Inventory 3784
Coromandel · 1,354 pages · 191 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
925 The 5th of January 1788. administrator here, we the undersigned members of the Honorable Court of Justice of this Castle proceeded yesterday to the sheds on the other side of the river, and there, in the presence of the merchant and fiscal, the Honorable Joan Daniel Simons, surveyed the situation there in general, and that of the leaguers of Arrack in particular, and find it to be as we have the honor to record below. One of the two sheds that stood on the north side completely collapsed during the violent storm of the 11th of this month onto the leaguers of Arrack lying inside it; but the other remained standing, although heavily damaged by the blowing away of a portion of the olas lying upon it. With the falling down of the posts of the first-mentioned shed, the leaguers on the north side suffered the most and sustained very great damage, as we found that knowingly five leaguers had run completely empty, and in a lot of 15 pieces, the staves had opened due to the shock of the fall, and thereby caused a leakage that may well be calculated at 1/3, 1/4, 1/8, 1/16, more or less; wherefore we are humbly of the opinion that the collapsed shed ought to be re-erected as soon as possible, and both of them provided with double olas. The Arrack, in order to prevent further damage, will also have to be transferred from the damaged casks into other good casks, and the leaguers moved out of the sun, to which they now lie exposed. The 5th of January 1788. The Honorable Dispenser Pieter Willem Zecke has informed us that 1 piece copper tap and 1 piece tin funnel, which lay under the aforesaid shed, are missing. Herewith we hope to have complied with the honored order, and have the honor to subscribe ourselves with the required respect, underneath stood: Honorable and Worshipful Ruling Sir, Your Honorable and Worshipful's humble and obedient servants, was signed: S: Duijnevelt and W:r Pietersz: In the margin: Palliacatta the 14th of November 1787. Lower stood: In the presence of me, signed: I: D: Simons. Damage suffered on the Arrack, because it has sufficiently appeared from this report that through that heavy hurricane five leaguers had run completely empty, and 11 others had fallen short by 1/3, 1/6, 1/8, and 5/16, more or less; which, according to a further report, upon decanting into good casks, gave a loss of 1358 cans, as further appears from that report; reading as follows: To 927 The 5th of January 1788. To the Honorable Worshipful Sir Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander of the Coromandel Government with the Dependencies thereof Etc: Etc: Honorable Worshipful Sir. Pursuant to Your Honorable Worshipful's honored order, we the undersigned expressly appointed commissioners proceeded to the shed on the beach, wherein the Company's Arrack was stored, and which collapsed during the recent storm of the 12th of this month, whereby a lot of eleven leaguers of Arrack, through the falling down of the timbers, were not only damaged, but found to be 1/3, 1/4, 1/8, and 1/16 defective and leaking, we, together with some other leaguers that had thus long lain exposed to sun and air, properly decanted them into other leaguers and refilled them, for which we required three and a half leaguers of Arrack or 1358 cans. Wherewith we hope to have complied with the honored intention of Your Honorable Worshipful, we have the honor to be with all respect, underneath stood: Honorable Worshipful Sir, Your Honorable Worshipful's humble and obedient servants, was signed: I: Heijman and I: I: van Oudersterp. In the margin: Palliacatta the 25th of November 1787. The 5th of January 1788. Resolution to write off that loss, as well as some other small items, and to have those sheds repaired again. Request handed in by the renter of Palliacatta. Thus, after deliberation, it was approved and agreed to write off to profit and loss the damage suffered on that occasion to the Arrack, as well as the missing small copper tap and tin funnel, furthermore to rebuild the collapsed shed in the least costly manner, to repair the damaged one, and to have both of them provided with a covering of double olas, pursuant to the proposal of the Judicial Commission in their report. The Company's merchant Annam Boddely, as renter of the Company's villages Mangierake, Aurewake, and the hamlet Canaentorre, as well as The 5th of January 1788. of the island of Erikain, having presented to the Commander, and today exhibited in Council by the Honorable Chief Administrator, a petition requesting that, on account of the severe drought and the great crop failure resulting therefrom, he may have remission of half of the agreed rent payments, amounting to a sum of 385 Pagodas, being half of the contracted 770 Pagodas, as can be seen in more detail from that petition; insertion of his request, reading as follows: To the Honorable Worshipful Sir Willem Blaaukamer, Commander of this Coast of Coromandel Etc: Etc: Honorable Worshipful Sir. The Company's merchant Annam Boddely, as renter of Your Honors' villages Mangiewake, [illegible]
Dutch transcription
925 Den 5. Januarij 1788. ministrateur alhier, hebben wij ondergeteekende leeden van den Agtb: Raad van Iustitie deses Casteels, ons gisteren na de Lootsen aan de overzijde van de vevier begeeven, en aldaar ten overstaan van den koopman en fiscaal de haer Ioan Daniel Simons opgenoomen de gesteldheid aldaar in het generaal, en die der leggers met Arak in het bijzonder en zoda„ nig bevinden, als wij de eere hebben hier onder te no„ teeren. Een van de twee Lootsen die aan de nood zijde gestaan heeft, is door de vehemente storm van den 11 ' dezer ten eenemaal ingestort op de daarin leggende leggers met Arak; Dog de andere is blijven staan, hoewel zeer beschadigt door het wegwaaijen van een gedeelte der daar op gelegene Met het naderstorten der praalen van de eerst gem: Loots hebben de leggers aan de noord zijde het meeste geleeden, en zeer veel schaade veroorzaakt, alzoo wij bevonden hebben, dat er wetentlijk vijf leggers geheel leedig geloopen waaren, en Een parthije van 15. stux door de dreuning van de val; de duijgen zig geopend hebben, en daar door veroorzaakt een lek„ kagie, die men wel kan reekenen tot op /3, /4 /8, 1/16, ruijm en schaars; weshalven wij nedrig van oordeel zijn, dat de ingeslote Loots ten eersten weder dient opgezit, en de bijde ditos van dubbelde olas voorzien te worden. De Arak zal ook ter prevenieering van verdere schaade uit de gekneuijste, in andere goede fusten moeten overgestort, en de Leggers uit de zeen, waar vonr zij om bloot leggen verplaatste worden. olas. DE er Den 5. Januarij 1788. leggers, hier van, D' E: Dispencier Pieter Willem Zecke heeft ons te kennen gegeeven, dat s p:r kopere kraan, en s. p:s blicke tregter, welke onder voorm: Loots geleegen hebben, vermist worden. Hiermeede verhoopen aan de g'erde ordre voldaan te hebben, en geeven ons de eere met het vereijschte respect te onderschrijven /:onderstad:/ wel Edele Agtb: Gebiedende Heer uw el Edele, Agtb: onder„ danige en Gehoorzaame Dienaaren /: was getee„ kend:/ S: Duijnevelt en W:r Pieters z: /:in margine:/ Palliacatta den 14. November 1787. /:lager stond:/ ten overstaan van mij /:geteekend:/ I: Di Simons. —. geleeden schaade derairakn door dien uit dit rapport voldoende gebleeken is; dat door die swaare orcaan vijf leggers geheel leedig geloopen, en 11. andere 73, /6, /8, en 5/16. ruim en schaars wan gevallen waaren: welke volgens een nader rapport bij overstorting in goede fusten gegeven hebben een verlies van 1358. —. kannen gelijk nader bij dat Rap„ insartie van een praden repaport blijkt: luidende als volgt Aan 927 Den 5. Januarij 1788. Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer, Oppercoopman en Gezaghebber van het Cor„ mandelsche Gouvernement met den Re„ sorte van dien Etc: Etc: Wel Edele Agtbaare Heer. Ingevolge Uwel Edele Agtbaaren g'eerde ordre hebben wij ondergeschreeven Expresse gecommitteerdens ons verwegt, in de loots aan strand, waarinne de arrak van dE Comp: geborgen, en die door den Iongsten storm van den 12: deezer nedergeslot, waar door een parthij van Elf leggers Arrak, door het neder„ vallen der Houtwerken niet alleen bescha„ digt, maar 13, /4, /87, en 1/16. d=m wan en lek be„ vonden, hebben wij beneevens eenige andere leggers die aanson en lugt dus lange hadden bloot geleegen, be„ hoorlijk en andere leggers overgestant en weeder opge„ vrild en waar toe wij drie en een halve leggers arrak of kann: 1358. zijn benordigt geweest Waarmeede wij verhoopen aan de geeerde intentie van Uwel Ed. Agtb: te hebben voldaan, wij de eere hebben met allen respect te zijn /: onder„ stond:/ wel Edele Agtb: Heer Heer, Uwe E Ed: Agtb: onderdanige en Schoorzame Dienaaren /:was vo aan hte der„ van 8 Den 5. Januarij 1788. bestuit dat porluns te laeten afschijden, zomeede eenige andere klee„ nigherdin en die lootsen weeder te laaten her stellen, vearteigt onmes dan de pagter van pallacatta„ /:was geteekend:/ I: Heijman en I: I: van Ouder, sterp /:in margine:/ Palliacatta den 25. 9ber 1747. Zoo is na deliberatie goedgevonden en verstaan de bij die gelegendheid geleedene schaade aan de Aracq, zoomeede de vermiste kleijne koopere kraan, en blikke tregter op winst en verlies te laaten afschrijven, mitsgaders de ingestorte loots op de minst kostbaarste wijle wede„ op te regten de beschadigde te herstellen, en die beijde ingevolge het voorstel van de Ius„ titieele Conmissie bij derzelven rapport met een dekking van dubbelde olas te laaten voorzien. SComp: koopman Annam Boddelij als Pag„ ter van 'sComp dorper Mangierake, Aure„ wake, en het gehugt Canaentorre mitsf„ gr van den 5e. Januarij 1788 van het Eijland Erikain aan den Heer Gezag heb„ ben overgegeeven, en door den E: Hoofd administra„ li teur heeden in Raade g'exhibeerd zijnde een „ Request ter deerende verzoek om uit hoofde der swaare droogte, en het daar uit ontslaane groote misgevas te moogen hebben remissie van de helft de bedongene Pagtpenningen be„ dragende een somma van Pag: 385. zijnde de 183 helft van de gecintracteerde Pag: 770: —. ƒ gelijk bij dat suplicq nader te zien is; intetie van zij gequst, luijdende als volgd: 7 Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer H Willem Blaaukamer Gezaghebber deezer Custe Cormandel E te: Ete Wel Edele Agtbaare Heer 'SComp=s koopman Annam Boddelij, als Ragter van haar Edele dopen Mangiewake, Buijni der an
English
The 5th of January 1788. Auwiewake, and the hamlet of Cannantore, as well as the island of Erikan, together with their sureties and co-participants, show with great respect: That having held the aforementioned lease continuously since many years before the war, they were thereafter, upon the surrender of this Castle to the English, forced to their greatest detriment to depart from here, leaving everything behind; That although the petitioners, since that war, without being able to conduct any trade or have an income for their subsistence, have considerably declined in fortune, they nevertheless constantly fostered the hope that all damage, grief, suffering, and sorrow would be sweetened again by a wished-for restoration of the Company's seat and trade on this Coast: just as it has pleased Heaven, after the lapse of four years, to place them once again under the protection of the Company's flag and Your Right Honourable Government's care. That immediately, upon the recommendation and encouragement of Your Right Honourable, they were directly willing to take the aforementioned lease upon themselves once more for the benefit and profit of the Honourable Company, yet not without setting forth all the substantial difficulties that arose against it, both concerning the completely impoverished and ruined country people and the poor condition of the land and the fields themselves, and at the same time pointing out the impossibility of assessing that lease as high as formerly, all the more because they would have to incur many necessary expenses for rehabilitating the farmers and preparing the seed fields, etc. That despite this, the petitioners could obtain no higher reduction than 50 Pagodas less than the lease had formerly been in earlier years, but it pleased Your Right Honourable to instill courage and hope in them against all difficulties, so that the petitioners finally, for the benefit of the Honourable Company and to give satisfaction to Your Right Honourable, trusting in a fruitful year, took that lease upon themselves as stated, almost as high as previously; That beyond all expectation and contrary to their hopes and trust, matters went entirely adversely that year, not only due to a lack of sufficient and timely rain, but also through other inconveniences, although the petitioners nevertheless did not hesitate to pay the Honourable Company properly the entire lease monies of that year without making an otherwise entirely most reasonable petition for remission; That the petitioners, moreover, ventured in the following year, the payment term of which is currently still running, to risk and make many expenses and advances of money to the country people, flattering themselves with the hope of a more desirable season of fertility than the previous year; Although, however, entirely not without the firm trust at the same time to be accommodated by Your Right Honourable in the unhoped-for contrary event; That to their greatest regret and sorrow, misfortune willed that due to lack of rain, indeed its complete absence, and the considerably severe heat (except for Erikan, where the soil was still able to be moistened a little by the water, as long as there was some standing water) in the villages of HuwerWaker, Mangewake, and Cannantorre, not only has the crop completely withered, but even all the trees stand as if dried out and dead; That this fatal event now presses so heavily anew upon the petitioners that they see no rescue or way out, since by the advances already made in those two years to the country people, and the expenditures for making and improving watercourses, canals, tanks, and the like, they now see themselves plunged into a far worse misery than they were in before; And since all these unforeseen disasters, which the adversity-filled nature of the seasons has brought forth, can by no human foresight, much less labour and effort, be prevented or improved; but trusting in Heaven's grace and blessing for fruitful years in the future, one could take comfort; So the petitioners most humbly pray Your Right Honourable, not only to take into highly favourable consideration all that has been stated above, but also the adverse state of the times in everything, which indeed threatens them with total ruin and gives no hope of any means of recovery, and after a noble deliberation of the matter, to accommodate them with a remission of at least half of the sum for which the principal petitioner in this matter leased the island of Erikan as well as the villages of Auwriewake and Mangiwake, item the hamlet of Cannantorre (underneath stood:) Which obtaining, etc. etc. (in the margin:) Palliacatta, the 31st of June 1787. Thus, taking into consideration that what has been advanced by him in this petition squares with the truth in everything upon further deliberation, and it is fully known to this assembly what two dry and unfruitful years have now been experienced one after the other, without rain, at least almost none at those times when it was necessary for the cultivation of sowing, growing, etc.
Dutch transcription
Den 5. Januarij 1788. Auwiewake, en het gehugt Cannantore, mitsgaders het Eijlan Erikan, zoo wel, als des„ zelfs. Borgen en meede participanten geeven niet veel eerbied te kennen: Dat ze van 'tzeedert lange Jaaren voor den oorlog af„ althoos de voorsz: pagt hebbende gehad, daarna, of op de overgave deeses Casteels aan de Engelschen, genood„ zaakt waren tot hun grootst nadeel, alles agter„ laatende van hier te begeeven; Dat schoon de Supplianten van t zeedert dien oorlog sonder eenig handel te kunnen drijven of in komen, tot hun bestaan te hebben, Considerabel agter uitgeteerd zijn, sij lieden egter steeds de hoope hebben geroed van alle schaade, kommer, leed en verdrict door een gewenschte herstelling van 's Comps ziet en handel te deezer Custe wel wederom te zullen verzoet zien: Gelijk het den Hemel dan ook, na vier jaarige tijds verloop behaagt heeft, om hun anderwaal onder de Protectie van 's Comp=s vlag en uwel Ed: Agtb: regeeringen bescherming te stellen. Dat zo van stonden aan, op aanprijsing en aan„ moediging van uwel Ed: Agtb: hun direct heb„ ben laaten vinden, om ten beste en profijte van de E: Comp: andermaal de voorsz: pagt op hun te neemen, dog egter niet sonder alle de wezend„ lijke swarigheiden die bij hun daar tegens op deeden, zoo omtrend de ten eenemaal verarmd en geruineerd geraakte landlieden als de slegte gesteld„ heid van het land, en der velden zelve open te leggen, En daar bij teffens te dien zien de mmogelijke 931 den 5. Januarij 1788. onmogelijkheid die er resideerde om die pagt zoo hoog als voor heen aan te slaan, te meer, wijl ze veele noodzaakelijke ongelden zouden moeten doen tot het in staat stellen der Landbouwers en bekwaamma„ ken der Zaaijvelden Etc: Dat zij supplianten des ongeagt, nogthans geen hooger afslag dan 50 Pag, minder, als die pagt en„ ders in vroegere Iaaren was, hebben kunnen verwerven, maar het uwel Ed Agtb: behaagd heeft om hun tegens alle swaarigheeden moed en Hoope in te boezen zoo dat de supplianten dan ook eijndelijk ten voor„ deele van dE: Comp: en om aan uwel Ed: Agtbaare genoegen toetebrengen; vertrouwende op en vrugtbaar Jaar, die pagt als gezegd, genoegzaam zoo hoog als voor deezen, hebben op hun genoomen gehad Dat buijten alle verwagting en teegens hun hoopen vertrouwende het dat Jaar niet alleen gantsch tegenspoedig gegaan was, door manquement van genoeg„ zaam en teijdig reegen, maar ook door andere in convenientin schoon de Supplianten nogthans haar niet geschroomd hebben om sonder een, andersints aller billijkste instantie on remissie, dE: Comp: behoorlijk te voldoen, de geheele pagt penningen van dat Jaar Dat de Supplianten daar en boven hun verstout hebben in het volgende Iaar daar op, welkers paijtteid thans nog loopt te waagen en verele engeld en en verschot van penningen aan de landlieden te doen, hun vleijende met de hoope eener gewenschte Laij„ soen van vrugtbaarheid dan het voorgaande Jaar; Hoewel egter gantsch niet zonder het vast vertrouwen teffens te voldoen van bij onverhoopte Contranie af of op genood,, agter„ log te 1 den 5: Januarij 1788. Contrarien gevaal door Uwel Edele Agtb: te zullen worden te genoet gekomen Dat tot hun Grootst leedweeser en smerte het onge„ val heeft gewildt, dat door manquament van reegen, Ja volkomen weg blijven, derzelve, en de Considerable swaare hitte /: uitgezondert Erikan, daar noj het aardrijk een weijnig heeft kunnen bevogtigd raaken, door het water; soo lange 'er wat stad:/ in de dorper HuwerWaker Mangewake,— en Cannantorre, geheel en al niet alleen het gewasch versinkt geraakt is, maar zelfs alle de boomen als verdroogd en der staan; Dat dit fataal ingeval de supplianten thans op nieuw soo swaar kint te drukken, dat sij geen redding off uitkomst wert, alzoo zij door het bereeds gedaan verschot in die twee Iaaren aan de landlieden, en de uitgaavens tot het maa„ ken en verbeteren van waterlijdingen, Canaalen, tanken en wat dies meer zij, hun thans volslage ge„ stort zien in een veel erger meserie als se voor die heid waaren; En dewijl alle die onte voorziene rampen, welke de teegenspoed volle boo der Saijsoenen heeft ge„ baard, door geen menschelijke voorzorge veel min arbeid en moeite kunnen werden teegen gegaan off gebeterd; Maar men vertrouwende op 's He„ nels Geraade en zeegen, tot vrugtbaare Jaaren in het vervolg, sig getroost konder moet zoo in steeven de suplianten Uwel Edele ootmoedigst, om niet alleen al het gunt 6 voorsz 933 den 5. Januarij 1788. voors Zyj maar ook den in alles teegenloopende teids„ gesteldheid, die hun wel met een totaalen ondergang is drijgende, maar geensints tot eenig middel van op beuring hoope geeft, in hoog gunstige Consideratie te neemen, En na een Edetmoedige deliberatie der saake, hun te gemoeid te komen met een re„ missie van ten minsten de helft der somma waar voor den principaalen Suppliant in deezen het Eijland. Erikan soo wel als de doper Auwrie„ wake, en Mangiwake, item het geheugt, Can„ nantorre heeft gepagt /:onderstond:/ 'T welk obtineerende Et: Etc /: in margines/ Pallia„ cattaa den 31. Iunij 1787. Zzoo is, uit aanwerking dat het door hem bij deliberatie diewigers, 8 dit Request geavandeerde in allet met de waarheid is quadreerende, en het deese verga„ dering ten vollen bekend is welke twee drooge, en onvrugt baare Jaaren, men nu na den anderen beleeft heeft, zonder veegen, bij na„ 8. ten minsten geene in die tijden, wanneer tot de Culture van zaaijer groeijer Eto noodig was„ l og stad:/ ke, het de Sijgeen het die — tigd
English
The 5th of January 1788. and further consideration, that untimely [illegible] granted to agriculture in these regions sometimes causes more harm than benefit: approved and resolved, subject to the favorable approval of Their High Excellencies, to whom his humble petition will be presented, to remit to the petitioner, who suffered heavy losses on his lease in the years 1785/6 and 1786/7, half of the offered lease money for one year; and thus to allow him to settle with counting 385 old pagodas into the cash fund. The Assayer Fredrik Gronau having delivered to the Governor, and here exhibited in Council, his written report concerning the gold coin species assayed by him: it is, because from the aforementioned report it is established that: The Madras star pagoda assays 19 carats 2½ grains, the gold Batavia rupee 19 carats 1 grain, and the Porto Novo pagoda 19 carats 1 grain: beforehand approved and resolved to keep a record of the aforementioned assaying, with the insertion of the report herewith; the report reading as follows: To the Right Honorable Mr. Willem Blaaukamer, Governor of the Coast of Coromandel and its Dependencies, etc., etc. Right Honorable Sir. Pursuant to the esteemed order of Your Right Honor, the undersigned has assayed 3 gold species, and found them to contain as follows: 1 Madras star pagoda No. 1 assays 19 carats 2½ grains 1 Porto Novo pagoda No. 2 assays 19 carats 1 grain 1 Batavia rupee No. 3 assays 19 carats 1 grain Wherewith hoping to have complied with the esteemed order of Your Right Honor, I take the liberty with respect to subscribe myself, Right Honorable Sir, Your Right Honor's humble and obedient servant, was signed: F. Gronau, in the margin: Palliacatta the 19th of November 1787. Yet, because a difference has been noticed regarding the intrinsic value of the Porto Novo pagoda, according to the finding of the assayer, and the letter written by the Resident Iopander in his letter of the 3rd of September 1786, alongside which he sent over 5 pieces of that coin, which for lack of the necessary assaying equipment could not be assayed earlier, containing in substance that said pagoda, according to common testimony, was as good as the star pagoda, whereas the same has been found to be fully 1½ grains less; it is not only approved and resolved to have the sample pieces of the three above-mentioned coin species, along with 2 Porto Novo pagodas, deposited in the Company's main cash treasury, but also to offer the 2 remaining Porto Novo pagodas to Their High Excellencies for their esteemed speculation. The Jaffnapatnam ministers having notified this Council by their letter of the 24th of November last that they would draw a bill of exchange on the Porto Novo Resident Iopander amounting to Pagodas 2784 27/17 on account of the proceeds of the elephants sent by them thither for sale, which moneys were retained by that Resident with the consent of this Council for the payment of various debts and for daily expenses; and of which intention they had also given notice by an extract of the aforementioned letter to the said Resident, who, having given communication thereof to this Council by his letter of the 18th of December last: requests that his conduct in accepting the bill may carry the approval of this Council, provided that he [illegible] The 14th of January 1788. to grant the native minters a share in the work of the mint as soon as it shall be brought into operation again; but to refuse the further request of the touchstone assayer or tester, because a European assayer is available here, and moreover it would run counter to the orders introduced since by the Lords Masters to employ no more native assayers in the Mint. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as above. Was signed as before, except W. Blaaukamer. Wednesday the 16th of January 1788. In the morning at 8 o'clock. Political Council Meeting. Absent: The Governor. This meeting having been expressly convened by the Honorable Chief Administrator to hold deliberations concerning the respective factories; and having initially taken in hand the Porto Novo letters and trade papers received here since the 26th of May 1787 until the 21st of November last, it was resolved to take as communication the detailed description given by the Resident in his letter of the [illegible]
Dutch transcription
