zijne hooge superieuren, bereid te zijn, het presidie van dat Collegie op de eerste ordre van Uwe wel Edele Agtb: overteneemen Dog versoekt voor af, dat hij door een Resolutie van Uwel„ Edele Agtb: op het allerkragtigste en voor altoos mag worden geindemneert en buijten alle verantwoording gesteld, wegens alle uitstaande of bij de boeken van de wees„ kamer voortloopende gelden tot heeden toe, en zulks uit hoofde hij bedugt is, dat 'er zwaare verliesen bij dat Collegie zul„ len geleden worden, wijl Nagapatnam, waar genoegzaam het gantsche weeska„ mar Den 26. September 1786 besluit om door hem der eed als Porsident van de weeskamer te laaten doen, te staan, verlende transport na Batavia aan nevens gem: Inlander p.:r de Caston; met Capitaal uitstaat, bij het sluijten der vreede, aan de Engelschen is af„ gestaan. . Ik heb de eer met alle veneratie te zijn /:onderstond:/ wel Edele Agtbaar Heer, en Heeren; uwer wel Edele Agtb: on„ derdanige en Gehoorsame Dienaar /:was geteekend:/ M: Stoffenberg /: in margine:/ Palliacatta den 15 September 1786. Zoo is verstaan hem bij eerst koomende „geleegendheid den Eed als president van de weeskamer te laaten presteeren, i dope en enk te golente, en zijn versoek, zoo als het legt toe„ te staan, mitsgaders zulks bij deeser te noteeren. Op een in gediend Request van den Jnlander 241. Den 26. September 1786 papier eAc: van Bronsveld, Inlander Nagamaloe wengketa souberrij„ loe Naijker is goedgevonden, aan hem en vier bedienden, met het schip De Castor awer zijn ver bedienden, vrij transport na Batavia te verleenen, en zulks op fundament van het besluit van Hunne Hoog Edelheeden van den 13. April 1779, mits voor de kost van hem en zijn volk zorg draagende, geduurende de reijse„ Door den Heer Gsaghebber ter taffel ding van en olagaens gelegd zijnde een volumineus papier aan zijn Ed: overgegeeven door den Boekhouder Johannes Abraham Bronsveld, aan„ gevuld met reekeningen, ten deerende voor„ namentlijk om te toonen de reedenen waar„ om hij geen transport als geweesen secretaris van das over oner geen per soen te order soek te stellen, en met wat last, van Justitie en sequester aan den presenten „dien in dienst fungeerende Eerste Geswoore Clercq Aatz: kan doen, ingevolge een ordonnan„ tie onder ult=o Augustus door den Heer Gesaghebber daar toe verleend: besluit en dat papie in hen zoo is verstaan dat papier te stellen in haaden van expresse Gecommitteerdens om het zelve nauwkeurig te examinie„ ven, en van haare bevinding deese Raad te dienen van schriftelijk berigt, geap„ puijeerd door Hunne Consideratien na welkers inkoomen men finaal daar op zal disponeeren, en daar toe te Com„ mitteeren den onderkoopman Philip Den 26. September 1786. Hendrik 243, Den 26. September 1786. versoek van Heertman om Dis„ kere 12000 pag: van de weeska„ oner tegen intrest ofe te neemen, of elders weder gerestitueerd te krijgen; Hendrik Heshusius, en den Boekhou„ der en secretaris van de weeskamer Si„ mon Duijnevelt, Door den Equipagie meester Iacob Hartman bij Request. versoek gedaan zijnde, om bij de E: Comp:e teegen intrest over„ te neemen een somma van Portonorose pa„ gooden 12000 — welke door hem voor het moederlijk bewijs zijner twee onmondige kin„ deren bij de Nagapatnamse weeskamer zijn geteld annex een Copia quitantie van den 1. April 1780. met verdere instantie in te Amsterdam, Batavia om dat geld te Amsterdam, Batavia of F

NL-HaNA_1.04.02_3784_0494 view scan ↗

English

offer by the Orphan Chamber, to take over without interest, to be repaid at Batavia or elsewhere, it has been resolved to accept the aforementioned capital without interest, should it be offered by the Orphan Chamber, and to have it paid out wherever it shall be convenient to the Honourable Company, or wherever the said college shall happen to request it; and there being no telescope on hand, which is nevertheless unavoidably required at the flagstaff, it has been resolved to have one purchased at Madras for the ordinary price of 8 Pagodas, for which 26 September 1786. 245. by Captain Abo of diverse timber at Coringa, 26 September 1786. tolerably good telescopes are to be obtained. Communication having been given by the Commander that Captain Abo, during his stay at Jaggernaikpoeram, on his own authority without giving any notice to the chiefs, had purchased certain timber consisting of 20 planks for the use of the ship under his command, De Both, from the English Master Attendant at Coringa, Mr Corsaer, in the name of the Honourable Company, to an amount of assignment by him of the payment on the Company what, along with the said Englishman, he made known in that regard, 87. 23. — Madras three-swami Pagodas, and having assigned the payment to the Company, satisfaction was rightly refused by the chiefs on the grounds that no captain of a ship has the power to do so without the knowledge of the chiefs, and all the less so because, according to a declaration of the chief carpenter of De Both, C. S., it appeared that planks were on board to serve for the outer skin; that Mr Corsoer had written about this more than once, and made it known that, as with him a captain of a ship has the power to purchase necessities for his 26 September 1786. vessel, 247. 26 September 1786. vessel, he had supposed this to be the case with us as well, and that he had therefore not hesitated to deliver those planks on Abo's assurance that it was for the Dutch Company, whose credit he indicates not indistinctly will suffer if this is not paid. Since now, whether in wintering or repairing the Company's vessels, one has need of the English at Coringa, and especially the Master Attendant Corsar, without whom no carpenter is to be had, as now in the accident of De Geel answer received to send the same to Bengal, to send to Bengal, to inquire whether there was an opportunity there to forward the letter received from Ceylon addressed to Captain Straalen, who commands the said sloop, and the junior merchant Boers, as also a letter from Malacca, but had received an unsatisfactory answer, while his correspondent had indicated to him that one would succeed best in Bengal, if anywhere; proposal to bring those packets by land wherefore His Honour proposed to send those two packets together with a copy of the letter from Ceylon, and the papers relative to this matter, by land 26 September 1786. to 251. 26 September 1786. to the Lord Director and Council at Chinsura, with a request to take such measures in this regard as Their Honours will be able to execute to the greatest benefit; so it was resolved to agree with the aforementioned proposal, and to let a missive depart to the Bengal administration along with the papers just cited. And furthermore approved, upon request of the Ceylon Government, to elucidate to Their High Mightinesses that the 9200 lb for the 3 lasts of rice unladed from the ship Hoolwerf at Rangoon for the Reverend Van der Werth in the year 1784, were shipped off again by the chief mate Gallo, as appears 26 September 1786. Jansz: Pay office to be given an extract for information, Notice given by Schliephaken of his indisposition, as appears from a shipping note remaining here at the secretariat, which weight is calculated for 3 lasts each at 3066 1/3 lb, or 230 gantings. that the soldier Jacobus Jansz, who came over from the French and was taken into service pursuant to the resolution of 28 January for 12 guilders, having deserted again without one being able to learn whither, since the English, upon the Commander's writing, testified that he was not to be found among them; it has been resolved to keep note of this herewith, and to issue an extract to the pay office for information. The trade transferer Schliephaken was, information. 258. 26 September 1786. cannot attend to his duties, transferer, to be discharged, but on what conditions, Schliephaken having represented to the Commander that from time to time he is again severely afflicted by an old chest ailment, from which he had hoped to be radically cured, and that thereby he could not attend to the work of his duties, which require constant sitting, with that vigilance which is requisite thereto, which must notoriously result in arrears, if not confusion, in that department, wherefore he requested to be relieved from all accountability that it would be impossible for him to avoid, and to be discharged from that work; it has been approved to grant him his [illegible] by the Commander

Dutch transcription

offerte door de meskame, zonder renten over te neemen, aAratas te Canter a pen, besluit en dat Capitaal bij of elders te restitueeren, zoo is verstaan het voorschreeven Capitaal zoo het door de weeskamer mogte werden ge„ presenteerd, zonder renten te acceptie„ ven, en als aan te laaten uit betaa„ len werwaarts het d'E: Comp: zal Con„ venueeren, dan wel waar gemelde Colle„ gie zulks zal koomen te versoeken; beslijt en en overlijde seene versckeijker aan handen, en egter bij de vlaggemast onvermijdelijk benoodigd zijnde, zoo is verstaan 'er een te laa„ ten inkoopen, op Madras teegen de ordinaire prijs van Pagooden 8-. waar Den 26. September 1786 voor 245. door Cap: Abo van diverse hout„ wiken te Coringa, den 26. September 1786. voor tamelijk goede kijkers te bekoomen zijn. Door den Heer Gesaghebber Communi, Commate van de geseen ko catie gegeeven zijnde, dat de Capitain Abo geduurende zijn verblijf te Iag„ gernaikpoeram expriva authoritate zon„ der de opperhoofden eenige kennisser van te geeven eenige houtwerken, bestaande in 20. planken, ten dienste van zijne onderhebbend schip De Both van den Engelschen Equipagiemeester te Coringie„ M:r Corsaer op de naam, van dE. Comp: gekogt hebbende, tot een bedraagen van tot hoeveel. Madrake „assigneering, door denselven van de betaaling op de Comp:e de Jagi: op erkhoijden en graaren te mee„ ovat nevens gem: Engelsman dier„ weg„s te kennen gegeeven haeft, Madrase drie beeldige pag: 87. 23. —, en de betaling geassigneerd hebbende op de Comp=e de voldoening ten regten door de opperhoof„ geedan wijng, duselen aden was gewigjgerd op fundament dat geen Ca„ pitaia van een schip zulks vermag te doen, zonder weeten van de opperhoofden en nog wel te minder, wijl volgens een verklaaring van den oppertimmerman van de Both C: S: bleck, dat 'er planken om tot de buijten huijd te dienen aan boord waaren Dat Hr Corsoer daar over meer als eens hadde geschreeven, en te kennen gegeeven, dat gelijk bij hem een Capitain van een schip de magt heeft, om benoodigdheeden voor zijnen Den 26. September 1786. bodem 247. Den 26. September 1786. bodem te koopen, hij gemeend hadde zulks bij ons ook zoo te zijn, dat hij daar om niet gehesiteerd hadde die planken te leveren, op Abos verseekering dat het voor de Hollandsche Compagnie was, wiens Credit hij niet onduijdelijk te kennen geeft, dat 'er bij lijden zal, zoo dit niet voldaan word Dewijl men nu, het zij bij overwinte„ venaque dineirgen, ring of vertimmering van 'sComp:s vaarthuij„ gen, de Engelschen te Coringie, en vooral den Equipagie meester Corsar, zonder orien geen timmerman te krijgen is, noodig heeft, gelijk thans in het ongeval De Geeil bekomen ant woord om de selven wer Bengale te versenden, na Bengali te zenden, oms te verneemen, of aldaar occasie was om den van Ceilon ontfangene brief aan den Capitain straalen die gem: sloep Com„ mandeerd, en den onderkoopman Boers gerigt, als meede een brief van Ma„ lacca voort te schikken maar een on„ voldoend antwoord gekreegen hadde, terwijl zijn Correspondent hem hadde beduijd, dat men, zoo ergens, best in Bengale zoude te regt raaken; propositie en die pakketten Weshalven zijn Ed: proponeerde die twee pacquetten nevens een Copia van den brief van Ceilon, en de tot deese zaak relative papieren, over land Den 26. September 1786. aan 251. Den 26. September 1786 voer te brengen, rijst van de Hoolwerf, H: H: Ed: te eludideeren, aan den Heer Directeur en Raad te Chinstera te zenden, met versoek in deesen zoodanige en met welk on soek, maatregulen te neemen, als hun Ed: ten meesten nutte zullen kunnen werkstellig maaken, zoo is verstaan zig met voorsz: besluit on zulks ter uit„ propositie te Conformeeren, en een missive aan het Bengaalsche Ministerium neevens de eeven geciteerde papieren te laaten afgaan. En verder goedgevonden om op versoek van wongj het dissent van 3 ate der Ceilonsche Regeering Haar Hoog Edelheedens te elicudeeren, dat de 9200 lb: voor de 3. Lasten rijst tot Randcoen aan den Predicant van de werth in A=o 1784. uit het schip Hoolwerf geligt, weer zijn afgescheept door den opperstuurman Gallo, blijkens Den 26 September 1786. Jansz: Sodij berkh: aftegenen tot pa„ te kennen geaving door Schliep„ haken van zijne indispositie, =blijkens een afscheeps briefje hier ter secretarij berustende, welk gewigt gereekend is voor 3. las„ ten ieder â 3066: 1/3 lb of 230. Gantings. . dathet on den s aet Jachui ae van de franschen overgekomen en ingevolge besluit van den 28: ' Januarij voor ƒ 12. in dienst genoomen zoldaat Jacobus Jansz: weeder gedeserteerd zijnde, zonder dat min heeft wien te Madras niet te vinder kunnen verneemen werwaarts, dewijl de Engelsche op het schijven van den Heer Gelag„ hebber betuigd hebben, dat hij bij hen nist besluit hier van Extract aander te vinden was; zoo is verstaan daar van bij deesen Notitie te houden, en Extract aan het soldij Comptoir af te geeven tot na„ rigt Den Negotie overdraagen schliepha„ ken was, rigt 258 Den 26. September 1786. zijn dienst kan waarneemen, vierdrager, antslagen te weerden dog on der welke mits„ ken aan den Heer Gesaghebber gerepresenteerd hebbende, dat hij van tijd tot tijd weeder ten sterksten geattacqueerd word door een oude borst kwraal, waar van hij gehoopt hadde radecaal geneesen te zijn, en dat daar door het werk, van zijn dienst, die een assidu zitten vorderd, met met die vigilantie waar dan hij mit va behoven welke daar bij vereijscht werde, konde waarneemen, het geen notoir een veragtering, zoo miet verwarring in dat departement moest ten gevolge hebben, waarom hij ver„ esek en ven de gst aan nigte sogt om van alle verantwoording die hem onmorgelijk zoude zijn te vermijden, en van dat werk ontslaagen te worden; zoo is besluit hin zulks toe te staan, goed gevorden hem zijn bij den hee Gesagheb„ be

NL-HaNA_1.04.02_3784_0502 view scan ↗

English

to grant the request made by the trade transfer clerk, as penist at Palicol, with retention of the emoluments he enjoyed as trade transfer clerk; and to reappoint as trade transfer clerk the bookkeeper Wouter Pietersz, who for many years has always served in the Trade Office at Nagapatnam and may thus be considered to have the necessary competence, and placement of Schliephaken, and furthermore, since the prospect of the collection at Palicol, in which the aforementioned Schliephaken is very skilled, additionally requires a second clerk at that office, with whose appointment, because nothing has yet occurred there, no haste was needed in having him transferred back there. 255. The 26th of September 1786. It has been resolved to appoint as members of the Honorable Board of Orphan Masters the Assayer Fredrik Gronaeuw, the Sub-Major Emanuel Tregoor, and the Bookkeepers Isaac Vrijmoet, Wouter Pietersz, and Abraham Dormieux, thus making, together with the President, Vice President, and the Secretary Simon Duynevelt, the full Board; while Captain-Lieutenant Winkelman is discharged from the same at his own request. Furthermore, it has been decided to dispatch the ship De Castor, lying in the roads, on the 8th of October; unless some matter that must indeed be weighty should present a lawful impediment thereto. The Honorable Head Administrator having submitted in Council a memorandum of 25 pieces of cannon and various ammunition stores left behind by the English upon the evacuation of the Castle on the 5th of July of the past year, it has been resolved to insert the same and to dispose of those goods in such manner as is noted in the margin of that document. The 26th of September 1786. 257. The 26th of September 1786. Memorandum of all such goods as were found to be present at the takeover of Castle Geldria at Palliacatta under date of 7 July 1785, together with their condition according to the report of the special commissioners on that day, namely: 25 pieces of cannons, whereof: 2 iron of 18 lb [illegible] 12 [illegible] 8 [illegible] 6 2 bronze of 4 lb Of the 11 six-pounders, keep 7, as well as the 2 bronze four-pounders, and send the remaining 16 pieces to Batavia. 11 pairs of gun carriages; whereof 9 in use for the 9 pieces, 2 as spares, whereof 1 without wheels. Keep these until new ones are brought from Batavia. 15 pieces of garrison carriages. These to be destroyed by special commissioners, and the iron found on them taken into the books. 4 pieces of bronze mortars with their wooden blocks. These to be kept. 27 cannon ladles with their rammers, bad and almost unusable. Send 20 of these to Batavia, keep 3 good ones, and destroy 4 pieces. 11 sponges with their rammers, all old, of no service or use. Destroy the 8 that have become unusable and keep the remaining 3. 140 filled grenade bombs. Send to Batavia. 320 hand grenades. Send to Batavia, as well as these. 8 wooden cartridge cases, old, rotted, and almost all unusable. Destroy 5 of these. 2 copper powder measures. These to be destroyed. 40 iron cannon bits. Destroy 16 of these. 20 powder horns, almost all unusable. Destroy 12 of these. 2458 iron cannonballs, whereof: 216 of 18 lb 143 of 12 lb 1378 of 8 lb, almost all rendered unusable by rust 676 of 6 lb 47 of 4 lb Send to Batavia, except 216 pieces of 6-pounders, which must be kept. Palliacatta, in Castle Geldria, the 23rd of September for the end of August, Anno 1786. The chief surgeon Pancretius Heeringa Meppen having demonstrated the embarrassment in which he found himself to accommodate the sick from the ship De Castor and those among the servants stationed here, whereby those people might wander pitifully and utterly lack the necessary comforts and assistance to the great detriment and delay in the cure of the illnesses and infirmities from which they may suffer; and that he had looked out for a house which, because of the heavy rent, had not yet been rented by anyone, and which, if not in all respects suitable for a hospital since much is wanting, was at least the only one in all of Palliacatta that by its fairly spacious size, with some alterations, could somewhat be appropriated as a lodging place for the sick so long as a more suitable one was not had, and where there was also lodging for an assistant surgeon; therefore the Governor had summoned the owner, being a mestizo and inhabitant of the Coupang, to agree with him regarding the lease of his house.

