Inventory 3784
Coromandel · 1,354 pages · 191 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
61. ƒ The 2nd of September 1786. to construct, to execute the plan, by receiving the indispensable mint necessities, will be in the position of being able to mint, His Honour proposal on a mint house was of the opinion that one ought to proceed to the construction of a mint house while observing the utmost frugality. The Council, agreeing with this: thus decision to that effect following the it was resolved to undertake its construction according to a very simple plan, which His Honour presented and which was approved. Furthermore, the Lord Commander communicated, oath taken before the that the native merchant Arinam Boddely had offered for the Company's arak a very acceptable price of Star Pagodas 32. per leaguer in cash upon delivery, and that His Honour, this price being very convenient. The 2nd of September 1786. price, buyer, and the remainder to be retained from the surplus. decision regarding this, encountered storm by the grab, convenient, had knocked it down to him for that amount, as it gave an advance of 49½ per cent, and thus 31 7/16 per cent more than that liquor was able to yield in the past proposal to surrender only 80 leaguers; While His Honour proposed to deliver only 80 leaguers and to retain the remainder, in order to have it distributed to the servants in reduction of the rations due to them, which being approved, it was agreed to keep a record of these matters. letter from Jagannathapuram Furthermore, the Lord Commander informed the meeting that from the chiefs of Jaggernaikpoeram he had received a private letter, whose extract The 2nd of September 1786. River Coringa, insertion of the papers received regarding this, extract, together with a copy declaration of the chief mate and Commander of the grab De Hoop, and a copy report of the boatswain Michiel Kint and J. Adolf, was submitted by His Honour, containing in substance that the said small vessel had encountered a heavy storm off Visakhapatnam, rendering that vessel disabled, which had left it so disabled that the aforementioned chiefs had seen fit to have it enter the River of Coringie, as that vessel in that condition could not keep the sea, as appears from the papers cited above, which read verbatim as follows: entry of the same into the vessel. Extract The 2nd of September 1786. Extract from a letter written by the Jaggernaikpoeram Chiefs to the Lord Commander, dated the 23rd of August 1786. We have the honour to inform Your Honour, that the grab De Hoop, after a voyage of 32 days, arrived here in the roads in ballast on the evening of the 20th instant; but to our regret we are obliged to bring to the notice of Your Honour the bad condition of that small vessel, largely caused by a heavy storm which the said bottom underwent off Visakhapatnam while coming hither, on which account we have the high honour to refer to the sworn declaration of the Commander, and the report of the two commissioners whom we sent to the said grab for its examination, and who, moreover, orally declared to us that they were afraid to reveal all the defects, in order to avoid unpleasantness with the Master Attendant Hartman; 65./ The 2nd of September 1786. for which reasons we have deemed it most advisable, pending Your Honour's further authorization, to have it transported to safety to the River of Coringie, as we are apprehensive of undertaking such an important repair without Your Honour's authorization, all the more so since, if that small vessel must be repaired here, it cannot be ready until the month of November; we humbly solicit Your Honour to be favoured with His highest orders regarding this. Today, the 22nd of August 1786. Appeared before me, Jan Obdam, bookkeeper and sworn clerk of this office, in the presence of the after-mentioned witnesses, Jan Muller, chief mate in the Company's service and Commander of the Company's grab De Hoop, presently lying here in the roads, who, at the requisition of the chiefs here, the Honourable Paul Engelbert van Halm and George Francois Jacques de Ravallet, declared it to be the absolute truth: That having departed with the said grab from Bimilipatnam on the 20th of the past No. 35 month of July, he was overtaken in the first days of his voyage by a heavy storm from the southwest, together with a strong northerly current, followed by continuous southwesterly winds, so that he was able to make almost no southing, until five days before his arrival here, when the wind shifted through the west slightly to the north. That in the said heavy weather the grab had suffered frightfully, and currently has so many defects that he could not with any peace of mind continue the voyage to Paliacatta without obtaining an important repair. That even if the loose knees, the defects above, and other slight repairs were now made in order to continue his voyage to Paliacatta, the grab would still not be in a condition to bring a cargo from Paliacatta to the north before wind and current without fear of sinking, because it is so loose and sagged apart that, when heeling over The 2nd of September 1786.
Dutch transcription
61. ƒ Den 2. September 1786. te vertruieren, plan ter uitsoer te brengen, door het ontfangen van de onontbeerlijke miluts benodigtheeden zal in het geval raaken van te kunnen munten, zijn Ed: perpositie on een muns huis van gevoelen was, dat men behoorde te tre„ den tot het extrueeren van een munthuijs onder betragting van de meeste zuijnigheid. De Raad hiermede over een komende: zo besluit om zulks na het werd tot dies opbouw besluit genoomen na een zeer eenvoudig plan, het geen zijn Agtb: vertoonde en goedgekeurd wierd. —. Wijders gaf den Heer Gesagheber Commis,„ gedaan Eed voorde aak„ nicatie, dat de Inlandse koopman Ari„ nam Boddelij voor des Comps Arak eene zeer aanneemelijke prijs van. ster pag: 32. „ voor de lagger Contant geld bij de Leverantie hadde ge„ booden, en dat zijn Edele deese prijs zeer Convenabel. Den 2. September 1786. prijs, kooper, en de orige voor vande over aan te houdend. b sluit dirwigens, beloopene stom door de goevas, Coninale ver koni, van de Convenabel zijnde voorgekoomen, deselve daar voor hadde toegeslaagen, also een advans gaf van 49½. pr Cento, en dus 31. 7/16. pr Centos meerder, als die drank in het gepasseerde propositie en 80. leggers te m„aar heeft kunnen opwerpen; Terwijl zijn Ed: proponeerde om alleen maar 80. leg„ gers af te geven, en de overige aan te houden, om aan de dienaaren te laaten verstrek„ ken in mindering hunner te goed heb„ bende Randcoenen, het welk goedgevon„ den zijnde, wierd verstaan van het een en ander aantekening te houden. bruijt van Papp: mejndae voorts gaf den Heer Gesaghebber aan de vergadering kennis dat van de opper„ hoofden van Iaggernaikpoeram Een particuliere brief ontfangen had, welker Extract Den 2. September 1786. vevier Coringe, insertie van de dierweegens ont„ fangene papieren, Extract nevens een Copia verklaaring van de oppersteurman en Gesaghebber van de Goerab De Hoop, en Een Copia Rapport van den Bootsman Michiel Kint, en I: Adolf, door zijn Edele wierd over„ gelegd behelsende in substantie dat ge„ melde kieltje op de hoogte van visa„ gapatnam een sware storm had beloo„ pen, waar door 't zelve zoo vedde „ neddeloos wooding van dat loos was geworden, dat de opperhoofden voor„ noemd, te raade waaren geworden het zelve de Cevier van Coringie te doen inloging van het zelve in de binnen loopen, dewijl dat vaartuig in die toestand geen zee konde bouwen, blijkens de hier boven geciteerde papieren, welke woordelijk aldus luijden. vaartuij„ Extract Den 2. September 1786. Extract uit een brief door de Jaggernaikpoeramsche Opperhoofden aan den Heer Gesaghebber geschreeven, geda„ teerd den 23. ' augustus 1786. Wij hebben de eere aan uwel Edele Gestr: te beden, len, dat de Goerab de Hoop, na 32 dagen reijs gehad te hebben, den 20. deser 'savonds alhier ter rheede geballast gearriveerd is: maar tot ons leetweesen zijn wij verpligt aan Uwel Ed: Gestr: ter kennisse te brengen, de slegt gesteldheid van dat kieltje, grootelijks veroorsaakt door een zwaare storm die gem: bodem na her„ waarts komende, op de hoogte van visaga„ patram ondergaan heeft, welker weegen wij de hooge eere hebben ons te refereeren aan de beleijde verklaaring van den Gesaghebber, en Rapport van de twee gecommitteerdens, die wij tot dies examinatie na gemelde Goeral „gesonden, en aan ons boven dien nog monde„ ling verklaard hebben, beweest te zijn, van alle de manquementen te openbaaren, om geen ongenoegen met den Equipagiemeester Hart„ mar 65./ Den 2. September 1786. man te hebben; om welke reeders wij het raad„ zaamst geoordeeld hebben tot uwelEd: Gestr: „nadere qualificatie in veijligheid na de Revier van Coringie te laaten transporteeren, als beweest zijnde zo een importante Reparatie zonder qualificatie van uwelEd: Gestr: te doen, des te meerder, dewijl dat kieltje wanneer het alhier moet hersteld werden; eerst in de maand November in gereedheid kan zijn; wij solliciteeren aan uwel Ed: Gestr: ootmoedig, om hier op met Hoogst derselver ordres begunstigt te mooge werden. Op huijden Den 22. Augustus 1786. Compareerde voor mij Jan obdam boekhouder en Geswoore scriba deeses Comptoirs, present de na„ temelden getuigens, Ian Muller opperstuur„ man in 'sComp=s dienst, en Gesaghebber van 'sComp=s Goerab de Hoop, thans hier ter rheede leg„ gende, dewelke ter requisitie van de opperhoofden alhier de wel Edele Heeren Paul Engelbert van Halm en George francois Jacques de Ra„ vallet, verklaarde de waaragtige waarheid te weesen. Dat hij met gemelde Goerab den 20. der gepas„ seerde No: 35 seerde maand Iulij van Bimilipatnam ver„ trokken wesende, in de eerste daagen van zijn reijs overvallen geworden was van een swaare storm uit het zuijd westen, en daar bij een sterke stroom na 't Noorden, gevolgd van Conti„ nueele Zuijdweste winde, soo dat hij bij na niets zuijd heeft kunnen gewinnen, tot hâ5 daagen voor zijne aankomst hier, als wan„ neer de wind door het west een weijnige noor„ delijk liep. Dat met gemeld swaar weer de Goerab ijsselijk veel geleeden had, en thans zoo veele ge„ breeken hadde, dat hij met geen gerustheid de reijse na Palliacatla konde voortset„ ten, zonder een Importante verhelping te or„ langen. Dat schoonde losse knien de gebree„ ke booven, en andere ligte verhelpingen nu al gedaan wierden, om zijne reijse na Sal„ liacatta voort te zetten, de Goeral dan nog niet in staat zoude weesen, om van Palliacatta een laading voor wind er stroom, sonder vrees van te zinken, na de Noord te brengen, door dien hij zo los en uuit den ander gesakt is, dat bij het over„ haaly Den 2. September 1786.
English
The 2nd September 1786. haul over one side, stretch the seams open on the other side. Concluding herewith, he, the deponent, declared this deposition of his to contain the pure truth, giving as reason for knowledge, as in the text, remaining prepared, should it be required, to confirm the same with an oath. Thus done and declared in the Dutch Factory Iaggernaikpoeram on the date aforesaid in the presence of the Honorable Jacobus Dormieux and Gabriel van Rechem, bookkeepers in the Company's service here, as witnesses, the original of this is duly signed, below stood, Which testifies, signed, I. Obdam, Former Secretary, lower, Agreed, was signed, P. E. van Halm. To the Right Honorable Sir, Paul Engelbert van Halm, Merchant and Chief here. Right Honorable Sir, Pursuant to the esteemed order of Your Honor, we proceeded yesterday morning on board The 2nd September 1786. of the Company's Gurab De Hoop, lying here in the roads, in order to inspect the defects which the same was said to have according to the report of its commander, the chief mate Ian Muller, and have the honor hereby to report our findings as follows: The anchor stock has chafed a hole in the bow. The collar of the stay causes the forecastle to lift with heavy pitching, in such a manner that the water runs into the hold as if it were being thrown in with buckets. Two deck beams, namely: 1 forward and 1 aft of the mainmast, are broken. The catheads rise and fall with heavy pitching and anchor heaving. The mouldings on both sides against the planking, under the gunwale, are both gone. Two chainplates of the mainmast on the port side are broken. The knightheads of the gallows gave way aft during the setting up of the topmast. Four futtocks in the hold between the main and the mizzen mast lie loose and move back and forth with rolling and pitching. A knee against a deck beam is sheared completely off and hangs only by the bolts so as to swing. The topsides on both sides are stretched out up to four fingers The 2nd September 1786. fingers' width, and we fear that this will be entirely pushed out during heavy rolling and pitching due to the loose beams. At the mainmast, two pairs of shrouds are broken. All this is the pure truth, and for this we are prepared, whenever such is required, to take an oath. Hoping further herewith to have executed Your Honor's order, we take the honor to subscribe ourselves with very high esteem, below stood, Right Honorable Sir, yet lower, Your Honor's humble and obedient servants, was signed, M. Kint and I. Adolf, in the margin, Iaggernaikpoeram the 22nd August 1786, lower, Agreed, signed, P. E. van Halm. Whereupon, having deliberated with attention, it was resolved to send the ship's carpenter Willem IJsebrand Bleeker to Iaggernaikpoeram, in order accurately to inspect all the defects of that small craft without distinction, and to deliver a distinct written report thereof to the Chiefs, with a statement of such materials of all sorts as he shall calculate to be required for a sufficient repair of the defects; as well as to order the said Chiefs to form an estimate upon that report and to send it hither at the earliest of what that repair will come to amount to; while one suspends the further resolution until the receipt of the same, because that vessel being repaired, according to the writing of the Chiefs, would not in any case have a chance to be ready before November, The 2nd September 1786. The 2nd September 1786. and thus nothing is lost by the postponement. Finally, it was resolved to admit into the Company's service the sailors who had been engaged on the Gurab De Hoop in private service, by name Fransisco Joese of Lisbon and Anthonie Joek of Lisbon, at a monthly pay of 12 guilders under a five-year contract, commencing the 6th April past. Likewise, it was also resolved to readmit into the Company's service, at his request, the former gunner per the ship De Heldwoltemade who arrived in the country and was taken prisoner of war by the English, came over to Sadras, and was sent hither from there, Andries Mendt of Embden, with 12 guilders under a three-year contract, commencing on the day of his arrival at Sadraspatnam, being the 12th March past. The former sailor Iohannes Babtist Fretser of Watour, who sailed out with the ship Stavenisse in the year 1775 at 9 guilders per month, having since deserted to the English, and having presented himself on the 21st May of this year at Sadraspatnam, it was also resolved to readmit into the service of the Honorable Company as a soldier, with a pay of 12 guilders a month, under a contract of three years. In place of the piper Domingo Kuijper of Palliacatta, discharged from the Company's service at his own request, The 2nd September 1786. The 2nd September 1786. it was resolved to take into service at 9 guilders, upon his petition made for that purpose, Elias Ribeira of Nagapatnam, under a five-year contract commencing the first of May. As Orientals with the usual pay of 3 Rixdollars, it was resolved to take into service: Abdoel Samat of Batavia, Abdoel Mana of Batavia, Rewe of Batavia, and Bora of Batavia, commencing the first of April, since which time they have performed their service. Further
Dutch transcription
Den 2. September 1786. haalen over de Eene zeijde, de naaden aan de ande„ ve kant open rekken. Eijndigende hiermeede verklaarde hij depo„ sant dese zijne depositie de zuijvere waar„ heid te behelsen, voor reeden van weetenschap gevende, als in den text, bereid blijven het zelve des vereijscht werdende, met Eede te bevestigen. Aldus Gedaan en verklaard In't Neder„ lands Comptoir Iaggernaik poeram op dato voorsz: ter presentie van de E„s Iacobus Dormieux en Gabriel van Rechem, boek„ houders in 'sComps dienst alhier, als getuijgens, de minute deeses is behoorlijk geteekend /:on„ derstond:/ 'T welk getuijgd /:geteekend:/ I. obdam Gew: Scriba /:lager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ P: E: van Halm Aan den wel Edelen Heer Paul Engelbert van Halm Coopman en Opperhoofd alhier Wel Edele Heer Ingevolge de geeerde ordre van Uwel Ed: heb„ ben wij ons gister morgen begeeven aan boord van Den 2. September 1786. van 'sComps Goerab de Hoop, hier ter rheede leggende, om op te neemen de gebreeken die de„ zelve volgens Rapport van dies gesaghebber, den opperstuurman Ian Muller zoude heb„ ben, en hebben de Eere bij deese berigt te doen van onse bevinding invoegen als volgt; Het ankerstok heeft een gat in de boog ge„ schavielt; De kraag van het staag, doet de plegt met swaar stampen opligten, zoodanig, dat 't water in 't ruijm loopt, of het 'er met putsen ingegooijd word. Twee diks balken, als: 'I voor, en s. agter de groote mast zijn gebroo„ ken; de kraan balken reijsen en sakken met swaar stampen, en anker winden; de leijsten aan weerskanten teegens boord aan, onder 't pot deksel, zijn beide weg. Twee putten ijzers van de groote mast aan bak boord zeijde aan stukkend, knegts van de galg zijn met het opsetten van de steng agter uit geweeken. - Vier inhouten in 't ruijm tus„ schen de groote- en de bezaars Mast legger los, en gaan met slingeren en stamper overen weer. Een knie teegens een dekbalk is glad af, en hangt enkeld in de bouten om te slin„ geven; Het boord is aan beijde zeijde tot pier .. Vingers Den 2. September 1786. man na Iagg: te senden, vingers breete uitgereeken, en wij zijn bedugt dat dit ten eenemaal met swaare slin„ geven en stampen door de losse balken, sal uijtgeslooten worden; aan de groote mast is twee span=want aan stukkend Dit een en ander is de zuijvere waarheid, en daar voor zijn wij beveid, wanneer zulx ge„ vorderd werd, een Eed te doen, Hoopende voorts hiermeede Uwel Edele ordre volbragt te heb„ ben maatigen wij ons de Eere aan met zeer veel hoog achting te onderschrijven /:on„ derstond:/ wel Edele Heer, /:nog lager:/ uwel„ Edele onderdanigen en Gehoorsame Dienaaren /:was geteekend:/ M: Kint, en I: Adolf /:in margine:/ Iaggernaikpoeram den 22. Augustus 1786. /: lager:/ Accordeerd /:geteekend:/ P: E: van Halm, waarover met aandagt gebesoigneerd zijnde, bstuilt on den taas tinme„ is verstaan den scheepstimmerman Wil„ lem IJsebrand Bleeker na Jagger¬ naikpoeram te zenden om accuraat alle 69 om de gebreken van de goerael op te nreemen, en daar van een schriftelijk rapport te dieren, stuct dier wegen, alle de gebreeken van dat bodemptje zn„ der onderscheijd op te neemen, en daar van een distinct schriftelijk rapport aan de opperhoof„ den over te leveren, met opgave van zodanige materiaalen van alle soort als hij zal Calculeeren tot een sufficante verhelping van de gebreeken benodigd zijn, mitsg„s de gemelde opperhoofden te gelasten om op dat rapport een Calculatie te formeeren en ten spoedigsten herwaards te zen„ den van het gpen die reparatie zal komen te bedraagen; terwijl min het verder be„ sunhunring van het verder be„ sluijt surcheerd tot den ontfang van het zelve om dat, dat vaartuig verholpen werdende volgens schrijvens van de opperhoofden tog niet voor November kans geveed„ Den 2. September 1786. zijn. 71 Den 2. September 1786 word. mattroosen, zijn, en 'er dus bij het outstel niets verlooren Eijndelijk is verstaan de op de Goerab admissie in dienst van 2. de Hoop in particuliere dienst bescheijd den geweest zijnde Mattroosen in name Fransisco Joese van Lissaben, en Anthonie Joek van Lissabon in 's Comp:s dienst te admitteeren op een maandelijkse besolding van ƒ 12 - onder een vijf Iarig verband, ingaande den 6. e April passato Gelijk meede verstaan is den voor bosschieter item van twe soldaaten, per het schip De Heldwoltemade in het land gekome en door de Engelschen krijgsge„ vangen gemaakte, na sadras overgekoomen, en van daar herwaarts gesondene Andries Mendt van Embden, op zijn versoek in een pijper, in 'sComp:s dienst te readmitteeren, met Cm ƒ 12 –. onder een drie Iaarig verband, in„ gaande met den dag zijner arrive op Sadraspatnam zijnde den 12:e Maart passato Den met het schip Stavenisse in A:o 1775. met ƒ 9. ter maand uitgekoomen JJ=o Matt:s Iohannes Babtist Fretser van watour, zedert bij de Engelschen overgegaan, zig den 21. Maij deses Iaars na Sadraspatnam vervoegd hebbende is meede verstaan in dienst van de E: Com„ „voor zoldaat, pagnie te readmitteeren„ met een besol„ ding van ƒ 12. 'smaands, onder een verband van drie Jaaren. In plaats van den op zijn, versoek Den 2. September 1786 uit 73. / Den 2. September 1786. nuit 's Comps dienst ontslagene pijper Do„ mingo kuijper van Palliacatta is verstaan op zijne daar toe gedaane instantie in dienst te neemen met ƒ9. Elias Ribeira van Nagapat„ „nam onder een vijfjaarig verband ingaan„ de primo Maij. Als oosterlingen met de gewoone besol, en nie oostersche solaaten„ ding van Rd=s 3. is verstaan in dienst te neemen: Abdoel Samat van Batavia Abdoel Mana. . . „ Rewe Bora - - - - - - - - „ _. o en ingaande primo April zedert welke tijd zij hun dienst gepresteerd hebben. - - - - - - „ _o voorts . _o
English
Arrival of 2 present elephants from Jaffanapatnam, why they could not yet be presented to the Nabab, to have them bought, to be charged. Furthermore, it was resolved to record hereby that on the 14th of the past month, the elephants sent from Jaffanapatnam by the Government of Ceylon as a present to the Nabab of Carnatica, Mahomet Alichan, arrived here and were unloaded, but which, on account of illness, could not yet be dispatched from here, which, however, upon recovery will be directly effected. Resolution to buy 4 Covids of fine broadcloth. Wherefore it was resolved to have bought in Madras the customary thick covers of red broadcloth up to 4 Covids each for the presentation of those animals to the aforesaid Nabab, and furthermore the expenses incurred for those beasts The 2nd September 1786. Arrival and departure of the ship Straalen to Bengal. Pay Bookkeeper. to charge to the Government of Ceylon at the first opportunity. Finally, it is understood to note hereby that the Company's ship Straalen, having arrived here in the outer roads on the 9th of the past month, continued her voyage to Bengal on the 17th of the same month after taking in water and refreshments. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as above: was signed as before: Except: P: W: Teeke Saturday the 9th September 1786 in the morning at 9 o'clock. Meeting of the Council of Policy. All present. The customary prayer having been performed, the Honorable Governor produced an address from the pay bookkeeper Servant on an address from the pay bookkeeper Simon Duijnivelt, The 9th September 1786. what he requests regarding the closing of the books, insertion of that address. tending to close all accounts that were formed and transferred anew on the date of 6 July 1785 according to the previous books, and to balance those of the missing persons to the Honorable Company. Secondly, that under each account of the absent servants a note might be made that if anyone should happen to appear, the same could then be taken up again. Thirdly, to be allowed to close all the accounts of the Topasses and Mestizos, likewise Malays, and to leave them out of the books; and finally Fourthly, if any of the Topasses or Mestizos should happen to appear with a solicitation for any wage still earned by them, such may then be written off in the trade books to previous years' earned wages; the said address reading verbatim as follows: To To the Right Honorable Willem Blaaukamer, Governor of the Coromandel Government and the jurisdiction thereof, Etc: Etc: Together with the Council, Right Honorable Sir and Gentlemen, The undersigned pay bookkeeper takes the respectful liberty hereby to request Your Right Honorable's highly esteemed concession: Firstly: to be allowed to close all the accounts that were formed and transferred anew under date of 6 July 1785 according to the previous closed pay books of this Coast of 12 November 1781, in the manner as follows; Namely: That provisionally all the still missing European servants of the Company who have proceeded to Ceylon or elsewhere and run on by transfer in the said books, may The 9th September 1786. The 9th September 1786. be closed, and their balances, whether credit or debit, may be balanced to the Honorable Company by transfer. That furthermore under each of their accounts a Note may be placed that whenever any of those same servants should in time happen to appear, his account could then be taken up again, to have his wage, if he might have earned any, credited with Your Right Honorable's permission and take its course. Likewise, if in time a pay account should be requested by other offices, the same could be extracted and sent from the books of 1785. That furthermore all the accounts of the Topasses and Mestizos, mentioned in Your Right Honorable's honored resolution of 3 December of the past year, of whom a part have died and others have become scattered here and there, may formally be closed, their balances written off to the Honorable Company as before, and left entirely out of the books. And The 9th September 1786. On the grounds that otherwise a number of servants will run on in the books who do not exist, whereby the pay books could thus be called incorrect and be of an enormous extent, which is entirely useless. Yet if in time, however, any of the Mestizos or Topasses should happen to appear and make petition for his outstanding wage, such, with submission to Your Right Honorable's much wiser judgment, could be written off in the trade books to previous years' earned wages; on which footing the eastern soldiers could also be treated. And Thirdly: That he, the pay bookkeeper, may be acquitted of all responsibility if errors should occasionally have crept into the aforementioned books of 12 November 1781 and into those of 1785 which shall now be closed, because the pay papers and books that should have provided guidance in this matter are not at hand. While