Den 5e. Januarij 17548. zelvers gedaan s Caijaing van de„ vas munt specier en veerdere Consideratie, dat ontijdige vergens aan den landbouw in deeze gewesten sontijds verleende pernis van den melr nadeel, dan vordeel aanbrengen: goedge„ vonden en verstaan den Suppliant, die in de Iaaren 178 5/6. en 1786/7 Zwaare verlieser, op zijne pagt gebeeden heeft, op gunstige appro„ 19 batie van Hunne Hoog Edelheeden; aan wien zijn nedrig supplicq zal werden aan„ gebooden de helft van de uitgeboofde pagt„ penningen voor een Iaar te remitteeren; en hem dus te laaten volstaan „ met het in Cassa tellen van oude pagoden 385. —. Door den Essaijeur Fredrik Gronau aan den Heer Tezaghebber overgegeeven en hee„ der in Raade g'exhibeerd zijnde zijn schrif„ telijk rapport, wegens de door hem g'esseijeerde Can goude 935 Den 5. Januarij 1788. kering te houden, goude munt specien: zoo is, wijl uit het voor„ schreeve Rapport consteerd; dat De Madrassche ster pag: essaijeerd 19 Cara„ ten 2½. gijn, de goude Bataviasche Rop: 19. 2 lewatenr s. grijn, en de Portonovosche Pagord 19. Caraten 1. grijn: voor af goedgevonden en ver„ besluit daar van aantoe„ staan van de voorsz: essaijeering met in ser„ tie van het Rapport bij deezen aanteeke„ ning te houden; Luijdende het Rapport, als Intatie van het papprt zelve, 19 Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Blaaukamer, Willem Gezaghebber der Custe Cormandel met den zug Resorte van dien Etc, Etc: Wel Edele Agtbaare Heer. Ingevolge de geverde ordre van Uwel Ed: Agtb: heeft den ondergeteekende 3. goude specien g'assaijeert, en de zelve bevanden in te zouden; als volgd. s. Madras ƒ appro¬ volgd: de Wt Den 5. Januarij 1788. bevondene different in 5. —. stux van portoovosche ontfangene pagoden, 1 Maddrasse ster pagord N=o 1. Ess=t 19. Cart: 2½. pr: 1. Portonovose - _. „ 2 „ 19 „ 1. - „ 1. Bataviase Ropij . - „ 3. „ 19 „ 1. „ je Waarmeede verhoope aan de geëerde erdve van uwel Edelen Agtbaaren te hebben voldaan„ det met eerbied de vrijheid neemen van te onder„ schrijven /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer, Uwel Ed: Agtbaaren onderdanigen en Gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ I„ Gronau /:in margine:/ Palliacatta den 19. November 1787.. Dog wijl 'er een different bespurd is, ontrend de intrenticque waarde van de Portonevosche Pagod, volgens bevinding van den Essaijen, en het aangeschreevene door den Resident Jo„ pander, bij zijnen brief van den 3. 7ber: 1786, /:neevens welke hij 5. stuks van die mant heeft overgezonden, welke uit gebrek van de nodige Essaij behoeften mit eerder hebben kunnen worden ges„ saijeerd 137 Den 8e: Januaij 1738. 's Comp:s Cassa te se„ poneeren, en 2 der pat, pag, N: H: Eelh: tot speculatie aan te bee„ den, zonder een wissel op der pot Resident trekken, saijeert/ in substantie behelzende, dat die pagood volgens algemeene getuigenis zoo goed was als de sterve pagond, want de zelve wel 1½: greijn minder bevonden is; zoo is niet alleen besluit de proefjes in goedgevonden en verstaan de proefjes der drie boven geciteerde muntspecien, mitsgaders 2. patonwische pagoden in 's Comp:s groote Cassa te laaten seponeeren, en ook de 2 nog overig La zijnde Patonoosche pagoden Hunne Hoog Edelheeden ter g'eerde speculatie aan te bieden. De Jaffanapatnamsche Mi„ de Jaffonep: mnisters misters byj hun brief van den 24. November p=o deezer Raade bedeeld hebbende, dat zij een wissel zoude trekken op den Lotenansele onder„ aare E den 37 den 5. Januarij 1748. weg„k verkogte Elipharten, de Comp: geemploijeerd, gegeeven kennisse daar van aan den Resident, Portonovose Resident Iopander, groot Pag: 2784. 27/17. wegens het product der door Hun derwaarts ter verkoop overgezondene Eli„ phanten, welke penningen door dien Resident met toestemming deezes Raads waaren aangehouden ter afbetaaling van diverse schulden, en tot den dagelijkschen uitgaaf; dat geld is ter dienste van en van welk voorneemen zij ook door een extract van voorn: brief hadden kan„ nis gegeeven aan gem: Resident welke bij zijnen brief van den 18. December p=o daar van Communicatie aan deezen Raade gegeeven hebbende: verzoekt; dat zijn gedrag (:als zullende de wissel ac„ cepteeren:/ de goedkeurig derzes Raads wat bij dewegens on zeeket mogte wegdraagen, mitsgaders dat hij van genoeg 939 den 14. Januarij 1788. landsche toetzorst of a„ sche munters, een portie toe te staan, in het werk van de munt, zoo dra die weeder aan zal worden gebragt; dog het ver„atkhops gedeek van de fr„ der gang zoek den strikares of toetzis te at zeg sag onis„ ger, uit hoofden hier een Eurgpees Essaijeur en waarom, aan handen is, en het boven dien zou aan„ loopen, teegens de zeedert geintroduceerde ordre der Heeren Majores; en geen inlandsch Esseij„ een meer, in de Murt te emploieeren. Aldus Gedaan Ge arresteerd in 't Casteel Geldria te Pallia„ catta dato voorsz: /:was geteekend./ als vooren /: Excepto.:/ W: Blaauka„ Woonsdag mer. „: van besoigne over de respective factoijen, wildaa aldaar van 2. Cap:l Coopliden, Woensdag den 16. Januarij 71. Smorgens ten 8. uuren. Vergadering van Politie Absert Den Heer Gezaghebber Deeze vergadering expresselijk zijnde gecavoceerd door den E: Hoofd adminstrateu om besoigne te houden, over de respective factorijen; en hier toe aanvangkelijk onder handen genomen bejinende ot Patenoo, zijnde de Portonovosche brieven, en Negotie-papieren, seedert den 26. Maij 1787. tot den 21. November laastleeden, alhier ont„ vangen, zoo is verstaan, voor Communicatie mishandeling door den ha, aan te neemen, de breedvoerige beschijving door den Resident gegeven bij zijnen brief van den dat
English
949 The 5th of January 1788. some disputes, of at least 25000 pagodas, that in order to maintain the credit of the Company, those items ought to be paid as soon as possible, that the linens were purchased for Star pagodas, and the aforementioned Armenian merchant had likewise calculated the interest moneys he claimed from the Company in that currency, and that for this reason both items should also be paid in Star pagodas; further proposing to remove as many bars of gold from the Company's treasury as would be necessary to pay off those debts, and to sell them for Star pagodas. Whereupon, in order to prevent disputes that might otherwise arise if payment were to be made in Paliacatte pagodas, it has been approved and agreed for this time to authorize the Honorable Chief Administrator, as he is hereby authorized, to remove as many bars of gold from the Company's large treasury and have them sold in Madras for Star pagodas as will be necessary to pay off the aforesaid debts; but henceforth, or as soon as the mint here shall have been brought into operation, to make no more contracts or issue warrants on the treasury except in new Paliacatte pagodas. The Chief Surgeon of this Castle, Pancratius Haringa Meppen, having made repeated requests to be accommodated with an assistant surgeon for his assistance, because 943 The 5th of January 1788. since the departure of the surgeon Jan Jansen to Batavia he had no one to lend him a hand in the hospital, and as the person of Pierre Roge, of Villeneuve, known as a capable man who has practiced here with great success since the re-establishment, has now offered himself for this purpose; so, in consideration of the reasonableness of the request of the said Meppen, and the favorable character of this subject, it has been agreed to admit him into the Company's service as Surgeon at ƒ 24 per month under a three-year contract, commencing the first of December; since which time he has provisionally served in the hospital. Upon the expiration of his term of service, it has been approved and agreed to promote the sailor Johan Hendrik Meijer, of Rostock, to quartermaster at ƒ 16 per month under a new contract of 2 years, commencing the first of November last, since which time he has performed his duty as quartermaster on the Company's sloop De Herstelling. The Boatswain Jan de Jong, of Gouda, having requested an increase in wages on account of the expiration of his term: it has been approved and agreed to grant him a monthly salary of ƒ 24 per month, under a new three-year contract, commencing the first of this month, 945 The 5th of January 1788. and to remain stationed as such on the vessel. Pieter Swenk, of Salzwedel, having arrived at Nagapatnam in the year 1773 with the ship De Bovenkerkerpolder, and having been taken prisoner of war as a corporal in the year 1781 upon the surrender of that place to the English, entered into the service of that nation out of poverty, but now having obtained his discharge and returned hither to seek employment with his former master: upon his request made to that end, it has also been agreed to admit him into the Company's service in his former capacity of Corporal, at wages of ƒ 14, under a new contract of 3 years, commencing the middle of December last. Leonard Kelderman, of Rodenburg, who was taken prisoner of war as a corporal at Paliacatta, having also made a request to be readmitted into the Company's service in his former capacity and wages, it has likewise been approved to condescend to that request and to grant him his former wages of ƒ 18 per month under a contract of 3 years, commencing the middle of December last. The soldier Gerrit Harmsz, of Harlingen, having likewise arrived hither from the English with a passport, having arrived at the Cape of Good Hope in the year 1775 with the Company's ship Vrijburg from the Chamber of Zeeland, 947 The 5th of January 1788. and arrived in the year 1776 by the ship Honkoop at the island of Ceylon, subsequently taken prisoner of war at the loss of Trincomalee, and thereafter having entered into English service, now having requested to be readmitted into the Company's service at his former wages of ƒ 13: it has also been agreed to grant his request under a new three-year contract. Thus done and decreed in the Castle Geldria at Paliacatta on the date aforesaid. Was signed as before, except W. Blaaukamer.
Dutch transcription
949 den 5 January 17418. goud gut de groote geld Cassa te ligten en te en„ eenige ditpotten, van ten minsten 25000 pagoden, dat om dit Cre„ dit van de Comp: staande te houden, die pas„ ten ten eersten dienden te worden voldaan, dat de Lijwaaten voor ste: pag: waren ingekogjt, en den Armenisch koopman voornoemd, de intrest penningen die hij van de Comp: te pretendeeren had, mede in die munt had bereekend, en dat daar em ook het een en ander in sterpag, diende te werden be„ taald met propositie verder en daar toe zoo propositie im eenige bhaven veel baaren goud als tot afbetaaling van die koopen, 6 schulder sou nodig zijn uit 's Comp:s groot geld kassa te ligter, en voor ster- pag: te kunnen wor„ den verkogt. —. Waarop tot preventie van disputen, die en zal tot preventie van er zontijds zouder kunnen ontstaan, war„ neer men betaaling wilde doen in Palliacat„ kcte 1788. ceerd m en en aij 17 1787. door van dan den 5 Januarij 1748. qualificatie aan dezelven em zoo veel geld uit de zal zijn admrissie in dienst van een Chirugje sche pagooder, voor deeze kier goed gevonden en verstaan is, den E: Hoofd-administrateur te qualificeren, gelijk hij gequalificeerd ward Cas te neemen, als noodig bij deezen, om zoo veel baaren gouds uit„ Comp:s grinte geld kasse te ligten en ge Ma„„ dras verkogt te worden voor ster pagoden, als tot afbetaaling der vversz: schulder zal godig zijn, dog voortaan, off zoo dra de munt alhier Del weesen aan den gang gebragt geen Contracter meer te sluijten, of ordinancien op de kas te laaten verleenen als ien nieuwe Palliacattasche pageden. Door de opperchiringijn deezes Casteels Pancrati„ us Haringa Meppen, bij herhaalde reijsen verzoek gedaan zijnde om tot zij„ ne adsistentie met een ondermeester te moogen werden gerieft, alzoo 943 Den 5. Januarij 1788. hij zeedert het vertrek van den Chirugijn Jan man Jansen na Batavia niemand had, die hen eenige handreijking en het Hospitaal konde doen, en dewijl zig thans daar toe aan bood de per„ som van Pierre Roge, van Vileneure, bekent voor een habil man die alhier zeedert het getablissement met veel succes ge„ vervolg praotiseerd heeft, zoo is out aanmerking van de billijkheid van hete verzoek van genoemde Meppen, en het favorabel voorkomen van dit subject verstaan, den zelven in 's Comp=s dienst als Chijugijn met ƒ 24. ter maand te admitteeren onder een drie Jaarig verband, ngaande primo December; zeedert welke 1 hij provisioneel dienst in het Hospi„ tijd 31 „taal gedaan heeft Mits hunne tijds expiratie Ma„ als rP Den 5e. Januarij 17288. tot quartiermeester, verhoging in gagie van een bintincker bevordening van een mattiors expiratie is goedgevonden en verstaan, den Mat„ tros Iohan Hendrik Meijer, van Rostok te bevorderen tot quartiermeester met ƒ 16. ter maan onder een nieuw ver„ band van 2. Jaaren, ingaande primo No„ vember p„:o seedert welke teijd hij als quartiermeester zijn dienst op 's Comp=s Chia„ Comp. loup De Herstelling heeft ge„ presteerd Den Bootsmank Jan de Iong van Gouda verzoek gedaan hebbende, om mits tijds expiratie in gagie verhoogd te worden: zoo is goedgevonden, en verstaan, hen toete leggen een muaandelijkse besol„ ding van ƒ24. ter maand, onder een nieuw drie Jaarig verband, in gaande prins der zer„ om 945 den 5. Januarij 1788. een Corporaal, en als zoodang op de versf bescheijder te blij„ ven. -. Pieter Swenk van salsweedel in gradmissie in dinst van den Jaare 1773. met het schip de Boven„ kerkerpolder te Nagapatnam aangeland, en in den Jaare 1781. bij de overgang dier plaats aan de Engelschen, als Coporaal krijgsgevar„ gen gemaakt, uit armoede in dienst dier natie getreden, dog nu zijn afscheid er langd hebbende en weder herwaarts overgekomen zijn„ de, en dient te zoeken bij zijnen ouder meester: zoo is op zijn daar toe gedaane instantie almede verstaan, hen in Comp= dienst te geadmitteeren, in zijne voorige qualiteit van Corpraal, en gagie van ƒ 14. —. onder een nieuw verband van 3. Jaaren, ingaande F dienst, ingaande medio December p=o strpen en ode Copaelj Den als Copraal op Palliacatta kijgs„ E gevangen geraakt zijnde Leonard kelder„ man van Rodenburg meede instantie gedaan hebbende om in zijne voorige qua„ listeit,en gagie weederom in 's Comp:s dienst te moogen werden gereadmitteerd, zoo is goedgevonden in dat verzoek almeede te Condiscendeeren en hem toe leggen zijne be„ voorens geworen hebbende gagie van ƒ18. „per maand onder een verband van 3. Jaaren, in„ gaande medio december p=o mnsse, van ven solderte t meede van de Engelschen met een pas„ poort herwaarts aangekomen zijnde den sol„ daat Gerrit Harmsz: van Harlingen, met 's Comp:s schip Freburg van de kame Zeeland, in 't Jaar 1775. op de Kaab Den 39 Anuarij 1788. de 947 den 5e: Januarij 1788. de Goede Hoop aangeland; en in het Jaar 1776. per het schip Honkoop ter eijlande Ceilon aangekomen, voorts bij het vergaan van Trinconomale krijgs gevangen geraakt, en vervolgens in Engelsche dienst gebreeden zijnde, tans verzoek gedaan hebbende, om op zijne vervolg, voorige wedde van ƒ 13. in 's Comp:s dienst weder te moogen werden toegelaaten: zoo is ook verstaan hem zijn verzoek te accordeeren, „ onder een greur dier Jaarig verband. Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Casteel Jeldria te Zallia„ catta dato voorsz: /:was geteekend: als vooren /:Excepto:/ W: Blaauka„ mer. Saturdag igen der„ tie qua„ s te pas„ sol„ Camer b
English
Reading of a Jaffnapatnam letter. Communication given of the receipt of 27 bars of gold from the Netherlands. Remark thereon. Saturday the 12th of January 1788. Upon a round-table inquiry. Having been circulated for reading by the Honorable Head Administrator and the respective members, the letter received yesterday from the Jaffnapatnam ministers, containing communication that the Ceylon Government had notified them that they would send overland thither a small chest with 27 bars of gold, of which 11 bars assayed at 20 carats 8 2/5 grains, and 16 bars at 15 carats; and requesting to know which of the aforesaid two parcels of gold this Council pleased to have: it is, in consideration that this gold is of the same fineness as was previously sent out by the Lords Mayors for this coast for the minting of three-image pagodas and fanums, and that the same will certainly have been sent out again for that purpose with the ship the Vlugge Trekvogel, with which according to Ceylon advices of the 6th of December of the previous year those parcels among other gold were brought to Colombo, in accordance with the preliminary advice of the Honorable Head Administrator aforesaid, approved and resolved to request the Jaffnapatnam ministers to send the aforesaid small chest with 27 bars of gold hither as speedily as possible with one or two cruising thonies, under escort of a corporal and six European soldiers, if such vessels are at hand, or otherwise to send that gold with the sloop the Herstelling, since the transport from Nagapatnam hither by the overland route is too expensive and perilous. And the ministers aforesaid shall also be requested, if the chest with 1200 gold rupees brought from Batavia to Colombo, and from there to Jaffna for the service of this Government, has not yet been sent to Nagapatnam, to then also send that over with the sloop the Herstelling. Thus done and resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as above. Was signed as before, except W. Blaaukamer. The 12th of January 1788. Monday the 14th of January 1788. In the forenoon at 11 o'clock. Meeting of Policy. Absent: The Lord Commander, on account of indisposition. Upon an incoming petition from the Arrikars or indigenous assayers, or touchers of gold and silver, as well as from the collective minters of Palliacatta, containing principally that their ancestors had obtained the right of the Mint for the Honorable Company from the King of Golconda; that from their ancestors down to the time of the Chief Vermont they had always worked with zeal and loyalty, and had offered themselves immediately as soon as the Dutch flag was hoisted again, and upon the request made by the Lord Commander had supplied a Palliacatta rupee and pagoda, such as the same were minted here of old, but that they had seen all along that workmen from Nagapatnam work in the mint; with urgent appeal therefore that, in consideration that they were inhabitants of this place and had always worked for the Company, they might be employed in the mint again, it is after deliberation approved and resolved to accede hereby to the request of the minters or workmen, and thus alongside the Nagapatnam ones. The 15th of January 1788. To accept the bill of exchange, to provide sufficient cash for the payment of the said bill of exchange, as the balance remaining with him was not sufficient, or that it might please this Council that he refer that bill of exchange hither, which in his judgment would be better, as thereby the risk of sending money by the overland route would be saved, and the exchanging of Porto Novo pagodas could take place here with less loss than at Porto Novo, although that loss according to promise made ran for his account; so it is after deliberation approved and resolved, notwithstanding the representation of the Resident Iopander, to have that bill of exchange at Porto Novo satisfied by himself upon whom it was drawn, and to send him the necessary cash for that purpose as speedily as possible, since referring a bill of exchange is not at all in keeping with Company's and merchants' style and one also cannot know whether the holder is inclined thereto, or whether that referral would suit him, and to give notice thereof to the Resident aforesaid at once by a brief note. Subsequently the Honorable Head Administrator made known that the Company, both for the payment of piece goods purchased here on credit and sent to Batavia with the ship de Valk, and for the payment of certain interest moneys to the Armenian merchant at Madras, Schamier Sultan, and other outstanding items, needed a sum of
Dutch transcription
genomene lectuur van een Jaffanij. brief gegeevene Communicatie van den ontfangst van 27. bharen gend nit Nederland remarque dirwigens, Saturdag den 12 Januarij 1738. Bij Rondvraag Door den E: Hoofd administrateur en de gespectiv= leden ter lecten vordgezonden zijnde, de op gisteren ontvange missive van de Iaffana„ patramsche ministers, behelzende Commun„ catie; dat de Ceilonsche Regiring hun aange„ scheeven had, dat zij over den landwig der„ waarts zouden zenden, een kasje met 27: baaren goud, waar van 11. baaren 20. Caraaten 8 2/5 greijn, en 16. bhaaren 15. Caraaten es Caij„ eerden; en verzoek om te moge weeten, wat van de vonrsz: twee parthijen goud, deezer Raade geliefde te hebben: zoo is, quit Consideratie, dat dit goud van het eige 9 949 den 12. Januarij 1780. ministers te verzoeken, om het zelve spoedig dit heer te zenden eige alhoo is, als voor deeze door de Nevend Majoes, uit gezonden wierd, voor deeze kust tot het slaan van drie beeldige pagoden, ƒ - en fanums, en het zelve daar toe zeeker„ lijk weder zal uitgezonden zijn, met het schip de vlugge Treckvogel, waar„ meede volgens Ceilnsche advisen van den „6. December a:o p:o die bij de parthijen onder meer andere goud op Colombo aangebragt zijn, ingevolge het preadvis van den E: Hoofd„ administrateur voornoemd, goedgevonden en ver„ besluit on de Jaffanapasche staan de Jaffanapatnamsche Ministers te verzoeken om het voorschreeve kasje met 27. baaren goud, zoo spoedig mogelijk her„ „waarts te zenden met een of twee kruijs„ den thonies, onder escorte van een Corporaal, en Zis: 8. tiv op ana„ uri„ ge„ der„ 237 3 goude vopijen, „zes Europersche zoldaaten, zoo 'er zoodanige vaar„ thuijgen aan handen zijn, of anders dat goud met de sloep de Herstilling van te zonder, wijl het transport van Nagapatnam na herwaarts over de landweg te kostbaar t wereder kist ont 1200: en pesicant is. En zullen de minsten s voornoemd, almeede werden verzogt, en zoo de van Batavia op Colmbo, en van daar op Iafna aangebragte kist met 1200. goude copijer ten diensten van dit Gouvernaart, nog Popijen niet na Nagapatnam verzonden is, die dan alweede met de sloep de Herstel„ ling over te zenden. Aldus Gedaan Gearresteerd in 't Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ als voren /: Excepto :/ W: Blaaukamer. —. den 12. Januarij 1788. Maandag Geelvn 95. 1 palliacattasche mi„ Maandag den 14. Januarij 1788. 'S voormiddags ten (1:) uuren Vergadering van Politie Absent Den Neur Gehaghber; mits indispositie Op een ingekoomen Request van de Arrikars of in, ingekomen gequest van de landsche Essaijeus, dan wel toetsiers van gaed, mistert ii. . en silver, mitsgaders van de gesamentlijke gnn„ „ters van Palliacatta behelzende hoofd„ zaakelijk dat Hunne vooronders het Regt der Murt voor de E: Comp: bij den koning van Golconda hadden bewerkt; Dat wet zij daar bij te ken„ zij van voranders af tot den tijd van het oper„ hoofd vermont toe altoos met ijver en trans hadden gewerkt, en zig direct, zoo dra de Hol„ nen geeven, landsche Haar stert den 14. Januarij 1788. verzoek weder op nieu ge„ enploijerd te worden, gemaakte arrigamenten ten opzigtel van haar en d ministers van Nagap: landsche plag weeder geheezen was, haddes aangebooden, mitsgaders op de gedaane re„ quititie van den Heer Gezaghebber een Pallia„ catse ropij, en Pagood, zoo als dezelve van onds al hier geslaagen zijn, besogd had„ de, dog dat zij alangs hadden gezien, dat er werklieden van Nagapataam in de munt arbeijden: met instantie der„ halven, om uit Consideratie dat zij inge„ zeitenen van deeze plaats waaren, mits„ gaders altoos voor de Comp: hadden ge„ werkt, weder in de munt te mogen worden geomploieerd, is na de liberatie goedgevonden den verstaan, in het verzoek der Munters of werklieder bij deezen te condescen„ deren, en hun dus nevens de Nagapatram„ sches 2 953 den 5 Januarij 1748. wissel te accepteeren, genoegzame Contanten mogte werden voorsien ter afbetaaling van genoemde wissel, alzoo het onder hem zijnde restand niet toerijkende was, dan wel dat het deeze Raade mogte goedvinden, dat hij die wissel na herwaarts renvoijeerde, het geen zijns oordeels beeter Zoude zijn, alzoo hier door de Resico van geld ovar den landwig te zenden zoude worden ge„ spaand, en de invisseling van Portonaosche Pagoden, met minder schaade alhier dan op Porto„ 8 „novr korde geschieden, schion die schaade volgens gedaan pronesse voor zijn reekening liep,; zoo last aan den zelver in die is na deliberatie goed gevonden en verstaan; enge„ acht, het geavanceerde van den Resident Io„ pander, die wissel op Portonovo door hem zelve op wien ze getrokken is, te laaten voldoen en had, den 5e. Januarij 1728. toe te zenden vertioning door den E: Hoofd„ adm: van de nood zaake„ lijkheid van gel, en waaren; en hen de nroodige Contarten en hem daar toe zoo spoedig mogelijk de godtige Contanten toe te zenden, dewijl het ver„ voijeeren van wissel gantsch niet is strockende „'t kopmans met „ 'sCopp:s stijl en men ook niet kan weeten of den honder daar toe geneegen is, dan wel of hem dat renvooij zoude Convenieeren, en daar van den Resident voorn: ten eersten bij een briefje kennis te geeven. Vervolgens gaf den E: Hoofd administrateur te kennen, dat de Compagnie zoo tot afbetaa„ ling van Lijwaaten alhier op Credict ingekogt, en met het schip de valck na Batavia ge„ zonder als tot voldoening van zeeker in„ trest penningen aan den Armenisch koopman op Madras Schamier Sultan, en andere uit„ staande posten, men nodig had een son„ va
English
The 16th of January 1788. From the Resident, the 26th of May, regarding the mistreatment inflicted upon the Company's former merchants Jamboe Naijker and Rengasaij Chittij by the Havildar of Portonovo, with the addition that the dispute over the sale of a certain house by the son of Jamboe Naijker to a certain Moetia Poele is the quarrel from which these mistreatments arose; but because that matter occurred at the time when Haider Alichan was master of Portonovo, and a lawsuit has since been conducted concerning it before the court of the Nabab of Carnatica, he acted very prudently in not concerning himself further with the matter except as a mediator, because one cannot rightfully maintain that the conduct of the Havildar, carried out on the orders of his master with respect to the aforementioned merchants, however cruel it may be, has in any way infringed upon the privileges of the Honorable Company, according to which the merchants stand under its jurisdiction, considering that this matter occurred at a time when the Company did not reside there, and is moreover entirely domestic, without the affairs of the Honorable Company having the least relation to it; and a recommendation further to always exercise the utmost circumspection in these and similar cases, in order to prevent disagreeable disputes with the Nabab, which might sometimes arise from an untimely zeal for the Company's privileges, the more so because we lack the power to defend them. The 16th of January 1788. Communication having been made by the Resident in his letter of the 28th of May concerning his fruitless efforts with the old merchants to obtain piece-goods on credit for the Honorable Company, because those merchants had already fallen into decline before the war, and now through the plundering of Portonovo by the troops of Haider Alichan were completely destitute of money and credit; but that, in order to contribute everything possible to revive the procurement of piece-goods, he had sought to engage with some wealthy merchants, with whom he had advanced so far that they had requested him to propose the following conditions to this Government: namely; 1st That, to satisfy the Indian demand for the year 1787, which according to a rough calculation amounted to upwards of 15,000 pagodas, there might be advanced to them a sum of 5 to 6,000 pagodas, and that they would furnish the rest provided they were credited 1 percent per month in interest from the day the contract was concluded until full payment, and 2nd That an 8 percent increase above the prices the Honorable Company paid before the war might be granted to them on all assortments. It was thus resolved to write to the Resident that the lack of cash was the sole reason why this Council could not make use of the proposed contract, the conditions of which were otherwise acceptable, and that concerning the funds for this year, these were also insufficient to satisfy the Indian demand, but that in the distribution of the merchandise on hand, beyond what had been sent, thought would also be given, as far as possible, to Portonovo, to the relief of him and the merchants. Yet with regard to these, it was resolved to write to the Resident that in entering into a new contract, however small it may be, he must contract only with the most prominent, namely with such of whose solvency the Resident is completely convinced, to prevent new arrears. The 16th of January 1788. The further notification of the second mistreatment of the merchants Jamboe Naijker and Rengasaij Chittij, appearing in the Resident's letter of the 30th of June, was likewise accepted for communication, with repeated recommendation not to meddle in any way in such disputes; especially not as long as one is not in a position to resume the trade there on the former footing, by virtue of the privilege the Company holds over its merchants, as no other reason can be given to her for their trade. The 16th of January 1788. The departure of the Valck. It having been advanced by the Resident's letter of the 13th of September that, on account of the heavy rains whereby the rivers and canals had swollen so high that all delivery of cloth from the interior was thereby hindered, he did not dare assure this Council that, from the proceeds of the merchandise sent to him, he could obtain any piece-goods so early that the same could be sent to Batavia by the ship De Valck, promising however to do everything possible for a desired success.