Dutch transcription

het nngoti vercdrager, als penist op Palicol, ber gedaan versoek toete staan, onder ophou„ ding van de Emoliementen, die hij als No„ anstelln van d: Pitis s. otie overdrager heeft genooten; en den boek„ houder Wouter Pietersz: die Zeedert lange Jaaren althoos te Nagapatnam op het Negotie Comptoir heeft dienst ge„ daan en dus geconsidereerd mag worden de nodige bekwaamheid te hebben, weeder aan te stellen tot Negotie overdragen, en plaatsing van schliephaken mitsgaders daar thans het voor uijtzigt van den Insaam te Palicol waar in gemelde schliephaaken zier be„ dreeven is, buijten ander nood zakelijk„ heijd een tweede seribent op dat Comptoir vorderd, met welkers vervulling om dat daar nog mits heeft kunnen te doen den 26: September 1786. vallen 255. Den 26. September 1786. leeden in de weeskamer, „dat Collegie gaan Tot Leeden in het Eerwaarde Collegie aanstelling van '5 Nieuwe van weesmeesteren is verstaan aan te stel„ len, den Essaijeur Fredrik, Gronaeuw, Den ondermajoor Emanuel Tregoor, en De Boekhouders Isaac vrijmoet, wou„ ter Pietersz: en Abraham Dor„ mieux, maakende dus nievens den Pre„ sident, vier precis, en den secretaris Simon Duijnevelt, het volle Collegie; Ter, ontslegven winkelman uijt wijl de Capitain Luijtenant winkelmaas op zijne instancie uit het zelve ontsla„ gen word. voorts ken hem weeder derwaarts te laaten over„ vallen, men geen haast heeft hoeven te maa„ bepaalde zeildag van het schip de Castor, 25. stukken Canon en diverse annumitie goeden, dispositin op er intertie van dezelve Dorts is gearristeerd von het ter rcheede leggen„ de schip De Caster den 87: October te de„ pecheeren; ten waare eenige zaak die eg„ ter gewigtig zoude moeten weesen daar in een wettige verhindering mogt maaken. verleiig aan in gotichuipen Door den E: Hoofd administrateur in Raad overgelegt zijnde een notitie van 25 stuk„ ken Canon en diverse Ammunitie goederen door de Engelschen bij het ontruijmen van het Casteel op den 5. Julij des gepasseerden Jaars agtergelaaten, zoo is verstaan deselve te insereeren; en over die goederen zoo„ danig te disponeeren, als in margine van dat papier bekent staat Den 26. September 1736 Nolitie 257. Den 26. September 1786. van de I1. Ses ponders 7. Notitie van alle zoodanige Goederen als bij het overneemen van 't Casteel Geldria te Palliacatta onder dato 7. Julij 1785. re„ „vens derselver gesteldheid volgens Rapport, van Expresse Gecommitteerdens ten dien dage in weesen zijn bevonden; als 25. p:s Canons; waar van 2. ijzere de 18. lb t aan„ houden, als ook de 2 Metaale van 4. Ponders, en de Resteerende 16. ps Na Batavia te zenden. „ 12 „ „ 8. „ 6„ is 2: Metaale „ 4 „ 11. p=r affuiten; van deese: Deese aan te houden, tot 9. in gebruijk tot de 9. stukken „niawe dat er „ van Batavia zul„ 2. Ter waarloo; waar van len werden aangebragt, 1. zonder wielen Deese door Expresse gecomm: te ver¬ ¶ nietigen, en het daar te vinde„ ne ijzer bij de boeken inneemen - 15 p:s Rampaarden op 4. ps Metaale mortiertjes met diet houte blokken Deeze aan te houden- Heer van 20. na Batavia te zen„ den, 3 goede aan te houden, en 27. „ Canon Leepels met dies varken staarten, 4. stuks te vernietigen, slegt en bij na onbekwaam De 8. onbruijkbaare gewordene te vernietigen en de resteerende 3. Is. „wissers met dies aansetterd alle ouden van geen aan te houden, ƒ140. „ Gevulde Granaat bommen Na Batavia te zenden, dienst nog nut. 320 „ _ o hand granaaten hier van 5 te vernietigen - - - - 8 - „ Houte Cardies kookers Derf te vernietigen - - - - 2. „ koopere kruijtmaalen- - Hier aan 16. te vernietigen - . 40 „ izere Canon booren _o 12. „ _o 20. „ kruijthoorns - - - - - 2458C oud vermolmd en meest alle onbruijkbaar Meest alle onbruijkbaar 8 Na Batavia te zenden, excepto 21.6. p:s van 6. pondens. welke aangehouden moeten werden; zicken thuijs, Als ook deese te versenden- Palliacatta In't Casteel Geldria den 23: Sep„ tem voor ultimo augustus Anno 1786/. verskatelijk bodiginge en an De vpermeester Pancretius Heeringa Meppen„ vertoond hebbende, de verlegendheid, in welke hij verseerde, om de zieken van het schip De Castor en die onder de hier bescheijden bediendens zijn, te bergen, waar door die menschen deerlijk magte swerven en vol„ strekt de nodige gerieflijkheeden en handrijking ontbeeren tot groot nadeel veragtering in de genazing der ziektens 2458. ijzere kanon kogels; van deese 216: d 18. lb: 143 „ 12 „ 1378 „ 8. - „ Meest alle door den Roest onbe„ quaam geworden 676„ 6 276 27 Den 26. September 1786 en 47. „ 4 259. Den 26. September 1786. de Copang wa en ongemakken aan welke zij mogen laboreeren, naar te ungeschikte huijs op en dat hij een huijs hadde uitgesien, dat om de zwaare huur nog door niemand gehuurd was, en het welk zo niet in acles een hospi„ taal geschikkt daar veel aan hapet, ter minsten het eenigste was in gantsch Pal„ liacatta, dat door zijn tanelijk ruijm te met eenige verandering eenigzints tot een verblijf„ plaats voor de zieken; zoo lang men geen be„ kwaamer hadde konde geapproprieerd werden en waar en teffens logiment was voor een on„ dermeester, zoo hadde de Heer Gesaghebber den Eijgenaar zijnde een mixties en Inwoonder van de Coupan bij zig ontbooden om met hem wegens het verhuuren van zijn huijs over een

NL-HaNA_1.04.02_3784_0508 view scan ↗

English

proposal to rent the same for that purpose, for which 15 pagodas per month was asked, but after some exchange of words had settled firmly on 12 pagodas, of which he however offered to let the necessary expenses be deducted that one should see fit to incur in order to repair it and further make it suitable for the use for which one wished to adapt it. The Mister Commander said he was well aware that this man, in imitation of every homeowner here, also seeks to take advantage of the circumstances and embarrassment in which the Company finds itself, whereas in former days such a demand would have incurred the utmost indignation and a sound rebuff; but that His Honour was now indeed obliged, for the benefit of the sick, to make a proposal to rent the house under the aforesaid condition. The Council, being convinced of the necessity of a hospital, unanimously approved renting the said dwelling for 12 pagodas and immediately carrying out the necessary repairs and arrangements suitable for the purpose, in deduction from the rental payments. Furthermore, it was approved and understood to authorize the Chief Administrator to draw up and issue the assignments regarding the bonus that are still lacking here to those who participate therein and are inclined to receive those monies in the Netherlands, with permission to obtain it from the Company treasury for those who prefer it; the Mister Commander submitting a second assignment amounting to 1153:8:8 guilders, dated Nagapatnam 15 September 1780 and signed by Reijnier van Vlissingen and Philippus Jacobus Dormieux, then Governor and Chief Administrator of Coromandel, granted to him as then Chief of Sadraspatnam on account of 3 percent on the sale of linens in the Netherlands in the years 1777 and 1778, the first probably having been sent to the Netherlands among the Company papers of that time, but such having never been done by him, the Commander, with the second, the same, as it was not presented by His Honour's proxies, has certainly remained unpaid, but because His Honour now has nothing more than that single one, which might be lost in transit, he asks for an authentic and sufficient copy. For the delivery of which it was understood to grant authorization. Furthermore, it was understood to note here that by the returning thony, which brought the two elephants here as a gift for the Nabob Mahomet Alichan from Ceylon, a chest of medicines was sent as requested by the Ceylon Government in their requisition of 6 December 1785. And considering that with this the aforementioned ordinary matters had ended, the minutes drawn up by order of His Honour from the respected missive of Their High Mightinesses dated 28 April and 4 May of this year, brought by the ship Castor and addressed to this Council, were submitted to the assembly by the Mister Commander; in order to frame a suitable answer to the matters appearing therein, proceeding to this, it was initially understood dutifully to inform Their High Mightinesses of the receipt of the aforementioned missives. As well as that the duplicates of the aforementioned letters have recently been received via Ceylon, accompanied by their copies of advices for that Government, with respectful expressions of gratitude for their favourable sending. It was resolved humbly to represent to Their High Mightinesses that a weakness of sight from which the Mister Commander has suffered for some months, but from which His Honour is now gradually beginning to recover, has delayed the management of affairs on this coast, and thus also delayed the clerical work occurring here, wherefore one must testify with regret that one is currently unable to provide Their High Mightinesses with a complete report of the operations in the service since the month of January. Hoping that the reason for this will obtain pardon for this assembly with Their High Mightinesses, with which favour this Council the more dares to flatter itself, as it firmly assures Their High Mightinesses that the general report via Ceylon

Dutch transcription

propositie om het zelve daar voor in hunr te neemen, een te komen, waar voor pag„. 15 – per vraand hoe vel hun daar vor gevraagd gevraagd, dog zig na eenige woorde wisse„ ling vast bepaald hadde op pag: 12, —. bepealig de zelen g ofersuk van welke hij egter aan bood te laaten detraheeren de noodzaakelijke ongelden die men zoude goedvinden te doen, om het te repareeren, en verders bekwaam te maa„ ken tot het gebruijk, waar toe men het wilde schikken. De Heer Gezaghebber zeijde wil te zien, „thans dat deese man, in navolging, van ieder eij„ „genaar van huijsen alhier almeede zijn voordeel zoekt te doen met de omstandig„ heeder en verligentheid in welke de Com„ pagnie zig bevind, dewijl in voorige daa„ gen zulk en Eijsch de uijtterste indigna„ Den 26. September 1786. tig wierd 261„ Den 26 September 1786 „ven, en tot een ziekerhuijs dier„ stig te maaken, leenen van Assignatien weg tie, en eer dugtige afjagt zouden na zig getrokken hebben; maar dat zijn Ed: nu wel verpligt was ten behoeve van de kran„ ken, een voorstal te doen om het huijs on„ der voormelde voorwaarde te huuren - Den besluit om het zelve te huu„ Raad van de Noodsakelijkheid eens zie„stg ken huijs overtuigd zijnde, zoo wierd een„ paarig goedgevonden om gedagte wooning voor 12. pagooden in huur te neemen, en aanstonds daar aan de nodige reparatien en verschik„ kerigen tot het oogmerk dienstig, te maaken, in aftrek van de huurpenningen. Voorts is goedgevonden en verstaan den Hoofd, quaificatie tot het on„ 1 administrateur te qualificeeren om de as„ douceur gelden. signatien wegens het Douceur, die er nog nt .. alhier te erlanger, overlegging door den Heer Gesag„ hebben van een tweede assigna„ ontbreeken, op te maaken en af tegeven aan de geene, die daar in participeeren, en genegen zijn en ook em it 's Comp:s Cassalie gelden in Nederland te ontfangen, met per„ missie van het uit 's Comp:s Cassa te erlangen, aan die het verkissen; zeggende de Heer ten danzijndietigde lede esaghe ber over een tweede assignatie groet ƒ1153:8:8: gedateerd Nagapatnam 15 7ber: 1780. en geteekend Reijnier van vlissingen, en Philippus „ Jacobus Dormieux, toenmalige Gouverneur en Hoofd administrateur van Cormandel, aan hem verleend, als toenmalig op erhoofd van Sadraspatnam wegens 3. perCento op den verkoop van Lijwaaten in Neder„ land in de Jaaren 1777 en 1778, zijnde Den 26 September 1786. de 263 den 26. September 1786. der land kas met medicamenten na Cei„ lor, de eerste naarschijnlijk onder sComp papieren van die tijd na Nederland versonden, dog zulks door hem Gesaghebber nimmer geschied weesen, nantzending, der zelrna Ne„ de met de tweede, is deselven, al zoo door zijn Edele gemagtigdens niet gepresenteerd is, zeker onvoldaan gebleeven, dog dewijl versoek onders voldaande Copij daar van, sijn Edele thans niets meer als die eene heeft, die bij versending zoude kunnen vermissen, zoo vraagd hij een authenticque, en voldoende Copij. Tot welkers afgave bestut deselen aan zij Ed af„ verstaan wierd te qualificeeren Wijders is verstaan alhier te noteeren, dat notitie van de sponding van o per de rug kerrende thonij, welke de twee Eliphanten ten geschenk voor den Nabab Machomet Alichan, van Ceilon hier te geven, heeft de Hoog Ed: brieven van den 28 April en 4 Meij om daar op en gepast antwoord te beraamen, hoeft aangebragt, is versonden een kas met Medicamenten door de Ceilonsche Re„ geering gevraagd bij welderzelver Eijschje van den 6:e xber: 1785. en tegen on degteten tetken de dat hiermeede de voorengemelde ordi„ nair zaaken waaren afgeloopen, wierd door den Heer Gesaghebber ter vergadering over„ gelegd de Notulen op ordre van zijn Ed: ge„ trokken uit de gevenereerde missive van Hun Hoog Edelheeden de dato 28 April en 4 Maij deeses Jaars per het schip de Castor aangebragt, en aan desen Raa„ de gerigt; ten einde om op de daar bij voorkomende zaaken, een gepast ant„ woord te beraamen, zoo is hier toe ge„ Den 26. September 1786. treeden 265. Den 26. September 1786. te geeven van de receptie van avormn twee brieven, plicaaten derzelven of Ceilon, gouvernemert heedens waarom geen volleedig verslag kan werden gedaan, =treeden zijnde, aanvankelijk verstaan Huen b sluit H: H: Ed: keunnsse Hoog Edelens schuldpligtig Comminicatie te geeven van de xnceptie van voorschreeven missiven. Als ook dat onlangs over Ceilon bekoomen ihen ven den at Cagst de e zijn de Duplicaaten van de even gemelde brieven, verseld van Hoog derselver Copia de Coijn aduts vom dat advisen voor dat Gouvernement, onder eer„ beidige dankbetuiging voor dies gunstige toezending. Is gearresteerd Hun Hoog Edelhee, vertoning aan H: H: Edel„ dens onderdanig te vertoonen, dat een verzwakking van gezigt, waar aan den Heer Gesaghebber zeedert eenige maanden gelaboreerd heeft, dog waar van zijn Edele thans hoope dat gerschoning dien„ erlanger zal, agtig, ontrend het aanstaande verslag, thans gaande neg begind te herstellen; de maniance van zaaken ter deeser kuste heeft getraineerd, en dus ook agter uit„ gezet het hier voorvallende schrijfwerk, waar door, men met leedweesen betuigen moet, dat thans buijten staat is, om aan Hun Hoog Edelheden een volledig verslag te doen van de verrigtingen in den dienst sedert de maand Ianuarij. Loopende dat het motief daar van, voor deese vergadering verschooning erlangen zal, bij Hoog deselve, met welke gunst zig deese Raad te meer durft flattieren, ondergelke te doen i zeekening als zij Hun Hoog Edelheeden vast ver„ zeekerd, dat het generaal verslag over den 26. September 1786. Ceilon 187

NL-HaNA_1.04.02_3784_0515 view scan ↗

English

267. answer to the aforementioned letters, decided to request Their High Noble Lordships' excuse, and to refrain from the description of the letter, Ceylon, by which all matters will be described in good order, will depart so early in December that it can be at Batavia at the usual time of Their High Noble Lordships' deliberations concerning the Coast, for which reasons it was deemed best to limit oneself only to the drafting of a simple answer to Their said highly esteemed letters. It was further agreed to request Their High Noble Lordships' excuse in advance that the departing letter is not divided into main heads according to the regulations, nor written paragraph-wise. This meeting had to refrain from doing so in order to prevent confusion, which was feared if the items of reply were divided into main heads, deeming it more convenient for this time to follow the chronological order of Their missives in the answer; while it will strictly regulate itself in drawing up the forthcoming General Report, and subsequently, according to the received orders regarding the writing of letters. Their High Noble Lordships having expressed Their highest pleasure concerning the restitution of the counting-houses on this Coast and concerning the correspondence maintained with the Madraspatnam Government, it was agreed to offer Their High Noble Lordships dutiful and formal thanks for that. 26 September 1786. 187 26 September 1756 for the future, expression of thanks for the pleasure over the restitution of the counting-houses and over the correspondence maintained with the said Government. 269 26 September 1786 pack of linens per De Both and De Castor was dispatched, excuse why not a single pack of linen was sent with the ships De Both or De Castor to Batavia. To what was advanced by Their High Noble Lordships, that in anno passato not a single pack of linens was sent to Batavia with the ships De Both or De Castor, it was agreed to represent respectfully that it grieved this Council no less than Their High Noble Lordships, but to assure Them that all private persons who send considerable quantities of linens with the Company's and other ships to Batavia do not buy them, but put them out on contract against advance provision of cash, just as the Company was previously accustomed to do here, for which, due to lack of money, we were capable neither in anno passato nor in this year. decision to offer Their High Noble Lordships the disposition on the landed cargo of the Castor, of the arrival and departure of the ship Straalen. Furthermore, it was agreed to offer Their High Noble Lordships very reverently among the appendices hereof the disposition on the delivered cargo of the ship De Castor, according to which finding everything has been accounted for well and to satisfaction; as also to give Them the dutiful communication that the ship Straalen coming out from Bengal, commanded by Captain Paardekooper, having arrived on 9 August 26 September 1786. 274 26 September 1786. vessel De Hoop, in the outer roadstead and on the 11th at the usual anchorage here, after taking in the necessary water etc., was dispatched to that direction on the 17th following, although it did not depart from the roadstead before the 20th; because Captain Paardekooper deemed he would otherwise arrive before the Ganges earlier than his instructions permitted him. It was also resolved to give Their High Noble Lordships humble notice of the purchase of the Gurab De Hoop, whose specifications are mentioned in our Resolution of 18 March of this year, with a respectful request to favor this purchase with Their favorable approval, although it had to be made without qualification requested in advance. Whereby one will at the same time give notice that this vessel was dispatched in the month of May with a cargo of merchandise to Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam, which voyage it successfully completed; but that on its return from Bimilipatnam hither, at the latitude of Visagapatnam, it was overtaken by a heavy storm, whereby it suffered so much that 26 September 1786 273. 26 September 1786. to Coringa to be repaired by the master shipwright, which will take place, and when, fort to be offered to Their High Noble Lordships. that upon its arrival at Jaggernaikpoeram, it was deemed best by the chiefs there to send it to the River of Coringa to be repaired; which will take place under the supervision of the master shipwright, who was sent thither directly, as soon as his report of its defects, with the calculation of the cost of the repair, is received here and approved by this Council. Furthermore, it was agreed to offer respectfully to Their High Noble Lordships among the appendices hereof the report and plan of the fort, drawn up by Engineer Brossette, who came over hither from Ceylon; whereby it is trusted that Their High Noble Lordships will see, if it pleases Them, that the description of its situation in the letter of last year is not exaggerated, this plan being further accompanied by a second one showing the ground plan and situation of Palliacatta, which, however, the said Engineer presents as nothing less than accurate, since standing on the flat roof of the Governor's residence he had to make it by eye, because no surveying was permitted to him on the Nawab's ground. 26 September 1786.

