Inventory 3784
Coromandel · 1,354 pages · 191 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
24 September 1787. After which detail His Honour proposed to the council whether they could not agree to give the Armenian merchant Shamier Sulthan the simple answer: that he can send his parcels across without fear of any difficulties, in order to be transshipped directly in the roadstead onto the Valck, without bringing any of them ashore here for whatever reason. Upon which proposal, considering that the Naveldhaar has never demanded duties on parcels transshipped in this Roadstead, and it would therefore tend to create much difficulty in the matter and intimidate those people from sending freight on our ships, whereby the Company would miss a sweet profit, it was unanimously agreed to concur. In place of the bookkeeper and pay-ledger keeper who has been discharged pursuant to his request, it was agreed to nominate and appoint the bookkeeper Johannes Abraham Brondveld. Paul Godlieb Templijn, son of the chief cooper Godlieb Templijn who died on 13 April past and was a most capable workman, having addressed himself by request to the Governor to be permitted to enter the service of the Honourable Company in place of his deceased father, and that he, with the craft which he learned under his father, be granted such pay as His Honour should please: so it was, on the proposal of His Honour, agreed to admit him into service as a cooper with a salary of f 16 per month, and a contract of 5 years commencing on 15 April last, as he has acted as such since his father's death and had given proof of fair ability, and according to testimony has good conduct. There having been sent hither under escort by the Madras Government two soldiers named Jan Nicolaas Herwig of Mulhausen, and Jean Pierre of Normandy, who according to their statement were previously in the service of the Honourable Company and stationed at Souratta, but were made prisoners of war there in the last war, and application having been made by them to be readmitted into the service, with the further request that, as they had family, they not be sent to Batavia, but to Ceylon: so it was agreed to condescend to their twofold request, and to admit them into the service of the Honourable Company under the grant of a salary of f 12 per month under a contract of 3 years commencing today, and to send them over to Ceylon at the first coming opportunity. Finally, it was further agreed hereby to record approval that the dispenser Pieter Willem Seeke has properly provided surety for his administration, the Assayer Fredrik Tronau and the First Sworn Clerk Jan Joachim Haß having bound themselves for the sum of one thousand rixdollars according to the bond produced in Council; and by resolution to deposit the same paper, which was found to be in order, in the Company's Great Cash Chest. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as above. Signed as before. Thursday 11 October 1787. In the forenoon at ten o'clock. Council of Policy. Absent: The Secretary Broerius Brouwer, due to indisposition. The Governor produced to the meeting the minutes excerpted by order of His Honour from the letters received this year from Batavia from the Honourable High Indian Government there, being dated 17 April, 22 May, and 15 June, and at the same time proposed to deliberate upon them before this meeting, in order to frame a fitting reply to the same. Which having been unanimously resolved upon, it was initially agreed to communicate most respectfully to Their High Excellencies aforesaid the safe receipt of the aforementioned letters with their enclosures. Upon the remark of Their High Excellencies regarding the missing of the promised general report, it was agreed to reply with respect that nothing has ever grieved this Council so much as that it could not fulfill this promise of theirs, made by letter of 21 October 1786; but that the ailing condition in which the Governor already found himself before the departure of De Castor is the sad cause thereof, which since increased to such an extent that through repeated relapses, both in the previous 11 October 1787. as
Dutch transcription
den 24. September 1787. pnijesitie an Thompe Sijl„ ten eenviudig te antwoorden, in het schip de valck ka„ de laaten overscheepen, sonder aan de wal te brengen oar te stollene zwarigheid daar inne van de 2ede van den Hlweldaar, heeft gegeeven. da welk detail zijn Agtbaare de vergade„ vring propineerde of de zelve niet konder in„ Stemmer om den Armenisch koopman Shamier„ sulthan een voudig te antworden. dat bij zijne pakken divent Dat hij zonder vreese voor zwaarigheid „zijne pakken maar kan overzenden, om direct „op de rheede in de valck overgescheept te „worden, zonder een derzelver om welcke „rieder ook aan de wal alhier te laaten „brengen. Op welk voorstel, uit aanmerking dat de Na„ aveldhaar minner divert tot gevraagt heeft van op deeze Rheede overgescheipte pakken, en het dus neijgen zoude zijn daar in veel zwa„ gigheid te stellen, en die menschen door dezelve van het zender op vragt in onze scheepen te in timidern 1 757. den 24. September 1787. aanstelling van den Boekh Brensve Elo tot soldij verdrager, Iamplijn tot Kuijper niet intirmidteren waar door de Comp: een zoet vordeel zoude missen eenparig verstaan is zig te Con„ formeeren. In plaats var den boekhouder en 2oldlij„ overdrager welke ingevolge zijn verzoek ontsla„ gen is, is verstaan te nomineeren en aan te stel„ len den boekhouder Johannes Abraham Brondveld. Paul Godlieb Templijn on r den sen dest 1 Somplijn van den op den 13. April p=o overleedenen opper„ kuijper Godlieb Templijn, die een aller be„ kraamst werkman geweest is, zig bij 6 gequiste bij den Heer Gezaghebber geaddus„ seerd hebbende om in plaatse van zijne over„ „ leeden vader in dienst van de E: Comp: te moogen werden aangenomen in dat de zelve metici ƒ. 16. —. het den 24. September 1787. gedaane sending don het Madrase Gouvenement van Neven gen: 2. sildaaten, het welk hij onder zijn vader geleerd heeft, in„ der toelegging van zoodanige besolding als het zijn Agtbaare zoude behagen, zoo is op voorstel van zijn Agtb: verstaan hem als kuijper met een besolding, van ƒ 16. smaands, en een verband van 5. Iaaren in„ gaande den 15. April laastleeden in dienst te admitteeren, wijl hij zedert zijns vaders overlijden als zoodanig gefungeerd heeft, en 1 pruves van tamelijke bekraamheid gegeeven had„ den, en volgens getuigenisse een goed gedrag hereft. Door het Madrasse gouvernement her„ waarts onder esoorte overgesonden zijnde twee soldaaten in naame Jan Nicolaas Herwig van Mulhausen, en Jean Pierre van Normandien, welke bevoorens volgens hun 759. den 24. September 1747. 9. gereadmitteerd en na Ceilo gezaden te worden, Soldaet out f 12, em bij eerste gelegert hed on hun zeggen in dienst der E: Comp: en op Sou„ diste Souatta Rijgsije, vangen zijn gewest, ratta bescheijden geweest, dog aldaar in den laatsten oorlog krijgsgevangen gemaakt zijn, 1 1 en door hem instantie gedaan weezende om hun genzik en i sCans:s dierst weeden in den dienst te mooger worden, genadmit„ teerd met verder verzoek, om wijl zij familie hadden, niet na Batavia, maar na Ceilon gezonden te werden, zoo is verstaan admissie van de zite tit 1 in hun tweeleedig verzoek te Condisoen„ deeren, en hun in dienst van de E: Comp=e toe„ te laaten onder toelegging van een besol„ W ding van ƒ 12. ter maand onder een verband van 3. Jaaren heeden engaande, mitsgaders bij eerst komende gelegentheid na Ceilon over„ te zenden. Eijndelijk is nog verstaan bij deezen aprobatie geande in gekomen borgtogt over den disperorie Zecke. te zenden. te Cassa te sepreeren, tegesteren dat den de spen eer Pieter Willem Seeke behoolijk bogtogt vvon zijn administratie heeft gesteld, hebbende zig voor de Samma van rd=s Een duijzend volgens de in Raade overgelagde borgtogt verbonden den Essaijeur Fredrik Tronau, en den Eersten Geswooren Clercq Ian Joachim HaB: en dat Pa„ besluit de zulve in 's Comp:s pier, dat na de ordre bevonden is, in de 's Comp=s Groote Geld Kassa te seponeeren. Aldus Gedaan Gearresteerd In't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren Donderdag den 24. September 1747 761. de ontvangene brieven van Nie:: Edelheeden. besluit van den geeder ontangs't Donderdag den 11. ' october 1787. 'S voormiddags om Thien uuren Vergadering van Politie Absent Den Secretaris Broerius Brouwer mits in dispositie Is door den Heer gezaghebber ter verga„ productie der notulen uit deringe geproduceerd de Notulen op ordre van zijn Agtbare geëxerpeerd, uit de in dit Iaar van Batavia ontvange brieven van de Edele Hooge Indliasche Regering al„ daar, zijnde gedateerd 17. April, 22 Maij en 15. ' Iunij, en toffens. geproponeerd; om daar Toigneeren overstaande deeze vergadering te besoig„ neeren, ten eijnde een gepast antwoord op de„ zelve te beraamen. propotitie en daar waj te be„ Waar toe unaminiter beslooten zijnde, zoo derzelve Hoogst dezelve is Comminsidatie te geven in d: p:s grauns te gragen, is aanvangkelijk verstaan, den goeden ontfangst der voorschreeve brieven met dies bijlagen, Hunne Hoog Edelheeden voornoemd alles eerbiedigst te Communiceeren. ve het goet gedaen ijslen Op de panarque van Hunne Hoog Edelhee„ den, over het missen van het beloofde gene„ vaal verslag, is verstaan met eerbied te resoribeeren, dat niets deezer Raade ooit zoo zeer gesmert heeft, als dat zij aan deeze haare belofte, gedaan bij brieff van den 21. October 1786. niet heeft kun„ nen voldoen; dog dat den sukkelender toe„ stand, waar in den Heer Gezaghebber reeds voor het vertrek van De Castor ven„ men oven dit on zeijd seerde, daar van de naare oorzaak is, uijt die sedert zoodanig toenam, dat hij door herhaalde recidivren, zoo in het voorige den 11. october 1787. als
English
763. the 11th of October 1787. were written paragraph by paragraph, as this year he has mostly, and at times not without danger, been bedridden; that to make matters worse this illness was followed by a malignant and most painful whitlow on the thumb of his right hand, which has only permitted His Honour the use of the pen for a very few days, so that for more than two months it was impossible for him; with further urgent request that on this account the aforementioned neglect might also be favorably overlooked. Furthermore, it was resolved to represent respectfully to Their High Noble Excellencies that fear of making errors was the true reason that this Council deviated from the usual order in the past year to to do so, expression of thanks for the approved purchase of the pantchialling De Hoop, which vessel was wrecked in the storm suffered, shall be communicated to Ceylon, promise to write the letters paragraph by paragraph, with the further assurance that this shall henceforth be dutifully complied with without any deviation. The purchase of the pantchialling De Hoop having been approved by Their High Noble Excellencies, it was resolved to thank Them respectfully therefor, adding further with sorrow that this vessel, together with all those lying in the river of Coringa, was wrecked in the tremendous hurricane which raged thereabouts on the 20th and 21st of May, and upon Jagannathapuram and Palicol, in such a manner that it caused almost a general destruction; it being mentioned that the Company has thereby also suffered a considerable loss; that the 11th of October 1787 765. the 21st of October 1787. for the sending of the sloop De Herstelling, which vessel is so suitable for this coast, resolved to inform Their High Noble Excellencies that one must nevertheless continue with the hiring of cannot at present be given accurately enough; and that it will therefore be discussed more extensively in the forthcoming general report. Likewise, it was resolved to offer humble thanks to Their High Noble Excellencies for the sending of the chaloup De Herstelling, adding further in the outgoing letter that, since that chaloup according to expert advice is a very suitable vessel for this coast, it was decided upon the granted concession of Their High Noble Excellencies to retain that small keel for the service of this Government; while regarding this article it was also resolved to inform Their High Noble Excellencies respectfully that, vessels, merchandise, and to bring back the ready returns here, notwithstanding that one shall deliberate further upon it, although one has thereby been somewhat relieved of embarrassment, this Council will nevertheless have to continue hiring private vessels until one is provided with more, since a single chaloup is not sufficient to provide all the offices of the Company on this coast with merchandise, as well as to collect from there and bring hither the returns that are successively brought to the shore there. Also having been received among the enclosures a certain report from the Commander and Master Equipper at Batavia regarding the dhonies, it was, since the construction of the 11th of October 1787. 799. the 11th of October 1787. requested elucidation by Their High Noble Excellencies regarding the dhonies, those vessels, which here on the coast, on Ceylon, and the Malabar have always been in use, appears very satisfactory, approved and resolved to inform Their High Noble Excellencies that one will deliberate further upon this in the near future. Further, having discussed the elucidations requested by Their High Noble Excellencies with regard to the aforementioned dhonies, appearing in the 6th and 7th paragraphs of Their aforementioned first letter, containing principally the following questions: how much those vessels would be able to carry; how long they could sail on the usual footing; and how much expenses they would come to cost annually in repairs and maintenance, answer regarding their cargoes it was resolved, with regard to the first-mentioned question, to note in the outgoing letter that the dhonies belonging to the Coast last before the war: De Johanna Maria, De Oranje Spruit, and De Jonge Pieter, according to what one has been able to trace from the invoices still at hand, were able to carry, namely: the first 102 bales, the second 85 ditto, and the third 28 ditto; adding with regard to the last-mentioned vessel that it certainly must have been able to carry more bales than the stated number, although from the invoices the 11th of October 1757. 801. annual maintenance it was not found that this vessel ever brought more bales to the large or other offices at Nagapattinam, and it is therefore presumed that this was rather caused by a lack of more supply when that small bottom was dispatched than by a lack of more space; While with regard to the second question concerning the maintenance of the said dhonies, it was resolved to reply respectfully that, having had the expense accounts of the same drawn up averaged over five years, it was found that according to this calculation the said three dhonies have cost annually in maintenance, namely: De Johanna Maria - - - ƒ2032: 9: 8— The 11th of October 1757 De
Dutch transcription
763. den 11. ' october 1787. paro paphice zijn geschreeven, als dit Jaar, merst al en bij wijlen niet buijten gevaar bedleegering gewest is, dat ten vermate van ongeval deeze ziekte gevolgd wierd van een 1 Rraadaardige en aller pijnlijkste vijt aan de dluijm ƒ - „ van zijn regterhand, die zijn Agtb: maar zedert 39 ƒ heel weijnig dagen. toelaat gebruijk van de 1 perne te maaken, dat geduurende ruijm twee 1 - maanden lang, hem ondoenlijk is geweest, met instantie verder om uit dien hoofde de voorschre„ ve nalatigheid ook gunstiglijk te willen passeeren. Voorts is verstaan Hunne Hoog Edelhen„ aer en : d: :s de en ent den met eerbied te vertoonen, dat vrees voor het pleegen van abuisen, de waare gede ge„ weest is, dat deezen Raade in ana pas„ sata afgeweeken is van da gewoone ordre, om de te zullen doen, dant betuijng vn de geappe„ beerde in koop van de Goeral de Hoop, welk vaartuig in de ston ge„ ongelikt tis voran gelerden heeft, zal over Ceilon bedeeld worden, belofte zulk in tot gulij de brieven paragpaphier te schrijven, onder ver zekering wijders dat daar aan vortaan zonder enig afrij„ king schulpligtig zal werden voldaan. Den inkoop gan de Iocab De Hoop, door Hunne Hoog Edelheeden geaprobeerd zijnde, zoo is verstaan daar voor Hoog dezelve met eer„ „bied te bedenken, onder aanhaling wijders, dat men met leetwerzen en bij moet voegen dat dit vaartuig, nesent alle die in de revier van Coriengie lagen verongelukt is in de ontzag„ gelijke orcaan, die op den 20 en 21. Mai daar om steeks, en op Iaggermaikpoerdan en Pa„ licol zoo zig geword heeft, dat ze ge„ noeg zaam en generaale verwoesting heeft de schare dide Cuis bij de aangesegt dat de Maatschapij daar bij 79 ook een aannekelijk verlies geleeden heeft; dat den 11e. october 1787 tars 765. den 21. october 1787. E: voor detoesending van de sloep de Har„ stelling, welk vaartuig voor deeze kunst Zaa bekaan is, besluit N: H: Ed: te bedee„ len, dat men egter Continueeren moet, met het inhuuren van tans niet naaukeurig genoeg kan werden opge„ ƒ gewven; en mer daar om en omstandiger van spris„ „ken zal bij het aanstaande generaal gerslag. Desgelijks is verstaan Hun Hoog dankbituiging, aan N: N: V Edelheedens nedrig te bedanken voor de toezending van de Chialoup De Herstelling, onder aanhaling wijders bij den afgaande brief„ 1 dat uijl die Chialoup volgens advis van des kundigen een zeer bekwaar vaartuig voor deeze kust is, men op de gieerde Concessie van Hunne Hoog Edelheedens beslooten heeft dat kieltje ten dienste van dit Gou„ 9 „ vernement aan te houden; Terwijl omtrent dit Articul almeede beslooten is Hunne Hoog vaaertuigen, Edelheeden erbiedig te kemnen geevende, dat Schoon ng 1 oor Coopman siz, te varzien, en weder de gereede getour dit haer te brengen, ven tegen, dat men over het naden dispruengn zal, schoon men hir door wel eenigzints dut de ver„ legentheid is geraakt, deezen Raade egter zal moeten Continueeren met het inhuuren van particuliere vaartuigen, tot men van meerdere zal weesen voorzien, alzoo een enkelde Chia„ en daarmeede de Conptarien van loup niet voldoende is, en daar meede alle de Comptoiren van de Comp: ter deezer kuste van koopmanschappen te voorzien, mitsga„ dus van daar weder af te haalen en hee„ waarts over te brengen de getouren die daar successive worden in der bard gebragt. mmst H: N: E: te zen inder de bijlaagen ook ontfangen zijnde, 1 berigt van der Cormanduur Zeeker berigt van den Commandeur en opper Equi„ pagie meester te Batavia omtrend de thonijs, zoo is, wijl hem de Constructie van den 11:' october 1787. die 799. den 11. October 1787. gevorderde Elucidatie door N: H: Ed: nopen de trijs, die vaartuigen, welke hier tor kuste, op Ceilon„ en de Mallabaar, althoos in gebruijk geweest zijn, zeer voldoende voorkomt, goedgevonden en verstaan Hunne Hoog Edelheeden te kennen te geeven, dat men daar over eerst daags nader delibereeren zal.. Wijders gesproken zijnde over de gevorderde Elucidatien door Hunne Hoog Edelheeden met opzigt tot de voorschreeve Thonies, voor„ komende bij de 6en 7. van Hoog derzelver Eenste„ gemelde missive, bevattende hoofdzakelijk de volgende vraagen, hoe veel die vaartuigen wil zouden kunnen laaden! hoe lang die op ƒ den gewoonen voet wel zouden kunnen vaa„ ver in hoe veel ongelden die sjaars aan Reparatie en onderhoud zouden komen te kosten antwood ter aanzien haar ladingen kosten, zoo is verstaan ten aanzien van de eerst gemelde vraag, bij der afgaanden brief te noteeren, dat de laast voor den oorlog ter Custe te huijs gehoord hebbende torijs De Johanna Maria De orange Spruijt, en De Ionge Pieter, volgens het geen men uit de nog: aan handen zijnde factuuren heeft kunnen naspeuren, hebben kunnen raaden, als: de eerste 102. pakken, de tweede 85 _„o, en de derde 28. _ o onder bijvoeging ontrent het laastgemelde vaartuig, dat die zekerlijk meerder pak„ ken, als het opgegeeven getal, moet hebben kunnen laaden, schoon men bij de factuures den 11. ' october 17577. niet ƒ - 801. zelvers Jaarlijks aan onder„ niet verd, dat dit vaartuig oaijt meerder pakken. aan de grood of anders Compteins op Nagapiata am heeft aangebragt, en oven dues verdorde, steld, dat 1 dit eerder veroorzaakt is door gelerck van meerder vooraad, waner dat bodemtje gedepecheerd werd als aan gebrek van weerder ruijmte; Terwijl ten aanzien van de tweede vraag; begitem het kostende der„ n hand langerde het onderhoud der gemelde thonijs, ver„ staan is, met eerbied te rescriberen, dat „ men de Reekeningen der ongelden van dezelve, vijf Iaaren door den anderen geslaagen hebbende laaten opmaaken, bevonden heeft, dat volgens deeze bereekring de gevelde Drie Thoijs sjaarlijks aan onderhand hebben gekost; als De Johanna Maria - - - ƒ2032: 9: 8— Den 11e. October 1757 3 - De
English
and how long those vessels would likely be able to sail, of De Orange Spruijt ƒ431. 17. 8. De Ionge Pieter ƒ230. 8. 8. yet at the same time respectfully to add that these accounts, compared one against the other, differ considerably when viewed separately: citing as an example the thony De Iohanna Maria, which in one year cost nearly 3000 guilders, and again in another barely more than ƒ1500, concluding with the addition that one must therefore maintain that no complete reliance can be placed on this calculation; And as this Council can just as little answer with complete certainty the third question, how long a time the said vessels could likely sail on the customary footing, it is properly understood to note in reply 11 October 1787. Statement of Their High Noble Lordships that they had not been able to comply with the request for 3 sloops. to note that nautical experts, with whom the meeting would indeed dare to agree, calculate that such a vessel, when well maintained, would be able to navigate along this coast for nearly twenty years. Upon the statement of Their High Noble Lordships that They could not comply with the request of this Council made by letter of 27 February 1786 for three well-equipped sloops drawing 6 feet of water, because one had neglected to specify the true intention regarding the draft of the sloops, namely whether empty or laden, it was resolved respectfully to write back that this Council thereby meant when they were laden; 11 October 1787. did not clearly describe the construction thereof, but the required template of a thony cannot be prepared together with an expression of the meeting's regret over this omission, as it was thereby caused that Their High Noble Lordships aforesaid could not comply with that request, adding further that this is all the more to be lamented because here on the Coast, especially at this Main Office where there is virtually no private shipping, it will be impossible to manage without our own vessels as soon as the trade and the collection at the respective factories become only somewhat more opulent. Yet with regard to the template required by Their High Noble Lordships for a thony such as would be most suitable for this Coast and most capable for the Company's service, it was resolved 805. 11 October 1787. The favorable finding of 14 packages sent in the past year, though one has not placed complete reliance on the quality. to note that in this respect one is obliged to plead the impossibility of complying therewith, for at this place no person would be found capable of making such a template, and where now the master ship carpenter has perished in the unfortunate storm of 21 May at Coringa; Concerning the linen packages brought with the ship De Castor to Batavia in anno passato, 14 packages having been inspected and found favorable, it was resolved to express the particular joy of this Council thereover; because one dared not rely as completely on the quality of most cloths 11 October 1787. Why also the length and width were not stated in the invoice. In the future such mistakes will not occur. Satisfaction over Their High Noble Lordships' pleasure regarding the efforts made for the collection. on the quality as before, when there was time to properly inspect and sort them, which in anno passato could not take place; And since to this must also be attributed the mistakes made in the invoice and the packing slips by not making known the sorts of cloths or their length and breadth, it was resolved to request Their High Noble Lordships also to be satisfied therewith, with the assurance that henceforth care shall be taken that such mistakes are no longer made. Furthermore it was resolved to state 807. 11 October 1787. collection of this year has also not answered to the hope. Apprehension for that of the coming year. that it has served this Council somewhat as a consolation that Their High Noble Lordships have been pleased with the fruitless efforts set to work by the same for the promotion of the collection of linens in anno passato; While with regard to that for this year, it was resolved to note that the same has likewise not answered to the hope of this meeting and the prospects of the chiefs, adding in continuation that one is with reason apprehensive for that of the coming year, since one can build no well-founded hope upon an opulent procurement of linen as long as this government remains deprived of an adequate succor of cash money; The collection of this year has however succeeded better than that of the previous one. 314 packages being sent per De Valck, wherein the same consist, amounting to ƒ200,126. 19. 8. 11 October 1787. Yet because the collection of this year has nevertheless succeeded somewhat better than that of the previous one, it was also resolved to note in the outgoing letter that one trusts that the present shipment of linens with the ship De Valck, amounting to 314 packages, will share no less in the pleasure of Their High Noble Lordships, adding further that the said bales consist of: 52 packages from Palleacatta, 63 packages from Iaggernaikpoeram, 189 packages from Bimilipatnam, and 10 packages from Portonovo, together in value amounting to ƒ200,126. 19. 8. After
Dutch transcription