Dutch transcription
911 Den 16 Januarij 1748. van den Resident, den 26. Mai, weegens mishandelingen de ge„ Jam boe weesen 's Comp=s kooplieden Naijker, en Rengasaij Chittij aangedaan door den Haveldaar van Portonovo, onder bij„ waardenr on sprkelijk, voeging, dat het disput over den verkoop van 8 zeeken huis door de zoor van Tamboe Naij„ ker, aan zeeker Moetia Poele, de brawel is, waar uit die mishandelingen zijn vontge„ sprooten, dan dewijl die zaak gebeendis, ten tijde Naider Alichan meester van Portono„ vo was, en zedert daar over proces genieerd is, voor de gegtbank van den Nabab van Car„ natica, hij zeer voorzigtig gehandelt heeft, oor zigtige behandelig zig de zaak niet verder aan te trekken, dan als midiateu, want men met gien regt soutineeren kan, dat de Handel„ wijze van des Nanaldaar op last van zijn meester te recommandatie aan den zel„e over om de uutterste on zug miester met opsigt tot de gem: kooplieden ge„ houden, hoe wrerd ze ook moogen zijd, eenige inbruk gedaan teeft, op de priveligien van de E: Comp: /: volgens welke de kooplieden onder haar Jurisdictie staan:/ gemerkt die zaak gebeurd is, op een tijd dat de Comp: er niet resideerde, en boven dien ten eenemaal domsticg is, zoude, dat de affains van de E: Comp: er de minste relatie toe hebben; en groonmandatie vercher om in deze en derge„ tighed in agt te quoen, lijke gevallen altoos te gebruijken de uitterste omzigtigheid, tot preventie van onaangenaame differenten met den Nabab„ die sontijds uit aen ontijdigen ijver voor 's Comp=s priveligien konden gebooren warden, te meer, daar ons tan de magt ontbreekt den 16. Januarij 1741. en 95 57 den 16. Januarij 1788. door denzelven, en lijwaa„ ten op Credit in te za„ om die te kunnen voorstaan Door den Resident bij zijnen brieff van mijtelors gedaan geoijste den 28. meij Communicatie gedaan zijnde, van melen„ zijne vrugteloose pogingen bij de oude koop„ P. „lieden, om de E: Comp: lijwaaten op Cradiet te besorgen, uit hoofde dat die macchan„ deurs bereeds voor den oorlog in decadentie waaren, en nu door de beroving van Portonoro door de goofberder van Haider Alichan ganschelijk van geld, en Credit ontbloot waaren; dat hij egter, en alles wat mogelijk was, te Contibueeren, tot oplunking der lijwaat pro„ cure, zig had zoeken te engagieren, met eenige zijne verdere pogingen dierwegens vermogende levgenriens, met welke hij zoo vere gevordert was, dat zij hem versogt hadden, om de volgende Conditie aan deeze Regering ge„ ige den 16. Januarij 1748. in hoe verre hij daarinne gerendeerd heeft, mits gebrek aan Contanten kunnen zijne van slagen niet geaccorderd woorden, Regeering voor te dragen: namentlijk; s=m Dat aan haar tot voldoening van den Indiaschen Eijsch voor den Iaare 1787, die na ruwe Calculatie ruim 15000 pag: be„ E droeg, mogte werden voor uit verstrekt een somma van 5 â. 6000 pagooden, dat zij het verige zouden fauneeren mits hun goedgedaan wierd 1. p=r Cento smaands aan intressen van den dag dat het Contract geslooten was, tot de volle betaling, en 2=de Dat aan haar op alle sortimenten mogte werden geaccordeerd, 8. p=r Cent augmentatie boven de prijsen die de E„ Comp: voor den oorlog betaald had. zoo is verstaan den Resident aan te schij„ gen, dat geboek aan Contanten de eenigste oorzaak geweest is, waarom deezen Raade 959 a den 16. Junij 1788. Corpl: bij het nieuwe Raade, geen gebruijk heeft kunnen maaken van de voorgeslagen Contradictie, waar van anders de Conditien acceptabel waaren, en dat wat de fondsen van dit Jaar be„ trof, die meede toerijkende waaren, tot voldoening van den Indiaschen Eijsch, dog dat men egter bij repartitie der aan handen ƒ. . zijnde koopmanschappen, buiten de gezondene, ook voor zoo veel het mogelijk was, en Portonoro derken zou, tot opbeuring van hem, en de kooplieden. Dog ten aansien van deeze is verstaan wroommandatie met welke der Resident aan te schrijven om bij het Contract, moet aangaan, aangaan van een nieuw Contract hoe ge„ ging dit ook weesen mag, alleen maar te Contracteeren, met de voornaamste, na„ melijk vSlingelandt den 16e. Januaryj 1778. het gaden bedelde geg:s de omstandeling der kooplieden vanr Commisteatie artiveeren dinzen mentlijk met zulks, van welkers solvertie ƒ den Resident volkomen vertuigd is tot voorkoo„ „ming van nieuwe agterstallen. De nadere potificatie van de tweede be„ handelingen aan de kooplieden Jamboe Naijker, en Bengasaij Chittij bij des Residents brief van den 30. Iunij, voorkomende, is almeede verstaan voor Communicatie aan te bieden, onder herhaalde oder gesle perovondeatie en recommandatie om zig geen zins te „mebleeren in dergelijke geschillen; voor al niet, zoo lang men niet in staat is der inzaam aldaar op den voorigen voet, te beginnen uit hoofde het pre„ veligie dat de Comp: heeft op haare koop„ lieden, om geen andere reeder aan haar kan 964 den 16. Januarij 1748. het vertrek van de valck zaan beloop Haare handel Bij des Residents brief van gerisende zurigheeden wn oor den 13. 7ber: gearvanceerd zijnde, dat hij uit mij Gworte te be sepp: hoofde der swaare weegens, waar door de pi„ vieren en Canaalen, zoo hoog geswollen waren, dat allen aanbreng van doeken uit het land daar door belet wierd, dee„ zer Raade niet duefde verzeekeren, om uit het procuct, der hem toegeszondene „ koomanschappen, eenige lijwaaten zoo vroeg„ tijdig te besorgen, dat de zelve per het schip de valck na Batavia zouden kunnen werden versonden, be„ wet bij igter gegens den in„ loovende egter alles te zullen aanwen„ den wat tot een gewenschte veusit mo„ kan geschonken zijn, als tot securiteijd van gelijk tie koo„
English
consolation therein by the Council. endorsement. Merchants there will have received from the said communication to the same that his request would not be granted; thus, taking into consideration what was alleged by the Resident, it was resolved to resign oneself to that loss, as having been caused by accidents against which nothing could be done, but to add thereto the hope of the Government that he will since have found occasion for a favorable sale of the merchandise sent to him by two different chialings, whereof the selling prices regarding the nails and the Japanese bar copper were given to him by letter of the 28th of September of the past year. Upon the request of the Resident, in his letter of the 15th of October, to be favored under the favorable recommendation of this Government with his request, containing an application to be favored with the vacant post of Secunde of Jaggernaikpoeram, and to present the same to Their High Excellencies, it was understood to reply that this has been done with the dispatched letter per the ship De Valk. While, upon the further report by the Resident that the boatswain Jan de Jong, who had departed thither as commander on one of the chialings, had duly delivered everything according to the bill of lading; that this commander, for lack of shipping opportunity, had departed by the overland route, and that he had provided to that man, at his request, Pagodas 10, to account for the same upon his arrival here; it was approved and understood to consider the report as communicated, instructing the Resident that the boatswain Jan de Jong has duly accounted here for the Pagodas 10 provided to him, and that he is therefore authorized to write this off to the merchandise expenses. Further, it having been shown by the Resident that the newly appointed Governor of Arcot, Asorat Sached Mahomet Chan, had already departed from his place of residence to conduct the annual tour, and was expected to arrive in the month of November, wherefore he requested to be provided with the necessary gift goods according to the attached requisition; it was understood to reply that the requested items could not be further supplied due to our own shortage, with authorization that if this court dignitary should arrive there, and his reception cannot be avoided under one or another acceptable pretext, to present him then with a gift of sugar and nails, as being the only items on hand there, with the further promise that the 5-inch piece of cloth mentioned in that requisition will be provided at the first sea opportunity. Finally, it was resolved to thank the Resident for the communicated death of the Company's merchant Waytelinga Chittij. In the meantime, it was understood to pass for write-off the expense accounts for the months of January, February, March, April, May, and June of the past year, as upon examination and confrontation no excesses were discovered therein. However, it having been remarked in the transmitted balance accounts of the Company's treasury that the balance of the month of December 1786 was brought forward into January 1787 at Pagodas 115. 14. 59 instead of Pagodas 156. 14. 59, thus understated by Pagodas 41; it was approved and understood to address the Resident regarding this discrepancy and to require an explanation. Next, a reading was taken of the Sadraspatnam letters written to this Council from the 8th of April to the 20th of November 1787, containing in the first place an accounting regarding the taking of 2000 Pagodas from the Company's treasury without authorization from this Government; whereupon, following the declaration of the Chief of Byland that he had taken this sum from the Company's treasury to serve as a reduction of the debt which the Honorable Company owed him, basing this action on the circular letter of this Government of the 15th of December 1785 containing the order to pay the Company's servants if money was in the cash box, under which he believed himself to be tacitly included, as well as to apply this to his salary; it was approved and understood by a majority of votes to allow the taking by the Chief of Pagodas 2000 from the Company's treasury in reduction of what he still has to claim from the Company, although done without authorization, adding that he interpreted the circular letter of the 15th of December 1785 entirely wrongly, as the same speaks explicitly of the payment of salary and table money.
Dutch transcription
getrosting daarine door den. Raad gezosement. Coopmans de zal hebben van de hed gezet Communicatie aan den zelven dat zijn request mit de gelijk zoude weszen, zoo is out aanmerking van het geallegueerde door den Resident, beslooten, zig dat gems te getroos„ ten, als veroorzaakt zijnde, door toeval„ len waar teegen niets te doen was, dog er hem dat zij zudet de teffers bij te voegen de hoop der Regeerng, dat hij zeedert, occasie zal gevonden hebben tot een favorable verkoop der hem toegezonden koopmanschappen met twee diverse Chialengen, waar van hen met pelatie tot de Nagulen, en het staafkoper Japans, de uit koops prijsen zijn opgegeeven bij brief van den 28. September A=o p=o. —. Op 't verzoek van den Resi„ verlote na Batava ven tardgestenff bij zijn schrijven van den 15. ' octo„ den 16. Januarij 1738. - 6„ 963 Den 16e. Janmuari 1738. „ alhier is gerevinbeerd, van te pag: aan den zelven, ber om onder gunstig voorschrijvens deezer Regeering zijn request, inhoudende sollicitatie om met de vadeerende dienst van securde, van Iagger„ naikpoeran te moogen weeden gefavoriseerd, Hun Hoog Edelheedens von te draagen, is ver„ staan te rescribeeren, dat zulks met den afgegaanen brief, per het schip de valck geschied is. Terwijl op het verder bedeelende door den Re„ en dat den bostaan de Jong sident, dat den Bootsman Jan de Iong, die als gezaghebber op eer der Chialenger na derwaarts vertrokken was, alles behoorlijk na luid van het Cognriscement dit geleeverd had; dat die gesaghebber bij gebrek van zees geleegentheid over den landweg was vertrokken, en dat hij aan die man op zijn gedaan verstukking aldaar verzoek hadde verstrekt: Paƒ 10. — m daar ing qualificatie an dezelve afte schijven der nieuw Goudvernur van Ar„ cak was na zijn residentie plaets vertrekken wier in sew: werder te oug zau„ de komen„ daar van bij zijn arrive alhier reekenschap te doen: goedgevonden en verstaan is, het be„ deelde voor gecommuniceerd te houden, onder aanschrijving aan den Resident, dat ven aen danven gesk: geden test Botsman Ian de Jong alhier behoorlijk reekening gedaan heeft van de aan Een verstrekte pag: 10. –. en dat men hen dus qualificeerd om die afte schrijven, op onkosten van Koopmanschappen. Verder don den Resident vertoond zijnde, dat der niem: aangestelden Gouverneur van Arcat, Asorat Sached Mahomet Chan, reds tot het doen der Iaarlijksche wrden van zijne Ressidentie plaats was vertrokken, en in de maand November, ver„ den 16. Januarij 1738. wagt 6 965 den 16. Januarij 1788 verzoekt en eenige schaka„ gen geken geschenk van Zuijker en naguler te doen een stuk wand van 5 d=m magt qusirde, hij derhalven verzogt mit die noodige schenkagie goederen, volgens het overgaande Eijschje te mogen werden ge„ rinst, zoo is verstaan, te rescribeeren, dat qualificitie en hen een het geeijschte uit eijger gebrek niet heeft kunnen verder voldaan, met qualificatie „ om zoo die hofs groote aldaar mogte arri„ weeren, en dies ontmoeting onder het een of ander aanneewelijk pretext niet kan wor„ den voorgekomen, hem dan een geschenk van zuijker, en Nagulen te doen, als het belifte te zeding van eenigste zijnde wat daar aan handen is, erder toezegging verder dat het, bij dat eijschje gewaagde stuk ward van 5. duim, bij eerste Zees geleegent heid zal worden bezorgd. — Eijn ijnol „ den 16e: Januarij 1788. bedeld overlijder van en Coij Copper alaa„ qualificatie te of schijving van diverse enkost reck: staet de gel Casse J: Eijndelijk is beslooten den gesident voor den gecommuniceerden dood, van 's Comp=s koop„ man Waijtelinga Chittij te bedanken Instertussches is verstaan, ter afschij„ ving te passeeren de onkostreekeningen van de maanden Januarij, februarij, Maart, April, meij en Iurij des gepasseerden Jaars, alzoo daar op bij examinatie, en Confron„ tatie geen excessen ontdekt zijn bevonden diffenct ies de Dog bij de overgezondene staat reekenin„ gen van 's Comp:s Geld Cassa geremarqueerd zijnde, dat het restant van de maand 1787 December 1786. in Samiaij s overgebragt na met pƒ 115. 14. 59. in steede van - - - „ 156. 14. 59 dus te min gesteld - Pao 41. – –. - 200 967 den 16. Januarij 1788. besluit dierwegens eluvidatie te ondren Sadras 9=e brieven, wegens hett ligter van 200. waarop hij des ze daad fur„ deerd, zoo is goedgevonden en verstaan den Resi„ dent over dit verschil te onderhouden, en elucidatie te doen geeven. Vervolgens lectuure genoomen zijnde, van de geremen lectuur van de Sadraspatnamsche brieven seedert den 8. April tot den 20. November 1787. aan deezen Raade geschreeven, be„ halzende den eersten verantwoording wee,„ veortwinrding van het geut: gens het ligter van 2000. pagooden uit vij et de Cas„ 's Comp=s geld kassa zonder qualificatie deezer Regering, zoo is op de betuiging van het opperhoofd van Bijland, dat hij die somme uit 's Comp:s kassa geligd had, om te dienen inmindering van den de bet, welke de E: Comp: aan hem schuldig was: fundeerende deeze daad op de Circulare anke ken. den 16. Januarij 1788 dog onder welke gerocque„ Circulaire brieff deezer Regeering van den 15. ' Feber: 1735 in hendende ordre om s Comp Dienaaren te betaalen als tergeld in cas was, waar onder hij vermeende stil zwij„ wi„ gende begreepen te zijn, gelijk meede op zijn bestul zulks te passen, deringende good, zoo is met meerderheid van stemmen, goedgevonden en verstaan, het lig„ ten door het opperhoofd van pag: 2000. uit 's Comp=s Geld Cassa, in mindering van het geen hij nog van de Comp: te pretendeeren heeft, schoon zonder qualifficatie geschid, te passeeren, omt bijvoeging dat hij gansch kwalijk den Circulaire brief van den 15. ' De„ cember 1785 heeft geinterpreteerd, alzoo dezelve wel uitdrukkelijk spreekt van de afbetaaling van gagie en kastgeld
English
969 16 January 1788. to send over a receipt, received on Ceylon, and by the same in order to collect linens on credit, etc., but by no means from outstanding accounts, under further instructions to conduct himself more carefully in the future against such arbitrary acts, and to send over a receipt of what was received, as well as to provide this Council with a distinct statement of how much he has already enjoyed on Ceylon, and what he still has to claim. The Chief having extensively shown in his letter of 2 July the impossibility of collecting linens on credit for the Honourable Company, even though he had offered 1 percent for the advanced monies, and having described the Company's merchants as unmanageable people with whom nothing can be accomplished, 16 January 1788. it is understood to reply thereto that the proposal dispatched by this Government to all the outer offices by circular letter of 16 April, to see if linens could be collected on credit, was a last test in order, where possible, to make a somewhat larger collection than could be expected from its small funds, and it is thus by no means surprised that the Sadraspatnam merchants were just as difficult to persuade to this as those of the other factories, with the addition with regard to the merchants Tamboe Moddelij and Ramalinga Chitti, that this Council regrets that they are in such poor credit with the Chief that he 16 January 1788. is apprehensive to collect with them, since these are the very merchants who for years before the war carried out the delivery of linens to the Honourable Company at Sadras with so much success that Sadras had the reputation among all the factories on the Coast of delivering the best linens, and on which the highest advances were made both in the Netherlands and Batavia; but that if their affairs during the recent war might have deteriorated to such an extent that no monies for making the collection could be entrusted to them with complete peace of mind, he is ordered to propose to this Council other merchants upon whom he can fully rely, 16 January 1788. Since it appeared from the Chief's letter of 11 July that the entered price in the expense accounts for the month of December 1785 for sewing a pennant should have been for sewing a flag and pennant, it is resolved to pass this for write-off, as well as the 6 fanams for rice, overcharged in the expense account for the month of February 1786, as being merely a trifle. Likewise the 40 Pagodas by the Chief for his travel expenses from and to Sadraspatnam in the year 1785, because he undertook this on a certain private instruction from the Lord Commander, in order to be introduced here as a member and subsequently to be sent back to Sadras with the necessary orders for the surrender of the office, as has occurred. 873 16 January 1788. With regard to the article of the stonecutters, it is resolved to write that it is hoped his attempts to get them back may succeed, and that he will be able to contract with them on the footing written to him by letter of 26 July past. Furthermore, it is resolved to take the communicated arrival of the sloop De Herstelling by letter of 1 October as information, as well as that that vessel lost an anchor upon its departure from here. 16 January 1788. Then with regard to the delivered cargo of the aforesaid sloop De Herstelling, it being remarked by the Chief that it was noted on the weigh-house memorandum that the bales of cloves were dusty and dry, and those in chests somewhat damp; that he had indeed found it to be so, hoping that the same would turn out better upon sale than was anticipated, and that he otherwise hoped for and expected a favorable indulgence from this Government, sending at the same time a sealed sample of each for examination. These having now been opened in the meeting and carefully inspected, it is resolved
Dutch transcription
969 969 den 16. Januarij 1788. quittatie oven te zerden, op Ceilon ontfangen, en door denzelven om op Credict lijwaet in te Lawelen, ensz: maar geenzins van uitstaande ree„ keningen, onder verdere aanschrijvens, om zig last egter en daar van en voortaan voor dergelijke wille keurige dader te menageeren, en van het ontfangene quitan„ tie over te zenden, mitsgaders deezen Raade te voorsien van eene distincte zomden en ggan, wet hij opgaave, hoe veel hij op Ceilon bereeds om te pretendeeren huft, genooten, en wat hij nog te pretendeeren heeft. Het opperhoofd bij zijn brief van 2. Julij betuijden ongelijkhed in het breede vertoond hebbende, de on„ mogelijkheid em op Credtit voor de E: Comp: „lijwaaten in te saamelen, schoon ook 1. —. p=rCent voor de uit te schietene penningen uitgelooft hadde, mitsgaders 's Comp=s koopliden als ongeschikte menschen, met wie niets uit te voeren is, be„ schreeven zijn van den 16. Januarij 1788. dit middel, gestaan de hande geromen, en een preuvi te vecken oververwordering dien halven dat het Een niet gelukt s, gem: twee Coopl: bij hem in schreeven hebbende, is verstaan daar op te antwoorden, dat de propositie door dee„ De Regeering na alle de buijten Comptoiren af„ gezonden bij Circulair schrijvens van den 16. April om te zier lijwaaten op Credit in te Zane„ len, eene laatste preuve is geweest, em, waar het moogelijk eenige meerdere inzaam te doen, als zij van haare geringe fandsen, kende ver„ wagten, en zij dus geenzints verwondert is, ƒ dat de sadraspatnansche kooplieden, daar toe even zoo wis te beweegen geweest zijn, als die van de overige factoijen lindwenser over dit nevens het bijvoeging ten aanzien der kooplieden ƒ en slep Cudit staden, Tamboe Moddelij, en Ramalinga Chitti, dat het deezen Raade van Lasten leed doed, dat die in zulk een slegt Creciet bij het opperbeerfe staan, dat hij den 16. Januarij 1788. daar zij de eijgentlijke Corpl„ zijn, die van den oorlog staan, hij bedugt is, em met hun in zaam te doen, want dit de eijgen kooplieden zijn die voor den oorlog op Sadras de leverantie lunatie gedaan hebben, van lijwaaten aan d' E. Comp: Jaaren lang ge„ daar hebben met zoo veel succes, dat Sadras der roem had onder alle de facto„ rijer op de kust, de beste lijwaaten, en waar op de weeste advander zoo in Nederland, als Pedia pielen, te leeveren, dat egter zoo hun„ ge zaaken geduwerde den Jongster oorlog Zorda„ „nig mogten veragterd zijn, dat aan hun met geen volkomen gerustheid, kon gefierd worden, eenige penningen tot het doen van den inzaam, men hen gelast, andere kooplie, lst em andere Copleden door te den, waarop hij volkomen staat kan maaken, deezer Raade voorte slaan, mn den 16. Januarij 1788. voor gekomen abuijs bij de onkost reetk. „daijn van en dlag ten blengel, diten dean 6 fpr ig rijsen &e in 1705., ven Dewijl bij des opperhoofds brief van den 11. Iulij gebleeken is, dat de opgebragte prij: s. bij de onkostrekeningen van de maand De„ Passering van een Jag: voor het cember 1785. voor het naaijen van een vleugel vor het graaijn van een vlag en plangel heeft moeten wersen is verstaan dit ter af„ schrijving te passeeren, als meede de 6. ps derorijzen, bij de onkostreekening van de maand februarij 1786. te veel opgebragt, als maar een geringheid zijnde. zoo med o 40 or zijnelinbij Zoo ook de Pag: 40. — door het opperhoofd voor zijn reijs ongelden, van, en na Sadras„ patnam in den Jaar 1745 uit hoofde hij die op zeeker particulier aanschrijvens om er bij= geleegentheid op te kunnen dispnaa„ van 873 den 16. Januarij 17188. houwers op den ouden voet Con„ „tracteeren zal„ daar, en het velies van een anker „voor Communicatie aangenoomen, van den Her Gezaghebber gedaan heeft, om hier als lid geintroduceerd, en vervolgens met de noodige ordres, tot de vvergave van het Comptoir, na Sadras te rug gezonden te kun„ nen worden, zoo als geschied is Ten aansien van het articul der steen, hoope dat het opperk: met de steen houwers is verstaan te gescribeeren, dat men hoopt, dat zijne pogingen, en hun te rug te krijgen, gelukken mogen, en hij met hun zal kunnen Contracteeren op den voet, hem bij brieff van den 26. Iuli p=o aangeschreeven: — Voorts is verstaan de bedeelde aankomst de arrive van de herstelling al„ van de Chialoup de Herstelling bij brief. van den 1. ' october voor Communicatie aan te neemen; gelijk meede dat, dat kieltje bij deszelfs vertrek van hier een anker ver„ looren Spn gel voor den 16. Januarij 1788. bedeelde gesteldheijd der van hier gezondene naculen, wat hij diewergs verwagt.- gedaan sluigting detelfe in Raade, leeven had. Dan ten aansien der uitgeleeverde lading, van de voorsz: sloep de Herstelling door het opperhoofd gevenaiqueerd zijnde, dat bij de waagmemorie was aangeteekend dat de baalen met nagulens, stoffig en droog, en die in kisten eenigsins klan waaren; dat hij zulks weezentlijk ondervan den hadde, koo„ pende dat dezelve bij der verthier beste zouden uitvallen, als te voorsien was, dat hij anders een goedgunstige verschooring van gedaamnszending den wintns, deze Regeering hoipte, en verwagte, zer„ dende teffens van elk een verzeegeld ben„ deltje, ter examinatie over Deese thans in vergadering geopend, en naaukeurig bezigtigd zijnde, zoo is ter aan
English