Dutch transcription
arrive van 2. geschenk Eli„ phanten van Iaffanap„m waaron ze nog niet den Nabab kunnen aangeboden werden, laaten inkoopen, aan te rekeren Voorts is goed gevonden bij deesen aanteekening te houden, dat den 14. der gepasseerde maan alhier de van Iaffanapatnam door de Ceijlonsche Regeering tot present aan de Nabab van Carnatica Mahomet Alichan gesondene Eliphanten, zijn aan„ gekoomen en gelost, dog welke uit hoofde van ziekte nog van hier niet hebben kunnen werden versonden, het geen egter bij herttelling direct zal werden geef„ fectueerd. bestut nd C: operlaken te Waarem men goed vonde, de, bij het aanbod dier animaalen aan den Nabab voorm, gewoone dik kleeden van rood laaten tot 4 C=o ijder op Madras te laaten in koopen, en voorts en de ongelden van din buster Cilboaelle de op die beesten te vallene ongel„ Den 2. September 1786. den5 75 Den 2. September 1786. Straaten na Bengalen soldij ( boek houder, den het Gouvernement van Cerlon bij eerste gelegentheid aan te reekenen. Eijndelijk is verstaan bij deesen nog te arnie es vrtuk van het schip noteeren dat 's Comps schip Straalen den 9. der gepasseerde maand alhier op de buijten rheede gearriveerd zijnde, den 17=e derselver maand na het inneemen van water en verver„ sing zijne reijse na Bengalen heeft voort„ geset Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Cas„ teel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren /:Excepto:/ P: W: Teeke Saturdag den 9. September 1786 smorgens ten 9 Uuren Vergadering van Politie Alle present Het gewoone gebed gedaan zijnde produceerde dienring aan een adties van den den Heer Gesaghebber een addres van den soldijhou„ der „ Den 9. September 1786. wat hij weg„t het afsluijten der weesk versoekt, sertie van dat advas der Simon Duijnivelt, tendeerende om alle reekeningen die in de op nieuw pmo in dato den 6. Julij 1785. na de voorige boeken waaren geformeerd, en overgedraagen af te sluijten, en die der manqueerende persoonen op d' E. Comp: te vereevenen. 2=de Dat onder ijder reekening der absent zijn„ de dienaaren met een nota mogt worden bekend gesteld, dat zoo ijmand mogte koomen op te dagen deselve als dan weeder zoude kunnen ingenoomen werden. om alle de reekeningen der Toepassen en mixtisen Item Maleijers te moogen afsluijten en uit de boeken laaten; en eijndelijk 4=te zoo 'er zig iemand der Toepassen of mis„ tissen mogten koomen op te doen met sollicitatie om nog eenige bij hun ver„ diende gagie, zulks als dan mag werden afgeschreeven bij de Negotie boeken op voorjaarige verdiende zoldijen; luijdende gemelde adres woordelijk aldus: 3= Aan ƒ 77./ Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Blaaukamer, Willem Gesaghebber van 't Cormandels Gouver„ nement, en den resorte van dien Etc: Etc: Nevens den Raad, Wel Edele Agtbaare Heer en Heeren Den ondergeteekende zoldij boekhouder, neemt de eerbiedige vrijheid, uwel Edele Agtb: bij deesen hoog derselver geëerde Concessie te versoeken: Eerstelijk: om alle de rekenings, die in de op nieuw onder dato 6. Julij 1785. na de voorige afgelegde Zoldij boeken deser Custe van den 12. November 1781. geformeerd en overgedraagen zijn, te moogen af„ sluijten, in maniere als volgt; Namentlijk: Dat „ alle de nog mankeerende 'sComp:s Euro„ „ peesche Dienaaren, die zig na Ceilon als Elders begeeven hebben, en bij gemelde boeken per voortdraagd voortlopen, bij provisie te Den 9. September 1786. mooge Den 9. September 1786. mooge afsluijten, en de zaldos der zelver 't zij te goed, of te quaad, op d'E Comp: door overschrijving te moogen verevenen Dat wijders onder ieder derselve rekening met een N=ta mag werden gesteld, dat wan„ neer 'er iemand van die zelve Dienaaren in der tijd mogte komen op te daagen, diens rekening dan weder zoude kunnen ingenomen worden, om zijne gagie /:zoo hij verdiend mogte hebben:/ met Uwel Edele Agtbaare permissie goed te laten doen en Cours neemen. Zo ook zo er in S der tijd van andere Comptoiren, eene zoldij reekening mogte werden gerequireerd desel„ ve als uit de boeken van 1785. kunnen uitgetrokken en toegesonden worden. Dat voorts alle de reekenings van de Ioe„ passen en Mistiesen, bij uwel Edele Agtbaare geëërde besluijt van den 3: De„ cember Ao p„o vermeld /: waar van een gedeel„ te overleeden en andere hier en daar ver„ spreijd geraakt zijn :/: formeel te moogen afsluijten, hun zaldos als vooren op de E: EComp:s afschrijven, en in 't geheel uit de boe„ kens En Den 9. September 1786. ken laaten. uit hoofde er anders een getal Dienaaren bij de boeken zullen voortloo„ pen, die niet in wesen zijn, waar door de zol„ bij boeken dus oregt zoude kunnen genoemd worden en van eene ontsaggelijke extensie zijn„ het geen gantsch nutteloos is. Dog zo in der tijd egter ieman der Mistie„ sen of Toepassen mogte koomen opdaagen, en om zijne te voorenstaande gagie instan„ tie doen, zoude zulks /:met onderwer„ ping aan Uwel Edele Agtb: veel wijser oordeel:/ bij de Negotie boeken kunnen werden afgeschreeven op voorjarige verdiende zoldijen: op hoedanige een voet de oostersche Militairen mede zouden kunnen wer„ den behandeld- En Ten treeden: Dat hij zoldij houder moge: wer„ der vrij gesprooken van alle verantwoording, in„ dien er zomtijds abuijsen mogte ingesloopen zijn, in de voorengemelde boeken van den 12: November 1781: en in die van 1785. welke nu zullen werden afgeslooten; uit hoofde de zoldij pa„ pieren en boeken, die in desen hadden moeten voorligten; niet voor handen zijn. Terwijl
English
The 9th. While he takes the high honor of naming himself with all due respect, underneath stood, Honorable Right Honorable Sir and Sirs! Your Honorable Right Honorable's very humble and obedient servant, was signed: I: Duynevelt, in the margin: Palliacatta the 19th of April 1786. Whereupon it was resolved to approve the first, second, and third points as they lie; and with regard to the fourth, it was deemed fit to order the paymaster to finalize the accounts of the Topasses and Mesticos, and to omit them from the new books, since according to the resolution of the 3rd of December last no more salary can be credited to them beyond the transfer of the respective offices to the English. September 1786. 81 The 9th of September 1786. Hereafter proceeding to the committee on the letters and trade papers received successively from the outer offices, a beginning was made with the office of Jaggernaikpoeram, concerning which factory it was resolved to write to the heads that it had appeared entirely displeasing to this Council that they, in their expense accounts for the months of September and October, had charged pag: 4. for house rent, wherein the Company's papers were kept and the clerical work was performed; while those charters were previously kept in the houses of the Head and the Second, namely the secretarial ones with the Head, and the trade papers with the Second, where, or else in the scribes' residence, the clerical work was also performed; and as this is an innovation greatly to the prejudice of the Honorable Company, and moreover monthly house rents are provided both to the heads and to the scribes, it was resolved to order them to have this aforementioned amount of pag: 4. per month counted into the Company's treasury by the one upon whom this is incumbent. On the other hand, it was resolved to approve the engagement of 4 Baalbanders for the guarding of the warehouses, as twelve Peons are certainly too few to take the necessary watchmen from among them. The 9th of September 1786. 83. The 9th of September 1786. In their expense account for the month of October, two Chialing trips, or pag: 1: 4: having been entered for the Second of Bimilipatnam Dormieux, it was resolved to order the servants to charge that amount of pag: 1: 4. to Bimilipatnam, to be paid there by the said Dormieux into the Company's treasury; since his journey from and to the North was private, and the Honorable Company is not obliged to bear all such charges. Furthermore, it was resolved to write to those servants to rectify the item of letter postage incorrectly placed in their statement and expense account of September, and to have the same transferred to the expenses of Dormieux to be paid by Dormieux, with the recommendation to be somewhat more attentive in the handling of the Company's affairs in the future, and henceforth to avoid such mistakes and erroneous entries, which are unfamiliar to the Honorable Company. And furthermore to order them to sign the balance accounts of the Company's large treasury jointly, and those of the petty treasury by the Second on the left side, by the commissioners present for us, and in the middle by the Head as inspected. Furthermore, it was deemed fit to make known to the servants the displeasure of this meeting over the enormous expenses charged by them in the shipment to Bimilipatnam in the small sloop Fortuna, of The 9th of September 1786. pag: 63: 14 85 The 9th of September 1786. pag: 63: 14 for Chialing wages, and pag: 47: 6: 1/2 for Coolie wages, or together pag: 111: 6: 1/2, and to write to them that although this government could with the greatest justice, above the refund, subject them to a sensible and fitting reprimand for such a shameless entry of both Chialing and Coolie wages, seeing that the same at Jaggernaikpoeram amount to more than the transport, unloading, and storage of that same cargo at Bimilipatnam, they will nevertheless, for this time, leave it at a most serious warning, under assurance that otherwise use will be made of means suited to urge them to serve the Honorable Company more conscientiously, in the trust that such far-reaching excesses will never occur again; furthermore ordering them, of the charged pag: 111: 6: 1/2 for the shipment of 31 lasts in Coolie and Chialing wages, to write off no more than was brought to account at Bimilipatnam for that same cargo, namely pag: 30: 22: 12, and to have the remaining pag: 80: 8: 30 counted into the Company's treasury by the one upon whom this is incumbent. In the cited expense account, the purchase of diverse writing supplies to the amount of f 128: 4: having been improperly charged to the expenses of merchandise, whereas the same should have been charged to ordinary expenses,
Dutch transcription
Den9. Terwijl: hij zig de hooge eere aanmatigtg van met alle verschuldigde respect te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer en Heeren!. UwelEd: Agtb: zeer onderda„ „nige en Gehoorsaame Dienaar /:was ge„ tekend:/ I: Duijnevelt /:in margine:/ Palliacatta den 19. April 1786. — E bestuit hoedanig te handen Waar op verstaan is, het eerste, twerde en derde poinct te accordeeren, zoo als het legt; en ten aansien van het vierde, goedgevonden den soldijhouder te gelasten der Topassen en Mistisen reekeningen finaal af te sluijten, en uit de nieuwe boeken uit te laaten, alsoo aan hen volgens besluit van den 3. xber: passato geen gagie meer kan worden goedgedaan dan tot den overgang der respec„ tive Comptoiren aan de Engelschen Hier September 1786 81 Den 9. September 1786. ne Comptoiren, gernaik pm Hier na tredende ter besoigne over de suc„ besoigne o de subalte„ cessive van de buijten Comptoiren aangekomene brieven en Negotie papieren wierd een begin gemaakt met het Comptoir Iaggernaikpoeram, omtrent de opgebragte hun te Jag„ welke factorie verstaan is de opperhoofden aan te schrijven dat het deesen Raade gantsch onaan„ genaam was voorgekomen, dat zij bij hunne onkostreekeningen van de maanden Septen„ ber, en october hadden opgebragt pag: 4. voor„ huur van een huijs, waar in 's Comps papie, voor het brngen de papiren, ven geborgen, en het schijfwerk verrigt wierd; terwijl die Chartres bevoorens in de huijsen en verrigter van schrijfwark, van het Opperhoofd en secunde wierden be„ waard, namelijk de secretarieele bij het Opperhoofd, en de Negotie papieren bij de secunde, alwaar e sa voldaan worden; apperbeering van 4. baallan„ ders in dienst, alwaar, dan wel in der scribenten wooning ook het schrijfwerk verrigt wird; en nadien dit een nieuwigheid is zeer tot prejudicie van de E: Comp: en 'er boven dien aan de opper„ hoofden zoo wel, als aan de scribenten smaandelijks huijshuuren worden ver„ mat made in'sCmp: Cas„ strekt, is verstaan hun te gelasten dit bovengemelde bedraagen van pag: 4. smaands in 'sComps Cassa te doen tellen, door den geenen die zulks incumbeerd. Daar en teegen is verstaan te appro„ beeren de in dienstneeming van 4. Baal„ banders tot bewaaking der Pakhuijsen nadien twaalf Pions zeker te weijnig zijn om de nodige waakers daar ii't te neemen. den 9: September 1786. Bij 83. / Den 9. September 1786. „nevens gem: pr C. s. 4. moet Bimi lip=m aangereekend, te worden, te redvisseeren, Byj Hunne onkostreekening van de maand october twee Chialeng togten of pag: 1: 4: voor de secunde van Bimilipatnam Dor„ nieux opgebragt zijnde, is verstaan de Bediendens te gelasten dat bedragen van pag: 1: 4. Bimilipatnam aan te reekenen, om aldaar door gemelde in 's Comps Cassa te werden voldaan; alsoo zijne reijse van, en na de Noord particulier geweest, en d' E Comp: niet gehouden is al zulke ongelden te draagen. Alverder is beslooten die bediendens aan het abuis in de onkostreck: te schrijven, om de bij hunne staat, en onkost„ reekening van September abusive gestelde post van briefloonen te redresseeren, en di„ selve te laaten overschrijven op onkosten Dormieux om dor Dormieus voldaan ordr. de staaat reekeningen der geld Cas sa, ontstigting over de nwens gemelde Chialing loonan, onder elk ocomandatie; ord:, met recommandatie in het vervolg wat attentes te zijn in de behandeling van 's Comp„ affaires, en sig voortaan van sulke abuisen, en verkeerde stellingen; welke bij de E: Comp: onbekend zijn te menageeven. hoedanig te handelen mot En huer verders te gelasten de staatvee„ keningen van 's Comp:s groote kas gesamentlijk te teekenen, en die van de kleene dito door de secunde, ter slinker zijde, door de gecommitteerdens voor ons Present, en in het midden door het opperhoofd voor gesien Wijders is goedgevonden, de Bediendens de „ ontstigting deser vergadering te kennen te geeven over de door hun, bij den afscheep na Bimilipatnam in het Chialoupje Fortuna opgebragte en orme ongelden van Den 9. September 1786: pag: 63:14 8. 85 Den 9. September 1786 Vdierwegens, pag: 63: 1r roor Chialing loener, en pag: 47. 6: ½ aan Cortij loonen, of te saamen pag: 1: 6: ½. en hun aan te schrijven, dat schoon deese Regering genarjue en beetijging met het grootste regt hun boven de vergoe„ ding een gevoelige en gepaste Correctie kon„ de doen ondergaan weegens sulk eene on beschaamde opbrenging zoo van Chialeng als Coelijlenen, gemerkt deselve te Jagger„ naikpoeram meer beloopen dan den overvoer„ 't lossen en het bergen van die selfde lading op Bimilipatnam, zij egter, voor dit maal het zal laaten bij eene aller„ serieuste waarschuwing, onder verseekering dat men anders gebruijk sal maaken van middelen gepast om hen te adhortie„ ven de E: Compagnie gemoedelijker te dienen, in ver 5 Den 9. September 1786. hoe veel daar voor gavalideerd het neven t gen eruw bij de Con„ kostreekening te redresseeren/ vertrouwen dat, diergelijke vervegaande exces„ sen nimmer weeder zullen voorkomen, hun wijders gelastende om van de opgebrag„ te pag: 111: 6: ½. tot den afscheep van 31. lasten aan Coelij en Chialeng loonen niet meer„ der af te schrijven dan te Bimilipat„ nam voor die selfde lading is in reeke„ ning gebragt namelijk pag: 30: 22: 12 en de overige pag: 80: 8. 30. in 's Comp:s kas te doen tellen door den geenen die sulks incum„ beerd. —. Bij geciteerde onkostreekening oneijgentlijk op onkosten van koopmanschappen den inkoop van diverse schrijf behoeftens ten bedragen van ƒ 128: 4: opgebragt zijnde, daar het zelve op onkosten ordinair hadde moeten wer„ deg is, 1
English
87 The 9th of September 1786. bags passed, by de Ravallet, written off, it has been resolved to order the chiefs to rectify this in their booklets. Furthermore, it has been resolved to pass the higher purchase price of 501 gunny bags, entered on the copy invoice of ultimo November for the merchandise sent to Bimilipatnam, as being a trifle, and to grant authorization for writing it off, with the recommendation to attend in all things to the interest of the Honorable Company. The secunde De Ravallet having entered on the specification of the expense account for the month of January 54 months of board money or pag: 163: 3:, whereas no more than 6 months is due to him, calculated from the 1st of August to ultimo January, which amounts to pag: 18: 3: —, thus having enjoyed too much pag: 145. —. As well as having been supplied with water and lamp oil for 54 months instead of 6 months, it has been resolved to order the servants to reimburse the excess enjoyed by the said secunde de Ravallet into the Company's treasury, considering that he acted too prematurely in this matter and ought to have waited until this Government shall have obtained the disposition of Their High Excellencies concerning the allowance for the Governor and himself. Likewise, it has been resolved that there shall be paid into the Company's treasury pag: 1: 4 for boat hire for bringing the goods of the Assayer Fredrik Tronau on board, by the one whom it incumbent upon, since the same was paid by the said Gronau out of his own pocket. The 9th of September 1786. 89. The 9th of September 1786. It has also been resolved to make known to the said chiefs the displeasure of this Council regarding the exorbitant entry of 9 ½ pieces of teak beams amounting to pag: 26: 12½ and pag: 21: 16½ for the wages of making two consumption chests and one money chest, which together would cost a sum of pag: 48: 4 ¾, not counting 265 lb of iron at ƒ128: —: 3; regarding which it was remarked that, however impossible it is for this Council to judge the exact cost, contrary to orders, circular order by letter of 15 December 1776, to take the inventory of the Company's warehouses as of ultimo February, it has been resolved to condemn this arbitrary conduct, to declare the said inventory null and of no value, and to order the chiefs henceforth to comply punctually with the orders, requiring the entered expenses to the amount of pag: 11: 18 to be restored to the Company's treasury by the one whom it incumbent upon. The ink materials purchased by the chiefs to an amount of pag: 4: 18 have been resolved to be passed for writing off, since they could not be provided with them from here out of own stock, The 9th of September 1786. 93. The 9th of September 1786. and to order them henceforth to guard themselves carefully against all unauthorized purchases; and to have the error in the statement of the large cash treasury under the moneys carried pro memoria, where pag: 32: 21 ½ is stated, which when extracted amounts to pag: 32: 14 ½, thus making a difference of 7 fanums, rectified. In their expense account for the month of March, it having been omitted to make known the names of those who enjoy rations, as was previously always customary, and since this is an innovation introduced by them private auctoritate, the Council has resolved to order the chiefs to refrain from this in the future, and to adhere strictly to the models provided for it. The requisition of the chiefs for two pieces of Bangaalen has been resolved to be entrusted to the Resident of Portonovo for procurement. It having been remarked that on the specification account for the month of May, pag: 17: 7: 9/18 has been very improperly entered under extraordinary expenses for coolie money paid, wages to two peons, and batta to one ditto, along with some other expenses incurred in the dispatch of various sample cloths hither, whereas those expenses should have been written off under merchandise expenses, The 9th of September 1786. 95. The 9th of September 1786. as the same were incurred for the sake of trade, it has been resolved to order the Servants to rectify this, and to write off those expenses against merchandise, as well as to dismiss the two peons hired expressly, if such has not already been done. The assembly having seen with surprise from a copy memorandum of account to Bimilipatnam dated ultimo May amounting to pag: 3: 16: —, that the said small sum was disbursed to a pilot on the small sloop Fortuna hired in the month of October last, which transported some trade goods thither; finds
Dutch transcription
87 den 9e September 1786. zakken gepasseerd, ten door de Rhavallet, der afgeboekt, is verstaan de opperhoofden te gelasten zulks bij hunne boekjes te redresseeren. Alverder is beslooten de hoogere prijs den inkoop van 50. –. grnij van den inkoop van 501. goenij zakken bij de Copia factuur van ult=o November op de „na Bimilipatnam versondene koopmanschap„ per opgebragt als een geringheid zijnde te pas„ seeren, en tot dies afschrijving qualificatie te verleenen, onder aanbeveeling van in alles den intrest van de E. Comp: te behartigen: Door de secunde De Ravallet bij de de meerder genootene 2 pos„ specificatie der onkost reekening van de maand Ianuarij voor 54. maanden kostgeld of pag: 163: 3: opgebragt zijnde, daar hem niet meer dan voor 6. maanden, gereekend van moet weder in Cas geremboer„ seerd worden, dog onder welke aanmerking, Zomeede de opgebragte Chialeng„ loor voor Golineu, van s=mo Augustus tot uld=o Ianuarij dan pag: 18: 3: —. toekomt, dus te veel genooten pag: 145. —. Als meede aan denselven voor 54 maarden wat, en lampolij in plaats van voor 6. maanden verstrekt zijnde, is verstaan de bediendens te gelasten om het te veel genootene door gemelde secunde de Ra„ vallet in 's Comp:s kas te rembourseeren, aangemerkt hij in deese te prematuur ga„ geerd hebbende, hadde moeten wagten tot dat deese Regeering de disposi„ tie van Hun Hoog Edelheedens aan„ gaande de toelaage voor den Heer Ge„ zaghebber en hem zal hebben erlangt. . Gelijkerwijs is verstaan in 's Comp=s Den 9. September 1786. Cassa C 89. Den 9. September 1786. hoe veel voor 2. Consumptie kisten, Cassa te laaten voldoen pag: 1: 4. weegens Chialengloonen voor het na boord brengen, der goederen van den Essaijeur Fredrik Tronau door den geenen die sulks incum„ beerd, alsoo het zelve door gemelde Gro„ nau uit zijn eijgen beurs betaald is. — Ook is beslooten gemelde opperhoofden het ongenoegen deses Raads te kennen te geeven weegens den buijten spoorige opbreng van 9. ½. p=s kiate balken, tot pag: 26:12½. en pag: 21: 16:½. tot maakloon: van twee Consumptie kisten, en een geld kist, welke en engld kist opgebrotis, te samen zouden kosten een somma van pag: 18: 4. ¾. ongerekend 265. lb ijzer met ƒ128. –. 3. waaromtrent geremarqueerd gemarque diewigens wierd, dat, hoe onmogelijk het desen Raade tegens de ordre gedaan, Circulaire ordre bij brief van den 15 xber 1776. den opneem van 'sComps pakhuijsen te doen onder ult. o februarij, heeft beslooten deese willekeurige handelwijse te Condemneeren, den voornmulen gene werd te klaen gedaanen opneem voor nul en van geener waarde te verklaaren, en de opperhoofden te gelasten om zig voortaan punctueelijk 1 na de ordres te gedraagen, moetende de opgebragte ongelden ten emporte van pag: 11: 180. in 's Comp:s Cassa werden te rug gesteld door den geene welke sulks incumbeerd.— en insten om intrlk e aa De door de opperhoofden ingekogte Inkt„ stoffen tot een bedraagen van pag: 4: 18. zijn verstaan ter afboeking te passeeren, alsoo van hier uit eijgen geboek daar van niet hebben kunnen worden voorsien, Den 9. September 1786. en teerd. 93. Den 9. September 1786. grote cas, te redusseeren, non bekendstelling der naamen van de genieters ter vanseoenen, en hen te gelasten zig voortaan zorgvuldig dog met welke last, van allen ongequalificeerden inkoop te wagten; en het abuijs bij de staat reekening der groote geld Cassa onder de per memorie loopende het aluijs bijdestat rk: van de gelden, alwaar bekend gesteld is pag: 32. 21. ½. het geen uitgetrokken, bedraagt pag: 32: 14:½. en dus een verschil van van fanums 7. maakt, te laaten redresseeren. Bij derselver onkostreekening van de maand Maart versuijmd zijnde de naamen der geene bekend te stellen welket rand„ coenen genieten, gelijk bevoorens altijd prac„ ticabel is geweest, en nadien sulks eene nieuwigheid is, die, door hen prive autoritate is ingevoerd, heeft den Raad beslooten die uit lat kermgne, opperhoofden te gelasten zig daar van in het ongelden, het vervolg te menageeren, en zig stiptelijk te houden aan de daar van zijnde mo„ dellen ehabeas zijnven otragegend: der opperhoofeden Eijsch van twee pees Ban„ kaalen is verstaan de Resident van Portonovo ter besorging op te draagen. do e udelitig posine Geromarqueerde zijne dat op de specifica„ tie reekening van de maand Meij op onkosten extra ordinair zeer oneijgen is opgebragt pag: 17: 7: 9/18. weegens betaalde Coelij geld, gage aan twee pions, en battoem 8 aan een dito, mitsgaders nog eenige andere ongelden, welke bij versending bijfzinting van monsterkleeden dit van diverse monsters na herwaarts gedaan zijn, alsoo die guastos op onkosten op koopmanschappen hadden Den 9 September 1786. moeten lien 95. September 1786. Den 9. voor ee loots, moeten werden afgeschreeven, dewijl deselve om de wille van de handel-geschied zijn, dat ezele t ednepeen, is verstaan die Bediendens te gelasten zulks te redresseeren, en die ongelden op koopmanschappen af te boeken, mitsga e ete in e seteke ders de twee expres gehuurde pions af„ te danken, zoo zulks niet reeds ge„ schied zij.—. De vergadering met verwondering uit een vreijgene opbrenging van pag: 8.:16. Copia memorie van aanreekening na Bimilip=m gedateerd ultimo meij groot pag: 3:16: – gesien hebbende, dat gemelde sommatje is verstrekt aan een loots op het in de maand october pas„ Tato in gehuurd Chialoupje Fortuna dat eenige handelen haderen na derwaarts heeft overgevoerd; vind
