Inventory 3786
Ceylon · 423 pages · 124 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
331. Section 96. statement of des Enfers against him stands in full force. It can also serve him as no excuse, or at least as no satisfactory excuse, that upon re-examination concerning an interrogation answered by him on the - - - 1786, he submitted that he had believed it was of no importance and of no use to give notice of the orders received by him, because none of the attacks that were intended were feasible, because there were no bullets, and also because one was hindered therein by the arrival of the Jager Corps from Gale on 23 August, shortly after he had come off guard duty. We had therefore, as appears from what was noted in our aforesaid resolution, decided that we might, and even ought, humbly to submit for the consideration of Their High Excellencies whether it should not be deemed offensive to the entire military establishment on Ceylon to see employed again as an officer in the military service a man who, by his own confession, has made himself guilty of a crime of such a nature as this; and whether in particular the officers' corps might not and could not consider itself insulted if they were required to serve with such a man. Section 97. But before we had the opportunity to bring this decision of ours to the attention of Their High Excellencies, we received here the definitive sentence sent to us by the same and mentioned above; and as Lieutenant des Enfers has now requested us to be allowed to go to Europe, we found no difficulty in consenting to this request of his, because no capital punishment was demanded against him. Section 98. Furthermore, we respectfully offer to Your Honorable High Mightinesses herewith 332. Kolombo, 31 January Anno 1788. herewith respectfully a copy of our general description of the state of this government during the recently concluded financial year and of our principal transactions in the service from the first of January to the last of December 1787, which is to be dispatched by the first opportunity to the Honorable High Indian Government, and to which we hereby respectfully refer. Section 99. Likewise we have the honor to offer to Your Honorable High Mightinesses among the enclosures the brief strength of the military personnel in this government, consisting according to the same of 4421 heads effective plan, namely: European national infantry - - - 1671. The regiment of Luxemburg - - - 912. National artillerymen - - - 341. Sepoys - - - 364. Easterners - - - 1133. Right Honorable, Wise, Prudent, Most Generous Sirs, We commend Your Honorable High Mightinesses, along with the weighty interests of the Company, to God's safe keeping, and have the honor to remain with due respect, Your Honorable High Mightinesses' humble and faithful servants, W. J. van de Graaff P. Sluijsken D. T. Fretz C. Tilenius M. P. Raket J. Reintous C. J. Schreuder 333. Examined. Honorable Sirs, Commissioners of the Assembly of the Seventeen for Secret Affairs. To the Honorable Sirs Directors at The Hague. With the ship Dordrecht, which departed from Gale on the 17th of this month, our respectful letter of the 10th of this month was dispatched, in which was enclosed a receipt granted by the skipper of that vessel, Pleun van der Giessen, for the two packets containing the secret and separate secret orders and signals delivered to him. The duplicate of that letter, with the copy of the said receipt, we now have the honor to offer enclosed herewith to Your Honors. To the captain of the ship Java, Jan Kraaij, two similar packets were also delivered, as appears from the receipt granted by him for them, which accompanies this letter; and to him was also given the instruction drawn up for the officers of the ships repatriating for the Chamber of Zeeland, according to the amendment mentioned in Your Honors' esteemed dispatch of 14 October 1786. We commend Your Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, Honorable Sirs, Your Honors' most humble and obedient servants, Signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, D. T. Fretz, C. Tilenius, G. E. Holst, M. P. Raket, J. Reintous, C. J. Schreuder. In the margin: Kolombo, 31 January 1788. Agrees. Hijbrands, Clerk. 334. Amsterdam. Examined. To the Honorable Sirs Directors of the Dutch Chartered East India Company at the aforesaid Chamber. Honorable Sirs, With the ship Dordrecht, which departed from Gale on the 17th of this month, we had the honor to offer to Your Honors our respectful letter of the 10th of this month, and we now have the honor to add hereto the duplicate thereof, with the duplicate of the account of expenses of that vessel.
Dutch transcription
331. §: 96. verklaaring van des Enfers tegen hem in zijn volle kragt bestaat. Het kan hem ook tot geen, ten minsten tot geene genoegdoende verschooning verstrekken, dat hij bij recollement van een door hem op den - - - . 1736. beantwoorde jnterroga„ toria heeft ingebragt, dat hij namelijk ge„ hoofd had, dat het van geene aangelegendheid was, en tot geen nut strekte, kennis te geeven van de door hem ontfangene orders, wijl geene van de aanslaagen, die men voor had, uitvoer„ lijk waren, om dat 'er geene koegels waren, vaar en ook om dat men daarin belet wierd, door de komt van 't jager Corps van gale, op den 23. aug:s, kort na dat hij van de wagt gekomen was. Wij hadden daarom, blijkens het aangeteekend bij voorsch: onse resolutie, beslooten, dat we hunne hoog edelheeden nader mogten, en zelfs behoorden nederig in overweeging te geeven, of het niet voor 't geheele militaire weezen op Ceilon, zoude moeten worden g'acht aanstotelijk te zijn, wederom als officier in den militairen dienst te zien g'emploieerd een Man, die zich, naer zijn eigen bekentenis, heeft schuldig gemaakt aan een misdaad van zulk een natuur als deeze; en of inzonderheid 't Coops officieren zich niet zoude kunnen en mogen beleedigd achten, indien men hun vergde met zoo een Man te dienen. § 97. Dan voor dat we geleegentheid gehad hebben, om dit ons besluit te kunnen brengen onder het oog van hunne hoog Edelheden, hebben we hier ontfangen de door hoogst dezelven aan ons toe„ gezondene en hierboven vermelde diffinitive sententie; en wijl de luitenant des Enfers ons nu verzogte, om na Europa temogen gaan, hebben we geen swaarigheid gevonden, om in dit zijn verzoek te consenteeren, wijl tegen hem geene lijfstaatte geeischt is. §. 98. Nog: bieden we uwel Edele Hoog achtb: nevens 3. 95. 332. Kolombo den 31 Jannuarij nevens deezen eerbiedig aan, een af„ schrift van onse generaale beschrij„ ving van den staat deeses gouverne „ments, in 't jongst afgeloopen boekjaar en van onse voornaamste verrigtingen in den dienst, zedert p=mo januari tot ult=o december 1787., die met de eerste ge„ leegentheid aan de Edele hooge Jndische regee„ ring staat aftegaan, en waaraan wij ons hierbij eerbiedig gedraagen. § 99: Insgelijks hebben we de eer uwel Edele Hoog agtb:. Anno 1788: onder de bijlaagen aantebieden, de korte sterkte der Militairen in dit gouverne„ ment, bestaande volgens dezelve in 4421. kopper primo plan, teweeten. Europeese nationaale infanterie - - - 1671. — 't regiment van luxemburg - - - - 912. — Nationaate arthilleristen — – – – 341. Siparis- oosterlingen - - - - - - 1133. — 6„ „ Aia „ Cui Atol Carl faed„r Senaeurder Wl. D: van de Grank P== Hluijsken uw Wel Edele Hoog achtbaere onderdanige, en Trouschuldige Dienaaren Wel Edele Hoog Achtbaere. Wijze Voorzinienige zeer Genereuze Heeren Wij beveelen uw Edele Hoog Achtb: nevens. de swaarwigtige belangens de Maatschappij, in Godes vijlige hoede, en Hebben de Eer met verschuldigde Respect te blijven Gch AVietz G # Chr: Sileniss H D: akel B Benvoeis - - - - 364. — 333 LeDulp Nagezien Met 't schip Dordrecht dat den 17. deezer van Gale vertrokken is, is afgegaen onsen eerbiedigen van de 10. deezer, waer in ingeslooten was een recipisse, door den schipper van dien boden Pleun van der Gieser verleend, voor de aen hem meede gegeevene twee pakketten met de secreete en aparte secreete ordres en seinen. 'T duplicaet van dien brief, met 't dubbel van gemelde recipisse, hebben we tans de eere uwelEd: achtb: in Closo deezes aentebieden. Aan den Capitain van 't schip Iava Ian Kraaij, zijn meede twee gelijke paketten ter hand gesteld, blijkens Edele Achtbaare Heeren! Gemachtigden van de vergadering van zeventhienen tot de secreete zaaken Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen D. Hage de de daer van door hem verleende recipisse die deezen verseld en is ook aen hem meede gegee„ van de Jnstruktie beraemd voor de overheeden van de scheepeng, die voor de kamer Zeeland repatrieeren, naervolgens de ampliatie vermeld bij uwer wel Edele achtb: g'eerde missive van wij beveelen uwelEdele achtb: in de bescherminge des Allerhoogste en blijven met alle hoog achtinge /:onderstond:/ Edele Achtbaere Heeren! uwel Edele achtb: zeer onderdanige en gehoorsaeme Dienaeren /:was getekend:/ W: I: van de Graaff P: sluijsken, D: T: Fretz: C: Tilenius, G: E: Holst, M: P: Raket, J: Reintous. C: J: schree det /:in margine:/ Kolombo den 31. Januarij 1788. Akkordeert. Hijbrands Gelerk den 14. 8ber: 1786 334. Amsterdam Nagezien D r Sleaaten Aan de Edele agtbaare Heeren Bewindhebberen. van de Nederlandsche g'octroijeerde Oostindische Compenie ter voormelde Kamer Edele Achtbaare Heeren. Met 't schip Dordrecht, dat den 17:' Deezer van Gale is vertrokken, hebben we de eer gehad uwel Edele achtb: aan„ tebieden, onzen eerbiedigen van den 10: deezer, en we hebben tans de eer het dubbel daar van hier nevens tevoegen, met 't duplicaat van de onkostreekening van dien
English
335. that vessel. The ship Java, which was designated by the Noble High Indian Government as a return vessel via Ceylon and destined for the Chamber Zeeland, is now departing thither and is consequently the bearer of this. With regard to the cargo and crew of that vessel, we refer to the documents which the Galle officials will provide to your Noble Worships concerning it. The Ministers on the coast of Malabar have requested us to have the homeland cargo of the ship Gouda, the handling of which we, as appears from what was communicated in our respectful letter of 12 November past, had left to their Honors, booked here ourselves, since that vessel has broken its bulk here, and also a principal portion of that cargo, as appears from our resolution of 4 September, was left to this government by the ministers. We have done this and have caused the aforesaid cargo to be handled here precisely as if the ship had been directly consigned to us. Upon the findings received concerning it, we have consequently disposed by our resolution of the 18th of this month, to which we take the liberty of referring in this matter. We note from it, however, that all the quill pens brought with it were found moldy, suffocated, and unusable, although the chest in which they were packed was dry and well-conditioned on the outside and inside, wherefore we caused the same to be sold by public auction at the current value. Likewise 336. Likewise, we had to sell a bundle of half-aam hoops that weighed 610 lb and was found heavily rusted and unusable. The chest with Russia leather, although well-conditioned on the outside, was nevertheless wet on the inside, and the hides were not only stained, but there was even a hide among them from which a piece was found torn off. We sent this leather to Cochin at the request of the Ministers. The findings of the delivered cargo of the ship De Leviathan are inserted in our resolution of 30 October past, and we request permission to refer thereto. From the cargo of this vessel, 2 cases of gin and 2 cases of brandy with broken lids were delivered here, and in them 10 bottles were found empty and 46 bottles were found missing. Of the leagers with wines, there were two leagers of sack and one leager of French wine whose tin plates were found fastened with new nails, and besides this, one of these two leagers with sack was 12 inches and the leager of French wine 18 inches wanting, while the sack of the second leager was found very high in color and the taste strongly resembling Cape wine, wherefore we ordered the chief administrator to conduct the necessary 337. necessary investigation in that regard with the commissioners who attended the unloading on board, and also to demand an explanation and accounting from the ship's officers in that regard. We shall have the honor to communicate the outcome thereof to your Noble Worships in further detail when the report of the chief administrator has been received. In the meantime, we have decided to have the last-mentioned leager of sack, which was judged unusable for rations, sold at the current value, just as we previously, according to resolutions of 11 and 21 December, had to sell from the cargo of this vessel a leager of Cape wine that was found strong and sour in taste, together with 195 ells of blue soldiers' cloth and 54¼ ells of green velvet, which were found wet and suffocated. The scarlet red, dark blue, and grass green cloths, which are accounted as fine, were found very coarse here, as shown by the samples thereof, which we take the liberty of forwarding to your Noble Worships at present, together with some old used books that were received in new bindings. Furthermore, several chests with velvets and cloths were wet, and the chests with glass bells and vase lanterns, according to the reports received thereof, were very poorly packed 338. packed and not well protected against breaking, as a result of which 6 bells and 4 lanterns are broken, and another bell was found cracked. Upon the findings of the delivered cargo of the ship De Vlugge Trekvogel, we have disposed by our resolution of the 18th of this month, which accompanies this in extract, and to which we take the liberty of referring humbly. We nevertheless observe from it that the six large mirrors brought with it were found damaged, and even two of them broken. Instead of a small chest No. 23 with 100 lb of vermilion, a small cask No. 23 with 50 lb of vermilion was delivered here, and the master Barend Jansz. Uffen testified to having received not a small chest but a small cask of vermilion, as shown by a consignment note shown by him from one of the Amsterdam warehouse masters, of which a copy accompanies this. Most of the casks brought with this vessel had an extraordinary ullage, and even 6 barrels of beer, 2 half-aams of olive oil, and 1 half-aam of linseed oil among them were entirely empty, of which the master Uffen said the cause was the heavy weather that he had had continuously for three weeks when rounding the north, and that that great leakage of the casks must then probably have arisen from the heavy working of the ship. Of the 5 iron
Dutch transcription
335. dien bodem. 't schip Java, dat door de Edele hooge In„ „dische Regeering tot een retouerbodem over Ceilon bestemd, en na de kamer Zeeland gedestineerd is vertrekt tans na derwaarts en is mits dien de brenger deeses, we refereeren ons, no„ pens de Lading en bemanning van dien bodem, aen de bescheijden, welke de gaalsche bedienden uwel Edele achtb: daar van bezorgen zullen De Ministers ter kuste Mallabaar hebben ons verzogt, om de patriasche lading van het schip Gouda, welker behandeling we, blijkens 't bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 12:' November passato aan hun E: hadden overgelaaten hier zelve telaa„ ten boeken, wijl die bodem zijn last hier gebroken heeft, en ook een voornaam gedeelte dier lading, door de ministers, blijkens onse resoluutsie van den 4: september, aen dit gouvernement is overgelaaten. we hebben dit gedaan en voorschr: lading alhier even zodanig laaten verhandelen, als of 't schip direct aen ons waare geconsigneerd geweest. op de daar van ingekomene bevinding hebben we mits dien gedisponeerd bij onse resolutie van den 18: deezer waer aen we de vrijheijd gebruiken ons ten deesen terefereeren. We no„ teeren echter daar uijt; dat alle de daarmeede aangebragte penneschag„ „ten verschimmeld, verstikt en onverstrekbaar bevonden zijn, schoon de kas, daarze ingepakt waren, van buijten en binnen droog en wel geconditioneerd was, weshalven we deselven per vendutie voor 't geldende hebben laaten verkoopen, door Jnsgelijks 336. Insgelijks hebben we moeten laa„ ten verkoopen een bos halve aams banden dat 610: lb: ge„ woogen heeft, en sterk verroest en onverstaekbaar, bevonden is. De kas met Jugtleer, was hoewel welgeconditioneerd van buiten, echter nat van binnen, en de vellen waeren niet alleen ge„ vlekt, maar zelfs was er een vel onder, waer van een stuk afge„ scheurd bevonden is. Dit leer hebben we op 't verzoek van de Ministers, na koetsiem gesonden. De bevinding van de uijtgeleeverde lading van het schip De Levia„ than, is g'insereerd bij onse resolutie van den 30:' oktober passato en we verzoeken verlof ons daer aen temogen gedraegen uijt de lading van deezen bodem zijn 2: kelders ge„ never en 2: kelders brandewijn, met gebrokene dekzels. alhier uijtgeleeverd, en zijn daar in 10: flessen ledig en 46: flessen temin bevonden, van de leggers met wijnen zijn er twee leggers Zekwijn en een legger fransche wijn geweest, welker blik„ ken met nieuwe spijkers beslae„ gen bevonden. zijn, en was buijten dien een van dese twee leggers met Zekwijn 12: d=m, en de legger fransche wijn 18:' d=m wan terwijl de zek van de tweede legger zeer hoog van Coleur en de smaak sterk naar Caabschewijn bevonden is, weshalven we den hoofdadmini„ strateur hebben aanbevoolen om 't passato nodig 337. nodig onderzoek bij de gecommitteer„ „dens die aan boord de ontlossing hebben, bijgewoond, daar omtrent te doen, en ook van de scheepsover„ heden derwegens reden en verant¬ woording tevraagen. Den uijtslag daar van zullen we de eere hebben uwelEdele achtbaare nader te bedeelen, wan„ neer 't bericht van den hoofdad„ ministrateur zal zijn ingekomen Intusschen hebben we beslooten de laast gem: legger zekwijn die tot randzoen onverstaekbaar gekeurd is, voor het geldende telaaten verkoop zoo als we reets tevooren, volgens resolutien van den 11: en 21:' xber: uijt de lading deezes boodems hebbe moeten laaten verkoopen, een legger Caabschewijn, die sterk en wrang van Smaak bevonden is, nevens 195: @ blaau zoldaate laaken en 54:¼ @ groen fluweel, die nat en verstikt zijn bevonden. De schair„ rood; donker blaau en gras groene lakenen, die voor fijn zijn aan„ gereekend, zijn hier zeer grof be„ vonden, uijtwijsens de staaltjes daar van, die wo de vrijheijd neemen uwelEdele Achtbaare tans te laaten toekomen, nevens eenige oude ge„ bruijkte boeken, die in nieuwe banden zijn ontfangen. Wijders waeren er verscheijde Kassen met fluweelen en Lakenen nat, en de kassen met glase klokken en vaas lanthaaren. zijn volgens de daar „ slegt van ingekome rapporten zeer „ ge„ Caabschewijn „pakt 338. „pakt en niet wel tegen het bree„ ken voorzien geweest, waar door 6: klokken en 4: lanthaarns gebrooken zijn, en nog een klok geborsten is bevonden op de bevinding van de uijtgeleeverde lading van het schip de vlugge Trekvogel, hebben we gedis„ poneerd bij onse resoluutsie van den 18: deezer, die in extrakt deezen verzeld; en waar aen we de vrijheid gebruijken ons nedrig te refereeren. We merken nochtans daar uit aan, dat de daarmee„ de aangebragte ses groote spiegels beschadigd en zelfs twee daar van gebroken bevonden zijn. Jn steede van een kasje N:o 23: met 100 lb: vermelioen, is hier geleeverd een vaat N:o 23: met 50: lb: vermilioen en de Schipper Barend Jansz: uffen heeft betuigd, geen kasje maar een vaetje vermilioen ont„ fangen te hebben, blijkens een door hem vertoonde geleijde briefje van een der Amsteldamsche pakhuijsmees„ teas, waar van Copij deesen ver„ seld. De meeste fustagien met deesen bodem aangebragt, hadden eene buij„ „tengemeene wannigheid, en zelfs. zijn daar van 6: vaten bier, 2: halve aamen olijven oli en 1. halve aam lijn olie, geheel ledig geweest, waer van de schipper uffen zeijde de oorzaak te weesen het swaar weder, dat hij om de noord komende, drie weeken lang en geduurig had gehad, en dat toen waarschijnelijk, door 't sterk wer„ „ken van 't schip die groote lekkagie aan de fusten moest zijn ontstaan van de N:o: 23: 5: ijzere -.