Dutch transcription

267. woord op voorm: brieven„ besluit en H: H: Ed: ver„ schooning te versoeken, nog„ de beschrijving van de brief, moeten afzien, Ceilon waar bij alle zaaken in ordre zullen zijn beschreven, zoo vroeg in December zal afgaan, dat het op den gewoonen tijd van Hun Hoog Ed: de„ liberatien over de kust te Batavia zal kun„ nen weesen, om welke reedenen men goedvond bepaaling bij en eroudig ant„ zig eenlijk te bepaalen, bij het Coucheeren van een eenvoudig antwoord op Hoog derselver voorgenaagde veel geëerde brieven. Nog is verstaan Hun Hoog Edelheeden voor af verschooning te verzoeken dat de af te gaane brief niet na de ordre in hoofd„ deelen verdeeld, of paragraphice geschreeven is, Deese vergadering heeft daar van moeten af,gadene oae van die noten hadt zien om verwaring voor te koomen, waar voor zij vreesde zoo de posten van rescriptie in Den 26 September 1786. 187 Den 26. September 1756 voor het vervolg„ dank betuiging voor het genoegen over de pustitutie dis Compla„ en over de gehoudene Corre sponden„ ter geot de beg: Regienng in hoofd deelen verdeeld wierden, oordeelende gevoegelijker om voor deese keer, den tijdraad van Hoog derselver missives in het ant„ oe gesen belift oten woorde te volgen; terwijl zij zig stip ta„ lijk in het doen van het aanstaande Generaal verslag, en vervolgens, reguleeren zal na de gerecipieerde ordres, omtrend het schrijven van brieven- Door Hun Hoog Edelheedens Hoogst derselver genoegen betuigd zijnde over de restitutie der Comptoiren te deeser kuste en over de gehoudene Correspondentie met de Madraspatnamsche Regiering, is verstaan Hun Hoog Edelheedens daar voor pligtig ver 269 Den 26. September 1786 pak lijwaaten per de Both Op het geavanceerde door Hun Hoog Edel,„ verlooning waaron geen nk ld heedens dat 'er in anno passato niet een en de Castor versonden is, enkeld pak Lijwaaten, met de scheepen De Both of De Castor na Batavia gesonden is, is verstaan eerbiedig te ver„ toonen, dat het deese Raad niet min„ der gesment heeft, dan Hun Hoog Edel„ heeden, dog Hoog deselve te verseekeren, dat alle particuliere, welke aanzienlijke quantiteiten Lijwaaten met 's Comp:s en andere scheepen na Batavia zenden, die niet inkoopen, maar aanbesteeden, op voor dit verstrkking van Contanten, vvon plegtig te bedanken. - an tgelande latig van de Castor H: H: Ed: aan te bieden, van de doriva, en het verstrk van het schip Straalen even als de Comp=e hier bevoorens plag=t te doen, waar toe door gebrek aan gelde, nog in anno passato, nog in dit Jaar in staat geweest zijn. besluit om de dispositie op de oorts is verstaan Hun Hoog Edelhee„ den onder de bijlaagen deeses, zeer reve„ rentelijk aan te bieden, de dispositie op de uitgeleverde laading van het schip De Castor volgens welke bevinding alles wel en ten genoegen is verant„ zon nens Comnsten te gen woord, zoo ook dan Hoog deselve de schuldige Communicatie te geeven, dat het voor Bengale uit koomende schip Straalen, gecommandeerd door Capitein Paarde kooper, op den 9.:' Augustus Den 26: September 1786. ter 274 den 26. September 1786. genal de Hoop, ter buijten Rheede en den I1. op de gewoone legplaats alhier gearriveerd weesende, na het inneamen van het benodigde water Etc, op den 17. daar aan volgende, na die directie gedepecheerd is, schoon niet voor den 20. van de rheede vertrokken; wijl de Capitain Paardekooper oordeelde an„ ders vroeger voor de Ganges te zullen koomen, als zijne instructien hem veroorloof„ den. Ook is gearresteerd Hun Hoog Edelhee„sten van der inkoop van se dens onderdanig kennis te geeven, van den inkoop van de Goerab De Hoop, wel„ kers hoedanigheeden vermeld zijn bij onse Resolutie van den 18. Maart dee„ sis quia lificatie gedaan gijse em dat vaar„ „thuijg na Pagg: en Pimilip met Coopmansz. in zijn te rij orijse„ schoon zonder vor af islangde, zes Jaars; met eerbiedige instantie dee„ zen inkoop schoon zonder voor afferlangde qualificatie heeft moeten gedaan wer„ den, met Hoogst derzelver gunstige approbatie te favoriseeren. waarbij men te gelijk kennis zal geven„ dat dit vaarthuig in de Maand Mei, met een laading koopmanschappen afge„ zonden is, na Jaggernaikpoeram en g Bimilipatnam, welke reise het ge„ beloopen stomn van hit zelen lukkiglijk volbragt heeft; Dog dat bij zijn retour van Bimilipatnam na herwaards op de hoogte van Visa„ gapatnam van een hevige storm be„ 9 loopen is; waar door het zoo veel geleden den 26. September 1786 heeft 273. Den 26. September 1786. na Coringa om gerepareerd te mermansbaas zal geschie„ fort N: N: Edelh: aan te bieden heeft, dat bij zijne aankomst op Iag„ zeding om dat paar tuijg gerraik poeram, door de opperhoofden aldaar best geoordeeld is, het na de Revier van Co„ vingie te zenden om gerepareerd te worden; Dat onder opsigt van den scheepstimmer, het gendoor den scheepstin„ mansbaas, welke direct derwaarts ge„ zonden is; zal geschieden, zoodra zijn rapport van dies gebreeken, met de Cal„ en wanneer, culatie van het kostende der vertim„ mering, alhier ontfangen, en door deese Raad zal wersen geapprobeerd; Wijders is verstaan Hun Hoog Edel, het gapnt en Plar, van sit heeden onder de bijlaagen deeses eerbiedig warder, aan te bieden het Rapport en plan van het 8 der, font bij vertrouwd onbellig van ee twede ptaan van de platte gem: van PalE: fort, door den van Ceilon herwaarts overge„ koomen Ingenieulr Brosette geformeerd; dat den zer Rpaade daar waar bij vertrouwd, dat Hun Hoog Edelheeden des gelievende zullen zien, dat de beschrijving van dies situatie, bij voorjaarige brief niet is geexagereerd, zijnde dit plan nog verzeld van een tweede, dat de platte grond en situatie van Palliacatta vertoond, dog het welk gemelde Ingenieur voor niets minder dan accuraat voordraagd, al„ zoo hij op het plat van des Gezagheb„ bers wooning staande, het op het oog af heeft moeten maaken, wijl hem geene meeting op des Nabas grond wrijstonden Den 26. September 1786. op op

NL-HaNA_1.04.02_3784_0523 view scan ↗

English

The 26th of September 1786. The Council keeps its attention steadily fixed. Nor is the slightest arrangement being made by the English regarding the restitution of Nagapatnam. Upon the recommendation of Their High Excellencies to keep attention steadily fixed on the restitution of Nagapatnam as a contingent matter, it was deemed proper to assure Their High Excellencies that this is being pursued, the more so because, according to private reports, an actual negotiation concerning its restitution is not only being kept alive, but also because the conduct itself of the Madraspatnam Government gives reason to hope for it more or less. For otherwise it would be incomprehensible that, after all negotiations in that regard were finally broken off, it makes not the slightest arrangement there with respect to civil and judicial matters. This also causes the Council to keep a continuous eye on everything that occurs in that regard, although through the hope for the restitution of that place many matters that would otherwise be most highly necessary are postponed to great temporary inconvenience, for reasons that, if Palliacatta becomes subordinate again, would have to be either entirely unnecessary or of lesser extent. While it is hoped that the actions will fully agree with the intention of Their High Excellencies to reduce and curtail the establishment in general as much as possible, this Government is also fully convinced of the necessity of an economical management in the present state of the times. In the trust that when collecting and procuring here on the coast get properly underway again, Their High Excellencies will be pleased favorably to grant permission to extend the establishment, whether of European or native servants, as far as necessity shall strictly require, under the assurance that it will not be exceeded. Furthermore, it was resolved to convey to Their High Excellencies the highest obligation on behalf of them all for the favorable confirmation of the merchant Iadama in the head administration; of the merchant van Halm in the chief directorship of Iaggernaikpoeram; of the titular merchant Simons in the office of fiscal; of the junior merchant van Bijland in the chief directorship, secunde, and cashier's service of Sadras; of the junior merchant Stoffenberg in the service of warehouse master, trade and toll bookkeeper; of the bookkeeper Brouwer in the service of secretary and cashier; of the junior merchant Seeke in the service of mint master and dispenser; and of the remaining servants favorably appointed or confirmed in their respective services by Their High Excellencies, under the assurance that they will endeavor to make themselves worthy of that high favor through a zealous and faithful performance of the offices entrusted to them respectively. Moreover, to thank Their High Excellencies in the name of the fiscal Joan Danie Simons for the service of pay bookkeeper entrusted to him, and the warehouse master Stoffenberg for his election as President of the orphan chamber here, under the assurance that they will also endeavor to perform these offices with the required accuracy and faithfulness. However, because the board of orphan masters is ordinarily composed, or must be composed, of members far below the rank of the fiscal, whereby he could not appropriately fulfill the office of secretary to that board, it was resolved, subject to Their High Excellencies favorable approval, to leave the office of Secretary of the orphan chamber conferred upon the Bookkeeper Duijnevelt; and on his behalf to thank Their High Excellencies most humbly for his readmission into the service. Likewise, it was resolved, upon the obtained license of Their High Excellencies, reverently to present to Them among the enclosures the petitions of the Head Administrator Iadama, together with the other officials to whose offices a higher rank is attached than is presently held by them, dedicated to the High Noble and Honorable Gentlemen Majors, containing a request graciously to be favored with the actual rank and salary formerly attached to their respective offices, with the respectful entreaty of this Council to accompany the same with a most favorable recommendation. Likewise to solicit Their High Excellencies for a favorable decision on the petition of the Mint Master Seeke. The 26th of September 1786.

Dutch transcription

275. Den 26. September 1786 houd de Raad steeds haare at„ tentie gevestigt der wordt ook geen de minste schik„ king door de Engelschen gemaakt, Op de recommandatie van Haar Hoog Edel„ op de pstitutie van Nagipr: heeden om op de restitutie van Nagapat„ nam, als een gebeurlijke zaak, steeds de attentie gevestigd te houden vond men goed Hoog deselve te versekeren dat men zulks betragt, te meer wijl volgens de particuliere berigten een dadelijke onder han„ deling over dies restitutie niet alleen le„ vendig gehouden word; maar ook wijl het gedrag zelfs, van het Madraspatnams, Gouvernement, aanleijding geeft, om daar op meer of min te moogen hoopen. want dat het anders onbegrijpelijk is, dat het zelve, ingevolge alle onderhandeling daar omtrend finaal was afgebrooken, met betrekking verg tot ken alhier den schoven werden de prsente beknopte kuijshon„ ding, tot het Civiele en Justitieele, geen de minste schikking aldaar maakt, het geen den Raad daar ook geduurzaam het oog doed houden, oval het geene daar„ onwerk onder or vele zaan omtrent voorvalt, hoewel door de hoop op de restitutie van die plaats veele zaaken, die anders zeer hoog noodig zouden zijn, tot groot temporeel onge„ rief verschoven werden, om reeden die, als Palliacatta weder subaltem word, of glad onnoodig of van minder extensie 12 zouden dienen te zijn welke koope man voed ontgend Terwijl men hoopt dat de handelingen volkomen zullen over een stemmen met de intentie van Hun Hoog Edelheeden, den 26. September 1786. om 2721 Den 26. September 1786. om den omslag over het generaal zoo veel moge„ lijk in te krimpen, en beknopt te maaken; zijnde deese Regeering ook volkoomen over„ tuijgd, van de noodzakelijkheid eener zui„ 2990 9 nige huijshouding, in de presente gesteld„ heid aan tijd. In vertrouwen, dat waen, onder geleke vemgtig gle neer inzaam en verthier hier ter kuste eens weder regt aan den gang zullen gaan, dat Hun Hoog Edelheeden gunstig zul„ len gelieven te accordeeren, om den omslag, het zij van Europeesche dan wel Imlandsche bediendens zoo ver te moogen extendeeren; als de noodzaakelijkheid het volstrekt zal vereisschen, onder verzeekering dat daar vestiging van onversgem: ver„ Zoner, daar buijten niet zal getreeden worden. te belungen dask woode be, Alverder is verstaan Hun Hoog Ede„ lens voor de gunstige bevestiging van den koopman Iadama in de hoofd-admini„ stratie; van den koopman van Halm in de opperhoofdij van Iaggernaikp veram; van den koopman titulair Simons in het ampt van fiscaal; van den onderkoopman van Bijland in de opperhoofij secunde en Cassiers dienst van Sadras; van den onderkoopman stof„ fenberg in den dienst van Pak„ huijsmerster, Negitie en tol boekhou„ der; van den Boekhouder Brouwer Den 26. September 1786 in 279. Den 26. September 1786. van Soldij boench:t aan Simons, in den dienst van Secretaris en Cassier; van den onderkoopman Seeke in den dienst van Muntmeester en Dispencier, en van de overige Dienaaren door Hun Hoog Edelheden „gunstig aangesteld, of geconfirmeerd in hunne respective diensten, uit hunner aller naam, derselver hoogste verplig„ ting afte leggen, onder verzeekering dat onder mette an zekenin, zij tragten zullen, zig die hooge gunst waardig te maaken, door een ijvere en ge„ trouwe bediening van de ampten, hun res„ pective opgedraagen. Boven dien Hun Hoog Edelhedens den vonrde ggedrgen dienst te bedanken, in naame van den fiscaal Joan en voor de electie van Stoffen berg tot president van de wijses kamer, Waarom de dienst van Sec„t van dat Colligeie aan Duijm„ zelt gelaaten is, Joan Danie Simons voor den hem opge„ draagen dienst van soldij boekhouder, en den Pakhuijsmeester Stoffenberg, voor zijn electie tot President van de weeskamer alhier, onder verseeke„ ring dat zij deese ampten almeede zullen tragten waar te neemen met de vereijschte accuratesse en trouwe. Dan wijl het Collegie van weesmenste„ ven ordinair gecomponeerd word, of moet worden gecomponeerd, uit leeden verre beneden dten voenig vaen den fiscaal, waar door deselven op geen gevoegelijke wijse het ampt van secretaris bij dat Colle„ Den 26. September 1786. gea 281„ Den 26e September 1786. readmisie in dienst, aan de heren Majors, H: H: Ed: aan te bieden, ie zou kunnen waarneemen, zoo is op Hun 9in Hoog Edelheeden gunstige approbatie slooten het ampt van Secretaris van weeskamer aan den Boekhouder Duijnevelt gedefereerd te laaten; en te betuijgen dank van zijn Hun Hoog Edelheeden zijnen tweegen, aller onderdanigst te bedanken voor zijne readmissie in den dienst; Als meede is verstaan op de erlangde bestat en an t gen: pegrste licentie van Hun Hoog Edelheeden, Hoogst deselve geverentelijk onder de bij„ laagen aan te bieden, de requesten van den Hoofdadministrateur Iadama, nevens de verdere amptenaaren, aan wek„ kens 8 met versoek om een ganstige voor„ schrijven aan Hoogst de zelven op het pequast van de Murl„ menster Geeke, kers ampten, hoogere qualiteit geacro„ cheerd is, als thans werkelijk door hun bekleed word, aan de Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren Majores gedediceerd, behelsende versoek, om gratieuse lijk begunstigd te moogen worden met de 1 actueele qualiteit en gagie, bevoorens tot hunne respective ampten gestaan hebbende, met eerbiedige instantie deeses Raads om deselve met een allergunstigt voorschrijven te accompag„ neeren. en ene gunstige gequad te staan Desgelijks Hun Hoog Edelheeden om een toegeneegen besluit te solliciteeren Den 26. September 1716. op8

NL-HaNA_1.04.02_3784_0531 view scan ↗

English

283. to assure, regarding the post of Bookkeeper, on the attached petition of the Mintmaster Pieter Willem Seeke, requesting to be granted the title and rank of Merchant following the example of his predecessors. Furthermore, to assure Their High Noble Excellencies that the order to employ the Bookkeepers who are currently available here, without appointing new ones for the time being, will be observed and complied with to the letter by this Council, in so far as they shall be capable of performing those duties to which the aforementioned quality is attached; being The 26th of September 1786. f 24. are currently here, the remaining civil servants can all be employed, and being at present at all the writing offices at this main settlement only 4 clerks attached who earn f 24., and all have remained within the limited number, under the assurance that this order will never be exceeded here without the most convincing necessity. In regard to the number of civil servants who are still at Nagapatnam according to the leave obtained from this Council, it is agreed to represent to Their High Noble Excellencies that their number is so small that they The 26th of September 1786. all 285. The 26th of September 1786. shall be considered, only 150 have been taken into service, all will be able to be placed either here or at the subordinate factories; with the further notification that if it should nevertheless happen contrary to expectations that one or more exceeded the fixed number, they, in accordance with the esteemed directive of Their High Noble Excellencies, will be considered as temporary servants, until such time as vacancies occur. With regard to the militia, it is agreed humbly to represent to Their High Noble Excellencies that instead of the permitted two companies of sepoys, each of 100 men, in order to observe the utmost economy in everything, The 26th of September 1736. in what they consist, the Malays will be sent to Ceylon upon opportunity, for the present only one and a half companies of sepoys have been taken into service, consisting of: 1 Captain, 3 Ensigns, 6 Sergeants, 10 Corporals, and 130 Privates; or 150 heads in total; with which it will have to suffice here, until there is an opportunity to send over to Ceylon the Malays who have arrived here from Madras, who were taken prisoner of war by the English upon the surrender of Nagapatnam and Trincomalee. 287. The 26th of September 1786. sepoys taken into service, for which pay the sepoys have been taken into service, it comes out cheaper for the Company, The aforementioned sepoys and their officers have been taken into service on the previous year's footing, Namely: A Captain for f 31. 10. An Ensign f 14: 12: 8. A Sergeant f 11: 16. — A Corporal f 8. 3. —. A Private f 7. 4. —. without any other allowance; firmly trusting that this will turn out to be more advantageous for the Company than giving less pay and providing rations, especially here at Paliacatta, where those grains are always much more expensive than in the South. the taking into service of assistant gunners has long remained deferred, in service for f 9. each, In regard to the assistant gunners, it has been decided to inform Their High Noble Excellencies that in order to observe the utmost economy in everything, the hiring of the same for the serving of the artillery has been postponed until now; for which, whenever a salute that could not with propriety be avoided absolutely had to be fired, a few men were hired, who were rewarded by the Master of Ceremonies with a small amount from his private purse. But since this could not be continued, following the arrival of the Castor, according to Their High Noble Excellencies' The 26th of September 1786. esteemed 289. The 26th of September 1786. the Master of the Ordnance Hartman has requested his discharge to the Netherlands, permission, 8 Mesticos were taken into service as assistant gunners, who for the months of July, August, and September received only f 7: 4: along with the quantity of a parra of rice, but whom, upon their urgent request, it was decided to grant f 9. per month: of which a deed will be granted to them starting the first of October. Furthermore, it was agreed to bring to the knowledge of Their High Noble Excellencies that the Master of the Ordnance Hartman, who was granted the title of Sea Captain by Your High Noble Excellencies, did indeed arrive here, reasons to be given why difficulties were raised against the Ceylon plan, his duties are continued by the boatswain Adrianus van Odijk, arrived, but at the same time indicated his intention to repatriate: wherefore, upon his request, he was excused from taking over his aforementioned service, the Boatswain Adrianus van Odijk being continued in the performance of the same. Furthermore, it was decided to assure Their High Noble Excellencies in the most reverent terms that this Council never intended to raise difficulties against the plan of Ceylon, and much less attempted to pile them up; that this Council, with too much respect for the praiseworthy The 26th of September 1786.