en hoe lang die vaartuigen wil zouden kunnen vaa„ van De orange Spruijt ƒ431. 17. 8. 3 - - - „ 230: 8:8. De Ionge Pieter „ dog er teffens givirentelijk bij tevoegen;, dat deeze voor den anderen geslage Rekeningen merkelijk verschillen, wanneer zo afzonderlijk staan: ten voorbeeld Citteerende de thonij De Iohanna Ma„ ria, die in een Iaar gekost heeft na bij de 3000. guldens, en weder in een ander maar ruijm ƒ 1500, onder bijvoeging ten besluijten dat men dus moet sustineeren dat er op deeze bevee„ kening geen volkomen staat te maaken is; En wijl deezen Raade even zo min, met volkomene zekerheijd beantwoorden kan de derde waag! hoe langen tijd de gemelde vaartuigen op des gewoonren voet, wel zouden kur„ par vaaren, s eerlijk verstaan in antwoord te - den 11. ' october 1787. noteren — ƒ 803. Den 11. october 1737. betuiging Haer Hog Ed: dat aan hot verzoek en 3. Chia„ louper, niet hadden kunnen noteeren dat zeekundiger waar bij de verga„ dering zig wel zou duren voegen Calcu„ leeren, dat zulk een vaartuig wanneer het wel onderhouden word bij na twintig Iaaren langs deeze kust zou kunnen na vigeeren. Op de betuiging van Hunne Hoog Edel„ V heeden, dat Hoog Dezelve niet konden volden. voldoen aan het verzoek van deezen Raada bij brief van den 27. februarij 1786. gedaan, om drie wel voor ziene Chialoupen, diep gaande 6. voeten, wijl men verzuijmd had de waare meening ontrent het dieptreeden der Chialoupen, te wee„ ten: of ledig, of belaaden, op te geven, is verstaan greverentelijk te pescribeeren, dat deezen Raade daar meede verstaan heeft, wanne zij belaaden waa„ Den 11e. october 1747. tie derzelven niet duijdelijke bescheeven heeft, dog de gerequireerde mal van een toij kan niet vervanoligd worden loet werken, der dat de Capidua, waaren; order te kennen gave van het leetweezen der vergadering over dit verzuijm, alzoo daar door veroorzaakt is, dat Hun Hoog Edel„ heeden voornaemd aan dat verzoek niet had„ der kumer voldoes, en bijvoeging verder dat dit nog meer te beklagen is, uit hoofde het hier ter Custe voor al op dit Hoofd Comp„ toir waar genoegzaam geen particuliere vaart is, zonder eijge vaartuigen niet zal weesen te stellen, zodra den verthier en den In„ saan op de respective factorijen maar wat opu„ lenter word. —. Dog ter aanzien van het door Hun Hoog Edelheeden gerequireerd gal van een Thorij, zo„ danig als voor deeze Cust geschikst, en tot 's Comp dienst bekraamst zoude zijn, is verstaan te 805. den 11e. october 17557. de wedelijke bevinding van „ 14. pakken in do p= verzon„ schon mer op de deugst den 2eber geen volkomen straat heeft te noteeren, dat men ten deezen opsigte verpligt is zig op de onnogelijkheid om daar aan te voldoen. te beroepen, want men op deeze plaats geen mensch, tot het vervaardigen van zodanig een mal bequaam, zoude werten te vinden, en waar, nu den scheeps timmermans baas, in der onge„ lukkigen storm van den 21. meij op Coringa gebleeven is: van de Lijwaatpakken met het schip te betugen bo lij schap an De Castor in anno passato op Batavia den aangebragt 14: pakken bezigtigt, en gedelijk bevonden zijnde, is verstaan daar over de bij„ zondere blijdschap van deezen Raade te betuigen; uit hoofde mer op de deugd druven maaken der meeste doeken niet zoo volkomen staat Den 11. october 1787. waar om ok bij de factuur de lengte en breste niet was ge„ Seld het vervolg diergelijke abuijsen oi't gee gebeur zullen, genoegen over het wel gevaller N: H: Ed: wegens de vrigten loop gedaane pogngen m der in zadm, staat herft duven maaken, als wel bevooren, wanneer der tijd was, om die behoorlijk na tezien„ en te sorteren; dat in ano pass:o niet heeft kunnen geschieden; En nadien daar aan alner„ de moet worden geattribeerd de abuijsin die bij het factuur, en de afpak brafjies zijn begaan door het niet bekend stellen van de zoorten der doeken of derzelver lengte en breete, is verstaan Hunne Hoog Edelheeden te verzoeken daar„ te doen verzeekering datij meede ook genoegen te neemen, onder ver„ zekering dat voortaan zorge zal wr„ den gedragen dat diergelijke abuijsen niet meer worden begaan. voorts is verstaan te betuigen, dat 807. den 11:' october 1787. Jaar, almeede niet aan de hoope hoeft biant woord. —. bedugting voor die van het aan staande Jaar dat het deezen Raade nog eenig zints tot broost gestrekt heeft, dat Hunne Hoog„ Edelheeden zig hebben laaten wel geval„ len de vrugteloose pogingen, door den zilver in het wark gesteld tot bevordering van den inzaam van Lijwaaten in anno passato; Terwijl ter aanzien van die voor dit Iaar, notitie dat dezelv om dit verstaan is te noteeren, Dat dezelve al„ meede nuiet aan de hoop diezer vergadering en de voor uit sigten der opperhoofden heeft beantwoord, onder bijvoeging ten vervolge dat men met veeden bedugt is, voor die van het aanstaande Iaar; gewerkt, men geen gegronde hoop bouwen kan op een opu„ „lente Lijwaat procuure zoo lang elict gou„ ƒ vane mit den inzaam heeft evenwel van dit Jaar bater geslogt, als die van het voorg daa„ tas per de valck gezor„ der werdende 314. pakken, waar in de zelve bestaan, „vernement ontzet blijft van een genoegzaam Sa„ cours van Contant geld; Edog wijl den inzaam van dit Iaar evenwel eenigzins beeter ge„ slaagd is, als die van het voorige, is almeede verstaan bij den afgaanden brief welke hooe omer heeft van de te noteeren, dat men vertrouwd, dat de presente versending van Lijwaaten met. het schip De valck beloopende 314. pakken niet minder zal deelen in het wel behaager van Hunne Hoog Edelens, onder bijvoeging wijders dat de gemelde fardeelen bestaan in 52. pakken van Palleacatta _o „ Iaggernaikpoeram, 63. 189. Bimilipatnam, en 10. _„o Portoneo, te zaamen in te darte den 208 36: 19: de elde bedragende ƒ 200126. 19. 8. —. den 11e. october 1787. Na 1
English
809. the 11th of October 1787. To inform Their High Noble Honours that the Porto-Novo textiles were not delivered by contract, but privately, and that he had refused to enter into any engagement whatsoever with the Company, After the taking of this resolution, it was understood, at the express request of the Governor and Head Administrator with regard to the Porto-Novo textiles, as an obligation to inform Their High Noble Honours that these were not procured by contracting out, but were delivered privately by the native merchant Bamnna Moddoliaar, with the further assurance that this man had absolutely refused to enter into any engagement with the Company so as not to come off ashamed in case of misfortune, and that this had resolved them to accept his offer to deliver to the Company, without any advance provision, but with a modest increase of 5 percent, and 1 percent monthly interest for his advance, a number of packs of diverse textiles by the departure of the ship if he was able, and that they thus hoped that Their High Noble Honours will be pleased to approve this private negotiation, on the grounds that these textiles did not have to be paid for until after delivery and acceptance. In order to remove the contradiction that seems to reside in the letter of this Government dated the 21st of October 1786 regarding the purchased 192 packs of textiles, because in the first place it was positively assured that the time after the arrival of the Castor had been too short to carry out any contracting, and a little further on it was equally asserted that all 811. the 11th of October 1787. private individuals who sent textiles to Batavia did not purchase them, but contracted them out upon advance provision of cash; considering that the purchase of 192 bales, both at Nagapatnam, Madras, and Porto-Novo, could not be reconciled with this; it was further agreed to respectfully demonstrate to Their High Noble Honours that the principal senders of textiles to Batavia are indeed the Armenian merchants at Madras, and that it was a universally known truth that these make contracts in good time, that is in the end of November or beginning of December, or at the latest in January, upon advance provision of cash; as also that this is done by all private individuals who engage in the trade in textiles, and that this had also been done by the owners of those packs which were purchased for the Company in the past year; with the further addition that this was truly very accidental, for these textiles had not been projected from Batavia, and one would never have obtained them had the owners been able to negotiate a few percent more profit elsewhere, concluding finally with the declaration that the assembly hopes this little will be sufficient to clarify the contradiction that appeared to occur in the aforementioned missive of the 21st of October, as this Council 813. the 11th of October 1787. did not intend to make known anything other than that it is impossible on this coast (insofar as one has in view the Company's ordinary textile procurement) to procure good and sound textiles without early contracting and cash advances, for which the time between the arrival and the departure of a ship (because they very seldom arrive before the months of June or July) is far too short. Because of the small collection of nutmeg and mace on Banda, and the preference that belongs in every respect to the Netherlands on account of the uncommonly high prices, it having been impossible for Their High Noble Honours to provide this office with any thereof, although thereby the cloves would have easily gone off and a sufficient fund would have been brought about for the procurement of textiles; it was approved and agreed, in view of this unfavourable conjunction of affairs, which is further aggravated by the fact that one has not the least relief of money to expect from the Netherlands or from Ceylon, to note that these are all misfortunes which one can only lament, but which are beyond the power of Their High Noble Honours and of this Council to remedy, and that therefore nothing remains for them but the unpleasant task of being able to give so little prospect of a better collection for the coming year. the 11th of October 1787.
Dutch transcription
809. den 11. october 1787. Hoog Ed: dat de patmaosche lijwaaten niet aan bestand„ maar particulier geleverd zijn, volstrekt in geen verband „hadt willen in laaten, Na het neemen van dit besluit, is op de te gegeen kenis aan Haar Expresse begeerte van den Heer Gezag hebber en Hoofd-administrateur met op zigt tot de Por„ tonvrose lijwaaten verstaan, Hunne Hoog Edelheeden schuldplagtig ten kenisse te ƒ brengen, dat die niet op aanbesteeding. besorgd; maar door den Inlands koopman Bamnna Moddoliaar particutien geleverd zijs, onder verzekering, wijders dat dien man zig waam die looendig zij volstrekt in geen verband met de Comp: heeft 1 willen in laaten om bij misval er niet be„ schaand van aftekomen, en dat dit hun had doer resolveerde zijne aanbieding om aan de Comp: sonder eenige voor uit verstrekking, dog met een matige verhoging. van 5. - parCento, en 1. p=r C=to smaands interest voor zijn voor uit„ ver den 11e. october 1787. hoogp dat die particutie on den hande„ ling haar hoog Ed: aprobeeren zul„ Witen in de brief van 21. october 1786 nop„s de ingekogte 192: pakk. Slijwaaten verstrekking; tegen het vertrek van het schip, soo hij kon een aantal pakken di„ versche Lijwaaten te leeveren, aan te nee„ mer, en dat zij dus hoopten dat Hunne Hoog Edelheedens die particuliere onder har„ deling wel zullen gelieven te approbee„ ven, uit hoofde die lijwaaten niet eerder dan na de leverantie en acceptatie be„ hoofden betaald te worden. gelossing va het tegens tijdige in het tegenstrijdige weg te neemen dat in den brief de zer Regeering van den 21. october 1786. schijnt te resideeren, want daar bij op de eere plaats positief ver„ zekerd is, dat de tijd na de komst van de Caster te kort was geweest om eenige aanbesteding te doen, en een wijnig verder evenstellig is geavanteerd, dat alle F a 831. den 11. october 1787. lijwaaten oa Batavia zijn alle particuliere, dier lijuaaten pna Batavia zonden, die niet inkogten, maar aanbesleeden op voor uit verstrekking van Contanten: gemerkt den inkoop van 192 fardeelen, zoo op Nagapatnam, Madras, als Portonovo daar meede niet over een te brengen was; zo is wijder waware verder s my verstaan Hun Hoog Edelheedens eer„ biedig te vertoonen dat de voornaamste sen„ ders van lijwaaten na Batavia, wel zijn, de armenische kooplieden te Madras, en dat deesze bij tijds, dat is in het laast van November, of begin van December, dan ware zij die aan Ees beder wel nutterlijk Ianuarij aanbesteeding doer . op vooruit verstrekking van Contant, een al om bekende waarheid was; gelijk meede dat ƒ. dit den 11e' october 1787. in den handel benoeijen„ eijgenaas van die pakke die de zullen zij tot op heldonig van het tegens tijdige, in alle pertioulijen die zig dit door able particuliere die zog in den Har„ del in Lijwaaten benoeijen, gedaan word, en dat dit ook gedaan was door de eijgenaars van„ W die pakken, welke in het gepasseerde ditins ok geschid den der Jaar voor de Comp. zijn ingekogt; met verdere omm de Comp: ngekogt zijn, bijvoeging dat dit waarlijk zeer toevalling was, want die lijwaaten niet van Bata„ aia geprojfecteerd waaren, en men ze pim„ 1 mmes zou gekregen hebben, hadden de Eij„ genaars maar elders eenige per Centos meer„ hoope dat deeze gederen oden, der voordeel kunnen bedingen, onder be„ tiuging eindelijk, dat de vergadering koopt, dat dit weijnige voldoende zal zijn, tot opheldering van het tegenstrijdige dat in voornoemde missive van den 21. ' october scheen ponte komen, alzoo deezer Raade dato 813„ den 11.' october 1787. orederen waaren dit Camptaij nog geen nooten en ffoelij hadt konnen wader verzien daar meede niet anders heeft wislen te kennen geeven, als dat het ter deezer kuste onmoge„ lijk is (: voor zo veel men 's Comp:s gewoone Lijwaat procuur op het oog heeft :/ on sonder een vroege aan besteeling en voor uit verstrek king in Contant, goede en deugdzame Lijwaten te bezogen, waar toe de tijd tusschen de komst, en het vertrek van een schip (:want die zeer selder voor de maanden Iunij of Iulij komen. / veel te kort is Door den geringen Inzaam van nooten en foelij op Bande, en de preferentie die Nederland wegens de ongemeene hooge prijzen in alle opzigten Competeerd, het Hun Hoog Edelheedens emmogelijk geweest zijnde, ƒ 3 dit Comptoir daar van eenigzints te voor„ zien, schoon daar door de Nagulen faciel stronming dinkalers, van der van handel, te meer men geen geld uit Nedu„ land of ans Ccillon te wagter heeft, besluit het onvermogen hier tend A: A: E: : te berlen blijven afwagten op een beterers in kaam, van de hand gegaan, en een toereijkend Conds te weege zoude gebragt zijn voor de lijwaat pro„ cuure zoo is ten aanzien van deeze en gun„ stige zamerloop van zaaken, die nog ver„ zwaard worden door dien men geen het minste ontzet van geld uit Nederland of van Ceijlon te wagten heeft, goedgevonder en verstaan te noteeren, dat dit alle ongevallen zijn, die men alleen kan be„ klaager, maar die buijten het vermogen van Hunne Hoog Edelheeden, en deezen Raade zijn om verholpen te kunnen worden, en des aenquraam trek t er dat haar dus nits anders overblijft, dan een onaangenaame taak van zoo weij„ ning vor uijt zigt te konnen geeven op eeren beeteren inzaam voor het aanstaande den 11. ' october 1747. Jaar
English
815 11 October 1787 this year, as in the previous one, to dare to request a ship directly from this Coast to the Netherlands, because it is much to be feared that it would find no cargo, or at least not an adequate one. All matters appear in the most disadvantageous light, and it is therefore also resolved to express the meeting's particular regret regarding this, adding their wish that these disadvantageous circumstances may soon change, seeing that if they continue in this manner, the maintenance of the offices on the Coast would certainly be rendered useless, although on the other hand, if provided with cash, the Company could be very well supplied with linens; that one therefore trusts to be adequately provided with them as soon as Their High Mightinesses allocate sufficient funds for that purpose, and that this fortunate moment is eagerly looked forward to here. Meanwhile, it is also resolved to thank Their High Mightinesses kindly for the merchandise sent, and the gold with the ships of this year, with the further assurance that as much of it as possible will be allocated for the collection, although after the payment of 817 11 October 1737 everything that is most urgently required to be satisfied, and after deducting the expenses of the Government for an entire year, no considerable sum will be left over in comparison to the requisition of linens for India in the coming year, which may be estimated at more than Pagodes 175000, since all the gold received and the proceeds of the merchandise taken together can, according to a rough calculation, be estimated at 135 or 140000 pagodes, provided that all the copper and the staples are sold at the fixed prices, which it is greatly to be feared will fall short. Regarding the slight sale of trade goods, in which there is still little or no improvement, Their High Mightinesses having inquired what the ultimate fate of Coromandel must be if it continues on this footing, that is, without sales or collection, it was resolved, albeit with heartfelt regret, to declare that this once so considerable government, where the Honourable Company has gained such important profits, would then become useless and a complete burden; but that it is not to be wished that it should ever come to that unfortunate extremity, since with regard to the collection, 819 11 October 1737 a speedy recovery could be brought about by the remittance of cash, while as for the sales, these being beyond the power of the Council, they can only lament its decline along with Their High Mightinesses, but can do nothing against it other than to hope for a change for the better; that although one cannot expect this in the present year for the articles on offer, one nevertheless flatters oneself that Their High Mightinesses will learn with some satisfaction that both here and, as far as is known, at the respective factories, all the merchandise from the past year has been sold out before the arrival of the ship De Valk. Their High Mightinesses having expressed satisfaction with the sale of the arrack in the past year, it was resolved to note in the outgoing letter regarding this that this Council would be very fortunate if they could maintain that satisfaction, but that one dares by no means to flatter oneself with being able to obtain the price of Pagodes 26, which this liquor fetched in A:o 1785, because one is very well informed that to private merchants, who discharged directly at Madras, a derisory price of Pagodes 22 per leaguer was offered, and that 821 11 October 1787 these private individuals gladly parted with it for Pagodes 25, and even on the condition of receiving payment in Bengal, so that one might well ask what price can be expected for that which lies in the Company's warehouses, since the buyer is obliged beforehand to secure the expenses of the lease, further to Madras and [illegible], and that at least up to now no demand has been made for it, because everyone is afraid of this place on account of the high tolls and other inconveniences; that above all this, the Bengal arrack, however detrimental it is said to be to health, and that of Bencoolen as well, causes a great decline in that of the Company.
Dutch transcription
815 den 11e' october 1787 ven zoeken Cust na Nederland zouede dune aan de hoon Iaar, dat het voorige, Een schip direct van deeze amn ommegask gan dinen schip Cust na Nederland zouden durven verzoeken, want dat het zeer zou te vreesen zijn, dat het zelve geen lading, ten ginsten geen la„ ding, ter minsten geen genoegzaame vinder zou„ 8 Alle zaaken van den nadeeligsten aan „ te tetuijgen benten en e nda schouw, en is dus almeede verstaan daar over 2 bijzonder leedweeten der vergadering te betuigen, met bijvoeging van haare koijn dat deeze nadeelige omstandig heeden spoedig mogen veranderen, gemerkt die zoo Continueerende het aanhouder den Comptoiren op de kust zeekerlijk gutteloos zou moeten maaken, met genlnque daar in tegen hepigtemen stenigemindernig dat zoo wes van Contanten voorzien was, de C den 11:' october 1787. rn an den ag Comp: seer wel van Lijwaaten zouda konnen ge„ rieft worden; dat men daarom dan ook ver„ „trouwd daar van genoeg zaam te zullen worden enme en de te antanae pantien voor zien soo dra Hunne Hoog Edelheeden daar toe toeijkerde fonssen aan harden zul„ ler Eijgen, mitsgaders dat dit gelukkig tijdstip alhier met verlangen word te gemeed gezien mansti et ger en ete een o is ondertusschen ook verstaan Hunne Hoog Edelheeden goedrig te bedanken voor de gezadene koopmanschappen, en het goud met de scheepen van dit Iaar, onder ver„ zekering werder dat daar aan zoo veel zal worden geschikt voor den Insaam de ede at teheen zij als onogelijk is, schen e na af betaaling van 817. den 11e. october 1737. gedaagne vroge door H. H: e vtkande van alles wat hoog noodig te voldoen is, en nna aftrekking van de ongelden van het Gou„ vernement van en geheel Iaar geen gaanwaar„ dige son zal verschieten, in vergelijking van den Eijsch van lijwaaten voor: India, in het aanstaande Iaa, die ruijm op Pagodes onde huijssen terken 175000: mag worder gesteld, wijl al het ontvan„ gene goud, en het procuct der koopmanschappen te zamen genoomen na een rune Calculatie naar C geschat ken worden op 185 of 140000 pago„ den, mits dan al het koper en de magulens te„ gen de gefireerde prijsen verkogt werden, waar aan het te wreezen is dat het grortelijks kaperen Dal Omtrend der geringen verkoop van handel 17 ƒ Cust worden zal zonder vertier off inzaam den 11e' october 1737. den ted ende haandet waaren /: waar in gogn weijnig of geen beterschap is / door Hunne Hoog Edelhee„ den gevraagd zijnde, wat tog eijndelijk het tot van Cormandel zou moeten zijn, zoo het op dien voet, dat is sonder vertier of Insaar moest blijven Continueeren, is goed ge„ d enet e verstaan, hoe wel met een hart„ grievend leetweezen, te verklaaren, dat dan dit wel en zoo aansienlijk gouver„ nement, alwaar d' E: Maatschappij zulke importante winsten behaald heeft nutte„ loos en een volslaage lastpost zouwer„ e e dan boigte ereijkenen Zas; dog dat het niet te wenschen is, dat het ooijt tot dat ongeluckig uitterste komen mag, nadien ten aansien van den In Jaar ag 819 den 11. october 17837. Indaan merst een spoedige herstetling zouden kunnen te weete gebragt worden, door toeschikk, mnteschulken ven Contanten king van Contanten, dan wat den verthier ƒ betrof, dat derze van het vermogen des Raads en afhangkelijk zijnde, zij dies verval met Hunne Hoog Edelheedens alleen beklaagen, beklogen mnpers ven vetkan maar en niets tegen doen kon, dan te hoopen op een verondering ten besten, dat schoon men zig die, in dit Iaar niet voorstellen mag in de articulen die aan te bieden zijn, men zig egter veled dat Hunne Hoog Edelheedens d pens and pe zijnen nog al met eenig genoegen vernoemen zullen, ƒ dat zoo hier, als zoo men niet beeter weet, ook op de gespective factoijen al de koop„ manschappen. van aano pass=o uit verkogt ge„ : weest zijn voor de komst van het schip De genoomen genoegen door dde prie van derehelv an d:o 16 van par tecullere arak„ De valck en e en en de ellen Door Hunne Hoog Edelheeden genoegen ge„ „ nomen zijnde in den verkoop van de arrak in het gepasseerde Iaar: zoo is verstaan daar omtrent bij den afgaanden brief te noteeren, dat deezen Raade zee gelukkig zijn zou zoo zij dat genoegen ker staande mendaigt zijtin mitrsieerehouden, dog dat men zig geen zints vleijer 1 durft, tans des prijs van Pagoder 26. die deeze drank en A:o 1785. behaalde te zullen kunnen bedingen, uit heofde men zier wel geinformeerd is, dat aan Par„ megende ger prijse tes tekns tiouliere, die zo op Madras direct ontscheept hebben, een spot prijs van Pa„ gooden 22. voor de legger gebooden is, en dat den 11. october 1787. die 821. Den 11e. October 1787. hier rets te koaken, ene etee dir particuliere Ze garn voor og: 25. Laug den hebben afgestaan, en zelfs nog onder voor„ en hlsmen bengschet glstesken waarde om de betaaling in Bengale te ont„ fangen, dat men daar om wel haast zou mogen vraagen, wat prijs voor die, welke in 's Comps pakhuijzer ligt wel te wagten is. uit hoofde den koper voor af gehouden is te bevee, ommanantinde tellen eselt keren de ongelden van de pagt, verider na Madras en B. , dat ten minsten 'er tot nog toe geen na vraag na geschied is, om reeden een ieder bang voor deeze plaats is, om de hooge tollen, en andere inconvenenten meer; Dat de engenhuig vande dank boven dit alles de Bengaalsche arrak, hoe nadeelig die ook gezegd word voor de gezond„ heid te zijn, en die van Banco hoele meede 1 een groot deolin in die van de Comp: brengd, of F d
English
or will apparently bring, since recently 300 leagers of the first have been brought to Madras, and more are expected daily; but that with all this one is respectfully of the opinion that the Company must continue in the trade of this article, however disadvantageous it may be at present, because the slightest change that occurs in the political system on this coast must cause a real rise therein, when it would be regrettable that, whereas the Company had traded in that liquor in unfavorable years, it would then through want not be able to enjoy the considerable profits that are ordinarily obtained in such times. The 11th of October 1787. 823. The 11th of October 1787. Nagapatnam has suffered will be reported via Ceylon. Yet, regarding the arrears and outstanding debts of the previous government, it has been approved and agreed to note in the outgoing letter that for the present no report can be given thereof, but that one hopes to be able to do so in the general report, because this Council already in the year 1785 instructed the bookkeeper Bloeme and Adtigaar Schuneman to balance the trade books of Nagapatnam up to the day of surrender, and from them to draw up a list or memorandum of the loss the Company suffered at the surrender of that place to the English, or that one at least hopes to be in a position upon the departure of the catamaran to be able to communicate to Their High Nobilities the outcome of certain English bills of exchange, which is where the settlement of that affair is delayed. It having been made known by Their High Nobilities under the heading of Financial Affairs that They would await the outcome of the inquiry made by this Council regarding the bill of exchange drawn for the benefit of the previous government by Mr. Macpherson from London upon Messrs. Casamajor and [illegible], it was agreed with respect to this item to note in the outgoing letter that no further report can be given thereof, as they have left it unanswered here. 825. The 11th of October 1787. Expression of thanks for the satisfaction taken. Resolution of the difficulties that His Nobility has against the minting of rupees of Northern Coromandel on Colombo, the letter written about this to him by this Council. Their High Nobilities having expressed satisfaction with the, albeit fruitless, efforts that this Council made in the past year to negotiate money for the Honorable Company to promote the procurement of cloth, it was agreed to thank Them respectfully for this, with the assurance that nothing will be left untried to devise means that may serve to improve the languishing state and trade in this government. Regarding the difficulties presented by Their High Nobilities by dispatch of the 5th of November 1785 to the Right Honorable and Most Respected Lords Directors against the minting of rupees for Northern Coromandel on Colombo, it was agreed to state that these, with respect to the distance, the lapse of time, and the risk of shipment, leave no room for any contradiction; but that this Council, with respect to the past opposition of the native government, respectfully maintains (subject, however, to a better opinion) that it could have no more objection against the importation into its country of those rupees than it had against the introduction of rupees that are minted at Batavia and at 827. The 11th of October 1787. Goa, adding furthermore that these coins are passed everywhere here, according to their calculated value, so that one receives so much of one sort and so much of the other for 1 pagoda, and that in this manner Spanish dollars, Mexicans, ducatoons, etc. are also passed here, so that this must be regarded as a kind of merchandise; and remarks further that although no objection is made here, this Council is nevertheless of the opinion, since the Honorable Company has since been re-established on this coast, and has the right both here and at Jagannathapuram to mint rupees, that the minting of rupees for Northern Coromandel on Ceylon is disadvantageous, and that it would therefore be better that this should take place here or at Jagannathapuram. And notice shall also be given of the aforementioned respectful considerations, according to the desire of Their High Nobilities, to the Lords Directors via Ceylon. A calculation having been required by Their High Nobilities of how much the proposed improvements to the fortifications here would amount to, it was agreed to order the engineer Brochetta to satisfy that requisition as quickly as possible by drawing up the same. The 11th of October 1787.