English
5 iron pots that were brought with this vessel, two of 19 and 15 lb were found unfit, and we have therefore decided to send the same back for the honored inspection of Your Honorable Excellencies. Regarding the remaining homeland cargo of the said ship that was delivered at Gale, the servants disposed of it by their resolution of the 22nd of this month, which accompanies this in extract, and to which we humbly refer, having found nothing to remark upon it, and therefore the dispositions made thereupon by the servants were approved by our resolution of the 28th of this month. When the ship de Doggersbank, coming from Batavia, lay in the Ponnekail roadstead, 36534 lb of rice was successively discharged there from its cargo, of which the Tutukorijn servants gave us notice by their letter of the 18th of August past, and the Tutukorijn administrator van der Wall also granted a general receipt for it to the ship's officers; but upon the discharge of the further cargo at the Colombo roadstead, Captain Abraham Tim, in addition to the aforesaid receipt, also produced a written warrant granted by the Tutukorijn chief Mekern to the ship's officers to discharge 6000 lb of rice, which he, Tim, alleged to have accounted for at Ponnekail in addition to the aforesaid 36534 lb of rice. And because this warrant had been receipted there by one D. Rossen, our chief administrator accepted it in good faith and validated it against the cargo, along with the spillage fixed therefor by regulation, being 193 1/2 lb, as appears from the finding that is inserted in our resolution of the 5th of October 1787 and of which an extract was presented to Your Honorable Excellencies alongside our respectful letter of the 12th of November past. But upon the account thereof sent to Tutukorijn, the servants reported to us that no more was unladen there from that vessel than the 36534 lb of rice mentioned in the receipt of the administrator van der Wall, and that the 6000 lb appearing on the warrant shown by Captain Tim was included within that larger quantity. The administrator van der Wall has furthermore, especially in a report that accompanies this in copy among the enclosures along with the aforementioned receipt and warrant, pointed out that two warrants had been granted by the chief to the ship's officers: the one to discharge 30000 lb and the other 6000 lb of rice, and that on the first warrant 30534 lb were unladen and brought ashore at Tutukorijn, but that the 6000 lb of the second warrant was directly received by one Rossen stationed on the ship de Pollux and also transported to that vessel, having been intended as provisions for that vessel, and that consequently a report of 36534 lb for both parcels weighed out in the presence of the same commissioners was submitted by them, which Captain Tim himself also signed for the delivery of this quantity. From the copy of this report, as well as from the notes kept by the commissioners during the weighing of the rice, and from a notarial declaration granted by them in that regard, which likewise now go forward in copy, Your Honorable Excellencies will please see that the 6000 lb of rice mentioned on the warrant receipted by Rossen is truly included in the 36534 lb for which the administrator van der Wall gave a receipt, and that consequently Captain Tim was very much mistaken in producing the aforesaid warrant as a separate proof. We therefore decided in the session of the 29th of December past to have the aforesaid over-validated 6000 lb, with the spillage calculated thereon of 193 1/2 lb, thus together 6193 1/2 lb of rice, charged to Your Honorable Excellencies' Chamber at the purchase price, and we humbly request Your Honorable Excellencies to please have the amount thereof recovered, either from Captain Tim alone, who is the sole cause of this error, or from him and from his Captain-Lieutenant Juriaan Pietersz, as both were benefited thereby. With the aforesaid ship de Doggersbank, 50000 lb of Japan copper was sent from here to Tutukorijn, and because the Tutukorijn servants informed us by letter of the 15th of October that the ship's officers had indeed delivered the 50000 lb of copper they had brought for them, we, under the supposition that the full quantity of 50000 lb had been delivered there, allowed the said officers, as appears from our resolution of the 19th of November, the spillage fixed by regulation thereon, amounting to 31 1/4 lb. But when this spillage was charged to Tutukorijn, the servants reported to us, by letter of the 21st of December past, that the delivery of the aforesaid 50000 lb of copper had taken place there after deduction of the ordinary spillage, as appears from the report accompanying this in copy, and that by their previous writing that the 50000 lb had indeed been delivered, they had meant that it had taken place after deduction of the spillage. We have therefore, and because it appears from the report that the delivery of the aforesaid 50000 lb of copper at Tutukorijn actually took place after deduction of the spillage, decided by our aforesaid resolution of the 29th of December past to likewise have the 31 1/4 lb of copper credited here to the officers for spillage charged to Your Honorable Excellencies' Chamber, in order, with the favorable approval of Your Honorable Excellencies, to have that [illegible]
Dutch transcription
339. 5: ijzere potten, die met deesen bodem zijn aangebragt, zijn twee van 19: en 15: lb: onbekwaam bevonden, en we hebben derhalven beslooten dezelve ter g'eerde speculatie van uwel Edele achtb:, terug tezenden op de restant patriasche lading van gem: schip, die te Gale is uijt„ geleeverd, hebben de bedienden gedis¬ „poneerd bij hunne resolutie van den 22:' dezer, die in extract deezen verzeld, en waer den wij ons nederig refereeren, als hebbende daar op niets aentemerken gevonden, en daar om der bedienden daar op ge¬ „vallene dispositien, geapprobeerd bij onse resolutie van den 28:' deezer Toen 't schip de Doggersbank, van Batavia Komende, op de ponnekail „sche rheede lag, is uit dies lading aldaar successive gelost 36534: lb: rijst, waar van de Tutukorijnsche bedienden ons kennis hebben gegeeven bij hunnen brief van den 18: augus„ „dus passato, en ook heeft de Jutu„ korijnsche administrateur van der wall daar voor eene generaale quitantie aen den scheeps overheden verleend, doch bij de lossing van de verdere lading ter kolombosche rheede, heeft de Capitain Abraham Tim, be „halven de voorschr: quitantie nog geproduceerd eene schriftelijke or„ donnantie door 't Tutukorijnsch opper¬ „hoofd Mekern op de scheeps overheeden ver„ „leend om 6000: lb: rijst telossen en die hij Tim voor gaf, boven de voorsz: 36534: lb: rijst, nog te Ponnekail te hebben verantwoord. en wijl deeze or„ donnantie door eenen D: Rossen was aldaar gequiteerd 340. gequiteerd, heeft onse hoofdadministra„ „teur deselve ter goeder trouwe geaccep„ „teerd en op de lading gevalideerd, nevens de bij reglement daar voor bepaalde spillagie, zijnde 193:½. lb: gelijk blijkt bij de bevinding, die g'inse„ „reerd is bij onse resolutie van den 5: oktober 1787: en waer van uwel Edele achtbaare een extrakt is aangebooden, nevens onsen eerbiedi¬ „gen van den 12:' November passato. Maer op de daar van bezorgde aanree¬ kening na Tutukorijn, hebben de be„ „dienden ons bericht, dat aldaar uit dien bodem niet meer zijn ge„ ligt, dan de 36534: lb: rijst, ver„ „meld bij de quitantie van den admi„ nistrateur van der Wall, en dat de 6000: lb:, die bekend staen op de vertoonde ordonnantie door Capitein Tim, begreepen waren onder die grooter quiantiteit. De admi„ „nistreur van der wall heeft voorts speciaalijk bij een bericht, dat ne„ „vens de meerm: quitantie en ordon„ „nantie, Copieelijk onder de bijlaa¬ „gen gaat, aengeweezen, dat er twee ordonnantien door 't opper¬ „hoofd op de scheeps overheden waa„ „ren verleend; de eene om 30'000: tb: en de andere om 6000: lb: rijst telossen, en dat op de eerste ordonnantie zijn geligt 30534: lb: die te Tutukorijn aen de wal waren gebragt, doch dat de 6000: tb: van de tweede ordonnantie, direct was ontvangen door eenen Rossen bescheijden op 't schip de Pollux en ook getransporteerd na dien bodem, als tot randzoen voor dien Capitein bodem 341. bodem bestemd zijnde geweest, en dat mits dien ook van de bijde par„ thijen, die afgewoogen zijn ten over„ „staan van dezelfde gecommitteerdens, door hun een rapport van 36534: lb: was overgelegd, waar bij ook de Capitain Tim zelve, voor de uijt¬ „leevering van deese quantiteijd heefdt onderteekend. Bij de Copij van dit Rapport, zoo wel, als bij de gehoude„ „ne aanteekening door de gecommitteer„ „dens onder het afweegen van de rijst, en bij eene secretarieele verklaring door hun deswegens verleend, die meede in Copij tans overgaan, zullen uwel Edele achtb: gelieven te zien, dat de 6000: lb: rijst, vermeld op de ge„ „ouiteerde ordonnantie door Rossen werkelijk zijn begreepen onder de 36534: lb: waar voor de Administra„ „teur van der wall heeft gequi„ „teerd, en dat mits dien de Capitain Tim, zich zeer heeft geabuseerd, met de voorschr: ordonnantie als een bewijs op zich zelven te producee„ „ren. We hebben derhalven ter sessie van den 29: December J: Leede beslooten, de voorschr: teveel ge„ valideerde 6000: lb: met de daar op bereekende spillagie van 193:½. lb: dus tezamen 6193: 2. lb: rijst, uwel„ dele achtb: kamer te laaten aanreeke„ „nen tegens den uijtkoops prijs: en we verzoeken uwel Edele achtb: nedrig het bedraagen daar van tewillen laaten vorderen, 't zij van Capitain Tim alleen, die de eenigste oorzaek is van dit abuijs, dan wel van hem en van zijn Capitain luijtenant Iuriaan Pietersz:, als bij de daar teur door 342. door bevoordeeld zijnde Met voorm: Schip De Doggersbank zijn 50'000: lb: Japans koper van hier na Tutukorijn gezonden en wijl de Tutukorijnsche bedienden ons bij brief van den 15.:' october hebben bedeeld; dat de scheeps overheden wel hadden uijtgeleeverd de 50'000 lb: koper die ze voor hún hadden meede gebragt, hebben we, in de Sup¬ „positie dat de volle quantiteit van 50'000: lb: aldaar was uijtgelee„ „verd, aen gemelte overheden, blijkens onse resolutie van den 19: 9ber:, daer op laaten goed doen de bij reglement bepaalde spillagie, uijtmaakende 31: ¼. lb: Doch toen deese spillagie na Tutukorijn wierd aangereekend, heb„ „ben de bedienden ons, bij brief van den 21:' xber Joleeden bericht, dat de leeverantie van voorschr: 50'000: to: koper, aldaar was geschied naa af„ „trek van de gewoone spillagie, blijkens rapport deesen in Copij verzellende, en dat ze met hun voorige schrijvens, dat de 50'000 lb: wel uijtgelee„ „verd waaren, hadden verstaan dat 't was geschied na aftrek van de spil„ „lagies. We hebben daarom, en om dat bij 't Rapport blijkt, dat de uit „leevering van de voorschr: 50000: lb: koper te Tutukorijn, wezendlijk naa aftrek van de spillagie is geschied, bij voormelde onse resolutie van den 29:' December J„o Leeden besloo„ ten om de alhier aen de overheden voor spillagie goedgedaene 31: ¼. lb: koper meede uwer welEdele achtb: kamer te laaten aanreekenen om met gun„ „stig goed vinden van uwer wel Ed: achtb: dat door
English
344. Colombo the 31 January Anno 1788 The provisional Lieutenant Colonel Tilenius, who came out in the year 1764 aboard the ship Ghiesenburg as sergeant, under the incorrect name of Johan Philip Christiaan Silenius of Mengeringhausen, has made a request to be registered in the pay books under his true name of Johan Philip Christiaen Tilenius of Mengeringhausen. And bookkeeper Von Albedijhl, who came out in the year 1776 aboard the ship Honkoop as Corporal under the name of Carel Lodewijk baron van Aldebijl of Linde, has requested that he may be given in the pay books his true name of Carl Ludewig Baron von Albedijhl, of Lund in Sweden. Pursuant to our resolution of the 18th of this month, we have had these changes made here in the pay books, and since the said two persons came out for your Honorable Chamber, we take the liberty of humbly informing your Honors thereof, so that similar changes may also be made in the books there. Corne Fred:s Schreuder H D: Betaket Ventura W: Vande Graaff Ps Huijsken P Gen W vr8tz Noble and Worshipful Gentlemen, Your Noble Worships' most humble and obedient Servants We commend your Noble Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem Chr: Silenius Jan Ig. Holst We f 345. Examined Harma de Rim Zeeland To the Noble and Worshipful Gentlemen Directors of the Dutch Chartered East India Company for the aforesaid chamber Noble and Worshipful Gentlemen Section 1. By the ship de Doggersbank, which was destined for the Amsterdam Chamber and departed from Gale on 15 November last, we had the honor of presenting to your Noble Worships 346. our respectful letter of the 12th of that month, the duplicate of which we now have accompany this. Section 2. Since then, or rather on the 17th of this month, the chartered ship Dordrecht departed from Gale, also consigned to the Amsterdam Chamber, and we take the liberty, with regard to the cargo loaded thereon, to refer to the documents which the Gale officials have presented to your Noble Worships concerning it. Section 3. The ship Java, designated by the Noble High Indies Government as a return vessel and consigned to your Noble Worships' Chamber, is the bearer of this letter. Section 4. Regarding the cargo sent on this ship, the officials at Gale will report to your Noble Worships as usual, to whom we have recommended that, in addition to the dunnage of saltpeter, cowries, and sappanwood, there be shipped therein 1200 bales of Cinnamon and furthermore as much of the expected Surat linens and Madurese packages on hand as can conveniently be loaded into that vessel, with the necessary pepper for trimming; we therefore refer to the report that the Gale officials will provide to your Noble Worships concerning it. Section 5. Also going on this vessel are 104 lb of cowries, in a small chest, which were gathered here Sent on 347. on the Ceylon coasts, as a trial; if they can be sold at a profit, a fair quantity thereof can be provided annually as ballast for our return ships. Section 6. As shown by our resolution of 29 December, this ship had to be provided here with a new suit of sails, because one suit of sails brought from Batavia was found entirely worn out and unusable upon inspection here before a judicial commission; furthermore, such repairs and provisions for the voyage home were made to it as are recorded in our resolution of the 17th of this month, an extract of which is enclosed among the annexes, along with the relevant documents. Section 7. Traveling on this vessel are the former minister at Nagapatnam Johannes Theodorus van de Werth, with his wife, and the Sea Captain and former Master Attendant at Nagapatnam Jakob Hartman with his two daughters and a free maid. The minister and the Master Attendant have permission from the High Indies Government to repatriate via Ceylon, and the latter has provided double security at Paleacatte for his past administration; the minister has also paid the usual passage and board for his wife, and the Master Attendant for his daughters and maid, namely double for the latter, covering both the outward and return journey. as ministration 348. Section 8. Likewise traveling by the bearer of this is the wife of the chief surgeon Daniel Peperhoven assigned thereto, who also has permission from the High Indies Government to repatriate with him, and the passage and board for her have been paid at Batavia. Section 9. Furthermore, on this vessel we have granted passage to the former Captain of the Regiment of Luxemburg D'Hugonet, who already in the year 1786 received his discharge for this purpose, according to what was communicated in our humble letter of 15 November 1786, and to the former artillery lieutenant in the said regiment Desenfans, of whom we shall speak further below. His full pay and other emoluments have been paid to him up to the end of this month. The same have likewise been paid to the aforesaid discharged Captain D'Hugonet, and he consequently has no further claims against the Company. Section 10. The soldier Gerrit Heering, to whom the Right Noble and Worshipful Gentlemen Captain
Dutch transcription
344. Kolombo den 31: Januarij A:o 1788: De p:l Luitenant Collonel Jilenius, dis in't Jaa 1764: per 't schip ghiesenburg als zergeant is uijtgekoomen, onder den verkeerden naam van Johan Philip Christiaan Silenius van Me„ „geringhausen, heeft verzoek gedaan, met zijn rechte naam van Johan Philip Chris„ „tiaen Tilenius van Megeringhausen bij de soldij boeken te mogen worden bekend gesteld, Ende boekhouder Von Albedijhl, die in 't Jaar 1776: met 't schip Honkoop als Corporaal is uijtgekomen met de naam van Carel Lodewijk baron van Aldebijl van Linde heeft versogt, dat hem bij de soldij boeken mogt gegeven worden zijn rechte naam van Carl Ludeuig Baro voor Albedijhl, van Lund in Sweeden wij hebben, volgens ons besluijt van den 18:' deeser, deese veranderingen alhier bij de zoldij boeken laaten maaken, en wijl gemelde twee perzoonen voor uwerwelEd: achtb: Kamer, zijn uijt„ gekomen, gebruijken we de vrijheid uwel Edele achtb: daar van nedrig kennis te geeven, op dat gelijke veranderingen aldaar ook bij de boeken mogen geschieden. Corne fred:s Sonreuder H D: Betaket Vemtous W: Vande Graaff Ps Huijsken P Gen W„vr8tz Edele Achtbaere Heeren: Uwel Edele Achtbaere zeer onderdanige en gehoor„ zame Dienaaren Wij beveelen uwel Edele Achtbaere in de bescherminge des aller hoogsten en blijven met alle hoog agtinge Chr: Silenius Jaa ig. Holft Wij ƒ 345. Nagezien Harma de Rim Zeeland Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen Van de Nederlandsche g'octroij„ „eerde oost= Indische Compagnie ter gemelde kamer Edele Achtbaare Heeren §1. Met 't schip de Doggersbank, 't welk voor de kamer Amsterdam gedestineerd, en den 15. 9ber: passato van Gale vertrokken is hebben wede eer gehad uwel Edele Achtb: aante„ „bieden 346. bieden onsen eerbiedigen van den 12. dier maand, waarvan we tant 't du„ plicaat deezen laaten verzellen. §2. 'T zedert of eigentlijk den 17. deezer, is 't ingehuurd schip Dordrecht van gale vertrokken meede geconsigu„ neerd aan de kamer Amsterdam, en we gebruiken de vrijheid, nopens de daer aan ingegeevene lading ons terefereren aan de beschijden, die de gaalsche bedienden daar van uwel Edele Achtb: hebben aangebooden. §3. 'T schip Java door de Edele Hooge Jndische Regeering tot een retour bodem bestamd, en geconsigneerd aan uwel Edele Achtb: Kamer, is de brenger deezes. § 4. Van de lading, die met dit schip verzonden word, zullen de bedienden te Gale uwel Edele Achtb: na gewoonten verslag doen aan de welke we hebben aanbevolen, om behalven de onderlaag van salpe„ „ter Kauris en Sappanhout, daar in te doen afscheepen 1200. baalen Canneel en voorts zoo veel van de verwagt wordende soeratsche Lijwaa„ „ten ende Madureese pakken die aanhanden zijn, als bekwaa„ „melijk in dienze boodem kunnen worden afgeladen, met de nodige peper tot bestorting we gedra„ „gen ons derhalven aan 't verslag„ dat de gaalsche bedienden 't wel Edele Achtb: daarvan zullen doen § 5. Met deezen bodem gaan ook over 104 lb Kauris, in een kasje, die hier Verzonden aan 347. aan de Ceilonsche staanden zijn op„ gedooken, tot een proef, zo dezelve met voordeel of kunnen worden verdebiteerd, kan daarvan Jaar„ lijks, eene taamelijke quantiteid, tot ballast voor onze retour„ scheepen worden bezorgt 16. Dit schip heeft alhier blijkens onse resolutie van den 29. ' decem„ „ber van een nieu stel zijlen moeten worden voorzien, wijl een stel van de zijlen, die het van Bata„ via heeft meede gebragt alhier bij „ Lechtiging, voor eene Justiti„ eele Commissie geheel versleeten onbruijkbaar is bevonden voorts zijn nog daaraan zoodanige ver timmeringen en verstrekkin„ gen, tot de t'huijsrijse gedaan als aangeteekend staan bij onse resolutie van den 17. ' deeser, die in extract onder de bijlaagen gaat; met de daartoe betrek„ kelijke papieren § 7. Met deezen bodem vaaren over„ de geweezene predikant te Nagapatnam Johannes Theo„ „dorus van de werth, met des„ selfs huijsvrouw, ende Capi„ tein ter zee en gew: Equipa„ giemeester te Nagapatnam Jakob Hartman met zijne twee dochters en eene vrije Meid. De predikant en de Equi„ ^ verlof van de Hooge indische regering „pagaemeester hebben bij de ^ om over Ceilon te repatrieeren, en de laatste heeft, voor zijne gehad hebbende administra„ als „tie 348. „tie, dubbelde borgtogt gesteld te Palleakatta ook heeft de predikant voor desselfs huijsvrouwen de Equipagiemeester voor zijne dochtersen meid, 't gewoon trans„ „port en kostgeld betaald, en wel voor de laatste dubbeld, of tot de heen terug rijs 18. Jnsgelijks gaat per brenger deezes over, de huijsvrouw van den daar op beschijdenen oppermeester Daniel Peperhoven, die meede van de hooge Jndische Regering ver„ „lop heeft, om daarmeede terepatri„ ren, en is voor haar 't transport en kostgeld te Batavia vol„ daan. 1 9. Nog hebben we per deezen bodem transport verleend, aan den gew: Capitain van 't Regiment van Luxemburg D' Hugonet, die reets anno 1786. daar toe zijne demissie had, volgens het bedeelde bij on„ „sen nederigen van den 15. Gber: 1786. en aan den gew: luijtenant der arthillerij bij gem regiment desenfers, waarvan we hier onder nader spreeken zullen. Aan hem is zijn volle gagie en verdere appoinctementen betaald tot ult:o deezer Dezelve zijn insgelijks betaald aan voorschr: gedemitteerde Capit: D' Hugonet, en heeft hij mits dien niets meer van de Comp: te pretendeeren 110. De zoldaat Gerrit Heering aan wien de wel Edele Hoog achtb: Capitain heeren
English
349: Lords Seventeen, by a very respected missive of 28 September 1786, have permitted to repatriate, also departs per the bearer hereof: 11. Regarding the cargoes discharged here and at Gale from this vessel, we have disposed by our aforementioned resolution of the 17th of this month, to which we humbly refer, with this consideration however, that we have only caused the deficit found on the gross weight of the 27 chests of nutmeg and 3 packages of mace mentioned therein, exceeding the one percent allowed by regulation for spillage, to be placed to the ship's officers on their pay account, in order to comply with the positive order existing thereto, whereas we otherwise must testify to having no reason to condemn them to the reimbursement thereof, because the aforementioned chests and packages were not only delivered in good condition, except that the outer covering of one package had a tear, but also the testimony of Captain Jan Kraaij regarding the drying out of the chests is very plausible and generally confirmed by experience. 12. Furthermore, we take the liberty, 351. by resolution of 24 May, approved as sub-lieutenant the Cadet Bonelle, and this on his present allowances, until a sub-lieutenant's post should become vacant; 16. To the sub-lieutenant d'Aubertin we have, upon the like proposal and his own request, granted his discharge to Europe, with retention of his allowances until the middle of May of this year, until which time his successor will have to forego them, as appears by our resolutions of 1 June and 13 October past. We could not provide anything beyond that, as he had nothing to pay the travel expenses, and as the Company suffers no loss thereby, we hope that this will be favorably accepted. 17. The sub-lieutenant du Croek, having been proposed by Lieutenant Colonel de Raijmond, in view of a vacancy, for lieutenant, approval was granted thereto by resolution of 2 August and permitted that his allowances commence with 1 June prior, in consideration that his promotion, which otherwise ought to have taken place long since, was only postponed until the Court of Justice had passed sentence 352. on the incident at Oostenburg mentioned in our humble letter of 12 November past, and this lieutenant's pay was withheld until that time for that reason. 18. Furthermore, as appears from our resolution of 11 August, at the request of the aforementioned Lieutenant Colonel, approval was given for the appointment as lieutenant in the artillery Company of an officer named Tonneau, who formerly served in the regiment and had requested his discharge therefrom, provided that he receives no more than sergeant's pay until a lieutenant's post falls vacant, and this out of special consideration for the intercession of the Commander of the French naval force in the Indies, the Lord d'Entrecasteaux, who was then at Trinkonomaale. 19. Since the said Tonneau was placed in command of a detachment of artillerymen of the Regiment, who among other troops were sent as reinforcements to Koetsiem, we have, as appears by resolution of 13 October, granted him the effective allowances of a lieutenant for as long as he shall remain with that detachment. 20. The issues of weapons and 353. uniform goods, which have been successively made to the Regiment at the request of the Commandant, are recorded in our resolutions of 22 April, 12 July, 2 and 27 August, 25 September, and 13 October, and an account thereof is also transmitted among the annexes. 21. Upon the arrival of Lieutenant Colonel von Drieberg, who recently came out on the ship Leviathan Pollux, he handed over to the undersigned Governor the copy of a recent decision made by the Most Noble and Honorable Lords Seventeen regarding the post of head of the military at the Cape of Good Hope, which was communicated to him, von Drieberg, by Gordon, the Colonel and head of the Militia there, and in which it appeared very clearly, among other things, that the intention of their said Noble and Honorable Lordships is that the Regiments of Luxemburg and Meuron shall have to be subordinated to the orders of the Chief of the Company's military force at the place where they might be stationed, insofar as concerns the military service. 22. The Governor deemed it necessary to bring the said decision to our meeting for deliberation, and we have thereupon taken into 354. consideration that the authenticity thereof cannot be doubted, since it was signed as a true copy by the aforementioned Colonel and head of the Militia at the Cape of Good Hope and handed to Lieutenant Colonel von Drieberg in his public capacity; that as regards the regiment of Luxemburg, the chiefs who had successively commanded it have hitherto, as it seemed, on the basis of the 20th article of the Capitulation, claimed that they did not need to receive nor obey any orders from the head of the Company's militia in the military service, except only in the case specified in the subsequent 21st article, and that on that basis and as a consequence thereof, they did not need to make or have made any reports whatsoever to the Chief of the Military force on Ceylon; but that from the aforementioned decision it was very clear that this ran contrary to the intention of the Lords Directors, and that therefore the meaning of the aforementioned 20th article of the Capitulation could not be considered to extend further than only to that which does not belong to what properly