Dutch transcription

283. zeekeren, omtrend het emploi van Boekhouden, op het overgaande Request van den Muntmees„ ter Pieter willem Seeke, versoeken„ de om na het voorbeeld van zijne pre„ decesseuren begiftigd te moogen worden, met den titul en rang van koopman, —. Hun Hoog Edelheeden verders te nat aan H: H: Ed: te ver„ verseekeren dat de ordre om de Boekhouders, welke hier aan handen zijn te emploij„ eeren zonder voor eerst nieuwen te benoe„ men, door deesen Raade na den letter zal worden geobserveerd en nagekoomen, voor zoe ver deselve, tot het waarneemen van die diensten waar aan de voorschreeve qua„ liteit verknogt is, in staat zulllen zijn; zijnde Den 26. September 1786. ƒ 24. Zig Cens alhier bevinden, de overige Civile bediendens kunnen alle g'emploijeerd worden, en En ent Assiten en zijnde ven tegenwoodig op alle de schrijf„ Comptoiren ter deeser hoofdplaatse; maar 4. Pennisten bescheiden, die ƒ 24. win„ nen, en zijn alle gebleeven, binnen het gelimiteerd getal, onder verzeekering dat hier nimmer dlie ordre za l over„ schreeden werden, zonder de Convin„ canste noodzakelijkheid. Ten aansien van het getal der viele bediendens, die nog, volgens li„ centie van deeser Raade geobtineerd, op Nagapatnam zijn, is verstaan Hun Hoog Edelheeden te vertoonen, dat derselver getal zoo geriog is, dat zij Den 26. September 1786. alle 285. Den 26. September 1786. zullen geconsidreerd wirder, zijn maar 150. in dienst aan„ tegensooma, alle het zij hier of op de onderhoorige factorijen zul„ len kunnen worden geplaatst; onder verdere te kennen gave, dat zoo het evenwel tegen hoedanig egter de overschitende de verwagting mogt gebeuren, dat 'er een of meer booven het bepaalde getal overschooten, men die„ volgens het geëerd aanschrijven van Hun Hoog Edelheeden, zal Considtereeren voor temporeele bediendens, tot zoo lang zij invallen. Met betrekking tot de Militie is ver„ in steede van 200. Sipaans, staan Hun Hoog Edelheedens needrig te ver„ toonen, dat in plaats van de gepermitteerde twee Compagnien Sipaaijs, ieder van 100. Man, men om de menage zoo veel mogelijk in alles Den 26. September 1736. waar in zij bestaan, zal zijn, de maleijns zullen bij occa„ gie na Ceilon gezonden worden, alles te betragten, voor eerst maar in dienst aangenoomen heeft een en een halfe Can„ pagnie Sipaaijs bestaande in: 1 Capitain, 3. vaandrigs, 6. Sergeants, 10. Corporaals, en 130. Gemeene; of 150 koppen, te zaamen; waarmede tet huij te stellen waarmeede het hier te stellen zal zijn, tot 'er occagie is na Ceilon over te senden, de van Madras na herwaards overge„ koomen Maleijers, welke bij de overgave van Nagapatnam en Trinconomale, door de Engelschen krigsgevangen gemaakt zijn. 207. Den 26 September 1786 paaijs in dienst aangenomen liger voor de Comp: in't komt, De opgemelde Sipaaijs en haare officieren; zijn, voor welke besolding de Si„ op den voorjaarigen voet in dienst genoomen, Namentlijk: Een Capitain voor „ vaandrig „ sergeant „ Corporaal - - „ „ Gemeene zonder eenig ainder genot; „ Vastelijk vertrouwende dat dit voor de vertrouwende dat dit vorder„ Compagnie voordeeliger uitkomt, dan minder gage te geven en nelite verstrekken. voor al hier op Palliacatta, waar die gaanen altoos veel duurder zijn, als om de Zuijd. Ten „ 8. 3. —. „ 11: 16. — „ 14:12:8. ƒ31. 10. zijn, „ 7. 4. —. „ het in dienst neemen van hand„ langers, is lange uitgevsteld gebleeven, om Lafer lf schooten gehan„ ditt is in dienst voor ƒ 9. ieder Ten opsigte van de handlangers is be„ slooten Hun Hoog Edelheeden te berigten, dat om in alles de uijtterste menage te be„ hartigen men tot heeden toe verschooven heeft, het aanneemen van deselve ter be„ hoidanig igten met het don dieniong van het geschut, waar toe, wan„ neer er absolut een salut, dat met geen welvoegelijkheid kon worden vermijd, moest gedaan worden, een man of nat genoomen is, die door den Heer Gesag„ hebber met een geringheid, uit zijn admissie van 8' handlangens prive beurs, beloond zijn: Dan wijl dit bij Continuatie niet heeft kunnen ge„ schieden, heeft men na de komst van de Castor, volgens Hun Hoog Edelheedens Den 26. September 1786. geëerde 289. Den 26. September 1786. man heeft om zijn ontslag va Nederland versogt geiorde licentie 8 Mixtiesen voor Htand langers in dienst genoomen die voor de maanden Iulij Augt en September maar ƒ 7: 4: nevens het be„ „draagen van een parra Rijst genooten heb„ ben, maar die men op hun instantig ver„ zoek beslooten heeft ƒ 9. ter maand toe te leggen: Waar van hun acte zal werden verleend ingaande primo october. Alverder is verstaan Hun Hoog Edelheedens den Equipagie meester Hart„ geierde kennis te brengen, dat den Equipagie„ meester Hartman /die door uwe Hoog„ Edelheeden gebenificeerd geworden is met den titul van Capitain ter Zee:/ hier wel is aan„ gekomen vvan van Odijk wadegen ome„ te geevene reeden waarom men zwaarigheeden gemoveerd heeft, tegens het Citbons plaa„ gekomen maar teffens te kennen gegeeven heeft zijne intentie om te repatrieeren: waarom hij op zijn versoek geexcuseerd is van het over„ neemen van zijnen voorschreeven dienst, zijn dienst wordt door den boots: ijnde in de waarneming van deselve, den Bootsman Adrianus van Odijk, gecontinueerd. — Alverder wierd beslooten Hun Hoog Edelheedens in de reverentste termen te verzeekeren, dat deese Raad nimmer bedoeld heeft zwaarigheeden te opperen; teegen het plan van Ceilon en veel min getragt die op te staapelen, dat dese Raad met te veel eerbied, voor de loffe„ Den 26 September 1786 bijken

NL-HaNA_1.04.02_3784_0539 view scan ↗

English

26 September 1786. ...requested and promised, is of the illustrious family of Governor Falck, and inspired thereto by the well-known merits of Governor van de Graaf, but that simple truth guided the pen when, by the letter of 17 October of the previous year, it was made known that it was impossible to manage the outer comptoirs with fewer servants than were then specified, and to insist to Their High Nobilities to do this Council the favor of believing that no more will be employed than those who are absolutely necessary for the true interest of the Company. And to state regarding the retention of Portonovo: It was also resolved to humbly demonstrate to Their High Nobilities that it was never the intention of this Council, by the expression that upon the return of Nagapatnam everything concerning the civil administration should be assumed as done in the former, or nearly the former manner, to make the establishment and expenses just as large as before; this way of thinking being far removed from this assembly, as it in no way accords with the views of Their High Nobilities and the council's own understanding, which firmly maintains that if the Company is to keep going on this Coast, 26 September 1786. a frugal management. Resident placed at Portonovo, an all too close eye cannot be kept upon the ever necessary, but now absolutely unavoidable frugal management, and of this it hopes to further convince Their High Nobilities in due time. And further humbly to demonstrate that it has given this Council special satisfaction that Their High Nobilities were pleased to agree with their reflections of the previous year regarding the present necessity of retaining Portonovo, where, according to the honored instruction from Their High Nobilities, for the present only 26 September 1786. no trial could yet be made with the gathering of textiles. Topander for the present placed as Resident, an advance of merchandise of 8,800 pagodas. only one Resident has been placed, namely the bookkeeper Topander, while it would have greatly rejoiced them if, during the past trading year, a trial could have been made there of the collection, especially if it had succeeded so well that the presence of a second Resident had been strictly required; but that, alas, the situation had been so fatal that nowhere could the least contracting be made, except at Bimilipatnam, where the chiefs succeeded in the month of March in making an 26 September 1786. 26 September 1786. 50 bales already delivered; could not be fetched for lack of vessels. And 50 others were also to follow. advance of 8800.- pagodas in merchandise to the merchants for the delivery of piece-goods, regarding which Their High Nobilities will be further informed that, according to private reports recently received from there, the merchants, in fulfillment of the aforementioned advance, had already delivered 50 packs, and were to provide another 50 in the middle of this month, which, for lack of vessels to this headquarters, as was heartily wished, could not be dispatched. 17 packs from Jaggernaikpoeram will be sent under the Castor, besides another 192 packages from Nagapatnam, Madras, and Portonovo. No collection or purchase of piece-goods could take place at Sadras and Palicol. That at Jaggernaikpoeram 17 bales have been packaged, which will be offered to Their High Nobilities with the ship De Castor, along with another 192 packages purchased both here and at Nagapatnam, Madras, and Portonovo after the arrival of that vessel, as time was then too short to have been able to make any contracts; that at Sadras and Palicol not the least collection or purchase could take place, because throughout the whole previous year one was completely unable to provide the chiefs with the least cash, of which one 26 September 1786. 26 September 1786. To testify that no dereliction of duty has taken place regarding the collection; unwanted merchandise and lack of cash were the causes thereof, was often so poorly supplied that in making the monthly disbursements, the payment of board money and house rent had to be suspended for some days, which caused no little chagrin; while one rests in full hope that, however poorly the expectations of Their High Nobilities with regard to the procurement of piece-goods could be met, Their High Nobilities will be pleased to acquit this Council of dereliction of duty, on the grounds that with unwanted merchandise and provided with not the least cash, it could not be otherwise and a money negotiation has failed, both at Madras and at Nagapatnam, etc. than that the collection, both here and elsewhere, had to turn out most unfortunately, which was foreseen early on and which one indeed tried to prevent by undertaking a substantial money negotiation at Madras, but of whose unfortunate outcome the Honorable Administrator has had the honor to give notice to Their High Nobilities in his separate letter of 27 February and the appendix added thereto of 15 March of the current year; just as a money raising that was attempted at Nagapatnam under the care of the warehouse keeper Stoffenberg, who was then there, turned out equally fruitless, although he even [illegible] his efforts 26 September 1786.

Dutch transcription

291: den 26. September 1786. Ed: versogt in beloofd wordt, lijke geslagten is, van den Heer Gouverneur Falck, en de bekende verdiensten van de heer Gouver„ meur van de Graaf daar toe bezeeld is, maar dat de eenvoudige waarheid de pen be„ stierde, toen bij de brief van den 17. october A=o p=o te kennen gegeeven wierd, de onmo„ gelijkheid om het met minder bediendens, dan toen opgegeeven is, op de buijten Comp„ toiren te stellen, en bij Hun Hoog Edel, mat daarntend bij A H: velinchatig heedens te insteeren, om deese Raad de gunst te doen van te gelooven, dat ter geen meer zullen geëmploijeerd worden, dan die volstakt nodig zijn, voor het waar belang van de Compagnie Lok 1 en ontrend de aanhouding van Portonoro te betingen Ook is beslooten Hun Hoog Edelheeden onderdanig te vertoonen dat het nimmer, met de uitdrukking dat bij te rug gave van Nagapatnam alles, omtrent de Ciriele„ de voorige, of bij na den voorige gedaan te dienen aan te neemen, de intentie deeses Raads is geweest, om den omslag en lasten even zoo groot als bevoorens te doen vallen; zijnde deese derk„ wijse verre van deese vergadering ver„ wijderd, wijl ze geenzints strooken met de inzigten van Hun Hoog Edel„ heedens en de eijge begrippen deeses Raads, die vast steld, dat, zal de Compag„ nie het op deese kust gaande houden, Den 26. September 1786. Er 293: genise huijshauding Resident te Portonovo geplaats, er geen te naauwziend oog op de altoos zoomeede ontrend een menan„ noodige, dog nu volstrekt onvermijdelij„ ke menagiense huijshouding kan ge„ vestigd worden, en hier van hoopt zij Hoog deselven, in der tijd nader te over„ tuijgen - En verder onderdanig te ver„Topender 's voorenst als toonen, dat het deese Raad een bij zon„ der satisfactie heeft gegeven, dat Hun Hoog Edelheeden hebben ge„ lieven te aggreëeren hunne voorjaarige bedenkingen, wegens de presente nood za„ kelijkheid in de aanhouding van Por„ tonovo, alwaar zij volgens het geëerd aanschrijven van Hoog deselve, vooreerst maar den 26. September 1786 nog geen preuve konnen niemen, strikking van Coopman §Z: chid „maar een Resident, namentlijk den boek„ houder Topander geplaatst heeft, met der inzaan haet gmen daar terwijl haar zeer zoude verheugd heb„ ben, dat men in het afgeloopen handel„ Jaar, aldaar een preuve hadde kun¬ nen neemen van den inzaam voor al zoo die zoo gelukkig had moogen slaa„ gen, dat er de presentie van een tweede Resident volstrekt vereischt wierd; maar dat helaas. de toestant zoo nootlottig was geweest, dat men nergens de minste aanbesteeding heeft kun„ alleen te Pintijns een van nen laaten doen, behalven te Bimi„ lipatnam, waar het de opperhoofden gelukt is, in de maand Maart een Den 26. September 1786. voo. 219 295. Den 26. September 1736. pakker voorgeleverd; den deselven niet konnen ge„ kaald worden. voor uitverstrekking van 8800. - pagoden in koopmanschappen, aan de kooplieden te doen op levrantie van Lijwaaten, waaromtrent men Hun Hoog Edelhee„ dens verder zal Communiceeren, dat, vol„ en e waaren ook gut §.50. „gens particuliere berigten onlangs van daar ontfangen, de kooplieden, in voldoening der voorschreeve voor uit verstrekking be„ reeds geleverd hadden 50. pakken, en die met gen 50. stondes te volgen nog 50. andere stonden te besorgen, medio van deese maand, welke door gebrek een gebukaar var tuigen had„ aan vaartuigen na deese hoofdplaats zo als men van harten gevenscht had, niet hebben kunnen versonden worden. Dat „ende Castor wer onder werden, Nagap: Madras en Portonovo inzaamr of inkoop van lijvanten konnen geschiden, 17 pakken van Jagg: zullen Dat te Iaggernaikpoeram 17. baa„ len zijn in den band gebragt, die Hun Hoog Edelheden met het schip De Castor aangebooden zullen worden, oevers any 104: fardenlen van neevens nog 192. fardeelen zoo hier als op Nagapatnam, Madras, en Portonovo, na de komst van dien bodem ingekogt, alzoo toen de tijd om eenige aanbesteeding te hebben kunnen op sadias e Palicol hift gedden, te kort was; Dat op sadras en Palicol, geen den minsten inzaam of inkoop heeft kunnen geschieden, uijt hoofde men het gantsche voorige Jaar ten eenemaal buijten staat geweest is, om de opperhoofden van de minste Con„ tanten te voorzien, waarvan men Den 26. September 1786. merig 297. Den 26 September 1786. „te betuigen dat geen pligt verzuijm omtrend den in zaam aan Contanten zijn de de „oredenen vant geweest, omenigmaal zoo schraal voorsien is ge„ weest, dat men bij het doen der maan„ delijk sche verstrekkingen, de betaaling van kostgeld en huijshuur voor eenige daagen heeft moeten surcheeren, 't welk niet weijnig gechagrineerd heeft; Terwijl men in volkoomen hoop verseerd, dat hoe slegt ook heeft kunnen voldaen wer„ plaats gelad huist, den, aan de verwagting van Hun Hoog„ Edelheeden, ten opsigte van de Lijwaat pro„ cuure, Hoog deselve deese Raade zullen gelieven wij te kennen van pligt versuijm, uijt hoofde, dat met ongewilde koopman, ongewilde Coopmansz: en gebrik schappen en van geen de minste Contanten voorsien, het niets anders konde weesen, en eene geld, negotiatie is mis„ lukt, zoo wel te Madras, als op Nagap=n; etc: of den inzaam, moest zoo hier als elders aller ongelukkigst slaagen, het welk men al vroeg voor uit zag en wel tragtere voor te koomen, door het doen van een aan„ zienlijke geld Negotiatie te Madras, dog van welkers ongelukkigen uitslag„ De Heer Gesaghebber de eere heeft gehad Hun Hoog Edelheeden kennis te geaven, bij zijne aparte brieff van den 27. februa„ wij en het daar agter gevoegd appendix van den 15 Maart A. C:; Gelijk een geld„ ligting die men te Nagapatnam on„ der de zorge van de Pakhuijsmeester Stoffenberg die toen daar was be„ zogt heeft even vrugteloos is uijtge„ vallen, schoon hij zelfs zijn pogingen Den 26 September 1786 tot 20

NL-HaNA_1.04.02_3784_0547 view scan ↗

English

The 26th of September 1786. mace, a good quantity of cloves sold, not requested, the turnover of 18024 lb: Japan bar copper to Tanjore and Trichinopoly had extended, because no money was to be found anywhere among the English, however alluring and advantageous the offers were for him; to which, to top off the misfortune, is added that the sluggish sale of merchandise provides no funds at hand. Although it is true that, in consideration of their unpopularity, a fine quantity of cloves has been sold, this is solely to be attributed to the extraordinary demand for nutmegs, so that since these and the mace have been sold out, there has been no further demand for a single pound of cloves; and in the past month there has been some hope with 18024 pounds of Japan bar copper sold. The 26th of September 1786. Item 80 leagers of arrack and 8000 head dollars. Japan bar copper having been sold, this Council, after not having been able to turn over more than 504 lb in more than a year, was indeed given some hope that the market for that mineral might get going again, but this hope was also the greatest satisfaction; for such sluggish and small deliveries—which, like that of the cloves, still depend on another commodity that is no longer in hand—howsoever added to the proceeds of 80 leagers of arrack, which were disposed of with 49½ percent advance, and of 8000 head dollars with 1 percent, do not suffice to cover the ordinary expenses, much less to provide anything from them for the linen trade. The poor success of the collection is attributed to a lack of money. Furthermore, the meeting declared its confidence that this slight detail of the state of trade on this coast, combined with the shortage of money in which they have been throughout the entire year, or until the arrival of the Castor, will provide Their High Nobilities with the fullest proof of their blamelessness in the poor success of the collection; and thus will arouse pity rather than displeasure in Their High Nobilities. Regarding the request to dispatch vessels, The 26th of September 1786. Further, it was resolved humbly to request Their High Nobilities, most submissively soliciting a speedy dispatch of the requested vessels, to send one or two of the same to the coast in the coming early spring, whether through the Strait of Malacca or by the usual route; laden with an appreciable quantity of mace and nutmegs; upon which this meeting ventures to assure Their High Nobilities in advance of better success regarding collection and trade in the coming year, especially if, in addition to this, one had the good fortune to be supplied from Ceylon somewhat in time with two or three tons of gold, or cash with which one could make efforts to convincingly demonstrate to Their High Nobilities the good outcome of the linen trade. The 26th of September 1786. All possible means will be employed regarding the granted gratuity of 3 percent, although one cannot vouch for the quality of the currently shipped linens per the Castor. While at least in the course of the present trading year everything possible will be employed, so that Their High Nobilities may have no regret over the gratuity of 3 percent so graciously granted on the collection of linens for the Indies, although one does not fully dare to vouch for the quality of the cloths that will now be dispatched with the Castor, which it was hoped that Their High Nobilities will kindly deign to attribute to the circumstances of the time and the insurmountable difficulties with which one has had to struggle throughout this entire year. The 26th of September 1786. A plan of subsistence is very difficult to devise; this will however be done with the general report. Furthermore, it was understood respectfully to demonstrate to Their High Nobilities the difficulty of devising on this occasion a plan of subsistence suited to the present condition and proportional to everyone's rank, which is why one cannot on this occasion satisfy the favorable concession obtained from Their High Nobilities for that purpose. Yet it was hoped to find some suitable means before the making of the coming General Report, in order to be able properly to present it to Their High Nobilities as a plan of subsistence. The 26th of September 1786. What is promised to Their High Nobilities regarding the native servants. Although experience has already taught this Council that one has been somewhat too thrifty in determining the native servants, one will assure Their High Nobilities that, outside of lawful necessity, one will nevertheless make no, or no appreciable augmentation therein, and especially not permit the hiring of those who must merely serve for state, although one must however admit that this is not entirely to be avoided on this coast; wherein it is trusted that Their High Nobilities will already have been pleased to observe that in this, as well as in