Dutch transcription
dor en de despen ontenaeman„ of apparentelijk brengen zal, wijl 'er korte„ lings van de eerste 300 leggens op Madras aangebragt zijn, en er dagelijks meer worden verwagt; Dog dat men met dit ables eer„ e ortesdentigte nte ende biedig van gevoelen is, dat de Comp: mit „ den Handel in dit Articul, hoe om oordra„ lig het tans ook is, dient te blijken Con„ tinueeren, wijl de minste verandering die in in het Politicq sisthena op deeze kust voorvald daar in een werkelijke veij„ sing moet geeven, wanneer het te beklagen zou zijn, dat daar de Maatschapij in ingunstige Iaaren in die drank gehandeld had, zij dan door gebrek niet zou kunnen gaudeeren van de aanzienlijke winsten, welke er ordinair is zodanige tijden op behaald worden. den 11:' october 177. Not 823. den 11e' october 1757. bij heben lies van Nagap: geleeden heeft, zal over Ceijlon bedeld grvor de Dog is ten aanzien der Agterstallen pen sasien en oustslaande schulden van het voorig gouver„ mement, goed gevonden en verstaan bij de te afte„ gaane brief te poteeren, dat men voor als wog daar van geen berigt geeven kan, naar keipt, zulks bij het gevaal verslag te kunnen doen uit hoofde deezer Raade reeds in anno 1785. aan den facturenden Bloeme en Adtigaar Schuneman de Conmissie hebben op gedra„ gen in de Negotie boeken van Nagapat„ nam tot den dag der overgave effen te stellen, en daar uit te formeeren Een Lijst of notitie van het verlis dat de Compagnie geleeden heeft bij de overgave van die plaats aan de Engelschen of dat men ten minsten hoopt bij het vertrek van het Cattimaraum in staat te zullen Zijn zyn Zyr den uijtslag van Zeeken eng: wisselbui„ den 1: igber dijen gerogen zijn gaen aan Hunne Hoog Edelheeden te zul„ len kunnen Communiceeren, waar aan het afdoen van die affaire kaperd. Onder het hoofddeel der Geld zaaken door Hunne Hoog Edelheeden te kennen gegeeven zijnde, dat Hoog dezelve den ouitslag zouden afwagten: van het door deezen Raade gedaan onder zoek ontrend de wissel, die ten behoeve van het voorg gouvernement door de heer Macperson uiet londen op de heeren Casemaijor en enegen berijtengesoen kelij getrokken is; zoo is ter aan„ zier van deeze post verstaan bij der afgaanden brief te noteeren, dat men daar van geen nadten bewijt geeven kan al zoo dier hier onbeantwoord gelaaten heeft 825 den 11' October 177. dantk betuigin voor het genoomen genogen. de o de sonen te ae pegangen ontfe deen gele megelae nden welke te doen verkering op lossing de Cavarigheijden E: H: Ed: tegens het slaan van rep: van Noor dan Chermandel op Calemba heeft, de brief die daar over door deezen Raade aan hem geschrieven is. Door Hunne Hoog Edelheeden genoegen genomen zijnde in de, schoon vrug„ te loose pogingen, die deezer Raade in a:o passato heeft aangeven, en geld voor dE: Comp: te gegotieeren tot bevordering: der Lijwaat„ procuure, zoo is verstaan Hoog dezelve daar voor veverentelijk te bedanken; onder verzekering dat men niets zal onbesogt laaten om middelen uit te denken, die strek„ ken kunnen tot verbetering van den kwijnende Indaan en handel in dit gouvernement Ten aanzien der swaarigheeden door Hune Hoog Edelheedens bij missive van 1 verdly van den 5 November 1785 de Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren Majors voorgested tegen het slaan van Ropijen voor noorder Cormandel op kolombo, is verstaan aan te„ haalen, dat die tenr opsigte vande ver„ afgelegentheid, het tijds verloop ende 18 gesioo der verzending, geen plaats voor eenige tegenspraak openlaaten; dog dat deezen Raade, ter aanzien der geweesde tegenkanting der Inlandsche Regeering eerbiedig sustineerd /:met onderwerping egter aan een bester gevoelen:/ dat die niet omer zou kunnen hebben, tegen de invoering in haar land van die Ropien, als zij heeft gehad tegen het inbrengen van Ropijen, die te Batavia en te den 11e. october 1787. Gor. 6 827. den 11e. october 1787 pegevon te gescrineden Goa geslaager weorden, onder bijvoeging wij„ ders dat der ze munten hier over al worden uit„ vae gegeens, waar na hunne va leun gerekend, dus men van de eene zoort zoo, en van de andere zoo veel vaor 1. pagood ontfangt, en dat op dieze wijze hier ook worden uitgegeeven spaanse matten mexiconen, kop„ daalders w=o, zoo dat dit voor een zoort van koophandel moet gehuden worden; en remarque verder, dat schoon men hier in „gens: zwarigheid steld, derzer Raade egter van gevoerden is, wijl de E: Comp=e zedert weder ter dezer kuste geret abliseerd is, en soo hier als op Paggerndik poeram het waerom hit slaan de oer hier 1 1 regt heeft om Ropijer te munten, dat het slaan meese gegavan he den worden d egerde a sabcekerin costenalhin„ slaan van Ropijen voor Noorder Chormandel op Ceilon onoorde lig is, en het daarom bete„ was, dat zulks huer of op Iaggernaik„ eele nateven ande kenmn Mhijnes poeram geschieden: En zal van de voor„ schreeve eerbiedige Consideratien na de be„ geerte van Hunne Hoog Edelheedens almeede aan de heeren Majores kennis gegeeven werden over Ceilom. Door Hune Hoog Edelheedens ge„ requireerd zijnde, eene Calculatie, hoe veel de geproponeerde verbeeteringen van de Fortificatien alhier zouden ko„ men te bedragen, zoo is verstaan den sldenden Japemen an Jamen Ingenieus Brochetta te gelasten om Zoo„ spoedig mogelijk aan dat requisit, door het formeeren van dezelve te, voldoen, den 11e' october 1757.
English
831 the 11th of October 1787. to lay the same open, and that they may be presented to Their High Nobilities via Ceylon. Yet in the meantime it has already been resolved, by the letter to be dispatched shortly, to lay open before Their High Nobilities the thoughts of this assembly regarding the aforementioned subject, by respectfully demonstrating that this Council, with due respect, is of the opinion that whatever may be repaired on this fort, in so far as one intends thereby to put the same into a defensive state, that is to say to endure a siege, this aim is by no means achievable; so that, in order to prove this (not to mention at present any other inconveniences, such as that the fort is in itself too cramped for that purpose), it seems sufficient to this Council that it is situated too close beneath the houses, and must remain so, since the Honorable Company has no jurisdiction over the ground on which the same stand, which not only makes the construction of a glacis impossible, but does not even permit the laying of the simplest ravelin before the gate; and that one therefore also believes one may assume with complete confidence that with everything that one might be able to repair on this fort, it cannot be brought into a condition to endure a siege even from a native enemy who is in earnest about wishing to have it, since they are nowadays only the 11th of October 1787. too well experienced in the art of siege; that this being so as it truly is, one could accomplish nothing against a European power either, even though one were provided with cannon, ammunition, and men. But concerning the civil masonry work on the houses within the fort, it was resolved to submit that these ought without delay to be repaired with masonry, and the collapsed parts rebuilt, whether this place remains the head factory or not. Upon the communication given by Their High Nobilities that the Coromandel pay books of the year 1780/81, mentioned from here by letter of the 21st of October 1786, had not yet been received on Batavia from Ceylon, it was resolved to demand them shortly from Ceylon. And on the other hand to send again with the ship De Valck to Batavia the demanded 50 lb of well-dried kapok seeds, mentioning in the outgoing letter that of the taffa chelas requested in the past year for Japan, no more can be supplied this year than one bale, however gladly one would have delivered the full amount mentioned; but that one hopes to be able to give more satisfaction in the coming year regarding that, as well as regarding the mentioned ray skins, because the catch of that kind of fish has this year been exceptionally the 11th of October 1787. bad, and the few skins that were still brought in had to be rejected as wholly inadequate; adding furthermore that the 9 bales collected at Jagannathpuram were lost in the hurricane of the 20th of May. While with regard to the demanded uniforms, it was resolved to reply that they are in the making, but are not yet ready, and will thus be sent as soon as possible. Furthermore it was resolved to thank Their High Nobilities dutifully for the favorable passing and writing off of the expenses incurred by the appointed commissioners in the commission assigned to them for taking over the Company's establishments from the English, with the communication that the disapproved provision of house rent to various servants, who had been favored therewith subject to higher approval, and the reduction of that of others, was put into effect on the last day of August last, and that the necessary instructions regarding this will also be written to the respective factories; while furthermore it was resolved to speak more broadly regarding this item in the upcoming general report, and thereby also sufficiently to demonstrate that the list of native servants taken into service has not been too greatly extended, but is the 11th of October 1787. 837. the 11th of October 1787. arranged according to the strictest necessity, and none of them are used for show, but all are employed in the service of the Honorable Company. Further, upon the esteemed letter from Their High Nobilities, it was approved and resolved to send the Eastern soldiers who returned from their captivity of war, who are on hand here beyond the establishment and initially still consist of 39 head, with the sloop De Herstelling to Jaffanapatnam. Upon the declaration of Their High Nobilities at paragraph 40, that They trust that this Council would already promptly have made the necessary arrangements for the security of the funds of the orphans and the poor, it was resolved to answer
Dutch transcription
8 31 den 11' october 1787. selven blaor te legen, en Haarne Hoog Edelheeden over Ceilon te Bunnen weorder aangeboden. Dog intusschen is alrede verstaan bij den wet die negens gtween tegste eerstdaags aftegaane aprief voor Hunner Hoog Edelheeden bloot te leggen, de gedagten dee„ W zer vergadering omtrent het voorschreeve onder„ werp, door in eerbied te vertomen, dat dee„ Der Raade Salva geverentia van gevoelen is, dat wat ook aan dit fod mooge wor„ den gerepareerd / voor zoo veel men daarmeede bedoeld, om het zelve in een deffensiven staat te stellen, dat ik om een belegeing te ver„ duren :/ dit oogmork minner te bereijken is; invoolg dat om dit te bewijzen (: in nu geen andere inconvenienten optehaalen, gelijk dat het 1 J=o fot daar toe in zig zelfs te bekompen is:/ Liet - nader vervolg het deezen Raade dunkt genoeg te zijn, dat het te digt onder de huijzen geleegen is, en zoo blijven moet, alzoo de E: Comp: over de grond waar de zelve staan geen Iurisdictie heeft, het welk niet allien den aanlig van een glacis onmogelijk maakt, maar zelfs niet toelaat het een oudigste gavelijn voor de poort te leggen, en dat men daar„ om ook meent met volkomen gerustheid te mogen veronderstellen, dat met alles, wat men aan dit fort zoude kunnen oepareren, het niet in staat te brengen is om een belegering zelfs van een In„ landsen vijaerd, die het einst is om het te willen hebben te verduren, nadien die in de komst van belegering tans, maar den 11. october 1787. al 833 den 11' october 1787. het gewvile bouw wirkt zoude zonder uijtstel dienen te schaeden van Cheijlon te vrogen al te wel erraaren zijn; Dat dit dus weezende zoo als het waarlijk is, men nog ginden te gen een Europeese magt zou kunnen uitvoeren, al schoon men van Canon, ammonutie en volk voor„ sier was. betreffende het Civiele bouwwerk Maar aan de huijzen binnen het fort, is verstaan te avanceeren, dat die zonder uitstel die„ nen vermeurd, en het ingestorte herbound te wor„ der, het zij deeze plaats het hoofd„ Comptoir blijve, of niet. Op de gegeve Comminicatie door Hunne Hoog destn en schen boten en 1 1 Edelheeden dat de van hier bij missive van den 21. october 1786. gewaagde Chor„ mandelsche soldijboeken van den Iaare 178 /1 , nog niet van Ceilon op Batavia ont en 50 b: kapop potten per hit schip de volk na batavia te zamden abldaan isfordern ontfangen waaren, is verstaan die eerst„ daags van Ceilon te Eijsschen. En daar en teegen weder met het schip De valck na Batavia te zender de geEijschte 50 lb wel gedroogde kapok pitten, onder aanhaaling bij den afgaande zone en asloff busdon brieff dat van de in anno passato gepetitioner„ de taffa Chelas voor Iapan van dit Iaar niet meer kan worden voldaan, als Een pak, hoe gaarne ook al het gewaagde geleverd hadde, dog dat men hoopt, daar de gese vogenllen kunmn miet omtrent zoo wel meerder genoegen te zullen kunnen geeven in het aanstaande Iaar, als omtrent de gewaagde rogge„ vellen, uit hoofde de vorgst van dat soort van wisch in dit Jaar onvoorbeekelig den 11.:' october 1787. slegt Savra Jappon 5 135 den 11e' October 1787. op Jaggt in de storm verlooren ge„ der wek vange Commissie stigt is geweest, en de weijnige vellen die nog aangebragt zijn, als ter eenemaal onvoldoerde wijl d'eangebragte niet vollaende hebben moeten van de hand geweesen wader, onder bijvoeging ter vervolge dat de te zag, en de Ingekamgelde gebakken gemaikpoeram ingezamelde 9. pakken, in den orcaan van den 20. meij verlooren geraakt zijn. . Tewwijl ter aanzien van de geeijschte degeschte mantenngt hen e monteerings, verstaan is te antwoorden, dat die in de maak, maar nog niet klaar zijn, en dus zo dra mogelijk zullen ge„ sonden worden. Voorts is verstaan Hunne Hoog Edelhene, ant scheijen ende elan den orseentelijk te bedanken voor het gua„ stig, passeeren ter affschrijving van de on„ gelden door de benoemde gecommitteerdens gemaakt in de hun opgedragene Commissie van het zijn aa e oge tot hib: oag fetongen nader gestrooken ale worden tot het overnemen van 's Comp:s Etablissementen oe geinsoserde hehuen tes sonden van de Engelschen, onder Communicatie dat men de geimprobeerde verstrekking van huijs huurer aan diverse Dienaaren, welke daar meede op hooge approbatie begunstigd waaren, en het verminderen van die van andere heeft doen gevolg neemen met Ueld=e augustus laastleeden, en dat hier over ook het no„ dige na de gespective factorijen zal werder eromtgn bijhet genemelkelein aangeschreeven; Terwijl voorts nog ver„ staan is ten aanzien van deeze past breeder te spreken bij het aanstaande generaal verslag, en daar bij ook vol„ tewak ne en e sal beleden loende te demonstreeren, dat de Lijst der in diest genomene Inlandsche bedia„ den niet te zeer g'extendeerd, maar na de allerstrekte noodzakelijkheid s den 11. ' october 1787. 837. den 11. October 1787. Jaffanap:r gesonden an anmen zal naden beels worden. in gerigt, en er geene van hun tot statie gebruijkt, maar alle in den dienst van de E: Comp: geen„ ploijeerd worden. Wijders is op het geëerd aanschrijven van Hunne wootersche militairen zullen ne Hoog Edelheeden goedgevonden en verstaan de uit hun krijgt gevangenschap te rug gekomene „oostersche militairen, die hier boven het plan aan handen zijn en primo plan nog bestaan in 39 kopper met de Chialoup De Her„ stelling na Iaffanapatnam te zenden. Op de betuiging van Hunne Hoog Edel,„ mnens pansien aen eekeen heeden bij §ho, dat Hoog Dezelve ver„ trouwe dat deezen Raade al ten eersten de nodige schikkkingen zou hebben be„ vaand tot secuiteijt der fadsen van de weezen en Armen, is verstaan te antwoorden, dit lwo
English
that at present one cannot speak about this with complete certainty; but that one hopes to be able to do so in the General Report, because it is expected that the former Secretary Brouwer will shortly transfer the administration he has held, and that the former Church Council of Nagapatnam will also render an account of the poor funds shortly, further adding that this Council fears important losses, since all the money of the orphanage and diaconate at Nagapatnam was invested in mortgages that are now not worth a fifth of what they the 11th October 1787. actually were when the loan took place. Regarding the consideration of Their High Noble Lordships whether matters here could not well be managed with one Company of sepoys, it was resolved to reply that this Council, upon the upcoming departure of the catamaran, hopes to have the honor of convincingly demonstrating to Their High Noble Lordships that, due to the departure of the Malays, one and a half Companies of sepoys are not sufficient for the necessary duties. Likewise, it was resolved on that same occasion to demonstrate the necessity of enlisting assistants for the artillery. Regarding the accounts of the Honorable Commander for his commission to Madras, of merchant Simons, junior merchant Teeke, and bookkeeper Hasz for military expenses, it was resolved to mention in the outgoing letter that the first has already been finally disposed of, and that this will also happen shortly with the others; and would have happened long ago had this Council not had to suspend the disposition thereon because of the absence of the said Honorable Simons, who, having departed for Nagapatnam for the transaction of affairs, returned only recently, or in the month of August; and that one will then give Their High Noble Lordships the 11th October 1787. a detailed report on the complete settlement of those affairs. And meanwhile, it was resolved, both in the name of the Honorable Commander and of the Jaggernaikpoeram Second Ravallet, to thank Their High Noble Lordships very humbly for the house rent so favorably granted to them during their captivity of war. Furthermore, it was resolved to acknowledge in the outgoing letter that Their High Noble Lordships, with the greatest justice in §44, were pleased to remark that if Coromandel had to remain much longer in the state of war in which it currently finds itself, an abandonment of several, the 11th October 1787. if not all, outer offices would be unavoidable for the reduction of burdens, but at the same time to add that since the Lords Majors in the Netherlands and Their High Noble Lordships in India are implementing all possible means for the restoration of the decayed state of the Company, this Council dares to flatter itself that the unhappy situation of this Government cannot or will not be of long duration, and that as long as one can still cherish this hope, which the true interests of the Company prescribe, one would not dare to propose to Their High Noble Lordships the abandonment of any the 11th October 1787. offices, since they are all necessary for the proper functioning of trade, further adding that this would have become apparent had the necessary financial means not been lacking; that moreover, a temporary abandonment (as one humbly believes must at least for now be understood when speaking of an abandonment or suspension) of the respective factories, or any of them, cannot take place without heavy expenses that would be saved thereby, since one would have to continue paying those servants at the main office; that furthermore, their re-establishment would the 11th October 1787. cost even more, not to mention the severe shock that such an abandonment, even if temporary, would give to the tottering prestige and credit of the Company on this coast, and the only consequence of which could be that, when one wished to settle again at those offices later on, one would find all those possessions completely ruined and dilapidated, and the merchants alienated from the Company, with the added request, therefore, to Their High Noble Lordships, although one must admit that Coromandel is currently a burden, not to think of any abandonment for now, considering that the Company, through the abandonment of some offices, has already lost a large part of its former prestige on the coast. With regard to the servants in general, and especially regarding those who are still at Nagapatnam, it was approved to write in detail to Their High Noble Lordships in the upcoming general report, and to append to it the respectful considerations of this Council on two of the three petitions presented to Their High Noble Lordships from here in the past year in the name of the interpreter Mandalam Wengadassalam Naijker. Furthermore, it was resolved [illegible]
Dutch transcription
dat men voor het tegenwoordige daar over met geene volkomen zeekerheid spreeken kan; maar dat men hoopt zulks bij het Ge„ „neraal verslog te zullen kunnen doen, uit hoofde men verwagt, dat den geweezen Secretaris Brouwer eerstdaags trans„ port zal doen van zijn gehad hebbende administratie, en dat ook door den geweezer kerken Raad van Nagapatnam in het kost Reekening zal gedaan worden van de arme gelden, onder bijvoeging wijders dat deezer onret egfenvo egertente verse Raade weest voor importante verliezene alzoo weest alle de penningen van de weeskamer en diaconij op Nagapatnam outgezit zijn op hijpoteecquen, die thans geen vijfde waard zijn, van het geen Le den 11:' October 1737. n. berthi 839 den 11. October 177. paije meede Elucidatie gegeeven worden van andlangen, wezzentlijk waaren, toen de beleening ge„ schiede Op de bedenking van Hunne Hoog ver eijen has ten of egteen Edelheeden of het hier met een Comp: si„ paaijs niet wel te stellen zou weezen, is verstaan te antwoorden, dat deezer Raade bij het aanstaande vertrek van het Catte„ marauw de eere hoopt te hebben, Nume Hoog Edelheeden vertuigend aan te too„ nen, dat door het vertrek van de ma„ laijers onderhalve Compagnies Sipraijs tot de nodige diensten niet toerijkende zijn Desgelijks is verstaan bij die te meede van de ndienst neeming G eijge gelegendheid aan te toonen de noodza„ 1 kelijkheid der in dienst noeming van Handlangers bij het geschut. Ne1 op de commissie rek: a hnden n nes gedessomoeee de brek: van nart gemt dre penkoonen ae erening en ges vervolgens is goet petatie tot de Rekeningen van den Heer Gezaghibber, wegens zijn Commissie na Madras van den koopman Simons, onder koopman Teeke, en boekhouder Hasz: wegens leger ingelden, verstaan bij dot genootastieg eseren den afgaanden brief aantehaalen, dat op de eerste bereeds ter finaalen gedispo„ med is, en dit meede Eerstdaags op de andere geschieden zal; en al lang zou geschied zijn, had deezer Raade de dispositie daar op niet moeten surcheeren om de absetie van den E: Simons voinoand, die ter ver„ rigting van affaires na Nagapatnam vertrokken wezende eerst onlangs, of in de 8 maand Augustus te rug gekomen is; 70 er epeamngair eije eken en dat men dan aan Hunne Hoog Edel„ den 11. october 177. heeden 841 den 11:' October 1787. n de beralet vor de ogestane ain he braake van verscheijde buijten Comptoiren heeden omstandig verslag zal doen van de gantsche afdoening van die affaires; En is ondertusschen verstaan zoo uit naam sankbetuigen door den HE: Gezentebber van den Heer Gezaghibber, als van der De Iaggernaikpoeramsche Secunde „ Ravallet Hume Hoog Edelhee„ ƒ den zeer nedrig te bedanken voor de hun zoo gunstig toegestaane Huijshuu„ ƒ vven, geduurende hun krijgs gevangenschap. Voorts is wel verstaan bij den afgaanden nme e dempenen brief te erkennen, dat Hunwe Hoog Edelheeden met het grootste vegt bij §44. hebben gelieven te gemarqueeren, dat waree Cormandel noog lang in den krij„ verder staat moest blijven, waarin het zig tans bevind, een opbrake van ver„ scheijden den 11. ' october 1787. scheijdene zoo niet alle buijten Comptoiren tot besseering van lasten overmijdelijk zoude zijn, maar er teffens bij te voegen, dat daar de Heeren Majjores in Neder„ land, en Hunne Hoog Edelheeden in India, alle mogelijke middeelen bewerk„ stelligen tot herstelling van den ver„ vallen staat van de Comp:, deezen er de e e het gensele Raade zig vleijen durft, dat de oe„ gelukkige situatie van dit Gouver„ nement van geen lange duur meerkan, of zal zijn, en dat zoo lang men deeze hoop nog kan veeder, don zoodanige goednen die het waare belang der Maatschappij voorschijven, men aan Hunne Hoog Edelheedens niet zoude durven voordragen de opbraake van eenige 843 den 11e. october 1787. eenige Comptoiren, na dien zo alle nood zaake„ lijk zijn bij het rond staan van den Har„ del, onder bijvoeging wijders dat dit geets Zoude gebleeken hebben, hadden de nodige geld middelen niet gemancqueerd; dat bo„ vervolg ven dier een timporeale opbrake /igelijk 1 men nedrig meend, ten minsten voor als nog ƒ. te moeten verstaan als 'er van een opbrake of aanhouding gesprooken word:/ van de 1 „ ƒ respective factoijen, of eenige van dezelve niet sonder swaare kosten kan geschieden, dat daarmeede zouworden uitgewonnen, nadien men op het hoofd Comptoir die die„ naaren zoude diener te blijven betaalen; dat daar en boven derzelver retablissement nog Den 11. October 1787 nog ader verly nog al meer zou moeten kosten, ge„ zweegen nog van den harden schok, die zulk eene, schoon ook temporeele opbra„ ke; aan het waggelend aanzien en Credit van de Comp: op deeze kust geeven zou, en waar van nits anders het gevolg zou kun„ nen zijn, als dat wanneer men naderhand zig op die Comptoiren eens weder wilde nedersetten, dat men dan alle die bezit„ tingen ten eenmaal geruineerd, en vervallen, in de Cooplieden van de Maatschappij, vervreemd zoude virden, met bijgevoegd verzoek der„ halven aan Hunne Hoog Edelheeden on„ schoon men bekennen moet, dat Cormandel thans een last post is, voor als nog in geene opbrake te denken, gemerkt de Comp: door 845 gegeven envoaar Raade op de requesten van Mandalan door de opbrake van eenige Comptoiren geets al een groot gedeelte van haar voorig aanzien op de kust verlooren heeft. Ten aanzien de Dienaaren in do ne het generaal, en speciaal omtrend die, welke nog op Nagapatnam zijn, wied goedger onder Hunne Hoog Edelheedens onstandig te schrijven bij het aanstaande generaal ver„ ƒ slag, en er bij te voegen de Eerbiedige Consi,„ zoomede e Comsetagten van den deratien van deezen Raade op twee der drie Requesten Hunne Hoog Edelhee„ „den in Anno passato van hier aangeboden naamens der tholk Mandalam wen„ gadassalam Naijker Voorts is verstaan geverentelijk te het sente aent ziende otenk notaris zgeeve worden no gekoomen
English
to report that the cartel with respect to deserters has up to now been perfectly observed by the English and us, and continues on hand, under the promise that no departure from it will take place so long as no well-founded reasons can be brought forward showing that it has been violated on the part of the British. Further, it was resolved humbly to thank Their High Excellencies in the name of Chief Administrator Tadama, Fiscal Simons, Warehouse Master Stoffenberg, and Secretary Brouwer for the forwarding of their petitions to the Netherlands, containing requests to be confirmed in the actual capacity and salary of their respective offices on the present footing here; as also in the name of Boatswain Vandijk and Bookkeeper Wouter Pietersz. for their appointments as Equipagemaster and Trade Transferer respectively. Regarding the required reflections requested by Their High Excellencies as to how the military system on Coromandel in the Company's establishments might be improved, it was resolved to declare in the outgoing letter that as long as there is no permanence here on the coast, no better arrangement can be devised or proposed than the present one: two companies of sepoys and a very few artillerymen constitute a sufficient garrison for a fort such as Geldria is. Subsequently, it was also resolved to inform the heads of Jagannathpur shortly of the favorable disposition taken by Their High Excellencies on the petition of Surgeon Johan Pieter Schlumpff by granting him 100 pagodas for medicines provided at Jagannathpur to the prisoners of war during the time of their captivity, as well as satisfaction of a certain warrant for the half month of June. After the conclusion of the above matters, the findings regarding the delivered cargoes of the ship De Valk and the sloop De Herstelling having been received and reviewed, it was resolved to note here that the same have been properly and satisfactorily accounted for by the officers. Finally, an example piece of chalasses and one of the same of cambays were laid upon the table of this Council by the Honorable Commander to be inspected; whereupon, after careful examination, it was resolved to accept both aforementioned pieces as pattern samples, and to have them collected here accordingly in the future. Thus done and resolved in Castle Geldria at Paliacatte on the date aforesaid. Signed as before, except B. Brouwer. Monday, the 15th of October 1787. By circular inquiry. Since the Court of Justice of this Castle is not in sufficient numbers to sit on cases in which the Fiscal acts ex officio, it was resolved upon the proposal of the Honorable Commander to appoint as permanent members thereof the Assayer Fredrik Gronau and Trade Transferer Wouter Pietersz., and to have them sworn in by the said Honorable Commander, assisted by two members of the Political Council and due to the illness of Secretary Brouwer the First Sworn Clerk Hasz, to the end of appearing today at half past eleven o'clock at the Government House; but in contrast to discharge again from the Court of Justice the Bookkeeper Isaac Vrijmoet. It was resolved by circular inquiry to conform to the proposal of the said Honorable Commander, as also the oath was duly taken into the hands of the Honorable Commander by the said Gronau and Pietersz. Whereof it was resolved to give notice to the Court of Justice by the delivery of this resolution. Thus done and resolved in Castle Geldria at Paliacatte on the date aforesaid. Signed as before. Sunday, the 21st of October 1787. In the morning at 10 o'clock. Political Council Meeting. Absent: Merchant and Fiscal Joan Daniel Simons, and Secretary Broerius Brouwer, due to indisposition. After invoking the Lord's Holy Name, the Honorable Commander reminded the meeting that by resolution of this table of the 24th of the past month of September, it was recorded that his Honor had written to the Nawab of the Carnatic concerning the non-payment of the tolls by the successive havildars, more to keep the matter alive than in the expectation of obtaining a satisfactory answer; and that his Honor had also recently received a letter from his Highness.