The 16th of January about that, which also did not happen with the other factories, hoping therefore that they would not have caused any extraordinary spillage. Which he also should not suggest will be permitted with regard to the first-mentioned lot, it is resolved to note in the outgoing letter that it was indeed found to be somewhat dry and dusty, and the other on the contrary somewhat damp, but not so much so that the least complaints needed to be made about it, just as no complaints have been received about it from the other factories, where the aforementioned spices were disposed of without causing extraordinary spillage; and that it is also expected that at Sadras they will likewise not have caused extraordinary spillage upon sale; he wrongly imagined that on that report any other than the ordinary validation from this Government would be permitted to him. Writing materials. Order to send back the stained sheets, which will be exchanged for others. Reference to the statement regarding the requested prices of the merchandise. Groundless complaint about the received writing materials. Since some inattention on the part of the warehouse employees seems to have occurred upon the receipt of the chest with writing materials for Sadras, it is, upon the complaints received about it from the chief, approved and resolved to write to him and order him to send back all stained sheets, to be reimbursed by the warehouse master for his own account with as many good sheets as there are stained ones returned from Sadras. While with regard to the requested prices of the merchandise sent thither with the sloop De Herstelling, it is resolved to refer to the distinct statement of this Government by letter of the 24th of November last. The 16th of January 1788. 972 The 16th of January 1788. Order in all instances to send over the monthly papers. Assistant at Sadras. The sending of the monthly papers, principally the expense and cash accounts, being an old custom from which cannot be deviated without causing hindrance to the management of affairs, it is resolved to write to the chief repeatedly to send them over monthly henceforth without fail. Furthermore, it is also resolved, upon the chief's earnest solicitations, and because only one penist besides the clerk is stationed at Sadras, to admit into the Company's service as Assistant Christiaan Bernardus Dirksz:, granting him a monthly salary of ƒ 24. –. on the ordinary contract, to remain stationed there as such. The 16th of January 1788. Order to effectuate this. Receipt of the books. While furthermore with respect to the forwarded journal, granary, cash, and expense book, together with the booklet of unassessed goods for Batavia, it is resolved to write in reply that, since such books and accompanying papers should by old custom have been sent with the above-mentioned consignment and immediately, this must be effected at the earliest opportunity, and that along with them must also be added the statement of accounts of the field treasury from November 1785 to May 1786, together with the village booklet, and further missing papers. Next, The 16th of January 1788. Deliberation on the Palicol letters. Request made by the second De Ian for his douceur money. Which has been paid out to Duijnevelt. Which amount will be charged to that factory. Next, proceeding to deliberation upon the Palicol letters written to this Council from the 25th of March to the 15th of November last: it was initially resolved with regard to the request of the second De Ian, appearing in their letter of the 25th of March, to be allowed to receive his outstanding douceur money for the years 1778, 79, 80, and 81 from the linens sold in Europe there, to answer that the same, upon his further instance made in the chiefs' letter of the 10th of October, has been paid to the secretary of the Orphan Chamber Simon Duijnevelt here, from the Company's petty cash, with Pagodas 783. 12. 50 or ƒ 3525. 17. 8. And this amount will be charged to Palicol, in order to be settled there according to order. 999 The 16th of January 1788. Notice of the receipt of 2 declarations concerning the oath of purge. How much the fields yielded in 1787. While furthermore it is also resolved to note in the outgoing letter that the forwarded declaration, together with that of the oath of purge taken by them and the bookkeeper Sebastiaan Matthias Schliephaker, has been duly received here and found arranged according to order. It appearing from the chiefs' aforementioned letter that the fields of Palicol and Contera in the year 1787 had yielded four hundred thirty-nine candils, thirteen tombas, and fifteen medites of paddy; namely of white paddy . . . . candils 307. 8. 8., and of black . . . . candils 132. 5. 7., making together as stated candils 439. 13. 15. Which is carried forward.
Dutch transcription
Den 16. Jan daar over, het gen ok van de overige foetorij„ en niet is geschied, hoope dierhalven dat ze geen buij„ ten gewoone spillagie zouden ge„ geeden hebben. het geen hij ook niet voorstellen moeste dat gepermitteerd zal wor„ aansien van de eerst gemelde parthij verstaan„ bij den afgaanden brief te gemarqueeren, dat die wel wat droog en stoffig, en de andere daar en teegen eenig zints klam bevonden zijn, dog rengevonden eder van klagenrs net zoodanig, dat daar over de minste klagten hadden behoeven gedaan te worden: ge„ lijk daar over ook geen klagten ingekomen zijn, van de overige factorijen, waar de voorschreeve Ja speverijen zonder buijten gewoene spillagie ƒ te geeven, van de hand gezet zijn; en dat men daaren ook verwagt, dat die op sadras meede geen buiter gewoone spillagie zullen gegeven hebben bij den verkoop; hij zig dat te onregte voorstelde, dat hem op dien aanbreng eenige andere dan de ordinaire validatie van wergen deeze Regeering Zoude. ing d dat en en ten den, 9 schrijftuijg. villen dit hen t zsenden, die met andere zullen verwisseld worden. - referte aan de opgave nop:s de gevraagde pwijken der Coopmansz: zoude kunnen werden gepermitteerd. gebaame klagt ove het ontvangene Dewijl er eenige in attentie, van de Pakhuijs bedienden schijnt plaats gehad te hebben, bij den ontfangst van de kas met schrijf„ ting voor Sadras, zoo is, op de daar over ingekome klagten van het operhoopd, goedgevonden last aan den zelven om de berlekte en verstaan, hem aan te schrijven, en alle be„ vlekte veller te rug te senden, om door den Sakhuismeester voor zijne eijgen reekening 9 vergoed te worden, met zoo veel goede vellen, als er bevlekte van Sadras zullen worden te rug gezonden. Terwijl ten aanzien van de gevraagde prijsen der koopmanschapper met de Chialoup de Herstelling derwaarts gesonden, verstaan„ is, zig te gefereren aan de distincte opgaaf deezer Regeering bij brieff van den 24 Nov: p=r den 16. Januarij 1738. Ht 972 den 16 Januarij 1788. delijkse papieren over te zen„ assistert te Sadras, Het verzenden der maandelijksche papieren, latt in alle graander de maa„ der prijcipaal de onkost, en Cassa rekeningen, een oude usantie zijnde, waar van niet kan worden afgeweeken, zonder hinden toe te brengen aan de maniance van zaaken: zoo is verstaan het opperhoofd bij herhaaling aan te schrijven, om die voortaan 'smaandelijks, zor„ der manquement over te zenden. Voorts nog verstaan is, op des opperhoofds admissie in dienst van in ernstige sollicitatien, en uit hoofden en op sadras maar een pernist, behalven den scriba bescheiden is, als Adsistent in 's Comp:s dienst te geadmitteeret Christiaan Ber„ nardus Dirksz:, onder toelegging van denzelven van eene maandelijkse besol„ ding van ƒ 24. –. op het ordinair verband, om aldaar den 16. Januarij 1788. ken nm dit he e Cijton„ te affectueren aldaar als zoodanig bescheijden te blijven. onr atfengst den Wij lis de, Terwijl voor ts met opsigt tot het verge„ zondere Jounaal Gort-Cassa- en en kost= boek, mitsgaders het boekje der ongetaxeerde goederen voor Batavia verstaan is, te rescribeeren, dat dewijl zoortgelijke boe„ ker, en annexe papieren, voor dit Hoofd Comp„ toir na oud gebruijk met de bovenstaande last en zulks terensten hadden moeten werden gesonden, sulks ter eerster moet g'effectueerd worden, en dat neevens dezelve nog moet werden gevoegd, de staat reck: der Teld Cassa van 9b„r 1705. tot Musij 17876. mitsgaders het dorpboekje, en verdere ontbreekende pa„ pieren. — Dervolgens den 16. Januarij 1788. colsche brieven secunde de Ian na zijne dojem gelden uitgekerd heeft „ ton zal: worden aangeres„ ervolgens ter deliberatie getreeden zijnde, deliberatie aan de pali„ over de Palicolsche brieven, van den 25 Maart tot den 15. November Jongstleden aan deezer Raade geschreeven: zoo is gedaan verzoek dor den 0.2 aanvangkelijk verstaan ten aanzien van het verzoek van de secunde De Ian voorkomen„ de bij hunner brief van den 25 Maart om zijne te goedhebbende douveur gelden de annis 1778. 79. 80. en 81. uit de in Europa verkogte Lijwaaten aldaar, te mogen ontfangen, verstaan te antwoorden dat dezelve op zijne nadere instartie, bij der opperhoofden brief van den 10. october gedaan, aan den secretaris der het geen aan Duijrevelt weeskaner Simon Duijnevelt alhier, uit Comp:s kleene geld kas betaal zijn, met Pag:s 783. 12. 50 of ƒ 3525. 17. 8. En zal dit welk bedragen dat Cop„ bedriager Palicol werden aangereekend, ken om 999 den 16. Januarij 1738 notitie van de ontvangst van 2. de Claratonien ovar Ten eed van prijser, hoe veel develij velder ij 1747. meerder gpgerapen heb„ om aldaar na de ordre verevend te worden. Terwijl voorts nog verstaan is, bij den afgaan„ den brief te noteeren, dat het overgezondene declaratoir, neevens dat van den aed van pun„ ge door hun, en den boekhouder Se basti„ aan Matthias Schliephaker gedaan, hier wel ontfangen, en na de odre ingerigt bevonden is. Uit den operhoofden opgemelder brief gebleeken zijnde, dat de velden van Pa„ licol, en Contera in A=o 1787. hadden afge„ worper, vierhonbert negen en dertig Kardijlen, dertien tonbas, en vijftien mediten nelij; namentlijk aan witte peli „zwaarte. - . . . . kand: 307. 8. 8. , en - „ 132. 5. 7. —. dan wel te zamen als gezeed kan 439. 13. 15. Die Transporteere be „ - -
English
984 The 16th of January 1788. in which the share of the Honorable Company consisted, over this surplus. thus by comparison with the year 1786: 875 when the field crop amounted to; namely: in white paddy candies: 180. 4. 24. and - - „ 140. 18. 22. or together - „ 321. 3. 6. the latest field crop yielded more of which the Company's share had amounted to — candies: 164. 17. 20 7/8. and in the year 1786 it amounted to „ 120. 8. 27. 1/4 . - . Candies 44: 8. 33. 37/8 thus more in the year 1787 Thus, over the aforementioned increase, of which to express satisfaction the Company's share upon sale yielded pagodas 585: 7. — or rather pagodas 126: 22: 1. more than in the year 1786, it was resolved to express the satisfaction -- - - Candies: 118. 10. 9: Carried forward candies 439: 13: 15. „ Weight of the - „ 18 -- and 989 The 16th of January 1788. Candies of paddy of 1786 to be allowed to carry over, of the past year upon non-use to sell. of the Government, with recommendation to the chiefs to remain always extremely attentive thereto. requested authorization and 30: Subsequently, on the request of the chiefs, for authorization, to be allowed to carry over the paddy stored in the past year to the amount of 30 candies for the candies starching of the Company's linens, of which nothing was used this year, and to carry it forward ordered to sell the same together with the on the books, it was resolved to write to them that if it should happen again this year that nothing could be supplied from it due to lack of collection, to then also sell the retained paddy at a next sale of the harvested field crop, and in return again to buy so many candies of new The 16th of January 1788. spoilage of their efforts to effect the collection on credit, having occurred, to prevent damage by spoilage. It was further resolved, to commend the chiefs' efforts, and, commendation of the chiefs pursuant to the circular letter of this Government by letter of the 16th of April, to try whether the merchants there could be persuaded to deliver linens to the Honorable Company on credit, at an interest of 1 per cent per month on the advanced capital, mentioning further that this was an extreme effort, and if it succeeded to supply the Honorable Company with sufficient linens, of which this Council itself had or could have had no great expectation, in view of the known impoverished for the starching of linens, state of the Company's merchants along this entire coast, and further recommendation to persevere in their praiseworthy zeal for the interest of the Company, especially when this Council shall be in a position to provide the residencies with the necessary cash for making the collection, adding further that the Government lives in the confidence that then for the most part the multitude of difficulties mentioned in their letter of the 8th of May against making a collection without a price increase will have disappeared. Furthermore, it was approved to endorse the delivery of the annual tribute of Palicol The 16th of January 1788. and recommendation to persevere in their zeal, funds would be provided for that purpose, approval of the delivery of the annual tribute of Palicol, 985 The 16th of January 1788. the presentation goods, having been sent, Palicol sorting under the Nawabship of Chicacole, to the English in the amount of Madras Pagodas 213. 24: 60. for one year and 5 months, as the Chief and Council of Masulipatnam by their letter of the 14th of April had requested the chiefs for its payment, and as such accords with the order. On the instance made and the request made by the chiefs requisition of presentation goods sent over by the chiefs, it was resolved to answer that there has been sent to them via the private sloop de Fortuna from here via Jagannathpur 300 lb of cloves to serve 300 lb of cloves, having been as presents for the first 6 months of the financial year 1786/7, and that with the reopening of navigation the remainder will be provided to them. The 16th of January 1788. loss suffered by the toddy drawers during the recent storm, requested reduction for the palmyra trees, when that will be disposed of, With regard to the terrible storm, which likewise raged there on the 20th and 21st of May with no less violence, according to what was communicated in the chiefs' letter of the 9th of June, it was resolved to express the deepest regret of this Government, adding that it gladly wishes to share in the general calamity of that fateful day, by granting some reduction to the toddy drawers for the lease monies promised by them for the palmyra groves, which are now greatly devastated, as soon as they, according to their promise, shall have transmitted the statement of the 987 The 16th of January 1788. ordered to retain the necessary and fallen palmyra trees for the service to render necessary assistance, number of trees blown down and become useless, granting permission to retain of the trees blown down as many as they will need for the Honorable Company for the timber framing for the new cloth hall, the linen and bleachers' warehouses, as well as the gates: with permission further to make the necessary distribution among the and to distribute the rest, community of the remaining blown-down palmyra trees, and recommendation to exercise the necessary caution so that no disputes among the castes are caused thereby. And since the farmers suffered very much on that calamitous day, ordered to render the farmers the chiefly through the loss of their draft oxen, whereby
Dutch transcription
984 den 16: Januarij 1788. waar in het aandeel van H: Coap. bestond, over dis meerderheid. dus bij vergelijking tegen anno 1786: 875 wanneer het veld gewas bedroeg; als: aan witte peli kan: 180. 4. 24. en - - „ 140. 18. 22. of te zaamen - „ 321. 3. 6. het Jongste veld gevast meerder afge„ worpen heeft waar van Comp: aandeel bedragen had — kand: 164. 17. 20 /8. en in anno 1786. bedroeg het zelve „ 120. 8. 27. ¼ . - . Kard 44: 8. 33. 37/8 dels in ao 1787. meerder Zoo is, over de voorschreeve vermeerdering waar te betuigene genoegen van Comp:s aandeel bij verkoop afgewoopen heeft paC 585: 7. — dan wel pa/o 126: 22: 1. meer als in A=o 1786. verstaan het genoegen -- - - Kord: 118. 10. 9: P=r Transport kan 439: 13:15. „ Zwaarte der - „ 18 -- en 989 den 16. Januarij 178. Candijlan pelij van 1786 te mogen der leggen, van A=o p:o bij oangebruijk te verkogen. der Regeering te betuigen, met gecommandatie aan de opehorfden on daar op altoos ter zut„ tersten attent te zijn. e vverzegte qualificatie en 30: Vervolgens is op het verzoek der opperhoofden, om qualificatie, m de in d=o p=o opgelegde Nelij ten enporte van 30. Candijlen tot het Canlij Cangien van 's Comp:s lijwaaten waar van dit Jaar niets verbruijkt was, te moogen laa„ ten overleggen, en bij de boeken te doen voort„ last en dezelve nevens de loopen, verstaan hun aante schrijven, om zoo het in dit Jaar weeder gebeuren mogt, dat daar van door manquement van inzaam niets kon worden verstrekt, en dan bij een volgende verkoop van het ingezaamelde veld gewas de aangehouden Nelij meede te verkoopenen en daaren teegen weeder zoo veel kandijlen nieuwe eelvn den 16. Januarij 1788. derf ven haare pogingen om den inzaam op Crechit te doen, men ge schid is, houden, tot voorkooming van schaade door be„ Nog is verstaan, der opperhoofden pogingen en, laudering de ope hofde ingevolge het Circulair aanschrijven deezer Regeering bij brief van den 16. April, aan te beproeven off de kooplieden aldaar zouden te benregen zijn, en aan d' EComp: lijwaaten op Credit te leeveren, teegen der intrest van 1. p=r Cent 'smaands, op het uit geschooten Capitaal, te landeeren, onder aanhaaling verders dat dit naar dit gelus te een uiterst effert was, en was het mogelijk de E: Comp: met genoegzaame Lijwaaten te voorzien, waar van deezer Raade zelve van ande. geen groote verwagting gehad heeft, of hebben ken, uit hoofde van de bekende verarnden qiunen, voor het Cangien van hijen aaten aantee„ stoet dat tie en ƒ F den 16. Januarij 1788. en gaconmandatie om in haaren ijver te blijven volharden, fondsen daar toe zouden voorsien weesen, approbatie van de afgave van het Jaarlijks trebut van Palicol, staat, van 's Comp kooplieden langs deize gansche kust, en recommandatie rijders, en in hunnen prijselijken ijver voor het belang der Maat„ pr9 schappij te volharden, voor al dan, wanneer deezen Raade in staat zal weesen tot dit zij om de aindighten te voorzien van de nodige Contanten tot het doen van den inzaam, onder bijvoe„ ging ter vervolge dat de Regiering leeft, in het vertrouwen, dat dan voor het grootste gedeelte zullen verdreenen zijn, de mee„ nigte van znarigheeden voork mende bij hunnen brief, van den 8. Mey tegen het doen van een inzaam zonder prijs verhoo„ ging V Wijders is goedgevonden te approbeeren, de afgave van het Jaarlijkschen tribut van Palicol 985 den 16. Januarij 1788. e schenkagie grdren, nels toegezladen, Palicol onder het Nababschap van Sicca„ col sorteerende, aan de Engelschen ten ba„ draage van Dirib: Mad: pag: 213. 24: 60. voor een Jaar en 5 maarden, alzoo het opperhoofd, en Raad van Mazulipataar bij hurmen brief van den 14. April de opperhoofden tot dies voldoening hadden verzogt, en zulks 1 met de ordre is quadreerende. Op de opperhoofden gedaane instantie, en gedaan, verzuek die parh: overgesondenen Eijsch van schenkagie goederen, is verstaan te antwoorden, dat men hun Chialoupje de fortuna per het particulier van hier over Jaggemaikpoeam heeft toege„ schikt 300 lb Nagulen om te doen dienen 300 lb pagulen, zijn haa„ tot geschenk voor de eerste 6: maanden van het boek Jaar 178 6/7., en dat men hun bij het ansche 1 de den 16. Januarij 17188. geleeden verlies door de surces bij de Jngste storn, versogte afslag var de palmeer bomen, wanneer daar over gedesponteerd zal warden, het opengaan der vaart het manqueerende zal besorgen. Ten aanzien van den verschikkelijken storm; welke aldaar meede op den 20 en 21. meij, met geen minder heerigheid gewoed heeft, ingevolge het bedeelde bij den opperhoofden brief van den 9:' e Juni is verstaan het inrigste leedweesen deezer Regiering te betuigen, met bijvoeging dat zij gaarne deel wil neemen in den algemeenen ramp van dien noodlottigen dag, door het verleenen van eenige afslag aan de Sureers, voor de door hun uit geloofde pagt penningen voor de Palmeen bossen, die nu grootelijks verwoest zijn, zoo dra zij volgens hunne belofte zullen vergezonden hebben de opgave van het 987 Den 16. Januarij 1781. last en de noodige en onge vallene palmee boven aan te houden ter dienste nodige hulpe te berijsen, het getal der omvergewaaijde en onbruijkbaar gevordene boomen, onder verguming om van de onvergewaaijde palmeerboomen, zoo veel te van de Comp„ moogen aanhouden, als zij noodig zullen hebben, tot het spanwerk voor de nieuwe kleede zaal, het lijwaat - en wasschers pak„ huisen, mitsgaders de poorten: met permissie werder om van den verige on vergerukte palmeer en dearige dit te deelen, bomen de noodige uitdeeling onder de ge„ meente te doen, en recommandatie om de noodige voorzigtigheid te gebruijken, dat daar door geen differenten onder de Castas worden veroor„ zaakt. En dewijl de Land bouvers op den panpvollen dag, last in de land bunens de zeer veel geleeder hebben, voornamentlijk door het verlies van hunne trekossen, waar door ƒ fte van zi: 7
English
authorization further to buy a new mast, they are brought entirely out of condition to be able to cultivate the lands, so it is also resolved to order the chiefs to offer those people all possible assistance, provided the expenses do not run too high on account, at least not more than a fourth part of the proceeds of the next harvest: on account of the present condition of the Company not permitting the exercise of great generosity, with the further addition that one hopes that God Almighty will graciously avert from them the past famine by blessing the fields this year with a rich harvest of grains: On the communication regarding the falling down of the flagpole, the 16th of January 1788. The 16th of January 1788. of 165000 dabboessen, that the demanded goods from there should be ready falling down of the flagpole, and the request of the chiefs to erect another one, it is approved and agreed to write to them, and to look out there for a good piece of timber that is applicable for a flag-mast, provided it is not too expensive. On the communication of the demand made by the chiefs by letter of the 20th of September last, that they, upon the obtained authorization of this Government, had again requested and received from Jaggernaikpoeram 165,000 pieces of dabboesen for the daily circulation, and the making of 80 pieces of extra fine Guinees for Batavia, and after that 100 pieces of sailcloths, and further for Colombo, as well as 10 pieces of gilded chintzes for Japan, it is understood to reply that this Council expects that all this will now be made ready, so that it can be sent hither from Jaggernaikpoeram at the first sea opportunity, with the further communication that the gilded chintzes were received here, and sent with the ship de Valck to Batavia. The request of the secunde De Ian and authorization for the recovery from the Honorable Company's small money treasury of the less agio paid by him of pagodas 2: 22: 22: it is understood to grant, as being a consequence of the order already sent thither, for the redress of that cash account. The 16th of January 1788. the settlement of the accounts with the Company, they have answered to this Council, the chiefs, concerning the aforementioned two merchants This meeting having, by letter of the 30th of June last, ordered the chiefs to give detailed information as to how the settlement of the two merchants Mamedie Enkatlingam and Golla Malaija with the Honorable Company had proceeded, since this did not appear nor could appear from the Palicol papers of the year 1781, as they had settled their accounts with the English since or after the surrender of Palicol, it was put forward by the chiefs that at the surrender of Jaggernaikpoeram to the English, the Masulipatnam merchants were in arrears in the books to the Honorable Company for a considerable amount, to which payment they were compelled by the English. The 16th of January 1788 and how another merchant settled his claim with the English, That among these merchants there was, among others, one named Mamedie Soerama, brother of the merchant Mamedie Enkatlingam who traded at Palicol, who, also being admonished for the satisfaction of his debt, had shown to the English that he had a claim at Palicol from the Honorable Company of a sum of pagodas 556: 20 ½ fanums, with the request at the same time that this claim of his might be validated in payment for what he was indebted at Jaggernaikpoeram, which had then also been carried into effect, as well with what he had to claim, as what the merchant Golla Malaija, in whose share of the trade he had interposed himself, The 16th of January 1788. f 630 less realized satisfaction taken with those given elucidations resolution to take satisfaction with the given elucidation, and therewith to consider this whole affair as settled. By the chiefs having been shown with regret that at the public auction of the leases of Palicol, which for this year 1787/8 had realized less, a sum of f 630: originating from the decay of private trade at that place, as well as through the most terrible misery on the 20th and 21st of May, with the consequences thereof, on which account the lessees had most lamentably requested and interceded with this Government, out of consideration for their suffered loss, to grant them some reduction of the stipulated lease monies: it is, in consideration of what has been advanced by the chiefs, understood to write to them to state to this Council according to conscience what loss the lessees have actually suffered, in order thereupon to decide what reduction could be granted to them. The chiefs having, along with their letter of the 12th of January of the past year, sent hither a calculation for a new packing hall, linen and washermen's warehouses, and the same, according to the resolution of the 19th of June last, having been placed in the hands of the Honorable Chief Administrator to serve this Council