Dutch transcription
349: heeren Zeventienen, bij zeer geres„ pecteerde missive van den 28 7ber: 1786. , hebben toegestaan temogen repatrieeren, gaat ook per brenger deezes over: 111. Op de alhier ente Gale uijtgelee„ verde ladingen van deezen bo„ den, hebben we gedisponeerd bij onze voorschr: resolutie van 17.:' deezer waaraan we ons nederig refereeren, uit deeze aanmerking echter, dat we bevondene minder„ „heid, op 't bruto gewigt van de daar„ bij vermelde 27. kisten nooten muskaat en 3. zoekels foelie„ meer dan de bij reglement ver„ gunde een percent voor spil„ lagie, eenelijk den scheeps over„ „heeden op hunne zoldij reekening hebben laaten stellen, om tevol„ „doen aan de daartoe leggende stellige order, terwijl we anders betuijgen moeten geene reden te hebben, om hun tot de ver„ goeding van dien te condem„ „neeren, wijl de voor m kisten en zoekels niet alleen wel ge„ conditioneerd zijn uijtgeleeverd, behalven dat 't buijtenste om„ „slag van een „ zoekels een scheurhad, maar ook de betui„ „ging van den Capitain Ian Kraaij, weegens de indroo„ „ging der kisten, zeer aan„ neemelijk en doorgaans door de ondervinding bevestigd word. § 12. Voorts neemen we de vrijheid, hebben om 351. kens resolutie van den 24. Maij tot sous luijtenant geagreëerd den Cadet Bonelle, en zulks op zijne minnende appoincte„ menten, tot dat 'er eene sous Luijtenands plaats zoude vaceeren; §16. Aan den sout Luijtenant d' Au„ „bertin hebben we, op gelijke voordragt en eigen verzoek, zijne demissie na Europa ge„ geeven, met behoud zijner appo„ „inctementen tot medio Maij deezes Jaars, tot hoe lange zijn successeur die zal moeten mis„ „sen blijkens onse resolutien van den 1. ' Juni en 13.:' october passato. Wij konde buiten dien nietst verstrekken, wijl hij niets hadde om de rijs ongelden te doen, en wijl de komp: daar bij geen schade lijd, hoopen we dat dit gunstig zal worden ingeschikt. 1. 17. De sous luijtenant du Croek, door den luijtenant Collonel de raijmond, mits vacatura voorgedraagen zijnde tot luij„ tenant isom daar toe het ag„ grement gegeeven bij resolutie van den 2. aug: en toegestaan dat zijne appoinctementen ingaan met primo Juni be„ „voorens uijt aanmerking dat zijne bevordering, die anders zedert lange had behooren te geschieden, alleen was uit„ „gesteld tot dat de raad van Justitie uijtspraak hadde te gedaan 352. gedaan, over het voorgevallene op oostenburg vermeld bij on„ sen eerbiedigen van den 12.:' 9ber: passato, en dit luijtenenants traktement daarom tot zoo lange ingehouden is. 418. Nog is blijkens onse resolutie van den 11. aug:, op 't verzoek van voorm: luijtenant Collonel, ge„ „geeven 't agrement tot de aan„ „stelling als luijtenant bij de arthillerij Comp: voor een officier genaamt Tonneau, die eertijds in 't rigiment gediend heeft, en daar uit zijn demissie ver„ „zogt hadde, mits hij niet meer dan Zergeants gagie geniet, tot dat 'er een luijtenants plaats openvalt, en zulks uijt bijzonder § 19. 'T zedert gemelde Tonieau in Commando gesteld zijnde over een detachement arthilleris ten van 't Regiment, die onder andere troepes, tot secours na koetsiem zijn gezonden, heb„ ben we hem, blijkens resolu„ „tie van den 13: october, toege„ „legd de effective apprinctemen„ „ten van een luijtenant, voor zoo lange hij zich bij dat deta„ chement zal bevinden. §20: De verstrekkingen van wapen- en Consideratie voor de voorspraak van den Commandant der fran„ sche zee macht in Jndien, de Heer d'Entrecasteaur, die zicht toen te Trinkonomaale bevond. Consideratie monteerings 353. monteerings goederen, die aan 't Regiment, op 't verzoek van den Commandant, successive zijn ge„ „daan, staan aangeteekend bij onse resolutie van den 22: ' april, 12: Julij, 2. en 27. aug: 25. xber: en 13 october, en gaat ook daarvan eene reekening onder de bijlaagen over. §21. Met de arrive van den Luijtenant Collonel von Drieberg, die on„ Seviathan langs met 't schip de Sullux is uijtgekomen, heeft dezelve aan den ondergeteekenden gou„ verneur overgegeeven, de Copij van eene onlangs gedaane dicisie door de wel Edele Hoog Achtb: Heeren Zeventienen„ in de post van hoofd der milita aan de Caab de goede Hoop, welke door den Collonel en hoofd der Militie aldaar Gordon aan hem von Driberg was meede gedeeld, en waer bij 't onder anderen zeer duijdelijk blaek„ dat de intentie van welgem: hun Edele Hoog Achtb: et, dat de Regimenten van Luxemburg en Meuron, zullen moeten zijn gesubemitteerd aan de order van den Cheff van 's Komp militaire macht ter plaatze daar te be„ scheiden mogten zyn, voor zoo verre aangaat de Militaire dienst. 122. De gouverneur heeft het noodig g'oordeeld, gemelte decisie in onse vergadering ter deliberatie tebrengen en we hebben daarop aan in 354. in achting genomen, dat aan de echtheid daar van niet kan worden getwijffeld, wijl dezelve door den voorsz: Kollenel en hoofd der Militie aan de Kaap de Goede Hoop, voor 't accoord was geteekend en in zijne pu„ „blicque qualiteit aan den luijte„ „nant Collonel von Dieberg terhand gesteld Dat wat aan„ gingt regiment van Luxens„ burg, de chefs, die 't zelve suc„ cessive hadden gecommandeerd, tot heer „e wel, zoo het scheen, uijt hoofde van 't 20. articul van de Capitulatie, gepretendeerd hebben, dat ze in den militaien dienst geene ordres van 't hoofd van 's Comp: militie be„ behoefden te ontfangen, noch naar„ „tekoomen, dan alleen in 't geval= bepaald bij het daar aan vol„ „gende 21: art:, en dat ze ook uijt dien hoofde en als een gevolg daar van, aan den Chef van de Militaire macht op Ceilon„ geene rapporten behoeven te„ „doen of telaaten doen, hoe ge„ „naamd, doch dat het uijt de voorschreeve decisie heel duijde„ „lijk was, dat dit aanliep tegen de intentie van de Heeren van 't Bewind, en dat dus de zin van 't voorschr: 20: artikul van de Capitulatie, niet kon gracht worden zich verder uittestrekken, dan alleen tot „geene dat niet behoord tot het geene „hoefden eigentlijk e
English
is properly the military service, of which mention is made in the aforesaid decision. That it was also evident from the very nature of the matter that this and no other meaning can, or ought to be given to the aforesaid 20th article of the Capitulation, because even in times of peace it had its inconvenience, and in times of war it could give rise to the greatest confusion, if the Governor, and in like manner the subordinate commanders at the subordinate stations, should each time have to intervene to receive from the regiment of Luxemburg, and subsequently have made known, here to the head of the Company's militia, and at the subordinate stations to the military commanders there, all reports which otherwise, according to the rules of the service, must be made directly to the head and chief of the Company's militia; and when, in like manner, the head of the Company's military force on Ceilon should have to apply to the Governor, and the heads of the militia at the subordinate stations to the subordinate commanders, each time when anything must be charged to the regiment of Luxemburg concerning the military service, and which accordingly belongs to their department to make known, in order that these orders may subsequently be issued, here by the Governor to the chief of the regiment, and at the subordinate stations by the subordinate commanders to the commanders of the detachments stationed there in garrison. And finally, that although the aforesaid decision of the Gentlemen Directors had not yet been communicated to this government, and accordingly in the strictest sense could not yet serve for our guidance, nevertheless, even if this decision had not been given, it was evident from what has been demonstrated herebefore that if the military service is to go well, and the head of the Company's military force on Ceilon and the subordinate commanders at the subordinate stations are to be able to fulfill the duties that their office imposes on them, the orders and arrangements contained in the aforesaid decision could not be introduced too soon, and that this was especially absolutely necessary with regard to Trinkonomale, on account of the remoteness of the place, and to prevent the inconveniences that could arise from the uncertainty as to how far the detachment of the regiment of Luxemburg garrisoned there was obligated to obey the commands of the head of the Company's militia there. § 23. Therefore, with regard to this regiment, as appears from the resolution of the 4th of October past, we resolved that, whereas up to now the practice has been maintained here with the chief of the same, and at the subordinate stations with the subordinate commanders of the detachments of the same stationed there in garrison, that they made their reports directly to the Governor here in Kolombo and to the subordinate commanders at the subordinate stations, and likewise received their orders from them, it was therefore necessary that the chief of the said regiment be informed of the change that it is necessary to make herein; and that accordingly the letter should be written to him which is inserted in our aforesaid resolution, whereby he is informed that in the future, in all matters that strictly speaking belong to the military service, he should receive orders from the head and chief of the Company's military force on Ceilon, which should be regarded by him as emanating directly from the Governor, and that he should also make, or according to circumstances cause to be made, to this head and chief all such reports as in the military service, according to the established order, must be made to the head and chief of the Company's military force; whereby he is at the same time instructed, in accordance with this our written communication, to enjoin what is necessary upon the commanders of the detachments garrisoned at Gale and Trinkonomaale. § 24. However, the commander of the aforesaid regiment, Lieutenant Colonel de Raymond, to whom the aforesaid letter was written, maintained in his written answer submitted thereto that our aforesaid disposition was contrary to the Capitulation, and accordingly requested that no change might be made in that regard until the arrival of Monsieur de La Jaye, who is expected as Colonel Commandant. § 25. And as we considered that, although it was certain from the nature of the matter that the regiment, in that which properly constitutes the military service, must be subordinated to the chief of the Company's troops just like other Company troops, yet as far as the Capitulation was concerned, it speaks so sparingly of this subject that from it alone this question could not be settled with such certainty that some uncertainty did not always seem to remain on one side or the other; we therefore, and because the regiment had hitherto been treated on a different footing, resolved by resolution of the 13th of October to leave our aforesaid disposition concerning the regiment of Luxemburg provisionally and for as long as peace lasts without execution, and in that regard to await your Right Honorable's decision; provided that the said regiment should nevertheless be obligated, in case a rupture should happen to arise in the meantime and before the receipt of your Right Honorable's pleasure, immediately to submit themselves and
Dutch transcription
355. eigentlijk is de militeire dienst, waarvan bij de voorschr: decisie word gesprooken. Dat 't ook zelfs uijt den aart der zaake blijkbaar was, dat alleen deeze en geen andere zin, aan 't voorsch: 20: act: van de Capitulatie kan„ noch behoord, te worden gegeeven, wijl het zelfs in tijden van vreede zijne ongeleegentheid had, en in tijden van oorlog de grootste confusie zoude kunnen baaren, indien de gouverneur, en inzelver voes„ „gen de ondergeschikte gebie„ „ders op de subalterne Comp„ „toiren, telkens zouden moeten tusschen bij de treeden, om van 't regiment van Luxemburg te ontfangen, en vervolgens we„ „derom temoeten laaten be„ kend maaken, hier aan 't hoofd van 's Comp: militie, en op de onder, hoorige Comp„ „toiren aan de Militaire Com„ „mandanten aldaar, alle rap„ „porten die anderzins, vol„ „gens de regels van den dienst, aan 't hoofd en Chep van 's Comp: militie direct moeten worden gedaan, en wanneer in zelver voegen 't hoofd van 's Comp: militaire macht op Ceilon, bij den gouverneur, en de hoofden van de militie op de onderhoo„ rige Comptoiren bij de min„ dere gebieders, zouden moe„ ten komen, telkens wan„ te ontfangen, „neer 356. „neer 'er iets aan 't regiment van Luxenburg moet voor doer belast, den militairen dien aangaande, en 't welk mits dien van hun departement „ om dat bekend temaaken, te einde deeze orders vervolgens worden uijtgevaardigd, hier door den gouverneur aan dan chep van 't regiment, en op de ander hoorige Comptoiren door de mindere gebieders aan de Commandanten van de detachementen, die daar in guarnizoen leggen. En eindelijk, dat wel de voorsch decisie van Heeren Bewid„ hebberen, aan dit gouverne„ ment nog niet was gecommi„ niceerd, en mits dien in den striksten zin, als nog niet kon strekken, tot ons naricht, doch dat, zoo ook zelfs deese deci„ „sie niet gegeeven was, het uijt het hier voor aangeweezene blijkbaar was, het tijt het hen haer aangewaken blijkbaa ans dat zoude de militaire dienst wel gaan, en 't hoofd van s Comp:s militaire macht, op Ceilon, en de ondergeschikte Commandanten op de subal„ terne Comptoiren, in staat zijn, om tevervullen de plich„ „ten die hun ampt hem opleggen de orders en schikkingen in de voorsz: decisie vervat, niet te spoedig konden ingevoerd, „niceerd en 357. en dat zulks inzonderheid vol„ „strekt nodig was ten aanzien van Junkonomale, om de afge„ leegentheid van de plaats, en om te voorkoomen de ongelee„ „gentheeden, die zouden kon„ „nen ontstaan uijt de onzeeker„ „heid in hoe verre 't datacement van 't regiment van Luxem„ burg, dat daar in guarni„ zoen legd, schuldig was te ge„ hoor zaamen aan de beveelen van 't hoofd van 'sComp: militie aldaar §23. Derhalven hebben we ten aan„ zien van dit regiment, blij„ kens resolutie van den 4:' tber passato, beslooten om„ uijt hoofde hier met den Chef van 't zelve, en op de subalterne Comptoiren, met de ondergeschik„ „te Commandanten van de detachementen van 't zelve, „ daar die in guarnisoen leggen, tot hier toe gehouden is dee„ zen voet, dat dezelve hier te kolombo aan den Gou„ verneur, en op de onder„ hoorige Comptoiren aan de mindere gebieders hun„ „ne rapporten direct heb„ „ben gedaan, en insge„ lijks hunne orders ontfan„ gen hebben, dat het daar„ „om noodig waaren, dat de chef van gedachte regiment van de verandering, die het van nodig el 358. nodig zij hier in tewaa„ „ken, wierd onderricht en dat dien volgens aan hem zoude geschre „ven worden den brief, die g'insereerd is bij onse voorschr: resi„ lutie, waarbij hem bedeeld is dat hij in den aanstaande, in alle zaaken, die ei„ gentlijk gesproken ge„ hooren tot den mili„ „tairen dienst, de onr„ „dres zoude ontfan„ gen van 't hoofd en chef van sComp: mi„ litaire macht op Cei„ „lon, die door hem zou„ „de moeten worden aan„ gemerkt als direct voort„ vloeijende van den Gouverneur, en dat hij ook aan dit hoofd en Cheff zoude moeten doen. of naarmaate van de omstandigheeden laaten doen, alle zoodanige rapporten, als in den militairen dienst vol„ gens de g'etablisseerde order aan het hoofd en Cheff van 'sComp: mili„ taire macht, moeten worden gedaan, waar bij hem teffens is aanbevor„ „len ons overeenkomstig met „lon dit 359. dit ons aanschrijven, ook het nodige aan de Commanden„ „ten van de detachementen die te Gale en Trinkonomaa„ „le in guarnizoen leggen, aanteveelen § 24. Doch heeft de Commandant van 't voorschr: regi„ ment, de Luijtenant Collonel de raij mond, aan wien de voorsch: brief is geschreeven, bij zijn daarop gediende schriftelijk aantwoord„ gesustineerd, dat voorsz: onze dispositie strijden was tegende Capitulatie, en mits dien verzogt, dat daar omtrent gee„ „ne verandering mogte wor„ „den gemaakt, tot de komste van den Heer de La Jage, die als Collonel Commandant word tegemoed gezien § 25. En wijl we Considereerden, dat schoon het wel uijt den aart der zaake zeker„ was dat 't regiment in dat geen, wat eigentlijk den militairen dienst uijt„ maakt, even als andere Comp: troepen aan den Chef van sComp troepen moet gesubordonneerd zijn, het egter wat de Capitu„ „latie aanging, deeze zoo spaarsaam van dit onderwerp spreekt, „rre dat 360. dat daaruijt alleen dee„ „ze questi niet met zoo voel zekerheid kon worden bestier, dat 'er niet altoos aan de eene of ande te zijden, eenige onza kerheid scheen over te blijvens hebben wa daar om, en om dat 't Regiment tot dus voor„ „ca op eenen anderen voet was behandeld bij resolutie van den 13. october beslooten, on onze voor/m dispo„ „titie nopens 't regia ment van Luxenburg bij provisie en tot zoo han„ ge het vreede blijft, te laaten buijten ex„ cutie en daar omtrent teinsteeren uwer wel Edele Achtbaare de„ cesie; mits dat gem: Regiment nochtans verplicht zoude zijn„ om bij aldien er intus„ schen, en voor den ont„ fang van uwer wel Edele Achtbaare goed vinden, eene rupliere mogte komen te ontstaan„ zich als dan daadelijk te onder-werpen en 22
English
and to comply with the aforementioned, our decision, of which Commandant de Raijmond was informed to serve as his guidance, and to inform the Commandants of the detachments at Gale and Trinkonomaale thereof, as he has indeed done. Paragraph 26: We therefore humbly request that your Honors may be pleased to furnish us on this matter with your most high orders, and to that end take the liberty of presenting to your Honors a copy of the aforementioned reply of Lieutenant Colonel de raijmond among the enclosures hereof. Paragraph 27: Their High Excellencies have sent to us, with their highly respected letter of 27 December 1787, the definitive sentence of the Council of Justice of the Castle of Batavia in the case of the French senior officers, Mr. D' Hugonet and associates, who thereby have been acquitted and declared innocent, and moreover restored to their military dignities. We have always been of the opinion, and do not conceal that we still are today, that the advocate fiscal of the Indies was obliged ex officio to maintain and defend there the interests which our fiscal, or rather the officium fisci, might have in the further course of these proceedings at Batavia, because the officium fisci throughout the whole of the Indies is but one, although on account of the diversity of places it must be administered by various persons. Paragraph 29: Our fiscal at that time, Mr. Christiaan Van Angelbeek, was also of this view, and therefore, when this trial was sent to Batavia, wrote about it in detail and candidly to the Lord advocate fiscal van Massau, entrusting the merits of the case to him without reservation and placing his interests entirely in his hands, with such unbounded confidence that he himself disclosed to him some mistakes that some knowledgeable persons believed they had discovered in the formalities of the proceedings. Paragraph 30: But our fiscal has until now received no information regarding this trial from his substitute in office, and on the contrary we have learned indirectly that before the rendering of the definitive sentence some proceedings took place before the Council of Justice of the Castle of Batavia, and even that written pleadings were submitted not only on the part of the fiscal or plaintiff, but also by the accused, of whose nature and contents we have no further knowledge. Due to the absence of these trial documents, and the resulting lack of proper illumination, we are not able now, nor as yet, to express ourselves concerning that sentence, and especially not to take a positive decision whether we can acquiesce in it, or consider it necessary to have a revision lodged against it, and we have therefore, in our letter of today, Paragraph 31: requested Their High Excellencies, who sent us the non-condemnatory sentence, to now also have the goodness to demand from the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia, and to send to us, authenticated copies of all notes and minutes, and of all written pleadings submitted on both sides with the accompanying enclosures and further documents, which during the course of the proceedings were added to the trial before their Honors, in order that, after receiving them, we may be able properly to deliberate on this important matter. Paragraph 32: We are all the more entitled to this request, which is equitable in itself, because not only did we, in arresting the French senior officers and ordering the proceedings against them, have no other aim than to preserve the rights of the Company against infringement and the lawful authority of the Government against insults, but also because our honor and reputation might become suspect to the world, which is not further informed of the true nature of this matter. Paragraph 33: All the more so, because these new documents alone must contain the grounds upon which the repeatedly mentioned senior officers were acquitted and declared innocent, who according to the trial documents sent from here did various things that we in good conscience considered to be acts of disobedience, insubordination, and rebellion, of which, in our aforementioned humble letter to Their High Excellencies, as briefly as could be done without becoming unclear, we only pointed out the principal items with a finger. Paragraph 34: In advance, we have taken the liberty to bring more closely to the attention of Their High Excellencies that Colonel D' Hugonet, not to speak now of matters of lesser importance, according to all the military laws known to us, solely and independently of all other offenses, rendered himself guilty to a very high degree by his actions taken on 18 July 1785, without otherwise entering into the
Dutch transcription
361 1 28. 7 en voldoen aan voorschr: ons bij besluijt waarvan den Comman„ dant de Raijmond kennis gegeeven is, om te dienen tot zijn naricht, en om de Comman„ danten van de detachementen te Gale en Trinkonomaa„ „le daarvan te informeeren, zoo als hij ook gedaan heeft. § 26: Wij verzoeken derhalven nederig dat uwel Edele Achtb: ons op dit stuk gelieven temunieeren met hoogst derzelver beveelen, en gebruijken ten dien einde de vrijheid een Copij van 't voorm: antwoord van den Luijtenant Collonel de raijmond uw Ed: achtb onder de bijlaagen dezes aantebieden 127. Door Hunne Hoogedelheeden is ons bij hoogst derzelve zeer gerespecteerde brief van den 27. xber: 1787, toegezonden de diffinitive sententie van den Raad van Ius„ titie des kasteels Bata„ via in de zaak van de franse Hoofd-officieren de Heer D' Hugonet C:S: die daar bij vrij gesproo„ ken en onw=r schuldig ver„ klaard zijn en booven dien hersteld in Hunne Militaire waardig heeden Wij zijn altijd van begrip ge„ weest, en ontveinden ook niet het nogheeden te Door zijn Wij 362. zijn, dat de advocaat fis„ „kaal van Jndien ex offi„ cio verpligt was, de be„ langen, die onze fiskaal of eigendlijk het officer„ „um fiscie bij den verderen loop deezer procedures te Batavia kost hebben, aldaar te handhoven en voor te staan, door dien het officium fisci door geheel Jndien maar een is hoe wel het, weegens de verscheidenheid der plaatzen door verscheij„ dene perzoonen moet gead„ ministreerd worden, 129. Onze fiskaal te dier tijd M:r Christiaan Van Angel„ „beek, is ook in dit denk„ beeld geweest, en heeft daer„ „om toen dit proces naar Batavia gezonden wierd, daar over aan den Heer advocaat fiskaal van Massau omstandig en openhagtig geschree„ ven, hem de merita Causa zonder agter hou„ „ding toe vertrouwd en zijne belangen volkoomen in desselfs handen gesteld, met dat onbepaald ver„ trouwen dat hij zelve aan hem heeft opening gedaan van eenige misslagen Christiaen die 363 6 30. die zommige kundige menschen meenden in de formaliteiten van de procedures ontdekt te hebben. Dan onze fiskael heeft tot toe nog „ van zijnen vervan„ „ger in officio geene onder„ rigting noopens dit proces erlangd, en wij hebben daar en teegen van ter zijde verstaan, dat voor het vellen van de difini„ tive sententie eenige procedures bij den Raad van Justitie des Kasteels Batavia hebben plaats gehad, zelfs dat 'er niet alleen van de zijde van den Rat: off Eischer, maar ook van de geakkuseerden schriftuuren zouden ingeleeverd zijn van welker natuur en inhoud wij geene verdere kennis hebben Wij zijn door het gemis van deeze proces stukken, en het daar uijt spuitende gebrek van behoorlijk Elucidaatsie niet in staat, om ons nu noch omtrent die sententie te verklaaren en voor al niet om een positief besluijt te„ neemen; of wij dezelve ac„ quisceeren kunnen, dan wel noodig achten teegen dezelve de revisie te laaten interponee„ „ren, en „ hebben dierhalven bij alleen onze 131. 2: 2: — 364. onzen brief van danr heeden. Huissre Hoog Edelheeden, die ons de kondemnatoire sententie heb„ „ben toegezonden, verzogt nu ook de goedheid te willen heb„ ben van den Achtb: Raad van Justitie des Kasteels Batavia op te eischen, en ons toe tezeer„ den, geauthentiseerde Kopijen van alle notelen en Diag„ „taalen, en van alle hinc inde ingediende schiftuuren met de daar toe gehoorende Bij„ „laagen, en verdere stukken, die geduurende den loop der procedures voor haare Achtbaar heeden bij het proces gevoegd zijn, ten eijnde ons naar be„ kooming van dezelven, op dit E wigtig stuk behoorlijk te kun„ „nen beraaden. §32. Wij zijn tot dit op zich billijk verzoek te meer geregtigd, wijl wij niet alleen bij het ar„ „resteeren van de franse hoofd officieren, en het ordonneeren van de procudures tegen de„ zelven, geen ander oogmerk gehad hebben dan om de regten van de komp: teegen inbreuke en het wettige ge„ zag van het Gouvernement tegen inzulleste bewaaren maar wijl ook onze eene, en reputaat die zoude kunnen suspect worden bij de wee„ „reld, die van de waare na„ „tuur deezer zaake niet wigtig nader „nedrigen 365. nader onderrigt is Alles te meer, wijl die nieuwe stukken alleen de gronden moeten onthouden, waar op de meermelde hoofdofficieren vrij gesprooken, en onschul„ „dig verklaard zijn, die volgens de van hier overge„ zondene proces stukken ver„ scheidene dingen gedaan hebben, die wij in gemoede voor daaden van ongehoor„ „zaamheid weederspannigheid, en oproer gehouden hebben, waarvan we bij voorsz: onzen nedrigen brief aan Hunne Hoog Edelheeden zoo kort als dat zonder on duijde„ „lijk te zijn geschieden konde, alleen de voornaamste stuk„ „ken met een vinger hebben aangeweezen §34. Voor af hebben we de vrijmoe„ „digheid genoomen nu nader onder het oog van Hunne Hoog Edelheeden te brengen, dat Kollonel D' Hugonet, om nu van zaaken van min„ „der belang niet te spree„ „ken, zig naar alle de bij ons bekende krijgswetten, alleen en onafhankelijk alle andere misdrijven, in eene zeer hoogen graad heeft misdadig gemaakt door zijne stappen op den 18. Julij 1745. gedaan zonder ons voor het overige in telaaten over alleen de 133.