Dutch transcription
regeten de Nademlana van heanen „poteeren, dat het Cartel met opzigt tot de Deserteurs, door de Engelschen en ons, tot nog toe volkomen nagekomen, en onder henden doord, onder belofte dat men daar van quet zal afwijken, zoo lang men geen gegronde redenen bijbrengen kan dat het van de zijde de Britten geschonden is. soseteligen oaner gen pen Wijders is verstaan Hun Hoog Edelhee„ den nedrig te bedanken, uit naam van den Hoofd- administrateur Tadama, den fis„ caal Simons, den pakhuijsmeeste stof„ fenberg, en den Secretaris Brouwer voor het verzonder van Hunne Requister na Ne„ derland, behelzende verzoek en bequr„ stigd te moogen worden met de actueete qualiteit en gagie tot hunne Respective den 11. ' October 17177. diensten 847. Den 11. October 17577 „ als op den presenten voet alhier, diensten staande, gelijk meede uit naam van aan selen en den den bootsman Vanodijk, en boekhouder Woilter Pietersz: voor hunne aanstel„ lingj tot Equipagiemeester, en Negotie overdrager respective. Betreffende de gerequireerde Considera, mnetend e verkelanig van het welk tien door Hunne Hoog Edelheeden hoer„ oo danig het militaire weezen op Cormandel in 's Comp:s Etablissementen wel zouden kun„ nen verbeterd worden, is verstaan bij den af„ 7 1 gaanden brief te verklaaren, dat zoo lang hinr ter kuste geen vastigheiden zijn, en geen beetere schikking uit te denken of te propiree,„ van deslev met betege guiten ƒ neeren is, als de presente, uijt twee Compagnia Sipaaijs, en eenige weijnige Arthilleristen tain weeken, een genoegzaam guarnisoen uitmaaken voor eer fot - besluijt na Jag: kennisse te grevan van de g: accordeerde 100 pr /o aan schlumps vor de halve maand peleui„ resumptie van de bevindingen den Eij„ geleverde adingen van de alken Herstelling fat als Geldria is. Vervolgens is nog verstaan de opperhoofden van Daggeraikpoeram eerstdaags kennis te geeven van de favorabele dispositie door Hunne Hoog Edelheeden genomen op het gequest van den Chirugijn Iohan Pieter Schlumpff door hem toe te leggen 100. pagoden voor versteekte medicijnen op zag„ gernaikpoeram aan de krijgsgevangenen entegen analdangemander geduurende der tijd van Hun krijgs gevanger„ schap, mitsgaders voldoening van zeeker ordonnantie voor de halve maand Iunij. Na het afloopen de verschreve besorgen nog ingekomen en geresumeerd zijnde de be„ 1 vindinger der uitgeleverde ladingen van tat den 11:' october 1787. Sch 849 den 11. ' october 1787. lassen en een dito Canbaijen, besluit oms daar na voortaan der inzaam te doen; schip De valck, en de sloep De Herstel„ ling: zoo is verstaan hier bij te noteeren, dat dezelve door de overheeden wel, en ten ge„ noegen verantwoord zijn. Eijndelijk wierd nog door den Heer Tezagheb, nouratie van ijt stuk Che„ ber ter taffel van deezen Raade overgelegd Een. stuk Chalassen, en Een d=o Cambaijen om bezig„ tigd te worden: zoo is na naauwkeurige Examinatie verstaan de beide voorschreeve stukken te accepteeren voor monsterstukken, en daarna voortaan alhier inzaam te laaten doen. Aldu De daan Ge arresteerd in 't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren /. Excepto :/ B: Brouwer- - Maandag 3 1750 de ui verer kral Maandag den 15.:' october 1787. Bij rondvrage. Alzo de Raad van Justitie deezes Casteels niet voltallig is, om te zitten over zaaken in welke de fiscaal Rat: off: ageerd, zo is op de propositie van den Heer Gezaghebber om tot permanente leeden in dezelve te be„ noemen den Essaijen: Fredrik Gronau en Negotie overdrager Wouter Pietersz: en hen te laaten b'eedigen door gemelde zijn Agtb: geassisteerd van twee leeden van de Politicquen Raad en den /:mits ziekte van den Secretaris Brouwer:/ Eerste Gezwden. Clercq Hasz:, ten eijnde heeden de klokke half twaalf te verschijnen in het Gouver„ nement, dog der en teegen ut den Raad van Juslitie. gedaan dn dor de zelven 851. den 15 october 1787. besluijt hie van aan dat Clie kans Iustitie weder te ontslaan den Boekhouder en slijne daares o den betka Isaac vrijmoet, bij vandwage beslooten, zig met het voorstel van welmelden Heer Gezaghebber te conformeeren, gelijk, dan ook door gemelden Gronau en Pietersz: den Eed in handen van der Heer Gezaghebber ba„ hoorlijk afgelegd is. waar van verstaan wierd, door afgave van dit besluit, aan de Raad van Justitie kennisse te gee„ ven Aldus Gedaan en Gearisteerd in 't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ Als voorei Zondag der ogmoat 1 Eegenen n deo ten derte elen Sondag den 21. October 1787. 'Smorgens om: 10. uuren Vergadering van Politie Absert Den koopmar ens fiscaal Ioan Daniel Simons, en den secretaris Broerius Brouwer, mits in dispositie Na het aanroepen van des Heeren Heiligen Naam, rappelleerde den Heer Gezaghebber de ver„ gadering dat bij Resolutie de zer tafel; van den 24. der gepasseerde maand September, aan„ getekend stond, hoe zijn Agtb: aan den Heer Na bal: van Carnalica geschreeven had, wegens het niet betalen der tollen door de succes„ deepelijk maar om de zaak bevensig te sive Haweldhaars; meer om de zaak la„ werdig te houden, dan in gedagten van een vol„ doerind antwoord te zublen erlangen, dat zijn e ge enden eue e e Agtb: dan ook enlangs een brief van zijn Nots verolaring den olle Krouken
English
853. The 21st of October 1787. His Honor had received, to which was attached a takiel, or written order, on his haveldar to settle the outstanding tolls with the Company, provided the toll for the disputed bales shipped on the vessel the Castor in the year 1785 is deducted; further giving this Council to understand that, since these tolls could not thus be accepted by virtue of the resolution of this Government dated the 16th of December 1786, which dictates that one had to await the orders of Their Right Honorable Excellencies concerning this matter, His Honor was of the opinion, as the said letter from the Nabab contained nothing other than what had been anticipated, that it is best to leave it unanswered, it has been resolved merely to make a note of its receipt hereby. The 21st of October 1787. The Honorable Authority further made known to the assembly that His Honor had received a letter from Jagarnaikpoeram from the free merchant and shipowner of the sloop De Fortuna, J. F. Koning, containing complaints regarding the clerk of Bimilipatnam, Fredrik Luther, who had departed with him thither, and who, contrary to the agreement made, had brought eleven instead of seven persons on board the said vessel, for which the said Koning, pro rata of the agreed freight of 30 Pagodas for seven persons, comes to claim 18 pagodas in freight, or 4½ pagodas for each of the four additional persons brought on board; thus, as such a claim is consistent with fairness, 855. The 21st of October 1787. it was approved and resolved to write to the resident chiefs of Jaggernaikpoeram to pay that sum of Pagodas 18 to him, and to charge it to Bimilipatnam, in order to be paid back into the treasury there by the clerk Luther aforesaid, on account of his having brought those four persons on board without the prior knowledge of the shipowner, and thus, as it were, surreptitiously. There were subsequently produced in the assembly two reports of the 150 pieces of Danish muskets tested pursuant to the resolution of the 10th of March, namely one of the 23rd of April, and the other of the 11th of the current month, the first containing principally that, upon testing the said 150 muskets: 72 barrels, 23 gunstocks, 27 locks, 79 ramrods, and 15 bayonets, burst and became unserviceable. The 21st of October 1787. The second dictating that only 5 instead of 6 muskets were brought from the factory of Sadras; thus, since it was noted by the resident chief of Bijland in his letter of the 11th of this month that one of these five had burst long ago, of which the stock and barrel were received here broken, but of which the lock must have gone missing, and that another had also burst, almost costing the shooter his life; which pieces, however, could not be found, because the wounded man certainly did not indicate the location well; it was decided, upon the proposal of the Honorable Authority, 857. The 21st of October 1787. to resolve to send the burst barrels and the further unserviceable weaponry mentioned in those reports to Batavia on the ship De Valck, and to leave what is serviceable in the charge of the overseer of the armory, to be recorded in the books. Report having been provided by the Lieutenant of Artillery Willem Hendrik Nuwer that he had found completely unserviceable 2 metal cannons of 4 lb caliber spiked by the English, it was likewise approved and resolved to send the same, along with 47 balls of 4 lb belonging thereto, but useless here as no cannons of that caliber remain on hand, to the capital Batavia on the ship De Valck. The 21st of October 1787. The Honorable Authority subsequently made known to the assembly that some days ago it had been verbally reported to His Honor that the gunnies of the bales of cotton-padded blankets brought by the private sloop De Fortuna from Jaggernaikpoeram, namely those that had lain in the bottom layer, were found to be rotten; that His Honor thereupon immediately commissioned Captain-Lieutenant Daniel Stralen and Carel Fredrik Kunell, together with the master of that small vessel, Hans Aansz, to carry out an inspection into the condition of
Dutch transcription
853. Den 21. october 1787. verzonden aan de Comp: te velioe 1785 die tellen dusdanig niet ontfangen kkonde worden aan terkening te houden Hongheid ontfangen had, waar bij gevoegd waas een Takiel /: of bevel schrift :/ op zijnen Hawel„ dhaar, om de agterstallige tollen aan de Comp: ondragterstelign kelen get te voldoen, mits aftrekkende de tol voor de qustinuse pakken, par het schip de Castor in A:o 1785. verzonden; onder te kenne gave verder te kinnen gewe doo zijn agtbidat aan deezer Raade, dat die tollen dus da„ nig nit kunnende ontvangen worden, uit hoofde van het besluit dezer Regering van den 16: De„ cember 1786. dicteerende dat men omtrent deze affaire de ordres van Hun Hoog Edelhedens prpostite en de drie opantin moest afwagter, zijn Agtb: van begrip was, wijl gemelde brief van den Nabab niets be„ ƒ helsde dan het geen men zig hadde voorge„ ƒ steld, het best te zijn die enbeantwoord te laaten, zoo is verstaan van dies ontvangst delig venden ot kangtelen alleen bij dezen aantekening te houden. blanten Den Den 21' october 1787. ontvrangst van eenhref van n kan ande Chade p dortina kening Jnilip: Lelker oordere an oor genagt hie dte te metemeren en detele ene Den Heer Gezaghebber gaff voorts de vergadering te kemen, dat zijn Agtb: van Iagernank poeram ontfanger had een brief van den vrijkoopman en Rheeder van de J: F: Koning Chialoup de fortuna. en an holesen oe schritae van en ehelzende klagten werden met hem na der„ waarts vertrokkene scriba van Bimilipatnam Fredrik Luther, welke tegen het genaakte accord, elf in plaats van Leeven perzoonen aan boord van gemelde bodemtje gebragt had, waar voor gemelde koning, pro gato van de ge„ wien d personen meder bovende gaen„ 40: c: ordeerde vragt van 30 Pag: voor seven perzonen, 18. pagoden aan wagt komt te proten„ deeren of 4½: pag: voor ieder van de vier 8 8. meerder aan boord- gebragte koppen: zoo is belij sande gevoere e te ie ijl zulk een pretentie met de billijkheid over . bg 855 Den 21. october 1787. ingekomene 2. rapporten van de ge„ probeerde 150: stux deens che geweenen over een stemmende goedgevonden en verstaan de opper„ hoofden van Paggerraikpveraan aan te schrijven, om dat sommtje van Pag. 18. aan hem te voldoen, en Bimilipatnam aan tereekenen, om aldaar weder in ondoor zulken betaaldt te wvorken Cassa geteld te worden door den schriba Luther voornoemd, uit hoofde hij die vier perzoonen, buiten voor kennit van den rheeder, en dus als bij sur„ reptie aan boord gebragt heeft. Zijn gevolgens ter vergadering geproduceerd twee Raporten van de, ingevolge besluit van den 10. maart, geprobeerde 150. stuks Deensche geweeren, als een van den 23. April, en het an„ der van den 11. Courant, behelzende. het Eerste hoofd zakelijk, dat er bij probeering van gemelde 150 geweeven 72. loopen 23. Cadehouten, 27. slooten. 79. laad-stokken, en 15. Baijmetten, gesprongen en onbequaam zijn ge„ worden nleq waam den 21. october 1787. iaan s him lede van 6 geweeren van Jamas blijking bij heft tweede rapport at dicteerende het tweede, dat 'er maar 5. in steede van 6. geweersen; van het Comptoir 1 Padra waarer aangebragt: zoo is, wijl ver ijs ateden en de schop aar ontrent door het opperhoofd van Bij„ land bij zijn brief van den 11 deezer is genoleerd, dat een van deeze vijf voor lange gesprongen was (:en van welke de laden, en loop hier stukkend ontfanger zijn:/ dog waar van het slot moet abset geraakt wezen, en dat een ander meede gesprongen zijnde, den schutter bij na het leeven hadde gekost; dog wel„ ke stukken niet hadden konen gevorden worden, wijl de gequeste, de plaats E et nen zeekerlijk niet weel hadde uitgeduijd op propesitir van den Her Gezaghabber worden g'anst ontfangen de 857. den en het bequaame ter verantwoording te laaten Whillerij dat 2 metale Canons onbequaam „ 4 lb na Batavia te zenden gearresteerd, om de gespringene loopen, en de verdere on bequaame wapengoederen bij die gap„ porten vermeld, na Batavia te zender, met het schip De valck, en het be„ quame ter verandwording van den opziender der bij de Boekjes te laaten Wapenkamer inneemen. Voor den Lieutenant der Arthillerij oepereme berng doo het bese e an Willem Hendrik Nuwer, gediend zijnde van berigt, dat 2. door de Engelschen verpagers metale Canons van 4 lb. Caliber, ten eenewaal onbequaam bevonden had, 2 dit al„ arrete leler nerens verkogel an meede goedgevorden en verstaan dezelve nevens 47. kogels van 4 lb daar toe gehoo„ vende, dog hier onut, als geen Canor van dat Calibe, meer aan hander zijnde, per het schip 21: october 1787. de nnemen . vrding be Teijlling den 21. October 1787. bekoomen nesport dat de genisvenne pakken deekens van Jang vernotwaren de valck na de Hoofdplaats Ba„ tavia te verzenden. Den Hher Te zagheble, gaf gevolgens de vergadering te kemen, dat voor eenige dagen aan zijn Agtb: mondeling gerapporteerd ge„ worden was, dat de goenies van de pak„ ken met gekattoeneerde Deekes, die per de particuliere Chialoup De Fortuna van Paggernaikpoeram aangebragt geworden waren; namentlijk die, welke in den onderlaag gemnen e adenst geleegen hadden, gerot bevonden waren, dat zijn Agtb: daar op inmediaat de kapitain Lieute„ nant Daniel Stralen, en Carel fredrik Kunell, gecormitteerd had, om nevens der Gezaghebber van dat vaartuigje Hans Aansz: onderzoek te doen, na de stuakie van
English
859. the 21st of October 1787. to that cargo, which delegates had submitted the following written report to His Honor: To the Honorable, Worshipful, Commanding Sir Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander of this Coast of Coromandel with its Dependencies, etc., etc. Honorable, Worshipful, Commanding Sir. Upon Your Honorable Worship's highly esteemed order, we, the undersigned, proceeded on board the private sloop De Fortuna, and there inspected the stowage of the bales that were loaded at the factory Jagganaickpuram, and found the same to be such that the dry bales in the hold were stowed on the wet sand or ballast, over which only a single layer of ola mats had been laid, and those mats had rotted and perished from the dampness of the sand, so that the bales lay practically bare on the sand, by reason of which it came to pass that bales of kattura blankets in the bottom tier on their underside were attacked by the dampness and have become practically rotted. Herewith hoping that the humble reporters have complied with Your Honorable Worship's esteemed order, and we remain accordingly prepared, if required, to confirm the same further under solemn oath. While they have the honor to remain, with all high esteem, Honorable, Worshipful, Commanding Sir, Your Honorable Worship's very humble and obedient servants. Was signed: D. Strale, C. F. Kunel. In the margin: Palliacatta, the 16th of October 1787. From which report it fully appeared that those bales were stowed in an unusual and irresponsible manner 861. the 21st of October 1787. upon wet sand ballast, over which only a single layer of ola mats had been laid, whereby 25 bales in the bottom tier, on the underside, were attacked by the dampness and became rotted. That His Honor further had addressed the master of that vessel, Hans Hansen, and the first mate, Jan Mulder (who, for what reason His Honor could not state, had also signed the bill of lading, although according to the letter from the chiefs of Jagganaickpuram he had only come over as a passenger) concerning such an absurd stowage, and they had answered in substance that they had more than once approached the owner of the sloop, Koning (with whom the contract for the transport of the bales was made), for firewood to lay under the bales, as is always customary, but had not been able to obtain it from him. That the Master had thereupon ordered them to give a statement of this in due form, so that, if required, it might be confirmed by them under oath. That they had thereupon both executed such an attestation before the first Clerk of the Council of Justice here, each separately, of which the first, or that of Hans Hansen, simply confirmed the above-said; that statement reading as follows: 1863 the 21st of October 1787. Today, the 16th of October 1787. Appeared before me, Johan Joachim Hasz, First Sworn Clerk at the Secretariat of the Coromandel Government, in the presence of the after-named witnesses: Hans Hansen, aged 36 years, master of the private single-masted sloop of Mr. Jan Fredrik Koning, named De Fortuna, who, at the requisition of the Honorable, Worshipful Sir Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander of this Coast of Coromandel with its Dependencies, declared it to be true and truthful: That he, the deponent, upon loading the said sloop at Jagganaickpuram with Company bales, had requested the said shipowner, Mr. Koning, to send firewood on board in order to lay the same under the bales, to prevent damage in case of leakage of the said vessel as otherwise; but that the same had not been done, and that he loaded the bales solely upon the ola mats that were spread over the ballast; Ending herewith, the deponent declared this his given attestation to contain the pure and sincere truth, remaining accordingly prepared to confirm the same further under solemn oath if required. Thus done and declared in Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid, in the presence of Jan Rousseau and Jan Carel Warner, clerks at the secretariat here, as witnesses; the minute hereof is duly signed. Beneath stood: Which I witness, J. J. Hasz, First Sworn Clerk. Was signed: While the second, or that of Mulder, contains that he had said to Koning to ask firewood and mats from the chief to lay under the bales, who thereupon answered him: I have asked the chief for them, but I cannot get them; as further appears from that attestation, being
Dutch transcription
859. den 21. October 1787. aan die lading, welke gecommitteerdens het ondervolgende schriftelijk Rapport aan zijn Agtb: endete en tet esseten e hadden overgegeven. Aan den wel Edelen Agtb: Gebiedenden Neer Willem Blaaukamer, Oppercoopman en Gezaghebber dee zer Custe Cormandel met den Resorte van dien Etc. Etc. Wel Edele Agtbaare Gebiedende Heer. Op uwel Edele Agtbaare zeer g'eerde ordre hebben wij ondergeteekendens ons aan boord van de particu„ 2i liere Chialoup De Fortuna begeven, en aldaar de stuagie van de pakker die ten Comptoire Pagger„ naikpouam ter in gelaaden zijn, opgeromen, en dezzelve bevonden, dat de drooge pakken in het ruim op het natte zont of ballast, waar over maar een enkelde laag ola matten gelegd, gestoeijt, waaren, en die matten door de vogtigheid van het Land verrot den 21. october 177. en vervot geraakt zijn en vergaan zijnde, dus de pakken genoegzaam blond op het zand lagen, waar door het toegekomen is, dat - - - pakken met gecattoereerde deekens in het onderste loag aan de onderleggende zijde derzelven door de vogtigheid aangestooken en genoegzaam verrot geraakt zijn. Diermeede verhoopende de nedrige berigt„ geevers aan UwelEd: Agtb: g'eerd bevel. voldaan te hebben, en blijven verzulx bereid des gerequireerd werdende het zelve nader met Solemneelen Eede te bevestigen. Terwijl zij den eene hebben met alle hoog agting te blijven /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Gebiedende Heer uwel Ed: Agtb. zeer onderdanige en GehoorDan Dienaaren was geteekend :/ D: Strale, C: F: Kunel /:in margine:/ Palliacatta den 16. ' october 1707. blijkens dat 20 pats: angestoken Dat uit dit Rapport volkore bleek, dat die pakken op een ngewoone en neer antwoordelijke wijze 861. den 21 ' october 1757. wat den gezaghebber van dat heltij en den opperstuurm: Mullen verklaard hebben rijzer, gp pratte sand-baltast, over welke maar een enkelde laag ola matten geligt was, ge„ stuwt zijn, waar door 25 Pakken in de onderste laag, aan de onderleggende seijde, door de vogtig„ heid aangestooken, en vervol geraakt zijn Dat zijn Agtbaare wijders der Gezog„ hebben van dat Kieltje Hansz Aansz: en den opperstuurmar Jan Mulder (:die in wel„ „ke reeder zijn Agtb: niet kon opgeven, het Cognossivent: meede geteekend had„ schoon hij volgens brief van de Laggerraikpoe„ 1 van se operhoofden, maar als Passagier 8 was overgekomen :/ weegens zulk een absunde stuatie onderhouden hebbende, in substantie hadde geantwoord, dat zij meer dan eens den eijgenaar van de Chialoup koning /: met 8. wia den 21. october 1787. „last aan huen om door verklaaring in sebita somma te passeeren, gezaghebber stand stanpz „wien het Contract der overvoer van pakken gemaakt is, Com brandhout, gelijk altoos gebruijkelijk is, onder de pakken te leggen, W hadden aangesprooken, maar het niet van hem hadde kunnen verkrijgen. Dat den Heer Tezaghebber her daar o hadde gelast, hier van een verklaaringe te geeven, in Debita foma, om gerequireerd worden„ de, door hun met eede bevestigd te kun„ nen worden. Dat zij daar op beide voor den eersten Clok van Politie alhier, elk apart, zodaanig ene attestatie hadden gepasseerd, waar van de eerste, of die van Hans Nanesr tete vande verklaring vonden eenveudig het boven gezegde staafd; lii„ dende die verklaring aldus: nean 1863 Den 21. october 1757. Heeden den 16. october 1787. Campareerde van mij Iohan Ioachim Hasz: Eerste P Geswooren Clerk ter secretarije van het Cormandelsch Gou„ vernement pretent de natemildere getuigen: Hans Hansen, oud 36. Jaaren, Eer Dag hebben op de par„ ticuliere Eermastig Chialoup van den Heer Ian Fredrik Koning, genaamd de fortuna, dewelke ter requisitie van den wel Edelen Agtb: Heer Wil„ lem Blaaukamer oppercoopman en Gezagheb„ ber die zyj Custe Cormandel met den gesorte van dien; verklaarde waaren waaragtig te weezen: Dat hij attestaat bij het belaaden van gem: Chia„ lompte Iaggernaikpoeram met 's Comps pak„ ken, gemelden Rheeder den Heer Koning verzogt hadt om branthout na boord te zenden, ten eijnde het zelve onder de pakken te legger, tot voorkoming van bederf bij lekkagie van gemelde vaarting, als anderzints; dog dat het zelve niet was geschied, en hij dat de pakker eenelijk op de ola matten die over de ballast gespreijd lagen, ingelaaden heeft; Eindigende hier meede verklaarde den attestant deeze zijn gegeuen attestatie de zuijvere No. 165 en den 21: october 1787. gekagd haal, Jntenstie van sijn verklaaring, en opregte waarheid te behelzen, oer zulks bereid blijvende dezelve des gerequireerd wer„ dende, nader met solemneelen Eed te be„ vestigen. Aldus Te daan en verklaard int Casteel Teldria te Palliacatta dato voorsz: ter presentie van Jan Roussean en Jan Carel Warner, Clerker ter secretarije alhier als getuigen; de minuste deezes is behoorlijk getex„ kend /:onderstond:/ 'T welk getuigd J: J: Hasz /:was geteekend:/ E: G: Clecq. . en Meude van den Wedekang Terwijl de tweede of die van Mulder behelst „dat hij teege koning gezegd hadde; om „brandhout en guatten van het opperhoofd te vragen „noler de pakken te leggen, die hen daar op „geantwoord had, ik heb het opperhoofd daaron „gewaagd, maar ik kan ze niet krijgen; ge„ lijk uit die attestatie nader blijkt, zijn de