Dutch transcription
ddatie qualificatie nader 7 am een nieuse mast in te kogen, zij gantschelijke buiten staat zijn gebragt, de 3 dog onder welke geoen,„ landen te kunnen bebouren, zoo is alneede beslooten; de opperhoofden te gelasten, die menschen alle mogelijke hulp te bieden, mits de ongelden niet te hoog op stok loopen, ten minstens niet meer, als een quart gedeelte van de inkosten, van het Jogste veldgewas: uit hoofde de presente toestand der staat schappij niet toelaat groote genereusiteij„ ten te oeffenen, met bijvoeging wijders dat omen hoopt, dat God Almagtig genachig„ lijk van hun zal werden den geweesden hongersnood, door het veld van dit Iaar, met eenen pijken oogst van Graanen te zeege„ nem: Op het gecommuniceerde wegens het om ver vallen den 16. Januarij 1788. 989 Den 16 Januarij 1788. van 165000. — dabboessen, loige dat degeijschte goede„ ren van daar klaar zou¬ =vallen van den vlaggestok, en verzoek der opperhoofden em een andere op te rigten, is goedge vonden en verstaan, hun aan te schrijven, en al„ daar na een goed hout om te zien, dat tot een plaggemast applicabel is, mits niet te duur weezende. Op het gecommuniceerde door de opperhoofden gedaanen Eijsch oe Jagg: bij brief van den 20. September Jongstleeden, dat Regee„ zij op de erlangde qualificatie deezer „ring weder van de Iaggernaikpoeran gevaagd en bekomen hadden 165000. stuks dabboesen tot den dagelijkschen omslag, en het aannaaken van 80 p:s extra fijne Guineesen voor Batavia, en naa am„ 100 p=s zeijldoeken, en rad verleer voor Colmbo, Chitzen voor mitsgaders 10 p:k vergulde Iapon, is verstaan te antwoorden, dat dee „ den werder de van der iteij 2e Den 16. Januarij 1788. ntvangst alhier van de ver„ gulde Chitzen vaor Batavia, qualificatie en het geaer gebragte opgeld, medij tut 's Comp:s Cassa te ligter, zen Raade verwagt, dat dit een en ander, tans in gereedheid zal gebragt weezen, em bij de eerste zees geleegentheid herwaarts te kunnes gezonder worden van Iaggeraik„ poerair, met Communicatie verder, dat de vergulde Chitzen alhier ontfangen, en met het schip de valck na Batavia ver„ zonder zijn. Het verzoek van den secunde De Ian en qualifficatie ter weeder erlanging uit 's Comp:s kleene geld Cassa van het min„ de door hem opgebragte opgeld van pa„ goden 2: 22: 22: is verstaan te accordeeren als eer gevolg zijnde van de reets na derwaarts gezondene ardre, tot gedres van di Cassa gekening. -. 94 434 Den 16. Januarij 1788. de verevering der rerk: door met de Coap„ op geant word hebben Deede vergadering bij brief van den 30. Iuni geon dede Auredster op p=r de operhoofden gelast hebbende, omstandig erven gem 2 kaptieden op te geeven, hoedanig de verevering van de twee kooplieden Mamedie En katlingam, en hobla Malaija met de E: Comp: was in zijn werk gegaan, dewijl zulks bij de Pa„ hioolsche papieren, van A=o 1781. met bleek of blijken kan, alzoo zij zeedert of na de overgave van Palicol, hunne rekeningen verevend hadde, met de Engelschen, is door de opperhufden geavarceerd, dat bij de vergave met de gerhofden daar van Jaggerwaikpoeram aan de Engelschen, de Mazulipatnamsche kooplieden bij de boeken een aanzienlijk montant aan de E: Comp: ten agteren stonden, tot welke beta„ ling zij don de Engelschen gedwongen waar. Den 16. Januarij 1788 en hoedanig een arder Coopr: zijn pritentie met de Engelschen versffert heeft, Dat onder deeze Marchandeurs, zig onder anderen een bevond, in name Mamedia Soerama, broeder van des op Palicol in zaam doende koopman Mamedie En katlin„ gam, die meede om de voldoening zijnen schuld 1 aangemaand werdende, aan de Engelschen vertoond had; dat hij te Palicol van de E„ Maatschappij een Somma van pag: 556: 20. ½. 17 fanums te pretenteeren hadde, met verzoek teffens, dat deeze zijne vordering in be„ taaling voor het geen hij te Dag gevraik„ poeram debet was, mogte werden gevalideerd, het geen dan ook van gevolg geweest was, zoo wel met het geen hij, als dan koop„ man Golla Malaija, nu wiens portie in den handel hij zig geinterponeerd hadde, 94 99 25 den 16. Januarij 1788. ƒ630. minder gevendeert elucidatien genoegen te nee„ eenige afslag te vooren stonden: zoo is verstaan met deeze besluit n met die gegeevene gegeevene elucidatie gevoegen te neemen, en daarweede deeze gantsche affaire vonr afge„ daar te zonden Door de opperhoofden met leedweesen de pagjten hebben aldaar vertoond zijnde, dat bij publicque opveijling ab„o 1746/7: der Pagten, van Palicol, die voor deezen Jaare 1787/8. minder hadden gevendeerd, een somma van ƒ 630: oorspronkelijk uit den verval van den particulieren handel, daar ter plaatze, mitsga„ dens door het aller verschrikkelijkste miseer„ op den 20, en 21. Mei, met de gevolgen van dien, verzoek die pagters en waarom de pagters op het lamen tabelste hadden verzogt, en bij daeze regeering te in„ tercedeeren, om hen uit Consideratie van hun geleeden verlies, eenige afslag van de be„ man, den gene den 16: Januarij 788. besluit haar verlies na ge„ moede te laaten opgeeven, ontvan gene Calculatie van Paliool van een pak zal, huijser; dezelve zijn in harden van de E: Hoofd admine strat en ge st:b dongene pagtpenningen te vergunnen: zoo is uit„ merking van het geavanceerde door de opper„ hoofden verstaan hen aan te schrijven om dieze Raade na Constintie op te geeven C op te geeven, wat verlis de Pagten wel ge„ leeden hebben, ten eijnde daar op te be„ sluijten, wat afslag hen zoude kunnen werden geaccordeerd.. De opperhoofden neevens hunne brief van den lijvaet en wasschens pak 12. Januarij des gepasseerden Jaars, her„ waarts hebbende overgezonden eene Calcu„ latie van eene nieuwe Pakzaal, Lij„ waat-en wasschers Packhuijzen, en dezelve volgens besluit van den 19. Iuni p=o gesteld zijnde in handen van den E: Hoofdadministrateur im deezen Raade te diener
English
995 95 the 16th of January 1788. to authorize for the ex... various expenses ... to serve with his findings and considerations, it was declared by the same today in the meeting that he had accurately inspected and examined those papers, but had found no excesses therein: thus, after deliberation, it was understood to authorize the chiefs to the extraction of the above-mentioned buildings, with the recommendation to see to it that everything is made tight and strong. Furthermore, it was approved and understood to pass for write-off the expense accounts of the months of February, March, April, May, June, and July, since upon examination nothing is to be remarked thereon. the 16th of January 1788. discovered in that of February agio of the petty cash of the month of June, However, whereas in the expense account of the month of February on the second page, the first item was added up and cast out as Pag: 28. 9. 1/4. and it only counts: 27. 23. 1/4. thus too much. Pag: 1. 10. likewise in the account of agio it was added up as Pag: 4. 3. 1/2 f 19. 10. 8 amounting and counting only to: 2. 22. 1/8. f 17. 13. -. Which is also too much: Pag: 1. 10. f 1. 17. 8. item in the state account of the petty cash, of the month of June on the credit side at the bottom, the moneys running per memorie were added up with Pag: 20. 20. 1/32. it sums up only to 20. 19. 7/8. f 93. 12. thus again too much: Pag: -. 1. - f -. 10. -. 99 997 the 16th of January 1788. note of the proper treatment of 2 bills of exchange received from there Likewise on the month of July at the bottom on account of salary disbursed for a boy for 2 months was entered as Pag: 10. 1. f 76. 14. - and the same reduces to 18. 18. f 84. 8. - thus too little: f -. 4. -. Thus it was understood to express to the secunde the displeasure of this Government on account of the transmission of such faulty papers, and the recommendation to him to conduct himself in the future more accurately and attentively in the drawing up of papers, or he will otherwise draw upon himself the immediate indignation of this Council, with orders to correct the aforesaid committed errors, and also to transmit the corrected papers hither as soon as possible. Furthermore, it was approved and understood, write-off made of 3 candils and 180 coonjangs of paddy there in the outgoing letter thither to note that the small bills of exchange in favor of the Marine School on Java amounting to Pag: 10. -, and of the Diavaij amounting to Pag: 8. 8. have been handled according to order. With regard to the 3 candils and 180 coonjangs of paddy which became wet in the storm of the 20th and 21st of May, which the chiefs have written off to profit and loss in the expense accounts of the month of May, it being remarked that those servants have again made themselves culpable of the prematurity reproached by resolution of this table of the 19th of June, by not only writing off that spoiled paddy to profit and loss without authorization, the 16th of January 1788. 999 the 16th of January 1788. remark in that regard, to make known the displeasure of this Government over it, but even making not the slightest mention thereof in one of their letters, as had been their indispensable duty, and first to request authorization from this Government for it, and after obtaining it to act therewith as should be written to them: thus it was approved and understood to show the servants in the letter to be dispatched the particular displeasure of this Council over this their inattention, and an earnest recommendation to refrain in the future from such a petulant conduct. Thus Done and Resolved in Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid: /:was signed:/ as before: /:Except:/ W. Blaaukamer. Bimilipatnam Thursday the 17th of January 1788. In the morning at 10 o'clock Meeting of Policy Absent The Honorable Governor, due to indisposition. The business of yesterday having ended with the affairs of Palicol, to be resumed again today, after the saying of the ordinary prayer, a reading was taken of the Bimilipatnam letters written to this Council by the secunde Dormieux from the 10th of April 1787 until the 29th of September last, 1004 the 17th of January 1788. letter for the Orphan Masters here the secunde Dormieux why he did not give the report sooner, whereupon it was initially understood, in answer to his first-mentioned letter, to note in the outgoing letter the receipt and delivery of the letter transmitted therewith to the Orphan Masters. The secunde Dormieux having amply shown in his given letter of the 30th of August that he had been forced by indisposition to postpone the provisional report of affairs until the end of August, and also to delay that long with sending the trade papers since the month of May, it was understood to take satisfaction in the excuse made by him, since
Dutch transcription
995 95 den 16. Januarij 1788. qualificeeren tot de Ex„ diverse enkost gesk: dienen van zijne bevinding, en Consideratien, is door denzelven heeden in vergadering. gedeclareerd, dat die Papieren, accuraat hadde gevisiteerd, en nagegaan, dog daar in„ ne geen excessen hadt bevonden: zoo is, na besluit de gpeshoofden te deliberatie verstaan de opperhoofden te tructie die gebouren, qualificeeren, tot de extractie van de boven gen: gebouwen, met recommandatie om toe te„ zien, dat alles hegt, en sterk gemaakt aerde Voorts is goedgevonden en verstaan ter af„en t de afsehijvig van schrijving te passeeren de onkost-reekenin„ gen van de maanden Februarij, Maart, April, Meij, Iuni, en Iuli, wijl daar op bij examinatie niets te remarqueeren is. — Do den 16: Januarij 1788. ontdek te ervenden in die van febr: opgeld van de kl: Cassa van de naarden Junij, Dog dewijl bij de onkostreekening van de maand Februarij op de tweede zijde, de eerste post opgeteld, en uitgeworpen met pa„ Pag: 28. 9: ¼. „ 27. 23. ¼. met „ en het maar teld: nums te veel. zomede in de goek: werselijk meede de reekening van gegeld is opge„ Pag: 4. 3.½ ƒ19. 10. 8 tel met geekende en tellende maar – – - - „ 2. 22. 1/8. „ 17. 13. —. Wes meede te veel - . Pag. . 10. ƒ 1. 17. 8. iten in de stert geek: En vervolgens bij de staat reekening van de kleene geld kas, van de maand Iunij aan de Credit zijde onder aan, bij de per memorie loo„ perde gelden is opgeteld, met p /o 2: 49 1/ 3 2. sommeert maar 20. 19 7/8„ 93. 12. dus al weeder te veel. Pa/. 1 — — ƒ —. —. dus P ƒ. —. 10. fa„ - – – – –„ Dro 99 997 den 16. Januarij 1788. notitie van de behoorlijke be„ „handeling van 2. van daar ontfanger nissel Do is en op in de graad Julij onde aan wegens en Joch 2 en aanden verstrekte gagie opgebragt pr/o 10: 1 ƒ 76:14: en het zelve reduceerd – – – – – „ 1818„ 84. 8. alzoo te grin - - - - ƒ —. 4. —. Zoo is verstaan den secunde het ongenoegen te betuigen ngenorgin we die excessen, 1 deezer Regeering te betuigen, weegens het overzenden van zulke vitieuse papieren, on de gecommandatie aan denzelven zig voor, ovaradete dierijen, taan accurater, en attenten te gedraagen, in het opmaaken der papieren, dat hij anders op zig zal haalen, de dadelijke indignatie deezes Raads, met last ten vervolge last en ten eerster verbe„ terde papieren over te zenden, de voorsz: begaare erreuren te verbeeteren, mitsgaders de verbeeterde papieren ten spoedigsten herwaarts over te zenden. Alverder is goedgevonden en ver„ staan gedaane afschrijving (van 3. Candijlen, en 110. koen Jaa pelij aldaar gegeerin„ staan, bij den afgaanden brief na derwaarts. te noteeren, dat met de wisseltjes ten faveur der Marine School op Iara groot Pa. 10. , en der Diavaij groot pag: 8: 8: na de ordre gehandelt is sen aanzien van den, in den stom van den 20 en 21. Meij mat geworden 3. kandijlen, en 180: koonjangs Nelij, welke de opper„ hoofden bij de inkostreekeningen van de maand meij hebben afgeschreeven, op winst en verlis, geremarqueerd zijnde, dat die Be„ ƒ diendens, zig weeder hebben sulpabel ge„ mmaakt, aan de bij besluit dezer tafel van den 19: Juni gereprocheerde premarturiheid zon den quatifiectie derzen door die verdorvene Nelij niet alleen onge„ qualificeerd op winst en verlies afte schrij„ den 16. Januarij 1788. van 999 den 16. Januarij 1788. denarque dierwegen, het mis voegen zeeker regeering daar over te kennen te geeven, „ven, maar zelfs daar van geen de minste gewag te maaken, bij een hunner brieven, gelijk zulks hun in dispensable pligt was geweest, en eerst daar toe qualificatie bij deeze Regeering te verzoeken, en na dies erbangde daarmeede zoodanig te handelen, als hun zoude werden aan„ geschreeven: zoo is goedgevonden en verstaan, besluit de genhofden de Bedienden bij den of te zendene brief het bij zonder missiegen deezes Raads te vertoonen over deeze hunne in attentie, ende ernstige recommandatie om zig voor den volgtijd te menageeren, voor zulks een ponsulant gebrag. Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Cas„ teel Geldsia te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ als vore: /: Excepto:/ W. Blaaukamer- - Donderdag Hijnilipm Donderdag den 17. Januarij 1788. 1 Smorgens ten 1. uure Vergadering van Politie Absent Den Heer Je zaghebber, mits Indispositie. —. beswome n de briven en De besoigne van gisteren, met de zaaken van Palicol afgeloopen zijnde, om heeden weder te werden hervat, is na het doen van het ordinair gebed, lectuure genoemen van de Bimilipatnamsche brieven, door den secunde Dormicux, Se„ dert den 10:' April 1787. tot den 29. ' Sep„ tember laastleeden, aan deezen Raade geschreven 1004 den 17e. Januarij 1788 brief vor wes met steren alhier den Samiaurx waar en hij het verslag niet eerder gedaan heeft, geschreeven, waar op aanvangkelijk verstaan notitie van een ontfangene is; te beantwoording van zijnen eerst gemol„ den missive bij den afgaanden brief te pro„ 9 ƒ teeren, de ontvangst en bezorging van den daarmeede overgezonde brief, aan weesmes„ teren Den secunde Dormieux bij zijnen gegeeven gude dor den seor„ brief van den 30. Aug„s ampel vertoond hebbende, dat door axpasselijkheid genoot„ zaakt geweest was, het provisineel ver„ slag van zaaken tot in het laast van Augustus uit te stellen, en zoo lang ook te vertoeven met het verzenden der Negotie papieren, seedert de maand Meij, zoo is verstaan in het door hem genoigen datmerde, gemaakte excus, daar over genoegen te neemen, rijls
English
the 17th of January 1788. provision made by the same of copper and nails for the delivery of linens, resolved thereupon to express the satisfaction of this Government, as outside thereof, he had no one at hand capable of preparing the aforesaid papers. Dormieux, Whereas the Secunde, according to his aforementioned advices of the 30th of August, succeeded in the latter part of the month of June in contracting out to the merchants for delivery the requisition of linens for the West Indies sent to him for the year 1787, upon an advance provision of Japanese bar copper and nails, both unminted items of trade: it has thus been resolved to express the particular satisfaction of this assembly in this regard, with the assurance that everything undertaken by him to further that delivery, in particular the compensation for hooks and the advance provision made to the merchants of spices and Japanese bar copper to an amount of Pag. 5706. 6. –., has received the particular approval of this Council, with the further addition that the willingness shown by the merchants in entering into the aforementioned contract has also been regarded by it with very great pleasure, and that they may thus rely upon all possible indulgence from this Government. Whereas, upon review of the itemized accounts of previous years, it appears that the penist stationed at Bimilipatnam and the Surgeon there are provided monthly with 8 lb of lamp oil upon receiving their wages, it has been resolved, with the cancellation of the resolution of this table of the 19th of June 1787, to relieve the bookkeeper Hookens and Surgeon La Touche again of the compensation imposed upon them for the lamp oil provided from September 1785 until February 1787: under instructions to the Secunde to act in this regard in the future according to old custom, the more so because they, and all the other servants there, according to his assurance, upon receiving their wages on the previously determined footing, presently lose well over 20 per cent; but with regard to his petition, made both in his own name and that of the other servants on the 17th of January 1788, that the monthly provisions to the servants there, following the example of the southern subordinate factories, might henceforth also be made with the agio of 8 per cent instead of 4 per cent, beginning with the first of September 1787, and subsequently be written off on the premium account, which was almost always a standing credit in the books, and that this support, according to his understanding, can take place without substantive disadvantage to the Company, it has been resolved after deliberation to place the aforesaid request into the hands of the Honorable Chief Administrator, with the request to provide this Council not only with a report in this regard, but also with his considerations, for the clearer guidance of this Government, so that a decision on that subject may be taken, as well in equity toward the servants as simultaneously consistent with the interest of the Company, and suited to the condition of times and affairs, subject to the favorable approval of the Honorable High Indian Government at Batavia. Upon the Secunde's assurance that the entry of Pag. 2. ½ on the itemized account of the month of February 1787 for cleaning the trade warehouses was properly a clerical error, as that expense was actually incurred for the clearing and cleaning of the grounds of the former fort, it has been approved to accommodate that error favorably, and to relieve him of the imposed compensation, with permission to record that item once every six months, as was previously customary. The remark appearing in the letter of this Government of the 30th of June 1787 with regard to the memorandum of information of the first six months, having originated from an erroneous statement of the trade books clerks here: it has been resolved to write to the said Secunde, and in the future to continue with the sending over of the aforesaid memorandum, as of old. Whereas by the letter of this Government of the 19th of June last, the Secunde was ordered to state sufficiently why he entered two houses for the storage of bales, item for sorting, packing, etc., from the month of August 1786 until December, while in the month of January he suddenly omitted the latter of the two from the account: upon the elucidation given thereof by him in his letter of the 30th of August, namely: that one of the two houses was taken for rent in August 1786 for the storage of linens and etc. after they were packed, and had been retained since, because
Dutch transcription