English
Why excess salary and board money enjoyed by the Gunner Murant was credited to the Company's treasury and to Bimilipatnam: to order the chiefs to have this improper disbursement of pagodas 0: 16 restored into the Company's treasury and credited again to Bimilipatnam, since the lessor of the said vessel, for the agreed freight money, ought to have delivered that vessel at the destined place, and thus to have ensured that it was properly provided with a pilot, if one was required. Furthermore, it is resolved to have the two memorandums—one of pagodas 7 on account of the cash paid by the Gunner Murant for excess salary enjoyed, and the other of pagodas 4 on account of excess board money received—handled in the following manner, The 9th of September 1786. by having the salary credited to the account of shore salaries, and the board money credited to ordinary rations, and to write to the chiefs accordingly. Furthermore, it is approved to authorize the chiefs to write off the remaining trade papers received up to now, with orders to redress the indicated errors and excesses according to the demonstrations made. The remarks on the trade papers being finished herewith, it is decided to reply to the letters they have sent hither, and provisionally to notify them of the receipt of the salary memorandums of the last of November 1780, as well as the last of February and May 1781. As well as to approve, and to accept for information, the payment of salary and board money to the European servants stationed there, since this was done pursuant to the favorable concession of Their High Mightinesses. Likewise, it is resolved, as being a trifle and unavoidable due to the disastrous times and the increased cost of living provisions, to pass and approve the increase of fanams 3 to each peon, so that they now earn fanams 18 instead of fanams 15. It is also decided to give them notice of the safe receipt via the private vessel Motoe Commare Sorwie of the package containing 12 pieces of red flag bunting. The 9th of September 1786. Regarding the chiefs' alleged remark concerning some difficulties about making the customary gifts, which formerly took place in nutmegs, mace, and cloves, and can now only be fulfilled with cloves; relying principally on the well-known self-interest of the natives, who, considering the present superior value of nutmegs and mace over that of cloves, would demand compensation for the lesser value of the cloves; it is resolved to reply that, however plausible their observations have appeared to this Council regarding the delivery of cloves alone for gifts, it is nevertheless hoped that the native rulers will allow themselves to be appeased therewith, on the grounds that neither nutmegs nor mace are on hand, and that it would thus not be reasonable to demand more cloves for it. The chiefs having reported that for lack of cash they were not able to get the collection of linens underway, of which they were not provided due to the sluggish sale of trade goods, and also that the merchants would not accept merchandise for the delivery of linens, and moreover demanded a notable increase of 10 percent above the latest prices paid by the Honorable Company, giving to understand that for the coarse Guinees, which had fallen entirely out of collection and to manufacture which the weavers would have to be set to work anew, much more than 10 percent would have to be paid by the merchants; which they attribute to the large collection by the foreign nations; it is resolved to express the particular regret of this Government regarding these misfortunes in general, and further to reply to the chiefs that, although the Council could not deny that what they adduced was based on reason, it had nevertheless expected that they might have been able to induce the merchants to a partial fulfillment of the demands, and that some trade goods would provisionally have been accepted by those merchants; while they could have been appeased by writing to this Council regarding their request for obtaining some percentage increase, which will indeed have to be granted to them out of consideration of the general price increases, but concerning which further action will be taken upon sending over the new demands of returns for the coming year; concerning which it is nevertheless remarked in advance that such a major increase of 10 percent appears somewhat too high to this Council, although one must agree with regret that the prices of all sorts of linens along the entire coast have become extraordinarily expensive since the late war, while it is further resolved to make known to those servants that this Council remains in the pleasant expectation that they will still send hither a notable number of bales before the departure of the ship de Castor. It is also approved to sanction the re-engagement into service and sending to the bay
Dutch transcription
waarom te veel genooten gage en kastgeld, door den Canonier Murant, tot aehele nde te ven restuen in de goed de opperhofden te gelasten deese on„ eijgen aflanging van pag: 0: 16: in 's Comp:s Cas„ en Binnitip=s ten goede te brengen, sa te doen restitueeren en Bimilipatnam weeder ten goede te brengen, alsoo den ver„ huurder van gemeld vaartuig voor de ge„ accordeerde vragtpenningen dat bodemptij ter bestemder plaatse had moeten leeveren, en dus besorgen dat het van een loots /zoo er een gerequireerd wierd: / behoorlijk voorsien was. — sodanigh handeln net mngen: Wijders is verstaan de twee memorien van pag: 7. weegens het in Cassa betaalde door den Cannonier Murant over te veel genootene gage, en den ander van pag: 4. —. weegens te veel ontfange kostgeld, in vol„ gender maniere te laaten behandelen, Den 9. September 1786. door „ 97. den 9. September 1706. diverse posten, door de gage te laaten brengen ten goede van soldijen aan land, en 't kostgeld ten goede van Randcoenen ordinair, en sulks. de opper„ hoofden aan te schrijven. Voorts is goedgevonden de opperhoofden te qua parlisete tersetigen C lificeeren om de overige tot hier toe ontfangene negotie papieren afte boeken, met last de aangeweesene erreuren en excessen volgens de gedaane aantoningen te redresseeren. Hiermeede de remarques over de Negotie receptie van diverse koldij memonie, papieren afgeloopen zijnde, is beslooten te antwoorden op hunne hervaarts gesondene brieven, en hun aanvankelijk te bedeelen de ontfangst der soldij memorien van ult=o November ƒ 1780: 7tem Ul:o februarij en meij 1781. —. Als 98 's Comb=s sinaaren aldaar, apertete s ntestgage van Als mede te approbeeren, en voor Commil¬ nicatie aan te neemen de afbetaling van gage, en kostgeld aan de aldaar bescheijden zijnde Europeese Dienaaren alsoo sulks ingevolge de gunstige Concessie van Heen Hoog Edelheeden is geschied. —. dende a f:omede van de ae esgelijks is verstaan als een geringheid, en onvermijdelijk zijnde door de rampspoe„ dige tijden, en verduuring der levensmid„ delen, te passeeren en approbeeren de meerderheijt van Jan„s 3. aan ijder Pior, dus zij thans Jan„s 18. –. in plaats van Jan 1 15. verdienen. otfangst van 12. zonder lagen Ook is beslooten hen kennis te geeven van de goede ontfangst per de particuliere Den 9. September 1786. Phaar taeken 98 den 9. September 1786. verschenken van enkeld Nagulen, Ihaar Motoe Commare Sorwie van het pakje met 12 p„s roode vlaggedoeken. Op der Opperhoofden geallegeerde remar, gemakt wrighede vor det que specteerende eenige Zwarigheeden om„ trent het doen der gewoone geschenken, wel„ ke bevoorens in Norten; foelij en Nagulen zijn geschied, en thans alleenlijk met Nagulen kan voldaan worden; voornamelijk steu„ nende op de bekende intressance der Inlan„ deren, welke Considereerende de teegenswoor„ dige overtreffende waardij der Noten en foelij teegens die der Nagulen, daar voor vergoeding weegens de minderheijd der waarde der Nagulen vorderen zouden, is verstaan te wat men dienwegens verhooft, rescribeeren dat, hoe aannemelijk ook hun„ ne aanmerkinger desen Raade zijn voor„ gekomen waar om met den inzaam niet begon„ men kan worden gekomen omtrent het afgeeven van enkeld 8. Nagulen voor schenkagie, met egter hoopt dat de Inlandse Regenten zig daar meede zullen laaten paaijen, uit hoofde er nog Noo„ ten nog foelij aan handen zijn, en het dus niet veedelijk zoude zijn daar voor meerder Nagulen te vorderen. Door de opperhoofden zijnde bedeeld, dat zij uit gebrek van Contanten niet in staat waaren den insaam van Lijwaaten aan den gang te brengen, waar van zij door den traagen verthier der handelwhaaren niet voorsien waaren, als ook dat de kooplieden geen koopmanschappen op leveran„ tie van Lijwaater wilden accepteeren, en booven dien nog eene notabele augmer„ Den 9. September 1786. tatie 99 Den 9- September 1786. tatie van 10 p=s Centos boven de laatste door de E: Compagnie betaalde prijsen vorderden, onder te kennen geving, dat voor het grove Guinees, dat ten enemale buijten den in„ zaam geraakt was, en het welk aante„ maken de wevers op nieuw weder aan het werk moesten gebragt werden, nog veel meer als 10. prC=o door de kooplieden zoude moe„ ten bekostigd werden; het geen zij aan de 1 groote insaam der vreemde Natien toe„ schrijven; zoo is verstaan het bij zonder leetweesen deser Regering wegens dese laduerten der Regring, tegens poeden in het algemeen te betuigen en verder de opperhoofden te antwoorden, dat, schoon de Raad niet konde ne„ geeven, dat het door hun bijgebragte op reeden steunde nagt, det mer egte diewegen had er„ steunende, deselve egter verwagt had dat zij de kooplieden zouden hebben kunnen be„ weegen tot eene gedeeltelijke voldoening der Eijschen, en dat daar op provisioneel eenige handelwaaren door die Marchan„ deurs zoude zijn geaccepteerd; terwijl men hen hadde kunnen paaijen met voor„ schrijvens aan desen Raade wergens hun versoek ter erlanging van eenige percentos verhooging, welke hun tog uit Considera„ tie der verduuring van alles wel zullen moeten worden toegestaan, dog waaromtrent nader zal worden gehandeld bij het oversenden van de nieuwe Eijschen van retouren voor het aanstaande Jaar; waaromtrend men al Den 9 September 1786. egter 101. den 9. September 1786. van den auden Malshaar, egter voor af remarqueerd, dat zulk een Capitale verhooging van 10. prCt deesen 1 Raade wat te hoog voorkomt, schoon men met leedweesen moet convenieren, dat de prijsen van alle zoorten van Lijwaaten over de gantsche kust zeedert den Jongsten oorlog buijten gemeen verduurd zijn, tewijl al verder verstaan is die Be, en alsnag blijft verseen, diendens te kennen te geeven dat deese Raad in een aangenaame verwagting is verseerende, dat zij nog een notabel aantal pakken voor het vertrek van het schip de Costor zullen herwaarts Penden. Ook is goedgevonden te approbeeren het asportatiede in dinstmeening weeder in dienst neemen en na de bogt senden
English
Thonij surceased, and until when, dispatch of that old Company Maldaar, who previously was there to watch over the sown goods, as well as the delivery of the customary gifts to the Faujdar and his subordinate regents for the purpose of obtaining dastaks, without which no collection can take place. The disposition of the merchants' request to be accommodated, as before, with a Company thonie for the collection of goods from the bay, is understood to be surceased until this Council shall have been informed what freight was paid for the goods presently collected. The 9th of September 1786. Further 103. The 9th of September 1786. Further, it is resolved to give communication to the Chiefs of the proper delivery of the packet of letters for the Orphan Masters here, as well as the receipt of the deed of surety for the Secunde de Ravallet and the acceptance of the Junior Merchant and Chief of Palicol Gerrardus van Haaften, and the Resident of Portonovo Librecht Cornelis Topander as sureties for the same, and also that a copy of the deed of Junior Merchant of the aforementioned de Ravallet has been issued to the paymaster Simon Duynevelt, with orders to credit him with the surplus of his salary as Junior Merchant. Furthermore, it was approved, upon the proposal of the Chiefs, to authorize them to take into service the son of the deceased Persian writer, on the grounds that such a servant cannot possibly be dispensed with there; and finally, to communicate to them that the four sent packets of sample cloths have been well received, regarding the findings of which they will be further informed after examination. Thereafter, the Palicol affairs having been taken in hand, and first of all coming forward the statement sent over by the Chiefs of that factory of what had been presented as gifts at their factory The 9th of September 1786. 1 The 9th of September 1786. in previous years, both monthly and every 6 months, in which upon exact review nothing was found that could properly be retrenched, it was therefore, for the reason that the Government was convinced that none of those items had lost anything of their inevitability due to the recent war, and because it was easily foreseeable that those who were previously accustomed to receive their gifts themselves will now not let them slip by, whereby upon refusal or even reduction one would be exposed to those vexations and disturbances for the avoidance of which they are principally given, understood to authorize the said Chiefs to deliver those unavoidable gifts, however much one wished that these, if not entirely abolished, could at least be reduced, and to enter the same in their monthly and six-monthly accounts, all as had taken place before the war, nevertheless with the recommendation always to keep in mind what was recommended in the circular missive of 15 December 1785. It having been noticed that on the invoice bill of lading for the twelve pieces of red flag cloths sent via Jaggernaikpoeram, through inattention by The 9th of September 1786. 107. The 9th of September 1786. taking one column for the other, the bleaching and dressing wages were entered as pagodas 4: –. instead of 4. fanams, those servants shall be ordered to rectify this in the minute, and to recommend them to avoid such errors in the future. Likewise to write to them that henceforth the statements of account of the large Cash together, and those of the small ditto, must be signed by the Secunde on the left side, by the commissioners for present before us, and in the middle by the Chief for seen. And since there was nothing to remark upon their remaining trade papers, it was agreed to pass them and to authorize them to write off the expense accounts. With regard to the request of the Palicol merchants, namely to pay out to them a sum of 3926: 15:½ Nagapatnam three-image pagodas, besides the interest of 9 per cent per year, or else after deduction of the share of Mamedi Enkatlegam and Polla Malaiya amounting to pagodas 556: 20:¼, which the Chiefs state to have been informed was settled against the debit of the first-named in the Jaggernaikpoeram books, being pagodas 3369:19:¾, being as much as they were credited with by the Honorable Company for delivered linens The 9th of September 1786. 109. The 9th of September 1786. when the factory passed over to the English in the year 1781, and upon which proposal the Chiefs request a favorable reflection to be cast, as they had found the adduced reasons not unfounded, it appeared indeed to the meeting that it is no more than equitable that there should be paid by the Company what some of those merchants had to their credit at the closing of their last accounts; but since from the Chiefs' letter of 5 December last it does not directly appear
Dutch transcription
Thonij gesurcheerd, en tot wanneer, senden, van dien ouden 's Comp:s Maldaar, die bevoorens aldaar is geweest om op de gesaaijde goederen te passen, gelijk mede ins de fgan de goongesenken de afgaave der gewoone geschenken aan den Fansdaar, en zijne onderhoorige regenten ter erlanging van dastekken, zonder welke er geen insaam kan ge„ schieden. het verzork des lostede en van De dispositie der kooplieden versoek om gelijk bevoorens met een thonie 's Comp:s weegen ter afhaal der goederen uit de bogt te meugen werden gerieft, is ver„ staan te surcheeren tot dat deesen Raade zal zijn geinformeerd, wat vragt ter voor de thans ingesamelde goederen betaald is. —. Den 9. September 1786. Nog 103. / Den 9. September 1786. „voorweesmesteren, de se Ravallen, gedaan zal worden, ing van een Persiaans schrijver, Nog it gearresteerd de opperhoofden Communi, ontfangt van en brefbuskek catie te geeven van de goede bestelling van het briefpacket voor weesmeesteren al„ hier als meede de receptie der acte van borgtogt voor den secunde de Kavallet recstering e bongen vo de sen„ en de acceptatie van den onderkoopman, en Opperhoofd van Palicol Gerrardus van Haaften, en den Resident van Portonovo winsgagie van onderoopman goed= Librecht Cornelis Iopander als borgen voor den selven, als ook dat de Copia acte van ondercoopman van voornoemde de Ra„ „vallet aan den soldijhouder Simon Duijnevelt is afgegeeven met last om „het surplus zijner gage als onderkoopman aan hem goed te doen. wijders is goedgevonden op voordragt qualificatie ter in dienst, me„ Aanmwijzing van de gewore ge schenken d' Palicol, der opperhoofden hen te qualificeeren tot in dienst neeming van de zoon van den overleedene Persiaans schrijver, uit hoofde soodanig een bediende aldaar onmogelijk te missen is; en deecpte vn 4 sakjs worte aer ijndelijk hun Communicatie te geeven dat de overgesondene vier pakjes met mon„ ster kleeder wel ontfangen zijn, van welker bevinding men hun na examina„ tie nader zal onderhouden. Dier na de Palicolse zaaken onder handen genoomen zijnde en allereerst voorkomende de door de Opperhoofden van dat Comptoir overgesondene aanwij„ zing van het geen op hunne factorije Den 9. September 1786. in ben s 1 Den 9. September 1786. in vorige Iaaren zo wel 'smaandelijks als alle 6. maanden verschonken was geworden, waar bij na een exacte resumptie niets gevonden wierd het geen met voeg konde geretrancheerd werden, zo is, om remarque denwegens, reder dat de Regering overtuigd was, dat geene dier posten door den Iongsten oorlog iets van hunne onvermijdelijkheid verloo„ ven hadden, en om dat gemakkelijk te voorsien was dat die geene welke be„ voorens gevend waaren hunne geschanken „zelve te krijgen, de nu mit zullen laaten glij„ den, waar door men bij weijgering of maar vermindering gesponeerd zoude zijn aan die kwellingen, en onlusten, tot welkers vermijding deselve voornamentlijk worden afgegeeven dag onder welke recommandatie, preseneert Rectur„ qualificate tot derflanging eselen afgegeeven, verstaan gemelde opperhoofden te qualificeeren tot aflanging van die onver„ mijdelijke geschenken, hoe zeer mer prsh te die, zoo al niet geheel konden werden afgeschaft, ten minsten te 18 8 kunnen verminderen, en deselve bij hunne maandelijksche en ses maandige „ op te brengen; rekeningen, alles gelijk het voor den oorlog hadde plaats gehad, onder recommanda„ tie egter om altoos in het oog te houden het aanbevoolene bij Circulaire mis„ sive van den 15. xber: 1785. . ontorkt absuij bij wien gemelde Geremarqueerd zijnde, dat bij het Cognosce„ ment factuur van de twaalf pees over Jaggernaikpoeram gesondene roode vlagge doeken bij onoplettentheid door Den 9. September 1786. de r, 107. Den 9 September 1786. en te recommandeeren, der ged Cassa de eene Colom voor den anderen te neemen voor bleek en opmaakloon is bekend gesteld pag: 4: –. in plaats van 4. fanums, zal men die bediendens gelasten zulks met die bedhondens te gelasten bij het minut te redresseeren, en hen recommandeeren zulke abuijsen in het vervolg te vermijden. Soomeede hen aanschrijven dat voor „ ste roofens de staat Reckenng: taan de staat reekeningen van de groote Cassa gesamentlijk, en die der kleene dito door den secunde aan de linker Zij„ de, door de gecommitteerdens voor ons present, en in het midden door het opper„ hoofd voor gesien zullen moeten wor„ den geteekend. . Er s qualificte te afschijving der onkost rekeningen om neven gen te oren saan de ejke Een nadien ter op hunne overige negotie papieren niets te remarqueeren gevallen is, is verstaan deselve te passeeren, en hun te qualificeeren ter afboeking der onkost Reekeningen. welnk de belteole verlelen Ten aansien van het versoek der Pa„ licolse kooplieden om namelijk aan hen uit te keeren een somma van 3926. 15:½. Nagapatnamse drie beeldige pago„ den, nevens den intrest van 9 pr Centos 's Jaars dan wel na aftrek van het aandeel van Mamedi Enkatle„ gam en Polla Malaija tot pa„ gooden 556: 20:¼ welke de opperhoofden zeggen berigt te zijn, dat teegen den de„ 18 bit van den eerstgemelden bij de Jag„ den 9. September 1786. gers 109. Den 9. September 1786. reekening geslooten zijn, gernaikpoeramse boeken zoude verre„ kend zijn pag: 3369:19:¾. zijnde zoo veel zij bij de E: Compagnie weegens „geleverde Lijwaaten te voeren stonden toen de factorie in A=o 1781. aan de Engelsen is overgegaan, en op welke voordragt de betuijingdes offechoopen, opperhoofden versoeken een gunstige veflec„ tie te slaan, wijl de bijgebragte redenen hen niet ongefundeerd hadden gevonden, kram de vergadering wel voor, dat het niet meer dan billijk is dat door de Maat, billijke vorkoming dier pre„ schapij werden betaald het geen eenige van die Marchiandeur bij het afsluijten van hunne laatste Reekeningen hebben te vooren gestaan; maar dewijl uit der nonblijking en tes mammeer daaft opperhoofden brief van den 5. Dec sj:o niet direct s tinke
English
directly appears whether that settlement was really drawn up and concluded before or after the surrender of Palicol, it has been resolved to write to them that they must inform this Council of this at the earliest opportunity, before it shall make a final disposition, as well as whether the merchants, according to the note sent with the letter of the 6th of March, really had to claim from the Honorable Company before the surrender of that place the aforementioned sum of N: DB: Pag: 3926: 15: 1½ for delivered and accepted linens of greater value than the cash they had received from the Honorable Company, considering that the Company, which during the war had suffered such important losses, cannot with any fairness be required to pay for linens that have not yet actually been accepted, on the grounds that all linens, although contracted by the merchants for the Company, remain their lawful property as long as they have not been approved and accepted by the chiefs; and thus, if the case were such, namely that this item originally stemmed from linens captured by the English from the weavers or in the warehouses of the merchants, those merchants must bear that loss as a consequence of the war; in order the better to verify this, the chiefs will be ordered to send hither at the earliest opportunity the books from Ultimo February 1781 until the day of the taking of Palicol, together with the papers relating thereto, including a copy of the inventory that was delivered to the English. 5. The employees having expressed their apprehension about readmitting five completely impoverished merchants to trade, it was approved to authorize them henceforth to exclude them therefrom, with orders to see to it, through the sale of their possessions and those of their sureties if they have any, that their debit to the Company, amounting to pag: 1228: 22: ¾, be satisfied, in case no other means can be found for that purpose, among which might well come into consideration a proposal to the new merchants to take upon their account the small debt of those people, amounting to no more than pag: 1228: 22: ¾, and settle it in linens, to which they can probably also be persuaded, since this amount, as the new demand of Palicol will amount to well over pag: 43000: -, makes only a good 2¾ percent of that sum, for which, on the other hand, the claim of the Honorable Company would pass to the new merchants, so that it can by no means be considered lost to them; with notice given to the chiefs that it would be far more agreeable to this Council to see this or some other solid expedient put into effect than to execute against those people, since experience has repeatedly shown that this extreme measure has seldom indemnified the Honorable Company for its claims, which is all the more to be feared in this case if those debtors should have no sureties who could be held liable. With regard to the debt of the washers, amounting to pag: 253: 11: 1/8, it has been decided to exercise some accommodation for the present, since the employees not only give hope, but even assurance, that those people will indeed settle their debt as soon as the collection is flourishing again, for which reason it has been resolved to write to those employees that this Council leaves the responsibility thereof commended to them, in order to ensure, after the procurement of linens shall be underway again, that the Honorable Company be indemnified with respect to this amount.