English
865 the 21st of October 1787. No: 160 On this day, the 16th of October 1787. Appeared before me, Johan Joachim Hast, First Sworn Clerk at the Secretariat of the Coromandel Government, in the presence of the witnesses named below, the chief mate in the Company's service and former commander of the gurab de Hoop, Jan Muller, aged 54 years, who, at the requisition of the Honorable Worshipful Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Governor of this Coast of Coromandel with the jurisdiction thereof, declared it to be true and truthful: That while being at Jaggernaikpoeram, he had been ordered by the resident, the Merchant Paul Engelbert van Halm, to depart as a pilot with the private sloop the Fortuna to this main settlement. That whereas the said sloop was to load the Company's bales, he had told its owner, Mr. Jan Fredrik Koning, to ask the said resident for firewood and mats, in order to lay the same beneath the bales for the prevention of spoilage. That the said Koning had answered him to the following effect: I have asked the resident for it, but I cannot get it. Concluding herewith, the deponent declared this, his given deposition, to contain the pure and sincere truth, remaining prepared, if required, further to confirm the same by solemn oath. Thus done and declared in Castle Geldria at Palliacatta, on the date aforesaid, in the presence of Hendrik Richard and Johannes Rousseau, clerks at the Secretariat here, as witnesses. The minute hereof is duly signed. Below: Witnessed, signed, P: J: Hast, First Sworn Clerk. Following this, his Worship, after the reading of the aforesaid deposition, considering that it is most clearly established from this that the spoilage of these bales is to be attributed to nothing other than the most careless and unheard-of stowage, and that in turn to poor judgment or false economy on the part of the owner the 21st of October 1787. Koning, by whose doing or bad conduct that damage had been caused, the same must therefore in no way be borne by the Company, but here must come from the owner Koning, by whose erroneous direction and refusal of firewood that damage alone had been caused; for he, enjoying freight as owner, is in equity bound to answer for the damage that occurs to the goods in his vessel; against which the answer given by Koning to Mulder, that he had asked for firewood from the resident but had not received it, does not stand, since the latter had nothing further to do with those bales than to deliver them on board the vessel, while the owner Koning was responsible for properly stowing them and for whatever was required thereto. That although it seemed to come into consideration against this that Koning had requested the assistance of the resident van Halm, who as such could procure the firewood more easily than he as a private individual, to obtain that necessary ingredient, that matter nevertheless remained to be decided between the two of them. While in the first place, no one other than Koning, on account of the damage that will be found on those bales after examination, is to answer to the Honorable Company, it is, for the cited reasons, approved and agreed that all damage which shall be found to fall upon the aforesaid bales the 21st of October 1787. by this improper stowage and unheard-of treatment, shall be made good by the owner of the sloop the Fortuna, Koning; his Worship further giving communication that he had given orders to bring all those bales, and such as had been refused by the officers of the ship de Valck, ashore, in order to have them carefully examined by specially appointed commissioners. Their High Mightinesses having, by their honored dispatch of the 22nd of May of this year, ordered the interest on the capital of Rds 60661: 1/3, which is outstanding with the Company from the Armenian merchant at Madras, Shamier Sultan, to be paid regularly here, his Worship communicated in this regard that the said merchant, having certainly been informed thereof by his correspondent at Batavia, had asked his Worship in a letter whether he had not received an order thereto from the High Government, whereupon his Worship had informed him of the order received, with the promise that the payment would be made here. That after this, the said merchant had requested his Worship to know the regular exchange rate with the Honorable Dutch Company of the Batavian Rixdollars and Madras pagodas; that this having been calculated at the Trade Office here according to the invoice received, whereby one year's accrued interest was credited to this Government.
Dutch transcription
865 den 21' october 1787. No: 160 Op Heeden den 16. october 1787. Compareerde voor mij Johan Joachim Hast Eerste Geswooren Clerk ten secretarije van het Corman„ delsch Gouvernement, present de natemeldene getuigen den opperstuurman in 's Comp dienst en geweezen gezag„ hebben van de goerab de Hoop Jan Muller end 54. Iaaren, dewelke ter requisitie van den wel Edelen Agtb: Heer willem Blaaukamer opperCoopman en Gezaghebber deezer Custe Corman„ del, met den resorte van dien, verklaarde waar en de waaragtig te weezen. Dat hij op Iaggernaikp=m zijnde, door het opperhoofd den Coopman Paul Engelbert van Halm geordonneerd was geworden, en als loots met de particulier Chialoup de fortura na deeze Hoofdplaatse te vertrekken. 1 Dat dwijl gemelde Chialoup 's Comp:s pakken laa„ der moeste, hij aan dies rheeder den Heer Jan Fredrik Koning gezegd hadt, het gemelde opperhoofd te wagen om branthout en matten, ten inde dezelve onder de pakken te leggen tot voorkoming van bederf.. Dat gen: E: koning hem daar op geantwoord van de volgende inhoud hadt O hadt,; ik heb het opehooftd daaren gevaagd, maar ik kan het niet krijgen. Eindigende hiermeede verklaarde den attestant deeze zijne gegeeven attestatie de zuijvere en op„ regte waarheid te behelzen, verzulks bereijd blijvende, de zelve des gerequijreerd werdende, nader met solemneelen Eede gestand te doen. Aldus Gedaan en verklaard in 't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: ter presentie van Hendrik Richard en Johannes Rousseau Clerken te Seeve„ tarije alhier als getuigen, De minute deezes is behoorlijk geteekend. /:onderstend:/ 'T welk getuigd /:geteekend:/ P: I: Has E. G: Klerk. —. e e den e agen empeten ervolgende zijn Agtb: na het leezer der voorsz: attestatie, dat wijl hier out ten klaarsten Con„ steerd, dat het verders die pakken nergens anders, dan aan en alle zorgelooste, en onge„ koorste stuakie, en die weder aan een kwaad overleg of verkeerde zuirigheid van der eigenaar Den 21: october 1787. Koning ƒ 867. den 21. october 1787. koning te attisbueren zij, door welke toedoe of kwade handelweijze die schade veroorzaakt was, dezzelve des in gevendeete ten laste van de Maatschappij, nater alhier van den seigen aan koning moest komen, door wiens verkeerde directe en weigering van brantshout, die schade alleen gecauseerd was; want hij als Rheede vragt genietende, aa billijkheid gehouden is, voor de schaden die de goederen in zijn vaar„ tuig voorkomen, te gepondeeren; dat daar teegen c niet opsteed, het antword door koning aan Mulder gegeven, dat hij branthout van het opperhoofd gewaagd, dog niet gekregen hade, ƒ P. alzo de laastgemelde, met die pakken niet verder te doen hadde, dan ze aan„ boord van het vaartuig te leveren, terwijl dan ik den prheeder koning voor het wel bergen en wat daar toe gerequireerd moest zijn. Dater schoon hier teegen in bedenking scheen te komen, dat koning van het opperhoid van Halm /: die als zodanig het branthout facielder dan hij als een particulier konde bezorgen :/ zijn hulpe tot bemagtiging van dat nodig in gredient hadde verzogt, die zaak egter tusschen hun beiden te beslissen blef„ Terwijl in de eerste plaats, niemand als ko„ ning, wegens de schade, die na examinatie aan die pakken zal bevonden worden, e d e leteen on de boam aangehaalde reeder, aan de E: Comp: respondeeren is, zoo is, om de geciteerde rede„ ven, goedgevonden en verstaan, alle schade die door deze verkeerde stratie, en onge„ hoorde behandeling op de voorsz: pakken den 21. october 1787. zal vervolg 869 den 21. october 1787. bij last H: H Eed om e eenten van voork gem: Capitaal van Shamier sulthan regulier te deeten gedang wrge door den zalvan dier we„ gendaan den heergezeghebber„ zal komen te vallen, door den Rheeder van de Chialoup De fortuna, koning te laaten vol„ doen: Geevende zijn Agtb: verder Communicatie vest ebelcheije dat ordre had gesteld en alle die pakken, en zodanige als door de overheeden van het schip de valck gerefuseerd warer, aan de wal te brengen, om ze door Expresse gecon„ mitteerdens naukeurig nagezien te kunnen wodang Door Hun Hoog Edelheedens bij Hoogst. derzelver g'eerde missive van den 22. Mai deezes Jaars gelast zijnde, om de phen ten van het kapitaal van Rd„s 60661: 1/3. die van der armenischen koopman te Madras Sha„ mier shultan, bij de Comp: uitstaan, alhier regulier te betaalen, is hier omtrent door zijn Agtb ƒ den 21:' october 1787. ve versiteert van de Reigse en tern Agtb: gecembaiquneerd, dat gemelde koopman daar van zekerlijk door zijn Corespondent op Batavia onderigt zijnde, zijn Agtb: bij een brief gewaagd had, of hij daar toe geen ardre van de Hooge Regeering ont„ ƒ toeslegein das de betolin he odr vangen had, waar op zijn Agtb: hen van het ontfangene bevel hadde geinforneerd, met toezegging dat die betaling hier zoude geschieden. en sakedon den aelemgang Dat hier na gem: koopman zijn Agtb: verzogt had te mogen weten, de reguliere wissel„ Cours bij dE: Hollandsche Comp: van de Bataviasche Rijxdaalders en Madrasse benkenen en elenof het tij os te pag:; Dat dit op het Negotie„ Comptoir alhier bereekend zijnde volgens de ont„ fangene factuur, waar bij een Iaar verlooper Jntrest, ten goede van dit Gouvernment werd gesfheerje
English
871. The 21st of October 1787. what that merchant has replied concerning the difference thereof, was brought with Rds 4119 9/48. or ƒ. 8156. 19. and according to which calculation the aforementioned sum of 68661. 1/3. rixdollars falls short to star pagodas 30210. ƒ 64., this having been written by His Honour in reply to the said merchant. But to which he immediately in substance had replied: That there certainly must be an error in this calculation, that the Commander might please to know that the money was lent by him, Shamier Sultan, neither in Batavia nor in rixdollars, but indeed at Nagapatnam in 29600. three-image pagodas, and 7096. Spanish dollars at Trinconomale, as was stated in the bond, and that these had cost him star pag: 35675. That at Batavia in the bond rixdollars 68661 1/3. had been set; or otherwise, in case one also did not count 35675. star pagodas, one had to pay him at all times 29600. three-image pagodas and 7096. Spanish dollars, as the bond The 21st of October 1787. dictated, and that it would thus be very fair to pay him the interest in the aforementioned currency or the value thereof on this coast, for the reason that it cannot be that the Honourable Company will want to return the above-mentioned monies, which cost him star pag: 35675., with only pag: 30210., concluding with a request to take this into consideration before the departure of the ship de Valck, so that he could write to Batavia. As further appeared from the letter itself, which together with its translation from the Portuguese language was exhibited by His Honour on the table of this Council. Whereupon he subsequently testified to be very uncertain as to how that interest should be calculated and paid here, seeing that the invoice only credits the same with Rds 4119. 7/48. or Ducatoons 2771. 9/80., or 873. The 21st of October 1787. rather ƒ 8156: 19. for one year's interest on that capital, and that these guilders only amount to pag: 1812 23/90., whereas Shamier Sultan will without doubt claim that interest be paid to him on pag: 35675. —, which at 6 per cent per annum will amount to pag: 2140: 7 1/2., which makes a difference of pag: 327. 77/90. That since it appeared that Shamier Sultan will not be satisfied with the payment of pag: 1812. 23/90. for one year's interest, but will demand it on his advanced capital of pag: 35675., disputes are thus to be expected; and that all alterations regarding this between him and this Government could not fail to be more or less detrimental to the credit The 21st of October 1787. of the Company; that besides this it also seemed to accord with reason that he enjoyed interest on the actual capital disbursed by him in cash currency; whereto His Honour must further advance that hesitation concerning the payment of the full interest might well incite Shamier Sultan to demand his capital: since he says in his letter that he must be reimbursed at all times, and which step would bring this Council and the credit of the Company into the utmost embarrassment: Thus, after mature deliberation on the aforementioned considerations, on the proposal of the Commander, it was approved and agreed to simply write to Shamier Sultan 875. The 21st of October 1787. to write that he will be paid for annual interest pag: 2140: 7 1/2., and thereof to give dutiful communication to Their High Excellencies in the letter to be dispatched. Having been agreed upon by the second of Bimilipatnam, Johan Marcus Dormieux, with the owner of the English snow The Neptune, Mr. Roxburgh, to bring over from there hither on freight 129 bales of diverse linens, wherein the estimation of the freight charges was left to the decision of this Government, the owner of that small vessel demanding only 10 rupees for each bale: it is, in consideration that Bimilipatnam is so much further than Jagernaikpoeram and Coringa, where one is accustomed to pay 2 three-image pagodas The 21st of October 1787. or 8 rupees for each English bale that contains only 30 pieces; approved and agreed to grant this reasonable demand of 10 rupees per bale to the said owner Roxburgh. The Commander made known to the meeting that the captain of the ship de Valck, Matthias Lourens Coster, had represented to His Honour that his crew was far too weak to be able to undertake the return voyage to Batavia therewith, the same having consisted at his departure from there of 51 heads, among whom 10 who had to remain stationed here, as appeared from the muster-roll brought with him; that 10 had died on the voyage, 1 at Batavia
Dutch transcription
8: 71. den 21.' october 1787. wat dien Coopman omtrend het dif„ garent daar van gereschibeerd heeft, werd gebragt met Rod„s 4119 9/18. of ƒ. 8156. 19. en volgens welke berekening de gemelde Sor„ maaar Rijgdaaders 68661. 1/3. uitkort op siter pagorder 30210. ƒ 64. , dit door zijn Agtb: in antword aan gemelde koopman ge„ deeze schreeven was. dog waar op immediaat in Substantie hadde geresoribeerd. Dat 'er zeeker fout in deeze bereekening moest zijn, dat de heer Gezaghebber geliefde te weeten, dat het geld door hem Ihamis Shultan, nog te Batavia nog in Rijxdaalders wat ge„ leerd, naar wel te Nagapatnam in 29600. drie beeldige pagoden, en 7096: spaarsche matten te Trinconomale, zoo als bij de obligatie bekend stond, en dat die hem gekost hadden ster pag: 35675. dat te Batavia bij de obligatie Rijx„ F daalders 68661 1/3. waren gesteld; of anders, in gevalle men ook geen 35675. sterve pagoden rerkende, moest men hem ten allen tijde betaalen 29600. – dri beeldige pager„ den en 7096. spaansche watten, zoo als de obligatie den 21:' october 1787. moeste bereekend worden, Bagtavia, obligatie dicteerde, en dat het dus zeer bublijk zou zijn, hem de Intressen in de geventioneerde munt of de waarde van dien ter deezer kuste te betaalen, om reeder dat het niet wee„ zen ken, dat de E: Comp: de bovengemelde Penningen welke hem str: pas 35675: kosten, zullen willen te rug geeven, met maar „ Pag: 30210. – besluitende met een verzoek om dit in aanmerking te neemen, voor het vertrek van het schip de valck, op dat hij na Batavia zoude kun„ „nen schrijven. Gelijk nader Consteerde bij de brief zelfs, die nevens dies translaat uit de Portugee„ sche taale, door zijn Agtb: ter tafel van dezen Raade wierd g'exhibeerd. Ser„ 1 ƒ n kobephunaengentresten wijl wel derzelve ter vervolge betuigjde zeer in het onzekere te zijn, hoedanig die Irtest hier moest bereeken en betaald worden, ge„ markt de factuur maar ten goede brengt vorgheme dsever ti de selve en R d:s 4119: 7/48. of Ducatons 2171. 9/80., dan wel ƒ 873 den 21.' october 1787. wel ƒ 8156: 19. voor een Iaar Jntrest op dat Capitaal, en dat deze guldens maar pag: 1012 9/9. otraken, daar zonde trijffel Ihamier Shultan pretendeeren zal, dat hem In„ torst betaald werde op Pag:. 35675. —. die â. 6. perCento 'sjaars bilopen zullen Paij 2110:½., 76 dat een verschil maakt van Pag„: 327. 7/90. Dat nadien het zig liet aanzien, dat te ver chamen helben netenten e Shamier Shuttar zig niet zal te vreede houden met de betaaling van Pag:s 1812. 23/90. voor een Iaar intrest, maar die varderen op zijn uitgeschoten Capitaal van Pag:s 35675. ter dus disputen te weezen zijn; en dat alle alteratien daar over tussschen hem, en deeze Regea„ virg niet zouden kunnen nalaaten min of men aandoerlijk te zijn, voor het Cra„ dit den 21. october 1787. eg Aecher Tpans o7210: p intijsk al gelegeane dit van de Comp= dat het buiten dat ook met de geeden scheen overeen te komen, dat hij In„ tressen genoot op het veëele Capitaal in n estere ette en Contant murt door hem gedebourcheerd; waar bij zijn Agtb: nog avanceeren moet, dat te sita„ tien wegens de betaling der volle intrst, hem Shamier shullan wel eens zouden kunnen aanzitten, en zijn Capi„ taal op te eijsschen: nadier hij in zijn brief zegd, dat hem ten allen tijden moet gevem bourceerd worden, en welke demarchie deezen Raade, en het Credit van de Comp: in de uitterste belennening zoude brengen: besluij hem aente chrivem gatke Zoo is na rijpe de liberatie over de voorschreeve bederkingen, op propositie van den Heer Gezaghebber, goedgevonden en verstaan, om shamier sulthan maar eenvoudig aan te schijven 875. den 21e. october 1737 van de engelseten, snauw The Nepliene waarts en hoe veel vragt den eijgenaar reman que dien wegens, schrijven, dat hem voor Iaarlijksche Intrest zal worden voldaan Pag: 2140: 7½., en daar van Hun, en daarvan d: H: Estimbette ne Hoog Edelheedens bij der afte gaanen brieff schuldpligtig Commmicatie geven Door den secunde van Bimilipat, gedaan berwagting door dopmierg aan Johan Marcus Dormieux met den Rheeder van de Engelsche snaan The M=r Koxburg over engekomen Neptive zijnde, om van daar op vragt herwaarts over te tnovergper gen zg abken na khern„ brengen 129 pakken diverse lijwaaten, waar 5 de begrootig, van de vragt-penningen aan de decisie van deze Regering gelaten was, Eijs„ schende de eigenaar van dat kieltje slegts 10. Kopjen voor ieder pak: Lois, uit aan„ merking dat Bimilipatnam zoo veel verder als Iagernaikpoeran en Coringa, alwaar men gevoor is 2. driebeeldige pagoden lagend geeven den 21e' october 1757. dn f de verklarin vrkoning von den Coptain en gelk dat zijn Eehquipagie te kwake wa of 8. Clopjes voo lk Engelsch pak, dat maar 30. beslujt zin besl vaende op vorde stuken inhoud te betaalen; goedgevonden en verstaan, dezen billijken eijsch van Ropias Royburg 10 per pak aan gem: Rheeder te accordeeren. Den Heer Gezog hebben gaf de vergade„ ring te kennen, dat de kapitain van het schip de valck Matthias Lourens Coster, aan zijn Agtb: hadde gereprese„ teerd, dat zijn Equipagie veel te zwak was, om daarmeede de te rug rijze na Batavia te kunnen nderneemen, hebbende bij zijn vertrek van daar dezelve bestaan in om aan 51. kopper, waar onder 10. die hier moester bescheiden blijven, zo als bij zijn meede gebragte monster- Roll Casteerde; dat 10 op de reijse overleeden waren, 1. te Batavia 16 fat
English
877: the 21st of October 1787. absent, and that some will certainly have to remain behind here in the hospital, whereby of the actual ship's crew in principal, according to estimation, only between 25 and 30 heads would remain: A number certainly much too small to send a ship on a voyage with; thus, although their number has somewhat increased here by the persons who have successively arrived here and been taken into service, considering however that this still constitutes an ever insufficient number, upon the proposal of the Master Commander to the assembly to provide herein as far as possible, it is approved and agreed; Firstly to let the 10 sailors sent over for this government remain on board to make the return voyage, since the heaviest must weigh the heaviest, and one will then have to manage here as best and badly as one can; and of the crew of the chaloup de Herstelling, besides those who must remain behind in the hospital, to keep another 2 sailors here, but to let all the other persons, along with the Captain Lieutenant, the Sous-Lieutenant, and the Boatswain, transfer to the aforementioned vessel, with which reinforcements the crew of the ship de Valck will be brought approximately to the number with which that ship departed from Batavia. — the 21st of October 1787. 879: the 21st of October 1787. It having been requested by the said captain to the Master Commander by petition that there might be furnished for the benefit of his crew 501 lbs of dried fish, or carwaat, since he could not suffice with what had been received at Batavia on his return voyage thither, it is resolved to condescend to this request and to have him furnished the requested carwaat. As it is also approved to grant what was requested in a further petition by the aforementioned captain, containing a request for provisions for the men who were sent on board to reinforce his crew, and as much rice as was furnished to the caulkers and the people who were sent on board for assistance during the discharge of the ship. the 21st of October 1787. Since, by the granted request of the Captain Lieutenant Künell to return with the ship de Valck to Batavia, another Commander must be placed on the chaloup de Herstelling; thus, upon the good report made to the Master Commander of the knowledge and competence in the sea service of the quartermaster Jan Adolph, it is approved and agreed to confer upon him the command of the aforementioned vessel, under promotion to Boatswain at 20 guilders. Furthermore, upon the communication given by the Master Commander, it is understood hereby to note that the crew of the sloop de Herstelling 881: the 21st of October 1787. principally consists of 16 heads, namely: 1 Commander 1 Quartermaster 6 European, and 11 Native sailors. It having been proposed by the Master Commander to send the corps of Malays serving here, pursuant to the highly respected orders of Their High Excellencies contained in their revered missive of the 17th of April of this year, per the sloop De Herstelling to Jaffnapatnam, since no other occasion is at hand for the observance of the aforementioned highly respected order and to answer to the intention for which they were taken into service: it is resolved not only to conform with the aforementioned proposal, the 21st of October 1787. but also to agree to the desire of His Honour to let the Commander, together with the further officers and crew who are still present here from the wrecked sloop de Crab, transfer thither with the launch Rammekens, which belongs at Trincomalee, and consequently to be able to obtain transport from there to Colombo, where they belong. It having been requested by the captain of the Malays, Boediman, by petition to the Master Commander, that there might be paid out to him and his men 1 year's wages from the end of November 1781 to the end of November 1782, because during that time, having been prisoners of war of the English, 883: the 21st of October 1787. they had enjoyed nothing but daily some rice and carwaat, barely enough to half satisfy them once a day: it is, in consideration hereof and the further hardships suffered by him and his men, approved and agreed to offer his petition to Their High Excellencies for disposition; Likewise the petition of the ensign Samsoedien, containing a request for 4 years' pay, on the grounds that he enjoyed not the least maintenance from the English during all that time, nor allowed himself to be persuaded to enter their service. The chief mate Jan Mulder having requested...