den 17. Januarij 1788. gedaane verstrekking door den„ zelven van koper en pagulen op levuartie van lijwaaten, besluit dierwigens het Conter„ tement, der zer Regiaring te betuigen wijl daar buijten, hem niemand aanhanden was, bekraam tot het vervaardigen van de voorschreeve papieren. Dormieux, Daar het den secunde blijkens zijne opgemelde advisen van den 30 Augustus, in het laast van de maand Juni gelukt is, den hem toegezon„ den Eijsch van Lijwaaten wa: Indien, in den Jaare 1787. op voor uitverstrekking van Iapans staafkoper, en Nagulen, beijde ongemilde articulen van Negotie de koop„ lieden ter leverantie op te draagen: zoo is Contente„ verstaan hier over het bij zonder mint deezer vergadering te betuigen onder verzeekering dat al het geene door hem in het werk gestel is, tot bevade„ ring van die leverantie, in zonderheid de 1033 den 17. Januarij 1788. vergoeding aan Haken en de gedaane voor uit verstrekking aan de kooplieden van specerijen en Iapans Staaf„ kooper tot een bedraagen van Pag. 5706. 6. –. de bijzondere approbatie van deezen Raade heeft weggedraagen, met bijvoeging ten ver„landinig die Coplieden G volge dat de bereijdwilligheid door de koop„ lieden betoond, in het aangaan van de voorschreeven Contractactatie ook met zeer veel genoegen door haar beschourd is, en zij dus staat kunnen maaken op alle mo„ gelijke inschikkelijkheid van deeze Regeering Nadien bij hersiening der specifica „ atheoffing van de gegeleyde E tie reekeningen van voorige jaaren blijkt, Patorche wiss lampolij dat aan de op Bimilipatnam beschei„ den leggende pernisten, en den Chirugijn maandelijks W qualificatie aan der securde om met die verstrekking na gewoente te hardelen aldaar bij het ontvangen der ga„ gien maandelijks 8. lb lampolij verstrekt word, is, met gesiliatie van het besluit deezer tafel van den 19. Iuni 1787. verstaan den boekhouder Hookens en Chirugjn La„ Touche weeder te ontheffen van de hem opgelegde vergoeding wegens verstrikte lampolij van September 1785. tot Februarij 1787: onder aanschrijving aan den Secunda, om daar ontrent in het vervolg na onder gewoonte te handelen, te meer, daar zij, en alle de overige bedinders aldaar volgens zijne verzeekering, bij het ontfangen van hunne gage op den bevoorens be„ paalden voit, tans ruim 20. p„r Centos onstonde schaade de behiendenk men te verliesen; dogten aanzien van zijne instantie, zoo uit naam van hem zelve als der overige bedindens den 17: Januarij 1788. gedaan 1335 den 17. Januarij 1788. in steede van 4. prC=to te z ook aan den E: Hoofd adm gedaan, dat de maandelijkse verstrekkingen oerzuke in de zelve met 1. „ aan de bediendens aldaar, na het voorbeeldmogen warder venstikt, der zuijder Comptoiren, voortaan ook met de agio van 8 p=r C=t in plaats van 4. per Cen„ tos mogten geschieden, beginnende met primo September 1787. in vervolgens afgeboekt en zeedet wannin„ te kunnen worden, op de reekening van ƒ opgeld, het geen meest al een te vooren„ ƒ „staande post bij de boeken was, waar„ en deeze onderstouning volgens zijn begrip geschieden kan, zonder weezentlijk nadeel voor de maatschappij, is na de „ besluit dit gmstel ter aden„ liberatie verstaan, het voorsz: ver„ te denandieren, zoek te stellen in handen van den E: Hoofd administrateur, met verzoek om deezer Raade, daar omtrent niet allaen 2 en van zijn Canideratie te diener, bij de specificatie peek van feb: 1707. alleen te dienen van berigt, maar ook van zijne Consideratien, tot ophelderder aan„ leijding van deeze Regeering, em op dat onderwerp een besluit zoo wel na bilij lijkheid ter opzigte der Dienaaren, als te gelijk overeenkonstig met het belang der Maatschappij, en geschikt na de gesteldheid van tijden en zaaken te kunnen neemen op gunstige approbatie van de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia. vertoonde abuijt dor den secvende p des secundens verzeekering dat de op„ gebragte p„/ 2. ½. bij de specificatie reekening van de maand Februarij 1787. door het schoonhouder der Negotie Pak„ huijzen eijgentlijk een schrijffint geweest is, den 17. Januarij 17121. alzoo 1082 den 17. Januarij 1788. vergoeding te ontheffen, nopent he Memorie van dezelve na gewoonte vven te alzoo die uitgaave werkelijk geschied was voor het Zuiderin en schoonhouden van den grond van het geweesen fort zoo is goedgevonden dat beslut hus gen de op gelyd abuijs, gunstig in te schikken, en hem de opgelegde 9a 8 vergoeding te ontheffen, met vergunning om die post alle ses maanden eens, zoo als van te vooren gebruijkelijk geweest is, te moogen opbrengen. De gemarque bij den brief deezer Regee, qualijk gedaan opgave ring van 30. Juni 1787. voorkomende met op onderrigten van eerste 6 Cor:. zigt tot de Memorie van onderwigten van de eerste zes maanden, zijne gecourde gehad hebbende uit eene abusive opgaave der „bedienden Negotie„ boeken - alhier: zoo is verstaan last aan den securde en zenden dien scounde aan te schrijven, en in het vervolg met het overzenden der voorsch: Memorie d gevorderde elucidatie gep:t den aldaar Memorie, als van ouds te Continueeren. Bij den brief deezer Regeering van den 19. 2: in hur gerovene huijzen Juni passato, den secunde gelast geworden zijnde, voldoende op te geeven, waarom hij van de maand Augustus 1786. af, tot December toe, twee huijsen tot het ber„ gen van Pakken; item tot sorteeren, afpakken Etc: heeft opgebragt; terwijl hij in de maand Ianuarij het laaste van de twee eensklaps, uit de reeke„ ning laat: zoo is op de daar van door hen gegeven elucidatie, bij zijnen brief van den 30. Augustus, naamentlijk: dat des seoirdens antwnd veren den twee huijzen in Augustus 1786: in hun genoomen was, tot het bergen van Lijwaaten en sE: na dat zij geëmbaleerd waaren, en zeedert aangehouden is, de„ den 17. Januarij 1787 wyl o1
English
the 17th of January 1788. paid to the chiefs, because the bales remained stored therein, and that the other had served for storing the old linens that the merchants delivered successively and that were brought from the bleachfield, as well as that in this latter place they were measured, sorted, and packed, all of which had ceased with the conclusion of the collection in January; thus he had judged its further retention for the Company to be useless, it was resolved to accept this with satisfaction and to allow the house rent incurred up to the month of December for both houses to be validated in his account. Likewise it was understood to approve the excess amount paid to the chief bale binder and the minor bale binders, since the secunde testified that upon hiring them he was obliged to conform to what private individuals paid in order to obtain servants upon whose diligence and fidelity he could rely; as well as the hiring into service of 6 ordinary bale binders for 18 fanams per month, as those people cannot be dispensed with during the course of any collection, and the wage allocated to them of 18 fanams is considerably less than what is paid by the English Resident, who hired his for three rupees per month, amounting according to the then exchange rate to 189 dabboeses, whereas ours, according to the Company's regulation for 18 fanams, receive no more than 126 dabboeses, which yields a notable difference of 63 dabboeses. Further application having been made by the secunde to increase the number of sweeping maids and water fetchers to four of each, as it was impossible there to manage with two of each due to the great distance from the households: it was understood to increase the number of water maids by one more, but to leave that of the sweeping maids fixed at two, as there are presently at Bimilipatnam not as many servants assigned as when the allocation of six water maids and six sweeping maids for that factory was granted. Regarding the excess 8 cubits of scarlet cloth entered in the gifting account of the last six months of the financial year 1785/6, sufficient reasons having been demanded from the secunde, it was advanced by him in that regard that this had happened here out of consideration for the renewal of the Company's trade, and that the merchants to whom the gifts were presented regarded themselves as newly contracted merchants who had bound themselves for the first time; whereupon, out of consideration that the native in general, and thus also the merchants, are very keen on such extraordinary acts upon similar occasions—as was the concluding of the first linen contract with the Honourable Company after the re-establishment of the factory—it was approved and agreed to graciously exempt him from the imposed reimbursement, though under strict admonition, however, not to be so liberal again at the expense of the Company's purse. On the secunde's request to have the 7 bales of fine guinees and 9 ditto of the Company's old sort, which were over-delivered by the merchants, serve to complete the previous year's requisition of the year 1785/6; it having been observed that diligent and well-intentioned merchants, as those of Bimilipatnam have thus far shown themselves to be, merit all possible indulgence and encouragement from the side of the Government, especially now when, upon concluding the new linen contracts, one will again have nothing else to offer them but unwanted merchandise: it was, although such a concession runs contrary to orders, nevertheless understood in view of the aforementioned considerations to qualify the secunde to let the surplus delivered bales of fine guinees and the Company's old sort serve upon the latest requisition to complete the previous year's petition of the year 1785/6, provided they do not exceed the number that was demanded thereof in the dispatched requisitions both for the Netherlands and India. Yet with regard to the second request, to fix the share of Bimilipatnam in fine guinees and the Company's old sort at 50 bales of each sort upon the partition of the new requisitions for the homeland and India, it was agreed to reply that he will be written to further about this upon the sending over of the requisition for India, for which alone collection will be possible due to a lack of greater funds.
Dutch transcription
1009 den 17. Januarij 1788. taalde aan de hoofden wijl de fardeelen daar in bleeven berusten, en dat het andere gedient had, tot het bergen der ouwe lijwaaten, die de kooplieden successive leeverden, en die van de Bleek aangebragt wierden, mitsgaders dat in dit laatste gemoeten, gesorteerd, en afgepakt wierd, het welk alles met den afloop van den inzaam in Ianuarij had opgehouden, dus hij dies verdere aanhouding voor de Comp: mitseloos, geordeeld had, genoegen te nee„ germen genoaegen daarende, men, en hem de opgebragte huishuur tot de maand December voor beijde huijsen, in ves„ kening te laaten valideeren. De gelijks is verstaan te passeeren, aprobatie van het geaerden be„ het meerder betaalde aan den Hoofdbaal, minder baal bindens, bander en mindere ditos, nadien den Securde over van 6. geweese baalsbi„ den, securde betinigd, dat hij bij de aanneeming derzelver gehouden was, zig te schik„ ken na het geene particulieren betaal„ den, em aan bediendens te komen, op wiens ijser en trouwe hij konde staat maaken. zoomeede het in dienst negelijk ook het in dienst neemen van 6. gemeene baalbanders voor 18. p=s smaands, alzoo die menschen bij het door van eenigen inzaam niet kunnen worden gemist, en de hun toegelegde gage f=o 18. vrij minder is als door den van Engelschen Resident betaald word, waat die de zijne voor drie Ropijen 'Smaands in dienst genoomen heeft, men bedragende volgens de toenmalige wis„ den 17. Januarij 1727 sil . 1014 nopen haare besolding, verguijden en waterhal„ een watermeijd den 17. Januarij 1788: sel Cours 109 dabboesen, daar de onse volgens 'sComp:s bepaling voor 18 Jans„ niet maer ge„ nieten als 126. daebboesen, het geen aantoning van het diffet een aanmerkelijk verschil van 63. dab„ boesen opleeverd. Door den secunde wijders instan„ gedaan versoek in mender tie gedaan zijnde; om het getal der den„ veegmeijdens en waterhaalsters tot vier van ijder te vermeerderen, alzoo het al„ daar onmogelijk met twee van ijder te stellen was; uit hoofde der verre af„ stand, van de huijshoudingen: zoo is vvordering vor oij aan verstaan het getal der watermeijden, met nog een te vermeerderen, dan dat der veegmeijden op twee bepaald te laaten, alzoo er tans op Bimilip=m 200 gegeevene redener en treede de meerder verschenken u E=: hod„ baaken, zoo veel bedienden niet bescheijden zijn, als toen de bepaaling van ses water en - ses- veegmeijden voor dat Comptoir ge„ accordeerd is; Omtrend de meerdere opgebragte 8 C= laaken schairrood bij de schenkagie reekening van de laatste ses maanden van het boekjaar 1785 /6. van den secunde vol„ doende reederen gevordert zijnde, is daar omtrent door hem geavanceerd dat sulks allier geschied was, uit verweeging van de hernieuwing van den handel der Maatschappij, en dat de koop lieden aan wien het voorschenken was, zig als nieuw aangenoomene Marchiandeurs, die zig voor de eerstemaal hadden Den 17. Januarij 1788. verbonden 1313 den 17. Januarij 1788. goeding te int hiffen, remarque nopens de te veel geleeverde 16. pakken qui„ „aan verbonden, hadden gemerkt waar op, uit Consi„ dek breter die wegens deratie dat den inlander in het gemeen en dus ook de kooplieden, zeer gesteld zijn . op dergelijke extra ordinair daden bij zoortge„ lijke gebeurtenissen, gelijk geweest is, het ƒ sluijten van het eerste Lijwaat Contract met de E: Compagnie na de herstelling van het Comp„ toin, goedgevonden en verstaan is, hem gunstig van de opgelegde vergoeding te libereeren, dog beslut hen van dies on„ ƒ onder Levieuse recommandatie egter, om niet meer, zoo liberaal te zijn, ten koste van s Comp:s beuijs. Op dis secundes verzoek om de door kooplieden te veel geleeverde 7. Pakken nes dam de Comp:. Maa„ Guines fijn, en 9. D=os 's Comp:s oude zoort te doen dienen tot Completeering van den voor den 17. Januarij 1788. dor dienmn 't t Comtittering van den Eijsch van 174: 7/6. vor Jaarig en Eijsch van do 178 7/6, gecomaqueerd zijnde, dat ijverige en welmeenende kooplie„ den, zoo als die van Bimilipatnam tot nog toe toonen te zijn, alle mogelijke toege„ meegendheid, en aanmoediging van de zijde der Regeering meriteerende, voornamentlijk nu; daar men al weeder bij het sluiten, der nieuwe Lijwaat Contracten niets anders als ongewilde handeli haaren zal hebben bestlut en die lijwaaten t aan te bieden: zoo is, schoon zoodanig een Concessie tegen de ordre aanloopt, egter uit aanmerking van de voornoemde Casi„ deratien verstaan, den secunde te qua„ lificeeren om de meerdere geleeverde pakken Guinees fijn, en 's Comp:s onde Zoort op den Jongsten Eijsch te doen dienen 1045 den 17. Januarij 1788. de nieuwe eijsch te verneer„ deran met 50 pakkin. dat men hier dien 7. nader schrijven zal, „dienen, tot Completering van de porjaarigen petitie van A:o 17:8 5/6. mits de niet sur„ minteerende het getal, dat daar van degende welke mits„ bij de afgezondene eisschen zoo voor Neederland als Jndia gevordert is Dog ten aanzien van het tweede ver„gedaan verzoek din Coopl: zoek om bij repartitie van de Nieuwe Eijsschen, pro Patria et India, het aan„ deel van Bimilipatnam in Guinees fijn, en sComp=s oude Zoort te bepaalen op 50. pakken van ijder zoort, is verstaan te rescribeeren, dat men hem daar over nader belofte aan den sicunde schrijven zal, bij het overzenden van den Eijsch voor Jndia, waar voor maar alleen inzaam zal kunnen geschieden, door ge„ brek van gpoeter fonds. — Daar
English
the 17th of January 1788. Inspection of various sample cloths because they were [illegible] To reproach him for his arrogant writing in that regard Done by [illegible] Since the Bimlipatnam sample cloths, having been inspected in full assembly on the 18th of December 1786, were rejected because of their poor quality, it was resolved seriously to reproach the secunde Dormieux for his arrogant writing in his letter of the 30th of August, in which he attempts to maintain the quality of those linens, because they had been approved by him and all the clerks who previously assisted there in the sorting of cloths, with further recommendation to pay closer attention in the future to the instructions of the Government, and furthermore adding 1342 the 17th of January 1788. The collection of 1785/6 and 1786/7 apparently took place according to those samples. Furthermore, that his second argument, namely that he could at all times make collections according to those samples on the advantageous condition of a single advance of merchandise, appears even less appropriate to this Council, since it would be more advantageous for the Company to abandon Bimlipatnam entirely than to be forced to maintain its trade there by accepting bad cloths; finally, with an interdiction against making any collections according to any of the aforementioned unaccepted sample pieces. However, since the past collection of 1785/6 and 1786/7 apparently took place according to the said samples, it was resolved the 17th of January 1787. Decision to let this pass as a settled matter. Damage suffered there by the storm to two washers' warehouses, also the bleachery at Commarpaliur. to let this pass as a settled matter, on the grounds that the complaints regarding the deterioration of the linens and their increased cost are general, with instructions, however, not to make any collection according to those samples prior to the new contract. It having subsequently been made known by the secunde that although the notorious storm of the 20th of [illegible] had not raged there with such fury as at Jaggernaikpoeram, it had nonetheless caused very much damage to the buildings in general, and among them also to the two washers' warehouses at Old and New Lakerpalium, which were almost completely stripped of their roof framing, while the third bleachery at Commerpalium 1849 the 17th of January 1787. the old fort To grant the same qualification. Notification by the secunde of the necessity of 2 small warehouses and a house on the site of had likewise suffered severely, as did the house that stood on the site of the former fort; it was therefore, in consideration of the fact that the aforementioned bleacheries cannot be dispensed with, approved and resolved to authorize the secunde to have the damage caused thereby to the Company's bleacheries at New Lakerpalium, as well as Commerpalium, likewise repaired for the account of the Company, provided that the utmost economy is observed therein. Besides the approved construction on the grounds of the old fort of a trade warehouse and cloth hall, the erection of two small warehouses next to the packing hall, each with a length of forty-four and a breadth of eighteen feet, was described by the secunde as an absolute necessity. For what purpose they would serve. The one to serve for the storage of the rough linens that are successively delivered by the merchants for sorting, measuring, and dispatch to the bleachfield, as well as for the storage of the bleached cloths that were brought in from time to time by the washers, and which must be kept there under the responsibility of the merchants until they have been accepted, for which reason those merchants kept the keys to that warehouse in their custody for that duration; and the second to be used for the keeping of the rejects, which were retained as security for the advanced money and were therefore always stored separately to prevent them from being mistakenly mixed among the good linens during packing, for which reason the key to this warehouse was always in the custody of the secunde. Thus, in consideration of the very plausible reasons alleged by the secunde for the necessity of the aforementioned warehouses, it was resolved to instruct him to send over a specific estimate of the same as soon as possible, and then to make a final disposition thereon. However, the requested construction of a warehouse measuring [illegible] and broad 16 feet the 17th of January 1781. the 17th of January 1788. A specific estimate of the same and to send it over. Denial of the construction of a warehouse, also of a peon room regarding the debtors of the Company. feet, for the storage of equipment and packing goods, it was resolved to reject, on the grounds that it is not likely that so many equipment goods will be brought there for the time being, or packing goods will be needed, that they could not be stored in a part of the trade warehouse. And the requested construction of a room for the peons, which could simultaneously be used when occasion arises for the detention of the debtors of the Company and so forth, having been considered equally unnecessary by this Council, it was resolved likewise to prohibit that construction, citing that the reasons adduced for it the 17th of January 1788. reasons
Dutch transcription
den 17. Januarij 1788. keuring van diverse ovanste„ kleder om dat Cagter procheeren over zijn arrogant schijven dierwegen „gedaan b: zijtesgnga op Daar de Bimolipatnamsche mans ter klaa„ den, op den 18. December 1786. in volle vergadering bezigtigd, en om hunne slegte deugd afgekeurd zijn, is verstaan den bestent den Sume te gen secunde Dormieux ernstig te geprochee„ ven, over zijne arrogant schrijven, bij brief van den 30. Augustus, waar bij hij tragt de deugd dier lijwaaten staande te houden, om dat ze, door hem en alle de pennisten die van te vooren aldaar hebben geassisteerd, bij het sorteeren van doeken, goedgekeurd waa„ en ande welke pearadaturven, met recommandatie verder, om voor„ taan meerder agt te slaan, op het aan„ ƒ schijven van de Regeering, en bijvoeging wijders 1342 den 17. Januarij 1788. den in Daam van 170 5/6. 1786/7. zoude apparent na die wan„ ster geschied zijn, wijders dat zijn tweede argument: naamantlijk dat hij na dia monsters ten allen tijden inzaam zou kunnen doen, op de nvoordeelige voorwaarde van een enkelde voor uitverstrek„ king van koopmanschappen, deezen Raade nog minder gepast voorkomt, nadien het der Maatschappij voordeeliger weezen zon, geheel van Bimilipatnam op te bree„ ken, dan er haaren handel te moeten staande houden, door het accepteeren van slegte doeken, met interdictie eindelijk, om na eenige van voorsz: ongeaccepteerde monster stukken inzaam te doen. Dog daar den afgeloopen inzaam van 178 5/16. en 178 6/7. apparentelijk na gemalde monsters geschied is: zoo is verstaan, Nat den 17. Januarij 1787. beslut dit als een gedaan zaak te passeeren, geledene schaade aldaar door de storm aan twee wasschens pakhuijsen, iten de bleckeij te Commar„ paliur, dat als een gedaane zaak te passeeren, uit hoofde de klagten over de verslegting der Lijwaaten en derzelver verduuring al„ gemeen is, met aanschrijvens egter, im na dies minsters geen inzaam te doen voor de nieuwe aanbesteeding. Door den secunde vervolgens te kennen ge„ geeven zijnde, dat schoon den berugten storm van den 20 orij, met die heerigheid als te Jaggernaikpoeram, daar quit geroed hadt; dezzelve egter zee veel schaade toegebragt had, aan de geburen in het generaal; en daar onder ook aan de twee wassches pak„ huijsen op oude en Niuw Lakerpalium die bij na van spanwerk beroofd waren; ter„ wijl de derde bleckerij te Commerpalium, weede 10 1849 den 17. Januarij 1787. het oude fort derzelve qualificatie te verleenen, te kennen gave door den se„ curde van de noodzakelijk„ heid van 2. kl: pakhuijsen, „meede deelijk geleeden had, gelijk ook het en een huijs op de plek va huis, gestaan hebbende op de plak van het geweesen fort, zoo is uit aanmerking dat besluit tot de verkeljing de voorschreeve bleekerijen niet kunnen wor„ den gemist, goedgevonden en verstaan den „ secunde te qualificeeren in de schaade te daar door veroorzaakt op 's Comp=s bleekerij e te onder Nieu Lakerpalium item Com„ „merpalium, weede vor reekening van de Comp: te laaten herstellen, mits daar in de Cm p uiterste menage werde betragd De halven den geaccordeerden aanbouw op de grond van het oude fot van een Negotie pakhuis, en kleede zaal, wog, droe den secunde als volstrekt nood„ zaakelijk beschreeven zijnde de erectie van waar toe zouden dienen, van twee kleene Pakhuijsen, naast de Pakzaal, ijder ter lengte van vieren veer„ „tig, en breet van agtien voeten, het een on te dienen tot berging der ruwe lijwaaten die successive door de kooplieden ter so„ teering, meeting en afgave na de bleek geleeverd worden, gelijk meede tot opleg„ ƒo ƒ ging der gebleekte doeken, die van tijd tot tijd door de wasschers wierden aangebragt, en daar zoo lang ter verantwoording van de kooplieden moeten bewaard worden, tot ze geaccepteerd zijn, waarom die marchiar„ deurs de sleutels van dat Pakhuis zoo lang onder hunne berusting hielden, en het tweede on gebruijkt te worden, tot bewaaring der uitschotten, die tot securi„ den 17. Januarij 1781. ter tent 1024 den 17. Januarij 1738. van specificque Calculatie ont zegging van den aanbom aan een pakhuijs, teit van het verstrikte geld wierden aange„ houden en daarem ook altoos apart geborgen zijn tot voorkooming dat dezelve bij de afpak„ king miet abusivelijk onder de goede lijwaaten diverden gewengd, waarom den sleutel van dit pakhuis altoos onder den secunde was be„ rustende: zoo is uit aannerking de zeer tast vandenzelve en daar„ aanneemelijke reedenen, door de secunde va te zenden, voor de noodzaakelijkheid der voorschreeve Pakhuisen geallegueerd, verstaan, hem aan te schrijven om daar van ten eersten een specificque Calculatie avenr te zenden, oom en als dan ten finaalen op te dispo„ neeen: Dog den verzogten aan bouw van een pakhuijs groot tik. en breat 16. voeten item van een pias kamer nopens de debiteure van de Compt:. voeten, tot het bergen van equipagie en en balagie en goederen, is verstaan van de hand te wijzen, aut hoofden het niet apparant is, dat al„ daar voor eerst zoo veel Equipagie goederen zullen worden aangebragt, of emn balage goederen zullen noodig zijn, dat die niet zouden kunnen geborgen werden, in een ge„ deelte, van het Negotie-pakhuis. — En als even omoodig, door deezen Raade geconsidereerd zijnde, der verzogten aan„ aan bouw van een kamer voor de pions, die tef„ ffens bij geleegendheid zou kunnen worden gebruijkt, tot bewaaring van de debiteuren en onder welke aanhaaling van de Comp: en sZ:: zoo is verstaan dien aanbour almeede te interdiceeren, onder aanhaaling, dat de daar voor bij gebragte den 17. Januarij 1788. reedenen
English