Dutch transcription
dirct blijkt, of die aftreekening, werkelijk opgemaakt, en afgeslooten zijn voor, of na de overgave van Palicol, zo is verstaan hen aan te schrijven, dat zij deesen Raade te vragene icitate denwing alvoorens die ten finaalen zal disponeeren, hier van ten eersten moeten onderrigten„ als meede of de kooplieden volgens de overgesondene Notitie bij brief van den 6=e Maart werkelijk voor de overgave van die plaats van de E: Compagnie te pre„ tendeeren hadden voornoemde somma van N: DB: Pag: 3926: 15.:1½. weegens waer„ der geleverde, en geaccepteerde lijwaaten, dan zij Contanten van de E. Compagnie genooten hadden, gemerkt men de Com„ pagnie welke geduurende den oorlog zulke Den 9. September 1786. 111. Den 9. September 1786. trarie fevoelen is, zulke importante verliesen geleeden hadde, met geen billijkheid vergen kan beta„ ling van Lijwaten die nog niet werkelijk geaccepteerde zijn, ut hoofde alle Lij„ waaten die, schoon door de kooplieden voor de Maatschappij aan besleed, hun wettig eijgendom blijven, zoo lang zij niet door de opperhoofden goedgekeurd, en aangenoomen zijn; en dus zouden, indien in welk gual men han ens Com„ het geval eens zodanig was, namelijk dat die post oorspronkelijk was van Lijwaaten door de Engelschen bij de weevers, of in der kooplieden pakhuijsen buit gemaakt, die Marchiandeurs zig dat verlies als een gevolg van den oorlog moeten ge„ troosten, om het welk te beter nategaan, men direct blijkt, of die afreekening werkelijk opgemaakt, en afgeslooten zijn voor, of na de overgave van Palicol, zo is verstaan hen aan te schrijven, dat zij deesen Raade te reegen hiatate damen alvorens olie ten finaalen zal disponeeren, hier van ten eersten moeten onderrigten, als meede of de kooplieden volgens de overgesondene Notitie bij brief van den 6=en Maart werkelijk voor de overgave van die plaats van de E: Compagnie te pre„ tendeeren hadden voornoemde somma van N: DB: Pag: 3926:15:½. weegens waer„ der geleverde, en geaccepteerde lijwaaten, dan zij Contanten van de E: Compagnie genooten hadden, gemerkt men de Com„ pagnie welke geduurende den oorlog Den 9. September 1786. zulke 111. Den 9. September 1786. trarie gewoelen is, zulke importante verliesen geleeden hadde, met geen billijkheid vergen kan beta„ ling van Lijwaten die nog niet werkelijk geaccepteerd zijn, ut hoofde alle Lij„ waaten die, schoon door de kooplieden voor de Maatschappij aanbesteed, hun wettig eijgendom blijven, zoo lang zij niet door de opperhoofden goedgekeurd, en aangenoomen zijn; en dus zouden, indien in welk gual men aan es Com„ het geval eens zodanig was, namelijk dat die post oorspronkelijk was van Lijwaaten door de Engelschen bij de weevers, of in der kooplieden pakhuijsen buitgemaakt, die Marchiandeurs zig dat verlies als een gevolg van den oorlog moeten ge„ troosten, om het welk te beter na te gaan, men best heen te zenden, overaimde bopclieen secludeeren „men de opperhoofden zal gelasten om ten tosteigteronskindig sapier eersten de boeken zeedert Ult:o februarij 1781. tot den dag van het neemen van Palicol, neevens de daar toe relative papieren, annex een Copia van den inven„ P taris die aan de Engelschen overgegeeven is, herwaarts over te senden. be tuigting e bedinen van 5. De bediendens hunne bedugting om vijff ten eenemaal verarmde kooplieden 18 weederom deel in den handel te geeven, te kennen gegeeven hebbende, zoo wierd goedgevonden hen te qualificeeren om die besluijt hin uijt den handel te voortaan daar uit te secludeeren, met last om door den verkoop van hunne bezittingen, en die van hunne borgen zoo zij hebben, te zorgen, dat hun den 9: September 1786. dibet 113. Den 9. September 1786. bezittingen, de comp: schaadelooste aan de nieuwe Cooplieden het geen zij gemakkelijk amplecteeren kan, debet aan de Maatschappij bedraagen paj: 128: 2:¾: voldaan werde, ingevalle daar toe geen anr, en aom gehoop haer a te loge dere middelen te vinden zijn, onder welk wel zouden kunnen in aanmerking koomen een voorslag aan de Nieuwe kooplieden om met welke oorslag mythans de geringe schuld van die menschen, niet meer bedraagende dan pag: 1228: 22:¾ voor hun„ ne reekening te neemen te neemen, en in Lijwaaten te verevenen, waar toe zij den ke„ lijk, ook wel zullen zijn over te haalen, dewijl dit montant, daar den Nieuwen Palicol ruijm pag: 43000. -. Eijsch van zal importeeren, maar een groote 2¾ p=s Cenes op dat bedraagen maakt, waar voor daar en teegen de pretentie van de E: Comp=e „stellen, onder welke verdere te kennen gave aande opperhoofden, inschikkelijkheid nopens de schulden der wasscheon„ op de Nieuwe kooplieden zoude overgaan, zoo dat deselve voor hen gantsch niet gevee„ kend kan worden verlooren te weesen, onder te kennen gaave aan de opperhoofden, dat het deesen Raade wij aangenaamer zou„ de zijn dit of eenig ander solide oxpe„ dient te zien werkstellig maaken, dan die menschen te executeeren, dewijl de ondervinding te meermaalen geleerd heeft, dat dit uiterste middel de E. Compagnie zelden van hunne vorderingen heeft schadeloos gesteld, 't welk in dit geval te meer te vreesen is, zoo die debiteuren geen borgen mogten, die men konde aanspreeken. Ten aansien van de schuld der Den 9 September 1786. Crassenrs 6 115. Den 9. September 1786. diwegt. geeven, antwoording, massers bedraagende pag: 253. 11: 1/8. is besloo„ ten voor eerst eenige inschikkelijkheid te ge„ bruijken, nadien de bediendens niet alleen get hoop de opekhoden hoop, maar zilf verzeekering geeven dat die menschen hunne schuld wel zullen vereevenen, zo dra der insaam maar weeder in fleur is, waarom verstaan is die taatig deselve voor haar wir„ bediendens aan te schrijven dat deese Raad de verantwoording daar van aan hun laat aan bevoolen om, na dat de Lijwaat procure weeder aan den gang zal zijn te besorgen, dat de E: Compag„ nie weegens dit bedraagen schadeloos gesteld werde. . Ops
English
The plan. The request of the Chief van Haeften regarding his salaries denied. On the request of the servants, since the Company's lodge and the buildings standing therein have been completely demolished by the English, to grant them such house rents as this Council shall find proper, it was resolved, according to the plan drawn up by this Government with the approval of Their Right Nobilities by resolution of 3 December of the previous year, to permit the following to be spent for this purpose, namely: To the Chief, per month: 8 pagodas. To the Second: 5 pagodas. To the scribes, each: 3 pagodas. The Chief van Haeften, having made a request by letter of 17 January to let his salary due from the Honorable Company from 20 August 1783 until the end of August 1785, as well as his salary yet to be earned, continue to run in the pay books of this Government, it was resolved to deny him this, as it runs contrary to the regulation established for salaries, and why. 9 September 1786. 117: Treatment by the English of the Company's papers there. Complaints regarding the bad treatment. Regarding the complaints made by the servants concerning the English's bad treatment of the Company's books and papers, which were all taken away by the conquerors upon the capture of that factory, but returned upon their repeated and strong insistences, several papers being missing, rotted, and damaged by white ants, it was resolved to express the Government's sorrow, with the announcement that copies of all papers that were sent to the Main Settlement in the year 1780 will be sent to them to serve as models, if any are still to be found among the trade papers. 9 September 1786. Regret of the Council. Promise of sending copies. There being no houses or warehouses in the city. The Chiefs having made known their apprehension to this Council regarding being able to store those products in a secure place when the collection of linens should resume, as there are no houses 9 September 1786. 119. 9 September 1786. Authorization for the construction of a warehouse, sending the calculations here, and in the meantime renting private houses. Item, a washerman's warehouse. or warehouses to be found in the city in which the linens would be safe from white ants and rats, it was resolved to authorize those servants to construct a warehouse of a suitable size with a gallery or shed in front of it for sorting the linens, as well as a washerman's warehouse, but all at the lowest cost, with further orders to send over the calculations along with a description of the measurements of those buildings with tiled roofs, and authorization to rent private houses for the lowest price in the meantime, if the need should arise. Satisfaction regarding the closing of the contracts for the old prices; what one nevertheless hopes; impossible sending of cash. Furthermore, it was resolved to express the special contentment of this Government regarding the Chiefs' successful achievement in closing the contracts for the old prices, or those of the year 1780/1; but since it has been impossible for this Council, due to its own shortage, to provide them with cash for the collection of the now expired trade year, it was resolved to notify the servants that those contracts must be considered null and void, while informing them that one hopes they may also succeed happily in concluding the linen contracts for the coming trade year. 9 September 1786. Regarding the sample cloths they will be further instructed. 121. While they will be further instructed regarding the sent sample cloths after their examination. Demonstration of the field harvest, how much less this year, and consoling oneself therein as in the previous year. It having been demonstrated to this assembly by the Chiefs that the main field crop under the district of Palicol and Contera had yielded no more than 120:8:27:1/4 candyls, whereas the harvest in the year 1781 amounted to 188:15:3:1/8 candyls, thus 68:6:15:7/8 candyls less this year, which was sold for a sum of 438:9:79 pagodas, or 1972:17:8 guilders; and they attribute this crop failure to the heavy rains that occurred in the autumn, it was resolved to console oneself with this deficit. 9 September 1786. Approval of the appointment of a Company Brahmin. Proceeding to the office of Bimlipatnam. Approval of the provided disbursement of salary, etc., to the Company's servants. Upon the proposal of the servants, it was resolved to approve the appointment of Welloewollie Perasoe as Company Brahmin in place of his deceased brother Welloewella Mamelij. And having proceeded herewith to examine the trade papers and letters from Bimlipatnam, it was resolved to approve the disbursement of salary and board allowance made to the servants stationed there, insofar as it corresponds with the authorization of Their Right Nobilities granted to those servants by circular letter of this Government dated 15 December. 9 September 1786.
Dutch transcription
het plan„ het versoek van het opperhoofd van Haeften, wig: zijne sol„ dijen, ontzeg dan dat de openhesfen en hijs Op der bediendenis versoek, om dewijl's Comp:s logie, en daar instaande gebouwen door de Engelschen gantschelijk gedemolieerd zijn, hun soodanige huijshuuren toe te staan, als het deeser Raade zal oorbaar teestaaning denselve volfs vinden, is verstaan hun ingevolge het plan door deese Regeering op approbatie van Hun Hoog Edelheedens bij resolutie van den 3: December A=o p=o beraamd ter„ gestaan om het volgende hier voor op te„ brengen, als: Aan het opperhoofd des maands - - pp 8. — „ Den secunde - „ - - „ - - - „ 5. —. „ de scribenten ieser - - - „ - — „ 3. —. Het operhoofd van Naesten bij bnef Den 9. September 1786. van huar en gaaron migti 117: behandeling der Engelschen, met 's Comps papieren, aldaar van den 17.=e Ianuarij versoek gedaan hebbende om zijne bij de E: Compagnie te goed hebbende gagie Zeedtert den 20=e Augustus 1783. tot ultimo Augustus 1785. neevens zijne nog verder te verdienene besolding bij de soldij boeken deeses Gouvernements te laaten voort„ loopen, is verstaan hem zulks te ont„ zeggen, alsoo het teegen de ordre op de en waaron„ Soldijen beraamd is aanloopende. Omtrent de gedaane klagten der be„klagten wg„ de slegte diendens weegens der Engelschen slegte behandeling met 's: Comp=s boeken en papieren, welke door de veroveraars bij het wegnie„ men dier factorie alle zijn weg genoomen, dog bij het herstel derselver op hunne interative, en kragtige instantien zijn te den 9. September 1786 rrij leedweesen van den Raad, derselven zijn er gerne huijsen of pak„ huijsen in de stad, rug gegeeven, zijnde er. diverse papieren vermist, verrot, en door de witte mieren beschadigt, is beslooten het leedweesen der Regeering te betuigen met aankul„ diging dat aan hun zal worden toe„ gesonden Copias van alle papieren, wel„ belefte ter Zending van Conake in anno 1780. na de Hoofdplaatse zijn versonden, aan hun tot modellen te verstrekken, zoo 'er nog eenige on„ der de Negotie papieren te vinden zijn. ten berig ven s Cup: icaten De opperhoofden deesen Raade hun„ ne bedugting te kennen gegeeven heb„ bende, om, wanneer den Lijwaat insaam weeder mogt koomen opgang te neemen, die producten op een secuure plaats te kunnen bergen, alsoo er geene huijsen Den 9. September 1786 of 119 Den 9. September 1786 ven van een pak huijs„ waarts te zenden, luijdenr in te huuren, of Pakhuijsen in de stad te vinden zijn, waar in de Lijwaaten voor de witte mie„ ven, en votten zouden veijlig zijn, zoo is qualificatie tot het extour„ verstaan die bediendens te qualificeeren tot het Extrueeren van een pakhuijs van eene Convenabele groote met een gallerij of afdar daar voor tot het sorteeren der Lij„ waaten, als ook een wassers pakhuijs, dog iten en masschens d=o alles tot de minste kosten, met ver„ dere last om de Calculatien neevens dast on de Calculatien hen„ eene beschrijving van de maat dier ge bouwen met panne daaken, herwaarts over„ te senden, en qualificatie om soo lange pae, en intusschen paticulier ticuliere huijsen voor de minste prijs in huur te neemen, wanneer de beno„ digheid daar mogte zijn. Alverder genoegen weg„ het sluijten der Contracten voor de oude prijsen, wat omen egter hoopt; Alverder wierd beslooten het bij sonder Contentament deeser Regeering te be„ tuigen weegens der opperhoofden geluk„ kig reussit in het sluijten der Contrac„ ten voor de oude prijsen, of die van den Jaare 17 89/1: dan dewijl het deesen Raad mogelijk zending van Con„ door eijgen gebrek onmogelijk is geweest om hun van contanten te voorzien tot den inzaam van het thans geexpireerd har„ deljaar, is verstaan de bediendens aan te schrijven, dat die Contracten als vervallen moeten worden geconside„ veerd, onder te kennen gaave dat men „der lijwaat Contracten hoopt, dat zij in het sluijten„ voor „handel het aanstaande „ Iaar meede geluk„ kig moogen slaagen. Den 9. September 1786 Terwijl tanten, 121. gewan, weg:s der mon sterkleeden zal nader onderhouden worden, Terwijl men hen wegens de overgesondene monster kleeden zal onderhouden na dies examinatie. Door de opperhoofden aan dese verga„deminstratie van het ueld dering vertoond zijnde dat het groote veld gewas onder het district van Pali„ „col en Contera niet meerder hadde opgeworpen dan Candijlen. - - - . 120:8:27:¼. Terwijl den oogst in den Iaare 1781. heeft beloopen Candijlin - - - - 188:15:3:1/8. dus in dit Iaar minder Candijlen 68:6:15 7/07 kowel dit Jaar minder Het welk voor een somma van pag: 438:9:79. of ƒ1972:17:8: verkogt is; en zij dit mis„ gewas aan de swaar veegens die in het na„ Jaar zijn voorgevallen, attribueeren, is getworsting daar inn, verstaan zig deese minderheid te ge„ als l:o p:s Den 9. September 1786. troosten van een Comp:s bramina, overganing tot het Comptoir Bume lipm approbatie dee gedaane versterk„ king van gagie etc: aan 's Comp:s Dienalaren, approbatie der aanstelling Op der bediendens voordragt is verstaan te approbeeren de aanstelling van welloe wollie Perasoe tot 'sComps Braminie in plaats van sijnen overleedenen Broede Welloe wella Mamelij. -. En hier meede overgegaan zijnde tot het onsumeeren der Negotie papieren en brieven van Bimilipatnam, is besloo„ ten te approberen de gedaane verstrek„ king van gage, en kostgeld aan de aldaar bescheijden zijnde Dienaaren voor zo ver ze namelijk quadreerd met de qua„ lificatie van Hun Hoog Edelheedens, die Bediendens bedeelt bij Circulaire missive deser Regeering van den 15 De„ Den 9 September 1786 cimter
English
against the order, to the three persons mentioned, provision of 3 persons, December 1785, with further notification that the provisions made contrary to the stipulation of that authorization must again be repaid to the Honourable Company by those who are liable for it; wherefore it was further resolved to have them reimburse a sum of f 837:- on account of wages and board money distributed contrary to orders to the persons of Pieter de Iong, Pieter Iohannes Friedel, Pieter Hendrik Theodorus, and to charge this to Bimilipatnam in the memorandum. Furthermore, with regard to that provision, it being remarked that three, namely: 9 September 1786. namely the soldier Dominicus Kephala, the quartermaster Heerman, and the gunner Christiaanse, were each listed for 55 months of wages and board money, while the others enjoyed it for 31 months, and although one could easily trace the reasons why this happened, namely that those three persons enjoyed no relief from the English, it is agreed to order those chiefs to supply this Government with sufficient reason why those men were exempted from payment specifically by the English. 9 September 1786. 127. 9 September 1786. The servants having entered under the last of February the charges incurred during an inspection contrary to the order contained in the circular letter of this Government dated 15 February 1776, it was decided to order them to reimburse the charges incurred into the Company's treasury and to declare the said inspection null and of no value, with the recommendation that in future they conduct themselves strictly according to the orders. Furthermore, noting nothing to remark on their transmitted trade papers, it was decided to approve the same and to authorize them to write off the expense accounts. A request having been made by the chiefs that they might suffice with pledging their accrued and still-to-be-earned salaries as security for the Honourable Company for the sureties required of them for their present services; it was resolved, considering that this squares with the order of Their High Excellencies of 20 July 1767, to concede to that request, and pursuant thereto to order the paymaster here by extract of this resolution to make a note of this decision on the salary accounts of the aforementioned chiefs, in order to serve in due time as proof. 9 September 1786. 129. Furthermore, it was decided to approve the engagement of the necessary native servants, consisting of: A translator per month: pa/ 2. -. A Brahmin: pa/ 1. 18. A warehouse servant, who also oversees the mint: pa/ 1. -. A head peon: pa/ 1. -. 18 common peons: pa/ 13: 2 4 bale binders to guard the warehouse at 18 fanams each: pa/ 3. -. Together: p/: 21: 20: The servants having amply demonstrated to this Government in their letter of 18 April the difficulties they had to overcome in order to get the cloth procurement underway, imputing this primarily to the harmful influence that the excessively large purchases made by private English, French, and Danes in that country during the period of 5 years have had, whereby all merchants had become more or less beholden to them, which also caused the cloths to be so high in price and so difficult to obtain of good quality, particularly for them, who having nothing other than merchandise to offer, were forced to await the completion of all foreign contracts before they could achieve anything for the benefit of the Company; it was decided to take this communication for information, while expressing the hope that those servants will apply themselves to overcome all these difficulties by employing all such means as they shall deem serviceable for the removal thereof; wherefore also, upon the proposal of the chiefs, the engagement or appointment was approved of Petla Tillie Cama, Rasoe Gannoe Panda Narsiemboeloe, and Oedatoe Wenkappawenkata Ramadoe, 9 September 1786. 131. 9 September 1786. Ramadoe, alongside the old Company merchant Daatcherij Coermana, as Company merchants, in the hope that they will fulfill the good expectations of this Council. Furthermore, the said chiefs communicated that notwithstanding all the aforementioned difficulties, they had nevertheless succeeded in an agreement and an advance upon the same of Madras Pagodas 8800.- in merchandise towards the requisition for this year at the prices of the year 1781; regarding which it was resolved to express the satisfaction of this assembly, with approval of the advance provision made. 9 September 1786.
Dutch transcription
1251 te tegen de ordre, aan nevens„ gemelde 3. persoonen, verstrekking van 3. per soonen, cember 1785. onder verdere aanschrijving dat den met wilke vnschijving de verstrekkingen teegen de bepaling van die qualificatie gedaan, weeder aan d'E: Compagnie zal moeten werden uit„ gekeerd door die geene, welke zulks incumbeerd, waarom alverder beslooten aanreekening van het verstrek„ wierd hen te laaten vergoeden een somma van ƒ 837:— weegens teegen ordre uitgedeelde gage en kostgeld aan de persoonen van Pieter de Iong, Pieter Iohannes Friedel, Pieter Hendrik Theodorus, en zulks Bimilipatnam per memorie aan„ te reekenen. Alverder ten aansien dier ver„venanger over het verschul, in de strekking geremarqueerd zijnde dat drie namelijk Den 9. September 1786. te geeven, namelijk den soldaat Dominicus Kephala, den quartiermeester Heer, „man, en den Cannonier Christiaanse ijder voor 55 maanden aan gagie en kost„ geld zijn opgebragt, terwijl de overige voor 31 maanden hebben genooten, en schoon men wel heeft kunnen nagaan de redenen waarom sulks geschied, na„ melijk dat die drie persoonen geen onder„ stand van de Engelschen genoten heb„ last dar van woe boende indesen, zoo is verstaan die opperhoofden te gelasten aan deese Regeering voldoende reeden te suppediteeren, waarom die menschen Juist door de Engelschen van de betaling geëxcipieerd Den 9: September 1786. zijn Door 127. Den 9. September 1786. tegens de ordre gedaan, seerd worden, ring der onkostreek: aldaar, Door de bediendens onder Ultimo februarij de ongelden bij den opreem de gevalle ongelden bij een gedaane opneem„ Contrarie de ordre vervat bij Circulaire brieff deser Regeering van den 15. Fber: 1776. opgebragt zijnde, zoo is verstaan hun moet in Cassa groenboud te gelasten die gedaane ongelden in 's Comp:s Cassa te remboursseeren en de gedaane opneem voornul en van geener waarde te verklaaren, met recommandatie om zig onder onlke gecomandatie, in het vervolg stiptelijk nade ordres te gedraagen. Wijders op hunne overgesondene Nego qualificatie te afschrij„ tie papieren niets te remarqueeren val„ lende, is verstaan deselve te approbeeren, en hen tot het afboeken der onkostree„ koningen te qualificeeren. Door den oper hoofden voor haare borgtegten, met welke last dierweagh aan de solij houden wgting van de blodijen Door de opperhoofden versoek gedaan zijnde om de van hun gerequireerde borgtogten voor hunne presente diensten te moogen volstaan met tot securi„ teijt van de E: Comp: hunne te goed hebbende, en nog te verdienene zoldijn„ zoo is, uit aanmerking dat zulks is quadreerende met de ordre van Hun Hoog Edelheedens van den 20. Iulij 1767. verstaan in die instan„ tie te Condescendeeren, en ingevolge van dien den soldijhouder alhier bij Ex„ tract deeses te gelasten van dit besluit aanteekening te doen op de soldij reekeningen van voornoemde Opper„ hoofden, ten eijnde inder tijd te kunnen Den 9. September 1786. dien in 129. ming van diverse Jnlandse om den inzaam aan de gang te brager, dienen tot bewijs Voorts is gearresteerd te approbeeren de aprobatie de en dienst ve„ in dienst neeming der benoodigde Inlandse Die„ naaren, bestaande in bediendens, Een tolk d smaands Een Bramine Een Pakhuijs bediende, die teffens het opsigt op de munt heeft - - - - - - „ 1. —. Een hoofd pion - - - - - 18- Gemiene pions 4. Baalbanders tot bewaaking van 't pakhuijs â ijder f=o 18. Te saamen - - p/: 21: 20: Door de Bediendens aan deese Regiering bij vetorig den magtijkheid hun brief van den 18 April ampel vertoond zijnde de moeijlijkheeden waarmeede „ 1. —. „ 1. 18. pa/ 2. Den 9. September 1786. zijn – – – – „ 13: 2 „ 3. —. naar aan dezelve geimputeerd zij om de Lijwaat procure aan den gang te „brengen, te verstelen hadden, zulks voornamelijk imputeerende aan de schaade„ lijke invloed, welke de excessive groote insaam der particuliere Engelse, franse en Deenen daar te lande geduurende de tijd van s. Jaar gedaan hebben, waar door alle kooplieden min of meer onder verbintenis van hen waaren geraakt, waar door teffens gecauseerd wierd dat de Lijwaaten zoo hoog in prijs, en 2oo moeijelijk van een goede deugd te bekomen waaren, voor„ namelijk voor hun, die mits anders dan koopmanschappen hadden aan te be„ den, dat zij genoodsaakt waaren het afloopen van alle vreemde aanbestee„ den 9. September 1786. dingen wierd, 131. den 9. September 1786. catie aan te neemen, van nevens gemelde Cooplieden, dingen af te wagten, voor en al eer zij ten mitse„ ste van de maatschappij zouden kun„ nen uitwerken, zoo is verstaan dit besluit zulx voor Commum„ bedeelde voor Communicatie aan te nee„ men, onder te kennen gaave dat men hoopt, dat die Bediendens zig zullen bevlijtigen om alle die zwarigheeden te booven te komen door het aanwenden van alle zulke middelen als zij tot weg„ Ne9 neeming derselver zullen dienstig oor„ deelen, waarom almeede op der opper, aprobaten van de aanstelling hoofden voordragt geapprobeerd wierd de in dienst neeming, of aanstelling van Petla Tillie Cama, Rasoe Gannoe Panda Narsiemboeloe, en oedatoe wenkappa wenkata Ramadoe gedaane verstukking van Coopmanschappen op den Eijsch van dit Jaar„ approbatie derselve„ Ramadoe, neevens den ouden 's Compag„ nies koopman Daatcherij Coermana en vat van haar verwagt als 'sComps kooplieden, in hoope dat zij„ lieden aan de goede verwagting van der„ se Raade zullen voldoen. Alverder Commisieerden gemelde opi¬ hoofden dat ongeagt alls voorwaarts gementioneerde zwaarigheeden, egter in een aanbesteeding, en verstrekking op deselve van N: N: Pag: 8800. - - in koopmanschappen, op den eijsch voor dit Jaar met betaling der prijsen van Ar„ no 1781. hadden gerenisseerd, waar over„ beslooten is het Contentement deser vergadering te betuigen onder approba„ „tie van de gedaane voor uit verstrekking, Den 9. September 1786 en wierd,
English
The 9th of September 1786. And further given to understand that it is expected that those merchants, through their good conduct in the collection, will seek to make themselves worthy of the favor and esteem of this Government, and keep themselves content with the merchandise advanced, since due to our own lack of cash we have not been able to provide for them; which, however, it is promised will be done as far as possible upon sending the Demands of this year. Since at Bimilipatnam no betilles, salempores, percale, nor ray skins can be manufactured, which were assigned to that Factory for collection in the distribution of the Demands, it has been resolved upon the reply of the servants to note that they are hereby excused from this, it being understood that in the future, upon the distribution of the Demands, no other piece goods will be allocated to them than those which are usually collected there. The Chiefs having also made known their impediment and embarrassment regarding the bleaching and finishing of the incoming piece goods, as well as the storage of the bales so that they were not exposed to any damage, and that with the fort the bleaching warehouses had also been pulled down by the English, and that no good house was to be obtained at that place in which the bales could be safely stored; that the best houses there had already been taken over for a year and more by several English gentlemen from Vizagapatam, who had even gone so far as to lay out their own bleaching grounds in the vicinity with the prior knowledge of the Raja, in order to be able to continue their private trade with greater ease, for which they otherwise had no freedom or opportunity at Vizagapatam or any other factories of their own nation; which would greatly hinder the Chiefs in the trade of the Company, but against which they were not able to resist, unless the Company were in possession of those villages there; communicating that they were given a flattering prospect of obtaining the lease of the villages for such an amount that the Honorable Company would suffer no loss whatsoever upon sub-leasing; wherefore they requested this Government to permit them to make every possible effort to re-lease the previously held villages, provided that one could obtain the same under the condition of remaining in the undisputed possession thereof as long as the Company maintained its seat there, and that the lease monies would be determined either annually or in installments. All the above being maturely considered, and it being obvious that it is always better for the interests of the Honorable Company and those of its servants that it holds in lease Bimilipatnam with the mouth of the river, and the villages of Commerpalium and Nagamaijpalium, which the Company held in lease most recently from the year 1775 to 1778, than not; so it has been resolved to authorize those servants to cause a private inquiry to be made with the Raja, whether he might still be inclined to cede the just-mentioned places and the mouth of the river on the old footing in lease to the Honorable Company, and if possible forever, that is for as long as the Company shall be settled at Bimilipatnam; which for many reasons is preferable over a lease of a few years, after the expiration of which one must repeatedly depend upon the willingness of the princes, which would thereby be cut off. Upon the proposal of the Chiefs to build, for the separate storage of the merchandise that might be brought in henceforth, and virtually all piece goods that would be collected there, on the same ground where they had previously stood, which properly belonged to the Company, and from the remaining ruins of the fort, two large warehouses, with two suitable rooms, the one for the minting of dabs, and the other for the sorting and measuring of the piece goods; as well as to repair the warehouses of the Bleachfield to as good a state as they were in before, all for Rupees 4000 without anything more; it has been resolved, in consideration that this estimate is very civil, and one absolutely must have storage places for the Company's goods, to authorize the Chiefs for the erection and repair of the one and the other.