Dutch transcription

20 299. Den 26. September 1786 foelij, is een goed quantiteijt Nagulen verkogt niet gevaagd, het omzetten van 18024 lb: Ja„ tot Tansjour en Fritchenepalij hadde. uitgestrekt, dewijl 'er nergens geld onder de En„ gelschen was te vinden, hoe aanlokken de en voordeelig voor hem de uitbiedingen ook waaren; waar bij tot overmaat van ongeluk komt, dat de traagen verkoop van handel whaaren geen fonds aan de hand geeft. schoon wel waar is dat men /: in aanmerking om de wille den poten en van dier ongewildheid :/ een fraaije quanti„ teijt Nagulen verkogt heeft, dat men eg„ ter eenelijk te danken heeft aan de buij„ ten gemeenen aftrek van Nooten, al zoo ze, en na enkeld nagulen wordt dert deselve, en de foelij zijn uit verkogt, er geen vraage meer geweest is, na een enkeld pond Nagulen, dat in de gepasseerde maand vat hoope mer gehad heeft bij ook een parthijtje van 18024: Ponden Ja, pans staafkan, parl 6 Den 26. September 1786. item 80. leggers arrak en 3000. kopdaalders, „pant staaf kooper is verkogt, dat dese Raad, na in meer als een Jaar niet meer dan 504. lb: te hebben kunnen om zetten, wel eenige hoop gaf, dat de slect van dat mineraal weeder mooge aan den gang raaken, maar dat deese hoop ook het grootste genoegen was; want dat diergelijke trage en smalle afleveringen, /: dewelke gelijk die der Nagulen nog van een andere ware, die men niet meer aan„ handen heeft aanhangen :/ hoe zeer gevoegd bij het bedraagen van 80. leggers arak, die met 49½. pr C=to r=m en van 8000. kopdaalders met 1 pC=o van de hand„ gezet niet sufficeeren om de gewoone onkosten goed te maaken veel min om C 301., het qualijk slaager van den Insaam, wordt aan gebrek aan her haalen, om daar uit iets aan den Lijwaat handel„ te fourneeren, Wijders betuigde de vergadering te vertrou„ „ven, dat dit gering ditail van den staat des gela toegeschreeven, handels ter deeser kuste, gevoegd bij het geld ge„ brek, waar in zij het gantsche Jaar door, of tot op de komst van de Castor geweest is, Hun Hoog Edelheeden het volkomens te bewijs zal opleveren van de onschuld in het kwaalijk slaagen van den Insaam; en dus eerder meedelijden dan misnoegen bij Hoog deselve verwekken E Voorts is gearresteerd Hun Hoog Edel„ het perzaken vaar thuijgen te heedens, nedrig te versoeken, om een spoedig ontzet der versogte vaartuigen onderdanigst Den 26. September 1786. Den 26. September 1786. o oarment e ged aan tise gooten en fortij te solier ten wat men dan H: H: Edelh: duijft verseekenen ontrend der Ia vaam, te solliciteeren om de kust een of twee van de selve in het aanstaande vroege voorjaar, het zij door straat Malacca of langs de gewoone voete, te laaten toekoomen; be„ laaden met een naarwaardige kwarti„ teijt forlij en Nooten; wanneer deese verga„ dering Hun Hoog Edelheeden bij voor„ raad durfd verzeekeren van een beter succes omtrent in zaam en handel in het„ aanstaande Iaar, voor al zoo men, daar en booven het geluk had dat men van Cer„ lon, wat tijdig kon voorzien worden, met twee of drie ten aan goud, of Cantar„ ten met welke men pogingen zoude kun„ nen doen, om Hoog deselve overtuijgend te E 303. Den 26. September 1786. middelen zullen aange„ werd worden; het toegelegd douceur van schoon men niet in staan kon„ gezonden werdende lijwaaten, en om wat verder, te doen zien het goed gevolg van den Lijwaat handel; terwijl ten minsten in den loop van waaromtrerd egter alle mogelijke het presente handeljaar alles zal aan„ gevend worden, wat mogelijk is, om Huen„ Hoog Edelheeden geen berouw te doen hebben, van het zoo gratiens toegelegd mn gen bemun te hebben van eg douceur van 3 pC:o op den inzaam van Lijwaaten voor Indiën, schoon men niet volkomen durft instaan voor de deugd voor de tans per de Castor derdoeken, die thans zullen versonden worden, met de Castor, dog het geen men hoopte, dat Hun Hoog Edelheeden gunstig zullen gelieven te attribuee„ gen, aan de omstandigheijd van tijd, en de onoverkomelijke zwaarigheeden, waar„ 3. pr C=to. maeken . Den 26. Sept zeer moijelijk uit te denken, dit zal igter bij het genraal verslag tgeschiden, meede men dit gantsche Jaar door heeft moeten worstelen. en pelan van bestaar is Voorts is verstaan Hun Hoog Edelheedens eerbiedig te vertoonen, de moeijelijkheid, om op deese keer een plan van bestaan uit te denken, geschikt na de presente gesteld„ heid en evenredig na ieders rang waarom men bij deese gelegendheid niet voldaan kan aan de gunstige Concessie daar toe, van Hoogst deselve bekomen. Dan dat men hoopte voor het doen van het aan„ staande Generaal verslag eenig geschikt middelen uit te vinden, om als een plan van bestaan, welvoegelijk aan Hoogst deselve te kunnen worden voorgedraagen. Noe 305. Den 26: September 1786. wat omtrend de Inlandsche„ dienaaren N. W. Ed: te beloo„ van. Hoevel de ondervinding deesen Raade reeds geleerd heeft, dat men in het bepaalen der Inlandsche Dienaaren, wat al te zuijnig geweest is, zal men Haar Hoog Edelens verseekeren, dat men egter buijten wettige noodzakelijkheid daar in geen, of geen naam„ waardige auguentatie zal maaken, en voor al niet toestaan het in dienst nee„ men van de zulke die enkeld tot statie moeten dienen, schoon men egter bekennen moet dat dit op deese kust met geheel te verwijden is; waar bij men vertrouwd, dat Hun Hoog Edelheeden bereeds zullen hebben gelieven te re„ marqueeren, dat 'er in dit, zoo wel als in

NL-HaNA_1.04.02_3784_0554 view scan ↗

English

in other articles, has carefully departed from an idea that was limited to what previously took place here on the coast. With regard to what was put forward by Their High Nobilities concerning what was written by this Council regarding the poor situation of this Government and matters related thereto, it was resolved to answer the same in all respect: that one readily admits that in the general description of this office all matters were described in a very disadvantageous and unpleasant situation, but also The 26. September 1786. that it was put down on paper according to the truth, to request that Their High Nobilities the Noble High Government please be persuaded that the circumstances in which affairs then stood here were committed to paper truthfully and without exaggeration, but that, although little improvement is to be found thus far, one nevertheless remains in that pleasant expectation that, without unforeseen accidents, it will arise as soon as the means that must set this good change in motion are not lacking; for the Council, if all matters here on the coast must remain on the present footing, would not dare to advise if one The 26. September 1786. were asked which was to be preferred for the true interest of the Company, namely the departure from here or the retention of the offices on Coromandel. Furthermore, with regard to what was required by Their High Nobilities to establish a fixed allowance for the unloading of the ships by the respective administrators, it was understood to present respectfully to the same that it will certainly be difficult to design such a plan, but whether it will be impracticable for the benefit of the Company to make a determination of how much fixed money one ought annually The 26. September 1786. to pay here to the warehouse master, equipage master, etc., for handling the goods and the unloading and loading of the ships, one shall endeavor to detail fully to Their High Nobilities in the forthcoming General Report; and in order to be better able to do so, it was understood to order the said administrators, as well as the dispenser, the head of the artillery, and the overseer of the armory, to furnish distinct reports in writing on that matter in due time. On that same occasion, one shall also endeavor most submissively to offer to Their High Nobilities the plan of the arrangements to be made by this Council regarding the payment in cash of the rations of the servants, among which, however, the arrack shall not be included, since it has pleased Their High Nobilities to order the provisioning thereof in kind for the future as well; which shall henceforth be observed dutifully here. In the spring report of this Council to Their High The 26. September 1786. Nobilities, communication having been given of the commission assigned to the bookkeeper der Bloeme and the former Adigaar Schuneman, namely to specify, as far as possible, what damage the Company had suffered with the loss of Nagapatnam, the assembly hopes that they will complete this commission of theirs so timely that Their High Nobilities can also be fully elucidated concerning that matter during the making of the General Report. And in order to be able to do this as well concerning the orphan chamber and the diaconate funds, as well as the claims to the Heer Commander on account of his Honor's commission to Madras, and of the merchant Joan Daniel Simons, the junior merchant Pieter Willem Zeeke, and the bookkeeper Jan Joachim Nasz on account of the army expenses incurred by the latter three, in order that this may take place, it was understood to assign the examination of the said accounts to the merchant and warehouse master Martinus Stoffenberg, the junior merchant Philipus Henricus Heshusius, and the bookkeeper Simon Duynevelt, with orders to The 26. September 1786. furnish distinct reports in writing to this assembly after the investigation has been made, and to make a beginning with the same immediately after the departure of the ship De Castor. Furthermore, it was resolved to thank Their High Nobilities very reverently, both for the Heer Commander and for the second in command of Jaggernaikpoeram, De Ravallet, for the house rent granted to them during their captivity of war, for which his Honor for himself a moderate amount of monthly 12 pagodas and of 7 for the said second in command

Dutch transcription

en en de gelagts de ga deelig beschreven hersf„ in andere articulen, zorgvuldig is afge„ weeken van een denkbeeld dat zig be„ paalde, tot het geen bevoorens hier ter kuste heeft plaats gehad. —. te bekennen, dat mie de siturten Ten aansien van het door Hun Hoog„ Edelheedens geavanceerde omtrent het door deesen Raade geschreevene weegens de slegte situatie van dit Gouver„ nement, en daar toe relative zaaken wierd beslooten Hoogst deselve in alle eerbied te antwoorden: Dat men gaarne bekend, dat bij de generaale beschrij„ ving van dit Comptoir alle zaaken in een zeer nadeelige en onaangenaa„ me situatie beschreeven zijn, dog teffens Den 26. September 1786. te 307. Den 26. September 1786. na waarheid ter papiere is gestelde, verwagting egter dat alles ten goede zullen verande„ te versoeken, dat Hun Hoog Edelens de Edele dg te geseckten dat alles Hoge Regeering zig gelieve gepersuadeerd te houden, dat de omstandigheeden, waarin de zaaken toen alhier stonden, na waarheid en onvergroot zijn ten papiere gebragt, dog dat men, schoon 'er tot nog toe weijnig beeterschap te vinden is, egter verseerd in die aangename verwagting dat die zon„ der omvoorziene toevallen, zal gebooren wor„ den, zoo dra maar niet ontbreeken zullen de middelen, die deese goede verandering moeten aan den gang bringen; want dat de Raad zoo alle zaaken hier ter kus„ te blijven moeten op den presenten voet niet zoude durven adviseeren, zoo er ge„ nen; vraagd Den 26. September 1786. vastgeld aan den Pakhuijs„ legge vraagd wierd, wat of de opbraake naament„ lijk van hier, of de aanheuding der Comp„ toiren op Chormandel, voor het waar be„ lang der Maatschappj, te prfereren was Wijders is ten aansien van het door Haar „en Equpagimester toet Hoog Edelheeden gerequireerde om een vast geld te bepaalen op het lossen der scheepen door de respective Administra„ teurs, verstaan Hoog deselve eerbiedig te vertoonen, dat het zeekerlijk moeije„ lijk zal weesen, om een diergelijke plan te ontwerpen, dog of het ten voordeele van de Comp:e onuijtvoerlijk zal zijn, om een bepaaling te kunnen maaken, hoe veel vastgeld men hier Iaarlijks wel 309„ Den 26. September N: H: Ed: opgegeeven worden, nodige ordre gesteld is, de gandioenen overgezonden, wel zou dienen te betaalen aan den Pak„ huijsmeester, Equipagiemeester Ensz: voor het behandelen der goederen en het lossen en laaden der scheepen, zal men bij het zal gaden biaaldelijx aanstaande Generaal verslag Hun Hoog„ Edelheeden, tragten volliedig te de„ tailleeren, en om hier toe beeter in staat te zijn, zoo wierd verstaan de gemelde Administrateurs; gelijk meede den Dis„ vaar ten ook binds de pencier het hoofd van de Arthillerij en den opsiender der wapenkamer te gelasten om daar omtrent in tijds te dienen van dis„ tinst rapport in scriptis. Bij die eijge gelegentheid Dat deselijks zat en plen rijs mon „ en het geordonneerde in agt genomen worden, der schade bij het verlie van Na gap=n mer meede tragten Hun Hoog Edelhee„ den aller onderdanigst aan te bieden het plan van de schikkingen die door dee„ zen Raade zal werden gemaakt, met betrekking tot de betaaling in geld, van de randooenen der Dienaaren. waar onder egter niet begreepen zal worden, de arvak, uit hoofde het Hun Hoog„ Edelheeden heeft behaagd, de ver„ strekking daar van in natura, ook voor het vervolg te ordonneeren; dat hier voortaan, schuldpligtig zal worden geobserveerd. — vng het te deme oede dak Bij het voorjaarig verslag van dezen Raade aan Hun Hoog Edel„ Den 26. September 1786. heedens 311 Den 26. September 1786. zelve over Ceilon te bedee„ en dlidconij Cassa, Heeden Communicatie gegeeven zijnde van de Commissie den factuurtou der Bloeme en geweesen Adigaar des doopen Schuneman opgedraagen, om namentlijk voor zoo ver is ruets bedult, mogelijk, op te geeven wat schaade de Maatschappij geleeden had bij het verlies van Nagapatnam, hoopt de vergadering en kooe der qutslag der„ ƒ dat zij lieden aan deeze hunne Commissie zoo tijdig voldaan zullen, dat ook daar omtrent bij het doen van het Generaal ver„ slag Hoog deselven volkomen zullen kunnen worden geëlucideerd. En om dit zonerde van de guskamer meede te kunnen doen, omtrent de wees„ kamer en Diaconij kas, mitsgaders de Een, pretentie reekeningen, zelve aan gevens gew: per„ zoenen op te draagen en met vat last, den van oae sijn Comisa prtensien aan den Heer Gesaghebber, wee„ 8 gens zijn Edele Commissie op Madras, als van den koopman Joan Daniel Simons, den onderkoopman Pieter willem Zeeke, en den boekhouder Ian Joachim Nasz: wegens de door drie laaste opgebragte Leger ongelden, zal bersluit het ander zulxden kounnen geschieden, zoo is verstaan het onderzoek der gemelde reekeningen op„ te draagen, aan den koopman p=l en Pak„ huijsmeester Martinus Stoffenberg, den onderkoopman Philipus Hen„ ricus Heshusius, en den Boekhou„ der Simon Duijnevelt, met last om Den 26. September 1786. aan 313 Den 26. September 1786. te betuigene dank voor de toegelegde huijshuur aan den Heer Gesaghebber: aan deze vergadering distinct berigten in„ scriptis na gedaane ondersoek te suppe„ diteeren, en met het zelve een aanvang. te maaken; direct na het vertrek van het schip De Castor. Alverder is beslooten Hun Hoog„ Edelheeden zeer reverentlijk te bedanken, en de Navaltes, zoo voor den Heer Gesaghebber als voor den secunde van Jaggernaik poeram, De Ravallet, voor de huijshuur hun toegestaan geduurende hun krijgsgevan„ genschap, waar zijn Ed: voor zig een korvel daar oo gebrogt is, „matig bedraagen van 'smaandelijks 12. pagorden en van 7. voor gemelde secunde

NL-HaNA_1.04.02_3784_0562 view scan ↗

English

The 26th of September 1786. No. 11. Regarding what was to be hoped for the Coast, having been sold, the Secunde having advanced it, as well as on account of the dearness and scarcity of lodgings, they had to pay in order not to see them occupied by the English: it is therefore understood to have the same reimbursed to the Lord Authority here from the Company's small cash treasury, and to likewise allow the Secunde De Rauvallet to enjoy the same at Jagannathapuram. Upon the question posed by Their Right Nobles whether, if the goods are not disposed of here against the fixed prices, and no collection from the sale can be made; and moreover, if the textiles on this coast have already become so expensive that even with ample provision in cash one would have to grant an increase, what was then to be hoped and expected from the Coast: it was resolved to reply in the most reverent terms that this council frequently poses this question to itself, but also always finds it difficult and obscure to solve; although it appears certain that if Coromandel must still labor for a long time under a lack of cash wherewith to pursue the textile trade with vigor, it will not only languish for so long, unable to meet the objective of its restoration, but will moreover remain an unbearable burden to the Company; yet that if one had to give way to such an unfavorable notion, namely, the temporary difficulty of assisting with money this Government and other establishments that are accustomed to receiving funds from the Netherlands and from the Headquarters, one would at the same time have to fall into doubt whether more establishments would not be placed under the predicament of the Coast, wherefore one must await everything from the improvement of the times. Thus one also harbors the pleasant prospect that with the gold that has been sent and as much assistance as one can obtain from sales, should they revive, one will be able in the coming year, with regard to the procurement, to make a much more regular and better showing, so far as means will extend. For one must regard it with reason as very uncertain whether any help is to be expected from outside; at least one may not flatter oneself very much in that regard from the side of Ceylon, since the ship De Draak, arrived there from the Netherlands, as has been learned from private reports, brought no gold for that Government and none for this Coast; so that it would support this Government all the more strongly if a large quantity of nutmeg and mace could be obtained at an early date. It was resolved, in accordance with Their Right Nobles' authorization, to request Ceylon for the payment in kind of the remaining share for this Coast from the moneys collected in Batavia and elsewhere for the servants impoverished by the war on Coromandel, Trincomalee and Tuticorin, which had been credited from there per memorandum to this place. As also to obey Their High Honors' order to transmit henceforward the extract from the resolutions on the discharged cargoes among the secretarial papers as well. It is further resolved, with respect to stating the reasons why the complaints made against Captain Abo by the crew of the ship De Both were not investigated, that one would have proceeded regarding that matter in a more regular manner, had the time of their departure for Jagannathapuram not been too close at hand, whereby this council had judged that in this unexpected case it could do nothing else than to consider as grounded such far-reaching and public accusations, presented under offer of oath to a full Council with a request for redress; from which the same further deduced the danger into which that ship could fall during the voyage. And that, since these have been the simple motives of the resolution in this matter, it is humbly trusted that Their Right Nobles will entirely exonerate this Government from having acted in that regard with any partiality. With respect to what was remarked by Their Right Nobles on the demanding of 250 leagers of arrack in the provisional requisition of the past year for Sadras alone, one will submissively show Their High Honors that this certainly, as Their Right Nobles have been pleased to observe, was an oversight.