English
366. the punishment which he had specifically earned thereby, we have taken the liberty simply to remark that, according to the unanimous advice of the Lord Captain Commander van Braam and the other lords captains of the national squadron present on Ceylon at that time, which is entered in our aforesaid letter to Their High Nobilities section 103, he had solely earned thereby to be deported with a declaration of incapacity to serve the country in any military post any longer. 135. That Colonel D'Hugonet likewise rendered himself criminal in a higher degree by failing to obey the order given to him by the late Colonel Coquart to have two companies commanded to Suirkononrale, is evident from the nature of the matter; we have also in our aforesaid humble letter to Their High Nobilities, to which we request permission to refer here, merely pointed out those things, without citing specially what appears thereof in the trial documents, because these are matters that need no further proof. 367. section 36. Regarding the further events, however much those things occurred before the eyes of the entire world, and of which consequently no one in Colombo is ignorant, we have occupied ourselves chiefly with particularly pointing out what appears thereof in the trial documents. section 37. From our earlier reports, specially in our humble letter of 12 November 1785, it is known to Your Right Honorable that such determined, punishable conduct of Colonel D'Hugonet as related herein above, joined with his various very suspicious conversations and conducts which he generally permitted himself, and which indicated only too well that he counted on the means he thought he could dispose of, caused the first undersigned Governor, out of a precaution which he thought he owed to his duty in this matter, to give orders to the town major to inspect the chests with fixed cartridges, which according to an anciently established custom stand in the military guardhouses, and to supply what was lacking therein. 368. 338. This order, which convinced Colonel D'Hugonet that he had given us only too much reason to mistrust his criminal intentions, now undoubtedly made him think that the Government was finally about to take measures to enforce obedience. No sooner was it carried out, or one noticed further in a manner that was too striking to be called into doubt, that there was the intention, if the Government undertook any acts against Colonel D'Hugonet, to resist it with violence. On 21 August, one already saw several strange movements in the regiment; the day thereafter, on the 22nd, the Governor received reports from various sides that the French were busy in their barracks making cartridges. He sent the town major to take closer knowledge thereof, who reported to him shortly thereafter that it was truly so and that he had seen it himself; and in the afternoon, the field pieces of the regiment were fetched from their usual storage place to be placed at the Galle Gate, where the greatest part of the regiment lay in the barracks. 269. One saw the French that same day transfer some powder kegs and a quantity of lead from a small storehouse that had been vacated for them, but wherein it was never known that they had so large a supply of ammunition as appeared afterward, to one of the French guards. People were sent to several persons, and among others to Lieutenant Bichier, to purchase a quantity of coarse linen at whatever price it might be, which, so generally were the purposes for which it was requested already known, was refused by all without exception. section 40. These things occurred with a publicity as if one openly defied the Government, so much so that one even had the audacity to demand back from the Company's arsenal the tin canister or grape shot cases of the regimental pieces, which the late Governor Falck, who never trusted them with much good, had ordered stored there. 370. section 41. One can easily imagine what a sensation this made upon the whole community, and the criminal purpose with which all these things occurred was all the more indubitable because they followed, so to speak, immediately upon the execution of the aforesaid order; nor was there anyone in Colombo who did not deduce a violent intention from such preparations. section 42. In a writing of Captain D'Laroche sent by him to the Governor after he was arrested, the original of which lies with the documents of the trial, there appear among others, as we have already pointed out in our respectful letter to Their High Nobilities of 28 January 1786, these remarkable words: We thought that Colonel D'Hugonet was on the point of being arrested, and from that arose the question, if this happens, what shall we do? If that happens, said Mr. De Bas, then I cannot refrain from giving orders to Mr. De Laroche to command the regiment to
Dutch transcription
366. de straffe die hij bepaaldelijk daar door hadde verdiend, heb„ ben we de vrijmoedigheid ge„ „noomen daar over eenvoudig aantemerken, dat hij vol„ gens het eenstemmig advies van den Heer kapitein kom„ mandeur van Braam ende verdere heeren kapiteins van landes Esquader te dier tijd op Ceilon aanweezig, dat bij voorsz: onzen brief aan Hunne Hoog Edelheeden § 103. is ingeschreeven, alleen daar over hadde verdiend tewor„ „den gedeporteerd met ver„ klaaring van inhabiliteit om den lande in eenige mi„ „litaire post meer te kunnen dienen. 135. Dat kollonel D' Hugonet zig insgelijks in een hooger graad heeft niesdadig gemaakt door het niet naakomen van de ordre aan hem gegeven door wijlen den kolonel Coquart, om twee komp na suirko„ nonrale te laaten komman„ „deeren is uit den aart der zaake blykbaar ook hebben we bij voorsz onzen nedrigen brief aan Hunne Hoog Edel„ „heeden, waar aan we verlof verzoeken ons hier temoogen gedraagen, die dingen alleen aangeweezen, zonder daar bij speciaal aantehaalen, wat daar van bij het proces dienen blijkt 367. blijkt, wijl dit zaaken zijn die geen verder bewijs noodig hebben. §36. Noopens de verdere gebeurtenis„ „sen hoe zeer ook die dingen zijn geschied onder het oog van de geheele wereld, en waar van mits dien niemand op kolom„ „bo onkundig is, hebben we ons voornamentlijk bezig gehouden met inzonderheid aantewijzen wat daar van bij de proces stukken blijkt „onse §37. Ut„ dake vroegere berigten spe„ ciaal bij onzen nedrigen brief van den 12. ' November 1785. is het uwel Edele Hoog Achtbaare bekend, dat een zoo gedotttineerd strafwaardig gedrag van kolo„ „nel D' Hugonet als hier boo„ verhaald vent is verkael gevoegd bij zijn verscheide zeer ver„ dagtig gesprekken ende kon „duites die hij zig in het alge„ meen permitteerde, en niet dan tezeer aanweezen dat hij reekende op de middelen waar over hij dagt te kunnen disponeeren, de eerst onder„ geteekende Gouverneur, uijt een voor zorge, die hij dagt in deezen van zijn plicht schul„ dig teweezen, ordre deed geven aan den onder Majoor om de kisten met vaste patroonen, die volgens een van ouds vast gestelde gewoonte, in de militaire wagten staan te „nel visiteeren 368. visiteeren en het ontbreekende daar aan te suppleeren 338. Deeze order die Kolonel D' Huga„ „net overtuijgd dat hij aan ons niet dan teveel reeden gegeeven had om zijne misdadige oogmerken temoeten mis„ „trouwen, nu ongetwijffeld deed denken, dat het Gouver„ „maatregelen stond te neemen nement eijndelijk, om zig te doen gehoorzaamen, was zoo dra met uijtgevoerd of men bespeurde nu nader op eene wijze die te spreekende was om dat tekunnen in twijffel trekken dat 'er het voor neemen lag om indien hot Gouvernement tegens Kollanel D' Hugonet eenige Op den 21. augustus zal men reeds verscheide vreemde be„ weegingen in het regiment 's daags daar aan op den 22. kreeg de Gouverneur van verscheide kanten berigt dat de fransen zig in Hunne kasernen bezig hielder met het maaken van pattroonen. Hij zand den oudermasoor om daar van nader kennis te neemen, die hem kort daar aan bezigt deed dat het werkelijk zo was en dat hij het zelfs gesien had, en in den namiddag wierden de daadelijkheeden ondernam; zig daar teegen met geweld te ver„ „zetten. daadelijkheeden veldstukken 0 539 269. veldstukken van het regie„ ment van Hunire gewoone berg plaats gehaalt om ze te plaatzen aan de Gaalsche poort, daar het grootste ge„ deelte van het rigiment in de Kasernen lag. Men zag de fransen dien zefden dag eenige kuitvaaten een een parthij lood, uit een klein magazijn, dat hun was in„ geruijmt, dog waar in men nooijt geweeten heeft dat ze zoo een grooten voorraad van ammonitie hadden, als naderhand is gebleeken over„ brengen na een der fransen magten. Bij verscheide luijden en onder andere bij den luijte„ tenant Bichier wierd gezon„ „den om een partij grof lin„ „nen tot wat prijs het ook zijn mogte, het geen /zoo al„ „gemeen waaren de oogmer„ „ken waar toe het gevraagd wierd nu reets bekend / door alle geene uitgezonderd ge„ „wijgerd wierd. geschiede §40: Deeze dingen met een public„ tijd als of men het Gouver„ „nement opentlijk uij daagde, zoo zeer, dat men zelfs de stoutheid had om uijt komp: arsenaal terug telaaten vraagen, de blikke kogel of schroot bussen van de re„ giments stukken die reeds den Hoog zal:r Heer Gouver„ nant neur 370. „neur Falek, die hun nimer veel goeds toevertrouwde, daar had doen bergen §41. Men kan zigligt verbeelden wat sonsaetzie dit op de geheele ge„ „meente maakte, en het mis„ daadig volmerk waarmeede alle deeze dingen geschiede, was even daarom des te ont „twijffelbaarder, om dat ze, om zoo te spreeken ommiddelijk volgden op de uitvoering der voorsz: ordre ook was er nie„ mand op kolombo die uijt zul„ „ke aanstalten niet besloot een geweldig voor neemen. — Bij een geschrieft van kapitein D' Laroche door deezen aan den gouverneur gezonden §42. na dat hij was gearresteerd, het welk in orgineel bij de stuk„ „ken van het proces legt, koo„ „men onder anderen, zoo als we„ dat reeds bij onzen eerbiedigen aan Hunne Hoog Edelheeden van den 28. Januarij 1786. hebben aangeweezen, deeze aanmer„ kelijke woorden voor we dagten dat kolonel D' Hugo„ „net op het point stond van te worden gearresteerd, en ontstond daar uijt de vraa„ dit „ge, als gebeurd wat zullen we doen! als dat gebeurd zijde Mijn Heer De Bas, dan kan ik mij niet onthouden ons ordre tegeeven aan den Heer De Laroche, dat hij het na regiment
English
371. 45 43. regiment assembled, and I shall then go with all the gentleman officers to the government house to request the dismissal of the colonel from my lord the governor. If one now considers in this regard that the making of cartridges and the moving of the cannons, as well as everything further recounted hereinabove, soon followed upon § 39, this conversation, the conclusion is easily drawn that the intention had long existed to carry through the aforesaid request, if necessary and if it were refused, by force. Colonel D'Hergnet, examined concerning the aforesaid conversation, did not directly deny it, but with his customary pride declared that he, as colonel, was not bound to disclose the conversations that his officers had held with him, as appears from the deed of the confrontation held under date of 9 May 1786 between him and the Gentlemen D'Bas, de Raijmond, and de Laroche and Desenfans. § 44. On the other hand, the second colonel de Bas says, in the deed of the confrontation held between him and Lieutenant Colonel de Raijmond under date of 4 May 1786, that he indeed remembers in general that 372. that at that time, upon the rumor that Mr. D'Hugonet was to be arrested and that cartridges had been distributed to Dutch soldiers, those gentlemen, namely Colonel D'Hugonet and Captain de La Roche, as appears from § 42 of the deposition of Mr. de Raijmond of 25 April 1786, against which the confrontation was held, had said that precautions ought to be taken, and that it was also spoken of at that time to bring the cannons into safety, because they would run the first risk of being seized, and that one consequently had to bring these cannons into greater safety and to that end place them at the Gaalsche Gate. Furthermore, Colonel de Bas says § 45. in the said deed of confrontation regarding 4 of the deposition of Mr. D'Raijmond, namely: that he well knows that it was spoken of to take precautions, and that in case the Dutch took up arms, one had to secure the regiment, which was to take place by bringing the same under arms and drawing it up in order of battle before the barracks. § 46. Captain de Laroche confessed, in the interrogatories answered by him, Article 72, that the order to make live cartridges was given to him by Mr. D'Hugonet himself, after having learned from Mr. D'Lachasse that the Dutch were arming themselves against the regiment, and pursuant to the plan formed between the Gentlemen D'Hugonet, de Bas, de Raijmond, and himself to keep on their guard against all events. 98. 347. Article 80, speaking of the orders given to Lieutenant Desenfans, which shall be mentioned hereafter, he repeats that they were given pursuant to that which the Gentlemen D'Hugonet, de Bas, de Raijmond, and he, de Laroche, had agreed upon. Article 113, he confesses the consultation held between 374. him and the Gentlemen D'Hugonet, de Bas, and de Raijmond. Article 115, he repeats, concerning the declaration of Mr. D'Bas made during this consultation, namely to have the regiment brought under arms when Colonel D'Hugonet was arrested, his statement in his aforesaid writing sent to the governor under date of 5 October 1785. § 49. All this furthermore also agrees with the report of Lieutenant Mitman concerning the conversation held with him by Captain D'Laroche. § 50. However much Colonel D'Hugonet also maintains that he had forbidden all resistance in case of his arrest, and however much the second colonel de Bas and Captain de Laroche—Mr. de Bas in the aforesaid deed of confrontation of 4 May and Mr. de Laroche in his aforesaid writing—wish to make it believed that all the dispositions were concoctions of disordered minds that had not lasted half an hour, one only has to reflect upon and compare against these statements the 375. orders given and preparations made at various times in order to be able to carry into execution that which was established in their aforesaid consultations, to be convinced of what the truth thereof is. § 51. 1st: Captain D'Laroche gave orders to Adjutant Le Maitre and to Sergeant Major St. Vallerie to watch the movement of the Dutch troops, and if one of the chiefs were arrested, to inform the others thereof at once. This is testified by the said Le Maitre and St. Vallerie in their sworn depositions of 22 September 1785. Le Maitre says in his deposition: that a few days before the day of St. Louis, Mr. de Laroche, when going from the parade in the morning with the sergeant major, had warned him to come to his house, upon which order he with the sergeant major immediately betook themselves to Mr. De Laroche, where the same told them that he regarded them both as men of trust and consequently charged them to pay close attention to the movement of the Dutch, so that in case one of the chiefs of the regiment
Dutch transcription
371. 45 43. regiment verzaamelt en ik zal dan met alle de heeren officie„ ren gaan na het gouvernement om mijn heer de gouverneur het ontslag van den kolonel te ver„ zoeken. Als men nu hier bij bedenkt, dat het maaken van Pattroonen en het verplaatsen van de kannons als meede al het verder hier booven verhaalde spoedig op §: 39. dit gesprek, gevolgd zijn, laat zig het besluit ligt opmaaken, dat het voorneemen er lang om het voorsz: verzoek des noods en zoo het geweigerd wierd met geweld tedoen door„ gaan. De Kolonel D' Hergmet over het voorsz gesprek g'exa„ „mineerd, heeft het niet regt„ streeks ontkend, maar met zijn gewoone trotsheid verklaard, dat hij als kolonel niet gehouden raas, om de de gesprekken die zijne officieren met hem gehu„ „den hebben te openbaaren, blij„ kens de akte van de onder dato 9. Maij 1786. gehoudene konfrontatie, tusschen hem en de Heeren D' Bas, de Raijmond , en de Lavroche en Desenters. §44. Daar en tegen zegt de tweede kolonel de Bas, bij de akte van de gehoudene konfrontatie tusschen hem en den luijtenant Kolonel de Raijmond, onder dato 4. Maij 1786. Dat hij zig in het gene„ raall wel herinnerd, „streeks dat 372. dat ter dier tijd op het ge„ rugt dat de heer D' Hu„ gonet zoude gearresteerd worden, en dat aan „ hol„ landse zoldaaten pattroo„ „nen waaren uijtgedeeld, die heeren / namentlijk Kolonel D' Hugonet en„ kapit: de La Roche blij„ kers &42. van de verkla„ ring van den Heer de Raijmond van den 25. ' April 1786. waar tegen de konfrontatsie gedaan is / gezegd hadden, dat men precauties dienden teneemen, en dat als toen ook gesprooken wierd om de kanons in zeekerheid Wijders zegt Kollonel de Bas §45. bij gemelde akte van konfronta„ tie op 4. van de verklaring van den heer D' Raijmond Nament„ Dat hij wel weet dat men gesprooken heeft, om paecau„ „tien te neemen, en dat in„ „gevalle de hollanders de wapens opvatteden, men tebrengen, wijl die het eerst zoude gevaar loopen om opgeligt te worden en dat men dienthalven deeze kanons in meerder zee„ kerheid moest brengen en ten dien eynde aan de gaalsche poort plaat„ tebrengen het „sen 1 lijk. 373. het regiment verzeekeren moest, het geen geschieden zoude met het zelve on„ der de wapens te brengen en in ordre de batalje te„ „stellen voor de Kaserner §46: De Kapitain de Laroche bekende bij de door hem beantwoorde interrogatoria Art:s 72. , dat de ordre om„ scherpe pattroonen te maa„ „ken, hem wierd gegeven bij den heer D' Hugonet door hem zelve, na van den heer D'Lachasse ver„ noomen te hebben, dat de hollanders zig teegen het Regiment wapenden, en ingevolge het gefor„ 98. 347. Act:a 80. spreekende van de ordres aan den luijtenant Desenfers gegeven, die in het vervolg zullen wor„ den gemeld herhaald hij, dat die zijn gegeven in„ „gevolge het geen waar om„ „trend de heeren D' Hugo„ „net, de Bas, de Raijmond en hij de Laroche waaren over een gekomen Act:s 113. bekend hij de ge„ houdene raadpleeging tus„ meerde plan tusschen de heere D' Hugonet, de Bas, de Raij mond en hem zelve om zig teegens alle evenementen op hun hoede tehouden. meerde „schen 374. „schen hem de Heeren D' Hil„ „gonet, de Bat en de Raij„ „mond Art:s 115 herhaald hij nopens de betuiging van den Heer D' Bas, onder deeze raad„ pleeging gedaan, oms na„ mentlijk, wanneer ko„ lonel D' Hugoret gearres„ teerd wierd het regiement in de waapenen te doen brergen, zijn gezegde bij voorsz zijn geschrift onder dato 5. 8ber: 1785. aan den gouverneur gezon §49 Dit alles stemt voorts ook over een met het rapport warden luijtenant Mitman nopens het gesprek, door de kapitein D' Laroche met hem gehouden 150: Hoe zeer ook kolonel D' Hugo„ net staande houd, dat hij alle resistentie in kas van zijne arresteering hadde verbooden, en hoe zeer ook de tweede ko„ lonel de Bas en Kapitein de Laroche de heer de Bas bij de voorsch: akte van konfron„ „tatie van den 4: Maij en de heer de Laroche bij voorsch: zijn geschrift, willen doen gelooven, dat alle de dispositien uit broeiselen van beroerde Linnen waaren, die geen halff uur hadden stand gehouden, heeft men alleen nate denken en teegens deeze gezegdens te het vergalijkeeren den 375. vergelijkenen de op verschijdene tijden gegevene ordres en gemaak„ „te toerustingen ten eijnde het geen bij voorsz: hunne raadpleegingen was vastgesteld ter uijtvoer te„ kunnen brengen, om zig te over„ tuijgen wat daar van zijn §51. 1:/ heeft kapitein D' Laroche order gegeven aan den adjudant le Maitie en aan den sergeant Majoor S:t Vallerie, om te let„ „ten op de beweeging van de hollandsche troepes, en zoo een dez Chefs wierd gearresteerd; ten eersten de anderen daar van teverwittigen. Dit getuigen gem: laestaitre S:t vallerie, bij hunne be-eedigde verklaarin gen van den 22. ' september 1785. Le Maitae zegt bij zijn verklaring: dat eenige dagen voor den dag van St Louis, de heer de laroche, hem des smor„ gens van de parade gaande met den sergeant Majoor gewaarschouwd had van ten zijnen huijse tekomen, op wel„ „ke ordre hij met den serge„ „ant Majoor zich ten eersten bij den heer De Laroche ver„ voegd hebben, alwaar dezelve hun gezegd heeft, dat hij hun bij den als luijden van vertrou„ wen aanzag en dienthalven hun belaste naaukeurig agt te geeven op de beweeging der hollanders om ingevalle een van de Cheffs van het regi„ e„ 1785. ment
English
regiment were arrested, immediately to give notice thereof to the others, charging them at the same time that they should speak to no one of these orders given to them, and in case they did, to deny it. With this agrees almost verbatim that which Saint Vallerij says thereof in his declaration. Captain de Laroche also confesses it in the interrogatories answered by him, articles 50 and 52; he says therein, among other things, that this order was given by him by order of Mr. de Bas, according to an agreement with the gentlemen de Bas and de Raijmond, and although Colonel de Bas, on the last-mentioned interrogatories being confronted with de La Roche, testifies that he cannot remember such, he nevertheless added that he cannot state with any certainty that he did not give that order to Mr. de La Roche, nor that he had not agreed thereupon with the gentlemen de Raijmond and de Laroche: As appears by the act of confrontation dated 13 March 1786. §52. 2. Captain de La Roche gave order to Lieutenant Desenfers, that he should hand over to the adjutant all the infantry powder, the lead and paper that he had in the magazine, and to have the powder for the cannons brought to the artillery company and have cartridges made thereof, and to that end to provide himself with linen, as also to have the grape-shot for the pieces of the regiment fetched from the Company's arsenal and likewise have the same brought to the artillery company. Furthermore, Captain de Laroche asked the said Lieutenant Desenfers on the same occasion whether he at his house, because no bullet moulds could be obtained, would have long bars of the lead cast in bamboos of the caliber of the muskets and thereafter chop the same into bullets, he, De Laroche, intending to have him relieved to that end under pretext of illness, as appears from the declaration of said Desenfers dated 13 October 1785 and the interrogatories answered by him on 19 April 1786. Captain de La Roche confesses in the interrogatories answered by him under dates 23, 24, and 25 February, articles 54 and 58, that he had ordered Lieutenant Desenfers to make cartridges and live rounds, but he denies in article 55 the order given to fetch the canister shot from the Company's arsenal. That Desenfers sent the quartermaster of the artillery company [illegible] to the ammunition house to fetch the canister shot or grape-shot and bring them to the artillery guard, and that they were refused to him there, is certain; it appears from the act itself, and that Desenfers confesses to have given orders thereto is pointed out above from his declaration and answered interrogatories. The quartermaster Houline also confesses it in his declaration of 24 April following, and one would have to do violence to oneself to assume that Desenfers as a subaltern officer would have dared to take it upon himself to proceed to this act if no order had been given to him thereto, and that so much the more because when he did this, he had already handed over the administration of the artillery to Captain Finiels. §54. 3. Captain de la Roche, upon the declaration of Desenfers that he had handed over the administration of the artillery to Captain Finiels, and upon his refusal to make bullets, gave order thereto to the adjutant Le Maitre, as appears by the aforesaid declaration of Lieutenant Desenfers of 13 October 1785. Said Le Maitre confesses, in his aforesaid declaration of 22 December 1785, that Captain De La Roche, to the best of his recollection, on 22 or 23 August beforehand ordered him to have bullets and cartridges made, and to that end to ask for the bullet moulds from the Master of the Company's armoury; that upon the refusal of this Master, De La Roche had told him that he must do his best to make bullets; that de La Roche asked him several times more whether he had already made bullets, and finally, upon his answer that he could not do it without a mould, had ordered him to cast long bars of the lead that had been brought to him, of the thickness of a bullet, and then to chop them into pieces; that having no instruments to cast these bars, he made a bullet of wax on the order of de Laroche; and that Desenfers, who had come twice to ask whether the bullets were not yet ready, had said to look for bamboos according to the size of the wax bullet, and to cast small round bars therein of the size of a bullet. Captain de Laroche himself acknowledges these orders given to the adjutant. In the aforesaid interrogatories answered by him, he says: Article 66: that he had ordered the adjutant to make bullets and cartridges. Article 67: he does not deny the order given to fetch bullet moulds from the Company's armoury, but says he does not remember such, adding that in case he did so, it was done in all events pursuant to the order he received. Article 69: he says that upon the objections of Desenfers and the adjutant that they had no mould, he had told the adjutant to fetch bamboos or to cut the lead into ingots. §56. And Captain Finiels states in his declaration of 13 October 1785 that on 22 August, by order of Captain De Laroche, he had actually supplied two barrels of powder and two sheets of lead to the adjutant.