Dutch transcription
133. derwagt, van nev en t: gemelde sorte„ Den 9. September 1786. en verdere te kennen gave, dat men verwagt, wat van die Marchianders dat die Marchian deurs door hun goedge„ drag in den insaam zig de quorst en agting deser Regeering sullen soeken waardig maaken, en hun te vreeden houden met de vooruijt verstrekte koopmanschappen, also uit eijgen gebrek van Contanten niet in staat zijn geweest hun te voorsien, het en daar en tegen beloofd word„ geen egter bij het oversenden der Eijsschen van dit Jaar zoo ver mogelijk zal geschieden. te Vermits te Bimilipatnam geen bagtas, verusting van den inzaam 1 Salempooris, Parcallen, nog Roggevellen dat Comptoir bij de verdeeling der Eijsschen ter in sameling opgedraagen niet kunnen worden aangemaakt, is verstaan op het antwoord menten„ der Den 9 September 1786 zal worden bij de verdeeling der Eijsschen, vertoonde gesrk dan plaat„ sen ter berging van Lijwaa„ ten aldaar, „der bediendens te noteeren, dat zij daa„ welke zoog gedragen van bij deesen werden g'exouseerd, zullende in de volgtijd dat bij de verdeeling der Eijsschen hun gene andere Lijwaaten, wor„ den toegedeeld dan die welke aldaar gewoonlijk worden ingezameld. — Door Opperhoofden almeede te kennen gegeeven zijnde hunne belemmering en ver„ legentheid omtrent het bleeken en opnaa„ ken der intekomene Lijwaaten, mitsg„s het bergen der pakken, zo dat ze aan geen bederf bloot gesteld waaren, en dat met het fort ook de bleek pakhuijsen door de Engelschen zijnde om verre gehaald, „een goed daar ter plaatse geen „ huijs te bekoomen was, waar in de pakken veijlig konder worden 135. Den 9. September 1786. door de Engelschen overge„ noomen, niet verzetten konden, worden opgelegd; dat de beste huijsen al„ de bester kuijter zijn mets daar al voor een Iaar en meer waaren overgenoomen door verscheijde Engelsche Heeren van Visagapatnam die zelfs al zoo verre waaren gegaan als tot het met voorkennis van den Radja aanleggen van eijgene bleek gronden daarom„ strecks, ten eijnde hunne particuliere en waarom, Handel met meer gemak te kunnen voortsetten, waar toe zij anders geen vrijheid of gelegentheid hadden op viza„ gapatnam of enige andere Comptoiren van hun eige natie, het welk hen opper„ hoofden grootelijk zoude belemmeren in den handel der Maatschappij, dog waar maartegen de bes en dig teegen zij niet in staat waaren zig te kunnen der dopen aldaar, door de opperhoofden, dog onder welke mits„ kunnen verzetten, ten waare de Com„ pagnie in het bezit waare van die koriesten werde in pagt keijnij plaats, Communiceerende dat hun een vleijend voor uitsigt gegeven, wierd om de pagt der dorpen te verkrijgen, tee„ gens zoodanig bedragen, dat de E: Compagnie bij weeder verpagting geen schaa„ geraagde permissie dan to de hoegenaamd zoude lijden; alwaar„ omme zij deese Regaering versogten om hen te vergunnen tot de weder in pagt„ neeming der voorige gehoudene dorpen„ alle mogelijke pogingen aante wenden, mits dat men deselve konde ver„ krijgen onder voorwaarde, van in het on„ betwistbare bezit derselve te zullen blijven zo lange de Maatschappij haar Den 9. September 1786. zert 137. Den 9. September 1786 te qualificeeren, daar na ondersoek te doen„ ziet aldaar hield, en dat de pagt gelden het zij Jaarlijks of in termijnen zouden wer„ Al het bovenstaande rijpelijk gepondereerd zijnde, delibratie dierwegen, en als van zelfs in het oog vallende dat het altoos voor de belangens van de E: Maatschap„ pij, en die van haare Dienaaren beeter is, dat zij Bemalipatnam met de mond der verrer, en dorpen Commerpalium en Nagamaijpa„ liuim, dit de Compagnie Iongst van anno 1775. 6 tot 1778: en pagt heeft gehouden, in pagt heeft, dan niet; zoo is verstaan die Be„ besluit om de opperhoofden diendens te qualificeeren om onder de hand d onder zoek te laaten doen bij de Raadja, of deselve nog geneegen mogte zijn om straks gemelde plaatsen en den mond der revier der bepaald. de 1 en tot hoe lang die pagt duuren moest, maaken twee groote pak„ hulijsen op den ouden voet in pagt aan d'E Comp: ass staan, en zoo het mogelijk is voor al„ toos, dat is voor soo lange de Compag„ nie te Bimilipatnam zal gezeten zijn, het gien om verle reedenen prese„ grabel is booven eene verpagting van dit Jaaren, na welkers expiratie men tek„ kens van de gewilligheid van de vorsten moet afhangen, dat hier door zoude worden afgesneeden. amstelde ogpnhoopen ts hot Op het voorstel der opperhofden om tot het afzonderlijk bergen van de koop„ manschappen die in het vervolg mogten werden aangebragt, en genoegzaam alle Lijwaaten, die daar zouden werden ingezameld op denselven grond daar die Den 9. September 1786. te 139. September 1786. Den 9. bleek ditos te vooren gestaan hadden, dat, eijgentlijk het van de Compagnie was, en van de overgeblievene puijnhoopen van het fort op te maaken twee groote pakhuijsen, met twee voegsaame vertrekken, het eene tot het munten van Daboesen, en het ander tot het sorteeren en weeten der Lijwaaten; mitsgaders de pakhuijsen van de Bleek en het hestillen van de te herstellen, in zo goeden staat als bevoorens geweest waaren, alles voor Rop=s 4000. –. zonder iets meer; is in over„ weging dat dese opgave zeer Civiel is, en men volstrekt berg plaatzen tot 's Com„ pagnies goederen moet hebben, verstaan qualificatie daar toe„ de opperhoofden tot het ophaalen en ver„ helpen van het een en ander te qualifi„ beerg
English
and under which conditions, how large each, and for how much, all the more since they further advance that, due to the scarcity of cash, that amount could be paid off successively in goods, whereby the Company would still come to gain a good advantage; provided, however, that in all things the utmost economy be observed, and the entire work come to cost no more than the stated sum of 4000 Ropias, and agree in height, length, and breadth with the dimensions given by the chiefs thereof to the Lord Commander, which come to this: that the warehouse for the bales shall be 70 feet long, 18 feet wide, and 16 feet high, the 9th of September 1786. whereby it will be fit to hold about 1000 bales. The warehouse for merchandise shall be of the same width and height, but only 50 feet long, and in front of each of those two warehouses they shall be fitted up exactly as they were before; all properly erected under a tiled roof and well provided for. Regarding the considerable profits amounting to f 30309. 1: — obtained in the month of March on the sold merchandise, it is resolved to express the particular satisfaction of this Government, but at the same time to remark that, however much it had been hoped that a favorable sale would have contributed greatly to promoting the collection, it had nevertheless been learned with surprise from private reports that the chiefs, at the beginning of the month of August, had dispatched the gurab de Hoop to Iaggernaikpoeram without giving that vessel a single bale of linens for Europe or Batavia, with orders to supply this Council with the reasons for this. A request having been made by the widow of the late Sergeant Leoneerd, who died at Bimilipatnam, asking that her husband's pay might be disbursed from the treasury here, the 9th of September 1786. it is resolved to deny the same, as such is contrary to the regulations on soldiers' pay. It is also decided to give communication to the servants of the safe receipt of the parcel of sample cloths, with the notification that after examination thereof, the findings will be sent to them. Concerning Sadraspatnam, it is initially resolved to note that on the findings of the brought merchandise and necessities, 1/4 lb of gallnuts was stated, whereas 1 lb was sent from here, and, this being regarded as an error, to pass it. It is also approved to accept for communication the receipt of the sent 700 pagodas and to inform the chief of Bijland of the receipt of the original letter from the Nabab, trusting that with regard to the correspondence with native rulers, he will henceforth adhere to the orders in the letter of the 15th of December past. The chief having informed this Government that no one could be found at Sadraspatnam who, the 9th of September 1786. with certainty could state when the last lease moneys were paid to the Nabab of the Carnatic, it is resolved to write to him that when the Sadraspatnam secretarial papers were brought here from Iaggernaikpoeram, it appeared to this Council, as far as could be traced, that His Highness would still claim three terms before the war, regarding which a secret resolution was taken by this assembly on the 6th of February, which, not yet being capable of execution, currently deserves no further detail, the more so since His Highness has received against receipt the three terms fallen due after the re-establishment without speaking of prior arrears, with the recommendation that, whenever in the future anything further regarding the three terms before the war should arise, to report this directly hither without entering into any discussion about it without written orders. Having extensively dealt with the affair of a certain bond ola, which Mr. Moedpret was said to have extorted from the merchants, in the resolution of the 15th of December past, it is resolved to consider it settled, all the more because no copy of that ola is to be obtained, and to excuse the chief from all correspondence about it with the Madraspatnam Government. The justification of that servant concerning the bad samples sent having appeared satisfactory to this Council, it is resolved to note this, with orders to the chief to have others made of such length and breadth as the note, which is to be sent over, indicates. Furthermore, it was decided to inform that chief that to him, upon the sending, the 9th of September 1786.
Dutch transcription
en onder welke mits„ hoe groot ieder, en voor hoe „ceeren, te meer daar zij nog avanceeren, dat mits schaarsheid van Contanten dat bedraagen successive in da boesen zoude kunnen werden afbetaald, waar door de Compagnie nog een goed voordeel zoude komen te behaalen; mits egter in alles de uijtterste menage behar„ tigd werde, en het gantsche werk niet meer koome te kosten als de daar voor opgegeevene somma van 4000. Ro„ pias, en in hoogte, lengte en breedte ac„ cordeeren met de door de opperhoofden daar van opgegeevene maat aan den Heer Gesaghebber, die hier op aitkomt, dat het pakhuijs voor de pakken lang zal vallen 70. breed 187. en hoog 16. voeten, den 9. September 1786. waar veel, 144 winsten in maart waar door het bekwaam zal zijn tot het. brengen van omtrent 1000 pakken: Het pakhuijs voor de koopmanschappen zal van gelijke breete en hoogte, dog maar 50 voeten lang zijn, en voor ieder van die twee pakhuijsen zullen net zo werden opgemaakt, als ze te vooren waaren: Alles behoorlijk opgehaald onder een panna dak en wel voorsien;. over de aansienelijke winsten tot ƒ 30309. 1: — penoegen over de behaalden in de maand Maart behaald op de ver„ kogte koopmanschappen is verstaan het zonderling Contentement deeser Regeering te betuigen, dog teffens te remarqueeren, dat, hoe zeer men gehoopt had dat sulx mt men dus gehoort had, Den 9. September 1786 een gevraagde reeden waarom pr de„ goerab geen enkeld pak ver„ sonder is versoek van nevens gemelde weduwe om haar man s gagie een favorabel verthier zeer veel zoude hebben toegebragt tot bevordering van den insaam, men egter uit particulier berigten met verwondering vernoomen had, dat de opperhoofden in het begin van de maand Augustus de goeral de Hoop na Iaggernaik poeram had„ den gedepecheerd, zonder dat kieltje een enkeld pak Lijwaaten voor Europa ƒ Batavia in te geeven, met ordre om deesen Raade hier van de reedenen te suppediteeren. Door de weduwe van den te Bimili„ patnam overleedene Zergeant Leo„ neerd bij Request versoek gedaan zijnde, dat haare mans gagie alhier den 9. September 1786. uit 148. Den 9. September 1786. abuijs in een bevinding van Sadras, uit Cassa magt werden uitgekeerd, is verstaan het zelve te ontzeggen alsoo ontsegging derselve; zulks teegen de ordre op de Soldijen is strijdende Nog is beslooten aan de Bediendens ontfangst den mont ten klee„ der Communicatie te geeven van de goede ontfangst van het pakje monsterkleeden, onder aanschrijvens dat men na exami„ natie derselver bevinding hun sal laa„ ten toekoomen. Sadraspatnam Con„ passeering van een begaarn cerneerende is aanvankelijk verstaan te noteeren, dat op de bevinding van de aangebragte koopmanschappen en beno„ digtheeden is bekend gesteld — ¼. lb Gal„ nooten ontfangst van Sadras van 700 pag. neelen brief van den Nabab„ wat gner detouwd geteerd dinge„ lijke Corespondentien pagt penningen betaald zijn nooten, terwijl ter van hier 1lb is ge„ sonden, en zulks als eene misstelling aangemerkt zijnde, te passeeren. Ook is goedgevonden den ontfangst van de toegesondene pag: 700. voor Communicee„ tie aan te neemen en kennis aan het opperhoofd van Bijland te geeven van vesingter van daar, van den ongi„ de receptie van den origineelen Cruf van den Nabab, vertrouwende dat hij zig ten aansien der Correspondentie met Inlandsche vorsten, voortaan zal houden aan de ordres bij brief van den 15. December passato overblijking vonen de daatiget Hhet opperhoofd deese Regeering be„ deelt hebbende, dat 'er op sadraspat„ nam niemand gevonden wierd, die Den 9. September 1786. met 145. Den 9. September 1786. bleeken is, alhier genonen selvet besluit met seekerheid konde opgeeven, wanneer de laatste pagtpenningen aan den Na„ bal van Carnatica betaald zijn, is ver„ staan hem aan te schrijven, dat toen de Sadraspatnamsche secretarieele papieren van Caggernaik poeram hier wat tie ut de pums ga waaren aangebragt, het deesen Raade, zoo veel men die heeft kunnen na„ gaan, te vooren gekomen was, dat zijn Hoogheid nog drie termijnen voor den oorlog zoude te pretendeeren hebben, waaromtrent door deese vergadering op narqedutering van het diemngens den 6. februarij een secreet besluit ge„ noomen was, 't welk nog niet ter execu„ tie kunnende worden gesteld, thans geen verder detail verdient te min„ en waarom te meer„ der voorige brmijen, herwaars te bedeelen„ besluit voor afgedaan te honder, zeeker verband ola van de Cooplie„ der dewijl zijn Hoogheid teegen quitantie de drie, na het retablissement ver„ vallene termijnen ontfangen heeft zon der van voorige agterstallen te spree„ last on bij opeijssching van 3. ken, met recommandatie om, wan„ neer in het vervolg iets naders wie„ gens de drie termijnen voor den oorlog mogte te vooren koomen, sulks direct herwaarts te bedeelen, zonder zig daar omtrent, zonder aanschrij„ vens, in eenige discussie in te laaten. De affaire van zeekere verband ola, die M=r Moedpret de kooplie„ den zoude afgeperst hebben, bij reso„ lutie van den 15 December passato breedvoerig behandelt hebbende, is ver„ den 9. September 1786. staan der 147. opperh: op de slegte monster„ Coopl: aldaar, zal onder„ houden worden; staan voor afgedaan te houden, te meer en waaren, 1 wijl 'er geen Copia van die ola te bekoo„ men is, en het opperhoofd te excuseeren van alle briefwisseling daar over met het Madraspatnamse Gouver„ nement- Die bediende zijne verandwoording goldende antwend van het omtrent de slegte toegesondene monsters klider, deese Raade voldoende voorgekoomen zijnde, is verstaan zulks te noteeren met last aan het opperhoofd om andere, van soodanige met wat last egter, lengte, en breedte te laaten aanmaaken, als de notitie, die staat overgesonden te worden, aan rijst:. Voorts wierd beslooten dat opperhoofd vannie ontrend de oude te bedeelen, dat oen hem bij de toesen„ Den 9. September 1786. ding -
English
Revival of trade at Sadras, expression of satisfaction. Forwarding of the Home and Indian Demands for the commenced trading year 1786/87 will be discussed further concerning the old Company merchants. Upon the chief's letter of the 31st of March, containing communication that the trade there had revived so remarkably that all the remaining nutmegs and cloves in proportion thereto had been sold, it is resolved to express the particular satisfaction of this Government, further mentioning that it is trusted that the four chests of nutmegs and cloves sent from here in the beginning of the month of April will have helped not a little toward this temporary increase, and expressing that it falls very grievously upon this assembly to be and remain unable to support the chief's efforts by a suitable supply of more nutmegs and mace, or other wanted merchandise. It is resolved to accept as communication the receipt of the secretarial papers sent from here and the trade papers sent from Nagapatnam by order of the Lord Governor, adding that it is trusted that the chief will now be enabled henceforth to conduct all matters and affairs of the Honorable Company according to the order. 9 September 1786. Forwarded ola and its translation, from the stonecutters at Ariaal Cherij. What was made known thereby, and what they had requested from the chief. The chief Van Bijland having forwarded hither an original ola with its translation handed to him by the stonecutters of Ariaalcherij, containing in substance: That before the war they were 120 to 125 men and 80 to 85 boys strong; that the Company's demands for stonework mostly amounted annually to 1000 to 2000 pagodas, which work they divided into 45 portions; that the Company moreover advanced them annually 475 pagodas, from which they paid: For compulsory paddy from the village Anekathemaganom: 50 pagodas For paddy according to the market price: 50 pagodas For compulsory paddy from the village Coretoer: 100 pagodas For the same: 50 pagodas For the lease of the sowing fields: 200 pagodas For the visitador's entitlement: 25 pagodas Total: 475 pagodas Which they settled with stonework; that most of them having died during the war, they had been forced to seek their livelihood elsewhere, but after the re-planting of the Dutch flag fifteen of them had returned to seek their livelihood as before with the Company, but were compelled by the head of the Anakathemaganoms to pay the lease of the sowing fields for 3 terms and 12 1/2 percent on the compulsory paddy, just as was formerly paid by the forty-five of them; to which they added the loss of their plow oxen, which they had lost in the war, requesting the chief to settle the matter with those of Anakathemaganom most favorably for them. Thus the chief, for the elucidation of this matter, had added to his letter that, having wanted to pay out the money for two terms, those of Anakathemaganom had demanded the arrears accrued during the war, which having been flatly refused, and the said Anakathemaganom people having thereafter consented to receiving that which was due to them after the war, the stonecutters had refused to execute an ola stating that they would satisfy this money in stonework according to custom, whereupon those workmen had settled at Sadras, where Van Bijland tried to keep them engaged and somewhat provide for their living by having a gravestone made, saying that those people are not altogether unwilling, but entirely unable to make that payment and not strong enough to complete the work. Detention of these stonecutters by the chief. Hereafter the chief presents his considerations regarding this affair, which amount to this: Consideration of the same: That 15 people being unable to consume that compulsory paddy, it was in his judgment not advisable to accept such a large sum of 475 pagodas while they are still settled so loosely, knowing in advance that the demand for that small amount, in comparison with former deliveries, will not or cannot even be met, wherefore he seems to be of the opinion that one should take no compulsory paddy, and the claimants must be satisfied with 112 1/2 pagodas, being the amount of the 12 1/2 percent on the compulsory paddy and further duties, which they had also accepted, of which the stonecutters, in proportion to their former number of 45, should have to pay one third, and the rest be borne by the Company until such time as that place becomes more flourishing, which (says the chief) is to be foreseen and hoped for when that work in the new capital of the Nabob, Seringapatam, shall be completed; attributing the fact that all inhabitants have not yet eagerly appeared to nothing other than that regarding the General 9 September 1786.