1823 the 17th of January 1788. delivery of a letter to the Council of Justice reasons are not acceptable, since the chiefs of all the trading posts are especially obliged to take care that they settle their accounts with the merchants finally each year upon the completion of the demands and thus before any new contract is made. communication to the Furthermore, it is agreed to give communication to the secunde of the receipt and delivery of the forwarded letter, served here for the Council of Justice; to accompany the original will of the chief Vrijmoet, as well as the delivery of the copy of the will and inventory of the said estate to the Diaconate, noting further that also to the diaconate here here the 17th of January 1788. 72 packages per the cargo boat Rammakers which are for Batavia and the Fatherland receipt of the [illegible] here ordered to send the same as soon as possible as well as the receipt of here are well received the 72 packages of diverse linens, forwarded via the cargo boat Rammakers, in satisfaction of the respective demands for the Fatherland and the Indies; and that the same were sent via the ship the Falck to Batavia, except 2 packages of raw Bethilles with, and 10 ditto without flowers; which are retained here to be washed and bleached. Likewise it is decided to inform the secunde that the sample clothes mentioned in the letter of the 30th of August were not received here, and that they are also not noted on the bill of lading; with orders to send these hither as soon as possible. By 1025 the 17th of January 1788. assurance of a complete satisfaction of the demands regarding spelter and copper By the secunde, it having been made known in his letter of the 12th of November last, that the merchants had informed him that spelter was very much in demand there, and would contribute much to the sale of the bar copper, with further insistence that that trading post might still be supplied before the change of the monsoons with 100 bahars of that mineral, and that the quantity of the Japanese bar copper to be sent thither might be increased to 800 chests, as well as to have it accompanied by 30 chests of nutmegs, and equally as many cloves, in which case, upon their speedy receipt, he would have an assured prospect of a complete also nuts and cloves order to Jaggernaikpur for all the spelter in the said post loaded to Bimilipatnam. promise regarding the sending of copper and cloves, complete satisfaction of the Fatherland and Indian demands in virtuous goods. Thus, because the spelter sent to Jaggernaikpur in the previous year, according to the chiefs' reports, is still unsold, it is agreed to write to the officials there to send the entire parcel, if it has not yet been disposed of, at the first coming opportunity or upon the opening of navigation, to Bimilipatnam; as well as to give notice of this principally to the secunde Dormieux, under the assurance that, with the turning of the Northern monsoons, there will be sent to him as much Japanese bar copper and cloves (the only spice on hand here) as the 17th of January 1788. 1027 the 17th of January 1788. occurred hindrances there in the sending of the papers can in any way be spared from the present stock, in order to enable him as much as possible thereby to satisfy the demand for India, an extract of which will be sent to him shortly. for the delivery of the demand of linens for India, As the late contracting of the latest demand, and the persistent rain that fell there, according to the advice given by the secunde in his letter of the 26th of September last, mainly caused that the papers of the month of August could only be sent towards the end of that year: it is agreed to take comfort in that necessity, although one is thereby once again rendered acquiescence therein, unable to give Their High Nobilities a full report of the collection there, noting further that it is hoped that through an earlier contracting this year, this will be provided against by a timely forwarding of the yearly papers of the completed collection and [illegible] the surgeon Latouche resolution on the assistant surgeon Smaasen to be sent thither Furthermore, upon the accompanying petition of the surgeon Charles Latouche Besnier, it is approved and agreed to discharge him from the Company's service at his request, with the writing off of his wages as of the end of August last. While it is further agreed, upon the opening of navigation thither, to the 17th of January 1788. send 1829 the 17th of January 1788. approbation of the shipment of the 129 packages in the snow paid freight to the Captain of that vessel promotion of two soldiers to assistants send the assistant surgeon Jan Smaasen, who is shortly expected from Nagapatnam. Subsequently it is agreed to approve the shipment hither of 129 packages of linens with the English private snow The Neptune, adding that they have been properly received here and shipped in the vessel De Valck, and that, according to the resolution of this table of the 21st of October last, there was paid to the Captain of that vessel for freight 10 Rupees for each package. Upon the favorable recommendation made by the secunde in his letter of the 28th of February last, regarding the former soldiers Johan
Dutch transcription
1823 den 17. Januarij 1788. bestelling van een brief aan den graad van Justitie greedenen quiet aanneemelijk zijn ^ uit hoofde de opperhoofden van alle de Comptoiren mranament„ lijk verpligt zijn zorg te dragen dat zij 'sjaarlijks bij het afloopen der Eijsschen en dus voor en al een de nuiaaue aanbesteeding geschied, hunne reekeningen met de kooplie„ den finaal vereffenen. Voorts is verstaan den secunde Communi„ te gen Conumicatie aan de catie te geeven, van den ontfangst, en be„ stelling, van den overgesonden brief, voor den Raad van Justitie, alhier hebbende ƒ gediend; ter geleijde van het origineel tes„ tament van het opperhoofd vrijmoet, gelijk iten aan de diaecrij alhier meede van de bezoging van het Copia Testament, en Inventaris van gem: boedel aan de Diavonie, onder aanhaling wijders, dat wijn alhier den 17. Januarij 17888. 72 pakken par 8: bht Ran„ makers die ger Batavia vn Pader zijn oratsrgst den gerstekt alhier tast dezelve ten spodig Hen over te zerden z meede van der atrangst van alhier wel ontvangen zijn de 72. pakken di„ verse lijwaaten, per de Losboot Kamma„ kens overgezonden, in voldoening van de ges„ ƒ pective Eijsschen pro Patria en India„ mitsgaders dat dezelve pir het schip de Falck na Batavia verzonden zijn, ex„ ra „cepto 2. pakken Bethilles ruwe, met, en 10. d=os sonder bloemen; welke alhier aangehouden zijn, om gewassen en gebleekt te worden. Desgelijks is beslooten, den securde te bedeelen dat de minster kleeden ver„ meld bij brieff van den 30 Aug„s alhier in niet ontfangen zijn, en dat ze op het „ ook niet zijn bikend 1 Cognoscement gesteld; met last om deze ten spoedigsten herwaarts over te zenden- Door 1025 den 17. Januarij 1708. ver zeekering van in Compleete voldoening der eijsschen„ Door den secunda, bij zijner brief van den 12: enzaken Aehtr an kopo 9ber Jongstleeden te kennen gegeeven zijnde, dat de kooplieden hem hadden verwittigd, dat het spianter aldaar zeer gewild was, en veel zoude toebrengen tot het dibict van het staafkoper, met verdere instantie, dat dat Comptoi nog vor de kertering der missen mogte werden gerieft met 100. bhaaren van dat miniraal, en dat de quartiteit van het na derwaarts over te zendene Ja„ pans staafsk oper mogte werden pergroot, tot 800. - kisjes, mitsgaders die te doen versel„ Jten ooten en aapiden len met 30 kistor Noote muschaaten, en nog even 2i veel Nagislen, als wanneer hij bij dies spoedigen ontfangst, een verzeekerd voor uit zigt zoude hebben, op eene Com„ plaete ier last na Jagg: in al het spian ter in do p„s gezaden na Bimilipm. belofte gadens te zending van koper en gagalen, plaate voldoening der Patriasche en Indiasche Eijsschen in deugdzaam goed zoo is, wijl het in anno p:o na Jaggernaikp=r gesondene spianten, volgens der opperhoofden advisen, nog onverkogt is, verstaan; de bedienden aldaar aan te schijven, om de . gantsche parthij, zoo ze nog niet van de hand gezet is, bij eerst konende geliegent„ heijt of, met het opengaan der vaart na Bimilipatnam te zenden; mitsgaders hier van principaal aan den secunde Dormieux ilken kennis te geeven, onder verzeekering, dat men met het kenteren der Nooder manssen, hem zal toe zenden, zoo veel staaf ko„ per Japams, en garrioffel Nagulen (:de eenigste specerij die hier aan handen is /al den 17. Januarij 1788. maa 1027 den 17 Januarij 1788. voorgekomene hindenissen aldaar ter zending der pa„ ilfen naar eenigsins uit den presenten voorraad zal kunnen worden gemist, em hem daar door zoo tot geledering van den Eijsch veel mogelijk in staat te stellen, tot voldoe„ 6 ning van den eijsch voor India, waar van het extract hem eerstdaags zal werden toege„ Zonden. van lijwaaten voor India, Daar de laate aanbesteeding van den Jongsten Eijsch, en den aanhoudenden veegen, welke pair„ daar viel, volgens het geadviseerde door den secunde bij brief van den 26. September Jongstleeden, voornamentlijk veroorzaakt heeft, dat de papiren van de maand Augustus niet als teegen het uit ende van dat Jaar zouden kunnen verzonden worden: zoo is verstaan, zig dat genis getusting daar inni, te troosten, schoen men daar door, alweeder buiten wat omer dienwsij verkoopl, den Chirugijn Latouche besluit in den onderchivus gjin e smaas er na derwaarts Zonden buiten staat gesteld is, en aan Hun Hoog Edelheedens een volleedig verslag te doen van den inzaam aldaar, onder aan haa„ ling verder, dat men loopt, dat door eene vroegere Contractatie in dit Jaar, daar tee„ gen zal worden voorzien, door een tijdige over„ zending der Jaarlijkse papieren van den afgeloopen inzaam en verthier atblig det de Carstoen oorts is op het vergezende Request van den Chirurgijn Charles Latouche Bes„ nier goedgevonden en verstaan, hem op zijn verzoek uit 's Comp:s dienst te ontslaan, met afschrijving zijner gagie onder ultimo Au„ gustus laastleeden. Terwijl wijders verstaan is, met het opengaan van de vaart na derwaarts te den 17. Januarij 1788. 2endoy 1829 den 17. Januarij 1788. approbatie van den afscheep den 129. pakken in de spaar betaalde wrogt aan den Cap: van dat vaartuig bevardering van twee sol„ daaten tot assistenten zenden den in der Chirugijn Ian Smaasen; die eerstdaags van Nagapatnam vervagt word. Vervolgens is verstaan te approbeeren, den afscheep na herwaarts van 129 –. Pak „ she Neptire ken lijwaaten, met de Engelsche particu„ liere snaauw The Neptine, onder bij„ voeging dat die alhier behoorlijk ontvangen en afgescheept zijn in het schip De valck mitsgaders, dat volgens besluit deezer tafel van den 21. october pass=o, aan den Capitain van dat vaartuig aan wagt be„ „taald is, 10 Ropijen voor elk pak. -. Op den favorabelen voordragt, door den securde gedaan, bij zijn brief van den soldaten 28. februarij p„o, van de geweeze Johan 1
English
17 January 1788. and in order that Johan Daniel Fermie and Frans Caspersz, the former of whom was appointed there as absolute assistant at ƒ 24. per month, and the other as assistant at ƒ 20.; yet during the last general reduction among the servants, they had the misfortune to have to step back to soldiers with the pay of ƒ 11: So, in consideration thereof, but principally out of the reflection that there, apart from the scribe, at present only one clerk is appointed, with whom the daily occurring work, in collecting and distribution, cannot be performed, it is approved and understood to readmit the aforesaid persons of Jan Daniel Fermie and Frans Caspersz into the Company's 1034 17. January 1788. service in their former qualities, namely the first as absolute assistant at ƒ 24., and the other as junior assistant at ƒ 20. per month; however, both on a new engagement of five years, commencing in the middle of this month, and as such to do service at Bimlipatnam. Further, it is understood to give notice to the Commander that the bill of exchange in favor of the Orphan Chamber amounting to pag: 180. 23. has been properly paid. It is also approved and understood to pass for write-off the expense accounts of the months of March, April, May, June, July of the past year, as upon examination nothing was found to remark thereon. As well as to record per memorandum the disbursed wages and maintenance, and battam allowances, as also the expenses of repair, and the caulking of the launch Rammekens, Trincomalee, and the transmission of the copies of those papers. While with regard to the disbursed maintenance of the persons Jens Reijmers and Willem Nietjens, who arrived at this capital with the said launch, amounting to proCo 8. or ƒ 36. —, it is understood to have the portion of the first, or Jens Reijmers, in the amount of pag: 4, written off to the expenses of the chaloup, as he, not being inclined to enter into the Company's service, has gone his way, as appears from the resolution of this 1035 17. January 1788. Council of 21 October past; as well as to have Willem Nietjens, who engaged himself with the Company as a sailor at ƒ 12., debited on his pay account, and a copy of this memorandum, together with an extract of this resolution, shall be delivered to the pay bookkeeper. Furthermore, to act likewise with the memorandum regarding the advance made to the quartermaster Jan Adolph and sailor Dirk Hartsprong, and authorization to the second for the write-off of those entries. Finally, it is also approved and understood to express satisfaction with the zeal and vigilance of the second regarding the complete settlement with the merchants and washers, in company, according to the 5 final settlements sent thereof, dated ultimate August 1787. Herewith the business of the office of Bimlipatnam being concluded: thus, with regard to the Jaggernaikpoeram letters from 21 January to 6 October 1787 inclusive, and the accompanying papers, it is understood beforehand to note hereby that the chiefs' first-mentioned letter was only received here on 24 May last. In the aforementioned letter, the 1337 17. January 1788. second De Ravallet having demonstrated in truth the necessity he was under to rent a house, at 4 pagodas per month, for the storage of the Company's trade books, and the performance of the daily clerical work: so it is approved, with rescission of the resolution of this Council of 9 September 1786, whereby the charging of the aforesaid house rent was disapproved, because this Council then kept its eye more on the constant objective, the economy, than on the availability of houses at Jaggernaikpoeram, approved and understood, to pass the renting of the aforesaid house for 4 pagodas per month for the storage of the trade books and papers, as well as the performance of the clerical work, and to pass the amount charged for this in the expense accounts, with orders to have that which has since been paid by the second out of his private purse refunded to him from the Company's treasury, with permission for the future to charge the said house rent in the monthly expense accounts. Whereas the second, among his declarations, brings forward a certain private letter written by him to the Honorable Governor, as if he wished to base thereon the authority for the charging of those disavowed rent monies, to remark in the outgoing letter
Dutch transcription
den 17 Januarij 1788. en om welke wereder Johan Daniel Fermie en Frans Casper Iz, welke eerste als absolut adsistent met ƒ 24. ter maand, en de anderen als assistent met ƒ 20. aldaar bescheijden geweest zijn; dog bij de laaste algemoene geductie in„ der de dienaaren, ingelukkig genoeg zijn geweest, om te rug te moeten treeden tot sol„ dater met de besolding van ƒ 11: Zoo, is uit Consideratie daar van, dog principaal uit overwerging dat daar, buiten den scriba, tans maar een pennist bescheiden is, waar„ meede het dagelijks voorvallend werk, bij den inzaam en verthier niet kan worden verrigt, goedgevonden en verstaan, der voor„ melde per zonen van Jan Daniel Fer„ mie en Frans Caspersz: weeder in Compe. 1034 den 17. Januarij 1788. van een voldaane wissel ring van diverse enkost= Comp:s dienst te geadmitteeren voor hunne oude qualiteiten, als den eersten voor absolut as„ sistent met ƒ 24. , en den anderen voor Jong assistent met ƒ 20. ter maand; dog beide op een nieuw verband van vijf Iaaren, in gaande madio dezer, en als zoodaanig op Bimi„ lipatnam dienst te doen. Sonts is verstaan den siourde Comman:s Comingetin en den arts catie te geeven, dat de pissel ten farveure aan de oerkome, der weeskamer groot pag: 180. 23. behoorlijk voldaan is. —. Ook is goedgevonden en verstaan ter afschrij, qurtificte te afschij„ 109 8 1 ving te passeeren, de onkostreekeningen van de onk: 1 maanden Maart, April, Meij, Juniir ulij des gepasseerden Jaars, wijl daar op bij exami„ natie ƒ „ v gelden en hodanig te handelen ont het versterkte aan geevens gen. twee perloenen war van eene Zijnd wiegs gegaan, natie mits is te remarqueeren gevallen „tien van diense ander a„ Mitsgaders de verstrekte gage en vandegenin iten kost, en battamgelden, als meede de engel„ den van reparatie, en het Calvaten van de Losbort Rammekens, Trinkenmale per ma„ mmaie aantereckenen, en der toezending der Copias dier papieren. Terwijl met opzigt tot het verstrekte onderhaid aan de met gem: Losbort na dee„ De Hoofdplaats overgekoomene perzonen van Jens Reijmers, en Willem Niet„ Jens, ten bedraage van proCo 8. of ƒ 36. — ver„ staan is, het genth des eerste of Iens Reijmers, ten empute van pag: 4op onkosten ƒ van Chialouper te doen afschrijven, alzoo hij niet geneegen zijnde, in 's Comp:s dienst te treeden, 1/67 den 17 Januarij 178. zijn „ 1035 den 17. Januarij 17882 reek:t belast worden, in dienst geadmitteerd is. aan een gartiermeester en e ean mattrors aldaar, afreck: aldaar met de Coopl: en was scher„ zijns weegs gegaan is, blijkens besluit de ze„ taffel van den 21:' 8br p:r mitsgaders Willem „ beaden om gestod Nietjens, die zig bij de Comp: als matiors met ƒ 12. geengageerd heeft, op zijne soldij 1 rekening te doen belasten, en zal van dee zijn genot moet ge Polij ze memorie, Copia; mitsgaders extract van dit besluit aan der soldij boekhouder wor„ den afgegeeven. Voorts zoodaanig meede te doen han„ gelijd meede het gestikte delen, met de Memorie weegens gedaan ver„ schot aan den quartiermeester Ian Adolph en Matroos Dirk Hartsprong, en quali„ ficatie aan den secunde tot afschrijving van die posten. —. 1 Eijnsdelijke is noog goed gevonden en verstaan, het gerogen vnde gedaan genoegen over den iever, en vigilantie van den securde besoigne ver de briven van Jagt gerreuk pm. overtoonde good zaakelijkheid van huijs.. secunde wegens de volkomen vereevening met de kooplieden, en wasschers, in ge„ selschap, ingevolge de daar van overge„ zondene 5. affreekeningen, gedateerd ult=o Aug„o 1787. Hiermeede de besugne van het Comp„ toir Bimlipatnam afgeloopen weezende: zoo is ten aanzien van de Jaggernaikpoeramsche brieven van den 21. Januarij tot den 6:' october 1787. inclusive, en de daar bij behoorende papieren voor af, verstaan bij deezer te noteeren, dat den opperhoofden eerst ge„ melden brief, hier eerst antvangen is, den 24. Mai laastleeden. het e hur geenen van en Bij den evengemelde missive uit naar den 17. Januarij 788. van 1337 den 17. Januarij 1788. passeering van de opgebragte 4. 67/0. 's maands daar voor.— van den secunde de Bavallet na waarheid overtoond zijnde, der noodzaakelijkheid waar in hij geweest is, om een huis te huu„ ver, aon 4: pag: 'smaands, tot berging van s Comp:s Negotie boeken, en het verrigten van het dagelijks schrijfwerk: zoo is goedgevonden met resiliatie van het besluit deezer taffel van den 9. ' September 1786 waar bij het op„ brengen van de voorschreeve huijs huur geimpro„ beeid s, uit hoofde deezen Raabe toen meer het oog gehouden heeft, op het be„ 10 stendig gezigtpunt, de Menage, dan op de geleegentheid der huijzen te Jaggermaik„ poeram, goed gevorden en verstaan, het in huur neemen van het voorschreeve huijs voor 4 pos 'snaands tot berging der Negotie boeken gebragt den 17. Januarij 1738. lasse te laaten voldoen. bij onkosten eek: te mogen opbrngen. wat den secunde de Ravallet tot zijn verschooning nopens dat geheuur„ de huijs overgebragt heeft. boeken en papieren mitsgaders het verrigten van het schrijfwerk te passeeren, en het daar voor opgebragte bij de nkastrekeningen, met 1 het geen sedert door den secunde uit zijn last om de zelve weder, uit scomp:s prive beurs betaald is, weeder uit Comp: geld kassa aan hem te laaten voldoen, permise en de hur smantelije met permissie voor het vervolg, om de gemelde huijshuur bij de Maandelijksche in kostreekeningen te moogen opbrenger. Van daar den secunde onder zijne betui„ ging doet voorkoomen zekere particu„ liere brief, door hem aan den Heer Gezog„ hebben geschreeven, als of hij daar op wil„ de fundeeren, de authoriteit voor het opbrengen van die gedesaroueere huur pennin„ brief te remarquee„ gen, bij den afgaanden
English
1039 the 17th of January 1788. Remark in that regard. It is presumed that the same would also have taken place with a warehouse and mint house that were rented there for 12 and 4 pagodas. ought to tilt. To say nothing of the indiscretion, recognized by all polite people, that lies in citing a private correspondence in public papers without necessity; that it is the business of a secunde of an outer station to inform the Director by a private letter of something which the chief and secunde deem necessary to be done in the Company's service; and since the renting of houses and warehouses for the Company's service belongs to the realm of joint consultation, it had been firmly assumed that this would be communicated by a Company letter; and that this is therefore also the reason why the Director believed he might excuse himself from answering that private communication in a private manner. Adding further that, since it had been the duty of the secunde to suggest to his chief whether it might not be more proper to ask consent for renting this house, rather than simply putting it on the expense account without authorization, it is presumed that this rental was done by him alone; and that this might also have taken place with the rental of a warehouse for pagodas 12.- and a mint house for the dabboesen for pagodas 4.-; since the secunde also, in this so indiscreetly cited private letter, communicates that rental without the Company's papers, outside of the expense accounts, mentioning anything of it, 1041 the 17th of January 1788. Notice to that effect. The 128.4.- entered for purchased stationery, of both of which mention is made in the expense accounts. Representation made regarding the improperly entered f 128.4 for various purchased stationery in the month of December. Remarks regarding these erroneous write-offs in the expense accounts of 1774, 1780, and 1781. Order to book the stationery on the ordinary expenses in the future. this meeting judges that the secunde has stepped far outside his sphere, since such matters must occur with joint consultation, after which they become subjects for the Company's letters; and thus it is highly reproachable. It was therefore resolved, as is resolved hereby, to express to him the displeasure of this Government with a serious recommendation to carefully guard against similar steps in the future. The secunde De Ravallet having represented that the improperly entered f 128. 4. for various purchased writing materials in the month of December 1785 are not funds that were disbursed specifically for the purchase of stationery, but that it was a remainder left over in the warehouses from what was brought by the ship De Both, and was therefore written off according to old custom under the heading of expenses on merchandise, as can be verified in the expense accounts of the years 1774, 1780, and 1781; it is agreed to reply thereto that, notwithstanding his appeal to and following of earlier examples, this write-off is and remains incorrectly handled, with orders to the chiefs to book the stationery in the future not to expenses on merchandise, but to ordinary expenses, to which category it belongs. 1043 the 17th of January 1788. Demonstration made regarding the excessive coolie and chialeng wages charged for Bimilipatnam upon the shipment of some merchandise. Request of the chiefs to be released from this reimbursement. The Council having considered the alleged reasons regarding the enormous chialeng and coolie wages entered, finds them insufficient and not weighty enough to make it resile from that resolution, but persists, with reiteration of the recommendation given. Request made by the secunde to be granted the board allowance, emoluments, and house rent due to him. Resolution to grant authorization for this. The chiefs having demonstrated that the entered coolie and chialeng wages, incurred in shipping various merchandise for Bimilipatnam in the sloop Fortuna, rose so high because in the bad monsoon one was not accustomed to loading the chialengs as heavily as in the good monsoon, and this was therefore the reason that a double number had been used, whereas in the good monsoon only half was needed, with an urgent request to be released from the reimbursement of pagodas 80: 8: 30 imposed upon them by resolution of this table of the 9th of September 1786. The Council, having considered the alleged reasons regarding the enormous chialeng and coolie wages entered, finds them insufficient and of not enough weight to make it resile from that decision, but persists, with reiteration of what was recommended to the chiefs on this matter by letter of the 30th of September of the said year. Upon the secunde's urgent request that he be paid from the Company's treasury the board allowance, emoluments, and house rent granted to him by Their High Noble Excellencies, it is approved and agreed to grant authorization to the chiefs.