Dutch transcription

Den 26. September 1786. N:o 11: Eb. wat gat de Cust te hoopen was, igeede wijser, verkogt secunde hebbende opgebragt, gelijk om de duurte en schaarsheid van loge„ ment, hebben moeten betaalen, om die niet door Engelschen te zien occu„ peeren: zoo is verstaan het zelve aan den Heer Gesaghebber alhier uit 's Compagnies kleene geld Cassa te laaten voldoen, en dat voor de secunde De Rawvallet hem op Daggernanikpoe„ ram almeede te laaten genieten. te get gedaan wage den Op de door Hun Hoog Edelheedens ge„ daane vraag zoo de goederen teegens gefixeerde prijsen hier niet vertierd; en geen inzaam uit den verkoop gedaan ganen goeder breden de kan worden; mitsgaders zoo de lij„ waaten 315. Den 26. September 1786. op te losse het gebork aan Contantenij poot den handel absolut doer waaten, ter deeser kuste reeds zoo ver„ duurd zijn, dat men zelfs bij ruijme verstrekking, in Contant een verhooging zoude moeten inwilligen, wat dan van de kust te hoopen en te wagten was. is verstaan in de reverenste termen te deselve is te goijelijk om rescribeeren dat deese vergadering dese vraage dikmaals zig zelve voorsteld, maar ze ook altoos moeijelijk en duij„ ster vind om op te lossen, schoon het als zeeker voorkomt, dat wanneer d Chormandel nog lang moest labo„ veeren aan gebrek aan Contanten om daarmeede den Lijwaat handel met vi„ geur voort te zetten, het zelve zoo C quijver, lang dog fond sen uit Nederland C en van Batana zullen alles betevren, lang niet alleen zal kwijnen, zonder te kunnen beantwoorden aan het oog„ merk van zijne herstelling, maar. daar en booven nog een ondraage„ lijke lastpost blijven zal voor de Compagnie; maar dat wanneer men zulk een nadeelig denkbeeld /:te weeten, de temporeele bezwaarlijkheid, om dit Gouvernement, en andere Aa„ blissementen, die gewoen zijn fondser uit Nederland en van de Hoofdplaats te krijgen, met geld te assisteeren:/ moest plaats geeven, men teffens in twijffel twijffel zoude moeten vallen, of niet meer etablissementen onder het predicament Den 26. September 1786. vors 317 Den 26: September 1786. hoope dat in het aanstaan„ de Jaar den Insaam een be„ ter vertooning zal maa„ sistentie van Contanten Verwagt, van de kust zouden geplaatst worden, waar„ om men alles van het verbiteren van der tijd moet afwagten. — Dus men dan ook het aangenaam voor„ uitsigt voed van met het gezondene goud en zoo veel assistentie als men uit den verthier, zoo die mogt opluijken, zal konnen bekoomen, van in het aanstaande Jaar, ten opsigte van den Jnzaam een vrij geregelder, en beter ver„ tooning te zullen maaken voor zoo verre als het vermoogen zig zal uit„ strekken. want men moet met vae, van Cuilon wadt, geen a„ den voor zeer onzeeker houden of er van buijten eenige hulp te wagten zij ten minsten ken, Den 26. September 1786. van nooten en forlij zoude den handel konnen onder„ stuumer gelden zullen van Ceilon opg'eijscht minsten mag men zig daarmeede van de kant van Ceilon, niet zeer flatteeren; dewijl het uit Nederland aldaar gearri„ veerd schip De Draak, zoo als men uit particulier berigten vernoomen heeft, geen goud voor dat Gouvernement, en voor maar en vonygtijkin at zis deeze kust heeft aangebragt; zoo dat het dit Gouvernement te sterker onder„ steunen zoude, wanneer ter een groote quantiteijt Nooten en foelij, vroeg tijdig, konden bekoomen worden, vansgm: gecolliteerde oors wierd beslooten om ingevolge Nuk„ ner Hoog Edelheedens qualificatie van Ceilon te verzoeken, de voldoening 319. Den 26. September 1786. en het Extract jagens de uuit„ geleverd ladingen na de ordre na Batavia gezon„ den worden, men de klagte tegens Cap: De Abo niet heeft onderzogt, in natura van het restant aandeel voor deese kust, in de op Batavia en elders gecollecteerde Penningen voor de door den oorlog verarmde Dienaaren op Chorman„ del, Trinconomale en Tutocorijn, dat van daar per memorie herwaards was ten goede gebragt. — Gelijk meede om te obedieeren aan Hoog derselver ordre, om voortaan het Extract uit de besluijten op de uitgelee„ verde laadingen, ook onder de secreta„ vieele papieren over te zenden. Alverder is verstaan ten aanzien te geven meder waarom van het giexteerde met het schip De Both vervolg, Both tegen hunnen Capitain Abo gedaan, te ondersoeken, men daar om„ trent op eene negelmaatiger wijse, zou„ de hebben geprocedeerd, dan dat hier toe de tijd van hun vertrek na Lag„ gernaik poeram te kort op handen was, waar door deese vergadering had„ de geoordeeld in dit onverwagt geval, niets anders te kunnen doen, dan zulke verregaande en publicque be„ schuldigingen, onder offerte van Eede, aan een vollen Raad gepresenteerd met ver„ zoek van redres, voor gegrond aante„ zien; waar uit deselve verder af„ leide het geaar waar in dat schip Den 26. September 1786. geduurende 321. Den 26 September 1786. N: B. vertrouwd, gers aracq, is een abuijs ge„ wist, geduurende de reijse konde vervallen. En en pot men diem„s van H. dat men wijl dit geweest zijn, de een„ voudige motieven van het besluijt in deese zaak nedrig vertrouwd, dat Haar Hoog Edelheeden deeze Re„ geeving volkomen zullen wrij kennen van daar omtrent met eenige particali„ teit te hebben gehandeld. - Ten aansien van het geremarqueerde bij den Eijsch van 250. lig„ door Hun Hoog Edelheedens op het eisschen van 250. Leggers arrak bij de provisioneelen Eisch van anno passato, alleen voor Randcoenen, zal men Hoog deselve onderdanig vertoonen, dat zulks zeeker, zoo als Hun Hoog„ Edelheeden hebben gelieven aan te merken een slegt over

NL-HaNA_1.04.02_3784_0570 view scan ↗

English

The 26th of September 1786. deliberation would denote, but that, because the true intention of this Council was to demand the said quantity for sale and consumption, which first word was neglected to be stated in the demand, one humbly hopes to obtain a favorable indulgence for that omission. Likewise, in view of Their High Excellencies' remark on the large quantity of writing paper demanded from here, it will be respectfully replied that although experience teaches that in the still narrow scope of this Government one will not need 100 reams of large and 120 reams of small format paper, as was previously demanded for Coromandel when everything was flourishing, this Council must nevertheless take the liberty to remonstrate most respectfully that the sent quantity of only 20 reams of large and 30 reams of small format paper does not suffice for the needs of the writing offices of this headquarters alone, not to mention the outer factories; for all that has been delivered has already been issued, without the writing offices being able to obtain their full requirements from it. That the factories have as yet received nothing, and that one would thus again, just as before the arrival of the Castor, be forced to purchase at the highest prices, to have recourse to a purchase at Madras, which turns out far too expensive in comparison to the cost of Company paper. Further, Their High Excellencies will be requested to give the necessary orders to return the Coromandel pay books of 1780/1781, which were erroneously forgotten to be sent over with the Castor. By which vessel it is understood to offer to Their High Excellencies 96 lb of the requested cotton seeds for Java, which it is hoped may answer the intended purpose. The 26th of September 1786. A petition having been presented to Their High Excellencies by the former First Sworn Clerk at Nagapatnam, Johannes Abraham Bronsveld, containing primarily the request to be stationed at Ceylon, it was understood to implore Their High Excellencies to suspend the decision until he shall have fully and satisfactorily accounted here for the sequestration moneys and whatever else was attached to his former service as First Sworn Clerk. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as above. Signed by all. Wednesday the 27th of September 1786. In the morning at eight o'clock. Council of Policy. All present. The Honorable Administrator said that he had convened the members solely to inform them that, pursuant to the resolution of the 12th current, he had fruitlessly offered for the piece-goods named therein first the determined 15, and thereafter the 10 percent reduction on the prices demanded by the merchant Nagappa Chetty, and that this man, after having delayed His Honor for some days with unacceptable proposals, such as desiring that the Company should have the piece-goods fetched from Madras for its own account and risk, and other chicaneries, had yesterday finally thought fit to have delivered to His Honor an unsigned copy of an English bill of shipment of those piece-goods at Madepallam, upon which he asked 20 percent, declaring that he would abate nothing from this, without mentioning a word in this latest answer as to for whose account the piece-goods shall be brought hither. That the Honorable Administrator, having had this paper recalculated, and it being found that what one would have to pay according to this latest demand made only a small unfavorable difference of about 2¾ percent with the prices already offered, whereby it now became evident that Nagappa Chetty, in the statement of prices mentioned under the 12th of this month, had charged his goods even higher than 20 percent, His Honor suggested for consideration whether one should not overlook this small difference out of consideration for the embarrassment in which the headquarters at Batavia finds itself regarding piece-goods, which one could at least alleviate a little through these 80 packages, which according to His Honor's confidence will be very much approved by Their High Excellencies, even though no noteworthy profits might be made on them due to the high prices that must be paid. The Council being of the same opinion, it was resolved to purchase those 80 packages and to send them per the Castor to Batavia, provided that the seller delivers them here, or otherwise to refrain from it. Furthermore, whereas the junior merchant and Assay Master Geske had represented to His Honor that a private matter of importance necessarily required his presence

Dutch transcription

Den 26. September 1786. gerdig overleg zoude denoteeren, dog dat, wijl de waare intentie deees Raads gereest is, ge„ melde quantiteijt te eisschen tot verkoop en randooeren; welk eerste woord verzeijmd waer ontend gus te versen is, bij den Eisch, bekend te stellen, men ne„ drig hoopt voor die ommissie een guastige inschikking te verwerven. —. de pene op vesget slijk men mede in gesigt van Haar Hoog Edelens rimarque op de groote quantituit van het van hier gevorderde schrijf papier, eer„ biediglijk zal rescribeeren, dat schoon de ondervinding leerd, dat men in den nog bekrompen omslag van dit Gouvernement geen 100. Riemen groot, en 120 Riemen klijn formaat papier, zal noodig heb„ bys ken, 323„ Den 26. September 1786. ten duursten moeten inkoopen, ben, zoo als bevoorens, toen alles in bloei was, voor Chormandel geeijscht wierd, deese Raad egter de vrijheid moet neemen, eerbiedigst te remonstreeren, dat de gezondene quantiteit van maar 20. Riemen groot, en 30. Ria„ men klin formaat papier niet voldoend aan de benoodigtheid, voor de schrijf Comp„ „toiren deeser hoofd plaats alleen, ongever„ kend de buijten Comptoiren; want dat alles, wat is aangebragt reeds verstrekt is, zonder dat de schrijf Comptoiren daar uit hunne volle benoodigdheid hebben kun„ „nen krijgen. Dat de factorijen nog niets „gerd hebben, en dat men dus weeder, dus zoude men het zelve, weder gelijk voor de komst van de Castor, genood„ zaakt boeken van 178 /1 nader van N:o H: Ed: te versoeken, en per de Castor 96 lb. Capok„ pitten Hoogst de zelven aan te bieden, zaakt weezen, recours te neemen tot een inkoop op Madras, die al te duur uitkomt in vergelijking van het kostende van Compagnies papier-- de abiskengugsten volge Wijders zal men Haar Hoog Edel„ hedens verzoeken om de noodige beveelen te geeven, tot te vrug zending der Chor„ 1786 mandelsche soldij boeken van 17 3/81. die a busive vergieten zijn, met De Cas„ tor overte zenden. Met welken bodem verstaan is Hun Hoog Edelheeden aan te bieden 96 — lb van de gevraagde Capas pitten voor Iava, welke men wenscht dat aan het bedoelde oogmerk moogen beantwoorden. Den 26. September 1786. Door 325. Den 26. September 1786 het request van Bronsveld nog niet te disponeeren, Door den geweesen Eersten Geswooren klerk N: W: te versoeken om ge te Nagapatnam Johannes Abraham Bronsveld, Request gepresenteerd zijn„ de aan Hun Hoog Edelheeden behelsen„ de voornamentlijk versoek, om op Ceilon geplaatst te moogen worden is verstaan Hoog Deselve te emploreeren de dispo„ sitie zoo lang te suscheeren, tot hij de se„ questratie penningen en wat verder aan zij„ nen voorigen dienst van Eerste Geswooren Clercq, annex is geweest, alhier volkomen en ten genoegen zal hebben verantwoord.. Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ door alle. Woensdag E eenige lijwaaten Woensdag Den 27. September 1736. Smorgens. te Agt uuren Vergadering van Politie Alle Present. vuigtelork gedaan bid voor De Heer Gesaghebber zeijde de Leeden alleen geconvoceerd te hebben om hen kennis te geeven, dat ingevolge besluit van den 12. Courant, voor de bij het zel„ ve genoemde Lijwaaten vrugteloos hadde gebooden eerst de bepaalde 15, en daar na pr C o afslag op de door den koop„ de 10. prC man Nagappa Chittij gevorderde prij„ sen, en dat die man, na zijn Ed: eenige dagen te hebben opgehouden met on„ aan 327 327 Den 27. September 1786. sche Reekening, geboden prijsen, aanneemelijke voorstellen als begeerende wet dien Coopmas bijvende„ dat de Compagnie de Lijwaaten voor haare Reekening in risico van Madras moest laaten haalen, en andere Chicaneries, gis„ teren eijndelijk goedgevonden hadde zijn onder afgeven van een ingel„ Ed: een ongetekende Copij van een Engelsche Reekening van afscheep dier Lijwaaten, te Madepalium te laaten ter hand stellen, waar op hij 20. perCento vroeg, met verklaaring, dat hij hier op niets zoude laaten vallen; zonder bij dit laatste bescheid een woord te rep„ pen, voor wiens Reekening de Lijwaaten herwaarts zullen gebragt worden. Dat de Heer Gesaghebber dit papier bunden penschel met de gets hebbende Raad gegewin) is, hebbende doen narekenen, en bevonden zijnde, dat het geen men volgens dese Jongsten Eijsch zoude moeten betaalen met de reets gebodene prijsen maar een kleijn nadeelig verschil maakte van ongevaar 2¾ per„ Cento /.waar door nu kwam te blijken dat Nagappa Chittij bij de opgave der prijsen, vermeld onder den 12. ' deeser, zijn goed nog hoger dan 20 percento gecargeerd nat in bedtarting van den hadde:/ zoo gaf zijn Ed: in bedenking„ of men over dit kleijn verschil niet zou„ de huen stappen uit Consideratie der verlegentheid in welke de Hoofdplaats Batavia om lijwaaten zig bevind, welke men ten minsten door deese Den 27. September 1786. 80 329. Den 27. September 1786. te koopen, en per de Castor te versenden vertrek van den Muitmester Geske na Madras, 80. pakken een weijnigje te gemoed zoude kun„ nen komen, dat na zijn Ed: vertrouwen zeer door Haar Hoog Edelheedens zal geagreerd worden, zelfs schoon er al geen naarwaardige winsten op mogten behaald werden, door de hooge prijsen, die men moet besteeden. Den Raad van het zelfse besluit on den 20. pakken gevoelen zijnde, zoo werd beslooten die 80. pakken aante slaan, en per De Castor na Batavia te versenden, mits de ver, dog onder welke mits„ kooper ze alhier levere, of anders ter van af te zien. en waarom, Dan dewijl den onderkoopman en Muntmeester Seeke zijn Ed: vertoond hadde, dat een particuliere affaire van Jmportantie nootwindig zijne tegenwoor„ digs

NL-HaNA_1.04.02_3784_0578 view scan ↗

English

to have the linens concluded. Deliberation on the handling of the linens to be purchased. presence for a few days at Madras would require, it was understood to let him conclude the final purchase on the aforementioned terms, and not otherwise, but nevertheless to try once more whether he might be persuaded to lower the price even by the smallest amount. After this, the Master Commander suggested for consideration that, if one wished to bring those linens ashore here to be sorted and packed in the Company's manner, this would not only consume much time, but one would sometimes run the risk of getting into disputes with the Havildar regarding the customs duties, the 27th of September 1786. for which there is now at least no time; wherefore His Honour, in order to avoid this and to gain time, deemed it most convenient to transship the bales in the roadstead directly from the vessels that brought them from Madras into De Castor, saying that it was indeed true that one might thus sometimes receive linens that did not conform to the samples shown, or were torn cloth, as one cannot always defer much belief to the word of natives, whereby one could thus be very nastily caught out; but in order to prevent this as much as possible, and to accelerate the work by many hands, The 27th of September 1786. Proposal to send certain persons to Madras, and with what order regarding the shipment into De Castor. His Honour proposed to send the Junior Merchant Heshusius and Bookkeeper Schliephaken, with three clerks for assistance, to Madras, in order, alongside the Mintmaster Geeke, to receive those goods and unpack them, and, that having been accomplished with all possible speed, to arrange an immediate shipment on board the ship De Castor. Resolution on the one and the other. The Council, considering this in all respects to be a necessary and prudent measure, a resolution thereto was taken, the said persons to depart as soon as the necessary palanquin boys shall have been obtained from Madras. Thus done and decided Present 333 The 27th of September 1786. ke regarding the purchase of linens at Madras. In the Castle Geldria at Palliacatta, date as above. /:was signed:/ As before. Wednesday the 4th of October 1786. In the morning at ten o'clock. Council of Policy. All Present Except The Junior Merchant and Mintmaster Pieter Willem Geeke. Received answer from Geeke regarding the purchase of linens at Madras, The Mintmaster Geeke, having departed on the 27th of the past month for Madras, had, by his letter of the 2nd of this month, informed the Master Commander that only that morning he had been able to speak with the merchant Nagappa Chetty, who had been away from home upon his arrival; that the same persisted in his demanded 20 per cent without the slightest reduction, but consented to send the linens to Palliacatta, so that he had as good as concluded with him. the 4th of October 1786. information gathered by him regarding the sale of a quantity of Northern linens. This being in accordance with what had been resolved on the 27th of September, the Master Commander said that the said Geeke further informed him that he had casually learned that an English gentleman named Porcher had received a quantity of Northern linens, and that he had approached the same to enquire whether he wished to sell them; that he had found that gentleman not disinclined thereto, 335 The 4th of October 1786. Englishman, who had declared to him that he had 150 English bales /:which contain only 1½ corge:/ which according to an invoice shown to Geeke cost him at purchase, and which consisted of: 86 bales of Guineas at 14 punjams at Rupees 154 the corge 19 bales of Guineas at 16 punjams at Rupees 186 the corge 13 bales of Guineas at 18 punjams at Rupees 204 the corge 32 bales of Guineas at 20 punjams at Rupees 252 the corge 150 English bales /:which according to our manner of packing make 112½ bales:/. On which prices Mr. Porcher finally demanded 20 per cent, besides reimbursement of the shipping expenses from the North; and that the said Geeke, without binding himself to anything, The 4th of October 1786. sending of the samples of the same, found difference in the prices, had requested him to be allowed to send a piece of each sort as a sample to Palliacatta, which, having been given to him, he sent hither with a request for an answer as soon as possible, and indicating that, from what he had been able to observe, nothing would be abated. how the same were found. The Council, examining these samples, which were laid upon the table, found the same indeed not as good as those shown on behalf of Nagappa Chetty, yet acceptable in our present situation; but one also found a difference in favor in the prices of the first three sorts, which according to a calculation drawn up in haste and save errors came out as follows: 337 The 4th of October 1786. Comparison of the same. Prices of Nagappa for a bale of 2 corge cloth Prices of Nagappa and Mr. Porcher compared More Less of 14 punjams: Pagodas 110. 7. 3/4 Pagodas 108. 14. 11/16 Pagodas 1. 17. 1/16 of 16 punjams: Pagodas 129. 2. 3/4 Pagodas 126. 10. 1/4 Pagodas 3. 10 of 18 punjams: Pagodas 143. 17. 1/4 Pagodas 138. 9. 1/16 Pagodas 5. 8. 1/16 of 20 punjams: Pagodas 168. 5. 5/8 Pagodas 169. 7. 1/16 Pagodas 1. 1. 7/16 Wherefore one could well decide to accept the first three sorts, provided they agree with the samples, but not so well, on account of the large disadvantageous difference, to do the same with the last sort. Deliberating upon this, the members, together with the Master Commander, were indeed very pleased if