Dutch transcription
376. 7 „ment wierd gearresteerd, als dan ten eersten daar van ken„ „nis tegeeven aan de andere belastende tevens dat zij van deeze aan hun gegeevene on„ „dre aan niemand zouden spreeken en ingevalle zij het dieden, het het zeijde ontken„ „nen Hier meede stemd na genoeg, woordelijks over een het geen s:t vallerij bij zijne verklaring daar van zegt De kapitein de LaroChe bekend het ook bij de door hem beantwoorde Interrogatoria Art:l 50. en 52. hij zegt daar bij, onder anderen, dat deeze order door hem was gegeeven uijt last van den heer de Bas„ volgens over een komst met de heeren de Bas ende raijmond, en schoon kolonel de Bas, op laast gem: Jnterrogtoria tegen„ de La Roche, gekonfronteerd zijn„ee„ de, betuigt ^ zig zulks niet te kunnen herinneren, voegde hij 'er nogtans bij, dat hij met geen zeekerheid kan verklaa„ „ren, dat hij die order aan den heer de La Roche met gegeeven heeft, nog niet de heeren de Raijmond en de Laroche daar 6. omtrent over een gekoomen te zin: Blijkens de akte van Konfrantatie de dato 13.' Maart 1786 §52. 2. Gaf kapitein de La Roche or„ „der aan den luijtenant Desenfers, volgens dat 377: dat hij aan den adjulant, zoude hebben overtegeeven al het kruid van de infanteri het lood en papier dat hij in het magazijn had, en het kruijt voor de kanons aan de artil„ „lerij komp: telaaten brengen en daar van Kardoesen maaken en ten dien einde zig van lin„ „nen tevoorzien, als meede uijt skomp:s arsenaal de druijven voor de stukken van het re„ giment te laaten haalen en de„ „zelve insgelijks bij de artil„ lerij komp: te laaten brengen. Nog heeft kapitein de Larolle den gem luijtenant Desenfers ter zelver gelegentheid ge„ vraagd, of hij aan zijn huijs„ weil men geene kogel for men konde bekoomen van het lood, lange staaven in bamboesen van het kaliber van de gewee„ ren wilde laaten gieten en dezel„ de daar na tot kogels kappen, zullende hij De Laroche hem ten dien eijnde onder pretext van ziekte laaten aflossen zoo als dat blijkt bij de verklaaring van gem: Desenfers de dato 13:' 8ber: 1785. end' door hem beantwoorde uiterrogatoria op den 19.:' april 1786. Kapitain de La Roche bekend bij de door hem onder datis 23: 24. en 25. febr: beanteoor de interroga„ toria, Art:l 54. en 58. dat hij den luijtenant Desenters ondergegee„ ven had, om kardoesen en scherpe weil pattroonen 353. 378 pattroonen temaaken, dog hij ont„ kend bij art:l 55. de gegevene on„ die om de schroot bossen uit 's komps orsenaal te haalen. Dat desenfers den foucier van de artillerij komp: arterrael t Zalan Rrst Dadarfers deur parrier van de atiklij kautr na 't ammonitie huijs gezonden heeft om de schroot bossen of drijver te haalen en aan de artil„ „lerie wagt tebrengen, en dat se hem daar geweigerd zijn, is zee„ ker, het blijkt uit de daad zelve en dat defenters bekend daar toe last te hebben gegeven is hier boven uijt zijn verklaaring „ven beantwoorde interrogatoria aangewezen. De fourier Houline bekend het ook bij zijn verklaaring van den 24.:' April daar aan en men zoude zig geweld moeten aandoen om te veronderstellen, dat Desen„ „fers als een subalten officier het zoude hebben duwven over zig neemen om tot deeze daad „hem te treeden indien „ ta daar toe geen order gegeven was, en zulks temeer wijl hij toen hij dit deed, de administratieu over de ar„ tillerij bereeds aan Kapitain Finiels hadde overgegeven. §54: 3 heeft kapitein de la Roche op de betuijging van Desenfert, dat hij de administratie van de ar„ tillerij had overgegeven aan ka„ pitein Giiels, en op zijne De weijgering H 379 weijgering om koegels temaaken, daar toe order gegeeven aan den adjudant Le Maitre, blijkens de voorm: verklaaring van den luijtenant Desenfers van den 13. october 1785. gemelde Le Mai„ „tie bekend, bij zijne voorschre„ ven verklaaring van den 22:' xber 1785. , dat kapitein D' La roche hem, na zijn best onthoud, den 22. of 23. aug: daar tevooren gelast heeft om kogels en pattroonen te laaten maaken, en daar toe de koe„ „gels formen tevraagen van den Baas van 's komp:s wapen„ „kaamer, dat op de weijgering van deezen baas, D' La Roche hem gezegt had, dat hij zijn best moest doen om kogels te„ maaken, dat de La Roche hem nog verscheide maalen gevraagd„ of hij reeds kogels gemaakt had. en ten laatsten, op zijn antwoord dat hij het sonder form niet konde doen, hem belast hadde om van het lood dat bij hem ge„ bragt is geworden lange staa„ „ven tegieten ter dikte van een kogel, en zes als dan aan stukken tekappen; dat hij gee„ ne Jnstrumenten hebbende om deeze staaven te gieten, hij op or„ die van de Laroche een Koegel van waks gemaakt „ en dat Des enfers, die tweemalen was koomen vraagen, of de koegels nog niet klaar waaren! gezegt had, om best volgens el l 380. 4555. - volgens de groote van waksche koegel bamboesen tezoeken, en daar in klijne ronde staofjes te gieten, ter groote van een koegel, kapitein deCatoche zelve erkend deeze gegeevene ordres aan den adjudant. Bij de voorsz: door hem beantwoor„ „de Jnterrogatorien, zegt hij. Art:a 66: dat hij den adju„ „dant had geordonneerd, om koegels en pattroonen temaaken. Arl:o 67: ontkend hij niet de gegeevene order, om koe„ gels formen van 's komp:s wapenkamer te haalen, maar zegt zich zulks niet te rerinneren, met bijvoeging dat ingevalle hij dit gedaan heeft, het in allen gevallen geschied is inge„ volge de ordre die hij ont„ fangen heeft Art: 69. zegt hij dat hij op de teegenwerpingen van Desen „fers en den adjudant, dat ze geen form hadden, aan den adjudant gezegt had, oms bamboesen te haalen of 't lood in lingots te snijden. §56. En Kapitain Finiels verklaard bij zijne verklaaring van den 13. 8ber 1785; dat hij op den 22. aug:, ter order van Kapitein D' Laroche„ twee vaaten kruijd en twee bla„ den lood werkelijk aan den adjudant had verstrekt. bijvoeging des
English
381: Paragraph 57. 4: On the same 22 August that all the things recounted here before occurred, the artillery company was, by order of Colonel D' Hugoriet, completed with 10 heads, taken from the companies of the Lieutenant Colonel and Captain de Champenoi, who for that purpose had formed up on the square before the Gaalse Gate without prior knowledge of the Governor. Indeed, this reinforcement would have taken place with 20 men, if the captains of the aforementioned companies had not made representations against it, as appears from the aforementioned statement of Captain Friniels. 358. Colonel D' Hugonet acknowledges, in the interrogatories answered by him, Articles 99 and 109, that he gave the order for the completing of the artillery company, but adds that this was done at the request of Captain Finiel. Colonel D' Bas acknowledges, in the interrogatories answered by him, Articles 57, 61, 62, and 63, that the artillery company was reinforced with his prior knowledge and consent, that for this purpose the aforementioned two companies formed up on the aforementioned square, and that the intention was to carry out the reinforcement with 20 heads. 382. Paragraph 60. Captain D' La Roche acknowledges, in the interrogatories put to him, Articles 98, 99, 100, 101, and 102, that the artillery company was reinforced, as he thought, with 15 to 20 men; that the aforementioned two companies formed up on the aforementioned square for that purpose; that he believed it was done at the request of Captain Finiels because that company had more duties than the others, adding that he believed the Governor had no knowledge of it, at least not through him. Paragraph 61. 5: Is the decision to place the regimental pieces in greater safety by moving them to the Gaalsche Gate actually carried out? Paragraph 62. The adjutant Le Maitre declares in his aforementioned statement of 22 September 1785 that on the day before Saint Louis (this is clearly a mistake in the date, since it happened on the 22nd and not on the 24th, the day before Saint Louis, as is evident beyond all dispute), Captain de Laroche had handed him a written order for Captain Finiels, stating that he, Finiels, should have his company march with the regimental pieces to the Gaalsche Square to maneuver there, and that Captain D' La Roche had at the same time instructed him, the adjutant, to convey this order orally as well, and that the pieces should remain in front of the barracks near the Gaalsche Gate in case of necessity, being at the same time at hand for the day of Saint Louis. Paragraph 63. Captain Feiniels testifies in his frequently mentioned statement of 13 October 1785 that on 22 August the adjutant had brought him an oral order from Captain D' Laroche to have the pieces of the regiment brought before the Gaalsche Gate around four o'clock and to place them by the barracks to remain standing there; that he, Finiels, thereupon went to Colonel D' Hugonet and requested that the cannons might remain in their old place, since they were covered from rain and wind there; that Colonel D' Hugonet, as he said, unaware of the aforementioned order, thereupon ordered him to notify Captain D' Laroche that he desired the cannons to remain where they were; but that the latter, upon receiving that message, 384. said that he absolutely demanded that the cannons, according to his order, be brought to the Gaalsche Gate to remain there; and that consequently he, Finiels, had the cannons brought before the Gaalsche Gate, and even had a part of a hangar that stood near the Gaalsche Gate opened to place the pieces inside to prevent deterioration; but that before the pieces were put away, he had some maneuvers performed; and that meanwhile Colonel D' Bas had arrived, who instructed him, after he should have maneuvered, to return the pieces to their old place, as was also done. 364. Captain de Laroche acknowledges, in the interrogatories answered by him, Article 90: that, by order of Colonel D' Hugonet, he had instructed Captain Finiel through the adjutant to have his company march with the cannons of the regiment to the Gaalsche Square, and to place the cannons by the French barracks to remain standing there; and Article 92: that he, de La Roche,
Dutch transcription
381: §57. 4:/ Is op den zelfden 22. aug: dat alle de hier voor en verhaalde dingen gebeurt zijn, de artillerij komp: ter ordre van kolonel D' Hugoriet gekompleteerd met 10: koppen, genoomen uijt de kompenien van den luijtenant Kolonel en den Kapitein de Champenoi, die ten dien eijnde buijten voor kennis van den gouverneur, op 't plein voor de gaalse Poort waaren opgetree„ den, Ja zelfs zoude deeze ver„ „sterking met 20: Mannen geschied zijn, indien de kapiteins van voorsz: komp: daarteegen representatien hadden gedaan, blijkens de voorsz verklaa„ ring van kapitein Friniels 358. Kollonel D' Hugonet bekend bij de door hem beantwoorde inter„ „togatoria Art: 99 en 109: onder gegeven te hebben tot het Com„ pleteeren van de artillerij komp: maar voegd 'er bij dat zulks op de sollicitatie van ka„ „pitein Finiel was geschied. kollonel D' Bas erkend bij de door hem beantwoorde in„ terrogatoria art: 57. 61. 62. en 63. dat de artillerie kompenie met zijne voorkennis en toe„ stemming versterkt is, dat daartoe de voorschreeve twee komp: op 't voormelte plein zijn opgetreeden, en dat de intentie was om de verster„ „king te doen met 20. koppen. Kolonel Kapitein 359 382. §60. Kapitain D' La Roche bekend bij de aan hem voorgehoudene In„ terrogataria Art: 98: 99: 100: 101. en 102: dat de artillerij Kompenie versterkt is /:zoo hij dacht:/ met 15. â 20: man, dat de voor„ schreeve twee komp: ten dien einde op het voormelde plein zijn opgetreeden, dat hij ge„ loofde dat het op verzoek van kapitein Finiels was geschied om dat die komp: meerder diensten had dan de andere daar bij voegende dat hij geloofde dat de Heer gouverneur daar van geen kennis had, ten minsten niet door hem. 461. 5. / Jsz. besluijt om de regiements stukken in meerder vijligheid te brengen, met ze nade gaal„ sche poort te verplaatsen, wer„ §62. - kelijk uitgevoerd De adjudant Le Maitre verklaard bij zijne voorsz verklaring van den 22: 7ber: 1785. dat 's daags voor S:t Louis / dit is kennelijk, een vergissing in den dag, wijl het op den 22. en niet op den 24. den dag voor St: Louis is geschied zoo als dat buijten alleen te„ gensprake blijkt / kapitein de Laroche hem eene schrifte„ „lijke order had ter hand gesteld voor den kapitein Finiels hou„ dende, dat hij finiels zijne komp: met de regiments stuk„ „zoude „ken na 't gaalsche plein „ laaten stukken marcheeren 0 383. marcheeren, om aldaar te ma„ nevreuren, en dat kapitein D' La Roche hem adjudant taf„ „fens belast had, die order ook mondeling te zeggen en dat de stukken voor de Katernen bij de gaalsche poort moesten blijven, ingeval van nood„ „zaakelijkheid, zijnde teffens bij de hand voor den dag van S:l Louis. 163. Kapitein feiniels getuijgd bij zijne meerm: verklaa„ ring van den 13: ' october 1785. Dat de adjudant op den 22. ' aug: aan hem eene monde„ linge order van kapitain D' Laroche had gebragt, om teegens vier uuren de stuk„ „ken van 't regiment voor de gaalsche poort te laaten bren„ „gen, en ze bij de kosernen te plaatsen, om aldaar te blijven staan, dat hij finiels daar op zig na Kollonel D' Hugonet begeeren en verzogt had, dat de kanons op hun„ „ne oude plaats mogten blijven, wijl ze daar voor teegen en wind bedekt waa„ ren, Dat Kolonel D' Hugo net zoo hij zijde onkundig van de voorsz: ordre, daar op hem belast had kapitein D' Laroche aantezeggen, dat hij begeerde, dat de kannons bleeven daar ze waaren doch dat deeze op die bodschap ken zijde 384. zijde, dat hij volstrekt begeer„ „de dat de kanons volgens. zijne order, aan de gaalsche poort gebragt wierden, om daar te blijven, en dat mits dien hij Finiels de kanons voor de Gaalsche poort had laaten brengen, en zelfs een gedeelte van een mandal, die bij den Gaalsche poort stond„ heeft laaten openen, om de stukken daar in te zetten, tot voor koming van bederf„ maar dat hij eer de stukken geborgen wierden, eenige maneuvers had laaten doen en dat onderwijle kollonel D' Bas aangekoomen was, die hem belast had, nadat Art: 90: dat hij op ordre van Kollonel D' Hugonet door den adjudant aan kaptijn finiel had laaten belasten, om zijne Comp: met de kanons van 't re„ giment te laaten marchee„ „ren na 't Gaalsche plein, en de Cannons bij de france Casernen te plaatsen, om aldaar te blijven staan en art:l 92. dat hij de La E dat hij gemanevieurd zoude heb„ „ben, de stukken weder op haare oude plaats te brengen, gelijk ook geschied was. 364. Kapitein de Laroche bekend bij de door hem beantwoorde inter„ rogatoria hij Roche e
English
385. Roche himself had advised Colonel D' Hugonet to place the guns at the Gaalse gate near the French barracks. However, he denies in Article 91 that Captain Finiels had come to notify him that Colonel D' Hugonet desired the cannons to remain in their old place, but says that Finiels, shortly after receiving the order to move the cannons, coming to him had said that he came from Colonel D' Hugonet to know what he was to do concerning the aforesaid order; and that he, de Laroche, piqued by such singular behavior, had answered him: "Sir, it is the order of the Chief, you will be pleased to carry it out." § 65. Colonel De Hugonet says, in the interrogatories answered by him, Article 105, that he knows nothing of Captain de La Roche's advice to move the cannons, but claims in Articles 100, 101, and 102 that Captain Finiels had come to inform him that Mr. de Raijmond had caused the cannons to be moved from their usual station and had caused them to be brought to the Gaelsche square near the French barracks, asking at the same time whether it had been done by his order; and that he, d' Hugonet, declaring that he had given no order to that effect, had asked Finiels whether the cannons were better here than in the other place; and upon his answer that, on the contrary, they were not well-situated in this new place, he, Colonel D' Hugonet, at that very moment, had called the Colonel en second de Bas and ordered him to get dressed and have the cannons brought back to their usual station, which the latter had also done. § 66. Colonel de Bas, being confronted with Lieutenant Colonel de Raijmond on paragraph 6 of the latter's declaration of 25 April 1786, admits that it is the truth that between him, Colonel d' Hugonet, and Captain de La Roche it was decided that the artillery company with the guns should march to the Gaelsche square by 4 o'clock, as they would be in greater safety there and in the vicinity of five companies, since if the Dutch undertook anything, they would first make themselves masters of the guns, 386. and that the orders given that day on the parade to assemble the two companies of Champenoij and of the Lieutenant Colonel, in order to complete the artillery company therefrom, would serve as a pretext to cloak the transport of the guns that were to remain there; but that the guns would be placed there under the pretense that this was done for the feast of Prince Louis, in order to conceal the true intention of this relocation and to cause no suspicion and anxiety to anyone, as appears from the deed of confrontation of 4 May 1786. § 67. This agrees with what was further declared by de La Roche in the deed of confrontation of 5 May 1786. And it appears further that the bringing back of these cannons to their old station was not effected by order of Colonel D' Hugonet, and because he had disapproved of the relocation of the same, but rather pursuant to the advice of Lieutenant Colonel De Raijmond, upon the representation of Major de Paravicini, according to the testimony of him, de Raijmond, in his declaration of 25 April 1786. § 69. For Colonel de Bas first admits in the aforesaid Article 57 of the interrogatories answered by him, that pursuant to the orders of Mr. D' Hugonet, after the review which was held to reinforce the artillery company, he betook himself to execute jointly with Mr. Finiels, Captain of this company, that which had taken place, namely, the completion of that company, therefore not to have the guns brought back, although he adds thereto that the guns were afterwards brought back to their usual place. 387. § 70. Concerning the actual motive for bringing the cannons back to the previous station, Colonel de Bas says, in the confrontation with Mr. de Raijmond on paragraph 13 of the latter's aforementioned declaration, that it is true that Mr. de Raijmond, in going to the aforesaid review, met him on the corner of the Bierstraet and said to him that the march of the artillery company with the guns seemed to cause dismay among the inhabitants, and that he advised him, after the company should have performed some maneuvers, to cause them to be taken back to their old place again; that thereupon he, de Bas, had summoned Mr. Finiels and ordered him to have the guns brought back to their old place with the artillery company, 388. after first having caused some blank maneuvers to be performed with the cannons, as appears from the aforesaid deed of confrontation of 4 May 1786. Captain de La Roche says in that regard in Article 95 of the interrogatories answered by him, that Mr. de Raijmond had come to tell Mr. de Bas and him, de La Roche, that the cannons, which Mr. Paravicini had seen passing with the artillery company, had struck him with alarm, but that he, de Raijmond, to calm him down, had said that it was in order to exercise with the cannons, and that they would return to their usual place after the exercise. That, as a consequence thereof, he, de La Roche, had betaken himself to Mr. D' Hugonet to ask him whether he wished to come inspect the artillery company, which was assembled and waiting for him; but that D' Hugonet had answered that he could not come, and requested to tell Mr. de Bas to do the same. That he, de Laroche, had then also proposed to him that in case the
Dutch transcription
385. Roche Zelve, Collonel D' Huganet had aangeraaden om de stukken aan de Gaalse poort bij de franse Caserren te plaatsen. Doch ontkend act:s 91. , dat kapitein finiels hem had koomen aanzeggen, dat Coll: D' Hugonet begeerde, dat de Canons op haar oude plaats zouden blij„ ven, maar zegt; dat finiels kort na den ontvangst der order om de kan„ nans te verplaatsen bij hem komen„ „de gezegt had, dat hij van Coll: D: Hugonet quam, om teweeten wat hij doen moest betrekkelijk de voorsz: onder! en dat hij de Laroche, gepi„ queerd door een zoo singulier gedrag„ hem had, geantwoord: Mijn Heer 't is de order van den Cheff, gij zult dezelve wel willen ter uijtvoerbrengen § 65. Collonel De Hugomet zegt bij de door hem beant„ voorde interrogatoria Art:a 105. niets te weeten van de aenraeding van kapitain de La Roche om de kanonste verplaetzen maer geeft voor bij art=l 100. 101. en 102. , dat kapitain finiels hem was koomen kennis geeven, dat de Heer de Raijmond de kanons van hunne gewoone standplaats had doen verplaatzen en dezelve na het gaelsche plein bij de fransche Caserns had laeten brengen met afvraege teffens of het op zijne order was geschied" en dat hij de d' Hugonet onder betuiging van geen order datoe gegeeven te hebben, finiels had gevraegd, of de kan ons hier beeter waeren dan op de andere plaats„ en op zijn antwoord dat ze in teegendeel op deeze nieuwe plaats niet wel waeren? hij kollonel D' Augonet op het oogenblik zelfs, den Collonel en second de Bas had geroepen„ en belast om zich de k te kleeden en de ka„ nons op hunne gewoone stand plaats te rug te laeten brengen het geen deeze ook gedaen had. § 66. De Collonel de Bas geconfronteerd zijnde teegen den luijtenant kollonel de Raijmond op &. 6. van des laastens declaratoir van den 25. april 1786. bekend, dat het de waarheid is dat tusschen hetde was, Col„ lonel d' Hugonet en kapitain de La Roche besloote is, dat de artillerij Compenie met de stukken na het gaelsche plein teegens 4. uuren zoude marcheeren, wijl ze daer in meerdere sekerheid waeren en in de buurt van vijff Compenien wijl zoo de Hollanders iets ondernaemen, zij het eerst zich meester van de stukken zoude Collonel maeken 386. maeken, en dat de gegeevene ordere die dag op de parade om de twee Comp:e van Champenoij en va„ den luijtenand Collonel te verzaamelen, te einde daer uit de artillerij Comp:e te Completeeren tot protext zoude dienen om het transport van de stukken, die aldaer zoude blijven te bewimpelen maer dat de stukken aldaer zou„ den geplaats worden onder voorwending dat dit geschiede voor het feest van P=l Louis om de waere intentie van deeze ver„ plaetzing te verbergen, en om aen niemand eenige agterdogt en ongerustheid te veroorzaeken blijkens de akte van Con„ frontatie van den 4. Maij 1786. § 67. Dit stemd over een met het nader gede clareerde door de La Roche bij de afte van Confrontatie van den 5: Maij 1786. En het blijkt alverder, dat het terug brengen van deeze Canons, na haere oude standplaets, niet is g'effectueerd, of bevel van Collonel D' Hugonet, en om dat deeze de verplaetzing van dezelve had afgekeurd, maer wel ingevolge de aenraeding van den luijtenand Collonel De Raijmond, op de representatie van den Majoor de Pararicini, volgens de be„ tuiging van hem de Raijmond bij zijn de klaratoir van den 25. april 1786. §69 want Collonel de was bekend voor eerst bij het voorsz: 57. art=l van de door hem beantwoorde Jnterro„ gatoria, dat hij ingevolge de ordres van den Heer D' Hugoret, zich na de revue, die gehouden is ter versterking van de artillerij Compenie heeft begeeven, ter uitvoering gezaementlijk met den Heer Finiels Ka„ had pitain 8 387. pitain van deeze Comp:e van het geen plaats heeft gehad namelijk, de Com„ pleteering van die Comp=e ergo niet om de stukken te laeten te rug bren„ te gen schoon hij 'er nog bij voegd dat de stukke naderhand op hunne gewoone plaats zijn te rug gebragt. § 70 van de eigentlijke beweegreeden, tot het terug brengen, der Can„ nons na de voorige standplaets, zegt de Coll: de Bas, bij de Con„ frontatie teegens den Heer de Raijmond; op 3. 13. van des laastens voormelde de Claratoir, dat het waer is, dat de Heer de Raijmond hem, in het gaan na de voorschr: revue, op de hoek van de bierstraet, ont„ moet heeft, en aan hem ge„ zegt, dat de marsch van den artillerij Comp: met de stek„ „ken, bij de inwoonders ver„ slagenheid scheen te veroor„ zaeken, en dat hij hem geraa„ „den heeft, om na dat de Comp: eenige maneuders zoude hebben gemaakt, ze weder na hunne oude plaats te doen te rug voeren; dat hier op hij de Bas den Heer piniels bij zich had doen koomen en hem geordon„ neerd had, om de stukken met de artillerij Comp: na hunne oude plaats te„ na laaten 388. laaten brengen na alvoorens eenige blinde maneuvers met kan ons te hebben laaten maa„ ken. Blijkens de voorschr: acte van Confrontatie van 1871. den 4. Maij 1786. , Kapitain de La Roche zegt daar on¬ trent art: 95. van de door hem brantwoorde Jnterrogatoria„ dat de heer de Raijmond aan den Heer de Bas en hem de La Roche had komee zeggen, dat de kannons, die de Hr Raravicine met de artillerij Comp: had„ de zien passeeren, den zel„ ven getroffen hadden, maar dat hij de raijmond om hem te bedaaren ge„ zegd had, dat het was om met de kanonnen te exerceeren en dat ze na hunne gewoone plaats zouden terug kee„ „ren na de exercitie. Dat in„ gevolge daar van hij de La Roche zig bij den Heer D' Hugo„ net had begeeven, om hem te vraagen, of hij de inspektie van de Artillerij ws Comp: wilde koomen doen, die vergaderd was en na hem wagte! Maar dat D' Hu„ gonet had geantwoord, niet te kunnen koomen, en verzogt om den Heer D' Bas te zeggen het zelve te doen. Dat hij de Laroche hem toen ook voorgesteld had dat bij aldien „zegd de