Dutch transcription
1039 den 17: Januarij 1788. hooren te kantelen. pen, dat gesweegen nog de indiseretie, die alle be„ Remarqie dierwegens. schaafde lieden, er kennen, dat geleegen is, in (: buiten nood zaakelijkheid:/ Citeeren van een bij zondere Corrspedentie bij publicque papieren is, dat het de zaak van een se„ cunde van een buiten Comptoir is, en den Heer Ge„ zaghebben bij een particuliere brieff te onder„ rigten, van ists, het geen het opperhoofd, en sodang bij daarmede hat be secunde noodig oordeelen, dat in 's Comp:s dirst geschiede, en daar het inhuuren van huijzen, en Pakkuijzen, ter dienste de Comp: tot het gemeen overlog behoren, men vast veronder„ steld had, dat zulks bij en Comp=s brief zoude bedeeld worden, en dat, dit dan ook de reeden is, waaron den Heer Gezaghebber meerde hem te mogen dispenceeren van die neijgen Cornel fra steld haar. zoude an ook plaats gehak heben bij een pak en munthuijs. die van 1. en 4 ps aldaar ijn in hur genomen. Commaariatie, particulier te beandwoorden; onder aanhaaling ten vervolge, dat daar het de pligt van de secunde geweest was, zijn opperhoofd in Consideratie te geeven, of het niet 1 voeglijker waare tot het inhuuren van dit huijs consent te vraagen, dan het zoo maar vort desen rand aar van worden zon der qualificatie op de onkost reeke„ „ning te plakken, men verondersteld dat die in huw neening door hem alleen ge„ daar zij, en dat dit meede dan ook een perntigaline cosponditie wel zoude kunnen plaats gehad heb„ ben met de inhuuring van een Pakhuis e Pag: 12. – en een Munthuijs voor de dab„ boesen voor pag: 4. –. dewijl de secunde ook bij deeze, zoo in discreet gealle„ queerden particulieren brief, dier in huuring den 17. Januarij 178. Commnsivatie 1041 den 17. Januarij 1788. reek: mentie gemaakt is. geering daaromtrent. opgebragte pa/o. 128. 4. -. voor ingekogte schuijfting. - Communiceerd- , zonder dat 's Comp:s papieren bur„, waar van aller bijde nrost ten de nkostreekeningen, en iets van medden, oordeel deeze vergadering, dat de secunde verre buiten zijn Circel: getreeden is, wijl zulke dinger, met gemeen overleg moeten ge„ schieden, waarna ze onderwerpen worden, voor 's Comp:s brieven; en dus ten hoogsten re„ prochabel, dat men daarom dan ook besloo, te betuigene ongenoegen, deezer re„ ten heeft, zoo als besloten word bij deezen hem daarvan het ongenoegen deezer Regeering te kennen te geven met eenstige recommandatie en onder welk recomandatie voortaan voor diergelijke demarches om zig Zorgvulldig te wagten. Door de secunde de Ravallet vertoond gedaane vertooning nop: de qualijk zijnde, dat de kwalijk opgebragte. ƒ 128. 4. ƒ voor diverse ingekogte schijffbehoeftens in de maand December ƒ reek: an 17 4. 17 /10. en 178½: Remargen noppens dies abuisen af„ 177 schrijven. last on het schrijftig vortaan op onk: ordinaie af te boeken. December 1785 geen gelden zijn, die pecel tot het inkooper van schijfting zijn uitgegeeven, maar dat dezelve een restant was, dat in . ƒ de Pakhuisen was overgebleeven, van het geen dat met het schip de Both was aangebragt, en daaren zoodanig volgens oude gewoorte afgeschrieven onder het hoofd„ nade blijig dezelve je ertet d el van in kosten op koopmanschapper, ge„ lijk zulks kan worden nagezien, bij de onkost-geekeningen van de Jaaren 17724. 177/800, en 178/1: zoo is verstaan daar op te gescribeeren, dat niet teegenstaande hij zig beroept, en gevolgd heeft vroegere voorbeelder, deeze afschrijving is, en blijft verkeerd behandeld, met last aan de opperhoofden om het schrijfturg oortaan Den 17e. Januarij 17748. ont 1043 den 17. Januarij 1788. gedaane demonstratie weg:s de te veel ofgetragt vartij en chialing bonen. voor bimilip: verzoeke, dien opperk: ons van dies ver„ „goeding te werden gelibereerde. niet op inkosten van koopmanschappen, maar op on„ kosten ordinair afte boeken, op welke geske„ ging het te huijs hoord. Door de opperhoofden gedemonstreerd zijnde, dat de opgebragte Coelij en Chialeng loomen, ge vallen bij den afscheep van diversche koopmanschap„ per voor Bimilipatnam in het Chialoupje Foor, bijden afscheps van eenige Copensz: tuna, zoo hoog gereesen zijn, em dat men in de kraade moussen niet gewoon was, de Chialen„ gen zoo zwaar te belaaden, als in de goede moussen, en dit dus de oorzaak was, dat men een dubbeld getal hadde gebruijkt, waar toe men in de goede mousson de helft maar noodig had, met instantie om van het remboursement van pag: 80: 8: 30: hun bij gesolutie deezer tafel van den 9.' Sep„ tenber ding te lijven pen disteren. mandatie. on zijn evoren stande hestgeel ato. tember 1786. opgelegd, te moogen werden geli„ bereerd besen en bijde e woin Den Raad de geallegueerde reedenen wae„ gens de enorme opgebragte Chialeng, en Coelij„ loonen onverwoogen hebbende, vind de zelve niet voldoende, nog van gerigt genoeg, en haar van dat besluit te doen resilieeren, met referte an de gegevene recom maar persisteerd, met veiteratie, van het, over deeze materie, aan de opperhoofden ge„ recommandeerde bij brief van den 30. 7ber: des genoemden Jaars. gedaane verzoek door den seclunde op des secundens instantie dat hem uit 's Comp:s kas mogt werden goed gedaan de door Hun Hoog Edelheedens aan hem toe„ gestaane kostgelden, emolumenten, en besluit daar toe qualificatie te verhuijs huur, is goed gevonden en verstaan de den 17. Januarij 1788. opper leeren.
English
4345 the 17th of January 1788. Order to write off the board allowances and emoluments under ordinary provisions, and all the rest under expenses and charges of previous years. Relief to be granted from the assessment regarding the money and consumption chest. The chiefs are authorized to disburse this, provided that the Company's treasury there can bear that expenditure without hindrance, as he, being a prisoner of war, received no maintenance from the English, with communication under what terms they are to be calculated, namely from the first of August 1781 to the end of May 1785, and that pag. 7. - per month has been granted to him for house rent, with orders to write off the board allowances and emoluments in the current books under ordinary provisions, and all the rest under expenses and charges of previous years. The chiefs' request to be exempted from the repayment into the Company's treasury of pag. 12. - regarding the excessive amount charged by them for the Refusal of that petition. Reasons given by those servants concerning the placement of a pilot on the sloop Fortuna. procurement of a money and consumption chest, pursuant to the repeatedly cited resolution of this Government of the 9th of December 1786, is determined to be denied, as the reasons presented, namely that the same are of a strong caliber and that they had to have the wood fetched from Yanam at great expense, have appeared completely invalid to this Council. It having been detailed at length by the servants of Jaggernaikpoeram that the expenditure for a pilot to bring the small sloop the Fortuna safely to Bimilipatnam had occurred at the request of the then present Second of Bimilipatnam Johannes Marcus Dormieux, the 17th of January 1788. 1042 the 17th of January 1788. Resolution declaring them free from reimbursement. because he had made known to him his fear of risking the Company's precious goods in the bad monsoon with people of whose skill and seamanship one was not fully convinced; it is, in consideration that this far-reaching prudence of the Second Dormieux certainly cannot be charged to the chiefs of Jaggernaikpoeram, but even less can it be brought to account against the Honorable Company, since one must assume that the owner of that vessel would not have placed a master upon it who was not to be trusted in maritime matters, approved and understood to exempt the aforementioned chiefs from the And to have the same reimbursed by the Second of Bimilipatnam. On the greed displayed by the country regents in receiving presents. Why, with the shortage of nutmegs and mace, more cloves were to be presented. reimbursement of pag: 8: 16: - imposed by the resolution of this assembly on the 9th of September 1786, and to let their memorandum of charge to Bimilipatnam of the 31st of May 1786 take effect, with orders to the Second Dormieux, as being the moving cause for placing the pilot, to pay the aforementioned pag: 8: 16 into the Company's treasury there. On the statement made by the chiefs regarding the unheard-of greed of the country regents in receiving presents, refusing to accept an equal number of pounds of cloves for pounds of nutmegs and mace, whereby they were compelled to present as many more cloves as the higher value of the nutmegs the 17th of January 1788. 1049 the 17th of January 1788. To prevent any hindrance in the cloth trade. Instead of presenting nutmegs. and mace amounted to, because they feared that those regents would otherwise, under one or another frivolous pretext, prevent the dispatch of the cloths to Jaggernaikpoeram; it has been resolved to prescribe that the uninterrupted desire of this Government to make everything serve, as much as possible, to the greatest advantage of the Company, was the basis of the circular order of the 15th of December 1785 not to present any mace or nutmegs, but to give cloves instead; that nevertheless, by letter of the 30th of September 1786, the plausibility of the chiefs' remark was acknowledged, and the wish expressed therein that the regents might nonetheless let themselves be appeased, must Remark regarding this. Given circular order not to present any mace or nutmegs, but only cloves. What was meant thereby. the 17th of January 1788. concerning the presenting of cloves. Yet without prejudice to the Company. What was desired. must or can never be understood to mean that this Government, in the event that the contrary unfortunately occurred, would thereby wish to expose the trade or management of the Honorable Company to the capriciousness of the regents of that region, whose greed and capacity for many vexatious practices are very well known. That however much one would have liked to see the regents satisfied with an equal number of pounds of cloves as they were accustomed to receive in natura of mace or nutmegs, this Government nevertheless in no way doubts that the chiefs would have done everything possible to achieve that end with them, and that one must there
Dutch transcription
4345 den 17. Januarij 1788. last om de kostgelden en emolumen, ten affe schrijven op rand oeren od: en al het overige of aen voor Janiga lasten en ongelden. — hieft te worden van de belasting wegens de geld en consumptie —opperherifden tot dies afgaave te qualificeeren, & zoo de 's Comp:s kas aldaar die uit gift, zonder belemmering kan veelen, dewijl hij als krijgt gevangene geen onderhoud van de En„ gelschen genooten heeft, met Communicatie den onderwelke bepaling dat dezelve worden gereekend, van primo Aug„o 1781: tot ult=o Mai 1785, en dat aan hem des maands voor huis huu is toegelegd pag: 7. -, en last de kostgelden en enoluwen„ ten, bij de loopende boeken afte schrijven, op Randooeren ordinair, en al het overige op voorjaarige laasten, en ongelden. -. De opperhoofden verzoek, om te gedan verzat ien sik o pt werder ontheft van de te rug betaling kussene in 's Comp:s Cassa, van pag: 12. — weegens het door hun te veel opgebragte voor het aan ontzeging van die instantie. gegeevene reeden dier bed:s nop: Ed: plaatzing van een bots oper de for„ aanhanden van een geld, en Casumptie kist, in„ gevolge meomaalen geciteerd besluit, deezer Regeering van den 9. xber 1786. is verstaan te ontzeggen, alzoo de bijgebragte reedenen, dat dezelve van een sterk Caliber zijn, en oen het hout van ijanon, met groote kosten heeft moeten laaten haalen, gansch invalable aan deezen Raade zijn te vooren gekoomen. Door de Jaggernaikpoeranse bedienden, in het breede gedetailleerd zijnde, dat het opge„ bragte voor een loots, om het Chialoupje de Fortuna veijlig ga Bimilipatnam te brengen, op verzoek van den des tijds aldaar, prezent zijnde securde van Binilipatnam Johannes Marcu DDo¬ den 17: Januarij 1738. mieux tuna. 1042 den 17. Januarij 1788. besluit haar van de vergoeding vrij te kennen. mieux geschied was, wijl die aan hem te ker„ nen gegeeven had, zijne bedugting om 's Comp:s dier„ baare goederen in de quaade moussen, te wa„ „gen aan menschen van welker kunde, en de Zeevaart men niet ten vollen overtuigd was zoo is uit Consideratie dat deeze verregaan, de lbeete dien wegens. de voorzigtigheid van den Secunda Dormieux„ zekerlijk niet ten lasten komen kan, van de 1 1 Jaggernaikpoeramsche opperhoofden, maar „ nog veel minder de E: Comp: kan worden in reekening gebragt, uit hoofden men ver„ onderstellen moet, dat den eijgenaar van dat vaartugje, daar op geen gezaghebber zal geplaatst hebben, die in het stuk der zee„ vaart niet te vertrouwen was, goedgevonden en verstaan de opperhoofden voornoemd, van de 1 bij en dezelve, door den secunde van bimilip: te doen vergoeden. en waarom genten in het ontvangen van ge schenken den te bohenken. bij Resolutie deezer vergadering den 9. 7ber 1786. opgelegde vergoeding van paƒ 8: 16: —. te ontheffen, en hunne memorie van aanreekening na Bimilipatram van 31. meij 1786. te laten stand grijpen, met ordre aan der securde Dor„ mieux als zijnde de Caussa movins van het plaatzen van den toots, de bovengem: pai 8: 16. in 's Comp:s Cassa aldaar te voldoen. vertonde in haligheijd der londre, Op het geavanceerde door de opperhoofden ten aan„ zien van de ongehoorde in haligheid der land„ regenten in het ontfangen der geschenken, weij„ met het gebrik aan nooten en folij gevende voor eeven veel ponden Noten, en foelij pordtien Naguler te ontfangen, waar door zij in de verpligting zijn gebragt ge„ waron zij meerder nagulen dien, worden, zoo veel meer Nagulen te ver„ schenken, als de meerdere waarde der den 17. Januarij 1738. Nootar 1049 den 17. Januarij 1788. „nisse in den Lijw: handel. bij af nooten te verschenken. Nooten en foelij kran te importeeren, dewijl zij vres„, tot voorkoming van eenige hinder„ den dat die Regenten anderzints, onder het een off ander nietig voorwendzel de afkomst der Lijwaaten na Jaggernaikpoeram zouden beletten, is beslooten te pescribeeren, dat het remarque dierwegens. en afgebrooken verlangen, van deeze Regeering 1 om alles, zoo voel morgelijk ten meesten voor„ deele van de Comp: te doen strekken, de babis is geweest van de Circulaire ordre van den 15. ' gegeven circulair Caston gen se„ December 1745. en geen foelie of pooten te verschen„ ken; maar Naguler in de plaats te geeven; Dat men egter bij brief van den 30. September 1796. maar allen nagulens. de aanneemelijkheid van de aannerking der opper„ hoofden heeft erkend, en de daar bij uit gedrukte wersch, dat de Regten zig des niet teegen,; wat mee daareede betoeld staande wel zouden laaten paaijen, nimmer moet Hij den 17. Januarij 1788. had of: het verschenken van nagu„ moet of kan verstaan werden dat deeze Regeering bij aldier het teegendeel enge„ lukkig plaats hadde, daardoor den handel of huishouding van de E: Comp„ zoude willen exponeren aan de grilligheid doeg zonder pasjuditie van de comp:e der Regenten, daaromstreeks, welkers heb„ zugt, en vermogen tot veele vexatoire be„ handelingen zeer wel bekend is. — wat de zig nade welgevonsht Dat hoe gaarne men gezien had, dat de Regenten zig met een gelijk getal pordeers Nagulen, als zij gevoor waaren, foelij of Nooten in Natura te ontfangen zig hadden. laaten te vreeden stellen, deeze Regeering egter geen zints twijffels, dat de opperhoofden 1 ƒ niet alles zouden hebben aangewend, m eer but met haar te bereijken, en dat men zig daar len.
English
105 the 17th of January 1788. to approve the requested. Vallet, that he had pledged his pay account for surety from the Company's letters. therefore finds itself quite obliged to approve the compensation in more cloves, of the higher value of the mace and nutmegs, whereto the chiefs found themselves compelled, and thereby to avoid all delays and tolerance, whereto the junior Gentlemen always know how to make opportunities arise. Furthermore, it was shown by the Secunde De Ravallet that in the year 1777, for the surety of his service as Secunde of Sadraspatnam, he had pledged to the Honorable Company his pay that he had accumulated up to that time, and that which he was still to earn, as appears from three transmitted extracts from the Company's letters from and to the Coromandel Government at that time. This the 17th of January 1788. account the surrender of Nagapatnam to the English. to the amount of f 8926. 5. 8. clarification regarding his pay. That since that commitment he had neither collected nor received any accounts from the Honorable Company, but that they had all remained at Nagapatnam for that surety. investigation made regarding. That after the surrender of that place to the English, he had made inquiries both with the former Governor Van Vlissingen and through his brother-in-law Topander with the former pay bookkeeper, Brouwer, as to where the same had ended up after the loss of Nagapatnam, but that to date he had obtained no definite information thereof. to obtain certain information. Requesting therefore that it might please this Government to send to him 4053 the 17 January 1788. to give further elucidation, that the same were issued to various persons, all his pay accounts, which according to a summary drawn up and transmitted by him amounted to f 8926:5:8, as the surety for which they were pledged had long since expired, and he had properly provided caution for his present service. Whereupon, after deliberation, it was resolved to write to the chiefs that the Secunde De Ravallet ought to give further elucidation in this regard as to what those who collected his pay accounts have done with them, and whether they gave him no notice of receipt thereof, as it appears from the paykeeper that the same were issued to various persons, most of whom have long since died the 17. January 1788. to send a certificate thereof. to be able to deliberate. transmission by the same of a copy statement of the Company's petty cash. request that that amount might be credited to him, receipt of a similar document here. died, and that there are still accounts from some years that have not been issued; as well as ordered to transmit hither a certificate whereby he declares that since his arrival on this coast up to the year 1777 he has received or transferred no pay, in order to be able to deliberate further thereon. Further, there having been transmitted by the Secunde a copy statement of the Company's petty cash under the last of June 1781, wherein he stands in advance by pagodas 530: 6: 8, with the request that this amount might be reimbursed to him from the Company's cash; thus it was resolved to write in reply that no such receipt was received here, unless 105 40 40 the 17. January 1788. or unless that of 14 July 1786 which is noted the same in pagodas 42, which he provided in subsidies after the English provision to the garrison ceased, resolution to write to him that he ought to have settled that item long ago. one should take for it an unaccepted, and thus worthless paper under the name of statement of the 14th of July 1786, which is why it was sent back without any disposition. And with regard to his request to obtain pagodas 42 out of cash, on account of the subsidies advanced to the garrison of Jaggernaikpoeram after the English had stopped the provisions, and he, alongside the present Lord Commander, had made some advances, it was resolved to write to him to settle that matter with the Lord Commander, it being entirely private, as His Honor has already drawn that disbursement out of cash. request of those servants and 2 other clerks of the papers and under what recommendation order to manage for the present with the clerks present there. On the urgent request made by the chiefs to be provided with two other clerks, as theirs are both old and decrepit, to which they also attribute the late transmission of the books, it was resolved to answer that this Government will overlook for this once the late transmission of those papers, with a recommendation to the one upon whom it is incumbent that he must henceforth ensure that everything is ready in time, unless he wishes to experience the immediate displeasure of this meeting; while with regard to the clerks it was likewise resolved to write to them to manage for the present with them. the 17. January 1748.
Dutch transcription
105„ den 17. Januarij 1788. der afgelangde te approbeeren. vallet, dat hij zijne soldij-reek: ver„ bonden haat, voor in bogtog uit scomp:s brieven. daarom wel verpligt vind te approbeeren, de ver„ verpligting gter ons het meer„ goeding in meerder Nagulen, van de hoogere waar„ ƒ „de de foelij, en Nooter, waar toe de opperhoof„ den zig genoodzaackt hebben gevonden, en daar door te evitieren alle slenningen, en toeler, en waarm waar toe de kleijne Heeren, altoos weeten de geleegenbheeder te doen geboorn woden. Is wijders door den Securde de Ra vertonden don den seciente de an E 1777 voor de vallet gerstoond, dat hij in a:o 1777 borgtogt voor zijnen dienst van secunde van Sadraspatnam, bij de E: Comp: ver ber„ der had, zijn tot dier tijd toe, te goed ge„ had hebbende gagie, en die, welke hij nog stond te verdienen, blijkens. overgezonden blijkien overgezonden n extraten drie extracten, uit 's Comp=s brieven van en aan de Chormnandelsche Regeering in die tijd Dit den 17e. Januarij 1788. rekening de overgave van nagap: aan de angelocken. ten enporte van ƒ 8926. 5. 8. — norligting dier halven van sijnsoldij Dat hij zeedert die verbintenis geen reake„ ningen van de E: Comp: geligt, nog gekreegen had, maar dat die alle op Nagapatram voor die borgtogt verbleeven zijn. gedaan onderzonk ieniegen na Dat hij na de overgave van die plaats aan de Engelschen zoo bij den geweesen Gouverneur van Vlissingen, als door wee¬ gen van zijn swager Topander bij den geweesen soldij boekhouden, Brouwer onderzoek hadde gedaan, waar dezelve na het verlies van Nagapatnam be„ 2 voorbekomen zekere nwigt har land waren, dog dat hij tot heeden toe, nog geen zeeker narigt daar van hadde er langd. —. vorzoek on alle zijn slijeert verzoekende derhalven dat het deeze Regeering behagen mogt, om hem toe„ van te 4053 den 17 Januarij 1788. na der eliaddatie te geeven, ken dat de zelve afgegeeven zijn aan diverse perzooren, te zonden, alle zijne soldij-reekeningen, die volgens een door hem opgemaakte, en overge„ Zoude Zaamentrekking bedroege ƒ 8926:5:8. alzoo de borgtogt, waar voor ze verbonden waaren reeds lange verloopen was, en hij voor zijn presente dienst behoorlijk Cautie hadde gesteld, waar op na deliberatie ver„ staan is de opperhoofden aante schrijven, dat de secunde De Ravallet hier omtrent last oa Iagg: en diewegens naden elucidatie dient te geeven, wat die geene, welke zijne soldij reekeningen hebben geligt, is meede gedaan hebben, en of zij hen van dies ontfangst geen narigt gegeeven heb„ ben, alzoo bij den soldijhouder blijkt, dat be slut bij den soldij bor„ dezelve aan diverse perzoonen zijn afge„ geeven, waar van de meeste al over lang gestor„ ƒ den 17. Januarij 1788. tifficaat daar van wer te zen„ kunnen delibereeir G F over zerdling dan den zelven o een Copij staet derk van 'sComp:s kleere kas verzoek dat hen dat bedra„ „gen mogte werden goed gevonden, nan entfangst van een diergelijke grsk: alhier gesterven zijn, en dat 'er nog reekeningen van order aan den zelven en eer Cen, eenige Jaaren zijn, die niet zijn afgegeeven: mits„ gaders gelast om herwaarts over te zenden een Certificaat, waar bij hij verklaard, dat hij ƒ zeedert zijne komst op deeze kust tot ter eijsde dan een gader te A=o 1777. geen gagie ontfangen of overgemaakt geer heeft, om daar over nader te kunnen delibe„ reeren. Nog door den securde overgezonden zijnde een Copia staat-reekening van 's Comp=s kleere geld Cassa onder ult:o Junij 17181, waar bij hij te vooren staat N: N: pag: 530: 6:8. met verzoek dat hem dat mintart uit 's Comp:s Cassa mogt werden goedgedaan: zoo is beslooten ƒ te rescribeeren, dat men hier zoodanig een resz: niet ontfangen heeft, ten waare Mey deng 105 40 40 den 17. Januarij 1788. of ten waare die van 14. Julj. 1786 die an geteekend is zelver in p af 42. die hij aan subsidien verstrekt na het ophouden de Ergel„ kcher verstrekking aan het gua ne soen, besluit hem aan te schijven dat hij die post al lang hadt moeten vreffen men daar voor moest houden een ongeaccep„ teerd, en dus niets gelderd papier onder der naam van staat-reekening van den 14: Iuli 1786. waarom men het zelve zonder eenige dispositie te oug Zand. En ten aanzien van zijn versoek om pag: 42. naden on zoek van dir„ out kas te erlangen, weegens de verstrek„ heeft te subsidier aan het guarnisoen van sag„ gernaikpoeram na dat de Engelschen met de verstrekking hadden opgehouden, en hij neevens der presenten Heer Gezagheb„ be, eenige verstrekking gedaan had, is verstaan hen aante schrijven die affaire als gantsch particulier zijnde, met den Heer Gezaghebber te vereffenen, alzoo zijn Agtb: dat verscholt bereeds uit en waaran„ kas genooten heeft. -. g 27 verzoek dien bediendes en 2. arven pernistan„ der papieren en woter welke gecommandatie t last en met de aldaar zijnde pernisten zig voor erst te behelpen Op den opperhoofden gedaan instantie om te moogen werden gerieft, met twee andere Pennisten, al zoo de haare beide oud, en afgeleefd zijn, waar aan zij teffens de te laate verzending der boeken attribueeren, is verstaan, te antwoorden, dat deeze Re„ geering voor deeze keer zal passeeren, de laate afzending van die Papieren, passereng der laate zenden, onder recommandatie aan die geene, welke het incumbeerd, dat hij voortaan moet i zorgen, dat alles op zijn tijd in geveed„ heid zij, het zij hij het dadelijk onge„ 1 noegen deesser vergadering wil ondervin„ den; terwijl ten aanzien der Pennisten al„ meede verstaan is, Hun aan te schrij„ ven: om voor eerst daarmeede te Continu„ den 17. Januarij 1748. eeren