Dutch transcription
opwakkering van den verthier te sadra, te betuigens genoigen, ding van de Patriasche en Indiasche Eijsschen voor het aangevangene handeljaar 17 28/87 nader zal onderhouden over de oude Compagnies kooplieden Op des opperhoofds brief van den 31. Maart behelsende Communicatie dat den verthier aldaar zoo merkelijk opgewakkert was, dat al het restant der Nooten, en de Nagulen in even„ redigheid van dien verkogt was, is verstaan het bij sonder genoegen der„ ser Regeering te betuigen, onder aan„ en ovat oner dienw:t oetmund, haaling verder dat men vertrouwd dat tot dit temporeel accressement niet weijnig zal hebben geholpen met Nooten en Na„ de vier kisten Den 9. September 1786. gulden 149. September 1786. Den 9 lest wesen af dat men geen meer gewilde Coopmansz: derw.s kan Zinden, neemen, den ontvangst aldaar van s Comps papitter, „quilen in het begin van de maand April van hier versonden, en betuijging dat het deese vergadering zeer smertelijk valt buijten staat te zijn, en te blijven om door een Convenabel secours van meer Nooten en foelij, of andere gewilde koopmanschap„ „pen des opperhoofds pogingen te secon„ deeren Is beslooten voor gecommuniceerd voor Communicatie aan te te houden der ontfangst van de van hier gesondene secretarieele en van Nagapat„ nam op ordre van den Heer Gesaghebber versondene Negotie papieren met bij voe„ en mat pen den overtreund, ging, dat men vertrouwd, dat het opper„ hoofd thans in staat sal gesteld weesen om voortaan alle zaaken, en affaires van ovorgesonden ola en dies trans„ laat, wan de steerhouwers te Felriaal Cherij, ven hadt, Het opperhoofd van Bijland herwaarts hebbende overgesonden een origineele ola met dies translaat aan hem ter hand gesteld door de steenhouwers van Arriaalcherij in substantie behelsende Dat zij voor den oorlog. 120. â 125 man„ en 80. â 85. Iongens sterk waaren; dat 's Comp=s Eijsschen van steenwerken meest Jaarlijks bedroegen 1000. à 2000. pagor„ den, welk werk zij in 45. portien pro„ wat daar bij te kennen gegee„ deelden; dat de Compagnie daar en booven hen sjaarlijks nog voor ut schoot pagooden 475: waar van zij betaalen V=n dwang Nelij van het dorp Anekathe„ wigten van de E: Compagnie na de ordre te ver„ Den 9. September 1786. magalom 131. den 9. September 1786. maganom V:r Nelij na de Marktsprijs - - - „ Dwang Nelij van het dorp Coretoer- d„o „ „ De pagt van de Zaaijvelden- „ De visiadoors geregtigheid Carreloer „ 50. –. –. paƒ 475. -. -. 50. –. — „ 100. –. –. - - p/ 200. –. –. die zij met steenwerken verevenden; dat in den oorlog de meeste van hen gestor„ ven zijnde, zij hun bestaan elders had„ den moeten zoeken, maar na het herplanten van de Nederlandsche vlagge met hun vijftienen waaren te rug ge„ koomen om hun bestaan als bevoorens bij de Comp=e te zoeken, dog door het hoofd der Anakathemaganoms gedwon„ „ vervolg gen d„o - – – -- -„ 50. -. -. „ 25. —. —:— VV wat zij aan het opperhoofd ver„ sogt, hadden, gen wierden om de pagt van de Zaaij„ velden voor /3. termijnen ende 12. ½ pC: P C: op de dwang Nelij te betaalen, even als die voor deesen door hun vijfen vertigen wierd voldaan; waar bij zij nog het gemis van hunne ploeg ossen, die zij in den oorlog verlooren hadden, vor„ gende, het opperhoofd versoeken de zaak met die van Anakathema„ ganen op het voordeeligst voor hem af te maaken: Zoo hadde het opper„ hoofd, tot ophaldering van deese zaak, bij zijn brief hier bij gevoegd, dat hij het geld voor twee termijnen hebbende willen afgeeven, die van Anakathemaganom gepresendeerd den 9. September 1786. hadden 153. Den 9. September 1786. wers door het opperhoofd, hadden het agterstallige geduurende den oorlog, dat volstrekt geweijgert zijnde, en gemelde Anakathemaganammers daar na geconsenteerd hebbende in den ontfangst van het geen hen na den oorlog toekwam, zoo hadden de steen houwers geweijgert om een ola te passeeren dat zij volgens gebruijk dit geld in steenwerk zouden voldoen, waar op die werklieden zig te Padras waaren koomen neder zetten, daar van Bijland hen aan de praat, ophouding dien sten zou„ en eenigsints aan de kost zogt te hel„ pen door het laaten maaken van Een grafsteer, zeggende dat die menschen niet ten eenemaal onwillig, maar vol„ strekt onvermogende zijn tot die beta„ ling nop„s die affaise, ling, en niet sterk genoeg om het werk te volbrengen. Hier na laat het open„ hoofd zijne Consideratien volgen, die hier op uitkoomen. Consideratie van denselve Dat 15. Menschen die dwangnelij qust kunnende Consumeeren, het zijns oordeels niet raadzaam was het zulk een groote somma van 475 pag: af te langen, terwijl zij nog zoo los gezeeten zijn, voor uit weetende, dat den Eijsch vas dat geringe in vergelijking van voorige verstrekkingen, mit eens zal of kan voldaan werden, waarom hij van ge„ voelen schijnt, dat men geen drang nelij padest neemen, en de in vorderaars zig moeten te vreeden houden met den 9. September 1786. pai 155. pag: 112:½ zijnde het bedraagen, van da„ 12½. pr C:o op de drang Nelij, ende verdere geregtigheeden, het geen zij ook hadden aangenoomen, waar van de steen houwers in proportie van hun voorig getal van 45. Een derde zouden moeten betaalen en de verst door de Compagnie gedraagen wer„ ƒ „den tot tijd en wijle die plaats flori„ santer werd, dat /:zegd het opperhoofd:/ te voorsien en te hoopen is, wanneer en welke hoope bij guft„ dat werk in de nieuwe Hoofdplaats van „ben Nabab Sirengepatnam zal vol„ boijd zijn; schrijvende hij het nog niet gre„ tig opdaagen van alle Ingezetenen aan niets anders toe als dat er wegens het Ge„ Den 9. September 1786 neraal
English
decision regarding this, however, because of a general shortage of cash no contracting was undertaken. All the aforementioned having been well considered in the Council, it was of the opinion that the proposal of the chief regarding the stonecutters could be adopted, provided that the party is satisfied with it (as one must determine from his writing), under which conditions the stonecutters must take not only the 12. ½ percent on 300. pagodas or 37. ½ pagodas, but also the lease of the sowing fields up to 50 pagodas and the visiador's dues up to 25 pagodas, or together the entire sum of 112. ½ pagodas for the 9th of September 1786. The 9th of September 1786. cannot be firmly calculated by the chief, for their account, and deliver stones of 1, 1 ½, and 2 feet to the Honorable Company for that, just as they have always done, while the Company, especially in these unfortunate times, cannot at all take the remaining 75 pagodas for its account, although the chief does write that even if bought at cheap rates this would only be until such time as the place should flourish more, which is much to be hoped, but not so firmly to be expected. For however much some workmen, who currently might be working in Sieringepatnam, might return after the work is done, which is nevertheless very uncertain, one can nevertheless never expect those who that which one believes regarding the arrangement made for the stonecutters; who were carried off in the war to Mysore, or perished in misery; while in the meantime their debt would rise so high that they, who previously were poor people, and certainly are even more so now, would never be able to settle it. With which arrangement it was thought that the stonecutters ought to be satisfied, for whereas 45 workmen previously had to deliver stones for 475 pagodas, which the Honorable Company advanced to them for forced paddy, lease, and dues, 15 laborers would, according to a proportional calculation, have to deliver 158 pagodas in stones, whereas they can now manage the 9th of September 1786 with conduct of the chief also expected between the chief and the with providing for 112 pagodas, and then still have the advantage of buying their paddy during the cheap season. Wherefore the Council also trusts, and based on the weight of the conduct of the chief, that he through his prudence will know how to carry out this arrangement, which is fair in every respect, since thereby all the difficulties will be cleared out of the way, and the stonecutters will be able to carry out their work undisturbed as before. Concerning that which was communicated by the chief regarding what occurred between him and the courier of the Nabob Mahometh Alichan touching the The 9th of September 1786. claim what the last-mentioned alleged, approval of the answer given by the chief thereof 1500 pagodas claim of His Highness to the arrears of recognitie money of Sadras of 1781, and principally those while Sadras was conquered by the English, regarding which that servant claimed to be authorized to confer orally with the chief, it has been resolved to write to Sadraspatnam that this assembly has regarded the answer given by the chief to the Nabob's servant as good and very prudent, the more so because His Highness in his letter [illegible] hope of the receipt al- Yet it has been resolved to inform the chief that it is trusted that the The 9th of September 1786. on The 9th of September 1786. be paid, of the full salary to the named sergeant, accounts of the Resident 1500 pagodas sent from here on the 4th of this month under an escort of a corporal and 4 sepoys overland will be well received by the chief, and from that the lease sum for the and that the lease sum would fallen due three terms of the year 1785 and 1786 will be paid. Finally it was also resolved to authorize the chief authorization for the granting to provide Sergeant Liebner with full pay and board money. With regard to Porto Novo it has been resolved to approve the 5 expense accounts regarding charges incurred by the Resident Iopander in Tranquebar, and approval of 5 expense accounts of Iopander and acceptance of his sureties, granting the retention of 2 clerks, and to authorize him to write off the same against previous years' expenses and charges, and to be satisfied with the sureties proposed by him for his present service, the provisional merchant Martinus Stoffenberg and the junior merchant Pieter Willem Secke, who after their arrival here from Nagapatnam have executed the necessary deed thereof. Because of the demonstrated necessity of retaining Porto Novo, having been conceded to by the High Indian Government, the Resident, upon his emphatic request made thereto, and for the plausible reasons given by him, The 9th of September 1786 of The 9th of September 1786. being native servants brought up native servants, against the inhabitants of the named villages, has been permitted to also retain the two clerks stationed there and all the native servants currently in service, as they are truly required there, but the bringing on of any additional native servants is hereby prohibited. interdiction of more The requested bundles of papers having already been sent to the Resident by order of the Governor, it is trusted that he will thereby be sufficiently enabled to perform the work arising according to the orders of the Company. the sending done of the requested bundles of papers which one thus trusts Upon the Resident's complaint that the inhabitants of the said villages, complaint of the Resident
Dutch transcription
besluit dierweegens, nogthan, neraal gebrek aan Contanten geenen aan„ besteding gedaan werd. Al het voorschreeven in den Raad wel overwoogen zijnde, was deselve van gevoelen, dat het voorstel van het op„ perhoofd ten aansien van de steenhou„ wers zoude kunnen geadoptaerd werden, mits de parthij daar meede te vreeden is (:gelijk men uit zijn schij„ onder welke Conditien ven moet vaststellen, / en de steen„ houwers niet alleen de 12. ½ p„r C„o op pagooden 300. – of pag: 37. ½. maar ook 8 de pagt van de Zaaijvelden tot pag: 50:—. en de visiadoors geragtig„ heid tot pag: 25:–. of te saamen de geheele somma van Pag: 112. ½. voor den 9. September 1786. hunne 157 Den 9. September 1786. door het opperhoofd niet vast te Eijfferen is, hunne gekening neemen, en daar voor even als zij altoos gedaan hebben steenen van §. 1:½: en 2. voeten aan de E. Comp: leeveren, de Maatschapij voornamelijk in deese onge„ lukkige tijden, de overige pag: 75. in het geheel niet voor haar reekening kan na„ men, schoon het opperhoofd wel schrijft, dat, schon op de gegeesen koope zulks maar tot tijd en wijle zoude zijn tot dat de plaats meerder zoude floreeren, dat zeer te hoopen, maar niet zoo vast te wagten is. —. want hoe zeer al eenige werklieden welke ubrusten dan ontens thans te Sieringepatnam zouden wer„ ken, na gedaane arbeid mogten wederom koomen, dat egter zeer onzeeker is, zoo heeft men tog nooijt te wagten op die welke dat men vermeend omtrend de gemaakte schikking der Steenhouwers; welke in den oorlog na het Maisoersche vervoerd, of in elende omgekoomen zijn; ter„ wijl intusschen hunne schuld zoo hoog zoude stijgen, dat zij die bevoorens eerme luijden waaren, en het zeeker nue nog meer zijn, die nimmner zouden kunnen vereesenen, Met welke schikking men meende dat dhe steenhouwers moesten te vreeden zijn, want daar 45. werklieden bevoorens steenen moesten leeveren voor 475. – pagooden, die de E: Comp:e hun voor uit verstrekte voor dwangnetij, pagt en geregtigheid, zoo zouden 15: arbeijders na een proportioneele reekening voor pag: 158. –. aan steenen moeten le„ veren, daar zij nu kunnen volstaan den 9 September 1786 met 159. leijd van het opperh: ook verwagt schen het opperhoofd en den met voor pag: 112. te besorgen, en dan nog het voordeel hebben om hun Nelij in de goed koope tijd in te koopen. waarom de Raad dan ook vertrouwd en dierwig„t van het be„ dat het opperhoofd door zijn beleijd, deese schikking, die in alles billijk is, zal weeten te doen plaats grijpen, alzoo daarmeede alle de Zwarigheeden zullen uit den weg geruijmd zijn, en de steenhouwers hun werk onge„ stoord kunnen verrigten als bevoo„ vens. Op het bedeelde door het opperhoofd voogen ble desget omtrend het voorgevallene tusschen Couranten van den Nabab„ hem en den Courantier van den Nabab Mahometh Alichan raakende de Den 9. September 1786. pretentie wat den laast gem: voorge„ geeven heeft, approbatie van het gegeeven antword don het sapper hoofd daar van 1500. pag: pretensie van zijn Hoogheid op de agter„ stallige recognitie penningen van Sadras van 1781: en principaal die terwijl sadras door de Engelden geconquu„ treerd was. waaromtrent die bediende voorgaff gequalificeerd te zijn om het opperhoofd mondeling te onderhouden, is verstaan na sadraspatnam te schrijven, dat deese vergadering het antwoord door het opperhoofd aan des Nababs bediende voor wel, en zeer voorsigtig heeft aangemerkt, te meer dewijl zijn Hoogheid ter zelf mits van in zijne brief Tept hope van den ontvangst al„ Dog is verstaan het opperhoofd te bedeelen, dat men vertrouwt dat de Den 9. September 1786. op 161 Den 9. September 1786. betaal zijn, van het volle tractement aan ner „ gem: sergeant, keningen van den Resi„ op den 4. deeser van hier versondene pa„ gooden 1500 - onder een Escorte van een Corporaal en 4. Sipaaijs over den landweg bij het opperhoofd wel zullen ontfan„ gen, en daar uit den pagtschat voorde en dat de pagtschat zoude vervallene drie termijnen van 't Jaar 1785 17 3/36. sullen betaald zijn. 17 Eijndelijk is nog beslooten het opper„ qualificatie ten aflanging hoofd te qualificeeren om aan den sergeant Liebner vollegagie en kost„ geld te verstrekken. Ten aansien van Portonovo is verstaan te approbeering van 5. onkostrm„ approbeeren de 5. onkost reekeningen den 't Jopender weegens ongelden door den Resident Iopander op Tranquebaar gedaan, en en accorptering van zijne borgen, acordering der aanheuling van 2 penni sten, „en hem te qualificeeren tot dies afschrij„ ving op voorjaarige Lasten en ongelden en genoegen te neemen met de door den„ zelven voor zijn presente dienst gepro„ poneerde borgen den koopman provisioneel Martinus Stoffenberg en den onder„ coopman Pieter Willem Secke die na hun arrivement alhier van Na„ gapatnam, daar van de nodige acte hebben gepasseerd Om de aangetoonde noodzakelijkheid der aanhouding van Portonovo, door de Hooge Indiase Regeering daar in gecondescendeerd zijnde, werd den Re„ sident, op zijn daar toe gedaan nadruk„ kelijk versoek, en om de door hem gegee¬ Den 9. September 1786 van 163. Den 9. September 1786. zijnde Jnl: dienaaren opgebragte Inl: bediendens, gens de inwoonders van nov„s vene plausibele reedenen gepermitteerd om de daar bescheijdene twee pennisten, en al, en de thans in dienst le de thans in dienst zijnde in landse Dienaaren ook te moogen aanhouden, wijl die daar werkelijk benodigd zijn, dog het opbrengen van eenige meerdere interdictie van de reerder inlandse bediendens bij deesen geinter„ diceerd. De versogte bondels met papieren door gedaane zending de ge„ ordre van den Heer Gesaghebber den pierer„ Resident bereeds toegesonden zijnde, „wraagde bondels met pa„ vertrouwd men, dat hij daar door genoeg„ wat men dus vertrouwd zaam zal weesen in staat gesteld om het voorvallende werk na de ordre van de Comp: te kunnen verrigten. Op des Residents klagte dat de klagte van den Resident le„ inwoonders gem: doppen, p
English
limits there. inhabitants of the villages of Aggeram and Arregittij, being the nearest neighbors of the Company's village Wanarpalium, having taken advantage of the circumstances of the war, had here and there appropriated some date trees and small spots of the Company's land, it is resolved to note that, since neither in the great Firman of the Emperor Orangzeeb nor in any other papers at hand here is specific mention made of the washermen's village Wanaarpalium, the Resident, with respect to the limits, must inform himself from the Company's interpreter Brahmin and merchants, as well as, The 9th of September 1786. The 9th of September 1786. as well as, on the basis of their testimony, and then politely request the English gentleman, the Governor of Cuddalore, to issue the necessary orders against the unlawful appropriation of the Company's land there by the inhabitants of the aforementioned villages. The Resident having made known the poor condition of the flagpole there, it being entirely rotted and decayed, it is resolved, for the prevention of accidents, to authorize him to lift the same from its base and to erect another in its place, if a good piece of timber can be obtained for it at a reasonable price. It is further resolved to answer that servant regarding his requisition of necessities that no attention could be paid to it as long as one was uninformed of the intention of Their High Excellencies with respect to that factory. The Resident having made known by letter of the 6th of February that two well-to-do merchants had approached him with the request to state to them the prices of the Company's merchandise, that they, if they could find it at all to their advantage, were very inclined The 9th of September 1786. The 9th of September 1786. to contract with him to take 6000 pagodas in merchandise, and if one would also provide them with 6000 pagodas in cash, they would bind themselves to deliver to the Honorable Company by the ultimate of August such cloths as the Society might come to require and were manufactured in that district to the amount of 13000 to 14000 pagodas, having the samples and their prices ready to send if this government should give him orders in this regard: Hereupon it is resolved to reply that the lack of cash has been the cause that one has not been able to authorize the Resident to enter into the aforementioned commercial contract, on the grounds that, besides the stated merchandise, they demanded six to eight thousand pagodas in cash, which were not at hand here, aside from the fact that it would not be advisable to become entangled in any troubles there at the factory because of the uncertainty of its retention or not, with the further notification that, now that one is provided with some cash, The 9th of September 1786. The 9th of September 1786. one will confer with the Resident hereafter regarding the item of the investment for the coming year. The request of the Resident and of the clerks for letters of recommendation to Their High Excellencies to obtain their salary, board money, and emoluments since the day they were led away as prisoners by the robber bands of the Nabob Hyder Ali until their return to Nagapatnam, is resolved to be granted and to take effect upon making the General Report to Their High Excellencies. It is further resolved to give communication of the receipt and acceptance of the forwarded deed of suretyship for the secunde De Ravallet; and to hold as notified the death of the Company's merchant Masulimani Moddelij, as well as the arrival at Portonovo of a Danish Resident. The Honorable Commander communicated on this occasion that the sample cloths brought by the overland route from Bimilipatnam and Palicol in the month of July last had been detained by the Havildar and were still held, without His Honor being able to discover the reasons therefor, The 9th of September 1786. The 9th of September 1786. notwithstanding that, according to custom, the toll-collector had been informed that the goods belonged to the Company, upon which similar message the samples brought in June from Jaggernaikpoer had been released immediately as was proper, and that His Honor, having sent for the same in vain during a full month, had on the 28th of the past month complained by letter to His Highness the Nabob of the Carnatic about these and other arbitrary actions of the Havildar, the outcome of which must be awaited: all of which is noted.
Dutch transcription
limieten aldaar„ inwoonders van de dorpen Aggeram en Arregittij zijnde de naaste buuren van 's Comps dorp Wanarpalium, zig de omstandigheeden van den oorlog hebbende te nutte gemaakt, hier en daar zig hadden toegeeijgend eenige datentr somen, en sCop kleijne plekjes van 's Comp:s grond, is verstaan te noteeren, dat dewijl bij het groot Firman van den Keijser orangsjeep, nog bij eenige andere papieren hier aan handen, speciaal mentie word gemaakt van het was„ sers dorp wanaarpalium, den Resident opsigtelijk tot de Limi„ ten zig moet informeeren bij 's Comps tolk Bramine en kooplieden, mits„ Den 9. September 1786. gaders 165./ Den 9. September 1786. vernem te Coedelder te ver„ van de oude vlaggemast al„ ander dito gaders op fundament van hun getuigenis, en nat dan van de Eng: haa„ den Heer Gouverneur van Coedeloer be„ leefdelijk versoeken tot het stellen van de nodige ordres teegen het on„ wettig toeeijgenen van 's Comps grond aldaar door de Inwoonders van voor„ noemde dorpen. Door den Resident te kennen gege„ qualificatie tot het ligten ven zijnde de slegte gesteldheid der daar„ vlaggemast, als zijnde gantschelijk verrot en vergaan, zoo is ter evi„ teering van ongelukken verstaan hem te qualificeeren om deselve uit dies voet te ligten, en een andere en tot het maaken van een in desselfs plaats op te rigten, zoo daar toe een goedhout voor een Ci„ viele soeken, mongeslagen onstagtie op des Residents eijsch van bero„ digtheiden, sen van s Comp:s Coorman B Comp gewaagd, viele prijs te bekomen is. — Nog is verstaan, die bediende te ant„ woorden, op zijne gedaane Eijsch van benodigtheeden, dat men daar op geen poflectie hadde kunnen slaan, zoo lang men ongeinformeerd was van de intentie van Hun Hoog Edelheedens ten opsigte van dat Comptoir. twe Copl, hebben gede enj Den Resident bij brief van den 6. fen„ bruarij te kennen gegeeven hebbende dat aldaar twee gegoede Negotianten zig bij hem hadden vervoegd met ver„ soek om de prijsen van 's Comps koop„ manschappen aan hun op te geeven, dat zij„ zoo zij er enigsints hunne verkening Den 9. September 1786. bij en waarom, 167 Den 9. September 1786. ten aan tegaan, de Comp: leveren mllen, bij konden vinden, zeer geneegen waar„ ven met hem te contracteeren om voor pag: 6000. –. aan koopmanschappen te meis Conlact van zijnder„ nemen, en zoo hun daarbij nog 6000 –. pagoden aan Contanten wilde verstrekken zij zig wilden verbin„ den om onder Ult=o Aug„s aan de E: Com„ pagnie te leeveren zoodanige Lijwaaten als de Maatschappij zou„ de koomen te benodigen, en in dat district wierden vervaardigt ten hoeveel lijwaten zij aan emporte van pag: 13000 â. 14000: - heb„ bende zij de monsters en derselver prijsen in gereedheid om te versenden, zoo deese Regering hem hier omtrent indre wat den Resident daar op te antwoorden, ordre mogte geeven: Hier op is verstaan te rescribeeren dat gebrek van Con„ tanten de oorsaak is geweest dat men den Resident tot het aan„ gaan van voorschreeven Commercie Contract niet heeft kunnen qua„ lificeeren, uit hoofde zij buijtende opgegeevene koopmanschappen ses â agt duijsend pagoden in Contant vorderden„ die hier niet aan handen waaren, buijten en behalven dat het niet raad„ zaam waare zig in eenige beslomme„ ring daar ten Comptoire te wikkelen om de onseekerheid van dies al, of niet aanhouden, onder verdere te kennen gaave, dat men tans van eenige Con„ Den 9. September 1786. tanten 168. door den Resident en de dents borgtogt voor De Ra„ tanten voorsien zijnde men den Resi„ dent over het Articul van den In„ saam voor aanstaande Jaar hier na zal onderhouden. Des Residents en der pennisten het versogte voor schrijven versoek om voorschrijvens aan Hun vermisten, Hoog Edelheedens ter erlanging van hunne gagie, kostgeld en emolumenten seedtert den dag dat zij door de roof„ benden van den Nabab Haijder Ali gevankelijk zijn weggevoerd tot hun te rug komst te Nagapatnam, is zalaar H: H: E: E: geschie„ verstaan te accordeeren en zulks bij het doen van het Generaal verslag ef„ fect te doen sorteeren. Nog is verstaan Communicatie acceptatien van des Besi„ Den 9 September 1786. te den ^ alles dh pbesident vn Comma„ catie aangenomen, Communicatie van de aanhou„ ding der nevs gem: morster klee„ dan door den haridaar al hier, te geeven van den ontfangst en acceptatie van de overgesondene acte van borg„ togt voor den secunde de Ravallet„ de dood van onr: gem: Copman, en voor bedeeld te houden de dood van 's Comp:s koopman Masulimani en de argen aldaa van eer de Moddelij, mitsgaders den aan„ komst op Portonovo van een Deensch Resident. De Heer Gesaghebber Communiveer„ de bij deese gelegentheid dat de in de maand Iulij Jongst= van Bimilipatnam en Palicol over den landweg aangebragte mon„ ster kleeden door den Haweldaar waa„ ven aangehouden, en nog werden opgehou„ den zonder dat zijn Edele ter de vee„ denen van konde ontdekkent, niet te„ Den 9. September 1786. gen 169. Den 9. September 1786. en doliantie dierweegens bij den Nabab. — genstaande aan den overhaal volgens gebruijk hadde laaten westen, dat het goed van de Compagnie was, op welk een diergelijke bood, gedaan vertoag„ schap men de monsters die in Iunij van Iaggernaik pder aan gebragt waaren illico„ gelijk behoord, hadde laaten volgen, en dat zijn Edele geduurende een groot maand vrug„ teloos om deselve gezonden hebbende, op den 28. der gepasseerde maand overdeese, en meer willekeurige handelingen van den Hauweldaar bij een brief aan zijn Hoog„ heid den Nabab van Carnatica gedo„ leerd hadde, waar van men den uitslag moet afwagten: welke een en ander gaen verstaat