English
the artillery pieces remained at the barracks of Valmond, this could possibly produce a bad effect, and that it was better to send them back to their usual place, to which D'Hugonet had agreed, and the pieces were accordingly brought back. §72. From all this, in our humble view, appears in the most complete manner not only the decision taken to resist by force should the government undertake anything immediately against Colonel D'Hugonet, but that a beginning was even actually made to put into execution those means and measures that had been devised to be able to carry out this adopted resolution. Matters could hardly have been carried any further, unless, without waiting to see what the government did, they had made the attack themselves. §73. That the intention to resist the government by force if necessary continued until Colonel D'Hugonet and his associates were arrested appears most convincing. §74. Not to speak of many things regarding this that appear in the letter written by Colonel D'Hugonet to the Prince of Luxemburg after what occurred on 22 August and indicate this; as, among others, that which one finds written therein in his own hand: I was nevertheless very convinced that the Governor was minded to play me an evil trick, which I would never have answered other than with bayonet thrusts / qu a coups de bayonettes. Thus the letter written by Colonel D'Hugonet to the Viscount, Count de Souillac, Governor General of the French Establishments in the Indies, serves as clear proof thereof. §75. In this letter, written not twice 24 hours before Colonel D'Hugonet was arrested, and in which he asks for the protection of the French flag, he says not that he would defend himself if one attacked him, but that he, which sounds even somewhat harsher, only in the trust that the Government of Pondicherry would take up his cause, had until now delayed using the means that force put into his hands; which is said in almost as many words, that without this consideration he would have already made the attack. §76. By this letter he makes his corps of officers, to whom he presented the same for signature, simultaneously see as in the distance the means of force that they had in hand, and shows them as in one breath the possibility and even the necessity of using them, should circumstances come to require it. He thereby openly planted the seeds for his objectives; so as not to make them shy thereof by an all too elaborate plan of his conspiracy, which in calm moments might frighten them, he provisionally seeks only to accustom them to regard the means of force as a resource. §77. The Captain of the Grenadiers, Mr. De La Motte, and three subaltern officers of the Regiment of Luxemburg also found the communication to the corps of officers of such seditious language against the government as appears in this letter to Mr. Souillac, and in particular the presenting of this letter to them for signature, so questionable that they deemed that, without failing in their duties toward the government, they could not omit addressing the Governor in writing on the matter, as is pointed out in detail in our humble letter of 28 January 1786, as well as in our humble letter to their Right Noble Excellencies of 28 January 1786. §78. Of all the pieces of evidence in the lawsuit cited herein, in so far as they have not already been sent directly to your Right Honourable Worships, copies are now enclosed among the appendices of this letter. §79. From the head and chief of the Company's military force on Ceylon, Lieutenant Colonel Tilenius, and from the head and chief of the Ceylon artillery, Major Paravicini, the undersigned Governor has now further requested their considerations regarding this incident; each has therefore complied in a separate writing, of which we gladly present the copies, which we have also sent to their High Noble Excellencies, among the appendices to this letter to your Right Honourable Worships. §80. We would do an injustice to the enlightened view of your Right Honourable Worships if we wished to point out here what matters would finally and quickly turn into, if it were up to the chiefs of any military force to place themselves in a state to offer actual resistance against the government whenever they perceive, or even just suspect, that the government is taking measures capable of making itself obeyed. The consequences thereof, which could have the most terrible outcomes for the state, especially in a government such as Ceylon, where the military power must be kept in check by strict discipline, are too visible for it to be necessary to point that out here in any respect. §81. We therefore need not say that these considerations also belong among the principal motives why we have taken the liberty to converse now further, and even more circumstantially, with their High Noble Excellencies regarding the aforesaid case, [illegible] outcomes outside
Dutch transcription
389. de artillerij stukken bij de Kaser„ „nen van valmond bleeven, zulks moogelijk eene kwaade uijtwer„ „king zoude doen voortkoomen, en dat het beeter was dezelve na Hunne gewoone plaats te rug te zenden, het gunt D Hugonet had toegestend en de stukken waaren mids dien weder terug gebragt, §72. Uit dit alles blijkt na ons nedrig inzien op de volkoment„ wijse. „te, niet alleen het genomen beluijt om wanneer het gou„ vernement eets dadelijks teegens Kollonel D' Hugonet mogte onderneemen, zig met geweld daartegen te verzetten, maar dat zelfs met der daad begonnen is om ter exekutie te leggen die mid„ delen en maatregulen, die beraamd waaren om dit ge„ „nomen besluijt te kunnen uitvoeren. verder konde die dangen bijna niet ge„ „bragt worden, ten zij ze zonder aftewagten, wat het gouvernement deed, zelfs den aanval hadden gedaan. §73. Dat het voorneemen om zig w des noods met geweld tee„ gens het gouvernement te ver„ zetten, heeft voortgeduurd tot dat Kollonel D' Hugonet C: s: zijn gearresteerd, blijkt heel overtuigent. §74. Om nu niet te spreeken van met veele 390. veele dingen die derweegens voorkoomen bij de brief door Kolonel D' Hugonet aan den prins van Luxenburg ge„ schreeven na het voorgevolle„ „ne op den 22: Aug: en dit aan„ wijzen; als onder anderen het geen men daar bij met zijn eigen handgeschreeven vind. Ik was des niet te min zeer gepersuan„ deerd dat de gouver„ neur geziend was mij een kwaade trek te speelen, waer„ aan ik nooijt zoude hebben beantwoord dan met bajonet stooten / qu a Comps de baso zoo strekt den brief door kollo„ „nel D' Hugonet geschreeven aan denburg graaff de heer de Souillac Gouverneur generaal van de fransche Etablisse„ menten in Jndien daarvan tot een duidelijk bewijs. Jn deesen brief, geen twee„ maal 24. uuren voor dat Kollonel D' Hugonet is ge„ arresteerd, geschreeven, en waar bij wij de proteksie van de franse vlag vraagt, zegt Wij niet dat hij zig zoude verweeren wanneer men hem aantaste, maar dat Wij, het geen nog wat hardek klinkt, alleen in het ver„ „trouwen dat het gouverne„ Zoo ment §. 75. nettes 391. ment van Pondecerie zig zijne zaak zoude antrekken, het tot nog hadde uitgesteld, om zig te bedienen van de middelen die het geweld hem inhanden gaf, het geen met bijna zoo veel woorden, gezegt is, dat hij zonder deeze konsideratie, bereeds den aanval zoude hebben gedaan. §76. Bij deezen brief doed hij zijn korps officieren die hij dezelve ter onderteekening voorlijde„ tevens als in het verschiede zien de middelen van geweld die ze in handen hadden, en vertoond hun als in eenen adem de mogelijkheid en zelfs de noodzaakelijkheid om zig daarvan te bedienen, zoo de ons„ standigheeden het mogte koomen te vorderen. Hij plante hiermee„ „de in het openbaar de zaaden tot zijn oogmerken om hun daarvan niet schuw te maa„ „ken door een al te uijtge„ breide plan van zijn konspi„ ratie, dat inbedaarde oogen„ blikken hen konde verschik„ „ken, zoekt wij bij provisie hem alleen te gewennen om de mid„ delen van geweld aan te zien als een ressource. §77. Ook hebben de kaptain van de Gre„ „Heer De nadiers de „ La Motte en drie subalterne officieren van het regiment van Luxemburg het kommuniceeren aan het daarvan Korps 62 392. „korps officieren van zulke oproerige „taal teegens het gouvernement als in deezen brief aan den heer souillac voorkomt, en in zonderheid om deezen brief ter teekening aan hun voorteleggen, zoo bedenkelijk gevase dat ze gemeend hebben; zonder hunne pligten teegens het goven„ vernement te kort te doen, van't temoogen nalaaten, zig daaro schriftelijk te addresseeren den gouverneur, zoo als bot bij onzen nedrigen brief van d 28.:' Jan: 1786. omstandig is aange„ weezen. als meede bij onzen ne„ duigen brief aan hunne k## Edelheeden van den 28: Jan 1786. §78. van alle de bevrijs stukken u het proces in deezen aangehaal „ropnrigt gaan voor zoo verre die „ aan uw niet reeds Edele Achtb wst zulx dirckt gezonden zijn, de krpij onder de deeses bijlaagen deseer, tans over. §79. van het hoofd en Chef van 'sComp=s Militaijren magt op Ceijlon dep=lo luijtenant kolonel Tilenius, en van het hoofd en chep van de Ceilonse artillerij de Majoor Paravicine, heeft de ondergetekende gouverneur nu nader hunne konsideratien over dit voorval gevraagd te hebben daaromn elk bij een afzonderlijk geschrift vol„ daan waar van we de eene hebben uw Edele Achtb de kopijen, die we ook aan hunne hoog Edelheeden gezonden hebben, onder de bijlagen garen deezes 393 deezes aantebieden. §80. Twe zouden aan het verlig„ te oog van uw Edele Achtb te kort doen, zoo we hier wilden aan wijzen waar toe de dingen eijndelijk spoedig zou„ den overslaan, indien het aan de hoofden van eenige Militai„ „re magt wij stond, om zig in staat te stellen tot het doen van daadelijke resistentie teegens het gouvernement wanneer te bespeuren of ook maar in het vermeeden koomen, dat het gouvernement maatrege„ len komt te neemen, be„ kwaam om zig te doen gehoor„ zaamen. De gevolgen daar van die de aller verschrikkelijkste uitkomsten voor den staat zouden kunnen hebben, in zonda„ heid in een gouvernement als Ceilon, daar het Militair ver„ moogen door een stipte dis„ ecipline moet worden in tugd gehouden, zijn te zigt, „baar van dat het eenig op„ zigt zoude noodig zijn dat hier aantewijzen denn de zjtgen zijngetkomandant we behoeven dus ook niet te zeg„ 581. gen; dat deeze konsideratien meede behooren onder de voor„ naame motiven waarom we de vrijheijd gebruijkt hebben minne hoog Edelheeden over het voorsz geval, ditmaal nu nader en zelfs meer omstandig te onderhouden, aan het misschien uijtkomsten buijten
English
394. was necessary besides. Section 82. Among the matters recounted and indicated above, most are of such manifest evidence that it even defies physical possibility that Colonel D'Hugonet and his associates would not have executed or committed them; and the criminal intentions with which they were perpetrated are likewise not to be doubted, as has been shown above from the trial documents. Section 83. Yet because, notwithstanding this, and notwithstanding what regarding the acts of disobedience, insubordination, and mutiny recounted herein and indicated by us was drawn up by the military commission, composed of the Major and commander of the troops on the national squadron, Mr. Hamel, and the senior officers of this government, solemnly convened upon the requisition of the undersigned Governor to deliberate on this, as we had the honor to report thereof in our humble letter of 12 November 1785; and finally, notwithstanding the military advice from Captain-Commander Van Braam and all the other captains of the national squadron inserted in Section 103 of our aforementioned humble letter to Their High Nobilities, as far as Colonel D'Hugonet and his associates in commission are particularly concerned; we say, because notwithstanding all this, the aforementioned Colonel D'Hugonet and his associates, by the above-mentioned definitive sentence of the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia, and thus before the supreme court of justice of the Dutch Indies, were acquitted and declared innocent, and thereby restored to their former honor and military dignities, doubts arise therefrom which we do not know how to resolve. Section 84. It would therefore have served as a great relief to us if, upon sending the aforementioned definitive sentence, Their High Nobilities had also been pleased to write that if some officers should make themselves guilty of high treason or malversation, which God forbid, the High Government at Batavia will cause them to be put on trial before the Council of Justice, which might serve for our further instruction in this matter and to guide ourselves accordingly. The Regiment de Meuron is now also expected to arrive here soon. That regiment, according to the capitulation, certainly has its own court-martial, but concerning high treason and malversation the 22nd article of this capitulation states 395. that 396. Section 85. Section 86. We have therefore taken the liberty to request Their High Nobilities to be pleased to instruct us in what manner and to what extent such and similar steps, and in particular such mutinous acts and deeds against the government as are recounted above, must be deemed to be high treason or malversation, of which mention is made in the aforementioned 22nd article of the capitulation with the Regiment de Meuron. Section 87. And we have furthermore taken the liberty very humbly to request the aforementioned Their High Nobilities that if, according to the more enlightened judgment of Their High Mightinesses, all these things, or even none of them, should not belong thereto, then for our instruction and to be able to guide ourselves accordingly, favorably to inform us what, properly speaking, in the military service must be understood by high treason and what by malversation. Section 88. It cannot be doubted that such steps as we have indicated above to have been taken by Colonel D'Hugonet on 18 July 1785, and for which alone, according to the aforementioned military advice of Captain-Commander Van Braam and the other captains of the national squadron, he had deserved to be deported and declared unfit; as well as the failure to comply with the order that had been given in the most formal manner to have two companies of the Regiment of Luxemburg commanded for the reinforcement of the garrison at Trincomalee; should not have to be considered to fall within the terms of the order contained in the letter written to us on 12 May 1785 by the Honorable Directors of the Zeeland Chamber, wherein we, specifically with regard to the aforementioned regiment, 397. were ordered to have punished in an exemplary manner, according to the laws of the Company, those who cause the slightest hindrance to the execution of our orders or are disobedient thereto. Section 89. It is also not possible that Colonel D'Hugonet would not have executed or committed these things. He is nevertheless acquitted and declared innocent by the aforementioned sentence of the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia; and we have therefore deemed it necessary in our aforementioned humble letter to request Their High Nobilities for the reasons that we by Their High Mightinesses
Dutch transcription
394. buijten dien noodig was. §82. onder de zaaken hier boven ver„ haalt en aangeweezen zijn de meeste van zulk een klaar blijkelijke evidentie, dat het zelfs teegens de phisike mogelijkheid aanloopt, dat kolonel D' Hugonet C: I: die niet zoude hebben ter uijt voer gebragt misdadige of bedreeven, en de mizzaige oog merken waarmeede ze gepleegd zijn, zijn insgelijks niet in twijffel te trekken zoo als dat hier boven uijt de proces stukken is aangeweezen §83. Dan wijl des onaangezien, en niet teegenstaande het geene noopens „de in deezen verhaalde en door ons aangewezene daaden van ongehoorzaa heijd wederspannigheijd, en oproer is opgemeakt door de Militaire kommissie, bekleed door den Ma„ Joor en kommandant van de troepen op 'slands Esquaeter de heer Hamel, en de hoofd officieren van dit gou„ vernement, ter requisitie van den ondergeteekende gouverneur pleg„ tig tezaamen vergaderd om hier op te raadpleegen, zoo als we de eere gehad hebben daar van bij onsen „nar de Ed: agtb: werr Bua sin zeed nedrigen van den 12 9ber: 1785„ ver„ slag te doen en eindelijk niet teegen„ staande het bij voorsz onzen ne„ drigen brief van hunne hoog Edel„ heeden op §. 103. . geinsereerd Militair advies van den heer kaptain kommandeur van Braam en alle de overige heeren kaptains van slands Esquader zo veel kolonel D:' Hugonet in kommissie het 395 het bezonder aangaat, wij zeg„ gen wijl niet tegenstaande dit alles voorsz kolonel D' Hugonet C S: bij de hier boven vermelde disfi„ nitive sententie van den Edelen achtb raad van Justitie des kasteels Batavia, en dies voor het hoogste geregts hof van nederlands Indien, zijn vrij gesprooken en onschuldig verklaard, en daar bij hersteld in hunne voorige eere en Mili„ taire waardigheeden, zoo ontstaan daar uijt twijffelingen die wij niet weeten op te lossen. §84. Het zoude ons mits dien tot groote verligting gestrekt hebben indien „om bij het oversenden hunne hoog Edelheeden „ van de voorsz diffinitive sententie tevens hadden gelieven aomnteschrijven zoo zommige officieren zig schul„ „dig mogten maaken aan Hoog verraad of Malvertatie /: het geen God verhoede:/ zal de Hoo„ „je regeering op Batavia die doen te regt stellen voor den raad van Justitie §06. We hebben dierhalven de vryheid ge„ het geen dienen konde tot onze nadere onderrigting in deezen en om ons daar na te bestieren. Het Regiment van Meuron Staat nu ook haast hier te koomen. Dat Regiment heeft wel volgens de ka„ „pitulatie, zijn eijgen krijgsraad, dog omtrend hoog verraad en Malversatie zegt het 22=de art=e van deeze kapi„ tulatie het „bruijtez § 85. 396. bruijkt hunne Hoog Edelheeden te verstoeken ons te wezeke eete willen onderrigten op een en toe verre zulke en diergelijke stappen en in zonderheid zulke oproerige daade„ en bedrijven teegen het gouvernement als hier booven zijn verhaalt, moeten worden gereekend te zijn Hoog ver„ raad op Malvertatie waarvan bij het voorsch: 22: art=l van de kaspitulatie met het regi„ ment van Muron gesprooken Word. §87. En we hebben daar bij nog de vrij„ heid gebruijkt welgem: Hunne Hoog Edelheeden zeer nedrig te verzoeken dat zoo naar het meer verligte oordeel van §88: Het kan in geen twijffel getrokke„ worden, dat zulke stappen als we hier boven hebben aangeweezen door Kolonel D:k Hugruet op den 18e: Julij 1785: te zijn gedaan, en waarover alleen, hij naar het voorsz Milit„ „taire advias van den Heer kapt: kommandeur van Braam en de verdere Heeren kapiteins van Hoog Deselven alle deeze dingen of ook geene derzelve, daar toe niet mogte „dan tot behooren, ons „ dat het onze onderrig„ „ting en om ons daarna te kunnen bestieren, gunstig te willen inkor„ „meeren wat dan eijgentlijk gesproo„ „ken, in den Militairen dienst door Hoog verraad en wat door Malver„ „latie moet worden verstaan. Hoog slands 397. 'slands Esquader hadde verdiend te worden gedeporteerd en inhabre ver„ klaard, als meede het niet nakoo„ „men van de ordre die kan op de pormeelste wijze gegeeven was on„ twee komp:s van het Regiment van Luxemburg te laaten kom„ mandeeren ter vertterking van het guarniszoen te Trinkonoma„ le, niet zouden moeten geagt wor„ „den te vallen in de termen van de ordre vervat bij de brief door de Edele Achtb: Heeren Bewindhebberen van de kamer Zeeland den 12. Mai 1785: aan ons geschreeven waarbij ont„ speciaal met betrekking tot het voorschr: regament §09. Het is ook niet moogelijk dat hollonee D:' Hugonet deeze dingen niet zouden hebben uijtgevoerd of be„ dreeven- Hij is niet te min bij de voorsz sententie van den Achtb: Raad van Justitie des kasteels Ba„ tavia vrijgesprooken en onschuldig verklaard, en we hebben daarom noodig geagt Hunne Hoog Edelhee„ „den bij voortz: onzen nedrigen brief van den reeden tever zoeken dat we door Hooght is bevoolen, exemplair nade wetten van de komp: te laaten straffen zodanige welke aan de uijtvoering onzer ordres de minste minder toebrengen op daar aan dit obedient zijn. is Dezelve
English
may be favorably instructed concerning the same, as to how we are to understand that, or rather by what rule we are to conduct ourselves in this matter for the future. Section 90. We were all the more obliged to make this request to Their High Excellencies, because the Capitulation with the aforesaid regiment of Muron, in the 17th article concerning the assent of the governor upon the appointment or promotion of officers, prescribes to the commandant of that regiment the very same thing that the 7th article of the capitulation with the regiment of Luxanburg prescribes to the Chief of that Regiment; and that also according to the 21st article of the capitulation with the regiment of Meuron, the Chief of that regiment, just as the Chief of the regiment of Luexemburg according to the 1st article of the capitulation, is obliged, whenever ordered to do so, to send detachments to other places situated under this government to keep garrison there. Section 91. We have in this matter been obliged to repeat several things that also appear in our earlier reports to Your Right Honourable Excellencies; we could not avoid this in order not to break the thread of the matter, and we hope accordingly that Your Right Honourable Excellencies will not take this amiss of us on that account. Herewith we very humbly beg pardon that we have dared to occupy the attention of Your Right Honourable Excellencies for so long with this case. Section 92. The often-mentioned Lieutenant Desenters in this matter had, as appears from our respectful letter to the Honourable High Indies Government of the 26th of June 1786, remained on Ceilon to await here the sentence of the Council of Justice of the castle of Batavia. Concerning him, Their aforementioned High Excellencies wrote to us in their most respected letter of the 31st of July of the previous year, Section 218, and thus before we had yet received the aforesaid sentence, that they thought he could again be employed as before. Section 93. Because Their High Excellencies did not positively order us that we must do so, we believed we might take it that they wished thereby to leave the way open for us, in case we should judge that there were reasons to advise against this, to then bring the same further to the attention of the aforementioned High Government; and we have accordingly deliberated on this in detail in our meeting of the 13th of October. Section 94. Besides all that has been pointed out above from the trial documents concerning this Lieutenant Desenfers, he further declared in his declaration of the 13th of October 1785 that Captain De La Roche, on the occasion when he, Desenfers, had reported to him that the grapes had been refused him, had told him among other things that if the Dutch troops took up arms to seize Colonel D'Hugonet, he would have the drum beaten in the regiment, upon which signal he, Desenfers, was to join his company and lead it over the ramparts to the Galle square; and that if he encountered resistance at the company of Berskij, he was to push through and continue on his way. Section 95. The artillery company of the regiment of Luxemburg, which Desenfers was to join according to this order to bring it over the ramparts to the Galle square, was stationed at that time in the barracks on the bastion Hoorn, and the company of Captain van Berskij in the barracks on the point Rotterdam, situated closer to the Galle gate, and thus along the path that Desenfers had to pass in order to march to the Galle square. Section 96. It appears accordingly from Desenfers' own declaration, in the most complete manner, that he had a full knowledge of the criminal intention of the orders given to him. By keeping these things to himself, even if he truly had no intention of lending a hand to the execution of such misdeeds, he made himself an accomplice and acted contrary to what the military laws expressly demand, namely that whoever obtains any knowledge of any planned conspiracy, treason, or anything from which any public harm or danger might arise, must immediately make it known, under penalty of death. Section 97. That De La Roche, when confronted with Desenfers on this matter, denied giving this order—which is why it was not spoken of above—does not prevent this declaration of Desenfers from retaining its full force against him. Section 98. It can also serve him as no excuse, or at least no sufficient excuse, that he stated upon the verification of interrogatories answered by him on the 19th of April 1786, namely, that he had believed it was of no importance, and of no use, to give notice of the orders received by him.