Dutch transcription

waaten te doen sluijter, deliberatie over de beherdilsing der te kopene lijwaaten, digheid voor eenige weijnige dagen te Madras besluit doo hen de zoog de lij Requireeren zoude, wierd verstaan om de finaale sluijting door hem te laaten doen op bovengemelde voorwaarde, en anders niet, dog egter nog eens te beproe„ ven of hij niet te beweegen zij om nog iets hoe gering te laaten vallen Hier na gafde Heer ezaghebber in bedenking, dat, wanneer men die Lijwaaten hier wilde doen aan de wal brengen om gesorteerd, en na 's Comp:s wijze gepakt te werden; dat daar niet alleen veel tijd meede zoude verloopen maar men zomtijds in gevaar staan van in meenigheeden met den Hauweldhaar nopens de tollen te ko„ den 27. September 1786. mers 331. Den 27. September 1786. „men, daar nu althans geen tijd toe is, waar„ om zijn Ed: ter vermijding daar van en om tijd te winnen gerisfelijkst oordeelde de pakken ter rheede uit de vaarthuij„ gen, die ze van Madras aanbragten direct in De Castor over te scheepen, zeggende dat wel waar was, dat men vervolg dus zomtijds Lijwaaten zoude kunnen krijgen, die niet aande vertoonde mon„ sters voldeeden, of aan stukkend waa„ ven, wijl men aan het zeggen van In„ landens met altoos veel geloof kande„ fereeren, waar door men dus zeer lelijk betrapt konde worden, dog om, het welk zoo veel mogelijk voor te koomen, en het werk door veele handen te acceleve„ s Den 27. September 1786. men diern„k na Madras te zender, en met wat last omtrend den afschip in de Castor, Jngpostitie en aeventgen Perso„ven, zijn Ed: proponeerde om den onderkoopman Heshusius en boekhouder Schliep„ haaken, met drie scribenten tot hulpe na Madras te zenden, om nevens den muntmeester seeke die goederen te ont„ fangen, en afte pakken, en dat met alle mogelijke spoed bewerkstelligd zijnde, een immediate afscheep na boord van het schip De Caster te bezorgen. besluit op het een en ande, Den Raad dit in allen op sigte voor een noodige en voorzigtige maatregel houdende, wierd daar toe besluijt genoo„ men, zullende gemelde persoonen vertrek„ ken, zoo dra men de noodige Palenquin booijs van Madras zal hebben bekoomen. Aldus Gedaan en Gearresteerd Pnt 333 Den 27: September 1786. ke nopens den koop van lij„ waater te Madras, In 't Casteel Geldria te Pallia„ catta dato voorsz: /:was geteekend:/ Als vooren E Woensdag Den 4:' october 1736. 'T voor middags te thien uuren Vergadering van Politie Alle Present Dempto Den onderkoopman en muntmeester Pieter Willem Deeke, De muntmeester Teeke, den 27. der gepes„ bekome antwoord van Gee„ seerde maand na Madras zijnde vertrok„ ken, hadde bij zijn brief van den 2. deeser den Heer Gesaghebber bedeeld, Eerst dien mer„ gen 5 an den 4. october 1786. verneeming door den selven van den verkoop van een quam„„ „gen met den koopman Nagapa Chittij, die bij zijn komst uit huij zig was; te hebben kunnen spreeken; Dat deselve bij zijne gevorderde 20. perCento bleef zon„ der de minste korting, dog toestond de Lijwaaten na Palliacatta te zenden, dus hij met hem zoo goed als geslooten hadde. Dit overeenkomstig zijnde met het ge„ titeit Noordsche lijwaaten, resolveerde op den 27. September z0 zeijde de Heer Gezaghebber dat gemelde Geeke nog bedeelde gevallig vernoomen te hebben, dat Een Engelsch Heer in name Porcher Een quitantiteit noordsche Lijwaaten ont„ fangen, en hij zig bij denzelver vervoegd hadde om te verneemen, of hij die wilde verkoopen; dat hij dien Heer daar 335, Den 4. october 1716 Engelsman begeerbola, daar toe niet ongenegen hadde gevonden, dier her vel Engelsche pakken„ hem hadde verklaard 150. –. Engelsche pak„ ken /:die alleen maar 1½ Corgie in houden:/ te hebben, welke hem inkoops blijkens een aan zeeke vertoonde factuur kosten, en en waarin deselve bestonden, bestonden in: 86. pakken Guineis â 14. Poenjangs â Rop=s 154. 't Corg: _o „ 16 „ „ „ 186 „ _. o „ „ 252 „ _. o 150. Engelsche pakken /:die volgens onse Pack, welke prijser nevens gem: wijse 112½. –. pak uitmaaken:/. Op welke prijsen de heer Porcher 20. p C=to finaal pre„ tendierde, buijten nog rembouriement van de affscheeps ongelden om de Noord; en dat gemelde Geeke hem, zonder zig ergens aan te verbin„ 13 „ _o „ 18 „ - „ „ 204 „ _. o _o „ 20 „ de s 19. . „ 32 „ Den 4 october 1786. der zelven, zijn bevondene differert in de prijsen, den, versogt hadde om van elk zoort een zending van de monsste stuk tot monster na Palliacatta te moogen zinden, die hem gegeeven zijn„ de, hij herwaards zond, met verzoek om antwoord, zoo dra mogelijk, en te kennen gave dat, na het geen hij hadele kunnen opmerken, er niets zal zijn afte„ dingen. hoedanig deselve bevonden Den Raad deese monsters, die ter tafel gelegd wierden, Examineerende bevond deselve wel zoo goed niet als die van wegen Nagappa Chittij vertoond waaren, egter in onze tegenwoordige situatie aannemelijk, dog men bevond ook een different ten voordeele in de prijsen van de drie Eerste Zoorten die na een 337. Den 4. October 1786. in haast en salve Erven opgemaakte Beeken antorenig deslve„ ning dus uitkwaamen. van 14. Poenjangs. Weshalven men wel besluijten konde om deliberatie diewegens, de drie Eerste zoorten te accepteeren, mits met de minsters accordeerende maar niet zo wel, uit hoofde van de groot na dee„ lig different, om het de laatste zoort ook te doen - Hier over delibereerde, zoo waaren de Leeden, nevens den Heer Is„ zaghebber wel zeer in hunnen schik zo - - p a/o 310. 7. ¾ p„s 100. 14. 16 pers 1. 17. 1/16.— - - - „ 129: 2. ¾ „ 26 10.¼. „ 3. 10 –. — —„ 143. 17:¼ „138. 9. 1/16„ 5. 8. 1/16. —.— „ 20. —:o . . . . 108. 5 8 10 1/: — : 1: 1: 16. Prijsen van Na„ Rijsen van Nagappa vraagd gapa voor en de heer Por„ meer minder pak van 2. cher van d=o Corgie Lak onver 16. _. o „ „ 18. _. o - —

NL-HaNA_1.04.02_3784_0586 view scan ↗

English

to make a final offer, and expects, indeed beyond hope, to be able to send a considerable quantity of 192½ Company bales of northern bleached linens, namely 80 from Nagapa and 112½ from Porcher, with the Castor; but nevertheless wished to dispense with the 20 Poenjangs of the latter parcel, which they at the same time easily understood would not likely succeed without seeing all the bales of that gentleman slip away. After much and long discussion on this matter, it was resolved to write to the mintmaster Geeke (who was still there alone, as unfortunately no palanquin boys had yet appeared) to attempt, if possible, to obtain from Mr Porcher a reduction in price for the Guinees of 20 Poenjangs, or otherwise to let him keep those and to take only the first three sorts. But since it is feared that with an Englishman, who must be well aware that the Company has no linens, the one will succeed as little as the other, and no time is to be lost in writing back and forth, it was at the same time deemed advisable to authorize him, after having examined everything, to acquire the entire quantity of 112½ bales, also under the condition of delivering them free on board the Castor, and waiting one month for payment; which course one was compelled to choose rather than miss everything, in consideration that although the Company would not gain much, indeed even nothing, it nevertheless ran no risk of suffering a loss due to the shortage of linens at Batavia; while Their Honours, if not as the council wished, were served as well as could be; flattering oneself that having done everything within the Council's power under these unfortunate circumstances of the times provides sufficient hope for Their High Excellencies' favorable approbation. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as above. Except: P: W: Geeke. Friday, 4 October 1786. Friday, 6 October 1786, at 5 o'clock in the afternoon. Council of Policy. All present, except the junior merchant and mintmaster Pieter Willem Geeke. The Governor, having called the members together, communicated a letter from the mintmaster Geeke dated yesterday, in which, after having reported the arrival of the junior merchant Heshusius (who had only been able to depart alone) on the [illegible], he indicates that both Geeke and Heshusius had spoken with the merchant Nagapa Chittij as well as Mr Porcher, who were satisfied with all the conditions on which their linens were bought, except this: namely, that the same would be described in Madras according to our manner, since, according to their assertion, this would subject them to a 5 percent toll, from which they would otherwise be exempt. This being a trifle, the said Geeke thought it could be conceded, as the bales, upon their arrival on the Castor, could be described by clerks from here. That as far as Mr Porcher was concerned, although he seemed quite willing to surrender his linens at 20 percent, Geeke nevertheless had some reservations about making him an offer, because that man alternately charged his invoice with 4 months' interest, then removed it again, and levied other charges upon it, and he therefore requested positive orders regarding that matter. This having been communicated by the mintmaster and considered, it was resolved to pass over the trifle of describing the bales at Madras, and to have this done by some clerks on board upon their delivery; but regarding the linens of Mr Porcher, to adhere to the resolution of the 4th current, and to give all this as instructions to the bookkeeper Schliephaken, who will depart this very evening, since Geeke has managed to obtain the necessary boys and sent them, so that the three of them may finally conclude the matter and ensure that the bales are on board the Castor by the 12th at the latest. But since, due to the change in describing the bales, three clerks will not really be needed at Madras, it was understood to send only one with Schliephaken. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as above. Signed as before. Except: P: W: Geeke. 6 October 1786. Monday, 9 October 1786, at ten o'clock in the forenoon. Council of Policy. All present, except the junior merchant and mintmaster Pieter Willem Geeke. The Governor having received a letter dated yesterday from the commissioners at Madras, Geeke, Heshusius, and Schliephaken, it was found to contain the distressing report that they had flattered themselves in vain that they would succeed in the commission entrusted to them according to wish [illegible]

Dutch transcription

voor het laaste te laaten bieden, en verwagt, Ja onverhoopt een aanzienelijke quantiteit van 192½ /. 's Compagnies:/ pak„ ken Noordsche gebleekte Lijwaaten; als 80. van Nagapa en 112. ½. van Porcher, met de Caster te kunnen versenden; maar wilde egter gaarne van de 20. Peenjangs van de laatste parthij afzien, het welk zij teffens ligt be„ greepen, dat niet wel zoude gelukken, zonder zig alle de pakken van dien besluit om een minden prijheer te zien ontglippen. Na lang en veel hier over gesprooken te hebben, wierd beslooten den muntmeester Gee„ ke /:die daar nog alleen was, wijl ongelukkig nog geen Palenquin booijs waaren opgedaagd:/ aan te schrijvens om Den 4 october 1786. des G 339, Den 4. october 1786 te slaan, lukken zoude, seeke om alles aan te„ des mogelijk bij M:r Porcher aen vermin„ dering van prijs voor de Guineesen van 20 Poenjangs te bewerken, of anders hem van wel de 3. erste zooten aan„ die te laaten houden, en de drie Eerste Zoor„ ten aan te slaan. Dan dewijl men vreest, vreese dat zulks niet ge„ dat bij een Engelschman, die wel onderrigt moet zijn, dat de Comp=e geen Lijwaaten heeft, het eene zo min gelukken zal als het andere, en 'er geen tijd met over en weder 1. schrijven te verliesen is, zoo vond men tef„ qualificatie egter aan fens goed hem te qualificeeren om na alles bezogt te hebben, de geheele quantiteit van 112½ pakken te naasten, almeede onder dog onder welke Conditien, Conditie van ze vrij aan boord van de Castor te leveren, en een maand na de betaaling te wagten; welke parthij men gedrongen slaan, liever elijk ke N: H: Edelh: verhoopt, liever verkoos, dan alles te missen, uit aanmerking dat alschoon de Comp=e niet veel, Ja zelfs niets won, zij egter uit hoofde van het gebrek aan Lijwaaten te Batavia geen gevaar liep van verlies te lijden; terwijl haar Ed: egter min of meer„ en wat men dierwigen van is het niet zoo als de vergadering wensch„ te, zoo goed als zij konde geriefd wierd; vlijende men zig dat alles gedaan te hebben wat in 't vermoogen des Raads in deeze ongelukkige tijds omstandig„ heeden, een genoegzaame hoop uit leverd op Haar Hoog Edelheedens gunstige approbatie Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Cas„ teel Ieldria te Palliacatta dato voorsz. /: Exapto:/ P: W: Geeke; vrijdag Den 4. october 1786. 341 koop van 2 pan thijen lij„ waaten te Masdras, Vrijdag Den 6: october 1786. Snamiddags te 5 uuren Vergadering van Politie Alle Present Dempto, Der ondr koopman en pauntemeester Pieter Willem Teeke, De Hen Gesag heber de Leeden bij den andere gtesen aor wij he hebbende doen komen, Communiceerde Een brie „van den muntmeester Teeke op gisteren geda„ teerd, waar bij hij na den aankomst van den onderkoopman Heshusius /:die nog maar alleen hadde kunnen vertrekken:/ op den Ibedeeld te hebben, te kennen geeft, dat den seeken Heshusius, dog met welke exceptie on„ trend de beschrijving der pak„ bedenking van secke pop de Gjulaten van M„r Percher beijde met den koopman Nagapa Chittij zoo wel, als den Heer Forcher gesprooken hadden, die in alle voorwaarden, op welke hunne Lijwaaten gekogt zijn, te vreeden waaren, excepto deese dat namentlijk deselve te Madras na onze wijse zou„ den beschreeven worden, wijl dit na hun voorgeeven hem onderhevig zoude maken aan 5 percento Tol, daar ze zonder dat van zouden vrij zijn, het geen een kleijnis„ heid zijnde, gemelde Seeke, dagt dat konde toegegeeven worden, wijl de pak„ ken bij hun aankomst op de Castor door permisten van hier konden beschreeven worden, Dat wat den Heer Porcher belangde schoon die wel genegen scheen om zijne Lijwaaten teegen 20. prC=o afte staan, den 6. october 1786. ken, Geeke 343. den 6. october 1706. wat hij die halven verzoekt„ besluit omtrend de be„ schrijving der pakken, schliephaken te geven, seeke egter eenige bedenking hadde op„ gevat om ze hem te bieden, wijl die man zijne factuur dan met Intrest penningen voor 4. – maanden Cargeerde, dan die er weder af liet, en andere ongelden 'er op- belaste, en hij dus daar omtrend positive ordre verzogt; Dit door den muntmeester gecommuni„ ceerde overwogen zijnde, wierd beslooten, over de kleijnigheid van het beschrijven der pakken te Madras heen te stappen, en zulks door eenige pennisten aan boord bij derselver aanbreng te laaten geschieden, dog omtrend de Lijwaaten van M=s Por„ en wat in mandatis van cher bij het besluit van den 4. Courant te blijven, en al dit in mandatis te geeven, aan Hij om te zaak te terminneren, mitsgr een pennist maar met hem na Madras te laaten gaan, aan den boekhouder Schliephaken, die nog heeden avond zal vertrekken, wijl Seeke de nodige booijs is magtig gewor„ „den, en gezonden heeft, op dat zij met hun drien de zaak eijndelijk mogen termineeren en bezorgen, dat de pakken uiterlijk den 12. ' moogen aan boord van De Caster zijn: Dog dewijl door de verandering in het beschrijven der pak„ ken zo zeer geen drie pennisten te Ma„ dras zullen noodig zijn, verstond men maar een met Schliephaaken te zenden Aldus Gedaane Gearresteerd In't Cas„ teel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren /. Excepto.:/ I: W: Geeke. Den 6. october 1786. Maandag 345. ontvangst van een brief van de Gecommitteerd„s te Ma„ 'T voormiddagste tien uuren. Maandag Den 9: october 1736. Politie Vergadering van Alle present Dempto Pieter Willem Ticke, Den onderkoopman en Muntmeester De Heer Gezaghebber haeden een brief, geda„ teerd gisteren van de gecommitteerdens te Madras Teeke, Heshusius en Schliephaken ont„ fangen hebbende, bevond men die het verdrie„ tig berigt te behelsen, dat zij hun te ver„ geefs geflatteerd hadden in de hen opgedra„ gene Commissie na winsch te zullen ruissie Elras 176 9

NL-HaNA_1.04.02_3784_0594 view scan ↗

English

about the linens has alleged, why the Commissioners did not accept them, linens of Mr Porcher, because the Malabar Nagappa Chittij now pretends to have no more than 20 bales that are at our disposal, but that we had to take their shipment to Palliacatta for the Company's account and risk; that because he had to wait 1. ½. months for an answer, he had to send the remaining bales to Pondicherij; that the Commissioners would nevertheless have accepted those twenty bales if that merchant had not come forward with the said condition, but now, lacking authorization in that regard, dared not proceed with it; and furthermore The 9th October 1786. 347. The 9th October 1786. that they had made their utmost effort to obtain the linens of Mr Porcher, that it seemed this gentleman tried to lead them by the nose and seeks to back out of the matter by various pretexts; his proposals, after having changed them at least three times in one day, are currently limited to the following: that he will send the goods overland for his account, and not by sea; that if they had to go by water, he could not take the risk for his account, etc., adding thereto, as the P.S. of the letter states, that it would make the matter easy if one sent the ship De Castor to Madras to load the bales; concerning all of which the Commissioners request orders. The council, very grieved by these reports, which seemed to cut off all pleasant hope for the shipment of the bales at once, and extremely indignant, firstly on account of the shameless pretext of the Malabar Nagappa Chittij regarding his supposedly forced shipment of the largest part of his linens to Pondicherij because he had to wait 1. ½ months for an answer, whereas the entire negotiation was not yet a month old; and he himself, as appears from what was noted the 9th October 1786. 349 The 9th October 1786. in the resolution of 27 September, had let several days slip by with squabbling, which pretext was all the more shameless because he certainly still had the 80 bales on the 6th of this month, if he ever had them at all, as appears from the letter of the mint master Teeke of that date, whereby the negotiation was as good as formally concluded; and secondly, on account of the prevarications of Mr Porcher, so that it would have been desirable that both had acted straight and plain, and had abandoned the novelties with which they now come forward, presumably out of regret for the bargain made, because The 9th October 1786. this could have saved the Company the costs now unnecessarily incurred; resolved, on the proposal of the Governor, since an end had to be made to matters, to write to the Commissioners that they must demand a categorical answer both from Nagappa and Mr Porcher as to whether they wished to deliver their linens on the previous conditions or not; and that, in case of yes, they must act with all speed according to the order they have, but otherwise let them keep their bales, and return here immediately, since 20 bales are not worth any delay. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid. Was signed by all, except P. W. Geske. Tuesday 351. Tuesday the 10th October 1786. By the First Clerk of Police here, Johan Joachim Hasz, in the name of the Governor, a certain petition from the Gentoo Nagamaloe Iagoel Naijker, brother of the Nagamaloe Wenketa Souperaijloe Naiker mentioned in the resolution of 26 September, was circulated among the respective Members of Police for their disposal, mainly containing a request that it might please this government to revoke the permission granted to his brother to depart for Batavia with the ship De Castor; and that in due time a proper account and balance should be rendered by him, both to him and to the other co-heirs, of the estate of their 87 deceased father, the former interpreter of the Company, Nagamaloe Chinaija Naijker. Whereupon it was approved and agreed to persist in the resolution of this table of 26 September, provided that the native Nagamalo Wenketa Soeperaijloe Naijker, according to his offer, to the satisfaction of his brother Nagamaloe Tagoel Naijker, before his departure from here to Batavia with the ship De Castor, appoints two attorneys authorized with such ample power as to 353. The 10th October 1786. be able, during his absence, to bring the entire estate of their deceased father to liquidation with the co-heir, so that it may subsequently, after payment of all the debts of the estate, be divided among the respective heirs. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid. Was signed by all. Wednesday the 11th October 1786. By circular query. The Governor [illegible] to the Members [illegible] at Madras.