English
packet of letters, it is understood to note here. Thus done and arrested in the Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid: was signed: / by all Tuesday the 12th of September 1786. In the morning at 9 o'clock Meeting of the Council of Policy All present, Opening of two Batavian packets received on 9 September 1786. The Honorable Gesaghebber made known to the assembly that yesterday he had received from Ceylon the submitted packets, which upon opening were found to be Their High Noblenesses' duplicate missives of the 28th of April and 4th of May, and a duplicate separate letter from the same, together with such annexes, which were all found to agree with the Register. Item of a European packet, and what was found in it, Also was opened the European packet brought to Ceylon by the ship De Draak and sent hither from there, containing an extract missive written by the Lords Majors to Their High Noblenesses dated 23 November 1785, a draft demand for textiles for the year 1787, as well as 3 pieces of notices of the autumn sale of 1785, and various price currents: of the opening and reading of which papers it is understood to keep note hereby. Efforts made to purchase textiles and assortments for India. The Honorable Gesaghebber further made known to the assembly that His Honor had, since the receipt of gold per the Castor, taken all humanly possible pains, since the lack of money had made collection here as well as at Sadras and Palicol absolutely impossible, and at Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam of no great importance, to obtain at least some textiles by purchase, but that His Honor's efforts had always been in vain, as almost no goods had appeared to him that were in any way suitable for Batavia or other places to the eastward of India; all the textiles that were transported by private individuals to the capital being manufactured upon contracts entered into. Offer made to an Armenian merchant at Madras. That His Honor had caused to be offered to an Armenian merchant at Madras, on such a contracted and now delivered parcel of textiles, which one could well reckon to be good, 25 per cent clear profit and cash payment one month after delivery, and would have proposed this offer to the Council with confidence, had he not been entirely discouraged therefrom by the declaration of that Armenian, that he would not give up his goods even if one offered him 50 and higher per cent. Offer of a parcel of textiles rejected by others and at what prices. That His Honor had indeed been offered various textiles by whole, half, and even quarter corgies, but that these, besides the negligible quantity, had proved to be mostly rejected by others, for which people nevertheless had the impudence to ask as much as the good ones could cost, wherefore not the least regard was to be paid thereto. Declaration of the Gesaghebber. His Honor declaring that he had already almost given up all expectation of obtaining textiles by purchase, which on the Coromandel Coast is always a difficult and almost impossible matter, and now all the more so, since all foreign nations and Armenians, through their contracts, not only give the weavers remaining after the war more work than they can finish, without paying attention to the purchase, but that even the madness (for so one may almost call it) for the textile trade at present goes so far, that people who never meddled with it now do so, as for example various regents in the north, whereby, and through the dearness of the commonest provisions and other necessities, the unheard-of increase in price and the great reduction in the quality of the textiles has risen to the highest peak. Continued: hope given up of providing the Castor with more textiles than those gathered in the north. Unexpected offer of 80 bales of northern guinees. That, as said, His Honor had thus already abandoned all purchase to provide the ship De Castor with more textiles than those that may be ready in the north, if they should arrive in time; but that most unexpectedly an opportunity had presented itself to him of a quantity of 80 bales of northern guinees, which an inhabitant of Madras named Nagapa Chittij had offered to His Honor, with the transmission of the samples (which by order of His Honor have been placed on the table for inspection in full Council), The samples shown in the Council. In what those assortments consist. consisting of the following assortments, for which the adjacent prices were asked: 62 corgies bleached guinees of 14 coenjangs at, per corgie, 55 star pagodas 30 corgies bleached guinees of 16 coenjangs at, per corgie, 65 star pagodas 34 corgies bleached guinees of 18 coenjangs at, per corgie, 73 star pagodas 20 corgies bleached guinees of 20 coenjangs at, per corgie, 82 star pagodas 14 corgies bleached guinees of 22 coenjangs at, per corgie, 90 star pagodas Total: 160 corgies or 80 bales. Tolerable finding of the same. Although now the samples, after an exact examination, were found to be tolerably satisfactory, apart from some difference in the usual full breadth, which unfortunately, through the greed and arbitrariness of the weavers, who see that foreigners, and especially the French and Danes, accept everything merely to get their contracts and commissions fulfilled,
Dutch transcription
brief pakket, =verstaat hier aan te tekenen. Aldus Gedaan e Te arres¬ teerd In't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: mas geteekend: / door alle Dingsdag Den 12. September 1708. Smorgens te 9 uuren Vergadering van Politie Alle Present, opering van twe batavasche Den Heer Gesaghebber gaf aan de verga„ dering te kennen dat op gisteren van Cei„ lon ontfangen had de overgelegde pakkit ten welke bij opening bevonden zijn Hun Den 9 September 1786 Hoop 171. Den 12. September 1786. Hoog Edelheedens duplicaat missives van den 28. April en 4e Meij, En een du„ plicaat apparte brief van Hoog deselve, nevens zodanige bijlagen, die alle met het Register accoord bevonden zijn. Ook wierd geopend het per 't schip De item van een Eurpasch pak„ Draak op Ceilon aangebragte, en van daar herwaarts gesonden Europasch pakket, behelsende Een Extract missive door de nat in alle deselve bevorders Heeren Majors aan Hun Hoog Edelens geschreeven de dato 23. November 1785, Een project Eijsch van Lijwaaten voor den Jaare 1787. , wevers 3. stuks billetten van de najaarsche verkoop van 1785, en diverse prijs Couranten: van de opening zijn, en ket, gedaan praijte tot het en koope van lijnaten E menten vor India en tecture van welke papieren men ver staat bij deesen notitie te houden. Den Heer Tezaghebber gaf de verge¬ dering wijders te kennen dat zijn Ed: zig zedert den ontfangst van Goud per de Castor alle mensch mogelijke moeijte had gegeeven, om daar het gebrek aan geld al„ len den Insaam hier zoo wel, als te Sadras en Palicol volstrekt onmo„ gelijk, en te Iaggernaikpoeram en Bimilipatnam van geen groot belang gemaakt hadde, door in koop ter min„ sten Eenige Lijwaaten magtig te worden, genoorkonng van welde dot maar dat zijn Edeles pogingen al„ toos te vergeefs waaren gereest, alzoo Den 12. September 1786. hen 173. Den 12. September 1786. een Armeensch Coopman te Ma„ hem bij na geene waaren voorgekomen, die eenigzints Convenabel waaren voor Ba„ tavia of andere plaatsen om den oost van India; werdende alle de Lij„ waaten, die door particulieren na de hoofdplaats vervoerd werden, op gedane aanbesteeding aangemaakt, Dat zijn Ergedaan aan dekt denselve bij aan een Armenisch koopman te Madras dras„ op zodanig een aanbesteede, en nu gele„ verde parthij lijwaaten, die men wel staat konde maaken, dat goed waaren 25. pr C=o zuijvere winst, en Contante betaling een maand na de leverancie hadde laaten bieden, en dit bod den Raad met gerust„ heid zoude geproponeerd hebben, waare hij daar van niet glad afgeschrikt door 1 Den 12. 7ber 1786. aanbot gter parchivede door ra„ den uitgeschooten lijwaaten en voor welke prijsen, ber dierwig ont deselen on bland igt dor de verklaring van dien Armenier, dat hij zijne goederen niet geeven wilde, al bood men hem 50: en hooger ten henderd; Dat men zijn Ed: wel verscheide Lijwaaten bij hiele, halve, en zelfs quart Corgies hadde aangebooden, maar dat die, buijten de niets naamwaardige quantiteit, gebleken waaren meest door andere uitgeschoten te zijn, voor welke men egter de onbeschaand, heid hadde zoo veel te vraagen als de goede konden kosten, waar om daar op geen de minste agt was te slaan vrklarn van den en gelijd get verklaarende zijn Ed:, dat bij na reets alle verwagting hadde opgegeeven om Lijwaaten door in koop magtig te worden, dat althoos op Cormandel een 1751 Den 12. Zeptember 1786. een moeijelijke, en bij na onmogelijke zaak is, en nu nog te meer, wijl alle vreemde natien, en armeniers niet alleen door hunne aanbestedingen de na den oorlog overgeblevene wevers meer werk geeven dan zij afkonnen, zonder op de koop te merken; maar dat zelfs de Razernij (:want zoo mag men het bij na noemen: / tot den Lij„ waat handel thans zoo verre gaat, dat lieden, die zig nimmer daarmeede bemoeijden, het nu doen, gelijk bij voor„ beeld verscheide Regenten om de noord, waardoor, en door de duurte van de ge„ meenste levens en andere behoeftens de ongehoorde verduuring, en de veeele ver„ mindering in de deugd der Lijwaaten ten vervolg. waaten als on de noord ingeza„ med „ de Castor in tegeeven, ondveragte offecte van 20 pakken noordesche guireesen, opgegeeven hoger on meerden lij ten hoogsten top gereesen is: Dat zo als gezegd, zijn Ed:, dus reets alle koop hadde laaten vaaren om het schip De Castor meerder Lijwaaten in te geeven, als die om de noord in gereedheid mogen zijn, zoo die nog al bij tijds arrivee„ ven, dan dat op het onverwagtst hem een gelegendheid was voorgekomen van een quantiteit van 80. pakken Noordsche Guineesen die een Inwoonder van Ma„ dras in name Nagapa Chittij zijn Ed:, onder oversending van de mon„ de mastns in Raade omgtin stert (:die ter ordre van zijn Ed: op tafel gelegd zijn ter bezigtiging in vollen Raad:/ hadde geoffereerd, warien die sotemunten bestaan bestaande in de volgende sortementen, den 12. Xber 1786 voor 177 Den 12. Xber 1786 wierden: voor welke de nevenstaande prijsen gevraagd _o„ 62: Corg=s Guinees gebl: van 14. Coenjangs â het Corgie - st prs 55. –. —. „ 16 _o „ „ „ - - „ „ 65 —. —. „ 18. _ „ „ „ — — „ „ 73. —. —. „ „ 20. _ „ „ „ - „ „ 82 —. —. „ 22 _o „ „ „ . . „ „ 90. –. —. Schoen nu de monsters na een Exact Exa„ tameijk bevinding den zelven, men tamelijk voldaende gevonden wier„ den, buijten eenig verschil in de gewone volle breete, dat ongelukkig door de baat Lugt en willekeurigheid der wevers, die zien, dat vreemden en wel voorna„ mentlijk de franschen en Deenen alles aanneemen, om maar hunne Contracten en Commissien voldaan te krijgen, een 160. Corgies of 80. Pakken, 30 „ 34. „ 20 „ 14. „ - - - - _o „ e - - — bij
English
resolution, because of this, there has become a near general scarcity of textiles on this coast, but especially to the north, whereby those who, like the Company, in accordance with solemnly concluded contracts, stand and rightfully insist upon full length and breadth, must and will be greatly hindered in their collections if they do not to some extent follow the current, though excessively high, prevailing trend, the prices that were demanded against the moderate quality of the textiles appeared somewhat too high to the meeting, especially when comparing them with those that the Company was accustomed to pay before the war. Since these prices clearly would not be the seller's final offer, it was resolved to bid him 15, or if that should fail, 10 percent below his demand, and thus in the first place: For the Guinees of 14 Poeijangs per Corge: Pagodas 16 ½, For the 16 Poeijangs: 55 ¼, For the 18 Poeijangs: 62 1/16, For the 20 Poeijangs: 69 1/16, For the 22 Poeijangs: 76 ½, Or at 10 percent: For the first: 49 ½, For the second: 58 ½, For the third: 65 1/16, For the fourth: 73 3/16, For the fifth: 81 —. All this, however, provided that the merchant delivers the textiles here within a month and that they correspond to the samples, as well as waiting a month after payment, with the final resolution suspended until after receipt of his reply. Thus done and resolved in Castle Geldria, on the date aforementioned. It was signed: As before. Tuesday, 26 September 1786, in the morning at nine o'clock. Council of Policy. All present. Initially, seven surety bonds were produced by the Governor for the benefit of the following persons, namely: The Chief Administrator Nicolaas Tadema, amounting to Rds 5000, sureties the Secretary and Cashier Broerius Brouwer and the Assayer Fredrik Gronau; The Bookkeeper and Secunde of Palicol De Jan, amounting to Rds 1000, sureties the Junior Merchant Philip Hendrik Heshusius and the Transferrer of Trade Sebastiaan Matthias Schliephaken; Assayer Fredrik Gronau for Rds 2000, sureties the First Sworn Clerk Jan Joachim Hasz and the Transferrer of Trade Schliephaken; The First Sworn Clerk of the Secretariat here, Jan Joachim Hasz, as sequester for Rds 2000, sureties the Assayer Gronau and Transferrer of Trade Schliephaken; The Chief of Palicol, the Junior Merchant Gerrardus van Haeften, to the amount of Rds 2000, sureties the Secretary and Cashier Brouwer and the Junior Merchant Heshusius; The Secunde of Jaggernaikpoeram, the Junior Merchant George Francois Jacques De Ravallet, amounting to Rds 2000, sureties the Chief of Haeften and the Resident Topander; and For the Bookkeeper and Resident of Portonovo, Liberecht Cornelis Topander, amounting to Rds 2000, sureties the Warehouse Master Stoffenberg and Mint Warden Teeke. All of which, having been resumed and found to be according to regulations, it was resolved to approve them, to deposit them according to orders in the main money treasury here, and to record a note thereof herewith. An extensive petition having been submitted to the Governor by the member of this meeting, the Merchant Titular and Fiscal of this capital Simons, and brought to this table by His Honour, stating: that on 11 October 1785 he was appointed by this Government, subject to the approval of Their High Excellencies, as President of the Orphan Board here; that he had not dared to enter into the exercise of that office as long as no transfer of that board and its funds, both outstanding and in cash, had taken place. That he had been ordered by the Governor, so as not to hinder the course of occurring business, to convene a meeting of the Orphan Chamber from among the members present here, and the outgoing as well as the newly appointed secretary, wherewith he had made a beginning on 2 February of this year and had continued until now; but that the state of the Orphan Chamber's affairs presents an alarming prospect, and the former Secretary of that Board, Broerius Brouwer, was currently unable to make a proper transfer to his successor, because all the affairs of that chamber are outstanding at Nagapatnam, and the books and papers also reside there, and thus that transfer has not yet been able to take place, although without any willful negligence on the part of the aforementioned former secretary. Wherefore he requests that a note hereof be recorded in the resolutions for his discharge in due time, and that he be held free of all accountability. After resumption of that petition, it was approved and resolved to record a note of the same herewith, and to permit the former Secretary of the Orphan Chamber, Broerius Brouwer, upon his request made thereto and declaration of its unavoidability, to go to [illegible]
Dutch transcription
besluit daar van een minder jijs bij na algemeen gebrek in de Lijwaaten van deese kust, dog bijsonder om de Noord geworden is, waar door die geene, welke gelijk de Comp:, op volle lengte en breeten, ingevolge solemneel geslotene Contracten blijven staan, en met regit staan, gro„ telijks in hunne Insaamen moeten, en ook zullen belemmerd werden, zoo zij niet eenigzints den tegenwoordigen dog te hooge vorkomen die rij stroom willen volgen, zo kwamen de prijsen, die gevorderd wierden tegen de aan matige deugd der lijwaaten de vergadering wat te hoog voor, voor al, wanneer men ze vergelijkt met die welke de Comp: gewoon was voor den oorlog te betalen. Dan dewijl deese prijsen derkelijk het ultimatien van den bovengenoemde Den 12. September 1786 verkoper zer; te bider 79. 1/9 surchening in tusschen van het fi„ naal besluit dierw„t Den 12 September 1786. verkoper niet zouden zijn, zoo wierd be„ slooten hem 15. of als dit niet lukken wilde 10 percento beneden zijnen Eijsch te bieden; en dus in de Eerste plaats A„o het Guiners van 14. Poeijangs p. r Corgies P=aoƒ 16. ½. -- „ 55. ¼. _o „ 16 „ „ „ _o „ 18. - „ „ „. . . . „ 62. 1/16. of tegen 10. pr Cento. voor de Eerste „ derde - - „ „ Vierde. . - vijfde tweede - - - - - - „ „ - - „ 58. ½. alles egter, mits de koopman Lijwaaten hier mande welke, mits„ wij levere, en deselve aan de monsters vol„ doen. mitsg„s een maand na de betaal„ ling wagte, zullende men het finaal „ „ „ 81: —. „ „ - - „ 73. 3/16. -- „ „ - - „ 65: 1/16. - - „ - „ - - „ 49:½. „. „ - . . „ 69. 1/16 besluit _o „ 20: - - „ „ „ „ „ _o „ 22 „ „ - „ - - - „ 76. ½. - - „ „ „ „ „ 6 „ „ productie en resumptie van 7. bogtogter„ besluit surcheeren tot na den ontfangst van zijn antwoord./. Aldus Gedaan en De arres„ teerd In't Casteel Geldria dato voorsz: /:was geteekend:/ Als vooren Dingsdag Den 26. September 1706. smorgens ten Neegen uuren, Vergadering van Politie Alle Present Aanvankelijk wierd door den Heer Ge¬ saghebber geproduceerd zeeven stuks borg„ togten ten behoeve der volgende perzonen, namentlijk: De Hoofd Aministrateur Nicolaas Tadana, groot Rd=s 5000. borgen den secretaris en Den 12 September 1786. Cassier - 181. Den 26 September 1786. Cassir Broerius Rrouwer en den Es Saijder Fredrik Gronau, De Boekhouder en Palicols Secunde De Ian, groot Rd=s 1000 borgen den oneder coopman Phi„ lep Hendrik Heshrisius, in den Ne„ gotie overdrager Sebastiaan Matthias Schliephaken; Essaijeur Fredrik Tronau voor rd:s 2000. Johan borgen den Eerste Getr: Clercq Ioachim Hask, en den negotie overdrager Schliephaken den Eerste Geswooren Clercq ter secntarij al„ hier Jan Joachim Hasz: als sequester voor Rd=s 2000. borgen den Es saijeur Grue„ Schliep nau en Negotie overdrager haken; vervolg Het beslut de zelven te appoberen bti Het opperhoofd van Palicol den onderkoop man Gerrardus van Haesten t bedrage van rd:s 2000. borgen den secreta vis en Cassier Brouwer en den ondercoop„ man Heshusius, Den secunde van Jaggernaikpoeram de onderCoopman George francois Jacques De Ravallet groot rd=s 2000. borgen het opperhoofd van Haeften, en den Ri„ „sident Iopander; en voor den boekhouder en Resident van Portonovo Liberecht Cornelis Topander groot rd. s 2000: borgen den Pakhuijsmeester Stoffenberg en Muntmarshen Teeke; welke alle gere¬ sumeerd en na de ordre bevonden zijnde, Den 26. September 1786. zoo 183:/ Den 26. September 1786. Simons als President van de oe kamer, dat ampt niet hadt durven troeden, zoo is verstaan deselve te approbeeren, vol„ „gens ordre in de groote geld kas alhier te de„ poneeren, en daar van bij deesen aantee„ kening te houden; Door het lid deeser vergadering de koop, dienig van een gequst van man tit=s en fiscaal deeser Hoofdplaatse aan den Heer Gezaghebber overgegeeven, en door zijn Edele ter deezer tafel gebragt zijnde, een ampel request, inhoudende; dat hij op den 11. october 1785. door deese Regee„ ging op approbatie van Hun Hoog Edel„ heedens was aangesteld tot presidtent van weesmeesteren alhier, dat hij in de exercitie waaren bij in de opeicitie van 6 van dat ampt niet hadt durven treeden, zoo lang ter geen overdragt van dat Collegie en desselfs gelden, zoo wel uitstaande als in vergadeniag te convoaeren, gen hadlt gemaakt, namen nog onit gedaan ia, gelunigen bat egjte on die in kassa zijnde, was geschied. Dat hij door den Heer Gesaghebber was gelast, om den loop der voorvallende zaaken niet te stremmen, uit de alhier present zijnde Lee„ den, en den afgaande, mitsgaders nieuw aangestelde secntaris eene vergadering wannaer hij daarmeede een be van de weeskamer te Convoceeren, waar„ meede hij op den 2. februarij deeses Jaars een begin had gemaakt, en tot om onder het transport van die nog toe gecontinueerd; dog dat den toestaad der wees kamers zaaken van een zorgelijke aanschouw, en der voormaligen Secretaris van dat Collegie Broerius Brouwer tans buiten staat was om aan zijn vervanger behoorlijk trans„ port te doen, uit hoofde alle de affairs den 26 September 1786. die 1857 Den 26. September 1786. verantwoording gesteld te worden; die affairs na Nagap: le dier kamer te Nagapatnam uitstaande zijn, en de boeken, en papieren meede aldaar berusten, en alsoo die overdragt dus tot nog toe niet heeft kunnen geschieden, schoon buiten eenige opzettelijke negligentie, van gem: geweesen secretaris; zoo insteerd versoek van denzelven om buijten „hier van hij dat hij „ v bij de resolutien mag wor„ den aanteekening gehouden ter zijner de„ cheerge, in: der tijd, en hij worden gesteld buiten alle verantwoording zoo is na ve„londes vendeeng in het zelve„ sumptie van dat supplicq goedgevonden en verstaan van het zelve bij deesen notitie te houden; en den geweesen secretaris der punissie aan Brouwer om wig weskamer Broerius Brouwer op zijn daar toe gedaan versoek, en declaratie van dies onvermijdelijkheid, te permitteeren geo om 6 3 oek gaan;
English
service of a peck of Gouman and Schluiphaken, approval of the same, to be permitted to cross over to Nagapatnam after the departure of the ship De Castor, provided it be at his own expense, at least not at that of the Honorable Company. A bill having been presented for travel expenses incurred by the Assayer Fredrik Gronau and the Trade Bookkeeper Matthias Sebastiaan Schluiphaken amounting to Pagodas 36:6 on their journey from Jaggernaikpoeram and Palicol respectively to this Capital, it is decided, as it is very moderate, to approve the same and have it written off here under extraordinary expenses. The 26th of September 1786. 187 The 26th of September 1786. dispensary and the Assayer's tools to Gronau, notice of the mistaken title of co-given to him, unserviceable goods of the Goerab. Notice has been taken of the transfer made of the dispensary and the Assayer's tools to the Assayer Gronau, to keep a record of this, and at the same time to note that both in the ordinance and in the heading of this transfer the Assayer was mistakenly called Co-dispenser, as this contradicts the intention and letter of the resolution of this assembly dated the 11th of October last. By the Master of the Equippage Jacob Hartman it having been shown by petition that various unserviceable and unnecessary equippage goods were still appearing on the inventory of the Goerab De Hoop, with the request that the same might be written off, consisting of: 3 rolls of sailcloth used for a new awning, 5 ends of old coir rope used for mats and servings for the hawseholes, 3 pieces of firearms without locks, 1 English flag, 1 Portuguese ditto, 1 ditto pennant, 1 Danish flag, 1 coir anchor rope of 19½ inches, 2 pieces of spare pumps, 1 old binnacle lamp, 1 anchor that is too light, 1 boat with 4 oars and 1 rudder. resolution regarding how to act with these: It is decided to write off all the aforementioned goods from the inventory; except for the used 3 rolls of sailcloth, 5 ends of unserviceable and not 189 to supply, what has been supplied upon the request of Hartman, and to have what is needed supplied, old coir rope, and the unserviceable coir rope of 19½ inches, to have the rest sold by public auction, and in return to have supplied what is needed, as far as can be done, according to the written request thereof from the said Master of the Equippage Hartman; as well as to note in this regard that the said anchor rope, as appears from what was noted down on the 3rd of June, was already purchased then, and the further supplies, as urgently needed, were made by order of the Honorable Commander before the departure of the Goerab as far as possible, since these things could suffer no delay; while the two aforementioned papers shall be inserted here. The 26th of September 1786. To the Right Honorable Sir Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander of this Coromandel Government with the Dependencies thereof, etc. etc. etc. Right Honorable Sir, The humble signatory takes the liberty to request of Your Right Honor in all respect that it may please Your Honor that the unnecessary and unserviceable goods may be removed and written off from the inventory of the Company's Goerab De Hoop, namely: 3 rolls of sailcloth, having been used for a new awning, 5 ends of old coir rope, used for mats and servings for the hawseholes, 3 pieces of firearms without locks, 1 English flag, 1 Portuguese ditto, 1 Danish ditto, 1 Portuguese pennant, 1 coir anchor rope of 9½ inches, unserviceable and not needed, To the Right Honorable Sir, The 26th of September 1786. 191 The 26th of September 1786. 2 pieces of spare pumps, 1 old binnacle lamp, 1 anchor that is too light, 1 boat, with its 4 oars and 1 rudder, unserviceable. For the rest, I have the honor to call myself with respect, was written underneath: Right Honorable Sir, Your Right Honor's most humble and obedient servant, was signed: J. Hartman. In the margin: Paleacatte, the 15th of May 1786. To the Right Honorable Sir Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander of this Coromandel Government with the Dependencies thereof, etc. etc. etc. Right Honorable Sir, With the greatest humility, the humble signatory takes the liberty to present to Your Right Honor in the most respectful manner that which the Honorable Company's Goerab De Hoop urgently requires, namely: 1 piece anchor of 1106 lb with stock and fittings, 1 ditto rope of 7½ inches, 1 Dutch horse line for topmast rigging, backstays and forestays, on the main mast and so forth, 1 lead line, 1 deep sea lead of 25 lb, 2 iron hoops over the aft and fore hatches, 3 padlocks, 1 parrel for the topsails, 1 fish hook, 1 new binnacle lamp, 1 barrel of tar, 1 piece iron hammer, 1 pair of pincers, 1 new crossjack yard, 1 topgallant stay, 1 iron hawser, 1 wheel hawser, 6 iron thimbles, namely 3 large and 3 small, ½ dressed hide, 1 lb of pump nails, 2 pieces of caulking irons, 1 new lead block, ½ strand or cable for slings and stoppers, 2 pieces of new tarpaulins, 25 lb of gunpowder, 8 skeins 193 The 26th of September 1786. 8 skeins of sail twine, 6 pieces whole leagers, 6 half ditto, 1 cook's tub, 1 salt pork ditto, 1 water ditto, 1 lead line ditto, 1 funnel, 8 nozzles, 1 oil barrel, 1 vinegar barrel. With which I have the honor to be with all respect, was written underneath: Right Honorable Sir, Your Right Honor's most humble and obedient servant, was signed: J. Hartman. In the margin: Palliacatta, the 15th of May 1786. maintenance of the servants of the English; Report regarding what was enjoyed The Junior Merchant Philippus Henricus Heshusius and the Assayer Fredrik Gronau having been commissioned by resolution of this board of the 3rd of December last, in order, alongside the Paymaster Simon Duijnevelt