Dutch transcription
398 deszelven gunttig moogen worden on„ derrigt, hoewe dat moeten verstaan of liever naar wat regel we ons in deezen voor den aanstaande zullen moeten bestieren §90. We zijn te meer verpligt geweest dit verzoek aan Hunne Hoog Edel „heeden te doen, wijl de Capitulatie met het voorsz regiment van Mu„ „ron bij het 17=de art=e noopens het agrement van de gouverneur bij het aanstellen of bevorderen 2 van officieren even dat zelfde aan„ kommandant van dat regiment voorschrijft, wat het 7=de art=e van de kapitulatie met het regi„ „ment van Luxanburg voorschrijft aan den Chif van dat Regiment en dat ook volgens het 21=ste art=l van de kapitulatie met het regiment van Meuron, de Cheff van dat regi„ „ment, even als de Chef van het regi„ ment van Luexemburg volgens het 1:e ard=e van de kapitulatie ver„ pligt is om wanneer het belast word na andere plaatzen onder dit gouver„ nement gelegen, de tachementen te zen„ „den om daar guarnizoen te houden §95. wij hebben in deezen verscheide din„ „gen moeten herhaalen die ook in onze vroegere berigten aan uw Edele H: Achtb: voorkoomen toe hebben dit niet kunnen vermeiden om den draed der zaake niet af te breeken en koopen dien volgens dat uwel Edele H Achtb ons dit uijt hoofde van 399. van dien niet ongunstig zullen neemen. Hier by verzoeken we zeer needrig om verschooning dat wede aandagt van uwel Edel Achtb: met dit geval dus lange hebben durven bezzig houden §92. De in deezen meerm: Luijtenant Desenters was, blykens onzen eerbie„ digen brief aan de Edele Hoog In„ „dische regeering van den 26: Juni 1786:, op Ceilon overgebleven, om de uijtspraek van den raad van Justi„ „tie des kasteels Batavia hier afte wagten; Nopens hem, schreeven ons wel gem: Hunne Hoog Edelhee„ „den, bij hoogst derzelver seer g'eer„ biedigden brief van den 31: Julij J:o L: §: 218: en mits dien voor dat we nog de voorsz: sententie hadden ontfangen, dat hoogst dezelven dagten, dat hij weder als bevorens konde worden geEmploijeerd. §93. we hebben wijl Hunne Hoog Edel„ heeden ons niet stellig aanschreeven om dat te moeten doen, gemeent 't daar voor te moogen neemen, dat voogst dezelven ons hiermeede den weg hebben willen openlaten, om in„ dien we mogten oordeelen, dat 'er reedenen waren, die dit behoorden te ontraden, zulks als dan nader te kunnen brengen onder 't oog van wel gem: Hoogeregeering, en we heb„ „ben mits dien daar over in onse ver„ JZ: omstandig gadering, den 13: 8ber: geraad pleegt we Behalve 400. §94. Behalv en al 't geene hier boven, uit de proces stukken, nopens deezen Luitenant Desenfers is aangewee„ „zen, verklaard hij nog bij zijne ver„ „klaaring van den 13. 8ber: 1785: dat kapitein De La Roche, bij geleegent„ „heid, dat hy desenfers hem hadde berigt, dat de druijven hem waaren geweigert, hem onder anderen hadde gesegt, dat zoo de hollandsche trou„ „pen de wapens opnamen om hollo„ „nee DiHugonet optligten, hij bij 't regiment de troin zoude laaten roeren, op welk hem hy desen pers zig bij zijne komp: hadde tever„ „voegen, en dezelve over de wallen heen na 't gaalsche plyn te„ §95 De artillerij komp: van het rogi„ „ment van Luxemburg, waarbij detenfers zig, ingevolge desen last; vervoegen moest, om deselve over de wallen naar 't gaalsche plein te „brengen, lagte dier tijd in de kaser„ „ne op 't bastion Hoorn, ende komp: van kapit: van Berskij in de kaserne op de punt- rotter„ „damr, nader na d' gaalsche poort gelegen, en mits dien op den weg, die des rufers, om na 't gaalsche plijn te marcheeren, passeeren moest. brongen, en dat zo hij bij de komp van Verskij tegenstand vond, hij zoude hebben door te dringen en zijn weg tevervolgen. brengen Met 401. §96. Het blykt mits dien uijt Des en pers zijne eige verklaring, op de volko„ mentte wijse, dat hij een volledige kennis gehad heeft, van 't misdaa„ „dig oogmerk der aan hem gegeve, „ne ordres. Met die dingen onder zich te houden, al was het ook zelp„ dat hij werkelijk geen voorneemen mogte gehad hebben, om tot de uijt „voering van zulke boosheden, de liand teleenen heeft hij zig mitdadig ge„ maakt, en gehandeld tegen het geen de krijgs wetten uijtdrukkelijk vorde„ „ren, naamelijk dat die eenige kennis krijgt van eenige voorgenomene conspiratie, verraad of iets, waar door eenige publicque schade of parikul kunnen ontstaan, 't dar„ delijk zal moeten bekend maaken, op straffe van den dood. § 97. Dat de La Roche tegens des Rufers hier over geconfronteerd, het geeven van dee„ „ze order heeft ontkend, waarom ook daarvan hier boven niet is gesproken, belet niet dat deeze verklaaring van Des rufers, tegen hem in zijne volle kragt bestaat §98. Het kan hem ook tot geen, ten min„ sten tit geene genoeg doende verscho„ „nnag verstrekken, dat hij bij recollo„ „ment van een door hem op den 19. april. 1786: beantwoorde Jnterrogatoria heeft ingebragt, dat hij naamelijk dat geloofd had, het van geene aangelegent, „heid was, en tot geen nut strekte, kennis te geeven van de door hem ont„ „delijk fangene
English
received orders, because none of the enterprises that had been intended were practicable, because there were no bullets, and also because one was hindered therein by the arrival of the Jager Corps from Gale on 23 August, shortly after we had come off watch. Paragraph 99. We had therefore, as appears from the minute recorded in our aforesaid resolution, decided that we might, and indeed ought, humbly to submit to Their High Nobilities for further consideration whether it should not be deemed offensive to the entire military establishment on Ceylon to see employed again as an officer in the military service a man who, according to his own confession, has made himself guilty of a crime of such a nature as this, and whether in particular the corps of officers might not and could not consider themselves insulted if they were required to serve with such a man. Paragraph 100. But before we had the opportunity to bring this decision of ours to the attention of Their High Nobilities, we received here the definitive sentence sent to us by the very same and mentioned hereinabove; and since Lieutenant Des Enfers now requested of us to be allowed to go to Europe, we found no difficulty in consenting to this request of his, because no corporal punishment had been demanded against him. We furthermore present to Your Noble Worships, among the enclosures, two reports from the first searcher Berghuijs, one of which indicates the salary and emoluments that Colonel D'Hugonet, the second colonel De Bas, and Captain De la Roche were owed on the day of their arrest, and the other their salary and emoluments from that time until today; to which is also added a copy of the receipt for the aforementioned allowance of Lieutenant Des Enfers, which we have caused to be furnished to him, because otherwise he would not have been able to depart. Finally, we also have the honor to present to Your Noble Worships copies of our letters of advice to the Noble High Worshipful Gentlemen Seventeen of 10 of this month and of today's date, together with a copy of the general description which is about to be sent to the Noble High Indies Government. We commend Your Noble Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, underneath stood, Noble Worshipful Gentlemen, Your Noble Worships' obedient servants. Was signed: W: I: van de Graaff, P:r Sluijsken, D:k S:t Fretsz, C: Felenieus, G: E. Holst, M: P: Raket, J: Reintous, and Carl Fred:k Schreuder. In margin: Colombo, 31 January 1788. Agrees. Sijbrands, sworn clerk. Checked. Rotterdam. Per Geijzel. To the Noble Worshipful Gentlemen Directors of the Dutch Chartered East India Company. Noble Worshipful Gentlemen! With the ship De Doggersbank, which was consigned to the Amsterdam chamber and departed from Gale on 15 November of last year, our respectful letter of 12 of the same month was dispatched, and we now have the honor to present the duplicate thereof enclosed herein to Your Noble Worships. Since then, on 17 of this month, the ship Dordrecht has also departed from Gale, likewise for the Amsterdam chamber, and the Gale servants have had the honor of reporting to Your Noble Worships on the cargo of that vessel, to which we therefore conform ourselves hereby. Now departs the bearer of this, being the ship Java, consigned to the Zeeland chamber, regarding whose cargo and crew the necessary report will likewise be made to Your Noble Worships by the Gale servants, wherefore we refer thereto hereby. Furthermore, we have the honor to present here enclosed to Your Noble Worships our letters to the Noble High Worshipful Gentlemen Seventeen of 10 of this month and of today's date, and a copy of our general description which is to be dispatched to the High Indies Government at the first opportunity. We commend Your Noble High Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, underneath stood, Noble Worshipful Gentlemen, Your Noble Worships' very humble and obedient servants. Was signed: W: I: van de Graaff, Peter Sluijsken, D: T: Fretsz, C: Tilenius, G: E: Hoest, M: P: Rakel, I: Reintous, C: F: Schreuder. In margin: Colombo, 31 January Anno 1788. Agrees. Peter Hijbrandt, sworn clerk. Checked. J:b Pompeus. To the Noble Worshipful Gentlemen Directors of the Dutch Chartered East India Company, for the Chamber of Delft there. Noble Worshipful Gentlemen! With the ship De Doggersbank, which was consigned to the Amsterdam chamber and departed from Gale on 15 November of last year, our respectful letter of 12 of the same month was dispatched, and we now have the honor to present the duplicate thereof enclosed herein to Your Noble Worships. Since then, on 17 of this month, the ship Dordrecht has also departed from Gale, likewise for the Amsterdam chamber, and the Gale servants have had the honor of reporting to Your Noble Worships on the cargo of that vessel, to which we therefore hereby Checked. J:s Pompeus. Hoorn. To the Noble Worshipful Gentlemen Directors of the Dutch Chartered East India Company, for the Chamber there. Noble Worshipful Gentlemen! With the ship De Doggersbank, which was consigned to the Amsterdam chamber and departed from Gale on 15 November of last year, our respectful letter of 12 of the same month was dispatched, and we now have the honor to present the duplicate thereof enclosed herein to Your Noble Worships. Since then, on 17 of this month, the ship Dordrecht has also departed from Gale, likewise for the Amsterdam chamber, and the Gale servants have had the honor of reporting to Your Noble Worships on the cargo of that vessel, to which we therefore conform ourselves hereby. Now
Dutch transcription
402. fangene orders, wijl geene van de aan„ slaagen, die men voor had, uijtvoer „lijk waaren, om dat 'er geene koegels waren, en ook om dat men daar in belet wierd, door de komst van 't Jager Corps van gale, op den 23: Augustus, korst naa dat wij van de wagt gekoomen was. § 99 Wij hadden daarom, blijkens het aan „geteekende bij voorsz: ons resolutie beslooten, dat we hunne Hoog Edel„ heeden nader mogten, en zelfs behoor„ „den nederig in overweeging te geeven, op het niet voor 't geheele melitai„ „re weezen op Ceilon, zoude moeten worden geacht aanstootelijk te zijn wederom als officier in den militai„ § 100. Dan voor dat we geleegentheid gehaed hebben, om dit ons besluijt te kun„ „nen brengen onder het oog van Hun„ „ne Hoog Edelheeden, hebben we hier ontfangen de door hoogst dezelven aan ons toegezondene en hier boven vermelde Diffenitive senten tie„ en wijl de luijtenant Des Uifers „ren dienst te zien g'emploijeerd een man; die zich naar zijn ligen be„ kentenis, heeft schuldig gemaakt aan een mitdaad van zulk een na„ tuur als deeze en op inzonderheid het korps officieren, zich niet zoude kunnen en mogen beleedigd ach„ ten, indien men hun vergde met zoo een man te dienen ren ons 403 ons nu verkogte, om na Europa te, „mogen gaan, hebben we geen swaarig„ „heid gevonden, om in dit zijn verzoek te consenteeren, wijl tegen hem geene lyfstraffe geeischt is. wij bieden voorts uwel Edele achtb: onder de bijlaagen aan, twee berich„ ten van den eersten visitateur Berg„ „huijs waarvan het eene aanwijst, de gagie en emolumenten, die de kol„ louel D' Hugonet, de tweede holonce de Bas en de Capitein de la Roche, te goed hadden op den dag hunner ar„ „resteering, en 't andere Hunne gagee en emolumenten van dien tijd of tot heeden: Waarbij nog gevoegd is een copfij van de quitantie van het hier vooren gemelde genot van den Luijtenant DesEnfers, 't welk we „hebben hem „ laaten verstrekken, om dat hy anders niet had kunnen ver„ „trekken Eijndelijk hebben we ook de eere uwel Edele Achtb nog aante bieden, afschriften van onse advisen aan de wel Edele Hoog Achtb: Heeren zeven„ tienen, van den 10: deezer en van hedi„ „gen datum, benevens een Copij vieter generaale beschryving, die aan de Ede„ „le Hooge Indische Regeering staat aftegaan wij beveelen uwel Edele Achtb: in de bescherming des aller hoogsten en blijven met alle Hoogachting /:onder„ stond:/ Edele Achtbaare Heeren: uw wel Edele Achtb: gehoozaame Luijtenant Dienaaren 12 Dienaaren /:was geteekend:/ W: I: van de Graaff, P=r Sluijsken, D=k S=t Fretsz, C: Felenieus, G: E. Holst, M: P: Raket, J: Reintous en Carl fred=k Schreuder /:inmarginen kolombo den 31: Januarij 1788. accordeert Sijbrands gklerk 404. Nogezen Rotterdam Pr Geijzel Aan De Edele Agtbaare Heeren Bewindhebberen. van de Nederlandsche geoctroijeerde oost indische Compagnie Edele Agtbaare Heeren! Met 't schip De Doggersbank 't welk aen de kamer amsterdam geconsigneerd en den 15. 9ber J=o Leeden van Gale vertrokken is, is afgegaen onsen eerbeedigen van den 12. ' derzelve maend, en we hebben tans de eere 't duplicaat daar van in Closo deeses uwel Edele achtbaare aen te beeden. Het zedert op den 17. deeser, is ook 't schip Dordrecht van gale vertrokken meede voor de kamer amsterdam, en de gaalsche bedienden hebben de eere gehad, van de lading van dien bodem aen 405. aen uwel Edele achtb: verslag te doen, waer aen we derhalven ons bij deezen gedraegen Jans vertrekt brenger deeses, zijnde 't schip Java, geconsigneerd aen de kamer Zeeland omtrent welks belaading en bemanning, meede door de gaalsche bedienden aen uwer Edele agtb. het nodig bericht zal worden gedaen, weshalven we ons bij deezen daer„ aen refereeren Voorts hebben wij de eere uwel Edele achtb: hier nevens aentebieden, onse adressen aen de wel Edele hoog achtb: Heeren zeventienen van den 10. deezer en hedigen datum, en een afschrift van onse generaale beschrijving die met de eerste gelegentheid aen de hooge indische regering staat afte gaan Wij beveelen uwel Edele hoog achtbaere in de bescherminge des allerhoogsten en blijven met alle hoog achtinge /:onderstond:/ Edele achtbaere Heeren uwel Edele Achtbaere zeer on„ derdanige en gehoorzaeme Dienaren /:was getekend:/ W: I: van de Graaff Hijbrandt Peter Sluijsken D: T: Fretsz C: Tilenius G: E: Hoest M: P: Rakel I: Reintous C: F: Schreuder /:in margine:/ kolombe den 31. Januarij A=o 1788. Accordeeat. Peter Gklerk Nagesie„ 406. J„b Pompeus van de nederlandsche g'octooijeerde oost Jndische Compagnie, ter kamer Bewindhebberen. Aan de Edele Achtbaere Heeren. Edele Achtbaare Heeren! Met 't schip de Doggersbank 't welk aen de kamer Amsterdam geconsigneerd en den 15:e 9ber: pleeden van gale vertrokken is, is afgegaen onsen eer„ biedigen van den 12. derzelve maend, en we hebben tans de eere 't duplicaet daer van in Closo deezes uwel Edele achtb: aentebieden. Het zederd op den 17. deezer is ook 't schip Dordrecht, van Gale vertrokken meede voor de kamer Am„ sterdam en de gaelsche bedienden hebben de eere gehad van de lading van dien bodem aen uwel Edele achtb: verslag te doen, waer aen we derhalve ons bij Delft. aldaer. deezen Nagesien 407. J„s Pompeus Toorn Aan de Edele Achtbaere Heeren. Bewindhebberen van de Nederlandsche g'oktroijeerde oost-Jndische kompagnie ter kamer aldaer Edele Achtbaare Heeren! Met het schip de Doggersbank 't welk aen de ka- met Amsterdam geconsigneerd en den 15. 9ber: J:o l: van Gale vertrokken is, is afgegaen onsen eerbiedigen van den 12. deezelve maend, en we hebben thans de eere 't Duplikaet daer van in Closo deezes uwel Edele Achtb: aentebieden. Het zederd op den 17. deezer is ook 't schip Dordrecht van Gale vertrokken meede voor de kamer Amster„ dam, en de gaelsche bediend:s hebben de eere gehad van de lading van dien bodem aen uwel Ed: achtb: verslagte doe, waer aen we derhalven ons bij deeze gedraegen. Jans
English
Now departs the bearer of this, being the ship Java, consigned to the Chamber of Zeeland, regarding whose cargo and crew the necessary report will also be made to your Honorable Worships by the Galle servants, wherefore we refer thereto by this. Furthermore, we have the honor to present herewith to your Honorable Worships our dispatches to the Most Honorable and Respected Lords Seventeen of the 10th of this month and of today's date, and a copy of our general description, which is to be dispatched to the High Indian Government at the first opportunity. We commend your Honorable Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem. Below stood: Honorable, Respected Sirs! Your Honorable Worships' very humble and obedient servants. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: G: Fretz, C: Tilenius, G: E: Holst, M: P: Raket, J: Reintous, and C: F: Schreuder. In the margin: Colombo, the 31st of January anno 1788. Agrees. Hijbrands, clerk. 408 Enkhuizen. J:s Pompeus Examined To the Honorable and Respected Gentlemen, Directors of the Chartered Dutch East India Company at the Chamber there. Honorable and Respected Sirs! With the ship de Doggersbank, which was consigned to the Chamber of Amsterdam and departed from Galle on the 15th of November of last year, our respectful letter of the 12th of that same month was dispatched, and we now have the honor to present to your Honorable Worships the duplicate thereof enclosed herein. Since then, or on the 17th of this month, the ship Dordrecht has also departed from Galle, likewise for the Chamber of Amsterdam, and the Galle servants have had the honor of reporting on the cargo of that vessel to your Honorable Worships, to which we therefore refer ourselves by this. Now departs the bearer of this, being the ship Java, consigned to the Chamber of Zeeland, regarding whose cargo and crew the necessary report will also be made to your Honorable Worships by the Galle servants, wherefore we refer thereto by this. Furthermore, we have the honor to present herewith to your Honorable Worships our dispatches to the Most Honorable and Respected Lords Seventeen of the 10th of this month and of today's date, and a copy of our general description, which is to be dispatched to the High Indian Government at the first opportunity. We commend your Honorable Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem. Below stood: Honorable, Respected Sirs! Your Honorable Worships' very humble and obedient servants. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: J: Fretz, C: Tilenius, G: E: Holst, M: C: Raket, J: Reintous, and C: P: Schreuder. In the margin: Colombo, the 31st of January 1788. Agrees. [illegible] clerk. No: 5. 409. Colombo Examined P: L: v: d: Straaten To the Honorable Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, together with the Council there. Per the Dutch packet ship De Vlugge Trekvogel With the ships the Zeirathan and the Pollux, which sailed from here to Ceylon on the 19th of May last, our last letters of the 12th of the same having previously been dispatched to your Honor, there appeared on the 13th of the recently passed month of July in False Bay the hooker vessel De Vlugge Trekvogel, chartered by the Honorable Company, which, having departed from Texel on the 23rd of February last and being destined for your Honor's government, now sets sail for the continuation of its voyage, so that this serves, Honorable, Valiant, Brave, Wise, Prudent, and very Discreet Sirs and Friends, to
Dutch transcription
Tans vertrekt brenger deezes zijnde 't schip Java ge„ consigneerd aen de kamer Zeeland, omtrent welke be„ laedingen bemanning meede door de Gaelphe bediend. s aen uwelEdele achtb: het nodigt berigt zal worden gedaen, weshalven we ons bij deeze daer aen refereeren. voorts hebben wij de eer uwelEdele achtb: hiernevens aentebieden onze adviesen aen de welEdele Hoog achtb: Heeren zeventienen van den 10. ' deezer en hedigen datum, en een afschrift van onze generaele beschrijving die met de eerste gelegendheid aen de hooge Jndische Regeering wij bevaelen uwelEdele Achtb: in de bescherminge des Aller„ hoogsten en blijven met alle hoog achtinge. /:onderstond:/ Edele achtbaere Heeren! uwelEdele achtb: zeer onderdanige en gehoorsaeme Dienacae /:was getee„ kend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: G: Frelz C: Tilenius, G: E: Holst, M: P: Raket, J: Rein„ tous en C: f: schreuder, /:in margine:/ kolomba den 31. Januarij Ao 1788. Akkordeert. Hijbrands staat aftegaen. grlerk 408 Enkhuijsen. J„s Pompeurs Nagezien Aan de Edele Achtbaere Heeren. Bewindhebberen van de Nederlandsche g'oktroijeerde oost- Jndische Compagnie ter kamer aldaer. Edele Achtbaare Heeren! Met 't schip de Doggersbank 't welk aen de kamer Amsterdam geconsigneerd en den N 15. 9ber: J:o l: van Gale vertrokken is, is afgegaen onsen eerbiedigen van den 12. derzelver maend en we hebben tans de eere 't dupli„ kaet daer van in Closo deezes uwelEd: achtb: aentebieden. Het zederd of den 17. deezer is ook 't schip Dordrecht van Gale vertrokken, meede voor de kamer Ams„ terdam, en de Gaelsche bedienden hebben de eere gehad van de lading van dien bodem aen uwelEd: achtb: ver„ slag te doen, waer aen we derhalven ons bij dezen gedrae„ Jans gen. Jans vertrekt brenger deezes, zijnde 't schip Java geconsigneerd aen de kamer Zeeland, omtrend welks belaeding en bemanning, meede door de gael„ sche bedienden den uwelEd: achtb: het nodig be„ richt zal worden gedaen, weshalven we ons bij deezen daer aen refereeren voorts hebben wij de eere uwelEd: achtb: hier„ nevens aentebieden, onse adviesen aen de welEdele Hoog achtb: Heeren Zeventeenen van den 10. deezer en hedigen datum, en een afschrift van onze gene„ raele beschrijving, die met de eerste gelegend= heid aen de hooge Jntische Regeering staet aftegaen wij beveelen uwelEd: achtb: in de bescherminge des aller hoogsten en blijven met alle hoog achting /:onderstond:/ Edele achtb: Heeren! uwel Edele achtb: zeer onderdanige en gehoorsaeme Dienaeren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff„ P: sluijtken, D: J: Fretz:, C: Jilenius, G: E: Holst, M: C: Rakel, J: Reintous en C: P: schreuder, /:in margine:/ kolombo den 31. Ja„ nuarij 1788. Akkordeert. bra lerk s No: 5. 409. Colombo Nagezien P: L v: d: Straaten Aan den Edelen Heer Willem Iakob van de Graaff Raad Extra: ordinair van Nederlands Jndia, mitsg=s Gouverneur en Direkteur des Eilands Ceilon en desselfs Rassorte, beneevens den Raad aldaar. P„r het holl: Paat: schip De vlugge Trekvogel Met de scheepen de Zeirathan en de Pollux, dewelke den 19. maij pass:o van hier naar Ceilon zijn voorgtgesteevend, onse laatste letteren van 12: dito bevoorens aan uwel Ed: afgegaan zijnde, is op den 13. der eeven verweekene maand Julij in de Baaij fals verscheenen het bij d'E Comp: ingehuurd koeker schip de vlugge Trekvogel, het welk den 23. febr: pass.o uit Texel vertrokken, en naar uwel Ed: gouvernement gedestineerd zijnde, tans ter verdere reisvorderinge zeil vlee tegd, des deesen is dienende Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze, voor„ zienige, zeer Discreete Meer en vrienden ten
English
to accompany that vessel, in which there has been shipped from this place a small chest containing 20 bars of gold, which was brought here from the Fatherland with the ship Hinlopen, in order to be forwarded with one of the first ships departing for Your Honour's government, the Bills of Lading for which are enclosed herewith. The Illustrious Assembly of the Seventeen was pleased to write to us in their highly venerated letter of 28 December last, that a capitulation has been concluded with His Highness the Duke of Wurtenberg for the establishment of a Regiment in the service of the Honourable Company, and that the first Battalion of that regiment, consisting of 900 men, would be sent hither with ships which at the same time will have to take on board the Regiment de Meuron, currently garrisoned here, in order to convey the same to Your Honour's government to relieve that of Luxemburg. In addition, the Right Honourable the Directors at the Presidial Chamber of Amsterdam, by virtue of the authorization of the aforesaid Gentlemen Seventeen, have written to us by dispatch of 6 January of this year that the departure of the vessels for the transport of the aforesaid Wurtenberg Battalion has been further arranged in such a manner that they will be able to put into Table Bay here, and that we shall have to make the necessary arrangements which we deem most convenient for the reception of the Wurtenberg troops and the re-embarkation of the Meuron troops, with the further recommendation to clean the vessels that will serve for that transport before the Meuron Regiment is transferred into them; furthermore adding thereto that, with the timing of the departure of the vessels conveying the Regiment de Meuron to Ceylon, it will turn out such that those vessels will have to set course for Trinkenomale, as their Right Honours also give Your Honour information in that regard by their dispatch accompanying this one. Fully complying with the aforesaid highly respected orders, we have already issued the necessary orders here, both to receive the Wurtenberg troops and to re-embark those of Meuron, and to have the latter properly provisioned for the voyage to Your Honour's government. However, as neither the number nor the size of the vessels designated for the aforementioned transport is known to us, and the Meuron Regiment consists of 1139 head, whereas the Wurtenberg Battalion arriving with those vessels is, on the contrary, only 900 men strong, we cannot inform Your Honour with certainty whether the entire regiment can indeed be re-embarked on those vessels, although we flatter ourselves that we shall be able to manage this by distributing the excess number over all the vessels. The aforementioned Right Honourable Directors at the Presidial Chamber of Amsterdam having also been pleased to charge us to have the necessary copies made of their aforesaid dispatch to Your Honour, and to send the same to Ceylon as soon as possible, leaving us the liberty to attach thereto such remarks as we, according to the circumstances of the matters, might deem to serve best the service of the Company and thus the furtherance of their Right Honours' aim in this matter, for which purpose the same dispatch of their Right Honours was enclosed to us under flying seal; and since the aforesaid dispatch only arrived here on the 3rd of this month, we found ourselves completely deprived of the opportunity to send Your Honour any of such copies sooner than this, while for Your Honour's information we can presently only add that the aforesaid Regiment de Meuron, during the time of its garrison here, has conducted itself in all decency, and that military discipline has likewise always been well maintained among them: the Capitulation of the same Regiment and the further documents belonging thereto being attached herewith. Regarding now the extension requested by Your Honour of the leave granted to Lieutenant de Goupeliere, belonging under the aforesaid Regiment de Meuron, it further serves for Your Honour's information that upon receipt of Your Honour's letter of 20 November of the past year, while delivering an extract thereof, communication of this was given to Major de Meuron, as currently exercising the command of that regiment here in the absence of Colonel de Meuron; who, however, thereupon declared by a dispatch addressed to us, also accompanying this in copy, that because of the expiration of the aforesaid leave of Lieutenant de Goupeliere without the same having rejoined the Regiment, he, the Major, had given notice thereof to the aforementioned Colonel, and had requested his orders in that regard.