Dutch transcription

omtrend de lijwaaten voor„ geverd heeft, waarom de Gecomm: dezelve niet aangenomen hebben, lijnaaten van M:s Frocher, wat mon gemn: Iolander oven, wijl de mallabaar Nagappa Chit„ tij nu voorgeefd niet meer dan 20 pakken te hebben, die tot onze dispositie zijn, dog dat wij dier zendering na Palli„ acatta voor 's Comp:s Reekening en vi„ sico moesten neemen;; Dat hij wijl hij 1. ½. maand na antwoord hadde moe„ 1 1 ten wagten, de overige pakken na Son„ dicherij hadde moeten zenden; Dat de Gecomemetteerdens die twintig pakken egter zouden aangenoomen hebben bij aldien die koopman niet met de Gemel„ de Conditie waaren voor den dag gekoo„ men, dog nu zonder qualificatie daar hoedanij het geleegen is, mitden niet hadden durven treden; En wij„ dens Den 9. october 1786. 347. Den 9. october 1786. en non instaaning voor de „risico der Zee, daar omtrend versoeken, ders dat zij hun uijterste vermogen hadden aangewend om de Lijwaaten van M„r Porcher te bekoomen, dat het scheen, dat die Heer hen heeft zoeken om den tuijn te leijden, en door diverse uitvlugten van de Zaak tragt afte weesen; zijne propositien, na de, zijn mispulturige handel„ zelve op een dag wel drie maalen veran„ derd te hebben, thans tot de volgende be„ palende: Dat hij de goederen voor zijne reekening overland, en niet over zee zal zenden; dat indien deselve te water moesten gaan, hij de visico voor zijn Reekening niet neemen konde Etc„a voegende daar bij /:gelijk het P: S: der brief zegd:/ dat nat de gecormitteerdens het de zaak gemakkelijk zoude maa„ ken zoo men het schip De Castor hrijse, pna Chit„ in dignatie van den Raad over het voorgeeven van dien Inlander; na Madras Zond ter inlading der pakken; op het een en ander van 't wel„ ke de gecommitteerdens ordre versoeken De vergadering zeer verdrietig over deese berigten, die alle aangenaame hoop op de verzending der pakken op eenmaal scheenen af te sneijden, en ten uijtersten geindigneerd voor eerst wegens het onbeschaamd voorgeeven van den ma„ labaar Nagappa Chittij omtrend zijn quanswijs gedrongen verzending van het grootste gedeelte zijner Lijwaaten na Pondicherij, uit hoofde hij 1. ½ maand na antwoord hadde moeten wagter, daar de geheele onderhandeling nog geen maand oud was; En hij zelfs blijkens het aan„ getekende den 9. october 1786: 349 Den 9. october 1786. als van den Engelsman gewenscht hadt, geteekende bij resolutie van den 27. September verscheijde dagen met harrewarren hadde laaten verloopen, welke uijtvlugt te on„ beschaamder was, om dat hij zekerlijk op den mat daar in teegen blijkt, 6. deeser de 80. pakken nog hadde /, zoo hij ze anders ooit gehad heeft :/ blijkens den brief van den muntmeester Teeke van dien datum waar bij de onderhandeling zoo goed als formeel afgedaan is; en ten met ver duweyjke zoo wel andere wegens de tergeversatien van M=e Porcher dat het wenschelijk waare ge„ weest, dat die beijde regt door zee naa„ ven gegaan, en de nieuwigheeden, daar zij thans /:denkelijk uit berouw van den gedaanen handel / meede voor den dag komen, aan zeeke hadden opgegeeven, de„ wijl Den 9. october 1786. antwoord van haar beide te laaten vorderen; of ander geval te gedraa„ gen wijl zulks de nu onnodige gedaane onkosten aan de Compagnie hadde kunnen uijtwin„ besluit om een Catagoisch nen; besloot op voorstel van den Heer Pe„ zaghebber om de gecommitteerdens, dewijl 'er een eijnde van zaaken moest gemaakt worden aan te schrijven dat zij zoo wel van Nagappa als M:r Porcher een Catagoriseh antwoord zullen moeten vorderen, of zij hunne Lijwaaten op de voorige Conditien en hoedanig zig in hit en wilden leveren dan niet! en dat zij, inge„ valle van Ja. met alle spoed zullen moeten handelen na de last die zij hebben; dog anders hen hunne packken laaten be„ houden, en ten eersten herwaards koomen, wijl 20. pakken geen ophouden waard zijn. Aldus Gedaan en Gearresteerd In 't Cas„ teel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ door alle /: xcept:/ P: W: Geske Dingsdag 351. Dingsdag Den 10:' october 1786. mer „ gem: sertief Door den Eersten klerk van Politie al„ vondzending van een request van hier Johan Joachim Hasz: is, uit naam van den Heer Gsaghebber, bij de respective Lee„ den van Politie ter dispositie rondgebragt Zeker Request van den Jentief Nagama„ loe Iagoel Naijker, Broeder van den bij Resolutie van den 26. September vermel„ den, Nagamaloe wenketa souperaijloe Naiker, behelzende, ten principaale wat hij daar bij versoekt„ verzoek, dat het deese Regeering behaagen mogt weder in te trekken, de verleende permissie aan zijnen broeder om met het schip de Castor na Batavia te mo„ Bij Rondvrage, gen ten E Den 10 october 1786 porsistering bij het verlaend on lof aan zijn broede, om na Batavia te gaan, dog nder welke mits„ gen overgaan; en dat „ tijd en wijlen, door hem behoorlijk reekening en reliqua zou weesen gedaan, zoo aan hem, als de andere mede erfgenaamen, van den boedel van hunnen 87 overleeden vader, den geweesen tholk van de Compagnie Nagamaloe Chinaija Naijker„ Waar op, goedgevonden en verstaan is, bij het besluit deezer tafel van den 26. Sep„ tember te persisteeren, mits den inlander Nagamalo wenketa Soeperaijloe Naij„ ker, volgens zijne aanbieding, ten ge„ noegen van zijnen broeder Nagamaloe Tagoel Naijker, voor zijn vertrek van hier na Batavia met het schip De Castor, twee Gemagtigden aansteld, voorzien van zulke ample magt, om met „tot 353„ Den 10. October 1786. de meede erfgenaame geduurende, zijn absen„ tie den Gantschen boedel van hunne over„ leeden vader tot liquiteit te kunnen bren„ „ gen, om vervolgens, of na afbetaling van alle de schulden des boedels, verdeeld te kunnen worden onder de respective erfgenaamen. Aldus Gedaan en De arres„ teerd In't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ door alle.. Woensdag Den 11:' october 1786. Bij Rondvraage. De Heer Tesaghebber bij de Leeden brane buijt, vn de Koor te Madias, rond .

NL-HaNA_1.04.02_3784_0602 view scan ↗

English

together with the aforementioned 150 English packs of cloths, to be content with the purchase of the cloths, having circulated a letter written yesterday to His Honour by the Commissioners Gieke, Heshuisius, and Schliephaken to report that they had agreed that morning with Mr Porcher to take the 150 English packs from him, on the conditions stipulated here, without mentioning a single word more about the salt of Nagappa, and that they would immediately begin shipping; so it was agreed to be content with this and to keep record of it, with regret that out of the two negotiations one could now only send those 150, or according to the Company's packing manner 112½ packs, instead of 192½, with which one had flattered oneself on good grounds. 10 October 1786. 355. 11 October 1786. Negotiation regarding cloths at Nagapatnam and Portonovo; why no earlier mention was made of it; receipt from there of 12 packs of diverse cloths; acceptance of the same, as well as 16 packs from here, and yet 14 packs from diverse persons; resolution to send them per the Castor to Batavia, with 96 lb kapok seeds. The Lord Commander further gave to know that His Honour had been in negotiation for some time regarding some few cloths at Nagapatnam and Portonovo; but had not been able to make mention of it due to the uncertainty in which he had remained until now whether anything would come of it in time; yet that a small lot of 12 packs of diverse sorts had now been brought from both those places, whereof: 2 packs containing 66 pieces Guineas fine bleached amounting to Pag 363.½. 2 packs containing 240 pieces Muries broad blue amounting to Pag 412.—. 1 pack containing 160 pieces Handkerchiefs diverse amounting to Pag 186.—. 7 packs containing 280 pieces Guineas broad blue amounting to Pag 868.—. His Honour showed a sample of each of these, which being approved upon examination, it was resolved to accept the abovementioned cloths as well as the following, whose samples were also found satisfactory, and which had with difficulty been gathered together from diverse merchants of this place to the number of 16 packs of the following content: 4 packs or 400 pieces Mories fine bleached costing Pag 796.¼ 5 packs or 500 pieces Handkerchiefs fine red costing Pag 1525.—. 2 packs or 320 pieces Chilasses checked costing Pag 695.—. 3 packs or 840 pieces Roemaals checked costing Pag 414.2. 2 packs or 400 pieces Cambays fine red costing Pag 778.½. To which cloths one also resolved to add by purchase: 11 October 1786. 357. 11 October 1786. 8 packs or 80 corgies Red handkerchiefs at Pag 1680.—, along with 2 packs or 200 pieces Muries broad blue costing Pag 361.—; and 4 packs or 160 pieces Guineas common bleached costing Pag 632.—, which had been offered by diverse persons. These above diverse cloths together amounting to a sum of Pag 8710.¾ which, added to the cloths bought from Mr Porcher amounting to Pag 14238.7/16, amount for diverse cloths purchased to Pag 22949:3/16. So it was resolved to offer the same per the Castor to Their High Excellencies, in hopes of a favourable approval, and alongside that also to send over 96 pounds of kapok seeds. Thus done and decided in the Castle Geldria at Palliacatta, date as above. Signed as before. Friday, 20 October 1786. At nine o'clock in the morning. Council of Policy. All present, Excepting: The Senior Merchant titular and Chief Administrator Nicolaas Tadama, Merchant and Fiscal Joan Daniel Simons, Both due to indisposition. Having been received and reviewed the findings alongside the reports concerning the discharged cargo of the ship De Castor, it was approved and resolved: 359. 20 October 1786. 1st. To have the ship's officers debited on their pay accounts for the cost of 3104 cans of arrack, accounted for by them too little upon the delivered quantity of 150 leagers, above the validated 10 per cent. 2nd. To charge to the Head Office Batavia, at the disposal of Their High Excellencies, the sum of f 8:15:8, or the cost of one piece grenadier gun with iron ramrod and bayonet, which was found missing in chest No 5, because the gross weight of the chest was found to agree within two lb with the gross weight written upon it. 3rd. To charge the ship's officers on their pay account with 2 capital advance for 1½ barrel of beer, which was found short upon delivery. 4th. To have written off at the expense of the General Account one barrel of pitch, which was lost during the unloading of the goods due to the capsizing of the cheling, as appears from the declaration inserted herein, reading as follows: No 75 On this day, 20 September 1786, appeared before me, Johan Joachim Hasz, First Sworn Clerk of Policy and Secretary of the Honourable Court of Justice of this Coromandel Government, in the presence of the witnesses to be mentioned hereafter:

Dutch transcription

wigs„ nevers gem: 150. arg:s pakken lijwaaten, aepper, koop der lijwaaten genoegen te nemen, rondgezonden hebbende Een brief op Gisteren door de Gecommitteerdens Gieke, Hes husi„ „us en Schliephaken aan zijn Ed: ge„ schreeven tot berigt, dat zij dien morgen met den Heer Porcher waaren overeenge„ koomen van de 150. /. Engelsche :/ pakken van hem te neemen, op de voorwaarden van hier gestipuleerd; zonder een woord meer zouder van den sul uts t: van Nagappa te rippen, en dat zij di„ rect met den afscheep zouden beginnen, 6 sluit gut de gedaane zoo verstond men daarmeede genoegen te niemen, en 'er aanteekening van te hou„ den, met regret dat men nu van des twee onderhandelingen maar alleen die 150, of volgens 's Comps pakrijse 112½ pakken konde zenden in steede van 192½ Den 10. october 1786. 355. Den 11. october 1786 onderhandeling wog heerige lijwaaten te Nagap:l en Portonovo, waarom daar van niet eerder melding gemaakt is, pakken diverse lijwaaten, 192:½. waarmeede men zig op goede gronden ge„ vleijd hadde:—. De Heer Gesaghebber gaf hier na nog te kennen dat zijn Ed: eenige tijd in onder„ „handeling was geweest, negens eenige weij„ nige Lijwaaten te Nagapatnam en Por„ tonovo; maar daar van geen milding 1: hadde kunnen maaken, door de onzeker„ heid, waar in hij tot nog geweest was of 'er in tijds wel iets van zoude koomen, dog ontvangst van daar van 12. dat nu van die beijde plaatsen waaren aangebragt een kleijne partijtje van 12 pak„ ken diverse, waar van: 2. pakken inhoudende 66. p. s Geuinees fijn Gebl: ten bedraagen m p ƒ363.½. „ 240. „ Moeries br: bl: „ _o „ 412. —. 160 „ Neusdoeken diverse „ _o „ 18. 6. —. 280 „ Guinees br: bl: - -„ _ „ 868 –. e 2. 1: 7: - _o v - „ ver e F accepteering derzelver als 16. pakken van hier, verde persoonen, ventonig den wensten, ertoorende zijn Ed: var ieder dier zelver Een monster, die bij Examinatie goedgekeurd zijnde, zoo verstond men bovengemelde lijwaaten te accepteeren zoo wel, als de ondervolgende, welkens monsters ook voldoende worden bevonden, en die men van diverse kooplieden van deese plaats met moeijte hadde bij den anderen ge„ kregen tot een aantal van 16. pakken van volgenden Inhoud. —. 4. Pakken of 400. ps Mories fijn Gebl: kostende p/o 796. ¼ 5 _o „ 500 „ Neusdoeken fijne roode - - - - „ 1525. —. Chilassen geruijte — - - - „ 695. —. Roemaals geruijte - - - „ 414. 2. Cambaijen fijne roode - - - - „ 778. ½: ster nog 14e pakken van di bij welke Lijwaaten men door koop nog besloot te voegen: 2. _o „ 320 „ _o „ 840 „ 2. _o „ 400 „ Den 11. october 1786. 8 pakken zoo wel 3 357. Den 11. October 1786. na Batavia te zerden, 8. pakken of 80 Corgies Rode neusdoeken â prs. 1680 -, nevens 2 _o „ 200. p„s Moeries br: blaauw „ „ 361. —: en 4. _o „ 160. „ Guineis gem: gebl - - „ „ 632. —. die door diverse persoonen waaren aange„ booden. Deeze bovenstaande diverse Lijwaaten hoe veel deese lijwaaten te zaamen bedraagende een somma van kosten, Pag: 8710. ¾ welke gevoegd bij de dorken van den Heer Percher ingekogt tot „14238. 7/16. aan ingekogte diverse Lijwaaten be„ draagen - - - P/ƒ 2949:1/16. zoo wierd beslooten deselve in hoope besluit deselve per de Castor „ van een gunstige goedkeure Haar Hoog Noog„ een Edelheedens per de Castor aan te bieden, en daar nevens ook over te zenden 96: Pon, met 96. lb Capok pitten, den Capok pitten. Aldus Gedaan en Gearresteerd of in 't geheel, en die van Mr Porcher, Int ver een van ken on smptie van en dispositen op de bevinding der uijtgeleverde lading van de Castor, In't Casteel Goldria te Pallia„ catta dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. Vrijdag Den 20: october 1786. Smorgens ten Negen uuren„ Vergadering van Politie Alle present Demptis, Den opperkoopman til: en Hoofd administrateur Nicolaas Tadama„ koopman en fiscaal Joan Daniel Simons Beijde indispositie Ingekoomen en geresumeerd zijnde de Be„ Rapporten wee„ vinding nevens de gens de uitgeleverde Lading van het Schip den 11. october 1786. 359. Den 20. October 1786. schip De Castor, zoo is goedgevonden en ver„ staan a„ De scheeps overheeden op hunne soldij reekeningen te doen belasten, voor het „kostende van 3104. kannen arak, door hun op de aangebragte quantiteit van 150. Leggers, boven de gevalideerde 10. pr C=to te min verantwoord vervolg 2=de De Hoofdplaats Batavia oofplaat ter dispositie van Hun Hoog Edel„ heidens aan te wekenen ƒ 8: 15:8: of het kostende van een pees geweer Gra„ nadiers, met ijzere laatstok en Ba„ jonet, het welk in de kas N=o 5. te min bevonden is, uit hoofde het bru„ to gewigt der kassa op twee lb na met het 9 de a„ Den 20. October 1786. Intentie derzelve „het daar op geschrevene brute gewigt is, accorder„ „rende bevonden. 3=e De scheeps overheeden op hunne soldij ree„ kening met 2 Capitaal advans te belas„ ter voor1:½. vat thier, welke bij de uit„ levering te kort bevonden is. . Ten laste van de Hoofd reekening te 4t laaten afschrijven een vat Pick het welk bij het lossen der goederen door het om„ slaan der Chialing is verlooren geraakt, blijkens de in deesen geinsereerde ver„ klaaring; Luijdende aldus. No: 75 OP Heeden den 20 September 1786. Compareerde voor mij Iohan Ioachim Hasz: Eerste Geswoore Clercq van Politie, en secretaris van den Agtb: Raad van Justitie deeses Cormandelschen Gouvernements, present de na temeldene ƒ ƒ getuigen

← previousnext →