Dutch transcription
diening van een peck van Gou„ man en schleipmaken, approbering derselven manmene onde velskeomts, ovr na het vertrek van het schip De Cas tor na Nagapatnam te moogen over„ gaan, mits voor zijne ongelden, ten minsten niet voor die van dE. Comp:e Overgelegd zijnde een reekening van ge„ daane reijsongelden door den Essaijeur Fredrik Gronau, en de Negotie oerdra ger Matthias Sebastiaan Schlup„ haken ten emporte van Pag: 36: 6. op hunne reijse van Iaggermank poerampens Palicol, respective na deese Hoofd„ plaats, zoo is verstaan deselve als zeer moderaat zijnde te approbeeren, en alhier op onkosten Extra ord:r te laaten afschrijven. Den 26. September 1786. s 187 Den 26. September 1776 dispens en de Essaijeurs gereedsz: aan Ginen an motitie van de abusive aan hem gegeevene titul van mee„ on bequaame goederen van de Is geavisteerd van hiet gedaane transport gedaan taspet van het van het dispens en de Essaijeurs gereedschapen aan den Essaijeur Gronau aanteekening bij deesen te houden, en teffens te noteeren; dat zoo bij de ordonnantie als in het hoofd de pen van dit Transport de Essaijeur abusive Meede dispencier genoemd word, alzoo zulks is strijdende met de intentie en letter van het beslust deeser vergadering de dato 11. october pas sato Door den Equipagie meester Jacob Haert,„ bequst van Mantaa von man bij request vertoond zijnde, dat 'er Goerab„ diverse onbequaame, en onnodige Equipa„ gie goederen bij de inventaris van de Goe„ rab de Hoop waaren voortloopende, met versoek dat deselve mogten worden zijn an demnigen afje Den 26. September 1786. te handelen, noodig afgeschreeven bestaande in 3. Rollen zeijldoek tot een nieuwe tent ver„ bruijkt, 5. - Enden oud Caijertouw verbruijkt tot matten en sorvings voor de kluijsen, 3: Geveeren sonder slooten 1. Engelse vlag 1. portugeesche d„o 1. _:o gens 1. Deensche vlag 1. Kaijer anker touw 199½. r=m 2 p:s waarloose Pompen 1 „ oud Nagthuijs lamp s. te ligt zijnde anker 1. schuijt met 4 piemen en 1. voer be sluit hendanig aarmede Zoo is beslooten om alle voorm: goederen bij het inventaris af te schrijven, buijten de verbruijkte 3. vollen zeijldoek, 5 enden onbekraam en niet oud 189. verstrekken, verstrkt is ten van Hartman, oud kaijertouw, en het onbekraame Caijer touw van 199. ½. v=m het overige per vendeutie te laaten verkoopen, en daaren teegen het beno, en het benodigels te laaten digde voor zoo verre geschieden kan, te laaten verstrekken, volgens het daar van zijnde schriftelijk versoek van gem: Equipa„ geemeester Hartman; mitsgaders hier potiten van het gen beuds omtrend te noteeren, dat, het gem: dnker touw al blijkens het aangetekends onder den 3. Junij, toen al bereeds ingekogt was, en de verdere verstukkingen als hoog be„ nodigd ter ordre van den Heer Gesaghebber voor het vertrek der Goerab zoo verre moge„ „een en ander lijk geschied zijn, wijl, geen uitstel konden lijden, Terwijl men de twee gem: Papieren hier insertien van die twee requs„ zal doen insereesen. Den 26. September 1786. Aar Willem Blaaukamer, Opperkoopman en Gesaghebber deeses Corman„ delse Gouvernement met den Resorte van dien Ede: Et: Etc: Wel Edele Agtbaare Heer. Den nedrigen teekenaar vervrijmoedigt zig Uwel„ Edele Agtb: in alle Eerbied te verzoeken dat mat hoogst derselve believen de onnoodige en onbekwaame goederen uit den Inventaris van 's Comp:s Goerab De Hoop moogen genoomen, en af„ geschreeven werden; te weeten: 3. Collen zeijldoek, zijnde tot Een nieuw tent verbruijkt T: Enden oud Caijertouw, verbruijkt tot matten servings voor de kluijsen, 3. p=s Geweeren sonder slooten Engelse vlag 1 „ Portugeese „ 1 „ Deensche 1 „ Portugeese seus. 1 „ Caijer anker touw d' 9. ½. d=m „ onbekwaam, en niet noodig, Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Den 26. September 1786. 191 Den 26. September 1786. 2 p=s waarloose pompen Gonbekwaam, 1 „ oude nagt huijslamp 1 „ te ligt zijnde Anker 1 „ schuijt, met dies 4: riemen en 1. voer Ik heb de Eer, voor het overige met agting te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer, uwel Edele Agtb: aller onderdanig en Gehoor„ zaamen Dienaar /:was geteekend:/: J: Hartman, /:In margine:/ Palleakatta den 15. Meij 1736. Aan Den wel Edelen Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer, Oppercoopman en Gesaghebber deeses Cormandelse Gouvernement met den Resorte van dien Ete Etc: Etc: Wel Edele Agtbaare Heer Met de meeste onderdanigheid, maar„ tigd sig den needrigen teeken aan de vrijheid uwel Edele Agtb:re op het Eerbiedigst te No8 Den 26. September 1786 verstoonen, het Geene 's E Comp:s Goerab De Hoop noodsaakelijk benodigd heeft; als: 1. p Anker d' 1106 lb: nevens stok en beslag 1: „ _o touw van 7 ½ d=m 1 „ Hollandse Paardelijn tot stengewand„ „pardoens en bakHtaagen, op de Groote matt en sz: 1. „ Loodlijn 1. „ diep lood de 25 lb 2: „ ijzere beugels, over de agter en voorluijken 3. „ Hang slooten, 1. „ Rak voor de marzeijls 1 „ Penter Haak, 1: „ nieuwe Nagt huijs Lamp. 1 vat Theer, 1 p=s ijzere Hamer „ Nijptang 1„ 1 „ nieuwe begijneraa „ bramsterg ijzere trass 1„ 1 „ wieltross, 6 „ ijzere koussen, als 3. Groete en 3. kleene —½ huijd Compleer 1. lb: Pomp spijkers 2 ps Calvaat ijzers 1. „ nieuwe lood block —½ prand of Cabel tot langen en stoppers 2 ps nieuwe presennings 25 lb: Buskruijt 8. Strengen F 1„ 193. 1 Den 26. September 1786 8. Strengen Zeijlgaaren onderhoud der dienaaren van de Engelschen; 6 ps Heele Leggers 6 „ Halve _ o 1„ koks Balij 1. „ spek d=o. 1 „ water „ 1. „ Loodlijn „ 1„ tregter 8 „ Tulsen; 1„ olij vat 1„ t zijn vat Waarmeede ik de Eere heb met alle agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer, UwelEd: Agtb: aller onderdanig en Gehoor„ J: zaamen Dienaar /:was geteekend./ Hartman, /: In margine:/ Palliacatta den 15 Meij 1786. Den ondercoopman Philippus Hen, Rapport wegens het genoten ricus Heshusius, en den Essaijen Fre„ drik Pronan bij besluit deeser tafel van den 3. December p=o gecommitteerd zijnde, om neeven den soldijhouder Simon Duijnevelt
English
insertion of the same, Duijnevelt, to ask all the Company's servants present here up to what time they have enjoyed maintenance from the English, have served with the following report: To the Right Honorable Worshipful Willem Blaaukamer, Governor of the Coromandel Government, with its dependencies, etc. etc. Right Honorable Worshipful Ruling Lord. We have the honor, in compliance with the extract resolution of the 3rd of December past delivered to us by the Right Honorable Worshipful, to bring to your Right Honorable Worshipful's most revered knowledge that we, in the presence of the Pay Bookkeeper Simon Duijnevelt, The 26th of September 1786. all the Company's servants residing here at this place have been asked up to what day, month, or year they had enjoyed maintenance from the English, and have noted such down on a roll drawn up for that purpose behind each man's name, with the notification that they would have to confirm this declaration of theirs under oath if required. Wherewith we hope to have complied with your Right Honorable Worshipful's most respected order and the said extract resolution. We call ourselves with the highest respect, underneath stood: Right Honorable Worshipful Ruling Lord, your Right Honorable Worshipful's humble and obedient servants, was signed, C. H. Heshusius and F. Gronau. In the margin: Palliacatta, the 26th of May 1786. Thus it is resolved to keep a record thereof by this, and to have an extract thereof given to the Pay Bookkeeper for his information. Expenses incurred by Meppen on account of the transport of 14 pennists hither. By the Chief Master Tancratius Haringa Meppen having made known to the Lord Governor how he, upon his departure from Nagapatnam, was most urgently requested by various poor pennists, who were not in a position to undertake the journey to this capital, to carry them along in his vessel; that he, having granted this to three or four, and this having been heard by others, had been approached by as many as 14 individuals with the same request, pointing out their pressing poverty; that he, having taken this into consideration, and also that they were the Company's servants, The 26th of September 1786. had incurred the expense of renting yet another chialeng, as it was impossible to transport so many persons in one chialeng; wherefore he had insisted that the expenses incurred by him might be reimbursed to him; and his Honor having now presented this request in Council, it is, in consideration of what was advanced by the aforesaid Meppen, and the impoverished condition in which it is known that those people find themselves, resolved to have paid to him the submitted account, inserted here, to the amount of Pagodas 89. 14, in which the expenses of the Chief Master Meppen's own journey are included. Account of such expenses as the undersigned inevitably had to incur for the transport of fourteen persons, both Bookkeepers and Assistants, alongside the undersigned, with their baggage from Nagapatnam hither, namely: 2 double chialengen at Pagodas 40 each, comes for two to: Pagodas 80. -- 11 chialengen to bring the said persons along with their baggage at Nagapatnam on board, at Pagodas 0. 10 each, makes: Pagodas 4. 14 15 chialengen here to unload the said two double chialengen, at Pagodas 0. 8 each: Pagodas 5. -- Total: Pagodas 89. 14 Palliacatta, the 8th of June 1786. Was signed: P. H. Meppen. The 26th of September 1786. Notice of the transfer made to the Dispenser Deeke. A proper transfer of the dispensary having been made by the Escaijer Fredrik Gronau to the Dispenser Pieter Willem Deeke, it is resolved to keep a record thereof by this. Request of Beggle for discharge from the Company's service. The Bookkeeper Iohan Leonard Beggle having requested by petition to be discharged from the Company's service and to be granted burgher freedom, it is decided to grant this request of his, with reservation however of the orders concerning this article. Request of Captain Defrein for various necessities. Granting of the same. Insertion of his petition. Captain Otto de Freijn, of the ship De Castor lying here at the roadstead, having made a request by petition to have provided the necessities for the vessel and crew under his command, it is resolved to grant the same, and to insert the petition herein: To the Right Honorable Worshipful Willem Blaaukamer, Governor on behalf of the Dutch East India Company on the Coromandel Coast, etc. etc. The undersigned Captain of the ship De Castor, lying here at the roadstead, takes the liberty by this to solicit from your Right Honorable Worshipful the necessities of the vessel and crew under his command, and to have the same provided by your Right Honorable Worshipful's order, namely: Two months' pay for the crew, rations for those whom your Right Honorable Worshipful has sent by ordinance, also some The 26th of September 1786. writing
Dutch transcription
insertie van het zelve, Duijnevelt, aan alle de hier present zijn„ de 'sComp:s Dienaaren af te vragen tot welke tijd zij onderhoud van de En„ gelschen genooten hebben, hebben gedient van Het ondervolgd Rapport Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Willem Blaaukamer, Gesaghebber van 't Cormandels Gouver„ mement, met dies onderhorige Etc: Etc: Wel Edele Agtbaare Ge„ biedende Heer. Wij hebben de Een /: In nakooming van het door de wel Edele Agtb: aan ons ter hand gestelde Extract besluit van den 3. December passato: uwel Ed: Agtb: ter zeer gevenereerde ker„ nisse te brengen; dat wij, ten bijweesen van den Zoldij Bockh=r Simon Duijnevelt, Den 26. September 1786. alle 195. Den 26. September 1786. soldij boekh=r afte gieven, alle de sig hier ter Plaatse bevindende 's Comp:s Dienaaren hebben afgevraagd tot welke dag; Maand off Jaar zy onderhoud van de Engelsche genooten hadden, en zulks bij eene daar toe geformeerde Rol agter ijder zijn naam bekent gestel, onder te kenne geving dat sij deese haare opgaan det gerequi„ veerd werdende met Eede zoude moete staa„ ven. Waar meede verhoopen aan Uwel Ed: Agtb: Zeer gerespecteerde ordre en gemelde Extract besluit voldaan te hebbe. Noemen wij ons met de meeste hoogagting /:onder„ stond wel Edele Agtb: Gebiedende Heer Uwel Ed: Agtb, onderdanigen en Schoor„ zaamen Dienaaren /:was geteekend./ Cn H: Heshusius en F: Gronau, /:In margine:/ Palliacatta Den 26. Meij 1786. zoo is verstaan daar van bij deesen aantee, bestul Eitract hier van aan des kening te houden, en Extract te laaten af„ 1 geeven aan den soldij boekhouder tot zijn narigt: F Door gedaane ongelden door Meppen, weegens het transport van 14 pen„ nitten na herwaarts, Waaron Door den oppermeester Tancratius Haringa Meppen, aan den Heer Gesag hebber te kennen gegeeven zijnde, hoe hij bij zijn vertrek van Nagapatnam door di verse arme pennisten, welke niet in staat waaren, om de reijse na deese Hoofdplaatse te kunnen onderneemen, op het instantig„ ste was versogt om hun in zijn vaartuig meede over te voeren, dat hij zulks aan drie of vier toegestaan hebbende, en dit van andere gehoord zijnde, zig ten ge„ valle van 14. stuks bij hem met het zelve versoek hadden geaddresseerd, on„ der te kennen gaave, van Hunne drusk„ kende oermoede, dat hij zulks, en teffens dat zij 'sComp:s dienaaren waaren den 26 September 1786 97. 197 Den 26. September 1786 gelden voor hem zelfe, te laaten in Consideratie genoomen hebbende; de ongelden had gedaan van nog een ander Chialeng in te huuren; alzoo het onmogelijk was, om met zoo veele persoonen in een Chialeng te kunnen worden overgevoerd; waarom hij had geinsteerd, dat hem zijne gedaane ongelelen mogten werden goed gedaan, en zijn Ed: dit versoek nu in Raade voorgedra„ gen hebbende: zoo is uit aanmerking bestet asten zenet gelsko„ van het geavarceerde door voorn. Mep„ pen, en de armoedisje toestand, waar in men overtuijgd is, dat die menschen zig bevinden, verstaan aan hem, de over„ geleverde, en hier geinsereerde reekening ten emporte van pa ƒ 89: 14: waar onder de voldoen ongedeg stiti van de ensk: van heij oldoen pen, ongelden van den oppermeester Meppen zijn eijgen reijze begrepen zijn, te laaten Reekening van zoodanige ongel¬ den als den teekenaar onvermijdelijk heeft moeten doen ter overvoer van veertien Persoonen zoo Boekhouders als Assisten neevens den teekenaar met hunne Baga„ gien van Nagapatnam na herwaards; als. 2: Dubbelde Chialengen â ieder P ƒ 40. komt voor twee 11. Chialengen om gemelde Persoo„ nen neffens hunne Bagagien te Nagapatnam na Boord te bren„ gen â ieder p. o 10. maakt - - - „ 4. 14 — 15. Chialengen alhier om gemelde twee dubbelde Chialengen te lossen â ieder fo. 8- ƒ Pag: 89. 14 —. Teld. Palliacatta den 8. Junij 1786. /:was geteekend:/ P: H: Mefsen Pag: 80 - Den 26. September 1786 - „5 —. — Door 199. Den 26. September 1786. versoek van den Capt: De frein om diverse benodigt„ accordeering van het zelve, „slag uit 's Comp:s dienst, Notitie van het gedaan tran„ port aan den Dispencier Geeke, Dor den Escaijer Fredrik Gronau behoorlijk transport van de dispens aan den Pieter Willem Decke dispenvier „gedaan zijnde, zo is verstaan daar van bij deesen notitie te houden. De Boekhouder Iohan Leonard Beg versoek van Beggle on ont„ „gle bij request versoek gedaan heb bende„ om uiet 'sComp:s dienst ontslaagen, en in bur„ ger vrijd om te moogen worden gesteld, zoo is gearristeerd dit zijn verzoek te accor„ deeren met bepaling van de ordres op dit dog onder net mits„ articul beraard. Door den Capitain van Siet alhier ter rheede leggende schip de Castor Otto heden dt de Freijn bij request versoek gedaan zijnde om het benodigde voor de onder hem accordeering van het zelve„ Insentie van zijn requesten hem zijnde bodem en Manschappen te laa„ ten verstrekken, zoo is verstaan zulks te accordeeren, en dat Supplicq bij deesen te insereeren: Aan den wel Edele Agtbaar Heer Blaaukamer Willem Gezaghebber wegens de Nederlandsche O: J: Comp: ter Custe Chormandel Etc: Etc Den ondergetekende Capitain van alhier ter Rha„ de leggende schip: De Castor, Nemen bij deese de vrijheid om aan Uwel Edele Agtb: de benodigen van zijn onder hebbende Bodem en manschappen te soliciteeren, en de„ zelve door Uwel Edele Agtb: ordre te la„ ten verstrekking, namentlijk: Twee maanden gagie voor de manschappen, randsoen voor de geene die uwelEd: Agtb: p:r ordonnantie heeft gesonden, teffens eenige Den 26. September 1786. Schrijven
English
201. The 26th of September 1786. service of overseer of the works requiring 2 to 3 iron nails and 1/2 sheet of copper for the mizzen mast and sheave holes of the march. Wherewith, taking the liberty to be with all veneration, below stood, Right Honorable Sir, your Right Honorable obedient servant, was signed Otto de Freijn, in the margin, Palliacatta, the ultimate of July 1736. Pierre Brosette, former Extra-ordinary Engineer at Nagapatnam, having requested by petition that to him, following the example of his predecessors there, might also be assigned here the service of surveyor or overseer of the works, which until today was held by the Honorable Head Administrator Sadama, over which, having entered into deliberation on that matter; it was previously remarked by the Lord Commander that at the re-establishment of this Factory, now well over a year ago, His Honor, according to previous customs always in use at the outer Factories of this coast, had assigned to the said Honorable Head Administrator the care and supervision over all the minor repairs that were to be done here, and have since been done, in order thereby to prevent and counter all excesses that might occur through the native foremen; but had by no means appointed him to the service of surveyor. That His Honor could find no reasons The 26th of September 1786 203. The 26th of September 1786 why any change should be made in this arrangement; since all the repairs that have been done here until today, and those that will have to be done for the present, can very well be performed by native workmen under the supervision of the Head Administrator, without an Engineer or surveyor being specifically needed for that purpose. That besides this, in the Ceylon plan for the restoration of the Company's Factories on this Coast, the service of surveyor or overseer of the works was excused, and this arrangement was approved by Their High Mightinesses, wherefore one could also not condescend to the request of the petitioner without prior authorization of the High Government, however inclined this Council might otherwise be to grant him, who having been stationed on this Coast, came directly over from Ceylon after the recovery of the Factories, some means of subsistence, as compensation for the damages he certainly also suffered due to the war; finally that even if this Council were authorized to appoint a surveyor or overseer of the works here, following the example at Nagapatnam, 205. one would indeed need to take a person from the civil servants, for apart from the assignment of that office pro interim to Captain Engineer De Feije, who held it for only a few months, that service at Nagapatnam was always performed by a servant from the political or commercial branch, and never by a military man, as most recently the junior merchant Van Bijland had been appointed thereto by Their High Mightinesses. And it is consequently, on the grounds of the aforementioned considerations and what has further been remarked by this Council, approved and agreed not to decide upon the request of the petitioner, but on the contrary to send his petition with the ship de Castor to Batavia for the disposition of Their High Mightinesses; as well as in the meantime, or until the decision of the Honorable High Indian Government aforesaid shall have been received, to leave everything on the present footing. Captain Lieutenant and Commandant Jan Joachem Winkelmans having shown by petition that the room in which the Company's ordnance goods are kept is not only in a very dilapidated state, but also so cramped that it is impossible to store therein all the arms etc. presently on hand, since there are no racks for the muskets, and the grenade pouches, cartridge pouches, bandoliers etc., with a twofold request regarding this, that either the present place may be properly repaired and provided with the necessary racks for storing the muskets, or else that another suitable room or place may be assigned to him; as well as that there may be granted to him a carpenter and two shoemakers in place of a European strap cutter, who is not here; since without both of these he cannot be responsible for the deterioration of the goods under his administration, nor be able properly to repair the muskets used by the garrison that become unserviceable: It is, in consideration of the truth of what was advanced by the said Winkelmans, agreed to grant him the requested and certainly highly necessary craftsmen, consisting of: 1 Locksmith, 2 Sword cutlers, 2 Shoemakers, and 1 Bellows boy. The 26th of September 1786.
Dutch transcription
201. „ Den 26. September 1786. dienst van opsiender der wer„ schrijven 2 â 3. Eijzere Nagellen en ½. Bladt Cooper voor de bezaars mast en schijff gaten van de marsj„ phaa w: Waarmede hij de vrijheid nemende om met alle veneratie te zijn /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer, uwel Ed: Agtb: Ge„ hoorsamen dienaar /:was getekend:/ otto de freijn /:in margine:/ Palliacatta ult=o Julij 1736. — Is door Pierre Brosette, geweesen Ex„ versoek van Brosette om ale tra-ordinair Ingenieur te Nagapatnam bij Request versogt, dat aan hem, na het voorbeeld van zijne predecesseuren aldaar, ook alhier mogt worden opgedraagen den dienst van Landmeeter of opziender der werken, welke tot heeden toe door den Sadama E: Hoofd-administrateur bekleed wierd, waarover ter deliberatie deliberatie en gemanque dier wegen, getreeken ken administaten opgedragen i denring in die dien st te maaken; „getreeden zijnde; zoo is door den Heer Gesaghebber voor af geremarqueerd; dat bij het retablissement van dit Comptoir nu ruim een Jaar geleeden zijn Agt„ baare, na voorige usantien altoos op de buijten Comptoiren deeser kust in ge„ waron die dienst aan den hoofd bruijk, den E: Hoofd-administrateur voornoemd opgedraagen had, het toe, en opzigt over alle de kleijne reparatien die hier dienden te geschieden; en sedert geschied zijn, om daar door alle excesser„ die door de inlandsche bazen zouden kunnen voorvallen, voor te komen, en tegen te gaan; maar hem geenzins gesteld„ had in den dienst van Landmeeter. -. mantenioden oeden, men pan, Dat zijn Edele geen reedenen vinden Den 26. September 1786 kon 203./ Den 26. September 1786 bemilligt kan worden, ken, waarom er verandering in deese schik„ king diende te werden gemaakt; al zoo al de reparatien die tot heeden toe alhier gedaan zijn, en die ter voor eerst zul„ len diener te geschieden zeer wel door inlandsche werklieden, onder opsigt, van den Hoofd administrateur kunnen worden verrigt, zonder dat daar toe oxpres een Ingenier of landmeeter noodig is. — Dat behalven dit, bij het Cijlons plan, ter en naam te mins„ herstelling van de Comptoiren van de Comp= ter deeser Custe, den dienst van Landmee„ ter of opziender der werken geexcuseerd, en deese schikking door Hunne Hoog Edelheeden geapprobeerd is, waarom men naarom dus dat versoek met almede niet in het versoek van den Sup=t. den 26. September 1786 N: H: 8d. gerieger mogte presen„ en waaren, den Cinele besieden pa„ ter waargenomen worden Suppliant zou kunnen Condescendeeren, zonde onoif guadipictie en zonder voor afgaande qualificatie, der Voog„ Regeering, hoe genegen deesen Raade schoon desen Raade daar toe anders ook weesen mogt, om hem, die op deese Cust bescheiden geweest zijnde, na te rug erlanging der Comptoiren direct van Ceilon overgekomen is, eenig mid„ del van bestaan toe te voegen, ter ge„ moedkoming in de schaade die hij zee„ kerlijk meede geleden heeft, door den oorlog; „ongtens zij die denst aan dor eindelijk dat zoo deesen Raade al gequalificeerd was, tot het aanstel„ len van een Landmeeter of op zien der der werken alhier, daar toe na het voorbeeld op Nagapatnam, immers Zou 205. van H: H: Edelh: te versoeken, zou dienen genomen te worden een persoon uit de Civiele bedienden, want buiten de opdragt van dat ampt prointerim aan den Capitain Ingenieur De feije welke het maar wijnige maanden bekleed heeft, die dienst op Nagapatnam altoos waargenomen is, door een bediende uit de politie of Commercie, en nimmer door een Militair gelijk nog laastelijk door Haar Hoog Edelheeden daar toe aangesteld geweest was den onderkoop„ man van Bijland. En is dienvolgende op fundament der bstuet en de disposte duige„ voorschreeve bedenkingen, en het geen door deese den 26. September 1786. en in tusschen alles op de pre„ senlen voet te laaten, vertooning door winkilman van de slegte gesteldheid der gapenkamer, deesen Raade wijders geremarqueerd is, goed gevonden en overstaan op het ver„ soek van den Supliant niet te dis„ poneeren, dog daar en tegen zijn Re„ quest, met het schip de Castor na Batavia te zenden ter disposetie van Hunne Hoog Edelheeden; mitsga„ ders ondertusschen of zoo lang tot men het appoinctement, van de Edele Hooge Indiasche Regiering voornoemd zal ontvangen hebben alles te laaten op den tegenwoordigen voet. —. De Capitain Lieutenant en Commar„ dant Jan Joachem winkelmans bij request vertoond hebbende, dat het vertrek waar in 's Comp:s wappengoederen den 26. Zeptember 1786. gebergen den 26. September 1786. ken zijn zijn twee leedig versoek geborgen worden; niet alleen in een zeer vervallen staat, maar ook 2oo be„ krompen is, dat daar in onmogelijk alle de tans aan handen zijnde wapenen Etc: kunnen worden geborgen, alsoo er in datu gen voodige pak„ geene rakken zijn, voor de geweeren, en de Granaat zakken, Patroontasschen, kardonriemen etc:, met een twee leedig dierweegens, versoek, dat of de presente plaats be„ hoorlijk mag worden gerepareerd, en van de noodige rakken tot berging der ge„ weeren voorsien, dan wel dat hem een ander Convenabel vertrek, of plaats mag werden aangeweesen: als meede dat aan hem mag werden toege„ staan een timmerman, en twee schoen„ makers „lieden toe te voegen, makers, in plaats van een Europeese riem snijder, die hier niet is; alzoo zonder het een en ander niet kan instaan voor het bederf der onder zin administratie zijnde goederen, nog in staat om de bij het Guarnisoen gebruijkt wordende en en bekwaam rakende geweeren, behoorlijk te kun„ beslut hen gevens gem: an bagt men repareeren: Zoo is uit aanmer„ king der waarheid van het door gem: winkelmans geavanceerde, verstaan, hem toe te voegen de versog„ te en zeker hoog nodige ambagtslie„ „den bestaande in: 1. Slotemaaker, 2 Zwaartvegers 2. schoenmakers, en 1. blaasbalg Jonge: Den 26. September 1786. D t