Dutch transcription
410: ten geleide van dien bodem, in welken hier ter plaatse is afgescheept een Casje met 20 bharen goud, het welk met het schirp Hinlopen uit het Patria alhier is aan„ gebragt, om met eene der eerst na uwel Ed: gouverne„ ment vertrekkende scheepen te werden voortgesonden gaande de Cognossementen daar van in deesen gesloten over. De Illustre vergadering van 17=nen heeft ons bij hoog„ derselver zeer gevenereerde letteren van den 28. decemb: laastl: gelieven aan te schrijven, dat met zijn Hoogheid den Heer Hertog van wurtenberg is gesloten eene Ca„ pitulatie ter oprigting van een Regiment ten dienste der E: komp: en dat het eerste Bataillon van dat oe„ giment uit 900. man bestaande, herwaards zoude werden gezonden met scheepen dewelke teevens zullen moeten inneemen het Regiment van Meuron, alhier guarnisoen houdende, om het zelve na uwelEd: gouverne ment over te brengen ter aflossing van dat van suxem„ Daar bij hebben de wel Edele groot agtb: heeren Be„ wind hebberen ter presidiale kamer Amsterdam, uit kragte der qualifikatie van hoogstged: Heeren 17. e bij missive van den 6. Jann: deeses jaars ons aangeschree„ „ven, dat het vertrek der vaartuigen, tot het transport „burg. van het voorm: Wuatenbergse Bataillon zodanig na„ der is gereegeld, dat dezelve de tafel baaij alhier, zullen kunnen binnen loopen, en dat wij de nodige schikkingen zullen moeten maken, welke door ons tot den ontfangst der Wurtenbergse, en de weder inscheeping der Meuron„ sche troupen het gevoeglijkste zouden werden geoordeelt met verdere aanbeveeling tot het reinigen der vaartuigen, dewelke tot dat transport zullen dienen, alvorens het Meuronse Regiment daarinne werde overgebragt; verders daarbij voegende, dat het met den tijd van het vertrek der vaartuigen die het regiment van Meuron na Ceilon zullen overbrengen, zodanig zal uitkomen, dat die vaartuigen den steeven zullen moeten wenden naar trinkenomale, gelijk haar wel Edele groot agtb: dien aangaanden uwelEd: meede jnformatie komen te geven, bij Hoogst deszelver deesen versellende missive Aan de voorsch: zeer gerespekteerde, aanschrijvens alle„ dints abidieerende, hebben wij alhier reeds de nodige ordres gesteld, zo wel om de wurtenbergsche Troupen te ontfangen, als die van Meuron weeder in te scheepen, en de laatste behoorlijk geproviandeert te doen zijn, voor de reize naar uwelEd: gouvernement — Dan daar ons niet bekend is, het getal of de groote der vaartuigen, dewelke tot het meergem: transport zullen van zijn 411 zijn geschikt, en het Meuronse regiment bestaat uit 1139. Coppen terwijl het met die vaartuigen overkomend Wuatenbergsche Bataillon in teegendeel maar sterk is 900. man, kunnen wij uwelEd: niet zeeker berigten of het geheele regument wel weeder op die vaartuigen in te scheeken zal zijn, schoon wij ons vleien zulks met de verdeeling van het meerder getal, over alle de vaartuigen, wel te zullen kunnen schikken. Welgem: Edele groot agtb: Heeren Bewindhebberen ter Presidiale kamer Amsterdam ons teevens hebben de gelieven te gelasten, om van hoogstderselver voorsz: Mis„ sive aan uwelEd: de nodige afschriften te doen maken, en dezelve zo dra mogelijk naar Ceilon aftezenden, en daar bij de vrijheid te laten, om neevens dezelve zoda„ nige aanmerkingen te voegen, als wij naar omstandig„ heid van saken ten minsten dienste van de Comp: en dus ter bevorderinge van haar wel Edele groot agtb: oog„ merk in deesen, zouden meenen te kunnen strekken, ten welken einde dezelve missive haaer Edele Hoog agtb: onder Cachet volant aan ons ingeslooten is, ge„ weest, hebben wij, dewijl de voorsz: missive eerst op den 3. deeser alhier aangekomen is, ons volkomen ontsto„ ken gevonden van de geleegendheid, om uwel Ed: eerder dan deese eenige van zodanige afschriften te doen toekomen, terwijl wij tot uwel Ed: narigt tans alleen daar bij voegen kunnen, dat het voorsz: Regiment van Meuron„ geduurende den tijd van haar guarnisoen alhier, zig in alle betaielijkheid gedragen heeft, en dat de militaire discipline bij hetselve steeds meede, wel is onderhouden geworden: zijnde deeze bijgevoegde Capitulatie van het selve Regiment, en de verdere daar neevens gehorende stukken. Betreffende nu de door uwel Ed: verzagte prolonga„ „tie van het verleende Congé aan den luitenant de Gou„ peliere, gehorende, onder het voorsz: regiment van Meuron, diend nog tot uwel Ed: informatie, dat bij den ontfangst van uwelEd: brief van den 20. November des voorl: Jaars, onder afgave van Extrakt uit dezelve, daar van Communikatie is gegeeven aan den Majoor de Meuron als tegenwoordig bij afweesen van de Heer Collonel de Meuron het Commando bij dat regiment alhier voe„ kenden denwelken egter daarop bij eene missive aan ons geaddresseerd, en deese meede Copieelijk verzellen„ „de, heeft gedeclareerd, dat vermits d' Expiratie van het voorsz verlof van den luitenant de Goupeliere, zonder dat denselven zig wederom bij het Regiment had vervoegd, hij Majoor daar van kennis had gegeven, aan op ged:heer Collonel, en desselfs ordre dien aangaande toekomen gevraagd
English
412 having asked, could not therefore enter into the requested prolongation. Whereupon, however, it was given to be understood by the undersigned governor in our meeting of the 18th of May, that not only had the said Lieutenant de Goupeliere appeared to His Honour to be a person of great skill in engineering, and had been encouraged by His Honour to cross over to that government for some time on account of the lack of people in that science in Ceilon and the utility that could consequently be derived from him there for the service of the Company; but that it had also appeared most clearly to His Honour, from the received map of the said Island on which that lieutenant, according to information that We Lord Governor received from the Lord Governor of Ceilon, had worked alongside others, and from what further was to happen there, besides what Your Honours had declared thereof, that the oft-mentioned Lieutenant de Goupeliere would still be needed there for the service of the Honourable Company for some time. Whereupon it being taken into consideration by us that the number of officers of the aforesaid regiment here still turned out to be large enough to perform the service in the same in proportion to the common soldiers, and that the interest of the Honourable Company, without causing any prejudice to the regiment, could obtain much more benefit from the service of the said de Goupeliere on the island of Ceilon than here; we have thus, already before the receipt of the news of the departure of the same regiment to Your Honours' government, taken such a resolution whereby the leave for the same de Goupeliere, since the time that the same had expired, has been prolonged for another two years, and of which we have also already given notice to the Lords Majors and requested the approval of the same leave. Of the goods which in the bearer of this, the ship De Vlugge Trekvogel, were unloaded in the Fatherland for this government, a small keg with brown ochre No. 93, according to the statement of the chief mate of that vessel, could not be found here and thus remained in the ship, we kindly request Your Honours that, if the said keg appears on your side, it may be sent to us at a convenient opportunity. While we, commending Your Honours and the Company's weighty trade to divine protection, remain after affectionate greetings, underneath was written: as before, was signed: C. J. van de Graaff, J. Rhenius, R. J. Gordon, J. D. De Sucré and 413 C. G. de Wet, in the margin: In the Castle of Good Hope, the 6th of August 1787. Agrees. clerk To the Noble Lord Cornelis Jacob van de Graaff Governor and Director over the Company's Important Trade and Affairs, alongside the Council there, Cape of Good Hope Noble, Steadfast, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Lords and Friends, Our latest two letters of the 15th and 20th of November, sent with the ship De Paarl that departed from Gale on the 25th of that month, we hope will have been received by Your Honours. With the departure of the return ships De Draak consigned for the Chamber of Amsterdam and Het Hof ter Linde for Zeeland, we offer Your Honours 414 the duplicate of the said letters, while regarding the cargo and crew of these ships we refer to the documents that the Gale servants will present to Your Honours. On this occasion, pursuant to the request made thereto, we send Your Honours half a leaguer of the mixture with which the anti-pestilential vinegar is prepared, and add hereto a memorandum on how this mixture must be used, and the copies of the reports of the Master of Equipage Andringa and Chief Surgeon Aleman regarding the experienced utility of that prepared vinegar in various tests taken thereof. With these ships depart from the Regiment of Luxemburg: Surgeon Major De Marval, Captain Lieutenant De Messeircois, Captain De Hugonet, Sub-lieutenant De Abson, and Captain De Cossé, who has leave to go to Europe for 10 or at most 24 months for the recovery of his illness, but who has also at the same time been given liberty, if he so chooses, to remain at the Cape for the period of ten months without, in such case, any other 415 or further provision being made to him, either at the Cape or here, until he shall have returned to the Regiment; except for the 7 months' emoluments provided to him here, which amount to f 100. 6. - per month, to serve him as a defrayment for the journey, provided that from it the table money from here to Europe is paid to the ship's captain. All these have nothing to claim from the Company. Of the other passengers the Gale servants will also give Your Honours an account, and we note herewith only that from the Regiment of Luxemburg on this occasion there still depart for the Netherlands as incurables 1 corporal and 4 privates. To these, two months' wages have been provided here, and to the ship's captain another three months' wages have been given for them, with orders to disburse thereof to the same one month at the Cape and two months' wages upon arrival in the Netherlands. We bring to Your Honours' notice that the Cadet of the Regiment de Meuron, St. Maurice, having crossed over here with the Factor, has transferred as sub-lieutenant to the Regiment of Luxemburg and has obtained the approval thereto. Pursuant to the promise in the letter of the 15th of November, we insert for Your Honours herein an extract of our resolution whereby two
Dutch transcription
412 gevraagd hebbende mitsdien in de versogte prolongatie niet konde treeden Dan waarop door den ondergetek: gouverneur in onze vergadering van den 18. maij te verstaan gegeeven is, dat niet alleen ged: luitenant de Goupeliere, dier aan zijn Edele gebleeken wat, te zijn een perzoon van veel kunde in de genie, door zijn Ed: om het gebrek aan lie„ den van die weetenschap te Ceilon, en het nut dat mitsdien voor den dienst der Maatschappaij aldaar van denzelven konde werden genoten, aangespoord was ge„ worden, voor eenigen tijd na dat gouvernement over te gaan, maar dat ook bij zijn Edele, uit de ontvangene klant van het ged: Eiland waar aan dien luitenant volgens jnformatien die Wij Heere gouverneur van den Meer Ceilonschen gouverneur ontfangen had, nevens andere had gearbeid, en uit het geene verder aldaar stond te geschie„ den, behalven het geene uwel Ed daar van hadden gedecla„ reerd, ten duijdelijksten was voorgekomen dat meerged„ luitenant de goupeliere aldaar voor den dienst der E: Comp: nog wel eenigen tijd nodig zoude zijn. — Waarop bij ons in agting genomen weezende, dat het ge„ tal der officieren van het voorsz: regiment alhier, nog groot genoeg kwam te zijn, om in evenoedigheit van de ge„ meene den dienst bij hetzelve te verrigten, en dat het belang der E: Comp: zonder eenige prajuditie aan het re„ gement toe te brengen, veel meer nut uit den dienst van ged: de Goupeliere ten eilande Ceilon als hier konde erlangen; hebben wij dus bereids voor den ontfangst der tijdinge van het vertrek van hetselve regiment naar uwelEd: gouvernement, zodanig besluit genomen als waarbij het Congé voor den zelven de goupeliere zeedert den tijd dat het selve g'Expireerd is geweest, nog voor twee Jaaren is geprolongeerd, en waar van d'aan ook reeds aan de Heeren Majores kennis gegeeven, en om de agreatie van hetselve Jonge verzogt hebben. van de goederen, dewelke in brenger deeses het schip de vlugge Trekvogel in 't Patria voor dit gouverne„ „ment zijn afgeladen geweest, een vaatje met bruijn =oker N.:o 93. volgens opgave van den apparstuurman dier kiel, alhier niet hebbende kunnen werden gevonden, en dus in het schip verbleeven zijnde, verzoeken wij uwelEd: vrien delijk, dat het ged: vaatje â Costi te voorschein komende, ons bij bequame gelegendheid moge worden toegeschikt Terwijl wij uwelEd: en 'skompenies gewigtigen han„ „del de divini protexie aan beveelende, na geneege„ „ne groete blijven /:onderstond:/ als vooren /:was ge„ tekend:/ C: I: van de Praak, I: Rhe„ „nius, R: I: Gordon, I: D: De Suceer en belang C: 413. C: G: de wet /:in margine:/ In 't Casteel de Poede Hoop den 6. augustus 1787. Akkordeert. d. Galerk Aan den Edelen Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Direkteur Over skomp: Importanten handel en omslag Nevens den Raad Aldaar Cubo De Goede Hoop Edelen Erntfesten Man= haften, wijzen voor zieni= gen zeer Diskreeten heer en vrienden Onse Jongste twee brieven van 15 de en 20. November met het schip de Paaret dat den 25en dier maand van Gale is vertrokken afgesonden hoopen wij dat door uw wel Edelen zullen ontfangen zijn Met het vertrek van de aethoua scheepen De Drark geconsigneerd voor de Ramer Amsterdam en Het Hoff ter Linde voor Zeeland Hijbrands bieden No. 6. 414. bieden wij uw wel Edelens het dupli= caat van gemelte brieven aan ter wijl omtrent de belading en be= manning van dese scheepen ont gedragen aan de bescheiden die de Gaarsche bediendens uw wel Edelens zullen aanbieden. Bij dese gelegendheid laeten wij uw wel Edelens ingevolge het daar toe gedaan verzoek toekomen een halve legger met het mang¬ sel waarmede de antipestitenti aale Azijn word geprepareerden voegen ten dezen een memorie hoe dit mengsel moet warden gebruijkt en de Copijen van de berigten van den Equepagie mas„ ter Andringa en oppermeester Aleman nopens de ondervonde ne nuttigheid van die gepae¬ pareerde Azijn bij verscheide daarvan genomene prae van. Het dese scheepen vertrekken van het Regiement van Luxen= burg Den Chirurgijn Majoor De Maa= wal Den kapitain Quitenant De Messeij kois Den Kapitain De Hugonet Den Sous luitenant De Abson en Den Kapitain De Cosse die ter herstelling zijner ziekte voor 10 of uijterlijk 24. maanden verloss heefd om na Europa te gaen dog wien ook teffens vrijheid is gegeven om zoo hij het verkiest geduurende den teid van thien maanden aan de Raap te mogen overblijven zonder dat hem in zulk gevaal zo min aan de kaap als hier eenige andere daarvan 7 415. of verdere verstrekking zal worden gedaan, tot dat bij het Regie= ment weder zal zijn terug ge komen; dan de aan hem hier ver strekte 7. maanden Emoulimenten die 's maands bedraegen ƒ 100. 6. - om hem te dienen, tot een defaaij ment voor de rijse mids daar uyt worde betaalt aan den scheeps kapitain het Tavelgeld van hier na Europa, alle dese hebben vande komp: niets te pretendeeren van de overige passagiers zullen de Gaalsche bediendens Uw wel Edelens mede verslag geven¬ en wij noteren hier bij alleenig dat van het regiement van Luxenburg by dese gelegend= heid nog als incurabel na Nederland vertrekken 1. koap en 4. geemeene aan de ze is hier twee maanden Gagie verstrekt en aan den scheeps kapitain zijn voor hun nog drie maende gagie gegeven met last em daarvan aan de selve een maand aan de Raap en twee maanden Gagie bij aaarve in nederland uitte keeren. Wij brengen uw wel Edelens ter kennisse dat den Cadet van het Regiement de Meuren, St. Maurice met de Factor alhier overgekomen, als sout 6 leutenand by het Regiement van Lugenburg is overgegaan en daartoe het aggrement hefd bekomen Jngevolge promesse bij brief van 75:de November uw welEdel in dezen aan Een Extract onser Resoluitie daar bij twee geinsereerd
English
416 inserted the report of the fiscal concerning the investigation regarding the missing slaves of the burghers Wijdeman and Smit, and because a certain du Rasoia serving as a soldier with the Regiment of Luxemburg appears in that report as suspected of being the slave reclaimed by the burgher Wydeman, we have therefore requisitioned this du Rasoir from the Regiment, and we send him on this occasion at the expense of the one who says he is his master to the Cape in order to have the matter further investigated by Your Honors, to which end the evidence obtained here also accompanies the aforementioned report. If the Du Rasoia named herein should be found upon investigation not to be the bondsman according to the suspicions that appear against him in the transferred documents, we request that he may be sent back hither with the first ships; and if he is found to be the bondsman, then we request that copies of the evidence that proves it may be sent to us. Furthermore, we request, if it is feasible, to have an investigation made as to where the chests remained with the private commission goods sent in the month of February 1781 with the ships de Morgenster and Amsterdam, which were discharged at the 417 Cape; they have not been received in the Netherlands. With one of the currently departing return ships, the convicted accomplice Johannes van Mauaik is being sent thither to remain confined on Robben Island for the period of 15 years. We have the honor, after obedient greetings, to be with respect, in the margin: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sirs and Friends, Your Honors' obedient friends, servants, was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluisken, J: P: C: Telenius, J: L: van Lenden, P: E: Holst, C: van Angelbeek, M: P: Raket, I: Reintous, C: F: Schreuder. In the margin: Colombo, the 30th of January 1787. With the ships Veere, Gouda, de Leviatan, and the Pollux, we have received Your Honors' honored letters of the 18th of December 1786, 26th of January, and 12th of May of this year; and we thank you most kindly for the goods sent to us therewith. The officers of the ship Veere have not accounted for the 35 half-aams of coal, which, according to the account received, were supposed to have been shipped in that vessel there for Ceylon and Malabar, but which they say were not put on board; and because they proved this assertion of theirs with a sworn statement of the ship's officers, of which a copy accompanies this, we have resolved to have the amount of the same charged back to the Cape from Galle, where the rest of the cargo was delivered. Of the sheep leather that was brought with the Pollux, 5 skins are completely unfit and 26 skins with holes, and also of the chamois leather 5 skins as before 418 skins were found with holes; on which account we kindly request Your Honors to be pleased to issue the necessary order that none but good leather be sent, and that it be provided against spoilage on the journey as much as possible. The officers of the aforementioned vessel have proved with a receipted warrant, which accompanies this in copy, that they had delivered 15 muskets on shore there from an equal number of soldiers who remained there; but because only 14 pieces thereof were credited to us, we have resolved to have the missing musket charged thither, as is done in the invoice that goes among the enclosures. In the account received regarding the recruits for the Regiment of Luxemburg who came over with the ship Veere, some of the same are charged with their full pay for hospital expenses. In this government, no more than half pay is deducted from the servants who have stayed in the hospital; and as the men have complained about the treatment there, we politely request Your Honors to inform us whether the aforementioned charge of the entire pay happened by error or in accordance with the customary practice there. Likewise, in the aforementioned account, this government has been charged for what was provided there to the soldier of the aforementioned Regiment Louy Roy; but since Your Honors have informed us that he, on account of the discovery of the conspiracy on the ship de Jonge Francq, was detained there and placed with the Regiment of Meuron, we have thought fit to have the aforementioned charged amount transferred back thither. The letter that Your Honors sent to us for the Commander of the national squadron, Mr. Silvester, has been forwarded to Batavia, and the letters and goods for the Malabar government, together with the letters for the ministers at Surat, have been sent on to Cochin. We further thank Your Honors for the further information communicated regarding our return ships and the passengers who crossed over therewith, the misfortune of the ship de Paarl, and also what has since befallen the ship de Draak.
Dutch transcription
416 geinsereerd het berigt van den fis= caal betreppende het onderzoek nopens de vermeste slaven van de burgers Wijdeman en Smit en de wijl eenen du Rasoia als soldaat bij het Regiement van Cuxenburg dienst doende, bij dat berigt als gesusfiecteerd voorkomt te zijn de door den burger Wyde man gereclameerde slaaf: zoo hebben wij desen de Rasoir van het Regiement opgeEijscht en we zenden denselven op kosten van den geen die zegt zijn meer= ter te zijn by dese gelegendheid na de kaap om de zaake door uw wel Edelens verder te doen onderzoeken ten welken Eynde ook de hier ingewenne bewyzen voormelt berigt verzellen. zoo de in deesen genoemden Du Rasoia bij onderzoek mogte bevonden worden niet te weezen de lijfeigen volgens de verdenkingen die blijkens de overgaende stuk ken tegens leggen, zoo verzoe„ ken wa dat hij met de eerste scheepen weer mag worden te= rug gezonden na herwaards, in zoo hij bevonden word de lijfeigen te weezen dan verzoe„ ken we bat ens kopijen van de bewijsen die het aantonen moge worden toegezenden Nog verzoeken we zoo het doene lijk is te willen laeten onder zoek doen waarde kisten ge= bleven zijn met de bestel kaken van particulieren verzonden in de maand februarij 1781: met de scheepen de morgen= ster en Amsterdam die aan Du de 417. de Kaab ontlost zijn in Neder¬ land zijn ze niet ontvangen Met een van de tans vertrekkende retour scheepen waad na der waerdt gesonden de geweijsene handlanger Johannes van Mauaik om ge¬ duurende den teid van 15. Jaeren op het robben Eiland geconfineerd te blijven. Wij hebben de eere na gedienstige groete met agting te zijn /:en den stond:/ Edelen Erntfesten Man haften wijsen voorzienigen zeer Diskaaten Heer en vrienden Uwel Edelens Dienst willige vrienden Dienaeren /:was geteekent:/ W: J: van de Graaff, P: Hluisken, J: P: C: Telenius, J f: van Lenden, P: E: Holst, C: van Angelbeek M: P Rahet, I: Reintous C: F: Schreuder (:in margine:/ Kolembo, den 30. Jannuarij 1787. Met de scheepen reere, Gouda, de Leviatan en de Pollur„ hebben we ontvangen uw wel Edelens g'eerde brie„ „ven van den 18. ' december 1786. , 26. Jann: en 12.:' Maij deeze jaars; en we bedanken zeer vriendelijk voor de goederen, ons daarmeede toegezonden. De overheeden van 't schip veere hebben niet verant„ woord de 35' halve aamen kool, die volgens ontfangene aanreekeening, aldaar voor Ceij„ „lon en Mallabaar in dien boodem moesten afgescheept zijn, doch die te zijden aan boord niet te zijn gesteld en wijl ze deeze hunne voorgaave met eene b'eedigde verklaalring van de scheeps officieren, waar van kopij deezen verzeld hebben beweezen, hebben webeslooten 't bedraagen dezelve van gale alwaar de overige laading is uitgeleeverd, na de Caab te laaten terug ree„ „kenen. van 't schaapeleer, dat met de pollux aangebragt is, zijn 5. vellen geheel onbekwaam en 26 vellen met gaaten en ook van 't zeemleer 5: aan als vooren C: vellen 92 418 vallen met gaaten bevonden weshalven wij uwel Edelens wiendelijk verzoeken de noodige order tewillen stellen, dat niet dan goed leer gezonden in 't zoo veel doenlijk tegen be„ derf op de rijzte voorzien worde De overheeden van evengem: bodem hebben met eene gequiteerde ordonn:, die in Copij hierneevens gaat, beweezen, dat ze aldaar 15. gegeeven aan de wal hadden geeleverd van gelijk getal militaijren die daar zijn gebleeven; dar wijl ons daar van maar 14. ' stuks zijn ten goede gebragt, hebben wee beslooten 't manque¬ „rende geweir derwaards te laaten aenreekenen gelijk geschied bij de factuur, die onder de bij„ „laagen gaat. Bij de ontfangene aanreeke„ ning noopens de recrieten voor 't regiment van Luxemburg, welke met 't schip veere zijn overgekoomen, zijn eenige derzelven met hun„ „ne volle gagie belast, over hospitaals ongelden in dit gouvernement word van de dienaeren, die in 't hospitaal hebben geleegen niet meer dan de halve gagie ingehouden, en wij de luiden zig over de behandeling aldaar heb„ ben beswaard, verzoeken we uwel Edelens gedien„ stig ons te willen onderrigten of de voorschr: Insgelijks is bij de voorschr: aanrekening dit gouver„ nement ten laste gebragt, 't geen aldaar verstrekt is aan den zoldaat van gem: Regiment Loug Roij; dan vermits uwel Ed: ons bedeeld hebben, dat hij, weegens de ontdekking van de Conspi„ ratie op 't schip de jonge Francq, aldaar te„ „rug gehouden en bij 't regiement van Meron geplaatst is, hebben we goedgevonden 't voor„ „schreeve aangereekende derwaards te laaten terug reekenen. De brief die uwel Edelens ons voor den Commandant van slands es quader de heer Silvester, hebben toegezonden is na batavia afgevaardigd, en de brieven en goederen voor 't malla„ baarsche gouvernement, zij neevens de brieven voor de Minnisters te Souratta, na koetsien voort geschikt. Wij bedanken uwel Ed:s voorts, voor 't verder gecom„ „municeerde betrekkelijk tot onse retour„ scheepen en daar meede overgevaare Passagiers, Tongeval van 't schip de Paarl en ook t zeedert 't schip de Draak getroffen belasting van de geheele gagie, bij erreur, dan wel overeenkomstig met 't gewoon gebruk aldaer, geschied is, belasting hebben