Dutch transcription
877: den 21. october 17417. en feserde of de boven te baken absent gebleeven, en dat 'er zeeker alhier in het Hospitaal zoude moeten overblijven, waar door van de eigantelijke scheeps- Equipa„ gie prindplan, na gissing maar tusschen de 25 en 30. koppen zouden overschieten: Een getal zeker veel te gering om daarmeede een schip op reijs te zenden; zo is, schoon propesie mnde en te vrken hun getal hier wel eenigzints vermeerderd is, door de perzoonen die hier successive zijn aan„ gekomen, en in dienst genoomen, uit aanneking egter, dat zulks tog nog maar een ever in„ sufficant getal uitmaakt, op de propositie van den Heer Gezaghebber aan de vergade„ ring, om hier in tog na oogelijkheid te voor balij mer men ende ketien Dien, goed gevonden en verstaan; Eerstelijk dentelelij men om de voor dit gouvernement overgezondene 10. mat„ troozen aan boord te laaten blijven, om de te „ug bijze mede te doen, uijt het zwaarste het zwaarst weegen moet, en men zig dan hier zal dienen te behelpen, zo goed en kwaad men kan vormene ange wende e sopen en anderens on van de manschappen van de Chia„ loup de Herstelling, buiten die in het Hospitaal over moeten blijven, nog 2. mathroo„ sen hier aan te houden, dog al de andere per„ vens den kapitain Lieutenant, den sous„ Lieutenant, en den Bootsman, op voormelde boden te laten overgaan, met welke ver„ sterkingen, de Equipagie van het schip de valck, ingevaar zal gebragt zijn op het getal waarmeede dat schip van Batavia vertrokken is. —. den 21. ' october 1737. Door 879 den 21. october 1707. „de ralk om 501: lb Carwaat verstrekken, tot adsistantie na boord gezonden, Door gemelde kapitain aan den Heer Gezag, gedaan verzoek door den Capt an hebber per requeste verzogt zijnde, dat ter behoeve van zijn Equipagie mogt werden ver„ strekt 501. lb drooge visch, of Carwaat, al„ De hij met het geen op Batavia ontvangen kat, niet toeijken konde op zijne te rug geijze na derwaarts, zoo is beslooten in dit verzoek besluijt, hem de zelve te baten te Condiscendeeren, en hem de gevraagde Car„ waat te laaten verstrekken. Gelijk meede goedgevonden is, toe te staan zoo meede vandeven aan het volk het bij een nadere request verzogte door voor„ noemde kapitain behelzende instantie om vantcoeren voor de manschappen die tot ver„ sterking van zijn Equipagie aan boord gezenden is, moisteende Cefacet en zo veel rijst als aan de Calfaters en het volk welke bij de ontlossing van het schip ter assistentie aan boord gezon„ den den 21. ' october 1737. gedaan verzoek door den Coptilieusg„ Tkienel om na Batavia te vertrokken, plaat op te erkelin met den zijn, verstrekt is Dewijl door het toegestaane ver„ zoek van den kapitain Lieutenant Ku„ nell om met het schip de valck gea Batavia te petourneeren, in een ander Ge„ zaghebber op de Chialoup de Herstelling dient geplaatst te worden; zo is, op de goede enstslen van enbot maning aprter aan den Heer Gezaghebber gedaan, van de kennis en bekwaamheid in den Zee dienst van die quartirmeeste Ian Hdolgh, goedgevonden en verstaan aan denzelven op te dragen hit gezag op het vorschreeve vaar„ ting, onder bevordering tot Bootsman met ƒ 20.. tn eten qusagadigatetseij vort s op de gegeve Communicatie, door den Heer Ge zoghebben, verstaan bij deeze te notee„ ven, dat de Equipage van de sloep de Her„ stelling 881. den 21. october 1787. na Jaffana te zender stelling prinoplan bestaat in 16. kopper, naame„ lijk 1„ Gezag hebben 1. quartiermeester 6. Eurspersche, en 11. Inlandsche matrozen. Door den Heer Gezaghebber geproprneerd popositie en het Cops malijens zijnde, om het hier militeerende Cops maleijers, ingevolge de Hoog gerespecteerde ordres van Hune Hoog Edelheedens vervat bij Hoog„ derzelver gevenereerde missive van den 17. Aprol dae zet Iaars per de sloep De Herstelling na Jaffenapatnam te zeder, nadien en geen ander occagie te observantie van de voorschreeve Hoogst-gerespecteerde ordre, en ter beantwoor„ ding aan de intentie waarom zij in dienst „niet alleen, genomen zijn, voorhanden is: zoo is verstaan be steit zulks van gevolg te doen zijn, zig met 54 den 21:' october 1787. Zmeede de Equipagie van de Craab, em met de bost Ram„ over te geven, „gedaane verzoek don den Capt. der maleijers om seen Jaa gogie voor hen er zijn volk, zig met de voorscheeve porpositie te Confawee„ ven; maar ook toe te stemmen in de begeerte makens na Tinkannal van zijn Agtb: m met de Los-bort Ran„ mekens, welke op Trinconmale 'thuis„ hoord, na derwaarts te laaten overgaan, den gezaghebber nevens de verdere officiers en man„ schappen, die hier nog aan weezig zijn van de verongelukte sloip de Crab, en gevolgens van daar transport na Colombo te kunnen erlangen, waar zij thuis hooren. Door den kapitain der maleijers Boediman per requeste aan den Heer Gezaghebber ver„ zogt zijde, dat aan hen en zijn volk mogte worden uitgekeerd s. Iaar gagie van ult=o November 1781. tot ult=o November 1782. uit hoofde bij C:n s: geduwvende die tijd bij de 883 den 21e. october 1787. E: aan te bieder, Soedien, de Engelschen krijgs-gevanger geweest zijnde, niets, dan dagelijks wat rijst en Cenwaat had„ den genoten; naurlijks gevoeg om hen eens daags half te verzadigen: zo is uit Consideratie bestut zij Request Hart: hier van, en de verder ongemakken, don hen en zijn volk geleeden, goedgevonden en verstaan Hunne Hoog Edelheedens aan te bieder ter dispositie; Gelijk meede het request iten het oegust van San„ van den vaardrig Samsoedien, behel„ zende instantie en 4 Iaaren bezolding. dit hoofde bij geen het minste onderhoud van 8 de Engelschen geduunrerde al die tijd genoten # heeft, wog zig heeft laaten bereeger, in hunnen dienst te treeden. Den opperstuurman Jan Mulder mngedent gegeast den Ms he aan aan N: H: Ed: gedeclieerd,
English
not to be suffered; request by Straalen and Pieter Sz. for 2 months pay, presented to the Governor, having a petition addressed to Their High Noble Lordships, containing a request to be pensioned with his full pay; it was resolved, as he has the required right to that request as well in age as in long service, to which is added that he was completely ruined by the accident of de Goede Hoop; resolved to offer this petition humbly to Their High Noble Lordships, with a respectful request and out of special consideration to grant that poor man the enjoyment of a full retirement pension. Captain Lieutenant Daniel den 21. october 1787: 885 den 21. october 1787. to provide, Bloeme for 6 reals board money, Daniel Straalen, and Sub-Lieutenant Samson Pietersz, having requested by petition that an advance of two months' pay might be given to them to cover their travel expenses; it was approved and resolved to grant their request, and thus to have pay provided to them for the current month and the month of November. Was by the Governor tabled and exhibited a petition from the bookkeeper and trade auditor Christiaan Theodorus Bloeme, tending to request that to him may be allocated the board money of a qualified bookkeeper at 6 reals per month, and that this his request might be favorably presented to Their High Noble Lordships the Noble High Indies Government; thus it was resolved, subject to the approval of the High Government, to allocate to him the requested board money, and to recommend him in the most favorable manner to Their High Noble Lordships aforesaid, while submitting his petition. Was subsequently produced by the Governor in the meeting the general estimate, drawn up by the Honorable Chief Administrator, of the capital present here, with what is still to come in from the sold merchandise and revenues of this current financial year; and the showing what of the same, after deducting the expenses for this current year, would still remain over at the end of August 1788, and how large consequently the demand for the upcoming year should be determined: whereupon, after deliberation, it was approved and resolved to determine the provisional demand for the year 1788 at 1200000 Dutch guilders, and to offer the same with the ship de Valck reverently to Their High Noble Lordships the Noble High Indies Government at Batavia, with the humble request to provide a complete fulfillment both of that and of the other petitioned merchandise, den 21. october 1787. 887 den 21e. october 1787. money demand to be set at 1200000 guilders, to offer by de Valck, resolved to offer the petition of Heshusius to Their High Noble Lordships, that his pay books were lost The Junior Merchant and provisional Chief of Bimlipatnam Philippus Henricus Heshusius having submitted a petition addressed to Their High Noble Lordships, tending to the request that he may be confirmed in his newly appointed post; it was approved to send this petition by the ship de Valck, and to accompany his request with the most favorable recommendations. The Jaggenaikpoeram Second George Francois Jacques de Ravallet having transmitted hither two petitions, den 21e. october 1787. 889. den 21. october 1787. resolved to delay the investigation of the same, and his petition to Their High Noble Lordships to be sent to Batavia of which one tends to an ample detail concerning his separated pay accounts, instead of a certificate of discharge for his service with the Honorable Company, which were lost with the surrender of Nagapatnam; it was approved and resolved to delay this matter until after the departure of the ship, since the same requires too much investigation to be properly examined before the dispatch of the ship. While with regard to his second petition, being for the forwarding of a petition to Their High Noble Lordships, whereby he supplicates for favorable permission to be allowed to depart for Europe in the coming year with the ships returning directly from this coast, Ceylon, or Bengal to the fatherland, according to the opportunity that will best present itself, together with his wife and baggage; it was approved and resolved to grant the requested forwarding under a favorable recommendation. Thus it was resolved to grant the requests of the following petitioners, and to offer their submitted petitions submissively to Their High Noble Lordships by the ship de Valck; namely: Petition of the Bookkeeper Hieromieauds Jacobus van Lemeren van Wijckers, den 21. october 1787: 890 den 21. october 1787. requesting, on account of his 36 years of service, to be favored with the vacant Second's post of Jaggenaikpoeram. Ditto of the bookkeeper and Palicol Second De Jan, tending likewise to a request for the post of Jaggenaikpoeram Second, and furthermore that he has already been a bookkeeper for 25 years, and had filled several laborious posts, among which that of first clerk of Police and Secretary of Justice, which he had carried out without compensation for many years, as well as on account of his advanced years. Petition of the bookkeeper in Porto Novo Topander,
Dutch transcription
nia te Lerden; ven zoek door Strale en Pieter S D. n 7 /on: gagia, aan den Heer Gezaghebber gepresenteerd, hebb bende Een Request gedadiceerd aan Heen„ 6 ne Hoog Edelheedens, inhoudende ge„ 609 zoek om te moogen worden gegageerd met zijne a g bestut het zilie ona Batavolle besolding; zo ol, dewijl hij zo wel deng odin t in ouderdom als en langen dienst het ver„ dom. eijschte gagt tot dat verzoek heeft, waar nog 2 bijkent dat hij door het ongeval van de Goe„ val de Hoop gantschelijk geruiveerd is; verstaan Hun Hoog Edelheedens dit request needrig aan te bieden, met Eerbiedig ver zek en dit bij zondere Contideratie aan dien armen man het genoth van volle Rust gagie te accordeeren Den kapittain licuterant Da„ den 21. october 1717: niet 885 den 21:' october 1737. verstrekken, Bloeme om 6. poalen Post„ niel straalen, en Sous Lieuterant Sa„ „mon Pietersz, per requeste verzogt heb„ bende, dat aan hun tot goedmaking hunner greijsongelden een voor rut verstrekking van twee maanden Gagie mogt werden gedaan;; bestul de zeler te laaten Zoo is goed gevonden en verstaan in hun ver„ zoek te accordeeren, en dus aan hun gagie te laten verstrekken, voor deeze loopende, en de maand November Is door den Heer Tezaghebber ter taffel gedaan en zoek duen C. s: g'exibeerd een Request van den boekhouder en Christiaan Theodorus Negotie - Narekenaar Bloeme, terdeerende instantien dat aan hen mnag werder toegelegt, het kost geld: van een gequalificeerde - boekhouder â 6: Rea„ geld, 3 ly vin te derager Can de ten dan e daarvie dite pene verlij ge de aanhanden zijnde Contan„ ter en Coopmans de en dit zij oenderk ven A: D: d:len ter maand, mitsgaders dat dit zijn verzoek gunstig mog worden vorgedraagen aan Hun Hoog Edelheedens de Edele Hooge Indiasche Regering, zo is verstaan, hen op apribatie van de Hooge Regiering het verzogte kostgeld toe te leggen, en hem aan Huwe Hoog Edelheeden voornoemd, ten farabelster vanr te dragen, onder aan„ bieding van zijn Request. - Is vervolgens dor den Heer Gezag hebbe„ in vergadering geproduceerd het generaal overslag, door den E: Hoofd administrateur geffireerd, van het alhier aan zijnde Capi„ taal, met het geen nog uut de verkogte koopmanschappen en inkomsten van dit lopende Boekjaar, staan in te komen; enden aan„ den 31' October 1737 tannij 887 den 21e. october 1747. geld eijsch te bepaalen op 1200000 gulden, valck aan te bieden, toning wat van het zelve na detraheering van de lasten ooo dit loopende Jaar, onder uld=o aug„s 1708 nog zou overschieten, en hoe in dar na den Eijsch om ver: groot dienvolgende den Eisch vonr het aanstaande Iaar wel diende te worden bepaald: waar op na deliberatie goedgevonden en verstaan bestant den pponisionelen t2s is, den provisioneelen Eijsch voor den Iaar 178. te bepaalen op 1200000 – - Guldens Neder„ lands-geld, en dezelve met het schip de valck Hune Hoog Edelheden, de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia geveventlijk aan te bieder, met en dezele H: W: Ed: per de goedrige in stanti om eene Corpleete voldoe„ „verdere ning zoo daar van als van de „ valok gepetitioneerd wordende koopmanschappen te bepaalen, beslut het gequist van Hes„ huijsius H: H: Ed: aan te bie„ der, dat zijd zoldij drk te zoek van geraakt Den onder koopman en Frorisianael opperhoofd van Bimlipatram Philippus Henricus Heshusius vergegeeven hebbende een Re„ qust aan Hun Hoog Edelheedens ge„ rigt, terdeerende verzoek en in zijn nieuw aangestelden post te mogen worden be„ vestigd; zo is goedgevenden dit suplicq per het schip de valck van te zender; en zijne instaatie met de favaabelste voorschrijvens te accompaqneeren. te dine gave doo de Rauiatlet en Iaggeraikpoerams secunde George 1 francois Jacquis de Ravallet; her„ waarts overgezeven hebbende twee Requesten, en benoetigt heeden. den 21e' october 1787. welker 889. den 21' october 1757. besluit het onderzoek den zelve te dilaijeeren, E: gerigt, na Bartavia te zenden welker eene tendeerd een arpel ditail wer„ gens zijn, in stede van bargtogt vor zijnen dienst bij d'E Comp: gesepineerde soldij Ree„ keningen, welke met de overgang van Naga„ 17 patnam zijn te zoek geraakt, zdis goed„ gevonden en verstaan deze materie te di„ laëeren tot na het vertrek van het schip, alzoo het zelve te veel onderzoek vordert, em voor de dipeche van het schip, na behooren nagegaan te kunnen worden. dewijl ten aanzien van zijn tweede Request en zijn gequst aan N: H: zijn om overzending van een regust aan Hunne Hoog Edelheedens, waar bij hij suppliceerd, om gunstige permissie en in het aanstaande Liaer van Smerin Jaar met de diject van deze kust„ Ceulon of Bengale gepatrieeren de scheepen /:naar de gelegentheid Dig daar toe best zal op„ doen:/ revens huisvrouw en bagagie na Eu„ „ ropa te mogen vertrekken; goed gevonden en 7 verstaan is, de verzogte overzending, onder „ ƒ een favorabel voorschrijven te accordeeren. z werde de peqinste, van dog is gearresteerd de instantien van de ondervolgende Requisitranten toe te staar, en Hunne Hoog ingediende supplicques Hunne Hoog Edelheeders per het schip de valck onderdanig aan te bie„ den; Namentlijk T. Request van den Boekhiuder Hiero„ mieauds Jacobus van Lemeren van Wijeres, den 21. october 1737: ver 890 den 21' october 1787. versteekende uit hoofde van zijne 36. Jaarije dienst met de vaceerende secundes plaats van Paggemaikpoeram te mogen werden B begunstigd. s dito van den boekhouder en Palicols se„ van De San„ vunde De Ian, ter deerende almeede ver„ zoek om den dienst van Iaggernaik poe„ 1 rams securde, en verder hij al 25 Jaa„ 3 ver boekhouder is, en verscheijdene laboreuse posten, daar inder die van eerste klerk van Politie en Secretaris van Iustitie gevenst: was, welke hij zonder gecimn lan„ gend:e Iaaren had waargenomen, als mede om zijne vergevorderde Iaaren s Request van den boekheuder en Porto„ ven Topande, maas
English
the 21st of October 1787. From Obdam, From Bronsveld, former Resident Librecht Cornelis Topander, for the same service, basing the same upon his long years of service, and his misfortunes suffered through the invasion of Hyder Ali Khan and his abduction by the same. Likewise from the bookkeeper and scribe of Paggarraikpoeran Jan Obdam, wherein he requests and hopes to be remembered for the better upon a change of posting. Likewise from the bookkeeper and pay-transferer Johannes Abrahams Bronsveld, tending also to a request and hoping to be favored with another favorable service upon a change of posting; the petitions of the bookkeepers van Someren and Obdam being accompanied, each with the duplicate of 893. the 21st of October 1787. Of 2 sailors on the pilot boat Ramakers to this government for address and recommendation. Having arrived here with the pilot boat Ramakers, 2 sailors by name of Jens Reijmers of Copenhagen and Willem Nietjes of Emden, to whom, according to a Bimlipatnam memorandum, was provided 8 pagodas or 36 guilders, according to the statement of the beneficiaries, for the months of July, August, and September, which was forgotten to be made known in the memorandum, during which time they served the Company; so it is understood to admit the latter, namely Willem Nietjes of Emden, upon his request, as a sailor at 12 guilders into the Company's service under an engagement of 3 years, commencing for 12 guilders, the 21st of October 1787. and sending of the same to Batavia. The other will not engage, discharged. commencing the first of July, and to send him per the ship De Valk to Batavia; while with respect to the first, as he is not inclined to enter the Company's service, and has only served off what he received, it is understood to let him go his way. Admission of a soldier at 12 guilders. It is likewise understood to accept into the Company's service as a soldier at 12 guilders, under an engagement of 3 years, the person who made request thereto, Hendrik Pardie of Hanover, arrived here from the Moors, and to send him per the ship De Valk to Batavia. Transfer of a soldier to sailor. Likewise it is understood, at the request of the soldier Aart Kamerling, to change him to sailor, and as such to place him on the sloop 895. the 21st of October 1787. sailors of the ship De Valk. sloop De Herstelling. Finally it is also understood to record hereby that the 2 sailors of the ship De Valk, by name of Carel Akkerboom and Gerrit Bruijnvisch, having deserted, were retaken on the 29th of September and, after a domestic yet thorough punishment, were sent back on board. Thus done and resolved in Castle Geldria at Paliacatta, date as above. Was signed: As before, except: J. D. Simons and B. Brouwer. Saturday Letter to Their High Excellencies to be sent per De Valk. in the morning at eleven o'clock. Meeting of the Council of Policy. Absent: The Secretary Broërius Brouwer due to indisposition. Reading and approval of the letter. The letter to Their High Excellencies, together with its enclosures, having been prepared and exhibited by the Honorable Commander, Resolution to approve and sign the same. So it is, after consideration, understood to approve and to sign the same, in order to offer it as such to Their High Excellencies per the ship De Valk. Thus done and resolved in Castle Geldria, date as above. Was signed: As before, except B. Brouwer. Tuesday Saturday the 27th of October 1787. 897. offer made of 26 pagodas for each leaguer of arrack. By circular inquiry. The Honorable Commander having made known to the respective members by circular inquiry that the under-equipage master at Madras, Mr. John Hall, had caused to be offered to His Honor 26 star pagodas for each leaguer of arrack that might still be found in the Company's warehouses, provided that one half of the purchase money be cash, and the other half might take place only in the coming month of January; so it is, in consideration of the low price at which that liquor presently stands at Madras, and the slight appearance there is of any rise on account of the heavy supply of that spirit which has recently occurred at Madras, Tuesday the 20th of November 1787. both from Bengal and Benkulen, it is, in accordance with the preliminary advice of His Honor, approved and agreed to accept the aforesaid offer as still yielding a small advance of 28 5/16 percent, and thus to cede to Mr. Hall all the arrack that is still remaining in the Company's warehouses, consisting of 120 leaguers, on the proposed conditions; provided that all expenses of shipping and transport shall occur for his account. Thus done and resolved in Castle Geldria at Paliacatta, date as above. Was signed: As before. Tuesday the 20th of November 1787. 899. Tuesday the 11th of December 1787. By circular inquiry. There was circulated by the Honorable Commander to the respective members a petition presented this morning to His Honor by the Orphan Masters of Coromandel, being of the following content: Insertion of the same. To the Right Honorable Willem Blaaukamer, Commander of this Coast of Coromandel with the dependencies thereof, together with the Honorable Council. Right Honorable Sir and Gentlemen. The Orphan Masters of Coromandel reverently make known, That they recently received news from Negapatnam that there on the 9th of November last departed this life Sebastiana Dias, widow of the former burgher lieutenant Michiel Landers.
Dutch transcription
den 21. october 1747. van obdan, van Brondvitt, noros Resident Librecht Cornelis Topander, om dezelfde dienst, instiveerende het zelve het zelve op zijn lang Jarige dienst, en zijne door de irvasien van Heider Alichan, en zijn wy„ voering door die vast, uitgestaane engeluk„ ker. s dito van den boekhouder en soriba van Pag„ gerraikpoeran Ian Obdam, waar bij hij snreckt en bij verschansing ten goede te mogen werden bedagt. 1. dito van den boek haide en soldij overdrager Johannes Abrahams Bronsvelo, tendeerende almeede instantie, en bij ver„ schensing met een ander favonabile dienst te mogen werden begunstigd; zijnde de Requas„ ten van de boekhuiders van Someren en tobdan gede compagroerd, ijder met den shiplik aan 8. 93. den 21. october 1787. van 2 mattroozen op de fatuur „los bort Ranmakers aan deze regeering om addres en voorschrijvens. Per de Losboot Ranonekasalhier aange, gedaan geaet dij ge antje 6 komen zijnde 2. mattroozen in ramer Iens Reijmers van koppenhagen, en Willem Nietjes van Embden, aan welke volgens een Bimilipatnamse memore verstrekt is, pag: 8 of ƒ 36. „ volgens zegger der go„ 1 nieters:/ voor de naarder Iuli, augustus en September, dat bij de memoire is vergeten bekend te stellen, en in welke tijd zij 's Comp:s dienst gedaan hebben; zo is ver, aderssin van in den zlven dens staan der laatsten of Willem Niet„ Jens van Embden op zijn gedaan ver zoek als mattins met ƒ 12. in 's Comps dienst te admitteeren, onder een verband van 3. Jaaren, in„ gaande om ƒ 12, den 21. october 1787. en zending van der zelven na d ataphe de ardere wal zig nit engagie„ rer, No 78ƒ ontst: gaande primo Iuli, en hem per het schip de valck na Batavia te zenden; Terwijl met op zigt tot den eersten als qiet genege zijnde in 's Comp dienst te treeden, en alleen maar zoo lang, vóor het geen hij genoten he aff„ dienst gedaan heeft, verstaan is hen zijnes weegs te laten gaan. ddissieren en soldtaet gnt Almeede is verstaan als soldaat mit ƒ12. in 's Comp:s dienst aan te neemen onder een ver„ bond van 3. Jaaren der daar toe verzoek gedaan hebbende perzoonen van Hendrik Pardie van Hanover, alhier van de mooren aangekomen, en hem per het schip De valck na Batavia te zenden. stengerig on en zoldent tis s gelijks is verstaan den soldaat Aart kamerling op deszelfs verzoek tot ma„ troos te Changeeren, en als zodanig op de slop 895 den 21. october 1787. mattioozen van het schip de valok. sloop de Herstelling te plaatzen Eindelijk is nog verstaan bij deze te po„ disitie en steffig en 2 teeren, dat de 2e matroosen van het schip De valck in namen Carel Akkerboom en Gerrit Bruijnvisch, gedeserteerd zijnde, op den 29. September weder opgevat, en na en9 29. een dimesticque dog dugtige straffe, na boord gezonden zijn, Aldus Gedaan en De arres„ teerd in 't Casteel Peldria te Pal„ liacatta dato voorsz: /:was getee„ kend:/ Als ovren /:axcepte:/: : I: D: Si„ 6 ƒ. mons e B: Brouwer. -. Daturdag briff a N: N. Ed. per de valck te verzenden, s vinde middags ten Elf gunen. Vergadering van Politie Absent Den Secretaris Broerius Brouwer mits indis¬ positie leding ovar er goed td geheijf de brief aan Hune Hoog Edelheedens, nevens dies bijlagen in gererdheid gebragt, en door den Heer Gezaghebber g'Exhibeerd zijnde, beslut dezelve te appirberen en Zoo is na gsumptie verstaan denzelven te apporbeeren, en te tekenen, omtra:, zodanig Hunne Hoog Edelheeden per het schip De valck aan te bieden. Aldus Gedaan en Gearresteerd Int Cas„ teel Geldria dato voorsz: /:was geteekend:/ Als vorra /: Excepts. / B: Brouwer. - - Dinsdag Saturdag den 27. October 1747. 897. gedaan, bor den 26. prc ovr ie den legger derrak Bij Rondvrage Door den Heer Gezaghebber aan de respective leeden bij vardvraage te kennen gegeeven zijnde, dat den onder Equipagiemeester te Madras M:r John Halt, aan zijn Agtb: had laaten bei„ den 26. ster pag: voor elk lagger arrak, die nog in Compagnies pakhuisen zouden te vinden zijn, mits de eene helft der koop penningen Contant, en de andere helft, eerst inde uEd: Ianuarij aanstaande mogt geschieden; zoo ovrrijmn dinsh, is uit Consideratie van de laage prijs, waar op die drank tans op Madras is, en de weijnige 1 apparentie die er is, non eenige rijzing, uit hoof„ den van den zwaaren aanbreng van die spiritus, welke er orlangs op Madras ge„ Dingsdag den 20. November 1787. schied dog ader welke mits„ schid is, In van Bengale, als Bancahoele, deest de ale darm estester gj het pre advis van zijn Agtb: goedgevonden en overstaan, het voorschreeve bot, als geevende nog een gering avans van 28 5/16. perCent, te accepteeren, en dus al de Arrak, die ong in Comp:s pak„ „huijzen per gestant is, bestaande in 120: leggers, aan Mr. Hall, afte staan op de vorgestelde Conditien; mits alle ongelden van den afscheep, en transport voor zijn verko„ ning geschiede. Aldus Gedaan e Gearresteerd In't Casteel Peldria te Pallia„ catta dato voorsz: /:was getekend:/ als vooren. Dingsdag den 20:' November 1787. 899 Dingsdag den 11. December 1787. Bij Rondvrage Is door den Heer Gezaghebber bij de gespec„ diering van een oequast van wis„ tive leeden oadgezonden, Een Request door 1 weismesteren van Chormandel heeden morgen aan zijn Agtb: gepresenteerd; zijnde van den Insatie van het zelven volgende in houd Aan den wel Edele Agtbaaren Hee Willem Blaaukamer Ge zaghebber deezer Custe Cormandel met den Resorte van dien do cctie Nevens den Raad mog steren Del Edele Agtbaare Deer en Heeren. Deeven reverentelijk te kennen weesmeesteren van Cormandel, Dat zij onlangs van Nagapatram tijding gekree„ „genr hebben; dat aldaar op den 9. ' November J=o was komen te overlijden Sebastiana Dias, weduwe van den Poud burger licuterant Michiel Lan„ 70 Dit ders
English
11 December 1787. That the aforementioned widow Zanders, having made a will shortly before her death, had nominated as executors of her estate the former bookkeepers in the Company's service Iacobus Wilhelmus Swart and Frans Rosseau. That by the aforementioned executors, the estate of the widow Sanders was directly accepted, without permitting the authorized agents of this board at Nagapatnam to place the slightest seal upon it; although it was fully known to them that the aforementioned widow Zanders, as the former heir and administrator of the estate of her aforementioned husband Michiel Zanders, was still indebted to the Nagapatnam Orphan Chamber, upon a mortgage bond of the Orphan Chamber, for a sum of pag: 500 in principal and pag: 240 in accrued interest up to the last of August past, amounting together to pag: 740. That, moreover, the Orphan Masters have not the slightest knowledge of the contents of the aforementioned will (which has been sent to Madras to be approved) or of the size of the estate of the widow Sanders. That, having considered all this, they have resolved, in order to prevent loss, to turn to Your Honorable Worships, as they do hereby, 11 December 1787. respectfully petitioning for the maintenance of the right of preference belonging to the Orphan Masters. That this right principally consists herein, that after the Company, the Orphan Masters' bonds have preference over all mortgage deeds or obligations; and thus must be satisfied and paid before any other creditor may be paid. A privilege of such great importance that the Orphan Chamber cannot be deprived thereof without at the same time totally ruining it, because this is the principal support upon which the Orphan Masters of Nagapatnam have invested the capital of the Chamber there. And therefore the aforementioned Orphan Masters very respectfully petition Your Honorable Worship to insist with all urgency to the government of Fort St. George at Madras that the necessary orders be dispatched at the earliest to Nagapatnam to the executors of the estate of the widow Zanders to satisfy, after payment of the funeral expenses etc., first and thus before all other creditors, the debt of the burgher Michiel Zanders to the Nagapatnam Orphan Chamber amounting to old pag: 740 and the interest since 11 December 1787. the first of September last until full satisfaction, and this by virtue of the right of preference upon which the loan was granted. (Underneath stood:) Doing which, etc. It having been proposed by a letter to comply with the request of that board: so it was approved and understood by unanimous consent to fully agree thereto, and thus to dispatch a letter to the government of Madras with the request to maintain the Orphan Masters in the right of preference belonging to that Chamber, by dispatching the necessary orders to Nagapatnam to the executors of the estate of the widow Zanders to satisfy the debt of the aforementioned burgher Zanders, with the interest accrued thereon, amounting together to old pagodas 740, preferential 11 December 1787. to all other creditors, and to declare the mortgaged house as well as the further estate executable therefor. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as above. (Was signed:) As before. Agreed. DD. Haste EG Clercx. F:Wanau F8 17 Resolutions Copy S O 6 of Coromandel, Amsterdam. for Saturday, 5 January 1788. Council of Policy Present The Honorable Nicolaas Sadama, provisional Senior Merchant and Head Administrator The Merchant titular and Fiscal Ioan Daniel Simons, The Merchant titular, Trade Bookkeeper and Warehouse Master Martinus Stoffenberg, The Junior Merchant and Cashier Fredrik Willem Bloeme, The Junior Merchant, Master of Works and Dispensier Pieter Willem Tecke, The Junior Merchant, provisional Secretary and Cashier Broerius Brouwer, Absent The Honorable Willem Blaaukamer, Because of indisposition, After offering the ordinary prayer, it was initially resolved hereby 5 January 1788. to note that the Governor, who is currently lying in bed very ill, yesterday morning, in the presence of all the members, entrusted to the Honorable Head Administrator Nicolaas Sadama the handling of daily affairs during his illness, though retaining authority to himself. Received yesterday via Ceylon, and opened today in the meeting, a packet of letters from the fatherland brought to Ceylon by the ship De Vlugge Trekvogel: so it was resolved to note hereby from it that there was received and read to this Council an original missive by the 5 January 1788. Gentlemen Seventeen, written to this Council, dated 28 December 1786, and such annexes as are more broadly described in the register sent alongside it. The native merchants Moettoe and Annan Boddeli, the former having bid for the coffee beans Pag: 20 per bhar of 480 lb, and the second Pag 45 for a similar bhar of pepper, the first offering an advance of 84½ percent, and the latter 225 5/8 percent, or an increase of Pag. 3 compared to the pepper last sold, which brought only pag 42.
Dutch transcription
den 11. December 1787. Dat gemelde weduwe 2 anders, kort vor haar over„ leiden, getesteerd hebbende, tot Executeurs van haren boedel genomineerd had de geweezen boek„ handen s in Corpagnies dienst Iacobus Wilhelmus Swart en Frans Rosseau, Dat door gemelde executeurs, den boedel van de weduwe sanders direct aanvaard is, zonder aan de gemagtigden van dit Collogie te Nagapatnam te „permitteeren de minste verzegeling te doen; schoon het haar volkomen bekend was, dat gemelde weduwe Zanders, als geweese erfgenaame en boedelhouderesse van haren opgemelden man Michiel Zanders, aan de Nagapatnamsche weeskamer, op een hijpotecaale weeskamer kennis nog schuldig was eene som van pag: 500. aan Ca„ pilaat, en paij 240. aan verloope intresse, tot uldo aug„:s pleden te zamen uitmakende pag: 740. Dat daar en boven weesmeesteren geen de min„ ste kennis hebben van den inhoud van het voor„ schreeve testament /:dat na Madras gezonden is om geapprobeerd te worden. / of van de grootheid der nalaatenschap van de weduwe Sanders Dat dit een en ander bij hun zijnde gecanside„ veerd zij te raaden geworden zijn, om tot voor„ koming van schaade zig tot uwe wel Edele Agtbaare te werden, zo als zij doen bij der zen een god den 11. December 1787. eerbiedig suppliceerende in mainterue van het regt van proferentie weesmeesteren Competeerende. Dat dit pogt hoofd zakelijk hier in bestaat dat na de Comp:, weesmeester kennissen, voor alle hij potecquale verband schriften of obligatien preffe„ vent zijn; en dus voldaan en betaald moeten worden, eer een ander Crediteur mag. worden betaald, Een voorregt van zo veel belang, dat de weeskamer daar van niet kan worden verstoo„ ken; zonder haar teffens totaal te ruinee„ ven. want dit den voornaamsten steur is, waar op weesmeesteren van Nagapatram, het Capi„ taal der kamer, aldaar hebben uit gezit En derhalven suppliceeren weetmeesteren voor„ noem, uwe wel Edele Agtb, zeer eerbiedig„ om bij de gegeving van het fart S=t George tot Madras, met alle empressement te in steeren, dat ten eersten na Nagapatnam werde afgevaardigt de noodige ordres, aan de Executeurs in den boedel van de weduwe Zan„ ders, om, na betaling der begravenis engelden en z: eerst, en dus voor alle andere Crediteuren te voldoen, de schuld van den burger Michiel zonders aan de Nagapatnamsche wes„ kamer groot oude pag: 740. en de intrest zedert prins den 11. December 1737. van de ned: Landens na Ma„ dras te schijven primo September Jo leeden tot de volle voldoe„ ninge toe en zulks uit hoofde, van het regt van preferentie, waar op de beleening geschied is /:onderstond:/ 'T walk Doende Etc: beslt te andig van de eer en toffens bij een briefje geproponeerd om aan het verzoek van dat Collegie te voldoen: zoo is bij venrdwraage unamimnitie goedgevonden en verstaan, daar in volkomen te accordeeren, en dus Eer brieff aan het Gouvernement van Madras te laaten afgaan, omt verzoek om weesmeesteren te maintineeren bij het rigt van proferentie die kamer Compatee„ gende, door de noodige ardres na Naga„ patnam aftevairdigen aan de Executeurs in den boedel van de weduwe Zanders, om de schuld van den opgemelden burger Zan„ ders, met de daar op verloope renten, te zamen bedragende oude pagoder 740. pre„ Jrabale 903 den 11. December 1787 ferabel alle andere Crediteuren, te voldoen, en daar voor het verpande huijs, mitsgaders de verderen in boel Executabel te verklaaren. Aldus Gedaan en Ge arresteerd In't Casteel Geldria te Pal„ liacatta dato vonsz: /:was geteekend:/ Als vooren Accordeerd. DD. Haste EG Clercx. e F:Wanau F8 17 Resolutien Copia S O 6 van Cormandel, Amsterdam. voor maande van zaaken aan den 8. hoofd administrateur op gedragen, Saturdag den 5. ' Januarij 1788. Snagers te creegen Jauen: Vergadering van Politie Present en E: E Heer Nicolaas Sadama, p:l operkoopman in Hoofd„ „administrateur Den koopman tit: en fiscaal Ioan Daniel Simons, Den koopman tit Negotie boekh: n Sakhuijsmeester Martinus Stoffenberg, Den dder kiemar en factlur kende Fredrik Willem Bloeme, Den onderkoopman Muurtmester in Dispenrie, Pieter Willem Tecke, e Den ande kopan p=l Scoritais en Cassier Broeriuss Brouwer, Dempto Den wel Ed: Agtb: Heer Gezag hebber Willem Blaaukamer Mits in dispositie, Na het doen van het ordinai gebed, en te degese e e wierd aanvangkelijk verstaan bij deezen 905 den 5. Januarij 1738. ortitie van den atfangst van en patriasche brief pakket item van een orgineele missive door graade, scheeen te noteeren, dat den Heer Tezag hebber„ die thans zee ziek te bedde is leggende gisteren morgen, in presentie van alle de Leeden, aan den E: Hoofd administrateur Nicolaas Sadama opgedragen heeft de maniance der dagelijks voorvallende „saaken, geduurende zijne ziekte dog het gezag aan zig heeft behouden. Disteren over Ceijlon ontfangen, en heeden is vergadering geopend zijnde, een patriasche „ het brief Pakket met „ schip De vlugge Trekvogel op Ceilon aangebragt: zoo is verstaan, daar uit bij deezen te noteeren, dat daarmeede ontvangen te hin Mejus aan diesen geleezen is, een origineele missive doorde Noog 907 den 5. Januarij 1788. Coffij bonen en perper„ Hoog Edele Hoog Agtb: Heeren Zeevens„ tienen, aan deezen Raade geschreeven, Zijnde gedateerd den 28. December 1786, 9 en zoodanige bijlaagen als breeder beschreeven staan op het daar nevens overgezonden Register De inlandsche kooplieden Moettoe gedaane bod om 's Comp=s en Annan Boddelij, de eerste voor de Copfij boonen Pag: 20. de bhaar van 480: lb gebooden hebbende, en den tweeden Pag 45. voor een diergelijke bhaar Peeper, geevende het eerste een advans van 84½. per Cento, en de laaste 225. 5/8. per Centos veruijden of een verhooging van Pag. 3. in vergelijking van de laast verkogte Peeper, welke maar b ber, ende 1 heeft ugge de 8 pag 42.
English
to cede, memorandum of the disbursed mon- ies from the Orphan Chamber's treasury to various Company servants, likewise of the amount of a certain bill of exchange from Bimilipatnam Resolution, having called up the same on page 42, it has thus, in consideration of the good prices offered for those two articles, been approved and resolved to cede them for the offered prices, and thus to agree to this sale. The President of the Orphan Masters, the merchant Martinus Stoffelsberg, having presented a memorandum of such monies as have been disbursed by order of the Ceylon Government from the Orphan Chamber's treasury at Nagapatnam for the maintenance of various persons during the war; to which is also added the amount of a certain bill of exchange drawn by the Secunde of Bimilipatnam on the 5th of January 1741 5 January 1788. Bimilipatnam, drawn on this Government, in favor of that Board: As all this further appears from the memorandum itself; the insertion of that memorandum being of the following content: Memorandum of such monies as have been disbursed by order of the esteemed Ceylon Government by the Orphan Masters at Nagapatnam from their treasury to and for the benefit of the Company, and which the Orphan Masters in loco respectfully request the Right Honorable Lord Willem Blaaukamer, Governor of this Coromandel Coast with the dependencies thereof, etc. etc., to repay from the Company's treasury here, or else to grant a bill of exchange and have those monies refunded by the Honorable Company at the Indian Capital Batavia to the Right Honorable Lords Orphan Masters there; namely: Disbursed to the former agents at Tranquebar, Pieter Willem Teeke and Carel Fredrik Ebell, pursuant to the extract letter written to them by the Ceylon Government dated 19 November 1782, according to the receipt of the 2nd of February 1783, for the discharge thereof: Porto Novo Pagodas 350, or old Nagapatnam Pagodas 311: 13: 24. Likewise, pursuant to the request of the aforesaid agents and the instructions of the said Government, as evidenced by the letter of the agents dated 3 June 1783, to the church servants at Nagapatnam for their board, being half-pay per month from the first of June of the said year until the last of August 1786, thus in 3 years and 3 months; namely: to the comforter of the sick, Hendrik Lenseling Hengelo, at Pagodas 5. 5: 8. per month, thus as above according to receipt: Pagodas 202. 6. 72. to the schoolmaster Fredrik Meijkamp of Amsterdam, at Pagodas 3. 22. 52. per month; likewise: Pagodas 153. 19. 28. to the Portuguese reader Jan Samuel Paul of Nagapatnam, at Pagodas 3. 11. 32.: Pagodas 135: 12: 48. to the sexton Jan Adels of Dimmermeer, at Pagodas 2: 11: 32.: Pagodas 135. 12. 48. Total: Pagodas 628. 3. 36. Carried forward: Pagodas 939: 16: 60. Add to this the amount of a bill of exchange which was counted into the Company's treasury at Bimilipatnam and remitted hither, in order that, if Your Right Honorable pleases, it may be ordered to be paid either here, or as above at Batavia: Pagodas 180: 23: —. Total: Pagodas 1120: 15: 60. Palliacatta, from our Chamber, the 8th of December 1787. Below stood: By order of the Orphan Masters of Coromandel. Signed: P: Duijnevelt, Secretary. And so, after review of the aforesaid memorandum, upon the accompanying request of the Orphan Masters that the aforesaid amount might be paid to them from the Company's cash treasury or an assignment be granted to them upon Their High Excellencies at Batavia to be paid to the Lords Orphan Masters there; it was approved and resolved to agree to the second part of the aforesaid request; and thus to grant to the Orphan Masters here the requested assignment amounting to old Pagodas 1120: 15: 60 upon the High Government of the Netherlands Indies, to be paid, with the pleasure of Their Right Honorable Excellencies, to the Lords Orphan Masters at Batavia, without the Orphan Masters having calculated any interest on the principal advanced by them. And an extract of this resolution shall be delivered to the pay-bookkeeper here, in order that he may govern himself accordingly in debiting the church servants on their pay accounts. But the disbursement to the Ceylon Agents at Tranquebar to the amount of old Pagodas 311. 13. 24 is understood to be charged to Ceylon by memorandum. From a report received from the special commissioners, the Assayer Fredrik Tronau and the Bookkeeper Simon Duijnevelt, and it having appeared that of the 31 bales of cotton blankets consisting of 520 large and 1720 small blankets, brought by the private sloop De Fortuna from Jaggernaikpoeram, of the small blankets: 14 pieces were found smothered and rotted, caused by improper stowage in the said sloop; 545 pieces likewise as damaged, yet shipped as such by the Chiefs of Jaggernaikpoeram; 1 piece found missing in bale No. 160; of the large blankets likewise: 54 pieces smothered and damaged through poor handling in the sloop; and 106 pieces sent as such by the Chiefs; all appearing more fully from the report itself, reading verbatim as follows: Insertion of that report. To
Dutch transcription
afte staan, „notitie van de verstrkte gel„ den uit 's weeskamers Cassa aan diverse Comp:s dienaaren ittem van het bedraagen van zekere gessel van BPimilip=n bestlut,den zelve dar om pag: 42. heeft opgenoepen, zoo is uit aan„ merking der goede prijzen welke voor die twee articulen, gebooden word, goedgevonden, en verstaan, die voor de gepresenteerde prijser 1 afte staan, en dus in deezen verkop te accordeeren: Door den President van weesmesteren Stoffen den koopman tit= Martinus berg gepresenteerd zijnde een Notitie van zoodanige gelden, als ter ordre van de Ceilonsche Regering uit swees„ kamers Cassa te Nagapatnam zijn verstrekt, tot onderhoud van diverse perzoonen geduurende den oorlog: waarbij nog gevoegd is, het bedragen van Per„ ƒ. 1 kere wissel door den secunde de van den 5e. Januaryj 1741. Bimilipm 909 den 5. Januarij 1788. Bimilipatnam, op dit Gouvernement. getrokken, ten faveure van dat Collegie: Gelijk dit een, en ander nader consteerd bij de Notitie zelve; zijnde van den insatie van die Notitie volgende inhoud. Notitie van zoodanige gelden, als ter ordre van de g'eerde Ceilonsche Reege„ ring door weesmeesteren te Nagapatnam uit derzelver Cas aan en ten behoeve van de Comp: verstrekt zijn, en dewelke de wees„ meesteren in loco den wel Edele Agtb: Heer Willem Blaaukamer Ge„ Zaghebber deezer Custe Cormandel met den resorte van dien Etc: Etc: eerbiedig ver„ zoekende om uit 's Comps Cassa alhier weeder te voldoen, dan wel een wissel te verlee„ wen en die gelden ter Indiasche Hoofd„ plaatse Batavia aande wel Ed„ Groot Agtb: Heeren Ceesmeesteren aldaar door de E: Comp: te restitueeren; Na„ mentlijk Dit verstrekte aan de Heeren geweezen agenten te Tranquebare Tie„ ter Willem Teeke en Carel Fredrik Ebell, in gevolge Extract missive den Ceilonsche Regering aan dezelve geschreeven de dato 19 Nov: 1782. volgens aa en koop te es„ se bij 1 Den 5. Januarij 1788. teekend:/ voldoening der zelve volgens quitantie van den 2.:' februarij 1783. Pal: Paj: 350 of oude Naga„ patnamsche Pagj. 311: 1324 Idem ingevolge verzoek van voorm: agenten en aanschrijvens van ged=te Regeering blijkens missive van den agenten de dato 3. ' Junij 1783. aan de kerkelijke bediendens te Nagapatnam voor hun„ nn kostgelden halve gagie snaands zedert primo: Junij des gem: Jaars tot ult:o aug„o 1786. dus in 3. Jaaren, en 3. maanden; te weeten: „ van a den Zieke trooster Hendrik Lenseling tengelo â Pƒ 5. 5: 8. 'smaands dus voor als boven volgens quitantie P. ƒ 202. 6. 72. „ „ schoolmeester Fredrik Meijkamp van Amsterdam â pa/ 3. 22. 52: ter maand; ook zoo „Potugeese voorbeeze Ian Samuel Paul van Nagapatnam â pa/ 3. 11. 32- „ 135:12:48. Coste Jan Adels van Dimmermeer â: pa/ 2: 11:32 - - „ 135. 12. 48. „ 628. 3. 36 ƒ Teld. - - Pag: 939: 16: 60. Voege nog hier bij 't bedraagen van een wissel welke te Salmilip=m in 's Comps Cassa geteld en herwaarts overge„ „maakt is ten eijnde Uwel Ed: Agtb: zulks goed vir„ dende het zijd hier, dan wel als boven te Batavia te laaten betaalen Palliacatta uit onze Camer den 8. December 1787. /:onderstad:/. Ter ordonnantie van weesmeesteren van Chormandel /:ge P: Duijnevelt Secr: aphi„ verzoet der versmeesteren ende Zoo is na resumptie van die voorsz: Somma – – –„ 180:23: —: Pag: 1120:15:60. „ 153. 19. 28. - - „ notitie 944 den 5. Januarij 1788. meesteren te Batavia, netie g N: N: Ede Rheeden te verloenen notitie, op het daar bij voorkomend verzoeke van weesmeesteren dat het vorsz: be„ draagen aan haar uit Comp:s geld Cassa vol„ daar of een Assignatie verleend, worden mogt en assipatie van de ons„ op Hunne Hoog Edelheeden te Bata„ via om aan Heeren weesmeesteren aldaar te worden voldaan; goedgevonden en verstaan besluit daar van een assig„ in het tweede lid van het voorsz: ver„ zoek te accordeeren; en dus aan weesmees„ teren alhier de versogte assignatie groot oude pagooden ƒ120: 15: 60: op de Hooge Regeering van Nederlandsch India te verleenen, om met believen van Hunne Wel Edele Groot Agtb: betaald te worden, aan Heeren weesmeesteren te Batavia, zonder pabat on weeden wiermeesteren geen Naga„ 11: 13. 24 8. 3. 36 16: 60. 23. — 20:15:60. Januarij 1788 en hier van en Extract aan den Sdij boek h: aftegeeven, te Tranquebaar Ceilen aan te„ reekenen, ingekomen Rapport ( van de Exam„ natie van 31. pakkk: geCattoe„ nende deeken geen intressen bereekend hebbende op het door hun uitgeschooten Capitaal. En zal van dit besluit Extract worden afgegeeven aan den zoldij„ Boekhouder alhier, om zig daar na te kunnen reguleeren, in het belasten van de genisters en het gestrckte aen de get op Huwe Soldij=verkeringen. Dog het ven„ ƒ strekte aan de Ceilonsche Agenten te Tran„ queb aan tot en bedragen van oude pageden 311. 13. 24. is verstaan Ceilon bij Memo„ rie aan te reekenen. - Uit een ingekoomen Rapport van expresse gecommitteerdens, den Essaijeur Fredrik Tronau, en der Boekhouder Simon Duijnevelt, en de gebleeken zijnde dat van de 31. pakken gecattoeneerde deekens bestaande in 520. groste, 1720 kleene doekens, per de particulieren Chialoup De Fortuna van Jag„ Den 5. 943 den 5e. Januarij 1738. gernaikpoeram aangebragt, van de kleijne 14: p=s verstikt, en verrot bevonden zijn, veroor„ stuatie in zaakt door de verkeerde gem: Chialoup §45. „ miede als even bedorven, dog als zooda, hoedang de zelve be„ vonder zijn, nig door de opperhoofden van Pagg: afgescheept. 1. „ in het pak N:o 160. te min bevenden van de groote almeede sk. „ verstikt en bedoven, door kwaade be„ handeling in de Chialoup, en 106 „ Door de Opperhoofden zoodanig. afge„ zonden, alles breeder Consteerende uit het rapport zelve; luijdende woordelijk als volgd. in satie van dat pepat. —. Aan hun sluit oi nen goden 1 igte
English
the 5th of January 1788. To the Right Honorable Worshipful Mister Willem Blaaukamer Governor of this Coromandel Government with the dependencies thereof Etc: Etc: Right Honorable Worshipful Ruling Lord. Pursuant to the written order from the Honorable Mister Chief Administrator Nicolaas Tadama granted unto us as specially commissioned persons, we betook ourselves to the residence of his Honor within this Castle, and there, alongside the clerks Simon Jacob Heijman and Abraham Swart, opened and carefully inspected, 31 packages of cotton blankets, large and small, from Jagganaikpoeram and brought hither per the private sloop the Fortuna, of which findings we then have the honor to make the following report. Firstly: That we have found among them 25 bales which, during the transport hither in the said sloop, not only the packaging thereof, but also the blankets of the bottom layer 945 The 5th of January 1788. bottom layer have become wholly smothered and rotten, and the kapok has fallen out. Secondly, that all the said blankets, which according to the unpacking slips found in the packages, became wet on the 20th of May of the past year with the high flood and inundation of the sea, and although having been well dried and aired beforehand, were repacked, all of the same must still have retained the salty dampness. Thirdly: That, having opened and examined those blankets piece by piece, the 1240 pieces which the said packages contained, we have found the same situated in the following manner; namely: 724 pieces or 18 packages, small, for the Cape of Good Hope; as: 560 pieces good and passable, yet nevertheless some found with small holes, tears, and rents, as well as with stains and with the outer folds soiled with mud. 160 pieces rotten and in pieces, among which 14 pieces, as aforesaid, damaged on board the sloop. 1 piece short from the package No 160. 520 pieces or 13 ditto large, namely 5 for the aforesaid Cape, and the remainder for Batavia, of which: 400 pieces also, as mentioned above, good and passable, yet nevertheless found with the same defects, and 120 pieces smothered and in pieces; among which also 14 pieces caused in the sloop. And finally that, upon an obtained second order, we subsequently surrendered all the said blankets to the storekeeper Fredrik Willem Bloemener. [illegible] the 5th of January 1788. deliberation regarding the same to have the blankets sold by auction, compensated, item of the small blankets found to be missing have delivered. Hoping by this report to have fulfilled the order and our duty, we remain with all high esteem beneath written Right Honorable Worshipful Lord, Your Right Honorable Worshipful's very humble and obedient servants was signed F: Gronau and J: Duijnevelt In the margin: Palliacatta the 22nd of October 1787. Having deliberated upon which, it was approved and resolved decision on 14 large and 14 small Firstly, to have the 14 pieces small and 14 ditto large blankets, which became spoiled through the careless and improper stowage of the owner of that small vessel, sold at public auction for what they will fetch, and the yield less than 25 per cent advance, pursuant to the resolution of the 21st of October past, to have made good to the Company by the said owner Carel Fredrik Koning. Secondly: To charge the one piece of small blankets found missing in the package No 160 to Jagganaikpoeram 947 the 5th of January 1788. we notify of the damage of 145 small and 106 large blankets to Jagganaikpoeram, in order to be compensated by the packers; But regarding the 145 small and 106 large blankets, which one must further assume that the chiefs of Jagganaikpoeram under the presumed ground that such were sent from Jagganaikpoeram, the assembly has taken into consideration what the chiefs have notified specifically with regard to the blankets in their letter of the 19th of July, concerning the difficulty that the salty dampness contracted in the storm and inundation of the 20th of May could very well not have penetrated the kapok, and after repacking caused rot, for which they no more than the packers could possibly be held responsible, and why they would then also use the precaution to make mention thereof on the invoices; which was also actually done on the bill of lading invoice of the blankets sent over with the Fortuna, yet with this difference, that it stands noted that 200 pieces large and 200 pieces small blankets were gnawed through by the rats, yet however in no way that the same were rotten and in pieces, as they were found here; further that the chiefs have also not failed to give notice of this unfortunate accident to this government in their letter of the 19th of August past, namely that 90 pieces large and 125 pieces small 949 the 5th of January 1788. small blankets had been bitten by the rats, yet that they had caused the holes, not larger than an inch in circumference, to be mended, and had repacked the blankets again. That the chiefs have therefore in due time given notice of the accidents continuation of that which they could not possibly have prevented, by reason of the situation in which they were placed, that the consequences of the disaster day of the 20th of May, without warehouses, or other proper storage places for the not [illegible] the almost general destruction there then [illegible]
Dutch transcription
den 5. Januarij 1788. Aan den wel Edele Agtb: Heer Willem Blaaukamer Te zaghebber deezes Cormandelschen Gouvernements met de gesorte van dien Etc: Etc: Wel Edele Agtbaare Gebiedende Heer. Ingevolge de schriftelijke ordonnantie van den E: E: Heer Hoofdadministrateur Nicolaas Iadana„ op ons als expresse gecommitteerdens verleend, heb„ ben wij ons ten huijze van zijn Ed: binnen deezen Casteele vervoegd, en aldaar nevens de pennisten Simon Jacob Heijman en Abraham Swart, geopend en Naukeurig bezigtigd, 31. Pakken deekens gecattoeneerde groote en klijne„ van Pagg: en langs per de particuliere sloep de Fortuna alhier aangebragt van welkers bevinding wij dan de elre hebben het in dervolgende rapport te doen. Eerstelijk; Dat wij daar onder gevonden heb ben 25. fardeelen die in gem: sloep bij het overvoeren na herwaards, niet alleen de en„ balagie derzelve, maar ook de deekens der onderlaag 945 Den 5. Januarij 1788. onderlaag geheel verstukt en verrot geraakt mitsgaders het Cappok uitgevallen is. Ten anderen dat alle gem: Deekens;, welke naar Sluijd der in de pakken gevordene afpak briefjes, op den 20. meij J=o leeden met de hooge watervloed en overstroming der zee, wat geworden waaren en schoon alvoorens wel gedroogd en gelugt te weezen, herpakt zijn, alle dezelve nog het zeltig vogt om zign behoorden hebben. Ten derden: Dat wij die deekens stuk van stuk geopend en g'examineerd hebbende, de 1240 - p=s die geweld packen en hielden dezelve in volgende voegen gesteld bevonden hebben; te weeten: 724. p:s of 18. packen kleere voor Cabo de Goede Hoop; als. 560. p=s Goeden passabel, dog egter eenige met kleene gaatjes, scheuren en sloppen, mitsgaders met vlecken en aan de buijten vouwen bemod„ derd bevonden. 160. p verrot en aanstukken, hier onder t4 p als „geschild vooren gezegd aan boord van de sloep„ 1. p:s uut het pak N. o 160. te min geweest. 520: p:s of 13. d=o Groote, vaarelijk 5 V. r gemelde Caab, en de verige voor Batavia, van dewelke: 400. g:s ook als boven gemeld goed en passabel, dog egter met dezelve gebreken bevonden, en 120. p=s verstikt en aan stukkend; daar onder meede 14 p:s in de sloep veroorzaakt En eijndelijk dat wij alle de gem: deekens vervolgens op bekomene tweede ordonnantie, aan den factur hander Fredrik Willem Bloene hebben mer are E„ E. da a klijning de 1 den 5. Januarij 1741. deliberatie dienwegens deekens per vendictie te laaten verkoopen, vergoeden, item van de te men bevonden kl: deekens hebben overgegeven. Verhoopende door dit rapport aan de ordre en onser pligt voldaan te hebben, verblijven: wij met alle Hoogagting /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer UwelEd: Agtb: zeer onderdanige en Gehoorzame dienaaren /:was geteekend./ F: Gronau en J: Duijnevelt /: In margine:/ Palliacatta den 22:' octo„ ber 1787. Waarover gedelibereerd zijnde, is goed gevonden en verstaan besluit en 1: groote ensk: kl; Eerstelijk de 14 ps kleene, en 14. D=s groote dee„ kens, welke door de sorgeloose, en verkeerde stuagie van de rheeder van dat kieltje zijn bedorven geraakt, perpublicque vendutie voor het geldende te laaten verkoopen, en het minder rendement dan 25 pr Cento advans, in„ gevolge besluit van den 21' october p:o en het gelus ten laaten door gem: ohieder Carel Fredrik Ko„ ning aan de Comp: te laaten vergoeden Ten tweeden: de Een p=s kleene deekens in het pak N=o 160. te min bevonden Iag„ gerraikp 7 947 den 5. Januarij 1788. wij te kennen van de schaade van 145. - kl. en 106. groote teken geen aik poes ams aan te geekeren om door de af„ pakkers te werden vergoed; Dog ontrend de 145: kleene, en 106: groote Dee, de operhoofden ven Jagp: kens, die men voorder stellen moet, dat ƒ over veroderstalser gront, dat zoodanig van Iaggemaikpoeram afgezaden, is bij de verga„ dering in aanneking genoomen, het geen de opper„ hoofden speciaal met opsigt tot de Com„ baarsen bij hunne brieff van den 19=en Iulij hebben te kennen gegeeven, aangaande de moeijelijkheit dat de /: in de storm, en over„ m oeij strooning van den 20. mij :/ gecorcrasteerde zil„ tigheid, wil onmoogelijk in de Capok had kun„ over trekken, en na de herpakking verrotting veroorzaaken, waar voor zij even min als de en waaren„ afpakkers enmogelijk verantwoordelijk zoude 6 kurra ser g octo„ die den 5. Januarij 1788. Vervolg kunnen werden gehouden, en waarom zij dan ook de precautie zouden gebruijken om daar van aanhaling bij de factuuren te doen; het geen ook werkelijk geschied is, op het Cognoiscement Factuur van de met de Fortuna overgezondene Deekens, dog met deeze verandering, dat is genoteerd staat„ dat 200. p=s groote, en 200 ps kleere deekens van de votten doorkraagd waaren, dog egter geenzints dat dezelve verrot, en aan stuk„ kend waaren, gelijkse hier bevonden zijn, dan dat de opperhoofden almeede niet ge„ mmanqueerd hebben, en van dit ongeluk„ kig toeval kennis te geeven, aan deeze gegeving bij hunne brief van den 19. Auu„ p=o dat 'er namelijk 90. ps groote, en 125 p=s klarren 6 919 den 5. Januarij 1788. kleine deekers door de votten gebeeten waa„ ven, dog dat zij de gaaten niet groter aals een duijm in den ontrk hadden laaten stoppen, en de derkens weeder afgepakt Dat daar nm de operhoofden in tijds vervolg van die ouder kennisse gegeeven hebben, van de toe„ vallen die zij onnogelijk hebben kunnen avieren, uit hoofde van de situatie in welke zij gesteld waaren dat de gevolgen van den vanpvillerdag van den 20. meij, zonder pakhuijsen, of andere bekraam berg plaatsen voor den nog uiet die bij na algemene verwosting daar dan d ze 1
English
5 January 1788. Continuation could be held, and why they would also use the precaution of making mention thereof in the invoices, which indeed actually happened, on the Bill of Lading Invoice of the Blankets sent over with the Fortuna, though with this alteration, that it is noted that 200 pieces of large and 200 pieces of small blankets were gnawed through by the rats, yet by no means that the same were rotten and in pieces, as they were found to be here, but that the chiefs did not fail to give notice of this unfortunate accident to this government by their letter of 19 August last, namely that 90 pieces of large and 125 pieces of clear 919 5 January 1788. Continuation of the former small blankets had been bitten by the rats, but that they had caused the holes, no larger than an inch in circumference, to be darned, and the blankets packed up again. That, since the chiefs gave timely notice of the accidents which they could not possibly avoid, in view of the situation in which they were placed as consequences of the disastrous day of 20 May, without warehouses or other suitable storage places for the not yet ruined goods following the near general devastation Continuation touching good goods, and since it is moreover undeniable that goods once soaked with salt water cannot be dried so well that they, especially when packed on top of one another, do not strike damp again, whereby rotting can easily occur, it would certainly be hard if the chiefs, who on that fearful day themselves suffered heavy losses to their goods, clothes, and papers, and barely saved their lives, should have to make good the damage to the Company's goods, or rather the notorious 5 January 1788. consequences 921 5 January 1788. to turn into money by auction. to have written off to profit and loss. on 11 November: consequences of that accident subsequently inflicted upon them. And consequently, in consideration of the reasons just mentioned, it has been resolved and understood to acquit the Jaggernaikpoeram Chiefs provisionally or subject to the approval of Their High Nobles from the accountability for the damage that will fall on the full loss on those Blankets, as well as to have the same sold by public auction for what they will fetch, and to have the lesser yield thereof written off to profit and loss at Jaggernaikpoeram. 3 By the most terrifying storm, rain, thunder, and lightning, which raged on the 11th of the past month of November until the following night here, and during which 5 January 1788 Continuation the force, increasing by leaps and bounds until after midnight when the wind, having run through the west to the south, diminished and finally abated, everyone was in the most anxious fear of the most dreadful consequences and a complete flooding of the terrifying high-running sea, which seemed humanly speaking unavoidable if the wind had shot to the east of North, which God Almighty graciously did not please to happen, whereby an apparent general devastation of this place with its inhabitants was prevented, which on account of its frightfulness is still fresh in everyone's memory, besides the heavy damage to 923 5 January 1788. damage suffered to the roofs, in standing, lay, for its inspection, houses, roofs, and huts, principally suffered in this town in the Coupan north of the fort, among which also principally the two Company sheds on the seashore were damaged, the large shed being entirely ruined and the small one heavily damaged. And as these sheds served as a storage place for the Company's Arrack brought by the ship De Falck, recently arrived from Batavia. By the Governor, who viewed that accident from afar as soon as the weather had abated in any way, order was given for a Commission of two Members from the Court of Justice together with the Fiscal to go and investigate the condition there 5 January 1788. Inspection of the same there in general, and the condition in particular in which the leaguers with Arrack might be, which Commission, as soon as a vessel could be obtained, for most were shattered or driven away, went to the other side of the river to the beach to inspect the aforesaid leaguers of arrack lying there; which report has submitted thereof the following written report: To the Right Honorable Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Governor of the Government of the Coromandel Coast, with its dependencies. Pursuant to the written order of the Honorable Nicolaas Tadama, Merchant and Head of Administration Right Honorable, Worshipful Sir!
Dutch transcription
den 5. Januarij 1788. vervolg kunnen werden gehouden, en waarom zij dan ook de precautie zouden gebruijken em daar van aanhaling bij de factuuren te doen, het geen ook werkelijk geschied is, op het Cognoiscement Factuur van de met de Fortuna overgezondene Deekens, dog met deezze verandering, dat is genoteerd staet, dat 200. p=s groote, en 200 ps kleere deekens van de potten doorkraagd waaren, dog egter geenzints dat dezelve verrot, en aan stuk„ kend waaren, gelijkse hier bevonden zijn, dan dat de opperhoofden almoede niet ge„ manqueerd hebben, en van dit ongeluk„ kig toeval kennis te geeven, aan deeze oegeering bij hunne brief van den 19. Auus p=o dat 'er namelijk 90. p:s groote, en 125 p=s klaare 919 den 5. Januarij 1788. vervolg van die oudder kleine deekens door de potten gebeeten waa„ ven, dog dat zij de gaaten niet groter arls een duijm in den ontrek hadden laaten stoppen, en de derkens weeder afgepakt Dat daar nu de operhoofden in tijds kennisse gegeeven hebben, van de toe„ vallen die zij onmogelijk hebben kunnen avieren, uit hoofde van de situatie in welke zij gesteld waaren dat de gevolgen van den ranpvollerdag van den 20. meij, zonder pakhuijsen, of andere beknaam berg plaatsen vor den nog niit die bij na algemene verwosting daar 7 vervolg waaranstreekt, goodde goederen, en daar het bover dien erlogenbaar is, dat goe„ deren eenmaal doorweekt van Zoutwater gin„ men zoo wel kunnen gedroogd worden, dat zij voor al, als ze op den anderen ge„ pakt zijn, niet weeder uitslaan, waar door ligtelijk een verrotting kan gebeuun het zeeker zoude hrand weesen, als de opperhoofden die, in dien angstigen dag zelve Zwaar verliesen, aan Hunne goederen, kla„ deren in papiren geleeden, en ter naar„ wes nood hun leever geborgen heb„ ben, zouden moten vergoeder de schande aan 's Comp:s goederen, dan wel als notoir den 5. Januarij 1788. gevolgen 921 den 5. Januarij 1788. per vendutie ten gelde 'te maaken. op winst en verlie te laa„ ter afschrijven, op den 11. 9ber: gevolgen van dat ongeval naderhand daar aan toegebragt. En is dienvolgende uit Considera, besluit dezelve alreede tie van de zoo even gemelde redenen, goedgevon„ den en verstaan de Paggernaikpoeramsche Opperhoofden provisioneel of op approbatie, van Hune Hoog Edelhedens wij te spreeken, van de verantwoording weegens de schade dien, in het te vollene verlies op die Deekens zal vallen, mitsgaders dezelve per publicque verdlutie voor het gel„ dende te laaten verkoopen, en dies minder pendement op Iaggernaikpoeram te doen affschrijven op winst en verlies. 3 Door de aller schrikkelijkste storm, gewoede storm op Pall„ reegen, zonder, en blixen welke op den 11. ' der gepasseerde maand November tot in de vol„ gende pagt alhier gewoed heeft, en geduurende welks daar daar „ „ den 5. Januarij 1780 verolg welks hand over hand toeneemende kragt, tot na midderragt wanneerde wind door het westen na het zuijden geloopen zijnde, afnam, en eijndelijk, bedaarde, een ijder in de „angstigste vrerse was, voor de akeligste gevolgen, en een volkoomen overstrooming der schrikkelijke holstaande zee, die men„ schelijke wijze onvermijdelijk scheen, zoo de wind beoosten het Noorden, waare ge„ schooten, het geen God Almagtig ge„ nadiglijk niet heeft behaagd, waar door een oogenschijnelijke algemeene verwoes„ ting van deeze plaats, met dies in„ woondens verhoed is, 't welke wegens zijne schrikkelijkheit nog versch in elks geheugen legt, behalven de swaare schade aan 923 den 5e: Januarij 1788. roeeningen, te aan stand, lag, tot dies visitatie, aan huijzen, daken, en husten, voornamentlijk geleeden schaade aen de in deeze stad in de Coupan benoorden het fort geleeden, waar onder ook voornamentlijk iten de twee Cop=l lootsen beschadigd geworden zijn, de groote en klijne 1 Loots, aan zee strand, want die ten eene„ maal geruineerd, en de kleene swaar bescha„ digt is. En wijl deze lontschen strekten tot waarim 's Comp: awak een berg plaats van 'sComp:s Aracq per het schip De Falck, Jongst van Batavia aangebragt. Wierd door den Heer Tezaghebber, die dat benoende Commissie ongeval van verre beschoude zoodra het weer maar eenigzins was bedaard ordre gegeeven tot een Commissie van twee Leeden uit den Raad van Iustitie nevens den fiscaal en na te gaan de gesteldheid aldaar den 5. Januarij 1748. Insestie van het zelve aldaar in het Generaal, en den toestand in het bijzonder, in welke de leggers mot Aracq mogten zijn, welke Commissie zoo dra er maar een vaartuig, want die meester verbrijdeld, of weg gedreeven zijn te krijgen was, zig aan de overzijde der rivier na het strand begeeven hebben, om de ongekoom geport daar den voorsz: leggers srak te visiteeren; welke daar van hebben ingediend, het ondervol„ gend schriftelijke rapport Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer, Opperkoopman en Ge zaghebber van het Cor„ mandelsch Gouvernement, met den resorte van dien. Donform schriftelijke ordonnantie van den E: E: Heer Nicolaaas Tadama, koopman en Hoofd ad„ Wel Edele Agtb: Gebiedende Heer! Minie Mtatin